diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 29661-8.txt | 3786 | ||||
| -rw-r--r-- | 29661-8.zip | bin | 0 -> 80716 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 29661-h.zip | bin | 0 -> 159134 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 29661-h/29661-h.htm | 3944 | ||||
| -rw-r--r-- | 29661-h/images/rug.jpg | bin | 0 -> 11279 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 29661-h/images/voor.jpg | bin | 0 -> 62059 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
9 files changed, 7746 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/29661-8.txt b/29661-8.txt new file mode 100644 index 0000000..122e748 --- /dev/null +++ b/29661-8.txt @@ -0,0 +1,3786 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Dominee en zijn Gemeente, by Ian Maclaren + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Dominee en zijn Gemeente + +Author: Ian Maclaren + +Translator: W. van Nes + +Release Date: August 10, 2009 [EBook #29661] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE *** + + + + +Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer. + + + + + +--------------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | Dit boek is een vertaling uit het engels van «Church Folks: | + | being practical studies in congregational life" van Ian | + | Maclaren, pseudoniem van John Watson. | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan | + | het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | + | | + | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. | + | Deze zijn respectievelijk aangegeven als «aanhalingstekens". | + | | + | De in het origineel als cursief weergegeven tekst is in dit | + | e-boek weergegeven als _cursief_. | + | | + | Overduidelijke inconsistenties, druk- en spelfouten in het | + | origineel zijn gecorrigeerd. | + | | + | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties. | + | | + +--------------------------------------------------------------+ + + + + +DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE. + + + + + De Dominee en zijn Gemeente + + VAN + + IAN MACLAREN + + Schrijver van: «Harten van Goud", «Zielenadel" enz. + + DOOR + + W. VAN NES. + + TWEEDE DRUK. + + + ROTTERDAM, + J. M. BREDÉE'S BOEKHANDEL EN UITGEVERS-MIJ. + + + N.V. DRUKKERIJ V/H KOCH & KNUTTEL--GOUDA. + + + + +INLEIDING. + + +In dit werkje, tintelend van humor en stralend van, soms achter +bittere ironie, op vlijmend sarcasme af, verborgen, liefde voor Kerk +en Gemeente, geeft de ook in Nederland geliefde Engelsche predikant +ons een kijkje achter de schermen van het kerkelijk leven in zijn +land. + +Het kerkelijk leven in Engeland verschilt in vele opzichten van het +onze; de positie van den predikant, zijne verhouding tot de Gemeente +is in vele gevallen geheel anders dan ten onzent; maar.... waar het er +voornamelijk op aankomt èn predikant èn lidmaten te beschouwen als +menschen met al hun deugden en gebreken, met al hun grootheid der +ziel, gepaard soms aan kleinheid van geest, met al hun uitwendigen +tooi van vormen naast gemis vaak aan degelijken inhoud--daar vallen +die onderscheidingen weg en komen punten van overeenkomst aan het +licht, die den lezers dit boek tot een aangename, leerrijke, +stichtende--zij het niet stichtelijke--lectuur zullen maken. + +Moge het Gode behagen dit geschrift zijn weg te doen vinden tot vele +harten en hoofden! + + _De Vertaler_, + + W. VAN NES. + + + + +INHOUD. + + + Hoofdst. Bladz. + + I. Hoe men het meeste nut trekt van een preek 1 + + II. Hoe een Gemeente haar dominee tot de grootste + volkomenheid brengt 19 + + III. Het «candy-pull" stelsel 37 + + IV. De oproermaker in de kerk 55 + + V. Bejaarde predikanten 71 + + VI. De dominee en het kerkorgel 87 + + VII. Een eigen bank 107 + + VIII. De fatsoenlijke bedelaars in onze kerken 123 + + IX. Is de dominee een leeglooper? 141 + + X. Vacantie 160 + + XI. Hoe een dominee herleefde 180 + + + + +I. + +HOE MEN HET MEESTE NUT TREKT VAN EEN PREEK. + + +Om het rechte nut van een preek te hebben, moeten twee personen +samenwerken en waar een van beiden zijn werk niet goed doet, daar is +de preek mislukt. De eene is de man, die haar voordraagt en de andere, +de vrouw of man, die haar hoort; terwijl er bijna even veel kunst is +in het goed luisteren naar een toespraak als in het samenstellen +ervan. + +Practische oefening is de eerste eisch voor den hoorder, want het is +een feit, dat hij, die geregeld een kerk bezoekt, niet alleen meer +hoort, maar ook beter volgt dan wie zoo maar eens om de twee maanden +een kijkje komt nemen. Het spreekt van zelf, dat, indien de predikant +een paar koperen longen heeft en de hoorder niet stokdoof is, deze, al +komt hij maar zelden in de kerk, toch elk woord van den spreker kan +opvangen; maar er is eenig onderscheid tusschen een stoomfluit, die +binnen een gegeven kring doordringt tot elk oor zonder onderscheid en +een muziekinstrument, welks geluid slechts gewaardeerd kan worden door +geoefende hoorders. + +De stem van een bevoegd spreker is niet zoo zeer enkel geluid, maar +zij is veel meer muziek, met fijne afwisselingen van toon en teedere +buigingen der stem; de wijze, waarop hij een woord uitspreekt, +verklaart de beteekenis, die hij eraan hecht; de opslag zijner oogen +beteekent een aandoening, die hij ondervindt en wil opwekken; de +strengheid zijner woorden wordt verzacht door het gevoelvolle van den +klank; zijn loflied klinkt liefelijker door de innigheid, waarmee het +wordt voorgedragen. Het oor van een vreemdeling kan zulke +onderscheidingen niet maken; men moet gewoon zijn aan den spreker om +de volle waarde van elke handbeweging, elke verandering van toon te +gevoelen. + +Daarenboven, elk spreker, die waard is te worden aangehoord, schept +zich een eigen atmosfeer en men kan zich daarin niet op zijn gemak +gevoelen zonder geacclimatiseerd te zijn. De spreker heeft zijn eigen +standpunt, en men moet zich daarop plaatsen om met hem te kunnen mee +denken; elk woord wordt gefiltreerd in zijn geest en men moet dien +geest kennen om de werking ervan te begrijpen. Toevallige hoorders +zijn als in een doolhof zonder gids, maar de vrienden des sprekers +gevoelen zich tehuis. «Hij zei dit of dat," beweert de toevallige +bezoeker. «O ja," antwoordt de deskundige, «maar als hij dat zegt, +beteekent het iets meer." Misschien zou men kunnen zeggen, dat de +hoofdvoorwaarde voor goed hooren is, dat men den spreker kent, zijn +eigen manier van werken, zijn geliefkoosde studiën, zijn onbewuste +vooroordeelen, zijn bijzondere boodschap, en die kennis kan alleen +verkregen worden door voortgezet hooren. + +Een dominee openbaart zich niet in zijn eigenlijke kracht in het +particuliere leven: dat doet hij op den preekstoel. Wanneer men hem +des Zaterdags op de straat ontmoet, dan spreekt hij over het weer of +over een boek en verbergt zich, zooals trouwens elk degelijk man doet, +achter een alledaagsch onderhoud; des Zondags, zonder het te weten, +laat hij zijn masker vallen, totdat gij zijn karakter kunt doorgronden +en in zijn ziel lezen. Er zijn natuurlijk sommige mannen, die in hun +preeken even min zich bloot leggen als in hun gesprekken; maar in dat +geval verliezen de hoorders er niets bij: dezulken hebben geen +persoonlijkheid te openbaren, het zijn eenvoudig leeken in een +geestelijk kleed gestoken. Men heeft een maand noodig om te gewennen +aan een paar zware, nieuwe laarzen en ten minste zes maanden om +gemakkelijk te zitten in een nieuwen studeerstoel; een jaar van +herhaald bezoek wordt geëischt om op zijn gemak te komen met een +nieuwen predikant; maar dan loont het genot ook de moeite. + +Het tweede voorschrift is aandacht, wat hierop neerkomt, dat een +hoorder zijn lichaam in de kerk in dienst moet stellen van zijn ziel. +Het kan wel zijn, dat menschen luisteren, terwijl zij bewegingloos en +met gesloten oogen neerzitten en velen verklaren die houding door te +zeggen, dat zij zich op die wijze onttrekken aan een afleidende +omgeving, maar in dat geval behooren zij dan toch van tijd tot tijd +eens teeken van leven te geven, al was het maar om den spreker gerust +te stellen en de omgeving te behoeden voor de zonde van een liefdeloos +oordeel. + +Er zijn gemeenten in Schotland, waar een derde gedeelte van de +hoorders schijnt te slapen; maar de predikant krijgt later de +zekerheid, dat diezelfde hoorders het beste verslag van de preek en de +scherpste beoordeeling van zijn rechtzinnigheid kunnen geven. Maar men +kan niet zeggen, dat zij nu juist een opwekkend schouwspel opleveren +voor den spreker en deze komt vaak in de verzoeking eens iets +onrechtzinnigs te zeggen om ze daardoor te dwingen eenig bewijs van +belangstelling te geven. + +Indien iemand daarentegen behept is met den boozen geest van +rusteloosheid, die hem ertoe brengt geen oogenblik stil te zitten, hem +nu eens doet opstaan en een poosje later weer onder de bank weg doet +duiken, dan behoort zoo'n man zich thuis te oefenen om zijn kwelgeest +de baas te worden of hij moet ergens gaan zitten, waar hij kan +luisteren zonder gezien te worden. + +Ook is het alles behalve dienstig om goed te hooren, wanneer een man +zijn armen over elkaar slaat en achter in zijn bank leunt als iemand, +die, wetende dat er een zware beproeving boven zijn hoofd hangt, een +vast besluit neemt om ten einde toe stand te houden. Een spreker zal +misschien heel vaak de aandacht vestigen op het edele leger der +martelaars, maar hij wenscht toch liefst geen troep martelaars in zijn +eigen kerk toe te spreken. Niets is zeker ontmoedigender voor een +spreker--zelfs zóó dat de woorden besterven op zijn lippen en dat hij +zijn gedachten niet geregeld kan uitdrukken--aan een gehoor, dat alle +kenteekenen draagt van bestudeerde onachtzaamheid en niets is meer +bezielend voor hem dan een onafgebroken rij van meelevende gezichten. + +Dan volgt de eisch, dat de hoorder zijn gedachten bepaalt bij het +behandelde onderwerp en hier heeft de geoefende hoorder een zeer groot +voordeel. Als het moeielijk is voor sommige menschen om te luisteren, +dan is het nog tienmaal moeielijker voor andere personen om te volgen, +want het is zeer goed mogelijk, dat iemand luistert en toch niet +volgt. Er zijn maar weinige lieden, die een half uur lang over +dezelfde zaak kunnen denken of zelfs maar denken over wat ook; na een +korte poos verslapt hun belangstelling en zij blijven achter; zij zijn +geheel den draad van de redeneering kwijt geraakt en hebben bijna het +onderwerp vergeten. De preek, die voor zulk een onbestendigen geest +geschikt zou zijn, zou moeten bestaan uit twintig onderafdeelingen, +elk een verhaaltje of een wakker schuddende gedachte bevattende, die +op zich zelf een geheel vormden, zoodat de hoorder, waar hij ook +inviel, dadelijk zich tehuis gevoelde. Menschen met gevoel behoorden +echter te bedenken, dat een opeenvolging van vermakelijke +tooverlantaarnplaatjes niet hetzelfde is als een ernstig kunstwerk en +indien iemand het Evangelie van Christus waardiglijk wil verkondigen, +dan moet hij ernstig overwegen en van zijn hoorders nadenken eischen. +De keten kan van goud zijn, maar de schakels behooren stevig aan +elkaar te zitten en een hoorder moet de sterkte ervan onderzoeken, +terwijl zij hem door de handen gaan. Indien iemand zich geen moeite +geeft bij de poging om een preek te verstaan, dan eindigt hij bijna +zeker met de klacht, dat de spreker langdradig of dat de toespraak +onsamenhangend was. Het is niet de moeite waard naar een preek te +luisteren, waarin de predikant niet zijn volle kracht heeft gelegd; en +het is niet mogelijk een preek goed te verstaan, tenzij de hoorder +eveneens al zijn krachten inspant. + +Mijn vierde eisch voor gezegend luisteren is oprechtheid en een +predikant heeft het recht die hoedanigheid van zijn hoorder te vragen. +Indien een lid van een rechtbank zijn zetel inneemt met een gevestigde +meening betreffende de te behandelen zaak, dan is het te vergeefs, dat +een pleitbezorger zich inspant en er is geen hoop op een rechtvaardig +oordeel. Indien een persoon de kerk binnentreedt met vast gewortelde +vooroordeelen in de zaak der waarheid, dan geeft het niets hoe knap of +hoe welsprekend de spreker ook zij, hij kan geen vat krijgen op den +geest van dien hoorder. De eerlijke hoorder is die, welke bereid is +elke bewijsvoering in overweging te nemen en elk besluit te herzien, +uitgenomen natuurlijk dat half dozijn uitgemaakte waarheden, die geen +predikant met goed verstand ooit zal aanvallen en die elk godsdienstig +mensch als vaststaand aanneemt. Er zijn echter vele kanten van waar +men een waarheid beschouwen kan en die een hoorder misschien niet +heeft vermoed en er zijn vele toepassingen eener waarheid, welke zich +nooit aan hem voorgedaan hebben. Hij behoort bereid te zijn, den +spreker te volgen als een gids en ten minste de zaak in zijn eigen +belang te overwegen: hij behoort gewillig te zijn om te onderzoeken, +hoever het woord van den spreker zijn eigen gedrag betreft. + +Niets prikkelt een spreker meer en geeft hem grooter vertrouwen bij +het verklaren der waarheid, dan de zekerheid dat elk eerlijk woord, +door hem gesproken, zal overwogen worden door eerlijke toehoorders. +Hij gevoelt, dat, in geval zij het met hem eens zijn, dit alleen zal +wezen, omdat zij overtuigd zijn; indien zij niet met hem instemmen, +dan zal dat zijn omdat naar hun meening hij niet erin geslaagd is een +goed pleidooi te leveren. + +En de laatste eisch is christelijke liefde, die dubbele zegen--èn +voor den man, die spreekt èn voor de menschen, die hooren. Geen +atmosfeer doet zoo veel kwaad aan den hoorder en geen is een zoo zware +beproeving voor den spreker, als die van kleingeestige critiek en +boosaardige vertolking. De menschen moeten met milden en edelmoedigen +zin toeluisteren, bedenkende dat de predikant een man is even +onvolmaakt als zij zelf zijn en zich herinnerende dat niemand mag +beoordeeld worden dan met het oog op den inhoud van hetgeen hij +onderwijst. Het is mogelijk, dat iemand op zekeren dag wat mat is--dat +is vaak een gevolg van het weer; het is mogelijk, dat op een anderen +dag hij niet vriendelijk gestemd is--dat is soms een zaak van +spijsvertering; de hoorders zijn verplicht veel door de vingers te +zien bij iemand, die te kampen heeft met den dubbelen hinderpaal van +een weifelachtigen geest en een onvolmaakt lichaam. De hoorders moeten +als regel aannemen, dat niemand altijd dezelfde kan zijn, tenzij hij +zich voortbewege op de vlakke baan der vervelende gemeenplaatsen. + +Men vertelt, dat eens eenige afgevaardigden van een vacante gemeente +een doctor in de godgeleerdheid van middelbaren leeftijd gingen +hooren, een man van kalmen aard en zonder eenige bezieling. Na hem een +preek te hebben hooren voordragen, die hij den voorafgaanden +Maandagvoormiddag had gemaakt en zoo als hij er elken volgenden +Maandag voormiddag een had kunnen maken, vroegen zij aan een van zijn +gemeenteleden of dit een goed staaltje was van de gewone prediking des +doctors. «Gij kunt," zei dit lid, «er staat op maken; hem eens te +hooren is zoo goed als hem altijd te hooren; hij is altijd dezelfde; +er is geen hooger of lager, geen beter of minder goed bij den doctor." +Zekerlijk daalde hij nooit beneden het effen peil van het gewone +boerenverstand en even zeker steeg hij nooit tot de hoogten der +bezieling. Menig predikant ondervindt, dat om de vier of vijf +Zondagen, dit verschilt naar omstandigheden, zijn vlucht vermindert, +dat hij heel gelijkvloersch blijft en zich niet kan verheffen. +Doch dan krijgt de gemeente den volgenden Zondag een ruime +schadeloosstelling en de predikant bereikt te beter den top des bergs, +met zijn vergezicht en frissche koelte, naarmate hij dieper was +afgedaald in het dal en enger was ingesloten geweest. + +Een van de wreedste onrechtvaardigheden, waaraan de hoorders zich +kunnen schuldig maken is den prediker te verdenken van persoonlijkheid +en in zijn woorden een gedachte te leggen, die niet in hem opgekomen +is. Wanneer het voorkomt, dat een prediker de een of andere bijzondere +fout tot in kleinigheden beschrijft en met een zekere scherpte hekelt, +dan behooren de aanwezigen zich ervan verzekerd te houden, dat hij +bezig is zijn eigen fout te beschrijven, want inderdaad niemand is zoo +goed op de hoogte van anderer fouten als van die, welke hij als zijn +eigene erkent. + +Het is het best voor den hoorder te gelooven, dat de prediker bij al +wat hij zegt, slechts gedreven wordt door trouw aan de waarheid en +door liefde voor zijn medemenschen en dat niemand dieper dan hij het +betreurt, indien er eenige tekortkoming of fout in den geest van zijn +onderricht is. Zijn begeerte is te overtuigen en te troosten; zijn +eenige belooning de geestelijke steun, dien hij verleent aan de zielen +zijner medemenschen. Indien door zijne woorden eenige broeder kracht +verkrijgt om zijn arbeid in den loop der week getrouwer te verrichten +of wordt geholpen in de beproevingen des levens, dan is zijn doel niet +mislukt en heeft hij geen berouw van zijn opofferingen. Zijn streven +is het verhevenste, dat de mensch kent en zijn arbeid is de zwaarste. +Daarom worde de meest mogelijke sympathie hem betoond en te zijnen +behoeve stijgen de meest aanhoudende en ernstige gebeden ten hemel! + +Geen hoorder is eerlijk geweest tegenover den prediker, indien hij +vergeet, wat aan de deur der kerk gezegd is of als hij een preek +behandelt als een verhandeling, waarover geredetwist moet worden. De +kerk is niet een plaats van uitspanning of een gezelschap tot oefening +in het spreken: het is een school, waar de hoogste kennis wordt +onderwezen--de kennis des levens. De onderwijzingen worden van den +preekstoel af gegeven; het bewijs moet thuis geleverd worden. Meer dan +eenige andere godsdienst is de Christelijke proefondervindelijk en +practisch--niet een verzameling van regels, maar van grondbeginselen +die moet worden uitgewerkt in het leven van elken mensch. Die prediker +heeft zijn taak begrepen en volbracht, die een man tot handelen +beweegt en die hoorder heeft het meeste voordeel van een preek gehad, +die haar in praktijk heeft gebracht. De prediker behoeft geen lessen +uit te deelen, door te zeggen, als tot kinderen: «ge moet dit of dat +doen", want dat zou onverdragelijk zijn en tevens doelloos. De beste +predikers wekken gedachten op, door de menschen zich te doen schamen +over den lagen standaard van hun leven, terwijl zij luisteren naar de +blootlegging der zonde en door hen te brengen tot adeldom der ziel +door de tentoonstelling van de schoonheid der deugd. De eerlijke +toehoorder begint niet goed te handelen omdat het hem gezegd is, maar +omdat hij gevoelt het te moeten doen. Hij heeft zijn hart geopend voor +de boodschap der waarheid, zooals de zachte grond in de lente zich +opent voor het zaad en in die herbergzame woning ontkiemt het zaad en +wast het op. + +Boven alles vraagt de Christenprediker twee dingen en deze kunnen +alleen verkregen worden bij gehoorzaamheid van den hoorder. Hij +noodigt zijn gehoor uit om discipelen en dienaren te worden van Jezus; +hij verheerlijkt de genade en de macht des Meesters; hij verzekert +zijn medemenschen, dat in Jezus te gelooven en Hem te volgen, leven +is. Indien de hoorder redeneert en redetwist over Jezus, kan hij nooit +tot de feiten komen en heeft hij niet eerlijk gehandeld met den +prediker. Laat hem de proef nemen en het met Jezus wagen, zooals de +eerste Christenen deden. Als hij dat doet, eerst dan zal hij in staat +zijn de prediking te beoordeelen; doet hij het niet, dan behoort hij +te zwijgen. Nooit is er beuzelachtiger getwist geweest dan met +hoorders, die niet gelooven willen: zij zijn als menschen, die om +het kerkgebouw heenloopen en kibbelen over de geschilderde glazen, +welke alleen van binnen af kunnen gezien worden. Ook doet de +Christenprediker een beroep op de offervaardigheid en het is zijn +plicht de heerlijkheid te roemen van een onzelfzuchtig leven. Hij +vraagt van de menschen, dat zij iets zullen doen dat moeielijk is en +weinig aantrekkelijks heeft en belooft hun een loon, dat geestelijk en +onzichtbaar is. De hoorder is verplicht dezen eisch voor zich zelf +waar te maken en te onderzoeken of het waar is, dat men er gelukkiger +en sterker door wordt, wanneer men niet zich zelf, maar anderen dient. + +Het hoofddoel van elke prediking is ten slotte bezieling, en de man, +die in vuur gezet wordt, is de rechtvaardiging van den preekstoel. De +grootste ramp bij de prediking is tegenzin en onverschilligheid. Nooit +was een preek zoo onbeteekenend of zij bevatte meer dan de hoorders in +toepassing konden brengen. Geen preek is mislukt, die, al is het maar +één mensch, heeft verrijkt met één enkele gedachte of opgewekt tot één +brave daad. + + + + +II. + +HOE EEN GEMEENTE HAAR DOMINEE TOT DE GROOTST MOGELIJKE VOLKOMENHEID +BRENGT. + + +Tusschen een predikant en zijn Gemeente is een voortdurende +wisselwerking, zoodat de dominee de Gemeente maakt en de Gemeente +eveneens den dominee vormt. Wanneer men spreekt van hetgeen de +predikant doet voor zijn gemeenteleden, dan denkt men daarbij niet aan +bankhuur en opbrengst van collecte en statistiek en scharen, ook niet +aan scholen en wijklokalen en zondagsscholen en bijbellezingen. De +groote taak van den dominee is de vorming van karakters. De +voornaamste vraag, die men te doen heeft in betrekking tot het werk +van den predikant, is daarom: welke soort van menschen heeft hij +gevormd? + +En een van de meest belangrijke vragen ten minste, waardoor men zich +een oordeel kan vormen over de lidmaten eener kerkelijke Gemeente, is: +wat hebben zij gemaakt van hun dominee? Hiermede bedoelt men niet, +hoeveel traktement zij hem gegeven hebben of hoe vriendelijk zij voor +hem geweest zijn, maar in hoeverre hij een man is geworden en of hij +in den kring zijner Gemeente tot de voor hem bereikbare hoogte is +gestegen? Sommige Gemeenten hebben hun dominee ten onder gebracht door +hem zoolang te plagen, tot hij den moed en alle zelfbeheersching +verloor en tot hij knorrig en driftig werd. Weer andere Gemeenten +hebben hetzelfde gedaan door den dominee zoo naar de oogen te zien en +te vertroetelen, dat hij ten laatste geen tegenspraak meer kon dulden +en begon te gelijken op een dwingerig kind. Die Gemeente heeft haar +taak het best vervuld, welke een atmosfeer heeft weten te vormen zoo +bezielend en tevens zoo inspannend, dat alle goede eigenschappen in +haar dominee aangekweekt en alle verkeerde neigingen onderdrukt +werden. + +Een jonge dominee is een last, gelegd op eene Gemeente en haar eerste +plicht is geduld, vooral ten opzichte zijner prediking. Zeker jong, en +wat niet hetzelfde beteekent, onrijp dominee, begon zijn loopbaan als +hulpprediker in een stadskerk, bekend wegens haar grootschen arbeid en +haar ernst. Zijn werk was het bezoeken van zieken en het zorg dragen +voor de zoogenaamde bijzaken; wijselijk werd hem zelden opgedragen te +preeken. Als hij het deed, dan was zijn toespraak inderdaad een zeer +jongensachtig opstel--ondiep, onpraktisch, vormelijk--en hij was +verstandig genoeg zich te schamen. + +Na eenigen tijd werd hij ten gevolge van toevallige en persoonlijke +omstandigheden beroepen in een Kerk in een afgelegen dorp. Vóór hij de +groote stadskerk verliet, kwam een der ouderlingen hem bezoeken om +afscheid te nemen. Deze zei, dat hij het zijn plicht rekende te doen +uitkomen in welk opzicht de hulpprediker was geslaagd en waarin hij +gefaald had. + +«Ge zijt zeer oplettend geweest voor de zieken en ... voor ... de +kinderen, en ik mag, zonder vleierij verklaren, dat men veel van u +hield, maar gij weet wel, dat God u niet het talent heeft toebedeeld +van spreken in het openbaar. Ik vrees, dat ge nooit in staat zult zijn +te preeken. Dat belet natuurlijk niet, dat ge toch wel als herder +nuttig en tot zegen kunt wezen." + +Het was geen opwekkend vooruitzicht om altijd oude, ziekelijke dames +te bezoeken en dienst te doen bij zondagsschoolfeestjes, maar de jonge +man dankte den vriendelijken ouderling met een benepen hart en ging +naar zijn nieuw arbeidsveld. + +Zijn eerste ervaring in de nieuwe parochie scheen de droeve +voorzegging te bevestigen. Den eenen dag raakte hij in de war in het +midden van zijn preek; een anderen keer, terwijl hij bezig was een +Zendbrief van Paulus te verklaren, verdwaalde hij zoo te midden van +zijn gedachten, dat hij van voren af aan moest beginnen en de helft +van zijn tekstverklaring moest herhalen. Bij die gelegenheid was de +jonge predikant zoo ontmoedigd, dat hij op den preekstoel zelf een +overijld besluit opvatte om ziin ontslag te nemen en hij ging zeer +ternedergedrukt de kerkekamer binnen. Daar stond een oude Hooglander, +een ouderling, op hem te wachten; deze nam hem bij de hand en dankte +hem voor «een welsprekende toespraak." + +«Het is wonderbaar," zei hij met zijn zoet, minzaam accent, «dat gij +zoo goed preekt, en dat nog zoo jong, en ik zou u willen zeggen, dat +gij u nooit ongerust moet maken, als ge soms eens een punt van uw +toespraak vergeet. Dan laat ge eenvoudig een psalm zingen en neemt wat +rust; wellicht komt het dan weer in uw hoofd terug. Wij hebben +allemaal overvloed van tijd en we houden allen heel veel van u. De +menschen praten erover, wat een goed spreker gij binnen kort zult zijn +en zij zijn nu al trotsch op u." + +Den volgenden zondag beklom de dominee den preekstoel vol vertrouwen +en werd gedragen door de lichtverheffende atmosfeer der +vriendelijkheid en daarom haperde hij niet en vergat hij niets en ook +is het sedert dien dag niet noodig geweest, dat hij weer van voren af +aan begon. + +Het is inderdaad geen wonder, dat zijn hart nog altijd vanuit de stad, +waar hij thans is, met dankbaarheid en liefde terugdenkt aan die +Hooglandsche parochie; was zijn eerste Gemeente niet zoo vol +christelijke liefde voor hem geweest, dan zou hij nu niet in de +bediening des Woords zijn. + +De leden eener Gemeente zijn verplicht hun dominee bij te staan in de +wereld buiten de Kerk. Hij behoort tot hen en zij moeten naijverig +zijn op zijn goeden naam. Indien hij iets zegt of doet, wat niet recht +is dan mogen zij hem dat zeggen onder vier oogen in alle teederheid en +liefde; maar als vreemdelingen hem bevitten, laat dan zijn eigen +menschen hem verdedigen en prijzen. Indien iemands eigen huisgezin hem +trouw blijft, dan wordt zoo iemand niet ter neder geslagen door de +vijandschap van de menschen op de straat. Wanneer dat huisgezin zich +tegen hem keert, dan ontzinkt hem het hart. Niets zal een degelijk man +meer ertoe brengen streng voor zichzelf te zijn en zijn fouten te +erkennen, dan de ontdekking, dat wie hem onder vier oogen berispt, hem +in het openbaar verdedigt. + +Het kwam eens voor, dat een voornaam Kerklid het als zijn plicht +beschouwde zijn dominee, aan wien hij overigens zeer gehecht was, te +berispen omdat diens prediking scherp en ongeestelijk was geworden. + +Zij waren persoonlijk bevriend en het gesprek werd gevoerd in een +volmaakt passenden vorm; maar de dominee voelde zich toch daarna +eenigszins gegriefd, wat vrij dwaas was, en hij pijnigde zich met de +gedachte, dat zijn vriend en zijne Gemeente iets tegen hem kregen. +Eenige dagen later kreeg hij het bezoek van een collega en terwijl zij +zaten te praten over verschillende zaken, wenschte zijn bezoeker hem +geluk ermee, dat zijn menschen zoo aan hem gehecht waren. +«Bijvoorbeeld: gisteren avond aan een diner was de oude doctor Sardine +bezig te vitten op uw prediking,--hij noemde u een liberaal en zoo +voort--toen de heer Cochrane uit den hoek kwam en den ouden heer +vertelde, dat hij niet wist, waarover hij sprak. Ik bezoek zijn kerk, +zei uw man, en ik weet, dat ik mijn dominee nooit zal kunnen +vergelden, wat hij voor mij en mijn gezin gedaan heeft! Dat was goed +Hollandsch en maakte een geweldigen indruk en daar was ten minste één +dominee, die u zulk een vriend benijdde." + +Terwijl zijn vriend hem flink, onder vier oogen als man tegen man, op +zijn fouten had gewezen, en terwijl hij zich persoonlijk had beleedigd +gevoeld, als een dwaas kind, had diezelfde vriend met edelmoedige +geestdrift gewaakt voor zijn goeden naam en de gedachte daaraan wekte +op tot berouw. Het oordeel van zijn vriend kreeg een nieuwe +beteekenis, geheiligd als het werd door zulke bewijzen van oprechtheid +en grootmoedigheid. Zoo kwam de dominee ertoe ernstig na te denken +over zijn toestand en hij gevoelde in uitersten vervallen te zijn. +Niets oefent een weldadiger invloed uit op een rijk begaafd man dan +het gevoel dat een aantal menschen hem vertrouwen en over hem waken. +Dit vertrouwen vervult hem met nederigheid, onderdrukt zijn hoogmoed, +leert hem voorzichtigheid en doet hem zijn groote verantwoordelijkheid +gevoelen, zich in den strijd des levens flink te houden. + +Een verstandige Gemeente zal ook beantwoorden aan het hoogste, wat de +dominee geeft en zal onderscheid maken tusschen een tweede- en een +eerste-rangsproduct van zijn brein. Daar is zoo iets als een +«goedkoope" preek, die misschien heel populair en duidelijk is, met +een heel oppervlakkig tintje van knapheid. Vlugge mannen worden vaak +verleid zulke preeken te geven, omdat zij heel gemakkelijk voorbereid +worden en geen inspanning van de ziel eischen. En een Gemeente houdt +wel eens van zulke preeken, omdat zij maar weinig oplettendheid +vragen. + +Er is ook zoo iets als een «dure" preek, die heel wat strijd voor +hoofd en hart gekost heeft--een preek vol gedachten en hartstocht. +Zulke preeken worden niet gemakkelijk gemaakt en evenmin gemakkelijk +verstaan. Wanneer de predikant zijn ziel in zijn werk gelegd heeft, +dan moeten de hoorders ook hun ziel wijden aan het hunne. Natuurlijk +zal een sterksprekende persoonlijkheid niet ophouden zijn beste, zijn +voortreffelijkste werk voort te brengen, is er al niemand, die het +goedkeurt en hij zal in geen geval beneden zijn hoogste standpunt +dalen; maar de begeerte naar goedkoope en populaire prediking is een +groote verleiding voor een gewoon dominee, zoodat hij soms in de +verzoeking komt de dwazen in zijn Gemeente te gelieven en zijn eigen +last te verlichten door iets minder goeds te geven, dan hij zou kunnen +doen. + +En het is het meest bedroevende en het pijnlijkste verschijnsel in het +kerkelijk leven, wanneer men een man ziet slagen, voor den uiterlijken +schijn ten minste, die zijn talenten heeft begraven en wanneer een +Gemeente gelukkig en schijnbaar tevreden is, na haar dominee te hebben +verwaarloosd. + +Indien een predikant vervuld is van een hoog ideaal en een ijzeren wil +heeft, dan zal hij zich zelf tot volmaking brengen in spijt van de +meest ontmoedigende omstandigheden, en ofschoon de lieden vragen om +goedkoope knapheid, zal hij volhouden hen te voeden met de krachtigste +spijzen. Doch vele verdienstelijke mannen zijn noch bijzonder sterk +noch geestelijk en indien hun menschen geen lust hebben in stevig +voedsel, dan voldoen zij hen met het armzaligste van alle +kunstgrepen--godsdienstige liflafjes. Soms is het een evangelisch +praatje, soms maatschappelijke bombast of diepzinnige wartaal, altijd +is het een bijproduct van den geest des mans en minder dan waardeloos +voor de lidmaten zijner Kerk. + +Het dient den dominee duidelijk gemaakt te worden, dat zijn Gemeente +verwacht te deelen in de rijpste vruchten zijner kennis en zijn meest +zorgvuldige overdenkingen op prijs zal stellen. Wanneer hij bij een of +andere gelegenheid zijn toppunt bereikt en een «groote" preek preekt, +dan komt het er niet op aan of iedere persoon elk woord heeft begrepen +of dat wellicht eenigen maar ongeveer de helft gevat hebben. Men +behoort hem te zeggen, dat al de leden der Kerk trotsch op hem zijn en +God voor hem danken en dat, indien hij misschien door sommigen niet +bijgehouden is, dit niet een gevolg was van duisterheid, maar van +verheffing, en dat men blij is een dominee te hebben, die op zulk een +hoog peil staat. + +Hij moet niet tot hen nederdalen, maar zij moeten trachten tot hem op +te klimmen. Het is een onwaardige zaak voor een dominee om de gewone +praatjes van de gemeenteleden in een toonbaar kleed te steken, zoodat +de mindere man naar huis gaat zich zelf gelukwenschend omdat hij zijn +armzalige denkbeelden netjes aangekleed en opgedirkt heeft herkend. +Het is profetentaak zijn kudde hemelwaarts te leiden zelfs +niettegenstaande de weg soms door de woestijn voert en die kudde +behoort te volgen dicht achter den profeet en hem te doen weten, dat +zij er zijn en dat zij niet zullen ophouden te volgen, totdat hij hen +gebracht heeft midden in het Land van Belofte. + +In die omstandigheden zal een man zich verplicht gevoelen de beste +boeken te lezen en door te dringen tot het hart van elke zaak; hij zal +noch verstandelijken arbeid, noch eenige aandoening der ziel schuwen +om te gemoet te komen aan de verwachting van een ernstig, ontwikkeld +gehoor en indien hij er ten laatste in slaagt een leider te worden, +wiens woorden tot in de verte doorklinken, dan zal aan deze Gemeente +de eer daarvan toekomen, die in hem geloofde en groote dingen van hem +verwachtte en meer van hem maakte dan hij ooit, in zijn eerzuchtigste +oogenblikken, gemeend heeft te zullen bereiken. + +Het is ook de plicht van de leden eener Gemeente hun predikant aan te +moedigen en zij zouden zich in den regel daartoe meer moeite geven, +indien zij slechts wisten, hoezeer hij die aanmoediging noodig heeft +en hoezeer hij er door zou gedijen. Zij moeten een sterke +verbeeldingskracht hebben om de beproevingen van zijn stand te +begrijpen, die geheel verschillen van die op ieder ander arbeidsveld, +omdat hij werkt bij geloof en niet bij aanschouwing. Wanneer hij in +zijn studeerkamer zit en tegen den middag nog niets geschreven heeft, +omdat zijn gedachten niet toevloeien of wanneer hij het werk van vier +uren verbrandt, omdat het waardeloos is, dan kijkt de dominee eens +naar buiten en benijdt den metselaar, die aan de overzijde der straat +een zeker aantal voeten metselwerk heeft gemaakt, dat zoo goed en +kwaad als het is of wezen kan, vele jaren duren zal. Wanneer hij de +zieken zijner kudde bezoekt, bezorgd uitziende naar een teeken of zijn +woorden van opbeuring en raad eenige degelijke uitwerking hebben +gehad, dan zou hij wenschen een geneesheer te zijn, die kan zien, welk +goed hij doet en die zijn oogenblikkelijke belooning vindt in levens, +die hij redde van den dood--in lichamen, die hij bevrijdde van pijn. +Soms schijnt het den dominee toe, alsof hij week in, week uit zijn +woorden verspilt--hij kon even goed trachten de woestijn in een zee te +veranderen door er emmers water in te werpen. Uit den aard der zaak +kan hij de vrucht van zijnen arbeid niet ontdekken en daarom moeten +anderen hem vertellen, dat hij niet te vergeefs gearbeid heeft. De +menschen zijn er vlug genoeg bij om een preek te critiseeren of er +over uit te weiden, dat het bezoek een weinig minder druk was dan den +vorigen keer, maar is er niets anders dat zij zouden kunnen melden aan +den predikant? Heeft hij nooit eenig licht geworpen over een of ander +moeielijk gedeelte van de Heilige Schrift of het geweten bepaald bij +de beteekenis van eenigen nieuwen plicht of troost gebracht aan het +hart in de een of andere verdrietelijkheid des levens? Waarom moet hij +in onwetendheid gelaten worden, hij die juist zoo smachtend wacht op +nieuws, dat niet komt en dat zooveel zou waard zijn? + +Laat ik u eens brengen in een studeerkamer, waar de dominee met +inspanning van alle krachten tegen stroom op roeit en eraan wanhoopt +ooit het strand te bereiken. De morgenpost komt aan en vier brieven +worden op zijn tafel gelegd: de eerste is onbelangrijk, de tweede is +vervelend, de derde is plagerig en de ontmoedigde man opent den +vierden brief met een zucht. Zeker weer een klacht van den een of +anderen twistzoeker; zeker weer een speldeprik toegebracht aan een +vermoeid man? Wat is dat? + +«Mijn waarde dominee!--Een tijd lang heb ik u willen schrijven en u +vertellen wat een hulp gij geweest zijt voor personen, die mij zeer +dierbaar zijn. Herhaalde malen is mijn echtgenoot opgebeurd en +aangemoedigd door uwe flinke woorden in zijn strijd om in zijn zaken +te doen, wat goed is. Hij zei mij eens op een avond, dat niets meer +ertoe had bij gedragen om hem eerlijk te doen blijven dan uw preeken. +Gij weet, dat onze Jack ons een tijd lang zeer verdrietig maakte door +zijn zorgeloosheid en onverschilligheid voor het huiselijk leven. +Welnu, hij is in den laatsten tijd geheel veranderd en is zeer +oplettend voor mij en lief voor zijn vader. En op mijn verjaardig +bracht hij mij een zeer mooi geschenk, waarvoor hij bepaald eenige +maanden moet gespaard hebben. Toen ik hem vertelde, hoe dankbaar ik +was, zei hij alleen: «de preek over zoons en moeders heeft het +gedaan!" En nu scheen het mij toe, dat uw preek van verleden Zondag +over bezorgdheid voor mij geschreven was, want ik heb zoo weinig +geloof en ben zoo angstvallig. Daarom moest ik u even vertellen, dat +gij het leven van een geheel gezin hebt bezield en dat wij God danken +voor u. + + Uw zeer dankbare + May Harrison." + +De brief schijnt misschien niet lang of niet moeielijk te begrijpen, +maar de dominee was toch niet tevreden vóór hij hem zesmaal gelezen +had. En ofschoon het wellicht ook geen geleerde brief schijne, hij +wierp toch zulk een vloed van licht op den tekst, dat de pen van den +dominee over het papier vloog. Hij borg dien brief achter slot in zijn +lessenaar, maar merkte, dat hij een zin vergeten had, zoodat het +wenschelijker was hem in den zak te dragen. Des Zondags oordeelde hij +het noodig dien brief te lezen vóór hij naar de kerk ging en in de +kerkekamer sloeg hij er nog een laatsten blik in. En de dominee +preekte dien morgen met zulk een kracht en zoo vol opgewektheid, dat +zelfs de vitters tevreden waren en de Gemeente ging huiswaarts op +vleugelen. + + + + +III. + +HET «CANDY-PULL" STELSEL. + + +Terwijl ik schrijf ligt voor mij op de tafel een beroep op de leden +van een Christelijke Jongelingsvereeniging (Young Men's Christian +Association) en ik schrijf het woordelijk af: + + «Vergeet niet + De volgende gezellige bijeenkomst, + De volgende candy-pull, + De volgende feestelijke samenkomst, + Den volgenden zangdienst, + De volgende evangelische samenkomst, + Het volgende diner met kippenpastei, + Den volgenden datum, waarop gij den secretaris behoort te + verblijden met uw penningen." + +Deze merkwaardige opsomming van werkzaamheden, waarin evangelische +ijver en bekwaamheid in zaken zich paart aan wat het vleesch aangenaam +is, kan zonder uitleggen begrepen worden; de verschillende punten +geven ons een duidelijke verklaring van een godsdienstige instelling +op de hoogte van den tijd--een waar mengelmoes van een Amerikaansche +Y. M. C. A. + +Misschien heeft één afdeeling van het werk eene kleine opheldering +noodig; er zijn wellicht eenige menschen, die in het algemeen goed op +de hoogte zijn van de afdeelingen van Christelijk werk en die toch nog +niet zoo ver met hun onderzoekingen gevorderd zijn, dat zij kwamen tot +een «candy-pull." + +Deze afdeeling, als dit het juiste woord is, is een gezelschap jonge +mannen en vrouwen, die te zamen komen om aan reepen kandij te trekken +en men zegt dat in het geval, dat de twee sexen er aan mee doen, de +bezigheid zeer uitlokkend is. Het kan ook zijn, dat dit kandij-trekken +met het oog op de beteekenis van het woord Jongelingsvereeniging zich +beperkt tot één sexe en daardoor beroofd wordt van de helft der +aantrekkelijkheid, maar men mag aannemen dat in deze dagen van +«aangename" godsdienstige avondjes de jonge mannen toch niet behoeven +overgelaten te worden aan hun eigen gezelschap. + +De Christelijke Kerk en een Jongelingsvereeniging zijn natuurlijk zeer +onderscheiden instellingen en de laatste is niet gebonden aan eenige +overlevering van strenge waardigheid; maar men mag zich niet erover +verwonderen, dat de Kerk ook eenigszins is getroffen door den geest +van gezelligheid en ook haar best doet om den godsdienst een weinig +onderhoudend te maken. Wanneer men in Amerika binnenkomt in wat men +noemt een plaats van godsvereering, dan verbeeldt men zich in een +salon te zijn. Er ligt een dik kleed op den vloer, er staan rijen +stoelen, zooals men die in een schouwburg verwacht, een groot orgel +trekt het oog en bij de plaats van den predikant vindt men een +monsterbloemruiker; de menschen komen binnen met een vroolijk gezicht +en groeten elkander heel opgewekt; bijna niemand buigt het hoofd tot +een gebed en het gebouw wordt vervuld met een vroolijk gebabbel. + +Daar maakt een man zich los uit een gesprek en loopt haastig door het +gedrang naar het platform even vaak zonder een geestelijk kleed, als +niet in leeken-kleeding. Dan treedt een kwartet naar voren en zingt +met het gelaat gekeerd naar het gehoor een lofzang voor de +vergadering, die niet opstaat, en later zingt datzelfde kwartet een +tweede loflied ook voor de vergadering. Dan wordt er een gebed +uitgesproken, er wordt uit de Heilige Schrift gelezen en de +daaropvolgende preek is kort en schitterend. Onder andere wenken, +dringt de dominee aan op het bijwonen van het Avondmaal met Paschen, +waar, zoo als vermeld wordt op een papier, geplakt op de banken, +oesters en vleeschspijzen zullen voorhanden zijn--ik vermoed een +kalkoen--en ijs. Dit maal zal gediend worden in het spreekvertrek der +kerk. + +Nauwelijks is de zegen uitgesproken, die een oogenblik een ander +voorkomen aan de bijeenkomst gaf, of de vergadering loopt haastig naar +de deur; en ofschoon niemand kan begrijpen, hoe het in zijn werk is +gegaan, staat de dominee daar reeds, handendrukkend en menschen aan +elkaar voorstellende, ontsnappend aan menig lastig verzoek en in het +algemeen alles luchtigjes opvattend. De een wenscht hem geluk met zijn +«speech"--een nieuwe naam voor een preek--terwijl een ander zegt, dat +het «prachtig" was. + +Er zijn ook in Engeland pogingen aangewend om het kerkelijk leven +werkelijk populair te maken, en in zekere stad, die de schrijver kent, +zijn die pogingen in een eigenaardige richting niet geheel mislukt. +Een der Kerken schafte zich een nieuwe verzameling nachtmaalschotels +aan door de alledaagsche kunstgreep van een danspartij; onderscheidene +Gemeenten gaven liefhebberij-tooneelvoorstellingen en een zeer +ondernemend lichaam had een eigen schouwburgzaal. Bijbellezingen +werden besloten, aan het einde van den cursus, met een souper; met +Goeden Vrijdag maakte men landelijke uitstapjes, begeleid door een +militair muziekkorps en een belangrijk deel van de inkomsten der +Gemeente was afkomstig van gezellige vergaderingen van allerlei aard. +Deze bijzondere stad is niets dan een staaltje van den algemeenen +geest, langzamerhand opkomend in de Kerk in Engeland. De eene dominee +gebruikt een tooverlantaarn om kracht bij te zetten aan zijn preek; +een ander heeft een kroeg bij de inrichting van zijn Kerk; een derde +behandelt het laatste moordenaarsschandaal; een vierde heeft een +dienst met zang, een zigeuner of een gewezen bokser om de +belangstelling in het Evangelie te doen herleven. Als het zoo +voortgaat, dan zullen weldra een schouwburg en andere vermakelijkheden +aan de Kerk worden toegevoegd, als aantrekkingsmiddel voor de +jongelieden en om te voorkomen, dat de oude menschen zich gaan +vervelen bij de godsdienstoefening. + +Misschien is het door de boosheid van 's menschen natuur, die ons er +toe brengt op nieuwe dingen te vitten en te hunkeren naar den goeden +ouden tijd--die niet altijd goed was in alle opzichten--maar men is +toch niet zeer ingenomen met de nieuwe verschijnselen en in het geheel +niet overtuigd, dat het candy-pullstelsel in eenig opzicht een +verbetering van het verleden is. + +Na een weinig ondervinding van aangename sprekers en spreekvertrekken +en soupers met roomijs en landelijke partijtjes, herinnert men zich +met vernieuwden eerbied en diepe waardeering den dominee van den +vroegeren tijd, met zijn eenvoudige kleeding, zijn waardige houding, +zijn gevoel van verantwoordelijkheid, zijn beschaafd voorkomen, en +wien men het aanzag, dat hij in stilte leefde in gemeenschap met God, +terwijl hij sprak als een overbrenger van een boodschap van den +Eeuwige. Hij maakte misschien niet zoo veel drukte bij het uitgaan van +de kerk als zijn opvolger en was misschien ook niet zoo knap in de +spelen en niet in staat om een zoo pakkende speech te houden over +«liefde, vrijerij en huwelijk." De lidmaten van zijn Gemeente hebben +hem wellicht niet genoemd een «schitterend man," en ook niet van hem +gezegd, dat hij een «eerste grappenmaker" was; ook hebben zij hem niet +zoo dikwijls op de «thee" gevraagd en het is zelfs toe te geven, dat +hij bijna te vormelijk was; maar daar staat tegenover, dat zij van hem +spraken als van «een man Gods," en «een goed man" en dat zij om hem +zonden bij de moeielijkheden des levens, wanneer hun geweten hen +pijnigde. Het is mogelijk, dat zij niet zoo met hem dweepten als met +den nieuwerwetschen man, maar zij hadden eerbied voor hem, geloofden +in hem, wat heel wat meer beteekent. + +Men wordt ook getroffen door de verandering in de geheele omgeving van +de godsdienstoefening en men kan verschillen van meening erover of het +een voor- of een achteruitgang is. De kerk onzer vaderen was noch goed +verlicht, noch wetenschappelijk geventileerd, noch voorzien van met +zorg bewerkte kussens en het eenige karpet, dat er was, lag op de +treden van den preekstoel. De hedendaagsche kerk is bekoorlijk +versierd, en schitterend van ontelbare electrische lampen. + +De dienst was in het verleden uit een muzikaal oogpunt onvolmaakt en +over het algemeen te lang van duur. Tegenwoordig wordt de tenorzanger +van het koor ontslagen, indien zijn stem versleten begint te lijken en +de menschen spreken er van, hoe de lofzang is «voorgedragen" of +«geïntoneerd"--misschien was het «Heilig, heilig, driewerf heilig, +almachtig Opperwezen"--en er wordt bekend gemaakt in de kerkekamer (of +in de spreekkamer van den predikant) dat de bespreking der Heilige +Schrift niet langer moet duren dan vijftien minuten--tien is nog +beter--en dat de gebeden geen inbreuk moeten maken op de muziek en dat +de preek, onverschillig welke het onderwerp ervan zij, al was het de +Oordeelsdag, «belangwekkend" moet zijn. In vroeger tijd noemde de +Gemeente een preek «stichtelijk" of «onderzoekend" of «opbouwend." +Tegenwoordig zegt zij, dat de predikant «in den stijl" was of zij +klaagt er over, dat hij «geen kleur bekende." + +Er zijn ongetwijfeld veel punten, waarin de Gemeente van thans +vooruitgegaan is bij die van vroeger, maar toch is niet alle +verandering winst geweest, want het voornaamste bestanddeel van den +eeredienst van het vroegere geslacht was eerbied--de menschen +ontmoetten elkaar in tegenwoordigheid van den Eeuwige, voor Wien elk +mensch minder is dan niets. En het voornaamste bestanddeel is +tegenwoordig voor de kinderen van dat geslacht, die komen luisteren +naar een koor en een knap spreker, zelfbehagen. + +Het moet toegegeven worden, dat een van de oorzaken voor de +verandering in den geest van het gemeente-leven een reactie is van het +individualisme en een nieuwe opvatting van het gemeenschapsbegrip der +Christelijke Kerk. Een godsdienstig mensch beschouwt zich zelf niet +langer als een op zich zelf staande eenheid, afgezonderd van elk ander +menschelijk wezen in de wereld en wiens hoofdbezigheid in het leven +is, zijn eigen ziel te behouden. Hij heeft ervaren, dat zijn leven +verband houdt met dat van zijn naasten en dat hij een deel uitmaakt +van een vereeniging die zich over de geheele wereld uitstrekt; dat hij +zijn menschheid niet moet verloochenen en dat hij, door anderen te +behouden ook zich zelf redt. De wereld is niet langer een woestijn, +die hij doortrekt als een pelgrim en vreemdeling, maar zijn +geboorteplaats, waaraan hij de vervulling van een taak verschuldigd is +en godsdienst is niet zoo zeer een ernstige toewijding aan God als wel +een nuttig, liefderijk leven. + +Het middelpunt der gedachte is feitelijk overgebracht van de +eeuwigheid op het tijdelijke, van de vereering van God op het dienen +der menschen. De eerste opvatting werd belichaamd in een Puriteinsche +bijeenkomst, waar elke tegenwoordige in beteekenisvolle afwachting +uitkeek naar een teeken van gunst van den Almachtige, of in de +cathedraal, waar de menigte in stille aanbidding wegzonk bij het +opheffen van de hostie. De andere gedachte is voelbaar in het gebouw, +dat meer concertzaal is dan kerk, waar een aantal fatsoenlijke +menschen in opgeruimde stemming en vol van vriendschappelijke +gevoelens samenkomen om te trachten elkander te bewegen tot goede +daden en om liederen te zingen. De oude vreeze des Heeren schijnt +geheel verdwenen en met die vrees is eveneens heengegaan het gevoel +voor het onzienlijke, wat eens de bezieling van den eeredienst +uitmaakte. + +Godsdienst, het wordt met grooten nadruk verdedigd, moet niet alleen +voldoen aan de behoeften der ziel, maar ook aan die van geest en +lichaam, opdat een Christen niet buiten de Kerk gelegenheid tot +beschaving of vermaak behoeve te zoeken. Indien hij begeerte heeft +naar ontspanning, dan moet zijn Kerk hem de uitspanningen verschaffen, +zoodat hij niet noodig heeft in de wereldsche maatschappij te gaan en +hoeveel of hoe weinig ontwikkeld zijn verstand ook moge zijn, zijn +geestelijk tehuis moet zijn smaak voldoen. Zijn letterkundige +vereeniging, zijn bijeenkomsten tot oefening in welsprekendheid, zijn +gelegenheid om bezoekers te ontvangen en zijn concertzaal moeten alle +onder één dak zijn, opdat de jonge Christen beveiligd worde tegen +verleiding. + +Daar deze neiging tot het gezellig maken van het Gemeenteleven elk +jaar duidelijker wordt en nieuwe uitvindingen op dat gebied +voortdurend gedaan worden, is het vergeefsche moeite aan te dringen op +terugkeer tot den eenvoud van het verledene, toen een Gemeente een +vereeniging van menschen was, die samenkwamen om God te vereeren en +Zijn wil te leeren kennen; maar het kan toch zijn nut hebben, te +bespreken hoe in sommige opzichten een achteruitgang valt aan te +wijzen. Want dat is zeker, indien het Gemeenteleven moet gaan voldoen +aan allerlei andere eischen, dan moet er een ander soort van +predikanten komen. + +Voor deze soort van inrichting is er weinig behoefte aan een leeraar +om een Bijbel te verklaren of aan den herder om het karakter zijner +kudde te vormen en voorzeker zou zulk een niet worden gewaardeerd. De +voornaamste eisch, waaraan voldaan moet worden, is dat de predikant +zij een scherpzinnig man, met de talenten van een impressario, een +handelsreiziger en een vendumeester in zich vereenigd, met een heel +klein tintje van een rondreizend evangelist. Inplaats van een +studeerkamer, welks wanden bedekt zijn met boeken van ernstige +godgeleerdheid en klassieke letterkunde, geve men hem een kantoor met +een loketkastje voor zijn programma's en eindelooze briefwisseling; +kasten voor dikke boeken met uitknipsels uit dagbladen en verslagen +van andere genootschappen; een altijd tjingelende telefoon en een +verzameling van handboeken, als: «Hoe men een preek maakt in een half +uur", of «Een duizendtal treffende anecdoten van het zendingsveld". + +Hier zit een vlugge, levendige, vindingrijke directeur, met zijn +snelschrijfster aan een hoektafeltje, een dik boek opslaande om te +zien aan wie het eerstkomende bezoek moet gebracht worden, en een +ander boek doorsnuffelende naar bijzonderheden omtrent gezinnen of een +haastig onderzoek instellende in aan een lias geregen voordrachten van +bekende sprekers over eenig onderwerp, dat dienen kan voor den +volgenden Zondag. Van den morgen tot den avond tobt hij zich af met +telephoneeren, telegrafeeren, dicteeren, bij elkaar zoeken, +rondvliegen, hier een gezelligen avond, daar een «schitterende +bijeenkomst" te leiden, «speechen" af te steken, menschen te +ontvangen--hij is een onvermoeid, handig, volhardend man. Niemand kan +nalaten zijn veelzijdigheid te bewonderen of de eerlijkheid van zijn +bedoeling te erkennen; maar als hij nu inderdaad het type is van den +dominee der toekomst, dan zal hij een beter mensch terzijde schuiven +en uitsluiten. + +Er zijn menschen, die alle geëischte talenten van geleerdheid bezitten +en aan wier inzicht, toewijding en liefde niets ontbreekt, maar die +toch ten eenemale ongeschikt zijn om een kerk te «drijven" naar de +hedendaagsche manieren. Zij zouden een ziel in geestelijk gevaar +kunnen leiden, maar zij hebben geen talent om jonge lieden te +vermaken; zij kunnen het Eeuwig Evangelie van de Goddelijke Offerande +verklaren, maar zij hebben geen handigheid in het behandelen eener +machine; zij kunnen de beginselen der gerechtigheid uitleggen, maar +zij weigeren zich te bemoeien met een onlangs plaats gehad hebbende +werkstaking van motorbestuurders. + +Wat het voordeel betreft, door die nieuwigheden gebracht, is het de +vraag of het gezellig maken van de kerk haar geloof en leven +aantrekkelijk zullen maken? Als er een wedstrijd zou komen tusschen de +vermaken van de kerk (of haar feesten) en de vermakelijkheden der +wereld (en haar feesten,) is er dan één verstandig mensch, die +gelooft, dat de kerk zou winnen? Gelijk aan Caesar biedt de wereld +haar prachtige schouwspelen aan; de Kerk, als Christus, biedt het +overwinnend Kruis. + +Waarom zou de Kerk haar verheven standpunt verlaten en nederdalen in +het worstelperk, waar zij beschaamd zal worden? Komen de menschen ter +kerk voor nietige vermaken, alleen geschikt voor kinderen of om te +voldoen aan de behoeften hunner ziel en ter bevestiging van hun +geloof? Zou ooit het Christendom een begin van bestaan gehad hebben, +indien de Apostelen «aangename preekers" geweest waren en +«schitterende mannen", wanneer zij zich hadden ingelaten met +«gezellige bijeenkomsten" en «bazars" of «speeches!" De Kerk +zegevierde door hun geloof, hun heiligheid, hun moed en door deze +verheven deugden moet zij in deze eeuw ook staande blijven. Zij is de +getuige der onsterfelijkheid, het geestelijk tehuis van zielen, de +dienaresse der armen, de beschermster van wie verlaten zijn; en als +zij afdaalt tot een plaats van tweede-rangs-vermakelijkheid, dan ware +het beter dat haar geschiedenis eindigde, want zonder haar geestelijke +vizioenen en ernstige idealen is de Kerk niet waard in stand te worden +gehouden. + + + + +IV. + +DE OPROERMAKER IN DE KERK. + + +Om een wereld te maken heeft men alle soorten van menschen noodig, en +bijna even veel worden er vereischt tot het vormen van een kerkelijke +Gemeente; maar dat er ook een oproermaker in komt is niet noodig voor +de gemeentelijke volledigheid. Onder een oproerling verstaat men een +persoon, dien men gemakkelijk kan herkennen en onder wiens bemoeiingen +de meeste Gemeenten van tijd tot tijd geleden hebben. Men moet hem +niet verwarren met een Christen van den ouderwetschen stempel, die bij +zekere gelegenheid in de war is gebracht door een preek over «Gods +Vaderschap" en dan in de studeerkamer van den dominee komt om te +verklaren, dat hij altijd geloofd heeft, dat God een rechter was. Deze +man is volmaakt eerlijk en behoort behandeld te worden met alle +welwillendheid, omdat hij eenvoudig getrouw is aan zijn overgeërfd +geloof en toch wel gaarne het nieuwe Evangelie zou opnemen. Laat hem +een warm hoekje hebben in de kamer, en een gemakkelijken stoel en geef +hem alle gelegenheid om zooveel teksten aan te halen, als hij wenscht +en luister bescheiden naar hem tot middernacht toe. Hij is vatbaar +voor overtuiging en zelfs, indien hij u verlaat zonder overtuigd te +zijn, zal hij toch de Gemeente niet in vuur en vlam gaan zetten. Hij +zal dat niet doen; integendeel zal hij overal gaan verklaren, dat de +dominee een eerlijke studie van den Bijbel maakt en een geduldig +herder is en dat het een voorrecht is bij hem te kerk te gaan als +zelfstandig, verantwoordelijk man. + +Ook moet die naam niet gegeven worden aan een van die rustelooze +menschen, die altijd ergens een fout ontdekken en die elkeen vervelen +met hun onverwachte plannen. De eene week schrijft zoo iemand, dat een +vrouw werd weggezonden bij gelegenheid van den bidstond der Kerk, +omdat de zaal vol was--de dominee vindt dat altijd verblijdend en zou +de mytische persoon wel gaarne eens in levenden lijve zien--en hij +oppert het plan om voortaan den weekdienst te houden in de Kerk. Hij +kent honderd menschen, die zouden willen komen--en dit verblijdt den +dominee ook zeer, omdat de goede man zelf bijna nooit tegenwoordig is. +Een volgende week verneemt deze man van een of ander geheimzinnig +persoon, dat deze kou heeft gevat door den tocht uit een van de ramen +en onze vriend schrijft zestien bladzijden om te pleiten voor +gordijnen, die zelfs de St. Pieterskerk afzichtelijk en zeker de +godsdienstoefening onmogelijk zouden maken voor ieder, die eerbied +voor zich zelf heeft. Een maand later is diezelfde man overtuigd, dat +de heele Gemeente als los zand aan elkaar hangt en dat een band +behoorde gelegd te worden door een algemeen bezoek van de zijde der +ambtsdragers, waarvoor hij wel zoo goed is een plan te schetsen; en +elke nieuwe week openbaart hij een nieuw plan in een langen brief, +totdat zijn broeders zoover gebracht worden, dat zij harde woorden +zeggen over zijn bedilzucht. + +Zijn broederen behoorden echter liever hun ziel in lijdzaamheid te +bezitten en den waardigen man vriendelijk te behandelen, want er is +geen grein boosheid in hem en ook is er geen goedhartiger mensch in de +heele Gemeente. Hij zal al heel in zijn schik zijn, als hij een +beleefd antwoord ontvangt en ik zou voor zulke gelegenheden dezen vorm +aanraden: + + _«Waarde Heer Jump_, + +Ik heb uw belangrijken brief ontvangen en nam goede nota van uw +voorstel omtrent de gordijnen. De zaak is er een, die veel overweging +eischt en ik haast mij u te verzekeren, dat het zeer aanmoedigend is +voor den dominee en de overige ambtsdragers van de Kerk te zien, dat +het welzijn van onze Kerk in elk opzicht u zoo zeer ter harte gaat. +Geloof mij, met de meest vriendelijke gevoelens + + «Den Uwe + «JOB HOUVAST, predikant." + +Mijnheer Jump zal zeer tevreden zijn met dezen brief en zal binnen +vierentwintig uur vergeten hebben, dat hij ooit een voorstel deed over +gordijnen. Het is de moeite waard voor een Gemeente om, laat ons +zeggen één Jump aan zich te verbinden om gebreken aan te wijzen en de +zaken aan den gang te houden. Twee Jumps zouden misschien te veel zijn +voor de Gemeente en men kan den tweeden beter voor wat anders +gebruiken. + +Er is een andere persoon, die ook niet beschouwd moet worden als een +oproermaker, ofschoon hij een echte dwarsdrijver is en veel nadeel kan +berokkenen. Het is de man, die vatbaar is om zich beleedigd te +gevoelen en die er zich aan stoot, zoo als hij zegt, wanneer iemand +hem aan de kerkdeur voorbij loopt zonder spreken of «iets van hem +zegt"--hij weet niet wat,--achter zijn rug, of wanneer een ander zich +verzet tegen een plan, dat hij voorstelde of weigert iets te doen, wat +hij vraagt. Nadat hij zijn vrouw gekweld heeft met de zaak, en zich +zelf de koorts op den hals heeft gehaald tengevolge van gekwetste +ijdelheid, geeft hij iedereen te verstaan, dat hij een grief heeft en +neemt hij een martelaarsvoorkomen aan. Als een vormelijk protest +blijft hij zelfs misschien wel twee Zondagen uit de kerk weg en dan +wordt hij weer boos, omdat niemand bij hem komt om naar de reden te +vragen. Natuurlijk is hij zeer vervelend, maar overigens is er geene +boosaardigheid in den man en hij behoort zachtmoedig behandeld te +worden. Het is meer zijn ongeluk dan zijn fout, dat hij geen opperhuid +heeft en geheel onbeschut is tegen de wrijving des levens. Een zachte +aanraking en een mild gebruik van geestelijke zalf zal zijn wonden--of +liever zijn schrammen--genezen. + +De oproerling is van een ander deeg en is een stevig gebouwd +ongeloovige, die, zoodra de gelegenheid zich voordoet en op elk, dien +hij bereiken kan, zijn krachtige vuist zal doen neerkomen. Zijn eenige +begeerte is leed te doen en hoe meer pijn hij veroorzaakt, hoe beter +hij in zijn schik is. Hij schrijft beleedigende brieven aan den +dominee, hem beschuldigende van alle mogelijke zonden, van ketterij +tot leugen toe. Hij begint een openbaar twistgeschrijf over de zaken +der Gemeente in elk nieuwsblad, dat dwaas genoeg is zijn brieven op te +nemen. Hij valt de verstandigste voorstellen aan van de ambtsdragers +en beticht hen van de afschuwelijkste drijfveeren. Hij trekt de +Gemeente door als een brandstichter en zet elk ontvlambaar persoon in +vuur. Wanneer hij in zijn glorie is, dreigt hij met aanklachten bij de +kerkelijke hoven of bij de burgerlijke rechtbank; en ofschoon hij +nooit de bedreigingen uitvoert, daar hij even lafhartig als +schreeuwerig is, doet hij toch de voorbereidende stappen, die +aanleiding geven tot praatjes en kwaad gerucht. + +Het behoort ook tot zijn rol om den schijn aan te nemen van groote +oprechtheid en eerlijkheid, een man te zijn van onbuigzame +rechtschapenheid en geestelijke bedoelingen. Wat hij doet, doet hij +altijd om des gewetens wille en met klankvolle welsprekendheid plaatst +hij altijd zich zelf en zijn tegenstanders voor de vierschaar der +eeuwige gerechtigheid. Hij is zoo groot en zoo schreeuwerig en de +eenvoudige menschen zijn zoo liefderijk en zoo gemakkelijk te +overbluffen, dat zij vaak dezen man houden voor den persoon, waarvoor +hij zich uitgeeft en hem zijn zin geven. + +Feitelijk is hij niets anders dan een uitermate groot bedrieger in elk +opzicht en hij verdient geen genade te ontvangen. Noch zijn meeningen, +noch zijn gevoelens, noch zijn klachten, noch zijn bedreigingen moeten +één oogenblik in overweging genomen worden. Zijn eerste uitdaging moet +worden aangenomen als een oorlogsverklaring en dan moet de oorlog +gevoerd worden liefst zonder kwartier te geven; en het is opmerkelijk +in hoe korten tijd deze struikroover tot bezinning kan gebracht worden +en tot lafhartige onderwerping. + +Mocht hij zich ergens in een Gemeente genesteld hebben en begonnen +zijn van zijn aard te doen blijken, dan is de wijste partij hem te +verzoeken heen te gaan. Het is niet gebruikelijk, dat men aan een +kerklid vraagt die Kerk te verlaten en zeer ongewoon, wanneer het +toevallig een man van beteekenis en stand is, zooals deze knaap +dikwijls schijnt; maar Gemeenten zijn in den regel al te bezorgd om +ieder te behouden en begrijpen veel te laat, dat de afwezigheid van +eenigen veel voordeeliger is dan hun tegenwoordigheid. Hun +aanwezigheid beteekent eenvoudig twist en zielskwelling, hun +afwezigheid vrede en voorspoed; hun tegenwoordigheid verdrijft rustige +menschen, terwijl, als zij wegblijven, men verlost is van een +struikelblok. + +Mocht hij vragen toegelaten te worden tot een Kerk, waar zijn karakter +bekend is, dan behoort hij bedaardweg geweigerd te worden. Waarom zou +eenig predikant, als hij er iets aan doen kan, een man opnemen, die +het hart van een anderen dominee half gebroken heeft? Waarom zou een +Gemeente woning geven aan een man, die de zaken van een andere +Gemeente in de war gestuurd heeft? Er is veel kans op, dat hij precies +doet als de legers, die na één land opgegeten te hebben naar een ander +trekken om dat te gaan verwoesten. Als er eenige kracht is in de +Gemeente, waar hij toegang vraagt, laat dan de deur hem voor den neus +worden dichtgeworpen en misschien wordt hij verstandig, als hij zonder +Kerk rondzwerft. + +Mocht iemand zeggen, dat wij den muiteling onvriendelijk en +onchristelijk behandelen, dan wordt hij te ver gevoerd door een +overmaat van liefde en let hij niet op de feiten. Wie vriendelijk +handelt met een oproerling is wreed voor den dominee en de Gemeente. +Al staat hij geheel alleen, er is geen eind aan de ellende, die zulk +een man kan teweegbrengen. In ieder geval zal hij den predikant +ernstig schokken en dat op wijzen en langs wegen, die de Gemeente +nauwelijks kan bevroeden. Geen predikant, die dien naam waard is, +schrijft zijn preeken zonder eenig verband met zijn Gemeente, alsof +hij op een andere planeet leefde en alleen maar rekening hield met +afgetrokken denkbeelden. Wanneer hij aan zijn schrijftafel zit, dan +staat hij als op den preekstoel en de Gemeente zit voor hem; hij +spreekt tot de menschen en zij antwoorden; hij ziet het eene hoofd +opgeheven en het andere ter neder gebogen; den een ziet hij ter neder +geslagen en een ander opgebeurd, tot dat zijn studieboeken verdwijnen +en de kamer vervuld is van menschelijk gevoel. In deze atmosfeer maakt +de dominee zijn beste werk en vervult hij het meest zijn roeping. +Veronderstel nu, dat aan het hoofd van een bank--en daar is hij +altijd, de muiteling, op een goed uitkomende plaats--zulk een +oproerling zit, strijdzuchtig, onbeschaamd en wantrouwend: zal hij +niet zijn invloed op de preek uitoefenen? + +Ongetwijfeld zijn er menschen, die zooveel verstandelijke +zelfbeheersching bezitten en zoo totaal onverschillig zijn voor +omstandigheden, dat zij kunnen nalaten op hem te letten en zijn +bestaan vergeten. Dit zijn mannen van den hoogsten rang en men kan +niet verwachten, dat zij talrijk zijn onder de predikanten noch in +eenigen anderen stand. Voor hen bestaan er geen regels en ook geen +hinderpaal; zij zijn onverstoorbaar en onweerstaanbaar. Op gewone +menschen oefent de oproerling een verbitterenden en ontstemmenden +invloed uit, zoodat een prediker, bewust of onbewust, altijd rekening +met hem houdt en de volgorde van de punten der preek wordt tot op +zekere hoogte geregeld door het bestaan van dien man. Als de dominee +een vriendelijk en vreesachtig man is, dan kan het gebeuren, dat hij +al te zorgvuldig is en dingen verzwijgt, die hij behoorde te zeggen +uit vrees van te beleedigen. In plaats dat de preek recht op haar doel +afgaat en haar bestemming bereikt met zoo weinig mogelijk verlies van +tijd en ruimte, wordt zij vreesachtig en nederig van stijl. De +prediker maakt allerlei noodelooze omschrijvingen om toch maar niet +gegrepen te worden door zijn vitter of hij maakt voortdurend allerlei +voorbehoud uit vrees aanstoot te geven aan dezen machtigen man. De +menschen zullen een vaag gevoel krijgen van zwakte, maar zij kunnen de +oorzaak ervan niet gissen. + +Veronderstel, daarentegen, dat de predikant een sterk en beslist man +is, maar niet behoort tot de geestelijk zeer hoogstaanden van ruimer +opvatting, dan beroert de oproerling hem op eene andere wijze. Zoodra +de predikant begint te spreken, zet hij zich ertoe dezen man onder +handen te nemen en hem tot bezinning te brengen. Diens karakter en +daden worden omschreven, veroordeeld; de prediker bespot en bedreigt +hem. De oordeelen der Heilige Schrift worden hem naar het hoofd +geworpen; hare bevelen worden hem als een last op den rug gelegd; hij +wordt buiten gesloten van de uitnoodigingen van het Evangelie en hij +wordt voorgesteld als sprekend te gelijken op alle slechtaards uit de +Bijbelsche Geschiedenis. Iemand, die de toespeling begrijpt, zal +meenen, dat deze man hard behandeld is; maar wie iets verder in het +geval doordringt, zal inzien, dat de dominee slachtoffer is. De +prediker is bitter en wraakzuchtig geworden; de preek heeft +bevalligheid en teederheid verloren; en ik weet niet, wat erger is: +een prediker zonder grootmoedigheid of een preek zonder adel. Neem +dien man weg van zijn plaats in de kerk en de dominee zal er zich toe +zetten om vromen en zondaars toe te spreken in de liefde Gods. + +De oproerling doet zich ook kennen door het belemmeren van de +werkzaamheid der Kerk, zoowel in arbeid als in liefdegaven. + +Mocht hij bijvoorbeeld een plaats bekleeden in de Zondagsschool, dan +zal hij twist maken niet het hoofd ervan en met elk der andere +onderwijzers om beurten, totdat hij heel alleen staat voor de school +en dan begint hij te jammeren over het gemis van Christelijke +offervaardigheid. Als hij wordt aangesteld tot penningmeester van een +fonds, in de gedachte, dat hij daardoor iets te doen zal hebben, dan +zal om zijn persoon niemand meer iets willen geven eraan; en als hij +geen penningmeester is, zal hij overal gaan vertellen, dat het fonds +meer kwaad doet dan goed en dat zij, die het goed meenen met de Kerk, +niet eraan moeten bijdragen. + +Boven en behalve al deze onheilen, die hij te weeg brengt, vergiftigt +hij het kerkelijk leven zoodanig, dat het in plaats van tot zegen en +eendracht te voeren, slechts bitterheid en krakeel kweekt. Als er een +twist is in de Kerk, dan zal deze man hem opblazen tot een ruzie; en +als het mogelijk is twee menschen tegen elkaar op te zetten, zal hij +het zeker doen. Als er een eerlijk meeningsverschil is, draagt hij +zorg, dat een veete ontstaat en als er een nieuw voorstel te berde +gebracht wordt, dan verbittert hij de bespreking ervan. + +Wellicht is de beste handelwijze tegenover zoo'n man hem niet uit te +schelden of tegen hem te razen, maar hem alleen te laten staan. Even +als de natuur soms een ettergezwel vormt en het met de een of andere +stof zoodanig omgeeft, dat het afgescheiden wordt van het lichaam, +zoo moet die man ingesloten worden in een plaats voor hem alleen. + +Mocht hij een aanmerking maken op kerkelijke zaken, laat dan een ander +antwoorden met een opmerking over het weer; als hij begint te vitten +op een preek, laat dan iemand hem beklagen over zijn slechte +spijsvertering. Als hij opstaat om te spreken in een kerkvergadering, +laat de stilte dan voelbaar zijn en laat de voorzitter dadelijk, als +hij uitgesproken heeft, tot het volgende punt van bespreking overgaan, +alsof er niets gezegd was. Als men er niet buiten kan hem toe te +spreken, dan is de beste manier hem te behandelen als een +onmogelijkheid en hem te omringen met een net van belachelijkheid, +want daardoor geeft men veel onschuldig vermaak aan andere menschen en +men treft hem in zijn eenige zwakke punt. Zoo verlaten of uitgelachen, +zal hij naar een andere Kerk gaan en dan--dan zinge de verloste +Gemeente een Te Deum! + + + + +V. + +BEJAARDE PREDIKANTEN. + + +Te een of ander tijd, en misschien heel plotseling, komt een Gemeente +tot inzicht van het feit, dat een zekere wederwaardigheid den dominee +heeft getroffen, die zijn kracht van dag tot dag sloopt en misschien +zijn leven zoowel als dat van de Gemeente met den ondergang bedreigt. +Het heeft niets te maken met zijn karakter, want hij is werkelijk een +veel heiliger man en misschien ook een veel wijzer man dan hij vóór +twintig jaren was en stellig begaat hij minder vergissingen in woord +en daad dan in de dagen zijner jeugd. Ook staat het niet in verband +met zijn herderlijken arbeid--want hij is meer dan ooit de raadgever +en vriend der menschen, die tot hen spreekt met rijker levenservaring +en grooter liefde. Het zou ook niet geheel juist zijn te zeggen, dat +zijn preeken aanstoot geven, want die zijn waarschijnlijk even +degelijk en nuttig als vroeger. Inderdaad, hij zegt dezelfde dingen, +die hij placht te zeggen tot groote voldoening en op dezelfde wijze +als hij gewoon was ze te zeggen... lang geleden. + +Er hapert niets aan hem, tenzij dan dat hij niet meer zoo vlug loopt +als eertijds, dat hij wat langzamer spreekt en dat hij de vorige week +een sterker bril moest aanschaffen, dat hij niet altijd hoort, wat men +tot hem zegt, dat zijn haar van grijs tot wit overgaat, dat hij +vermoeid wordt bij het beklimmen van een heuvel. Er is met hem +gebeurd, wat er met alle andere menschen gebeurt: hij wordt oud. + +Zoodra de Gemeente dat feit merkt--en het kan soms jaren duren, eer +men het ziet--beginnen de bestuurders der Gemeente zich minder op hun +gemak te gevoelen. Ouderdom heeft zijn voordeelen in de Bediening des +Woords, maar hij heeft ook zijn duidelijk merkbare nadeelen en wanneer +men de balans opmaakt, heeft de Gemeente misschien gelijk in de +meening, dat zij aan den verliezenden kant is en niet aan den +winnenden onder de Bediening van een oud man. Eén zaak is zeker--en +dat is een zeer ernstige zaak--een dominee wordt op een zekeren +leeftijd bijna ontoegankelijk voor nieuwe denkbeelden. Natuurlijk +verschilt die leeftijd voor onderscheiden mannen en het is gevaarlijk +ook maar een gissing te wagen, daar de lezer altijd wel de een of +andere uitzondering zal weten. Er zijn menschen, die na hun dertigste +jaar geen nieuwe gedachten toelaten tot hen door te dringen--mannen +van hopelooze stompzinnigheid, die al hun levensdagen een nachtmerrie +voor hun Gemeente zijn; en er zijn mannen, wier geest op hun +tachtigste jaar nog open staat voor de nieuwste ideeën--mannen van +buitengemeene verstandelijke frischheid en levendigheid. + +Voor den middelmatigen mensch komt er een tijd, dat zijn geest vast +wordt en dat zijn meeningen totaal onveranderlijk blijven. Wellicht +neemt hij geen aanstoot aan de ontdekkingen der jongeren; maar zich +ermee vereenzelvigen doet hij zeker niet. Hij zal zich misschien niet +verzetten tegen nieuwe wijzen van optreden maar ze aannemen zal hij +stellig niet. Zijn prediking kan juist zoo goed zijn als zij vroeger +was, omdat zij dezelfde is, zonder eenige toevoeging of nieuwe +gedachte; maar zij kan wellicht verkeerd zijn, vergelijkenderwijs +sprekend, omdat er eigenlijk nieuwe stof in wezen moest en dat zij ook +meer verband moest houden met den tijd, waarin wij leven. + +De middelbare leeftijd is geneigd eenig wantrouwen te koesteren tegen +het opkomend geslacht en een zekere jaloerschheid te gevoelen van zijn +standpunt, zoodat de man van middelbaren leeftijd soms vervalt tot +vitlust en kwaaddenkendheid. Hij wordt langzamerhand een rem aan het +rijtuig en hoewel de rem een nuttig ding is in zekere omstandigheden, +is zij toch niet geschikt om in de plaats van paarden gebruikt te +worden. + +Wanneer een predikant geplaatst is in een stad, dan is het een +ernstige vraag of hij, na de zestig eenigen tijd achter den rug te +hebben, nog wel in staat is zijn werk naar behooren te verrichten. De +menigte bijkomende werkzaamheden in een stedelijke parochie, het +drukke leven, de groote inspanning van den geest en de zware +verantwoordelijkheid eischen een man in den bloei des levens, met een +vlug begrip en een sterk lichaam. Zooals de toestand nu is, zou het +heel goed zijn, indien mannen na twintig jaren dienst in een stad zich +terugtrokken en een rustiger arbeidsveld zochten in een landelijke +Gemeente. Zij zouden, als het ware, geplaatst kunnen worden op de +lijst der half gepensionneerden. + +Daarenboven is het niet te ontkennen, dat de man van middelbaren +leeftijd door geheel en al afscheid te nemen voor zich zelf van de +jeugd, ook in veel opzichten ophoudt in verbinding te staan met jonge +menschen. Zij mogen eerbied voor hem gevoelen en hij moge belang in +hen stellen, zij hebben niet meer een gemeenschappelijke wijze van +zich uit te drukken en koesteren verschillende sympathieën. + +Zij zijn geneigd hem te beschouwen als een «stoffel" (en als man van +middelbaren leeftijd, meen ik, dat wij inderdaad wat onnoozel worden), +terwijl hij hen allicht wat «wuft" vindt. Er zijn weinig menschen, die +de gaping tusschen twee geslachten kunnen overbruggen en even goed +kunnen omgaan met de jongen als met de ouden en de moeielijkheid wordt +eer grooter dan kleiner. En dit alles is het nadeelig gevolg van het +oud worden of zelfs maar het overschrijden van den middelbaren +leeftijd. + +Wat moet er dan gedaan worden met dien ongelukkigen man? De +moeielijkheid wordt zoo klemmend gevoeld, dat een voornaam godgeleerde +van onzen tijd--die nu overleden is--voorstelde, dat een dominee, +zoodra hij den bloeitijd des levens was gepasseerd, ergens zou heen +gebracht (ik vermoed naar de een of andere overdekte plaats) en daar +doodgeschoten worden. Zijn meening was, dat rustende geestelijken op +dezelfde wijze zouden behandeld worden als versleten paarden. Het is +altijd gevaarlijk geweest ironisch te spreken in Engeland sedert den +tijd van Swift, want ofschoon het Engelsche volk elke andere deugd van +de wereld bezit, het heeft zeker geen vlug begrip voor humor en ik ben +er niet zeker van, dat er niet menschen waren, die geloofden, dat dit +barbaarsche voorstel ernstig gemeend was. Voorzeker sprak hij in den +geest van eenige ondankbare armzalige Gemeenten, voor wie het een +heele opluchting zou wezen van een ouden dienaar af te komen op de +snelste en goedkoopste manier. Misschien zou het ook een +vriendendienst zijn aan den dominee, wanneer deze bemerkt dat hij een +sta-in-den-weg wordt voor hen, die hij liefheeft en die hem eens +liefhadden, wanneer men hem op de een of andere manier den genadeslag +gaf; maar daar zijn wetten, die deze krachtige methode van wegzending +verhinderen en men moet het denkbeeld van een slachtplaats voor +geestelijken opgeven. + +Men heeft dan vier manieren van handelen met dezen ongelukkigen man, +die, indien hij eenig gevoel van gepastheid had gehad, fatsoenlijk zou +gestorven zijn na een kortstondige en hartroerende ziekte in den +leeftijd van zestig jaar en de eerste manier is, dat de Gemeente niets +doet en hem zijn leven laat eindigen op den preekstoel. Naar alle +waarschijnlijkheid placht hij, ongeveer dertig zijnde, te zeggen, dat +hij nimmer dominee zou blijven na het geel worden zijner bladeren; dat +hij er zich over verwonderde, hoe oude menschen niet konden zien, dat +hun tijd voorbij was en dat zij beter zouden doen kool te gaan planten +in een dorpstuintje. Toen hij deze brave dingen zei, stond hij aan den +anderen kant van de heg, en nu, nu hij tweemaal zoo oud is, heeft hij +een heel anderen kijk op de dingen. Hij verklaart, dat hij zich nooit +in zijn leven jonger gevoeld heeft dan thans en nooit geschikter om +te preeken. Bij gelegenheid wordt hij heldhaftig en verklaart, dat, +zoolang hij de preekstoeltrappen kan opklauteren, hij zal voortgaan en +dat hij zal sterven in het harnas. + +Dwaze menschen (meestal oude dames) zullen hem wijsmaken, dat hij +nooit zoo gepreekt heeft als den vorigen Zondag en hij zal het oor +leenen aan dezen kleinen kring van bewonderaars en weigeren raad aan +te nemen van verstandige menschen, die zijn welzijn op het oog hebben +en die het plan opperen, dat hij vrijwillig een ambt zal nederleggen, +dat hij zoo eervol vervuld heeft. Zoo zal het er toe komen, dat Kerk +en stad een van de droevigste treurspelen zullen aanschouwen: een man +bezig de Gemeente te verstrooien, die hij eens vergaderd heeft en zijn +goeden naam weg te werpen, dien hij eens won. + +Of de Gemeente kan misschien zich verstouten en er op staan dat de +waardige oude heer een medewerker, een collega neemt. «Wij zouden +niet gaarne uwe diensten missen," zoo spreekt de een of andere sluwe +diplomaat, die weet, dat de dominee, om niet te spreken van diens +vrouw, hem voortdurend met wantrouwende blikken gadeslaat. «Wij +wenschen alleen u te ontlasten van het zwaarste gedeelte van uwen +arbeid. Zou het niet goed wezen, dat wij een sterken, jongen man +aanstelden, die de catechisaties op zich nam en al het bijkomstige +werk en die één keer per dag zou preeken om u vermoeienis te besparen +en u gelegenheid te geven van tijd tot tijd eens vacantie te nemen? +Gij zijt wel goed geweest, dat ge geen hulp voor de prediking gevraagd +hebt, maar de Gemeente voelt, dat het niet meer dan plicht is u +blijvende hulp te geven. Daarenboven," en nu verzwakt de afgezant en +voelt, dat de domineesvrouw hem met verachting aanziet als een ontdekt +bedrieger en een verbazend leugenaar, «het zou zoo goed zijn voor een +jong man het voordeel te hebben uw prediking te hooren en uw +raadgevingen in te winnen." + +Zeer waarschijnlijk zal de oude heer, na een samenspreking met zijn +vrouw en haar vriendinnen, weigeren iets te maken te hebben met een +collega; hij zal verklaren, dat hij een dergelijken maatregel zal +voorstellen, zoodra hij dien werkelijk noodig acht, en erbij voegen, +dat er niets akeliger is voor een jongen man dan zijn tijd door te +brengen met niets te doen. Misschien zal hij nog erbij zeggen, en met +diep leedwezen zeggen, dat eenige invloedrijke lidmaten van de +Gemeente hem verzekerd hebben, dat de inmenging van een collega al het +werk zou vernietigen, dat hij heeft opgebouwd en oorzaak van scheuring +zou wezen. + +Mocht echter de dominee er in toestemmen een collega te hebben, dan +zullen de gevolgen in negen van de tien gevallen bedroevend zijn. Een +van beiden, of de oude man zal zoo heerschen over zijn jongeren +broeder, dat de laatste geen kans zal hebben zelfstandigheid te +ontwikkelen en ooit tot volmaking te komen, of de jonge man zal zich +tegen den ouden inzetten en gesteund door de jongere lidmaten den +ouden dominee uit de Kerk drijven. Het was inderdaad een onverstandige +en onnatuurlijke positie, dat twee mannen gelijke macht zouden +bezitten en dat wordt er te erger op, naarmate beiden meer afhankelijk +zijn van de openbare meening. Heeft men er ooit van gehoord, dat er +twee kapiteins op hetzelfde schip waren, twee opperbevelhebbers van +één leger of zelfs twee machinisten bij één machine? En toch komt het +voor, dat verstandige menschen voorstellen, niet dat een dominee een +hulpprediker zal nemen, maar een collega om met hem gelijk te staan in +macht en verantwoordelijkheid. + +Natuurlijk kan een Gemeente het den man, die haar gediend heeft +gedurende de beste jaren van zijn leven, zoo zuur maken, dat hij geen +keus heeft en blij is te kunnen heengaan, zelfs al staan eenzaamheid +en armoede voor de deur. Wanneer een Gemeente dien weg inslaat om den +band te verbreken, dan begint men te wanhopen aan het Christendom. De +laaghartigste koopman, die op een cent dood blijft, zou een ouden +kantoorklerk niet zoo behandelen als Christenen soms een armen en +versleten dominee bejegenen. Zij hebben zijn jeugd en zijn mannelijke +krachten verbruikt en al zijn geestdrift en zijn vuur; zij hebben den +bloesem van zijn geest en den oogst zijner ziel genoten. Voor hen +leefde en dacht hij; voor hen putte hij zich uit in zijn krachtige +dagen elken Zondag en is hij voortgegaan zijn laatste krachten te +verslijten. Al wat er uit hem te halen was, hebben zij genoten en nu, +na een paar jaar hem te hebben gadegeslagen, zijn ze tot het besluit +gekomen, dat zijn beste tijd voorbij is en zij doen hem een misleidend +aanbod en verzoeken hem heen te gaan. Dan gaan zij, met de pet in de +hand, naar den een of anderen bekenden jongen dominee en smeeken om +zijn gunst, verklarende dat hunne harten naar hem zijn uitgegaan en +dat zij gelooven, dat het overeenkomstig Gods wil is, dat hij hun +dominee zij. En hij, op zijn beurt, komt en spoedig hoort men hem +zeggen, dat er geen getrouwer menschen zijn. Laat hem maar een poosje +wachten. + +Zou het niet beter zijn, dat elk kerkgenootschap of elke Kerk een plan +voor emeritaat ontwierp op ruime schaal met twee voorwaarden? De +eerste voorwaarde behoorde te zijn, dat elke predikant, zeg op +vijf-en-zestigjarigen leeftijd zou uittreden uit den werkelijken +dienst en dat hij na dien tijd kon optreden als helper zijner +broederen of rustig leven, al naar hij verkoos. De tweede voorwaarde +moest zijn, dat hij een pensioen ontving van niet minder dan de helft +van zijn traktement, tot, laat ons zeggen, een bedrag van drieduizend +zeshonderd gulden (£ 300). Mocht iemand beweren, dat zulk een wet +willekeurig is, dan antwoord ik daarop, dat zeker elke predikant +liever nog door een wet dan door geweld gedwongen zou worden tot +aftreden en dat hij in goed gezelschap zou zijn, want hij zou het lot +deelen van alle zee- en landofficieren en elken burgerlijken ambtenaar +en elken geëmployeerde aan ieder groot lichaam in de gansche +beschaafde wereld. + +En de Kerk mag niet onderdoen voor den Staat. Zij moet staat maken op +de personen, die haar dienen, voor haar zichtbaar wèlslagen en haar +doel behoort te zijn, dat elke Gemeente een dominee heeft in de volle +kracht zijns geestes en zijns lichaams, en dat elke man, die zich +heeft afgesloofd in den dienst der Kerk, behoorlijk onderhouden wordt +voor zijn overige levensdagen. + +Er is, behalve onzedelijkheid en ongeloof, niets dat een grooter +beletsel is voor de geestkracht der Kerk dan naar verhouding een groot +aantal oude en zwakke dominees in werkelijken dienst. Want dit +beteekent verouderde godgeleerdheid, verwaarloozing van de jongere +leden, ontoegankelijkheid voor de nieuwere denkbeelden, en een +eindeloos gekibbel. Niets zou zekerder bijdragen tot vernieuwing van +de geestkracht der Kerk dan een bij een wet geregeld emeritaat op +voldoende voorwaarden voor elken predikant boven de vijfenzestig jaar. +Want dit zou beteekenen niet alleen een reserve van geschikte mannen, +waarop de Kerk kon rekenen in geval van nood, maar een onophoudelijken +toestroom frissche gedachten. + +Tegenwoordig hebben de Gemeenten een grief tegen oude dominees, die +meenen, dat zij jong zijn en oude predikanten hebben een grief tegen +Gemeenten, die geen eerbied hebben voor den ouderdom en tusschen die +twee partijen komen vele onaangenaamheden en vredebreuken voor. + +Wanneer de Kerk even goed bestuurd wordt als een koopmanszaak van den +eersten rang, dan zal die bestaande vijandschap verdwijnen en niemand +zal in de Christelijke Kerk meer geëerd en geliefd worden dan de +getrouwe predikant, die haar gediend heeft in de volheid zijner kracht +en nu gedurende zijn welverdiende rust haar verrijkt met zijn +raadgevingen. + + + + +VI. + +DE DOMINEE EN HET KERKORGEL. + + +Lofgezangen maken een deel uit van de openbare godsdienstoefening bij +elke Christelijke Vereeniging--behalve bij de Kwakers, die ik soms +benijd--en ik wensch dadelijk te zeggen, dat ik niet voornemens ben te +preeken voor de afschaffing van het loflied. De vromen van het Oude +Testament hadden een muzikalen dienst, die voldoende was om het hart +van een ritualist met wanhoop te vervullen en men kan zich maar +flauwtjes voorstellen wat een zuur leven de priester had, wiens taak +het was het tempelorkest te verzorgen en die moest omgaan met de +bespelers van instrumenten. De heiligen van het Nieuwe Testament +begonnen zonder een orkest, en schenen waarlijk gedurende eenigen tijd +bij de regeling hunner lofzangen de beginselen van het gezond verstand +toegepast te hebben, zingende zoo goed mogelijk met blijde lippen en +kloeke harten in donkere gevangenissen. Maar even als vele andere +beste menschen, wisten ze niet precies, wanneer zij gelukkig waren en +langzamerhand vonden zij zwaarmoedige liederen uit, die een bijzonder +zwak zijn geweest van alle Christenen van alle geslachten. + +Men is wel eens benieuwd ernaar, hoe de Kwakers er zoo vreedzaam +kunnen uitzien en waarom hun eeredienst zoo heerlijk is, en ik ben +eenigszins geneigd te gelooven, dat dit komt, omdat zij geen muziek +bij hun godsdienstoefeningen hebben. Hadden wij ze ook niet, dan--zou +ik willen zeggen--zou een vaak voorkomende oorzaak van twist zijn +weggenomen uit menige Gemeente en de dominee zou haast niet weten, wat +hij met zijn tijd moest uitvoeren. Toch wensch ik te gelijkertijd +duidelijk te verstaan te geven, dat ik de muziek beschouw als een +noodzakelijk onderdeel van den eeredienst, dat organisten een gedeelte +van de kracht der Christelijke Kerk uitmaken en dat ieder, die niet +ten volle den leider en de leden van het koor waardeert, een +onwetende, slechtaardige Philistijn is. + +Indien er eenige twist in de Gemeente is door de muziek, en indien de +dominee ooit zich ergert, laat ik dan op den voorgrond zeggen, dat +alleen de Gemeente en de dominee te laken zijn. Maar er zijn toch +moeielijkheden en het kan goed zijn er over te spreken in een geest +van gepaste menschlievendheid. In de eerste plaats dan, is de organist +een kunstenaar en elke kunstenaar heeft een bijzonder fijngevoeligen +aard, die de gewone holderdebolder manieren van het dagelijksch leven +niet verdragen kan. Met een man, gevormd uit gewone klei, zoudt gij +spreken op praktische, recht op het doel afgaande, desnoods lompe +wijze; ge zoudt met hem redeneeren, hem berispen en hem terecht zetten +als hij ongelijk had. Maar met een van kostbaar porselein moet niemand +op die wijze handelen of, de kunstenaar zal dadelijk gekwetst worden +en zijn ontslag nemen en zijn hartroerende geschiedenis overal +rondvertellen, want hij staat boven de kritiek en de openbare meening. +Het is onmogelijk hem iets te leeren; het is een beleediging te +veronderstellen, dat er verbetering mogelijk is; het is het best aan +te nemen, wat hij geeft en te erkennen, dat hij recht heeft te doen +zooals hem behaagt en het de plicht is van ieder ander te verklaren, +dat, hetgeen hij doet, bij elke gelegenheid, te liefelijk is om onder +woorden gebracht te worden en dat de uitwerking ervan bijna te sterk +is voor de vermoeide menschelijke natuur. Dit is de schatting, welke +de Gemeente behoort te betalen aan den meest geestelijke onder de +artisten, den organist. + +Men wordt werkelijk boos op den dominee, die beter behoorde te weten +en toch zijn eigen plaats vergeet, ten gevolge van gemis aan +waardeering der kunst en van een overschatting van zijn eigen werk. +Hij is aanmatigend tegen den organist en wordt billijkerwijs gestraft. +De dominee behoort zich te herinneren--en de Gemeente mag hem wel eens +erop wijzen--dat zijn werk ondergeschikt is aan dat van den +kunstenaar, en dat het overige gedeelte van den dienst geen andere +bedoeling heeft dan een steun en een achtergrond aan de muziek te +geven. Wat de Gemeente wenscht te hooren is, niet zijn preek, ofschoon +ik nooit een organist zich tegen de preek heb hooren verzetten, tenzij +de prediker te veel tijd in beslag nam. Werkelijk heb ik reden om te +gelooven, dat vele organisten de preek beschouwen als een welkomen +rusttijd voor hun overspannen zenuwen. Wat de Gemeente werkelijk +begeert is een lofzang te hooren en het wèlslagen van den dag hangt af +van den goeden afloop daarvan. Wanneer een predikant dit feit goed ter +harte neemt en zorg draagt, dat de menschen, die opgevoerd zijn tot +een hemel, die niet door menschelijk geluid kan beschreven worden, +niet onbehoorlijk gekweld worden doorzijn domme praatjes, dan is hij +ten minste aan één steen des aanstoots ontkomen. + +Het is eveneens zeer kwalijk te nemen, als een dominee zich wil +bemoeien met de keuze der liederen en altijd denkend aan zijn preek, +liederen wil uitzoeken in verband met den inhoud daarvan. Het is best +mogelijk, dat de door hem aangewezen liederen uitstekend passen bij +den tekst en zeer geliefd zijn bij het volk, maar alleen de organist +weet of de wijzen ervan in het liederenboek verheven of platte muziek +zijn. De wijsjes vallen zoo in den smaak van het publiek misschien, +dat ieder er naar haakt ze te zingen met zijn geheele hart en uit +volle borst, maar de organist verbleekt van schrik eenvoudig bij de +gedachte, dat een duizendtal menschen zich, om zoo te zeggen, te goed +zullen doen aan zijn lekkernij. Het is een voorrecht, en op zijn minst +genomen blijft het altijd nog de vraag of het wel een recht is, dat +zij in het geheel mogen zingen; maar als het toegestaan wordt, dan +moeten zij met beving en vreeze hun vreugde genieten. + +Een van de voornaamste pogingen van een degelijken beschaafden +organist--er zijn uitzonderingen, dat herinner ik mij nog dankbaar--is +bekende zangwijzen uit te roeien en ze te vervangen door +arrangementen, die geschikt zijn om de Gemeente te leeren zwijgen. Ik +vernam eens een geval--en als ik zoo iets hoor, dan weet ik niet meer, +hoe het met mijn broederen geschapen staat--waarbij een dominee in een +gloeienden toorn ontstak tegen een organist, omdat deze verheven +persoon een wijs op zijn eigen handje had uitgevonden voor «Rots der +Eeuwen," die de vergadering in diepe bewondering deed wegzinken, als +het ware in een schoonen droom. Niets verbittert meer een muzikaal +gestel dan te hooren, dat het volk, dat altijd bezield is met een +ongezonde begeerte om een vreugdevol geraas te maken, zich meester +maakt van een werkelijk schoone wijs en haar later totaal ongenietbaar +maakt voor fijne ooren. Niets is noodzakelijker dan den lofzang der +Gemeente te vrijwaren tegen deze verkeerdheden en daarom dadelijk op +te houden met het gebruiken van al was het de edelste wijze, als de +menschen haar eindelijk gepakt hebben. + +Alleen onafgebroken waakzaamheid van de zijde van den organist kan de +muziek behoeden tegen den strooptocht der Gemeente, want de lieden +zijn zoo vol zotte eerzucht, dat zij zelfs er zich toe zullen zetten +om vreemde wijzen te leeren en in den loop van een maand het koor +zullen overstelpen met muziek, die men voornemens was buiten hun +bereik te houden; en de dwarsdrijverij van een predikant, die de +Gemeente helpt bij dien verraderlijken inval op een andermans +grondgebied verdient al de moeielijkheden, die hem daardoor te beurt +vallen. + +Er waren tijden--en sommigen onzer, die niet meer tot de jonge lieden +behooren, herinneren ze zich--dat geen enkel instrument werd gebruikt +bij den eeredienst en toen alle hulp van iets dergelijks, met +uitzondering van een stemvork, werd beschouwd als een terugkeer tot +de beginselen van het Oude Testament. Maar dit waren tijden van +duisternis. Heden leven we echter in een meer verlichte eeuw. Een +Gemeente zal misschien tegenwoordig zoo weinig aan een dominee geven, +dat zijn vrouw nauwelijks weet, hoe ze aan fatsoenlijke kleeren voor +het huisgezin moet komen; zij zal wellicht niets, dat de moeite waard +is, bijdragen voor uitwendige zending of voor ziekenverzorging--er is +geen Gemeente, die eerbied voor zich zelf heeft en niet zal zorg +dragen een orgel te bezitten. Menschen, die hun hart verharden tegen +de meest nuttige liefdadigheid zullen bijdragen voor een orgelfonds en +wat niet door inschrijvingen verkregen kan worden, zal door een bazaar +met loterij opgebracht worden. Wanneer het orgel wordt bespeeld door +een erkend musicus, die van verre is gehaald, dan zal de Gemeente dien +man met ontzag aanzien als een bovennatuurlijk wezen en zij zal de +gebeurtenis beschouwen als van meer gewicht dan een herleving van den +godsdienst. Men zal ten zeerste verbaasd staan over de kracht en de +verscheidenheid van het geluid, dat hij uit het instrument haalt en +als hij de Vox-Humana (register der menschelijke stem) gebruikt, dan +kunnen moeders van gezinnen niets meer doen dan elkander aankijken en +met het hoofd schudden, als hoorden zij geluiden uit de andere wereld. +Wanneer hij behendig den donder nabootst door het orgel in volle +kracht te zetten, dan zullen de hoofden der Gemeente zich zelf door +teekenen gelukwenschen, omdat iedereen nu kan zien, dat men volle waar +voor zijn geld heeft gekregen. + +Nadat de voordracht is afgeloopen, speelt de groote man nog wat voor +zijn eigen genoegen en wanneer gewone menschenkinderen tot hem kunnen +doordringen, dan vraagt een groep van eerbiedige ambtsdragers hem, wat +hij denkt van het orgel. Wellicht geeft hij dan op beschermende en +voorzichtige manier zijn goedkeuring te kennen, maar hij zorgt er voor +goed het getal registers aan te geven, die nog aangebracht moeten +worden en aan te wijzen, welke verbeteringen nog volstrekt +noodzakelijk zijn. Inderdaad doet hij de gedachte oprijzen, dat zij +nog maar een begin van een orgel hebben en dat de voltooiing ervan +vele jaren zal duren en een eindelooze gelegenheid zal aanbieden tot +het uitgeven van geld. Misschien zal hij zoo goed zijn te zeggen, dat +een duizend gulden drie, vier, besteed voor een of twee verbeteringen, +die hij in de gauwte in schets brengt, het instrument vrij bruikbaar +zullen maken voor een gewoon organist; maar hij zal hen verlaten onder +den indruk, dat de Gemeente minstens tien jaar lang al haar geldelijke +hulpbronnen zal dienen uit te putten om het geschikt te maken voor een +meester, zooals hij. + +Indien de Gemeente een weinig in de hoogte gestoken is door het +bezit van een orgel, dan zal niets zoo zeer de ijdelheid en de +zelfmisleiding kastijden dan het bezoek van een musicus, die een +examen heeft afgelegd en verscheidene letters achter zijn naam heeft; +en indien iemand zijn raad verdacht maakt als die van een al te +vitlustig speler en veronderstelt dat er nu verder geen twist over +dat orgel zal wezen, dan is zeker zijn onnoozelheid aandoenlijk en een +bewijs, dat hij nooit iets te maken heeft gehad met muziekinstrumenten +op plaatsen van openbaren eeredienst. + +Welke beproevingen de Gemeente te voren moge gehad hebben door tocht +in het gebouw of kwesties over verwarming of geldelijke moeielijkheden +of rustverstoring door oproerlingen, al deze zaken zijn minder dan +niets in vergelijking van de buitensporigheden en eischen in verband +met haar nieuwe orgel. Als de lucht erin gebracht wordt door werken +met de hand, dan blijkt het zoo groot, dat twee blazers noodig zijn en +daarom wordt er voorgesteld een hydraulische machine aan te schaffen. +Deze machine werkt gewoonlijk twee van de vier Zondagen niet, omdat er +geen druk genoeg te krijgen is en dan moeten eenige leden der Gemeente +de blaasbalgen bewerken--als men ten minste zoo wijs is geweest die te +laten zitten voor voorkomende gelegenheden en vóórdat zij klaar zijn +met hun werk hebben de diakens, wel forsch gebouwd maar niet gewoon +aan handenarbeid, een heel nieuwe gedachte omtrent dat orgel gekregen +en bepalen zij zich voortaan bij hun plichtplegingen tot de +Hebreeuwsche taal. + +Langzamerhand zal iemand de meening trachten ingang te doen vinden, +dat het orgel behoort bespeeld te worden met electriciteit en de +Gemeente, maar vooral de dominee en zij, die bevel voeren in de +afdeeling muziek, komen nu te weten, wat eigenlijk wederwaardigheid +beteekent. De verandering zal, naar gezegd wordt, zes weken duren en +betrekkelijk weinig te beduiden hebben. Inderdaad is er een jaar mee +gemoeid, met nog eenige maanden als toevoegsel, en gedurende dien tijd +heeft de Gemeente de gelegenheid de verschillende samenstellende +deelen van haar orgel te bezichtigen in de zaal en in de lokalen voor +bijbellezing en de doorgangen en in de nevengebouwen, waar het ligt in +geheimzinnige stukjes en brokjes. + +In dien tusschentijd zullen de leden der Gemeente vergeten hebben, +dat het onmogelijk is voor welopgevoede lieden God te loven zonder +instrumentale muziek en in loutere onnadenkendheid zullen zij +hartelijker zingen dan zij in de laatste tien jaar gedaan hebben. Daar +er geen orgel is, moeten bekende wijzen worden opgegeven en de +menschen zullen verlof hebben God te vereeren uit volle borst. Wanneer +onwetende vreemdelingen in de kerk komen, die zich niet herinneren dat +er een orgel is, dan zeggen zij, dat zij nooit in hun leven beter +hebben hooren zingen en het koor zal zich beleedigd gevoelen door de +complimenten over de manier, waarop het de vergadering leidt, daar er +immers geen deftig koor is--een paar uitgezonderd--dat het niet als +een onbeschaamdheid beschouwt, wanneer de Gemeente het durft volgen en +dat er niet op staat alleen zijns weegs te gaan. + +Als het orgel eindelijk weer in elkaar zit en de dag aanbreekt, dat er +weer op gespeeld kan worden, beweert de Gemeente verrukt te zijn; maar +zij heeft toch een boosaardig gevoel, dat de dagen harer vrijheid +voorbij zijn. Het was voor de leden der Kerk misschien nog mogelijk, +te trachten uit de verte een orgel te volgen, door water gedreven, en +gesteund door een daaraan geëvenredigd koor; maar zij zullen niet de +stoutheid hebben zich te bemoeien met een orgel, dat electrisch in +beweging gebracht wordt en dat bijgestaan wordt door een nog +verhevener koor. Indien de Gemeente echter al gewillig is uit een +gevoel van beleefdheid te zwijgen, dan wordt het electrische orgel +niet door zulke teere beweegredenen beheerscht, want de +buitensporigheden ervan zijn eindeloos. Als het vrijwillig er in +toestemt vooruit te spelen, dan zal het eindigen in een lang, +welluidend gejank, waarvoor niemand den organist aansprakelijk kan +stellen, en het zal een even welluidend getoet doen hooren onder het +gebed, welke geluiden misschien bedoeld zijn als antwoorden, maar niet +als zoodanig zijn gearrangeerd; en dan midden in een Te Deum zal het, +ten gevolge van den eenen of anderen bijzonderen aanleg tot het +stichten van verwarring, heil zoeken in een hardnekkig zwijgen. +Gedurende de eerste zes maanden na de opening zal het onder dokters +handen blijven en gedurende het daaraanvolgende jaar zal het min of +meer behept blijven met de gewoonten van een vroolijke en wispelturige +jeugd en de Gemeente zal heen en weer slingeren tusschen twee +meeningen, een geheime tevredenheid, wanneer het orgel niet speelt, +zoodat er een kans is op vrijheid bij het zingen en een sterke +begeerte om het op een kar te laden en het in de eerste de beste +rivier te doen werpen. + +Wat het orgel, bij bouw en vernieuwing en vergrooting en stemming, elk +jaar kost aan rente van kapitaal en aan loopende uitgaven, zou +voldoende zijn om een zendeling te onderhouden in eenig vreemd land of +om een dominee te steunen in een arme stadswijk; en wat het den +organist, die zoo ongeveer van alles de schuld krijgt, kost aan +bezorgdheid, terwijl de goede man gewoonlijk een uur vóór den dienst +in zijn hemdsmouwen aan het tobben is in zijn schuilhoek en wat het +der Gemeente kost aan voortdurende verbittering, zou, indien het in +gelds waarde kon worden uitgedrukt en vermenigvuldigd met het aantal +der Kerken, die dan van een orgel verlost zouden zijn, voldoende zijn +om de schulden te delgen van de geheele uitwendige zending van de +Angelsaksische wereld. + +Mijn eigen ondervinding van een koor en ook van een organist is een +zeer aangename en een van de bijzondere zegeningen, die ik niet +waardig ben; maar ik beweeg mij in de wereld en ik hoor van tijd tot +tijd iets. Daar een koor, zooals men vermoedt, bestaat uit een zeker +aantal uitgelezen personen, mannen en vrouwen, die begaafd zijn met +muzikaal gehoor en prachtige stemmen en die liefde hebben voor de +meest teedere en geestelijke van alle kunsten--de meest beschaafde +lieden feitelijk in een Gemeente--is men geneigd aan te nemen, dat de +heele atmosfeer van een koor vol liefde en vrede is. Toch worden soms +geruchten vernomen, alsof de twisten in sommige kerkkoren alleen in +hevigheid kunnen overtroffen worden door de vurigheid van een +vereeniging van Iersche patriotten en dat er niets zoo kleingeestig en +onbeteekenend kan zijn of het is in staat een koor in vlam te zetten. +Alles is aanleiding tot ergernis, zelfs een niets: de directeur van +het koor geeft iemand een plaats, die hem niet bevalt, laat hem of +haar een partij zingen, die haar of hem niet aanstaat, maakt een +aanmerking of geeft een pluimpje aan den verkeerden persoon, een +korist waagt een opmerking,--dit alles zijn even zoo veel bronnen van +ergernis voor den fijngevoeligen koorzanger. Hij begint te pruilen, +maakt onaangename opmerkingen, neemt ontslag of is oorzaak, dat eenige +anderen het doen en dan bij de een of andere groote gelegenheid nemen +al de koorleden ontslag en nemen een zoo gewichtige houding aan, dat +de gebeurtenis even belangrijk beschouwd wordt als een oorlog. In het +algemeen mag een koor zoo'n standje wel, want het geeft een prikkel +aan een kunstenaarsgestel. Maar er zijn toch eenige menschen, die niet +ten volle deelen in die blijdschap. Een van dezen is de arme dominee, +die zich op een goeden Zondag in de moeielijkheid bevindt zijn eigen +voorzanger te zijn en die als middelaar moet dienst doen bij elk +twistgesprek; en de anderen zijn de lidmaten der Gemeente, die gevaar +loopen ook in vlam gezet te worden door de vonken van dezen muzikalen +brand en die nooit zeker ervan zijn of zij niet den een of anderen +Zondag verplicht zullen zijn zelf te zingen. + +Er zijn oogenblikken, maar misschien zijn het dwaze, dat een zeker +iemand met overdreven en beteekenisvollen spijt terugdenkt aan een +dorpskerk, waar een voorzanger het van ouds bekende en geëerde +schotsche wijsje «Martelaarschap" aanhief met een krachtigen toon en +waar een vergadering van mannen en vrouwen met heldere stemmen en +sterke longen die wijs volgde, terwijl geen enkele zweeg en het +geheele lied gezongen werd vol vuur, met hier en daar een bas- en een +tenorstem, zelfs misschien een altstem er tusschen in om de muziek +voller te doen klinken. En er zijn andere tijden, dat diezelfde zeker +iemand, die toch eigenlijk beter moest weten, zeer ontroerd is in +zijn hart, wanneer hij bij een zendingsbidstond de menschen een van +die wijzen hoort zingen die misschien geen zeer goede muziek zijn +en die voornamelijk zich leenen tot luid gezang, maar terecht +opwekkingsliederen genoemd worden, omdat zij de ziel verkwikken en +uitdrukking geven aan de blijdschap dier ziel, die voor het eerst +ervaart, dat God haar lief heeft en tot haar redding Zijn eenigen en +veel geliefden Zoon heeft gegeven. + +Het is een goed ding, dat men hij den lofzang ter eere Gods de hulp +heeft van den goeden smaak en de muziek, ondergeschikt aan de rechten +der menschen, maar het beste is, dat de menschen zingen met lippen, +die God opent en uit harten, die verlost zijn op Golgotha. + + + + +VII. + +EEN EIGEN BANK. + + +Er zijn heel wat veranderingen gekomen in de inwendige inrichting van +de kerk sinds de tijden onzer vaderen, maar geen verandering is van +meer beteekenis dan die vrije plaatsen, die in verhouding van evenveel +gewicht is als de vermindering van de voorrechten in Engeland en de +afschaffing van staatkundige onbevoegdheid. Men herinnert zich de +goede dagen van ouds, die wij voor een groot gedeelte goed noemen, +omdat zij oud waren en nu omsluierd zijn door een nevel van eerbiedige +genegenheid. Men ziet de lange rijen van familiebanken, elk zorgvuldig +afgescheiden van alle andere en door een deur, die van binnen gesloten +werd met een stevigen grendel of in geval dat de bezitter van hoogeren +stand was met een klein koperen boutje, afgescheiden van het publiek +in de gangen. + +Indien de huurder van de bank behoorde tot de hoogste kringen van het +district, dan bedekte hij haar met laken--rood of groen--, legde er +een kussen in van drie duim diep--, dat in zijn plooien het stof +verborg van vijfentwintig jaar--en een kastje voor Bijbels, goed +gesloten, waarin de boeken voor de godsdienstoefening beveiligd waren +tegen vreemde handen. Er waren ook bankjes van een zeer stevige +makelij, niet om er op te knielen--want niemand, die in zulk een bank +thuis hoorde, zou er ooit aan gedacht hebben zulk een ongepaste +houding aan te nemen--maar om er gemakkelijk de voeten op te zetten. + +En er was zelfs zoo iets als een plankje, waarop de elleboog +gemakkelijk kon leunen, opdat een arme zitter gelegenheid had zijn +hoofd op te houden met zijn hand, terwijl hij naar de preek luisterde. + +Het was een belangwekkend gezicht en men denkt er nog met genoegen +aan, hoe de plaatselijke waardigheidsbekleder des Zondagsmorgens de +kerk inkwam om bezit van zijn sterkte te nemen en deel te hebben aan +den eeredienst. De bankopsluiter, een slimme oude man, opgebracht in +een kerkatmosfeer en op wiens gezicht zelfs de meest duistere +leerstellingen te lezen stonden, die een ambtelijk gesprek had gevoerd +met de diakens en die vijftig leden van de smalle gemeente had laten +voorbij gaan zonder hun meer dan een nauw merkbaar knikje en een +opmerking over het weer waard te keuren--met heel onderdrukte stem +geuit--komt naar voren om de hoofden der synagoge te ontvangen en hen +naar hunne zetels te geleiden. Hij gaat hen voor met statigen tred +door de gangen, noch ter rechter- noch ter linkerzijde omziende, +gevolgd door de vrouw van Dives, achter haar de kinderen, achter dezen +den vreemdeling, die tijdelijk binnen hunne poorten gehuisvest was, +en, eindelijk heel achteraan, den zelf-voldanen en verheven Dives +zelf. + +Bij aankomst aan de deur van de versterkte heerenplaats, kijkt de +bankopsluiter, terwijl hij behendig de deur opent met één hand en +ronddraait op één voet, den optocht achter de open deur in het +gezicht, terwijl deze nog halfweg de doorgang is. Hij maakt een lichte +buiging en kijkt recht voor zich uit, eerbiedig, maar toch niet +onbewust van de plaats, die hij inneemt onder de bestuurders der Kerk, +terwijl de leden van de familie een voor een binnenkomen en hunne +plaatsen innemen, totdat er eindelijk nauwelijks plaats overblijft +voor den grooten man zelf. Het is echter voldoende, als hij zich maar +juist kan neerzetten, want in dat geval is de invloed van een zwaar +lichaam zoodanig, dat de ruimte er door ingenomen, langzamerhand +grooter wordt, terwijl de lichtere lichamen in de bank als van zelf +inkrimpen onder den dienst, totdat Dives eindelijk op zijn gemak zit. + +Zeker, het had eenige moeite gekost om de deur te sluiten en onder +den dienst hoorde men haar vaak kraken en men kon niet helpen, dat men +hoopte--maar dat was, toen men nog jong was--dat door het een of +andere fortuintje de deur eens zou losschieten, en dat Dives, die er +al te sterk op leunde, terneer zou komen in de doorgang. + +De bout echter, om niet te zeggen de scharnieren er bij, was stevig +gemaakt en de bankopsluiter zag wel, dat alles in orde is zoowel met +het oog op veiligheid als op waardigheid, en dan ging hij statig weer +terug naar de kerkdeur, niet onbewust ervan, dat hij zich loffelijk +had gekweten en dat hij tenminste eenigen indruk had gemaakt bij het +plechtstatig nederzetten van den rijken man en zijn familie in hun +bank. + +Dives ontsluit het bijbelkastje met een sleutel, die bevestigd is aan +zijn ring en deelt de boeken uit, alsof het een prijsuitdeeling was in +een school, terwijl de moeder van het gezin aan de jongste leden +zoodanig voorraad lekkers geeft als voldoende zal zijn om uitgeputte +schepsels tegen de twee volgende uren te doen stand houden. + +Het geval kwam voor, dat Dives ongehuwd was en niets anders had dan +zijn eigen hoogwaardigheid om zijn heerlijkheid te bezetten; maar de +plechtige binnenkomst geschiedde geheel op dezelfde wijze en hij zette +zich met waardigheid aan het einde der eenzame bank. En als gij zoudt +veronderstellen, dat de een of andere vreemde, die een plaats wilde +hebben, in Dives' bank werd ondergebracht, dan zoudt gij toonen geen +verstand te hebben van de bescheidenheid van den bankopsluiter; en als +gij u verbeeldt, dat iemand, die zoo maar eens de kerk binnenliep, zou +probeeren om binnen te dringen in die majestueuze ledige plaats, dan +kan uw verbeelding sterk genoeg zijn, maar zij is nog niet bestand +tegen de uitdrukking op het gelaat van Dives. + +Vreemdelingen kwamen in vroeger dagen niet in kerken, tenzij als +gasten van een der families, omdat ieder zijn eigen kerk had en daar +ging hij heen door regen en in de brandende zon, wie er ook preekte en +wat er ook daar of elders te doen was. De menschen pochten er in die +dagen op, dat zij nooit rondzwierven en het had kunnen gebeuren, dat +een geheel onbekende vreemdeling den bankopsluiter had doen wankelen, +maar dan zou hij hem, daar hij steeds zich zelf gelijk bleef, in elke +gebeurlijkheid, naar zijn eigen bank gebracht hebben, die, met het oog +op omstandigheden, dicht bij den preekstoel was, zoodat de zwerver +niet behoefde inbreuk te maken op het eigendom van een en ander en +tevens onder behoorlijk toezicht gesteld werd. + +Wanneer de kerk vol was, dan zag men het haar aan, dat zij stevig en +eerbiedwaardig was; dan wekte zij ook de gedachte op aan waardigheid +en welvaart en het is billijk erbij te voegen, dat ook een geur van +gezinseenheid en huiselijken welstand u zeer aangenaam en troostend +aandeed in die gemeente van den ouden tijd. + +Als een ouderwetsch man en iemand, die misschien al te zeer ingenomen +is met het verledene, met al zijn fouten, wenscht geschokt te worden, +dan heeft hij alleen maar een van de hedendaagsche kerken te bezoeken +van den nieuwsten trant, die gewoonlijk vrij en open heeten, alsof het +herbergen waren of stukken waardeloos land, waar een hoop vuilnis was +neergegooid. Het open zijn is zoo ver mogelijk uitgestrekt, want niet +alleen zijn er geen deuren aan de banken en geen kastjes voor de +Bijbels en geen rugbekleeding en geen kussens, waarin gij kunt weg +zinken,--misschien zijn er vloermatten en bidbankjes--en is er +nauwelijks eenige afscheiding tusschen de banken, maar wellicht zijn +er in het geheel geen banken, alleen stoelen, en gij steekt uw +psalmboekje in een rekje aan den rug van den stoel van uw voorman, die +gaat verzitten, als gij dat doet en gij knielt tegen dien stoel--als +er tenminste mogelijkheid is om te knielen--en dan geeft gij uw +voorman een duw, wat hij natuurlijk kwalijk neemt. Het spreekt +vanzelf, dat er geen bankopsluiter is, omdat er geen banken behoeven +open gedaan te worden en meer dan dat, er is geen bijzondere plaats +voor u om te gaan zitten, om de eenvoudige reken, dat ge u kunt +nederzetten, waar ge wilt en elken keer ergens anders kunt neervallen, +indien ge dat wilt. + +Geen pelgrim of vreemdeling behoeft zich te schamen in een +hedendaagsche kerk, want alle menschen die er zijn, verkeeren in +dezelfde omstandigheden als hij; allen zijn vreemdelingen, daar zij +geen recht hebben op een duim breed gronds, en allen zijn pelgrims, +daar zij geen tweemaal op dezelfde plaats behoeven te zitten. Niemand +kan zich beklagen over de zelfzucht van anderen, want alle dingen zijn +gemeenschappelijk bezit. + +Wanneer Dives, opgesloten achter zijn deur, deed denken aan +uitsluiting, dan kan tot zijn verdediging worden aangevoerd, dat het +de uitsluiting was, die huiselijkheid beteekent, en in die bank was +een kleine gemeenschap--die het huisgezin is. En als er iets gezegd +kan worden voor algemeene vrijheid en openheid op grond van de +Christelijke broederschap en menschelijke gelijkheid, dan klampt men +zich toch nog vast aan het geloof, dat men recht erop heeft onder zijn +»eigen" te zijn--dat is te zeggen, met zijn vrouw en zijn eigen +kinderen--in het huis van God, en dat men het best God zal vereeren, +wanneer men in eenigszins afgesloten kring is. + +Misschien zal een bezoeker zich vrijer gevoelen in een vrije en open +kerk, maar daar staat tegenover, dat het huisgezin in stukken gebroken +wordt aan de deur en geen gemengde menigte kan ooit een zoo sterke +Gemeente vormen of een, die een zoo geweldigen indruk maakt op het +gezicht als de lange rij van banken, laat ons in dit geval zeggen, +zonder deuren en stoffeering, maar waar toch in elk een huisgezin zit, +met de moeder aan het hoofd van de bank, den vader aan het achtereind +en de jongelingen en jonge dochters tusschen die beiden in. Want de +familie bestond eer dan de Kerk en als de Kerk iets anders zal zijn +dan een priesterlijk eigendom of een zaal voor voordrachten, dan +behoort zij te berusten op het huisgezin. + +De bank is een getuigenis voor de familie en behoort gehandhaafd te +blijven, zonder de deuren, en het komt er volstrekt niet op aan of +iemand honderd gulden per jaar huur betaalt voor zijn bank of drie +gulden. De machthebbenden in de Kerk moeten er voor zorgen, dat ieder +gezinshoofd zijn eigen bank heeft, met voldoende ruimte erin voor hem +zelf, zijne vrouw en de kinderen, die God hun gegeven heeft. Er is +geen enkele reden te bedenken, waarom de rijke niet een flinke som zou +betalen voor zijn tehuis in het kerkgebouw. En velen onzer hebben +nooit kunnen begrijpen, waarom niet een handwerksman ook iets zou +geven voor zijn kerkelijk tehuis. Behoort een Christen niet te doen +wat goed is om zijn Kerk te steunen? Ieder man, die zich zelf acht, +wenscht te betalen voor zijn huis, hetzij het groot of klein is, en +iemands eer is er mee gemoeid te wonen in een armhuis, waar hij geen +huur betaalt en afhankelijk is van het publiek. Het is volstrekt niet +noodig, dat dit gevoel voor een eigen tehuis en persoonlijke +onafhankelijkheid verloochend wordt in het Huis Gods, maar het schijnt +eer wenschelijk, dat de man, die werkt en genoeg verdient om een huis +te onderhouden waar hij en zijn kinderen zes dagen van de week in een +zekere weelde en zelfachting samenleven, ook zijn deel draagt in de +onderhouding van het Huis, waar zij God vereeren op den zevenden dag. +Het is een armzalig schepsel, die wil dulden, dat een rijke man zijn +huishuur betaalt voor de zes dagen, en ik ben nooit in staat geweest +eenig onderscheid te zien tusschen het zijn van bedelaar op Zondag of +een bedelaar te wezen op Maandag. + +Ik zou er echter willen bijvoegen, en met nadruk, dat het bezit van +een bank in den zin, waarin iemand zijn huis bezit, een maatstaf is +voor karakter en een gelegenheid tot gastvrijheid. Daar is een soort +van menschen, wie het niet alleen spijt, dat zij geen deur aan hun +bank mogen hebben, maar die liefst hun bank zouden willen afsluiten +met een dak, die het een vreemdeling kwalijk nemen als hij er in +komt--ofschoon er overvloed van ruimte is--als was dat een +persoonlijke beleediging en die vreemdelingen zullen verjagen, indien +zij bij ongeluk erin gebracht zijn vóór hun aankomst. Als zoo'n man +maar een halve bank gehuurd heeft, dan durven de kerkedienaars geen +andere huurders aannemen voor de andere helft, omdat hij met hen +twisten zal over de vraag welke helft zij mogen bezetten, over de +kwestie, wie het eerst moet binnen gaan, over een liederenboek, dat +niet op zijn plaats ligt of over een vriend, dien zij eens meebrachten +en die twee duim van zijn plaats in bezit nam. Billijkerwijze zij +gezegd, dat die man in de kerk niet erger is dan elders, want hij is +overal een vlegel--jaloersch, twistziek, onherbergzaam, onhandelbaar. + +Maar zet als een tegenwicht tegen zulk een misbruik van de bank nu +eens mijn besten ouden vriend Jeremias Goedhart. Hij is nu alleen met +zijn lieve, beminnelijke gade, want de kinderen hebben zich een eigen +tehuis gevormd; maar hij houdt de familiebank en wil in geen geval die +opgeven. Somtijds lijkt het den bestuurders van de kerk toe, dat +Goedhart wel een banklooze familie bij zich kan nemen, maar zij +dringen niet op de zaak aan, daar zij er aan denken, hoe lang hij en +de zijnen de bank voor zich gehad hebben en hoe goed hij de ledige +ruimte gebruikt. Hij heeft een tal van boezemvrienden, die nu oud en +grijs zijn en die van tijd tot tijd met hem en zijn vrouw naar de kerk +komen en voelen, dat zij in zeer goed gezelschap zijn. Hij heeft ook +een grooten kring van kennissen, die bij honderden geteld kunnen +worden, en de personen van dien kring hebben ook de gewoonte wel eens +binnen te komen en in zijn bank te gaan zitten; en als hij een +vreemdeling aan de kerkdeur ziet, dan kan Goedhart niet laten een +woordje tot hem te zeggen, hem welkom te heeten en het beste te +wenschen. Als de vreemdeling toevallig een jonge man is, dan neemt hij +hem onder den arm en mee naar zijn bank en er bestaat veel kans, dat +hij hem naar zijn huis brengt en ten eten vraagt en hem zegt, dat hij +maar nooit alleen op zijn kamers moet blijven zitten, maar zijn huis +moet beschouwen als een tehuis. + +En mevrouw Goedhart vertelt haar vriendinnen met veel voldoening de +grootte van den kalfsbout, dien zij op Zondagen hebben, omdat, +ofschoon hun eigen zoons zijn heengegaan, zij toch nooit nederzitten +zonder eenige jonge mannen als gasten en mijnheer Goedhart leerde hen +kennen door de kerkbank. Indien de een of andere familie in de Kerk +logés heeft en behoefte aan zitplaatsen, wel dan komen de kinderen van +de familie in de bank van Goedhart zitten en worden met open armen +ontvangen. Gezegend mogen zijn witte haren en scherpzinnig gelaat +zijn, nooit is hij volkomen gelukkig of geniet hij de preek ten volle, +tenzij hij zijn behoorlijk aantal gasten heeft; daar zijn tijden, dat +hij er een teveel meebrengt en dan wedijveren de andere bankbezitters +om het eerst een plaats aan Goedhart aan te bieden. + +Zooals hij in de kerk is, is hij tehuis, hand en hart geopend, nooit +tevreden, tenzij vrienden komen en gaan, nooit boos dan wanneer zij +niet willen blijven eten bij hem, nooit zoo verheugd als wanneer hij +een flinke wandeling maakt of een praatje houdt over den ouden tijd +met hen, aan wie hij verbonden is door honderd banden van vriendelijke +woorden en daden. Zooals hij gehandeld heeft met alle menschen, +vreemdelingen zoowel als vrienden, in zijn Kerk en in zijn huis, zoo +zal God met hem handelen en wij kunnen als zeker aannemen, dat hem een +gastvrije ontvangst wacht daar waar de kerken der aarde veranderd zijn +in: het Huis onzes Vaders. + + + + +VIII. + +DE FATSOENLIJKE BEDELAARS IN ONZE KERKEN. + + +Het is geen overdrijving, wanneer men zegt, dat men in het gebruik dat +iemand maakt van zijn geld een maatstaf is voor zijn karakter en een +openbaring van zijn aard. Er zijn menschen, die geld verliezen door +hun dwaasheden: zoeten inval; daar zijn anderen, die het uitgeven ten +gevolge van hun ondeugden--verkwisters; er zijn menschen, die het +opgaren met jaloerschheid--gierigaards; er zijn er ook, die het +uitzetten in weldaden--zij zijn de wijzen. + +Wanneer ik zeg weldoen, dan denk ik niet aan die onberedeneerde +liefdadigheid, die geen onderscheid maakt en die, hetzij zij den vorm +aanneemt van aalmoezen aan een luien vagebond of van een ruime gift +tot het kweeken van armlastigen, een vloek is en geen zegen, een zonde +en niet een plicht. Wij behoeven den raad van onzen Heer aan den +rijken jongeling om zijn bezittingen te verkoopen en aan de armen te +geven niet letterlijk op te vatten, want ofschoon zulks misschien het +eenige bewijs van oprechtheid was, dat hij in die dagen kon geven, zoo +zou het een groote ramp zijn in onzen tijd. + +Indien een millionair zijn bezittingen te gelde maakte en de opbrengst +uitdeelde onder dat droes onzer bevolking, dat niet werkt zoolang het +kan bedelen, dan zou hij het grootst mogelijke nadeel doen aan zijn +medemenschen. Indien diezelfde millionair zijn fortuin gebruikt om +gelegenheid te geven tot eerlijken arbeid, waardoor de menschen zich +zelf en hunne gezinnen kunnen onderhouden, dan zal hij aan zijn +medemenschen den grootsten zegen verschaffen, die in zijn macht is. + +Wat het geval moge geweest zijn in den ouden tijd, er kan niet ontkend +worden, dat de man, die in onze dagen een fabriek vestigt in een +kleine stad tien maal beter doet dan hij, die zijn kapitaal zou willen +gebruiken om een armhuis te stichten. + +Wanneer een man behoorlijk voldaan heeft aan de eischen van zijn +gezin, en waarvan hij goed heeft zorg gedragen voor de aanvulling der +fondsen voor zijne zaken, dan zijn misschien de beste twee dingen, die +hij kan doen met het overtollige van zijn kapitaal, het te gebruiken +om de kennis van God te doen brengen aan hen, die in de duisternis +zitten of de onschatbare gift eener goede opvoeding te doen toekomen +aan hen, die hongeren en dorsten naar kennis. Het is zoo treurig, dat +vele menschen niet hebben geleerd te geven, maar het is even treurig, +dat velen niet weten, waar zij geven moeten. Om goed te geven, moet +men zoowel zijn hoofd als zijn hart raadplegen, en leeren geven is een +oefening van het brein zoowel als van iemands gevoel. + +Er zijn Kerken, die zeer onverstandig geven en het geld, dat zij +uitgeven om iets half goed te doen ware beter in de zee geworpen. Zij +onderhouden stichtingen voor inwendige zending in arme wijken der +stad, wat feitelijk niets anders zijn dan inrichtingen, waar +propaganda gemaakt wordt voor pauperisme en de Gemeenten, in die +wijken gevormd, bestaan grootendeels uit lieden, die bezwaar hebben om +tusschen twee maaltijden te werken. Elk jaar worden er verslagen +openbaar gemaakt, die aantoonen hoeveel personen de bijeenkomsten +bezochten en op hartverscheurende wijze rekening doen van de ellende, +die gelenigd is. Het is een feit, dat, wanneer gij aan een bekwaam +organisator zesduizend gulden per jaar geeft om in een flinke +achterbuurt te besteden, die man daar, wanneer ge maar wilt, een +Gemeente zal stichten van een vijfhonderd leden; en als de leden van +de moederkerk er heen wenschen te gaan en tegenwoordig te zijn bij een +geestdriftvolle bijeenkomst, dan is het eenig noodige daartoe, dat een +van de rijke kerkleden dien avond als gastheer fungeert. De +vergadering zal evenmin uit een oogpunt van getalsterkte als uit dat +van geestdrift iets te wenschen overlaten en de lieve menschen van de +rijke Kerk zullen naar huis gaan met het gevoel, dat zij een bloeiende +zending hebben en ontzachelijk veel goeds doen, terwijl er heel veel +kans bestaat, dat zij in den godsdienstigen zin des woords in het +geheel geen zending hebben en dat hun geld onberekenbare schade heeft +berokkend. + +Over het geheel genomen komen zendingsinrichtingen, onderhouden op +ruime schaal door rijke Gemeenten precies overeen, wat het zedelijk +resultaat betreft met de armhuizen, gesticht door menschen, die meer +geld hebben dan zij weten te besteden en niet genoeg hersens om te +weten, hoe het te gebruiken. + +Wanneer het geld, dat rond gestrooid wordt in soepuitdeelingen en +dergelijke stichtingen tot het instandhouden van bedelaars en hun +gezinnen, gebruikt was voor het bouwen van een dergelijke kerk, waar +de eerlijke armen God konden dienen met behoud van zelfachting, of van +gezonde woningen, waar de werkmenschen netjes konden wonen tegen +matige huur of tot het instellen van een beurs voor studenten, arm in +geld maar rijk in hersens om hun in de gelegenheid te stellen hooger +onderwijs te genieten, dan zouden de maatschappelijke hervormers reden +hebben de Kerk te zegenen en de Kerk zou vrij wat meer goeds +verrichten in de gemeenschap. + +Een Kerk van het West-End behoeft echter juist niet naar het Oost-End +te gaan om zulk kwaad te verrichten, want zij kan, als zij dat wil een +kweekplaats van fatsoenlijke landloopers stichten binnen haar eigen +grenzen. Wanneer een dominee en de lidmaten zijner Kerk den naam +hebben van een week hart te bezitten, wat dikwijls beteekent dat zij +wat zwak van hoofd zijn, dan verspreidt zich dat nieuws wijd en zijd +en het aantal bezoekers der godsdienstoefening neemt onmiddellijk toe. +Kleinhandelaars, die hun zaak tot bloei willen brengen en niet +uitsluitend durven vertrouwen op de deugdelijkheid der goederen, die +zij verkoopen; jonge lieden, die hun betrekking verloren hebben, omdat +zij niet willen werken; dames, die het beneden zich achten om iets te +doen voor haar levensonderhoud en deskundigen zijn in wat men zou +kunnen noemen fatsoenlijke strooptochten; onbekwame kooplieden, aan +wie geen bank honderd gulden crediet zou willen geven, maar die hopen +duizend te krijgen door middel van aanhalingen uit de Bergrede--komen +zich gezamenlijk nederzetten binnen de beschuttende muren van deze +Christelijke schuilplaats. + +Als men hen wil gelooven, komen zij allen om de uitmuntendste en +aandoenlijkste redenen: omdat bijvoorbeeld hun vorige Gemeente koud +was en zij in een warmer atmosfeer wenschten te leven; omdat zij een +zegen ontvingen onder de prediking van den dominee en het als een +voorrecht beschouwen zijn zielszorg te genieten; omdat zij begeeren +eenig goed werk te doen en uit de verte gehoord hebben van den ijver +van deze Gemeente; maar hoofdzakelijk wegens het hooge geestelijke +standpunt van dominee en lidmaten beiden, dat deze eenvoudige zielen +als een magneet heeft getrokken naar hun natuurlijk tehuis. + +Hun eigenlijke reden, om het in zuiver Hollandsch te zeggen, is, dat +zij geen lust hebben te werken voor hun brood, zooals eerlijke +menschen doen en dat zij van plan zijn zich op de Christelijke +liefdadigheid te werpen. Zij stellen niet het minste belang er in, wat +de dominee preekt of is, mits hij maar geen oordeel des onderscheids +hebbe; zij komen alleen en heel eenvoudig om te bedelen. Zij zijn zeer +bekwaam voor hun eigen vak en hebben het fatsoenlijk bedelen opgevoerd +tot de hoogte eener schoone kunst. Zij beginnen niet, zoodra zij +aankomen, te vragen en de allerslimsten onder hen zullen zelfs nooit +over geld spreken. Hun wensch is, zooals zij aan den predikant in zijn +studeerkamer duidelijk maken een bedeesdheid en kieschheid, die een +diepen indruk maken op hem, als hij een eenvoudig vroom man is zonder +ervaring, niets anders dan een hoekje in zijn kerk te hebben, waar zij +kunnen nederzitten en zich drenken met de zuivere melk van het Woord +en het eenige, waarover zij zich bekommerd maken, is, dat zij in de +eerste zes maanden niet in staat zullen zijn eenig plaatsengeld te +betalen of iets bij te dragen in het fonds voor de zending. + +Zij hebben betere tijden gekend en toen was geven hun levensgenot. Een +groote tegenspoed heeft de familie gedrukt en zij maken onduidelijke +toespelingen op een groote som, verloren of door slecht gedrag van een +familielid of door een bankroet en nu zijn zij verplicht hoogst zuinig +te leven. Hun strijd om het bestaan, de dominee mag dat aannemen, is +zeer moeilijk; maar zij zijn niet gekomen om over zulke dingen met hem +te praten, doch, alleen om hem te verzekeren, dat hij hun tot zegen +geweest is en om te zeggen, dat zij zoo gaarne zich nuttig zouden +willen maken in zijn Kerk. Al kunnen zij niet geven, zij zijn +tenminste willig om te werken en kiezen in den regel bij toeval een +afdeeling van Christelijken arbeid, waarvan het hoofd rijk is in de +goederen dezer wereld en bekend als mild. + +Onder het oog van zulk een chef is er geen eind aan de werkzaamheid +van onze bedelende vrienden. Zij bieden aan om alles te doen. Zij +geven nieuwe plannen voor armenzorg aan de hand; zij brengen de oudere +arbeiders in de afdeeling van de wijs door hun drukte en den een of +anderen avond komen zij, op een ongelegen uur aandragen met een paar +guldens, die zij--zooals toevallig blijkt--uit hun mond gespaard +hebben voor een goede zaak. Daar zij niet in staat zijn om iets bij te +dragen in de kerkelijke fondsen, maken zij met hun eigen handen eenige +onmogelijke kerkezakjes, die zij in alle deftigheid aanbieden aan de +ambtsdragers der Kerk en die ontoonbaar zijn en ongeschikt voor +gebruik. + +Daar zij op geen andere wijze hun dankbaarheid aan den dominee kunnen +toonen, komen zij op een avond, man en vrouw samen als collega's in +het bedelvak, en verzoeken hem een groote bouffante aan te nemen, die +zijn keel zal beschermen tegen de winterkoude te midden van zijn +onmetelijken arbeid, maar waarvan de kleuren en het model hem zouden +blootstellen aan een ontslag uit zijn bediening, indien hij het ding +droeg. De voorname leden der Kerk ontvangen met verjaardagen en met +Kerstmis kaartjes, vol vrome spreuken en opmerkingen; en als een kind +het ongeluk heeft eenigszins ernstig ziek te worden, bijv. windpokken +of mazelen krijgt, dan komen de bedelende vrienden regelmatig en op +treffende wijze vragen. Zij willen niet graag de moeder storen, maar +zij hebben zulk een genegenheid opgevat voor den kleinen lieveling, +dien zij in de kerk hebben gadegeslagen, dat zij rust noch duur hadden +voor zij wisten of de lieve jongen een rustigen dag heeft +doorgebracht. Zij willen niet indringerig zijn en zij vergeten niet, +dat hun omstandigheden veranderd zijn, maar zij hopen, dat het niet +als een beleediging zal beschouwd worden, dat zij een kleinigheidje +hebben meegebracht voor het zieke engeltje en zij vragen aan de moeder +om een onoogelijk stukje kandij aan het lieve lammetje te willen +overbrengen. Er zijn moeders en moeders, maar er is kans, dat de +moeder zeer getroffen wordt en in het algemeen, aangenaam aangedaan +door zoo veel belangstelling in haar kind, en ofschoon zij verstandig +genoeg is om de gift in het vuur te gooien, zal zij toch niet nalaten +de gevers met Kerstmis te gedenken. + +Wanneer de spinnen het web van fijne draden gespannen hebben, en het +aan alle hoeken der Kerk stevig bevestigd is, dan is het opmerkelijk +hoeveel vliegen en niet enkel onnoozele, er in vast raken en hoe groot +de buit is. De kleerenklasten van de Kerk, zoowel van mannen als +vrouwen, staan te hunner beschikking en elke maand wordt gij bij de +ontmoeting met onzen bedelaar herinnerd aan den een of anderen ouden +vriend en het is zeer belangwekkend de kleeren, die de Gemeente +gewoonlijk droeg in de Kerk in nieuwe omstandigheden te zien +verschijnen. Hun huishuur wordt om beurten betaald door een troepje +barmhartige Samaritanen, waarvan elk gelooft, dat hij de eenige is, +aan wien ooit werd toegestaan den dienst te bewijzen en die het doet +onder belofte van geheimhouding, uit vrees dat schroomvallige +menschen, arm maar trotsch, zich gekrenkt zouden gevoelen en dat zij +de achting voor zich zelf, die nu, zooals zij zeggen, hun eenige +bezitting is, misschien zouden verliezen. De een of andere +vriendelijke dokter in de wijk bezoekt hen in geval van ziekte, zooals +dat vaak gedaan wordt door deze mannen, zonder geld of eenig ander +loon te ontvangen. Medische hulp in den vorm van versterkende +middelen, geleiën, vruchten, lekkernijen stroomen zoo voortdurend toe, +dat het niet bevreemdend is, dat de lieve kleine Alice niet spoedig +herstelt en dat de hulp van het gezin moet worden ingeroepen om de +snoeperij op te krijgen. + +Later moet de kleine Alice, die met zorg ingewikkeld in doeken en +blijkbaar erg zwakjes rondgevoerd is om haar weldoeners persoonlijk te +bedanken en die daartoe den meest ongelegen tijd schijnt gekozen te +hebben, uit puur medelijden voor een maand naar buitengezonden worden +en de liefhebbende familie, die niet leven kan zonder Alice--zij +kunnen maar niet vergeten, dat zij vroeger rijk waren--moet +noodzakelijk met de herstellende gaan. + +Ik zou te veel tijd noodig hebben om te spreken van al de leeningen, +die zij aangaan met bijna iedereen, rijken en armen. Als zij zoo iets +vragen, dan is het alleen door den uitersten nood gedrongen en onder +bittere schaamte; elke leening is de eerste, die zij ooit aangingen en +binnen veertien dagen zal het geld zeker worden teruggegeven; als pand +voor de richtige nakoming dier belofte wordt een ouderwetsche gouden +broche gegeven--het laatste erfstuk der familie. Niet eer dan nadat de +lange strooptocht geëindigd is en de bedelaars verhuisd zijn naar een +andere deftige Kerk, die op een behoorlijken afstand ligt, beginnen de +menschen hun verschillende aanteekeningen te vergelijken en de +rekening op te maken en dan komt men tot de ontdekking, dat naar de +laagste schatting het gezin op kosten van de Gemeente heeft geleefd +tegen ongeveer twee duizend gulden per jaar. + +Deze berekening is natuurlijk, om tot de totale uitgaven te komen, te +vermeerderen met wat zij zelf verdiend hebben; maar in den regel kan +men aannemen, dat de balans daardoor weinig opgevoerd zou worden. +Indien men aan de vrouwelijke helft onzer bedelaars eenigen vorm van +arbeid voorstelt, dan krijgt zij het te kwaad met haar aandoeningen, +maar kan toch het feit niet verbergen, dat zij zeer beleedigd is. Het +is misschien dwaas van haar, verklaart zij onder een tranenvloed, maar +haar arme vader, die gewoonlijk in het leger gediend heeft, heeft vaak +gezegd, dat geen dochter, die zijn naam droeg, ooit tot werken mocht +afdalen en zij voelt aan zijn nagedachtenis verschuldigd te zijn deze +edele houding te blijven aannemen en men is dan natuurlijk zoo +beschaamd over het barbaarsche voorstel, dat men gaarne een +schadeloosstelling betaalt. + +Het heeft volstrekt geen nut een betrekking te zoeken voor een jongen +man van deze soort, want de plaats, die gij voor hem vindt is of niet +geschikt voor zijn bijzondere bekwaamheden of nadat hij er drie dagen +geweest is, ontstaat er een geschil tusschen hem en den bestuurder der +zaak, dat bewijst, dat die directeur niet gewoon is geweest met heeren +om te gaan; en natuurlijk, zooals de moeder van den jongen man u +vertelt, kan haar zoon de geschiedenis van de familie niet vergeten. + +Als de bedelaar een handelsman is en gij zendt hem klanten, waarom hij +inderdaad gebedeld heeft, dan zijn zijn waren zoo slecht, dat geen +mensch ze gebruiken kan en de prijs is zoo hoog, dat niemand lust +heeft hem te betalen; en daarbij behoort de handelsman gewoonlijk tot +die hooge en machtige klasse, die niet zich wil verlagen tot het maken +van iets op een andere, dan de degelijke, ouderwetsche wijze en die +vooral niet, al moest men van honger omkomen, beneden den prijs wil +leveren. Het feit is--het naakte feit--dat deze verheven handelaar +niet wenscht te werken, zoolang dwaze menschen hem willen onderhouden. + +Langzamerhand doorziet de vriendelijkste dominee bij de toeneming van +het onderling verband tusschen de verschillende Kerken deze klasse en +hij komt er toe hen te onderwerpen aan een flinke arbeidsproef, +meenende dat vroomheid en bedelarij niet kunnen samengaan en +weigerende te gelooven, dat ooit iemand zegen geniet onder zijne +prediking, die niet wil werken voor zijn brood. Men mag ook aannemen, +dat een Christelijke Gemeente, al was zij de licht geloovigste +vereeniging op aarde, eindelijk al haar moed bijeen zal garen en +tegelijkertijd haar gezond verstand te werk zal stellen en dan zal +weigeren om de Christelijke kringen te maken tot een jachtveld voor +fatsoenlijke bedelaars, zoodat de godsdienstige levensmoeden een nieuw +middel zullen moeten uitvinden om te ontduiken aan de wet, dat wie +niet werkt, niet zal eten. + +En het geld, dat wordt bezuinigd op deze parasieten, worde gevoegd bij +het fonds tot ondersteuning van emeritus-predikanten. + + + + +IX. + +IS DE DOMINEE EEN LEEGLOOPER? + + +Niemand heeft meer reden tot dankbaarheid aan zijn publiek dan een +dominee, want ik ken geen dienaar, die vriendelijker behandeld wordt. +Hoewel er ongetwijfeld in een zoo groot lichaam als de Christelijke +Kerk vitlustige en slecht gemanierde Gemeenten zijn, juist zooals er +luie en verwarring stichtende dominees zijn, kan men toch zeggen, dat +over het algemeen de Gemeente liefderijk is in haar oordeel over haren +predikant, geduld heeft met zijn fouten, ten zeerste elk goed werk, +dat hij doet, waardeert en zeer dankbaar is voor al zijn goede +diensten. Er zijn niet veel klachten, die een welwillend dominee met +gezond verstand kan inbrengen tegen een gewone Gemeente, doch hij +heeft soms een grief tegen zijn vrienden, die hij niet openbaart, maar +die voortwoekert in zijn hart. Het is niet iets, dat zij zeggen of +iets, dat zij doen; het is het stille en misschien onbewuste +vermoeden, onbewust van hun zijde, dat hij niet genoeg te doen of dat +hij een aanmerkelijke hoeveelheid ledigen tijd heeft. + +Kon hij staat maken op hunne woorden, dan zou dat vermoeden nooit in +hem opkomen, omdat zij slim genoeg zijn, en dat is heel vriendelijk +van hen, des Maandags tegen hem te zeggen, dat hij wel heel vermoeid +moet zijn na tweemaal zoo wondermooi gepreekt te hebben en dus moet +hij wel, daar hij toch maar een mensch is, meenen, dat zij zich +verbeelden, dat hij geheel op is na zulk een verstandelijke +uitputting. Weer een anderen keer vermanen zij hem, zoo langs hun neus +weg, na een praatje over het weer, zich voor overwerking te wachten en +zeggen zij niet te kunnen begrijpen, hoe hij in staat is, zooveel te +doen. Dit alles is heel vriendelijk en opbouwend en de dominee heeft +een aangenaam gevoel, dat zijn werk gewaardeerd wordt en dat hij een +van de hardste zwoegers van de wereld is. + +Als hij ouder wordt echter, en meer waarde begint te hechten aan den +inwendigen toestand van het gemoed der menschen, dan aan de los door +hen daarheen geworpen woorden, dan gevoelt hij zich niet op zijn gemak +erbij, dat de menschen toch nog niet zoo bepaald overtuigd zijn van +zijn regelmatige bezigheden en zijn bezette uren. Lieve dames, en alle +dames zijn lief, noodigen hem op een theepartij en dergelijke +feestjes, waarbij hij de eenige heer zal zijn; of als er misschien nog +een is, dan is het een bejaard man, die zich reeds lang uit de zaken +heeft teruggetrokken. Terwijl de dominee de dame dankt voor haar +vriendelijke uitnoodiging, komt het hem in de gedachte, dat haar eigen +man niet op het aangename partijtje zijn zal, evenmin als haar zoon, +omdat zij het te druk hebben en zij zou er niet aan denken, een +advocaat of een koopman of een geneesheer of een dagbladschrijver te +vragen, tenzij het was voor een groote partij, waarop iedereen komt. +Het zou haar een dwaasheid toeschijnen een man van zaken van zijn werk +te halen zelfs om een uur door te brengen met haar en andere even +bekoorlijke vrouwen. De andere mannen zouden niet komen, omdat zij +niet konden. Zij moeten hun werk doen. De dominee wordt uitgenoodigd +omdat, zoo als de gastvrouw veronderstelt, hij geen werk heeft, dat +hem verhindert. En zij zou hem misschien weinig hoffelijk noemen en +zeker heel onvriendelijk, wanneer hij weigerde; en als hij zijn +weigering verdedigde door het bezet zijn van zijn tijd, zou wellicht +haar oordeel liefdeloos worden en kon zij wel eens meenen, dat hij een +andere reden had. Zat hij dan niet in zijn studeerkamer? Waarom kon +hij niet even goed in haar huis zijn? En zij zou nooit kunnen +begrijpen, dat hij juist op dien achtermiddag moest gebruik maken van +een eenige kans om een noodzakelijk boek meester te worden. Was hij +niet een half uur geleden haar huis voorbijgegaan en indien hij kon +uitgaan voor een wandeling, waarom kon hij dan dien tijd niet +doorgebracht hebben in haar tuin, en hij kan haar niet aan het +verstand brengen dat hij een zieke was gaan bezoeken. + +Secretarissen van philantropische vereenigingen zijn hem komen vragen +om uit een buitenwijk naar het midden van de stad te gaan, en een +voorstel te steunen op een openbare vergadering van acht bejaarde +heeren en zeven-en-zeventig vrouwen van onzekeren leeftijd, met vier +fatsoenlijke bedelaars, die gekomen zijn om te zien of ze niet eenige +guldens kunnen leenen van den een of anderen barmhartigen Samaritaan. +Het was een uitmuntende vereeniging en ongetwijfeld was het noodig, +dat het bestuur herkozen wordt, en de dominee zei dat na verloop van +tien minuten, maar terwijl hij naar huis ging, moede en geërgerd is de +gedachte bij hem opgekomen of dit nu het beste gebruik was, dat hij +van zijn tijd kon maken en zou de secretaris, hoe onvermoeid die man +ook was en hoe dringend ook, er toe gekomen zijn een man van +zaken--dat is iemand, die werkelijk iets doet--te vragen zijn kantoor +te verlaten te midden van de drukte om drie volle uren van zijn tijd +te besteden om naar een buitenwijk te gaan en daar te zeggen, wat +totaal onbelangrijk was voor de menschen, op wie het geen bijzonderen +indruk zou maken? De dominee weet en de secretaris weet en iedereen +weet, dat de man van zaken met de minst mogelijke woorden neen zou +gezegd hebben, en dat iemand hem dat kwalijk zou hebben genomen, +terwijl iedereen hem een dwaas zou hebben genoemd, als hij er heen was +gegaan. + +Zulk een tijdverknoeien is onmogelijk behalve voor overoude heeren en +voor dominees. En, natuurlijk, als de predikanten inderdaad hun tijd +thuis verbeuzelen met het lezen van tijdschriften of het kijken door +de ramen of als zij niets anders doen dan hun wijk rondslenteren om +beleefdheidsbezoeken te brengen en praatjes over het weer te houden, +dan zou het heel goed zijn, al was het maar voor de verandering, als +zij eens een achtermiddag zoek brachten met naar een vergadering te +gaan en het gehoor te overtuigen, dat inderdaad het bestuur behoort +herkozen te worden. + +Treuzelaars van allerlei slag dringen de studeerkamer van een dominee +binnen bij voorkeur vóór twaalf uur 's morgens, omdat zij dan zeker +zijn hem thuis te vinden, en leggen hem in verbazend lange verhalen +uit, dat wij de afstammelingen van de verloren tien stammen zijn; dat +alle onzedelijkheid reeds lang uit de wereld verdwenen zou zijn, als +wij maar wortelen in plaats van vleesch aten; dat het werk, gedaan +door zeker iemand, wiens naam de dominee niet kan uitspreken op een +plaats in Klein-Azië, waarvan hij nooit gehoord heeft, het +allerbelangrijkste is onder dat der uitwendige zending, altijd alleen +afgaande op de mededeelingen van den man, die het salaris beurt in +Klein-Azië. Indien een van deze woordenrijke menschen en het zijn er +nog maar drie van een honderdtal, elk met het een of ander bijzonders +in het hoofd, het waagde een koopmanskantoor te bezoeken, dan zou hij +waarschijnlijk niet toegelaten zijn in de kamer van den patroon, en +als hij wel erin was gelaten, zou hij zeker gauw verzocht worden de +deur van achteren te bekijken. + +De onbeschaamdheid van een treuzelaar is verbazend, maar zij heeft +grenzen en na eenige ervaring laat zoo iemand den koopman met rust en +in den regel probeert hij niet eens een geneesheer aan boord te komen, +maar hij nestelt zich als bij instinct en met een gevoel van «ik ben +hier thuis" in de studeerkamer van een dominee. Als deze een werkelijk +goed man is, dan is de bezoeker in zijn nopjes, want hij heeft een +hulpeloos slachtoffer gevonden; maar als de dominee maar onvolmaakt +heilig is, dan gaat de zeurkous bijna even vlug de deur uit als bij +den koopman, maar dan weet de dominee ook, dat zijn leven voortaan in +de macht is van de tong des beuzelaars. + +Wat den dominee ergert en te meer naarmate hij minder zijn ergenis +luchten kan is, dat al die menschen gelooven, dat hij werkelijk niet +weet, wat hij met zijn tijd moet uitvoeren en dat die tijd tot ieders +beschikking is. Het feit is echter, dat de predikant van een +stadskerk, die getrouw zijn plicht doet, harder werkt dan iemand +anders in de maatschappij, behalve een arts met dagelijksche praktijk, +een dagbladschrijver en een naaister op een atelier, waar de zweep +gebruikt wordt. Hij kan des avonds zoo laat op zitten, als hij wil--en +inderdaad moet hij, laat ons zeggen, tot minstens twaalf uur op +blijven--om niet ten achteren te raken met zijn leesstof, maar hij +moet des morgens weer vroeg bij de hand zijn, omdat wellicht een +koopman hem komt spreken vóór negen uur, en omstreeks dien tijd moet +hij de eerste brievenzending geopend hebben, die zoo ongeveer uit een +twaalftal brieven bestaat en als hij het noodig oordeelt--en het is +noodzakelijk in een stad--moet hij dan ook een blik geslagen hebben +in de feiten, die den vorigen dag voorvielen in zijn stad en in de +wereld. Van negen tot een moet hij zich voorbereiden voor zijn taak op +den preekstoel, voor avondbeurten in de week, voor catechisaties, en +voor toevallig werk in kerk of vergadering, zoo vlug hij kan en het +uur, dat hij verliest met het ontvangen van bezoekers, moet laat in +den avond met interest ingehaald worden. Te een uur veroorlooft hij +zich iets te eten, ofschoon hij vaak niet aan de koffietafel in het +gezin kan verschijnen, omdat de een of andere slimme bedelaar weet, +dat dit de beste tijd is om hem thuis te treffen en, terwijl hij in +het drukst van het gesprek is, betreurt hij het verlies van zijn +maaltijd en verlangt naar den dag, dat Amerikaansche vindingskracht, +vruchtbaar in denkbeelden en spaarzaam met den tijd, een vloeibare +voedingsstof zal uitvinden, die hij door een buis tot zich kan nemen, +terwijl hij studeert. + +Indien hij niet beloofd heeft de benoeming te ondersteunen van een +commissie van veertig leden, die een tehuis voor twintig meisjes moet +besturen, dan brengt hij zijn tijd van ongeveer twee tot zeven uur +door met het bezoeken van menschen, die ziek zijn of vrienden verloren +hebben, die lijden onder wereldsche rampen of die pas tot zijn Kerk +zijn toegetreden of haar juist verlaten hebben, die hij wenscht over +te halen tot eenigen arbeid of die hij in langen tijd niet gezien +heeft en waarmee hij voeling wil blijven houden. Hij komt 's avonds +thuis, niet omdat zijn werk gedaan is, want deze soort van werk is +nooit afgedaan en het einde is er nimmer van te zien, zelfs niet al +begon men het des morgens te negen uur en zette men het voort tot 's +avonds negen uur, maar omdat niemand langer dan vijf uur achtereen +bezoeken kan afleggen. + +Bij zijn thuiskomst--en ik beken dit vrijmoedig--veroorlooft de +dominee zich weer wat te eten, maar alweer moet het voor hem bewaard +worden, omdat een andere bezoeker, die hem in den namiddag was +misgeloopen, van een onnoozele dienstmaagd, die pas in dienst is +gekomen en nog niet goed op de hoogte is van de taak van een +predikants-dienstbode, het uur heeft vernomen, waarop de ongelukkige +man zijn volgenden maaltijd zal gebruiken en nu reeds een half uur op +hem gewacht heeft om den steun van den dominee te vragen voor een +genootschap van christelijke liefdadigheid, wat in twee van de drie +gevallen slechts een uitwas is van philantropie en in het derde geval +iets waarmee de dominee niet de minste aanraking heeft. + +Menschen, die niet beter weten, zouden misschien veronderstellen, dat +de dominee, na zijn zeer bescheiden maal genuttigd te hebben, vrij zal +zijn met zijn vrouw en kinderen in de huiskamer te zitten om zijn +plicht te vervullen als hoofd van het gezin en zoo het grootste genot +van den geheelen dag te smaken. Het is iets zeldzaams als deze +ongelukkige man een avond voor zich zelf heeft, omdat hij gewoonlijk +dadelijk na het eten naar een of andere bijeenkomst in zijn kerk moet +gaan en terwijl de leden der Gemeente zich over de verschillende +avonden verdeelen, wat heel billijk en goed is, moet hij altijd bij +alles tegenwoordig zijn, want is hij er niet, dan begint het +onderdeel, waarvan hij wegblijft, te kwijnen. + +Als hij een avond vrij heeft, dan komt een of ander lid van zijn +Gemeente hem vragen een bijeenkomst te bezoeken ten bate van iets, +waarin hij betrokken is en er zijn redenen, waarom de dominee niet kan +weigeren. Het is best mogelijk, dat diezelfde mijnheer de vorige week +gezegd heeft, dat de dominee zich overwerkte en niet zooveel op zich +moest nemen, maar als de tijd komt, dat hij zelf een bijl heeft, die +geslepen moet worden, dan zal hij niet de minste aarzeling hebben den +dominee te vragen den molen te draaien. En inderdaad wordt het +openbare werk van den dominee sterk vermeerderd door zijn eigen +gemeenteleden, die aan de secretarissen, de treuzelaars en de rest van +tijdroovers aanbevelingsbrieven geven met een slot, als: «Ik hoop, dat +ge het verzoek van mijnheer Tootle zult inwilligen als een +persoonlijke gunst aan mij." Dezelfde heer doet dat misschien maar +eens in een halfjaar, maar er zijn er een honderd, die hetzelfde met +tusschenpoozen doen en zoodoende wordt de dominee aan handen en voeten +gebonden door zijn eigen Gemeente. + +Was ik een leek en de een of andere gesalariëerde secretaris, die +niets anders te doen heeft--zooals het mij soms toeschijnt--dan +noodelooze brieven te schrijven en vervelende vergaderingen bijeen te +roepen en dominees te ergeren, kwam bij mij en vroeg mij om mijn +dominee te plagen totdat hij zijn eigen werk liet staan en de +bijeenkomst van den secretaris bezocht, dan zou ik dien secretaris +mijn gemoed bloot leggen in de woorden, die een vriendelijke +Voorzienigheid mij op dat oogenblik zou ingeven en één dominee zou ten +minste geen last hebben van dien secretaris. Als het godsdienstig +publiek ooit eenigen twijfel heeft omtrent het geld, dat uitgegeven +wordt aan secretarissen en omtrent het nut van hun arbeid, dan kan +het misschien een troost wezen voor dat publiek, te weten, dat, zoo +lang er gesalariëerde secretarissen van philantropische instellingen +zijn, geen stadsdominee ooit er toe zal kunnen komen zijn tijd te +verluieren, hetzij door moderne godgeleerdheid te bestudeeren of door +te praten met zijn gezin. + +Veronderstel echter, dat door den een of anderen buitengewonen zegen, +de dominee een avond vrij heeft, werkelijk vrij--wat zoo ongeveer +zesmaal per winter voorkomt--en hij begint aan zijn vrouw eens iets +voor te lezen, of zij onthaalt hem op wat muziek of de heele familie +bladert een kunstwerk door, of--want ik wil zijn zwakke zijde niet +verbergen--zij spelen een spelletje samen, zijn vrouw, zijn kinderen +en hijzelf. De bel gaat over en de dominee ziet zijn vrouw aan; hij +weet, wat dat beteekent. Het is in zulke oogenblikken, dat zijn geloof +in een persoonlijken duivel, wiens slimheid even groot is als zijn +boosaardigheid, ten sterkste bevestigd wordt. + +Niet dat de bezoeker op een vreemde zoo'n duivelachtigen indruk maakt, +want hij is eenvoudig een fatsoenlijk, niet bijzonder opmerkelijk +burgerman, behoorende tot de Gemeente van den dominee of tot die van +een anderen predikant, die even goed op elk ander uur had kunnen komen +en zeker op een anderen tijd zou gekomen zijn, als hij een koopman had +willen spreken, maar die inbreuk maakt op des dominees vrijen tijd met +de stille, doch onbepaalde gedachte, dat, daar de dominee den geheelen +dag voor zich zelf had, de avonduren wel ter beschikking van het +publiek konden zijn. Wat de boodschap van den bezoeker betreft, hij +had even goed kunnen schrijven, maar hij gevoelde, dat het beter kon +behandeld worden bij een persoonlijk onderhoud--een kwartier was lang +genoeg. Wat ten slotte erop uitloopt, dat deze spraakzame heer den +heelen avond bij den predikant in de studeerkamer zit en wanneer hij +heen gaat, vol van spijt, dat hij den dominee zoo lang heeft +opgehouden, dan zijn de kinderen naar bed en de domineesvrouw zit +eenzaam in de leege voorkamer. + +Daar is geen tweede mensch, die op deze manier lijdt, zelfs een +geneesheer niet, want de menschen dringen niet in zijn consultkamer en +blijven er zitten, terwijl zij bij hun gezin behoorden te zijn en hij +bij het zijne zou willen wezen. Dokters hebben een hard leven, want +zij kunnen op elk uur worden geroepen en beziggehouden van 's morgens +tot 's avonds, maar zij hebben ten minste geen last van toevallige +bezoeken en beuzelachtige gesprekken om de eenvoudige reden, dat als +iemand bij hen komt, hij niet langer dan een kwartier mag blijven en +hij moet betalen voor den tijd, dien hij blijft. Natuurlijk is een +dominee ten dienste van zijn Gemeente op elk redelijk uur en op elk +uur is hij bereid den stervende en den achterblijvende te dienen; maar +als elke vreemdeling, die geen enkel recht op hem heeft en die tot hem +komt voor zijn eigen zaken, een billijk honorarium moest betalen en +het dubbele ervan, indien hij des avonds kwam, dan zouden wellicht de +kinderen van een predikant hun vader leeren kennen en de domineesvrouw +zou niet behoeven te klagen, dat zij bijna nooit haar man ziet. + +Als een koopman zijn kantoor verlaat en naar zijn huis gaat, zou hij +zeer verwonderd zijn, indien daar een makelaar hem kwam opzoeken en +een zaak voorstellen. Een arbeider heeft rust in zijn eigen huis, maar +een domineeshuis is een doorloop, waarin alle soorten van menschen +zich bewegen. Waarom kan het tehuis van een predikant niet even heilig +zijn als dat van een handelaar? Waarom mag hij niet even goed als een +advocaat zijn uren van dagelijksche rust hebben? Wanneer zullen de +Gemeenten en het publiek toch eens begrijpen, dat indien een man +verplicht is op de hoogte te blijven van de beste gedachten van den +tegenwoordigen tijd en zich meester te maken van de schoonste +denkbeelden uit het verleden, wanneer hij zijn herderlijke plichten +behoorlijk moet vervullen en zijn aandeel moet hebben in de +voornaamste zaken der gemeenschap, zijn tijd dan beschermd moet +worden tegen indringers en zijn krachten niet moeten verknoeid worden +in onbeduidende vergaderingen? Wanneer zullen de menschen begrijpen, +dat zijn arbeid even ernstig is en even geregeld is als die van elk +anderen man, die een ambt bekleedt en dat, dewijl zijn tijd behoort +aan zijn Meester, even goed als zijn talenten en al wat hij overigens +bezit, diezelfde tijd niet behoort aan gesalariëerde beambten en +spreekgrage bezoekers? Wanneer dat duidelijk begrepen wordt, dan zal +het voor de eerste maal tot zekere verstanden doordringen, dat, hoewel +de predikant vele zaken moet doen, een daarvan niet is, dat hij in de +maatschappij de plaats moet innemen van menschen, die het druk hebben, +of dat hij een spreekmachine is op tweede-rangs godsdienstige +bijeenkomsten. + + + + +X. + +VACANTIE. + + +Daar is geen predikant, met een gezond hoofd en gevoelig hart, die +niet in vrede en vriendschap wenscht te leven met alle afdeelingen +zijner Gemeente, maar in het bijzonder is elke dominee gesteld op den +eerbied en het vertrouwen der jonge lieden. Dit is niet, omdat dezen +wijzer dan de oudere menschen; ook niet omdat zij geestelijker zijn, +maar omdat zij minder vormelijk en in hooge mate oprecht zijn. + +Een vrouw zal, uit welwillendheid en eerbied een dominee eer bewijzen, +omdat hij dominee is; een jonge man respecteert hem wegens zijn +persoonlijke eigenschappen. Als de predikant een ondegelijk, +gekunsteld, laf of lui man is, dan, al was hij twaalf maal geordend en +zoo welsprekend als Apollo en al had hij een zalvende stem en +voordracht en al was hij nog zoo innemend in zijn omgang, doorzien +jonge mannen hem; zij verachten hem, willen niets met hem te maken +hebben, en weigeren naar de kerk te gaan om zijnentwil, terwijl zij +daarentegen, al is de dominee niet knap en zijn preek oppervlakkig, al +praat hij maar heel eenvoudig en heeft hij weinig verstand van de +gebruikelijke godsdienstige termen, naar hem zullen gaan luisteren, en +voor hem zullen opkomen, als achter zijn rug over hem gesproken wordt, +hem zullen bezoeken in zijn studeerkamer en hem raadplegen, zoodra zij +in de klem zitten, indien zij hem kennen als een degelijk man, die +hard werkt en den moed zijner overtuiging bezit in woord en daad. + +Zij zijn geen rechters in heiligheid en loopen gevaar werkelijk goede +mannen te onderschatten, omdat dezen soms week en verwijfd zijn, maar +zij zijn onfeilbare rechters in manlijkheid en bovenal gelooven zij +in een dominee, die een flink man is. Zij vragen niet van hem, dat hij +meedoet aan hun spelen, want hij wordt misschien al wat oud of heeft +een gebrekkig lichaam, maar zij eischen van hem, dat hij in de +levenssport zich dapper en eervol gedrage. + +De ware dominee is er volmaakt mee tevreden geoordeeld te worden naar +den maatstaf der jonge lieden--hoe hij het groote levensspel +speelt--maar het hindert hem soms, dat jonge mannen denken, dat hij op +één punt een bijzonder voordeel heeft, en hij is de laatste man om een +voorgift in den wedstrijd te begeeren. Hij wenscht niet beschut te +zijn tegen kritiek of iets toe te krijgen wegens zijn positie, maar +hij wil zijn werk doen en gebruik maken van zijn goede kansen, hij wil +zijn tegenspoed verdragen en zijn strijd strijden precies als elke +andere man. En daarom is de dominee terecht prikkelbaar omtrent één +punt van beoordeeling en dat is zijn vacantie. + +Verleden zomer--willen we aannemen--bracht hij de maand Augustus op +het land door en deed daar niets noemenswaard, behalve wandelen en +klimmen en visschen en kolven en rijden en vijftig andere dingen, die +hij als jongen ook gedaan had. Hij had zijn vacantie verdiend met elf +maanden te preeken, te onderwijzen, te studeeren, vergaderingen te +presideeren, raad te geven, te troosten, te berispen, te bezoeken, te +regelen en vijftig anderen dingen, die hij, toen hij een jongen was, +nooit gedacht heeft ooit te zullen doen. Zijn geweten was aan het +einde van den dag volmaakt zuiver, ofschoon hij geen woord geschreven +had, omdat hij den volgenden Zondag geen preek behoefde te hebben, en +ofschoon hij geen enkel bezoek had afgelegd, omdat er geen mensch te +bezoeken was, en hij wenschte zich zelf geluk, omdat hij in de lange +dagen van ledigheid lichaamskracht opdeed en zijn geest nieuw leven +verwierf voor het werk, dat in den winter hem wachtte. + +Eens op een avond kwam een tweewieler langs den eenzamen weg in +vollen spoed en de rijder sprong eraf aan de poort; hij kwam, gekleed +in zijn luchtig costuum en blootshoofd door den tuin; zijn gezicht was +verbrand tot chocolade-kleur toe, hij zelf overdekt met stof, prettig +vermoeid na zijn rit van veertig mijlen, maar vol gezondheid, kracht +en vroolijkheid. Hij daagde den dominee uit als eerlijk man precies te +zeggen of hij hem kende. + +Hem kende! de dominee, zonder te kort te doen aan de deugd der +waarheidsliefde, mocht zeggen, dat hij wist, wie hij was; want hij was +immers de jonge man, die Zondags morgens altijd op de punt van de +voorste bank in den zijvleugel zat en des Zondags avonds orde hield in +een jongensschool in het Oost-einde en die altijd bereid was een oogje +te houden op den een of anderen kameraad en die zoo'n flink jongmensch +was, als er maar konden wezen. + +Hij werd in vroolijken triomf binnengehaald en na zich gewasschen te +hebben en een stevig maal te hebben gebruikt, zwierven de dominee en +hij rond langs de helling van den heuvel en zij spraken over vele +zaken; toen zij terugkwamen, zetten zij zich neder in den tuin te +midden der geurige bloemen, totdat zij van slaap niet langer konden +spreken. Des morgens beklommen zij den heuvel van de achterzijde en +bekeken de landstreek en toen aanvaardde de jonge man zijn reis weer +en bij een kromming van den weg nam hij afscheid; en terwijl hij +vaarwel zei, schudde hij eenigszins treurig het hoofd, want hij ging +naar het naaste spoorwegstation en den volgenden dag zou hij weer hard +aan het werk zijn in het brandende kantoor in de city. «Mijn laatste +dag", zei hij tot den dominee, toen zij scheidden, «en het is een +allerprettigste geweest" en ofschoon de jonge man den dominee niet +benijdde, dat hij nog veertien dagen vacantie had, kon deze toch niet +nalaten te gevoelen, dat zijn vriend wel dacht, dat de dominee beter +af was dan hij. + +Toen die gelukkige zomerdag alleen nog maar in de herinnering bestond, +zaten beiden eens weer te zamen in de studeerkamer van den +dominee--dezen keer voor de brandende houtblokken. Zij spraken over +vele dingen--onder andere ook over dien tuin met zijn rijkdom aan +anjelieren--en de dominee maakte den jongen man deelgenoot van zijn +overdenking en verklaarde te gelooven, dat elke jonge man dezelfde +meening koesterde in den grond van zijn hart. Men kwam overeen, dat +men dadelijk een bespreking zou openen en de dominee nam op zich te +bewijzen, dat hij minder vrijen tijd had dan een kantoorklerk en dat +niet om een belachelijke stelling te verdedigen, maar omdat hij +meende, dat het de waarheid was. De jonge man had er schik in om +tegenpartij te wezen. + +Het was inderdaad een eenvoudige rekensom om twee rijen cijfers neer +te zetten op een velletje papier en het kleinste getal van het +grootste af te trekken; het verschil zou over den uitslag van het +twistgesprek beslissen. + +Daar de dominee een stadsparochie had en een voorname Gemeente, werd +hij edelmoediger behandeld dan menig ander van zijn collega's en had +hij zes vrije weken per jaar, welke hij verdeelde in twee deelen, een +maand aan het eind van den zomer en veertien daag in de lente, wanneer +het zware winterwerk geëindigd was. En dit maakte samen twee en +veertig dagen. Tusschen Januari en December had hij waarschijnlijk +behalve zijn vacantietijd nog wel eens een dag, dat hij uit de stad +ging of een halven dag, dien hij in de stad naar vrije verkiezing +besteedde. De heele dag buiten werd zeer dikwijls doorgebracht met +kolven en den halven dag in de stad gebruikte hij om in een +bibliotheek te snuffelen en de boekwinkels te plunderen. Laten al die +halve en heelen dagen in het geheel te zamen acht dagen uitmaken, +zoodat des dominees vacantie in alles en alles vijftig dagen bedroeg. + +Terwijl de dominee zelf dit totaal nederschreef, meende zijn +tegenstander, dat het nauwelijks de moeite waard was zijn zaak te +verdedigen. Toen de dominee aanhield en den jongen man een blad papier +gaf en een potlood, had het er veel van, dat de geheele zaak niet veel +meer dan op een grap zou uitloopen. + +«Twaalf dagen is de regel in ons kantoor en het is een bijzondere +tref, wanneer men in Augustus kan gaan, want het kunnen ook dagen in +April zijn," zei de jonge man. En hij was reeds bezig twaalf af te +trekken van vijftig en benieuwd wat de dominee zou zeggen over een +meerderheid van acht en dertig. + +«Tellen de Zondagen mee bij uw verlof?" vroeg de dominee. De jonge man +gaf toe, dat dit niet zoo was en zoodoende werd het getal twaalf +veranderd in veertien, maar dat maakte niet veel verschil. + +«Is uw kantoor open op Kerstdag?" ging de dominee voort. «Ik denk van +neen; evenmin als op Nieuwjaarsdag, op Paaschmaandag, of op +Pinkstermaandag. Gewoonlijk is de tweede Kerstdag ook een vrije dag en +Goede Vrijdag ook. Zoo gaan we aardig de hoogte in; dat zijn zes +dagen, die gij niet gerekend hadt en dan is er een vrije beursdag in +het begin van Augustus, dien gij liefst buiten uw jaarlijksche +vacantie sluit. Hoever zijn wij nu? Een en twintig dagen, dat wil +zeggen--drie weken. Het is niet veel voor iemand, die zoo hard werkt; +maar het is toch meer dan gij hadt uitgerekend." + +«Ja, het vermindert uw meerderheid, maar die is toch altijd nog +aanmerkelijk--negen en twintig dagen meer voor den dominee dan voor +den klerk." + +«Misschien," antwoordde de predikant, «maar uw firma moest zich toch +eigenlijk schamen,--en zij heeft zoo'n goeden naam en doet zulke +groote zaken!--dat haar klerken den geheelen Zaterdag moeten werken +inplaats van een halven vrijen dag te hebben. Niets, zou ik zoo +zeggen, zou voor een jongmensch aangenamer zijn dan eens op zijn fiets +naar buiten te gaan op den Zaterdag-achtermiddag, in den tijd, dat de +bloemen beginnen uit te komen en dat de heggen het eerste groen +vertoonen of op een anderen tijd een paar uur te gaan schaatsenrijden +in het heldere, reine versterkende winterweer. Ik heb medelijden met +u," zei de dominee, «dat gij dien halven vrijen Zaterdag niet hebt. +Gij zijt al even slecht af als ik, voor wien Zaterdag op een na de +drukste dag van de week is." + +De predikant stond op en wierp een nieuw blok op het vuur, want hij +was een edelmoedig man, met een tikje humor, en hij wilde zijn vriend +niet verlegen maken. + +«Daar heb ik nooit aan gedacht," zei de jonge man rondborstig, «dat is +eerlijk waar. Ik herinner me, dat ik eens medelijden met u kreeg, toen +ik ging schaatsenrijden en bij u aanliep om te vragen of ge meegingt +en dat ge bezig waart met het maken van uw avondpreek." + +«Welnu," zei de dominee, «twee-en-vijftig maal een halve dag is +zes-en-twintig heele dagen, en daar afgetrokken de twee halve dagen, +die in uw geregelde vacantie vallen, blijven er vijf-en-twintig heele +dagen over, die moeten opgeteld worden bij uw een-en-twintig dagen, +dat maakt zes-en-veertig, of ik moet heelemaal niet kunnen tellen. + +«O!" zei de dominee, «heb ik gelijk of niet? Gij staat nu +zes-en-veertig tegen mijn vijftig. Ik moet u gelukwenschen met uw +minderheid. Geen dominee klaagt over zijn werk, zelfs niet over de +drukte en beslommering van den Zaterdag, maar ik vertel u eerlijk, +Dick, er zijn oogenblikken, dat hij een leek den Zondag benijdt, want +de Zondag is de rustdag van den leek en voor den dominee de dag van +harden arbeid. Op dien dag slapen de meeste menschen des morgens iets +langer--ofschoon gij waarschijnlijk des Zondagsmorgens te vijf uur +opstaat om Duitsch te bestudeeren--en dan ontbijten zij op hun gemak; +want waarom zouden zij zich haasten, het is immers geen werkdag? +Tusschen het ontbijt en den kerktijd praten zij over alle soorten van +zaken en doorbladeren boeken en lezen brieven, die van verre gekomen +zijn en gevoelen zich geheel op hun gemak. Als het mooi weer is, +kiezen zij den langsten weg om naar de kerk te gaan, liefst door een +plantsoen of een park en zij drentelen kerkwaarts met ongedwongen +geest. De vader zit met zijn gezin in hun bank en kan zonder afleiding +en zonder vrees zich geheel wijden aan den eeredienst. Misschien denkt +hij nooit eens aan de domineesvrouw, die als was zij een weduwe in +haar bank zit met hare als verweesde kinderen, want het hoofd des +gezins vervult op dien dag zijn zwaarste taak en heeft zooveel te doen +bij het leiden van de godsdienstoefening der anderen, dat men +nauwelijks kan zeggen, dat hij tijd genoeg heeft om zelf God te +vereeren. Wees zoo goed niet in de rede te vallen"--want de jonge man +gaf teekenen van toenadering om zich over te geven. + +«Weet je," zei de dominee, in het dansende vuur starend, «dat ik +eenige jaren geleden eens een Zondag voor mij zelf had met mijn gezin, +en ik kan nog het aangename van dien dag smaken in mijn herinnering. +Wij begonnen na het ontbijt te praten over Bijbelsche personen en +godsdienstige onderwerpen en ik kwam voor het eerst te weten, hoe mijn +jongens er over dachten. Wij zochten boeken op, waarover gesproken +was en ik las mijn geliefkoosde gedeelten uit dichters en liet +zeldzame uitgaven zien en deed mijn kast met gebonden boeken eens +open, waar de banden tegen licht en stof beschermd stonden. We +babbelden, we verbeuzelden onzen tijd een weinig, we vermeidden ons in +onze schatten. We dronken thee in den tuin, we praatten over den ouden +tijd, we maakten plannen voor de toekomst. Wel, ik wandelde met mijn +gezin naar de kerk, met licht gemoed en zonder reden tot haast. Zoo +zeer genoot ik den dag, dat ik besloot er al van te halen, wat te +halen was. + +«Denkt gij, dat ik in de kerkekamer ging vóór den dienst, omdat het +mijn consistorie was en dat ik den dominee inlichtingen gaf omtrent de +aankondigingen, omdat het mijn kerk was? Zeker niet. Ik ging binnen +door de voordeur, precies als ieder ander lid van de Gemeente en +knikte vriendelijk de kerkeknechts toe, als ik hen voorbij ging. Ik +liep door de gangen achter mijn gezin en ging zitten aan het eind van +de bank net als ieder ander hoofd van een gezin. Na den dienst ging ik +naar de kerkekamer en na binnen gelaten te zijn, dankte ik den dominee +voor zijn preek als een van zijn hoorders en toen ging ik naar huis en +praatte met mijn jongens over den dienst, want het gesprek liep over +de preek van een ander en ik kon op al de mooie gedeelten wijzen. Dien +achtermiddag tijd te mijner beschikking hebbende, bezocht ik een zaal, +waar een man met een eigenaardige gave aan twee honderd ongeleerde +boeren de beginselen van den godsdienst ontvouwde en kwam tehuis +heerlijk verfrischt en toen lazen wij weer en praatten en mijn gezin +en ik werden heel innig, omdat wij tijd hadden en omdat het Zondag +was. + +«Bij de avondbeurt had ik het genoegen een jongen man aan de deur op +te visschen, die op een plaats wachtte en ik nam hem mee naar mijn +bank en legde hem uit, dat hij 's avonds altijd daar kon gaan zitten +en dat ik blij was, dat hij was gekomen, omdat wij stellig een +heerlijke preek zouden krijgen. Hij keek mij eenigszins nieuwsgierig +aan en wilde wat zeggen, toen ik hem voor was en uitlegde, dat ik dien +dag niet de dominee van de kerk was, maar eenvoudig zelf toehoorder. +Ik praatte al weer met mijn gezin na den dienst--het aangename van den +hak op den tak springen, wat echter niet nutteloos behoeft te zijn, +van menschen, die niet vermoeid, overspannen zijn en zoo eindigde de +dag van rust in een vriendelijke gezelligheid en innerlijke rust. Wij +moeten allen iets opofferen, Dick, maar de zwaarste opoffering, die +een dominee heeft te doen is zijn Zondag, want zij is tot schade van +zijn eigen ziel en die van zijn familie. Wees dankbaar voor uw rustige +Zondagen en behoud ze met jaloerschheid voor de rust van geest en +lichaam." + +«Ge hebt uw zaak bewezen," zei Dick; «door vijftig Zondagen en vijftig +halve Zaterdagen er bij te voegen, wordt mijn vacantie zes-en-negentig +dagen tegenover vijftig van u." + +«Het is laag," zei de dominee, «een verslagen vijand af te maken, +vooral wanneer hij zoo'n goede kerel is, maar cijfers zijn niet +voldoende om de zaak geheel uit te drukken, omdat er ook nog gelet +moet worden op het verschil in den aard van het werk, dat verricht +wordt, laat ons zeggen in een kantoor en in een studeerkamer. Ik weet, +dat zaken nauwkeurigheid vereischen, dat er voortdurende inspanning +noodig is en dat men telkens voor verrassingen staat en voor +teleurstellingen en dat er kans is op grooten tegenspoed, maar de man +van zaken heeft ook zijn eigenaardige voordeelen. In de eerste plaats +is er een grens aan zijn werk, en als hij des avonds thuis komt, laat +hij zijn werk achter. Aan den arbeid van den predikant nu is geen +grens. Hij blijft altijd boven zijn hoofd hangen, roept altijd zijn +gedachten tot zich, zijn werk spant altijd zijne zenuwen bovenmate, +het drukt altijd op zijn geweten. Wanneer hij zich een gezelligen +avond veroorlooft, dan verkeert hij niet in dezelfde gunstige +omstandigheden als de andere gasten, omdat zij hun brieven hebben +afgeschreven en hun geheele dagtaak hebben afgedaan en wanneer zij +naar huis gaan dan zal dat wezen om nog even een laatste hoofdstuk van +een boek te lezen vóór zij naar bed gaan; maar hij rukt zich los uit +werk, dat half af is en als zijn vrienden reeds zijn ingeslapen, +brandt op zijn lessenaar het licht nog. Daarenboven--en, Dick, gij +kunt u niet verbeelden, wat dat beteekent--de koopman weet, dat hij +een zekere hoeveelheid werk in acht uren kan verrichten, omdat het +over zaken handelt; maar de dominee weet nooit wat hij kan doen, omdat +zijn werk betrekking heeft op denkbeelden. De noodzakelijkheid van +voort te brengen, zelfs wanneer de geest niets heeft te uiten, werkt +op de zenuwen van den dominee en kan zijn gezondheid benadeelen. + +«De dagbladschrijver schrijft elken dag, maar hij heeft nieuwe +onderwerpen om over te schrijven; de letterkundige werkt wanneer hij +gestemd is; de dominee moet schrijven over een oud onderwerp--ofschoon +het belangrijkste wat de geest kan bevatten--en hij moet schrijven, +onverschillig of zijn geest helder of dof is. Misschien is er niemand, +die zulke oogenblikken van vreugde kent als hij--wanneer hij bezield +is; zeker heeft niemand zulke uren van gedruktheid--wanneer hij niet +tot zijn onderwerp kan opklimmen. Alleen door geduldig lezen en +onophoudelijk gebed kan hij zijn taak vervullen, en dan is hij steeds +zoo sterk mogelijk ingespannen en kent nooit de rust van den man, die +zijn werk verricht met overvloed van tijd, kracht en denkbeelden. +Wanneer de dominee komt te overlijden, terwijl hij nog in de Bediening +is, dan zal hij op zijn sterfbed in zijn laatste oogenblikken van +bewustheid nog iets te zeggen hebben omtrent een brief, die niet +beantwoord is en nog eenige verklaringen te geven hebben aan een +gezin, dat niet bezocht is en wanneer zijn geest begint af te dwalen, +zal hij ronddolen tusschen teksten, waarmee hij gestreden heeft en +pogingen, die niet tot het doel hebben geleid." + +«Hij behoorde elk jaar twee maanden te hebben," riep Dick, «en als ik +diaken word, zal ik zorgen, dat mijn dominee daarenboven elke zeven +jaar een half jaar vacantie krijgt, opdat hij daarna weer beginne als +een geheel nieuw mensch, naar geest en lichaam." + +«Ge zijt een beste kerel, Dick, en ge zijt verstandig voor uwe jaren +en als de Kerk haar predikanten behandelde op deze wijze, dan zou zij +daar veel voordeel bij hebben. Want elke nieuwe gedachte, die +doordringt tot den geest van den dominee, en elk nieuw boek, dat hij +leest en elke nieuwe landstreek, die hij ziet en elke nieuwe +kunstverzameling, die hij in zijn vacantie bezoekt, vermengt zich met +zijn woorden, met zijn leven en de goede zorg, de edelmoedigheid der +Gemeenten zou met woeker terugkomen tot hun eigen zielen." + + + + +XI. + +HOE EEN DOMINEE HERLEEFDE. + + +Men kon niet zeggen, dat de dominee te oud was geworden, want hij was +nog in de kracht des levens; ook niet dat zijn gezondheid wankelend +was, want hij was sterker dan in de dagen zijner jeugd; ook niet, dat +hij had opgehouden te studeeren, want hij las meer dan ooit; ook niet, +dat hij zijn tijd niet begreep, want hij was door en door een denker +van het heden. Men mocht niet denken, dat hij minder ijverig was in +zijn herderlijk werk of minder bekwaam in het regelen van zaken, ook +niet, dat hij twist had gehad met zijn Gemeente of zijn Gemeente met +hem; ook niet, dat de geest van het district was veranderd of dat de +kerk haar lidmaten had verloren. Hij preekte even goed als hij ooit +deed, en met meer kracht en wijsheid dan twintig jaar geleden. Er +waren evenveel leden op de lijst en er werd evenveel geld +gecollecteerd en evenveel werk gedaan en de Kerk had een uitmuntenden +naam. Het was moeielijk den vinger te leggen op eenige wondeplek bij +dominee of Gemeente en toch was de dominee zich bewust en de menschen +hadden een onbepaald gevoel, dat er iets haperde. Er was minder +geestdrift in de Gemeente, de plichtsvervulling was trager, men +haastte zich minder, gehoor te geven aan een verzoek en er was minder +opkomst bij de extra-diensten. Er was minder enthousiasme, minder +vrijwillig werk, minder trouw. + +Na vijftien jaren dienst in dezelfde parochie, na al dien tijd +dezelfde menschen te hebben toegesproken, en noodzakelijkerwijze +altijd hetzelfde te hebben gezegd, en altijd zich bewogen te hebben in +dezelfde wijk, was de dominee zonder eenige fout van zijne zijde, maar +eenvoudig tengevolge van de zwakheid der menschelijke natuur, een +weinig moede geworden. Hij had zijn frischheid verloren, niet van +gedachte of van uitdrukking, maar de frischheid van geest; hij had die +lichtheid van ziel, dat hoopvolle in den toon en die eeuwige +opgewektheid in de toespraak verloren, waardoor de menschen eens waren +aangetrokken en waardoor hij hun hart had gewonnen. En van hunne zijde +hadden zij de frischheid verloren te zijnen opzichte; niet dat zij +geen eerbied voor hem hadden of niet dankbaar waren voor vroegere +diensten of voor zijn tegenwoordigen arbeid, maar zij misten nu dat +gevoel van grootsche verwachtingen van hem en zij konden niet meer zoo +liefhebbend genieten in hem en zij spraken niet meer met zooveel +blijdschap over hem. Hunne harten klopten niet sneller, wanneer hij +preekte; het was niet een merkwaardige gebeurtenis, als hij een bezoek +bracht en men voelde geen groot ledig, wanneer hij weg bleef. Er was +nog steeds een eerlijke genegenheid tusschen den dominee en zijn +menschen, maar zij had den hartstocht en het romantische van vroeger +jaren verloren. Zij was nu niet opzienbarend, maar regelmatig; +misschien een ietsje te kalm en ingetogen om liefde te heeten. + +De menschen waren zoo gewoon geworden aan hun dominee, aan zijn +voorkomen, zijn stem, zijn denkwijze, zijn eigenaardigheden, dat zij +in staat waren hem te critiseeren en zijn fouten met veel +nauwkeurigheid op te merken. Het kon hem niet schelen of hij +tegengesproken werd, en hij had aanleg om boos te worden, wanneer men +zich tegen zijn plannen verzette; hij was te zeer ingenomen met +zekeren gedachtengang en preekte niet altijd om te stichten; hij had +neiging om zich binnen een beperkten vriendenkring op te sluiten en +was niet voldoende ter beschikking van allen; hij gaf te veel aandacht +aan werk buiten de Kerk en verzuimde soms zijn herderlijke taak; hij +stond erop zijn vrije uren te gebruiken, zooals hem goed docht en +scheen er niet aan te denken, dat hij eigenlijk in het geheel geen +vrijen tijd behoorde te hebben; hij was soms knorrig, wanneer hem +extra-werk werd opgedragen en hij was niet altijd welwillend, wanneer +hij iets doen moest, dat niet tot zijn eigenlijke werk behoorde. Tien +jaar geleden zou niemand hebben durven zinspelen op deze fouten, want +dan zouden de medeleden hem hebben uitgemaakt voor een onredelijk +mensch. De dominee was toen juist zooals hij nu is, maar zijn fouten +werden toen eenvoudig beschouwd als groote opgewektheid en ernst en +vriendschap en toewijding en geestelijk plichtsgevoel. Hij was toen +volmaakt bij de schemering van het morgenlicht; hij is nu een gewoon +mensch, wiens onvolmaaktheden duidelijk gezien worden in den glans van +het volle zonlicht. De dominee ook is nu in staat zijn menschen op een +afstand te beschouwen en hen onpartijdig te beoordeelen, terwijl zij +eens hem allen lief toeschenen zonder vlek of rimpel of iets van dien +aard en gij hadt veiliger het voorkomen van een bruid kunnen gispen in +tegenwoordigheid van haar bruidegom, in de bruidsdagen zelfs, dan dat +gij één fout hadt mogen aanwijzen in de Gemeente van dien man. Hetzij +dat zijn oogen beter hebben leeren zien of dat zijn hart verkoeld is, +hij is niet meer onder bekoring; en ofschoon hij zulke zaken niet in +het openbaar zou willen zeggen, weet hij heel goed wat er hapert aan +zijn menschen. Eenigen van hen zijn hopeloos ingenomen met hun eigen +inzichten en ontoegankelijk zelfs voor het beste licht, wat hij +natuurlijk meent, dat het zijne is. Anderen zijn zoo liberaal, dat zij +bijna in het geheel geen geloof meer hebben en hij vergeet te +bedenken, dat hij verantwoordelijk is voor dit gemis aan geloof. Nog +anderen zijn zoo wereldschgezind, dat de ernstigste godsdienstige +roepstem geen invloed heeft op hun leven en dan zijn er nog, die zoo +liefdeloos zijn, dat zij voor de beste zaak niets over hebben om haar +te steunen. Het doet hem pijn, dat jonge menschen, die hij onderwees +en liefhad niet langer trouw aan hem zijn, maar anderen stemmen dan de +zijne de voorkeur geven en met evenveel geestdrift spreken over +anderen, als zij eens spraken over hem; en hij voelt het gemis van die +kleine vriendelijkheden, die hem zoo dierbaar waren niet om de waarde +ervan, maar omdat zij de heiligheid der vriendschap bezegelden. Hij +gelooft nog, dat zijn Gemeente beter is dan eenig andere; hij denkt +nog aan hun trouw in het verledene; maar de dagen der eerste liefde +zijn voorbij en zijn hart is somtijds bezorgd. + +Op een avond waren de ambtsdragers van de Kerk bijeengekomen en toen +de zaken waren afgehandeld, raakten zij aan het praten over het +kerkelijk leven en over hun dominee. Zij waren over het geheel zeer +eerwaarde, gevoelige, goedhartige en oprechte mannen, die wenschten +hun best te doen met hun dominee en hem in geen enkel opzicht te +ergeren; zij droegen altijd zorg, dat hij behoorlijk zijn salaris +ontving en een aangename vacantie had; zij zouden nooit klagen zonder +reden en zouden zeker nooit ervan droomen iemand te vragen heen te +gaan of hem ter zijde te zetten na langen dienst zonder een +fatsoenlijk jaargeld. Maar zij waren niet in hun schik met den gang +van zaken en na veel over-en-weergepraat, na veel half uitgesproken +plannen, veel wenken, veel aanduidingen en veel omschrijvingen was het +bijna een uitkomst, toen de heer Judkin, de voorzitter, en een sterke +persoonlijkheid in woord en daad, uitdrukking gaf aan wat in hen +omging. + +«Er is geen mensch," zei hij, «voor wien ik inderdaad dieper eerbied +gevoel dan voor onzen dominee, want hij heeft hard gewerkt en onze +Gemeente er bovenop gebracht. Hij is een zeer belezen man en een goed +prediker en niemand kan de minste aanmerking maken op zijn leven of +zijn gedrag; maar er is geen twijfel en ik meen, dat het beter is zoo +iets te zeggen dan dat het in het geheim gevoeld wordt, dat op de een +of andere wijze onze dominee langzamerhand zijn invloed op de menschen +verliest en dat de Gemeente in toon en in hart niet is, wat zij placht +te wezen. Mijn indruk, broederen, is dat, hoewel het een gevaarlijke +onderneming voor ons is en hoewel wij waarschijnlijk nooit iemand +zullen krijgen, die voor ons doen kan wat onze dominee in het verleden +voor ons gedaan heeft, toch zijn werk hier is afgeloopen en dat het +best zou wezen, dat hij en wij eens veranderden." En toen Judkin de +vergadering rondzag, bemerkte hij, goed begrepen te zijn en daaruit +putte hij aanmoediging voort te gaan. + +«Onze dominee staat zoo goed aangeschreven in de Kerk en zijn +reputatie is zoo groot, dat hij gemakkelijk een andere plaats zou +kunnen krijgen, als hij wilde. Inderdaad heb ik reden om te gelooven, +dat hij dikwijls in de gelegenheid is geweest om te veranderen, maar +hij heeft altijd geweigerd een beroep in overweging te nemen. Er is +niemand in de Gemeente, die den dominee zou willen vragen om heen te +gaan--zeker zal ik het niet doen; maar ik maak me sterk, dat een nieuw +begin in een nieuwe plaats het best zou wezen voor hem en ik voel mij +verplicht er bij te voegen, misschien het beste zou zijn voor ons. +Eén zaak zou ik echter nog willen zeggen en dat betreft een geldzaak. +Wij hebben geen arme Gemeente en wij zullen altijd wel in staat zijn +ons te redden, maar wij hebben een vrij groot tekort in kas en bij de +laatste aansporing van den preekstoel is er maar weinig weerklank +gegeven. Als de leden wat beter gestemd waren, zouden de noodige +vijfduizend gulden in een week zijn bijeengebracht." + +Er was een pauze, waarin verschillende broederen met knikjes en +blikken den heer Judkin te kennen gaven, dat hij in hun geest +gesproken had en toen werd het stilzwijgen verbroken door den heer +Stonier, die in de Gemeente en er buiten bekend was wegens uiterste +zuinigheid in geldzaken, een totale afwezigheid van gevoel en een +ijselijke openhartigheid in het spreken. Men voelde, toen hij het +woord nam, dat als de heer Judkin een spijker had ingeslagen in de +goede richting, de heer Stonier dien zou inslaan tot aan den kop, +maar... men kan nooit weten! «We kunnen hier," zei mijnheer Stonier, +«veronderstel ik, zeggen wat we denken, en er zijn geen reglementen +of orders van den dag. Wat mij aangaat, ik wist niet, dat wij van +avond hier kwamen om onzen dominee te oordeelen en ik wist niet, dat +de heer Judkin en de overigen van plan waren hem min of meer ronduit +op beschaafde, Christelijke, deftige wijze te vragen naar een andere +plaats om te zien. O jawel, dat is jelui bedoeling, maar ge zijt een +troep van zulke poeslieve menschen, dat ge het woord niet uitspreekt +en niet zegt, wat ge meent! Wat mij aangaat, ik ben vijftien jaar lang +lid van deze Kerk en toen ik hier kwam, was het huis bijna leeg en nu +is het vol en de dominee heeft vijftien jaar lang hard gewerkt. Nu, ik +laat mij er niet op voorstaan, dat ik een philanthroop ben, en ik geef +nooit een cent voor de «bekeering der Joden" en ook niet voor de +«vereeniging tot voeding van de straatslijpers," noch voor eenig ander +plan, waarvoor jelui pleit. Ik ben niet, wat men noemt, een milde +gever, maar ik hoop, dat ik een eerlijk man ben; en ik zal u zeggen, +dat, indien ik een man op mijn kantoor had, die mij vijftien jaar +gediend en zijn werk goed gedaan had, en ik stelde dan voor om hem weg +te zenden, omdat het mij verveelde altijd hetzelfde gezicht aan zijn +lessenaar te zien en hetzelfde handschrift onder de oogen te krijgen, +dan zou ik mijzelf beschouwen als een schavuit; en ik dank God, dat ik +zoo iets nooit gedaan heb met een van mijn bedienden. Als gij iemand +kunt aanwijzen, die in mijn kantoor is werkzaam geweest en dien ik heb +weggezonden, omdat ik een nieuw gezicht wenschte te zien, dan geef ik +vijfhonderd gulden aan Timbucho of aan welke andere zending gij maar +wilt." + +Niemand dong naar den prijs, want het was wel bekend, dat, ofschoon de +heer Stonier zoo hard was als ijzer voor liefdadigheid onder +onbekenden, hij een uitmuntend meester was in zijn eigen zaken. + +«Wat betreft het tekort in de fondsen der Kerk, indien dat de reden +is, waarom de dominee ontslagen moet worden, dan ben ik bereid om de +geheele som zelf bij te passen; en ik doe dat, versta mij wel, als een +bewijs van eerbied en dankbaarheid--dankbaarheid, ziet ge, heeren, +voor vijftien jaren van harden arbeid!" + +Deze man van duidelijke taal was nauwelijks gezeten of de heer +Lovejoy, de vriendelijkste en aangenaamste mensch van de heele +Gemeente, die eenigen tijd lang zeer beweeglijk was geweest, begon te +spreken. + +«Ik wensch niet te twisten met de lieve broederen, die gesproken +hebben, want de heer Judkin is te sterk voor mij en niemand zou +broeder Stonier kunnen beantwoorden op zijn schoon aanbod. Zeer +edelmoedig en juist overeenkomstig zijn vriendelijk hart, dat ik +sedert vele jaren heb leeren kennen bij mijn kleine werken der liefde; +maar dat is een geheim tusschen mijnheer Stonier en mij. Wat ik wensch +te zeggen, is, dat ik onzen dominee liefheb om hetgeen hij is en om +hetgeen hij geweest is voor mij in tijden van groote droefheid. +Toen..... ik mijn lieve vrouw verloor, bracht hij dag aan dag troost +aan mijn hart en onze predikstoel zal voor mij nooit dezelfde zijn +zonder onzen dominee." + +Dat was alles, wat de heer Lovejoy zei. + +Het scheen echter, dat hij een verborgen snaar had aangeraakt in elk +der aanwezigen en de een na den ander had iets te zeggen. Het leek wel +of zij de zaak, waarover gesproken werd, vergeten waren, zoowel als de +kiesche opmerking van den heer Judkin. De een stond op om te zeggen, +dat de dominee hem getrouwd had, en dat hij nooit de toespraak bij het +huwelijk zou vergeten; een ander had eens plotseling een kiemen jongen +verloren en hij geloofde niet, dat zijn vrouw en hij ooit de +beproeving zouden doorstaan hebben zonder het meegevoel van den +dominee; een derde had wereldsche beproevingen doorgemaakt en het was +door een preek van den dominee, dat hij was staande gebleven; en een +vierde, die zooals iedereen weet, aan vreeselijke verleidingen had +blootgestaan, wenschte nederig te verklaren, dat hij dien avond geen +ambt in een Christelijke Kerk zou bekleed hebben zonder de hulp van +den dominee in tijden van moeielijkheid. Anderen keken, alsof ook zij +wel iets te zeggen hadden en een diaken gebruikte heimelijk zijn +zakdoek en eindelijk stond de heer Judkin zelf weer op en toonde zich +een man, waardig een Kerk te besturen en te leiden. + +«Broederen," zei hij, «ik drukte de meening uit, die in mijn gemoed +was, en ik ben dankbaar, dat ik haar onder woorden gebracht heb, want +het spreken heeft mij verlicht en u goed gedaan. Ik neem nu terug, wat +ik zei: ik was een weinig moedeloos. Broeder Stonier heeft volmaakt +gelijk en hij heeft ons allen een hart onder den riem gestoken; en als +hij het tekort dekt, waarvoor wij hem allen zeer verplicht zijn, dan +zal ik gaarne zien, mannen broeders, dat ge mij toestaat de kerk in +het najaar te schilderen, want de verf wordt een weinig bleek en ik +zou dat willen doen als een erkentelijkheid voor hetgeen de dominee +geweest is voor mijn vrouw toen onze jongen tusschen leven en dood +zweefde." + +Het voorbeeld van den heer Judkin bracht de ambtsdragers op een nieuw +spoor; de een bood aan nieuwe liederenboeken te geven voor de +Zondagsschool, waaromtrent eenige moeielijkheid was gerezen; een ander +verklaarde, dat als de kerk opnieuw geschilderd werd, hij er voor +wilde zorgen, dat ook het wijkgebouw een nieuw kleed kreeg; een derde +bood aan een vierde gedeelte te betalen van het salaris voor een +zendeling om den dominee er van te ontlasten en drie andere +ambtsdragers eigenden zich de overblijvende drievierden toe, totdat er +op het laatst niemand was, die zich niet het recht had verzekerd, +persoonlijk voor zichzelf, om iets te doen, klein of groot, voor de +Kerk, en iedereen deed, wat hij aanbood, uit dankbaarheid aan den +dominee voor al wat hij voor hen was geweest en gedaan had gedurende +vijftien jaar. En ten slotte maakte de heer Lovejoy al zijn broederen +week in een gebed, waarin hij dominee en lidmaten bracht voor den +Troon der Genade en zoo pleitte, dat elk, toen hij de plaats verliet, +voelde, dat de zegen des Heeren op hem rustte. + +De preekbeurt in de week werd gehouden op Woensdagavond en werd in den +regel zeer slecht bezocht. Dezen keer was de dominee naar de +consistorie gekomen met een benepen hart, en hij bad om de genade den +heer Lovejoy en een handvol vrome en eerzame vrouwen te kunnen +toespreken zonder blijk te geven van ontmoediging en zonder hen +moedeloos te maken. Daar waren tijden geweest in het verleden, dat de +dienst in de kerk was gehouden en de heer Judkin placht in de stad op +de opkomst te pochen; toen was men uit de kerk naar de groote zaal +gegaan; maar in den laatsten tijd werden de weinigen, die kwamen, +bijeengeroepen in een kamer, omdat het aangenamer is een kamer bijna +vol te zien dan een voor driekwart ledige zaal. + +De kamer was vlak naast de kerkekamer en vóór hij naar binnenging, kon +hij tellen of er meer of minder dan het gewone dertigtal zouden zijn. +Dezen avond gingen zoovele voeten voorbij zijne deur en er was zoo'n +levendige drukte, dat hij geloofde, dat er wel veertig zouden wezen, +wat een belangrijk aantal was en hij begon zich lafheid en ongeloof te +verwijten. Hij keek den liederenbundel door om een keus te doen, toen +de deur openging en de heer Lovejoy binnenkwam met zooveel blijkbare +tevredenheid op zijn beminnelijk gelaat, dat de dominee zeker was van +iets prettigs. «Vergeef me, dat ik u stoor," zei de goede man, «maar +ik kwam vragen of gij niet in de groote zaal zoudt gaan van avond? De +kamer is al vol en er komen elke minuut meer menschen. Het zou mij +niets verwonderen, als er honderd, misschien tweehonderd kwamen," en +mijnheer Lovejoy's gelaat straalde en zonder het te weten drukte hij +voor de tweede maal des dominee's hand. + +«Ge kunt zeker zijn, dat ik maar al te blij zou zijn, maar.... wat +beteekent dit? Weten zij, dat ik zelf zal preeken?" En de dominee leek +bezorgd, uit vrees dat de menschen misschien toegestroomd waren in de +hoop, dat de een of andere vreemdeling van naam zou spreken. + +«Natuurlijk weten zij het en daarom zijn ze gekomen," antwoordde de +heer Lovejoy met groote blijdschap; «voor geen mensch anders zouden er +zooveel gekomen zijn en als gij van avond niet preektet, zou dat de +grootste teleurstelling zijn, die de menschen ooit ondervonden; maar +ik moet mij haasten om toe te zien, dat alles in de zaal in orde +komt," en een minuut later hoorde de dominee het geluid van vele +stemmen, toen de menschen vroolijk verhuisden van de kamer naar de +zaal en zelfs in de consistorie was het te merken, dat er een groote +schare zou zijn. Terwijl hij peinsde over de beteekenis hiervan, werd +al weer de deur geopend en weer kwam de heer Lovejoy binnen. + +«We hadden niet genoeg geloof," riep hij, «we hadden dadelijk naar de +kerk moeten gaan. Broeder Stonier zei op zijn gewone besliste manier: +'geen halve maatregelen, vooruit naar de kerk;' maar ik was bang, dat +er niet genoeg zouden zijn. Ik had ongelijk, heelemaal ongelijk, de +kerk zal mooi vol worden van onder tot boven, want de menschen komen +gestadig toestroomen--het is een prachtig gezicht, zoo'n stroom. Ik +zal u komen halen, als zij allen gezeten zijn; maar geef hun tijd, +want het is niet gemakkelijk van de eene plaats naar de andere te +gaan, zooals wij van avond gedaan hebben; maar we zullen het anders +aanleggen den volgenden Woensdag, dan gaan we dadelijk in de kerk +juist als in vroeger tijden" en de heer Lovejoy verliet de consistorie +als op vleugelen. + +Toen de dominee in de kerk kwam, was deze bijna vol en hij gaf met +eenige moeite den eersten psalm op, want het schoot in zijn ziel, dat +deze menschen gezien hadden, dat hij moedeloos was en dat dit een +vernieuwde genegenheid was. Het gebed viel hem zelfs zwaarder dan het +lied, ofschoon zijn hart diep bewogen was door dankbaarheid aan God en +teeder pleitte voor de menschen. En toen hij genaderd was aan de +toespraak, wierp hij zijn papier met punten ter zijde, want het leek +hem te koud en te vormelijk en hij las den honderd-zesentwintigsten +psalm langzaam en met bevende stem en in plaats van uitlegging, hield +hij op tusschen de verzen en de menschen begrepen. Toen hij het +laatste vers las: «Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al +gaande en weenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, +dragende zijne schoven"--aarzelde hij een oogenblik en toen.... sprak +hij den zegen uit. Na een oogenblik stil gebed lichtte hij het hoofd +op en zag, dat de menschen nog wachtten. De heer Judkin stond op, en +naar voren komende voor den lessenaar, dankte hij den dominee +verstaanbaar voor al zijn werk--en toen kwamen zij allen, mannen, +vrouwen en kinderen--en elk zei op eigen manier hetzelfde; en het +gerucht heeft geloopen, dat Richard Stonier, die het laatst kwam en +niets zeide, voor de eerste en eenige maal in zijn leven van zijn stuk +was gebracht. + + + + + +-------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | + | | + | Bron (B:) -- Correctie (C:) | + | | + | B: VI. De oproermaker in de kerk | + | C: IV. De oproermaker in de kerk | + | B: op den inhoud van het geen hij | + | C: op den inhoud van hetgeen hij | + | B: grondbeginselen moet worden uitgewerkt in | + | C: grondbeginselen die moet worden uitgewerkt in | + | B: zorgvuldige overdenkingen zal op prijs stellen. | + | C: zorgvuldige overdenkingen op prijs zal stellen. | + | B: May Harrison. | + | C: May Harrison." | + | B: dienst met zang een zigeuner | + | C: dienst met zang, een zigeuner | + | B: Oordeelslag, «belangwekkend" moet zijn. | + | C: Oordeelsdag, «belangwekkend" moet zijn. | + | B: Waarde Heer Jump | + | C: «Waarde Heer Jump | + | B: jaar geen nieuwen gedachten toelaten | + | C: jaar geen nieuwe gedachten toelaten | + | B: Een van de voornaamste pogingen van een | + | C: [Alinea-break ingevoegd] | + | Een van de voornaamste pogingen van een | + | B: Wanneer Eives, opgesloten achter zijn deur | + | C: Wanneer Dives, opgesloten achter zijn deur | + | B: zijn geld een maatstaf heeft voor zijn karakter | + | C: zijn geld een maatstaf is voor zijn karakter | + | B: Dezelfde heer doet dat misschen maar | + | C: Dezelfde heer doet dat misschien maar | + | B: versterkende winterweer. «Ik heb medelijden | + | C: versterkende winterweer. Ik heb medelijden | + | B: «Weet je," zei de dominee, in het dansend | + | C: [Alinea-break ingevoegd] | + | «Weet je," zei de dominee, in het dansend | + | B: Wees dankbaar voor uw rustigen Zondagen | + | C: Wees dankbaar voor uw rustige Zondagen | + | B: woeker terugkomen tot hun eigen zielen. | + | C: woeker terugkomen tot hun eigen zielen." | + | B: te koud en te vormemelijk en hij | + | C: te koud en te vormelijk en hij | + | | + +-------------------------------------------------------+ + + + + + +End of Project Gutenberg's De Dominee en zijn Gemeente, by Ian Maclaren + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE *** + +***** This file should be named 29661-8.txt or 29661-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/9/6/6/29661/ + +Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/29661-8.zip b/29661-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d942024 --- /dev/null +++ b/29661-8.zip diff --git a/29661-h.zip b/29661-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..dad4f43 --- /dev/null +++ b/29661-h.zip diff --git a/29661-h/29661-h.htm b/29661-h/29661-h.htm new file mode 100644 index 0000000..4fff20d --- /dev/null +++ b/29661-h/29661-h.htm @@ -0,0 +1,3944 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl"> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" /> + <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" /> + <title> + The Project Gutenberg eBook of De Dominee en zijn Gemeente, by Ian Maclaren. + </title> + <style type="text/css"> + +body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;} + +h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; font-size: 250%;} +h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 5em; font-size: 100%;} +h3 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2em; font-size: 85%;} + +h2.inhoud {text-align: center; letter-spacing: 0.1em; font-size: 120%;} + +p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;} +p.tp {text-align: center; text-indent: 0em; margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em;} + +div.titel {margin-top: 3em; margin-bottom: 1em; text-align: center;} +div.inhoud {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em;} + +.druk {border-top: 1px solid black; border-bottom: 1px solid black; + padding-left: 1em; padding-right: 1em; text-align: center;} +.verso {text-align: center; font-size: 75%; margin-top: 9em; + margin-left: auto; margin-right: auto;} +.topline {border-top: 1px solid; padding-left: 5em; padding-right: 5em;} + +hr {width: 15%; clear: both; + margin-top: 1em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;} +hr.begin {margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em;} +hr.eind {margin-top: 2.5em; margin-bottom: 2.5em;} +hr.hr10 {width: 10%; margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em;} + +.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */ + /* visibility: hidden; */ + position: absolute; text-indent: 0em; font-style: normal; + left: 93%; font-size: 90%; text-align: right; color: #888888;} + +/* TABLES */ +table {margin-left: auto; margin-right: auto; + padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;} +td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;} +td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 1.5em;} + +/* ALIGN */ +.clear {clear: both;} +.center {text-align: center;} +.right {text-align: right;} +.floatright {float: right; width: auto; text-indent: 0em;} +.ri1 {padding-right: 1em;} +.ri2 {padding-right: 2em;} + +.mixcap {font-variant: small-caps;} +ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;} +abbr {border-bottom: 1px dotted green; speak: spell-out;} + +/* IMAGES */ +.figcenter {margin: auto; text-align: center;} + +/* POETRY */ +.poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;} +.poem br {display: none;} +.poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} + +.poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} +.poem span.i6 {display: block; margin-left: 6em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + +/* Transcriber Note */ +.TNbox {margin: 5% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em; background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;} +.TNbox h1 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;} +.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;} +.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;} +.TNbox th {text-align: left;} +.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;} +td.td2 {width: 20%;} +td.td4 {width: 40%;} + +.size75 {font-size: 75%;} +.size85 {font-size: 85%;} + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of De Dominee en zijn Gemeente, by Ian Maclaren + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Dominee en zijn Gemeente + +Author: Ian Maclaren + +Translator: W. van Nes + +Release Date: August 10, 2009 [EBook #29661] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE *** + + + + +Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer. + + + + + +</pre> + + +<div class="TNbox"> + <h1>Opmerkingen van de bewerker</h1> + + <p>Dit boek is een vertaling uit het engels van „<i>Church Folks: + <span class="mixcap">being practical studies in congregational life</span></i>” + van Ian Maclaren, pseudoniem van John Watson.</p> + + <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. + Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p> + + <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p> + + <p>Overduidelijke inconsistenties, druk- en spelfouten in het origineel + zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een + <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>, + waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.</p> + + <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan + <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p> + +</div> + +<div class="figcenter" style="width: 576px;"> +<img src="images/rug.jpg" width="85" height="720" alt="rug boek" title="rug boek" /><img src="images/voor.jpg" width="491" height="720" alt="voorkant boek" title="voorkant boek" /> +</div> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_i">[i]</a></span></p> + +<h2>DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE.</h2> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_ii">[ii]</a></span><br /> +<span class="pagenum"><a id="p_iii">[iii]</a></span></p> + +<div class="titel"> + +<h1>De Dominee en zijn Gemeente</h1> + +<p class="tp size85">VAN</p> + +<p class="tp"><span xml:lang="en">IAN MACLAREN</span><br /> +<span class="size85">Schrijver van: „Harten van Goud”, „Zielenadel” enz.</span></p> + +<p class="tp size85">DOOR</p> + +<p class="tp">W. VAN NES.</p> + +<div style="margin-top: 4em; margin-bottom: 4em;"><span class="druk">TWEEDE DRUK.</span></div> + +<p class="tp"><span class="mixcap">Rotterdam</span>,<br /> +J. M. BREDÉE'S BOEKHANDEL EN UITGEVERS-MIJ.</p> +</div> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_iv">[iv]</a></span></p> + +<div class="verso"><span class="topline">N.V. DRUKKERIJ V/H KOCH & KNUTTEL—GOUDA.</span></div> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_v">[v]</a></span></p> + +<h2><a id="INLEIDING"></a>INLEIDING.</h2> + +<hr class="chbegin" /> + +<p>In dit werkje, tintelend van humor en stralend van, soms achter +bittere ironie, op vlijmend sarcasme af, verborgen, liefde voor Kerk +en Gemeente, geeft de ook in Nederland geliefde Engelsche predikant +ons een kijkje achter de schermen van het kerkelijk leven in zijn land.</p> + +<p>Het kerkelijk leven in Engeland verschilt in vele opzichten van het +onze; de positie van den predikant, zijne verhouding tot de Gemeente +is in vele gevallen geheel anders dan ten onzent; maar.... waar het er +voornamelijk op aankomt èn predikant èn lidmaten te beschouwen als +<span class="pagenum"><a id="p_vi">[vi]</a></span>menschen met +al hun deugden en gebreken, met al hun grootheid der +ziel, gepaard soms aan kleinheid van geest, met al hun uitwendigen +tooi van vormen naast gemis vaak aan degelijken inhoud—daar vallen +die onderscheidingen weg en komen punten van overeenkomst aan het +licht, die den lezers dit boek tot een aangename, leerrijke, +stichtende—zij het niet stichtelijke—lectuur zullen maken.</p> + +<p>Moge het Gode behagen dit geschrift zijn weg te doen vinden tot vele +harten en hoofden!</p> + +<div class="floatright right"> +<span style="margin-right: 4em;"><i>De Vertaler</i>,</span><br /><br /> +W. VAN NES. +</div> + +<p class="clear"><span class="pagenum"><a id="p_vii">[vii]</a></span></p> + +<div class="inhoud"> + +<h2 class="inhoud"><a id="INHOUD"></a>INHOUD.</h2> + +<hr class="hr10" /> + +<table summary="INHOUD"> +<tbody> +<tr><td class="tdl size75">Hoofdst.</td><td></td><td class="tdr size75">Bladz.</td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#I">I.</a></td><td class="tdl">Hoe men het meeste nut trekt van een preek</td><td class="tdr"><a href="#p_1">1</a></td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#II">II.</a></td><td class="tdl">Hoe een Gemeente haar dominee tot de grootste volkomenheid brengt</td><td class="tdr"><a href="#p_19">19</a></td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#III">III.</a></td><td class="tdl">Het „<span xml:lang="en">candy-pull</span>” stelsel</td><td class="tdr"><a href="#p_37">37</a></td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#IV"><ins class="corr" id="corr01" title="Bron: VI.">IV.</ins></a></td><td class="tdl">De oproermaker in de kerk</td><td class="tdr"><a href="#p_55">55</a></td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#V">V.</a></td><td class="tdl">Bejaarde predikanten</td><td class="tdr"><a href="#p_71">71</a></td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#VI">VI.</a></td><td class="tdl">De dominee en het kerkorgel</td><td class="tdr"><a href="#p_87">87</a></td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#VII">VII.</a></td><td class="tdl">Een eigen bank</td><td class="tdr"><a href="#p_107">107</a></td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#VIII">VIII.</a></td><td class="tdl">De fatsoenlijke bedelaars in onze kerken</td><td class="tdr"><a href="#p_123">123</a></td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#IX">IX.</a></td><td class="tdl">Is de dominee een leeglooper?</td><td class="tdr"><a href="#p_141">141</a></td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#X">X.</a></td><td class="tdl">Vacantie</td><td class="tdr"><a href="#p_160">160</a></td></tr> +<tr><td class="tdr"><a href="#XI">XI.</a></td><td class="tdl">Hoe een dominee herleefde</td><td class="tdr"><a href="#p_180">180</a></td></tr> +</tbody> +</table> + +</div> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_viii">[viii]</a></span><br /> +<span class="pagenum"><a id="p_1">[1]</a></span></p> + +<h2><a id="I"></a>I.</h2> + +<h3>HOE MEN HET MEESTE NUT TREKT VAN EEN PREEK.</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Om het rechte nut van een preek te hebben, moeten twee personen +samenwerken en waar een van beiden zijn werk niet goed doet, daar is +de preek mislukt. De eene is de man, die haar voordraagt en de andere, +de vrouw of man, die haar hoort; terwijl er bijna even veel kunst is +in het goed luisteren naar een toespraak als in het samenstellen +ervan.</p> + +<p>Practische oefening is de eerste eisch voor den hoorder, want het is +een feit, dat hij, die geregeld een kerk bezoekt, niet alleen meer +hoort, maar ook beter volgt dan wie zoo maar <span class="pagenum"><a id="p_2">[2]</a></span>eens om de twee maanden +een kijkje komt nemen. Het spreekt van zelf, dat, indien de predikant +een paar koperen longen heeft en de hoorder niet stokdoof is, deze, al +komt hij maar zelden in de kerk, toch elk woord van den spreker kan +opvangen; maar er is eenig onderscheid tusschen een stoomfluit, die +binnen een gegeven kring doordringt tot elk oor zonder onderscheid en +een muziekinstrument, welks geluid slechts gewaardeerd kan worden door +geoefende hoorders.</p> + +<p>De stem van een bevoegd spreker is niet zoo zeer enkel geluid, maar +zij is veel meer muziek, met fijne afwisselingen van toon en teedere +buigingen der stem; de wijze, waarop hij een woord uitspreekt, +verklaart de beteekenis, die hij eraan hecht; de opslag zijner oogen +beteekent een aandoening, die hij ondervindt en wil opwekken; de +strengheid zijner woorden wordt verzacht door het gevoelvolle van den +klank; zijn loflied klinkt liefelijker door de innigheid, waarmee het +wordt voorgedragen. Het oor van een vreemdeling kan zulke +onderscheidingen niet <span class="pagenum"><a id="p_3">[3]</a></span>maken; men moet gewoon zijn aan den spreker om +de volle waarde van elke handbeweging, elke verandering van toon te +gevoelen.</p> + +<p>Daarenboven, elk spreker, die waard is te worden aangehoord, schept +zich een eigen atmosfeer en men kan zich daarin niet op zijn gemak +gevoelen zonder geacclimatiseerd te zijn. De spreker heeft zijn eigen +standpunt, en men moet zich daarop plaatsen om met hem te kunnen mee +denken; elk woord wordt gefiltreerd in zijn geest en men moet dien +geest kennen om de werking ervan te begrijpen. Toevallige hoorders +zijn als in een doolhof zonder gids, maar de vrienden des sprekers +gevoelen zich tehuis. „Hij zei dit of dat,” beweert de toevallige +bezoeker. „O ja,” antwoordt de deskundige, „maar als hij dat zegt, +beteekent het iets meer.” Misschien zou men kunnen zeggen, dat de +hoofdvoorwaarde voor goed hooren is, dat men den spreker kent, zijn +eigen manier van werken, zijn geliefkoosde studiën, zijn onbewuste +vooroordeelen, zijn bijzondere boodschap, en die <span class="pagenum"><a id="p_4">[4]</a></span>kennis kan alleen +verkregen worden door voortgezet hooren.</p> + +<p>Een dominee openbaart zich niet in zijn eigenlijke kracht in het +particuliere leven: dat doet hij op den preekstoel. Wanneer men hem +des Zaterdags op de straat ontmoet, dan spreekt hij over het weer of +over een boek en verbergt zich, zooals trouwens elk degelijk man doet, +achter een alledaagsch onderhoud; des Zondags, zonder het te weten, +laat hij zijn masker vallen, totdat gij zijn karakter kunt doorgronden +en in zijn ziel lezen. Er zijn natuurlijk sommige mannen, die in hun +preeken even min zich bloot leggen als in hun gesprekken; maar in dat +geval verliezen de hoorders er niets bij: dezulken hebben geen +persoonlijkheid te openbaren, het zijn eenvoudig leeken in een +geestelijk kleed gestoken. Men heeft een maand noodig om te gewennen +aan een paar zware, nieuwe laarzen en ten minste zes maanden om +gemakkelijk te zitten in een nieuwen studeerstoel; een jaar van +herhaald bezoek wordt geëischt om op zijn gemak <span class="pagenum"><a id="p_5">[5]</a></span>te komen met een +nieuwen predikant; maar dan loont het genot ook de moeite.</p> + +<p>Het tweede voorschrift is aandacht, wat hierop neerkomt, dat een +hoorder zijn lichaam in de kerk in dienst moet stellen van zijn ziel. +Het kan wel zijn, dat menschen luisteren, terwijl zij bewegingloos en +met gesloten oogen neerzitten en velen verklaren die houding door te +zeggen, dat zij zich op die wijze onttrekken aan een afleidende +omgeving, maar in dat geval behooren zij dan toch van tijd tot tijd +eens teeken van leven te geven, al was het maar om den spreker gerust +te stellen en de omgeving te behoeden voor de zonde van een liefdeloos +oordeel.</p> + +<p>Er zijn gemeenten in Schotland, waar een derde gedeelte van de +hoorders schijnt te slapen; maar de predikant krijgt later de +zekerheid, dat diezelfde hoorders het beste verslag van de preek en de +scherpste beoordeeling van zijn rechtzinnigheid kunnen geven. Maar men +kan niet zeggen, dat zij nu juist een <span class="pagenum"><a id="p_6">[6]</a></span>opwekkend schouwspel opleveren +voor den spreker en deze komt vaak in de verzoeking eens iets +onrechtzinnigs te zeggen om ze daardoor te dwingen eenig bewijs van +belangstelling te geven.</p> + +<p>Indien iemand daarentegen behept is met den boozen geest van +rusteloosheid, die hem ertoe brengt geen oogenblik stil te zitten, hem +nu eens doet opstaan en een poosje later weer onder de bank weg doet +duiken, dan behoort zoo'n man zich thuis te oefenen om zijn kwelgeest +de baas te worden of hij moet ergens gaan zitten, waar hij kan +luisteren zonder gezien te worden.</p> + +<p>Ook is het alles behalve dienstig om goed te hooren, wanneer een man +zijn armen over elkaar slaat en achter in zijn bank leunt als iemand, +die, wetende dat er een zware beproeving boven zijn hoofd hangt, een +vast besluit neemt om ten einde toe stand te houden. Een spreker zal +misschien heel vaak de aandacht vestigen op het edele leger der +martelaars, maar <span class="pagenum"><a id="p_7">[7]</a></span>hij wenscht toch liefst geen troep martelaars in +zijn eigen kerk toe te spreken. Niets is zeker ontmoedigender voor een +spreker—zelfs zóó dat de woorden besterven op zijn lippen en dat hij +zijn gedachten niet geregeld kan uitdrukken—aan een gehoor, dat alle +kenteekenen draagt van bestudeerde onachtzaamheid en niets is meer +bezielend voor hem dan een onafgebroken rij van meelevende gezichten.</p> + +<p>Dan volgt de eisch, dat de hoorder zijn gedachten bepaalt bij het +behandelde onderwerp en hier heeft de geoefende hoorder een zeer groot +voordeel. Als het moeielijk is voor sommige menschen om te luisteren, +dan is het nog tienmaal moeielijker voor andere personen om te volgen, +want het is zeer goed mogelijk, dat iemand luistert en toch niet +volgt. Er zijn maar weinige lieden, die een half uur lang over +dezelfde zaak kunnen denken of zelfs maar denken over wat ook; na een +korte poos verslapt hun belangstelling en zij blijven achter; zij zijn +geheel den draad van de redeneering <span class="pagenum"><a id="p_8">[8]</a></span>kwijt geraakt en hebben bijna het +onderwerp vergeten. De preek, die voor zulk een onbestendigen geest +geschikt zou zijn, zou moeten bestaan uit twintig onderafdeelingen, +elk een verhaaltje of een wakker schuddende gedachte bevattende, die +op zich zelf een geheel vormden, zoodat de hoorder, waar hij ook +inviel, dadelijk zich tehuis gevoelde. Menschen met gevoel behoorden +echter te bedenken, dat een opeenvolging van vermakelijke +tooverlantaarnplaatjes niet hetzelfde is als een ernstig kunstwerk en +indien iemand het Evangelie van Christus waardiglijk wil verkondigen, +dan moet hij ernstig overwegen en van zijn hoorders nadenken eischen. +De keten kan van goud zijn, maar de schakels behooren stevig aan +elkaar te zitten en een hoorder moet de sterkte ervan onderzoeken, +terwijl zij hem door de handen gaan. Indien iemand zich geen moeite +geeft bij de poging om een preek te verstaan, dan eindigt hij bijna +zeker met de klacht, dat de spreker langdradig of dat de toespraak +onsamenhangend was. Het is niet de moeite <span class="pagenum"><a id="p_9">[9]</a></span>waard naar een preek te +luisteren, waarin de predikant niet zijn volle kracht heeft gelegd; en +het is niet mogelijk een preek goed te verstaan, tenzij de hoorder +eveneens al zijn krachten inspant.</p> + +<p>Mijn vierde eisch voor gezegend luisteren is oprechtheid en een +predikant heeft het recht die hoedanigheid van zijn hoorder te vragen. +Indien een lid van een rechtbank zijn zetel inneemt met een gevestigde +meening betreffende de te behandelen zaak, dan is het te vergeefs, dat +een pleitbezorger zich inspant en er is geen hoop op een rechtvaardig +oordeel. Indien een persoon de kerk binnentreedt met vast gewortelde +vooroordeelen in de zaak der waarheid, dan geeft het niets hoe knap of +hoe welsprekend de spreker ook zij, hij kan geen vat krijgen op den +geest van dien hoorder. De eerlijke hoorder is die, welke bereid is +elke bewijsvoering in overweging te nemen en elk besluit te herzien, +uitgenomen natuurlijk dat half dozijn uitgemaakte waarheden, die geen +predikant met <span class="pagenum"><a id="p_10">[10]</a></span>goed verstand ooit zal aanvallen en die elk +godsdienstig mensch als vaststaand aanneemt. Er zijn echter vele +kanten van waar men een waarheid beschouwen kan en die een hoorder +misschien niet heeft vermoed en er zijn vele toepassingen eener +waarheid, welke zich nooit aan hem voorgedaan hebben. Hij behoort +bereid te zijn, den spreker te volgen als een gids en ten minste de +zaak in zijn eigen belang te overwegen: hij behoort gewillig te zijn +om te onderzoeken, hoever het woord van den spreker zijn eigen gedrag +betreft.</p> + +<p>Niets prikkelt een spreker meer en geeft hem grooter vertrouwen bij +het verklaren der waarheid, dan de zekerheid dat elk eerlijk woord, +door hem gesproken, zal overwogen worden door eerlijke toehoorders. +Hij gevoelt, dat, in geval zij het met hem eens zijn, dit alleen zal +wezen, omdat zij overtuigd zijn; indien zij niet met hem instemmen, +dan zal dat zijn omdat naar hun meening hij niet erin geslaagd is een +goed pleidooi te leveren.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_11">[11]</a></span></p> + +<p>En de laatste eisch is christelijke liefde, die dubbele zegen—èn +voor den man, die spreekt èn voor de menschen, die hooren. Geen +atmosfeer doet zoo veel kwaad aan den hoorder en geen is een zoo zware +beproeving voor den spreker, als die van kleingeestige critiek en +boosaardige vertolking. De menschen moeten met milden en edelmoedigen +zin toeluisteren, bedenkende dat de predikant een man is even +onvolmaakt als zij zelf zijn en zich herinnerende dat niemand mag +beoordeeld worden dan met het oog op den inhoud van <ins class="corr" id="corr02" title="Bron: het geen">hetgeen</ins> hij +onderwijst. Het is mogelijk, dat iemand op zekeren dag wat mat is—dat +is vaak een gevolg van het weer; het is mogelijk, dat op een anderen +dag hij niet vriendelijk gestemd is—dat is soms een zaak van +spijsvertering; de hoorders zijn verplicht veel door de vingers te +zien bij iemand, die te kampen heeft met den dubbelen hinderpaal van +een weifelachtigen geest en een onvolmaakt lichaam. De hoorders moeten +als regel aannemen, dat niemand altijd dezelfde kan zijn, tenzij hij +zich <span class="pagenum"><a id="p_12">[12]</a></span>voortbewege op de vlakke baan der vervelende gemeenplaatsen.</p> + +<p>Men vertelt, dat eens eenige afgevaardigden van een vacante gemeente +een doctor in de godgeleerdheid van middelbaren leeftijd gingen +hooren, een man van kalmen aard en zonder eenige bezieling. Na hem een +preek te hebben hooren voordragen, die hij den voorafgaanden +Maandagvoormiddag had gemaakt en zoo als hij er elken volgenden +Maandag voormiddag een had kunnen maken, vroegen zij aan een van zijn +gemeenteleden of dit een goed staaltje was van de gewone prediking des +doctors. „Gij kunt,” zei dit lid, „er staat op maken; hem eens te +hooren is zoo goed als hem altijd te hooren; hij is altijd dezelfde; +er is geen hooger of lager, geen beter of minder goed bij den doctor.” +Zekerlijk daalde hij nooit beneden het effen peil van het gewone +boerenverstand en even zeker steeg hij nooit tot de hoogten der +bezieling. Menig predikant ondervindt, dat om de vier of vijf +Zondagen, dit verschilt naar omstandigheden, <span class="pagenum"><a id="p_13">[13]</a></span>zijn vlucht vermindert, +dat hij heel gelijkvloersch blijft en zich niet kan verheffen. Doch +dan krijgt de gemeente den volgenden Zondag een ruime +schadeloosstelling en de predikant bereikt te beter den top des bergs, +met zijn vergezicht en frissche koelte, naarmate hij dieper was +afgedaald in het dal en enger was ingesloten geweest.</p> + +<p>Een van de wreedste onrechtvaardigheden, waaraan de hoorders zich +kunnen schuldig maken is den prediker te verdenken van persoonlijkheid +en in zijn woorden een gedachte te leggen, die niet in hem opgekomen +is. Wanneer het voorkomt, dat een prediker de een of andere bijzondere +fout tot in kleinigheden beschrijft en met een zekere scherpte hekelt, +dan behooren de aanwezigen zich ervan verzekerd te houden, dat hij +bezig is zijn eigen fout te beschrijven, want inderdaad niemand is zoo +goed op de hoogte van anderer fouten als van die, welke hij als zijn +eigene erkent.</p> + +<p>Het is het best voor den hoorder te gelooven, <span class="pagenum"><a id="p_14">[14]</a></span>dat de prediker bij al +wat hij zegt, slechts gedreven wordt door trouw aan de waarheid en +door liefde voor zijn medemenschen en dat niemand dieper dan hij het +betreurt, indien er eenige tekortkoming of fout in den geest van zijn +onderricht is. Zijn begeerte is te overtuigen en te troosten; zijn +eenige belooning de geestelijke steun, dien hij verleent aan de zielen +zijner medemenschen. Indien door zijne woorden eenige broeder kracht +verkrijgt om zijn arbeid in den loop der week getrouwer te verrichten +of wordt geholpen in de beproevingen des levens, dan is zijn doel niet +mislukt en heeft hij geen berouw van zijn opofferingen. Zijn streven +is het verhevenste, dat de mensch kent en zijn arbeid is de zwaarste. +Daarom worde de meest mogelijke sympathie hem betoond en te zijnen +behoeve stijgen de meest aanhoudende en ernstige gebeden ten hemel!</p> + +<p>Geen hoorder is eerlijk geweest tegenover den prediker, indien hij +vergeet, wat aan de deur der kerk gezegd is of als hij een preek +behandelt <span class="pagenum"><a id="p_15">[15]</a></span>als een verhandeling, waarover geredetwist moet worden. De +kerk is niet een plaats van uitspanning of een gezelschap tot oefening +in het spreken: het is een school, waar de hoogste kennis wordt +onderwezen—de kennis des levens. De onderwijzingen worden van den +preekstoel af gegeven; het bewijs moet thuis geleverd worden. Meer dan +eenige andere godsdienst is de Christelijke proefondervindelijk en +practisch—niet een verzameling van regels, maar van grondbeginselen +<ins class="corr" id="corr03" title="Niet in Bron.">die</ins> moet worden uitgewerkt in het leven van elken mensch. Die +prediker heeft zijn taak begrepen en volbracht, die een man tot +handelen beweegt en die hoorder heeft het meeste voordeel van een +preek gehad, die haar in praktijk heeft gebracht. De prediker behoeft +geen lessen uit te deelen, door te zeggen, als tot kinderen: „ge moet +dit of dat doen”, want dat zou onverdragelijk zijn en tevens doelloos. +De beste predikers wekken gedachten op, door de menschen zich te doen +schamen over den lagen standaard van hun leven, terwijl zij luisteren +<span class="pagenum"><a id="p_16">[16]</a></span>naar de blootlegging der zonde en door hen te brengen tot adeldom der +ziel door de tentoonstelling van de schoonheid der deugd. De eerlijke +toehoorder begint niet goed te handelen omdat het hem gezegd is, maar +omdat hij gevoelt het te moeten doen. Hij heeft zijn hart geopend voor +de boodschap der waarheid, zooals de zachte grond in de lente zich +opent voor het zaad en in die herbergzame woning ontkiemt het zaad en +wast het op.</p> + +<p>Boven alles vraagt de Christenprediker twee dingen en deze kunnen +alleen verkregen worden bij gehoorzaamheid van den hoorder. Hij +noodigt zijn gehoor uit om discipelen en dienaren te worden van Jezus; +hij verheerlijkt de genade en de macht des Meesters; hij verzekert +zijn medemenschen, dat in Jezus te gelooven en Hem te volgen, leven +is. Indien de hoorder redeneert en redetwist over Jezus, kan hij nooit +tot de feiten komen en heeft hij niet eerlijk gehandeld met den +prediker. Laat hem de proef nemen en het met Jezus wagen, zooals <span class="pagenum"><a id="p_17">[17]</a></span>de +eerste Christenen deden. Als hij dat doet, eerst dan zal hij in staat +zijn de prediking te beoordeelen; doet hij het niet, dan behoort hij +te zwijgen. Nooit is er beuzelachtiger getwist geweest dan met +hoorders, die niet gelooven willen: zij zijn als menschen, die om het +kerkgebouw heenloopen en kibbelen over de geschilderde glazen, welke +alleen van binnen af kunnen gezien worden. Ook doet de +Christenprediker een beroep op de offervaardigheid en het is zijn +plicht de heerlijkheid te roemen van een onzelfzuchtig leven. Hij +vraagt van de menschen, dat zij iets zullen doen dat moeielijk is en +weinig aantrekkelijks heeft en belooft hun een loon, dat geestelijk en +onzichtbaar is. De hoorder is verplicht dezen eisch voor zich zelf +waar te maken en te onderzoeken of het waar is, dat men er gelukkiger +en sterker door wordt, wanneer men niet zich zelf, maar anderen dient.</p> + +<p>Het hoofddoel van elke prediking is ten slotte bezieling, en de man, +die in vuur gezet wordt, is de rechtvaardiging van den preekstoel. De +<span class="pagenum"><a id="p_18">[18]</a></span>grootste ramp bij de prediking is tegenzin en onverschilligheid. +Nooit was een preek zoo onbeteekenend of zij bevatte meer dan de +hoorders in toepassing konden brengen. Geen preek is mislukt, die, al +is het maar één mensch, heeft verrijkt met één enkele gedachte of +opgewekt tot één brave daad.</p> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_19">[19]</a></span></p> + +<h2><a id="II"></a>II.</h2> + +<h3>HOE EEN GEMEENTE HAAR DOMINEE TOT DE GROOTST MOGELIJKE VOLKOMENHEID +BRENGT.</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Tusschen een predikant en zijn Gemeente is een voortdurende +wisselwerking, zoodat de dominee de Gemeente maakt en de Gemeente +eveneens den dominee vormt. Wanneer men spreekt van hetgeen de +predikant doet voor zijn gemeenteleden, dan denkt men daarbij niet aan +bankhuur en opbrengst van collecte en statistiek en scharen, ook niet +aan scholen en wijklokalen en zondagsscholen en bijbellezingen. De +groote taak van den dominee is de vorming van karakters. De +voornaamste vraag, die men te doen heeft in betrekking tot het werk +van den predikant, is daarom: <span class="pagenum"><a id="p_20">[20]</a></span>welke soort van menschen heeft hij +gevormd?</p> + +<p>En een van de meest belangrijke vragen ten minste, waardoor men zich +een oordeel kan vormen over de lidmaten eener kerkelijke Gemeente, is: +wat hebben zij gemaakt van hun dominee? Hiermede bedoelt men niet, +hoeveel traktement zij hem gegeven hebben of hoe vriendelijk zij voor +hem geweest zijn, maar in hoeverre hij een man is geworden en of hij +in den kring zijner Gemeente tot de voor hem bereikbare hoogte is +gestegen? Sommige Gemeenten hebben hun dominee ten onder gebracht door +hem zoolang te plagen, tot hij den moed en alle zelfbeheersching +verloor en tot hij knorrig en driftig werd. Weer andere Gemeenten +hebben hetzelfde gedaan door den dominee zoo naar de oogen te zien en +te vertroetelen, dat hij ten laatste geen tegenspraak meer kon dulden +en begon te gelijken op een dwingerig kind. Die Gemeente heeft haar +taak het best vervuld, welke een atmosfeer heeft weten te vormen zoo +bezielend en tevens zoo inspannend, dat alle goede <span class="pagenum"><a id="p_21">[21]</a></span>eigenschappen in +haar dominee aangekweekt en alle verkeerde neigingen onderdrukt +werden.</p> + +<p>Een jonge dominee is een last, gelegd op eene Gemeente en haar eerste +plicht is geduld, vooral ten opzichte zijner prediking. Zeker jong, en +wat niet hetzelfde beteekent, onrijp dominee, begon zijn loopbaan als +hulpprediker in een stadskerk, bekend wegens haar grootschen arbeid en +haar ernst. Zijn werk was het bezoeken van zieken en het zorg dragen +voor de zoogenaamde bijzaken; wijselijk werd hem zelden opgedragen te +preeken. Als hij het deed, dan was zijn toespraak inderdaad een zeer +jongensachtig opstel—ondiep, onpraktisch, vormelijk—en hij was +verstandig genoeg zich te schamen.</p> + +<p>Na eenigen tijd werd hij ten gevolge van toevallige en persoonlijke +omstandigheden beroepen in een Kerk in een afgelegen dorp. Vóór hij de +groote stadskerk verliet, kwam een der ouderlingen hem bezoeken om +afscheid te nemen. Deze zei, dat hij het zijn plicht rekende te doen +uitkomen in welk opzicht de hulpprediker <span class="pagenum"><a id="p_22">[22]</a></span>was geslaagd en waarin hij +gefaald had.</p> + +<p>„Ge zijt zeer oplettend geweest voor de zieken en ... voor +... de kinderen, en ik mag, zonder vleierij verklaren, dat men veel +van u hield, maar gij weet wel, dat God u niet het talent heeft +toebedeeld van spreken in het openbaar. Ik vrees, dat ge nooit in +staat zult zijn te preeken. Dat belet natuurlijk niet, dat ge toch +wel als herder nuttig en tot zegen kunt wezen.”</p> + +<p>Het was geen opwekkend vooruitzicht om altijd oude, ziekelijke dames +te bezoeken en dienst te doen bij zondagsschoolfeestjes, maar de jonge +man dankte den vriendelijken ouderling met een benepen hart en ging +naar zijn nieuw arbeidsveld.</p> + +<p>Zijn eerste ervaring in de nieuwe parochie scheen de droeve +voorzegging te bevestigen. Den eenen dag raakte hij in de war in het +midden van zijn preek; een anderen keer, terwijl hij bezig was een +Zendbrief van Paulus te verklaren, verdwaalde hij zoo te midden van +zijn gedachten, dat hij van voren af aan moest beginnen en de <span class="pagenum"><a id="p_23">[23]</a></span>helft +van zijn tekstverklaring moest herhalen. Bij die gelegenheid was de +jonge predikant zoo ontmoedigd, dat hij op den preekstoel zelf een +overijld besluit opvatte om ziin ontslag te nemen en hij ging zeer +ternedergedrukt de kerkekamer binnen. Daar stond een oude Hooglander, +een ouderling, op hem te wachten; deze nam hem bij de hand en dankte +hem voor „een welsprekende toespraak.”</p> + +<p>„Het is wonderbaar,” zei hij met zijn zoet, minzaam accent, „dat gij +zoo goed preekt, en dat nog zoo jong, en ik zou u willen zeggen, dat +gij u nooit ongerust moet maken, als ge soms eens een punt van uw +toespraak vergeet. Dan laat ge eenvoudig een psalm zingen en neemt wat +rust; wellicht komt het dan weer in uw hoofd terug. Wij hebben +allemaal overvloed van tijd en we houden allen heel veel van u. De +menschen praten erover, wat een goed spreker gij binnen kort zult zijn +en zij zijn nu al trotsch op u.”</p> + +<p>Den volgenden zondag beklom de dominee <span class="pagenum"><a id="p_24">[24]</a></span>den preekstoel vol vertrouwen +en werd gedragen door de lichtverheffende atmosfeer der +vriendelijkheid en daarom haperde hij niet en vergat hij niets en ook +is het sedert dien dag niet noodig geweest, dat hij weer van voren af +aan begon.</p> + +<p>Het is inderdaad geen wonder, dat zijn hart nog altijd vanuit de stad, +waar hij thans is, met dankbaarheid en liefde terugdenkt aan die +Hooglandsche parochie; was zijn eerste Gemeente niet zoo vol +christelijke liefde voor hem geweest, dan zou hij nu niet in de +bediening des Woords zijn.</p> + +<p>De leden eener Gemeente zijn verplicht hun dominee bij te staan in de +wereld buiten de Kerk. Hij behoort tot hen en zij moeten naijverig +zijn op zijn goeden naam. Indien hij iets zegt of doet, wat niet recht +is dan mogen zij hem dat zeggen onder vier oogen in alle teederheid en +liefde; maar als vreemdelingen hem bevitten, laat dan zijn eigen +menschen hem verdedigen en prijzen. Indien iemands eigen huisgezin hem +trouw blijft, dan wordt zoo iemand niet ter neder geslagen door de +vijandschap <span class="pagenum"><a id="p_25">[25]</a></span>van de menschen op de straat. Wanneer dat huisgezin zich +tegen hem keert, dan ontzinkt hem het hart. Niets zal een degelijk man +meer ertoe brengen streng voor zichzelf te zijn en zijn fouten te +erkennen, dan de ontdekking, dat wie hem onder vier oogen berispt, hem +in het openbaar verdedigt.</p> + +<p>Het kwam eens voor, dat een voornaam Kerklid het als zijn plicht +beschouwde zijn dominee, aan wien hij overigens zeer gehecht was, te +berispen omdat diens prediking scherp en ongeestelijk was geworden.</p> + +<p>Zij waren persoonlijk bevriend en het gesprek werd gevoerd in een +volmaakt passenden vorm; maar de dominee voelde zich toch daarna +eenigszins gegriefd, wat vrij dwaas was, en hij pijnigde zich met de +gedachte, dat zijn vriend en zijne Gemeente iets tegen hem kregen. +Eenige dagen later kreeg hij het bezoek van een collega en terwijl zij +zaten te praten over verschillende zaken, wenschte zijn bezoeker hem +geluk ermee, dat zijn menschen zoo aan hem gehecht waren. +<span class="pagenum"><a id="p_26">[26]</a></span>„Bijvoorbeeld: gisteren avond aan een diner was de oude doctor +<span xml:lang="en">Sardine</span> bezig te vitten op uw prediking,—hij noemde u een liberaal en +zoo voort—toen de heer <span xml:lang="en">Cochrane</span> uit den hoek kwam en den ouden heer +vertelde, dat hij niet wist, waarover hij sprak. Ik bezoek zijn kerk, +zei uw man, en ik weet, dat ik mijn dominee nooit zal kunnen +vergelden, wat hij voor mij en mijn gezin gedaan heeft! Dat was goed +Hollandsch en maakte een geweldigen indruk en daar was ten minste één +dominee, die u zulk een vriend benijdde.”</p> + +<p>Terwijl zijn vriend hem flink, onder vier oogen als man tegen man, op +zijn fouten had gewezen, en terwijl hij zich persoonlijk had beleedigd +gevoeld, als een dwaas kind, had diezelfde vriend met edelmoedige +geestdrift gewaakt voor zijn goeden naam en de gedachte daaraan wekte +op tot berouw. Het oordeel van zijn vriend kreeg een nieuwe +beteekenis, geheiligd als het werd door zulke bewijzen van oprechtheid +en grootmoedigheid. Zoo kwam de dominee ertoe <span class="pagenum"><a id="p_27">[27]</a></span>ernstig na te denken +over zijn toestand en hij gevoelde in uitersten vervallen te zijn. +Niets oefent een weldadiger invloed uit op een rijk begaafd man dan +het gevoel dat een aantal menschen hem vertrouwen en over hem waken. +Dit vertrouwen vervult hem met nederigheid, onderdrukt zijn hoogmoed, +leert hem voorzichtigheid en doet hem zijn groote verantwoordelijkheid +gevoelen, zich in den strijd des levens flink te houden.</p> + +<p>Een verstandige Gemeente zal ook beantwoorden aan het hoogste, wat de +dominee geeft en zal onderscheid maken tusschen een tweede- en een +eerste-rangsproduct van zijn brein. Daar is zoo iets als een +„goedkoope” preek, die misschien heel populair en duidelijk is, met +een heel oppervlakkig tintje van knapheid. Vlugge mannen worden vaak +verleid zulke preeken te geven, omdat zij heel gemakkelijk voorbereid +worden en geen inspanning van de ziel eischen. En een Gemeente houdt +wel eens van zulke preeken, omdat zij maar weinig oplettendheid +vragen.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_28">[28]</a></span></p> + +<p>Er is ook zoo iets als een „dure” preek, die heel wat strijd voor +hoofd en hart gekost heeft—een preek vol gedachten en hartstocht. +Zulke preeken worden niet gemakkelijk gemaakt en evenmin gemakkelijk +verstaan. Wanneer de predikant zijn ziel in zijn werk gelegd heeft, +dan moeten de hoorders ook hun ziel wijden aan het hunne. Natuurlijk +zal een sterksprekende persoonlijkheid niet ophouden zijn beste, zijn +voortreffelijkste werk voort te brengen, is er al niemand, die het +goedkeurt en hij zal in geen geval beneden zijn hoogste standpunt +dalen; maar de begeerte naar goedkoope en populaire prediking is een +groote verleiding voor een gewoon dominee, zoodat hij soms in de +verzoeking komt de dwazen in zijn Gemeente te gelieven en zijn eigen +last te verlichten door iets minder goeds te geven, dan hij zou kunnen +doen.</p> + +<p>En het is het meest bedroevende en het pijnlijkste verschijnsel in het +kerkelijk leven, wanneer men een man ziet slagen, voor den uiterlijken +schijn ten minste, die zijn talenten heeft begraven <span class="pagenum"><a id="p_29">[29]</a></span>en wanneer een +Gemeente gelukkig en schijnbaar tevreden is, na haar dominee te hebben +verwaarloosd.</p> + +<p>Indien een predikant vervuld is van een hoog ideaal en een ijzeren wil +heeft, dan zal hij zich zelf tot volmaking brengen in spijt van de +meest ontmoedigende omstandigheden, en ofschoon de lieden vragen om +goedkoope knapheid, zal hij volhouden hen te voeden met de krachtigste +spijzen. Doch vele verdienstelijke mannen zijn noch bijzonder sterk +noch geestelijk en indien hun menschen geen lust hebben in stevig +voedsel, dan voldoen zij hen met het armzaligste van alle +kunstgrepen—godsdienstige liflafjes. Soms is het een evangelisch +praatje, soms maatschappelijke bombast of diepzinnige wartaal, altijd +is het een bijproduct van den geest des mans en minder dan waardeloos +voor de lidmaten zijner Kerk.</p> + +<p>Het dient den dominee duidelijk gemaakt te worden, dat zijn Gemeente +verwacht te deelen in de rijpste vruchten zijner kennis en zijn meest +zorgvuldige overdenkingen <ins class="corr" id="corr04" title="Bron: zal op prijs">op prijs zal</ins> +stellen. <span class="pagenum"><a id="p_30">[30]</a></span>Wanneer hij bij een of andere gelegenheid zijn toppunt +bereikt en een „groote” preek preekt, dan komt het er niet op aan of +iedere persoon elk woord heeft begrepen of dat wellicht eenigen maar +ongeveer de helft gevat hebben. Men behoort hem te zeggen, dat al de +leden der Kerk trotsch op hem zijn en God voor hem danken en dat, +indien hij misschien door sommigen niet bijgehouden is, dit niet een +gevolg was van duisterheid, maar van verheffing, en dat men blij is +een dominee te hebben, die op zulk een hoog peil staat.</p> + +<p>Hij moet niet tot hen nederdalen, maar zij moeten trachten tot hem op +te klimmen. Het is een onwaardige zaak voor een dominee om de gewone +praatjes van de gemeenteleden in een toonbaar kleed te steken, zoodat +de mindere man naar huis gaat zich zelf gelukwenschend omdat hij zijn +armzalige denkbeelden netjes aangekleed en opgedirkt heeft herkend. +Het is profetentaak zijn kudde hemelwaarts te leiden zelfs +niettegenstaande de weg soms door de <span class="pagenum"><a id="p_31">[31]</a></span>woestijn voert en die kudde +behoort te volgen dicht achter den profeet en hem te doen weten, dat +zij er zijn en dat zij niet zullen ophouden te volgen, totdat hij hen +gebracht heeft midden in het Land van Belofte.</p> + +<p>In die omstandigheden zal een man zich verplicht gevoelen de beste +boeken te lezen en door te dringen tot het hart van elke zaak; hij zal +noch verstandelijken arbeid, noch eenige aandoening der ziel schuwen +om te gemoet te komen aan de verwachting van een ernstig, ontwikkeld +gehoor en indien hij er ten laatste in slaagt een leider te worden, +wiens woorden tot in de verte doorklinken, dan zal aan deze Gemeente +de eer daarvan toekomen, die in hem geloofde en groote dingen van hem +verwachtte en meer van hem maakte dan hij ooit, in zijn eerzuchtigste +oogenblikken, gemeend heeft te zullen bereiken.</p> + +<p>Het is ook de plicht van de leden eener Gemeente hun predikant aan te +moedigen en zij zouden zich in den regel daartoe meer moeite <span class="pagenum"><a id="p_32">[32]</a></span>geven, +indien zij slechts wisten, hoezeer hij die aanmoediging noodig heeft +en hoezeer hij er door zou gedijen. Zij moeten een sterke +verbeeldingskracht hebben om de beproevingen van zijn stand te +begrijpen, die geheel verschillen van die op ieder ander arbeidsveld, +omdat hij werkt bij geloof en niet bij aanschouwing. Wanneer hij in +zijn studeerkamer zit en tegen den middag nog niets geschreven heeft, +omdat zijn gedachten niet toevloeien of wanneer hij het werk van vier +uren verbrandt, omdat het waardeloos is, dan kijkt de dominee eens +naar buiten en benijdt den metselaar, die aan de overzijde der straat +een zeker aantal voeten metselwerk heeft gemaakt, dat zoo goed en +kwaad als het is of wezen kan, vele jaren duren zal. Wanneer hij de +zieken zijner kudde bezoekt, bezorgd uitziende naar een teeken of zijn +woorden van opbeuring en raad eenige degelijke uitwerking hebben +gehad, dan zou hij wenschen een geneesheer te zijn, die kan zien, welk +goed hij doet en die zijn oogenblikkelijke belooning vindt <span class="pagenum"><a id="p_33">[33]</a></span>in levens, +die hij redde van den dood—in lichamen, die hij bevrijdde van pijn. +Soms schijnt het den dominee toe, alsof hij week in, week uit zijn +woorden verspilt—hij kon even goed trachten de woestijn in een zee te +veranderen door er emmers water in te werpen. Uit den aard der zaak +kan hij de vrucht van zijnen arbeid niet ontdekken en daarom moeten +anderen hem vertellen, dat hij niet te vergeefs gearbeid heeft. De +menschen zijn er vlug genoeg bij om een preek te critiseeren of er +over uit te weiden, dat het bezoek een weinig minder druk was dan den +vorigen keer, maar is er niets anders dat zij zouden kunnen melden aan +den predikant? Heeft hij nooit eenig licht geworpen over een of ander +moeielijk gedeelte van de Heilige Schrift of het geweten bepaald bij +de beteekenis van eenigen nieuwen plicht of troost gebracht aan het +hart in de een of andere verdrietelijkheid des levens? Waarom moet hij +in onwetendheid gelaten worden, hij die juist zoo smachtend wacht op +nieuws, <span class="pagenum"><a id="p_34">[34]</a></span>dat niet komt en dat zooveel zou waard zijn?</p> + +<p>Laat ik u eens brengen in een studeerkamer, waar de dominee met +inspanning van alle krachten tegen stroom op roeit en eraan wanhoopt +ooit het strand te bereiken. De morgenpost komt aan en vier brieven +worden op zijn tafel gelegd: de eerste is onbelangrijk, de tweede is +vervelend, de derde is plagerig en de ontmoedigde man opent den +vierden brief met een zucht. Zeker weer een klacht van den een of +anderen twistzoeker; zeker weer een speldeprik toegebracht aan een +vermoeid man? Wat is dat?</p> + +<p>„Mijn waarde dominee!—Een tijd lang heb ik u willen schrijven en u +vertellen wat een hulp gij geweest zijt voor personen, die mij zeer +dierbaar zijn. Herhaalde malen is mijn echtgenoot opgebeurd en +aangemoedigd door uwe flinke woorden in zijn strijd om in zijn zaken +te doen, wat goed is. Hij zei mij eens op een avond, dat niets meer +ertoe had bij gedragen om hem eerlijk te doen blijven dan uw preeken. +Gij weet, dat onze Jack ons een tijd lang zeer verdrietig <span class="pagenum"><a id="p_35">[35]</a></span>maakte door +zijn zorgeloosheid en onverschilligheid voor het huiselijk leven. +Welnu, hij is in den laatsten tijd geheel veranderd en is zeer +oplettend voor mij en lief voor zijn vader. En op mijn verjaardig +bracht hij mij een zeer mooi geschenk, waarvoor hij bepaald eenige +maanden moet gespaard hebben. Toen ik hem vertelde, hoe dankbaar ik +was, zei hij alleen: „de preek over zoons en moeders heeft het +gedaan!” En nu scheen het mij toe, dat uw preek van verleden Zondag +over bezorgdheid voor mij geschreven was, want ik heb zoo weinig +geloof en ben zoo angstvallig. Daarom moest ik u even vertellen, dat +gij het leven van een geheel gezin hebt bezield en dat wij God danken +voor u.</p> + +<p class="floatright right ri2">Uw zeer dankbare<br /> +<span xml:lang="en">May Harrison</span>.<ins class="corr" id="corr05" title="Niet in Bron.">”</ins></p> + +<p class="clear">De brief schijnt misschien niet lang of niet moeielijk te begrijpen, +maar de dominee was toch niet tevreden vóór hij hem zesmaal gelezen +had. En ofschoon het wellicht ook geen geleerde <span class="pagenum"><a id="p_36">[36]</a></span>brief schijne, hij +wierp toch zulk een vloed van licht op den tekst, dat de pen van den +dominee over het papier vloog. Hij borg dien brief achter slot in zijn +lessenaar, maar merkte, dat hij een zin vergeten had, zoodat het +wenschelijker was hem in den zak te dragen. Des Zondags oordeelde hij +het noodig dien brief te lezen vóór hij naar de kerk ging en in de +kerkekamer sloeg hij er nog een laatsten blik in. En de dominee +preekte dien morgen met zulk een kracht en zoo vol opgewektheid, dat +zelfs de vitters tevreden waren en de Gemeente ging huiswaarts op +vleugelen.</p> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_37">[37]</a></span></p> + +<h2><a id="III"></a>III.</h2> + +<h3>HET „<span xml:lang="en">CANDY-PULL</span>” STELSEL.</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Terwijl ik schrijf ligt voor mij op de tafel een beroep op de leden +van een Christelijke Jongelingsvereeniging (<span xml:lang="en">Young Men's Christian +Association</span>) en ik schrijf het woordelijk af:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<span class="i6"> „Vergeet niet<br /></span> +<span class="i0">De volgende gezellige bijeenkomst,<br /></span> +<span class="i0">De volgende <span xml:lang="en">candy-pull</span>,<br /></span> +<span class="i0">De volgende feestelijke samenkomst,<br /></span> +<span class="i0">Den volgenden zangdienst,<br /></span> +<span class="i0">De volgende evangelische samenkomst,<br /></span> +<span class="i0">Het volgende diner met kippenpastei,<br /></span> +<span class="i0">Den volgenden datum, waarop gij den secretaris behoort + te verblijden met uw penningen.”<br /></span> +</div> +</div> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_38">[38]</a></span></p> + +<p>Deze merkwaardige opsomming van werkzaamheden, waarin evangelische +ijver en bekwaamheid in zaken zich paart aan wat het vleesch aangenaam +is, kan zonder uitleggen begrepen worden; de verschillende punten +geven ons een duidelijke verklaring van een godsdienstige instelling +op de hoogte van den tijd—een waar mengelmoes van een Amerikaansche +<abbr title="Young Men's Christian Association" xml:lang="en">Y. M. C. A.</abbr></p> + +<p>Misschien heeft één afdeeling van het werk eene kleine opheldering +noodig; er zijn wellicht eenige menschen, die in het algemeen goed op +de hoogte zijn van de afdeelingen van Christelijk werk en die toch nog +niet zoo ver met hun onderzoekingen gevorderd zijn, dat zij kwamen tot +een „<span xml:lang="en">candy-pull</span>.”</p> + +<p>Deze afdeeling, als dit het juiste woord is, is een gezelschap jonge +mannen en vrouwen, die te zamen komen om aan reepen kandij te trekken +en men zegt dat in het geval, dat de twee sexen er aan mee doen, de +bezigheid zeer uitlokkend is. Het kan ook zijn, dat dit kandij-trekken +<span class="pagenum"><a id="p_39">[39]</a></span>met het oog op de beteekenis van het woord Jongelingsvereeniging zich +beperkt tot één sexe en daardoor beroofd wordt van de helft der +aantrekkelijkheid, maar men mag aannemen dat in deze dagen van +„aangename” godsdienstige avondjes de jonge mannen toch niet behoeven +overgelaten te worden aan hun eigen gezelschap.</p> + +<p>De Christelijke Kerk en een Jongelingsvereeniging zijn natuurlijk zeer +onderscheiden instellingen en de laatste is niet gebonden aan eenige +overlevering van strenge waardigheid; maar men mag zich niet erover +verwonderen, dat de Kerk ook eenigszins is getroffen door den geest +van gezelligheid en ook haar best doet om den godsdienst een weinig +onderhoudend te maken. Wanneer men in Amerika binnenkomt in wat men +noemt een plaats van godsvereering, dan verbeeldt men zich in een +salon te zijn. Er ligt een dik kleed op den vloer, er staan rijen +stoelen, zooals men die in een schouwburg verwacht, een groot orgel +trekt het oog en bij de <span class="pagenum"><a id="p_40">[40]</a></span>plaats van den predikant vindt men een +monsterbloemruiker; de menschen komen binnen met een vroolijk gezicht +en groeten elkander heel opgewekt; bijna niemand buigt het hoofd tot +een gebed en het gebouw wordt vervuld met een vroolijk gebabbel.</p> + +<p>Daar maakt een man zich los uit een gesprek en loopt haastig door het +gedrang naar het platform even vaak zonder een geestelijk kleed, als +niet in leeken-kleeding. Dan treedt een kwartet naar voren en zingt +met het gelaat gekeerd naar het gehoor een lofzang voor de +vergadering, die niet opstaat, en later zingt datzelfde kwartet een +tweede loflied ook voor de vergadering. Dan wordt er een gebed +uitgesproken, er wordt uit de Heilige Schrift gelezen en de +daaropvolgende preek is kort en schitterend. Onder andere wenken, +dringt de dominee aan op het bijwonen van het Avondmaal met Paschen, +waar, zoo als vermeld wordt op een papier, geplakt op de banken, +oesters en vleeschspijzen zullen voorhanden zijn—ik vermoed een +kalkoen—en <span class="pagenum"><a id="p_41">[41]</a></span>ijs. Dit maal zal gediend worden in het spreekvertrek der +kerk.</p> + +<p>Nauwelijks is de zegen uitgesproken, die een oogenblik een ander +voorkomen aan de bijeenkomst gaf, of de vergadering loopt haastig naar +de deur; en ofschoon niemand kan begrijpen, hoe het in zijn werk is +gegaan, staat de dominee daar reeds, handendrukkend en menschen aan +elkaar voorstellende, ontsnappend aan menig lastig verzoek en in het +algemeen alles luchtigjes opvattend. De een wenscht hem geluk met zijn +„speech”—een nieuwe naam voor een preek—terwijl een ander zegt, dat +het „prachtig” was.</p> + +<p>Er zijn ook in Engeland pogingen aangewend om het kerkelijk leven +werkelijk populair te maken, en in zekere stad, die de schrijver kent, +zijn die pogingen in een eigenaardige richting niet geheel mislukt. +Een der Kerken schafte zich een nieuwe verzameling nachtmaalschotels +aan door de alledaagsche kunstgreep van een danspartij; onderscheidene +Gemeenten gaven <span class="pagenum"><a id="p_42">[42]</a></span>liefhebberij-tooneelvoorstellingen en een zeer +ondernemend lichaam had een eigen schouwburgzaal. Bijbellezingen +werden besloten, aan het einde van den cursus, met een souper; met +Goeden Vrijdag maakte men landelijke uitstapjes, begeleid door een +militair muziekkorps en een belangrijk deel van de inkomsten der +Gemeente was afkomstig van gezellige vergaderingen van allerlei aard. +Deze bijzondere stad is niets dan een staaltje van den algemeenen +geest, langzamerhand opkomend in de Kerk in Engeland. De eene dominee +gebruikt een tooverlantaarn om kracht bij te zetten aan zijn preek; +een ander heeft een kroeg bij de inrichting van zijn Kerk; een derde +behandelt het laatste moordenaarsschandaal; een vierde heeft een +dienst met zang<ins class="corr" id="corr06" title="Niet in Bron.">,</ins> een zigeuner of een gewezen bokser om de +belangstelling in het Evangelie te doen herleven. Als het zoo +voortgaat, dan zullen weldra een schouwburg en andere vermakelijkheden +aan de Kerk worden toegevoegd, als aantrekkingsmiddel voor de +jongelieden en om te voorkomen, <span class="pagenum"><a id="p_43">[43]</a></span>dat de oude menschen zich gaan +vervelen bij de godsdienstoefening.</p> + +<p>Misschien is het door de boosheid van 's menschen natuur, die ons er +toe brengt op nieuwe dingen te vitten en te hunkeren naar den goeden +ouden tijd—die niet altijd goed was in alle opzichten—maar men is +toch niet zeer ingenomen met de nieuwe verschijnselen en in het geheel +niet overtuigd, dat het <span xml:lang="en">candy-pull</span>stelsel in eenig opzicht een +verbetering van het verleden is.</p> + +<p>Na een weinig ondervinding van aangename sprekers en spreekvertrekken +en soupers met roomijs en landelijke partijtjes, herinnert men zich +met vernieuwden eerbied en diepe waardeering den dominee van den +vroegeren tijd, met zijn eenvoudige kleeding, zijn waardige houding, +zijn gevoel van verantwoordelijkheid, zijn beschaafd voorkomen, en +wien men het aanzag, dat hij in stilte leefde in gemeenschap met God, +terwijl hij sprak als een overbrenger van een boodschap van den +Eeuwige. Hij maakte misschien <span class="pagenum"><a id="p_44">[44]</a></span>niet zoo veel drukte bij het uitgaan +van de kerk als zijn opvolger en was misschien ook niet zoo knap in de +spelen en niet in staat om een zoo pakkende speech te houden over +„liefde, vrijerij en huwelijk.” De lidmaten van zijn Gemeente hebben +hem wellicht niet genoemd een „schitterend man,” en ook niet van hem +gezegd, dat hij een „eerste grappenmaker” was; ook hebben zij hem niet +zoo dikwijls op de „thee” gevraagd en het is zelfs toe te geven, dat +hij bijna te vormelijk was; maar daar staat tegenover, dat zij van hem +spraken als van „een man Gods,” en „een goed man” en dat zij om hem +zonden bij de moeielijkheden des levens, wanneer hun geweten hen +pijnigde. Het is mogelijk, dat zij niet zoo met hem dweepten als met +den nieuwerwetschen man, maar zij hadden eerbied voor hem, geloofden +in hem, wat heel wat meer beteekent.</p> + +<p>Men wordt ook getroffen door de verandering in de geheele omgeving van +de godsdienstoefening en men kan verschillen van meening erover of het +een voor- of een achteruitgang is. De <span class="pagenum"><a id="p_45">[45]</a></span>kerk onzer vaderen was noch +goed verlicht, noch wetenschappelijk geventileerd, noch voorzien van +met zorg bewerkte kussens en het eenige karpet, dat er was, lag op de +treden van den preekstoel. De hedendaagsche kerk is bekoorlijk +versierd, en schitterend van ontelbare electrische lampen.</p> + +<p>De dienst was in het verleden uit een muzikaal oogpunt onvolmaakt en +over het algemeen te lang van duur. Tegenwoordig wordt de tenorzanger +van het koor ontslagen, indien zijn stem versleten begint te lijken en +de menschen spreken er van, hoe de lofzang is „voorgedragen” of +„geïntoneerd”—misschien was het „Heilig, heilig, driewerf heilig, +almachtig Opperwezen”—en er wordt bekend gemaakt in de kerkekamer (of +in de spreekkamer van den predikant) dat de bespreking der Heilige +Schrift niet langer moet duren dan vijftien minuten—tien is nog +beter—en dat de gebeden geen inbreuk moeten maken op de muziek en dat +de preek, onverschillig welke het onderwerp ervan zij, al was het de +<span class="pagenum"><a id="p_46">[46]</a></span><ins class="corr" id="corr07" title="Bron: Oordeelslag">Oordeelsdag</ins>, „belangwekkend” moet zijn. In vroeger +tijd noemde de Gemeente een preek „stichtelijk” of „onderzoekend” of +„opbouwend.” Tegenwoordig zegt zij, dat de predikant „in den stijl” +was of zij klaagt er over, dat hij „geen kleur bekende.”</p> + +<p>Er zijn ongetwijfeld veel punten, waarin de Gemeente van thans +vooruitgegaan is bij die van vroeger, maar toch is niet alle +verandering winst geweest, want het voornaamste bestanddeel van den +eeredienst van het vroegere geslacht was eerbied—de menschen +ontmoetten elkaar in tegenwoordigheid van den Eeuwige, voor Wien elk +mensch minder is dan niets. En het voornaamste bestanddeel is +tegenwoordig voor de kinderen van dat geslacht, die komen luisteren +naar een koor en een knap spreker, zelfbehagen.</p> + +<p>Het moet toegegeven worden, dat een van de oorzaken voor de +verandering in den geest van het gemeente-leven een reactie is van het +individualisme en een nieuwe opvatting van het gemeenschapsbegrip der +Christelijke Kerk. Een <span class="pagenum"><a id="p_47">[47]</a></span>godsdienstig mensch beschouwt zich zelf niet +langer als een op zich zelf staande eenheid, afgezonderd van elk ander +menschelijk wezen in de wereld en wiens hoofdbezigheid in het leven +is, zijn eigen ziel te behouden. Hij heeft ervaren, dat zijn leven +verband houdt met dat van zijn naasten en dat hij een deel uitmaakt +van een vereeniging die zich over de geheele wereld uitstrekt; dat hij +zijn menschheid niet moet verloochenen en dat hij, door anderen te +behouden ook zich zelf redt. De wereld is niet langer een woestijn, +die hij doortrekt als een pelgrim en vreemdeling, maar zijn +geboorteplaats, waaraan hij de vervulling van een taak verschuldigd is +en godsdienst is niet zoo zeer een ernstige toewijding aan God als wel +een nuttig, liefderijk leven.</p> + +<p>Het middelpunt der gedachte is feitelijk overgebracht van de +eeuwigheid op het tijdelijke, van de vereering van God op het dienen +der menschen. De eerste opvatting werd belichaamd in een Puriteinsche +bijeenkomst, waar elke tegenwoordige <span class="pagenum"><a id="p_48">[48]</a></span>in beteekenisvolle afwachting +uitkeek naar een teeken van gunst van den Almachtige, of in de +cathedraal, waar de menigte in stille aanbidding wegzonk bij het +opheffen van de hostie. De andere gedachte is voelbaar in het gebouw, +dat meer concertzaal is dan kerk, waar een aantal fatsoenlijke +menschen in opgeruimde stemming en vol van vriendschappelijke +gevoelens samenkomen om te trachten elkander te bewegen tot goede +daden en om liederen te zingen. De oude vreeze des Heeren schijnt +geheel verdwenen en met die vrees is eveneens heengegaan het gevoel +voor het onzienlijke, wat eens de bezieling van den eeredienst +uitmaakte.</p> + +<p>Godsdienst, het wordt met grooten nadruk verdedigd, moet niet alleen +voldoen aan de behoeften der ziel, maar ook aan die van geest en +lichaam, opdat een Christen niet buiten de Kerk gelegenheid tot +beschaving of vermaak behoeve te zoeken. Indien hij begeerte heeft +naar ontspanning, dan moet zijn Kerk hem de uitspanningen verschaffen, +zoodat hij niet noodig heeft in <span class="pagenum"><a id="p_49">[49]</a></span>de wereldsche maatschappij te gaan en +hoeveel of hoe weinig ontwikkeld zijn verstand ook moge zijn, zijn +geestelijk tehuis moet zijn smaak voldoen. Zijn letterkundige +vereeniging, zijn bijeenkomsten tot oefening in welsprekendheid, zijn +gelegenheid om bezoekers te ontvangen en zijn concertzaal moeten alle +onder één dak zijn, opdat de jonge Christen beveiligd worde tegen +verleiding.</p> + +<p>Daar deze neiging tot het gezellig maken van het Gemeenteleven elk +jaar duidelijker wordt en nieuwe uitvindingen op dat gebied +voortdurend gedaan worden, is het vergeefsche moeite aan te dringen op +terugkeer tot den eenvoud van het verledene, toen een Gemeente een +vereeniging van menschen was, die samenkwamen om God te vereeren en +Zijn wil te leeren kennen; maar het kan toch zijn nut hebben, te +bespreken hoe in sommige opzichten een achteruitgang valt aan te +wijzen. Want dat is zeker, indien het Gemeenteleven moet gaan voldoen +aan allerlei andere eischen, dan moet <span class="pagenum"><a id="p_50">[50]</a></span>er een ander soort van +predikanten komen.</p> + +<p>Voor deze soort van inrichting is er weinig behoefte aan een leeraar +om een Bijbel te verklaren of aan den herder om het karakter zijner +kudde te vormen en voorzeker zou zulk een niet worden gewaardeerd. De +voornaamste eisch, waaraan voldaan moet worden, is dat de predikant +zij een scherpzinnig man, met de talenten van een impressario, een +handelsreiziger en een vendumeester in zich vereenigd, met een heel +klein tintje van een rondreizend evangelist. Inplaats van een +studeerkamer, welks wanden bedekt zijn met boeken van ernstige +godgeleerdheid en klassieke letterkunde, geve men hem een kantoor met +een loketkastje voor zijn programma's en eindelooze briefwisseling; +kasten voor dikke boeken met uitknipsels uit dagbladen en verslagen +van andere genootschappen; een altijd tjingelende telefoon en een +verzameling van handboeken, als: „Hoe men een preek maakt in een half +uur”, of „Een duizendtal treffende anecdoten van het zendingsveld”.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_51">[51]</a></span></p> + +<p>Hier zit een vlugge, levendige, vindingrijke directeur, met zijn +snelschrijfster aan een hoektafeltje, een dik boek opslaande om te +zien aan wie het eerstkomende bezoek moet gebracht worden, en een +ander boek doorsnuffelende naar bijzonderheden omtrent gezinnen of een +haastig onderzoek instellende in aan een lias geregen voordrachten van +bekende sprekers over eenig onderwerp, dat dienen kan voor den +volgenden Zondag. Van den morgen tot den avond tobt hij zich af met +telephoneeren, telegrafeeren, dicteeren, bij elkaar zoeken, +rondvliegen, hier een gezelligen avond, daar een „schitterende +bijeenkomst” te leiden, „speechen” af te steken, menschen te +ontvangen—hij is een onvermoeid, handig, volhardend man. Niemand kan +nalaten zijn veelzijdigheid te bewonderen of de eerlijkheid van zijn +bedoeling te erkennen; maar als hij nu inderdaad het type is van den +dominee der toekomst, dan zal hij een beter mensch terzijde schuiven +en uitsluiten.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_52">[52]</a></span></p> + +<p>Er zijn menschen, die alle geëischte talenten van geleerdheid +bezitten en aan wier inzicht, toewijding en liefde niets ontbreekt, +maar die toch ten eenemale ongeschikt zijn om een kerk te „drijven” +naar de hedendaagsche manieren. Zij zouden een ziel in geestelijk +gevaar kunnen leiden, maar zij hebben geen talent om jonge lieden te +vermaken; zij kunnen het Eeuwig Evangelie van de Goddelijke Offerande +verklaren, maar zij hebben geen handigheid in het behandelen eener +machine; zij kunnen de beginselen der gerechtigheid uitleggen, maar +zij weigeren zich te bemoeien met een onlangs plaats gehad hebbende +werkstaking van motorbestuurders.</p> + +<p>Wat het voordeel betreft, door die nieuwigheden gebracht, is het de +vraag of het gezellig maken van de kerk haar geloof en leven +aantrekkelijk zullen maken? Als er een wedstrijd zou komen tusschen de +vermaken van de kerk (of haar feesten) en de vermakelijkheden der +wereld (en haar feesten,) is er dan één verstandig <span class="pagenum"><a id="p_53">[53]</a></span>mensch, die +gelooft, dat de kerk zou winnen? Gelijk aan Caesar biedt de wereld +haar prachtige schouwspelen aan; de Kerk, als Christus, biedt het +overwinnend Kruis.</p> + +<p>Waarom zou de Kerk haar verheven standpunt verlaten en nederdalen in +het worstelperk, waar zij beschaamd zal worden? Komen de menschen ter +kerk voor nietige vermaken, alleen geschikt voor kinderen of om te +voldoen aan de behoeften hunner ziel en ter bevestiging van hun +geloof? Zou ooit het Christendom een begin van bestaan gehad hebben, +indien de Apostelen „aangename preekers” geweest waren en +„schitterende mannen”, wanneer zij zich hadden ingelaten met +„gezellige bijeenkomsten” en „bazars” of „speeches!” De Kerk +zegevierde door hun geloof, hun heiligheid, hun moed en door deze +verheven deugden moet zij in deze eeuw ook staande blijven. Zij is de +getuige der onsterfelijkheid, het geestelijk tehuis van zielen, de +dienaresse der armen, de beschermster van wie verlaten zijn; en als +zij afdaalt <span class="pagenum"><a id="p_54">[54]</a></span>tot een plaats van tweede-rangs-vermakelijkheid, dan ware +het beter dat haar geschiedenis eindigde, want zonder haar geestelijke +vizioenen en ernstige idealen is de Kerk niet waard in stand te worden +gehouden.</p> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_55">[55]</a></span></p> + +<h2><a id="IV"></a>IV.</h2> + +<h3>DE OPROERMAKER IN DE KERK.</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Om een wereld te maken heeft men alle soorten van menschen noodig, en +bijna even veel worden er vereischt tot het vormen van een kerkelijke +Gemeente; maar dat er ook een oproermaker in komt is niet noodig voor +de gemeentelijke volledigheid. Onder een oproerling verstaat men een +persoon, dien men gemakkelijk kan herkennen en onder wiens bemoeiingen +de meeste Gemeenten van tijd tot tijd geleden hebben. Men moet hem +niet verwarren met een Christen van den ouderwetschen stempel, die bij +zekere gelegenheid in de war is gebracht door een preek over „Gods +Vaderschap” en dan <span class="pagenum"><a id="p_56">[56]</a></span>in de studeerkamer van den dominee komt om te +verklaren, dat hij altijd geloofd heeft, dat God een rechter was. Deze +man is volmaakt eerlijk en behoort behandeld te worden met alle +welwillendheid, omdat hij eenvoudig getrouw is aan zijn overgeërfd +geloof en toch wel gaarne het nieuwe Evangelie zou opnemen. Laat hem +een warm hoekje hebben in de kamer, en een gemakkelijken stoel en geef +hem alle gelegenheid om zooveel teksten aan te halen, als hij wenscht +en luister bescheiden naar hem tot middernacht toe. Hij is vatbaar +voor overtuiging en zelfs, indien hij u verlaat zonder overtuigd te +zijn, zal hij toch de Gemeente niet in vuur en vlam gaan zetten. Hij +zal dat niet doen; integendeel zal hij overal gaan verklaren, dat de +dominee een eerlijke studie van den Bijbel maakt en een geduldig +herder is en dat het een voorrecht is bij hem te kerk te gaan als +zelfstandig, verantwoordelijk man.</p> + +<p>Ook moet die naam niet gegeven worden aan een van die rustelooze +menschen, die altijd ergens <span class="pagenum"><a id="p_57">[57]</a></span>een fout ontdekken en die elkeen vervelen +met hun onverwachte plannen. De eene week schrijft zoo iemand, dat een +vrouw werd weggezonden bij gelegenheid van den bidstond der Kerk, +omdat de zaal vol was—de dominee vindt dat altijd verblijdend en zou +de mytische persoon wel gaarne eens in levenden lijve zien—en hij +oppert het plan om voortaan den weekdienst te houden in de Kerk. Hij +kent honderd menschen, die zouden willen komen—en dit verblijdt den +dominee ook zeer, omdat de goede man zelf bijna nooit tegenwoordig is. +Een volgende week verneemt deze man van een of ander geheimzinnig +persoon, dat deze kou heeft gevat door den tocht uit een van de ramen +en onze vriend schrijft zestien bladzijden om te pleiten voor +gordijnen, die zelfs de St. Pieterskerk afzichtelijk en zeker de +godsdienstoefening onmogelijk zouden maken voor ieder, die eerbied +voor zich zelf heeft. Een maand later is diezelfde man overtuigd, dat +de heele Gemeente als los zand aan elkaar hangt en dat een band +behoorde gelegd te worden door <span class="pagenum"><a id="p_58">[58]</a></span>een algemeen bezoek van de zijde der +ambtsdragers, waarvoor hij wel zoo goed is een plan te schetsen; en +elke nieuwe week openbaart hij een nieuw plan in een langen brief, +totdat zijn broeders zoover gebracht worden, dat zij harde woorden +zeggen over zijn bedilzucht.</p> + +<p>Zijn broederen behoorden echter liever hun ziel in lijdzaamheid te +bezitten en den waardigen man vriendelijk te behandelen, want er is +geen grein boosheid in hem en ook is er geen goedhartiger mensch in de +heele Gemeente. Hij zal al heel in zijn schik zijn, als hij een +beleefd antwoord ontvangt en ik zou voor zulke gelegenheden dezen vorm +aanraden:</p> + +<p style="text-indent: 3em; margin-top: 1em;"><ins class="corr" id="corr08" title="Niet in Bron.">„</ins><i>Waarde Heer <span xml:lang="en">Jump</span></i>,</p> + +<p>Ik heb uw belangrijken brief ontvangen en nam goede nota van uw +voorstel omtrent de gordijnen. De zaak is er een, die veel overweging +eischt en ik haast mij u te verzekeren, dat het zeer aanmoedigend is +voor den dominee en de overige ambtsdragers van de Kerk te zien, dat +<span class="pagenum"><a id="p_59">[59]</a></span>het welzijn van onze Kerk in elk opzicht u zoo zeer ter harte gaat. +Geloof mij, met de meest vriendelijke gevoelens</p> + +<p class="floatright center ri1">„Den Uwe<br /> +„JOB HOUVAST, predikant.”</p> + +<p class="clear">Mijnheer <span xml:lang="en">Jump</span> zal zeer tevreden zijn met dezen brief en zal binnen +vierentwintig uur vergeten hebben, dat hij ooit een voorstel deed over +gordijnen. Het is de moeite waard voor een Gemeente om, laat ons +zeggen één <span xml:lang="en">Jump</span> aan zich te verbinden om gebreken aan te wijzen en de +zaken aan den gang te houden. Twee <span xml:lang="en">Jump</span>s zouden misschien te veel zijn +voor de Gemeente en men kan den tweeden beter voor wat anders +gebruiken.</p> + +<p>Er is een andere persoon, die ook niet beschouwd moet worden als een +oproermaker, ofschoon hij een echte dwarsdrijver is en veel nadeel kan +berokkenen. Het is de man, die vatbaar is om zich beleedigd te +gevoelen en die er zich aan stoot, zoo als hij zegt, wanneer iemand +hem aan de kerkdeur voorbij loopt zonder spreken <span class="pagenum"><a id="p_60">[60]</a></span>of „iets van hem +zegt”—hij weet niet wat,—achter zijn rug, of wanneer een ander zich +verzet tegen een plan, dat hij voorstelde of weigert iets te doen, wat +hij vraagt. Nadat hij zijn vrouw gekweld heeft met de zaak, en zich +zelf de koorts op den hals heeft gehaald tengevolge van gekwetste +ijdelheid, geeft hij iedereen te verstaan, dat hij een grief heeft en +neemt hij een martelaarsvoorkomen aan. Als een vormelijk protest +blijft hij zelfs misschien wel twee Zondagen uit de kerk weg en dan +wordt hij weer boos, omdat niemand bij hem komt om naar de reden te +vragen. Natuurlijk is hij zeer vervelend, maar overigens is er geene +boosaardigheid in den man en hij behoort zachtmoedig behandeld te +worden. Het is meer zijn ongeluk dan zijn fout, dat hij geen opperhuid +heeft en geheel onbeschut is tegen de wrijving des levens. Een zachte +aanraking en een mild gebruik van geestelijke zalf zal zijn wonden—of +liever zijn schrammen—genezen.</p> + +<p>De oproerling is van een ander deeg en is een <span class="pagenum"><a id="p_61">[61]</a></span>stevig gebouwd +ongeloovige, die, zoodra de gelegenheid zich voordoet en op elk, dien +hij bereiken kan, zijn krachtige vuist zal doen neerkomen. Zijn eenige +begeerte is leed te doen en hoe meer pijn hij veroorzaakt, hoe beter +hij in zijn schik is. Hij schrijft beleedigende brieven aan den +dominee, hem beschuldigende van alle mogelijke zonden, van ketterij +tot leugen toe. Hij begint een openbaar twistgeschrijf over de zaken +der Gemeente in elk nieuwsblad, dat dwaas genoeg is zijn brieven op te +nemen. Hij valt de verstandigste voorstellen aan van de ambtsdragers +en beticht hen van de afschuwelijkste drijfveeren. Hij trekt de +Gemeente door als een brandstichter en zet elk ontvlambaar persoon in +vuur. Wanneer hij in zijn glorie is, dreigt hij met aanklachten bij de +kerkelijke hoven of bij de burgerlijke rechtbank; en ofschoon hij +nooit de bedreigingen uitvoert, daar hij even lafhartig als +schreeuwerig is, doet hij toch de voorbereidende stappen, die +aanleiding geven tot praatjes en kwaad gerucht.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_62">[62]</a></span></p> + +<p>Het behoort ook tot zijn rol om den schijn aan te nemen van groote +oprechtheid en eerlijkheid, een man te zijn van onbuigzame +rechtschapenheid en geestelijke bedoelingen. Wat hij doet, doet hij +altijd om des gewetens wille en met klankvolle welsprekendheid plaatst +hij altijd zich zelf en zijn tegenstanders voor de vierschaar der +eeuwige gerechtigheid. Hij is zoo groot en zoo schreeuwerig en de +eenvoudige menschen zijn zoo liefderijk en zoo gemakkelijk te +overbluffen, dat zij vaak dezen man houden voor den persoon, waarvoor +hij zich uitgeeft en hem zijn zin geven.</p> + +<p>Feitelijk is hij niets anders dan een uitermate groot bedrieger in elk +opzicht en hij verdient geen genade te ontvangen. Noch zijn meeningen, +noch zijn gevoelens, noch zijn klachten, noch zijn bedreigingen moeten +één oogenblik in overweging genomen worden. Zijn eerste uitdaging moet +worden aangenomen als een oorlogsverklaring en dan moet de oorlog +gevoerd worden liefst zonder kwartier te geven; en het <span class="pagenum"><a id="p_63">[63]</a></span>is opmerkelijk +in hoe korten tijd deze struikroover tot bezinning kan gebracht worden +en tot lafhartige onderwerping.</p> + +<p>Mocht hij zich ergens in een Gemeente genesteld hebben en begonnen +zijn van zijn aard te doen blijken, dan is de wijste partij hem te +verzoeken heen te gaan. Het is niet gebruikelijk, dat men aan een +kerklid vraagt die Kerk te verlaten en zeer ongewoon, wanneer het +toevallig een man van beteekenis en stand is, zooals deze knaap +dikwijls schijnt; maar Gemeenten zijn in den regel al te bezorgd om +ieder te behouden en begrijpen veel te laat, dat de afwezigheid van +eenigen veel voordeeliger is dan hun tegenwoordigheid. Hun +aanwezigheid beteekent eenvoudig twist en zielskwelling, hun +afwezigheid vrede en voorspoed; hun tegenwoordigheid verdrijft rustige +menschen, terwijl, als zij wegblijven, men verlost is van een +struikelblok.</p> + +<p>Mocht hij vragen toegelaten te worden tot een Kerk, waar zijn karakter +bekend is, dan behoort hij bedaardweg geweigerd te worden. <span class="pagenum"><a id="p_64">[64]</a></span>Waarom zou +eenig predikant, als hij er iets aan doen kan, een man opnemen, die +het hart van een anderen dominee half gebroken heeft? Waarom zou een +Gemeente woning geven aan een man, die de zaken van een andere +Gemeente in de war gestuurd heeft? Er is veel kans op, dat hij precies +doet als de legers, die na één land opgegeten te hebben naar een ander +trekken om dat te gaan verwoesten. Als er eenige kracht is in de +Gemeente, waar hij toegang vraagt, laat dan de deur hem voor den neus +worden dichtgeworpen en misschien wordt hij verstandig, als hij zonder +Kerk rondzwerft.</p> + +<p>Mocht iemand zeggen, dat wij den muiteling onvriendelijk en +onchristelijk behandelen, dan wordt hij te ver gevoerd door een +overmaat van liefde en let hij niet op de feiten. Wie vriendelijk +handelt met een oproerling is wreed voor den dominee en de Gemeente. +Al staat hij geheel alleen, er is geen eind aan de ellende, die zulk +een man kan teweegbrengen. In ieder geval zal hij den predikant +ernstig schokken en <span class="pagenum"><a id="p_65">[65]</a></span>dat op wijzen en langs wegen, die de Gemeente +nauwelijks kan bevroeden. Geen predikant, die dien naam waard is, +schrijft zijn preeken zonder eenig verband met zijn Gemeente, alsof +hij op een andere planeet leefde en alleen maar rekening hield met +afgetrokken denkbeelden. Wanneer hij aan zijn schrijftafel zit, dan +staat hij als op den preekstoel en de Gemeente zit voor hem; hij +spreekt tot de menschen en zij antwoorden; hij ziet het eene hoofd +opgeheven en het andere ter neder gebogen; den een ziet hij ter neder +geslagen en een ander opgebeurd, tot dat zijn studieboeken verdwijnen +en de kamer vervuld is van menschelijk gevoel. In deze atmosfeer maakt +de dominee zijn beste werk en vervult hij het meest zijn roeping. +Veronderstel nu, dat aan het hoofd van een bank—en daar is hij +altijd, de muiteling, op een goed uitkomende plaats—zulk een +oproerling zit, strijdzuchtig, onbeschaamd en wantrouwend: zal hij +niet zijn invloed op de preek uitoefenen?</p> + +<p>Ongetwijfeld zijn er menschen, die zooveel <span class="pagenum"><a id="p_66">[66]</a></span>verstandelijke +zelfbeheersching bezitten en zoo totaal onverschillig zijn voor +omstandigheden, dat zij kunnen nalaten op hem te letten en zijn +bestaan vergeten. Dit zijn mannen van den hoogsten rang en men kan +niet verwachten, dat zij talrijk zijn onder de predikanten noch in +eenigen anderen stand. Voor hen bestaan er geen regels en ook geen +hinderpaal; zij zijn onverstoorbaar en onweerstaanbaar. Op gewone +menschen oefent de oproerling een verbitterenden en ontstemmenden +invloed uit, zoodat een prediker, bewust of onbewust, altijd rekening +met hem houdt en de volgorde van de punten der preek wordt tot op +zekere hoogte geregeld door het bestaan van dien man. Als de dominee +een vriendelijk en vreesachtig man is, dan kan het gebeuren, dat hij +al te zorgvuldig is en dingen verzwijgt, die hij behoorde te zeggen +uit vrees van te beleedigen. In plaats dat de preek recht op haar doel +afgaat en haar bestemming bereikt met zoo weinig mogelijk verlies van +tijd en ruimte, wordt zij vreesachtig en nederig van stijl. De +prediker <span class="pagenum"><a id="p_67">[67]</a></span>maakt allerlei noodelooze omschrijvingen om toch maar niet +gegrepen te worden door zijn vitter of hij maakt voortdurend allerlei +voorbehoud uit vrees aanstoot te geven aan dezen machtigen man. De +menschen zullen een vaag gevoel krijgen van zwakte, maar zij kunnen de +oorzaak ervan niet gissen.</p> + +<p>Veronderstel, daarentegen, dat de predikant een sterk en beslist man +is, maar niet behoort tot de geestelijk zeer hoogstaanden van ruimer +opvatting, dan beroert de oproerling hem op eene andere wijze. Zoodra +de predikant begint te spreken, zet hij zich ertoe dezen man onder +handen te nemen en hem tot bezinning te brengen. Diens karakter en +daden worden omschreven, veroordeeld; de prediker bespot en bedreigt +hem. De oordeelen der Heilige Schrift worden hem naar het hoofd +geworpen; hare bevelen worden hem als een last op den rug gelegd; hij +wordt buiten gesloten van de uitnoodigingen van het Evangelie en hij +wordt voorgesteld als sprekend te gelijken op alle slechtaards uit de +<span class="pagenum"><a id="p_68">[68]</a></span>Bijbelsche Geschiedenis. Iemand, die de toespeling begrijpt, zal +meenen, dat deze man hard behandeld is; maar wie iets verder in het +geval doordringt, zal inzien, dat de dominee slachtoffer is. De +prediker is bitter en wraakzuchtig geworden; de preek heeft +bevalligheid en teederheid verloren; en ik weet niet, wat erger is: +een prediker zonder grootmoedigheid of een preek zonder adel. Neem +dien man weg van zijn plaats in de kerk en de dominee zal er zich toe +zetten om vromen en zondaars toe te spreken in de liefde Gods.</p> + +<p>De oproerling doet zich ook kennen door het belemmeren van de +werkzaamheid der Kerk, zoowel in arbeid als in liefdegaven.</p> + +<p>Mocht hij bijvoorbeeld een plaats bekleeden in de Zondagsschool, dan +zal hij twist maken niet het hoofd ervan en met elk der andere +onderwijzers om beurten, totdat hij heel alleen staat voor de school +en dan begint hij te jammeren over het gemis van Christelijke +offervaardigheid. Als hij wordt aangesteld tot penningmeester van een +fonds, in de gedachte, dat hij daardoor iets <span class="pagenum"><a id="p_69">[69]</a></span>te doen zal hebben, dan +zal om zijn persoon niemand meer iets willen geven eraan; en als hij +geen penningmeester is, zal hij overal gaan vertellen, dat het fonds +meer kwaad doet dan goed en dat zij, die het goed meenen met de Kerk, +niet eraan moeten bijdragen.</p> + +<p>Boven en behalve al deze onheilen, die hij te weeg brengt, vergiftigt +hij het kerkelijk leven zoodanig, dat het in plaats van tot zegen en +eendracht te voeren, slechts bitterheid en krakeel kweekt. Als er een +twist is in de Kerk, dan zal deze man hem opblazen tot een ruzie; en +als het mogelijk is twee menschen tegen elkaar op te zetten, zal hij +het zeker doen. Als er een eerlijk meeningsverschil is, draagt hij +zorg, dat een veete ontstaat en als er een nieuw voorstel te berde +gebracht wordt, dan verbittert hij de bespreking ervan.</p> + +<p>Wellicht is de beste handelwijze tegenover zoo'n man hem niet uit te +schelden of tegen hem te razen, maar hem alleen te laten staan. Even +als de natuur soms een ettergezwel vormt en het met de een of andere +stof zoodanig <span class="pagenum"><a id="p_70">[70]</a></span>omgeeft, dat het afgescheiden wordt van het lichaam, +zoo moet die man ingesloten worden in een plaats voor hem alleen.</p> + +<p>Mocht hij een aanmerking maken op kerkelijke zaken, laat dan een ander +antwoorden met een opmerking over het weer; als hij begint te vitten +op een preek, laat dan iemand hem beklagen over zijn slechte +spijsvertering. Als hij opstaat om te spreken in een kerkvergadering, +laat de stilte dan voelbaar zijn en laat de voorzitter dadelijk, als +hij uitgesproken heeft, tot het volgende punt van bespreking overgaan, +alsof er niets gezegd was. Als men er niet buiten kan hem toe te +spreken, dan is de beste manier hem te behandelen als een +onmogelijkheid en hem te omringen met een net van belachelijkheid, +want daardoor geeft men veel onschuldig vermaak aan andere menschen en +men treft hem in zijn eenige zwakke punt. Zoo verlaten of uitgelachen, +zal hij naar een andere Kerk gaan en dan—dan zinge de verloste +Gemeente een <span xml:lang="la">Te Deum</span>!</p> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_71">[71]</a></span></p> + +<h2><a id="V"></a>V.</h2> + +<h3>BEJAARDE PREDIKANTEN.</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Te een of ander tijd, en misschien heel plotseling, komt een Gemeente +tot inzicht van het feit, dat een zekere wederwaardigheid den dominee +heeft getroffen, die zijn kracht van dag tot dag sloopt en misschien +zijn leven zoowel als dat van de Gemeente met den ondergang bedreigt. +Het heeft niets te maken met zijn karakter, want hij is werkelijk een +veel heiliger man en misschien ook een veel wijzer man dan hij vóór +twintig jaren was en stellig begaat hij minder vergissingen in woord +en daad dan in de dagen zijner jeugd. Ook staat het niet in verband +met zijn herderlijken arbeid—want <span class="pagenum"><a id="p_72">[72]</a></span>hij is meer dan ooit de raadgever +en vriend der menschen, die tot hen spreekt met rijker levenservaring +en grooter liefde. Het zou ook niet geheel juist zijn te zeggen, dat +zijn preeken aanstoot geven, want die zijn waarschijnlijk even +degelijk en nuttig als vroeger. Inderdaad, hij zegt dezelfde dingen, +die hij placht te zeggen tot groote voldoening en op dezelfde wijze +als hij gewoon was ze te zeggen... lang geleden.</p> + +<p>Er hapert niets aan hem, tenzij dan dat hij niet meer zoo vlug loopt +als eertijds, dat hij wat langzamer spreekt en dat hij de vorige week +een sterker bril moest aanschaffen, dat hij niet altijd hoort, wat men +tot hem zegt, dat zijn haar van grijs tot wit overgaat, dat hij +vermoeid wordt bij het beklimmen van een heuvel. Er is met hem +gebeurd, wat er met alle andere menschen gebeurt: hij wordt oud.</p> + +<p>Zoodra de Gemeente dat feit merkt—en het kan soms jaren duren, eer +men het ziet—beginnen de bestuurders der Gemeente zich minder op hun +gemak te gevoelen. Ouderdom <span class="pagenum"><a id="p_73">[73]</a></span>heeft zijn voordeelen in de Bediening des +Woords, maar hij heeft ook zijn duidelijk merkbare nadeelen en wanneer +men de balans opmaakt, heeft de Gemeente misschien gelijk in de +meening, dat zij aan den verliezenden kant is en niet aan den +winnenden onder de Bediening van een oud man. Eén zaak is zeker—en +dat is een zeer ernstige zaak—een dominee wordt op een zekeren +leeftijd bijna ontoegankelijk voor nieuwe denkbeelden. Natuurlijk +verschilt die leeftijd voor onderscheiden mannen en het is gevaarlijk +ook maar een gissing te wagen, daar de lezer altijd wel de een of +andere uitzondering zal weten. Er zijn menschen, die na hun dertigste +jaar geen <ins class="corr" id="corr09" title="Bron: nieuwen">nieuwe</ins> gedachten toelaten tot hen door te +dringen—mannen van hopelooze stompzinnigheid, die al hun levensdagen +een nachtmerrie voor hun Gemeente zijn; en er zijn mannen, wier geest +op hun tachtigste jaar nog open staat voor de nieuwste ideeën—mannen +van buitengemeene verstandelijke frischheid en levendigheid.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_74">[74]</a></span></p> + +<p>Voor den middelmatigen mensch komt er een tijd, dat zijn geest vast +wordt en dat zijn meeningen totaal onveranderlijk blijven. Wellicht +neemt hij geen aanstoot aan de ontdekkingen der jongeren; maar zich +ermee vereenzelvigen doet hij zeker niet. Hij zal zich misschien niet +verzetten tegen nieuwe wijzen van optreden maar ze aannemen zal hij +stellig niet. Zijn prediking kan juist zoo goed zijn als zij vroeger +was, omdat zij dezelfde is, zonder eenige toevoeging of nieuwe +gedachte; maar zij kan wellicht verkeerd zijn, vergelijkenderwijs +sprekend, omdat er eigenlijk nieuwe stof in wezen moest en dat zij ook +meer verband moest houden met den tijd, waarin wij leven.</p> + +<p>De middelbare leeftijd is geneigd eenig wantrouwen te koesteren tegen +het opkomend geslacht en een zekere jaloerschheid te gevoelen van zijn +standpunt, zoodat de man van middelbaren leeftijd soms vervalt tot +vitlust en kwaaddenkendheid. Hij wordt langzamerhand een rem aan het +rijtuig en hoewel de rem een <span class="pagenum"><a id="p_75">[75]</a></span>nuttig ding is in zekere omstandigheden, +is zij toch niet geschikt om in de plaats van paarden gebruikt te +worden.</p> + +<p>Wanneer een predikant geplaatst is in een stad, dan is het een +ernstige vraag of hij, na de zestig eenigen tijd achter den rug te +hebben, nog wel in staat is zijn werk naar behooren te verrichten. De +menigte bijkomende werkzaamheden in een stedelijke parochie, het +drukke leven, de groote inspanning van den geest en de zware +verantwoordelijkheid eischen een man in den bloei des levens, met een +vlug begrip en een sterk lichaam. Zooals de toestand nu is, zou het +heel goed zijn, indien mannen na twintig jaren dienst in een stad zich +terugtrokken en een rustiger arbeidsveld zochten in een landelijke +Gemeente. Zij zouden, als het ware, geplaatst kunnen worden op de +lijst der half gepensionneerden.</p> + +<p>Daarenboven is het niet te ontkennen, dat de man van middelbaren +leeftijd door geheel en al afscheid te nemen voor zich zelf van de +jeugd, ook in veel opzichten ophoudt in verbinding te <span class="pagenum"><a id="p_76">[76]</a></span>staan met jonge +menschen. Zij mogen eerbied voor hem gevoelen en hij moge belang in +hen stellen, zij hebben niet meer een gemeenschappelijke wijze van +zich uit te drukken en koesteren verschillende sympathieën.</p> + +<p>Zij zijn geneigd hem te beschouwen als een „stoffel” (en als man van +middelbaren leeftijd, meen ik, dat wij inderdaad wat onnoozel worden), +terwijl hij hen allicht wat „wuft” vindt. Er zijn weinig menschen, die +de gaping tusschen twee geslachten kunnen overbruggen en even goed +kunnen omgaan met de jongen als met de ouden en de moeielijkheid wordt +eer grooter dan kleiner. En dit alles is het nadeelig gevolg van het +oud worden of zelfs maar het overschrijden van den middelbaren +leeftijd.</p> + +<p>Wat moet er dan gedaan worden met dien ongelukkigen man? De +moeielijkheid wordt zoo klemmend gevoeld, dat een voornaam godgeleerde +van onzen tijd—die nu overleden is—voorstelde, dat een dominee, +zoodra hij den bloeitijd des levens was gepasseerd, ergens zou heen +<span class="pagenum"><a id="p_77">[77]</a></span>gebracht (ik vermoed naar de een of andere overdekte plaats) en daar +doodgeschoten worden. Zijn meening was, dat rustende geestelijken op +dezelfde wijze zouden behandeld worden als versleten paarden. Het is +altijd gevaarlijk geweest ironisch te spreken in Engeland sedert den +tijd van <span xml:lang="en">Swift</span>, want ofschoon het Engelsche volk elke andere deugd van +de wereld bezit, het heeft zeker geen vlug begrip voor humor en ik ben +er niet zeker van, dat er niet menschen waren, die geloofden, dat dit +barbaarsche voorstel ernstig gemeend was. Voorzeker sprak hij in den +geest van eenige ondankbare armzalige Gemeenten, voor wie het een +heele opluchting zou wezen van een ouden dienaar af te komen op de +snelste en goedkoopste manier. Misschien zou het ook een +vriendendienst zijn aan den dominee, wanneer deze bemerkt dat hij een +sta-in-den-weg wordt voor hen, die hij liefheeft en die hem eens +liefhadden, wanneer men hem op de een of andere manier den genadeslag +gaf; maar daar zijn wetten, die deze krachtige methode <span class="pagenum"><a id="p_78">[78]</a></span>van wegzending +verhinderen en men moet het denkbeeld van een slachtplaats voor +geestelijken opgeven.</p> + +<p>Men heeft dan vier manieren van handelen met dezen ongelukkigen man, +die, indien hij eenig gevoel van gepastheid had gehad, fatsoenlijk zou +gestorven zijn na een kortstondige en hartroerende ziekte in den +leeftijd van zestig jaar en de eerste manier is, dat de Gemeente niets +doet en hem zijn leven laat eindigen op den preekstoel. Naar alle +waarschijnlijkheid placht hij, ongeveer dertig zijnde, te zeggen, dat +hij nimmer dominee zou blijven na het geel worden zijner bladeren; dat +hij er zich over verwonderde, hoe oude menschen niet konden zien, dat +hun tijd voorbij was en dat zij beter zouden doen kool te gaan planten +in een dorpstuintje. Toen hij deze brave dingen zei, stond hij aan den +anderen kant van de heg, en nu, nu hij tweemaal zoo oud is, heeft hij +een heel anderen kijk op de dingen. Hij verklaart, dat hij zich nooit +in zijn leven jonger gevoeld heeft dan <span class="pagenum"><a id="p_79">[79]</a></span>thans en nooit geschikter om +te preeken. Bij gelegenheid wordt hij heldhaftig en verklaart, dat, +zoolang hij de preekstoeltrappen kan opklauteren, hij zal voortgaan en +dat hij zal sterven in het harnas.</p> + +<p>Dwaze menschen (meestal oude dames) zullen hem wijsmaken, dat hij +nooit zoo gepreekt heeft als den vorigen Zondag en hij zal het oor +leenen aan dezen kleinen kring van bewonderaars en weigeren raad aan +te nemen van verstandige menschen, die zijn welzijn op het oog hebben +en die het plan opperen, dat hij vrijwillig een ambt zal nederleggen, +dat hij zoo eervol vervuld heeft. Zoo zal het er toe komen, dat Kerk +en stad een van de droevigste treurspelen zullen aanschouwen: een man +bezig de Gemeente te verstrooien, die hij eens vergaderd heeft en zijn +goeden naam weg te werpen, dien hij eens won.</p> + +<p>Of de Gemeente kan misschien zich verstouten en er op staan dat de +waardige oude heer een medewerker, een collega neemt. „Wij zouden +<span class="pagenum"><a id="p_80">[80]</a></span>niet gaarne uwe diensten missen,” zoo spreekt de een of andere sluwe +diplomaat, die weet, dat de dominee, om niet te spreken van diens +vrouw, hem voortdurend met wantrouwende blikken gadeslaat. „Wij +wenschen alleen u te ontlasten van het zwaarste gedeelte van uwen +arbeid. Zou het niet goed wezen, dat wij een sterken, jongen man +aanstelden, die de catechisaties op zich nam en al het bijkomstige +werk en die één keer per dag zou preeken om u vermoeienis te besparen +en u gelegenheid te geven van tijd tot tijd eens vacantie te nemen? +Gij zijt wel goed geweest, dat ge geen hulp voor de prediking gevraagd +hebt, maar de Gemeente voelt, dat het niet meer dan plicht is u +blijvende hulp te geven. Daarenboven,” en nu verzwakt de afgezant en +voelt, dat de domineesvrouw hem met verachting aanziet als een ontdekt +bedrieger en een verbazend leugenaar, „het zou zoo goed zijn voor een +jong man het voordeel te hebben uw prediking te hooren en uw +raadgevingen in te winnen.”</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_81">[81]</a></span></p> + +<p>Zeer waarschijnlijk zal de oude heer, na een samenspreking met zijn +vrouw en haar vriendinnen, weigeren iets te maken te hebben met een +collega; hij zal verklaren, dat hij een dergelijken maatregel zal +voorstellen, zoodra hij dien werkelijk noodig acht, en erbij voegen, +dat er niets akeliger is voor een jongen man dan zijn tijd door te +brengen met niets te doen. Misschien zal hij nog erbij zeggen, en met +diep leedwezen zeggen, dat eenige invloedrijke lidmaten van de +Gemeente hem verzekerd hebben, dat de inmenging van een collega al het +werk zou vernietigen, dat hij heeft opgebouwd en oorzaak van scheuring +zou wezen.</p> + +<p>Mocht echter de dominee er in toestemmen een collega te hebben, dan +zullen de gevolgen in negen van de tien gevallen bedroevend zijn. Een +van beiden, of de oude man zal zoo heerschen over zijn jongeren +broeder, dat de laatste geen kans zal hebben zelfstandigheid te +ontwikkelen en ooit tot volmaking te komen, of de jonge man zal zich +tegen den ouden inzetten en gesteund door <span class="pagenum"><a id="p_82">[82]</a></span>de jongere lidmaten den +ouden dominee uit de Kerk drijven. Het was inderdaad een onverstandige +en onnatuurlijke positie, dat twee mannen gelijke macht zouden +bezitten en dat wordt er te erger op, naarmate beiden meer afhankelijk +zijn van de openbare meening. Heeft men er ooit van gehoord, dat er +twee kapiteins op hetzelfde schip waren, twee opperbevelhebbers van +één leger of zelfs twee machinisten bij één machine? En toch komt het +voor, dat verstandige menschen voorstellen, niet dat een dominee een +hulpprediker zal nemen, maar een collega om met hem gelijk te staan in +macht en verantwoordelijkheid.</p> + +<p>Natuurlijk kan een Gemeente het den man, die haar gediend heeft +gedurende de beste jaren van zijn leven, zoo zuur maken, dat hij geen +keus heeft en blij is te kunnen heengaan, zelfs al staan eenzaamheid +en armoede voor de deur. Wanneer een Gemeente dien weg inslaat om den +band te verbreken, dan begint men te wanhopen aan het Christendom. De +laaghartigste <span class="pagenum"><a id="p_83">[83]</a></span>koopman, die op een cent dood blijft, zou een ouden +kantoorklerk niet zoo behandelen als Christenen soms een armen en +versleten dominee bejegenen. Zij hebben zijn jeugd en zijn mannelijke +krachten verbruikt en al zijn geestdrift en zijn vuur; zij hebben den +bloesem van zijn geest en den oogst zijner ziel genoten. Voor hen +leefde en dacht hij; voor hen putte hij zich uit in zijn krachtige +dagen elken Zondag en is hij voortgegaan zijn laatste krachten te +verslijten. Al wat er uit hem te halen was, hebben zij genoten en nu, +na een paar jaar hem te hebben gadegeslagen, zijn ze tot het besluit +gekomen, dat zijn beste tijd voorbij is en zij doen hem een misleidend +aanbod en verzoeken hem heen te gaan. Dan gaan zij, met de pet in de +hand, naar den een of anderen bekenden jongen dominee en smeeken om +zijn gunst, verklarende dat hunne harten naar hem zijn uitgegaan en +dat zij gelooven, dat het overeenkomstig Gods wil is, dat hij hun +dominee zij. En hij, op zijn beurt, komt en spoedig hoort men hem +zeggen, dat er <span class="pagenum"><a id="p_84">[84]</a></span>geen getrouwer menschen zijn. Laat hem maar een poosje +wachten.</p> + +<p>Zou het niet beter zijn, dat elk kerkgenootschap of elke Kerk een plan +voor emeritaat ontwierp op ruime schaal met twee voorwaarden? De +eerste voorwaarde behoorde te zijn, dat elke predikant, zeg op +vijf-en-zestigjarigen leeftijd zou uittreden uit den werkelijken +dienst en dat hij na dien tijd kon optreden als helper zijner +broederen of rustig leven, al naar hij verkoos. De tweede voorwaarde +moest zijn, dat hij een pensioen ontving van niet minder dan de helft +van zijn traktement, tot, laat ons zeggen, een bedrag van drieduizend +zeshonderd gulden (£ 300). Mocht iemand beweren, dat zulk een +wet willekeurig is, dan antwoord ik daarop, dat zeker elke predikant +liever nog door een wet dan door geweld gedwongen zou worden tot +aftreden en dat hij in goed gezelschap zou zijn, want hij zou het lot +deelen van alle zee- en landofficieren en elken burgerlijken ambtenaar +en elken geëmployeerde aan <span class="pagenum"><a id="p_85">[85]</a></span>ieder groot lichaam in de gansche +beschaafde wereld.</p> + +<p>En de Kerk mag niet onderdoen voor den Staat. Zij moet staat maken op +de personen, die haar dienen, voor haar zichtbaar wèlslagen en haar +doel behoort te zijn, dat elke Gemeente een dominee heeft in de volle +kracht zijns geestes en zijns lichaams, en dat elke man, die zich +heeft afgesloofd in den dienst der Kerk, behoorlijk onderhouden wordt +voor zijn overige levensdagen.</p> + +<p>Er is, behalve onzedelijkheid en ongeloof, niets dat een grooter +beletsel is voor de geestkracht der Kerk dan naar verhouding een groot +aantal oude en zwakke dominees in werkelijken dienst. Want dit +beteekent verouderde godgeleerdheid, verwaarloozing van de jongere +leden, ontoegankelijkheid voor de nieuwere denkbeelden, en een +eindeloos gekibbel. Niets zou zekerder bijdragen tot vernieuwing van +de geestkracht der Kerk dan een bij een wet geregeld emeritaat op +voldoende voorwaarden voor elken predikant <span class="pagenum"><a id="p_86">[86]</a></span>boven de vijfenzestig +jaar. Want dit zou beteekenen niet alleen een reserve van geschikte +mannen, waarop de Kerk kon rekenen in geval van nood, maar een +onophoudelijken toestroom frissche gedachten.</p> + +<p>Tegenwoordig hebben de Gemeenten een grief tegen oude dominees, die +meenen, dat zij jong zijn en oude predikanten hebben een grief tegen +Gemeenten, die geen eerbied hebben voor den ouderdom en tusschen die +twee partijen komen vele onaangenaamheden en vredebreuken voor.</p> + +<p>Wanneer de Kerk even goed bestuurd wordt als een koopmanszaak van den +eersten rang, dan zal die bestaande vijandschap verdwijnen en niemand +zal in de Christelijke Kerk meer geëerd en geliefd worden dan de +getrouwe predikant, die haar gediend heeft in de volheid zijner kracht +en nu gedurende zijn welverdiende rust haar verrijkt met zijn +raadgevingen.</p> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_87">[87]</a></span></p> + +<h2><a id="VI"></a>VI.</h2> + +<h3>DE DOMINEE EN HET KERKORGEL.</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Lofgezangen maken een deel uit van de openbare godsdienstoefening bij +elke Christelijke Vereeniging—behalve bij de Kwakers, die ik soms +benijd—en ik wensch dadelijk te zeggen, dat ik niet voornemens ben te +preeken voor de afschaffing van het loflied. De vromen van het Oude +Testament hadden een muzikalen dienst, die voldoende was om het hart +van een ritualist met wanhoop te vervullen en men kan zich maar +flauwtjes voorstellen wat een zuur leven de priester had, wiens taak +het was het tempelorkest te verzorgen en die moest omgaan met de +bespelers van instrumenten. De heiligen van <span class="pagenum"><a id="p_88">[88]</a></span>het Nieuwe Testament +begonnen zonder een orkest, en schenen waarlijk gedurende eenigen tijd +bij de regeling hunner lofzangen de beginselen van het gezond verstand +toegepast te hebben, zingende zoo goed mogelijk met blijde lippen en +kloeke harten in donkere gevangenissen. Maar even als vele andere +beste menschen, wisten ze niet precies, wanneer zij gelukkig waren en +langzamerhand vonden zij zwaarmoedige liederen uit, die een bijzonder +zwak zijn geweest van alle Christenen van alle geslachten.</p> + +<p>Men is wel eens benieuwd ernaar, hoe de Kwakers er zoo vreedzaam +kunnen uitzien en waarom hun eeredienst zoo heerlijk is, en ik ben +eenigszins geneigd te gelooven, dat dit komt, omdat zij geen muziek +bij hun godsdienstoefeningen hebben. Hadden wij ze ook niet, dan—zou +ik willen zeggen—zou een vaak voorkomende oorzaak van twist zijn +weggenomen uit menige Gemeente en de dominee zou haast niet weten, wat +hij met zijn tijd moest uitvoeren. Toch wensch ik te gelijkertijd +duidelijk te verstaan <span class="pagenum"><a id="p_89">[89]</a></span>te geven, dat ik de muziek beschouw +als een noodzakelijk onderdeel van den eeredienst, dat organisten een +gedeelte van de kracht der Christelijke Kerk uitmaken en dat ieder, +die niet ten volle den leider en de leden van het koor waardeert, een +onwetende, slechtaardige Philistijn is.</p> + +<p>Indien er eenige twist in de Gemeente is door de muziek, en indien de +dominee ooit zich ergert, laat ik dan op den voorgrond zeggen, dat +alleen de Gemeente en de dominee te laken zijn. Maar er zijn toch +moeielijkheden en het kan goed zijn er over te spreken in een geest +van gepaste menschlievendheid. In de eerste plaats dan, is de organist +een kunstenaar en elke kunstenaar heeft een bijzonder fijngevoeligen +aard, die de gewone holderdebolder manieren van het dagelijksch leven +niet verdragen kan. Met een man, gevormd uit gewone klei, zoudt gij +spreken op praktische, recht op het doel afgaande, desnoods lompe +wijze; ge zoudt met hem redeneeren, hem berispen en hem terecht zetten +<span class="pagenum"><a id="p_90">[90]</a></span>als hij ongelijk had. Maar met een van kostbaar porselein moet +niemand op die wijze handelen of, de kunstenaar zal dadelijk gekwetst +worden en zijn ontslag nemen en zijn hartroerende geschiedenis overal +rondvertellen, want hij staat boven de kritiek en de openbare meening. +Het is onmogelijk hem iets te leeren; het is een beleediging te +veronderstellen, dat er verbetering mogelijk is; het is het best aan +te nemen, wat hij geeft en te erkennen, dat hij recht heeft te doen +zooals hem behaagt en het de plicht is van ieder ander te verklaren, +dat, hetgeen hij doet, bij elke gelegenheid, te liefelijk is om onder +woorden gebracht te worden en dat de uitwerking ervan bijna te sterk +is voor de vermoeide menschelijke natuur. Dit is de schatting, welke +de Gemeente behoort te betalen aan den meest geestelijke onder de +artisten, den organist.</p> + +<p>Men wordt werkelijk boos op den dominee, die beter behoorde te weten +en toch zijn eigen plaats vergeet, ten gevolge van gemis aan +waardeering der kunst en van een overschatting van <span class="pagenum"><a id="p_91">[91]</a></span>zijn eigen werk. +Hij is aanmatigend tegen den organist en wordt billijkerwijs gestraft. +De dominee behoort zich te herinneren—en de Gemeente mag hem wel eens +erop wijzen—dat zijn werk ondergeschikt is aan dat van den +kunstenaar, en dat het overige gedeelte van den dienst geen andere +bedoeling heeft dan een steun en een achtergrond aan de muziek te +geven. Wat de Gemeente wenscht te hooren is, niet zijn preek, ofschoon +ik nooit een organist zich tegen de preek heb hooren verzetten, tenzij +de prediker te veel tijd in beslag nam. Werkelijk heb ik reden om te +gelooven, dat vele organisten de preek beschouwen als een welkomen +rusttijd voor hun overspannen zenuwen. Wat de Gemeente werkelijk +begeert is een lofzang te hooren en het wèlslagen van den dag hangt af +van den goeden afloop daarvan. Wanneer een predikant dit feit goed ter +harte neemt en zorg draagt, dat de menschen, die opgevoerd zijn tot +een hemel, die niet door menschelijk geluid kan beschreven worden, +niet onbehoorlijk <span class="pagenum"><a id="p_92">[92]</a></span>gekweld worden doorzijn domme praatjes, dan is hij +ten minste aan één steen des aanstoots ontkomen.</p> + +<p>Het is eveneens zeer kwalijk te nemen, als een dominee zich wil +bemoeien met de keuze der liederen en altijd denkend aan zijn preek, +liederen wil uitzoeken in verband met den inhoud daarvan. Het is best +mogelijk, dat de door hem aangewezen liederen uitstekend passen bij +den tekst en zeer geliefd zijn bij het volk, maar alleen de organist +weet of de wijzen ervan in het liederenboek verheven of platte muziek +zijn. De wijsjes vallen zoo in den smaak van het publiek misschien, +dat ieder er naar haakt ze te zingen met zijn geheele hart en uit +volle borst, maar de organist verbleekt van schrik eenvoudig bij de +gedachte, dat een duizendtal menschen zich, om zoo te zeggen, te goed +zullen doen aan zijn lekkernij. Het is een voorrecht, en op zijn minst +genomen blijft het altijd nog de vraag of het wel een recht is, dat +zij in het geheel mogen zingen; maar als het toegestaan wordt, dan +moeten zij met beving en vreeze hun vreugde genieten.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_93">[93]</a></span></p> + +<p><ins class="corr" id="corr10" title="Alinea-break toegevoegd."></ins>Een van de voornaamste pogingen van een +degelijken beschaafden organist—er zijn uitzonderingen, dat herinner +ik mij nog dankbaar—is bekende zangwijzen uit te roeien en ze te +vervangen door arrangementen, die geschikt zijn om de Gemeente te +leeren zwijgen. Ik vernam eens een geval—en als ik zoo iets hoor, dan +weet ik niet meer, hoe het met mijn broederen geschapen staat—waarbij +een dominee in een gloeienden toorn ontstak tegen een organist, omdat +deze verheven persoon een wijs op zijn eigen handje had uitgevonden +voor „Rots der Eeuwen,” die de vergadering in diepe bewondering deed +wegzinken, als het ware in een schoonen droom. Niets verbittert meer +een muzikaal gestel dan te hooren, dat het volk, dat altijd bezield is +met een ongezonde begeerte om een vreugdevol geraas te maken, zich +meester maakt van een werkelijk schoone wijs en haar later totaal +ongenietbaar maakt voor fijne ooren. Niets is noodzakelijker dan den +lofzang der Gemeente te vrijwaren tegen deze verkeerdheden <span class="pagenum"><a id="p_94">[94]</a></span>en daarom +dadelijk op te houden met het gebruiken van al was het de edelste +wijze, als de menschen haar eindelijk gepakt hebben.</p> + +<p>Alleen onafgebroken waakzaamheid van de zijde van den organist kan de +muziek behoeden tegen den strooptocht der Gemeente, want de lieden +zijn zoo vol zotte eerzucht, dat zij zelfs er zich toe zullen zetten +om vreemde wijzen te leeren en in den loop van een maand het koor +zullen overstelpen met muziek, die men voornemens was buiten hun +bereik te houden; en de dwarsdrijverij van een predikant, die de +Gemeente helpt bij dien verraderlijken inval op een andermans +grondgebied verdient al de moeielijkheden, die hem daardoor te beurt +vallen.</p> + +<p>Er waren tijden—en sommigen onzer, die niet meer tot de jonge lieden +behooren, herinneren ze zich—dat geen enkel instrument werd gebruikt +bij den eeredienst en toen alle hulp van iets dergelijks, met +uitzondering van een stemvork, werd beschouwd als een terugkeer <span class="pagenum"><a id="p_95">[95]</a></span>tot +de beginselen van het Oude Testament. Maar dit waren tijden van +duisternis. Heden leven we echter in een meer verlichte eeuw. Een +Gemeente zal misschien tegenwoordig zoo weinig aan een dominee geven, +dat zijn vrouw nauwelijks weet, hoe ze aan fatsoenlijke kleeren voor +het huisgezin moet komen; zij zal wellicht niets, dat de moeite waard +is, bijdragen voor uitwendige zending of voor ziekenverzorging—er is +geen Gemeente, die eerbied voor zich zelf heeft en niet zal zorg +dragen een orgel te bezitten. Menschen, die hun hart verharden tegen +de meest nuttige liefdadigheid zullen bijdragen voor een orgelfonds en +wat niet door inschrijvingen verkregen kan worden, zal door een bazaar +met loterij opgebracht worden. Wanneer het orgel wordt bespeeld door +een erkend musicus, die van verre is gehaald, dan zal de Gemeente dien +man met ontzag aanzien als een bovennatuurlijk wezen en zij zal de +gebeurtenis beschouwen als van meer gewicht dan een herleving van den +godsdienst. Men zal ten zeerste verbaasd <span class="pagenum"><a id="p_96">[96]</a></span>staan over de kracht en de +verscheidenheid van het geluid, dat hij uit het instrument haalt en +als hij de Vox-Humana (register der menschelijke stem) gebruikt, dan +kunnen moeders van gezinnen niets meer doen dan elkander aankijken en +met het hoofd schudden, als hoorden zij geluiden uit de andere wereld. +Wanneer hij behendig den donder nabootst door het orgel in volle +kracht te zetten, dan zullen de hoofden der Gemeente zich zelf door +teekenen gelukwenschen, omdat iedereen nu kan zien, dat men volle waar +voor zijn geld heeft gekregen.</p> + +<p>Nadat de voordracht is afgeloopen, speelt de groote man nog wat voor +zijn eigen genoegen en wanneer gewone menschenkinderen tot hem kunnen +doordringen, dan vraagt een groep van eerbiedige ambtsdragers hem, wat +hij denkt van het orgel. Wellicht geeft hij dan op beschermende en +voorzichtige manier zijn goedkeuring te kennen, maar hij zorgt er voor +goed het getal registers aan te geven, die nog aangebracht moeten +worden en aan te wijzen, welke <span class="pagenum"><a id="p_97">[97]</a></span>verbeteringen nog volstrekt +noodzakelijk zijn. Inderdaad doet hij de gedachte oprijzen, dat zij +nog maar een begin van een orgel hebben en dat de voltooiing ervan +vele jaren zal duren en een eindelooze gelegenheid zal aanbieden tot +het uitgeven van geld. Misschien zal hij zoo goed zijn te zeggen, dat +een duizend gulden drie, vier, besteed voor een of twee verbeteringen, +die hij in de gauwte in schets brengt, het instrument vrij bruikbaar +zullen maken voor een gewoon organist; maar hij zal hen verlaten onder +den indruk, dat de Gemeente minstens tien jaar lang al haar geldelijke +hulpbronnen zal dienen uit te putten om het geschikt te maken voor een +meester, zooals hij.</p> + +<p>Indien de Gemeente een weinig in de hoogte gestoken is door het bezit +van een orgel, dan zal niets zoo zeer de ijdelheid en de +zelfmisleiding kastijden dan het bezoek van een musicus, die een +examen heeft afgelegd en verscheidene letters achter zijn naam heeft; +en indien iemand zijn raad verdacht maakt als die van een al te +<span class="pagenum"><a id="p_98">[98]</a></span>vitlustig speler en veronderstelt dat er nu verder geen twist over +dat orgel zal wezen, dan is zeker zijn onnoozelheid aandoenlijk en een +bewijs, dat hij nooit iets te maken heeft gehad met muziekinstrumenten +op plaatsen van openbaren eeredienst.</p> + +<p>Welke beproevingen de Gemeente te voren moge gehad hebben door tocht +in het gebouw of kwesties over verwarming of geldelijke moeielijkheden +of rustverstoring door oproerlingen, al deze zaken zijn minder dan +niets in vergelijking van de buitensporigheden en eischen in verband +met haar nieuwe orgel. Als de lucht erin gebracht wordt door werken +met de hand, dan blijkt het zoo groot, dat twee blazers noodig zijn en +daarom wordt er voorgesteld een hydraulische machine aan te schaffen. +Deze machine werkt gewoonlijk twee van de vier Zondagen niet, omdat er +geen druk genoeg te krijgen is en dan moeten eenige leden der Gemeente +de blaasbalgen bewerken—als men ten minste zoo wijs is geweest die te +laten zitten voor <span class="pagenum"><a id="p_99">[99]</a></span>voorkomende gelegenheden en vóórdat zij klaar zijn +met hun werk hebben de diakens, wel forsch gebouwd maar niet gewoon +aan handenarbeid, een heel nieuwe gedachte omtrent dat orgel gekregen +en bepalen zij zich voortaan bij hun plichtplegingen tot de +Hebreeuwsche taal.</p> + +<p>Langzamerhand zal iemand de meening trachten ingang te doen vinden, +dat het orgel behoort bespeeld te worden met electriciteit en de +Gemeente, maar vooral de dominee en zij, die bevel voeren in de +afdeeling muziek, komen nu te weten, wat eigenlijk wederwaardigheid +beteekent. De verandering zal, naar gezegd wordt, zes weken duren en +betrekkelijk weinig te beduiden hebben. Inderdaad is er een jaar mee +gemoeid, met nog eenige maanden als toevoegsel, en gedurende dien tijd +heeft de Gemeente de gelegenheid de verschillende samenstellende +deelen van haar orgel te bezichtigen in de zaal en in de lokalen voor +bijbellezing en de doorgangen en in de nevengebouwen, waar het ligt in +geheimzinnige stukjes en brokjes.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_100">[100]</a></span></p> + +<p>In dien tusschentijd zullen de leden der Gemeente vergeten hebben, +dat het onmogelijk is voor welopgevoede lieden God te loven zonder +instrumentale muziek en in loutere onnadenkendheid zullen zij +hartelijker zingen dan zij in de laatste tien jaar gedaan hebben. Daar +er geen orgel is, moeten bekende wijzen worden opgegeven en de +menschen zullen verlof hebben God te vereeren uit volle borst. Wanneer +onwetende vreemdelingen in de kerk komen, die zich niet herinneren dat +er een orgel is, dan zeggen zij, dat zij nooit in hun leven beter +hebben hooren zingen en het koor zal zich beleedigd gevoelen door de +complimenten over de manier, waarop het de vergadering leidt, daar er +immers geen deftig koor is—een paar uitgezonderd—dat het niet als +een onbeschaamdheid beschouwt, wanneer de Gemeente het durft volgen en +dat er niet op staat alleen zijns weegs te gaan.</p> + +<p>Als het orgel eindelijk weer in elkaar zit en de dag aanbreekt, dat er +weer op gespeeld <span class="pagenum"><a id="p_101">[101]</a></span>kan worden, beweert de Gemeente verrukt te zijn; +maar zij heeft toch een boosaardig gevoel, dat de dagen harer vrijheid +voorbij zijn. Het was voor de leden der Kerk misschien nog mogelijk, +te trachten uit de verte een orgel te volgen, door water gedreven, en +gesteund door een daaraan geëvenredigd koor; maar zij zullen niet de +stoutheid hebben zich te bemoeien met een orgel, dat electrisch in +beweging gebracht wordt en dat bijgestaan wordt door een nog +verhevener koor. Indien de Gemeente echter al gewillig is uit een +gevoel van beleefdheid te zwijgen, dan wordt het electrische orgel +niet door zulke teere beweegredenen beheerscht, want de +buitensporigheden ervan zijn eindeloos. Als het vrijwillig er in +toestemt vooruit te spelen, dan zal het eindigen in een lang, +welluidend gejank, waarvoor niemand den organist aansprakelijk kan +stellen, en het zal een even welluidend getoet doen hooren onder het +gebed, welke geluiden misschien bedoeld zijn als antwoorden, maar niet +als zoodanig zijn gearrangeerd; <span class="pagenum"><a id="p_102">[102]</a></span>en dan midden in een <span xml:lang="la">Te Deum</span> zal het, +ten gevolge van den eenen of anderen bijzonderen aanleg tot het +stichten van verwarring, heil zoeken in een hardnekkig zwijgen. +Gedurende de eerste zes maanden na de opening zal het onder dokters +handen blijven en gedurende het daaraanvolgende jaar zal het min of +meer behept blijven met de gewoonten van een vroolijke en wispelturige +jeugd en de Gemeente zal heen en weer slingeren tusschen twee +meeningen, een geheime tevredenheid, wanneer het orgel niet speelt, +zoodat er een kans is op vrijheid bij het zingen en een sterke +begeerte om het op een kar te laden en het in de eerste de beste +rivier te doen werpen.</p> + +<p>Wat het orgel, bij bouw en vernieuwing en vergrooting en stemming, elk +jaar kost aan rente van kapitaal en aan loopende uitgaven, zou +voldoende zijn om een zendeling te onderhouden in eenig vreemd land of +om een dominee te steunen in een arme stadswijk; en wat het den +organist, die zoo ongeveer van alles de schuld krijgt, kost <span class="pagenum"><a id="p_103">[103]</a></span>aan +bezorgdheid, terwijl de goede man gewoonlijk een uur vóór den dienst +in zijn hemdsmouwen aan het tobben is in zijn schuilhoek en wat het +der Gemeente kost aan voortdurende verbittering, zou, indien het in +gelds waarde kon worden uitgedrukt en vermenigvuldigd met het aantal +der Kerken, die dan van een orgel verlost zouden zijn, voldoende zijn +om de schulden te delgen van de geheele uitwendige zending van de +Angelsaksische wereld.</p> + +<p>Mijn eigen ondervinding van een koor en ook van een organist is een +zeer aangename en een van de bijzondere zegeningen, die ik niet +waardig ben; maar ik beweeg mij in de wereld en ik hoor van tijd tot +tijd iets. Daar een koor, zooals men vermoedt, bestaat uit een zeker +aantal uitgelezen personen, mannen en vrouwen, die begaafd zijn met +muzikaal gehoor en prachtige stemmen en die liefde hebben voor de +meest teedere en geestelijke van alle kunsten—de meest beschaafde +lieden feitelijk in een Gemeente—is men geneigd aan te nemen, dat de +heele atmosfeer <span class="pagenum"><a id="p_104">[104]</a></span>van een koor vol liefde en vrede is. Toch worden soms +geruchten vernomen, alsof de twisten in sommige kerkkoren alleen in +hevigheid kunnen overtroffen worden door de vurigheid van een +vereeniging van Iersche patriotten en dat er niets zoo kleingeestig en +onbeteekenend kan zijn of het is in staat een koor in vlam te zetten. +Alles is aanleiding tot ergernis, zelfs een niets: de directeur van +het koor geeft iemand een plaats, die hem niet bevalt, laat hem of +haar een partij zingen, die haar of hem niet aanstaat, maakt een +aanmerking of geeft een pluimpje aan den verkeerden persoon, een +korist waagt een opmerking,—dit alles zijn even zoo veel bronnen van +ergernis voor den fijngevoeligen koorzanger. Hij begint te pruilen, +maakt onaangename opmerkingen, neemt ontslag of is oorzaak, dat eenige +anderen het doen en dan bij de een of andere groote gelegenheid nemen +al de koorleden ontslag en nemen een zoo gewichtige houding aan, dat +de gebeurtenis even belangrijk beschouwd wordt als een oorlog. In het +algemeen mag een <span class="pagenum"><a id="p_105">[105]</a></span>koor zoo'n standje wel, want het geeft een prikkel +aan een kunstenaarsgestel. Maar er zijn toch eenige menschen, die niet +ten volle deelen in die blijdschap. Een van dezen is de arme dominee, +die zich op een goeden Zondag in de moeielijkheid bevindt zijn eigen +voorzanger te zijn en die als middelaar moet dienst doen bij elk +twistgesprek; en de anderen zijn de lidmaten der Gemeente, die gevaar +loopen ook in vlam gezet te worden door de vonken van dezen muzikalen +brand en die nooit zeker ervan zijn of zij niet den een of anderen +Zondag verplicht zullen zijn zelf te zingen.</p> + +<p>Er zijn oogenblikken, maar misschien zijn het dwaze, dat een zeker +iemand met overdreven en beteekenisvollen spijt terugdenkt aan een +dorpskerk, waar een voorzanger het van ouds bekende en geëerde +schotsche wijsje „Martelaarschap” aanhief met een krachtigen toon en +waar een vergadering van mannen en vrouwen met heldere stemmen en +sterke longen die wijs volgde, terwijl geen enkele zweeg en het +geheele lied gezongen <span class="pagenum"><a id="p_106">[106]</a></span>werd vol vuur, met hier en daar een bas- en een +tenorstem, zelfs misschien een altstem er tusschen in om de muziek +voller te doen klinken. En er zijn andere tijden, dat diezelfde zeker +iemand, die toch eigenlijk beter moest weten, zeer ontroerd is in zijn +hart, wanneer hij bij een zendingsbidstond de menschen een van die +wijzen hoort zingen die misschien geen zeer goede muziek zijn en die +voornamelijk zich leenen tot luid gezang, maar terecht +opwekkingsliederen genoemd worden, omdat zij de ziel verkwikken en +uitdrukking geven aan de blijdschap dier ziel, die voor het eerst +ervaart, dat God haar lief heeft en tot haar redding Zijn eenigen en +veel geliefden Zoon heeft gegeven.</p> + +<p>Het is een goed ding, dat men hij den lofzang ter eere Gods de hulp +heeft van den goeden smaak en de muziek, ondergeschikt aan de rechten +der menschen, maar het beste is, dat de menschen zingen met lippen, +die God opent en uit harten, die verlost zijn op Golgotha.</p> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_107">[107]</a></span></p> + +<h2><a id="VII"></a>VII.</h2> + +<h3>EEN EIGEN BANK.</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Er zijn heel wat veranderingen gekomen in de inwendige inrichting van +de kerk sinds de tijden onzer vaderen, maar geen verandering is van +meer beteekenis dan die vrije plaatsen, die in verhouding van evenveel +gewicht is als de vermindering van de voorrechten in Engeland en de +afschaffing van staatkundige onbevoegdheid. Men herinnert zich de +goede dagen van ouds, die wij voor een groot gedeelte goed noemen, +omdat zij oud waren en nu omsluierd zijn door een nevel van eerbiedige +genegenheid. Men ziet de lange rijen van familiebanken, elk zorgvuldig +afgescheiden van alle andere en door <span class="pagenum"><a id="p_108">[108]</a></span>een deur, die van binnen +gesloten werd met een stevigen grendel of in geval dat de bezitter van +hoogeren stand was met een klein koperen boutje, afgescheiden van het +publiek in de gangen.</p> + +<p>Indien de huurder van de bank behoorde tot de hoogste kringen van het +district, dan bedekte hij haar met laken—rood of groen—, legde er +een kussen in van drie duim diep—, dat in zijn plooien het stof +verborg van vijfentwintig jaar—en een kastje voor Bijbels, goed +gesloten, waarin de boeken voor de godsdienstoefening beveiligd waren +tegen vreemde handen. Er waren ook bankjes van een zeer stevige +makelij, niet om er op te knielen—want niemand, die in zulk een bank +thuis hoorde, zou er ooit aan gedacht hebben zulk een ongepaste +houding aan te nemen—maar om er gemakkelijk de voeten op te zetten.</p> + +<p>En er was zelfs zoo iets als een plankje, waarop de elleboog +gemakkelijk kon leunen, opdat een arme zitter gelegenheid had zijn +hoofd <span class="pagenum"><a id="p_109">[109]</a></span>op te houden met zijn hand, terwijl hij naar de preek +luisterde.</p> + +<p>Het was een belangwekkend gezicht en men denkt er nog met genoegen +aan, hoe de plaatselijke waardigheidsbekleder des Zondagsmorgens de +kerk inkwam om bezit van zijn sterkte te nemen en deel te hebben aan +den eeredienst. De bankopsluiter, een slimme oude man, opgebracht in +een kerkatmosfeer en op wiens gezicht zelfs de meest duistere +leerstellingen te lezen stonden, die een ambtelijk gesprek had gevoerd +met de diakens en die vijftig leden van de smalle gemeente had laten +voorbij gaan zonder hun meer dan een nauw merkbaar knikje en een +opmerking over het weer waard te keuren—met heel onderdrukte stem +geuit—komt naar voren om de hoofden der synagoge te ontvangen en hen +naar hunne zetels te geleiden. Hij gaat hen voor met statigen tred +door de gangen, noch ter rechter- noch ter linkerzijde omziende, +gevolgd door de vrouw van <span xml:lang="en">Dives</span>, achter haar de kinderen, achter dezen +den vreemdeling, <span class="pagenum"><a id="p_110">[110]</a></span>die tijdelijk binnen hunne poorten gehuisvest was, +en, eindelijk heel achteraan, den zelf-voldanen en verheven <span xml:lang="en">Dives</span> +zelf.</p> + +<p>Bij aankomst aan de deur van de versterkte heerenplaats, kijkt de +bankopsluiter, terwijl hij behendig de deur opent met één hand en +ronddraait op één voet, den optocht achter de open deur in het +gezicht, terwijl deze nog halfweg de doorgang is. Hij maakt een lichte +buiging en kijkt recht voor zich uit, eerbiedig, maar toch niet +onbewust van de plaats, die hij inneemt onder de bestuurders der Kerk, +terwijl de leden van de familie een voor een binnenkomen en hunne +plaatsen innemen, totdat er eindelijk nauwelijks plaats overblijft +voor den grooten man zelf. Het is echter voldoende, als hij zich maar +juist kan neerzetten, want in dat geval is de invloed van een zwaar +lichaam zoodanig, dat de ruimte er door ingenomen, langzamerhand +grooter wordt, terwijl de lichtere lichamen in de bank als van zelf +inkrimpen onder den dienst, totdat <span xml:lang="en">Dives</span> eindelijk op zijn gemak zit.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_111">[111]</a></span></p> + +<p>Zeker, het had eenige moeite gekost om de deur te sluiten en onder +den dienst hoorde men haar vaak kraken en men kon niet helpen, dat men +hoopte—maar dat was, toen men nog jong was—dat door het een of +andere fortuintje de deur eens zou losschieten, en dat <span xml:lang="en">Dives</span>, die er +al te sterk op leunde, terneer zou komen in de doorgang.</p> + +<p>De bout echter, om niet te zeggen de scharnieren er bij, was stevig +gemaakt en de bankopsluiter zag wel, dat alles in orde is zoowel met +het oog op veiligheid als op waardigheid, en dan ging hij statig weer +terug naar de kerkdeur, niet onbewust ervan, dat hij zich loffelijk +had gekweten en dat hij tenminste eenigen indruk had gemaakt bij het +plechtstatig nederzetten van den rijken man en zijn familie in hun +bank.</p> + +<p><span xml:lang="en">Dives</span> ontsluit het bijbelkastje met een sleutel, die bevestigd is aan +zijn ring en deelt de boeken uit, alsof het een prijsuitdeeling was in +een school, terwijl de moeder van het gezin aan de jongste leden +zoodanig voorraad lekkers geeft als voldoende <span class="pagenum"><a id="p_112">[112]</a></span>zal zijn om uitgeputte +schepsels tegen de twee volgende uren te doen stand houden.</p> + +<p>Het geval kwam voor, dat <span xml:lang="en">Dives</span> ongehuwd was en niets anders had dan +zijn eigen hoogwaardigheid om zijn heerlijkheid te bezetten; maar de +plechtige binnenkomst geschiedde geheel op dezelfde wijze en hij zette +zich met waardigheid aan het einde der eenzame bank. En als gij zoudt +veronderstellen, dat de een of andere vreemde, die een plaats wilde +hebben, in <span xml:lang="en">Dives'</span> bank werd ondergebracht, dan zoudt gij toonen geen +verstand te hebben van de bescheidenheid van den bankopsluiter; en als +gij u verbeeldt, dat iemand, die zoo maar eens de kerk binnenliep, zou +probeeren om binnen te dringen in die majestueuze ledige plaats, dan +kan uw verbeelding sterk genoeg zijn, maar zij is nog niet bestand +tegen de uitdrukking op het gelaat van <span xml:lang="en">Dives</span>.</p> + +<p>Vreemdelingen kwamen in vroeger dagen niet in kerken, tenzij als +gasten van een der families, omdat ieder zijn eigen kerk had en daar +ging <span class="pagenum"><a id="p_113">[113]</a></span>hij heen door regen en in de brandende zon, wie er ook preekte +en wat er ook daar of elders te doen was. De menschen pochten er in +die dagen op, dat zij nooit rondzwierven en het had kunnen gebeuren, +dat een geheel onbekende vreemdeling den bankopsluiter had doen +wankelen, maar dan zou hij hem, daar hij steeds zich zelf gelijk +bleef, in elke gebeurlijkheid, naar zijn eigen bank gebracht hebben, +die, met het oog op omstandigheden, dicht bij den preekstoel was, +zoodat de zwerver niet behoefde inbreuk te maken op het eigendom van +een en ander en tevens onder behoorlijk toezicht gesteld werd.</p> + +<p>Wanneer de kerk vol was, dan zag men het haar aan, dat zij stevig en +eerbiedwaardig was; dan wekte zij ook de gedachte op aan waardigheid +en welvaart en het is billijk erbij te voegen, dat ook een geur van +gezinseenheid en huiselijken welstand u zeer aangenaam en troostend +aandeed in die gemeente van den ouden tijd.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_114">[114]</a></span></p> + +<p>Als een ouderwetsch man en iemand, die misschien al te zeer ingenomen +is met het verledene, met al zijn fouten, wenscht geschokt te worden, +dan heeft hij alleen maar een van de hedendaagsche kerken te bezoeken +van den nieuwsten trant, die gewoonlijk vrij en open heeten, alsof het +herbergen waren of stukken waardeloos land, waar een hoop vuilnis was +neergegooid. Het open zijn is zoo ver mogelijk uitgestrekt, want niet +alleen zijn er geen deuren aan de banken en geen kastjes voor de +Bijbels en geen rugbekleeding en geen kussens, waarin gij kunt weg +zinken,—misschien zijn er vloermatten en bidbankjes—en is er +nauwelijks eenige afscheiding tusschen de banken, maar wellicht zijn +er in het geheel geen banken, alleen stoelen, en gij steekt uw +psalmboekje in een rekje aan den rug van den stoel van uw voorman, die +gaat verzitten, als gij dat doet en gij knielt tegen dien stoel—als +er tenminste mogelijkheid is om te knielen—en dan geeft gij uw +voorman een duw, wat hij natuurlijk kwalijk neemt. <span class="pagenum"><a id="p_115">[115]</a></span>Het spreekt +vanzelf, dat er geen bankopsluiter is, omdat er geen banken behoeven +open gedaan te worden en meer dan dat, er is geen bijzondere plaats +voor u om te gaan zitten, om de eenvoudige reken, dat ge u kunt +nederzetten, waar ge wilt en elken keer ergens anders kunt neervallen, +indien ge dat wilt.</p> + +<p>Geen pelgrim of vreemdeling behoeft zich te schamen in een +hedendaagsche kerk, want alle menschen die er zijn, verkeeren in +dezelfde omstandigheden als hij; allen zijn vreemdelingen, daar zij +geen recht hebben op een duim breed gronds, en allen zijn pelgrims, +daar zij geen tweemaal op dezelfde plaats behoeven te zitten. Niemand +kan zich beklagen over de zelfzucht van anderen, want alle dingen zijn +gemeenschappelijk bezit.</p> + +<p>Wanneer <ins class="corr" id="corr11" title="Bron: Eives" xml:lang="en">Dives</ins>, opgesloten achter zijn deur, deed denken +aan uitsluiting, dan kan tot zijn verdediging worden aangevoerd, dat +het de uitsluiting was, die huiselijkheid beteekent, en in die bank +was een kleine gemeenschap—die het <span class="pagenum"><a id="p_116">[116]</a></span>huisgezin is. En als er iets +gezegd kan worden voor algemeene vrijheid en openheid op grond van de +Christelijke broederschap en menschelijke gelijkheid, dan klampt men +zich toch nog vast aan het geloof, dat men recht erop heeft onder zijn +»eigen” te zijn—dat is te zeggen, met zijn vrouw en zijn +eigen kinderen—in het huis van God, en dat men het best God zal +vereeren, wanneer men in eenigszins afgesloten kring is.</p> + +<p>Misschien zal een bezoeker zich vrijer gevoelen in een vrije en open +kerk, maar daar staat tegenover, dat het huisgezin in stukken gebroken +wordt aan de deur en geen gemengde menigte kan ooit een zoo sterke +Gemeente vormen of een, die een zoo geweldigen indruk maakt op het +gezicht als de lange rij van banken, laat ons in dit geval zeggen, +zonder deuren en stoffeering, maar waar toch in elk een huisgezin zit, +met de moeder aan het hoofd van de bank, den vader aan het achtereind +en de jongelingen en jonge dochters tusschen die beiden in. Want <span class="pagenum"><a id="p_117">[117]</a></span>de +familie bestond eer dan de Kerk en als de Kerk iets anders zal zijn +dan een priesterlijk eigendom of een zaal voor voordrachten, dan +behoort zij te berusten op het huisgezin.</p> + +<p>De bank is een getuigenis voor de familie en behoort gehandhaafd te +blijven, zonder de deuren, en het komt er volstrekt niet op aan of +iemand honderd gulden per jaar huur betaalt voor zijn bank of drie +gulden. De machthebbenden in de Kerk moeten er voor zorgen, dat ieder +gezinshoofd zijn eigen bank heeft, met voldoende ruimte erin voor hem +zelf, zijne vrouw en de kinderen, die God hun gegeven heeft. Er is +geen enkele reden te bedenken, waarom de rijke niet een flinke som zou +betalen voor zijn tehuis in het kerkgebouw. En velen onzer hebben +nooit kunnen begrijpen, waarom niet een handwerksman ook iets zou +geven voor zijn kerkelijk tehuis. Behoort een Christen niet te doen +wat goed is om zijn Kerk te steunen? Ieder man, die zich zelf acht, +wenscht te betalen voor zijn huis, hetzij het groot of klein is, en +iemands eer is <span class="pagenum"><a id="p_118">[118]</a></span>er mee gemoeid te wonen in een armhuis, waar hij geen +huur betaalt en afhankelijk is van het publiek. Het is volstrekt niet +noodig, dat dit gevoel voor een eigen tehuis en persoonlijke +onafhankelijkheid verloochend wordt in het Huis Gods, maar het schijnt +eer wenschelijk, dat de man, die werkt en genoeg verdient om een huis +te onderhouden waar hij en zijn kinderen zes dagen van de week in een +zekere weelde en zelfachting samenleven, ook zijn deel draagt in de +onderhouding van het Huis, waar zij God vereeren op den zevenden dag. +Het is een armzalig schepsel, die wil dulden, dat een rijke man zijn +huishuur betaalt voor de zes dagen, en ik ben nooit in staat geweest +eenig onderscheid te zien tusschen het zijn van bedelaar op Zondag of +een bedelaar te wezen op Maandag.</p> + +<p>Ik zou er echter willen bijvoegen, en met nadruk, dat het bezit van +een bank in den zin, waarin iemand zijn huis bezit, een maatstaf is +voor karakter en een gelegenheid tot gastvrijheid. Daar is een soort +van menschen, wie het <span class="pagenum"><a id="p_119">[119]</a></span>niet alleen spijt, dat zij geen deur aan hun +bank mogen hebben, maar die liefst hun bank zouden willen afsluiten +met een dak, die het een vreemdeling kwalijk nemen als hij er in +komt—ofschoon er overvloed van ruimte is—als was dat een +persoonlijke beleediging en die vreemdelingen zullen verjagen, indien +zij bij ongeluk erin gebracht zijn vóór hun aankomst. Als zoo'n man +maar een halve bank gehuurd heeft, dan durven de kerkedienaars geen +andere huurders aannemen voor de andere helft, omdat hij met hen +twisten zal over de vraag welke helft zij mogen bezetten, over de +kwestie, wie het eerst moet binnen gaan, over een liederenboek, dat +niet op zijn plaats ligt of over een vriend, dien zij eens meebrachten +en die twee duim van zijn plaats in bezit nam. Billijkerwijze zij +gezegd, dat die man in de kerk niet erger is dan elders, want hij is +overal een vlegel—jaloersch, twistziek, onherbergzaam, onhandelbaar.</p> + +<p>Maar zet als een tegenwicht tegen zulk een misbruik van de bank nu +eens mijn besten <span class="pagenum"><a id="p_120">[120]</a></span>ouden vriend Jeremias Goedhart. Hij is nu alleen met +zijn lieve, beminnelijke gade, want de kinderen hebben zich een eigen +tehuis gevormd; maar hij houdt de familiebank en wil in geen geval die +opgeven. Somtijds lijkt het den bestuurders van de kerk toe, dat +Goedhart wel een banklooze familie bij zich kan nemen, maar zij +dringen niet op de zaak aan, daar zij er aan denken, hoe lang hij en +de zijnen de bank voor zich gehad hebben en hoe goed hij de ledige +ruimte gebruikt. Hij heeft een tal van boezemvrienden, die nu oud en +grijs zijn en die van tijd tot tijd met hem en zijn vrouw naar de kerk +komen en voelen, dat zij in zeer goed gezelschap zijn. Hij heeft ook +een grooten kring van kennissen, die bij honderden geteld kunnen +worden, en de personen van dien kring hebben ook de gewoonte wel eens +binnen te komen en in zijn bank te gaan zitten; en als hij een +vreemdeling aan de kerkdeur ziet, dan kan Goedhart niet laten een +woordje tot hem te zeggen, hem welkom te heeten en het beste <span class="pagenum"><a id="p_121">[121]</a></span>te +wenschen. Als de vreemdeling toevallig een jonge man is, dan neemt hij +hem onder den arm en mee naar zijn bank en er bestaat veel kans, dat +hij hem naar zijn huis brengt en ten eten vraagt en hem zegt, dat hij +maar nooit alleen op zijn kamers moet blijven zitten, maar zijn huis +moet beschouwen als een tehuis.</p> + +<p>En mevrouw Goedhart vertelt haar vriendinnen met veel voldoening de +grootte van den kalfsbout, dien zij op Zondagen hebben, omdat, +ofschoon hun eigen zoons zijn heengegaan, zij toch nooit nederzitten +zonder eenige jonge mannen als gasten en mijnheer Goedhart leerde hen +kennen door de kerkbank. Indien de een of andere familie in de Kerk +logés heeft en behoefte aan zitplaatsen, wel dan komen de kinderen van +de familie in de bank van Goedhart zitten en worden met open armen +ontvangen. Gezegend mogen zijn witte haren en scherpzinnig gelaat +zijn, nooit is hij volkomen gelukkig of geniet hij de preek ten volle, +tenzij hij zijn behoorlijk <span class="pagenum"><a id="p_122">[122]</a></span>aantal gasten heeft; daar zijn tijden, dat +hij er een teveel meebrengt en dan wedijveren de andere bankbezitters +om het eerst een plaats aan Goedhart aan te bieden.</p> + +<p>Zooals hij in de kerk is, is hij tehuis, hand en hart geopend, nooit +tevreden, tenzij vrienden komen en gaan, nooit boos dan wanneer zij +niet willen blijven eten bij hem, nooit zoo verheugd als wanneer hij +een flinke wandeling maakt of een praatje houdt over den ouden tijd +met hen, aan wie hij verbonden is door honderd banden van vriendelijke +woorden en daden. Zooals hij gehandeld heeft met alle menschen, +vreemdelingen zoowel als vrienden, in zijn Kerk en in zijn huis, zoo +zal God met hem handelen en wij kunnen als zeker aannemen, dat hem een +gastvrije ontvangst wacht daar waar de kerken der aarde veranderd zijn +in: het Huis onzes Vaders.</p> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_123">[123]</a></span></p> + +<h2><a id="VIII"></a>VIII.</h2> + +<h3>DE FATSOENLIJKE BEDELAARS IN ONZE KERKEN.</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Het is geen overdrijving, wanneer men zegt, dat men in het gebruik dat +iemand maakt van zijn geld een maatstaf <ins class="corr" id="corr12" title="Bron: heeft">is</ins> voor zijn karakter +en een openbaring van zijn aard. Er zijn menschen, die geld verliezen +door hun dwaasheden: zoeten inval; daar zijn anderen, die het uitgeven +ten gevolge van hun ondeugden—verkwisters; er zijn menschen, die het +opgaren met jaloerschheid—gierigaards; er zijn er ook, die het +uitzetten in weldaden—zij zijn de wijzen.</p> + +<p>Wanneer ik zeg weldoen, dan denk ik niet aan die onberedeneerde +liefdadigheid, die geen onderscheid <span class="pagenum"><a id="p_124">[124]</a></span>maakt en die, hetzij zij den vorm +aanneemt van aalmoezen aan een luien vagebond of van een ruime gift +tot het kweeken van armlastigen, een vloek is en geen zegen, een zonde +en niet een plicht. Wij behoeven den raad van onzen Heer aan den +rijken jongeling om zijn bezittingen te verkoopen en aan de armen te +geven niet letterlijk op te vatten, want ofschoon zulks misschien het +eenige bewijs van oprechtheid was, dat hij in die dagen kon geven, zoo +zou het een groote ramp zijn in onzen tijd.</p> + +<p>Indien een millionair zijn bezittingen te gelde maakte en de opbrengst +uitdeelde onder dat droes onzer bevolking, dat niet werkt zoolang het +kan bedelen, dan zou hij het grootst mogelijke nadeel doen aan zijn +medemenschen. Indien diezelfde millionair zijn fortuin gebruikt om +gelegenheid te geven tot eerlijken arbeid, waardoor de menschen zich +zelf en hunne gezinnen kunnen onderhouden, dan zal hij aan zijn +medemenschen den grootsten zegen verschaffen, die in zijn macht is.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_125">[125]</a></span></p> + +<p>Wat het geval moge geweest zijn in den ouden tijd, er kan niet +ontkend worden, dat de man, die in onze dagen een fabriek vestigt in +een kleine stad tien maal beter doet dan hij, die zijn kapitaal zou +willen gebruiken om een armhuis te stichten.</p> + +<p>Wanneer een man behoorlijk voldaan heeft aan de eischen van zijn +gezin, en waarvan hij goed heeft zorg gedragen voor de aanvulling der +fondsen voor zijne zaken, dan zijn misschien de beste twee dingen, die +hij kan doen met het overtollige van zijn kapitaal, het te gebruiken +om de kennis van God te doen brengen aan hen, die in de duisternis +zitten of de onschatbare gift eener goede opvoeding te doen toekomen +aan hen, die hongeren en dorsten naar kennis. Het is zoo treurig, dat +vele menschen niet hebben geleerd te geven, maar het is even treurig, +dat velen niet weten, waar zij geven moeten. Om goed te geven, moet +men zoowel zijn hoofd als zijn hart raadplegen, en leeren geven is een +oefening van het brein zoowel als van iemands gevoel.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_126">[126]</a></span></p> + +<p>Er zijn Kerken, die zeer onverstandig geven en het geld, dat zij +uitgeven om iets half goed te doen ware beter in de zee geworpen. Zij +onderhouden stichtingen voor inwendige zending in arme wijken der +stad, wat feitelijk niets anders zijn dan inrichtingen, waar +propaganda gemaakt wordt voor pauperisme en de Gemeenten, in die +wijken gevormd, bestaan grootendeels uit lieden, die bezwaar hebben om +tusschen twee maaltijden te werken. Elk jaar worden er verslagen +openbaar gemaakt, die aantoonen hoeveel personen de bijeenkomsten +bezochten en op hartverscheurende wijze rekening doen van de ellende, +die gelenigd is. Het is een feit, dat, wanneer gij aan een bekwaam +organisator zesduizend gulden per jaar geeft om in een flinke +achterbuurt te besteden, die man daar, wanneer ge maar wilt, een +Gemeente zal stichten van een vijfhonderd leden; en als de leden van +de moederkerk er heen wenschen te gaan en tegenwoordig te zijn bij een +geestdriftvolle bijeenkomst, dan is het eenig noodige daartoe, dat een +van <span class="pagenum"><a id="p_127">[127]</a></span>de rijke kerkleden dien avond als gastheer fungeert. De +vergadering zal evenmin uit een oogpunt van getalsterkte als uit dat +van geestdrift iets te wenschen overlaten en de lieve menschen van de +rijke Kerk zullen naar huis gaan met het gevoel, dat zij een bloeiende +zending hebben en ontzachelijk veel goeds doen, terwijl er heel veel +kans bestaat, dat zij in den godsdienstigen zin des woords in het +geheel geen zending hebben en dat hun geld onberekenbare schade heeft +berokkend.</p> + +<p>Over het geheel genomen komen zendingsinrichtingen, onderhouden op +ruime schaal door rijke Gemeenten precies overeen, wat het zedelijk +resultaat betreft met de armhuizen, gesticht door menschen, die meer +geld hebben dan zij weten te besteden en niet genoeg hersens om te +weten, hoe het te gebruiken.</p> + +<p>Wanneer het geld, dat rond gestrooid wordt in soepuitdeelingen en +dergelijke stichtingen tot het instandhouden van bedelaars en hun +gezinnen, gebruikt was voor het bouwen van een <span class="pagenum"><a id="p_128">[128]</a></span>dergelijke kerk, waar +de eerlijke armen God konden dienen met behoud van zelfachting, of van +gezonde woningen, waar de werkmenschen netjes konden wonen tegen +matige huur of tot het instellen van een beurs voor studenten, arm in +geld maar rijk in hersens om hun in de gelegenheid te stellen hooger +onderwijs te genieten, dan zouden de maatschappelijke hervormers reden +hebben de Kerk te zegenen en de Kerk zou vrij wat meer goeds +verrichten in de gemeenschap.</p> + +<p>Een Kerk van het West-End behoeft echter juist niet naar het Oost-End +te gaan om zulk kwaad te verrichten, want zij kan, als zij dat wil een +kweekplaats van fatsoenlijke landloopers stichten binnen haar eigen +grenzen. Wanneer een dominee en de lidmaten zijner Kerk den naam +hebben van een week hart te bezitten, wat dikwijls beteekent dat zij +wat zwak van hoofd zijn, dan verspreidt zich dat nieuws wijd en zijd +en het aantal bezoekers der godsdienstoefening neemt onmiddellijk toe. +Kleinhandelaars, <span class="pagenum"><a id="p_129">[129]</a></span>die hun zaak tot bloei willen brengen en niet +uitsluitend durven vertrouwen op de deugdelijkheid der goederen, die +zij verkoopen; jonge lieden, die hun betrekking verloren hebben, omdat +zij niet willen werken; dames, die het beneden zich achten om iets te +doen voor haar levensonderhoud en deskundigen zijn in wat men zou +kunnen noemen fatsoenlijke strooptochten; onbekwame kooplieden, aan +wie geen bank honderd gulden crediet zou willen geven, maar die hopen +duizend te krijgen door middel van aanhalingen uit de Bergrede—komen +zich gezamenlijk nederzetten binnen de beschuttende muren van deze +Christelijke schuilplaats.</p> + +<p>Als men hen wil gelooven, komen zij allen om de uitmuntendste en +aandoenlijkste redenen: omdat bijvoorbeeld hun vorige Gemeente koud +was en zij in een warmer atmosfeer wenschten te leven; omdat zij een +zegen ontvingen onder de prediking van den dominee en het als een +voorrecht beschouwen zijn zielszorg te genieten; omdat zij begeeren +eenig goed werk te doen <span class="pagenum"><a id="p_130">[130]</a></span>en uit de verte gehoord hebben van den ijver +van deze Gemeente; maar hoofdzakelijk wegens het hooge geestelijke +standpunt van dominee en lidmaten beiden, dat deze eenvoudige zielen +als een magneet heeft getrokken naar hun natuurlijk tehuis.</p> + +<p>Hun eigenlijke reden, om het in zuiver Hollandsch te zeggen, is, dat +zij geen lust hebben te werken voor hun brood, zooals eerlijke +menschen doen en dat zij van plan zijn zich op de Christelijke +liefdadigheid te werpen. Zij stellen niet het minste belang er in, wat +de dominee preekt of is, mits hij maar geen oordeel des onderscheids +hebbe; zij komen alleen en heel eenvoudig om te bedelen. Zij zijn zeer +bekwaam voor hun eigen vak en hebben het fatsoenlijk bedelen opgevoerd +tot de hoogte eener schoone kunst. Zij beginnen niet, zoodra zij +aankomen, te vragen en de allerslimsten onder hen zullen zelfs nooit +over geld spreken. Hun wensch is, zooals zij aan den predikant in zijn +studeerkamer duidelijk maken een bedeesdheid en kieschheid, <span class="pagenum"><a id="p_131">[131]</a></span>die een +diepen indruk maken op hem, als hij een eenvoudig vroom man is zonder +ervaring, niets anders dan een hoekje in zijn kerk te hebben, waar zij +kunnen nederzitten en zich drenken met de zuivere melk van het Woord +en het eenige, waarover zij zich bekommerd maken, is, dat zij in de +eerste zes maanden niet in staat zullen zijn eenig plaatsengeld te +betalen of iets bij te dragen in het fonds voor de zending.</p> + +<p>Zij hebben betere tijden gekend en toen was geven hun levensgenot. Een +groote tegenspoed heeft de familie gedrukt en zij maken onduidelijke +toespelingen op een groote som, verloren of door slecht gedrag van een +familielid of door een bankroet en nu zijn zij verplicht hoogst zuinig +te leven. Hun strijd om het bestaan, de dominee mag dat aannemen, is +zeer moeilijk; maar zij zijn niet gekomen om over zulke dingen met hem +te praten, doch, alleen om hem te verzekeren, dat hij hun tot zegen +geweest is en om te zeggen, dat zij zoo gaarne zich nuttig zouden +willen maken in zijn Kerk. Al kunnen <span class="pagenum"><a id="p_132">[132]</a></span>zij niet geven, zij zijn +tenminste willig om te werken en kiezen in den regel bij toeval een +afdeeling van Christelijken arbeid, waarvan het hoofd rijk is in de +goederen dezer wereld en bekend als mild.</p> + +<p>Onder het oog van zulk een chef is er geen eind aan de werkzaamheid +van onze bedelende vrienden. Zij bieden aan om alles te doen. Zij +geven nieuwe plannen voor armenzorg aan de hand; zij brengen de oudere +arbeiders in de afdeeling van de wijs door hun drukte en den een of +anderen avond komen zij, op een ongelegen uur aandragen met een paar +guldens, die zij—zooals toevallig blijkt—uit hun mond gespaard +hebben voor een goede zaak. Daar zij niet in staat zijn om iets bij te +dragen in de kerkelijke fondsen, maken zij met hun eigen handen eenige +onmogelijke kerkezakjes, die zij in alle deftigheid aanbieden aan de +ambtsdragers der Kerk en die ontoonbaar zijn en ongeschikt voor +gebruik.</p> + +<p>Daar zij op geen andere wijze hun dankbaarheid <span class="pagenum"><a id="p_133">[133]</a></span>aan den dominee kunnen +toonen, komen zij op een avond, man en vrouw samen als collega's in +het bedelvak, en verzoeken hem een groote <span xml:lang="fr">bouffante</span> aan te nemen, die +zijn keel zal beschermen tegen de winterkoude te midden van zijn +onmetelijken arbeid, maar waarvan de kleuren en het model hem zouden +blootstellen aan een ontslag uit zijn bediening, indien hij het ding +droeg. De voorname leden der Kerk ontvangen met verjaardagen en met +Kerstmis kaartjes, vol vrome spreuken en opmerkingen; en als een kind +het ongeluk heeft eenigszins ernstig ziek te worden, bijv. windpokken +of mazelen krijgt, dan komen de bedelende vrienden regelmatig en op +treffende wijze vragen. Zij willen niet graag de moeder storen, maar +zij hebben zulk een genegenheid opgevat voor den kleinen lieveling, +dien zij in de kerk hebben gadegeslagen, dat zij rust noch duur hadden +voor zij wisten of de lieve jongen een rustigen dag heeft +doorgebracht. Zij willen niet indringerig zijn en zij vergeten niet, +dat hun omstandigheden <span class="pagenum"><a id="p_134">[134]</a></span>veranderd zijn, maar zij hopen, dat het niet +als een beleediging zal beschouwd worden, dat zij een kleinigheidje +hebben meegebracht voor het zieke engeltje en zij vragen aan de moeder +om een onoogelijk stukje kandij aan het lieve lammetje te willen +overbrengen. Er zijn moeders en moeders, maar er is kans, dat de +moeder zeer getroffen wordt en in het algemeen, aangenaam aangedaan +door zoo veel belangstelling in haar kind, en ofschoon zij verstandig +genoeg is om de gift in het vuur te gooien, zal zij toch niet nalaten +de gevers met Kerstmis te gedenken.</p> + +<p>Wanneer de spinnen het web van fijne draden gespannen hebben, en het +aan alle hoeken der Kerk stevig bevestigd is, dan is het opmerkelijk +hoeveel vliegen en niet enkel onnoozele, er in vast raken en hoe groot +de buit is. De kleerenklasten van de Kerk, zoowel van mannen als +vrouwen, staan te hunner beschikking en elke maand wordt gij bij de +ontmoeting met onzen bedelaar herinnerd aan den een of anderen <span class="pagenum"><a id="p_135">[135]</a></span>ouden +vriend en het is zeer belangwekkend de kleeren, die de Gemeente +gewoonlijk droeg in de Kerk in nieuwe omstandigheden te zien +verschijnen. Hun huishuur wordt om beurten betaald door een troepje +barmhartige Samaritanen, waarvan elk gelooft, dat hij de eenige is, +aan wien ooit werd toegestaan den dienst te bewijzen en die het doet +onder belofte van geheimhouding, uit vrees dat schroomvallige +menschen, arm maar trotsch, zich gekrenkt zouden gevoelen en dat zij +de achting voor zich zelf, die nu, zooals zij zeggen, hun eenige +bezitting is, misschien zouden verliezen. De een of andere +vriendelijke dokter in de wijk bezoekt hen in geval van ziekte, zooals +dat vaak gedaan wordt door deze mannen, zonder geld of eenig ander +loon te ontvangen. Medische hulp in den vorm van versterkende +middelen, geleiën, vruchten, lekkernijen stroomen zoo voortdurend toe, +dat het niet bevreemdend is, dat de lieve kleine <span xml:lang="en">Alice</span> niet spoedig +herstelt en dat de hulp van het gezin moet worden ingeroepen om de +snoeperij op te krijgen.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_136">[136]</a></span></p> + +<p>Later moet de kleine <span xml:lang="en">Alice</span>, die met zorg ingewikkeld in doeken en +blijkbaar erg zwakjes rondgevoerd is om haar weldoeners persoonlijk te +bedanken en die daartoe den meest ongelegen tijd schijnt gekozen te +hebben, uit puur medelijden voor een maand naar buitengezonden worden +en de liefhebbende familie, die niet leven kan zonder <span xml:lang="en">Alice</span>—zij +kunnen maar niet vergeten, dat zij vroeger rijk waren—moet +noodzakelijk met de herstellende gaan.</p> + +<p>Ik zou te veel tijd noodig hebben om te spreken van al de leeningen, +die zij aangaan met bijna iedereen, rijken en armen. Als zij zoo iets +vragen, dan is het alleen door den uitersten nood gedrongen en onder +bittere schaamte; elke leening is de eerste, die zij ooit aangingen en +binnen veertien dagen zal het geld zeker worden teruggegeven; als pand +voor de richtige nakoming dier belofte wordt een ouderwetsche gouden +broche gegeven—het laatste erfstuk der familie. Niet eer dan nadat de +lange strooptocht geëindigd is en de bedelaars <span class="pagenum"><a id="p_137">[137]</a></span>verhuisd zijn naar een +andere deftige Kerk, die op een behoorlijken afstand ligt, beginnen de +menschen hun verschillende aanteekeningen te vergelijken en de +rekening op te maken en dan komt men tot de ontdekking, dat naar de +laagste schatting het gezin op kosten van de Gemeente heeft geleefd +tegen ongeveer twee duizend gulden per jaar.</p> + +<p>Deze berekening is natuurlijk, om tot de totale uitgaven te komen, te +vermeerderen met wat zij zelf verdiend hebben; maar in den regel kan +men aannemen, dat de balans daardoor weinig opgevoerd zou worden. +Indien men aan de vrouwelijke helft onzer bedelaars eenigen vorm van +arbeid voorstelt, dan krijgt zij het te kwaad met haar aandoeningen, +maar kan toch het feit niet verbergen, dat zij zeer beleedigd is. Het +is misschien dwaas van haar, verklaart zij onder een tranenvloed, maar +haar arme vader, die gewoonlijk in het leger gediend heeft, heeft vaak +gezegd, dat geen dochter, die zijn naam droeg, ooit tot werken mocht +afdalen en zij voelt aan <span class="pagenum"><a id="p_138">[138]</a></span>zijn nagedachtenis verschuldigd te zijn deze +edele houding te blijven aannemen en men is dan natuurlijk zoo +beschaamd over het barbaarsche voorstel, dat men gaarne een +schadeloosstelling betaalt.</p> + +<p>Het heeft volstrekt geen nut een betrekking te zoeken voor een jongen +man van deze soort, want de plaats, die gij voor hem vindt is of niet +geschikt voor zijn bijzondere bekwaamheden of nadat hij er drie dagen +geweest is, ontstaat er een geschil tusschen hem en den bestuurder der +zaak, dat bewijst, dat die directeur niet gewoon is geweest met heeren +om te gaan; en natuurlijk, zooals de moeder van den jongen man u +vertelt, kan haar zoon de geschiedenis van de familie niet vergeten.</p> + +<p>Als de bedelaar een handelsman is en gij zendt hem klanten, waarom hij +inderdaad gebedeld heeft, dan zijn zijn waren zoo slecht, dat geen +mensch ze gebruiken kan en de prijs is zoo hoog, dat niemand lust +heeft hem te betalen; en daarbij behoort de handelsman gewoonlijk tot +die hooge en machtige klasse, die niet <span class="pagenum"><a id="p_139">[139]</a></span>zich wil verlagen tot het +maken van iets op een andere, dan de degelijke, ouderwetsche wijze en +die vooral niet, al moest men van honger omkomen, beneden den prijs +wil leveren. Het feit is—het naakte feit—dat deze verheven handelaar +niet wenscht te werken, zoolang dwaze menschen hem willen onderhouden.</p> + +<p>Langzamerhand doorziet de vriendelijkste dominee bij de toeneming van +het onderling verband tusschen de verschillende Kerken deze klasse en +hij komt er toe hen te onderwerpen aan een flinke arbeidsproef, +meenende dat vroomheid en bedelarij niet kunnen samengaan en +weigerende te gelooven, dat ooit iemand zegen geniet onder zijne +prediking, die niet wil werken voor zijn brood. Men mag ook aannemen, +dat een Christelijke Gemeente, al was zij de licht geloovigste +vereeniging op aarde, eindelijk al haar moed bijeen zal garen en +tegelijkertijd haar gezond verstand te werk zal stellen en dan zal +weigeren om de Christelijke kringen te maken tot een jachtveld voor +fatsoenlijke bedelaars, zoodat de godsdienstige <span class="pagenum"><a id="p_140">[140]</a></span>levensmoeden een +nieuw middel zullen moeten uitvinden om te ontduiken aan de wet, dat +wie niet werkt, niet zal eten.</p> + +<p>En het geld, dat wordt bezuinigd op deze parasieten, worde gevoegd bij +het fonds tot ondersteuning van emeritus-predikanten.</p> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_141">[141]</a></span></p> + +<h2><a id="IX"></a>IX.</h2> + +<h3>IS DE DOMINEE EEN LEEGLOOPER?</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Niemand heeft meer reden tot dankbaarheid aan zijn publiek dan een +dominee, want ik ken geen dienaar, die vriendelijker behandeld wordt. +Hoewel er ongetwijfeld in een zoo groot lichaam als de Christelijke +Kerk vitlustige en slecht gemanierde Gemeenten zijn, juist zooals er +luie en verwarring stichtende dominees zijn, kan men toch zeggen, dat +over het algemeen de Gemeente liefderijk is in haar oordeel over haren +predikant, geduld heeft met zijn fouten, ten zeerste elk goed werk, +dat hij doet, waardeert en zeer dankbaar is voor al zijn goede +diensten. Er zijn niet veel klachten, die een welwillend dominee <span class="pagenum"><a id="p_142">[142]</a></span>met +gezond verstand kan inbrengen tegen een gewone Gemeente, doch hij +heeft soms een grief tegen zijn vrienden, die hij niet openbaart, maar +die voortwoekert in zijn hart. Het is niet iets, dat zij zeggen of +iets, dat zij doen; het is het stille en misschien onbewuste +vermoeden, onbewust van hun zijde, dat hij niet genoeg te doen of dat +hij een aanmerkelijke hoeveelheid ledigen tijd heeft.</p> + +<p>Kon hij staat maken op hunne woorden, dan zou dat vermoeden nooit in +hem opkomen, omdat zij slim genoeg zijn, en dat is heel vriendelijk +van hen, des Maandags tegen hem te zeggen, dat hij wel heel vermoeid +moet zijn na tweemaal zoo wondermooi gepreekt te hebben en dus moet +hij wel, daar hij toch maar een mensch is, meenen, dat zij zich +verbeelden, dat hij geheel op is na zulk een verstandelijke +uitputting. Weer een anderen keer vermanen zij hem, zoo langs hun neus +weg, na een praatje over het weer, zich voor overwerking te wachten en +zeggen zij niet te kunnen begrijpen, hoe hij in <span class="pagenum"><a id="p_143">[143]</a></span>staat is, zooveel te +doen. Dit alles is heel vriendelijk en opbouwend en de dominee heeft +een aangenaam gevoel, dat zijn werk gewaardeerd wordt en dat hij een +van de hardste zwoegers van de wereld is.</p> + +<p>Als hij ouder wordt echter, en meer waarde begint te hechten aan den +inwendigen toestand van het gemoed der menschen, dan aan de los door +hen daarheen geworpen woorden, dan gevoelt hij zich niet op zijn gemak +erbij, dat de menschen toch nog niet zoo bepaald overtuigd zijn van +zijn regelmatige bezigheden en zijn bezette uren. Lieve dames, en alle +dames zijn lief, noodigen hem op een theepartij en dergelijke +feestjes, waarbij hij de eenige heer zal zijn; of als er misschien nog +een is, dan is het een bejaard man, die zich reeds lang uit de zaken +heeft teruggetrokken. Terwijl de dominee de dame dankt voor haar +vriendelijke uitnoodiging, komt het hem in de gedachte, dat haar eigen +man niet op het aangename partijtje zijn zal, evenmin als haar zoon, +omdat zij het te druk <span class="pagenum"><a id="p_144">[144]</a></span>hebben en zij zou er niet aan denken, een +advocaat of een koopman of een geneesheer of een dagbladschrijver te +vragen, tenzij het was voor een groote partij, waarop iedereen komt. +Het zou haar een dwaasheid toeschijnen een man van zaken van zijn werk +te halen zelfs om een uur door te brengen met haar en andere even +bekoorlijke vrouwen. De andere mannen zouden niet komen, omdat zij +niet konden. Zij moeten hun werk doen. De dominee wordt uitgenoodigd +omdat, zoo als de gastvrouw veronderstelt, hij geen werk heeft, dat +hem verhindert. En zij zou hem misschien weinig hoffelijk noemen en +zeker heel onvriendelijk, wanneer hij weigerde; en als hij zijn +weigering verdedigde door het bezet zijn van zijn tijd, zou wellicht +haar oordeel liefdeloos worden en kon zij wel eens meenen, dat hij een +andere reden had. Zat hij dan niet in zijn studeerkamer? Waarom kon +hij niet even goed in haar huis zijn? En zij zou nooit kunnen +begrijpen, dat hij juist op dien achtermiddag moest gebruik maken van +een eenige kans om <span class="pagenum"><a id="p_145">[145]</a></span>een noodzakelijk boek meester te worden. Was hij +niet een half uur geleden haar huis voorbijgegaan en indien hij kon +uitgaan voor een wandeling, waarom kon hij dan dien tijd niet +doorgebracht hebben in haar tuin, en hij kan haar niet aan het +verstand brengen dat hij een zieke was gaan bezoeken.</p> + +<p>Secretarissen van philantropische vereenigingen zijn hem komen vragen +om uit een buitenwijk naar het midden van de stad te gaan, en een +voorstel te steunen op een openbare vergadering van acht bejaarde +heeren en zeven-en-zeventig vrouwen van onzekeren leeftijd, met vier +fatsoenlijke bedelaars, die gekomen zijn om te zien of ze niet eenige +guldens kunnen leenen van den een of anderen barmhartigen Samaritaan. +Het was een uitmuntende vereeniging en ongetwijfeld was het noodig, +dat het bestuur herkozen wordt, en de dominee zei dat na verloop van +tien minuten, maar terwijl hij naar huis ging, moede en geërgerd is de +gedachte bij hem opgekomen of dit nu het beste gebruik was, dat hij +<span class="pagenum"><a id="p_146">[146]</a></span>van zijn tijd kon maken en zou de secretaris, hoe onvermoeid die man +ook was en hoe dringend ook, er toe gekomen zijn een man van +zaken—dat is iemand, die werkelijk iets doet—te vragen zijn kantoor +te verlaten te midden van de drukte om drie volle uren van zijn tijd +te besteden om naar een buitenwijk te gaan en daar te zeggen, wat +totaal onbelangrijk was voor de menschen, op wie het geen bijzonderen +indruk zou maken? De dominee weet en de secretaris weet en iedereen +weet, dat de man van zaken met de minst mogelijke woorden neen zou +gezegd hebben, en dat iemand hem dat kwalijk zou hebben genomen, +terwijl iedereen hem een dwaas zou hebben genoemd, als hij er heen was +gegaan.</p> + +<p>Zulk een tijdverknoeien is onmogelijk behalve voor overoude heeren en +voor dominees. En, natuurlijk, als de predikanten inderdaad hun tijd +thuis verbeuzelen met het lezen van tijdschriften of het kijken door +de ramen of als zij niets anders doen dan hun wijk rondslenteren om +beleefdheidsbezoeken te brengen en praatjes over <span class="pagenum"><a id="p_147">[147]</a></span>het weer te houden, +dan zou het heel goed zijn, al was het maar voor de verandering, als +zij eens een achtermiddag zoek brachten met naar een vergadering te +gaan en het gehoor te overtuigen, dat inderdaad het bestuur behoort +herkozen te worden.</p> + +<p>Treuzelaars van allerlei slag dringen de studeerkamer van een dominee +binnen bij voorkeur vóór twaalf uur 's morgens, omdat zij dan zeker +zijn hem thuis te vinden, en leggen hem in verbazend lange verhalen +uit, dat wij de afstammelingen van de verloren tien stammen zijn; dat +alle onzedelijkheid reeds lang uit de wereld verdwenen zou zijn, als +wij maar wortelen in plaats van vleesch aten; dat het werk, gedaan +door zeker iemand, wiens naam de dominee niet kan uitspreken op een +plaats in Klein-Azië, waarvan hij nooit gehoord heeft, het +allerbelangrijkste is onder dat der uitwendige zending, altijd alleen +afgaande op de mededeelingen van den man, die het salaris beurt in +Klein-Azië. Indien een van deze woordenrijke menschen <span class="pagenum"><a id="p_148">[148]</a></span>en het zijn er +nog maar drie van een honderdtal, elk met het een of ander bijzonders +in het hoofd, het waagde een koopmanskantoor te bezoeken, dan zou hij +waarschijnlijk niet toegelaten zijn in de kamer van den patroon, en +als hij wel erin was gelaten, zou hij zeker gauw verzocht worden de +deur van achteren te bekijken.</p> + +<p>De onbeschaamdheid van een treuzelaar is verbazend, maar zij heeft +grenzen en na eenige ervaring laat zoo iemand den koopman met rust en +in den regel probeert hij niet eens een geneesheer aan boord te komen, +maar hij nestelt zich als bij instinct en met een gevoel van „ik ben +hier thuis” in de studeerkamer van een dominee. Als deze een werkelijk +goed man is, dan is de bezoeker in zijn nopjes, want hij heeft een +hulpeloos slachtoffer gevonden; maar als de dominee maar onvolmaakt +heilig is, dan gaat de zeurkous bijna even vlug de deur uit als bij +den koopman, maar dan weet de dominee ook, dat zijn leven voortaan in +de macht is van de tong des beuzelaars.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_149">[149]</a></span></p> + +<p>Wat den dominee ergert en te meer naarmate hij minder zijn ergenis +luchten kan is, dat al die menschen gelooven, dat hij werkelijk niet +weet, wat hij met zijn tijd moet uitvoeren en dat die tijd tot ieders +beschikking is. Het feit is echter, dat de predikant van een +stadskerk, die getrouw zijn plicht doet, harder werkt dan iemand +anders in de maatschappij, behalve een arts met dagelijksche praktijk, +een dagbladschrijver en een naaister op een atelier, waar de zweep +gebruikt wordt. Hij kan des avonds zoo laat op zitten, als hij wil—en +inderdaad moet hij, laat ons zeggen, tot minstens twaalf uur op +blijven—om niet ten achteren te raken met zijn leesstof, maar hij +moet des morgens weer vroeg bij de hand zijn, omdat wellicht een +koopman hem komt spreken vóór negen uur, en omstreeks dien tijd moet +hij de eerste brievenzending geopend hebben, die zoo ongeveer uit een +twaalftal brieven bestaat en als hij het noodig oordeelt—en het is +noodzakelijk in een stad—moet hij dan ook een <span class="pagenum"><a id="p_150">[150]</a></span>blik geslagen hebben +in de feiten, die den vorigen dag voorvielen in zijn stad en in de +wereld. Van negen tot een moet hij zich voorbereiden voor zijn taak op +den preekstoel, voor avondbeurten in de week, voor catechisaties, en +voor toevallig werk in kerk of vergadering, zoo vlug hij kan en het +uur, dat hij verliest met het ontvangen van bezoekers, moet laat in +den avond met interest ingehaald worden. Te een uur veroorlooft hij +zich iets te eten, ofschoon hij vaak niet aan de koffietafel in het +gezin kan verschijnen, omdat de een of andere slimme bedelaar weet, +dat dit de beste tijd is om hem thuis te treffen en, terwijl hij in +het drukst van het gesprek is, betreurt hij het verlies van zijn +maaltijd en verlangt naar den dag, dat Amerikaansche vindingskracht, +vruchtbaar in denkbeelden en spaarzaam met den tijd, een vloeibare +voedingsstof zal uitvinden, die hij door een buis tot zich kan nemen, +terwijl hij studeert.</p> + +<p>Indien hij niet beloofd heeft de benoeming te ondersteunen van een +commissie van veertig <span class="pagenum"><a id="p_151">[151]</a></span>leden, die een tehuis voor twintig meisjes moet +besturen, dan brengt hij zijn tijd van ongeveer twee tot zeven uur +door met het bezoeken van menschen, die ziek zijn of vrienden verloren +hebben, die lijden onder wereldsche rampen of die pas tot zijn Kerk +zijn toegetreden of haar juist verlaten hebben, die hij wenscht over +te halen tot eenigen arbeid of die hij in langen tijd niet gezien +heeft en waarmee hij voeling wil blijven houden. Hij komt 's avonds +thuis, niet omdat zijn werk gedaan is, want deze soort van werk is +nooit afgedaan en het einde is er nimmer van te zien, zelfs niet al +begon men het des morgens te negen uur en zette men het voort tot 's +avonds negen uur, maar omdat niemand langer dan vijf uur achtereen +bezoeken kan afleggen.</p> + +<p>Bij zijn thuiskomst—en ik beken dit vrijmoedig—veroorlooft de +dominee zich weer wat te eten, maar alweer moet het voor hem bewaard +worden, omdat een andere bezoeker, die hem in den namiddag was +misgeloopen, van <span class="pagenum"><a id="p_152">[152]</a></span>een onnoozele dienstmaagd, die pas in dienst is +gekomen en nog niet goed op de hoogte is van de taak van een +predikants-dienstbode, het uur heeft vernomen, waarop de ongelukkige +man zijn volgenden maaltijd zal gebruiken en nu reeds een half uur op +hem gewacht heeft om den steun van den dominee te vragen voor een +genootschap van christelijke liefdadigheid, wat in twee van de drie +gevallen slechts een uitwas is van philantropie en in het derde geval +iets waarmee de dominee niet de minste aanraking heeft.</p> + +<p>Menschen, die niet beter weten, zouden misschien veronderstellen, dat +de dominee, na zijn zeer bescheiden maal genuttigd te hebben, vrij zal +zijn met zijn vrouw en kinderen in de huiskamer te zitten om zijn +plicht te vervullen als hoofd van het gezin en zoo het grootste genot +van den geheelen dag te smaken. Het is iets zeldzaams als deze +ongelukkige man een avond voor zich zelf heeft, omdat hij gewoonlijk +dadelijk na het eten naar een of andere bijeenkomst in zijn kerk moet +gaan en terwijl de <span class="pagenum"><a id="p_153">[153]</a></span>leden der Gemeente zich over de verschillende +avonden verdeelen, wat heel billijk en goed is, moet hij altijd bij +alles tegenwoordig zijn, want is hij er niet, dan begint het +onderdeel, waarvan hij wegblijft, te kwijnen.</p> + +<p>Als hij een avond vrij heeft, dan komt een of ander lid van zijn +Gemeente hem vragen een bijeenkomst te bezoeken ten bate van iets, +waarin hij betrokken is en er zijn redenen, waarom de dominee niet kan +weigeren. Het is best mogelijk, dat diezelfde mijnheer de vorige week +gezegd heeft, dat de dominee zich overwerkte en niet zooveel op zich +moest nemen, maar als de tijd komt, dat hij zelf een bijl heeft, die +geslepen moet worden, dan zal hij niet de minste aarzeling hebben den +dominee te vragen den molen te draaien. En inderdaad wordt het +openbare werk van den dominee sterk vermeerderd door zijn eigen +gemeenteleden, die aan de secretarissen, de treuzelaars en de rest van +tijdroovers aanbevelingsbrieven geven met een slot, als: „Ik hoop, dat +ge het verzoek van <span class="pagenum"><a id="p_154">[154]</a></span>mijnheer <span xml:lang="en">Tootle</span> zult inwilligen als een +persoonlijke gunst aan mij.” Dezelfde heer doet dat +<ins class="corr" id="corr13" title="Bron: misschen">misschien</ins> maar eens in een halfjaar, maar er zijn er een +honderd, die hetzelfde met tusschenpoozen doen en zoodoende wordt de +dominee aan handen en voeten gebonden door zijn eigen Gemeente.</p> + +<p>Was ik een leek en de een of andere gesalariëerde secretaris, die +niets anders te doen heeft—zooals het mij soms toeschijnt—dan +noodelooze brieven te schrijven en vervelende vergaderingen bijeen te +roepen en dominees te ergeren, kwam bij mij en vroeg mij om mijn +dominee te plagen totdat hij zijn eigen werk liet staan en de +bijeenkomst van den secretaris bezocht, dan zou ik dien secretaris +mijn gemoed bloot leggen in de woorden, die een vriendelijke +Voorzienigheid mij op dat oogenblik zou ingeven en één dominee zou ten +minste geen last hebben van dien secretaris. Als het godsdienstig +publiek ooit eenigen twijfel heeft omtrent het geld, dat uitgegeven +wordt aan secretarissen <span class="pagenum"><a id="p_155">[155]</a></span>en omtrent het nut van hun arbeid, dan kan +het misschien een troost wezen voor dat publiek, te weten, dat, zoo +lang er gesalariëerde secretarissen van philantropische instellingen +zijn, geen stadsdominee ooit er toe zal kunnen komen zijn tijd te +verluieren, hetzij door moderne godgeleerdheid te bestudeeren of door +te praten met zijn gezin.</p> + +<p>Veronderstel echter, dat door den een of anderen buitengewonen zegen, +de dominee een avond vrij heeft, werkelijk vrij—wat zoo ongeveer +zesmaal per winter voorkomt—en hij begint aan zijn vrouw eens iets +voor te lezen, of zij onthaalt hem op wat muziek of de heele familie +bladert een kunstwerk door, of—want ik wil zijn zwakke zijde niet +verbergen—zij spelen een spelletje samen, zijn vrouw, zijn kinderen +en hijzelf. De bel gaat over en de dominee ziet zijn vrouw aan; hij +weet, wat dat beteekent. Het is in zulke oogenblikken, dat zijn geloof +in een persoonlijken duivel, wiens slimheid even groot is als zijn +boosaardigheid, ten sterkste bevestigd wordt.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_156">[156]</a></span></p> + +<p>Niet dat de bezoeker op een vreemde zoo'n duivelachtigen indruk +maakt, want hij is eenvoudig een fatsoenlijk, niet bijzonder +opmerkelijk burgerman, behoorende tot de Gemeente van den dominee of +tot die van een anderen predikant, die even goed op elk ander uur had +kunnen komen en zeker op een anderen tijd zou gekomen zijn, als hij +een koopman had willen spreken, maar die inbreuk maakt op des dominees +vrijen tijd met de stille, doch onbepaalde gedachte, dat, daar de +dominee den geheelen dag voor zich zelf had, de avonduren wel ter +beschikking van het publiek konden zijn. Wat de boodschap van den +bezoeker betreft, hij had even goed kunnen schrijven, maar hij +gevoelde, dat het beter kon behandeld worden bij een persoonlijk +onderhoud—een kwartier was lang genoeg. Wat ten slotte erop uitloopt, +dat deze spraakzame heer den heelen avond bij den predikant in de +studeerkamer zit en wanneer hij heen gaat, vol van spijt, dat hij den +dominee zoo lang heeft opgehouden, dan zijn de kinderen naar bed en +<span class="pagenum"><a id="p_157">[157]</a></span>de domineesvrouw zit eenzaam in de leege voorkamer.</p> + +<p>Daar is geen tweede mensch, die op deze manier lijdt, zelfs een +geneesheer niet, want de menschen dringen niet in zijn consultkamer en +blijven er zitten, terwijl zij bij hun gezin behoorden te zijn en hij +bij het zijne zou willen wezen. Dokters hebben een hard leven, want +zij kunnen op elk uur worden geroepen en beziggehouden van 's morgens +tot 's avonds, maar zij hebben ten minste geen last van toevallige +bezoeken en beuzelachtige gesprekken om de eenvoudige reden, dat als +iemand bij hen komt, hij niet langer dan een kwartier mag blijven en +hij moet betalen voor den tijd, dien hij blijft. Natuurlijk is een +dominee ten dienste van zijn Gemeente op elk redelijk uur en op elk +uur is hij bereid den stervende en den achterblijvende te dienen; maar +als elke vreemdeling, die geen enkel recht op hem heeft en die tot hem +komt voor zijn eigen zaken, een billijk honorarium moest betalen en +het dubbele ervan, indien hij <span class="pagenum"><a id="p_158">[158]</a></span>des avonds kwam, dan zouden wellicht de +kinderen van een predikant hun vader leeren kennen en de domineesvrouw +zou niet behoeven te klagen, dat zij bijna nooit haar man ziet.</p> + +<p>Als een koopman zijn kantoor verlaat en naar zijn huis gaat, zou hij +zeer verwonderd zijn, indien daar een makelaar hem kwam opzoeken en +een zaak voorstellen. Een arbeider heeft rust in zijn eigen huis, maar +een domineeshuis is een doorloop, waarin alle soorten van menschen +zich bewegen. Waarom kan het tehuis van een predikant niet even heilig +zijn als dat van een handelaar? Waarom mag hij niet even goed als een +advocaat zijn uren van dagelijksche rust hebben? Wanneer zullen de +Gemeenten en het publiek toch eens begrijpen, dat indien een man +verplicht is op de hoogte te blijven van de beste gedachten van den +tegenwoordigen tijd en zich meester te maken van de schoonste +denkbeelden uit het verleden, wanneer hij zijn herderlijke plichten +behoorlijk moet vervullen en zijn aandeel moet hebben in de +voornaamste zaken <span class="pagenum"><a id="p_159">[159]</a></span>der gemeenschap, zijn tijd dan beschermd moet +worden tegen indringers en zijn krachten niet moeten verknoeid worden +in onbeduidende vergaderingen? Wanneer zullen de menschen begrijpen, +dat zijn arbeid even ernstig is en even geregeld is als die van elk +anderen man, die een ambt bekleedt en dat, dewijl zijn tijd behoort +aan zijn Meester, even goed als zijn talenten en al wat hij overigens +bezit, diezelfde tijd niet behoort aan gesalariëerde beambten en +spreekgrage bezoekers? Wanneer dat duidelijk begrepen wordt, dan zal +het voor de eerste maal tot zekere verstanden doordringen, dat, hoewel +de predikant vele zaken moet doen, een daarvan niet is, dat hij in de +maatschappij de plaats moet innemen van menschen, die het druk hebben, +of dat hij een spreekmachine is op tweede-rangs godsdienstige +bijeenkomsten.</p> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_160">[160]</a></span></p> + +<h2><a id="X"></a>X.</h2> + +<h3>VACANTIE.</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Daar is geen predikant, met een gezond hoofd en gevoelig hart, die +niet in vrede en vriendschap wenscht te leven met alle afdeelingen +zijner Gemeente, maar in het bijzonder is elke dominee gesteld op den +eerbied en het vertrouwen der jonge lieden. Dit is niet, omdat dezen +wijzer dan de oudere menschen; ook niet omdat zij geestelijker zijn, +maar omdat zij minder vormelijk en in hooge mate oprecht zijn.</p> + +<p>Een vrouw zal, uit welwillendheid en eerbied een dominee eer bewijzen, +omdat hij dominee is; een jonge man respecteert hem wegens zijn +persoonlijke eigenschappen. Als de predikant <span class="pagenum"><a id="p_161">[161]</a></span>een ondegelijk, +gekunsteld, laf of lui man is, dan, al was hij twaalf maal geordend en +zoo welsprekend als Apollo en al had hij een zalvende stem en +voordracht en al was hij nog zoo innemend in zijn omgang, doorzien +jonge mannen hem; zij verachten hem, willen niets met hem te maken +hebben, en weigeren naar de kerk te gaan om zijnentwil, terwijl zij +daarentegen, al is de dominee niet knap en zijn preek oppervlakkig, al +praat hij maar heel eenvoudig en heeft hij weinig verstand van de +gebruikelijke godsdienstige termen, naar hem zullen gaan luisteren, en +voor hem zullen opkomen, als achter zijn rug over hem gesproken wordt, +hem zullen bezoeken in zijn studeerkamer en hem raadplegen, zoodra zij +in de klem zitten, indien zij hem kennen als een degelijk man, die +hard werkt en den moed zijner overtuiging bezit in woord en daad.</p> + +<p>Zij zijn geen rechters in heiligheid en loopen gevaar werkelijk goede +mannen te onderschatten, omdat dezen soms week en verwijfd zijn, maar +<span class="pagenum"><a id="p_162">[162]</a></span>zij zijn onfeilbare rechters in manlijkheid en bovenal gelooven zij +in een dominee, die een flink man is. Zij vragen niet van hem, dat hij +meedoet aan hun spelen, want hij wordt misschien al wat oud of heeft +een gebrekkig lichaam, maar zij eischen van hem, dat hij in de +levenssport zich dapper en eervol gedrage.</p> + +<p>De ware dominee is er volmaakt mee tevreden geoordeeld te worden naar +den maatstaf der jonge lieden—hoe hij het groote levensspel +speelt—maar het hindert hem soms, dat jonge mannen denken, dat hij op +één punt een bijzonder voordeel heeft, en hij is de laatste man om een +voorgift in den wedstrijd te begeeren. Hij wenscht niet beschut te +zijn tegen kritiek of iets toe te krijgen wegens zijn positie, maar +hij wil zijn werk doen en gebruik maken van zijn goede kansen, hij wil +zijn tegenspoed verdragen en zijn strijd strijden precies als elke +andere man. En daarom is de dominee terecht prikkelbaar omtrent één +punt van beoordeeling en dat is zijn vacantie.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_163">[163]</a></span></p> + +<p>Verleden zomer—willen we aannemen—bracht hij de maand Augustus op +het land door en deed daar niets noemenswaard, behalve wandelen en +klimmen en visschen en kolven en rijden en vijftig andere dingen, die +hij als jongen ook gedaan had. Hij had zijn vacantie verdiend met elf +maanden te preeken, te onderwijzen, te studeeren, vergaderingen te +presideeren, raad te geven, te troosten, te berispen, te bezoeken, te +regelen en vijftig anderen dingen, die hij, toen hij een jongen was, +nooit gedacht heeft ooit te zullen doen. Zijn geweten was aan het +einde van den dag volmaakt zuiver, ofschoon hij geen woord geschreven +had, omdat hij den volgenden Zondag geen preek behoefde te hebben, en +ofschoon hij geen enkel bezoek had afgelegd, omdat er geen mensch te +bezoeken was, en hij wenschte zich zelf geluk, omdat hij in de lange +dagen van ledigheid lichaamskracht opdeed en zijn geest nieuw leven +verwierf voor het werk, dat in den winter hem wachtte.</p> + +<p>Eens op een avond kwam een tweewieler <span class="pagenum"><a id="p_164">[164]</a></span>langs den eenzamen weg in +vollen spoed en de rijder sprong eraf aan de poort; hij kwam, gekleed +in zijn luchtig costuum en blootshoofd door den tuin; zijn gezicht was +verbrand tot chocolade-kleur toe, hij zelf overdekt met stof, prettig +vermoeid na zijn rit van veertig mijlen, maar vol gezondheid, kracht +en vroolijkheid. Hij daagde den dominee uit als eerlijk man precies te +zeggen of hij hem kende.</p> + +<p>Hem kende! de dominee, zonder te kort te doen aan de deugd der +waarheidsliefde, mocht zeggen, dat hij wist, wie hij was; want hij was +immers de jonge man, die Zondags morgens altijd op de punt van de +voorste bank in den zijvleugel zat en des Zondags avonds orde hield in +een jongensschool in het Oost-einde en die altijd bereid was een oogje +te houden op den een of anderen kameraad en die zoo'n flink jongmensch +was, als er maar konden wezen.</p> + +<p>Hij werd in vroolijken triomf binnengehaald en na zich gewasschen te +hebben en een stevig maal te hebben gebruikt, zwierven de dominee <span class="pagenum"><a id="p_165">[165]</a></span>en +hij rond langs de helling van den heuvel en zij spraken over vele +zaken; toen zij terugkwamen, zetten zij zich neder in den tuin te +midden der geurige bloemen, totdat zij van slaap niet langer konden +spreken. Des morgens beklommen zij den heuvel van de achterzijde en +bekeken de landstreek en toen aanvaardde de jonge man zijn reis weer +en bij een kromming van den weg nam hij afscheid; en terwijl hij +vaarwel zei, schudde hij eenigszins treurig het hoofd, want hij ging +naar het naaste spoorwegstation en den volgenden dag zou hij weer hard +aan het werk zijn in het brandende kantoor in de city. „Mijn laatste +dag”, zei hij tot den dominee, toen zij scheidden, „en het is een +allerprettigste geweest” en ofschoon de jonge man den dominee niet +benijdde, dat hij nog veertien dagen vacantie had, kon deze toch niet +nalaten te gevoelen, dat zijn vriend wel dacht, dat de dominee beter +af was dan hij.</p> + +<p>Toen die gelukkige zomerdag alleen nog maar in de herinnering bestond, +zaten beiden eens <span class="pagenum"><a id="p_166">[166]</a></span>weer te zamen in de studeerkamer van den +dominee—dezen keer voor de brandende houtblokken. Zij spraken over +vele dingen—onder andere ook over dien tuin met zijn rijkdom aan +anjelieren—en de dominee maakte den jongen man deelgenoot van zijn +overdenking en verklaarde te gelooven, dat elke jonge man dezelfde +meening koesterde in den grond van zijn hart. Men kwam overeen, dat +men dadelijk een bespreking zou openen en de dominee nam op zich te +bewijzen, dat hij minder vrijen tijd had dan een kantoorklerk en dat +niet om een belachelijke stelling te verdedigen, maar omdat hij +meende, dat het de waarheid was. De jonge man had er schik in om +tegenpartij te wezen.</p> + +<p>Het was inderdaad een eenvoudige rekensom om twee rijen cijfers neer +te zetten op een velletje papier en het kleinste getal van het +grootste af te trekken; het verschil zou over den uitslag van het +twistgesprek beslissen.</p> + +<p>Daar de dominee een stadsparochie had en een voorname Gemeente, werd +hij edelmoediger <span class="pagenum"><a id="p_167">[167]</a></span>behandeld dan menig ander van zijn collega's en had +hij zes vrije weken per jaar, welke hij verdeelde in twee deelen, een +maand aan het eind van den zomer en veertien daag in de lente, wanneer +het zware winterwerk geëindigd was. En dit maakte samen twee en +veertig dagen. Tusschen Januari en December had hij waarschijnlijk +behalve zijn vacantietijd nog wel eens een dag, dat hij uit de stad +ging of een halven dag, dien hij in de stad naar vrije verkiezing +besteedde. De heele dag buiten werd zeer dikwijls doorgebracht met +kolven en den halven dag in de stad gebruikte hij om in een +bibliotheek te snuffelen en de boekwinkels te plunderen. Laten al die +halve en heelen dagen in het geheel te zamen acht dagen uitmaken, +zoodat des dominees vacantie in alles en alles vijftig dagen bedroeg.</p> + +<p>Terwijl de dominee zelf dit totaal nederschreef, meende zijn +tegenstander, dat het nauwelijks de moeite waard was zijn zaak te +verdedigen. Toen de dominee aanhield en den jongen man <span class="pagenum"><a id="p_168">[168]</a></span>een blad +papier gaf en een potlood, had het er veel van, dat de geheele zaak +niet veel meer dan op een grap zou uitloopen.</p> + +<p>„Twaalf dagen is de regel in ons kantoor en het is een bijzondere +tref, wanneer men in Augustus kan gaan, want het kunnen ook dagen in +April zijn,” zei de jonge man. En hij was reeds bezig twaalf af te +trekken van vijftig en benieuwd wat de dominee zou zeggen over een +meerderheid van acht en dertig.</p> + +<p>„Tellen de Zondagen mee bij uw verlof?” vroeg de dominee. De jonge man +gaf toe, dat dit niet zoo was en zoodoende werd het getal twaalf +veranderd in veertien, maar dat maakte niet veel verschil.</p> + +<p>„Is uw kantoor open op Kerstdag?” ging de dominee voort. „Ik denk van +neen; evenmin als op Nieuwjaarsdag, op Paaschmaandag, of op +Pinkstermaandag. Gewoonlijk is de tweede Kerstdag ook een vrije dag en +Goede Vrijdag ook. Zoo gaan we aardig de hoogte in; dat zijn zes +dagen, die gij niet gerekend hadt en dan is <span class="pagenum"><a id="p_169">[169]</a></span>er een vrije beursdag in +het begin van Augustus, dien gij liefst buiten uw jaarlijksche +vacantie sluit. Hoever zijn wij nu? Een en twintig dagen, dat wil +zeggen—drie weken. Het is niet veel voor iemand, die zoo hard werkt; +maar het is toch meer dan gij hadt uitgerekend.”</p> + +<p>„Ja, het vermindert uw meerderheid, maar die is toch altijd nog +aanmerkelijk—negen en twintig dagen meer voor den dominee dan voor +den klerk.”</p> + +<p>„Misschien,” antwoordde de predikant, „maar uw firma moest zich toch +eigenlijk schamen,—en zij heeft zoo'n goeden naam en doet zulke +groote zaken!—dat haar klerken den geheelen Zaterdag moeten werken +inplaats van een halven vrijen dag te hebben. Niets, zou ik zoo +zeggen, zou voor een jongmensch aangenamer zijn dan eens op zijn fiets +naar buiten te gaan op den Zaterdag-achtermiddag, in den tijd, dat de +bloemen beginnen uit te komen en dat de heggen het eerste groen +vertoonen of op een anderen tijd een paar uur te gaan schaatsenrijden +in het heldere, reine versterkende winterweer.<span class="pagenum"><a id="p_170">[170]</a></span> <ins class="corr" id="corr14" title="Bron: „"></ins>Ik +heb medelijden met u,” zei de dominee, „dat gij dien halven +vrijen Zaterdag niet hebt. Gij zijt al even slecht af als ik, voor +wien Zaterdag op een na de drukste dag van de week is.”</p> + +<p>De predikant stond op en wierp een nieuw blok op het vuur, want hij +was een edelmoedig man, met een tikje humor, en hij wilde zijn vriend +niet verlegen maken.</p> + +<p>„Daar heb ik nooit aan gedacht,” zei de jonge man rondborstig, „dat is +eerlijk waar. Ik herinner me, dat ik eens medelijden met u kreeg, toen +ik ging schaatsenrijden en bij u aanliep om te vragen of ge meegingt +en dat ge bezig waart met het maken van uw avondpreek.”</p> + +<p>„Welnu,” zei de dominee, „twee-en-vijftig maal een halve dag is +zes-en-twintig heele dagen, en daar afgetrokken de twee halve dagen, +die in uw geregelde vacantie vallen, blijven er vijf-en-twintig heele +dagen over, die moeten opgeteld worden bij uw een-en-twintig dagen, +dat maakt zes-en-veertig, of ik moet heelemaal niet kunnen tellen.</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_171">[171]</a></span></p> + +<p>„O!” zei de dominee, „heb ik gelijk of niet? Gij staat nu +zes-en-veertig tegen mijn vijftig. Ik moet u gelukwenschen met uw +minderheid. Geen dominee klaagt over zijn werk, zelfs niet over de +drukte en beslommering van den Zaterdag, maar ik vertel u eerlijk, +<span xml:lang="en">Dick</span>, er zijn oogenblikken, dat hij een leek den Zondag benijdt, want +de Zondag is de rustdag van den leek en voor den dominee de dag van +harden arbeid. Op dien dag slapen de meeste menschen des morgens iets +langer—ofschoon gij waarschijnlijk des Zondagsmorgens te vijf uur +opstaat om Duitsch te bestudeeren—en dan ontbijten zij op hun gemak; +want waarom zouden zij zich haasten, het is immers geen werkdag? +Tusschen het ontbijt en den kerktijd praten zij over alle soorten van +zaken en doorbladeren boeken en lezen brieven, die van verre gekomen +zijn en gevoelen zich geheel op hun gemak. Als het mooi weer is, +kiezen zij den langsten weg om naar de kerk te gaan, liefst door een +plantsoen of een park en zij drentelen kerkwaarts <span class="pagenum"><a id="p_172">[172]</a></span>met ongedwongen +geest. De vader zit met zijn gezin in hun bank en kan zonder afleiding +en zonder vrees zich geheel wijden aan den eeredienst. Misschien denkt +hij nooit eens aan de domineesvrouw, die als was zij een weduwe in +haar bank zit met hare als verweesde kinderen, want het hoofd des +gezins vervult op dien dag zijn zwaarste taak en heeft zooveel te doen +bij het leiden van de godsdienstoefening der anderen, dat men +nauwelijks kan zeggen, dat hij tijd genoeg heeft om zelf God te +vereeren. Wees zoo goed niet in de rede te vallen”—want de jonge man +gaf teekenen van toenadering om zich over te geven.</p> + +<p><ins class="corr" id="corr15" title="Bron: Alinea-break toegevoegd."></ins>„Weet je,” zei de dominee, in het dansende vuur +starend, „dat ik eenige jaren geleden eens een Zondag voor mij zelf +had met mijn gezin, en ik kan nog het aangename van dien dag smaken in +mijn herinnering. Wij begonnen na het ontbijt te praten over +Bijbelsche personen en godsdienstige onderwerpen en ik kwam voor het +eerst te weten, hoe mijn jongens er over <span class="pagenum"><a id="p_173">[173]</a></span>dachten. Wij zochten boeken +op, waarover gesproken was en ik las mijn geliefkoosde gedeelten uit +dichters en liet zeldzame uitgaven zien en deed mijn kast met gebonden +boeken eens open, waar de banden tegen licht en stof beschermd +stonden. We babbelden, we verbeuzelden onzen tijd een weinig, we +vermeidden ons in onze schatten. We dronken thee in den tuin, we +praatten over den ouden tijd, we maakten plannen voor de toekomst. +Wel, ik wandelde met mijn gezin naar de kerk, met licht gemoed en +zonder reden tot haast. Zoo zeer genoot ik den dag, dat ik besloot er +al van te halen, wat te halen was.</p> + +<p>„Denkt gij, dat ik in de kerkekamer ging vóór den dienst, omdat het +mijn consistorie was en dat ik den dominee inlichtingen gaf omtrent de +aankondigingen, omdat het mijn kerk was? Zeker niet. Ik ging binnen +door de voordeur, precies als ieder ander lid van de Gemeente en +knikte vriendelijk de kerkeknechts toe, als ik hen voorbij ging. Ik +liep door de gangen achter mijn gezin <span class="pagenum"><a id="p_174">[174]</a></span>en ging zitten aan het eind van +de bank net als ieder ander hoofd van een gezin. Na den dienst ging ik +naar de kerkekamer en na binnen gelaten te zijn, dankte ik den dominee +voor zijn preek als een van zijn hoorders en toen ging ik naar huis en +praatte met mijn jongens over den dienst, want het gesprek liep over +de preek van een ander en ik kon op al de mooie gedeelten wijzen. Dien +achtermiddag tijd te mijner beschikking hebbende, bezocht ik een zaal, +waar een man met een eigenaardige gave aan twee honderd ongeleerde +boeren de beginselen van den godsdienst ontvouwde en kwam tehuis +heerlijk verfrischt en toen lazen wij weer en praatten en mijn gezin +en ik werden heel innig, omdat wij tijd hadden en omdat het Zondag was.</p> + +<p>„Bij de avondbeurt had ik het genoegen een jongen man aan de deur op +te visschen, die op een plaats wachtte en ik nam hem mee naar mijn +bank en legde hem uit, dat hij 's avonds altijd daar kon gaan zitten +en dat ik blij was, <span class="pagenum"><a id="p_175">[175]</a></span>dat hij was gekomen, omdat wij stellig een +heerlijke preek zouden krijgen. Hij keek mij eenigszins nieuwsgierig +aan en wilde wat zeggen, toen ik hem voor was en uitlegde, dat ik dien +dag niet de dominee van de kerk was, maar eenvoudig zelf toehoorder. +Ik praatte al weer met mijn gezin na den dienst—het aangename van den +hak op den tak springen, wat echter niet nutteloos behoeft te zijn, +van menschen, die niet vermoeid, overspannen zijn en zoo eindigde de +dag van rust in een vriendelijke gezelligheid en innerlijke rust. Wij +moeten allen iets opofferen, <span xml:lang="en">Dick</span>, maar de zwaarste opoffering, die +een dominee heeft te doen is zijn Zondag, want zij is tot schade van +zijn eigen ziel en die van zijn familie. Wees dankbaar voor uw +<ins class="corr" id="corr16" title="Bron: rustigen">rustige</ins> Zondagen en behoud ze met jaloerschheid voor de +rust van geest en lichaam.”</p> + +<p>„Ge hebt uw zaak bewezen,” zei <span xml:lang="en">Dick</span>; „door vijftig Zondagen en vijftig +halve Zaterdagen er bij te voegen, wordt mijn vacantie zes-en-negentig +dagen tegenover vijftig van u.”</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_176">[176]</a></span></p> + +<p>„Het is laag,” zei de dominee, „een verslagen vijand af te maken, +vooral wanneer hij zoo'n goede kerel is, maar cijfers zijn niet +voldoende om de zaak geheel uit te drukken, omdat er ook nog gelet +moet worden op het verschil in den aard van het werk, dat verricht +wordt, laat ons zeggen in een kantoor en in een studeerkamer. Ik weet, +dat zaken nauwkeurigheid vereischen, dat er voortdurende inspanning +noodig is en dat men telkens voor verrassingen staat en voor +teleurstellingen en dat er kans is op grooten tegenspoed, maar de man +van zaken heeft ook zijn eigenaardige voordeelen. In de eerste plaats +is er een grens aan zijn werk, en als hij des avonds thuis komt, laat +hij zijn werk achter. Aan den arbeid van den predikant nu is geen +grens. Hij blijft altijd boven zijn hoofd hangen, roept altijd zijn +gedachten tot zich, zijn werk spant altijd zijne zenuwen bovenmate, +het drukt altijd op zijn geweten. Wanneer hij zich een gezelligen +avond veroorlooft, dan verkeert hij niet in dezelfde gunstige +omstandigheden <span class="pagenum"><a id="p_177">[177]</a></span>als de andere gasten, omdat zij hun brieven hebben +afgeschreven en hun geheele dagtaak hebben afgedaan en wanneer zij +naar huis gaan dan zal dat wezen om nog even een laatste hoofdstuk van +een boek te lezen vóór zij naar bed gaan; maar hij rukt zich los uit +werk, dat half af is en als zijn vrienden reeds zijn ingeslapen, +brandt op zijn lessenaar het licht nog. Daarenboven—en, <span xml:lang="en">Dick</span>, gij +kunt u niet verbeelden, wat dat beteekent—de koopman weet, dat hij +een zekere hoeveelheid werk in acht uren kan verrichten, omdat het +over zaken handelt; maar de dominee weet nooit wat hij kan doen, omdat +zijn werk betrekking heeft op denkbeelden. De noodzakelijkheid van +voort te brengen, zelfs wanneer de geest niets heeft te uiten, werkt +op de zenuwen van den dominee en kan zijn gezondheid benadeelen.</p> + +<p>„De dagbladschrijver schrijft elken dag, maar hij heeft nieuwe +onderwerpen om over te schrijven; de letterkundige werkt wanneer hij +gestemd is; de dominee moet schrijven over een oud +<span class="pagenum"><a id="p_178">[178]</a></span>onderwerp—ofschoon het belangrijkste wat de geest kan bevatten—en +hij moet schrijven, onverschillig of zijn geest helder of dof is. +Misschien is er niemand, die zulke oogenblikken van vreugde kent als +hij—wanneer hij bezield is; zeker heeft niemand zulke uren van +gedruktheid—wanneer hij niet tot zijn onderwerp kan opklimmen. Alleen +door geduldig lezen en onophoudelijk gebed kan hij zijn taak +vervullen, en dan is hij steeds zoo sterk mogelijk ingespannen en kent +nooit de rust van den man, die zijn werk verricht met overvloed van +tijd, kracht en denkbeelden. Wanneer de dominee komt te overlijden, +terwijl hij nog in de Bediening is, dan zal hij op zijn sterfbed in +zijn laatste oogenblikken van bewustheid nog iets te zeggen hebben +omtrent een brief, die niet beantwoord is en nog eenige verklaringen +te geven hebben aan een gezin, dat niet bezocht is en wanneer zijn +geest begint af te dwalen, zal hij ronddolen tusschen teksten, waarmee +hij gestreden heeft en pogingen, die niet tot het doel hebben geleid.”</p> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_179">[179]</a></span></p> + +<p>„Hij behoorde elk jaar twee maanden te hebben,” riep <span xml:lang="en">Dick</span>, „en als ik +diaken word, zal ik zorgen, dat mijn dominee daarenboven elke zeven +jaar een half jaar vacantie krijgt, opdat hij daarna weer beginne als +een geheel nieuw mensch, naar geest en lichaam.”</p> + +<p>„Ge zijt een beste kerel, <span xml:lang="en">Dick</span>, en ge zijt verstandig voor uwe jaren +en als de Kerk haar predikanten behandelde op deze wijze, dan zou zij +daar veel voordeel bij hebben. Want elke nieuwe gedachte, die +doordringt tot den geest van den dominee, en elk nieuw boek, dat hij +leest en elke nieuwe landstreek, die hij ziet en elke nieuwe +kunstverzameling, die hij in zijn vacantie bezoekt, vermengt zich met +zijn woorden, met zijn leven en de goede zorg, de edelmoedigheid der +Gemeenten zou met woeker terugkomen tot hun eigen zielen.<ins class="corr" id="corr17" title="Niet in Bron.">”</ins></p> + +<hr class="eind" /> + +<p><span class="pagenum"><a id="p_180">[180]</a></span></p> + +<h2><a id="XI"></a>XI.</h2> + +<h3>HOE EEN DOMINEE HERLEEFDE.</h3> + +<hr class="begin" /> + +<p>Men kon niet zeggen, dat de dominee te oud was geworden, want hij was +nog in de kracht des levens; ook niet dat zijn gezondheid wankelend +was, want hij was sterker dan in de dagen zijner jeugd; ook niet, dat +hij had opgehouden te studeeren, want hij las meer dan ooit; ook niet, +dat hij zijn tijd niet begreep, want hij was door en door een denker +van het heden. Men mocht niet denken, dat hij minder ijverig was in +zijn herderlijk werk of minder bekwaam in het regelen van zaken, ook +niet, dat hij twist had gehad met zijn Gemeente of zijn Gemeente met +hem; ook niet, dat de geest van het district <span class="pagenum"><a id="p_181">[181]</a></span>was veranderd of dat de +kerk haar lidmaten had verloren. Hij preekte even goed als hij ooit +deed, en met meer kracht en wijsheid dan twintig jaar geleden. Er +waren evenveel leden op de lijst en er werd evenveel geld +gecollecteerd en evenveel werk gedaan en de Kerk had een uitmuntenden +naam. Het was moeielijk den vinger te leggen op eenige wondeplek bij +dominee of Gemeente en toch was de dominee zich bewust en de menschen +hadden een onbepaald gevoel, dat er iets haperde. Er was minder +geestdrift in de Gemeente, de plichtsvervulling was trager, men +haastte zich minder, gehoor te geven aan een verzoek en er was minder +opkomst bij de extra-diensten. Er was minder enthousiasme, minder +vrijwillig werk, minder trouw.</p> + +<p>Na vijftien jaren dienst in dezelfde parochie, na al dien tijd +dezelfde menschen te hebben toegesproken, en noodzakelijkerwijze +altijd hetzelfde te hebben gezegd, en altijd zich bewogen te hebben in +dezelfde wijk, was de dominee zonder eenige fout van zijne zijde, maar +eenvoudig <span class="pagenum"><a id="p_182">[182]</a></span>tengevolge van de zwakheid der menschelijke natuur, een +weinig moede geworden. Hij had zijn frischheid verloren, niet van +gedachte of van uitdrukking, maar de frischheid van geest; hij had die +lichtheid van ziel, dat hoopvolle in den toon en die eeuwige +opgewektheid in de toespraak verloren, waardoor de menschen eens waren +aangetrokken en waardoor hij hun hart had gewonnen. En van hunne zijde +hadden zij de frischheid verloren te zijnen opzichte; niet dat zij +geen eerbied voor hem hadden of niet dankbaar waren voor vroegere +diensten of voor zijn tegenwoordigen arbeid, maar zij misten nu dat +gevoel van grootsche verwachtingen van hem en zij konden niet meer zoo +liefhebbend genieten in hem en zij spraken niet meer met zooveel +blijdschap over hem. Hunne harten klopten niet sneller, wanneer hij +preekte; het was niet een merkwaardige gebeurtenis, als hij een bezoek +bracht en men voelde geen groot ledig, wanneer hij weg bleef. Er was +nog steeds een eerlijke genegenheid tusschen den dominee en zijn +menschen, <span class="pagenum"><a id="p_183">[183]</a></span>maar zij had den hartstocht en het romantische van vroeger +jaren verloren. Zij was nu niet opzienbarend, maar regelmatig; +misschien een ietsje te kalm en ingetogen om liefde te heeten.</p> + +<p>De menschen waren zoo gewoon geworden aan hun dominee, aan zijn +voorkomen, zijn stem, zijn denkwijze, zijn eigenaardigheden, dat zij +in staat waren hem te critiseeren en zijn fouten met veel +nauwkeurigheid op te merken. Het kon hem niet schelen of hij +tegengesproken werd, en hij had aanleg om boos te worden, wanneer men +zich tegen zijn plannen verzette; hij was te zeer ingenomen met +zekeren gedachtengang en preekte niet altijd om te stichten; hij had +neiging om zich binnen een beperkten vriendenkring op te sluiten en +was niet voldoende ter beschikking van allen; hij gaf te veel aandacht +aan werk buiten de Kerk en verzuimde soms zijn herderlijke taak; hij +stond erop zijn vrije uren te gebruiken, zooals hem goed docht en +scheen er niet aan te denken, dat hij eigenlijk in het geheel geen +vrijen tijd behoorde te hebben; <span class="pagenum"><a id="p_184">[184]</a></span>hij was soms knorrig, wanneer hem +extra-werk werd opgedragen en hij was niet altijd welwillend, wanneer +hij iets doen moest, dat niet tot zijn eigenlijke werk behoorde. Tien +jaar geleden zou niemand hebben durven zinspelen op deze fouten, want +dan zouden de medeleden hem hebben uitgemaakt voor een onredelijk +mensch. De dominee was toen juist zooals hij nu is, maar zijn fouten +werden toen eenvoudig beschouwd als groote opgewektheid en ernst en +vriendschap en toewijding en geestelijk plichtsgevoel. Hij was toen +volmaakt bij de schemering van het morgenlicht; hij is nu een gewoon +mensch, wiens onvolmaaktheden duidelijk gezien worden in den glans van +het volle zonlicht. De dominee ook is nu in staat zijn menschen op een +afstand te beschouwen en hen onpartijdig te beoordeelen, terwijl zij +eens hem allen lief toeschenen zonder vlek of rimpel of iets van dien +aard en gij hadt veiliger het voorkomen van een bruid kunnen gispen in +tegenwoordigheid van haar bruidegom, in de bruidsdagen <span class="pagenum"><a id="p_185">[185]</a></span>zelfs, dan dat +gij één fout hadt mogen aanwijzen in de Gemeente van dien man. Hetzij +dat zijn oogen beter hebben leeren zien of dat zijn hart verkoeld is, +hij is niet meer onder bekoring; en ofschoon hij zulke zaken niet in +het openbaar zou willen zeggen, weet hij heel goed wat er hapert aan +zijn menschen. Eenigen van hen zijn hopeloos ingenomen met hun eigen +inzichten en ontoegankelijk zelfs voor het beste licht, wat hij +natuurlijk meent, dat het zijne is. Anderen zijn zoo liberaal, dat zij +bijna in het geheel geen geloof meer hebben en hij vergeet te +bedenken, dat hij verantwoordelijk is voor dit gemis aan geloof. Nog +anderen zijn zoo wereldschgezind, dat de ernstigste godsdienstige +roepstem geen invloed heeft op hun leven en dan zijn er nog, die zoo +liefdeloos zijn, dat zij voor de beste zaak niets over hebben om haar +te steunen. Het doet hem pijn, dat jonge menschen, die hij onderwees +en liefhad niet langer trouw aan hem zijn, maar anderen stemmen dan de +zijne de voorkeur geven en met evenveel <span class="pagenum"><a id="p_186">[186]</a></span>geestdrift spreken over +anderen, als zij eens spraken over hem; en hij voelt het gemis van die +kleine vriendelijkheden, die hem zoo dierbaar waren niet om de waarde +ervan, maar omdat zij de heiligheid der vriendschap bezegelden. Hij +gelooft nog, dat zijn Gemeente beter is dan eenig andere; hij denkt +nog aan hun trouw in het verledene; maar de dagen der eerste liefde +zijn voorbij en zijn hart is somtijds bezorgd.</p> + +<p>Op een avond waren de ambtsdragers van de Kerk bijeengekomen en toen +de zaken waren afgehandeld, raakten zij aan het praten over het +kerkelijk leven en over hun dominee. Zij waren over het geheel zeer +eerwaarde, gevoelige, goedhartige en oprechte mannen, die wenschten +hun best te doen met hun dominee en hem in geen enkel opzicht te +ergeren; zij droegen altijd zorg, dat hij behoorlijk zijn salaris +ontving en een aangename vacantie had; zij zouden nooit klagen zonder +reden en zouden zeker nooit ervan droomen iemand te vragen heen te +gaan of hem <span class="pagenum"><a id="p_187">[187]</a></span>ter zijde te zetten na langen dienst zonder een +fatsoenlijk jaargeld. Maar zij waren niet in hun schik met den gang +van zaken en na veel over-en-weergepraat, na veel half uitgesproken +plannen, veel wenken, veel aanduidingen en veel omschrijvingen was het +bijna een uitkomst, toen de heer <span xml:lang="en">Judkin</span>, de voorzitter, en een sterke +persoonlijkheid in woord en daad, uitdrukking gaf aan wat in hen +omging.</p> + +<p>„Er is geen mensch,” zei hij, „voor wien ik inderdaad dieper eerbied +gevoel dan voor onzen dominee, want hij heeft hard gewerkt en onze +Gemeente er bovenop gebracht. Hij is een zeer belezen man en een goed +prediker en niemand kan de minste aanmerking maken op zijn leven of +zijn gedrag; maar er is geen twijfel en ik meen, dat het beter is zoo +iets te zeggen dan dat het in het geheim gevoeld wordt, dat op de een +of andere wijze onze dominee langzamerhand zijn invloed op de menschen +verliest en dat de Gemeente in toon en in hart niet is, wat zij placht +te wezen. Mijn indruk, broederen, is dat, <span class="pagenum"><a id="p_188">[188]</a></span>hoewel het een gevaarlijke +onderneming voor ons is en hoewel wij waarschijnlijk nooit iemand +zullen krijgen, die voor ons doen kan wat onze dominee in het verleden +voor ons gedaan heeft, toch zijn werk hier is afgeloopen en dat het +best zou wezen, dat hij en wij eens veranderden.” En toen <span xml:lang="en">Judkin</span> de +vergadering rondzag, bemerkte hij, goed begrepen te zijn en daaruit +putte hij aanmoediging voort te gaan.</p> + +<p>„Onze dominee staat zoo goed aangeschreven in de Kerk en zijn +reputatie is zoo groot, dat hij gemakkelijk een andere plaats zou +kunnen krijgen, als hij wilde. Inderdaad heb ik reden om te gelooven, +dat hij dikwijls in de gelegenheid is geweest om te veranderen, maar +hij heeft altijd geweigerd een beroep in overweging te nemen. Er is +niemand in de Gemeente, die den dominee zou willen vragen om heen te +gaan—zeker zal ik het niet doen; maar ik maak me sterk, dat een nieuw +begin in een nieuwe plaats het best zou wezen voor hem en ik voel mij +verplicht er bij te voegen, misschien het beste <span class="pagenum"><a id="p_189">[189]</a></span>zou zijn voor ons. +Eén zaak zou ik echter nog willen zeggen en dat betreft een geldzaak. +Wij hebben geen arme Gemeente en wij zullen altijd wel in staat zijn +ons te redden, maar wij hebben een vrij groot tekort in kas en bij de +laatste aansporing van den preekstoel is er maar weinig weerklank +gegeven. Als de leden wat beter gestemd waren, zouden de noodige +vijfduizend gulden in een week zijn bijeengebracht.”</p> + +<p>Er was een pauze, waarin verschillende broederen met knikjes en +blikken den heer <span xml:lang="en">Judkin</span> te kennen gaven, dat hij in hun geest +gesproken had en toen werd het stilzwijgen verbroken door den heer +<span xml:lang="en">Stonier</span>, die in de Gemeente en er buiten bekend was wegens uiterste +zuinigheid in geldzaken, een totale afwezigheid van gevoel en een +ijselijke openhartigheid in het spreken. Men voelde, toen hij het +woord nam, dat als de heer <span xml:lang="en">Judkin</span> een spijker had ingeslagen in de +goede richting, de heer <span xml:lang="en">Stonier</span> dien zou inslaan tot aan den kop, +maar... men kan nooit weten! „We kunnen hier,” zei mijnheer <span xml:lang="en">Stonier</span>, +„veronderstel <span class="pagenum"><a id="p_190">[190]</a></span>ik, zeggen wat we denken, en er zijn geen reglementen +of orders van den dag. Wat mij aangaat, ik wist niet, dat wij van +avond hier kwamen om onzen dominee te oordeelen en ik wist niet, dat +de heer <span xml:lang="en">Judkin</span> en de overigen van plan waren hem min of meer ronduit +op beschaafde, Christelijke, deftige wijze te vragen naar een andere +plaats om te zien. O jawel, dat is jelui bedoeling, maar ge zijt een +troep van zulke poeslieve menschen, dat ge het woord niet uitspreekt +en niet zegt, wat ge meent! Wat mij aangaat, ik ben vijftien jaar lang +lid van deze Kerk en toen ik hier kwam, was het huis bijna leeg en nu +is het vol en de dominee heeft vijftien jaar lang hard gewerkt. Nu, ik +laat mij er niet op voorstaan, dat ik een philanthroop ben, en ik geef +nooit een cent voor de „bekeering der Joden” en ook niet voor de +„vereeniging tot voeding van de straatslijpers,” noch voor eenig ander +plan, waarvoor jelui pleit. Ik ben niet, wat men noemt, een milde +gever, maar ik hoop, dat ik een eerlijk man ben; en <span class="pagenum"><a id="p_191">[191]</a></span>ik zal u zeggen, +dat, indien ik een man op mijn kantoor had, die mij vijftien jaar +gediend en zijn werk goed gedaan had, en ik stelde dan voor om hem weg +te zenden, omdat het mij verveelde altijd hetzelfde gezicht aan zijn +lessenaar te zien en hetzelfde handschrift onder de oogen te krijgen, +dan zou ik mijzelf beschouwen als een schavuit; en ik dank God, dat ik +zoo iets nooit gedaan heb met een van mijn bedienden. Als gij iemand +kunt aanwijzen, die in mijn kantoor is werkzaam geweest en dien ik heb +weggezonden, omdat ik een nieuw gezicht wenschte te zien, dan geef ik +vijfhonderd gulden aan <span xml:lang="en">Timbucho</span> of aan welke andere zending gij maar +wilt.”</p> + +<p>Niemand dong naar den prijs, want het was wel bekend, dat, ofschoon de +heer <span xml:lang="en">Stonier</span> zoo hard was als ijzer voor liefdadigheid onder +onbekenden, hij een uitmuntend meester was in zijn eigen zaken.</p> + +<p>„Wat betreft het tekort in de fondsen der Kerk, indien dat de reden +is, waarom de <span class="pagenum"><a id="p_192">[192]</a></span>dominee ontslagen moet worden, dan ben ik bereid om de +geheele som zelf bij te passen; en ik doe dat, versta mij wel, als een +bewijs van eerbied en dankbaarheid—dankbaarheid, ziet ge, heeren, +voor vijftien jaren van harden arbeid!”</p> + +<p>Deze man van duidelijke taal was nauwelijks gezeten of de heer +<span xml:lang="en">Lovejoy</span>, de vriendelijkste en aangenaamste mensch van de heele +Gemeente, die eenigen tijd lang zeer beweeglijk was geweest, begon te +spreken.</p> + +<p>„Ik wensch niet te twisten met de lieve broederen, die gesproken +hebben, want de heer <span xml:lang="en">Judkin</span> is te sterk voor mij en niemand zou +broeder <span xml:lang="en">Stonier</span> kunnen beantwoorden op zijn schoon aanbod. Zeer +edelmoedig en juist overeenkomstig zijn vriendelijk hart, dat ik +sedert vele jaren heb leeren kennen bij mijn kleine werken der liefde; +maar dat is een geheim tusschen mijnheer <span xml:lang="en">Stonier</span> en mij. Wat ik wensch +te zeggen, is, dat ik onzen dominee liefheb om hetgeen hij is en om +hetgeen hij geweest is voor mij in <span class="pagenum"><a id="p_193">[193]</a></span>tijden van groote droefheid. +Toen..... ik mijn lieve vrouw verloor, bracht hij dag aan dag troost +aan mijn hart en onze predikstoel zal voor mij nooit dezelfde zijn +zonder onzen dominee.”</p> + +<p>Dat was alles, wat de heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> zei.</p> + +<p>Het scheen echter, dat hij een verborgen snaar had aangeraakt in elk +der aanwezigen en de een na den ander had iets te zeggen. Het leek wel +of zij de zaak, waarover gesproken werd, vergeten waren, zoowel als de +kiesche opmerking van den heer <span xml:lang="en">Judkin</span>. De een stond op om te zeggen, +dat de dominee hem getrouwd had, en dat hij nooit de toespraak bij het +huwelijk zou vergeten; een ander had eens plotseling een kiemen jongen +verloren en hij geloofde niet, dat zijn vrouw en hij ooit de +beproeving zouden doorstaan hebben zonder het meegevoel van den +dominee; een derde had wereldsche beproevingen doorgemaakt en het was +door een preek van den dominee, dat hij was staande gebleven; en een +vierde, die zooals iedereen weet, <span class="pagenum"><a id="p_194">[194]</a></span>aan vreeselijke verleidingen had +blootgestaan, wenschte nederig te verklaren, dat hij dien avond geen +ambt in een Christelijke Kerk zou bekleed hebben zonder de hulp van +den dominee in tijden van moeielijkheid. Anderen keken, alsof ook zij +wel iets te zeggen hadden en een diaken gebruikte heimelijk zijn +zakdoek en eindelijk stond de heer <span xml:lang="en">Judkin</span> zelf weer op en toonde zich +een man, waardig een Kerk te besturen en te leiden.</p> + +<p>„Broederen,” zei hij, „ik drukte de meening uit, die in mijn gemoed +was, en ik ben dankbaar, dat ik haar onder woorden gebracht heb, want +het spreken heeft mij verlicht en u goed gedaan. Ik neem nu terug, wat +ik zei: ik was een weinig moedeloos. Broeder <span xml:lang="en">Stonier</span> heeft volmaakt +gelijk en hij heeft ons allen een hart onder den riem gestoken; en als +hij het tekort dekt, waarvoor wij hem allen zeer verplicht zijn, dan +zal ik gaarne zien, mannen broeders, dat ge mij toestaat de kerk in +het najaar te schilderen, want de verf wordt een weinig bleek en ik +zou dat willen doen als een erkentelijkheid voor <span class="pagenum"><a id="p_195">[195]</a></span>hetgeen de dominee +geweest is voor mijn vrouw toen onze jongen tusschen leven en dood +zweefde.”</p> + +<p>Het voorbeeld van den heer <span xml:lang="en">Judkin</span> bracht de ambtsdragers op een nieuw +spoor; de een bood aan nieuwe liederenboeken te geven voor de +Zondagsschool, waaromtrent eenige moeielijkheid was gerezen; een ander +verklaarde, dat als de kerk opnieuw geschilderd werd, hij er voor +wilde zorgen, dat ook het wijkgebouw een nieuw kleed kreeg; een derde +bood aan een vierde gedeelte te betalen van het salaris voor een +zendeling om den dominee er van te ontlasten en drie andere +ambtsdragers eigenden zich de overblijvende drievierden toe, totdat er +op het laatst niemand was, die zich niet het recht had verzekerd, +persoonlijk voor zichzelf, om iets te doen, klein of groot, voor de +Kerk, en iedereen deed, wat hij aanbood, uit dankbaarheid aan den +dominee voor al wat hij voor hen was geweest en gedaan had gedurende +vijftien jaar. En ten slotte maakte de heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> al zijn broederen +week in een gebed, waarin hij dominee en lidmaten bracht <span class="pagenum"><a id="p_196">[196]</a></span>voor den +Troon der Genade en zoo pleitte, dat elk, toen hij de plaats verliet, +voelde, dat de zegen des Heeren op hem rustte.</p> + +<p>De preekbeurt in de week werd gehouden op Woensdagavond en werd in den +regel zeer slecht bezocht. Dezen keer was de dominee naar de +consistorie gekomen met een benepen hart, en hij bad om de genade den +heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> en een handvol vrome en eerzame vrouwen te kunnen +toespreken zonder blijk te geven van ontmoediging en zonder hen +moedeloos te maken. Daar waren tijden geweest in het verleden, dat de +dienst in de kerk was gehouden en de heer <span xml:lang="en">Judkin</span> placht in de stad op +de opkomst te pochen; toen was men uit de kerk naar de groote zaal +gegaan; maar in den laatsten tijd werden de weinigen, die kwamen, +bijeengeroepen in een kamer, omdat het aangenamer is een kamer bijna +vol te zien dan een voor driekwart ledige zaal.</p> + +<p>De kamer was vlak naast de kerkekamer en vóór hij naar binnenging, kon +hij tellen of er meer of minder dan het gewone dertigtal zouden <span class="pagenum"><a id="p_197">[197]</a></span>zijn. +Dezen avond gingen zoovele voeten voorbij zijne deur en er was zoo'n +levendige drukte, dat hij geloofde, dat er wel veertig zouden wezen, +wat een belangrijk aantal was en hij begon zich lafheid en ongeloof te +verwijten. Hij keek den liederenbundel door om een keus te doen, toen +de deur openging en de heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> binnenkwam met zooveel blijkbare +tevredenheid op zijn beminnelijk gelaat, dat de dominee zeker was van +iets prettigs. „Vergeef me, dat ik u stoor,” zei de goede man, „maar +ik kwam vragen of gij niet in de groote zaal zoudt gaan van avond? De +kamer is al vol en er komen elke minuut meer menschen. Het zou mij +niets verwonderen, als er honderd, misschien tweehonderd kwamen,” en +mijnheer <span xml:lang="en">Lovejoy</span>'s gelaat straalde en zonder het te weten drukte hij +voor de tweede maal des dominee's hand.</p> + +<p>„Ge kunt zeker zijn, dat ik maar al te blij zou zijn, maar.... wat +beteekent dit? Weten zij, dat ik zelf zal preeken?” En de dominee leek +bezorgd, uit vrees dat de menschen misschien <span class="pagenum"><a id="p_198">[198]</a></span>toegestroomd waren in de +hoop, dat de een of andere vreemdeling van naam zou spreken.</p> + +<p>„Natuurlijk weten zij het en daarom zijn ze gekomen,” antwoordde de +heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> met groote blijdschap; „voor geen mensch anders zouden er +zooveel gekomen zijn en als gij van avond niet preektet, zou dat de +grootste teleurstelling zijn, die de menschen ooit ondervonden; maar +ik moet mij haasten om toe te zien, dat alles in de zaal in orde +komt,” en een minuut later hoorde de dominee het geluid van vele +stemmen, toen de menschen vroolijk verhuisden van de kamer naar de +zaal en zelfs in de consistorie was het te merken, dat er een groote +schare zou zijn. Terwijl hij peinsde over de beteekenis hiervan, werd +al weer de deur geopend en weer kwam de heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> binnen.</p> + +<p>„We hadden niet genoeg geloof,” riep hij, „we hadden dadelijk naar de +kerk moeten gaan. Broeder <span xml:lang="en">Stonier</span> zei op zijn gewone besliste manier: +‚geen halve maatregelen, vooruit naar de kerk;’ maar ik +was bang, dat er niet genoeg <span class="pagenum"><a id="p_199">[199]</a></span>zouden zijn. Ik had ongelijk, heelemaal +ongelijk, de kerk zal mooi vol worden van onder tot boven, want de +menschen komen gestadig toestroomen—het is een prachtig gezicht, +zoo'n stroom. Ik zal u komen halen, als zij allen gezeten zijn; maar +geef hun tijd, want het is niet gemakkelijk van de eene plaats naar de +andere te gaan, zooals wij van avond gedaan hebben; maar we zullen het +anders aanleggen den volgenden Woensdag, dan gaan we dadelijk in de +kerk juist als in vroeger tijden” en de heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> verliet de +consistorie als op vleugelen.</p> + +<p>Toen de dominee in de kerk kwam, was deze bijna vol en hij gaf met +eenige moeite den eersten psalm op, want het schoot in zijn ziel, dat +deze menschen gezien hadden, dat hij moedeloos was en dat dit een +vernieuwde genegenheid was. Het gebed viel hem zelfs zwaarder dan het +lied, ofschoon zijn hart diep bewogen was door dankbaarheid aan God en +teeder pleitte voor de menschen. En toen hij genaderd was aan de +toespraak, wierp hij zijn papier met punten ter <span class="pagenum"><a id="p_200">[200]</a></span>zijde, want het leek +hem te koud en te <ins class="corr" id="corr18" title="Bron: vormemelijk">vormelijk</ins> en hij las den +honderd-zesentwintigsten psalm langzaam en met bevende stem en in +plaats van uitlegging, hield hij op tusschen de verzen en de menschen +begrepen. Toen hij het laatste vers las: „Die het zaad draagt, dat men +zaaien zal, gaat al gaande en weenende; maar voorzeker zal hij met +gejuich wederkomen, dragende zijne schoven”—aarzelde hij een +oogenblik en toen.... sprak hij den zegen uit. Na een oogenblik stil +gebed lichtte hij het hoofd op en zag, dat de menschen nog wachtten. +De heer <span xml:lang="en">Judkin</span> stond op, en naar voren komende voor den lessenaar, +dankte hij den dominee verstaanbaar voor al zijn werk—en toen kwamen +zij allen, mannen, vrouwen en kinderen—en elk zei op eigen manier +hetzelfde; en het gerucht heeft geloopen, dat <span xml:lang="en">Richard Stonier</span>, die het +laatst kwam en niets zeide, voor de eerste en eenige maal in zijn +leven van zijn stuk was gebracht.</p> + +<hr class="eind" /> + +<div class="TNbox"> +<a id="correctie"></a> + +<h1>Overzicht aangebrachte correcties</h1> +<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p> + +<table summary="correcties in tekst"> + <thead> + <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr> + </thead> + <tbody> + <tr><td class="td2"><a href="#corr01">Blz. vii</a></td><td class="td4">VI.</td><td class="td4">IV.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr02">Blz. 11</a></td><td class="td4">het geen</td><td class="td4">hetgeen</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr03">Blz. 15</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">die</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr04">Blz. 29</a></td><td class="td4">zal op prijs</td><td class="td4">op prijs zal</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr05">Blz. 35</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">”</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr06">Blz. 42</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr07">Blz. 46</a></td><td class="td4">Oordeelslag</td><td class="td4">Oordeelsdag</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr08">Blz. 58</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">„</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr09">Blz. 73</a></td><td class="td4">nieuwen</td><td class="td4">nieuwe</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 93</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">[<i>Alinea-break ingevoegd.</i>]</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 115</a></td><td class="td4">Eives</td><td class="td4">Dives</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 123</a></td><td class="td4">heeft</td><td class="td4">is</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 154</a></td><td class="td4">misschen</td><td class="td4">misschien</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 170</a></td><td class="td4">„</td><td class="td4">[<i>Verwijderd</i>]</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 172</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">[<i>Alinea-break ingevoegd.</i>]</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 175</a></td><td class="td4">rustigen</td><td class="td4">rustige</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 179</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">”</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 200</a></td><td class="td4">vormemelijk</td><td class="td4">vormelijk</td></tr> +</tbody> +</table> +</div> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's De Dominee en zijn Gemeente, by Ian Maclaren + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE *** + +***** This file should be named 29661-h.htm or 29661-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/9/6/6/29661/ + +Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/29661-h/images/rug.jpg b/29661-h/images/rug.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..447d995 --- /dev/null +++ b/29661-h/images/rug.jpg diff --git a/29661-h/images/voor.jpg b/29661-h/images/voor.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ca51bac --- /dev/null +++ b/29661-h/images/voor.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..5c4a831 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #29661 (https://www.gutenberg.org/ebooks/29661) |
