diff options
Diffstat (limited to '29967-0.txt')
| -rw-r--r-- | 29967-0.txt | 6280 |
1 files changed, 6280 insertions, 0 deletions
diff --git a/29967-0.txt b/29967-0.txt new file mode 100644 index 0000000..a18dfc2 --- /dev/null +++ b/29967-0.txt @@ -0,0 +1,6280 @@ +The Project Gutenberg eBook of Het Haarlemmer-Meer-Boek, by +J. Asz. Leeghwater and W. J. C. van Hasselt + +This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and +most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions +whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms +of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at +www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you +will have to check the laws of the country where you are located before +using this eBook. + +Title: Het Haarlemmer-Meer-Boek + +Author: J. Asz. Leeghwater + W. J. C. van Hasselt + +Release Date: September 12, 2009 [eBook #29967] +[Most recently updated: December 1, 2022] + +Language: Dutch + +Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This book was +produced from scanned images of public domain material +from the Google Print project.) + +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET HAARLEMMER-MEER-BOEK *** + + + + + HET + HAARLEMMER-MEER-BOEK + + VAN + J. Asz. Leeghwater. + + Dertiende Druk. + + MET AANTEEKENINGEN + VAN + EN VOORAFGEGAAN DOOR + EENIGE LEVENSBIJZONDERHEDEN VAN DEN SCHRIJVER + EN + EEN HISTORISCH OVERZIGT + DER PLANNEN TOT EN DER WERKEN OVER + HET DROOGMAKEN VAN HET HAARLEMMER-MEER, + DOOR + + Mr. W. J. C. van Hasselt, + + LID VAN DE REGTBANK VAN EERSTEN AANLEG TE AMSTERDAM EN VAN DE + MAATSCHAPPIJ DER NEDERLANDSCHE LETTERKUNDE TE LEIDEN. + + Met Portret, Kaarten, Fac-Simile, enz. + + + + TE AMSTERDAM, BIJ + G. J. A. BEIJERINCK. + 1838. + + + + + + + + GEDRUKT BIJ C. A. SPIN. + + + + + + + + J. A. LEEGHWATER + EN + HET HAARLEMMER-MEER. + + + + + + + + + OP HET UITMALEN VAN 'T HAERLEMMERMEIR. + + AEN DEN LEEUW VAN HOLLANT. + + + + Uitheemsche vyanden te zitten in de veeren, + Te slingeren den staert groothartigh over zee; + Is ydel, als uw long, geslagen aen het teeren, + Inwendigh vast vergaet; en gy, van hartewee, + Zoo deerlijk zucht, en kucht, en loost, by heele brokken, + Het rottende ingewant te keel uit in de golf. + Wat baet het met uw' klaen al 't oost en west te plokken, + Naerdien u bijt in 't hart dees wreede Waterwolf, + Belust om over u eerlang te triomfeeren? + o Lantleeuw, waek eens op, en wek met eenen schreeu + Al 't Veen, de Kennemaer, en Rynlands oude Heeren, + Met d'Aemsterlanders op, tot noothulp van hun' Leeuw, + Men sluite met een' dijk dees pest, die u komt plagen. + De Wintvorst vliegh' er met zyn molewieken toe. + De snelle Wintvorst weet den Waterwolf te jagen + In zee, van waar hy u quam knabblen, nimmer moê. + De Veenboer zit en wenscht dees waterjaght te spoeien, + En 't Veenwijf roept: hy ruimt, de Lantleeuw weit op 't ruim + En zuight zyn long gezont aen d'uiers van de koeien. + Zoo wint de Lantleeuw lant: zoo puurt hy gout uit schuim. + + + Vondel. + + + + + + + + +De aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal voorgestelde wet, +ter uitgifte van losrenten op een gedeelte der schuld, ten laste +der overzeesche bezittingen, tot het doen van voorschotten voor +openbare werken, is in de zitting dier Kamer van den 2den April +j.l. afgestemd en met haar alzoo ook het, bij die wet voorgedragen, +plan tot droogmaking van het Haarlemmer Meer. Van de vijftien Leden, +die over die wet het woord hebben gevoerd, is er echter niet één +geweest, die zich tegen die droogmaking heeft verklaard, ja de meeste +hunner hebben het verwezenlijken van dit zoo lang reeds beraamde +plan wenschelijk genoemd, en alleen één der sprekers heeft bezwaren +tegen hetzelve in het midden gebragt, welke meer uit bijzondere +plaatselijke belangen, dan uit de zaak zelve hunnen oorsprong namen, +zoodat men gerust mag vaststellen, dat, indien de droogmaking van +het Haarlemmer Meer bij eene afzonderlijke wet ware voorgesteld, die +wet door de Tweede Kamer zoude aangenomen zijn geworden, en dat zij +alleen, zoo als een geacht Lid der Kamer zeide, »om den vorm en om de +daarbij voorgestelde wijze van voorziening in de benoodigde gelden," +niet om de daarbij voorgestelde zaken, is afgestemd geworden. + +Wij vleijen ons alzoo, dat nog eenmaal, en, zoo wij hopen, binnen +kort, het zoo vaak beraamde plan tot droogmaking van het Haarlemmer +Meer zal verwezenlijkt worden; want wie, die, in den aanvang van het +vorige jaar, den toestand des lands rondom Amsterdam met aandacht +heeft gadegeslagen; die het water van het Meer over de landen in +den Binnenpolder tusschen Sloten en Sloterdijk, ja over den weg +zelven tusschen Haarlem en Amsterdam, heeft zien stroomen; die den +zwakken staat der dijken en middelen kent, welke dat water moeten +keeren, waarvan sommige niet veel meer dan enkele Zomer-kaden zijn, +wier onderhoud voor de eigenaren der naburige landen drukkender en +bezwaarlijker is, dan zij dragen kunnen, vreest niet met Leeghwater, +en met nog meer grond dan hij, dat het kind al geboren is, die het +zal beleven, dat het Meer voor de poort van Amsterdam zal komen? ja +vreest niet, dat hij zelf dit weldra zal ondervinden? en zegt niet +met den dichter [1]? + + + Wilt, eer uw ijver deez' landouwen + Met ijzren gordel prijken doet, + ô! Wilt de jammerplaag beschouwen, + Die kank'rend in heur binnenst wroet. + Of, moet ik ze u nog kennen leeren?-- + Ziet, hoe de inééngevloeide meiren, + Door zwakke dammen niet te keeren, + Het land, dat land van melk en room, + Waar eens het vette rundvee loeide, + Waar Slotens vruchtbre moeshof groeide, + Herschiepen in een' waterstroom! + + Wat zal voor de opgeperste vloeden, + Daar zelfs geen dijk hunn' voortgang stuit. + Het zinkend Aemstelland behoeden? + Verzwelgend breiden zij zich uit. + + De teugellooze golven zwellen, + Gevoed uit 's afgronds diepe wellen: + Ras laat zich 't oogenblik voorspellen, + Wanneer zij haar verbolgen nat + In 's Aemstels bedding overgieten, + Met vaart en Slochter samenvlieten, + En stroomen binnen d'Aemstelstad. + + +Er zijn, wij weten het, die ons zullen toevoegen: reeds meer dan twee +eeuwen is dit schrikbeeld opgehangen, en nóg heeft het Meer Amsterdam +niet bereikt! Maar moet het dan eerst zóó ver komen? moet de water-wolf +dan nog eerst meer lands hebben ingezwolgen, vóór men tot het besluit +kome, om hem den muil te breidelen? Dat hij jaarlijks aan de randen +knabbelt, en jaarlijks meer en meer inzwelgt; dat het jaarlijks +schatten kost, om hem zijnen roof te betwisten, is overbekend [2]. + +In de XVIde eeuw was het Haarlemmer Meer nog slechts een plas van 3040 +morgen, en afgescheiden van het Leidsche-, het Spiering- en het oude +Meer, uit welke het sedert is zamengesteld. Al deze Meren besloegen +in den jare 1531, volgens de kaart door den Landmeter van Rhijnland, +Melchior Bolstra, opgemaakt, te zamen 6585 morgen. Weldra werden deze +Meren door de kracht hunner wateren veréénigd; zij bedekten in 1591 +reeds 12375, in 1647, 17082, en in 1687, 18100 morgen. Toen voormelde +Bolstra in de jaren 1739 en 1740, op hoog bevel, de vier Meren mat, +vond hij, dat 19,500 morgen lands door die wateren waren bedekt, +en bij de opmeting in 1808, door den Heer A. Blanken Jsz., is het +vereenigd Meer, thans bekend onder den naam van Haarlemmer Meer, met +het Kager Meer bevonden eene oppervlakte van 20872 morgen te beslaan, +zonder daarbij te rekenen het Lutke Meer, dat 323 morgen groot is +[3]. Een aanwas alzoo van bijna 15000 morgen op 6000, gedurende den +tijd van drie eeuwen. + +Daarenboven zijn van het Haarlemmer Meer, aan den zuid-oostkant, +verscheidene zeer wijde uitgeveende plassen slechts door smalle +strooken lands afgescheiden, zoodat, indien men er deze bijvoegt, +de uitgestrektheid waters op 30000 morgen kan geschat worden, en +gewoonlijk geschat wordt. + +Het door ons hierbij gevoegde kaartje toont den toestand van het +Haarlemmer Meer, zoo als het in 1531 was, en duidt tevens aan, hoe het +Meer van tijd tot tijd is vergroot en toegenomen: de buitenste streep +wijst de grootheid aan van dezen plas in den jare 1808. Al het land, +hetwelk tusschen die streep en die, welke met 1531 gemerkt is, ligt, +of liever, lag, is gedurende die drie eeuwen door het water verzwolgen. + +Het is nog geen 250 jaren geleden, dat Zwanenburg (halfweg Haarlem +en Amsterdam) meer dan 700 Rhijnlandsche roeden van het toenmalig +Spiering-Meer, thans geheel met het Haarlemmer veréénigd, verwijderd +was, en nu ligt Zwanenburg aan het Meer en wordt door zijne wateren +bespat. Het is naauwelijks 200 jaren geleden, dat de dorpen Nieuwkerk +en Rijk, welig bewoond, hunne torens in het omliggend land omhoog +staken. Nieuwkerk en Rijk, toen meer dan drie honderd roeden van het +Meer verwijderd, zijn verdwenen, en hunne kerken en torens in hetzelve, +even als vroeger het dorp Vijfhuizen, bedolven, en de namen Nieuwkerk, +Rijk en Vijfhuizen zijn van de kaart des Lands en uit de geheugenis +der menschen weggevaagd. + +Maar het Meer is nog zeven honderd roeden van Amsterdam verwijderd! wij +zeiden het zoo even, zeven honderd roeden was in 1591 Zwanenburg van +het Meer gelegen, en geen vijftig jaren daarna klotsten zijne golven +tegen Zwanenburg aan; zij zullen welligt weldra tegen en in Amsterdam +klotsen. De inwoners dier stad zullen ter eeniger tijd, (misschien is +die tijd niet verre verwijderd,) bij hun ontwaken vreemd ophooren, +dat het Meer over den Amsteldijk en bij de Beerenbijt stroomt. Dan +vergoeden Rhijnland en Leiden aan het Rijk de verliezen van Amstelland +en Amsterdam, Maar kunnen Rhijnland en Leiden ook niet eenmaal eene +prooi van dit vernielend gedrogt worden? + +Meermalen heeft men dan ook, uit besef der onberekenbare gevolgen, +die dat ontzettend water voor Holland zou kunnen hebben, en bij het +denkbeeld, hoe vele morgen goeden, bruikbaren gronds door de golven +bedekt zijn, het plan beraamd om het Meer te bedijken, en, even als +zulks zoo vele andere meren zijn gedaan, droog te malen. Niet slechts +geldelijk belang, maar ook het afweren van een te vreezen onheil, was +het doel dier ontwerpen. Nu eens werd zoodanig een plan door bijzondere +personen, dan weder, gelijk bij voorbeeld in 1742 [4] en 1808, op +openbaar gezag beraamd. Maar die plannen bleven alle zonder gevolg. In +het begin van 1819 leverden de Heeren F. G. Baron van Lijnden van +Hemmen, W. F. Baron Roëll en O. Repelaer van Driel, de beide laatste +door den eersten hiertoe opgewekt, aan Z. M. een verzoekschrift in, +ten einde octrooi te erlangen, om, volgens een nader over te geven +plan, het Haarlemmer Meer te doen droogmaken en verlof te bekomen, +om deze onderneming bij wijze van associatie ten uitvoer te brengen, +als eene private en particuliere zaak, zonder dat het Gouvernement +met subsidiën, voorschotten of garantie zou worden bezwaard. + +Z. M. gaf aan de verzoekers verlof, om een plan van droogmaking +te beramen, met last, om dienaangaande de belangen der Hoog +Heemraadschappen van Rhijnland en Amstelland in acht te nemen, en +gaf hun vrijheid, om, nadat het plan door Hoogstdenzelven zou zijn +goedgekeurd, hunne landgenooten tot medewerking en deelneming in dit +ontwerp te mogen uitnoodigen [5]. + +Dit plan van de Heeren van Lynden, Roëll en Repelaer kwam echter nimmer +in werking, en de zaak bleef wederom slepende, tot dat de stormen +van December 1836 en de niet te ontveinzen voor Amsterdam hoogst +bedenkelijke toestand van het Meer in Jan. 1837, het Gouvernement +ernstig bedacht maakten, om dien inlandschen vijand, tegen wien men +reeds eeuwen lang eenen kostbaren oorlog, en steeds met een ongelukkig +gevolg, voert, met kracht ten onder te brengen en zoo mogelijk ten +onder te houden. De voordragt hiertoe is thans verworpen en de zaak +zal wederom slepende blijven, tenzij het Gouvernement, bij eene +afzonderlijke wet, haar op nieuw aan de Staten-Generaal voordrage, +of wel, hetgeen welligt wenschelijker ware, bijzondere personen op +nieuw zich vereenigen, om, onder goedkeuring van het Gouvernement, +dit grootsch ontwerp ten uitvoer te brengen. Indien men bedenkt, +welke schatten de Heemraadschappen en de Ingelanden der polders, die +door het Meer bespoeld worden, jaarlijks moeten betalen, om dat water +in bedwang te houden, dan verwondert men zich, dat niet reeds lang +de eigenaren dier landen de handen in één hebben geslagen, om dien +gemeenschappelijken vijand te beteugelen. Hoe zouden hunne eigendommen +in waarde stijgen, indien zij van de jaarlijksche omslagen, die zij +thans tot het bedwingen van het Meer, dat met toom en breidel spot, +opbrengen, bevrijd waren! Men berekent de tegenwoordige jaarlijksche +kosten, tot onderhoud der Meerwerken, voor Rhijnland alléén, op meer +dan f 30,000. En vraag het den Ingelanden van den Binnen-Polder, +tusschen Sloten en Sloterdijk eens, wat het hun kost, om hunne +landen, en om Amsterdam tegen het Meer te beveiligen! vraag hun +eens, wat het jaar 1837 hun gekost heeft, en gij zult verbaasd +staan. Voor de Ingelanden der rondom het Meer liggende Polders zou +dus het droogmaken van dien plas mede hoogst gewigtig zijn. Bijzondere +belangen kunnen hiertegen in geene aanmerking komen, evenmin of deze +of gene stad, dit of dat collegie, deze of gene persoon voordeelen +uit het aanwezen van het Meer trekt. Bijzondere belangen moeten voor +het algemeen belang zwijgen, en de wet van onteigening, met hare niet +ongunstige schadeloosstelling, is daar en kan ook hier van toepassing +zijn. Het grootste bezwaar is, naar mijn inzien, de vrees, dat bij +sterke opzetting van water Rhijnland geene voldoende uitwatering zou +hebben. Maar zoo dat bezwaar, waarover ik niet kan noch mag oordeelen, +gegrond mogt zijn, dan vraag ik, of in den tegenwoordigen staat +der wetenschappen, en bij het veelvuldig en krachtig gebruik der +stoomwerktuigen, niet een middel is uit te denken, om Rhijnland in +dat geval van het overtollig water te ontheffen? Dit is zeker, dat, +indien het Meer blijft, zoo als het is, Amstelland vroeg of laat de +prooi zijner golven moet worden. + +Maar de meeste schrijvers, die over het droog maken van het Haarlemmer +Meer geschreven hebben, zijn van meening, dat het opgegeven bezwaar +voor Rhijnland niet bestaat; immers zoo geducht niet is, als men het +wel wil voorstellen, en dat het ligtelijk zou zijn af te wenden. + +Onder de schrijvers, die over het nut, de noodzakelijkheid en de +mogelijkheid der bedijking en droogmaking van het Haarlemmer Meer +schreven, behoort in de eerste plaats Jan Adriaansz. Leeghwater, die, +vóór nu bijna twee eeuwen, in zijn beroemd Haarlemmer-Meer-Boek, +een volledig en, voor zoo ver bekend is, het eerste plan tot dit +onderwerp uitgaf. + +Deze Jan Adriaansz. Leeghwater werd, in den jare 1575, in het dorp +de Rijp geboren [6]. Zijn vader Adriaan Symonsz. was aldaar timmerman +en had in 1594 het opzigt over het leggen van de eerste houten sluis +in de Rijp [7], en zijn grootvader, Symon Ruts, was aldaar brouwer, +en had tot vrouw Griet Maartensz., mede van de Rijp, die in den jare +1604, in den ouderdom van 90 jaren, stierf [8]. + +Waarschijnlijk, ja bijna zeker is het, dat zijne voorouders den +naam van Leeghwater niet voerden, maar naar het gebruik dier dagen, +dat nog lang ten platten lande, vooral in Noord-Holland, het langst +echter in Vriesland, heeft aangehouden, alleen den naam hunner vaders +bij den hunnen voegden, en alzoo slechts Adriaan Symonsz., Symon +Rutsz. enz. genoemd werden. Zoo ook komt Leeghwater in een octrooi van +den jare 1605, waarvan wij nader zullen gewagen, alleen onder den naam +van Jan Adriaansz. voor. Eerst in later tijd, en in meer gevorderden +ouderdom, schijnt hij den naam van Leeghwater te hebben aangenomen, +waarschijnlijk door dezen of genen hem toegevoegd, om de veelvuldige +wateren, die hij in Noord-Holland en elders had helpen leêgen [9]. + +Zijne moeders-moeder was Pietje Pieters Schoute, en eene dochter der +zuster van eenen Abt van het klooster van Egmond [10]. + +Hij zelf schijnt eene vrouw uit de Schermer te hebben gehad; want in de +kleine kronijk zegt hij (bl. 11, No. 11): "De huisluiden van Schermer +waren in mijne jonkheit, toen ik aldaar eerst getrouwd was, wat ruw van +manieren en zeden; daar waren weinig huizen, die schoorsteenen hadden." + +Van zijne eerste jeugd en van zijne opvoeding is ons weinig of niets +bekend; hij noemt zich op de titels der door hem uitgegeven werken: +Molenmaker en Ingenieur van de Rijp; doch hij bezat in zeer vele +vakken eene groote ervarenheid, en men zou hem een' duizend-kunstenaar +kunnen noemen. + +Hij verhaalt in zijne kleine kronijk [11], dat het hem heugde, dat +er in Holland niet één achtkante oliemolen met stampers bestond, en +dat hij voor eigen gebruik den eersten zoodanigen molen tegen Rijp en +Graft getimmerd en gemaakt heeft; dat die molen, toen hij dit schreef, +bijna 45 jaren gebruikt en nog gangbaar was.--Hij schijnt dus ook +olieslager te zijn geweest. + +Toen in het jaar 1630 het raadhuis in de Rijp zou worden gebouwd, +vervaardigde hij het bestek en de daartoe behoorende teekeningen, +waarna het werd afgewerkt [12]. + +Doch als Molenmaker muntte hij voornamelijk uit, en zijne bekwaamheid +in het vervaardigen en stellen van Molens werd niet slechts binnen +'s Lands, maar ook daar buiten beroemd. Van hoeveel belang die +bekwaamheid is, weten zij, die zich met het droogmaken van plassen of +polders immer hebben moeten onledig houden. Maar die bekwaamheid kwam +vooral in den tijd, waarin Leeghwater leefde, te stade. In de XVIe +en in het begin der XVIIe eeuw was Holland bijna meer dan de helft +water. De kaart van J. J. Beeldsnijder, gedrukt in 1575, kan er u +van overtuigen. Reeds in de laatste helft der eerstgenoemde eeuw, +werden eenige dier plassen drooggemaakt; men begon in 1553 met de +Zijp; maar in het begin der XVIIe eeuw, toen het land, van vreemd, +uitheemsch gezag ontslagen, eenigzins tot rust begon te komen, was +men er ernstig op bedacht, om die binnenlandsche wateren uit te malen +en in bruikbaar land te herschapen. Droogmaking op droogmaking volgde +elkander op. Bij de meeste dier ondernemingen was Leeghwater door raad +of daad behulpzaam; vooral was hij werkzaam bij het bedijken van de nu +bloeijende Beemster, waarbij hij was aangesteld, om, zoo als hij zegt: +»waer te nemen het fabrijken en stellen van de watermolens." Het is +bekend, dat dit Meer, met welks bedijking men in 1608 een' aanvang +nam, (niettegenstaande het eens doorbrak) in 1612 geheel droog was +gemaakt. Ook bij het droogmaken van de Purmer, de Wormer, de Bijlmer, +de Waard, de Schermer en van meer andere meren, moerassen en polders +was hij werkzaam [13], en zijn genie wist vaak de hinderpalen te +overkomen, welke zich van tijd tot tijd opdeden. De roem zijner +bekwaamheid in het leêgmalen van plassen was zóó groot, dat hij door +den Stadhouder Frederik Hendrik, in den jare 1629, in het leger vóór +'s Hertogenbosch werd ontboden, om, zoo als Leeghwater het uitdrukt: +»het water uit het leger te malen en de watermolens bij Engelen weder +gangbaar te maken." Hetgeen hij naar wensch volvoerde, en niet weinig +tot het bemagtigen dier belangrijke stad heeft toegebragt [14]. + +Maar ook buiten 's Lands werden zijne bekwaamheden op prijs gesteld: +in den jare 1628 werd hij naar Bourdeaux geroepen, om zijnen goeden +raad te geven tot het droogmaken van een moeras, 4500 morgen groot, +toebehoorende aan den Hertog van Epernon, en niet ver van dáár gelegen +[15]; waaraan hij naar wensch voldeed, eene kaart van dat Moeras +vervaardigde en dezelve aan den Hertog, die toen met het leger van den +Koning van Frankrijk vóór Rochelle lag, overhandigde [16]. Twee jaren +hierna ontbood men hem naar Metz, om raad te geven tot het droogmaken +van een aldaar gelegen moeras [17]. Ook in het gebied van den Hertog +van Holstein, in Emderland, in Friesland en elders werd hij geroepen, +om behulpzaam te zijn in het droogmaken van moerassen en meren, om, +zoo als hij zegt, »te ordineren dijken, dammen, sluizen, kaaijen, +heulen, molens, molen-togten, kolken, wateringen, enz." + +Maar zijne bekwaamheden en werkzaamheden bepaalden zich niet tot +het hierboven opgenoemde: wij zeiden reeds boven, dat hij in zeer +vele vakken van wetenschap eene groote ervarenheid bezat. Hoor wat +hij er zelf van zegt:--»Ik heb (dus schrijft hij in zijn kleine +Cronijkje No. 49) in mijnen tijd gemaakt verscheidene soorten van +molens, ook huizen en sluizen en verscheidene notabele stukken van +kassen en schrijnwerken, alsmede vele uurwerken in dorpen en steden, +ook mede twee groote notabele speelwerken te Amsterdam, staande op +den Wester- en Zuiderkerks-toren. Ik heb ook mede gemetseld aan het +nieuwe stadhuis te Amsterdam, en mede aan den toren van de Nieuwe Kerk, +alsmede aan de brug bij Jan-Roodepoorts-toren. Behalve dien heb ik nog +verscheidene notabele handwerken gedaan in hout en steen, in koper, +in ivoor en metaal, hetwelk te lang zou wezen om alles te verhalen." + + + »Ook somtijds met de pen te speelen, + Te teekenen kerken en kasteelen, + Daar bij te schrijven grof en fijn, + Dat kan (God-lof!) nog heel wel zijn." + + +Dit schreef hij toen hij 74 jaren oud was. Dat hij elf jaren vroeger +nog heel wel met de pen kon omgaan, blijkt uit onderstaand fac simile +van eene door hem in den jare 1638 vervaardigde teekening. + + + Een Can die veel te-water gaet. + Int eijnd noch wel aen stucken slaet. + + 1638 JALW + + +Maar Leeghwater verstond daarenboven eene kunst, die sedert geheel +schijnt verloren te zijn geraakt, de kunst namelijk van onder water +te duiken, aldaar eenen geruimen tijd te vertoeven en verschillende +verrigtingen ten uitvoer te brengen [18]. + +Hij gaf met Pieter Pietersz. [19] van deze bekwaamheid in den +jare 1605, in de nabijheid van 's Gravenhage, eene proeve in +tegenwoordigheid van Prins Maurits, diens broeders Frederik Hendrik, +van de Graven Willem en Ernst van Nassau, van vele Edelen en andere +personen. Welke proefneming hij in het volgende jaar buiten Amsterdam +herhaalde, in tegenwoordigheid van vele menschen. Hij bleef alstoen +drie kwartiers onder water, waar hij at, de schalmei bespeelde, +ja zelfs op een papier schreef en andere verrigtingen ten uitvoer +bragt, zoo als zulks door hem, op eene hoogst eenvoudige wijze, met +vermelding van vele kleine omstandigheden, in zijn kleine Kronijk +aldus is te boek gesteld [20]: + + + + »Van het onder-water gaan, geschiet in den Hage + in bijwezen van Prins Mauritius en andere + groote Heeren, een konst nooit te voren + gehoort of gezien. + +»1. In 't jaar 1605, in 't laatste van April, zoo is daar een +Wijnkooper tot Alkmaar geweest, genaamt Dirk Thomasz., die met den +Prince Mauritius zeer familiaar was, en verscheiden redenen met den +Prince hadde, waarvan hij mede verhaalde, dat in Noort-Hollant in de +Rijp twee of drie jongelingen waren, die onder het water konden gaan, +waarvan den Prince zeer begeerig was om 't zelve te zien; waarop +den Wijnkooper tot antwoord gaf: »Ik zal de luiden verschrijven, +dat zij bij zijne Vorstelijke Genade in den Hage zullen komen." + +»2. Ende alzoo door het schrijven zijn wij na den Hage gereist, en +zijn aldaar bij den Prince gekomen, die ons zeer vriendelyk groette +ende ons vraagde, of wij de luiden waren, die onder 't water konden +gaan? waarop wij antwoordden: Ja mijn Genadigen Heer; waarop de +Prince wederom zeide: Hoe zoude men dat konnen weten, of men zoude +dat moeten zien? waarop wij wederom antwoordden en zeiden: Zo het +mijn Heer morgen belieft te zien, wij willen 't alhier morgen in den +Vijver wel doen; waarop de Prince wederom zeide: dat hij dat in den +Vijver niet en begeerde; daar zouden wel duizent menschen bij komen; +dat en zoude niet dienen. + +»3. Doen heeft de Prince een Valkenier bij hem ontboden, genaamt +Henderik Evertsz., die met ons zoude gaan buiten den Hage, om een +water te zoeken, daar 't bequaam was om de konst te doen, 't welke +wij alzo gedaan hadden, welke water is een weinig buiten den Hage +aan de slinkerhand, in een Molentocht, als men naar Delft vaart. + +»4. Den eersten dach doen wast een storm ende heel kout weder, zo dat +wij den Prince doen niet en spraken, maar den tweeden dach daaraan +heeft den Prince ons een zeker uure gestelt, als den maaltijt gedaan +was na den middag, dat wij dan op de plaatze gereet zouden staan, +waarbij dat de Prince ook tegen ons zeide: Mannen, ik heb gisteren +wel om u gedocht, ik en zoude niet gaarne hebben, dat gij een ziekte +zoude halen om mijnent wille. + +»5. Alzo den tijt bestemt was, zoo zijn wij op de plaatze gegaan, +ende gereetgestaan; doen is den Prince Mauritius, met zijn broeder +Prins Henderik, met Graaf Willem van Vrieslant, met Graaf Ernst, +ende meer andere groote Heeren en Edelluiden met de koetzen bij +ons gekomen, ende daar alzo gelijk bij ons staande, doen zeide den +Prince Mauritius: Mannen, ik ben nu gereet om te zien; waarop ik Jan +Adriaansz. Leeghwater met een goede couragie in 't water gesprongen +ben, en zeide: Adieu, mijn vroome Heeren; ende ik was daar zo lange +onder het water, dat den Prince Mauritius met d'andere Heeren wel +vernoegt waren, en doen ik weder boven 't water quam, doen vraagde +mij den Prince Mauritius: Wat was dat geluit dat ik hoorde? waarop ik +zeide: Ik heb luide geroepen; heeft mijn Heer dat ook verstaan? waarop +de Prince zeide: Ik meende, dat het het brullen van een koe was. + +»6. Daarna is Pieter Pietersz., een van onze medemakkers, in 't water +gesprongen een stuks weegs verscheiden, dewelke alzo lang onder het +water was als ik, waarover Pieter Pietersz. met zijne vingeren een +weinig boven 't water speelde; doen zeide Graaf Willem van Vrieslant: +Den kerel werd verzoepen; hij en kan hem nigt langer holden. + +»7. Ende alzo Pieter Pietersz. mede op 't land komende, wij beide nog +fris ende wel waren, zoo heeft den Prince Mauritius tegen ons gezeit: +Mannen, ik zie dat de konste goet is; gaat niet uit den Hage aleer ik +u gesprooken heb, en gaat in een goede herberge en maakt goede cier, +hetwelke wij alzo gedaan hebben, ende daarna zijn wij weder bij den +Prince gekomen op het Hof, daar hij ons een vereeringe gegeven heeft, +ende ook mede Octroy van onze konste, hetwelke ik nog tot dezen dag +bewaart heb." + + +»De tweede onderwaterduiking, geschiet tot Amsterdam. + +»1. In 't jaar 1606, op Amsterdamsche kermis, zo is daar een +koopman van de Rijp geweest, geheeten Meinert Cornelisz. Salm, +die tot Amsterdam zeer wel bekent was, die van de konste van onder +water te gaan tegen zommige bekende Borgers van Amsterdam gezeit +hadde, dat de konste op de Wetering, buiten de Heilige Wegs-Poort, +aan de slinkerhant, gedaan zoude werden in prezentie van 10 of 12 +perzonen, aldaar mede prezent was Meinert Salm van de Rijp, Albert +Verspek van Antwerpen, Dirk van Os van Amsterdam met zijn Soon, +die nu Dijk-Graaf van de Beemster is, Frederik Jansz. met zijn Soon, +Jacob Frederiksz. van Amsterdam, beide Olijslagers, Jacob Wrogt van +Amsterdam, met Jan Louwen van de Rijp met zijn Huisvrouw, ende meer +andere goede bekenden. + +»2. Ende alzo dit geschiedde nabij de stad Amsterdam, zo is aldaar een +grooten toeloop van volk gekomen ende vergadert van verscheiden steden, +dorpen en plaatzen, so dat daar wel zeven of agt hondert menschen bij +malkander waren, of meer: zo was daar een onder allen, die het niet +geloofde, en zeide: Het zal wezen gelijk die man die vliegen zoude; +wie is malder, de man die vliegen zal, of die gene die het zien +zullen? waarop ik Jan Adriaansz. wederom zeide: Ik zal het volk niet +bedriegen; ik zal 't voor haar oogen doen, dat zij dat zien zullen. + +»3. Zo is 't dat ik een linnen kleed bij mij genomen hadde, hetwelke +ik aandede, waarvan ik de zakken uittrok, en dede daar tien of twaalf +peeren in, dat zij het voor hare oogen zagen, ende ik zeide tegen +het volk: Deze peeren zal ik half op-eeten, opdat gij luiden niet en +zegt dat ik de peeren in den grond gesteken heb. Ook hadde ik mede +een schalmey bij mij, daar ik wel op konde speelen, dien ik mede bij +mij in mijn zak dede, en zeide: Daar zal ik verscheiden voizen en +Psalmen op speelen, dat gij dat boven water, op het land hooren ende +verstaan zult; waarbij Pieter Pietersz. op het land bij het volk bleef; +om het volk reden te geven en te onderregten. + +»4. Onder allen was daar mede een Makelaar onder het volk, geheeten +Lems, die hadde een schoon blad pampier bij hem, daar schreef hij zijn +naam op, hetwelke hij mij gaf, waarop ik tegen hem zeide: Ik zal daar +onder water op den grond op dat pampier met pen ende inkt schrijven, +dat gij dat boven water op het land zult konnen lezen. + +»5. Ende doen ik gereed was, ende wel wakker konde zwemmen, ende ook +mede een jongman was, zoo gaf mij den Almogenden God de vrijmoedigheit, +dat ik met een goede couragie in 't water sprong, mijn aangezigt na het +volk toewendde, ende zeide: Adieu, gij vroome Borgers van Amsterdam, +dat is u ter eeren, daar ga ik onder. + +6. Zo is dat alzo geschied, dat ik de peeren onder water half +op-gegeten heb, en vertoonde de peeren onder het volk, doen ik op +het land quam; ende op hetzelve pampier schreef ik mede zo veel: +dit heb ik voor Amsterdam in de Wetering ende onder water geschreven; +ende op de schalmey speelde ik mede onder water op den grond, dat het +volk, die op het land stonden, boven water gemakkelijk hooren ende +verstaan konden; onder allen speelde ik mede den 23 Psalm: Mijn God +voet mij als mijn Herder geprezen, dat die luiden, die op de kant van +de sloot stonden, zeiden: Hoort eens mannen, dat speelt hij nu! Alzo +had ik mijn plaizier ende recreatie onder 't water op den grond. + +»7. Ende doen ik dogte dat ik aldaar lang genoeg geweest was, dat +het volk wel vernoegt zoude wezen, zo ben ik met een goede couragie +weder opgekomen, mijn aangezigt na het volk, en doen ik nog in 't +water was, zo heb ik tegen het volk met een luide stemme geroepen: +Wat dunken de luiden van de konst? waarop het volk antwoordde en zeide: +De konst is goet. + +»8. Ende doen ik weder op het land quam, doen vertoonde ik mijn +geschrift, het pampier nog droog wezende, hetwelke veel luiden gezien +en gelezen hebben, ende daarover zeer verwondert waren: ende den +Makelaar Lems weder behandigt hebbende, die het nog zommige jaren +daar naar bewaarde; ende als ik nog onder water was, zo was alreeds +de tijdinge al in de stad, die man is al verdronken, hij en komt zijn +leven niet weder: en doen ik weder op het land quam, zo hadde Frederik +Jacobsz., Olijslager van Amsterdam, een nagt-glas bij hem genomen, en +zeide tegens mij: Jan Adriaansz., weet gij wel hoe lange dat gij onder +water geweest hebt?--Neen ik, Frederik Jacobsz., zeide ik. Doen zei +hij weder tot mij: Dat glas is eens uit-geloopen ende eens half uit, +dat is drie quartier van een uur. Doen waren daar verscheiden luiden, +die tegen malkanderen zeiden: Hebt gij wel gezien wat dat hij gedaan, +hadde doen hij in 't water ging? hij hadde hem met olij bestreken; +ende d'andere zeide: hij hadde een root lapken in zijn mond genomen; in +zomma, elk een zeide het zijne. Ik hadde gedaan gelijk de Comedianten +doen, ik speelde het spel te regt, zonder iets te haperen ofte te +manqueren; die het spel niet en kan, die en speel het niet. Ende +als het werk gedaan was, zo waren daar veel liefhebbers, die haar +milde hand toonden: ende onder allen was daar een man uit Zeeland, +die zeide; omdat de konste zoo fraay is, zoo schenke ik u daartoe +nog een Zeeusche Daalder. + +»9. Daarna heb ik mijne kleederen weder aangetrokken, ende ben weder +na de stad gegaan, aldaar ik een groot getal van volk bij mij hadde, +die zeer begeerig waren om de man te zien, waarvan nu nog verscheiden +luiden in de stad van Amsterdam zijn, die het gezien hebben ende +daarvan konnen getuigen. + +»10. Nu voort wat de konste belangt, men vint in 't Boek Jobs +geschreven in het 28 cappittel in het 12 vers: Men keert den stroom +des waters, ende brengt dat daar verborgen in is aan 't licht. So +dat ik niet en weet eenige konsten te bedenken, die zo bequaam ende +zo goet zijn om verborgen schatten van den grond te halen; men kan +aldaar onder water een wijl tijds leven, ende zijne handen en voeten +wel gebruiken, hetzij dat het een vadem diep is, ofte meer: al waar +'t agt of tien vadem diep, de konst is even goet." + + +Indien dit verhaal alleen in de Kronijk van Leeghwater werd gevonden, +zou men genegen zijn, de waarheid van hetzelve in twijfel te trekken; +maar nog op den huidigen dag wordt het oorspronkelijk Octrooi, door +de Staten-Generaal aan Leeghwater en twee andere daarbij vermelde +personen, wegens die kunst, den 5den Mei 1605, en dus kort nadat zij +in 's Hage proeven van hunne bekwaamheid gegeven hadden, verleend, +en waarvan Leeghwater (hierboven bl. 19) gewag maakt, nog bij de +nazaten van Leeghwater bewaard, en ik ben het aan de vriendelijke +tusschenkomst van den Wel-Eerwaarden Zeer Geleerden Heer J. van +Gilse verschuldigd, dat ik in staat ben gesteld, een fac-simile van +hetzelve hier bij te voegen. Dit Octrooi werd reeds door wijlen den +Heer J. Meerman in den jare 1807, in den Konst- en Letterbode [21], +aan het licht gebragt. Het oorspronkelijke is op parkement of francyn +geschreven en van den volgenden inhoud: + + +»Die Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, Allen den ghenen die +desen jegenwoordige sullen sien ofte hooren lesen. saluyt.--Doen te +weeten, dat wy ontfangen hebben de supplicatie, aen ons gepresenteert +by Pieter Pietersz., Jan Adriaensz. ende Wilhem Pieters, alle woonende +in de Rype, inhoudende hoe dat sy supplianten geinventeert ende by +Zyne Princelycke Excellentie geprobeert hebben, seker waterconste, soo +om onder twater te gaen, staen, sitten, liggen, eeten ende drincken, +lesen ende scryven, singen ende spreken, voorts om eenige bruggen ende +sluysen te repareren off te nyente [22] te doen, cabels onder schepen +die gesoncken zyn, vast te maken, om die uuyten gront te winden, item +om peerlen, ende andere costelycke goederen op ten gront te soucken, +mitsgaders om eenige missiven ofte brieven heymelyck onder twater +te dragen ende brengen, boven dien zyn Asem bequamelyck te mogen +halen, tzy oft het diep is een, twee, vyff, sess offe meer vademen, +verzoeckende ende biddende oitmoedelyck, (nademael zy beducht zyn, +dat men haerlieder inventie soude namaecken), dat Wy hen souden +willen verleenen onse openen brieven van Octroy, om de voorsz. heure +Inventie voor eenige jaren alleene in de Vereenichde Provincien +te mogen maken, met verboth van deselve na te maken, in geenerlye +wyse, int geheel ofte ten deele, by verbeurte van sulcke nagemaecte +Inventie, ende daerenboven van seekere groote Penen, by ons daertoe +te ordonneren. Waerom Soo ist, dat Wy, genegen wesende ter Bede van de +voorsz. Supplianten, deselve geoctroyeert hebben, ende octroyeren mits +desen, dat zy voor den tyt van thien jaeren naestcommende, alleene +in de Vereenichde Provincien sullen mogen maken ende gebruycken de +voorsz. Waterconste, by hen geinventeert om onder twater te gaen, +staen, sitten, liggen, eeten ende drincken, lesen ende scryven, singen +ende spreken, voorts om eenige bruggen ende sluysen te repareren +offe te nyeuwte te doen, cabels onder schepen, die gesoncken zyn, +vast te maken, om die uuyten gront te winden. Item om peerlen, ende +andere costelycke goederen opten gront te soucken, mitsgaders om eenige +missiven offe brieven, heymelyck onder twater te dragen ende brengen, +bovendien zyn Asem bequamelyck te mogen halen, tzy off diep is een, +twee, vyff, sefs offe meer vademen, verbiedende een yegelyck van wat +qualiteyt offe conditie hy zy, de voorsz. geinventeerde Waterconste +int geheel ofte ten deele in de Vereenichde Provincien natemaken, +ofte elders nagemaect inde selve te brengen, om die te gebruycken, +op te verbeurte van het nagemaecte werck, ende daerenboven van de +somme van twee hondert Guldens, tappliceren deen derddendeel daervan +tot behoeff van den Aenbrenger, een ander derddendeel tot behoeff +van den officier, die de executie doen sal, ende het resterende +derddendeel tot behoeff van de voorsz. supplianten, ende dit alles +mits dat het zy eene nieuwe Inventie, te vooren in dese Landen niet +gepractizeert, ende sonder preiuditie van alle voorgaende generale, +ende particuliere concessien. Gegeven onder onsen cachette [23], +in Sgravenhage, den vyffden Mey XVIc ende vyff." + +Ter ordonnan. van de voorn. Heeren Staten-Generaal. + +(was geteekend:) + +AERSSEN. +1605. + + + +De waarheid van het verhaal van Leeghwater is alzoo boven allen +twijfel verheven; maar zonderling is het, dat nergens elders blijkt, +dat hij, die meer dan 40 jaren na het bekomen van dit Octrooi leefde, +of zijne makkers naderhand eenig gebruik van hetzelve hebben gemaakt, +of dat bij het eindigen van dit Octrooi hunne kunst de eigendom van het +publiek zou zijn geworden, of dat zij die kunst naderhand aan anderen +zouden hebben medegedeeld. Men zou bijna moeten vermoeden, dat het +geheim met het overlijden der Geoctroijeerden is verloren gegaan. Wij +stemmen het den Heer Meerman [24] gereedelijk toe, dat men zich moet +verwonderen, in het Octrooi te hooren gewagen van eene inventie, die +men na zou kunnen maken, of elders gemaakt in het land invoeren van +een werk, dat verbeurd zou kunnen worden verklaard enz., daar men uit +het bovenvermeld verhaal van Leeghwater zou moeten opmaken, dat hij +en zijne makkers zonder eenig toestel in het water sprongen. [25] +Een mijner vrienden vermoedt, dat het toestel van Leeghwater en +zijne makkers eene duikerklok zou zijn geweest, welke zij bevorens +heimelijk ter plaatse, waar zij hunne kunst zouden vertoonen, onder +water bragten. Ik ben niet ongenegen dit zijn vermoeden te deelen, +hoezeer mij echter het heimelijk brengen van brieven naar elders, +alsdan nog niet duidelijk is. + +Hoe dit zij, uit al het hiervoren gezegde kan men opmaken, dat +Leeghwater een bekwaam waterbouwkundige was: dat hij tevens Landmeter, +Molenmaker, Metselaar, Timmerman, Schrijnwerker, Horologiemaker, +Waterduiker--ja wat niet al?--is geweest. Ik mogt hem dus met regt een' +duizend-kunstenaar noemen. + +Hij was daarenboven ervaren in de Fransche en Duitsche talen, en, +naar de veelvuldige aanhalingen te oordeelen, ook niet geheel onbekend +met de Latijnsche. + +Veelvuldige reizen zijn door hem gedaan. Behalve al de zeven toenmalige +Vereenigde Provinciën, bezocht hij Braband, Vlaanderen, Henegouwen, +Duitschland en zoo als hij het noemt, Oostland, waartoe hij Riga, +Elzeneur, Elzenberg enz. brengt. Ook reisde hij in Westphalen, +Lotharingen, Frankrijk en Engeland. Achter zijne Kleine Kronijk +vindt men een breed register van de meeste door hem, tot zijnen +vierenzeventigjarigen ouderdom, bezochte plaatsen. [26] + +Maar dit is niet alles. Wij spraken van tijd tot tijd van zijne +schriften; ook als schrijver heeft hij verdiensten. Het is waar, +zijn stijl is hoogst eenvoudig, en »zijne werken dragen de kenmerken +van geschreven te zijn door een' ongeletterd man, die door zijne +eigene verdiensten uit eenen geringen stand opgekomen was. Maar zij +getuigen," zoo als de Heer Van Lijnden te regt zegt: »niettemin van +'s mans kunde en bekwaamheid." [27] + +Drie gedrukte werkjes worden van Leeghwater vermeld, en wel: + +1º. Korte beschrijving en klein Kronykje van Haarlem; een boeksken, +waarvan mij in Boekenlijsten twee uitgaven [28] voorkwamen, doch +hetwelk ik nimmer gezien heb. + +2º. Een kleyne Cronyke en voorbereiding van de afkomst en het +vergroten van de dorpen Graft en de Rijp, en van meer verscheiden +notabele oude stukken en gebeurtenissen.--»Het is," zoo als de Heer +De Wind naar waarheid zegt, »eene Kronijk van al wat hij hoorde, +vernam en deed; alles voorgedragen in eenen eenvoudigen, maar zeer +naïven stijl, zoodat dit boekje zich met het grootste genoegen lezen +laat." Gezegde Heer De Wind heeft, in zijne Bijdrage over Leeghwater, +het een en ander uit dit werkje overgenomen. Ook van deze Kronijk +bestaan verschillende uitgaven. Wij vonden melding gemaakt van +eenen druk van den jare 1654; doch deze was waarschijnlijk niet de +eerste, omdat op den titel, even als op dien der volgende drukken, +vermeld staat: »en nu op nieuws hier by gedaen de beschrijving van den +grooten brand, voorgevallen in de Rijp, op den 6den Febr. 1654." [29] +Waarschijnlijk bestaat er eene uitgave van den jare 1649. De door mij +gebruikte is van den jare 1714 en die van den Heer De Wind van 1727 +[30]. + +Doch het vermaardste zijner werken is: + +3º. Zijn Haarlemmer-Meerboek, hetwelk een ontwerp tot bedijken en +droogmaken van het Haarlemmer-meer bevat, door hem, naar het schijnt, +aan de Staten van Holland, aan den Stadhouder Frederik Hendrik, aan +de Burgemeesteren en Raden van Amsterdam, Leiden, Haarlem en Gouda, +en aan den Dijkgraaf en de Heemraden van Rhijnland, in den jare 1641, +aangeboden. Of de eerste druk van dit werk reeds in 1641 verscheen, +is wel waarschijnlijk, doch niet zeker. Op den titel van dien eersten +druk [31] vindt men geene vermelding van het jaar der uitgave, maar op +de laatste (de 35ste) bladzijde staat onder de letters J. A. L. W. het +jaartal 1641. [32] Zeker is het, dat reeds in 1642 de derde druk het +licht zag, [33] en de Heer Van Lijnden spreekt (bl. 42) van eenen +vierden, die in 1643 uitkwam. [34] + +De Heer Mr. J. T. Bodel Nyenhuis noemt in de 3de lijst zijner opgave +van beschrijvingen der Gewesten, Steden en Plaatsen, in het Koningrijk +der Nederlanden, geplaatst in het VIIIe Deel van het Tijdschrift de +Vriend des Vaderlands, No. 11, eenen vijfden druk (Amst.) van den +jare 1654. + +Het jaar waarin de 6de druk verscheen heb ik niet gevonden; doch de +7de zag in 1669, [35] de 8ste in 1714 [36] het licht. + +In 1724 verscheen reeds weder eene nieuwe uitgave [37]; welke in +1727 door eene tiende werd gevolgd [38]. De elfde verscheen negen +jaren daarna in 1736, [39] terwijl eindelijk eene twaalfde in 1749 +het licht zag [40]. + +Al de vermelde drukken zijn in quarto. + +Toen Leeghwater zijn Meerboek schreef, was hij zes en zestig jaren +oud: hoe lang hij hierna nog leefde is mij niet gebleken; maar in +1649 was hij nog in leven, blijkens de laatste bladzijde van zijne +kleine Kronijk. Hij was echter reeds in den jare 1654 overleden, want +op den titel der uitgave van dat jaar staat: in zijn leven Ingenieur +en Molenmaker in de Rijp [41]. + +Leeghwater behoorde tot het Kerkgenootschap der Doopsgezinden, hetwelk +destijds zeer talrijk in de Rijp en andere Noord-Hollandsche plaatsen +was. Dat hij een Godvruchtig man was en 's menschen afhankelijkheid +van den wil des Allerhoogsten diep gevoelde, bewijzen zijne schriften. + +Meerdere bijzonderheden heb ik wegens onzen verdienstelijken landgenoot +niet kunnen vinden, de opgegevene zijn grootendeels uit zijne eigene +schriften ontleend [42]. + +Uit het Haarlemmer-Meerboek, No. 24, blijkt, dat Leeghwater eenen +zoon had, Simon genaamd, dien hij den oudsten noemt; uit de kleine +Kronijk leeren wij bl. 36, No. 35, eenen tweeden, met name Adriaen, +en bl. 30, No. 7, eenen derden, Jan genaamd, kennen. + +Nog heden bestaan er afstammelingen van den beroemden man, en wel: + +1º. Pieter Leeghwater, wonende te Koog, geboren in 1786, die een zoon +is van den in 1807 overledenen Jan Cornelisz. Leeghwater en diens +eerste vrouw Ariaantje Heertjes. + +2º. Trijntje Leeghwater, geboren in 1797, eene dochter van voorn. Jan +Cornelisz. Leeghwater en diens 3de vrouw Maartje Kuik. Deze is gehuwd +aan Pieter Haremaker te Zaandijk; [43] en + +3º. Cornelis Jansz. Honig, zoon van den Heer Jan Cornelisz. Honig, +te Zaandijk, en diens overledene echtgenoot, Neeltje Leeghwater, +welke was eene dochter van Louwrens Leeghwater en Aaltje Ouwerijk, en +eene kleindochter van Cornelis Louwrensz. Leeghwater en Trijntje Peper. + +Behalve deze leeft er te Wormerveer, in den ouderdom van 80 jaren, +een Jan Louwrensz. Groot, wiens moeder mede Leeghwater genaamd was. + +De éénige mannelijke afstammeling van Leeghwater, die dien naam +voert, is, voor zoo verre ik heb kunnen nagaan, gemelde Pieter +Jansz. Leeghwater, daar deze ongetrouwd is, staat het te vreezen, +dat met hem het geslacht van Leeghwater zal uitsterven. + +Bij de voornoemde afstammelingen van den beroemden man is zijne +nagedachtenis nog in eere: behalve een exemplaar van het Meerboek en +van de kleine Kronijk, zijn aan mij, namens den voornoemden Heer Jan +C. Honig, door bemiddeling van den Heer van Gilse, ter hand gesteld: + +1º. Het origineele Octrooi van den jare 1605. + +2º. De bovenvermelde, met de pen vervaardigde, eigenhandige teekening. + +3º. Een koperen Alidade (liniaal met vizieren) van een werktuig om +hoeken te meten, met het jaartal 1619, afkomstig van onzen Leeghwater. + +4º. Een zilveren vergulden Penning, geslagen op de overwinningen van +Prins Frederik Hendrik, en die, volgens het verhaal van vader tot zoon, +mede van onzen Leeghwater afkomstig is, als door hem óf ten geschenke +ontvangen, óf gekocht ter gedachtenis van zijne verrigtingen voor +'s Hertogenbosch. [44] + + + +Behoef ik wel te doen opmerken, dat zoo vele herhaalde uitgaven van +het Haarlemmer-Meerboek als ik opnoemde, twaalf in den tijd van iets +minder dan eene eeuw, getuigen van de belangstelling, die het werk +van Leeghwater verwekte? Nog is die belangstelling niet geweken. Zijn +werk is nog altijd belangrijk voor ieder, die over de droogmaking van +het Haarlemmer Meer wil spreken of schrijven. Nog steeds wordt zijn +Haarlemmer-Meerboek gezócht, en de schaars voorkomende exemplaren +worden op boekverkoopingen ruimschoots betaald. + +Het kwam mij alzoo niet ongepast voor, om eene dertiende uitgave +van dit werk het licht te doen zien, vooral in deze dagen, waarin de +belangstelling in het ontwerp der droogmaking van het Haarlemmer Meer, +dat groote plan van Leeghwater, weder meer algemeen is. Het kan toch +niet onwelgevallig zijn te weten, wat over dit onderwerp vóór nu twee +eeuwen gezegd is, door eenen man, grijs geworden hij het droogmaken +van zoo vele meren, wier bloei en welvaart thans het sieraad en den +rijkdom van Noord-Holland uitmaken; door eenen man, die sprak uit +eigene ondervinding, niet naar theoriën, dikwerf slechts fraai op +het papier, maar minder geschikt om ten uitvoer te worden gebragt. + +Ik heb bij deze uitgave gebruik gemaakt van den hierboven vermelden +achtsten druk. Op verzoek van den uitgever, die zulks voor ons lezend +publiek noodig oordeelde, heb ik hier en daar den stijl een weinig +veranderd, doch mij hieraan slechts zeldzaam schuldig gemaakt. Ik +wilde den eenvoudigen, naïven, ongekunstelden stijl van Leeghwater +zoo min mogelijk bederven. De spelling heb ik naar de thans in gebruik +zijnde gewijzigd. + +Het Lofdicht van Heyndrik Albertsz., dat voor het Meerboek gevonden +wordt, heb ik weggelaten, omdat het geene kunstwaarde bezit. Om +dezelfde reden heb ik de gedichten, die Leeghwater in en achter +zijn werk gevoegd heeft, niet overgenomen, omdat zij wel van 's +mans rijmlust, maar geenszins van zijne dichterlijke bekwaamheid +getuigen. Enkele rijmpjes heb ik echter vermeend te mogen overnemen. + +Het kaartje en de afbeelding van den Schrijver, welke ik bij deze +uitgave heb gevoegd, worden in den eersten druk niet gevonden. Men +zal ze, zoo ik mij niet vergis, hier met welgevallen aantreffen. De +afbeelding is naar eene teekening van J. de Keyser en gegraveerd door +J. Lamsveld; onder dezelve staan de volgende niet zeer dichterlijke +regels van J. J. Schipper [45]. + + + »Dit is Leegwaters Beeldt, Aenschouwers, siet vry toe, + Zyn geest, die altyt werckt en nimmer meer wort moê; + Aen 't geen zyn Vaderlandt tot welstant kan verstrecken, + Zich in syn Meerboek zal ten deel aen u ontdecken: + Wat d' ander rest belangt, die spreyt zich wyt en breet, + En vat, in zijn vernuft, wat yemand wist off weet." + + +Ook in den 2den en 3den druk van het Meerboek wordt de afbeelding van +Leeghwater niet gevonden. Waarschijnlijk verscheen zij het eerst in den +4den of 5den druk. In den 7den vond ik haar, doch niet door Lamsveld, +maar door S. Savrij gegraveerd. Daar deze in een' der hoeken het getal +43 heeft, vermoed ik, dat Leeghwater in 1643 door Keyser is geteekend, +toen hij 68 jaren oud was. + + + +Na Leeghwater verschenen er verscheidene andere geschriften over het +Haarlemmer Meer, welke ik kortelijk zal vermelden. + +Bijna gelijktijdig met het werkje van Leeghwater, kwam er nog een +ander plan tot droogmaking van het Haarlemmer Meer in het licht, +opgesteld door Jacob Bartelsz. Veeris. Dit werk maakte echter minder +opgang. »Volgens den Heer Van Lijnden (Verhand. bl. 43), verschilde het +plan van Veeris in zoo verre van dat van Leeghwater, dat bij hetzelve +bepaald was een voorboezem, met een' dijk over het eiland Ruigoord, +op welken dijk 15 bovenmolens zouden gesteld worden." + +De plannen van Leeghwater en Veeris vonden al dadelijk tegenstand, +vooral bij de Ingelanden van Rhijnland, welke vermeenden, dat, door het +droogmaken van het Meer, de boezem van hun gewest te klein zou worden; +en reeds in 1642 gaf N. van Haegh, onder den titel: C. A. Colevelt's +[46] bedenckingen over het drooghmaken van de Haarlemmer en de +Leydtsche Meer, Honderd Twee en Zeventig articulen in het licht, welke +hij, zoo als hij in het voorberigt zegt: als een liefhebber van het +Gemeenebest, had gecopieerd uit eenige Bedenkingen zamengesteld door +Coleveld, handelende op het uit- en droogmaken van de Haarlemmer en +Leidsche Meer, waarbij hij, naar zijn goeddunken, nog eenige punten +had bijgevoegd, hetgeen hij hoopte dat de schrijver hem niet ten +kwade zou duiden. Uit dit voorberigt zou men dus opmaken, dat deze +bedenkingen zonder voorkennis, immers zonder medewerking van Coleveldt +zijn uitgegeven. Hoe dit zij, de bedenkingen van Coleveldt werden door +Leeghwater in den 4den en volgende drukken van zijn Meerboek bestreden. + +Toen de tiende druk van het werk van Leeghwater in 1727 uitkwam, +werd ook in dat jaar het tegenschrift van Coleveldt herdrukt +[47]. Deze herdruk gaf aanleiding, dat C. Velsen, Landmeter van +Rhijnland, in dat zelfde jaar, onder den titel van Aanmerkingen over +de tegenwoordige staat van de Haarlemmer Meer [48], een werkje in het +licht gaf, waarin hij het plan van Leeghwater tegen de bedenkingen van +Coleveldt verdedigde, op de noodzakelijkheid van het droogmaken van +het Meer aandrong en de wijze aan de hand gaf, waarop dit zou kunnen +geschieden, »in voege, dat de steden Haarlem, Leiden en Amsterdam, +alsmede het Hoogheemraadschap van Rhijnland, van veel beter natuur," +(het zijn 's mans woorden) »omtrent de waterstaat en scheepvaart +zullen wezen, als tegenwoordig." + +Dit werkje van Velsen vond zoo veel belangstelling, dat nog in +hetzelfde jaar 1727 van hetzelve een tweede druk in het licht kwam +[49]. + +Hij oordeelde zoo ongunstig over de Bedenkingen van Coleveldt, dat +hij in de voorrede van zijn werkje zegt: »dat hij er niet anders in +kon vinden, als een deel opgeraapte schimpredenen, op papier gebragt +zonder order en met groote drift; dat het doorzaaid is met zoo vele +belagchelijke stellingen, dat hij niet begrijpt, hoe het in den tijd +van zijn geboorte, zoo veel geloof heeft kunnen verdienen, en dat +men het nu heeft waardig geacht, om het weder het licht te doen zien." + +Het werkje van Velsen is zeer lezenswaardig. + +Vijftien jaren hierna, in Julij 1742, overhandigden Nicolas Cruquius, +en Jan Noppen, Toeziener en Melchior Bolstra, Landmeter van Rhijnland, +als hiertoe gelast, aan Dijkgraaf en Hoogheemraden van dat Collegie, +een uitvoerig plan wegens de bedijking der Haarlemmer Meer; hetwelk +te vinden is in de nieuwe Nederlandsche jaarboeken van April 1773, +(bl. 385-405); en waarvan de hoofd-inhoud wordt medegedeeld in +de tegenwoordige staat van Holland, (VIe deel der Teg. Staat der +Vereenigde Nederlanden, bl. 186-196) [50]. + +Tegen dit plan opperde de stad Leiden bedenkingen, welke door de +gemelde Toeziener en Landmeter, bij eene Memorie van het jaar 1745, +werden wederlegd; zoo als gelezen kan worden in de voorm. jaarboeken +van 1773, bl. 406-419. + +Intusschen verscheen te Leiden, in het jaar 1743, een ander plan tot +droogmaking van het Meer, van Conradus Zumbach de Koesfeld, Med. en +Stads Dr., Lid van de Koninklijke Societeit van Wetenschappen te +Berlijn, hetwelk volgens den Heer van Lijnden [51] dit bijzonders +had, dat de schrijver, tot uitsparing der kosten, wilde beginnen +met alleen de wateren, die in het meer uitkomen, af te dammen, en, +eerst na de droogmaking, een' ringdijk, uit de klei van het Meer, +daar te stellen [52]. + +Maar behalve de opgenoemde [53] werden er nog verschillende andere +plannen tot droogmaking van het Haarlemmer Meer gevormd, welke door den +druk niet zijn gemeen gemaakt. Zoo spreekt de Heer Baron van Lijnden, +(verh. bl. 43), van een ongedrukt werkje, dat in 1659 of 1660 schijnt +geschreven te zijn, waarin een plan voorkomt verschillend van die +van Leeghwater en Veeris, en maakt vervolgens (bl. 44 en 45) melding: + +1º. Van een plan opgemaakt, ten gevolge van een verzoekschrift door +Dijkgraaf en Hoogheemraden van Rhijnland, om te worden gemagtigd +tot het maken van eene uitwatering te Katwijk en tot het bedijken +van de Haarlemmer en Leidsche Meren, aan de Staten van Holland in +1750 ingediend. + +2º. Van een plan door de Landmeters D. Klinkenberg en B. Goudriaan, +bij eene Memorie aan gecommitteerde Raden van Holland, benevens aan den +Dijkgraaf en Hoogheemraden van Rhijnland, den 31 Jan. 1769 ingeleverd +[54]. + +3º. Van een plan in den jare 1808, op last van den toenmaligen Minister +van Binnenlandsche Zaken [55], opgemaakt door den Inspecteur A. Blanken +Jansz.; hetwelk in de archiven van den waterstaat berust. + +Geen tijdvak echter leverde zoo vele schriften over het droogmaken +van genoemd Meer, als dat tusschen de jaren 1819 tot 1823. + +In het eerst gezegde jaar, in 1819, gaf de Heer Mr. J. C. Baron du +Tour, ten gevolge van het bekend geworden plan der Heeren van Lijnden, +Roëll en Repelaar, eene verhandeling over het Haarlemmer Meer in +het licht [56], welke eene historische beschrijving van de wording, +vergrooting en gesteldheid van dat water, en eene uiteenzetting der +plannen van Leeghwater, Veeris en Bolstra bevat. + +In het volgende jaar verscheen te Zutphen een werkje, onder den +titel: verhandeling over de droogmaking van het Haarlemmer Meer en +aangelegen veenplassen, doormengd met landbouwkundige aanmerkingen, +door J. Engelman, Oud-Landmeter bij 's Lands Waterstaat [57], waarin de +noodzakelijkheid en nuttigheid van het droogmaken van dien ontzettenden +plas wordt betoogd, en een ontwerp tot droogmaken wordt opgegeven. + +Doch al wat tot dus verre over het Haarlemmer Meer en over het +droogmaken van dien plas was geschreven en uitgegeven, werd in +uitgebreidheid en uitvoerigheid overtroffen door het belangrijke werk +van den Heer F. G. Baron van Lijnden van Hemmen, Commandeur van de Orde +van den Nederl. Leeuw, Lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, +enz. enz. enz., onder den titel van verhandeling over de droogmaking +der Haarlemmer Meer [58]. + +Dit werk, hoe men ook over de uitvoerbaarheid en nuttigheid van het +daarbij voorgesteld plan, en over de juistheid der daarbij gevoegde +berekeningen, moge denken, zal steeds bij de behandeling van dit +onderwerp onschatbaar blijven. + +Alles is hier duidelijk, op eene hoogst, ook voor de in het vak van +den waterstaat oningewijden, bevattelijke wijze, en met kennis van +zaken ter nedergesteld. Het is voorzien van onderscheidene hoogst +nuttige staten en tafels; en bij het werk is gevoegd een atlas met +vier kaarten en eene afzonderlijke plaat. + +De 1ste kaart wijst den voormaligen staat van Holland aan, met +zijne Meren en Plassen, vóór die bedijkt waren. Bijna de helft was +toen water. + +De 2de toont ons dat zelfde Holland in 1820, met zijne drooggemaakte +Meren en Plassen. Welk een lagchend gezigt! + +De 3de geeft ons, in 6 vakken, de onderscheidene gedaanten en grootten +van het Haarlemmer Meer: sedert 1531 tot 1808. Welk eene schrikwekkende +vertooning! + +De 4de kaart stelt voor, hoedanig, volgens het plan des Heeren van +lijnden, na de droogmaking het Meer met vaarten doorsneden en in +kavels verdeeld zou kunnen worden. Aangename voorstelling! Terwijl +eindelijk op de plaat eenige werktuigen ter uitmaling zijn afgebeeld. + +Dit werk des Barons van lijnden gaf aanleiding tot het ontstaan van +verschillende geschriften. Nog in hetzelfde jaar 1820 kwamen er vier +stukken in het licht. + +Al dadelijk verscheen een werkje, tot titel voerende: Het ontwerp +van droogmaking van het Haarlemmer Meer, beknopt, maar volledig +voorgedragen in eenen brief van een' Heer te Utrecht aan zijnen +vriend te Amsterdam [59]. Het bevat eene naauwkeurige opgave van den +zakelijken inhoud des werks van den Heer van lijnden. + +Kort hierop volgde een stukje, getiteld: vrye gedachten van een +ingeland van Rijnland over de Verhandeling van droogmaking der +Haarlemmer Meer, uitgegeven door den Heer F. G. Baron van Lijnden +van Hemmen [60]. + +Waartegen de Heer van Lijnden nog hetzelfde jaar uitgaf: antwoord op +de vrije gedachten van een ingeland van Rijnland [61]. + +Doch op het einde van dat jaar verscheen in het licht eene Memorie van +den Hoogleeraar Jacob de Gelder, overgegeven aan het Hoogheemraadschap +van Rijnland, behelzende deszelfs consideratie over het ontwerp van +den Heer Baron van Lijnden tot Hemmen, strekkende ter droogmaking +van het Haarlemmer Meer [62]. + +Op welke Memorie de Baron van Lijnden, in den jare 1822, aanteekeningen +in het licht gaf [63], ter wederlegging van de bedenkingen des +Hoogleeraars. + +Indien ik wèl onderrigt ben, heeft de Heer de Gelder eene tweede +Memorie ter perse gezonden; doch deze is, zoo verre mij bekend is, +niet uitgegeven. Mij ten minste kwam zij nimmer in handen. + +In den jare 1829 verscheen te Brussel [64] een werkje van Alex. de +Stappers, Mémoire sur le desséchement du lac de Harlem, et sa +conversion en forêt. De schrijver zegt in het Voorberigt, dat hij +in Mei 1829 aan het Gouvernement het voorstel heeft gedaan, om aan +hem voor altijd het Meer en eenige nabijgelegene plassen af te staan, +ten einde ze door eene Maatschappij, zamengesteld uit 12000 Aandelen, +ieder van f 500.--, droog te maken, en wel door middel der pompen, voor +welke hij op den 9den dier maand een Octrooi van uitvinding gedurende +15 jaren heeft bekomen. Hij stelt voor, tusschen Bennebroek en Lis een +Kanaal naar de Noord-Zee te graven, om, in geval de sluizen van Katwijk +en Sparendam niet voldoende mogten zijn, door hetzelve het water van +het Meer en van Rhijnland te doen afloopen. Een groot gedeelte van +het drooggemaakte Meer wil hij in bosch herscheppen, en geeft hoog +op van de voordeelen, die de droogmaking zou opleveren. De politieke +omstandigheden schijnen den Heer Stappers te hebben belet, verdere +pogingen ter bereiking van zijn doel in het werk te stellen. Het +werkje, schoon wat winderig, is niet onbelangrijk. + +Eindelijk moeten wij nog melding maken van het onlangs uitgekomen werk +van den Heer G. J. Pool, Med., Chir. en Stads Doctor te Amsterdam, +onder den titel: de droogmaking der Haarlemmer Meer, mits met de +noodige voorzorgen in het werk gesteld, voor de gezondheid der naburige +bewoners en arbeiders niet schadelijk [65]. Moetende strekken ter +bestrijding van het gevoelen van velen, dat de droogmaking van eenen +zoo grooten plas, als het Haarlemmer Meer, tot heerschende ziekten +in de omliggende plaatsen aanleiding zou kunnen geven. Welk gevoelen +ook de Heeren van Lijnden en Stappers in hunne werken hebben bestreden. + +Deze talrijke geschriften over het droogmaken van het Haarlemmer Meer +en over de gevolgen, die zulk eene onderneming zou kunnen hebben, +getuigen van het belang, hetwelk men te allen tijde in deze zaak +heeft gesteld. Maar aan Leeghwater komt de eer toe, van, zoo ver +men kan nagaan, het eerst een plan tot droogmaking wereldkundig te +hebben gemaakt. Dit plan is door de meeste der volgende schrijvers, +maar bijzonder door den Baron van Lijnden, ten hoogste geprezen, +en zijn werk is, na al wat er na zijnen tijd over dit onderwerp +is geschreven en na al de vorderingen, welke men sedert dien tijd +in bijna alle Wetenschappen, voornamelijk in de waterbouwkunde en +aanverwante vakken, ook door het gebruik van stoom heeft gemaakt, +nog altijd eene vraagbaak voor hem, die over het droogmaken van het +Haarlemmer Meer wil schrijven of spreken. + +Dit spreken en schrijven over het Haarlemmer Meer, en over het +droogmaken van dezen plas, was en is nog aan de orde van den dag +[66], nadat Z. M. bij besluit van den 7den Augustus 1837, No. 51 [67], +»in aanmerking nemende," (het zijn de woorden van het besluit zelf) +»dat de ondervinding van den laatsten winter de noodzakelijkheid +heeft doen geboren worden, om de droogmaking van het Haarlemmer +Meer op nieuw in opzettelijke overweging te nemen," eene commissie, +bestaande uit de Heeren: H. Ewijk, Raad-adviseur bij het Departement +van Binnenlandsche zaken, Voorzitter, Jonkr. W. Barnaart van Bergen, +Lid van de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, M. G. Beijerinck, +Hoofd-Ingenieur van den Waterstaat in Zuid-Holland, C. J. de Bruijn +Kops, Burgemeester der stad Haarlem, Jonkheer L. R. Gevaerts, +Lid van de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, P. T. Grinvis, +Hoofd-Ingenieur van den Waterstaat in Noord-Holland, Jonkheer D. Hooft +Jacobsz., Lid van den Raad der stad Amsterdam, D. Mentz, Inspecteur +van den Waterstaat en P. A. du Pui, Hoogheemraad van Rhijnland, +had benoemd, ten einde de verschillende reeds bestaande ontwerpen +van droogmaking van dat Meer te onderzoeken, vervolgens een bepaald +eindontwerp en begrooting van kosten dezer onderneming op te maken +en van hare werkzaamheden uiterlijk op den eersten November 1837 aan +Z. M. verslag aan te bieden. + +Dit spreken en schrijven over het Haarlemmer Meer is niet verminderd, +nadat in de Zitting van de Tweede Kamer der Staten Generaal van den +28sten Februarij j. l., met eene Koninklijke boodschap, een ontwerp +van wet, omtrent de uitgifte van losrenten op een gedeelte der schuld +ten laste der overzeesche bezittingen tot het doen van voorschotten +voor openbare werken, was ingekomen, waarbij onder anderen eene som +werd bestemd en aangewezen, tot het bedijken en droogmaken van het +Haarlemmer Meer, alzoo Z. M. in overweging had genomen, (het zijn +de woorden van het ontwerp) dat het belang van den Staat vordert, +om eerlang tot de bedijking en droogmaking van het Haarlemmer Meer +over te gaan [68]. + + + +Hoezeer die wet is afgestemd, kan het echter voor elk, die belang in +deze zaak stelt, niet onwelgevallig zijn, al hetgeen omtrent dezelve is +voorgevallen te kennen, en de gevoelens der volks-vertegenwoordigers +over dit belangrijk onderwerp te vernemen. Meenig een' zal het, +dunkt mij, welkom zijn, alles wat over deze zaak, ten gevolge van de +voorgestelde Wet in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, is verhandeld, +voor zoo ver het openbaar is gemaakt, alhier bijeen verzameld aan +te treffen. + +Bij de voornoemde Wet was gevoegd eene memorie ter toelichting, +welke ten opzigte van het punt der droogmaking van het Haarlemmer +Meer aldus luidt [69]: + +"Wat de droogmaking van het Haarlemmer Meer betreft, vermeent men, +dat het wenschelijke en nuttige dezer onderneming geen breed betoog +zal behoeven." + +»Het is algemeen bekend, hoe grootelijks deze waterplas gedurende de +laatste eeuwen zich heeft uitgebreid, en hoe vele vruchtbare gronden +daardoor zijn verslonden geworden. Met opoffering van zware kosten +heeft men daaraan dan wel eenigermate paal en perk gesteld; doch nog +jaarlijks moeten aanzienlijke sommen worden aangewend, om het verder +inbreken voor te komen, en in weerwil daarvan heeft de ondervinding nog +onlangs geleerd, hoe groote verwoestingen door het geweld van dezen +plas kunnen worden, aangerigt, welke eenmaal zoodanig kunnen worden, +dat de rampen niet dan met enorme kosten zouden kunnen worden hersteld, +of zelfs onherstelbaar zouden worden." + +»Daarbij nu komt, dat in het midden des lands eene onvruchtbare +waterplas of liever binnenlandsche zee van omtrent 18,000 bunders +lands gevonden wordt, die voor den landbouw, de industrie en +de bevolking verloren is, en die, wanneer zij eenmaal mogt zijn +drooggemaakt, en in vruchtdragenden grond herschapen, ook door +deszelfs gunstige gelegenheid nieuwe bronnen van welvaart openen +kan, en in de gevolgen voor het algemeen of het Rijk aanzienlijke +voordeelen moet opleveren, door het verschaffen van arbeid en middelen +van bestaan aan duizende handen en nijvere menschen, en het daardoor +in evenredigheid vermeerderen van 's Rijks inkomsten; in één woord, +door het toenemen van den publieken rijkdom, hetwelk van het een en +ander het natuurlijk gevolg moet zijn." + +»De ondervinding en het besef van het een en ander moest natuurlijk +leiden tot het denkbeeld, om door het droogmaken van dezen waterplas +het eene voor te komen en het andere te bewerken; en in der daad zijn +daartoe in vroegere en in latere tijden ontwerpen te berde gebragt en +beraamd, waarvan de uitvoering echter steeds is achterwege gebleven, +hetzij dat tijden en omstandigheden daartoe hebben medegewerkt, +hetzij dat zich daartegen bedenkingen opdeden, voornamelijk ontleend +uit den physieken toestand van het Hoogheemraadschap van Rhijnland, +die niet altijd gereedelijk waren uit den weg te ruimen." + +»De omstandigheden, waarin dit distrikt ten aanzien van deszelfs +uitwatering verkeert, zijn echter in de latere tijden zóódanig +veranderd, en de middelen, die men thans kan aanwenden, om alle +bedenking daaromtrent weg te nemen, zóó gereed, dat men alsnu tot de +onderneming der droogmaking veilig zal kunnen overgaan." + +»De opzettelijke en naauwkeurige overweging, die ten aanzien hiervan +is ingesteld, heeft dit ontegenzeggelijk doen zien, en dienvolgende is +dan ook het ontwerp beraamd, welks uitvoering thans gereed is om te +kunnen worden ondernomen, om weldra de heilrijke vruchten te dragen, +die daaruit moeten voortvloeijen." + +»Eene onderneming van dezen aard, mitsgaders al de voorzorgen, +die daarbij moeten worden in acht genomen, kunnen niet anders dan +aanzienlijke kosten vereischen, zijnde de geheele som, hiertoe noodig, +berekend op ruim acht millioenen gulden, welke som nogtans natuurlijk +niet op éénmaal zal worden vereischt, maar successivelijk zal moeten +besteed worden, en voor een goed gedeelte slechts als voorschot kan +worden beschouwd en zal worden gerecouvreerd uit den verkoop der +drooggemaakte gronden en de verdere voordeelen, die de onderneming +gedurende de bewerking zal opleveren; terwijl, al mogt uit het een en +ander de geheele uitgeschoten som niet kunnen worden teruggevonden, +het ontbrekende als uitnemend wel besteed geld zal moeten worden +aangemerkt, en door de vermeerdering van de algemeene welvaart en +rijkdom rijkelijk zal worden vergoed." + +»Behalve enz." + +Met betrekking tot dit onderwerp van wet, werden aan de Kamer drie +verzoekschriften ingediend, waarvan één in de vergadering van 7 Maart +ingekomen, als niet voldoende aan de vereischten van de grondwet, +ter zijde werd gesteld. Het tweede was van Jonkheer N. J. Steengracht +van Duivenvoorde; waarop door de commissie van de verzoekschriften, +in de zitting van den 23sten Maart, bij monde van den Heer van Welderen +Rengers, werd uitgebragt het navolgend verslag: + +»In handen van Uwe Commissie is gesteld een verzoekschrift van +jonkheer N. J. Steengracht van Duivenvoorde, landeigenaar onder +Rijnland. Verzoeker geeft te kennen, dat aan de Staten-Generaal +een ontwerp van leening van 30 millioen is aangeboden, om daaruit, +onder andere werken van openbaar nut, ook de Haarlemmer Meer droog +te maken; dat de landeigenaars onder Rijnland, vertegenwoordigd +door hunnen dijkgraaf, hoogheemraden en hoofd-ingelanden, over dit +belangrijk onderwerp niet zijn gehoord geworden; dat deze echter een +verkregen regt vermeenen te hebben op de Haarlemmer Meer, als boezem +voor hunne landen." + +»Hij beweert, dat het voor al de landen ten zuiden van den Rijn +gelegen, die door eenen dijk van den algemeenen boezen zijn +afgescheiden en uit hoofde van derzelver lagere verkaaijingen aan +een maalpeil zijn onderworpen, van het hoogste belang is, dat de +voorgestelde maatregelen van droogmaking alle die waarborgen opleveren, +welke ten voordeele van dezelve worden verlangd. Requestrant vermeent, +dat uit het gemaakte plan van droogmaking blijkt, dat de boezem twee +derden in zijnen omvang zal worden verkleind; dat daardoor de berging +voor het water, hetwelk door de molens op den Haarlemmer Meer-boezem +thans wordt uitgemalen, even zoo veel beperkter wordt. Hij betoogt, +dat het gevolg hiervan zal worden, dat de landen zoo voor de kultuur +van granen, als voor het weiden van beesten, onbruikbaar zullen +worden, en meer dan tachtig duizend bunders zullen verloren gaan. Hij +beweert, dat dit eene van de voorname redenen is, om welke men in +vroegere tijden nimmer heeft durven overgaan tot het droogmaken van +de Haarlemmer Meer. Hij geeft verder te kennen, dat het groot nadeel, +hetwelk de landeigenaren bij eene eventuëele droogmaking van die meer +zouden lijden, door het gemis van eenen genoegzamen boezem tot berging +van het uitgemalen water, en door het even groot verlies van ontlasting +van dat water op het IJ, konde worden voorgekomen, wanneer gebruik werd +gemaakt van genoegzame stoomwerktuigen, om den winterboezem te houden +op 14, 15 à 16 duimen beneden A. P., op welke hoogte die boezem altijd +wordt gehouden en tot de cultuur der landen moet worden gehouden. Hij +vraagt al verder, door wien het daarstellen en het onderhoud van zoo +vele benoodigde werktuigen zouden moeten worden bekostigd, en vermeent, +dat die kosten alleen ten laste van dezulken, door wie de Haarlemmer +Meer zoude worden drooggemaakt, behooren gebragt te worden, en niet +ten laste van Rijnlands eigenaren zoude kunnen komen, hetwelk uit +de stelling van den requestrant schijnt te zijn eene der voornaamste +grieven, waarom het request wordt aangeboden. Adressant eindigt met +het verzoek, dat het U Ed. Mogenden behage, de belangen van Rijnlands +landeigenaren ten deze in vaderlijke overweging te willen nemen en te +zorgen, dat de Haarlemmermeer niet worde drooggemaakt, dan nadat de +daartegen militerende grieven der landeigenaren onder Rijnland zullen +zijn opgeheven en geheel weggenomen; dat zij in hunne belangen mogen +worden gehoord en als eigenaren van de Meer, als boezem van geheel +Rijnland beschouwd, voor de uitwatering der landen, in dat hun regt +mogen worden gemaintineerd." + +»Uwe Commissie is van advies, dat dit verzoekschrift, als betrekking +hebbende tot eene wet bij deze Vergadering aanhangig, ter inzage van +de leden, behoort te worden nedergelegd ter griffie." [70] + +Het derde verzoekschrift was van den Heer G. J. A. A. Baron van +Pallandt, waarop door de voornoemde Commissie mede bij monde van den +Heer Rengers, in de zitting van den 26sten, werd gedaan het volgend +verslag: + +»In handen van Uwe Commissie is gesteld een verzoekschrift van +G. J. A. A. van Pallandt." + +»Verzoeker geeft te kennen, dat hij, doordrongen van en vervuld met +het gewigt eener zaak van zoo veel belang als de droogmaking van de +Haarlemmer Meer, en geheel ingenomen met dit grootsche plan, zich tot +U Ed. Mogenden wendt, om, als een der belanghebbende grondeigenaren, +onmiddellijk aan dien thans zoo gevreesden waterplas grenzende, +zijne bedenkingen tegen de wijze waarop en de middelen waardoor die +droogmaking waarschijnlijk zal plaats hebben, met allen eerbied aan +deze vergadering bloot te leggen, in de hoop, dat U Ed. Mogenden hem +mogen gerust stellen, door betere inlichtingen, of de bezwaren opheffen +en keeren, of door andere meer doelmatige hulpbronnen doen vervangen." + +»Hij geeft in de eerste plaats te kennen, dat, hoezeer de droogmaking +van de Haarlemmer Meer, bij welgelukken, als een zegen mag worden +beschouwd, echter proefnemingen, bij gelegenheid van die verbazende +en kostbare onderneming, al de in- en aangelanden in eene groote +ramp zouden storten.--Hij vermeldt, dat het hem uit het rapport +der commissie van de droogmaking der Haarlemmer Meer, ingesteld bij +Koninklijk besluit van 7 Aug. 1837, No. 51, is kenbaar geworden, dat +men de kanalen van Sparendam en Katwijk verbeteren en sluizen wil +bijbouwen, en, bij onvoldoende bevindingen, een stoomwerktuig van +180 paardenkracht te Sparendam wil plaatsen.--Hij geeft te kennen, +dat men dus, in plaats van met wiskundige zekerheid een werk van +dien omvang en van zoo groot gewigt te beginnen en te voltooijen, +eene proeve wil nemen, of, nadat de genoemde Meer zal zijn bedijkt, +de kleinere boezems de massa's water, die thans op den grooten boezem +worden uitgemalen, zullen kunnen verzwelgen.--Hij merkt aan, dat men +eerst dán, wanneer de molens zullen moeten stilstaan en de heerlijke +en vruchtbare landerijen geheel of ten deele met water zullen zijn +overdekt, waardoor het bestaan van den landman, althans voor een +gedeelte van het jaar, zal zijn weggenomen, een stoomwerktuig zoude +willen plaatsen." + +»Adressant beschouwt zoodanige proefneming strijdig met het regt van +den grondeigenaar, die daaraan have en goed ziet prijs gegeven.--Hij +zegt, dat de ondervinding hem heeft geleerd, dat in het voor- en +najaar, wanneer er eenige dagen stilte is geweest, de groote meerboezem +met eene stevige koelte in één' dag een' Rijnlandschen duim en soms +hooger wordt opgemalen; dat in het najaar, bij aanhoudende westewinden, +dikwijls in verscheidene weken, door den hoogen stand der zee, noch +te Katwijk, noch te Sparendam of elders kan worden gestroomd, dat dan +de Haarlemmer Meer, door aanhoudend malen, zoo hoog wordt opgezet, +dat de onbedijkte landen en ook die in zomerkaden zijn gelegen, +overstroomd worden, of dat bij storm de polders, door het woedend +opzetten van het water, onderloopen;--hij vraagt, wat dan zoo vele +sluizen kunnen helpen, en vermeent, dat dezelve zonder nut zullen +dáár zijn, omdat wanneer de Haarlemmer Meer nu in weinige weken zoo +hoog kan worden opgezet, alsdan de kleinere boezem in weinige dagen +boven peil zal moeten zijn." + +»Requestrant geeft in de tweede plaats te kennen, dat hij zich +niet zal vermeten eenige berekening te maken of het stoomwerktuig +te Sparendam voldoende zal bevonden worden, alsmede of de kanalen, +op zoodanige uitgestrekte ruimte, al het water, dat in zijne streken +en ook achter Leijden en in dien omtrek wordt opgemalen, zullen +kunnen bergen, en spoedig genoeg naar hunne uitwatering te Sparendam +en elders afleiden?--Hij vermeent evenwel, dat het doelmatiger +zoude zijn, wanneer dadelijk bij den aanvang van het werk, zoo te +Sparendam als ook te Katwijk, een stoomwerktuig wierd opgerigt, dat +dan de Spieringermeer niet tot vóórboezem zoude behoeven te worden +gehouden.--Hij gelooft tevens, dat het voorzigtiger zoude zijn, den +duiker, die hen, bij gebrek aan water, uit den IJssel daarvan zoude +voorzien, dadelijk daar te stellen; en vraagt, voor wiens rekening, +wanneer eens de meer droog zal zijn, en daarna het nut van zoodanigen +duiker wordt ingezien, dit nawerk zal komen, alsmede het onderhoud +der stoomwerktuigen?--Hij beweert, dat de aangrenzende landbezitters +met billijkheid een' genoegzamen waarborg mogen vragen, en schadeloos +behooren gesteld te worden, even als bij eene onteigening hunner +gronden,--dat de meer hun eigendom is, en dat de bedijking van +dezelve met eene onteigening gelijk staat.--Hij geeft te kennen +dat hun regt op de Haarlemmer Meer van uitmaling en boezem sedert +eeuwen onbetwistbaar is gebleven,--dat zij sinds onheugelijke jaren +in Rhijnland tot onderhoud der kostbare Meerwerken betalen, alleen om +in die Meer altoos het overbodige water vrij en onverhinderd te mogen +uitmalen,--dat zij nooit op eenig peil zijn gezet,--dat zij hunne +landerijen met die voorregten hebben gekocht, en dat de directie +van Rhijnland altijd met de meeste en onvermoeide zorgen voor de +uitwatering heeft gezorgd.--Hij vermeent verder, dat de voornaamste +grondeigenaren in Rhijnland, immers eene commissie uit hun midden, +mogt worden gehoord, ten einde zoodanige maatregelen te beramen, +als waardoor elke vrees voor onzekere uitkomst wierd weggenomen en +hunne duurgekochte landerijen tegen groote onheilen wierden verzekerd." + +»Adressant geeft eindelijk te kennen, dat de geopperde bedenkingen +en zwarigheden hem gewigtig genoeg zijn voorgekomen, om dezelve aan +U Edel Mogenden met allen eerbied, in het belang van het algemeen, +maar vooral ook voor hen, die in Rhijnland hun land en bestaan vinden, +kenbaar te maken, in de hoop en het vaste vertrouwen, dat dezelven in +uwe vergadering zullen worden overwogen en velen met hem mogen worden +gerust gesteld, door meer voldoende maatregelen op vaste gronden, +zonder proefnemingen." + +»Uwe commissie is van advies, dat dit verzoekschrift, als betrekking +hebbende tot eene wet bij deze vergadering aanhangig, ter inzage van +de leden, behoort te worden nedergelegd ter griffie [71]." + +Beide verzoekschriften werden ter griffie nedergelegd en de verslagen +gedrukt en rondgedeeld. + +Inmiddels werd het Ontwerp der Wet in de onderscheidene Afdeelingen der +Kamer behandeld; uit de Proces-Verbalen der beraadslagingen bleek onder +and., dat de Afdeelingen, alvorens zich met de zaak bezig te houden, +eenparig verlangd hebben, dat, aangezien het tegenwoordig Voorstel +drie onderwerpen bevat, welke met elkander niets gemeens hebben, +hetzelve in drie Ontwerpen van Wet mogt worden gesplitst, waarvan +het eerste zou handelen over den IJzeren Spoorweg, het tweede over +het bedijken en droogmaken van het Haarlemmer Meer, en het derde over +het aanleggen en verbeteren van andere werken van algemeen nut, enz. + +»Nopens het droogmaken van het Haarlemmer Meer, heeft men de vraag +geopperd, of daartoe nu werkelijk noodzakelijkheid bestond; welke +de waarschijnlijke gevolgen zouden zijn, indien hiertoe niet spoedig +werd overgegaan, en of er ook andere middelen aanwezig zijn, om die +bezwaren uit den weg te ruimen? Voorts heeft men verlangd te weten, +hoe veel kosten er, gemiddeld, in de laatste 10 jaren zijn aangewend, +om de uitbreiding van het Haarlemmer Meer tegen te gaan; door wie +de kosten zijn gedragen, en op welke wijze het Rijk vergoeding zal +bekomen voor de ontlasting, welke uit eene bedijking en droogmaking +zal voortvloeijen? Welke bezwaren, uit den physieken toestand van het +Hoogheemraadschap Rijnland ontleend, het droogmaken tot nog toe in +den weg stonden, en op welke wijze die uit den weg zijn geruimd. Hoe +veel bunders men hierdoor voor cultuur denkt te verkrijgen, en of deze +dadelijk, dan wel eerst na verloop van vele jaren, vruchtdragend kunnen +zijn? Welke de voordeelen zijn, die, volgens de memorie, gedurende +de bewerking door de onderneming zullen worden opgeleverd? Of het +drooggemaakte Meer eventueel bij Rijnland zal worden gevoegd, en of +er behoorlijk zal worden zorg gedragen voor het voortdurend onderhoud +van de dijken, opdat dit niet ten laste van het Rijk moge komen?" + +»Intusschen vermeenden onderscheidene leden reeds nu in het midden te +moeten brengen, dat zij het droogmaken van het Haarlemmer Meer in vele +opzigten als zeer nuttig beschouwen, niet alleen ter bevordering van de +gezondheid der in de nabijheid wonende ingezetenen, als ten behoeve van +Rijnland en van de Hoofdstad, en tot voorkoming van overstroomingen +en uitbreiding van dit Meer. Eenige leden waren van gevoelen, dat, +aangezien die droogmaking eigenlijk strekte ten nutte van Holland, +de onderneming ook moest komen ten laste van de provinciale kas van +Holland, en niet tot die van het Rijk, daar de Regering b. v. verklaard +had, dat ten aanzien van de verbetering van rivieren, waarmede het +belang en de welvaart van vier Provinciën in het naauwste verband +staat, en de conservatie van de zeeweringen in Groningen en Vriesland +de Rijksfinanciën niet toelieten, daartoe bij te dragen, terwijl +overigens de ondervinding b. v. bij den Zuidplas geleerd had, dat de +kosten bij de droogmakingen de ramingen verre overtroffen enz." [72]. + +De antwoorden der Regering betreffende dit onderwerp waren van den +volgenden inhoud: + +»1º. Het zoude, naar het inzien der Regering, overbodig zijn, om de +nuttigheid en noodzakelijkheid van de onderworpen droogmaking in het +breede te betoogen." + +»Men moet zich aan den eenen kant voorstellen een' uitgestrekten +waterplas van duizenden bunders, die voor de publieke welvaart +niet alleen geene de minste vruchten oplevert, en voor de som des +algemeenen rijkdoms verloren is, maar die bovendien, in weêrwil van de +aanzienlijke kosten, die, ter verhoeding van rampen, moeten worden +aangewend, de verwoesting steeds verder dreigt uit te strekken, +zoodat de vrees geenszins ongegrond is, dat hij zich eenmaal tot +voor de poorten der hoofdstad zal uitbreiden, onherstelbare rampen +zal veroorzaken, en in eenen staat kan geraken, die de droogmaking, +waartoe men eenmaal zal moeten besluiten, meer en meer moeijelijk en +kostbaar maken zoude." + +»Men stelle zich aan den anderen kant voor, dezen uitgestrekten en +dreigenden waterplas in vruchtbare velden herschapen, door nijvere +bewoners bevolkt, rijke producten opleverende, en door die producten +den algemeenen rijkdom toegenomen, en den Staat in zijne inkomsten +in velerlei opzigten aanmerkelijk bevoordeeld." + +»De keus kan dan zeker niet twijfelachtig zijn, al ware het, dat er +eenige opoffering daarvoor moest plaats hebben." + +»Het heeft in vorige tijden niet aan ontwerpen, noch aan het voornemen +ontbroken, om tot deze droogmakerij over te gaan; doch er waren +daarmede zwarigheden verbonden, die niet gereedelijk konden worden +uit den weg geruimd. + +»Gelukkiglijk is dit thans het geval niet meer, en de Regering +vermeent, dat, zoo ooit, dan thans, het oogenblik geboren is, dat +tot deze zoo weldadige en verlangende onderneming, zonder bedenking +zal kunnen worden overgegaan." + +»2º. Eene onderneming van dezen aard zou echter geenszins aan eene +Provincie kunnen worden opgedragen; zij is daarvoor volstrekt niet +vatbaar, en dit te minder: vermits de voordeelen, die er uit moeten +voortspruiten, niet uitsluitend zouden zijn voordeelen voor eene +enkele Provincie, maar wel degelijk voor den geheelen Staat." + +»De Regering heeft er zich steeds voor verklaard, om de algemeene +verbetering der rivieren, als eene zaak van algemeen belang, voor hare +rekening te nemen; alles wat daaromtrent geschiedt wordt uit 's Rijks +kas bekostigd, en ook thans is men nog onledig met de overwegingen +omtrent eene uitgestrekte verbetering der rivieren: met zulke groote +ondernemingen laat zich het onderhavig plan het naast vergelijken; +terwijl, wat de conservatie der zeeweringen betreft, dit eene zaak is +van eenen anderen aard; want, over het algemeen, is het onderhoud van +alle rivier- en zeedijken ten laste van de belanghebbenden, en alleen +dan, wanneer de kosten van dit onderhoud hun vermogen te boven gaan, +kan het Rijk met eenen bepaalden onderstand tusschen beiden komen." + +»3º. Het kan niet gezegd worden, dat de kosten van uitvoering van +waterstaats-werken in den regel de ramingen overtreffen. Bij verre +de meeste werken is dit het geval niet, en ook is dit tot nog toe +bij de droogmaking van den Zuidplas geenszins gebleken." + +»Men meent dan ook, met genoegzamen grond, als zeker te kunnen +stellen, dat de droogmaking van het Haarlemmer Meer voor de geraamde +som zal kunnen worden bewerkstelligd. Het zou overbodig zijn, omtrent +alle berekeningen deswege in de bijzonderheden te treden, daar deze +gegrond zijn op veelal kunstmatige onderzoekingen, en onderworpen +zijn geweest aan eene kommissie, uit de voornaamste belanghebbenden +en deskundigen zamengesteld." + +»4º. Het kan niet wel met volkomen waarschijnlijkheid worden voorzien, +welke de opbrengst zal zijn van den verkoop der droog te maken landen, +vermits zulks van zeer vele omstandigheden kan afhangen, die vooraf +moeijelijk te berekenen zijn." + +»Daar evenwel de waarschijnlijkheid bestaat, dat de gronden zeer goed +voor weilanden en de veeteelt zullen geschikt zijn, en de situatie ook +daartoe alle aanleiding geeft, zoo mag men met eenigen grond eenen +redelijken prijs voor den eventuelen verkoop der landen verwachten; +terwijl in allen geval de aanzienlijke voordeelen, die het Rijk door +de onderneming niet ontgaan kunnen, nog eene rijke vergoeding zouden +opleveren, indien de opbrengsten der gronden zelve beneden de bestede +kosten blijven mogten." + +»5º. De kosten om de oevers van het Haarlemmer Meer volledig +te beveiligen, zijn zeer groot, en gaan verre het vermogen der +onmiddellijk belanghebbenden te boven." + +»De geheele oostelijke oever moet thans door eene steenen glooijing +voor verdere inbraak worden beschermd. De som van omtrent f 30,000 +wordt daartoe jaarlijks door het Hoogheemraadschap van Rijnland +aangewend, zonder dat men zeggen kan, dat hiermede alle gevaar kan +worden voorgekomen." + +»6º. Onder de droogmaking zal worden begrepen het geheele eigenlijke +Haarlemmer-Meer, benevens het Leidsche- en Kager Meer, met uitzondering +echter van het Spiering-Meer, hetwelk men algemeen gemeend heeft niet +in de droogmaking te moeten begrijpen, zoo om den boezem van Rijnland +niet te veel te verkleinen, als om voor de uitlozing eenen gereeden +toegang naar de sluizen te behouden." + +»De uitgestrektheid der droog te maken gronden zal dien ten gevolge +een aantal van omtrent 16,700 bunders lands bedragen, die dadelijk +als vruchtdragend moeten worden beschouwd." + +»7º. De Regering vermeent, dat zij niet zal behoeven te verzekeren, +dat alle bijzondere belangen en verkregene regten op de volledigste +wijze zullen worden onder het oog gehouden. Zij is zoo zeer overtuigd, +dat zulks behoort te geschieden, dat daaromtrent reeds overwegingen +hebben plaats gehad, en zij acht het een harer voornaamste pligten +te zijn, om hiervoor in alle gevallen te waken." + +»8º. De onderneming moet geacht worden zeer uitvoerlijk te zijn, +en, in vergelijking met andere uitgevoerde droogmakingen, zelfs +geene bijzondere zwarigheden op te leveren. Het spreekt van zelf, +dat de waterplas geheel moet worden bedijkt, terwijl de uitmaling, +hetzij door windmolens, vereenigd met de kracht des stooms, hetzij +door stoomwerktuigen alleen (waaromtrent nog overwegingen plaats +hebben), zal moeten geschieden; de juiste tijd, binnen welken de +uitvoering zal kunnen worden tot stand gebragt, kan intusschen +niet worden bepaald, aangezien dit van vele meer of min gunstige of +ongunstige omstandigheden afhangt, en zijnde de keuze, ten aanzien +van het in meerdere of mindere mate aanwenden van stoomwerktuigen, +tot uitvoering en het duurzaam drooghouden van het Meer, daaromtrent +van een' grooten invloed." + +»9º. Hierboven is reeds vermeld, welke sommen jaarlijks door het +Hoogheemraadschap van Rijnland, ter beveiliging der oevers, moeten +worden aangewend. Daarvan zal dit district bevrijd worden; doch dit +is niet het éénige voordeel, dat hetzelve door de droogmaking bekomt; +het aantal van 16,700 bunders zal, in zoodanige evenredigheid als +billijk zal worden bevonden, althans voor de uitlozing van deszelfs +water, moeten bijdragen, zoo dat dit district het uitzigt verkrijgt, +dat in het vervolg deszelfs lasten aanmerkelijk zullen worden verligt." + +»10º. De belangen van het gemelde Hoogheemraadschap hebben vroeger de +uitvoering dezer onderneming in den weg gestaan, vermits men vermeende, +dat deszelfs uitlozing daardoor zoude worden belemmerd." + +»Men heeft daarin nu echter, door deze gemaakte ontwerpen, op de +meest voldoende wijze kunnen voorzien, zoo door een' overblijvenden +ruimen boezem, als de stichting van meerder uitlozende sluizen, de +volledige verbetering van het Katwijksche Kanaal, en het aanwenden +der stoomkracht, om, ingeval van nog bestaande noodzakelijkheid, +den boezem onmiddellijk naar vereisch te ontlasten." + +»11º. De voordeelen gedurende de bewerking, bestaan in de verhuring +der dijken, de verpachting der visscherij, die der van tijd tot tijd +droogkomende landen, en eenige opbrengsten van dien aard." + +»12º. De uitlozing van den toekomstigen polder zal op den boezem van +Rijnland plaats hebben; doch de vraag, of deze polder ook onmiddellijk +tot dat Hoogheemraadschap behooren, en, even als alle andere polders, +een gedeelte daarvan zal uitmaken, zal later, overeenkomstig de +bepalingen van de grondwet en de bestaande wettelijke verordeningen, +kunnen worden uitgemaakt." + +»13º. De dijken van het droog te maken Haarlemmer Meer komen +natuurlijk ten laste van den eventuëelen polder, en moeten door +denzelven onderhouden worden, even als zulks in alle andere gevallen +plaats heeft, en er is geene de minste reden, om te vermoeden, dat +dit niet naar behooren zoude geschieden, daar het bestaan der droog +te maken landen hiervan afhankelijk is, en overigens daaromtrent ook +een zorgvuldig toezigt plaats heeft [73]." + +Nadat deze antwoorden wederom in de Afdeelingen van de Tweede Kamer +waren onderzocht, en, in de vergadering van 31 Maart, de Centrale +Afdeeling een nader Verslag had uitgebragt [74], werd in de Zitting +van den 2den April over de voorgestelde Wet beraadslaagd. Acht en +Veertig Leden [75] waren tegenwoordig, waarvan vijftien over de wet +het woord hebben gevoerd. + +De eerste spreker was de Heer van Swinderen, welke zeide: [76] + +»Is ten allen tijde in ons vaderland het groot belang, hetwelk +de ingezetenen hebben in den waterstaat, in vaarten en wegen, +levendig gevoeld; zijn in het bijzonder de menigvuldige bedijkingen, +en de in de laatste jaren aanmerkelijk vermeerderde en verbeterde +vervoermiddelen daarvan sprekende bewijzen; het heeft ons dan ook niet +kunnen bevreemden, dat de Regering hare aandacht gevestigd heeft, +zoo wel op het droogmaken en in eenen vruchtbaren grond herscheppen +van eenen grooten, van tijd tot tijd in uitgebreidheid toenemenden, en +daardoor dreigenden waterplas, als op het meer snel en minder kostbaar +vervoer van personen en goederen over ijzerbanen, die reeds in andere +landen in gebruik zijn gesteld. In tegendeel, wanneer wij ons met +de Regering dien uitgestrekten en dreigenden waterplas voorstellen +als in vruchtbare velden herschapen, door nijvere bewoners bevolkt, +rijke producten opleverende, en hierdoor den algemeenen rijkdom +vermeerderende, en den Staat in zijne inkomsten in velerlei opzigten +aanmerkelijk bevoordeelende,--wanneer wij tevens het hooge belang +gevoelen van den buitenlandschen handel, en denzelven wenschen te +behoeden voor een gevaar, hetwelk geenszins hersenschimmig wordt +genoemd,--dan kunnen de ontwerpen van wet tot zulke gewigtige oogmerken +strekkende, ons niet dan welkom zijn, en de zorg, met welke het thans +in openbare beraadslaging zijnde ontwerp in alle de afdeelingen is +overwogen, levert een ondubbelzinnig bewijs op, dat het gewigt van +hetzelve levendig door U Ed. Mogenden wordt gevoeld." + +»Geen wonder dus, dat de inlichtingen, welke ons ter dezer zake +door de Regering zijn gegeven, vooral ook de op ons aanzoek ons +ter inzage verleende memoriën en berekeningen van die kundige +en vaderlandslievende mannen, welke over deze onderwerpen zijn +geraadpleegd, en welke hunne gevoelens en inzigten zoo uitgewerkt aan +de Regering hebben medegedeeld, door ons met de meeste belangstelling +zijn ontvangen geworden." + +»Ik wenschte dan ook, Ed. Mog. Heeren! dat het ontwerp van wet mijne +geheele toestemming mogt kunnen erlangen, en dat ik niet in den +tijd en de wijze waarop, zoowel als in de middelen door welke, de +uitvoering van de in dat ontwerp, alsmede in de toelichtende memorie +en in de beantwoording der ingebragte bedenkingen, omschrevene werken +zal plaats hebben, zoo vele bezwaren vond, dat ik daardoor van die +toestemming, immers voor alsnog, wierd weêrhouden." + +»Daar echter die bezwaren reeds in de processen-verbaal van +de beraadslagingen der afdeelingen zijn te berde gebragt, zoude +ik vreezen de aandacht van U Ed. Mogenden te misbruiken, indien ik +thans in eene breede ontwikkeling van alle dezelven wilde treden, en +ik zal daarom trachten deze bezwaren, zoo verre die in het verhaal +der vierde afdeeling voorkomen, doch naar mijne meening door de +antwoorden der Regering niet zijn opgelost of genoegzaam toegelicht, +zoo kort mogelijk voor te dragen." + +»En dan vallen in de eerste plaats in het oog drie algemeene +bedenkingen, welke in de genoemde afdeeling zijn vooruitgezet, +en die ik daarom thans slechts zal opnoemen, namelijk 1º. dat de +tijd nog niet gekomen is, om zulke groote en kostbare ondernemingen, +als zijn die van het bedijken en droogmaken van het Haarlemmer Meer, +en van het daarstellen van ijzerbanen, voor rekening van het Rijk +tot stand te brengen, maar dat werken van dien aard, voor zoo veel +dezelven niet door particuliere personen of maatschappijen onder +toevoorzigt der Regering kunnen worden daargesteld, en niet door den +drang van omstandigheden gebiedend worden geeischt, dan eerst behooren +in overweging te worden genomen, als de Belgische zaak geschikt, +de oorlogskosten verminderd, en de jaarlijksche vermeerdering van +schuld opgehouden zal zijn; 2º. dat werken van zoo onderscheiden +aard niet te zamen in één wetsontwerp behooren te worden vereenigd, +maar in afzonderlijke ontwerpen vervat, opdat niet het goed en nuttig +geoordeelde werk om het afgekeurd wordende verworpen, of omgekeerd +het afgekeurd wordende om het goedgekeurde aangenomen mogt worden; +3º. dat het niet raadzaam schijnt, om tot zoodanige werken fondsen +te bezigen, welke tot een ander doel zijn bestemd geworden, en door +welker gebruik het reeds zoo ingewikkeld geldelijk beheer nog meer +zoude worden gecompliqueerd; wordende deze bedenking, mijns oordeels, +nog versterkt door de aanmerking in het slot der beantwoording van +de Regering te vinden, volgens welke de openlegging van den staat +van het Amortisatie-Syndicaat spoedig op handen is, en men dan met +meerdere kennis van zaken over gebruik en restitutie van kapitalen, +en over te nemen maatregelen van voorziening, zal kunnen oordeelen." + +»Bij deze algemeene bedenkingen komen nog vele bijzondere, ten aanzien +der onderscheidene werken bij dit wetsontwerp bedoeld, waarvan ik +slechts eenige voorname zal in het midden brengen, en wel vooreerst +ten aanzien van den spoorweg of ijzerbaan van Amsterdam naar Arnhem." + +»Ik sprak enz.", + +»Ook de bedijking en droogmaking van het Haarlemmer Meer beveelt zich +van onderscheidene zijden aan. De herschepping van eenen grooten, van +tijd tot tijd in uitgebreidheid toenemenden, en daardoor dreigenden +waterplas in eenen vruchtbaren met nuttig vee beslagen' grond, kan met +treffende kleuren worden afgeschilderd: en ook het Rijk heeft daarbij +zóó veel belang, dat het verstrekken van eenige sommen van staatswegen +tot dat einde niet onaannemelijk worden geacht. Verder, ofschoon ik +niet overtuigd ben van de gegrondheid van het bij sommige ingelanden +van Rijnland bestaande bezwaar in eene droogmaking van het geheele +Haarlemmer Meer, en ik zelfs eene zoodanige geheele droogmaking boven +eene partiëele, om verschillende redenen, thans niet te ontwikkelen, +verkieslijk houde, kan ik toch genoegen nemen met de ter gemoetkoming +aan dat bezwaar door de benoemde belanghebbenden en deskundigen +voorgestelde wijze van bedijking, in voege dat een klein gedeelte +van dien grooten plas, onder den naam van Spieringermeer bekend, +buiten bedijking blijft, om te dienen tot een' boezem, in welken +het water wordt opgemalen, ten einde alzoo door sluizen te worden +geloosd. Die boezem is, ook naar mijn oordeel, groot genoeg, om bij +dagelijksche ontlasting al het dagelijks opgemalen of opgestoomd +wordende water te kunnen bevatten; terwijl de door het opmalen of +opstoomen veroorzaakte hooge stand des waters de lossing daarvan in +diezelfde mate zal vermeerderen, als het boezem-water zal rijzen." + +»Dan ook tegen dit werk doen zich eenige bedenkingen op. Want +om, ter bekorting mijner rede, niet terug te komen op alles, +wat daaromtrent reeds in de verbalen der beraadslagingen van de +afdeelingen nopens het hooren der belanghebbenden, de verzekering +van wettig verkregene regten, de berekening van het productive des +werks, en meer andere punten is gezegd, en naar mijn oordeel in de +beantwoording der Regering niet tot bevrediging en geruststelling van +U Edel Mogenden is opgelost; om al verder niet te treden in een betoog +van de noodzakelijkheid, dat nieuwe wetsbepalingen, op het stuk van +de onteigening, het daarstellen van zulke groote werken, als in dit +wetsontwerp worden voorgedragen, dienen vooraf te gaan; wil ik thans +alleen opmerken, dat de gegrondheid van het gevoelen van velen onzer, +dat dit werk, hoe nuttig hetzelve ook wezen moge, echter meer uit +het oogpunt van plaatselijk, districts- en gewestelijk, dan wel uit +dat van algemeen belang moet worden beschouwd, onder anderen dááruit +blijkt, dat Rhijnland, volgens het overgelegde plan en teekening, +eene volledige verbetering in het Katwijksche kanaal zoude erlangen, +eene verbetering, waartoe anders, zoo als door de vijfde afdeeling te +regt is aangemerkt, bij den onvolmaakten toestand, waarin dat kanaal +zich bevindt, Rhijnland toch verpligt zoude zijn, vroeger of later +over te gaan. Ook is dit gevoelen niet alleen door de beantwoording +der Regering niet wederlegd, maar zelfs aanmerkelijk versterkt door +hetgeen aldaar sub 5º. en 9º. te lezen is, namelijk »dat de kosten, +om den oever van het Haarlemmer Meer volledig te beveiligen, thans +zeer groot zijn; dat de geheele oostelijke oever door eene steenen +glooijing voor verdere inbraak moet worden beschermd; dat daartoe +de som van omtrent f 30,000 jaarlijks door het Hoogheemraadschap van +Rhijnland wordt aangewend; dat dit district door de bedijking van het +Meer daarvan zal worden bevrijd; en dat dit niet het éénige voordeel +is, hetwelk hetzelve door de droogmaking zal bekomen, maar dat ook +het aantal van 16,700 bunders voor de uitlozing van deszelfs water +zat moeten bijdragen, zoodat dit district het uitzigt verkrijgt, dat +in het vervolg deszelfs lasten aanmerkelijk zullen worden verligt."" + +»Kan het wel duidelijker, Ed. Mog. Heeren! dan hier geschiedt, +uiteengezet worden, dat niet alleen het algemeene Rijks-belang, maar +ook wel degelijk een meer bijzonder belang in dit werk is betrokken, +en kan dan het gevoelen van de zoodanigen onzer, die van oordeel zijn, +dat hetzelve niet voor rekening en op kosten van het Rijk alleen +dient te worden ondernomen, maar dat ook plaatselijke, districts- +en gewestelijke bijdragen daartoe in billijke evenredigheid behooren +te worden aangewend, ongegrond worden genoemd?" + +»In sommige afdeelingen is te kennen gegeven, dat het door de Regering +geopperde, doch niet aangenomen denkbeeld, om de ondernemingen +aan particulieren over te laten, en dus de kosten der werken uit +particuliere negotiatiën te vinden, alles onder het oppertoezigt +der Regering, niet geheel verwerpelijk voorkwam, althans in het +geval, dat er uitzigt bestaan mogt, dat zich daarvoor associatiën van +bijzondere personen mogten opdoen. Ten aanzien van de spoorwegen, zijn +daartegen in de beantwoording gewigtige bedenkingen, vooral uit de +noodzakelijkheid, dat de Regering van het tarief der regten meester +blijve, ontleend, ingebragt: dan ten aanzien van de bedijking en +droogmaking van het Haarlemmer Meer bestaan die bedenkingen niet, en ik +zoude daarom dit werk wel aan eene maatschappij van bijzondere personen +willen overgelaten zien, alles onder genot van zoodanige Rijks-, +provinciale en districts-bijdragen, en verdere aanmoedigingsmiddelen, +als noodig mogten worden geoordeeld, om dit gewigtige werk met een +gegrond uitzigt op goed gevolg tot stand te kunnen brengen." + +»Wat de verdere werken enz. [77]." + +Daarna sprak de Heer Donker Curtius en zeide over dit onderwerp: + +»Ten aanzien van de droogmaking van het Haarlemmer Meer denk ik +minder ongunstig, (dan over den Spoorweg); maar de zamenvoeging van +dit onderwerp met de Spoorwegen verhindert mij, om mijne stem bij +dit onderwerp alleen te bepalen." + +»Doch ook, wanneer het mij op zich zelf werd voorgelegd, zoo als +het thans is voorgesteld, zou ik, bij gemis van oplossing van vele +ingebragte bezwaren, huiverig zijn, daaraan voor als nog mijne +toestemming te geven, 1º (en dit alles is ook toepasselijk op de +ijzerbanen) omdat ik het oogenblik onzer Staatkundige positie en +geldelijke aangelegenheden daartoe min geschikt acht; 2º omdat mij de +zaak, tot hiertoe, meer vatbaar schijnt voor particuliere onderneming, +des noods met subsidie uit 's Lands Kas, dan voor eene onderneming +der Regering; en 3º omdat ook dan, wanneer ik de onderneming, zoo +als zij wordt voorgedragen, als volkomen aannemelijk keurde, ik niet +van oordeel ben, dat daartoe eene disponibelstelling van het gansche +benoodigde fonds bereids nu vereischt wordt, veel minder dat het eene +behoefte zou zijn, om tot dat einde casu quo toegestemde fondsen van +derzelver wettelijke bestemming te detourneren [78]." + +De Heer Romme was de derde spreker, en zeide: + +»Evenmin wil ik, door de afstemming der onderwerpelijke Wet, gehouden +worden als tegen het droogmaken der Haarlemmer Meer op te treden; +ook deze onderneming beschouw ik als nuttig en wenschelijk, en zoude +mij aangaande de mogelijke uitvoering van dat belangrijke werk op +de ervarenheid en het beleid van de directie van onzen algemeenen +waterstaat willen verlaten; maar dewijl bij deze onderneming algemeene, +gewestelijke en plaatselijke belangen betrokken zijn, zoo behooren +ook deze in verhouding tot het voordeel, hetwelk de onderneming +eventueel voor hen kan doen ontstaan, of den last, waarvan zij dien ten +gevolge ontheven worden, daartoe bij te dragen. In zoo verre dezelve +echter niet door eene oogenblikkelijke en dringende noodzakelijkheid +mogt geboden worden, zoo wordt de verdaging van dien, mede uit een +finantiëel gezigt, aanbevolen [79]." + +Breedvoerig sprak de Heer Luzac over dit onderwerp, hetgeen hem, +als inwoner der stad Leijden, natuurlijk moest ter harte gaan. Zie +hier zijne redevoering: + +»Ik was voornemens geweest, bij de uiteenzetting mijner gedachten +over het onderhavig wetsontwerp, en de redegeving van mijn ongunstig +votum, de orde, waarin de diverse onderwerpen zijn opgenoemd, te +volgen, en na eene algemeene consideratie te hebben vooropgezet, +mitsdien: 1º. over den spoorweg van Amsterdam op Arnhem; 2º. over +den zijtak van Rotterdam op Utrecht;--in de derde plaats over het +bedijken en droogmaken van het Haarlemmer Meer, te spreken, om, in +de vierde plaats, de overige bedoelde werken te behandelen, en met +de beoordeeling van het voorgestelde finantiëel middel te besluiten." + +»Ik zal dit voornemen echter laten varen en mijne taak aanmerkelijk +beperken: het onderwerp der spoorwegen zal ik stil ter zijde laten +liggen, en mij bij de tweede hoofdbedoeling der wet, het droogmaken +van het Haarlemmer Meer, ééniglijk bepalen; ik kan mij toch ook met +de bedenkingen van U Ed. Mogenden omtrent de spoorwegen, zoodanig +als dezelve door de Regering zijn voorgesteld, in al de afdeelingen +bestreden, evenzeer vereenigen, als met vele der gezigtspunten, +zoo even door ons geacht medelid uit Holland (Donker Curtius) uit +een gezet." + +»De algemeene consideratie, welke, naar mijn oordeel, de +beraadslagingen over dit wets-ontwerp domineert, is de finale +ongepastheid en ongeschiktheid van het tegenwoordig oogenblik tot +het aanvangen der bedoelde werken. Het komt mij voor, dat, bij de +verwachte schikking onzer quaestiën met België, de voorzigtigheid ons +moet gebieden, de verwezenlijking derzelve af te wachten, alvorens +ons in ondernemingen te steken, welke (de nuttigheid volkomen eens +aangenomen), aanvankelijk toch reeds op ene uitgaaf van 24 millioen +geraamd worden, en ons tot beschikbaarstelling van nog vele andere +millioenen zullen kunnen noodzaken." + +»Ik wil de spoedige en gunstige beëndiging onzer geschillen verwachten, +en vraag, of wij, na dezelve, niet beter het standpunt zullen kennen, +waarop wij ons staatshuishouden zullen kunnen en moeten inrigten; +of wij dan niet beter zullen kunnen beoordeelen, welke middelen wij +tot verbetering onzer inwendige communicatiën moeten aanwenden; of +en hoe wij Hollands grooten waterplas in welige landsdouwen zullen +kunnen herscheppen?" + +»Doch, enz." + +»Ten opzigte van het droogmaken van het Haarlemmermeer is mijne +bedenking echter van de meeste kracht; daar deze onderneming, welke +reeds meer dan twee eeuwen ter sprake gebragt is, voorzeker wel in +zeer rustige tijden mag ondernomen worden, en het uitstellen daarvan +het algemeen waarlijk niet met zoo vele en zoo eminente gevaren +bedreigt, als men dit soms wil doen gelooven. Bedenken wij toch, dat +bij het opkomen van ieder plan tot bedijking, in 1617, 1632 enz., +de ondergang van Holland door het Meer steeds als zeer aanstaande +werd aangekondigd. In 1742 voorspelde doctor Zumbag de Koesvelt dien +ondergang als zeer nabij, indien men zijne droogmakings-projecten +niet volgde; zij bleven achter, en reeds bijna eene eeuw is nu gunstig +over zijne profetie heengevlogen." + +»Eenig uitstel zal hier weinig schaden, terwijl het onvoltooid laten +des werks, ten gevolge van moeijelijkheden, waarin het vaderland nu kan +gewikkeld worden, de schromelijkste gevolgen na zich kan slepen. De +intempestiviteit alleen zoude mij dus reeds doen huiveren, aan het +ontwerp van wet mijne toestemming te geven." + +»Doch ik wil mij achter dit algemeen bezwaar niet verschuilen, en +tot de wet zelve overgaan:--ik laat, zoo als ik zeide, de quaestie +der spoorwegen geheel ter zijde liggen, om dadelijk en uitsluitend +het onderwerp van het bedijken en droogmaken van het Haarlemmermeer +te behandelen." + +»Hierbij doet zich al dadelijk eene zeer belangrijke vraag op, +welke ik de aandacht en het onbevangen oordeel van U Ed. Mogenden +moet aanbevelen,--zij is deze: »kunnen en mogen de Staten-Generaal de +Regering in deze ondersteunen;--kunnen en mogen zij dit, in den stand, +waarin de quaestie van het droogmaken van het Haarlemmermeer zich thans +nog bevindt?" Ik houde mij overtuigd, dat deze vragen niet wel anders +dan ontkennend kunnen beantwoord worden, en zal aan U Ed. Mogenden +mijne redenen openleggen.--Wat is »hetgeen men het Haarlemmer- of +Leijdschemeer noemt?" Is het een waterplas, welke, als b. v. de +Zuiderzee, kan gezegd worden, aan het algemeen te behooren?--Is +het een waterplas, welke onbeheerd, onverzorgd ligt--welke aan het +domein vervallen is; over welken de algemeene Regering des Lands +eenige onmiddellijke administratie heeft? Voorzeker neen!--Het +is een waterplas, geheel in de provincie van Holland gelegen, tot +deze alleen behoorende: hij is, en was van de overoudste tijden af, +onder het oppertoezigt van een bijzonder collegie gesteld, hetwelk +de zorg heeft en volbrengt, van hem, in het belang van het geheel +hem omgevend district van Rhijnland, gade te slaan, en naar gelang +der hiertoe bestaande middelen te beteugelen." + +»Het is, en dit is opmerkingswaardig, als eene rentegevende bezitting +van de stad Leijden te beschouwen; een bezit, door die stad titulo +oneroso verkregen, hetwelk haar, zonder de grootste onregtvaardigheid, +niet eigendunkelijk en zonder voorafgaande voldoende schikkingen, kan +of mag ontnomen worden.--De Hooge Regering, Ed. Mog. Heeren! kan en +moet over de bedoelde droogmaking niet beslissen, zonder voorafgaand +bepaald overleg en medewerking der steden Haarlem en Leijden, zonder +hierin het Hoogheemraadschap van Rhijnland, zonder bepaaldelijk ook +de Staten der provincie gekend te hebben." + +»Dit klinkt U Edel Mogenden welligt vreemd; doch die bevreemding zal +spoedig ophouden, wanneer ik U Edel Mogenden eenige feiten uit onze +Geschiedenis zal hebben kenbaar gemaakt, en U Edel Mogenden eene +authentieke akte, door Willem den eersten en de Staten des Lands +verleden, zal hebben doen zien: zij zal ophouden, zoodra ik U Edel +Mogenden omtrent de waarachtige en nog ten huidigen dage standhoudende +omstandigheden zal hebben toegelicht." + +»In het werk van den beroemden Frans van Mieris, in den jare 1770, +door Mr. Daniel van Alphen te Leijden uitgegeven, onder den titel van +Beschrijving der stad Leijden, deel II, pag. 605, leest men:--»dit +groote water (het Meer) draagt thans zijn' naam naar de steden tusschen +welke het gelegen is: doch eertijds bestont het uit verscheidene kleine +meeren, die van elkanderen gescheiden lagen, in dier voegen dat men +langs het land van de Vennip en het uiterste van den Ruigenhoek, +daar men met een schouw over het Meer gezet wierdt, op Aalsmeer of +ander waard in Amstelland, of naar Woerden en Utrecht geraken konde: +doch men vindt aangeteekend, dat deze weg, door overstrooming in het +jaar 1496 onbruikbaar geworden, en de menigte der kleine meeren tot +eenen geweldigen plas gemaakt is, nogtans zijn de namen der eertijds +afgezonderde wateren tot heden overgebleven."" + +»Al deze wateren waren nu, onder den algemeenen naam van Vroonwateren, +dat is te zeggen, vrij onbelaste wateren, bekend, en werden in den +jare 1433 door Hertog Philips van Bourgondië in erfpacht aan de stad +Leijden gegeven: zoo als te vinden is in het Groot Charterboek van +van Mieris, IV deel, pag. 1017." + +"Margaretha, weduwe van Graaf Willem VI, herhaalde deze uitgifte in +1434 en 1435, en Philips, Hertog van Bourgondië, stelde, in de maand +Junij 1451, orde, »dat die van Leijden in de gepachte vroonwateren +niet verkort of beschadigd zouden worden." + +»De stad Leijden namelijk had veel nadeel door het visschen van +bijzondere personen ontvangen, en nu beval Hertog Philips in gezegd +jaar 1451, wel uitdrukkelijk: »dat niemand in het gemelde water +zonder bewilliging van de stad Leijden zoude visschen, noch eenige +ruigte mogt snijden noch vervoeren, op zekere boeten, door den schout +van Leijden, van de overtreders te vorderen." Men leze de handvest, +bij van Mieris pag. 699." + +»Op dezen voet, bij welken de vrije of vroonwateren tusschen Leijden +en Haarlem nog geheel in eigendom aan den souverein verbleven, is +de stad Leijden, voor 75 Wilhelmus schilden, jaarlijks te betalen, +pachter geworden en gebleven, tot na de afzwering van Philips II en +de vestiging van dezen Staat, door Willem den Eersten." + +»En wat is toen gebeurd?--Ik bid U Ed. Mogenden hierop uwe aandacht te +willen vestigen: »toen is," zegt Van Mieris, Beschrijving van Leijden, +pag. 605, »het vroon tusschen Haarlem en Leyden, in het jaar 1583, +geheel aan de stad Leyden verkocht geworden, en die stad is sedert +in dat uitgebreide gebied door de Hooge Overheid gehandhaafd." + +»Dit is geen sprookje, mijne Heeren! geene onzekere overlevering: de +acte van verkoop is voorhanden, en te vinden in de Handvesten der stad +Leijden, door Van Mieris, in 1759, uitgegeven, pag. 705.--Het zij mij +vergund de belangrijkste periodes aan U Ed. Mogenden mede te deelen." + +»De akte is van den 31sten December 1583; boven aan leest men: +»Door den Prins van Oranje, de Ridderschap, Edelen en Gedeputeerden +van Holland, representerende de Staaten van 't Land, aan de stad +Leijden verkogt het vroon tusschen Haarlem en Leijden, &c. &c.--en +zij begint aldus:" + +»»Willem, bij der gratien Goodts, Prince van Orangnen, Grave van Nassou +&c. &c.--mitsgaders die Ridderschappen, Edelen en Gedeputeerden van de +steden van Hollandt, representerende de Staten van den selven Lande: +Doen te wetenen, dat naerdyen bevonden is de Domeynen van Hollandt, +in voorleden tyden, ende verscheyden jaeren successivelycken, zoo by +'t vercoopen ende versetten van dien, als belastinge van renten daer +op gestelt, zeer vermindert, becommert ende beswaert te zijn, in der +vougen, dat uyt die jaerlycxe vruchten ende incomsten derzelver de +voorsz. renten ende lasten daer op staende nyet en mochten worden +voldaen, waerdeur &c. Omme hier tegens te voorsien,--wy raetsaem +bevonden hebben, by zeeckere commissarissen, soo uyt de Edelen ende +Gedeputeerden van de steden, als uyt den Raide Provinciael--te doen +procederen, tot vercoopinge van diversche partyen van Domeynen. Welcke +commissarissen onder andere overcomen zyn met die Burgermeesteren, +ende Regeerders der stede van Leyden, als dat sy luyden in coope +hebben ende behouden zullen, ten behouve van heurluyden stede, de +partyen van Domeynen hier naer verklaert."" + +»»Eerst, d'erffpacht van vyff en 't zeventich Wilhelmus schilden, +verscheynende tot twee termynen 't jaer--die de voorschreven stede +jaerlycks schuldig is, van 't vroon tusschen Leyden ende Haarlem, +voor de somme van twee duysent achhondert ponden van XL grooten +Vlaemsch 't pondt:--Item, &c."--Vervolgende de akte, na de opnoeming +van andere verkochte recognitiën, thijnsen en regten, aldus: »Ende +alzoo de voornoemde stede van noode is daervan te hebben haerder +verseekertheyt, Onze open brieven daertoe dienende; soo ist, dat Wy, +hebbende de voorsz. vercoopinge voor aengeneem, ende willende te goeder +trouwe procederen mitte voornoemde stede, ende haer verseeckeren zoo +'t behoort, hebben denselven verkoft, gecedeert en getransporteert, +vercoopen, cederen ende transporteren bij desen, de voorsz. partyen +van Domeynen, hier vooren geroert, vry, zonder opstal van eenige +renten, omme deselye voor haer, off actie van haer hebbende, +in vryen eygendom te besitten ende gebruycken, sonder dat daervan +eenige nacoop, naestinge off lossinge zal mogen geschien.--Beloven +voorts de voorsz. coope by alle tractaten van peyse te houden staen, +ende te doen approberen, ende de voorn. stede--te garanderen vry, +costeloos ende schadeloos te houden van alle actien, aenspraken ende +pretensien, die selve ter cause van de voorsz. coope gemoveert sullen +mogen worden. Oock en sullen de voorz. partyen van domeyen bij geen +mesuren ofte delicten verbeurt mogen worden, ten ware d'eygenaer van +dien eenige verraderye tegen 't gemeen Vaderland aanrichte." Dat nu de +stad Leijden deze domeinen, zegt de acte, gekocht heeft, zal hierdoor +wel bewezen zijn, even zeer als het buiten kijf is, dat de stad zich +aan geene verraderije tegen het gemeene Vaderland heeft schuldig +gemaakt, en ze hierdoor kan verloren hebben; doch het blijkt ook, +dat zij de kooppenningen voldaan heeft, want de quitantie, in dato +14 November 1584, is bij Van Mieris, pag. 707, achter het bedoelde +stuk gedrukt." + +»Na deze lecture veroorloof ik mij nu deze eenvoudige vraag, quo +titulo de Hooge Regering, welker predecesseuren dezen verkoop gedaan +hebben, en tegen alle aanmaningen plegtig gegarandeerd, nu zonder +toestemming van den eigenaar dezer regten, tot het droogmaken van het +Meer, het doelloos worden van het verkochte, kan besluiten? Hoe zij +deze vergadering hiertoe kan willen doen medewerken? Is het eerste +gedeelte van art. 164 der grondwet dan zonder kracht geworden?" + +»En nu kan men niet over de uitgestrektheid van dit vroon twisten; +want van deze blijkt weder uit eene keure van den 28 Februarij 1594: +»duidelijk leerende, zoo als Van Mieris zegt, pag. 707, hoeverre zich +het vroon der stad Leyden uitstrekt, en uit welke wateren hetzelve +bestaat."" + +»De aanhef dezer keure luidt aldus:" + +»»Alsoo de stad Leyden in den jaere 1433 van H. M. Hertoge Philip +van Bourgongien, in der tyd Grave van Hollandt, het recht vercreghen +heeft tot de visserien van de Meeren, ghelegen aen verscheyden partien +tusschen Leyden, Haerlem, ende Amsterdam: ende sulcx van den selven +tyd aen, in geduyrighe ende vreedsamighe possessie, ende gebruyk is +gheweest, van de volgende wateren ende visscheryen, die men van oudts +mit eenen name ghenoemt heeft het vroon--als de Zyl, 't Zweylant, +de Norremeer, de Hemmeer, de Valckemeer, of 't Vennemeertgen, de +Spriet, de Kever, de Zeven, 't Hellegat, de Zassemeer, de Greveling, +de Aa, Huykersloot, de Cagermeer, de Astermeer, de Leydtschemeer, de +Haarlemmermeer, de Hellemeer, de Verremeer, de Stommeer, 't Griet, de +Brasemeer, de Oudeweteringhe, de Gooch, ende de Nieuweweteringhe.""-- + +»Hoe, in het vervolg van tijd, over die regten, over die bezitting, +is gedacht geworden, alsmede hoe onze voorvaders het bedijken en +droogmaken van het Meer beschouwden, is overtuigend te lezen uit eene +resolutie van de Groote Vroedschap der stad Leijden, van den 6den +October 1632 (bij van Mieris pag. 710), waarin deze woorden voorkomen: +»Hebben de H. H. Burgemeesteren van dese stadt Leijden, de Grote +Vroedschap derzelver stede voorgedragen dat--gemerkt de voorsz. Meeren +dese stadt in eigendom toebehooren, ende dat de bedijkinge van dien, +extreme groote schaden en interesten, jaa (dat Godt verhoede), den +geheelen ondergang van de voorsz. stadt soude konnen veroorsaaken, +of daarom niet goed en dienstig en ware in tijds vast te stellen, dat +voortaan op 't stuk van de bedijckinge der voorz. Meeren--van wegen +dese stadt niet en sal mogen werden gedelibereert nog geresolveert, +dan bij de voorsz. Vroedschappen, ende alle de leden van dien +tegenwoordig, of immers daartoe geconvoceerd zijnde: mitsgaders bij +eenparige stemmen van alle deselve, sonder dat overstemminge daarinne +plaatse sel mogen hebben." + +»Nu moet men niet zeggen, dat die Leijdenaren zich hieromtrent te +veel aanmatigden, en in deze resolutie, als getuigen in derzelver +eigene zaak, reprochabel zijn; want ook de regterlijke Autoriteiten +van dien ouden tijd erkenden en handhaafden de regten der stad op +'t vroon, zoo als weder te zien en te lezen is, door eene uitspraak +van commissarissen van den Hove van Holland, van Julij 1656, gegeven +tegen den Bailluw van Kennemerland, »welke meende geregtigd te zijn +het vischwant en de fuiken in de vroonwateren der stad Leijden, +met geweld te mogen weghalen. (Zie van Mieris pag. 713.)" + +»Ik vertrouw, dat U Ed. Mogenden, na de mededeeling dezer stukken, +mij toch zullen toestemmen, dat hier van iets meer, dan van verouderde +vooroordeelen quaestie is, en dat met zegel en brief kan bewezen +worden, dat zonder de stad Leijden hierin te kennen, naar regt en +billijkheid, niets behoort ondernomen te worden; ten zij wij weder +wilden terugkeeren tot die ongelukkige tijden, toen de dienaren van +Philips II, op de klagten onzer voorvaders over het schenden hunner +regten, geen beter antwoord wisten te geven, dan hun in derzelver +verbasterde taal toe te voegen: non curamus vestros privilegios." + +»Onze voorvaders, die reeds in 1617, daarna weder in 1632, over het +droogmaken der bedoelde plassen hoorden spreken, en deswege allerhande +plans zagen maken, overdachten deze zaak met ernst en bedaardheid, +en oordeelden haar van zoodanige veruitziende gevolgen, dat zij eene +resolutie namen, op den 14den November 1662, bij de Groote Vroedschap +der stad Leijden, »omme haar bij 't aankomen van ieder veertig (of +raadslid), na het doen van den eed in die qualiteit, voor te lezen +van namelijk niet te resolveren in het bedijken van de Leijdsche en +naast aangelegen meeren." (Zie van Mieris, pag. 714.)" + +»Ten slotte moet ik opmerken, dat de gestrengheid dezer resolutie +op den 13den Julij 1750 is opgeheven geworden, de leden der groote +Vroedschap van de gedane belofte toen zijn ontslagen, en wij sedert +dien tijd weder over het droogmaken van het Meer ons gevoelen te +Leijden vrijelijk mogen uiten." + +»Tot verdere toelichting, Ed. Mog. Heeren! dezer belangrijke +quaestie, moet ik hierbij voegen, dat even min als de bedoelde koop +kan betwijfeld worden, even min quaestieus is, wat in de bedoelde +regten aan de stad Haarlem, wat aan Leijden toebehoort.--Uit eene +overeenkomst toch, door de Regenten van beide deze steden op den 6den +November 1698 aangegeven, en almede bij van Mieris, pag. 715 en 716 te +vinden, blijkt, dat alleen aan de stad Haarlem de visscherij in het +Spieringermeer toekomt, terwijl het vroon van al de overige wateren +en plassen, het Haarlemmer- of Leijdsche-meer, geheel ten bate en +voordeele van Leijden kwam." + +"En is nu dit regt verloren gegaan, heeft men deze revenuen niet +geteld en ze soms laten varen?--In geenen deele, mijne Heeren!--De +stad Leijden is nog, tot op den huidigen dag, de belangrijke vruchten +van haren koop plukkende:--nog wordt de visscherij in de vroonwateren +door de stad Leijden gepacht, en brengt zij een bruto jaarlijksch +inkomen van f 2000 op;--tot op den huidigen dag staan, der stads regt +aanduidende, palen rondom de geheele uitgestrektheid van het Meer, +tot aan den ingang van het Nieuwe Meer toe, tot digt aan de poorten +van Amsterdam; nog tot op den huidigen dag is een lid van den Raad met +het Vroonheerschap te Leijden belast, en bestaat aldaar een speciaal +stedelijke opzigter over al de vroonwateren: en hetgeen mede opmerking +verdient, nog tot op den huidigen dag verleent de stad Leijden, tegen +betaling van zekere geldelijke retributiën, verlof tot het baggeren, +het uitdiepen dus van den grond zelven, in de vroonwateren der stad." + +»Ik moet vooronderstellen, dat deze facta, welke waarachtig zijn, +dat deze regten, op onloochenbare bewijzen steunende, aan de Hooge +Regering, hoe vreemd dit ook klinken moge, onbekend zijn geweest, en +zij vermeend heeft, dat dit groote water zonder vruchttrekkend eigenaar +was;--ware het anders mogelijk geweest, dat zij, onder de voordeelen, +welke gedurende de bewerking door het Meer zullen opgeleverd worden, +ook de verpachting der visscherij (zie no. 11 der beantwoording) +zoude opgenoemd hebben? Het zal toch moeijelijk zijn, weder tot de +verpachting eener visscherij over te gaan, waarvan de eigendom reeds +over meer dan twee eeuwen geleden door hare predecesseuren aan Leijden +is verkocht geworden, en welke visscherij reeds voor verscheidene +jaren door deze stad zelve is verpacht." + +»Ik trek uit dit alles deze conclusie, welke zeker niemand van +overdrijving zal kunnen beschuldigen:--dat men, alvorens tot de +bedoelde onderneming te besluiten, de laatstgenoemde stad in haar +belang had moeten hooren, en over de schadevergoeding, op welke zij +eventueel de gegrondste aanspraak maken kan, eenige opening had moeten +geven. Niets van dit alles is geschied;--men leze al onze stukken, +de meegedeelde memorie der Meer-commissie, nergens zal men eenige +vermelding van de bedoelde regten vinden, nergens eenig bewijs, +dat men hieraan gedacht heeft." + +»Evenmin als men de voorafgaande belangen der stad Leijden heeft +in acht genomen, evenmin heeft men het collegie van Dijkgraaf en +Hoogheemraden van Rhijnland opgeroepen tot het geven van zijn +advies, of verzocht zijne bedenkingen en raadgevingen in het +midden te brengen. Het is waar, dat twee Heeren ook Hoogheemraden +van Rhijnland zijnde, bij het besluit van den 7den Augustus 1837, +tot de commissie zijn geroepen;--doch het is tevens waar, dat die +commissie niet gemagtigd was met de belanghebbenden de quaestie over +het principe te onderzoeken, maar slechts geroepen, om een bepaald +eindontwerp dier droogmaking en eene begrooting van kosten op te +maken, terwijl het nog opmerking verdient, dat de Heer de Bruijn +Kops, een der twee Hoogheemraden, bij het besluit als Burgemeester +van Haarlem wordt aangeduid, en de Heer P. A. du Pui alleen met de +bijvoeging van Hoogheemraad van Rhijnland voorkomt, en, vreemd genoeg, +van het Bestuur, van de Regering van Leijden zelve, niemand bij de +commissie was geroepen.--Het mandaat, aan de Heeren leden gegeven, +was ook geheel personeel; het collegie van Dijkgraaf en Hoogheemraden +werd, volgens mijne berigten, met niets officiëel bekend gemaakt, +en het konde dus ook in geenen deele over de zaak zelve officiëel +met bedenkingen tusschen beiden komen." + +»Als wij nu echter nagaan, dat dit collegie meer dan zes eeuwen +lang het wijd uitgestrekte district van Rhijnland heeft beheerd, en +met zoo krachtige regten en privilegiën der oudste Heeren des Lands +is beschonken geworden, dat het maakt en verzorgt al de belangrijke +uitlozingen van deze vruchtbare landstreek,--dat het, onder zijn gebied +en surveillance, 268 watermolens, die alle op den boezem van deszelfs +district uitmalen, geplaatst ziet, waardoor van zijnen ingewikkelden +waterstaat, en het getal der polders op hetzelve uitlozende, te +oordeelen is; als wij nagaan, dat onder deszelfs bestier de sluizen +op halfweg Haarlem staan, welke men, volgens het gemaakte project, +met eene vierde opening wil vermeerderen en de reeds in den jare 1253 +aan hetzelve toevertrouwde sluizen op Sparendam, alwaar men ook eene +nieuwe bouwen wil, en eventueel, als het noodig bevonden wordt, een +stoomgemaal van 180 paardenkracht zal oprigten;--als wij bedenken, +dat onder deszelfs directie de sluizen van Katwijk behooren, waarvan +men den aan- en toevoer ook verbeteren wil;--als wij ons herinneren, +dat het de superintendentie over het geheele Meer voert, al de werken +ter beteugeling besteedt en bekostigt, en hieraan--om het cijfer, +door de Regering zelve opgegeven, te behouden--jaarlijks meer dan +f 30,000 te kosten legt,--dan mag ik zeker vragen, hoe men bij de +Regering heeft kunnen besluiten tot eene onderneming van dien omvang, +van dit gewigt, van zoo veel gevaar, zonder het genoemde collegie, +ik zal niet zeggen in deszelfs belang te hebben gehoord, want dat +belang is en kan niet anders zijn, dan dat van het algemeen, van de +grondeigenaars van Rhijnland, onder welke al de leden eene eerste +plaats bekleeden,--maar zonder met hetzelve alles bedaardelijk te +hebben gewikt en gewogen, zonder deszelfs voorlichting verzocht, +zonder deszelfs ondervinding geraadpleegd, zonder deszelfs bezwaren +te hebben uitgelokt? + +»Het klinkt schoon, Ed. Mog. Heeren! 16,600 bunderen water in +welige landsdouwen te herscheppen; het is aangenaam, zich, in den +drooggemaakten polder, fraaije bouwmanswoningen en vette landerijen en +dartelend vee voor te spiegelen, en niemand van Rhijnlands ingezetenen, +veel min het collegie van Rhijnland, zoude niet gaarne zeer veel +toebrengen om dit heerlijk tafereel te verwezenlijken en hunne +bundergelden, zoo door een groot accres van contribuerende deelgenooten +in deze gemeenschap, als door het wegvallen der onkosten, welke het +Meer jaarlijks veroorzaakt, aanzienlijk te zien verminderen. Doch die +verwezenlijking is, helaas! nog hoogst problematiek, en de vreeze, +dat deze onderneming, in stede van 16,600 bunderen water tot land +te brengen, de oorzaak zal zijn, dat meerdere duizende bunders goed +vruchtbaar land in het vervolg zullen bedorven worden, heeft ons +deze onderneming altijd, ik zeg niet met weerzin tegen de zaak zelve, +doch met schroomvalligheid doen beschouwen." + +»Tot verdediging van die schroomvalligheid hebben wij nu slechts het +rapport der staats-commissie zelve in handen te nemen, in hetwelk +wij met duidelijke woorden geschreven vinden, dat zij zelve niet +geheel gerust, niet zeker is »van den invloed, dien de droogmaking +van het Haarlemmermeer (dit zijn de eigene woorden van het rapport) +nog altoos op den stand van Rhijnlands boezemwater hebben zal, en de +noodzakelijkheid, die daaruit om tot het stichten van een stoomgemaal +van 180 paardenkracht te Sparendam over te gaan, mogt geboren worden, +hetwelk onder de bewerking eerst met volledige zekerheid zal kunnen +blijken."" + +»Let wel, Ed. Mog. Heeren! op deze woorden: onder de bewerking zal +eerst de invloed der droogmaking op den stand van Rhijnlands boezem met +volledige zekerheid kunnen blijken."--Maar dan zal het misschien veel +te laat zijn, dan zal de droogmaking begonnen, de geregelde waterloop +gestremd, de dijk gelegd zijn,--en wat zal er dan kunnen gebeuren, +indien die invloed eens zóódanig ware, dat geene stoomkracht van 180 +of meerder paarden het overtollige water tijdig genoeg, want hierop +komt het aan, zal kunnen aftappen?--Alsdan zullen de verst afgelegene +polders kunnen onderloopen, Rhijnlands algemeene waterstaat voor lang +bedorven zijn, en nieuwe poelen en meren de oude komen vervangen!" + +»Dit tijdig genoeg van het overtollige water verlost zijn, is het +voorname punt, waarop alles aankomt,--dat wordt door hen, die denken +alles met de stoomkracht te zullen kunnen dwingen, te veel over +het hoofd gezien: zij verliezen uit het oog, dat door de ringvaart +het water wel eindelijk in zee te Katwijk, of op Spaarndam of op +Halfweg kan uitgepompt worden, doch dat de weg, welken het water +nemen moet, te lang is, dat er te veel tijd verloren gaat, voordat de, +bij de droogmaking zoo zeer verminderde en versmalde toevoermiddelen, +het overtollige water bij de eindelijke uitlozing zullen aangebragt +hebben, en dat mitsdien die landerijen, welke in de verder afgelegene +hoeken van Rhijnland, achter den Rhijndijk en ten zuiden dier rivier +gelegen zijn, niet dan zóó laat in den zomer zullen droog geraken, +dat zij, geene voldoende vruchten kunnende opleveren, zullen moeten +verlaten worden." + +»Men schijnt hier geheel de lessen der praktijk, ons door het +Katwijksche kanaal en de aldaar gevestigde sluizen gegeven, te +vergeten: vier eeuwen lang sprak men over de weder-opening van den +mond des Rhijns bij Katwijk, tot verbetering, tot herstelling van +Rhijnlands waterstaat; de theorie sprak luid, en toonde, hoe alles met +die weder-opening zoude gered zijn: ten koste van millioenen schats, +waaronder Rhijnlands ingelanden lang zuchtten, werden die schoone +sluizen, de bewondering des vreemdelings, gesticht en het kanaal +gegraven,--en wat heeft nu de ondervinding geleerd? Dat de theorie +gefaald heeft; dat het nut, op verre na, niet zóódanig geweest is als +men gehoopt en gewacht had; dat zulke kanalen, waarbij in dit gedeelte +van ons laag gelegen land niet die voortstrooming kan plaats hebben, +welke het water snel doet uitloopen, maar zeer zwakke hulpmiddelen +zijn." + +Dáárin is vooral de bedenkelijkheid der onderneming gelegen, en het is +mij onmogelijk hier de openhartigheid niet te prijzen van den steller +van het rapport, die, door eene enkele periode, alle vroegere en +tegenwoordige bekommeringen over den invloed der onderneming volkomen +regtvaardigt. Ik hoop dan ook, dat die van onze geëerde medeleden, uit +de 5de sectie, die het bij het laatste proces-verbaal doen voorkomen, +alsof de Meer-commissie, »om Rhijnland te believen, de zaak voor +hetzelve smakelijk te maken en aan zijne vooroordeelen te gemoet te +komen, bepalingen in het plan had opgenomen, die afkeuring verdienen," +hieruit zullen ontwaren, dat men ook zonder met oude en belagchelijke +vooroordeelen behebt te zijn, veel zwarigheid in deze zaak vinden kan, +hoe weinig men ook genegen is hare wenschelijkheid te betwisten." + +»Ik noemde zoo even, met een woord, de Staten der provincie, alsmede +in deze, op eene onverklaarbare wijze, voorbij gezien, en beroep mij +op de art. 223 en 224 der grondwet, waarbij het toezigt over alle +indijkingen en droogmakingen aan de Staten der provinciën, binnen +welke zij gelegen zijn, verbleven is, om hieruit af te leiden, dat de +deliberatie over het al of niet ondernemen der droogmaking, welke toch +de basis der aanwijzing van de fondsen zijn moet, grondwettiger bij +de Staten der provincie dan bij de Staten-Generaal te huis behoorde." + +»Er ligt voor mijn gevoel iets stuitends in, om eens een ander +voorbeeld te kiezen, dat de Staten-Generaal zouden delibereren over de +al of niet droogmaking van het Sloter- of Tjeuke-Meer in Vriesland, +zonder dat de Staten dier provincie collegialiter van het plan en +de wijze van uitvoering eenige officiëele kennis zouden dragen: +het bevreemdde mij, nergens in de gewisselde en overgelegde stukken +eenig bewijs gevonden te hebben, dat de Staten van Holland over deze +onderneming zijn gekend geworden." + +»Bij dit alles, waarmede ik de geëerde aandacht van U Ed. Mogenden +reeds veel te lang heb bezig gehouden, zij het mij nog vergund, +met weinige woorden het denkbeeld te bestrijden, bij de antwoorden +der Regering, onder no. 12, aangegeven, alsof het nog eenigzins +twijfelachtig zoude zijn, waaronder de eventueel drooggemaakte polder +zoude behooren; men zegt namelijk, »dat dit later overeenkomstig de +bepalingen van de grondwet en de bestaande wettelijke verordeningen zal +kunnen worden uitgemaakt."--Dit kan en moet, dunkt mij, niet quaestieus +gesteld worden:--wanneer wij toch in dezelfde periode lezen, »dat de +uitlozing van den toekomstigen polder op den boezem van Rhijnland +zal plaats hebben," en wanneer wij, het oog op de kaart van het +hoogheemraadschap werpende, zien, dat de nieuwe polder geheel omgeven +zoude zijn van Rhijnlands werken, van Rhijnlands grondgebied, dan +gelooven wij, dat niet het interieure polderbeheer, het huishoudelijk +bestuur, maar die superintendentie, welke Rhijnland over al de polders, +in het hoogheemraadschap gelegen, uitoefent,--aan niemand beter en +geregelder dan aan dat collegie kan overgelaten worden.--Wat hier de +grondwet of andere bestaande wettelijke verordeningen anders leeren +kunnen, verklaar ik niet te begrijpen!" + +»Over het financiëel oogpunt, en de eventuëele voordeelen der +onderneming, zal ik in geene bijzonderheden treden. Ik wil alleen, +door mijn stilzwijgen, niet doen gelooven, dat ik de gevraagde som van +ruim 8 millioen voldoende acht; ik geloof integendeel, dat zij veel te +laag is genomen, en dat, om maar een enkel punt te kiezen, de enorme +dijk, welken men, ter afsluiting van het Spieringermeer, dwars door +het groote meer heen leggen wil, zóódanig kan tegenvallen, dat hierop +alleen misrekeningen voor tonnen schats kunnen plaats hebben.--Ik ben +overtuigd, dat wanneer men eens aan den gang zijn zal, het rubriek der +onvoorziene gebeurtenissen tot in het oneindige zal gechargeerd worden, +en merk hierbij op, dat bij het rapport zelf nog werken zijn opgenoemd, +als bijv. de duiker, welke tot inlating van water eventuëel in den +IJssel zoude gelegd worden, waarvoor geene kosten zijn uitgetrokken." + +»Ja maar," zegt men, »uit den verkoop van 16,600 overschoone bunders +land zullen al die extra-kosten, met de primitief uitgelegde 8 1/2 +millioen, gevonden worden. Leest slechts in de memorie van antwoord +der Regering, hoe »die dreigende waterplas, in vruchtbare velden +herschapen, door nijvere bewoners bevolkt, rijke producten zal +opleveren," en zijt dan overtuigd, dat de drooggemaakte bunders +het uitgeschoten kapitaal ruim zullen teruggeven.--Geloove dit die +wil, ik niet: ik kan het mij zelven niet wijs maken, wanneer ik de +geschiedenis naga van zoo vele droogmakerijen, als vroeger in ons +Gewest van Zuid-Holland ondernomen werden. Deze geschiedenis leert +ons, dat eerst bij de tweede en derde generatie van nijvere bewoners, +en nadat de eerste ondernemers zich bedorven en geruïneerd hebben, de +landen eenige waarde bekomen, en zij aanvankelijk zeer magere produkten +opleveren. Levendig herinner ik mij, uit de jaren toen ik als advokaat +te Leijden werkzaam was, hoe ik de nijvere pachters in de Nieuwkoopsche +droogmakerij voor de eigenaars der kavels heb moeten vervolgen, niet +ter verkrijging van eenigen billijken interest der betaalde gelden, +hieraan was niet te denken, maar tot bekoming van het noodige, om +de polderlasten aan te zuiveren; vele fiksche boerenwoningen heb ik +aldaar door eenen eigenaar zien stichten, bij wiens overlijden men, +tegen aanzuivering der achterstallige polderlasten en de kosten des +transports, woningen met de landerijen en al, bijna om niet konde +bekomen." + +»Nu waren al die vorige droogmakingen nog van beperkten omvang, in +vergelijking van die, welke bij het wetsontwerp wordt beoogd: vele +van deze werden door associatie van particulieren ondernomen, die +bij het bovenkomen der landen genoodzaakt waren dezelve in cultuur +te brengen:--maar hier, waar de Regering met 16,600 bunders dras +moerassig land, in kort opeenvolgenden termijn, zal voor den dag +komen, is het niet te gelooven, dat iedere bunder de waarde van f + 100--zal kunnen gelden, en het is eer te verzekeren, dat bijaldien +het Amortisatie-Syndicaat zóó lang zal moeten bestaan, totdat de +kapitalen, welke men hetzelve bij deze gelegenheid wil ontnemen, +uit de bedoelde onderneming zullen zijn terug gekeerd, de aanneming +van deze wet aan de bedoelde institutie tot een certificaat van het +ver uitgestrektste leven zal kunnen verstrekken [80]." + +»Over, enz." + +De vijfde spreker was de Heer Mr. Frets, welke zeide: + +»Over het uitdroogen van het Haarlemmermeer en over andere werken +spreek ik niet. Het wenschelijke van een en ander is in mijne oogen +groot: maar niet genoeg, om daarvoor het minder wenschelijke van den +geprojecteerden spoorweg ter zijde te stellen. Indien de Regering +had kunnen goed vinden om de onderwerpen te splitsen, had ik daarover +een afzonderlijk oordeel kunnen uitbrengen [81]." + +De Heer op den Hooff liet zich over dit onderwerp dus uit: + +»Over de droogmaking van het Haarlemmermeer zal ik niet spreken, ik +laat dat aan andere leden over. Een geacht spreker uit Leyden heeft +ons daarover veel gezegd, wat mij toeschijnt opmerking te verdienen." + +»Ik twijfel verder met een gedeelte der vijfde afdeeling, waartoe ik +de eer had te behooren, of, wanneer men daartoe mogt overgaan, de zaak +niet met inbegrip der Spieringmeer op eene betere en min kostbare +wijze zou kunnen worden uitgevoerd, dan nu is voorgesteld.--.--Ik +eindig, Ed. Mog. Heeren! met den opregten wensch, dat het tegenwoordig +ontwerp van wet,-- --weldra wederom geheel of gedeeltelijk, en wel +gesplitst, veranderd en gewijzigd, aan deze vergadering moge worden +aangeboden, en dat hetzelve alsdan de goedkeuring moge wegdragen,-- + -- --waardoor het belang van het Vaderland, naar mijne overtuiging, +zal worden bevorderd [82]." + +De Heer Sandberg zeide, »dat hij tegen het droogmaken van het +Haarlemmermeer enz. zou moeten stemmen, vermits de gelden uit de bij +de wet voorgestelde 30 millioen zouden moeten worden besteed [83]." + +De Heer Backer »betwistte de nuttigheid en het voordeel niet, +dat eenmaal de droogmaking van het Haarlemmermeer aan Holland zal +toebrengen, maar vond zwarigheden in de financiëele schikkingen, die +de Regering tot het volvoeren ook van deze onderneming voorstelt. Ook +had hij wel gewenscht, dat men het voornemen om het Meer droog te +maken, nog eenigen tijd had vertraagd, totdat over deze zaak meerder +licht zoude zijn verspreid; dat men met de opiniën der onderscheidene +belanghebbenden meer bekend zal zijn geworden, en de betrekkingen +tusschen den droog te malen polder en Rhijnland beter geregeld zouden +zijn [84]." + +De Heer van Reenen behandelde dit onderwerp uitvoerig en zeide +hoofdzakelijk: + +»Met blijmoedige dankbaarheid vernamen vele inwoners der polders, +welke sedert zoo vele jaren geteisterd zijn geworden door het dagelijks +toenemend geweld van het Haarlemmer-water, dat de beveiliging tegen +hetzelve een onderwerp uitmaakte van de zorg des Konings. Gedurende +ruim twintig jaren had ik het bestuur over een poldertje, dat op zich +zelf klein is, doch al de nadeelen gevoelt, welke de omliggende polders +van Sloten door het Haarlemmermeer-water lijden. Natuurlijk waren +dus de lotgevallen van die landstreek en de geweldige uitwerkingen, +welke het Haarlemmermeer, bij westelijke en zuid-westelijke winden, +op dezelve uitoefent, zoowel als de middelen om dien geduchten +vijand te weren, een punt bij mij van gedurig onderzoek. Ik zag, +dat de geschiedenis en de physieke aard der gronden zelve bewijzen, +hoe groot het gevaar is, dat van dien kant eene landstreek dreigt, +welke, tusschen het Meer en het IJ gelegen, boven de 18000 guldens in +de grondbelasting van het Rijk draagt; aan Rhijnlands bundergeld meer +dan 9600 guldens opbrengt; jaarlijks groote sommen tot polderlasten +moet dragen; en geene hulp van Rhijnland ontvangt in deszelfs +verdediging tegen het Haarlemmermeer. De verwoestingen, welke die +plas in de aan denzelven grenzende polders, zoowel in vroegeren tijd +als in de laatste jaren, en ook onlangs in 1837 heeft aangerigt, +zijn te wèl bekend, dan dat ik de oplettendheid van U Edel Mogenden +zoude behoeven te vermoeijen met eene beschrijving der rampen, die +dezelve, ten gevolge der jaarlijks toenemende kracht van dat water, +op verschillende tijden hebben geleden." + +»Groot was de hoop van die polders en van vele ingezetenen des lands, +die zoo dringend van de Hooge Regering hulp hadden afgesmeekt, toen +zij vernamen, dat de droogmaking van het Meer, welke zij als het +éénige middel tot het bewaren van een belangrijk gedeelte des Rijks +beschouwden, het onderwerp van een voorstel van wet uitmaakte." + +»Ook ik verheugde mij, dat zoo doende, nu, terwijl het nog tijd is, +een maatregel zoude worden genomen, die, indien dezelve vroeger +had plaats gevonden, kostelijke landen en dorpen zoude hebben +bewaard en het nutteloos verspillen van vele schatten zoude hebben +uitgewonnen: doch die ook nu nog ten minste het gevaar kan wegnemen, +dat, wel in een verwijderd, doch niettemin physiek zeker verschiet, +duizende bunders land, verscheidene dorpen, ja zelfs de hoofdstad +bedreigt: het gevaar namelijk, dat het Haarlemmermeer, vereenigd met +de Veenplassen en het IJ, eene zee zouden daarstellen ten Zuiden en +Westen der hoofdstad, weinig minder dreigende en gevaarlijk dan die, +welke ten Noordoosten dier stad is gelegen. Wat daarvan de gevolgen +zouden zijn, moge de geschiedenis van het ontstaan der Zuiderzee en +van het Haarlemmermeer beslissen." + +»Maar groot was mijne teleurstelling, toen ik, het ontwerp van +wet inziende, en de medegedeelde stukken omtrent de droogmaking +onderzoekende, bevond, dat die wet door mij niet kon worden aangenomen: +niet alleen uithoofde van de middelen, waaruit de kosten gevonden +zouden worden; maar ook om de wijze, waarop het droogmaken van dien +plas werd voorgesteld, daar deze het gevaar van die noordelijke +polders en van de hoofdstad niet alleen niet afweert, maar in zeker +opzigt vermeerdert, door het niet droogmaken van het Spieringmeer. Ik +zal thans niet treden in andere bedenkingen tegen het werk, zoo als +het voorgesteld wordt, noch aanwijzen, hoe de bezwaren kunnen worden +weggenomen; want de zaak, op welke het heden voornamelijk neder komt, +is het financiëele punt." + +»Gaarne had ik gezien, enz." + +»Indien ik mij overigens met de wet konde vereenigen, zoude ik den +spreker uit Leijden op zijne gemaakte bedenkingen in het breede +antwoorden. Ik ben zóó zeer overtuigd van zijn verlicht oordeel +en rondborstig karakter, dat ik geenszins twijfel, of hij zoude +toestemmen, dat de door hem gemaakte bedenkingen het droogmaken van +het Haarlemmermeer niet behooren tegen te houden, indien dit op goede +grondslagen ondernomen kan worden; eenige aanmerkingen moet ik evenwel +ook thans maken." + +»Uit oude stukken toont ons de spreker, dat aan Leijden het vroon +van vele meertjes in oude tijden door de souvereinen dezer landen +is geschonken en dat vervolgens titulo oneroso anderen door die stad +zijn verkregen. Maar welk regt is verkregen? Niet het eigendoms-regt, +maar de visscherij: dit blijkt uit de door dien spreker aangehaalde +oorkonden zelve [85]. Ook was het de gewoonte der Graven in dien tijd, +dit weten wij ook uit andere voorbeelden, niet om het eigendoms-regt +op die wateren aan iemand te schenken, maar om de visscherij aan +gemeenten, kerken of pieuse instellingen, ter verpachting, toe te +staan: zoo is ook in dien tijd de visscherij in het Sloterdijkermeer +aan de kerk te Sloterdijk geschonken: en evenwel heeft dit niet belet, +dat de Staten van Holland en West-Vriesland, op den 7den December 1641, +octrooi hebben verleend tot het droogmaken van dien polder. Deze +is dan ook sedert dien tijd in zeer vruchtbaar land veranderd, +doch thans weder, ten gevolge der stormen van 1836 en 1837, in een' +waterplas herschapen, met welks droogmaking men bezig is." + +»Maar hoe het ook zij: uit het regt, dat Leijden heeft op een +gedeelte van het Meer, volgt niet, dat het droogmaken van dien plas +ongeoorloofd zoude zijn; maar, dat het droogmaken niet behoort te +geschieden, zonder behoorlijke schadeloosstelling. Of zoude men, +om eene visscherij te behouden, welke 's jaarlijks, volgens den +spreker, twee duizend guldens opbrengt, geheele landstreken aan een +wis verderf moeten overgeven en eene stad als de hoofdstad des Rijks +in het grootste gevaar moeten brengen? En dit toch zal eenmaal het +geval zijn, indien het Haarlemmermeer niet wordt beteugeld. Zoo ooit +onteigening ten algemeenen nutte billijk en regtvaardig is, dan is +zij het in dit geval." + +»Het verdient hier opgemerkt te worden, dat vele van die meertjes, +welke de spreker heeft opgenoemd, niet op de kaarten, die in later tijd +gemaakt zijn, gevonden worden; waarschijnlijk heeft het inéénloopen +van sommigen derzelve het Leijdsche meer doen ontstaan, even zoo als +dit vroeger door welige landsdouwen van de meer noordelijk gelegen +meren afgescheiden, naderhand met dezelve in één is gesmolten, zoodat +het Leijdsche meer in vervolg van tijd ook met het Haarlemmermeer, +met het Oudemeer en het Spieringmeer vereenigd zijnde, meer en meer +tot het IJ is genaderd en thans dien geduchten plas uitmaakt, over +welken wij handelen." + +»Het is waar, hetgeen de spreker zegt, dat reeds zoo dikwerf de +klagten over het gevaarlijke van dat Meer zijn opgerezen, dat men +bijna twijfelen zoude, of dat gevaar wel zoo groot zij. Maar juist dat +herhalen dier klagten bewijst het gevaar; want dit bewijst, dat de +landerijen, welke in de golven zijn verzonken, niet in ééns en door +eene groote en onvoorziene omwenteling der natuur zijn vernietigd; +maar door de langzamerhand voortgaande uitbreiding dier wateren. Zoo +dikwerf als zware stormen in de waterkeeringen doorbraken en verlies +van land veroorzaakten, werden die klagten opgeheven. Wanneer de +wateren wederom geweken, de waterkeeringen óf hersteld óf met de +vóórliggende landen verdwenen waren en de eigenaars derzelve het +verlies, als door eene vis major veroorzaakt, hadden moeten dragen, +dan, ja, zwegen die klaagstemmen voor het oogenblik; maar nieuwe +rampen deden nieuwe klagten ontstaan, en nieuwe landeigenaars deden +op nieuw dezelfde klagten hooren; doch ook dán werden deze stemmen +wederom gesmoord. Intusschen bleef de vijand niet rusten, zijn geweld +vermeerderde met zijne uitbreiding: de dorpen Nieuwerkerk, Rijk en +Vijfhuizen verdwenen; de visscherij moge er bij gewonnen hebben; +maar het gevaar werd hoe langer hoe grooter. In de vorige eeuw was de +Akerweg nog tot waterkeering dienende tegen het Meer; het herstellen +der doorbraken in denzelven, en van de waterkeering, werd toen door de +landmeters van Rhijnland begroot op f 140,400 of f 188,660, naar mate +dat het werk meer of minder volkomen zoude zijn. Doch men heeft toen +tot andere min kostbare maatregelen de toevlugt genomen:--die Akerweg +is geheel vernield,--vóór- en achterliggende landen zijn verdwenen: +wij zien omtrent den Osdorper-weg, die veel meer noordelijk gelegen, +toen een binnenweg was, thans dezelfde zwarigheden ontstaan;--wij +zagen dien ook verschillende malen dóórbreken, en wij zagen het +Haarlemmermeer de landerijen en noordelijke polders tot aan de poorten +van Amsterdam en den Haarlemmerweg met groot geweld innemen." + +»Aan den Koning, aan de Staten van het gewest, aan Rhijnland is +hulp verzocht tegen het gevaar, waarin het land, tusschen het IJ +en het Haarlemmermeer gelegen, verkeert. De Koning, de Staten van +het gewest hebben zich hulpvaardig betoond: ook de onderhavige wet +is een bewijs van de gezindheid der Hooge Regering om te helpen; +maar de wijze, waarop het droogmaken van het Meer wordt voorgesteld, +is niet voldoende, om het gevaar te weren. Ook behoeft men hier geene +proefnemingen te doen, waar men zich met genoegzame zekerheid tegen +de kwade gevolgen, welke uit de onderneming voor Rhijnlands boezem +gevreesd worden, kan waarborgen. Het gevaar, dat men in het verkleinen +van dien boezem door het droogmaken van het Meer veronderstelt, moet +door andere middelen worden weggenomen, dan door het onaangeroerd +laten van het Spieringmeer; want om dit aan die bedoeling te doen +beantwoorden, zoude het voor de polders, die tegen den Haarlemmerweg +gelegen zijn, en voor den toekomstigen polder zelven, dubbel gevaarlijk +worden. Ik eindig dus met den wensch, dat, welke ook de gevolgen +van het tegenwoordig ontwerp van wet zijn, het Z. M. den Koning moge +behagen, dit punt in bijzondere overweging te nemen [86]". + +De tiende spreker was de Heer Druyvensteyn, welke aldus sprak: + +»Dat ik mij verpligt vinde mijne stem aan het voorgedragen wetsontwerp, +tot uitgifte van losrenten ten laste van de overzeesche bezittingen, +tot het doen van voorschotten voor openbare werken te ontzeggen, +is niet om mij daardoor te verklaren tegen het aanleggen van +spoorwegen, veel minder om mij te verzetten tegen het droogmaken van +het Haarlemmermeer, en zelfs niet om aan de Regering de gelegenheid +te ontnemen, door bijdragen, verschillende werken van algemeen nut +en belang te helpen verbeteren, maar, al in de eerste plaats, omdat +ik het oogenblik, waarin wij zijn, voor dergelijke belangrijke werken +niet gelukkig gekozen vind, en een verwijl, al ware het dan ook maar +van korten duur, wenschelijk en voorzigtig beschouw, en ten andere, +maar ook bepaaldelijk, omdat ik mij met het aangewezen fonds niet +kan vereenigen." + +»Of een spoorweg in ons land enz." + +»Wat de droogmaking van het Haarlemmermeer betreft, hoe vele ontwerpen +zijn daartoe niet reeds gemaakt, met Leeghwater en welligt reeds +vroegere te beginnen; hoe vele wenschen zijn daartoe gedaan; hoe +dikwerf is het noodzakelijke aangetoond, en hoe is dit Meer, onder +het maken van al die plannen en berekeningen, uitgebreid, in werking +en kracht toegenomen, en hoe zal hetzelve eindelijk bij zoodanigen +voortgang gevaarlijk worden en eene droogmaking gebiedend vorderen?" + +»Ik ben zeer voor het droogmaken van het Haarlemmermeer, en behalve +het hiervoren gezegde, vereenig ik mij met de woorden der Regering +in de eerste antwoorden op dit onderwerp gegeven, dat de keus niet +twijfelachtig kan zijn, dezen uitgestrekten en dreigenden waterplas +in vruchtbare velden herschapen te zien; maar ik verschil van opinie +omtrent de wijze van uitvoering: ik wenschte de onderneming aan +partikulieren toebetrouwd te zien en, om daarbij eens in den geest +van het onderwerp in eenen landelijken zin te spreken, bezig ik het +spreekwoord: wien de koe behoort vat ze bij de hoornen. Bij eene +eigen onderneming wordt die spreuk met ernst voor oogen gehouden, +en de bewustheid van voor het groote kantoor te werken leidt niet +tot nuttelooze kosten." + +»In Noordholland zijn in vroegere eeuwen veertig, en welligt meer, +zoo groote als kleine waterplassen, door particuliere ondernemingen +in land herschapen, en mogen wij hierin den ondernemenden geest onzer +voorvaderen opmerken, het tegenwoordig geslacht mag er ook op roemen, +dat de moed voor groote zaken nog niet is verloren, en het droogmaken +van het Haarlemmermeer nog geen onderwerp is om tegen op te zien; +maar door ondervinding wijs geworden, kan zoodanige onderneming niet +onvoorwaardelijk plaats vinden: bijna alle droogmakingen, ten minste in +Noord-Holland, hebben, zelfs bij de geringere arbeidsloonen en bij zeer +lage prijzen der levensmiddelen, óf eene ongunstige óf hoogstens eene +zeer matige uitkomst opgeleverd, en bij eene vrij zeker schadelijke +uitkomst, zoo als bij de droogmaking van het Haarlemmermeer toch +wel het geval zal wezen, zoude de onderneming door particulieren, +zonder gunstige conditiën, eene dwaasheid zijn." + +»Maar de Regering kan hierin te gemoet komen: laat dezelve voor deze +droogmaking, ook met inbegrip van het Spieringmeer, dat, zoo ik mij +niet vergis, ook het idee der commissie is, eene billijke bijdrage +aanbieden, vrijdommen verleenen en al wat tot deze zaak wenschelijk +kan zijn, gemakkelijk maken, en daartegen bepalingen vasthouden, +die van de zijde der Regering niet verloren mogen gaan." + +»Zoo zal bij voorbeeld Rhijnland in deszelfs bestuur en regten +bescherming behoeven, het zal van belangrijke bezwaren ontheven, +maar ook met andere moeten belast worden; voor de ontlasting +van het boezemwater, dat zich op een' veel kleineren omtrek zal +beperkt vinden, zal met naauwgezetten ernst moeten gezorgd worden; +de landerijen, die aan dezen verkleinden waterboezem zullen grenzen, +en na de bedijking van het Meer als oude landen zullen voorkomen, +zullen welligt tegemoetkoming behoeven voor het aanleggen, verhoogen +of verzwaren hunner waterkeerende dijken; de plaatsing der watermolens +en stoommachines, de verbetering en vermeerdering van sluizen, zal +niet naar willekeur moeten geschieden; het getal der beide eerste +zal aanvankelijk onzeker, maar nader in verband met de blijkbare +behoefte worden vastgesteld, en meer dergelijke zaken, als door de +ondervinding zullen aangewezen worden, noodzakelijk te zijn." + +»Onder het voorbehoud van alle zoodanige bepalingen aan de zijde der +Regering, zal het Haarlemmermeer worden drooggemaakt, zonder andere +belangen te kort te doen of te benadeelen, en hoe hoog de bijdrage +der Regering ook moge worden bepaald, ze zal niet onzeker en altoos +minder zijn, dan de kosten eener eigene onderneming; de regten van +Rhijnland zullen bewaard, de belangen der omgelegen landen zullen +beschermd worden, een gevaarlijke plas zal niet meer bestaan, en aan +het algemeen belang wordt eene hoogstwenschelijke en nuttige bijdrage +gebragt.--Ik herzegge, aan het algemeen belang, want de provincie +mag er door verbeteren, en van de mogelijkheid eener gedeeltelijke +overstrooming bevrijd worden, maar 's Rijks kas alleen zal éénmaal, al +moge zulks nog verre verwijderd zijn, de vruchten van het drooggemaakte +Meer plukken." + +»Wat eindelijk het laatste gedeelte der wet betreft, enz. [87]." + +Hierop volgde de Heer de Bordes, welke zeide: + +»Wat het droogmaken van het Haarlemmermeer betreft, ben ik overtuigd +van al het heilzame van hetzelve, en ik erken tevens, dat dit gedeelte +van het ontwerp van wet zich om zeer vele redenen, uitgedrukt in de +memorie van toelichting van het Gouvernement, aanbeveelt." + +"Het betoog van het geëerd lid uit Leijden voor het uitsluitend +regt van de genoemde stad op het Haarlemmermeer, hetzij dan op den +grond van hetzelve, hetzij op de visscherij in dien waterplas, uit +oude stukken ontwikkeld, is mij zeer belangrijk en wetenswaardig +voorgekomen;--maar wanneer ik ook bij nader onderzoek dier stukken +eene nog meer volledige overtuiging van dat regt mogt verkrijgen, +zoude het voor mij geene genoegzame beweegredenen opleveren, omdat naar +mijn inzien het regt der stad Leijden dan gelijk zoude staan met alle +andere particuliere eigendommen, die tot bevordering van algemeen nut, +behoudens eene billijke schadevergoeding, onteigend kunnen worden." + +»Doch, hoezeer ik dan aan de eene zijde overtuigd ben van het +nuttige der zaak, gevoel ik aan den anderen kant de billijkheid, +dat een werk van zoo veel nut voor deze provincie, en waarbij het +Hoogheemraadschap van Rhijnland ook zoo zeer betrokken is, niet +uitsluitend worde daargesteld ten, koste van de algemeene schatkist." + +»Het is wel waar, de voordeelen, welke uit die droogmaking zullen +voortvloeijen, zijn niet alleen eigen aan de provincie Holland, +maar ook de algemeene Staat heeft er belang bij, om die gevaarlijke +binnenlandsche zee uit het midden van den vaderlandschen grond te +doen verdwijnen; doch dat belang is toch meer bijzonder dat van het +gewest, waarin die waterplas zich bevindt, en vooral ook dat van het +Hoogheemraadschap, hetwelk daardoor zal bevrijd worden van de groote +kosten, die de beveiliging van de oevers van het Haarlemmermeer +jaarlijks vordert." + +»Ik zoude derhalve met velen mijner medeleden instemmen, dat wel de +Rijks schatkist zich met een aanzienlijk gedeelte van de vereischte +kosten bezwaren kan, maar meen tevens, en wel vooral ook, omdat +de toestand van 's lands kas zoo veel uitsparing vereischt, dat de +mede-geïnteresseerden in die kosten moeten deelen." + +»En daar ik dit in de concept-wet niet aangetroffen heb, en vooral +ook, daar ik voor de algeheelheid der kosten hetzelfde fonds vind +aangewezen, hetwelk ik voor den ijzeren spoorweg moet afkeuren, +heb ik ook gemeend aan dit aangelegen werk, hoe wenschelijk op zich +zelf, mijne stem niet te kunnen geven;--moetende ik daarbij aan de +beoordeeling van meerkundigen overlaten, in hoe verre de geprojecteerde +uitvoering van het ontwerp aan gegronde bedenkingen, of aan die, +welke wij in deze zitting hebben hooren aanvoeren, onderhevig is, +en of de raming der kosten als voldoende kan worden geacht." + +»De wijze van voorziening in de vereischte kosten belet mij ook te +stemmen voor de werken van verschillenden aard, en ik oordeel tevens +met de afdeeling, tot welke ik behoord heb, dat die werken in de +wet zelve hadden behooren uitgedrukt te worden, en dat ten aanzien +der kosten, voor ieder derzelve vereischt, eene afzonderlijke opgave +van hetgeen de algemeene lands-kas daarin zoude behooren te dragen, +in de wet had behooren gevoegd te worden." + +»Eene geregelde toestemming der Staten-Generaal in deze buitengewone +credieten scheen mij zulks te vorderen." + +»Het alles te zamen trekkende, is het dus niet, omdat ik het nuttige +der voordragt niet gevoel, maar om den vorm, waarin hetzelve is +voorgesteld, en vooral om de wijze van voorziening in de benoodigde +kosten, dat ik mij gedrongen zie Zijne Majesteit eerbiedig te verzoeken +deze wet in nadere overweging, te nemen [88]." + +De Heer van Hoorn van Burgh »achtte de droogmaking van het +Haarlemmermeer hoogst wenschelijk en heilzaam, en wees bij het betoog +hiervan vooral ook op de polders van Woubrugge en anderen, die nog +onder de gevolgen zuchtten der stormen van November en December 1836, +en de daardoor veroorzaakte overstroomingen van het Haarlemmermeer. De +vermenging echter van twee ongelijksoortige onderwerpen en het +onraadzame der voorgedragen financiëele maatregelen, deden hem tegen +de wet stemmen [89]." + +De Heer Repelaer zeide: »Wat het droogmaken van het Haarlemmermeer +aangaat, hoe wenschelijk die zaak op zich zelve ook beschouwd moge +worden, en in de gevolgen van belang voor het Rijk moge zijn, zoo +doet zich echter alhier de vraag op, of het raadzaam is, zoodanige +onderneming juist in de tegenwoordige omstandigheden te beginnen: +indien er toch geen periculum in mora bestaat, zoude men dan die +bewerking niet tot geschikter gelegenheid kunnen uitstellen? zijn er +zoodanige dringende redenen aanwezig, welke de droogmaking van dat +Meer zonder uitstel en gebiedend vorderen; waarom dan dezelve, het zij +met eerbied gezegd, aan deze vergadering niet kenbaar gemaakt? Mogten +er echter geene zoodanige overwegende redenen bestaan, ware het dan +niet beter een gunstiger tijdstip daartoe uit te kiezen [90]?" + +De veertiende spreker was de Heer Hooft, welke dus sprak: + +»Ik was voornemens, om een uitgebreid advijs uit te brengen over de +onderhavige wet; maar toegevende aan het verlangen van vele leden en +in aanmerking nemende de lang gerekte aandacht van U Edel Mogenden, +waarvan ik geen misbruik wil maken, zoo zal ik, daar vele van mijne +bedenkingen reeds door andere leden zijn opgenomen, verder van het +woord afziende, mij alleen bepalen tot één punt, waartoe ik mij +verpligt gevoel. Daar het U Ed. Mogenden bekend is uit de stukken, +welke wegens het Haarlemmermeer zijn medegedeeld, dat ik behoord +heb tot de commissie, welke daarover rapport heeft uitgebragt, +en als strijdig met de bemoeienissen dier commissie, voor dezelve, +maar vooral voor de Regering, welke die commissie heeft benoemd, +eenigzins grievend is voorgedragen, namelijk alsof het Bestuur van +Rhijnland ten deze niet ware gekend; iets dat niet alleen in de +afdeelingen, maar ook bij de beraadslaging van heden, en wijders +in een adres aan deze Kamer gerigt en in de dagbladen opgenomen en +publiek geworden, is beweerd: hierover nu moet ik U Ed. Mogenden +zeggen, dat op gevraagde voordragt van Rhijnland door Z. M. de Heer +du Pui, Secretaris van de stad Leijden, in die commissie is benoemd +geworden, even als de Heer de Bruyn Kops, Burgemeester van Haarlem, +welke ook is lid van het Bestuur van Rhijnland, zoodat twee leden van +dat Bestuur in de commissie zitting hadden; dat die Heeren, even als +ik voor Amsterdam daarin zitting hebbende, met ruggespraak met onze +committenten hebben gehandeld, zoodat die Heeren den Heer opzigter van +Rhijnland, Hanegraaff, in onze deliberatiën en ter visie der stukken +hebben medegevoerd, zoowel als ik een' deskundige uit de hoofdstad; +dat al de bezwaren van Rhijnland tegen het ontwerp der droogmaking zijn +overwogen en geweken, voor het namens dat Bestuur aan onze commissie +ingeleverd en door dezelve in deszelfs geheel overgenomen plan met +teekening en raming van kosten voorzien, (thans nog ter inzage op de +griffie van deze Kamer liggende), van de geprojecteerde verbeterde +uitwatering te Katwijk; en dat wijders het bij onze commissie ook +door mij sterk aangedrongen voornemen om de droogmaking van het +Spieringmeer aan te raden, is opgegeven, alleen toen wij de zekerheid +meenden te hebben, dat bovengemelde medewerking van Rhijnland getuigde +van de goede gezindheid ten deze van dat Bestuur, en hetzelve daardoor +genoegzamen waterboezem erkende te hebben." + +»Na al dat aangevoerde, laat ik het beoordeelen, of Rhijnland al dan +niet gehoord is, over aan de natie. Ik heb gezegd [91]." + +In de Nederlandsche Staats-Courant van den 21 April 1838, No. 95, +heeft de Heer Hooft dan ook de redevoering, welke hij had vermeend +in de Kamer uit te spreken, doen drukken; ik neem uit dezelve hier +over hetgeen tot het Haarlemmermeer betrekking heeft en aldus luidt: + +»Heb ik iets gezegd over de ijzerbaan, althans zullen U Edel +Mogenden dit van mij verwachten van het Haarlemmermeer, eene zaak, +die ik daarentegen gaarne derzelver beslag zag verwerven, door deze +hoogst gevaarlijke en al meer en meer toenemende vernielingskracht +uitoefenende binnenlandsche zee te zien droog gemaakt en herschapen in +eene welige vlakte, waartoe de wensch van allen, die de zaak kennen, +zich zoo ernstig uitstrekt; en ook daaronder mag ik mij rangschikken, +zoowel als grondeigenaar, alsook als belastingschuldige van Rhijnland, +en vermeen dus mijne stem in die betrekking, met mijne mede-slagtoffers +van de woelingen van dat Meer, zoowel voor de droogmaking te mogen +verheffen, als andere bunderpligtigen aan Rhijnland, die tot dus verre +gespaard zijn, er tegen willen spreken. Maar, Ed. Mog. Heeren! wat +zal ik al veel bijvoegen bij hetgeen staat in het u bekend rapport +der commissie van onderzoek deswege, waar ik de eer gehad heb +van mijne teekening onder te stellen, en dat het noodzakelijke, +het uitvoerlijke, en, in één woord, het aannemelijke daarvan vrij +overtuigend moet bewijzen." + +»Ik beken, dat ik gaarne gezien had, dat deze onderneming zich ook had +kunnen uitstrekken over het zoogenaamde Spieringmeer; maar toegevende +in dezen aan de zwarigheden, die zich in de uitvoering opdeden bij +een zeer gewigtig waterbestuur in die streken, welks medewerking veel +waard was en waarvan de tegenwerking niet verkieslijk was, zoo heb +ik dat stuk geteekend in de volle verzekering, dat het Bestuur van +Rhijnland, waarvan twee leden het rapport mede geteekend hebben, en +na gehoudene ruggespraak met hunne medebestuurders, aan die commissie +hoogst belangrijke hulpmiddelen hebben gesuppediteerd en door deze +zijn overgenomen;--ik beroep mij, om niets meer of anders te noemen, +op het project met teekening en raming van de uitbreiding van het +Katwijksche kanaal, ter griffie dezer Kamer in natura aanwezig en +door Rhijnlands Bestuur opgemaakt, aan de commissie overgegeven: +is dit hooren van dat Bestuur, of is het dit niet? (Ik vraag dit +tot wederlegging van het ongegronde van den kreet, alsof dat Bestuur +onkundig van de zaak was).--Zoo heb ik, zeg ik, dat stuk geteekend, +al wordt de droogmaking niet zoo volledig als ik die wenschte: andere +leden dier commissie met mij het wenschelijke van het droogmaken van +het Spieringmeer opgegeven hebbende, alleen omdat wij op Rhijnlands +medewerking staat maakten. Maar ik zie, dat ik uit ijver voor de +zaak te verre ga, en mij inlaat in eene aanprijzing van dezelve, +die minder het onderwerp onzer beoordeeling moet zijn: de vraag, +of er gelden uit de schatkist voor moeten gegeven worden, is alleen +van onze competentie, en ja antwoord ik daarop." + +»Het is geen werk voor nageburen of omliggende grondbezitters, +deze zijn reeds óverbelast in al de Rijks lasten: dit is één- en +andermaal bewezen, toen wij over de grondlasten beraadslaagden; +deze zijn bovendien nog zóódanig gedrukt door molen-, polder- +en andere ongelden, dat abandonneren van hunne bezittingen eerder +het voornemen zoude zijn, dan nieuwe lasten te dragen; met grond +dus mag men 's Rijks hulp in dezen zoo goed vragen en verwachten, +als wij jaarlijks andere provinciën, zoo als Zeeland en Overijssel, +in verhouding tot de overige, overwigtige aandeelen zien trekken bij +de begrooting in de waterwerken van het geheel; en let men er dan op, +aan wie de eindelijke voordeelen van de opbrengsten der drooggemaakte +gronden zullen baten, is het dan niet in de Rijks cassa, dat verre het +meerendeel van al de directe en indirecte belastingen, die door de zich +aldaar te vestigen bevolking zullen opgebragt worden, zullen vloeijen?" + +»Eene zwarigheid nog moet ik opnemen, die noch bij de commissie +bovengemeld, waar de bezwaren der stad Leijden door de welwillendheid +van Z. M. zijn ingezonden geweest, noch in de aanmerkingen der +afdeelingen is geopperd, maar nu voor het eerst in de beraadslaging +is opgekomen tegen de droogmaking van het Haarlemmermeer, en deze +is: dat dit Meer een eigendom dier stad zoude zijn, en die stad niet +gehoord zoude zijn in dezen." + +»Het is waar, er was in die commissie geen lid van de Regering dier +stad, hoezeer de Secretaris van dezelve als lid van Rhijnland daarin +zitting had. Het punt van eigendom is niet geopperd, zeide ik; +doch was dat opgegeven, wel nu, het antwoord zoude zijn geweest, +als men dan dien eigendom bewees: Gij, eigenaar! zorg dan, dat uw +eigendom niet schade aan derden. En hoe hoog dit nu opgevijzeld is, +even sterk zoude die stad dit eigendoms-regt zoeken af te schuiven, +wanneer al de gelden, die het Rijk, Rhijnlands bunderpligtigen en +alle zij, die schade door de Meer-wateren geleden hebben of lijden, +moeten dragen, betaald zijn, op die stad eens verhaald wierden. Ik +geloof dus weinig aan dat bezwaar te mogen hechten, en juiche toe, dat +wij eene grondwet hebben, die in art. 215 het toezigt over die werken +aan den Koning opdraagt, om die eigenaren, die door veronachtzaming +van het onderhoud van hunnen eigendom anderen schaden, op den regten +weg te brengen. Wat het hooren betreft, kan ik hier nog bijvoegen, dat +de commissie, alléén op de vraag dier stad, een' duiker ter inlating +van water van den IJssel heeft voorgedragen, en daartoe is besloten, +al zijn de kosten niet in de raming opgenomen. En waarom niet? omdat +die stad niet, even als Rhijnland voor de verbetering van het ja thans +niet voldoende, maar nu verbeterd zullende worden Katwijks kanaal, +eene begrooting en raming van kosten heeft opgegeven." + +»Er is in de afdeelingen ook gesproken van den wederstand, welken die +droogmaking ondervindt bij twee adressen aan deze Kamer ingezonden. Wat +betreft het eene van den Heer van Pallandt, dit is eigenlijk niet +tegen de droogmaking zelve, maar tegen de wijze hoe, en behoort dus +geheel bij de administrative en niet bij de wetgevende magt; deze Kamer +kan toch wel niet beslissen, of er een stoomwerktuig te Sparendam al +dan niet moet komen. Het andere van eenige grondeigenaars, waaronder +een lid van Rhijnlands Bestuur, een Bestuur dat, hoe groot in magt +en hoe groot in dezen ook opgevijzeld, inderdaad dan toch maar is +een Polderbestuur in het groot, alleen in de middelen van uitvoering +werkzaam door omslag en poldergelden door de grondbezitters opgebragt: +ik zeg dit om te doen gevoelen, dat al die grondbezitters met ernst +moeten wenschen, dat die al klimmende omslagen mogen verminderen, +en dat vooruitzigt is er nu, dat er een breidel zal gelegd worden +aan de verwoestingen van dien waterplas. Elk hunner te hooren was +onmogelijk, hun aller vertegenwoordigers zijn gehoord, heb ik gezegd +en herhaal ik; dus zal dat adres dan ook wel van geen overwigtig +belang te beschouwen zijn." + +»Stond deze zaak nu eindelijk op zich zelve, met ernst en ijver +zoude ik de wet voor aannemelijk verklaren; maar, helaas! al te veel +bezwaren ontmoet ik om over te stappen, om er dit ééne deel van te +verkrijgen. Want behalve het reeds vroeger door mij gezegde over andere +bezwaren, zoo is er nog een hoofdargument tegen, en dat is wel het +voornaamste; (want over die kleine wegen en andere werken zal ik nu +kortheidshalve maar niet spreken:) ik bedoel het financiëel gedeelte +zelf en niet zoo zeer de grootte der sommen, die benoodigd verklaard +worden; want geene sommen zijn te groot, als de vruchten daarvan zoo +blijkbaar zijn te verwachten, dat alle twijfel over dezelve wegvalt; +maar over het bezigen hiertoe van gelden, die moeten voortspruiten +uit fondsen, aan welke eene vaste bestemming is gegeven en niet dan +onzeker terug zullen zijn gekomen, dán en wanneer die benoodigd zullen +zijn. Dit onderwerp nu nader te ontwikkelen zoude ik met welgevallen +doen; maar in de processen-verbaal der afdeelingen en door vorige +sprekers is hetzelve reeds zóó uiteen gezet, dat ik mij daarvan als +nu vermeen te mogen onthouden, te meer, daar ik U Edel Mogendens +aandacht welligt reeds te lang heb bezig gehouden." + +»Ik moet tot mijn leedwezen derhalve Z. M. verzoeken, de wet in nadere +overweging te nemen, enz." + +Eindelijk verdedigde Z. E. de Minister van Financiën Jr. Beelaerts van +Blokland, die tevens Lid der Kamer is, de wet, en zeide met betrekking +tot het Haarlemmermeer: + +»Een ander gewigtig doel van het in beraadslaging zijnde wets-ontwerp +is het droogmaken van de Haarlemmermeer. Deze groote waterplas, +die reeds in vroeger jaren, ja, ik mag wel zeggen in vroeger eeuwen +(want reeds ten tijde van Prins Maurits werd de noodzakelijkheid +ingezien), zoo veel stof tot bezorgdheid heeft opgewekt, is hoe +langer hoe dreigender geworden, en de stormen in 1836 en het begin +van 1837 hebben het gevaar al meer en meer aanschouwelijk gemaakt. De +Regering, aan haren pligt tot 's Lands behoud getrouw, heeft dan deze +gewigtige zaak tot een onderwerp van gezet en naauwkeurig onderzoek +gemaakt, waarvan het ontwerp, aan U Ed. Mog. bekend, de uitkomst is; +alle belangen zijn daarbij in het oog gehouden en zoo veel mogelijk +vereenigd. Dit is het voordeel van een Bestuur op éénheid gegrond, +dat tegenstrijdige, plaatselijke of bijzondere belangen, die in onze +vorige staatsgesteltenis zoo dikwijls algemeen nuttige inrigtingen +tegenhielden of dwarsboomden, aan het algemeen belang ondergeschikt +kunnen worden, of liever, zonder schending van bijzondere regten zich +in het algemeen belang en in het algemeen welzijn oplossen. Dezelfde +redenen, die ten aanzien der ijzeren spoorwegen mij wederhielden +in vele bijzonderheden te treden, wederhouden mij ook daarvan met +betrekking tot dit groote werk, welks nut en noodzakelijkheid door +kundige en bevoegde beoordeelaars algemeen is erkend: zoodra de +commissie, met die taak belast, dezelve had afgewerkt, heeft de +Regering niet gedraald in hare poging tot verwezenlijking eener +zaak, die voor het geheele Rijk van het grootste belang is, omdat +zij een groot gevaar zal afwenden, omtrent 17,000 bunderen lands +aan het water zal ontwoekeren, en den algemeenen lands rijkdom zal +vermeerderen. Maar is die noodzakelijkheid dan thans zoo dringend? Ik +antwoord zonder aarzeling, ja: die noodzakelijkheid was reeds lang +dringend, en wordt het dagelijks meer; vroeger konde de zaak niet +worden bij de hand genomen, omdat het onderzoek moest voorafgaan; +tot langer uitstel is geene reden, want dezelfde vraag, of het nu +zoo dringend noodig is, kan even goed in een volgend, in een tweede, +in een derde jaar, enz. gedaan worden, en zoude een uitstel tot een' +onbepaalden tijd kunnen worden gerekt, tot het welligt te laat zoude +zijn, en de verwezenlijking moeijelijker en kostbaarder zoude worden: +gelijk één laatste druppel waters eindelijk den emmer doet overloopen, +die lang vermeerdering bij stralen heeft verdragen, zoo kan één +noodlottig oogenblik, door niemand te berekenen, onherstelbare rampen +veroorzaken. Om deze of gene beschouwingen van ondergeschikt belang, +behoort het aanvangen der zaak niet te worden uitgesteld, die kunnen +in den voortgang der uitvoering worden in aanmerking genomen, en naar +bevind van zaken daaromtrent worden te werk gegaan; want men zal toch +de Regering niet zoo gedachteloos vooronderstellen, van niet op alle +belangen, die ten dezen in aanmerking kunnen en moeten komen, te hebben +gelet of te zullen blijven letten. Dat handelen naar bevind van zaken, +gedurende het werk, verdient daarom niet met den naam eener gevaarlijke +proefneming te worden bestempeld, zoo als in een der requesten is +geschied; want wel verre, dat men de zaak aan proefnemingen zoude +willen blootstellen, heeft men bij eene mogelijke gebeurtenis het +hulpmiddel nevens de kwaal aangewezen. Dat ondertusschen dit gewigtig +werk betere uitkomsten, in korteren tijd en met mindere kosten, dan wel +vroeger was berekend, belooft, zal niemand behoeven te verwonderen, +die de kracht van den stoom in aanmerking neemt: eene beweegkracht, +welke onze voorouders niet gekend hebben, maar almede van den voortgang +in beoefenende wetenschappelijke kennis getuigt, en zoo veel toebrengt +tot de vervulling van tallooze behoeften en genietingen des levens." + +»Maar heeft de Regering, met gemeen overleg der Staten-Generaal, wel +het regt tot deze droogmaking? Deze bedenking, door een' geacht spreker +in het midden gebragt, is zeker van gewigt, en verdient dus eene +bijzondere beantwoording: aan de stad Leijden zoude de eigendom der +Haarlemmermeer toebehooren; zij had dien titulo oneroso verkregen, en +kon derhalve, zonder hare toestemming, daarvan niet worden ontzet; zij +was ondertusschen in hare belangen niet gehoord, evenmin als Haarlem +en het Hoogheemraadschap van Rhijnland. Ik antwoord daarop: 1º. dat +het niet juist is te zeggen, dat die steden en het Hoogheemraadschap +niet zouden gehoord, of niet in de gelegenheid gesteld zijn geweest, +derzelver belangen te doen gelden; het collegie van Rhijnland is +geraadpleegd over het benoemen van twee leden uit deszelfs midden in +de commissie om dit werk te onderzoeken en daaromtrent te advijzeren; +de Heeren de Bruijn Kops en du Pui zijn daarop gedesigneerd en benoemd, +omdat de eerste was Burgemeester van Haarlem, de tweede Secretaris +van Leyden, en dus, zoo in die hoedanigheid, als in betrekking van +Hoogheemraden, in staat waren, de belangen dier steden en van Rhijnland +te doen gelden, gelijk die ook in aanmerking zijn genomen. 2º. Wat +den eigendom van Leyden betreft, wilde ik wel eens weten, of die stad +voor de Haarlemmermeer zich in de grondbelasting heeft aangegeven, +gelijk zij verpligt zoude zijn indien zij eigenaresse was van dien +waterplas, want water is zoowel in het kadaster begrepen als land; +maar te regt is zij in de grondbelasting niet aangeslagen, omdat zij +geen' eigendom van de Meer heeft. 3º. Al wat uit de voorgelezene oude +oorkonden blijkt, is, dat zij indertijd gekocht heeft het vroon, dat +is de visscherij in een groot gedeelte van de Meer: wat kan daaruit +op zijn hoogst volgen? Dat zij het regt op die visscherij behoudt, +zoo lang de Meer water blijft. Zij is van dezelfde conditie als ieder +ander visscher, arm of rijk; maar de droogmaking dáárom tegen te +houden, daartoe bestaat geen regt; indien hier een eigendom bestaat, +dan staat daartegen over het regt van onteigening ten algemeenen nutte, +en de uitoefening van dat regt, volgens de nog bestaande wet van 1810, +kan niet verhinderd worden, maar eene vraag van schadeloosstelling doen +ontstaan volgens de grondwet en het gemeene regt. Dergelijke belangen +zijn ook niet uit het oog verloren: opzettelijk is daarover in het +algemeen het Departement van Justitie geraadpleegd, en de uitkomst +van dat onderzoek is geweest, dat de zaak daarom niet behoefde +opgehouden te worden, maar dat elke opkomende reclame zoude moeten +worden onderzocht, elks regten, hetzij bij den gewonen regter, hetzij +elders, overwogen, en daarop regt gedaan, zoo als bevonden zoude worden +te behooren. 4º. Geen bijzonder belang kan het algemeen belang in den +weg staan; zij zijn voorbij, die rampzalige tijden, toen eene enkele +stad de nuttigste en in het algemeen belang noodzakelijkste werken +konde verhinderen; zij zijn voorbij, en gelukkig voorbij, die tijden, +toen de stad Leijden aan hare gedeputeerden ter staatsvergadering van +Holland de instructie konde geven en met eede doen beloven, dat zij +nooit in de droogmaking der Haarlemmermeer zouden toestemmen. Wij, +Ed. Mog. Heeren! hebben een' anderen eed afgelegd: wij zijn als leden +der Staten-Generaal verbonden, het algemeen belang met al ons vermogen +te bevorderen, zonder ons door provinciale, plaatselijke of bijzondere +belangen daarvan te laten aftrekken." + +»Welke, de voordeelen dezer droogmaking zullen zijn, behalve het +beveiligen van een groot gedeelte des lands, en daaronder de hoofdstad +des Rijks, tegen een onherstelbaar verderf, is niet wel a priori met +eene volledige, dat is onbetwistbare juistheid te berekenen; maar +wanneer men aanneemt, dat de droog gemaakte landen, door elkander +gerekend, f 200,--per bunder kunnen opbrengen (door sommigen wordt die +prijs op veel meer, door anderen op minder berekend), dan verkrijgt men +voor de 16,700 bunders eene som van drie millioen drie honderd veertig +duizend gulden; dit mag wel eene goede opbrengst geacht worden voor +een werk, waarvan de kosten negen millioen kunnen hebben beloopen: +maar dit is slechts een aanvankelijk voordeel uit de eerste schepping +(om het zoo te noemen) dier landen te verwachten; die landen nemen +ná de droogmaking en bebouwing in waarde toe; kudden vee worden op +dezelve ter grazing geweid; het zuivel wordt in eene groote hoeveelheid +vermeerderd; veldvruchten van verschillenden aard worden er geteeld; +fabrijken worden er welligt hier en daar gevestigd; woningen en andere +getimmerten worden er gebouwd; dorpen rijzen op; allerlei neringen en +bedrijven komen er aan den gang; en terwijl het land aan het water +zal ontwoekerd zijn, vinden daar duizende nijvere ingezetenen werk, +duizenden worden aan armoede onttogen; van al deze vermeerderingen van +welvaart, plukt het algemeen de schoonste vruchten, en deze werken +weldadig op de schatkist terug, aan welke onderscheiden opbrengsten +in reëele en personeele, directe en indirecte lasten toevloeien, +welke dus ongevoelig de gemaakte kosten vergoeden. Eene verlichte +Regering, welke dit werk zal hebben te weeg gebragt, en eene even +verlichte volksvertegenwoordiging, welke door eene onbekrompene +medewerking de Regering daartoe zal hebben in staat gesteld, zullen +zich bij eene dankbare nakomelingschap eene eerzuil hebben gesticht, +duurzamer dan metaal of marmer." + +»Eene derde soort, enz. [92]" + + + +»Ik heb de hiervorenstaande redevoeringen gegeven, zoo als zij in de +Nederlandsche Staats-Courant zijn geplaatst [93]. Men ziet uit dezelve, +dat ik bij den aanvang niet ten onregte zeide, dat van de vijftien +Leden, »die over de voorgestelde wet het woord hebben gevoerd, er +niet één is geweest, die zich tegen de droogmaking van het Meer heeft +verklaard, ja dat de meeste hunner het het vewezenlijken van dit zoo +lang reeds beraamd plan wenschelijk hebben genoemd."--De voorgedragene +wet is met 46 stemmen tegen 2, zijnde die van de Heeren Beelaerts van +Blokland en Weerts, afgestemd.--Mag men geruchten gelooven, dan houdt +de Regering zich nog steeds onledig om dit plan te verwezenlijken, +en zou Z. M.--wiens belangstelling in alle nuttige ondernemingen nog +dezer dagen, door het Besluit tot het aanleggen van eenen ijzeren +spoorweg naar Arnhem, op nieuw gebleken is,--den Minister van +Binnenlandsche Zaken hebben gelast, om eenige proeven te doen nemen, +ten einde te geraken tot de bepaling der beste wijze van uitvoering +dier onderneming, ingeval men mogt besluiten, om daarmede eenen +aanvang te maken. Is dit zoo, dan mogen wij ons vleijen, dat nog in +onzen leeftijd die inwendige vijand, gelijk men het Haarlemmermeer +met regt mag noemen, zal worden ten ondergebragt: en dat nog eenmaal +het nageslacht, het alsdan bloeijend Haarlemmermeer, welig bebouwd en +talrijk bewoond, aanschouwende, met dankbaarheid aan de zorgen van het +voorgeslacht zal denken. De Allerhoogste schenke hiertoe Zijnen zegen! + + +Amsterdam, 1838. + + +Candore et ardore. + + + + + + + + + HAARLEMMERMEER-BOEK. + + + + BESCHRIJVING + EN + VOORBEREIDING TOT HET BEDIJKEN EN DROOGMAKEN + VAN DE + HAARLEMMER-MEER. + + +Om te vertoonen aan de Edele, Wijze, Voorzienige Heeren, de Staten +van Holland, en aan Zijne Hoogheid den Prins van Oranje, enz. Ook +mede aan de Edele Heeren Burgemeesteren, Raden en Regenten van de +groote Steden Haarlem, Leiden, Amsterdam en Gouda. Desgelijks aan +de Edele Heeren Dijkgraaf en Heemraden van Rhijnland. Dat zij, als +overste bewindhebbers, gelieven hierin een weinig te speculeren, en +mede helpen handhaven eendragtelijk te zamen met goeden raad en daad, +om dit groote, treffelijke, heerlijke en lofbaarlijke noodwendige +werk eens bij de hand te nemen en met Gods hulpe te mogen bedijken +en voltrekken. Hetwelk zou dienen tot nut, profijt en voordeel van +het gemeene beste voor het Vaderland. + +Concordiâ res parvae crescunt.--Eendragt maakt magt. + + + +Voorzienige Heeren! + + +Aan vele lieden, die in de nabijheid van Haarlem, Leiden en Amsterdam +woonachtig zijn, is het wel bekend, dat de Haarlemmer Meer nu +tegenwoordig een groot, verderfelijk en schadelijk water is, gelijk +eene binnenlandsche zee, die alle jaren eene groote afbreuk doet aan +de omliggende landen en ingezetenen, gelijk een verslindende wolf, +zoodat de vrees niet ongegrond is, dat het kind al geboren is, dat +het zou kunnen beleven, dat die zelfde meer zoo veel zou inslijten, +dat ze nabij de poort van Amsterdam zou komen, en verscheidene +dorpen daar rondom geruïneerd zouden wezen. Dat men ook mede den +Haarlemmerdijk aan de zuidzijde op verscheidene plaatsen met groote +kracht van paalwerk tegen de Meer zou moeten houden. Hetwelk ik alhier +navolgende bij verscheidene exempelen zal verhalen. + +2. Verscheidene lieden van Aalsmeer hebben mij verhaald, dat bij hun +leven, door deze Meer, eene groote menigte van Morgen-talen weggesleten +is, bijna een kenning van het land af. Daarenboven is mij nog door +twee geloofwaardige lieden verteld, dat het huis van hunnen vader +had gestaan honderd roeden van de Meer, bij eenen landmeter gemeten, +en dat tien jaren daarna het water van de Meer kwam tot aan het huis, +zoodat men genoodzaakt werd het af te breken, zoodat in een jaar tien +Roeden in de breedte werd weggespoeld. Te dien tijde gebeurde het ook, +dat aldaar een bouwakker was gelegen van vijftien Roeden lang, die +met een' grooten storm op éénen nacht gansch en geheel was weggespoeld. + +3. Nog heeft mij Willem Jansz. Brechten van Aalsmeer verhaald, +dat zijn grootvader zich herinnerde, dat het land van de Vennep +en het land van den Ruigenhoek zoo nabij elkander kwamen, dat men +de slooten daartusschen met een' stok kon overspringen. Deze en +dergelijke voorbeelden zijn er vele; doch het zou te lang zijn ze +alle te verhalen. + +4. Maar ik kan niet nalaten te melden, hetgeen mij de Secretaris +van Sloten onlangs verhaalde, dat namelijk de Meer in de nabijheid +van Sloten vijftig roeden lands in de breedte op één jaar weggenomen +heeft. Dat, met een' ijsgang, het ijs, 45 treden in de breedte, onder +het zwoord van het land was doorgeloopen. En wat meer is, zekere Cryn +Pietersz, van Nieuwerkerk, had des avonds eene fuik in de Meer gezet, +aan de schor van het land; toen hij des morgens de fuik wilde halen, +vond hij het land door eenen grooten storm des nachts tien vadems +weggesleten en ingeloopen. + +5. Cornelis Jonklaas van Aalsmeer, oud 64 jaren, bij mij wel bekend, +heeft mij in de maand Maart 1641 verhaald, dat hij met zijnen vader +op den Ruigenhoek gegaan heeft, dat zijn vader hem aanwijzing deed +van een huis en erve, dat aldaar gestaan had, en dat zijn vader zich +herinnerde, dat daar nog van de Meer af 500 roeden lands vóór het +huis waren, en dat, bij zijn leven, het huis en de erve met die 500 +roeden lands gansch en geheel was weggesleten. + +6. Nog heeft de voorzegde Jonklaas mij bij die gelegenheid verhaald, +dat zeker oud man, genaamd Gerritje Fel, zich herinnerde, dat op eenen +nacht een zeker getal verdolven akkers was weggeloopen, hetwelk wel +40 roeden in de breedte was. Zoodat er deze wolf altijd zijne klaauwen +inslaat, en niet schroomt den eigenaars hunne landen te benemen. + +7. In hetzelfde jaar, nu onlangs geleden, in de maand van October, +ben ik geweest te Haarlem, alwaar ik met verscheidene burgers veel +heb gesproken over den inhoud van mijn Haarlemmer-Meerboek, en over +het bedijken van de Meer; toen ben ik ook gekomen bij eene oude vrouw, +geheeten Angenietje Jacobs, wonende in de kleine Houtstraat, die mij +verhaalde, dat haar vader in zijn' tijd een stuk lands had, gelegen +bij Hillegom, tegenover de Vennep, en dat daar nog twee groote stukken +lands aan den Meerkant vóór lagen, en dat bij haars vaders leven die +groote stukken lands gansch en geheel waren weggesleten. + +8. Nog wist deze vrouw te verhalen, dat zij van hare voorouders +dikwijls had hooren zeggen, dat het land van de Vennep en het land +van Hillegom zoo digt aan elkander kwamen, dat men met een rafter of +plank over de slooten kon gaan van de eene plaats op de andere. + +9. Nog een zeker burger van Haarlem, geheeten Jacob Joosten, die +heeft mede, in den tijd van drie jaren, bij de veertig morgen lands +op het westend van Aalsmeer verloren, die door het water van de Meer +zijn weggespoeld. + +10. Omtrent eene week daarna, alzoo ik begeerig was van de oude +gelegenheid van de Haarlemmer Meer nog meer te weten, ben ik bij +eenen ouden huisman gekomen van Aalsmeer, dien ik voor dezen lang +gekend heb, met wien ik veel heb gesproken. Deze verhaalde mij, dat +hij in zijne jonkheid dikwijls met eene turfpont met zijn' vader +over de Haarlemmer Meer gevaren had, en dat hij zich herinnerde, +dat de oude kerk van Rijk bijkans een kenning van de Meer af stond, +van welke kerk het kerkhof thans gansch en geheel is gesleten, en +verre in de Meer ligt, omtrent honderd roeden van het land af. Ook +wist deze oude man te verhalen, dat de mond van de Spiering-Meer in +dien tijd naauwelijks half zoo wijd was, als hij nu tegenwoordig is. + +11. Allen, die in deze omstreken van de Haarlemmer Meer bekend zijn, +en eenige jaren daar van daan zijn geweest, en alsdan eens weder +terug komen, zijn verwonderd, en staan bijkans of zij vreemd zijn, +en die plaats nooit gezien hadden, door de groote verandering, die +daar dagelijks geschiedt. + +12. Nog een weinig tijds daarna hen ik gekomen bij den Secretaris van +Sloten, aan wien ik dit voorgaande verhaalde, die tegen mij zeide, +dat zijne voorouders wisten te zeggen, dat er nog eene kerk buiten +deze weggesleten kerk van Rijk gestaan had, en dat toen men deze +buitenste zuidersche kerk niet langer tegen het slijten van de Meer +kon behouden, de Boeren besloten de kerk, die nu ook weggesleten is, +meer landwaarts in te zetten, zoo verre als men een wit paard kon zien +of beoogen, en meenden alsdan dat zij nu en altijd van het water van +de Meer bevrijd zouden wezen, hetwelk daarna geheel anders gebleken +is, en te bezorgen staat, dat het hoe langer hoe slimmer zal worden. + +13. Nog wist de Secretaris mede te verhalen, dat aldaar omtrent nog een +oude dijk-stal in de Meer ligt, die de Konings- of Keizers-weg genoemd +wordt, vermits de Keizer in dien tijd er wel over gewandeld heeft. + +14. Dit is mede nog heel notabel om aan te teekenen: na datum van dien +heb ik eene groote kaart van Rhijnland gezien, welke geteekend was zoo +als de Haarlemmer Meer van ouds geweest is, waarbij ook schriftelijk +verhaald stond van de gelegenheid der zaken; dat in dien tijd de +mond van de Spiering-Meer geheel digt was, en al te zamen heel land, +en dat daar toen geene waterlozing bij het huis ter Hart was, en dat +men toen met wagens van Haarlem af kon rijden, benoorden den Meerkant +om, door Vijfhuizen en Nieuwerkerk op Amsterdam; desgelijks kon men +mede rijden met den wagen van Haarlem af naar Vennep, met eene schouw +over het Vennepper veer, naar den Ruigenhoek, en alzoo door Aalsmeer +naar Amsterdam of naar Utrecht. Zoodat in alle manieren wel is te +vooronderstellen en te verstaan, dat deze voorzegde Meer van oude +tijden zeer klein en ondiep geweest is. + +15. Zie hier nog eene verklaring, welke ik niet heb kunnen +voorbijgaan. In de maand van November 1641 heb ik met een' zeker man +gesproken, die mij verhaalde, dat hij in de maand van October tot +Leimuiden geweest is, en gevaren van Leimuiden tot de Wetering toe, +en voorts van de Wetering door het Griet weder naar Leimuiden, en +heeft het werk aldaar zoo ellendig en afgrijselijk gezien en bevonden, +dat (God betere het!) zeer te beklagen is, dat die landen aldaar alle +jaren zoo dapper afnemen, verminderen en smal worden, en dat aldaar +maar een Weerlands vóór de veendobben in de lengte vóór ligt; dat men +dáár naauwelijks een' ringdijk en eene ringsloot zou kunnen maken, +en dat, zoo de Meer nog eenige jaren zoodanig blijft liggen, en er +dan een zware ijsgang uit het noordoosten of noorden komt, gelijk +als ligtelijk gebeuren kan, de Meer alsdan dáár zou kunnen inbreken; +zoo zou de Meer met de Drecht gemeen wezen, en alsdan zou de zeewolf +zijne passagie in de veenen nemen, en doorwroeten dezelve aldaar zoo +dapper met zijn onbesturig wezen, dat velen, die daaromtrent wonen, +zouden moeten opbreken, en hunne woonplaatsen ruimen. + +16. In het jaar 1642, omtrent Mei, ben ik weder over de Haarlemmer +Meer gevaren naar Aalsmeer, en alzoo door het veld het oosteinde +inkomende, heb ik die landen aldaar zoo ellendig bevonden, aan stukken +en brokken. Een groot deel was met den beugel van de boeren uitgehaald, +en het andere resteerende werd van de Meer gansch en geheel vernield en +verslonden, hetwelk zeer droevig is om te zien. Ik ben alstoen weder +bij mijne oude kennissen, Willem Jansz Brechten en Arent Brechten, +gekomen, met wie ik veel gesproken heb van de omstandigheid van de +Meer, welke mij verhaalden, dat daar bij een mans leven wel zóó veel +lands, benoorden Aalsmeer, van de Meer weggesleten is, als het land +nu tegenwoordig breed is, dat tegen de Meer en het dorp Aalsmeer ligt. + +17. Nog verhaalden mij deze lieden mede, dat zij wel 13 of 14 +huislieden gekend hadden, die op den Ruigen-hoek woonden, die zij bij +namen noemden, die aldaar huizen, erven en groote landerijen gehad +hadden, dat welhebbende lieden waren, welke huizen, erven en landen +nu gansch en geheel van de Meer weggespoeld en vernield zijn. Is +dit niet droevig, en zeer beklagelijk, dat men in het midden van +ons vaderland dit groote verderf moet zien en lijden, hetwelk men, +menschelijker wijze, met Gods hulp wel beschutten kan? + +18. Nog daarenboven verhaalden zij mij, dat zij een' oud man gekend +hadden, wien het heugde, dat de Zuid-Vennep wel dertig morgen lands +groot was, waar nu niet één voetstap van te vinden is. + +19. Nog een notabel stuk, hetwelk onlangs geleden is, dat aldaar +omtrent een stuk lands weggedreven is, daar vijf boomen op stonden +en wiessen, gelijk de schippers getuigen, die over de Meer voeren en +het zelve gezien hebben. + +20. Nog in het jaar 1642 een zeker getuigenis, dat daar bij den +Ruigen-hoek, achter Burgerveen, de Meer in twee nachten met een +sterk onweder vijf en twintig roeden lands in de breedte afgenomen +heeft, in de maand van Maart, den 13en en 14en, zijnde donderdag +en vrijdag. Zoodat deze waterwolf alles verslindt en vernielt wat +daaromtrent is. + +21. Nog bovendien, wat zijn daar al menschen bij mijn leven door +het water van de Meer verdronken! Voor eenige jaren een koopman van +Haarlem, genaamd Joost Cromlijn, met nog meer gezelschap, die bij +hem waren, welke mede in de Haarlemmer Meer hun leven hebben gelaten. + +22. Nog dat meer is, verscheidene burgers en huislieden, al hetwelk +niet is op te noemen. Nog onlangs geleden, een visscher met zijnen +zoon; behalve dien, eenige jaren geleden, een Oostindisch-vaarder, +wien zoo vele groote zeebaren over het hoofd waren geloopen, die +moest mede zijn leven op de Haarlemmer Meer zoo ellendig laten. + +23. Dit komt mij nog in den zin, hetwelk ik niet kan voorbij gaan, +van hetgeen dat mij zelven op de Meer wedervaren is. + +24. Omtrent 22 jaren geleden, ben ik, Jan Adriaansz. Leegwater, +met mijn' oudsten zoon Simon Jansz. in den Haag geweest, om Zijne +Hoogheid onzen Prins van Oranje Maurits, zaliger gedachtenis, iets +te communiceren en te spreken.--Toen ik mijne zaken gedaan had, +zijn wij wederom gereisd naar Leiden, en des achtermiddags tot Leiden +gekomen zijnde, zijn wij tegen den avond in een bierschip gegaan van +Hoorn, nog meer gezelschap bij ons in het schip hebbende, om alzoo +naar Haarlem te varen, en des avonds bij de Kaag komende, met een' +sterken zuidelijken wind, en vermits de donkere nacht ons overviel, +door de donkerheid een weinig vóór ons moesten zien, en alzoo de wind +zoo dapper aanstijfde, zoo zijn wij tegen den lager wal aangekomen, +en is het schip in den grond gesmeten, en een groot deel van het bier +gespoliëerd; onze spriet van boven nedervallende, zeer vervaarlijk +en tot groot gevaar voor ons leven, en alzoo het land ondergevloeid +was door den aanpars van den sterken wind, zoo konden wij nergens +ontvlugten, en zagen geene uitkomst om ons te bergen, zoodat ons +gezelschap den moed geheel verloren gaf, en riep: »hier zijn wij, daar +wij sterven moeten, laat ons nu den Heere bidden!" Zoodat wij aldaar +den ganschen winterschen nacht met groot gevaar, kommer en verdriet +moesten overbrengen, en eindelijk toen de dageraad begon op te komen, +en de wind begon te leggen, de schipper het schip herstelde met pompen +en baleijen, zoo is het eindelijk daartoe gekomen, dat wij met ons +gezelschap het schip hebben begeven, op het land gekomen zijnde, +door het water heen geslobt, en zijn het alzoo door de genade Gods +met het leven ontkomen. + +25. Daarom laat ons deze perijkelen niet altijd ter zijde stellen en +te ligt achten, daar het spreekwoord waar is: + + + Qui amat periculum peribet in illo. + Wie het perijkel bemint, die zal daardoor vergaan. + + +26. Dit is zeer schadelijk en bedenkelijk voor alle huislieden, die +daaromtrent in de veenen wonen. Heeft deze Meer toen zij nog klein +en ondiep was, en weinig kracht had, gelijk een kind, dat jong is, +al deze geheele landen en lieden weggenomen en vernield, wat zal zij +nu voortaan doen, nu dat zij groot en magtig geworden is, gelijk +een jongeling, die kloek en vroom (dapper) is, en nog alle jaren +toeneemt tot zijne mannelijke kracht, en dan begint te komen aan de +smalle stukken en brokken, die meest allen aan turf ondergraven zijn, +en van zich zelve niet wel kunnen staande blijven, en alle dagen hoe +langer hoe meer tot niet gemaakt en verdolven worden. Zij verslindt +wel al de landen, die daaromtrent zijn, zoodat daar naauwelijks een +tuinstaak op zijne regte plaats zal kunnen blijven, en zal de boeren +aldaar tot arme slaven en bedelaars maken, zoodat zij kwalijk zullen +weten waar zij henen zullen. In somma gelijk het al gezegd is, zoo +de Meer in deze voortgaat: + + + Zoo moet het veen daar heen, + En de Boer komt in geween. + + +27. Dit is klaarblijkelijk te begrijpen en te verstaan, dat al dit +weg-gesleten land meestal door de sluizen van het huis Ter Hart en +Sparendam naar het IJ geloopen is, en dat niemand daarvan profijt +gehad heeft, gelijk ook te bedenken staat, dat de droogte van Pampus +daar nog dagelijks door gevoed wordt, vermits de Zuiderzee zich dáár +in de breedte begeeft, en de stroom geene scheuring of kil kan maken +of houden, hetwelk zeer schadelijk is voor de zeevaart. + +Bij voorbeeld: + +28. Neem een' emmer en schep dien vol troebel water, en laat dan den +emmer een' dag stil staan, en giet daar dan het klare water stillekens +af, zoo zal daar eene groote kade slibber op den bodem blijven zitten, +hetwelk notoir is, en bij velen wel bekend. Even zoo is het met het +vuile water en de slibber, dat uit de Haarlemmermeer komt; hetzelve +moet mede zijne plaats hebben hier of daar, achter in die inwijken +en in de hoppen, waar de stroom zijn' loop en gang niet heeft; want +waar de kil naauw is, daar moet zij noodwendig hare scheuring en +diepte houden. + +29. Dit zal ik mede hierbij verhalen: de regte kil, te weten, het +naauw tege den Volenwijk en Amsterdam, hetwelk, naar mijn gevoelen, +zoo wèl en bekwaam van wijdte en diepte is, als men het redelijker +wijze naar de natuur zou kunnen begeeren en wenschen, tot voordeel +en profijt van de Zeevaart en van den Staat, hetwelk veel tonnen +gouds voor Amsterdam waardig is, heeft daarbij zulk een' grooten +achterboezem, het IJ en de Wijker Meer, dat de stroom daar altijd met +eb en vloed heen en weêr voorbij Amsterdam moet zwieren, en mijns +oordeels nog hoe langer hoe beter zal worden, vermits de zeegaten, +het Texel en het Vlie hoe langer hoe wijder en grooter worden. + +30. Om nu weder tot mijn voorgaand onderwerp, het bedijken van de +Meer, te komen. Zoo iemand lust heeft mijn Meerboek door te lezen, +zal hetzelve hem kundig maken, hoe men die groote schade kan voorkomen +en verhoeden, en ook hoe men die treffelijke voordeelen en beneficiën, +met Gods hulp, kan vinden en bekomen. + +31. Merkt nu op alle liefhebbers, die het Vaderland beminnen, en neemt +uw profijt wèl waar, en wacht niet zoo lang tot dat het te laat is, +opdat onze nakomelingen ons niet beschuldigen, dat wij den schoonen +tijd verzuimd hebben, dien God ons gegeven heeft. Wie oogen heeft, +die kan dit wel zien en bemerken, zonder verrekijker, dat het nu de +regte tijd is, om dit groote werk bij de hand te nemen. + +32. Naar mijn oordeel kan ik niet verstaan noch begrijpen, dat iemand +tegen het bedijken van de Haarlemmer Meer iets zou kunnen hebben, of +daardoor eenige schade zou kunnen lijden, maar wel dat men hierdoor +grootelijks in alle manieren verbeterd, en niemand verhinderd noch +verminderd zal zijn. + +33. Even als het allernoodigst is, te zoeken en te zorgen voor de +behoudenis der ziele, even zoo is ook de dagelijksche onderhoud en +nooddruft noodwendig voor 's menschen leven. + +34. Als dit schadelijk water aldus voort zal gaan, en hier geen schut +wordt voor geschoten, zoo zal het land in weinige jaren zoo ellendig en +schandelijk bedorven zijn, dat het niet zal zijn te remediëren. Want +als de Meer begint te komen aan de smalle bedolven akkers, van welke +vele geen vadem breed zijn, hetzij tot Kudelsteert, Kalslagen, het +westeinde van Aalsmeer en vele andere plaatsen daaromtrent, zoo zal +het wezen gelijk de kanker, of een kwaadzeer, dat altijd in zich zelf +verrot en nimmermeer ophoudt, zoodat daar weinig of geen land aan de +Meer zal blijven, om hier namaals een' dijk te kunnen maken, ingeval +het hierna gebeurde, dat men de Meer door nood zou moeten bedijken, +of het ware, dat men verscheidene dorpen dáár wilde inhalen, hetwelk +ongerijmd voorkomt en gansch niet gelegen. Derhalve zal het noodig +zijn, zonder langer te beiden, deze groote schade en bederf uit te +keeren, terwijl het nog tijd is. + +35. Sommigen hebben voorgeslagen, om de Meer aan de kanten te bezetten, +zoodat het water verder geene afbreuk zou kunnen doen, en geen land +meer zou wegnemen; maar dit is naar mijn oordeel bijkans ondoenlijk. + +36. Zal men de kanten rondom de Meer met hout beschieten, zal zulks, +naar mijne rekening, wel kosten met alle materialen, het zijhout, +ijzerwerk, steenwerk en rijswerk, met het arbeidsloon, op iedere +Rhijnlandsche roede in de lengte vijf en zeventig gulden, hetwelk +bedraagt in den omgang 16,000 roeden, dat is in het geheel twaalfmaal +honderdduizend gulden. + +37. Zal men de Meer met een strand maken, dat zal meer kosten dan met +hout te beschoeijen. Haar met riet te beplanten, zou verloren arbeid +zijn, vermits in veenlanden, waar zulke sterke waterslag tegen komt, +de grond van onderen altijd, tot aan de klei toe, opbreekt, en men +dien grond niet wel bezetten of bewaren kan. Ja wat meer is, daar +breken wel somtijds groote gaten, een stuk wegs van den kant van de +Meer af, waar de koebeesten in verdrinken. + +38. Het is een ieder bekend, dat het zand altijd drijfachtig van +natuur is, en altijd weg zou spoelen, zoodat men dit werk bij de +zeestranden niet kan vergelijken, welke geheel vlak zijn, en hier geene +overeenkomst mede hebben, vermits de zeestranden dikwijls zoowel op- +als afspoelen. + +39. Wat betreft houtwerk en schoeijingen, deze zouden groot gevaar +hebben, om met zware stormwinden weg te spoelen. Kortom, goede +raad is hier duur, om de kanten van deze Meer te bezetten. En of +het al gebeurde, dat deze voorgeslagen middelen eenige jaren konden +bestaan, zoo weet ik niet, wie de eerste onkosten zou willen doen, +of zoodanige lasten zou kunnen dragen. De Polders, elk in zijn' ban, +zijn niet magtig hetzelve uit te voeren. Die van Rhijnland zullen ook +geen' lust hebben dit te doen. De groote steden zullen zich mede vrij +willen houden, en voor het gemeene land is het mede ongeraden. Kortom, +het beste dat is, als voren gezegd is: + + + Het water te malen uit de Meer, + Dan ligt de vijand heel ter neêr. + + +40. Niet dat men deze Meer alleen zal bedijken om de groote voordeelen, +die daarin te vinden zijn, maar ook mede om de groote schade, die +door het nalaten te wachten is. + +41. Alzoo ik, Jan Adriaansz. Leegwater, een beminnaar en liefhebber +ben van bedijkingen (dycagie) en droogmaken van Meren, ook een groot +gedeelte van mijn leven daarmede heb doorgebragt en versleten, zoo +aan het bedijken, ordineren, stellen en fabrijken van de watermolens +van de Beemster, desgelijks ook mede van de Purmer, Wormer, Bijlmeer, +de Waard, de Schermer en meer andere Meren, moerassen en polders, zoo +ben ik mede ontboden geweest, van de Edele Hoogmogende Heeren Staten +en Zijne Hoogheid den Prins van Oranje, om in het Leger te komen voor +'s Hertogenbosch, om aldaar te inventeren om het water uit het leger +te malen, en de watermolens bij Engelen weder gangbaar te maken, +hetwelk ik met Gods hulp gedaan heb, gelijk bij velen wel bekend is. + +42. In het jaar onzes Heeren, op hetzelfde pas, als het leger van den +Koning van Frankrijk voor Rochelle lag, zoo ben ik verzocht geweest +van een' Fransch Edelman, genaamd Abraham Fabert St. de Molin, een +raadsheer van de stad Metz in Loreyne, (Lotharingen), welke op last +kwam van den Hertog van Epernon (Mr. Duc de Parnon), om te komen te +Bordeaux (Bordeus), alwaar ik Mr. Fabert gevonden heb met zijn' knecht, +om zamen te gaan 12 mijlen buiten Bordeaux (Bordeus in Gasconie), +bij een moeras, dat aan den Hertog behoorde, groot omtrent 4500 +morgen, gelegen bij een klein stedeken, genaamd la Sparre, waarvan het +moeras genaamd is: Le Marais de la Sparre, daar wij inspectie van het +voorzegd moeras genomen hebben, gepeild, geboord, gemeten, en alles +van de uitwatering wèl onderzocht, tot goed contentement van St. de +Molin. Dit gedaan zijnde, zoo heb ik eene zekere kaart met een verhaal +daarvan gemaakt in de Fransche taal, en wij zijn daarmede in het leger +geweest voor Rochelle, bij Mijnheer den Hertog (Mr. Duc de Parnon), +die aldaar als opperste Veldheer was, en hebben hem alles vertoond, +en verscheidene malen met hem gesproken van de gelegenheid van dien, +hetwelk hem wel beviel en hij voor goed heeft opgenomen, en eindelijk +heeft hij mij tot Bordeaux, door zijnen rentmeester Constantyn, met +pistoletten eerlijk doen betalen, waarvoor ik hem nog hoogelijk bedank. + +43. Nog omtrent twee jaren daarna ben ik weder door St. de Molin tot +Metz ontboden, om met hem te gaan in Lotteringen, omtrent twee dagen +reizens boven de stad Metz, op een zeker moeras gelegen in de lengte, +bij drie kleine steden, geheeten; Vic, Moien-Vic en Merzaal, alwaar +ik met St. de Molin inspectie genomen heb, en daarna in het stadje +Vic bij de zes weken gelogeerd geweest ben, bezonjeerende over het +werk met den kanselier van diezelfde plaats en jurisdictie, en heb +aldaar eene kaart van dit moeras gemaakt en andere teekeningen van +de gelegenheid der zaak, waarvan ik kopij aan den kanselier gelaten +heb aan Mr. Fabert, mede kopij tot Metz heb gebragt, en eenige dagen +tot Metz bij hem gelogeerd, en alzoo een goed afscheid met hem heb +genomen; en ben alstoen den Moezel afgevaren naar Trier, en zoo voort +naar Coblens, van daar tot Keulen, en den Rhijnstroom afgevaren tot +Arnhem en zoo voort naar Holland. + +44. Nog ben ik mede verscheidene malen in Oostland geweest, in het +gebied van den Hertog van Holstein, om aldaar mede te helpen fabrijken +en te ordineren om moerassen en meren te helpen droog maken door +het ordineren van dijken, dammen, sluizen, kaaijen, heulen, molens, +molentogten, kolken, wateringen en andere affairen, al te zamen +dienende tot zoodanige werken, gelijk in Holland bij vele lieden wel +bekend is. + +45. Nog ben ik verscheidene malen verzocht, en ben ook geweest +op onderscheidene Meren, Polders en Moerassen, zoo in Holland, +Vriesland, Embderland als in andere omliggende landen en plaatsen, +om zoodanige werken mede te helpen in goede orde te brengen, hetwelk +al te lang zou wezen om te verhalen, willende het voor dezen tijd +daar nu bij laten rusten en mij voegen tot de navolgende artikelen +en onderwerpen en alzoo met mijn Meerboek voortgaan, om het tot een +goed einde te brengen. + +46. Alzoo nu in Noord-Holland meest al de Meren bedijkt, droog +gemaakt en tot land gebragt zijn, en vele lieden in Holland gezind +zijn in bezigheid (in het labeur) te wezen, en meest altijd wat bij +de hand nemen, voornamelijk als daar profijt is te halen, zoo is het, +dat ik voor dezen daar menigmaal op gespeculeerd en gepractiseerd +heb, om de Haarlemmer Meer te bedijken en tot goed land te brengen, +hetwelk mij zeer doenlijk voorkomt, als de Almogende God ons Zijn' +zegen en goede gratie wil verleenen, zonder welke wij niets kunnen +verrigten, gelijk in den 127en Psalm geschreven staat: + + + Nisi Dominus aedificaverit domum in vanum laborant qui + aedificant eam. + Zoo de Heere het huis niet bouwt, zoo arbeiden zij te vergeefs, + die daaraan bouwen. + + +47. Zoo is hiertoe (mijns oordeels) zeer goede gelegenheid en bekwame +middelen, om hetzelve met menschenarbeid te verrigten en te weeg te +brengen, en ik twijfel niet, of er gebrek zal zijn aan eenige stof, +aarde of ronde Goden, als het werk slechts ordelijk, met goeden +raad en accoord wordt aangelegd en begonnen. Ook kan ik niet anders +gevoelen noch bemerken, of het zou de allerprofijtelijkste bedijking +wezen, die er ooit in Holland gedaan is, en dat voornamelijk om het +groote ligchaam en menigte van land, dat in de Meer begrepen ligt, +en er weinig of geene Meren in Holland bedijkt zijn, die zoo veel +goede gelegenheid hebben, als deze Haarlemmer Meer, hetwelk ik hierna +met goede voorbeelden zal doen blijken en verhalen, naar de gaven, +die mij de Heere gegeven heeft. + +48. Zeker is, dat de grootste Meren altijd de minste onkosten hebben +te dragen en het profijtelijkst uitvallen. Blijkende tegenwoordig +aan de groote, heerlijke, lofwaardige, profijtable, kostelijke, +bedijking van de Beemster, die in het eerst het ongeluk gehad heeft +om in te breken, doch daarna weder door Gods hulp met goede orde en +moed is aangevangen en voltrokken en in kavelingen gebragt is, zoodat +zij genoegzaam anderhalfmaal bedijkt is. Ná de bedijking heeft ieder +morgen omtrent 250 Gulden gekost, behalve den koop van het water, +en de kosten van de gansche Beemster hebben omtrent 1,900,000 Gulden +bedragen. Maar alle Meren, die naderhand bedijkt zijn, en kleiner +waren, hebben veel meer gekost op ieder morgen. De oorzaak, hiervan is, +dat de kleine Meren altijd de meeste roeden dijks op de morgentalen +hebben, en andere onkosten, die de kleine Meren niet dragen kunnen. + +Hier volgt zeker bewijs van de grootheid van verscheidene Meren. + +49. De Ringdijk van de Beemster is groot in het rond omtrent 10,000 +Rijnlandsche roeden, de Beemster zelve is groot 7545 Rijnlandsche +morgen gekaveld land, behalve de wegen, wateringen, molentogten en +de Ringdijk, hetwelk bedraagt op ieder morgen land omtrent een en +een kwart roede dijks. + +50. De Purmer is groot ongeveer 3000 morgen en heeft omtrent 6000 +roeden dijks, dat is op ieder morgen 2 roeden dijks. + +51. De Wormer is groot 1800 morgen min tien, en heeft stijf derdehalve +roede dijks op ieder morgen, dat is nog eens zoo veel roeden dijks +op ieder morgen als de Beemster. + +52. Nog zijn er verscheiden andere Meren, die mij wel bekend zijn, +die omtrent 5 of 600 morgen groot zijn, die omtrent vijf of zes roeden +dijks per morgen hebben. + +63. Het poeltjen of weeltjen bij Hoorn, alsmede het Schalsmeer bij +Knollendam, zijn elk omtrent groot 75 morgen en hebben op ieder morgen +omtrent 12 roeden dijks. + +Derhalve blijkt klaarlijk, dat de kleinste meren altijd de grootste +onkosten hebben te dragen, alsmede de kosten van andere bijvallende +zaken, te weten van Dijkgraaf en Heemraden, Landmeters, opzieners, +werkmeesters, schuitevoerders, Boden, knechts, enz., hetwelk niet +al te beschrijven is, waarvan altijd de grootste de meeste lasten en +onkosten gemakkelijker dragen kan. + +54. Een klein voorbeeld en zekere Geometrische kunst zal ik alhier +verhalen, hetwelk een vaste regel is. + +55. Neem een koordje, dat eene elle lang is, en vult dat met kleine +stukjes hout, die gelijke grootte hebben. Stel, dat daar 25 stukjes +in kunnen, wanneer de einden van dat koordje aan elkander komen. Neem +dan een koord, dat 2 ellen lang is, zoo zullen daar honderd zoodanige +stukjes in kunnen, voordat de einden van dat laatste koord aan +elkander komen. Alzoo is het ook met eene kleine of groote Meer, naar +evenredigheid. Wel te verstaan, dat hoe beter de Meer of bedijking +in het ronde gelegen is, hoe de inhoud grooter valt. + + +[Afbeelding: Twee concentrische cirkels verdeeld in vierkanten.] + + +56. Nog een ander voorbeeld, om zekere vierkante stukken te +bedijken. Neem een vierkant stuk, dat een morgen groot is, zoo moet +gij vier zijden bedijken. Neem twee stukken aan elkander, zoo zult +gij niet meer dan zes zijden bedijken. Neem dan vier vierkanten aan +elkander, gelijk als hierboven geteekend staat, zoo zult gij niet +meer dan acht zijden bedijken, en alzoo voort naar evenredigheid, +zoo heeft altijd de grootste Meer den minsten dijk op de morgentallen. + + + +---------+---------+ + | | | + | 1 | 3 | + | | | + +---------+---------+ + | | | + | 2 | 4 | + | | | + +---------+---------+ + + +57. Nog een voorbeeld. Gelijk ik hier voorgesteld en bewezen heb, +dat eene groote bedijking vele morgentallen in zich heeft, en weinig +roeden dijks op ieder morgen bedraagt, zoo zal ik alhier nog een +kluchtig stukje voorstellen, hetwelk niet mogelijk schijnt te wezen; +datzelve zal ik van de hoogte nemen en brengen het in de breedte, +en wordt nog eens zoo groot. + +Neem eene ton, die langwerpig van fatsoen is, en vult die tweemaal vol +met water, of drooge waar, en zaag dan de duigen regt in het midden +door, en neem dan al die halve duigen, voeg ze dan in de wijdte, in het +rond aan elkander, en maak daar dan een' bodem in dezelfde kroosing, +waar de bodem te voren in geweest is, zoo zullen in die duigen die +twee gemeten tonnen waters in kunnen. Hetgeen ik zelf beproefd heb, +en Probatum est. + +58. De Haarlemmer Meer is voorheen groot bevonden omtrent 20,000 +morgen, en is in het rond omtrent 16,000 roeden, hetwelk bedraagt +op ieder morgen omtrent drie vierendeels van eene roede dijks, +bijna eene halve roede minder dan de Beemster per morgen. Hetgeen +niet slechts een voordeel is bij het leggen van den dijk, maar ook +in het dagelijksche onderhoud, dat altijd en voortdurend blijft. + +59. De voorzegde Haarlemmer Meer heeft nog verscheidene andere goede +conditiën en gelegenheden, die andere Meren niet hebben. + +60. In de eerste plaats heeft deze Meer eenen bodem en grond van +goede klei, welke kleibodem doorgaans dik is 7, 8 à 9 voeten en meer, +gelijk ik denzelven heb doen peilen, beugelen en diepen, zoo als ik +hierna klaarder zal doen blijken en verhalen. + +61. Ten tweede heeft de Haarlemmer Meer de schoonste en beste +gelegenheid om het water te lossen, die men maar bedenken kan, +omdat de winden, in Holland meestal zuiden, zuidwest en zuidoost +waaijen en het water alsdan komt toezakken en vallen naar het IJ +en de sluizen, en dan is het meest altijd laag water op het IJ en +in de Zuider-Zee. Daarenboven is daar nog zulke schoone gelegenheid +om sluizen en uitwateringen te maken bij het huis ter Hart, ook te +Sparendam en andere gelegene plaatsen, alle naar wensch; als ook om +een' vóórboezem of kolk te maken benoorden het huis ter Hart, op het +IJ, over de eilanden heen, waar de molens op zouden kunnen malen, +om de Spiering-Meer mede te mogen bedijken, opdat al die oude landen +om de Meer mogten bevrijd wezen van de afbreuk en het slijten van +dat groote, verderfelijke water. + +62. Ten derde, zoo heeft deze Meer weinig plempwerk naar evenredigheid +van hare grootte, waarin geene andere Meren haar gelijk zijn. + +63. Ten vierde, hetwelk nog het principaalste is, zoo is deze +Haarlemmer Meer zoo bekwaam gelegen als zij redelijkerwijze doen +kan. Zoodat de Burgers van Haarlem, Leiden en Amsterdam zouden kunnen +hunne landerijen en goederen op éénen dag bezigtigen, en hunne zaken +verrigten, en des avonds weder elk in zijne stad te huis komen, +en met gemak in hunne huizen mogen logeeren. + +64. Ten vijfde, en ten laatste, zoo is het land om de Meer zoo weinig +van prijs en onkostelijk om den dijk daarop te leggen, veel minder dan +zulks bij andere Meren het geval is; bovendien zijn daar zeer weinige +huizen in den weg, zoodat men den Ringdijk en de ringsloot bekwamelijk +zonder verhindering zal kunnen rooijen, maken en leggen naar behooren. + + + Zoodat in alle manieren dit wel te verstaan is, + De Haarlemmer Meer het best zal zijn dat ooit gedaan is. + + +65. Het bedijken van Meren, en het brengen van schadelijke, +verderfelijke wateren tot goed land, is een van de noodwendigste, +profijtabelste en Godzaligste dingen in Holland; want Holland is met +vele groote steden en dorpen bezet, wordt daarbij sterk bewoond, +en daarenboven is er geen land, alwaar men de boter en kaas zoo +schoon, goed, smakelijk en rein kan maken, zoodat in andere Landen +de voorzegde waren zoo begeerd zijn en getrokken worden, dat ze +om hare deugd nimmer overvloedig genoeg schijnen te zijn, zoodat de +oude landen niet minder van prijs werden, maar altijd meer en meer +gelden gelijk blijkt uit de veelvuldige Meren en Moerassen, die in +Noord-Holland vóór en na de Beemster bedijkt en tot land gemaakt zijn, +welke ik hier navolgende zal verhalen + +Het eerste is bedijkt: + + + De oude en nieuw Zijp. + De Berger-Meer. + De Boekeler-Meer. + De Diepe-Meer. + De Daal-Meer. + De Slootgaard. + De Wog-Meer. + De Wout-Meer. + De Bleek-Meer. + De Schaaps-Kuijl. + De Benne-Meer. + De heerlijke lofwaardige bedijking van de Beemster. + De schone vruchtdragende Purmer. + De Wormer. + De Oosthuyzer-Braak. + De Heer Huyge-Waard. + De welgeordineerde en geformeerde bedijkte Schermer. + De Schager-Waard. + De Broeker-Meer. + De Buiksloter-Meer. + De Bel-Meer. + De Braak: bij Medenblik. + De Hoornsche Waal. + De Schals-Meer. + De Enge Wormer. + + +Met nog meer andere kleine Meren, en eindelijk nog de Starre-Meer. + +Men zegt en vermoedt, dat er na den troebelen tijd in Holland, in +Zeeland en andere omliggende plaatsen, omtrent 80,000 morgen lands +bedijkt zijn. Voornamelijk blijkt dit mede uit de groote, heerlijke, +lofwaardige bedijking van de Beemster, die het eerste jaar, toen zij +droog was geworden, door des Heeren zegen zoo overvloedige vruchten +heeft gedragen, dat het niet wel met de pen is te beschrijven. + +66. Mij is verhaald door Dirk van Os, die het mij ook schriftelijk +heeft overhandigd, dat hij op zijn eigen land in de Beemster, met +zijnen broeder Hendrik van Os, het eerste jaar toen de Beemster +droog geworden was, geteeld en gewonnen heeft zeven duizend zeven +honderd drie en vijftig zakken Koolzaad, alsmede Raapzaad, behalve +nog veel meer andere granen, zoo van Tarwe, Garst en Haver, die mede +in overvloed op hunne landen gewassen waren. Nog heeft de zoon van +Dirk van Os, te weten François van Os, mij zelven verhaald, dat hij in +eene zaaijing in de Beemster gewonnen had, op 400 Rhijnlandsche roeden +lands, drie gemeene lasten haver, dat is 108 zakken. Voornamelijk heeft +het gewas van het Koolzaad het eerste jaar zoo veel en overvloedig +in de Beemster opgebragt, dat men vermoedde, dat al de oliemolens in +Holland, in dien tijd, wel een jaar lang daarop konden gaande blijven, +en genoeg hadden om op te werken. + +67. Naderhand heeft de Almogende God de Beemster van alles zoo +overvloedig gezegend, dat het nu genoegzaam het groote Lusthof van +Noord-Holland is, zoo in weiden, bouwlanden, boomgaarden, huizen, +lusthoven, enz. Daar wordt ook gezegd en voor waarheid gehouden, +dat er geen vermakelijker en lustzinniger weg in Holland is, dan de +volgerweg in de Beemster, daar al die schoone heerlijke huizen en +boomgaarden gebouwd zijn, te weten het huis van den Dijkgraaf Dirk +van Os, François van Os, van Meerman, van Carel Loten, van Jan Loten, +van Alewijn en meer anderen. + +68. Daarenboven geeft deze Beemster in overvloed vette ossen, koeijen +en schapen, met vele schoone paarden en hengsten; als ook overvloedig +boter en kaas, met meer andere toespijzen, die in alle manieren +deugdzaam en goed zijn, waar men duizend menschen mede kan spijzen +en voeden, hetgeen aan de eigenaars der gronden goede inkomsten en +renten geeft: + + + Omnia dat Dominus, non habet ergo minus. + God geeft alle ding, en houdt zelf niettemin. + + +69. De Beemster in het gemeen kan ieder jaar nu wel opbrengen +aan landhuur tweemaal honderd en vijftig duizend gulden aan vrij +geld, en dan zijn alle ongelden, mede het molen- en dijkgeld, +betaald. Daarenboven worden hierdoor ook grootelijks verbeterd de +gemeene middelen van het land. + +70. Dit kleine notabel stukje zal ik hier nog bij verhalen, dat men +vermoedt, dat de eijeren van de hoenderen en Eenden in de Beemster +thans meer opbrengen dan te voren al de visch, die in de Beemster +werd gevangen. + + +Der Beemsters kruid, doet groot viertuil, is waardig om te prijzen; +Haar stof geeft lof, fijn ende grof, 't is wel te bewijzen. +Haar roem die gaat, ver over straat; verstaat mijn reden: +Men vindt in 't Rijk, nooit haars gelijk, in land noch steden. + + +71. Alle liefhebbers en beminnaars van bedijkingen, die gezind +zijn om dit groote, heerlijke, treffelijke en lofbaarlijke werk, +de Haarlemmer Meer, mede te willen helpen handhaven om te bedijken, +en tot goed land te maken, zullen gelieven te weten, dat men hetzelve +niet slappelijk zal moeten beginnen, maar met een' voorbedachten zin +en goeden moed. Dat men het werk ook met goede raad en daad zal moeten +aantasten en mannelijk doordrijven. Gelijkerwijs een wijs Koning of +dapper Prins eene sterke stad zoekt te beleggen en te winnen met alle +vlijt, naarstigheid en moed, alle amunitie van oorlog daartoe zoekt te +prepareren en te bereiden, met schepen en wagens alle voerage zoekt aan +te brengen, zijn leger en omheining met wateringen, vesten, bolwerken, +transementen, schansen, redouten, halve manen, contre-escarpes, +hoornwerken, batterijen, loopgraven, traversen, stormbruggen, en +al hetgeen daartoe is dienende, ook mede hout en ijzer, victalie, +bier en brood, alsmede geschut, kruid en lood, en van alles zich zoo +verzorgt, dat er in geene manieren iets moet mankeeren. Dus doende +durft hij zijnen vijand onder de oogen zien, en toch mede de stad +getroost zijn, om alzoo op de oorlogsmanier dapper te strijden en te +volharden, zoo lang totdat hij de stad gewonnen heeft, en daarvan +meester mag blijven. Opdat al de officieren, ruiters en knechten, +prijs en eer bevochten hebbende, hunne soldij met eere zouden mogen +ontvangen, en alzoo het harnas afleggen, gelijk als in het boek der +Koningen beschreven staat. + + + Ne glorietur accinctus, aeque ut discinctus. + Die het harnas aandoet, zal zich niet beroemen, gelijk degene + die het afgelegd heeft. + De kroone ligt niet in het begin, noch in het midden: maar het + einde kroont het werk. + + +Men zegt gemeenlijk: wèl begonnen is half gewonnen. + +Maar veeleer is dit spreekwoord goed: + + + Vincit assiduus labor. + Aanhouden is het regte middel zoo men zeit, + Om te verkrijgen 't geen dat er verborgen leit. + + +Gelijk ook mede de geleerden voor een spreekwoord hebben: + + + Absque labore gravi non venit ulla seges. + Zonder arbeid komt er geen koren in de schuur. + + +72. Het zou kunnen gebeuren, daar groote werken ook hunne zwarigheid +hebben, dat het fortuin niet altijd naar wensch liep, even als een +schipper van een groot schip, die de zee gebruiken moet, soms wel +onvoorziens met een' zwaren storm overvallen wordt, en daardoor zijn +anker en touw moet verliezen, en niet altijd voor den wind gaat; doch +daarom geeft hij den moed niet verloren, maar schept nieuwe courage +met zijn bootsvolk, om het schip wederom te maken, te heelen en te +boeten, en denkt alzoo, gelijk de Franschman zegt: + + + Si la fortune me tourmente, l'espérance me contente. + + +73. Vele menschen zijn welgezind tot groote rijkdommen, kostelijke +schatten en juweelen, tot groote klompen goud en zilver, daar men +boter voor kan koopen. Dit blijkt dagelijks, daar velen hun leven +daarvoor wagen en in groot gevaar stellen, om te varen naar Oost- en +West-Indiën, Groenland, IJsland, Guinea, Angole, Turkije, Barbarijë, +Grieken, Perzië, Alexandrië, de Archipel, Moscovië, het Weygat, +Magalena, Peruana, Zweden, Denemarken, Riga, Revel en meer andere +vreemde eilanden, steden en plaatsen, Oost en West gelegen, die te veel +zijn om op te noemen. Waar maar eenigzins vermoeden is, om voordeel en +winning te doen, daaraan wordt geen arbeid, kosten of moeiten gespaard, +om hetzelve te aanvaarden, te onderzoeken en te volbrengen, + +74. Maar laat ik voortvaren en tot mijn eigenlijk onderwerp komen, +om hetwelk ik begonnen ben te schrijven, te weten over die groote +zilver- en goudmijn, de Haarlemmer-Meer, waar zoo vele kostelijke +schatten in verborgen zijn. Welke Meer reeds voor vele jaren heeft +bestaan, in het beste en in het middelste gedeelte van Zuid-Holland +ligt, naar mijn oordeel, op de allergeschiktste en gewenschte plaats +der Zeventien Provinciën, nabij Haarlem, Leyden en Amsterdam, wèl +bedijkt binnen de Zeedijken, op de hoogte van twee en vijftig graden, +om welke men niet behoeft naar vreemde landen te varen om haar te +zoeken. Ik waarschuw en vermaan alle minnaars van bedijkingen, dat +ieder hunner zijn voordeel zoeke waar te nemen, en medewerke, om een' +nagel, spijker of bout aan dit schip te slaan, en raad te geven. + +75. Om met de hulp van God hiertoe te kunnen komen, en om deze +groote zilver- en goudmijn te vinden, en de kostelijke schatten +en juweelen op te graven, bestaat voornamelijk uit twee of drie +merkwaardige dingen. Het eerste is, een zware, breede, digte, +sterke, wèlgeformeerde en gemaakte Ringdijk. Het tweede is, dat men +daar nog bij moet hebben goede, bekwame, groote, sterke, achtkante +water-molens, die alle in goede orde gezet, gemaakt en gesteld zijn, +waar men het land mede uit de valleijen moet zoeken. Het derde is, +goede, bekwame sluizen en uitwateringen ter gelegener plaats en op +het IJ, om alle belanghebbenden van de groote steden en ook de oude +landen voldoende te bevredigen. Daarbij nog geschikte (bekwame) +wateringen en vaarten door de Meer. + + +Beschouwing (Propoost) van den dijk. + +76. Gelijk de planken of de huid van een schip het voornaamste is, +waar het schip op moet zeilen, alzoo is het ook met een' sterken +digten Ringdijk, die het water van de Meer moet keeren. + + +Van de watermolens. + +77. Een sterke digte cementbak is met pompen haast ledig te halen; +desgelijks is eene wèlbedijkte digte meer met watermolens wel droog +te malen. + + + + + +Dit is ook noodig om aan te teekenen. + +78. Alzoo ik mede in het begin van het bedijken van de Beemster +gediend heb als Ingenieur en Fabrijk van het zetten en stellen van de +watermolens, tot het voltrekken toe, zoo is het, dat ik, op verzoek +van Dirk van Os, en de Hoofd-Ingelanden, altijd zekere aanteekeningen +(notici) daarvan gehouden heb, en dikmaals gepeild heb en bevonden, +dat de molens van de Beemster in een etmaal, met goeden wind, een' +duim waters op de geheele Beemster in de hoogte konden uitmalen, en +ook somtijds wel anderhalven duim, en dat op vijf- of zesthalf honderd +Rijnlandsche morgen, een' gang molens. Zoodat men de Beemster in twee +jaren drooggemaakt heeft, wel verstaande de inbraak niet medegerekend; +en dat het derde jaar malens gekaveld werd, en elk zijn land bij +loting ontvangen heeft. + +79. Ik heb mede in het bedijken van de Beemster, en ook naderhand, +niet kunnen bemerken, dat de grond iets lek was, zoodat het water +nimmer gewassen of verhoogd is, als het niet regende. + +80. Nog zekere calculatiën alhier gemaakt, hoe vele tonnen waters +een bekwame groote achtkante watermolen op een etmaal uitmalen +kan. Hetwelk ik Jan Adriaansz. in mijne jonkheid, in den tijd van +mijn' zaligen vader Adriaan Symonsz. Leegwater, van de Rijp, in den +polder van Rijp en Graft menigmaal gepeild heb, en bevonden met twee +watermolens, gerekend een' voet in het vierkant, en zes voet hoog +voor eene tonne waters. + +81. De voorschreven polder van Rijp en Graft is groot, omtrent 1400 +morgen, Geest-meer, Ambachts-maat, en is omtrent zoo veel water als +land, dat is 700 morgen waters, hetwelk twee watermolens, in een +etmaal, een' duim in de hoogte konden uitmalen. + +82. Die zelfde morgentalen gebragt in vierkante roeden, en daarna tot +vierkante voeten, waarvan 72 duim in de hoogte gerekend en dat een +voet vierkant voor eene ton waters, zoo is het, dat twee molens, naar +deze rekening, in een etmaal uit kunnen brengen 896,000 ton waters, +en een molen 448,000. + +83. Zoo iemand in deze zaak omtrent het droogmaken van de Haarlemmer +Meer eenigzins twijfelmoedig mogt wezen, vreezende voor eenige +zwarigheid van den grond of lekking van den Ringdijk, zoo zal ik +alhier, met Gods hulp, om alle twijfelmoedigheid weg te nemen, +goede en duidelijke (klare) voorbeelden verhalen, welke mij door +ondervinding bekend geworden zijn. + + + Experentia docet. + + +84. Aangaande den duinkant of de westzijde van de Haarlemmer Meer, +alzoo het gemeene spreekwoord is, dat zandgronden lek zijn: dat is +eensdeels alzoo; maar hiervan is eene goede verzekering, en dat, +uithoofde onder dat zand goed veen en klei liggen, gelijk zulks +dagelijks blijkt en bevonden wordt, vermits onder het zand of de +nollen goede turf gegraven en gedolven wordt, en onder het veen geen +zand ligt tot aan de klei toe. + +85. Dit zelfde blijkt mede aan den Lisser-poel: deze, schoon nabij +de duinen gelegen en nog onlangs bedijkt, wordt ook wel droog gehouden. + +86. De Soetermeersche Meer, die aan de zijde aan de veenen ligt, +is mede onlangs bedijkt en wordt ook wel droog gehouden. + +87. Zoo ook werd uit de Hem-meer, die aan het harde gelegen is, +tegenover de Kaag, met geringe moeite het water uitgemalen, en het +land zeer goed droog gehouden, welke Meer meerendeels toebehoort aan +Sr. Jan van Baarle. + +88. De ringdijk van de Beemster is in het begin meestal uit veenlanden +gemaakt. Die van de Purmer desgelijks. De dijken van de Wormer en +Waterlandsche Meren zijn mede al tezamen van veenlanden gemaakt, zij +worden alle digt bevonden en goed droog gehouden. Bij het bedijken +is vooral hoog noodig, dat men het zwoord- of grasveld, dat onder +den dijk komen zal, goed wegneme, opdat de aarde te beter sluite, +en de dijk digt zou wezen. + +89. Eindelijk de Schermer, die ten naaste bij van gelijke natuur is als +de Haarlemmer Meer, en aan de noordzijde bijkans van gelijke diepte, +zal ook met vier molens boven elkander moeten malen; zoo ook heeft de +kil van de Beemster twee molens in het diep staan, die vier hoog malen. + +90. Aan de Oostzijde, aan de Noordoostzijde en aan de Zuidoostzijde +van de Schermer, is de ringdijk geheel van veenland gemaakt; +aan de Westzijde van die Meer van Jan Boies af, tot aan den +Akerslooter-koorn-molen toe, is de ringdijk geheel van zand of +geest-land gefondeerd en gemaakt, en daar is naauwelijks eene Meer +van al de bedijkte Meren in Noord-Holland, die zoo spoedig en ras +droog gemalen is, als deze Schermer. + +91. Het is mij wel bekend, dat er eenige Meren zijn, wier droogmaking +niet wil gelukken; maar daar, is de reden van: óf omdat de klei te +diep ligt, óf omdat die Meren aan een bergachtig land, of grof zand +gelegen zijn, dat geen water schut, zoo als ik hetzelve wel gezien +en bevonden heb; óf omdat de grond met struiken of bladen van boomen +opgehoogd en bezet is, en hierdoor lek en sponsieus blijft. Gelijk +het ook blijkt, dat eenige dezer Meren niet vast toevriezen, al vroor +het bijkans nog zoo sterk; hetgeen een teeken is, dat de grond open, +sponsieus en lek is. + +92. Aangaande den grond van de Haarlemmer Meer, kan ik anders niet +bevinden en verstaan dan alles goeds, alzoo ik haar voorheen met den +Burgemeester van Aalsmeer en eenige arbeiders, op vele verschillende +plaatsen, gepeild, gebeugeld, gediept, getast en wèl onderzocht +heb, en anders niet kan bemerken of bevinden, of deze Meer heeft +een' bodem van goede klei, doorgaans dik 7, 8 en 9 voeten, gelijk +bevorens verhaald is. En de Haarlemmer Meer is doorgaans diep negen +Rhijnlandsche voeten, of tien houtvoeten, bijkans van gelijke diepte +als de kil van de Beemster of Schermer. Op sommige plaatsen is de grond +aan de kanten van de Meer met veenachtige slibber vermengd, een voet +of anderhalf dik; dezelve is bekwaam, om met den ploeg door malkander +in de klei te vermengen, en alzoo tot goed land te maken. Daarenboven, +hetgeen een goed teeken is, als het eene gewone vorst is, vriest de +Haarlemmer Meer zoowel en zoo vast toe als eenig ander water, zoodat +men daar overal met paard en sleê over rijden kan zonder treuren. Het +blijkt daaraan, dat de grond digt en vast moet wezen. + +93. Dat de grond van de Haarlemmer Meer goede klei is: dat is de +allerbeste, waar men op betrouwen kan, dat de grond digt zal wezen. Het +is mede een goed fondament voor den Ringdijk en in alle manieren heel +goed voor het dóórlekken en opwellen, zoo als te voren gezegd is. + +94. Van de watermolens zal ik alhier mede een weinig verhalen en +noteren. + +95. Dit is de gewone gang en wijze in Noord-Holland bij het bedijken +van meren, zoo als de ondervinding het geleerd heeft. + +96. Als men zoo hoog moet opmalen, als men aan de Beemster en Schermer +op het diepst heeft moeten doen, dan stelt men vier molens boven +elkander tot een' gang, die elkander toemalen van vier of vijf en +dertig voeten stijls, en dat gemeenlijk op vijf honderd Rhijnlandsche +morgen een' gang molens, wèl verstaande, hoe meer gangen molens +op eene kolk malen, hoe beter, en het zal noodig wezen, dat men op +de Haarlemmer Meer zoo veel gangen molens op eene kolk brengt als +immer doenlijk is, en dat om de volgende oorzaak: als er een molen, +twee of drie onklaar zijn, zoo kunnen de overige molens nog malen, +en op den gang blijven, en ook mede dan wordt de ringdijk te minder +gebroken met de kleine sluisjes, die in den ringdijk moeten liggen, +waar de bovenmolens moeten doormalen. + +97. Het is ook eene hoognoodige zaak, dat men verscheidene kruisvaarten +door de Meer maakt, even als in de Schermer, en zulks tot gerief van +de Deelhebbers en huisluiden, om hunne waren met kleine schuitjes +aan den ringdijk te kunnen brengen, als ook vooral de materialen, +die men tot het bouwen en timmeren noodig heeft, en mede ook tot eene +gemeene onderkolk of boezem van de laagste molens. + +Om nu te komen tot het principaalste, waar alles aan gelegen is. + +98. Als dit groote, heerlijke en lofwaardige werk, met de hulpe Gods, +voltrokken en gekaveld zal zijn, dan zal men met den zegen des Heeren +daarop kunnen telen en vinden de allerbeste, kostelijkste schatten en +juweelen, die tot 's menschen nooddruft en onderhoud van doen zijn. Als +men het land behoorlijk ploegt, bebouwt en bereidt, gelijk als in den +beginne Adam, onzen eersten vader, opgelegd was, toen hij het gebod +van God overtreden had, dat hij in het zweet van zijn aanschijn zijn +brood zou eten. Gelijk ook mede in de H. Schrift geschreven staat: +Zoodanig als de akkerman is, zoodanig is ook de bouwing. + + + Bouwt op het nieuw, zaait niet onder den doorn, + Werpt dan in uwen akker het goede koorn: + Zoo zal God u geven, tot een baat, + Eene overvloedige, opgehoopte, volle maat. + + + In manibus Domini sorsque, salusque mea. + Mijn heil en mijn geluk staat in den zegen des Heeren. + + + + + + + +Volgt nu van de heerlijke vruchten des velds. + +99. In de eerste plaats zal in deze Meer zijn te vinden velerhande +granen, als tarwe, rogge, gerst, haver, erwten, boonen, boekweit, +koolzaad, raapzaad en meer andere gewassen; ook gemeste kalveren en +vette schapen, meer dan twintig duizend hoornbeesten, met nog daarbij +velerhande vee en gevogelte, mede in overvloed. Boter en kaas, honig +en melk, met velerhande toespijs, fruit en wijnbeziën, hetwelk niet +alles is te bedenken en te noemen. Het zou zulk eene verandering +in Zuid-Holland geven, dat men het wel het achtste wonder zou mogen +noemen: dat te voren eene schadelijke Meer, een bederfelijke poel, +een verslindende wolf is geweest, dat zou men alsdan den grooten +Zuid-Hollandschen lusthof wel mogen noemen; of het Hollandsch Tresoor, +waar men eene menigte van menschen, door den zegen des Heeren, mede +zou kunnen spijzen en voeden, hetgeen tevens de gemeene landsmiddelen, +met zoo vele duizenden zou stijven en verbeteren, dat het niet wel is +te zeggen. Hiertoe zullen ook wel noodig zijn duizend boeren met hun +gezin, knechten en dienstboden, om het land te bouwen en te bearbeiden, +hetgeen te zamen wel zes duizend menschen zal bedragen. + +100. Alzoo ik voor dezen gehoord en verstaan heb, dat sommige burgers +van Haarlem en van Leiden in eenige zaken wat zwaarhoofdig zijn, +meenende, dat hunne vaarten en wateringen eenigzins zouden verminderen +of verslimmen; zoo zal ik hier met goede redenen bewijzen, dat heel +anders en contrarie het geval zal zijn, op grond der ervarenheid van +hetgeen ik voor dezen dikwerf gezien en opgemerkt heb. + +101. Eertijds, voordat de Beemster en Purmer bedijkt waren, heb ik +dikwerf gezien en bevonden, dat de doorvaart of haven van Purmerend zoo +verdroogd was, dat daar naauwelijks eene ongeladen schuit kon vloten, +en dat gebeurde telkens als er een stormwind uit het noord-westen +woei; dan kwam het dikke water in de haven, en zette zich daar neder, +en hoezeer men het met den beugel uithaalde, was het met iederen +storm weêr hetzelfde. Desgelijks ook de Meer, beoosten Purmerend; +welke slibber met een' ooste-wind uit de Purmer kwam. Maar nadat de +beide meren, de Beemster en de Purmer, bedijkt zijn, heeft men dit +gebrek niet bevonden. + +102. Desgelijks de haven van Edam, alsmede de doorvaart van Nek +en meest alle havens, die op zoodanige wateren of meren liggen; +deze vervuilen altijd door het dikke, modderachtige water, dat met +stormwinden inspoelt. + +103. Daarenboven heb ik ook meermalen gezien (en er mede aan +geholpen), dat men ten tijde, vóórdat de Beemster bedijkt was, +als er eene geladen schuit in de haven van de Rijp in kwam varen, +met groote krachten die schuit moest intrekken, om ter plaatse te +komen, waar men moest lossen; en dat de haven zoo opgedroogd was, +van den modder of de slibber, die uit de Beemster kwam, dat men het +met beugelen en baggeren niet goed kon maken, uithoofde dat telkens, +als het weêr uit het oosten sterk woei, het weêr even zoo vervuilde +als te voren; wij moesten dikwerf en waren genoodzaakt de sluis van +de Rijp open te zetten, en het water door de haven in den polder te +laten stroomen, en den grond met stokken en beugels om te roeren, +en alzoo de haven te verdiepen. Naderhand toen de Beemster bedijkt +was en de watermolens klaar water uit de Beemster hebben gemalen, +heeft men dergelijke gebreken niet gezien, noch vernomen; want als +nu de haven eens uitgediept is, dan vervuilt zij zelden of nooit, +en men heeft daarenboven nu altijd klaar water in de haven van de Rijp. + +104. Als men met reden mag spreken, zoo is het (mijns oordeels en +gevoelens), dat die van Haarlem en Leiden weltevreden behooren te +wezen met het bedijken van de Haarlemmer Meer, en dat zij geene reden +hebben zoodanige klagten en questiën in te brengen, maar grootelijks +daardoor verbeterd zullen zijn en in het minst geene schade zullen +lijden, maar veel eerder groot voordeel, gelijk ik hier met navolgende +redenen zal bewijzen. + +105. Met betrekking tot de doorvaart van Haarlem, zal dezelve in +alle manieren beter en bekwamer zijn dan te voren; het gebeurt nu +dikwerf, dat er schepen zijn, die met kostelijke koopmansgoederen zijn +geladen, welke, als zij voor de Meer, bij de ton, komen, met eenen +hoog-zuidenwind en storm genoodzaakt zijn aldaar te moeten blijven +liggen, uit vrees dat zij groote schade zouden lijden. Ook mede met +een' noordelijken wind in de Kaag insgelijks; men kan alsdan met +schepen en waren niet voortkomen, vermits men het water van de Meer +alsdan niet kan gebruiken, waardoor de koopman dikwerf groote schade +lijdt en mede groot perijkel van zijne schepen te verliezen, hetgeen +zich heel anders en beter zal toedragen, als de Meer bedijkt is. + +106. Als er eene bekwame, wijde, diepe ringsloot of kanaal zal gemaakt +zijn, van zestien of twintig roeden wijd, of zoo wijd als men dan met +goede orde ordonneren zal, zal men die altijd met halven wind kunnen +zeilen, en ook mede met gewone schepen oplaveren; en heel zelden zal +het zijn, dat men die niet gebruiken kan, wel te verstaan, als er mede +een bekwame trekweg zal worden gemaakt, om de schepen altijd met gemak +en gerief met paarden in den wind te kunnen optrekken; de kooplieden +zullen alsdan zelden of nimmer verkort of verhinderd zijn of schade +lijden. Welke trekweg en kanaal mede zullen gemaakt worden, tot aan +de stad Leiden toe, alsmede van de Zijlpoort af tot aan de Kaag of +tot aan de Nieuwe Vaart, zoo als men het dan best geraden zal vinden. + +107. Aangaande het water, dat nu dikwijls heel vuil en troebel is, +dat zal zich heel anders begeven, dan het nu tegenwoordig doet, +waardoor die van Haarlem en van Leiden grootelijks verbeterd zullen +zijn, en het werk alsdan zullen moeten prijzen. + +108. Vooreerst is het notoir, en men kan het ook ligtelijk begrijpen, +dat er alsdan nimmermeer in de steden Haarlem en Leiden eenig vuil, +stinkend of troebel water zal kunnen komen; want als de Haarlemmer +Meer bedijkt en droog gemaakt zal zijn en tot land gebragt zal wezen, +zal er geen ander dan klaar regenwater in de Meer komen, hetwelk zal +staan op kleigrond, vermits de slooten en molen-togten in de Meer +mede in de klei gedolven en gemaakt zullen worden, en de watermolens +van de Meer alsdan het klare water in de ringsloot zullen malen; en +daarenboven zal het duinval, dat aan de west-zijde van de Meer is, +in de ringsloot door verscheidene kanalen komen zakken. Dat water zal +alsdan in de ringsloot behouden wezen en niet vervuilen noch troebel +worden door het stormen van de Meer. + +109. Dat water komt mede in de steden Haarlem en Leiden; doch de +principaalste uitwatering van Rhijnland moet door Haarlem en Sparendam +komen, en aldaar uitgeleid worden, als ook mede bij het huis ter +Hart. Hier staat nog op te letten, dat als de Meer tot land zal +gebragt wezen, de omliggende plaatsen en landen nimmermeer gekweld +zullen wezen door buitengewone hooge aanpersen en afpersen, waardoor +de straten van Leiden nu dikwerf onder loopen, als de wind sterk uit +het noord-oosten waait, en het Sparen een' voet 2 of 3 minder is dan +gewoonlijk, zoodat de schepen er niet over kunnen komen, maar dikwerf +drie of vier dagen tegen Haarlem en Sparendam moeten blijven liggen en +toeven door gebrek aan water, waardoor de kooplieden dikwerf verkort +worden en groote schade lijden, door het bederven van hunne waren. + +110. Welligt zal iemand zeggen: als het een drooge zomer is, zoo zal +er ook weinig water in de Ringsloot zijn. Maar datzelfde heeft plaats +of de Meer bedijkt is of niet; want als het een drooge zomer is, +dan is er nimmer veel water in de binnenpolder, noch op de Meer. + +111. Daartegen zal ik een goed middel stellen: Men make de +buitensluizen met contradeuren, of schore die deuren toe, en late +niet meer water uitloopen, dan men in het schutten van de schepen van +nooden heeft, gelijk men in Noord-Holland doet, als er weinig water +is. Op die wijze laat men de nieuwe sluis of? dijker tot Sparendam +en te Nauwerna? toestaan, om het water in te houden. + +112. Dit zou ik ligtelijk hebben vergeten: Als het klare water in de +Ringsloot staat, gelijk bevorens verhaald is, dan zullen de brouwers +van Haarlem en Leiden dat water kunnen gebruiken, om daarvan te +brouwen, en weinig of geen onderscheid in hetzelve kunnen vinden met +het water, dat zij thans met groote kosten en moeite moeten halen. + +113. Het principaalste en beste is nog, (wat kan er ter wereld +beter wezen!) dat men in de nabijheid van een heerlijk, lofbaarlijk, +gebenedijd land zal wonen, waarvan meestal des menschen nooddruft, +door den zegen des Heeren, komen moet. + +114. Alzoo de stad Haarlem aan twee zijden duinen heeft en aan de +zuid-oost-zijde het groote water, en er niet veel goed land om de +stad ligt, waardoor ook marktdagen sober en weinig moeten wezen, zoo +zal het bedijken van de Haarlemmer Meer zulk een merkelijk profijt +en voordeel geven, dat men het niet kan uitspreken. + +115. In het beginsel, als het werk zal worden aangetast, zullen de +werkmeesters (werkbazen), arbeiders en knechts dagelijks van doen +hebben gereedschappen tot hun werk, hetzij hout, ijzerwerk, kordewagens +en andere nooddruftige dingen, daarenboven kost en kleeding; al hetgeen +zij uit de steden zullen moeten halen. In het kort, meest al hetgeen +aan de Meer geconsumeerd en verarbeid zal worden, dat zal meestal in +Holland blijven en weinig in andere landen gevoerd worden. + +116. Alsdan dit groot, heerlijk, lofbaarlijk, notabel werk met de hulp +van God bedijkt en in goede orde gebragt zal zijn en voltrokken, zoo +zullen er eene menigte van boeren en huisluiden in de naaste steden +komen met ros en wagens, ook mede met hunne granen: desgelijks met +boter en kaas en met andere waren, hetwelk te lang zou wezen om te +verhalen. Zoodat een iegelijk ligtelijk begrijpen kan (zoo als ook +het gemeen spreekwoord waar is): waar het volk is, daar is nering +en welvaart. + +117. Hierbij zal ik nog achteraanstellen de calculatie van deze +bedijking, wat ieder morgen lands, mijns oordeels, omtrent zal +kosten. Voordezen heb ik dit nog eens gesteld; maar over sommige +werken was ik wat te ligt geloopen, en hoop nu op alles te letten, +zoo veel als doenlijk is, naar de genade, die mij de Almogende God +gegeven heeft. + +118. Vooreerst zullen er moeten wezen omtrent 160 kloeke achtkante +watermolens, waarvan elk omtrent zal kosten 5600 gulden, bedragende +te zamen 869,000 gulden. + +119. De Haarlemmer Meer is omtrent in het ronde 25 duizend roeden, +zoo als bij raming in den omgang is bevonden, behalve het plempwerk; +als men nu rondom koopt in de breedte 40 roeden lands, om daarvan te +gebruiken 10 roeden tot den ringdijk, en 12 of 14 roeden tot de gemeene +ringsloot, dan blijft er omtrent 16 roeden achter den dijk liggen, +waar men de molens op kan zetten en stellen, en waarvan men ook de +kolken en kolkdijken bekwamelijk van zal kunnen maken, en van welk +overgebleven achterland men den ringdijk mede kan onderhouden. Als +iedere roede lands kost 10 stuivers in koop, dat is 20 gulden iedere +roede in de lengte, en men dit vermenigvuldigt met 15000 roeden, +bekomt men te zamen 300,000 gulden. + +120. De ringsloot zal zijn twaalf roeden in de wijdte, en acht voeten +diep, is, op de lengte van eene roede, omtrent 84 schaft aarde, om +den dijk mede te maken. Iedere schaft zal aan arbeidsloon omtrent +kosten 10 stuivers, bedraagt iedere roede in de lengte 42 gulden, +en dat vermenigvuldigd met 15000 roeden in de rondte van den geheelen +omgang van den dijk, bedraagt te zamen 630,000 gulden. + +121. Voor alle zaken, zal het beste wezen, dat men den ringdijk in +de breedte make; want het is beter daarna den dijk op te hoopen, +dan ter zijde aan te klampen of te verbreeden, en ook mede, dat men +den achterdijk van binnen, van de kruin af, vijf à zes roeden breeder +make, dan die van de Beemster of andere bedijkte Meren, en de notsloot +op halve diepte en op half water keerende, voor het dóórlekken en +aanpersen van den ringdijk, en het water van de ringsloot, met eenen +suffisanten kadijk van achteren tot eene waterkeering en separatie +van de landen; want de dijk blijvende voor het gemeen, is alzoo +bekwaam en vruchtbaar tot hooilanden, als anderzins, om voor het +gemeen te verhuren. + +122. Ook moet de ringsloot aan de westzijde, of den geestkant, vier +roeden worden verwijd, hetwelk de principale vaart en uitwatering +zal wezen, die ook het eerst moet gemaakt worden, om de doorvaart van +Haarlem niet te beletten, noch te verhinderen; ook niet die van Gouda, +ten einde ieder wèl te contenteren; en dat wel van de Ton van Haarlem +af, tot aan de Wetering toe, hetgeen is omtrent lang 7000 roeden, en +iedere roede in de lengte, met den aankoop van het land en arbeidsloon, +zal omtrent kosten 15 gulden, bedraagt nog 105,000 gulden. + +123. De Plempwerken zijn omtrent lang 1600, iedere roede zal omtrent +kosten 200 gulden. Te weten, de vóórboezem over de eilanden van +Ruigoord, met het gat bij den Overtoom over te plempen, ook mede +bij de Ton van Haarlem, desgelijks mede bij de Kaag. De Wetering, +met nog meer andere kanalen en slooten, bedraagt nog, als het te +zamen gemultipliceerd is, de somma van 320,000 gulden. + +124. Den Ringdijk aan de westzijde, daar de principaalste vaart zal +wezen, van de Haarlemmer Ton af, tot aan de Wetering toe, van buiten +aan de ring-sloot geheel te beschoeijen, zal iedere roede in de lengte +omtrent kosten twaalf gulden, bedraagt de 7000 roeden in de geheele +lengte 84000 gulden. + +125. De binnenwerken, te weten, die wegen en slooten, molen-togten en +vaarten, kolken en kolkdijken en andere affairen, worden doorgaans +gerekend een derde deel te kosten van de buitenwerken, en bedragen +dus nog omtrent 778,000 gulden. + +126. Nog voor het maken van sluizen en uitwateringen, bij het huis +Ter Hart en andere geschikte plaatsen, ook mede de kleine sluisjes, +door den ringdijk, waar de molens door zullen malen, 102,000 gulden. + +127. Nog voor eene rekening, indien het gebeurde, dat men de Meer +het eerste jaar, als de plempwerken gemaakt zijn, niet kon sluiten, +en dat men de ringsloot zoo spoedig niet op hare behoorlijke diepte +kon krijgen, en dat de plempwerken daarom groote schade zouden lijden, +zoo zal men genoodzaakt wezen, vier of vijf greenen sassen of kolken +te maken, ter bekwamer plaatsen, om in en uit de Meer te kunnen varen, +zoo lang totdat de Ringsloot op hare behoorlijke diepte gemaakt zal +zijn, en de molens zoo veel water uit de Meer gemalen zullen hebben, +dat alle plempwerken ontlast zijn, wanneer men de sassen weder zal +kunnen opbreken en den ringdijk rondom in haar geheel digt sluiten. Dit +zal nog omtrent kosten 42,000 gulden. + +128. Nog aan noordshout, om desgelijks te gebruiken tot klein +schoeiwerk, met het onderhoud en het betimmeren van de watermolens, +aleer men aan het kavelen komt, 83,000 gulden. + +129. Nog voor den Dijkgraaf en de Heemraden, Bewindhebbers, Landmeters, +Opzieners, Schuitevoerders, Boden, Knechts, enz. tot aan de kaveling +toe, voor drie jaren 80,000 gulden. + +130. Nog aan vier Heerenhuizen of Keten ter bekwamer plaatsen, +op onderscheidene kanten van de Meer, om desgelijks residentie te +houden, met vier of vijf heerenschuiten tot gerijf, (om van het eene +werk naar het andere te varen,) met nog sommige houttuinen daarbij, +10,000 gulden. + +131. Nog tot een' toeslag en meer andere kwade kosten in voorraad, +hetzij riet, rijs, takken, hout, ijzerwerk, spijkers en arbeidsloon, +als men in het bedijken is; om de plempwerken dagelijks te onderhouden, +zoo lang als het water in de Meer nog kracht baren kan; om in den +ringdijk de kwade steden te voorzien en nog andere kosten meer. Idem. + +132. Eenige vergaderingen met de groote steden, desgelijks mede met +de Heeren van Rhijnland, en andere huislieden van omliggende dorpen, +om alzoo gelijkerhand in het goede met elkander te accorderen, en +om alzoo dit groote, heerlijke, lofbaarlijke werk met Godes hulp +te beginnen, en tot een goed einde, met alle orde, in kavelingen te +brengen, 70,000 gulden. + +133. Nog zijn twee voorname zaken, die wel bedacht dienen te wezen. De +eene is, dat de ringsloot en de trekweg mede door de stad Leiden moeten +gaan, opdat het stroomende water van de molens mede door Leiden heen +en weêr zou zwieren en stroomen. + +134. De andere is: indien het gebeurde, dat de grond of slibber voor +Sparendam begon op te droogen en te vervuilen (vermits Sparendam +in eene hop of inwijking gelegen is), hetwelk de scheepvaart zou +verhinderen en beletten (waarvoor ons God wil verhoeden), zoo zal men +verpligt zijn de Nieuwe vaart, van Haarlem af, tot aan het huis Ter +Hart toe, te verwijden, zoo vele roeden, als het noodig zal zijn, om +aldaar eene kolk te ordonneren, en sluizen te maken, waar men altijd +behoorlijk kan doorschutten op het IJ, om alzoo eene bekwame diepe +vaart te behouden tot welstand van de stad Haarlem en van anderen, +die deze vaart moeten gebruiken en van doen hebben. Voor deze twee +notabele stukken wordt nog gerekend 100,000 gulden. + +135. Dit alles bedraagt al te zamen zes en dertigmaal honderd duizend +gulden. En als de Meer uitbrengt 20,000 morgen, zoo komt ieder morgen +te kosten 180 gulden. + + + No. 118 f 896,000. + » 119 » 300,000. + » 120 » 630,000. + » 122 » 105,000. + » 123 » 320,000. + » 124 » 84,000. + » 125 » 778,000. + » 126 » 102,000. + » 127 » 42,000. + » 128 » 83,000. + » 129 » 80,000. + » 130 » 10,000. + » 132 » 70,000. + » 134 » 100,000. + --------- + f 3,600,000. + + + + + + + + + KORT VERHAAL + VAN + DE MEREN, DIE IN NOORD-HOLLAND BEDIJKT ZIJN, + TEGEN + SARDAM EN DEN HUIGENDIJK + + + HETWELK AL TE ZAMEN GESCHIED IS NA HET JAAR 1608, + EN OOK MEDE VAN DE SLUIZEN EN UITWATERINGEN, DIE + UIT DIEN HOOFDE GEMAAKT EN GELEGD ZZIJN, WELKE DE + NIEUW-BEDIJKTE MEREN HEBBEN DOEN MAKEN EN BEKOSTIGEN. + + +136. In den Eersten zoo is de Beemster bedijkt, is groot zuiver land +7545 morgen. +Nog de Purmer bedijkt is groot 3000 morgen. +De Wormer, groot 1790 morgen. +De Schermer, groot omtrent 6000 morgen. +De Enge Wormer, groot 190 morgen. +De Schalsmeer, groot 75 morgen. + +137. Dit alles bedraagt 18,600 morgen, zoodat de boezem aldaar nu +tegenwoordig kleiner is, dan eer de meren bedijkt waren. + +138. Hiertegen hebben de Heeren van de Beemster doen maken een kanaal +of eene uitwatering, beginnende van de Schermer af, voor Ursem, +langs den Walegsdijk, loopende mede voorbij Avenhorn en den ouden +dijk, tot aan den kant van de Zuiderzee, met nog eene nieuwe sluis +of duiker aldaar in den zeedijk gelegd, om het water te lossen. + +139. Nog heeft de Beemster doen maken den grooten steenen Duiker +op Sarendam. + +140. De bedijkers van de Purmer hebben doen maken het Sas, op het +Oost-einde van de haven van Edam. + +141. De Heeren bedijkers van de Schermer hebben doen maken het kanaal +of de uitwatering door het Kromenier en Wessaner veld, strekkende +tot aan Nauwerna toe, alsmede nog de steenen sluis, die op Nauwerna +gelegd is op het IJ. + +142. De bedijking van de Wormer heeft doen maken eene sluis op den +Nieuwendam, die uitwatert op de Wijker-meer. + +143. Tegen deze nieuwgemaakte sluizen en uitwateringen malen +tegenwoordig 45 watermolens meer dan te voren op den grooten boezem +deden, welke boezem omtrent 18,600 morgen kleiner is, dan toen de +meren nog niet bedijkt waren. De drie sluizen, te weten de Duiker op +Saardam, de sluis op Nauwerna en die op Nieuwendam zijn geheel tegen +de Natuur aangelegd. + +144. Vele menschen in Noord-Holland kennen deze gelegenheid en +uitwateringen zeer wel, en weten, dat meest altijd en doorgaans in +deze kwartieren de wind zuid-west, zuid en zuid-oost waait. + +145. Dit maakt veel laag water op het IJ; maar daartegen perst de Zaan +altijd afwaarts en ten noorden aan. Desgelijks doet mede de nieuwe +vaart van Nauwerna, als ook mede de uitwatering naar den Nieuwen dam, +die toch zeer weinig nut en profijt kan doen, en zulks vermits die +uitwatering door de Wijker-meer altijd vol geslikt en verdroogd is. + +146. Alzoo is het ook mede met meest al de polders, die in +Zuid-Holland liggen, die op de Schie en de Rotte malen en hare +uitwatering hebben op de Maas; deze hebben eenen kleinen boezem en +kunnen met zuid-weste-winden weinig water door hunne sluizen lozen, +door het aanparsen van de Maas en het afparsen der kanalen. + + +NOTA. + +147. Indien de Heeren bedijkers van de Beemster, in het begin der +bedijking, met de Heeren van de uitwaterende sluizen, en met de +stad Hoorn waren overeengekomen (hetwelk in het begin op een' zeer +goeden voet stond), om de uitwatering te maken door Avenhorn en de +Naamsloot, welke een zeer schoon, diep, regt kanaal en wijde sloot is, +loopende ten naaste bij noord-oost-waarts aan, tot op den hoek van +den Zeedijk bij de watermolens, staande bij het Hulkjen, strekkende +voort tot aan de stad Hoorn bij den Zeedijk langs, dan hadden al +deze nieuwbedijkte meren, met de oude landen daar omtrent gelegen, +tegen den Huigendijk en Spaardam, al te zamen volkomen wel gediend +en met hare uitwateringen wel geholpen geweest; ja zouden zelden +of nimmermeer des winters verlegen geweest zijn met het hooge water, +komende de afpersing van de Naamsloot en de afpersing van de Zuiderzee, +geheel volgens de Natuur naar wensch. + +148. Waarmede ik alhier wil te kennen geven, dat al de sluizen +en uitwateringen, die van de Haarlemmer Meer tegenwoordig bij het +Huis ter Hart, op Sparendam en elders zijn, al te zamen goed op +zoodanige winden leggen, gansch en geheel met de Natuur zoo geschikt, +als men maar zou kunnen begeeren en wenschen tot bekwame en volkomene +uitwateringen. + +149. Bij het bedijken der Haarlemmer Meer kan men nog overvloedig +bekwame sluizen maken. + +150. Zoodat men, naar mijn oordeel, dit voorschreven groot, +noodwendig, lofbaarlijk, heerlijk en profitabel werk, het bedijken +van de Haarlemmer Meer, niet behoort achterwege te houden, maar alle +vlijt en naarstigheid behoort te doen en aan te wenden, om het werk te +bevorderen, en dat buiten schade van de groote steden en van de oude +landen van Rhijnland, of van iemand anders, aldaar omtrent gelegen. + +151. Ik heb met reden klaarlijk aangewezen, dat, door het bedijken +der Meren, meestal de boezems tegen den Huigendijk, het IJ en Saardam +in Noord-Holland zijn weggenomen, en het water alsnu in zee lossen +moet door de smalle, naauwe, lange uitwateringen en kanalen, hetgeen +nog redelijker wijs gaan kan, alhoewel het met de zuid-weste-winden, +die meest in Holland waaijen, tegen de Natuur komt, waarmede ik hier +te kennen wil geven, dat de boezem van de Haarlemmer Meer hier niet +mede te vergelijken is, welke het water wijd en breed kan verspreiden, +en dat voornamelijk in den voorboezem benoorden het Huis ter Hart, +hetwelk op den kant van het IJ ligt; desgelijks mede in eene groote +wijde ringsloot, van omtrent zestien duizend roeden in het rond, +en omtrent zestien roeden wijd, min of meer; als ook in de vaart +tusschen Haarlem en Amsterdam; in het Sparen tot aan Sparendam toe, +dat mede digt aan de sluizen ligt; desgelijks mede in den Amstel, +de Braassem-Meer, in de vaart naar Leiden, en meer andere slooten +en wateringen, zoodat, mijns bedunkens, men zelden meer dan bevorens +verlegen zal zijn met het hooge water in de ringsloot. Daarenboven kan +men ligter een half vat leêg tappen dan een okshoofd; het spreekwoord +zegt: het water loopt waar het laagst is; hetgeen ook waar is: de +eb moet lager loopen dan het binnenwater, indien het water in zee +gelost kan worden; en het water kan genoegzaam in de Noordzee en in +de Spaansche zee (oceaan) ontlasten, welke de moeder is van al de +wateren, waar al de rivieren in uitloopen, zoo als de Schriftuur zegt, +en de zee hoogt daar niet van. + +152. Nog is het volgende mede een zekere regel, als het in den +herfst of winter veel nat weder is en het sterk regent, zoodat de +binnen-polders met hun water verlegen zijn, dan is de Haarlemmer Meer +ook altijd vol water, en of dáár dan al eens eb komt, kan dit zeer +weinig op zoodanigen grooten waterplas bedragen. Zoodat de regte +zin van al het werk is: + + + »Veel bekwame goede sluizen op den IJ-kant, + Doet het water wel aflossen uit het oude land." + + +153. Vermits ik in mijn voorgaand Haarlemmer-Meerboek zeer vele +verschillende notabele artikelen voorgesteld en bewezen heb, wegens +het bedijken en droogmaken dier meer, zoo is het, dat zich eenige +tegensprekers opgedaan hebben, die dit niet kunnen lijden, en die dit +noodwendig, treffelijk, heerlijk werk omver zoeken te stooten, en den +octroyanten en verzoekers van dien een' bullebak voor oogen pogen te +stellen, schermende met blinde slagen naar hunne eigen schaduw; gelijk +aan een schip, dat zonder stuurman en zonder kompas roerloos door +de zee vaart, met onbevaren volk heen en weêr zwierende, en de regte +haven niet vinden kan, eindelijk door kwaad beleid geheel moet vergaan. + +154. In de maand Junij 1642 is mij een boeksken ter hand gesteld, +hetwelk is uitgegaan op naam van zekeren Claes Arentsz. Colevelt, +Landmeter tot Leiden, of van eenen anderen wargeest, die sustineert en +voorgeeft, dat het beter zou wezen, dat men de Haarlemmer en Leidsche +meren water liet blijven, dan dat men haar tot goed land zou maken, +hetgeen gansch en geheel is strijdende tegen mijne natuur en gevoelen. + +155. Gelijk als hij hetzelve afbeeldt met een schip op het eerste +blad, waarmede hij zijn gevoelen wil bewijzen, daar hij lust en +pleizier schijnt te hebben, om nog met groote schepen in het midden +van Holland door de veenen te varen, al zou ook alles bederven en in +ruïne loopen wat daaromtrent is. + +156. Daarbij stelt hij, dat verandering en nieuwigheid zwarigheid +baren. + +157. Als dat waar zou zijn, dat men geen ding zou mogen veranderen, +vernieuwen of verbeteren, zoo zouden onze voorouders in vele zaken +dapper gemist en gedoold hebben, welke voor ons den weg bereid hebben, +waardoor nu Holland, door den zegen des Heeren, in vele treffelijke +werken opgekomen en verbeterd is. + +158. Omtrent drie honderd jaren geleden, was Holland nog gansch en +gaar weinig, en was op vele plaatsen weinig met volk bewoond. Toen +ter tijd lagen de lage landen in Zuid- en Noord-Holland nog met de +buiten-wateren gelijk, en vele dammen en zeedijken waren nog niet +gesloten noch gestopt, zoodat meest al die landen weinig goede vruchten +konden dragen, anders als riet, rap, bobelen, biezen, dompen en ander +onkruid, zoodat men daar weinige koebeesten op kon houden. + +159. Het is omtrent honderd vijf en zeventig jaren geleden, dat er +niet één watermolen in Zuid- of Noord-Holland was, om de landen droog +te houden, gelijk mij van verscheiden geloofwaardige lieden van Delft +verhaald is. Was dat in het eerst ook niet eene groote verandering +en nieuwheid? Daardoor zijn nu al die voortreffelijke landen, door +Gods zegen, opgekomen, verbeterd en gebeneficeerd, gelijk ook mede +door de watermolens zoo vele groote meren en moerassen droog gemaakt +en tot land gebragt zijn, zoo als hiervoren verhaald is. + +160. Is dit niet een der principaalste middelen, waardoor Holland +opgekomen is? Alsmede door de zeevaart: welke middelen onze voorouders +met groote naarstigheid behartigd hebben, en waartoe de Almogende +God Zijnen zegen heeft gegeven. + +161. Waarmede ik alhier te kennen wil geven en aan Colevelt gevraagd +wil hebben, of deze veranderingen eenige zwarigheid of schade +baren? Ik kan zulks niet zien noch bemerken. Wat waren meest al +de steden in Noord-Holland? Wat was Amsterdam voor drie honderd en +vijftig jaren? Maar een visschersdorp, hetwelk nu, door Gods zegen, +door verscheiden middelen en nieuwigheid, eene treffelijke koopstad +is geworden, waar nu al die heerlijke, schoone, treffelijke gebouwen +getimmerd zijn en waar nu bijna de beste gelegenheid tot de scheepvaart +is, die in Europa te vinden is, en nog daarbij al die schoone, +heerlijke en sierlijke beplanting op de straten en burgwallen, gelijk +eene koningswarande, waardoor Amsterdam nu wel eene nieuwe wereld, +of eene wereld op zich zelve genoemd mag worden. + +162. Indien Colevelt elke verandering en nieuwigheid omver wil smijten, +dan kan men ook wel zeggen, dat de handel op Oost-Indiën ook eene +nieuwigheid is, welke gedurende mijn leven is opgekomen, en waarvan +Dirk van Os, een van de eerste oprigters (auteurs) van is geweest, +zoo als ik hem zelven heb hooren verhalen, welke handel nu bijkans +zoo magtig is als menige Koning. + +Om nu te komen tot de verandering van de andere Noord-Hollandsche +steden. + +163. De stad Alkmaar heeft, gelijk men zegt, haren naam gekregen +van Al-meer, omdat zij rondom tusschen meren gelegen was; zij was +in dien tijd ook van geene beduidenis, maar nu is zij eene bekwame, +wèlgeordineerde Land-stad, met voortreffelijke marktdagen. + +164. Wat was Hoorn in vroegeren tijd? Niets. Waar de stad Hoorn +nu ligt, waren eenige huizen en werden genaamd: het Hoorntje; zoo +als ik voorheen wel door een' oud man van Groosthuizen heb hooren +verhalen. Thans is Hoorn door de verandering eene bekwame stad en +wel eene zeestad. + +165. Men zegt, dat Enkhuizen haren naam gekregen heeft van Enkele +huizen, omdat daar eenige huizen bij elkander stonden, welke plaats nu +door de verandering en den zegen des Heeren de principaalste zeestad +is, voor de groote visscherij en haringvangst. + + + Hadden onze Voorouders voor ons niets gedaan, + Holland had ook ligtelijk tot niet gegaan. + Maar omdat zij voor ons gestreden hebben als helden, + Zijn voor ons nu bereid veel schoone weiden en velden, + Met nog daarbij, heerlijke woningen abondant, + Zoodat wij nu veilig wonen in ons Vaderland. + + +166. Ik zal nog een weinig verhalen van Colevelt voorstellen, vermits +hij in zijn boeksken spreekt van den grooten boezem; welke zaak ik +reeds genoegzaam in het voorgaande heb afgedaan: ook vraagt hij, +wie zal verzekeren, dat het bedijken van de Haarlemmer Meer goed +gelukken zal? Is dit niet eene dwaasheid? het schijnt, of Colevelt +wel van alles verzekering zou willen hebben. + +167. Waar is ter wereld eenig Keizer, Koning, Vorst, Prins of Heer; +die zoo rijk, zoo wijs, of zoo magtig is, dat hij iemand zekerheid kan +geven van rijkdom, tijdelijke middelen, goederen of haven? Staan wij +niet allen onder de hand Gods, en moeten wij niet alles van den zegen +des Heeren verwachten, en op Zijne Genade betrouwen? Bouwt de akkerman +niet, op hoop, dat hij vruchten zal genieten? Werpt de visscher zijn +net niet uit op hoop van goede vangst? Begint de schipper zijne reis +niet in hoop, dat hij dezelve zal volbrengen? Waren de Heeren bedijkers +van de Beemster al verzekerd, toen zij het werk aanvingen? welke +Beemster nu, God lof! eene zoo heerlijke en voortreffelijke landsdouwe +is. Waren de bedijkers van al die Meren, welke ik in mijn Meerboek +heb opgeteld, zes en twintig in getal, bij den aanvang, al verzekerd +van eenen goeden uitslag? welke Meren nu alle drooggemaakt en tot land +gekomen zijn. Waren de Bewindhebbers der O. I. Compagnie al verzekerd, +toen zij hunne zaken het eerst aanvingen? Ik denk neen. Wie is hier +ter wereld zoo dom (slecht) of zoo onverstandig, dat hij zijne zaken +op schade aanlegt? Niet dat ik hiermede zou willen beweren, dat men +zijne zaken ligtvaardig en onbedacht kan beginnen, maar dat ieder +zijn best behoort te doen, om zijne zaken zoo goed mogelijk aan te +leggen en te bezorgen, en alsdan het overige den Heere moet aanbevelen. + +168. Nog, zegt Colevelt, heeft men het ongeluk in Holstein niet gezien, +hoe het met de Meggerzee, Butsloot en het Noorderstrand is gegaan? Maar +naar mijn oordeel is dit onbedacht gesproken. + +169. Heeft de Almogende God niet duizende middelen om de menschen +te straffen, om der zonde wille, welke (God betere het!) in Oostland +veel geschiedt? Zijn Sodom en Gomorra niet om hare misdaad en zonde +ten onder gegaan? Daarom laat ons de zonde altijd vlieden en mijden, +opdat ons de plage mede niet over het hoofd kome! + +170. Colevelt zegt mede, dat men, door het bedijken der Meer, het +grootste deel van de meervisch zal verliezen! Maar daarentegen zal +men wederom schoone vischvijvers bij de huizen en erven kunnen maken, +om daarin weder de visch te planten en te doen groeijen. + +171. Behalve dat zal er in de molentogten, de kruisvaarten en +de slooten een overvloed van graauwe aal, karper en andere visch +komen. Zoo ook in de groote, wijde ringsloot rondom de Meer. + +172. Daarenboven zijn de veenen, die nabij de steden Leiden, Amsterdam +en Haarlem gelegen zijn, zeer waterrijk, zoodat daarin nog genoeg +Meervisch zal te vinden zijn. Ook blijven de Zuiderzee en het IJ in +vollen stand en vorm, zoodat daar genoeg visch in kan groeijen als +te voren. + +173. Denkt daarentegen, hoe vele schoone vruchten men in de bedijkte +meer zal kunnen genieten, boter, kaas, velerhande vleesch, gevogelte, +hoenders en eijeren, en vele gewassen, te lang om hier op te noemen +en hetgeen ik ook reeds vroeger verhaald heb. Met al hetwelk men wel +twintigmaal meer menschen zal kunnen voeden, dan met de Meervisch. + +174. Alzoo nu mijn Meerboek bijna geëindigd is, en naar mijn oordeel +deze stof voldoende is afgehandeld, zal ik nog eens tot het voorgaande +terugkeeren, en stellen hier nog drie gedichten op het bedijken van +de Haarlemmer Meer. + + +(Nu volgen er drie gedichten, die geene de minste kunstwaarde bezitten +en die wij alzoo zullen achterlaten). + + +Alzoo ik, Jan Adriaansz. Leegwater, dit mijn Meerboek, en mijne +groote kaart, voor dezen met eene goede meening gedaan en gemaakt heb, +tot welstand en ter voorbereiding tot het bedijken en droogmaken der +Haarlemmer Meer, welke kaart ik aan verscheidene Heeren vertoond en +geschonken heb: al hetwelk ik gedaan heb niet door iemand hiertoe +aangespoord, maar als een liefhebber en minnaar der welvaart van +het Vaderland, zoo hoop ik, dat ik hiervoor nog zal genieten eenige +recompens of vereering voor mijnen langdurigen arbeid en moeite, +en dat het gewone spreekwoord waar zal zijn: + + + »laborem mitigat merces." + Het loon verzoet den arbeid. + + +Hiermede wil ik mijn schrijven afkorten. Zoo ik hierin wat gedwaald +mogt hebben, hetgeen niet zoo goed getroffen is, als in het bedijken +gevonden kon worden, dat bid ik UE. Heeren, mij ten beste en ten goede +te houden, en zoo ik in het vervolg nog iets goeds heb, hetgeen tot +profijt en voordeel van de bedijking en tot 's Lands welvaart zou +kunnen strekken, dat wil ik te allen tijde mededeelen en alzoo het +land dienen met de gaven, die mij de Heere geeft. + +De Almogende, Goede, Barmhartige en Genadige God, die Hemel en aarde +geschapen en gemaakt heeft, die wil Zijnen zegen hierover uitstrekken, +en geven UE. al te zamen een gerust en vredig lang leven, en het +allerbeste naar ziel en ligchaam, en hier namaals, het alleropperste +goed hierboven in den Hemel met alle geloovigen en vromen, die hetzelve +uit genade zullen bezitten in der eeuwigheid. Amen. + + +(Nu volgen nog twee gedichten en voorts de spreuk:) + + + Nihil ab omni parte beatum. + + +(en daaronder:) + + + J. A. L. W., Ingenieur, + ende Molenmaker van de Rijp. + 1643. + + + + + + + +AANTEEKENINGEN. + + +Haarlemmer-Meerboek.--De titel van den eersten druk luidt woordelijk: +»à dieu seul honneur et gloire. Haerlemmer-Meer-Boeck, dienende tot +remonstrantie, verklaringh ende voorbereydinghe om de Haerlemmer- +ende de Leytse-meer te bedijcken. Als oock van de diepten, gronden +en de nuttigheydt derselver. Midtsgaders: van meest alle de Meeren +die in Noort-Hollandt teghen den Huygendijck en Saerdam bedijckt en +tot land gemaeckt zijn, zedert het jaar 1608, geduerende tot het +jaer 1641. Beschreven door Jan Adriaenz Leech Water, Ingenieur en +Molenmaecker van de Ryp in Noort-Hollant." + +Zoo ook luidt de titel van den derden druk; doch op denzelven slaat +nog: »door d' Autheur een vijfde part vermeerdert." + +De 8ste druk, dien ik in deze heb gebruikt, mist de Fransche spreuk, +doch heeft de woorden: "den achtsten druk wederom met verscheyden +notable Artykelen een zesde part vermeerdert, ende ook met eenige +tegenspraak van Colevelts Boeksken." Hetgeen waarschijnlijk ook op +de titels der vierde en volgende uitgaven gevonden wordt. + +De eerste druk is in geene paragraphen of nummers verdeeld. Men mist +er ook alles, wat in No. 7 tot en met No. 33, in No. 42 tot en met +No. 45, en in No. 57 is vermeld, alsmede de optelling der bedijkte +plassen in No. 65 en hetgeen men in No. 72, in No. 153 tot en met +No. 174 vindt. De verdeeling in Nummers of Paragraphen heeft echter +reeds in den derden druk plaats. + + + +Bl. 3. De Haarlemmer Meer.--In het werk van Leeghwater heb ik +het woord Meer vrouwelijk gelaten, omdat hij het als zoodanig +heeft gebruikt. Het woord is in onze taal zoowel vrouwelijk als +onzijdig.--Men zie Bilderdijk's Geslachtlijst der Naamwoorden.--In +mijn eigen werk heb ik mij naar het thans algemeen gebruik gevoegd +en het woord als onzijdig gebezigd. + +» Voorbereiding, dit is plan. + +» Prins van Oranje, te weten Prins Frederik Hendrik, aan wien en aan +de overige bij de opdragt vermelde personen, waarschijnlijk al hetgeen +in den eersten druk staat, is ingeleverd. Misschien wel bij wijze van +verzoekschrift, om octrooi te erlangen tot het bedijken van het Meer. + +» Lofbaarlijke, dit woord gebruikte Leeghwater veelvuldig, het is +lofwaardig; wij hebben nog in onze taal schrikbaarlijk, wonderbaarlijk, +enz. + +Bl. 4, No. 1. Zoo dat de vrees niet ongegrond is. + +Bij Leeghwater staat: hetwelk te bedenken staat, eene spreekwijze, +thans niet meer in gebruik; wij hebben echter hiervan nog het woord: +bedenkelijk, die zaak is bedenkelijk. + +Ald. No. 2. Een kenning. Eene zeer onbepaalde maat, zoo ver als men +zien, kennen, herkennen kan, een gezigt ver. Het woord komt ook voor +bl. 7, No. 10. + +» Geloofwaardige. Leeghwater zegt: loofwaardige, eene Noord-Hollandsche +spreekwijze. + +Ald. Bij eenen landmeter, oude spreekwijze voor: door eenen landmeter. + +Bl. 5, No. 3. 't Land van de Vennep en het land van den Ruigenhoek. Het +land van Vennep was eertijds zeer uitgestrekt, en aan het vaste +land vast; men kon van dáár over Aalsmeer en Amstelveen te voet +naar Amsterdam gaan. (Zie ook v. Leeuwen, Bat. Ill., bl. 140). Nog +tegenwoordig heeft men te Hillegom de Venneper laan, die naar het Meer +loopt. Vennep is een klein eilandje in het Meer, naast Beinsdorp. (Zie +over Vennep v. Mieris, Beschr. van Leyden, II D., bl. 601). + +Het land van den Ruigenhoek ligt niet ver van Aalsmeer, eenigzins +westwaarts van dáár. + +Ald. No. 4. Het zwoord van het land, is het bovenste gedeelte, de huid +van het land, de bovenste korst, waarschijnlijk van waren, bewaren. + +» Nieuwerkerk, was weleer een welvarend dorp. Thans geheel, even +als Vijfhuizen, Rijk, Rijkeroort, Burgerveen en 's Greegelsgeregt, +door het Meer verzwolgen. + +» De schoor van het land; men noemt schoor, schor, schorre den aanwas, +den aanworp van het land; het slijkland, gors. Het duidt in het +algemeen aan land, dat boven water ligt, ook wel strand of oever. + +» No. 5. Dat zijn Vader zich herinnerde. Bij Leeghwater staat: 't +welk zijn vader mogte gedenken; verouderde spreekwijze, wij zeggen +nog in die beteekenis: gedenk mijner, voor herinner u mij. + +Bl. 6, No. 7 tot en met 33 worden niet in den eersten druk gevonden. + +Ald. No. 8. Rafter, is een stuk ruw hout. Zie Kiliaan op het woord. In +het taalkundig woordenboek van Weiland komt het niet voor. + +Bl. 8, No. 14. Dat in dien tijd de mond van de Spiering-Meer geheel +digt was. Men zie de kaart door ons bij dit werk gevoegd, waar men zien +kan, dat het Spiering-Meer bevorens een geheel afzonderlijke plas was. + +De kaart van 1531 zou, volgens G. Schoenmaker, in de aanteekening op +de Noord-Hollandsche Arcadia van Kl. Bruyn, bl. 481, vervaardigd zijn +door Pieter Bruinsen, Landmeeter van Rijnland en Kenmerland. + +Bl. 8, No. 14. Dat daartoe geene waterlozing bij het huis ter Hart was. + +Het is onzeker, wanneer de sluizen bij half weg Haarlem het eerst +gelegd zijn. In 1364 heeft Hertog Albrecht aan die van Rhijnland eene +Handvest verleend, om sluizen te mogen leggen tusschen Amsterdam +en Spaarndam, waarbij bepaald werd, dat door deze nimmer eenige +doorvaart zijn mogt van groote schepen; ook mogt hier nimmer een +overtoom gemaakt worden of eenige overslag van goederen over den dijk +plaats hebben. Welligt is alzoo de oorsprong der sluizen op Halfweg +aan deze handvest toe te schrijven. + +Het Huis ter Hart is thans meer bekend onder den naam van Zwanenburg; +S. van Leeuwen zegt in zijne korte beschrijving der stad Leiden, +bl. 156, dat hier weleer het adellijke huis Polanen stond. (Zulks +is ook het gevoelen van Soeteboom in zijne Saanlandsche Arcadie, +IIIde Boek). Dit wordt echter door anderen betwijfeld, die beweren, +dat het huis Polanen een weinig meer naar de Amsterdamsche zijde, +niet ver van de tegenwoordige trekvaart, waar later de lustplaats +van den Heer Klaas Kornelisz Kalff was, heeft gestaan. Zwanenburg is +het gemeen-landshuis van Rhijnland; de tijd der stichting is mij niet +gebleken. G. Schoenmaker zegt, dat de naam Zwanenburg waarschijnlijk +eerst zal hebben aangevangen na de vertimmering in 1660, en ontleend +van de Zwanen, die boven ieder der stijlen van den ingang werden +geplaatst. + +Bl. 9, No. 15. Zoo zou de Meer met de Drecht gemeen wezen. Over de +betrekking van het Haarlemmer Meer en de Drecht, kan men zien het +in den jare 1825 geschreven werkje van den kortelings overledenen +ijverigen en werkzamen Jacob de Jong, Dijkgraaf van het Heemraadschap +van den Amstel en Nieuwer Amstel, getiteld: De Amstel, de Drecht en +de Aar voor groote schepen bevaarbaar gemaakt. + +Ald. Het Griet. De Griet is een polder, tusschen Leimuiden en het Meer, +waarvan zeer veel is weggespoeld, zoodat het gedeelte van het Meer, +dat er tegen aanspoelt, mede het griet wordt genoemd. + +Bl. 10, No. 20. Zoo dat deze waterwolf alles vernielt wat daaromtrent +is. C. Velsen geeft, in zijne aanmerkingen over de tegenwoordige staat +van de Haarlemmer Meer, eene opgave van de landen, die na Leeghwater, +tot op zijnen tijd (1727), door het Meer zijn weggespoeld. + +» 11, No. 24. Hoorn. Hoorn, niet ver van de stad Leiden. + +» 12, No. 24. Begon te leggen, er staat slissen.--Slissen is eigenlijk +slechten, effen-glad maken, complanare. Zie Kiliaan. + +Bl. 13, No. 27. Dat de droogte van Pampes daar nog dagelijks door +gevoed wordt.--Wijlen mijn vriend M. G. Biben heeft in den jare 1828 +twee zeer belangrijke verhandelingen in het licht gegeven, over de +aanslibbing der haven van Amsterdam en de afdamming van Pampus. + +Bl. 16, No. 36. Rhijnlandsche roede.--Eene Rhijnlandsche roede is 3 +Ellen, 7 Palmen, 6 Duimen, 7-4/10 strepen Nieuwe Nederlandsche maat; +een Rhijnlandsche voet is 3 Palmen, 1 Duim, 3-9/10 Strepen. + +» 17, No. 41. De waard.--Geene bedijking had met zoo vele tegenspoeden +te kampen als de Wieringer-waard, waartoe reeds 5 September 1595 +verlof werd gegeven, doch welk meer eerst in 1611 is gekaveld. + +Bl. 18, No. 41. Voor 's Hertogenbosch. In de kleine kronijk, bl. 40, +No. 49, zegt onze schrijver: »Nota, dezelve Jan Adriaansz. Leeghwater, +heeft ook gewerkt in 't leger voor 's Hertogenbosch, alwaar hij +grooten dienst gedaan heeft voor den Prins, met molens te ordineeren +en te stellen, om het water uit te malen, 't welk groot voordeel +heeft gegeven om dezelve onwinlijke stadt winlijk te maken, gelijk +gebleken is." + +Ald. No. 42 tot en met No. 45 wordt in den eersten druk niet gevonden. + +» No. 42. In het jaar onzes Heeren, te weten in 1628. + +Bl. 20, No. 46. In het labeur wezen.--Zoo staat er bij Leeghwater: +het is het Latijnsche in laborem esse, bezig, werkzaam zijn. + +» 21, No. 47. Ronde Goden.--Wat ronde Goden zijn, heb ik niet kunnen +ontdekken. + +» 21, No. 48. De Beemster.--Leeghwater heeft de bedijking der Beemster, +in zijne kleine kronijk, bl. 27, aldus beschreven: + +»In den eerste, de verzoekers en octrooijanten van de Beemster, +die met Gods hulp dit heerlijke treffelijke werk eerst bij der +hand genomen hebben, waren bij namen de navolgende perzonen; de +eerzame, vrome koopman, Dirk van Os met zijn broeder Hendrik van +Os, Burgemeester Boom, Arent Grootenhuis, met zijn broeder Heins +Grootenhuis, Jan Klaasz Krook, goutsmit; deze zes personen waren +woonachtig te Amsterdam, met nog den bailjou van Oosthuizen, genaemd +Vollenhoof, die mede een octrooijant was, die de eerste dijkgraaf +geweest is die de Beemster bediende. + +»2. De namen van de vier principaalste Landmeters waren deze navolgende +personen, (die de Beemster, aldereerst de ringdijk, daarna de wegen +en sloten, en de cavelingen, met advys van de E. Heeren bedijkers, +gerooit en gesteld hebben) Mr. Luicas Jansz. Sink van Amsterdam, +met Mr. Jan Pietersz. Dan van Leiden, met Augustyn Bas van Alkmaar +en Schout Reier van Warmenhuyzen. + +»3. De eerste Secretaris was van Purmerend, genaamd Riwert Claasz, een +zeer bekwaam man tot zoodanige diensten, en Jan Adriaansz. Leegwater +van de Rijp, was van de E. Heeren gesteld waar te nemen het fabrijken +en stellen van de watermolens. + +»4. De Beemster was een water van omtrent zeven mijlen in het rond +en na mijne meting omtrent zes voeten diep. De bedijking van dezen +is een zeer treffelijk werk geweest, strekkende tot groot profijt, +niet alleen voor het gemeene Land, maar ook voor vele arbeiders, +die hun brood daaraan wonnen, en waardoor nu nog dagelijks, droog +geworden zijnde, vele duizend menschen gespijst worden. + +»5. De besteding van de watermolens van de Beemster, is geschied in +het jaar 1608, op nieuwe jaarsdag, in het openbaar tot Amsterdam, +op den Nieuwen dijk tot Anna Franken, en die den eersten molen aannam +was van Delft, genaamd de Boer. + +»6. De eerste aanbesteding van het dijkwerk werd gedaan tusschen +Purmerend en Nek, op den 10den April 1508, waarvan een groote +menigte van volk tot Purmerend op het kasteel vergaderd was. De +aannemer van het eerste park was van Burghorn, zijn naam was Jan +Adriaansz. Jongkint, welke een ton bier van de Heeren ten beste kreeg, +omdat hij het eerste park gemijnd had. + +»7. Een zeker Engelschman, aangenomen hebbende een groot stuk dijks, +begon daaraan te werken, doch is, door het geweld van het water, +vermits de dijk zeer lang was, verhinderd hetzelve uit te voeren, +en moest tot zijn groote schade, de wijk nemen. + +»8. Daarna heeft men beginnen te raadslagen hoe dat men het +Spijkerboorsgat zou stoppen, hetwelk kwaad om te doen was, overmits +de scheuring eene groote diepte aldaar maakte; dit werd met balken +en heiwerk, en aarde daartusschen ingeworpen voltrokken, zulks dat +men haast over dezen dam kon gaan. + +»9. Daar is ook eene uitwatering besteed, die begonnen is voorbij +Ursem, langs Walingsdijk, daar nu de vaart tusschen Alkmaar en Hoorn +is; voorts liep het voor bij Avenhorn, en zoo allenskens in zee. De +andere uitwatering was na Sardam, alwaar de Heeren van de Beemster +eene nieuwe sluis lieten leggen, om het water te lossen. + +»10. Men zag met er haast vele watermolens rondom de Beemster stellen, +om na het sluiten van den Ringdijk het water uit te malen, hetwelk +in vier jaren tijds volbracht is. + +»11. Doen de Beemster ten naastebij droog was, zoo dat men daar niet +langer met schuiten over varen kon, zoo is aldaer in de zomer veel +volks in gegaen met manden en zakken, na de kil toe, door de slibber +en heeft aldaar bij menigte visch en aal met handen gegrepen, en t' +huis gebragt, gelijk ik zelfs mede gedaan heb. + +»12. Doen de Beemster eerst droog geworden was in het jaer 1612, +den 4den July, dat men de wegen redelijker wijze kon gebruiken, +hebben de E. Heeren bedijkers van de Beemster, den Prins Mauritius, +met zijnen broeder, Prins Hendrik, met meer groote Heeren en Edelen +daer bij wezende, verzogt, en genoot om in de Beemster te komen, +om hunnen maaltijd aldaar te houden in 't Heeren huis; hetwelk ik +Jan Adriaansz. Leegwater mede gezien heb, en den tafel mede heb +helpen bedienen. + +»13. Op den zelfden dag, voor den maaltijd, is de Prins Mauritius, +met zijn adel en suite na de Rijp getrokken, alwaar hij zeer treffelijk +ingehaald en ontvangen werd, waarvan Jan Sypersz., een braaf jongman, +eene fraaije vrijster bij hem hebbende, allereerst den Prins gewelkomd +heeft, en hij heeft haer elk met een stuk gouds vereerd. + +»14. En alzoo daer nog geen brug bij Rijp over de ringsloot was, daar +men over gaan konde, zoo was schipper Jan IJsbrantsz. van de Rijp, die +een liefhebber van den Prins was, de aanlegger om een brug te ordineren +met schuiten en pramen, mede met planken en deelen op het spoedigste te +maken en te stellen, zoo dat die brug wel gereed lag doen die Prinsen +en Heeren in de Rijp kwamen, en daer bekwamelyk over gaen konden. + +»15. Alzoo die loffelyke dykagie van de Beemster door den zegen +des Heeren alle jaren zeer treffelyk begon aen te wassen en te +vermeerderen, zoo waren die van Rijp zeer begeerig om een wagenbrug by +de Rijp over de Ringsloot te hebben, waarvan Meinert Cornelisz. Salm, +een van de vroedschappen van de Rijp was, die aan de E. Heeren Bedykers +van de Beemster verzogt en verkregen heeft, aldaar een wagenbrug te +leggen, waarvan de Heeren bedykers het hout daartoe gegeven hebben, +en die van de Rijp hebben die brug uit een goede gonste ter liefde +gemaakt, in twee halve dagen, waarvan ik, Jan Adriaansz. Leegwater, +het fabryk met het timmeren van de brug waargenomen heb. + +»16. Zoo haast die brug gemaakt was, zoo was IJsbrant Jansz. de +Lange, zeer begeerig, en heeft zyn wagen en paard op den zelfden +dag gehaald op het spoedigste, en is allereerst over die brug in de +Beemster gereden, welke voorz. brug al daar sommige jaren tot een +behulp gelegen heeft. Deze voorz. brug is gelegen in het jaar 1613, +op den 29sten Maart, en doen is de eerste wagen uit de Beemster over +die brug in de Rijp eerst gekomen." + + +Men leze over de Beemster Le Francq van Berkhey, Nat. Hist. van +Holl., Iste Deel, bl. 76; A. Wolf, de bedijking van de Beemster; +Historisch berigt wegens Joost Jansz. Beeldsnijder, door J. Koning, +geplaatst in het Vde Deel der werken van de 2de klasse van het +Koninkl. Ned. Instituut, enz. + +Ik kan mij niet onthouden hier te plaatsen de regels van Vondel, + + + OP DEN BEEMSTER. + + De wintvorst, om den rouw van Hollants Maeght te paeien, + Vermits door storm op storm zy schade en inbreuk leê, + Schoot molenwieken aen, en maelde, na lang draeien, + Den Beemster tot een' beemt, en loosde 't meir in zee. + De zon verwondert, zagh de klay noch brak van baren, + En drooghde ze af, en schonk ze een' groenen staetsikeurs, + Vol bloemen geborduurt, vol lovren, ooft, en airen; + En toiende heur hair, bestroide het vol geurs. + De room en boterbron quam uit haer borsten springen, + Het vissigh lyf wert vleesch, noch maeght en ongerept, + Haer voorhoofts torenkroon quam door de wolken dringen, + Gelijk gemeenlyk weelde in hoogheit wellust schept. + Hier jaeght de winthont 't wilt: hier rijt de koets uit spelen. + Men danst, men banketteert in 's koopmans ryke buurt. + Hier lacht de goude tyt in lieve lustprieelen, + Die voor geen oorlog schrikt, noch kiel op klippen stuurt. + Verzier van Cypris hoe zy Cypers quam bekoren: + Ik weet dat dees Godin uit zeeschuim is geboren. + + + Poezy II. + + +Bl. 21, No. 48. Na de bedijking heeft ieder morgen omtrent 250 gulden +gekost.--Een morgen lands is bij ons groot 600 Rhijnlandsche roeden, +oude maat, of 85 (vierkante) roeden, 15 el, 79 palmen, 16 duim nieuwe +maat; of 85157916/100000000 van een Bunder. Gewoonlijk geldt het +morgen lands in de Beemster thans tusschen de f 650 en f 750. De +grondlasten, polder-omslagen, dijkgelden, enz., kan men per jaar op +f 12 à f 14 stellen. + +Bl. 24, No. 57. Hetgeen in dit No. staat wordt in den eersten druk +niet gevonden. + +Ald. No. 57. Kroosing komt van kroos, kroes, kroost, kroost, intestina, +venter cum intestinis, het inwendige, ook ronding; kroes is een +ronde drinkbeker. + +» No. 60. Welke kleibodem doorgaans dik is 7, 8 à 9 voet en meer.--Bij +den Heer Baron van Lynden vindt men bl. 302 een proces-verbaal van een +in den jare 1812 plaats gehad hebbend onderzoek der diepten van water +en van den aard en de gesteldheid der gronden beneden het water van +het Meer, opgemaakt door de Heeren A. Hanegraaff, S. Kros en J. van +Lakerveld Blanken, waaruit men echter moet opmaken, dat de kleibodem +doorgaans zoo dik niet is als Leeghwater hier opgeeft. + +» No. 61. Dan is het meest altijd laag water op het IJ. Er staat in het +oorspronkelijke: dan is het meest altijd leeg-water, enz. Ook in No. 24 +staat leger voor lager. Dit zou het vermoeden kunnen bevestigen van +hen, die meenen, dat Leeghwater zijnen naam van laag-water ontleende. + +Bl. 26, No. 62. Plempwerk.--Van plempen, in de beteekenis van dempen, +digtmaken. + +» 27, No. 65. De veelvuldige Meren en Moerassen, die in Noord-Holland +vóór en na de Beemster bedijkt zijn. De Heer Baron van Lynden geeft, +bl. 34 zijner verhandeling, eene staat der droogmakingen, zoo in Noord- +als in Zuid-Holland. De eerste bedijking was in 1440 van het Neschmeer +in Noord-Holland. Volgens dien staat zijn in dat gewest van 1440 tot +1645, als wanneer het Sapmeer is bedijkt, 43 meren en plassen tot land +gemaakt, te zamen ruim 42617 morgen uitmakende. En in Zuid-Holland, +met een klein gedeelte van Utrecht, vanaf de droogmaking van het +Soetermeersche Meer, in 1614, tot die van het Bijlmer-Meer, in 1820, +40 Meren en Polders, te zamen uitmakende ruim 35793 Morgen. + +Helmers zingt in zijne Hollandsche Natie (Iste Zang) niet ten onregte: + + + »Stijg, Beemster! Purmer stijg! meldt, welige valleijen! + Op wier beklaverd veld thans vette kudden weijën; + Vermeldt den voorspoed aan der oud'ren vlijt verpligt! + Uw welvaart zegt ons meer dan 't schoonste lofgedicht. + o Grond! in vroeger eeuw in schuimend nat bedolven! + o Grond! door 't voorgeslacht gewoekerd uit de golven, + Gij dondert ons in 't oor met onweêrstaanbre kracht: + Bemint uw vaderland, vereert het voorgeslacht! + Hun brein, dat tot uw nut heel d' aardbol had omvademd, + Schiep 't land dat gij bewoont, den luchtstroom dien gij ademt." + + +Leeghwater noemt op zijne lijst de oude en nieuwe Zijp; deze werd +eigenlijk reeds in 1553 bedijkt, doch brak later in 1570. De tweede +bedijking had in den jare 1572 plaats; doch in het zelfde jaar bezweek +de dijk weder. In 1595 hervatte men de bedijking, die, hoezeer nog +eens ingebroken zijnde, echter in dat jaar tot stand kwam. Zie de +cronycke van Leeuwenhorn, uitgegeven door D. Asz. Valcooch, bl. 88. + +De optelling dezer in No. 65 vermelde drooggemaakte Meren vindt men +in den eersten druk niet. + +Bl. 28, No. 66. Dirk van Os met zijn broeder Hendrik van Os, het +eerste jaar toen de Beemster droog geworden was geteeld zeven duizend +zeven honderd drie en vijftig zakken koolzaad. Leeghwater geeft niet +op, hoe veel lands deze gebroeders van Os in de Beemster bezaten; +zeker is het, dat Dirk van Os de voornaamste belanghebbende in die +bedijking was. Men zie Extract uit het octrooi van de Beemster met +de cavelconditiën, gedrukt te Purmerend, 1696, in 8o. + +Bl. 29, No. 67. De volger weg is de weg, die van Purmerend, of liever +van de kruissloot, tusschen die stad en Quadyck, naar Volger, bij +Spijker-boort, loopt; hij is bijna 2040 Rhijnlandsche roeden (7685 +Nederlandsche ellen) lang. + +Ald. No. 69. De Beemster kan ieder jaar nu wel opbrengen aan landhuur +twee maal honderd en vijftig duizend gulden aan vrij geld. Een mijner +vrienden gaf mij op, dat hij van zijn land in de Beemster rekende +jaarlijks f 33 à f 34 vrij geld per morgen te ontvangen. Hetgeen over +de 7645 morgen, die de Beemster groot is, wederom ten naaste bij de +door Leeghwater opgegeven som uitmaakt. + +Bl. 31, No. 72. Hetgeen in dit No. staat mist men mede in de eerste +uitgave. + +» 34, No. 78. Fabrijk.--Eertijds werd de opziener over de stadsgebouwen +de fabrijk genoemd. Dit heeft in sommige steden nog wel plaats. + +Ald. No. 80. Mijn zaligen vader Adriaan Symonsz. Leeghwater.--Men +zou hieruit kunnen opmaken, dat de vader van onzen Schrijver zich +ook Leeghwater noemde; doch het komt mij waarschijnlijk voor, dat +Leeghwater, dien naam hebbende aangenomen, denzelven ook aan zijnen +vader toevoegde, die zich mede met het leegmaken van plassen schijnt +bezig te hebben gehouden. + +Bl. 36, No. 87. Sr. van Baerle.--Eertijds,--geen vijftig jaren +geleden,--noemde men Sr. (Sinjeur,) iemand, wien men meende dat de +titel van Heer niet toekwam. Ik zag eens eene assignatie op eenen +kassier, luidende: Sr. N. N. gelieve te betalen, enz. Thans zijn alle +Sinjeurs Heeren, zoo niet Wel-Edel of Wel-Edelgeboren Heeren geworden, +nadat eerst de Heeren Burgers zijn geweest.--O quantum est mutatum +ab illo! + +Bl. 37, No. 92. De Haarlemmer-Meer is doorgaans diep negen +Rhijnlandsche voeten.--Uit het hier boven opgenoemd proces-verbaal van +de Heeren Hanegraaff, Kros en Van Lakerveld Blanken blijkt, dat het +water in het Meer meestal 12, 12 1/2 en 13 voeten diep is, ja op eenige +plaatsen 15 voeten, schoon op enkele 8 en minder. Die Heeren hebben 256 +peilingen en boringen in het Meer bewerkstelligd. De diepte is door hen +berekend onder het Amsterdamsche peil. De diepte op het door mij bij +dit werkje gevoegde kaartje aangeduid, is derhalve beneden dat peil. + +» 38, No. 94. Van de watermolens.--Zeer breedvoerig handelt de Heer van +Lynden over dit onderwerp in het VIde Hoofdstuk zijner verhandeling, +bl. 70-144. Sedert den leeftijd van Leeghwater is men in de werktuigen +van uitmalen veel vooruitgegaan. + +» 45, No. 112. De brouwers van Haarlem en Leiden.--Het getal der +brouwerijen te Haarlem, Leiden, Delft en elders in ons Land, was +bevorens zeer aanzienlijk. + +» 46, No. 115. Kordewagens is het zelfde als kruiwagens. Zie Weiland +op het woord. + +Ald. No. 117. Voor dezen heb ik dit (de berekening der bedijking) +nog eens gesteld.--Hieruit blijkt, dat Leeghwater reeds vroeger het +plan eener droogmaking van het Haarlemmer Meer heeft gevormd. + +Bl. 47, No. 120. Een schaft aarde.--Eene schaft is 114 kubiek +voeten. Leeghwater berekent de schaft op 50 cents; in het midden der +vorige eeuw stelde men ze op 85 cents, en de Heer Van Lynden zegt +(bl. 178 zijner verhandel.), dat men dezelve thans, bij het graven van +groote en diepe kanalen, tusschen de 1 1/2 en 2 gulden moet berekenen. + +Bl. 48, No. 121. Notsloot voor Nootsloot nog als zoodanig in gebruik, +alsmede notbrug, notweg, enz. + +» 51, No. 134. Dit alles bedraagt al te zamen zes en dertigmaal honderd +duizend gulden.--De berekeningen van de kosten der droogmaking zijn +zeer uiteenloopende, + + + Leeghwater stelt ze op f 3,600,000. + Bolstra gaf die in zijnen tijd op als + zullende bedragen » 6,600,000. + de Heeren Goudriaan en Klinkenberg stelden + in 1769 » 9,000,000. + de Heer A. Blanken, Jsz. » 8,000,000. + de Heer Engelman » 12,000,000. + de Baron van Lynden » 7,000,000. + en Al. Stappers slechts » 6,000,000. + + +Terwijl, volgens de berekening van het Gouvernement, tot die +droogmaking 8 Millioenen noodig zouden zijn. + +Ald. No. 153. Al wat in No. 153 tot en met No. 174 staat wordt in +den eersten druk niet gevonden. + +Bl. 63, No. 168. Heeft men het ongeluk in Holstein niet gezien, hoe het +met de Meggerzee, Butsloot en het Noorderstrand is gegaan?--Leeghwater +verhaalt dit ongeval, hetwelk in 1634, daags vóór Allerheiligen, +voorviel, en waarbij hij tegenwoordig was en groot gevaar liep om zijn +leven te verliezen, zeer breedvoerig in de kleine kronijk, bl. 36, +No. 35 tot en met 48. + +» 65, de laatste regel: 1643.--Dit jaartal staat onder al de uitgaven, +die den vierden druk volgden.--Leeghwater heeft, na het uitkomen van +Colevelt's Bedenkingen, zijn werk in 1643 nog eens nagezien en eenen +IVden druk van zijn Meerboek uitgegeven, naar welken al de volgende +(met bijvoeging van de kleine kronijk) zijn afgedrukt. + + + + + + +DRUKFOUTEN IN HET VOORWERK. + + staat: lees: +Bl. 22, laatste regel, nog bij de nazaten bij de nazaten. + » 60, Aanteekening(3), Lusac Luzac + » aldaar laatste regel W. P. D. Baron van Sytzama M. P. D. Baron van Sytzama + » 99, regel 13, zuchtten zuchten + + +De fouten, als b. v.: financiën, financiëel, enz. voor finantiën, +finantiëel, enz. of omgekeerd, naarmate men het verkiest, en andere +die er hoogstwaarschijnlijk in zijn, gelieve de Lezer te verschoonen. + + + +Bij het vermelde op bl. 111, in de Noot(2), kan men nog voegen, +No. 181 van den Avondbode, van heden den 15den Junij 1838, waarin een +derde Artikel der Aanteekeningen op de Redevoeringen in de zitting der +Staten Generaal, van 2 April 1838, met betrekking tot de droogmaking +van het Haarlemmermeer, door F. W. C. is geplaatst. + + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Mr. J. van Lennep, de IJzeren spoorweg van Amsterdam op +Haarlem, lierzang, den Aanleggeren en Begunstigers daarvan +toegezongen. Amsterdam 1837. + +[2] Wij weten, dat Bilderdijk zeer ongunstig over de gevolgen van het +droogmaken van het Meer dacht (zie Geschiedenis des Vaderlands, I Dl., +Blz. 25). Haar hij dacht even ongunstig over de vroegere bedijkingen +in ons Land en noemde onze vooronders vernuftige landbedervers, van +welke blaam de Heer Mr. S. de Wind hen in een stukje, geplaatst in +den Zeeuwschen Volks-Almanak voor dit jaar, Blz. 93-101, getracht +heeft te zuiveren. + +[3] Tegenwoord. staat der Nederl., Deel VI, (Holland) Blz. 164 en +volg. De Baron van Lijnden, verhandel. over de Haarlemmer-Meer, +Blz. 38-40, en G. Nieuwenhuis, Algemeen Woordenboek, op het woord +Haarlemmer Meer. + +[4] Volgens het plan van 1742, zou men rondom het Meer eenen dijk +hebben moeten leggen, ter lengte van 13830 roeden. Men berekende, dat +men alsdan 19000 morgen droogen grond, en hieronder 8000 morgen aan +landerijen zou bekomen en bovendien nog eenen verkleinden waterboezem +van 9000 morgen behouden, om daarin het overtollig polder- en ander +water van Rhijnland te lozen. Voorts zou men rondom den dijk eene +ringvaart doen loopen voor de schepen, die van Sparendam naar de +Oude Wetering varen. Men stelde, dat tot het uitmalen 112 zware +achtkante steenen molens benoodigd zouden zijn, en de kosten der +geheele onderneming 6,631,000 galden zouden bedragen. + +[5] Verhandeling van den Baron van Lijnden, bl. 5 en 6. + +[6] In de Vaderl. Letteroef. voor Dec. 1837, No. 15, is geplaatst +eene lezenswaardige bijdrage over J. A. Leeghwater, door den geleerden +Mr. S. de Wind, even als de onze getrokken uit 's mans werken. Ook in +het Aanhangsel op het Algemeen Woordenboek van G. Nieuwenhuis vindt +men een goed gesteld artikel over Leeghwater, en in den Avondbode +van 10 Jan. 1838, No. 53, wordt hij mede in het mengelwerk vermeld. + +[7] Kl. Kron. bl. 11, No. 14. + +[8] Kl. Kron. bl. 6, No. 5 en bl. 10, No. 5. Zij had, zoo als hij +No. 7 zegt, gezien zes van hare eigen kinderen, 47 kinds-kinderen, +63 over-kinds-kinderen en nog 26, die aan deze getrouwd waren, +makende te zaamen 142, behalve nog andere 26, die gestorven waren. + +[9] Hij schreef zich ook wel Leeg-water en Leech-water. De Redacteur +van den Konst- en Letterbode, No. 18 van het jaar 1807, bl. 276, +wil den naam afleiden van Laagwater: »Ongetwijfeld," zegt hij, »is +die naam ontleend, hetzij van zijne kunst, om onder of beneden het +water zich eenigen tijd op te houden, en aldaar eene verscheidenheid +van werkzaamheden te verrigten, of van een' der voornaamste takken +van zijn beroep en velerlei handwerk: het woord leeg of leegh, +overeenkomstig de uitspraak bij de Noord-Hollanders, zelfs op vele +plaatsen tot heden, die de dubbele a, in verscheiden woorden, als +eene dubbele e uitspreken, en wel volgens oud gebruik met bijvoeging +van de h, leegh geschreven wordende." + +[10] Kleine Kronijk, bl. 10, No. 9. + +[11] Bl. 12, No. 23. + +[12] Ald. bl. 14, No. 32. + +[13] Haarl. Meerboek, No. 41; kl. kr. bl. 27 en volg. No. 1-16. + +[14] Zie Haarl. Meerb. No. 41, kl. kron. bl. 40, No. 50 en vergelijk +Leven van Frederik Hendrik. (II Deelen in 8vo. van het jaar 1737). Iste +Deel, bl. 259, 269 en volg. + +[15] Haarl. Meerb. No. 42. + +[16] t. a. pl. + +[17] t. a. pl. No. 43. + +[18] Deze kunst schijnt echter geene nieuwe uitvinding te zijn geweest, +maar reeds bij de ouden bekend, zoo als men zien kan bij Witsen, +Aeloude en Hedendaagsche Scheepsbouw, bl. 287, gelijk de Heer Baron +Collot d'Escury, in het VIde Deel van Hollands roem, bl. 74, in de +noot opmerkt. + +[19] Deze Pieter Pietersz. was den 20 Januarij 1574, en dus een jaar +vóór Leeghwater, te Alkmaar geboren en bekleedde verscheidene jaren +het Leeraarambt bij de Doopsgezinden, eerst in de Rijp en naderhand +te Oost-Zaandam, en stierf in 1651. Men vindt zijne afbeelding in +het IIde Deel der Nederduitsche Vertaling van de Geschiedenis der +Mennoniten van Hermannus Schijn, door Gerardus Maatschoen, alwaar +men ook (bl. 588-596) een verslag van de door hem uitgegevene werken +aantreft. Vóór 's mans Opera Omnia (tweemalen, in 1650 en 1666, in +4to. uitgegeven) is een kort levensberigt van hem geplaatst. Vergelijk +ook Konst- en Letterbode, t. a. pl. bl. 277. + +[20] Aldaar bl. 41 en volg. Niet, zoo als de Heer Baron Collot +d'Escury, t. a. pl. bl. 73 zegt, achter het Haarlemmermeerboek. Zie +mede over dit waterduiken van Leeghwater: Meerman op De Groot, +Parall. Rerumpubl. Deel II, Hoofdst. 20, bl. 441 en volg., en Bijdrage +van den Heer De Wind, in het bovenvermeld No. der Letteroef. + +[21] No. 18, bl. 278 en volg. + +[22] Denkelijk te nyeuwte, gelijk hier onder. + +[23] Dit cachet of zegel, hetwelk van rood was is geweest, is door +verloop van tijd en veelvuldige behandeling bijna geheel afgesleten +en verbrokkeld. + +[24] Konst- en Letterbode t. a. pl. bl. 280. + +[25] Zie boven bl. 18, No. 5 en bl. 22, No. 9. + +[26] Niet onaardig zijn de aanmerkingen, welke hij bij sommige dier +plaatsen maakt: men kan er veelal den onderzoeker uit ontdekken. Zoo +zegt hij b.v. bij Keulen: »Eene treffelijke Stad, daar heb ik de +toren gemeten, die is 78 voet dik in het vierkant, hetwelk de dikste +toren is, dien ik gezien heb. Behalve dien, heb ik mede de torens van +Utrecht, Mechelen en Antwerpen wel gemeten, die zijn 68 voet dik, en de +nieuwe toren, die nu te Amsterdam aan de Nieuwe Kerk gemaakt wordt, is +64 voet dik." Bij Goddorp »'t Hof van Holstein, aldaer ik in de Hofkerk +het schoonste Muzijk gehoord heb, daar ik mijn leven bij geweest hen, +aldaar ik mede verscheiden malen met den Hertog van Holstein gesproken +heb, dewelke een zeer bequaam Man is van zeden en manieren." + +[27] Verhand. bl. 42. + +[28] Eene, Haarlem 1669 in 8o., in de opgave van Beschrijvingen der +gewesten, steden en plaatsen in het Koningrijk der Nederlanden, door +Mr. J. T. Bodel Nyenhuis, geplaatst in den Vriend des Vaderlands, +IV Deel, No. 4; en eene, Haarlem 1706, in 12mo. in het Naamreg. van +R. Arrenberg, bl. 243. + +[29] Zie ook Avondbode van 16 Januarij 1838. + +[30] Deze drukken van 1654, 1714 en 1727 worden ook vermeld door mijnen +vriend Bodel Nyenhuis in de 2de lijst zijner voornoemde opgave, Vriend +des Vaderlands, D. V., No. 3. Zij zijn alle in 4to. en te Amsterdam +uitgegeven. Ik zag ook een' druk van 1669, uitgegeven te Saerdam, +geplaatst achter den 7den druk van het Haarlemmer-Meerboek. Het is +niet onwaarschijnlijk, dat deze kronijk, na den jare 1654, telkens +gelijk met het Meer-boek is herdrukt. + +[31] Amsterdam bij Dominicus van der Stichel, 35 bl. in 4o. + +[32] De Heer Van Lijnden verh. bl. 43; en het aanhangsel op het +woordenboek van Nieuwenhuis zeggen, dat het werkje in 1640 voor het +eerst uitkwam; doch dit is eene vergissing. De Schrijver van het +artikel in den Avondbode noemt het jaar 1643; doch verkeerdelijk. De +Heer De Wind vermoedde te regt, dat die eerste uitgave vóór het +laatstgenoemde jaar heeft plaats gehad. + +[33] Amst. bij V. d. Stichel, 42 bl. in 4o. Zie ook Colevelt's +bedenkingen. + +[34] Deze wordt ook vermeld in den Catal. der boeken van Jacob Koning, +II Deel, bl. 214, No. 569. Hij was de laatste, die door Leeghwater +zelven werd nagezien, en naar welken al de volgende uitgaven zijn +gedrukt. + +[35] Bij Willem Willemsz. te Saerdam, 48 bl., in 4o. + +[36] Te Amsterdam, bij P. Visser, J. v. Heekeren en J. Graal, mede +48 bl. in 4o. Bodel Nyenhuis zegt, in zijne 2e lijst, te Haarlem. + +[37] Amsterdam bij Visser. Zie Catal. der boeken, van J. Koning, +IIe Deel, bl. 214, No. 570 en 571. + +[38] Amst. bij P. Visscher. Zie Naamregister van Joh. van Abkoude, +I Deel, bl. 209. + +[39] Van deze maakt de Heer Van Lijnden (verh. bl. 43) gewag. Zij +komt ook voor in de Biblioth. Meerman. T. III, p. 180, No. 771. + +[40] Amst. bij T. Beek; zie naamregister van R. Arrenberg, +bl. 243. Deze druk is waarschijnlijk dezelfde als die, welke door +Van Abkoude, in het 2e aanhangsel op zijn register, bl. 92, wordt +gezegd van 1750 te zijn; bij dezen of genen bestaat waarschijnlijk +eene drukfout. Nog kwam ons dezer dagen in handen een exemplaar, +op welks titel het jaartal 1764 wordt vermeld; doch daar mede op +dien titel staat twaalfde druk, houd ik die uitgave voor dezelfde +als die van 1749 of 1750, alleen met eenen nieuwen titel, hetgeen in +die dagen niet ongebruikelijk was, indien het kopij-regt van eigenaar +veranderde. De Heer Baron du Tour zegt in zijne verhandeling over het +Haarlemmermeer, bl. 40, dat de Boekhandelaar Joh. Schouten, te Alkmaar, +in 1819, eigenaar van het handschrift van Leeghwater was. Ik heb er +te vergeefs onderzoek naar laten doen. + +[41] Zie ook den boven aangehaalden Avondbode. + +[42] Men verwondere zich niet, indien men bij mij veel aantreft, +hetgeen ook de Heer De Wind in zijne meergen. Bijdrage heeft. Wij +hebben beide uit dezelfde bron moeten putten. + +[43] In den Konst- en Letterbode, t. a .pl. bl. 277, worden behalve +van deze Pieter en Trijntje Leeghwater, nog melding gemaakt van hunne +broeders Sijmen en Cornelis. Beide laatsten zijn echter overleden, +gelijk ook de aldaar vermelde Wed. van Jan Cornelisz. Leeghwater in +1810 gestorven is. + +[44] Men vindt eene afbeelding en beschrijving van dezen penning bij +Van Loon, Beschrijv. der Nederl. Histor. penningen, II Deel, bl. 193, +No. 1. Ook in den Konst- en Letterbode van 1807 wordt hij in de noot +bl. 277 beschreven. + +[45] Deze afbeelding heb ik mede doen plaatsen in de mengelingen van +No. 5 van het Maandschrift de Gids voor dit jaar. + +[46] Claes Arentsz. Coleveldt. Hij was publiek Landmeter. + +[47] Te Leiden bij J. A. van Abcoude, in 4to. + +[48] Te Leiden, bij Daniel Goetval, 40 bl. in 4to. met eene kaart. + +[49] Deze C. Velsen was ook schrijver van een werkje tegen Van den +Burggraaf, in 8o. Leiden 1744; en van eene rivierkundige verhandeling, +afgeleid uyt water-wigt- en waterbeweegkundige grondbeginselen, en +toepasselijk gemaakt op de Rivieren: den Rhijn, de Maas, de Waal, de +Merwede en de Lek, waarin de aloude en tegenwoordige toestand dier +Rievieren overwogen, de gevaren die men uit derzelver verandering +te dugten heeft, aangewezen en middelen ter verbetering van dezelve, +en tot voorkoming van overstroomingen voorgesteld worden; opgeheldert +door naauwkeurige kaarten en platen, in gr. 8o., Amst. 1749 en 2de +druk merkelijk vermeerderd, Harlingen 1768. + +[50] Men vindt in de Tegenwoordige Staat t. a. pl. eene zeer +naauwkeurige kaart van de Haarlemmer- en Leidsche-meren, met aanwijzing +der plaats gehad hebbende vergrootingen, van een plan van bedijking, +enz. + +[51] Verh. bl. 44. + +[52] Over het Haarlemmer-Meer en zijne vergrootingen kan men +wijders lezen bij S. van Leeuwen, Batav. Illustr., Ie Deel bl. 104, +en volg. bij L. Smids, Schatkamer der Nederl. Oudheid, op het woord +Meren, enz. De laatste maakt melding van een provisioneel concept der +bedijkingen van de Haarlemmer- en Leidsche-meren, in 1641 uitgegeven; +waarschijnlijk bedoelt hij hiermede het werk van Veeris of van +Leeghwater. + +[53] Er bestaat nog een zeer zeldzaam gedicht, tot opschrift voerende: +De Haarlemmer-meer door D. Slob, gedrukt 1763 in 4o. Deze Slob +was Schout van Aalsmeer en Kudelstaart, zoo als hij in dit gedicht +zegt; de verzen zijn armzalig en geene vermelding waardig; doch uit +den inhoud en vooral uit de aanteekeningen leert men de vrees der +bewoners dier streken kennen, om eenmaal door het Meer geheel te +worden verzwolgen. Ik zag door de gedienstigheid van mijnen vriend +Bodel Nyenhuis het 1ste stukje van dit zeldzaam voorkomend gedicht, +doch weet niet of er een 2de van is. + +[54] In het V en VI No. van den Recensent der Recensenten voor het +jaar 1819, (bl. 190-208 en bl. 247-258), vindt men eenige uittreksels +uit echte stukken van kundige mannen, rakende het Haarlemmer-meer, +alle getrokken uit de Nederl. Jaarboeken van 1767, 1772, 1773 en 1774. + +[55] In de Documens Historiques de la Hollande van den voormaligen +Koning van Holland, wordt ook over dit plan gesproken. In het III Deel, +bl. 312 van de Hollandsche vertaling leest men: »Het droogmaken van het +Haarlemmer meer omtrent 60,000 morgen: een zeer groot ontwerp, doch +niet onuitvoerlijk en van een onbegrijpelijk nut. De plannen daartoe +waren gemaakt en onderzocht door het Committé Central, hetwelk door +den Koning was opgerigt." Voor 60,000 diende men hier 30.000 te lezen. + +[56] In 's Gravenhage en te Amsterdam bij de Gebroeders van Cleef, +88 bl., in 8o. + +[57] Bij W. C. Wansleven 1820, VI en 208 bl. in 8o., met eene +afteekening van de bij het ontwerp voorgestelde molens, paalwerken, +den ringdijk enz. + +[58] In 's Gravenhage en te Amsterdam bij de Gebroeders van Cleef, +XII en 324 bl., in 8o. + +[59] Leiden bij J. W. van Leeuwen, 71 bl., in 8o. + +[60] Te Leiden bij D. du Mortier en Zoon, 1821, 123 bl., in 8o. + +[61] In 's Gravenhage en te Amsterdam bij de Gebroeders van cleef, +1821, 123 bl., in 8o. + +[62] Te leiden bij D. du Mortier en Zoon 1821, 250 bl., in 8o. met +bijlagen en een plaatje. + +[63] Te 's Gravenhage en te Amsterdam bij de Gebroeders van cleef, +188 bl., in 8o. met tabellen en tafels. + +[64] Chez L. F. de Greéf-Laduron; 47 pages, en 8e. avec une carte. + +[65] Te Amsterdam bij C. G. Sulpke, 1838, 118 bl., in gr. 8o. + +[66] Onder het afdrukken dezes zijn in den Avondbode twee Artikelen +over dit onderwerp geplaatst, en wel in die van 14 en 18 Mei 1838, +No. 154 en 158. + +[67] Ned. Staats-Courant, van 10 Aug. 1837, No. 187. + +[68] Ned. Staats-Courant van 1 Maart 1838, No. 52. De Koninklijke +Boodschap en het daarbij gevoegd Ontwerp luiden: + + +Edel Mogende Heeren! + +»Bij het openen van de tegenwoordige zitting, is Ons voornemen +te kennen gegeven om de medewerking der Staten-Generaal in te +roepen, tot het nemen van maatregelen ten aanzien van wenschelijke +verbeteringen in onzen waterstaat en in onze wegen en vaarten, en +van eene meer bespoedigde gemeenschap met den Rhijn, door den aanleg +eener ijzerbaan." + +»Tot verwezenlijking van dat voornemen strekt het ontwerp van wet, +hetwelk, vergezeld van eene Memorie van Toelichting, bij deze, door +Ons aan UEdel Mogenden wordt aangeboden. + +»En hiermede bevelen Wij UEdel Mogenden in Godes heilige bescherming." + + +'s Gravenhage, 26sten Februarij 1838. + +(get..) WILLEM. + + + +ONTWERP VAN WET, omtrent de uitgifte van Losrenten op een gedeelte +der schuld ten laste der Overzeesche Bezittingen, tot het doen van +voorschotten voor openbare Werken. + + +Wij Willem, enz. + +»Alzoo Wij in overweging hebben genomen, dat het aanleggen van een' +ijzeren spoorweg van Amsterdam over Utrecht naar Arnhem, met een' +zijtak van Rotterdam naar Utrecht, bevorderlijk moet zijn, zoowel +voor de binnenlandsche gemeenschap, als voor het vertier naar buiten +'s lands, gelijk ook dat het belang van den Staat vordert, om eerlang +tot de bedijking en droogmaking van het Haarlemmer Meer over te gaan, +en dat voorts tot de uitvoering en verbetering van andere ondernemingen +van openbaar nut maatregelen behooren genomen te worden." + +»Dat tot al deze werken, welke aan den handel, de nijverheid en den +landbouw aanzienlijke voordeelen beloven, voorschotten gevorderd +worden van een kapitaal, waarvan de voldoening der renten en ook +later de teruggave van de hoofdsom uit de opbrengst van die werken +kunnen worden verwacht." + +»Dat het nog onuitgegeven gedeelte ten bedrage van dertig millioenen +gulden van het kapitaal, daargesteld bij Art. 4 der wet van 24 +April 1836, (Staatsblad No. 11), tot het doen van de voorschreven +voorschotten kan worden beschikbaar gesteld, doch tevens dienstbaar +moet blijven ter achtereenvolgende voldoening van de schuld, waartoe +hetzelve bij de gedachte wet is bestemd;" + +»Dat tot de uitgifte van dat kapitaal nadere wettelijke bepalingen +worden vereischt en dat de tegenwoordige stand van de rente het +noodzakelijk maakt, om, ter verkrijging van de vereischte fondsen, +gelijke maatregelen te nemen, als zijn vastgesteld bij de Wet van 11 +Maart 1837, (Staatsblad No. 9);" + +»Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg +van de Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij +goedvinden en verstaan bij deze: + +»Art. 1. Het hier bovengemelde kapitaal van dertig millioenen gulden, +zijnde het nog onuitgegeven gedeelte der schuld, ten laste van de +Overzeesche Bezittingen, vermeld bij Art. 4 der Wet van 24 April +1836 (Staatsblad No. 11), wordt bestemd en aangewezen tot voorloopige +voorschotten ter goedmaking der kosten, vereischt tot het aanleggen van +een' ijzeren Spoorweg van Amsterdam over Utrecht naar Arnhem, met een' +zijtak van Rotterdam naar Utrecht; tot het bedijken en droogmaken van +het Haarlemmer Meer, en tot het aanleggen en verbeteren van andere +werken van openbaar nut." + +»Art. 2. Op het voormelde kapitaal, tegen vier ten honderd opleverende +eene jaarlijksche rente van een millioen twee honderd duizend gulden, +zal successivelijk kunnen worden afgegeven een kapitaal van vier +en twintig millioen gulden losrenten, rentende vijf ten honderd, +waarvan de renten onvoorwaardelijk door het Rijk worden gewaarborgd; +zullende deze losrenten achtervolgens worden afgelost en vernietigd, +naar mate de uitgifte van de aandeelen in de schuld, ten laste van +de Overzeesche Bezittingen, rentende vier ten honderd, wanneer die +uitgifte tegen den cours van vier en negentig ten honderd of hooger +zal kunnen plaats hebben." + +»Art. 3. Het meergemelde kapitaal van dertig millioenen gulden, met de +renten van dien, tot een millioen twee honderd duizend gulden, zal, +zoo spoedig mogelijk, uit de inkomsten en baten van de voorschreven +werken aan het Amortisatie-Syndikaat vergoed en tot het doel, waartoe +hetzelve oorspronkelijk is daargesteld, teruggebragt worden; behoudende +Wij Ons voor, om bij vroegere behoefte van het Amortisatie-Syndikaat, +in de vergoeding van het meergedacht kapitaal met de renten, of van +het dan nog onvoldaan gebleven gedeelte daarvan, te voorzien door +al zoodanige geldelijke maatregelen, als verder tot dat einde en ter +daarstelling, voltooijing of uitbreiding van de meer gemelde werken, +onder verband der baten en inkomsten van dezelve, bij de wet zullen +worden bepaald." + +»Lasten en bevelen, enz." + +[69] Ned. Staats-Courant van 1 Maart 1838, No. 52. + +[70] Ned. Staats-Courant van 26 Maart 1838, No. 73. + +[71] Ned. Staats-Courant van 28 Maart 1838, No. 75. + +[72] Avondbode van 13 Maart 1838, No. 101 en A. Handelsbl. No. 1983. + +[73] Avondbode, 27 Maart 1838, No. 113. A. Handelsbl. No. 1995. + +[74] Ned. Staats-Courant van 2 April 1838, No. 79. A. H. B. No. 2000. + +[75] Te weten de Heeren: Jr. E. P. de la Court, Mr. J. B. H. van +den Mortel, Mr. P. A. van Meeuwen, J. D. Baron van Tuyll +van Serooskerken van Heeze en Leende, Mr. R. P. Romme, wegens +Noord-Braband.--Jr. W. L. F. C. van Rappard, E. W. van Dam van Isselt, +Mr. J. Weerts, Mr. H. J. Dyckmeester, J. G. A. Baron van Nagell +tot Ampsen, Baron Schimmelpenninck van der Oye van de Pol, wegens +Gelderland.--Jr. Mr. A. Warin, Jr. H. Backer, Mr. J. H. van Reenen, +Jr. G. Beelaerts van Blokland, Jr. G. Clifford, Jr. M. W. de Jonge, +Mr. J. op den Hooff, Mr. W. J. Junius van Hemert, Jr. Mr. J. C. R. van +Hoorn van Burgh, F. C. W. Druyvensteyn, Mr. F. Frets, H. Baron Collot +d'Escury van Heynenoord, Jr. Mr. D. Hooft, Jsz., Jr. O. Repelaer van +Molenaarsgraaf, Mr. G. Verwey Mejan, Mr. L. C. Lusac, Mr. T. C. de +Bordes, Jr. D. F. van Alphen, W. Baron Roëll van Hazerswoude, +Mr. W. B. Donker Curtius van Tienhoven, Mr. J. Corver Hooft, +wegens Holland.--J. Snouck Hurgronje, Mr. J. G. Hinlopen, +wegens Zeeland.--J. van den Velden, W. R. Baron van Tuyll van +Serooskerken van Coelhorst, wegens Utrecht.--Mr. J. Cats Epz., +W. P. D. Baron van Sytzama, C. Binkes, S. van Welderen Baron +Rengers, Mr. T. S. Tromp, wegens Vriesland.--Mr. W. H. Vijfhuis, +Mr. F. Lemker, Mr. A. Sandberg en Mr. R. S. van der Gronden, wegens +Overijssel.--Jr. O. van Swinderen van Rensuma, Mr. C. Star Busman +en Mr. W. J. Quintus, wegens Groningen.--Van dezen was de Baron van +Sytzama Voorzitter.--Er waren in het geheel 7 Leden afwezig, zijnde de +Heeren Mr. J. L. A. Luyben, Mr. A. J. Ingenhousz, van Noord-Braband; +J. J. H. van Wickevoort Crommelin, van Holland; Mr. P. J. Boddaert, +van Zeeland; Jr. Mr. H. M. A. J. van Asch van Wijck, van Utrecht; +Mr. J. Gockinga, van Groningen en Mr. G. Kniphorst van Drenthe. + +[76] Het eerste blad van dit ons geschrijf was reeds afgedrukt, +toen de meeste der volgende redevoeringen in de Staats-Couranten het +licht zagen. + +[77] Ned. Staats-Courant van 4 April No. 81. + +[78] Ned. Staats-Courant van 7 April No. 84. + +[79] Ned. Staats-Courant van 5 April 1838, No. 82. + +[80] Ned. Staats-Cour. van 9 April, No. 85. + +[81] Ned. Staats-Cour. 11 April 1838, No. 87. + +[82] Ned. Staats-Cour. 12 April 1838, No. 88. + +[83] Ned. Staats-Courant van 10 April 1838, No. 86. + +[84] Ned. Staats-Courant van 14 April 1838, No. 90. + +[85] Het vroon van; de visscherije genaamd het vroon van; +de vroonvisscherije van de Graaflijkheid: vroonmeester van de +Graaflijkheid,--zijn allen namen in oude plakkaten bekend en +betrekkelijk tot de visscherij. Gr. Plak. Bk. IIde deel, pag. 2927 +en VIIde deel, pag. 875. + +[86] Ned. Staats-Cour. van 17 April 1838, No. 91. + +[87] Ned. Staats-Courant van 18 April 1838, No. 92. + +[88] Ned. Staats-Courant van 19 April 1838, No. 93. + +[89] Ned. Staats-Courant van 3 April 1838, No. 80. + +[90] Ned. Staats-Courant van 20 April 1838, No. 94. + +[91] Ned. Staats-Courant van 21 April 1838, No. 95. + +[92] Ned. Staats-courant van 6 April 1838, No. 83. + +[93] Onder het afdrukken dezer bladen zijn in den Avondbode (van 2 en +7 Junij No. 170 en 174) aanteekeningen geplaatst op de redevoeringen +in de zitting der Staten-Generaal, van 2 April 1838, met betrekking +tot de droogmaking van het Haarlemmermeer. Deze aantekeningen dragen +de blijken van door eenen in het vak van den Waterstaat kundige en +ervarene te zijn geschreven. Zij zijn hoogst lezenswaardig en zullen +(vergis ik mij niet) de ongunstige indrukken, die de bedenkingen van +het geacht Lid der Kamer, den Heer Luzac, mogten hebben doen ontstaan, +bij den lezer merkelijk verminderen.-- + +Na het afdrukken van bladz. 16, is mij in handen gekomen een +derde druk van de opera omnia van Pieter Pietersz. van den jare +1698, (Amst. in 4o.) In de Korte beschrijving van het leven diens +Doopsgezinden leeraars, vóór die opera geplaatst, vindt men geene +vermelding van zijne kunst van onder water te duiken. Alléén op gezag +van den Redacteur van den Konst- en Letterbode, van den jare 1807, +bl. 277, heb ik hem als denzelfden Pieter Pietersz., die in het +Octrooi van 1605, (hierboven bl. 23) wordt vermeld, opgegeven. In +gezegd Weekblad, van den jare 1819, vindt men het een en ander uit +het werk van Leeghwater medegedeeld. + + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET HAARLEMMER-MEER-BOEK *** + +Updated editions will replace the previous one--the old editions will +be renamed. + +Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright +law means that no one owns a United States copyright in these works, +so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the +United States without permission and without paying copyright +royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part +of this license, apply to copying and distributing Project +Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm +concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, +and may not be used if you charge for an eBook, except by following +the terms of the trademark license, including paying royalties for use +of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for +copies of this eBook, complying with the trademark license is very +easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation +of derivative works, reports, performances and research. Project +Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may +do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected +by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark +license, especially commercial redistribution. + +START: FULL LICENSE + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full +Project Gutenberg-tm License available with this file or online at +www.gutenberg.org/license. + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project +Gutenberg-tm electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or +destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your +possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a +Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound +by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the +person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph +1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this +agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm +electronic works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the +Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection +of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual +works in the collection are in the public domain in the United +States. If an individual work is unprotected by copyright law in the +United States and you are located in the United States, we do not +claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, +displaying or creating derivative works based on the work as long as +all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope +that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting +free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm +works in compliance with the terms of this agreement for keeping the +Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily +comply with the terms of this agreement by keeping this work in the +same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when +you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are +in a constant state of change. If you are outside the United States, +check the laws of your country in addition to the terms of this +agreement before downloading, copying, displaying, performing, +distributing or creating derivative works based on this work or any +other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no +representations concerning the copyright status of any work in any +country other than the United States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other +immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear +prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work +on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the +phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, +performed, viewed, copied or distributed: + + This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and + most other parts of the world at no cost and with almost no + restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it + under the terms of the Project Gutenberg License included with this + eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the + United States, you will have to check the laws of the country where + you are located before using this eBook. + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is +derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not +contain a notice indicating that it is posted with permission of the +copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in +the United States without paying any fees or charges. If you are +redistributing or providing access to a work with the phrase "Project +Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply +either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or +obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm +trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any +additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms +will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works +posted with the permission of the copyright holder found at the +beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including +any word processing or hypertext form. However, if you provide access +to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format +other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official +version posted on the official Project Gutenberg-tm website +(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense +to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means +of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain +Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the +full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works +provided that: + +* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed + to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has + agreed to donate royalties under this paragraph to the Project + Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid + within 60 days following each date on which you prepare (or are + legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty + payments should be clearly marked as such and sent to the Project + Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in + Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg + Literary Archive Foundation." + +* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or destroy all + copies of the works possessed in a physical medium and discontinue + all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm + works. + +* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of + any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days of + receipt of the work. + +* You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project +Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than +are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing +from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of +the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set +forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +works not protected by U.S. copyright law in creating the Project +Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm +electronic works, and the medium on which they may be stored, may +contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate +or corrupt data, transcription errors, a copyright or other +intellectual property infringement, a defective or damaged disk or +other medium, a computer virus, or computer codes that damage or +cannot be read by your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium +with your written explanation. The person or entity that provided you +with the defective work may elect to provide a replacement copy in +lieu of a refund. If you received the work electronically, the person +or entity providing it to you may choose to give you a second +opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If +the second copy is also defective, you may demand a refund in writing +without further opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO +OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT +LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of +damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement +violates the law of the state applicable to this agreement, the +agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or +limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or +unenforceability of any provision of this agreement shall not void the +remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in +accordance with this agreement, and any volunteers associated with the +production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm +electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, +including legal fees, that arise directly or indirectly from any of +the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this +or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or +additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any +Defect you cause. + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of +computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It +exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations +from people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future +generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see +Sections 3 and 4 and the Foundation information page at +www.gutenberg.org + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by +U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, +Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up +to date contact information can be found at the Foundation's website +and official page at www.gutenberg.org/contact + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without +widespread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine-readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To SEND +DONATIONS or determine the status of compliance for any particular +state visit www.gutenberg.org/donate + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. To +donate, please visit: www.gutenberg.org/donate + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project +Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be +freely shared with anyone. For forty years, he produced and +distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of +volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in +the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not +necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper +edition. + +Most people start at our website which has the main PG search +facility: www.gutenberg.org + +This website includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
