summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--29661-8.txt3786
-rw-r--r--29661-8.zipbin0 -> 80716 bytes
-rw-r--r--29661-h.zipbin0 -> 159134 bytes
-rw-r--r--29661-h/29661-h.htm3944
-rw-r--r--29661-h/images/rug.jpgbin0 -> 11279 bytes
-rw-r--r--29661-h/images/voor.jpgbin0 -> 62059 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
9 files changed, 7746 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/29661-8.txt b/29661-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..122e748
--- /dev/null
+++ b/29661-8.txt
@@ -0,0 +1,3786 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Dominee en zijn Gemeente, by Ian Maclaren
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Dominee en zijn Gemeente
+
+Author: Ian Maclaren
+
+Translator: W. van Nes
+
+Release Date: August 10, 2009 [EBook #29661]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE ***
+
+
+
+
+Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer.
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | Dit boek is een vertaling uit het engels van «Church Folks: |
+ | being practical studies in congregational life" van Ian |
+ | Maclaren, pseudoniem van John Watson. |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan |
+ | het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | |
+ | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | Deze zijn respectievelijk aangegeven als «aanhalingstekens". |
+ | |
+ | De in het origineel als cursief weergegeven tekst is in dit |
+ | e-boek weergegeven als _cursief_. |
+ | |
+ | Overduidelijke inconsistenties, druk- en spelfouten in het |
+ | origineel zijn gecorrigeerd. |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ +--------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE.
+
+
+
+
+ De Dominee en zijn Gemeente
+
+ VAN
+
+ IAN MACLAREN
+
+ Schrijver van: «Harten van Goud", «Zielenadel" enz.
+
+ DOOR
+
+ W. VAN NES.
+
+ TWEEDE DRUK.
+
+
+ ROTTERDAM,
+ J. M. BREDÉE'S BOEKHANDEL EN UITGEVERS-MIJ.
+
+
+ N.V. DRUKKERIJ V/H KOCH & KNUTTEL--GOUDA.
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+In dit werkje, tintelend van humor en stralend van, soms achter
+bittere ironie, op vlijmend sarcasme af, verborgen, liefde voor Kerk
+en Gemeente, geeft de ook in Nederland geliefde Engelsche predikant
+ons een kijkje achter de schermen van het kerkelijk leven in zijn
+land.
+
+Het kerkelijk leven in Engeland verschilt in vele opzichten van het
+onze; de positie van den predikant, zijne verhouding tot de Gemeente
+is in vele gevallen geheel anders dan ten onzent; maar.... waar het er
+voornamelijk op aankomt èn predikant èn lidmaten te beschouwen als
+menschen met al hun deugden en gebreken, met al hun grootheid der
+ziel, gepaard soms aan kleinheid van geest, met al hun uitwendigen
+tooi van vormen naast gemis vaak aan degelijken inhoud--daar vallen
+die onderscheidingen weg en komen punten van overeenkomst aan het
+licht, die den lezers dit boek tot een aangename, leerrijke,
+stichtende--zij het niet stichtelijke--lectuur zullen maken.
+
+Moge het Gode behagen dit geschrift zijn weg te doen vinden tot vele
+harten en hoofden!
+
+ _De Vertaler_,
+
+ W. VAN NES.
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Hoofdst. Bladz.
+
+ I. Hoe men het meeste nut trekt van een preek 1
+
+ II. Hoe een Gemeente haar dominee tot de grootste
+ volkomenheid brengt 19
+
+ III. Het «candy-pull" stelsel 37
+
+ IV. De oproermaker in de kerk 55
+
+ V. Bejaarde predikanten 71
+
+ VI. De dominee en het kerkorgel 87
+
+ VII. Een eigen bank 107
+
+ VIII. De fatsoenlijke bedelaars in onze kerken 123
+
+ IX. Is de dominee een leeglooper? 141
+
+ X. Vacantie 160
+
+ XI. Hoe een dominee herleefde 180
+
+
+
+
+I.
+
+HOE MEN HET MEESTE NUT TREKT VAN EEN PREEK.
+
+
+Om het rechte nut van een preek te hebben, moeten twee personen
+samenwerken en waar een van beiden zijn werk niet goed doet, daar is
+de preek mislukt. De eene is de man, die haar voordraagt en de andere,
+de vrouw of man, die haar hoort; terwijl er bijna even veel kunst is
+in het goed luisteren naar een toespraak als in het samenstellen
+ervan.
+
+Practische oefening is de eerste eisch voor den hoorder, want het is
+een feit, dat hij, die geregeld een kerk bezoekt, niet alleen meer
+hoort, maar ook beter volgt dan wie zoo maar eens om de twee maanden
+een kijkje komt nemen. Het spreekt van zelf, dat, indien de predikant
+een paar koperen longen heeft en de hoorder niet stokdoof is, deze, al
+komt hij maar zelden in de kerk, toch elk woord van den spreker kan
+opvangen; maar er is eenig onderscheid tusschen een stoomfluit, die
+binnen een gegeven kring doordringt tot elk oor zonder onderscheid en
+een muziekinstrument, welks geluid slechts gewaardeerd kan worden door
+geoefende hoorders.
+
+De stem van een bevoegd spreker is niet zoo zeer enkel geluid, maar
+zij is veel meer muziek, met fijne afwisselingen van toon en teedere
+buigingen der stem; de wijze, waarop hij een woord uitspreekt,
+verklaart de beteekenis, die hij eraan hecht; de opslag zijner oogen
+beteekent een aandoening, die hij ondervindt en wil opwekken; de
+strengheid zijner woorden wordt verzacht door het gevoelvolle van den
+klank; zijn loflied klinkt liefelijker door de innigheid, waarmee het
+wordt voorgedragen. Het oor van een vreemdeling kan zulke
+onderscheidingen niet maken; men moet gewoon zijn aan den spreker om
+de volle waarde van elke handbeweging, elke verandering van toon te
+gevoelen.
+
+Daarenboven, elk spreker, die waard is te worden aangehoord, schept
+zich een eigen atmosfeer en men kan zich daarin niet op zijn gemak
+gevoelen zonder geacclimatiseerd te zijn. De spreker heeft zijn eigen
+standpunt, en men moet zich daarop plaatsen om met hem te kunnen mee
+denken; elk woord wordt gefiltreerd in zijn geest en men moet dien
+geest kennen om de werking ervan te begrijpen. Toevallige hoorders
+zijn als in een doolhof zonder gids, maar de vrienden des sprekers
+gevoelen zich tehuis. «Hij zei dit of dat," beweert de toevallige
+bezoeker. «O ja," antwoordt de deskundige, «maar als hij dat zegt,
+beteekent het iets meer." Misschien zou men kunnen zeggen, dat de
+hoofdvoorwaarde voor goed hooren is, dat men den spreker kent, zijn
+eigen manier van werken, zijn geliefkoosde studiën, zijn onbewuste
+vooroordeelen, zijn bijzondere boodschap, en die kennis kan alleen
+verkregen worden door voortgezet hooren.
+
+Een dominee openbaart zich niet in zijn eigenlijke kracht in het
+particuliere leven: dat doet hij op den preekstoel. Wanneer men hem
+des Zaterdags op de straat ontmoet, dan spreekt hij over het weer of
+over een boek en verbergt zich, zooals trouwens elk degelijk man doet,
+achter een alledaagsch onderhoud; des Zondags, zonder het te weten,
+laat hij zijn masker vallen, totdat gij zijn karakter kunt doorgronden
+en in zijn ziel lezen. Er zijn natuurlijk sommige mannen, die in hun
+preeken even min zich bloot leggen als in hun gesprekken; maar in dat
+geval verliezen de hoorders er niets bij: dezulken hebben geen
+persoonlijkheid te openbaren, het zijn eenvoudig leeken in een
+geestelijk kleed gestoken. Men heeft een maand noodig om te gewennen
+aan een paar zware, nieuwe laarzen en ten minste zes maanden om
+gemakkelijk te zitten in een nieuwen studeerstoel; een jaar van
+herhaald bezoek wordt geëischt om op zijn gemak te komen met een
+nieuwen predikant; maar dan loont het genot ook de moeite.
+
+Het tweede voorschrift is aandacht, wat hierop neerkomt, dat een
+hoorder zijn lichaam in de kerk in dienst moet stellen van zijn ziel.
+Het kan wel zijn, dat menschen luisteren, terwijl zij bewegingloos en
+met gesloten oogen neerzitten en velen verklaren die houding door te
+zeggen, dat zij zich op die wijze onttrekken aan een afleidende
+omgeving, maar in dat geval behooren zij dan toch van tijd tot tijd
+eens teeken van leven te geven, al was het maar om den spreker gerust
+te stellen en de omgeving te behoeden voor de zonde van een liefdeloos
+oordeel.
+
+Er zijn gemeenten in Schotland, waar een derde gedeelte van de
+hoorders schijnt te slapen; maar de predikant krijgt later de
+zekerheid, dat diezelfde hoorders het beste verslag van de preek en de
+scherpste beoordeeling van zijn rechtzinnigheid kunnen geven. Maar men
+kan niet zeggen, dat zij nu juist een opwekkend schouwspel opleveren
+voor den spreker en deze komt vaak in de verzoeking eens iets
+onrechtzinnigs te zeggen om ze daardoor te dwingen eenig bewijs van
+belangstelling te geven.
+
+Indien iemand daarentegen behept is met den boozen geest van
+rusteloosheid, die hem ertoe brengt geen oogenblik stil te zitten, hem
+nu eens doet opstaan en een poosje later weer onder de bank weg doet
+duiken, dan behoort zoo'n man zich thuis te oefenen om zijn kwelgeest
+de baas te worden of hij moet ergens gaan zitten, waar hij kan
+luisteren zonder gezien te worden.
+
+Ook is het alles behalve dienstig om goed te hooren, wanneer een man
+zijn armen over elkaar slaat en achter in zijn bank leunt als iemand,
+die, wetende dat er een zware beproeving boven zijn hoofd hangt, een
+vast besluit neemt om ten einde toe stand te houden. Een spreker zal
+misschien heel vaak de aandacht vestigen op het edele leger der
+martelaars, maar hij wenscht toch liefst geen troep martelaars in zijn
+eigen kerk toe te spreken. Niets is zeker ontmoedigender voor een
+spreker--zelfs zóó dat de woorden besterven op zijn lippen en dat hij
+zijn gedachten niet geregeld kan uitdrukken--aan een gehoor, dat alle
+kenteekenen draagt van bestudeerde onachtzaamheid en niets is meer
+bezielend voor hem dan een onafgebroken rij van meelevende gezichten.
+
+Dan volgt de eisch, dat de hoorder zijn gedachten bepaalt bij het
+behandelde onderwerp en hier heeft de geoefende hoorder een zeer groot
+voordeel. Als het moeielijk is voor sommige menschen om te luisteren,
+dan is het nog tienmaal moeielijker voor andere personen om te volgen,
+want het is zeer goed mogelijk, dat iemand luistert en toch niet
+volgt. Er zijn maar weinige lieden, die een half uur lang over
+dezelfde zaak kunnen denken of zelfs maar denken over wat ook; na een
+korte poos verslapt hun belangstelling en zij blijven achter; zij zijn
+geheel den draad van de redeneering kwijt geraakt en hebben bijna het
+onderwerp vergeten. De preek, die voor zulk een onbestendigen geest
+geschikt zou zijn, zou moeten bestaan uit twintig onderafdeelingen,
+elk een verhaaltje of een wakker schuddende gedachte bevattende, die
+op zich zelf een geheel vormden, zoodat de hoorder, waar hij ook
+inviel, dadelijk zich tehuis gevoelde. Menschen met gevoel behoorden
+echter te bedenken, dat een opeenvolging van vermakelijke
+tooverlantaarnplaatjes niet hetzelfde is als een ernstig kunstwerk en
+indien iemand het Evangelie van Christus waardiglijk wil verkondigen,
+dan moet hij ernstig overwegen en van zijn hoorders nadenken eischen.
+De keten kan van goud zijn, maar de schakels behooren stevig aan
+elkaar te zitten en een hoorder moet de sterkte ervan onderzoeken,
+terwijl zij hem door de handen gaan. Indien iemand zich geen moeite
+geeft bij de poging om een preek te verstaan, dan eindigt hij bijna
+zeker met de klacht, dat de spreker langdradig of dat de toespraak
+onsamenhangend was. Het is niet de moeite waard naar een preek te
+luisteren, waarin de predikant niet zijn volle kracht heeft gelegd; en
+het is niet mogelijk een preek goed te verstaan, tenzij de hoorder
+eveneens al zijn krachten inspant.
+
+Mijn vierde eisch voor gezegend luisteren is oprechtheid en een
+predikant heeft het recht die hoedanigheid van zijn hoorder te vragen.
+Indien een lid van een rechtbank zijn zetel inneemt met een gevestigde
+meening betreffende de te behandelen zaak, dan is het te vergeefs, dat
+een pleitbezorger zich inspant en er is geen hoop op een rechtvaardig
+oordeel. Indien een persoon de kerk binnentreedt met vast gewortelde
+vooroordeelen in de zaak der waarheid, dan geeft het niets hoe knap of
+hoe welsprekend de spreker ook zij, hij kan geen vat krijgen op den
+geest van dien hoorder. De eerlijke hoorder is die, welke bereid is
+elke bewijsvoering in overweging te nemen en elk besluit te herzien,
+uitgenomen natuurlijk dat half dozijn uitgemaakte waarheden, die geen
+predikant met goed verstand ooit zal aanvallen en die elk godsdienstig
+mensch als vaststaand aanneemt. Er zijn echter vele kanten van waar
+men een waarheid beschouwen kan en die een hoorder misschien niet
+heeft vermoed en er zijn vele toepassingen eener waarheid, welke zich
+nooit aan hem voorgedaan hebben. Hij behoort bereid te zijn, den
+spreker te volgen als een gids en ten minste de zaak in zijn eigen
+belang te overwegen: hij behoort gewillig te zijn om te onderzoeken,
+hoever het woord van den spreker zijn eigen gedrag betreft.
+
+Niets prikkelt een spreker meer en geeft hem grooter vertrouwen bij
+het verklaren der waarheid, dan de zekerheid dat elk eerlijk woord,
+door hem gesproken, zal overwogen worden door eerlijke toehoorders.
+Hij gevoelt, dat, in geval zij het met hem eens zijn, dit alleen zal
+wezen, omdat zij overtuigd zijn; indien zij niet met hem instemmen,
+dan zal dat zijn omdat naar hun meening hij niet erin geslaagd is een
+goed pleidooi te leveren.
+
+En de laatste eisch is christelijke liefde, die dubbele zegen--èn
+voor den man, die spreekt èn voor de menschen, die hooren. Geen
+atmosfeer doet zoo veel kwaad aan den hoorder en geen is een zoo zware
+beproeving voor den spreker, als die van kleingeestige critiek en
+boosaardige vertolking. De menschen moeten met milden en edelmoedigen
+zin toeluisteren, bedenkende dat de predikant een man is even
+onvolmaakt als zij zelf zijn en zich herinnerende dat niemand mag
+beoordeeld worden dan met het oog op den inhoud van hetgeen hij
+onderwijst. Het is mogelijk, dat iemand op zekeren dag wat mat is--dat
+is vaak een gevolg van het weer; het is mogelijk, dat op een anderen
+dag hij niet vriendelijk gestemd is--dat is soms een zaak van
+spijsvertering; de hoorders zijn verplicht veel door de vingers te
+zien bij iemand, die te kampen heeft met den dubbelen hinderpaal van
+een weifelachtigen geest en een onvolmaakt lichaam. De hoorders moeten
+als regel aannemen, dat niemand altijd dezelfde kan zijn, tenzij hij
+zich voortbewege op de vlakke baan der vervelende gemeenplaatsen.
+
+Men vertelt, dat eens eenige afgevaardigden van een vacante gemeente
+een doctor in de godgeleerdheid van middelbaren leeftijd gingen
+hooren, een man van kalmen aard en zonder eenige bezieling. Na hem een
+preek te hebben hooren voordragen, die hij den voorafgaanden
+Maandagvoormiddag had gemaakt en zoo als hij er elken volgenden
+Maandag voormiddag een had kunnen maken, vroegen zij aan een van zijn
+gemeenteleden of dit een goed staaltje was van de gewone prediking des
+doctors. «Gij kunt," zei dit lid, «er staat op maken; hem eens te
+hooren is zoo goed als hem altijd te hooren; hij is altijd dezelfde;
+er is geen hooger of lager, geen beter of minder goed bij den doctor."
+Zekerlijk daalde hij nooit beneden het effen peil van het gewone
+boerenverstand en even zeker steeg hij nooit tot de hoogten der
+bezieling. Menig predikant ondervindt, dat om de vier of vijf
+Zondagen, dit verschilt naar omstandigheden, zijn vlucht vermindert,
+dat hij heel gelijkvloersch blijft en zich niet kan verheffen.
+Doch dan krijgt de gemeente den volgenden Zondag een ruime
+schadeloosstelling en de predikant bereikt te beter den top des bergs,
+met zijn vergezicht en frissche koelte, naarmate hij dieper was
+afgedaald in het dal en enger was ingesloten geweest.
+
+Een van de wreedste onrechtvaardigheden, waaraan de hoorders zich
+kunnen schuldig maken is den prediker te verdenken van persoonlijkheid
+en in zijn woorden een gedachte te leggen, die niet in hem opgekomen
+is. Wanneer het voorkomt, dat een prediker de een of andere bijzondere
+fout tot in kleinigheden beschrijft en met een zekere scherpte hekelt,
+dan behooren de aanwezigen zich ervan verzekerd te houden, dat hij
+bezig is zijn eigen fout te beschrijven, want inderdaad niemand is zoo
+goed op de hoogte van anderer fouten als van die, welke hij als zijn
+eigene erkent.
+
+Het is het best voor den hoorder te gelooven, dat de prediker bij al
+wat hij zegt, slechts gedreven wordt door trouw aan de waarheid en
+door liefde voor zijn medemenschen en dat niemand dieper dan hij het
+betreurt, indien er eenige tekortkoming of fout in den geest van zijn
+onderricht is. Zijn begeerte is te overtuigen en te troosten; zijn
+eenige belooning de geestelijke steun, dien hij verleent aan de zielen
+zijner medemenschen. Indien door zijne woorden eenige broeder kracht
+verkrijgt om zijn arbeid in den loop der week getrouwer te verrichten
+of wordt geholpen in de beproevingen des levens, dan is zijn doel niet
+mislukt en heeft hij geen berouw van zijn opofferingen. Zijn streven
+is het verhevenste, dat de mensch kent en zijn arbeid is de zwaarste.
+Daarom worde de meest mogelijke sympathie hem betoond en te zijnen
+behoeve stijgen de meest aanhoudende en ernstige gebeden ten hemel!
+
+Geen hoorder is eerlijk geweest tegenover den prediker, indien hij
+vergeet, wat aan de deur der kerk gezegd is of als hij een preek
+behandelt als een verhandeling, waarover geredetwist moet worden. De
+kerk is niet een plaats van uitspanning of een gezelschap tot oefening
+in het spreken: het is een school, waar de hoogste kennis wordt
+onderwezen--de kennis des levens. De onderwijzingen worden van den
+preekstoel af gegeven; het bewijs moet thuis geleverd worden. Meer dan
+eenige andere godsdienst is de Christelijke proefondervindelijk en
+practisch--niet een verzameling van regels, maar van grondbeginselen
+die moet worden uitgewerkt in het leven van elken mensch. Die prediker
+heeft zijn taak begrepen en volbracht, die een man tot handelen
+beweegt en die hoorder heeft het meeste voordeel van een preek gehad,
+die haar in praktijk heeft gebracht. De prediker behoeft geen lessen
+uit te deelen, door te zeggen, als tot kinderen: «ge moet dit of dat
+doen", want dat zou onverdragelijk zijn en tevens doelloos. De beste
+predikers wekken gedachten op, door de menschen zich te doen schamen
+over den lagen standaard van hun leven, terwijl zij luisteren naar de
+blootlegging der zonde en door hen te brengen tot adeldom der ziel
+door de tentoonstelling van de schoonheid der deugd. De eerlijke
+toehoorder begint niet goed te handelen omdat het hem gezegd is, maar
+omdat hij gevoelt het te moeten doen. Hij heeft zijn hart geopend voor
+de boodschap der waarheid, zooals de zachte grond in de lente zich
+opent voor het zaad en in die herbergzame woning ontkiemt het zaad en
+wast het op.
+
+Boven alles vraagt de Christenprediker twee dingen en deze kunnen
+alleen verkregen worden bij gehoorzaamheid van den hoorder. Hij
+noodigt zijn gehoor uit om discipelen en dienaren te worden van Jezus;
+hij verheerlijkt de genade en de macht des Meesters; hij verzekert
+zijn medemenschen, dat in Jezus te gelooven en Hem te volgen, leven
+is. Indien de hoorder redeneert en redetwist over Jezus, kan hij nooit
+tot de feiten komen en heeft hij niet eerlijk gehandeld met den
+prediker. Laat hem de proef nemen en het met Jezus wagen, zooals de
+eerste Christenen deden. Als hij dat doet, eerst dan zal hij in staat
+zijn de prediking te beoordeelen; doet hij het niet, dan behoort hij
+te zwijgen. Nooit is er beuzelachtiger getwist geweest dan met
+hoorders, die niet gelooven willen: zij zijn als menschen, die om
+het kerkgebouw heenloopen en kibbelen over de geschilderde glazen,
+welke alleen van binnen af kunnen gezien worden. Ook doet de
+Christenprediker een beroep op de offervaardigheid en het is zijn
+plicht de heerlijkheid te roemen van een onzelfzuchtig leven. Hij
+vraagt van de menschen, dat zij iets zullen doen dat moeielijk is en
+weinig aantrekkelijks heeft en belooft hun een loon, dat geestelijk en
+onzichtbaar is. De hoorder is verplicht dezen eisch voor zich zelf
+waar te maken en te onderzoeken of het waar is, dat men er gelukkiger
+en sterker door wordt, wanneer men niet zich zelf, maar anderen dient.
+
+Het hoofddoel van elke prediking is ten slotte bezieling, en de man,
+die in vuur gezet wordt, is de rechtvaardiging van den preekstoel. De
+grootste ramp bij de prediking is tegenzin en onverschilligheid. Nooit
+was een preek zoo onbeteekenend of zij bevatte meer dan de hoorders in
+toepassing konden brengen. Geen preek is mislukt, die, al is het maar
+één mensch, heeft verrijkt met één enkele gedachte of opgewekt tot één
+brave daad.
+
+
+
+
+II.
+
+HOE EEN GEMEENTE HAAR DOMINEE TOT DE GROOTST MOGELIJKE VOLKOMENHEID
+BRENGT.
+
+
+Tusschen een predikant en zijn Gemeente is een voortdurende
+wisselwerking, zoodat de dominee de Gemeente maakt en de Gemeente
+eveneens den dominee vormt. Wanneer men spreekt van hetgeen de
+predikant doet voor zijn gemeenteleden, dan denkt men daarbij niet aan
+bankhuur en opbrengst van collecte en statistiek en scharen, ook niet
+aan scholen en wijklokalen en zondagsscholen en bijbellezingen. De
+groote taak van den dominee is de vorming van karakters. De
+voornaamste vraag, die men te doen heeft in betrekking tot het werk
+van den predikant, is daarom: welke soort van menschen heeft hij
+gevormd?
+
+En een van de meest belangrijke vragen ten minste, waardoor men zich
+een oordeel kan vormen over de lidmaten eener kerkelijke Gemeente, is:
+wat hebben zij gemaakt van hun dominee? Hiermede bedoelt men niet,
+hoeveel traktement zij hem gegeven hebben of hoe vriendelijk zij voor
+hem geweest zijn, maar in hoeverre hij een man is geworden en of hij
+in den kring zijner Gemeente tot de voor hem bereikbare hoogte is
+gestegen? Sommige Gemeenten hebben hun dominee ten onder gebracht door
+hem zoolang te plagen, tot hij den moed en alle zelfbeheersching
+verloor en tot hij knorrig en driftig werd. Weer andere Gemeenten
+hebben hetzelfde gedaan door den dominee zoo naar de oogen te zien en
+te vertroetelen, dat hij ten laatste geen tegenspraak meer kon dulden
+en begon te gelijken op een dwingerig kind. Die Gemeente heeft haar
+taak het best vervuld, welke een atmosfeer heeft weten te vormen zoo
+bezielend en tevens zoo inspannend, dat alle goede eigenschappen in
+haar dominee aangekweekt en alle verkeerde neigingen onderdrukt
+werden.
+
+Een jonge dominee is een last, gelegd op eene Gemeente en haar eerste
+plicht is geduld, vooral ten opzichte zijner prediking. Zeker jong, en
+wat niet hetzelfde beteekent, onrijp dominee, begon zijn loopbaan als
+hulpprediker in een stadskerk, bekend wegens haar grootschen arbeid en
+haar ernst. Zijn werk was het bezoeken van zieken en het zorg dragen
+voor de zoogenaamde bijzaken; wijselijk werd hem zelden opgedragen te
+preeken. Als hij het deed, dan was zijn toespraak inderdaad een zeer
+jongensachtig opstel--ondiep, onpraktisch, vormelijk--en hij was
+verstandig genoeg zich te schamen.
+
+Na eenigen tijd werd hij ten gevolge van toevallige en persoonlijke
+omstandigheden beroepen in een Kerk in een afgelegen dorp. Vóór hij de
+groote stadskerk verliet, kwam een der ouderlingen hem bezoeken om
+afscheid te nemen. Deze zei, dat hij het zijn plicht rekende te doen
+uitkomen in welk opzicht de hulpprediker was geslaagd en waarin hij
+gefaald had.
+
+«Ge zijt zeer oplettend geweest voor de zieken en ... voor ... de
+kinderen, en ik mag, zonder vleierij verklaren, dat men veel van u
+hield, maar gij weet wel, dat God u niet het talent heeft toebedeeld
+van spreken in het openbaar. Ik vrees, dat ge nooit in staat zult zijn
+te preeken. Dat belet natuurlijk niet, dat ge toch wel als herder
+nuttig en tot zegen kunt wezen."
+
+Het was geen opwekkend vooruitzicht om altijd oude, ziekelijke dames
+te bezoeken en dienst te doen bij zondagsschoolfeestjes, maar de jonge
+man dankte den vriendelijken ouderling met een benepen hart en ging
+naar zijn nieuw arbeidsveld.
+
+Zijn eerste ervaring in de nieuwe parochie scheen de droeve
+voorzegging te bevestigen. Den eenen dag raakte hij in de war in het
+midden van zijn preek; een anderen keer, terwijl hij bezig was een
+Zendbrief van Paulus te verklaren, verdwaalde hij zoo te midden van
+zijn gedachten, dat hij van voren af aan moest beginnen en de helft
+van zijn tekstverklaring moest herhalen. Bij die gelegenheid was de
+jonge predikant zoo ontmoedigd, dat hij op den preekstoel zelf een
+overijld besluit opvatte om ziin ontslag te nemen en hij ging zeer
+ternedergedrukt de kerkekamer binnen. Daar stond een oude Hooglander,
+een ouderling, op hem te wachten; deze nam hem bij de hand en dankte
+hem voor «een welsprekende toespraak."
+
+«Het is wonderbaar," zei hij met zijn zoet, minzaam accent, «dat gij
+zoo goed preekt, en dat nog zoo jong, en ik zou u willen zeggen, dat
+gij u nooit ongerust moet maken, als ge soms eens een punt van uw
+toespraak vergeet. Dan laat ge eenvoudig een psalm zingen en neemt wat
+rust; wellicht komt het dan weer in uw hoofd terug. Wij hebben
+allemaal overvloed van tijd en we houden allen heel veel van u. De
+menschen praten erover, wat een goed spreker gij binnen kort zult zijn
+en zij zijn nu al trotsch op u."
+
+Den volgenden zondag beklom de dominee den preekstoel vol vertrouwen
+en werd gedragen door de lichtverheffende atmosfeer der
+vriendelijkheid en daarom haperde hij niet en vergat hij niets en ook
+is het sedert dien dag niet noodig geweest, dat hij weer van voren af
+aan begon.
+
+Het is inderdaad geen wonder, dat zijn hart nog altijd vanuit de stad,
+waar hij thans is, met dankbaarheid en liefde terugdenkt aan die
+Hooglandsche parochie; was zijn eerste Gemeente niet zoo vol
+christelijke liefde voor hem geweest, dan zou hij nu niet in de
+bediening des Woords zijn.
+
+De leden eener Gemeente zijn verplicht hun dominee bij te staan in de
+wereld buiten de Kerk. Hij behoort tot hen en zij moeten naijverig
+zijn op zijn goeden naam. Indien hij iets zegt of doet, wat niet recht
+is dan mogen zij hem dat zeggen onder vier oogen in alle teederheid en
+liefde; maar als vreemdelingen hem bevitten, laat dan zijn eigen
+menschen hem verdedigen en prijzen. Indien iemands eigen huisgezin hem
+trouw blijft, dan wordt zoo iemand niet ter neder geslagen door de
+vijandschap van de menschen op de straat. Wanneer dat huisgezin zich
+tegen hem keert, dan ontzinkt hem het hart. Niets zal een degelijk man
+meer ertoe brengen streng voor zichzelf te zijn en zijn fouten te
+erkennen, dan de ontdekking, dat wie hem onder vier oogen berispt, hem
+in het openbaar verdedigt.
+
+Het kwam eens voor, dat een voornaam Kerklid het als zijn plicht
+beschouwde zijn dominee, aan wien hij overigens zeer gehecht was, te
+berispen omdat diens prediking scherp en ongeestelijk was geworden.
+
+Zij waren persoonlijk bevriend en het gesprek werd gevoerd in een
+volmaakt passenden vorm; maar de dominee voelde zich toch daarna
+eenigszins gegriefd, wat vrij dwaas was, en hij pijnigde zich met de
+gedachte, dat zijn vriend en zijne Gemeente iets tegen hem kregen.
+Eenige dagen later kreeg hij het bezoek van een collega en terwijl zij
+zaten te praten over verschillende zaken, wenschte zijn bezoeker hem
+geluk ermee, dat zijn menschen zoo aan hem gehecht waren.
+«Bijvoorbeeld: gisteren avond aan een diner was de oude doctor Sardine
+bezig te vitten op uw prediking,--hij noemde u een liberaal en zoo
+voort--toen de heer Cochrane uit den hoek kwam en den ouden heer
+vertelde, dat hij niet wist, waarover hij sprak. Ik bezoek zijn kerk,
+zei uw man, en ik weet, dat ik mijn dominee nooit zal kunnen
+vergelden, wat hij voor mij en mijn gezin gedaan heeft! Dat was goed
+Hollandsch en maakte een geweldigen indruk en daar was ten minste één
+dominee, die u zulk een vriend benijdde."
+
+Terwijl zijn vriend hem flink, onder vier oogen als man tegen man, op
+zijn fouten had gewezen, en terwijl hij zich persoonlijk had beleedigd
+gevoeld, als een dwaas kind, had diezelfde vriend met edelmoedige
+geestdrift gewaakt voor zijn goeden naam en de gedachte daaraan wekte
+op tot berouw. Het oordeel van zijn vriend kreeg een nieuwe
+beteekenis, geheiligd als het werd door zulke bewijzen van oprechtheid
+en grootmoedigheid. Zoo kwam de dominee ertoe ernstig na te denken
+over zijn toestand en hij gevoelde in uitersten vervallen te zijn.
+Niets oefent een weldadiger invloed uit op een rijk begaafd man dan
+het gevoel dat een aantal menschen hem vertrouwen en over hem waken.
+Dit vertrouwen vervult hem met nederigheid, onderdrukt zijn hoogmoed,
+leert hem voorzichtigheid en doet hem zijn groote verantwoordelijkheid
+gevoelen, zich in den strijd des levens flink te houden.
+
+Een verstandige Gemeente zal ook beantwoorden aan het hoogste, wat de
+dominee geeft en zal onderscheid maken tusschen een tweede- en een
+eerste-rangsproduct van zijn brein. Daar is zoo iets als een
+«goedkoope" preek, die misschien heel populair en duidelijk is, met
+een heel oppervlakkig tintje van knapheid. Vlugge mannen worden vaak
+verleid zulke preeken te geven, omdat zij heel gemakkelijk voorbereid
+worden en geen inspanning van de ziel eischen. En een Gemeente houdt
+wel eens van zulke preeken, omdat zij maar weinig oplettendheid
+vragen.
+
+Er is ook zoo iets als een «dure" preek, die heel wat strijd voor
+hoofd en hart gekost heeft--een preek vol gedachten en hartstocht.
+Zulke preeken worden niet gemakkelijk gemaakt en evenmin gemakkelijk
+verstaan. Wanneer de predikant zijn ziel in zijn werk gelegd heeft,
+dan moeten de hoorders ook hun ziel wijden aan het hunne. Natuurlijk
+zal een sterksprekende persoonlijkheid niet ophouden zijn beste, zijn
+voortreffelijkste werk voort te brengen, is er al niemand, die het
+goedkeurt en hij zal in geen geval beneden zijn hoogste standpunt
+dalen; maar de begeerte naar goedkoope en populaire prediking is een
+groote verleiding voor een gewoon dominee, zoodat hij soms in de
+verzoeking komt de dwazen in zijn Gemeente te gelieven en zijn eigen
+last te verlichten door iets minder goeds te geven, dan hij zou kunnen
+doen.
+
+En het is het meest bedroevende en het pijnlijkste verschijnsel in het
+kerkelijk leven, wanneer men een man ziet slagen, voor den uiterlijken
+schijn ten minste, die zijn talenten heeft begraven en wanneer een
+Gemeente gelukkig en schijnbaar tevreden is, na haar dominee te hebben
+verwaarloosd.
+
+Indien een predikant vervuld is van een hoog ideaal en een ijzeren wil
+heeft, dan zal hij zich zelf tot volmaking brengen in spijt van de
+meest ontmoedigende omstandigheden, en ofschoon de lieden vragen om
+goedkoope knapheid, zal hij volhouden hen te voeden met de krachtigste
+spijzen. Doch vele verdienstelijke mannen zijn noch bijzonder sterk
+noch geestelijk en indien hun menschen geen lust hebben in stevig
+voedsel, dan voldoen zij hen met het armzaligste van alle
+kunstgrepen--godsdienstige liflafjes. Soms is het een evangelisch
+praatje, soms maatschappelijke bombast of diepzinnige wartaal, altijd
+is het een bijproduct van den geest des mans en minder dan waardeloos
+voor de lidmaten zijner Kerk.
+
+Het dient den dominee duidelijk gemaakt te worden, dat zijn Gemeente
+verwacht te deelen in de rijpste vruchten zijner kennis en zijn meest
+zorgvuldige overdenkingen op prijs zal stellen. Wanneer hij bij een of
+andere gelegenheid zijn toppunt bereikt en een «groote" preek preekt,
+dan komt het er niet op aan of iedere persoon elk woord heeft begrepen
+of dat wellicht eenigen maar ongeveer de helft gevat hebben. Men
+behoort hem te zeggen, dat al de leden der Kerk trotsch op hem zijn en
+God voor hem danken en dat, indien hij misschien door sommigen niet
+bijgehouden is, dit niet een gevolg was van duisterheid, maar van
+verheffing, en dat men blij is een dominee te hebben, die op zulk een
+hoog peil staat.
+
+Hij moet niet tot hen nederdalen, maar zij moeten trachten tot hem op
+te klimmen. Het is een onwaardige zaak voor een dominee om de gewone
+praatjes van de gemeenteleden in een toonbaar kleed te steken, zoodat
+de mindere man naar huis gaat zich zelf gelukwenschend omdat hij zijn
+armzalige denkbeelden netjes aangekleed en opgedirkt heeft herkend.
+Het is profetentaak zijn kudde hemelwaarts te leiden zelfs
+niettegenstaande de weg soms door de woestijn voert en die kudde
+behoort te volgen dicht achter den profeet en hem te doen weten, dat
+zij er zijn en dat zij niet zullen ophouden te volgen, totdat hij hen
+gebracht heeft midden in het Land van Belofte.
+
+In die omstandigheden zal een man zich verplicht gevoelen de beste
+boeken te lezen en door te dringen tot het hart van elke zaak; hij zal
+noch verstandelijken arbeid, noch eenige aandoening der ziel schuwen
+om te gemoet te komen aan de verwachting van een ernstig, ontwikkeld
+gehoor en indien hij er ten laatste in slaagt een leider te worden,
+wiens woorden tot in de verte doorklinken, dan zal aan deze Gemeente
+de eer daarvan toekomen, die in hem geloofde en groote dingen van hem
+verwachtte en meer van hem maakte dan hij ooit, in zijn eerzuchtigste
+oogenblikken, gemeend heeft te zullen bereiken.
+
+Het is ook de plicht van de leden eener Gemeente hun predikant aan te
+moedigen en zij zouden zich in den regel daartoe meer moeite geven,
+indien zij slechts wisten, hoezeer hij die aanmoediging noodig heeft
+en hoezeer hij er door zou gedijen. Zij moeten een sterke
+verbeeldingskracht hebben om de beproevingen van zijn stand te
+begrijpen, die geheel verschillen van die op ieder ander arbeidsveld,
+omdat hij werkt bij geloof en niet bij aanschouwing. Wanneer hij in
+zijn studeerkamer zit en tegen den middag nog niets geschreven heeft,
+omdat zijn gedachten niet toevloeien of wanneer hij het werk van vier
+uren verbrandt, omdat het waardeloos is, dan kijkt de dominee eens
+naar buiten en benijdt den metselaar, die aan de overzijde der straat
+een zeker aantal voeten metselwerk heeft gemaakt, dat zoo goed en
+kwaad als het is of wezen kan, vele jaren duren zal. Wanneer hij de
+zieken zijner kudde bezoekt, bezorgd uitziende naar een teeken of zijn
+woorden van opbeuring en raad eenige degelijke uitwerking hebben
+gehad, dan zou hij wenschen een geneesheer te zijn, die kan zien, welk
+goed hij doet en die zijn oogenblikkelijke belooning vindt in levens,
+die hij redde van den dood--in lichamen, die hij bevrijdde van pijn.
+Soms schijnt het den dominee toe, alsof hij week in, week uit zijn
+woorden verspilt--hij kon even goed trachten de woestijn in een zee te
+veranderen door er emmers water in te werpen. Uit den aard der zaak
+kan hij de vrucht van zijnen arbeid niet ontdekken en daarom moeten
+anderen hem vertellen, dat hij niet te vergeefs gearbeid heeft. De
+menschen zijn er vlug genoeg bij om een preek te critiseeren of er
+over uit te weiden, dat het bezoek een weinig minder druk was dan den
+vorigen keer, maar is er niets anders dat zij zouden kunnen melden aan
+den predikant? Heeft hij nooit eenig licht geworpen over een of ander
+moeielijk gedeelte van de Heilige Schrift of het geweten bepaald bij
+de beteekenis van eenigen nieuwen plicht of troost gebracht aan het
+hart in de een of andere verdrietelijkheid des levens? Waarom moet hij
+in onwetendheid gelaten worden, hij die juist zoo smachtend wacht op
+nieuws, dat niet komt en dat zooveel zou waard zijn?
+
+Laat ik u eens brengen in een studeerkamer, waar de dominee met
+inspanning van alle krachten tegen stroom op roeit en eraan wanhoopt
+ooit het strand te bereiken. De morgenpost komt aan en vier brieven
+worden op zijn tafel gelegd: de eerste is onbelangrijk, de tweede is
+vervelend, de derde is plagerig en de ontmoedigde man opent den
+vierden brief met een zucht. Zeker weer een klacht van den een of
+anderen twistzoeker; zeker weer een speldeprik toegebracht aan een
+vermoeid man? Wat is dat?
+
+«Mijn waarde dominee!--Een tijd lang heb ik u willen schrijven en u
+vertellen wat een hulp gij geweest zijt voor personen, die mij zeer
+dierbaar zijn. Herhaalde malen is mijn echtgenoot opgebeurd en
+aangemoedigd door uwe flinke woorden in zijn strijd om in zijn zaken
+te doen, wat goed is. Hij zei mij eens op een avond, dat niets meer
+ertoe had bij gedragen om hem eerlijk te doen blijven dan uw preeken.
+Gij weet, dat onze Jack ons een tijd lang zeer verdrietig maakte door
+zijn zorgeloosheid en onverschilligheid voor het huiselijk leven.
+Welnu, hij is in den laatsten tijd geheel veranderd en is zeer
+oplettend voor mij en lief voor zijn vader. En op mijn verjaardig
+bracht hij mij een zeer mooi geschenk, waarvoor hij bepaald eenige
+maanden moet gespaard hebben. Toen ik hem vertelde, hoe dankbaar ik
+was, zei hij alleen: «de preek over zoons en moeders heeft het
+gedaan!" En nu scheen het mij toe, dat uw preek van verleden Zondag
+over bezorgdheid voor mij geschreven was, want ik heb zoo weinig
+geloof en ben zoo angstvallig. Daarom moest ik u even vertellen, dat
+gij het leven van een geheel gezin hebt bezield en dat wij God danken
+voor u.
+
+ Uw zeer dankbare
+ May Harrison."
+
+De brief schijnt misschien niet lang of niet moeielijk te begrijpen,
+maar de dominee was toch niet tevreden vóór hij hem zesmaal gelezen
+had. En ofschoon het wellicht ook geen geleerde brief schijne, hij
+wierp toch zulk een vloed van licht op den tekst, dat de pen van den
+dominee over het papier vloog. Hij borg dien brief achter slot in zijn
+lessenaar, maar merkte, dat hij een zin vergeten had, zoodat het
+wenschelijker was hem in den zak te dragen. Des Zondags oordeelde hij
+het noodig dien brief te lezen vóór hij naar de kerk ging en in de
+kerkekamer sloeg hij er nog een laatsten blik in. En de dominee
+preekte dien morgen met zulk een kracht en zoo vol opgewektheid, dat
+zelfs de vitters tevreden waren en de Gemeente ging huiswaarts op
+vleugelen.
+
+
+
+
+III.
+
+HET «CANDY-PULL" STELSEL.
+
+
+Terwijl ik schrijf ligt voor mij op de tafel een beroep op de leden
+van een Christelijke Jongelingsvereeniging (Young Men's Christian
+Association) en ik schrijf het woordelijk af:
+
+ «Vergeet niet
+ De volgende gezellige bijeenkomst,
+ De volgende candy-pull,
+ De volgende feestelijke samenkomst,
+ Den volgenden zangdienst,
+ De volgende evangelische samenkomst,
+ Het volgende diner met kippenpastei,
+ Den volgenden datum, waarop gij den secretaris behoort te
+ verblijden met uw penningen."
+
+Deze merkwaardige opsomming van werkzaamheden, waarin evangelische
+ijver en bekwaamheid in zaken zich paart aan wat het vleesch aangenaam
+is, kan zonder uitleggen begrepen worden; de verschillende punten
+geven ons een duidelijke verklaring van een godsdienstige instelling
+op de hoogte van den tijd--een waar mengelmoes van een Amerikaansche
+Y. M. C. A.
+
+Misschien heeft één afdeeling van het werk eene kleine opheldering
+noodig; er zijn wellicht eenige menschen, die in het algemeen goed op
+de hoogte zijn van de afdeelingen van Christelijk werk en die toch nog
+niet zoo ver met hun onderzoekingen gevorderd zijn, dat zij kwamen tot
+een «candy-pull."
+
+Deze afdeeling, als dit het juiste woord is, is een gezelschap jonge
+mannen en vrouwen, die te zamen komen om aan reepen kandij te trekken
+en men zegt dat in het geval, dat de twee sexen er aan mee doen, de
+bezigheid zeer uitlokkend is. Het kan ook zijn, dat dit kandij-trekken
+met het oog op de beteekenis van het woord Jongelingsvereeniging zich
+beperkt tot één sexe en daardoor beroofd wordt van de helft der
+aantrekkelijkheid, maar men mag aannemen dat in deze dagen van
+«aangename" godsdienstige avondjes de jonge mannen toch niet behoeven
+overgelaten te worden aan hun eigen gezelschap.
+
+De Christelijke Kerk en een Jongelingsvereeniging zijn natuurlijk zeer
+onderscheiden instellingen en de laatste is niet gebonden aan eenige
+overlevering van strenge waardigheid; maar men mag zich niet erover
+verwonderen, dat de Kerk ook eenigszins is getroffen door den geest
+van gezelligheid en ook haar best doet om den godsdienst een weinig
+onderhoudend te maken. Wanneer men in Amerika binnenkomt in wat men
+noemt een plaats van godsvereering, dan verbeeldt men zich in een
+salon te zijn. Er ligt een dik kleed op den vloer, er staan rijen
+stoelen, zooals men die in een schouwburg verwacht, een groot orgel
+trekt het oog en bij de plaats van den predikant vindt men een
+monsterbloemruiker; de menschen komen binnen met een vroolijk gezicht
+en groeten elkander heel opgewekt; bijna niemand buigt het hoofd tot
+een gebed en het gebouw wordt vervuld met een vroolijk gebabbel.
+
+Daar maakt een man zich los uit een gesprek en loopt haastig door het
+gedrang naar het platform even vaak zonder een geestelijk kleed, als
+niet in leeken-kleeding. Dan treedt een kwartet naar voren en zingt
+met het gelaat gekeerd naar het gehoor een lofzang voor de
+vergadering, die niet opstaat, en later zingt datzelfde kwartet een
+tweede loflied ook voor de vergadering. Dan wordt er een gebed
+uitgesproken, er wordt uit de Heilige Schrift gelezen en de
+daaropvolgende preek is kort en schitterend. Onder andere wenken,
+dringt de dominee aan op het bijwonen van het Avondmaal met Paschen,
+waar, zoo als vermeld wordt op een papier, geplakt op de banken,
+oesters en vleeschspijzen zullen voorhanden zijn--ik vermoed een
+kalkoen--en ijs. Dit maal zal gediend worden in het spreekvertrek der
+kerk.
+
+Nauwelijks is de zegen uitgesproken, die een oogenblik een ander
+voorkomen aan de bijeenkomst gaf, of de vergadering loopt haastig naar
+de deur; en ofschoon niemand kan begrijpen, hoe het in zijn werk is
+gegaan, staat de dominee daar reeds, handendrukkend en menschen aan
+elkaar voorstellende, ontsnappend aan menig lastig verzoek en in het
+algemeen alles luchtigjes opvattend. De een wenscht hem geluk met zijn
+«speech"--een nieuwe naam voor een preek--terwijl een ander zegt, dat
+het «prachtig" was.
+
+Er zijn ook in Engeland pogingen aangewend om het kerkelijk leven
+werkelijk populair te maken, en in zekere stad, die de schrijver kent,
+zijn die pogingen in een eigenaardige richting niet geheel mislukt.
+Een der Kerken schafte zich een nieuwe verzameling nachtmaalschotels
+aan door de alledaagsche kunstgreep van een danspartij; onderscheidene
+Gemeenten gaven liefhebberij-tooneelvoorstellingen en een zeer
+ondernemend lichaam had een eigen schouwburgzaal. Bijbellezingen
+werden besloten, aan het einde van den cursus, met een souper; met
+Goeden Vrijdag maakte men landelijke uitstapjes, begeleid door een
+militair muziekkorps en een belangrijk deel van de inkomsten der
+Gemeente was afkomstig van gezellige vergaderingen van allerlei aard.
+Deze bijzondere stad is niets dan een staaltje van den algemeenen
+geest, langzamerhand opkomend in de Kerk in Engeland. De eene dominee
+gebruikt een tooverlantaarn om kracht bij te zetten aan zijn preek;
+een ander heeft een kroeg bij de inrichting van zijn Kerk; een derde
+behandelt het laatste moordenaarsschandaal; een vierde heeft een
+dienst met zang, een zigeuner of een gewezen bokser om de
+belangstelling in het Evangelie te doen herleven. Als het zoo
+voortgaat, dan zullen weldra een schouwburg en andere vermakelijkheden
+aan de Kerk worden toegevoegd, als aantrekkingsmiddel voor de
+jongelieden en om te voorkomen, dat de oude menschen zich gaan
+vervelen bij de godsdienstoefening.
+
+Misschien is het door de boosheid van 's menschen natuur, die ons er
+toe brengt op nieuwe dingen te vitten en te hunkeren naar den goeden
+ouden tijd--die niet altijd goed was in alle opzichten--maar men is
+toch niet zeer ingenomen met de nieuwe verschijnselen en in het geheel
+niet overtuigd, dat het candy-pullstelsel in eenig opzicht een
+verbetering van het verleden is.
+
+Na een weinig ondervinding van aangename sprekers en spreekvertrekken
+en soupers met roomijs en landelijke partijtjes, herinnert men zich
+met vernieuwden eerbied en diepe waardeering den dominee van den
+vroegeren tijd, met zijn eenvoudige kleeding, zijn waardige houding,
+zijn gevoel van verantwoordelijkheid, zijn beschaafd voorkomen, en
+wien men het aanzag, dat hij in stilte leefde in gemeenschap met God,
+terwijl hij sprak als een overbrenger van een boodschap van den
+Eeuwige. Hij maakte misschien niet zoo veel drukte bij het uitgaan van
+de kerk als zijn opvolger en was misschien ook niet zoo knap in de
+spelen en niet in staat om een zoo pakkende speech te houden over
+«liefde, vrijerij en huwelijk." De lidmaten van zijn Gemeente hebben
+hem wellicht niet genoemd een «schitterend man," en ook niet van hem
+gezegd, dat hij een «eerste grappenmaker" was; ook hebben zij hem niet
+zoo dikwijls op de «thee" gevraagd en het is zelfs toe te geven, dat
+hij bijna te vormelijk was; maar daar staat tegenover, dat zij van hem
+spraken als van «een man Gods," en «een goed man" en dat zij om hem
+zonden bij de moeielijkheden des levens, wanneer hun geweten hen
+pijnigde. Het is mogelijk, dat zij niet zoo met hem dweepten als met
+den nieuwerwetschen man, maar zij hadden eerbied voor hem, geloofden
+in hem, wat heel wat meer beteekent.
+
+Men wordt ook getroffen door de verandering in de geheele omgeving van
+de godsdienstoefening en men kan verschillen van meening erover of het
+een voor- of een achteruitgang is. De kerk onzer vaderen was noch goed
+verlicht, noch wetenschappelijk geventileerd, noch voorzien van met
+zorg bewerkte kussens en het eenige karpet, dat er was, lag op de
+treden van den preekstoel. De hedendaagsche kerk is bekoorlijk
+versierd, en schitterend van ontelbare electrische lampen.
+
+De dienst was in het verleden uit een muzikaal oogpunt onvolmaakt en
+over het algemeen te lang van duur. Tegenwoordig wordt de tenorzanger
+van het koor ontslagen, indien zijn stem versleten begint te lijken en
+de menschen spreken er van, hoe de lofzang is «voorgedragen" of
+«geïntoneerd"--misschien was het «Heilig, heilig, driewerf heilig,
+almachtig Opperwezen"--en er wordt bekend gemaakt in de kerkekamer (of
+in de spreekkamer van den predikant) dat de bespreking der Heilige
+Schrift niet langer moet duren dan vijftien minuten--tien is nog
+beter--en dat de gebeden geen inbreuk moeten maken op de muziek en dat
+de preek, onverschillig welke het onderwerp ervan zij, al was het de
+Oordeelsdag, «belangwekkend" moet zijn. In vroeger tijd noemde de
+Gemeente een preek «stichtelijk" of «onderzoekend" of «opbouwend."
+Tegenwoordig zegt zij, dat de predikant «in den stijl" was of zij
+klaagt er over, dat hij «geen kleur bekende."
+
+Er zijn ongetwijfeld veel punten, waarin de Gemeente van thans
+vooruitgegaan is bij die van vroeger, maar toch is niet alle
+verandering winst geweest, want het voornaamste bestanddeel van den
+eeredienst van het vroegere geslacht was eerbied--de menschen
+ontmoetten elkaar in tegenwoordigheid van den Eeuwige, voor Wien elk
+mensch minder is dan niets. En het voornaamste bestanddeel is
+tegenwoordig voor de kinderen van dat geslacht, die komen luisteren
+naar een koor en een knap spreker, zelfbehagen.
+
+Het moet toegegeven worden, dat een van de oorzaken voor de
+verandering in den geest van het gemeente-leven een reactie is van het
+individualisme en een nieuwe opvatting van het gemeenschapsbegrip der
+Christelijke Kerk. Een godsdienstig mensch beschouwt zich zelf niet
+langer als een op zich zelf staande eenheid, afgezonderd van elk ander
+menschelijk wezen in de wereld en wiens hoofdbezigheid in het leven
+is, zijn eigen ziel te behouden. Hij heeft ervaren, dat zijn leven
+verband houdt met dat van zijn naasten en dat hij een deel uitmaakt
+van een vereeniging die zich over de geheele wereld uitstrekt; dat hij
+zijn menschheid niet moet verloochenen en dat hij, door anderen te
+behouden ook zich zelf redt. De wereld is niet langer een woestijn,
+die hij doortrekt als een pelgrim en vreemdeling, maar zijn
+geboorteplaats, waaraan hij de vervulling van een taak verschuldigd is
+en godsdienst is niet zoo zeer een ernstige toewijding aan God als wel
+een nuttig, liefderijk leven.
+
+Het middelpunt der gedachte is feitelijk overgebracht van de
+eeuwigheid op het tijdelijke, van de vereering van God op het dienen
+der menschen. De eerste opvatting werd belichaamd in een Puriteinsche
+bijeenkomst, waar elke tegenwoordige in beteekenisvolle afwachting
+uitkeek naar een teeken van gunst van den Almachtige, of in de
+cathedraal, waar de menigte in stille aanbidding wegzonk bij het
+opheffen van de hostie. De andere gedachte is voelbaar in het gebouw,
+dat meer concertzaal is dan kerk, waar een aantal fatsoenlijke
+menschen in opgeruimde stemming en vol van vriendschappelijke
+gevoelens samenkomen om te trachten elkander te bewegen tot goede
+daden en om liederen te zingen. De oude vreeze des Heeren schijnt
+geheel verdwenen en met die vrees is eveneens heengegaan het gevoel
+voor het onzienlijke, wat eens de bezieling van den eeredienst
+uitmaakte.
+
+Godsdienst, het wordt met grooten nadruk verdedigd, moet niet alleen
+voldoen aan de behoeften der ziel, maar ook aan die van geest en
+lichaam, opdat een Christen niet buiten de Kerk gelegenheid tot
+beschaving of vermaak behoeve te zoeken. Indien hij begeerte heeft
+naar ontspanning, dan moet zijn Kerk hem de uitspanningen verschaffen,
+zoodat hij niet noodig heeft in de wereldsche maatschappij te gaan en
+hoeveel of hoe weinig ontwikkeld zijn verstand ook moge zijn, zijn
+geestelijk tehuis moet zijn smaak voldoen. Zijn letterkundige
+vereeniging, zijn bijeenkomsten tot oefening in welsprekendheid, zijn
+gelegenheid om bezoekers te ontvangen en zijn concertzaal moeten alle
+onder één dak zijn, opdat de jonge Christen beveiligd worde tegen
+verleiding.
+
+Daar deze neiging tot het gezellig maken van het Gemeenteleven elk
+jaar duidelijker wordt en nieuwe uitvindingen op dat gebied
+voortdurend gedaan worden, is het vergeefsche moeite aan te dringen op
+terugkeer tot den eenvoud van het verledene, toen een Gemeente een
+vereeniging van menschen was, die samenkwamen om God te vereeren en
+Zijn wil te leeren kennen; maar het kan toch zijn nut hebben, te
+bespreken hoe in sommige opzichten een achteruitgang valt aan te
+wijzen. Want dat is zeker, indien het Gemeenteleven moet gaan voldoen
+aan allerlei andere eischen, dan moet er een ander soort van
+predikanten komen.
+
+Voor deze soort van inrichting is er weinig behoefte aan een leeraar
+om een Bijbel te verklaren of aan den herder om het karakter zijner
+kudde te vormen en voorzeker zou zulk een niet worden gewaardeerd. De
+voornaamste eisch, waaraan voldaan moet worden, is dat de predikant
+zij een scherpzinnig man, met de talenten van een impressario, een
+handelsreiziger en een vendumeester in zich vereenigd, met een heel
+klein tintje van een rondreizend evangelist. Inplaats van een
+studeerkamer, welks wanden bedekt zijn met boeken van ernstige
+godgeleerdheid en klassieke letterkunde, geve men hem een kantoor met
+een loketkastje voor zijn programma's en eindelooze briefwisseling;
+kasten voor dikke boeken met uitknipsels uit dagbladen en verslagen
+van andere genootschappen; een altijd tjingelende telefoon en een
+verzameling van handboeken, als: «Hoe men een preek maakt in een half
+uur", of «Een duizendtal treffende anecdoten van het zendingsveld".
+
+Hier zit een vlugge, levendige, vindingrijke directeur, met zijn
+snelschrijfster aan een hoektafeltje, een dik boek opslaande om te
+zien aan wie het eerstkomende bezoek moet gebracht worden, en een
+ander boek doorsnuffelende naar bijzonderheden omtrent gezinnen of een
+haastig onderzoek instellende in aan een lias geregen voordrachten van
+bekende sprekers over eenig onderwerp, dat dienen kan voor den
+volgenden Zondag. Van den morgen tot den avond tobt hij zich af met
+telephoneeren, telegrafeeren, dicteeren, bij elkaar zoeken,
+rondvliegen, hier een gezelligen avond, daar een «schitterende
+bijeenkomst" te leiden, «speechen" af te steken, menschen te
+ontvangen--hij is een onvermoeid, handig, volhardend man. Niemand kan
+nalaten zijn veelzijdigheid te bewonderen of de eerlijkheid van zijn
+bedoeling te erkennen; maar als hij nu inderdaad het type is van den
+dominee der toekomst, dan zal hij een beter mensch terzijde schuiven
+en uitsluiten.
+
+Er zijn menschen, die alle geëischte talenten van geleerdheid bezitten
+en aan wier inzicht, toewijding en liefde niets ontbreekt, maar die
+toch ten eenemale ongeschikt zijn om een kerk te «drijven" naar de
+hedendaagsche manieren. Zij zouden een ziel in geestelijk gevaar
+kunnen leiden, maar zij hebben geen talent om jonge lieden te
+vermaken; zij kunnen het Eeuwig Evangelie van de Goddelijke Offerande
+verklaren, maar zij hebben geen handigheid in het behandelen eener
+machine; zij kunnen de beginselen der gerechtigheid uitleggen, maar
+zij weigeren zich te bemoeien met een onlangs plaats gehad hebbende
+werkstaking van motorbestuurders.
+
+Wat het voordeel betreft, door die nieuwigheden gebracht, is het de
+vraag of het gezellig maken van de kerk haar geloof en leven
+aantrekkelijk zullen maken? Als er een wedstrijd zou komen tusschen de
+vermaken van de kerk (of haar feesten) en de vermakelijkheden der
+wereld (en haar feesten,) is er dan één verstandig mensch, die
+gelooft, dat de kerk zou winnen? Gelijk aan Caesar biedt de wereld
+haar prachtige schouwspelen aan; de Kerk, als Christus, biedt het
+overwinnend Kruis.
+
+Waarom zou de Kerk haar verheven standpunt verlaten en nederdalen in
+het worstelperk, waar zij beschaamd zal worden? Komen de menschen ter
+kerk voor nietige vermaken, alleen geschikt voor kinderen of om te
+voldoen aan de behoeften hunner ziel en ter bevestiging van hun
+geloof? Zou ooit het Christendom een begin van bestaan gehad hebben,
+indien de Apostelen «aangename preekers" geweest waren en
+«schitterende mannen", wanneer zij zich hadden ingelaten met
+«gezellige bijeenkomsten" en «bazars" of «speeches!" De Kerk
+zegevierde door hun geloof, hun heiligheid, hun moed en door deze
+verheven deugden moet zij in deze eeuw ook staande blijven. Zij is de
+getuige der onsterfelijkheid, het geestelijk tehuis van zielen, de
+dienaresse der armen, de beschermster van wie verlaten zijn; en als
+zij afdaalt tot een plaats van tweede-rangs-vermakelijkheid, dan ware
+het beter dat haar geschiedenis eindigde, want zonder haar geestelijke
+vizioenen en ernstige idealen is de Kerk niet waard in stand te worden
+gehouden.
+
+
+
+
+IV.
+
+DE OPROERMAKER IN DE KERK.
+
+
+Om een wereld te maken heeft men alle soorten van menschen noodig, en
+bijna even veel worden er vereischt tot het vormen van een kerkelijke
+Gemeente; maar dat er ook een oproermaker in komt is niet noodig voor
+de gemeentelijke volledigheid. Onder een oproerling verstaat men een
+persoon, dien men gemakkelijk kan herkennen en onder wiens bemoeiingen
+de meeste Gemeenten van tijd tot tijd geleden hebben. Men moet hem
+niet verwarren met een Christen van den ouderwetschen stempel, die bij
+zekere gelegenheid in de war is gebracht door een preek over «Gods
+Vaderschap" en dan in de studeerkamer van den dominee komt om te
+verklaren, dat hij altijd geloofd heeft, dat God een rechter was. Deze
+man is volmaakt eerlijk en behoort behandeld te worden met alle
+welwillendheid, omdat hij eenvoudig getrouw is aan zijn overgeërfd
+geloof en toch wel gaarne het nieuwe Evangelie zou opnemen. Laat hem
+een warm hoekje hebben in de kamer, en een gemakkelijken stoel en geef
+hem alle gelegenheid om zooveel teksten aan te halen, als hij wenscht
+en luister bescheiden naar hem tot middernacht toe. Hij is vatbaar
+voor overtuiging en zelfs, indien hij u verlaat zonder overtuigd te
+zijn, zal hij toch de Gemeente niet in vuur en vlam gaan zetten. Hij
+zal dat niet doen; integendeel zal hij overal gaan verklaren, dat de
+dominee een eerlijke studie van den Bijbel maakt en een geduldig
+herder is en dat het een voorrecht is bij hem te kerk te gaan als
+zelfstandig, verantwoordelijk man.
+
+Ook moet die naam niet gegeven worden aan een van die rustelooze
+menschen, die altijd ergens een fout ontdekken en die elkeen vervelen
+met hun onverwachte plannen. De eene week schrijft zoo iemand, dat een
+vrouw werd weggezonden bij gelegenheid van den bidstond der Kerk,
+omdat de zaal vol was--de dominee vindt dat altijd verblijdend en zou
+de mytische persoon wel gaarne eens in levenden lijve zien--en hij
+oppert het plan om voortaan den weekdienst te houden in de Kerk. Hij
+kent honderd menschen, die zouden willen komen--en dit verblijdt den
+dominee ook zeer, omdat de goede man zelf bijna nooit tegenwoordig is.
+Een volgende week verneemt deze man van een of ander geheimzinnig
+persoon, dat deze kou heeft gevat door den tocht uit een van de ramen
+en onze vriend schrijft zestien bladzijden om te pleiten voor
+gordijnen, die zelfs de St. Pieterskerk afzichtelijk en zeker de
+godsdienstoefening onmogelijk zouden maken voor ieder, die eerbied
+voor zich zelf heeft. Een maand later is diezelfde man overtuigd, dat
+de heele Gemeente als los zand aan elkaar hangt en dat een band
+behoorde gelegd te worden door een algemeen bezoek van de zijde der
+ambtsdragers, waarvoor hij wel zoo goed is een plan te schetsen; en
+elke nieuwe week openbaart hij een nieuw plan in een langen brief,
+totdat zijn broeders zoover gebracht worden, dat zij harde woorden
+zeggen over zijn bedilzucht.
+
+Zijn broederen behoorden echter liever hun ziel in lijdzaamheid te
+bezitten en den waardigen man vriendelijk te behandelen, want er is
+geen grein boosheid in hem en ook is er geen goedhartiger mensch in de
+heele Gemeente. Hij zal al heel in zijn schik zijn, als hij een
+beleefd antwoord ontvangt en ik zou voor zulke gelegenheden dezen vorm
+aanraden:
+
+ _«Waarde Heer Jump_,
+
+Ik heb uw belangrijken brief ontvangen en nam goede nota van uw
+voorstel omtrent de gordijnen. De zaak is er een, die veel overweging
+eischt en ik haast mij u te verzekeren, dat het zeer aanmoedigend is
+voor den dominee en de overige ambtsdragers van de Kerk te zien, dat
+het welzijn van onze Kerk in elk opzicht u zoo zeer ter harte gaat.
+Geloof mij, met de meest vriendelijke gevoelens
+
+ «Den Uwe
+ «JOB HOUVAST, predikant."
+
+Mijnheer Jump zal zeer tevreden zijn met dezen brief en zal binnen
+vierentwintig uur vergeten hebben, dat hij ooit een voorstel deed over
+gordijnen. Het is de moeite waard voor een Gemeente om, laat ons
+zeggen één Jump aan zich te verbinden om gebreken aan te wijzen en de
+zaken aan den gang te houden. Twee Jumps zouden misschien te veel zijn
+voor de Gemeente en men kan den tweeden beter voor wat anders
+gebruiken.
+
+Er is een andere persoon, die ook niet beschouwd moet worden als een
+oproermaker, ofschoon hij een echte dwarsdrijver is en veel nadeel kan
+berokkenen. Het is de man, die vatbaar is om zich beleedigd te
+gevoelen en die er zich aan stoot, zoo als hij zegt, wanneer iemand
+hem aan de kerkdeur voorbij loopt zonder spreken of «iets van hem
+zegt"--hij weet niet wat,--achter zijn rug, of wanneer een ander zich
+verzet tegen een plan, dat hij voorstelde of weigert iets te doen, wat
+hij vraagt. Nadat hij zijn vrouw gekweld heeft met de zaak, en zich
+zelf de koorts op den hals heeft gehaald tengevolge van gekwetste
+ijdelheid, geeft hij iedereen te verstaan, dat hij een grief heeft en
+neemt hij een martelaarsvoorkomen aan. Als een vormelijk protest
+blijft hij zelfs misschien wel twee Zondagen uit de kerk weg en dan
+wordt hij weer boos, omdat niemand bij hem komt om naar de reden te
+vragen. Natuurlijk is hij zeer vervelend, maar overigens is er geene
+boosaardigheid in den man en hij behoort zachtmoedig behandeld te
+worden. Het is meer zijn ongeluk dan zijn fout, dat hij geen opperhuid
+heeft en geheel onbeschut is tegen de wrijving des levens. Een zachte
+aanraking en een mild gebruik van geestelijke zalf zal zijn wonden--of
+liever zijn schrammen--genezen.
+
+De oproerling is van een ander deeg en is een stevig gebouwd
+ongeloovige, die, zoodra de gelegenheid zich voordoet en op elk, dien
+hij bereiken kan, zijn krachtige vuist zal doen neerkomen. Zijn eenige
+begeerte is leed te doen en hoe meer pijn hij veroorzaakt, hoe beter
+hij in zijn schik is. Hij schrijft beleedigende brieven aan den
+dominee, hem beschuldigende van alle mogelijke zonden, van ketterij
+tot leugen toe. Hij begint een openbaar twistgeschrijf over de zaken
+der Gemeente in elk nieuwsblad, dat dwaas genoeg is zijn brieven op te
+nemen. Hij valt de verstandigste voorstellen aan van de ambtsdragers
+en beticht hen van de afschuwelijkste drijfveeren. Hij trekt de
+Gemeente door als een brandstichter en zet elk ontvlambaar persoon in
+vuur. Wanneer hij in zijn glorie is, dreigt hij met aanklachten bij de
+kerkelijke hoven of bij de burgerlijke rechtbank; en ofschoon hij
+nooit de bedreigingen uitvoert, daar hij even lafhartig als
+schreeuwerig is, doet hij toch de voorbereidende stappen, die
+aanleiding geven tot praatjes en kwaad gerucht.
+
+Het behoort ook tot zijn rol om den schijn aan te nemen van groote
+oprechtheid en eerlijkheid, een man te zijn van onbuigzame
+rechtschapenheid en geestelijke bedoelingen. Wat hij doet, doet hij
+altijd om des gewetens wille en met klankvolle welsprekendheid plaatst
+hij altijd zich zelf en zijn tegenstanders voor de vierschaar der
+eeuwige gerechtigheid. Hij is zoo groot en zoo schreeuwerig en de
+eenvoudige menschen zijn zoo liefderijk en zoo gemakkelijk te
+overbluffen, dat zij vaak dezen man houden voor den persoon, waarvoor
+hij zich uitgeeft en hem zijn zin geven.
+
+Feitelijk is hij niets anders dan een uitermate groot bedrieger in elk
+opzicht en hij verdient geen genade te ontvangen. Noch zijn meeningen,
+noch zijn gevoelens, noch zijn klachten, noch zijn bedreigingen moeten
+één oogenblik in overweging genomen worden. Zijn eerste uitdaging moet
+worden aangenomen als een oorlogsverklaring en dan moet de oorlog
+gevoerd worden liefst zonder kwartier te geven; en het is opmerkelijk
+in hoe korten tijd deze struikroover tot bezinning kan gebracht worden
+en tot lafhartige onderwerping.
+
+Mocht hij zich ergens in een Gemeente genesteld hebben en begonnen
+zijn van zijn aard te doen blijken, dan is de wijste partij hem te
+verzoeken heen te gaan. Het is niet gebruikelijk, dat men aan een
+kerklid vraagt die Kerk te verlaten en zeer ongewoon, wanneer het
+toevallig een man van beteekenis en stand is, zooals deze knaap
+dikwijls schijnt; maar Gemeenten zijn in den regel al te bezorgd om
+ieder te behouden en begrijpen veel te laat, dat de afwezigheid van
+eenigen veel voordeeliger is dan hun tegenwoordigheid. Hun
+aanwezigheid beteekent eenvoudig twist en zielskwelling, hun
+afwezigheid vrede en voorspoed; hun tegenwoordigheid verdrijft rustige
+menschen, terwijl, als zij wegblijven, men verlost is van een
+struikelblok.
+
+Mocht hij vragen toegelaten te worden tot een Kerk, waar zijn karakter
+bekend is, dan behoort hij bedaardweg geweigerd te worden. Waarom zou
+eenig predikant, als hij er iets aan doen kan, een man opnemen, die
+het hart van een anderen dominee half gebroken heeft? Waarom zou een
+Gemeente woning geven aan een man, die de zaken van een andere
+Gemeente in de war gestuurd heeft? Er is veel kans op, dat hij precies
+doet als de legers, die na één land opgegeten te hebben naar een ander
+trekken om dat te gaan verwoesten. Als er eenige kracht is in de
+Gemeente, waar hij toegang vraagt, laat dan de deur hem voor den neus
+worden dichtgeworpen en misschien wordt hij verstandig, als hij zonder
+Kerk rondzwerft.
+
+Mocht iemand zeggen, dat wij den muiteling onvriendelijk en
+onchristelijk behandelen, dan wordt hij te ver gevoerd door een
+overmaat van liefde en let hij niet op de feiten. Wie vriendelijk
+handelt met een oproerling is wreed voor den dominee en de Gemeente.
+Al staat hij geheel alleen, er is geen eind aan de ellende, die zulk
+een man kan teweegbrengen. In ieder geval zal hij den predikant
+ernstig schokken en dat op wijzen en langs wegen, die de Gemeente
+nauwelijks kan bevroeden. Geen predikant, die dien naam waard is,
+schrijft zijn preeken zonder eenig verband met zijn Gemeente, alsof
+hij op een andere planeet leefde en alleen maar rekening hield met
+afgetrokken denkbeelden. Wanneer hij aan zijn schrijftafel zit, dan
+staat hij als op den preekstoel en de Gemeente zit voor hem; hij
+spreekt tot de menschen en zij antwoorden; hij ziet het eene hoofd
+opgeheven en het andere ter neder gebogen; den een ziet hij ter neder
+geslagen en een ander opgebeurd, tot dat zijn studieboeken verdwijnen
+en de kamer vervuld is van menschelijk gevoel. In deze atmosfeer maakt
+de dominee zijn beste werk en vervult hij het meest zijn roeping.
+Veronderstel nu, dat aan het hoofd van een bank--en daar is hij
+altijd, de muiteling, op een goed uitkomende plaats--zulk een
+oproerling zit, strijdzuchtig, onbeschaamd en wantrouwend: zal hij
+niet zijn invloed op de preek uitoefenen?
+
+Ongetwijfeld zijn er menschen, die zooveel verstandelijke
+zelfbeheersching bezitten en zoo totaal onverschillig zijn voor
+omstandigheden, dat zij kunnen nalaten op hem te letten en zijn
+bestaan vergeten. Dit zijn mannen van den hoogsten rang en men kan
+niet verwachten, dat zij talrijk zijn onder de predikanten noch in
+eenigen anderen stand. Voor hen bestaan er geen regels en ook geen
+hinderpaal; zij zijn onverstoorbaar en onweerstaanbaar. Op gewone
+menschen oefent de oproerling een verbitterenden en ontstemmenden
+invloed uit, zoodat een prediker, bewust of onbewust, altijd rekening
+met hem houdt en de volgorde van de punten der preek wordt tot op
+zekere hoogte geregeld door het bestaan van dien man. Als de dominee
+een vriendelijk en vreesachtig man is, dan kan het gebeuren, dat hij
+al te zorgvuldig is en dingen verzwijgt, die hij behoorde te zeggen
+uit vrees van te beleedigen. In plaats dat de preek recht op haar doel
+afgaat en haar bestemming bereikt met zoo weinig mogelijk verlies van
+tijd en ruimte, wordt zij vreesachtig en nederig van stijl. De
+prediker maakt allerlei noodelooze omschrijvingen om toch maar niet
+gegrepen te worden door zijn vitter of hij maakt voortdurend allerlei
+voorbehoud uit vrees aanstoot te geven aan dezen machtigen man. De
+menschen zullen een vaag gevoel krijgen van zwakte, maar zij kunnen de
+oorzaak ervan niet gissen.
+
+Veronderstel, daarentegen, dat de predikant een sterk en beslist man
+is, maar niet behoort tot de geestelijk zeer hoogstaanden van ruimer
+opvatting, dan beroert de oproerling hem op eene andere wijze. Zoodra
+de predikant begint te spreken, zet hij zich ertoe dezen man onder
+handen te nemen en hem tot bezinning te brengen. Diens karakter en
+daden worden omschreven, veroordeeld; de prediker bespot en bedreigt
+hem. De oordeelen der Heilige Schrift worden hem naar het hoofd
+geworpen; hare bevelen worden hem als een last op den rug gelegd; hij
+wordt buiten gesloten van de uitnoodigingen van het Evangelie en hij
+wordt voorgesteld als sprekend te gelijken op alle slechtaards uit de
+Bijbelsche Geschiedenis. Iemand, die de toespeling begrijpt, zal
+meenen, dat deze man hard behandeld is; maar wie iets verder in het
+geval doordringt, zal inzien, dat de dominee slachtoffer is. De
+prediker is bitter en wraakzuchtig geworden; de preek heeft
+bevalligheid en teederheid verloren; en ik weet niet, wat erger is:
+een prediker zonder grootmoedigheid of een preek zonder adel. Neem
+dien man weg van zijn plaats in de kerk en de dominee zal er zich toe
+zetten om vromen en zondaars toe te spreken in de liefde Gods.
+
+De oproerling doet zich ook kennen door het belemmeren van de
+werkzaamheid der Kerk, zoowel in arbeid als in liefdegaven.
+
+Mocht hij bijvoorbeeld een plaats bekleeden in de Zondagsschool, dan
+zal hij twist maken niet het hoofd ervan en met elk der andere
+onderwijzers om beurten, totdat hij heel alleen staat voor de school
+en dan begint hij te jammeren over het gemis van Christelijke
+offervaardigheid. Als hij wordt aangesteld tot penningmeester van een
+fonds, in de gedachte, dat hij daardoor iets te doen zal hebben, dan
+zal om zijn persoon niemand meer iets willen geven eraan; en als hij
+geen penningmeester is, zal hij overal gaan vertellen, dat het fonds
+meer kwaad doet dan goed en dat zij, die het goed meenen met de Kerk,
+niet eraan moeten bijdragen.
+
+Boven en behalve al deze onheilen, die hij te weeg brengt, vergiftigt
+hij het kerkelijk leven zoodanig, dat het in plaats van tot zegen en
+eendracht te voeren, slechts bitterheid en krakeel kweekt. Als er een
+twist is in de Kerk, dan zal deze man hem opblazen tot een ruzie; en
+als het mogelijk is twee menschen tegen elkaar op te zetten, zal hij
+het zeker doen. Als er een eerlijk meeningsverschil is, draagt hij
+zorg, dat een veete ontstaat en als er een nieuw voorstel te berde
+gebracht wordt, dan verbittert hij de bespreking ervan.
+
+Wellicht is de beste handelwijze tegenover zoo'n man hem niet uit te
+schelden of tegen hem te razen, maar hem alleen te laten staan. Even
+als de natuur soms een ettergezwel vormt en het met de een of andere
+stof zoodanig omgeeft, dat het afgescheiden wordt van het lichaam,
+zoo moet die man ingesloten worden in een plaats voor hem alleen.
+
+Mocht hij een aanmerking maken op kerkelijke zaken, laat dan een ander
+antwoorden met een opmerking over het weer; als hij begint te vitten
+op een preek, laat dan iemand hem beklagen over zijn slechte
+spijsvertering. Als hij opstaat om te spreken in een kerkvergadering,
+laat de stilte dan voelbaar zijn en laat de voorzitter dadelijk, als
+hij uitgesproken heeft, tot het volgende punt van bespreking overgaan,
+alsof er niets gezegd was. Als men er niet buiten kan hem toe te
+spreken, dan is de beste manier hem te behandelen als een
+onmogelijkheid en hem te omringen met een net van belachelijkheid,
+want daardoor geeft men veel onschuldig vermaak aan andere menschen en
+men treft hem in zijn eenige zwakke punt. Zoo verlaten of uitgelachen,
+zal hij naar een andere Kerk gaan en dan--dan zinge de verloste
+Gemeente een Te Deum!
+
+
+
+
+V.
+
+BEJAARDE PREDIKANTEN.
+
+
+Te een of ander tijd, en misschien heel plotseling, komt een Gemeente
+tot inzicht van het feit, dat een zekere wederwaardigheid den dominee
+heeft getroffen, die zijn kracht van dag tot dag sloopt en misschien
+zijn leven zoowel als dat van de Gemeente met den ondergang bedreigt.
+Het heeft niets te maken met zijn karakter, want hij is werkelijk een
+veel heiliger man en misschien ook een veel wijzer man dan hij vóór
+twintig jaren was en stellig begaat hij minder vergissingen in woord
+en daad dan in de dagen zijner jeugd. Ook staat het niet in verband
+met zijn herderlijken arbeid--want hij is meer dan ooit de raadgever
+en vriend der menschen, die tot hen spreekt met rijker levenservaring
+en grooter liefde. Het zou ook niet geheel juist zijn te zeggen, dat
+zijn preeken aanstoot geven, want die zijn waarschijnlijk even
+degelijk en nuttig als vroeger. Inderdaad, hij zegt dezelfde dingen,
+die hij placht te zeggen tot groote voldoening en op dezelfde wijze
+als hij gewoon was ze te zeggen... lang geleden.
+
+Er hapert niets aan hem, tenzij dan dat hij niet meer zoo vlug loopt
+als eertijds, dat hij wat langzamer spreekt en dat hij de vorige week
+een sterker bril moest aanschaffen, dat hij niet altijd hoort, wat men
+tot hem zegt, dat zijn haar van grijs tot wit overgaat, dat hij
+vermoeid wordt bij het beklimmen van een heuvel. Er is met hem
+gebeurd, wat er met alle andere menschen gebeurt: hij wordt oud.
+
+Zoodra de Gemeente dat feit merkt--en het kan soms jaren duren, eer
+men het ziet--beginnen de bestuurders der Gemeente zich minder op hun
+gemak te gevoelen. Ouderdom heeft zijn voordeelen in de Bediening des
+Woords, maar hij heeft ook zijn duidelijk merkbare nadeelen en wanneer
+men de balans opmaakt, heeft de Gemeente misschien gelijk in de
+meening, dat zij aan den verliezenden kant is en niet aan den
+winnenden onder de Bediening van een oud man. Eén zaak is zeker--en
+dat is een zeer ernstige zaak--een dominee wordt op een zekeren
+leeftijd bijna ontoegankelijk voor nieuwe denkbeelden. Natuurlijk
+verschilt die leeftijd voor onderscheiden mannen en het is gevaarlijk
+ook maar een gissing te wagen, daar de lezer altijd wel de een of
+andere uitzondering zal weten. Er zijn menschen, die na hun dertigste
+jaar geen nieuwe gedachten toelaten tot hen door te dringen--mannen
+van hopelooze stompzinnigheid, die al hun levensdagen een nachtmerrie
+voor hun Gemeente zijn; en er zijn mannen, wier geest op hun
+tachtigste jaar nog open staat voor de nieuwste ideeën--mannen van
+buitengemeene verstandelijke frischheid en levendigheid.
+
+Voor den middelmatigen mensch komt er een tijd, dat zijn geest vast
+wordt en dat zijn meeningen totaal onveranderlijk blijven. Wellicht
+neemt hij geen aanstoot aan de ontdekkingen der jongeren; maar zich
+ermee vereenzelvigen doet hij zeker niet. Hij zal zich misschien niet
+verzetten tegen nieuwe wijzen van optreden maar ze aannemen zal hij
+stellig niet. Zijn prediking kan juist zoo goed zijn als zij vroeger
+was, omdat zij dezelfde is, zonder eenige toevoeging of nieuwe
+gedachte; maar zij kan wellicht verkeerd zijn, vergelijkenderwijs
+sprekend, omdat er eigenlijk nieuwe stof in wezen moest en dat zij ook
+meer verband moest houden met den tijd, waarin wij leven.
+
+De middelbare leeftijd is geneigd eenig wantrouwen te koesteren tegen
+het opkomend geslacht en een zekere jaloerschheid te gevoelen van zijn
+standpunt, zoodat de man van middelbaren leeftijd soms vervalt tot
+vitlust en kwaaddenkendheid. Hij wordt langzamerhand een rem aan het
+rijtuig en hoewel de rem een nuttig ding is in zekere omstandigheden,
+is zij toch niet geschikt om in de plaats van paarden gebruikt te
+worden.
+
+Wanneer een predikant geplaatst is in een stad, dan is het een
+ernstige vraag of hij, na de zestig eenigen tijd achter den rug te
+hebben, nog wel in staat is zijn werk naar behooren te verrichten. De
+menigte bijkomende werkzaamheden in een stedelijke parochie, het
+drukke leven, de groote inspanning van den geest en de zware
+verantwoordelijkheid eischen een man in den bloei des levens, met een
+vlug begrip en een sterk lichaam. Zooals de toestand nu is, zou het
+heel goed zijn, indien mannen na twintig jaren dienst in een stad zich
+terugtrokken en een rustiger arbeidsveld zochten in een landelijke
+Gemeente. Zij zouden, als het ware, geplaatst kunnen worden op de
+lijst der half gepensionneerden.
+
+Daarenboven is het niet te ontkennen, dat de man van middelbaren
+leeftijd door geheel en al afscheid te nemen voor zich zelf van de
+jeugd, ook in veel opzichten ophoudt in verbinding te staan met jonge
+menschen. Zij mogen eerbied voor hem gevoelen en hij moge belang in
+hen stellen, zij hebben niet meer een gemeenschappelijke wijze van
+zich uit te drukken en koesteren verschillende sympathieën.
+
+Zij zijn geneigd hem te beschouwen als een «stoffel" (en als man van
+middelbaren leeftijd, meen ik, dat wij inderdaad wat onnoozel worden),
+terwijl hij hen allicht wat «wuft" vindt. Er zijn weinig menschen, die
+de gaping tusschen twee geslachten kunnen overbruggen en even goed
+kunnen omgaan met de jongen als met de ouden en de moeielijkheid wordt
+eer grooter dan kleiner. En dit alles is het nadeelig gevolg van het
+oud worden of zelfs maar het overschrijden van den middelbaren
+leeftijd.
+
+Wat moet er dan gedaan worden met dien ongelukkigen man? De
+moeielijkheid wordt zoo klemmend gevoeld, dat een voornaam godgeleerde
+van onzen tijd--die nu overleden is--voorstelde, dat een dominee,
+zoodra hij den bloeitijd des levens was gepasseerd, ergens zou heen
+gebracht (ik vermoed naar de een of andere overdekte plaats) en daar
+doodgeschoten worden. Zijn meening was, dat rustende geestelijken op
+dezelfde wijze zouden behandeld worden als versleten paarden. Het is
+altijd gevaarlijk geweest ironisch te spreken in Engeland sedert den
+tijd van Swift, want ofschoon het Engelsche volk elke andere deugd van
+de wereld bezit, het heeft zeker geen vlug begrip voor humor en ik ben
+er niet zeker van, dat er niet menschen waren, die geloofden, dat dit
+barbaarsche voorstel ernstig gemeend was. Voorzeker sprak hij in den
+geest van eenige ondankbare armzalige Gemeenten, voor wie het een
+heele opluchting zou wezen van een ouden dienaar af te komen op de
+snelste en goedkoopste manier. Misschien zou het ook een
+vriendendienst zijn aan den dominee, wanneer deze bemerkt dat hij een
+sta-in-den-weg wordt voor hen, die hij liefheeft en die hem eens
+liefhadden, wanneer men hem op de een of andere manier den genadeslag
+gaf; maar daar zijn wetten, die deze krachtige methode van wegzending
+verhinderen en men moet het denkbeeld van een slachtplaats voor
+geestelijken opgeven.
+
+Men heeft dan vier manieren van handelen met dezen ongelukkigen man,
+die, indien hij eenig gevoel van gepastheid had gehad, fatsoenlijk zou
+gestorven zijn na een kortstondige en hartroerende ziekte in den
+leeftijd van zestig jaar en de eerste manier is, dat de Gemeente niets
+doet en hem zijn leven laat eindigen op den preekstoel. Naar alle
+waarschijnlijkheid placht hij, ongeveer dertig zijnde, te zeggen, dat
+hij nimmer dominee zou blijven na het geel worden zijner bladeren; dat
+hij er zich over verwonderde, hoe oude menschen niet konden zien, dat
+hun tijd voorbij was en dat zij beter zouden doen kool te gaan planten
+in een dorpstuintje. Toen hij deze brave dingen zei, stond hij aan den
+anderen kant van de heg, en nu, nu hij tweemaal zoo oud is, heeft hij
+een heel anderen kijk op de dingen. Hij verklaart, dat hij zich nooit
+in zijn leven jonger gevoeld heeft dan thans en nooit geschikter om
+te preeken. Bij gelegenheid wordt hij heldhaftig en verklaart, dat,
+zoolang hij de preekstoeltrappen kan opklauteren, hij zal voortgaan en
+dat hij zal sterven in het harnas.
+
+Dwaze menschen (meestal oude dames) zullen hem wijsmaken, dat hij
+nooit zoo gepreekt heeft als den vorigen Zondag en hij zal het oor
+leenen aan dezen kleinen kring van bewonderaars en weigeren raad aan
+te nemen van verstandige menschen, die zijn welzijn op het oog hebben
+en die het plan opperen, dat hij vrijwillig een ambt zal nederleggen,
+dat hij zoo eervol vervuld heeft. Zoo zal het er toe komen, dat Kerk
+en stad een van de droevigste treurspelen zullen aanschouwen: een man
+bezig de Gemeente te verstrooien, die hij eens vergaderd heeft en zijn
+goeden naam weg te werpen, dien hij eens won.
+
+Of de Gemeente kan misschien zich verstouten en er op staan dat de
+waardige oude heer een medewerker, een collega neemt. «Wij zouden
+niet gaarne uwe diensten missen," zoo spreekt de een of andere sluwe
+diplomaat, die weet, dat de dominee, om niet te spreken van diens
+vrouw, hem voortdurend met wantrouwende blikken gadeslaat. «Wij
+wenschen alleen u te ontlasten van het zwaarste gedeelte van uwen
+arbeid. Zou het niet goed wezen, dat wij een sterken, jongen man
+aanstelden, die de catechisaties op zich nam en al het bijkomstige
+werk en die één keer per dag zou preeken om u vermoeienis te besparen
+en u gelegenheid te geven van tijd tot tijd eens vacantie te nemen?
+Gij zijt wel goed geweest, dat ge geen hulp voor de prediking gevraagd
+hebt, maar de Gemeente voelt, dat het niet meer dan plicht is u
+blijvende hulp te geven. Daarenboven," en nu verzwakt de afgezant en
+voelt, dat de domineesvrouw hem met verachting aanziet als een ontdekt
+bedrieger en een verbazend leugenaar, «het zou zoo goed zijn voor een
+jong man het voordeel te hebben uw prediking te hooren en uw
+raadgevingen in te winnen."
+
+Zeer waarschijnlijk zal de oude heer, na een samenspreking met zijn
+vrouw en haar vriendinnen, weigeren iets te maken te hebben met een
+collega; hij zal verklaren, dat hij een dergelijken maatregel zal
+voorstellen, zoodra hij dien werkelijk noodig acht, en erbij voegen,
+dat er niets akeliger is voor een jongen man dan zijn tijd door te
+brengen met niets te doen. Misschien zal hij nog erbij zeggen, en met
+diep leedwezen zeggen, dat eenige invloedrijke lidmaten van de
+Gemeente hem verzekerd hebben, dat de inmenging van een collega al het
+werk zou vernietigen, dat hij heeft opgebouwd en oorzaak van scheuring
+zou wezen.
+
+Mocht echter de dominee er in toestemmen een collega te hebben, dan
+zullen de gevolgen in negen van de tien gevallen bedroevend zijn. Een
+van beiden, of de oude man zal zoo heerschen over zijn jongeren
+broeder, dat de laatste geen kans zal hebben zelfstandigheid te
+ontwikkelen en ooit tot volmaking te komen, of de jonge man zal zich
+tegen den ouden inzetten en gesteund door de jongere lidmaten den
+ouden dominee uit de Kerk drijven. Het was inderdaad een onverstandige
+en onnatuurlijke positie, dat twee mannen gelijke macht zouden
+bezitten en dat wordt er te erger op, naarmate beiden meer afhankelijk
+zijn van de openbare meening. Heeft men er ooit van gehoord, dat er
+twee kapiteins op hetzelfde schip waren, twee opperbevelhebbers van
+één leger of zelfs twee machinisten bij één machine? En toch komt het
+voor, dat verstandige menschen voorstellen, niet dat een dominee een
+hulpprediker zal nemen, maar een collega om met hem gelijk te staan in
+macht en verantwoordelijkheid.
+
+Natuurlijk kan een Gemeente het den man, die haar gediend heeft
+gedurende de beste jaren van zijn leven, zoo zuur maken, dat hij geen
+keus heeft en blij is te kunnen heengaan, zelfs al staan eenzaamheid
+en armoede voor de deur. Wanneer een Gemeente dien weg inslaat om den
+band te verbreken, dan begint men te wanhopen aan het Christendom. De
+laaghartigste koopman, die op een cent dood blijft, zou een ouden
+kantoorklerk niet zoo behandelen als Christenen soms een armen en
+versleten dominee bejegenen. Zij hebben zijn jeugd en zijn mannelijke
+krachten verbruikt en al zijn geestdrift en zijn vuur; zij hebben den
+bloesem van zijn geest en den oogst zijner ziel genoten. Voor hen
+leefde en dacht hij; voor hen putte hij zich uit in zijn krachtige
+dagen elken Zondag en is hij voortgegaan zijn laatste krachten te
+verslijten. Al wat er uit hem te halen was, hebben zij genoten en nu,
+na een paar jaar hem te hebben gadegeslagen, zijn ze tot het besluit
+gekomen, dat zijn beste tijd voorbij is en zij doen hem een misleidend
+aanbod en verzoeken hem heen te gaan. Dan gaan zij, met de pet in de
+hand, naar den een of anderen bekenden jongen dominee en smeeken om
+zijn gunst, verklarende dat hunne harten naar hem zijn uitgegaan en
+dat zij gelooven, dat het overeenkomstig Gods wil is, dat hij hun
+dominee zij. En hij, op zijn beurt, komt en spoedig hoort men hem
+zeggen, dat er geen getrouwer menschen zijn. Laat hem maar een poosje
+wachten.
+
+Zou het niet beter zijn, dat elk kerkgenootschap of elke Kerk een plan
+voor emeritaat ontwierp op ruime schaal met twee voorwaarden? De
+eerste voorwaarde behoorde te zijn, dat elke predikant, zeg op
+vijf-en-zestigjarigen leeftijd zou uittreden uit den werkelijken
+dienst en dat hij na dien tijd kon optreden als helper zijner
+broederen of rustig leven, al naar hij verkoos. De tweede voorwaarde
+moest zijn, dat hij een pensioen ontving van niet minder dan de helft
+van zijn traktement, tot, laat ons zeggen, een bedrag van drieduizend
+zeshonderd gulden (£ 300). Mocht iemand beweren, dat zulk een wet
+willekeurig is, dan antwoord ik daarop, dat zeker elke predikant
+liever nog door een wet dan door geweld gedwongen zou worden tot
+aftreden en dat hij in goed gezelschap zou zijn, want hij zou het lot
+deelen van alle zee- en landofficieren en elken burgerlijken ambtenaar
+en elken geëmployeerde aan ieder groot lichaam in de gansche
+beschaafde wereld.
+
+En de Kerk mag niet onderdoen voor den Staat. Zij moet staat maken op
+de personen, die haar dienen, voor haar zichtbaar wèlslagen en haar
+doel behoort te zijn, dat elke Gemeente een dominee heeft in de volle
+kracht zijns geestes en zijns lichaams, en dat elke man, die zich
+heeft afgesloofd in den dienst der Kerk, behoorlijk onderhouden wordt
+voor zijn overige levensdagen.
+
+Er is, behalve onzedelijkheid en ongeloof, niets dat een grooter
+beletsel is voor de geestkracht der Kerk dan naar verhouding een groot
+aantal oude en zwakke dominees in werkelijken dienst. Want dit
+beteekent verouderde godgeleerdheid, verwaarloozing van de jongere
+leden, ontoegankelijkheid voor de nieuwere denkbeelden, en een
+eindeloos gekibbel. Niets zou zekerder bijdragen tot vernieuwing van
+de geestkracht der Kerk dan een bij een wet geregeld emeritaat op
+voldoende voorwaarden voor elken predikant boven de vijfenzestig jaar.
+Want dit zou beteekenen niet alleen een reserve van geschikte mannen,
+waarop de Kerk kon rekenen in geval van nood, maar een onophoudelijken
+toestroom frissche gedachten.
+
+Tegenwoordig hebben de Gemeenten een grief tegen oude dominees, die
+meenen, dat zij jong zijn en oude predikanten hebben een grief tegen
+Gemeenten, die geen eerbied hebben voor den ouderdom en tusschen die
+twee partijen komen vele onaangenaamheden en vredebreuken voor.
+
+Wanneer de Kerk even goed bestuurd wordt als een koopmanszaak van den
+eersten rang, dan zal die bestaande vijandschap verdwijnen en niemand
+zal in de Christelijke Kerk meer geëerd en geliefd worden dan de
+getrouwe predikant, die haar gediend heeft in de volheid zijner kracht
+en nu gedurende zijn welverdiende rust haar verrijkt met zijn
+raadgevingen.
+
+
+
+
+VI.
+
+DE DOMINEE EN HET KERKORGEL.
+
+
+Lofgezangen maken een deel uit van de openbare godsdienstoefening bij
+elke Christelijke Vereeniging--behalve bij de Kwakers, die ik soms
+benijd--en ik wensch dadelijk te zeggen, dat ik niet voornemens ben te
+preeken voor de afschaffing van het loflied. De vromen van het Oude
+Testament hadden een muzikalen dienst, die voldoende was om het hart
+van een ritualist met wanhoop te vervullen en men kan zich maar
+flauwtjes voorstellen wat een zuur leven de priester had, wiens taak
+het was het tempelorkest te verzorgen en die moest omgaan met de
+bespelers van instrumenten. De heiligen van het Nieuwe Testament
+begonnen zonder een orkest, en schenen waarlijk gedurende eenigen tijd
+bij de regeling hunner lofzangen de beginselen van het gezond verstand
+toegepast te hebben, zingende zoo goed mogelijk met blijde lippen en
+kloeke harten in donkere gevangenissen. Maar even als vele andere
+beste menschen, wisten ze niet precies, wanneer zij gelukkig waren en
+langzamerhand vonden zij zwaarmoedige liederen uit, die een bijzonder
+zwak zijn geweest van alle Christenen van alle geslachten.
+
+Men is wel eens benieuwd ernaar, hoe de Kwakers er zoo vreedzaam
+kunnen uitzien en waarom hun eeredienst zoo heerlijk is, en ik ben
+eenigszins geneigd te gelooven, dat dit komt, omdat zij geen muziek
+bij hun godsdienstoefeningen hebben. Hadden wij ze ook niet, dan--zou
+ik willen zeggen--zou een vaak voorkomende oorzaak van twist zijn
+weggenomen uit menige Gemeente en de dominee zou haast niet weten, wat
+hij met zijn tijd moest uitvoeren. Toch wensch ik te gelijkertijd
+duidelijk te verstaan te geven, dat ik de muziek beschouw als een
+noodzakelijk onderdeel van den eeredienst, dat organisten een gedeelte
+van de kracht der Christelijke Kerk uitmaken en dat ieder, die niet
+ten volle den leider en de leden van het koor waardeert, een
+onwetende, slechtaardige Philistijn is.
+
+Indien er eenige twist in de Gemeente is door de muziek, en indien de
+dominee ooit zich ergert, laat ik dan op den voorgrond zeggen, dat
+alleen de Gemeente en de dominee te laken zijn. Maar er zijn toch
+moeielijkheden en het kan goed zijn er over te spreken in een geest
+van gepaste menschlievendheid. In de eerste plaats dan, is de organist
+een kunstenaar en elke kunstenaar heeft een bijzonder fijngevoeligen
+aard, die de gewone holderdebolder manieren van het dagelijksch leven
+niet verdragen kan. Met een man, gevormd uit gewone klei, zoudt gij
+spreken op praktische, recht op het doel afgaande, desnoods lompe
+wijze; ge zoudt met hem redeneeren, hem berispen en hem terecht zetten
+als hij ongelijk had. Maar met een van kostbaar porselein moet niemand
+op die wijze handelen of, de kunstenaar zal dadelijk gekwetst worden
+en zijn ontslag nemen en zijn hartroerende geschiedenis overal
+rondvertellen, want hij staat boven de kritiek en de openbare meening.
+Het is onmogelijk hem iets te leeren; het is een beleediging te
+veronderstellen, dat er verbetering mogelijk is; het is het best aan
+te nemen, wat hij geeft en te erkennen, dat hij recht heeft te doen
+zooals hem behaagt en het de plicht is van ieder ander te verklaren,
+dat, hetgeen hij doet, bij elke gelegenheid, te liefelijk is om onder
+woorden gebracht te worden en dat de uitwerking ervan bijna te sterk
+is voor de vermoeide menschelijke natuur. Dit is de schatting, welke
+de Gemeente behoort te betalen aan den meest geestelijke onder de
+artisten, den organist.
+
+Men wordt werkelijk boos op den dominee, die beter behoorde te weten
+en toch zijn eigen plaats vergeet, ten gevolge van gemis aan
+waardeering der kunst en van een overschatting van zijn eigen werk.
+Hij is aanmatigend tegen den organist en wordt billijkerwijs gestraft.
+De dominee behoort zich te herinneren--en de Gemeente mag hem wel eens
+erop wijzen--dat zijn werk ondergeschikt is aan dat van den
+kunstenaar, en dat het overige gedeelte van den dienst geen andere
+bedoeling heeft dan een steun en een achtergrond aan de muziek te
+geven. Wat de Gemeente wenscht te hooren is, niet zijn preek, ofschoon
+ik nooit een organist zich tegen de preek heb hooren verzetten, tenzij
+de prediker te veel tijd in beslag nam. Werkelijk heb ik reden om te
+gelooven, dat vele organisten de preek beschouwen als een welkomen
+rusttijd voor hun overspannen zenuwen. Wat de Gemeente werkelijk
+begeert is een lofzang te hooren en het wèlslagen van den dag hangt af
+van den goeden afloop daarvan. Wanneer een predikant dit feit goed ter
+harte neemt en zorg draagt, dat de menschen, die opgevoerd zijn tot
+een hemel, die niet door menschelijk geluid kan beschreven worden,
+niet onbehoorlijk gekweld worden doorzijn domme praatjes, dan is hij
+ten minste aan één steen des aanstoots ontkomen.
+
+Het is eveneens zeer kwalijk te nemen, als een dominee zich wil
+bemoeien met de keuze der liederen en altijd denkend aan zijn preek,
+liederen wil uitzoeken in verband met den inhoud daarvan. Het is best
+mogelijk, dat de door hem aangewezen liederen uitstekend passen bij
+den tekst en zeer geliefd zijn bij het volk, maar alleen de organist
+weet of de wijzen ervan in het liederenboek verheven of platte muziek
+zijn. De wijsjes vallen zoo in den smaak van het publiek misschien,
+dat ieder er naar haakt ze te zingen met zijn geheele hart en uit
+volle borst, maar de organist verbleekt van schrik eenvoudig bij de
+gedachte, dat een duizendtal menschen zich, om zoo te zeggen, te goed
+zullen doen aan zijn lekkernij. Het is een voorrecht, en op zijn minst
+genomen blijft het altijd nog de vraag of het wel een recht is, dat
+zij in het geheel mogen zingen; maar als het toegestaan wordt, dan
+moeten zij met beving en vreeze hun vreugde genieten.
+
+Een van de voornaamste pogingen van een degelijken beschaafden
+organist--er zijn uitzonderingen, dat herinner ik mij nog dankbaar--is
+bekende zangwijzen uit te roeien en ze te vervangen door
+arrangementen, die geschikt zijn om de Gemeente te leeren zwijgen. Ik
+vernam eens een geval--en als ik zoo iets hoor, dan weet ik niet meer,
+hoe het met mijn broederen geschapen staat--waarbij een dominee in een
+gloeienden toorn ontstak tegen een organist, omdat deze verheven
+persoon een wijs op zijn eigen handje had uitgevonden voor «Rots der
+Eeuwen," die de vergadering in diepe bewondering deed wegzinken, als
+het ware in een schoonen droom. Niets verbittert meer een muzikaal
+gestel dan te hooren, dat het volk, dat altijd bezield is met een
+ongezonde begeerte om een vreugdevol geraas te maken, zich meester
+maakt van een werkelijk schoone wijs en haar later totaal ongenietbaar
+maakt voor fijne ooren. Niets is noodzakelijker dan den lofzang der
+Gemeente te vrijwaren tegen deze verkeerdheden en daarom dadelijk op
+te houden met het gebruiken van al was het de edelste wijze, als de
+menschen haar eindelijk gepakt hebben.
+
+Alleen onafgebroken waakzaamheid van de zijde van den organist kan de
+muziek behoeden tegen den strooptocht der Gemeente, want de lieden
+zijn zoo vol zotte eerzucht, dat zij zelfs er zich toe zullen zetten
+om vreemde wijzen te leeren en in den loop van een maand het koor
+zullen overstelpen met muziek, die men voornemens was buiten hun
+bereik te houden; en de dwarsdrijverij van een predikant, die de
+Gemeente helpt bij dien verraderlijken inval op een andermans
+grondgebied verdient al de moeielijkheden, die hem daardoor te beurt
+vallen.
+
+Er waren tijden--en sommigen onzer, die niet meer tot de jonge lieden
+behooren, herinneren ze zich--dat geen enkel instrument werd gebruikt
+bij den eeredienst en toen alle hulp van iets dergelijks, met
+uitzondering van een stemvork, werd beschouwd als een terugkeer tot
+de beginselen van het Oude Testament. Maar dit waren tijden van
+duisternis. Heden leven we echter in een meer verlichte eeuw. Een
+Gemeente zal misschien tegenwoordig zoo weinig aan een dominee geven,
+dat zijn vrouw nauwelijks weet, hoe ze aan fatsoenlijke kleeren voor
+het huisgezin moet komen; zij zal wellicht niets, dat de moeite waard
+is, bijdragen voor uitwendige zending of voor ziekenverzorging--er is
+geen Gemeente, die eerbied voor zich zelf heeft en niet zal zorg
+dragen een orgel te bezitten. Menschen, die hun hart verharden tegen
+de meest nuttige liefdadigheid zullen bijdragen voor een orgelfonds en
+wat niet door inschrijvingen verkregen kan worden, zal door een bazaar
+met loterij opgebracht worden. Wanneer het orgel wordt bespeeld door
+een erkend musicus, die van verre is gehaald, dan zal de Gemeente dien
+man met ontzag aanzien als een bovennatuurlijk wezen en zij zal de
+gebeurtenis beschouwen als van meer gewicht dan een herleving van den
+godsdienst. Men zal ten zeerste verbaasd staan over de kracht en de
+verscheidenheid van het geluid, dat hij uit het instrument haalt en
+als hij de Vox-Humana (register der menschelijke stem) gebruikt, dan
+kunnen moeders van gezinnen niets meer doen dan elkander aankijken en
+met het hoofd schudden, als hoorden zij geluiden uit de andere wereld.
+Wanneer hij behendig den donder nabootst door het orgel in volle
+kracht te zetten, dan zullen de hoofden der Gemeente zich zelf door
+teekenen gelukwenschen, omdat iedereen nu kan zien, dat men volle waar
+voor zijn geld heeft gekregen.
+
+Nadat de voordracht is afgeloopen, speelt de groote man nog wat voor
+zijn eigen genoegen en wanneer gewone menschenkinderen tot hem kunnen
+doordringen, dan vraagt een groep van eerbiedige ambtsdragers hem, wat
+hij denkt van het orgel. Wellicht geeft hij dan op beschermende en
+voorzichtige manier zijn goedkeuring te kennen, maar hij zorgt er voor
+goed het getal registers aan te geven, die nog aangebracht moeten
+worden en aan te wijzen, welke verbeteringen nog volstrekt
+noodzakelijk zijn. Inderdaad doet hij de gedachte oprijzen, dat zij
+nog maar een begin van een orgel hebben en dat de voltooiing ervan
+vele jaren zal duren en een eindelooze gelegenheid zal aanbieden tot
+het uitgeven van geld. Misschien zal hij zoo goed zijn te zeggen, dat
+een duizend gulden drie, vier, besteed voor een of twee verbeteringen,
+die hij in de gauwte in schets brengt, het instrument vrij bruikbaar
+zullen maken voor een gewoon organist; maar hij zal hen verlaten onder
+den indruk, dat de Gemeente minstens tien jaar lang al haar geldelijke
+hulpbronnen zal dienen uit te putten om het geschikt te maken voor een
+meester, zooals hij.
+
+Indien de Gemeente een weinig in de hoogte gestoken is door het
+bezit van een orgel, dan zal niets zoo zeer de ijdelheid en de
+zelfmisleiding kastijden dan het bezoek van een musicus, die een
+examen heeft afgelegd en verscheidene letters achter zijn naam heeft;
+en indien iemand zijn raad verdacht maakt als die van een al te
+vitlustig speler en veronderstelt dat er nu verder geen twist over
+dat orgel zal wezen, dan is zeker zijn onnoozelheid aandoenlijk en een
+bewijs, dat hij nooit iets te maken heeft gehad met muziekinstrumenten
+op plaatsen van openbaren eeredienst.
+
+Welke beproevingen de Gemeente te voren moge gehad hebben door tocht
+in het gebouw of kwesties over verwarming of geldelijke moeielijkheden
+of rustverstoring door oproerlingen, al deze zaken zijn minder dan
+niets in vergelijking van de buitensporigheden en eischen in verband
+met haar nieuwe orgel. Als de lucht erin gebracht wordt door werken
+met de hand, dan blijkt het zoo groot, dat twee blazers noodig zijn en
+daarom wordt er voorgesteld een hydraulische machine aan te schaffen.
+Deze machine werkt gewoonlijk twee van de vier Zondagen niet, omdat er
+geen druk genoeg te krijgen is en dan moeten eenige leden der Gemeente
+de blaasbalgen bewerken--als men ten minste zoo wijs is geweest die te
+laten zitten voor voorkomende gelegenheden en vóórdat zij klaar zijn
+met hun werk hebben de diakens, wel forsch gebouwd maar niet gewoon
+aan handenarbeid, een heel nieuwe gedachte omtrent dat orgel gekregen
+en bepalen zij zich voortaan bij hun plichtplegingen tot de
+Hebreeuwsche taal.
+
+Langzamerhand zal iemand de meening trachten ingang te doen vinden,
+dat het orgel behoort bespeeld te worden met electriciteit en de
+Gemeente, maar vooral de dominee en zij, die bevel voeren in de
+afdeeling muziek, komen nu te weten, wat eigenlijk wederwaardigheid
+beteekent. De verandering zal, naar gezegd wordt, zes weken duren en
+betrekkelijk weinig te beduiden hebben. Inderdaad is er een jaar mee
+gemoeid, met nog eenige maanden als toevoegsel, en gedurende dien tijd
+heeft de Gemeente de gelegenheid de verschillende samenstellende
+deelen van haar orgel te bezichtigen in de zaal en in de lokalen voor
+bijbellezing en de doorgangen en in de nevengebouwen, waar het ligt in
+geheimzinnige stukjes en brokjes.
+
+In dien tusschentijd zullen de leden der Gemeente vergeten hebben,
+dat het onmogelijk is voor welopgevoede lieden God te loven zonder
+instrumentale muziek en in loutere onnadenkendheid zullen zij
+hartelijker zingen dan zij in de laatste tien jaar gedaan hebben. Daar
+er geen orgel is, moeten bekende wijzen worden opgegeven en de
+menschen zullen verlof hebben God te vereeren uit volle borst. Wanneer
+onwetende vreemdelingen in de kerk komen, die zich niet herinneren dat
+er een orgel is, dan zeggen zij, dat zij nooit in hun leven beter
+hebben hooren zingen en het koor zal zich beleedigd gevoelen door de
+complimenten over de manier, waarop het de vergadering leidt, daar er
+immers geen deftig koor is--een paar uitgezonderd--dat het niet als
+een onbeschaamdheid beschouwt, wanneer de Gemeente het durft volgen en
+dat er niet op staat alleen zijns weegs te gaan.
+
+Als het orgel eindelijk weer in elkaar zit en de dag aanbreekt, dat er
+weer op gespeeld kan worden, beweert de Gemeente verrukt te zijn; maar
+zij heeft toch een boosaardig gevoel, dat de dagen harer vrijheid
+voorbij zijn. Het was voor de leden der Kerk misschien nog mogelijk,
+te trachten uit de verte een orgel te volgen, door water gedreven, en
+gesteund door een daaraan geëvenredigd koor; maar zij zullen niet de
+stoutheid hebben zich te bemoeien met een orgel, dat electrisch in
+beweging gebracht wordt en dat bijgestaan wordt door een nog
+verhevener koor. Indien de Gemeente echter al gewillig is uit een
+gevoel van beleefdheid te zwijgen, dan wordt het electrische orgel
+niet door zulke teere beweegredenen beheerscht, want de
+buitensporigheden ervan zijn eindeloos. Als het vrijwillig er in
+toestemt vooruit te spelen, dan zal het eindigen in een lang,
+welluidend gejank, waarvoor niemand den organist aansprakelijk kan
+stellen, en het zal een even welluidend getoet doen hooren onder het
+gebed, welke geluiden misschien bedoeld zijn als antwoorden, maar niet
+als zoodanig zijn gearrangeerd; en dan midden in een Te Deum zal het,
+ten gevolge van den eenen of anderen bijzonderen aanleg tot het
+stichten van verwarring, heil zoeken in een hardnekkig zwijgen.
+Gedurende de eerste zes maanden na de opening zal het onder dokters
+handen blijven en gedurende het daaraanvolgende jaar zal het min of
+meer behept blijven met de gewoonten van een vroolijke en wispelturige
+jeugd en de Gemeente zal heen en weer slingeren tusschen twee
+meeningen, een geheime tevredenheid, wanneer het orgel niet speelt,
+zoodat er een kans is op vrijheid bij het zingen en een sterke
+begeerte om het op een kar te laden en het in de eerste de beste
+rivier te doen werpen.
+
+Wat het orgel, bij bouw en vernieuwing en vergrooting en stemming, elk
+jaar kost aan rente van kapitaal en aan loopende uitgaven, zou
+voldoende zijn om een zendeling te onderhouden in eenig vreemd land of
+om een dominee te steunen in een arme stadswijk; en wat het den
+organist, die zoo ongeveer van alles de schuld krijgt, kost aan
+bezorgdheid, terwijl de goede man gewoonlijk een uur vóór den dienst
+in zijn hemdsmouwen aan het tobben is in zijn schuilhoek en wat het
+der Gemeente kost aan voortdurende verbittering, zou, indien het in
+gelds waarde kon worden uitgedrukt en vermenigvuldigd met het aantal
+der Kerken, die dan van een orgel verlost zouden zijn, voldoende zijn
+om de schulden te delgen van de geheele uitwendige zending van de
+Angelsaksische wereld.
+
+Mijn eigen ondervinding van een koor en ook van een organist is een
+zeer aangename en een van de bijzondere zegeningen, die ik niet
+waardig ben; maar ik beweeg mij in de wereld en ik hoor van tijd tot
+tijd iets. Daar een koor, zooals men vermoedt, bestaat uit een zeker
+aantal uitgelezen personen, mannen en vrouwen, die begaafd zijn met
+muzikaal gehoor en prachtige stemmen en die liefde hebben voor de
+meest teedere en geestelijke van alle kunsten--de meest beschaafde
+lieden feitelijk in een Gemeente--is men geneigd aan te nemen, dat de
+heele atmosfeer van een koor vol liefde en vrede is. Toch worden soms
+geruchten vernomen, alsof de twisten in sommige kerkkoren alleen in
+hevigheid kunnen overtroffen worden door de vurigheid van een
+vereeniging van Iersche patriotten en dat er niets zoo kleingeestig en
+onbeteekenend kan zijn of het is in staat een koor in vlam te zetten.
+Alles is aanleiding tot ergernis, zelfs een niets: de directeur van
+het koor geeft iemand een plaats, die hem niet bevalt, laat hem of
+haar een partij zingen, die haar of hem niet aanstaat, maakt een
+aanmerking of geeft een pluimpje aan den verkeerden persoon, een
+korist waagt een opmerking,--dit alles zijn even zoo veel bronnen van
+ergernis voor den fijngevoeligen koorzanger. Hij begint te pruilen,
+maakt onaangename opmerkingen, neemt ontslag of is oorzaak, dat eenige
+anderen het doen en dan bij de een of andere groote gelegenheid nemen
+al de koorleden ontslag en nemen een zoo gewichtige houding aan, dat
+de gebeurtenis even belangrijk beschouwd wordt als een oorlog. In het
+algemeen mag een koor zoo'n standje wel, want het geeft een prikkel
+aan een kunstenaarsgestel. Maar er zijn toch eenige menschen, die niet
+ten volle deelen in die blijdschap. Een van dezen is de arme dominee,
+die zich op een goeden Zondag in de moeielijkheid bevindt zijn eigen
+voorzanger te zijn en die als middelaar moet dienst doen bij elk
+twistgesprek; en de anderen zijn de lidmaten der Gemeente, die gevaar
+loopen ook in vlam gezet te worden door de vonken van dezen muzikalen
+brand en die nooit zeker ervan zijn of zij niet den een of anderen
+Zondag verplicht zullen zijn zelf te zingen.
+
+Er zijn oogenblikken, maar misschien zijn het dwaze, dat een zeker
+iemand met overdreven en beteekenisvollen spijt terugdenkt aan een
+dorpskerk, waar een voorzanger het van ouds bekende en geëerde
+schotsche wijsje «Martelaarschap" aanhief met een krachtigen toon en
+waar een vergadering van mannen en vrouwen met heldere stemmen en
+sterke longen die wijs volgde, terwijl geen enkele zweeg en het
+geheele lied gezongen werd vol vuur, met hier en daar een bas- en een
+tenorstem, zelfs misschien een altstem er tusschen in om de muziek
+voller te doen klinken. En er zijn andere tijden, dat diezelfde zeker
+iemand, die toch eigenlijk beter moest weten, zeer ontroerd is in
+zijn hart, wanneer hij bij een zendingsbidstond de menschen een van
+die wijzen hoort zingen die misschien geen zeer goede muziek zijn
+en die voornamelijk zich leenen tot luid gezang, maar terecht
+opwekkingsliederen genoemd worden, omdat zij de ziel verkwikken en
+uitdrukking geven aan de blijdschap dier ziel, die voor het eerst
+ervaart, dat God haar lief heeft en tot haar redding Zijn eenigen en
+veel geliefden Zoon heeft gegeven.
+
+Het is een goed ding, dat men hij den lofzang ter eere Gods de hulp
+heeft van den goeden smaak en de muziek, ondergeschikt aan de rechten
+der menschen, maar het beste is, dat de menschen zingen met lippen,
+die God opent en uit harten, die verlost zijn op Golgotha.
+
+
+
+
+VII.
+
+EEN EIGEN BANK.
+
+
+Er zijn heel wat veranderingen gekomen in de inwendige inrichting van
+de kerk sinds de tijden onzer vaderen, maar geen verandering is van
+meer beteekenis dan die vrije plaatsen, die in verhouding van evenveel
+gewicht is als de vermindering van de voorrechten in Engeland en de
+afschaffing van staatkundige onbevoegdheid. Men herinnert zich de
+goede dagen van ouds, die wij voor een groot gedeelte goed noemen,
+omdat zij oud waren en nu omsluierd zijn door een nevel van eerbiedige
+genegenheid. Men ziet de lange rijen van familiebanken, elk zorgvuldig
+afgescheiden van alle andere en door een deur, die van binnen gesloten
+werd met een stevigen grendel of in geval dat de bezitter van hoogeren
+stand was met een klein koperen boutje, afgescheiden van het publiek
+in de gangen.
+
+Indien de huurder van de bank behoorde tot de hoogste kringen van het
+district, dan bedekte hij haar met laken--rood of groen--, legde er
+een kussen in van drie duim diep--, dat in zijn plooien het stof
+verborg van vijfentwintig jaar--en een kastje voor Bijbels, goed
+gesloten, waarin de boeken voor de godsdienstoefening beveiligd waren
+tegen vreemde handen. Er waren ook bankjes van een zeer stevige
+makelij, niet om er op te knielen--want niemand, die in zulk een bank
+thuis hoorde, zou er ooit aan gedacht hebben zulk een ongepaste
+houding aan te nemen--maar om er gemakkelijk de voeten op te zetten.
+
+En er was zelfs zoo iets als een plankje, waarop de elleboog
+gemakkelijk kon leunen, opdat een arme zitter gelegenheid had zijn
+hoofd op te houden met zijn hand, terwijl hij naar de preek luisterde.
+
+Het was een belangwekkend gezicht en men denkt er nog met genoegen
+aan, hoe de plaatselijke waardigheidsbekleder des Zondagsmorgens de
+kerk inkwam om bezit van zijn sterkte te nemen en deel te hebben aan
+den eeredienst. De bankopsluiter, een slimme oude man, opgebracht in
+een kerkatmosfeer en op wiens gezicht zelfs de meest duistere
+leerstellingen te lezen stonden, die een ambtelijk gesprek had gevoerd
+met de diakens en die vijftig leden van de smalle gemeente had laten
+voorbij gaan zonder hun meer dan een nauw merkbaar knikje en een
+opmerking over het weer waard te keuren--met heel onderdrukte stem
+geuit--komt naar voren om de hoofden der synagoge te ontvangen en hen
+naar hunne zetels te geleiden. Hij gaat hen voor met statigen tred
+door de gangen, noch ter rechter- noch ter linkerzijde omziende,
+gevolgd door de vrouw van Dives, achter haar de kinderen, achter dezen
+den vreemdeling, die tijdelijk binnen hunne poorten gehuisvest was,
+en, eindelijk heel achteraan, den zelf-voldanen en verheven Dives
+zelf.
+
+Bij aankomst aan de deur van de versterkte heerenplaats, kijkt de
+bankopsluiter, terwijl hij behendig de deur opent met één hand en
+ronddraait op één voet, den optocht achter de open deur in het
+gezicht, terwijl deze nog halfweg de doorgang is. Hij maakt een lichte
+buiging en kijkt recht voor zich uit, eerbiedig, maar toch niet
+onbewust van de plaats, die hij inneemt onder de bestuurders der Kerk,
+terwijl de leden van de familie een voor een binnenkomen en hunne
+plaatsen innemen, totdat er eindelijk nauwelijks plaats overblijft
+voor den grooten man zelf. Het is echter voldoende, als hij zich maar
+juist kan neerzetten, want in dat geval is de invloed van een zwaar
+lichaam zoodanig, dat de ruimte er door ingenomen, langzamerhand
+grooter wordt, terwijl de lichtere lichamen in de bank als van zelf
+inkrimpen onder den dienst, totdat Dives eindelijk op zijn gemak zit.
+
+Zeker, het had eenige moeite gekost om de deur te sluiten en onder
+den dienst hoorde men haar vaak kraken en men kon niet helpen, dat men
+hoopte--maar dat was, toen men nog jong was--dat door het een of
+andere fortuintje de deur eens zou losschieten, en dat Dives, die er
+al te sterk op leunde, terneer zou komen in de doorgang.
+
+De bout echter, om niet te zeggen de scharnieren er bij, was stevig
+gemaakt en de bankopsluiter zag wel, dat alles in orde is zoowel met
+het oog op veiligheid als op waardigheid, en dan ging hij statig weer
+terug naar de kerkdeur, niet onbewust ervan, dat hij zich loffelijk
+had gekweten en dat hij tenminste eenigen indruk had gemaakt bij het
+plechtstatig nederzetten van den rijken man en zijn familie in hun
+bank.
+
+Dives ontsluit het bijbelkastje met een sleutel, die bevestigd is aan
+zijn ring en deelt de boeken uit, alsof het een prijsuitdeeling was in
+een school, terwijl de moeder van het gezin aan de jongste leden
+zoodanig voorraad lekkers geeft als voldoende zal zijn om uitgeputte
+schepsels tegen de twee volgende uren te doen stand houden.
+
+Het geval kwam voor, dat Dives ongehuwd was en niets anders had dan
+zijn eigen hoogwaardigheid om zijn heerlijkheid te bezetten; maar de
+plechtige binnenkomst geschiedde geheel op dezelfde wijze en hij zette
+zich met waardigheid aan het einde der eenzame bank. En als gij zoudt
+veronderstellen, dat de een of andere vreemde, die een plaats wilde
+hebben, in Dives' bank werd ondergebracht, dan zoudt gij toonen geen
+verstand te hebben van de bescheidenheid van den bankopsluiter; en als
+gij u verbeeldt, dat iemand, die zoo maar eens de kerk binnenliep, zou
+probeeren om binnen te dringen in die majestueuze ledige plaats, dan
+kan uw verbeelding sterk genoeg zijn, maar zij is nog niet bestand
+tegen de uitdrukking op het gelaat van Dives.
+
+Vreemdelingen kwamen in vroeger dagen niet in kerken, tenzij als
+gasten van een der families, omdat ieder zijn eigen kerk had en daar
+ging hij heen door regen en in de brandende zon, wie er ook preekte en
+wat er ook daar of elders te doen was. De menschen pochten er in die
+dagen op, dat zij nooit rondzwierven en het had kunnen gebeuren, dat
+een geheel onbekende vreemdeling den bankopsluiter had doen wankelen,
+maar dan zou hij hem, daar hij steeds zich zelf gelijk bleef, in elke
+gebeurlijkheid, naar zijn eigen bank gebracht hebben, die, met het oog
+op omstandigheden, dicht bij den preekstoel was, zoodat de zwerver
+niet behoefde inbreuk te maken op het eigendom van een en ander en
+tevens onder behoorlijk toezicht gesteld werd.
+
+Wanneer de kerk vol was, dan zag men het haar aan, dat zij stevig en
+eerbiedwaardig was; dan wekte zij ook de gedachte op aan waardigheid
+en welvaart en het is billijk erbij te voegen, dat ook een geur van
+gezinseenheid en huiselijken welstand u zeer aangenaam en troostend
+aandeed in die gemeente van den ouden tijd.
+
+Als een ouderwetsch man en iemand, die misschien al te zeer ingenomen
+is met het verledene, met al zijn fouten, wenscht geschokt te worden,
+dan heeft hij alleen maar een van de hedendaagsche kerken te bezoeken
+van den nieuwsten trant, die gewoonlijk vrij en open heeten, alsof het
+herbergen waren of stukken waardeloos land, waar een hoop vuilnis was
+neergegooid. Het open zijn is zoo ver mogelijk uitgestrekt, want niet
+alleen zijn er geen deuren aan de banken en geen kastjes voor de
+Bijbels en geen rugbekleeding en geen kussens, waarin gij kunt weg
+zinken,--misschien zijn er vloermatten en bidbankjes--en is er
+nauwelijks eenige afscheiding tusschen de banken, maar wellicht zijn
+er in het geheel geen banken, alleen stoelen, en gij steekt uw
+psalmboekje in een rekje aan den rug van den stoel van uw voorman, die
+gaat verzitten, als gij dat doet en gij knielt tegen dien stoel--als
+er tenminste mogelijkheid is om te knielen--en dan geeft gij uw
+voorman een duw, wat hij natuurlijk kwalijk neemt. Het spreekt
+vanzelf, dat er geen bankopsluiter is, omdat er geen banken behoeven
+open gedaan te worden en meer dan dat, er is geen bijzondere plaats
+voor u om te gaan zitten, om de eenvoudige reken, dat ge u kunt
+nederzetten, waar ge wilt en elken keer ergens anders kunt neervallen,
+indien ge dat wilt.
+
+Geen pelgrim of vreemdeling behoeft zich te schamen in een
+hedendaagsche kerk, want alle menschen die er zijn, verkeeren in
+dezelfde omstandigheden als hij; allen zijn vreemdelingen, daar zij
+geen recht hebben op een duim breed gronds, en allen zijn pelgrims,
+daar zij geen tweemaal op dezelfde plaats behoeven te zitten. Niemand
+kan zich beklagen over de zelfzucht van anderen, want alle dingen zijn
+gemeenschappelijk bezit.
+
+Wanneer Dives, opgesloten achter zijn deur, deed denken aan
+uitsluiting, dan kan tot zijn verdediging worden aangevoerd, dat het
+de uitsluiting was, die huiselijkheid beteekent, en in die bank was
+een kleine gemeenschap--die het huisgezin is. En als er iets gezegd
+kan worden voor algemeene vrijheid en openheid op grond van de
+Christelijke broederschap en menschelijke gelijkheid, dan klampt men
+zich toch nog vast aan het geloof, dat men recht erop heeft onder zijn
+»eigen" te zijn--dat is te zeggen, met zijn vrouw en zijn eigen
+kinderen--in het huis van God, en dat men het best God zal vereeren,
+wanneer men in eenigszins afgesloten kring is.
+
+Misschien zal een bezoeker zich vrijer gevoelen in een vrije en open
+kerk, maar daar staat tegenover, dat het huisgezin in stukken gebroken
+wordt aan de deur en geen gemengde menigte kan ooit een zoo sterke
+Gemeente vormen of een, die een zoo geweldigen indruk maakt op het
+gezicht als de lange rij van banken, laat ons in dit geval zeggen,
+zonder deuren en stoffeering, maar waar toch in elk een huisgezin zit,
+met de moeder aan het hoofd van de bank, den vader aan het achtereind
+en de jongelingen en jonge dochters tusschen die beiden in. Want de
+familie bestond eer dan de Kerk en als de Kerk iets anders zal zijn
+dan een priesterlijk eigendom of een zaal voor voordrachten, dan
+behoort zij te berusten op het huisgezin.
+
+De bank is een getuigenis voor de familie en behoort gehandhaafd te
+blijven, zonder de deuren, en het komt er volstrekt niet op aan of
+iemand honderd gulden per jaar huur betaalt voor zijn bank of drie
+gulden. De machthebbenden in de Kerk moeten er voor zorgen, dat ieder
+gezinshoofd zijn eigen bank heeft, met voldoende ruimte erin voor hem
+zelf, zijne vrouw en de kinderen, die God hun gegeven heeft. Er is
+geen enkele reden te bedenken, waarom de rijke niet een flinke som zou
+betalen voor zijn tehuis in het kerkgebouw. En velen onzer hebben
+nooit kunnen begrijpen, waarom niet een handwerksman ook iets zou
+geven voor zijn kerkelijk tehuis. Behoort een Christen niet te doen
+wat goed is om zijn Kerk te steunen? Ieder man, die zich zelf acht,
+wenscht te betalen voor zijn huis, hetzij het groot of klein is, en
+iemands eer is er mee gemoeid te wonen in een armhuis, waar hij geen
+huur betaalt en afhankelijk is van het publiek. Het is volstrekt niet
+noodig, dat dit gevoel voor een eigen tehuis en persoonlijke
+onafhankelijkheid verloochend wordt in het Huis Gods, maar het schijnt
+eer wenschelijk, dat de man, die werkt en genoeg verdient om een huis
+te onderhouden waar hij en zijn kinderen zes dagen van de week in een
+zekere weelde en zelfachting samenleven, ook zijn deel draagt in de
+onderhouding van het Huis, waar zij God vereeren op den zevenden dag.
+Het is een armzalig schepsel, die wil dulden, dat een rijke man zijn
+huishuur betaalt voor de zes dagen, en ik ben nooit in staat geweest
+eenig onderscheid te zien tusschen het zijn van bedelaar op Zondag of
+een bedelaar te wezen op Maandag.
+
+Ik zou er echter willen bijvoegen, en met nadruk, dat het bezit van
+een bank in den zin, waarin iemand zijn huis bezit, een maatstaf is
+voor karakter en een gelegenheid tot gastvrijheid. Daar is een soort
+van menschen, wie het niet alleen spijt, dat zij geen deur aan hun
+bank mogen hebben, maar die liefst hun bank zouden willen afsluiten
+met een dak, die het een vreemdeling kwalijk nemen als hij er in
+komt--ofschoon er overvloed van ruimte is--als was dat een
+persoonlijke beleediging en die vreemdelingen zullen verjagen, indien
+zij bij ongeluk erin gebracht zijn vóór hun aankomst. Als zoo'n man
+maar een halve bank gehuurd heeft, dan durven de kerkedienaars geen
+andere huurders aannemen voor de andere helft, omdat hij met hen
+twisten zal over de vraag welke helft zij mogen bezetten, over de
+kwestie, wie het eerst moet binnen gaan, over een liederenboek, dat
+niet op zijn plaats ligt of over een vriend, dien zij eens meebrachten
+en die twee duim van zijn plaats in bezit nam. Billijkerwijze zij
+gezegd, dat die man in de kerk niet erger is dan elders, want hij is
+overal een vlegel--jaloersch, twistziek, onherbergzaam, onhandelbaar.
+
+Maar zet als een tegenwicht tegen zulk een misbruik van de bank nu
+eens mijn besten ouden vriend Jeremias Goedhart. Hij is nu alleen met
+zijn lieve, beminnelijke gade, want de kinderen hebben zich een eigen
+tehuis gevormd; maar hij houdt de familiebank en wil in geen geval die
+opgeven. Somtijds lijkt het den bestuurders van de kerk toe, dat
+Goedhart wel een banklooze familie bij zich kan nemen, maar zij
+dringen niet op de zaak aan, daar zij er aan denken, hoe lang hij en
+de zijnen de bank voor zich gehad hebben en hoe goed hij de ledige
+ruimte gebruikt. Hij heeft een tal van boezemvrienden, die nu oud en
+grijs zijn en die van tijd tot tijd met hem en zijn vrouw naar de kerk
+komen en voelen, dat zij in zeer goed gezelschap zijn. Hij heeft ook
+een grooten kring van kennissen, die bij honderden geteld kunnen
+worden, en de personen van dien kring hebben ook de gewoonte wel eens
+binnen te komen en in zijn bank te gaan zitten; en als hij een
+vreemdeling aan de kerkdeur ziet, dan kan Goedhart niet laten een
+woordje tot hem te zeggen, hem welkom te heeten en het beste te
+wenschen. Als de vreemdeling toevallig een jonge man is, dan neemt hij
+hem onder den arm en mee naar zijn bank en er bestaat veel kans, dat
+hij hem naar zijn huis brengt en ten eten vraagt en hem zegt, dat hij
+maar nooit alleen op zijn kamers moet blijven zitten, maar zijn huis
+moet beschouwen als een tehuis.
+
+En mevrouw Goedhart vertelt haar vriendinnen met veel voldoening de
+grootte van den kalfsbout, dien zij op Zondagen hebben, omdat,
+ofschoon hun eigen zoons zijn heengegaan, zij toch nooit nederzitten
+zonder eenige jonge mannen als gasten en mijnheer Goedhart leerde hen
+kennen door de kerkbank. Indien de een of andere familie in de Kerk
+logés heeft en behoefte aan zitplaatsen, wel dan komen de kinderen van
+de familie in de bank van Goedhart zitten en worden met open armen
+ontvangen. Gezegend mogen zijn witte haren en scherpzinnig gelaat
+zijn, nooit is hij volkomen gelukkig of geniet hij de preek ten volle,
+tenzij hij zijn behoorlijk aantal gasten heeft; daar zijn tijden, dat
+hij er een teveel meebrengt en dan wedijveren de andere bankbezitters
+om het eerst een plaats aan Goedhart aan te bieden.
+
+Zooals hij in de kerk is, is hij tehuis, hand en hart geopend, nooit
+tevreden, tenzij vrienden komen en gaan, nooit boos dan wanneer zij
+niet willen blijven eten bij hem, nooit zoo verheugd als wanneer hij
+een flinke wandeling maakt of een praatje houdt over den ouden tijd
+met hen, aan wie hij verbonden is door honderd banden van vriendelijke
+woorden en daden. Zooals hij gehandeld heeft met alle menschen,
+vreemdelingen zoowel als vrienden, in zijn Kerk en in zijn huis, zoo
+zal God met hem handelen en wij kunnen als zeker aannemen, dat hem een
+gastvrije ontvangst wacht daar waar de kerken der aarde veranderd zijn
+in: het Huis onzes Vaders.
+
+
+
+
+VIII.
+
+DE FATSOENLIJKE BEDELAARS IN ONZE KERKEN.
+
+
+Het is geen overdrijving, wanneer men zegt, dat men in het gebruik dat
+iemand maakt van zijn geld een maatstaf is voor zijn karakter en een
+openbaring van zijn aard. Er zijn menschen, die geld verliezen door
+hun dwaasheden: zoeten inval; daar zijn anderen, die het uitgeven ten
+gevolge van hun ondeugden--verkwisters; er zijn menschen, die het
+opgaren met jaloerschheid--gierigaards; er zijn er ook, die het
+uitzetten in weldaden--zij zijn de wijzen.
+
+Wanneer ik zeg weldoen, dan denk ik niet aan die onberedeneerde
+liefdadigheid, die geen onderscheid maakt en die, hetzij zij den vorm
+aanneemt van aalmoezen aan een luien vagebond of van een ruime gift
+tot het kweeken van armlastigen, een vloek is en geen zegen, een zonde
+en niet een plicht. Wij behoeven den raad van onzen Heer aan den
+rijken jongeling om zijn bezittingen te verkoopen en aan de armen te
+geven niet letterlijk op te vatten, want ofschoon zulks misschien het
+eenige bewijs van oprechtheid was, dat hij in die dagen kon geven, zoo
+zou het een groote ramp zijn in onzen tijd.
+
+Indien een millionair zijn bezittingen te gelde maakte en de opbrengst
+uitdeelde onder dat droes onzer bevolking, dat niet werkt zoolang het
+kan bedelen, dan zou hij het grootst mogelijke nadeel doen aan zijn
+medemenschen. Indien diezelfde millionair zijn fortuin gebruikt om
+gelegenheid te geven tot eerlijken arbeid, waardoor de menschen zich
+zelf en hunne gezinnen kunnen onderhouden, dan zal hij aan zijn
+medemenschen den grootsten zegen verschaffen, die in zijn macht is.
+
+Wat het geval moge geweest zijn in den ouden tijd, er kan niet ontkend
+worden, dat de man, die in onze dagen een fabriek vestigt in een
+kleine stad tien maal beter doet dan hij, die zijn kapitaal zou willen
+gebruiken om een armhuis te stichten.
+
+Wanneer een man behoorlijk voldaan heeft aan de eischen van zijn
+gezin, en waarvan hij goed heeft zorg gedragen voor de aanvulling der
+fondsen voor zijne zaken, dan zijn misschien de beste twee dingen, die
+hij kan doen met het overtollige van zijn kapitaal, het te gebruiken
+om de kennis van God te doen brengen aan hen, die in de duisternis
+zitten of de onschatbare gift eener goede opvoeding te doen toekomen
+aan hen, die hongeren en dorsten naar kennis. Het is zoo treurig, dat
+vele menschen niet hebben geleerd te geven, maar het is even treurig,
+dat velen niet weten, waar zij geven moeten. Om goed te geven, moet
+men zoowel zijn hoofd als zijn hart raadplegen, en leeren geven is een
+oefening van het brein zoowel als van iemands gevoel.
+
+Er zijn Kerken, die zeer onverstandig geven en het geld, dat zij
+uitgeven om iets half goed te doen ware beter in de zee geworpen. Zij
+onderhouden stichtingen voor inwendige zending in arme wijken der
+stad, wat feitelijk niets anders zijn dan inrichtingen, waar
+propaganda gemaakt wordt voor pauperisme en de Gemeenten, in die
+wijken gevormd, bestaan grootendeels uit lieden, die bezwaar hebben om
+tusschen twee maaltijden te werken. Elk jaar worden er verslagen
+openbaar gemaakt, die aantoonen hoeveel personen de bijeenkomsten
+bezochten en op hartverscheurende wijze rekening doen van de ellende,
+die gelenigd is. Het is een feit, dat, wanneer gij aan een bekwaam
+organisator zesduizend gulden per jaar geeft om in een flinke
+achterbuurt te besteden, die man daar, wanneer ge maar wilt, een
+Gemeente zal stichten van een vijfhonderd leden; en als de leden van
+de moederkerk er heen wenschen te gaan en tegenwoordig te zijn bij een
+geestdriftvolle bijeenkomst, dan is het eenig noodige daartoe, dat een
+van de rijke kerkleden dien avond als gastheer fungeert. De
+vergadering zal evenmin uit een oogpunt van getalsterkte als uit dat
+van geestdrift iets te wenschen overlaten en de lieve menschen van de
+rijke Kerk zullen naar huis gaan met het gevoel, dat zij een bloeiende
+zending hebben en ontzachelijk veel goeds doen, terwijl er heel veel
+kans bestaat, dat zij in den godsdienstigen zin des woords in het
+geheel geen zending hebben en dat hun geld onberekenbare schade heeft
+berokkend.
+
+Over het geheel genomen komen zendingsinrichtingen, onderhouden op
+ruime schaal door rijke Gemeenten precies overeen, wat het zedelijk
+resultaat betreft met de armhuizen, gesticht door menschen, die meer
+geld hebben dan zij weten te besteden en niet genoeg hersens om te
+weten, hoe het te gebruiken.
+
+Wanneer het geld, dat rond gestrooid wordt in soepuitdeelingen en
+dergelijke stichtingen tot het instandhouden van bedelaars en hun
+gezinnen, gebruikt was voor het bouwen van een dergelijke kerk, waar
+de eerlijke armen God konden dienen met behoud van zelfachting, of van
+gezonde woningen, waar de werkmenschen netjes konden wonen tegen
+matige huur of tot het instellen van een beurs voor studenten, arm in
+geld maar rijk in hersens om hun in de gelegenheid te stellen hooger
+onderwijs te genieten, dan zouden de maatschappelijke hervormers reden
+hebben de Kerk te zegenen en de Kerk zou vrij wat meer goeds
+verrichten in de gemeenschap.
+
+Een Kerk van het West-End behoeft echter juist niet naar het Oost-End
+te gaan om zulk kwaad te verrichten, want zij kan, als zij dat wil een
+kweekplaats van fatsoenlijke landloopers stichten binnen haar eigen
+grenzen. Wanneer een dominee en de lidmaten zijner Kerk den naam
+hebben van een week hart te bezitten, wat dikwijls beteekent dat zij
+wat zwak van hoofd zijn, dan verspreidt zich dat nieuws wijd en zijd
+en het aantal bezoekers der godsdienstoefening neemt onmiddellijk toe.
+Kleinhandelaars, die hun zaak tot bloei willen brengen en niet
+uitsluitend durven vertrouwen op de deugdelijkheid der goederen, die
+zij verkoopen; jonge lieden, die hun betrekking verloren hebben, omdat
+zij niet willen werken; dames, die het beneden zich achten om iets te
+doen voor haar levensonderhoud en deskundigen zijn in wat men zou
+kunnen noemen fatsoenlijke strooptochten; onbekwame kooplieden, aan
+wie geen bank honderd gulden crediet zou willen geven, maar die hopen
+duizend te krijgen door middel van aanhalingen uit de Bergrede--komen
+zich gezamenlijk nederzetten binnen de beschuttende muren van deze
+Christelijke schuilplaats.
+
+Als men hen wil gelooven, komen zij allen om de uitmuntendste en
+aandoenlijkste redenen: omdat bijvoorbeeld hun vorige Gemeente koud
+was en zij in een warmer atmosfeer wenschten te leven; omdat zij een
+zegen ontvingen onder de prediking van den dominee en het als een
+voorrecht beschouwen zijn zielszorg te genieten; omdat zij begeeren
+eenig goed werk te doen en uit de verte gehoord hebben van den ijver
+van deze Gemeente; maar hoofdzakelijk wegens het hooge geestelijke
+standpunt van dominee en lidmaten beiden, dat deze eenvoudige zielen
+als een magneet heeft getrokken naar hun natuurlijk tehuis.
+
+Hun eigenlijke reden, om het in zuiver Hollandsch te zeggen, is, dat
+zij geen lust hebben te werken voor hun brood, zooals eerlijke
+menschen doen en dat zij van plan zijn zich op de Christelijke
+liefdadigheid te werpen. Zij stellen niet het minste belang er in, wat
+de dominee preekt of is, mits hij maar geen oordeel des onderscheids
+hebbe; zij komen alleen en heel eenvoudig om te bedelen. Zij zijn zeer
+bekwaam voor hun eigen vak en hebben het fatsoenlijk bedelen opgevoerd
+tot de hoogte eener schoone kunst. Zij beginnen niet, zoodra zij
+aankomen, te vragen en de allerslimsten onder hen zullen zelfs nooit
+over geld spreken. Hun wensch is, zooals zij aan den predikant in zijn
+studeerkamer duidelijk maken een bedeesdheid en kieschheid, die een
+diepen indruk maken op hem, als hij een eenvoudig vroom man is zonder
+ervaring, niets anders dan een hoekje in zijn kerk te hebben, waar zij
+kunnen nederzitten en zich drenken met de zuivere melk van het Woord
+en het eenige, waarover zij zich bekommerd maken, is, dat zij in de
+eerste zes maanden niet in staat zullen zijn eenig plaatsengeld te
+betalen of iets bij te dragen in het fonds voor de zending.
+
+Zij hebben betere tijden gekend en toen was geven hun levensgenot. Een
+groote tegenspoed heeft de familie gedrukt en zij maken onduidelijke
+toespelingen op een groote som, verloren of door slecht gedrag van een
+familielid of door een bankroet en nu zijn zij verplicht hoogst zuinig
+te leven. Hun strijd om het bestaan, de dominee mag dat aannemen, is
+zeer moeilijk; maar zij zijn niet gekomen om over zulke dingen met hem
+te praten, doch, alleen om hem te verzekeren, dat hij hun tot zegen
+geweest is en om te zeggen, dat zij zoo gaarne zich nuttig zouden
+willen maken in zijn Kerk. Al kunnen zij niet geven, zij zijn
+tenminste willig om te werken en kiezen in den regel bij toeval een
+afdeeling van Christelijken arbeid, waarvan het hoofd rijk is in de
+goederen dezer wereld en bekend als mild.
+
+Onder het oog van zulk een chef is er geen eind aan de werkzaamheid
+van onze bedelende vrienden. Zij bieden aan om alles te doen. Zij
+geven nieuwe plannen voor armenzorg aan de hand; zij brengen de oudere
+arbeiders in de afdeeling van de wijs door hun drukte en den een of
+anderen avond komen zij, op een ongelegen uur aandragen met een paar
+guldens, die zij--zooals toevallig blijkt--uit hun mond gespaard
+hebben voor een goede zaak. Daar zij niet in staat zijn om iets bij te
+dragen in de kerkelijke fondsen, maken zij met hun eigen handen eenige
+onmogelijke kerkezakjes, die zij in alle deftigheid aanbieden aan de
+ambtsdragers der Kerk en die ontoonbaar zijn en ongeschikt voor
+gebruik.
+
+Daar zij op geen andere wijze hun dankbaarheid aan den dominee kunnen
+toonen, komen zij op een avond, man en vrouw samen als collega's in
+het bedelvak, en verzoeken hem een groote bouffante aan te nemen, die
+zijn keel zal beschermen tegen de winterkoude te midden van zijn
+onmetelijken arbeid, maar waarvan de kleuren en het model hem zouden
+blootstellen aan een ontslag uit zijn bediening, indien hij het ding
+droeg. De voorname leden der Kerk ontvangen met verjaardagen en met
+Kerstmis kaartjes, vol vrome spreuken en opmerkingen; en als een kind
+het ongeluk heeft eenigszins ernstig ziek te worden, bijv. windpokken
+of mazelen krijgt, dan komen de bedelende vrienden regelmatig en op
+treffende wijze vragen. Zij willen niet graag de moeder storen, maar
+zij hebben zulk een genegenheid opgevat voor den kleinen lieveling,
+dien zij in de kerk hebben gadegeslagen, dat zij rust noch duur hadden
+voor zij wisten of de lieve jongen een rustigen dag heeft
+doorgebracht. Zij willen niet indringerig zijn en zij vergeten niet,
+dat hun omstandigheden veranderd zijn, maar zij hopen, dat het niet
+als een beleediging zal beschouwd worden, dat zij een kleinigheidje
+hebben meegebracht voor het zieke engeltje en zij vragen aan de moeder
+om een onoogelijk stukje kandij aan het lieve lammetje te willen
+overbrengen. Er zijn moeders en moeders, maar er is kans, dat de
+moeder zeer getroffen wordt en in het algemeen, aangenaam aangedaan
+door zoo veel belangstelling in haar kind, en ofschoon zij verstandig
+genoeg is om de gift in het vuur te gooien, zal zij toch niet nalaten
+de gevers met Kerstmis te gedenken.
+
+Wanneer de spinnen het web van fijne draden gespannen hebben, en het
+aan alle hoeken der Kerk stevig bevestigd is, dan is het opmerkelijk
+hoeveel vliegen en niet enkel onnoozele, er in vast raken en hoe groot
+de buit is. De kleerenklasten van de Kerk, zoowel van mannen als
+vrouwen, staan te hunner beschikking en elke maand wordt gij bij de
+ontmoeting met onzen bedelaar herinnerd aan den een of anderen ouden
+vriend en het is zeer belangwekkend de kleeren, die de Gemeente
+gewoonlijk droeg in de Kerk in nieuwe omstandigheden te zien
+verschijnen. Hun huishuur wordt om beurten betaald door een troepje
+barmhartige Samaritanen, waarvan elk gelooft, dat hij de eenige is,
+aan wien ooit werd toegestaan den dienst te bewijzen en die het doet
+onder belofte van geheimhouding, uit vrees dat schroomvallige
+menschen, arm maar trotsch, zich gekrenkt zouden gevoelen en dat zij
+de achting voor zich zelf, die nu, zooals zij zeggen, hun eenige
+bezitting is, misschien zouden verliezen. De een of andere
+vriendelijke dokter in de wijk bezoekt hen in geval van ziekte, zooals
+dat vaak gedaan wordt door deze mannen, zonder geld of eenig ander
+loon te ontvangen. Medische hulp in den vorm van versterkende
+middelen, geleiën, vruchten, lekkernijen stroomen zoo voortdurend toe,
+dat het niet bevreemdend is, dat de lieve kleine Alice niet spoedig
+herstelt en dat de hulp van het gezin moet worden ingeroepen om de
+snoeperij op te krijgen.
+
+Later moet de kleine Alice, die met zorg ingewikkeld in doeken en
+blijkbaar erg zwakjes rondgevoerd is om haar weldoeners persoonlijk te
+bedanken en die daartoe den meest ongelegen tijd schijnt gekozen te
+hebben, uit puur medelijden voor een maand naar buitengezonden worden
+en de liefhebbende familie, die niet leven kan zonder Alice--zij
+kunnen maar niet vergeten, dat zij vroeger rijk waren--moet
+noodzakelijk met de herstellende gaan.
+
+Ik zou te veel tijd noodig hebben om te spreken van al de leeningen,
+die zij aangaan met bijna iedereen, rijken en armen. Als zij zoo iets
+vragen, dan is het alleen door den uitersten nood gedrongen en onder
+bittere schaamte; elke leening is de eerste, die zij ooit aangingen en
+binnen veertien dagen zal het geld zeker worden teruggegeven; als pand
+voor de richtige nakoming dier belofte wordt een ouderwetsche gouden
+broche gegeven--het laatste erfstuk der familie. Niet eer dan nadat de
+lange strooptocht geëindigd is en de bedelaars verhuisd zijn naar een
+andere deftige Kerk, die op een behoorlijken afstand ligt, beginnen de
+menschen hun verschillende aanteekeningen te vergelijken en de
+rekening op te maken en dan komt men tot de ontdekking, dat naar de
+laagste schatting het gezin op kosten van de Gemeente heeft geleefd
+tegen ongeveer twee duizend gulden per jaar.
+
+Deze berekening is natuurlijk, om tot de totale uitgaven te komen, te
+vermeerderen met wat zij zelf verdiend hebben; maar in den regel kan
+men aannemen, dat de balans daardoor weinig opgevoerd zou worden.
+Indien men aan de vrouwelijke helft onzer bedelaars eenigen vorm van
+arbeid voorstelt, dan krijgt zij het te kwaad met haar aandoeningen,
+maar kan toch het feit niet verbergen, dat zij zeer beleedigd is. Het
+is misschien dwaas van haar, verklaart zij onder een tranenvloed, maar
+haar arme vader, die gewoonlijk in het leger gediend heeft, heeft vaak
+gezegd, dat geen dochter, die zijn naam droeg, ooit tot werken mocht
+afdalen en zij voelt aan zijn nagedachtenis verschuldigd te zijn deze
+edele houding te blijven aannemen en men is dan natuurlijk zoo
+beschaamd over het barbaarsche voorstel, dat men gaarne een
+schadeloosstelling betaalt.
+
+Het heeft volstrekt geen nut een betrekking te zoeken voor een jongen
+man van deze soort, want de plaats, die gij voor hem vindt is of niet
+geschikt voor zijn bijzondere bekwaamheden of nadat hij er drie dagen
+geweest is, ontstaat er een geschil tusschen hem en den bestuurder der
+zaak, dat bewijst, dat die directeur niet gewoon is geweest met heeren
+om te gaan; en natuurlijk, zooals de moeder van den jongen man u
+vertelt, kan haar zoon de geschiedenis van de familie niet vergeten.
+
+Als de bedelaar een handelsman is en gij zendt hem klanten, waarom hij
+inderdaad gebedeld heeft, dan zijn zijn waren zoo slecht, dat geen
+mensch ze gebruiken kan en de prijs is zoo hoog, dat niemand lust
+heeft hem te betalen; en daarbij behoort de handelsman gewoonlijk tot
+die hooge en machtige klasse, die niet zich wil verlagen tot het maken
+van iets op een andere, dan de degelijke, ouderwetsche wijze en die
+vooral niet, al moest men van honger omkomen, beneden den prijs wil
+leveren. Het feit is--het naakte feit--dat deze verheven handelaar
+niet wenscht te werken, zoolang dwaze menschen hem willen onderhouden.
+
+Langzamerhand doorziet de vriendelijkste dominee bij de toeneming van
+het onderling verband tusschen de verschillende Kerken deze klasse en
+hij komt er toe hen te onderwerpen aan een flinke arbeidsproef,
+meenende dat vroomheid en bedelarij niet kunnen samengaan en
+weigerende te gelooven, dat ooit iemand zegen geniet onder zijne
+prediking, die niet wil werken voor zijn brood. Men mag ook aannemen,
+dat een Christelijke Gemeente, al was zij de licht geloovigste
+vereeniging op aarde, eindelijk al haar moed bijeen zal garen en
+tegelijkertijd haar gezond verstand te werk zal stellen en dan zal
+weigeren om de Christelijke kringen te maken tot een jachtveld voor
+fatsoenlijke bedelaars, zoodat de godsdienstige levensmoeden een nieuw
+middel zullen moeten uitvinden om te ontduiken aan de wet, dat wie
+niet werkt, niet zal eten.
+
+En het geld, dat wordt bezuinigd op deze parasieten, worde gevoegd bij
+het fonds tot ondersteuning van emeritus-predikanten.
+
+
+
+
+IX.
+
+IS DE DOMINEE EEN LEEGLOOPER?
+
+
+Niemand heeft meer reden tot dankbaarheid aan zijn publiek dan een
+dominee, want ik ken geen dienaar, die vriendelijker behandeld wordt.
+Hoewel er ongetwijfeld in een zoo groot lichaam als de Christelijke
+Kerk vitlustige en slecht gemanierde Gemeenten zijn, juist zooals er
+luie en verwarring stichtende dominees zijn, kan men toch zeggen, dat
+over het algemeen de Gemeente liefderijk is in haar oordeel over haren
+predikant, geduld heeft met zijn fouten, ten zeerste elk goed werk,
+dat hij doet, waardeert en zeer dankbaar is voor al zijn goede
+diensten. Er zijn niet veel klachten, die een welwillend dominee met
+gezond verstand kan inbrengen tegen een gewone Gemeente, doch hij
+heeft soms een grief tegen zijn vrienden, die hij niet openbaart, maar
+die voortwoekert in zijn hart. Het is niet iets, dat zij zeggen of
+iets, dat zij doen; het is het stille en misschien onbewuste
+vermoeden, onbewust van hun zijde, dat hij niet genoeg te doen of dat
+hij een aanmerkelijke hoeveelheid ledigen tijd heeft.
+
+Kon hij staat maken op hunne woorden, dan zou dat vermoeden nooit in
+hem opkomen, omdat zij slim genoeg zijn, en dat is heel vriendelijk
+van hen, des Maandags tegen hem te zeggen, dat hij wel heel vermoeid
+moet zijn na tweemaal zoo wondermooi gepreekt te hebben en dus moet
+hij wel, daar hij toch maar een mensch is, meenen, dat zij zich
+verbeelden, dat hij geheel op is na zulk een verstandelijke
+uitputting. Weer een anderen keer vermanen zij hem, zoo langs hun neus
+weg, na een praatje over het weer, zich voor overwerking te wachten en
+zeggen zij niet te kunnen begrijpen, hoe hij in staat is, zooveel te
+doen. Dit alles is heel vriendelijk en opbouwend en de dominee heeft
+een aangenaam gevoel, dat zijn werk gewaardeerd wordt en dat hij een
+van de hardste zwoegers van de wereld is.
+
+Als hij ouder wordt echter, en meer waarde begint te hechten aan den
+inwendigen toestand van het gemoed der menschen, dan aan de los door
+hen daarheen geworpen woorden, dan gevoelt hij zich niet op zijn gemak
+erbij, dat de menschen toch nog niet zoo bepaald overtuigd zijn van
+zijn regelmatige bezigheden en zijn bezette uren. Lieve dames, en alle
+dames zijn lief, noodigen hem op een theepartij en dergelijke
+feestjes, waarbij hij de eenige heer zal zijn; of als er misschien nog
+een is, dan is het een bejaard man, die zich reeds lang uit de zaken
+heeft teruggetrokken. Terwijl de dominee de dame dankt voor haar
+vriendelijke uitnoodiging, komt het hem in de gedachte, dat haar eigen
+man niet op het aangename partijtje zijn zal, evenmin als haar zoon,
+omdat zij het te druk hebben en zij zou er niet aan denken, een
+advocaat of een koopman of een geneesheer of een dagbladschrijver te
+vragen, tenzij het was voor een groote partij, waarop iedereen komt.
+Het zou haar een dwaasheid toeschijnen een man van zaken van zijn werk
+te halen zelfs om een uur door te brengen met haar en andere even
+bekoorlijke vrouwen. De andere mannen zouden niet komen, omdat zij
+niet konden. Zij moeten hun werk doen. De dominee wordt uitgenoodigd
+omdat, zoo als de gastvrouw veronderstelt, hij geen werk heeft, dat
+hem verhindert. En zij zou hem misschien weinig hoffelijk noemen en
+zeker heel onvriendelijk, wanneer hij weigerde; en als hij zijn
+weigering verdedigde door het bezet zijn van zijn tijd, zou wellicht
+haar oordeel liefdeloos worden en kon zij wel eens meenen, dat hij een
+andere reden had. Zat hij dan niet in zijn studeerkamer? Waarom kon
+hij niet even goed in haar huis zijn? En zij zou nooit kunnen
+begrijpen, dat hij juist op dien achtermiddag moest gebruik maken van
+een eenige kans om een noodzakelijk boek meester te worden. Was hij
+niet een half uur geleden haar huis voorbijgegaan en indien hij kon
+uitgaan voor een wandeling, waarom kon hij dan dien tijd niet
+doorgebracht hebben in haar tuin, en hij kan haar niet aan het
+verstand brengen dat hij een zieke was gaan bezoeken.
+
+Secretarissen van philantropische vereenigingen zijn hem komen vragen
+om uit een buitenwijk naar het midden van de stad te gaan, en een
+voorstel te steunen op een openbare vergadering van acht bejaarde
+heeren en zeven-en-zeventig vrouwen van onzekeren leeftijd, met vier
+fatsoenlijke bedelaars, die gekomen zijn om te zien of ze niet eenige
+guldens kunnen leenen van den een of anderen barmhartigen Samaritaan.
+Het was een uitmuntende vereeniging en ongetwijfeld was het noodig,
+dat het bestuur herkozen wordt, en de dominee zei dat na verloop van
+tien minuten, maar terwijl hij naar huis ging, moede en geërgerd is de
+gedachte bij hem opgekomen of dit nu het beste gebruik was, dat hij
+van zijn tijd kon maken en zou de secretaris, hoe onvermoeid die man
+ook was en hoe dringend ook, er toe gekomen zijn een man van
+zaken--dat is iemand, die werkelijk iets doet--te vragen zijn kantoor
+te verlaten te midden van de drukte om drie volle uren van zijn tijd
+te besteden om naar een buitenwijk te gaan en daar te zeggen, wat
+totaal onbelangrijk was voor de menschen, op wie het geen bijzonderen
+indruk zou maken? De dominee weet en de secretaris weet en iedereen
+weet, dat de man van zaken met de minst mogelijke woorden neen zou
+gezegd hebben, en dat iemand hem dat kwalijk zou hebben genomen,
+terwijl iedereen hem een dwaas zou hebben genoemd, als hij er heen was
+gegaan.
+
+Zulk een tijdverknoeien is onmogelijk behalve voor overoude heeren en
+voor dominees. En, natuurlijk, als de predikanten inderdaad hun tijd
+thuis verbeuzelen met het lezen van tijdschriften of het kijken door
+de ramen of als zij niets anders doen dan hun wijk rondslenteren om
+beleefdheidsbezoeken te brengen en praatjes over het weer te houden,
+dan zou het heel goed zijn, al was het maar voor de verandering, als
+zij eens een achtermiddag zoek brachten met naar een vergadering te
+gaan en het gehoor te overtuigen, dat inderdaad het bestuur behoort
+herkozen te worden.
+
+Treuzelaars van allerlei slag dringen de studeerkamer van een dominee
+binnen bij voorkeur vóór twaalf uur 's morgens, omdat zij dan zeker
+zijn hem thuis te vinden, en leggen hem in verbazend lange verhalen
+uit, dat wij de afstammelingen van de verloren tien stammen zijn; dat
+alle onzedelijkheid reeds lang uit de wereld verdwenen zou zijn, als
+wij maar wortelen in plaats van vleesch aten; dat het werk, gedaan
+door zeker iemand, wiens naam de dominee niet kan uitspreken op een
+plaats in Klein-Azië, waarvan hij nooit gehoord heeft, het
+allerbelangrijkste is onder dat der uitwendige zending, altijd alleen
+afgaande op de mededeelingen van den man, die het salaris beurt in
+Klein-Azië. Indien een van deze woordenrijke menschen en het zijn er
+nog maar drie van een honderdtal, elk met het een of ander bijzonders
+in het hoofd, het waagde een koopmanskantoor te bezoeken, dan zou hij
+waarschijnlijk niet toegelaten zijn in de kamer van den patroon, en
+als hij wel erin was gelaten, zou hij zeker gauw verzocht worden de
+deur van achteren te bekijken.
+
+De onbeschaamdheid van een treuzelaar is verbazend, maar zij heeft
+grenzen en na eenige ervaring laat zoo iemand den koopman met rust en
+in den regel probeert hij niet eens een geneesheer aan boord te komen,
+maar hij nestelt zich als bij instinct en met een gevoel van «ik ben
+hier thuis" in de studeerkamer van een dominee. Als deze een werkelijk
+goed man is, dan is de bezoeker in zijn nopjes, want hij heeft een
+hulpeloos slachtoffer gevonden; maar als de dominee maar onvolmaakt
+heilig is, dan gaat de zeurkous bijna even vlug de deur uit als bij
+den koopman, maar dan weet de dominee ook, dat zijn leven voortaan in
+de macht is van de tong des beuzelaars.
+
+Wat den dominee ergert en te meer naarmate hij minder zijn ergenis
+luchten kan is, dat al die menschen gelooven, dat hij werkelijk niet
+weet, wat hij met zijn tijd moet uitvoeren en dat die tijd tot ieders
+beschikking is. Het feit is echter, dat de predikant van een
+stadskerk, die getrouw zijn plicht doet, harder werkt dan iemand
+anders in de maatschappij, behalve een arts met dagelijksche praktijk,
+een dagbladschrijver en een naaister op een atelier, waar de zweep
+gebruikt wordt. Hij kan des avonds zoo laat op zitten, als hij wil--en
+inderdaad moet hij, laat ons zeggen, tot minstens twaalf uur op
+blijven--om niet ten achteren te raken met zijn leesstof, maar hij
+moet des morgens weer vroeg bij de hand zijn, omdat wellicht een
+koopman hem komt spreken vóór negen uur, en omstreeks dien tijd moet
+hij de eerste brievenzending geopend hebben, die zoo ongeveer uit een
+twaalftal brieven bestaat en als hij het noodig oordeelt--en het is
+noodzakelijk in een stad--moet hij dan ook een blik geslagen hebben
+in de feiten, die den vorigen dag voorvielen in zijn stad en in de
+wereld. Van negen tot een moet hij zich voorbereiden voor zijn taak op
+den preekstoel, voor avondbeurten in de week, voor catechisaties, en
+voor toevallig werk in kerk of vergadering, zoo vlug hij kan en het
+uur, dat hij verliest met het ontvangen van bezoekers, moet laat in
+den avond met interest ingehaald worden. Te een uur veroorlooft hij
+zich iets te eten, ofschoon hij vaak niet aan de koffietafel in het
+gezin kan verschijnen, omdat de een of andere slimme bedelaar weet,
+dat dit de beste tijd is om hem thuis te treffen en, terwijl hij in
+het drukst van het gesprek is, betreurt hij het verlies van zijn
+maaltijd en verlangt naar den dag, dat Amerikaansche vindingskracht,
+vruchtbaar in denkbeelden en spaarzaam met den tijd, een vloeibare
+voedingsstof zal uitvinden, die hij door een buis tot zich kan nemen,
+terwijl hij studeert.
+
+Indien hij niet beloofd heeft de benoeming te ondersteunen van een
+commissie van veertig leden, die een tehuis voor twintig meisjes moet
+besturen, dan brengt hij zijn tijd van ongeveer twee tot zeven uur
+door met het bezoeken van menschen, die ziek zijn of vrienden verloren
+hebben, die lijden onder wereldsche rampen of die pas tot zijn Kerk
+zijn toegetreden of haar juist verlaten hebben, die hij wenscht over
+te halen tot eenigen arbeid of die hij in langen tijd niet gezien
+heeft en waarmee hij voeling wil blijven houden. Hij komt 's avonds
+thuis, niet omdat zijn werk gedaan is, want deze soort van werk is
+nooit afgedaan en het einde is er nimmer van te zien, zelfs niet al
+begon men het des morgens te negen uur en zette men het voort tot 's
+avonds negen uur, maar omdat niemand langer dan vijf uur achtereen
+bezoeken kan afleggen.
+
+Bij zijn thuiskomst--en ik beken dit vrijmoedig--veroorlooft de
+dominee zich weer wat te eten, maar alweer moet het voor hem bewaard
+worden, omdat een andere bezoeker, die hem in den namiddag was
+misgeloopen, van een onnoozele dienstmaagd, die pas in dienst is
+gekomen en nog niet goed op de hoogte is van de taak van een
+predikants-dienstbode, het uur heeft vernomen, waarop de ongelukkige
+man zijn volgenden maaltijd zal gebruiken en nu reeds een half uur op
+hem gewacht heeft om den steun van den dominee te vragen voor een
+genootschap van christelijke liefdadigheid, wat in twee van de drie
+gevallen slechts een uitwas is van philantropie en in het derde geval
+iets waarmee de dominee niet de minste aanraking heeft.
+
+Menschen, die niet beter weten, zouden misschien veronderstellen, dat
+de dominee, na zijn zeer bescheiden maal genuttigd te hebben, vrij zal
+zijn met zijn vrouw en kinderen in de huiskamer te zitten om zijn
+plicht te vervullen als hoofd van het gezin en zoo het grootste genot
+van den geheelen dag te smaken. Het is iets zeldzaams als deze
+ongelukkige man een avond voor zich zelf heeft, omdat hij gewoonlijk
+dadelijk na het eten naar een of andere bijeenkomst in zijn kerk moet
+gaan en terwijl de leden der Gemeente zich over de verschillende
+avonden verdeelen, wat heel billijk en goed is, moet hij altijd bij
+alles tegenwoordig zijn, want is hij er niet, dan begint het
+onderdeel, waarvan hij wegblijft, te kwijnen.
+
+Als hij een avond vrij heeft, dan komt een of ander lid van zijn
+Gemeente hem vragen een bijeenkomst te bezoeken ten bate van iets,
+waarin hij betrokken is en er zijn redenen, waarom de dominee niet kan
+weigeren. Het is best mogelijk, dat diezelfde mijnheer de vorige week
+gezegd heeft, dat de dominee zich overwerkte en niet zooveel op zich
+moest nemen, maar als de tijd komt, dat hij zelf een bijl heeft, die
+geslepen moet worden, dan zal hij niet de minste aarzeling hebben den
+dominee te vragen den molen te draaien. En inderdaad wordt het
+openbare werk van den dominee sterk vermeerderd door zijn eigen
+gemeenteleden, die aan de secretarissen, de treuzelaars en de rest van
+tijdroovers aanbevelingsbrieven geven met een slot, als: «Ik hoop, dat
+ge het verzoek van mijnheer Tootle zult inwilligen als een
+persoonlijke gunst aan mij." Dezelfde heer doet dat misschien maar
+eens in een halfjaar, maar er zijn er een honderd, die hetzelfde met
+tusschenpoozen doen en zoodoende wordt de dominee aan handen en voeten
+gebonden door zijn eigen Gemeente.
+
+Was ik een leek en de een of andere gesalariëerde secretaris, die
+niets anders te doen heeft--zooals het mij soms toeschijnt--dan
+noodelooze brieven te schrijven en vervelende vergaderingen bijeen te
+roepen en dominees te ergeren, kwam bij mij en vroeg mij om mijn
+dominee te plagen totdat hij zijn eigen werk liet staan en de
+bijeenkomst van den secretaris bezocht, dan zou ik dien secretaris
+mijn gemoed bloot leggen in de woorden, die een vriendelijke
+Voorzienigheid mij op dat oogenblik zou ingeven en één dominee zou ten
+minste geen last hebben van dien secretaris. Als het godsdienstig
+publiek ooit eenigen twijfel heeft omtrent het geld, dat uitgegeven
+wordt aan secretarissen en omtrent het nut van hun arbeid, dan kan
+het misschien een troost wezen voor dat publiek, te weten, dat, zoo
+lang er gesalariëerde secretarissen van philantropische instellingen
+zijn, geen stadsdominee ooit er toe zal kunnen komen zijn tijd te
+verluieren, hetzij door moderne godgeleerdheid te bestudeeren of door
+te praten met zijn gezin.
+
+Veronderstel echter, dat door den een of anderen buitengewonen zegen,
+de dominee een avond vrij heeft, werkelijk vrij--wat zoo ongeveer
+zesmaal per winter voorkomt--en hij begint aan zijn vrouw eens iets
+voor te lezen, of zij onthaalt hem op wat muziek of de heele familie
+bladert een kunstwerk door, of--want ik wil zijn zwakke zijde niet
+verbergen--zij spelen een spelletje samen, zijn vrouw, zijn kinderen
+en hijzelf. De bel gaat over en de dominee ziet zijn vrouw aan; hij
+weet, wat dat beteekent. Het is in zulke oogenblikken, dat zijn geloof
+in een persoonlijken duivel, wiens slimheid even groot is als zijn
+boosaardigheid, ten sterkste bevestigd wordt.
+
+Niet dat de bezoeker op een vreemde zoo'n duivelachtigen indruk maakt,
+want hij is eenvoudig een fatsoenlijk, niet bijzonder opmerkelijk
+burgerman, behoorende tot de Gemeente van den dominee of tot die van
+een anderen predikant, die even goed op elk ander uur had kunnen komen
+en zeker op een anderen tijd zou gekomen zijn, als hij een koopman had
+willen spreken, maar die inbreuk maakt op des dominees vrijen tijd met
+de stille, doch onbepaalde gedachte, dat, daar de dominee den geheelen
+dag voor zich zelf had, de avonduren wel ter beschikking van het
+publiek konden zijn. Wat de boodschap van den bezoeker betreft, hij
+had even goed kunnen schrijven, maar hij gevoelde, dat het beter kon
+behandeld worden bij een persoonlijk onderhoud--een kwartier was lang
+genoeg. Wat ten slotte erop uitloopt, dat deze spraakzame heer den
+heelen avond bij den predikant in de studeerkamer zit en wanneer hij
+heen gaat, vol van spijt, dat hij den dominee zoo lang heeft
+opgehouden, dan zijn de kinderen naar bed en de domineesvrouw zit
+eenzaam in de leege voorkamer.
+
+Daar is geen tweede mensch, die op deze manier lijdt, zelfs een
+geneesheer niet, want de menschen dringen niet in zijn consultkamer en
+blijven er zitten, terwijl zij bij hun gezin behoorden te zijn en hij
+bij het zijne zou willen wezen. Dokters hebben een hard leven, want
+zij kunnen op elk uur worden geroepen en beziggehouden van 's morgens
+tot 's avonds, maar zij hebben ten minste geen last van toevallige
+bezoeken en beuzelachtige gesprekken om de eenvoudige reden, dat als
+iemand bij hen komt, hij niet langer dan een kwartier mag blijven en
+hij moet betalen voor den tijd, dien hij blijft. Natuurlijk is een
+dominee ten dienste van zijn Gemeente op elk redelijk uur en op elk
+uur is hij bereid den stervende en den achterblijvende te dienen; maar
+als elke vreemdeling, die geen enkel recht op hem heeft en die tot hem
+komt voor zijn eigen zaken, een billijk honorarium moest betalen en
+het dubbele ervan, indien hij des avonds kwam, dan zouden wellicht de
+kinderen van een predikant hun vader leeren kennen en de domineesvrouw
+zou niet behoeven te klagen, dat zij bijna nooit haar man ziet.
+
+Als een koopman zijn kantoor verlaat en naar zijn huis gaat, zou hij
+zeer verwonderd zijn, indien daar een makelaar hem kwam opzoeken en
+een zaak voorstellen. Een arbeider heeft rust in zijn eigen huis, maar
+een domineeshuis is een doorloop, waarin alle soorten van menschen
+zich bewegen. Waarom kan het tehuis van een predikant niet even heilig
+zijn als dat van een handelaar? Waarom mag hij niet even goed als een
+advocaat zijn uren van dagelijksche rust hebben? Wanneer zullen de
+Gemeenten en het publiek toch eens begrijpen, dat indien een man
+verplicht is op de hoogte te blijven van de beste gedachten van den
+tegenwoordigen tijd en zich meester te maken van de schoonste
+denkbeelden uit het verleden, wanneer hij zijn herderlijke plichten
+behoorlijk moet vervullen en zijn aandeel moet hebben in de
+voornaamste zaken der gemeenschap, zijn tijd dan beschermd moet
+worden tegen indringers en zijn krachten niet moeten verknoeid worden
+in onbeduidende vergaderingen? Wanneer zullen de menschen begrijpen,
+dat zijn arbeid even ernstig is en even geregeld is als die van elk
+anderen man, die een ambt bekleedt en dat, dewijl zijn tijd behoort
+aan zijn Meester, even goed als zijn talenten en al wat hij overigens
+bezit, diezelfde tijd niet behoort aan gesalariëerde beambten en
+spreekgrage bezoekers? Wanneer dat duidelijk begrepen wordt, dan zal
+het voor de eerste maal tot zekere verstanden doordringen, dat, hoewel
+de predikant vele zaken moet doen, een daarvan niet is, dat hij in de
+maatschappij de plaats moet innemen van menschen, die het druk hebben,
+of dat hij een spreekmachine is op tweede-rangs godsdienstige
+bijeenkomsten.
+
+
+
+
+X.
+
+VACANTIE.
+
+
+Daar is geen predikant, met een gezond hoofd en gevoelig hart, die
+niet in vrede en vriendschap wenscht te leven met alle afdeelingen
+zijner Gemeente, maar in het bijzonder is elke dominee gesteld op den
+eerbied en het vertrouwen der jonge lieden. Dit is niet, omdat dezen
+wijzer dan de oudere menschen; ook niet omdat zij geestelijker zijn,
+maar omdat zij minder vormelijk en in hooge mate oprecht zijn.
+
+Een vrouw zal, uit welwillendheid en eerbied een dominee eer bewijzen,
+omdat hij dominee is; een jonge man respecteert hem wegens zijn
+persoonlijke eigenschappen. Als de predikant een ondegelijk,
+gekunsteld, laf of lui man is, dan, al was hij twaalf maal geordend en
+zoo welsprekend als Apollo en al had hij een zalvende stem en
+voordracht en al was hij nog zoo innemend in zijn omgang, doorzien
+jonge mannen hem; zij verachten hem, willen niets met hem te maken
+hebben, en weigeren naar de kerk te gaan om zijnentwil, terwijl zij
+daarentegen, al is de dominee niet knap en zijn preek oppervlakkig, al
+praat hij maar heel eenvoudig en heeft hij weinig verstand van de
+gebruikelijke godsdienstige termen, naar hem zullen gaan luisteren, en
+voor hem zullen opkomen, als achter zijn rug over hem gesproken wordt,
+hem zullen bezoeken in zijn studeerkamer en hem raadplegen, zoodra zij
+in de klem zitten, indien zij hem kennen als een degelijk man, die
+hard werkt en den moed zijner overtuiging bezit in woord en daad.
+
+Zij zijn geen rechters in heiligheid en loopen gevaar werkelijk goede
+mannen te onderschatten, omdat dezen soms week en verwijfd zijn, maar
+zij zijn onfeilbare rechters in manlijkheid en bovenal gelooven zij
+in een dominee, die een flink man is. Zij vragen niet van hem, dat hij
+meedoet aan hun spelen, want hij wordt misschien al wat oud of heeft
+een gebrekkig lichaam, maar zij eischen van hem, dat hij in de
+levenssport zich dapper en eervol gedrage.
+
+De ware dominee is er volmaakt mee tevreden geoordeeld te worden naar
+den maatstaf der jonge lieden--hoe hij het groote levensspel
+speelt--maar het hindert hem soms, dat jonge mannen denken, dat hij op
+één punt een bijzonder voordeel heeft, en hij is de laatste man om een
+voorgift in den wedstrijd te begeeren. Hij wenscht niet beschut te
+zijn tegen kritiek of iets toe te krijgen wegens zijn positie, maar
+hij wil zijn werk doen en gebruik maken van zijn goede kansen, hij wil
+zijn tegenspoed verdragen en zijn strijd strijden precies als elke
+andere man. En daarom is de dominee terecht prikkelbaar omtrent één
+punt van beoordeeling en dat is zijn vacantie.
+
+Verleden zomer--willen we aannemen--bracht hij de maand Augustus op
+het land door en deed daar niets noemenswaard, behalve wandelen en
+klimmen en visschen en kolven en rijden en vijftig andere dingen, die
+hij als jongen ook gedaan had. Hij had zijn vacantie verdiend met elf
+maanden te preeken, te onderwijzen, te studeeren, vergaderingen te
+presideeren, raad te geven, te troosten, te berispen, te bezoeken, te
+regelen en vijftig anderen dingen, die hij, toen hij een jongen was,
+nooit gedacht heeft ooit te zullen doen. Zijn geweten was aan het
+einde van den dag volmaakt zuiver, ofschoon hij geen woord geschreven
+had, omdat hij den volgenden Zondag geen preek behoefde te hebben, en
+ofschoon hij geen enkel bezoek had afgelegd, omdat er geen mensch te
+bezoeken was, en hij wenschte zich zelf geluk, omdat hij in de lange
+dagen van ledigheid lichaamskracht opdeed en zijn geest nieuw leven
+verwierf voor het werk, dat in den winter hem wachtte.
+
+Eens op een avond kwam een tweewieler langs den eenzamen weg in
+vollen spoed en de rijder sprong eraf aan de poort; hij kwam, gekleed
+in zijn luchtig costuum en blootshoofd door den tuin; zijn gezicht was
+verbrand tot chocolade-kleur toe, hij zelf overdekt met stof, prettig
+vermoeid na zijn rit van veertig mijlen, maar vol gezondheid, kracht
+en vroolijkheid. Hij daagde den dominee uit als eerlijk man precies te
+zeggen of hij hem kende.
+
+Hem kende! de dominee, zonder te kort te doen aan de deugd der
+waarheidsliefde, mocht zeggen, dat hij wist, wie hij was; want hij was
+immers de jonge man, die Zondags morgens altijd op de punt van de
+voorste bank in den zijvleugel zat en des Zondags avonds orde hield in
+een jongensschool in het Oost-einde en die altijd bereid was een oogje
+te houden op den een of anderen kameraad en die zoo'n flink jongmensch
+was, als er maar konden wezen.
+
+Hij werd in vroolijken triomf binnengehaald en na zich gewasschen te
+hebben en een stevig maal te hebben gebruikt, zwierven de dominee en
+hij rond langs de helling van den heuvel en zij spraken over vele
+zaken; toen zij terugkwamen, zetten zij zich neder in den tuin te
+midden der geurige bloemen, totdat zij van slaap niet langer konden
+spreken. Des morgens beklommen zij den heuvel van de achterzijde en
+bekeken de landstreek en toen aanvaardde de jonge man zijn reis weer
+en bij een kromming van den weg nam hij afscheid; en terwijl hij
+vaarwel zei, schudde hij eenigszins treurig het hoofd, want hij ging
+naar het naaste spoorwegstation en den volgenden dag zou hij weer hard
+aan het werk zijn in het brandende kantoor in de city. «Mijn laatste
+dag", zei hij tot den dominee, toen zij scheidden, «en het is een
+allerprettigste geweest" en ofschoon de jonge man den dominee niet
+benijdde, dat hij nog veertien dagen vacantie had, kon deze toch niet
+nalaten te gevoelen, dat zijn vriend wel dacht, dat de dominee beter
+af was dan hij.
+
+Toen die gelukkige zomerdag alleen nog maar in de herinnering bestond,
+zaten beiden eens weer te zamen in de studeerkamer van den
+dominee--dezen keer voor de brandende houtblokken. Zij spraken over
+vele dingen--onder andere ook over dien tuin met zijn rijkdom aan
+anjelieren--en de dominee maakte den jongen man deelgenoot van zijn
+overdenking en verklaarde te gelooven, dat elke jonge man dezelfde
+meening koesterde in den grond van zijn hart. Men kwam overeen, dat
+men dadelijk een bespreking zou openen en de dominee nam op zich te
+bewijzen, dat hij minder vrijen tijd had dan een kantoorklerk en dat
+niet om een belachelijke stelling te verdedigen, maar omdat hij
+meende, dat het de waarheid was. De jonge man had er schik in om
+tegenpartij te wezen.
+
+Het was inderdaad een eenvoudige rekensom om twee rijen cijfers neer
+te zetten op een velletje papier en het kleinste getal van het
+grootste af te trekken; het verschil zou over den uitslag van het
+twistgesprek beslissen.
+
+Daar de dominee een stadsparochie had en een voorname Gemeente, werd
+hij edelmoediger behandeld dan menig ander van zijn collega's en had
+hij zes vrije weken per jaar, welke hij verdeelde in twee deelen, een
+maand aan het eind van den zomer en veertien daag in de lente, wanneer
+het zware winterwerk geëindigd was. En dit maakte samen twee en
+veertig dagen. Tusschen Januari en December had hij waarschijnlijk
+behalve zijn vacantietijd nog wel eens een dag, dat hij uit de stad
+ging of een halven dag, dien hij in de stad naar vrije verkiezing
+besteedde. De heele dag buiten werd zeer dikwijls doorgebracht met
+kolven en den halven dag in de stad gebruikte hij om in een
+bibliotheek te snuffelen en de boekwinkels te plunderen. Laten al die
+halve en heelen dagen in het geheel te zamen acht dagen uitmaken,
+zoodat des dominees vacantie in alles en alles vijftig dagen bedroeg.
+
+Terwijl de dominee zelf dit totaal nederschreef, meende zijn
+tegenstander, dat het nauwelijks de moeite waard was zijn zaak te
+verdedigen. Toen de dominee aanhield en den jongen man een blad papier
+gaf en een potlood, had het er veel van, dat de geheele zaak niet veel
+meer dan op een grap zou uitloopen.
+
+«Twaalf dagen is de regel in ons kantoor en het is een bijzondere
+tref, wanneer men in Augustus kan gaan, want het kunnen ook dagen in
+April zijn," zei de jonge man. En hij was reeds bezig twaalf af te
+trekken van vijftig en benieuwd wat de dominee zou zeggen over een
+meerderheid van acht en dertig.
+
+«Tellen de Zondagen mee bij uw verlof?" vroeg de dominee. De jonge man
+gaf toe, dat dit niet zoo was en zoodoende werd het getal twaalf
+veranderd in veertien, maar dat maakte niet veel verschil.
+
+«Is uw kantoor open op Kerstdag?" ging de dominee voort. «Ik denk van
+neen; evenmin als op Nieuwjaarsdag, op Paaschmaandag, of op
+Pinkstermaandag. Gewoonlijk is de tweede Kerstdag ook een vrije dag en
+Goede Vrijdag ook. Zoo gaan we aardig de hoogte in; dat zijn zes
+dagen, die gij niet gerekend hadt en dan is er een vrije beursdag in
+het begin van Augustus, dien gij liefst buiten uw jaarlijksche
+vacantie sluit. Hoever zijn wij nu? Een en twintig dagen, dat wil
+zeggen--drie weken. Het is niet veel voor iemand, die zoo hard werkt;
+maar het is toch meer dan gij hadt uitgerekend."
+
+«Ja, het vermindert uw meerderheid, maar die is toch altijd nog
+aanmerkelijk--negen en twintig dagen meer voor den dominee dan voor
+den klerk."
+
+«Misschien," antwoordde de predikant, «maar uw firma moest zich toch
+eigenlijk schamen,--en zij heeft zoo'n goeden naam en doet zulke
+groote zaken!--dat haar klerken den geheelen Zaterdag moeten werken
+inplaats van een halven vrijen dag te hebben. Niets, zou ik zoo
+zeggen, zou voor een jongmensch aangenamer zijn dan eens op zijn fiets
+naar buiten te gaan op den Zaterdag-achtermiddag, in den tijd, dat de
+bloemen beginnen uit te komen en dat de heggen het eerste groen
+vertoonen of op een anderen tijd een paar uur te gaan schaatsenrijden
+in het heldere, reine versterkende winterweer. Ik heb medelijden met
+u," zei de dominee, «dat gij dien halven vrijen Zaterdag niet hebt.
+Gij zijt al even slecht af als ik, voor wien Zaterdag op een na de
+drukste dag van de week is."
+
+De predikant stond op en wierp een nieuw blok op het vuur, want hij
+was een edelmoedig man, met een tikje humor, en hij wilde zijn vriend
+niet verlegen maken.
+
+«Daar heb ik nooit aan gedacht," zei de jonge man rondborstig, «dat is
+eerlijk waar. Ik herinner me, dat ik eens medelijden met u kreeg, toen
+ik ging schaatsenrijden en bij u aanliep om te vragen of ge meegingt
+en dat ge bezig waart met het maken van uw avondpreek."
+
+«Welnu," zei de dominee, «twee-en-vijftig maal een halve dag is
+zes-en-twintig heele dagen, en daar afgetrokken de twee halve dagen,
+die in uw geregelde vacantie vallen, blijven er vijf-en-twintig heele
+dagen over, die moeten opgeteld worden bij uw een-en-twintig dagen,
+dat maakt zes-en-veertig, of ik moet heelemaal niet kunnen tellen.
+
+«O!" zei de dominee, «heb ik gelijk of niet? Gij staat nu
+zes-en-veertig tegen mijn vijftig. Ik moet u gelukwenschen met uw
+minderheid. Geen dominee klaagt over zijn werk, zelfs niet over de
+drukte en beslommering van den Zaterdag, maar ik vertel u eerlijk,
+Dick, er zijn oogenblikken, dat hij een leek den Zondag benijdt, want
+de Zondag is de rustdag van den leek en voor den dominee de dag van
+harden arbeid. Op dien dag slapen de meeste menschen des morgens iets
+langer--ofschoon gij waarschijnlijk des Zondagsmorgens te vijf uur
+opstaat om Duitsch te bestudeeren--en dan ontbijten zij op hun gemak;
+want waarom zouden zij zich haasten, het is immers geen werkdag?
+Tusschen het ontbijt en den kerktijd praten zij over alle soorten van
+zaken en doorbladeren boeken en lezen brieven, die van verre gekomen
+zijn en gevoelen zich geheel op hun gemak. Als het mooi weer is,
+kiezen zij den langsten weg om naar de kerk te gaan, liefst door een
+plantsoen of een park en zij drentelen kerkwaarts met ongedwongen
+geest. De vader zit met zijn gezin in hun bank en kan zonder afleiding
+en zonder vrees zich geheel wijden aan den eeredienst. Misschien denkt
+hij nooit eens aan de domineesvrouw, die als was zij een weduwe in
+haar bank zit met hare als verweesde kinderen, want het hoofd des
+gezins vervult op dien dag zijn zwaarste taak en heeft zooveel te doen
+bij het leiden van de godsdienstoefening der anderen, dat men
+nauwelijks kan zeggen, dat hij tijd genoeg heeft om zelf God te
+vereeren. Wees zoo goed niet in de rede te vallen"--want de jonge man
+gaf teekenen van toenadering om zich over te geven.
+
+«Weet je," zei de dominee, in het dansende vuur starend, «dat ik
+eenige jaren geleden eens een Zondag voor mij zelf had met mijn gezin,
+en ik kan nog het aangename van dien dag smaken in mijn herinnering.
+Wij begonnen na het ontbijt te praten over Bijbelsche personen en
+godsdienstige onderwerpen en ik kwam voor het eerst te weten, hoe mijn
+jongens er over dachten. Wij zochten boeken op, waarover gesproken
+was en ik las mijn geliefkoosde gedeelten uit dichters en liet
+zeldzame uitgaven zien en deed mijn kast met gebonden boeken eens
+open, waar de banden tegen licht en stof beschermd stonden. We
+babbelden, we verbeuzelden onzen tijd een weinig, we vermeidden ons in
+onze schatten. We dronken thee in den tuin, we praatten over den ouden
+tijd, we maakten plannen voor de toekomst. Wel, ik wandelde met mijn
+gezin naar de kerk, met licht gemoed en zonder reden tot haast. Zoo
+zeer genoot ik den dag, dat ik besloot er al van te halen, wat te
+halen was.
+
+«Denkt gij, dat ik in de kerkekamer ging vóór den dienst, omdat het
+mijn consistorie was en dat ik den dominee inlichtingen gaf omtrent de
+aankondigingen, omdat het mijn kerk was? Zeker niet. Ik ging binnen
+door de voordeur, precies als ieder ander lid van de Gemeente en
+knikte vriendelijk de kerkeknechts toe, als ik hen voorbij ging. Ik
+liep door de gangen achter mijn gezin en ging zitten aan het eind van
+de bank net als ieder ander hoofd van een gezin. Na den dienst ging ik
+naar de kerkekamer en na binnen gelaten te zijn, dankte ik den dominee
+voor zijn preek als een van zijn hoorders en toen ging ik naar huis en
+praatte met mijn jongens over den dienst, want het gesprek liep over
+de preek van een ander en ik kon op al de mooie gedeelten wijzen. Dien
+achtermiddag tijd te mijner beschikking hebbende, bezocht ik een zaal,
+waar een man met een eigenaardige gave aan twee honderd ongeleerde
+boeren de beginselen van den godsdienst ontvouwde en kwam tehuis
+heerlijk verfrischt en toen lazen wij weer en praatten en mijn gezin
+en ik werden heel innig, omdat wij tijd hadden en omdat het Zondag
+was.
+
+«Bij de avondbeurt had ik het genoegen een jongen man aan de deur op
+te visschen, die op een plaats wachtte en ik nam hem mee naar mijn
+bank en legde hem uit, dat hij 's avonds altijd daar kon gaan zitten
+en dat ik blij was, dat hij was gekomen, omdat wij stellig een
+heerlijke preek zouden krijgen. Hij keek mij eenigszins nieuwsgierig
+aan en wilde wat zeggen, toen ik hem voor was en uitlegde, dat ik dien
+dag niet de dominee van de kerk was, maar eenvoudig zelf toehoorder.
+Ik praatte al weer met mijn gezin na den dienst--het aangename van den
+hak op den tak springen, wat echter niet nutteloos behoeft te zijn,
+van menschen, die niet vermoeid, overspannen zijn en zoo eindigde de
+dag van rust in een vriendelijke gezelligheid en innerlijke rust. Wij
+moeten allen iets opofferen, Dick, maar de zwaarste opoffering, die
+een dominee heeft te doen is zijn Zondag, want zij is tot schade van
+zijn eigen ziel en die van zijn familie. Wees dankbaar voor uw rustige
+Zondagen en behoud ze met jaloerschheid voor de rust van geest en
+lichaam."
+
+«Ge hebt uw zaak bewezen," zei Dick; «door vijftig Zondagen en vijftig
+halve Zaterdagen er bij te voegen, wordt mijn vacantie zes-en-negentig
+dagen tegenover vijftig van u."
+
+«Het is laag," zei de dominee, «een verslagen vijand af te maken,
+vooral wanneer hij zoo'n goede kerel is, maar cijfers zijn niet
+voldoende om de zaak geheel uit te drukken, omdat er ook nog gelet
+moet worden op het verschil in den aard van het werk, dat verricht
+wordt, laat ons zeggen in een kantoor en in een studeerkamer. Ik weet,
+dat zaken nauwkeurigheid vereischen, dat er voortdurende inspanning
+noodig is en dat men telkens voor verrassingen staat en voor
+teleurstellingen en dat er kans is op grooten tegenspoed, maar de man
+van zaken heeft ook zijn eigenaardige voordeelen. In de eerste plaats
+is er een grens aan zijn werk, en als hij des avonds thuis komt, laat
+hij zijn werk achter. Aan den arbeid van den predikant nu is geen
+grens. Hij blijft altijd boven zijn hoofd hangen, roept altijd zijn
+gedachten tot zich, zijn werk spant altijd zijne zenuwen bovenmate,
+het drukt altijd op zijn geweten. Wanneer hij zich een gezelligen
+avond veroorlooft, dan verkeert hij niet in dezelfde gunstige
+omstandigheden als de andere gasten, omdat zij hun brieven hebben
+afgeschreven en hun geheele dagtaak hebben afgedaan en wanneer zij
+naar huis gaan dan zal dat wezen om nog even een laatste hoofdstuk van
+een boek te lezen vóór zij naar bed gaan; maar hij rukt zich los uit
+werk, dat half af is en als zijn vrienden reeds zijn ingeslapen,
+brandt op zijn lessenaar het licht nog. Daarenboven--en, Dick, gij
+kunt u niet verbeelden, wat dat beteekent--de koopman weet, dat hij
+een zekere hoeveelheid werk in acht uren kan verrichten, omdat het
+over zaken handelt; maar de dominee weet nooit wat hij kan doen, omdat
+zijn werk betrekking heeft op denkbeelden. De noodzakelijkheid van
+voort te brengen, zelfs wanneer de geest niets heeft te uiten, werkt
+op de zenuwen van den dominee en kan zijn gezondheid benadeelen.
+
+«De dagbladschrijver schrijft elken dag, maar hij heeft nieuwe
+onderwerpen om over te schrijven; de letterkundige werkt wanneer hij
+gestemd is; de dominee moet schrijven over een oud onderwerp--ofschoon
+het belangrijkste wat de geest kan bevatten--en hij moet schrijven,
+onverschillig of zijn geest helder of dof is. Misschien is er niemand,
+die zulke oogenblikken van vreugde kent als hij--wanneer hij bezield
+is; zeker heeft niemand zulke uren van gedruktheid--wanneer hij niet
+tot zijn onderwerp kan opklimmen. Alleen door geduldig lezen en
+onophoudelijk gebed kan hij zijn taak vervullen, en dan is hij steeds
+zoo sterk mogelijk ingespannen en kent nooit de rust van den man, die
+zijn werk verricht met overvloed van tijd, kracht en denkbeelden.
+Wanneer de dominee komt te overlijden, terwijl hij nog in de Bediening
+is, dan zal hij op zijn sterfbed in zijn laatste oogenblikken van
+bewustheid nog iets te zeggen hebben omtrent een brief, die niet
+beantwoord is en nog eenige verklaringen te geven hebben aan een
+gezin, dat niet bezocht is en wanneer zijn geest begint af te dwalen,
+zal hij ronddolen tusschen teksten, waarmee hij gestreden heeft en
+pogingen, die niet tot het doel hebben geleid."
+
+«Hij behoorde elk jaar twee maanden te hebben," riep Dick, «en als ik
+diaken word, zal ik zorgen, dat mijn dominee daarenboven elke zeven
+jaar een half jaar vacantie krijgt, opdat hij daarna weer beginne als
+een geheel nieuw mensch, naar geest en lichaam."
+
+«Ge zijt een beste kerel, Dick, en ge zijt verstandig voor uwe jaren
+en als de Kerk haar predikanten behandelde op deze wijze, dan zou zij
+daar veel voordeel bij hebben. Want elke nieuwe gedachte, die
+doordringt tot den geest van den dominee, en elk nieuw boek, dat hij
+leest en elke nieuwe landstreek, die hij ziet en elke nieuwe
+kunstverzameling, die hij in zijn vacantie bezoekt, vermengt zich met
+zijn woorden, met zijn leven en de goede zorg, de edelmoedigheid der
+Gemeenten zou met woeker terugkomen tot hun eigen zielen."
+
+
+
+
+XI.
+
+HOE EEN DOMINEE HERLEEFDE.
+
+
+Men kon niet zeggen, dat de dominee te oud was geworden, want hij was
+nog in de kracht des levens; ook niet dat zijn gezondheid wankelend
+was, want hij was sterker dan in de dagen zijner jeugd; ook niet, dat
+hij had opgehouden te studeeren, want hij las meer dan ooit; ook niet,
+dat hij zijn tijd niet begreep, want hij was door en door een denker
+van het heden. Men mocht niet denken, dat hij minder ijverig was in
+zijn herderlijk werk of minder bekwaam in het regelen van zaken, ook
+niet, dat hij twist had gehad met zijn Gemeente of zijn Gemeente met
+hem; ook niet, dat de geest van het district was veranderd of dat de
+kerk haar lidmaten had verloren. Hij preekte even goed als hij ooit
+deed, en met meer kracht en wijsheid dan twintig jaar geleden. Er
+waren evenveel leden op de lijst en er werd evenveel geld
+gecollecteerd en evenveel werk gedaan en de Kerk had een uitmuntenden
+naam. Het was moeielijk den vinger te leggen op eenige wondeplek bij
+dominee of Gemeente en toch was de dominee zich bewust en de menschen
+hadden een onbepaald gevoel, dat er iets haperde. Er was minder
+geestdrift in de Gemeente, de plichtsvervulling was trager, men
+haastte zich minder, gehoor te geven aan een verzoek en er was minder
+opkomst bij de extra-diensten. Er was minder enthousiasme, minder
+vrijwillig werk, minder trouw.
+
+Na vijftien jaren dienst in dezelfde parochie, na al dien tijd
+dezelfde menschen te hebben toegesproken, en noodzakelijkerwijze
+altijd hetzelfde te hebben gezegd, en altijd zich bewogen te hebben in
+dezelfde wijk, was de dominee zonder eenige fout van zijne zijde, maar
+eenvoudig tengevolge van de zwakheid der menschelijke natuur, een
+weinig moede geworden. Hij had zijn frischheid verloren, niet van
+gedachte of van uitdrukking, maar de frischheid van geest; hij had die
+lichtheid van ziel, dat hoopvolle in den toon en die eeuwige
+opgewektheid in de toespraak verloren, waardoor de menschen eens waren
+aangetrokken en waardoor hij hun hart had gewonnen. En van hunne zijde
+hadden zij de frischheid verloren te zijnen opzichte; niet dat zij
+geen eerbied voor hem hadden of niet dankbaar waren voor vroegere
+diensten of voor zijn tegenwoordigen arbeid, maar zij misten nu dat
+gevoel van grootsche verwachtingen van hem en zij konden niet meer zoo
+liefhebbend genieten in hem en zij spraken niet meer met zooveel
+blijdschap over hem. Hunne harten klopten niet sneller, wanneer hij
+preekte; het was niet een merkwaardige gebeurtenis, als hij een bezoek
+bracht en men voelde geen groot ledig, wanneer hij weg bleef. Er was
+nog steeds een eerlijke genegenheid tusschen den dominee en zijn
+menschen, maar zij had den hartstocht en het romantische van vroeger
+jaren verloren. Zij was nu niet opzienbarend, maar regelmatig;
+misschien een ietsje te kalm en ingetogen om liefde te heeten.
+
+De menschen waren zoo gewoon geworden aan hun dominee, aan zijn
+voorkomen, zijn stem, zijn denkwijze, zijn eigenaardigheden, dat zij
+in staat waren hem te critiseeren en zijn fouten met veel
+nauwkeurigheid op te merken. Het kon hem niet schelen of hij
+tegengesproken werd, en hij had aanleg om boos te worden, wanneer men
+zich tegen zijn plannen verzette; hij was te zeer ingenomen met
+zekeren gedachtengang en preekte niet altijd om te stichten; hij had
+neiging om zich binnen een beperkten vriendenkring op te sluiten en
+was niet voldoende ter beschikking van allen; hij gaf te veel aandacht
+aan werk buiten de Kerk en verzuimde soms zijn herderlijke taak; hij
+stond erop zijn vrije uren te gebruiken, zooals hem goed docht en
+scheen er niet aan te denken, dat hij eigenlijk in het geheel geen
+vrijen tijd behoorde te hebben; hij was soms knorrig, wanneer hem
+extra-werk werd opgedragen en hij was niet altijd welwillend, wanneer
+hij iets doen moest, dat niet tot zijn eigenlijke werk behoorde. Tien
+jaar geleden zou niemand hebben durven zinspelen op deze fouten, want
+dan zouden de medeleden hem hebben uitgemaakt voor een onredelijk
+mensch. De dominee was toen juist zooals hij nu is, maar zijn fouten
+werden toen eenvoudig beschouwd als groote opgewektheid en ernst en
+vriendschap en toewijding en geestelijk plichtsgevoel. Hij was toen
+volmaakt bij de schemering van het morgenlicht; hij is nu een gewoon
+mensch, wiens onvolmaaktheden duidelijk gezien worden in den glans van
+het volle zonlicht. De dominee ook is nu in staat zijn menschen op een
+afstand te beschouwen en hen onpartijdig te beoordeelen, terwijl zij
+eens hem allen lief toeschenen zonder vlek of rimpel of iets van dien
+aard en gij hadt veiliger het voorkomen van een bruid kunnen gispen in
+tegenwoordigheid van haar bruidegom, in de bruidsdagen zelfs, dan dat
+gij één fout hadt mogen aanwijzen in de Gemeente van dien man. Hetzij
+dat zijn oogen beter hebben leeren zien of dat zijn hart verkoeld is,
+hij is niet meer onder bekoring; en ofschoon hij zulke zaken niet in
+het openbaar zou willen zeggen, weet hij heel goed wat er hapert aan
+zijn menschen. Eenigen van hen zijn hopeloos ingenomen met hun eigen
+inzichten en ontoegankelijk zelfs voor het beste licht, wat hij
+natuurlijk meent, dat het zijne is. Anderen zijn zoo liberaal, dat zij
+bijna in het geheel geen geloof meer hebben en hij vergeet te
+bedenken, dat hij verantwoordelijk is voor dit gemis aan geloof. Nog
+anderen zijn zoo wereldschgezind, dat de ernstigste godsdienstige
+roepstem geen invloed heeft op hun leven en dan zijn er nog, die zoo
+liefdeloos zijn, dat zij voor de beste zaak niets over hebben om haar
+te steunen. Het doet hem pijn, dat jonge menschen, die hij onderwees
+en liefhad niet langer trouw aan hem zijn, maar anderen stemmen dan de
+zijne de voorkeur geven en met evenveel geestdrift spreken over
+anderen, als zij eens spraken over hem; en hij voelt het gemis van die
+kleine vriendelijkheden, die hem zoo dierbaar waren niet om de waarde
+ervan, maar omdat zij de heiligheid der vriendschap bezegelden. Hij
+gelooft nog, dat zijn Gemeente beter is dan eenig andere; hij denkt
+nog aan hun trouw in het verledene; maar de dagen der eerste liefde
+zijn voorbij en zijn hart is somtijds bezorgd.
+
+Op een avond waren de ambtsdragers van de Kerk bijeengekomen en toen
+de zaken waren afgehandeld, raakten zij aan het praten over het
+kerkelijk leven en over hun dominee. Zij waren over het geheel zeer
+eerwaarde, gevoelige, goedhartige en oprechte mannen, die wenschten
+hun best te doen met hun dominee en hem in geen enkel opzicht te
+ergeren; zij droegen altijd zorg, dat hij behoorlijk zijn salaris
+ontving en een aangename vacantie had; zij zouden nooit klagen zonder
+reden en zouden zeker nooit ervan droomen iemand te vragen heen te
+gaan of hem ter zijde te zetten na langen dienst zonder een
+fatsoenlijk jaargeld. Maar zij waren niet in hun schik met den gang
+van zaken en na veel over-en-weergepraat, na veel half uitgesproken
+plannen, veel wenken, veel aanduidingen en veel omschrijvingen was het
+bijna een uitkomst, toen de heer Judkin, de voorzitter, en een sterke
+persoonlijkheid in woord en daad, uitdrukking gaf aan wat in hen
+omging.
+
+«Er is geen mensch," zei hij, «voor wien ik inderdaad dieper eerbied
+gevoel dan voor onzen dominee, want hij heeft hard gewerkt en onze
+Gemeente er bovenop gebracht. Hij is een zeer belezen man en een goed
+prediker en niemand kan de minste aanmerking maken op zijn leven of
+zijn gedrag; maar er is geen twijfel en ik meen, dat het beter is zoo
+iets te zeggen dan dat het in het geheim gevoeld wordt, dat op de een
+of andere wijze onze dominee langzamerhand zijn invloed op de menschen
+verliest en dat de Gemeente in toon en in hart niet is, wat zij placht
+te wezen. Mijn indruk, broederen, is dat, hoewel het een gevaarlijke
+onderneming voor ons is en hoewel wij waarschijnlijk nooit iemand
+zullen krijgen, die voor ons doen kan wat onze dominee in het verleden
+voor ons gedaan heeft, toch zijn werk hier is afgeloopen en dat het
+best zou wezen, dat hij en wij eens veranderden." En toen Judkin de
+vergadering rondzag, bemerkte hij, goed begrepen te zijn en daaruit
+putte hij aanmoediging voort te gaan.
+
+«Onze dominee staat zoo goed aangeschreven in de Kerk en zijn
+reputatie is zoo groot, dat hij gemakkelijk een andere plaats zou
+kunnen krijgen, als hij wilde. Inderdaad heb ik reden om te gelooven,
+dat hij dikwijls in de gelegenheid is geweest om te veranderen, maar
+hij heeft altijd geweigerd een beroep in overweging te nemen. Er is
+niemand in de Gemeente, die den dominee zou willen vragen om heen te
+gaan--zeker zal ik het niet doen; maar ik maak me sterk, dat een nieuw
+begin in een nieuwe plaats het best zou wezen voor hem en ik voel mij
+verplicht er bij te voegen, misschien het beste zou zijn voor ons.
+Eén zaak zou ik echter nog willen zeggen en dat betreft een geldzaak.
+Wij hebben geen arme Gemeente en wij zullen altijd wel in staat zijn
+ons te redden, maar wij hebben een vrij groot tekort in kas en bij de
+laatste aansporing van den preekstoel is er maar weinig weerklank
+gegeven. Als de leden wat beter gestemd waren, zouden de noodige
+vijfduizend gulden in een week zijn bijeengebracht."
+
+Er was een pauze, waarin verschillende broederen met knikjes en
+blikken den heer Judkin te kennen gaven, dat hij in hun geest
+gesproken had en toen werd het stilzwijgen verbroken door den heer
+Stonier, die in de Gemeente en er buiten bekend was wegens uiterste
+zuinigheid in geldzaken, een totale afwezigheid van gevoel en een
+ijselijke openhartigheid in het spreken. Men voelde, toen hij het
+woord nam, dat als de heer Judkin een spijker had ingeslagen in de
+goede richting, de heer Stonier dien zou inslaan tot aan den kop,
+maar... men kan nooit weten! «We kunnen hier," zei mijnheer Stonier,
+«veronderstel ik, zeggen wat we denken, en er zijn geen reglementen
+of orders van den dag. Wat mij aangaat, ik wist niet, dat wij van
+avond hier kwamen om onzen dominee te oordeelen en ik wist niet, dat
+de heer Judkin en de overigen van plan waren hem min of meer ronduit
+op beschaafde, Christelijke, deftige wijze te vragen naar een andere
+plaats om te zien. O jawel, dat is jelui bedoeling, maar ge zijt een
+troep van zulke poeslieve menschen, dat ge het woord niet uitspreekt
+en niet zegt, wat ge meent! Wat mij aangaat, ik ben vijftien jaar lang
+lid van deze Kerk en toen ik hier kwam, was het huis bijna leeg en nu
+is het vol en de dominee heeft vijftien jaar lang hard gewerkt. Nu, ik
+laat mij er niet op voorstaan, dat ik een philanthroop ben, en ik geef
+nooit een cent voor de «bekeering der Joden" en ook niet voor de
+«vereeniging tot voeding van de straatslijpers," noch voor eenig ander
+plan, waarvoor jelui pleit. Ik ben niet, wat men noemt, een milde
+gever, maar ik hoop, dat ik een eerlijk man ben; en ik zal u zeggen,
+dat, indien ik een man op mijn kantoor had, die mij vijftien jaar
+gediend en zijn werk goed gedaan had, en ik stelde dan voor om hem weg
+te zenden, omdat het mij verveelde altijd hetzelfde gezicht aan zijn
+lessenaar te zien en hetzelfde handschrift onder de oogen te krijgen,
+dan zou ik mijzelf beschouwen als een schavuit; en ik dank God, dat ik
+zoo iets nooit gedaan heb met een van mijn bedienden. Als gij iemand
+kunt aanwijzen, die in mijn kantoor is werkzaam geweest en dien ik heb
+weggezonden, omdat ik een nieuw gezicht wenschte te zien, dan geef ik
+vijfhonderd gulden aan Timbucho of aan welke andere zending gij maar
+wilt."
+
+Niemand dong naar den prijs, want het was wel bekend, dat, ofschoon de
+heer Stonier zoo hard was als ijzer voor liefdadigheid onder
+onbekenden, hij een uitmuntend meester was in zijn eigen zaken.
+
+«Wat betreft het tekort in de fondsen der Kerk, indien dat de reden
+is, waarom de dominee ontslagen moet worden, dan ben ik bereid om de
+geheele som zelf bij te passen; en ik doe dat, versta mij wel, als een
+bewijs van eerbied en dankbaarheid--dankbaarheid, ziet ge, heeren,
+voor vijftien jaren van harden arbeid!"
+
+Deze man van duidelijke taal was nauwelijks gezeten of de heer
+Lovejoy, de vriendelijkste en aangenaamste mensch van de heele
+Gemeente, die eenigen tijd lang zeer beweeglijk was geweest, begon te
+spreken.
+
+«Ik wensch niet te twisten met de lieve broederen, die gesproken
+hebben, want de heer Judkin is te sterk voor mij en niemand zou
+broeder Stonier kunnen beantwoorden op zijn schoon aanbod. Zeer
+edelmoedig en juist overeenkomstig zijn vriendelijk hart, dat ik
+sedert vele jaren heb leeren kennen bij mijn kleine werken der liefde;
+maar dat is een geheim tusschen mijnheer Stonier en mij. Wat ik wensch
+te zeggen, is, dat ik onzen dominee liefheb om hetgeen hij is en om
+hetgeen hij geweest is voor mij in tijden van groote droefheid.
+Toen..... ik mijn lieve vrouw verloor, bracht hij dag aan dag troost
+aan mijn hart en onze predikstoel zal voor mij nooit dezelfde zijn
+zonder onzen dominee."
+
+Dat was alles, wat de heer Lovejoy zei.
+
+Het scheen echter, dat hij een verborgen snaar had aangeraakt in elk
+der aanwezigen en de een na den ander had iets te zeggen. Het leek wel
+of zij de zaak, waarover gesproken werd, vergeten waren, zoowel als de
+kiesche opmerking van den heer Judkin. De een stond op om te zeggen,
+dat de dominee hem getrouwd had, en dat hij nooit de toespraak bij het
+huwelijk zou vergeten; een ander had eens plotseling een kiemen jongen
+verloren en hij geloofde niet, dat zijn vrouw en hij ooit de
+beproeving zouden doorstaan hebben zonder het meegevoel van den
+dominee; een derde had wereldsche beproevingen doorgemaakt en het was
+door een preek van den dominee, dat hij was staande gebleven; en een
+vierde, die zooals iedereen weet, aan vreeselijke verleidingen had
+blootgestaan, wenschte nederig te verklaren, dat hij dien avond geen
+ambt in een Christelijke Kerk zou bekleed hebben zonder de hulp van
+den dominee in tijden van moeielijkheid. Anderen keken, alsof ook zij
+wel iets te zeggen hadden en een diaken gebruikte heimelijk zijn
+zakdoek en eindelijk stond de heer Judkin zelf weer op en toonde zich
+een man, waardig een Kerk te besturen en te leiden.
+
+«Broederen," zei hij, «ik drukte de meening uit, die in mijn gemoed
+was, en ik ben dankbaar, dat ik haar onder woorden gebracht heb, want
+het spreken heeft mij verlicht en u goed gedaan. Ik neem nu terug, wat
+ik zei: ik was een weinig moedeloos. Broeder Stonier heeft volmaakt
+gelijk en hij heeft ons allen een hart onder den riem gestoken; en als
+hij het tekort dekt, waarvoor wij hem allen zeer verplicht zijn, dan
+zal ik gaarne zien, mannen broeders, dat ge mij toestaat de kerk in
+het najaar te schilderen, want de verf wordt een weinig bleek en ik
+zou dat willen doen als een erkentelijkheid voor hetgeen de dominee
+geweest is voor mijn vrouw toen onze jongen tusschen leven en dood
+zweefde."
+
+Het voorbeeld van den heer Judkin bracht de ambtsdragers op een nieuw
+spoor; de een bood aan nieuwe liederenboeken te geven voor de
+Zondagsschool, waaromtrent eenige moeielijkheid was gerezen; een ander
+verklaarde, dat als de kerk opnieuw geschilderd werd, hij er voor
+wilde zorgen, dat ook het wijkgebouw een nieuw kleed kreeg; een derde
+bood aan een vierde gedeelte te betalen van het salaris voor een
+zendeling om den dominee er van te ontlasten en drie andere
+ambtsdragers eigenden zich de overblijvende drievierden toe, totdat er
+op het laatst niemand was, die zich niet het recht had verzekerd,
+persoonlijk voor zichzelf, om iets te doen, klein of groot, voor de
+Kerk, en iedereen deed, wat hij aanbood, uit dankbaarheid aan den
+dominee voor al wat hij voor hen was geweest en gedaan had gedurende
+vijftien jaar. En ten slotte maakte de heer Lovejoy al zijn broederen
+week in een gebed, waarin hij dominee en lidmaten bracht voor den
+Troon der Genade en zoo pleitte, dat elk, toen hij de plaats verliet,
+voelde, dat de zegen des Heeren op hem rustte.
+
+De preekbeurt in de week werd gehouden op Woensdagavond en werd in den
+regel zeer slecht bezocht. Dezen keer was de dominee naar de
+consistorie gekomen met een benepen hart, en hij bad om de genade den
+heer Lovejoy en een handvol vrome en eerzame vrouwen te kunnen
+toespreken zonder blijk te geven van ontmoediging en zonder hen
+moedeloos te maken. Daar waren tijden geweest in het verleden, dat de
+dienst in de kerk was gehouden en de heer Judkin placht in de stad op
+de opkomst te pochen; toen was men uit de kerk naar de groote zaal
+gegaan; maar in den laatsten tijd werden de weinigen, die kwamen,
+bijeengeroepen in een kamer, omdat het aangenamer is een kamer bijna
+vol te zien dan een voor driekwart ledige zaal.
+
+De kamer was vlak naast de kerkekamer en vóór hij naar binnenging, kon
+hij tellen of er meer of minder dan het gewone dertigtal zouden zijn.
+Dezen avond gingen zoovele voeten voorbij zijne deur en er was zoo'n
+levendige drukte, dat hij geloofde, dat er wel veertig zouden wezen,
+wat een belangrijk aantal was en hij begon zich lafheid en ongeloof te
+verwijten. Hij keek den liederenbundel door om een keus te doen, toen
+de deur openging en de heer Lovejoy binnenkwam met zooveel blijkbare
+tevredenheid op zijn beminnelijk gelaat, dat de dominee zeker was van
+iets prettigs. «Vergeef me, dat ik u stoor," zei de goede man, «maar
+ik kwam vragen of gij niet in de groote zaal zoudt gaan van avond? De
+kamer is al vol en er komen elke minuut meer menschen. Het zou mij
+niets verwonderen, als er honderd, misschien tweehonderd kwamen," en
+mijnheer Lovejoy's gelaat straalde en zonder het te weten drukte hij
+voor de tweede maal des dominee's hand.
+
+«Ge kunt zeker zijn, dat ik maar al te blij zou zijn, maar.... wat
+beteekent dit? Weten zij, dat ik zelf zal preeken?" En de dominee leek
+bezorgd, uit vrees dat de menschen misschien toegestroomd waren in de
+hoop, dat de een of andere vreemdeling van naam zou spreken.
+
+«Natuurlijk weten zij het en daarom zijn ze gekomen," antwoordde de
+heer Lovejoy met groote blijdschap; «voor geen mensch anders zouden er
+zooveel gekomen zijn en als gij van avond niet preektet, zou dat de
+grootste teleurstelling zijn, die de menschen ooit ondervonden; maar
+ik moet mij haasten om toe te zien, dat alles in de zaal in orde
+komt," en een minuut later hoorde de dominee het geluid van vele
+stemmen, toen de menschen vroolijk verhuisden van de kamer naar de
+zaal en zelfs in de consistorie was het te merken, dat er een groote
+schare zou zijn. Terwijl hij peinsde over de beteekenis hiervan, werd
+al weer de deur geopend en weer kwam de heer Lovejoy binnen.
+
+«We hadden niet genoeg geloof," riep hij, «we hadden dadelijk naar de
+kerk moeten gaan. Broeder Stonier zei op zijn gewone besliste manier:
+'geen halve maatregelen, vooruit naar de kerk;' maar ik was bang, dat
+er niet genoeg zouden zijn. Ik had ongelijk, heelemaal ongelijk, de
+kerk zal mooi vol worden van onder tot boven, want de menschen komen
+gestadig toestroomen--het is een prachtig gezicht, zoo'n stroom. Ik
+zal u komen halen, als zij allen gezeten zijn; maar geef hun tijd,
+want het is niet gemakkelijk van de eene plaats naar de andere te
+gaan, zooals wij van avond gedaan hebben; maar we zullen het anders
+aanleggen den volgenden Woensdag, dan gaan we dadelijk in de kerk
+juist als in vroeger tijden" en de heer Lovejoy verliet de consistorie
+als op vleugelen.
+
+Toen de dominee in de kerk kwam, was deze bijna vol en hij gaf met
+eenige moeite den eersten psalm op, want het schoot in zijn ziel, dat
+deze menschen gezien hadden, dat hij moedeloos was en dat dit een
+vernieuwde genegenheid was. Het gebed viel hem zelfs zwaarder dan het
+lied, ofschoon zijn hart diep bewogen was door dankbaarheid aan God en
+teeder pleitte voor de menschen. En toen hij genaderd was aan de
+toespraak, wierp hij zijn papier met punten ter zijde, want het leek
+hem te koud en te vormelijk en hij las den honderd-zesentwintigsten
+psalm langzaam en met bevende stem en in plaats van uitlegging, hield
+hij op tusschen de verzen en de menschen begrepen. Toen hij het
+laatste vers las: «Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al
+gaande en weenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen,
+dragende zijne schoven"--aarzelde hij een oogenblik en toen.... sprak
+hij den zegen uit. Na een oogenblik stil gebed lichtte hij het hoofd
+op en zag, dat de menschen nog wachtten. De heer Judkin stond op, en
+naar voren komende voor den lessenaar, dankte hij den dominee
+verstaanbaar voor al zijn werk--en toen kwamen zij allen, mannen,
+vrouwen en kinderen--en elk zei op eigen manier hetzelfde; en het
+gerucht heeft geloopen, dat Richard Stonier, die het laatst kwam en
+niets zeide, voor de eerste en eenige maal in zijn leven van zijn stuk
+was gebracht.
+
+
+
+
+ +-------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: VI. De oproermaker in de kerk |
+ | C: IV. De oproermaker in de kerk |
+ | B: op den inhoud van het geen hij |
+ | C: op den inhoud van hetgeen hij |
+ | B: grondbeginselen moet worden uitgewerkt in |
+ | C: grondbeginselen die moet worden uitgewerkt in |
+ | B: zorgvuldige overdenkingen zal op prijs stellen. |
+ | C: zorgvuldige overdenkingen op prijs zal stellen. |
+ | B: May Harrison. |
+ | C: May Harrison." |
+ | B: dienst met zang een zigeuner |
+ | C: dienst met zang, een zigeuner |
+ | B: Oordeelslag, «belangwekkend" moet zijn. |
+ | C: Oordeelsdag, «belangwekkend" moet zijn. |
+ | B: Waarde Heer Jump |
+ | C: «Waarde Heer Jump |
+ | B: jaar geen nieuwen gedachten toelaten |
+ | C: jaar geen nieuwe gedachten toelaten |
+ | B: Een van de voornaamste pogingen van een |
+ | C: [Alinea-break ingevoegd] |
+ | Een van de voornaamste pogingen van een |
+ | B: Wanneer Eives, opgesloten achter zijn deur |
+ | C: Wanneer Dives, opgesloten achter zijn deur |
+ | B: zijn geld een maatstaf heeft voor zijn karakter |
+ | C: zijn geld een maatstaf is voor zijn karakter |
+ | B: Dezelfde heer doet dat misschen maar |
+ | C: Dezelfde heer doet dat misschien maar |
+ | B: versterkende winterweer. «Ik heb medelijden |
+ | C: versterkende winterweer. Ik heb medelijden |
+ | B: «Weet je," zei de dominee, in het dansend |
+ | C: [Alinea-break ingevoegd] |
+ | «Weet je," zei de dominee, in het dansend |
+ | B: Wees dankbaar voor uw rustigen Zondagen |
+ | C: Wees dankbaar voor uw rustige Zondagen |
+ | B: woeker terugkomen tot hun eigen zielen. |
+ | C: woeker terugkomen tot hun eigen zielen." |
+ | B: te koud en te vormemelijk en hij |
+ | C: te koud en te vormelijk en hij |
+ | |
+ +-------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Dominee en zijn Gemeente, by Ian Maclaren
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE ***
+
+***** This file should be named 29661-8.txt or 29661-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/9/6/6/29661/
+
+Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/29661-8.zip b/29661-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..d942024
--- /dev/null
+++ b/29661-8.zip
Binary files differ
diff --git a/29661-h.zip b/29661-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..dad4f43
--- /dev/null
+++ b/29661-h.zip
Binary files differ
diff --git a/29661-h/29661-h.htm b/29661-h/29661-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..4fff20d
--- /dev/null
+++ b/29661-h/29661-h.htm
@@ -0,0 +1,3944 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of De Dominee en zijn Gemeente, by Ian Maclaren.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;}
+
+h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; font-size: 250%;}
+h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 5em; font-size: 100%;}
+h3 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2em; font-size: 85%;}
+
+h2.inhoud {text-align: center; letter-spacing: 0.1em; font-size: 120%;}
+
+p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;}
+p.tp {text-align: center; text-indent: 0em; margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em;}
+
+div.titel {margin-top: 3em; margin-bottom: 1em; text-align: center;}
+div.inhoud {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em;}
+
+.druk {border-top: 1px solid black; border-bottom: 1px solid black;
+ padding-left: 1em; padding-right: 1em; text-align: center;}
+.verso {text-align: center; font-size: 75%; margin-top: 9em;
+ margin-left: auto; margin-right: auto;}
+.topline {border-top: 1px solid; padding-left: 5em; padding-right: 5em;}
+
+hr {width: 15%; clear: both;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+hr.begin {margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em;}
+hr.eind {margin-top: 2.5em; margin-bottom: 2.5em;}
+hr.hr10 {width: 10%; margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em;}
+
+.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; text-indent: 0em; font-style: normal;
+ left: 93%; font-size: 90%; text-align: right; color: #888888;}
+
+/* TABLES */
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 1.5em;}
+
+/* ALIGN */
+.clear {clear: both;}
+.center {text-align: center;}
+.right {text-align: right;}
+.floatright {float: right; width: auto; text-indent: 0em;}
+.ri1 {padding-right: 1em;}
+.ri2 {padding-right: 2em;}
+
+.mixcap {font-variant: small-caps;}
+ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;}
+abbr {border-bottom: 1px dotted green; speak: spell-out;}
+
+/* IMAGES */
+.figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+
+/* POETRY */
+.poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;}
+.poem br {display: none;}
+.poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+
+.poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i6 {display: block; margin-left: 6em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+
+/* Transcriber Note */
+.TNbox {margin: 5% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em; background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+.TNbox h1 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;}
+.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+.TNbox th {text-align: left;}
+.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+td.td2 {width: 20%;}
+td.td4 {width: 40%;}
+
+.size75 {font-size: 75%;}
+.size85 {font-size: 85%;}
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of De Dominee en zijn Gemeente, by Ian Maclaren
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Dominee en zijn Gemeente
+
+Author: Ian Maclaren
+
+Translator: W. van Nes
+
+Release Date: August 10, 2009 [EBook #29661]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE ***
+
+
+
+
+Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer.
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+ <h1>Opmerkingen van de bewerker</h1>
+
+ <p>Dit boek is een vertaling uit het engels van &bdquo;<i>Church Folks:
+ <span class="mixcap">being practical studies in congregational life</span></i>&rdquo;
+ van Ian Maclaren, pseudoniem van John Watson.</p>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p>
+
+ <p>Overduidelijke inconsistenties, druk- en spelfouten in het origineel
+ zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
+ <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>,
+ waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.</p>
+
+ <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+
+</div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 576px;">
+<img src="images/rug.jpg" width="85" height="720" alt="rug boek" title="rug boek" /><img src="images/voor.jpg" width="491" height="720" alt="voorkant boek" title="voorkant boek" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_i">[i]</a></span></p>
+
+<h2>DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE.</h2>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_ii">[ii]</a></span><br />
+<span class="pagenum"><a id="p_iii">[iii]</a></span></p>
+
+<div class="titel">
+
+<h1>De Dominee en zijn Gemeente</h1>
+
+<p class="tp size85">VAN</p>
+
+<p class="tp"><span xml:lang="en">IAN MACLAREN</span><br />
+<span class="size85">Schrijver van: &bdquo;Harten van Goud&rdquo;, &bdquo;Zielenadel&rdquo; enz.</span></p>
+
+<p class="tp size85">DOOR</p>
+
+<p class="tp">W. VAN NES.</p>
+
+<div style="margin-top: 4em; margin-bottom: 4em;"><span class="druk">TWEEDE DRUK.</span></div>
+
+<p class="tp"><span class="mixcap">Rotterdam</span>,<br />
+J. M. BREDÉE'S BOEKHANDEL EN UITGEVERS-MIJ.</p>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_iv">[iv]</a></span></p>
+
+<div class="verso"><span class="topline">N.V. DRUKKERIJ V/H KOCH &amp; KNUTTEL&mdash;GOUDA.</span></div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_v">[v]</a></span></p>
+
+<h2><a id="INLEIDING"></a>INLEIDING.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>In dit werkje, tintelend van humor en stralend van, soms achter
+bittere ironie, op vlijmend sarcasme af, verborgen, liefde voor Kerk
+en Gemeente, geeft de ook in Nederland geliefde Engelsche predikant
+ons een kijkje achter de schermen van het kerkelijk leven in zijn land.</p>
+
+<p>Het kerkelijk leven in Engeland verschilt in vele opzichten van het
+onze; de positie van den predikant, zijne verhouding tot de Gemeente
+is in vele gevallen geheel anders dan ten onzent; maar.... waar het er
+voornamelijk op aankomt èn predikant èn lidmaten te beschouwen als
+<span class="pagenum"><a id="p_vi">[vi]</a></span>menschen met
+al hun deugden en gebreken, met al hun grootheid der
+ziel, gepaard soms aan kleinheid van geest, met al hun uitwendigen
+tooi van vormen naast gemis vaak aan degelijken inhoud&mdash;daar vallen
+die onderscheidingen weg en komen punten van overeenkomst aan het
+licht, die den lezers dit boek tot een aangename, leerrijke,
+stichtende&mdash;zij het niet stichtelijke&mdash;lectuur zullen maken.</p>
+
+<p>Moge het Gode behagen dit geschrift zijn weg te doen vinden tot vele
+harten en hoofden!</p>
+
+<div class="floatright right">
+<span style="margin-right: 4em;"><i>De Vertaler</i>,</span><br /><br />
+W. VAN NES.
+</div>
+
+<p class="clear"><span class="pagenum"><a id="p_vii">[vii]</a></span></p>
+
+<div class="inhoud">
+
+<h2 class="inhoud"><a id="INHOUD"></a>INHOUD.</h2>
+
+<hr class="hr10" />
+
+<table summary="INHOUD">
+<tbody>
+<tr><td class="tdl size75">Hoofdst.</td><td></td><td class="tdr size75">Bladz.</td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#I">I.</a></td><td class="tdl">Hoe men het meeste nut trekt van een preek</td><td class="tdr"><a href="#p_1">1</a></td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#II">II.</a></td><td class="tdl">Hoe een Gemeente haar dominee tot de grootste volkomenheid brengt</td><td class="tdr"><a href="#p_19">19</a></td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#III">III.</a></td><td class="tdl">Het &bdquo;<span xml:lang="en">candy-pull</span>&rdquo; stelsel</td><td class="tdr"><a href="#p_37">37</a></td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#IV"><ins class="corr" id="corr01" title="Bron: VI.">IV.</ins></a></td><td class="tdl">De oproermaker in de kerk</td><td class="tdr"><a href="#p_55">55</a></td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#V">V.</a></td><td class="tdl">Bejaarde predikanten</td><td class="tdr"><a href="#p_71">71</a></td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#VI">VI.</a></td><td class="tdl">De dominee en het kerkorgel</td><td class="tdr"><a href="#p_87">87</a></td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#VII">VII.</a></td><td class="tdl">Een eigen bank</td><td class="tdr"><a href="#p_107">107</a></td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#VIII">VIII.</a></td><td class="tdl">De fatsoenlijke bedelaars in onze kerken</td><td class="tdr"><a href="#p_123">123</a></td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#IX">IX.</a></td><td class="tdl">Is de dominee een leeglooper?</td><td class="tdr"><a href="#p_141">141</a></td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#X">X.</a></td><td class="tdl">Vacantie</td><td class="tdr"><a href="#p_160">160</a></td></tr>
+<tr><td class="tdr"><a href="#XI">XI.</a></td><td class="tdl">Hoe een dominee herleefde</td><td class="tdr"><a href="#p_180">180</a></td></tr>
+</tbody>
+</table>
+
+</div>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_viii">[viii]</a></span><br />
+<span class="pagenum"><a id="p_1">[1]</a></span></p>
+
+<h2><a id="I"></a>I.</h2>
+
+<h3>HOE MEN HET MEESTE NUT TREKT VAN EEN PREEK.</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Om het rechte nut van een preek te hebben, moeten twee personen
+samenwerken en waar een van beiden zijn werk niet goed doet, daar is
+de preek mislukt. De eene is de man, die haar voordraagt en de andere,
+de vrouw of man, die haar hoort; terwijl er bijna even veel kunst is
+in het goed luisteren naar een toespraak als in het samenstellen
+ervan.</p>
+
+<p>Practische oefening is de eerste eisch voor den hoorder, want het is
+een feit, dat hij, die geregeld een kerk bezoekt, niet alleen meer
+hoort, maar ook beter volgt dan wie zoo maar <span class="pagenum"><a id="p_2">[2]</a></span>eens om de twee maanden
+een kijkje komt nemen. Het spreekt van zelf, dat, indien de predikant
+een paar koperen longen heeft en de hoorder niet stokdoof is, deze, al
+komt hij maar zelden in de kerk, toch elk woord van den spreker kan
+opvangen; maar er is eenig onderscheid tusschen een stoomfluit, die
+binnen een gegeven kring doordringt tot elk oor zonder onderscheid en
+een muziekinstrument, welks geluid slechts gewaardeerd kan worden door
+geoefende hoorders.</p>
+
+<p>De stem van een bevoegd spreker is niet zoo zeer enkel geluid, maar
+zij is veel meer muziek, met fijne afwisselingen van toon en teedere
+buigingen der stem; de wijze, waarop hij een woord uitspreekt,
+verklaart de beteekenis, die hij eraan hecht; de opslag zijner oogen
+beteekent een aandoening, die hij ondervindt en wil opwekken; de
+strengheid zijner woorden wordt verzacht door het gevoelvolle van den
+klank; zijn loflied klinkt liefelijker door de innigheid, waarmee het
+wordt voorgedragen. Het oor van een vreemdeling kan zulke
+onderscheidingen niet <span class="pagenum"><a id="p_3">[3]</a></span>maken; men moet gewoon zijn aan den spreker om
+de volle waarde van elke handbeweging, elke verandering van toon te
+gevoelen.</p>
+
+<p>Daarenboven, elk spreker, die waard is te worden aangehoord, schept
+zich een eigen atmosfeer en men kan zich daarin niet op zijn gemak
+gevoelen zonder geacclimatiseerd te zijn. De spreker heeft zijn eigen
+standpunt, en men moet zich daarop plaatsen om met hem te kunnen mee
+denken; elk woord wordt gefiltreerd in zijn geest en men moet dien
+geest kennen om de werking ervan te begrijpen. Toevallige hoorders
+zijn als in een doolhof zonder gids, maar de vrienden des sprekers
+gevoelen zich tehuis. &bdquo;Hij zei dit of dat,&rdquo; beweert de toevallige
+bezoeker. &bdquo;O ja,&rdquo; antwoordt de deskundige, &bdquo;maar als hij dat zegt,
+beteekent het iets meer.&rdquo; Misschien zou men kunnen zeggen, dat de
+hoofdvoorwaarde voor goed hooren is, dat men den spreker kent, zijn
+eigen manier van werken, zijn geliefkoosde studiën, zijn onbewuste
+vooroordeelen, zijn bijzondere boodschap, en die <span class="pagenum"><a id="p_4">[4]</a></span>kennis kan alleen
+verkregen worden door voortgezet hooren.</p>
+
+<p>Een dominee openbaart zich niet in zijn eigenlijke kracht in het
+particuliere leven: dat doet hij op den preekstoel. Wanneer men hem
+des Zaterdags op de straat ontmoet, dan spreekt hij over het weer of
+over een boek en verbergt zich, zooals trouwens elk degelijk man doet,
+achter een alledaagsch onderhoud; des Zondags, zonder het te weten,
+laat hij zijn masker vallen, totdat gij zijn karakter kunt doorgronden
+en in zijn ziel lezen. Er zijn natuurlijk sommige mannen, die in hun
+preeken even min zich bloot leggen als in hun gesprekken; maar in dat
+geval verliezen de hoorders er niets bij: dezulken hebben geen
+persoonlijkheid te openbaren, het zijn eenvoudig leeken in een
+geestelijk kleed gestoken. Men heeft een maand noodig om te gewennen
+aan een paar zware, nieuwe laarzen en ten minste zes maanden om
+gemakkelijk te zitten in een nieuwen studeerstoel; een jaar van
+herhaald bezoek wordt geëischt om op zijn gemak <span class="pagenum"><a id="p_5">[5]</a></span>te komen met een
+nieuwen predikant; maar dan loont het genot ook de moeite.</p>
+
+<p>Het tweede voorschrift is aandacht, wat hierop neerkomt, dat een
+hoorder zijn lichaam in de kerk in dienst moet stellen van zijn ziel.
+Het kan wel zijn, dat menschen luisteren, terwijl zij bewegingloos en
+met gesloten oogen neerzitten en velen verklaren die houding door te
+zeggen, dat zij zich op die wijze onttrekken aan een afleidende
+omgeving, maar in dat geval behooren zij dan toch van tijd tot tijd
+eens teeken van leven te geven, al was het maar om den spreker gerust
+te stellen en de omgeving te behoeden voor de zonde van een liefdeloos
+oordeel.</p>
+
+<p>Er zijn gemeenten in Schotland, waar een derde gedeelte van de
+hoorders schijnt te slapen; maar de predikant krijgt later de
+zekerheid, dat diezelfde hoorders het beste verslag van de preek en de
+scherpste beoordeeling van zijn rechtzinnigheid kunnen geven. Maar men
+kan niet zeggen, dat zij nu juist een <span class="pagenum"><a id="p_6">[6]</a></span>opwekkend schouwspel opleveren
+voor den spreker en deze komt vaak in de verzoeking eens iets
+onrechtzinnigs te zeggen om ze daardoor te dwingen eenig bewijs van
+belangstelling te geven.</p>
+
+<p>Indien iemand daarentegen behept is met den boozen geest van
+rusteloosheid, die hem ertoe brengt geen oogenblik stil te zitten, hem
+nu eens doet opstaan en een poosje later weer onder de bank weg doet
+duiken, dan behoort zoo'n man zich thuis te oefenen om zijn kwelgeest
+de baas te worden of hij moet ergens gaan zitten, waar hij kan
+luisteren zonder gezien te worden.</p>
+
+<p>Ook is het alles behalve dienstig om goed te hooren, wanneer een man
+zijn armen over elkaar slaat en achter in zijn bank leunt als iemand,
+die, wetende dat er een zware beproeving boven zijn hoofd hangt, een
+vast besluit neemt om ten einde toe stand te houden. Een spreker zal
+misschien heel vaak de aandacht vestigen op het edele leger der
+martelaars, maar <span class="pagenum"><a id="p_7">[7]</a></span>hij wenscht toch liefst geen troep martelaars in
+zijn eigen kerk toe te spreken. Niets is zeker ontmoedigender voor een
+spreker&mdash;zelfs zóó dat de woorden besterven op zijn lippen en dat hij
+zijn gedachten niet geregeld kan uitdrukken&mdash;aan een gehoor, dat alle
+kenteekenen draagt van bestudeerde onachtzaamheid en niets is meer
+bezielend voor hem dan een onafgebroken rij van meelevende gezichten.</p>
+
+<p>Dan volgt de eisch, dat de hoorder zijn gedachten bepaalt bij het
+behandelde onderwerp en hier heeft de geoefende hoorder een zeer groot
+voordeel. Als het moeielijk is voor sommige menschen om te luisteren,
+dan is het nog tienmaal moeielijker voor andere personen om te volgen,
+want het is zeer goed mogelijk, dat iemand luistert en toch niet
+volgt. Er zijn maar weinige lieden, die een half uur lang over
+dezelfde zaak kunnen denken of zelfs maar denken over wat ook; na een
+korte poos verslapt hun belangstelling en zij blijven achter; zij zijn
+geheel den draad van de redeneering <span class="pagenum"><a id="p_8">[8]</a></span>kwijt geraakt en hebben bijna het
+onderwerp vergeten. De preek, die voor zulk een onbestendigen geest
+geschikt zou zijn, zou moeten bestaan uit twintig onderafdeelingen,
+elk een verhaaltje of een wakker schuddende gedachte bevattende, die
+op zich zelf een geheel vormden, zoodat de hoorder, waar hij ook
+inviel, dadelijk zich tehuis gevoelde. Menschen met gevoel behoorden
+echter te bedenken, dat een opeenvolging van vermakelijke
+tooverlantaarnplaatjes niet hetzelfde is als een ernstig kunstwerk en
+indien iemand het Evangelie van Christus waardiglijk wil verkondigen,
+dan moet hij ernstig overwegen en van zijn hoorders nadenken eischen.
+De keten kan van goud zijn, maar de schakels behooren stevig aan
+elkaar te zitten en een hoorder moet de sterkte ervan onderzoeken,
+terwijl zij hem door de handen gaan. Indien iemand zich geen moeite
+geeft bij de poging om een preek te verstaan, dan eindigt hij bijna
+zeker met de klacht, dat de spreker langdradig of dat de toespraak
+onsamenhangend was. Het is niet de moeite <span class="pagenum"><a id="p_9">[9]</a></span>waard naar een preek te
+luisteren, waarin de predikant niet zijn volle kracht heeft gelegd; en
+het is niet mogelijk een preek goed te verstaan, tenzij de hoorder
+eveneens al zijn krachten inspant.</p>
+
+<p>Mijn vierde eisch voor gezegend luisteren is oprechtheid en een
+predikant heeft het recht die hoedanigheid van zijn hoorder te vragen.
+Indien een lid van een rechtbank zijn zetel inneemt met een gevestigde
+meening betreffende de te behandelen zaak, dan is het te vergeefs, dat
+een pleitbezorger zich inspant en er is geen hoop op een rechtvaardig
+oordeel. Indien een persoon de kerk binnentreedt met vast gewortelde
+vooroordeelen in de zaak der waarheid, dan geeft het niets hoe knap of
+hoe welsprekend de spreker ook zij, hij kan geen vat krijgen op den
+geest van dien hoorder. De eerlijke hoorder is die, welke bereid is
+elke bewijsvoering in overweging te nemen en elk besluit te herzien,
+uitgenomen natuurlijk dat half dozijn uitgemaakte waarheden, die geen
+predikant met <span class="pagenum"><a id="p_10">[10]</a></span>goed verstand ooit zal aanvallen en die elk
+godsdienstig mensch als vaststaand aanneemt. Er zijn echter vele
+kanten van waar men een waarheid beschouwen kan en die een hoorder
+misschien niet heeft vermoed en er zijn vele toepassingen eener
+waarheid, welke zich nooit aan hem voorgedaan hebben. Hij behoort
+bereid te zijn, den spreker te volgen als een gids en ten minste de
+zaak in zijn eigen belang te overwegen: hij behoort gewillig te zijn
+om te onderzoeken, hoever het woord van den spreker zijn eigen gedrag
+betreft.</p>
+
+<p>Niets prikkelt een spreker meer en geeft hem grooter vertrouwen bij
+het verklaren der waarheid, dan de zekerheid dat elk eerlijk woord,
+door hem gesproken, zal overwogen worden door eerlijke toehoorders.
+Hij gevoelt, dat, in geval zij het met hem eens zijn, dit alleen zal
+wezen, omdat zij overtuigd zijn; indien zij niet met hem instemmen,
+dan zal dat zijn omdat naar hun meening hij niet erin geslaagd is een
+goed pleidooi te leveren.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_11">[11]</a></span></p>
+
+<p>En de laatste eisch is christelijke liefde, die dubbele zegen&mdash;èn
+voor den man, die spreekt èn voor de menschen, die hooren. Geen
+atmosfeer doet zoo veel kwaad aan den hoorder en geen is een zoo zware
+beproeving voor den spreker, als die van kleingeestige critiek en
+boosaardige vertolking. De menschen moeten met milden en edelmoedigen
+zin toeluisteren, bedenkende dat de predikant een man is even
+onvolmaakt als zij zelf zijn en zich herinnerende dat niemand mag
+beoordeeld worden dan met het oog op den inhoud van <ins class="corr" id="corr02" title="Bron: het geen">hetgeen</ins> hij
+onderwijst. Het is mogelijk, dat iemand op zekeren dag wat mat is&mdash;dat
+is vaak een gevolg van het weer; het is mogelijk, dat op een anderen
+dag hij niet vriendelijk gestemd is&mdash;dat is soms een zaak van
+spijsvertering; de hoorders zijn verplicht veel door de vingers te
+zien bij iemand, die te kampen heeft met den dubbelen hinderpaal van
+een weifelachtigen geest en een onvolmaakt lichaam. De hoorders moeten
+als regel aannemen, dat niemand altijd dezelfde kan zijn, tenzij hij
+zich <span class="pagenum"><a id="p_12">[12]</a></span>voortbewege op de vlakke baan der vervelende gemeenplaatsen.</p>
+
+<p>Men vertelt, dat eens eenige afgevaardigden van een vacante gemeente
+een doctor in de godgeleerdheid van middelbaren leeftijd gingen
+hooren, een man van kalmen aard en zonder eenige bezieling. Na hem een
+preek te hebben hooren voordragen, die hij den voorafgaanden
+Maandagvoormiddag had gemaakt en zoo als hij er elken volgenden
+Maandag voormiddag een had kunnen maken, vroegen zij aan een van zijn
+gemeenteleden of dit een goed staaltje was van de gewone prediking des
+doctors. &bdquo;Gij kunt,&rdquo; zei dit lid, &bdquo;er staat op maken; hem eens te
+hooren is zoo goed als hem altijd te hooren; hij is altijd dezelfde;
+er is geen hooger of lager, geen beter of minder goed bij den doctor.&rdquo;
+Zekerlijk daalde hij nooit beneden het effen peil van het gewone
+boerenverstand en even zeker steeg hij nooit tot de hoogten der
+bezieling. Menig predikant ondervindt, dat om de vier of vijf
+Zondagen, dit verschilt naar omstandigheden, <span class="pagenum"><a id="p_13">[13]</a></span>zijn vlucht vermindert,
+dat hij heel gelijkvloersch blijft en zich niet kan verheffen. Doch
+dan krijgt de gemeente den volgenden Zondag een ruime
+schadeloosstelling en de predikant bereikt te beter den top des bergs,
+met zijn vergezicht en frissche koelte, naarmate hij dieper was
+afgedaald in het dal en enger was ingesloten geweest.</p>
+
+<p>Een van de wreedste onrechtvaardigheden, waaraan de hoorders zich
+kunnen schuldig maken is den prediker te verdenken van persoonlijkheid
+en in zijn woorden een gedachte te leggen, die niet in hem opgekomen
+is. Wanneer het voorkomt, dat een prediker de een of andere bijzondere
+fout tot in kleinigheden beschrijft en met een zekere scherpte hekelt,
+dan behooren de aanwezigen zich ervan verzekerd te houden, dat hij
+bezig is zijn eigen fout te beschrijven, want inderdaad niemand is zoo
+goed op de hoogte van anderer fouten als van die, welke hij als zijn
+eigene erkent.</p>
+
+<p>Het is het best voor den hoorder te gelooven, <span class="pagenum"><a id="p_14">[14]</a></span>dat de prediker bij al
+wat hij zegt, slechts gedreven wordt door trouw aan de waarheid en
+door liefde voor zijn medemenschen en dat niemand dieper dan hij het
+betreurt, indien er eenige tekortkoming of fout in den geest van zijn
+onderricht is. Zijn begeerte is te overtuigen en te troosten; zijn
+eenige belooning de geestelijke steun, dien hij verleent aan de zielen
+zijner medemenschen. Indien door zijne woorden eenige broeder kracht
+verkrijgt om zijn arbeid in den loop der week getrouwer te verrichten
+of wordt geholpen in de beproevingen des levens, dan is zijn doel niet
+mislukt en heeft hij geen berouw van zijn opofferingen. Zijn streven
+is het verhevenste, dat de mensch kent en zijn arbeid is de zwaarste.
+Daarom worde de meest mogelijke sympathie hem betoond en te zijnen
+behoeve stijgen de meest aanhoudende en ernstige gebeden ten hemel!</p>
+
+<p>Geen hoorder is eerlijk geweest tegenover den prediker, indien hij
+vergeet, wat aan de deur der kerk gezegd is of als hij een preek
+behandelt <span class="pagenum"><a id="p_15">[15]</a></span>als een verhandeling, waarover geredetwist moet worden. De
+kerk is niet een plaats van uitspanning of een gezelschap tot oefening
+in het spreken: het is een school, waar de hoogste kennis wordt
+onderwezen&mdash;de kennis des levens. De onderwijzingen worden van den
+preekstoel af gegeven; het bewijs moet thuis geleverd worden. Meer dan
+eenige andere godsdienst is de Christelijke proefondervindelijk en
+practisch&mdash;niet een verzameling van regels, maar van grondbeginselen
+<ins class="corr" id="corr03" title="Niet in Bron.">die</ins> moet worden uitgewerkt in het leven van elken mensch. Die
+prediker heeft zijn taak begrepen en volbracht, die een man tot
+handelen beweegt en die hoorder heeft het meeste voordeel van een
+preek gehad, die haar in praktijk heeft gebracht. De prediker behoeft
+geen lessen uit te deelen, door te zeggen, als tot kinderen: &bdquo;ge moet
+dit of dat doen&rdquo;, want dat zou onverdragelijk zijn en tevens doelloos.
+De beste predikers wekken gedachten op, door de menschen zich te doen
+schamen over den lagen standaard van hun leven, terwijl zij luisteren
+<span class="pagenum"><a id="p_16">[16]</a></span>naar de blootlegging der zonde en door hen te brengen tot adeldom der
+ziel door de tentoonstelling van de schoonheid der deugd. De eerlijke
+toehoorder begint niet goed te handelen omdat het hem gezegd is, maar
+omdat hij gevoelt het te moeten doen. Hij heeft zijn hart geopend voor
+de boodschap der waarheid, zooals de zachte grond in de lente zich
+opent voor het zaad en in die herbergzame woning ontkiemt het zaad en
+wast het op.</p>
+
+<p>Boven alles vraagt de Christenprediker twee dingen en deze kunnen
+alleen verkregen worden bij gehoorzaamheid van den hoorder. Hij
+noodigt zijn gehoor uit om discipelen en dienaren te worden van Jezus;
+hij verheerlijkt de genade en de macht des Meesters; hij verzekert
+zijn medemenschen, dat in Jezus te gelooven en Hem te volgen, leven
+is. Indien de hoorder redeneert en redetwist over Jezus, kan hij nooit
+tot de feiten komen en heeft hij niet eerlijk gehandeld met den
+prediker. Laat hem de proef nemen en het met Jezus wagen, zooals <span class="pagenum"><a id="p_17">[17]</a></span>de
+eerste Christenen deden. Als hij dat doet, eerst dan zal hij in staat
+zijn de prediking te beoordeelen; doet hij het niet, dan behoort hij
+te zwijgen. Nooit is er beuzelachtiger getwist geweest dan met
+hoorders, die niet gelooven willen: zij zijn als menschen, die om het
+kerkgebouw heenloopen en kibbelen over de geschilderde glazen, welke
+alleen van binnen af kunnen gezien worden. Ook doet de
+Christenprediker een beroep op de offervaardigheid en het is zijn
+plicht de heerlijkheid te roemen van een onzelfzuchtig leven. Hij
+vraagt van de menschen, dat zij iets zullen doen dat moeielijk is en
+weinig aantrekkelijks heeft en belooft hun een loon, dat geestelijk en
+onzichtbaar is. De hoorder is verplicht dezen eisch voor zich zelf
+waar te maken en te onderzoeken of het waar is, dat men er gelukkiger
+en sterker door wordt, wanneer men niet zich zelf, maar anderen dient.</p>
+
+<p>Het hoofddoel van elke prediking is ten slotte bezieling, en de man,
+die in vuur gezet wordt, is de rechtvaardiging van den preekstoel. De
+<span class="pagenum"><a id="p_18">[18]</a></span>grootste ramp bij de prediking is tegenzin en onverschilligheid.
+Nooit was een preek zoo onbeteekenend of zij bevatte meer dan de
+hoorders in toepassing konden brengen. Geen preek is mislukt, die, al
+is het maar één mensch, heeft verrijkt met één enkele gedachte of
+opgewekt tot één brave daad.</p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_19">[19]</a></span></p>
+
+<h2><a id="II"></a>II.</h2>
+
+<h3>HOE EEN GEMEENTE HAAR DOMINEE TOT DE GROOTST MOGELIJKE VOLKOMENHEID
+BRENGT.</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Tusschen een predikant en zijn Gemeente is een voortdurende
+wisselwerking, zoodat de dominee de Gemeente maakt en de Gemeente
+eveneens den dominee vormt. Wanneer men spreekt van hetgeen de
+predikant doet voor zijn gemeenteleden, dan denkt men daarbij niet aan
+bankhuur en opbrengst van collecte en statistiek en scharen, ook niet
+aan scholen en wijklokalen en zondagsscholen en bijbellezingen. De
+groote taak van den dominee is de vorming van karakters. De
+voornaamste vraag, die men te doen heeft in betrekking tot het werk
+van den predikant, is daarom: <span class="pagenum"><a id="p_20">[20]</a></span>welke soort van menschen heeft hij
+gevormd?</p>
+
+<p>En een van de meest belangrijke vragen ten minste, waardoor men zich
+een oordeel kan vormen over de lidmaten eener kerkelijke Gemeente, is:
+wat hebben zij gemaakt van hun dominee? Hiermede bedoelt men niet,
+hoeveel traktement zij hem gegeven hebben of hoe vriendelijk zij voor
+hem geweest zijn, maar in hoeverre hij een man is geworden en of hij
+in den kring zijner Gemeente tot de voor hem bereikbare hoogte is
+gestegen? Sommige Gemeenten hebben hun dominee ten onder gebracht door
+hem zoolang te plagen, tot hij den moed en alle zelfbeheersching
+verloor en tot hij knorrig en driftig werd. Weer andere Gemeenten
+hebben hetzelfde gedaan door den dominee zoo naar de oogen te zien en
+te vertroetelen, dat hij ten laatste geen tegenspraak meer kon dulden
+en begon te gelijken op een dwingerig kind. Die Gemeente heeft haar
+taak het best vervuld, welke een atmosfeer heeft weten te vormen zoo
+bezielend en tevens zoo inspannend, dat alle goede <span class="pagenum"><a id="p_21">[21]</a></span>eigenschappen in
+haar dominee aangekweekt en alle verkeerde neigingen onderdrukt
+werden.</p>
+
+<p>Een jonge dominee is een last, gelegd op eene Gemeente en haar eerste
+plicht is geduld, vooral ten opzichte zijner prediking. Zeker jong, en
+wat niet hetzelfde beteekent, onrijp dominee, begon zijn loopbaan als
+hulpprediker in een stadskerk, bekend wegens haar grootschen arbeid en
+haar ernst. Zijn werk was het bezoeken van zieken en het zorg dragen
+voor de zoogenaamde bijzaken; wijselijk werd hem zelden opgedragen te
+preeken. Als hij het deed, dan was zijn toespraak inderdaad een zeer
+jongensachtig opstel&mdash;ondiep, onpraktisch, vormelijk&mdash;en hij was
+verstandig genoeg zich te schamen.</p>
+
+<p>Na eenigen tijd werd hij ten gevolge van toevallige en persoonlijke
+omstandigheden beroepen in een Kerk in een afgelegen dorp. Vóór hij de
+groote stadskerk verliet, kwam een der ouderlingen hem bezoeken om
+afscheid te nemen. Deze zei, dat hij het zijn plicht rekende te doen
+uitkomen in welk opzicht de hulpprediker <span class="pagenum"><a id="p_22">[22]</a></span>was geslaagd en waarin hij
+gefaald had.</p>
+
+<p>&bdquo;Ge zijt zeer oplettend geweest voor de zieken en ... voor
+... de kinderen, en ik mag, zonder vleierij verklaren, dat men veel
+van u hield, maar gij weet wel, dat God u niet het talent heeft
+toebedeeld van spreken in het openbaar. Ik vrees, dat ge nooit in
+staat zult zijn te preeken. Dat belet natuurlijk niet, dat ge toch
+wel als herder nuttig en tot zegen kunt wezen.&rdquo;</p>
+
+<p>Het was geen opwekkend vooruitzicht om altijd oude, ziekelijke dames
+te bezoeken en dienst te doen bij zondagsschoolfeestjes, maar de jonge
+man dankte den vriendelijken ouderling met een benepen hart en ging
+naar zijn nieuw arbeidsveld.</p>
+
+<p>Zijn eerste ervaring in de nieuwe parochie scheen de droeve
+voorzegging te bevestigen. Den eenen dag raakte hij in de war in het
+midden van zijn preek; een anderen keer, terwijl hij bezig was een
+Zendbrief van Paulus te verklaren, verdwaalde hij zoo te midden van
+zijn gedachten, dat hij van voren af aan moest beginnen en de <span class="pagenum"><a id="p_23">[23]</a></span>helft
+van zijn tekstverklaring moest herhalen. Bij die gelegenheid was de
+jonge predikant zoo ontmoedigd, dat hij op den preekstoel zelf een
+overijld besluit opvatte om ziin ontslag te nemen en hij ging zeer
+ternedergedrukt de kerkekamer binnen. Daar stond een oude Hooglander,
+een ouderling, op hem te wachten; deze nam hem bij de hand en dankte
+hem voor &bdquo;een welsprekende toespraak.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Het is wonderbaar,&rdquo; zei hij met zijn zoet, minzaam accent, &bdquo;dat gij
+zoo goed preekt, en dat nog zoo jong, en ik zou u willen zeggen, dat
+gij u nooit ongerust moet maken, als ge soms eens een punt van uw
+toespraak vergeet. Dan laat ge eenvoudig een psalm zingen en neemt wat
+rust; wellicht komt het dan weer in uw hoofd terug. Wij hebben
+allemaal overvloed van tijd en we houden allen heel veel van u. De
+menschen praten erover, wat een goed spreker gij binnen kort zult zijn
+en zij zijn nu al trotsch op u.&rdquo;</p>
+
+<p>Den volgenden zondag beklom de dominee <span class="pagenum"><a id="p_24">[24]</a></span>den preekstoel vol vertrouwen
+en werd gedragen door de lichtverheffende atmosfeer der
+vriendelijkheid en daarom haperde hij niet en vergat hij niets en ook
+is het sedert dien dag niet noodig geweest, dat hij weer van voren af
+aan begon.</p>
+
+<p>Het is inderdaad geen wonder, dat zijn hart nog altijd vanuit de stad,
+waar hij thans is, met dankbaarheid en liefde terugdenkt aan die
+Hooglandsche parochie; was zijn eerste Gemeente niet zoo vol
+christelijke liefde voor hem geweest, dan zou hij nu niet in de
+bediening des Woords zijn.</p>
+
+<p>De leden eener Gemeente zijn verplicht hun dominee bij te staan in de
+wereld buiten de Kerk. Hij behoort tot hen en zij moeten naijverig
+zijn op zijn goeden naam. Indien hij iets zegt of doet, wat niet recht
+is dan mogen zij hem dat zeggen onder vier oogen in alle teederheid en
+liefde; maar als vreemdelingen hem bevitten, laat dan zijn eigen
+menschen hem verdedigen en prijzen. Indien iemands eigen huisgezin hem
+trouw blijft, dan wordt zoo iemand niet ter neder geslagen door de
+vijandschap <span class="pagenum"><a id="p_25">[25]</a></span>van de menschen op de straat. Wanneer dat huisgezin zich
+tegen hem keert, dan ontzinkt hem het hart. Niets zal een degelijk man
+meer ertoe brengen streng voor zichzelf te zijn en zijn fouten te
+erkennen, dan de ontdekking, dat wie hem onder vier oogen berispt, hem
+in het openbaar verdedigt.</p>
+
+<p>Het kwam eens voor, dat een voornaam Kerklid het als zijn plicht
+beschouwde zijn dominee, aan wien hij overigens zeer gehecht was, te
+berispen omdat diens prediking scherp en ongeestelijk was geworden.</p>
+
+<p>Zij waren persoonlijk bevriend en het gesprek werd gevoerd in een
+volmaakt passenden vorm; maar de dominee voelde zich toch daarna
+eenigszins gegriefd, wat vrij dwaas was, en hij pijnigde zich met de
+gedachte, dat zijn vriend en zijne Gemeente iets tegen hem kregen.
+Eenige dagen later kreeg hij het bezoek van een collega en terwijl zij
+zaten te praten over verschillende zaken, wenschte zijn bezoeker hem
+geluk ermee, dat zijn menschen zoo aan hem gehecht waren.
+<span class="pagenum"><a id="p_26">[26]</a></span>&bdquo;Bijvoorbeeld: gisteren avond aan een diner was de oude doctor
+<span xml:lang="en">Sardine</span> bezig te vitten op uw prediking,&mdash;hij noemde u een liberaal en
+zoo voort&mdash;toen de heer <span xml:lang="en">Cochrane</span> uit den hoek kwam en den ouden heer
+vertelde, dat hij niet wist, waarover hij sprak. Ik bezoek zijn kerk,
+zei uw man, en ik weet, dat ik mijn dominee nooit zal kunnen
+vergelden, wat hij voor mij en mijn gezin gedaan heeft! Dat was goed
+Hollandsch en maakte een geweldigen indruk en daar was ten minste één
+dominee, die u zulk een vriend benijdde.&rdquo;</p>
+
+<p>Terwijl zijn vriend hem flink, onder vier oogen als man tegen man, op
+zijn fouten had gewezen, en terwijl hij zich persoonlijk had beleedigd
+gevoeld, als een dwaas kind, had diezelfde vriend met edelmoedige
+geestdrift gewaakt voor zijn goeden naam en de gedachte daaraan wekte
+op tot berouw. Het oordeel van zijn vriend kreeg een nieuwe
+beteekenis, geheiligd als het werd door zulke bewijzen van oprechtheid
+en grootmoedigheid. Zoo kwam de dominee ertoe <span class="pagenum"><a id="p_27">[27]</a></span>ernstig na te denken
+over zijn toestand en hij gevoelde in uitersten vervallen te zijn.
+Niets oefent een weldadiger invloed uit op een rijk begaafd man dan
+het gevoel dat een aantal menschen hem vertrouwen en over hem waken.
+Dit vertrouwen vervult hem met nederigheid, onderdrukt zijn hoogmoed,
+leert hem voorzichtigheid en doet hem zijn groote verantwoordelijkheid
+gevoelen, zich in den strijd des levens flink te houden.</p>
+
+<p>Een verstandige Gemeente zal ook beantwoorden aan het hoogste, wat de
+dominee geeft en zal onderscheid maken tusschen een tweede- en een
+eerste-rangsproduct van zijn brein. Daar is zoo iets als een
+&bdquo;goedkoope&rdquo; preek, die misschien heel populair en duidelijk is, met
+een heel oppervlakkig tintje van knapheid. Vlugge mannen worden vaak
+verleid zulke preeken te geven, omdat zij heel gemakkelijk voorbereid
+worden en geen inspanning van de ziel eischen. En een Gemeente houdt
+wel eens van zulke preeken, omdat zij maar weinig oplettendheid
+vragen.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_28">[28]</a></span></p>
+
+<p>Er is ook zoo iets als een &bdquo;dure&rdquo; preek, die heel wat strijd voor
+hoofd en hart gekost heeft&mdash;een preek vol gedachten en hartstocht.
+Zulke preeken worden niet gemakkelijk gemaakt en evenmin gemakkelijk
+verstaan. Wanneer de predikant zijn ziel in zijn werk gelegd heeft,
+dan moeten de hoorders ook hun ziel wijden aan het hunne. Natuurlijk
+zal een sterksprekende persoonlijkheid niet ophouden zijn beste, zijn
+voortreffelijkste werk voort te brengen, is er al niemand, die het
+goedkeurt en hij zal in geen geval beneden zijn hoogste standpunt
+dalen; maar de begeerte naar goedkoope en populaire prediking is een
+groote verleiding voor een gewoon dominee, zoodat hij soms in de
+verzoeking komt de dwazen in zijn Gemeente te gelieven en zijn eigen
+last te verlichten door iets minder goeds te geven, dan hij zou kunnen
+doen.</p>
+
+<p>En het is het meest bedroevende en het pijnlijkste verschijnsel in het
+kerkelijk leven, wanneer men een man ziet slagen, voor den uiterlijken
+schijn ten minste, die zijn talenten heeft begraven <span class="pagenum"><a id="p_29">[29]</a></span>en wanneer een
+Gemeente gelukkig en schijnbaar tevreden is, na haar dominee te hebben
+verwaarloosd.</p>
+
+<p>Indien een predikant vervuld is van een hoog ideaal en een ijzeren wil
+heeft, dan zal hij zich zelf tot volmaking brengen in spijt van de
+meest ontmoedigende omstandigheden, en ofschoon de lieden vragen om
+goedkoope knapheid, zal hij volhouden hen te voeden met de krachtigste
+spijzen. Doch vele verdienstelijke mannen zijn noch bijzonder sterk
+noch geestelijk en indien hun menschen geen lust hebben in stevig
+voedsel, dan voldoen zij hen met het armzaligste van alle
+kunstgrepen&mdash;godsdienstige liflafjes. Soms is het een evangelisch
+praatje, soms maatschappelijke bombast of diepzinnige wartaal, altijd
+is het een bijproduct van den geest des mans en minder dan waardeloos
+voor de lidmaten zijner Kerk.</p>
+
+<p>Het dient den dominee duidelijk gemaakt te worden, dat zijn Gemeente
+verwacht te deelen in de rijpste vruchten zijner kennis en zijn meest
+zorgvuldige overdenkingen <ins class="corr" id="corr04" title="Bron: zal op prijs">op prijs zal</ins>
+stellen. <span class="pagenum"><a id="p_30">[30]</a></span>Wanneer hij bij een of andere gelegenheid zijn toppunt
+bereikt en een &bdquo;groote&rdquo; preek preekt, dan komt het er niet op aan of
+iedere persoon elk woord heeft begrepen of dat wellicht eenigen maar
+ongeveer de helft gevat hebben. Men behoort hem te zeggen, dat al de
+leden der Kerk trotsch op hem zijn en God voor hem danken en dat,
+indien hij misschien door sommigen niet bijgehouden is, dit niet een
+gevolg was van duisterheid, maar van verheffing, en dat men blij is
+een dominee te hebben, die op zulk een hoog peil staat.</p>
+
+<p>Hij moet niet tot hen nederdalen, maar zij moeten trachten tot hem op
+te klimmen. Het is een onwaardige zaak voor een dominee om de gewone
+praatjes van de gemeenteleden in een toonbaar kleed te steken, zoodat
+de mindere man naar huis gaat zich zelf gelukwenschend omdat hij zijn
+armzalige denkbeelden netjes aangekleed en opgedirkt heeft herkend.
+Het is profetentaak zijn kudde hemelwaarts te leiden zelfs
+niettegenstaande de weg soms door de <span class="pagenum"><a id="p_31">[31]</a></span>woestijn voert en die kudde
+behoort te volgen dicht achter den profeet en hem te doen weten, dat
+zij er zijn en dat zij niet zullen ophouden te volgen, totdat hij hen
+gebracht heeft midden in het Land van Belofte.</p>
+
+<p>In die omstandigheden zal een man zich verplicht gevoelen de beste
+boeken te lezen en door te dringen tot het hart van elke zaak; hij zal
+noch verstandelijken arbeid, noch eenige aandoening der ziel schuwen
+om te gemoet te komen aan de verwachting van een ernstig, ontwikkeld
+gehoor en indien hij er ten laatste in slaagt een leider te worden,
+wiens woorden tot in de verte doorklinken, dan zal aan deze Gemeente
+de eer daarvan toekomen, die in hem geloofde en groote dingen van hem
+verwachtte en meer van hem maakte dan hij ooit, in zijn eerzuchtigste
+oogenblikken, gemeend heeft te zullen bereiken.</p>
+
+<p>Het is ook de plicht van de leden eener Gemeente hun predikant aan te
+moedigen en zij zouden zich in den regel daartoe meer moeite <span class="pagenum"><a id="p_32">[32]</a></span>geven,
+indien zij slechts wisten, hoezeer hij die aanmoediging noodig heeft
+en hoezeer hij er door zou gedijen. Zij moeten een sterke
+verbeeldingskracht hebben om de beproevingen van zijn stand te
+begrijpen, die geheel verschillen van die op ieder ander arbeidsveld,
+omdat hij werkt bij geloof en niet bij aanschouwing. Wanneer hij in
+zijn studeerkamer zit en tegen den middag nog niets geschreven heeft,
+omdat zijn gedachten niet toevloeien of wanneer hij het werk van vier
+uren verbrandt, omdat het waardeloos is, dan kijkt de dominee eens
+naar buiten en benijdt den metselaar, die aan de overzijde der straat
+een zeker aantal voeten metselwerk heeft gemaakt, dat zoo goed en
+kwaad als het is of wezen kan, vele jaren duren zal. Wanneer hij de
+zieken zijner kudde bezoekt, bezorgd uitziende naar een teeken of zijn
+woorden van opbeuring en raad eenige degelijke uitwerking hebben
+gehad, dan zou hij wenschen een geneesheer te zijn, die kan zien, welk
+goed hij doet en die zijn oogenblikkelijke belooning vindt <span class="pagenum"><a id="p_33">[33]</a></span>in levens,
+die hij redde van den dood&mdash;in lichamen, die hij bevrijdde van pijn.
+Soms schijnt het den dominee toe, alsof hij week in, week uit zijn
+woorden verspilt&mdash;hij kon even goed trachten de woestijn in een zee te
+veranderen door er emmers water in te werpen. Uit den aard der zaak
+kan hij de vrucht van zijnen arbeid niet ontdekken en daarom moeten
+anderen hem vertellen, dat hij niet te vergeefs gearbeid heeft. De
+menschen zijn er vlug genoeg bij om een preek te critiseeren of er
+over uit te weiden, dat het bezoek een weinig minder druk was dan den
+vorigen keer, maar is er niets anders dat zij zouden kunnen melden aan
+den predikant? Heeft hij nooit eenig licht geworpen over een of ander
+moeielijk gedeelte van de Heilige Schrift of het geweten bepaald bij
+de beteekenis van eenigen nieuwen plicht of troost gebracht aan het
+hart in de een of andere verdrietelijkheid des levens? Waarom moet hij
+in onwetendheid gelaten worden, hij die juist zoo smachtend wacht op
+nieuws, <span class="pagenum"><a id="p_34">[34]</a></span>dat niet komt en dat zooveel zou waard zijn?</p>
+
+<p>Laat ik u eens brengen in een studeerkamer, waar de dominee met
+inspanning van alle krachten tegen stroom op roeit en eraan wanhoopt
+ooit het strand te bereiken. De morgenpost komt aan en vier brieven
+worden op zijn tafel gelegd: de eerste is onbelangrijk, de tweede is
+vervelend, de derde is plagerig en de ontmoedigde man opent den
+vierden brief met een zucht. Zeker weer een klacht van den een of
+anderen twistzoeker; zeker weer een speldeprik toegebracht aan een
+vermoeid man? Wat is dat?</p>
+
+<p>&bdquo;Mijn waarde dominee!&mdash;Een tijd lang heb ik u willen schrijven en u
+vertellen wat een hulp gij geweest zijt voor personen, die mij zeer
+dierbaar zijn. Herhaalde malen is mijn echtgenoot opgebeurd en
+aangemoedigd door uwe flinke woorden in zijn strijd om in zijn zaken
+te doen, wat goed is. Hij zei mij eens op een avond, dat niets meer
+ertoe had bij gedragen om hem eerlijk te doen blijven dan uw preeken.
+Gij weet, dat onze Jack ons een tijd lang zeer verdrietig <span class="pagenum"><a id="p_35">[35]</a></span>maakte door
+zijn zorgeloosheid en onverschilligheid voor het huiselijk leven.
+Welnu, hij is in den laatsten tijd geheel veranderd en is zeer
+oplettend voor mij en lief voor zijn vader. En op mijn verjaardig
+bracht hij mij een zeer mooi geschenk, waarvoor hij bepaald eenige
+maanden moet gespaard hebben. Toen ik hem vertelde, hoe dankbaar ik
+was, zei hij alleen: &bdquo;de preek over zoons en moeders heeft het
+gedaan!&rdquo; En nu scheen het mij toe, dat uw preek van verleden Zondag
+over bezorgdheid voor mij geschreven was, want ik heb zoo weinig
+geloof en ben zoo angstvallig. Daarom moest ik u even vertellen, dat
+gij het leven van een geheel gezin hebt bezield en dat wij God danken
+voor u.</p>
+
+<p class="floatright right ri2">Uw zeer dankbare<br />
+<span xml:lang="en">May Harrison</span>.<ins class="corr" id="corr05" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p class="clear">De brief schijnt misschien niet lang of niet moeielijk te begrijpen,
+maar de dominee was toch niet tevreden vóór hij hem zesmaal gelezen
+had. En ofschoon het wellicht ook geen geleerde <span class="pagenum"><a id="p_36">[36]</a></span>brief schijne, hij
+wierp toch zulk een vloed van licht op den tekst, dat de pen van den
+dominee over het papier vloog. Hij borg dien brief achter slot in zijn
+lessenaar, maar merkte, dat hij een zin vergeten had, zoodat het
+wenschelijker was hem in den zak te dragen. Des Zondags oordeelde hij
+het noodig dien brief te lezen vóór hij naar de kerk ging en in de
+kerkekamer sloeg hij er nog een laatsten blik in. En de dominee
+preekte dien morgen met zulk een kracht en zoo vol opgewektheid, dat
+zelfs de vitters tevreden waren en de Gemeente ging huiswaarts op
+vleugelen.</p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_37">[37]</a></span></p>
+
+<h2><a id="III"></a>III.</h2>
+
+<h3>HET &bdquo;<span xml:lang="en">CANDY-PULL</span>&rdquo; STELSEL.</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Terwijl ik schrijf ligt voor mij op de tafel een beroep op de leden
+van een Christelijke Jongelingsvereeniging (<span xml:lang="en">Young Men's Christian
+Association</span>) en ik schrijf het woordelijk af:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<span class="i6"> &bdquo;Vergeet niet<br /></span>
+<span class="i0">De volgende gezellige bijeenkomst,<br /></span>
+<span class="i0">De volgende <span xml:lang="en">candy-pull</span>,<br /></span>
+<span class="i0">De volgende feestelijke samenkomst,<br /></span>
+<span class="i0">Den volgenden zangdienst,<br /></span>
+<span class="i0">De volgende evangelische samenkomst,<br /></span>
+<span class="i0">Het volgende diner met kippenpastei,<br /></span>
+<span class="i0">Den volgenden datum, waarop gij den secretaris behoort
+ te verblijden met uw penningen.&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_38">[38]</a></span></p>
+
+<p>Deze merkwaardige opsomming van werkzaamheden, waarin evangelische
+ijver en bekwaamheid in zaken zich paart aan wat het vleesch aangenaam
+is, kan zonder uitleggen begrepen worden; de verschillende punten
+geven ons een duidelijke verklaring van een godsdienstige instelling
+op de hoogte van den tijd&mdash;een waar mengelmoes van een Amerikaansche
+<abbr title="Young Men's Christian Association" xml:lang="en">Y.&nbsp;M.&nbsp;C.&nbsp;A.</abbr></p>
+
+<p>Misschien heeft één afdeeling van het werk eene kleine opheldering
+noodig; er zijn wellicht eenige menschen, die in het algemeen goed op
+de hoogte zijn van de afdeelingen van Christelijk werk en die toch nog
+niet zoo ver met hun onderzoekingen gevorderd zijn, dat zij kwamen tot
+een &bdquo;<span xml:lang="en">candy-pull</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>Deze afdeeling, als dit het juiste woord is, is een gezelschap jonge
+mannen en vrouwen, die te zamen komen om aan reepen kandij te trekken
+en men zegt dat in het geval, dat de twee sexen er aan mee doen, de
+bezigheid zeer uitlokkend is. Het kan ook zijn, dat dit kandij-trekken
+<span class="pagenum"><a id="p_39">[39]</a></span>met het oog op de beteekenis van het woord Jongelingsvereeniging zich
+beperkt tot één sexe en daardoor beroofd wordt van de helft der
+aantrekkelijkheid, maar men mag aannemen dat in deze dagen van
+&bdquo;aangename&rdquo; godsdienstige avondjes de jonge mannen toch niet behoeven
+overgelaten te worden aan hun eigen gezelschap.</p>
+
+<p>De Christelijke Kerk en een Jongelingsvereeniging zijn natuurlijk zeer
+onderscheiden instellingen en de laatste is niet gebonden aan eenige
+overlevering van strenge waardigheid; maar men mag zich niet erover
+verwonderen, dat de Kerk ook eenigszins is getroffen door den geest
+van gezelligheid en ook haar best doet om den godsdienst een weinig
+onderhoudend te maken. Wanneer men in Amerika binnenkomt in wat men
+noemt een plaats van godsvereering, dan verbeeldt men zich in een
+salon te zijn. Er ligt een dik kleed op den vloer, er staan rijen
+stoelen, zooals men die in een schouwburg verwacht, een groot orgel
+trekt het oog en bij de <span class="pagenum"><a id="p_40">[40]</a></span>plaats van den predikant vindt men een
+monsterbloemruiker; de menschen komen binnen met een vroolijk gezicht
+en groeten elkander heel opgewekt; bijna niemand buigt het hoofd tot
+een gebed en het gebouw wordt vervuld met een vroolijk gebabbel.</p>
+
+<p>Daar maakt een man zich los uit een gesprek en loopt haastig door het
+gedrang naar het platform even vaak zonder een geestelijk kleed, als
+niet in leeken-kleeding. Dan treedt een kwartet naar voren en zingt
+met het gelaat gekeerd naar het gehoor een lofzang voor de
+vergadering, die niet opstaat, en later zingt datzelfde kwartet een
+tweede loflied ook voor de vergadering. Dan wordt er een gebed
+uitgesproken, er wordt uit de Heilige Schrift gelezen en de
+daaropvolgende preek is kort en schitterend. Onder andere wenken,
+dringt de dominee aan op het bijwonen van het Avondmaal met Paschen,
+waar, zoo als vermeld wordt op een papier, geplakt op de banken,
+oesters en vleeschspijzen zullen voorhanden zijn&mdash;ik vermoed een
+kalkoen&mdash;en <span class="pagenum"><a id="p_41">[41]</a></span>ijs. Dit maal zal gediend worden in het spreekvertrek der
+kerk.</p>
+
+<p>Nauwelijks is de zegen uitgesproken, die een oogenblik een ander
+voorkomen aan de bijeenkomst gaf, of de vergadering loopt haastig naar
+de deur; en ofschoon niemand kan begrijpen, hoe het in zijn werk is
+gegaan, staat de dominee daar reeds, handendrukkend en menschen aan
+elkaar voorstellende, ontsnappend aan menig lastig verzoek en in het
+algemeen alles luchtigjes opvattend. De een wenscht hem geluk met zijn
+&bdquo;speech&rdquo;&mdash;een nieuwe naam voor een preek&mdash;terwijl een ander zegt, dat
+het &bdquo;prachtig&rdquo; was.</p>
+
+<p>Er zijn ook in Engeland pogingen aangewend om het kerkelijk leven
+werkelijk populair te maken, en in zekere stad, die de schrijver kent,
+zijn die pogingen in een eigenaardige richting niet geheel mislukt.
+Een der Kerken schafte zich een nieuwe verzameling nachtmaalschotels
+aan door de alledaagsche kunstgreep van een danspartij; onderscheidene
+Gemeenten gaven <span class="pagenum"><a id="p_42">[42]</a></span>liefhebberij-tooneelvoorstellingen en een zeer
+ondernemend lichaam had een eigen schouwburgzaal. Bijbellezingen
+werden besloten, aan het einde van den cursus, met een souper; met
+Goeden Vrijdag maakte men landelijke uitstapjes, begeleid door een
+militair muziekkorps en een belangrijk deel van de inkomsten der
+Gemeente was afkomstig van gezellige vergaderingen van allerlei aard.
+Deze bijzondere stad is niets dan een staaltje van den algemeenen
+geest, langzamerhand opkomend in de Kerk in Engeland. De eene dominee
+gebruikt een tooverlantaarn om kracht bij te zetten aan zijn preek;
+een ander heeft een kroeg bij de inrichting van zijn Kerk; een derde
+behandelt het laatste moordenaarsschandaal; een vierde heeft een
+dienst met zang<ins class="corr" id="corr06" title="Niet in Bron.">,</ins> een zigeuner of een gewezen bokser om de
+belangstelling in het Evangelie te doen herleven. Als het zoo
+voortgaat, dan zullen weldra een schouwburg en andere vermakelijkheden
+aan de Kerk worden toegevoegd, als aantrekkingsmiddel voor de
+jongelieden en om te voorkomen, <span class="pagenum"><a id="p_43">[43]</a></span>dat de oude menschen zich gaan
+vervelen bij de godsdienstoefening.</p>
+
+<p>Misschien is het door de boosheid van 's menschen natuur, die ons er
+toe brengt op nieuwe dingen te vitten en te hunkeren naar den goeden
+ouden tijd&mdash;die niet altijd goed was in alle opzichten&mdash;maar men is
+toch niet zeer ingenomen met de nieuwe verschijnselen en in het geheel
+niet overtuigd, dat het <span xml:lang="en">candy-pull</span>stelsel in eenig opzicht een
+verbetering van het verleden is.</p>
+
+<p>Na een weinig ondervinding van aangename sprekers en spreekvertrekken
+en soupers met roomijs en landelijke partijtjes, herinnert men zich
+met vernieuwden eerbied en diepe waardeering den dominee van den
+vroegeren tijd, met zijn eenvoudige kleeding, zijn waardige houding,
+zijn gevoel van verantwoordelijkheid, zijn beschaafd voorkomen, en
+wien men het aanzag, dat hij in stilte leefde in gemeenschap met God,
+terwijl hij sprak als een overbrenger van een boodschap van den
+Eeuwige. Hij maakte misschien <span class="pagenum"><a id="p_44">[44]</a></span>niet zoo veel drukte bij het uitgaan
+van de kerk als zijn opvolger en was misschien ook niet zoo knap in de
+spelen en niet in staat om een zoo pakkende speech te houden over
+&bdquo;liefde, vrijerij en huwelijk.&rdquo; De lidmaten van zijn Gemeente hebben
+hem wellicht niet genoemd een &bdquo;schitterend man,&rdquo; en ook niet van hem
+gezegd, dat hij een &bdquo;eerste grappenmaker&rdquo; was; ook hebben zij hem niet
+zoo dikwijls op de &bdquo;thee&rdquo; gevraagd en het is zelfs toe te geven, dat
+hij bijna te vormelijk was; maar daar staat tegenover, dat zij van hem
+spraken als van &bdquo;een man Gods,&rdquo; en &bdquo;een goed man&rdquo; en dat zij om hem
+zonden bij de moeielijkheden des levens, wanneer hun geweten hen
+pijnigde. Het is mogelijk, dat zij niet zoo met hem dweepten als met
+den nieuwerwetschen man, maar zij hadden eerbied voor hem, geloofden
+in hem, wat heel wat meer beteekent.</p>
+
+<p>Men wordt ook getroffen door de verandering in de geheele omgeving van
+de godsdienstoefening en men kan verschillen van meening erover of het
+een voor- of een achteruitgang is. De <span class="pagenum"><a id="p_45">[45]</a></span>kerk onzer vaderen was noch
+goed verlicht, noch wetenschappelijk geventileerd, noch voorzien van
+met zorg bewerkte kussens en het eenige karpet, dat er was, lag op de
+treden van den preekstoel. De hedendaagsche kerk is bekoorlijk
+versierd, en schitterend van ontelbare electrische lampen.</p>
+
+<p>De dienst was in het verleden uit een muzikaal oogpunt onvolmaakt en
+over het algemeen te lang van duur. Tegenwoordig wordt de tenorzanger
+van het koor ontslagen, indien zijn stem versleten begint te lijken en
+de menschen spreken er van, hoe de lofzang is &bdquo;voorgedragen&rdquo; of
+&bdquo;geïntoneerd&rdquo;&mdash;misschien was het &bdquo;Heilig, heilig, driewerf heilig,
+almachtig Opperwezen&rdquo;&mdash;en er wordt bekend gemaakt in de kerkekamer (of
+in de spreekkamer van den predikant) dat de bespreking der Heilige
+Schrift niet langer moet duren dan vijftien minuten&mdash;tien is nog
+beter&mdash;en dat de gebeden geen inbreuk moeten maken op de muziek en dat
+de preek, onverschillig welke het onderwerp ervan zij, al was het de
+<span class="pagenum"><a id="p_46">[46]</a></span><ins class="corr" id="corr07" title="Bron: Oordeelslag">Oordeelsdag</ins>, &bdquo;belangwekkend&rdquo; moet zijn. In vroeger
+tijd noemde de Gemeente een preek &bdquo;stichtelijk&rdquo; of &bdquo;onderzoekend&rdquo; of
+&bdquo;opbouwend.&rdquo; Tegenwoordig zegt zij, dat de predikant &bdquo;in den stijl&rdquo;
+was of zij klaagt er over, dat hij &bdquo;geen kleur bekende.&rdquo;</p>
+
+<p>Er zijn ongetwijfeld veel punten, waarin de Gemeente van thans
+vooruitgegaan is bij die van vroeger, maar toch is niet alle
+verandering winst geweest, want het voornaamste bestanddeel van den
+eeredienst van het vroegere geslacht was eerbied&mdash;de menschen
+ontmoetten elkaar in tegenwoordigheid van den Eeuwige, voor Wien elk
+mensch minder is dan niets. En het voornaamste bestanddeel is
+tegenwoordig voor de kinderen van dat geslacht, die komen luisteren
+naar een koor en een knap spreker, zelfbehagen.</p>
+
+<p>Het moet toegegeven worden, dat een van de oorzaken voor de
+verandering in den geest van het gemeente-leven een reactie is van het
+individualisme en een nieuwe opvatting van het gemeenschapsbegrip der
+Christelijke Kerk. Een <span class="pagenum"><a id="p_47">[47]</a></span>godsdienstig mensch beschouwt zich zelf niet
+langer als een op zich zelf staande eenheid, afgezonderd van elk ander
+menschelijk wezen in de wereld en wiens hoofdbezigheid in het leven
+is, zijn eigen ziel te behouden. Hij heeft ervaren, dat zijn leven
+verband houdt met dat van zijn naasten en dat hij een deel uitmaakt
+van een vereeniging die zich over de geheele wereld uitstrekt; dat hij
+zijn menschheid niet moet verloochenen en dat hij, door anderen te
+behouden ook zich zelf redt. De wereld is niet langer een woestijn,
+die hij doortrekt als een pelgrim en vreemdeling, maar zijn
+geboorteplaats, waaraan hij de vervulling van een taak verschuldigd is
+en godsdienst is niet zoo zeer een ernstige toewijding aan God als wel
+een nuttig, liefderijk leven.</p>
+
+<p>Het middelpunt der gedachte is feitelijk overgebracht van de
+eeuwigheid op het tijdelijke, van de vereering van God op het dienen
+der menschen. De eerste opvatting werd belichaamd in een Puriteinsche
+bijeenkomst, waar elke tegenwoordige <span class="pagenum"><a id="p_48">[48]</a></span>in beteekenisvolle afwachting
+uitkeek naar een teeken van gunst van den Almachtige, of in de
+cathedraal, waar de menigte in stille aanbidding wegzonk bij het
+opheffen van de hostie. De andere gedachte is voelbaar in het gebouw,
+dat meer concertzaal is dan kerk, waar een aantal fatsoenlijke
+menschen in opgeruimde stemming en vol van vriendschappelijke
+gevoelens samenkomen om te trachten elkander te bewegen tot goede
+daden en om liederen te zingen. De oude vreeze des Heeren schijnt
+geheel verdwenen en met die vrees is eveneens heengegaan het gevoel
+voor het onzienlijke, wat eens de bezieling van den eeredienst
+uitmaakte.</p>
+
+<p>Godsdienst, het wordt met grooten nadruk verdedigd, moet niet alleen
+voldoen aan de behoeften der ziel, maar ook aan die van geest en
+lichaam, opdat een Christen niet buiten de Kerk gelegenheid tot
+beschaving of vermaak behoeve te zoeken. Indien hij begeerte heeft
+naar ontspanning, dan moet zijn Kerk hem de uitspanningen verschaffen,
+zoodat hij niet noodig heeft in <span class="pagenum"><a id="p_49">[49]</a></span>de wereldsche maatschappij te gaan en
+hoeveel of hoe weinig ontwikkeld zijn verstand ook moge zijn, zijn
+geestelijk tehuis moet zijn smaak voldoen. Zijn letterkundige
+vereeniging, zijn bijeenkomsten tot oefening in welsprekendheid, zijn
+gelegenheid om bezoekers te ontvangen en zijn concertzaal moeten alle
+onder één dak zijn, opdat de jonge Christen beveiligd worde tegen
+verleiding.</p>
+
+<p>Daar deze neiging tot het gezellig maken van het Gemeenteleven elk
+jaar duidelijker wordt en nieuwe uitvindingen op dat gebied
+voortdurend gedaan worden, is het vergeefsche moeite aan te dringen op
+terugkeer tot den eenvoud van het verledene, toen een Gemeente een
+vereeniging van menschen was, die samenkwamen om God te vereeren en
+Zijn wil te leeren kennen; maar het kan toch zijn nut hebben, te
+bespreken hoe in sommige opzichten een achteruitgang valt aan te
+wijzen. Want dat is zeker, indien het Gemeenteleven moet gaan voldoen
+aan allerlei andere eischen, dan moet <span class="pagenum"><a id="p_50">[50]</a></span>er een ander soort van
+predikanten komen.</p>
+
+<p>Voor deze soort van inrichting is er weinig behoefte aan een leeraar
+om een Bijbel te verklaren of aan den herder om het karakter zijner
+kudde te vormen en voorzeker zou zulk een niet worden gewaardeerd. De
+voornaamste eisch, waaraan voldaan moet worden, is dat de predikant
+zij een scherpzinnig man, met de talenten van een impressario, een
+handelsreiziger en een vendumeester in zich vereenigd, met een heel
+klein tintje van een rondreizend evangelist. Inplaats van een
+studeerkamer, welks wanden bedekt zijn met boeken van ernstige
+godgeleerdheid en klassieke letterkunde, geve men hem een kantoor met
+een loketkastje voor zijn programma's en eindelooze briefwisseling;
+kasten voor dikke boeken met uitknipsels uit dagbladen en verslagen
+van andere genootschappen; een altijd tjingelende telefoon en een
+verzameling van handboeken, als: &bdquo;Hoe men een preek maakt in een half
+uur&rdquo;, of &bdquo;Een duizendtal treffende anecdoten van het zendingsveld&rdquo;.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_51">[51]</a></span></p>
+
+<p>Hier zit een vlugge, levendige, vindingrijke directeur, met zijn
+snelschrijfster aan een hoektafeltje, een dik boek opslaande om te
+zien aan wie het eerstkomende bezoek moet gebracht worden, en een
+ander boek doorsnuffelende naar bijzonderheden omtrent gezinnen of een
+haastig onderzoek instellende in aan een lias geregen voordrachten van
+bekende sprekers over eenig onderwerp, dat dienen kan voor den
+volgenden Zondag. Van den morgen tot den avond tobt hij zich af met
+telephoneeren, telegrafeeren, dicteeren, bij elkaar zoeken,
+rondvliegen, hier een gezelligen avond, daar een &bdquo;schitterende
+bijeenkomst&rdquo; te leiden, &bdquo;speechen&rdquo; af te steken, menschen te
+ontvangen&mdash;hij is een onvermoeid, handig, volhardend man. Niemand kan
+nalaten zijn veelzijdigheid te bewonderen of de eerlijkheid van zijn
+bedoeling te erkennen; maar als hij nu inderdaad het type is van den
+dominee der toekomst, dan zal hij een beter mensch terzijde schuiven
+en uitsluiten.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_52">[52]</a></span></p>
+
+<p>Er zijn menschen, die alle geëischte talenten van geleerdheid
+bezitten en aan wier inzicht, toewijding en liefde niets ontbreekt,
+maar die toch ten eenemale ongeschikt zijn om een kerk te &bdquo;drijven&rdquo;
+naar de hedendaagsche manieren. Zij zouden een ziel in geestelijk
+gevaar kunnen leiden, maar zij hebben geen talent om jonge lieden te
+vermaken; zij kunnen het Eeuwig Evangelie van de Goddelijke Offerande
+verklaren, maar zij hebben geen handigheid in het behandelen eener
+machine; zij kunnen de beginselen der gerechtigheid uitleggen, maar
+zij weigeren zich te bemoeien met een onlangs plaats gehad hebbende
+werkstaking van motorbestuurders.</p>
+
+<p>Wat het voordeel betreft, door die nieuwigheden gebracht, is het de
+vraag of het gezellig maken van de kerk haar geloof en leven
+aantrekkelijk zullen maken? Als er een wedstrijd zou komen tusschen de
+vermaken van de kerk (of haar feesten) en de vermakelijkheden der
+wereld (en haar feesten,) is er dan één verstandig <span class="pagenum"><a id="p_53">[53]</a></span>mensch, die
+gelooft, dat de kerk zou winnen? Gelijk aan Caesar biedt de wereld
+haar prachtige schouwspelen aan; de Kerk, als Christus, biedt het
+overwinnend Kruis.</p>
+
+<p>Waarom zou de Kerk haar verheven standpunt verlaten en nederdalen in
+het worstelperk, waar zij beschaamd zal worden? Komen de menschen ter
+kerk voor nietige vermaken, alleen geschikt voor kinderen of om te
+voldoen aan de behoeften hunner ziel en ter bevestiging van hun
+geloof? Zou ooit het Christendom een begin van bestaan gehad hebben,
+indien de Apostelen &bdquo;aangename preekers&rdquo; geweest waren en
+&bdquo;schitterende mannen&rdquo;, wanneer zij zich hadden ingelaten met
+&bdquo;gezellige bijeenkomsten&rdquo; en &bdquo;bazars&rdquo; of &bdquo;speeches!&rdquo; De Kerk
+zegevierde door hun geloof, hun heiligheid, hun moed en door deze
+verheven deugden moet zij in deze eeuw ook staande blijven. Zij is de
+getuige der onsterfelijkheid, het geestelijk tehuis van zielen, de
+dienaresse der armen, de beschermster van wie verlaten zijn; en als
+zij afdaalt <span class="pagenum"><a id="p_54">[54]</a></span>tot een plaats van tweede-rangs-vermakelijkheid, dan ware
+het beter dat haar geschiedenis eindigde, want zonder haar geestelijke
+vizioenen en ernstige idealen is de Kerk niet waard in stand te worden
+gehouden.</p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_55">[55]</a></span></p>
+
+<h2><a id="IV"></a>IV.</h2>
+
+<h3>DE OPROERMAKER IN DE KERK.</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Om een wereld te maken heeft men alle soorten van menschen noodig, en
+bijna even veel worden er vereischt tot het vormen van een kerkelijke
+Gemeente; maar dat er ook een oproermaker in komt is niet noodig voor
+de gemeentelijke volledigheid. Onder een oproerling verstaat men een
+persoon, dien men gemakkelijk kan herkennen en onder wiens bemoeiingen
+de meeste Gemeenten van tijd tot tijd geleden hebben. Men moet hem
+niet verwarren met een Christen van den ouderwetschen stempel, die bij
+zekere gelegenheid in de war is gebracht door een preek over &bdquo;Gods
+Vaderschap&rdquo; en dan <span class="pagenum"><a id="p_56">[56]</a></span>in de studeerkamer van den dominee komt om te
+verklaren, dat hij altijd geloofd heeft, dat God een rechter was. Deze
+man is volmaakt eerlijk en behoort behandeld te worden met alle
+welwillendheid, omdat hij eenvoudig getrouw is aan zijn overgeërfd
+geloof en toch wel gaarne het nieuwe Evangelie zou opnemen. Laat hem
+een warm hoekje hebben in de kamer, en een gemakkelijken stoel en geef
+hem alle gelegenheid om zooveel teksten aan te halen, als hij wenscht
+en luister bescheiden naar hem tot middernacht toe. Hij is vatbaar
+voor overtuiging en zelfs, indien hij u verlaat zonder overtuigd te
+zijn, zal hij toch de Gemeente niet in vuur en vlam gaan zetten. Hij
+zal dat niet doen; integendeel zal hij overal gaan verklaren, dat de
+dominee een eerlijke studie van den Bijbel maakt en een geduldig
+herder is en dat het een voorrecht is bij hem te kerk te gaan als
+zelfstandig, verantwoordelijk man.</p>
+
+<p>Ook moet die naam niet gegeven worden aan een van die rustelooze
+menschen, die altijd ergens <span class="pagenum"><a id="p_57">[57]</a></span>een fout ontdekken en die elkeen vervelen
+met hun onverwachte plannen. De eene week schrijft zoo iemand, dat een
+vrouw werd weggezonden bij gelegenheid van den bidstond der Kerk,
+omdat de zaal vol was&mdash;de dominee vindt dat altijd verblijdend en zou
+de mytische persoon wel gaarne eens in levenden lijve zien&mdash;en hij
+oppert het plan om voortaan den weekdienst te houden in de Kerk. Hij
+kent honderd menschen, die zouden willen komen&mdash;en dit verblijdt den
+dominee ook zeer, omdat de goede man zelf bijna nooit tegenwoordig is.
+Een volgende week verneemt deze man van een of ander geheimzinnig
+persoon, dat deze kou heeft gevat door den tocht uit een van de ramen
+en onze vriend schrijft zestien bladzijden om te pleiten voor
+gordijnen, die zelfs de St. Pieterskerk afzichtelijk en zeker de
+godsdienstoefening onmogelijk zouden maken voor ieder, die eerbied
+voor zich zelf heeft. Een maand later is diezelfde man overtuigd, dat
+de heele Gemeente als los zand aan elkaar hangt en dat een band
+behoorde gelegd te worden door <span class="pagenum"><a id="p_58">[58]</a></span>een algemeen bezoek van de zijde der
+ambtsdragers, waarvoor hij wel zoo goed is een plan te schetsen; en
+elke nieuwe week openbaart hij een nieuw plan in een langen brief,
+totdat zijn broeders zoover gebracht worden, dat zij harde woorden
+zeggen over zijn bedilzucht.</p>
+
+<p>Zijn broederen behoorden echter liever hun ziel in lijdzaamheid te
+bezitten en den waardigen man vriendelijk te behandelen, want er is
+geen grein boosheid in hem en ook is er geen goedhartiger mensch in de
+heele Gemeente. Hij zal al heel in zijn schik zijn, als hij een
+beleefd antwoord ontvangt en ik zou voor zulke gelegenheden dezen vorm
+aanraden:</p>
+
+<p style="text-indent: 3em; margin-top: 1em;"><ins class="corr" id="corr08" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins><i>Waarde Heer <span xml:lang="en">Jump</span></i>,</p>
+
+<p>Ik heb uw belangrijken brief ontvangen en nam goede nota van uw
+voorstel omtrent de gordijnen. De zaak is er een, die veel overweging
+eischt en ik haast mij u te verzekeren, dat het zeer aanmoedigend is
+voor den dominee en de overige ambtsdragers van de Kerk te zien, dat
+<span class="pagenum"><a id="p_59">[59]</a></span>het welzijn van onze Kerk in elk opzicht u zoo zeer ter harte gaat.
+Geloof mij, met de meest vriendelijke gevoelens</p>
+
+<p class="floatright center ri1">&bdquo;Den Uwe<br />
+&bdquo;JOB HOUVAST, predikant.&rdquo;</p>
+
+<p class="clear">Mijnheer <span xml:lang="en">Jump</span> zal zeer tevreden zijn met dezen brief en zal binnen
+vierentwintig uur vergeten hebben, dat hij ooit een voorstel deed over
+gordijnen. Het is de moeite waard voor een Gemeente om, laat ons
+zeggen één <span xml:lang="en">Jump</span> aan zich te verbinden om gebreken aan te wijzen en de
+zaken aan den gang te houden. Twee <span xml:lang="en">Jump</span>s zouden misschien te veel zijn
+voor de Gemeente en men kan den tweeden beter voor wat anders
+gebruiken.</p>
+
+<p>Er is een andere persoon, die ook niet beschouwd moet worden als een
+oproermaker, ofschoon hij een echte dwarsdrijver is en veel nadeel kan
+berokkenen. Het is de man, die vatbaar is om zich beleedigd te
+gevoelen en die er zich aan stoot, zoo als hij zegt, wanneer iemand
+hem aan de kerkdeur voorbij loopt zonder spreken <span class="pagenum"><a id="p_60">[60]</a></span>of &bdquo;iets van hem
+zegt&rdquo;&mdash;hij weet niet wat,&mdash;achter zijn rug, of wanneer een ander zich
+verzet tegen een plan, dat hij voorstelde of weigert iets te doen, wat
+hij vraagt. Nadat hij zijn vrouw gekweld heeft met de zaak, en zich
+zelf de koorts op den hals heeft gehaald tengevolge van gekwetste
+ijdelheid, geeft hij iedereen te verstaan, dat hij een grief heeft en
+neemt hij een martelaarsvoorkomen aan. Als een vormelijk protest
+blijft hij zelfs misschien wel twee Zondagen uit de kerk weg en dan
+wordt hij weer boos, omdat niemand bij hem komt om naar de reden te
+vragen. Natuurlijk is hij zeer vervelend, maar overigens is er geene
+boosaardigheid in den man en hij behoort zachtmoedig behandeld te
+worden. Het is meer zijn ongeluk dan zijn fout, dat hij geen opperhuid
+heeft en geheel onbeschut is tegen de wrijving des levens. Een zachte
+aanraking en een mild gebruik van geestelijke zalf zal zijn wonden&mdash;of
+liever zijn schrammen&mdash;genezen.</p>
+
+<p>De oproerling is van een ander deeg en is een <span class="pagenum"><a id="p_61">[61]</a></span>stevig gebouwd
+ongeloovige, die, zoodra de gelegenheid zich voordoet en op elk, dien
+hij bereiken kan, zijn krachtige vuist zal doen neerkomen. Zijn eenige
+begeerte is leed te doen en hoe meer pijn hij veroorzaakt, hoe beter
+hij in zijn schik is. Hij schrijft beleedigende brieven aan den
+dominee, hem beschuldigende van alle mogelijke zonden, van ketterij
+tot leugen toe. Hij begint een openbaar twistgeschrijf over de zaken
+der Gemeente in elk nieuwsblad, dat dwaas genoeg is zijn brieven op te
+nemen. Hij valt de verstandigste voorstellen aan van de ambtsdragers
+en beticht hen van de afschuwelijkste drijfveeren. Hij trekt de
+Gemeente door als een brandstichter en zet elk ontvlambaar persoon in
+vuur. Wanneer hij in zijn glorie is, dreigt hij met aanklachten bij de
+kerkelijke hoven of bij de burgerlijke rechtbank; en ofschoon hij
+nooit de bedreigingen uitvoert, daar hij even lafhartig als
+schreeuwerig is, doet hij toch de voorbereidende stappen, die
+aanleiding geven tot praatjes en kwaad gerucht.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_62">[62]</a></span></p>
+
+<p>Het behoort ook tot zijn rol om den schijn aan te nemen van groote
+oprechtheid en eerlijkheid, een man te zijn van onbuigzame
+rechtschapenheid en geestelijke bedoelingen. Wat hij doet, doet hij
+altijd om des gewetens wille en met klankvolle welsprekendheid plaatst
+hij altijd zich zelf en zijn tegenstanders voor de vierschaar der
+eeuwige gerechtigheid. Hij is zoo groot en zoo schreeuwerig en de
+eenvoudige menschen zijn zoo liefderijk en zoo gemakkelijk te
+overbluffen, dat zij vaak dezen man houden voor den persoon, waarvoor
+hij zich uitgeeft en hem zijn zin geven.</p>
+
+<p>Feitelijk is hij niets anders dan een uitermate groot bedrieger in elk
+opzicht en hij verdient geen genade te ontvangen. Noch zijn meeningen,
+noch zijn gevoelens, noch zijn klachten, noch zijn bedreigingen moeten
+één oogenblik in overweging genomen worden. Zijn eerste uitdaging moet
+worden aangenomen als een oorlogsverklaring en dan moet de oorlog
+gevoerd worden liefst zonder kwartier te geven; en het <span class="pagenum"><a id="p_63">[63]</a></span>is opmerkelijk
+in hoe korten tijd deze struikroover tot bezinning kan gebracht worden
+en tot lafhartige onderwerping.</p>
+
+<p>Mocht hij zich ergens in een Gemeente genesteld hebben en begonnen
+zijn van zijn aard te doen blijken, dan is de wijste partij hem te
+verzoeken heen te gaan. Het is niet gebruikelijk, dat men aan een
+kerklid vraagt die Kerk te verlaten en zeer ongewoon, wanneer het
+toevallig een man van beteekenis en stand is, zooals deze knaap
+dikwijls schijnt; maar Gemeenten zijn in den regel al te bezorgd om
+ieder te behouden en begrijpen veel te laat, dat de afwezigheid van
+eenigen veel voordeeliger is dan hun tegenwoordigheid. Hun
+aanwezigheid beteekent eenvoudig twist en zielskwelling, hun
+afwezigheid vrede en voorspoed; hun tegenwoordigheid verdrijft rustige
+menschen, terwijl, als zij wegblijven, men verlost is van een
+struikelblok.</p>
+
+<p>Mocht hij vragen toegelaten te worden tot een Kerk, waar zijn karakter
+bekend is, dan behoort hij bedaardweg geweigerd te worden. <span class="pagenum"><a id="p_64">[64]</a></span>Waarom zou
+eenig predikant, als hij er iets aan doen kan, een man opnemen, die
+het hart van een anderen dominee half gebroken heeft? Waarom zou een
+Gemeente woning geven aan een man, die de zaken van een andere
+Gemeente in de war gestuurd heeft? Er is veel kans op, dat hij precies
+doet als de legers, die na één land opgegeten te hebben naar een ander
+trekken om dat te gaan verwoesten. Als er eenige kracht is in de
+Gemeente, waar hij toegang vraagt, laat dan de deur hem voor den neus
+worden dichtgeworpen en misschien wordt hij verstandig, als hij zonder
+Kerk rondzwerft.</p>
+
+<p>Mocht iemand zeggen, dat wij den muiteling onvriendelijk en
+onchristelijk behandelen, dan wordt hij te ver gevoerd door een
+overmaat van liefde en let hij niet op de feiten. Wie vriendelijk
+handelt met een oproerling is wreed voor den dominee en de Gemeente.
+Al staat hij geheel alleen, er is geen eind aan de ellende, die zulk
+een man kan teweegbrengen. In ieder geval zal hij den predikant
+ernstig schokken en <span class="pagenum"><a id="p_65">[65]</a></span>dat op wijzen en langs wegen, die de Gemeente
+nauwelijks kan bevroeden. Geen predikant, die dien naam waard is,
+schrijft zijn preeken zonder eenig verband met zijn Gemeente, alsof
+hij op een andere planeet leefde en alleen maar rekening hield met
+afgetrokken denkbeelden. Wanneer hij aan zijn schrijftafel zit, dan
+staat hij als op den preekstoel en de Gemeente zit voor hem; hij
+spreekt tot de menschen en zij antwoorden; hij ziet het eene hoofd
+opgeheven en het andere ter neder gebogen; den een ziet hij ter neder
+geslagen en een ander opgebeurd, tot dat zijn studieboeken verdwijnen
+en de kamer vervuld is van menschelijk gevoel. In deze atmosfeer maakt
+de dominee zijn beste werk en vervult hij het meest zijn roeping.
+Veronderstel nu, dat aan het hoofd van een bank&mdash;en daar is hij
+altijd, de muiteling, op een goed uitkomende plaats&mdash;zulk een
+oproerling zit, strijdzuchtig, onbeschaamd en wantrouwend: zal hij
+niet zijn invloed op de preek uitoefenen?</p>
+
+<p>Ongetwijfeld zijn er menschen, die zooveel <span class="pagenum"><a id="p_66">[66]</a></span>verstandelijke
+zelfbeheersching bezitten en zoo totaal onverschillig zijn voor
+omstandigheden, dat zij kunnen nalaten op hem te letten en zijn
+bestaan vergeten. Dit zijn mannen van den hoogsten rang en men kan
+niet verwachten, dat zij talrijk zijn onder de predikanten noch in
+eenigen anderen stand. Voor hen bestaan er geen regels en ook geen
+hinderpaal; zij zijn onverstoorbaar en onweerstaanbaar. Op gewone
+menschen oefent de oproerling een verbitterenden en ontstemmenden
+invloed uit, zoodat een prediker, bewust of onbewust, altijd rekening
+met hem houdt en de volgorde van de punten der preek wordt tot op
+zekere hoogte geregeld door het bestaan van dien man. Als de dominee
+een vriendelijk en vreesachtig man is, dan kan het gebeuren, dat hij
+al te zorgvuldig is en dingen verzwijgt, die hij behoorde te zeggen
+uit vrees van te beleedigen. In plaats dat de preek recht op haar doel
+afgaat en haar bestemming bereikt met zoo weinig mogelijk verlies van
+tijd en ruimte, wordt zij vreesachtig en nederig van stijl. De
+prediker <span class="pagenum"><a id="p_67">[67]</a></span>maakt allerlei noodelooze omschrijvingen om toch maar niet
+gegrepen te worden door zijn vitter of hij maakt voortdurend allerlei
+voorbehoud uit vrees aanstoot te geven aan dezen machtigen man. De
+menschen zullen een vaag gevoel krijgen van zwakte, maar zij kunnen de
+oorzaak ervan niet gissen.</p>
+
+<p>Veronderstel, daarentegen, dat de predikant een sterk en beslist man
+is, maar niet behoort tot de geestelijk zeer hoogstaanden van ruimer
+opvatting, dan beroert de oproerling hem op eene andere wijze. Zoodra
+de predikant begint te spreken, zet hij zich ertoe dezen man onder
+handen te nemen en hem tot bezinning te brengen. Diens karakter en
+daden worden omschreven, veroordeeld; de prediker bespot en bedreigt
+hem. De oordeelen der Heilige Schrift worden hem naar het hoofd
+geworpen; hare bevelen worden hem als een last op den rug gelegd; hij
+wordt buiten gesloten van de uitnoodigingen van het Evangelie en hij
+wordt voorgesteld als sprekend te gelijken op alle slechtaards uit de
+<span class="pagenum"><a id="p_68">[68]</a></span>Bijbelsche Geschiedenis. Iemand, die de toespeling begrijpt, zal
+meenen, dat deze man hard behandeld is; maar wie iets verder in het
+geval doordringt, zal inzien, dat de dominee slachtoffer is. De
+prediker is bitter en wraakzuchtig geworden; de preek heeft
+bevalligheid en teederheid verloren; en ik weet niet, wat erger is:
+een prediker zonder grootmoedigheid of een preek zonder adel. Neem
+dien man weg van zijn plaats in de kerk en de dominee zal er zich toe
+zetten om vromen en zondaars toe te spreken in de liefde Gods.</p>
+
+<p>De oproerling doet zich ook kennen door het belemmeren van de
+werkzaamheid der Kerk, zoowel in arbeid als in liefdegaven.</p>
+
+<p>Mocht hij bijvoorbeeld een plaats bekleeden in de Zondagsschool, dan
+zal hij twist maken niet het hoofd ervan en met elk der andere
+onderwijzers om beurten, totdat hij heel alleen staat voor de school
+en dan begint hij te jammeren over het gemis van Christelijke
+offervaardigheid. Als hij wordt aangesteld tot penningmeester van een
+fonds, in de gedachte, dat hij daardoor iets <span class="pagenum"><a id="p_69">[69]</a></span>te doen zal hebben, dan
+zal om zijn persoon niemand meer iets willen geven eraan; en als hij
+geen penningmeester is, zal hij overal gaan vertellen, dat het fonds
+meer kwaad doet dan goed en dat zij, die het goed meenen met de Kerk,
+niet eraan moeten bijdragen.</p>
+
+<p>Boven en behalve al deze onheilen, die hij te weeg brengt, vergiftigt
+hij het kerkelijk leven zoodanig, dat het in plaats van tot zegen en
+eendracht te voeren, slechts bitterheid en krakeel kweekt. Als er een
+twist is in de Kerk, dan zal deze man hem opblazen tot een ruzie; en
+als het mogelijk is twee menschen tegen elkaar op te zetten, zal hij
+het zeker doen. Als er een eerlijk meeningsverschil is, draagt hij
+zorg, dat een veete ontstaat en als er een nieuw voorstel te berde
+gebracht wordt, dan verbittert hij de bespreking ervan.</p>
+
+<p>Wellicht is de beste handelwijze tegenover zoo'n man hem niet uit te
+schelden of tegen hem te razen, maar hem alleen te laten staan. Even
+als de natuur soms een ettergezwel vormt en het met de een of andere
+stof zoodanig <span class="pagenum"><a id="p_70">[70]</a></span>omgeeft, dat het afgescheiden wordt van het lichaam,
+zoo moet die man ingesloten worden in een plaats voor hem alleen.</p>
+
+<p>Mocht hij een aanmerking maken op kerkelijke zaken, laat dan een ander
+antwoorden met een opmerking over het weer; als hij begint te vitten
+op een preek, laat dan iemand hem beklagen over zijn slechte
+spijsvertering. Als hij opstaat om te spreken in een kerkvergadering,
+laat de stilte dan voelbaar zijn en laat de voorzitter dadelijk, als
+hij uitgesproken heeft, tot het volgende punt van bespreking overgaan,
+alsof er niets gezegd was. Als men er niet buiten kan hem toe te
+spreken, dan is de beste manier hem te behandelen als een
+onmogelijkheid en hem te omringen met een net van belachelijkheid,
+want daardoor geeft men veel onschuldig vermaak aan andere menschen en
+men treft hem in zijn eenige zwakke punt. Zoo verlaten of uitgelachen,
+zal hij naar een andere Kerk gaan en dan&mdash;dan zinge de verloste
+Gemeente een <span xml:lang="la">Te Deum</span>!</p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_71">[71]</a></span></p>
+
+<h2><a id="V"></a>V.</h2>
+
+<h3>BEJAARDE PREDIKANTEN.</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Te een of ander tijd, en misschien heel plotseling, komt een Gemeente
+tot inzicht van het feit, dat een zekere wederwaardigheid den dominee
+heeft getroffen, die zijn kracht van dag tot dag sloopt en misschien
+zijn leven zoowel als dat van de Gemeente met den ondergang bedreigt.
+Het heeft niets te maken met zijn karakter, want hij is werkelijk een
+veel heiliger man en misschien ook een veel wijzer man dan hij vóór
+twintig jaren was en stellig begaat hij minder vergissingen in woord
+en daad dan in de dagen zijner jeugd. Ook staat het niet in verband
+met zijn herderlijken arbeid&mdash;want <span class="pagenum"><a id="p_72">[72]</a></span>hij is meer dan ooit de raadgever
+en vriend der menschen, die tot hen spreekt met rijker levenservaring
+en grooter liefde. Het zou ook niet geheel juist zijn te zeggen, dat
+zijn preeken aanstoot geven, want die zijn waarschijnlijk even
+degelijk en nuttig als vroeger. Inderdaad, hij zegt dezelfde dingen,
+die hij placht te zeggen tot groote voldoening en op dezelfde wijze
+als hij gewoon was ze te zeggen... lang geleden.</p>
+
+<p>Er hapert niets aan hem, tenzij dan dat hij niet meer zoo vlug loopt
+als eertijds, dat hij wat langzamer spreekt en dat hij de vorige week
+een sterker bril moest aanschaffen, dat hij niet altijd hoort, wat men
+tot hem zegt, dat zijn haar van grijs tot wit overgaat, dat hij
+vermoeid wordt bij het beklimmen van een heuvel. Er is met hem
+gebeurd, wat er met alle andere menschen gebeurt: hij wordt oud.</p>
+
+<p>Zoodra de Gemeente dat feit merkt&mdash;en het kan soms jaren duren, eer
+men het ziet&mdash;beginnen de bestuurders der Gemeente zich minder op hun
+gemak te gevoelen. Ouderdom <span class="pagenum"><a id="p_73">[73]</a></span>heeft zijn voordeelen in de Bediening des
+Woords, maar hij heeft ook zijn duidelijk merkbare nadeelen en wanneer
+men de balans opmaakt, heeft de Gemeente misschien gelijk in de
+meening, dat zij aan den verliezenden kant is en niet aan den
+winnenden onder de Bediening van een oud man. Eén zaak is zeker&mdash;en
+dat is een zeer ernstige zaak&mdash;een dominee wordt op een zekeren
+leeftijd bijna ontoegankelijk voor nieuwe denkbeelden. Natuurlijk
+verschilt die leeftijd voor onderscheiden mannen en het is gevaarlijk
+ook maar een gissing te wagen, daar de lezer altijd wel de een of
+andere uitzondering zal weten. Er zijn menschen, die na hun dertigste
+jaar geen <ins class="corr" id="corr09" title="Bron: nieuwen">nieuwe</ins> gedachten toelaten tot hen door te
+dringen&mdash;mannen van hopelooze stompzinnigheid, die al hun levensdagen
+een nachtmerrie voor hun Gemeente zijn; en er zijn mannen, wier geest
+op hun tachtigste jaar nog open staat voor de nieuwste ideeën&mdash;mannen
+van buitengemeene verstandelijke frischheid en levendigheid.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_74">[74]</a></span></p>
+
+<p>Voor den middelmatigen mensch komt er een tijd, dat zijn geest vast
+wordt en dat zijn meeningen totaal onveranderlijk blijven. Wellicht
+neemt hij geen aanstoot aan de ontdekkingen der jongeren; maar zich
+ermee vereenzelvigen doet hij zeker niet. Hij zal zich misschien niet
+verzetten tegen nieuwe wijzen van optreden maar ze aannemen zal hij
+stellig niet. Zijn prediking kan juist zoo goed zijn als zij vroeger
+was, omdat zij dezelfde is, zonder eenige toevoeging of nieuwe
+gedachte; maar zij kan wellicht verkeerd zijn, vergelijkenderwijs
+sprekend, omdat er eigenlijk nieuwe stof in wezen moest en dat zij ook
+meer verband moest houden met den tijd, waarin wij leven.</p>
+
+<p>De middelbare leeftijd is geneigd eenig wantrouwen te koesteren tegen
+het opkomend geslacht en een zekere jaloerschheid te gevoelen van zijn
+standpunt, zoodat de man van middelbaren leeftijd soms vervalt tot
+vitlust en kwaaddenkendheid. Hij wordt langzamerhand een rem aan het
+rijtuig en hoewel de rem een <span class="pagenum"><a id="p_75">[75]</a></span>nuttig ding is in zekere omstandigheden,
+is zij toch niet geschikt om in de plaats van paarden gebruikt te
+worden.</p>
+
+<p>Wanneer een predikant geplaatst is in een stad, dan is het een
+ernstige vraag of hij, na de zestig eenigen tijd achter den rug te
+hebben, nog wel in staat is zijn werk naar behooren te verrichten. De
+menigte bijkomende werkzaamheden in een stedelijke parochie, het
+drukke leven, de groote inspanning van den geest en de zware
+verantwoordelijkheid eischen een man in den bloei des levens, met een
+vlug begrip en een sterk lichaam. Zooals de toestand nu is, zou het
+heel goed zijn, indien mannen na twintig jaren dienst in een stad zich
+terugtrokken en een rustiger arbeidsveld zochten in een landelijke
+Gemeente. Zij zouden, als het ware, geplaatst kunnen worden op de
+lijst der half gepensionneerden.</p>
+
+<p>Daarenboven is het niet te ontkennen, dat de man van middelbaren
+leeftijd door geheel en al afscheid te nemen voor zich zelf van de
+jeugd, ook in veel opzichten ophoudt in verbinding te <span class="pagenum"><a id="p_76">[76]</a></span>staan met jonge
+menschen. Zij mogen eerbied voor hem gevoelen en hij moge belang in
+hen stellen, zij hebben niet meer een gemeenschappelijke wijze van
+zich uit te drukken en koesteren verschillende sympathieën.</p>
+
+<p>Zij zijn geneigd hem te beschouwen als een &bdquo;stoffel&rdquo; (en als man van
+middelbaren leeftijd, meen ik, dat wij inderdaad wat onnoozel worden),
+terwijl hij hen allicht wat &bdquo;wuft&rdquo; vindt. Er zijn weinig menschen, die
+de gaping tusschen twee geslachten kunnen overbruggen en even goed
+kunnen omgaan met de jongen als met de ouden en de moeielijkheid wordt
+eer grooter dan kleiner. En dit alles is het nadeelig gevolg van het
+oud worden of zelfs maar het overschrijden van den middelbaren
+leeftijd.</p>
+
+<p>Wat moet er dan gedaan worden met dien ongelukkigen man? De
+moeielijkheid wordt zoo klemmend gevoeld, dat een voornaam godgeleerde
+van onzen tijd&mdash;die nu overleden is&mdash;voorstelde, dat een dominee,
+zoodra hij den bloeitijd des levens was gepasseerd, ergens zou heen
+<span class="pagenum"><a id="p_77">[77]</a></span>gebracht (ik vermoed naar de een of andere overdekte plaats) en daar
+doodgeschoten worden. Zijn meening was, dat rustende geestelijken op
+dezelfde wijze zouden behandeld worden als versleten paarden. Het is
+altijd gevaarlijk geweest ironisch te spreken in Engeland sedert den
+tijd van <span xml:lang="en">Swift</span>, want ofschoon het Engelsche volk elke andere deugd van
+de wereld bezit, het heeft zeker geen vlug begrip voor humor en ik ben
+er niet zeker van, dat er niet menschen waren, die geloofden, dat dit
+barbaarsche voorstel ernstig gemeend was. Voorzeker sprak hij in den
+geest van eenige ondankbare armzalige Gemeenten, voor wie het een
+heele opluchting zou wezen van een ouden dienaar af te komen op de
+snelste en goedkoopste manier. Misschien zou het ook een
+vriendendienst zijn aan den dominee, wanneer deze bemerkt dat hij een
+sta-in-den-weg wordt voor hen, die hij liefheeft en die hem eens
+liefhadden, wanneer men hem op de een of andere manier den genadeslag
+gaf; maar daar zijn wetten, die deze krachtige methode <span class="pagenum"><a id="p_78">[78]</a></span>van wegzending
+verhinderen en men moet het denkbeeld van een slachtplaats voor
+geestelijken opgeven.</p>
+
+<p>Men heeft dan vier manieren van handelen met dezen ongelukkigen man,
+die, indien hij eenig gevoel van gepastheid had gehad, fatsoenlijk zou
+gestorven zijn na een kortstondige en hartroerende ziekte in den
+leeftijd van zestig jaar en de eerste manier is, dat de Gemeente niets
+doet en hem zijn leven laat eindigen op den preekstoel. Naar alle
+waarschijnlijkheid placht hij, ongeveer dertig zijnde, te zeggen, dat
+hij nimmer dominee zou blijven na het geel worden zijner bladeren; dat
+hij er zich over verwonderde, hoe oude menschen niet konden zien, dat
+hun tijd voorbij was en dat zij beter zouden doen kool te gaan planten
+in een dorpstuintje. Toen hij deze brave dingen zei, stond hij aan den
+anderen kant van de heg, en nu, nu hij tweemaal zoo oud is, heeft hij
+een heel anderen kijk op de dingen. Hij verklaart, dat hij zich nooit
+in zijn leven jonger gevoeld heeft dan <span class="pagenum"><a id="p_79">[79]</a></span>thans en nooit geschikter om
+te preeken. Bij gelegenheid wordt hij heldhaftig en verklaart, dat,
+zoolang hij de preekstoeltrappen kan opklauteren, hij zal voortgaan en
+dat hij zal sterven in het harnas.</p>
+
+<p>Dwaze menschen (meestal oude dames) zullen hem wijsmaken, dat hij
+nooit zoo gepreekt heeft als den vorigen Zondag en hij zal het oor
+leenen aan dezen kleinen kring van bewonderaars en weigeren raad aan
+te nemen van verstandige menschen, die zijn welzijn op het oog hebben
+en die het plan opperen, dat hij vrijwillig een ambt zal nederleggen,
+dat hij zoo eervol vervuld heeft. Zoo zal het er toe komen, dat Kerk
+en stad een van de droevigste treurspelen zullen aanschouwen: een man
+bezig de Gemeente te verstrooien, die hij eens vergaderd heeft en zijn
+goeden naam weg te werpen, dien hij eens won.</p>
+
+<p>Of de Gemeente kan misschien zich verstouten en er op staan dat de
+waardige oude heer een medewerker, een collega neemt. &bdquo;Wij zouden
+<span class="pagenum"><a id="p_80">[80]</a></span>niet gaarne uwe diensten missen,&rdquo; zoo spreekt de een of andere sluwe
+diplomaat, die weet, dat de dominee, om niet te spreken van diens
+vrouw, hem voortdurend met wantrouwende blikken gadeslaat. &bdquo;Wij
+wenschen alleen u te ontlasten van het zwaarste gedeelte van uwen
+arbeid. Zou het niet goed wezen, dat wij een sterken, jongen man
+aanstelden, die de catechisaties op zich nam en al het bijkomstige
+werk en die één keer per dag zou preeken om u vermoeienis te besparen
+en u gelegenheid te geven van tijd tot tijd eens vacantie te nemen?
+Gij zijt wel goed geweest, dat ge geen hulp voor de prediking gevraagd
+hebt, maar de Gemeente voelt, dat het niet meer dan plicht is u
+blijvende hulp te geven. Daarenboven,&rdquo; en nu verzwakt de afgezant en
+voelt, dat de domineesvrouw hem met verachting aanziet als een ontdekt
+bedrieger en een verbazend leugenaar, &bdquo;het zou zoo goed zijn voor een
+jong man het voordeel te hebben uw prediking te hooren en uw
+raadgevingen in te winnen.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_81">[81]</a></span></p>
+
+<p>Zeer waarschijnlijk zal de oude heer, na een samenspreking met zijn
+vrouw en haar vriendinnen, weigeren iets te maken te hebben met een
+collega; hij zal verklaren, dat hij een dergelijken maatregel zal
+voorstellen, zoodra hij dien werkelijk noodig acht, en erbij voegen,
+dat er niets akeliger is voor een jongen man dan zijn tijd door te
+brengen met niets te doen. Misschien zal hij nog erbij zeggen, en met
+diep leedwezen zeggen, dat eenige invloedrijke lidmaten van de
+Gemeente hem verzekerd hebben, dat de inmenging van een collega al het
+werk zou vernietigen, dat hij heeft opgebouwd en oorzaak van scheuring
+zou wezen.</p>
+
+<p>Mocht echter de dominee er in toestemmen een collega te hebben, dan
+zullen de gevolgen in negen van de tien gevallen bedroevend zijn. Een
+van beiden, of de oude man zal zoo heerschen over zijn jongeren
+broeder, dat de laatste geen kans zal hebben zelfstandigheid te
+ontwikkelen en ooit tot volmaking te komen, of de jonge man zal zich
+tegen den ouden inzetten en gesteund door <span class="pagenum"><a id="p_82">[82]</a></span>de jongere lidmaten den
+ouden dominee uit de Kerk drijven. Het was inderdaad een onverstandige
+en onnatuurlijke positie, dat twee mannen gelijke macht zouden
+bezitten en dat wordt er te erger op, naarmate beiden meer afhankelijk
+zijn van de openbare meening. Heeft men er ooit van gehoord, dat er
+twee kapiteins op hetzelfde schip waren, twee opperbevelhebbers van
+één leger of zelfs twee machinisten bij één machine? En toch komt het
+voor, dat verstandige menschen voorstellen, niet dat een dominee een
+hulpprediker zal nemen, maar een collega om met hem gelijk te staan in
+macht en verantwoordelijkheid.</p>
+
+<p>Natuurlijk kan een Gemeente het den man, die haar gediend heeft
+gedurende de beste jaren van zijn leven, zoo zuur maken, dat hij geen
+keus heeft en blij is te kunnen heengaan, zelfs al staan eenzaamheid
+en armoede voor de deur. Wanneer een Gemeente dien weg inslaat om den
+band te verbreken, dan begint men te wanhopen aan het Christendom. De
+laaghartigste <span class="pagenum"><a id="p_83">[83]</a></span>koopman, die op een cent dood blijft, zou een ouden
+kantoorklerk niet zoo behandelen als Christenen soms een armen en
+versleten dominee bejegenen. Zij hebben zijn jeugd en zijn mannelijke
+krachten verbruikt en al zijn geestdrift en zijn vuur; zij hebben den
+bloesem van zijn geest en den oogst zijner ziel genoten. Voor hen
+leefde en dacht hij; voor hen putte hij zich uit in zijn krachtige
+dagen elken Zondag en is hij voortgegaan zijn laatste krachten te
+verslijten. Al wat er uit hem te halen was, hebben zij genoten en nu,
+na een paar jaar hem te hebben gadegeslagen, zijn ze tot het besluit
+gekomen, dat zijn beste tijd voorbij is en zij doen hem een misleidend
+aanbod en verzoeken hem heen te gaan. Dan gaan zij, met de pet in de
+hand, naar den een of anderen bekenden jongen dominee en smeeken om
+zijn gunst, verklarende dat hunne harten naar hem zijn uitgegaan en
+dat zij gelooven, dat het overeenkomstig Gods wil is, dat hij hun
+dominee zij. En hij, op zijn beurt, komt en spoedig hoort men hem
+zeggen, dat er <span class="pagenum"><a id="p_84">[84]</a></span>geen getrouwer menschen zijn. Laat hem maar een poosje
+wachten.</p>
+
+<p>Zou het niet beter zijn, dat elk kerkgenootschap of elke Kerk een plan
+voor emeritaat ontwierp op ruime schaal met twee voorwaarden? De
+eerste voorwaarde behoorde te zijn, dat elke predikant, zeg op
+vijf-en-zestigjarigen leeftijd zou uittreden uit den werkelijken
+dienst en dat hij na dien tijd kon optreden als helper zijner
+broederen of rustig leven, al naar hij verkoos. De tweede voorwaarde
+moest zijn, dat hij een pensioen ontving van niet minder dan de helft
+van zijn traktement, tot, laat ons zeggen, een bedrag van drieduizend
+zeshonderd gulden (£&nbsp;300). Mocht iemand beweren, dat zulk een
+wet willekeurig is, dan antwoord ik daarop, dat zeker elke predikant
+liever nog door een wet dan door geweld gedwongen zou worden tot
+aftreden en dat hij in goed gezelschap zou zijn, want hij zou het lot
+deelen van alle zee- en landofficieren en elken burgerlijken ambtenaar
+en elken geëmployeerde aan <span class="pagenum"><a id="p_85">[85]</a></span>ieder groot lichaam in de gansche
+beschaafde wereld.</p>
+
+<p>En de Kerk mag niet onderdoen voor den Staat. Zij moet staat maken op
+de personen, die haar dienen, voor haar zichtbaar wèlslagen en haar
+doel behoort te zijn, dat elke Gemeente een dominee heeft in de volle
+kracht zijns geestes en zijns lichaams, en dat elke man, die zich
+heeft afgesloofd in den dienst der Kerk, behoorlijk onderhouden wordt
+voor zijn overige levensdagen.</p>
+
+<p>Er is, behalve onzedelijkheid en ongeloof, niets dat een grooter
+beletsel is voor de geestkracht der Kerk dan naar verhouding een groot
+aantal oude en zwakke dominees in werkelijken dienst. Want dit
+beteekent verouderde godgeleerdheid, verwaarloozing van de jongere
+leden, ontoegankelijkheid voor de nieuwere denkbeelden, en een
+eindeloos gekibbel. Niets zou zekerder bijdragen tot vernieuwing van
+de geestkracht der Kerk dan een bij een wet geregeld emeritaat op
+voldoende voorwaarden voor elken predikant <span class="pagenum"><a id="p_86">[86]</a></span>boven de vijfenzestig
+jaar. Want dit zou beteekenen niet alleen een reserve van geschikte
+mannen, waarop de Kerk kon rekenen in geval van nood, maar een
+onophoudelijken toestroom frissche gedachten.</p>
+
+<p>Tegenwoordig hebben de Gemeenten een grief tegen oude dominees, die
+meenen, dat zij jong zijn en oude predikanten hebben een grief tegen
+Gemeenten, die geen eerbied hebben voor den ouderdom en tusschen die
+twee partijen komen vele onaangenaamheden en vredebreuken voor.</p>
+
+<p>Wanneer de Kerk even goed bestuurd wordt als een koopmanszaak van den
+eersten rang, dan zal die bestaande vijandschap verdwijnen en niemand
+zal in de Christelijke Kerk meer geëerd en geliefd worden dan de
+getrouwe predikant, die haar gediend heeft in de volheid zijner kracht
+en nu gedurende zijn welverdiende rust haar verrijkt met zijn
+raadgevingen.</p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_87">[87]</a></span></p>
+
+<h2><a id="VI"></a>VI.</h2>
+
+<h3>DE DOMINEE EN HET KERKORGEL.</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Lofgezangen maken een deel uit van de openbare godsdienstoefening bij
+elke Christelijke Vereeniging&mdash;behalve bij de Kwakers, die ik soms
+benijd&mdash;en ik wensch dadelijk te zeggen, dat ik niet voornemens ben te
+preeken voor de afschaffing van het loflied. De vromen van het Oude
+Testament hadden een muzikalen dienst, die voldoende was om het hart
+van een ritualist met wanhoop te vervullen en men kan zich maar
+flauwtjes voorstellen wat een zuur leven de priester had, wiens taak
+het was het tempelorkest te verzorgen en die moest omgaan met de
+bespelers van instrumenten. De heiligen van <span class="pagenum"><a id="p_88">[88]</a></span>het Nieuwe Testament
+begonnen zonder een orkest, en schenen waarlijk gedurende eenigen tijd
+bij de regeling hunner lofzangen de beginselen van het gezond verstand
+toegepast te hebben, zingende zoo goed mogelijk met blijde lippen en
+kloeke harten in donkere gevangenissen. Maar even als vele andere
+beste menschen, wisten ze niet precies, wanneer zij gelukkig waren en
+langzamerhand vonden zij zwaarmoedige liederen uit, die een bijzonder
+zwak zijn geweest van alle Christenen van alle geslachten.</p>
+
+<p>Men is wel eens benieuwd ernaar, hoe de Kwakers er zoo vreedzaam
+kunnen uitzien en waarom hun eeredienst zoo heerlijk is, en ik ben
+eenigszins geneigd te gelooven, dat dit komt, omdat zij geen muziek
+bij hun godsdienstoefeningen hebben. Hadden wij ze ook niet, dan&mdash;zou
+ik willen zeggen&mdash;zou een vaak voorkomende oorzaak van twist zijn
+weggenomen uit menige Gemeente en de dominee zou haast niet weten, wat
+hij met zijn tijd moest uitvoeren. Toch wensch ik te gelijkertijd
+duidelijk te verstaan <span class="pagenum"><a id="p_89">[89]</a></span>te geven, dat ik de muziek beschouw
+als een noodzakelijk onderdeel van den eeredienst, dat organisten een
+gedeelte van de kracht der Christelijke Kerk uitmaken en dat ieder,
+die niet ten volle den leider en de leden van het koor waardeert, een
+onwetende, slechtaardige Philistijn is.</p>
+
+<p>Indien er eenige twist in de Gemeente is door de muziek, en indien de
+dominee ooit zich ergert, laat ik dan op den voorgrond zeggen, dat
+alleen de Gemeente en de dominee te laken zijn. Maar er zijn toch
+moeielijkheden en het kan goed zijn er over te spreken in een geest
+van gepaste menschlievendheid. In de eerste plaats dan, is de organist
+een kunstenaar en elke kunstenaar heeft een bijzonder fijngevoeligen
+aard, die de gewone holderdebolder manieren van het dagelijksch leven
+niet verdragen kan. Met een man, gevormd uit gewone klei, zoudt gij
+spreken op praktische, recht op het doel afgaande, desnoods lompe
+wijze; ge zoudt met hem redeneeren, hem berispen en hem terecht zetten
+<span class="pagenum"><a id="p_90">[90]</a></span>als hij ongelijk had. Maar met een van kostbaar porselein moet
+niemand op die wijze handelen of, de kunstenaar zal dadelijk gekwetst
+worden en zijn ontslag nemen en zijn hartroerende geschiedenis overal
+rondvertellen, want hij staat boven de kritiek en de openbare meening.
+Het is onmogelijk hem iets te leeren; het is een beleediging te
+veronderstellen, dat er verbetering mogelijk is; het is het best aan
+te nemen, wat hij geeft en te erkennen, dat hij recht heeft te doen
+zooals hem behaagt en het de plicht is van ieder ander te verklaren,
+dat, hetgeen hij doet, bij elke gelegenheid, te liefelijk is om onder
+woorden gebracht te worden en dat de uitwerking ervan bijna te sterk
+is voor de vermoeide menschelijke natuur. Dit is de schatting, welke
+de Gemeente behoort te betalen aan den meest geestelijke onder de
+artisten, den organist.</p>
+
+<p>Men wordt werkelijk boos op den dominee, die beter behoorde te weten
+en toch zijn eigen plaats vergeet, ten gevolge van gemis aan
+waardeering der kunst en van een overschatting van <span class="pagenum"><a id="p_91">[91]</a></span>zijn eigen werk.
+Hij is aanmatigend tegen den organist en wordt billijkerwijs gestraft.
+De dominee behoort zich te herinneren&mdash;en de Gemeente mag hem wel eens
+erop wijzen&mdash;dat zijn werk ondergeschikt is aan dat van den
+kunstenaar, en dat het overige gedeelte van den dienst geen andere
+bedoeling heeft dan een steun en een achtergrond aan de muziek te
+geven. Wat de Gemeente wenscht te hooren is, niet zijn preek, ofschoon
+ik nooit een organist zich tegen de preek heb hooren verzetten, tenzij
+de prediker te veel tijd in beslag nam. Werkelijk heb ik reden om te
+gelooven, dat vele organisten de preek beschouwen als een welkomen
+rusttijd voor hun overspannen zenuwen. Wat de Gemeente werkelijk
+begeert is een lofzang te hooren en het wèlslagen van den dag hangt af
+van den goeden afloop daarvan. Wanneer een predikant dit feit goed ter
+harte neemt en zorg draagt, dat de menschen, die opgevoerd zijn tot
+een hemel, die niet door menschelijk geluid kan beschreven worden,
+niet onbehoorlijk <span class="pagenum"><a id="p_92">[92]</a></span>gekweld worden doorzijn domme praatjes, dan is hij
+ten minste aan één steen des aanstoots ontkomen.</p>
+
+<p>Het is eveneens zeer kwalijk te nemen, als een dominee zich wil
+bemoeien met de keuze der liederen en altijd denkend aan zijn preek,
+liederen wil uitzoeken in verband met den inhoud daarvan. Het is best
+mogelijk, dat de door hem aangewezen liederen uitstekend passen bij
+den tekst en zeer geliefd zijn bij het volk, maar alleen de organist
+weet of de wijzen ervan in het liederenboek verheven of platte muziek
+zijn. De wijsjes vallen zoo in den smaak van het publiek misschien,
+dat ieder er naar haakt ze te zingen met zijn geheele hart en uit
+volle borst, maar de organist verbleekt van schrik eenvoudig bij de
+gedachte, dat een duizendtal menschen zich, om zoo te zeggen, te goed
+zullen doen aan zijn lekkernij. Het is een voorrecht, en op zijn minst
+genomen blijft het altijd nog de vraag of het wel een recht is, dat
+zij in het geheel mogen zingen; maar als het toegestaan wordt, dan
+moeten zij met beving en vreeze hun vreugde genieten.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_93">[93]</a></span></p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr10" title="Alinea-break toegevoegd."></ins>Een van de voornaamste pogingen van een
+degelijken beschaafden organist&mdash;er zijn uitzonderingen, dat herinner
+ik mij nog dankbaar&mdash;is bekende zangwijzen uit te roeien en ze te
+vervangen door arrangementen, die geschikt zijn om de Gemeente te
+leeren zwijgen. Ik vernam eens een geval&mdash;en als ik zoo iets hoor, dan
+weet ik niet meer, hoe het met mijn broederen geschapen staat&mdash;waarbij
+een dominee in een gloeienden toorn ontstak tegen een organist, omdat
+deze verheven persoon een wijs op zijn eigen handje had uitgevonden
+voor &bdquo;Rots der Eeuwen,&rdquo; die de vergadering in diepe bewondering deed
+wegzinken, als het ware in een schoonen droom. Niets verbittert meer
+een muzikaal gestel dan te hooren, dat het volk, dat altijd bezield is
+met een ongezonde begeerte om een vreugdevol geraas te maken, zich
+meester maakt van een werkelijk schoone wijs en haar later totaal
+ongenietbaar maakt voor fijne ooren. Niets is noodzakelijker dan den
+lofzang der Gemeente te vrijwaren tegen deze verkeerdheden <span class="pagenum"><a id="p_94">[94]</a></span>en daarom
+dadelijk op te houden met het gebruiken van al was het de edelste
+wijze, als de menschen haar eindelijk gepakt hebben.</p>
+
+<p>Alleen onafgebroken waakzaamheid van de zijde van den organist kan de
+muziek behoeden tegen den strooptocht der Gemeente, want de lieden
+zijn zoo vol zotte eerzucht, dat zij zelfs er zich toe zullen zetten
+om vreemde wijzen te leeren en in den loop van een maand het koor
+zullen overstelpen met muziek, die men voornemens was buiten hun
+bereik te houden; en de dwarsdrijverij van een predikant, die de
+Gemeente helpt bij dien verraderlijken inval op een andermans
+grondgebied verdient al de moeielijkheden, die hem daardoor te beurt
+vallen.</p>
+
+<p>Er waren tijden&mdash;en sommigen onzer, die niet meer tot de jonge lieden
+behooren, herinneren ze zich&mdash;dat geen enkel instrument werd gebruikt
+bij den eeredienst en toen alle hulp van iets dergelijks, met
+uitzondering van een stemvork, werd beschouwd als een terugkeer <span class="pagenum"><a id="p_95">[95]</a></span>tot
+de beginselen van het Oude Testament. Maar dit waren tijden van
+duisternis. Heden leven we echter in een meer verlichte eeuw. Een
+Gemeente zal misschien tegenwoordig zoo weinig aan een dominee geven,
+dat zijn vrouw nauwelijks weet, hoe ze aan fatsoenlijke kleeren voor
+het huisgezin moet komen; zij zal wellicht niets, dat de moeite waard
+is, bijdragen voor uitwendige zending of voor ziekenverzorging&mdash;er is
+geen Gemeente, die eerbied voor zich zelf heeft en niet zal zorg
+dragen een orgel te bezitten. Menschen, die hun hart verharden tegen
+de meest nuttige liefdadigheid zullen bijdragen voor een orgelfonds en
+wat niet door inschrijvingen verkregen kan worden, zal door een bazaar
+met loterij opgebracht worden. Wanneer het orgel wordt bespeeld door
+een erkend musicus, die van verre is gehaald, dan zal de Gemeente dien
+man met ontzag aanzien als een bovennatuurlijk wezen en zij zal de
+gebeurtenis beschouwen als van meer gewicht dan een herleving van den
+godsdienst. Men zal ten zeerste verbaasd <span class="pagenum"><a id="p_96">[96]</a></span>staan over de kracht en de
+verscheidenheid van het geluid, dat hij uit het instrument haalt en
+als hij de Vox-Humana (register der menschelijke stem) gebruikt, dan
+kunnen moeders van gezinnen niets meer doen dan elkander aankijken en
+met het hoofd schudden, als hoorden zij geluiden uit de andere wereld.
+Wanneer hij behendig den donder nabootst door het orgel in volle
+kracht te zetten, dan zullen de hoofden der Gemeente zich zelf door
+teekenen gelukwenschen, omdat iedereen nu kan zien, dat men volle waar
+voor zijn geld heeft gekregen.</p>
+
+<p>Nadat de voordracht is afgeloopen, speelt de groote man nog wat voor
+zijn eigen genoegen en wanneer gewone menschenkinderen tot hem kunnen
+doordringen, dan vraagt een groep van eerbiedige ambtsdragers hem, wat
+hij denkt van het orgel. Wellicht geeft hij dan op beschermende en
+voorzichtige manier zijn goedkeuring te kennen, maar hij zorgt er voor
+goed het getal registers aan te geven, die nog aangebracht moeten
+worden en aan te wijzen, welke <span class="pagenum"><a id="p_97">[97]</a></span>verbeteringen nog volstrekt
+noodzakelijk zijn. Inderdaad doet hij de gedachte oprijzen, dat zij
+nog maar een begin van een orgel hebben en dat de voltooiing ervan
+vele jaren zal duren en een eindelooze gelegenheid zal aanbieden tot
+het uitgeven van geld. Misschien zal hij zoo goed zijn te zeggen, dat
+een duizend gulden drie, vier, besteed voor een of twee verbeteringen,
+die hij in de gauwte in schets brengt, het instrument vrij bruikbaar
+zullen maken voor een gewoon organist; maar hij zal hen verlaten onder
+den indruk, dat de Gemeente minstens tien jaar lang al haar geldelijke
+hulpbronnen zal dienen uit te putten om het geschikt te maken voor een
+meester, zooals hij.</p>
+
+<p>Indien de Gemeente een weinig in de hoogte gestoken is door het bezit
+van een orgel, dan zal niets zoo zeer de ijdelheid en de
+zelfmisleiding kastijden dan het bezoek van een musicus, die een
+examen heeft afgelegd en verscheidene letters achter zijn naam heeft;
+en indien iemand zijn raad verdacht maakt als die van een al te
+<span class="pagenum"><a id="p_98">[98]</a></span>vitlustig speler en veronderstelt dat er nu verder geen twist over
+dat orgel zal wezen, dan is zeker zijn onnoozelheid aandoenlijk en een
+bewijs, dat hij nooit iets te maken heeft gehad met muziekinstrumenten
+op plaatsen van openbaren eeredienst.</p>
+
+<p>Welke beproevingen de Gemeente te voren moge gehad hebben door tocht
+in het gebouw of kwesties over verwarming of geldelijke moeielijkheden
+of rustverstoring door oproerlingen, al deze zaken zijn minder dan
+niets in vergelijking van de buitensporigheden en eischen in verband
+met haar nieuwe orgel. Als de lucht erin gebracht wordt door werken
+met de hand, dan blijkt het zoo groot, dat twee blazers noodig zijn en
+daarom wordt er voorgesteld een hydraulische machine aan te schaffen.
+Deze machine werkt gewoonlijk twee van de vier Zondagen niet, omdat er
+geen druk genoeg te krijgen is en dan moeten eenige leden der Gemeente
+de blaasbalgen bewerken&mdash;als men ten minste zoo wijs is geweest die te
+laten zitten voor <span class="pagenum"><a id="p_99">[99]</a></span>voorkomende gelegenheden en vóórdat zij klaar zijn
+met hun werk hebben de diakens, wel forsch gebouwd maar niet gewoon
+aan handenarbeid, een heel nieuwe gedachte omtrent dat orgel gekregen
+en bepalen zij zich voortaan bij hun plichtplegingen tot de
+Hebreeuwsche taal.</p>
+
+<p>Langzamerhand zal iemand de meening trachten ingang te doen vinden,
+dat het orgel behoort bespeeld te worden met electriciteit en de
+Gemeente, maar vooral de dominee en zij, die bevel voeren in de
+afdeeling muziek, komen nu te weten, wat eigenlijk wederwaardigheid
+beteekent. De verandering zal, naar gezegd wordt, zes weken duren en
+betrekkelijk weinig te beduiden hebben. Inderdaad is er een jaar mee
+gemoeid, met nog eenige maanden als toevoegsel, en gedurende dien tijd
+heeft de Gemeente de gelegenheid de verschillende samenstellende
+deelen van haar orgel te bezichtigen in de zaal en in de lokalen voor
+bijbellezing en de doorgangen en in de nevengebouwen, waar het ligt in
+geheimzinnige stukjes en brokjes.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_100">[100]</a></span></p>
+
+<p>In dien tusschentijd zullen de leden der Gemeente vergeten hebben,
+dat het onmogelijk is voor welopgevoede lieden God te loven zonder
+instrumentale muziek en in loutere onnadenkendheid zullen zij
+hartelijker zingen dan zij in de laatste tien jaar gedaan hebben. Daar
+er geen orgel is, moeten bekende wijzen worden opgegeven en de
+menschen zullen verlof hebben God te vereeren uit volle borst. Wanneer
+onwetende vreemdelingen in de kerk komen, die zich niet herinneren dat
+er een orgel is, dan zeggen zij, dat zij nooit in hun leven beter
+hebben hooren zingen en het koor zal zich beleedigd gevoelen door de
+complimenten over de manier, waarop het de vergadering leidt, daar er
+immers geen deftig koor is&mdash;een paar uitgezonderd&mdash;dat het niet als
+een onbeschaamdheid beschouwt, wanneer de Gemeente het durft volgen en
+dat er niet op staat alleen zijns weegs te gaan.</p>
+
+<p>Als het orgel eindelijk weer in elkaar zit en de dag aanbreekt, dat er
+weer op gespeeld <span class="pagenum"><a id="p_101">[101]</a></span>kan worden, beweert de Gemeente verrukt te zijn;
+maar zij heeft toch een boosaardig gevoel, dat de dagen harer vrijheid
+voorbij zijn. Het was voor de leden der Kerk misschien nog mogelijk,
+te trachten uit de verte een orgel te volgen, door water gedreven, en
+gesteund door een daaraan geëvenredigd koor; maar zij zullen niet de
+stoutheid hebben zich te bemoeien met een orgel, dat electrisch in
+beweging gebracht wordt en dat bijgestaan wordt door een nog
+verhevener koor. Indien de Gemeente echter al gewillig is uit een
+gevoel van beleefdheid te zwijgen, dan wordt het electrische orgel
+niet door zulke teere beweegredenen beheerscht, want de
+buitensporigheden ervan zijn eindeloos. Als het vrijwillig er in
+toestemt vooruit te spelen, dan zal het eindigen in een lang,
+welluidend gejank, waarvoor niemand den organist aansprakelijk kan
+stellen, en het zal een even welluidend getoet doen hooren onder het
+gebed, welke geluiden misschien bedoeld zijn als antwoorden, maar niet
+als zoodanig zijn gearrangeerd; <span class="pagenum"><a id="p_102">[102]</a></span>en dan midden in een <span xml:lang="la">Te Deum</span> zal het,
+ten gevolge van den eenen of anderen bijzonderen aanleg tot het
+stichten van verwarring, heil zoeken in een hardnekkig zwijgen.
+Gedurende de eerste zes maanden na de opening zal het onder dokters
+handen blijven en gedurende het daaraanvolgende jaar zal het min of
+meer behept blijven met de gewoonten van een vroolijke en wispelturige
+jeugd en de Gemeente zal heen en weer slingeren tusschen twee
+meeningen, een geheime tevredenheid, wanneer het orgel niet speelt,
+zoodat er een kans is op vrijheid bij het zingen en een sterke
+begeerte om het op een kar te laden en het in de eerste de beste
+rivier te doen werpen.</p>
+
+<p>Wat het orgel, bij bouw en vernieuwing en vergrooting en stemming, elk
+jaar kost aan rente van kapitaal en aan loopende uitgaven, zou
+voldoende zijn om een zendeling te onderhouden in eenig vreemd land of
+om een dominee te steunen in een arme stadswijk; en wat het den
+organist, die zoo ongeveer van alles de schuld krijgt, kost <span class="pagenum"><a id="p_103">[103]</a></span>aan
+bezorgdheid, terwijl de goede man gewoonlijk een uur vóór den dienst
+in zijn hemdsmouwen aan het tobben is in zijn schuilhoek en wat het
+der Gemeente kost aan voortdurende verbittering, zou, indien het in
+gelds waarde kon worden uitgedrukt en vermenigvuldigd met het aantal
+der Kerken, die dan van een orgel verlost zouden zijn, voldoende zijn
+om de schulden te delgen van de geheele uitwendige zending van de
+Angelsaksische wereld.</p>
+
+<p>Mijn eigen ondervinding van een koor en ook van een organist is een
+zeer aangename en een van de bijzondere zegeningen, die ik niet
+waardig ben; maar ik beweeg mij in de wereld en ik hoor van tijd tot
+tijd iets. Daar een koor, zooals men vermoedt, bestaat uit een zeker
+aantal uitgelezen personen, mannen en vrouwen, die begaafd zijn met
+muzikaal gehoor en prachtige stemmen en die liefde hebben voor de
+meest teedere en geestelijke van alle kunsten&mdash;de meest beschaafde
+lieden feitelijk in een Gemeente&mdash;is men geneigd aan te nemen, dat de
+heele atmosfeer <span class="pagenum"><a id="p_104">[104]</a></span>van een koor vol liefde en vrede is. Toch worden soms
+geruchten vernomen, alsof de twisten in sommige kerkkoren alleen in
+hevigheid kunnen overtroffen worden door de vurigheid van een
+vereeniging van Iersche patriotten en dat er niets zoo kleingeestig en
+onbeteekenend kan zijn of het is in staat een koor in vlam te zetten.
+Alles is aanleiding tot ergernis, zelfs een niets: de directeur van
+het koor geeft iemand een plaats, die hem niet bevalt, laat hem of
+haar een partij zingen, die haar of hem niet aanstaat, maakt een
+aanmerking of geeft een pluimpje aan den verkeerden persoon, een
+korist waagt een opmerking,&mdash;dit alles zijn even zoo veel bronnen van
+ergernis voor den fijngevoeligen koorzanger. Hij begint te pruilen,
+maakt onaangename opmerkingen, neemt ontslag of is oorzaak, dat eenige
+anderen het doen en dan bij de een of andere groote gelegenheid nemen
+al de koorleden ontslag en nemen een zoo gewichtige houding aan, dat
+de gebeurtenis even belangrijk beschouwd wordt als een oorlog. In het
+algemeen mag een <span class="pagenum"><a id="p_105">[105]</a></span>koor zoo'n standje wel, want het geeft een prikkel
+aan een kunstenaarsgestel. Maar er zijn toch eenige menschen, die niet
+ten volle deelen in die blijdschap. Een van dezen is de arme dominee,
+die zich op een goeden Zondag in de moeielijkheid bevindt zijn eigen
+voorzanger te zijn en die als middelaar moet dienst doen bij elk
+twistgesprek; en de anderen zijn de lidmaten der Gemeente, die gevaar
+loopen ook in vlam gezet te worden door de vonken van dezen muzikalen
+brand en die nooit zeker ervan zijn of zij niet den een of anderen
+Zondag verplicht zullen zijn zelf te zingen.</p>
+
+<p>Er zijn oogenblikken, maar misschien zijn het dwaze, dat een zeker
+iemand met overdreven en beteekenisvollen spijt terugdenkt aan een
+dorpskerk, waar een voorzanger het van ouds bekende en geëerde
+schotsche wijsje &bdquo;Martelaarschap&rdquo; aanhief met een krachtigen toon en
+waar een vergadering van mannen en vrouwen met heldere stemmen en
+sterke longen die wijs volgde, terwijl geen enkele zweeg en het
+geheele lied gezongen <span class="pagenum"><a id="p_106">[106]</a></span>werd vol vuur, met hier en daar een bas- en een
+tenorstem, zelfs misschien een altstem er tusschen in om de muziek
+voller te doen klinken. En er zijn andere tijden, dat diezelfde zeker
+iemand, die toch eigenlijk beter moest weten, zeer ontroerd is in zijn
+hart, wanneer hij bij een zendingsbidstond de menschen een van die
+wijzen hoort zingen die misschien geen zeer goede muziek zijn en die
+voornamelijk zich leenen tot luid gezang, maar terecht
+opwekkingsliederen genoemd worden, omdat zij de ziel verkwikken en
+uitdrukking geven aan de blijdschap dier ziel, die voor het eerst
+ervaart, dat God haar lief heeft en tot haar redding Zijn eenigen en
+veel geliefden Zoon heeft gegeven.</p>
+
+<p>Het is een goed ding, dat men hij den lofzang ter eere Gods de hulp
+heeft van den goeden smaak en de muziek, ondergeschikt aan de rechten
+der menschen, maar het beste is, dat de menschen zingen met lippen,
+die God opent en uit harten, die verlost zijn op Golgotha.</p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_107">[107]</a></span></p>
+
+<h2><a id="VII"></a>VII.</h2>
+
+<h3>EEN EIGEN BANK.</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Er zijn heel wat veranderingen gekomen in de inwendige inrichting van
+de kerk sinds de tijden onzer vaderen, maar geen verandering is van
+meer beteekenis dan die vrije plaatsen, die in verhouding van evenveel
+gewicht is als de vermindering van de voorrechten in Engeland en de
+afschaffing van staatkundige onbevoegdheid. Men herinnert zich de
+goede dagen van ouds, die wij voor een groot gedeelte goed noemen,
+omdat zij oud waren en nu omsluierd zijn door een nevel van eerbiedige
+genegenheid. Men ziet de lange rijen van familiebanken, elk zorgvuldig
+afgescheiden van alle andere en door <span class="pagenum"><a id="p_108">[108]</a></span>een deur, die van binnen
+gesloten werd met een stevigen grendel of in geval dat de bezitter van
+hoogeren stand was met een klein koperen boutje, afgescheiden van het
+publiek in de gangen.</p>
+
+<p>Indien de huurder van de bank behoorde tot de hoogste kringen van het
+district, dan bedekte hij haar met laken&mdash;rood of groen&mdash;, legde er
+een kussen in van drie duim diep&mdash;, dat in zijn plooien het stof
+verborg van vijfentwintig jaar&mdash;en een kastje voor Bijbels, goed
+gesloten, waarin de boeken voor de godsdienstoefening beveiligd waren
+tegen vreemde handen. Er waren ook bankjes van een zeer stevige
+makelij, niet om er op te knielen&mdash;want niemand, die in zulk een bank
+thuis hoorde, zou er ooit aan gedacht hebben zulk een ongepaste
+houding aan te nemen&mdash;maar om er gemakkelijk de voeten op te zetten.</p>
+
+<p>En er was zelfs zoo iets als een plankje, waarop de elleboog
+gemakkelijk kon leunen, opdat een arme zitter gelegenheid had zijn
+hoofd <span class="pagenum"><a id="p_109">[109]</a></span>op te houden met zijn hand, terwijl hij naar de preek
+luisterde.</p>
+
+<p>Het was een belangwekkend gezicht en men denkt er nog met genoegen
+aan, hoe de plaatselijke waardigheidsbekleder des Zondagsmorgens de
+kerk inkwam om bezit van zijn sterkte te nemen en deel te hebben aan
+den eeredienst. De bankopsluiter, een slimme oude man, opgebracht in
+een kerkatmosfeer en op wiens gezicht zelfs de meest duistere
+leerstellingen te lezen stonden, die een ambtelijk gesprek had gevoerd
+met de diakens en die vijftig leden van de smalle gemeente had laten
+voorbij gaan zonder hun meer dan een nauw merkbaar knikje en een
+opmerking over het weer waard te keuren&mdash;met heel onderdrukte stem
+geuit&mdash;komt naar voren om de hoofden der synagoge te ontvangen en hen
+naar hunne zetels te geleiden. Hij gaat hen voor met statigen tred
+door de gangen, noch ter rechter- noch ter linkerzijde omziende,
+gevolgd door de vrouw van <span xml:lang="en">Dives</span>, achter haar de kinderen, achter dezen
+den vreemdeling, <span class="pagenum"><a id="p_110">[110]</a></span>die tijdelijk binnen hunne poorten gehuisvest was,
+en, eindelijk heel achteraan, den zelf-voldanen en verheven <span xml:lang="en">Dives</span>
+zelf.</p>
+
+<p>Bij aankomst aan de deur van de versterkte heerenplaats, kijkt de
+bankopsluiter, terwijl hij behendig de deur opent met één hand en
+ronddraait op één voet, den optocht achter de open deur in het
+gezicht, terwijl deze nog halfweg de doorgang is. Hij maakt een lichte
+buiging en kijkt recht voor zich uit, eerbiedig, maar toch niet
+onbewust van de plaats, die hij inneemt onder de bestuurders der Kerk,
+terwijl de leden van de familie een voor een binnenkomen en hunne
+plaatsen innemen, totdat er eindelijk nauwelijks plaats overblijft
+voor den grooten man zelf. Het is echter voldoende, als hij zich maar
+juist kan neerzetten, want in dat geval is de invloed van een zwaar
+lichaam zoodanig, dat de ruimte er door ingenomen, langzamerhand
+grooter wordt, terwijl de lichtere lichamen in de bank als van zelf
+inkrimpen onder den dienst, totdat <span xml:lang="en">Dives</span> eindelijk op zijn gemak zit.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_111">[111]</a></span></p>
+
+<p>Zeker, het had eenige moeite gekost om de deur te sluiten en onder
+den dienst hoorde men haar vaak kraken en men kon niet helpen, dat men
+hoopte&mdash;maar dat was, toen men nog jong was&mdash;dat door het een of
+andere fortuintje de deur eens zou losschieten, en dat <span xml:lang="en">Dives</span>, die er
+al te sterk op leunde, terneer zou komen in de doorgang.</p>
+
+<p>De bout echter, om niet te zeggen de scharnieren er bij, was stevig
+gemaakt en de bankopsluiter zag wel, dat alles in orde is zoowel met
+het oog op veiligheid als op waardigheid, en dan ging hij statig weer
+terug naar de kerkdeur, niet onbewust ervan, dat hij zich loffelijk
+had gekweten en dat hij tenminste eenigen indruk had gemaakt bij het
+plechtstatig nederzetten van den rijken man en zijn familie in hun
+bank.</p>
+
+<p><span xml:lang="en">Dives</span> ontsluit het bijbelkastje met een sleutel, die bevestigd is aan
+zijn ring en deelt de boeken uit, alsof het een prijsuitdeeling was in
+een school, terwijl de moeder van het gezin aan de jongste leden
+zoodanig voorraad lekkers geeft als voldoende <span class="pagenum"><a id="p_112">[112]</a></span>zal zijn om uitgeputte
+schepsels tegen de twee volgende uren te doen stand houden.</p>
+
+<p>Het geval kwam voor, dat <span xml:lang="en">Dives</span> ongehuwd was en niets anders had dan
+zijn eigen hoogwaardigheid om zijn heerlijkheid te bezetten; maar de
+plechtige binnenkomst geschiedde geheel op dezelfde wijze en hij zette
+zich met waardigheid aan het einde der eenzame bank. En als gij zoudt
+veronderstellen, dat de een of andere vreemde, die een plaats wilde
+hebben, in <span xml:lang="en">Dives'</span> bank werd ondergebracht, dan zoudt gij toonen geen
+verstand te hebben van de bescheidenheid van den bankopsluiter; en als
+gij u verbeeldt, dat iemand, die zoo maar eens de kerk binnenliep, zou
+probeeren om binnen te dringen in die majestueuze ledige plaats, dan
+kan uw verbeelding sterk genoeg zijn, maar zij is nog niet bestand
+tegen de uitdrukking op het gelaat van <span xml:lang="en">Dives</span>.</p>
+
+<p>Vreemdelingen kwamen in vroeger dagen niet in kerken, tenzij als
+gasten van een der families, omdat ieder zijn eigen kerk had en daar
+ging <span class="pagenum"><a id="p_113">[113]</a></span>hij heen door regen en in de brandende zon, wie er ook preekte
+en wat er ook daar of elders te doen was. De menschen pochten er in
+die dagen op, dat zij nooit rondzwierven en het had kunnen gebeuren,
+dat een geheel onbekende vreemdeling den bankopsluiter had doen
+wankelen, maar dan zou hij hem, daar hij steeds zich zelf gelijk
+bleef, in elke gebeurlijkheid, naar zijn eigen bank gebracht hebben,
+die, met het oog op omstandigheden, dicht bij den preekstoel was,
+zoodat de zwerver niet behoefde inbreuk te maken op het eigendom van
+een en ander en tevens onder behoorlijk toezicht gesteld werd.</p>
+
+<p>Wanneer de kerk vol was, dan zag men het haar aan, dat zij stevig en
+eerbiedwaardig was; dan wekte zij ook de gedachte op aan waardigheid
+en welvaart en het is billijk erbij te voegen, dat ook een geur van
+gezinseenheid en huiselijken welstand u zeer aangenaam en troostend
+aandeed in die gemeente van den ouden tijd.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_114">[114]</a></span></p>
+
+<p>Als een ouderwetsch man en iemand, die misschien al te zeer ingenomen
+is met het verledene, met al zijn fouten, wenscht geschokt te worden,
+dan heeft hij alleen maar een van de hedendaagsche kerken te bezoeken
+van den nieuwsten trant, die gewoonlijk vrij en open heeten, alsof het
+herbergen waren of stukken waardeloos land, waar een hoop vuilnis was
+neergegooid. Het open zijn is zoo ver mogelijk uitgestrekt, want niet
+alleen zijn er geen deuren aan de banken en geen kastjes voor de
+Bijbels en geen rugbekleeding en geen kussens, waarin gij kunt weg
+zinken,&mdash;misschien zijn er vloermatten en bidbankjes&mdash;en is er
+nauwelijks eenige afscheiding tusschen de banken, maar wellicht zijn
+er in het geheel geen banken, alleen stoelen, en gij steekt uw
+psalmboekje in een rekje aan den rug van den stoel van uw voorman, die
+gaat verzitten, als gij dat doet en gij knielt tegen dien stoel&mdash;als
+er tenminste mogelijkheid is om te knielen&mdash;en dan geeft gij uw
+voorman een duw, wat hij natuurlijk kwalijk neemt. <span class="pagenum"><a id="p_115">[115]</a></span>Het spreekt
+vanzelf, dat er geen bankopsluiter is, omdat er geen banken behoeven
+open gedaan te worden en meer dan dat, er is geen bijzondere plaats
+voor u om te gaan zitten, om de eenvoudige reken, dat ge u kunt
+nederzetten, waar ge wilt en elken keer ergens anders kunt neervallen,
+indien ge dat wilt.</p>
+
+<p>Geen pelgrim of vreemdeling behoeft zich te schamen in een
+hedendaagsche kerk, want alle menschen die er zijn, verkeeren in
+dezelfde omstandigheden als hij; allen zijn vreemdelingen, daar zij
+geen recht hebben op een duim breed gronds, en allen zijn pelgrims,
+daar zij geen tweemaal op dezelfde plaats behoeven te zitten. Niemand
+kan zich beklagen over de zelfzucht van anderen, want alle dingen zijn
+gemeenschappelijk bezit.</p>
+
+<p>Wanneer <ins class="corr" id="corr11" title="Bron: Eives" xml:lang="en">Dives</ins>, opgesloten achter zijn deur, deed denken
+aan uitsluiting, dan kan tot zijn verdediging worden aangevoerd, dat
+het de uitsluiting was, die huiselijkheid beteekent, en in die bank
+was een kleine gemeenschap&mdash;die het <span class="pagenum"><a id="p_116">[116]</a></span>huisgezin is. En als er iets
+gezegd kan worden voor algemeene vrijheid en openheid op grond van de
+Christelijke broederschap en menschelijke gelijkheid, dan klampt men
+zich toch nog vast aan het geloof, dat men recht erop heeft onder zijn
+»eigen&rdquo; te zijn&mdash;dat is te zeggen, met zijn vrouw en zijn
+eigen kinderen&mdash;in het huis van God, en dat men het best God zal
+vereeren, wanneer men in eenigszins afgesloten kring is.</p>
+
+<p>Misschien zal een bezoeker zich vrijer gevoelen in een vrije en open
+kerk, maar daar staat tegenover, dat het huisgezin in stukken gebroken
+wordt aan de deur en geen gemengde menigte kan ooit een zoo sterke
+Gemeente vormen of een, die een zoo geweldigen indruk maakt op het
+gezicht als de lange rij van banken, laat ons in dit geval zeggen,
+zonder deuren en stoffeering, maar waar toch in elk een huisgezin zit,
+met de moeder aan het hoofd van de bank, den vader aan het achtereind
+en de jongelingen en jonge dochters tusschen die beiden in. Want <span class="pagenum"><a id="p_117">[117]</a></span>de
+familie bestond eer dan de Kerk en als de Kerk iets anders zal zijn
+dan een priesterlijk eigendom of een zaal voor voordrachten, dan
+behoort zij te berusten op het huisgezin.</p>
+
+<p>De bank is een getuigenis voor de familie en behoort gehandhaafd te
+blijven, zonder de deuren, en het komt er volstrekt niet op aan of
+iemand honderd gulden per jaar huur betaalt voor zijn bank of drie
+gulden. De machthebbenden in de Kerk moeten er voor zorgen, dat ieder
+gezinshoofd zijn eigen bank heeft, met voldoende ruimte erin voor hem
+zelf, zijne vrouw en de kinderen, die God hun gegeven heeft. Er is
+geen enkele reden te bedenken, waarom de rijke niet een flinke som zou
+betalen voor zijn tehuis in het kerkgebouw. En velen onzer hebben
+nooit kunnen begrijpen, waarom niet een handwerksman ook iets zou
+geven voor zijn kerkelijk tehuis. Behoort een Christen niet te doen
+wat goed is om zijn Kerk te steunen? Ieder man, die zich zelf acht,
+wenscht te betalen voor zijn huis, hetzij het groot of klein is, en
+iemands eer is <span class="pagenum"><a id="p_118">[118]</a></span>er mee gemoeid te wonen in een armhuis, waar hij geen
+huur betaalt en afhankelijk is van het publiek. Het is volstrekt niet
+noodig, dat dit gevoel voor een eigen tehuis en persoonlijke
+onafhankelijkheid verloochend wordt in het Huis Gods, maar het schijnt
+eer wenschelijk, dat de man, die werkt en genoeg verdient om een huis
+te onderhouden waar hij en zijn kinderen zes dagen van de week in een
+zekere weelde en zelfachting samenleven, ook zijn deel draagt in de
+onderhouding van het Huis, waar zij God vereeren op den zevenden dag.
+Het is een armzalig schepsel, die wil dulden, dat een rijke man zijn
+huishuur betaalt voor de zes dagen, en ik ben nooit in staat geweest
+eenig onderscheid te zien tusschen het zijn van bedelaar op Zondag of
+een bedelaar te wezen op Maandag.</p>
+
+<p>Ik zou er echter willen bijvoegen, en met nadruk, dat het bezit van
+een bank in den zin, waarin iemand zijn huis bezit, een maatstaf is
+voor karakter en een gelegenheid tot gastvrijheid. Daar is een soort
+van menschen, wie het <span class="pagenum"><a id="p_119">[119]</a></span>niet alleen spijt, dat zij geen deur aan hun
+bank mogen hebben, maar die liefst hun bank zouden willen afsluiten
+met een dak, die het een vreemdeling kwalijk nemen als hij er in
+komt&mdash;ofschoon er overvloed van ruimte is&mdash;als was dat een
+persoonlijke beleediging en die vreemdelingen zullen verjagen, indien
+zij bij ongeluk erin gebracht zijn vóór hun aankomst. Als zoo'n man
+maar een halve bank gehuurd heeft, dan durven de kerkedienaars geen
+andere huurders aannemen voor de andere helft, omdat hij met hen
+twisten zal over de vraag welke helft zij mogen bezetten, over de
+kwestie, wie het eerst moet binnen gaan, over een liederenboek, dat
+niet op zijn plaats ligt of over een vriend, dien zij eens meebrachten
+en die twee duim van zijn plaats in bezit nam. Billijkerwijze zij
+gezegd, dat die man in de kerk niet erger is dan elders, want hij is
+overal een vlegel&mdash;jaloersch, twistziek, onherbergzaam, onhandelbaar.</p>
+
+<p>Maar zet als een tegenwicht tegen zulk een misbruik van de bank nu
+eens mijn besten <span class="pagenum"><a id="p_120">[120]</a></span>ouden vriend Jeremias Goedhart. Hij is nu alleen met
+zijn lieve, beminnelijke gade, want de kinderen hebben zich een eigen
+tehuis gevormd; maar hij houdt de familiebank en wil in geen geval die
+opgeven. Somtijds lijkt het den bestuurders van de kerk toe, dat
+Goedhart wel een banklooze familie bij zich kan nemen, maar zij
+dringen niet op de zaak aan, daar zij er aan denken, hoe lang hij en
+de zijnen de bank voor zich gehad hebben en hoe goed hij de ledige
+ruimte gebruikt. Hij heeft een tal van boezemvrienden, die nu oud en
+grijs zijn en die van tijd tot tijd met hem en zijn vrouw naar de kerk
+komen en voelen, dat zij in zeer goed gezelschap zijn. Hij heeft ook
+een grooten kring van kennissen, die bij honderden geteld kunnen
+worden, en de personen van dien kring hebben ook de gewoonte wel eens
+binnen te komen en in zijn bank te gaan zitten; en als hij een
+vreemdeling aan de kerkdeur ziet, dan kan Goedhart niet laten een
+woordje tot hem te zeggen, hem welkom te heeten en het beste <span class="pagenum"><a id="p_121">[121]</a></span>te
+wenschen. Als de vreemdeling toevallig een jonge man is, dan neemt hij
+hem onder den arm en mee naar zijn bank en er bestaat veel kans, dat
+hij hem naar zijn huis brengt en ten eten vraagt en hem zegt, dat hij
+maar nooit alleen op zijn kamers moet blijven zitten, maar zijn huis
+moet beschouwen als een tehuis.</p>
+
+<p>En mevrouw Goedhart vertelt haar vriendinnen met veel voldoening de
+grootte van den kalfsbout, dien zij op Zondagen hebben, omdat,
+ofschoon hun eigen zoons zijn heengegaan, zij toch nooit nederzitten
+zonder eenige jonge mannen als gasten en mijnheer Goedhart leerde hen
+kennen door de kerkbank. Indien de een of andere familie in de Kerk
+logés heeft en behoefte aan zitplaatsen, wel dan komen de kinderen van
+de familie in de bank van Goedhart zitten en worden met open armen
+ontvangen. Gezegend mogen zijn witte haren en scherpzinnig gelaat
+zijn, nooit is hij volkomen gelukkig of geniet hij de preek ten volle,
+tenzij hij zijn behoorlijk <span class="pagenum"><a id="p_122">[122]</a></span>aantal gasten heeft; daar zijn tijden, dat
+hij er een teveel meebrengt en dan wedijveren de andere bankbezitters
+om het eerst een plaats aan Goedhart aan te bieden.</p>
+
+<p>Zooals hij in de kerk is, is hij tehuis, hand en hart geopend, nooit
+tevreden, tenzij vrienden komen en gaan, nooit boos dan wanneer zij
+niet willen blijven eten bij hem, nooit zoo verheugd als wanneer hij
+een flinke wandeling maakt of een praatje houdt over den ouden tijd
+met hen, aan wie hij verbonden is door honderd banden van vriendelijke
+woorden en daden. Zooals hij gehandeld heeft met alle menschen,
+vreemdelingen zoowel als vrienden, in zijn Kerk en in zijn huis, zoo
+zal God met hem handelen en wij kunnen als zeker aannemen, dat hem een
+gastvrije ontvangst wacht daar waar de kerken der aarde veranderd zijn
+in: het Huis onzes Vaders.</p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_123">[123]</a></span></p>
+
+<h2><a id="VIII"></a>VIII.</h2>
+
+<h3>DE FATSOENLIJKE BEDELAARS IN ONZE KERKEN.</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Het is geen overdrijving, wanneer men zegt, dat men in het gebruik dat
+iemand maakt van zijn geld een maatstaf <ins class="corr" id="corr12" title="Bron: heeft">is</ins> voor zijn karakter
+en een openbaring van zijn aard. Er zijn menschen, die geld verliezen
+door hun dwaasheden: zoeten inval; daar zijn anderen, die het uitgeven
+ten gevolge van hun ondeugden&mdash;verkwisters; er zijn menschen, die het
+opgaren met jaloerschheid&mdash;gierigaards; er zijn er ook, die het
+uitzetten in weldaden&mdash;zij zijn de wijzen.</p>
+
+<p>Wanneer ik zeg weldoen, dan denk ik niet aan die onberedeneerde
+liefdadigheid, die geen onderscheid <span class="pagenum"><a id="p_124">[124]</a></span>maakt en die, hetzij zij den vorm
+aanneemt van aalmoezen aan een luien vagebond of van een ruime gift
+tot het kweeken van armlastigen, een vloek is en geen zegen, een zonde
+en niet een plicht. Wij behoeven den raad van onzen Heer aan den
+rijken jongeling om zijn bezittingen te verkoopen en aan de armen te
+geven niet letterlijk op te vatten, want ofschoon zulks misschien het
+eenige bewijs van oprechtheid was, dat hij in die dagen kon geven, zoo
+zou het een groote ramp zijn in onzen tijd.</p>
+
+<p>Indien een millionair zijn bezittingen te gelde maakte en de opbrengst
+uitdeelde onder dat droes onzer bevolking, dat niet werkt zoolang het
+kan bedelen, dan zou hij het grootst mogelijke nadeel doen aan zijn
+medemenschen. Indien diezelfde millionair zijn fortuin gebruikt om
+gelegenheid te geven tot eerlijken arbeid, waardoor de menschen zich
+zelf en hunne gezinnen kunnen onderhouden, dan zal hij aan zijn
+medemenschen den grootsten zegen verschaffen, die in zijn macht is.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_125">[125]</a></span></p>
+
+<p>Wat het geval moge geweest zijn in den ouden tijd, er kan niet
+ontkend worden, dat de man, die in onze dagen een fabriek vestigt in
+een kleine stad tien maal beter doet dan hij, die zijn kapitaal zou
+willen gebruiken om een armhuis te stichten.</p>
+
+<p>Wanneer een man behoorlijk voldaan heeft aan de eischen van zijn
+gezin, en waarvan hij goed heeft zorg gedragen voor de aanvulling der
+fondsen voor zijne zaken, dan zijn misschien de beste twee dingen, die
+hij kan doen met het overtollige van zijn kapitaal, het te gebruiken
+om de kennis van God te doen brengen aan hen, die in de duisternis
+zitten of de onschatbare gift eener goede opvoeding te doen toekomen
+aan hen, die hongeren en dorsten naar kennis. Het is zoo treurig, dat
+vele menschen niet hebben geleerd te geven, maar het is even treurig,
+dat velen niet weten, waar zij geven moeten. Om goed te geven, moet
+men zoowel zijn hoofd als zijn hart raadplegen, en leeren geven is een
+oefening van het brein zoowel als van iemands gevoel.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_126">[126]</a></span></p>
+
+<p>Er zijn Kerken, die zeer onverstandig geven en het geld, dat zij
+uitgeven om iets half goed te doen ware beter in de zee geworpen. Zij
+onderhouden stichtingen voor inwendige zending in arme wijken der
+stad, wat feitelijk niets anders zijn dan inrichtingen, waar
+propaganda gemaakt wordt voor pauperisme en de Gemeenten, in die
+wijken gevormd, bestaan grootendeels uit lieden, die bezwaar hebben om
+tusschen twee maaltijden te werken. Elk jaar worden er verslagen
+openbaar gemaakt, die aantoonen hoeveel personen de bijeenkomsten
+bezochten en op hartverscheurende wijze rekening doen van de ellende,
+die gelenigd is. Het is een feit, dat, wanneer gij aan een bekwaam
+organisator zesduizend gulden per jaar geeft om in een flinke
+achterbuurt te besteden, die man daar, wanneer ge maar wilt, een
+Gemeente zal stichten van een vijfhonderd leden; en als de leden van
+de moederkerk er heen wenschen te gaan en tegenwoordig te zijn bij een
+geestdriftvolle bijeenkomst, dan is het eenig noodige daartoe, dat een
+van <span class="pagenum"><a id="p_127">[127]</a></span>de rijke kerkleden dien avond als gastheer fungeert. De
+vergadering zal evenmin uit een oogpunt van getalsterkte als uit dat
+van geestdrift iets te wenschen overlaten en de lieve menschen van de
+rijke Kerk zullen naar huis gaan met het gevoel, dat zij een bloeiende
+zending hebben en ontzachelijk veel goeds doen, terwijl er heel veel
+kans bestaat, dat zij in den godsdienstigen zin des woords in het
+geheel geen zending hebben en dat hun geld onberekenbare schade heeft
+berokkend.</p>
+
+<p>Over het geheel genomen komen zendingsinrichtingen, onderhouden op
+ruime schaal door rijke Gemeenten precies overeen, wat het zedelijk
+resultaat betreft met de armhuizen, gesticht door menschen, die meer
+geld hebben dan zij weten te besteden en niet genoeg hersens om te
+weten, hoe het te gebruiken.</p>
+
+<p>Wanneer het geld, dat rond gestrooid wordt in soepuitdeelingen en
+dergelijke stichtingen tot het instandhouden van bedelaars en hun
+gezinnen, gebruikt was voor het bouwen van een <span class="pagenum"><a id="p_128">[128]</a></span>dergelijke kerk, waar
+de eerlijke armen God konden dienen met behoud van zelfachting, of van
+gezonde woningen, waar de werkmenschen netjes konden wonen tegen
+matige huur of tot het instellen van een beurs voor studenten, arm in
+geld maar rijk in hersens om hun in de gelegenheid te stellen hooger
+onderwijs te genieten, dan zouden de maatschappelijke hervormers reden
+hebben de Kerk te zegenen en de Kerk zou vrij wat meer goeds
+verrichten in de gemeenschap.</p>
+
+<p>Een Kerk van het West-End behoeft echter juist niet naar het Oost-End
+te gaan om zulk kwaad te verrichten, want zij kan, als zij dat wil een
+kweekplaats van fatsoenlijke landloopers stichten binnen haar eigen
+grenzen. Wanneer een dominee en de lidmaten zijner Kerk den naam
+hebben van een week hart te bezitten, wat dikwijls beteekent dat zij
+wat zwak van hoofd zijn, dan verspreidt zich dat nieuws wijd en zijd
+en het aantal bezoekers der godsdienstoefening neemt onmiddellijk toe.
+Kleinhandelaars, <span class="pagenum"><a id="p_129">[129]</a></span>die hun zaak tot bloei willen brengen en niet
+uitsluitend durven vertrouwen op de deugdelijkheid der goederen, die
+zij verkoopen; jonge lieden, die hun betrekking verloren hebben, omdat
+zij niet willen werken; dames, die het beneden zich achten om iets te
+doen voor haar levensonderhoud en deskundigen zijn in wat men zou
+kunnen noemen fatsoenlijke strooptochten; onbekwame kooplieden, aan
+wie geen bank honderd gulden crediet zou willen geven, maar die hopen
+duizend te krijgen door middel van aanhalingen uit de Bergrede&mdash;komen
+zich gezamenlijk nederzetten binnen de beschuttende muren van deze
+Christelijke schuilplaats.</p>
+
+<p>Als men hen wil gelooven, komen zij allen om de uitmuntendste en
+aandoenlijkste redenen: omdat bijvoorbeeld hun vorige Gemeente koud
+was en zij in een warmer atmosfeer wenschten te leven; omdat zij een
+zegen ontvingen onder de prediking van den dominee en het als een
+voorrecht beschouwen zijn zielszorg te genieten; omdat zij begeeren
+eenig goed werk te doen <span class="pagenum"><a id="p_130">[130]</a></span>en uit de verte gehoord hebben van den ijver
+van deze Gemeente; maar hoofdzakelijk wegens het hooge geestelijke
+standpunt van dominee en lidmaten beiden, dat deze eenvoudige zielen
+als een magneet heeft getrokken naar hun natuurlijk tehuis.</p>
+
+<p>Hun eigenlijke reden, om het in zuiver Hollandsch te zeggen, is, dat
+zij geen lust hebben te werken voor hun brood, zooals eerlijke
+menschen doen en dat zij van plan zijn zich op de Christelijke
+liefdadigheid te werpen. Zij stellen niet het minste belang er in, wat
+de dominee preekt of is, mits hij maar geen oordeel des onderscheids
+hebbe; zij komen alleen en heel eenvoudig om te bedelen. Zij zijn zeer
+bekwaam voor hun eigen vak en hebben het fatsoenlijk bedelen opgevoerd
+tot de hoogte eener schoone kunst. Zij beginnen niet, zoodra zij
+aankomen, te vragen en de allerslimsten onder hen zullen zelfs nooit
+over geld spreken. Hun wensch is, zooals zij aan den predikant in zijn
+studeerkamer duidelijk maken een bedeesdheid en kieschheid, <span class="pagenum"><a id="p_131">[131]</a></span>die een
+diepen indruk maken op hem, als hij een eenvoudig vroom man is zonder
+ervaring, niets anders dan een hoekje in zijn kerk te hebben, waar zij
+kunnen nederzitten en zich drenken met de zuivere melk van het Woord
+en het eenige, waarover zij zich bekommerd maken, is, dat zij in de
+eerste zes maanden niet in staat zullen zijn eenig plaatsengeld te
+betalen of iets bij te dragen in het fonds voor de zending.</p>
+
+<p>Zij hebben betere tijden gekend en toen was geven hun levensgenot. Een
+groote tegenspoed heeft de familie gedrukt en zij maken onduidelijke
+toespelingen op een groote som, verloren of door slecht gedrag van een
+familielid of door een bankroet en nu zijn zij verplicht hoogst zuinig
+te leven. Hun strijd om het bestaan, de dominee mag dat aannemen, is
+zeer moeilijk; maar zij zijn niet gekomen om over zulke dingen met hem
+te praten, doch, alleen om hem te verzekeren, dat hij hun tot zegen
+geweest is en om te zeggen, dat zij zoo gaarne zich nuttig zouden
+willen maken in zijn Kerk. Al kunnen <span class="pagenum"><a id="p_132">[132]</a></span>zij niet geven, zij zijn
+tenminste willig om te werken en kiezen in den regel bij toeval een
+afdeeling van Christelijken arbeid, waarvan het hoofd rijk is in de
+goederen dezer wereld en bekend als mild.</p>
+
+<p>Onder het oog van zulk een chef is er geen eind aan de werkzaamheid
+van onze bedelende vrienden. Zij bieden aan om alles te doen. Zij
+geven nieuwe plannen voor armenzorg aan de hand; zij brengen de oudere
+arbeiders in de afdeeling van de wijs door hun drukte en den een of
+anderen avond komen zij, op een ongelegen uur aandragen met een paar
+guldens, die zij&mdash;zooals toevallig blijkt&mdash;uit hun mond gespaard
+hebben voor een goede zaak. Daar zij niet in staat zijn om iets bij te
+dragen in de kerkelijke fondsen, maken zij met hun eigen handen eenige
+onmogelijke kerkezakjes, die zij in alle deftigheid aanbieden aan de
+ambtsdragers der Kerk en die ontoonbaar zijn en ongeschikt voor
+gebruik.</p>
+
+<p>Daar zij op geen andere wijze hun dankbaarheid <span class="pagenum"><a id="p_133">[133]</a></span>aan den dominee kunnen
+toonen, komen zij op een avond, man en vrouw samen als collega's in
+het bedelvak, en verzoeken hem een groote <span xml:lang="fr">bouffante</span> aan te nemen, die
+zijn keel zal beschermen tegen de winterkoude te midden van zijn
+onmetelijken arbeid, maar waarvan de kleuren en het model hem zouden
+blootstellen aan een ontslag uit zijn bediening, indien hij het ding
+droeg. De voorname leden der Kerk ontvangen met verjaardagen en met
+Kerstmis kaartjes, vol vrome spreuken en opmerkingen; en als een kind
+het ongeluk heeft eenigszins ernstig ziek te worden, bijv. windpokken
+of mazelen krijgt, dan komen de bedelende vrienden regelmatig en op
+treffende wijze vragen. Zij willen niet graag de moeder storen, maar
+zij hebben zulk een genegenheid opgevat voor den kleinen lieveling,
+dien zij in de kerk hebben gadegeslagen, dat zij rust noch duur hadden
+voor zij wisten of de lieve jongen een rustigen dag heeft
+doorgebracht. Zij willen niet indringerig zijn en zij vergeten niet,
+dat hun omstandigheden <span class="pagenum"><a id="p_134">[134]</a></span>veranderd zijn, maar zij hopen, dat het niet
+als een beleediging zal beschouwd worden, dat zij een kleinigheidje
+hebben meegebracht voor het zieke engeltje en zij vragen aan de moeder
+om een onoogelijk stukje kandij aan het lieve lammetje te willen
+overbrengen. Er zijn moeders en moeders, maar er is kans, dat de
+moeder zeer getroffen wordt en in het algemeen, aangenaam aangedaan
+door zoo veel belangstelling in haar kind, en ofschoon zij verstandig
+genoeg is om de gift in het vuur te gooien, zal zij toch niet nalaten
+de gevers met Kerstmis te gedenken.</p>
+
+<p>Wanneer de spinnen het web van fijne draden gespannen hebben, en het
+aan alle hoeken der Kerk stevig bevestigd is, dan is het opmerkelijk
+hoeveel vliegen en niet enkel onnoozele, er in vast raken en hoe groot
+de buit is. De kleerenklasten van de Kerk, zoowel van mannen als
+vrouwen, staan te hunner beschikking en elke maand wordt gij bij de
+ontmoeting met onzen bedelaar herinnerd aan den een of anderen <span class="pagenum"><a id="p_135">[135]</a></span>ouden
+vriend en het is zeer belangwekkend de kleeren, die de Gemeente
+gewoonlijk droeg in de Kerk in nieuwe omstandigheden te zien
+verschijnen. Hun huishuur wordt om beurten betaald door een troepje
+barmhartige Samaritanen, waarvan elk gelooft, dat hij de eenige is,
+aan wien ooit werd toegestaan den dienst te bewijzen en die het doet
+onder belofte van geheimhouding, uit vrees dat schroomvallige
+menschen, arm maar trotsch, zich gekrenkt zouden gevoelen en dat zij
+de achting voor zich zelf, die nu, zooals zij zeggen, hun eenige
+bezitting is, misschien zouden verliezen. De een of andere
+vriendelijke dokter in de wijk bezoekt hen in geval van ziekte, zooals
+dat vaak gedaan wordt door deze mannen, zonder geld of eenig ander
+loon te ontvangen. Medische hulp in den vorm van versterkende
+middelen, geleiën, vruchten, lekkernijen stroomen zoo voortdurend toe,
+dat het niet bevreemdend is, dat de lieve kleine <span xml:lang="en">Alice</span> niet spoedig
+herstelt en dat de hulp van het gezin moet worden ingeroepen om de
+snoeperij op te krijgen.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_136">[136]</a></span></p>
+
+<p>Later moet de kleine <span xml:lang="en">Alice</span>, die met zorg ingewikkeld in doeken en
+blijkbaar erg zwakjes rondgevoerd is om haar weldoeners persoonlijk te
+bedanken en die daartoe den meest ongelegen tijd schijnt gekozen te
+hebben, uit puur medelijden voor een maand naar buitengezonden worden
+en de liefhebbende familie, die niet leven kan zonder <span xml:lang="en">Alice</span>&mdash;zij
+kunnen maar niet vergeten, dat zij vroeger rijk waren&mdash;moet
+noodzakelijk met de herstellende gaan.</p>
+
+<p>Ik zou te veel tijd noodig hebben om te spreken van al de leeningen,
+die zij aangaan met bijna iedereen, rijken en armen. Als zij zoo iets
+vragen, dan is het alleen door den uitersten nood gedrongen en onder
+bittere schaamte; elke leening is de eerste, die zij ooit aangingen en
+binnen veertien dagen zal het geld zeker worden teruggegeven; als pand
+voor de richtige nakoming dier belofte wordt een ouderwetsche gouden
+broche gegeven&mdash;het laatste erfstuk der familie. Niet eer dan nadat de
+lange strooptocht geëindigd is en de bedelaars <span class="pagenum"><a id="p_137">[137]</a></span>verhuisd zijn naar een
+andere deftige Kerk, die op een behoorlijken afstand ligt, beginnen de
+menschen hun verschillende aanteekeningen te vergelijken en de
+rekening op te maken en dan komt men tot de ontdekking, dat naar de
+laagste schatting het gezin op kosten van de Gemeente heeft geleefd
+tegen ongeveer twee duizend gulden per jaar.</p>
+
+<p>Deze berekening is natuurlijk, om tot de totale uitgaven te komen, te
+vermeerderen met wat zij zelf verdiend hebben; maar in den regel kan
+men aannemen, dat de balans daardoor weinig opgevoerd zou worden.
+Indien men aan de vrouwelijke helft onzer bedelaars eenigen vorm van
+arbeid voorstelt, dan krijgt zij het te kwaad met haar aandoeningen,
+maar kan toch het feit niet verbergen, dat zij zeer beleedigd is. Het
+is misschien dwaas van haar, verklaart zij onder een tranenvloed, maar
+haar arme vader, die gewoonlijk in het leger gediend heeft, heeft vaak
+gezegd, dat geen dochter, die zijn naam droeg, ooit tot werken mocht
+afdalen en zij voelt aan <span class="pagenum"><a id="p_138">[138]</a></span>zijn nagedachtenis verschuldigd te zijn deze
+edele houding te blijven aannemen en men is dan natuurlijk zoo
+beschaamd over het barbaarsche voorstel, dat men gaarne een
+schadeloosstelling betaalt.</p>
+
+<p>Het heeft volstrekt geen nut een betrekking te zoeken voor een jongen
+man van deze soort, want de plaats, die gij voor hem vindt is of niet
+geschikt voor zijn bijzondere bekwaamheden of nadat hij er drie dagen
+geweest is, ontstaat er een geschil tusschen hem en den bestuurder der
+zaak, dat bewijst, dat die directeur niet gewoon is geweest met heeren
+om te gaan; en natuurlijk, zooals de moeder van den jongen man u
+vertelt, kan haar zoon de geschiedenis van de familie niet vergeten.</p>
+
+<p>Als de bedelaar een handelsman is en gij zendt hem klanten, waarom hij
+inderdaad gebedeld heeft, dan zijn zijn waren zoo slecht, dat geen
+mensch ze gebruiken kan en de prijs is zoo hoog, dat niemand lust
+heeft hem te betalen; en daarbij behoort de handelsman gewoonlijk tot
+die hooge en machtige klasse, die niet <span class="pagenum"><a id="p_139">[139]</a></span>zich wil verlagen tot het
+maken van iets op een andere, dan de degelijke, ouderwetsche wijze en
+die vooral niet, al moest men van honger omkomen, beneden den prijs
+wil leveren. Het feit is&mdash;het naakte feit&mdash;dat deze verheven handelaar
+niet wenscht te werken, zoolang dwaze menschen hem willen onderhouden.</p>
+
+<p>Langzamerhand doorziet de vriendelijkste dominee bij de toeneming van
+het onderling verband tusschen de verschillende Kerken deze klasse en
+hij komt er toe hen te onderwerpen aan een flinke arbeidsproef,
+meenende dat vroomheid en bedelarij niet kunnen samengaan en
+weigerende te gelooven, dat ooit iemand zegen geniet onder zijne
+prediking, die niet wil werken voor zijn brood. Men mag ook aannemen,
+dat een Christelijke Gemeente, al was zij de licht geloovigste
+vereeniging op aarde, eindelijk al haar moed bijeen zal garen en
+tegelijkertijd haar gezond verstand te werk zal stellen en dan zal
+weigeren om de Christelijke kringen te maken tot een jachtveld voor
+fatsoenlijke bedelaars, zoodat de godsdienstige <span class="pagenum"><a id="p_140">[140]</a></span>levensmoeden een
+nieuw middel zullen moeten uitvinden om te ontduiken aan de wet, dat
+wie niet werkt, niet zal eten.</p>
+
+<p>En het geld, dat wordt bezuinigd op deze parasieten, worde gevoegd bij
+het fonds tot ondersteuning van emeritus-predikanten.</p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_141">[141]</a></span></p>
+
+<h2><a id="IX"></a>IX.</h2>
+
+<h3>IS DE DOMINEE EEN LEEGLOOPER?</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Niemand heeft meer reden tot dankbaarheid aan zijn publiek dan een
+dominee, want ik ken geen dienaar, die vriendelijker behandeld wordt.
+Hoewel er ongetwijfeld in een zoo groot lichaam als de Christelijke
+Kerk vitlustige en slecht gemanierde Gemeenten zijn, juist zooals er
+luie en verwarring stichtende dominees zijn, kan men toch zeggen, dat
+over het algemeen de Gemeente liefderijk is in haar oordeel over haren
+predikant, geduld heeft met zijn fouten, ten zeerste elk goed werk,
+dat hij doet, waardeert en zeer dankbaar is voor al zijn goede
+diensten. Er zijn niet veel klachten, die een welwillend dominee <span class="pagenum"><a id="p_142">[142]</a></span>met
+gezond verstand kan inbrengen tegen een gewone Gemeente, doch hij
+heeft soms een grief tegen zijn vrienden, die hij niet openbaart, maar
+die voortwoekert in zijn hart. Het is niet iets, dat zij zeggen of
+iets, dat zij doen; het is het stille en misschien onbewuste
+vermoeden, onbewust van hun zijde, dat hij niet genoeg te doen of dat
+hij een aanmerkelijke hoeveelheid ledigen tijd heeft.</p>
+
+<p>Kon hij staat maken op hunne woorden, dan zou dat vermoeden nooit in
+hem opkomen, omdat zij slim genoeg zijn, en dat is heel vriendelijk
+van hen, des Maandags tegen hem te zeggen, dat hij wel heel vermoeid
+moet zijn na tweemaal zoo wondermooi gepreekt te hebben en dus moet
+hij wel, daar hij toch maar een mensch is, meenen, dat zij zich
+verbeelden, dat hij geheel op is na zulk een verstandelijke
+uitputting. Weer een anderen keer vermanen zij hem, zoo langs hun neus
+weg, na een praatje over het weer, zich voor overwerking te wachten en
+zeggen zij niet te kunnen begrijpen, hoe hij in <span class="pagenum"><a id="p_143">[143]</a></span>staat is, zooveel te
+doen. Dit alles is heel vriendelijk en opbouwend en de dominee heeft
+een aangenaam gevoel, dat zijn werk gewaardeerd wordt en dat hij een
+van de hardste zwoegers van de wereld is.</p>
+
+<p>Als hij ouder wordt echter, en meer waarde begint te hechten aan den
+inwendigen toestand van het gemoed der menschen, dan aan de los door
+hen daarheen geworpen woorden, dan gevoelt hij zich niet op zijn gemak
+erbij, dat de menschen toch nog niet zoo bepaald overtuigd zijn van
+zijn regelmatige bezigheden en zijn bezette uren. Lieve dames, en alle
+dames zijn lief, noodigen hem op een theepartij en dergelijke
+feestjes, waarbij hij de eenige heer zal zijn; of als er misschien nog
+een is, dan is het een bejaard man, die zich reeds lang uit de zaken
+heeft teruggetrokken. Terwijl de dominee de dame dankt voor haar
+vriendelijke uitnoodiging, komt het hem in de gedachte, dat haar eigen
+man niet op het aangename partijtje zijn zal, evenmin als haar zoon,
+omdat zij het te druk <span class="pagenum"><a id="p_144">[144]</a></span>hebben en zij zou er niet aan denken, een
+advocaat of een koopman of een geneesheer of een dagbladschrijver te
+vragen, tenzij het was voor een groote partij, waarop iedereen komt.
+Het zou haar een dwaasheid toeschijnen een man van zaken van zijn werk
+te halen zelfs om een uur door te brengen met haar en andere even
+bekoorlijke vrouwen. De andere mannen zouden niet komen, omdat zij
+niet konden. Zij moeten hun werk doen. De dominee wordt uitgenoodigd
+omdat, zoo als de gastvrouw veronderstelt, hij geen werk heeft, dat
+hem verhindert. En zij zou hem misschien weinig hoffelijk noemen en
+zeker heel onvriendelijk, wanneer hij weigerde; en als hij zijn
+weigering verdedigde door het bezet zijn van zijn tijd, zou wellicht
+haar oordeel liefdeloos worden en kon zij wel eens meenen, dat hij een
+andere reden had. Zat hij dan niet in zijn studeerkamer? Waarom kon
+hij niet even goed in haar huis zijn? En zij zou nooit kunnen
+begrijpen, dat hij juist op dien achtermiddag moest gebruik maken van
+een eenige kans om <span class="pagenum"><a id="p_145">[145]</a></span>een noodzakelijk boek meester te worden. Was hij
+niet een half uur geleden haar huis voorbijgegaan en indien hij kon
+uitgaan voor een wandeling, waarom kon hij dan dien tijd niet
+doorgebracht hebben in haar tuin, en hij kan haar niet aan het
+verstand brengen dat hij een zieke was gaan bezoeken.</p>
+
+<p>Secretarissen van philantropische vereenigingen zijn hem komen vragen
+om uit een buitenwijk naar het midden van de stad te gaan, en een
+voorstel te steunen op een openbare vergadering van acht bejaarde
+heeren en zeven-en-zeventig vrouwen van onzekeren leeftijd, met vier
+fatsoenlijke bedelaars, die gekomen zijn om te zien of ze niet eenige
+guldens kunnen leenen van den een of anderen barmhartigen Samaritaan.
+Het was een uitmuntende vereeniging en ongetwijfeld was het noodig,
+dat het bestuur herkozen wordt, en de dominee zei dat na verloop van
+tien minuten, maar terwijl hij naar huis ging, moede en geërgerd is de
+gedachte bij hem opgekomen of dit nu het beste gebruik was, dat hij
+<span class="pagenum"><a id="p_146">[146]</a></span>van zijn tijd kon maken en zou de secretaris, hoe onvermoeid die man
+ook was en hoe dringend ook, er toe gekomen zijn een man van
+zaken&mdash;dat is iemand, die werkelijk iets doet&mdash;te vragen zijn kantoor
+te verlaten te midden van de drukte om drie volle uren van zijn tijd
+te besteden om naar een buitenwijk te gaan en daar te zeggen, wat
+totaal onbelangrijk was voor de menschen, op wie het geen bijzonderen
+indruk zou maken? De dominee weet en de secretaris weet en iedereen
+weet, dat de man van zaken met de minst mogelijke woorden neen zou
+gezegd hebben, en dat iemand hem dat kwalijk zou hebben genomen,
+terwijl iedereen hem een dwaas zou hebben genoemd, als hij er heen was
+gegaan.</p>
+
+<p>Zulk een tijdverknoeien is onmogelijk behalve voor overoude heeren en
+voor dominees. En, natuurlijk, als de predikanten inderdaad hun tijd
+thuis verbeuzelen met het lezen van tijdschriften of het kijken door
+de ramen of als zij niets anders doen dan hun wijk rondslenteren om
+beleefdheidsbezoeken te brengen en praatjes over <span class="pagenum"><a id="p_147">[147]</a></span>het weer te houden,
+dan zou het heel goed zijn, al was het maar voor de verandering, als
+zij eens een achtermiddag zoek brachten met naar een vergadering te
+gaan en het gehoor te overtuigen, dat inderdaad het bestuur behoort
+herkozen te worden.</p>
+
+<p>Treuzelaars van allerlei slag dringen de studeerkamer van een dominee
+binnen bij voorkeur vóór twaalf uur 's morgens, omdat zij dan zeker
+zijn hem thuis te vinden, en leggen hem in verbazend lange verhalen
+uit, dat wij de afstammelingen van de verloren tien stammen zijn; dat
+alle onzedelijkheid reeds lang uit de wereld verdwenen zou zijn, als
+wij maar wortelen in plaats van vleesch aten; dat het werk, gedaan
+door zeker iemand, wiens naam de dominee niet kan uitspreken op een
+plaats in Klein-Azië, waarvan hij nooit gehoord heeft, het
+allerbelangrijkste is onder dat der uitwendige zending, altijd alleen
+afgaande op de mededeelingen van den man, die het salaris beurt in
+Klein-Azië. Indien een van deze woordenrijke menschen <span class="pagenum"><a id="p_148">[148]</a></span>en het zijn er
+nog maar drie van een honderdtal, elk met het een of ander bijzonders
+in het hoofd, het waagde een koopmanskantoor te bezoeken, dan zou hij
+waarschijnlijk niet toegelaten zijn in de kamer van den patroon, en
+als hij wel erin was gelaten, zou hij zeker gauw verzocht worden de
+deur van achteren te bekijken.</p>
+
+<p>De onbeschaamdheid van een treuzelaar is verbazend, maar zij heeft
+grenzen en na eenige ervaring laat zoo iemand den koopman met rust en
+in den regel probeert hij niet eens een geneesheer aan boord te komen,
+maar hij nestelt zich als bij instinct en met een gevoel van &bdquo;ik ben
+hier thuis&rdquo; in de studeerkamer van een dominee. Als deze een werkelijk
+goed man is, dan is de bezoeker in zijn nopjes, want hij heeft een
+hulpeloos slachtoffer gevonden; maar als de dominee maar onvolmaakt
+heilig is, dan gaat de zeurkous bijna even vlug de deur uit als bij
+den koopman, maar dan weet de dominee ook, dat zijn leven voortaan in
+de macht is van de tong des beuzelaars.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_149">[149]</a></span></p>
+
+<p>Wat den dominee ergert en te meer naarmate hij minder zijn ergenis
+luchten kan is, dat al die menschen gelooven, dat hij werkelijk niet
+weet, wat hij met zijn tijd moet uitvoeren en dat die tijd tot ieders
+beschikking is. Het feit is echter, dat de predikant van een
+stadskerk, die getrouw zijn plicht doet, harder werkt dan iemand
+anders in de maatschappij, behalve een arts met dagelijksche praktijk,
+een dagbladschrijver en een naaister op een atelier, waar de zweep
+gebruikt wordt. Hij kan des avonds zoo laat op zitten, als hij wil&mdash;en
+inderdaad moet hij, laat ons zeggen, tot minstens twaalf uur op
+blijven&mdash;om niet ten achteren te raken met zijn leesstof, maar hij
+moet des morgens weer vroeg bij de hand zijn, omdat wellicht een
+koopman hem komt spreken vóór negen uur, en omstreeks dien tijd moet
+hij de eerste brievenzending geopend hebben, die zoo ongeveer uit een
+twaalftal brieven bestaat en als hij het noodig oordeelt&mdash;en het is
+noodzakelijk in een stad&mdash;moet hij dan ook een <span class="pagenum"><a id="p_150">[150]</a></span>blik geslagen hebben
+in de feiten, die den vorigen dag voorvielen in zijn stad en in de
+wereld. Van negen tot een moet hij zich voorbereiden voor zijn taak op
+den preekstoel, voor avondbeurten in de week, voor catechisaties, en
+voor toevallig werk in kerk of vergadering, zoo vlug hij kan en het
+uur, dat hij verliest met het ontvangen van bezoekers, moet laat in
+den avond met interest ingehaald worden. Te een uur veroorlooft hij
+zich iets te eten, ofschoon hij vaak niet aan de koffietafel in het
+gezin kan verschijnen, omdat de een of andere slimme bedelaar weet,
+dat dit de beste tijd is om hem thuis te treffen en, terwijl hij in
+het drukst van het gesprek is, betreurt hij het verlies van zijn
+maaltijd en verlangt naar den dag, dat Amerikaansche vindingskracht,
+vruchtbaar in denkbeelden en spaarzaam met den tijd, een vloeibare
+voedingsstof zal uitvinden, die hij door een buis tot zich kan nemen,
+terwijl hij studeert.</p>
+
+<p>Indien hij niet beloofd heeft de benoeming te ondersteunen van een
+commissie van veertig <span class="pagenum"><a id="p_151">[151]</a></span>leden, die een tehuis voor twintig meisjes moet
+besturen, dan brengt hij zijn tijd van ongeveer twee tot zeven uur
+door met het bezoeken van menschen, die ziek zijn of vrienden verloren
+hebben, die lijden onder wereldsche rampen of die pas tot zijn Kerk
+zijn toegetreden of haar juist verlaten hebben, die hij wenscht over
+te halen tot eenigen arbeid of die hij in langen tijd niet gezien
+heeft en waarmee hij voeling wil blijven houden. Hij komt 's avonds
+thuis, niet omdat zijn werk gedaan is, want deze soort van werk is
+nooit afgedaan en het einde is er nimmer van te zien, zelfs niet al
+begon men het des morgens te negen uur en zette men het voort tot 's
+avonds negen uur, maar omdat niemand langer dan vijf uur achtereen
+bezoeken kan afleggen.</p>
+
+<p>Bij zijn thuiskomst&mdash;en ik beken dit vrijmoedig&mdash;veroorlooft de
+dominee zich weer wat te eten, maar alweer moet het voor hem bewaard
+worden, omdat een andere bezoeker, die hem in den namiddag was
+misgeloopen, van <span class="pagenum"><a id="p_152">[152]</a></span>een onnoozele dienstmaagd, die pas in dienst is
+gekomen en nog niet goed op de hoogte is van de taak van een
+predikants-dienstbode, het uur heeft vernomen, waarop de ongelukkige
+man zijn volgenden maaltijd zal gebruiken en nu reeds een half uur op
+hem gewacht heeft om den steun van den dominee te vragen voor een
+genootschap van christelijke liefdadigheid, wat in twee van de drie
+gevallen slechts een uitwas is van philantropie en in het derde geval
+iets waarmee de dominee niet de minste aanraking heeft.</p>
+
+<p>Menschen, die niet beter weten, zouden misschien veronderstellen, dat
+de dominee, na zijn zeer bescheiden maal genuttigd te hebben, vrij zal
+zijn met zijn vrouw en kinderen in de huiskamer te zitten om zijn
+plicht te vervullen als hoofd van het gezin en zoo het grootste genot
+van den geheelen dag te smaken. Het is iets zeldzaams als deze
+ongelukkige man een avond voor zich zelf heeft, omdat hij gewoonlijk
+dadelijk na het eten naar een of andere bijeenkomst in zijn kerk moet
+gaan en terwijl de <span class="pagenum"><a id="p_153">[153]</a></span>leden der Gemeente zich over de verschillende
+avonden verdeelen, wat heel billijk en goed is, moet hij altijd bij
+alles tegenwoordig zijn, want is hij er niet, dan begint het
+onderdeel, waarvan hij wegblijft, te kwijnen.</p>
+
+<p>Als hij een avond vrij heeft, dan komt een of ander lid van zijn
+Gemeente hem vragen een bijeenkomst te bezoeken ten bate van iets,
+waarin hij betrokken is en er zijn redenen, waarom de dominee niet kan
+weigeren. Het is best mogelijk, dat diezelfde mijnheer de vorige week
+gezegd heeft, dat de dominee zich overwerkte en niet zooveel op zich
+moest nemen, maar als de tijd komt, dat hij zelf een bijl heeft, die
+geslepen moet worden, dan zal hij niet de minste aarzeling hebben den
+dominee te vragen den molen te draaien. En inderdaad wordt het
+openbare werk van den dominee sterk vermeerderd door zijn eigen
+gemeenteleden, die aan de secretarissen, de treuzelaars en de rest van
+tijdroovers aanbevelingsbrieven geven met een slot, als: &bdquo;Ik hoop, dat
+ge het verzoek van <span class="pagenum"><a id="p_154">[154]</a></span>mijnheer <span xml:lang="en">Tootle</span> zult inwilligen als een
+persoonlijke gunst aan mij.&rdquo; Dezelfde heer doet dat
+<ins class="corr" id="corr13" title="Bron: misschen">misschien</ins> maar eens in een halfjaar, maar er zijn er een
+honderd, die hetzelfde met tusschenpoozen doen en zoodoende wordt de
+dominee aan handen en voeten gebonden door zijn eigen Gemeente.</p>
+
+<p>Was ik een leek en de een of andere gesalariëerde secretaris, die
+niets anders te doen heeft&mdash;zooals het mij soms toeschijnt&mdash;dan
+noodelooze brieven te schrijven en vervelende vergaderingen bijeen te
+roepen en dominees te ergeren, kwam bij mij en vroeg mij om mijn
+dominee te plagen totdat hij zijn eigen werk liet staan en de
+bijeenkomst van den secretaris bezocht, dan zou ik dien secretaris
+mijn gemoed bloot leggen in de woorden, die een vriendelijke
+Voorzienigheid mij op dat oogenblik zou ingeven en één dominee zou ten
+minste geen last hebben van dien secretaris. Als het godsdienstig
+publiek ooit eenigen twijfel heeft omtrent het geld, dat uitgegeven
+wordt aan secretarissen <span class="pagenum"><a id="p_155">[155]</a></span>en omtrent het nut van hun arbeid, dan kan
+het misschien een troost wezen voor dat publiek, te weten, dat, zoo
+lang er gesalariëerde secretarissen van philantropische instellingen
+zijn, geen stadsdominee ooit er toe zal kunnen komen zijn tijd te
+verluieren, hetzij door moderne godgeleerdheid te bestudeeren of door
+te praten met zijn gezin.</p>
+
+<p>Veronderstel echter, dat door den een of anderen buitengewonen zegen,
+de dominee een avond vrij heeft, werkelijk vrij&mdash;wat zoo ongeveer
+zesmaal per winter voorkomt&mdash;en hij begint aan zijn vrouw eens iets
+voor te lezen, of zij onthaalt hem op wat muziek of de heele familie
+bladert een kunstwerk door, of&mdash;want ik wil zijn zwakke zijde niet
+verbergen&mdash;zij spelen een spelletje samen, zijn vrouw, zijn kinderen
+en hijzelf. De bel gaat over en de dominee ziet zijn vrouw aan; hij
+weet, wat dat beteekent. Het is in zulke oogenblikken, dat zijn geloof
+in een persoonlijken duivel, wiens slimheid even groot is als zijn
+boosaardigheid, ten sterkste bevestigd wordt.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_156">[156]</a></span></p>
+
+<p>Niet dat de bezoeker op een vreemde zoo'n duivelachtigen indruk
+maakt, want hij is eenvoudig een fatsoenlijk, niet bijzonder
+opmerkelijk burgerman, behoorende tot de Gemeente van den dominee of
+tot die van een anderen predikant, die even goed op elk ander uur had
+kunnen komen en zeker op een anderen tijd zou gekomen zijn, als hij
+een koopman had willen spreken, maar die inbreuk maakt op des dominees
+vrijen tijd met de stille, doch onbepaalde gedachte, dat, daar de
+dominee den geheelen dag voor zich zelf had, de avonduren wel ter
+beschikking van het publiek konden zijn. Wat de boodschap van den
+bezoeker betreft, hij had even goed kunnen schrijven, maar hij
+gevoelde, dat het beter kon behandeld worden bij een persoonlijk
+onderhoud&mdash;een kwartier was lang genoeg. Wat ten slotte erop uitloopt,
+dat deze spraakzame heer den heelen avond bij den predikant in de
+studeerkamer zit en wanneer hij heen gaat, vol van spijt, dat hij den
+dominee zoo lang heeft opgehouden, dan zijn de kinderen naar bed en
+<span class="pagenum"><a id="p_157">[157]</a></span>de domineesvrouw zit eenzaam in de leege voorkamer.</p>
+
+<p>Daar is geen tweede mensch, die op deze manier lijdt, zelfs een
+geneesheer niet, want de menschen dringen niet in zijn consultkamer en
+blijven er zitten, terwijl zij bij hun gezin behoorden te zijn en hij
+bij het zijne zou willen wezen. Dokters hebben een hard leven, want
+zij kunnen op elk uur worden geroepen en beziggehouden van 's morgens
+tot 's avonds, maar zij hebben ten minste geen last van toevallige
+bezoeken en beuzelachtige gesprekken om de eenvoudige reden, dat als
+iemand bij hen komt, hij niet langer dan een kwartier mag blijven en
+hij moet betalen voor den tijd, dien hij blijft. Natuurlijk is een
+dominee ten dienste van zijn Gemeente op elk redelijk uur en op elk
+uur is hij bereid den stervende en den achterblijvende te dienen; maar
+als elke vreemdeling, die geen enkel recht op hem heeft en die tot hem
+komt voor zijn eigen zaken, een billijk honorarium moest betalen en
+het dubbele ervan, indien hij <span class="pagenum"><a id="p_158">[158]</a></span>des avonds kwam, dan zouden wellicht de
+kinderen van een predikant hun vader leeren kennen en de domineesvrouw
+zou niet behoeven te klagen, dat zij bijna nooit haar man ziet.</p>
+
+<p>Als een koopman zijn kantoor verlaat en naar zijn huis gaat, zou hij
+zeer verwonderd zijn, indien daar een makelaar hem kwam opzoeken en
+een zaak voorstellen. Een arbeider heeft rust in zijn eigen huis, maar
+een domineeshuis is een doorloop, waarin alle soorten van menschen
+zich bewegen. Waarom kan het tehuis van een predikant niet even heilig
+zijn als dat van een handelaar? Waarom mag hij niet even goed als een
+advocaat zijn uren van dagelijksche rust hebben? Wanneer zullen de
+Gemeenten en het publiek toch eens begrijpen, dat indien een man
+verplicht is op de hoogte te blijven van de beste gedachten van den
+tegenwoordigen tijd en zich meester te maken van de schoonste
+denkbeelden uit het verleden, wanneer hij zijn herderlijke plichten
+behoorlijk moet vervullen en zijn aandeel moet hebben in de
+voornaamste zaken <span class="pagenum"><a id="p_159">[159]</a></span>der gemeenschap, zijn tijd dan beschermd moet
+worden tegen indringers en zijn krachten niet moeten verknoeid worden
+in onbeduidende vergaderingen? Wanneer zullen de menschen begrijpen,
+dat zijn arbeid even ernstig is en even geregeld is als die van elk
+anderen man, die een ambt bekleedt en dat, dewijl zijn tijd behoort
+aan zijn Meester, even goed als zijn talenten en al wat hij overigens
+bezit, diezelfde tijd niet behoort aan gesalariëerde beambten en
+spreekgrage bezoekers? Wanneer dat duidelijk begrepen wordt, dan zal
+het voor de eerste maal tot zekere verstanden doordringen, dat, hoewel
+de predikant vele zaken moet doen, een daarvan niet is, dat hij in de
+maatschappij de plaats moet innemen van menschen, die het druk hebben,
+of dat hij een spreekmachine is op tweede-rangs godsdienstige
+bijeenkomsten.</p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_160">[160]</a></span></p>
+
+<h2><a id="X"></a>X.</h2>
+
+<h3>VACANTIE.</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Daar is geen predikant, met een gezond hoofd en gevoelig hart, die
+niet in vrede en vriendschap wenscht te leven met alle afdeelingen
+zijner Gemeente, maar in het bijzonder is elke dominee gesteld op den
+eerbied en het vertrouwen der jonge lieden. Dit is niet, omdat dezen
+wijzer dan de oudere menschen; ook niet omdat zij geestelijker zijn,
+maar omdat zij minder vormelijk en in hooge mate oprecht zijn.</p>
+
+<p>Een vrouw zal, uit welwillendheid en eerbied een dominee eer bewijzen,
+omdat hij dominee is; een jonge man respecteert hem wegens zijn
+persoonlijke eigenschappen. Als de predikant <span class="pagenum"><a id="p_161">[161]</a></span>een ondegelijk,
+gekunsteld, laf of lui man is, dan, al was hij twaalf maal geordend en
+zoo welsprekend als Apollo en al had hij een zalvende stem en
+voordracht en al was hij nog zoo innemend in zijn omgang, doorzien
+jonge mannen hem; zij verachten hem, willen niets met hem te maken
+hebben, en weigeren naar de kerk te gaan om zijnentwil, terwijl zij
+daarentegen, al is de dominee niet knap en zijn preek oppervlakkig, al
+praat hij maar heel eenvoudig en heeft hij weinig verstand van de
+gebruikelijke godsdienstige termen, naar hem zullen gaan luisteren, en
+voor hem zullen opkomen, als achter zijn rug over hem gesproken wordt,
+hem zullen bezoeken in zijn studeerkamer en hem raadplegen, zoodra zij
+in de klem zitten, indien zij hem kennen als een degelijk man, die
+hard werkt en den moed zijner overtuiging bezit in woord en daad.</p>
+
+<p>Zij zijn geen rechters in heiligheid en loopen gevaar werkelijk goede
+mannen te onderschatten, omdat dezen soms week en verwijfd zijn, maar
+<span class="pagenum"><a id="p_162">[162]</a></span>zij zijn onfeilbare rechters in manlijkheid en bovenal gelooven zij
+in een dominee, die een flink man is. Zij vragen niet van hem, dat hij
+meedoet aan hun spelen, want hij wordt misschien al wat oud of heeft
+een gebrekkig lichaam, maar zij eischen van hem, dat hij in de
+levenssport zich dapper en eervol gedrage.</p>
+
+<p>De ware dominee is er volmaakt mee tevreden geoordeeld te worden naar
+den maatstaf der jonge lieden&mdash;hoe hij het groote levensspel
+speelt&mdash;maar het hindert hem soms, dat jonge mannen denken, dat hij op
+één punt een bijzonder voordeel heeft, en hij is de laatste man om een
+voorgift in den wedstrijd te begeeren. Hij wenscht niet beschut te
+zijn tegen kritiek of iets toe te krijgen wegens zijn positie, maar
+hij wil zijn werk doen en gebruik maken van zijn goede kansen, hij wil
+zijn tegenspoed verdragen en zijn strijd strijden precies als elke
+andere man. En daarom is de dominee terecht prikkelbaar omtrent één
+punt van beoordeeling en dat is zijn vacantie.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_163">[163]</a></span></p>
+
+<p>Verleden zomer&mdash;willen we aannemen&mdash;bracht hij de maand Augustus op
+het land door en deed daar niets noemenswaard, behalve wandelen en
+klimmen en visschen en kolven en rijden en vijftig andere dingen, die
+hij als jongen ook gedaan had. Hij had zijn vacantie verdiend met elf
+maanden te preeken, te onderwijzen, te studeeren, vergaderingen te
+presideeren, raad te geven, te troosten, te berispen, te bezoeken, te
+regelen en vijftig anderen dingen, die hij, toen hij een jongen was,
+nooit gedacht heeft ooit te zullen doen. Zijn geweten was aan het
+einde van den dag volmaakt zuiver, ofschoon hij geen woord geschreven
+had, omdat hij den volgenden Zondag geen preek behoefde te hebben, en
+ofschoon hij geen enkel bezoek had afgelegd, omdat er geen mensch te
+bezoeken was, en hij wenschte zich zelf geluk, omdat hij in de lange
+dagen van ledigheid lichaamskracht opdeed en zijn geest nieuw leven
+verwierf voor het werk, dat in den winter hem wachtte.</p>
+
+<p>Eens op een avond kwam een tweewieler <span class="pagenum"><a id="p_164">[164]</a></span>langs den eenzamen weg in
+vollen spoed en de rijder sprong eraf aan de poort; hij kwam, gekleed
+in zijn luchtig costuum en blootshoofd door den tuin; zijn gezicht was
+verbrand tot chocolade-kleur toe, hij zelf overdekt met stof, prettig
+vermoeid na zijn rit van veertig mijlen, maar vol gezondheid, kracht
+en vroolijkheid. Hij daagde den dominee uit als eerlijk man precies te
+zeggen of hij hem kende.</p>
+
+<p>Hem kende! de dominee, zonder te kort te doen aan de deugd der
+waarheidsliefde, mocht zeggen, dat hij wist, wie hij was; want hij was
+immers de jonge man, die Zondags morgens altijd op de punt van de
+voorste bank in den zijvleugel zat en des Zondags avonds orde hield in
+een jongensschool in het Oost-einde en die altijd bereid was een oogje
+te houden op den een of anderen kameraad en die zoo'n flink jongmensch
+was, als er maar konden wezen.</p>
+
+<p>Hij werd in vroolijken triomf binnengehaald en na zich gewasschen te
+hebben en een stevig maal te hebben gebruikt, zwierven de dominee <span class="pagenum"><a id="p_165">[165]</a></span>en
+hij rond langs de helling van den heuvel en zij spraken over vele
+zaken; toen zij terugkwamen, zetten zij zich neder in den tuin te
+midden der geurige bloemen, totdat zij van slaap niet langer konden
+spreken. Des morgens beklommen zij den heuvel van de achterzijde en
+bekeken de landstreek en toen aanvaardde de jonge man zijn reis weer
+en bij een kromming van den weg nam hij afscheid; en terwijl hij
+vaarwel zei, schudde hij eenigszins treurig het hoofd, want hij ging
+naar het naaste spoorwegstation en den volgenden dag zou hij weer hard
+aan het werk zijn in het brandende kantoor in de city. &bdquo;Mijn laatste
+dag&rdquo;, zei hij tot den dominee, toen zij scheidden, &bdquo;en het is een
+allerprettigste geweest&rdquo; en ofschoon de jonge man den dominee niet
+benijdde, dat hij nog veertien dagen vacantie had, kon deze toch niet
+nalaten te gevoelen, dat zijn vriend wel dacht, dat de dominee beter
+af was dan hij.</p>
+
+<p>Toen die gelukkige zomerdag alleen nog maar in de herinnering bestond,
+zaten beiden eens <span class="pagenum"><a id="p_166">[166]</a></span>weer te zamen in de studeerkamer van den
+dominee&mdash;dezen keer voor de brandende houtblokken. Zij spraken over
+vele dingen&mdash;onder andere ook over dien tuin met zijn rijkdom aan
+anjelieren&mdash;en de dominee maakte den jongen man deelgenoot van zijn
+overdenking en verklaarde te gelooven, dat elke jonge man dezelfde
+meening koesterde in den grond van zijn hart. Men kwam overeen, dat
+men dadelijk een bespreking zou openen en de dominee nam op zich te
+bewijzen, dat hij minder vrijen tijd had dan een kantoorklerk en dat
+niet om een belachelijke stelling te verdedigen, maar omdat hij
+meende, dat het de waarheid was. De jonge man had er schik in om
+tegenpartij te wezen.</p>
+
+<p>Het was inderdaad een eenvoudige rekensom om twee rijen cijfers neer
+te zetten op een velletje papier en het kleinste getal van het
+grootste af te trekken; het verschil zou over den uitslag van het
+twistgesprek beslissen.</p>
+
+<p>Daar de dominee een stadsparochie had en een voorname Gemeente, werd
+hij edelmoediger <span class="pagenum"><a id="p_167">[167]</a></span>behandeld dan menig ander van zijn collega's en had
+hij zes vrije weken per jaar, welke hij verdeelde in twee deelen, een
+maand aan het eind van den zomer en veertien daag in de lente, wanneer
+het zware winterwerk geëindigd was. En dit maakte samen twee en
+veertig dagen. Tusschen Januari en December had hij waarschijnlijk
+behalve zijn vacantietijd nog wel eens een dag, dat hij uit de stad
+ging of een halven dag, dien hij in de stad naar vrije verkiezing
+besteedde. De heele dag buiten werd zeer dikwijls doorgebracht met
+kolven en den halven dag in de stad gebruikte hij om in een
+bibliotheek te snuffelen en de boekwinkels te plunderen. Laten al die
+halve en heelen dagen in het geheel te zamen acht dagen uitmaken,
+zoodat des dominees vacantie in alles en alles vijftig dagen bedroeg.</p>
+
+<p>Terwijl de dominee zelf dit totaal nederschreef, meende zijn
+tegenstander, dat het nauwelijks de moeite waard was zijn zaak te
+verdedigen. Toen de dominee aanhield en den jongen man <span class="pagenum"><a id="p_168">[168]</a></span>een blad
+papier gaf en een potlood, had het er veel van, dat de geheele zaak
+niet veel meer dan op een grap zou uitloopen.</p>
+
+<p>&bdquo;Twaalf dagen is de regel in ons kantoor en het is een bijzondere
+tref, wanneer men in Augustus kan gaan, want het kunnen ook dagen in
+April zijn,&rdquo; zei de jonge man. En hij was reeds bezig twaalf af te
+trekken van vijftig en benieuwd wat de dominee zou zeggen over een
+meerderheid van acht en dertig.</p>
+
+<p>&bdquo;Tellen de Zondagen mee bij uw verlof?&rdquo; vroeg de dominee. De jonge man
+gaf toe, dat dit niet zoo was en zoodoende werd het getal twaalf
+veranderd in veertien, maar dat maakte niet veel verschil.</p>
+
+<p>&bdquo;Is uw kantoor open op Kerstdag?&rdquo; ging de dominee voort. &bdquo;Ik denk van
+neen; evenmin als op Nieuwjaarsdag, op Paaschmaandag, of op
+Pinkstermaandag. Gewoonlijk is de tweede Kerstdag ook een vrije dag en
+Goede Vrijdag ook. Zoo gaan we aardig de hoogte in; dat zijn zes
+dagen, die gij niet gerekend hadt en dan is <span class="pagenum"><a id="p_169">[169]</a></span>er een vrije beursdag in
+het begin van Augustus, dien gij liefst buiten uw jaarlijksche
+vacantie sluit. Hoever zijn wij nu? Een en twintig dagen, dat wil
+zeggen&mdash;drie weken. Het is niet veel voor iemand, die zoo hard werkt;
+maar het is toch meer dan gij hadt uitgerekend.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, het vermindert uw meerderheid, maar die is toch altijd nog
+aanmerkelijk&mdash;negen en twintig dagen meer voor den dominee dan voor
+den klerk.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Misschien,&rdquo; antwoordde de predikant, &bdquo;maar uw firma moest zich toch
+eigenlijk schamen,&mdash;en zij heeft zoo'n goeden naam en doet zulke
+groote zaken!&mdash;dat haar klerken den geheelen Zaterdag moeten werken
+inplaats van een halven vrijen dag te hebben. Niets, zou ik zoo
+zeggen, zou voor een jongmensch aangenamer zijn dan eens op zijn fiets
+naar buiten te gaan op den Zaterdag-achtermiddag, in den tijd, dat de
+bloemen beginnen uit te komen en dat de heggen het eerste groen
+vertoonen of op een anderen tijd een paar uur te gaan schaatsenrijden
+in het heldere, reine versterkende winterweer.<span class="pagenum"><a id="p_170">[170]</a></span> <ins class="corr" id="corr14" title="Bron: &bdquo;"></ins>Ik
+heb medelijden met u,&rdquo; zei de dominee, &bdquo;dat gij dien halven
+vrijen Zaterdag niet hebt. Gij zijt al even slecht af als ik, voor
+wien Zaterdag op een na de drukste dag van de week is.&rdquo;</p>
+
+<p>De predikant stond op en wierp een nieuw blok op het vuur, want hij
+was een edelmoedig man, met een tikje humor, en hij wilde zijn vriend
+niet verlegen maken.</p>
+
+<p>&bdquo;Daar heb ik nooit aan gedacht,&rdquo; zei de jonge man rondborstig, &bdquo;dat is
+eerlijk waar. Ik herinner me, dat ik eens medelijden met u kreeg, toen
+ik ging schaatsenrijden en bij u aanliep om te vragen of ge meegingt
+en dat ge bezig waart met het maken van uw avondpreek.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Welnu,&rdquo; zei de dominee, &bdquo;twee-en-vijftig maal een halve dag is
+zes-en-twintig heele dagen, en daar afgetrokken de twee halve dagen,
+die in uw geregelde vacantie vallen, blijven er vijf-en-twintig heele
+dagen over, die moeten opgeteld worden bij uw een-en-twintig dagen,
+dat maakt zes-en-veertig, of ik moet heelemaal niet kunnen tellen.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_171">[171]</a></span></p>
+
+<p>&bdquo;O!&rdquo; zei de dominee, &bdquo;heb ik gelijk of niet? Gij staat nu
+zes-en-veertig tegen mijn vijftig. Ik moet u gelukwenschen met uw
+minderheid. Geen dominee klaagt over zijn werk, zelfs niet over de
+drukte en beslommering van den Zaterdag, maar ik vertel u eerlijk,
+<span xml:lang="en">Dick</span>, er zijn oogenblikken, dat hij een leek den Zondag benijdt, want
+de Zondag is de rustdag van den leek en voor den dominee de dag van
+harden arbeid. Op dien dag slapen de meeste menschen des morgens iets
+langer&mdash;ofschoon gij waarschijnlijk des Zondagsmorgens te vijf uur
+opstaat om Duitsch te bestudeeren&mdash;en dan ontbijten zij op hun gemak;
+want waarom zouden zij zich haasten, het is immers geen werkdag?
+Tusschen het ontbijt en den kerktijd praten zij over alle soorten van
+zaken en doorbladeren boeken en lezen brieven, die van verre gekomen
+zijn en gevoelen zich geheel op hun gemak. Als het mooi weer is,
+kiezen zij den langsten weg om naar de kerk te gaan, liefst door een
+plantsoen of een park en zij drentelen kerkwaarts <span class="pagenum"><a id="p_172">[172]</a></span>met ongedwongen
+geest. De vader zit met zijn gezin in hun bank en kan zonder afleiding
+en zonder vrees zich geheel wijden aan den eeredienst. Misschien denkt
+hij nooit eens aan de domineesvrouw, die als was zij een weduwe in
+haar bank zit met hare als verweesde kinderen, want het hoofd des
+gezins vervult op dien dag zijn zwaarste taak en heeft zooveel te doen
+bij het leiden van de godsdienstoefening der anderen, dat men
+nauwelijks kan zeggen, dat hij tijd genoeg heeft om zelf God te
+vereeren. Wees zoo goed niet in de rede te vallen&rdquo;&mdash;want de jonge man
+gaf teekenen van toenadering om zich over te geven.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr15" title="Bron: Alinea-break toegevoegd."></ins>&bdquo;Weet je,&rdquo; zei de dominee, in het dansende vuur
+starend, &bdquo;dat ik eenige jaren geleden eens een Zondag voor mij zelf
+had met mijn gezin, en ik kan nog het aangename van dien dag smaken in
+mijn herinnering. Wij begonnen na het ontbijt te praten over
+Bijbelsche personen en godsdienstige onderwerpen en ik kwam voor het
+eerst te weten, hoe mijn jongens er over <span class="pagenum"><a id="p_173">[173]</a></span>dachten. Wij zochten boeken
+op, waarover gesproken was en ik las mijn geliefkoosde gedeelten uit
+dichters en liet zeldzame uitgaven zien en deed mijn kast met gebonden
+boeken eens open, waar de banden tegen licht en stof beschermd
+stonden. We babbelden, we verbeuzelden onzen tijd een weinig, we
+vermeidden ons in onze schatten. We dronken thee in den tuin, we
+praatten over den ouden tijd, we maakten plannen voor de toekomst.
+Wel, ik wandelde met mijn gezin naar de kerk, met licht gemoed en
+zonder reden tot haast. Zoo zeer genoot ik den dag, dat ik besloot er
+al van te halen, wat te halen was.</p>
+
+<p>&bdquo;Denkt gij, dat ik in de kerkekamer ging vóór den dienst, omdat het
+mijn consistorie was en dat ik den dominee inlichtingen gaf omtrent de
+aankondigingen, omdat het mijn kerk was? Zeker niet. Ik ging binnen
+door de voordeur, precies als ieder ander lid van de Gemeente en
+knikte vriendelijk de kerkeknechts toe, als ik hen voorbij ging. Ik
+liep door de gangen achter mijn gezin <span class="pagenum"><a id="p_174">[174]</a></span>en ging zitten aan het eind van
+de bank net als ieder ander hoofd van een gezin. Na den dienst ging ik
+naar de kerkekamer en na binnen gelaten te zijn, dankte ik den dominee
+voor zijn preek als een van zijn hoorders en toen ging ik naar huis en
+praatte met mijn jongens over den dienst, want het gesprek liep over
+de preek van een ander en ik kon op al de mooie gedeelten wijzen. Dien
+achtermiddag tijd te mijner beschikking hebbende, bezocht ik een zaal,
+waar een man met een eigenaardige gave aan twee honderd ongeleerde
+boeren de beginselen van den godsdienst ontvouwde en kwam tehuis
+heerlijk verfrischt en toen lazen wij weer en praatten en mijn gezin
+en ik werden heel innig, omdat wij tijd hadden en omdat het Zondag was.</p>
+
+<p>&bdquo;Bij de avondbeurt had ik het genoegen een jongen man aan de deur op
+te visschen, die op een plaats wachtte en ik nam hem mee naar mijn
+bank en legde hem uit, dat hij 's avonds altijd daar kon gaan zitten
+en dat ik blij was, <span class="pagenum"><a id="p_175">[175]</a></span>dat hij was gekomen, omdat wij stellig een
+heerlijke preek zouden krijgen. Hij keek mij eenigszins nieuwsgierig
+aan en wilde wat zeggen, toen ik hem voor was en uitlegde, dat ik dien
+dag niet de dominee van de kerk was, maar eenvoudig zelf toehoorder.
+Ik praatte al weer met mijn gezin na den dienst&mdash;het aangename van den
+hak op den tak springen, wat echter niet nutteloos behoeft te zijn,
+van menschen, die niet vermoeid, overspannen zijn en zoo eindigde de
+dag van rust in een vriendelijke gezelligheid en innerlijke rust. Wij
+moeten allen iets opofferen, <span xml:lang="en">Dick</span>, maar de zwaarste opoffering, die
+een dominee heeft te doen is zijn Zondag, want zij is tot schade van
+zijn eigen ziel en die van zijn familie. Wees dankbaar voor uw
+<ins class="corr" id="corr16" title="Bron: rustigen">rustige</ins> Zondagen en behoud ze met jaloerschheid voor de
+rust van geest en lichaam.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ge hebt uw zaak bewezen,&rdquo; zei <span xml:lang="en">Dick</span>; &bdquo;door vijftig Zondagen en vijftig
+halve Zaterdagen er bij te voegen, wordt mijn vacantie zes-en-negentig
+dagen tegenover vijftig van u.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_176">[176]</a></span></p>
+
+<p>&bdquo;Het is laag,&rdquo; zei de dominee, &bdquo;een verslagen vijand af te maken,
+vooral wanneer hij zoo'n goede kerel is, maar cijfers zijn niet
+voldoende om de zaak geheel uit te drukken, omdat er ook nog gelet
+moet worden op het verschil in den aard van het werk, dat verricht
+wordt, laat ons zeggen in een kantoor en in een studeerkamer. Ik weet,
+dat zaken nauwkeurigheid vereischen, dat er voortdurende inspanning
+noodig is en dat men telkens voor verrassingen staat en voor
+teleurstellingen en dat er kans is op grooten tegenspoed, maar de man
+van zaken heeft ook zijn eigenaardige voordeelen. In de eerste plaats
+is er een grens aan zijn werk, en als hij des avonds thuis komt, laat
+hij zijn werk achter. Aan den arbeid van den predikant nu is geen
+grens. Hij blijft altijd boven zijn hoofd hangen, roept altijd zijn
+gedachten tot zich, zijn werk spant altijd zijne zenuwen bovenmate,
+het drukt altijd op zijn geweten. Wanneer hij zich een gezelligen
+avond veroorlooft, dan verkeert hij niet in dezelfde gunstige
+omstandigheden <span class="pagenum"><a id="p_177">[177]</a></span>als de andere gasten, omdat zij hun brieven hebben
+afgeschreven en hun geheele dagtaak hebben afgedaan en wanneer zij
+naar huis gaan dan zal dat wezen om nog even een laatste hoofdstuk van
+een boek te lezen vóór zij naar bed gaan; maar hij rukt zich los uit
+werk, dat half af is en als zijn vrienden reeds zijn ingeslapen,
+brandt op zijn lessenaar het licht nog. Daarenboven&mdash;en, <span xml:lang="en">Dick</span>, gij
+kunt u niet verbeelden, wat dat beteekent&mdash;de koopman weet, dat hij
+een zekere hoeveelheid werk in acht uren kan verrichten, omdat het
+over zaken handelt; maar de dominee weet nooit wat hij kan doen, omdat
+zijn werk betrekking heeft op denkbeelden. De noodzakelijkheid van
+voort te brengen, zelfs wanneer de geest niets heeft te uiten, werkt
+op de zenuwen van den dominee en kan zijn gezondheid benadeelen.</p>
+
+<p>&bdquo;De dagbladschrijver schrijft elken dag, maar hij heeft nieuwe
+onderwerpen om over te schrijven; de letterkundige werkt wanneer hij
+gestemd is; de dominee moet schrijven over een oud
+<span class="pagenum"><a id="p_178">[178]</a></span>onderwerp&mdash;ofschoon het belangrijkste wat de geest kan bevatten&mdash;en
+hij moet schrijven, onverschillig of zijn geest helder of dof is.
+Misschien is er niemand, die zulke oogenblikken van vreugde kent als
+hij&mdash;wanneer hij bezield is; zeker heeft niemand zulke uren van
+gedruktheid&mdash;wanneer hij niet tot zijn onderwerp kan opklimmen. Alleen
+door geduldig lezen en onophoudelijk gebed kan hij zijn taak
+vervullen, en dan is hij steeds zoo sterk mogelijk ingespannen en kent
+nooit de rust van den man, die zijn werk verricht met overvloed van
+tijd, kracht en denkbeelden. Wanneer de dominee komt te overlijden,
+terwijl hij nog in de Bediening is, dan zal hij op zijn sterfbed in
+zijn laatste oogenblikken van bewustheid nog iets te zeggen hebben
+omtrent een brief, die niet beantwoord is en nog eenige verklaringen
+te geven hebben aan een gezin, dat niet bezocht is en wanneer zijn
+geest begint af te dwalen, zal hij ronddolen tusschen teksten, waarmee
+hij gestreden heeft en pogingen, die niet tot het doel hebben geleid.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_179">[179]</a></span></p>
+
+<p>&bdquo;Hij behoorde elk jaar twee maanden te hebben,&rdquo; riep <span xml:lang="en">Dick</span>, &bdquo;en als ik
+diaken word, zal ik zorgen, dat mijn dominee daarenboven elke zeven
+jaar een half jaar vacantie krijgt, opdat hij daarna weer beginne als
+een geheel nieuw mensch, naar geest en lichaam.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ge zijt een beste kerel, <span xml:lang="en">Dick</span>, en ge zijt verstandig voor uwe jaren
+en als de Kerk haar predikanten behandelde op deze wijze, dan zou zij
+daar veel voordeel bij hebben. Want elke nieuwe gedachte, die
+doordringt tot den geest van den dominee, en elk nieuw boek, dat hij
+leest en elke nieuwe landstreek, die hij ziet en elke nieuwe
+kunstverzameling, die hij in zijn vacantie bezoekt, vermengt zich met
+zijn woorden, met zijn leven en de goede zorg, de edelmoedigheid der
+Gemeenten zou met woeker terugkomen tot hun eigen zielen.<ins class="corr" id="corr17" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_180">[180]</a></span></p>
+
+<h2><a id="XI"></a>XI.</h2>
+
+<h3>HOE EEN DOMINEE HERLEEFDE.</h3>
+
+<hr class="begin" />
+
+<p>Men kon niet zeggen, dat de dominee te oud was geworden, want hij was
+nog in de kracht des levens; ook niet dat zijn gezondheid wankelend
+was, want hij was sterker dan in de dagen zijner jeugd; ook niet, dat
+hij had opgehouden te studeeren, want hij las meer dan ooit; ook niet,
+dat hij zijn tijd niet begreep, want hij was door en door een denker
+van het heden. Men mocht niet denken, dat hij minder ijverig was in
+zijn herderlijk werk of minder bekwaam in het regelen van zaken, ook
+niet, dat hij twist had gehad met zijn Gemeente of zijn Gemeente met
+hem; ook niet, dat de geest van het district <span class="pagenum"><a id="p_181">[181]</a></span>was veranderd of dat de
+kerk haar lidmaten had verloren. Hij preekte even goed als hij ooit
+deed, en met meer kracht en wijsheid dan twintig jaar geleden. Er
+waren evenveel leden op de lijst en er werd evenveel geld
+gecollecteerd en evenveel werk gedaan en de Kerk had een uitmuntenden
+naam. Het was moeielijk den vinger te leggen op eenige wondeplek bij
+dominee of Gemeente en toch was de dominee zich bewust en de menschen
+hadden een onbepaald gevoel, dat er iets haperde. Er was minder
+geestdrift in de Gemeente, de plichtsvervulling was trager, men
+haastte zich minder, gehoor te geven aan een verzoek en er was minder
+opkomst bij de extra-diensten. Er was minder enthousiasme, minder
+vrijwillig werk, minder trouw.</p>
+
+<p>Na vijftien jaren dienst in dezelfde parochie, na al dien tijd
+dezelfde menschen te hebben toegesproken, en noodzakelijkerwijze
+altijd hetzelfde te hebben gezegd, en altijd zich bewogen te hebben in
+dezelfde wijk, was de dominee zonder eenige fout van zijne zijde, maar
+eenvoudig <span class="pagenum"><a id="p_182">[182]</a></span>tengevolge van de zwakheid der menschelijke natuur, een
+weinig moede geworden. Hij had zijn frischheid verloren, niet van
+gedachte of van uitdrukking, maar de frischheid van geest; hij had die
+lichtheid van ziel, dat hoopvolle in den toon en die eeuwige
+opgewektheid in de toespraak verloren, waardoor de menschen eens waren
+aangetrokken en waardoor hij hun hart had gewonnen. En van hunne zijde
+hadden zij de frischheid verloren te zijnen opzichte; niet dat zij
+geen eerbied voor hem hadden of niet dankbaar waren voor vroegere
+diensten of voor zijn tegenwoordigen arbeid, maar zij misten nu dat
+gevoel van grootsche verwachtingen van hem en zij konden niet meer zoo
+liefhebbend genieten in hem en zij spraken niet meer met zooveel
+blijdschap over hem. Hunne harten klopten niet sneller, wanneer hij
+preekte; het was niet een merkwaardige gebeurtenis, als hij een bezoek
+bracht en men voelde geen groot ledig, wanneer hij weg bleef. Er was
+nog steeds een eerlijke genegenheid tusschen den dominee en zijn
+menschen, <span class="pagenum"><a id="p_183">[183]</a></span>maar zij had den hartstocht en het romantische van vroeger
+jaren verloren. Zij was nu niet opzienbarend, maar regelmatig;
+misschien een ietsje te kalm en ingetogen om liefde te heeten.</p>
+
+<p>De menschen waren zoo gewoon geworden aan hun dominee, aan zijn
+voorkomen, zijn stem, zijn denkwijze, zijn eigenaardigheden, dat zij
+in staat waren hem te critiseeren en zijn fouten met veel
+nauwkeurigheid op te merken. Het kon hem niet schelen of hij
+tegengesproken werd, en hij had aanleg om boos te worden, wanneer men
+zich tegen zijn plannen verzette; hij was te zeer ingenomen met
+zekeren gedachtengang en preekte niet altijd om te stichten; hij had
+neiging om zich binnen een beperkten vriendenkring op te sluiten en
+was niet voldoende ter beschikking van allen; hij gaf te veel aandacht
+aan werk buiten de Kerk en verzuimde soms zijn herderlijke taak; hij
+stond erop zijn vrije uren te gebruiken, zooals hem goed docht en
+scheen er niet aan te denken, dat hij eigenlijk in het geheel geen
+vrijen tijd behoorde te hebben; <span class="pagenum"><a id="p_184">[184]</a></span>hij was soms knorrig, wanneer hem
+extra-werk werd opgedragen en hij was niet altijd welwillend, wanneer
+hij iets doen moest, dat niet tot zijn eigenlijke werk behoorde. Tien
+jaar geleden zou niemand hebben durven zinspelen op deze fouten, want
+dan zouden de medeleden hem hebben uitgemaakt voor een onredelijk
+mensch. De dominee was toen juist zooals hij nu is, maar zijn fouten
+werden toen eenvoudig beschouwd als groote opgewektheid en ernst en
+vriendschap en toewijding en geestelijk plichtsgevoel. Hij was toen
+volmaakt bij de schemering van het morgenlicht; hij is nu een gewoon
+mensch, wiens onvolmaaktheden duidelijk gezien worden in den glans van
+het volle zonlicht. De dominee ook is nu in staat zijn menschen op een
+afstand te beschouwen en hen onpartijdig te beoordeelen, terwijl zij
+eens hem allen lief toeschenen zonder vlek of rimpel of iets van dien
+aard en gij hadt veiliger het voorkomen van een bruid kunnen gispen in
+tegenwoordigheid van haar bruidegom, in de bruidsdagen <span class="pagenum"><a id="p_185">[185]</a></span>zelfs, dan dat
+gij één fout hadt mogen aanwijzen in de Gemeente van dien man. Hetzij
+dat zijn oogen beter hebben leeren zien of dat zijn hart verkoeld is,
+hij is niet meer onder bekoring; en ofschoon hij zulke zaken niet in
+het openbaar zou willen zeggen, weet hij heel goed wat er hapert aan
+zijn menschen. Eenigen van hen zijn hopeloos ingenomen met hun eigen
+inzichten en ontoegankelijk zelfs voor het beste licht, wat hij
+natuurlijk meent, dat het zijne is. Anderen zijn zoo liberaal, dat zij
+bijna in het geheel geen geloof meer hebben en hij vergeet te
+bedenken, dat hij verantwoordelijk is voor dit gemis aan geloof. Nog
+anderen zijn zoo wereldschgezind, dat de ernstigste godsdienstige
+roepstem geen invloed heeft op hun leven en dan zijn er nog, die zoo
+liefdeloos zijn, dat zij voor de beste zaak niets over hebben om haar
+te steunen. Het doet hem pijn, dat jonge menschen, die hij onderwees
+en liefhad niet langer trouw aan hem zijn, maar anderen stemmen dan de
+zijne de voorkeur geven en met evenveel <span class="pagenum"><a id="p_186">[186]</a></span>geestdrift spreken over
+anderen, als zij eens spraken over hem; en hij voelt het gemis van die
+kleine vriendelijkheden, die hem zoo dierbaar waren niet om de waarde
+ervan, maar omdat zij de heiligheid der vriendschap bezegelden. Hij
+gelooft nog, dat zijn Gemeente beter is dan eenig andere; hij denkt
+nog aan hun trouw in het verledene; maar de dagen der eerste liefde
+zijn voorbij en zijn hart is somtijds bezorgd.</p>
+
+<p>Op een avond waren de ambtsdragers van de Kerk bijeengekomen en toen
+de zaken waren afgehandeld, raakten zij aan het praten over het
+kerkelijk leven en over hun dominee. Zij waren over het geheel zeer
+eerwaarde, gevoelige, goedhartige en oprechte mannen, die wenschten
+hun best te doen met hun dominee en hem in geen enkel opzicht te
+ergeren; zij droegen altijd zorg, dat hij behoorlijk zijn salaris
+ontving en een aangename vacantie had; zij zouden nooit klagen zonder
+reden en zouden zeker nooit ervan droomen iemand te vragen heen te
+gaan of hem <span class="pagenum"><a id="p_187">[187]</a></span>ter zijde te zetten na langen dienst zonder een
+fatsoenlijk jaargeld. Maar zij waren niet in hun schik met den gang
+van zaken en na veel over-en-weergepraat, na veel half uitgesproken
+plannen, veel wenken, veel aanduidingen en veel omschrijvingen was het
+bijna een uitkomst, toen de heer <span xml:lang="en">Judkin</span>, de voorzitter, en een sterke
+persoonlijkheid in woord en daad, uitdrukking gaf aan wat in hen
+omging.</p>
+
+<p>&bdquo;Er is geen mensch,&rdquo; zei hij, &bdquo;voor wien ik inderdaad dieper eerbied
+gevoel dan voor onzen dominee, want hij heeft hard gewerkt en onze
+Gemeente er bovenop gebracht. Hij is een zeer belezen man en een goed
+prediker en niemand kan de minste aanmerking maken op zijn leven of
+zijn gedrag; maar er is geen twijfel en ik meen, dat het beter is zoo
+iets te zeggen dan dat het in het geheim gevoeld wordt, dat op de een
+of andere wijze onze dominee langzamerhand zijn invloed op de menschen
+verliest en dat de Gemeente in toon en in hart niet is, wat zij placht
+te wezen. Mijn indruk, broederen, is dat, <span class="pagenum"><a id="p_188">[188]</a></span>hoewel het een gevaarlijke
+onderneming voor ons is en hoewel wij waarschijnlijk nooit iemand
+zullen krijgen, die voor ons doen kan wat onze dominee in het verleden
+voor ons gedaan heeft, toch zijn werk hier is afgeloopen en dat het
+best zou wezen, dat hij en wij eens veranderden.&rdquo; En toen <span xml:lang="en">Judkin</span> de
+vergadering rondzag, bemerkte hij, goed begrepen te zijn en daaruit
+putte hij aanmoediging voort te gaan.</p>
+
+<p>&bdquo;Onze dominee staat zoo goed aangeschreven in de Kerk en zijn
+reputatie is zoo groot, dat hij gemakkelijk een andere plaats zou
+kunnen krijgen, als hij wilde. Inderdaad heb ik reden om te gelooven,
+dat hij dikwijls in de gelegenheid is geweest om te veranderen, maar
+hij heeft altijd geweigerd een beroep in overweging te nemen. Er is
+niemand in de Gemeente, die den dominee zou willen vragen om heen te
+gaan&mdash;zeker zal ik het niet doen; maar ik maak me sterk, dat een nieuw
+begin in een nieuwe plaats het best zou wezen voor hem en ik voel mij
+verplicht er bij te voegen, misschien het beste <span class="pagenum"><a id="p_189">[189]</a></span>zou zijn voor ons.
+Eén zaak zou ik echter nog willen zeggen en dat betreft een geldzaak.
+Wij hebben geen arme Gemeente en wij zullen altijd wel in staat zijn
+ons te redden, maar wij hebben een vrij groot tekort in kas en bij de
+laatste aansporing van den preekstoel is er maar weinig weerklank
+gegeven. Als de leden wat beter gestemd waren, zouden de noodige
+vijfduizend gulden in een week zijn bijeengebracht.&rdquo;</p>
+
+<p>Er was een pauze, waarin verschillende broederen met knikjes en
+blikken den heer <span xml:lang="en">Judkin</span> te kennen gaven, dat hij in hun geest
+gesproken had en toen werd het stilzwijgen verbroken door den heer
+<span xml:lang="en">Stonier</span>, die in de Gemeente en er buiten bekend was wegens uiterste
+zuinigheid in geldzaken, een totale afwezigheid van gevoel en een
+ijselijke openhartigheid in het spreken. Men voelde, toen hij het
+woord nam, dat als de heer <span xml:lang="en">Judkin</span> een spijker had ingeslagen in de
+goede richting, de heer <span xml:lang="en">Stonier</span> dien zou inslaan tot aan den kop,
+maar... men kan nooit weten! &bdquo;We kunnen hier,&rdquo; zei mijnheer <span xml:lang="en">Stonier</span>,
+&bdquo;veronderstel <span class="pagenum"><a id="p_190">[190]</a></span>ik, zeggen wat we denken, en er zijn geen reglementen
+of orders van den dag. Wat mij aangaat, ik wist niet, dat wij van
+avond hier kwamen om onzen dominee te oordeelen en ik wist niet, dat
+de heer <span xml:lang="en">Judkin</span> en de overigen van plan waren hem min of meer ronduit
+op beschaafde, Christelijke, deftige wijze te vragen naar een andere
+plaats om te zien. O jawel, dat is jelui bedoeling, maar ge zijt een
+troep van zulke poeslieve menschen, dat ge het woord niet uitspreekt
+en niet zegt, wat ge meent! Wat mij aangaat, ik ben vijftien jaar lang
+lid van deze Kerk en toen ik hier kwam, was het huis bijna leeg en nu
+is het vol en de dominee heeft vijftien jaar lang hard gewerkt. Nu, ik
+laat mij er niet op voorstaan, dat ik een philanthroop ben, en ik geef
+nooit een cent voor de &bdquo;bekeering der Joden&rdquo; en ook niet voor de
+&bdquo;vereeniging tot voeding van de straatslijpers,&rdquo; noch voor eenig ander
+plan, waarvoor jelui pleit. Ik ben niet, wat men noemt, een milde
+gever, maar ik hoop, dat ik een eerlijk man ben; en <span class="pagenum"><a id="p_191">[191]</a></span>ik zal u zeggen,
+dat, indien ik een man op mijn kantoor had, die mij vijftien jaar
+gediend en zijn werk goed gedaan had, en ik stelde dan voor om hem weg
+te zenden, omdat het mij verveelde altijd hetzelfde gezicht aan zijn
+lessenaar te zien en hetzelfde handschrift onder de oogen te krijgen,
+dan zou ik mijzelf beschouwen als een schavuit; en ik dank God, dat ik
+zoo iets nooit gedaan heb met een van mijn bedienden. Als gij iemand
+kunt aanwijzen, die in mijn kantoor is werkzaam geweest en dien ik heb
+weggezonden, omdat ik een nieuw gezicht wenschte te zien, dan geef ik
+vijfhonderd gulden aan <span xml:lang="en">Timbucho</span> of aan welke andere zending gij maar
+wilt.&rdquo;</p>
+
+<p>Niemand dong naar den prijs, want het was wel bekend, dat, ofschoon de
+heer <span xml:lang="en">Stonier</span> zoo hard was als ijzer voor liefdadigheid onder
+onbekenden, hij een uitmuntend meester was in zijn eigen zaken.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat betreft het tekort in de fondsen der Kerk, indien dat de reden
+is, waarom de <span class="pagenum"><a id="p_192">[192]</a></span>dominee ontslagen moet worden, dan ben ik bereid om de
+geheele som zelf bij te passen; en ik doe dat, versta mij wel, als een
+bewijs van eerbied en dankbaarheid&mdash;dankbaarheid, ziet ge, heeren,
+voor vijftien jaren van harden arbeid!&rdquo;</p>
+
+<p>Deze man van duidelijke taal was nauwelijks gezeten of de heer
+<span xml:lang="en">Lovejoy</span>, de vriendelijkste en aangenaamste mensch van de heele
+Gemeente, die eenigen tijd lang zeer beweeglijk was geweest, begon te
+spreken.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik wensch niet te twisten met de lieve broederen, die gesproken
+hebben, want de heer <span xml:lang="en">Judkin</span> is te sterk voor mij en niemand zou
+broeder <span xml:lang="en">Stonier</span> kunnen beantwoorden op zijn schoon aanbod. Zeer
+edelmoedig en juist overeenkomstig zijn vriendelijk hart, dat ik
+sedert vele jaren heb leeren kennen bij mijn kleine werken der liefde;
+maar dat is een geheim tusschen mijnheer <span xml:lang="en">Stonier</span> en mij. Wat ik wensch
+te zeggen, is, dat ik onzen dominee liefheb om hetgeen hij is en om
+hetgeen hij geweest is voor mij in <span class="pagenum"><a id="p_193">[193]</a></span>tijden van groote droefheid.
+Toen..... ik mijn lieve vrouw verloor, bracht hij dag aan dag troost
+aan mijn hart en onze predikstoel zal voor mij nooit dezelfde zijn
+zonder onzen dominee.&rdquo;</p>
+
+<p>Dat was alles, wat de heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> zei.</p>
+
+<p>Het scheen echter, dat hij een verborgen snaar had aangeraakt in elk
+der aanwezigen en de een na den ander had iets te zeggen. Het leek wel
+of zij de zaak, waarover gesproken werd, vergeten waren, zoowel als de
+kiesche opmerking van den heer <span xml:lang="en">Judkin</span>. De een stond op om te zeggen,
+dat de dominee hem getrouwd had, en dat hij nooit de toespraak bij het
+huwelijk zou vergeten; een ander had eens plotseling een kiemen jongen
+verloren en hij geloofde niet, dat zijn vrouw en hij ooit de
+beproeving zouden doorstaan hebben zonder het meegevoel van den
+dominee; een derde had wereldsche beproevingen doorgemaakt en het was
+door een preek van den dominee, dat hij was staande gebleven; en een
+vierde, die zooals iedereen weet, <span class="pagenum"><a id="p_194">[194]</a></span>aan vreeselijke verleidingen had
+blootgestaan, wenschte nederig te verklaren, dat hij dien avond geen
+ambt in een Christelijke Kerk zou bekleed hebben zonder de hulp van
+den dominee in tijden van moeielijkheid. Anderen keken, alsof ook zij
+wel iets te zeggen hadden en een diaken gebruikte heimelijk zijn
+zakdoek en eindelijk stond de heer <span xml:lang="en">Judkin</span> zelf weer op en toonde zich
+een man, waardig een Kerk te besturen en te leiden.</p>
+
+<p>&bdquo;Broederen,&rdquo; zei hij, &bdquo;ik drukte de meening uit, die in mijn gemoed
+was, en ik ben dankbaar, dat ik haar onder woorden gebracht heb, want
+het spreken heeft mij verlicht en u goed gedaan. Ik neem nu terug, wat
+ik zei: ik was een weinig moedeloos. Broeder <span xml:lang="en">Stonier</span> heeft volmaakt
+gelijk en hij heeft ons allen een hart onder den riem gestoken; en als
+hij het tekort dekt, waarvoor wij hem allen zeer verplicht zijn, dan
+zal ik gaarne zien, mannen broeders, dat ge mij toestaat de kerk in
+het najaar te schilderen, want de verf wordt een weinig bleek en ik
+zou dat willen doen als een erkentelijkheid voor <span class="pagenum"><a id="p_195">[195]</a></span>hetgeen de dominee
+geweest is voor mijn vrouw toen onze jongen tusschen leven en dood
+zweefde.&rdquo;</p>
+
+<p>Het voorbeeld van den heer <span xml:lang="en">Judkin</span> bracht de ambtsdragers op een nieuw
+spoor; de een bood aan nieuwe liederenboeken te geven voor de
+Zondagsschool, waaromtrent eenige moeielijkheid was gerezen; een ander
+verklaarde, dat als de kerk opnieuw geschilderd werd, hij er voor
+wilde zorgen, dat ook het wijkgebouw een nieuw kleed kreeg; een derde
+bood aan een vierde gedeelte te betalen van het salaris voor een
+zendeling om den dominee er van te ontlasten en drie andere
+ambtsdragers eigenden zich de overblijvende drievierden toe, totdat er
+op het laatst niemand was, die zich niet het recht had verzekerd,
+persoonlijk voor zichzelf, om iets te doen, klein of groot, voor de
+Kerk, en iedereen deed, wat hij aanbood, uit dankbaarheid aan den
+dominee voor al wat hij voor hen was geweest en gedaan had gedurende
+vijftien jaar. En ten slotte maakte de heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> al zijn broederen
+week in een gebed, waarin hij dominee en lidmaten bracht <span class="pagenum"><a id="p_196">[196]</a></span>voor den
+Troon der Genade en zoo pleitte, dat elk, toen hij de plaats verliet,
+voelde, dat de zegen des Heeren op hem rustte.</p>
+
+<p>De preekbeurt in de week werd gehouden op Woensdagavond en werd in den
+regel zeer slecht bezocht. Dezen keer was de dominee naar de
+consistorie gekomen met een benepen hart, en hij bad om de genade den
+heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> en een handvol vrome en eerzame vrouwen te kunnen
+toespreken zonder blijk te geven van ontmoediging en zonder hen
+moedeloos te maken. Daar waren tijden geweest in het verleden, dat de
+dienst in de kerk was gehouden en de heer <span xml:lang="en">Judkin</span> placht in de stad op
+de opkomst te pochen; toen was men uit de kerk naar de groote zaal
+gegaan; maar in den laatsten tijd werden de weinigen, die kwamen,
+bijeengeroepen in een kamer, omdat het aangenamer is een kamer bijna
+vol te zien dan een voor driekwart ledige zaal.</p>
+
+<p>De kamer was vlak naast de kerkekamer en vóór hij naar binnenging, kon
+hij tellen of er meer of minder dan het gewone dertigtal zouden <span class="pagenum"><a id="p_197">[197]</a></span>zijn.
+Dezen avond gingen zoovele voeten voorbij zijne deur en er was zoo'n
+levendige drukte, dat hij geloofde, dat er wel veertig zouden wezen,
+wat een belangrijk aantal was en hij begon zich lafheid en ongeloof te
+verwijten. Hij keek den liederenbundel door om een keus te doen, toen
+de deur openging en de heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> binnenkwam met zooveel blijkbare
+tevredenheid op zijn beminnelijk gelaat, dat de dominee zeker was van
+iets prettigs. &bdquo;Vergeef me, dat ik u stoor,&rdquo; zei de goede man, &bdquo;maar
+ik kwam vragen of gij niet in de groote zaal zoudt gaan van avond? De
+kamer is al vol en er komen elke minuut meer menschen. Het zou mij
+niets verwonderen, als er honderd, misschien tweehonderd kwamen,&rdquo; en
+mijnheer <span xml:lang="en">Lovejoy</span>'s gelaat straalde en zonder het te weten drukte hij
+voor de tweede maal des dominee's hand.</p>
+
+<p>&bdquo;Ge kunt zeker zijn, dat ik maar al te blij zou zijn, maar.... wat
+beteekent dit? Weten zij, dat ik zelf zal preeken?&rdquo; En de dominee leek
+bezorgd, uit vrees dat de menschen misschien <span class="pagenum"><a id="p_198">[198]</a></span>toegestroomd waren in de
+hoop, dat de een of andere vreemdeling van naam zou spreken.</p>
+
+<p>&bdquo;Natuurlijk weten zij het en daarom zijn ze gekomen,&rdquo; antwoordde de
+heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> met groote blijdschap; &bdquo;voor geen mensch anders zouden er
+zooveel gekomen zijn en als gij van avond niet preektet, zou dat de
+grootste teleurstelling zijn, die de menschen ooit ondervonden; maar
+ik moet mij haasten om toe te zien, dat alles in de zaal in orde
+komt,&rdquo; en een minuut later hoorde de dominee het geluid van vele
+stemmen, toen de menschen vroolijk verhuisden van de kamer naar de
+zaal en zelfs in de consistorie was het te merken, dat er een groote
+schare zou zijn. Terwijl hij peinsde over de beteekenis hiervan, werd
+al weer de deur geopend en weer kwam de heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> binnen.</p>
+
+<p>&bdquo;We hadden niet genoeg geloof,&rdquo; riep hij, &bdquo;we hadden dadelijk naar de
+kerk moeten gaan. Broeder <span xml:lang="en">Stonier</span> zei op zijn gewone besliste manier:
+&sbquo;geen halve maatregelen, vooruit naar de kerk;&rsquo; maar ik
+was bang, dat er niet genoeg <span class="pagenum"><a id="p_199">[199]</a></span>zouden zijn. Ik had ongelijk, heelemaal
+ongelijk, de kerk zal mooi vol worden van onder tot boven, want de
+menschen komen gestadig toestroomen&mdash;het is een prachtig gezicht,
+zoo'n stroom. Ik zal u komen halen, als zij allen gezeten zijn; maar
+geef hun tijd, want het is niet gemakkelijk van de eene plaats naar de
+andere te gaan, zooals wij van avond gedaan hebben; maar we zullen het
+anders aanleggen den volgenden Woensdag, dan gaan we dadelijk in de
+kerk juist als in vroeger tijden&rdquo; en de heer <span xml:lang="en">Lovejoy</span> verliet de
+consistorie als op vleugelen.</p>
+
+<p>Toen de dominee in de kerk kwam, was deze bijna vol en hij gaf met
+eenige moeite den eersten psalm op, want het schoot in zijn ziel, dat
+deze menschen gezien hadden, dat hij moedeloos was en dat dit een
+vernieuwde genegenheid was. Het gebed viel hem zelfs zwaarder dan het
+lied, ofschoon zijn hart diep bewogen was door dankbaarheid aan God en
+teeder pleitte voor de menschen. En toen hij genaderd was aan de
+toespraak, wierp hij zijn papier met punten ter <span class="pagenum"><a id="p_200">[200]</a></span>zijde, want het leek
+hem te koud en te <ins class="corr" id="corr18" title="Bron: vormemelijk">vormelijk</ins> en hij las den
+honderd-zesentwintigsten psalm langzaam en met bevende stem en in
+plaats van uitlegging, hield hij op tusschen de verzen en de menschen
+begrepen. Toen hij het laatste vers las: &bdquo;Die het zaad draagt, dat men
+zaaien zal, gaat al gaande en weenende; maar voorzeker zal hij met
+gejuich wederkomen, dragende zijne schoven&rdquo;&mdash;aarzelde hij een
+oogenblik en toen.... sprak hij den zegen uit. Na een oogenblik stil
+gebed lichtte hij het hoofd op en zag, dat de menschen nog wachtten.
+De heer <span xml:lang="en">Judkin</span> stond op, en naar voren komende voor den lessenaar,
+dankte hij den dominee verstaanbaar voor al zijn werk&mdash;en toen kwamen
+zij allen, mannen, vrouwen en kinderen&mdash;en elk zei op eigen manier
+hetzelfde; en het gerucht heeft geloopen, dat <span xml:lang="en">Richard Stonier</span>, die het
+laatst kwam en niets zeide, voor de eerste en eenige maal in zijn
+leven van zijn stuk was gebracht.</p>
+
+<hr class="eind" />
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h1>Overzicht aangebrachte correcties</h1>
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr01">Blz. vii</a></td><td class="td4">VI.</td><td class="td4">IV.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr02">Blz. 11</a></td><td class="td4">het geen</td><td class="td4">hetgeen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr03">Blz. 15</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">die</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr04">Blz. 29</a></td><td class="td4">zal op prijs</td><td class="td4">op prijs zal</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr05">Blz. 35</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr06">Blz. 42</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr07">Blz. 46</a></td><td class="td4">Oordeelslag</td><td class="td4">Oordeelsdag</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr08">Blz. 58</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr09">Blz. 73</a></td><td class="td4">nieuwen</td><td class="td4">nieuwe</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 93</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">[<i>Alinea-break ingevoegd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 115</a></td><td class="td4">Eives</td><td class="td4">Dives</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 123</a></td><td class="td4">heeft</td><td class="td4">is</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 154</a></td><td class="td4">misschen</td><td class="td4">misschien</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 170</a></td><td class="td4">&bdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 172</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">[<i>Alinea-break ingevoegd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 175</a></td><td class="td4">rustigen</td><td class="td4">rustige</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 179</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 200</a></td><td class="td4">vormemelijk</td><td class="td4">vormelijk</td></tr>
+</tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Dominee en zijn Gemeente, by Ian Maclaren
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOMINEE EN ZIJN GEMEENTE ***
+
+***** This file should be named 29661-h.htm or 29661-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/9/6/6/29661/
+
+Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/29661-h/images/rug.jpg b/29661-h/images/rug.jpg
new file mode 100644
index 0000000..447d995
--- /dev/null
+++ b/29661-h/images/rug.jpg
Binary files differ
diff --git a/29661-h/images/voor.jpg b/29661-h/images/voor.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ca51bac
--- /dev/null
+++ b/29661-h/images/voor.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..5c4a831
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #29661 (https://www.gutenberg.org/ebooks/29661)