summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/29967-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '29967-0.txt')
-rw-r--r--29967-0.txt6280
1 files changed, 6280 insertions, 0 deletions
diff --git a/29967-0.txt b/29967-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..a18dfc2
--- /dev/null
+++ b/29967-0.txt
@@ -0,0 +1,6280 @@
+The Project Gutenberg eBook of Het Haarlemmer-Meer-Boek, by
+J. Asz. Leeghwater and W. J. C. van Hasselt
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
+will have to check the laws of the country where you are located before
+using this eBook.
+
+Title: Het Haarlemmer-Meer-Boek
+
+Author: J. Asz. Leeghwater
+ W. J. C. van Hasselt
+
+Release Date: September 12, 2009 [eBook #29967]
+[Most recently updated: December 1, 2022]
+
+Language: Dutch
+
+Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This book was
+produced from scanned images of public domain material
+from the Google Print project.)
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET HAARLEMMER-MEER-BOEK ***
+
+
+
+
+ HET
+ HAARLEMMER-MEER-BOEK
+
+ VAN
+ J. Asz. Leeghwater.
+
+ Dertiende Druk.
+
+ MET AANTEEKENINGEN
+ VAN
+ EN VOORAFGEGAAN DOOR
+ EENIGE LEVENSBIJZONDERHEDEN VAN DEN SCHRIJVER
+ EN
+ EEN HISTORISCH OVERZIGT
+ DER PLANNEN TOT EN DER WERKEN OVER
+ HET DROOGMAKEN VAN HET HAARLEMMER-MEER,
+ DOOR
+
+ Mr. W. J. C. van Hasselt,
+
+ LID VAN DE REGTBANK VAN EERSTEN AANLEG TE AMSTERDAM EN VAN DE
+ MAATSCHAPPIJ DER NEDERLANDSCHE LETTERKUNDE TE LEIDEN.
+
+ Met Portret, Kaarten, Fac-Simile, enz.
+
+
+
+ TE AMSTERDAM, BIJ
+ G. J. A. BEIJERINCK.
+ 1838.
+
+
+
+
+
+
+
+ GEDRUKT BIJ C. A. SPIN.
+
+
+
+
+
+
+
+ J. A. LEEGHWATER
+ EN
+ HET HAARLEMMER-MEER.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ OP HET UITMALEN VAN 'T HAERLEMMERMEIR.
+
+ AEN DEN LEEUW VAN HOLLANT.
+
+
+
+ Uitheemsche vyanden te zitten in de veeren,
+ Te slingeren den staert groothartigh over zee;
+ Is ydel, als uw long, geslagen aen het teeren,
+ Inwendigh vast vergaet; en gy, van hartewee,
+ Zoo deerlijk zucht, en kucht, en loost, by heele brokken,
+ Het rottende ingewant te keel uit in de golf.
+ Wat baet het met uw' klaen al 't oost en west te plokken,
+ Naerdien u bijt in 't hart dees wreede Waterwolf,
+ Belust om over u eerlang te triomfeeren?
+ o Lantleeuw, waek eens op, en wek met eenen schreeu
+ Al 't Veen, de Kennemaer, en Rynlands oude Heeren,
+ Met d'Aemsterlanders op, tot noothulp van hun' Leeuw,
+ Men sluite met een' dijk dees pest, die u komt plagen.
+ De Wintvorst vliegh' er met zyn molewieken toe.
+ De snelle Wintvorst weet den Waterwolf te jagen
+ In zee, van waar hy u quam knabblen, nimmer moê.
+ De Veenboer zit en wenscht dees waterjaght te spoeien,
+ En 't Veenwijf roept: hy ruimt, de Lantleeuw weit op 't ruim
+ En zuight zyn long gezont aen d'uiers van de koeien.
+ Zoo wint de Lantleeuw lant: zoo puurt hy gout uit schuim.
+
+
+ Vondel.
+
+
+
+
+
+
+
+
+De aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal voorgestelde wet,
+ter uitgifte van losrenten op een gedeelte der schuld, ten laste
+der overzeesche bezittingen, tot het doen van voorschotten voor
+openbare werken, is in de zitting dier Kamer van den 2den April
+j.l. afgestemd en met haar alzoo ook het, bij die wet voorgedragen,
+plan tot droogmaking van het Haarlemmer Meer. Van de vijftien Leden,
+die over die wet het woord hebben gevoerd, is er echter niet één
+geweest, die zich tegen die droogmaking heeft verklaard, ja de meeste
+hunner hebben het verwezenlijken van dit zoo lang reeds beraamde
+plan wenschelijk genoemd, en alleen één der sprekers heeft bezwaren
+tegen hetzelve in het midden gebragt, welke meer uit bijzondere
+plaatselijke belangen, dan uit de zaak zelve hunnen oorsprong namen,
+zoodat men gerust mag vaststellen, dat, indien de droogmaking van
+het Haarlemmer Meer bij eene afzonderlijke wet ware voorgesteld, die
+wet door de Tweede Kamer zoude aangenomen zijn geworden, en dat zij
+alleen, zoo als een geacht Lid der Kamer zeide, »om den vorm en om de
+daarbij voorgestelde wijze van voorziening in de benoodigde gelden,"
+niet om de daarbij voorgestelde zaken, is afgestemd geworden.
+
+Wij vleijen ons alzoo, dat nog eenmaal, en, zoo wij hopen, binnen
+kort, het zoo vaak beraamde plan tot droogmaking van het Haarlemmer
+Meer zal verwezenlijkt worden; want wie, die, in den aanvang van het
+vorige jaar, den toestand des lands rondom Amsterdam met aandacht
+heeft gadegeslagen; die het water van het Meer over de landen in
+den Binnenpolder tusschen Sloten en Sloterdijk, ja over den weg
+zelven tusschen Haarlem en Amsterdam, heeft zien stroomen; die den
+zwakken staat der dijken en middelen kent, welke dat water moeten
+keeren, waarvan sommige niet veel meer dan enkele Zomer-kaden zijn,
+wier onderhoud voor de eigenaren der naburige landen drukkender en
+bezwaarlijker is, dan zij dragen kunnen, vreest niet met Leeghwater,
+en met nog meer grond dan hij, dat het kind al geboren is, die het
+zal beleven, dat het Meer voor de poort van Amsterdam zal komen? ja
+vreest niet, dat hij zelf dit weldra zal ondervinden? en zegt niet
+met den dichter [1]?
+
+
+ Wilt, eer uw ijver deez' landouwen
+ Met ijzren gordel prijken doet,
+ ô! Wilt de jammerplaag beschouwen,
+ Die kank'rend in heur binnenst wroet.
+ Of, moet ik ze u nog kennen leeren?--
+ Ziet, hoe de inééngevloeide meiren,
+ Door zwakke dammen niet te keeren,
+ Het land, dat land van melk en room,
+ Waar eens het vette rundvee loeide,
+ Waar Slotens vruchtbre moeshof groeide,
+ Herschiepen in een' waterstroom!
+
+ Wat zal voor de opgeperste vloeden,
+ Daar zelfs geen dijk hunn' voortgang stuit.
+ Het zinkend Aemstelland behoeden?
+ Verzwelgend breiden zij zich uit.
+
+ De teugellooze golven zwellen,
+ Gevoed uit 's afgronds diepe wellen:
+ Ras laat zich 't oogenblik voorspellen,
+ Wanneer zij haar verbolgen nat
+ In 's Aemstels bedding overgieten,
+ Met vaart en Slochter samenvlieten,
+ En stroomen binnen d'Aemstelstad.
+
+
+Er zijn, wij weten het, die ons zullen toevoegen: reeds meer dan twee
+eeuwen is dit schrikbeeld opgehangen, en nóg heeft het Meer Amsterdam
+niet bereikt! Maar moet het dan eerst zóó ver komen? moet de water-wolf
+dan nog eerst meer lands hebben ingezwolgen, vóór men tot het besluit
+kome, om hem den muil te breidelen? Dat hij jaarlijks aan de randen
+knabbelt, en jaarlijks meer en meer inzwelgt; dat het jaarlijks
+schatten kost, om hem zijnen roof te betwisten, is overbekend [2].
+
+In de XVIde eeuw was het Haarlemmer Meer nog slechts een plas van 3040
+morgen, en afgescheiden van het Leidsche-, het Spiering- en het oude
+Meer, uit welke het sedert is zamengesteld. Al deze Meren besloegen
+in den jare 1531, volgens de kaart door den Landmeter van Rhijnland,
+Melchior Bolstra, opgemaakt, te zamen 6585 morgen. Weldra werden deze
+Meren door de kracht hunner wateren veréénigd; zij bedekten in 1591
+reeds 12375, in 1647, 17082, en in 1687, 18100 morgen. Toen voormelde
+Bolstra in de jaren 1739 en 1740, op hoog bevel, de vier Meren mat,
+vond hij, dat 19,500 morgen lands door die wateren waren bedekt,
+en bij de opmeting in 1808, door den Heer A. Blanken Jsz., is het
+vereenigd Meer, thans bekend onder den naam van Haarlemmer Meer, met
+het Kager Meer bevonden eene oppervlakte van 20872 morgen te beslaan,
+zonder daarbij te rekenen het Lutke Meer, dat 323 morgen groot is
+[3]. Een aanwas alzoo van bijna 15000 morgen op 6000, gedurende den
+tijd van drie eeuwen.
+
+Daarenboven zijn van het Haarlemmer Meer, aan den zuid-oostkant,
+verscheidene zeer wijde uitgeveende plassen slechts door smalle
+strooken lands afgescheiden, zoodat, indien men er deze bijvoegt,
+de uitgestrektheid waters op 30000 morgen kan geschat worden, en
+gewoonlijk geschat wordt.
+
+Het door ons hierbij gevoegde kaartje toont den toestand van het
+Haarlemmer Meer, zoo als het in 1531 was, en duidt tevens aan, hoe het
+Meer van tijd tot tijd is vergroot en toegenomen: de buitenste streep
+wijst de grootheid aan van dezen plas in den jare 1808. Al het land,
+hetwelk tusschen die streep en die, welke met 1531 gemerkt is, ligt,
+of liever, lag, is gedurende die drie eeuwen door het water verzwolgen.
+
+Het is nog geen 250 jaren geleden, dat Zwanenburg (halfweg Haarlem
+en Amsterdam) meer dan 700 Rhijnlandsche roeden van het toenmalig
+Spiering-Meer, thans geheel met het Haarlemmer veréénigd, verwijderd
+was, en nu ligt Zwanenburg aan het Meer en wordt door zijne wateren
+bespat. Het is naauwelijks 200 jaren geleden, dat de dorpen Nieuwkerk
+en Rijk, welig bewoond, hunne torens in het omliggend land omhoog
+staken. Nieuwkerk en Rijk, toen meer dan drie honderd roeden van het
+Meer verwijderd, zijn verdwenen, en hunne kerken en torens in hetzelve,
+even als vroeger het dorp Vijfhuizen, bedolven, en de namen Nieuwkerk,
+Rijk en Vijfhuizen zijn van de kaart des Lands en uit de geheugenis
+der menschen weggevaagd.
+
+Maar het Meer is nog zeven honderd roeden van Amsterdam verwijderd! wij
+zeiden het zoo even, zeven honderd roeden was in 1591 Zwanenburg van
+het Meer gelegen, en geen vijftig jaren daarna klotsten zijne golven
+tegen Zwanenburg aan; zij zullen welligt weldra tegen en in Amsterdam
+klotsen. De inwoners dier stad zullen ter eeniger tijd, (misschien is
+die tijd niet verre verwijderd,) bij hun ontwaken vreemd ophooren,
+dat het Meer over den Amsteldijk en bij de Beerenbijt stroomt. Dan
+vergoeden Rhijnland en Leiden aan het Rijk de verliezen van Amstelland
+en Amsterdam, Maar kunnen Rhijnland en Leiden ook niet eenmaal eene
+prooi van dit vernielend gedrogt worden?
+
+Meermalen heeft men dan ook, uit besef der onberekenbare gevolgen,
+die dat ontzettend water voor Holland zou kunnen hebben, en bij het
+denkbeeld, hoe vele morgen goeden, bruikbaren gronds door de golven
+bedekt zijn, het plan beraamd om het Meer te bedijken, en, even als
+zulks zoo vele andere meren zijn gedaan, droog te malen. Niet slechts
+geldelijk belang, maar ook het afweren van een te vreezen onheil, was
+het doel dier ontwerpen. Nu eens werd zoodanig een plan door bijzondere
+personen, dan weder, gelijk bij voorbeeld in 1742 [4] en 1808, op
+openbaar gezag beraamd. Maar die plannen bleven alle zonder gevolg. In
+het begin van 1819 leverden de Heeren F. G. Baron van Lijnden van
+Hemmen, W. F. Baron Roëll en O. Repelaer van Driel, de beide laatste
+door den eersten hiertoe opgewekt, aan Z. M. een verzoekschrift in,
+ten einde octrooi te erlangen, om, volgens een nader over te geven
+plan, het Haarlemmer Meer te doen droogmaken en verlof te bekomen,
+om deze onderneming bij wijze van associatie ten uitvoer te brengen,
+als eene private en particuliere zaak, zonder dat het Gouvernement
+met subsidiën, voorschotten of garantie zou worden bezwaard.
+
+Z. M. gaf aan de verzoekers verlof, om een plan van droogmaking
+te beramen, met last, om dienaangaande de belangen der Hoog
+Heemraadschappen van Rhijnland en Amstelland in acht te nemen, en
+gaf hun vrijheid, om, nadat het plan door Hoogstdenzelven zou zijn
+goedgekeurd, hunne landgenooten tot medewerking en deelneming in dit
+ontwerp te mogen uitnoodigen [5].
+
+Dit plan van de Heeren van Lynden, Roëll en Repelaer kwam echter nimmer
+in werking, en de zaak bleef wederom slepende, tot dat de stormen
+van December 1836 en de niet te ontveinzen voor Amsterdam hoogst
+bedenkelijke toestand van het Meer in Jan. 1837, het Gouvernement
+ernstig bedacht maakten, om dien inlandschen vijand, tegen wien men
+reeds eeuwen lang eenen kostbaren oorlog, en steeds met een ongelukkig
+gevolg, voert, met kracht ten onder te brengen en zoo mogelijk ten
+onder te houden. De voordragt hiertoe is thans verworpen en de zaak
+zal wederom slepende blijven, tenzij het Gouvernement, bij eene
+afzonderlijke wet, haar op nieuw aan de Staten-Generaal voordrage,
+of wel, hetgeen welligt wenschelijker ware, bijzondere personen op
+nieuw zich vereenigen, om, onder goedkeuring van het Gouvernement,
+dit grootsch ontwerp ten uitvoer te brengen. Indien men bedenkt,
+welke schatten de Heemraadschappen en de Ingelanden der polders, die
+door het Meer bespoeld worden, jaarlijks moeten betalen, om dat water
+in bedwang te houden, dan verwondert men zich, dat niet reeds lang
+de eigenaren dier landen de handen in één hebben geslagen, om dien
+gemeenschappelijken vijand te beteugelen. Hoe zouden hunne eigendommen
+in waarde stijgen, indien zij van de jaarlijksche omslagen, die zij
+thans tot het bedwingen van het Meer, dat met toom en breidel spot,
+opbrengen, bevrijd waren! Men berekent de tegenwoordige jaarlijksche
+kosten, tot onderhoud der Meerwerken, voor Rhijnland alléén, op meer
+dan f 30,000. En vraag het den Ingelanden van den Binnen-Polder,
+tusschen Sloten en Sloterdijk eens, wat het hun kost, om hunne
+landen, en om Amsterdam tegen het Meer te beveiligen! vraag hun
+eens, wat het jaar 1837 hun gekost heeft, en gij zult verbaasd
+staan. Voor de Ingelanden der rondom het Meer liggende Polders zou
+dus het droogmaken van dien plas mede hoogst gewigtig zijn. Bijzondere
+belangen kunnen hiertegen in geene aanmerking komen, evenmin of deze
+of gene stad, dit of dat collegie, deze of gene persoon voordeelen
+uit het aanwezen van het Meer trekt. Bijzondere belangen moeten voor
+het algemeen belang zwijgen, en de wet van onteigening, met hare niet
+ongunstige schadeloosstelling, is daar en kan ook hier van toepassing
+zijn. Het grootste bezwaar is, naar mijn inzien, de vrees, dat bij
+sterke opzetting van water Rhijnland geene voldoende uitwatering zou
+hebben. Maar zoo dat bezwaar, waarover ik niet kan noch mag oordeelen,
+gegrond mogt zijn, dan vraag ik, of in den tegenwoordigen staat
+der wetenschappen, en bij het veelvuldig en krachtig gebruik der
+stoomwerktuigen, niet een middel is uit te denken, om Rhijnland in
+dat geval van het overtollig water te ontheffen? Dit is zeker, dat,
+indien het Meer blijft, zoo als het is, Amstelland vroeg of laat de
+prooi zijner golven moet worden.
+
+Maar de meeste schrijvers, die over het droog maken van het Haarlemmer
+Meer geschreven hebben, zijn van meening, dat het opgegeven bezwaar
+voor Rhijnland niet bestaat; immers zoo geducht niet is, als men het
+wel wil voorstellen, en dat het ligtelijk zou zijn af te wenden.
+
+Onder de schrijvers, die over het nut, de noodzakelijkheid en de
+mogelijkheid der bedijking en droogmaking van het Haarlemmer Meer
+schreven, behoort in de eerste plaats Jan Adriaansz. Leeghwater, die,
+vóór nu bijna twee eeuwen, in zijn beroemd Haarlemmer-Meer-Boek,
+een volledig en, voor zoo ver bekend is, het eerste plan tot dit
+onderwerp uitgaf.
+
+Deze Jan Adriaansz. Leeghwater werd, in den jare 1575, in het dorp
+de Rijp geboren [6]. Zijn vader Adriaan Symonsz. was aldaar timmerman
+en had in 1594 het opzigt over het leggen van de eerste houten sluis
+in de Rijp [7], en zijn grootvader, Symon Ruts, was aldaar brouwer,
+en had tot vrouw Griet Maartensz., mede van de Rijp, die in den jare
+1604, in den ouderdom van 90 jaren, stierf [8].
+
+Waarschijnlijk, ja bijna zeker is het, dat zijne voorouders den
+naam van Leeghwater niet voerden, maar naar het gebruik dier dagen,
+dat nog lang ten platten lande, vooral in Noord-Holland, het langst
+echter in Vriesland, heeft aangehouden, alleen den naam hunner vaders
+bij den hunnen voegden, en alzoo slechts Adriaan Symonsz., Symon
+Rutsz. enz. genoemd werden. Zoo ook komt Leeghwater in een octrooi van
+den jare 1605, waarvan wij nader zullen gewagen, alleen onder den naam
+van Jan Adriaansz. voor. Eerst in later tijd, en in meer gevorderden
+ouderdom, schijnt hij den naam van Leeghwater te hebben aangenomen,
+waarschijnlijk door dezen of genen hem toegevoegd, om de veelvuldige
+wateren, die hij in Noord-Holland en elders had helpen leêgen [9].
+
+Zijne moeders-moeder was Pietje Pieters Schoute, en eene dochter der
+zuster van eenen Abt van het klooster van Egmond [10].
+
+Hij zelf schijnt eene vrouw uit de Schermer te hebben gehad; want in de
+kleine kronijk zegt hij (bl. 11, No. 11): "De huisluiden van Schermer
+waren in mijne jonkheit, toen ik aldaar eerst getrouwd was, wat ruw van
+manieren en zeden; daar waren weinig huizen, die schoorsteenen hadden."
+
+Van zijne eerste jeugd en van zijne opvoeding is ons weinig of niets
+bekend; hij noemt zich op de titels der door hem uitgegeven werken:
+Molenmaker en Ingenieur van de Rijp; doch hij bezat in zeer vele
+vakken eene groote ervarenheid, en men zou hem een' duizend-kunstenaar
+kunnen noemen.
+
+Hij verhaalt in zijne kleine kronijk [11], dat het hem heugde, dat
+er in Holland niet één achtkante oliemolen met stampers bestond, en
+dat hij voor eigen gebruik den eersten zoodanigen molen tegen Rijp en
+Graft getimmerd en gemaakt heeft; dat die molen, toen hij dit schreef,
+bijna 45 jaren gebruikt en nog gangbaar was.--Hij schijnt dus ook
+olieslager te zijn geweest.
+
+Toen in het jaar 1630 het raadhuis in de Rijp zou worden gebouwd,
+vervaardigde hij het bestek en de daartoe behoorende teekeningen,
+waarna het werd afgewerkt [12].
+
+Doch als Molenmaker muntte hij voornamelijk uit, en zijne bekwaamheid
+in het vervaardigen en stellen van Molens werd niet slechts binnen
+'s Lands, maar ook daar buiten beroemd. Van hoeveel belang die
+bekwaamheid is, weten zij, die zich met het droogmaken van plassen of
+polders immer hebben moeten onledig houden. Maar die bekwaamheid kwam
+vooral in den tijd, waarin Leeghwater leefde, te stade. In de XVIe
+en in het begin der XVIIe eeuw was Holland bijna meer dan de helft
+water. De kaart van J. J. Beeldsnijder, gedrukt in 1575, kan er u
+van overtuigen. Reeds in de laatste helft der eerstgenoemde eeuw,
+werden eenige dier plassen drooggemaakt; men begon in 1553 met de
+Zijp; maar in het begin der XVIIe eeuw, toen het land, van vreemd,
+uitheemsch gezag ontslagen, eenigzins tot rust begon te komen, was
+men er ernstig op bedacht, om die binnenlandsche wateren uit te malen
+en in bruikbaar land te herschapen. Droogmaking op droogmaking volgde
+elkander op. Bij de meeste dier ondernemingen was Leeghwater door raad
+of daad behulpzaam; vooral was hij werkzaam bij het bedijken van de nu
+bloeijende Beemster, waarbij hij was aangesteld, om, zoo als hij zegt:
+»waer te nemen het fabrijken en stellen van de watermolens." Het is
+bekend, dat dit Meer, met welks bedijking men in 1608 een' aanvang
+nam, (niettegenstaande het eens doorbrak) in 1612 geheel droog was
+gemaakt. Ook bij het droogmaken van de Purmer, de Wormer, de Bijlmer,
+de Waard, de Schermer en van meer andere meren, moerassen en polders
+was hij werkzaam [13], en zijn genie wist vaak de hinderpalen te
+overkomen, welke zich van tijd tot tijd opdeden. De roem zijner
+bekwaamheid in het leêgmalen van plassen was zóó groot, dat hij door
+den Stadhouder Frederik Hendrik, in den jare 1629, in het leger vóór
+'s Hertogenbosch werd ontboden, om, zoo als Leeghwater het uitdrukt:
+»het water uit het leger te malen en de watermolens bij Engelen weder
+gangbaar te maken." Hetgeen hij naar wensch volvoerde, en niet weinig
+tot het bemagtigen dier belangrijke stad heeft toegebragt [14].
+
+Maar ook buiten 's Lands werden zijne bekwaamheden op prijs gesteld:
+in den jare 1628 werd hij naar Bourdeaux geroepen, om zijnen goeden
+raad te geven tot het droogmaken van een moeras, 4500 morgen groot,
+toebehoorende aan den Hertog van Epernon, en niet ver van dáár gelegen
+[15]; waaraan hij naar wensch voldeed, eene kaart van dat Moeras
+vervaardigde en dezelve aan den Hertog, die toen met het leger van den
+Koning van Frankrijk vóór Rochelle lag, overhandigde [16]. Twee jaren
+hierna ontbood men hem naar Metz, om raad te geven tot het droogmaken
+van een aldaar gelegen moeras [17]. Ook in het gebied van den Hertog
+van Holstein, in Emderland, in Friesland en elders werd hij geroepen,
+om behulpzaam te zijn in het droogmaken van moerassen en meren, om,
+zoo als hij zegt, »te ordineren dijken, dammen, sluizen, kaaijen,
+heulen, molens, molen-togten, kolken, wateringen, enz."
+
+Maar zijne bekwaamheden en werkzaamheden bepaalden zich niet tot
+het hierboven opgenoemde: wij zeiden reeds boven, dat hij in zeer
+vele vakken van wetenschap eene groote ervarenheid bezat. Hoor wat
+hij er zelf van zegt:--»Ik heb (dus schrijft hij in zijn kleine
+Cronijkje No. 49) in mijnen tijd gemaakt verscheidene soorten van
+molens, ook huizen en sluizen en verscheidene notabele stukken van
+kassen en schrijnwerken, alsmede vele uurwerken in dorpen en steden,
+ook mede twee groote notabele speelwerken te Amsterdam, staande op
+den Wester- en Zuiderkerks-toren. Ik heb ook mede gemetseld aan het
+nieuwe stadhuis te Amsterdam, en mede aan den toren van de Nieuwe Kerk,
+alsmede aan de brug bij Jan-Roodepoorts-toren. Behalve dien heb ik nog
+verscheidene notabele handwerken gedaan in hout en steen, in koper,
+in ivoor en metaal, hetwelk te lang zou wezen om alles te verhalen."
+
+
+ »Ook somtijds met de pen te speelen,
+ Te teekenen kerken en kasteelen,
+ Daar bij te schrijven grof en fijn,
+ Dat kan (God-lof!) nog heel wel zijn."
+
+
+Dit schreef hij toen hij 74 jaren oud was. Dat hij elf jaren vroeger
+nog heel wel met de pen kon omgaan, blijkt uit onderstaand fac simile
+van eene door hem in den jare 1638 vervaardigde teekening.
+
+
+ Een Can die veel te-water gaet.
+ Int eijnd noch wel aen stucken slaet.
+
+ 1638 JALW
+
+
+Maar Leeghwater verstond daarenboven eene kunst, die sedert geheel
+schijnt verloren te zijn geraakt, de kunst namelijk van onder water
+te duiken, aldaar eenen geruimen tijd te vertoeven en verschillende
+verrigtingen ten uitvoer te brengen [18].
+
+Hij gaf met Pieter Pietersz. [19] van deze bekwaamheid in den
+jare 1605, in de nabijheid van 's Gravenhage, eene proeve in
+tegenwoordigheid van Prins Maurits, diens broeders Frederik Hendrik,
+van de Graven Willem en Ernst van Nassau, van vele Edelen en andere
+personen. Welke proefneming hij in het volgende jaar buiten Amsterdam
+herhaalde, in tegenwoordigheid van vele menschen. Hij bleef alstoen
+drie kwartiers onder water, waar hij at, de schalmei bespeelde,
+ja zelfs op een papier schreef en andere verrigtingen ten uitvoer
+bragt, zoo als zulks door hem, op eene hoogst eenvoudige wijze, met
+vermelding van vele kleine omstandigheden, in zijn kleine Kronijk
+aldus is te boek gesteld [20]:
+
+
+
+ »Van het onder-water gaan, geschiet in den Hage
+ in bijwezen van Prins Mauritius en andere
+ groote Heeren, een konst nooit te voren
+ gehoort of gezien.
+
+»1. In 't jaar 1605, in 't laatste van April, zoo is daar een
+Wijnkooper tot Alkmaar geweest, genaamt Dirk Thomasz., die met den
+Prince Mauritius zeer familiaar was, en verscheiden redenen met den
+Prince hadde, waarvan hij mede verhaalde, dat in Noort-Hollant in de
+Rijp twee of drie jongelingen waren, die onder het water konden gaan,
+waarvan den Prince zeer begeerig was om 't zelve te zien; waarop
+den Wijnkooper tot antwoord gaf: »Ik zal de luiden verschrijven,
+dat zij bij zijne Vorstelijke Genade in den Hage zullen komen."
+
+»2. Ende alzoo door het schrijven zijn wij na den Hage gereist, en
+zijn aldaar bij den Prince gekomen, die ons zeer vriendelyk groette
+ende ons vraagde, of wij de luiden waren, die onder 't water konden
+gaan? waarop wij antwoordden: Ja mijn Genadigen Heer; waarop de
+Prince wederom zeide: Hoe zoude men dat konnen weten, of men zoude
+dat moeten zien? waarop wij wederom antwoordden en zeiden: Zo het
+mijn Heer morgen belieft te zien, wij willen 't alhier morgen in den
+Vijver wel doen; waarop de Prince wederom zeide: dat hij dat in den
+Vijver niet en begeerde; daar zouden wel duizent menschen bij komen;
+dat en zoude niet dienen.
+
+»3. Doen heeft de Prince een Valkenier bij hem ontboden, genaamt
+Henderik Evertsz., die met ons zoude gaan buiten den Hage, om een
+water te zoeken, daar 't bequaam was om de konst te doen, 't welke
+wij alzo gedaan hadden, welke water is een weinig buiten den Hage
+aan de slinkerhand, in een Molentocht, als men naar Delft vaart.
+
+»4. Den eersten dach doen wast een storm ende heel kout weder, zo dat
+wij den Prince doen niet en spraken, maar den tweeden dach daaraan
+heeft den Prince ons een zeker uure gestelt, als den maaltijt gedaan
+was na den middag, dat wij dan op de plaatze gereet zouden staan,
+waarbij dat de Prince ook tegen ons zeide: Mannen, ik heb gisteren
+wel om u gedocht, ik en zoude niet gaarne hebben, dat gij een ziekte
+zoude halen om mijnent wille.
+
+»5. Alzo den tijt bestemt was, zoo zijn wij op de plaatze gegaan,
+ende gereetgestaan; doen is den Prince Mauritius, met zijn broeder
+Prins Henderik, met Graaf Willem van Vrieslant, met Graaf Ernst,
+ende meer andere groote Heeren en Edelluiden met de koetzen bij
+ons gekomen, ende daar alzo gelijk bij ons staande, doen zeide den
+Prince Mauritius: Mannen, ik ben nu gereet om te zien; waarop ik Jan
+Adriaansz. Leeghwater met een goede couragie in 't water gesprongen
+ben, en zeide: Adieu, mijn vroome Heeren; ende ik was daar zo lange
+onder het water, dat den Prince Mauritius met d'andere Heeren wel
+vernoegt waren, en doen ik weder boven 't water quam, doen vraagde
+mij den Prince Mauritius: Wat was dat geluit dat ik hoorde? waarop ik
+zeide: Ik heb luide geroepen; heeft mijn Heer dat ook verstaan? waarop
+de Prince zeide: Ik meende, dat het het brullen van een koe was.
+
+»6. Daarna is Pieter Pietersz., een van onze medemakkers, in 't water
+gesprongen een stuks weegs verscheiden, dewelke alzo lang onder het
+water was als ik, waarover Pieter Pietersz. met zijne vingeren een
+weinig boven 't water speelde; doen zeide Graaf Willem van Vrieslant:
+Den kerel werd verzoepen; hij en kan hem nigt langer holden.
+
+»7. Ende alzo Pieter Pietersz. mede op 't land komende, wij beide nog
+fris ende wel waren, zoo heeft den Prince Mauritius tegen ons gezeit:
+Mannen, ik zie dat de konste goet is; gaat niet uit den Hage aleer ik
+u gesprooken heb, en gaat in een goede herberge en maakt goede cier,
+hetwelke wij alzo gedaan hebben, ende daarna zijn wij weder bij den
+Prince gekomen op het Hof, daar hij ons een vereeringe gegeven heeft,
+ende ook mede Octroy van onze konste, hetwelke ik nog tot dezen dag
+bewaart heb."
+
+
+»De tweede onderwaterduiking, geschiet tot Amsterdam.
+
+»1. In 't jaar 1606, op Amsterdamsche kermis, zo is daar een
+koopman van de Rijp geweest, geheeten Meinert Cornelisz. Salm,
+die tot Amsterdam zeer wel bekent was, die van de konste van onder
+water te gaan tegen zommige bekende Borgers van Amsterdam gezeit
+hadde, dat de konste op de Wetering, buiten de Heilige Wegs-Poort,
+aan de slinkerhant, gedaan zoude werden in prezentie van 10 of 12
+perzonen, aldaar mede prezent was Meinert Salm van de Rijp, Albert
+Verspek van Antwerpen, Dirk van Os van Amsterdam met zijn Soon,
+die nu Dijk-Graaf van de Beemster is, Frederik Jansz. met zijn Soon,
+Jacob Frederiksz. van Amsterdam, beide Olijslagers, Jacob Wrogt van
+Amsterdam, met Jan Louwen van de Rijp met zijn Huisvrouw, ende meer
+andere goede bekenden.
+
+»2. Ende alzo dit geschiedde nabij de stad Amsterdam, zo is aldaar een
+grooten toeloop van volk gekomen ende vergadert van verscheiden steden,
+dorpen en plaatzen, so dat daar wel zeven of agt hondert menschen bij
+malkander waren, of meer: zo was daar een onder allen, die het niet
+geloofde, en zeide: Het zal wezen gelijk die man die vliegen zoude;
+wie is malder, de man die vliegen zal, of die gene die het zien
+zullen? waarop ik Jan Adriaansz. wederom zeide: Ik zal het volk niet
+bedriegen; ik zal 't voor haar oogen doen, dat zij dat zien zullen.
+
+»3. Zo is 't dat ik een linnen kleed bij mij genomen hadde, hetwelke
+ik aandede, waarvan ik de zakken uittrok, en dede daar tien of twaalf
+peeren in, dat zij het voor hare oogen zagen, ende ik zeide tegen
+het volk: Deze peeren zal ik half op-eeten, opdat gij luiden niet en
+zegt dat ik de peeren in den grond gesteken heb. Ook hadde ik mede
+een schalmey bij mij, daar ik wel op konde speelen, dien ik mede bij
+mij in mijn zak dede, en zeide: Daar zal ik verscheiden voizen en
+Psalmen op speelen, dat gij dat boven water, op het land hooren ende
+verstaan zult; waarbij Pieter Pietersz. op het land bij het volk bleef;
+om het volk reden te geven en te onderregten.
+
+»4. Onder allen was daar mede een Makelaar onder het volk, geheeten
+Lems, die hadde een schoon blad pampier bij hem, daar schreef hij zijn
+naam op, hetwelke hij mij gaf, waarop ik tegen hem zeide: Ik zal daar
+onder water op den grond op dat pampier met pen ende inkt schrijven,
+dat gij dat boven water op het land zult konnen lezen.
+
+»5. Ende doen ik gereed was, ende wel wakker konde zwemmen, ende ook
+mede een jongman was, zoo gaf mij den Almogenden God de vrijmoedigheit,
+dat ik met een goede couragie in 't water sprong, mijn aangezigt na het
+volk toewendde, ende zeide: Adieu, gij vroome Borgers van Amsterdam,
+dat is u ter eeren, daar ga ik onder.
+
+6. Zo is dat alzo geschied, dat ik de peeren onder water half
+op-gegeten heb, en vertoonde de peeren onder het volk, doen ik op
+het land quam; ende op hetzelve pampier schreef ik mede zo veel:
+dit heb ik voor Amsterdam in de Wetering ende onder water geschreven;
+ende op de schalmey speelde ik mede onder water op den grond, dat het
+volk, die op het land stonden, boven water gemakkelijk hooren ende
+verstaan konden; onder allen speelde ik mede den 23 Psalm: Mijn God
+voet mij als mijn Herder geprezen, dat die luiden, die op de kant van
+de sloot stonden, zeiden: Hoort eens mannen, dat speelt hij nu! Alzo
+had ik mijn plaizier ende recreatie onder 't water op den grond.
+
+»7. Ende doen ik dogte dat ik aldaar lang genoeg geweest was, dat
+het volk wel vernoegt zoude wezen, zo ben ik met een goede couragie
+weder opgekomen, mijn aangezigt na het volk, en doen ik nog in 't
+water was, zo heb ik tegen het volk met een luide stemme geroepen:
+Wat dunken de luiden van de konst? waarop het volk antwoordde en zeide:
+De konst is goet.
+
+»8. Ende doen ik weder op het land quam, doen vertoonde ik mijn
+geschrift, het pampier nog droog wezende, hetwelke veel luiden gezien
+en gelezen hebben, ende daarover zeer verwondert waren: ende den
+Makelaar Lems weder behandigt hebbende, die het nog zommige jaren
+daar naar bewaarde; ende als ik nog onder water was, zo was alreeds
+de tijdinge al in de stad, die man is al verdronken, hij en komt zijn
+leven niet weder: en doen ik weder op het land quam, zo hadde Frederik
+Jacobsz., Olijslager van Amsterdam, een nagt-glas bij hem genomen, en
+zeide tegens mij: Jan Adriaansz., weet gij wel hoe lange dat gij onder
+water geweest hebt?--Neen ik, Frederik Jacobsz., zeide ik. Doen zei
+hij weder tot mij: Dat glas is eens uit-geloopen ende eens half uit,
+dat is drie quartier van een uur. Doen waren daar verscheiden luiden,
+die tegen malkanderen zeiden: Hebt gij wel gezien wat dat hij gedaan,
+hadde doen hij in 't water ging? hij hadde hem met olij bestreken;
+ende d'andere zeide: hij hadde een root lapken in zijn mond genomen; in
+zomma, elk een zeide het zijne. Ik hadde gedaan gelijk de Comedianten
+doen, ik speelde het spel te regt, zonder iets te haperen ofte te
+manqueren; die het spel niet en kan, die en speel het niet. Ende
+als het werk gedaan was, zo waren daar veel liefhebbers, die haar
+milde hand toonden: ende onder allen was daar een man uit Zeeland,
+die zeide; omdat de konste zoo fraay is, zoo schenke ik u daartoe
+nog een Zeeusche Daalder.
+
+»9. Daarna heb ik mijne kleederen weder aangetrokken, ende ben weder
+na de stad gegaan, aldaar ik een groot getal van volk bij mij hadde,
+die zeer begeerig waren om de man te zien, waarvan nu nog verscheiden
+luiden in de stad van Amsterdam zijn, die het gezien hebben ende
+daarvan konnen getuigen.
+
+»10. Nu voort wat de konste belangt, men vint in 't Boek Jobs
+geschreven in het 28 cappittel in het 12 vers: Men keert den stroom
+des waters, ende brengt dat daar verborgen in is aan 't licht. So
+dat ik niet en weet eenige konsten te bedenken, die zo bequaam ende
+zo goet zijn om verborgen schatten van den grond te halen; men kan
+aldaar onder water een wijl tijds leven, ende zijne handen en voeten
+wel gebruiken, hetzij dat het een vadem diep is, ofte meer: al waar
+'t agt of tien vadem diep, de konst is even goet."
+
+
+Indien dit verhaal alleen in de Kronijk van Leeghwater werd gevonden,
+zou men genegen zijn, de waarheid van hetzelve in twijfel te trekken;
+maar nog op den huidigen dag wordt het oorspronkelijk Octrooi, door
+de Staten-Generaal aan Leeghwater en twee andere daarbij vermelde
+personen, wegens die kunst, den 5den Mei 1605, en dus kort nadat zij
+in 's Hage proeven van hunne bekwaamheid gegeven hadden, verleend,
+en waarvan Leeghwater (hierboven bl. 19) gewag maakt, nog bij de
+nazaten van Leeghwater bewaard, en ik ben het aan de vriendelijke
+tusschenkomst van den Wel-Eerwaarden Zeer Geleerden Heer J. van
+Gilse verschuldigd, dat ik in staat ben gesteld, een fac-simile van
+hetzelve hier bij te voegen. Dit Octrooi werd reeds door wijlen den
+Heer J. Meerman in den jare 1807, in den Konst- en Letterbode [21],
+aan het licht gebragt. Het oorspronkelijke is op parkement of francyn
+geschreven en van den volgenden inhoud:
+
+
+»Die Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, Allen den ghenen die
+desen jegenwoordige sullen sien ofte hooren lesen. saluyt.--Doen te
+weeten, dat wy ontfangen hebben de supplicatie, aen ons gepresenteert
+by Pieter Pietersz., Jan Adriaensz. ende Wilhem Pieters, alle woonende
+in de Rype, inhoudende hoe dat sy supplianten geinventeert ende by
+Zyne Princelycke Excellentie geprobeert hebben, seker waterconste, soo
+om onder twater te gaen, staen, sitten, liggen, eeten ende drincken,
+lesen ende scryven, singen ende spreken, voorts om eenige bruggen ende
+sluysen te repareren off te nyente [22] te doen, cabels onder schepen
+die gesoncken zyn, vast te maken, om die uuyten gront te winden, item
+om peerlen, ende andere costelycke goederen op ten gront te soucken,
+mitsgaders om eenige missiven ofte brieven heymelyck onder twater
+te dragen ende brengen, boven dien zyn Asem bequamelyck te mogen
+halen, tzy oft het diep is een, twee, vyff, sess offe meer vademen,
+verzoeckende ende biddende oitmoedelyck, (nademael zy beducht zyn,
+dat men haerlieder inventie soude namaecken), dat Wy hen souden
+willen verleenen onse openen brieven van Octroy, om de voorsz. heure
+Inventie voor eenige jaren alleene in de Vereenichde Provincien
+te mogen maken, met verboth van deselve na te maken, in geenerlye
+wyse, int geheel ofte ten deele, by verbeurte van sulcke nagemaecte
+Inventie, ende daerenboven van seekere groote Penen, by ons daertoe
+te ordonneren. Waerom Soo ist, dat Wy, genegen wesende ter Bede van de
+voorsz. Supplianten, deselve geoctroyeert hebben, ende octroyeren mits
+desen, dat zy voor den tyt van thien jaeren naestcommende, alleene
+in de Vereenichde Provincien sullen mogen maken ende gebruycken de
+voorsz. Waterconste, by hen geinventeert om onder twater te gaen,
+staen, sitten, liggen, eeten ende drincken, lesen ende scryven, singen
+ende spreken, voorts om eenige bruggen ende sluysen te repareren
+offe te nyeuwte te doen, cabels onder schepen, die gesoncken zyn,
+vast te maken, om die uuyten gront te winden. Item om peerlen, ende
+andere costelycke goederen opten gront te soucken, mitsgaders om eenige
+missiven offe brieven, heymelyck onder twater te dragen ende brengen,
+bovendien zyn Asem bequamelyck te mogen halen, tzy off diep is een,
+twee, vyff, sefs offe meer vademen, verbiedende een yegelyck van wat
+qualiteyt offe conditie hy zy, de voorsz. geinventeerde Waterconste
+int geheel ofte ten deele in de Vereenichde Provincien natemaken,
+ofte elders nagemaect inde selve te brengen, om die te gebruycken,
+op te verbeurte van het nagemaecte werck, ende daerenboven van de
+somme van twee hondert Guldens, tappliceren deen derddendeel daervan
+tot behoeff van den Aenbrenger, een ander derddendeel tot behoeff
+van den officier, die de executie doen sal, ende het resterende
+derddendeel tot behoeff van de voorsz. supplianten, ende dit alles
+mits dat het zy eene nieuwe Inventie, te vooren in dese Landen niet
+gepractizeert, ende sonder preiuditie van alle voorgaende generale,
+ende particuliere concessien. Gegeven onder onsen cachette [23],
+in Sgravenhage, den vyffden Mey XVIc ende vyff."
+
+Ter ordonnan. van de voorn. Heeren Staten-Generaal.
+
+(was geteekend:)
+
+AERSSEN.
+1605.
+
+
+
+De waarheid van het verhaal van Leeghwater is alzoo boven allen
+twijfel verheven; maar zonderling is het, dat nergens elders blijkt,
+dat hij, die meer dan 40 jaren na het bekomen van dit Octrooi leefde,
+of zijne makkers naderhand eenig gebruik van hetzelve hebben gemaakt,
+of dat bij het eindigen van dit Octrooi hunne kunst de eigendom van het
+publiek zou zijn geworden, of dat zij die kunst naderhand aan anderen
+zouden hebben medegedeeld. Men zou bijna moeten vermoeden, dat het
+geheim met het overlijden der Geoctroijeerden is verloren gegaan. Wij
+stemmen het den Heer Meerman [24] gereedelijk toe, dat men zich moet
+verwonderen, in het Octrooi te hooren gewagen van eene inventie, die
+men na zou kunnen maken, of elders gemaakt in het land invoeren van
+een werk, dat verbeurd zou kunnen worden verklaard enz., daar men uit
+het bovenvermeld verhaal van Leeghwater zou moeten opmaken, dat hij
+en zijne makkers zonder eenig toestel in het water sprongen. [25]
+Een mijner vrienden vermoedt, dat het toestel van Leeghwater en
+zijne makkers eene duikerklok zou zijn geweest, welke zij bevorens
+heimelijk ter plaatse, waar zij hunne kunst zouden vertoonen, onder
+water bragten. Ik ben niet ongenegen dit zijn vermoeden te deelen,
+hoezeer mij echter het heimelijk brengen van brieven naar elders,
+alsdan nog niet duidelijk is.
+
+Hoe dit zij, uit al het hiervoren gezegde kan men opmaken, dat
+Leeghwater een bekwaam waterbouwkundige was: dat hij tevens Landmeter,
+Molenmaker, Metselaar, Timmerman, Schrijnwerker, Horologiemaker,
+Waterduiker--ja wat niet al?--is geweest. Ik mogt hem dus met regt een'
+duizend-kunstenaar noemen.
+
+Hij was daarenboven ervaren in de Fransche en Duitsche talen, en,
+naar de veelvuldige aanhalingen te oordeelen, ook niet geheel onbekend
+met de Latijnsche.
+
+Veelvuldige reizen zijn door hem gedaan. Behalve al de zeven toenmalige
+Vereenigde Provinciën, bezocht hij Braband, Vlaanderen, Henegouwen,
+Duitschland en zoo als hij het noemt, Oostland, waartoe hij Riga,
+Elzeneur, Elzenberg enz. brengt. Ook reisde hij in Westphalen,
+Lotharingen, Frankrijk en Engeland. Achter zijne Kleine Kronijk
+vindt men een breed register van de meeste door hem, tot zijnen
+vierenzeventigjarigen ouderdom, bezochte plaatsen. [26]
+
+Maar dit is niet alles. Wij spraken van tijd tot tijd van zijne
+schriften; ook als schrijver heeft hij verdiensten. Het is waar,
+zijn stijl is hoogst eenvoudig, en »zijne werken dragen de kenmerken
+van geschreven te zijn door een' ongeletterd man, die door zijne
+eigene verdiensten uit eenen geringen stand opgekomen was. Maar zij
+getuigen," zoo als de Heer Van Lijnden te regt zegt: »niettemin van
+'s mans kunde en bekwaamheid." [27]
+
+Drie gedrukte werkjes worden van Leeghwater vermeld, en wel:
+
+1º. Korte beschrijving en klein Kronykje van Haarlem; een boeksken,
+waarvan mij in Boekenlijsten twee uitgaven [28] voorkwamen, doch
+hetwelk ik nimmer gezien heb.
+
+2º. Een kleyne Cronyke en voorbereiding van de afkomst en het
+vergroten van de dorpen Graft en de Rijp, en van meer verscheiden
+notabele oude stukken en gebeurtenissen.--»Het is," zoo als de Heer
+De Wind naar waarheid zegt, »eene Kronijk van al wat hij hoorde,
+vernam en deed; alles voorgedragen in eenen eenvoudigen, maar zeer
+naïven stijl, zoodat dit boekje zich met het grootste genoegen lezen
+laat." Gezegde Heer De Wind heeft, in zijne Bijdrage over Leeghwater,
+het een en ander uit dit werkje overgenomen. Ook van deze Kronijk
+bestaan verschillende uitgaven. Wij vonden melding gemaakt van
+eenen druk van den jare 1654; doch deze was waarschijnlijk niet de
+eerste, omdat op den titel, even als op dien der volgende drukken,
+vermeld staat: »en nu op nieuws hier by gedaen de beschrijving van den
+grooten brand, voorgevallen in de Rijp, op den 6den Febr. 1654." [29]
+Waarschijnlijk bestaat er eene uitgave van den jare 1649. De door mij
+gebruikte is van den jare 1714 en die van den Heer De Wind van 1727
+[30].
+
+Doch het vermaardste zijner werken is:
+
+3º. Zijn Haarlemmer-Meerboek, hetwelk een ontwerp tot bedijken en
+droogmaken van het Haarlemmer-meer bevat, door hem, naar het schijnt,
+aan de Staten van Holland, aan den Stadhouder Frederik Hendrik, aan
+de Burgemeesteren en Raden van Amsterdam, Leiden, Haarlem en Gouda,
+en aan den Dijkgraaf en de Heemraden van Rhijnland, in den jare 1641,
+aangeboden. Of de eerste druk van dit werk reeds in 1641 verscheen,
+is wel waarschijnlijk, doch niet zeker. Op den titel van dien eersten
+druk [31] vindt men geene vermelding van het jaar der uitgave, maar op
+de laatste (de 35ste) bladzijde staat onder de letters J. A. L. W. het
+jaartal 1641. [32] Zeker is het, dat reeds in 1642 de derde druk het
+licht zag, [33] en de Heer Van Lijnden spreekt (bl. 42) van eenen
+vierden, die in 1643 uitkwam. [34]
+
+De Heer Mr. J. T. Bodel Nyenhuis noemt in de 3de lijst zijner opgave
+van beschrijvingen der Gewesten, Steden en Plaatsen, in het Koningrijk
+der Nederlanden, geplaatst in het VIIIe Deel van het Tijdschrift de
+Vriend des Vaderlands, No. 11, eenen vijfden druk (Amst.) van den
+jare 1654.
+
+Het jaar waarin de 6de druk verscheen heb ik niet gevonden; doch de
+7de zag in 1669, [35] de 8ste in 1714 [36] het licht.
+
+In 1724 verscheen reeds weder eene nieuwe uitgave [37]; welke in
+1727 door eene tiende werd gevolgd [38]. De elfde verscheen negen
+jaren daarna in 1736, [39] terwijl eindelijk eene twaalfde in 1749
+het licht zag [40].
+
+Al de vermelde drukken zijn in quarto.
+
+Toen Leeghwater zijn Meerboek schreef, was hij zes en zestig jaren
+oud: hoe lang hij hierna nog leefde is mij niet gebleken; maar in
+1649 was hij nog in leven, blijkens de laatste bladzijde van zijne
+kleine Kronijk. Hij was echter reeds in den jare 1654 overleden, want
+op den titel der uitgave van dat jaar staat: in zijn leven Ingenieur
+en Molenmaker in de Rijp [41].
+
+Leeghwater behoorde tot het Kerkgenootschap der Doopsgezinden, hetwelk
+destijds zeer talrijk in de Rijp en andere Noord-Hollandsche plaatsen
+was. Dat hij een Godvruchtig man was en 's menschen afhankelijkheid
+van den wil des Allerhoogsten diep gevoelde, bewijzen zijne schriften.
+
+Meerdere bijzonderheden heb ik wegens onzen verdienstelijken landgenoot
+niet kunnen vinden, de opgegevene zijn grootendeels uit zijne eigene
+schriften ontleend [42].
+
+Uit het Haarlemmer-Meerboek, No. 24, blijkt, dat Leeghwater eenen
+zoon had, Simon genaamd, dien hij den oudsten noemt; uit de kleine
+Kronijk leeren wij bl. 36, No. 35, eenen tweeden, met name Adriaen,
+en bl. 30, No. 7, eenen derden, Jan genaamd, kennen.
+
+Nog heden bestaan er afstammelingen van den beroemden man, en wel:
+
+1º. Pieter Leeghwater, wonende te Koog, geboren in 1786, die een zoon
+is van den in 1807 overledenen Jan Cornelisz. Leeghwater en diens
+eerste vrouw Ariaantje Heertjes.
+
+2º. Trijntje Leeghwater, geboren in 1797, eene dochter van voorn. Jan
+Cornelisz. Leeghwater en diens 3de vrouw Maartje Kuik. Deze is gehuwd
+aan Pieter Haremaker te Zaandijk; [43] en
+
+3º. Cornelis Jansz. Honig, zoon van den Heer Jan Cornelisz. Honig,
+te Zaandijk, en diens overledene echtgenoot, Neeltje Leeghwater,
+welke was eene dochter van Louwrens Leeghwater en Aaltje Ouwerijk, en
+eene kleindochter van Cornelis Louwrensz. Leeghwater en Trijntje Peper.
+
+Behalve deze leeft er te Wormerveer, in den ouderdom van 80 jaren,
+een Jan Louwrensz. Groot, wiens moeder mede Leeghwater genaamd was.
+
+De éénige mannelijke afstammeling van Leeghwater, die dien naam
+voert, is, voor zoo verre ik heb kunnen nagaan, gemelde Pieter
+Jansz. Leeghwater, daar deze ongetrouwd is, staat het te vreezen,
+dat met hem het geslacht van Leeghwater zal uitsterven.
+
+Bij de voornoemde afstammelingen van den beroemden man is zijne
+nagedachtenis nog in eere: behalve een exemplaar van het Meerboek en
+van de kleine Kronijk, zijn aan mij, namens den voornoemden Heer Jan
+C. Honig, door bemiddeling van den Heer van Gilse, ter hand gesteld:
+
+1º. Het origineele Octrooi van den jare 1605.
+
+2º. De bovenvermelde, met de pen vervaardigde, eigenhandige teekening.
+
+3º. Een koperen Alidade (liniaal met vizieren) van een werktuig om
+hoeken te meten, met het jaartal 1619, afkomstig van onzen Leeghwater.
+
+4º. Een zilveren vergulden Penning, geslagen op de overwinningen van
+Prins Frederik Hendrik, en die, volgens het verhaal van vader tot zoon,
+mede van onzen Leeghwater afkomstig is, als door hem óf ten geschenke
+ontvangen, óf gekocht ter gedachtenis van zijne verrigtingen voor
+'s Hertogenbosch. [44]
+
+
+
+Behoef ik wel te doen opmerken, dat zoo vele herhaalde uitgaven van
+het Haarlemmer-Meerboek als ik opnoemde, twaalf in den tijd van iets
+minder dan eene eeuw, getuigen van de belangstelling, die het werk
+van Leeghwater verwekte? Nog is die belangstelling niet geweken. Zijn
+werk is nog altijd belangrijk voor ieder, die over de droogmaking van
+het Haarlemmer Meer wil spreken of schrijven. Nog steeds wordt zijn
+Haarlemmer-Meerboek gezócht, en de schaars voorkomende exemplaren
+worden op boekverkoopingen ruimschoots betaald.
+
+Het kwam mij alzoo niet ongepast voor, om eene dertiende uitgave
+van dit werk het licht te doen zien, vooral in deze dagen, waarin de
+belangstelling in het ontwerp der droogmaking van het Haarlemmer Meer,
+dat groote plan van Leeghwater, weder meer algemeen is. Het kan toch
+niet onwelgevallig zijn te weten, wat over dit onderwerp vóór nu twee
+eeuwen gezegd is, door eenen man, grijs geworden hij het droogmaken
+van zoo vele meren, wier bloei en welvaart thans het sieraad en den
+rijkdom van Noord-Holland uitmaken; door eenen man, die sprak uit
+eigene ondervinding, niet naar theoriën, dikwerf slechts fraai op
+het papier, maar minder geschikt om ten uitvoer te worden gebragt.
+
+Ik heb bij deze uitgave gebruik gemaakt van den hierboven vermelden
+achtsten druk. Op verzoek van den uitgever, die zulks voor ons lezend
+publiek noodig oordeelde, heb ik hier en daar den stijl een weinig
+veranderd, doch mij hieraan slechts zeldzaam schuldig gemaakt. Ik
+wilde den eenvoudigen, naïven, ongekunstelden stijl van Leeghwater
+zoo min mogelijk bederven. De spelling heb ik naar de thans in gebruik
+zijnde gewijzigd.
+
+Het Lofdicht van Heyndrik Albertsz., dat voor het Meerboek gevonden
+wordt, heb ik weggelaten, omdat het geene kunstwaarde bezit. Om
+dezelfde reden heb ik de gedichten, die Leeghwater in en achter
+zijn werk gevoegd heeft, niet overgenomen, omdat zij wel van 's
+mans rijmlust, maar geenszins van zijne dichterlijke bekwaamheid
+getuigen. Enkele rijmpjes heb ik echter vermeend te mogen overnemen.
+
+Het kaartje en de afbeelding van den Schrijver, welke ik bij deze
+uitgave heb gevoegd, worden in den eersten druk niet gevonden. Men
+zal ze, zoo ik mij niet vergis, hier met welgevallen aantreffen. De
+afbeelding is naar eene teekening van J. de Keyser en gegraveerd door
+J. Lamsveld; onder dezelve staan de volgende niet zeer dichterlijke
+regels van J. J. Schipper [45].
+
+
+ »Dit is Leegwaters Beeldt, Aenschouwers, siet vry toe,
+ Zyn geest, die altyt werckt en nimmer meer wort moê;
+ Aen 't geen zyn Vaderlandt tot welstant kan verstrecken,
+ Zich in syn Meerboek zal ten deel aen u ontdecken:
+ Wat d' ander rest belangt, die spreyt zich wyt en breet,
+ En vat, in zijn vernuft, wat yemand wist off weet."
+
+
+Ook in den 2den en 3den druk van het Meerboek wordt de afbeelding van
+Leeghwater niet gevonden. Waarschijnlijk verscheen zij het eerst in den
+4den of 5den druk. In den 7den vond ik haar, doch niet door Lamsveld,
+maar door S. Savrij gegraveerd. Daar deze in een' der hoeken het getal
+43 heeft, vermoed ik, dat Leeghwater in 1643 door Keyser is geteekend,
+toen hij 68 jaren oud was.
+
+
+
+Na Leeghwater verschenen er verscheidene andere geschriften over het
+Haarlemmer Meer, welke ik kortelijk zal vermelden.
+
+Bijna gelijktijdig met het werkje van Leeghwater, kwam er nog een
+ander plan tot droogmaking van het Haarlemmer Meer in het licht,
+opgesteld door Jacob Bartelsz. Veeris. Dit werk maakte echter minder
+opgang. »Volgens den Heer Van Lijnden (Verhand. bl. 43), verschilde het
+plan van Veeris in zoo verre van dat van Leeghwater, dat bij hetzelve
+bepaald was een voorboezem, met een' dijk over het eiland Ruigoord,
+op welken dijk 15 bovenmolens zouden gesteld worden."
+
+De plannen van Leeghwater en Veeris vonden al dadelijk tegenstand,
+vooral bij de Ingelanden van Rhijnland, welke vermeenden, dat, door het
+droogmaken van het Meer, de boezem van hun gewest te klein zou worden;
+en reeds in 1642 gaf N. van Haegh, onder den titel: C. A. Colevelt's
+[46] bedenckingen over het drooghmaken van de Haarlemmer en de
+Leydtsche Meer, Honderd Twee en Zeventig articulen in het licht, welke
+hij, zoo als hij in het voorberigt zegt: als een liefhebber van het
+Gemeenebest, had gecopieerd uit eenige Bedenkingen zamengesteld door
+Coleveld, handelende op het uit- en droogmaken van de Haarlemmer en
+Leidsche Meer, waarbij hij, naar zijn goeddunken, nog eenige punten
+had bijgevoegd, hetgeen hij hoopte dat de schrijver hem niet ten
+kwade zou duiden. Uit dit voorberigt zou men dus opmaken, dat deze
+bedenkingen zonder voorkennis, immers zonder medewerking van Coleveldt
+zijn uitgegeven. Hoe dit zij, de bedenkingen van Coleveldt werden door
+Leeghwater in den 4den en volgende drukken van zijn Meerboek bestreden.
+
+Toen de tiende druk van het werk van Leeghwater in 1727 uitkwam,
+werd ook in dat jaar het tegenschrift van Coleveldt herdrukt
+[47]. Deze herdruk gaf aanleiding, dat C. Velsen, Landmeter van
+Rhijnland, in dat zelfde jaar, onder den titel van Aanmerkingen over
+de tegenwoordige staat van de Haarlemmer Meer [48], een werkje in het
+licht gaf, waarin hij het plan van Leeghwater tegen de bedenkingen van
+Coleveldt verdedigde, op de noodzakelijkheid van het droogmaken van
+het Meer aandrong en de wijze aan de hand gaf, waarop dit zou kunnen
+geschieden, »in voege, dat de steden Haarlem, Leiden en Amsterdam,
+alsmede het Hoogheemraadschap van Rhijnland, van veel beter natuur,"
+(het zijn 's mans woorden) »omtrent de waterstaat en scheepvaart
+zullen wezen, als tegenwoordig."
+
+Dit werkje van Velsen vond zoo veel belangstelling, dat nog in
+hetzelfde jaar 1727 van hetzelve een tweede druk in het licht kwam
+[49].
+
+Hij oordeelde zoo ongunstig over de Bedenkingen van Coleveldt, dat
+hij in de voorrede van zijn werkje zegt: »dat hij er niet anders in
+kon vinden, als een deel opgeraapte schimpredenen, op papier gebragt
+zonder order en met groote drift; dat het doorzaaid is met zoo vele
+belagchelijke stellingen, dat hij niet begrijpt, hoe het in den tijd
+van zijn geboorte, zoo veel geloof heeft kunnen verdienen, en dat
+men het nu heeft waardig geacht, om het weder het licht te doen zien."
+
+Het werkje van Velsen is zeer lezenswaardig.
+
+Vijftien jaren hierna, in Julij 1742, overhandigden Nicolas Cruquius,
+en Jan Noppen, Toeziener en Melchior Bolstra, Landmeter van Rhijnland,
+als hiertoe gelast, aan Dijkgraaf en Hoogheemraden van dat Collegie,
+een uitvoerig plan wegens de bedijking der Haarlemmer Meer; hetwelk
+te vinden is in de nieuwe Nederlandsche jaarboeken van April 1773,
+(bl. 385-405); en waarvan de hoofd-inhoud wordt medegedeeld in
+de tegenwoordige staat van Holland, (VIe deel der Teg. Staat der
+Vereenigde Nederlanden, bl. 186-196) [50].
+
+Tegen dit plan opperde de stad Leiden bedenkingen, welke door de
+gemelde Toeziener en Landmeter, bij eene Memorie van het jaar 1745,
+werden wederlegd; zoo als gelezen kan worden in de voorm. jaarboeken
+van 1773, bl. 406-419.
+
+Intusschen verscheen te Leiden, in het jaar 1743, een ander plan tot
+droogmaking van het Meer, van Conradus Zumbach de Koesfeld, Med. en
+Stads Dr., Lid van de Koninklijke Societeit van Wetenschappen te
+Berlijn, hetwelk volgens den Heer van Lijnden [51] dit bijzonders
+had, dat de schrijver, tot uitsparing der kosten, wilde beginnen
+met alleen de wateren, die in het meer uitkomen, af te dammen, en,
+eerst na de droogmaking, een' ringdijk, uit de klei van het Meer,
+daar te stellen [52].
+
+Maar behalve de opgenoemde [53] werden er nog verschillende andere
+plannen tot droogmaking van het Haarlemmer Meer gevormd, welke door den
+druk niet zijn gemeen gemaakt. Zoo spreekt de Heer Baron van Lijnden,
+(verh. bl. 43), van een ongedrukt werkje, dat in 1659 of 1660 schijnt
+geschreven te zijn, waarin een plan voorkomt verschillend van die
+van Leeghwater en Veeris, en maakt vervolgens (bl. 44 en 45) melding:
+
+1º. Van een plan opgemaakt, ten gevolge van een verzoekschrift door
+Dijkgraaf en Hoogheemraden van Rhijnland, om te worden gemagtigd
+tot het maken van eene uitwatering te Katwijk en tot het bedijken
+van de Haarlemmer en Leidsche Meren, aan de Staten van Holland in
+1750 ingediend.
+
+2º. Van een plan door de Landmeters D. Klinkenberg en B. Goudriaan,
+bij eene Memorie aan gecommitteerde Raden van Holland, benevens aan den
+Dijkgraaf en Hoogheemraden van Rhijnland, den 31 Jan. 1769 ingeleverd
+[54].
+
+3º. Van een plan in den jare 1808, op last van den toenmaligen Minister
+van Binnenlandsche Zaken [55], opgemaakt door den Inspecteur A. Blanken
+Jansz.; hetwelk in de archiven van den waterstaat berust.
+
+Geen tijdvak echter leverde zoo vele schriften over het droogmaken
+van genoemd Meer, als dat tusschen de jaren 1819 tot 1823.
+
+In het eerst gezegde jaar, in 1819, gaf de Heer Mr. J. C. Baron du
+Tour, ten gevolge van het bekend geworden plan der Heeren van Lijnden,
+Roëll en Repelaar, eene verhandeling over het Haarlemmer Meer in
+het licht [56], welke eene historische beschrijving van de wording,
+vergrooting en gesteldheid van dat water, en eene uiteenzetting der
+plannen van Leeghwater, Veeris en Bolstra bevat.
+
+In het volgende jaar verscheen te Zutphen een werkje, onder den
+titel: verhandeling over de droogmaking van het Haarlemmer Meer en
+aangelegen veenplassen, doormengd met landbouwkundige aanmerkingen,
+door J. Engelman, Oud-Landmeter bij 's Lands Waterstaat [57], waarin de
+noodzakelijkheid en nuttigheid van het droogmaken van dien ontzettenden
+plas wordt betoogd, en een ontwerp tot droogmaken wordt opgegeven.
+
+Doch al wat tot dus verre over het Haarlemmer Meer en over het
+droogmaken van dien plas was geschreven en uitgegeven, werd in
+uitgebreidheid en uitvoerigheid overtroffen door het belangrijke werk
+van den Heer F. G. Baron van Lijnden van Hemmen, Commandeur van de Orde
+van den Nederl. Leeuw, Lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal,
+enz. enz. enz., onder den titel van verhandeling over de droogmaking
+der Haarlemmer Meer [58].
+
+Dit werk, hoe men ook over de uitvoerbaarheid en nuttigheid van het
+daarbij voorgesteld plan, en over de juistheid der daarbij gevoegde
+berekeningen, moge denken, zal steeds bij de behandeling van dit
+onderwerp onschatbaar blijven.
+
+Alles is hier duidelijk, op eene hoogst, ook voor de in het vak van
+den waterstaat oningewijden, bevattelijke wijze, en met kennis van
+zaken ter nedergesteld. Het is voorzien van onderscheidene hoogst
+nuttige staten en tafels; en bij het werk is gevoegd een atlas met
+vier kaarten en eene afzonderlijke plaat.
+
+De 1ste kaart wijst den voormaligen staat van Holland aan, met
+zijne Meren en Plassen, vóór die bedijkt waren. Bijna de helft was
+toen water.
+
+De 2de toont ons dat zelfde Holland in 1820, met zijne drooggemaakte
+Meren en Plassen. Welk een lagchend gezigt!
+
+De 3de geeft ons, in 6 vakken, de onderscheidene gedaanten en grootten
+van het Haarlemmer Meer: sedert 1531 tot 1808. Welk eene schrikwekkende
+vertooning!
+
+De 4de kaart stelt voor, hoedanig, volgens het plan des Heeren van
+lijnden, na de droogmaking het Meer met vaarten doorsneden en in
+kavels verdeeld zou kunnen worden. Aangename voorstelling! Terwijl
+eindelijk op de plaat eenige werktuigen ter uitmaling zijn afgebeeld.
+
+Dit werk des Barons van lijnden gaf aanleiding tot het ontstaan van
+verschillende geschriften. Nog in hetzelfde jaar 1820 kwamen er vier
+stukken in het licht.
+
+Al dadelijk verscheen een werkje, tot titel voerende: Het ontwerp
+van droogmaking van het Haarlemmer Meer, beknopt, maar volledig
+voorgedragen in eenen brief van een' Heer te Utrecht aan zijnen
+vriend te Amsterdam [59]. Het bevat eene naauwkeurige opgave van den
+zakelijken inhoud des werks van den Heer van lijnden.
+
+Kort hierop volgde een stukje, getiteld: vrye gedachten van een
+ingeland van Rijnland over de Verhandeling van droogmaking der
+Haarlemmer Meer, uitgegeven door den Heer F. G. Baron van Lijnden
+van Hemmen [60].
+
+Waartegen de Heer van Lijnden nog hetzelfde jaar uitgaf: antwoord op
+de vrije gedachten van een ingeland van Rijnland [61].
+
+Doch op het einde van dat jaar verscheen in het licht eene Memorie van
+den Hoogleeraar Jacob de Gelder, overgegeven aan het Hoogheemraadschap
+van Rijnland, behelzende deszelfs consideratie over het ontwerp van
+den Heer Baron van Lijnden tot Hemmen, strekkende ter droogmaking
+van het Haarlemmer Meer [62].
+
+Op welke Memorie de Baron van Lijnden, in den jare 1822, aanteekeningen
+in het licht gaf [63], ter wederlegging van de bedenkingen des
+Hoogleeraars.
+
+Indien ik wèl onderrigt ben, heeft de Heer de Gelder eene tweede
+Memorie ter perse gezonden; doch deze is, zoo verre mij bekend is,
+niet uitgegeven. Mij ten minste kwam zij nimmer in handen.
+
+In den jare 1829 verscheen te Brussel [64] een werkje van Alex. de
+Stappers, Mémoire sur le desséchement du lac de Harlem, et sa
+conversion en forêt. De schrijver zegt in het Voorberigt, dat hij
+in Mei 1829 aan het Gouvernement het voorstel heeft gedaan, om aan
+hem voor altijd het Meer en eenige nabijgelegene plassen af te staan,
+ten einde ze door eene Maatschappij, zamengesteld uit 12000 Aandelen,
+ieder van f 500.--, droog te maken, en wel door middel der pompen, voor
+welke hij op den 9den dier maand een Octrooi van uitvinding gedurende
+15 jaren heeft bekomen. Hij stelt voor, tusschen Bennebroek en Lis een
+Kanaal naar de Noord-Zee te graven, om, in geval de sluizen van Katwijk
+en Sparendam niet voldoende mogten zijn, door hetzelve het water van
+het Meer en van Rhijnland te doen afloopen. Een groot gedeelte van
+het drooggemaakte Meer wil hij in bosch herscheppen, en geeft hoog
+op van de voordeelen, die de droogmaking zou opleveren. De politieke
+omstandigheden schijnen den Heer Stappers te hebben belet, verdere
+pogingen ter bereiking van zijn doel in het werk te stellen. Het
+werkje, schoon wat winderig, is niet onbelangrijk.
+
+Eindelijk moeten wij nog melding maken van het onlangs uitgekomen werk
+van den Heer G. J. Pool, Med., Chir. en Stads Doctor te Amsterdam,
+onder den titel: de droogmaking der Haarlemmer Meer, mits met de
+noodige voorzorgen in het werk gesteld, voor de gezondheid der naburige
+bewoners en arbeiders niet schadelijk [65]. Moetende strekken ter
+bestrijding van het gevoelen van velen, dat de droogmaking van eenen
+zoo grooten plas, als het Haarlemmer Meer, tot heerschende ziekten
+in de omliggende plaatsen aanleiding zou kunnen geven. Welk gevoelen
+ook de Heeren van Lijnden en Stappers in hunne werken hebben bestreden.
+
+Deze talrijke geschriften over het droogmaken van het Haarlemmer Meer
+en over de gevolgen, die zulk eene onderneming zou kunnen hebben,
+getuigen van het belang, hetwelk men te allen tijde in deze zaak
+heeft gesteld. Maar aan Leeghwater komt de eer toe, van, zoo ver
+men kan nagaan, het eerst een plan tot droogmaking wereldkundig te
+hebben gemaakt. Dit plan is door de meeste der volgende schrijvers,
+maar bijzonder door den Baron van Lijnden, ten hoogste geprezen,
+en zijn werk is, na al wat er na zijnen tijd over dit onderwerp
+is geschreven en na al de vorderingen, welke men sedert dien tijd
+in bijna alle Wetenschappen, voornamelijk in de waterbouwkunde en
+aanverwante vakken, ook door het gebruik van stoom heeft gemaakt,
+nog altijd eene vraagbaak voor hem, die over het droogmaken van het
+Haarlemmer Meer wil schrijven of spreken.
+
+Dit spreken en schrijven over het Haarlemmer Meer, en over het
+droogmaken van dezen plas, was en is nog aan de orde van den dag
+[66], nadat Z. M. bij besluit van den 7den Augustus 1837, No. 51 [67],
+»in aanmerking nemende," (het zijn de woorden van het besluit zelf)
+»dat de ondervinding van den laatsten winter de noodzakelijkheid
+heeft doen geboren worden, om de droogmaking van het Haarlemmer
+Meer op nieuw in opzettelijke overweging te nemen," eene commissie,
+bestaande uit de Heeren: H. Ewijk, Raad-adviseur bij het Departement
+van Binnenlandsche zaken, Voorzitter, Jonkr. W. Barnaart van Bergen,
+Lid van de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, M. G. Beijerinck,
+Hoofd-Ingenieur van den Waterstaat in Zuid-Holland, C. J. de Bruijn
+Kops, Burgemeester der stad Haarlem, Jonkheer L. R. Gevaerts,
+Lid van de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, P. T. Grinvis,
+Hoofd-Ingenieur van den Waterstaat in Noord-Holland, Jonkheer D. Hooft
+Jacobsz., Lid van den Raad der stad Amsterdam, D. Mentz, Inspecteur
+van den Waterstaat en P. A. du Pui, Hoogheemraad van Rhijnland,
+had benoemd, ten einde de verschillende reeds bestaande ontwerpen
+van droogmaking van dat Meer te onderzoeken, vervolgens een bepaald
+eindontwerp en begrooting van kosten dezer onderneming op te maken
+en van hare werkzaamheden uiterlijk op den eersten November 1837 aan
+Z. M. verslag aan te bieden.
+
+Dit spreken en schrijven over het Haarlemmer Meer is niet verminderd,
+nadat in de Zitting van de Tweede Kamer der Staten Generaal van den
+28sten Februarij j. l., met eene Koninklijke boodschap, een ontwerp
+van wet, omtrent de uitgifte van losrenten op een gedeelte der schuld
+ten laste der overzeesche bezittingen tot het doen van voorschotten
+voor openbare werken, was ingekomen, waarbij onder anderen eene som
+werd bestemd en aangewezen, tot het bedijken en droogmaken van het
+Haarlemmer Meer, alzoo Z. M. in overweging had genomen, (het zijn
+de woorden van het ontwerp) dat het belang van den Staat vordert,
+om eerlang tot de bedijking en droogmaking van het Haarlemmer Meer
+over te gaan [68].
+
+
+
+Hoezeer die wet is afgestemd, kan het echter voor elk, die belang in
+deze zaak stelt, niet onwelgevallig zijn, al hetgeen omtrent dezelve is
+voorgevallen te kennen, en de gevoelens der volks-vertegenwoordigers
+over dit belangrijk onderwerp te vernemen. Meenig een' zal het,
+dunkt mij, welkom zijn, alles wat over deze zaak, ten gevolge van de
+voorgestelde Wet in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, is verhandeld,
+voor zoo ver het openbaar is gemaakt, alhier bijeen verzameld aan
+te treffen.
+
+Bij de voornoemde Wet was gevoegd eene memorie ter toelichting,
+welke ten opzigte van het punt der droogmaking van het Haarlemmer
+Meer aldus luidt [69]:
+
+"Wat de droogmaking van het Haarlemmer Meer betreft, vermeent men,
+dat het wenschelijke en nuttige dezer onderneming geen breed betoog
+zal behoeven."
+
+»Het is algemeen bekend, hoe grootelijks deze waterplas gedurende de
+laatste eeuwen zich heeft uitgebreid, en hoe vele vruchtbare gronden
+daardoor zijn verslonden geworden. Met opoffering van zware kosten
+heeft men daaraan dan wel eenigermate paal en perk gesteld; doch nog
+jaarlijks moeten aanzienlijke sommen worden aangewend, om het verder
+inbreken voor te komen, en in weerwil daarvan heeft de ondervinding nog
+onlangs geleerd, hoe groote verwoestingen door het geweld van dezen
+plas kunnen worden, aangerigt, welke eenmaal zoodanig kunnen worden,
+dat de rampen niet dan met enorme kosten zouden kunnen worden hersteld,
+of zelfs onherstelbaar zouden worden."
+
+»Daarbij nu komt, dat in het midden des lands eene onvruchtbare
+waterplas of liever binnenlandsche zee van omtrent 18,000 bunders
+lands gevonden wordt, die voor den landbouw, de industrie en
+de bevolking verloren is, en die, wanneer zij eenmaal mogt zijn
+drooggemaakt, en in vruchtdragenden grond herschapen, ook door
+deszelfs gunstige gelegenheid nieuwe bronnen van welvaart openen
+kan, en in de gevolgen voor het algemeen of het Rijk aanzienlijke
+voordeelen moet opleveren, door het verschaffen van arbeid en middelen
+van bestaan aan duizende handen en nijvere menschen, en het daardoor
+in evenredigheid vermeerderen van 's Rijks inkomsten; in één woord,
+door het toenemen van den publieken rijkdom, hetwelk van het een en
+ander het natuurlijk gevolg moet zijn."
+
+»De ondervinding en het besef van het een en ander moest natuurlijk
+leiden tot het denkbeeld, om door het droogmaken van dezen waterplas
+het eene voor te komen en het andere te bewerken; en in der daad zijn
+daartoe in vroegere en in latere tijden ontwerpen te berde gebragt en
+beraamd, waarvan de uitvoering echter steeds is achterwege gebleven,
+hetzij dat tijden en omstandigheden daartoe hebben medegewerkt,
+hetzij dat zich daartegen bedenkingen opdeden, voornamelijk ontleend
+uit den physieken toestand van het Hoogheemraadschap van Rhijnland,
+die niet altijd gereedelijk waren uit den weg te ruimen."
+
+»De omstandigheden, waarin dit distrikt ten aanzien van deszelfs
+uitwatering verkeert, zijn echter in de latere tijden zóódanig
+veranderd, en de middelen, die men thans kan aanwenden, om alle
+bedenking daaromtrent weg te nemen, zóó gereed, dat men alsnu tot de
+onderneming der droogmaking veilig zal kunnen overgaan."
+
+»De opzettelijke en naauwkeurige overweging, die ten aanzien hiervan
+is ingesteld, heeft dit ontegenzeggelijk doen zien, en dienvolgende is
+dan ook het ontwerp beraamd, welks uitvoering thans gereed is om te
+kunnen worden ondernomen, om weldra de heilrijke vruchten te dragen,
+die daaruit moeten voortvloeijen."
+
+»Eene onderneming van dezen aard, mitsgaders al de voorzorgen,
+die daarbij moeten worden in acht genomen, kunnen niet anders dan
+aanzienlijke kosten vereischen, zijnde de geheele som, hiertoe noodig,
+berekend op ruim acht millioenen gulden, welke som nogtans natuurlijk
+niet op éénmaal zal worden vereischt, maar successivelijk zal moeten
+besteed worden, en voor een goed gedeelte slechts als voorschot kan
+worden beschouwd en zal worden gerecouvreerd uit den verkoop der
+drooggemaakte gronden en de verdere voordeelen, die de onderneming
+gedurende de bewerking zal opleveren; terwijl, al mogt uit het een en
+ander de geheele uitgeschoten som niet kunnen worden teruggevonden,
+het ontbrekende als uitnemend wel besteed geld zal moeten worden
+aangemerkt, en door de vermeerdering van de algemeene welvaart en
+rijkdom rijkelijk zal worden vergoed."
+
+»Behalve enz."
+
+Met betrekking tot dit onderwerp van wet, werden aan de Kamer drie
+verzoekschriften ingediend, waarvan één in de vergadering van 7 Maart
+ingekomen, als niet voldoende aan de vereischten van de grondwet,
+ter zijde werd gesteld. Het tweede was van Jonkheer N. J. Steengracht
+van Duivenvoorde; waarop door de commissie van de verzoekschriften,
+in de zitting van den 23sten Maart, bij monde van den Heer van Welderen
+Rengers, werd uitgebragt het navolgend verslag:
+
+»In handen van Uwe Commissie is gesteld een verzoekschrift van
+jonkheer N. J. Steengracht van Duivenvoorde, landeigenaar onder
+Rijnland. Verzoeker geeft te kennen, dat aan de Staten-Generaal
+een ontwerp van leening van 30 millioen is aangeboden, om daaruit,
+onder andere werken van openbaar nut, ook de Haarlemmer Meer droog
+te maken; dat de landeigenaars onder Rijnland, vertegenwoordigd
+door hunnen dijkgraaf, hoogheemraden en hoofd-ingelanden, over dit
+belangrijk onderwerp niet zijn gehoord geworden; dat deze echter een
+verkregen regt vermeenen te hebben op de Haarlemmer Meer, als boezem
+voor hunne landen."
+
+»Hij beweert, dat het voor al de landen ten zuiden van den Rijn
+gelegen, die door eenen dijk van den algemeenen boezen zijn
+afgescheiden en uit hoofde van derzelver lagere verkaaijingen aan
+een maalpeil zijn onderworpen, van het hoogste belang is, dat de
+voorgestelde maatregelen van droogmaking alle die waarborgen opleveren,
+welke ten voordeele van dezelve worden verlangd. Requestrant vermeent,
+dat uit het gemaakte plan van droogmaking blijkt, dat de boezem twee
+derden in zijnen omvang zal worden verkleind; dat daardoor de berging
+voor het water, hetwelk door de molens op den Haarlemmer Meer-boezem
+thans wordt uitgemalen, even zoo veel beperkter wordt. Hij betoogt,
+dat het gevolg hiervan zal worden, dat de landen zoo voor de kultuur
+van granen, als voor het weiden van beesten, onbruikbaar zullen
+worden, en meer dan tachtig duizend bunders zullen verloren gaan. Hij
+beweert, dat dit eene van de voorname redenen is, om welke men in
+vroegere tijden nimmer heeft durven overgaan tot het droogmaken van
+de Haarlemmer Meer. Hij geeft verder te kennen, dat het groot nadeel,
+hetwelk de landeigenaren bij eene eventuëele droogmaking van die meer
+zouden lijden, door het gemis van eenen genoegzamen boezem tot berging
+van het uitgemalen water, en door het even groot verlies van ontlasting
+van dat water op het IJ, konde worden voorgekomen, wanneer gebruik werd
+gemaakt van genoegzame stoomwerktuigen, om den winterboezem te houden
+op 14, 15 à 16 duimen beneden A. P., op welke hoogte die boezem altijd
+wordt gehouden en tot de cultuur der landen moet worden gehouden. Hij
+vraagt al verder, door wien het daarstellen en het onderhoud van zoo
+vele benoodigde werktuigen zouden moeten worden bekostigd, en vermeent,
+dat die kosten alleen ten laste van dezulken, door wie de Haarlemmer
+Meer zoude worden drooggemaakt, behooren gebragt te worden, en niet
+ten laste van Rijnlands eigenaren zoude kunnen komen, hetwelk uit
+de stelling van den requestrant schijnt te zijn eene der voornaamste
+grieven, waarom het request wordt aangeboden. Adressant eindigt met
+het verzoek, dat het U Ed. Mogenden behage, de belangen van Rijnlands
+landeigenaren ten deze in vaderlijke overweging te willen nemen en te
+zorgen, dat de Haarlemmermeer niet worde drooggemaakt, dan nadat de
+daartegen militerende grieven der landeigenaren onder Rijnland zullen
+zijn opgeheven en geheel weggenomen; dat zij in hunne belangen mogen
+worden gehoord en als eigenaren van de Meer, als boezem van geheel
+Rijnland beschouwd, voor de uitwatering der landen, in dat hun regt
+mogen worden gemaintineerd."
+
+»Uwe Commissie is van advies, dat dit verzoekschrift, als betrekking
+hebbende tot eene wet bij deze Vergadering aanhangig, ter inzage van
+de leden, behoort te worden nedergelegd ter griffie." [70]
+
+Het derde verzoekschrift was van den Heer G. J. A. A. Baron van
+Pallandt, waarop door de voornoemde Commissie mede bij monde van den
+Heer Rengers, in de zitting van den 26sten, werd gedaan het volgend
+verslag:
+
+»In handen van Uwe Commissie is gesteld een verzoekschrift van
+G. J. A. A. van Pallandt."
+
+»Verzoeker geeft te kennen, dat hij, doordrongen van en vervuld met
+het gewigt eener zaak van zoo veel belang als de droogmaking van de
+Haarlemmer Meer, en geheel ingenomen met dit grootsche plan, zich tot
+U Ed. Mogenden wendt, om, als een der belanghebbende grondeigenaren,
+onmiddellijk aan dien thans zoo gevreesden waterplas grenzende,
+zijne bedenkingen tegen de wijze waarop en de middelen waardoor die
+droogmaking waarschijnlijk zal plaats hebben, met allen eerbied aan
+deze vergadering bloot te leggen, in de hoop, dat U Ed. Mogenden hem
+mogen gerust stellen, door betere inlichtingen, of de bezwaren opheffen
+en keeren, of door andere meer doelmatige hulpbronnen doen vervangen."
+
+»Hij geeft in de eerste plaats te kennen, dat, hoezeer de droogmaking
+van de Haarlemmer Meer, bij welgelukken, als een zegen mag worden
+beschouwd, echter proefnemingen, bij gelegenheid van die verbazende
+en kostbare onderneming, al de in- en aangelanden in eene groote
+ramp zouden storten.--Hij vermeldt, dat het hem uit het rapport
+der commissie van de droogmaking der Haarlemmer Meer, ingesteld bij
+Koninklijk besluit van 7 Aug. 1837, No. 51, is kenbaar geworden, dat
+men de kanalen van Sparendam en Katwijk verbeteren en sluizen wil
+bijbouwen, en, bij onvoldoende bevindingen, een stoomwerktuig van
+180 paardenkracht te Sparendam wil plaatsen.--Hij geeft te kennen,
+dat men dus, in plaats van met wiskundige zekerheid een werk van
+dien omvang en van zoo groot gewigt te beginnen en te voltooijen,
+eene proeve wil nemen, of, nadat de genoemde Meer zal zijn bedijkt,
+de kleinere boezems de massa's water, die thans op den grooten boezem
+worden uitgemalen, zullen kunnen verzwelgen.--Hij merkt aan, dat men
+eerst dán, wanneer de molens zullen moeten stilstaan en de heerlijke
+en vruchtbare landerijen geheel of ten deele met water zullen zijn
+overdekt, waardoor het bestaan van den landman, althans voor een
+gedeelte van het jaar, zal zijn weggenomen, een stoomwerktuig zoude
+willen plaatsen."
+
+»Adressant beschouwt zoodanige proefneming strijdig met het regt van
+den grondeigenaar, die daaraan have en goed ziet prijs gegeven.--Hij
+zegt, dat de ondervinding hem heeft geleerd, dat in het voor- en
+najaar, wanneer er eenige dagen stilte is geweest, de groote meerboezem
+met eene stevige koelte in één' dag een' Rijnlandschen duim en soms
+hooger wordt opgemalen; dat in het najaar, bij aanhoudende westewinden,
+dikwijls in verscheidene weken, door den hoogen stand der zee, noch
+te Katwijk, noch te Sparendam of elders kan worden gestroomd, dat dan
+de Haarlemmer Meer, door aanhoudend malen, zoo hoog wordt opgezet,
+dat de onbedijkte landen en ook die in zomerkaden zijn gelegen,
+overstroomd worden, of dat bij storm de polders, door het woedend
+opzetten van het water, onderloopen;--hij vraagt, wat dan zoo vele
+sluizen kunnen helpen, en vermeent, dat dezelve zonder nut zullen
+dáár zijn, omdat wanneer de Haarlemmer Meer nu in weinige weken zoo
+hoog kan worden opgezet, alsdan de kleinere boezem in weinige dagen
+boven peil zal moeten zijn."
+
+»Requestrant geeft in de tweede plaats te kennen, dat hij zich
+niet zal vermeten eenige berekening te maken of het stoomwerktuig
+te Sparendam voldoende zal bevonden worden, alsmede of de kanalen,
+op zoodanige uitgestrekte ruimte, al het water, dat in zijne streken
+en ook achter Leijden en in dien omtrek wordt opgemalen, zullen
+kunnen bergen, en spoedig genoeg naar hunne uitwatering te Sparendam
+en elders afleiden?--Hij vermeent evenwel, dat het doelmatiger
+zoude zijn, wanneer dadelijk bij den aanvang van het werk, zoo te
+Sparendam als ook te Katwijk, een stoomwerktuig wierd opgerigt, dat
+dan de Spieringermeer niet tot vóórboezem zoude behoeven te worden
+gehouden.--Hij gelooft tevens, dat het voorzigtiger zoude zijn, den
+duiker, die hen, bij gebrek aan water, uit den IJssel daarvan zoude
+voorzien, dadelijk daar te stellen; en vraagt, voor wiens rekening,
+wanneer eens de meer droog zal zijn, en daarna het nut van zoodanigen
+duiker wordt ingezien, dit nawerk zal komen, alsmede het onderhoud
+der stoomwerktuigen?--Hij beweert, dat de aangrenzende landbezitters
+met billijkheid een' genoegzamen waarborg mogen vragen, en schadeloos
+behooren gesteld te worden, even als bij eene onteigening hunner
+gronden,--dat de meer hun eigendom is, en dat de bedijking van
+dezelve met eene onteigening gelijk staat.--Hij geeft te kennen
+dat hun regt op de Haarlemmer Meer van uitmaling en boezem sedert
+eeuwen onbetwistbaar is gebleven,--dat zij sinds onheugelijke jaren
+in Rhijnland tot onderhoud der kostbare Meerwerken betalen, alleen om
+in die Meer altoos het overbodige water vrij en onverhinderd te mogen
+uitmalen,--dat zij nooit op eenig peil zijn gezet,--dat zij hunne
+landerijen met die voorregten hebben gekocht, en dat de directie
+van Rhijnland altijd met de meeste en onvermoeide zorgen voor de
+uitwatering heeft gezorgd.--Hij vermeent verder, dat de voornaamste
+grondeigenaren in Rhijnland, immers eene commissie uit hun midden,
+mogt worden gehoord, ten einde zoodanige maatregelen te beramen,
+als waardoor elke vrees voor onzekere uitkomst wierd weggenomen en
+hunne duurgekochte landerijen tegen groote onheilen wierden verzekerd."
+
+»Adressant geeft eindelijk te kennen, dat de geopperde bedenkingen
+en zwarigheden hem gewigtig genoeg zijn voorgekomen, om dezelve aan
+U Edel Mogenden met allen eerbied, in het belang van het algemeen,
+maar vooral ook voor hen, die in Rhijnland hun land en bestaan vinden,
+kenbaar te maken, in de hoop en het vaste vertrouwen, dat dezelven in
+uwe vergadering zullen worden overwogen en velen met hem mogen worden
+gerust gesteld, door meer voldoende maatregelen op vaste gronden,
+zonder proefnemingen."
+
+»Uwe commissie is van advies, dat dit verzoekschrift, als betrekking
+hebbende tot eene wet bij deze vergadering aanhangig, ter inzage van
+de leden, behoort te worden nedergelegd ter griffie [71]."
+
+Beide verzoekschriften werden ter griffie nedergelegd en de verslagen
+gedrukt en rondgedeeld.
+
+Inmiddels werd het Ontwerp der Wet in de onderscheidene Afdeelingen der
+Kamer behandeld; uit de Proces-Verbalen der beraadslagingen bleek onder
+and., dat de Afdeelingen, alvorens zich met de zaak bezig te houden,
+eenparig verlangd hebben, dat, aangezien het tegenwoordig Voorstel
+drie onderwerpen bevat, welke met elkander niets gemeens hebben,
+hetzelve in drie Ontwerpen van Wet mogt worden gesplitst, waarvan
+het eerste zou handelen over den IJzeren Spoorweg, het tweede over
+het bedijken en droogmaken van het Haarlemmer Meer, en het derde over
+het aanleggen en verbeteren van andere werken van algemeen nut, enz.
+
+»Nopens het droogmaken van het Haarlemmer Meer, heeft men de vraag
+geopperd, of daartoe nu werkelijk noodzakelijkheid bestond; welke
+de waarschijnlijke gevolgen zouden zijn, indien hiertoe niet spoedig
+werd overgegaan, en of er ook andere middelen aanwezig zijn, om die
+bezwaren uit den weg te ruimen? Voorts heeft men verlangd te weten,
+hoe veel kosten er, gemiddeld, in de laatste 10 jaren zijn aangewend,
+om de uitbreiding van het Haarlemmer Meer tegen te gaan; door wie
+de kosten zijn gedragen, en op welke wijze het Rijk vergoeding zal
+bekomen voor de ontlasting, welke uit eene bedijking en droogmaking
+zal voortvloeijen? Welke bezwaren, uit den physieken toestand van het
+Hoogheemraadschap Rijnland ontleend, het droogmaken tot nog toe in
+den weg stonden, en op welke wijze die uit den weg zijn geruimd. Hoe
+veel bunders men hierdoor voor cultuur denkt te verkrijgen, en of deze
+dadelijk, dan wel eerst na verloop van vele jaren, vruchtdragend kunnen
+zijn? Welke de voordeelen zijn, die, volgens de memorie, gedurende
+de bewerking door de onderneming zullen worden opgeleverd? Of het
+drooggemaakte Meer eventueel bij Rijnland zal worden gevoegd, en of
+er behoorlijk zal worden zorg gedragen voor het voortdurend onderhoud
+van de dijken, opdat dit niet ten laste van het Rijk moge komen?"
+
+»Intusschen vermeenden onderscheidene leden reeds nu in het midden te
+moeten brengen, dat zij het droogmaken van het Haarlemmer Meer in vele
+opzigten als zeer nuttig beschouwen, niet alleen ter bevordering van de
+gezondheid der in de nabijheid wonende ingezetenen, als ten behoeve van
+Rijnland en van de Hoofdstad, en tot voorkoming van overstroomingen
+en uitbreiding van dit Meer. Eenige leden waren van gevoelen, dat,
+aangezien die droogmaking eigenlijk strekte ten nutte van Holland,
+de onderneming ook moest komen ten laste van de provinciale kas van
+Holland, en niet tot die van het Rijk, daar de Regering b. v. verklaard
+had, dat ten aanzien van de verbetering van rivieren, waarmede het
+belang en de welvaart van vier Provinciën in het naauwste verband
+staat, en de conservatie van de zeeweringen in Groningen en Vriesland
+de Rijksfinanciën niet toelieten, daartoe bij te dragen, terwijl
+overigens de ondervinding b. v. bij den Zuidplas geleerd had, dat de
+kosten bij de droogmakingen de ramingen verre overtroffen enz." [72].
+
+De antwoorden der Regering betreffende dit onderwerp waren van den
+volgenden inhoud:
+
+»1º. Het zoude, naar het inzien der Regering, overbodig zijn, om de
+nuttigheid en noodzakelijkheid van de onderworpen droogmaking in het
+breede te betoogen."
+
+»Men moet zich aan den eenen kant voorstellen een' uitgestrekten
+waterplas van duizenden bunders, die voor de publieke welvaart
+niet alleen geene de minste vruchten oplevert, en voor de som des
+algemeenen rijkdoms verloren is, maar die bovendien, in weêrwil van de
+aanzienlijke kosten, die, ter verhoeding van rampen, moeten worden
+aangewend, de verwoesting steeds verder dreigt uit te strekken,
+zoodat de vrees geenszins ongegrond is, dat hij zich eenmaal tot
+voor de poorten der hoofdstad zal uitbreiden, onherstelbare rampen
+zal veroorzaken, en in eenen staat kan geraken, die de droogmaking,
+waartoe men eenmaal zal moeten besluiten, meer en meer moeijelijk en
+kostbaar maken zoude."
+
+»Men stelle zich aan den anderen kant voor, dezen uitgestrekten en
+dreigenden waterplas in vruchtbare velden herschapen, door nijvere
+bewoners bevolkt, rijke producten opleverende, en door die producten
+den algemeenen rijkdom toegenomen, en den Staat in zijne inkomsten
+in velerlei opzigten aanmerkelijk bevoordeeld."
+
+»De keus kan dan zeker niet twijfelachtig zijn, al ware het, dat er
+eenige opoffering daarvoor moest plaats hebben."
+
+»Het heeft in vorige tijden niet aan ontwerpen, noch aan het voornemen
+ontbroken, om tot deze droogmakerij over te gaan; doch er waren
+daarmede zwarigheden verbonden, die niet gereedelijk konden worden
+uit den weg geruimd.
+
+»Gelukkiglijk is dit thans het geval niet meer, en de Regering
+vermeent, dat, zoo ooit, dan thans, het oogenblik geboren is, dat
+tot deze zoo weldadige en verlangende onderneming, zonder bedenking
+zal kunnen worden overgegaan."
+
+»2º. Eene onderneming van dezen aard zou echter geenszins aan eene
+Provincie kunnen worden opgedragen; zij is daarvoor volstrekt niet
+vatbaar, en dit te minder: vermits de voordeelen, die er uit moeten
+voortspruiten, niet uitsluitend zouden zijn voordeelen voor eene
+enkele Provincie, maar wel degelijk voor den geheelen Staat."
+
+»De Regering heeft er zich steeds voor verklaard, om de algemeene
+verbetering der rivieren, als eene zaak van algemeen belang, voor hare
+rekening te nemen; alles wat daaromtrent geschiedt wordt uit 's Rijks
+kas bekostigd, en ook thans is men nog onledig met de overwegingen
+omtrent eene uitgestrekte verbetering der rivieren: met zulke groote
+ondernemingen laat zich het onderhavig plan het naast vergelijken;
+terwijl, wat de conservatie der zeeweringen betreft, dit eene zaak is
+van eenen anderen aard; want, over het algemeen, is het onderhoud van
+alle rivier- en zeedijken ten laste van de belanghebbenden, en alleen
+dan, wanneer de kosten van dit onderhoud hun vermogen te boven gaan,
+kan het Rijk met eenen bepaalden onderstand tusschen beiden komen."
+
+»3º. Het kan niet gezegd worden, dat de kosten van uitvoering van
+waterstaats-werken in den regel de ramingen overtreffen. Bij verre
+de meeste werken is dit het geval niet, en ook is dit tot nog toe
+bij de droogmaking van den Zuidplas geenszins gebleken."
+
+»Men meent dan ook, met genoegzamen grond, als zeker te kunnen
+stellen, dat de droogmaking van het Haarlemmer Meer voor de geraamde
+som zal kunnen worden bewerkstelligd. Het zou overbodig zijn, omtrent
+alle berekeningen deswege in de bijzonderheden te treden, daar deze
+gegrond zijn op veelal kunstmatige onderzoekingen, en onderworpen
+zijn geweest aan eene kommissie, uit de voornaamste belanghebbenden
+en deskundigen zamengesteld."
+
+»4º. Het kan niet wel met volkomen waarschijnlijkheid worden voorzien,
+welke de opbrengst zal zijn van den verkoop der droog te maken landen,
+vermits zulks van zeer vele omstandigheden kan afhangen, die vooraf
+moeijelijk te berekenen zijn."
+
+»Daar evenwel de waarschijnlijkheid bestaat, dat de gronden zeer goed
+voor weilanden en de veeteelt zullen geschikt zijn, en de situatie ook
+daartoe alle aanleiding geeft, zoo mag men met eenigen grond eenen
+redelijken prijs voor den eventuelen verkoop der landen verwachten;
+terwijl in allen geval de aanzienlijke voordeelen, die het Rijk door
+de onderneming niet ontgaan kunnen, nog eene rijke vergoeding zouden
+opleveren, indien de opbrengsten der gronden zelve beneden de bestede
+kosten blijven mogten."
+
+»5º. De kosten om de oevers van het Haarlemmer Meer volledig
+te beveiligen, zijn zeer groot, en gaan verre het vermogen der
+onmiddellijk belanghebbenden te boven."
+
+»De geheele oostelijke oever moet thans door eene steenen glooijing
+voor verdere inbraak worden beschermd. De som van omtrent f 30,000
+wordt daartoe jaarlijks door het Hoogheemraadschap van Rijnland
+aangewend, zonder dat men zeggen kan, dat hiermede alle gevaar kan
+worden voorgekomen."
+
+»6º. Onder de droogmaking zal worden begrepen het geheele eigenlijke
+Haarlemmer-Meer, benevens het Leidsche- en Kager Meer, met uitzondering
+echter van het Spiering-Meer, hetwelk men algemeen gemeend heeft niet
+in de droogmaking te moeten begrijpen, zoo om den boezem van Rijnland
+niet te veel te verkleinen, als om voor de uitlozing eenen gereeden
+toegang naar de sluizen te behouden."
+
+»De uitgestrektheid der droog te maken gronden zal dien ten gevolge
+een aantal van omtrent 16,700 bunders lands bedragen, die dadelijk
+als vruchtdragend moeten worden beschouwd."
+
+»7º. De Regering vermeent, dat zij niet zal behoeven te verzekeren,
+dat alle bijzondere belangen en verkregene regten op de volledigste
+wijze zullen worden onder het oog gehouden. Zij is zoo zeer overtuigd,
+dat zulks behoort te geschieden, dat daaromtrent reeds overwegingen
+hebben plaats gehad, en zij acht het een harer voornaamste pligten
+te zijn, om hiervoor in alle gevallen te waken."
+
+»8º. De onderneming moet geacht worden zeer uitvoerlijk te zijn,
+en, in vergelijking met andere uitgevoerde droogmakingen, zelfs
+geene bijzondere zwarigheden op te leveren. Het spreekt van zelf,
+dat de waterplas geheel moet worden bedijkt, terwijl de uitmaling,
+hetzij door windmolens, vereenigd met de kracht des stooms, hetzij
+door stoomwerktuigen alleen (waaromtrent nog overwegingen plaats
+hebben), zal moeten geschieden; de juiste tijd, binnen welken de
+uitvoering zal kunnen worden tot stand gebragt, kan intusschen
+niet worden bepaald, aangezien dit van vele meer of min gunstige of
+ongunstige omstandigheden afhangt, en zijnde de keuze, ten aanzien
+van het in meerdere of mindere mate aanwenden van stoomwerktuigen,
+tot uitvoering en het duurzaam drooghouden van het Meer, daaromtrent
+van een' grooten invloed."
+
+»9º. Hierboven is reeds vermeld, welke sommen jaarlijks door het
+Hoogheemraadschap van Rijnland, ter beveiliging der oevers, moeten
+worden aangewend. Daarvan zal dit district bevrijd worden; doch dit
+is niet het éénige voordeel, dat hetzelve door de droogmaking bekomt;
+het aantal van 16,700 bunders zal, in zoodanige evenredigheid als
+billijk zal worden bevonden, althans voor de uitlozing van deszelfs
+water, moeten bijdragen, zoo dat dit district het uitzigt verkrijgt,
+dat in het vervolg deszelfs lasten aanmerkelijk zullen worden verligt."
+
+»10º. De belangen van het gemelde Hoogheemraadschap hebben vroeger de
+uitvoering dezer onderneming in den weg gestaan, vermits men vermeende,
+dat deszelfs uitlozing daardoor zoude worden belemmerd."
+
+»Men heeft daarin nu echter, door deze gemaakte ontwerpen, op de
+meest voldoende wijze kunnen voorzien, zoo door een' overblijvenden
+ruimen boezem, als de stichting van meerder uitlozende sluizen, de
+volledige verbetering van het Katwijksche Kanaal, en het aanwenden
+der stoomkracht, om, ingeval van nog bestaande noodzakelijkheid,
+den boezem onmiddellijk naar vereisch te ontlasten."
+
+»11º. De voordeelen gedurende de bewerking, bestaan in de verhuring
+der dijken, de verpachting der visscherij, die der van tijd tot tijd
+droogkomende landen, en eenige opbrengsten van dien aard."
+
+»12º. De uitlozing van den toekomstigen polder zal op den boezem van
+Rijnland plaats hebben; doch de vraag, of deze polder ook onmiddellijk
+tot dat Hoogheemraadschap behooren, en, even als alle andere polders,
+een gedeelte daarvan zal uitmaken, zal later, overeenkomstig de
+bepalingen van de grondwet en de bestaande wettelijke verordeningen,
+kunnen worden uitgemaakt."
+
+»13º. De dijken van het droog te maken Haarlemmer Meer komen
+natuurlijk ten laste van den eventuëelen polder, en moeten door
+denzelven onderhouden worden, even als zulks in alle andere gevallen
+plaats heeft, en er is geene de minste reden, om te vermoeden, dat
+dit niet naar behooren zoude geschieden, daar het bestaan der droog
+te maken landen hiervan afhankelijk is, en overigens daaromtrent ook
+een zorgvuldig toezigt plaats heeft [73]."
+
+Nadat deze antwoorden wederom in de Afdeelingen van de Tweede Kamer
+waren onderzocht, en, in de vergadering van 31 Maart, de Centrale
+Afdeeling een nader Verslag had uitgebragt [74], werd in de Zitting
+van den 2den April over de voorgestelde Wet beraadslaagd. Acht en
+Veertig Leden [75] waren tegenwoordig, waarvan vijftien over de wet
+het woord hebben gevoerd.
+
+De eerste spreker was de Heer van Swinderen, welke zeide: [76]
+
+»Is ten allen tijde in ons vaderland het groot belang, hetwelk
+de ingezetenen hebben in den waterstaat, in vaarten en wegen,
+levendig gevoeld; zijn in het bijzonder de menigvuldige bedijkingen,
+en de in de laatste jaren aanmerkelijk vermeerderde en verbeterde
+vervoermiddelen daarvan sprekende bewijzen; het heeft ons dan ook niet
+kunnen bevreemden, dat de Regering hare aandacht gevestigd heeft,
+zoo wel op het droogmaken en in eenen vruchtbaren grond herscheppen
+van eenen grooten, van tijd tot tijd in uitgebreidheid toenemenden, en
+daardoor dreigenden waterplas, als op het meer snel en minder kostbaar
+vervoer van personen en goederen over ijzerbanen, die reeds in andere
+landen in gebruik zijn gesteld. In tegendeel, wanneer wij ons met
+de Regering dien uitgestrekten en dreigenden waterplas voorstellen
+als in vruchtbare velden herschapen, door nijvere bewoners bevolkt,
+rijke producten opleverende, en hierdoor den algemeenen rijkdom
+vermeerderende, en den Staat in zijne inkomsten in velerlei opzigten
+aanmerkelijk bevoordeelende,--wanneer wij tevens het hooge belang
+gevoelen van den buitenlandschen handel, en denzelven wenschen te
+behoeden voor een gevaar, hetwelk geenszins hersenschimmig wordt
+genoemd,--dan kunnen de ontwerpen van wet tot zulke gewigtige oogmerken
+strekkende, ons niet dan welkom zijn, en de zorg, met welke het thans
+in openbare beraadslaging zijnde ontwerp in alle de afdeelingen is
+overwogen, levert een ondubbelzinnig bewijs op, dat het gewigt van
+hetzelve levendig door U Ed. Mogenden wordt gevoeld."
+
+»Geen wonder dus, dat de inlichtingen, welke ons ter dezer zake
+door de Regering zijn gegeven, vooral ook de op ons aanzoek ons
+ter inzage verleende memoriën en berekeningen van die kundige
+en vaderlandslievende mannen, welke over deze onderwerpen zijn
+geraadpleegd, en welke hunne gevoelens en inzigten zoo uitgewerkt aan
+de Regering hebben medegedeeld, door ons met de meeste belangstelling
+zijn ontvangen geworden."
+
+»Ik wenschte dan ook, Ed. Mog. Heeren! dat het ontwerp van wet mijne
+geheele toestemming mogt kunnen erlangen, en dat ik niet in den
+tijd en de wijze waarop, zoowel als in de middelen door welke, de
+uitvoering van de in dat ontwerp, alsmede in de toelichtende memorie
+en in de beantwoording der ingebragte bedenkingen, omschrevene werken
+zal plaats hebben, zoo vele bezwaren vond, dat ik daardoor van die
+toestemming, immers voor alsnog, wierd weêrhouden."
+
+»Daar echter die bezwaren reeds in de processen-verbaal van
+de beraadslagingen der afdeelingen zijn te berde gebragt, zoude
+ik vreezen de aandacht van U Ed. Mogenden te misbruiken, indien ik
+thans in eene breede ontwikkeling van alle dezelven wilde treden, en
+ik zal daarom trachten deze bezwaren, zoo verre die in het verhaal
+der vierde afdeeling voorkomen, doch naar mijne meening door de
+antwoorden der Regering niet zijn opgelost of genoegzaam toegelicht,
+zoo kort mogelijk voor te dragen."
+
+»En dan vallen in de eerste plaats in het oog drie algemeene
+bedenkingen, welke in de genoemde afdeeling zijn vooruitgezet,
+en die ik daarom thans slechts zal opnoemen, namelijk 1º. dat de
+tijd nog niet gekomen is, om zulke groote en kostbare ondernemingen,
+als zijn die van het bedijken en droogmaken van het Haarlemmer Meer,
+en van het daarstellen van ijzerbanen, voor rekening van het Rijk
+tot stand te brengen, maar dat werken van dien aard, voor zoo veel
+dezelven niet door particuliere personen of maatschappijen onder
+toevoorzigt der Regering kunnen worden daargesteld, en niet door den
+drang van omstandigheden gebiedend worden geeischt, dan eerst behooren
+in overweging te worden genomen, als de Belgische zaak geschikt,
+de oorlogskosten verminderd, en de jaarlijksche vermeerdering van
+schuld opgehouden zal zijn; 2º. dat werken van zoo onderscheiden
+aard niet te zamen in één wetsontwerp behooren te worden vereenigd,
+maar in afzonderlijke ontwerpen vervat, opdat niet het goed en nuttig
+geoordeelde werk om het afgekeurd wordende verworpen, of omgekeerd
+het afgekeurd wordende om het goedgekeurde aangenomen mogt worden;
+3º. dat het niet raadzaam schijnt, om tot zoodanige werken fondsen
+te bezigen, welke tot een ander doel zijn bestemd geworden, en door
+welker gebruik het reeds zoo ingewikkeld geldelijk beheer nog meer
+zoude worden gecompliqueerd; wordende deze bedenking, mijns oordeels,
+nog versterkt door de aanmerking in het slot der beantwoording van
+de Regering te vinden, volgens welke de openlegging van den staat
+van het Amortisatie-Syndicaat spoedig op handen is, en men dan met
+meerdere kennis van zaken over gebruik en restitutie van kapitalen,
+en over te nemen maatregelen van voorziening, zal kunnen oordeelen."
+
+»Bij deze algemeene bedenkingen komen nog vele bijzondere, ten aanzien
+der onderscheidene werken bij dit wetsontwerp bedoeld, waarvan ik
+slechts eenige voorname zal in het midden brengen, en wel vooreerst
+ten aanzien van den spoorweg of ijzerbaan van Amsterdam naar Arnhem."
+
+»Ik sprak enz.",
+
+»Ook de bedijking en droogmaking van het Haarlemmer Meer beveelt zich
+van onderscheidene zijden aan. De herschepping van eenen grooten, van
+tijd tot tijd in uitgebreidheid toenemenden, en daardoor dreigenden
+waterplas in eenen vruchtbaren met nuttig vee beslagen' grond, kan met
+treffende kleuren worden afgeschilderd: en ook het Rijk heeft daarbij
+zóó veel belang, dat het verstrekken van eenige sommen van staatswegen
+tot dat einde niet onaannemelijk worden geacht. Verder, ofschoon ik
+niet overtuigd ben van de gegrondheid van het bij sommige ingelanden
+van Rijnland bestaande bezwaar in eene droogmaking van het geheele
+Haarlemmer Meer, en ik zelfs eene zoodanige geheele droogmaking boven
+eene partiëele, om verschillende redenen, thans niet te ontwikkelen,
+verkieslijk houde, kan ik toch genoegen nemen met de ter gemoetkoming
+aan dat bezwaar door de benoemde belanghebbenden en deskundigen
+voorgestelde wijze van bedijking, in voege dat een klein gedeelte
+van dien grooten plas, onder den naam van Spieringermeer bekend,
+buiten bedijking blijft, om te dienen tot een' boezem, in welken
+het water wordt opgemalen, ten einde alzoo door sluizen te worden
+geloosd. Die boezem is, ook naar mijn oordeel, groot genoeg, om bij
+dagelijksche ontlasting al het dagelijks opgemalen of opgestoomd
+wordende water te kunnen bevatten; terwijl de door het opmalen of
+opstoomen veroorzaakte hooge stand des waters de lossing daarvan in
+diezelfde mate zal vermeerderen, als het boezem-water zal rijzen."
+
+»Dan ook tegen dit werk doen zich eenige bedenkingen op. Want
+om, ter bekorting mijner rede, niet terug te komen op alles,
+wat daaromtrent reeds in de verbalen der beraadslagingen van de
+afdeelingen nopens het hooren der belanghebbenden, de verzekering
+van wettig verkregene regten, de berekening van het productive des
+werks, en meer andere punten is gezegd, en naar mijn oordeel in de
+beantwoording der Regering niet tot bevrediging en geruststelling van
+U Edel Mogenden is opgelost; om al verder niet te treden in een betoog
+van de noodzakelijkheid, dat nieuwe wetsbepalingen, op het stuk van
+de onteigening, het daarstellen van zulke groote werken, als in dit
+wetsontwerp worden voorgedragen, dienen vooraf te gaan; wil ik thans
+alleen opmerken, dat de gegrondheid van het gevoelen van velen onzer,
+dat dit werk, hoe nuttig hetzelve ook wezen moge, echter meer uit
+het oogpunt van plaatselijk, districts- en gewestelijk, dan wel uit
+dat van algemeen belang moet worden beschouwd, onder anderen dááruit
+blijkt, dat Rhijnland, volgens het overgelegde plan en teekening,
+eene volledige verbetering in het Katwijksche kanaal zoude erlangen,
+eene verbetering, waartoe anders, zoo als door de vijfde afdeeling te
+regt is aangemerkt, bij den onvolmaakten toestand, waarin dat kanaal
+zich bevindt, Rhijnland toch verpligt zoude zijn, vroeger of later
+over te gaan. Ook is dit gevoelen niet alleen door de beantwoording
+der Regering niet wederlegd, maar zelfs aanmerkelijk versterkt door
+hetgeen aldaar sub 5º. en 9º. te lezen is, namelijk »dat de kosten,
+om den oever van het Haarlemmer Meer volledig te beveiligen, thans
+zeer groot zijn; dat de geheele oostelijke oever door eene steenen
+glooijing voor verdere inbraak moet worden beschermd; dat daartoe
+de som van omtrent f 30,000 jaarlijks door het Hoogheemraadschap van
+Rhijnland wordt aangewend; dat dit district door de bedijking van het
+Meer daarvan zal worden bevrijd; en dat dit niet het éénige voordeel
+is, hetwelk hetzelve door de droogmaking zal bekomen, maar dat ook
+het aantal van 16,700 bunders voor de uitlozing van deszelfs water
+zat moeten bijdragen, zoodat dit district het uitzigt verkrijgt, dat
+in het vervolg deszelfs lasten aanmerkelijk zullen worden verligt.""
+
+»Kan het wel duidelijker, Ed. Mog. Heeren! dan hier geschiedt,
+uiteengezet worden, dat niet alleen het algemeene Rijks-belang, maar
+ook wel degelijk een meer bijzonder belang in dit werk is betrokken,
+en kan dan het gevoelen van de zoodanigen onzer, die van oordeel zijn,
+dat hetzelve niet voor rekening en op kosten van het Rijk alleen
+dient te worden ondernomen, maar dat ook plaatselijke, districts-
+en gewestelijke bijdragen daartoe in billijke evenredigheid behooren
+te worden aangewend, ongegrond worden genoemd?"
+
+»In sommige afdeelingen is te kennen gegeven, dat het door de Regering
+geopperde, doch niet aangenomen denkbeeld, om de ondernemingen
+aan particulieren over te laten, en dus de kosten der werken uit
+particuliere negotiatiën te vinden, alles onder het oppertoezigt
+der Regering, niet geheel verwerpelijk voorkwam, althans in het
+geval, dat er uitzigt bestaan mogt, dat zich daarvoor associatiën van
+bijzondere personen mogten opdoen. Ten aanzien van de spoorwegen, zijn
+daartegen in de beantwoording gewigtige bedenkingen, vooral uit de
+noodzakelijkheid, dat de Regering van het tarief der regten meester
+blijve, ontleend, ingebragt: dan ten aanzien van de bedijking en
+droogmaking van het Haarlemmer Meer bestaan die bedenkingen niet, en ik
+zoude daarom dit werk wel aan eene maatschappij van bijzondere personen
+willen overgelaten zien, alles onder genot van zoodanige Rijks-,
+provinciale en districts-bijdragen, en verdere aanmoedigingsmiddelen,
+als noodig mogten worden geoordeeld, om dit gewigtige werk met een
+gegrond uitzigt op goed gevolg tot stand te kunnen brengen."
+
+»Wat de verdere werken enz. [77]."
+
+Daarna sprak de Heer Donker Curtius en zeide over dit onderwerp:
+
+»Ten aanzien van de droogmaking van het Haarlemmer Meer denk ik
+minder ongunstig, (dan over den Spoorweg); maar de zamenvoeging van
+dit onderwerp met de Spoorwegen verhindert mij, om mijne stem bij
+dit onderwerp alleen te bepalen."
+
+»Doch ook, wanneer het mij op zich zelf werd voorgelegd, zoo als
+het thans is voorgesteld, zou ik, bij gemis van oplossing van vele
+ingebragte bezwaren, huiverig zijn, daaraan voor als nog mijne
+toestemming te geven, 1º (en dit alles is ook toepasselijk op de
+ijzerbanen) omdat ik het oogenblik onzer Staatkundige positie en
+geldelijke aangelegenheden daartoe min geschikt acht; 2º omdat mij de
+zaak, tot hiertoe, meer vatbaar schijnt voor particuliere onderneming,
+des noods met subsidie uit 's Lands Kas, dan voor eene onderneming
+der Regering; en 3º omdat ook dan, wanneer ik de onderneming, zoo
+als zij wordt voorgedragen, als volkomen aannemelijk keurde, ik niet
+van oordeel ben, dat daartoe eene disponibelstelling van het gansche
+benoodigde fonds bereids nu vereischt wordt, veel minder dat het eene
+behoefte zou zijn, om tot dat einde casu quo toegestemde fondsen van
+derzelver wettelijke bestemming te detourneren [78]."
+
+De Heer Romme was de derde spreker, en zeide:
+
+»Evenmin wil ik, door de afstemming der onderwerpelijke Wet, gehouden
+worden als tegen het droogmaken der Haarlemmer Meer op te treden;
+ook deze onderneming beschouw ik als nuttig en wenschelijk, en zoude
+mij aangaande de mogelijke uitvoering van dat belangrijke werk op
+de ervarenheid en het beleid van de directie van onzen algemeenen
+waterstaat willen verlaten; maar dewijl bij deze onderneming algemeene,
+gewestelijke en plaatselijke belangen betrokken zijn, zoo behooren
+ook deze in verhouding tot het voordeel, hetwelk de onderneming
+eventueel voor hen kan doen ontstaan, of den last, waarvan zij dien ten
+gevolge ontheven worden, daartoe bij te dragen. In zoo verre dezelve
+echter niet door eene oogenblikkelijke en dringende noodzakelijkheid
+mogt geboden worden, zoo wordt de verdaging van dien, mede uit een
+finantiëel gezigt, aanbevolen [79]."
+
+Breedvoerig sprak de Heer Luzac over dit onderwerp, hetgeen hem,
+als inwoner der stad Leijden, natuurlijk moest ter harte gaan. Zie
+hier zijne redevoering:
+
+»Ik was voornemens geweest, bij de uiteenzetting mijner gedachten
+over het onderhavig wetsontwerp, en de redegeving van mijn ongunstig
+votum, de orde, waarin de diverse onderwerpen zijn opgenoemd, te
+volgen, en na eene algemeene consideratie te hebben vooropgezet,
+mitsdien: 1º. over den spoorweg van Amsterdam op Arnhem; 2º. over
+den zijtak van Rotterdam op Utrecht;--in de derde plaats over het
+bedijken en droogmaken van het Haarlemmer Meer, te spreken, om, in
+de vierde plaats, de overige bedoelde werken te behandelen, en met
+de beoordeeling van het voorgestelde finantiëel middel te besluiten."
+
+»Ik zal dit voornemen echter laten varen en mijne taak aanmerkelijk
+beperken: het onderwerp der spoorwegen zal ik stil ter zijde laten
+liggen, en mij bij de tweede hoofdbedoeling der wet, het droogmaken
+van het Haarlemmer Meer, ééniglijk bepalen; ik kan mij toch ook met
+de bedenkingen van U Ed. Mogenden omtrent de spoorwegen, zoodanig
+als dezelve door de Regering zijn voorgesteld, in al de afdeelingen
+bestreden, evenzeer vereenigen, als met vele der gezigtspunten,
+zoo even door ons geacht medelid uit Holland (Donker Curtius) uit
+een gezet."
+
+»De algemeene consideratie, welke, naar mijn oordeel, de
+beraadslagingen over dit wets-ontwerp domineert, is de finale
+ongepastheid en ongeschiktheid van het tegenwoordig oogenblik tot
+het aanvangen der bedoelde werken. Het komt mij voor, dat, bij de
+verwachte schikking onzer quaestiën met België, de voorzigtigheid ons
+moet gebieden, de verwezenlijking derzelve af te wachten, alvorens
+ons in ondernemingen te steken, welke (de nuttigheid volkomen eens
+aangenomen), aanvankelijk toch reeds op ene uitgaaf van 24 millioen
+geraamd worden, en ons tot beschikbaarstelling van nog vele andere
+millioenen zullen kunnen noodzaken."
+
+»Ik wil de spoedige en gunstige beëndiging onzer geschillen verwachten,
+en vraag, of wij, na dezelve, niet beter het standpunt zullen kennen,
+waarop wij ons staatshuishouden zullen kunnen en moeten inrigten;
+of wij dan niet beter zullen kunnen beoordeelen, welke middelen wij
+tot verbetering onzer inwendige communicatiën moeten aanwenden; of
+en hoe wij Hollands grooten waterplas in welige landsdouwen zullen
+kunnen herscheppen?"
+
+»Doch, enz."
+
+»Ten opzigte van het droogmaken van het Haarlemmermeer is mijne
+bedenking echter van de meeste kracht; daar deze onderneming, welke
+reeds meer dan twee eeuwen ter sprake gebragt is, voorzeker wel in
+zeer rustige tijden mag ondernomen worden, en het uitstellen daarvan
+het algemeen waarlijk niet met zoo vele en zoo eminente gevaren
+bedreigt, als men dit soms wil doen gelooven. Bedenken wij toch, dat
+bij het opkomen van ieder plan tot bedijking, in 1617, 1632 enz.,
+de ondergang van Holland door het Meer steeds als zeer aanstaande
+werd aangekondigd. In 1742 voorspelde doctor Zumbag de Koesvelt dien
+ondergang als zeer nabij, indien men zijne droogmakings-projecten
+niet volgde; zij bleven achter, en reeds bijna eene eeuw is nu gunstig
+over zijne profetie heengevlogen."
+
+»Eenig uitstel zal hier weinig schaden, terwijl het onvoltooid laten
+des werks, ten gevolge van moeijelijkheden, waarin het vaderland nu kan
+gewikkeld worden, de schromelijkste gevolgen na zich kan slepen. De
+intempestiviteit alleen zoude mij dus reeds doen huiveren, aan het
+ontwerp van wet mijne toestemming te geven."
+
+»Doch ik wil mij achter dit algemeen bezwaar niet verschuilen, en
+tot de wet zelve overgaan:--ik laat, zoo als ik zeide, de quaestie
+der spoorwegen geheel ter zijde liggen, om dadelijk en uitsluitend
+het onderwerp van het bedijken en droogmaken van het Haarlemmermeer
+te behandelen."
+
+»Hierbij doet zich al dadelijk eene zeer belangrijke vraag op,
+welke ik de aandacht en het onbevangen oordeel van U Ed. Mogenden
+moet aanbevelen,--zij is deze: »kunnen en mogen de Staten-Generaal de
+Regering in deze ondersteunen;--kunnen en mogen zij dit, in den stand,
+waarin de quaestie van het droogmaken van het Haarlemmermeer zich thans
+nog bevindt?" Ik houde mij overtuigd, dat deze vragen niet wel anders
+dan ontkennend kunnen beantwoord worden, en zal aan U Ed. Mogenden
+mijne redenen openleggen.--Wat is »hetgeen men het Haarlemmer- of
+Leijdschemeer noemt?" Is het een waterplas, welke, als b. v. de
+Zuiderzee, kan gezegd worden, aan het algemeen te behooren?--Is
+het een waterplas, welke onbeheerd, onverzorgd ligt--welke aan het
+domein vervallen is; over welken de algemeene Regering des Lands
+eenige onmiddellijke administratie heeft? Voorzeker neen!--Het
+is een waterplas, geheel in de provincie van Holland gelegen, tot
+deze alleen behoorende: hij is, en was van de overoudste tijden af,
+onder het oppertoezigt van een bijzonder collegie gesteld, hetwelk
+de zorg heeft en volbrengt, van hem, in het belang van het geheel
+hem omgevend district van Rhijnland, gade te slaan, en naar gelang
+der hiertoe bestaande middelen te beteugelen."
+
+»Het is, en dit is opmerkingswaardig, als eene rentegevende bezitting
+van de stad Leijden te beschouwen; een bezit, door die stad titulo
+oneroso verkregen, hetwelk haar, zonder de grootste onregtvaardigheid,
+niet eigendunkelijk en zonder voorafgaande voldoende schikkingen, kan
+of mag ontnomen worden.--De Hooge Regering, Ed. Mog. Heeren! kan en
+moet over de bedoelde droogmaking niet beslissen, zonder voorafgaand
+bepaald overleg en medewerking der steden Haarlem en Leijden, zonder
+hierin het Hoogheemraadschap van Rhijnland, zonder bepaaldelijk ook
+de Staten der provincie gekend te hebben."
+
+»Dit klinkt U Edel Mogenden welligt vreemd; doch die bevreemding zal
+spoedig ophouden, wanneer ik U Edel Mogenden eenige feiten uit onze
+Geschiedenis zal hebben kenbaar gemaakt, en U Edel Mogenden eene
+authentieke akte, door Willem den eersten en de Staten des Lands
+verleden, zal hebben doen zien: zij zal ophouden, zoodra ik U Edel
+Mogenden omtrent de waarachtige en nog ten huidigen dage standhoudende
+omstandigheden zal hebben toegelicht."
+
+»In het werk van den beroemden Frans van Mieris, in den jare 1770,
+door Mr. Daniel van Alphen te Leijden uitgegeven, onder den titel van
+Beschrijving der stad Leijden, deel II, pag. 605, leest men:--»dit
+groote water (het Meer) draagt thans zijn' naam naar de steden tusschen
+welke het gelegen is: doch eertijds bestont het uit verscheidene kleine
+meeren, die van elkanderen gescheiden lagen, in dier voegen dat men
+langs het land van de Vennip en het uiterste van den Ruigenhoek,
+daar men met een schouw over het Meer gezet wierdt, op Aalsmeer of
+ander waard in Amstelland, of naar Woerden en Utrecht geraken konde:
+doch men vindt aangeteekend, dat deze weg, door overstrooming in het
+jaar 1496 onbruikbaar geworden, en de menigte der kleine meeren tot
+eenen geweldigen plas gemaakt is, nogtans zijn de namen der eertijds
+afgezonderde wateren tot heden overgebleven.""
+
+»Al deze wateren waren nu, onder den algemeenen naam van Vroonwateren,
+dat is te zeggen, vrij onbelaste wateren, bekend, en werden in den
+jare 1433 door Hertog Philips van Bourgondië in erfpacht aan de stad
+Leijden gegeven: zoo als te vinden is in het Groot Charterboek van
+van Mieris, IV deel, pag. 1017."
+
+"Margaretha, weduwe van Graaf Willem VI, herhaalde deze uitgifte in
+1434 en 1435, en Philips, Hertog van Bourgondië, stelde, in de maand
+Junij 1451, orde, »dat die van Leijden in de gepachte vroonwateren
+niet verkort of beschadigd zouden worden."
+
+»De stad Leijden namelijk had veel nadeel door het visschen van
+bijzondere personen ontvangen, en nu beval Hertog Philips in gezegd
+jaar 1451, wel uitdrukkelijk: »dat niemand in het gemelde water
+zonder bewilliging van de stad Leijden zoude visschen, noch eenige
+ruigte mogt snijden noch vervoeren, op zekere boeten, door den schout
+van Leijden, van de overtreders te vorderen." Men leze de handvest,
+bij van Mieris pag. 699."
+
+»Op dezen voet, bij welken de vrije of vroonwateren tusschen Leijden
+en Haarlem nog geheel in eigendom aan den souverein verbleven, is
+de stad Leijden, voor 75 Wilhelmus schilden, jaarlijks te betalen,
+pachter geworden en gebleven, tot na de afzwering van Philips II en
+de vestiging van dezen Staat, door Willem den Eersten."
+
+»En wat is toen gebeurd?--Ik bid U Ed. Mogenden hierop uwe aandacht te
+willen vestigen: »toen is," zegt Van Mieris, Beschrijving van Leijden,
+pag. 605, »het vroon tusschen Haarlem en Leyden, in het jaar 1583,
+geheel aan de stad Leyden verkocht geworden, en die stad is sedert
+in dat uitgebreide gebied door de Hooge Overheid gehandhaafd."
+
+»Dit is geen sprookje, mijne Heeren! geene onzekere overlevering: de
+acte van verkoop is voorhanden, en te vinden in de Handvesten der stad
+Leijden, door Van Mieris, in 1759, uitgegeven, pag. 705.--Het zij mij
+vergund de belangrijkste periodes aan U Ed. Mogenden mede te deelen."
+
+»De akte is van den 31sten December 1583; boven aan leest men:
+»Door den Prins van Oranje, de Ridderschap, Edelen en Gedeputeerden
+van Holland, representerende de Staaten van 't Land, aan de stad
+Leijden verkogt het vroon tusschen Haarlem en Leijden, &c. &c.--en
+zij begint aldus:"
+
+»»Willem, bij der gratien Goodts, Prince van Orangnen, Grave van Nassou
+&c. &c.--mitsgaders die Ridderschappen, Edelen en Gedeputeerden van de
+steden van Hollandt, representerende de Staten van den selven Lande:
+Doen te wetenen, dat naerdyen bevonden is de Domeynen van Hollandt,
+in voorleden tyden, ende verscheyden jaeren successivelycken, zoo by
+'t vercoopen ende versetten van dien, als belastinge van renten daer
+op gestelt, zeer vermindert, becommert ende beswaert te zijn, in der
+vougen, dat uyt die jaerlycxe vruchten ende incomsten derzelver de
+voorsz. renten ende lasten daer op staende nyet en mochten worden
+voldaen, waerdeur &c. Omme hier tegens te voorsien,--wy raetsaem
+bevonden hebben, by zeeckere commissarissen, soo uyt de Edelen ende
+Gedeputeerden van de steden, als uyt den Raide Provinciael--te doen
+procederen, tot vercoopinge van diversche partyen van Domeynen. Welcke
+commissarissen onder andere overcomen zyn met die Burgermeesteren,
+ende Regeerders der stede van Leyden, als dat sy luyden in coope
+hebben ende behouden zullen, ten behouve van heurluyden stede, de
+partyen van Domeynen hier naer verklaert.""
+
+»»Eerst, d'erffpacht van vyff en 't zeventich Wilhelmus schilden,
+verscheynende tot twee termynen 't jaer--die de voorschreven stede
+jaerlycks schuldig is, van 't vroon tusschen Leyden ende Haarlem,
+voor de somme van twee duysent achhondert ponden van XL grooten
+Vlaemsch 't pondt:--Item, &c."--Vervolgende de akte, na de opnoeming
+van andere verkochte recognitiën, thijnsen en regten, aldus: »Ende
+alzoo de voornoemde stede van noode is daervan te hebben haerder
+verseekertheyt, Onze open brieven daertoe dienende; soo ist, dat Wy,
+hebbende de voorsz. vercoopinge voor aengeneem, ende willende te goeder
+trouwe procederen mitte voornoemde stede, ende haer verseeckeren zoo
+'t behoort, hebben denselven verkoft, gecedeert en getransporteert,
+vercoopen, cederen ende transporteren bij desen, de voorsz. partyen
+van Domeynen, hier vooren geroert, vry, zonder opstal van eenige
+renten, omme deselye voor haer, off actie van haer hebbende,
+in vryen eygendom te besitten ende gebruycken, sonder dat daervan
+eenige nacoop, naestinge off lossinge zal mogen geschien.--Beloven
+voorts de voorsz. coope by alle tractaten van peyse te houden staen,
+ende te doen approberen, ende de voorn. stede--te garanderen vry,
+costeloos ende schadeloos te houden van alle actien, aenspraken ende
+pretensien, die selve ter cause van de voorsz. coope gemoveert sullen
+mogen worden. Oock en sullen de voorz. partyen van domeyen bij geen
+mesuren ofte delicten verbeurt mogen worden, ten ware d'eygenaer van
+dien eenige verraderye tegen 't gemeen Vaderland aanrichte." Dat nu de
+stad Leijden deze domeinen, zegt de acte, gekocht heeft, zal hierdoor
+wel bewezen zijn, even zeer als het buiten kijf is, dat de stad zich
+aan geene verraderije tegen het gemeene Vaderland heeft schuldig
+gemaakt, en ze hierdoor kan verloren hebben; doch het blijkt ook,
+dat zij de kooppenningen voldaan heeft, want de quitantie, in dato
+14 November 1584, is bij Van Mieris, pag. 707, achter het bedoelde
+stuk gedrukt."
+
+»Na deze lecture veroorloof ik mij nu deze eenvoudige vraag, quo
+titulo de Hooge Regering, welker predecesseuren dezen verkoop gedaan
+hebben, en tegen alle aanmaningen plegtig gegarandeerd, nu zonder
+toestemming van den eigenaar dezer regten, tot het droogmaken van het
+Meer, het doelloos worden van het verkochte, kan besluiten? Hoe zij
+deze vergadering hiertoe kan willen doen medewerken? Is het eerste
+gedeelte van art. 164 der grondwet dan zonder kracht geworden?"
+
+»En nu kan men niet over de uitgestrektheid van dit vroon twisten;
+want van deze blijkt weder uit eene keure van den 28 Februarij 1594:
+»duidelijk leerende, zoo als Van Mieris zegt, pag. 707, hoeverre zich
+het vroon der stad Leyden uitstrekt, en uit welke wateren hetzelve
+bestaat.""
+
+»De aanhef dezer keure luidt aldus:"
+
+»»Alsoo de stad Leyden in den jaere 1433 van H. M. Hertoge Philip
+van Bourgongien, in der tyd Grave van Hollandt, het recht vercreghen
+heeft tot de visserien van de Meeren, ghelegen aen verscheyden partien
+tusschen Leyden, Haerlem, ende Amsterdam: ende sulcx van den selven
+tyd aen, in geduyrighe ende vreedsamighe possessie, ende gebruyk is
+gheweest, van de volgende wateren ende visscheryen, die men van oudts
+mit eenen name ghenoemt heeft het vroon--als de Zyl, 't Zweylant,
+de Norremeer, de Hemmeer, de Valckemeer, of 't Vennemeertgen, de
+Spriet, de Kever, de Zeven, 't Hellegat, de Zassemeer, de Greveling,
+de Aa, Huykersloot, de Cagermeer, de Astermeer, de Leydtschemeer, de
+Haarlemmermeer, de Hellemeer, de Verremeer, de Stommeer, 't Griet, de
+Brasemeer, de Oudeweteringhe, de Gooch, ende de Nieuweweteringhe.""--
+
+»Hoe, in het vervolg van tijd, over die regten, over die bezitting,
+is gedacht geworden, alsmede hoe onze voorvaders het bedijken en
+droogmaken van het Meer beschouwden, is overtuigend te lezen uit eene
+resolutie van de Groote Vroedschap der stad Leijden, van den 6den
+October 1632 (bij van Mieris pag. 710), waarin deze woorden voorkomen:
+»Hebben de H. H. Burgemeesteren van dese stadt Leijden, de Grote
+Vroedschap derzelver stede voorgedragen dat--gemerkt de voorsz. Meeren
+dese stadt in eigendom toebehooren, ende dat de bedijkinge van dien,
+extreme groote schaden en interesten, jaa (dat Godt verhoede), den
+geheelen ondergang van de voorsz. stadt soude konnen veroorsaaken,
+of daarom niet goed en dienstig en ware in tijds vast te stellen, dat
+voortaan op 't stuk van de bedijckinge der voorz. Meeren--van wegen
+dese stadt niet en sal mogen werden gedelibereert nog geresolveert,
+dan bij de voorsz. Vroedschappen, ende alle de leden van dien
+tegenwoordig, of immers daartoe geconvoceerd zijnde: mitsgaders bij
+eenparige stemmen van alle deselve, sonder dat overstemminge daarinne
+plaatse sel mogen hebben."
+
+»Nu moet men niet zeggen, dat die Leijdenaren zich hieromtrent te
+veel aanmatigden, en in deze resolutie, als getuigen in derzelver
+eigene zaak, reprochabel zijn; want ook de regterlijke Autoriteiten
+van dien ouden tijd erkenden en handhaafden de regten der stad op
+'t vroon, zoo als weder te zien en te lezen is, door eene uitspraak
+van commissarissen van den Hove van Holland, van Julij 1656, gegeven
+tegen den Bailluw van Kennemerland, »welke meende geregtigd te zijn
+het vischwant en de fuiken in de vroonwateren der stad Leijden,
+met geweld te mogen weghalen. (Zie van Mieris pag. 713.)"
+
+»Ik vertrouw, dat U Ed. Mogenden, na de mededeeling dezer stukken,
+mij toch zullen toestemmen, dat hier van iets meer, dan van verouderde
+vooroordeelen quaestie is, en dat met zegel en brief kan bewezen
+worden, dat zonder de stad Leijden hierin te kennen, naar regt en
+billijkheid, niets behoort ondernomen te worden; ten zij wij weder
+wilden terugkeeren tot die ongelukkige tijden, toen de dienaren van
+Philips II, op de klagten onzer voorvaders over het schenden hunner
+regten, geen beter antwoord wisten te geven, dan hun in derzelver
+verbasterde taal toe te voegen: non curamus vestros privilegios."
+
+»Onze voorvaders, die reeds in 1617, daarna weder in 1632, over het
+droogmaken der bedoelde plassen hoorden spreken, en deswege allerhande
+plans zagen maken, overdachten deze zaak met ernst en bedaardheid,
+en oordeelden haar van zoodanige veruitziende gevolgen, dat zij eene
+resolutie namen, op den 14den November 1662, bij de Groote Vroedschap
+der stad Leijden, »omme haar bij 't aankomen van ieder veertig (of
+raadslid), na het doen van den eed in die qualiteit, voor te lezen
+van namelijk niet te resolveren in het bedijken van de Leijdsche en
+naast aangelegen meeren." (Zie van Mieris, pag. 714.)"
+
+»Ten slotte moet ik opmerken, dat de gestrengheid dezer resolutie
+op den 13den Julij 1750 is opgeheven geworden, de leden der groote
+Vroedschap van de gedane belofte toen zijn ontslagen, en wij sedert
+dien tijd weder over het droogmaken van het Meer ons gevoelen te
+Leijden vrijelijk mogen uiten."
+
+»Tot verdere toelichting, Ed. Mog. Heeren! dezer belangrijke
+quaestie, moet ik hierbij voegen, dat even min als de bedoelde koop
+kan betwijfeld worden, even min quaestieus is, wat in de bedoelde
+regten aan de stad Haarlem, wat aan Leijden toebehoort.--Uit eene
+overeenkomst toch, door de Regenten van beide deze steden op den 6den
+November 1698 aangegeven, en almede bij van Mieris, pag. 715 en 716 te
+vinden, blijkt, dat alleen aan de stad Haarlem de visscherij in het
+Spieringermeer toekomt, terwijl het vroon van al de overige wateren
+en plassen, het Haarlemmer- of Leijdsche-meer, geheel ten bate en
+voordeele van Leijden kwam."
+
+"En is nu dit regt verloren gegaan, heeft men deze revenuen niet
+geteld en ze soms laten varen?--In geenen deele, mijne Heeren!--De
+stad Leijden is nog, tot op den huidigen dag, de belangrijke vruchten
+van haren koop plukkende:--nog wordt de visscherij in de vroonwateren
+door de stad Leijden gepacht, en brengt zij een bruto jaarlijksch
+inkomen van f 2000 op;--tot op den huidigen dag staan, der stads regt
+aanduidende, palen rondom de geheele uitgestrektheid van het Meer,
+tot aan den ingang van het Nieuwe Meer toe, tot digt aan de poorten
+van Amsterdam; nog tot op den huidigen dag is een lid van den Raad met
+het Vroonheerschap te Leijden belast, en bestaat aldaar een speciaal
+stedelijke opzigter over al de vroonwateren: en hetgeen mede opmerking
+verdient, nog tot op den huidigen dag verleent de stad Leijden, tegen
+betaling van zekere geldelijke retributiën, verlof tot het baggeren,
+het uitdiepen dus van den grond zelven, in de vroonwateren der stad."
+
+»Ik moet vooronderstellen, dat deze facta, welke waarachtig zijn,
+dat deze regten, op onloochenbare bewijzen steunende, aan de Hooge
+Regering, hoe vreemd dit ook klinken moge, onbekend zijn geweest, en
+zij vermeend heeft, dat dit groote water zonder vruchttrekkend eigenaar
+was;--ware het anders mogelijk geweest, dat zij, onder de voordeelen,
+welke gedurende de bewerking door het Meer zullen opgeleverd worden,
+ook de verpachting der visscherij (zie no. 11 der beantwoording)
+zoude opgenoemd hebben? Het zal toch moeijelijk zijn, weder tot de
+verpachting eener visscherij over te gaan, waarvan de eigendom reeds
+over meer dan twee eeuwen geleden door hare predecesseuren aan Leijden
+is verkocht geworden, en welke visscherij reeds voor verscheidene
+jaren door deze stad zelve is verpacht."
+
+»Ik trek uit dit alles deze conclusie, welke zeker niemand van
+overdrijving zal kunnen beschuldigen:--dat men, alvorens tot de
+bedoelde onderneming te besluiten, de laatstgenoemde stad in haar
+belang had moeten hooren, en over de schadevergoeding, op welke zij
+eventueel de gegrondste aanspraak maken kan, eenige opening had moeten
+geven. Niets van dit alles is geschied;--men leze al onze stukken,
+de meegedeelde memorie der Meer-commissie, nergens zal men eenige
+vermelding van de bedoelde regten vinden, nergens eenig bewijs,
+dat men hieraan gedacht heeft."
+
+»Evenmin als men de voorafgaande belangen der stad Leijden heeft
+in acht genomen, evenmin heeft men het collegie van Dijkgraaf en
+Hoogheemraden van Rhijnland opgeroepen tot het geven van zijn
+advies, of verzocht zijne bedenkingen en raadgevingen in het
+midden te brengen. Het is waar, dat twee Heeren ook Hoogheemraden
+van Rhijnland zijnde, bij het besluit van den 7den Augustus 1837,
+tot de commissie zijn geroepen;--doch het is tevens waar, dat die
+commissie niet gemagtigd was met de belanghebbenden de quaestie over
+het principe te onderzoeken, maar slechts geroepen, om een bepaald
+eindontwerp dier droogmaking en eene begrooting van kosten op te
+maken, terwijl het nog opmerking verdient, dat de Heer de Bruijn
+Kops, een der twee Hoogheemraden, bij het besluit als Burgemeester
+van Haarlem wordt aangeduid, en de Heer P. A. du Pui alleen met de
+bijvoeging van Hoogheemraad van Rhijnland voorkomt, en, vreemd genoeg,
+van het Bestuur, van de Regering van Leijden zelve, niemand bij de
+commissie was geroepen.--Het mandaat, aan de Heeren leden gegeven,
+was ook geheel personeel; het collegie van Dijkgraaf en Hoogheemraden
+werd, volgens mijne berigten, met niets officiëel bekend gemaakt,
+en het konde dus ook in geenen deele over de zaak zelve officiëel
+met bedenkingen tusschen beiden komen."
+
+»Als wij nu echter nagaan, dat dit collegie meer dan zes eeuwen
+lang het wijd uitgestrekte district van Rhijnland heeft beheerd, en
+met zoo krachtige regten en privilegiën der oudste Heeren des Lands
+is beschonken geworden, dat het maakt en verzorgt al de belangrijke
+uitlozingen van deze vruchtbare landstreek,--dat het, onder zijn gebied
+en surveillance, 268 watermolens, die alle op den boezem van deszelfs
+district uitmalen, geplaatst ziet, waardoor van zijnen ingewikkelden
+waterstaat, en het getal der polders op hetzelve uitlozende, te
+oordeelen is; als wij nagaan, dat onder deszelfs bestier de sluizen
+op halfweg Haarlem staan, welke men, volgens het gemaakte project,
+met eene vierde opening wil vermeerderen en de reeds in den jare 1253
+aan hetzelve toevertrouwde sluizen op Sparendam, alwaar men ook eene
+nieuwe bouwen wil, en eventueel, als het noodig bevonden wordt, een
+stoomgemaal van 180 paardenkracht zal oprigten;--als wij bedenken,
+dat onder deszelfs directie de sluizen van Katwijk behooren, waarvan
+men den aan- en toevoer ook verbeteren wil;--als wij ons herinneren,
+dat het de superintendentie over het geheele Meer voert, al de werken
+ter beteugeling besteedt en bekostigt, en hieraan--om het cijfer,
+door de Regering zelve opgegeven, te behouden--jaarlijks meer dan
+f 30,000 te kosten legt,--dan mag ik zeker vragen, hoe men bij de
+Regering heeft kunnen besluiten tot eene onderneming van dien omvang,
+van dit gewigt, van zoo veel gevaar, zonder het genoemde collegie,
+ik zal niet zeggen in deszelfs belang te hebben gehoord, want dat
+belang is en kan niet anders zijn, dan dat van het algemeen, van de
+grondeigenaars van Rhijnland, onder welke al de leden eene eerste
+plaats bekleeden,--maar zonder met hetzelve alles bedaardelijk te
+hebben gewikt en gewogen, zonder deszelfs voorlichting verzocht,
+zonder deszelfs ondervinding geraadpleegd, zonder deszelfs bezwaren
+te hebben uitgelokt?
+
+»Het klinkt schoon, Ed. Mog. Heeren! 16,600 bunderen water in
+welige landsdouwen te herscheppen; het is aangenaam, zich, in den
+drooggemaakten polder, fraaije bouwmanswoningen en vette landerijen en
+dartelend vee voor te spiegelen, en niemand van Rhijnlands ingezetenen,
+veel min het collegie van Rhijnland, zoude niet gaarne zeer veel
+toebrengen om dit heerlijk tafereel te verwezenlijken en hunne
+bundergelden, zoo door een groot accres van contribuerende deelgenooten
+in deze gemeenschap, als door het wegvallen der onkosten, welke het
+Meer jaarlijks veroorzaakt, aanzienlijk te zien verminderen. Doch die
+verwezenlijking is, helaas! nog hoogst problematiek, en de vreeze,
+dat deze onderneming, in stede van 16,600 bunderen water tot land
+te brengen, de oorzaak zal zijn, dat meerdere duizende bunders goed
+vruchtbaar land in het vervolg zullen bedorven worden, heeft ons
+deze onderneming altijd, ik zeg niet met weerzin tegen de zaak zelve,
+doch met schroomvalligheid doen beschouwen."
+
+»Tot verdediging van die schroomvalligheid hebben wij nu slechts het
+rapport der staats-commissie zelve in handen te nemen, in hetwelk
+wij met duidelijke woorden geschreven vinden, dat zij zelve niet
+geheel gerust, niet zeker is »van den invloed, dien de droogmaking
+van het Haarlemmermeer (dit zijn de eigene woorden van het rapport)
+nog altoos op den stand van Rhijnlands boezemwater hebben zal, en de
+noodzakelijkheid, die daaruit om tot het stichten van een stoomgemaal
+van 180 paardenkracht te Sparendam over te gaan, mogt geboren worden,
+hetwelk onder de bewerking eerst met volledige zekerheid zal kunnen
+blijken.""
+
+»Let wel, Ed. Mog. Heeren! op deze woorden: onder de bewerking zal
+eerst de invloed der droogmaking op den stand van Rhijnlands boezem met
+volledige zekerheid kunnen blijken."--Maar dan zal het misschien veel
+te laat zijn, dan zal de droogmaking begonnen, de geregelde waterloop
+gestremd, de dijk gelegd zijn,--en wat zal er dan kunnen gebeuren,
+indien die invloed eens zóódanig ware, dat geene stoomkracht van 180
+of meerder paarden het overtollige water tijdig genoeg, want hierop
+komt het aan, zal kunnen aftappen?--Alsdan zullen de verst afgelegene
+polders kunnen onderloopen, Rhijnlands algemeene waterstaat voor lang
+bedorven zijn, en nieuwe poelen en meren de oude komen vervangen!"
+
+»Dit tijdig genoeg van het overtollige water verlost zijn, is het
+voorname punt, waarop alles aankomt,--dat wordt door hen, die denken
+alles met de stoomkracht te zullen kunnen dwingen, te veel over
+het hoofd gezien: zij verliezen uit het oog, dat door de ringvaart
+het water wel eindelijk in zee te Katwijk, of op Spaarndam of op
+Halfweg kan uitgepompt worden, doch dat de weg, welken het water
+nemen moet, te lang is, dat er te veel tijd verloren gaat, voordat de,
+bij de droogmaking zoo zeer verminderde en versmalde toevoermiddelen,
+het overtollige water bij de eindelijke uitlozing zullen aangebragt
+hebben, en dat mitsdien die landerijen, welke in de verder afgelegene
+hoeken van Rhijnland, achter den Rhijndijk en ten zuiden dier rivier
+gelegen zijn, niet dan zóó laat in den zomer zullen droog geraken,
+dat zij, geene voldoende vruchten kunnende opleveren, zullen moeten
+verlaten worden."
+
+»Men schijnt hier geheel de lessen der praktijk, ons door het
+Katwijksche kanaal en de aldaar gevestigde sluizen gegeven, te
+vergeten: vier eeuwen lang sprak men over de weder-opening van den
+mond des Rhijns bij Katwijk, tot verbetering, tot herstelling van
+Rhijnlands waterstaat; de theorie sprak luid, en toonde, hoe alles met
+die weder-opening zoude gered zijn: ten koste van millioenen schats,
+waaronder Rhijnlands ingelanden lang zuchtten, werden die schoone
+sluizen, de bewondering des vreemdelings, gesticht en het kanaal
+gegraven,--en wat heeft nu de ondervinding geleerd? Dat de theorie
+gefaald heeft; dat het nut, op verre na, niet zóódanig geweest is als
+men gehoopt en gewacht had; dat zulke kanalen, waarbij in dit gedeelte
+van ons laag gelegen land niet die voortstrooming kan plaats hebben,
+welke het water snel doet uitloopen, maar zeer zwakke hulpmiddelen
+zijn."
+
+Dáárin is vooral de bedenkelijkheid der onderneming gelegen, en het is
+mij onmogelijk hier de openhartigheid niet te prijzen van den steller
+van het rapport, die, door eene enkele periode, alle vroegere en
+tegenwoordige bekommeringen over den invloed der onderneming volkomen
+regtvaardigt. Ik hoop dan ook, dat die van onze geëerde medeleden, uit
+de 5de sectie, die het bij het laatste proces-verbaal doen voorkomen,
+alsof de Meer-commissie, »om Rhijnland te believen, de zaak voor
+hetzelve smakelijk te maken en aan zijne vooroordeelen te gemoet te
+komen, bepalingen in het plan had opgenomen, die afkeuring verdienen,"
+hieruit zullen ontwaren, dat men ook zonder met oude en belagchelijke
+vooroordeelen behebt te zijn, veel zwarigheid in deze zaak vinden kan,
+hoe weinig men ook genegen is hare wenschelijkheid te betwisten."
+
+»Ik noemde zoo even, met een woord, de Staten der provincie, alsmede
+in deze, op eene onverklaarbare wijze, voorbij gezien, en beroep mij
+op de art. 223 en 224 der grondwet, waarbij het toezigt over alle
+indijkingen en droogmakingen aan de Staten der provinciën, binnen
+welke zij gelegen zijn, verbleven is, om hieruit af te leiden, dat de
+deliberatie over het al of niet ondernemen der droogmaking, welke toch
+de basis der aanwijzing van de fondsen zijn moet, grondwettiger bij
+de Staten der provincie dan bij de Staten-Generaal te huis behoorde."
+
+»Er ligt voor mijn gevoel iets stuitends in, om eens een ander
+voorbeeld te kiezen, dat de Staten-Generaal zouden delibereren over de
+al of niet droogmaking van het Sloter- of Tjeuke-Meer in Vriesland,
+zonder dat de Staten dier provincie collegialiter van het plan en
+de wijze van uitvoering eenige officiëele kennis zouden dragen:
+het bevreemdde mij, nergens in de gewisselde en overgelegde stukken
+eenig bewijs gevonden te hebben, dat de Staten van Holland over deze
+onderneming zijn gekend geworden."
+
+»Bij dit alles, waarmede ik de geëerde aandacht van U Ed. Mogenden
+reeds veel te lang heb bezig gehouden, zij het mij nog vergund,
+met weinige woorden het denkbeeld te bestrijden, bij de antwoorden
+der Regering, onder no. 12, aangegeven, alsof het nog eenigzins
+twijfelachtig zoude zijn, waaronder de eventueel drooggemaakte polder
+zoude behooren; men zegt namelijk, »dat dit later overeenkomstig de
+bepalingen van de grondwet en de bestaande wettelijke verordeningen zal
+kunnen worden uitgemaakt."--Dit kan en moet, dunkt mij, niet quaestieus
+gesteld worden:--wanneer wij toch in dezelfde periode lezen, »dat de
+uitlozing van den toekomstigen polder op den boezem van Rhijnland
+zal plaats hebben," en wanneer wij, het oog op de kaart van het
+hoogheemraadschap werpende, zien, dat de nieuwe polder geheel omgeven
+zoude zijn van Rhijnlands werken, van Rhijnlands grondgebied, dan
+gelooven wij, dat niet het interieure polderbeheer, het huishoudelijk
+bestuur, maar die superintendentie, welke Rhijnland over al de polders,
+in het hoogheemraadschap gelegen, uitoefent,--aan niemand beter en
+geregelder dan aan dat collegie kan overgelaten worden.--Wat hier de
+grondwet of andere bestaande wettelijke verordeningen anders leeren
+kunnen, verklaar ik niet te begrijpen!"
+
+»Over het financiëel oogpunt, en de eventuëele voordeelen der
+onderneming, zal ik in geene bijzonderheden treden. Ik wil alleen,
+door mijn stilzwijgen, niet doen gelooven, dat ik de gevraagde som van
+ruim 8 millioen voldoende acht; ik geloof integendeel, dat zij veel te
+laag is genomen, en dat, om maar een enkel punt te kiezen, de enorme
+dijk, welken men, ter afsluiting van het Spieringermeer, dwars door
+het groote meer heen leggen wil, zóódanig kan tegenvallen, dat hierop
+alleen misrekeningen voor tonnen schats kunnen plaats hebben.--Ik ben
+overtuigd, dat wanneer men eens aan den gang zijn zal, het rubriek der
+onvoorziene gebeurtenissen tot in het oneindige zal gechargeerd worden,
+en merk hierbij op, dat bij het rapport zelf nog werken zijn opgenoemd,
+als bijv. de duiker, welke tot inlating van water eventuëel in den
+IJssel zoude gelegd worden, waarvoor geene kosten zijn uitgetrokken."
+
+»Ja maar," zegt men, »uit den verkoop van 16,600 overschoone bunders
+land zullen al die extra-kosten, met de primitief uitgelegde 8 1/2
+millioen, gevonden worden. Leest slechts in de memorie van antwoord
+der Regering, hoe »die dreigende waterplas, in vruchtbare velden
+herschapen, door nijvere bewoners bevolkt, rijke producten zal
+opleveren," en zijt dan overtuigd, dat de drooggemaakte bunders
+het uitgeschoten kapitaal ruim zullen teruggeven.--Geloove dit die
+wil, ik niet: ik kan het mij zelven niet wijs maken, wanneer ik de
+geschiedenis naga van zoo vele droogmakerijen, als vroeger in ons
+Gewest van Zuid-Holland ondernomen werden. Deze geschiedenis leert
+ons, dat eerst bij de tweede en derde generatie van nijvere bewoners,
+en nadat de eerste ondernemers zich bedorven en geruïneerd hebben, de
+landen eenige waarde bekomen, en zij aanvankelijk zeer magere produkten
+opleveren. Levendig herinner ik mij, uit de jaren toen ik als advokaat
+te Leijden werkzaam was, hoe ik de nijvere pachters in de Nieuwkoopsche
+droogmakerij voor de eigenaars der kavels heb moeten vervolgen, niet
+ter verkrijging van eenigen billijken interest der betaalde gelden,
+hieraan was niet te denken, maar tot bekoming van het noodige, om
+de polderlasten aan te zuiveren; vele fiksche boerenwoningen heb ik
+aldaar door eenen eigenaar zien stichten, bij wiens overlijden men,
+tegen aanzuivering der achterstallige polderlasten en de kosten des
+transports, woningen met de landerijen en al, bijna om niet konde
+bekomen."
+
+»Nu waren al die vorige droogmakingen nog van beperkten omvang, in
+vergelijking van die, welke bij het wetsontwerp wordt beoogd: vele
+van deze werden door associatie van particulieren ondernomen, die
+bij het bovenkomen der landen genoodzaakt waren dezelve in cultuur
+te brengen:--maar hier, waar de Regering met 16,600 bunders dras
+moerassig land, in kort opeenvolgenden termijn, zal voor den dag
+komen, is het niet te gelooven, dat iedere bunder de waarde van f
+ 100--zal kunnen gelden, en het is eer te verzekeren, dat bijaldien
+het Amortisatie-Syndicaat zóó lang zal moeten bestaan, totdat de
+kapitalen, welke men hetzelve bij deze gelegenheid wil ontnemen,
+uit de bedoelde onderneming zullen zijn terug gekeerd, de aanneming
+van deze wet aan de bedoelde institutie tot een certificaat van het
+ver uitgestrektste leven zal kunnen verstrekken [80]."
+
+»Over, enz."
+
+De vijfde spreker was de Heer Mr. Frets, welke zeide:
+
+»Over het uitdroogen van het Haarlemmermeer en over andere werken
+spreek ik niet. Het wenschelijke van een en ander is in mijne oogen
+groot: maar niet genoeg, om daarvoor het minder wenschelijke van den
+geprojecteerden spoorweg ter zijde te stellen. Indien de Regering
+had kunnen goed vinden om de onderwerpen te splitsen, had ik daarover
+een afzonderlijk oordeel kunnen uitbrengen [81]."
+
+De Heer op den Hooff liet zich over dit onderwerp dus uit:
+
+»Over de droogmaking van het Haarlemmermeer zal ik niet spreken, ik
+laat dat aan andere leden over. Een geacht spreker uit Leyden heeft
+ons daarover veel gezegd, wat mij toeschijnt opmerking te verdienen."
+
+»Ik twijfel verder met een gedeelte der vijfde afdeeling, waartoe ik
+de eer had te behooren, of, wanneer men daartoe mogt overgaan, de zaak
+niet met inbegrip der Spieringmeer op eene betere en min kostbare
+wijze zou kunnen worden uitgevoerd, dan nu is voorgesteld.--.--Ik
+eindig, Ed. Mog. Heeren! met den opregten wensch, dat het tegenwoordig
+ontwerp van wet,-- --weldra wederom geheel of gedeeltelijk, en wel
+gesplitst, veranderd en gewijzigd, aan deze vergadering moge worden
+aangeboden, en dat hetzelve alsdan de goedkeuring moge wegdragen,--
+ -- --waardoor het belang van het Vaderland, naar mijne overtuiging,
+zal worden bevorderd [82]."
+
+De Heer Sandberg zeide, »dat hij tegen het droogmaken van het
+Haarlemmermeer enz. zou moeten stemmen, vermits de gelden uit de bij
+de wet voorgestelde 30 millioen zouden moeten worden besteed [83]."
+
+De Heer Backer »betwistte de nuttigheid en het voordeel niet,
+dat eenmaal de droogmaking van het Haarlemmermeer aan Holland zal
+toebrengen, maar vond zwarigheden in de financiëele schikkingen, die
+de Regering tot het volvoeren ook van deze onderneming voorstelt. Ook
+had hij wel gewenscht, dat men het voornemen om het Meer droog te
+maken, nog eenigen tijd had vertraagd, totdat over deze zaak meerder
+licht zoude zijn verspreid; dat men met de opiniën der onderscheidene
+belanghebbenden meer bekend zal zijn geworden, en de betrekkingen
+tusschen den droog te malen polder en Rhijnland beter geregeld zouden
+zijn [84]."
+
+De Heer van Reenen behandelde dit onderwerp uitvoerig en zeide
+hoofdzakelijk:
+
+»Met blijmoedige dankbaarheid vernamen vele inwoners der polders,
+welke sedert zoo vele jaren geteisterd zijn geworden door het dagelijks
+toenemend geweld van het Haarlemmer-water, dat de beveiliging tegen
+hetzelve een onderwerp uitmaakte van de zorg des Konings. Gedurende
+ruim twintig jaren had ik het bestuur over een poldertje, dat op zich
+zelf klein is, doch al de nadeelen gevoelt, welke de omliggende polders
+van Sloten door het Haarlemmermeer-water lijden. Natuurlijk waren
+dus de lotgevallen van die landstreek en de geweldige uitwerkingen,
+welke het Haarlemmermeer, bij westelijke en zuid-westelijke winden,
+op dezelve uitoefent, zoowel als de middelen om dien geduchten
+vijand te weren, een punt bij mij van gedurig onderzoek. Ik zag,
+dat de geschiedenis en de physieke aard der gronden zelve bewijzen,
+hoe groot het gevaar is, dat van dien kant eene landstreek dreigt,
+welke, tusschen het Meer en het IJ gelegen, boven de 18000 guldens in
+de grondbelasting van het Rijk draagt; aan Rhijnlands bundergeld meer
+dan 9600 guldens opbrengt; jaarlijks groote sommen tot polderlasten
+moet dragen; en geene hulp van Rhijnland ontvangt in deszelfs
+verdediging tegen het Haarlemmermeer. De verwoestingen, welke die
+plas in de aan denzelven grenzende polders, zoowel in vroegeren tijd
+als in de laatste jaren, en ook onlangs in 1837 heeft aangerigt,
+zijn te wèl bekend, dan dat ik de oplettendheid van U Edel Mogenden
+zoude behoeven te vermoeijen met eene beschrijving der rampen, die
+dezelve, ten gevolge der jaarlijks toenemende kracht van dat water,
+op verschillende tijden hebben geleden."
+
+»Groot was de hoop van die polders en van vele ingezetenen des lands,
+die zoo dringend van de Hooge Regering hulp hadden afgesmeekt, toen
+zij vernamen, dat de droogmaking van het Meer, welke zij als het
+éénige middel tot het bewaren van een belangrijk gedeelte des Rijks
+beschouwden, het onderwerp van een voorstel van wet uitmaakte."
+
+»Ook ik verheugde mij, dat zoo doende, nu, terwijl het nog tijd is,
+een maatregel zoude worden genomen, die, indien dezelve vroeger
+had plaats gevonden, kostelijke landen en dorpen zoude hebben
+bewaard en het nutteloos verspillen van vele schatten zoude hebben
+uitgewonnen: doch die ook nu nog ten minste het gevaar kan wegnemen,
+dat, wel in een verwijderd, doch niettemin physiek zeker verschiet,
+duizende bunders land, verscheidene dorpen, ja zelfs de hoofdstad
+bedreigt: het gevaar namelijk, dat het Haarlemmermeer, vereenigd met
+de Veenplassen en het IJ, eene zee zouden daarstellen ten Zuiden en
+Westen der hoofdstad, weinig minder dreigende en gevaarlijk dan die,
+welke ten Noordoosten dier stad is gelegen. Wat daarvan de gevolgen
+zouden zijn, moge de geschiedenis van het ontstaan der Zuiderzee en
+van het Haarlemmermeer beslissen."
+
+»Maar groot was mijne teleurstelling, toen ik, het ontwerp van
+wet inziende, en de medegedeelde stukken omtrent de droogmaking
+onderzoekende, bevond, dat die wet door mij niet kon worden aangenomen:
+niet alleen uithoofde van de middelen, waaruit de kosten gevonden
+zouden worden; maar ook om de wijze, waarop het droogmaken van dien
+plas werd voorgesteld, daar deze het gevaar van die noordelijke
+polders en van de hoofdstad niet alleen niet afweert, maar in zeker
+opzigt vermeerdert, door het niet droogmaken van het Spieringmeer. Ik
+zal thans niet treden in andere bedenkingen tegen het werk, zoo als
+het voorgesteld wordt, noch aanwijzen, hoe de bezwaren kunnen worden
+weggenomen; want de zaak, op welke het heden voornamelijk neder komt,
+is het financiëele punt."
+
+»Gaarne had ik gezien, enz."
+
+»Indien ik mij overigens met de wet konde vereenigen, zoude ik den
+spreker uit Leijden op zijne gemaakte bedenkingen in het breede
+antwoorden. Ik ben zóó zeer overtuigd van zijn verlicht oordeel
+en rondborstig karakter, dat ik geenszins twijfel, of hij zoude
+toestemmen, dat de door hem gemaakte bedenkingen het droogmaken van
+het Haarlemmermeer niet behooren tegen te houden, indien dit op goede
+grondslagen ondernomen kan worden; eenige aanmerkingen moet ik evenwel
+ook thans maken."
+
+»Uit oude stukken toont ons de spreker, dat aan Leijden het vroon
+van vele meertjes in oude tijden door de souvereinen dezer landen
+is geschonken en dat vervolgens titulo oneroso anderen door die stad
+zijn verkregen. Maar welk regt is verkregen? Niet het eigendoms-regt,
+maar de visscherij: dit blijkt uit de door dien spreker aangehaalde
+oorkonden zelve [85]. Ook was het de gewoonte der Graven in dien tijd,
+dit weten wij ook uit andere voorbeelden, niet om het eigendoms-regt
+op die wateren aan iemand te schenken, maar om de visscherij aan
+gemeenten, kerken of pieuse instellingen, ter verpachting, toe te
+staan: zoo is ook in dien tijd de visscherij in het Sloterdijkermeer
+aan de kerk te Sloterdijk geschonken: en evenwel heeft dit niet belet,
+dat de Staten van Holland en West-Vriesland, op den 7den December 1641,
+octrooi hebben verleend tot het droogmaken van dien polder. Deze
+is dan ook sedert dien tijd in zeer vruchtbaar land veranderd,
+doch thans weder, ten gevolge der stormen van 1836 en 1837, in een'
+waterplas herschapen, met welks droogmaking men bezig is."
+
+»Maar hoe het ook zij: uit het regt, dat Leijden heeft op een
+gedeelte van het Meer, volgt niet, dat het droogmaken van dien plas
+ongeoorloofd zoude zijn; maar, dat het droogmaken niet behoort te
+geschieden, zonder behoorlijke schadeloosstelling. Of zoude men,
+om eene visscherij te behouden, welke 's jaarlijks, volgens den
+spreker, twee duizend guldens opbrengt, geheele landstreken aan een
+wis verderf moeten overgeven en eene stad als de hoofdstad des Rijks
+in het grootste gevaar moeten brengen? En dit toch zal eenmaal het
+geval zijn, indien het Haarlemmermeer niet wordt beteugeld. Zoo ooit
+onteigening ten algemeenen nutte billijk en regtvaardig is, dan is
+zij het in dit geval."
+
+»Het verdient hier opgemerkt te worden, dat vele van die meertjes,
+welke de spreker heeft opgenoemd, niet op de kaarten, die in later tijd
+gemaakt zijn, gevonden worden; waarschijnlijk heeft het inéénloopen
+van sommigen derzelve het Leijdsche meer doen ontstaan, even zoo als
+dit vroeger door welige landsdouwen van de meer noordelijk gelegen
+meren afgescheiden, naderhand met dezelve in één is gesmolten, zoodat
+het Leijdsche meer in vervolg van tijd ook met het Haarlemmermeer,
+met het Oudemeer en het Spieringmeer vereenigd zijnde, meer en meer
+tot het IJ is genaderd en thans dien geduchten plas uitmaakt, over
+welken wij handelen."
+
+»Het is waar, hetgeen de spreker zegt, dat reeds zoo dikwerf de
+klagten over het gevaarlijke van dat Meer zijn opgerezen, dat men
+bijna twijfelen zoude, of dat gevaar wel zoo groot zij. Maar juist dat
+herhalen dier klagten bewijst het gevaar; want dit bewijst, dat de
+landerijen, welke in de golven zijn verzonken, niet in ééns en door
+eene groote en onvoorziene omwenteling der natuur zijn vernietigd;
+maar door de langzamerhand voortgaande uitbreiding dier wateren. Zoo
+dikwerf als zware stormen in de waterkeeringen doorbraken en verlies
+van land veroorzaakten, werden die klagten opgeheven. Wanneer de
+wateren wederom geweken, de waterkeeringen óf hersteld óf met de
+vóórliggende landen verdwenen waren en de eigenaars derzelve het
+verlies, als door eene vis major veroorzaakt, hadden moeten dragen,
+dan, ja, zwegen die klaagstemmen voor het oogenblik; maar nieuwe
+rampen deden nieuwe klagten ontstaan, en nieuwe landeigenaars deden
+op nieuw dezelfde klagten hooren; doch ook dán werden deze stemmen
+wederom gesmoord. Intusschen bleef de vijand niet rusten, zijn geweld
+vermeerderde met zijne uitbreiding: de dorpen Nieuwerkerk, Rijk en
+Vijfhuizen verdwenen; de visscherij moge er bij gewonnen hebben;
+maar het gevaar werd hoe langer hoe grooter. In de vorige eeuw was de
+Akerweg nog tot waterkeering dienende tegen het Meer; het herstellen
+der doorbraken in denzelven, en van de waterkeering, werd toen door de
+landmeters van Rhijnland begroot op f 140,400 of f 188,660, naar mate
+dat het werk meer of minder volkomen zoude zijn. Doch men heeft toen
+tot andere min kostbare maatregelen de toevlugt genomen:--die Akerweg
+is geheel vernield,--vóór- en achterliggende landen zijn verdwenen:
+wij zien omtrent den Osdorper-weg, die veel meer noordelijk gelegen,
+toen een binnenweg was, thans dezelfde zwarigheden ontstaan;--wij
+zagen dien ook verschillende malen dóórbreken, en wij zagen het
+Haarlemmermeer de landerijen en noordelijke polders tot aan de poorten
+van Amsterdam en den Haarlemmerweg met groot geweld innemen."
+
+»Aan den Koning, aan de Staten van het gewest, aan Rhijnland is
+hulp verzocht tegen het gevaar, waarin het land, tusschen het IJ
+en het Haarlemmermeer gelegen, verkeert. De Koning, de Staten van
+het gewest hebben zich hulpvaardig betoond: ook de onderhavige wet
+is een bewijs van de gezindheid der Hooge Regering om te helpen;
+maar de wijze, waarop het droogmaken van het Meer wordt voorgesteld,
+is niet voldoende, om het gevaar te weren. Ook behoeft men hier geene
+proefnemingen te doen, waar men zich met genoegzame zekerheid tegen
+de kwade gevolgen, welke uit de onderneming voor Rhijnlands boezem
+gevreesd worden, kan waarborgen. Het gevaar, dat men in het verkleinen
+van dien boezem door het droogmaken van het Meer veronderstelt, moet
+door andere middelen worden weggenomen, dan door het onaangeroerd
+laten van het Spieringmeer; want om dit aan die bedoeling te doen
+beantwoorden, zoude het voor de polders, die tegen den Haarlemmerweg
+gelegen zijn, en voor den toekomstigen polder zelven, dubbel gevaarlijk
+worden. Ik eindig dus met den wensch, dat, welke ook de gevolgen
+van het tegenwoordig ontwerp van wet zijn, het Z. M. den Koning moge
+behagen, dit punt in bijzondere overweging te nemen [86]".
+
+De tiende spreker was de Heer Druyvensteyn, welke aldus sprak:
+
+»Dat ik mij verpligt vinde mijne stem aan het voorgedragen wetsontwerp,
+tot uitgifte van losrenten ten laste van de overzeesche bezittingen,
+tot het doen van voorschotten voor openbare werken te ontzeggen,
+is niet om mij daardoor te verklaren tegen het aanleggen van
+spoorwegen, veel minder om mij te verzetten tegen het droogmaken van
+het Haarlemmermeer, en zelfs niet om aan de Regering de gelegenheid
+te ontnemen, door bijdragen, verschillende werken van algemeen nut
+en belang te helpen verbeteren, maar, al in de eerste plaats, omdat
+ik het oogenblik, waarin wij zijn, voor dergelijke belangrijke werken
+niet gelukkig gekozen vind, en een verwijl, al ware het dan ook maar
+van korten duur, wenschelijk en voorzigtig beschouw, en ten andere,
+maar ook bepaaldelijk, omdat ik mij met het aangewezen fonds niet
+kan vereenigen."
+
+»Of een spoorweg in ons land enz."
+
+»Wat de droogmaking van het Haarlemmermeer betreft, hoe vele ontwerpen
+zijn daartoe niet reeds gemaakt, met Leeghwater en welligt reeds
+vroegere te beginnen; hoe vele wenschen zijn daartoe gedaan; hoe
+dikwerf is het noodzakelijke aangetoond, en hoe is dit Meer, onder
+het maken van al die plannen en berekeningen, uitgebreid, in werking
+en kracht toegenomen, en hoe zal hetzelve eindelijk bij zoodanigen
+voortgang gevaarlijk worden en eene droogmaking gebiedend vorderen?"
+
+»Ik ben zeer voor het droogmaken van het Haarlemmermeer, en behalve
+het hiervoren gezegde, vereenig ik mij met de woorden der Regering
+in de eerste antwoorden op dit onderwerp gegeven, dat de keus niet
+twijfelachtig kan zijn, dezen uitgestrekten en dreigenden waterplas
+in vruchtbare velden herschapen te zien; maar ik verschil van opinie
+omtrent de wijze van uitvoering: ik wenschte de onderneming aan
+partikulieren toebetrouwd te zien en, om daarbij eens in den geest
+van het onderwerp in eenen landelijken zin te spreken, bezig ik het
+spreekwoord: wien de koe behoort vat ze bij de hoornen. Bij eene
+eigen onderneming wordt die spreuk met ernst voor oogen gehouden,
+en de bewustheid van voor het groote kantoor te werken leidt niet
+tot nuttelooze kosten."
+
+»In Noordholland zijn in vroegere eeuwen veertig, en welligt meer,
+zoo groote als kleine waterplassen, door particuliere ondernemingen
+in land herschapen, en mogen wij hierin den ondernemenden geest onzer
+voorvaderen opmerken, het tegenwoordig geslacht mag er ook op roemen,
+dat de moed voor groote zaken nog niet is verloren, en het droogmaken
+van het Haarlemmermeer nog geen onderwerp is om tegen op te zien;
+maar door ondervinding wijs geworden, kan zoodanige onderneming niet
+onvoorwaardelijk plaats vinden: bijna alle droogmakingen, ten minste in
+Noord-Holland, hebben, zelfs bij de geringere arbeidsloonen en bij zeer
+lage prijzen der levensmiddelen, óf eene ongunstige óf hoogstens eene
+zeer matige uitkomst opgeleverd, en bij eene vrij zeker schadelijke
+uitkomst, zoo als bij de droogmaking van het Haarlemmermeer toch
+wel het geval zal wezen, zoude de onderneming door particulieren,
+zonder gunstige conditiën, eene dwaasheid zijn."
+
+»Maar de Regering kan hierin te gemoet komen: laat dezelve voor deze
+droogmaking, ook met inbegrip van het Spieringmeer, dat, zoo ik mij
+niet vergis, ook het idee der commissie is, eene billijke bijdrage
+aanbieden, vrijdommen verleenen en al wat tot deze zaak wenschelijk
+kan zijn, gemakkelijk maken, en daartegen bepalingen vasthouden,
+die van de zijde der Regering niet verloren mogen gaan."
+
+»Zoo zal bij voorbeeld Rhijnland in deszelfs bestuur en regten
+bescherming behoeven, het zal van belangrijke bezwaren ontheven,
+maar ook met andere moeten belast worden; voor de ontlasting
+van het boezemwater, dat zich op een' veel kleineren omtrek zal
+beperkt vinden, zal met naauwgezetten ernst moeten gezorgd worden;
+de landerijen, die aan dezen verkleinden waterboezem zullen grenzen,
+en na de bedijking van het Meer als oude landen zullen voorkomen,
+zullen welligt tegemoetkoming behoeven voor het aanleggen, verhoogen
+of verzwaren hunner waterkeerende dijken; de plaatsing der watermolens
+en stoommachines, de verbetering en vermeerdering van sluizen, zal
+niet naar willekeur moeten geschieden; het getal der beide eerste
+zal aanvankelijk onzeker, maar nader in verband met de blijkbare
+behoefte worden vastgesteld, en meer dergelijke zaken, als door de
+ondervinding zullen aangewezen worden, noodzakelijk te zijn."
+
+»Onder het voorbehoud van alle zoodanige bepalingen aan de zijde der
+Regering, zal het Haarlemmermeer worden drooggemaakt, zonder andere
+belangen te kort te doen of te benadeelen, en hoe hoog de bijdrage
+der Regering ook moge worden bepaald, ze zal niet onzeker en altoos
+minder zijn, dan de kosten eener eigene onderneming; de regten van
+Rhijnland zullen bewaard, de belangen der omgelegen landen zullen
+beschermd worden, een gevaarlijke plas zal niet meer bestaan, en aan
+het algemeen belang wordt eene hoogstwenschelijke en nuttige bijdrage
+gebragt.--Ik herzegge, aan het algemeen belang, want de provincie
+mag er door verbeteren, en van de mogelijkheid eener gedeeltelijke
+overstrooming bevrijd worden, maar 's Rijks kas alleen zal éénmaal, al
+moge zulks nog verre verwijderd zijn, de vruchten van het drooggemaakte
+Meer plukken."
+
+»Wat eindelijk het laatste gedeelte der wet betreft, enz. [87]."
+
+Hierop volgde de Heer de Bordes, welke zeide:
+
+»Wat het droogmaken van het Haarlemmermeer betreft, ben ik overtuigd
+van al het heilzame van hetzelve, en ik erken tevens, dat dit gedeelte
+van het ontwerp van wet zich om zeer vele redenen, uitgedrukt in de
+memorie van toelichting van het Gouvernement, aanbeveelt."
+
+"Het betoog van het geëerd lid uit Leijden voor het uitsluitend
+regt van de genoemde stad op het Haarlemmermeer, hetzij dan op den
+grond van hetzelve, hetzij op de visscherij in dien waterplas, uit
+oude stukken ontwikkeld, is mij zeer belangrijk en wetenswaardig
+voorgekomen;--maar wanneer ik ook bij nader onderzoek dier stukken
+eene nog meer volledige overtuiging van dat regt mogt verkrijgen,
+zoude het voor mij geene genoegzame beweegredenen opleveren, omdat naar
+mijn inzien het regt der stad Leijden dan gelijk zoude staan met alle
+andere particuliere eigendommen, die tot bevordering van algemeen nut,
+behoudens eene billijke schadevergoeding, onteigend kunnen worden."
+
+»Doch, hoezeer ik dan aan de eene zijde overtuigd ben van het
+nuttige der zaak, gevoel ik aan den anderen kant de billijkheid,
+dat een werk van zoo veel nut voor deze provincie, en waarbij het
+Hoogheemraadschap van Rhijnland ook zoo zeer betrokken is, niet
+uitsluitend worde daargesteld ten, koste van de algemeene schatkist."
+
+»Het is wel waar, de voordeelen, welke uit die droogmaking zullen
+voortvloeijen, zijn niet alleen eigen aan de provincie Holland,
+maar ook de algemeene Staat heeft er belang bij, om die gevaarlijke
+binnenlandsche zee uit het midden van den vaderlandschen grond te
+doen verdwijnen; doch dat belang is toch meer bijzonder dat van het
+gewest, waarin die waterplas zich bevindt, en vooral ook dat van het
+Hoogheemraadschap, hetwelk daardoor zal bevrijd worden van de groote
+kosten, die de beveiliging van de oevers van het Haarlemmermeer
+jaarlijks vordert."
+
+»Ik zoude derhalve met velen mijner medeleden instemmen, dat wel de
+Rijks schatkist zich met een aanzienlijk gedeelte van de vereischte
+kosten bezwaren kan, maar meen tevens, en wel vooral ook, omdat
+de toestand van 's lands kas zoo veel uitsparing vereischt, dat de
+mede-geïnteresseerden in die kosten moeten deelen."
+
+»En daar ik dit in de concept-wet niet aangetroffen heb, en vooral
+ook, daar ik voor de algeheelheid der kosten hetzelfde fonds vind
+aangewezen, hetwelk ik voor den ijzeren spoorweg moet afkeuren,
+heb ik ook gemeend aan dit aangelegen werk, hoe wenschelijk op zich
+zelf, mijne stem niet te kunnen geven;--moetende ik daarbij aan de
+beoordeeling van meerkundigen overlaten, in hoe verre de geprojecteerde
+uitvoering van het ontwerp aan gegronde bedenkingen, of aan die,
+welke wij in deze zitting hebben hooren aanvoeren, onderhevig is,
+en of de raming der kosten als voldoende kan worden geacht."
+
+»De wijze van voorziening in de vereischte kosten belet mij ook te
+stemmen voor de werken van verschillenden aard, en ik oordeel tevens
+met de afdeeling, tot welke ik behoord heb, dat die werken in de
+wet zelve hadden behooren uitgedrukt te worden, en dat ten aanzien
+der kosten, voor ieder derzelve vereischt, eene afzonderlijke opgave
+van hetgeen de algemeene lands-kas daarin zoude behooren te dragen,
+in de wet had behooren gevoegd te worden."
+
+»Eene geregelde toestemming der Staten-Generaal in deze buitengewone
+credieten scheen mij zulks te vorderen."
+
+»Het alles te zamen trekkende, is het dus niet, omdat ik het nuttige
+der voordragt niet gevoel, maar om den vorm, waarin hetzelve is
+voorgesteld, en vooral om de wijze van voorziening in de benoodigde
+kosten, dat ik mij gedrongen zie Zijne Majesteit eerbiedig te verzoeken
+deze wet in nadere overweging, te nemen [88]."
+
+De Heer van Hoorn van Burgh »achtte de droogmaking van het
+Haarlemmermeer hoogst wenschelijk en heilzaam, en wees bij het betoog
+hiervan vooral ook op de polders van Woubrugge en anderen, die nog
+onder de gevolgen zuchtten der stormen van November en December 1836,
+en de daardoor veroorzaakte overstroomingen van het Haarlemmermeer. De
+vermenging echter van twee ongelijksoortige onderwerpen en het
+onraadzame der voorgedragen financiëele maatregelen, deden hem tegen
+de wet stemmen [89]."
+
+De Heer Repelaer zeide: »Wat het droogmaken van het Haarlemmermeer
+aangaat, hoe wenschelijk die zaak op zich zelve ook beschouwd moge
+worden, en in de gevolgen van belang voor het Rijk moge zijn, zoo
+doet zich echter alhier de vraag op, of het raadzaam is, zoodanige
+onderneming juist in de tegenwoordige omstandigheden te beginnen:
+indien er toch geen periculum in mora bestaat, zoude men dan die
+bewerking niet tot geschikter gelegenheid kunnen uitstellen? zijn er
+zoodanige dringende redenen aanwezig, welke de droogmaking van dat
+Meer zonder uitstel en gebiedend vorderen; waarom dan dezelve, het zij
+met eerbied gezegd, aan deze vergadering niet kenbaar gemaakt? Mogten
+er echter geene zoodanige overwegende redenen bestaan, ware het dan
+niet beter een gunstiger tijdstip daartoe uit te kiezen [90]?"
+
+De veertiende spreker was de Heer Hooft, welke dus sprak:
+
+»Ik was voornemens, om een uitgebreid advijs uit te brengen over de
+onderhavige wet; maar toegevende aan het verlangen van vele leden en
+in aanmerking nemende de lang gerekte aandacht van U Edel Mogenden,
+waarvan ik geen misbruik wil maken, zoo zal ik, daar vele van mijne
+bedenkingen reeds door andere leden zijn opgenomen, verder van het
+woord afziende, mij alleen bepalen tot één punt, waartoe ik mij
+verpligt gevoel. Daar het U Ed. Mogenden bekend is uit de stukken,
+welke wegens het Haarlemmermeer zijn medegedeeld, dat ik behoord
+heb tot de commissie, welke daarover rapport heeft uitgebragt,
+en als strijdig met de bemoeienissen dier commissie, voor dezelve,
+maar vooral voor de Regering, welke die commissie heeft benoemd,
+eenigzins grievend is voorgedragen, namelijk alsof het Bestuur van
+Rhijnland ten deze niet ware gekend; iets dat niet alleen in de
+afdeelingen, maar ook bij de beraadslaging van heden, en wijders
+in een adres aan deze Kamer gerigt en in de dagbladen opgenomen en
+publiek geworden, is beweerd: hierover nu moet ik U Ed. Mogenden
+zeggen, dat op gevraagde voordragt van Rhijnland door Z. M. de Heer
+du Pui, Secretaris van de stad Leijden, in die commissie is benoemd
+geworden, even als de Heer de Bruyn Kops, Burgemeester van Haarlem,
+welke ook is lid van het Bestuur van Rhijnland, zoodat twee leden van
+dat Bestuur in de commissie zitting hadden; dat die Heeren, even als
+ik voor Amsterdam daarin zitting hebbende, met ruggespraak met onze
+committenten hebben gehandeld, zoodat die Heeren den Heer opzigter van
+Rhijnland, Hanegraaff, in onze deliberatiën en ter visie der stukken
+hebben medegevoerd, zoowel als ik een' deskundige uit de hoofdstad;
+dat al de bezwaren van Rhijnland tegen het ontwerp der droogmaking zijn
+overwogen en geweken, voor het namens dat Bestuur aan onze commissie
+ingeleverd en door dezelve in deszelfs geheel overgenomen plan met
+teekening en raming van kosten voorzien, (thans nog ter inzage op de
+griffie van deze Kamer liggende), van de geprojecteerde verbeterde
+uitwatering te Katwijk; en dat wijders het bij onze commissie ook
+door mij sterk aangedrongen voornemen om de droogmaking van het
+Spieringmeer aan te raden, is opgegeven, alleen toen wij de zekerheid
+meenden te hebben, dat bovengemelde medewerking van Rhijnland getuigde
+van de goede gezindheid ten deze van dat Bestuur, en hetzelve daardoor
+genoegzamen waterboezem erkende te hebben."
+
+»Na al dat aangevoerde, laat ik het beoordeelen, of Rhijnland al dan
+niet gehoord is, over aan de natie. Ik heb gezegd [91]."
+
+In de Nederlandsche Staats-Courant van den 21 April 1838, No. 95,
+heeft de Heer Hooft dan ook de redevoering, welke hij had vermeend
+in de Kamer uit te spreken, doen drukken; ik neem uit dezelve hier
+over hetgeen tot het Haarlemmermeer betrekking heeft en aldus luidt:
+
+»Heb ik iets gezegd over de ijzerbaan, althans zullen U Edel
+Mogenden dit van mij verwachten van het Haarlemmermeer, eene zaak,
+die ik daarentegen gaarne derzelver beslag zag verwerven, door deze
+hoogst gevaarlijke en al meer en meer toenemende vernielingskracht
+uitoefenende binnenlandsche zee te zien droog gemaakt en herschapen in
+eene welige vlakte, waartoe de wensch van allen, die de zaak kennen,
+zich zoo ernstig uitstrekt; en ook daaronder mag ik mij rangschikken,
+zoowel als grondeigenaar, alsook als belastingschuldige van Rhijnland,
+en vermeen dus mijne stem in die betrekking, met mijne mede-slagtoffers
+van de woelingen van dat Meer, zoowel voor de droogmaking te mogen
+verheffen, als andere bunderpligtigen aan Rhijnland, die tot dus verre
+gespaard zijn, er tegen willen spreken. Maar, Ed. Mog. Heeren! wat
+zal ik al veel bijvoegen bij hetgeen staat in het u bekend rapport
+der commissie van onderzoek deswege, waar ik de eer gehad heb
+van mijne teekening onder te stellen, en dat het noodzakelijke,
+het uitvoerlijke, en, in één woord, het aannemelijke daarvan vrij
+overtuigend moet bewijzen."
+
+»Ik beken, dat ik gaarne gezien had, dat deze onderneming zich ook had
+kunnen uitstrekken over het zoogenaamde Spieringmeer; maar toegevende
+in dezen aan de zwarigheden, die zich in de uitvoering opdeden bij
+een zeer gewigtig waterbestuur in die streken, welks medewerking veel
+waard was en waarvan de tegenwerking niet verkieslijk was, zoo heb
+ik dat stuk geteekend in de volle verzekering, dat het Bestuur van
+Rhijnland, waarvan twee leden het rapport mede geteekend hebben, en
+na gehoudene ruggespraak met hunne medebestuurders, aan die commissie
+hoogst belangrijke hulpmiddelen hebben gesuppediteerd en door deze
+zijn overgenomen;--ik beroep mij, om niets meer of anders te noemen,
+op het project met teekening en raming van de uitbreiding van het
+Katwijksche kanaal, ter griffie dezer Kamer in natura aanwezig en
+door Rhijnlands Bestuur opgemaakt, aan de commissie overgegeven:
+is dit hooren van dat Bestuur, of is het dit niet? (Ik vraag dit
+tot wederlegging van het ongegronde van den kreet, alsof dat Bestuur
+onkundig van de zaak was).--Zoo heb ik, zeg ik, dat stuk geteekend,
+al wordt de droogmaking niet zoo volledig als ik die wenschte: andere
+leden dier commissie met mij het wenschelijke van het droogmaken van
+het Spieringmeer opgegeven hebbende, alleen omdat wij op Rhijnlands
+medewerking staat maakten. Maar ik zie, dat ik uit ijver voor de
+zaak te verre ga, en mij inlaat in eene aanprijzing van dezelve,
+die minder het onderwerp onzer beoordeeling moet zijn: de vraag,
+of er gelden uit de schatkist voor moeten gegeven worden, is alleen
+van onze competentie, en ja antwoord ik daarop."
+
+»Het is geen werk voor nageburen of omliggende grondbezitters,
+deze zijn reeds óverbelast in al de Rijks lasten: dit is één- en
+andermaal bewezen, toen wij over de grondlasten beraadslaagden;
+deze zijn bovendien nog zóódanig gedrukt door molen-, polder-
+en andere ongelden, dat abandonneren van hunne bezittingen eerder
+het voornemen zoude zijn, dan nieuwe lasten te dragen; met grond
+dus mag men 's Rijks hulp in dezen zoo goed vragen en verwachten,
+als wij jaarlijks andere provinciën, zoo als Zeeland en Overijssel,
+in verhouding tot de overige, overwigtige aandeelen zien trekken bij
+de begrooting in de waterwerken van het geheel; en let men er dan op,
+aan wie de eindelijke voordeelen van de opbrengsten der drooggemaakte
+gronden zullen baten, is het dan niet in de Rijks cassa, dat verre het
+meerendeel van al de directe en indirecte belastingen, die door de zich
+aldaar te vestigen bevolking zullen opgebragt worden, zullen vloeijen?"
+
+»Eene zwarigheid nog moet ik opnemen, die noch bij de commissie
+bovengemeld, waar de bezwaren der stad Leijden door de welwillendheid
+van Z. M. zijn ingezonden geweest, noch in de aanmerkingen der
+afdeelingen is geopperd, maar nu voor het eerst in de beraadslaging
+is opgekomen tegen de droogmaking van het Haarlemmermeer, en deze
+is: dat dit Meer een eigendom dier stad zoude zijn, en die stad niet
+gehoord zoude zijn in dezen."
+
+»Het is waar, er was in die commissie geen lid van de Regering dier
+stad, hoezeer de Secretaris van dezelve als lid van Rhijnland daarin
+zitting had. Het punt van eigendom is niet geopperd, zeide ik;
+doch was dat opgegeven, wel nu, het antwoord zoude zijn geweest,
+als men dan dien eigendom bewees: Gij, eigenaar! zorg dan, dat uw
+eigendom niet schade aan derden. En hoe hoog dit nu opgevijzeld is,
+even sterk zoude die stad dit eigendoms-regt zoeken af te schuiven,
+wanneer al de gelden, die het Rijk, Rhijnlands bunderpligtigen en
+alle zij, die schade door de Meer-wateren geleden hebben of lijden,
+moeten dragen, betaald zijn, op die stad eens verhaald wierden. Ik
+geloof dus weinig aan dat bezwaar te mogen hechten, en juiche toe, dat
+wij eene grondwet hebben, die in art. 215 het toezigt over die werken
+aan den Koning opdraagt, om die eigenaren, die door veronachtzaming
+van het onderhoud van hunnen eigendom anderen schaden, op den regten
+weg te brengen. Wat het hooren betreft, kan ik hier nog bijvoegen, dat
+de commissie, alléén op de vraag dier stad, een' duiker ter inlating
+van water van den IJssel heeft voorgedragen, en daartoe is besloten,
+al zijn de kosten niet in de raming opgenomen. En waarom niet? omdat
+die stad niet, even als Rhijnland voor de verbetering van het ja thans
+niet voldoende, maar nu verbeterd zullende worden Katwijks kanaal,
+eene begrooting en raming van kosten heeft opgegeven."
+
+»Er is in de afdeelingen ook gesproken van den wederstand, welken die
+droogmaking ondervindt bij twee adressen aan deze Kamer ingezonden. Wat
+betreft het eene van den Heer van Pallandt, dit is eigenlijk niet
+tegen de droogmaking zelve, maar tegen de wijze hoe, en behoort dus
+geheel bij de administrative en niet bij de wetgevende magt; deze Kamer
+kan toch wel niet beslissen, of er een stoomwerktuig te Sparendam al
+dan niet moet komen. Het andere van eenige grondeigenaars, waaronder
+een lid van Rhijnlands Bestuur, een Bestuur dat, hoe groot in magt
+en hoe groot in dezen ook opgevijzeld, inderdaad dan toch maar is
+een Polderbestuur in het groot, alleen in de middelen van uitvoering
+werkzaam door omslag en poldergelden door de grondbezitters opgebragt:
+ik zeg dit om te doen gevoelen, dat al die grondbezitters met ernst
+moeten wenschen, dat die al klimmende omslagen mogen verminderen,
+en dat vooruitzigt is er nu, dat er een breidel zal gelegd worden
+aan de verwoestingen van dien waterplas. Elk hunner te hooren was
+onmogelijk, hun aller vertegenwoordigers zijn gehoord, heb ik gezegd
+en herhaal ik; dus zal dat adres dan ook wel van geen overwigtig
+belang te beschouwen zijn."
+
+»Stond deze zaak nu eindelijk op zich zelve, met ernst en ijver
+zoude ik de wet voor aannemelijk verklaren; maar, helaas! al te veel
+bezwaren ontmoet ik om over te stappen, om er dit ééne deel van te
+verkrijgen. Want behalve het reeds vroeger door mij gezegde over andere
+bezwaren, zoo is er nog een hoofdargument tegen, en dat is wel het
+voornaamste; (want over die kleine wegen en andere werken zal ik nu
+kortheidshalve maar niet spreken:) ik bedoel het financiëel gedeelte
+zelf en niet zoo zeer de grootte der sommen, die benoodigd verklaard
+worden; want geene sommen zijn te groot, als de vruchten daarvan zoo
+blijkbaar zijn te verwachten, dat alle twijfel over dezelve wegvalt;
+maar over het bezigen hiertoe van gelden, die moeten voortspruiten
+uit fondsen, aan welke eene vaste bestemming is gegeven en niet dan
+onzeker terug zullen zijn gekomen, dán en wanneer die benoodigd zullen
+zijn. Dit onderwerp nu nader te ontwikkelen zoude ik met welgevallen
+doen; maar in de processen-verbaal der afdeelingen en door vorige
+sprekers is hetzelve reeds zóó uiteen gezet, dat ik mij daarvan als
+nu vermeen te mogen onthouden, te meer, daar ik U Edel Mogendens
+aandacht welligt reeds te lang heb bezig gehouden."
+
+»Ik moet tot mijn leedwezen derhalve Z. M. verzoeken, de wet in nadere
+overweging te nemen, enz."
+
+Eindelijk verdedigde Z. E. de Minister van Financiën Jr. Beelaerts van
+Blokland, die tevens Lid der Kamer is, de wet, en zeide met betrekking
+tot het Haarlemmermeer:
+
+»Een ander gewigtig doel van het in beraadslaging zijnde wets-ontwerp
+is het droogmaken van de Haarlemmermeer. Deze groote waterplas,
+die reeds in vroeger jaren, ja, ik mag wel zeggen in vroeger eeuwen
+(want reeds ten tijde van Prins Maurits werd de noodzakelijkheid
+ingezien), zoo veel stof tot bezorgdheid heeft opgewekt, is hoe
+langer hoe dreigender geworden, en de stormen in 1836 en het begin
+van 1837 hebben het gevaar al meer en meer aanschouwelijk gemaakt. De
+Regering, aan haren pligt tot 's Lands behoud getrouw, heeft dan deze
+gewigtige zaak tot een onderwerp van gezet en naauwkeurig onderzoek
+gemaakt, waarvan het ontwerp, aan U Ed. Mog. bekend, de uitkomst is;
+alle belangen zijn daarbij in het oog gehouden en zoo veel mogelijk
+vereenigd. Dit is het voordeel van een Bestuur op éénheid gegrond,
+dat tegenstrijdige, plaatselijke of bijzondere belangen, die in onze
+vorige staatsgesteltenis zoo dikwijls algemeen nuttige inrigtingen
+tegenhielden of dwarsboomden, aan het algemeen belang ondergeschikt
+kunnen worden, of liever, zonder schending van bijzondere regten zich
+in het algemeen belang en in het algemeen welzijn oplossen. Dezelfde
+redenen, die ten aanzien der ijzeren spoorwegen mij wederhielden
+in vele bijzonderheden te treden, wederhouden mij ook daarvan met
+betrekking tot dit groote werk, welks nut en noodzakelijkheid door
+kundige en bevoegde beoordeelaars algemeen is erkend: zoodra de
+commissie, met die taak belast, dezelve had afgewerkt, heeft de
+Regering niet gedraald in hare poging tot verwezenlijking eener
+zaak, die voor het geheele Rijk van het grootste belang is, omdat
+zij een groot gevaar zal afwenden, omtrent 17,000 bunderen lands
+aan het water zal ontwoekeren, en den algemeenen lands rijkdom zal
+vermeerderen. Maar is die noodzakelijkheid dan thans zoo dringend? Ik
+antwoord zonder aarzeling, ja: die noodzakelijkheid was reeds lang
+dringend, en wordt het dagelijks meer; vroeger konde de zaak niet
+worden bij de hand genomen, omdat het onderzoek moest voorafgaan;
+tot langer uitstel is geene reden, want dezelfde vraag, of het nu
+zoo dringend noodig is, kan even goed in een volgend, in een tweede,
+in een derde jaar, enz. gedaan worden, en zoude een uitstel tot een'
+onbepaalden tijd kunnen worden gerekt, tot het welligt te laat zoude
+zijn, en de verwezenlijking moeijelijker en kostbaarder zoude worden:
+gelijk één laatste druppel waters eindelijk den emmer doet overloopen,
+die lang vermeerdering bij stralen heeft verdragen, zoo kan één
+noodlottig oogenblik, door niemand te berekenen, onherstelbare rampen
+veroorzaken. Om deze of gene beschouwingen van ondergeschikt belang,
+behoort het aanvangen der zaak niet te worden uitgesteld, die kunnen
+in den voortgang der uitvoering worden in aanmerking genomen, en naar
+bevind van zaken daaromtrent worden te werk gegaan; want men zal toch
+de Regering niet zoo gedachteloos vooronderstellen, van niet op alle
+belangen, die ten dezen in aanmerking kunnen en moeten komen, te hebben
+gelet of te zullen blijven letten. Dat handelen naar bevind van zaken,
+gedurende het werk, verdient daarom niet met den naam eener gevaarlijke
+proefneming te worden bestempeld, zoo als in een der requesten is
+geschied; want wel verre, dat men de zaak aan proefnemingen zoude
+willen blootstellen, heeft men bij eene mogelijke gebeurtenis het
+hulpmiddel nevens de kwaal aangewezen. Dat ondertusschen dit gewigtig
+werk betere uitkomsten, in korteren tijd en met mindere kosten, dan wel
+vroeger was berekend, belooft, zal niemand behoeven te verwonderen,
+die de kracht van den stoom in aanmerking neemt: eene beweegkracht,
+welke onze voorouders niet gekend hebben, maar almede van den voortgang
+in beoefenende wetenschappelijke kennis getuigt, en zoo veel toebrengt
+tot de vervulling van tallooze behoeften en genietingen des levens."
+
+»Maar heeft de Regering, met gemeen overleg der Staten-Generaal, wel
+het regt tot deze droogmaking? Deze bedenking, door een' geacht spreker
+in het midden gebragt, is zeker van gewigt, en verdient dus eene
+bijzondere beantwoording: aan de stad Leijden zoude de eigendom der
+Haarlemmermeer toebehooren; zij had dien titulo oneroso verkregen, en
+kon derhalve, zonder hare toestemming, daarvan niet worden ontzet; zij
+was ondertusschen in hare belangen niet gehoord, evenmin als Haarlem
+en het Hoogheemraadschap van Rhijnland. Ik antwoord daarop: 1º. dat
+het niet juist is te zeggen, dat die steden en het Hoogheemraadschap
+niet zouden gehoord, of niet in de gelegenheid gesteld zijn geweest,
+derzelver belangen te doen gelden; het collegie van Rhijnland is
+geraadpleegd over het benoemen van twee leden uit deszelfs midden in
+de commissie om dit werk te onderzoeken en daaromtrent te advijzeren;
+de Heeren de Bruijn Kops en du Pui zijn daarop gedesigneerd en benoemd,
+omdat de eerste was Burgemeester van Haarlem, de tweede Secretaris
+van Leyden, en dus, zoo in die hoedanigheid, als in betrekking van
+Hoogheemraden, in staat waren, de belangen dier steden en van Rhijnland
+te doen gelden, gelijk die ook in aanmerking zijn genomen. 2º. Wat
+den eigendom van Leyden betreft, wilde ik wel eens weten, of die stad
+voor de Haarlemmermeer zich in de grondbelasting heeft aangegeven,
+gelijk zij verpligt zoude zijn indien zij eigenaresse was van dien
+waterplas, want water is zoowel in het kadaster begrepen als land;
+maar te regt is zij in de grondbelasting niet aangeslagen, omdat zij
+geen' eigendom van de Meer heeft. 3º. Al wat uit de voorgelezene oude
+oorkonden blijkt, is, dat zij indertijd gekocht heeft het vroon, dat
+is de visscherij in een groot gedeelte van de Meer: wat kan daaruit
+op zijn hoogst volgen? Dat zij het regt op die visscherij behoudt,
+zoo lang de Meer water blijft. Zij is van dezelfde conditie als ieder
+ander visscher, arm of rijk; maar de droogmaking dáárom tegen te
+houden, daartoe bestaat geen regt; indien hier een eigendom bestaat,
+dan staat daartegen over het regt van onteigening ten algemeenen nutte,
+en de uitoefening van dat regt, volgens de nog bestaande wet van 1810,
+kan niet verhinderd worden, maar eene vraag van schadeloosstelling doen
+ontstaan volgens de grondwet en het gemeene regt. Dergelijke belangen
+zijn ook niet uit het oog verloren: opzettelijk is daarover in het
+algemeen het Departement van Justitie geraadpleegd, en de uitkomst
+van dat onderzoek is geweest, dat de zaak daarom niet behoefde
+opgehouden te worden, maar dat elke opkomende reclame zoude moeten
+worden onderzocht, elks regten, hetzij bij den gewonen regter, hetzij
+elders, overwogen, en daarop regt gedaan, zoo als bevonden zoude worden
+te behooren. 4º. Geen bijzonder belang kan het algemeen belang in den
+weg staan; zij zijn voorbij, die rampzalige tijden, toen eene enkele
+stad de nuttigste en in het algemeen belang noodzakelijkste werken
+konde verhinderen; zij zijn voorbij, en gelukkig voorbij, die tijden,
+toen de stad Leijden aan hare gedeputeerden ter staatsvergadering van
+Holland de instructie konde geven en met eede doen beloven, dat zij
+nooit in de droogmaking der Haarlemmermeer zouden toestemmen. Wij,
+Ed. Mog. Heeren! hebben een' anderen eed afgelegd: wij zijn als leden
+der Staten-Generaal verbonden, het algemeen belang met al ons vermogen
+te bevorderen, zonder ons door provinciale, plaatselijke of bijzondere
+belangen daarvan te laten aftrekken."
+
+»Welke, de voordeelen dezer droogmaking zullen zijn, behalve het
+beveiligen van een groot gedeelte des lands, en daaronder de hoofdstad
+des Rijks, tegen een onherstelbaar verderf, is niet wel a priori met
+eene volledige, dat is onbetwistbare juistheid te berekenen; maar
+wanneer men aanneemt, dat de droog gemaakte landen, door elkander
+gerekend, f 200,--per bunder kunnen opbrengen (door sommigen wordt die
+prijs op veel meer, door anderen op minder berekend), dan verkrijgt men
+voor de 16,700 bunders eene som van drie millioen drie honderd veertig
+duizend gulden; dit mag wel eene goede opbrengst geacht worden voor
+een werk, waarvan de kosten negen millioen kunnen hebben beloopen:
+maar dit is slechts een aanvankelijk voordeel uit de eerste schepping
+(om het zoo te noemen) dier landen te verwachten; die landen nemen
+ná de droogmaking en bebouwing in waarde toe; kudden vee worden op
+dezelve ter grazing geweid; het zuivel wordt in eene groote hoeveelheid
+vermeerderd; veldvruchten van verschillenden aard worden er geteeld;
+fabrijken worden er welligt hier en daar gevestigd; woningen en andere
+getimmerten worden er gebouwd; dorpen rijzen op; allerlei neringen en
+bedrijven komen er aan den gang; en terwijl het land aan het water
+zal ontwoekerd zijn, vinden daar duizende nijvere ingezetenen werk,
+duizenden worden aan armoede onttogen; van al deze vermeerderingen van
+welvaart, plukt het algemeen de schoonste vruchten, en deze werken
+weldadig op de schatkist terug, aan welke onderscheiden opbrengsten
+in reëele en personeele, directe en indirecte lasten toevloeien,
+welke dus ongevoelig de gemaakte kosten vergoeden. Eene verlichte
+Regering, welke dit werk zal hebben te weeg gebragt, en eene even
+verlichte volksvertegenwoordiging, welke door eene onbekrompene
+medewerking de Regering daartoe zal hebben in staat gesteld, zullen
+zich bij eene dankbare nakomelingschap eene eerzuil hebben gesticht,
+duurzamer dan metaal of marmer."
+
+»Eene derde soort, enz. [92]"
+
+
+
+»Ik heb de hiervorenstaande redevoeringen gegeven, zoo als zij in de
+Nederlandsche Staats-Courant zijn geplaatst [93]. Men ziet uit dezelve,
+dat ik bij den aanvang niet ten onregte zeide, dat van de vijftien
+Leden, »die over de voorgestelde wet het woord hebben gevoerd, er
+niet één is geweest, die zich tegen de droogmaking van het Meer heeft
+verklaard, ja dat de meeste hunner het het vewezenlijken van dit zoo
+lang reeds beraamd plan wenschelijk hebben genoemd."--De voorgedragene
+wet is met 46 stemmen tegen 2, zijnde die van de Heeren Beelaerts van
+Blokland en Weerts, afgestemd.--Mag men geruchten gelooven, dan houdt
+de Regering zich nog steeds onledig om dit plan te verwezenlijken,
+en zou Z. M.--wiens belangstelling in alle nuttige ondernemingen nog
+dezer dagen, door het Besluit tot het aanleggen van eenen ijzeren
+spoorweg naar Arnhem, op nieuw gebleken is,--den Minister van
+Binnenlandsche Zaken hebben gelast, om eenige proeven te doen nemen,
+ten einde te geraken tot de bepaling der beste wijze van uitvoering
+dier onderneming, ingeval men mogt besluiten, om daarmede eenen
+aanvang te maken. Is dit zoo, dan mogen wij ons vleijen, dat nog in
+onzen leeftijd die inwendige vijand, gelijk men het Haarlemmermeer
+met regt mag noemen, zal worden ten ondergebragt: en dat nog eenmaal
+het nageslacht, het alsdan bloeijend Haarlemmermeer, welig bebouwd en
+talrijk bewoond, aanschouwende, met dankbaarheid aan de zorgen van het
+voorgeslacht zal denken. De Allerhoogste schenke hiertoe Zijnen zegen!
+
+
+Amsterdam, 1838.
+
+
+Candore et ardore.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ HAARLEMMERMEER-BOEK.
+
+
+
+ BESCHRIJVING
+ EN
+ VOORBEREIDING TOT HET BEDIJKEN EN DROOGMAKEN
+ VAN DE
+ HAARLEMMER-MEER.
+
+
+Om te vertoonen aan de Edele, Wijze, Voorzienige Heeren, de Staten
+van Holland, en aan Zijne Hoogheid den Prins van Oranje, enz. Ook
+mede aan de Edele Heeren Burgemeesteren, Raden en Regenten van de
+groote Steden Haarlem, Leiden, Amsterdam en Gouda. Desgelijks aan
+de Edele Heeren Dijkgraaf en Heemraden van Rhijnland. Dat zij, als
+overste bewindhebbers, gelieven hierin een weinig te speculeren, en
+mede helpen handhaven eendragtelijk te zamen met goeden raad en daad,
+om dit groote, treffelijke, heerlijke en lofbaarlijke noodwendige
+werk eens bij de hand te nemen en met Gods hulpe te mogen bedijken
+en voltrekken. Hetwelk zou dienen tot nut, profijt en voordeel van
+het gemeene beste voor het Vaderland.
+
+Concordiâ res parvae crescunt.--Eendragt maakt magt.
+
+
+
+Voorzienige Heeren!
+
+
+Aan vele lieden, die in de nabijheid van Haarlem, Leiden en Amsterdam
+woonachtig zijn, is het wel bekend, dat de Haarlemmer Meer nu
+tegenwoordig een groot, verderfelijk en schadelijk water is, gelijk
+eene binnenlandsche zee, die alle jaren eene groote afbreuk doet aan
+de omliggende landen en ingezetenen, gelijk een verslindende wolf,
+zoodat de vrees niet ongegrond is, dat het kind al geboren is, dat
+het zou kunnen beleven, dat die zelfde meer zoo veel zou inslijten,
+dat ze nabij de poort van Amsterdam zou komen, en verscheidene
+dorpen daar rondom geruïneerd zouden wezen. Dat men ook mede den
+Haarlemmerdijk aan de zuidzijde op verscheidene plaatsen met groote
+kracht van paalwerk tegen de Meer zou moeten houden. Hetwelk ik alhier
+navolgende bij verscheidene exempelen zal verhalen.
+
+2. Verscheidene lieden van Aalsmeer hebben mij verhaald, dat bij hun
+leven, door deze Meer, eene groote menigte van Morgen-talen weggesleten
+is, bijna een kenning van het land af. Daarenboven is mij nog door
+twee geloofwaardige lieden verteld, dat het huis van hunnen vader
+had gestaan honderd roeden van de Meer, bij eenen landmeter gemeten,
+en dat tien jaren daarna het water van de Meer kwam tot aan het huis,
+zoodat men genoodzaakt werd het af te breken, zoodat in een jaar tien
+Roeden in de breedte werd weggespoeld. Te dien tijde gebeurde het ook,
+dat aldaar een bouwakker was gelegen van vijftien Roeden lang, die
+met een' grooten storm op éénen nacht gansch en geheel was weggespoeld.
+
+3. Nog heeft mij Willem Jansz. Brechten van Aalsmeer verhaald,
+dat zijn grootvader zich herinnerde, dat het land van de Vennep
+en het land van den Ruigenhoek zoo nabij elkander kwamen, dat men
+de slooten daartusschen met een' stok kon overspringen. Deze en
+dergelijke voorbeelden zijn er vele; doch het zou te lang zijn ze
+alle te verhalen.
+
+4. Maar ik kan niet nalaten te melden, hetgeen mij de Secretaris
+van Sloten onlangs verhaalde, dat namelijk de Meer in de nabijheid
+van Sloten vijftig roeden lands in de breedte op één jaar weggenomen
+heeft. Dat, met een' ijsgang, het ijs, 45 treden in de breedte, onder
+het zwoord van het land was doorgeloopen. En wat meer is, zekere Cryn
+Pietersz, van Nieuwerkerk, had des avonds eene fuik in de Meer gezet,
+aan de schor van het land; toen hij des morgens de fuik wilde halen,
+vond hij het land door eenen grooten storm des nachts tien vadems
+weggesleten en ingeloopen.
+
+5. Cornelis Jonklaas van Aalsmeer, oud 64 jaren, bij mij wel bekend,
+heeft mij in de maand Maart 1641 verhaald, dat hij met zijnen vader
+op den Ruigenhoek gegaan heeft, dat zijn vader hem aanwijzing deed
+van een huis en erve, dat aldaar gestaan had, en dat zijn vader zich
+herinnerde, dat daar nog van de Meer af 500 roeden lands vóór het
+huis waren, en dat, bij zijn leven, het huis en de erve met die 500
+roeden lands gansch en geheel was weggesleten.
+
+6. Nog heeft de voorzegde Jonklaas mij bij die gelegenheid verhaald,
+dat zeker oud man, genaamd Gerritje Fel, zich herinnerde, dat op eenen
+nacht een zeker getal verdolven akkers was weggeloopen, hetwelk wel
+40 roeden in de breedte was. Zoodat er deze wolf altijd zijne klaauwen
+inslaat, en niet schroomt den eigenaars hunne landen te benemen.
+
+7. In hetzelfde jaar, nu onlangs geleden, in de maand van October,
+ben ik geweest te Haarlem, alwaar ik met verscheidene burgers veel
+heb gesproken over den inhoud van mijn Haarlemmer-Meerboek, en over
+het bedijken van de Meer; toen ben ik ook gekomen bij eene oude vrouw,
+geheeten Angenietje Jacobs, wonende in de kleine Houtstraat, die mij
+verhaalde, dat haar vader in zijn' tijd een stuk lands had, gelegen
+bij Hillegom, tegenover de Vennep, en dat daar nog twee groote stukken
+lands aan den Meerkant vóór lagen, en dat bij haars vaders leven die
+groote stukken lands gansch en geheel waren weggesleten.
+
+8. Nog wist deze vrouw te verhalen, dat zij van hare voorouders
+dikwijls had hooren zeggen, dat het land van de Vennep en het land
+van Hillegom zoo digt aan elkander kwamen, dat men met een rafter of
+plank over de slooten kon gaan van de eene plaats op de andere.
+
+9. Nog een zeker burger van Haarlem, geheeten Jacob Joosten, die
+heeft mede, in den tijd van drie jaren, bij de veertig morgen lands
+op het westend van Aalsmeer verloren, die door het water van de Meer
+zijn weggespoeld.
+
+10. Omtrent eene week daarna, alzoo ik begeerig was van de oude
+gelegenheid van de Haarlemmer Meer nog meer te weten, ben ik bij
+eenen ouden huisman gekomen van Aalsmeer, dien ik voor dezen lang
+gekend heb, met wien ik veel heb gesproken. Deze verhaalde mij, dat
+hij in zijne jonkheid dikwijls met eene turfpont met zijn' vader
+over de Haarlemmer Meer gevaren had, en dat hij zich herinnerde,
+dat de oude kerk van Rijk bijkans een kenning van de Meer af stond,
+van welke kerk het kerkhof thans gansch en geheel is gesleten, en
+verre in de Meer ligt, omtrent honderd roeden van het land af. Ook
+wist deze oude man te verhalen, dat de mond van de Spiering-Meer in
+dien tijd naauwelijks half zoo wijd was, als hij nu tegenwoordig is.
+
+11. Allen, die in deze omstreken van de Haarlemmer Meer bekend zijn,
+en eenige jaren daar van daan zijn geweest, en alsdan eens weder
+terug komen, zijn verwonderd, en staan bijkans of zij vreemd zijn,
+en die plaats nooit gezien hadden, door de groote verandering, die
+daar dagelijks geschiedt.
+
+12. Nog een weinig tijds daarna hen ik gekomen bij den Secretaris van
+Sloten, aan wien ik dit voorgaande verhaalde, die tegen mij zeide,
+dat zijne voorouders wisten te zeggen, dat er nog eene kerk buiten
+deze weggesleten kerk van Rijk gestaan had, en dat toen men deze
+buitenste zuidersche kerk niet langer tegen het slijten van de Meer
+kon behouden, de Boeren besloten de kerk, die nu ook weggesleten is,
+meer landwaarts in te zetten, zoo verre als men een wit paard kon zien
+of beoogen, en meenden alsdan dat zij nu en altijd van het water van
+de Meer bevrijd zouden wezen, hetwelk daarna geheel anders gebleken
+is, en te bezorgen staat, dat het hoe langer hoe slimmer zal worden.
+
+13. Nog wist de Secretaris mede te verhalen, dat aldaar omtrent nog een
+oude dijk-stal in de Meer ligt, die de Konings- of Keizers-weg genoemd
+wordt, vermits de Keizer in dien tijd er wel over gewandeld heeft.
+
+14. Dit is mede nog heel notabel om aan te teekenen: na datum van dien
+heb ik eene groote kaart van Rhijnland gezien, welke geteekend was zoo
+als de Haarlemmer Meer van ouds geweest is, waarbij ook schriftelijk
+verhaald stond van de gelegenheid der zaken; dat in dien tijd de
+mond van de Spiering-Meer geheel digt was, en al te zamen heel land,
+en dat daar toen geene waterlozing bij het huis ter Hart was, en dat
+men toen met wagens van Haarlem af kon rijden, benoorden den Meerkant
+om, door Vijfhuizen en Nieuwerkerk op Amsterdam; desgelijks kon men
+mede rijden met den wagen van Haarlem af naar Vennep, met eene schouw
+over het Vennepper veer, naar den Ruigenhoek, en alzoo door Aalsmeer
+naar Amsterdam of naar Utrecht. Zoodat in alle manieren wel is te
+vooronderstellen en te verstaan, dat deze voorzegde Meer van oude
+tijden zeer klein en ondiep geweest is.
+
+15. Zie hier nog eene verklaring, welke ik niet heb kunnen
+voorbijgaan. In de maand van November 1641 heb ik met een' zeker man
+gesproken, die mij verhaalde, dat hij in de maand van October tot
+Leimuiden geweest is, en gevaren van Leimuiden tot de Wetering toe,
+en voorts van de Wetering door het Griet weder naar Leimuiden, en
+heeft het werk aldaar zoo ellendig en afgrijselijk gezien en bevonden,
+dat (God betere het!) zeer te beklagen is, dat die landen aldaar alle
+jaren zoo dapper afnemen, verminderen en smal worden, en dat aldaar
+maar een Weerlands vóór de veendobben in de lengte vóór ligt; dat men
+dáár naauwelijks een' ringdijk en eene ringsloot zou kunnen maken,
+en dat, zoo de Meer nog eenige jaren zoodanig blijft liggen, en er
+dan een zware ijsgang uit het noordoosten of noorden komt, gelijk
+als ligtelijk gebeuren kan, de Meer alsdan dáár zou kunnen inbreken;
+zoo zou de Meer met de Drecht gemeen wezen, en alsdan zou de zeewolf
+zijne passagie in de veenen nemen, en doorwroeten dezelve aldaar zoo
+dapper met zijn onbesturig wezen, dat velen, die daaromtrent wonen,
+zouden moeten opbreken, en hunne woonplaatsen ruimen.
+
+16. In het jaar 1642, omtrent Mei, ben ik weder over de Haarlemmer
+Meer gevaren naar Aalsmeer, en alzoo door het veld het oosteinde
+inkomende, heb ik die landen aldaar zoo ellendig bevonden, aan stukken
+en brokken. Een groot deel was met den beugel van de boeren uitgehaald,
+en het andere resteerende werd van de Meer gansch en geheel vernield en
+verslonden, hetwelk zeer droevig is om te zien. Ik ben alstoen weder
+bij mijne oude kennissen, Willem Jansz Brechten en Arent Brechten,
+gekomen, met wie ik veel gesproken heb van de omstandigheid van de
+Meer, welke mij verhaalden, dat daar bij een mans leven wel zóó veel
+lands, benoorden Aalsmeer, van de Meer weggesleten is, als het land
+nu tegenwoordig breed is, dat tegen de Meer en het dorp Aalsmeer ligt.
+
+17. Nog verhaalden mij deze lieden mede, dat zij wel 13 of 14
+huislieden gekend hadden, die op den Ruigen-hoek woonden, die zij bij
+namen noemden, die aldaar huizen, erven en groote landerijen gehad
+hadden, dat welhebbende lieden waren, welke huizen, erven en landen
+nu gansch en geheel van de Meer weggespoeld en vernield zijn. Is
+dit niet droevig, en zeer beklagelijk, dat men in het midden van
+ons vaderland dit groote verderf moet zien en lijden, hetwelk men,
+menschelijker wijze, met Gods hulp wel beschutten kan?
+
+18. Nog daarenboven verhaalden zij mij, dat zij een' oud man gekend
+hadden, wien het heugde, dat de Zuid-Vennep wel dertig morgen lands
+groot was, waar nu niet één voetstap van te vinden is.
+
+19. Nog een notabel stuk, hetwelk onlangs geleden is, dat aldaar
+omtrent een stuk lands weggedreven is, daar vijf boomen op stonden
+en wiessen, gelijk de schippers getuigen, die over de Meer voeren en
+het zelve gezien hebben.
+
+20. Nog in het jaar 1642 een zeker getuigenis, dat daar bij den
+Ruigen-hoek, achter Burgerveen, de Meer in twee nachten met een
+sterk onweder vijf en twintig roeden lands in de breedte afgenomen
+heeft, in de maand van Maart, den 13en en 14en, zijnde donderdag
+en vrijdag. Zoodat deze waterwolf alles verslindt en vernielt wat
+daaromtrent is.
+
+21. Nog bovendien, wat zijn daar al menschen bij mijn leven door
+het water van de Meer verdronken! Voor eenige jaren een koopman van
+Haarlem, genaamd Joost Cromlijn, met nog meer gezelschap, die bij
+hem waren, welke mede in de Haarlemmer Meer hun leven hebben gelaten.
+
+22. Nog dat meer is, verscheidene burgers en huislieden, al hetwelk
+niet is op te noemen. Nog onlangs geleden, een visscher met zijnen
+zoon; behalve dien, eenige jaren geleden, een Oostindisch-vaarder,
+wien zoo vele groote zeebaren over het hoofd waren geloopen, die
+moest mede zijn leven op de Haarlemmer Meer zoo ellendig laten.
+
+23. Dit komt mij nog in den zin, hetwelk ik niet kan voorbij gaan,
+van hetgeen dat mij zelven op de Meer wedervaren is.
+
+24. Omtrent 22 jaren geleden, ben ik, Jan Adriaansz. Leegwater,
+met mijn' oudsten zoon Simon Jansz. in den Haag geweest, om Zijne
+Hoogheid onzen Prins van Oranje Maurits, zaliger gedachtenis, iets
+te communiceren en te spreken.--Toen ik mijne zaken gedaan had,
+zijn wij wederom gereisd naar Leiden, en des achtermiddags tot Leiden
+gekomen zijnde, zijn wij tegen den avond in een bierschip gegaan van
+Hoorn, nog meer gezelschap bij ons in het schip hebbende, om alzoo
+naar Haarlem te varen, en des avonds bij de Kaag komende, met een'
+sterken zuidelijken wind, en vermits de donkere nacht ons overviel,
+door de donkerheid een weinig vóór ons moesten zien, en alzoo de wind
+zoo dapper aanstijfde, zoo zijn wij tegen den lager wal aangekomen,
+en is het schip in den grond gesmeten, en een groot deel van het bier
+gespoliëerd; onze spriet van boven nedervallende, zeer vervaarlijk
+en tot groot gevaar voor ons leven, en alzoo het land ondergevloeid
+was door den aanpars van den sterken wind, zoo konden wij nergens
+ontvlugten, en zagen geene uitkomst om ons te bergen, zoodat ons
+gezelschap den moed geheel verloren gaf, en riep: »hier zijn wij, daar
+wij sterven moeten, laat ons nu den Heere bidden!" Zoodat wij aldaar
+den ganschen winterschen nacht met groot gevaar, kommer en verdriet
+moesten overbrengen, en eindelijk toen de dageraad begon op te komen,
+en de wind begon te leggen, de schipper het schip herstelde met pompen
+en baleijen, zoo is het eindelijk daartoe gekomen, dat wij met ons
+gezelschap het schip hebben begeven, op het land gekomen zijnde,
+door het water heen geslobt, en zijn het alzoo door de genade Gods
+met het leven ontkomen.
+
+25. Daarom laat ons deze perijkelen niet altijd ter zijde stellen en
+te ligt achten, daar het spreekwoord waar is:
+
+
+ Qui amat periculum peribet in illo.
+ Wie het perijkel bemint, die zal daardoor vergaan.
+
+
+26. Dit is zeer schadelijk en bedenkelijk voor alle huislieden, die
+daaromtrent in de veenen wonen. Heeft deze Meer toen zij nog klein
+en ondiep was, en weinig kracht had, gelijk een kind, dat jong is,
+al deze geheele landen en lieden weggenomen en vernield, wat zal zij
+nu voortaan doen, nu dat zij groot en magtig geworden is, gelijk
+een jongeling, die kloek en vroom (dapper) is, en nog alle jaren
+toeneemt tot zijne mannelijke kracht, en dan begint te komen aan de
+smalle stukken en brokken, die meest allen aan turf ondergraven zijn,
+en van zich zelve niet wel kunnen staande blijven, en alle dagen hoe
+langer hoe meer tot niet gemaakt en verdolven worden. Zij verslindt
+wel al de landen, die daaromtrent zijn, zoodat daar naauwelijks een
+tuinstaak op zijne regte plaats zal kunnen blijven, en zal de boeren
+aldaar tot arme slaven en bedelaars maken, zoodat zij kwalijk zullen
+weten waar zij henen zullen. In somma gelijk het al gezegd is, zoo
+de Meer in deze voortgaat:
+
+
+ Zoo moet het veen daar heen,
+ En de Boer komt in geween.
+
+
+27. Dit is klaarblijkelijk te begrijpen en te verstaan, dat al dit
+weg-gesleten land meestal door de sluizen van het huis Ter Hart en
+Sparendam naar het IJ geloopen is, en dat niemand daarvan profijt
+gehad heeft, gelijk ook te bedenken staat, dat de droogte van Pampus
+daar nog dagelijks door gevoed wordt, vermits de Zuiderzee zich dáár
+in de breedte begeeft, en de stroom geene scheuring of kil kan maken
+of houden, hetwelk zeer schadelijk is voor de zeevaart.
+
+Bij voorbeeld:
+
+28. Neem een' emmer en schep dien vol troebel water, en laat dan den
+emmer een' dag stil staan, en giet daar dan het klare water stillekens
+af, zoo zal daar eene groote kade slibber op den bodem blijven zitten,
+hetwelk notoir is, en bij velen wel bekend. Even zoo is het met het
+vuile water en de slibber, dat uit de Haarlemmermeer komt; hetzelve
+moet mede zijne plaats hebben hier of daar, achter in die inwijken
+en in de hoppen, waar de stroom zijn' loop en gang niet heeft; want
+waar de kil naauw is, daar moet zij noodwendig hare scheuring en
+diepte houden.
+
+29. Dit zal ik mede hierbij verhalen: de regte kil, te weten, het
+naauw tege den Volenwijk en Amsterdam, hetwelk, naar mijn gevoelen,
+zoo wèl en bekwaam van wijdte en diepte is, als men het redelijker
+wijze naar de natuur zou kunnen begeeren en wenschen, tot voordeel
+en profijt van de Zeevaart en van den Staat, hetwelk veel tonnen
+gouds voor Amsterdam waardig is, heeft daarbij zulk een' grooten
+achterboezem, het IJ en de Wijker Meer, dat de stroom daar altijd met
+eb en vloed heen en weêr voorbij Amsterdam moet zwieren, en mijns
+oordeels nog hoe langer hoe beter zal worden, vermits de zeegaten,
+het Texel en het Vlie hoe langer hoe wijder en grooter worden.
+
+30. Om nu weder tot mijn voorgaand onderwerp, het bedijken van de
+Meer, te komen. Zoo iemand lust heeft mijn Meerboek door te lezen,
+zal hetzelve hem kundig maken, hoe men die groote schade kan voorkomen
+en verhoeden, en ook hoe men die treffelijke voordeelen en beneficiën,
+met Gods hulp, kan vinden en bekomen.
+
+31. Merkt nu op alle liefhebbers, die het Vaderland beminnen, en neemt
+uw profijt wèl waar, en wacht niet zoo lang tot dat het te laat is,
+opdat onze nakomelingen ons niet beschuldigen, dat wij den schoonen
+tijd verzuimd hebben, dien God ons gegeven heeft. Wie oogen heeft,
+die kan dit wel zien en bemerken, zonder verrekijker, dat het nu de
+regte tijd is, om dit groote werk bij de hand te nemen.
+
+32. Naar mijn oordeel kan ik niet verstaan noch begrijpen, dat iemand
+tegen het bedijken van de Haarlemmer Meer iets zou kunnen hebben, of
+daardoor eenige schade zou kunnen lijden, maar wel dat men hierdoor
+grootelijks in alle manieren verbeterd, en niemand verhinderd noch
+verminderd zal zijn.
+
+33. Even als het allernoodigst is, te zoeken en te zorgen voor de
+behoudenis der ziele, even zoo is ook de dagelijksche onderhoud en
+nooddruft noodwendig voor 's menschen leven.
+
+34. Als dit schadelijk water aldus voort zal gaan, en hier geen schut
+wordt voor geschoten, zoo zal het land in weinige jaren zoo ellendig en
+schandelijk bedorven zijn, dat het niet zal zijn te remediëren. Want
+als de Meer begint te komen aan de smalle bedolven akkers, van welke
+vele geen vadem breed zijn, hetzij tot Kudelsteert, Kalslagen, het
+westeinde van Aalsmeer en vele andere plaatsen daaromtrent, zoo zal
+het wezen gelijk de kanker, of een kwaadzeer, dat altijd in zich zelf
+verrot en nimmermeer ophoudt, zoodat daar weinig of geen land aan de
+Meer zal blijven, om hier namaals een' dijk te kunnen maken, ingeval
+het hierna gebeurde, dat men de Meer door nood zou moeten bedijken,
+of het ware, dat men verscheidene dorpen dáár wilde inhalen, hetwelk
+ongerijmd voorkomt en gansch niet gelegen. Derhalve zal het noodig
+zijn, zonder langer te beiden, deze groote schade en bederf uit te
+keeren, terwijl het nog tijd is.
+
+35. Sommigen hebben voorgeslagen, om de Meer aan de kanten te bezetten,
+zoodat het water verder geene afbreuk zou kunnen doen, en geen land
+meer zou wegnemen; maar dit is naar mijn oordeel bijkans ondoenlijk.
+
+36. Zal men de kanten rondom de Meer met hout beschieten, zal zulks,
+naar mijne rekening, wel kosten met alle materialen, het zijhout,
+ijzerwerk, steenwerk en rijswerk, met het arbeidsloon, op iedere
+Rhijnlandsche roede in de lengte vijf en zeventig gulden, hetwelk
+bedraagt in den omgang 16,000 roeden, dat is in het geheel twaalfmaal
+honderdduizend gulden.
+
+37. Zal men de Meer met een strand maken, dat zal meer kosten dan met
+hout te beschoeijen. Haar met riet te beplanten, zou verloren arbeid
+zijn, vermits in veenlanden, waar zulke sterke waterslag tegen komt,
+de grond van onderen altijd, tot aan de klei toe, opbreekt, en men
+dien grond niet wel bezetten of bewaren kan. Ja wat meer is, daar
+breken wel somtijds groote gaten, een stuk wegs van den kant van de
+Meer af, waar de koebeesten in verdrinken.
+
+38. Het is een ieder bekend, dat het zand altijd drijfachtig van
+natuur is, en altijd weg zou spoelen, zoodat men dit werk bij de
+zeestranden niet kan vergelijken, welke geheel vlak zijn, en hier geene
+overeenkomst mede hebben, vermits de zeestranden dikwijls zoowel op-
+als afspoelen.
+
+39. Wat betreft houtwerk en schoeijingen, deze zouden groot gevaar
+hebben, om met zware stormwinden weg te spoelen. Kortom, goede
+raad is hier duur, om de kanten van deze Meer te bezetten. En of
+het al gebeurde, dat deze voorgeslagen middelen eenige jaren konden
+bestaan, zoo weet ik niet, wie de eerste onkosten zou willen doen,
+of zoodanige lasten zou kunnen dragen. De Polders, elk in zijn' ban,
+zijn niet magtig hetzelve uit te voeren. Die van Rhijnland zullen ook
+geen' lust hebben dit te doen. De groote steden zullen zich mede vrij
+willen houden, en voor het gemeene land is het mede ongeraden. Kortom,
+het beste dat is, als voren gezegd is:
+
+
+ Het water te malen uit de Meer,
+ Dan ligt de vijand heel ter neêr.
+
+
+40. Niet dat men deze Meer alleen zal bedijken om de groote voordeelen,
+die daarin te vinden zijn, maar ook mede om de groote schade, die
+door het nalaten te wachten is.
+
+41. Alzoo ik, Jan Adriaansz. Leegwater, een beminnaar en liefhebber
+ben van bedijkingen (dycagie) en droogmaken van Meren, ook een groot
+gedeelte van mijn leven daarmede heb doorgebragt en versleten, zoo
+aan het bedijken, ordineren, stellen en fabrijken van de watermolens
+van de Beemster, desgelijks ook mede van de Purmer, Wormer, Bijlmeer,
+de Waard, de Schermer en meer andere Meren, moerassen en polders, zoo
+ben ik mede ontboden geweest, van de Edele Hoogmogende Heeren Staten
+en Zijne Hoogheid den Prins van Oranje, om in het Leger te komen voor
+'s Hertogenbosch, om aldaar te inventeren om het water uit het leger
+te malen, en de watermolens bij Engelen weder gangbaar te maken,
+hetwelk ik met Gods hulp gedaan heb, gelijk bij velen wel bekend is.
+
+42. In het jaar onzes Heeren, op hetzelfde pas, als het leger van den
+Koning van Frankrijk voor Rochelle lag, zoo ben ik verzocht geweest
+van een' Fransch Edelman, genaamd Abraham Fabert St. de Molin, een
+raadsheer van de stad Metz in Loreyne, (Lotharingen), welke op last
+kwam van den Hertog van Epernon (Mr. Duc de Parnon), om te komen te
+Bordeaux (Bordeus), alwaar ik Mr. Fabert gevonden heb met zijn' knecht,
+om zamen te gaan 12 mijlen buiten Bordeaux (Bordeus in Gasconie),
+bij een moeras, dat aan den Hertog behoorde, groot omtrent 4500
+morgen, gelegen bij een klein stedeken, genaamd la Sparre, waarvan het
+moeras genaamd is: Le Marais de la Sparre, daar wij inspectie van het
+voorzegd moeras genomen hebben, gepeild, geboord, gemeten, en alles
+van de uitwatering wèl onderzocht, tot goed contentement van St. de
+Molin. Dit gedaan zijnde, zoo heb ik eene zekere kaart met een verhaal
+daarvan gemaakt in de Fransche taal, en wij zijn daarmede in het leger
+geweest voor Rochelle, bij Mijnheer den Hertog (Mr. Duc de Parnon),
+die aldaar als opperste Veldheer was, en hebben hem alles vertoond,
+en verscheidene malen met hem gesproken van de gelegenheid van dien,
+hetwelk hem wel beviel en hij voor goed heeft opgenomen, en eindelijk
+heeft hij mij tot Bordeaux, door zijnen rentmeester Constantyn, met
+pistoletten eerlijk doen betalen, waarvoor ik hem nog hoogelijk bedank.
+
+43. Nog omtrent twee jaren daarna ben ik weder door St. de Molin tot
+Metz ontboden, om met hem te gaan in Lotteringen, omtrent twee dagen
+reizens boven de stad Metz, op een zeker moeras gelegen in de lengte,
+bij drie kleine steden, geheeten; Vic, Moien-Vic en Merzaal, alwaar
+ik met St. de Molin inspectie genomen heb, en daarna in het stadje
+Vic bij de zes weken gelogeerd geweest ben, bezonjeerende over het
+werk met den kanselier van diezelfde plaats en jurisdictie, en heb
+aldaar eene kaart van dit moeras gemaakt en andere teekeningen van
+de gelegenheid der zaak, waarvan ik kopij aan den kanselier gelaten
+heb aan Mr. Fabert, mede kopij tot Metz heb gebragt, en eenige dagen
+tot Metz bij hem gelogeerd, en alzoo een goed afscheid met hem heb
+genomen; en ben alstoen den Moezel afgevaren naar Trier, en zoo voort
+naar Coblens, van daar tot Keulen, en den Rhijnstroom afgevaren tot
+Arnhem en zoo voort naar Holland.
+
+44. Nog ben ik mede verscheidene malen in Oostland geweest, in het
+gebied van den Hertog van Holstein, om aldaar mede te helpen fabrijken
+en te ordineren om moerassen en meren te helpen droog maken door
+het ordineren van dijken, dammen, sluizen, kaaijen, heulen, molens,
+molentogten, kolken, wateringen en andere affairen, al te zamen
+dienende tot zoodanige werken, gelijk in Holland bij vele lieden wel
+bekend is.
+
+45. Nog ben ik verscheidene malen verzocht, en ben ook geweest
+op onderscheidene Meren, Polders en Moerassen, zoo in Holland,
+Vriesland, Embderland als in andere omliggende landen en plaatsen,
+om zoodanige werken mede te helpen in goede orde te brengen, hetwelk
+al te lang zou wezen om te verhalen, willende het voor dezen tijd
+daar nu bij laten rusten en mij voegen tot de navolgende artikelen
+en onderwerpen en alzoo met mijn Meerboek voortgaan, om het tot een
+goed einde te brengen.
+
+46. Alzoo nu in Noord-Holland meest al de Meren bedijkt, droog
+gemaakt en tot land gebragt zijn, en vele lieden in Holland gezind
+zijn in bezigheid (in het labeur) te wezen, en meest altijd wat bij
+de hand nemen, voornamelijk als daar profijt is te halen, zoo is het,
+dat ik voor dezen daar menigmaal op gespeculeerd en gepractiseerd
+heb, om de Haarlemmer Meer te bedijken en tot goed land te brengen,
+hetwelk mij zeer doenlijk voorkomt, als de Almogende God ons Zijn'
+zegen en goede gratie wil verleenen, zonder welke wij niets kunnen
+verrigten, gelijk in den 127en Psalm geschreven staat:
+
+
+ Nisi Dominus aedificaverit domum in vanum laborant qui
+ aedificant eam.
+ Zoo de Heere het huis niet bouwt, zoo arbeiden zij te vergeefs,
+ die daaraan bouwen.
+
+
+47. Zoo is hiertoe (mijns oordeels) zeer goede gelegenheid en bekwame
+middelen, om hetzelve met menschenarbeid te verrigten en te weeg te
+brengen, en ik twijfel niet, of er gebrek zal zijn aan eenige stof,
+aarde of ronde Goden, als het werk slechts ordelijk, met goeden
+raad en accoord wordt aangelegd en begonnen. Ook kan ik niet anders
+gevoelen noch bemerken, of het zou de allerprofijtelijkste bedijking
+wezen, die er ooit in Holland gedaan is, en dat voornamelijk om het
+groote ligchaam en menigte van land, dat in de Meer begrepen ligt,
+en er weinig of geene Meren in Holland bedijkt zijn, die zoo veel
+goede gelegenheid hebben, als deze Haarlemmer Meer, hetwelk ik hierna
+met goede voorbeelden zal doen blijken en verhalen, naar de gaven,
+die mij de Heere gegeven heeft.
+
+48. Zeker is, dat de grootste Meren altijd de minste onkosten hebben
+te dragen en het profijtelijkst uitvallen. Blijkende tegenwoordig
+aan de groote, heerlijke, lofwaardige, profijtable, kostelijke,
+bedijking van de Beemster, die in het eerst het ongeluk gehad heeft
+om in te breken, doch daarna weder door Gods hulp met goede orde en
+moed is aangevangen en voltrokken en in kavelingen gebragt is, zoodat
+zij genoegzaam anderhalfmaal bedijkt is. Ná de bedijking heeft ieder
+morgen omtrent 250 Gulden gekost, behalve den koop van het water,
+en de kosten van de gansche Beemster hebben omtrent 1,900,000 Gulden
+bedragen. Maar alle Meren, die naderhand bedijkt zijn, en kleiner
+waren, hebben veel meer gekost op ieder morgen. De oorzaak, hiervan is,
+dat de kleine Meren altijd de meeste roeden dijks op de morgentalen
+hebben, en andere onkosten, die de kleine Meren niet dragen kunnen.
+
+Hier volgt zeker bewijs van de grootheid van verscheidene Meren.
+
+49. De Ringdijk van de Beemster is groot in het rond omtrent 10,000
+Rijnlandsche roeden, de Beemster zelve is groot 7545 Rijnlandsche
+morgen gekaveld land, behalve de wegen, wateringen, molentogten en
+de Ringdijk, hetwelk bedraagt op ieder morgen land omtrent een en
+een kwart roede dijks.
+
+50. De Purmer is groot ongeveer 3000 morgen en heeft omtrent 6000
+roeden dijks, dat is op ieder morgen 2 roeden dijks.
+
+51. De Wormer is groot 1800 morgen min tien, en heeft stijf derdehalve
+roede dijks op ieder morgen, dat is nog eens zoo veel roeden dijks
+op ieder morgen als de Beemster.
+
+52. Nog zijn er verscheiden andere Meren, die mij wel bekend zijn,
+die omtrent 5 of 600 morgen groot zijn, die omtrent vijf of zes roeden
+dijks per morgen hebben.
+
+63. Het poeltjen of weeltjen bij Hoorn, alsmede het Schalsmeer bij
+Knollendam, zijn elk omtrent groot 75 morgen en hebben op ieder morgen
+omtrent 12 roeden dijks.
+
+Derhalve blijkt klaarlijk, dat de kleinste meren altijd de grootste
+onkosten hebben te dragen, alsmede de kosten van andere bijvallende
+zaken, te weten van Dijkgraaf en Heemraden, Landmeters, opzieners,
+werkmeesters, schuitevoerders, Boden, knechts, enz., hetwelk niet
+al te beschrijven is, waarvan altijd de grootste de meeste lasten en
+onkosten gemakkelijker dragen kan.
+
+54. Een klein voorbeeld en zekere Geometrische kunst zal ik alhier
+verhalen, hetwelk een vaste regel is.
+
+55. Neem een koordje, dat eene elle lang is, en vult dat met kleine
+stukjes hout, die gelijke grootte hebben. Stel, dat daar 25 stukjes
+in kunnen, wanneer de einden van dat koordje aan elkander komen. Neem
+dan een koord, dat 2 ellen lang is, zoo zullen daar honderd zoodanige
+stukjes in kunnen, voordat de einden van dat laatste koord aan
+elkander komen. Alzoo is het ook met eene kleine of groote Meer, naar
+evenredigheid. Wel te verstaan, dat hoe beter de Meer of bedijking
+in het ronde gelegen is, hoe de inhoud grooter valt.
+
+
+[Afbeelding: Twee concentrische cirkels verdeeld in vierkanten.]
+
+
+56. Nog een ander voorbeeld, om zekere vierkante stukken te
+bedijken. Neem een vierkant stuk, dat een morgen groot is, zoo moet
+gij vier zijden bedijken. Neem twee stukken aan elkander, zoo zult
+gij niet meer dan zes zijden bedijken. Neem dan vier vierkanten aan
+elkander, gelijk als hierboven geteekend staat, zoo zult gij niet
+meer dan acht zijden bedijken, en alzoo voort naar evenredigheid,
+zoo heeft altijd de grootste Meer den minsten dijk op de morgentallen.
+
+
+ +---------+---------+
+ | | |
+ | 1 | 3 |
+ | | |
+ +---------+---------+
+ | | |
+ | 2 | 4 |
+ | | |
+ +---------+---------+
+
+
+57. Nog een voorbeeld. Gelijk ik hier voorgesteld en bewezen heb,
+dat eene groote bedijking vele morgentallen in zich heeft, en weinig
+roeden dijks op ieder morgen bedraagt, zoo zal ik alhier nog een
+kluchtig stukje voorstellen, hetwelk niet mogelijk schijnt te wezen;
+datzelve zal ik van de hoogte nemen en brengen het in de breedte,
+en wordt nog eens zoo groot.
+
+Neem eene ton, die langwerpig van fatsoen is, en vult die tweemaal vol
+met water, of drooge waar, en zaag dan de duigen regt in het midden
+door, en neem dan al die halve duigen, voeg ze dan in de wijdte, in het
+rond aan elkander, en maak daar dan een' bodem in dezelfde kroosing,
+waar de bodem te voren in geweest is, zoo zullen in die duigen die
+twee gemeten tonnen waters in kunnen. Hetgeen ik zelf beproefd heb,
+en Probatum est.
+
+58. De Haarlemmer Meer is voorheen groot bevonden omtrent 20,000
+morgen, en is in het rond omtrent 16,000 roeden, hetwelk bedraagt
+op ieder morgen omtrent drie vierendeels van eene roede dijks,
+bijna eene halve roede minder dan de Beemster per morgen. Hetgeen
+niet slechts een voordeel is bij het leggen van den dijk, maar ook
+in het dagelijksche onderhoud, dat altijd en voortdurend blijft.
+
+59. De voorzegde Haarlemmer Meer heeft nog verscheidene andere goede
+conditiën en gelegenheden, die andere Meren niet hebben.
+
+60. In de eerste plaats heeft deze Meer eenen bodem en grond van
+goede klei, welke kleibodem doorgaans dik is 7, 8 à 9 voeten en meer,
+gelijk ik denzelven heb doen peilen, beugelen en diepen, zoo als ik
+hierna klaarder zal doen blijken en verhalen.
+
+61. Ten tweede heeft de Haarlemmer Meer de schoonste en beste
+gelegenheid om het water te lossen, die men maar bedenken kan,
+omdat de winden, in Holland meestal zuiden, zuidwest en zuidoost
+waaijen en het water alsdan komt toezakken en vallen naar het IJ
+en de sluizen, en dan is het meest altijd laag water op het IJ en
+in de Zuider-Zee. Daarenboven is daar nog zulke schoone gelegenheid
+om sluizen en uitwateringen te maken bij het huis ter Hart, ook te
+Sparendam en andere gelegene plaatsen, alle naar wensch; als ook om
+een' vóórboezem of kolk te maken benoorden het huis ter Hart, op het
+IJ, over de eilanden heen, waar de molens op zouden kunnen malen,
+om de Spiering-Meer mede te mogen bedijken, opdat al die oude landen
+om de Meer mogten bevrijd wezen van de afbreuk en het slijten van
+dat groote, verderfelijke water.
+
+62. Ten derde, zoo heeft deze Meer weinig plempwerk naar evenredigheid
+van hare grootte, waarin geene andere Meren haar gelijk zijn.
+
+63. Ten vierde, hetwelk nog het principaalste is, zoo is deze
+Haarlemmer Meer zoo bekwaam gelegen als zij redelijkerwijze doen
+kan. Zoodat de Burgers van Haarlem, Leiden en Amsterdam zouden kunnen
+hunne landerijen en goederen op éénen dag bezigtigen, en hunne zaken
+verrigten, en des avonds weder elk in zijne stad te huis komen,
+en met gemak in hunne huizen mogen logeeren.
+
+64. Ten vijfde, en ten laatste, zoo is het land om de Meer zoo weinig
+van prijs en onkostelijk om den dijk daarop te leggen, veel minder dan
+zulks bij andere Meren het geval is; bovendien zijn daar zeer weinige
+huizen in den weg, zoodat men den Ringdijk en de ringsloot bekwamelijk
+zonder verhindering zal kunnen rooijen, maken en leggen naar behooren.
+
+
+ Zoodat in alle manieren dit wel te verstaan is,
+ De Haarlemmer Meer het best zal zijn dat ooit gedaan is.
+
+
+65. Het bedijken van Meren, en het brengen van schadelijke,
+verderfelijke wateren tot goed land, is een van de noodwendigste,
+profijtabelste en Godzaligste dingen in Holland; want Holland is met
+vele groote steden en dorpen bezet, wordt daarbij sterk bewoond,
+en daarenboven is er geen land, alwaar men de boter en kaas zoo
+schoon, goed, smakelijk en rein kan maken, zoodat in andere Landen
+de voorzegde waren zoo begeerd zijn en getrokken worden, dat ze
+om hare deugd nimmer overvloedig genoeg schijnen te zijn, zoodat de
+oude landen niet minder van prijs werden, maar altijd meer en meer
+gelden gelijk blijkt uit de veelvuldige Meren en Moerassen, die in
+Noord-Holland vóór en na de Beemster bedijkt en tot land gemaakt zijn,
+welke ik hier navolgende zal verhalen
+
+Het eerste is bedijkt:
+
+
+ De oude en nieuw Zijp.
+ De Berger-Meer.
+ De Boekeler-Meer.
+ De Diepe-Meer.
+ De Daal-Meer.
+ De Slootgaard.
+ De Wog-Meer.
+ De Wout-Meer.
+ De Bleek-Meer.
+ De Schaaps-Kuijl.
+ De Benne-Meer.
+ De heerlijke lofwaardige bedijking van de Beemster.
+ De schone vruchtdragende Purmer.
+ De Wormer.
+ De Oosthuyzer-Braak.
+ De Heer Huyge-Waard.
+ De welgeordineerde en geformeerde bedijkte Schermer.
+ De Schager-Waard.
+ De Broeker-Meer.
+ De Buiksloter-Meer.
+ De Bel-Meer.
+ De Braak: bij Medenblik.
+ De Hoornsche Waal.
+ De Schals-Meer.
+ De Enge Wormer.
+
+
+Met nog meer andere kleine Meren, en eindelijk nog de Starre-Meer.
+
+Men zegt en vermoedt, dat er na den troebelen tijd in Holland, in
+Zeeland en andere omliggende plaatsen, omtrent 80,000 morgen lands
+bedijkt zijn. Voornamelijk blijkt dit mede uit de groote, heerlijke,
+lofwaardige bedijking van de Beemster, die het eerste jaar, toen zij
+droog was geworden, door des Heeren zegen zoo overvloedige vruchten
+heeft gedragen, dat het niet wel met de pen is te beschrijven.
+
+66. Mij is verhaald door Dirk van Os, die het mij ook schriftelijk
+heeft overhandigd, dat hij op zijn eigen land in de Beemster, met
+zijnen broeder Hendrik van Os, het eerste jaar toen de Beemster
+droog geworden was, geteeld en gewonnen heeft zeven duizend zeven
+honderd drie en vijftig zakken Koolzaad, alsmede Raapzaad, behalve
+nog veel meer andere granen, zoo van Tarwe, Garst en Haver, die mede
+in overvloed op hunne landen gewassen waren. Nog heeft de zoon van
+Dirk van Os, te weten François van Os, mij zelven verhaald, dat hij in
+eene zaaijing in de Beemster gewonnen had, op 400 Rhijnlandsche roeden
+lands, drie gemeene lasten haver, dat is 108 zakken. Voornamelijk heeft
+het gewas van het Koolzaad het eerste jaar zoo veel en overvloedig
+in de Beemster opgebragt, dat men vermoedde, dat al de oliemolens in
+Holland, in dien tijd, wel een jaar lang daarop konden gaande blijven,
+en genoeg hadden om op te werken.
+
+67. Naderhand heeft de Almogende God de Beemster van alles zoo
+overvloedig gezegend, dat het nu genoegzaam het groote Lusthof van
+Noord-Holland is, zoo in weiden, bouwlanden, boomgaarden, huizen,
+lusthoven, enz. Daar wordt ook gezegd en voor waarheid gehouden,
+dat er geen vermakelijker en lustzinniger weg in Holland is, dan de
+volgerweg in de Beemster, daar al die schoone heerlijke huizen en
+boomgaarden gebouwd zijn, te weten het huis van den Dijkgraaf Dirk
+van Os, François van Os, van Meerman, van Carel Loten, van Jan Loten,
+van Alewijn en meer anderen.
+
+68. Daarenboven geeft deze Beemster in overvloed vette ossen, koeijen
+en schapen, met vele schoone paarden en hengsten; als ook overvloedig
+boter en kaas, met meer andere toespijzen, die in alle manieren
+deugdzaam en goed zijn, waar men duizend menschen mede kan spijzen
+en voeden, hetgeen aan de eigenaars der gronden goede inkomsten en
+renten geeft:
+
+
+ Omnia dat Dominus, non habet ergo minus.
+ God geeft alle ding, en houdt zelf niettemin.
+
+
+69. De Beemster in het gemeen kan ieder jaar nu wel opbrengen
+aan landhuur tweemaal honderd en vijftig duizend gulden aan vrij
+geld, en dan zijn alle ongelden, mede het molen- en dijkgeld,
+betaald. Daarenboven worden hierdoor ook grootelijks verbeterd de
+gemeene middelen van het land.
+
+70. Dit kleine notabel stukje zal ik hier nog bij verhalen, dat men
+vermoedt, dat de eijeren van de hoenderen en Eenden in de Beemster
+thans meer opbrengen dan te voren al de visch, die in de Beemster
+werd gevangen.
+
+
+Der Beemsters kruid, doet groot viertuil, is waardig om te prijzen;
+Haar stof geeft lof, fijn ende grof, 't is wel te bewijzen.
+Haar roem die gaat, ver over straat; verstaat mijn reden:
+Men vindt in 't Rijk, nooit haars gelijk, in land noch steden.
+
+
+71. Alle liefhebbers en beminnaars van bedijkingen, die gezind
+zijn om dit groote, heerlijke, treffelijke en lofbaarlijke werk,
+de Haarlemmer Meer, mede te willen helpen handhaven om te bedijken,
+en tot goed land te maken, zullen gelieven te weten, dat men hetzelve
+niet slappelijk zal moeten beginnen, maar met een' voorbedachten zin
+en goeden moed. Dat men het werk ook met goede raad en daad zal moeten
+aantasten en mannelijk doordrijven. Gelijkerwijs een wijs Koning of
+dapper Prins eene sterke stad zoekt te beleggen en te winnen met alle
+vlijt, naarstigheid en moed, alle amunitie van oorlog daartoe zoekt te
+prepareren en te bereiden, met schepen en wagens alle voerage zoekt aan
+te brengen, zijn leger en omheining met wateringen, vesten, bolwerken,
+transementen, schansen, redouten, halve manen, contre-escarpes,
+hoornwerken, batterijen, loopgraven, traversen, stormbruggen, en
+al hetgeen daartoe is dienende, ook mede hout en ijzer, victalie,
+bier en brood, alsmede geschut, kruid en lood, en van alles zich zoo
+verzorgt, dat er in geene manieren iets moet mankeeren. Dus doende
+durft hij zijnen vijand onder de oogen zien, en toch mede de stad
+getroost zijn, om alzoo op de oorlogsmanier dapper te strijden en te
+volharden, zoo lang totdat hij de stad gewonnen heeft, en daarvan
+meester mag blijven. Opdat al de officieren, ruiters en knechten,
+prijs en eer bevochten hebbende, hunne soldij met eere zouden mogen
+ontvangen, en alzoo het harnas afleggen, gelijk als in het boek der
+Koningen beschreven staat.
+
+
+ Ne glorietur accinctus, aeque ut discinctus.
+ Die het harnas aandoet, zal zich niet beroemen, gelijk degene
+ die het afgelegd heeft.
+ De kroone ligt niet in het begin, noch in het midden: maar het
+ einde kroont het werk.
+
+
+Men zegt gemeenlijk: wèl begonnen is half gewonnen.
+
+Maar veeleer is dit spreekwoord goed:
+
+
+ Vincit assiduus labor.
+ Aanhouden is het regte middel zoo men zeit,
+ Om te verkrijgen 't geen dat er verborgen leit.
+
+
+Gelijk ook mede de geleerden voor een spreekwoord hebben:
+
+
+ Absque labore gravi non venit ulla seges.
+ Zonder arbeid komt er geen koren in de schuur.
+
+
+72. Het zou kunnen gebeuren, daar groote werken ook hunne zwarigheid
+hebben, dat het fortuin niet altijd naar wensch liep, even als een
+schipper van een groot schip, die de zee gebruiken moet, soms wel
+onvoorziens met een' zwaren storm overvallen wordt, en daardoor zijn
+anker en touw moet verliezen, en niet altijd voor den wind gaat; doch
+daarom geeft hij den moed niet verloren, maar schept nieuwe courage
+met zijn bootsvolk, om het schip wederom te maken, te heelen en te
+boeten, en denkt alzoo, gelijk de Franschman zegt:
+
+
+ Si la fortune me tourmente, l'espérance me contente.
+
+
+73. Vele menschen zijn welgezind tot groote rijkdommen, kostelijke
+schatten en juweelen, tot groote klompen goud en zilver, daar men
+boter voor kan koopen. Dit blijkt dagelijks, daar velen hun leven
+daarvoor wagen en in groot gevaar stellen, om te varen naar Oost- en
+West-Indiën, Groenland, IJsland, Guinea, Angole, Turkije, Barbarijë,
+Grieken, Perzië, Alexandrië, de Archipel, Moscovië, het Weygat,
+Magalena, Peruana, Zweden, Denemarken, Riga, Revel en meer andere
+vreemde eilanden, steden en plaatsen, Oost en West gelegen, die te veel
+zijn om op te noemen. Waar maar eenigzins vermoeden is, om voordeel en
+winning te doen, daaraan wordt geen arbeid, kosten of moeiten gespaard,
+om hetzelve te aanvaarden, te onderzoeken en te volbrengen,
+
+74. Maar laat ik voortvaren en tot mijn eigenlijk onderwerp komen,
+om hetwelk ik begonnen ben te schrijven, te weten over die groote
+zilver- en goudmijn, de Haarlemmer-Meer, waar zoo vele kostelijke
+schatten in verborgen zijn. Welke Meer reeds voor vele jaren heeft
+bestaan, in het beste en in het middelste gedeelte van Zuid-Holland
+ligt, naar mijn oordeel, op de allergeschiktste en gewenschte plaats
+der Zeventien Provinciën, nabij Haarlem, Leyden en Amsterdam, wèl
+bedijkt binnen de Zeedijken, op de hoogte van twee en vijftig graden,
+om welke men niet behoeft naar vreemde landen te varen om haar te
+zoeken. Ik waarschuw en vermaan alle minnaars van bedijkingen, dat
+ieder hunner zijn voordeel zoeke waar te nemen, en medewerke, om een'
+nagel, spijker of bout aan dit schip te slaan, en raad te geven.
+
+75. Om met de hulp van God hiertoe te kunnen komen, en om deze
+groote zilver- en goudmijn te vinden, en de kostelijke schatten
+en juweelen op te graven, bestaat voornamelijk uit twee of drie
+merkwaardige dingen. Het eerste is, een zware, breede, digte,
+sterke, wèlgeformeerde en gemaakte Ringdijk. Het tweede is, dat men
+daar nog bij moet hebben goede, bekwame, groote, sterke, achtkante
+water-molens, die alle in goede orde gezet, gemaakt en gesteld zijn,
+waar men het land mede uit de valleijen moet zoeken. Het derde is,
+goede, bekwame sluizen en uitwateringen ter gelegener plaats en op
+het IJ, om alle belanghebbenden van de groote steden en ook de oude
+landen voldoende te bevredigen. Daarbij nog geschikte (bekwame)
+wateringen en vaarten door de Meer.
+
+
+Beschouwing (Propoost) van den dijk.
+
+76. Gelijk de planken of de huid van een schip het voornaamste is,
+waar het schip op moet zeilen, alzoo is het ook met een' sterken
+digten Ringdijk, die het water van de Meer moet keeren.
+
+
+Van de watermolens.
+
+77. Een sterke digte cementbak is met pompen haast ledig te halen;
+desgelijks is eene wèlbedijkte digte meer met watermolens wel droog
+te malen.
+
+
+
+
+
+Dit is ook noodig om aan te teekenen.
+
+78. Alzoo ik mede in het begin van het bedijken van de Beemster
+gediend heb als Ingenieur en Fabrijk van het zetten en stellen van de
+watermolens, tot het voltrekken toe, zoo is het, dat ik, op verzoek
+van Dirk van Os, en de Hoofd-Ingelanden, altijd zekere aanteekeningen
+(notici) daarvan gehouden heb, en dikmaals gepeild heb en bevonden,
+dat de molens van de Beemster in een etmaal, met goeden wind, een'
+duim waters op de geheele Beemster in de hoogte konden uitmalen, en
+ook somtijds wel anderhalven duim, en dat op vijf- of zesthalf honderd
+Rijnlandsche morgen, een' gang molens. Zoodat men de Beemster in twee
+jaren drooggemaakt heeft, wel verstaande de inbraak niet medegerekend;
+en dat het derde jaar malens gekaveld werd, en elk zijn land bij
+loting ontvangen heeft.
+
+79. Ik heb mede in het bedijken van de Beemster, en ook naderhand,
+niet kunnen bemerken, dat de grond iets lek was, zoodat het water
+nimmer gewassen of verhoogd is, als het niet regende.
+
+80. Nog zekere calculatiën alhier gemaakt, hoe vele tonnen waters
+een bekwame groote achtkante watermolen op een etmaal uitmalen
+kan. Hetwelk ik Jan Adriaansz. in mijne jonkheid, in den tijd van
+mijn' zaligen vader Adriaan Symonsz. Leegwater, van de Rijp, in den
+polder van Rijp en Graft menigmaal gepeild heb, en bevonden met twee
+watermolens, gerekend een' voet in het vierkant, en zes voet hoog
+voor eene tonne waters.
+
+81. De voorschreven polder van Rijp en Graft is groot, omtrent 1400
+morgen, Geest-meer, Ambachts-maat, en is omtrent zoo veel water als
+land, dat is 700 morgen waters, hetwelk twee watermolens, in een
+etmaal, een' duim in de hoogte konden uitmalen.
+
+82. Die zelfde morgentalen gebragt in vierkante roeden, en daarna tot
+vierkante voeten, waarvan 72 duim in de hoogte gerekend en dat een
+voet vierkant voor eene ton waters, zoo is het, dat twee molens, naar
+deze rekening, in een etmaal uit kunnen brengen 896,000 ton waters,
+en een molen 448,000.
+
+83. Zoo iemand in deze zaak omtrent het droogmaken van de Haarlemmer
+Meer eenigzins twijfelmoedig mogt wezen, vreezende voor eenige
+zwarigheid van den grond of lekking van den Ringdijk, zoo zal ik
+alhier, met Gods hulp, om alle twijfelmoedigheid weg te nemen,
+goede en duidelijke (klare) voorbeelden verhalen, welke mij door
+ondervinding bekend geworden zijn.
+
+
+ Experentia docet.
+
+
+84. Aangaande den duinkant of de westzijde van de Haarlemmer Meer,
+alzoo het gemeene spreekwoord is, dat zandgronden lek zijn: dat is
+eensdeels alzoo; maar hiervan is eene goede verzekering, en dat,
+uithoofde onder dat zand goed veen en klei liggen, gelijk zulks
+dagelijks blijkt en bevonden wordt, vermits onder het zand of de
+nollen goede turf gegraven en gedolven wordt, en onder het veen geen
+zand ligt tot aan de klei toe.
+
+85. Dit zelfde blijkt mede aan den Lisser-poel: deze, schoon nabij
+de duinen gelegen en nog onlangs bedijkt, wordt ook wel droog gehouden.
+
+86. De Soetermeersche Meer, die aan de zijde aan de veenen ligt,
+is mede onlangs bedijkt en wordt ook wel droog gehouden.
+
+87. Zoo ook werd uit de Hem-meer, die aan het harde gelegen is,
+tegenover de Kaag, met geringe moeite het water uitgemalen, en het
+land zeer goed droog gehouden, welke Meer meerendeels toebehoort aan
+Sr. Jan van Baarle.
+
+88. De ringdijk van de Beemster is in het begin meestal uit veenlanden
+gemaakt. Die van de Purmer desgelijks. De dijken van de Wormer en
+Waterlandsche Meren zijn mede al tezamen van veenlanden gemaakt, zij
+worden alle digt bevonden en goed droog gehouden. Bij het bedijken
+is vooral hoog noodig, dat men het zwoord- of grasveld, dat onder
+den dijk komen zal, goed wegneme, opdat de aarde te beter sluite,
+en de dijk digt zou wezen.
+
+89. Eindelijk de Schermer, die ten naaste bij van gelijke natuur is als
+de Haarlemmer Meer, en aan de noordzijde bijkans van gelijke diepte,
+zal ook met vier molens boven elkander moeten malen; zoo ook heeft de
+kil van de Beemster twee molens in het diep staan, die vier hoog malen.
+
+90. Aan de Oostzijde, aan de Noordoostzijde en aan de Zuidoostzijde
+van de Schermer, is de ringdijk geheel van veenland gemaakt;
+aan de Westzijde van die Meer van Jan Boies af, tot aan den
+Akerslooter-koorn-molen toe, is de ringdijk geheel van zand of
+geest-land gefondeerd en gemaakt, en daar is naauwelijks eene Meer
+van al de bedijkte Meren in Noord-Holland, die zoo spoedig en ras
+droog gemalen is, als deze Schermer.
+
+91. Het is mij wel bekend, dat er eenige Meren zijn, wier droogmaking
+niet wil gelukken; maar daar, is de reden van: óf omdat de klei te
+diep ligt, óf omdat die Meren aan een bergachtig land, of grof zand
+gelegen zijn, dat geen water schut, zoo als ik hetzelve wel gezien
+en bevonden heb; óf omdat de grond met struiken of bladen van boomen
+opgehoogd en bezet is, en hierdoor lek en sponsieus blijft. Gelijk
+het ook blijkt, dat eenige dezer Meren niet vast toevriezen, al vroor
+het bijkans nog zoo sterk; hetgeen een teeken is, dat de grond open,
+sponsieus en lek is.
+
+92. Aangaande den grond van de Haarlemmer Meer, kan ik anders niet
+bevinden en verstaan dan alles goeds, alzoo ik haar voorheen met den
+Burgemeester van Aalsmeer en eenige arbeiders, op vele verschillende
+plaatsen, gepeild, gebeugeld, gediept, getast en wèl onderzocht
+heb, en anders niet kan bemerken of bevinden, of deze Meer heeft
+een' bodem van goede klei, doorgaans dik 7, 8 en 9 voeten, gelijk
+bevorens verhaald is. En de Haarlemmer Meer is doorgaans diep negen
+Rhijnlandsche voeten, of tien houtvoeten, bijkans van gelijke diepte
+als de kil van de Beemster of Schermer. Op sommige plaatsen is de grond
+aan de kanten van de Meer met veenachtige slibber vermengd, een voet
+of anderhalf dik; dezelve is bekwaam, om met den ploeg door malkander
+in de klei te vermengen, en alzoo tot goed land te maken. Daarenboven,
+hetgeen een goed teeken is, als het eene gewone vorst is, vriest de
+Haarlemmer Meer zoowel en zoo vast toe als eenig ander water, zoodat
+men daar overal met paard en sleê over rijden kan zonder treuren. Het
+blijkt daaraan, dat de grond digt en vast moet wezen.
+
+93. Dat de grond van de Haarlemmer Meer goede klei is: dat is de
+allerbeste, waar men op betrouwen kan, dat de grond digt zal wezen. Het
+is mede een goed fondament voor den Ringdijk en in alle manieren heel
+goed voor het dóórlekken en opwellen, zoo als te voren gezegd is.
+
+94. Van de watermolens zal ik alhier mede een weinig verhalen en
+noteren.
+
+95. Dit is de gewone gang en wijze in Noord-Holland bij het bedijken
+van meren, zoo als de ondervinding het geleerd heeft.
+
+96. Als men zoo hoog moet opmalen, als men aan de Beemster en Schermer
+op het diepst heeft moeten doen, dan stelt men vier molens boven
+elkander tot een' gang, die elkander toemalen van vier of vijf en
+dertig voeten stijls, en dat gemeenlijk op vijf honderd Rhijnlandsche
+morgen een' gang molens, wèl verstaande, hoe meer gangen molens
+op eene kolk malen, hoe beter, en het zal noodig wezen, dat men op
+de Haarlemmer Meer zoo veel gangen molens op eene kolk brengt als
+immer doenlijk is, en dat om de volgende oorzaak: als er een molen,
+twee of drie onklaar zijn, zoo kunnen de overige molens nog malen,
+en op den gang blijven, en ook mede dan wordt de ringdijk te minder
+gebroken met de kleine sluisjes, die in den ringdijk moeten liggen,
+waar de bovenmolens moeten doormalen.
+
+97. Het is ook eene hoognoodige zaak, dat men verscheidene kruisvaarten
+door de Meer maakt, even als in de Schermer, en zulks tot gerief van
+de Deelhebbers en huisluiden, om hunne waren met kleine schuitjes
+aan den ringdijk te kunnen brengen, als ook vooral de materialen,
+die men tot het bouwen en timmeren noodig heeft, en mede ook tot eene
+gemeene onderkolk of boezem van de laagste molens.
+
+Om nu te komen tot het principaalste, waar alles aan gelegen is.
+
+98. Als dit groote, heerlijke en lofwaardige werk, met de hulpe Gods,
+voltrokken en gekaveld zal zijn, dan zal men met den zegen des Heeren
+daarop kunnen telen en vinden de allerbeste, kostelijkste schatten en
+juweelen, die tot 's menschen nooddruft en onderhoud van doen zijn. Als
+men het land behoorlijk ploegt, bebouwt en bereidt, gelijk als in den
+beginne Adam, onzen eersten vader, opgelegd was, toen hij het gebod
+van God overtreden had, dat hij in het zweet van zijn aanschijn zijn
+brood zou eten. Gelijk ook mede in de H. Schrift geschreven staat:
+Zoodanig als de akkerman is, zoodanig is ook de bouwing.
+
+
+ Bouwt op het nieuw, zaait niet onder den doorn,
+ Werpt dan in uwen akker het goede koorn:
+ Zoo zal God u geven, tot een baat,
+ Eene overvloedige, opgehoopte, volle maat.
+
+
+ In manibus Domini sorsque, salusque mea.
+ Mijn heil en mijn geluk staat in den zegen des Heeren.
+
+
+
+
+
+
+
+Volgt nu van de heerlijke vruchten des velds.
+
+99. In de eerste plaats zal in deze Meer zijn te vinden velerhande
+granen, als tarwe, rogge, gerst, haver, erwten, boonen, boekweit,
+koolzaad, raapzaad en meer andere gewassen; ook gemeste kalveren en
+vette schapen, meer dan twintig duizend hoornbeesten, met nog daarbij
+velerhande vee en gevogelte, mede in overvloed. Boter en kaas, honig
+en melk, met velerhande toespijs, fruit en wijnbeziën, hetwelk niet
+alles is te bedenken en te noemen. Het zou zulk eene verandering
+in Zuid-Holland geven, dat men het wel het achtste wonder zou mogen
+noemen: dat te voren eene schadelijke Meer, een bederfelijke poel,
+een verslindende wolf is geweest, dat zou men alsdan den grooten
+Zuid-Hollandschen lusthof wel mogen noemen; of het Hollandsch Tresoor,
+waar men eene menigte van menschen, door den zegen des Heeren, mede
+zou kunnen spijzen en voeden, hetgeen tevens de gemeene landsmiddelen,
+met zoo vele duizenden zou stijven en verbeteren, dat het niet wel is
+te zeggen. Hiertoe zullen ook wel noodig zijn duizend boeren met hun
+gezin, knechten en dienstboden, om het land te bouwen en te bearbeiden,
+hetgeen te zamen wel zes duizend menschen zal bedragen.
+
+100. Alzoo ik voor dezen gehoord en verstaan heb, dat sommige burgers
+van Haarlem en van Leiden in eenige zaken wat zwaarhoofdig zijn,
+meenende, dat hunne vaarten en wateringen eenigzins zouden verminderen
+of verslimmen; zoo zal ik hier met goede redenen bewijzen, dat heel
+anders en contrarie het geval zal zijn, op grond der ervarenheid van
+hetgeen ik voor dezen dikwerf gezien en opgemerkt heb.
+
+101. Eertijds, voordat de Beemster en Purmer bedijkt waren, heb ik
+dikwerf gezien en bevonden, dat de doorvaart of haven van Purmerend zoo
+verdroogd was, dat daar naauwelijks eene ongeladen schuit kon vloten,
+en dat gebeurde telkens als er een stormwind uit het noord-westen
+woei; dan kwam het dikke water in de haven, en zette zich daar neder,
+en hoezeer men het met den beugel uithaalde, was het met iederen
+storm weêr hetzelfde. Desgelijks ook de Meer, beoosten Purmerend;
+welke slibber met een' ooste-wind uit de Purmer kwam. Maar nadat de
+beide meren, de Beemster en de Purmer, bedijkt zijn, heeft men dit
+gebrek niet bevonden.
+
+102. Desgelijks de haven van Edam, alsmede de doorvaart van Nek
+en meest alle havens, die op zoodanige wateren of meren liggen;
+deze vervuilen altijd door het dikke, modderachtige water, dat met
+stormwinden inspoelt.
+
+103. Daarenboven heb ik ook meermalen gezien (en er mede aan
+geholpen), dat men ten tijde, vóórdat de Beemster bedijkt was,
+als er eene geladen schuit in de haven van de Rijp in kwam varen,
+met groote krachten die schuit moest intrekken, om ter plaatse te
+komen, waar men moest lossen; en dat de haven zoo opgedroogd was,
+van den modder of de slibber, die uit de Beemster kwam, dat men het
+met beugelen en baggeren niet goed kon maken, uithoofde dat telkens,
+als het weêr uit het oosten sterk woei, het weêr even zoo vervuilde
+als te voren; wij moesten dikwerf en waren genoodzaakt de sluis van
+de Rijp open te zetten, en het water door de haven in den polder te
+laten stroomen, en den grond met stokken en beugels om te roeren,
+en alzoo de haven te verdiepen. Naderhand toen de Beemster bedijkt
+was en de watermolens klaar water uit de Beemster hebben gemalen,
+heeft men dergelijke gebreken niet gezien, noch vernomen; want als
+nu de haven eens uitgediept is, dan vervuilt zij zelden of nooit,
+en men heeft daarenboven nu altijd klaar water in de haven van de Rijp.
+
+104. Als men met reden mag spreken, zoo is het (mijns oordeels en
+gevoelens), dat die van Haarlem en Leiden weltevreden behooren te
+wezen met het bedijken van de Haarlemmer Meer, en dat zij geene reden
+hebben zoodanige klagten en questiën in te brengen, maar grootelijks
+daardoor verbeterd zullen zijn en in het minst geene schade zullen
+lijden, maar veel eerder groot voordeel, gelijk ik hier met navolgende
+redenen zal bewijzen.
+
+105. Met betrekking tot de doorvaart van Haarlem, zal dezelve in
+alle manieren beter en bekwamer zijn dan te voren; het gebeurt nu
+dikwerf, dat er schepen zijn, die met kostelijke koopmansgoederen zijn
+geladen, welke, als zij voor de Meer, bij de ton, komen, met eenen
+hoog-zuidenwind en storm genoodzaakt zijn aldaar te moeten blijven
+liggen, uit vrees dat zij groote schade zouden lijden. Ook mede met
+een' noordelijken wind in de Kaag insgelijks; men kan alsdan met
+schepen en waren niet voortkomen, vermits men het water van de Meer
+alsdan niet kan gebruiken, waardoor de koopman dikwerf groote schade
+lijdt en mede groot perijkel van zijne schepen te verliezen, hetgeen
+zich heel anders en beter zal toedragen, als de Meer bedijkt is.
+
+106. Als er eene bekwame, wijde, diepe ringsloot of kanaal zal gemaakt
+zijn, van zestien of twintig roeden wijd, of zoo wijd als men dan met
+goede orde ordonneren zal, zal men die altijd met halven wind kunnen
+zeilen, en ook mede met gewone schepen oplaveren; en heel zelden zal
+het zijn, dat men die niet gebruiken kan, wel te verstaan, als er mede
+een bekwame trekweg zal worden gemaakt, om de schepen altijd met gemak
+en gerief met paarden in den wind te kunnen optrekken; de kooplieden
+zullen alsdan zelden of nimmer verkort of verhinderd zijn of schade
+lijden. Welke trekweg en kanaal mede zullen gemaakt worden, tot aan
+de stad Leiden toe, alsmede van de Zijlpoort af tot aan de Kaag of
+tot aan de Nieuwe Vaart, zoo als men het dan best geraden zal vinden.
+
+107. Aangaande het water, dat nu dikwijls heel vuil en troebel is,
+dat zal zich heel anders begeven, dan het nu tegenwoordig doet,
+waardoor die van Haarlem en van Leiden grootelijks verbeterd zullen
+zijn, en het werk alsdan zullen moeten prijzen.
+
+108. Vooreerst is het notoir, en men kan het ook ligtelijk begrijpen,
+dat er alsdan nimmermeer in de steden Haarlem en Leiden eenig vuil,
+stinkend of troebel water zal kunnen komen; want als de Haarlemmer
+Meer bedijkt en droog gemaakt zal zijn en tot land gebragt zal wezen,
+zal er geen ander dan klaar regenwater in de Meer komen, hetwelk zal
+staan op kleigrond, vermits de slooten en molen-togten in de Meer
+mede in de klei gedolven en gemaakt zullen worden, en de watermolens
+van de Meer alsdan het klare water in de ringsloot zullen malen; en
+daarenboven zal het duinval, dat aan de west-zijde van de Meer is,
+in de ringsloot door verscheidene kanalen komen zakken. Dat water zal
+alsdan in de ringsloot behouden wezen en niet vervuilen noch troebel
+worden door het stormen van de Meer.
+
+109. Dat water komt mede in de steden Haarlem en Leiden; doch de
+principaalste uitwatering van Rhijnland moet door Haarlem en Sparendam
+komen, en aldaar uitgeleid worden, als ook mede bij het huis ter
+Hart. Hier staat nog op te letten, dat als de Meer tot land zal
+gebragt wezen, de omliggende plaatsen en landen nimmermeer gekweld
+zullen wezen door buitengewone hooge aanpersen en afpersen, waardoor
+de straten van Leiden nu dikwerf onder loopen, als de wind sterk uit
+het noord-oosten waait, en het Sparen een' voet 2 of 3 minder is dan
+gewoonlijk, zoodat de schepen er niet over kunnen komen, maar dikwerf
+drie of vier dagen tegen Haarlem en Sparendam moeten blijven liggen en
+toeven door gebrek aan water, waardoor de kooplieden dikwerf verkort
+worden en groote schade lijden, door het bederven van hunne waren.
+
+110. Welligt zal iemand zeggen: als het een drooge zomer is, zoo zal
+er ook weinig water in de Ringsloot zijn. Maar datzelfde heeft plaats
+of de Meer bedijkt is of niet; want als het een drooge zomer is,
+dan is er nimmer veel water in de binnenpolder, noch op de Meer.
+
+111. Daartegen zal ik een goed middel stellen: Men make de
+buitensluizen met contradeuren, of schore die deuren toe, en late
+niet meer water uitloopen, dan men in het schutten van de schepen van
+nooden heeft, gelijk men in Noord-Holland doet, als er weinig water
+is. Op die wijze laat men de nieuwe sluis of? dijker tot Sparendam
+en te Nauwerna? toestaan, om het water in te houden.
+
+112. Dit zou ik ligtelijk hebben vergeten: Als het klare water in de
+Ringsloot staat, gelijk bevorens verhaald is, dan zullen de brouwers
+van Haarlem en Leiden dat water kunnen gebruiken, om daarvan te
+brouwen, en weinig of geen onderscheid in hetzelve kunnen vinden met
+het water, dat zij thans met groote kosten en moeite moeten halen.
+
+113. Het principaalste en beste is nog, (wat kan er ter wereld
+beter wezen!) dat men in de nabijheid van een heerlijk, lofbaarlijk,
+gebenedijd land zal wonen, waarvan meestal des menschen nooddruft,
+door den zegen des Heeren, komen moet.
+
+114. Alzoo de stad Haarlem aan twee zijden duinen heeft en aan de
+zuid-oost-zijde het groote water, en er niet veel goed land om de
+stad ligt, waardoor ook marktdagen sober en weinig moeten wezen, zoo
+zal het bedijken van de Haarlemmer Meer zulk een merkelijk profijt
+en voordeel geven, dat men het niet kan uitspreken.
+
+115. In het beginsel, als het werk zal worden aangetast, zullen de
+werkmeesters (werkbazen), arbeiders en knechts dagelijks van doen
+hebben gereedschappen tot hun werk, hetzij hout, ijzerwerk, kordewagens
+en andere nooddruftige dingen, daarenboven kost en kleeding; al hetgeen
+zij uit de steden zullen moeten halen. In het kort, meest al hetgeen
+aan de Meer geconsumeerd en verarbeid zal worden, dat zal meestal in
+Holland blijven en weinig in andere landen gevoerd worden.
+
+116. Alsdan dit groot, heerlijk, lofbaarlijk, notabel werk met de hulp
+van God bedijkt en in goede orde gebragt zal zijn en voltrokken, zoo
+zullen er eene menigte van boeren en huisluiden in de naaste steden
+komen met ros en wagens, ook mede met hunne granen: desgelijks met
+boter en kaas en met andere waren, hetwelk te lang zou wezen om te
+verhalen. Zoodat een iegelijk ligtelijk begrijpen kan (zoo als ook
+het gemeen spreekwoord waar is): waar het volk is, daar is nering
+en welvaart.
+
+117. Hierbij zal ik nog achteraanstellen de calculatie van deze
+bedijking, wat ieder morgen lands, mijns oordeels, omtrent zal
+kosten. Voordezen heb ik dit nog eens gesteld; maar over sommige
+werken was ik wat te ligt geloopen, en hoop nu op alles te letten,
+zoo veel als doenlijk is, naar de genade, die mij de Almogende God
+gegeven heeft.
+
+118. Vooreerst zullen er moeten wezen omtrent 160 kloeke achtkante
+watermolens, waarvan elk omtrent zal kosten 5600 gulden, bedragende
+te zamen 869,000 gulden.
+
+119. De Haarlemmer Meer is omtrent in het ronde 25 duizend roeden,
+zoo als bij raming in den omgang is bevonden, behalve het plempwerk;
+als men nu rondom koopt in de breedte 40 roeden lands, om daarvan te
+gebruiken 10 roeden tot den ringdijk, en 12 of 14 roeden tot de gemeene
+ringsloot, dan blijft er omtrent 16 roeden achter den dijk liggen,
+waar men de molens op kan zetten en stellen, en waarvan men ook de
+kolken en kolkdijken bekwamelijk van zal kunnen maken, en van welk
+overgebleven achterland men den ringdijk mede kan onderhouden. Als
+iedere roede lands kost 10 stuivers in koop, dat is 20 gulden iedere
+roede in de lengte, en men dit vermenigvuldigt met 15000 roeden,
+bekomt men te zamen 300,000 gulden.
+
+120. De ringsloot zal zijn twaalf roeden in de wijdte, en acht voeten
+diep, is, op de lengte van eene roede, omtrent 84 schaft aarde, om
+den dijk mede te maken. Iedere schaft zal aan arbeidsloon omtrent
+kosten 10 stuivers, bedraagt iedere roede in de lengte 42 gulden,
+en dat vermenigvuldigd met 15000 roeden in de rondte van den geheelen
+omgang van den dijk, bedraagt te zamen 630,000 gulden.
+
+121. Voor alle zaken, zal het beste wezen, dat men den ringdijk in
+de breedte make; want het is beter daarna den dijk op te hoopen,
+dan ter zijde aan te klampen of te verbreeden, en ook mede, dat men
+den achterdijk van binnen, van de kruin af, vijf à zes roeden breeder
+make, dan die van de Beemster of andere bedijkte Meren, en de notsloot
+op halve diepte en op half water keerende, voor het dóórlekken en
+aanpersen van den ringdijk, en het water van de ringsloot, met eenen
+suffisanten kadijk van achteren tot eene waterkeering en separatie
+van de landen; want de dijk blijvende voor het gemeen, is alzoo
+bekwaam en vruchtbaar tot hooilanden, als anderzins, om voor het
+gemeen te verhuren.
+
+122. Ook moet de ringsloot aan de westzijde, of den geestkant, vier
+roeden worden verwijd, hetwelk de principale vaart en uitwatering
+zal wezen, die ook het eerst moet gemaakt worden, om de doorvaart van
+Haarlem niet te beletten, noch te verhinderen; ook niet die van Gouda,
+ten einde ieder wèl te contenteren; en dat wel van de Ton van Haarlem
+af, tot aan de Wetering toe, hetgeen is omtrent lang 7000 roeden, en
+iedere roede in de lengte, met den aankoop van het land en arbeidsloon,
+zal omtrent kosten 15 gulden, bedraagt nog 105,000 gulden.
+
+123. De Plempwerken zijn omtrent lang 1600, iedere roede zal omtrent
+kosten 200 gulden. Te weten, de vóórboezem over de eilanden van
+Ruigoord, met het gat bij den Overtoom over te plempen, ook mede
+bij de Ton van Haarlem, desgelijks mede bij de Kaag. De Wetering,
+met nog meer andere kanalen en slooten, bedraagt nog, als het te
+zamen gemultipliceerd is, de somma van 320,000 gulden.
+
+124. Den Ringdijk aan de westzijde, daar de principaalste vaart zal
+wezen, van de Haarlemmer Ton af, tot aan de Wetering toe, van buiten
+aan de ring-sloot geheel te beschoeijen, zal iedere roede in de lengte
+omtrent kosten twaalf gulden, bedraagt de 7000 roeden in de geheele
+lengte 84000 gulden.
+
+125. De binnenwerken, te weten, die wegen en slooten, molen-togten en
+vaarten, kolken en kolkdijken en andere affairen, worden doorgaans
+gerekend een derde deel te kosten van de buitenwerken, en bedragen
+dus nog omtrent 778,000 gulden.
+
+126. Nog voor het maken van sluizen en uitwateringen, bij het huis
+Ter Hart en andere geschikte plaatsen, ook mede de kleine sluisjes,
+door den ringdijk, waar de molens door zullen malen, 102,000 gulden.
+
+127. Nog voor eene rekening, indien het gebeurde, dat men de Meer
+het eerste jaar, als de plempwerken gemaakt zijn, niet kon sluiten,
+en dat men de ringsloot zoo spoedig niet op hare behoorlijke diepte
+kon krijgen, en dat de plempwerken daarom groote schade zouden lijden,
+zoo zal men genoodzaakt wezen, vier of vijf greenen sassen of kolken
+te maken, ter bekwamer plaatsen, om in en uit de Meer te kunnen varen,
+zoo lang totdat de Ringsloot op hare behoorlijke diepte gemaakt zal
+zijn, en de molens zoo veel water uit de Meer gemalen zullen hebben,
+dat alle plempwerken ontlast zijn, wanneer men de sassen weder zal
+kunnen opbreken en den ringdijk rondom in haar geheel digt sluiten. Dit
+zal nog omtrent kosten 42,000 gulden.
+
+128. Nog aan noordshout, om desgelijks te gebruiken tot klein
+schoeiwerk, met het onderhoud en het betimmeren van de watermolens,
+aleer men aan het kavelen komt, 83,000 gulden.
+
+129. Nog voor den Dijkgraaf en de Heemraden, Bewindhebbers, Landmeters,
+Opzieners, Schuitevoerders, Boden, Knechts, enz. tot aan de kaveling
+toe, voor drie jaren 80,000 gulden.
+
+130. Nog aan vier Heerenhuizen of Keten ter bekwamer plaatsen,
+op onderscheidene kanten van de Meer, om desgelijks residentie te
+houden, met vier of vijf heerenschuiten tot gerijf, (om van het eene
+werk naar het andere te varen,) met nog sommige houttuinen daarbij,
+10,000 gulden.
+
+131. Nog tot een' toeslag en meer andere kwade kosten in voorraad,
+hetzij riet, rijs, takken, hout, ijzerwerk, spijkers en arbeidsloon,
+als men in het bedijken is; om de plempwerken dagelijks te onderhouden,
+zoo lang als het water in de Meer nog kracht baren kan; om in den
+ringdijk de kwade steden te voorzien en nog andere kosten meer. Idem.
+
+132. Eenige vergaderingen met de groote steden, desgelijks mede met
+de Heeren van Rhijnland, en andere huislieden van omliggende dorpen,
+om alzoo gelijkerhand in het goede met elkander te accorderen, en
+om alzoo dit groote, heerlijke, lofbaarlijke werk met Godes hulp
+te beginnen, en tot een goed einde, met alle orde, in kavelingen te
+brengen, 70,000 gulden.
+
+133. Nog zijn twee voorname zaken, die wel bedacht dienen te wezen. De
+eene is, dat de ringsloot en de trekweg mede door de stad Leiden moeten
+gaan, opdat het stroomende water van de molens mede door Leiden heen
+en weêr zou zwieren en stroomen.
+
+134. De andere is: indien het gebeurde, dat de grond of slibber voor
+Sparendam begon op te droogen en te vervuilen (vermits Sparendam
+in eene hop of inwijking gelegen is), hetwelk de scheepvaart zou
+verhinderen en beletten (waarvoor ons God wil verhoeden), zoo zal men
+verpligt zijn de Nieuwe vaart, van Haarlem af, tot aan het huis Ter
+Hart toe, te verwijden, zoo vele roeden, als het noodig zal zijn, om
+aldaar eene kolk te ordonneren, en sluizen te maken, waar men altijd
+behoorlijk kan doorschutten op het IJ, om alzoo eene bekwame diepe
+vaart te behouden tot welstand van de stad Haarlem en van anderen,
+die deze vaart moeten gebruiken en van doen hebben. Voor deze twee
+notabele stukken wordt nog gerekend 100,000 gulden.
+
+135. Dit alles bedraagt al te zamen zes en dertigmaal honderd duizend
+gulden. En als de Meer uitbrengt 20,000 morgen, zoo komt ieder morgen
+te kosten 180 gulden.
+
+
+ No. 118 f 896,000.
+ » 119 » 300,000.
+ » 120 » 630,000.
+ » 122 » 105,000.
+ » 123 » 320,000.
+ » 124 » 84,000.
+ » 125 » 778,000.
+ » 126 » 102,000.
+ » 127 » 42,000.
+ » 128 » 83,000.
+ » 129 » 80,000.
+ » 130 » 10,000.
+ » 132 » 70,000.
+ » 134 » 100,000.
+ ---------
+ f 3,600,000.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ KORT VERHAAL
+ VAN
+ DE MEREN, DIE IN NOORD-HOLLAND BEDIJKT ZIJN,
+ TEGEN
+ SARDAM EN DEN HUIGENDIJK
+
+
+ HETWELK AL TE ZAMEN GESCHIED IS NA HET JAAR 1608,
+ EN OOK MEDE VAN DE SLUIZEN EN UITWATERINGEN, DIE
+ UIT DIEN HOOFDE GEMAAKT EN GELEGD ZZIJN, WELKE DE
+ NIEUW-BEDIJKTE MEREN HEBBEN DOEN MAKEN EN BEKOSTIGEN.
+
+
+136. In den Eersten zoo is de Beemster bedijkt, is groot zuiver land
+7545 morgen.
+Nog de Purmer bedijkt is groot 3000 morgen.
+De Wormer, groot 1790 morgen.
+De Schermer, groot omtrent 6000 morgen.
+De Enge Wormer, groot 190 morgen.
+De Schalsmeer, groot 75 morgen.
+
+137. Dit alles bedraagt 18,600 morgen, zoodat de boezem aldaar nu
+tegenwoordig kleiner is, dan eer de meren bedijkt waren.
+
+138. Hiertegen hebben de Heeren van de Beemster doen maken een kanaal
+of eene uitwatering, beginnende van de Schermer af, voor Ursem,
+langs den Walegsdijk, loopende mede voorbij Avenhorn en den ouden
+dijk, tot aan den kant van de Zuiderzee, met nog eene nieuwe sluis
+of duiker aldaar in den zeedijk gelegd, om het water te lossen.
+
+139. Nog heeft de Beemster doen maken den grooten steenen Duiker
+op Sarendam.
+
+140. De bedijkers van de Purmer hebben doen maken het Sas, op het
+Oost-einde van de haven van Edam.
+
+141. De Heeren bedijkers van de Schermer hebben doen maken het kanaal
+of de uitwatering door het Kromenier en Wessaner veld, strekkende
+tot aan Nauwerna toe, alsmede nog de steenen sluis, die op Nauwerna
+gelegd is op het IJ.
+
+142. De bedijking van de Wormer heeft doen maken eene sluis op den
+Nieuwendam, die uitwatert op de Wijker-meer.
+
+143. Tegen deze nieuwgemaakte sluizen en uitwateringen malen
+tegenwoordig 45 watermolens meer dan te voren op den grooten boezem
+deden, welke boezem omtrent 18,600 morgen kleiner is, dan toen de
+meren nog niet bedijkt waren. De drie sluizen, te weten de Duiker op
+Saardam, de sluis op Nauwerna en die op Nieuwendam zijn geheel tegen
+de Natuur aangelegd.
+
+144. Vele menschen in Noord-Holland kennen deze gelegenheid en
+uitwateringen zeer wel, en weten, dat meest altijd en doorgaans in
+deze kwartieren de wind zuid-west, zuid en zuid-oost waait.
+
+145. Dit maakt veel laag water op het IJ; maar daartegen perst de Zaan
+altijd afwaarts en ten noorden aan. Desgelijks doet mede de nieuwe
+vaart van Nauwerna, als ook mede de uitwatering naar den Nieuwen dam,
+die toch zeer weinig nut en profijt kan doen, en zulks vermits die
+uitwatering door de Wijker-meer altijd vol geslikt en verdroogd is.
+
+146. Alzoo is het ook mede met meest al de polders, die in
+Zuid-Holland liggen, die op de Schie en de Rotte malen en hare
+uitwatering hebben op de Maas; deze hebben eenen kleinen boezem en
+kunnen met zuid-weste-winden weinig water door hunne sluizen lozen,
+door het aanparsen van de Maas en het afparsen der kanalen.
+
+
+NOTA.
+
+147. Indien de Heeren bedijkers van de Beemster, in het begin der
+bedijking, met de Heeren van de uitwaterende sluizen, en met de
+stad Hoorn waren overeengekomen (hetwelk in het begin op een' zeer
+goeden voet stond), om de uitwatering te maken door Avenhorn en de
+Naamsloot, welke een zeer schoon, diep, regt kanaal en wijde sloot is,
+loopende ten naaste bij noord-oost-waarts aan, tot op den hoek van
+den Zeedijk bij de watermolens, staande bij het Hulkjen, strekkende
+voort tot aan de stad Hoorn bij den Zeedijk langs, dan hadden al
+deze nieuwbedijkte meren, met de oude landen daar omtrent gelegen,
+tegen den Huigendijk en Spaardam, al te zamen volkomen wel gediend
+en met hare uitwateringen wel geholpen geweest; ja zouden zelden
+of nimmermeer des winters verlegen geweest zijn met het hooge water,
+komende de afpersing van de Naamsloot en de afpersing van de Zuiderzee,
+geheel volgens de Natuur naar wensch.
+
+148. Waarmede ik alhier wil te kennen geven, dat al de sluizen
+en uitwateringen, die van de Haarlemmer Meer tegenwoordig bij het
+Huis ter Hart, op Sparendam en elders zijn, al te zamen goed op
+zoodanige winden leggen, gansch en geheel met de Natuur zoo geschikt,
+als men maar zou kunnen begeeren en wenschen tot bekwame en volkomene
+uitwateringen.
+
+149. Bij het bedijken der Haarlemmer Meer kan men nog overvloedig
+bekwame sluizen maken.
+
+150. Zoodat men, naar mijn oordeel, dit voorschreven groot,
+noodwendig, lofbaarlijk, heerlijk en profitabel werk, het bedijken
+van de Haarlemmer Meer, niet behoort achterwege te houden, maar alle
+vlijt en naarstigheid behoort te doen en aan te wenden, om het werk te
+bevorderen, en dat buiten schade van de groote steden en van de oude
+landen van Rhijnland, of van iemand anders, aldaar omtrent gelegen.
+
+151. Ik heb met reden klaarlijk aangewezen, dat, door het bedijken
+der Meren, meestal de boezems tegen den Huigendijk, het IJ en Saardam
+in Noord-Holland zijn weggenomen, en het water alsnu in zee lossen
+moet door de smalle, naauwe, lange uitwateringen en kanalen, hetgeen
+nog redelijker wijs gaan kan, alhoewel het met de zuid-weste-winden,
+die meest in Holland waaijen, tegen de Natuur komt, waarmede ik hier
+te kennen wil geven, dat de boezem van de Haarlemmer Meer hier niet
+mede te vergelijken is, welke het water wijd en breed kan verspreiden,
+en dat voornamelijk in den voorboezem benoorden het Huis ter Hart,
+hetwelk op den kant van het IJ ligt; desgelijks mede in eene groote
+wijde ringsloot, van omtrent zestien duizend roeden in het rond,
+en omtrent zestien roeden wijd, min of meer; als ook in de vaart
+tusschen Haarlem en Amsterdam; in het Sparen tot aan Sparendam toe,
+dat mede digt aan de sluizen ligt; desgelijks mede in den Amstel,
+de Braassem-Meer, in de vaart naar Leiden, en meer andere slooten
+en wateringen, zoodat, mijns bedunkens, men zelden meer dan bevorens
+verlegen zal zijn met het hooge water in de ringsloot. Daarenboven kan
+men ligter een half vat leêg tappen dan een okshoofd; het spreekwoord
+zegt: het water loopt waar het laagst is; hetgeen ook waar is: de
+eb moet lager loopen dan het binnenwater, indien het water in zee
+gelost kan worden; en het water kan genoegzaam in de Noordzee en in
+de Spaansche zee (oceaan) ontlasten, welke de moeder is van al de
+wateren, waar al de rivieren in uitloopen, zoo als de Schriftuur zegt,
+en de zee hoogt daar niet van.
+
+152. Nog is het volgende mede een zekere regel, als het in den
+herfst of winter veel nat weder is en het sterk regent, zoodat de
+binnen-polders met hun water verlegen zijn, dan is de Haarlemmer Meer
+ook altijd vol water, en of dáár dan al eens eb komt, kan dit zeer
+weinig op zoodanigen grooten waterplas bedragen. Zoodat de regte
+zin van al het werk is:
+
+
+ »Veel bekwame goede sluizen op den IJ-kant,
+ Doet het water wel aflossen uit het oude land."
+
+
+153. Vermits ik in mijn voorgaand Haarlemmer-Meerboek zeer vele
+verschillende notabele artikelen voorgesteld en bewezen heb, wegens
+het bedijken en droogmaken dier meer, zoo is het, dat zich eenige
+tegensprekers opgedaan hebben, die dit niet kunnen lijden, en die dit
+noodwendig, treffelijk, heerlijk werk omver zoeken te stooten, en den
+octroyanten en verzoekers van dien een' bullebak voor oogen pogen te
+stellen, schermende met blinde slagen naar hunne eigen schaduw; gelijk
+aan een schip, dat zonder stuurman en zonder kompas roerloos door
+de zee vaart, met onbevaren volk heen en weêr zwierende, en de regte
+haven niet vinden kan, eindelijk door kwaad beleid geheel moet vergaan.
+
+154. In de maand Junij 1642 is mij een boeksken ter hand gesteld,
+hetwelk is uitgegaan op naam van zekeren Claes Arentsz. Colevelt,
+Landmeter tot Leiden, of van eenen anderen wargeest, die sustineert en
+voorgeeft, dat het beter zou wezen, dat men de Haarlemmer en Leidsche
+meren water liet blijven, dan dat men haar tot goed land zou maken,
+hetgeen gansch en geheel is strijdende tegen mijne natuur en gevoelen.
+
+155. Gelijk als hij hetzelve afbeeldt met een schip op het eerste
+blad, waarmede hij zijn gevoelen wil bewijzen, daar hij lust en
+pleizier schijnt te hebben, om nog met groote schepen in het midden
+van Holland door de veenen te varen, al zou ook alles bederven en in
+ruïne loopen wat daaromtrent is.
+
+156. Daarbij stelt hij, dat verandering en nieuwigheid zwarigheid
+baren.
+
+157. Als dat waar zou zijn, dat men geen ding zou mogen veranderen,
+vernieuwen of verbeteren, zoo zouden onze voorouders in vele zaken
+dapper gemist en gedoold hebben, welke voor ons den weg bereid hebben,
+waardoor nu Holland, door den zegen des Heeren, in vele treffelijke
+werken opgekomen en verbeterd is.
+
+158. Omtrent drie honderd jaren geleden, was Holland nog gansch en
+gaar weinig, en was op vele plaatsen weinig met volk bewoond. Toen
+ter tijd lagen de lage landen in Zuid- en Noord-Holland nog met de
+buiten-wateren gelijk, en vele dammen en zeedijken waren nog niet
+gesloten noch gestopt, zoodat meest al die landen weinig goede vruchten
+konden dragen, anders als riet, rap, bobelen, biezen, dompen en ander
+onkruid, zoodat men daar weinige koebeesten op kon houden.
+
+159. Het is omtrent honderd vijf en zeventig jaren geleden, dat er
+niet één watermolen in Zuid- of Noord-Holland was, om de landen droog
+te houden, gelijk mij van verscheiden geloofwaardige lieden van Delft
+verhaald is. Was dat in het eerst ook niet eene groote verandering
+en nieuwheid? Daardoor zijn nu al die voortreffelijke landen, door
+Gods zegen, opgekomen, verbeterd en gebeneficeerd, gelijk ook mede
+door de watermolens zoo vele groote meren en moerassen droog gemaakt
+en tot land gebragt zijn, zoo als hiervoren verhaald is.
+
+160. Is dit niet een der principaalste middelen, waardoor Holland
+opgekomen is? Alsmede door de zeevaart: welke middelen onze voorouders
+met groote naarstigheid behartigd hebben, en waartoe de Almogende
+God Zijnen zegen heeft gegeven.
+
+161. Waarmede ik alhier te kennen wil geven en aan Colevelt gevraagd
+wil hebben, of deze veranderingen eenige zwarigheid of schade
+baren? Ik kan zulks niet zien noch bemerken. Wat waren meest al
+de steden in Noord-Holland? Wat was Amsterdam voor drie honderd en
+vijftig jaren? Maar een visschersdorp, hetwelk nu, door Gods zegen,
+door verscheiden middelen en nieuwigheid, eene treffelijke koopstad
+is geworden, waar nu al die heerlijke, schoone, treffelijke gebouwen
+getimmerd zijn en waar nu bijna de beste gelegenheid tot de scheepvaart
+is, die in Europa te vinden is, en nog daarbij al die schoone,
+heerlijke en sierlijke beplanting op de straten en burgwallen, gelijk
+eene koningswarande, waardoor Amsterdam nu wel eene nieuwe wereld,
+of eene wereld op zich zelve genoemd mag worden.
+
+162. Indien Colevelt elke verandering en nieuwigheid omver wil smijten,
+dan kan men ook wel zeggen, dat de handel op Oost-Indiën ook eene
+nieuwigheid is, welke gedurende mijn leven is opgekomen, en waarvan
+Dirk van Os, een van de eerste oprigters (auteurs) van is geweest,
+zoo als ik hem zelven heb hooren verhalen, welke handel nu bijkans
+zoo magtig is als menige Koning.
+
+Om nu te komen tot de verandering van de andere Noord-Hollandsche
+steden.
+
+163. De stad Alkmaar heeft, gelijk men zegt, haren naam gekregen
+van Al-meer, omdat zij rondom tusschen meren gelegen was; zij was
+in dien tijd ook van geene beduidenis, maar nu is zij eene bekwame,
+wèlgeordineerde Land-stad, met voortreffelijke marktdagen.
+
+164. Wat was Hoorn in vroegeren tijd? Niets. Waar de stad Hoorn
+nu ligt, waren eenige huizen en werden genaamd: het Hoorntje; zoo
+als ik voorheen wel door een' oud man van Groosthuizen heb hooren
+verhalen. Thans is Hoorn door de verandering eene bekwame stad en
+wel eene zeestad.
+
+165. Men zegt, dat Enkhuizen haren naam gekregen heeft van Enkele
+huizen, omdat daar eenige huizen bij elkander stonden, welke plaats nu
+door de verandering en den zegen des Heeren de principaalste zeestad
+is, voor de groote visscherij en haringvangst.
+
+
+ Hadden onze Voorouders voor ons niets gedaan,
+ Holland had ook ligtelijk tot niet gegaan.
+ Maar omdat zij voor ons gestreden hebben als helden,
+ Zijn voor ons nu bereid veel schoone weiden en velden,
+ Met nog daarbij, heerlijke woningen abondant,
+ Zoodat wij nu veilig wonen in ons Vaderland.
+
+
+166. Ik zal nog een weinig verhalen van Colevelt voorstellen, vermits
+hij in zijn boeksken spreekt van den grooten boezem; welke zaak ik
+reeds genoegzaam in het voorgaande heb afgedaan: ook vraagt hij,
+wie zal verzekeren, dat het bedijken van de Haarlemmer Meer goed
+gelukken zal? Is dit niet eene dwaasheid? het schijnt, of Colevelt
+wel van alles verzekering zou willen hebben.
+
+167. Waar is ter wereld eenig Keizer, Koning, Vorst, Prins of Heer;
+die zoo rijk, zoo wijs, of zoo magtig is, dat hij iemand zekerheid kan
+geven van rijkdom, tijdelijke middelen, goederen of haven? Staan wij
+niet allen onder de hand Gods, en moeten wij niet alles van den zegen
+des Heeren verwachten, en op Zijne Genade betrouwen? Bouwt de akkerman
+niet, op hoop, dat hij vruchten zal genieten? Werpt de visscher zijn
+net niet uit op hoop van goede vangst? Begint de schipper zijne reis
+niet in hoop, dat hij dezelve zal volbrengen? Waren de Heeren bedijkers
+van de Beemster al verzekerd, toen zij het werk aanvingen? welke
+Beemster nu, God lof! eene zoo heerlijke en voortreffelijke landsdouwe
+is. Waren de bedijkers van al die Meren, welke ik in mijn Meerboek
+heb opgeteld, zes en twintig in getal, bij den aanvang, al verzekerd
+van eenen goeden uitslag? welke Meren nu alle drooggemaakt en tot land
+gekomen zijn. Waren de Bewindhebbers der O. I. Compagnie al verzekerd,
+toen zij hunne zaken het eerst aanvingen? Ik denk neen. Wie is hier
+ter wereld zoo dom (slecht) of zoo onverstandig, dat hij zijne zaken
+op schade aanlegt? Niet dat ik hiermede zou willen beweren, dat men
+zijne zaken ligtvaardig en onbedacht kan beginnen, maar dat ieder
+zijn best behoort te doen, om zijne zaken zoo goed mogelijk aan te
+leggen en te bezorgen, en alsdan het overige den Heere moet aanbevelen.
+
+168. Nog, zegt Colevelt, heeft men het ongeluk in Holstein niet gezien,
+hoe het met de Meggerzee, Butsloot en het Noorderstrand is gegaan? Maar
+naar mijn oordeel is dit onbedacht gesproken.
+
+169. Heeft de Almogende God niet duizende middelen om de menschen
+te straffen, om der zonde wille, welke (God betere het!) in Oostland
+veel geschiedt? Zijn Sodom en Gomorra niet om hare misdaad en zonde
+ten onder gegaan? Daarom laat ons de zonde altijd vlieden en mijden,
+opdat ons de plage mede niet over het hoofd kome!
+
+170. Colevelt zegt mede, dat men, door het bedijken der Meer, het
+grootste deel van de meervisch zal verliezen! Maar daarentegen zal
+men wederom schoone vischvijvers bij de huizen en erven kunnen maken,
+om daarin weder de visch te planten en te doen groeijen.
+
+171. Behalve dat zal er in de molentogten, de kruisvaarten en
+de slooten een overvloed van graauwe aal, karper en andere visch
+komen. Zoo ook in de groote, wijde ringsloot rondom de Meer.
+
+172. Daarenboven zijn de veenen, die nabij de steden Leiden, Amsterdam
+en Haarlem gelegen zijn, zeer waterrijk, zoodat daarin nog genoeg
+Meervisch zal te vinden zijn. Ook blijven de Zuiderzee en het IJ in
+vollen stand en vorm, zoodat daar genoeg visch in kan groeijen als
+te voren.
+
+173. Denkt daarentegen, hoe vele schoone vruchten men in de bedijkte
+meer zal kunnen genieten, boter, kaas, velerhande vleesch, gevogelte,
+hoenders en eijeren, en vele gewassen, te lang om hier op te noemen
+en hetgeen ik ook reeds vroeger verhaald heb. Met al hetwelk men wel
+twintigmaal meer menschen zal kunnen voeden, dan met de Meervisch.
+
+174. Alzoo nu mijn Meerboek bijna geëindigd is, en naar mijn oordeel
+deze stof voldoende is afgehandeld, zal ik nog eens tot het voorgaande
+terugkeeren, en stellen hier nog drie gedichten op het bedijken van
+de Haarlemmer Meer.
+
+
+(Nu volgen er drie gedichten, die geene de minste kunstwaarde bezitten
+en die wij alzoo zullen achterlaten).
+
+
+Alzoo ik, Jan Adriaansz. Leegwater, dit mijn Meerboek, en mijne
+groote kaart, voor dezen met eene goede meening gedaan en gemaakt heb,
+tot welstand en ter voorbereiding tot het bedijken en droogmaken der
+Haarlemmer Meer, welke kaart ik aan verscheidene Heeren vertoond en
+geschonken heb: al hetwelk ik gedaan heb niet door iemand hiertoe
+aangespoord, maar als een liefhebber en minnaar der welvaart van
+het Vaderland, zoo hoop ik, dat ik hiervoor nog zal genieten eenige
+recompens of vereering voor mijnen langdurigen arbeid en moeite,
+en dat het gewone spreekwoord waar zal zijn:
+
+
+ »laborem mitigat merces."
+ Het loon verzoet den arbeid.
+
+
+Hiermede wil ik mijn schrijven afkorten. Zoo ik hierin wat gedwaald
+mogt hebben, hetgeen niet zoo goed getroffen is, als in het bedijken
+gevonden kon worden, dat bid ik UE. Heeren, mij ten beste en ten goede
+te houden, en zoo ik in het vervolg nog iets goeds heb, hetgeen tot
+profijt en voordeel van de bedijking en tot 's Lands welvaart zou
+kunnen strekken, dat wil ik te allen tijde mededeelen en alzoo het
+land dienen met de gaven, die mij de Heere geeft.
+
+De Almogende, Goede, Barmhartige en Genadige God, die Hemel en aarde
+geschapen en gemaakt heeft, die wil Zijnen zegen hierover uitstrekken,
+en geven UE. al te zamen een gerust en vredig lang leven, en het
+allerbeste naar ziel en ligchaam, en hier namaals, het alleropperste
+goed hierboven in den Hemel met alle geloovigen en vromen, die hetzelve
+uit genade zullen bezitten in der eeuwigheid. Amen.
+
+
+(Nu volgen nog twee gedichten en voorts de spreuk:)
+
+
+ Nihil ab omni parte beatum.
+
+
+(en daaronder:)
+
+
+ J. A. L. W., Ingenieur,
+ ende Molenmaker van de Rijp.
+ 1643.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN.
+
+
+Haarlemmer-Meerboek.--De titel van den eersten druk luidt woordelijk:
+Ȉ dieu seul honneur et gloire. Haerlemmer-Meer-Boeck, dienende tot
+remonstrantie, verklaringh ende voorbereydinghe om de Haerlemmer-
+ende de Leytse-meer te bedijcken. Als oock van de diepten, gronden
+en de nuttigheydt derselver. Midtsgaders: van meest alle de Meeren
+die in Noort-Hollandt teghen den Huygendijck en Saerdam bedijckt en
+tot land gemaeckt zijn, zedert het jaar 1608, geduerende tot het
+jaer 1641. Beschreven door Jan Adriaenz Leech Water, Ingenieur en
+Molenmaecker van de Ryp in Noort-Hollant."
+
+Zoo ook luidt de titel van den derden druk; doch op denzelven slaat
+nog: »door d' Autheur een vijfde part vermeerdert."
+
+De 8ste druk, dien ik in deze heb gebruikt, mist de Fransche spreuk,
+doch heeft de woorden: "den achtsten druk wederom met verscheyden
+notable Artykelen een zesde part vermeerdert, ende ook met eenige
+tegenspraak van Colevelts Boeksken." Hetgeen waarschijnlijk ook op
+de titels der vierde en volgende uitgaven gevonden wordt.
+
+De eerste druk is in geene paragraphen of nummers verdeeld. Men mist
+er ook alles, wat in No. 7 tot en met No. 33, in No. 42 tot en met
+No. 45, en in No. 57 is vermeld, alsmede de optelling der bedijkte
+plassen in No. 65 en hetgeen men in No. 72, in No. 153 tot en met
+No. 174 vindt. De verdeeling in Nummers of Paragraphen heeft echter
+reeds in den derden druk plaats.
+
+
+
+Bl. 3. De Haarlemmer Meer.--In het werk van Leeghwater heb ik
+het woord Meer vrouwelijk gelaten, omdat hij het als zoodanig
+heeft gebruikt. Het woord is in onze taal zoowel vrouwelijk als
+onzijdig.--Men zie Bilderdijk's Geslachtlijst der Naamwoorden.--In
+mijn eigen werk heb ik mij naar het thans algemeen gebruik gevoegd
+en het woord als onzijdig gebezigd.
+
+» Voorbereiding, dit is plan.
+
+» Prins van Oranje, te weten Prins Frederik Hendrik, aan wien en aan
+de overige bij de opdragt vermelde personen, waarschijnlijk al hetgeen
+in den eersten druk staat, is ingeleverd. Misschien wel bij wijze van
+verzoekschrift, om octrooi te erlangen tot het bedijken van het Meer.
+
+» Lofbaarlijke, dit woord gebruikte Leeghwater veelvuldig, het is
+lofwaardig; wij hebben nog in onze taal schrikbaarlijk, wonderbaarlijk,
+enz.
+
+Bl. 4, No. 1. Zoo dat de vrees niet ongegrond is.
+
+Bij Leeghwater staat: hetwelk te bedenken staat, eene spreekwijze,
+thans niet meer in gebruik; wij hebben echter hiervan nog het woord:
+bedenkelijk, die zaak is bedenkelijk.
+
+Ald. No. 2. Een kenning. Eene zeer onbepaalde maat, zoo ver als men
+zien, kennen, herkennen kan, een gezigt ver. Het woord komt ook voor
+bl. 7, No. 10.
+
+» Geloofwaardige. Leeghwater zegt: loofwaardige, eene Noord-Hollandsche
+spreekwijze.
+
+Ald. Bij eenen landmeter, oude spreekwijze voor: door eenen landmeter.
+
+Bl. 5, No. 3. 't Land van de Vennep en het land van den Ruigenhoek. Het
+land van Vennep was eertijds zeer uitgestrekt, en aan het vaste
+land vast; men kon van dáár over Aalsmeer en Amstelveen te voet
+naar Amsterdam gaan. (Zie ook v. Leeuwen, Bat. Ill., bl. 140). Nog
+tegenwoordig heeft men te Hillegom de Venneper laan, die naar het Meer
+loopt. Vennep is een klein eilandje in het Meer, naast Beinsdorp. (Zie
+over Vennep v. Mieris, Beschr. van Leyden, II D., bl. 601).
+
+Het land van den Ruigenhoek ligt niet ver van Aalsmeer, eenigzins
+westwaarts van dáár.
+
+Ald. No. 4. Het zwoord van het land, is het bovenste gedeelte, de huid
+van het land, de bovenste korst, waarschijnlijk van waren, bewaren.
+
+» Nieuwerkerk, was weleer een welvarend dorp. Thans geheel, even
+als Vijfhuizen, Rijk, Rijkeroort, Burgerveen en 's Greegelsgeregt,
+door het Meer verzwolgen.
+
+» De schoor van het land; men noemt schoor, schor, schorre den aanwas,
+den aanworp van het land; het slijkland, gors. Het duidt in het
+algemeen aan land, dat boven water ligt, ook wel strand of oever.
+
+» No. 5. Dat zijn Vader zich herinnerde. Bij Leeghwater staat: 't
+welk zijn vader mogte gedenken; verouderde spreekwijze, wij zeggen
+nog in die beteekenis: gedenk mijner, voor herinner u mij.
+
+Bl. 6, No. 7 tot en met 33 worden niet in den eersten druk gevonden.
+
+Ald. No. 8. Rafter, is een stuk ruw hout. Zie Kiliaan op het woord. In
+het taalkundig woordenboek van Weiland komt het niet voor.
+
+Bl. 8, No. 14. Dat in dien tijd de mond van de Spiering-Meer geheel
+digt was. Men zie de kaart door ons bij dit werk gevoegd, waar men zien
+kan, dat het Spiering-Meer bevorens een geheel afzonderlijke plas was.
+
+De kaart van 1531 zou, volgens G. Schoenmaker, in de aanteekening op
+de Noord-Hollandsche Arcadia van Kl. Bruyn, bl. 481, vervaardigd zijn
+door Pieter Bruinsen, Landmeeter van Rijnland en Kenmerland.
+
+Bl. 8, No. 14. Dat daartoe geene waterlozing bij het huis ter Hart was.
+
+Het is onzeker, wanneer de sluizen bij half weg Haarlem het eerst
+gelegd zijn. In 1364 heeft Hertog Albrecht aan die van Rhijnland eene
+Handvest verleend, om sluizen te mogen leggen tusschen Amsterdam
+en Spaarndam, waarbij bepaald werd, dat door deze nimmer eenige
+doorvaart zijn mogt van groote schepen; ook mogt hier nimmer een
+overtoom gemaakt worden of eenige overslag van goederen over den dijk
+plaats hebben. Welligt is alzoo de oorsprong der sluizen op Halfweg
+aan deze handvest toe te schrijven.
+
+Het Huis ter Hart is thans meer bekend onder den naam van Zwanenburg;
+S. van Leeuwen zegt in zijne korte beschrijving der stad Leiden,
+bl. 156, dat hier weleer het adellijke huis Polanen stond. (Zulks
+is ook het gevoelen van Soeteboom in zijne Saanlandsche Arcadie,
+IIIde Boek). Dit wordt echter door anderen betwijfeld, die beweren,
+dat het huis Polanen een weinig meer naar de Amsterdamsche zijde,
+niet ver van de tegenwoordige trekvaart, waar later de lustplaats
+van den Heer Klaas Kornelisz Kalff was, heeft gestaan. Zwanenburg is
+het gemeen-landshuis van Rhijnland; de tijd der stichting is mij niet
+gebleken. G. Schoenmaker zegt, dat de naam Zwanenburg waarschijnlijk
+eerst zal hebben aangevangen na de vertimmering in 1660, en ontleend
+van de Zwanen, die boven ieder der stijlen van den ingang werden
+geplaatst.
+
+Bl. 9, No. 15. Zoo zou de Meer met de Drecht gemeen wezen. Over de
+betrekking van het Haarlemmer Meer en de Drecht, kan men zien het
+in den jare 1825 geschreven werkje van den kortelings overledenen
+ijverigen en werkzamen Jacob de Jong, Dijkgraaf van het Heemraadschap
+van den Amstel en Nieuwer Amstel, getiteld: De Amstel, de Drecht en
+de Aar voor groote schepen bevaarbaar gemaakt.
+
+Ald. Het Griet. De Griet is een polder, tusschen Leimuiden en het Meer,
+waarvan zeer veel is weggespoeld, zoodat het gedeelte van het Meer,
+dat er tegen aanspoelt, mede het griet wordt genoemd.
+
+Bl. 10, No. 20. Zoo dat deze waterwolf alles vernielt wat daaromtrent
+is. C. Velsen geeft, in zijne aanmerkingen over de tegenwoordige staat
+van de Haarlemmer Meer, eene opgave van de landen, die na Leeghwater,
+tot op zijnen tijd (1727), door het Meer zijn weggespoeld.
+
+» 11, No. 24. Hoorn. Hoorn, niet ver van de stad Leiden.
+
+» 12, No. 24. Begon te leggen, er staat slissen.--Slissen is eigenlijk
+slechten, effen-glad maken, complanare. Zie Kiliaan.
+
+Bl. 13, No. 27. Dat de droogte van Pampes daar nog dagelijks door
+gevoed wordt.--Wijlen mijn vriend M. G. Biben heeft in den jare 1828
+twee zeer belangrijke verhandelingen in het licht gegeven, over de
+aanslibbing der haven van Amsterdam en de afdamming van Pampus.
+
+Bl. 16, No. 36. Rhijnlandsche roede.--Eene Rhijnlandsche roede is 3
+Ellen, 7 Palmen, 6 Duimen, 7-4/10 strepen Nieuwe Nederlandsche maat;
+een Rhijnlandsche voet is 3 Palmen, 1 Duim, 3-9/10 Strepen.
+
+» 17, No. 41. De waard.--Geene bedijking had met zoo vele tegenspoeden
+te kampen als de Wieringer-waard, waartoe reeds 5 September 1595
+verlof werd gegeven, doch welk meer eerst in 1611 is gekaveld.
+
+Bl. 18, No. 41. Voor 's Hertogenbosch. In de kleine kronijk, bl. 40,
+No. 49, zegt onze schrijver: »Nota, dezelve Jan Adriaansz. Leeghwater,
+heeft ook gewerkt in 't leger voor 's Hertogenbosch, alwaar hij
+grooten dienst gedaan heeft voor den Prins, met molens te ordineeren
+en te stellen, om het water uit te malen, 't welk groot voordeel
+heeft gegeven om dezelve onwinlijke stadt winlijk te maken, gelijk
+gebleken is."
+
+Ald. No. 42 tot en met No. 45 wordt in den eersten druk niet gevonden.
+
+» No. 42. In het jaar onzes Heeren, te weten in 1628.
+
+Bl. 20, No. 46. In het labeur wezen.--Zoo staat er bij Leeghwater:
+het is het Latijnsche in laborem esse, bezig, werkzaam zijn.
+
+» 21, No. 47. Ronde Goden.--Wat ronde Goden zijn, heb ik niet kunnen
+ontdekken.
+
+» 21, No. 48. De Beemster.--Leeghwater heeft de bedijking der Beemster,
+in zijne kleine kronijk, bl. 27, aldus beschreven:
+
+»In den eerste, de verzoekers en octrooijanten van de Beemster,
+die met Gods hulp dit heerlijke treffelijke werk eerst bij der
+hand genomen hebben, waren bij namen de navolgende perzonen; de
+eerzame, vrome koopman, Dirk van Os met zijn broeder Hendrik van
+Os, Burgemeester Boom, Arent Grootenhuis, met zijn broeder Heins
+Grootenhuis, Jan Klaasz Krook, goutsmit; deze zes personen waren
+woonachtig te Amsterdam, met nog den bailjou van Oosthuizen, genaemd
+Vollenhoof, die mede een octrooijant was, die de eerste dijkgraaf
+geweest is die de Beemster bediende.
+
+»2. De namen van de vier principaalste Landmeters waren deze navolgende
+personen, (die de Beemster, aldereerst de ringdijk, daarna de wegen
+en sloten, en de cavelingen, met advys van de E. Heeren bedijkers,
+gerooit en gesteld hebben) Mr. Luicas Jansz. Sink van Amsterdam,
+met Mr. Jan Pietersz. Dan van Leiden, met Augustyn Bas van Alkmaar
+en Schout Reier van Warmenhuyzen.
+
+»3. De eerste Secretaris was van Purmerend, genaamd Riwert Claasz, een
+zeer bekwaam man tot zoodanige diensten, en Jan Adriaansz. Leegwater
+van de Rijp, was van de E. Heeren gesteld waar te nemen het fabrijken
+en stellen van de watermolens.
+
+»4. De Beemster was een water van omtrent zeven mijlen in het rond
+en na mijne meting omtrent zes voeten diep. De bedijking van dezen
+is een zeer treffelijk werk geweest, strekkende tot groot profijt,
+niet alleen voor het gemeene Land, maar ook voor vele arbeiders,
+die hun brood daaraan wonnen, en waardoor nu nog dagelijks, droog
+geworden zijnde, vele duizend menschen gespijst worden.
+
+»5. De besteding van de watermolens van de Beemster, is geschied in
+het jaar 1608, op nieuwe jaarsdag, in het openbaar tot Amsterdam,
+op den Nieuwen dijk tot Anna Franken, en die den eersten molen aannam
+was van Delft, genaamd de Boer.
+
+»6. De eerste aanbesteding van het dijkwerk werd gedaan tusschen
+Purmerend en Nek, op den 10den April 1508, waarvan een groote
+menigte van volk tot Purmerend op het kasteel vergaderd was. De
+aannemer van het eerste park was van Burghorn, zijn naam was Jan
+Adriaansz. Jongkint, welke een ton bier van de Heeren ten beste kreeg,
+omdat hij het eerste park gemijnd had.
+
+»7. Een zeker Engelschman, aangenomen hebbende een groot stuk dijks,
+begon daaraan te werken, doch is, door het geweld van het water,
+vermits de dijk zeer lang was, verhinderd hetzelve uit te voeren,
+en moest tot zijn groote schade, de wijk nemen.
+
+»8. Daarna heeft men beginnen te raadslagen hoe dat men het
+Spijkerboorsgat zou stoppen, hetwelk kwaad om te doen was, overmits
+de scheuring eene groote diepte aldaar maakte; dit werd met balken
+en heiwerk, en aarde daartusschen ingeworpen voltrokken, zulks dat
+men haast over dezen dam kon gaan.
+
+»9. Daar is ook eene uitwatering besteed, die begonnen is voorbij
+Ursem, langs Walingsdijk, daar nu de vaart tusschen Alkmaar en Hoorn
+is; voorts liep het voor bij Avenhorn, en zoo allenskens in zee. De
+andere uitwatering was na Sardam, alwaar de Heeren van de Beemster
+eene nieuwe sluis lieten leggen, om het water te lossen.
+
+»10. Men zag met er haast vele watermolens rondom de Beemster stellen,
+om na het sluiten van den Ringdijk het water uit te malen, hetwelk
+in vier jaren tijds volbracht is.
+
+»11. Doen de Beemster ten naastebij droog was, zoo dat men daar niet
+langer met schuiten over varen kon, zoo is aldaer in de zomer veel
+volks in gegaen met manden en zakken, na de kil toe, door de slibber
+en heeft aldaar bij menigte visch en aal met handen gegrepen, en t'
+huis gebragt, gelijk ik zelfs mede gedaan heb.
+
+»12. Doen de Beemster eerst droog geworden was in het jaer 1612,
+den 4den July, dat men de wegen redelijker wijze kon gebruiken,
+hebben de E. Heeren bedijkers van de Beemster, den Prins Mauritius,
+met zijnen broeder, Prins Hendrik, met meer groote Heeren en Edelen
+daer bij wezende, verzogt, en genoot om in de Beemster te komen,
+om hunnen maaltijd aldaar te houden in 't Heeren huis; hetwelk ik
+Jan Adriaansz. Leegwater mede gezien heb, en den tafel mede heb
+helpen bedienen.
+
+»13. Op den zelfden dag, voor den maaltijd, is de Prins Mauritius,
+met zijn adel en suite na de Rijp getrokken, alwaar hij zeer treffelijk
+ingehaald en ontvangen werd, waarvan Jan Sypersz., een braaf jongman,
+eene fraaije vrijster bij hem hebbende, allereerst den Prins gewelkomd
+heeft, en hij heeft haer elk met een stuk gouds vereerd.
+
+»14. En alzoo daer nog geen brug bij Rijp over de ringsloot was, daar
+men over gaan konde, zoo was schipper Jan IJsbrantsz. van de Rijp, die
+een liefhebber van den Prins was, de aanlegger om een brug te ordineren
+met schuiten en pramen, mede met planken en deelen op het spoedigste te
+maken en te stellen, zoo dat die brug wel gereed lag doen die Prinsen
+en Heeren in de Rijp kwamen, en daer bekwamelyk over gaen konden.
+
+»15. Alzoo die loffelyke dykagie van de Beemster door den zegen
+des Heeren alle jaren zeer treffelyk begon aen te wassen en te
+vermeerderen, zoo waren die van Rijp zeer begeerig om een wagenbrug by
+de Rijp over de Ringsloot te hebben, waarvan Meinert Cornelisz. Salm,
+een van de vroedschappen van de Rijp was, die aan de E. Heeren Bedykers
+van de Beemster verzogt en verkregen heeft, aldaar een wagenbrug te
+leggen, waarvan de Heeren bedykers het hout daartoe gegeven hebben,
+en die van de Rijp hebben die brug uit een goede gonste ter liefde
+gemaakt, in twee halve dagen, waarvan ik, Jan Adriaansz. Leegwater,
+het fabryk met het timmeren van de brug waargenomen heb.
+
+»16. Zoo haast die brug gemaakt was, zoo was IJsbrant Jansz. de
+Lange, zeer begeerig, en heeft zyn wagen en paard op den zelfden
+dag gehaald op het spoedigste, en is allereerst over die brug in de
+Beemster gereden, welke voorz. brug al daar sommige jaren tot een
+behulp gelegen heeft. Deze voorz. brug is gelegen in het jaar 1613,
+op den 29sten Maart, en doen is de eerste wagen uit de Beemster over
+die brug in de Rijp eerst gekomen."
+
+
+Men leze over de Beemster Le Francq van Berkhey, Nat. Hist. van
+Holl., Iste Deel, bl. 76; A. Wolf, de bedijking van de Beemster;
+Historisch berigt wegens Joost Jansz. Beeldsnijder, door J. Koning,
+geplaatst in het Vde Deel der werken van de 2de klasse van het
+Koninkl. Ned. Instituut, enz.
+
+Ik kan mij niet onthouden hier te plaatsen de regels van Vondel,
+
+
+ OP DEN BEEMSTER.
+
+ De wintvorst, om den rouw van Hollants Maeght te paeien,
+ Vermits door storm op storm zy schade en inbreuk leê,
+ Schoot molenwieken aen, en maelde, na lang draeien,
+ Den Beemster tot een' beemt, en loosde 't meir in zee.
+ De zon verwondert, zagh de klay noch brak van baren,
+ En drooghde ze af, en schonk ze een' groenen staetsikeurs,
+ Vol bloemen geborduurt, vol lovren, ooft, en airen;
+ En toiende heur hair, bestroide het vol geurs.
+ De room en boterbron quam uit haer borsten springen,
+ Het vissigh lyf wert vleesch, noch maeght en ongerept,
+ Haer voorhoofts torenkroon quam door de wolken dringen,
+ Gelijk gemeenlyk weelde in hoogheit wellust schept.
+ Hier jaeght de winthont 't wilt: hier rijt de koets uit spelen.
+ Men danst, men banketteert in 's koopmans ryke buurt.
+ Hier lacht de goude tyt in lieve lustprieelen,
+ Die voor geen oorlog schrikt, noch kiel op klippen stuurt.
+ Verzier van Cypris hoe zy Cypers quam bekoren:
+ Ik weet dat dees Godin uit zeeschuim is geboren.
+
+
+ Poezy II.
+
+
+Bl. 21, No. 48. Na de bedijking heeft ieder morgen omtrent 250 gulden
+gekost.--Een morgen lands is bij ons groot 600 Rhijnlandsche roeden,
+oude maat, of 85 (vierkante) roeden, 15 el, 79 palmen, 16 duim nieuwe
+maat; of 85157916/100000000 van een Bunder. Gewoonlijk geldt het
+morgen lands in de Beemster thans tusschen de f 650 en f 750. De
+grondlasten, polder-omslagen, dijkgelden, enz., kan men per jaar op
+f 12 à f 14 stellen.
+
+Bl. 24, No. 57. Hetgeen in dit No. staat wordt in den eersten druk
+niet gevonden.
+
+Ald. No. 57. Kroosing komt van kroos, kroes, kroost, kroost, intestina,
+venter cum intestinis, het inwendige, ook ronding; kroes is een
+ronde drinkbeker.
+
+» No. 60. Welke kleibodem doorgaans dik is 7, 8 à 9 voet en meer.--Bij
+den Heer Baron van Lynden vindt men bl. 302 een proces-verbaal van een
+in den jare 1812 plaats gehad hebbend onderzoek der diepten van water
+en van den aard en de gesteldheid der gronden beneden het water van
+het Meer, opgemaakt door de Heeren A. Hanegraaff, S. Kros en J. van
+Lakerveld Blanken, waaruit men echter moet opmaken, dat de kleibodem
+doorgaans zoo dik niet is als Leeghwater hier opgeeft.
+
+» No. 61. Dan is het meest altijd laag water op het IJ. Er staat in het
+oorspronkelijke: dan is het meest altijd leeg-water, enz. Ook in No. 24
+staat leger voor lager. Dit zou het vermoeden kunnen bevestigen van
+hen, die meenen, dat Leeghwater zijnen naam van laag-water ontleende.
+
+Bl. 26, No. 62. Plempwerk.--Van plempen, in de beteekenis van dempen,
+digtmaken.
+
+» 27, No. 65. De veelvuldige Meren en Moerassen, die in Noord-Holland
+vóór en na de Beemster bedijkt zijn. De Heer Baron van Lynden geeft,
+bl. 34 zijner verhandeling, eene staat der droogmakingen, zoo in Noord-
+als in Zuid-Holland. De eerste bedijking was in 1440 van het Neschmeer
+in Noord-Holland. Volgens dien staat zijn in dat gewest van 1440 tot
+1645, als wanneer het Sapmeer is bedijkt, 43 meren en plassen tot land
+gemaakt, te zamen ruim 42617 morgen uitmakende. En in Zuid-Holland,
+met een klein gedeelte van Utrecht, vanaf de droogmaking van het
+Soetermeersche Meer, in 1614, tot die van het Bijlmer-Meer, in 1820,
+40 Meren en Polders, te zamen uitmakende ruim 35793 Morgen.
+
+Helmers zingt in zijne Hollandsche Natie (Iste Zang) niet ten onregte:
+
+
+ »Stijg, Beemster! Purmer stijg! meldt, welige valleijen!
+ Op wier beklaverd veld thans vette kudden weijën;
+ Vermeldt den voorspoed aan der oud'ren vlijt verpligt!
+ Uw welvaart zegt ons meer dan 't schoonste lofgedicht.
+ o Grond! in vroeger eeuw in schuimend nat bedolven!
+ o Grond! door 't voorgeslacht gewoekerd uit de golven,
+ Gij dondert ons in 't oor met onweêrstaanbre kracht:
+ Bemint uw vaderland, vereert het voorgeslacht!
+ Hun brein, dat tot uw nut heel d' aardbol had omvademd,
+ Schiep 't land dat gij bewoont, den luchtstroom dien gij ademt."
+
+
+Leeghwater noemt op zijne lijst de oude en nieuwe Zijp; deze werd
+eigenlijk reeds in 1553 bedijkt, doch brak later in 1570. De tweede
+bedijking had in den jare 1572 plaats; doch in het zelfde jaar bezweek
+de dijk weder. In 1595 hervatte men de bedijking, die, hoezeer nog
+eens ingebroken zijnde, echter in dat jaar tot stand kwam. Zie de
+cronycke van Leeuwenhorn, uitgegeven door D. Asz. Valcooch, bl. 88.
+
+De optelling dezer in No. 65 vermelde drooggemaakte Meren vindt men
+in den eersten druk niet.
+
+Bl. 28, No. 66. Dirk van Os met zijn broeder Hendrik van Os, het
+eerste jaar toen de Beemster droog geworden was geteeld zeven duizend
+zeven honderd drie en vijftig zakken koolzaad. Leeghwater geeft niet
+op, hoe veel lands deze gebroeders van Os in de Beemster bezaten;
+zeker is het, dat Dirk van Os de voornaamste belanghebbende in die
+bedijking was. Men zie Extract uit het octrooi van de Beemster met
+de cavelconditiën, gedrukt te Purmerend, 1696, in 8o.
+
+Bl. 29, No. 67. De volger weg is de weg, die van Purmerend, of liever
+van de kruissloot, tusschen die stad en Quadyck, naar Volger, bij
+Spijker-boort, loopt; hij is bijna 2040 Rhijnlandsche roeden (7685
+Nederlandsche ellen) lang.
+
+Ald. No. 69. De Beemster kan ieder jaar nu wel opbrengen aan landhuur
+twee maal honderd en vijftig duizend gulden aan vrij geld. Een mijner
+vrienden gaf mij op, dat hij van zijn land in de Beemster rekende
+jaarlijks f 33 à f 34 vrij geld per morgen te ontvangen. Hetgeen over
+de 7645 morgen, die de Beemster groot is, wederom ten naaste bij de
+door Leeghwater opgegeven som uitmaakt.
+
+Bl. 31, No. 72. Hetgeen in dit No. staat mist men mede in de eerste
+uitgave.
+
+» 34, No. 78. Fabrijk.--Eertijds werd de opziener over de stadsgebouwen
+de fabrijk genoemd. Dit heeft in sommige steden nog wel plaats.
+
+Ald. No. 80. Mijn zaligen vader Adriaan Symonsz. Leeghwater.--Men
+zou hieruit kunnen opmaken, dat de vader van onzen Schrijver zich
+ook Leeghwater noemde; doch het komt mij waarschijnlijk voor, dat
+Leeghwater, dien naam hebbende aangenomen, denzelven ook aan zijnen
+vader toevoegde, die zich mede met het leegmaken van plassen schijnt
+bezig te hebben gehouden.
+
+Bl. 36, No. 87. Sr. van Baerle.--Eertijds,--geen vijftig jaren
+geleden,--noemde men Sr. (Sinjeur,) iemand, wien men meende dat de
+titel van Heer niet toekwam. Ik zag eens eene assignatie op eenen
+kassier, luidende: Sr. N. N. gelieve te betalen, enz. Thans zijn alle
+Sinjeurs Heeren, zoo niet Wel-Edel of Wel-Edelgeboren Heeren geworden,
+nadat eerst de Heeren Burgers zijn geweest.--O quantum est mutatum
+ab illo!
+
+Bl. 37, No. 92. De Haarlemmer-Meer is doorgaans diep negen
+Rhijnlandsche voeten.--Uit het hier boven opgenoemd proces-verbaal van
+de Heeren Hanegraaff, Kros en Van Lakerveld Blanken blijkt, dat het
+water in het Meer meestal 12, 12 1/2 en 13 voeten diep is, ja op eenige
+plaatsen 15 voeten, schoon op enkele 8 en minder. Die Heeren hebben 256
+peilingen en boringen in het Meer bewerkstelligd. De diepte is door hen
+berekend onder het Amsterdamsche peil. De diepte op het door mij bij
+dit werkje gevoegde kaartje aangeduid, is derhalve beneden dat peil.
+
+» 38, No. 94. Van de watermolens.--Zeer breedvoerig handelt de Heer van
+Lynden over dit onderwerp in het VIde Hoofdstuk zijner verhandeling,
+bl. 70-144. Sedert den leeftijd van Leeghwater is men in de werktuigen
+van uitmalen veel vooruitgegaan.
+
+» 45, No. 112. De brouwers van Haarlem en Leiden.--Het getal der
+brouwerijen te Haarlem, Leiden, Delft en elders in ons Land, was
+bevorens zeer aanzienlijk.
+
+» 46, No. 115. Kordewagens is het zelfde als kruiwagens. Zie Weiland
+op het woord.
+
+Ald. No. 117. Voor dezen heb ik dit (de berekening der bedijking)
+nog eens gesteld.--Hieruit blijkt, dat Leeghwater reeds vroeger het
+plan eener droogmaking van het Haarlemmer Meer heeft gevormd.
+
+Bl. 47, No. 120. Een schaft aarde.--Eene schaft is 114 kubiek
+voeten. Leeghwater berekent de schaft op 50 cents; in het midden der
+vorige eeuw stelde men ze op 85 cents, en de Heer Van Lynden zegt
+(bl. 178 zijner verhandel.), dat men dezelve thans, bij het graven van
+groote en diepe kanalen, tusschen de 1 1/2 en 2 gulden moet berekenen.
+
+Bl. 48, No. 121. Notsloot voor Nootsloot nog als zoodanig in gebruik,
+alsmede notbrug, notweg, enz.
+
+» 51, No. 134. Dit alles bedraagt al te zamen zes en dertigmaal honderd
+duizend gulden.--De berekeningen van de kosten der droogmaking zijn
+zeer uiteenloopende,
+
+
+ Leeghwater stelt ze op f 3,600,000.
+ Bolstra gaf die in zijnen tijd op als
+ zullende bedragen » 6,600,000.
+ de Heeren Goudriaan en Klinkenberg stelden
+ in 1769 » 9,000,000.
+ de Heer A. Blanken, Jsz. » 8,000,000.
+ de Heer Engelman » 12,000,000.
+ de Baron van Lynden » 7,000,000.
+ en Al. Stappers slechts » 6,000,000.
+
+
+Terwijl, volgens de berekening van het Gouvernement, tot die
+droogmaking 8 Millioenen noodig zouden zijn.
+
+Ald. No. 153. Al wat in No. 153 tot en met No. 174 staat wordt in
+den eersten druk niet gevonden.
+
+Bl. 63, No. 168. Heeft men het ongeluk in Holstein niet gezien, hoe het
+met de Meggerzee, Butsloot en het Noorderstrand is gegaan?--Leeghwater
+verhaalt dit ongeval, hetwelk in 1634, daags vóór Allerheiligen,
+voorviel, en waarbij hij tegenwoordig was en groot gevaar liep om zijn
+leven te verliezen, zeer breedvoerig in de kleine kronijk, bl. 36,
+No. 35 tot en met 48.
+
+» 65, de laatste regel: 1643.--Dit jaartal staat onder al de uitgaven,
+die den vierden druk volgden.--Leeghwater heeft, na het uitkomen van
+Colevelt's Bedenkingen, zijn werk in 1643 nog eens nagezien en eenen
+IVden druk van zijn Meerboek uitgegeven, naar welken al de volgende
+(met bijvoeging van de kleine kronijk) zijn afgedrukt.
+
+
+
+
+
+
+DRUKFOUTEN IN HET VOORWERK.
+
+ staat: lees:
+Bl. 22, laatste regel, nog bij de nazaten bij de nazaten.
+ » 60, Aanteekening(3), Lusac Luzac
+ » aldaar laatste regel W. P. D. Baron van Sytzama M. P. D. Baron van Sytzama
+ » 99, regel 13, zuchtten zuchten
+
+
+De fouten, als b. v.: financiën, financiëel, enz. voor finantiën,
+finantiëel, enz. of omgekeerd, naarmate men het verkiest, en andere
+die er hoogstwaarschijnlijk in zijn, gelieve de Lezer te verschoonen.
+
+
+
+Bij het vermelde op bl. 111, in de Noot(2), kan men nog voegen,
+No. 181 van den Avondbode, van heden den 15den Junij 1838, waarin een
+derde Artikel der Aanteekeningen op de Redevoeringen in de zitting der
+Staten Generaal, van 2 April 1838, met betrekking tot de droogmaking
+van het Haarlemmermeer, door F. W. C. is geplaatst.
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Mr. J. van Lennep, de IJzeren spoorweg van Amsterdam op
+Haarlem, lierzang, den Aanleggeren en Begunstigers daarvan
+toegezongen. Amsterdam 1837.
+
+[2] Wij weten, dat Bilderdijk zeer ongunstig over de gevolgen van het
+droogmaken van het Meer dacht (zie Geschiedenis des Vaderlands, I Dl.,
+Blz. 25). Haar hij dacht even ongunstig over de vroegere bedijkingen
+in ons Land en noemde onze vooronders vernuftige landbedervers, van
+welke blaam de Heer Mr. S. de Wind hen in een stukje, geplaatst in
+den Zeeuwschen Volks-Almanak voor dit jaar, Blz. 93-101, getracht
+heeft te zuiveren.
+
+[3] Tegenwoord. staat der Nederl., Deel VI, (Holland) Blz. 164 en
+volg. De Baron van Lijnden, verhandel. over de Haarlemmer-Meer,
+Blz. 38-40, en G. Nieuwenhuis, Algemeen Woordenboek, op het woord
+Haarlemmer Meer.
+
+[4] Volgens het plan van 1742, zou men rondom het Meer eenen dijk
+hebben moeten leggen, ter lengte van 13830 roeden. Men berekende, dat
+men alsdan 19000 morgen droogen grond, en hieronder 8000 morgen aan
+landerijen zou bekomen en bovendien nog eenen verkleinden waterboezem
+van 9000 morgen behouden, om daarin het overtollig polder- en ander
+water van Rhijnland te lozen. Voorts zou men rondom den dijk eene
+ringvaart doen loopen voor de schepen, die van Sparendam naar de
+Oude Wetering varen. Men stelde, dat tot het uitmalen 112 zware
+achtkante steenen molens benoodigd zouden zijn, en de kosten der
+geheele onderneming 6,631,000 galden zouden bedragen.
+
+[5] Verhandeling van den Baron van Lijnden, bl. 5 en 6.
+
+[6] In de Vaderl. Letteroef. voor Dec. 1837, No. 15, is geplaatst
+eene lezenswaardige bijdrage over J. A. Leeghwater, door den geleerden
+Mr. S. de Wind, even als de onze getrokken uit 's mans werken. Ook in
+het Aanhangsel op het Algemeen Woordenboek van G. Nieuwenhuis vindt
+men een goed gesteld artikel over Leeghwater, en in den Avondbode
+van 10 Jan. 1838, No. 53, wordt hij mede in het mengelwerk vermeld.
+
+[7] Kl. Kron. bl. 11, No. 14.
+
+[8] Kl. Kron. bl. 6, No. 5 en bl. 10, No. 5. Zij had, zoo als hij
+No. 7 zegt, gezien zes van hare eigen kinderen, 47 kinds-kinderen,
+63 over-kinds-kinderen en nog 26, die aan deze getrouwd waren,
+makende te zaamen 142, behalve nog andere 26, die gestorven waren.
+
+[9] Hij schreef zich ook wel Leeg-water en Leech-water. De Redacteur
+van den Konst- en Letterbode, No. 18 van het jaar 1807, bl. 276,
+wil den naam afleiden van Laagwater: »Ongetwijfeld," zegt hij, »is
+die naam ontleend, hetzij van zijne kunst, om onder of beneden het
+water zich eenigen tijd op te houden, en aldaar eene verscheidenheid
+van werkzaamheden te verrigten, of van een' der voornaamste takken
+van zijn beroep en velerlei handwerk: het woord leeg of leegh,
+overeenkomstig de uitspraak bij de Noord-Hollanders, zelfs op vele
+plaatsen tot heden, die de dubbele a, in verscheiden woorden, als
+eene dubbele e uitspreken, en wel volgens oud gebruik met bijvoeging
+van de h, leegh geschreven wordende."
+
+[10] Kleine Kronijk, bl. 10, No. 9.
+
+[11] Bl. 12, No. 23.
+
+[12] Ald. bl. 14, No. 32.
+
+[13] Haarl. Meerboek, No. 41; kl. kr. bl. 27 en volg. No. 1-16.
+
+[14] Zie Haarl. Meerb. No. 41, kl. kron. bl. 40, No. 50 en vergelijk
+Leven van Frederik Hendrik. (II Deelen in 8vo. van het jaar 1737). Iste
+Deel, bl. 259, 269 en volg.
+
+[15] Haarl. Meerb. No. 42.
+
+[16] t. a. pl.
+
+[17] t. a. pl. No. 43.
+
+[18] Deze kunst schijnt echter geene nieuwe uitvinding te zijn geweest,
+maar reeds bij de ouden bekend, zoo als men zien kan bij Witsen,
+Aeloude en Hedendaagsche Scheepsbouw, bl. 287, gelijk de Heer Baron
+Collot d'Escury, in het VIde Deel van Hollands roem, bl. 74, in de
+noot opmerkt.
+
+[19] Deze Pieter Pietersz. was den 20 Januarij 1574, en dus een jaar
+vóór Leeghwater, te Alkmaar geboren en bekleedde verscheidene jaren
+het Leeraarambt bij de Doopsgezinden, eerst in de Rijp en naderhand
+te Oost-Zaandam, en stierf in 1651. Men vindt zijne afbeelding in
+het IIde Deel der Nederduitsche Vertaling van de Geschiedenis der
+Mennoniten van Hermannus Schijn, door Gerardus Maatschoen, alwaar
+men ook (bl. 588-596) een verslag van de door hem uitgegevene werken
+aantreft. Vóór 's mans Opera Omnia (tweemalen, in 1650 en 1666, in
+4to. uitgegeven) is een kort levensberigt van hem geplaatst. Vergelijk
+ook Konst- en Letterbode, t. a. pl. bl. 277.
+
+[20] Aldaar bl. 41 en volg. Niet, zoo als de Heer Baron Collot
+d'Escury, t. a. pl. bl. 73 zegt, achter het Haarlemmermeerboek. Zie
+mede over dit waterduiken van Leeghwater: Meerman op De Groot,
+Parall. Rerumpubl. Deel II, Hoofdst. 20, bl. 441 en volg., en Bijdrage
+van den Heer De Wind, in het bovenvermeld No. der Letteroef.
+
+[21] No. 18, bl. 278 en volg.
+
+[22] Denkelijk te nyeuwte, gelijk hier onder.
+
+[23] Dit cachet of zegel, hetwelk van rood was is geweest, is door
+verloop van tijd en veelvuldige behandeling bijna geheel afgesleten
+en verbrokkeld.
+
+[24] Konst- en Letterbode t. a. pl. bl. 280.
+
+[25] Zie boven bl. 18, No. 5 en bl. 22, No. 9.
+
+[26] Niet onaardig zijn de aanmerkingen, welke hij bij sommige dier
+plaatsen maakt: men kan er veelal den onderzoeker uit ontdekken. Zoo
+zegt hij b.v. bij Keulen: »Eene treffelijke Stad, daar heb ik de
+toren gemeten, die is 78 voet dik in het vierkant, hetwelk de dikste
+toren is, dien ik gezien heb. Behalve dien, heb ik mede de torens van
+Utrecht, Mechelen en Antwerpen wel gemeten, die zijn 68 voet dik, en de
+nieuwe toren, die nu te Amsterdam aan de Nieuwe Kerk gemaakt wordt, is
+64 voet dik." Bij Goddorp »'t Hof van Holstein, aldaer ik in de Hofkerk
+het schoonste Muzijk gehoord heb, daar ik mijn leven bij geweest hen,
+aldaar ik mede verscheiden malen met den Hertog van Holstein gesproken
+heb, dewelke een zeer bequaam Man is van zeden en manieren."
+
+[27] Verhand. bl. 42.
+
+[28] Eene, Haarlem 1669 in 8o., in de opgave van Beschrijvingen der
+gewesten, steden en plaatsen in het Koningrijk der Nederlanden, door
+Mr. J. T. Bodel Nyenhuis, geplaatst in den Vriend des Vaderlands,
+IV Deel, No. 4; en eene, Haarlem 1706, in 12mo. in het Naamreg. van
+R. Arrenberg, bl. 243.
+
+[29] Zie ook Avondbode van 16 Januarij 1838.
+
+[30] Deze drukken van 1654, 1714 en 1727 worden ook vermeld door mijnen
+vriend Bodel Nyenhuis in de 2de lijst zijner voornoemde opgave, Vriend
+des Vaderlands, D. V., No. 3. Zij zijn alle in 4to. en te Amsterdam
+uitgegeven. Ik zag ook een' druk van 1669, uitgegeven te Saerdam,
+geplaatst achter den 7den druk van het Haarlemmer-Meerboek. Het is
+niet onwaarschijnlijk, dat deze kronijk, na den jare 1654, telkens
+gelijk met het Meer-boek is herdrukt.
+
+[31] Amsterdam bij Dominicus van der Stichel, 35 bl. in 4o.
+
+[32] De Heer Van Lijnden verh. bl. 43; en het aanhangsel op het
+woordenboek van Nieuwenhuis zeggen, dat het werkje in 1640 voor het
+eerst uitkwam; doch dit is eene vergissing. De Schrijver van het
+artikel in den Avondbode noemt het jaar 1643; doch verkeerdelijk. De
+Heer De Wind vermoedde te regt, dat die eerste uitgave vóór het
+laatstgenoemde jaar heeft plaats gehad.
+
+[33] Amst. bij V. d. Stichel, 42 bl. in 4o. Zie ook Colevelt's
+bedenkingen.
+
+[34] Deze wordt ook vermeld in den Catal. der boeken van Jacob Koning,
+II Deel, bl. 214, No. 569. Hij was de laatste, die door Leeghwater
+zelven werd nagezien, en naar welken al de volgende uitgaven zijn
+gedrukt.
+
+[35] Bij Willem Willemsz. te Saerdam, 48 bl., in 4o.
+
+[36] Te Amsterdam, bij P. Visser, J. v. Heekeren en J. Graal, mede
+48 bl. in 4o. Bodel Nyenhuis zegt, in zijne 2e lijst, te Haarlem.
+
+[37] Amsterdam bij Visser. Zie Catal. der boeken, van J. Koning,
+IIe Deel, bl. 214, No. 570 en 571.
+
+[38] Amst. bij P. Visscher. Zie Naamregister van Joh. van Abkoude,
+I Deel, bl. 209.
+
+[39] Van deze maakt de Heer Van Lijnden (verh. bl. 43) gewag. Zij
+komt ook voor in de Biblioth. Meerman. T. III, p. 180, No. 771.
+
+[40] Amst. bij T. Beek; zie naamregister van R. Arrenberg,
+bl. 243. Deze druk is waarschijnlijk dezelfde als die, welke door
+Van Abkoude, in het 2e aanhangsel op zijn register, bl. 92, wordt
+gezegd van 1750 te zijn; bij dezen of genen bestaat waarschijnlijk
+eene drukfout. Nog kwam ons dezer dagen in handen een exemplaar,
+op welks titel het jaartal 1764 wordt vermeld; doch daar mede op
+dien titel staat twaalfde druk, houd ik die uitgave voor dezelfde
+als die van 1749 of 1750, alleen met eenen nieuwen titel, hetgeen in
+die dagen niet ongebruikelijk was, indien het kopij-regt van eigenaar
+veranderde. De Heer Baron du Tour zegt in zijne verhandeling over het
+Haarlemmermeer, bl. 40, dat de Boekhandelaar Joh. Schouten, te Alkmaar,
+in 1819, eigenaar van het handschrift van Leeghwater was. Ik heb er
+te vergeefs onderzoek naar laten doen.
+
+[41] Zie ook den boven aangehaalden Avondbode.
+
+[42] Men verwondere zich niet, indien men bij mij veel aantreft,
+hetgeen ook de Heer De Wind in zijne meergen. Bijdrage heeft. Wij
+hebben beide uit dezelfde bron moeten putten.
+
+[43] In den Konst- en Letterbode, t. a .pl. bl. 277, worden behalve
+van deze Pieter en Trijntje Leeghwater, nog melding gemaakt van hunne
+broeders Sijmen en Cornelis. Beide laatsten zijn echter overleden,
+gelijk ook de aldaar vermelde Wed. van Jan Cornelisz. Leeghwater in
+1810 gestorven is.
+
+[44] Men vindt eene afbeelding en beschrijving van dezen penning bij
+Van Loon, Beschrijv. der Nederl. Histor. penningen, II Deel, bl. 193,
+No. 1. Ook in den Konst- en Letterbode van 1807 wordt hij in de noot
+bl. 277 beschreven.
+
+[45] Deze afbeelding heb ik mede doen plaatsen in de mengelingen van
+No. 5 van het Maandschrift de Gids voor dit jaar.
+
+[46] Claes Arentsz. Coleveldt. Hij was publiek Landmeter.
+
+[47] Te Leiden bij J. A. van Abcoude, in 4to.
+
+[48] Te Leiden, bij Daniel Goetval, 40 bl. in 4to. met eene kaart.
+
+[49] Deze C. Velsen was ook schrijver van een werkje tegen Van den
+Burggraaf, in 8o. Leiden 1744; en van eene rivierkundige verhandeling,
+afgeleid uyt water-wigt- en waterbeweegkundige grondbeginselen, en
+toepasselijk gemaakt op de Rivieren: den Rhijn, de Maas, de Waal, de
+Merwede en de Lek, waarin de aloude en tegenwoordige toestand dier
+Rievieren overwogen, de gevaren die men uit derzelver verandering
+te dugten heeft, aangewezen en middelen ter verbetering van dezelve,
+en tot voorkoming van overstroomingen voorgesteld worden; opgeheldert
+door naauwkeurige kaarten en platen, in gr. 8o., Amst. 1749 en 2de
+druk merkelijk vermeerderd, Harlingen 1768.
+
+[50] Men vindt in de Tegenwoordige Staat t. a. pl. eene zeer
+naauwkeurige kaart van de Haarlemmer- en Leidsche-meren, met aanwijzing
+der plaats gehad hebbende vergrootingen, van een plan van bedijking,
+enz.
+
+[51] Verh. bl. 44.
+
+[52] Over het Haarlemmer-Meer en zijne vergrootingen kan men
+wijders lezen bij S. van Leeuwen, Batav. Illustr., Ie Deel bl. 104,
+en volg. bij L. Smids, Schatkamer der Nederl. Oudheid, op het woord
+Meren, enz. De laatste maakt melding van een provisioneel concept der
+bedijkingen van de Haarlemmer- en Leidsche-meren, in 1641 uitgegeven;
+waarschijnlijk bedoelt hij hiermede het werk van Veeris of van
+Leeghwater.
+
+[53] Er bestaat nog een zeer zeldzaam gedicht, tot opschrift voerende:
+De Haarlemmer-meer door D. Slob, gedrukt 1763 in 4o. Deze Slob
+was Schout van Aalsmeer en Kudelstaart, zoo als hij in dit gedicht
+zegt; de verzen zijn armzalig en geene vermelding waardig; doch uit
+den inhoud en vooral uit de aanteekeningen leert men de vrees der
+bewoners dier streken kennen, om eenmaal door het Meer geheel te
+worden verzwolgen. Ik zag door de gedienstigheid van mijnen vriend
+Bodel Nyenhuis het 1ste stukje van dit zeldzaam voorkomend gedicht,
+doch weet niet of er een 2de van is.
+
+[54] In het V en VI No. van den Recensent der Recensenten voor het
+jaar 1819, (bl. 190-208 en bl. 247-258), vindt men eenige uittreksels
+uit echte stukken van kundige mannen, rakende het Haarlemmer-meer,
+alle getrokken uit de Nederl. Jaarboeken van 1767, 1772, 1773 en 1774.
+
+[55] In de Documens Historiques de la Hollande van den voormaligen
+Koning van Holland, wordt ook over dit plan gesproken. In het III Deel,
+bl. 312 van de Hollandsche vertaling leest men: »Het droogmaken van het
+Haarlemmer meer omtrent 60,000 morgen: een zeer groot ontwerp, doch
+niet onuitvoerlijk en van een onbegrijpelijk nut. De plannen daartoe
+waren gemaakt en onderzocht door het Committé Central, hetwelk door
+den Koning was opgerigt." Voor 60,000 diende men hier 30.000 te lezen.
+
+[56] In 's Gravenhage en te Amsterdam bij de Gebroeders van Cleef,
+88 bl., in 8o.
+
+[57] Bij W. C. Wansleven 1820, VI en 208 bl. in 8o., met eene
+afteekening van de bij het ontwerp voorgestelde molens, paalwerken,
+den ringdijk enz.
+
+[58] In 's Gravenhage en te Amsterdam bij de Gebroeders van Cleef,
+XII en 324 bl., in 8o.
+
+[59] Leiden bij J. W. van Leeuwen, 71 bl., in 8o.
+
+[60] Te Leiden bij D. du Mortier en Zoon, 1821, 123 bl., in 8o.
+
+[61] In 's Gravenhage en te Amsterdam bij de Gebroeders van cleef,
+1821, 123 bl., in 8o.
+
+[62] Te leiden bij D. du Mortier en Zoon 1821, 250 bl., in 8o. met
+bijlagen en een plaatje.
+
+[63] Te 's Gravenhage en te Amsterdam bij de Gebroeders van cleef,
+188 bl., in 8o. met tabellen en tafels.
+
+[64] Chez L. F. de Greéf-Laduron; 47 pages, en 8e. avec une carte.
+
+[65] Te Amsterdam bij C. G. Sulpke, 1838, 118 bl., in gr. 8o.
+
+[66] Onder het afdrukken dezes zijn in den Avondbode twee Artikelen
+over dit onderwerp geplaatst, en wel in die van 14 en 18 Mei 1838,
+No. 154 en 158.
+
+[67] Ned. Staats-Courant, van 10 Aug. 1837, No. 187.
+
+[68] Ned. Staats-Courant van 1 Maart 1838, No. 52. De Koninklijke
+Boodschap en het daarbij gevoegd Ontwerp luiden:
+
+
+Edel Mogende Heeren!
+
+»Bij het openen van de tegenwoordige zitting, is Ons voornemen
+te kennen gegeven om de medewerking der Staten-Generaal in te
+roepen, tot het nemen van maatregelen ten aanzien van wenschelijke
+verbeteringen in onzen waterstaat en in onze wegen en vaarten, en
+van eene meer bespoedigde gemeenschap met den Rhijn, door den aanleg
+eener ijzerbaan."
+
+»Tot verwezenlijking van dat voornemen strekt het ontwerp van wet,
+hetwelk, vergezeld van eene Memorie van Toelichting, bij deze, door
+Ons aan UEdel Mogenden wordt aangeboden.
+
+»En hiermede bevelen Wij UEdel Mogenden in Godes heilige bescherming."
+
+
+'s Gravenhage, 26sten Februarij 1838.
+
+(get..) WILLEM.
+
+
+
+ONTWERP VAN WET, omtrent de uitgifte van Losrenten op een gedeelte
+der schuld ten laste der Overzeesche Bezittingen, tot het doen van
+voorschotten voor openbare Werken.
+
+
+Wij Willem, enz.
+
+»Alzoo Wij in overweging hebben genomen, dat het aanleggen van een'
+ijzeren spoorweg van Amsterdam over Utrecht naar Arnhem, met een'
+zijtak van Rotterdam naar Utrecht, bevorderlijk moet zijn, zoowel
+voor de binnenlandsche gemeenschap, als voor het vertier naar buiten
+'s lands, gelijk ook dat het belang van den Staat vordert, om eerlang
+tot de bedijking en droogmaking van het Haarlemmer Meer over te gaan,
+en dat voorts tot de uitvoering en verbetering van andere ondernemingen
+van openbaar nut maatregelen behooren genomen te worden."
+
+»Dat tot al deze werken, welke aan den handel, de nijverheid en den
+landbouw aanzienlijke voordeelen beloven, voorschotten gevorderd
+worden van een kapitaal, waarvan de voldoening der renten en ook
+later de teruggave van de hoofdsom uit de opbrengst van die werken
+kunnen worden verwacht."
+
+»Dat het nog onuitgegeven gedeelte ten bedrage van dertig millioenen
+gulden van het kapitaal, daargesteld bij Art. 4 der wet van 24
+April 1836, (Staatsblad No. 11), tot het doen van de voorschreven
+voorschotten kan worden beschikbaar gesteld, doch tevens dienstbaar
+moet blijven ter achtereenvolgende voldoening van de schuld, waartoe
+hetzelve bij de gedachte wet is bestemd;"
+
+»Dat tot de uitgifte van dat kapitaal nadere wettelijke bepalingen
+worden vereischt en dat de tegenwoordige stand van de rente het
+noodzakelijk maakt, om, ter verkrijging van de vereischte fondsen,
+gelijke maatregelen te nemen, als zijn vastgesteld bij de Wet van 11
+Maart 1837, (Staatsblad No. 9);"
+
+»Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg
+van de Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
+goedvinden en verstaan bij deze:
+
+»Art. 1. Het hier bovengemelde kapitaal van dertig millioenen gulden,
+zijnde het nog onuitgegeven gedeelte der schuld, ten laste van de
+Overzeesche Bezittingen, vermeld bij Art. 4 der Wet van 24 April
+1836 (Staatsblad No. 11), wordt bestemd en aangewezen tot voorloopige
+voorschotten ter goedmaking der kosten, vereischt tot het aanleggen van
+een' ijzeren Spoorweg van Amsterdam over Utrecht naar Arnhem, met een'
+zijtak van Rotterdam naar Utrecht; tot het bedijken en droogmaken van
+het Haarlemmer Meer, en tot het aanleggen en verbeteren van andere
+werken van openbaar nut."
+
+»Art. 2. Op het voormelde kapitaal, tegen vier ten honderd opleverende
+eene jaarlijksche rente van een millioen twee honderd duizend gulden,
+zal successivelijk kunnen worden afgegeven een kapitaal van vier
+en twintig millioen gulden losrenten, rentende vijf ten honderd,
+waarvan de renten onvoorwaardelijk door het Rijk worden gewaarborgd;
+zullende deze losrenten achtervolgens worden afgelost en vernietigd,
+naar mate de uitgifte van de aandeelen in de schuld, ten laste van
+de Overzeesche Bezittingen, rentende vier ten honderd, wanneer die
+uitgifte tegen den cours van vier en negentig ten honderd of hooger
+zal kunnen plaats hebben."
+
+»Art. 3. Het meergemelde kapitaal van dertig millioenen gulden, met de
+renten van dien, tot een millioen twee honderd duizend gulden, zal,
+zoo spoedig mogelijk, uit de inkomsten en baten van de voorschreven
+werken aan het Amortisatie-Syndikaat vergoed en tot het doel, waartoe
+hetzelve oorspronkelijk is daargesteld, teruggebragt worden; behoudende
+Wij Ons voor, om bij vroegere behoefte van het Amortisatie-Syndikaat,
+in de vergoeding van het meergedacht kapitaal met de renten, of van
+het dan nog onvoldaan gebleven gedeelte daarvan, te voorzien door
+al zoodanige geldelijke maatregelen, als verder tot dat einde en ter
+daarstelling, voltooijing of uitbreiding van de meer gemelde werken,
+onder verband der baten en inkomsten van dezelve, bij de wet zullen
+worden bepaald."
+
+»Lasten en bevelen, enz."
+
+[69] Ned. Staats-Courant van 1 Maart 1838, No. 52.
+
+[70] Ned. Staats-Courant van 26 Maart 1838, No. 73.
+
+[71] Ned. Staats-Courant van 28 Maart 1838, No. 75.
+
+[72] Avondbode van 13 Maart 1838, No. 101 en A. Handelsbl. No. 1983.
+
+[73] Avondbode, 27 Maart 1838, No. 113. A. Handelsbl. No. 1995.
+
+[74] Ned. Staats-Courant van 2 April 1838, No. 79. A. H. B. No. 2000.
+
+[75] Te weten de Heeren: Jr. E. P. de la Court, Mr. J. B. H. van
+den Mortel, Mr. P. A. van Meeuwen, J. D. Baron van Tuyll
+van Serooskerken van Heeze en Leende, Mr. R. P. Romme, wegens
+Noord-Braband.--Jr. W. L. F. C. van Rappard, E. W. van Dam van Isselt,
+Mr. J. Weerts, Mr. H. J. Dyckmeester, J. G. A. Baron van Nagell
+tot Ampsen, Baron Schimmelpenninck van der Oye van de Pol, wegens
+Gelderland.--Jr. Mr. A. Warin, Jr. H. Backer, Mr. J. H. van Reenen,
+Jr. G. Beelaerts van Blokland, Jr. G. Clifford, Jr. M. W. de Jonge,
+Mr. J. op den Hooff, Mr. W. J. Junius van Hemert, Jr. Mr. J. C. R. van
+Hoorn van Burgh, F. C. W. Druyvensteyn, Mr. F. Frets, H. Baron Collot
+d'Escury van Heynenoord, Jr. Mr. D. Hooft, Jsz., Jr. O. Repelaer van
+Molenaarsgraaf, Mr. G. Verwey Mejan, Mr. L. C. Lusac, Mr. T. C. de
+Bordes, Jr. D. F. van Alphen, W. Baron Roëll van Hazerswoude,
+Mr. W. B. Donker Curtius van Tienhoven, Mr. J. Corver Hooft,
+wegens Holland.--J. Snouck Hurgronje, Mr. J. G. Hinlopen,
+wegens Zeeland.--J. van den Velden, W. R. Baron van Tuyll van
+Serooskerken van Coelhorst, wegens Utrecht.--Mr. J. Cats Epz.,
+W. P. D. Baron van Sytzama, C. Binkes, S. van Welderen Baron
+Rengers, Mr. T. S. Tromp, wegens Vriesland.--Mr. W. H. Vijfhuis,
+Mr. F. Lemker, Mr. A. Sandberg en Mr. R. S. van der Gronden, wegens
+Overijssel.--Jr. O. van Swinderen van Rensuma, Mr. C. Star Busman
+en Mr. W. J. Quintus, wegens Groningen.--Van dezen was de Baron van
+Sytzama Voorzitter.--Er waren in het geheel 7 Leden afwezig, zijnde de
+Heeren Mr. J. L. A. Luyben, Mr. A. J. Ingenhousz, van Noord-Braband;
+J. J. H. van Wickevoort Crommelin, van Holland; Mr. P. J. Boddaert,
+van Zeeland; Jr. Mr. H. M. A. J. van Asch van Wijck, van Utrecht;
+Mr. J. Gockinga, van Groningen en Mr. G. Kniphorst van Drenthe.
+
+[76] Het eerste blad van dit ons geschrijf was reeds afgedrukt,
+toen de meeste der volgende redevoeringen in de Staats-Couranten het
+licht zagen.
+
+[77] Ned. Staats-Courant van 4 April No. 81.
+
+[78] Ned. Staats-Courant van 7 April No. 84.
+
+[79] Ned. Staats-Courant van 5 April 1838, No. 82.
+
+[80] Ned. Staats-Cour. van 9 April, No. 85.
+
+[81] Ned. Staats-Cour. 11 April 1838, No. 87.
+
+[82] Ned. Staats-Cour. 12 April 1838, No. 88.
+
+[83] Ned. Staats-Courant van 10 April 1838, No. 86.
+
+[84] Ned. Staats-Courant van 14 April 1838, No. 90.
+
+[85] Het vroon van; de visscherije genaamd het vroon van;
+de vroonvisscherije van de Graaflijkheid: vroonmeester van de
+Graaflijkheid,--zijn allen namen in oude plakkaten bekend en
+betrekkelijk tot de visscherij. Gr. Plak. Bk. IIde deel, pag. 2927
+en VIIde deel, pag. 875.
+
+[86] Ned. Staats-Cour. van 17 April 1838, No. 91.
+
+[87] Ned. Staats-Courant van 18 April 1838, No. 92.
+
+[88] Ned. Staats-Courant van 19 April 1838, No. 93.
+
+[89] Ned. Staats-Courant van 3 April 1838, No. 80.
+
+[90] Ned. Staats-Courant van 20 April 1838, No. 94.
+
+[91] Ned. Staats-Courant van 21 April 1838, No. 95.
+
+[92] Ned. Staats-courant van 6 April 1838, No. 83.
+
+[93] Onder het afdrukken dezer bladen zijn in den Avondbode (van 2 en
+7 Junij No. 170 en 174) aanteekeningen geplaatst op de redevoeringen
+in de zitting der Staten-Generaal, van 2 April 1838, met betrekking
+tot de droogmaking van het Haarlemmermeer. Deze aantekeningen dragen
+de blijken van door eenen in het vak van den Waterstaat kundige en
+ervarene te zijn geschreven. Zij zijn hoogst lezenswaardig en zullen
+(vergis ik mij niet) de ongunstige indrukken, die de bedenkingen van
+het geacht Lid der Kamer, den Heer Luzac, mogten hebben doen ontstaan,
+bij den lezer merkelijk verminderen.--
+
+Na het afdrukken van bladz. 16, is mij in handen gekomen een
+derde druk van de opera omnia van Pieter Pietersz. van den jare
+1698, (Amst. in 4o.) In de Korte beschrijving van het leven diens
+Doopsgezinden leeraars, vóór die opera geplaatst, vindt men geene
+vermelding van zijne kunst van onder water te duiken. Alléén op gezag
+van den Redacteur van den Konst- en Letterbode, van den jare 1807,
+bl. 277, heb ik hem als denzelfden Pieter Pietersz., die in het
+Octrooi van 1605, (hierboven bl. 23) wordt vermeld, opgegeven. In
+gezegd Weekblad, van den jare 1819, vindt men het een en ander uit
+het werk van Leeghwater medegedeeld.
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET HAARLEMMER-MEER-BOEK ***
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions will
+be renamed.
+
+Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
+law means that no one owns a United States copyright in these works,
+so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
+United States without permission and without paying copyright
+royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
+of this license, apply to copying and distributing Project
+Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
+concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
+and may not be used if you charge for an eBook, except by following
+the terms of the trademark license, including paying royalties for use
+of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
+copies of this eBook, complying with the trademark license is very
+easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
+of derivative works, reports, performances and research. Project
+Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
+do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
+by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
+license, especially commercial redistribution.
+
+START: FULL LICENSE
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
+Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
+www.gutenberg.org/license.
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
+Gutenberg-tm electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or
+destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
+possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
+Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
+by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
+person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
+1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
+agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
+electronic works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
+Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
+of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
+works in the collection are in the public domain in the United
+States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
+United States and you are located in the United States, we do not
+claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
+displaying or creating derivative works based on the work as long as
+all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
+that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
+free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
+works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
+Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
+comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
+same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
+you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
+in a constant state of change. If you are outside the United States,
+check the laws of your country in addition to the terms of this
+agreement before downloading, copying, displaying, performing,
+distributing or creating derivative works based on this work or any
+other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
+representations concerning the copyright status of any work in any
+country other than the United States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
+immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
+prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
+on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
+phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
+performed, viewed, copied or distributed:
+
+ This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+ most other parts of the world at no cost and with almost no
+ restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
+ under the terms of the Project Gutenberg License included with this
+ eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
+ United States, you will have to check the laws of the country where
+ you are located before using this eBook.
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
+derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
+contain a notice indicating that it is posted with permission of the
+copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
+the United States without paying any fees or charges. If you are
+redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
+Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
+either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
+obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
+trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
+additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
+will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
+posted with the permission of the copyright holder found at the
+beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
+any word processing or hypertext form. However, if you provide access
+to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
+other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
+version posted on the official Project Gutenberg-tm website
+(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
+to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
+of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
+Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
+full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
+provided that:
+
+* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
+ to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
+ agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
+ within 60 days following each date on which you prepare (or are
+ legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
+ payments should be clearly marked as such and sent to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
+ Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
+ Literary Archive Foundation."
+
+* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or destroy all
+ copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
+ all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
+ works.
+
+* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
+ any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
+ receipt of the work.
+
+* You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
+Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
+are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
+from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
+the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
+forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
+Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
+electronic works, and the medium on which they may be stored, may
+contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
+or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
+other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
+cannot be read by your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium
+with your written explanation. The person or entity that provided you
+with the defective work may elect to provide a replacement copy in
+lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
+or entity providing it to you may choose to give you a second
+opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
+the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
+without further opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
+OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of
+damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
+violates the law of the state applicable to this agreement, the
+agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
+limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
+unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
+remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
+accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
+production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
+electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
+including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
+the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
+or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
+additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
+Defect you cause.
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of
+computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
+exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
+from people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
+generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
+Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
+www.gutenberg.org
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
+U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
+Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
+to date contact information can be found at the Foundation's website
+and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
+widespread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
+DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
+state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations. To
+donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
+Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
+freely shared with anyone. For forty years, he produced and
+distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
+volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
+the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
+necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
+edition.
+
+Most people start at our website which has the main PG search
+facility: www.gutenberg.org
+
+This website includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.