diff options
Diffstat (limited to '29490-8.txt')
| -rw-r--r-- | 29490-8.txt | 9904 |
1 files changed, 9904 insertions, 0 deletions
diff --git a/29490-8.txt b/29490-8.txt new file mode 100644 index 0000000..b68ba6a --- /dev/null +++ b/29490-8.txt @@ -0,0 +1,9904 @@ +The Project Gutenberg EBook of De dood van Sherlock Holmes -- De terugkeer +van Sherlock Holmes, by A. Conan Doyle + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De dood van Sherlock Holmes -- De terugkeer van Sherlock Holmes + +Author: A. Conan Doyle + +Release Date: July 22, 2009 [EBook #29490] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOOD VAN SHERLOCK HOLMES *** + + + + +Produced by Anna Tuinman, Eline Visser and the Online +Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + + + + + +-------------------deze regel heeft nummer 1----------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | Het origineel van dit eboek is een convoluut; één band bestaande | + | uit twee afzonderlijke delen, die ooit eens zijn samengevoegd. | + | | + | Het origineel is een vertaling uit het engels. | + | | + | Van het eerste boek zijn de hoofdstukken I, III, IV en V | + | vertalingen van de avonturen VII, III, X en XI uit 'The Memoirs | + | of Sherlock Holmes'. | + | (beschikbaar via http://www.gutenberg.org/etext/834 (eboek), | + | en via http://www.gutenberg.org/etext/9555 (audio luisterboek).) | + | | + | Het tweede boek is een vertaling van de avonturen V tot en met | + | VIII uit 'The Return of Sherlock Holmes'. | + | (beschikbaar via http://www.gutenberg.org/etext/108 (eboek | + | versie 1), http://www.gutenberg.org/etext/221 (eboek versie 2), | + | en via http://www.gutenberg.org/etext/9553 (audio luisterboek).) | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | De voetnoten zijn verplaatst naar het eind van de alinea. | + | Lage en hoge aanhalingstekens zijn weergegeven met ". | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. | + | | + | De in het origineel als uitgespatieerde weergegeven tekst is in | + | dit e-boek weergegeven als =uitgespatieerd=. Cursieve tekst is | + | weergegeven als _cursief_. Vette tekst is weergegeven als $vet$. | + | | + | Overduidelijke inconsistenties, druk- en spelfouten in het | + | origineel zijn gecorrigeerd. | + | | + | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties met bijbehorend regelnummer. | + | | + +------------------------------------------------------------------+ + + + + + DE DOOD VAN SHERLOCK HOLMES. + + [Illustratie: SIR ARTHUR CONAN DOYLE] + + + + + DE DOOD VAN + SHERLOCK HOLMES + + DOOR + + A. CONAN DOYLE. + + Schrijver van: + + DE GRIEKSCHE TOLK, DE HOND VAN DE BASKERVILLES, EEN GODSGERICHT, + DE AVONTUREN VAN SHERLOCK HOLMES, SHERLOCK HOLMES + DE DETECTIVE, DE LIEFDE EENER VROUW, enz. + + ZEVENDE DRUK. + + Geïllustreerd. + + RIJSWIJK (Z.-H.) + BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN. + + + + +I. + +De gebochelde. + + +Op een zomeravond--ik was nog slechts weinige maanden gehuwd--zat ik +alleen in mijn huiskamer. Ik rookte een pijpje en zat gebogen over een +roman, want ik had een moeilijke dagtaak achter den rug en meer neiging +tot droomen dan tot ingespannen arbeid. Mijn vrouw was al naar boven +gegaan en het geluid van het sluiten der gangdeuren, een kwartiertje +geleden, zeide mij, dat de dienstboden zich eveneens ter ruste hadden +begeven. Ik was van mijn stoel opgestaan en had de asch uit mijn pijp +geklopt, toen ik plotseling de deurschel hoorde overgaan. + +Ik keek op de klok. Het was kwartier voor twaalf. Dat kon geen bezoek +wezen op dit late uur. Waarschijnlijk een patiënt, mogelijk iemand, die +mijn geheelen nacht in beslag zou nemen. Met een ontevreden gezicht ging +ik in de gang en opende de deur. Tot mijn verbazing was het Sherlock +Holmes, die daar nog op mijn stoep stond. + +"Ha, Watson, ik hoopte, dat ik u nog op zou vinden," zeide hij. + +"Kom binnen, beste vriend, als ik je verzoeken mag." + +"Gij kijkt verbaasd en geen wonder! Opgewekt ook, geloof ik. Hum, gij +rookt nog de Arcadia-tabak uit den tijd, toen ge nog vrijgezel waart. Ik +kan mij niet vergissen; die asch daar op uw jas. Het is nog altijd +gemakkelijk te zien, dat gij gewoon zijt geweest, Watson, een uniform te +dragen; gij zult nooit voor een volbloed burger worden aangezien, +zoolang gij uw zakdoek op die manier in uw mouw draagt. Maar, à propos, +zou ik van nacht bij u kunnen logeeren?" + +[Illustratie: Een ledigen knop voor mijn hoed en jas.] + +"Met genoegen." + +"Gij hebt mij gezegd, dat gij een kamer vrij hadt en ik zie, dat gij op +'t oogenblik geen mannelijke bezoekers hebt: ik zie dat aan uw kapstok." + +"Het zal mij groot genoegen doen, als gij wilt blijven." + +"Dank je, ik zal dan maar een ledigen knop voor mijn hoed en jas in +beslag nemen. Ik merk tot mijn spijt, dat gij ook werkvolk in huis hebt +gehad. Toch geen lekkage wil ik hopen?" + +"Neen, het gas." + +"Hé, ik zie, dat hij de sporen van twee ijzeren spijkers van zijn +schoenen op uw linoleum heeft achtergelaten, juist daar, waar nu het +licht op valt." + +"Hebt ge trek iets te eten?" vroeg ik Holmes. + +"Neen, dank je, ik heb te Waterloo gesoupeerd, maar ik zal met pleizier +een pijp met u rooken." + +Ik reikte hem mijn tabakszak toe. Hij ging tegenover mij zitten en +rookte eenigen tijd rustig voort. Ik begreep wel, dat slechts een zeer +gewichtige zaak hem op zulk een laat uur tot mij gevoerd kon hebben, en +daarom wachtte ik geduldig, tot hij mij die zou mededeelen. + +"Ik zie, dat gij het nu juist tamelijk druk hebt," zeide hij, mij scherp +aanziende. + +"Ja, ik heb een zeer drukken dag gehad," antwoordde ik. "Het moge u zeer +dwaas toeschijnen," voegde ik er bij, "maar ik weet heusch niet, hoe gij +dit zoo weet." + +Holmes glimlachte vergenoegd. + +"Ik bezit het voorrecht uw gewoonten te kennen, mijn waarde Watson," +zeide hij. "Als gij slechts weinig patiënten hebt, bezoekt gij hen te +voet, doch hebt gij er vele, dan rijdt gij in een koetsje. Daar ik +bemerkte, dat uw laarzen, ofschoon gij ze vandaag wel hebt gedragen, in +'t geheel niet morsig zijn, dacht ik terstond, dat gij het de laatste +dagen druk genoeg moet gehad hebben om van een koetsje gebruik te +maken." + +"Uitmuntend!" riep ik uit. + +"Zeer eenvoudig," sprak hij. "Wij hebben hier te doen met een van die +voorbeelden, waarbij de redeneerende persoon tot een conclusie komt, die +zijn buurman verbaast, omdat de laatste een enkel, schijnbaar +onbeduidend punt over 't hoofd ziet, dat den grondslag van de +redeneering uitmaakt. Hetzelfde kan gezegd worden van het effect van +enkele uwer kleine schetsen, welk effect evenwel slechts in schijn +bestaat, daar het alleen afhangt van eenige factoren, die u bekend zijn +en den lezer niet. Nu, op dit oogenblik verkeer ik in eenzelfde geval +als die lezers, want ik heb in mijn hand eenige draden van een der +vreemdste geheimen, voor welker oplossing ooit het verstand van een man +zich inspande en ontbreken mij nog een of twee van die draden, om het +geheel te ontsluieren. Maar ik zal ze hebben, Watson, ik zal ze hebben!" +Zijn oogen schitterden en een lichte blos kleurde zijn wangen. Voor een +oogenblik had hij zijn innerlijke natuur geopenbaard, doch ook slechts +een oogenblik. Toen ik hem opnieuw aanzag, had zijn gelaat weer dat +kalme, effen voorkomen, dat hem zoo dikwijls meer op een automaat dan op +een gevoelig mensch deed gelijken. + +"Het vraagstuk heeft een zeer belangwekkenden kant," zeide hij, "ik durf +zelfs zeggen, dat het in menig opzicht zeer merkwaardig is. Reeds heb ik +een goeden blik op de zaak en ben zeer nabij de oplossing, naar ik meen. +Indien gij mij bij den laatsten stap, dien ik moet doen, om tot een +volkomen oplossing te geraken, wilt helpen, zoudt gij mij een grooten +dienst bewijzen." + +"Ik zou het zeer aangenaam vinden." + +"Zoudt gij morgen met mij naar Aldershot kunnen gaan?" + +"Ik denk wel, dat Jackson mijn praktijk zal willen waarnemen." + +"Zeer goed, ik moet met den trein van 11 uur 10 minuten van +Waterloo-station." + +"In dat geval heb ik wel den tijd om een en ander te regelen." + +"Nu, dan zal ik u, als ge althans niet slaperig zijt, in 't kort +mededeelen, wat er gebeurd is en wat ons nog te doen staat." + +"Voor uw komst was ik slaperig; nu ben ik volkomen wakker." + +"Ik zal zoo beknopt mogelijk in mijn verhaal zijn, zonder iets weg te +laten, dat tot een goed begrip der zaak noodig is. Het kan wezen, dat +gij reeds iets van de geschiedenis hebt gehoord, want ik heb een +onderzoek op 't oog in den vermoedelijken moord, gepleegd op kolonel +Barclay van de Royal Mallows te Aldershot." + +"Ik heb daarvan nog niets gehoord." + +"Dit voorval heeft, behalve in de naaste omgeving, nog weinig de +aandacht getrokken. De feiten dateeren ook eerst van eergisteren. In 't +kort is de zaak deze: + +Zooals gij weet, zijn de Royal Mallows een van de beroemdste Iersche +regimenten van het Engelsche leger. Het verrichtte indertijd wonderen +van dapperheid in den Krimoorlog en heeft zich sedert bij elke +gelegenheid onderscheiden. Tot Maandagavond j.l. stond dit regiment +onder commando van James Barclay, een dapper veteraan, die zijn +militaire loopbaan als gewoon soldaat begon, wegens zijn dapperheid tot +den rang van officier opklom en eindelijk het opperbevel verkreeg over +het regiment, waarin hij eens als gewoon soldaat had gediend. + +Kolonel Barclay trouwde, toen hij nog sergeant was, en zijn vrouw, als +meisje Miss Nancy Devoy geheeten, was een dochter van een officier uit +hetzelfde regiment. Het is daarom best te begrijpen, dat de omgeving, +waarin de jonggehuwden (want zij waren nog jong) verplaatst werden, hun +eenigszins ongewoon voorkwam. Zij schijnen echter spoedig geleerd te +hebben, zich in hun nieuwen maatschappelijken kring te bewegen en +mevrouw Barclay heeft altijd, naar ik vernomen heb, evenzeer in +vriendschap met de dames van het regiment geleefd als haar echtgenoot +met zijn collega's, de officieren. Ik kan er bijvoegen, dat zij een zeer +mooie vrouw was en zelfs, nu zij reeds meer dan 30 jaren getrouwd is, +nog een innemende verschijning is. + +Kolonel Barclay's huiselijk leven schijnt zeer gelukkig te zijn geweest. +Majoor Murphy, van wien ik de meeste inlichtingen heb ontvangen, heeft +mij verzekerd, dat hij nooit van eenig misverstand tusschen Barclay en +zijn echtgenoote heeft gehoord. Alles saamgenomen, denkt hij, dat de +genegenheid van Barclay voor zijn vrouw grooter was dan de hare voor +den kolonel. Zelfs al was zij maar voor één dag van huis, gevoelde hij +zich volstrekt niet op zijn gemak. Zij daarentegen, ofschoon een +liefdevolle en getrouwe echtgenoote, was haar man minder genegen en in +het regiment werden zij beschouwd als een modelpaar van twee menschen +van middelbaren leeftijd. Er was inderdaad niets in de verhouding, +waartoe zij tot elkaar stonden, volstrekt niets, dat een zoo treurige +ontknooping, als nu gevolgd is, kon doen verwachten. + +Kolonel Barclay zelf schijnt eenige vreemde trekken in zijn karakter +gehad te hebben. Hij was een voortvarend, joviaal militair, als hij in +zijn gewoon humeur was, maar bij sommige gelegenheden kon hij zich zeer +driftig en wraakzuchtig toonen. Hij schijnt zich echter aan zijn vrouw +nooit van die zijde te hebben doen kennen. Een ander feit, dat majoor +Murphy en de meeste andere officieren, die ik gesproken heb, opviel, was +de neerslachtigheid, waaraan de kolonel somwijlen leed. Zooals de majoor +het uitdrukte, was het alsof hem soms de glimlach als door een +onzichtbare hand werd weggeslagen. Dit en een zekere neiging tot +bijgeloof waren de eenige ongewone trekken in zijn karakter, die door de +overige officieren werden opgemerkt. De laatste eigenaardigheid +openbaarde zich daarin, dat hij er een afkeer van had, alleen in het +donker te zijn. Deze kinderachtige karaktertrek bij een overigens zeer +mannelijke natuur heeft dikwijls aanleiding gegeven tot aanmerkingen en +gissingen. + +Het eerste bataljon van de Royal Mallows (het oude 117e regiment) ligt +sedert eenige jaren te Aldershot in garnizoen. De gehuwde officieren +wonen buiten de kazerne; de kolonel op een villa, Lachine genoemd, op +een halve mijl afstands van het noordelijke kamp. Het huis ligt niet +onmiddellijk aan den weg, maar de westelijke zijde is daarvan niet meer +dan dertig el verwijderd. Een koetsier en twee dienstmeisjes vormen het +personeel. Deze waren, met den heer en mevrouw Barclay, de eenige +bewoners van de villa Lachine, want de Barclays hadden geen kinderen en +gewoonlijk hadden zij ook geen logeergasten. + +En nu zal ik u vertellen, wat ik weet van de gebeurtenissen op genoemde +villa in den avond van Maandag jongstleden tusschen negen en tien ure. + +Mevrouw Barclay behoort, naar het schijnt, tot de Roomsch-Katholieke +kerk en stelde zeer veel belang in het gilde van St. George, dat in +vereeniging met de Watt-Street-kapel was gesticht met het doel, de armen +van afgedragen kleeren te voorzien. Dien avond om 8 uur hielden de leden +van het gilde een vergadering en mevrouw Barclay haastte zich met eten, +om op tijd tegenwoordig te wezen. Toen zij uitging, hoorde haar koetsier +haar een paar woorden met haar echtgenoot spreken en hem verzekeren, dat +zij niet lang zou uitblijven. Vervolgens bracht zij een bezoek aan Miss +Morrison, die in de naaste villa woont en in gezelschap van deze dame +ging zij naar de vergadering. Deze duurde slechts veertig minuten en om +kwartier over negen keerde mevrouw Barclay naar huis terug, na van Miss +Morrison bij haar woning afscheid genomen te hebben. + +Op de villa Lachine is een kamer als ontvangkamer in gebruik. Dit +vertrek ziet uit op den weg en heeft aan den kant van het grasperk +openslaande glazen deuren. Het grasperk is dertig el in doorsnede en van +den grooten weg gescheiden door een lagen muur met een ijzeren +rasterwerk er boven op. In deze kamer ging mevrouw Barclay, toen zij +weer thuis was gekomen. De jaloezieën waren niet neergelaten, want in +den zomer werd het vertrek zelden gebruikt, maar mevrouw Barclay stak +zelf de lamp op en schelde toen haar kamermeisje, Jane Stewart, wie zij +verzocht haar een kop thee te brengen, iets dat geheel tegen haar +gewoonte streed. De kolonel had den ganschen avond in de eetzaal +gezeten, maar toen hij hoorde, dat zijn vrouw weer thuis was, kwam hij +bij haar in de ontvangkamer. De koetsier zag hem in de gang en de kamer +binnengaan. Het was de laatste maal, dat hij levend werd gezien. + +Na verloop van een minuut of tien kwam het dienstmeisje met den kop +thee, maar toen zij de deur der kamer naderde, hoorde zij tot haar +verbazing haar meester en meesteres heftig met elkaar twisten. Zij +tikte aan de deur, doch kreeg geen antwoord; toen draaide zij aan den +deurknop, waarop zij bemerkte, dat de deur van binnen was gesloten. Heel +natuurlijk liep zij toen naar beneden, om haar bevinding aan de +keukenmeid mede te deelen, waarna de beide vrouwen en de koetsier de +trap opklommen en in de gang luisterden naar den twist, die nog niet +geëindigd was. Zij stemmen alle drie daarin overeen, dat er slechts twee +stemmen werden gehoord, die van Barclay en van zijn vrouw. De stem van +Barclay was onderworpen en zenuwachtig, zoodat de luisteraars er niets +van verstonden. Zijn vrouw daarentegen sprak op luiden, verbitterden +toon, en wanneer zij somwijlen haar stem verhief, konden haar woorden +zeer duidelijk worden verstaan. "Gij, lafaard!" riep zij herhaaldelijk. +"Wat moet er nu gedaan worden? Geef mij mijn leven terug! Ik wil niet +meer dezelfde lucht inademen als gij. Gij, lafaard! Gij, lafaard!" In +dergelijke uitingen en beschimpingen luchtte zij haar drift, tot haar +man plotseling een vreeselijken kreet slaakte, onmiddellijk gevolgd door +geraas en een doordringenden gil van de vrouw. Overtuigd, dat er een +ongeluk was gebeurd, snelde de koetsier naar de deur en trachtte die met +geweld te openen, terwijl van binnen nog voortdurend zich het gegil liet +hooren. Het gelukte hem echter niet naar binnen te komen en de beide +meiden waren te zeer van streek door den schrik, dan dat zij in staat +waren hem te helpen. Plotseling echter schoot hem een gedachte te binnen +en hij liep de gang door naar het grasperk, waarop de kamer uitzag. Een +der vensters stond open, wat, geloof ik, in den zomer gewoonte was, en +zonder moeite kwam hij in de kamer. Zijn meesteres had opgehouden te +gillen en lag bewusteloos op een sofa uitgestrekt, terwijl de +ongelukkige kolonel morsdood lag, te midden van een plas bloed, met zijn +hoofd op den grond nabij den haard en zijn eenen voet over de leuning +van een fauteuil. + +[Illustratie: Snelde de koetsier naar de deur en trachtte die met geweld +te openen.] + +De eerste gedachte van den koetsier, toen hij zag niets meer voor zijn +meester te kunnen doen, was natuurlijk, de deur te openen. Maar hier +deed zich een bijzondere en onverwachte moeilijkheid voor. De sleutel +stak niet aan de binnenzijde in de deur en was ook nergens in de kamer +te vinden. Hij begaf zich daarom weer door het raam naar buiten en +keerde met een politiebeambte en een geneesheer terug. Mevrouw Barclay, +op wie natuurlijk zware vermoedens rustten, werd in nog steeds +bewusteloozen toestand naar haar kamer gebracht. Toen werd het lijk van +den kolonel op een sofa geplaatst en in de kamer, waar het vreeselijk +drama was voorgevallen, een nauwkeurig onderzoek ingesteld. + +De wonde, waaraan de kolonel was bezweken, scheen een twee duim lange +snede aan het achterhoofd te zijn, waarschijnlijk toegebracht door een +hevigen slag met een stomp wapen. Ook was het volstrekt niet moeilijk te +gissen, welk wapen dit was geweest. Op den vloer, dicht bij het lijk, +lag een knots van hard hout, versierd met snijwerk en een beenen greep. + +De kolonel bezat een rijke verzameling wapenen, medegebracht uit de +verschillende landen, waarin hij had gestreden, en de politie vermoedt, +dat deze knots tot die verzameling behoorde. De bedienden ontkennen die +knots vroeger ooit gezien te hebben, maar onder de talrijke merkwaardige +voorwerpen, die in het huis aanwezig zijn, is het mogelijk, dat zij deze +knots hebben over 't hoofd gezien. Er werd overigens niets van gewicht +door de politie in de kamer ontdekt; ook zij moest het onverklaarbare +feit constateeren, dat noch op mevrouw Barclay, noch op het lijk of op +eenige plaats in de kamer de vermiste deursleutel werd gevonden. De deur +moest later door een slotenmaker van Aldershot worden opengestoken. + +Zoo was de stand van zaken, Watson, toen ik Dinsdagmorgen op verzoek van +majoor Murphy naar Aldershot reisde, om de politie in haar nasporingen +te helpen. Gij zult het met mij eens zijn, dat de zaak reeds zeer +belangwekkend was, maar mijn onderzoekingen brachten mij dra tot de +overtuiging, dat de waarheid nog veel buitengewoner zou wezen, dan ze op +het eerste gezicht schijnt. + +Aleer de kamer te onderzoeken, onderwierp ik de bedienden aan een aantal +kruisvragen, hetgeen geen andere feiten dan de reeds gemelde aan het +licht bracht. Nog een bijzonderheid van belang werd door Jane Stewart, +het kamermeisje, medegedeeld. Gij zult u herinneren, dat zij op het +gerucht van den twist naar beneden ging en met de andere bedienden +terugkeerde. Zij zegt, dat den eersten keer, toen zij haar meesteres +hoorde, de stemmen zoo laag gedaald waren, dat zij ternauwernood iets +hoorde en alleen uit den toon van spreken kon opmaken, dat er twist was. +Toen ik haar evenwel nader ondervroeg, herinnerde zij zich ook twee keer +het woord "David" uit den mond van mevrouw Barclay gehoord te hebben. +Dit punt is van het hoogste gewicht voor het leeren kennen van de +oorzaak van den twist. Zooals ge u wellicht zult herinneren, is des +kolonels voornaam James. + +In deze zaak was één feit, dat zoowel op de bedienden als op de politie +den diepsten indruk maakte. Dit was de verwrongenheid van des kolonels +gezicht. Volgens hun verhaal had dit gezicht een uitdrukking van schrik +en angst zoo vreeselijk, als met mogelijkheid op een menschelijk gelaat +kan te lezen staan. Het was duidelijk, dat hij zijn lot heeft voorzien +en dat het hem den grootsten schrik heeft veroorzaakt. Dit kwam +natuurlijk vrij wel overeen met de meening van de politie, dat de +kolonel gezien kan hebben, dat zijn vrouw hem wilde vermoorden. Ook de +omstandigheid, dat de doodelijke wond hem op het achterhoofd was +toegebracht, behoefde daarmede niet in strijd te wezen, daar hij zich +zeer goed kan hebben omgekeerd, om den slag te ontwijken. Van mevrouw +Barclay zelf konden geen inlichtingen verkregen worden, daar zij +tijdelijk ziek lag aan een hevigen aanval van zenuwkoortsen. + +Van de politie vernam ik nog, dat Miss Morrison, die, zooals ik u reeds +mededeelde, op den bewusten Maandagavond met mevrouw Barclay naar de +vergadering ging, zegt, volstrekt niet te weten, wat de oorzaak was van +het slechte humeur, waarin haar vriendin naar huis kwam. + +Nadat ik aldus deze bijzonderheden had vernomen, Watson, rookte ik er +verscheiden pijpen over, trachtende de feiten, die een gevolg waren van +een vooraf beraamd plan, te scheiden van die, welke bloot toevallig +waren. Voor mij was het meest kenmerkende en meest beteekenende punt in +de gansche geschiedenis, de zonderlinge verdwijning van den deursleutel. +Zelfs na het nauwkeurigste onderzoek werd hij niet in de kamer +gevonden. Daarom mogen we aannemen, dat hij weggenomen is. Maar dit kan +niet zijn door den kolonel, noch door zijn vrouw. Dat was volkomen +duidelijk. Daarom moet er nog een derde persoon in de kamer zijn +geweest. Gij kent mijn methode van onderzoek, Watson; niet eene, die ik +bij deze gelegenheid verzuimde in praktijk te brengen. En ik kwam +daardoor eenige zaken op 't spoor, die zeer veel verschillen van die, +welke ik verwacht had. Er is behalve kolonel Barclay en zijn vrouw een +man in de kamer geweest, die van den weg komende over het grasperk is +geloopen. Ik heb vijf duidelijke indrukken van zijn voeten gezien--een +op den weg zelf, bij het punt waar hij den lagen muur om het grasperk is +overgeklommen, twee op het grasperk, en twee zeer onduidelijke op de +geverfde vloerplanken onder het venster, waardoor hij naar binnen is +gekomen. + +Waarschijnlijk is hij snel over het grasperk geloopen, want de indrukken +van zijn teenen waren dieper dan die van zijn hielen.--En toch, die +persoon deed mij niet verbaasd staan, maar wel zijn metgezel." + +"Zijn metgezel?" + +Holmes haalde een groot vel vloeipapier uit zijn zak en vouwde het +voorzichtig op zijn knie open. + +"Wat denkt gij hiervan?" vroeg hij. + +Het papier was bedekt met teekeningen, voorstellende de voetsporen van +een klein dier. Het had vijf duidelijk te onderscheiden teenen, het +spoor wees bovendien op lange nagels en de geheele voetindruk was +ongeveer zoo groot als een dessertlepel. + +"Het is een hond," zeide ik. + +"Hebt gij ooit gehoord van een hond, die tegen een gordijn opliep? +Verscheiden sporen bewijzen mij, dat het dier dit gedaan heeft." + +"Een aap dan?" + +"Maar het is niet het spoor van een aap." + +"Wat kan het dan wezen?" + +"Noch hond, noch kat, noch aap, noch ieder ander ons bekend dier. Ik heb +getracht het uit de afmetingen te construeeren. Hier zijn vier +afdrukken, waar het dier bewegingloos heeft gestaan. Gij ziet, dat het +niet minder dan vijftien duim van den voor- naar den achterpoot groot +is. Voeg daarbij de lengte van nek en kop en gij krijgt een dier van +niet minder dan twee voet lengte--waarschijnlijk meer, als het ook een +staart heeft. Maar let nu eens op een andere afmeting. Het dier heeft +zich bewogen en wij hebben de lengte van zijn stap, die in geen enkel +geval grooter dan drie duim is. Hierdoor hebben wij, zooals ge ziet, de +aanwijzing, dat het een dier moet zijn met een betrekkelijk lang lichaam +en zeer korte pooten. Het heeft niet zooveel attentie voor ons gehad om +eenige van zijn haren achter te laten, maar het heeft over 't geheel een +lichaamsvorm, zooals ik heb aangeduid, en het kan tegen een gordijn +oploopen en is een vleeschetend dier." + +[Illustratie: "Wat denkt gij hiervan?" vroeg hij.] + +"Hoe weet gij dat?" + +"Omdat het tegen het gordijn is opgeklommen. In het raam hing een kooi +met een kanarie en nu schijnt het dier plan gehad te hebben den vogel te +bemachtigen." + +"Wat was het dan voor een beest?" + +"O, als ik dat wist, dan zouden we zeer nabij de oplossing zijn. Alles +in aanmerking genomen, komt het mij waarschijnlijk voor, dat het een +dier was, behoorende tot het geslacht der wezels; intusschen grooter dan +eenig dier van dit geslacht, dat ik ooit gezien heb." + +"Maar wat heeft dit nu met de misdaad te maken?" + +"Dat ligt nog in het duister. Maar wij weten nu reeds veel, zooals gij +ziet. Wij weten, dat er op den weg een man stond, die naar den twist +tusschen den heer Barclay en zijn vrouw keek, dat de jaloezieën +opgetrokken waren en in de kamer licht brandde. Wij weten verder, dat +hij over het grasperk liep, de kamer binnentrad met een vreemd dier bij +zich en dat hij òf den kolonel den doodelijken slag toebracht, òf, wat +evenzeer mogelijk is, dat de kolonel van louter schrik, toen hij hem +zag, neerviel met zijn hoofd op den rand van den haard en daardoor zich +wondde. Ten slotte staan we hier nog voor het merkwaardige feit, dat de +binnengekomene bij zijn vertrek den deursleutel medenam." + +"Uw ontdekkingen maken mijns inziens de zaak nog duisterder, dan zij +eerst was," zeide ik. + +"Juist opgemerkt, men kan er zeker uit opmaken, dat de zaak dieper ligt, +dan men aanvankelijk zou oordeelen. Ik heb er over nagedacht en ben tot +de slotsom gekomen, dat ik de zaak van een anderen kant moet beschouwen +en trachten op te helderen. Maar ik geloof, Watson, dat ik u onnoodig +ophoud, daar ik u het overige morgen even goed op onze reis naar +Aldershot kan vertellen." + +"Dank u wel, gij zijt nu reeds te ver gegaan, om mij niet alles mede te +deelen." + +"Ik was overtuigd, dat er, toen mevrouw Barclay 's avonds om half acht +haar woning verliet, tusschen haar en haar man geenerlei twist was +voorgevallen. Zij bezat nooit, zooals ik reeds gezegd heb, een +hartstochtelijke genegenheid voor haar man, maar de koetsier hoorde +toch, dat zij bij het heengaan op vriendschappelijken toon met den +kolonel sprak. Nu was het eveneens zeker, dat zij onmiddellijk na haar +thuiskomst zich naar de kamer begaf, waarin zij de minste kans had haar +echtgenoot te ontmoeten, dat zij zenuwachtig om thee heeft gescheld en +ten slotte, toen haar man binnenkwam, in hevige beschuldigingen tegen +hem is uitgevaren. Er moet daarom tusschen half acht en negen uur iets +zijn voorgevallen, dat haar gevoelens jegens haar echtgenoot geheel +veranderd heeft. Maar dien geheelen tusschentijd is Miss Morrison in +haar gezelschap geweest en ik was daarom, trots haar ontkenning, er +volkomen van overtuigd, dat deze iets van de zaak moest afweten. + +In 't eerst dacht ik, dat er mogelijk eenige betrekking tusschen +genoemde jonge dame en den kolonel had bestaan, wat de eerste thans aan +mevrouw Barclay bekend had. Daaruit ware dan de toorn van des kolonels +vrouw bij haar terugkomst te verklaren en eveneens het feit, dat Miss +Morrison ontkende, dat er iets was gebeurd. Ook zou dit geenszins +ondenkbaar wezen met het oog op de woorden, gedurende den twist door de +bedienden gehoord. Maar hoe was dit nu weer te rijmen met het in drift +uitspreken van den naam "David" en de bekende genegenheid van den +kolonel voor zijn vrouw, zonder nog te spreken van de tragische +tusschenkomst van dien onbekenden man, welke natuurlijk nog niet behoeft +samen te hangen met hetgeen even te voren was gebeurd. Alles samen +genomen, was ik wel geneigd het denkbeeld te laten varen, dat er eenige +betrekking tusschen den kolonel en Miss Morrison bestond, maar was ik +meer dan ooit overtuigd, dat de jonge dame de oorzaak kende van de +plotseling ontstane vijandschap tusschen mevrouw Barclay en haar +echtgenoot. Ik nam daarom natuurlijk den maatregel, Miss Morrison een +bezoek te brengen, waarbij ik haar verklaarde, dat ik volkomen overtuigd +was, dat zij wist, wat er was voorgevallen en haar verzekerde, dat op +haar vriendin, mevrouw Barclay, zware verdenking rustte, tenzij de zaak +mocht worden opgehelderd. + +Miss Morrison is een klein, tenger meisje met schuchteren oogopslag en +blond haar, maar ze is geenszins ontbloot van schranderheid en gezond +verstand. Nadat ik gesproken had, dacht zij eenigen tijd na, wendde zich +toen met iets vastberadens in haar voorkomen tot mij en legde de +volgende verklaring af, die ik u in 't kort zal mededeelen: + +"Ik beloofde mijn vriendin, dat ik niet over de zaak zou spreken en een +belofte moet men houden," sprak zij. "Doch indien ik haar wezenlijk kan +helpen, nu er zulk een zware beschuldiging tegen haar wordt ingebracht +en haar eigen mond door ongesteldheid is gesloten, houd ik mij van mijn +belofte ontheven en zal ik u precies vertellen, wat er Maandagavond is +voorgevallen. + +Wij kwamen ongeveer kwart voor negen uit Watt-Street en moesten op onzen +weg naar huis door de Hudson-Street, een zeer stille straat. Er bevindt +zich bovendien slechts één lantaarn, op de linkerzijde, en toen wij deze +lantaarn naderden, zag ik een man met gebogen rug en een soort doos op +den rug naar ons toe komen. Hij scheen mismaakt te zijn, want hij droeg +het hoofd omlaag en liep met gekromde knieën. Juist toen wij hem +voorbijliepen, hief hij het hoofd op, om in het licht, dat de +straatlantaarn uitstraalde, ons aan te zien, doch nauwelijks had hij dit +gedaan, of hij bleef staan en riep op vreeselijken toon: "Mijn God, het +is Nancy!" Mevrouw Barclay werd zoo wit als een lijk en zou neergestort +zijn, had die verschrikkelijk uitziende man haar niet ondersteund. Ik +wilde de politie gaan halen, maar tot mijn verbazing sprak mijn vriendin +zeer beleefd met den kerel. + +"Ik heb nu dertig jaar gedacht, dat gij dood waart, Henry," sprak zij +met ontroerde stem. + +"Dat was ik ook," antwoordde hij: en vreeselijk was de toon, waarop hij +deze woorden sprak. Hij had een donker, schrikwekkend gelaat en zulk een +vreeselijke uitdrukking in zijn oogen, dat ik ze in mijn droom voor mij +zag. Zijn haar en baard waren grijzend en zijn gezicht vol plooien en +rimpels als een gedroogde appel. + +[Illustratie: "Mijn God! het is Nancy!"] + +"Wandel maar een eindje vooruit, lieve; ik moet een paar woorden met +dezen man spreken; je behoeft nergens bang voor te wezen," zeide mevrouw +Barclay. Zij trachtte kalm te spreken, maar zij was nog doodsbleek en +kon ternauwernood een woord uitbrengen. + +Ik voldeed aan haar wensch en zij praatten een oogenblik met elkaar. +Toen kwam mijn vriendin met fonkelende oogen de straat af en ik zag den +gebrekkigen ellendeling bij den lantaarnpaal staan en zijn dichtgeknepen +vuisten in de lucht schudden, alsof hij krankzinnig van woede was. Zij +sprak geen woord, tot wij hier aan de deur kwamen; toen vatte zij mijn +hand en smeekte mij, niemand iets te vertellen van hetgeen onderweg was +gebeurd. "Het is een oude kennis van mij, wien het in de wereld is +tegengeloopen," sprak zij. Toen ik beloofde, dat ik zou zwijgen, kuste +zij mij en sedert heb ik haar niet weergezien. Ik heb u nu de geheele +waarheid gezegd en dat ik dit de politie niet heb medegedeeld, +geschiedde, omdat ik toen nog niet wist, in welk gevaar mijn lieve +vriendin zich bevond. Ik weet, dat het niet anders dan in haar voordeel +kan zijn, als alles bekend is." + +Dat was haar verklaring, Watson, en gij kunt wel begrijpen, dat die voor +mij was als een lichtbaken op een donkeren weg. Allerlei, tot dusverre +voor mij op zich zelf staande feiten, vertoonden zich thans op hun ware +plaats en ik begon reeds een vage voorstelling van de opeenvolging der +gebeurtenissen te krijgen. In de eerste plaats moest ik natuurlijk den +man trachten te vinden, wiens verschijning zulk een indruk op mevrouw +Barclay had gemaakt. Als hij zich nog in Aldershot bevond, zou dit niet +moeilijk zijn. In Aldershot zijn niet zoo heel veel burgers en een +mismaakt man moest er de aandacht getrokken hebben. Ik besteedde een dag +om hem te zoeken, en op een avond, dezen zelfden avond, Watson, vond ik +hem. De man heet Henry Wood; hij woont op een kamer in de straat, waar +de beide vrouwen hem ontmoetten. Hij was nog slechts vijf dagen in +Aldershot geweest. Verkleed als ambtenaar van de belastingen, had ik een +zeer belangwekkend onderhoud met zijn hospita. De man is van beroep +goochelaar en kunstenmaker, die 's avonds de cantines rondgaat en in elk +een kleine voorstelling geeft. In de doos, die hij op zijn rug draagt, +voert hij een klein beestje mede, dat zijn hospita nog al angst schijnt +aangejaagd te hebben, want zij had vroeger nooit zulk een dier gezien. +Volgens haar zeggen gebruikt hij het dier in enkele kunstverrichtingen. +Ook vernam ik nog van zijn hospita, dat het een wonder is, dat de man +leeft, als men in aanmerking neemt, hoe gebrekkig hij is, en dat hij +soms in een vreemd dialect spreekt en zij hem de laatste twee nachten op +zijn bed heeft hooren steunen en schreien. Hij was goed bij kas, maar +bij het geld, dat hij haar als waarborg heeft gegeven, was een muntstuk, +dat valsch scheen te zijn. Zij liet het mij zien; het was een Indische +ropy. + +Zoo ziet gij, mijn beste vriend, hoe wij met de zaak staan en waarom ik +u noodig heb. Het is duidelijk, dat de vreemde man de beide dames, nadat +deze zich verwijderd hadden, op een afstand volgde, dat hij door het +raam den twist tusschen den kolonel en zijn echtgenoote zag en naar +binnen snelde, en dat het dier, hetwelk hij bij zich had, uit de doos +ontsnapte. Dat staat alles zoo goed als vast. Maar hij is de eenige +persoon ter wereld, die ons precies kan vertellen, wat er in de kamer +gebeurd is." + +"En zijt gij van plan het hem te vragen?" + +"Zeer zeker, maar in tegenwoordigheid van een getuige." + +"En ben ik die getuige?" + +"Ja, als gij zoo goed wilt zijn. Kan hij de zaak ophelderen, dan is 't +goed. Weigert hij, dan hebben wij geen andere keus dan tegenover hem +gebruik te maken van een bevel tot inhechtenisneming." + +"Maar hoe weet gij, dat wij hem bij onze aankomst nog te Aldershot +zullen vinden?" + +"Gij kunt u verzekerd houden, dat ik eenige voorzorgen heb genomen. Ik +heb een van mijn jongens uit Baker-Street gelast een wakend oog op hem +te houden en ik ben overtuigd, dat die hem als een klit zal aanhangen en +gaan zal, waar hij gaat. Morgen vroeg zullen wij hem in Hudson-Street +vinden, Watson; en nu moesten we maar ter ruste gaan, want ik zou +gelooven zelf een misdaad te plegen, als ik u nog langer uit bed hield." + +Den volgenden dag 's middags kwamen wij op de plaats van het treurspel +aan en terstond begaven wij ons naar Hudson-Street. Hoe bekwaam mijn +vriend Holmes ook was in het verbergen van zijn gemoedsbewegingen, kon +ik toch gemakkelijk zien, hoeveel moeite hem dit kostte, terwijl ik zelf +het opwekkend genoegen had, dat ik steeds ondervond, als ik mijn vriend +in zijn nasporingen ter zijde stond. + +"Dit is de straat," zeide Holmes, toen hij een korte zijstraat insloeg +aan weerszijden begrensd door een rij in baksteen opgetrokken huizen van +twee verdiepingen. "Ha, hier is Simpson al om mij verslag te geven." + +"Het is alles met hem in orde, mijnheer Holmes," riep een kleine +straatjongen, op ons toe loopende. + +"Goed, Simpson!" zei Holmes, hem op den schouder kloppend. "Hier heen, +Watson, dit is het huis!" Hij gaf zijn kaartje af met de boodschap, dat +hij kwam om over belangrijke zaken te spreken en een oogenblik later +bevonden wij ons van aangezicht tot aangezicht met den man, om wien wij +te Aldershot waren gekomen. Ofschoon het zeer warm was, zat hij bij een +groot vuur en in de kamer was het heet, als in een oven. De man zat +ineengedoken in zijn stoel en scheen zeer mismaakt, maar zijn gelaat, +dat hij ons toekeerde en dat nu verweerd en verschrompeld was, toonde +nog sporen van vroegere schoonheid. Hij zag ons met zijn met geel +doorschoten oogen wantrouwend aan en zonder op te staan of een woord te +spreken, gaf hij ons een wenk plaats te nemen. + +"Wij hebben de eer, mijnheer Henry Wood te spreken, vroeger in Indië +woonachtig, niet waar?" vroeg Sherlock Holmes. "Ik kom hier om u te +spreken over den dood van mijnheer Barclay." + +"Wat zou ik u daarover kunnen mededeelen?" + +"Dat is het juist, wat ik zou wenschen te weten. Gij begrijpt, zooals ik +veronderstel, dat, tenzij de zaak opgehelderd mocht worden, mevrouw +Barclay, die een oude vriendin van u is, van moord zal aangeklaagd +worden." + +De man sprong verschrikt overeind. + +"Ik weet niet, wie gij zijt," riep hij, "noch hoe gij zijt te weten +gekomen, wat gij weet; maar wilt gij zweren, dat gij mij de waarheid +zegt?" + +"Wel, men wacht slechts het oogenblik af, dat zij weer tot bewustzijn +komt, om haar in hechtenis te nemen." + +[Illustratie: "Wij hebben de eer, mijnheer Henry Wood te spreken?"] + +"Mijn God! behoort gij zelf tot de politie?" + +"Neen." + +"Wat hebt gij er dan mede te maken?" + +"Het is ieders taak te zorgen, dat er recht geschiede." + +"Ik verzeker u plechtig, dat zij onschuldig is." + +"Zijt gij dan schuldig?" + +"Neen, ik ben het niet." + +"Wie heeft kolonel James Barclay dan vermoord?" + +"Het was een rechtvaardige Voorzienigheid, die hem doodde. Maar wees +verzekerd, dat, indien ik hem zijn hersens had ingeslagen, zooals ik van +plan was, hij niet meer dan zijn verdiende loon van mij gekregen zou +hebben. Had zijn eigen schuldig geweten hem niet neergeveld, dan had ik +mij waarschijnlijk nu zijn dood te wijten. Gij wenscht, dat ik u de +geschiedenis zal vertellen? Nu, ik weet niet, waarom ik het niet zou +doen, want er is geen enkele reden, waarom ik mij er voor zou schamen. + +"De geschiedenis heeft zich als volgt toegedragen. Gij ziet mij nu +gebocheld en geheel misvormd voor u; maar er was een tijd, dat korporaal +Henry Wood de knapste kerel heette in het 177e regiment infanterie. Wij +waren indertijd in Indië in garnizoen, als ik 't mij goed herinner in +het plaatsje Burthee. Barclay, die nu gestorven is, was sergeant in +dezelfde compagnie, waarin ik diende, en de schoone van het +regiment,--het mooiste meisje, dat ooit bestaan heeft,--was Nancy Devoy, +de dochter van den sergeant-majoor. Er waren twee mannen, die haar +beminden en er was er een, dien zij liefhad; en gij zult glimlachen, als +gij ziet naar dezen armen man, die hier in gekromde houding voor het +vuur zit en hij u zegt, dat hij het was, wien haar liefde gold.-- + +"Doch ofschoon ik haar hart bezat, wilde haar vader, dat zij zou trouwen +met Barclay. Ik was een lichtzinnige, roekelooze knaap, en Barclay had +opvoeding genoten en betere vooruitzichten dan ik. Maar het meisje bleef +mij trouw, en het scheen, dat ik haar ook zou krijgen, toen eensklaps de +muiterij uitbrak en het geheele land in opstand kwam. + +"Wij waren in Burthee opgesloten; ons regiment met een halve batterij +artillerie, een compagnie Sikhs (Indische soldaten) en een menigte +burgers en vrouwen. Wij werden belegerd door tien duizend rebellen. In +de tweede week nadat wij ingesloten waren, kregen wij gebrek aan +drinkwater en het was nu voor ons de vraag, of wij ons in verbinding +konden stellen met de kolonne van generaal Neill. Dit was onze eenige +kans op behoud, want wij mochten er niet op rekenen, dat wij ons met al +de vrouwen en kinderen door den vijand zouden heenslaan, en daarom bood +ik vrijwillig aan, mij buiten onze linie te begeven en generaal Neill in +kennis te stellen van het gevaar, waarin wij ons bevonden. Mijn voorstel +werd aangenomen en ik sprak er over met sergeant Barclay, die geacht +werd de plaatselijke gesteldheid beter te kennen dan iemand anders en +die den weg aangaf, waarlangs ik moest trachten door de vijandelijke +liniën te komen. Nog denzelfden avond om tien uur begaf ik mij op weg. +Er waren een duizend menschen te redden, doch toen ik dien nacht over +den vestingmuur klom, dacht ik slechts aan het leven van één van die +duizend. + +"Mijn weg liep door een drogen waterloop, waardoor ik hoopte verborgen +te blijven voor de blikken der vijandelijke schildwachten, doch bij een +bocht van mijn pad liep ik een zestal van hen regelrecht tegemoet, die +mij in de duisternis zaten af te wachten. In een oogwenk lag ik door een +hevigen slag bedwelmd op den grond en werd aan handen en voeten +gebonden. Doch niet aan mijn hoofd, maar in mijn hart gevoelde ik de +meeste pijn, want toen ik tot bewustzijn kwam en luisterde naar hetgeen +mijn vijanden onder elkaar spraken, vernam ik uit hetgeen ik van hun +taal kon verstaan, dat mijn kameraad, dezelfde man, die gezegd had +welken weg ik moest kiezen, verraad jegens mij had gepleegd en mij door +middel van een inlandschen bediende in de handen van den vijand had +overgeleverd. + +[Illustratie: Liep ik een zestal van hen regelrecht tegemoet.] + +"Het is niet noodig bij dit deel van mijn geschiedenis langer stil te +staan. Gij weet nu, waartoe James Barclay in staat was. Den volgenden +dag werd Burthee door generaal Neill ontzet, maar toen de opstandelingen +terugtrokken, namen zij mij mede, en het duurde vele lange jaren, eer ik +weer een blanke zag. Ik werd gepijnigd en trachtte te ontvluchten, werd +opnieuw gevangen genomen en weer gepijnigd. Gij kunt zelf zien, in +welken treurigen toestand zij mij brachten. Eenigen van de +opstandelingen, die de wijk namen naar Nepaul, namen mij mede, doch +later werden de rebellen, die mij gevangen hielden, door het bergvolk +vermoord en ik geraakte in slavernij. Ik ontsnapte, doch in plaats van +zuidwaarts te vluchten, begaf ik mij naar 't noorden, tot ik in +Afghanistan kwam. In dit land trok ik verscheiden jaren rond en ten +laatste kwam ik terug in de Pendjab, waar ik doorgaans onder de +inboorlingen leefde en in mijn levensonderhoud voorzag door het +vertoonen van goocheltoeren, die ik had geleerd. Waartoe zou het mij, +arme kreupele, dienen naar Engeland terug te keeren, of mij zelf aan +mijn vroegere kameraden bekend te maken? Zelfs mijn verlangen naar wraak +kon mij daartoe niet bewegen. Ik had liever dat Nancy en mijn oude +kameraden zouden denken, dat Henry Wood dood was, dan dat hij nog leefde +en met behulp van een stok langs den grond kroop als een chimpansee. Zij +hebben altijd gemeend, dat ik dood was en ik was voornemens hen steeds +in dien waan te laten. Ik hoorde, dat Barclay met Nancy gehuwd was en +snelle promotie in het regiment maakte, maar zelfs dat deed mij niet +spreken. + +"Doch als iemand oud wordt, verlangt hij naar huis. Jaren lang droomde +ik van de mooie groene velden en de tuinen van Engeland, tot ik ten +slotte besloot ze terug te zien, voor ik ging sterven. Ik bespaarde +genoeg om den overtocht te kunnen betalen, en toen kwam ik hierheen, +waar de soldaten zijn, want ik ken hun levenswijze en versta de kunst +hen te vermaken en daarmee genoeg te verdienen om te kunnen leven." + +"Uw verhaal is zeker belangwekkend," zeide Sherlock Holmes. "Ik heb +reeds vernomen, dat gij mevrouw Barclay hebt ontmoet, en dat gij elkaar +wederkeerig hebt herkend. Zooals ik vermoed, zijt gij haar toen naar +huis gevolgd en hebt gij door het venster den twist gezien tusschen haar +en haar echtgenoot, waarin zij hem zonder twijfel zijn gedrag jegens u +verweet. Gij waart u zelf niet meester en zijt over het grasperk +onverwachts de kamer binnengedrongen." + +"Zoo was het, mijnheer, en toen hij mij herkende, keek hij, zooals ik +nooit te voren een man heb zien kijken, en hij viel met zijn hoofd op +den rand van den vuurhaard. Maar hij was al dood, eer hij viel. Ik las +den dood op zijn gezicht even gemakkelijk als ik die woorden daar boven +den haard lees. Het gezicht van mij alleen was een kogel door zijn +schuldig hart." + +"En toen?" + +"Toen viel Nancy in zwijm en ik rukte haar den sleutel uit de hand, van +plan de deur te ontsluiten en hulp te halen. Maar terwijl ik daarmede +bezig was, kwam de gedachte bij mij op, dat het beter zou wezen te +vertrekken, wijl er anders wel eens vermoedens tegen mij konden +oprijzen en mijn geheim aan 't licht zou komen, als ik gearresteerd +werd. In mijn haast stak ik den sleutel in den zak en liet den stok +vallen, terwijl ik Teddy achterna joeg, die tegen het gordijn was +opgeklommen. Toen ik hem weder in de doos had gestopt, waaruit hij was +ontsnapt, maakte ik mij zoo snel ik kon uit de voeten." + +"Wie is Teddy?" vroeg Holmes. + +De man boog zich voorover en trok de schuif op van een soort hok, dat in +een hoek der kamer stond. Terstond kwam er een mooi, roodachtig bruin +dier uit, tenger en lenig, met korte pooten en langen dunnen neus en +twee van de mooiste roode oogen, die ik ooit in den kop van een dier +gezien heb. + +"'t Is een Mongoolsche kat!" riep ik. + +"Sommigen noemen hem zoo. Ik noem hem slangendooder, en Teddy is +verbazend tuk op cobra's. Ik heb er hier een, dien ik zijn gifttanden +heb uitgebroken; en elken avond vangt Teddy hem om de soldaten in de +cantine te vermaken. Wenscht gij nog meer inlichtingen, mijnheer?" + +"Het kan wezen, dat wij u als getuige laten roepen, zoo mevrouw Barclay +in ernstige moeilijkheden komt." + +"In dit geval zou ik natuurlijk komen." + +"Zoo dit echter niet noodig mocht zijn, zullen wij over die oude +geschiedenis den doode maar geen schande aandoen, hoe schuldig hij ook +moge wezen. Gij hebt althans de voldoening te weten, dat hij dertig +jaren over zijn slechte daad gewetenswroeging had. Hé, daar aan de +overzijde gaat majoor Murphy voorbij. Goeden morgen, mijnheer Wood; ik +zou gaarne willen weten, of er sedert gisteren nog iets bijzonders is +gebeurd." + +Wij konden den majoor nog inhalen, voor hij den hoek der straat omsloeg. + +"Hé, Holmes, gij zult zeker al gehoord hebben, dat al de drukte op niets +is uitgeloopen," zeide hij. + +"Hoezoo?" + +"Het onderzoek is juist geëindigd. De geneeskundigen verklaren, dat de +dood een gevolg is van een beroerte. Gij ziet, dat het bij slot van +rekening een eenvoudige zaak was." + +[Illustratie: Gij ziet, dat het bij slot van rekening een eenvoudige +zaak is.] + +"O, merkwaardig eenvoudig," zei Holmes glimlachend. "Kom, Watson, ik +geloof niet, dat men ons hier in Aldershot nog langer noodig heeft." + +"Eén ding is in deze geschiedenis opmerkelijk," zeide ik, terwijl wij +naar het station wandelden: "daar de voornaam van Barclay, James is, en +die van den ander Henry, wat kan dan toch dat woord "David" beduid +hebben?" + +"Dat eene woord, mijn beste Watson, zou mij de gansche geschiedenis +verteld hebben, indien ik de schranderheid bezat, die gij mij zoo gaarne +toekent. Dat woord hield klaarblijkelijk een verwijt in." + +"Een verwijt?" + +"Ja, David zondigde immers, zooals gij weet, op dezelfde wijze als +sergeant James Barclay. Ge kent toch ook de geschiedenis van Uria en +Bathseba. Ik ben niet zeer vast meer in mijn bijbelkennis, doch gij kunt +het verhaal vinden in het eerste of tweede hoofdstuk van Samuel." + + + + +II. + +De afgesneden ooren. + + +Het was een smoorheete dag in Augustus. Baker-Street geleek een oven en +de schittering van het zonnelicht op de gele baksteenen muren deed de +oogen pijnlijk aan. Men kon ternauwernood gelooven, dat dit dezelfde +muren waren, die in den grijzen mist van den winter zoo loom en triestig +in vage omtrekken schemerden. De jaloezieën van onze kamer waren ten +halve neergelaten en Holmes lag met gekromde knieën op de canapé, een +brief, dien hij met de ochtendpost had ontvangen, lezende en herlezende. +Wat mij zelf betreft, mijn verblijf in Indië was oorzaak, dat ik beter +tegen de hitte dan tegen de koude kon en een thermometerstand van 90 +graden vond ik niets onaangenaams. Maar het ochtendblad behelsde niets, +wat mij belang inboezemde. Het parlement was op reces. Iedereen was uit +de stad en ik snakte naar het bosch of naar het strand van de zee. + +Ten gevolge van een schrale kas had ik mijn vertrek uit de stad +uitgesteld. Voor mijn vriend Holmes had het verblijf op het land of aan +de zee niet de minste aantrekkelijkheid. Hij hield er van te midden van +de vijf millioen bewoners van Londen te leven met zijn voelhorens +uitgestrekt, lettende op het minst verdacht gerucht van een ongestraft +gebleven misdaad. + +Een oogenblik te voren hadden wij een gesprek gevoerd over de kunst van +iemands gedachten te kunnen lezen. Holmes had mij bewezen, dat deze +kunst onder zijn vele talenten behoorde. Onverwachts stoorde Holmes mij +in mijn mijmering. + +[Illustratie: En Holmes lag met gekromde knieën op de canapé, een brief +lezende.] + +"Ik heb hier een vraagstuk, dat zal kunnen blijken moeilijker +verstaanbaar te wezen dan de onbeduidende proeve, die ik u van mijn +kunst van gedachten-lezen heb gegeven," zeide hij. "Hebt gij in uw +dagblad het bericht opgemerkt betreffende den merkwaardigen inhoud van +een pakket, over de post gezonden aan Miss Susan Cushing, Cross-Street, +Croydon?" + +"Neen, ik zag niets." + +"Dan moet gij het over het hoofd hebben gezien; reik mij de krant eens +toe. Hier staat het bericht onder de rubriek financieele berichten. Ge +zult toch wel zoo goed willen zijn, mij het bericht voor te lezen." + +Ik nam de krant op, die hij mij had toegeworpen en las het volgende +bericht: + +"=Een gruwelijk pakket=. Miss Susan Cushing, wonende in Cross-Street, +Croydon, is het slachtoffer van een daad, die als een afschuwwekkende +grap beschouwd moet worden, tenzij nader aan 't licht mocht komen, dat +daaraan een treuriger bedoeling ten grondslag ligt. Gisteren namiddag om +twee uur werd haar door een postbeambte een in bruin papier gewikkeld +pakket overhandigd. Binnen in zat een doos met grof zout. Bij het +ledigen hiervan vond Miss Cushing tot haar schrik twee menschenooren, +die oogenschijnlijk eerst pas geleden waren afgesneden. De doos was den +vorigen morgen van Belfast verzonden. Men heeft niet de minste +aanwijzing, om den afzender te ontdekken en de zaak lijkt te +geheimzinniger, daar Miss Cushing, die een ongehuwde dame van vijftig +jaar is, een zeer afgezonderd leven heeft geleid, zoo weinig kennissen +heeft en zoo weinig briefwisseling houdt, dat het voor haar een +buitengewone gebeurtenis is, iets over de post te ontvangen. Eenige +jaren geleden evenwel, toen zij te Penge woonde, verhuurde zij kamers +aan drie jonge studenten in de medicijnen, wien zij de huur opzegde +wegens hun luidruchtig en ongeregeld leven. De politie is van meening, +dat deze jongelieden, die een hekel aan Miss Cushing hadden, haar de +genoemde beleediging kunnen hebben aangedaan, in de hoop haar schrik aan +te jagen door de toezending van deze reliquieën uit de ontleedkamer. Er +is eenige grond voor deze meening, omdat een der studenten uit het +noorden van Ierland kwam en naar Miss Cushing gelooft, uit Belfast. +Intusschen is een ijverig onderzoek in deze zaak in gang en is Mr. +Lestrade, een van de knapste detectives, het onderzoek in dezen +opgedragen." + +"Tot zoover de _Daily Chronicle_," zeide Holmes, toen ik met lezen +ophield, "doch nu iets van onzen vriend Lestrade. Ik ontving dezen +morgen van hem een briefje, waarin hij zegt: "Ik denk, dat dit geval +iets voor u is. Wij hebben alle hoop de zaak tot klaarheid te brengen, +maar hebben eenige moeilijkheid iets te vinden als uitgangspunt voor ons +handelen. Natuurlijk verzonden wij een telegram naar het postkantoor te +Belfast om nadere inlichtingen te vragen; maar dien dag werden een groot +aantal pakjes ter verzending aangeboden en de beambten kunnen zich den +afzender van het bewuste pakket niet herinneren. De van karton gemaakte +doos heeft gediend voor een half pond tabak en kan ons geenerlei +aanwijzing verstrekken. De onderstelling, dat de afzender een student in +de medicijnen is, komt mij nog altijd het waarschijnlijkst voor. Als gij +een paar uurtjes den tijd hebt, zou ik u zeer gaarne spreken. Ik ben den +geheelen dag tot uw dienst, thuis of op het politiebureau." + +"Nu, wat zegt ge er van, Watson? Ziet ge niet tegen de hitte op, om met +mij naar Croydon te gaan en de kans te hebben, nog een spannend verhaal +voor uw kroniek op te doen?" vroeg Holmes, na de voorlezing van dat +briefje. + +"Ik verlangde er naar iets te doen." + +"Dan zult gij het hebben; schel om onze laarzen en bestel een rijtuig. +Ik ben terug, zoodra ik mij gekleed en mijn sigarenkoker gevuld heb." + +Terwijl wij in den trein zaten, regende het en de hitte was in Croydon +veel minder drukkend dan in de stad. Holmes had een telegram gezonden, +zoodat Lestrade, als altijd bij de hand en op onderzoek belust, ons +reeds aan het station wachtte. Na een minuut of vijf wandelens kwamen +wij in Cross-Street, waar Miss Cushing woonde. + +Het was een zeer lange straat met huizen van gebakken steen, twee étages +hoog, netjes en stijf, met witgeschuurde steenen stoepen en hier en daar +een groepje vrouwen uit den werkmansstand, pratende aan de deuren. Toen +wij de straat ongeveer half ten einde hadden geloopen, bleef Lestrade +staan en klopte tegen een deur, die onmiddellijk door een klein +dienstmeisje werd geopend. Miss Cushing zat in de voorkamer, waarin wij +werden binnengelaten. Zij was een vrouw met een zachtzinnig gelaat en +vriendelijke oogen, grijzend haar, dat in zachte golvingen over haar +slapen was gekamd. Op haar schoot lag een antimacasser, waaraan zij +bezig was te werken, en op een tabouret naast haar stond een mandje met +gekleurde zijden garens. + +"Die vreeselijke dingen zijn in het tuinhuis," zeide zij, zoodra +Lestrade binnentrad. "Ik wou maar, dat gij ze medenaamt." + +"Dat zal ik ook, Miss Cushing. Ik liet ze daar enkel, opdat mijn vriend +Sherlock Holmes ze in uw tegenwoordigheid zou kunnen zien." + +"Waarom in mijn tegenwoordigheid, mijnheer?" + +"Omdat het mogelijk is, dat hij u iets zou wenschen te vragen." + +"Waartoe zou het dienen, mij iets te vragen, als ik u zeg, dat ik er +niets van weet?" + +"Ge hebt gelijk, mevrouw," zei Holmes, op gewonen toegevend +vriendelijken toon. "Zonder twijfel heeft deze geschiedenis u al meer +gehinderd dan u lief is." + +"Zoo is het inderdaad, mijnheer. Ik ben een stille vrouw en leef +eenzaam. Het is voor mij iets ongewoons, mijn naam in de kranten vermeld +en politie bij mij aan huis te zien. Ik wilde die dingen hier niet +hebben, mijnheer Lestrade; als gij ze wilt zien, moet gij in het +tuinhuis gaan." + +Het was een kleine loods in den niet grooten tuin achter het huis. +Lestrade ging er binnen en kwam een oogenblik later naar buiten met een +bordpapieren doos in een stuk papier gewikkeld en met koord +dichtgebonden. Aan den kant van het tuinpad stond een bank en daarop +gingen wij een poosje zitten, en bekeek Holmes een voor een de +voorwerpen, die Lestrade hem had overhandigd. + +"Het koord boezemt mij veel belang in," zeide hij, het tegen het licht +houdende en er aan ruikende. "Wat denkt gij van dit koord, Lestrade?" + +"Het is geteerd." + +"Juist. Het is een stuk geteerd touw. Gij hebt eveneens zonder twijfel +opgemerkt, dat Miss Cushing het met een schaar heeft doorgeknipt, zooals +aan de uitrafeling aan beide einden gezien kan worden. Dit is van +belang." + +"Ik zie hier het belang niet van in," zei Lestrade. + +"Het gewicht zit in het feit, dat de knoop onaangeroerd is gebleven en +dat die knoop van een bijzonder soort is." + +"Het is zeer netjes gebonden. Ik had dit reeds opgeteekend," antwoordde +Lestrade. + +"Tot zoover wat het koord betreft," zei Holmes glimlachend, "en nu het +papier, dat om de doos zit. Bruin papier met een duidelijken geur van +koffie. Het adres geschreven in iets onregelmatig staande letters: + +[Illustratie: Bekeek ze nauwkeurig.] + +"Miss S. Cushing, Cross-Street, Croydon." Geschreven met een breed +gepunte pen, waarschijnlijk een J-pen en met zeer slechten inkt. Het +woord Croydon is oorspronkelijk gespeld met i, die weer veranderd is in +y. Het pakje is dus verzonden door een man--het schrift is bepaald dat +van een man--van geringe opvoeding, die de stad Croydon niet kende. De +doos is een gele halfponds tabaksdoos met niets bijzonders dan twee +duimen als handelsmerk in den linkerhoek van den bodem. De doos is +gevuld met grof zout, zooals men bezigt voor het bewaren van huiden. En +daaronder verborgen liggen deze zonderlinge dingen." + +Bij de laatste woorden nam hij er beide ooren uit, en een plank op zijn +knie leggende, bekeek hij ze nauwkeurig, terwijl Lestrade en ik naast +hem gezeten naar het denkende, scherpe gelaat van Holmes keken. Ten +slotte deed hij ze weer in de doos en zat een tijd in gedachten. + +"Gij hebt natuurlijk opgemerkt," zeide hij ten slotte, "dat de ooren +geen paar zijn." + +"Ja, dat is mij niet ontgaan. Maar zoo dit een grap is van de studenten +uit de ontleedkamer, moest het hun even gemakkelijk vallen, twee niet +bij elkaar passende als een paar ooren te zenden." + +"Zoo is het. Maar we hebben hier _niet_ met een grap te doen." + +"Zijt ge daar zeker van?" + +"Het komt mij zeer onwaarschijnlijk voor. De lijken in de ontleedzaal +worden bespoten met een vloeistof om ze voor bederf te bewaren. We +kunnen niet zien, dat dit ook met deze ooren het geval is geweest. +Daarbij zijn zij nog versch. Zij zijn met een stomp instrument +afgesneden, dat zou niet gebeurd zijn, als een student het had gedaan. +Bovendien, een student zou sterkwater of een ander voor bederf bewarende +vloeistof en geen grof zout voor het verzenden gebezigd hebben. Ik +herhaal, dat we hier niet met een grap te doen hebben, maar met een +ernstige misdaad." + +Ik huiverde, toen ik deze woorden van mijn vriend hoorde en den grooten +ernst op zijn gelaat zag. Deze voorafgaande brutale handeling scheen een +afschuwelijke en onverklaarbare misdaad aan te kondigen. Lestrade +schudde evenwel zijn hoofd als iemand, die nog maar half overtuigd is. + +"Er is zonder twijfel iets in te brengen tegen de onderstelling, dat het +hier slechts een grap geldt, maar tegen uw vermoedens is nog meer te +zeggen," sprak hij. "Wij weten, dat deze vrouw hier te Penge de laatste +twintig jaar zeer teruggetrokken en fatsoenlijk heeft geleefd. Zij is al +dien tijd hoogstens een dag van huis geweest. Wat in 's hemels naam zou +iemand dan bewegen haar de bewijzen van zijn misdaad te zenden; vooral +in aanmerking genomen--tenzij zij een volleerde tooneelspeelster is--dat +zij even weinig van de zaak begrijpt als wij." + +"Dat is de zaak, die wij tot opheldering moeten brengen," antwoordde +Holmes, "en wat mij aangaat, ik zal mijn onderzoek beginnen met de +onderstelling, dat mijn vermoeden juist is en dat er een dubbele moord +is gepleegd. Een van deze ooren is dat van een vrouw, klein, fijn +gevormd en voor een oorring doorboord. Het ander is dat van een man, met +een door de zon gebruind gelaat; het is eveneens doorboord voor een +oorring; deze twee menschen zijn vermoedelijk dood; anders zouden wij +wel iets van hen vernomen hebben. Vandaag is het Vrijdag, het pakje is +Donderdagmorgen op de post gedaan. Het treurspel is dus afgespeeld op +Woensdag of Dinsdag l.l., misschien vroeger. Indien de beide menschen +vermoord zijn, met welk doel zou de moordenaar dit bewijs van zijn +misdadigen arbeid aan Miss Cushing gezonden hebben? Hij moet daarvoor +zijn geldige reden gehad hebben. Doch welke reden? Hij moet het gedaan +hebben, om haar te vertellen, dat de daad verricht is of misschien om +haar te kwellen. Maar in dit geval weet zij, wie het is. Weet zij het? +Ik betwijfel het. Indien zij het wist, waarom zou zij de hulp der +politie inroepen? Zij kon de ooren hebben begraven en geen haan zou er +naar gekraaid hebben. Zoo zou zij hebben gehandeld, indien het haar +wensch was, de misdaad verborgen te houden. Maar als zij dit niet +wenscht, zou zij haar naam noemen. Er is hier een raadsel, dat dient +opgelost te worden." + +Holmes had dit alles luide en vlug gezegd, met vagen blik naar het +tuinhek starende. Doch nu sprong hij vlug overeind en wandelde naar het +huis. + +"Ik heb Miss Cushing een paar dingen te vragen," zeide hij. + +"In dat geval moet ik u hier verlaten," zei Lestrade, "want ik heb een +ander zaakje aan de hand. Ik geloof, dat ik verder niets van Miss +Cushing behoef te vernemen. Ge zult me op het politiebureau vinden." + +"Als wij naar den trein gaan, zullen wij even bij u aankomen," zei +Holmes. Een oogenblik later waren wij terug in de kamer, waar de dame +nog rustig aan haar antimacasser werkte. Toen wij binnentraden, legde +zij haar handwerk op haar schoot en zag ons aan met haar openhartige, +onderzoekende blauwe oogen. + +"Ik ben overtuigd, mijnheer," zeide zij, "dat er hier een vergissing +plaats had en dat het pakje niet voor mij was bestemd. Ik heb dit +verscheiden keer aan dien heer van Scotland Yard gezegd, maar hij lachte +om mijn opmerking. Zoover ik weet, heb ik geen enkelen vijand op de +wereld, en waarom zou mij dan iemand die poets spelen?" + +"Ik kom bijna tot dezelfde meening, Miss Cushing," zeide Holmes, naast +haar plaats nemende. "Ik denk zelfs, dat wat gij zegt meer dan +waarschijnlijk is--" hij zweeg even, en het was of hij met bijzonder +veel belangstelling haar profiel beschouwde. Verbazing en voldoening +waren voor een paar seconden op zijn gelaat te lezen, doch toen zij +opzag, om de oorzaak van zijn zwijgen te kennen, waren zijn trekken +effen als altijd. Ik zelf keek met aandacht naar haar plat liggend +grijzend haar, mooie muts, kleine gouden ringen in haar ooren en naar +haar kalm gelaat, doch ik zag niets, wat mij de verwondering van mijn +vriend kon verklaren. + +"Er doen zich hier twee vragen voor." + +"O, ik ben al vermoeid van al dat vragen!" riep Miss Cushing ongeduldig. + +"Gij hebt twee zusters, geloof ik." + +"Hoe kunt gij dat weten?" + +"Dadelijk, toen ik binnentrad, zag ik op den schoorsteenmantel een +portretgroep van drie dames, waarvan een ongetwijfeld u zelf voorstelt, +terwijl de beide anderen zoo op u gelijken, dat ik geen oogenblik +twijfelde aan een nauwe verwantschap." + +"Ja, uw gissing is juist. Het zijn mijn zusters Sarah en Mary." + +"En hier naast mij staat een ander portret, te Liverpool genomen van een +jongere zuster, in gezelschap van een man, die, naar zijn uniform te +oordeelen, een hofmeester schijnt. Ik zie, dat zij destijds nog +ongehuwd was." + +"Gij zijt een vlugge opmerker." + +"Dat is mijn beroep." + +"Ook deze gissing is juist. Doch een paar jaren geleden trouwde zij met +Mr. Browner. Hij diende op de Zuid-Amerikaansche Stoomvaartlijn, toen +dit portret werd genomen, maar hij hield zooveel van zijn jonge vrouw, +dat hij er niet toe kon komen haar voor zoo langen tijd te verlaten en +hij zocht daarom een betrekking op een boot tusschen Londen en Liverpool +varende." + +"Op de _Conqueror_ misschien?" + +"Neen, op _May Day_, zooals ik onlangs vernam. Jim heeft mij hier één +keer een bezoek gebracht. Dat was voor hij zijn belofte, om niet weer te +drinken, verbrak: maar later dronk hij altijd te veel, als hij aan wal +was en dan was hij half krankzinnig. Och, het was wel een ongelukkige +dag, toen hij weer een glas in de hand nam. Eerst verbrak hij de +vriendschap met mij; toen kreeg hij twist met Sarah en nu Mary heeft +opgehouden met schrijven, weten wij niet, hoe het tegenwoordig met hen +gaat." + +Het was duidelijk, dat Miss Cushing een onderwerp had aangeroerd, dat +haar zeer ter harte ging. Als alle menschen, die een eenzaam leven +leiden, was zij eerst terughoudend, maar toen het ijs eenmaal gebroken +was, zeer mededeelzaam. Zij vertelde ons vele bijzonderheden aangaande +haar schoonbroeder, den hofmeester, en sprak eveneens over haar vroegere +bewoners, de studenten in de geneeskunde, van wier doen en laten zij een +lang verhaal opdischte. Holmes luisterde aandachtig, er nu en dan een +vraag tusschen werpende: + +"Het verwondert mij, daar uw zuster Sarah ook nog ongetrouwd is, dat gij +beiden niet samenwoont." + +"Als u Sarah's temperament kende, zou u dat niet meer verwonderen. Ik +beproefde het, toen ik te Croydon kwam, en wij hielden het ongeveer twee +maanden vol; daarna scheidden wij van elkaar. Ik wil geen woord ten +nadeele van mijn eigen zuster zeggen; maar zij was altijd zeer +bemoeiziek en moeilijk te voldoen." + +"Ge zeidet zooeven, dat zij ook twist had met uw familie te Liverpool." + +"Ja, en vroeger waren zij de beste vrienden. Zij ging zelfs in Liverpool +wonen om dichter bij hen te wezen. En nu kan zij geen woord vinden, hard +genoeg voor Jim Browner. Toen zij hier een maand of zes geleden voor het +laatst was, sprak zij over niets anders dan over zijn drinken en zijn +slecht gedrag. Hij had haar zeker laten merken, dat haar bemoeizucht hem +niet beviel en dat was het begin." + +"Dank u, Miss Cushing," zeide Holmes opstaande en beleefd buigende, "uw +zuster woont, als ik u goed verstaan heb, te Wallington, niet waar? Het +spijt mij, dat ik u zooveel moeite heb moeten berokkenen over een zaak, +waarmede gij, zooals gij zegt, niets te maken hebt. Ik wensch u goeden +morgen." + +Toen wij buiten waren, kwam er juist een cab voorbij. Holmes riep den +koetsier. + +"Hoever is het naar Wallington?" vroeg hij. + +"Slechts ongeveer een mijl, mijnheer." + +"Zeer goed. Stap in, Watson. Men moet het ijzer smeden zoolang het heet +is. Wij moeten regelrecht naar een telegraafkantoor, koetsier!" + +Holmes verzond een kort telegram, en gedurende het verdere van den rit +lag hij achterover in het rijtuig met den hoed over den neus gezonken. +Ons rijtuig hield stil voor een huis, dat veel overeenkomst had met dat, +hetwelk wij zooeven hadden verlaten. Mijn vriend gelastte den koetsier, +op ons te wachten en had zijn hand op den klopper, toen de deur openging +en een deftige jonge man met een erg glinsterenden hoed op 't hoofd op +de stoep verscheen. + +"Is Miss Sarah Cushing te huis?" vroeg Holmes. + +"Miss Sarah Cushing is ernstig ongesteld," was 't antwoord. "Sedert +gisteren deden zich ernstige verschijnselen van een hersenziekte bij +haar voor. Daar ik haar geneesheer ben, kan ik onmogelijk iemand tot +haar toelaten en zou u daarom aanraden over een dag of tien terug te +komen." + +Hij trok zijn handschoenen aan, deed de deur achter zich dicht en ging +de straat op. + +"Nu, als het niet kan, dan kan het niet," zeide Holmes, goed gehumeurd. + +"Misschien ook had ze u niet veel kunnen of willen vertellen." + +"Het was mijn verlangen niet, dat zij mij iets zou vertellen; ik +wenschte haar alleen te zien. Mijns inziens weet ik nu alles, wat ik +noodig heb te weten. Rijd ons naar een fatsoenlijk hotel, koetsier, waar +wij een lunch kunnen gebruiken; daarna zullen wij vriend Lestrade aan +zijn politiebureau opzoeken." + +[Illustratie: Hoever is het naar Wallington?] + +Wij gebruikten een eenvoudig doch smakelijk maal; Holmes praatte +onderwijl over niets anders dan over violen en vertelde met groote +levendigheid, hoe hij zijn eigen stradivarius, die op zijn minst +vijfhonderd pond waard was, aan een Joodschen handelaar voor vijf en +vijftig shillings had verkocht. Dit bracht ons gesprek op Paganini en +wij zaten een tijdlang gezellig onder een flesch wijn bij elkaar, +terwijl hij mij de eene anecdote na de andere van dezen buitengewonen +man vertelde. De namiddag was al voor een groot deel verstreken en de +hitte had plaats gemaakt voor een meer aangename warmte, toen wij aan +het politiebureau kwamen. Lestrade wachtte ons aan de deur. + +"Er is een telegram voor u, mijnheer Holmes," zeide hij. + +"Ha, dat is het antwoord!" Hij scheurde de enveloppe open, zag het +telegram door en stak het verkreukeld in zijn zak. "'t Is in orde," +zeide hij. + +"Zijt gij al iets te weten gekomen?" + +"Ik weet alles." + +"Wat! gij schertst!" sprak Lestrade, hem verbaasd aanziende. + +"Ik spreek in vollen ernst. Er is een verschrikkelijke misdaad gepleegd +en ik geloof, dat ik nu met alle bijzonderheden bekend ben." + +"En de misdadiger?" + +Holmes schreef een paar woorden op den achterkant van zijn naamkaartje +en reikte het toen aan Lestrade over. + +"Die is het," zeide hij. "Gij kunt niet voor morgen avond op zijn +vroegst een arrestatie bewerkstelligen. Het zou mij lief zijn, dat gij +mijn naam niet in verband met deze zaak noemt, daar ik er de voorkeur +aan geef alleen bij misdaden genoemd te worden, aan wier ontdekking +eenige moeilijkheid is verbonden. Kom, Watson!" + +Wij wandelden naar het station, terwijl Lestrade achterbleef en met een +verrukt gezicht op het kaartje bleef staren, dat Holmes hem had gegeven. + +"Deze zaak," zeide Holmes, toen wij dien avond in onze woning in +Baker-Street een sigaar zaten te rooken, "is er een, die, om ze goed te +verklaren, ons noodzaakt uit de gevolgen tot de oorzaken te komen. Ik +heb Lestrade verzocht ons de bijzonderheden mede te deelen, die ons nu +nog ontbreken en die hij eerst te weten zal komen, als hij den +misdadiger in hechtenis heeft genomen. Dat kan hem veilig worden +toevertrouwd, want ofschoon hij weinig schranderheid bezit, is hij zoo +vasthoudend als een bulhond, als hij eenmaal weet, wat hij doen moet, en +het is inderdaad deze taaie volharding, die hem tot de eerste en de +beste van Scotland Yard heeft gemaakt." + +[Illustratie: Jim Browner.] + +"Gij zijt dus niet volkomen op de hoogte?" vroeg ik. + +"Wat het wezenlijke der zaak betreft, wel. Wij weten, wie de bedrijver +van de afkeerwekkende misdaad is, ofschoon een van de slachtoffers ons +nog niet bekend is. Natuurlijk hebt gij uw eigen gevolgtrekking +gemaakt." + +"Ik vermoed, dat het die Jim Browner is, de hofmeester van een +Liverpoolsche boot, dien gij verdenkt." + +"O, 't is meer dan verdenken." + +"En toch zie ik slechts enkele vage aanwijzingen." + +"Voor mij integendeel is alles volkomen helder. Laat mij u een overzicht +geven van de hoofdfeiten. Zooals gij weet, hebben wij geheel +onbevooroordeeld het onderzoek begonnen. Bij ons bestond nog niets, dat +op een vooraf gevormde meening geleek en dit is in zulke gevallen altijd +een voordeel. Wij kwamen eenvoudig om waar te nemen en uit onze +waarnemingen gevolgtrekkingen te maken. Wat zagen wij het eerst? Een +zeer zachtzinnige en deftige dame, die geheel onschuldig aan eenig +geheim was; een portret, dat zij mij liet zien, leerde mij, dat zij twee +zusters had. Het kwam mij onmiddellijk in de gedachte, dat de doos voor +een van deze beiden bestemd was geweest. Toen gingen wij in den tuin, +zooals gij u herinnert, en wij zagen den zonderlingen inhoud van de +kleine gele doos. + +Het koord was er een, zooals wordt gebezigd door de zeilmakers aan boord +van een schip en ik begreep terstond, dat onze nasporingen zich ook tot +de zee moesten uitstrekken. Toen ik zag, dat het koord was vastgemaakt +met een zeemansknoop, dat het in een havenstad op de post was bezorgd en +dat het mannenoor was doorboord voor een oorring, iets dat veel meer bij +zeelieden voorkomt dan bij andere menschen, was ik zeker, dat al de +personen uit het treurspel onder den zeemansstand te zoeken waren. + +Toen ik het adres van het pakje nauwkeurig bekeek, zag ik, dat het was +afgezonden aan Miss. S. Cushing. Ofschoon nu de voornaam van de oudste +zuster met een S. begon, kon het pakje evengoed aan een van de andere +zusters zijn afgezonden. In dat geval moesten wij onze nasporingen van +een geheel nieuwe basis beginnen. Daarom ging ik in huis om dit punt tot +klaarheid te brengen. Juist had ik Miss Cushing verzekerd, overtuigd te +zijn dat er een vergissing had plaats gehad, toen ik, zooals gij u +herinnert, plotseling ophield. Ik had onverwachts iets opgemerkt, dat +mij in de hoogste mate verraste en het veld van ons onderzoek +aanzienlijk beperkte. + +Als medicus weet gij, Watson, dat er geen lichaamsdeel is, dat bij de +veschillende menschen zooveel verscheidenheid aanbiedt als het +menschelijk oor. Van geen twee menschen zijn de ooren precies gelijk. In +het _Anthropological Journal_ van het laatste jaar vindt gij over dit +onderwerp twee korte opstellen van mijn hand. Ik had daarom de beide +ooren in de doos met den blik van een deskundige bezien en hun +anatomische bijzonderheden nauwkeurig opgeteekend. Stel u dus mijn +verrassing voor, toen ik, Miss Cushing aanziende, opmerkte, dat haar oor +nauwkeurig overeenkwam met het vrouwenoor, dat ik zooeven had +bezichtigd. Daar was dezelfde kortheid van de pinna, dezelfde breedte +van de bovenoorlel, dezelfde ronding van het binnenkraakbeen. In alle +kenmerkende onderdeelen kwamen de ooren volkomen overeen. + +Natuurlijk zag ik terstond het gewicht van deze waarneming in. Het +slachtoffer is klaarblijkelijk en waarschijnlijk zelfs een zeer naaste +bloedverwant. Ik begon met haar over haar familie te praten en gij zult +u herinneren, dat zij ons opeens eenige zeer te waardeeren +bijzonderheden meedeelde. + +In de eerste plaats was de naam van haar zuster Sarah en was haar adres +voor korten tijd hetzelfde geweest als het hare, zoodat het zeer goed te +verklaren is, hoe de vergissing kon plaats hebben, en voor wie het +pakket bestemd was. Vervolgens sprak zij over dien hofmeester, gehuwd +met de derde zuster, en daarna vernamen wij, dat hij een tijdlang zoo +goed bevriend met Sarah was geweest, dat deze zelfs naar Liverpool was +gaan wonen, om meer in de nabijheid der Browners te wezen, doch later +had een twist verwijdering tusschen hen doen ontstaan. Deze twist had +zelfs voor eenige maanden alle briefwisseling doen ophouden, zoodat +ingeval Browner een pakje aan Miss Sarah wilde afzenden, het zeer +natuurlijk is, dat dit aan haar oude adres geschiedde. + +En nu is de zaak zich vrijwel begonnen te ontwarren. Wij hoorden, dat +Miss Cushing een hofmeester tot schoonbroeder heeft, een ondernemend, +hartstochtelijk man. Wij hadden reden te gelooven, dat zijn vrouw +vermoord is geworden en dat een man--vermoedelijk een +zeeman--tegelijkertijd met haar is vermoord. Natuurlijk kwam +onmiddellijk de gedachte bij mij op, dat jaloezie de beweegreden tot de +misdaad was. En waarom zouden deze bewijzen van de daad aan Miss Sarah +Cushing zijn gezonden? Waarschijnlijk omdat zij tijdens haar verblijf te +Liverpool de feiten aanbracht, die tot het treurspel de aanleiding +waren. Gij weet misschien, dat de stoomboot, waarop Browner vaart, +Belfast, Dublin en Waterford aandoet, zoodat, aangenomen dat de +hofmeester den moord heeft bedreven en dadelijk daarna met zijn boot, de +_May Day_, is vertrokken, Belfast de eerste plaats zoude zijn, waar hij +zijn gruwelijk pakket op de post kon doen. + +Tot zoover in mijn gevolgtrekkingen gekomen, was nog een tweede +oplossing mogelijk, en ofschoon ik die voor onwaarschijnlijk hield, was +ik besloten, mij dienaangaande zekerheid te verschaffen, alvorens verder +te gaan. Een ongelukkig minnaar kon Mr. en Mrs. Browner vermoord hebben +en in dit geval zou het mannenoor dat van den hofmeester Browner zijn. +Waarschijnlijk was dit niet: maar het bleef mogelijk. Daarom zond ik een +telegram aan mijn vriend Algar van de Liverpoolsche politie, waarin ik +hem verzocht te onderzoeken, of Mrs. Browner te huis was en of Browner +met de _May Day_ was vertrokken. Toen gingen wij naar Wallington om Miss +Sarah te bezoeken. + +Ik was in de eerste plaats nieuwsgierig te zien, in hoever zich de +familietrek ook in haar ooren vertoonde. Verder zou zij ons natuurlijk +zeer belangrijke inlichtingen kunnen verstrekken, doch ik maakte mij +hiervan geen illusie. Zij moest den vorigen dag gehoord hebben van de +vreeselijke geschiedenis, waar geheel Croydon over sprak en zij alleen +kon weten, voor wie het pakket bestemd was. Ware zij van plan geweest de +justitie op het spoor te helpen, dan zou zij zich reeds tot de politie +gewend hebben. Het was evenwel onze plicht haar op te zoeken. Wij +bevonden, dat het bericht van de ontvangst van het pakket--want haar +ziekte dateerde van dat oogenblik--zulk een indruk op haar had gemaakt, +dat een hersenziekte er het gevolg van was. Het was volkomen duidelijk, +dat zij ten volle begreep, wat dat pakket beteekende, maar even +duidelijk was het, dat wij eenigen tijd zouden moeten wachten, aleer zij +ons bij onze nasporingen van dienst kon zijn. + +Wij konden echter haar hulp geheel ontberen. Toen wij aan het +politiebureau kwamen, lag daar reeds het antwoord van Algar. Niets kon +meer beslissend zijn. Mrs. Browner's woning was al meer dan drie dagen +gesloten; haar buren waren van meening, dat zij op reis was naar haar +familie. Een verder onderzoek bracht aan 't licht, dat Browner aan boord +van de _May Day_ was vertrokken; morgen avond verwacht ik, dat de boot +de Theems binnenkomt. Bij zijn aankomst wordt Browner opgewacht door den +dommen maar vastberaden Lestrade en ik twijfel niet, of wij zullen dan +bekend worden met alle bijzonderheden van deze afgrijselijke +geschiedenis." + + * * * * * + +Sherlock Holmes werd in zijn verwachtingen niet teleurgesteld. Twee +dagen later ontving hij een groote enveloppe, die een kort briefje van +den detective en een met een type-writer beschreven document van +verscheidene bladzijden inhield. + +"Lestrade heeft hem goed en wel gearresteerd," zeide Holmes, mij +aanziende. "Misschien stelt gij er belang in, te hooren wat hij mij +schrijft." + +[Illustratie: En strekte zijn handen uit voor de boeien.] + +"Waarde Mr. Holmes. Overeenkomstig het plan, dat wij ontworpen hadden om +de proef op onze onderstellingen te nemen--dat "wij" is nog al fijn, +vindt ge niet, Watson?--ging ik gisteren morgen om zes uur naar het +Albert-dok aan boord van de _May Day_ van de Liverpool, Dublin en Londen +Stoom-Pakketvaart-Maatschappij. Bij mijn onderzoek vond ik, dat zich een +hofmeester met name James Browner aan boord bevond en dat deze zich +gedurende de reis zoo zonderling had gedragen, dat de kapitein +genoodzaakt was geweest hem van zijn werk te ontheffen. In zijn hut +gekomen, vond ik hem op een kist zitten, het hoofd op de handen +steunende en herhaaldelijk heen en weer schuddende. 't Is een groote, +sterke man, glad geschoren en zeer donker. Toen hij hoorde, wat mijn +beroep was, sprong hij overeind en ik bracht mijn fluitje aan de lippen, +om een paar agenten van de rivier-politie te hulp te roepen; maar hij +scheen geheel versuft en strekte zijn handen uit voor de boeien. Wij +brachten hem naar de gevangenis en evenzoo zijn koffer, want wij +dachten, dat zich daarin wel iets zou bevinden, dat op de misdaad +betrekking had, maar behalve een groot scherp mes, zooals de meeste +zeelieden hebben, vonden wij niets bijzonders. Wij gelooven evenwel geen +bewijzen meer noodig te hebben, want toen hij voor den inspecteur op het +politiebureau was gebracht, vroeg hij verlof een verklaring af te +leggen, die natuurlijk onmiddellijk door een stenograaf werd +opgeteekend. Wij lieten met de type-writer drie afschriften maken, +waarvan ik u er een zend. De uitkomst bewijst, dat de zaak, zooals ik +wel dacht, zeer eenvoudig was, maar ik ben u intusschen zeer dankbaar +voor uw hulp bij mijn nasporing. Na vriendelijke groeten, uw toegenegen + + G. LESTRADE." + +"Hum! Het onderzoek was inderdaad zeer eenvoudig, maar zoo dacht hij er +niet over, toen hij onze hulp vroeg," zei Holmes. "Laten wij evenwel +eens zien, wat Jim Browner zelf heeft te zeggen. Dit is zijn verklaring, +zooals die is afgelegd voor den inspecteur Monthomery aan het +Shadwell-politiebureau en het heeft het voordeel woordelijk te zijn. + +"Heb ik iets te zeggen? Ja, ik heb veel te zeggen. Ik moet mijn gemoed +volkomen uitstorten. Gij moogt mij ophangen of mij gevangen zetten. Het +kan mij niemendal schelen, wat gij met mij doet. Ik zeg u, dat ik nog +geen minuut geslapen heb sinds ik het deed, en ik geloof niet, dat ik +ooit weer slapen zal, tot ik sterf. Soms is het zijn gezicht, maar +meesttijds is het dat van haar. Ik heb altijd een van beiden voor mij. +Hij ziet mij aan met gefronste wenkbrauwen en donkere gelaatstrekken; +maar zij heeft een soort verbazing op haar gelaat. Ach, het witte lam +mocht wel verbaasd kijken, toen zij haar dood las op een gelaat, dat +haar nooit anders dan met liefde had aangezien. + +Maar het was de schuld van Sarah en moge de vloek van een gebroken man +ongeluk over haar brengen en haar het bloed in de aderen doen verdrogen! +Niet dat ik mij zelf wensch schoon te wasschen. Ik weet, dat ik weer aan +mijn drankzucht begon toe te geven, beest dat ik was. Doch _zij_ zou het +mij vergeven hebben; zij zou mij op mijn weg hebben gestuit, als een +touw een hijschblok, als die andere vrouw nooit onzen drempel had +betreden. Want Sarah Cushing beminde mij--dat is de oorzaak van de +geschiedenis;--zij beminde mij, tot haar liefde in giftigen haat +verkeerde, toen zij wist, dat ik meer dacht aan den voetstap van mijn +vrouw in het slijk, dan aan haar geheele lichaam en ziel. + +Ze waren drie zusters. De oudste was een goedhartige oude vrouw, de +tweede een duivelin en de derde een engel. Sarah was drie en dertig jaar +en Mary negen en twintig, toen ik trouwde. Wij, Mary en ik, waren, toen +wij onze huishouding opzetten, gelukkig met elkaar van den morgen tot +den avond en in gansch Liverpool was er geen betere vrouw dan mijn Mary. +En toen verzochten wij Sarah een week bij ons te komen; en die week werd +een maand en zij bleef nog langer, totdat het scheen, alsof zij tot ons +gezin behoorde. + +Ik was in dien tijd vlijtig en oppassend en wij legden wat geld over en +alles liet zich zoo mooi aanzien als een nieuwe munt. Mijn God, wie zou +gedacht hebben, dat het zoover zou komen? Wie zou het hebben kunnen +droomen? + +Ik was dikwijls op 't eind van de week te huis en soms, als de boot wat +lang moest blijven liggen, om lading in te nemen, was ik wel eens een +geheele week te huis en zoo zag ik mijn schoonzuster Sarah ook veel. Zij +was een mooie, groote vrouw, donker, vlug en hartstochtelijk, met +trotsche houding en een schittering in haar oog als de vonk uit een +vuursteen. Doch als de kleine Mary er was, dacht ik nooit aan haar, dat +is zoo waar als ik op Gods genade hoop. + +Het heeft mij soms toegeschenen, dat zij alleen met mij wenschte te +zijn, of dat zij mij wenschte over te halen, een wandeling met haar te +doen, maar het kwam mij nooit in de gedachte, zoo iets te doen. Doch op +zekeren avond gingen mij de oogen open. Toen ik van de boot kwam, was +mijn vrouw uit, maar Sarah te huis. "Waar is Mary?" vroeg ik. "O, die is +uitgegaan, om eenige rekeningen te betalen." Ik was onrustig en liep de +kamer op en neer. "Kan je geen vijf minuten zonder Mary gelukkig zijn, +Jim?" zeide zij. "Het is geen compliment voor mij, dat gij zelfs zoo'n +korten tijd niet met mijn gezelschap tevreden kunt wezen." + +"Ik heb niets op je tegen, kindjelief," zeide ik, haar vriendelijk mijn +hand toestekende. Zij greep ze dadelijk met beide handen, die brandden, +alsof zij de koorts had. Ik zag haar in de oogen en daarin las ik alles. +Geen van ons beiden zei een woord. Ik fronste de wenkbrauwen en trok +mijn hand terug. Toen stond zij zwijgend naast mij, stak haar hand +omhoog en klopte mij op den schouder. "Standvastige, oude Jim!" zeide +zij; en lachend, met een klank van teleurstelling, liep zij de kamer +uit. + +[Illustratie: Zij greep ze dadelijk met beide handen.] + +Van dat oogenblik haatte Sarah mij met haar gansche hart en ziel, en zij +is een vrouw, die kan haten. Ik was een dwaas, dat ik toestond dat zij +bij ons bleef, een groote dwaas; maar ik zei nooit iets tegen Mary, want +ik wist, dat het haar zou grieven. De zaken gingen weer haar gewonen +gang, maar na eenigen tijd begon ik op te merken, dat er bij Mary zelf +een verandering plaats vond. Zij was altijd zoo vertrouwelijk en zoo +vriendelijk-onschuldig geweest, maar nu werd zij argwanend en gedroeg +zich vreemd tegenover mij; zij wilde telkens weten, waar ik was geweest +en wat ik had gedaan en van wie ik brieven ontving en wat ik in mijn +zakken had en meer van die dwaasheden. Zij werd bij den dag zonderlinger +en driftiger en we hadden zonder oorzaak twist over de nietigste zaken. +Ik werd er geheel door verbijsterd, Sarah meed mij nu, maar zij en Mary +waren in dezen tijd onafscheidelijk. Nu eerst zie ik, hoe zij +samenspande en mijn vrouw tegen mij opzette, maar destijds was ik zoo'n +blinde tor, dat ik daar niets van begreep. Toen verbrak ik mijn belofte +om niet meer te drinken en gaf mij weer aan misbruik van sterken drank +over, doch ik geloof niet, dat ik dit gedaan zou hebben, als Mary +dezelfde van vroeger voor mij was geweest. Zij had nu reden om boos op +mij te wezen, en de klove werd met den dag wijder. En toen kwam Alex +Fairbaim in het spel en werden de zaken duizendmaal erger. + +Eerst bezocht hij ons alleen om Sarah te spreken, maar spoedig kwam hij +om ons. Het was een innemend man, die zich vrienden verwierf, overal +waar hij kwam. Hij was een snoever, schrander, iemand die de halve +wereld had gezien. Het was een aangenaam man in gezelschap, dat wil ik +niet ontkennen en voor een zeeman had hij wonderlijk beschaafde +manieren, zoodat ik geloof, dat er een tijd was, dat hij meer van de +kajuit dan van den bak wist. Een maand liep hij bij mij in en uit, en +nooit kwam het mij in de gedachte, dat er uit zijn bezoeken iets kwaads +kon voortkomen. Op 't laatst werd ik wantrouwend en van dat oogenblik +was mijn rust verdwenen. + +Het was evenwel slechts een nietige zaak. Ik kwam onverwacht de +voorkamer binnen en in de deur komende zag ik een glans van tevredenheid +op mijn vrouws gelaat. Doch toen zij zag, dat ik het was, die +binnenkwam, verdween die glans en maakte plaats voor een blik van +teleurstelling. Dat was mij genoeg. Niemand dan Alex Fairbaim was het, +wiens stap zij gemeend had te hooren. Als ik hem toen had gezien, zou ik +hem vermoord hebben, want ik was altijd een dolleman, als mijn drift was +opgewekt. Mary zag het onheilspellend licht in mijn oogen en zij kwam op +mij toe en legde haar hand op mijn arm: + +"Niet doen, Jim," zeide zij, "niet doen!"--"Waar is Sarah?" vroeg +ik.--"In de keuken," was het antwoord.--"Sarah," zeide ik binnenkomende, +"deze Fairbaim moet bij mij nooit weer over den drempel komen."--"Waarom +niet?" vroeg zij.--"Omdat ik het zoo wil."--"Och, als mijn vrienden niet +goed genoeg voor dit huis zijn, dan ben ik er ook niet goed genoeg +voor," zeide zij.--"Ge kunt doen wat ge verkiest," gaf ik ten antwoord, +"maar als Fairbaim zich hier weer vertoont, zal ik u een van zijn ooren +als een aandenken zenden." Mijn gezicht joeg haar, geloof ik, schrik +aan, want zij gaf mij geen antwoord en nog dienzelfden avond verliet zij +mijn huis. + +Was het een duivelachtige trek in het karakter van deze vrouw of wilde +zij mij tegen Mary opzetten, door haar tot een slecht gedrag te +verleiden; wat hiervan moge zijn, zij huurde twee straten verder een +huis en verhuurde daarvan kamers aan zeelieden. Fairbaim placht bij haar +te vertoeven, als hij van zijn reizen terugkwam en Mary ging er heen om +met haar zuster en hem te drinken. Hoe dikwijls zij er heen ging, weet +ik niet, doch op zekeren dag volgde ik haar, en juist toen ik +binnenkwam, ontsnapte Fairbaim over den tuinmuur, lafbek die hij was. Ik +zwoer mijn vrouw, haar te zullen vermoorden, als ik haar weer in zijn +gezelschap aantrof en nam haar mee naar huis, snikkende en bevende en +wit als een stuk papier. Van dit oogenblik af was er geen zweem van +liefde meer tusschen ons. Ik zag, dat zij mij haatte en vreesde en als +de gedachte daaraan mij tot drinken dreef, verachtte zij mij. + +Sarah vond het leven te Liverpool niet aangenaam meer en zij vertrok, +naar ik dacht, om weer met haar zuster te Croydon samen te wonen en te +huis sukkelden de zaken voort, als in den laatsten tijd. En toen kwam +deze laatste week met al haar ellende en ongeluk. + +Het gebeurde zoo. Wij waren met de _May Day_ vertrokken voor een reis +van zeven dagen, maar de boot had averij bekomen, zoodat wij in de haven +moesten terugkeeren. Ik ging van boord naar huis, denkende, dat het voor +mijn vrouw een heele verrassing zoude zijn en zij nog blijde zou wezen, +nu ik zoo spoedig terugkwam; doch juist toen ik de straat insloeg, waar +ik woonde, kwam daar een cab voorbij en daarin zat mijn vrouw naast +Fairbaim en de twee praatten en lachten zonder een enkele gedachte aan +mij en daar stond ik nu op den weg te kijken. + +Van dat oogenblik was ik mij zelf geen meester meer en het komt mij +alles als een verwarde droom voor, als ik er aan denk. Ik had ook kort +geleden veel gedronken en deze beide zaken te zamen brachten mij geheel +van streek. Ik voel nu een kloppen in mijn hoofd als van een smidshamer, +maar op dien morgen was het een razen en bruisen in mijn hersenen als +van de Niagara. + +Een oogenblik stond ik besluiteloos; toen snelde ik de cab achterna. Ik +had een zwaren eikenhouten stok in de hand. Zij stapten weldra uit aan +het spoorwegstation. Daar stonden veel menschen voor het loket en zoo +kon ik hen dicht naderen zonder door hen gezien te worden. Zij namen +kaartjes voor New-Brighton. Ik deed eveneens en stapte in een +spoorweg-coupé drie rijtuigen achter de hunne. Toen zij het doel van hun +tocht hadden bereikt, wandelden zij langs de parade, en ik zorgde er +voor nooit meer dan een honderd el van hen af te wezen. Ten laatste zag +ik hen een boot huren om een roeitochtje te maken; want het was een zeer +warme dag en zij dachten ongetwijfeld, dat het op het water koeler zou +wezen. + +Het was of zij in mijn handen waren overgeleverd. Er hing een lichte +mist over het water, zoodat men maar een paar honderd el ver kon zien. +Ik huurde een boot voor mij alleen en roeide hen achterna. Ik kon het +zog van hun vaartuigje zien; maar zij voeren bijna even snel als ik en +zij waren zeker wel een mijl van de kust, toen ik hen inhaalde. De mist +was als een gordijn rondom ons en wij drieën bevonden ons in de ruimte +door dat gordijn ingesloten. Mijn God, zal ik ooit de uitdrukking op hun +gezicht vergeten, toen zij zagen wie er in de boot was, die op hen +invoer? + +[Illustratie: bracht ik hem met een zwaren stok een slag toe.] + +Zij gaf een luiden gil. Hij vloekte als een dolle en stiet met een riem +naar mij; hij las zijn doodvonnis in mijn oogen. Met mijn linkerhand +greep ik den riem vast en met de andere hand bracht ik hem met mijn +zwaren stok een slag op zijn hoofd toe, dat zijn schedel vermorzeld werd +als een ei. Ik zou haar misschien gespaard hebben niettegenstaande mijn +vreeselijke woede; maar zij sloeg haar armen rond zijn hals onder het +luide uitroepen van zijn naam: Alex. Ik sloeg nog eens en zij lag dood +naast hem. Toen was ik als een wild dier, dat bloed geproefd heeft. Was +Sarah daar geweest, zij zou hetzelfde lot hebben ondergaan. Ik haalde +mijn mes voor den dag en... ik heb genoeg gezegd, het gaf mij een woest +genot, toen ik dacht, hoe Sarah, als zij zulke bewijzen van mijn daad +ontving, zou gevoelen wat haar bemoeizucht had teweeggebracht. Toen bond +ik de lijken in de boot, stiet een plank los en liet zoo de boei met de +lijken er in zinken. Ik wist wel, dat de eigenaar van de boot zou +denken, dat zij uit den koers geraakt en naar zee zouden zijn gedreven. +Ik knapte mij wat op, ging weer aan land en kwam weer aan boord, zonder +dat iemand ter wereld kon vermoeden, wat er had plaats gevonden. Dien +nacht maakte ik het postpakket voor Sarah Cushing klaar en den volgenden +dag verzond ik het van Belfast. + +Daar hebt ge nu de geheele waarheid. Ge moogt mij ophangen of met mij +doen, wat u goeddunkt, doch gij kunt me niet zoo zwaar straffen, als ik +reeds gestraft ben. Ik kan mijn oogen niet sluiten of ik zie de twee +gezichten mij aanstaren, zooals op het oogenblik, toen mijn boot op hen +aanvoer. Ik vermoordde hen vlug, maar zij vermoorden mij nu langzaam en +zoo ik nog den nacht beleef, zal ik toch voor morgen dood of krankzinnig +zijn. Ge zult me toch niet alleen in een cel opsluiten, mijnheer? Doe +het niet als ik u om medelijden mag smeeken, en moogt gij op den dag van +uw doodsstrijd behandeld worden, zooals gij mij nu behandelt." + +"Wat zegt gij er van, Watson?" zei Holmes, toen hij het papier uit de +hand legde. "Waartoe dient nu al deze ellende, dat geweld en die angst? +De Voorzienigheid zal daarmee een doel willen bereiken, of anders zou de +wereld geregeerd worden door een noodlot en dat mogen we niet aannemen. +Maar welk doel? Hier staan we nu voor een raadsel, van welks oplossing +het menschelijk verstand nog even ver verwijderd is als ooit te voren, +en dat ons misschien nooit opgelost zal worden." + + + + +III. + +De klerk van den effectenhandelaar. + + +Korten tijd na mijn huwelijk had ik een praktijk in het district +Paddington gekocht. De oude Dr. Farquhar, van wien ik die overnam, had +in zijn tijd een uitgebreide praktijk gehad, doch op gevorderden +leeftijd was die zeer verminderd, hoofdzakelijk ten gevolge van een +kwaal, waaraan hij leed, een soort St. Vitusdans. Het publiek denkt +gewoonlijk, dat iemand, die eens anders kwalen wil genezen, zelf gezond +moet zijn en het wantrouwt den geneesheer, die geen geneesmiddelen kent +voor zijn eigen ziekte. Zoo was ook, naarmate mijn voorganger zwakker +werd, het aantal zijner patiënten afgenomen, tot het in 't laatst +geslonken was van ongeveer twaalfhonderd tot weinig meer dan driehonderd +in 't jaar. Ik vertrouwde evenwel op mijn jeugd en geestkracht en was +overtuigd in weinig jaren wel een bloeiende praktijk te kunnen krijgen. + +Gedurende de eerste drie maanden, nadat ik mij in Paddington gevestigd +had, zag ik weinig van mijn vriend Sherlock Holmes, want ik had het te +druk, om hem in Baker-Street te bezoeken en hij zelf ging zelden anders +uit dan waar zijn beroep hem riep. Ik was daarom verrast, op zekeren +morgen in Juni, terwijl ik na het ontbijt het _British Medical Journal_ +zat te lezen, de deurschel te hooren overgaan en kort daarna de luide +stem van mijn vriend in de gang te vernemen. + +"Hé, mijn beste Watson," zeide hij, de kamer binnenkomende, "het doet +mij recht veel genoegen u te zien. Mevrouw Watson is zeker ook +welvarend?" + +"Dank u, we zijn beiden zeer wel," zeide ik, hem met warmte de hand +drukkend. + +"En ik mag alzoo hopen," vervolgde hij, nadat hij in den schommelstoel +was gaan zitten, "dat de beslommeringen van uw geneeskundige praktijk de +belangstelling, die gij vroeger in onze kleine problemen steldet, niet +geheel uitgedoofd hebben." + +"Integendeel; nog gisteren avond zag ik mijn oude aanteekeningen in en +was ik bezig enkele van onze laatste oplossingen te rangschikken," gaf +ik ten antwoord. + +"Ik vertrouw, dat gij uw verzameling nog niet als gesloten beschouwt." + +"Volstrekt niet; niets zou ik liever wenschen, dan ze nog met een paar +verhalen aan te vullen." + +"Vandaag bijvoorbeeld?" + +"Ja, vandaag als ge wilt." + +"En zoudt ge er zelf voor naar Birmingham willen reizen?" + +"Zeker, als ge het wenscht." + +"En uw praktijk?" + +"Ik neem die van mijn buurman waar, als hij op reis is; hij is dus ook +altijd bereid de mijne waar te nemen." + +"Beter kon het niet treffen," zeide Holmes, in zijn stoel achterover +leunende en mij van onder zijn halfgesloten oogleden scherp aanziende. +"Ik merk, dat gij de laatste dagen ongesteld waart. Een verkoudheid in +den zomer grijpt iemand altijd erg aan." + +"Ik moest de vorige week een paar dagen om een zeer erge verkoudheid te +huis blijven; maar ik dacht, dat men nu niets meer aan mij kon zien." + +"Dat is zoo. Ge ziet er nu weer erg sterk uit." + +"Hoe wist gij het dan?" + +"Mijn waarde vriend, gij kent mijn methode." + +"Gij leidt het dus af uit hetgeen gij ziet?" + +"Zeker." + +"En waaruit dan?" + +"Uit uw muilen." + +Ik keek naar de nieuwe patent lederen, die ik droeg. + +"Hoe in 's hemels naam....?" begon ik; doch Holmes voorkwam mijn vraag. + +"Uw muilen zijn nieuw," zeide hij. "Gij kunt ze niet langer dan een paar +weken gehad hebben. De zolen, die gij mij op dit oogenblik toekeert, +zijn licht geschroeid. Een oogenblik dacht ik, dat ze nat geweest konden +zijn en bij het drogen te dicht bij het vuur gehouden. Maar bij de wreef +zit een klein rond papiertje met het merk van den winkelier er op. +Vochtigheid zou dit papiertje natuurlijk hebben losgemaakt. Ge hebt dus +met uw voeten naar het vuur uitgestrekt gezeten, wat een man zelfs in +zulk een vochtige Junimaand, als wij nu hebben, niet zou doen, als hij +volkomen gezond was." + +Als al de redeneeringen van Holmes, was de zaak, nu ze eerst verklaard +werd, zeer eenvoudig. Hij las mijn gedachten op mijn gelaat en zijn +glimlach was niet vrij van bitterheid. + +"Ik ben bang, dat ik mij zelf bij dat verklaren een beetje weggooi," +zeide hij. "Gevolgen te noemen zonder oorzaken maakt veel meer indruk. +Zijt gij gereed mee naar Birmingham te gaan?" + +"Zekerlijk, wat is er aan de hand?" + +"Gij zult alles in den trein hooren. Mijn cliënt wacht mij buiten in een +rijtuig. Kunt gij terstond medegaan?" + +"Wacht nog slechts een oogenblik." Ik schreef een briefje aan mijn +buurman, ging de trap op om mijn vrouw de zaak te vertellen en voegde +mij op de stoep weer bij Holmes. + +"Uw buurman is een dokter, niet waar?" zeide hij, op de koperen +deurplaat wijzende. + +"Ja. Hij nam de praktijk van een gevestigden geneesheer over, evenals +ik." + +"Een oude zaak?" + +"Even oud als die van mij; beide waren er gevestigd sedert de huizen +gebouwd zijn." + +"Dan hebt gij de drukst beklante gekocht." + +"Dat geloof ik ook. Maar hoe weet gij dat?" + +"Dat zie ik aan de stoeptreden, mijn vriend. De uwe zijn drie duim +dieper uitgesleten.--Die heer daar in de cab is mijn cliënt, Mr. Hall +Pycroft. Vergun mij u aan hem voor te stellen.--Leg de zweep er over, +koetsier, want wij moeten ons haasten, willen we op tijd aan den trein +wezen." + +De man, aan wien ik werd voorgesteld, was een gezonde, flink gebouwde +jonge man met een eerlijk, open gelaat en een dunnen, gedraaiden rossen +knevel. Hij droeg een glanzigen zijden hoed en een mooi, eenvoudig zwart +costuum, hetgeen hem een voorkomen gaf van een jongen schranderen +City-man, wat hij inderdaad was en wel behoorende tot hen, die met den +naam Cockneys worden aangeduid. Dit neemt niet weg, dat zij onze +voortreffelijkste vrijwilligers-regimenten vormen en de krachtigste +jonge mannen en de beste sportlui van geheel Engeland zijn. Zijn rond, +blozend gelaat had veel natuurlijke vriendelijkheid, doch de hoeken van +zijn mond vertoonden een trek van droefgeestigheid. Eerst toen wij in +onze coupé eerste klasse zaten en goed en wel op reis naar Birmingham +waren, vernam ik om welke moeilijkheid hij de hulp van Sherlock Holmes +had ingeroepen. + +"Wij rijden nu een zeventig minuten aan een stuk door. Ge zoudt me dus +een genoegen doen, met aan mijn vriend uw belangwekkende geschiedenis te +vertellen," zei Holmes. "Liefst even nauwkeurig als gij ze mij hebt +verteld en zoo mogelijk nog meer in bijzonderheden. Het zal mij ook +nuttig zijn, de verschillende feiten nog eens te hooren. Het is een +geval, Watson, waarin veel kan zitten en dat eveneens niets kan +beteekenen, doch in elk geval die ongewone trekken vertoont, waarvan gij +evenveel houdt als ik." + +De jonge man zag mij aan met een onrustige flikkering in zijn oogen. + +"Het ergste van de geschiedenis is," zeide hij, "dat ik mij zeer dwaas +heb gedragen. Natuurlijk kan alles nog goed afloopen en ik zie niet in, +dat ik anders had kunnen handelen. Ik munt niet uit in de kunst van +vertellen, mijnheer Watson, maar gij zult het daarmee zeker zoo nauw +niet nemen. + +Ik had een betrekking bij de firma Coxon and Woodhouse van Draper's +Gardens, maar vroeg in het voorjaar gingen zij, zooals gij u +ongetwijfeld herinnert, failliet. Ik was vijf jaar bij hen geweest en de +oude Coxon gaf mij, toen de slag kwam, een goed getuigschrift; maar +natuurlijk werden wij, klerken, zeven en twintig in getal, aan den dijk +gezet. Ik probeerde hier en probeerde daar, maar tal van andere klerken +meldden zich voor dezelfde betrekkingen aan en ik zat een langen tijd op +zwart zaad. Op Coxon's kantoor had ik drie pond per week verdiend en er +ongeveer zeventig bespaard, maar spoedig waren die opgeteerd. Ik wist op +'t laatst geen raad meer en kon nauwelijks de postzegels betalen om op +advertentiën te schrijven of de enveloppe, waarop ik ze moest plakken. +Mijn schoenen had ik versleten door het vele opklimmen van +kantoortrappen en ik scheen nog even ver van een betrekking als ooit. + +Eindelijk hoorde ik, dat er een plaats vacant was op het kantoor van +Mawson and Williams, de groote effectenmakelaars in Lombard-Street. Ik +kan u zeggen, dat dit een der rijkste huizen in Londen is. De +advertentie behoefde slechts met een brief beantwoord te worden. Ik zond +mijn getuigschrift en sollicitatiebrief in, zonder evenwel de minste +hoop te koesteren de betrekking te krijgen. Tot mijn verrassing echter +ontving ik een antwoord, waarin mij werd gemeld, dat ik den volgenden +Maandag in functie kon treden, zoo mijn voorkomen mocht bevallen. +Niemand weet, hoe het met zulke dingen gaat. Sommige lieden zeggen, dat +de directeur de hand in den hoop sollicitatiebrieven steekt en er maar +een op goed geluk uitneemt. De getrokkene krijgt de betrekking. Maar wat +hiervan moge zijn, ik had nu het buitenkansje en was zoo gelukkig als 't +maar kon. De betrekking gaf mij nog een pond per week meer dan die ik +had gehad en mijn werkzaamheden waren er dezelfde. + +En nu kom ik tot het wonderlijkste gedeelte van de geschiedenis. Ik had +mijn kamers in Hampstead No. 17. Potter's Terrace was het adres. Ik zat +denzelfden avond, nadat mij de betrekking was beloofd, op mijn kamer te +rooken, toen mijn hospita met een visitekaartje binnenkwam, waarop ik: +"Arthur Pinner, financieel agent," las. Ik had dien naam nooit te voren +gehoord en kon mij niet voorstellen, wat de bezitter daarvan van mij kon +wenschen; maar natuurlijk verzocht ik haar, hem boven te laten komen. +Hij kwam binnen. Het was een man van middelmatige lengte, met donkere +haren, donkere oogen en zwarten baard en iets glimmenden neus. Hij had +levendige manieren en sprak vlug, als iemand, die de waarde van den tijd +kent. + +"Mijnheer Hall Pycroft, geloof ik?" zeide hij. + +"Ja, mijnheer," was mijn antwoord en ik schoof hem een stoel toe. + +"Den laatsten tijd in betrekking bij de firma Coxon and Woodhouse, niet +waar?" + +"Ja, mijnheer." + +"En nu op de lijst van Mawson's personeel." + +"Precies." + +"Wel, ik moet u iets mededeelen. Men heeft mij eenige buitengewone +staaltjes van uw bekwaamheid op financieel gebied verteld. Ge herinnert +u zeker den heer Parker, die een tijdlang directeur bij de firma Coxon +and Woodhouse was. Hij raakt nooit over u uitgepraat." + +Natuurlijk verheugde het mij dit te hooren. Ik was altijd nog al +schrander in kantoorzaken geweest, maar had nooit gedroomd, dat men er +in de City over zou spreken. + +"Hebt gij een goed geheugen?" vroeg hij. + +"Zoo tamelijk," gaf ik nederig ten antwoord. + +"Zijt gij eenigszins op de hoogte gebleven van de beurs, terwijl gij +buiten betrekking waart?" + +"Ja, ik lees elken morgen de effectenlijst." + +"Nu, dat bewijst, dat gij wezenlijk hart voor uw vak hebt. Dat is de weg +om vooruit te komen. Gij zult mij niet kwalijk nemen, als ik u op de +proef stel. Laten wij eens zien. Hoe staan de Ayrshire-aandeelen?" + +"Honderd zes en een kwart tot honderd vijf en zeven achtste," antwoordde +ik. + +"En de geconsolideerde Nieuw-Zeeland-obligatiën?" + +"Honderd en vier." + +"Wonderlijk, wonderlijk," riep hij uit, de handen in elkaar slaande. +"Dat komt overeen met wat ik gehoord heb. Jongen, gij zijt veel te goed +voor klerk op het kantoor van Mawson." + +Deze woorden verbaasden mij, zooals gij kunt denken. + +"Andere lieden hebben niet zoo'n hoogen dunk van mij als gij, mijnheer +Pinner. Ik had een harden kamp genoeg, deze betrekking te krijgen en ben +wat blij, dat ik ze heb." + +"Wel, vriend, gij zijt daar te goed voor. Gij zijt niet in uw ware +omgeving. Nu zal ik u zeggen, hoe de zaken staan. Wat ik u heb aan te +bieden is weinig in vergelijking met uw groote bekwaamheden, maar +vergeleken met de betrekking bij Mawson is het licht tegen donker. +Laten we eens zien. Wanneer gaat ge naar Mawson?" + +"Maandag." + +"Ha, ha, ik zou durven wedden, dat gij daar niet heen gaat." + +"Niet bij Mawson op 't kantoor gaan?" + +"Neen, mijnheer. Want Maandag zult gij directeur wezen van de +Franco-Midland-IJzerwaren-Maatschappij met haar honderd vier en dertig +depôts in de steden en dorpen van Frankrijk, zonder nog die te Brussel +en San Remo mede te rekenen." + +Ik stond geheel verbijsterd. "Ik heb nooit van die Maatschappij +gehoord," zeide ik. + +"Zeer waarschijnlijk niet. Het is met de oprichting zeer stil in zijn +werk gegaan; want voor het kapitaal was onderhands ingeteekend en de +Maatschappij belooft te groote voordeelen, om het groote publiek er in +te betrekken. Mijn broer Harry Pinner is President-commissaris en +verbindt zich met den Raad van Beheer, nadat een besturend directeur is +aangesteld. Hij wist, dat mijn weg hierheen voerde en verzocht mij een +flinken man te zoeken, goedkoop en tevens jong, voortvarend en met veel +handigheid. Parker sprak mij over u en daarom ben ik hier gekomen. Wij +kunnen u slechts een poovere vijfhonderd pond aanbieden als een begin." + +"Vijfhonderd pond in 't jaar!" riep ik. + +"Zooveel slechts om mee te beginnen, maar gij ontvangt bovendien nog een +commissieloon van 1 pCt. van alle zaken, welke door uw agenten worden +gedaan en gij kunt mij op mijn woord gelooven, dat dit nog meer bedraagt +dan uw geheele salaris." + +"Maar ik heb in 't geheel geen verstand van ijzerwaren." + +"St! mijn jongen, ge hebt verstand van cijfers." + +Het gonsde in mijn hoofd; ik kon ternauwernood op mijn stoel zitten. +Plotseling kwam er een kleine twijfel bij mij op. + +"Ik wil openhartig met u spreken," zeide ik. "Mawson betaalt mij slechts +tweehonderd pond, maar Mawson is zeker. En omtrent uw Maatschappij weet +ik zoo weinig, dat...." + +"Ha, zeer schrander gesproken!" riep hij als in verrukking. "Gij zijt de +rechte man voor ons. Gij laat u niet ompraten en hebt gelijk ook. Nu, ik +heb een banknoot van honderd pond bij mij en als gij denkt, dat wij +zaken kunnen doen, moogt ge die beschouwen als een voorschot op uw +salaris." + +"Dat is heel mooi. Wanneer kan ik mijn nieuwe betrekking aanvaarden?" +antwoordde ik. + +"Kom morgen om één uur in Birmingham. Ik heb een briefje in mijn zak, +dat gij voor mijn broer aldaar kunt medenemen. Gij zult hem vinden in de +Corporation-Street 129 B, waar de kantoren van de Maatschappij tijdelijk +zijn gevestigd. Natuurlijk moet hij uw aanstelling bekrachtigen, maar +tusschen ons beiden is alles in orde." + +"Waarlijk, ik weet niet, hoe ik u mijn dankbaarheid zal betuigen, +mijnheer Pinner," zeide ik. + +"Volstrekt onnoodig, mijn jongen. Gij krijgt enkel, wat gij verdient. Er +zijn nog slechts een paar kleine zaakjes--bloote formaliteiten--die ik +met u moet regelen. Gij hebt daar een stukje papier naast u liggen. Wees +zoo vriendelijk daarop te schrijven: "Ik ben volkomen bereid, als +directeur op te treden van de Franco-Midland-IJzerwaren-Maatschappij op +een minimum-salaris van 500 pond sterling 's jaars."" + +Ik deed, wat hij mij vroeg en hij stak het stukje papier in zijn zak. + +"Nog iets. Wat zijt gij nu voornemens te doen in zake de betrekking bij +Mawson?" + +Ik had in mijn vreugde in 't geheel niet meer aan Mawson gedacht. "Ik +zal schrijven, dat ik van de betrekking afzie," gaf ik ten antwoord. + +"Dat zou ik juist niet willen hebben. Ik heb twist over u gehad met den +directeur van de firma Mawson. Ik had hem naar u gevraagd, hij was zeer +beleedigend in zijn antwoorden en zei, dat het mij er om te doen was, u +van hem weg te troggelen en meer dergelijke dingen. Ten laatste verloor +ik mijn geduld. "Als gij knappe menschen in uw dienst wilt hebben, moet +gij hen goed bezoldigen," zeide ik. "Hij neemt liever een klein salaris +aan van ons dan een groot van u," antwoordde hij. "Ik wed met u, dat als +hij ons aanbod aanneemt, gij nooit meer iets van hem zult hooren," zei +ik nu. "Aangenomen; wij raapten hem van de straat op en hij zal niet zoo +ondankbaar zijn, ons terstond in den steek te laten," antwoordde mijn +concurrent. Dat waren zijn laatste woorden." + +"Die onbeschaamde vlegel," bulderde ik nu. "Ik heb hem nooit in mijn +leven gezien. Waarom zou ik hem ontzien? Zeer zeker zal ik hem niet +schrijven, als gij dit liever hebt." + +"Goed. Ik houd mij aan die belofte," zei mijn bezoeker, van zijn stoel +opstaande. "Ik ben verrukt, zulk een flinken man voor mijn broer +gevonden te hebben. Hier is uw voorschot van honderd pond en hier is de +brief. Teeken het adres 129 B Corporation-Street op en onthoud goed, dat +gij morgen om één uur verwacht wordt. En nu wensch ik u goeden avond, en +al het geluk, dat gij verdient." + +Dat is, zoover ik mij bezin, alles wat er tusschen ons is voorgevallen. +Ge kunt u voorstellen, Dr. Watson, hoe ik met zoo'n buitenkansje in mijn +schik was. Den halven nacht zat ik overeind in mijn bed; want ik kon van +blijdschap niet slapen en den volgenden dag vertrok ik naar Birmingham +met een trein, die mij lang voor het vastgestelde uur aan het adres +moest brengen. Ik bracht mijn reisvalies naar een hotel in New-Street en +ging op weg naar het mij aangeduide adres. + +Het was nog een kwartier voor den tijd, waarop ik werd verwacht. No. +129 B was een passage tusschen twee winkels, die leidde naar een steenen +wenteltrap en waarin zich verscheidene kantoren van maatschappijen of +particulieren bevonden. De namen waren op den muur geschilderd, maar den +naam van Franco-Midland-IJzerwaren-Maatschappij las ik nergens. Een paar +minuten stond ik geheel verslagen, terwijl ik mij zelf afvroeg, of de +geheele geschiedenis geen bedrog was, toen een man de trap opkwam en mij +toesprak. Hij zag er precies uit als de heer, dien ik den vorigen avond +gesproken had, dezelfde gestalte en stem; maar hij was glad geschoren en +had lichter haren. + +"Zijt gij mijnheer Hall Pycroft?" vroeg hij. + +"Ja, die ben ik," gaf ik ten antwoord. + +"Ha, ik wachtte u, maar gij zijt een beetje voor uw tijd. Ik ontving +dezen morgen een brief van mijn broer, waarin hij u zeer prees." + +"Ik zocht juist het kantoor, toen u kwam." + +"Wij hebben onzen naam nog niet op den muur, want wij hebben ons pas de +vorige week hier tijdelijk gevestigd. Ga met mij naar boven; dan zullen +wij over de zaak spreken." + +Ik volgde hem naar een zeer hoog gelegen verdieping en daar onder de +dakpannen waren een paar ledige donkere kamers zonder vloerkleed en +zonder gordijnen. Ik keek wel wat vreemd op, toen ik hier werd +binnengeleid, want ik had mij een ruim kantoor voorgesteld met glimmende +tafels en rijen klerken, zooals ik gewend was, en ik durf zeggen, dat ik +wel met een beetje verlegen gezicht naar de twee houten stoelen en een +kleine tafel keek, die met een groot boek en een snippermand het overige +ameublement uitmaakten. + +"Laat u door het schamel uiterlijk van dit vertrek niet ontmoedigen, +mijnheer Pycroft," zei mijn nieuwe kennis. "Rome is niet in één dag +gebouwd; wij worden door een hoop geld gesteund, ofschoon wij op onze +kantoren nog niet veel doen. Ga alsjeblieft zitten en geef mij uw +brief." + +Ik gaf hem den brief en hij las dien met groote aandacht. + +"Gij schijnt een zeer gunstigen indruk op mijn broer Arthur gemaakt te +hebben," zeide hij, "en ik weet, dat hij een zeer schrandere +beoordeelaar is. Hij zweert bij Londen, weet gij, en ik bij Birmingham, +maar dezen keer zal ik zijn raad volgen. Gij kunt u nu wel voorgoed als +aangesteld beschouwen." + +"Waarin bestaan mijn werkzaamheden?" vroeg ik. + +"Gij zult misschien het groote magazijn te Parijs besturen, dat een +vloed van Engelsche ijzerwerken in de winkels van onze honderd en vier +en dertig filialen in Frankrijk zal storten. De koop zal in een week +zijn beslag krijgen en ondertusschen kunt gij in Birmingham blijven en +ons in een en ander van dienst zijn." + +"Op welke manier?" + +Als antwoord nam hij een groot rood boek uit de lade. "Dit is een +adresboek van Parijs," zeide hij, "met de beroepen achter de namen. Ik +zou u raden het mee naar huis te nemen en al de verkoopers van +ijzerwaren en hun adressen te noteeren. Het is voor mij van veel belang +die adressen te kennen." + +"Zeer goed; hier zijn lijsten naar de verschillende beroepen +samengesteld," merkte ik op. + +"Maar die zijn niet betrouwbaar. Dat systeem is verschillend van het +onze. Doe als ik zeg en bezorg mij de lijsten Maandag aanstaande om +twaalf uur. Nu, goeden dag mijnheer Pycroft, als gij ijver en +schranderheid blijft betoonen, dan zult gij in de Maatschappij een +goeden patroon vinden." + +Ik keerde naar mijn hotel terug met het boek onder den arm en vervuld +met zeer tegenstrijdige gevoelens. Ik was definitief benoemd en had een +honderd pond in den zak; maar aan den anderen kant had het niet aanwezig +zijn der Maatschappij op den muur, het voorkomen van het kantoor en +andere dingen, die terstond een man van zaken opvallen, een ongunstigen +indruk bij mij achtergelaten. Er mocht evenwel van komen wat wilde, ik +had het geld en zette mij aan het werk. Den geheelen Zondag was ik er +hard aan bezig en des Maandags was ik nog pas tot de H gevorderd. Ik +ging mijn nieuwen patroon opzoeken, vond hem in hetzelfde armoedige +kantoorvertrek en kreeg de opdracht tot Woensdag met mijn arbeid voort +te gaan en dan terug te komen. 's Woensdags was ik nog niet gereed en +zoo werkte ik hard door tot Vrijdag--dat is tot gisteren. Toen bracht ik +de lijst naar mijnheer Harry Pinner. + +"Dank u zeer," zeide hij. "Ik ben bang, dat ik het werk wat te licht +geschat heb. Deze lijst zal mij zeer te pas komen." + +"Ik had nog al veel tijd noodig om ze in orde te brengen." + +"En nu ontving ik nog gaarne een lijst van de winkeliers in meubels; +want die verkoopen ook allen ijzerwerk." + +"Zeer goed." + +"Morgen avond om zeven uur kunt gij bij mij komen, om mede te deelen, +hoe het met het werk staat. Ge behoeft u niet te overwerken. Een paar +uurtjes in Day's Music-Hall zullen u na volbrachte dagtaak geen kwaad +doen." Dit zeggende lachte hij en ik zag, dat zijn linker hoektand zeer +slecht met goud was geplombeerd." + +Sherlock Holmes wreef zich van pleizier in de handen en ik zag onzen +cliënt verbaasd aan. + +"Ge moogt wel verbaasd kijken, Dr. Watson, maar het is waar, wat ik zeg. +Toen ik den anderen kwant in Londen sprak, en hij bij de voorspelling +lachte, dat ik niet naar het kantoor van Mawson zoude gaan, merkte ik +op, dat zijn tand op dezelfde wijze was opgevuld. De glinstering van het +goud trok in elk geval mijn aandacht, zooals ge ziet. Toen ik hierover +nadacht en daarbij in aanmerking nam, dat stem en houding dezelfde +waren, en alleen zoodanig verschil viel waar te nemen, als +teweeggebracht kan worden door scheermes of pruik, twijfelde ik niet +meer of ik had beide keeren met denzelfden man te doen gehad. Het is +natuurlijk niet zoo vreemd, dat twee broers precies op elkaar gelijken, +maar wel, dat zij beiden denzelfden tand op dezelfde wijze met goud +hebben geplombeerd. Hij liet mij uit en op straat gekomen wist ik niet, +hoe ik het had; ik stond geheel verbijsterd. In mijn hotel teruggekomen +stak ik mijn hoofd in een kom koud water en probeerde kalm over de zaak +na te denken. Waarom had hij mij van Londen naar Birmingham gezonden; +waarom was hij daar naar mij toe gekomen; waarom had hij zich zelf een +brief geschreven? Ik kon mij zelf op die vragen geen antwoord geven en +hoe meer ik er over nadacht, hoe onbegrijpelijker mij de geschiedenis +voorkwam. En toen schoot het mij plotseling te binnen, dat hetgeen mij +onbegrijpelijk toescheen wellicht duidelijk kon zijn voor den heer +Sherlock Holmes. Ik had nog juist den tijd met den avondtrein naar +Londen te komen, om hem van morgen te spreken en met u beiden naar +Birmingham terug te keeren." + +De makelaarsklerk had zijn verrassende geschiedenis verteld, en wij +allen zwegen eenige oogenblikken. Toen zag Sherlock Holmes mij aan, +terwijl hij in de kussens van den coupé achterover leunde met een +tevreden en nadenkend gelaat als een kenner van wijn, die het eerste +teugje van een fijne soort heeft geproefd. + +"Wel fijn opgezet, Watson, vindt ge ook niet?" sprak hij. "Er komen +streken in voor, die mij bevallen. Ik geloof, dat ge me zult toestemmen, +dat een onderhoud met mijnheer Arthur Harry Pinner in de tijdelijke +kantoren van de Franco-Midland-IJzerwaren-Maatschappij voor ons beiden +zeer belangwekkend en leerzaam zal wezen." + +"Maar hoe kunnen wij hem bezoeken?" + +"O, dat gaat gemakkelijk genoeg," zei Hall Pycroft opgeruimd. "Gij +beiden behoort tot mijn vrienden en wilt gaarne een betrekking hebben. +Wat is nu natuurlijker dan dat ik u beiden bij den President-commissaris +breng?" + +"Juist, zeer natuurlijk," zei Holmes. "Ik zou dat heerschap gaarne eens +zien en onderzoeken, of ik iets van dit stelletje kan maken. Welke +bekwaamheden hebt gij, mijn vriend, waardoor uw diensten zooveel waard +zijn? of is het mogelijk, dat...." hij begon op zijn nagel te bijten en +zag peinzend naar buiten en wij hoorden ternauwernood nog een enkel +woord van hem, voor wij in New-Street aankwamen. + +Om zeven uur 's avonds wandelden wij drieën door de Corporation-Street +naar de kantoren van de Maatschappij. + +"Het is daar in 't geheel geen gewoonte er voor den tijd te wezen," +zeide onze cliënt. "Hij komt er waarschijnlijk alleen om mij te zien en +tot het uur, waarop ik door hem besteld ben, is zijn plaats ledig." + +"Dat is niet zonder beteekenis," zeide Holmes. + +"Bij Jupiter, ik zei het u net!" riep de klerk. "Daar is hij, hij +wandelt daar haastig voor ons uit." + +Hij wees naar een blond man van middelmatige gestalte, goed gekleed, die +in snellen tred aan de andere zijde van den weg liep. Toen wij hem in 't +oog kregen, zag hij juist naar een jongen, die de laatste editie van het +avondblad ventte en tusschen de huurrijtuigen en omnibussen +doorloopende, kocht hij een exemplaar van hem. Daarna verdween hij door +een deur. + +"Daar gaat hij!" riep Hall Pycroft. "Hij is daar in het kantoor van de +Maatschappij gegaan. Ga mee en ik zal dat zaakje spoedig opknappen." + +Hem volgende, kwamen wij op de vijfde verdieping aan een op een kier +staande deur, waar onze cliënt klopte. + +"Kom binnen," riep een stem en wij traden een vertrek binnen, kaal, +ongemeubileerd, zooals Hall Pycroft het ons had beschreven. + +Aan een kleine vierkante tafel zat de man, dien wij op straat hadden +gezien, met zijn avondblad voor zich op tafel uitgespreid. + +Toen hij zijn gelaat naar ons toekeerde, kwam het mij voor, dat ik nooit +een gezicht had gezien, waarop zooveel diepe smart lag uitgedrukt; en +behalve die smart een gevoel van angst, zooals weinig menschen in hun +leven ondervinden. Het zweet parelde op zijn voorhoofd; zijn wangen +waren doodsbleek en zijn oogen staarden ons verschrikt aan. Hij zag zijn +klerk aan, alsof hij hem niet herkende en aan de verbazing op het +gezicht van Pycroft zag ik, dat dezen het uiterlijk van zijn patroon +bevreemdde. + +"Ge schijnt ziek, mijnheer Pinner!" zeide hij. + +"Ja, ik ben niet geheel wel," antwoordde deze, blijkbaar moeite doende +zich op de been te houden en voor het spreken zijn droge lippen +likkende. "Wie zijn die heeren, die gij medegebracht hebt?" + +"De een is mijnheer Harris van Bermondsey en de ander is mijnheer Price +uit deze stad," zei onze klerk gevat. "Zij zijn beiden mijn vrienden en +mannen van ondervinding, doch zij hebben korten tijd geleden hun +betrekking verloren en nu hoopten zij, dat u mogelijk een plaatsje voor +hen had aan de Maatschappij." + +"Zeer wel mogelijk!" riep de heer Pinner, bitter glimlachende. "Ja, ik +twijfel niet, of wij zullen wel iets voor u kunnen doen. Waarop hebt gij +u in 't bijzonder toegelegd, mijnheer Harris?" + +"Ik ben een accountant,"[A] antwoordde Holmes. + +[Footnote A: Een accountant is iemand, die balans en handelsboeken +naziet en in orde brengt; iemand wiens arbeid overeenkomt met dien van +onze boekhouders en tevens rechtsgeleerde kennis onderstelt.] + +"Ha zoo; zoo iemand zullen we wel noodig hebben.--En gij? mijnheer +Price?" + +"Ik ben klerk," gaf ik ten antwoord. + +"Ik heb hoop, dat de Maatschappij u in dienst kan nemen. Zoodra wij een +besluit hebben genomen, zal ik het u laten weten. En nu verzoek ik u, +heen te gaan. Laat mij om Godswil een oogenblik alleen." + +Deze laatste woorden ontvielen hem ondanks hem zelf, alsof de dwang, +dien hij zich blijkbaar oplegde, plotseling was verbroken. Holmes en ik +keken elkaar aan en Hall Pycroft deed een stap naar de tafel. + +"Gij vergeet, mijnheer Pinner," zeide hij, "dat ik hier ben volgens +afspraak met u, om eenige orders te ontvangen." + +"Zeker, mijnheer Pycroft, zeker. Gij kunt hier een oogenblik wachten en +ik zou niet weten, waarom uw vrienden hier ook niet zoolang zouden +blijven. Over een paar minuten ben ik geheel tot uw dienst, als ik +althans zooveel van uw geduld mag vergen." Hij stond beleefd nijgend op +en maakte een buiging, voor hij ons verliet door een deur aan 't andere +eind der kamer, die hij daarna achter zich sloot. + +"Hoe nu?" fluisterde Holmes, "sluipt hij weg?" + +"Onmogelijk," antwoordde Pycroft. + +"Waarom?" + +"Die deur geeft toegang naar een binnenkamer." + +"En heeft die geen uitgang naar buiten?" + +"Neen." + +"Is ze gemeubeld?" + +"Gisteren was ze nog ledig." + +"Wat in 's hemels naam wil hij daar dan uitvoeren? Daar is iets in deze +zaak, dat mij duister is. Als er ooit een man voor drievierde +krankzinnig was van angst, dan was het deze Pinner. Wat kan hem zoo'n +schrik aangejaagd hebben?" + +"Hij vermoedt, geloof ik, dat wij detectives zijn." + +"Dat is het," zei Pycroft. + +Holmes schudde het hoofd. "Hij werd niet bleek, hij _was_ bleek, toen +wij binnenkwamen. Het is best mogelijk, dat...." + +Zijn woorden werden onderbroken door een scherp rat-tat-tat in de andere +kamer. + +"Wat duivel, klopte hij tegen zijn eigen deur?" riep de klerk. + +Nog eens en luider klonk het gehamer, rat-tat-tat. Wij zagen vol +verwachting naar de gesloten deur. Naar Holmes ziende, zag ik zijn +gelaat rood worden en hem in de grootste spanning met gespitste ooren +voorover gebogen. Toen hoorden wij plotseling een dof gorgelend geluid +en een sterk geklop tegen het houtwerk. Als een waanzinnige sprong +Holmes door de kamer en op de deur aan. Zij was van binnen gesloten. +Pycroft en ik volgden zijn voorbeeld en alle drie drukten wij met ons +volle gewicht tegen de deur. Een scharnier sprong los; toen nog een en +krakend viel de deur neer. Wij sprongen er over en stonden in de +binnenkamer. + +Ze was ledig. + +Doch slechts een oogenblik verkeerden wij in onzekerheid. In een hoek +het dichtst bij de kamer, waaruit wij gekomen waren, was een tweede +deur. Holmes sprong er op toe en rukte ze open. Op den vloer lagen een +jas en vest en aan den haak achter de deur, met zijn eigen bretels om +zijn nek, hing de directeur van de +Franco-Midland-IJzerwaren-Maatschappij. Zijn knieën waren opgetrokken, +zijn hoofd hing voorover in een rechten hoek met zijn lichaam, en het +gerammel van zijn hielen tegen de deur had het geraas veroorzaakt, +waardoor ons gesprek was afgebroken. In een oogwenk had ik hem om het +middel gegrepen en hield hem zoo omhoog, terwijl Holmes en Pycroft de +elastieken banden losmaakten, die half begraven waren tusschen de +loodkleurige plooien van zijn huid. Daarna brachten wij hem in de andere +kamer, waar hij met leemkleurig gelaat neerlag, bij iedere ademhaling +zijn lippen opblazende. + +"Wat denkt gij van hem?" vroeg Holmes. + +Ik bukte mij en beschouwde hem met aandacht. Zijn pols was zwak en +onregelmatig, maar zijn ademhaling werd sterker en dieper en zijn +oogleden trilden een weinig, zoodat een streepje van het wit daaronder +te zien kwam. + +"Hij is aan 't randje van den dood geweest, maar 't gevaar is nu +voorbij," zeide ik. "Doe dat venster open en reik mij die karaf met +water toe." Ik maakte zijn halsboord los, sprenkelde hem het koude water +in 't gezicht en bracht zijn armen in op- en neergaande beweging, tot +hij natuurlijk ademhaalde. + +"Het is nu maar een quaestie van tijd," zeide ik, mij van hem +afwendende. + +Holmes stond bij de tafel, zijn handen diep in zijn broekzakken en zijn +kin op de borst gezonken. + +"Ik denk, dat we nu het best doen, met de politie te roepen," zeide hij, +"en toch beken ik, dat ik haar gaarne als zij komt den geheelen toestand +der zaak zou willen mededeelen." + +"Het is voor mij een vervloekt geheim," zei Pycroft, zich het hoofd +krabbende. "Met welke bedoeling hebben zij mij hier laten komen en +dan...." + +"O, dat alles is duidelijk genoeg," zei Holmes ongeduldig. "Maar wat ook +mij duister is, is dit laatste punt, het ophangen. De geheele zaak +draait om twee punten. Het eerste is, dat men Pycroft een verklaring +liet schrijven, waarbij hij een betrekking bij deze ongerijmde +Maatschappij aannam, alleen om zijn handschrift te bezitten en dat het +eenige middel daartoe was, u die schriftelijke verklaring te laten +afgeven." + +"En waarvoor?" + +"Ja, waarvoor? Daarvoor kan slechts een reden bestaan. De een of ander +moest uw schrift leeren namaken en reeds dadelijk een proef van deze +nabootsing leveren. En als wij nu tot het tweede punt overgaan, vinden +wij, dat elk van de twee licht werpt op het andere. Dat tweede punt is +het verzoek door Pinner gedaan, dat gij niet zoudt schrijven, dat gij +van uw betrekking afzaagt, maar den directeur der firma Mawson and +Williams in de meening moest laten, dat zekere Hall Pycroft, dien hij +nooit had gezien, op Maandagmorgen bij hem in betrekking kwam." + +"Mijn God, wat ben ik een uilskuiken geweest!" riep onze cliënt. + +"Onderstel," ging Holmes voort, "dat er iemand in uw plaats was gekomen, +die een handschrift leverde, dat geheel verschilde van dat van uw +sollicitatiebrief, natuurlijk was het spel dan verloren. Maar in den +tusschentijd leerde de schelm uw schrift nabootsen, en zijn positie was +daardoor veilig, daar waarschijnlijk niemand van het kantoor u ooit +heeft gezien." + +"Geen sterveling," bromde Hall Pycroft. + +"Zeer goed. Natuurlijk was het van 't grootste belang te voorkomen, dat +gij beter over de zaak gingt nadenken en eveneens te verhinderen, dat +gij met iemand kondet in aanraking komen, die u kon vertellen, dat een +ander persoon onder uw naam op Mawson's kantoor aan 't werk was. Daarom +gaven zij u een flink voorschot op uw salaris en lieten u naar +Birmingham komen, waar zij u genoeg werk gaven om u te verhinderen naar +Londen te gaan, waar gij hun bedrog wel eens hadt kunnen ontdekken. Dat +is duidelijk genoeg." + +"Maar waarom zou die man zich voor zijn eigen broer uitgegeven hebben?" + +"Wel, dat is ook tamelijk duidelijk. Er zijn hier klaarblijkelijk twee +personen in 't spel. De ander vertegenwoordigt u op het kantoor van +Mawson and Williams. Deze man hier trad op als degene, die u de +betrekking moest aanbieden en vond, dat hij geen patroon voor u kon +vinden, zonder nog een derde persoon in de zaak te mengen. En dat wilde +hij niet gaarne. Daarom moest hij zelf als die patroon optreden. Hij +veranderde zijn voorkomen zooveel mogelijk en vertrouwde, dat de +overeenkomst in persoon, die gij ongetwijfeld zoudt opmerken, door u aan +familiegelijkenis zou worden toegeschreven. En zonder die gelukkige +toevalligheid van den met goud opgevulden tand zoudt gij waarschijnlijk +nooit eenigen argwaan gekoesterd hebben." + +Hall Pycroft hief radeloos met een snelle beweging zijn krampachtig +gebalde vuisten boven zijn hoofd. "Genadige hemel! wat heeft die andere +Pycroft, terwijl ik zoo misleid ben, op het kantoor van Mawson +uitgericht? Wat zullen wij doen, mijnheer Holmes? Zeg mij, wat we doen +moeten." + +"De krant," steunde een stem achter ons. De man zat overeind, wit, met +iets spookachtigs in houding en gelaat, terwijl in zijn oogen het +langzaam terugkeerend bewustzijn merkbaar was en zijn handen zenuwachtig +tastten naar den breeden rooden band, die nog zijn hals omgaf. + +"De krant! Natuurlijk de krant," schreeuwde Holmes opgewonden. "Idioot +die ik was. Hoe kon ik die ook vergeten. Daarin vinden wij natuurlijk +het geheim opgelost." Hij spreidde de krant uit op de tafel en +onmiddellijk daarna uitte hij een luiden juichkreet. + +"Lees dit eens, Watson," riep hij. "Hier is een Londensche krant, een +vroege editie van den _Evening Standard_. Dit is wat wij noodig hebben." + +"Misdaad in de City. Moord bij Mawson and Williams. Groote diefstal: +inhechtenisneming van den misdadiger. + +"Een brutale diefstal, gepaard met moord op één persoon en gevolgd door +de inhechtenisneming van den misdadiger, is heden namiddag in de City +gepleegd. Sedert eenigen tijd had de firma Mawson and Williams, de +bekende bankiers, op haar kantoor een aanzienlijk bedrag aan fondsen in +bewaring, te zamen een waarde van meer dan een millioen pond sterling +vertegenwoordigend. Het schijnt, dat de vorige week een nieuwe klerk, +met name Hall Pycroft, bij de firma in dienst is getreden. Deze persoon +schijnt niemand anders geweest te zijn dan Beddington, de bekende +falsaris en inbreker, die met zijn broeder eerst onlangs uit vijfjarigen +dwangarbeid is ontslagen. Hij heeft, hoe weet men niet, onder een +valschen naam een betrekking bij Mawson and Williams weten te krijgen, +die hij zich ten nutte maakte om wasafdrukken van de sloten en +nauwkeurige kennis van de inrichting der kamer, waarin de brandkasten +met waarden geborgen waren, te verkrijgen. + +"Het is bij de firma Mawson and Williams gewoonte, dat de klerken 's +middags om 12 uur het kantoor verlaten. De brigadier van politie Tusson +was daarom wel wat verwonderd, toen hij een twintig minuten over één een +heer met een valies de stoep zag afkomen. Daar dit zijn argwaan opwekte, +volgde hij hem en met behulp van den agent Pollock gelukte het hem, den +man na een wanhopigen tegenstand te arresteeren. Terstond bleek, dat er +een brutale en groote diefstal was gepleegd. Bijna een honderdduizend +pond aan Amerikaansche Spoorweg-obligatiën en daarenboven nog een +aanzienlijk bedrag in aandeelen van Mijnmaatschappijen werden in het +valies gevonden. Bij het doorzoeken van het kantoor vond men het lijk +van den ongelukkigen schildwacht. Zijn lijk was in een der brandkasten +geworpen, waar het zonder de tusschenkomst van den brigadier Tusson niet +voor Maandagmorgen gevonden zoude zijn. De schedel was verbrijzeld door +een slag met een pook, hem van achteren toegebracht. Zonder twijfel had +Beddington zich toegang weten te verschaffen onder voorgeven dat hij +iets vergeten had; en na den schildwacht vermoord te hebben, plunderde +hij de grootste brandkast en maakte zich toen met zijn buit uit de +voeten. Zijn broer, die gewoonlijk zijn handlanger is, is in zoover men +kan nagaan bij deze laatste karwei niet medeplichtig. Niettemin heeft de +politie maatregelen genomen, om zijn verblijf op te sporen." + +"Wel, wij kunnen de politie, wat dit punt betreft, eenige moeite +besparen," zei Holmes, een vluchtigen blik werpende op het afzichtelijke +wezen met de woest rollende oogen. "De menschelijke natuur is toch +moeilijk te begrijpen, Watson. Ge ziet hier, dat een schurk en +moordenaar zelfs zooveel ontzag kan inboezemen, dat zijn broeder +zelfmoord pleegt, als hij hoort dat zijn nek gevaar loopt." + + + + +IV. + +Het scheepvaart-verdrag. + + +De eerste maand Juni na mijn huwelijk was voor mij merkwaardig door drie +belangrijke gevallen, waarin ik het voorrecht had, Sherlock Holmes in +zijn nasporingen ter zijde te staan en zijn methode van onderzoek te +bestudeeren. In mijn aanteekeningen vind ik deze drie gevallen vermeld +onder den naam van "Het avontuur van de tweede vlek", "Het avontuur van +het Scheepvaart-verdrag", "Het avontuur van den vermoeiden kapitein". +Het eerste evenwel heeft betrekking op zoo gewichtige belangen en +zoovele van de eerste familiën des lands zijn er bij betrokken, dat het +onmogelijk in de eerste jaren gepubliceerd kan worden. Geen geval +evenwel, waarin Holmes betrokken was, heeft de waarde van zijn +analytische methode zoo schitterend in 't licht gesteld en zooveel +indruk gemaakt op hen, die met hem samenwerkten. Ik bezit nog een bijna +woordelijk verslag van zijn onderhoud met den heer Dubuque van de +Parijsche politie en met den heer Fritz von Walbaum, de welbekende +politie-specialiteit van Dantzig, die beiden al hun geestkracht +vruchteloos hadden aangewend om eenig licht in de zaak te ontsteken. +Eerst na verloop van jaren kan de geschiedenis evenwel veilig verteld +worden. Intusschen zal ik den lezers met het tweede geval op de lijst +bezighouden, dat ook indertijd van nationale beteekenis beloofde te +worden en zich onderscheidde door verschillende bijzonderheden, die het +een geheel eenig karakter verleenen. + +In mijn schooljaren had ik vriendschap gesloten met een knaap, Percy +Phelps genaamd, van denzelfden leeftijd als ik, ofschoon hij mij twee +klassen voor was. + +Hij was een zeer schrandere jongen, die met alle prijzen van de school +strijken ging en ten slotte een beurs verwierf, welke hem in staat +stelde zijn studie aan de hoogeschool te Cambridge voort te zetten. Ik +weet ook nog, dat hij van zeer goeden huize was en zelfs als kleine +jongens wisten wij reeds, dat Lord Holdhurst, de groote conservatieve +politicus, een oom van moederszijde was. Deze aanzienlijke +bloedverwantschap deed hem op school weinig goeds. + +Het werd evenwel geheel anders, toen wij de schooljaren achter den rug +hadden en een positie in de wereld moesten zoeken. Ik vernam nog bij +geruchte, dat zijn bekwaamheden en protectie hem een betrekking hadden +bezorgd aan het ministerie van buitenlandsche zaken. Na eenigen tijd +was ik hem bijna zoo goed als geheel vergeten, tot een brief van den +volgenden inhoud mij weer aan zijn bestaan herinnerde. + + BRIARBRAE, WOKING. + + _Waarde Watson!_ + + "Zonder twijfel herinnert gij u nog wel "Tadpole" Phelps, die in de + vijfde klasse zat, toen gij leerling in de derde waart. Mogelijk + ook hebt gij vernomen, dat ik door mijn ooms invloed een goede + betrekking aan het ministerie van buitenlandsche zaken heb gekregen + en een post van vertrouwen bekleedde, tot mijn toekomst plotseling + door een noodlottig toeval vernietigd werd. + + "Het dient nergens toe, u de bijzonderheden van deze vreeselijke + gebeurtenis te verhalen. Stemt gij in mijn verzoek toe, dan zal ik + ze u waarschijnlijk vertellen. Ik ben nauwelijks van een ziekte + hersteld; negen weken lang heb ik zenuwkoortsen gehad en nog ben ik + zeer zwak. Zoudt ge denken, dat uw vriend Sherlock Holmes genegen + is met u bij mij te komen? Ik zou gaarne van hem vernemen, wat hij + van de zaak denkt, ofschoon de autoriteiten mij verzekeren, dat er + niets meer aan te doen is. Doe uw best hem hier te brengen en + liefst zoo spoedig mogelijk. Iedere minuut schijnt mij een uur toe, + zoolang ik in deze vreeselijke onzekerheid leef. Deel hem mede, dat + niet geringschatting zijner talenten oorzaak is, dat ik zijn raad + niet eerder gevraagd heb, maar dat ik van 't oogenblik af, dat de + slag viel, mijn hoofd kwijt was. Nu is mijn hoofd weer helder, + ofschoon ik uit vrees voor een instorting niet te veel durf denken. + Ik ben nog zoo zwak, dat ik een ander dezen brief heb moeten + dicteeren. Doe uw best uw vriend mede te brengen. + + "Uw oude schoolmakker, + "PERCY PHELPS." + +[Illustratie: Holmes was druk bezig met scheikundige proeven.] + +Toen ik dezen brief las, was ik eenigszins bewogen; er was iets roerends +in dat herhaalde verzoek, Holmes mede te brengen. Ik was zoo geroerd, +dat ik er mijn best toe gedaan zou hebben, al ware het zelfs een +moeilijke zaak geweest; doch natuurlijk wist ik wel, dat Holmes zijn +beroep te lief had, om niet altijd bereid te zijn hulp te bieden, waar +die door een cliënt gevraagd mocht worden. Mijn vrouw was het met mij +eens, dat ik geen minuut mocht laten verloren gaan, eer ik hem met de +zaak in kennis had gesteld en zoo was ik al binnen een uur na mijn +ontbijt in de bekende oude kamer in Baker-Street. + +Holmes zat aan een zijtafel, gekleed in zijn huisjas en was druk bezig +met scheikundige proeven. In een lange gebogen retort kookte een +vloeistof boven de blauwachtige vlam van een Bunzenschen brander en het +gedistilleerde vocht bekoelde in een glas van een paar liter inhoud. +Mijn vriend keek bij mijn komst nauwelijks op. Ik trad binnen, en daar +ik zag, dat zijn proeven belangrijk waren, ging ik in een armstoel +zitten en wachtte. Hij doopte een glazen buisje, dat hij in de hand +hield, nu in de eene dan in de andere flesch, haalde er met zijn pipet +een paar droppels uit en legde ten slotte een met de oplossing gevuld +proefbuisje op de tafel. In zijn rechterhand had hij een stukje +lakmoespapier. + +"Gij komt op het oogenblik van een crisis, Watson," zeide hij. "Als dit +papier blauw blijft, is alles goed; maar wordt het rood, dan staat een +leven van een mensch op het spel." Hij doopte het papier in het +proefbuisje en het werd op eens karmozijnrood. "Hum, ik dacht het wel," +riep hij. "Ik ben onmiddellijk tot uw dienst, Watson. Als gij rooken +wilt, is er tabak in mijn Perzische muil." Hij ging daarna naar zijn +lessenaar en schreef vlug verscheidene telegrammen, die hij daarna aan +zijn bediende overhandigde. Toen ging hij tegenover mij zitten en trok +zijn knieën op, zoodat hij zijn vingers om zijn lange dunne schenen kon +slaan. + +"Een heel gewone, kleine moordgeschiedenis," zeide hij. "Ik denk, dat +gij wel iets beters zult brengen. Uw komst kondigt de misdaad aan, +Watson, als de stormvogel den orkaan! Wat is het?" + +Ik overhandigde hem den brief, dien hij met de grootste aandacht las. + +"Veel zegt dat schrijven ons niet, vindt ge wel?" zeide hij, toen hij +mij den brief teruggaf. + +"Zoo goed als niets." + +"En toch is de inhoud van gewicht." + +"Het is evenwel niet zijn eigen handschrift." + +"Precies. Het is dat van een vrouw." + +"Neen, ongetwijfeld dat van een man," zeide ik. + +"Neen, dat van een vrouw; van een vrouw met een bijzonder karakter. Bij +het begin van een onderzoek is het van belang te weten, dat een cliënt +in nauwe betrekking staat tot iemand, die hetzij ten goede of ten kwade +ongewone karaktertrekken heeft. Mijn belangstelling is reeds gaande +gemaakt. Als gij gereed zijt, zullen we terstond naar Woking vertrekken +en den diplomaat, die zich in zulke moeilijke omstandigheden bevindt, en +de dame, wie hij zijn brieven dicteert, een bezoek brengen." + +Wij waren zoo gelukkig den eersten trein naar Waterloo te halen en +binnen een uur waren wij te midden der dennenbosschen en der heidevelden +van Woking. Briarbrae was een groot op zich zelf staand gebouw, een paar +minuten gaans van het station. Nadat wij onze kaartjes hadden afgegeven, +werden wij in een fraai gemeubileerd salon binnengelaten, waar wij +onmiddellijk werden begroet door een forsch gebouwd man, die ons zeer +beleefd ontving. Hij scheen, wat zijn leeftijd aangaat, dichter bij de +veertig dan bij de dertig, maar zijn wangen waren zoo blozend, zijn +oogen stonden zoo vroolijk, dat hij den indruk maakte van een +welgedanen, ondeugenden knaap. + +"Uw komst doet mij zeer veel genoegen," zeide hij, ons hartelijk de hand +schuddende. "Percy heeft den geheelen morgen naar u gevraagd. Ach, die +arme jongen, hij klampt zich aan een stroohalm vast. Zijn ouders +verzochten mij, u te spreken, want het is hun zelf hoogst pijnlijk de +zaak aan te roeren." + +"Wij zijn nog in 't geheel niet met de bijzonderheden bekend," +antwoordde Holmes. "Ik veronderstel, dat gij niet tot de familie +behoort." + +Onze nieuwe bekende scheen verrast en voor zich ziende begon hij te +lachen. + +"Natuurlijk hebt gij de initialen "J. H." op mijn medaillon gezien. Een +oogenblik dacht ik, dat gij hier een bewijs van groote schranderheid +hadt gegeven. Mijn naam is Joseph en daar Percy met mijn zuster Annie +gaat trouwen, zal ik ten minste door een huwelijk tot de familie +behooren. Gij zult mijn zuster in Percy's kamer vinden, want zij heeft +hem de verloopen twee maanden trouw verpleegd. Mogelijk doen wij het +beste, maar dadelijk naar binnen te gaan, want zij is zeer verlangend u +te zien." + +De kamer, waarin wij thans werden binnengelaten, was op dezelfde +verdieping als het salon. Zij was half als woonkamer, half als +slaapkamer gestoffeerd; in alle hoeken waren met smaak bloemen +aangebracht. Op een sofa lag een jonge man, bleek en vermoeid, bij het +geopende venster, waardoor de geuren van den tuin en de verkwikkende +zomerlucht ongehinderd naar binnen stroomden. Naast hem zat een vrouw, +die opstond, toen wij binnenkwamen. + +"Zal ik heengaan?" vroeg zij. + +Hij greep haar hand vast, om haar terug te houden. + +"Hoe gaat het u, Watson," sprak hij vriendschappelijk. "Ik zou u met +dien knevel niet herkend hebben en ik geloof, dat gij er ook geen eed op +hadt durven doen, dat ik het was. Deze heer is, naar ik vermoed, uw +beroemde vriend Sherlock Holmes?" + +Ik stelde mijn vriend aan hem voor en wij gingen beiden zitten. De +forschgebouwde jonge man had de kamer verlaten, maar zijn zuster was +gebleven en liet haar hand nog rusten in die van den zieke. Zij was een +vrouw met veel uitdrukking in 't gelaat, kort en gezet van gestalte; zij +had een mooie bruine tint en groote, donkere oogen, als een +Italiaansche, en weelderig zwart haar. Haar donkere tint deed het bleeke +en afgematte in het voorkomen van haar verloofde des te scherper +uitkomen. + +"Ik zal niet te veel van uw tijd vergen," zeide hij, zich op de sofa +oprichtende, "en zonder verdere inleiding u mededeelen, waarom ik u +wensch te spreken. Ik was een gelukkig en voorspoedig man, mijnheer +Holmes, en op het punt in den echt te treden, toen een ongelukkig +voorval al mijn schoone vooruitzichten den bodem insloeg. + +"Zooals Watson u zal hebben medegedeeld, was ik werkzaam op het +ministerie van buitenlandsche zaken en door den invloed van mijn oom, +Lord Holdhurst, verkreeg ik weldra een aanzienlijke verantwoordelijke +betrekking. Toen mijn oom onder het tegenwoordige bewind minister van +buitenlandsche zaken werd, ontving ik meer dan eens een vertrouwelijke +opdracht en daar ik mij daarvan steeds tot zijn genoegen kweet, stelde +hij ten laatste een onbeperkt vertrouwen in mijn bekwaamheid en tact. + +[Illustratie: "Ik zal niet te veel van uw tijd vergen," zeide hij.] + +"Een week of tien geleden--of om mij juister uit te drukken, den 23en +Mei--riep hij mij in zijn spreekkamer en na mij een compliment over mijn +goed werk te hebben gemaakt, deelde hij mij mede, dat hij mij opnieuw +een gewichtigen arbeid had op te dragen. + +"Hier heb ik," sprak hij--een rol grijs papier uit zijn schrijfbureau +nemende--"het origineel van het geheim tractaat tusschen Engeland en +Italië, waarvan tot mijn spijt het gerucht reeds tot de openbare pers is +doorgedrongen. Het Fransche of Russische gezantschap zou een +onnoemelijke som willen betalen om met den inhoud van deze papieren +bekend te worden. Ik zou ze dan ook niet uit handen geven, moest ik ze +niet noodzakelijk gecopiëerd hebben. Hebt gij een lessenaar op uw +kantoor?" + +"Ja, mijnheer." + +"Neem het tractaat dan en sluit het goed weg. Ik zal zorg dragen, dat +gij op uw bureau kunt blijven, als de andere ambtenaren naar huis gaan, +en gij het op uw gemak kunt afschrijven, zonder te vreezen, dat men u +bespiedt. Als gij er mee klaar zijt, sluit dan beide stukken, het +origineel en het afschrift, in uw lessenaar en stel ze mij morgen +ochtend ter hand." + +"Ik nam de papieren, en--" + +"Met uw verlof," zeide Holmes. "Was er iemand bij dit gesprek +tegenwoordig?" + +"Volstrekt niemand." + +"Waart gij in een groote kamer?" + +"De kamer was dertig voet in 't vierkant." + +"Stondt gij in 't midden?" + +"Ja, ongeveer." + +"En spraakt gij zacht?" + +"Mijn oom spreekt steeds opmerkelijk zacht, ik zelf zeide nauwelijks een +woord." + +"Dank u," zeide Holmes, zijn oogen sluitende, "ga voort, als 't u +blieft." + +"Ik deed precies, zooals mij was gezegd, en wachtte op het bureau tot de +andere ambtenaren vertrokken waren. Een van hen in mijn kantoor, Charles +Gorot, had nog eenig werk af te maken; daarom liet ik hem daar blijven +en ging eerst eten. Toen ik terugkwam, was hij vertrokken. Ik haastte +mij met mijn werk, want ik wist, dat Joseph Harrison, dien gij zooeven +gezien hebt, in de stad was, en dat hij met den trein van elven naar +Woking zon reizen; en ik wilde hem zoo mogelijk van den trein halen. + +[Illustratie: "Neem het tractaat dan en sluit het goed weg."] + +"Toen ik het tractaat inzag, bemerkte ik terstond, dat mijn oom het +gewicht daarvan niet overdreven had. Zonder in bijzonderheden te treden, +kan ik u zeggen, dat er de verhouding van Groot-Britannië tot de Triple +Alliantie in was omschreven en de politieke gedragslijn van het genoemde +land vaststelde, voor 't geval de Fransche vloot een volkomen overwicht +over die van Italië in de Middellandsche Zee verkreeg. De quaestiën, in +dit tractaat behandeld, waren van uitsluitend maritiemen aard. Aan 't +slot stonden de namen van de hooge dignitarissen, die het hadden +onderteekend. Ik zag het vluchtig door en begon het toen af te +schrijven. + +"Het tractaat was een lang document, geschreven in de Fransche taal en +bevatte zes en twintig artikels. Ik schreef zoo vlug als ik kon, maar om +negen uur had ik toch nog slechts negen artikelen afgeschreven en ik +begon het hard te betwijfelen, of ik nog den trein zou kunnen halen. Ik +gevoelde mij slaperig en suf, deels een gevolg van mijn diner, deels van +mijn lange dagtaak. Een kop koffie, dacht ik, zou mijn geest +opfrisschen. In een klein kamertje, aan den voet van de trap, houdt alle +nachten een bode de wacht en die zet gewoonlijk op zijn spirituslamp +koffie voor de beambten, die na den gewonen kantoortijd op het bureau +blijven werken. Ik trok daarom aan de schel, om hem te roepen. + +"Tot mijn verbazing kwam er een groote, eenigszins bejaarde vrouw met +een ruw gezicht en een schort voor. Zij zeide, dat zij de vrouw was en +dat zij schoonmaakte; daarna gaf ik haar order koffie te zetten. + +"Ik schreef nog twee artikelen af en mij toen nog veel slaperiger +gevoelende, stond ik op en wandelde de kamer op en neer om mijn beenen +eens uit te rekken. Mijn koffie was nog niet gekomen en ik werd +nieuwsgierig, wat de oorzaak van dit uitstel kon zijn. De kamer, waarin +ik had zitten werken, kwam uit op een rechte, flauw verlichte gang, de +eenige weg, waarlangs men zich uit de kamer kon verwijderen. De gang +liep uit op een wenteltrap aan welker voet het kamertje van den bode +was. Halfweegs deze trap is een kleine rustplaats, waarop een andere +gang met een rechthoek uitkomt. Deze tweede gang leidt langs een tweede +kleine trap naar een zijdeur, die door de knechts wordt gebruikt en ook +als een kortere weg naar hun bureaux door de klerken, die uit +Charles-Street komen. Hier hebt gij in ruwe omtrekken den platten grond +van de plaats." + +"Dank u. Ik volg uw verhaal met groote aandacht," zeide Sherlock Holmes. + +[Illustratie: Ik vond den bode in diepen slaap.] + +"Het is van het hoogste belang, dat gij hierop let. Ik liep langs de +trap naar beneden en kwam in de vestibule, waar ik den bode in zijn +kamertje in diepen slaap vond, terwijl op tafel het water zoo hard +boven de spiritusvlam kookte, dat het over den vloer spatte. Ik stak +mijn hand uit, om den man wakker te schudden, toen de schel, die boven +zijn hoofd hing, luid overging en hij verschrikt ontwaakte. + +"Mijnheer Phelps!" zeide hij, mij verbijsterd aanziende. + +"Ik kwam naar beneden, om eens te zien of mijn koffie al klaar is." + +"Onder het koken van het water ben ik in slaap gevallen, mijnheer." Hij +keek mij aan en zag toen naar het nog trillende schellekoord, met een +steeds sterkere uitdrukking van verbazing op zijn gelaat. + +"Wie kan daar, terwijl u hier waart, aan de schel getrokken hebben?" +vroeg hij. + +"De schel!" zeide ik. "Welke schel was het?" + +"Het was de schel in de kamer, waarin u hebt zitten werken." + +"Ik kreeg een gevoel, of een ijskoude hand mijn hart in elkaar kneep. Er +was dus iemand in de kamer, waar mijn kostbaar tractaat op tafel lag. +Als krankzinnig van angst liep ik naar boven en de gang door. Er was +niemand in de corridors, mijnheer Holmes; er was ook niemand in de +kamer. Alles in de kamer was precies, als toen ik ze verlaten had, +behalve dat de papieren, die aan mijn zorgen waren toevertrouwd, van +mijn lessenaar waren genomen. Het afschrift lag er nog, maar het +origineel was verdwenen." + +Holmes ging recht overeind zitten en wreef zich in de handen. Ik kon +zien, dat de zaak een kolfje naar zijn handen was. "Vertel mij +alsjeblieft, wat ge toen deedt," zei hij. + +"Terstond was het mij duidelijk, dat de dief door de zijdeur de trap op +moest gekomen zijn, want natuurlijk zou ik hem ontmoet hebben, als hij +van den anderen kant was gekomen!" + +"Waart gij er zeker van, dat hij zich niet al dien tijd in de kamer +verborgen kon hebben of in de gang, die volgens uw zeggen zoo flauw +verlicht was?" + +"Het is volstrekt onmogelijk. Zelfs geen rat had zich in de kamer of de +gang kunnen verbergen." + +"Dank u, vertel verder, alsjeblieft." + +"De bode, die aan mijn bleek gezicht zag, dat er iets ernstigs moest +gebeurd zijn, was mij naar boven gevolgd. Nu snelden wij de gang door en +de stoep af, die op de Charles-Street uitkomt, de deur beneden was dicht +maar niet op slot. Wij stieten de deur open en snelden naar buiten. Zeer +duidelijk herinner ik mij, dat de klok van een naburige kerk speelde. +Het was kwart voor tien." + +"Deze mededeeling is van groot gewicht," zeide Holmes, een aanteekening +op de manchet van zijn overhemd makende. + +"Het was zeer donker en er viel een warme motregen. In Charles-Street +liep geen mensch, maar in Whitehall op het andere eind was het als +gewoonlijk zeer druk. Wij liepen blootshoofds door de straat en zagen op +den hoek een politieagent staan. + +"Er heeft een diefstal plaats gehad," hijgde ik. "Uit het ministerie van +buitenlandsche zaken is een document van onschatbare waarde gestolen. Is +hier iemand langs gekomen?" + +"Ik heb hier een kwartier lang gestaan," zeide hij; "in dien tijd is +hier slechts één persoon gepasseerd--een vrouw, lang en van gevorderden +leeftijd, met een wollen doek om." + +"Ha, ha, dat is mijn vrouw," riep de bode. "Is hier niemand anders langs +gekomen?" + +"Niemand." + +"Dan moet de dief den anderen weg gekozen hebben," riep de vent, mij aan +mijn mouw trekkende. + +"Ik was evenwel niet gerustgesteld en zijn pogingen mij mede te trekken, +vermeerderden mijn wantrouwen. + +"Welken weg heeft de vrouw genomen?" riep ik. + +"Ik weet het niet, mijnheer. Ik zag haar loopen, maar had geen reden +haar te volgen. Zij scheen veel haast te hebben," zeide de agent. + +"Hoe lang is het geleden?" + +"O, nog maar eenige minuten." + +"Nog niet langer dan vijf?" + +"Langer dan vijf minuten kan het niet geleden zijn." + +"Gij verspilt hier uw tijd en elke minuut is nu kostbaar," zeide de +bode. "Geloof mij op mijn woord, dat mijn vrouw er niets mede te maken +heeft en volg mij naar het andere eind der straat. Als gij niet wilt, +dan ga ik alleen," en dit zeggende liep hij den anderen kant uit. + +"Ik volgde hem onmiddellijk en greep hem bij den arm. + +"Waar woont gij?" vroeg ik. + +"No. 16, Ivy Lane Brixton," was het antwoord; "maar laat u niet op een +dwaalspoor brengen, mijnheer Phelps. Kom mee naar het andere eind der +straat en laten wij zien, of wij iets kunnen vernemen." + +"Door zijn raad te volgen, was er niets te verliezen. Wij snelden dus +beiden met den politieagent de straat door, waar het zeer druk was en +een menigte lieden passeerden, allen verlangende, in dezen regenachtigen +avond veilig onder dak te komen. Geen enkele wandelaar, die ons zeggen +kon, wie er langs was gekomen. + +"Wij keerden naar het ministerie terug en zochten op de trap en in de +corridors, doch zonder eenig resultaat. De gang, die naar de kamers +voerde, was met een soort roomkleurig linoleum bedekt, waarop +gemakkelijk indrukken achterblijven. Wij onderzochten deze +vloerbedekking nauwkeurig, maar vonden geen spoor van eenigen voetstap." + +"Had het den ganschen avond geregend?" + +"Sedert ongeveer zeven uur." + +"Hoe is het dan mogelijk, dat de vrouw, die te ongeveer negen uur in de +kamer kwam, met haar modderige laarzen, geen voetsporen achterliet?" + +"Ik ben blij, dat gij dit punt te berde brengt. Wat gij daar zegt, trok +ook mijn aandacht. De werkvrouwen hebben de gewoonte haar laarzen op de +bureaux der ambtenaren uit te doen en zachte muilen aan te trekken." + +"Dat is dus zeer duidelijk. Er waren geen voetsporen van iemand te zien, +ofschoon het buiten modderig was. De feiten zijn ongetwijfeld +buitengewoon belangwekkend. Wat deedt gij daarna?" + +"Wij onderzochten eveneens de kamer. Er kon onmogelijk een geheime deur +aanwezig zijn en de vensters bevinden zich wel dertig voet boven den +grond. Beide waren aan de binnenzijde gesloten. Door de aanwezigheid +van een vloerkleed is het ondenkbaar, dat er een valluik kan zijn en de +kamer heeft een gewoon plafond. Ik durf er mijn leven op verwedden, dat +wie ook mijn papieren gestolen moge hebben, door de deur binnengekomen +moet zijn." + +"Hoe is de haard gebouwd?" + +"Er is geen haard aanwezig. Er brandt een kachel. Het schellekoord hangt +van den schelledraad tot aan de rechterzijde van mijn lessenaar. Wie aan +het koord trok, moet dus tot voor den lessenaar gekomen zijn. Het blijft +een onoplosbaar geheim." + +"Zeker was 't een ongewoon geval. Wat deedt gij nu in de eerste plaats? +Naar ik vermoed, onderzocht gij de kamer om te zien, of de inbreker +eenige sporen van zijn verblijf daarin had achtergelaten--een eindje +sigaar, een handschoen, een haarspeld of een ander voorwerp?" + +"Ik vond niets van dien aard." + +"Was er ook geen bijzondere reuk in het vertrek?" + +"Wel, daaraan dachten wij volstrekt niet." + +"Een beetje tabakslucht zou bij een onderzoek als dit van veel belang +voor ons zijn." + +"Ik zelf rook nooit en daarom denk ik, dat ik het wel gemerkt zou +hebben, als er een tabaksreuk in de kamer ware geweest. Er was volstrekt +niets aanwezig, dat ons eenige aanwijzing kon geven. Alleen stond het +vast, dat de vrouw van den bode--haar naam is Mrs. Tangey--het gebouw +haastig had verlaten. Haar man kon als eenige reden daarvoor opgeven, +dat het de tijd was, waarop de vrouw gewoonlijk naar huis gaat. De +politieagent en ik waren het met elkaar eens, dat we moesten trachten de +vrouw in handen te krijgen, aleer zij zich van de papieren kon ontdoen, +aangenomen dat zij die in bezit had. + +"Het gerucht van het ongeval was reeds tot Scotland Yard doorgedrongen +en de heer Forbes, de detective, kwam onmiddellijk en begon met kracht +het onderzoek. Wij huurden een _hansom_ en binnen een half uur waren wij +aan het ons opgegeven adres. De deur werd geopend door een jonge vrouw, +die Mrs. Tangey's oudste dochter bleek te zijn. Haar moeder was nog +niet thuis gekomen en het meisje liet ons in de voorkamer en verzocht +ons daar op de komst van haar moeder te wachten. + +"Ongeveer tien minuten later hoorden wij aan de deur kloppen en nu +begingen wij een ernstigen misslag. In plaats van zelf de deur te +openen, lieten wij het meisje dit doen. Wij hoorden haar zeggen: +"moeder, er zijn hier twee heeren, die op u wachten om u te spreken," en +een oogenblik later hoorden wij het geluid van voetstappen door de gang. +Forbes stiet de deur open en allebei liepen we naar de achterkamer of +keuken, maar de vrouw was er eerder dan wij. Zij staarde ons met +tartende blikken aan, en toen zij mij plotseling herkende, kwam er een +uitdrukking van verbazing op haar gelaat. + +"Hé, als dat niet mijnheer Phelps van het ministerie is!" riep zij. + +"Kom, kom, wie dacht gij dan wel dat wij waren, toen gij voor ons +wegliept?" vroeg mijn metgezel. + +"Ik dacht, dat gij de deurwaarders waart. Wij hebben eenige +moeilijkheden met een leverancier." + +"Die verklaring komt ons niet waarschijnlijk voor. Wij hebben reden te +gelooven, dat gij een papier van groot gewicht uit het ministerie van +buitenlandsche zaken hebt gestolen en dat het uw plan was, dit hier te +verbergen. Gij moet ons naar Scotland Yard volgen om gefouilleerd te +worden." + +"Haar protesteeren en tegenstribbelen hielp niets. Er kwam een rijtuig +voor en met ons drieën reden we weg. Eerst hadden wij de keuken en in 't +bijzonder het keukenvuur onderzocht, om te zien waar zij de papieren kon +hebben gelaten in de oogenblikken, dat zij alleen was. Er was geen spoor +van asch of snippers te zien. Toen wij te Scotland Yard waren +aangekomen, werd zij dadelijk door een vrouwelijke beambte gefouilleerd. + +"In angstige spanning wachtte ik de terugkomst van deze af. Er was zelfs +geen spoor van de papieren bij de vrouw gevonden. + +[Illustratie: "Hé, als dat niet mijnheer Phelps is!"] + +"Voor de eerste maal stond nu al het verschrikkelijke van mijn toestand +mij klaar voor de oogen. Tot dusverre had ik gehandeld en de handeling +had mij geen tijd tot nadenken gelaten. Ik had er zoo vast op gerekend, +het tractaat terug te krijgen, dat ik er niet aan had gedacht, wat de +gevolgen zouden zijn van het tegendeel. Maar nu was er niets meer aan te +doen en ik had overvloed van tijd, mij in mijn toestand in te denken. +Het was verschrikkelijk. Watson weet ook, dat ik een zenuwachtige, +gevoelige jongen op school was. Mijn aard is zoo. Ik dacht aan mijn oom +en aan zijn ambtgenooten in 't ministerie; aan de schande, die ik over +hem had gebracht, over mij zelf en over iedereen, die tot mij in +betrekking stond. Wel is waar was ik het slachtoffer van een +buitengewoon ongelukkig toeval! Maar bij ongevallen, waarbij +diplomatieke belangen op het spel staan, wordt geen toegevendheid +gebruikt. Ik was geruïneerd, schandelijk, hopeloos geruïneerd. Ik weet +niet, wat ik deed. Ik geloof, dat ik een scène veroorzaakte. Ik heb nog +een flauwe herinnering van een groep beambten, die om mij heen stonden +en hun best deden om mij tot bedaren te brengen. Een van hen reed met +mij naar het Waterloo-station en bracht mij naar den trein voor Woking. +Hij zou mij, geloof ik, tot aan huis begeleid hebben, was Dr. Ferrier, +die naast mij woont, niet met denzelfden trein naar huis gereisd. De +dokter was zoo vriendelijk zich met de zorg voor mij te belasten, en hij +deed daar wel aan, want in het station kreeg ik een zenuwtoeval en voor +ik nog te huis was aangekomen, was ik razend krankzinnig. + +"Gij kunt u voorstellen, hoe ze hier te moede waren, toen de dokter hen +wakker schelde en zij mij in zoo beklagenswaardigen toestand vonden. De +arme Annie en mijn moeder waren geheel verslagen. Dokter Ferrier had aan +het station genoeg van den detective gehoord, om haar in 't kort mede te +kunnen deelen, wat er gebeurd was. Daar het duidelijk was, dat ik langen +tijd ziek zou blijven, moest Joseph deze mooie slaapkamer afstaan, die +voor mij als ziekenkamer werd ingericht. Hier, mijnheer Holmes, heb ik +langer dan negen weken gelegen, zonder bewustzijn, ten prooi aan +sloopende zenuwkoortsen. Hadden mejuffrouw Harrison en de dokter mij +niet goed verzorgd, ik zou nu niet met u kunnen spreken. Annie heeft mij +overdag verpleegd en een ziekenverpleegster paste mij bij nacht op, want +in vlagen van verstandsverbijstering was ik tot alles in staat. +Langzamerhand kreeg ik mijn verstand terug, maar eerst de laatste drie +dagen is mijn geheugen volkomen teruggekeerd. Somwijlen komt de wensch +bij mij op, dat dit niet zoo ware. Het eerste wat ik deed was te +telegrafeeren naar mijnheer Forbes, die de zaak in handen had. Hij kwam +over en verzekerde mij, dat men, ofschoon alles in 't werk was gesteld, +niets had gevonden, wat tot ontdekking van de bedrijvers van den +diefstal kon leiden. De bode en zijn vrouw waren nauwkeurig +gefouilleerd, zonder dat iets aan 't licht kwam. Toen viel het +vermoeden der politie op den jongen Gorot, die, zooals gij u herinneren +zult, op den bewusten avond langer dan gewoonlijk op het bureau bleef. +Dit en de omstandigheid, dat hij een Franschen naam draagt, waren +inderdaad de eenige redenen, die de op hem rustende verdenking konden +wettigen. Ik was echter nog niet met mijn werk begonnen, eer hij vertrok +en zijn familie behoort, wat de afkomst betreft, wel tot de Hugenooten, +maar in sympathieën en traditiën even goed tot de Engelsche natie als +gij en ik. Er werd niets ontdekt, dat hem in de zaak kon betrekken. En +zoo is nu de stand van zaken. Op u, mijnheer Holmes, is mijn laatste +hoop gevestigd. Stelt gij mijn hoop teleur, dan is mijn eer en mijn +positie voor altijd verloren." + +De zieke zonk, vermoeid door zijn lang verhaal, in zijn kussens terug, +terwijl zijn verpleegster hem een glas van een opwekkenden drank +inschonk. Holmes bleef stil zitten, het hoofd achterover en zijn oogen +gesloten, een houding, welke iemand, die hem niet kende, zeer +onverschillig mocht toeschijnen, maar die mij aanduidde, dat hij in +gepeins was verdiept. + +"Uw mededeelingen zijn zoo duidelijk," zeide hij ten laatste, "dat mij +zeer weinig te vragen overblijft. Daar is evenwel een zeer gewichtige +vraag. Hadt gij iemand verteld, dat u die bijzondere taak was +opgedragen?" + +"Niemand." + +"Ook niet aan Miss Harrison, bijvoorbeeld?" + +"Neen, ik ben niet te Woking geweest in den tijd, die er verliep +tusschen het oogenblik, dat mij de papieren werden ter hand gesteld, en +dat, waarop ik met het werk begon." + +"En heeft u ook niemand van uw familie bij toeval gezien?" + +"Niemand." + +"Was iemand van hen te huis op het bureau?" + +"O ja, allen waren er wel eens geweest." + +"Indien gij evenwel met niemand van hen over het tractaat hebt +gesproken, bewijst dit natuurlijk niets." + +"Ik zeide niets." + +"Weet gij iets van den portier?" + +[Illustratie: Hoe heerlijk schoon is toch een roos.] + +"Niets, behalve dat hij een oud-soldaat is." + +"Van welk regiment?" + +"Ik heb gehoord van de Colstream-garde." + +"Dank u. Ik twijfel er niet aan, of Forbes zal mij nadere bijzonderheden +kunnen mededeelen. De autoriteiten munten uit in het vermelden van +gegevens, ofschoon zij daarvan niet altijd een goed gebruik weten te +maken. Hoe heerlijk schoon is toch een roos!" + +Hij liep de sofa voorbij naar het geopende raam en hield den steel van +een mosroos in de hand, met welgevallen neerziende op de liefelijke +roode en groene kleurenschakeering. Hij openbaarde hier een nieuwen trek +in zijn karakter, want ik had vroeger nooit opgemerkt, dat hij veel +belang stelde in voorwerpen uit de natuur. + +"In niets is het maken van gevolgtrekkingen zoo noodzakelijk als in den +godsdienst," sprak hij, met zijn rug tegen de vensterblinden leunend. +"De godsdienst kan als een nauwkeurige wetenschap door de redeneering +worden opgebouwd. Het hoogste bewijs van de goedheid der Voorzienigheid +schijnt mij uit de bloemen te blijken. Alle andere dingen, onze +krachten, onze verlangens, ons voedsel, zijn in de eerste plaats voor +ons bestaan werkelijk noodzakelijk. Maar deze roos is iets overvloedigs. +Haar geur en kleuren zijn een veraangenaming van het leven, niet een +voorwaarde daarvoor. Het is alleen goedheid, die iets extra's geeft, en +zoo zeg ik nogmaals, dat wij veel met het oog op de bloemen te hopen +hebben." + +Percy Phelps en zijn verpleegster zagen Holmes onder dit betoog met +verbazing en met een uitdrukking van teleurstelling op 't gelaat aan. +Holmes was weer in gepeins verzonken, nog steeds de roos tusschen zijn +vingers houdend. Het duurde verscheiden minuten, eer de jonge dame het +stilzwijgen verbrak. + +"Ziet gij eenige kans, dit raadsel op te lossen?" vroeg zij, met iets +scherps in haar stem. + +"O, het geheim!" antwoordde Holmes, opeens tot het werkelijke leven +terugkeerende. "Het zou dwaas wezen, te ontkennen, dat het geval zeer +duister en ingewikkeld is, maar ik durf u beloven, dat ik zal trachten +er achter te komen en u van elk opvallend feit in kennis zal stellen." + +"Ziet gij reeds eenigen draad?" + +"Gij hebt mij er zeven verschaft; maar natuurlijk moet ik ze op de proef +stellen, voor ik over hun waarde een oordeel kan uitspreken." + +"Verdenkt gij iemand?" + +"Ik verdenk mij zelf--" + +"Hoe?" + +"Van te snel tot een gevolgtrekking te komen." + +"Ga dan naar Londen en onderzoek de juistheid uwer conclusiën." + +"Uw raad is uitstekend, Miss Harrison," zeide Holmes, van zijn stoel +opstaande. "Ik geloof inderdaad, Watson, dat wij niets beters kunnen +doen. Vlei u niet met ijdele hoop, mijnheer Phelps. De zaak is zeer +ingewikkeld." + +"Ik verkeer, zoolang gij niet terug zijt, in koortsachtige spanning!" +riep de diplomatieke ambtenaar. + +"Ik kom u zoo spoedig mogelijk den uitslag mijner nasporingen +mededeelen," zeide Holmes. + +"God zegene u er voor, dat gij belooft te komen," riep onze cliënt. "De +gedachte, dat er iets gedaan wordt, schenkt mij nieuwen levensmoed. Ik +moet u ook nog vertellen, dat ik een brief van Lord Holdhurst heb +ontvangen." + +"Ha, wat schreef hij u?" + +"Zijn brief was koel, maar niet barsch. Ik denk, dat mijn ernstige +ziekte hem weerhield barsch te wezen. Hij herhaalde, dat de zaak van het +hoogste gewicht was en voegde er bij, dat omtrent mijn toekomst (hij +bedoelde mijn ontslag) geen stappen gedaan zouden worden, aleer ik weer +gezond en in de gelegenheid zou wezen, het mij overkomen ongeluk te +herstellen." + +"Dat was verstandig en toegeeflijk," zeide Holmes. + +"Kom, Watson, wij hebben zooveel in de stad te doen, dat we blij mogen +wezen, als we vandaag met ons werk gereed kunnen komen." + +De heer Joseph Harrison reed ons naar het station en weldra zaten wij in +den trein van Portsmouth naar Londen. Holmes was in gedachten verdiept +en deed, eer wij Clapham Junction voorbij waren, ternauwernood zijn mond +open. + +"Het is toch aangenaam in Londen te komen langs een van deze lijnen, die +over de stad loopen en u vergunnen op de huizen neer te zien." + +Ik meende, dat hij schertste, want ik vond het gezicht vrij treurig, +maar hij verklaarde zich dra nader. + +"Zie naar die alleenstaande massieve gebouwen, die boven de leien daken +der omringende huizen uitsteken als eilanden van baksteen boven een +loodkleurige zee." + +"De stadsscholen." + +"Vuurtorens, mijn vriend! Bakens van de toekomst! Capsules, ieder met +honderden heldere, kleine zaadjes er in, waaruit het wijzere, betere +Engeland der toekomst zal voortkomen. Ik mag toch niet aannemen, dat +Phelps drinkt?" + +"Ik zou het niet denken." + +"Ik evenmin. Maar wij zijn verplicht, met elke mogelijkheid rekening te +houden. De arme drommel heeft zich ongetwijfeld zelf in moeilijkheden +gewikkeld en 't is de vraag, of wij in staat zullen zijn hem er uit te +redden. Wat denkt gij van Miss Harrison?" + +"Een meisje van een vast karakter." + +[Illustratie: Want ik vond het gezicht vrij treurig.] + +"Ja, maar zij is ook een goede vrouw, of ik vergis mij zeer. Zij en haar +broer zijn de eenige kinderen van een ijzergieter ergens in +Northumberland. Op zijn reis in den voorgaanden winter werd Phelps met +haar verloofd en daarna kwam zij hier om aan zijn familie voorgesteld te +worden. Toen kwam de bekende ramp en zij bleef om haar beminde op te +passen, terwijl haar broer Joseph, die het tegenwoordig leventje lekker +vindt, ook bleef. Gij ziet, dat ik al op eigen hand enkele dingen +gevraagd heb. Maar de dag van heden moet geheel aan het onderzoek +besteed worden." + +"Mijn praktijk--" begon ik. + +"O, als gij uw eigen zaken van meer belang vindt dan de mijne--" zei +Holmes op scherpen toon. + +"Ik wilde zeggen, dat ik wel een dag of twee mijn praktijk kon laten +varen, daar het de slapste tijd van 't jaar was." + +"Uitmuntend," riep Holmes, weer goed gehumeurd. "Dan zullen wij +gezamenlijk een onderzoek instellen; ik denk, dat wij moeten beginnen +met een bezoek aan Forbes te brengen. Hij kan ons waarschijnlijk de +bijzonderheden mededeelen, welke wij noodig hebben, tot wij weten, hoe +wij ons licht in de zaak kunnen verschaffen." + +"Gij zeidet, dat gij een draad in handen hadt." + +"Wel, wij hebben er verscheidene, maar alleen door een verder onderzoek +kunnen we nagaan, of ze eenige waarde hebben. Geen misdaad is moeilijker +op 't spoor te komen dan die, van welke men het doel niet weet. Wie is +in dit geval de persoon, die van den diefstal voordeel kan hebben? De +Fransche gezant, de Russische gezant, iedereen, die het tractaat aan een +van beiden zou kunnen verkoopen; en dan Lord Holdhurst." + +"Lord Holdhurst!" + +"Het is te begrijpen, dat een staatsman in omstandigheden kan komen, +waarin hij er volstrekt niet rouwig om zou wezen, als zulk een document +bij toeval was zoekgeraakt." + +"Geen staatsman met een eervolle loopbaan als Lord Holdhurst." + +"Het geval blijft altijd denkbaar, en wij mogen het niet over het hoofd +zien. Wij zullen vandaag den edelen Lord een bezoek brengen en zien, of +hij ons iets kan vertellen. Middelerwijl ben ik reeds met mijn +nasporingen begonnen." + +"Nu reeds?" + +"Ja, ik heb in het station te Woking aan alle avondbladen in Londen een +telegram gezonden. In al deze bladen zal de volgende bekendmaking +voorkomen." + +Hij reikte mij een uit een zakboek gescheurd blad papier over, waarop +met potlood het volgende was geschreven: + +"Tien pond sterling belooning voor dengene, die het nommer kan zeggen +van het rijtuig, dat op den avond van den 23en Mei om kwart voor tien +vóór of ongeveer bij de deur van het ministerie van buitenlandsche zaken +iemand uitliet. Adres 221B Baker-Street." + +"Gij rekent er dus op, dat de dief in een cab gekomen is?" + +"Zoo niet dan kan deze bekendmaking nog geen kwaad. Indien Mr. Phelps' +verklaring, dat er noch in de kamer, noch in de corridors een plaats is, +waar iemand zich kan verschuilen, waarheid behelst, dan moet de dief van +buiten zijn gekomen. Als hij op zulk een regenachtigen avond van buiten +kwam en toch geen spoor van modder op het linoleum achterliet, dan is +het zeer waarschijnlijk, dat hij in een rijtuig kwam. Ja, ik geloof, dat +wij gerust mogen aannemen, dat hij in een huurrijtuig is gekomen." + +"Het klinkt waarschijnlijk." + +"Dat is een van de draden, waarover ik sprak. Misschien leidt hij ons +tot iets. En dan natuurlijk hebben wij nog het gebeurde met de schel, +het meest eigenaardige van het geval. Waarom zou er aan de schel +getrokken wezen? Zou de dief het uit louter vermetelheid gedaan hebben? +Of deed het iemand, die bij den dief was, ten einde de misdaad te +beletten? Of was het--?" Hij verzonk opnieuw in diep gepeins, doch mij, +die met elk zijner eigenaardigheden bekend was, scheen het toe, dat hem +plotseling iets anders in de gedachte was gekomen. + +Om twintig minuten over drie stapten wij uit den trein en na haastig +geluncht te hebben, vertrokken wij onmiddellijk naar Scotland Yard. +Holmes had reeds aan Forbes een telegram gezonden en bij onze aankomst +vonden wij dezen op ons wachten. Forbes was een kleine, schrandere man, +met een scherp geteekend, maar eenigszins vriendelijk gelaat. In zijn +houding tegenover ons was hij beslist koel, vooral toen hij de reden van +onze komst vernam. + +"Ik heb al vroeger van uw methodes gehoord, mijnheer Holmes," zeide hij +scherp. "Gij zijt handig genoeg, om van al de gegevens, die de politie +te uwer beschikking stelt, gebruik te maken en dan tracht gij de zaak +tot een goed einde en de politie in discrediet te brengen." + +[Illustratie: "Ik heb al vroeger van uw methodes gehoord, mijnheer +Holmes."] + +"Integendeel," zeide Holmes. "Onder de laatste drie en vijftig gevallen, +waarin ik een onderzoek heb ingesteld, komen er slechts vier voor, +waarin mijn naam genoemd wordt; van de negen en veertig andere heeft de +politie de eer. Ik neem het u niet kwalijk, dat gij dit niet weet, want +gij zijt nog jong en onervaren; maar indien gij in uw nieuwe betrekking +wenscht vooruit te komen, moet gij mij niet tegen- maar in de hand +werken." + +"Ik zou gaarne een paar wenken ontvangen," zeide de detective, van toon +veranderende. + +"Welke stappen hebt gij gedaan?" + +"Tangey, de portier, is bespied geworden. Wij kunnen niets vinden, dat +tegen hem getuigt. Zijn vrouw is evenwel een slecht perceel. Ik geloof, +dat zij meer van de zaak weet, dan zij laat blijken." + +"Hebt gij haar laten bespieden?" + +"Wij hebben een van onze vrouwelijke beambten opgedragen op haar toe te +zien; Mrs. Tangey drinkt en onze beambte is tweemaal bij haar geweest, +toen zij goed dronken was, maar zij kon niets uit haar krijgen." + +"Ik heb gehoord, dat de deurwaarders bij hen zijn geweest." + +"Ja, maar die hebben betaling ontvangen." + +"Waar kwam het geld vandaan?" + +"Dat was in orde. Hij had zijn pensioen ontvangen. Zij hebben niet het +minste bewijs gegeven, ruim bij kas te zijn." + +"Welke verklaring heeft zij gegeven voor het feit, dat zij antwoord gaf, +toen mijnheer Phelps om koffie schelde?" + +"Zij zeide, dat haar man zeer vermoeid was en zij hem een beetje +wenschte te helpen." + +"Dat stemt overeen met het feit, dat hij een oogenblik later in zijn +stoel zat te slapen. Er is dus niets, dat tegen hem getuigt, behalve het +gedrag van de vrouw. Hebt gij haar gevraagd, waarom zij dien avond zoo +haastig wegliep? Haar haast trok de aandacht van den politieagent." + +"Zij was later dan gewoonlijk en wilde graag naar huis." + +"Hebt gij er haar op gewezen, dat gij en de heer Phelps, die ten minste +twintig minuten na haar vertrokken, nog voor haar thuis kwamen?" + +"Zij verklaart dat uit het verschil in snelheid tusschen een omnibus en +een rijtuig." + +"Heeft zij opgehelderd, waarom zij bij haar thuiskomst onmiddellijk naar +de keuken liep?" + +"Zij zeide, omdat zij daar het geld had, waarmede zij de deurwaarders +wilde betalen." + +"Zij heeft ten minste, zie ik, een antwoord voor alles. Hebt gij haar +gevraagd, of zij bij het naar huis gaan iemand ontmoette of nabij +Charles-Street zag slenteren?" + +"Zij zag niemand behalve den politieagent." + +"Wel, gij schijnt haar goed ondervraagd te hebben. Wat hebt gij nog meer +gedaan?" + +"Ik heb den klerk Gorot de laatste negen weken laten bespieden, maar +zonder eenig resultaat. Wij hebben geen enkel vermoeden tegen hem." + +"Nog iets anders?" + +"Wij hebben niets meer, dat ons tot uitgangspunt kan dienen; geenerlei +bewijs." + +"Hebt gij u eenig oordeel gevormd aangaande de oorzaak van het luiden +der schel?" + +"Ik moet bekennen, dat het ook mijn aandacht getrokken heeft. Het moet +een vermetel persoon geweest zijn, die brutaal genoeg was bij het +heengaan zulk een alarm te maken." + +"Ja, het was wonderlijk. Mijn vriendelijken dank voor hetgeen gij mij +verteld hebt. Als ik u den schuldige kan overleveren, zult gij wel van +mij hooren. Komaan, Watson!" + +"Waar gaan wij nu heen?" vroeg ik, toen wij het bureau verlieten. + +"Nu gaan wij Lord Holdhurst, minister van buitenlandsche zaken en +toekomstig eerste minister van Engeland interviewen." + +Wij waren zoo gelukkig Lord Holdhurst nog in Downing-Street thuis te +vinden; nadat wij onze kaartjes hadden afgegeven, werden wij dadelijk +bij hem toegelaten. De staatsman ontving ons met deftige beleefdheid, +waarvoor hij bekend is, en wees ons elk een crapaud aan ter weerszijden +van den haard. Op het haardkleedje tusschen ons staande, scheen hij met +zijn lange, tengere gestalte, zijn krullend, vroeg grijzend haar, de +type van een niet alledaagsch gentleman; een edelman, die in waarheid +edel is. + +"Uw naam is mij zeer bekend, mijnheer Holmes," zeide hij glimlachend, +"en natuurlijk kan ik aangaande het doel van uw bezoek geen onwetendheid +voorwenden. Er is in de bureaux slechts één zaak gebeurd, die op uw +belangstelling aanspraak maakt. Mag ik u vragen in wiens belang gij +optreedt?" + +[Illustratie: Een edelman, die in waarheid edel is.] + +"In dat van den heer Percy Phelps," antwoordde Holmes. + +"Ha, mijn ongelukkige neef! Ge begrijpt, dat onze bloedverwantschap het +mij onmogelijk maakt, hem op eenigerlei wijze te beschermen. Ik vrees, +dat het gebeurde zeer nadeelige gevolgen voor zijn toekomst zal hebben." + +"Maar als het document gevonden wordt?" + +"Dat zou de zaak natuurlijk veranderen." + +"Ik zou u gaarne een paar vragen doen, Lord Holdhurst." + +"Zeer gaarne zal ik u alle mogelijke inlichtingen geven." + +"Droeg u hem in deze kamer op, het staatsstuk af te schrijven?" + +"Zoo was het." + +"Dan kunt ge moeilijk beluisterd zijn." + +"Dat is geheel onmogelijk." + +"Hebt u er nooit over gesproken, dat het uw plan was, het document te +laten afschrijven?" + +"Nooit." + +"Weet u dat zeker?" + +"Volkomen zeker." + +"Wel, indien u daar nooit over gesproken hebt en de heer Phelps evenmin +en niemand anders iets van de zaak wist, dan was de dief slechts +toevallig in het vertrek aanwezig, en zijn kans ziende nam hij die +gelegenheid waar." + +De staatsman glimlachte. "Gij toont u hier een echte diplomaat," zeide +hij. + +Holmes dacht een oogenblik na. "Er is nog een ander belangrijk punt, +waarover ik u wensch te spreken," zeide hij. "Als ik goed heb verstaan, +was u bevreesd, dat het bekend worden van de bijzonderheden van het +verdrag ernstige gevolgen zou hebben." + +Er vertoonde zich een trek van misnoegen op het gelaat van den +staatsman. "Zeer ernstige gevolgen inderdaad." + +"En zijn ze reeds gekomen?" + +"Nog niet." + +"Als het verdrag b.v. bij het Fransche of Russische ministerie van +buitenlandsche zaken bekend was geworden, zoudt u daar dan niets van +hooren?" + +"Dat zou ik zeker," zei Lord Holdhurst wrevelig. + +"Er zijn nu bijna tien weken verloopen en u hebt er niets van gehoord; +wij mogen derhalve aannemen, dat door de een of andere omstandigheid het +tractaat hun niet in handen is gekomen." + +Lord Holdhurst haalde de schouders op. + +"Wij kunnen zeer moeilijk onderstellen, mijnheer Holmes, dat de dief het +tractaat heeft weggenomen, om het in een lijstje te zetten en op te +hangen." + +"Misschien wacht hij, tot hij er een beteren prijs voor kan bedingen." + +"Als hij nog eenigen tijd wacht, zal hij er in 't geheel niets voor +krijgen. Binnen weinige maanden zal het verdrag geen geheim meer zijn." + +"Dat is van zeer veel belang," zeide Holmes. "Het is natuurlijk +mogelijk, dat de dief plotseling ziek is geworden--" + +"Dat hij b.v. een aanval van hersenziekte heeft gekregen," zeide de +staatsman, Holmes een veelbeteekenenden blik toewerpende. + +"Dat zei ik niet," zeide Holmes onverstoorbaar kalm. "En nu, Lord +Holdhurst, wij hebben reeds te veel van uw kostbaren tijd in beslag +genomen en wenschen u goeden dag." + +"Veel geluk met uw nasporingen, om 't even wie de misdadiger zij," +antwoordde de edelman, ons naar de deur geleidende. + +"Het is een deftig heer," zeide Holmes, toen wij in Whitehall kwamen, +"maar hij heeft moeite zijn stand op te houden. Hij is verre van rijk en +heeft vele uitgaven te bestrijden. Gij hebt natuurlijk ook opgemerkt, +dat zijn laarzen opnieuw gezoold zijn geworden. Nu wil ik u niet langer +van uw beroepsbezigheden afhouden, Watson. Vandaag zal ik niets meer +doen, eer ik antwoord heb op mijn advertentie. Maar gij zoudt mij zeer +veel genoegen doen, als gij morgen met mij naar Woking zoudt willen +gaan, met denzelfden trein als vandaag." + +Overeenkomstig onze afspraak kwamen wij den volgenden morgen weer bij +elkaar en samen reisden wij naar Woking. Holmes had geen antwoord op +zijn advertentie gekregen en de zaak was hem nog even duister als te +voren. Als hij wilde, kon hij wat er in hem omging volkomen verbergen, +en aan zijn uiterlijk kon ik dan ook volstrekt niet bemerken, of hij al +dan niet tevreden was over den stand van zaken. + +Onze cliënt werd bij onze komst nog steeds door zijn trouwe verpleegster +verzorgd, maar hij zag er nu toch veel beter uit dan den vorigen dag. +Hij stond van zijn sofa op en groette ons, toen wij binnenkwamen, zonder +dat dit hem moeite kostte. + +[Illustratie: "Wat nieuws?" vroeg hij.] + +"Wat nieuws?" vroeg hij, begeerig iets te vernemen. + +"Mijn antwoord moet, zooals ik verwachtte, ontkennend luiden," zeide +Holmes. "Ik heb Forbes gesproken, en ik heb uw oom gesproken en ik heb +een paar maatregelen genomen, die mogelijk tot iets kunnen leiden." + +"Gij geeft dus den moed nog niet verloren?" + +"In geenen deele." + +"God zegene u voor dit antwoord!" riep Miss Harrison. "Als wij moed +houden en geduld hebben, moet de waarheid aan 't licht komen." + +"Wij hebben u meer te vertellen dan gij ons," zei Phelps, weer op de +sofa plaats nemende. + +"Ik had hoop, dat gij iets zoudt hebben mede te deelen." + +"Ja, er is van nacht iets gebeurd, dat wel eens van zeer ernstigen aard +kon blijken te zijn." Bij deze woorden nam zijn gelaat een sombere +uitdrukking aan en was in zijn oogen angst te lezen. "Zoudt gij wel +denken, dat ik begin te gelooven, dat ik het middelpunt ben van een +monsterachtige samenzwering en dat men het zoowel op mijn leven als op +mijn eer gemunt heeft?" + +"Ha!" riep Holmes. + +"Het klinkt ongelooflijk, want zoover ik weet, heb ik geen enkelen +vijand in de wereld. Zelfs na de ervaring van den afgeloopen nacht kan +ik niet anders zeggen." + +"Vertel mij alles, als ik het u verzoeken mag." + +"Gij moet weten, dat ik in den afgeloopen nacht sedert het begin van +mijn ziekte voor de eerste maal sliep, zonder dat er een verpleegster in +de kamer was. Ik gevoelde mij zooveel beter, dat ik dacht haar nu wel te +kunnen missen. Op de tafel brandde evenwel een nachtlamp. Te ongeveer +twee uur in den morgen, terwijl ik sluimerde, werd ik door een licht +geraas gewekt. Het was als het geluid van een muis, die aan een plank +knaagt en ik luisterde er eenigen tijd naar, in de meening verkeerende, +dat het inderdaad iets dergelijks moest zijn. + +"Toen werd het geluid duidelijker. Plotseling hoorde ik van den kant van +het raam een scherpen metaalklank. Verwonderd ging ik in mijn bed +overeind zitten; er bleef geen twijfel meer aangaande de oorzaak van 't +geraas. Het flauwe geluid was veroorzaakt, doordien iemand een werktuig +door de spleet tusschen het raam en het kozijn dreef en het hardere +knarsen door het met geweld achteruitspringen van de venstersluiting. + +"Toen vernam ik niets meer gedurende een tien minuten, alsof de inbreker +wilde wachten, of ik ook wakker was geworden. Daarna vernam ik een zacht +gekraak, alsof het venster langzaam werd geopend. Ik kon mij niet langer +stilhouden, want mijn zenuwen zijn niet meer, wat zij vroeger waren. Ik +sprong uit mijn bed en trok het luik open. Er kroop een man onder het +raam. Ik zag weinig van hem, want hij verdween snel. Hij was in een +soort mantel gehuld, die het benedenste deel van zijn gezicht bedekte. +Van één ding ben ik evenwel zeker; daarvan namelijk, dat hij een wapen +in de hand hield. Het leek mij een lang mes te zijn. Ik zag het +duidelijk glinsteren, toen hij zich omkeerde en wegliep. + +"Ik zou hem, als ik sterker was geweest, door het open venster gevolgd +hebben. Nu evenwel trok ik aan de schel om mijn huisgenooten te wekken. +Het duurde nog al eenigen tijd, want de schel hangt in de keuken en de +bedienden slapen allen boven. Nu begon ik evenwel luid te schreeuwen en +daarop kwam Joseph naar beneden en die riep de anderen wakker. Joseph en +de stalknecht vonden indrukken van voetstappen op het bloembed voor het +raam, maar het weer was de laatste dagen zoo droog geweest, dat het een +hopeloos werk was, het spoor over het gras te volgen. Er is evenwel een +plaats op het houten hek aan den weg, waaraan, naar sommigen zeggen, zou +te zien wezen, dat er iemand is overgeklommen; het bovenste deel van het +hek moet daar beschadigd zijn. Ik heb er de politie van Woking nog geen +kennis van gegeven, want ik wilde eerst uw meening weten." + +Dit verhaal van onzen cliënt scheen een buitengewonen indruk op Holmes +te maken. Hij stond van zijn stoel op en liep in opgewonden stemming +door de kamer. + +"Ongelukken komen nooit alleen," zeide Phelps glimlachend, ofschoon het +duidelijk aan hem was te zien, dat het voorval hem eenigszins geschokt +had. + +"Gij hebt zeker uw portie gehad," zeide Holmes. "Denkt gij met mij om +het huis te kunnen wandelen?" + +"O ja, ik zou wel van een beetje zonneschijn houden, Joseph zal ook +komen." + +"En ik," zeide Miss Harrison, terwijl zij reeds opstond. + +"Ik vrees van niet," zeide Holmes, hoofdschuddend. "Ik moet u verzoeken +te blijven zitten, precies waar gij nu zit." + +De jonge dame ging zichtbaar misnoegd weer zitten. Haar broeder evenwel +voegde zich bij ons en met ons vieren gingen wij naar buiten. Wij liepen +om het grasperk onder het raam der kamer van den jongen ambtenaar. +Zooals hij had gezegd, waren op het bloembed voetsporen zichtbaar, maar +zij waren voor een deel uitgewischt en zeer onduidelijk geworden, Holmes +bukte zich, om ze een oogenblik goed te bezien, stond toen overeind en +haalde zijn schouders op. + +"Ik geloof niet, dat iemand hier veel van zou kunnen maken. Laten wij om +het huis loopen en zien, waarom de inbreker juist deze kamer heeft +uitgekozen. Ik zou denken, dat die lage vensters van de ontvangkamer en +eetzaal hem meer moesten hebben aangetrokken." + +"Die zijn van den weg af beter zichtbaar," zeide Joseph Harrison. + +"O ja, natuurlijk. Hier is een deur, die hij zou kunnen hebben +opengebroken. Waarvoor dient die deur?" + +"Het is de zijdeur voor de dienstboden. Het spreekt vanzelf, dat zij bij +nacht op slot is." + +"Hebt gij vroeger ook wel eens zoo'n gerucht gehoord?" + +"Nooit," zeide onze cliënt. + +"Hebt gij zilverwerk in huis of iets anders, dat de dieven aantrekt?" + +"Niets van waarde." + +Holmes wandelde rondom het huis met zijn handen in de zakken en een +onverschillig voorkomen, zooals men niet van hem gewoon was. + +"A propos," zeide hij tot Joseph Harrison, "gij hebt, geloof ik, een +plek gevonden, waar de kerel over het hek is geklommen. Laten wij daar +eens naar kijken." + +De forsche jonge man leidde ons naar een plaats, waar de bovenkant van +het hek was stuk gebroken, een klein stuk hout hing naar beneden. Holmes +scheurde het los en bekeek het nauwkeurig. + +"Denkt gij, dat dit in den afgeloopen nacht gebeurd is? Het schijnt al +tamelijk lang geleden, dat dit stuk hout er afgebroken is, vindt ge ook +niet?" + +[Illustratie: Holmes bekeek het nauwkeurig.] + +"Het is wel mogelijk." + +"Aan de andere zijde is niet te zien, dat er iemand naar beneden is +geklommen. Neen, ik geloof, dat wij hier niets wijzer zullen worden. +Laten wij naar de slaapkamer gaan en over de zaak spreken." + +Percy Phelps liep zeer langzaam, leunende op den arm van zijn +toekomstigen schoonbroer. Holmes liep vlug over het grasperk, wij beiden +waren lang voor de anderen aan het open venster van de slaapkamer. + +"Miss Harrison," zeide Holmes op uiterst beslisten toon, "gij moet +vandaag blijven, waar gij op dit oogenblik zijt. Laat niets u daarvan +terughouden. Het is van het hoogste belang." + +"Zeker, als gij het wenscht, mijnheer Holmes," zeide het meisje +verbaasd. + +"Als gij naar bed gaat, moet gij de deur van deze kamer aan de +buitenzijde sluiten en den sleutel bewaren." + +"Maar Percy?" + +"Hij zal met ons naar Londen gaan." + +"En moet ik hier blijven?" + +"Het is in zijn belang. Gij kunt hem van dienst zijn. Spoedig. Beloof +het!" + +Zij knikte toestemmend, juist toen de beide anderen binnenkwamen. + +"Waarom blijft gij daar zitten suffen, Annie?" riep haar broer. "Kom +naar buiten in den zonneschijn." + +"Neen, dank je, Joseph. Ik heb een beetje hoofdpijn en in deze kamer is +het heerlijk koel en stil." + +"Wat zijt ge nu voornemens te doen, mijnheer Holmes?" vroeg onze cliënt. + +"Wel, door onze nasporingen betreffende deze minder beteekenende zaak +mogen wij ons gewichtiger onderzoek niet uit het oog verliezen. Het zou +mij van grooten dienst zijn, als gij met ons naar Londen wildet gaan." + +"Nu dadelijk?" + +"Zoo spoedig, als gij met schik kunt gaan. Zeg b.v. over een uur." + +"Ik gevoel mij al sterk genoeg; indien ik inderdaad van eenig nut kan +wezen...." + +"Van het grootst mogelijk nut." + +"Misschien wenscht gij wel, dat ik daar van nacht blijf." + +"Ik was juist van plan, het u voor te stellen." + +"Als dan mijn vriend van heden nacht terugkomt, om opnieuw een bezoek te +brengen, vindt hij den vogel gevlogen. Ons aller lot is in uw handen, +mijnheer Holmes, en gij moet ons maar precies zeggen, wat gij wenscht, +dat wij zullen doen. Mogelijk verkiest gij wel, dat ook Joseph met ons +gaat, om bijvoorbeeld op mij te passen." + +"O, dat is niet noodig. Mijn vriend Watson is, zooals gij weet, +geneesheer en die zal wel zorg voor u dragen. Wij zullen, als gij er +niets tegen hebt, hier onze lunch gebruiken en dan zullen wij om drie +uur gezamenlijk naar de stad vertrekken." + +Zijn voorstel werd goedgevonden, en Miss Harrison vroeg excuus, dat zij +de slaapkamer niet verliet, zooals Holmes haar had aangeraden. Wat mijn +vriend bedoelde, begreep ik niet, tenzij het in zijn plan mocht liggen, +Miss Harrison verwijderd te houden van Phelps, die verheugd over den +terugkeer van zijn gezondheid en over het vooruitzicht, dat er iets +gedaan zou worden, met ons in de eetzaal de lunch gebruikte. + +Holmes bereidde ons intusschen nog grooter verrassing, want toen hij ons +naar het station had vergezeld en in een wagon zag zitten, zeide hij +kalm, dat hij niet voornemens was Woking te verlaten. + +"Voor ik u verlaat, zou ik u gaarne een paar punten willen ophelderen," +zeide hij. "Uw afwezigheid, mijnheer Phelps, zal mij in sommige +opzichten eenigszins helpen. Als gij te Londen aankomt, Watson, zoudt +gij mij verplichten terstond met onzen vriend naar Baker-Street te +rijden en daar met hem te blijven, tot ik terugkom. Het treft gelukkig, +dat gij oude schoolkameraads zijt, zoodat gij elkaar wel veel te +vertellen zult hebben. Mijnheer Phelps kan van nacht de logeerkamer +krijgen; ik zal bijtijds voor het ontbijt bij u wezen, want er rijdt een +trein, waarmede ik tegen acht uur aan 't Waterloo-station kan zijn." + +"Maar wat wordt er nu van ons onderzoek te Londen?" vroeg Phelps +neerslachtig. + +"Daarmede kunnen wij ons morgen bezighouden. Ik geloof, dat ik juist nu +hier van meer onmiddellijk nut kan zijn." + +"Gij kunt op Briarbrae zeggen, dat ik morgen avond hoop terug te zijn," +riep Phelps, toen de trein zich in beweging zette. + +[Illustratie: Ik denk niet naar Briarbrae terug te gaan.] + +"Ik denk niet naar Briarbrae terug te gaan," antwoordde Holmes, ons een +vriendelijk vaarwel toewuivende, toen wij van uit 't station vertrokken. + +Phelps en ik praatten op onze reis over 't geval, maar geen van ons kon +een voldoende reden voor Holmes' nieuwe handelwijze vinden. + +"Ik onderstel, dat hij eenigen draad wenscht te vinden, die hem den +inbreker van gisteren nacht kan doen ontdekken, als er althans een +inbreker was," zei Phelps. "Wat mij aangaat, ik geloof niet, dat het een +gewone dief was." + +"Hoe denkt gij er dan over?" vroeg ik. + +"Op mijn woord van eer, gij moogt het aan mijn zwakke zenuwen wijten of +niet, maar ik geloof, dat er rondom mij een politieke intrige wordt +afgesponnen, en dat om een of andere reden, die ik thans niet inzie, de +samenzweerders het op mijn leven gemunt hebben. Dit klinkt wel +hoogdravend en ongerijmd, maar let op de feiten! Waarom zou een dief +trachten in te breken door het venster van een slaapkamer, waar hij geen +kans heeft om te plunderen en waarom zou hij komen met een lang mes in +de hand?" + +"Zijt gij er zeker van, dat het geen inbrekersbeitel was?" + +"O neen, het was een mes; ik zag zeer duidelijk de flikkering van het +lemmet." + +"Doch om welke reden zoudt gij met zoo vijandige bedoelingen vervolgd +worden?" + +"Dat is juist de quaestie." + +"Wel, indien Holmes de zaak evenzoo inziet als gij, dan zou dit ons zijn +handelwijze verklaren, dunkt u ook niet? Aannemende, dat uw redeneering +juist is, dan zou hij door den man, die u in den afgeloopen nacht +bedreigde, in hechtenis te nemen, een heel eind op weg wezen om ook den +persoon te vinden, die het scheepvaart-verdrag wegnam. Het is ongerijmd +te veronderstellen, dat gij twee vijanden hebt, waarvan de een u +berooft, terwijl de ander uw leven bedreigt." + +"Maar de heer Holmes zei, dat hij niet naar Briarbrae ging." + +"Ik ken hem al vrij lang," zeide ik, "en weet, dat hij nooit iets doet +zonder daarvoor een zeer goede reden te hebben," en na deze woorden nam +ons gesprek een andere wending. + +Het was voor mij evenwel een vervelende dag. Phelps was na zijn lange +ziekte nog zwak en zijn ongeluk maakte hem klaagziek en zenuwachtig. +Vruchteloos poogde ik zijn belangstelling op te wekken voor de +Afghaansche quaestie, voor de zaken in Indië, voor vraagstukken van +socialen aard, voor alles, wat zijn gedachtenloop eenige afleiding kon +geven. Hij kwam altijd weer terug op zijn verloren tractaat, radende +naar en beschouwingen houdende over hetgeen Holmes zou verrichten, de +stappen die Lord Holdhurst zou doen, de tijdingen die wij den volgenden +morgen zouden vernemen. Bij het aanbreken van den avond werd zijn +opgewondenheid zelfs pijnlijk. + +"Stelt gij een blind vertrouwen in Holmes?" vroeg hij. + +"Ik heb hem eenige merkwaardige dingen zien doen." + +"Maar bracht hij ooit licht in zulk een duistere geschiedenis als deze +is?" + +"Jawel; ik heb hem vraagstukken zien oplossen, die nog ingewikkelder +waren dan het uwe." + +"Maar geene, waarbij zulke belangen op 't spel staan?" + +"Dat kan ik niet zeggen. Wel weet ik met zekerheid, dat hij zijn +diensten heeft verleend aan drie regeerende huizen van Europa in hoogst +belangrijke aangelegenheden." + +"Maar gij kent hem wel, Watson; hij is zulk een ondoorgrondelijk man, +dat ik nooit geheel weet, wat ik van hem moet denken. Meent gij, dat hij +veel hoop heeft? Gelooft gij, dat hij verwacht, deze zaak tot een goed +einde te zullen brengen?" + +"Hij heeft niets gezegd." + +"Dat is een slecht teeken." + +"Integendeel. Ik heb opgemerkt, dat als hij het spoor bijster is, hij +dit gewoonlijk zegt. Wanneer hij daarentegen iets op het spoor is, maar +nog niet geheel zeker is van zijn zaak, is hij meest stilzwijgend. En +nu, mijn beste vriend, daar wij in deze aangelegenheid niets verder +komen door ons zenuwachtig te maken, verzoek ik u dringend naar bed te +gaan, opdat gij met frissche krachten de dingen van morgen kunt +afwachten." + +Het gelukte mij ten laatste mijn metgezel te overreden mijn raad op te +volgen, ofschoon ik uit zijn opgewonden gedrag kon zien, dat er voor hem +weinig hoop op een verkwikkenden slaap bestond. Inderdaad was zijn +stemming aanstekelijk, want ik zelf lag den halven nacht te hoesten, +peinzende over dat vreemde probleem en daaromtrent honderd +onderstellingen opbouwende, waarvan ten slotte de een mij nog +onmogelijker voorkwam dan de ander. Waarom was Holmes te Woking +gebleven? Waarom had hij Miss Harrison gevraagd den geheelen dag in de +ziekenkamer te willen blijven? Waarom had hij er zoo goed voor gezorgd, +dat de bewoners van Briarbrae onkundig waren van zijn plan, in hun +nabijheid te blijven? Ik kwelde mijn hersens, tot ik bij de pogingen, +voor al deze feiten een verklaring te vinden, in diepen slaap viel. + +Om zeven uur werd ik wakker. Terstond begaf ik mij naar Phelps' kamer en +vond mijn reisgenoot van den vorigen dag in zeer opgewonden stemming. +Zijn eerste vraag was, of Holmes reeds was aangekomen. + +"Hij zal hier op den door hem bepaalden tijd wezen en geen oogenblik +vroeger of later," zeide ik. + +Ik sprak de waarheid, want even over acht hield een _hansom_ voor de +deur stil en sprong onze vriend er uit. Voor het raam staande, zagen +wij, dat hij een zwachtel om zijn linkerhand had, en dat zijn gelaat +zeer barsch en bleek was. Hij trad het huis binnen en ging onmiddellijk +daarna de trap op. + +"Hij ziet er uit, alsof hij een nederlaag heeft geleden," riep Phelps. + +Ik moest bekennen, dat hij gelijk had. "Enfin," zeide ik, "de sleutel +van het geheim moet waarschijnlijk in de stad gezocht worden." + +Phelps zuchtte. "Ik weet niet, hoe het komt," sprak hij, "ik verwachtte +zooveel van zijn terugkomst. Maar gisteren was zijn hand toch niet +verbonden. Wat zou er toch gebeurd zijn?" + +"Gij zijt toch niet gewond, Holmes?" vroeg ik, toen mijn vriend de kamer +binnentrad. + +"Tut. 't Is niets dan een schram door mijn eigen onhandigheid," +antwoordde hij, ons goeden morgen knikkende. "Uw zaak, mijnheer Phelps, +is zeker een van de geheimzinnigste, die ik ooit heb nagespoord." + +"Ik was bang, dat gij ze beneden u zoudt achten." + +"Het is een hoogst merkwaardig onderzoek geweest." + +"Dat verband getuigt van avonturen. Zoudt gij ons willen vertellen, wat +er gebeurd is?" + +"Na het ontbijt, mijn waarde Watson. Bedenk wel, dat ik van morgen al op +'n wandeling van dertig mijlen de Surreylucht heb ingeademd. Ik denk wel +niet, dat er een antwoord op mijn cab-advertentie gekomen is? Wel, wel, +men mag ook niet verwachten, altijd geluk te hebben." + +De tafel was gedekt en juist toen ik wilde schellen, kwam juffrouw +Hudson met de thee en koffie binnen. Een paar minuten later bracht zij +drie couverts; wij schoven alle drie aan tafel, Holmes begeerig wat te +eten, ik nieuwsgierig en Phelps in een stemming van doffe +neerslachtigheid. + +"Juffrouw Hudson is voor deze gelegenheid vroeg opgestaan," zeide +Holmes, het deksel van een schotel gebraden kuikens afnemend. "Haar +keuken is een beetje beperkt, maar zij weet even goed wat tot een +uitstekend ontbijt behoort als een Schotsche huisvrouw. Wat hebt gij +daar, Watson?" + +"Ham en eieren," antwoordde ik. + +"Goed! Wat wilt gij eten, mijnheer Phelps, gebraden vogel of eieren, of +wilt gij u zelf bedienen?" + +"Dank u, ik kan niets eten," zeide Phelps. + +"Och, komaan! Zie eens, wat op dien schotel daar voor u ligt." + +"Dank u, ik zou wezenlijk liever niet eten." + +"Nu dan," zeide Holmes, terwijl hij Phelps ondeugend aanzag, "gij zult +er dan toch niet tegen hebben, mij te helpen?" + +Phelps tilde het deksel op, gaf een gil en zat daar met een gezicht even +wit als de schotel, waarop hij in de grootste verbazing staarde. Op het +midden van het bord lag een kleine cylinder van blauwgrijs papier. Hij +nam hem op, bekeek hem van alle kanten en danste toen als een gek door +de kamer, drukte den papieren cylinder tegen zijn borst en schreeuwde +het uit van blijdschap. Toen liet hij zich weer in zijn armstoel vallen, +zoo slap en uitgeput door zijn gemoedsbeweging, dat wij hem brandewijn +in de keel moesten gieten, om te voorkomen, dat hij in zwijm viel. + +[Illustratie: Phelps tilde het deksel op.] + +"Wees bedaard!" zeide Holmes, hem zacht op den schouder kloppend, "het +was verkeerd, u er zoo plotseling mede te verrassen; maar Watson weet, +dat het dramatische iets aantrekkelijks voor mij heeft, waaraan ik nooit +weerstand kan bieden." + +Phelps greep zijn hand en kuste die. + +"God zegene u! Gij hebt mijn eer gered!" riep hij. + +"Wel, mijn eigen eer stond op het spel, bedenk dat ook," zeide Holmes. +"Ik verzeker u, dat het even onaangenaam voor mij is, in een mij +opgedragen onderzoek te falen, als voor u een misslag in een opdracht te +begaan." + +Phelps borg het kostbare document in den binnenzak van zijn jas weg. + +"Ik heb den moed niet u verder in uw ontbijt te storen, en toch brand ik +van verlangen, om te weten, hoe gij het in handen hebt gekregen en waar +het was." + +Sherlock Holmes dronk haastig een kop koffie en wijdde daarna zijn +aandacht aan de ham en de eieren. Toen stond hij op, stak zijn pijp aan +en ging weer in zijn stoel zitten. + +"Eerst zal ik u vertellen, wat ik deed en daarna, hoe ik er toe kwam zoo +te handelen," zeide hij. + +"Na u aan het station verlaten te hebben, deed ik een wandeling door een +mooie streek van het graafschap Surrey naar een aardig dorpje, Ripley +genaamd, waar ik in een herberg een kop thee dronk en de voorzorg nam, +mijn brandewijnflesch te vullen en een papier met sandwiches in mijn zak +te doen. Daar bleef ik tot het avond was geworden; toen wandelde ik naar +Woking terug, en juist nadat de zon was ondergegaan, bevond ik mij weer +op den grooten weg tegenover Briarbrae. + +"Ik wachtte, tot zich niemand meer op den weg bevond--er zijn nooit veel +menschen, geloof ik--en klom toen over het hek, dat den grond der villa +omgeeft." + +"De poort was toch zeker open?" riep Phelps. + +"Ja; maar ik heb in dergelijke zaken een bijzonderen smaak. Ik koos de +plek uit, waar de drie denneboomen staan en, daarachter verscholen, klom +ik over het hek, zonder de minste kans te loopen door iemand in het huis +gezien te worden. Ik hurkte neer tusschen de struiken van de andere +zijde en kroop van den eenen naar den anderen struik--getuige de +schandelijke toestand van de knieën mijner broek--tot ik het groepje +rhododendrons juist tegenover het raam van uw slaapkamer had bereikt. +Daar hurkte ik neer en wachtte af, wat er verder zou gebeuren. + +"In uw kamer waren de jaloezieën niet omlaag en ik zag Miss Harrison +bij de tafel zitten lezen. Kwart over tien deed zij haar boek dicht, +sloot de luiken en verliet de kamer. Ik hoorde haar de deur sluiten en +was er zeker van, dat zij den sleutel in het slot had omgedraaid." + +"Den sleutel?" riep Phelps uit. + +"Ja, ik had Miss Harrison gezegd, de deur van buiten te sluiten en als +zij naar bed ging, den sleutel mede te nemen. Zij hield zich letterlijk +aan mijn instructiën en zeer zeker zoudt gij, had zij niet goed +medegewerkt, het papier niet in uw jaszak hebben. Toen vertrok zij, de +lichten gingen uit en ik bleef buiten in de duisternis nedergehurkt in +het boschje rhododendrons. + +"Het was een schoone nacht, toch viel mij het wachten lang. Men heeft +bij zoo'n avontuur hetzelfde gevoel, dat de jager ondervindt, als hij +aan den oever van een rivier op een wild zwijn ligt te wachten. Dat +wachten viel mij evenwel lang, bijna even lang, Watson, als toen gij en +ik in die benauwde kamer de wacht hielden in het avontuur van "de +gespikkelde band". Te Woking is een klok, die de kwartieren slaat, en +meer dan eens scheen het mij toe, dat die klok stilstond. Nadat mijn +geduld evenwel lang op de proef was gesteld, hoorde ik te twee uur in +den morgen plotseling zacht een grendel terugschuiven en het geknars van +een sleutel in het sleutelgat. Een oogenblik later kwam Joseph Harrison +naar buiten in den maneschijn." + +"Joseph?" riep Phelps verbaasd uit. + +"Hij was blootshoofds, maar droeg een zwarten schoudermantel, zoodat hij +oogenblikkelijk zijn gezicht kon verbergen, zoodra hij eenig verdacht +gerucht hoorde. Hij liep op zijn teenen naar de schaduw tegen den muur, +en toen hij het venster had bereikt, dreef hij een mes met een lang +lemmet onder het raam en stiet de knip terug. Hij schoof nu het venster +omhoog, dreef zijn mes door de spleet tusschen de luiken, lichtte een +bout op en stiet de luiken open. + +"Van de plek, waar ik lag, had ik een uitmuntend gezicht in de kamer en +op elk van zijn bewegingen. Hij stak de beide kaarsen aan, die op den +schoorsteenmantel stonden, en keerde toen terug naar een hoek van de +kamer nabij de deur. Hier bukte hij zich en nam een vierkant stuk plank +uit den vloer, zooals men dikwijls los in den vloer laat om de +loodgieters in staat te stellen, de einden van de gaspijpen aan elkaar +te soldeeren. Dit stukje plank bedekte de plek, waar de pijp zich +vertakt om de keuken beneden van gas te voorzien. Uit deze bergplaats +haalde hij het kleine papieren cylindertje voor den dag, legde toen het +stukje plank weer neer, schoof het vloerkleed terecht, blies de kaarsen +uit en liep mij, die hem buiten het venster stond af te wachten, +regelrecht in de armen. + +[Illustratie: Joseph Harrison kwam naar buiten.] + +"Wel, hij is ondeugender, dan ik mij dien mijnheer Joseph voorstelde. +Hij sprong met zijn mes op mij toe, en ik moest hem twee keer aangrijpen +en kreeg een snede over de knokkels, voor ik hem de baas werd. Hij wierp +mij moorddadige blikken toe uit het eene oog, waarmede hij nog zien kon, +toen onze strijd geëindigd was; doch hij wilde nu naar rede luisteren en +gaf de papieren over. Toen ik die had, liet ik mijn man los, maar nog +dezen morgen zond ik een uitvoerig telegram aan Forbes. Is deze vlug +genoeg den vogel te vangen, dan is het mij goed! Maar zoo hij, wat ik +wel vermoed, het nest ledig vindt, zooveel te beter voor het +gouvernement. Ik geloof, dat zoowel Lord Holdhurst als mijnheer Percy +Phelps het liefst hebben, dat de zaak nooit voor het gerecht komt." + +"Mijn God!" hijgde onze cliënt, "is het inderdaad waar, dat gedurende de +tien lange weken, waarin ik met den dood worstelde, de papieren steeds +zoo nabij mij in de kamer waren?" + +"Zoo was het." + +"En Joseph! Is Joseph een schurk en een dief?" + +"Hum! Ik geloof, dat het karakter van Joseph ondoorgrondelijker en +gevaarlijker is, dan men, op zijn voorkomen afgaande, zou vermoeden. Uit +hetgeen ik dezen morgen van hem gehoord heb, maak ik op, dat hij veel +verloren heeft door speculeeren in effecten en dat hij in staat is tot +alles, wat zijn financieele omstandigheden kan verbeteren. Daar hij een +buitengewoon zelfzuchtig man is, liet hij zich zelfs niet door het geluk +van zijn zuster of uw goeden naam weerhouden diefstal te plegen." + +Percy Phelps zonk in zijn stoel terug. "Mijn hoofd duizelt, uw woorden +hebben mij geheel verslagen," zeide hij. + +"De voornaamste moeilijkheid in uw zaak," vervolgde Holmes op zijn +gewone onderwijzende manier, "ligt in het feit, dat er te veel +waarschijnlijks was. Wat ons dienen kon tot ontsluiering van het geheim, +was weer bedekt en verborgen door andere feiten, die niets bewijzen. Uit +al de feiten, die zich aan ons voordeden, zochten wij die uit, welke ons +inderdaad waar voorkwamen en toen voegden wij ze in hun rangorde bijeen, +om de keten van gebeurtenissen te vormen. Ik was Joseph al begonnen te +verdenken, toen ik van u vernam, dat gij voornemens waart dien avond in +zijn gezelschap naar huis terug te keeren, het voor waarschijnlijk +houdende, dat hij daarom alleen met u die terugreis maakte, wijl hij wel +wist, dat het ministerie van buitenlandsche zaken dan op zijn weg lag. +Toen ik vernam, dat iemand de slaapkamer had getracht binnen te dringen, +waarin niemand anders dan Joseph iets had kunnen verbergen--gij deeldet +ons bij uw verhaal mede, hoe Joseph u die kamer moest inruimen, toen +gij met den dokter aankwaamt--werd mijn vermoeden zekerheid, daar de +poging tot inbraak geschiedde in den eersten nacht, dat de verpleegster +afwezig was, wat mij bewees, dat de inbreker wel op de hoogte was van +het doen en laten in het huis." + +"Hoe blind ben ik toch geweest." + +"Het geval heeft zich, voor zoover ik mij overtuigen kon, volgenderwijs +toegedragen: + +"Joseph Harrison kwam het bureau binnen door de deur aan de +Charles-Street en daarbij den weg goed kennend, liep hij regelrecht naar +uw kamer, onmiddellijk nadat gij die hadt verlaten. Daar niemand +vindende, trok hij terstond aan de schel, op hetzelfde oogenblik kreeg +hij het op tafel liggende papier in het oog. Een enkele blik overtuigde +hem, dat het toeval hem daar een staatsstuk van onschatbare waarde in +handen speelde, en zonder zich verder te bedenken, stak hij het bij zich +en vertrok. Zooals gij u zult herinneren, verliepen er een paar minuten +aleer de slaperige portier uw aandacht op de schel vestigde en in dezen +tijd kon de dief zich uit de voeten maken. + +"Hij reisde met den eersten trein naar Woking en na het gestolen +document met aandacht doorgelezen te hebben, waarbij hij inderdaad zag, +dat het ontzaglijk veel waard was, verborg hij het op een veilige plaats +met het voornemen, het binnen een of twee dagen weer te voorschijn te +halen en naar het Fransche gezantschap te brengen, of ergens anders, +waar hij kon veronderstellen er een flinken prijs voor te erlangen. Toen +kwaamt gij plotseling te huis. Zonder vooraf gewaarschuwd te zijn, moest +hij u zijn kamer afstaan en sedert waren er altijd twee of drie personen +in de kamer aanwezig, wat hem belette zijn schat weer in handen te +krijgen. Zijn toestand was inderdaad hoogst onaangenaam. Maar eindelijk +dacht hij zijn kans schoon te zien. Hij probeerde naar binnen te +sluipen, doch zijn plan werd door uw waakzaamheid verijdeld. Gij zult u +herinneren, dat gij dien avond uw gewonen drank niet naamt en dat +Harrison geheel en al er op vertrouwde, dat gij buiten bewustzijn zoudt +wezen. Ik rekende er natuurlijk op, dat hij zijn poging zou herhalen, +zoodra hij maar dacht, dat het veilig kon geschieden. Doordien gij de +kamer verliet, kreeg hij de gelegenheid, waarop hij wachtte. Ik zorgde +er voor, dat Miss Harrison den ganschen dag in de kamer bleef, zoodat +hij ons niet voor kon zijn. En terwijl ik hem nu in den waan bracht, dat +het veilig op de kust was, hield ik de wacht, zooals ik u zooeven heb +verteld. Ik wist reeds, dat de papieren waarschijnlijk in de kamer +waren, maar ik verlangde er volstrekt niet naar den geheelen vloer en de +paneelen op te breken om ze te zoeken. Daarom liet ik ze hem zelf uit +het verborgen hoekje nemen en bespaarde mij zoo ontzaglijke moeite. Is +er nog iets op te helderen?" + +[Illustratie: Is er nog iets op te helderen?] + +"Waarom trachtte hij den eersten keer door het venster in te breken, +terwijl hij door de deur binnen kon komen?" vroeg ik. + +"Om bij de deur te komen moest hij zeven slaapkamers voorbij. Bovendien +kon hij gemakkelijk weer door het venster op het grasperk komen. Is er +nog iets?" + +"Denkt gij niet," vroeg Phelps, "dat hij van plan was mij te vermoorden? +Hij wilde zeker zijn mes alleen als gereedschap gebruiken." + +"Dat kan wel zoo wezen," antwoordde Holmes, zijn schouders ophalende. +"Dit alleen kan ik u met zekerheid zeggen, dat Joseph Harrison een +persoon is, aan wiens genade ik niet gaarne zou willen zijn +overgeleverd." + + + + +V. + +De dood van Sherlock Holmes. + + +Met een zwaar hart neem ik de pen op om deze laatste woorden, waarin ik +de wonderbaarlijke geestesgaven boekstaaf, waardoor zich mijn vriend +Sherlock Holmes onderscheidde, neder te schrijven. Onsamenhangend en, +zooals ik maar al te wel gevoel, zeer onvolkomen heb ik een verhaal +gegeven van mijn vreemde ervaringen in zijn gezelschap--van het toeval +af, dat ons voor de eerste maal[A] samenbracht tot den tijd, toen hij in +de geschiedenis van het Scheepvaart-verdrag zijn tusschenkomst +verleende, een tusschenkomst, waardoor hij een reeks internationale +verwikkelingen voorkwam. Het lag aanvankelijk in mijn plan, daarmede +mijn "gedenkschriften" van Sherlock Holmes te besluiten en niets te +zeggen van de gebeurtenis, die een leegte in mijn leven heeft gebracht, +welke na een tijdsverloop van twee jaren nog niet is aangevuld. De +brieven, waardoor korten tijd geleden kolonel James Moriarty de +nagedachtenis van zijn broer van blaam trachtte te zuiveren, noodzaken +mij evenwel tot schrijven en mij blijft geen andere keus, dan de feiten +nauwkeurig aan het publiek mede te deelen. Ik alleen ken de ware +toedracht der zaak en het verheugt mij, dat de tijd gekomen is, dat het +tot niets meer dient, de waarheid te verzwijgen. Zoover ik weet, zijn +er slechts drie verhalen, op de geschiedenis betrekking hebbende, in de +pers verschenen, dat in het _Journal de Genève_ op den 6en Mei 1891, een +dépêche van Reuter in de Engelsche kranten op 7 Mei en ten slotte de +onlangs verschenen brieven, waarop ik zooeven zinspeelde. De eerste en +de tweede hiervan waren zeer beknopt, terwijl in den laatsten, zooals ik +zal aantoonen, de feiten geheel verkeerd zijn voorgesteld. Op mij rust +thans de plicht, voor de eerste maal te vertellen, wat er werkelijk +plaats vond tusschen professor Moriarty en Sherlock Holmes. + +[Footnote A: Zie "Een Godsgericht".] + +Ik moet hier even in herinnering brengen, dat na mijn huwelijk en mijn +daarop gevolgde werkzaamheid als geneesheer, in de nauwe betrekking, +waarin ik tot Holmes stond, wel eenige wijziging kwam. Van tijd tot tijd +kwam hij nog wel bij mij, als hij een metgezel in zijn nasporingen +zocht, maar zulks werd toch hoe langer hoe zeldzamer, zoodat ik b.v. in +1890 van slechts drie gevallen aanteekeningen bezit. In den winter van +dit jaar en de vroege lente van 1891 zag ik in de bladen, dat Holmes +voor een hoogst gewichtige aangelegenheid in dienst van de Fransche +regeering werkzaam was, en ik ontving twee brieven van Holmes, een uit +Narbonne en een uit Nimes, waaruit ik opmaakte, dat zijn verblijf in +Frankrijk waarschijnlijk van langen duur zou zijn. Ik was dus wel +verrast, toen ik hem in den avond van den 24sten April mijn spreekkamer +zag binnentreden en het trof mij, dat hij er nog bleeker en schraler +uitzag dan anders. + +"Ja, ik heb wel wat veel van mijn krachten gevergd," zeide hij, meer in +antwoord op mijn blik dan op mijn woorden. "Men vervolgt mij den +laatsten tijd een weinig. Hebt gij er iets tegen, dat ik uw luiken +sluit?" + +De kamer werd alleen verlicht door de lamp op de tafel, waarbij ik had +zitten lezen. Holmes liep langs de wanden der kamer naar de vensters, +sloeg de luiken dicht en sloot ze stevig. + +"Zijt gij ergens bang voor?" vroeg ik. + +"Ja, dat ben ik." + +"Waarvoor vreest ge?" + +"Voor windroeren." + +"Mijn waarde vriend Holmes, wat bedoelt ge?" + +"Ik geloof, dat gij mij goed genoeg kent, Watson, om te weten, dat ik +volstrekt geen zenuwachtig man ben. Het is intusschen meer een blijk van +domheid dan van moed, niet te willen erkennen, dat een dreigend gevaar +naakt. Mag ik u om een lucifer verzoeken?" Hij zoog den rook van zijn +cigarette op, en de kalmeerende invloed daarvan scheen hem weldadig aan +te doen. + +"Ik moet u verschooning vragen, dat ik zoo laat bij u kom, en ik moet u +verder verzoeken u zoo weinig aan de vormen te storen, dat gij mij +toestaat uw huis te verlaten, door over den achtermuur van uw tuin te +klauteren." + +"Maar wat heeft dit toch alles te beteekenen?" vroeg ik. + +Hij strekte zijn hand uit, en nu zag ik bij het licht der lamp, dat twee +van zijn knokkels gewond waren en bloedden. + +"Het is geen luchtig zaakje, zooals gij ziet," zeide hij glimlachend. +"Integendeel, ze is stevig genoeg, om er zijn hand tegen stuk te slaan. +Is mevrouw Watson te huis?" + +"Zij is op bezoek." + +"Inderdaad. Zijt gij alleen?" + +"Geheel en al." + +"Dat maakt het mij gemakkelijker, om u voor te stellen mij een week op +het vasteland te vergezellen." + +"Waar zullen we heen gaan?" + +"O, hier of daar. Het is mij onverschillig." + +Deze voorslag kwam mij zeer vreemd voor. Het lag niet in Holmes' aard, +zonder doel zijn bezigheden er aan te geven en aan zijn bleek, afgemat +gelaat kon ik zien, dat zijn zenuwen in de hoogste mate overprikkeld +waren. Hij las in mijn oogen, wat ik hem wilde vragen en zijn +vingertoppen tegen elkaar drukkende en zijn ellebogen op zijn knieën +zettende, deelde hij mij mede, in welken toestand hij zich bevond. + +"Gij hebt waarschijnlijk nooit van professor Moriarty gehoord?" zeide +hij. + +"Nooit." + +[Illustratie: Twee van zijn knokkels waren gewond en bloedden.] + +"Hé, dat is juist het wonderlijkste van de geschiedenis!" riep hij. "De +man beheerscht Londen en niemand kent hem. Dat is het, wat hem in de +kronieken der misdaad bovenaan plaatst. In allen ernst kan ik u zeggen, +Watson, dat zoo ik dien man kon slaan, indien ik de maatschappij van hem +kon verlossen, ik het hoogste punt in mijn loopbaan zou hebben bereikt +en ik bereid zou wezen, een rustiger, vreedzamer leven te beginnen. +Onder ons gezegd, door de laatste misdaden, waarin ik mijn hulp verleend +heb aan de koninklijke familie van Scandinavië en aan de Fransche +republiek, is mijn positie van dien aard geworden, dat ik verder rustig +voort kan leven, wat ook het meest met mijn aard overeenkomt en mij +geheel aan mijn scheikundige studiën zou kunnen wijden. Maar ik zou niet +kunnen rusten, Watson, ik zou niet bedaard op mijn stoel kunnen blijven +zitten bij de gedachte, dat zulk een man als professor Moriarty +ongehinderd door Londens straten wandelt." + +"Wat heeft die man dan gedaan?" + +"Hij heeft tot dusver een buitengewone carrière gehad. Het is een man +van goede geboorte en uitmuntende opvoeding, door de natuur begaafd met +zeldzamen aanleg voor wiskundige studie. Op een en twintigjarigen +leeftijd schreef hij een verhandeling over het Binomium van Newton, +waardoor hij zich een Europeeschen naam verwierf. De bekwaamheid, +waarvan hij hierin blijk gaf, deed hem een leerstoel in de wiskunde aan +een der kleinere hoogescholen verwerven en alles scheen hem een +schitterende loopbaan te voorspellen. Maar de man had overgeërfde +karaktertrekken van den meest duivelschen aard. Een neiging tot de +misdaad zat hem in 't bloed, die door zijn buitengewone intellectueele +begaafdheid niet vernietigd maar integendeel versterkt en veel +gevaarlijker werd. In de universiteitsstad kwamen kwade geruchten +omtrent hem in omloop en weldra was hij genoodzaakt zijn leerstoel te +laten varen en naar Londen te vertrekken, waar hij zijn praktijken +voortzette. Dit alles is bekend, maar wat ik u verder ga vertellen, weet +ik alleen dank zij eigen onderzoek. + +Zooals gij weet, Watson, is er in Londen niemand, die de groote +misdadigerswereld zoo goed kent als ik. Al jaren lang was ik mij +voortdurend bewust, dat er een macht achter den boosdoener stond, een +organiseerende kracht, die steeds de wet in den weg staat en den +misdadiger met zijn schild dekt. Telkens en telkens weer, in gevallen +van het meest verschillende karakter--gevallen van inbraak, diefstal, +moord--heb ik de aanwezigheid van deze macht gevoeld en haar +werkzaamheid kunnen nagaan in vele van die verborgen gebleven misdaden, +waarin ik niet persoonlijk geraadpleegd werd. Al jaren lang heb ik +getracht den sluier op te lichten, welke deze geheimzinnige macht voor +mij verborgen hield, tot ik ten slotte den draad van 't geheim in handen +kreeg, en dien langs duizend listige bochten volgend, ontmoette ik den +ex-professor Moriarty, de wiskundige beroemdheid. + +Deze Moriarty is de Napoleon van de misdaad, Watson. Hij is het +organiseerende talent van de helft der misdaden, die in deze groote stad +gepleegd worden en van bijna alle misdaden, wier bedrijvers niet worden +ontdekt. Hij is een genie, een wijsgeer, een diepzinnig denker. Hij +heeft een verstand van den eersten rang. Hij zit bewegingloos als een +spin in het midden van haar web; maar dat web heeft duizend stralen en +hij kent elke trilling daarvan. Hij zelf doet weinig. Hij smeedt alleen +plannen. Maar zijn agenten zijn talrijk en goed georganiseerd. Moet er +een misdaad worden gepleegd, b.v. een papier geroofd, een huis +geplunderd, een man uit den weg geruimd--men stelt den professor van dit +plan in kennis, en de zaak wordt op touw gezet en uitgevoerd. Wordt de +pleger der misdaad gesnapt, men heeft geld als borgtocht voor zijn +invrijheidstelling of zijn verdediging. Maar de centrale macht, die den +agent gebruikt--wordt nooit gesnapt, wordt zelfs niet verdacht. Dit is +de organisatie, Watson, door mij ontdekt en aan welker openbaarmaking en +vernietiging ik voornemens ben al mijn krachten te wijden. + +Maar de professor is omringd door een aantal schildwachten, die zoo goed +op hun hoede waren en zoo schrander te werk gingen, dat het bijna +onmogelijk scheen bewijzen in handen te krijgen, om hem voor de +rechtbank te brengen. Gij kent mijn krachten, Watson, en toch na verloop +van drie maanden moest ik bekennen, dat ik een tegenstander had +gevonden, die verstandelijk mijn gelijke was. Mijn afgrijzen van zijn +misdaden werd op den achtergrond gedrongen door mijn bewondering voor +zijn schranderheid. Maar ten laatste beging hij een misslag,--slechts +een kleinen, kleinen misslag--maar daardoor gaf hij zich al te veel +bloot, toen ik hem reeds zoozeer in het nauw had gebracht. Ik nam mijn +kans waar en ik heb mijn net zoo goed om hem geweven, dat er bijna aan +geen ontkomen meer te denken is. Binnen drie dagen, dat is te zeggen +aanstaanden Maandag, is mijn plan uitgevoerd en zal de professor zich +met de voornaamste leden van zijn bende in handen der politie bevinden. +Dan zal het grootste misdadigersproces van de geheele eeuw beginnen; +meer dan veertig geheimen zullen worden ontsluierd en allen zullen +veroordeeld worden tot den dood aan de galg--maar als wij onzen tijd +niet afwachten, dan kunnen ze ons, zooals gij wel kunt begrijpen, nog +ontglippen, zelfs op het laatste oogenblik. + +Indien ik dit alles had kunnen doen, zonder dat professor Moriarty +daarvan iets bekend werd, zou alles in orde zijn geweest. Maar deze was +daarvoor te uitgeslapen. Hij zag elken stap, dien ik deed om mijn net om +hem te spannen. Telkens trachtte hij te ontsnappen, maar even dikwijls +verhinderde ik het hem. Ik durf u verzekeren, mijn vriend, dat indien er +een uitvoerig verhaal van deze stille worsteling geschreven kon worden, +dit verhaal het schitterendste voorbeeld van aanval en verweer uit de +kronieken der geheime politie zou zijn. Nooit heb ik mij bekwamer +betoond en nooit werd ik door een tegenstander zoo in 't nauw gebracht. +Hij legde zijn mijnen diep aan en ik groef nog juist dieper dan hij. +Dezen morgen deed ik de laatste stappen en nog slechts drie dagen waren +noodig om de zaak tot een goed einde te brengen. Ik zat in mijn kamer en +overdacht de zaak nog eens, toen de deur geopend werd en professor +Moriarty voor mij stond. + +Mijn zenuwen zijn nog al tegen iets bestand, maar ik moet toch bekennen, +dat ik schrok, toen ik den man, met wien zich mijn gedachten zoozeer +bezighielden, daar op den drempel zag staan. Zijn voorkomen heeft +overeenkomst met het mijne. Hij is buitengewoon lang en schraal, zijn +voorhoofd is blank en gewelfd en zijn oogen liggen diep in zijn hoofd. +Hij is glad geschoren, bleek en heeft in zijn uiterlijk nog iets van een +professor. Zijn rug is krom door veel studie en zijn gelaat steekt +vooruit en beweegt zich langzaam van de eene naar de andere zijde op een +wonderlijke manier, die aan de bewegingen van een kruipend dier doet +denken. Nieuwsgierig gluurde hij mij aan van onder zijn gefronste +wenkbrauwen. + +[Illustratie: Professor Moriarty stond voor mij.] + +"Uw voorhoofd is minder sterk ontwikkeld, dan ik mij heb voorgesteld," +zeide hij, na mij eenigen tijd aangekeken te hebben. + +"Het is een gevaarlijke gewoonte een geladen vuurwapen in den zak van +de huisjas met de vingers te betasten." + +De waarheid was, dat ik, toen hij de kamer binnentrad, terstond had +bemerkt, in welk persoonlijk gevaar ik mij bevond. In een oogenblik had +ik mijn revolver uit de lade genomen, in mijn zak gestoken en met een +doek bedekt. Bij zijn woorden haalde ik het wapen voor den dag en legde +het met gespannen haan op tafel. Hij glimlachte nog en knipoogde, maar +daar was iets in zijn oogen, dat mij heel blijde deed zijn, dat ik mijn +wapen onder mijn bereik had. + +"Gij kent mij klaarblijkelijk niet," zeide hij. + +"Integendeel," gaf ik ten antwoord. "Het is nog al duidelijk, dat ik u +wel ken. Ga als 't u blieft zitten. Ik heb vijf minuten tijd, als gij +mij iets hebt te zeggen." + +"Al wat ik u heb te zeggen, weet gij reeds," zeide hij. + +"Dan weet gij mogelijk ook mijn antwoord al," gaf ik ten antwoord. + +"Staat uw besluit vast?" + +"Onwrikbaar." + +Hij stak zijn hand in zijn zak en ik hief den revolver van de tafel. Hij +haalde evenwel slechts een notitieboekje voor den dag, waarin hij eenige +datums had opgeteekend. + +"Op den 4den Januari hebt gij mij ontmoet," zeide hij. "Op den 23sten +dier maand zijt gij mij lastig gevallen; in het midden van Februari +bracht gij mij ernstig in ongelegenheid; op het einde van Maart werd ik +in mijn plannen gedwarsboomd, en nu op het einde van April verkeer ik +door uw aanhoudende vervolging in gevaar mijn vrijheid te verliezen. +Mijn toestand wordt onhoudbaar." + +"Hebt gij mij eenigen voorslag te doen?" vroeg ik. + +"Gij moet er mee ophouden, mijnheer Holmes," zeide hij, zijn hoofd +opheffende. "Gij moet dit werkelijk, weet gij." + +"Na Maandag a.s." + +"Tut, tut. Ik weet zeker, dat een man, zoo schrander als ge zelf, zal +inzien, dat er maar één kans bestaat om u uit deze zaak te redden. Het +is noodzakelijk, dat gij terugtrekt. Gij hebt ons beiden nu in zulke +omstandigheden gebracht, dat er slechts één uitkomst denkbaar is. Het +heeft mij inderdaad geestelijk genot verschaft, u in deze zaak te zien +worstelen en ik zeg het zonder vleierij, dat het mij leed zou doen, +indien ik gedwongen werd tot een uitersten maatregel mijn toevlucht te +nemen. Gij glimlacht, mijnheer, maar ik verzeker u, dat ik het inderdaad +zou doen." + +"Gevaar behoort bij mijn beroep," merkte ik op. + +"Dit is meer dan gevaar. Het is uw onvermijdelijke ondergang. Gij staat +niet tegenover één persoon, maar tegenover een machtige organisatie, +waarvan gij den omvang met al uw schranderheid nog niet beseft. Gij moet +zeer vast staan, mijnheer Holmes, of gij wordt onder den voet getreden." + +"Ik vrees," zeide ik, overeind staande, "dat ik door het genoegen van +dit gesprek bezigheden, die mij elders wachten, verzuim." + +Hij stond eveneens overeind en zag mij zwijgend aan, treurig het hoofd +schuddend. + +"Wel, wel. Het is jammer, maar ik heb gedaan wat ik kon," zeide hij ten +laatste. "Ik ken elken zet van uw spel. Gij kunt voor Maandag niets +doen. Het was een duel tusschen ons beiden, mijnheer Holmes. Gij hoopt +mij in de bank der beschuldigden te brengen. Doch ik zeg u, dat ik nooit +in de bank der beschuldigden zal staan. Gij hoopt mij te slaan, ik zeg +u, dat gij mij nooit zult slaan. Zijt gij schrander genoeg om mij in het +verderf te storten, houd u verzekerd, dat ik u een gelijk lot zal +bezorgen." + +"Gij hebt mij verscheidene loftuitingen toegezwaaid, mijnheer Moriarty," +zeide ik. "Laat ik op mijn beurt zeggen, dat ik gaarne in 't algemeen +belang de kans op het laatste zou aannemen, als ik de zekerheid had, dat +het eerste zou gebeuren." + +"Het eene kan ik u beloven, maar niet het andere," meesmuilde hij en bij +deze woorden keerde hij mij zijn gebogen rug toe en verliet glurende en +knipoogende de kamer. + +[Illustratie: Hij keerde mij zijn gebogen rug toe.] + +Van dien aard was mijn zonderling onderhoud met professor Moriarty. Ik +beken het u eerlijk, dat het een onaangenamen indruk bij mij achterliet. +De bedaarde toon, waarop hij sprak, schenkt mij meer de overtuiging, dat +hij meent, wat hij zegt, dan grootspraak zou doen. Natuurlijk zult gij +zeggen: "Waarom neemt gij geen politie-voorzorgen tegen hem?" Daarom +niet, wijl ik overtuigd ben, dat van den kant zijner agenten het gevaar +dreigt. Mij zijn al de bewijzen er voor gegeven, dat het zoo zal +wezen." + +"Zijt gij reeds aangevallen?" + +"Mijn waarde Watson, professor Moriarty is niet een man, die er gras +over laat groeien. Heden middag ging ik voor eenige zaken naar +Oxford-Street. Toen ik den hoek passeerde, waar de Bentinck-Street en de +Welbeck-Street elkaar kruisen, kwam een met twee paarden bespannen +huifkar in woeste vaart op mij af. Ik sprong ter zijde op het trottoir; +een seconde later en ik zou verpletterd zijn geworden. De huifkar snelde +Marylebone-Lane in en was een oogenblik later uit het gezicht verdwenen. +Ik nam hierna den weg voor voetgangers, doch in de Vere-Street kwam een +baksteen van een der huizen naar beneden en viel aan mijn voeten aan +stukken. Ik riep de politie en stelde een onderzoek in. Op het dak lagen +pannen en baksteenen voor een reparatie opgestapeld, en men wilde mij +doen gelooven, dat de wind een daarvan naar beneden had doen tuimelen. +Natuurlijk wist ik wel beter, doch kon niets bewijzen. Daarna nam ik een +rijtuig en bereikte de woning van mijn broer in Pall Mall, waar ik werd +aangevallen door een ruwen kerel met een knots gewapend. Ik sloeg hem +neer en de politie heeft hem in hechtenis genomen, maar ik durf met het +volste vertrouwen verzekeren, dat men er nooit achter zal komen, dat er +eenige betrekking bestaat tusschen het heerschap op wiens snijtanden ik +mijn knokkels heb stuk geslagen en den mathematicus Moriarty, die tien +mijlen van de plek, waar de aanval geschiedde, vraagstukken op het +zwarte bord uitwerkt. Het zal u zeker niet meer verwonderen, dat ik na +uw kamer te zijn binnengetreden, terstond de luiken heb gesloten en u +verlof moest vragen uw huis door een minder zichtbaren uitgang dan de +voordeur te verlaten." + +Dikwijls had ik den moed van mijn vriend bewonderd, maar nooit meer dan +nu, toen hij daar kalm een reeks van gebeurtenissen verhaalde, die samen +den dag tot een verschrikking voor hem hadden gemaakt. + +"Wilt gij hier den nacht doorbrengen?" zeide ik. + +"Neen vriend, gij zoudt mij een te gevaarlijken gast kunnen vinden. Ik +heb mijn plannen gevormd en alles zal goed afloopen. De zaken zijn nu +zoover gevorderd, dat men hen zonder mijn hulp wel kan in hechtenis +nemen, ofschoon mijn tegenwoordigheid vereischt wordt voor hun +veroordeeling. Het is daarom duidelijk, dat ik niets beters kan doen, +dan mij gedurende de weinige dagen, die er nog verloopen, aleer de +politie vrijheid tot handelen heeft, te verwijderen, en het zou mij zeer +veel genoegen doen, indien gij mij naar het vasteland wildet +vergezellen." + +"Het is tegenwoordig stil met mijn praktijk en ik heb een gedienstigen +buurman. Ik zal gaarne met u op reis gaan." + +"En morgen vroeg vertrekken?" + +"Als het noodzakelijk is." + +"O ja, het is noodzakelijk. En dan zal ik u eenige instructiën geven met +het dringend verzoek, Watson, ze letterlijk op te volgen, want gij +speelt nu met mij een gevaarlijk spel tegen den meest geslepen schurk en +de machtigste misdadigersbende van gansch Europa. Luister nu! + +"Al de bagage, die gij voornemens zijt mede te nemen, zendt gij met een +vertrouwden kruier dezen avond zonder adres naar het Victoria-station. +Morgen vroeg moet gij een _hansom_ bestellen en uw bediende last geven +noch het eerste, noch het tweede rijtuig, dat voorkomt, te nemen. Gij +moet dan in de _hansom_ springen en naar het Strand-einde van de Lowther +Arcade rijden, terwijl gij het adres van uw koffers aan den koetsier op +een strookje papier overhandigt met verzoek dit niet weg te werpen. +Houdt de vracht klaar en dadelijk nadat het rijtuig stilstaat, moet gij +door de Arcade snellen en u haasten om de andere zijde te kwart over +negen te bereiken. Dicht bij het trottoir wacht u een _brougham_, met +een man in een dikken zwarten mantel, de kraag met rood afgezet als +koetsier. Gij stapt die _brougham_ binnen en zult vroeg genoeg aan 't +Victoria-station komen om den sneltrein naar het vasteland te halen." + +"Waar zal ik u ontmoeten?" + +"Aan het station. De tweede wagon 1ste klasse van voren af gerekend zal +voor ons gereserveerd worden." + +"Is dat spoorwegrijtuig dan de plaats, waar wij bij elkaar komen?" + +"Ja." + +Vruchteloos verzocht ik Holmes, dien avond bij mij te blijven. Blijkbaar +was hij bevreesd, dat het huis, onder welks dak hij vertoefde, ongeluk +zou aanbrengen, en dit was het, wat hem tot vertrekken drong. Na een +paar haastige woorden over onze plannen voor den volgenden dag, stond +hij op, ging met mij in den tuin, klauterde over den muur, die aan de +Mortimer-Street grenst, en riep terstond een rijtuig aan, waarin ik hem +hoorde wegrijden. + +Den volgenden morgen hield ik mij letterlijk aan Holmes' instructiën. Ik +nam de voorzorg niet in het rijtuig te stappen, dat voor ons was klaar +gezet en reed onmiddellijk na het ontbijt naar de Lowther Arcade, die ik +zoo snel mogelijk doorliep. Aan het eind daarvan wachtte een _brougham_ +met een stevigen koetsier in een donkeren mantel gehuld en die, zoodra +ik in het rijtuig zat, de zweep over het paard legde en snel naar het +Victoria-station reed. Toen ik was uitgestapt, keerde hij terstond om +en reed weer terug, zonder zelfs naar mij om te zien. + +[Illustratie: Mijn afgeleefde Italiaansche vriend.] + +Zoover was alles wonderlijk goed gegaan. Mijn bagage was aanwezig en +ik had volstrekt geen moeite het door Holmes aangeduide spoorwegrijtuig +te vinden, dit te minder, omdat het de eenige wagon in den trein was, +waarop stond: "Besproken." De eenige reden tot bezorgdheid was nu het +niet verschijnen van Holmes. De stationsklok wees nog slechts zeven +minuten aan vóór het oogenblik, dat de trein zou vertrekken. Vruchteloos +zocht ik onder de groepen reizigers en personen, die even den trein +verlieten, naar de slanke gestalte van mijn vriend. Er was geen spoor +van hem. Een paar minuten gingen voorbij, waarin ik luisterde naar een +eerwaardig Italiaansch priester, die in zijn gebroken Engelsch een +conducteur trachtte aan 't verstand te brengen, dat zijn bagage naar +Parijs moest worden doorgezonden. Na vervolgens nog eens rondgekeken te +hebben, keerde ik naar mijn coupé terug, waar ik tot de ontdekking kwam, +dat de conducteur in weerwil van het opschrift "besproken" mij mijn +afgeleefden Italiaanschen vriend tot reismakker had gegeven. Vergeefs +trachtte ik hem te beduiden, dat hij een indringer was, want mijn kennis +van het Italiaansch was nog geringer dan de zijne van het Engelsch, en +zoo haalde ik de schouders op en keek weer bezorgd naar mijn vriend uit. +Ik beefde van angst bij de gedachte, dat hem in den afgeloopen nacht een +ongeluk kon zijn overkomen. Reeds waren al de portieren gesloten; de +stoomfluit gilde, toen-- + +"Beste Watson, gij hebt u zelfs niet verwaardigd mij goeden morgen te +wenschen," zeide een stem. + +Ik keerde mij om, mijn verbazing geen, meester. De oude geestelijke had +zijn gelaat naar mij toe gewend. Voor een oogenblik waren de rimpels +gladgestreken, de neus en de kin verwijderd; de onderlip stak niet meer +vooruit, de mond mompelde niet meer; de doffe oogen schitterden weer; de +in elkaar gebogen gestalte richtte zich op. Het volgende oogenblik +stortte het beeld in elkaar en Holmes was weer verdwenen, even snel als +hij gekomen was. + +"Goede hemel! Hoe verschrikt gij mij!" riep ik. + +"Alle mogelijke voorzorgen zijn nog noodig," fluisterde hij. "Ik heb +redenen te gelooven, dat zij ons dicht op de hielen zitten. Ha, daar is +Moriarty zelf." + +Terwijl Holmes sprak, had de trein zich reeds in beweging gezet. +Terugziende bemerkte ik een langen man, die zich met geweld een weg door +de menigte baande en met de hand wuifde, alsof hij verlangde, dat de +trein stil bleef staan. Het was evenwel te laat, en een oogenblik daarna +lag het station een eind achter ons. + +"Met al onze voorzorgen zijn wij nog net den dans ontsprongen, zooals +gij ziet," zeide Holmes lachende. Hij stond overeind en ontdeed zich van +zijn zwart kleed en hoed, die zijn vermomming vormden, en borg deze +kleedingstukken weg in zijn handvalies. + +"Hebt gij het ochtendblad gelezen, Watson?" + +"Neen." + +"Dus hebt gij ook niet gelezen, wat er in Baker-Street gebeurd is?" + +"Baker-Street?" + +"Zij hebben van nacht in onze kamers brand gesticht. De schade is niet +groot." + +"Genadige hemel, Holmes, dat gaat toch alle perken te buiten." + +"Zij moeten mijn spoor na de inhechtenisneming van den knotsman geheel +en al zijn bijster geworden. Anders zouden zij niet in de meening +verkeerd hebben, dat ik naar mijn woning was teruggekeerd. Zij hebben +evenwel de voorzorg genomen, u te bespieden, en dat is het, wat Moriarty +naar het Victoria-station heeft gebracht. Gij hadt bij uw komst niet de +minste fout begaan." + +"Ik heb in alles uw raad opgevolgd." + +"Vondt gij uw _brougham_?" + +"Ja, zij wachtte op mij." + +"Hebt gij uw koetsier herkend?" + +"Neen." + +"Het was mijn broer Mycroft. Het is in zulke omstandigheden een +voordeel, dat men geen huurling in vertrouwen behoeft te nemen. Doch wij +moeten nu overleggen, hoe wij ten opzichte van Moriarty moeten +handelen." + +"Wijl dit een sneltrein is en de boot er op correspondeert, zou ik +denken, dat wij in 't geheel geen last meer van hem zullen hebben." + +"Mijn beste Watson, gij hebt klaarblijkelijk mijn bedoeling niet gevat, +toen ik zeide, dat die man in intellectueele ontwikkeling met mij op één +lijn gesteld mag worden. Gij verbeeldt u toch niet, dat indien ik de +vervolger was, ik mij door zulk een geringen hinderpaal uit het veld zou +laten slaan? Waarom zouden wij dan zulk een lagen dunk van hem hebben?" + +"Wat zal hij doen?" + +"Wat ik in dit geval zou doen." + +"En wat zoudt gij dan doen?" + +"Een extra-trein huren." + +"Maar het moet nu al te laat zijn." + +"In geenen deele. Deze trein stopt te Canterbury; en daar wordt altijd +wel een kwartier op de boot gewacht. Hij zal ons daar inhalen." + +"Men zou denken, dat wij de misdadigers zijn. Laten wij hem bij zijn +aankomst in hechtenis nemen." + +"Dat zou mijn werk van drie maanden nutteloos maken. Wij zouden de +groote visch hebben, maar de kleinere zouden rechts en links uit het net +springen. Als wij tot Maandag geduld hebben, vangen wij hen allen. Neen, +zijn arrestatie mag nu niet geschieden." + +"Wat dan?" + +"Wij zullen te Canterbury uit den trein stappen." + +"En dan?" + +"Wel, dan moeten wij zuidwaarts naar Newhaven reizen en dan de reis over +Dieppe vervolgen. Moriarty zal alweer doen, wat ik zou doen. Hij zal +naar Parijs reizen, onze bagage in 't oog houden en twee dagen bij het +goederendepôt op ons wachten. In dien tijd zullen wij ons voorzien van +een paar reiszakken, en verder in de streken, waardoor wij reizen, onze +verdere benoodigdheden aanschaffen en op ons gemak via Luxemburg en +Bazel onzen weg naar Zwitserland vervolgen." + +Te Canterbury verlieten wij dus den trein en vernamen daar, dat wij een +uur moesten wachten, aleer er een trein naar Newhaven ging. + +Ik keek nog met een gevoel van spijt den snel verdwijnenden bagagewagen +na, die mijn garderobe bevatte, toen Holmes mij aan den arm trok en +langs de spoorlijn wees. + +Heel in de verte, boven de bosschen van Kent, spreidde zich een dunne +rook uit. Een minuut later kwam een door een enkelen wagon gevolgde +locomotief de kromming langs vliegen, die naar het station geleidde. Wij +hadden nauwelijks den tijd achter een stapel bagage de wijk te nemen, +toen zij ons snuivend en ratelend voorbijsnelde, ons een golf heete +lucht in het gelaat blazende. + +"Daar gaat hij," zeide Holmes, terwijl wij de rijtuigen naoogden, die +schommelend en slingerend in duizelingwekkende vaart over de rails +voortrolden. "Gij ziet, dat de schranderheid van onzen vriend haar +grenzen heeft. Het zou een meesterstuk van hem geweest zijn, had hij +dezelfde gevolgtrekking gemaakt, die ik in zijn geval zou maken en +dienovereenkomstig had gehandeld." + +"En wat zou hij gedaan hebben, als hij ons had overvallen?" + +[Illustratie: zij snelde snuivend en ratelend voorbij.] + +"Men behoeft er niet 't minst aan te twijfelen, dat hij een +moorddadigen aanval op mij zou gewaagd hebben. Dat is evenwel een +spelletje, waarbij twee behooren. De vraag is nu, zullen wij hier vroeg +een lunch nemen, of kans loopen te verhongeren voor wij te Newhaven +komen?" + + * * * * * + +Wij reisden dien dag tot Brussel en bleven daar twee dagen, terwijl wij +den derden dag Straatsburg bereikten. Des Maandagsmorgens zond Holmes +een telegram aan de Londensche politie en dien avond vonden wij een +antwoord in ons hotel. Holmes scheurde het telegram open, las het en +wierp het met een bitteren vloek op het vuur. + +"Ik had dit kunnen weten," gromde hij. "Hij is ontsnapt." + +"Moriarty?" + +"Zij hebben de gansche bende behalve hem in handen. Hij heeft hen beet +gehad. Natuurlijk, toen ik was vertrokken, was er niemand in Londen, die +het tegen hem kon opnemen. Maar ik dacht, dat ik hun het spel in handen +had gegeven. Mijns inziens deedt gij nu maar het beste met naar Engeland +terug te keeren, Watson." + +"Waarom?" + +"Omdat ik nu een gevaarlijk reisgezel voor u zal wezen. Met Moriarty's +bedrijf is het nu gedaan. Als hij naar Londen terugkeert, is hij een +verloren man. Heb ik mij niet in zijn karakter vergist, dan zal hij nu +al zijn geestkracht aanwenden, om zich op mij te wreken. Bij het korte +onderhoud, dat wij met elkaar hadden, gaf hij mij dit te kennen en ik +geloof, dat hij het meende. Ik moet u bepaald aanraden naar uw patiënten +terug te keeren." + +Het was moeilijk te verwachten, dat hij met een dergelijken voorslag +succes zou hebben bij iemand, die zoowel een oud soldaat als een oud +vriend van hem was. In de eetzaal te Straatsburg zaten wij de zaak te +bespreken, maar nog denzelfden avond hervatten wij gezamenlijk onze reis +en bevonden ons thans op weg naar Genève. + +We brachten een aangename week in het Rhônedal door en daarna bij Leuk +een zijweg inslaande, trokken wij den Gemmipas over, die nog met een +dikke sneeuwlaag was bedekt, en bereikten zoo over Interlaken het schoon +gelegen Meiringen. Het was een verrukkelijk uitstapje; beneden het +liefelijke groen der lente, boven het maagdelijk wit van den winter; +maar ook in deze schoone omgeving vergat Holmes geen oogenblik de +schaduw, die zijn weg verduisterde. In de eenvoudige Alpendorpen of in +de eenzame bergpassen kon ik aan het snelle flikkeren van zijn oogen en +uit den vorschenden blik, waarmede hij de enkele wandelaars, die ons +voorbijkwamen, gadesloeg, bemerken, dat hij wel overtuigd was, dat waar +onze weg ons ook mocht heenvoeren, wij ons niet konden onttrekken aan +het ons dreigende gevaar. + +Eens, ik herinner het mij nog goed, toen wij den Gemmi overtrokken en +langs den oever van het sombere Daubenmeer gingen, rolde een groot +rotsblok, dat van den bergwand was losgeraakt, naar beneden en stortte +met donderend geluid in het meer achter ons. Oogenblikkelijk snelde +Holmes tegen den berg op en na op een rotspunt plaats genomen te hebben, +tuurde hij naar alle richtingen. Vergeefs verzekerde onze gids hem, dat +een steenenval in de lente op die plaats een zeer gewoon verschijnsel +was. Holmes zeide niets, maar hij glimlachte tegen mij als een man, die +de vervulling ziet van de droeve gebeurtenis, die hij verwacht. + +En toch, niettegenstaande al zijn waakzaamheid, was hij nooit +neerslachtig. Integendeel, ik herinner mij niet, hem ooit zoo geestig +gezien te hebben. Telkens weer herhaalde hij, dat hij welgemoed tot het +ambtelooze leven zou terugkeeren, als hij de samenleving van professor +Moriarty kon bevrijden. + +"Ik geloof, Watson, dat ik vrij kon zeggen niet vergeefs geleefd te +hebben," zeide hij. "Ook als heden aan mijn werk een einde kwam, ik zou +het met gelatenheid overleven. De Londensche lucht zou mij te zoeter +zijn om in te ademen. Ik ben mij niet bewust, ook maar in een van de +meer dan duizend gevallen, waarin ik hulp verleende, mijn macht tot een +verkeerd doel gebruikt te hebben. In den laatsten tijd had het voor mij +een bijzondere bekoring mij bezig te houden met de problemen door de +natuur zelve aan de hand gedaan; liever dan met die, waarvoor onze +kunstmatige samenleving verantwoordelijk is. Uw mémoires, Watson, zullen +ten einde loopen op den dag, dat ik de kroon op mijn werk zet door de +gevangenneming of den dood van den gevaarlijksten en bekwaamsten +misdadiger van Europa." + +[Illustratie: Een groot rotsblok stortte naar beneden.] + +Ik zal kort en toch nauwkeurig zijn in het weinige, dat mij nog te +verhalen blijft. Het is geen onderwerp, waarbij ik gaarne met mijn +gedachten verwijl en toch gevoel ik, dat op mij de plicht rust, geen +enkele bijzonderheid weg te laten. + +Op den 3den Mei kwamen wij aan in het kleine dorpje Meiringen en namen +onzen intrek in het _Engelsche Hof_, waar toen de oude Peter Steiler +kastelein was. Onze waard was een ontwikkeld man, die uitmuntend +Engelsch sprak, daar hij drie jaren als kellner in het Grovesnor Hotel +te Londen had gediend. Gevolg gevende aan zijn raad, vertrokken wij +gezamenlijk in den namiddag van den 4den Mei met het voornemen de +heuvelstreek door te trekken en den daaropvolgenden nacht in het gehucht +Rosenlani te vertoeven. Men had ons vooral op 't hart gedrukt in geen +geval te verzuimen een kleinen omweg te maken om de watervallen van +Reichenbach, die halfweegs den heuvel zijn, te gaan zien. + +Het is inderdaad een vreeselijke plek. De stroom, gezwollen door de +smeltende sneeuw, stort zich in een diepen afgrond, waaruit het schuim +in wolken opstijgt als de rook uit een brandend huis. Stel u voor de +onmetelijk diepe kloof, omlijnd door glinsterende koolzwarte rotsen, +zich aan het einde vernauwende tot een kokenden afgrond van onpeilbare +diepte, over welks gezaagden rand de rivier met duizelingwekkende vaart +voortschiet. Het groene, glinsterende water stroomt eindeloos ver, +bruisende, schuimende en razende, en er boven hangt steeds een dik +gordijn van damp, en wie aan den rand der kloof staande naar beneden +ziet, moet wel duizelig worden door het eeuwig geraas en gewarrel en +gedraai van den glinsterenden maalstroom beneden. Wij stonden nabij den +rand en staarden op de glinstering van het water, ver beneden ons +brekende tegen de zwarte rotsen, en luisterden naar het geheimzinnig +geraas, dat tegelijk met het fijn verdeelde schuim opsteeg. + +Ter halverwege van den waterval was een pad uitgehouwen, waardoor men +een goed gezicht had op het verheven natuurtafereel, maar dit pad loopt +plotseling dood tegen den bergwand, zoodat een reiziger op zijn schreden +moet terugkeeren. Ook wij wilden dat doen, toen wij een Zwitserschen +knaap langs het pad zagen komen met een brief in zijn hand. De brief +droeg het adres van het hotel, dat wij zooeven verlaten hadden en was +aan mij door den waard geadresseerd. Hij meldde mij, dat eenige minuten +na ons vertrek een Engelsche dame was aangekomen, die in de laatste +periode van de tering was. + +[Illustratie: Beiden stortten in den afgrond (blz. 158).] + +Zij had den winter in Davos Platz doorgebracht en was nu op reis naar +haar vriendin te Lucern, toen zij plotseling een bloedspuwing kreeg. Men +dacht, dat zij ternauwernood nog een paar uren te leven had, doch het +zou haar zeer tot troost strekken, een Engelschen dokter te zien, en als +ik slechts terug wilde keeren enz. enz. De goede Steiler verzekerde mij, +dat hij mijn komst als een zeer groote gunst zou beschouwen, daar de +dame volstrekt de hulp van een Zwitserschen geneesheer weigerde en hij +voelde, dat op hem een groote verantwoordelijkheid rustte. + +Ik kon het beroep op mijn hulp niet afslaan. Het was mij onmogelijk het +verzoek te weigeren van een landgenoote, die stervende was in een vreemd +land. Toch maakte ik bezwaar, Holmes te verlaten. Wij kwamen echter +overeen, dat hij den jongen Zwitser als gezelschap bij zich zou houden, +terwijl ik naar Meiringen terugkeerde. Mijn vriend wilde eenigen tijd +bij den waterval blijven en dan langzaam over den heuvelrug naar +Rosenlani wandelen, waar ik mij in den avond bij hem zou voegen. Toen ik +heenging, stond Holmes met den rug tegen den rotswand, met de armen over +elkaar geslagen, naar beneden ziende op den waterval. Het was de laatste +maal, dat ik hem op deze wereld zou zien. + +Toen ik nabij den voet van de helling was aangekomen, zag ik om. Het was +nu onmogelijk den waterval te zien, maar ik ging het smalle voetpad +over, dat er heen leidde. Langs het pad zag ik een man snel voortloopen. +Zijn zwarte gestalte teekende zich scherp af tegen den groenen +achtergrond. Ik merkte de vastheid van zijn gang; doch terwijl ik +voortsnelde, verloor ik hem uit de gedachte. + +Het duurde mogelijk iets langer dan een uur, eer ik Meiringen bereikte. +De oude Steiler stond in het portaal van zijn hotel. + +"Wel, het is toch niet erger met haar geworden?" zeide ik, +binnenkomende. + +Zijn gelaat nam een uitdrukking van verbazing aan en bij de eerste +trilling zijner wenkbrauwen was het, of mij het hart omdraaide. + +"Hebt gij dit dan niet geschreven?" vroeg ik, den brief uit mijn zak +nemende. "Is er geen zieke Engelsche dame in het hotel?" + +"In 't geheel niet," riep hij, "maar deze brief draagt den stempel van +het hotel. Ha, dan moet hij geschreven zijn door dien langen +Engelschman, die hier binnenkwam, nadat gij vertrokken waart. Hij +zeide...." + +Ik wachtte geen verdere verklaringen van den waard af. In een duizeling +van angst liep ik de dorpsstraat langs en snelde terug naar het pad, dat +ik zoo pas afgedaald was. Ik had een uur noodig gehad, om in het dorp te +komen. Trots alle inspanning, verliepen er nog eens twee uren, voor ik +weer aan de watervallen van Reichenbach kwam. Daar stond nog de +Alpenstok van Holmes tegen den rotswand, waarbij ik mijn vriend verlaten +had. Maar er was nu geen spoor meer van hem te zien en het was +tevergeefs, dat ik hem luid bij zijn naam riep. Mijn eenig antwoord was +mijn eigen stem, in honderdvoudige echo door de omringende rotsen +teruggekaatst. + +Het gezicht van dien Alpenstok deed mij huiveren. Holmes was dus niet +naar Rosenlani gegaan. Hij was op dat drie voet breede pad gebleven met +een steilen rotswand aan de eene zijde en een steilen afgrond aan de +andere, tot hij door zijn vijand overrompeld was. De jonge Zwitser was +ook verdwenen. Hij was waarschijnlijk bij Moriarty in dienst geweest en +had de beide mannen alleen gelaten. En wat was er toen gebeurd? Wie kon +zeggen, wat er toen was voorgevallen? + +Ik stond een paar minuten verbijsterd, trachtende mijn gedachten te +verzamelen, want de schrik had mij overmand. Toen begon ik aan Holmes' +eigen methode te denken en trachtte ze in praktijk te brengen, om het +treurspel te ontsluieren. Het was helaas slechts al te gemakkelijk. Wij +waren niet tot het eind van het bergpad gegaan; de Alpenstok wees de +plaats aan, waar wij onze wandeling gestaakt hadden en staan waren +gebleven. De zwarte grond wordt hier altijd vochtig gehouden door het +onophoudelijk neerspattende schuim; de tred van een vogel zou hier zelfs +zijn spoor achterlaten. Langs het verdere einde van het pad liepen twee +rijen voetstappen; zij liepen van mij af; geen kwam terug. Op eenige +ellen afstand van de plek, waar het pad eindigde, was de grond geheel en +al omgewoeld en modderig en de braamstruiken en varenkruiden waren +afgescheurd en met slijk bedekt. Ik ging voorover liggen en bezag den +grond nauwkeurig, terwijl het schuim over en rond mij spatte. Het was de +laatste uren donker geworden en nu zag ik slechts hier en daar op de +zwarte wanden het vocht glinsteren, en ver weg naar beneden aan 't eind +der kloof den glans van den gebroken waterstroom. Ik riep met luider +stem, maar het klagende en bruisende, eentonig rollende geluid van den +waterval, veel overeenkomst hebbende met de kreten van een menschelijke +stem, was het eenig antwoord. + +Maar het was de wil der Voorzienigheid, dat ik toch nog een laatsten +groet zou hebben van mijn vriend en makker. Ik heb reeds gezegd, dat +zijn Alpenstok nog tegen den op het smalle voetpad vooruitspringenden +rotswand stond. Op den top van deze rots staande, zag ik iets +schitterends en mijn hand boven de oogen houdende om beter te zien, +bemerkte ik, dat die schittering afkomstig was van den zilveren +sigarenkoker, dien Holmes gewoonlijk bij zich had. Toen ik hem opnam, +dwarrelde een klein vierkant stukje papier, waarop de koker had gelegen, +op den grond neer. Het papier ontvouwende, zag ik, dat het bestond uit +drie bladzijden uit zijn zakboek gescheurd en aan mij geadresseerd. Het +was kenmerkend voor het karakter van Holmes, dat het adres juist en het +schrijven vast en helder was, alsof hij het in zijn studeerkamer had +geschreven. + +[Illustratie: Een klein vierkant stukje papier dwarrelde neer.] + + * * * * * + +"Waarde Watson," zoo luidde het schrijven. "Dat ik u deze weinige +regelen kan schrijven, heb ik te danken aan de hoffelijkheid van +Moriarty, die de bespreking van ons geschil wel een oogenblik wilde +uitstellen. Hij heeft mij verteld, op welke wijze hij aan de handen der +Engelsche politie is ontsnapt en van onze bewegingen op de hoogte bleef. +Zijn methode van handelen heeft het hooge denkbeeld, dat ik van zijn +bekwaamheden had, versterkt. De gedachte, dat ik in staat zal zijn te +voorkomen, dat de maatschappij verder door zijn tegenwoordigheid +geschaad wordt, doet mij genoegen, ofschoon ik vrees tot een prijs, die +mijn vrienden veel verdriet zal veroorzaken, in 't bijzonder u, mijn +waarde Watson. Ik heb u reeds gezegd, dat mijn loopbaan haar eind heeft +bereikt en dat het onmogelijk op een voor mij meer passende wijze kan +geschieden dan nu het geval is. Om u de waarheid te zeggen, ik was +dadelijk overtuigd, dat die brief van Meiringen een valstrik was en liet +toe, dat gij vertrokt, ofschoon het bij mij vaststond, dat er een +ontknooping als deze zou volgen. Zeg den inspecteur Patterson, dat de +papieren, die hij noodig heeft voor de veroordeeling van de bende, in +het geheime laadje M zijn en zich bevinden in een enveloppe met het +opschrift Moriarty. Ik heb, voor ik Engeland verliet, mijn testament +gemaakt en dit mijn broer Mycroft ter hand gesteld. Breng mijn groeten +aan mevrouw Watson over en geloof mij, waarde vriend, dat ik steeds ben + + Uw u toegenegen + + SHERLOCK HOLMES." + +Een paar woorden zullen voldoende zijn, het overige mede te deelen. Een +onderzoek door deskundigen ingesteld liet weinig twijfel, dat een twist +tusschen de beide mannen eindigen moest, zooals die wel nauwelijks +anders kon eindigen, namelijk daarmede, dat zij in elkaars armen gekneld +in den afgrond stortten. Een poging om hun lijken te vinden was geheel +hopeloos, en daar diep in den ketel van draaiend water en kokend schuim +liggen voor altijd bedolven de gevaarlijkste misdadiger en de +voornaamste kampioen voor het recht. De jonge Zwitser is nooit +teruggevonden en het behoeft niet meer betwijfeld te worden, dat hij een +van de talrijke agenten was, die Moriarty in zijn dienst had.--En wat +de misdadigersbende betreft, men zal zich nog wel herinneren, hoe +volledig door de getuigenissen, door Holmes bijeengegaard, hun +organisatie werd blootgelegd, en hoe zwaar de hand van den doode op hen +drukte. Gedurende het proces kwamen omtrent hun vreeselijken aanvoerder +weinig bijzonderheden aan het licht, en indien ik gedwongen ben geworden +een juist verhaal te geven van bovengemelde feiten, dan is dit te wijten +aan die niet tot oordeelen bevoegde strijders, die zijn aandenken hebben +trachten te zuiveren door aanvallen op hem, dien ik steeds zal +beschouwen als den besten en verstandigsten man, dien ik ooit gekend +heb. + + + + + ÉÉN WOORDENBOEK $VOLDOENDE$ + + VOOR DE DRIE MODERNE TALEN. + + HET EERSTE Viertalig Woordenboek + + OM EN OM + + [Illustratie] + + HET BEVAT + + Hollandsch-Fransch, + Hollandsch-Duitsch, + Hollandsch-Engelsch, + + en + + Fransch-Hollandsch, + Duitsch-Hollandsch, + Engelsch-Hollandsch. + + ALLES IN ÉÉN BOEK VOOR [f] 1.25 + + + $Quanjers Viertalig Woordenboek Om en Om$ + +is naar de beste bronnen bewerkt. Voor het Nederlandsch is de +Woordenlijst van de Vries en te Winkel, voor het Duitsch die van Duden +gevolgd, terwijl de dictionnaires van Larousse en van Cassell +respectievelijk voor Fransch en Engelsch geraadpleegd zijn. + + $Quanjers Viertalig Woordenboek Om en Om$ + +is zoo volledig mogelijk, volkomen betrouwbaar, zeer duidelijk van druk, +aldus bij uitnemendheid geschikt voor school en huis; het bevat bijna +1200 pagina's, is gedrukt op geheel houtvrij papier, kost slechts +[f] 1.25 in geheel linnen band, en is bij elken Boekhandelaar +verkrijgbaar, alsmede bij de Uitgevers $BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN te +Rijswijk (Z.=H.)$. + + + + + DE TERUGKEER VAN SHERLOCK HOLMES. + + [Illustratie: SIR ARTHUR CONAN DOYLE] + + + + + DE TERUGKEER VAN + SHERLOCK HOLMES + + DOOR + + A. CONAN DOYLE. + + Schrijver van: + + DE GRIEKSCHE TOLK, DE HOND VAN DE BASKERVILLES, EEN GODSGERICHT, + DE AVONTUREN VAN SHERLOCK HOLMES, SHERLOCK HOLMES + DE DETECTIVE, DE LIEFDE EENER VROUW, enz. + + Geïllustreerd. + + RIJSWIJK (Z.-H.) + BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN. + + + + +I. + +Het avontuur van de Opleidingsschool. + + +Wij hebben het meer dan eens op onze kleine verdieping in Baker-Street +bijgewoond, dat personen op dramatische wijze opkwamen of vertrokken, +maar ik kan mij niet herinneren ooit iets in dit opzicht te hebben +bijgewoond, dat ons meer aangreep dan de eerste verschijning van dr. +Thorneycroft Huxtable, hoofdonderwijzer, acte Fransch L. O. enz. Zijn +kaartje, dat te klein scheen om het gewicht te dragen van zijn +onderwijstitels, was hem eenige seconden voorgegaan en daarna trad hij +zelf binnen--zoo groot, zoo afgemeten en zoo waardig, dat hij de +belichaming mocht genoemd worden van zelfbeheersching en soliditeit. En +toch was het eerste, wat hij deed, toen de deur achter hem was gesloten, +niets meer of minder dan zich vast te houden aan de tafel en vervolgens +op den vloer te glijden. Daar lag die majestueuse gestalte slap en +gevoelloos op onze vloermat. Wij waren beiden opgesprongen en eenige +oogenblikken staarden wij in stille verbazing naar het gewichtige stuk +wrakhout, dat deed denken aan een plotselingen en noodlottigen storm op +de levenszee. Holmes liep spoedig met een kussen naar hem toe om zijn +hoofd te steunen, en ik greep de brandewijnflesch om zijn lippen nat te +maken. Het breede, witte gelaat was doorploegd met lijnen, die van zorg +spraken, de opgezwollen oogleden zagen er loodkleurig uit, de geopende +mond trok nu en dan krampachtig samen aan de hoeken en zijn gelaat was +niet geschoren. Zijn das en halfhemd droegen de sporen van een langen +dag en het haar hing wanordelijk om het goed gevormde hoofd. Het was een +uitgeput man, die voor ons lag. + +"Wat is het, Watson?" vroeg Holmes. + +"Algeheele uitputting--misschien uitsluitend van honger en vermoeienis," +zei ik, met mijn vinger op den pols, waarin de levensstroom nog slechts +zwak klopte. + +"Een retourtje van Mackleton, in het noorden van Engeland," zei Holmes, +het uit zijn vestjeszak halend. "Het is nog geen twaalf uur. Hij moet +dus wel vroeg van huis zijn gegaan." + +[Illustratie: Het forsche, bleeke gelaat was doorploegd met lijnen, die +zorg verraadden.] + +De zware oogleden begonnen te trillen en een oogenblik later keken een +paar grijze oogen ons nieuwsgierig aan. Zoo goed mogelijk trachtte de +man vervolgens op te staan, terwijl zijn gelaat rood werd van schaamte. + +"Vergeef mij deze zwakte, mijnheer Holmes. Ik ben een weinig +overspannen. Dank u, indien u mij een glas melk met een beschuit kondet +geven, denk ik wel weer spoedig op te knappen. Ik kwam persoonlijk, +mijnheer Holmes, ten einde zeker te zijn, dat u met mij terugkeerdet. Ik +was bang, dat een telegram u niet van de absolute noodzakelijkheid en +het dringende van dit geval zou overtuigen." + +"Wanneer u geheel en al hersteld zijt,--" + +"Ik ben alweer geheel in orde. Ik begrijp niet, dat die zwakte mij zoo +eensklaps kon overvallen. Ik zou gaarne zien, mijnheer Holmes, dat u met +den volgenden trein met mij naar Mackleton terugkeerdet." + +Mijn vriend schudde het hoofd. + +"Mijn collega Watson zou u kunnen zeggen, dat wij op het oogenblik onze +handen vol werk hebben. Ik word bezig gehouden door de zaak van de +Ferrers Documenten en de Abergavenny moord komt morgen voor. Alleen een +zeer belangrijk geval zou mij er toe kunnen brengen, thans Londen te +verlaten." + +"Belangrijk!" Onze bezoeker maakte een welsprekend handgebaar. "Hebt u +dan niets gehoord van de ontvoering van den eenigen zoon van den hertog +van Holdernesse?" + +"Wat? Van den vroegeren minister?" + +"Juist. Wij hebben getracht er de bladen buiten te houden, maar gisteren +avond stond er iets in de "Globe". Ik dacht, dat het u wel ter oore zou +zijn gekomen." + +Holmes strekte zijn langen, dunnen arm uit en haalde Deel H uit zijn +Encyclopaedie te voorschijn. + +""Holdernesse, zesde hertog K. G., P. C."--het halve alphabet! "Baron +Beverley, Graaf van Carston"--lieve hemel, wat een titels! Bovendien nog +"Lord-Luitenant van Hallamshire sedert 1900. Gehuwd met Edith, dochter +van Sir Charles Appledore 1888. Erfgenaam en eenig kind, Lord Saltire. +Bezit ongeveer tweehonderd en vijftig duizend aren aan land. Mijnen in +Lancashire en Wales. Adres Carlton House Terrace; Holdernesse Hall, +Hallamshire; Carston Castle, Bangor, Wales. Lord van de Admiraliteit +1872; Secretaris van--" Wel, wel, deze man is zeker een van de +voornaamste onderdanen van de Kroon." + +"De grootste en misschien de rijkste. Ik heb gehoord, mijnheer Holmes, +dat u bij uw beroepsaangelegenheden niet juist de goedkoopste pleegt te +zijn en dat u bereid is te werken ter wille van het werk. Ik kan u +echter meedeelen, dat Zijne Genade reeds te kennen heeft gegeven, dat +een chèque van vijf duizend pond zal gegeven worden aan den man, die kan +zeggen, waar zijn zoon zich bevindt, en ook duizend pond aan hem, die +den man of de mannen kan noemen, welke hem gevangen hebben genomen." + +"Dat is een vorstelijke belooning," zei Holmes. "Watson, ik denk dat wij +dr. Huxtable zullen vergezellen op zijn terugreis naar het noorden van +Engeland. En nu, dr. Huxtable, wanneer u die melk hebt uitgedronken, +zult u mij wel willen vertellen, wat er gebeurd is, wanneer het gebeurd +is, hoe het gebeurd is en eindelijk wat dr. Thorneycroft Huxtable, van +de Opleidingsschool bij Mackleton, met de zaak heeft uit te staan, en +waarom hij drie dagen na een gebeurtenis komt--de ongeschoren staat van +uw kin wijst den datum aan--om mij te vragen mijn diensten te +verleenen." + +Onze bezoeker had zijn melk opgedronken en zijn beschuitjes opgepeuzeld. +Het licht was weder in zijn oogen teruggekeerd evenals de kleur op zijn +wangen, toen hij met veel omhaal van woorden het gebeurde ging +uitleggen. + +"Allereerst moet ik u meedeelen, heeren, dat mijn Instituut een +voorbereidingsschool is, waarvan ik de stichter en het hoofd ben. +"Huxtable's Aanteekeningen over Horatius" zal misschien mijn naam bij u +meer bekendheid verleenen. Mijn school is zonder twijfel de beste en +beroemdste opleidingsschool in Engeland. Lord Leverstoke, de Graaf van +Blackwater, Sir Cathcart Soames--zij allen hebben hun zonen aan mijn +hoede toevertrouwd. Maar ik voelde, dat mijn school haar toppunt van +roem had bereikt, toen, drie weken geleden, de hertog van Holdernesse +zijn secretaris, mijnheer James Wilder, zond met het bericht, dat de +jonge lord Saltire, oud tien jaar, zijn eenige zoon en erfgenaam, aan +mijn zorgen zou worden toevertrouwd. Weinig vermoedde ik, dat dit het +voorspel zou wezen van de grootste ramp in mijn leven. + +"Den eersten Mei kwam de knaap, daar dan de overgangsexamens plaats +hebben. Hij was een aardige jongen en wende spoedig aan zijn nieuwe +omgeving. Ik kan u wel zeggen--ik hoop, dat ik niet onbescheiden ben, +maar halve mededeelingen geven in een dergelijk geval toch niets--dat +hij niet bijzonder gelukkig thuis was. Het is een bekend geheim, dat het +huwelijksleven van den hertog niet zeer vreedzaam is geweest en dat de +zaak geëindigd is in een scheiding met wederzijdsch goedvinden. De +hertogin heeft zich een verblijf gekozen in het Zuiden van Frankrijk. +Dat is niet lang geleden gebeurd en men wist, dat de knaap zeer gehecht +was aan zijn moeder. Hij was stil en in zich zelf gekeerd na haar +vertrek van Holdernesse Hall, en het was om deze reden, dat de hertog +hem naar mijn inrichting wilde zenden. Na verloop van veertien dagen +voelde de knaap zich echter bij ons thuis en was oogenschijnlijk +gelukkig. Het laatst zagen wij hem in den avond van dertien Mei--dat is +Maandagavond j.l. Zijn kamer was op de tweede verdieping en men bereikte +haar door een andere kamer, waarin twee andere jongens sliepen. Deze +jongens zagen of hoorden niets, zoodat het zeker is, dat de jonge +Saltire dien kant niet is uitgegaan. Zijn raam was open en daarlangs +groeit een mooie klimop. Wij konden beneden na zijn verdwijning geen +voetsporen vinden, maar vast staat, dat hier de eenige uitgang was. + +"Zijn afwezigheid werd Dinsdagmorgen om zeven uur ontdekt. Zijn bed was +beslapen geweest. Hij had zich geheel gekleed, voordat hij wegging en +zijn gewoon blauw schoolpak met de donkergrijze broek aangetrokken. Er +was hoegenaamd geen aanwijzing, dat iemand de kamer was binnengetreden, +en het is zeker, dat, wanneer een worsteling had plaats gehad of ook +maar even om hulp geroepen was, zulks zou gehoord zijn, daar Caunter, de +oudste jongen in de aangrenzende kamer, zeer licht slaapt. + +"Toen Lord Saltire's verdwijning ontdekt was, liet ik terstond alle +personen in mijn inrichting bij elkander komen, onderwijzers, +dienstpersoneel en de jongens. Toen bemerkten wij, dat Lord Saltire +waarschijnlijk niet alleen was geweest bij zijn vlucht. Heidegger, de +onderwijzer in het Duitsch, werd ook vermist. Zijn kamer was op de +tweede verdieping, aan het andere eind van het gebouw en kwam op +dezelfde zijde uit als het vertrek van Lord Saltire. Hij had ook +geslapen; maar klaarblijkelijk was hij slechts gedeeltelijk gekleed +weggegaan, daar zijn boord en zijn sokken nog in zijn kamer lagen. Hij +was ongetwijfeld ook langs het klimop naar beneden geklauterd, want wij +konden zijn voetsporen zien, daar waar hij op den grond was neergekomen. +Zijn fiets werd bewaard in een klein huisje naast de laan en deze was +weg. + +"Hij was twee jaar bij mij geweest en kwam met zeer goede +getuigschriften; hij was echter een stil en in zich zelf gekeerd man en +niet bijzonder populair bij de leerlingen, evenmin als bij de +onderwijzers. Van de vluchtelingen kon geen spoor ontdekt worden, en +thans op Donderdagmorgen zijn wij even wijs als wij Dinsdag waren. Op +Holdernesse Hall werd natuurlijk terstond navraag gedaan. Het is slechts +eenige mijlen ver en wij dachten, dat de jongen in een plotseling +verlangen naar huis, naar zijn vader was teruggekeerd; daar had men +echter niets van hem gehoord of gezien. De hertog is zeer opgewonden--en +wat mij betreft, wel, u hebt zelf gezien, in welk een staat van +overspanning ik mij bevind ten gevolge van deze zaak. Mijnheer Holmes, +indien u ooit al uw vermogens aan het werk zette, smeek ik u het nu te +doen, want nooit in uw leven zult u een geval krijgen, dat meer waard is +al uw aandacht er aan te besteden." + +Sherlock Holmes had met gespannen aandacht geluisterd naar de +mededeelingen van den ongelukkigen schoolmeester. Zijn saamgetrokken +wenkbrauwen en de diepe rimpels in zijn voorhoofd toonden aan, dat hij +geen aanmoediging behoefde om al zijn aandacht te concentreeren op een +probleem, dat, afgescheiden van de groote belangen, die er bij waren +betrokken, zoo direct zijn liefde voor het ingewikkelde en ongewone +moest opwekken. Hij haalde zijn notitieboekje voor den dag en krabbelde +eenige aanteekeningen neer. + +"U zijt zeer nalatig geweest door niet eerder bij mij te komen," zei hij +streng. "U begint zoodoende mij bij mijn onderzoek reeds dadelijk te +dwarsboomen. Het is bijvoorbeeld niet aan te nemen, dat de klimop in de +laan voor een opmerkzaam toeschouwer niets merkwaardigs opgeleverd zou +hebben." + +"Mij kan geen blaam in dat opzicht treffen. Zijne Genade wilde in elk +geval alle publiek schandaal vermijden. Hij was bang, dat zijn +ongelukkig familieleven zoodoende al te ruchtbaar zou worden. Hij zou +voor geen geld ter wereld willen, dat dit gebeurde." + +"Maar er is toch zeker een officieel onderzoek ingesteld door de +politie?" + +"Ja, mijnheer, maar dat heeft al zeer weinig opgeleverd. Oogenschijnlijk +was reeds dadelijk een spoor ontdekt, daar gemeld werd aan een naburig +station, dat men 's morgens vroeg een jongen en een man gezien had, die +met den trein waren vertrokken. Eerst gisteren avond kregen wij bericht, +dat men deze beiden had opgespoord in Liverpool en dat daar gebleken is, +dat zij hoegenaamd niets met het geval hadden uit te staan. Daarna kwam +ik in mijn wanhoop en teleurstelling, na een slapeloozen nacht, +regelrecht naar u toe met den vroegtrein." + +"Ik vermoed, dat het plaatselijk onderzoek verslapte tijdens dat het +valsche spoor werd gevolgd." + +"Men deed in dien tusschentijd niets." + +"Zoodat drie dagen zijn verloren gegaan. De zaak is allertreurigst +behandeld." + +"Dat weet ik en stem ik toe." + +"En toch is het vraagstuk nog wel op te lossen. Ik zal althans met +genoegen het onderzoek op mij nemen. Is u er in geslaagd eenig verband +te vinden tusschen den vermisten knaap en dien Duitschen onderwijzer?" + +"In het geheel niet." + +"Kreeg de knaap reeds onderricht van dezen onderwijzer?" + +"Neen, hij heeft, voor zoover ik weet, geen woord ooit met hem +gewisseld." + +"Dat is zeker zeer vreemd. Had de knaap een fiets?" + +"Neen." + +"Werd een fiets van een anderen knaap vermist?" + +"Neen." + +"Is dat zeker?" + +"Bepaald." + +"Wel, u zult zeker niet willen beweren, dat de Duitscher op een fiets in +een donkeren nacht is weggereden, terwijl hij den knaap in zijn armen +hield?" + +"Zeker niet." + +"Wat is dan de theorie, die u er op nahoudt?" + +"De fiets kan gediend hebben om ons op een dwaalspoor te brengen. Zij +kan hier of daar verborgen zijn en het paar dan te voet zijn +weggegaan." + +"Juist; maar het schijnt dan toch wel een eigenaardig dwaalspoor, niet +waar? Waren er nog andere fietsen in dat schuurtje?" + +[Illustratie: Welke theorie houdt u er op na?] + +"Verscheidene." + +"Zouden zij er geen twee hebben verstopt, indien zij het denkbeeld +wilden opwekken, dat zij per rijwiel waren vertrokken?" + +"Dat denk ik wel." + +"Natuurlijk zouden zij dat gedaan hebben. Deze theorie deugt dan ook +niet. Maar het incident is een uitstekend punt van uitgang voor een +onderzoek. Een fiets is nu eenmaal niet gemakkelijk te verbergen of te +verruilen. Nog een vraag. Is er iemand geweest om naar den knaap te zien +op den dag, vóór hij verdween?" + +"Neen." + +"Heeft hij toen een brief gekregen?" + +"Ja, een brief." + +"Van wien?" + +"Van zijn vader." + +"Opendet u de brieven van den knaap?" + +"Neen." + +"Hoe weet u dan, dat hij van zijn vader kwam?" + +"Het wapen stond op de enveloppe en het adres was geschreven in het +stijve handschrift van den hertog. Bovendien herinnert de hertog zich, +dat hij geschreven heeft." + +"En heeft hij daarop geen brief ontvangen?" + +"Niet in de laatste dagen." + +"Kreeg hij geen brief uit Frankrijk?" + +"Neen, nooit." + +"U ziet natuurlijk waarheen ik wil. Of de knaap is ontvoerd met geweld, +of hij is uit eigen vrijen wil gegaan. In het laatste geval mag men +verwachten, dat eenige pressie van buiten noodig was, om zulk een jongen +knaap tot zulk een stap te krijgen. Indien er geen bezoekers bij hem +zijn geweest, moet die pressie zijn uitgeoefend per brief. Vandaar dat +ik tracht uit te visschen, wie aan hem heeft geschreven." + +"Ik vrees, dat ik u niet veel wijzer kan maken. De eenige, die hem +schreef, was, voor zoover ik weet, zijn vader." + +"Die hem een brief zond op den dag van zijn verdwijnen. Was de +verstandhouding tusschen vader en zoon goed?" + +"Zijne Genade is nooit vriendelijk tegen iemand. Hij wordt geheel en al +in beslag genomen door algemeene openbare aangelegenheden en is +onvatbaar voor alle gewone emoties. Maar op zijn manier was hij +vriendelijk jegens den knaap." + +"Deze genoot de sympathie van zijn moeder?" + +"Ja." + +"Heeft hij het wel eens gezegd?" + +"Neen." + +"De hertog dan?" + +"Goede hemel, neen." + +"Maar hoe weet u dit dan?" + +"Ik heb met mijnheer James Wilder, den secretaris van Zijne Genade, een +vertrouwelijk gesprek gehad. Hij was het, die mij voorlichtte omtrent de +gevoelens van Lord Saltire." + +"Ik begrijp het. Is misschien de brief, dien de hertog zijn zoon +geschreven had, in dat vertrek achtergebleven?" + +"Neen, dien had hij meegenomen. Ik denk, mijnheer Holmes, dat het tijd +wordt, dat wij naar Euston gaan." + +"Ik zal een rijtuig voor laten komen. Over een kwartier zijn wij tot uw +dienst. Indien u naar huis telegrafeert, mijnheer Huxtable, zou het goed +zijn de lieden in den waan te laten, dat het onderzoek nog steeds te +Liverpool wordt voortgezet, of waar elders uw politie het gelieft in te +stellen. In den tusschentijd zal ik eenige naspeuringen doen op het +terrein zelf en misschien is het spoor nog niet zoo oud, of twee oude +speurhonden als Watson en ik kunnen het wel volgen." + + * * * * * + +Dien avond bevonden wij ons in de koude frissche atmosfeer van de +Peah-landstreek, waarin de beroemde school van dr. Huxtable is gelegen. +Het was reeds donker, toen wij er aankwamen. Een kaartje lag op de tafel +in de vestibule en de huisknecht fluisterde zijn meester iets in het +oor, dat deze dadelijk opgewonden naar ons deed toe komen. + +"De hertog is hier," zei hij. "De hertog en mijnheer Wilder zijn in de +spreekkamer. Komt, heeren, ik zal u even voorstellen." + +Ik kende natuurlijk den beroemden staatsman van aanzien, maar de man was +nu geheel anders dan hij gewoonlijk werd afgebeeld. Het was een forsch +en statig persoon, in de puntjes gekleed, met een lang smal gelaat, +waarvan de neus ietwat gebogen was. Zijn gelaat was doodsbleek, hetgeen +meer uitkwam door het contrast, dat gevormd werd door den langen rooden +baard, die op zijn wit vest neerhing. Aldus was de deftige verschijning, +die ons ijzig aanstaarde. Naast den hertog stond een jongmensch, dat, +naar ik vermoedde, de secretaris was. Hij was klein, zenuwachtig +beweeglijk, met verstandige, lichtblauwe oogen. Hij was het, die +dadelijk op een koelen, snijdenden toon het gesprek opende. + +[Illustratie: Naast den hertog stond een jongmensch.] + +"Dr. Huxtable, ik kwam heden morgen te laat om u te weerhouden van uw +reis naar Londen. Ik vernam, dat uw doel was den heer Sherlock Holmes +uit te noodigen het onderzoek in deze zaak op zich te nemen. Zijne +Genade is verbaasd, dr. Huxtable, dat u zulk een stap hebt genomen +zonder hem te waarschuwen." + +"Toen ik vernam, dat de politie er niet in was geslaagd--" + +"Zijne Genade is in geenen deele overtuigd, dat de politie niet is +geslaagd." + +"Maar gewis, mijnheer Wilder--" + +"U weet toch, mijnheer, dat Zijne Genade voor alles een publiek +schandaal wil vermijden. Hij neemt liefst zoo weinig mogelijk personen +in zijn vertrouwen." + +"De zaak kan gemakkelijk verholpen worden," zei de verslagen +onderwijzer. "Mijnheer Sherlock Holmes kan morgen ochtend naar Londen +terugkeeren." + +"Niet zoo haastig, dr. Huxtable, niet zoo haastig," zei Holmes langs +zijn neus weg. "Deze noordelijke lucht is zeer gezond en derhalve denk +ik hier een paar dagen te blijven en mijn tijd te besteden, zooals ik +dat noodig acht. Of ik daarbij onder uw dak zal slapen of in de +dorpsherberg, moet u natuurlijk beslissen." + +Ik kon zien, dat de ongelukkige onderwijzer nog altijd besluiteloos was, +uit welken toestand hij gered werd door de zware welluidende stem van +den roodgebaarden hertog, die klonk als een zware etensbel. + +"Ik ben het met mijnheer Wilder eens, dr. Huxtable, dat ge wijs zoudt +gedaan hebben met mij te raadplegen. Maar nu mijnheer Holmes eenmaal +door u in het vertrouwen is genomen, zou het inderdaad al te gek zijn, +indien wij niet van zijn diensten zouden gebruik maken. In plaats van +naar de herberg te gaan, mijnheer Holmes, zal het mij aangenaam zijn, +wanneer u bij mij op Holdernesse Hall zoudt willen logeeren." + +"Ik dank Uwe Genade zeer, maar in het belang van mijn onderzoek, denk +ik, dat het beter is te blijven op het terrein van het geheim." + +"Zooals u wilt, mijnheer Holmes. Alle inlichtingen, die mijnheer Wilder +of ik u kunnen verstrekken, staan u natuurlijk ten dienste." + +"Het zal waarschijnlijk noodig zijn, dat ik u op de Hall kom bezoeken," +zei Holmes. "Ik zou u nu alleen willen vragen, mijnheer, of u eenige +verklaring weet te geven over het verdwijnen van uw zoon?" + +"Neen, mijnheer, in het geheel niet." + +"Wil mij niet kwalijk nemen, wanneer ik zaken aanroer, die voor u +pijnlijk zijn, maar er zit niet anders op. Gelooft u, dat de hertogin +iets met de zaak te maken heeft?" + +De staatsman aarzelde een oogenblik. + +"Ik geloof het niet," zei hij eindelijk. + +"De verklaring, die het meest voor de hand ligt, is deze, dat de knaap +is opgelicht ten einde een hoog losgeld voor hem van u te krijgen. Er is +toch nog geen brief door u ontvangen?" + +"Neen, mijnheer." + +"Nu nog een vraag, Uwe Genade. Ik meen begrepen te hebben, dat u uw +zoon hebt geschreven op den dag, dat het incident plaats had." + +"Neen, ik schreef hem den dag te voren." + +"Juist. Maar hij ontving uw brief toch eerst op den volgenden dag." + +"Ja." + +"Stond er iets in uw brief, dat hem er toe kon brengen zulk een stap te +doen?" + +"Neen, mijnheer, zeker niet." + +"Hebt u dien brief zelf op de post gedaan?" + +Het antwoord van den edelman werd voorkomen door zijn secretaris, die +eenigszins haastig tusschenbeide kwam. + +"Zijne Genade is niet gewoon zelf zijn brieven op de post te doen," zei +hij. "Deze brief werd met andere op tafel gelegd, en ik zelf heb hem +gepost." + +"U is er zeker van, dat die brief er bij was?" + +"Ja, ik zag hem er bij." + +"Hoeveel brieven heeft Uwe Genade dien dag geschreven?" + +"Twintig of dertig. Ik heb een uitgebreide correspondentie. Maar zeker +doet dit niets ter zake." + +"Toch wel," zei Holmes. + +"Wat mij betreft," ging de hertog voort, "ik heb de politie geraden haar +aandacht op het Zuiden van Frankrijk te vestigen. Ik heb reeds gezegd, +dat ik niet geloof, dat de hertogin zulk een ellendige daad zou +aanmoedigen, maar de knaap had de onzinnigste denkbeelden, en het is +mogelijk, dat hij naar haar gevlucht is, geholpen en geleid door dezen +Duitscher. Ik geloof, dr. Huxtable, dat wij thans naar de Hall kunnen +terugkeeren." + +Ik kon zien, dat Holmes nog gaarne eenige andere vragen had willen +richten tot den hertog, maar aan het optreden van den edelman was +duidelijk te merken, dat hij het onderhoud als geëindigd beschouwde. +Klaarblijkelijk was het voor zijn aristocratische natuur uiterst +hinderlijk over zijn intieme aangelegenheden met een vreemdeling te +spreken en vreesde hij, dat elke nieuwe vraag een nieuw licht zou +verspreiden over de verborgen hoeken van zijn hertogelijke geschiedenis. + +Zoodra de edelman en zijn secretaris vertrokken waren, toog mijn vriend +met een merkwaardigen ijver aan het werk en ging op onderzoek uit. + +De kamer van den knaap werd zorgvuldig onderzocht en niets bleef over +dan de overtuiging, dat hij alleen door het raam ontsnapt kon wezen. De +kamer van den Duitscher leverde ook geen enkele ontdekking op. Hier had +een stuk van den klimop het begeven onder zijn gewicht en wij zagen bij +het licht van een lantaarn, waar zijn voeten waren neergekomen. De +indruk in het korte groene gras was het eenige bewijs, achtergelaten bij +deze onverklaarbare, nachtelijke vlucht. + +Sherlock Holmes verliet alleen het huis en kwam eerst over elven terug. +Hij had zich een groote kaart van de omstreken laten geven en deze +bracht hij in mijn kamer, waar hij haar op het bed uitspreidde en na de +lamp er boven te hebben gehangen, ze begon te bestudeeren onder het +rooken van een pijp, nu en dan bijzonder belangrijke punten aanwijzend. + +"Deze zaak begint mij te boeien, Watson. Ongetwijfeld zijn er eenige +belangrijke feiten, die er mede in verband staan. Nu wij nog zoo goed +als aan het begin zijn, moet je je op de hoogte stellen van de +geographische ligging dezer streek, hetgeen ons onderzoek later ten +goede zal komen. + +"Kijk eens naar de kaart. Deze donkere vlek is de school. Ik zal er een +speld insteken. Nu, deze lijn is de hoofdweg. Zooals je ziet, loopt hij +ten oosten en ten westen van de school en er is geen zijweg. Indien de +beide personen den weg gevolgd hebben, moeten zij langs _dezen_ weg zijn +gekomen. + +"Door een toevallige, gelukkige omstandigheid zijn wij in staat om na te +gaan, wie zoo aldaar gepasseerd zijn. Op dat punt, waar mijn pijp nu +ligt, heeft een veldwachter van 's nachts twaalf uur tot zes uur in den +morgen op wacht gestaan. Zooals je ziet, scheidt de weg zich hier voor +de eerste maal in tweeën. Deze man verklaart, dat hij geen oogenblik +zijn post heeft verlaten en dat het onmogelijk is, dat een man of een +knaap daar langs konden gaan, zonder dat hij hen zag. Ik heb dezen agent +van avond gesproken en hij maakte op mij den indruk volkomen +geloofwaardig te zijn. Daardoor kan deze kant verder buiten beschouwing +blijven. Wij komen nu aan de andere zijde. Hier staat een herberg, "De +Roode Stier" geheeten en de herbergierster is ernstig ziek. Zij had naar +Mackleton om een dokter gezonden, maar deze kwam niet vóór 's morgens, +daar hij was opgehouden door een ander geval. De bewoners van de +herberg waren den geheelen nacht opgebleven, in afwachting van zijn +komst en om beurten schijnen zij telkens gekeken te hebben of zij ook +iets op den weg zagen aankomen. Zij verklaren, dat in elk geval niemand +voorbijgekomen is. Indien hun verklaring juist is, volgt daaruit, dat +wij tegelijkertijd kunnen vaststellen, dat ook niet langs dezen kant de +vluchtelingen zijn gekomen, ergo dat zij in het geheel geen gebruik +hebben gemaakt van den weg." + +"Maar de fiets?" bracht ik in het midden. + +"Juist zoo. Wij zullen dadelijk tot de fiets komen. Maar laat ons onze +redeneering volgen: indien deze personen niet langs den weg zijn gegaan, +moeten zij dwars het land hebben overgestoken aan de noord- of de +zuidzijde van het huis. Dat is zeker. Laat ons nu de kansen tegen +elkander opwegen. Aan de zuidzijde van het huis is, zooals je ziet, een +groote uitgestrektheid bouwland met slooten tot afscheiding. Daar is, +dat stem ik toe, een fiets van geen waarde. Wij kunnen dan ook deze +zijde gerust buiten beschouwing laten en moeten onze aandacht richten op +de streek ten noorden van het huis. Hier staan een aantal boomen, +aangeduid als de "Ragged Shaw" en verder strekt zich een groote golvende +heide uit, Lower Gill Moor geheeten, die tien mijl voort gaat en zacht +glooiend oploopt. Hier, aan een zijde van de wildernis, ligt Holdernesse +Hall, tien mijl van de school, wanneer men den weg volgt, maar slechts +zes mijl, wanneer men de heide oversteekt. Het is een zeer eenzame +vlakte. Een paar boeren wonen er en hebben er kleine plaatsen. Zij leven +van de veeteelt, hoofdzakelijk door schapen opgebracht. Behalve deze, +zijn de kievit en de snip de eenige bewoners, totdat men komt aan den +hoofdweg, die naar Chesterfield leidt. Daar staat een kerkje, zooals je +ziet, met een paar huisjes en een herberg. Verderop worden de heuvels +steiler. Zeker moeten wij ons onderzoek in deze richting leiden." + +"Maar de fiets," hield ik vol. + +"Wel, wel," zei Holmes ongeduldig. "Een goed wielrijder heeft geen +straatweg noodig. De heide wordt doorkruist door paden en het was volle +maan. Hallo, wat is dat?" + +Er werd zenuwachtig geklopt op de deur, en een oogenblik later was dr. +Huxtable in de kamer. In zijn hand droeg hij een blauwe muts met een +witten knoop in het midden. + +"Eindelijk hebben wij een aanwijzing," riep hij. "Den hemel zij dank, +eindelijk zijn wij den knaap op het spoor! Hier is zijn muts." + +"Waar werd die gevonden?" + +"In den wagen van de zigeuners, die op de heide gekampeerd hebben. Zij +gingen Dinsdag weg. Vandaag heeft de politie hen achterhaald en hun +karavaan geïnspecteerd. Dit werd gevonden." + +"Wat zeggen zij naar aanleiding van deze vondst?" + +"Zij aarzelden en logen--zeiden, dat zij de muts gevonden hadden op de +heide op Dinsdagmorgen. Zij weten, waar hij is, de schurken. Maar +gelukkig zitten zij nu achter slot en de vrees voor de wet of de beurs +van den hertog zullen zeker alles uit hen halen, wat zij weten." + +"Tot dusverre gaat het goed," zei Holmes, zoodra de onderwijzer het +vertrek weder had verlaten. "Wij zijn ten minste zoo ver, dat de +theorie, dat aan de zijde van de Lower Gill Moor gezocht moet worden, de +juiste is gebleken. De politie heeft werkelijk nog niets gedaan. Alleen +heeft zij deze zigeuners gearresteerd. Kijk hier, Watson. Er loopt door +de heide een stroompje, zooals je ziet. Op sommige plaatsen verbreedt +het zich tot een moeras. Dat is voornamelijk het geval in de streek +tusschen Holdernesse Hall en de school." + +Later merkte Holmes aan, na het terrein nogmaals te hebben opgenomen: +"Met dat droge weer behoeven wij elders niet naar sporen te zoeken, dat +zou vergeefsche moeite zijn, maar op dat punt is vrij zeker een of ander +spoor achtergelaten. Ik zal je morgen ochtend vroeg roepen en wij zullen +dan samen trachten eenig licht over dit geheim te verspreiden." + +De dag brak juist aan, toen ik wakker werd en de magere, hoekige +gestalte van Holmes voor mijn bed ontwaarde. Hij was reeds gekleed en +scheen ook al naar buiten te zijn geweest. + +"Ik heb de laan en de fietsenbergplaats reeds doorzocht," zei hij. "Ook +heb ik een wandeling gedaan door het bosch. Nu, Watson, in de kamer +hiernaast staat chocolade. Ik verzoek je een beetje voort te maken, want +wij hebben een drukken dag voor ons." + +Zijn oogen schitterden en zijn wangen waren rood van opgewondenheid, +evenals dat het geval zou zijn bij iemand, die den weg open ziet om tot +succes te komen. Deze werkzame, koene man vormde een groot verschil met +den lusteloozen droomer uit Baker-Street. Ik voelde, terwijl ik keek +naar de smalle gestalte, die vol energie was, dat inderdaad een +moeilijke dag voor de deur stond. + +En toch begon hij met de grootste teleurstelling. Vol hoop liepen wij +over de bruine heide, die doorkruist werd door wel duizend paden, door +de schapen gemaakt, totdat wij kwamen aan een breede lichtgroene vlakte, +als een teeken, dat hier het moeras begon tusschen ons en Holdernesse +Hall. Indien de knaap naar huis gegaan was, moest hij hier zijn +gepasseerd en hij kon dat niet doen zonder sporen achter te laten. Maar +van hem noch van den Duitscher vonden wij een teeken. Met een donker +gelaat liep mijn vriend langs den kant, nauwlettend uitkijkende naar +iets, dat ook maar de minste aanwijzing zou kunnen geven. Indrukken van +schapenpooten waren er genoeg en eenige mijlen verder op een plaats ook +sporen van koeien. Anders niets. + +"Dat is de eerste tegenvaller," zei Holmes, terwijl hij peinzend over de +golvende vlakte staarde. "Er is daar verderop nog een ander moeras, +waartusschen een smalle begaanbare strook gronds loopt. Hallo, hallo, +wat hebben wij hier?" + +Wij waren gekomen aan een smal pad. In het midden, duidelijk zichtbaar +op den vochtigen bodem, liep het spoor van een fiets. + +"Hoera," riep ik. "Nu hebben wij het." + +Holmes echter schudde zijn hoofd, en zijn gelaat drukte eerder +verlegenheid en teleurstelling uit dan vreugde. + +"Een fiets, juist, maar niet _de_ fiets," antwoordde hij. "Ik ben bekend +met twee en veertig verschillende indrukken, die rijwielbanden +achterlaten. Dit is, zooals gij ziet, een Dunlopband. Heidegger reed op +Palmer's banden, en het spoor, dat deze achterlaten, heeft veel van +dunne lange draden naast elkander. Aveling, de onderwijzer in wiskunde, +was er zeker van, dat het Palmer's banden waren. Dit is derhalve niet +het spoor van Heidegger." + +"Dat van den knaap dan?" + +"Misschien, indien wij konden bewijzen, dat hij een fiets in zijn bezit +had. Maar dit hebben wij in het geheel niet kunnen doen. Dit spoor is +van een rijder, die, zooals gij ziet, kwam uit de richting van de +school." + +"Hij kan er ook heengegaan zijn." + +[Illustratie: Een indruk als van een bundel fijne telegraafdraden was in +het midden zichtbaar.] + +"Neen, neen, mijn waarde Watson. Het diepste spoor is natuurlijk dat van +het achterwiel, waarop het gewicht rust. Je ziet, dat op verschillende +punten, waar het over het ondiepe spoor ging, dit laatste is +uitgewischt. Derhalve kwam de rijder ongetwijfeld van den kant van de +school. Dit kan of kan ook niet in verband staan met ons onderzoek. Maar +wij zullen toch, alvorens verder te gaan, het eerst moeten volgen." + +Dit deden wij en na een paar honderd meter verloren wij het spoor uit +het oog, daar wij ons nu weder op een harder gedeelte van den grond +bevonden. Teruggaande langs het spoor, kwamen wij op een plek, waar een +beekje het kruiste. Hier was het echter bijna uitgewischt door de sporen +achtergelaten door koeien. Daarna was er geen spoor meer, maar het was +duidelijk, dat de wielrijder regelrecht was gekomen uit de "Ragged +Shaw", het bosch dat zich achter de school uitstrekt. In dit bosch was +de fietser derhalve geweest. Holmes ging zitten en liet zijn kin in zijn +handen rusten. Ik had twee cigaretten opgerookt alvorens hij zich +bewoog. + +"Wel, wel," zei hij eindelijk. "Het is natuurlijk mogelijk, dat een +geslepen man van banden kon verwisselen om een ander spoor achter te +laten. Een misdadiger, die op zulk een gedachte is gekomen, moet iemand +zijn, waarmede ik gaarne zaken zou willen doen. Wij zullen dit vraagstuk +niet verder trachten op te lossen en weer naar ons moeras trekken, want +een groot gedeelte hebben wij nog niet doorzocht." + +Wij vervolgden onze systematische enquête en onderzochten stuk voor stuk +de randen van het moeras en de heide. Spoedig werd onze volharding +beloond. Recht door het langste gedeelte van het moeras liep een pad. +Holmes slaakte een kreet van voldoening, toen hij dit naderde. Een +indruk als van een bundel telegraafdraden was in het midden. Dat was het +spoor van den Palmerband. + +"Dat is ongeveer het spoor van Herr Heidegger," riep Holmes opgewonden. +"Mijn redeneering schijnt dus wel goed geweest te zijn, Watson." + +"Ik feliciteer je." + +"Maar er ligt nog heel wat voor ons te doen. Wees zoo goed en loop niet +in het spoor. Laat ons het nu volgen. Ik vrees, dat het niet ver zal +leiden." + +Wij vonden echter, dat dit gedeelte van de heide doorkruist werd door +weeke strooken gronds en ofschoon wij dikwijls het spoor bijster waren, +slaagden wij er telkens weder in het terug te vinden. + +"Merk je op," zei Holmes, "dat de rijder hier merkbaar sneller is gaan +rijden? Daar valt niet aan te twijfelen. Kijk eens naar dezen indruk, +waar de beide banden zijn te onderscheiden. De indrukken zijn even diep. +Dat kan alleen verklaard worden, doordat de rijder zijn gewicht heeft +overgebracht naar het stuur, hetgeen alleen gedaan wordt bij zeer hard +rijden. Bij Jupiter, hij is gevallen ook." Er was een plek, waar de +grond omgewoeld was. Dan volgden eenige voetstappen en toen weer de +indruk van den band. + +"Zeker geslipt," merkte ik op. + +Holmes trok een bremstruik naar zich toe. Tot mijn schrik bemerkte ik, +dat de blaadjes gedeeltelijk rood gekleurd waren. Ik zag nu ook op het +pad donkere vlekken en verdroogd bloed. + +"Slecht," zei Holmes. "Slecht! Blijf staan, Watson. Geen onnoodige +voetstappen. Wat kan ik hier lezen! Hij viel gewond neer, stond op, +steeg weer op en ging verder. Maar er is geen ander spoor. Hier aan +dezen kant heeft een koe geloopen. Hij kan toch niet door een stier +aangevallen zijn? Onmogelijk. Maar ik zie geen andere sporen. Wij moeten +verder gaan, Watson. Met bloedvlekken op den grond als hier om ons te +leiden, kan hij ons nu niet ontsnappen." + +Ons zoeken duurde niet lang. De indruk van den band begon allerlei +onregelmatige bochten te vertoonen op het vochtige, glibberige pad. +Plotseling zag ik, terwijl ik voor mij uitkeek, iets glinsteren te +midden van de dichte struiken. Wij haalden er een fiets uit met +Palmerbanden, een pedaal verbogen en het geheele voorgedeelte vol bloed. +Aan de andere zijde van het boschje was juist een schoen zichtbaar. Wij +renden er heen en daar lag de ongelukkige wielrijder. + +Het was een lange man, met een zwaren baard en een bril op, waarvan een +glas gebroken was. De oorzaak van zijn dood was een zware slag op het +hoofd, waardoor een gedeelte van de hersenpan was verbrijzeld. Dat hij +na het ontvangen van zulk een wonde nog verder had kunnen gaan, pleitte +wel voor zijn volhardingsvermogen en zijn moed. Hij had schoenen aan, +maar geen sokken en van onder zijn jas kwam een nachthemd te voorschijn. +Het was ongetwijfeld de Duitsche onderwijzer. + +Holmes keerde voorzichtig het lijk om en onderzocht het met groote +nauwkeurigheid. Hij bleef vervolgens langen tijd in gedachten verzonken +en ik kon zien aan zijn saamgetrokken wenkbrauwen, dat volgens zijn +meening de ijselijke ontdekking ons niet veel verder gebracht had bij +ons onderzoek. + +[Illustratie: Daar lag de ongelukkige wielrijder.] + +"Het is nu een weinig moeilijk om te weten, wat wij thans moeten doen, +Watson," zeide hij eindelijk. "Mijn eigen meening is, dat wij dit +onderzoek moeten voortzetten, want wij hebben reeds zooveel tijd +verloren, dat wij geen uur meer hebben te verliezen. Aan den anderen +kant zijn wij verplicht de politie in kennis te stellen met onze +ontdekking en te zorgen, dat het lijk van dezen ongelukkigen man naar +elders wordt overgebracht." + +"Kan ik niet even een boodschap wegbrengen?" + +"Maar ik heb je gezelschap en je hulp noodig." + +"Wacht even. Daar in de verte zie ik iemand bezig op de heide. Ik breng +den man hier en hij zal de politie den weg kunnen wijzen." + +Ik bracht den boer bij Holmes en deze zond den verschrikten man met een +briefje naar dr. Huxtable. + +"Nu, Watson," zeide hij, "hebben wij van morgen twee uitgangspunten +opgediept. Het eene was de fiets met de Palmerbanden en je ziet, waar +ons dat gebracht heeft. Het andere is de fiets met de Dunlopbanden. +Voordat wij echter beginnen met een onderzoek hiervan, moeten wij +trachten hetgeen wij weten te ontleden en het toevallige van het +niet-toevallige te scheiden. + +"In de eerste plaats wil ik je er op wijzen, dat de knaap zeker en gewis +uit vrijen wil is weggegaan. Hij is uit het raam geklommen en hij ging +of alleen weg of in gezelschap. Dat staat vast." + +Ik knikte. + +"Goed, laten we ons nu bezighouden met dezen ongelukkigen Duitscher. De +knaap was geheel gekleed, toen hij de vlucht nam. Hij heeft derhalve te +voren geweten, dat hij weg zou gaan. De Duitscher ging echter zonder +zijn sokken. Hij had haast om weg te komen." + +"Zonder twijfel." + +"Waarom ging hij? Omdat hij van uit zijn raam den knaap zag vluchten. +Omdat hij hem wenschte in te halen en terug te brengen. Hij haalde zijn +fiets te voorschijn, achtervolgde den knaap en kwam op den tocht om het +leven." + +"Zoo schijnt het gegaan te zijn." + +"Nu kom ik tot het critieke punt van mijn redeneering. In een gewoon +geval zou een man bij het vervolgen van een kleinen jongen hem achterna +ijlen. Hij kon immers weten, dat hij hem gemakkelijk zou kunnen inhalen. +De Duitscher doet dit echter niet. Hij neemt zijn fiets. Men heeft mij +verteld, dat hij een uitstekend wielrijder was. Hij zou echter niet aan +zijn fiets gedacht hebben, indien hij niet gezien had, dat de knaap op +de een of andere wijze sneller kon wegkomen dan hij kon loopen." + +"De andere fiets." + +"Laat ons de feiten verder onderzoeken. Hij vindt den dood vijf mijlen +van de school--niet, let wel, door een kogel, welke zelfs een knaap zou +kunnen afschieten, maar door een geweldigen slag, toegebracht door een +krachtigen arm. De knaap _had_ derhalve iemand bij zich, toen hij +vluchtte. En hij vluchtte snel, daar eerst na het afleggen van vijf mijl +een goed wielrijder hem kon achterhalen. Wij hebben den grond om en +nabij de plek, waar het treurspel is afgespeeld, onderzocht. Wat vonden +wij daar? Niets anders dan eenige sporen van koeienpooten. Ik maakte een +groote bocht, maar binnen een omtrek van vijftien meter ontdekte ik geen +enkel begaanbaar pad. Een ander wielrijder kon derhalve niet betrokken +zijn bij dezen moord. Maar er waren evenmin sporen van menschen." + +"Holmes," riep ik, "dat is onmogelijk." + +"Bewonderenswaardig!" zei hij. "Een opmerking, die hout snijdt. Het _is_ +onmogelijk, zooals ik het uitleg en daarom moet ik mij in een of ander +onderdeel vergist hebben. Toch heb je zelf ook alles kunnen zien. Heb je +iets op mijn redeneering aan te merken?" + +"Zou hij die wonde niet hebben opgedaan ten gevolge van een val?" + +"In een moeras, Watson?" + +"Ja, dan begrijp ik er niets meer van." + +"Tut, tut, wij hebben nog wel eens moeilijker vraagstukken opgelost. Wij +hebben in elk geval feiten genoeg voor ons, als wij ze maar in verband +met elkander weten te brengen. Komaan, nu wij niets meer aan de +Palmerbanden hebben, moeten wij zien, wat wij van de Dunlop kunnen +leeren." + +Wij volgden het eerste spoor over een grooten afstand. Weldra bereikten +wij echter een punt, waar de heide begon te glooien en het drassige +gedeelte plaats maakte voor harden grond. Hier konden wij niet meer +hopen op de hulp van een spoor. Op de plek, waar de indruk van de Dunlop +het laatst was te onderscheiden, viel niet na te gaan, waar de +wielrijder heen gegaan was. Het kon naar Holdernesse Hall, waarvan de +statige torens zich eenige mijlen links van ons verhieven, zijn, maar +even goed naar een klein dorpje, dat recht voor ons lag en aanwees, waar +de groote weg naar Chesterfield gezocht moest worden. + +Toen wij de onaanzienlijke en vervallen herberg met een haan boven de +deur naderden, slaakte Holmes plotseling een pijnlijken kreet--greep mij +bij den schouder om niet te vallen. Hij had zijn enkel zoodanig +verzwikt, dat hij bijna niet meer kon loopen. Zoo goed en zoo kwaad als +'t ging, hinkte hij naar de deur, waarin een zwaar gebouwde, donker +uitziende man op leeftijd een steenen pijp stond te rooken. + +"Hoe gaat het u, Reuben Hayes?" vroeg Holmes. + +"Wie ben je en hoe weet je zoo goed hoe ik heet?" vroeg de man op zijn +beurt, met een achterdochtigen blik van zijn sluwe oogen. + +"Wel, het staat op het bord boven je hoofd. Het is gemakkelijk aan +iemand te zien of hij de heer des huizes is, ja of neen. Hebt u +misschien ook een rijtuig in uw stal?" + +"Neen, dat heb ik niet." + +"Ik kan ternauwernood mijn voet op den grond zetten." + +"Zet hem dan niet op den grond." + +"Maar ik kan niet loopen." + +"Wel, dan moet je dansen." + +De manieren van mijnheer Reuben Hayes waren alles behalve beleefd, maar +Holmes toonde zich heelemaal niet uit het veld geslagen. + +"Kijk eens hier, man," zei hij. "Dit is werkelijk een lastige +geschiedenis voor mij. Het kan mij niet schelen op welke wijze ik verder +kom." + +"Mij ook niet," zei de onvriendelijke herbergier. + +"De zaak is van het hoogste gewicht. Ik zou je graag twaalf gulden +willen geven voor het leenen van een fiets." + +De herbergier spitste de ooren. + +"Waar wil je heen gaan?" + +"Naar Holdernesse Hall." + +"Lieden van den hertog, is het niet?" zei de herbergier, onze met modder +bevlekte kleederen met een ironischen blik beschouwend. + +[Illustratie: Met moeite hinkte hij tot aan de deur.] + +Holmes lachte goedhartig. + +"In elk geval zal hij blij zijn, wanneer hij ons ziet." + +"Waarom?" + +"Omdat wij hem nieuws brengen van zijn verloren zoon." + +De man schrok merkbaar. + +"Wat, ben jullie hem op het spoor?" + +"Men heeft in Liverpool van hem gehoord. Men verwacht, dat hij elk +oogenblik gevat zal worden." + +Weder kwam er een snelle verandering in het ongeschoren gelaat. De man +werd plotseling vriendelijk. + +"Ik heb al heel weinig redenen om den hertog een goed hart toe te +dragen," zeide hij, "want ik was indertijd zijn eerste koetsier en hij +heeft mij gemeen behandeld. Hij gaf mij mijn ontslag op staanden voet +naar aanleiding van hetgeen een onbetrouwbare marskramer geliefde te +vertellen. Maar ik ben blij, dat men te Liverpool van den jongen lord +gehoord heeft en ik zal jullie helpen om het nieuws naar de Hall te +brengen." + +"Dank u," zei Holmes. "Wij zouden eerst echter wel wat willen eten. +Daarna kunt ge de fiets voorbrengen." + +"Ik heb geen fiets." + +Holmes hield zijn portemonnaie op. + +"Ik zeg je man, dat ik er geen heb. Ik zal je echter met twee paarden +naar de Hall laten brengen." + +"Wel," zei Holmes, "daar zullen wij nader over praten, wanneer wij +gegeten hebben." + +Toen wij alleen waren in de keuken was het opmerkelijk, zoo spoedig als +de enkel van Holmes weer normaal werd. Het was bijna avond en wij hadden +sedert den vroegen morgen niets gehad, zoodat wij tamelijk lang over ons +maal deden. Holmes zat in gedachten verdiept, liep een- of tweemaal naar +het raam en keek met ernstig gelaat naar buiten. Het raam kwam uit op +een vierkante plaats. In den versten hoek was een hoefsmederij, waar een +jongen aan het werk was. Aan den anderen kant was de stal. Holmes was, +na voor het raam gestaan te hebben, weer gaan zitten en zat te denken. +Plotseling sprong hij met een uitroep van zijn stoel. + +"Bij den hemel, Watson, ik geloof, dat ik het gevonden heb," riep hij. +"Ja, ja, zoo moet het zijn. Watson, herinner je je vandaag sporen van +koeien te hebben gezien?" + +"Ja, verscheidene." + +"Waar?" + +"Wel, overal. Zij waren in het moeras en ook op het pad evenals op de +plek, waar de arme Heidegger den dood vond." + +"Juist. Welnu, Watson, hoeveel koeien heb je op de heide gezien?" + +"Ik herinner mij niet er een te hebben gezien." + +"Vreemd, Watson, dat wij langs den geheelen weg sporen van koeien zagen, +maar op de heide zelf niet een enkele koe. Zeer vreemd, is 't niet, +Watson?" + +"Ja, zeer vreemd." + +"Nu, Watson, span je eens even in. Kunt ge je nog herinneren, hoe die +sporen er uitzagen?" + +"Ja, dat kan ik." + +"Kunt ge je herinneren of de sporen er uitzagen ongeveer zoo?"--hij +legde een aantal broodkruimpjes in groepjes op tafel-- : : : : --"en +soms-- : · : · : · : --en eindelijk-- . · . · . · . · --Kunt ge je dat +herinneren?" + +"Neen, dat weet ik niet meer." + +"Maar ik wel. Ik zou er op kunnen zweren. Wij zullen echter teruggaan en +het op ons gemak nog eens nagaan. Wat ben ik een blinde ezel geweest om +niet eerder die gevolgtrekking te maken." + +"En welke conclusie is dat?" + +"Alleen, dat het een merkwaardige koe moet zijn, die loopt, draaft, +springt. Bij George, Watson, het was geen boertje, dat zulk een list +wist te verzinnen. De kust schijnt veilig te zijn, wanneer wij dien +jongen in de smederij niet meetellen. Laat ons naar buiten gaan en +trachten te zien, wat er te zien is." + +Er stonden twee paarden in den stal. Holmes tilde den achterpoot van een +dezer op en lachte luid. + +"Oude hoefijzers, maar pas beslagen, oude hoefijzers en nieuwe spijkers. +Dit geval behoort te worden gerangschikt onder de klassieke gevallen. +Laat ons eens in de smederij gaan zien." + +De jongen ging door met zijn werk zonder acht op ons te slaan. Ik zag de +oogen van Holmes links en rechts gaan over de massa ijzer en hout, die +over den vloer verspreid lag. Plotseling hoorden wij echter voetstappen +achter ons en daar stond de herbergier met van woede verwrongen +gelaatstrekken en met oogen, die fonkelden van onder de zwarte +wenkbrauwen. + +Hij hield een korten, met koper beslagen stok in zijn hand en kwam zoo +dreigend naar ons toe, dat ik werkelijk blij was mijn revolver in mijn +zak te voelen. + +"Gij, ellendige spionnen!" riep de man. "Wat doen jullie hier?" + +"Wel, mijnheer Reuben Hayes," antwoordde Holmes koel, "men zou denken, +dat gij bang zijt, dat wij iets kwaads zullen ontdekken." + +De man herstelde zich en zijn strenge mond plooide zich tot een valschen +lach, die meer dreigend was dan zijn woede. + +"Gij moogt in de smederij zoeken, wat gij er kunt vinden," zei hij. +"Maar hoor eens, heeren, ik houd er niet van, dat de menschen in mijn +huis rondscharrelen zonder mijn permissie, dus hoe gauwer jullie je +vertering betaalt en weggaat, hoe liever het mij zal zijn." + +"All right, mijnheer Hayes--wij bedoelden niets kwaads," zei Holmes. +"Wij hebben eens naar uw paarden gekeken, maar ik denk, dat ik toch maar +zal wandelen. Het is, geloof ik, niet ver." + +"Niet meer dan twee mijl tot aan de poorten van de Hall. Daar links +loopt de weg." Hij keek ons met nijdige oogen na, totdat wij zijn huis +hadden verlaten. + +Wij gingen niet ver langs den weg, want Holmes bleef staan, zoodra wij +door een kromming uit het gezicht van den herbergier waren. + +"Wij waren warm, zooals de kinderen zeggen, in die herberg," zei hij. +"Ik schijn kouder te worden bij elken stap, dien ik verder wegga. Neen, +neen. Ik kan met geen mogelijkheid weggaan." + +"Ik ben overtuigd," zei ik, "dat deze Reuben Hayes er alles van weet. +Aan alles kan men bemerken met een schurk te doen te hebben." + +"O, kreeg je dien indruk van hem? Daar zijn de paarden, daar is de +smederij. Ja, deze herberg "De Vechtende Haan" is een interessante plek. +Ik denk, dat wij er nog eens zullen moeten kijken, maar dan minder +opzienbarend." + +[Illustratie: De man vloog ons voorbij op den weg.] + +Een lange, glooiende weg, aan weerszijden waarvan grijze steenen palen +stonden, strekte zich achter ons uit. Wij waren van den weg afgegaan en +wilden den heuvel opgaan, toen ik uit de richting van Holdernesse Hall +een wielrijder in volle vaart zag naderen. + +"Bukken, Watson," riep Holmes en met zijn hand drukte hij mij op den +schouder. Nauwelijks waren wij onzichtbaar geworden, of de man snorde +langs ons. Te midden van een rollende golf stof zag ik iets van een +bleek, opgewonden gelaat, een gelaat met schrik geteekend in elken trek, +den mond open, terwijl de oogen wild vooruitstaarden. + +Het was een vreemd uitstapje van den dapperen James Wilder, dien wij den +vorigen avond hadden ontmoet. + +"De secretaris van den hertog," riep Holmes. "Kom, Watson, laat ons eens +zien, wat hij doet." + +Wij klauterden van heuvel tot heuvel, tot wij na eenige oogenblikken een +punt bereikt hadden, waar wij de raadselen van de herberg konden zien. +Niemand bewoog zich buiten het huis en Wilder's fiets stond tegen den +muur. Langzaam werd het duister, nadat de zon verdwenen was achter de +hooge torens van Holdernesse Hall. Eindelijk zagen wij in de duisternis +de twee lichten van een tilbury, die stond nabij de herberg, en kort +daarop hoorden wij het geratel van het rijtuigje, dat in woedende vaart +verdween in de richting van Chesterfield. + +"Wat denk je daarvan, Watson?" fluisterde Holmes. "Het heeft veel van +een vlucht." + +"Een enkel man in de tilbury, voor zoover ik kon zien. Wel, in elk geval +was het James Wilder niet, want daar komt hij aan de deur." + +Een roode lichtstraal werd zichtbaar in de duisternis. In het midden +stond de zwarte gestalte van den secretaris, die langs den donkeren weg +tuurde. Het was duidelijk, dat hij iemand verwachtte. Eindelijk hoorden +wij iemand langs den weg komen, voor een oogenblik werd een tweede +gestalte zichtbaar tegen het licht, de deur werd gesloten en alles was +weder duister. Vijf minuten later werd op de eerste verdieping een lamp +aangestoken. + +"Het schijnt, dat men in "De Vechtende Haan" er zonderlinge manieren op +nahoudt," zei Holmes. + +"De bar is aan den anderen kant." + +"Juist. Dit zijn, wat wij zouden kunnen noemen bekende klanten. Maar +wat ter wereld zou mijnheer James Wilder op dat uur in dit krot doen, en +wie is de man, die hem daar komt opzoeken? Kom, Watson, wij moeten iets +wagen en dat een weinig nader trachten te onderzoeken." + +Samen slopen wij langs den weg en kropen tot aan de deur van de herberg. +De fiets stond nog tegen den muur. Holmes stak een lucifer op, hield +dien bij het achterwiel en ik hoorde hem zacht lachen, toen het licht op +een Dunlopband viel. Boven ons was het verlichte venster. + +"Ik moet daar even naar binnen kijken, Watson. Als je je rug buigt en je +aan den muur vasthoudt, zal het wel gaan." + +Een oogenblik later stond hij op mijn schouders. Nauwelijks er op, +sprong hij er echter weer af. + +"Kom, mijn vriend," zei hij, "onze dagtaak is reeds lang genoeg geweest. +Ik denk, dat wij alle gegevens verzameld hebben, die wij noodig hebben. +Het is een verre wandeling naar de school, en hoe eerder wij teruggaan, +hoe beter." + +Hij deed ternauwernood onderweg een mond open en hij ging ook de school +niet binnen, toen wij deze hadden bereikt, maar ging naar het station +Mackleton, om van daar eenige telegrammen te verzenden. Laat in den +nacht hoorde ik hem dr. Huxtable toespreken, daar de goede man geheel +van streek was door den dood van zijn onderwijzer en even later kwam hij +mijn kamer binnen, even opgewekt en frisch als toen wij 's morgens waren +vertrokken. "Alles gaat goed, vriend," zeide hij. "Ik geloof, dat wij +voor morgen avond de oplossing van het geheim zullen hebben." + + * * * * * + +Om elf uur wandelden wij den volgenden dag door de beroemde eikenlaan +van Holdernesse Hall en wij werden, na binnengeleid te zijn, gebracht +naar het studeervertrek van den hertog. Daar vonden wij den heer James +Wilder, hoffelijk en deftig, maar toch droeg zijn gelaat nog de sporen +van den wilden schrik van den vorigen nacht en in zijn oogen was nog +iets van den doorgestanen angst te lezen. + +"U is gekomen om den hertog te spreken? Het spijt mij, maar Zijne Genade +is zeer onwel. Hij is zeer terneergeslagen door het treurige nieuws. Wij +ontvingen gisteren een telegram van dr. Huxtable, waarin hij mededeeling +deed van uw ontdekking." + +"Ik _moet_ den hertog spreken." + +"Maar hij is nog op zijn kamer." + +"Dan moet ik daarheen gaan." + +"Ik geloof, dat hij nog te bed ligt." + +"Nu, dan maar naar zijn bed." + +De koele, kalme manier van Holmes toonde den secretaris, dat er niets +tegen in te brengen was. + +"Zeer goed, mijnheer Holmes, ik zal zeggen, dat u hier is." + +Na een half uur wachtens verscheen de groote edelman. Zijn gelaat was +lijkkleurig, zijn schouders leken veel smaller en hij scheen mij veel +ouder toe dan den vorigen dag. Hij groette ons met statige hoffelijkheid +en ging aan zijn schrijfbureau zitten, waar zijn roode baard tot op de +tafel afhing. + +"Wel, mijnheer Holmes?" vroeg hij. + +De oogen van mijn vriend waren echter gevestigd op den secretaris, bij +den stoel zijns meesters staande. + +"Ik denk, Uwe Genade, dat ik vrijer zou kunnen spreken, wanneer mijnheer +Wilder er niet bij was." + +De man verbleekte en wierp Holmes een nijdigen blik toe. + +"Als Uwe Genade 't wenscht?" + +"Ja, ja, ga. Nu, mijnheer Holmes, wat hebt u te zeggen?" Mijn vriend +wachtte tot de deur gesloten was achter den secretaris. + +"Het feit is, Uwe Genade," zei hij, "dat mijn collega dr. Watson en ik +de verzekering van dr. Huxtable hadden gekregen, dat een belooning was +uitgeloofd in deze zaak. Ik zou gaarne zien, dat u dit persoonlijk +bevestigdet." + +"Zeker, mijnheer Holmes." + +"Het bedrag, ten minste als ik wel ben ingelicht, was 5000 pond voor +hem, die zegt waar uw zoon is." + +"Juist." + +"En nog eens duizend pond voor hem, die zegt, wie de personen waren, die +hem gevangen hielden." + +"Juist." + +"Onder de laatsten zijn ongetwijfeld ook begrepen degenen, die er toe +bijdragen, dat hij in zijn tegenwoordigen toestand blijft?" + +"Ja, ja," riep de hertog ongeduldig. "Indien u uw werk goed doet, +mijnheer Holmes, zult gij u niet over een schrale behandeling hebben te +beklagen." + +Mijn vriend wreef zich in de handen met een schijn van begeerigheid, die +voor mij een verrassing was, daar ik zijn gewoonten tamelijk wel kende. + +"Ik meen uw chèque-boek daar te zien liggen," zei hij. "Het zou mij +aangenaam zijn, indien Uwe Genade een chèque wilde uitschrijven voor +6000 pond. Misschien is het niet kwaad de chèque te endosseeren. De +Capital and Counties Bank zijn mijn agenten." + +Zijne Genade ging rechtop zitten en keek mijn vriend ijskoud aan. + +"Is dit scherts, mijnheer Holmes? Het is toch waarlijk geen onderwerp +voor zoodanige grap." + +"In het geheel niet, Uwe Genade. Ik was nooit ernstiger in mijn leven +dan op dit oogenblik." + +"Wat bedoelt u dan?" + +"Ik bedoel, dat ik de belooning heb verdiend. Ik weet, waar uw zoon is +en ik weet, wie hem hebben vastgehouden." + +De baard van den hertog scheen nog rooder te worden, vergeleken bij het +bleeke gelaat. + +"Waar is hij?" stamelde hij. + +"Hij is of was gisteren avond in "De Vechtende Haan", de herberg hier +twee mijl vandaan." + +De hertog leunde achterover in zijn stoel. + +"En wien beschuldigt gij dan?" + +Het antwoord van Holmes was verrassend. Hij stapte snel naar voren en +tikte den hertog op den schouder. + +"Ik beschuldig _u_," zei hij. "En nu, Uwe Genade, mag ik u om die chèque +verzoeken?" + +Nooit zal ik het voorkomen vergeten van den hertog, toen hij opsprong en +met zijn handen zwaaide als iemand, die in een afgrond zinkt. Maar +dadelijk zat hij weder met een buitengewone poging van aristocratische +zelfbeheersching neder en liet het gelaat in de beide handen zinken. Het +duurde eenige minuten voor hij sprak. + +"Hoeveel weet gij?" vroeg hij eindelijk zonder op te kijken. + +"Ik zag u beiden gisteren avond bij elkander." + +"Weet iemand behalve uw vriend hiervan iets?" + +"Ik heb er met niemand over gesproken." + +"Ik zal mijn woord gestand doen, mijnheer Holmes. Ik zal de chèque +schrijven, hoe onwelkom de informatie, die ik van u heb gekregen, ook +voor mij is. Toen de belooning werd uitgeloofd, kon ik niet vermoeden, +dat de zaak zulk een wending zou nemen. Maar gij en uw vriend zijn +mannen, die weten te zwijgen." + +[Illustratie: De moordenaar is ontsnapt.] + +"Ik begrijp Uwe Genade niet." + +"Ik moet mij duidelijker uitdrukken, mr. Holmes. Als gij alleen met dit +incident bekend zijt, is er geen reden, dat we er nog meer van hooren. +Ik denk, dat ik u twaalf duizend pond schuldig ben, is het niet?" + +Holmes glimlachte en schudde het hoofd. + +"Ik vrees, Uwe Genade, dat de zaak niet zoo gemakkelijk kan worden +afgedaan. Wij mogen den moord op den schoolmeester niet uit het oog +verliezen." + +"Maar James wist daar niets van. U kunt hem daarvoor niet +verantwoordelijk stellen. Het was het werk van dien brutalen schurk, +dien hij ongelukkigerwijs in den arm had genomen." + +"Ik moet mij op het standpunt plaatsen, dat wanneer iemand een misdaad +beraamt, hij tevens zedelijk schuldig is aan elke misdaad, die er het +gevolg van is." + +"Zedelijk, mijnheer Holmes. Ongetwijfeld hebt u gelijk. Maar reken niet +uit het oogpunt der wet. Iemand kan niet veroordeeld worden voor een +moord, waarbij hij niet tegenwoordig was en dien hij verafschuwt +evenzeer als u. Op het oogenblik, dat hij er van hoorde, vertelde hij +mij alles, zoozeer was hij vervuld van berouw en schrik. + +"Hij liet geen tijd verloren gaan om met den moordenaar te breken. O, +mijnheer Holmes, u moet hem redden! Ik zeg u, dat u hem moet redden. Ik +apprecieer uw gedrag, dat u eerst hier zijt gekomen voor gij tot iemand +anders hebt gesproken," zei hij. "Wij kunnen nu ten minste overleggen in +hoeverre wij dit afschuwelijke schandaal kunnen verzwijgen." + +"Juist," zei Holmes. "Ik dank Uwe Genade, dat dit alleen kan gedaan +worden door volkomen en algeheele openhartigheid tusschen ons. Ik ben +bereid Uwe Genade naar mijn beste vermogen te helpen, maar om dat te +kunnen doen, moet ik in de puntjes weten, hoe de zaak in elkaar zit. Ik +begrijp, dat uw woorden betrekking hebben op mr. James Wilder en dat hij +niet de moordenaar is." + +"Neen, de moordenaar is ontsnapt." + +Sherlock Holmes lachte witjes. + +[Illustratie: Ik hoorde hem zacht lachen, toen het licht viel op een +Dunlopband. (Blz. 35).] + +"Uwe Genade zal zeker nooit gehoord hebben van mijn nederige reputatie, +die ik heb, anders zou zij weten, dat men mij niet gemakkelijk ontsnapt. +Mr. Reuben Hayes werd gisteren avond om elf uur op mijn aanwijzing te +Chesterfield gearresteerd. Ik ontving een telegram daaromtrent van de +plaatselijke politie, juist toen ik van morgen hierheen wilde gaan." + +"U schijnt eigenschappen te bezitten, die ternauwernood menschelijk +zijn," zei hij. "Dus, is Reuben Hayes gepakt? Ik ben blij dat te hooren, +ten minste als James er geen nadeel van ondervindt." + +"Uw secretaris?" + +"Neen, mijnheer, mijn zoon." + +"Ik beken, dat dit geheel nieuw voor mij is, Uwe Genade. Ik moet u +verzoeken meer uitvoerig te zijn." + +"Ik zal niets voor u verbergen. Ik ben het met u eens, dat +openhartigheid, hoe pijnlijk die ook voor mij moge zijn, de beste +politiek is in dezen wanhopigen toestand, waarin wij door de dwaasheid +en de afgunst van James zijn geraakt. Toen ik nog een zeer jong man was, +mijnheer Holmes, beminde ik met een liefde, die slechts eenmaal in het +leven komt. Ik bood aan de dame te huwen, maar zij weigerde op grond, +dat daardoor mijn positie misschien benadeeld zou worden. Had zij nog +geleefd, dan zou ik zeker met niemand anders zijn gehuwd. Zij stierf en +liet dit kind na, dat ik om harentwille tot mij heb genomen en opgevoed. +Ik kon de wereld niet zeggen, dat ik zijn vader was, maar ik gaf hem een +zeer goede opvoeding en sedert hij man geworden is, heb ik hem als +secretaris bij mij. Hij ontdekte mijn geheim en was steeds vol van de +macht, die hij over mij had door met een schandaal te dreigen, hetgeen +ik nooit zou willen. Zijn tegenwoordigheid stond ook in verband met mijn +ongelukkig huwelijk. Boven alles haatte hij mijn wettigen erfgenaam van +het begin af met een diepen haat. U zult mij vragen, waarom ik hem dan +nog onder mijn dak hield? Dan antwoord ik, omdat ik het gelaat van zijn +moeder in het zijne las. Al haar lieftallige manieren--niet een was er, +die hij niet bezat en waardoor hij mij aan haar herinnerde. Ik _kon_ hem +niet wegzenden. Maar ik vreesde zoozeer, dat hij Arthur--dat is Lord +Saltire--kwaad zou doen, dat ik den jongen voor zijn eigen veiligheid +naar de school van dr. Huxtable zond. + +"James kwam met dien Hayes in aanraking, omdat de man een huurder van +mij was en James daarbij als tusschenpersoon optrad. De man was altijd +een schurk, maar op de een of andere wijze werd James met hem bevriend. +Hij had steeds een zwak voor gezelschap van minder allooi. Toen James +het plan had opgevat Lord Saltire te ontvoeren, bediende hij zich van +dezen man. Gij herinnert u, dat ik Arthur dien avond geschreven had. Nu, +James opende den brief en deed er een briefje in, waarin hij Arthur +verzocht hem te ontmoeten in een boschje, de "Ragged Shaw" geheeten, dat +dicht bij de school is. Hij gebruikte den naam van de hertogin en +zoodoende kwam de knaap. Dien avond ging James per fiets daarheen--ik +vertel u precies, wat hij mij verteld heeft--en hij zeide tegen Arthur, +dien hij in het woud ontmoette, dat zijn moeder zeer naar hem verlangde +en op hem wachtte op de heide, en dat, wanneer hij te middernacht weer +in het boschje kwam, hij daar een man zou vinden met een paard, die hem +naar haar toe zou brengen. De arme Arthur liet zich beet nemen. Hij kwam +op de afgesproken plaats en vond dezen Hayes met een gezadelde ponny. +Arthur steeg op en samen gingen zij weg. Het schijnt--maar dat hoorde +James gisteren eerst--dat zij achtervolgd werden; dat Hayes den +vervolger met zijn stok een klap gaf en dat de man aan de bekomen wonde +is overleden. Hayes bracht Arthur naar zijn herberg, "De Vechtende +Haan", waar hij in een kamer werd opgesloten en toevertrouwd aan de +zorgen van juffrouw Hayes, die een vriendelijke vrouw is, maar geheel +onder den invloed van haar brutalen man staat. + +"Wel, mijnheer Holmes, dat was de staat van zaken, toen ik u voor het +eerst zag. Ik wist even weinig van de waarheid als u. U zult mij vragen, +waarom deed James het. Ik antwoord, dat er zeer veel onredelijks en +fanatieks was in zijn haat jegens mijn erfgenaam. Volgens hem moest hij +zelf erfgenaam zijn van al mijn goederen, en hij was ten zeerste +verbitterd op de sociale begrippen, die dit verbieden. Terzelfder tijd +had hij reeds een vast plan. Hij wilde mij voorstellen Arthur weer vrij +te laten, mits ik bij testament hem mijn bezittingen afstond. Hij wist +wel, dat ik nooit zou kunnen besluiten de hulp van de politie tegen hem +in te roepen. Ik zeg, dat hij mij zulk een voorstel wilde doen, maar +hij werd er van afgebracht, omdat de gebeurtenissen elkander te snel +opvolgden en hij geen tijd had zijn plannen ten uitvoer te brengen. De +ontdekking van het lijk van dezen Heidegger bracht al zijn plannen in de +war. James was vervuld van afschuw bij het hooren van het nieuws. Toen +wij gisteren samen in mijn studeervertrek zaten, kwam dr. Huxtable's +telegram. James werd zoo aangedaan en schrok dermate, dat de vermoedens, +die bij mij toch reeds bestonden, plotseling zekerheid werden en zoo +beschuldigde ik hem plotseling van de daad. Hij legde toen vrijwillig +een bekentenis af. Hij smeekte mij zijn geheim nog drie dagen te +bewaren, om zijn medeplichtige kans te geven zijn leven te redden. Ik +zwichtte, zooals ik steeds gezwicht ben, voor zijn beden en dadelijk +haastte James zich naar "De Vechtende Haan" om Hayes te waarschuwen en +hem in staat te stellen om te vluchten. Ik kon bij daglicht niet +daarheen gaan, wilde ik praatjes voorkomen, maar zoodra het donker was, +ging ik Arthur opzoeken. Ik vond hem gezond en wel, maar vooral +verschrikt over de afschuwelijke daad, waarvan hij getuige was geweest. +Zeer tegen mijn wil, maar met het oog op mijn belofte, beloofde ik hem +nog drie dagen bij juffrouw Hayes te laten, daar het onmogelijk aanging +de politie te laten weten, waar hij was, zonder den moordenaar aan te +wijzen en ik zag niet in hoe de moordenaar kon gestraft worden, zonder +mijn ongelukkigen James in het verderf te storten. Wees nu, mijnheer +Holmes, op uw beurt openhartig tegen mij." + +"Dat wil ik," zei Holmes. "In de eerste plaats moet ik Uwe Genade +zeggen, dat u zich in een lastige positie hebt geplaatst voor het oog +van de wet. U hebt aan een schurkenstreek meegeholpen en den moordenaar +laten ontsnappen, want ik twijfel niet, of het geld, dat James Wilder +genomen heeft om zijn medeplichtige in de gelegenheid te stellen weg te +komen, kwam uit uw beurs." + +De hertog boog toestemmend. + +"Dat is inderdaad een ernstige zaak. Nog erger is, volgens mijn meening, +uw houding tegenover uw jongsten zoon. U laat hem drie dagen in dat +hol." + +"Onder de plechtige belofte--" + +"Wat zijn beloften bij dergelijke menschen? U hebt geen waarborgen, dat +hij niet verder ontvoerd wordt. Om uw schuldigen oudsten zoon te hulp te +komen, stelt gij den ander aan een groot en onnoodig gevaar bloot. Het +was een niet te rechtvaardigen daad. Toch wil ik u helpen, op één +voorwaarde. En dat is, dat u een lakei roept en hem de bevelen geeft, +die ik wensch." + +Zonder een woord te zeggen, drukte de hertog op een electrische schel. +Een lakei kwam binnen. + +"Het zal je aangenaam zijn te vernemen," zei Holmes, "dat de jonge Lord +Saltire teruggevonden is. Het is het verlangen van den hertog, dat een +rijtuig wordt gezonden naar "De Vechtende Haan" om Lord Saltire daar af +te halen." + +"Nu," zei Holmes, toen de verheugde lakei verdwenen was, "nu de toekomst +verzekerd is, kunnen wij ons veroorloven bij het verleden nog even stil +te staan. Wat Hayes betreft, zeg ik niets. De galg wacht hem, en ik zal +geen hand uitsteken om hem te redden. Wat hij zal loslaten, weet ik +niet, maar ik twijfel niet of Uwe Genade kan hem aan het verstand +brengen, dat het in zijn belang is zijn mond te houden. De politie denkt +natuurlijk, dat hij den knaap heeft ontvoerd met het oog op het losgeld. +Als zij het zelf niet uitvinden, zie ik geen reden, waarom ik mij zou +haasten hen wijzer te maken. Ik wil Uwe Genade echter waarschuwen, dat +de voortdurende aanwezigheid van James Wilder slechts tot ongelukken kan +leiden." + +"Dat begrijp ik, mijnheer Holmes en reeds is bepaald, dat hij mij +voorgoed zal verlaten en zijn fortuin in Australië gaan zoeken." + +"In dat geval, Uwe Genade, zou ik, te meer waar u zelf zegt, dat het +ongelukkig huwelijk een gevolg was van zijn aanwezigheid, u raden aan de +hertogin uw verontschuldigingen aan te bieden voor zoover dat gaat en te +trachten de betrekkingen, die zoo ongelukkig zijn afgebroken, weer aan +te knoopen." + +"Daar heb ik al voor gezorgd, mijnheer Holmes. Ik heb gisteren reeds aan +de hertogin geschreven." + +"En verder," zei Holmes opstaande, "geloof ik, dat mijn vriend en ik ons +kunnen gelukwenschen met vele gelukkige resultaten tijdens ons kort +bezoek aan het Noorden. Er is nog een klein punt, waarover ik gaarne +zou worden ingelicht. Deze Hayes had zijn paarden beslagen met ijzers, +die aan de sporen van koeien deden denken. Leerde hij van mijnheer +Wilder deze list?" + +De hertog dacht een oogenblik na met een uitdrukking vol verrassing op +zijn gelaat. Vervolgens opende hij een deur en bracht ons in een kamer, +die dienst deed als museum. Hij ging ons voor naar een glazen kast en +wees op het opschrift. + +"Deze ijzers," luidde het, "werden in de grachten van Holdernesse Hall +gevonden. Zij zijn voor het gebruik van paarden, maar zij zijn van +onderen gekloofd, om vervolgers op een dwaalspoor te leiden. Men +vermoedt, dat zij hebben behoord aan een van de roofridders van +Holdernesse Hall in de middeleeuwen." + +Holmes opende de kast en zijn vinger nat makende, streek hij er mee +langs het ijzer. Een dun laagje modder bleef aan zijn huid kleven. + +"Dank u," zei hij, de kast sluitend. "Het is het tweede interessante +voorwerp, dat ik in het Noorden gezien heb." + +"En het eerste?" + +Holmes vouwde de chèque op en legde haar zorgvuldig in zijn +portefeuille. "Ik ben een arm man," zei hij, terwijl hij op de +portefeuille klopte en ze in het diepst van een zijner zakken liet +verdwijnen. + + + + +II. + +Het avontuur van "Zwarte Peter". + + +Nooit heb ik mijn vriend in een betere gedaante, zoowel geestelijk als +physiek, gekend dan in het jaar '95. Zijn stijgende roem had een enorme +praktijk met zich gebracht en ik zou mij aan een onbescheidenheid +schuldig maken, indien ik zelfs ook maar zinspeelde op de identiteit van +eenige van de voorname cliënten, die steeds onzen nederigen drempel in +Baker-Street overschreden. Holmes echter, evenals alle groote artisten, +leefde voor zijn kunst en uitgezonderd in het geval van den hertog van +Holdernesse, heb ik zelden gezien, dat hij een hooge belooning eischte +voor zijn onschatbare diensten. Ja, hij was zoo onwereldsch--of zoo +grillig--dat hij dikwijls zijn hulp weigerde aan de machtigen en de +rijken, wanneer het op te lossen vraagstuk zijn sympathie niet had, +terwijl hij zich onafgebroken weken kon wijden aan de zaken van den een +of anderen armen cliënt, wanneer diens geval die vreemde en dramatische +eigenschappen bezat, welke werkten op zijn verbeelding en waarbij als 't +ware zijn scherpzinnigheid zich voelde uitgedaagd. + +In dit merkwaardige jaar '95 hadden verscheidene vreemdsoortige en +uiteenloopende gevallen zijn aandacht gevraagd, waaronder de arrestatie +van Wilson, den bekenden kanariefokker, welke een waar pesthol uit het +East End van Londen verwijderde. Kort na dit geval kwamen het drama van +Woodman's Lee en de zeer geheimzinnige omstandigheden, waarin de dood +van kapitein Peter Carey was gehuld. Een opsomming van de daden van +Sherlock Holmes zou niet compleet zijn, wanneer daarin niet voorkwam een +vermelding van deze zeer ongewone zaak. + +In de eerste week van Juli was mijn vriend zoo dikwijls en zoo langen +tijd afwezig, dat ik daaruit opmaakte, dat er iets aan de hand was. Het +feit, dat verscheidene ruw uitziende mannen in dien tijd bij ons +aanschelden en naar kapitein Basil vroegen, deed mij begrijpen, dat +Holmes ergens aan het werk was onder een van de vele vermommingen en +namen, waaronder hij zijn eigen machtige persoonlijkheid verborg. Hij +had minstens vijf kleine wijkplaatsen in verschillende deelen van +Londen, waar hij vermommingen bewerkstelligde of aflegde. Hij zeide mij +niets van zijn werk en het was mijn gewoonte niet om een verklaring uit +te lokken. Het eerste daadwerkelijke teeken, dat hij mij gaf van de +richting, waarin zijn onderzoek leidde, was buitengewoon. Hij was voor +het ontbijt uitgegaan en ik zat juist het mijne te gebruiken, toen hij +de kamer binnenkwam met zijn hoed op het hoofd en met een groote, van +een weerhaak voorziene speer als een parapluie onder zijn arm. + +"Goede hemel, Holmes!" riep ik. "Je wilt toch niet beweren, dat je met +dat ding onder je arm door Londen gewandeld hebt?" + +[Illustratie: "Goede hemel, Holmes!" riep ik. "Je wilt toch niet +beweren, dat je met dat ding onder den arm door Londen gewandeld hebt?"] + +"Ik ben naar den slager heen en weer gereden." + +"Naar den slager?" + +"En ik kom met den gewonen eetlust terug. Er kan geen verschil van +meening zijn, waarde Watson, over de waarde van lichaamsbeweging vóór +het ontbijt. Maar ik wil er iets onder verwedden, dat je niet kunt +raden, welk soort lichaamsbeweging ik heb gehad." + +"Ik zal het niet probeeren." + +Hij lachte, terwijl hij zich koffie inschonk. + +"Indien je in den winkel van Allerdyze had kunnen kijken, zou je een +dood varken gezien hebben, hangende aan een haak in den zolder en een +mijnheer in zijn hemdsmouwen, ijverig in de weer het dier met dit wapen +te doorboren. Ik was die ijverige mijnheer en ik heb mij er van +overtuigd, dat ik, al wend ik al mijn kracht aan, met een enkelen worp +het varken niet kan doorboren. Misschien wil je het ook eens probeeren?" + +"Voor geen geld. Maar waarom deed je dat?" + +"Omdat het mij toescheen, dat dit indirect verband houdt met het geheim +van Woodman's Lee.--Ha, Hopkins, ik ontving gisteren avond nog je +telegram en ik verwachtte je. Kom binnen en zit met ons aan." + +Onze onaangediende bezoeker was een buitengewoon bewegelijk man, +ongeveer dertig jaar oud, gekleed in een gewoon fantasie-costuum, maar +met de rechte houding van iemand, die gewoon is aan een uniform. Ik +herkende hem dadelijk als Stanley Hopkins, een jong inspecteur van +politie, voor wiens toekomst Holmes groote verwachtingen koesterde, +terwijl deze op zijn beurt de bewondering en den eerbied toonde van een +leerling voor de wetenschappelijke methode van den beroemden amateur. + +Zijn voorhoofd was bewolkt en hij zat daar als iemand, die in de +grootste verslagenheid verkeert. + +"Neen, dank u, mijnheer. Ik heb ontbeten vóór ik hier heen ging. Ik heb +den nacht in de stad doorgebracht, want ik moest gisteren mijn rapport +uitbrengen." + +"En wat had je te rapporteeren?" + +"Niets, mijnheer, absoluut niets." + +"Dus geen vorderingen gemaakt?" + +"Neen." + +"Wel, wel. Dan zal ik mij eens met de zaak moeten bezighouden." + +"Ik zou gaarne willen, dat u het deed, mijnheer Holmes. Het is mijn +eerste groote kans en ik ben ten einde raad. Kom om 's hemels wil en +help mij een handje." + +"Wel, wel, het treft, dat ik reeds alle beschikbare aanwijzingen en het +rapport van het eerste onderzoek met eenige zorg heb gelezen. A propos, +wat denk je van dat zakje van robbevel, gevonden op het terrein van de +misdaad? Is dat geen aanwijzing?" + +Hopkins keek verwonderd op. + +"Het was het tabakszakje van den man zelf, mijnheer. Zijn naamletters +stonden er in. Bovendien is het duidelijk, dat hij als oud-kapitein van +een vaartuig, dat op de robbenvangst ging, zulk een tabakszak had." + +"Maar hij had geen pijp." + +"Neen, mijnheer, wij konden geen pijp vinden; hij rookte inderdaad zeer +weinig. Maar het was mogelijk, dat hij tabak kreeg van zijn vrienden." + +"Ongetwijfeld. Ik memoreer alleen dit punt, omdat, wanneer ik de zaak in +handen had gehad, ik geneigd zou zijn geweest daarvan het punt van +uitgang voor mijn onderzoek te maken. Mijn vriend dr. Watson weet echter +nog niets van de zaak en ik zal er niets minder aan toe zijn, wanneer ik +de toedracht nog eens hoor. Geef ons dus in 't kort de bijzonderheden +weer." + +Stanley Hopkins haalde een stuk papier uit zijn zak. + +"Ik heb hier eenige data en feiten uit het leven van den dooden man, +kapitein Peter Carey. Hij werd in '45 geboren, was dus 50 jaar. Hij was +een stoutmoedig en succesvol robbenvanger en walvischvaarder. In 1883 +was hij kapitein van de stoomboot "Sea Unicorn" uit Dundee. Hij had +achtereenvolgens verschillende voorspoedige reizen gedaan en in het +volgend jaar 1884 zeide hij de zee vaarwel. Daarna reisde hij eenige +jaren en kocht eindelijk een klein buiten, Woodman's Lee genaamd, bij +Forest Row in Sussex. Daar heeft hij zes jaar gewoond en daar is hij nu +juist een week geleden gestorven. + +"Er zijn eenige zeer bijzondere eigenaardigheden omtrent den man te +vertellen. In het gewone leven was hij een waar Puritein--een zwijgende, +in zich zelf gekeerde man. Zijn huishouden bestond uit zijn vrouw, zijn +dochter, twintig jaar oud en twee dienstboden. Deze laatsten veranderden +nog al eens, want het was nooit een prettige betrekking bij hem en soms +was het er gewoon niet uit te houden. De man was een echte +"termijn-dronkaard" en wanneer hij in zulk een stemming was, een ware +woesteling. Het is gebeurd, dat hij zijn vrouw en zijn dochter midden in +den nacht de deur uitjoeg en in het park afranselde, totdat het geheele +dorp buiten het hek in rep en roer er voor stond door het gegil. + +"Eens werd hij veroordeeld wegens mishandeling van den ouden predikant, +die hem kwam opzoeken om hem eens te onderhouden over zijn gedrag. +Kortom, mijnheer Holmes, u zoudt ver moeten gaan om een gevaarlijker man +te vinden dan Peter Carey en ik heb gehoord, dat hij aan boord van zijn +schip dezelfde manieren reeds had. + +"Hij was bekend in de vaart als "Zwarte Peter" en deze naam was hem +gegeven, niet alleen naar aanleiding van zijn donker uiterlijk, maar ook +wegens zijn humeur, dat de schrik was van ieder om hem heen. Ik behoef +niet te zeggen, dat hij verafschuwd en vermeden werd door de geheele +buurt en ik heb geen enkel woord van spijt gehoord over zijn +verschrikkelijk einde. + +"In het rapport van het onderzoek zult gij gelezen hebben, mijnheer +Holmes, van de hut van den man, maar misschien weet uw vriend er nog +niets van. Hij had zich zelf een houten huisje gebouwd--hij noemde het +altijd de hut--eenige honderden meters van zijn huis, en daar sliep hij +elken nacht. Het was een kleine hut met één vertrek, zestien voet lang +bij tien voet breed. Hij hield den sleutel in zijn zak, maakte zelf zijn +bed op, hield de hut zelf schoon en veroorloofde aan niemand den drempel +te overschrijden. Aan beide zijden zijn kleine ramen, die door gordijnen +zijn bedekt, welke nooit opgehaald worden. Een van deze ramen zag uit op +den grooten straatweg en wanneer er 's nachts licht brandde, maakten de +menschen elkander daarop opmerkzaam en vroegen zich af, wat "Zwarte +Peter" wel zou doen. Dat is het raam, mijnheer Holmes, dat ons ten +minste eenige aanwijzing bij het onderzoek verschaft. + +"U herinnert zich, dat een metselaar, Slater genaamd, die om één uur 's +nachts van Forest Row kwam--twee dagen vóórdat de moord plaats +had--stilstond bij het voorbijgaan van Woodman's Lee en bleef kijken +naar het licht, dat nog tusschen de boomen scheen. Hij houdt vol, dat +de schaduw van het hoofd van een man zichtbaar was op het gordijn en dat +die schaduw zeker niet van Peter Carey was, daar hij deze goed kende. De +bedoelde man had n.l. een korten baard, geheel anders dan de kapitein. +Dat zegt hij, maar hij was twee uur in de herberg geweest en het is een +tamelijk groot eind van den weg tot aan de hut. Bovendien heeft dit +betrekking op Maandag en de misdaad werd op Woensdag gepleegd. + +"Dinsdag was Peter Carey in een allerslechtst humeur, dronken en woest +als een gevaarlijk wild dier. Hij strompelde door het huis en de vrouwen +maakten dat zij weg kwamen, wanneer zij hem hoorden naderen. Laat in den +avond ging hij naar zijn hut. Omstreeks twee uur in den morgen hoorde +zijn dochter, die met open raam sliep, een verschrikkelijken gil uit +deze richting, maar het was niets ongewoons hem te hooren razen en +tieren, wanneer bij dronken was, en daarom nam zij er geen verdere +notitie van. + +"Bij het opstaan om zeven uur bespeurden de dienstboden, dat de deur van +de hut open stond, maar zoo groot was de vrees voor den man, dat het +middag was, voordat iemand zich in de hut durfde wagen om te zien, wat +er van hem geworden was. Door de open deur kijkend, zagen zij een +tooneel, dat hen met bleeke gezichten naar het dorp deed rennen. Binnen +een uur was ik op het terrein en had de zaak in handen. + +"Nu, ik heb tamelijk sterke zenuwen, zooals u weet, mijnheer Holmes, +maar ik geef u mijn woord, dat ik rilde van ontzetting, toen ik mijn +hoofd in dat kleine huisje stak. Kleine en groote vliegen bromden en +gonsden en de vloer en de wanden waren als in een slachtplaats. Hij had +het een hut genoemd en het was ook een hut, want men zou zich aan boord +van een schip gewaand hebben. Aan de eene zijde was een bedstee en +daarvoor stonden een zeemanskist, kaarten en een verrekijker, een +schilderij van de "Sea Unicorn", een aantal logboeken op een plank, +juist datgene, wat men in de hut van een scheepskapitein verwacht te +vinden. En te midden van dat alles aanschouwde men den man zelf met een +verwrongen gelaat als een verloren ziel in de hel. Recht door zijn +breede borst was een stalen harpoen gedreven en wel met een kracht, dat +het wapen nog diep in den houten wand was gedrongen. Hij was als een +vlinder op een stuk karton geprikt. Natuurlijk was hij morsdood en was +dat geweest van af het oogenblik, dat hij dien laatsten doodskreet had +geuit. + +"Ik ken uw methode, mijnheer, en bracht ze in toepassing. Alvorens ik +toestond, dat iets van zijn plaats werd genomen, onderzocht ik +zorgvuldig den grond buiten en ook den vloer van de kamer. Er waren geen +voetstappen." + +"Je bedoelt, dat je ze niet hebt gezien?" + +"Ik verzeker u, mijnheer, dat ze er niet waren." + +"Mijn goede Hopkins, ik heb in vele misdaden het onderzoek geleid, maar +ik heb er nog nooit een gezien, die gepleegd was door een vliegend +wezen. Zoolang de misdadiger op twee beenen blijft, moet er eenige +aanwijzing op den grond voor den wetenschappelijken vorscher zijn te +vinden. Het is niet te gelooven, dat deze met bloed bespatte kamer geen +spoor bevatte, dat ons zou kunnen helpen. Ik heb echter uit het +onderzoek gemerkt, dat er eenige punten waren, die gij niet over het +hoofd hebt gezien, is het niet?" + +De jonge inspecteur trok een erbarmelijk gezicht bij de ironische +opmerkingen van mijn vriend. + +"Ik was een dwaas door u niet dadelijk te hulp te roepen, mijnheer +Holmes. Maar dat is nu eenmaal gebeurd. Ja, er waren verscheidene +voorwerpen, die onze speciale aandacht vroegen. Een er van was de +harpoen, waarmede de misdaad werd gepleegd. Deze was van een rek aan den +muur genomen. Twee andere waren er nog en er was een leege plaats voor +den derde. In de schacht waren de woorden "Ss. Sea Unicorn, Dundee" +gegraveerd. Dit scheen er op te wijzen, dat de misdaad gepleegd was in +een oogenblik van woede en dat de moordenaar het eerste het beste wapen +gegrepen had, dat voor de hand lag. Het feit, dat de misdaad om twee uur +in den morgen werd gepleegd en dat niettemin Peter Carey nog gekleed +was, deed vermoeden, dat hij een afspraak had gehad met den moordenaar, +hetgeen ook nog gestaafd wordt door het feit, dat er leege rhumglazen op +tafel stonden." + +"Ja," zei Holmes, "ik denk, dat beide veronderstellingen aannemelijk +zijn. Waren er nog andere dranken in de hut behalve de rhum?" + +"Ja, er stonden nog twee flesschen, waarvan er een brandewijn, de andere +whisky bevatte. Maar daar hebben wij niets aan, daar de flesschen vol +waren en derhalve nog niet aangebroken." + +"In elk geval heeft de aanwezigheid van die flesschen toch eenige +beteekenis," zeide Holmes. "Laat ons echter nog iets meer hooren van de +voorwerpen, die volgens je meening betrekking op de zaak hebben." + +"Dan lag dat tabakszakje op tafel." + +"Op welk deel van de tafel lag het?" + +"Het lag in het midden. Het was natuurlijk van robbevel--de harige huid +had een leeren riempje om het vast te binden. Aan de binnenzijde stond +P. C. Ongeveer een half ons zware tabak was er nog in." + +"Uitmuntend! Wat meer?" + +Stanley Hopkins haalde uit zijn zak een notitieboek. De omslag was +versleten en de bladzijden verkleurd. Op de eerste bladzijde waren +geschreven de initialen "J. H. N." en de datum "1883." + +Holmes legde het op tafel en bekeek het op zijn bijzondere manier, +terwijl Hopkins en ik over zijn schouders tuurden. Op de tweede +bladzijde stonden de letters C. P. R. en daarna kwamen verscheidene +reeksen van getallen. Onder andere hoofden waren Argentinië, Costa Rica +en San Paulo, alle met teekens en cijfers er achter. + +"Wat maak je hieruit op?" vroeg Holmes. + +"Het schijnen nummers te zijn van effecten. Ik dacht, dat J. H. N. de +voorletters waren van een makelaar en dat C. P. R. zijn cliënt is +geweest." + +"Probeer eens Canadian Pacific Railway," zei Holmes. + +Stanley Hopkins mompelde iets binnensmonds en sloeg met zijn hand op het +dijbeen. + +"Wat ben ik toch een domoor geweest!" riep hij. "Natuurlijk is het, +zooals u zegt. Dan moeten wij alleen de initialen J. H. N. oplossen. Ik +heb reeds de lijst van effectenmakelaars in 1883 nagegaan, maar ik kan +geen naam vinden, waarop deze letters betrekking kunnen hebben. Toch +weet ik, dat dit het belangrijkste is van al hetgeen ik heb gevonden. U +zult toestemmen, mijnheer Holmes, dat de mogelijkheid bestaat, dat deze +initialen zijn van den tweeden man, die aanwezig was--met andere +woorden van den moordenaar. Ik zou er tevens op willen wijzen, dat de +aanwezigheid van een document, dat betrekking heeft op een groote +hoeveelheid papieren van waarde, ons voor den eersten keer eenige +aanwijzing geeft voor een beweegreden voor de misdaad." + +[Illustratie: Holmes bekeek het op zijn eigenaardige zorgvuldige wijze.] + +Het gelaat van Sherlock Holmes toonde aan, dat hij geheel van de wijs +was gebracht door deze nieuwe verwikkeling. + +"Ik moet u gelijk geven," zeide hij, "en ik erken, dat het notitieboek, +waarvan in het rapport niet gesproken wordt, elke hypothese, die ik mij +gevormd had, te niet doet. Ik had mij een theorie van de misdaad +gevormd, waarin hiervoor geen plaats was. Hebt u getracht eenige van de +hier genoemde effecten op te sporen?" + +"Er wordt overal onderzoek naar gedaan, maar ik vrees, dat het register +van de aandeelhouders van deze Zuid-Amerikaansche fondsen in +Zuid-Amerika is en dat er eenige weken moeten verloopen, eer wij de +aandeelen op het spoor kunnen komen." + +Holmes had den omslag van het notitieboekje met zijn vergrootglas +bestudeerd. + +"Hier is een vlek," zeide hij. + +"Ja, mijnheer, het was een bloedvlek. Ik vertelde u reeds, dat ik het +boek van den vloer opraapte." + +"Was de bloedvlek aan den onder- of aan den bovenkant?" + +"Aan den onderkant." + +"Hetgeen natuurlijk bewijst, dat het boek is gevallen, nadat de misdaad +gepleegd was." + +"Juist, mijnheer Holmes. Ik maakte reeds die gevolgtrekking en +concludeerde voorts, dat de moordenaar het boekje heeft laten vallen, +toen hij haastig de vlucht nam. Het lag dicht bij de deur." + +"Ik veronderstel, dat geen dezer effecten gevonden is onder de papieren +en kaarten van den dooden man?" + +"Neen, mijnheer." + +"Hebt u eenige reden om aan diefstal te gelooven?" + +"Neen, mijnheer, er scheen niets weggenomen te zijn." + +"Wel, wel. Het is zeker een zeer interessant geval. Er was ook nog een +mes, is het niet?" + +"Een scheermes, dat nog in de scheede was. Het lag bij de voeten van den +doode. Juffrouw Carey heeft verklaard, dat het 't eigendom van haar man +was." + +Holmes bleef eenigen tijd in gedachten zitten. + +"Wel," zei hij eindelijk. "Ik denk, dat ik er eens heen moet gaan en +zelf een en ander opnemen." + +Stanley Hopkins uitte een kreet van blijdschap. + +"Dank u, mijnheer. U neemt mij daardoor een zwaren last van de +schouders." + +Holmes hief zijn vinger op tegen den inspecteur. + +"Het zou veel gemakkelijker zijn geweest, wanneer je een week eerder +waart gekomen," zeide hij. "Maar zelfs nu behoeft een bezoek nog niet +geheel doelloos te zijn. Watson, indien je tijd hebt, zou ik gaarne +willen, dat je ook mee gingt. Als je zoo goed wilt zijn een rijtuig te +bestellen, Hopkins, zullen wij binnen een kwartier gereed zijn om naar +Forest Row te vertrekken." + + * * * * * + +Aan het kleine tusschenstation uitgestapt, reden wij nog eenige mijlen +door de overblijfselen van zich ver uitstrekkende wouden, die eens deel +uitmaakten van dat groote bosch, dat zoo lang de Saksische horden +tegenhield--het ondoordringbare woud, dat meer dan zestig jaar het +bolwerk was van Bretagne. Uitgestrekte stukken waren geveld, want hier +was de plaats, waar de eerste ijzermijnen in het land werden ontgonnen +en de boomen werden gerooid voor het smelten van het erts. Thans hebben +de rijkere lagen van het Noorden deze industrie tot zich getrokken en +niets dan deze van boomen beroofde plekken en de groote gaten in den +grond wijzen op den arbeid van het verleden. Hier op een open plaats, op +een overigens dicht begroeiden heuvel stond een langwerpig lang steenen +huis, hetwelk men langs een kronkelenden weg bereikte. Dicht bij dezen +weg en aan drie zijden omringd door struikgewas, stond een klein houten +huisje. Dat was het tooneel van den moord. + +Stanley Hopkins bracht ons eerst naar het huis, waar hij ons voorstelde +aan een schuwe, oude vrouw met grijze haren, de weduwe van den +vermoorden man, wier geel en rampzalig gelaat met de vreesachtige +uitdrukking en de door roode randen omgeven oogen sprak van de harde +jaren en de mishandelingen, waaraan zij had bloot gestaan. Bij haar was +haar dochter, een bleek meisje met mooi haar, wier oogen ons uitdagend +aankeken, toen zij vertelde, dat zij blij was, dat haar vader dood was, +en dat zij de hand zegende, die hem had neergeveld. Het was een +vreeselijk huishouden, dat de Zwarte Peter Carey zich zelf gemaakt had +en wij voelden ons als 't ware opgelucht, toen wij weer buiten in de zon +stonden en een pad dwars door het veld insloegen, dat door den dooden +man zelf gemaakt was. + +Het huisje was zeer eenvoudig van hout opgetrokken met een dak van +tengels; een raam was naast de deur en een aan de andere zijde. Stanley +Hopkins haalde den sleutel uit zijn zak en had hem in het slot gestoken, +toen hij plotseling met een uitdrukking van verrassing op het gelaat +nauwkeurig het slot onderzocht. + +"Iemand heeft getracht de deur te openen," zeide hij. + +Hieraan viel niet te twijfelen. Het hout er om heen was weggesneden en +het scheen zoo wit, alsof het kort geleden gedaan was. Holmes onderzocht +het raam. + +"Men heeft getracht ook dit te forceeren, maar wie het ook is geweest, +hij is er niet in geslaagd om binnen te komen. Het moet al een zeer +armzalige inbreker zijn." + +"Dit is een zeer buitengewone zaak," zeide de inspecteur. "Ik zou er op +durven zweren, dat deze teekens gisteren nog niet aanwezig waren." + +"Misschien een of andere nieuwsgierige uit het dorp," opperde ik. + +"Dat is niet waarschijnlijk. Er zullen al weinig menschen in het dorp +zijn, die nu een voet op dezen grond durven zetten, laat staan in de hut +gaan. Wat denkt u er van, mijnheer Holmes?" + +"Ik denk, dat het geluk ons al zeer gunstig is." + +"U bedoelt, dat de persoon terug zal komen?" + +"Het is zeer waarschijnlijk. Hij kwam in de verwachting de deur open te +zullen vinden. Hij trachtte naar binnen te gaan door het slot te openen +met het lemmet van een klein pennemes. Hij kon 't niet gedaan krijgen. +Wat zal hij nu doen?" + +"Den volgenden nacht terugkomen met een doelmatiger stuk gereedschap." + +"Dat zou ik ook zeggen. Het zal nu slechts aan ons liggen, indien wij er +niet zijn om hem te ontvangen. Laat mij intusschen de hut van binnen +eens bekijken." + +De sporen van het drama waren verwijderd, maar overigens had men de +meubelen, de kaarten enz. precies gelaten als ze waren gevonden na den +moord. Gedurende twee uur bekeek Holmes met sterk gespannen aandacht elk +voorwerp op zijn beurt, maar zijn gelaat toonde, dat het resultaat niet +zeer bevredigend was. Slechts éénmaal onderbrak hij zijn onderzoek. + +"Heb je iets van deze plank genomen, Hopkins?" + +"Neen, ik heb niets van zijn plaats genomen." + +[Illustratie: "Er is iemand geweest, die geprobeerd heeft de sluiting te +verbreken," zei hij.] + +"Iets is hier weggenomen. Er is minder stof op dezen hoek van de plank +dan verder op. Het kan een boek geweest zijn. Het kan ook een doos +geweest zijn. Wel, wel, ik kan niets meer doen. Laat ons een weinig in +die schoone wouden rond gaan dolen, Watson, en een paar uur wijden aan +de vogels en de bloemen. Wij zullen u later hier weer ontmoeten, +Hopkins, en zien of wij eenigszins meer bekend kunnen worden met den +heer, die in den afgeloopen nacht hier een bezoek heeft gebracht." + +Het was elf uur, toen wij ons in hinderlaag opstelden. Hopkins was er +voor om de deur van de hut open te laten, maar Holmes was van meening, +dat hierdoor de achterdocht van den vreemdeling zou worden opgewekt. Het +slot was zeer eenvoudig en alleen een stuk lemmet was noodig om het open +te maken. Holmes opperde eveneens de meening, dat het beter was buiten +te wachten tusschen de struiken en niet in de hut. Op die manier konden +wij den man bespieden, als hij een lucifer aanstak en zien, wat zijn +plannen waren voor deze nachtelijke visite. + +Het was een langdurig en vervelend wachten en toch bracht het iets mee +van de zenuwachtigheid, die de jager ondervindt, wanneer hij naast den +waterpoel ligt en wacht op de komst van het dorstige roofdier. + +Welk wreed monster zou uit de duisternis naar ons toe komen sluipen? Was +het een wilde tijger der misdaad, die zich alleen zou laten vangen na +een wanhopige worsteling, met zijn scherpe tanden en klauwen, of zou het +blijken te zijn een sluipende jakhals, alleen gevaarlijk voor de zwakken +en onbeschermden? + +Stil als muizen lagen wij neergedoken tusschen de struiken, wachtende op +hetgeen zou komen. Eerst hoorden wij nog de voetstappen van dorpelingen, +die zich verlaat hadden, of wel stemmen uit het dorp, maar een voor een +stierven deze afwisselingen weg en werd het doodstil om ons heen. Alleen +hoorden wij nog het slaan van de dorpsklok en het geruisch van een +fijnen motregen, die op het bladerendak boven ons neerviel. + +Het had halftwee geslagen en het was het donkerste uur, dat aan den +dageraad voorafging, toen wij allen werden opgeschrikt door een zacht +maar duidelijk geknars in de richting van de tuindeur. Iemand was +binnengekomen. Weder heerschte er geruimen tijd stilte en ik begon reeds +te vreezen, dat het een valsch alarm was, toen zachte voetstappen +gehoord werden aan de andere zijde van de hut. Een oogenblik later +hoorden wij weder geknars. De man was bezig het slot open te breken. +Ditmaal was zijn behendigheid grooter of zijn gereedschap beter, want +even daarna vernamen wij het draaien van de scharnieren. Daarna werd een +lucifer aangestoken en het volgend oogenblik was de hut verlicht door +het flikkerend schijnsel van een kaars. Door de dunne gordijnen konden +wij precies zien, wat er binnen voorviel. + +De nachtelijke bezoeker was een mager jongmensch met een zwart +snorretje, dat vooral de doodelijke bleekheid van zijn gelaat deed +uitkomen. Hij kon niet veel ouder dan twintig jaar zijn. Ik heb nog +nooit iemand gezien, die blijkbaar zoo bang was, want zijn tanden +klapperden zichtbaar en hij beefde van het hoofd tot de voeten. Hij was +gekleed als een heer, had een korte jas met korte broek aan en een pet +op. Wij zagen, hoe hij met verschrikte oogen rondkeek. Daarna zette hij +het eindje kaars op tafel en verdween in een der hoeken, waar wij hem +niet konden zien. Hij kwam met een groot boek, een van de journaals, +terug. Op tafel leunend, bladerde hij er in, totdat hij vond hetgeen hij +zocht. Met een nijdige beweging van zijn gebalde vuist sloot hij het +boek, bracht het weer naar zijn plaats en blies het licht uit. +Ternauwernood had hij zich omgekeerd om de hut te verlaten, of de hand +van Hopkins was aan zijn keel en ik hoorde zijn luiden gil van +ontzetting, toen hij begreep, dat hij gesnapt was. De kaars werd weer +aangestoken en daar stond onze ongelukkige gevangene, rillend en bevende +in den ijzeren greep van den detective. Hij viel neer op de kist en keek +hulpeloos van den een naar den ander. + +"Nu, waarde heer," zei Stanley Hopkins, "wie ben je en wat kwam je hier +doen?" + +De man herstelde zich zoo goed mogelijk en keek ons aan. + +"U zijt detectiven, vermoed ik," zei hij, "u denkt, dat ik betrokken ben +bij den dood van kapitein Peter Carey. Ik verzeker u, dat ik onschuldig +ben." + +"Dat zullen wij zien," zeide Hopkins. "Allereerst, hoe is uw naam?" + +[Illustratie: Hij doorbladerde snel, op de tafel leunende, het boek.] + +"Ik heet John Hopley Neligan." + +Ik zag Holmes en Hopkins een blik van verstandhouding wisselen. + +"Wat kwaamt ge hier doen?" + +"Kan ik in vertrouwen tot u spreken?" + +"Neen, zeker niet." + +"Waarom zou ik het dan vertellen?" + +"Indien gij niets hebt te zeggen, kon het u voor de rechtbank wel eens +slecht bekomen." + +De jonge man aarzelde. + +"Wel, ik zal het u vertellen," zeide hij. "Waarom zou ik het niet doen? +En toch zou ik dit oude schandaal niet gaarne weer zien opgerakeld. Hebt +u ooit gehoord van Dawson en Neligan?" + +Ik kon aan het gezicht van Hopkins zien, dat hij er nooit van gehoord +had; Holmes echter gaf blijk van groote belangstelling. + +"U bedoelt de bankiers," zeide hij. "Zij gingen failliet met een tekort +van een millioen, ruïneerden de halve bevolking van Cornwall, en Neligan +maakte zich uit de voeten." + +"Juist, Neligan was mijn vader." + +Eindelijk kregen wij dus iets positiefs en toch scheen er een groote +gaping tusschen een bankier, die met de noorderzon was verdwenen en +kapitein Peter Carey, aan den wand geregen met een van zijn eigen +harpoenen. Wij luisterden allen aandachtig naar hetgeen het jonge mensch +te vertellen had. + +"Het was mijn vader, wien alleen de zaak aanging. Dawson had zich +teruggetrokken. Ik was destijds nog slechts tien jaar, maar toch oud +genoeg om de schande te beseffen. Men heeft altijd beweerd, dat vader al +de effecten stal en er mee van door ging. Dat was niet waar. Hij was +vast en stellig er van overtuigd, dat wanneer hem de tijd gelaten werd +om alles te gelde te maken, alles terecht zou komen en ieder crediteur +zijn geld zou krijgen. Hij ging met zijn klein jacht naar Noorwegen, +juist vóór het bevel tot zijn inhechtenisneming werd uitgevaardigd. Ik +kan mij nog den laatsten avond herinneren, toen hij moeder vaarwel +zeide. Hij liet een lijst achter van de effecten, die hij meenam en hij +zwoer, dat hij zou terugkomen met opgericht hoofd en dat niemand, die +hem vertrouwd had, nadeel zou lijden. Daarna werd er taal noch teeken +ooit meer van hem gehoord. Zoowel hij als het jacht schenen verdwenen. +Wij geloofden, moeder en ik, dat hij met de effecten, die hij had +meegenomen, op den bodem der zee lag. Wij hadden echter een trouwen +vriend, die nog zaken doet en hij ontdekte eenigen tijd geleden, dat +enkele van de effecten, die mijn vader had meegenomen, weder op de +Londensche beurs waren verkocht. U kunt u onze verbazing voorstellen. +Maanden ben ik bezig geweest om ze op het spoor te komen en eindelijk na +veel moeilijkheden vernam ik, dat de oorspronkelijke houder was geweest +kapitein Peter Carey, de eigenaar van deze hut. Natuurlijk informeerde +ik naar den man. Ik vond uit, dat hij het bevel gevoerd had over een +walvischvaarder, die uit de Noordpoolzee terugverwacht werd omstreeks +den tijd, dat mijn vader naar Noorwegen ging. De herfst van dat jaar was +zeer stormachtig en er was een lange opeenvolging van stormwinden uit +het Zuiden. Het was zeer goed mogelijk, dat het jacht van mijn vader +noordwaarts was gedreven en daar het schip van kapitein Peter Carey had +ontmoet. Als dat zoo was, wat was er dan van vader geworden? In elk +geval zou, wanneer ik kon bewijzen uit de verklaring van Peter Carey, +hoe deze effecten in zijn bezit en op de beurs waren gekomen, daaruit +blijken, dat mijn vader ze niet had verkocht en dat hij geen persoonlijk +voordeel beoogde, toen hij ze meenam. + +"Ik kwam naar Sussex met het plan den kapitein op te zoeken, maar op dat +oogenblik had juist zijn gewelddadige dood plaats. Ik las in het verslag +een beschrijving van zijn hut, waarin ook stond, dat de oude journalen +van zijn schip bewaard waren gebleven. Het viel mij op, dat, wanneer ik +kon zien hetgeen in de maand Augustus 1883 aan boord van de "Sea +Unicorn" was gebeurd, ik inlichtingen zou krijgen over het lot mijns +vaders. Ik trachtte gisteren nacht deze boeken in te zien, maar kon de +deur niet open krijgen. Van nacht probeerde ik het nog eens en slaagde, +maar vond, dat de bladzijden, die betrekking hadden op die maand, uit +het boek waren gescheurd. Op dat oogenblik was ik een gevangene in uw +handen." + +"Is dat alles?" vroeg Hopkins. + +"Ja, dat is alles." Hij sloeg de oogen neer, terwijl hij het zeide. + +"Hebt u niets anders te vertellen." + +Hij aarzelde. + +"Neen, er is niets." + +"U is hier niet geweest vóór gisteren avond?" + +"Neen." + +"Welke verklaring hebt u dan _hiervoor_?" riep Hopkins, terwijl hij het +notitieboekje met de voorletters van den gevangene op de eerste +bladzijde en de bloedvlek op den omslag voor den dag haalde. + +De ongelukkige viel bijna om van schrik. Hij bracht de handen voor zijn +gezicht en beefde weer als een riet. + +"Waar hebt u dat gevonden?" stotterde hij. "Ik wist het niet. Ik dacht, +dat ik het in het hotel had verloren." + +"Dat is genoeg," zeide Hopkins barsch. "Alles, wat gij nog te zeggen +hebt, kunt gij voor den rechter bewaren. Thans gaat ge met me naar het +politiebureau.--Wel, mijnheer Holmes, ik ben u en uw vriend zeer +verplicht, dat u gekomen zijt om mij te helpen. Zooals nu gebleken is, +was uw tegenwoordigheid niet noodig en zou ik de zaak ook zonder u tot +dit einde hebben gebracht; niettemin ben ik u zeer dankbaar. Kamers zijn +voor u in het Brambletge Hotel besproken, derhalve kunnen wij samen naar +het dorp wandelen." + +"Wel, Watson, wat denk je er van?" vroeg Holmes, toen wij den volgenden +morgen terugreisden. + +"Ik kan zien, dat ge niet voldaan zijt." + +"O ja, mijn waarde Watson, ik ben volkomen tevreden. Dat neemt niet weg, +dat de methodes van Stanley Hopkins mij niet bevallen. Ik heb mij in hem +bedrogen. Ik koesterde betere verwachtingen van hem. Iemand moet steeds +de zaken van twee kanten bekijken en daarop bedacht zijn. Dat is de +stelregel bij elk onderzoek." + +"Van twee zijden? En wat is dan de andere zijde?" + +"Het onderzoek, dat ik heb ingesteld. Het kan misschien niets opleveren. +Dat weet ik nog niet. Maar ik zal het tot het einde volgen." + +In Baker-Street lagen verscheidene brieven voor Holmes. Hij nam er een +op, opende hem en barstte in een zegevierend lachen uit. + +"Uitmuntend, Watson. Mijn onderzoek marcheert prachtig. Heb je papier? +Ja, schrijf dan een paar telegrammen voor me: "Sumner, Huurbaas Ratcliff +Highway. Zend drie man tegen morgen ochtend tien uur--Basil". Dat is +mijn naam daar. Het andere telegram moet geadresseerd worden: +"Inspecteur Hopkins, 46, Lord Street Brixton. Kom morgen ochtend +halftien ontbijten. Belangrijk. Sein, indien verhinderd--Sherlock +Holmes!" Wel, Watson, deze zaak heeft mij tien dagen achtereen geen rust +gelaten. Thans ban ik haar geheel uit mijn gedachten. En morgen denk ik, +zullen wij er voor altijd het laatste van hooren." + +Precies op tijd verscheen inspecteur Stanley Hopkins en samen deden wij +het uitmuntende ontbijt, dat juffrouw Hudson had klaargezet, alle eer +aan. De jonge detective was in de wolken over zijn succes. + +"Dus u gelooft, dat uw oplossing de juiste is?" vroeg Holmes. + +"Ik zou niet weten wat er zwak in moest zijn." + +"De zaak schijnt mij toch niet gezond." + +"U verbaast me, mijnheer Holmes. Wat zou er dan nog aan kunnen +ontbreken?" + +"Wordt elk punt door uw verklaring opgehelderd?" + +"Ongetwijfeld. Ik heb uitgevonden, dat de jonge Neligan op den dag van +de misdaad in het Brambletge Hotel is aangekomen. Hij kwam onder +voorwendsel golf te komen spelen. Zijn kamer was gelijkvloers en hij kon +uitgaan, wanneer hij dat verkoos. Dienzelfden nacht ging hij naar +Woodman's Lee, sprak met Peter Carey in de hut, twistte met hem en +doodde hem met den harpoen. Verschrikt over hetgeen hij had gedaan, +vluchtte hij de hut uit, waarbij het notitieboekje, dat hij had +meegebracht om Peter Carey over die verschillende effecten te +ondervragen, op den grond viel. U zult misschien hebben opgemerkt, dat +achter eenige van de effecten een kruisje was gezet. Achter de meeste +stond echter niets. Die, waar een kruisje achter stond, waren in den +laatsten tijd op de beurs te Londen verhandeld, maar de overige waren +vermoedelijk nog in het bezit van Carey en de jonge Neligan zou, volgens +zijn eigen verklaring, ze gaarne terug hebben om recht te doen +wedervaren aan de crediteuren van zijn vader. Na zijn vlucht durfde hij +de hut niet weer te naderen, maar eindelijk overmande hij zich om de +informatie te bekomen, die hij noodig had. Dit is toch alles eenvoudig +en duidelijk." + +Holmes glimlachte en schudde het hoofd. + +"Het schijnt mij toe, dat er een maar is, Hopkins, en dat wel, omdat de +oplossing totaal onmogelijk is. Heb je wel eens getracht een harpoen +door een lichaam te drijven? Neen? Tut tut, beste mijnheer, u moet +werkelijk aan dergelijke dingen uw aandacht wijden. Mijn vriend Watson +zou u kunnen vertellen, dat ik mij een geheelen morgen met die oefening +heb bezig gehouden. Het is niet gemakkelijk en er is een sterke en +geoefende arm voor noodig. Maar deze stoot werd met zulk een kracht +toegebracht, dat de punt van het wapen zelfs nog diep in den houten wand +drong. Is u van meening, dat dit aan bloedarmoede lijdende jongmensch +bij machte geweest is zulk een vreeselijken aanslag te doen? Is hij de +man, die met Zwarten Peter rhum met water zat te slurpen in het holle +van den nacht? Was het zijn profiel, hetwelk twee nachten vroeger op de +gordijnen is gezien? Neen, neen, Hopkins, wij moeten naar een ander en +meer gevaarlijk persoon zoeken." + +Het gezicht van den detective werd gestadig langer, terwijl Holmes +sprak. Zijn hoop en eerzucht kregen het zwaar te verantwoorden. Maar hij +wilde zoo maar zijn stelling niet prijs geven. + +"U kunt niet ontkennen, dat Neligan dien nacht in de hut aanwezig was. +Dat bewijst het boekje. Ik geloof, dat ik bewijzen genoeg heb om een +jury tevreden te stellen, zelfs al is u in staat in mijn redeneering een +zwak punt te ontdekken. Bovendien, mijnheer Holmes, ik heb mijn hand +gelegd op _mijn_ man. Wat die verschrikkelijke persoon van u betreft, +waar is hij?" + +"Ik denk, dat hij nu zachtjes aan op de stoep staat," zei Holmes +ernstig. "Ik denk, Watson, dat je goed zoudt doen die revolver daar +binnen je bereik te houden." Hij stond op en legde een stuk papier op +een tafeltje. "Nu zijn wij gereed," zeide hij. + +Er werd buiten luid gesproken en een oogenblik later opende juffrouw +Hudson de deur en zeide, dat er drie mannen waren, die naar kapitein +Basil vroegen. + +"Laat ze een voor een boven komen," zeide Holmes. + +De eerste, die binnenkwam, was een klein ineengedrongen mannetje, met +roode wangen en grijze bakkebaardjes. Holmes had een brief uit zijn zak +gehaald. + +"Hoe heet je?" vroeg hij. + +"James Lancaster." + +"Het spijt mij, Lancaster, maar de equipage is voltallig. Hier is een +half pond voor je moeite. Kom in deze kamer en wacht daar even." + +De tweede man was een lange uitgedroogde kerel met sluik haar en +ingevallen wangen. Zijn naam was Hugh Pattins. Hij kreeg dezelfde +boodschap, zijn half pond en moest ook even blijven wachten. + +De derde was iemand van een merkwaardig voorkomen. Een woest gelaat werd +omgeven door een verwarden haardos en baard en twee brutale zwarte oogen +glinsterden van onder dikke, overhangende wenkbrauwen. Hij groette en +stond op de manier van een zeeman met zijn pet in de hand. + +"Uw naam?" vroeg Holmes. + +"Patrick Cairns." + +"Harpoenwerper?" + +"Ja, mijnheer. Zes en twintig reizen." + +"Dundee, vermoed ik?" + +"Ja, mijnheer." + +"En bereid op een schip, dat onderzoekingsreizen naar de Noordpool gaat +doen, aan te monsteren?" + +"Ja, mijnheer." + +"Welke gage?" + +"Acht pond per maand." + +"Kun je dadelijk aan boord gaan?" + +"Zoodra ik mijn aanstelling heb." + +"Heb je je papieren?" + +"Ja, mijnheer." Hij haalde een hoop smerige bladen uit zijn zak. Holmes +zag ze in en gaf ze daarna terug. + +"Je bent juist de man, dien ik noodig heb," zeide hij. + +"Hier ligt op dit tafeltje de monsterrol. Als je teekent, is de zaak in +orde." + +De zeeman draaide zich om en nam de pen op. + +"Zal ik hier teekenen?" vroeg hij, over de tafel buigend. + +Holmes leunde over zijn schouder en bracht zijn beide handen over zijn +hoofd. + +"Zoo is het goed," zeide hij. + +[Illustratie: "Zal ik hier teekenen?" vroeg hij.] + +Ik hoorde een gerinkel en een geloei als van een woedenden stier. Het +volgend oogenblik rolden Holmes en de zeeman samen over den vloer. Het +was een man met zulk een reusachtige kracht, dat zelfs met de +handboeien, die Holmes hem zoo handig had aangedaan, hij spoedig mijn +vriend overmeesterd zou hebben, waren Hopkins en ik hem niet te hulp +gekomen. Eerst toen ik den kouden loop van de revolver tegen zijn slaap +drukte, begreep hij ten laatste, dat tegenstand nutteloos was. Wij +bonden zijn enkels met een koord vast en stonden buiten adem van de +worsteling op. + +"Ik moet u werkelijk mijn verontschuldiging aanbieden, Hopkins," zeide +Sherlock Holmes, "ik vrees, dat de spiegeleieren koud zijn. Het ontbijt +zal je overigens niet minder smaken, nu je de zekerheid hebt, dat je de +zaak tot zulk een schitterend einde hebt gebracht." + +Bij dit compliment van Holmes kon Stanley Hopkins van verbazing geen +woord uitbrengen. + +"Ik weet niet, wat ik zeggen moet, mijnheer Holmes," stamelde hij +eindelijk met een vuurrood gezicht. "Het schijnt mij, dat ik van het +begin af mij dwaas heb aangesteld. Ik begrijp nu, hetgeen ik nooit had +moeten vergeten, dat ik de leerling ben en gij de meester zijt. Zelfs nu +ik zie wat u hebt gedaan, weet ik niet hoe u het deed of wat 't +beteekent." + +"Wel, wel," zeide Holmes, goedig. "Wij allen leeren door ondervinding en +het is ditmaal een les voor je, nooit de andere zijde geheel uit 't oog +te verliezen. Je stelde zooveel waarde op den jongen Neligan, dat je +geen oogenblik dacht aan Patrick Cairns, den waren moordenaar van Peter +Carey." + +Hier viel de zeeman hem met zijn groffe stem in de rede. + +"Zeg eens, baas," zeide hij. "Ik zal mij niet beklagen over het feit, +dat ik op zulk een wijze word behandeld, maar je moet de dingen bij hun +waren naam noemen. Gij zegt, dat ik Peter Carey vermoord heb; ik zeg, +dat ik Peter Carey _gedood_ heb, en dat is het verschil. Het kan zijn, +dat jullie niet gelooft, wat ik zeg. Misschien denk je, dat ik jullie +wat op de mouw speld." + +"In het geheel niet," zeide Holmes. "Laat ons hooren, wat je te zeggen +hebt." + +"Dat is spoedig gedaan en bij den hemel, elk woord is de waarheid. Ik +kende Zwarten Peter en toen hij zijn mes te voorschijn haalde, joeg ik +een harpoen dwars door hem heen, want ik wist, dat het was: hij of ik. +Zoo stierf hij. U kunt het moord noemen. In elk geval wil ik even lief +met een touw om mijn nek sterven als met het mes van Zwarten Peter in +mijn hart." + +"Hoe kwam je daar?" vroeg Holmes. + +"Ik zal alles van het begin af vertellen. Zet mij dan een beetje +overeind, dan kan ik beter spreken. Het gebeurde in '83--Augustus van +dat jaar. Peter Carey was gezagvoerder van de "Sea Unicorn", en ik was +daar harpoenwerper. Wij waren juist uit het ijs op de thuisreis en +kregen stormweer met zuidelijke winden, toen wij een klein vaartuigje +oppikten, dat naar het noorden was gedreven. Er was slechts één man aan +boord--een landsman. De bemanning was bang, dat het scheepje zou zinken +en was naar de Noorweegsche kust in de jol gegaan. Ik denk, dat ze allen +verdronken zijn. Nu, wij namen den man aan boord en hij en de schipper +zaten lang in de kajuit te praten. Alle bagage, die hij bij zich had, +bestond uit een blikken trommel. Zoover ik weet, werd de naam van den +man nooit genoemd en in den tweeden nacht verdween hij, alsof hij er +nooit was geweest. Er werd gezegd, dat hij over boord was gesprongen of +over boord was gevallen in het onstuimige weer. Slechts een man wist, +wat er werkelijk met hem gebeurd was, want met mijn eigen oogen zag ik, +hoe de schipper hem een beentje lichtte en hem tijdens de hondenwacht in +een donkeren nacht, twee dagen voordat wij de lichten van de +Shetlands-eilanden in zicht kregen, over de verschansing wierp. + +"Wel, ik hield het voor mij zelf en wachtte om te zien, wat er zou +gebeuren. Toen wij in Schotland aankwamen, was het gemakkelijk iets te +verzinnen en niemand was er, die iets vroeg. Een vreemdeling kwam bij +ongeluk om en niemand had er belang bij om veel te vragen. Kort daarop +bleef Peter Carey aan den wal en het duurde vele jaren vóór ik kon +uitvinden, waar hij was. Ik dacht, dat hij de misdaad gedaan had voor +hetgeen in die blikken trommel was en dat hij mij nu wel eens goed kon +betalen voor het feit, dat ik mijn mond gehouden had. + +"Ik vond hem door een zeeman, die hem te Londen had ontmoet en ik ging +naar buiten om hem onder handen te nemen. Den eersten dag was hij +redelijk genoeg en bereid mij zooveel te geven, dat ik ook aan den wal +kon blijven. Wij zouden alles twee nachten later regelen. Toen ik kwam, +vond ik hem drie kwart dronken en in een allerslechtst humeur. Wij +gingen zitten, wij dronken en praatten over oude tijden, maar hoe meer +hij dronk, des te minder had ik het begrepen op de blikken, waarmede hij +mij aankeek. Ik merkte dien harpoen aan den wand op en ik dacht, dat ik +dien misschien noodig zou hebben, vóór ik met hem klaar was. Eindelijk +kwam hij op mij af, vloekend, met moordlust in zijn oogen en een schee +in zijn hand, waarin een groot mes zat. Hij had geen tijd om het uit de +schee te halen, want ik joeg hem dadelijk den harpoen door zijn body. +Hemel, wat gaf hij een gil; en zijn gezicht zie ik nog in mijn slaap. Ik +stond daar, terwijl zijn bloed langs me spoot en ik wachtte even; alles +bleef stil en dat stelde mij gerust. Ik keek rond en zag de blikken +trommel op een plank. Ik had er in elk geval evenveel recht op als Peter +Carey, daarom nam ik haar mee en verliet de hut. Als een gek liet ik +mijn tabakszak liggen. + +"Nu zal ik u het zonderlingste van de geheele geschiedenis vertellen. +Nauwelijks buiten de hut gekomen, hoorde ik iemand naderen en ik verborg +mij dus in de struiken. Er kwam een man aansluipen, hij ging de hut in, +gilde alsof hij een geest zag en rende zoo hard als hij kon weg, totdat +hij uit het gezicht was. Wie hij was of wat hij wilde is meer dan ik kan +zeggen. Wat mij betreft, ik wandelde tien mijl, ging op den trein te +Tunbridge Wells en bereikte Londen, maar ik werd niets wijzer. + +"Want toen ik eens in de trommel keek, vond ik er geen geld in, maar +alleen papieren, die ik toch niet durfde verkoopen. Ik had geen vat meer +op Zwarten Peter en zat nu in Londen zonder een cent in mijn zak. Alleen +mijn zak bleef over. Ik zag die advertentiën voor harpoenwerpers tegen +hoog loon, waarom ik naar de huurbazen ging, die mij hierheen zonden. +Dat is alles, wat ik weet en ik zeg nog eens: dat als ik Zwarten Peter +dan doodde, de vent mij daarvoor toch dankbaar moet zijn, want ik +bespaarde hem de kans op een strop." + +"Een zeer duidelijke verklaring," zeide Holmes opstaande en zijn pijp +opstekende. "Ik denk, Hopkins, dat je geen tijd moet laten voorbijgaan +om je gevangene naar een veiliger plaats te brengen. Deze kamer is niet +zeer geschikt voor een cel en mijnheer Patrick Cairns neemt een te +groot deel van ons karpet in." + +[Illustratie: Wij zaten bij elkaar, dronken een glas en praatten over +den ouden tijd.] + +"Mijnheer Holmes," zeide Hopkins, "ik weet niet, hoe ik u mijn +dankbaarheid moet toonen. Zelfs nu begrijp ik niet, hoe u dit resultaat +hebt bereikt." + +"Eenvoudig door van het begin af aan het goede spoor te hebben. Het is +zeer wel mogelijk, dat, wanneer ik iets van dit notitieboekje had +geweten, daardoor mijn gedachten waren afgeleid geworden, zooals bij u +het geval was. Maar al hetgeen ik hoorde, leidde in één richting. De +verbazende kracht, de geoefendheid bij het gebruik van den harpoen, de +rhum met water, het tabakszakje van robbevel met de zware tabak--alles +wees op een zeeman en wel een, die op de walvischvaart was geweest. Ik +was overtuigd, dat de initialen "P. C." op het zakje niet de voorletters +moesten beteekenen van Peter Carey, daar hij zelden rookte en in zijn +hut geen pijp gevonden werd. Je zult je herinneren, hoe ik nog vroeg of +er whisky en brandewijn in de hut was. Je zei van ja. Hoeveel landslui +zullen er zijn, behalve zeelui, die rhum drinken, wanneer zij die andere +dranken kunnen krijgen? Ja, ik was er zeker van, dat het een zeeman +was." + +"En hoe hebt u hem gevonden?" + +"Waarde heer, het probleem was zeer eenvoudig geworden. Als het een +zeeman was, kon het er alleen een zijn, die met Carey op de "Sea +Unicorn" had gevaren. Voor zoover ik te weten kon komen, had hij nooit +op een ander schip gereisd. Ik bracht mijn dagen zoek met telegrafeeren +naar Dundee en na verloop van tijd had ik de namen van de equipage van +de "Sea Unicorn" in 1883. Toen ik Patrick Cairns onder de harpoenwerpers +vond, naderde mijn onderzoek zijn einde. Ik redeneerde, dat de man +vermoedelijk in Londen was en dat hij het land wel voor eenigen tijd zou +willen verlaten. Daarom bracht ik eenige dagen in het East End door, +beraamde een Noordpool-expeditie, lanceerde aanlokkelijke voorwaarden +voor harpoenwerpers, die onder kapitein Basil wilden varen--en zie hier +het resultaat." + +"Wonderbaarlijk!" riep Hopkins. "Wonderbaarlijk!" + +"Je moet nu zoo spoedig mogelijk den jongen Neligan in vrijheid +stellen," zeide Holmes. "Ik erken, dat ik van oordeel ben, dat je hem je +verontschuldiging moet aanbieden. De blikken trommel moet hem ter hand +worden gesteld, maar de effecten, die Peter Carey heeft verkocht, zijn +natuurlijk voor altijd verloren. + +"Daar is het rijtuig, Hopkins, en je kunt nu je gevangene overbrengen. +Als je me voor de rechtbank noodig mocht hebben, is mijn adres en dat +van Watson ergens in Noorwegen--later stuur ik wel bijzonderheden." + + + + +III. + +Het avontuur van "Charles Augustus Milverton". + + +Het is jaren geleden, dat de gebeurtenissen, waarover ik nu ga spreken, +hebben plaats gehad, en toch doe ik mijn verhaal nog met een zekeren +schroom. Want geruimen tijd zou het zelfs met de grootste discretie +onmogelijk zijn geweest deze feiten publiek te maken; thans echter, nu +de voornaamste persoon, daarbij betrokken, buiten het bereik van de +menschelijke wet is, kan de geschiedenis met verzwijging van data en +enkele bijzonderheden verteld worden zonder iemand schade te berokkenen. +Zij is een volstrekt eenige episode, zoowel in de loopbaan van Sherlock +Holmes als in mijn eigen leven. De lezer zal het mij zeker niet kwalijk +nemen, dat ik naast de data, elke andere omstandigheid, waaruit de +gebeurtenis gemakkelijk zou kunnen worden nagegaan, in de finesses +verzwijg. Wij waren uitgegaan, Holmes en ik, op ons +achtermiddag-wandelingetje en waren ongeveer te zes uur op een kouden, +vorstigen winteravond teruggekeerd. Terwijl Holmes de lamp opdraaide +viel het licht op een visitekaartje op tafel. Hij keek er naar en wierp +het vervolgens met een gebaar van walging op den grond. Ik raapte het op +en las: + + Charles Augustus Milverton, + agent + + Appledown Towers + Hampstead. + +"Wie is dat?" vroeg ik. + +"De vreeselijkste man in Londen," antwoordde Holmes, terwijl hij ging +zitten en zijn beenen voor het vuur uitstrekte. "Staat er ook iets +achterop geschreven?" + +Ik draaide het kaartje om. + +"Zal om 6 uur 30 terugkomen--C. A. M.," las ik. + +"Hm. Dus hij zal er weldra zijn. Heb je niet een huiverig, onaangenaam +gevoel, Watson, wanneer je voor de slangen in een dierentuin staat en de +glibberige, gladde, venijnige beesten met hun doodaanbrengende oogen je +aanstaren? Welnu, denzelfden indruk ontvang ik bij het zien van +Milverton. Ik heb in mijn beroep te doen gehad met zeker wel vijftig +moordenaars, maar voor den ergste onder hen voelde ik nooit den afschuw, +dien ik voor dezen man heb. En toch kan ik niet buiten hem in dit +geval--ja, hij is hier op mijn verzoek heen gekomen." + +"Maar wie is hij?" + +"Ik zal het je zeggen. Hij is de koning van alle chantageplegers. De +hemel helpe den man en nog meer de vrouw, wier geheimen en reputatie in +de macht komen van Milverton. Met een lachend gelaat en een hart van +marmer zal hij de citroen uitpersen en nog eens persen, totdat er geen +druppel meer uit te halen valt. De man is op zijn manier een genie en +zou van zich hebben doen spreken in een eerlijker beroep. Zijn methode +is als volgt: Hij laat rondstrooien, dat hij bereid is zeer hooge sommen +te betalen voor brieven, waardoor menschen van geld en stand +gecompromitteerd worden. Hij ontvangt deze niet alleen van onbetrouwbare +bedienden en dienstmeisjes, maar dikwijls ook van schurken uit de +voorname wereld, die het vertrouwen van hooggeplaatste dames hebben +weten te verwerven. Hij toont zich daarbij niet gierig. Ik weet +toevallig, dat hij zevenhonderd pond aan een lakei betaalde voor een +briefje, dat slechts twee regels bevatte en dat den ondergang van een +adellijke familie ten gevolge had. Al hetgeen op dat gebied aan de markt +is, gaat naar Milverton en er zijn honderden in deze groote stad, die +verbleeken bij het hooren van zijn naam. Niemand weet, waar hij zijn +greep zal doen, want hij is veel te rijk en te geslepen om een familie +in één keer "af te werken". Hij zal een kaart jaren achtereen in +portefeuille houden en haar dan eerst uitspelen, wanneer hij weet, dat +er de grootste winst mee valt te behalen. Ik heb je gezegd, dat hij de +vreeselijkste man is in Londen en niemand zal zelfs den schurk, die zijn +kameraad in koelen bloede vermoordt, durven gelijkstellen met dezen man, +die volgens een methode langzaam de ziel pijnigt en de zenuwen verslapt, +alleen om zijn toch reeds gevulden buidel nog dikker te maken. Kortom, +hij is een echte vampier." + +Zelden had ik mijn vriend met zulk een bitterheid over iemand hooren +spreken. + +"Maar," vroeg ik, "de man moet toch binnen het bereik van de wet zijn?" + +[Illustratie: "Charles Augustus Milverton".] + +"Theoretisch wel, maar in de practijk gaat het niet op. Welk voordeel +zou bijvoorbeeld een vrouw er bij hebben, wanneer zij hem eenige maanden +gevangenisstraf bezorgde en dan zeker was, dat zij zoodoende zelf ten +gronde zou gaan? Zijn slachtoffers durven niet terugslaan. Wanneer hij +eens een onschuldig persoon bedreigde, zouden wij hem hebben, maar hij +is zoo geslepen als de duivel zelf. Neen, neen, wij moeten andere wegen +inslaan om hem te bestrijden." + +"En waarom komt hij hier?" + +"Omdat een beroemde cliënte haar zaak in mijn handen heeft geplaatst. +Het is Lady Eva Brackwell, de schitterende "débutante" van het vorig +seizoen. Zij zou over veertien dagen huwen met den graaf van Dorincourt. +Deze dame heeft nu verscheidene onvoorzichtige brieven--onvoorzichtig, +Watson, en niets meer--geschreven aan een jongen, maar armen heerenboer +op het platteland, en Milverton, de slang, heeft ze in handen. Zij +zullen echter ongetwijfeld het huwelijk doen afspringen; Milverton zal +deze aan den graaf zenden, wanneer hem niet voor een bepaalden datum een +groote som gelds wordt betaald. Mij is opgedragen hem op te zoeken en de +beste voorwaarden te bedingen in het belang van mijn cliënte." + +Op dat oogenblik hoorden wij beweging in de straat en naar buiten +kijkende zag ik een prachtig rijtuig, bespannen met twee paarden. De +lantaarns verspreidden een schitterend licht. Een palfrenier opende het +portier en een zwaargebouwd man in een dikke astrakan pels steeg uit. +Een minuut later was hij in de kamer. + +Charles Augustus Milverton was naar schatting vijftig jaar, had een +breed, verstandig voorhoofd en een rond, bol, baardeloos gelaat, een +eeuwigen glimlach en twee grijze oogen, die schitterden achter een bril, +waarvan de glazen in dik goud gemonteerd waren. Er was iets van de +goedmoedigheid van Pickwick in zijn voorkomen, die alleen door de harde +uitdrukking in de rustelooze, doordringende oogen gelogenstraft werd. +Zijn stem was even zacht en zalvend als zijn voorkomen, toen hij +binnentredend en een dikke, korte hand uitstekend, zijn spijt uitsprak, +dat hij ons den eersten keer niet had te huis getroffen. Holmes deed +alsof hij de toegestoken hand niet zag en keek hem met een effen gelaat +aan. + +De glimlach van Milverton werd breeder, hij haalde de schouders op, trok +zijn overjas uit, vouwde deze netjes op over den rug van een stoel en +ging vervolgens zitten. + +"Deze heer?" vroeg hij, naar mij wijzende. "Is hij bescheiden, kunnen +wij spreken?" + +"Dr. Watson is mijn vriend en compagnon." + +"Zeer goed, mijnheer Holmes. Alleen in het belang van uw cliënte meende +ik deze vraag te moeten doen. De zaak is voor haar van zulk een kieschen +aard." + +"Dr. Watson heeft er reeds van gehoord." + +"Dan kunnen wij haar zonder omhaal afhandelen. U zegt, dat u Lady Eva +vertegenwoordigt. Heeft zij u opgedragen mijn voorwaarden te +aanvaarden?" + +"Welke zijn uw voorwaarden?" + +"Zeven duizend pond." + +"En de uiterste prijs?" + +"Waarde heer, het doet mij leed het te moeten zeggen, maar wanneer het +geld niet op den veertienden betaald is, zal er den achttienden geen +huwelijk worden gesloten." Zijn ondragelijke glimlach was zoeter dan +ooit. Holmes dacht een oogenblik na. + +"Het komt mij voor," zeide hij eindelijk, "dat u de zaak te veel van uw +kant bekijkt. Ik ben natuurlijk bekend met den inhoud van deze brieven. +Mijn cliënte zal zeker doen, hetgeen ik haar aanraad. Ik zal haar +adviseeren haar toekomstigen echtgenoot alles te vertellen en op zijn +edelmoedigheid te vertrouwen." + +Milverton lachte luid. + +"U kent klaarblijkelijk den graaf niet," zeide hij. + +Aan den teleurgestelden blik van Holmes kon ik duidelijk zien, dat hij +den graaf wel degelijk kende. + +"Welk kwaad steekt er eigenlijk in die brieven?" vroeg hij. + +"Zij zijn levendig geschreven--zeer levendig geschreven," antwoordde +Milverton. "De dame heeft een allerliefsten stijl. Maar ik kan u +verzekeren, dat de graaf van Dorincourt ze niet op de juiste waarde zal +weten te schatten. Wanneer u er echter anders over denkt, willen wij er +niet verder over spreken. Het is een zuivere handelszaak. Als u denkt, +dat het in het belang van uw cliënte is, dat deze brieven aan den graaf +worden ter hand gesteld, zoudt gij inderdaad dwaas zijn, wanneer gij +haar raaddet zulk een hooge som te betalen om ze terug te krijgen!" Hij +stond op en greep naar zijn jas. + +Holmes was wit van nijd en ergernis. + +"Wacht even," zeide hij, "u gaat te spoedig heen. Wij zullen natuurlijk +alles doen om in zulk een kiesche zaak een schandaal te vermijden." + +Milverton zonk weer in zijn stoel. + +"Ik was er zeker van, dat u de zaak ook van die zijde zoudt bekijken," +mompelde hij. + +"Allereerst dient in aanmerking te worden genomen," vervolgde Holmes, +"dat Lady Eva geen rijke vrouw is. Ik verzeker u, dat twee duizend pond +wel al haar bezittingen vertegenwoordigen en dat de som, die gij genoemd +hebt, volkomen buiten haar bereik is. Ik verzoek u daarom uw eischen te +matigen en de brieven terug te geven tegen den door mij genoemden prijs, +die naar ik u verzeker de hoogste is, dien gij kunt verkrijgen." + +Weer werd de glimlach van Milverton breeder en hij knipoogde. + +"Ik ben er van overtuigd, dat, wat gij zegt over de middelen van de dame +in quaestie, waar is," zeide hij. "Maar," vervolgde Milverton, +"terzelfder tijd zult gij moeten toegeven, dat een huwelijk van een dame +een zeer geschikte gelegenheid is voor vrienden en verwanten om iets te +doen te haren behoeve. Zij zullen misschien verlegen zijn in de keuze +van een huwelijksgeschenk. Laat mij u verzekeren, dat dit pakje brieven +der bruid meer vreugde zal geven dan alle candelabres en serviezen in +geheel Londen." + +"Dat is onmogelijk," riep Holmes uit. + +"Wel, wel, hoe ongelukkig!" meende Milverton, een dik zakboek voor den +dag halend. "Het komt mij voor, dat men dames een slechten raad geeft +door te adviseeren zulk een zaak op haar beloop te laten. Kijk eens hier +naar!" Hij hield een briefje in de hoogte, waarop een wapen zichtbaar +was. "Dat behoort aan--wel, misschien is het minder fair den naam te +noemen voor morgen ochtend. Maar tegen dien tijd zal het in het bezit +zijn van den echtgenoot van de dame. En zulks alleen, omdat zij weigert +een luttel bedrag bijeen te brengen, dat zij in een uur zou kunnen +krijgen door haar diamanten te verwisselen voor valsche steenen. Het is +zoo jammer. En u herinnert u toch wel het plotseling afbreken van het +engagement tusschen miss Miles en kolonel Darking? Slechts twee dagen +voor het huwelijk stond er in de "Morning Post" een korte mededeeling, +dat het was ontbonden. En waarom? Het is bijna ongelooflijk, maar de +luttele som van twaalfhonderd pond zou de geheele zaak in orde hebben +gebracht. Is dat geen zonde? En hier vind ik nu een man met verstand, +trachtende op mijn voorwaarden af te dingen, terwijl de toekomst en de +eer van zijn cliënte op het spel staan. U verbaast mij, mijnheer +Holmes." + +"Wat ik zeg, is waar," antwoordde Holmes. "Het geld is er niet. Voor u +zou het beter zijn dit geld aan te nemen, dan het leven van deze vrouw +te verwoesten, hetgeen u toch geen voordeel kan brengen." + +"Daarin vergist gij u, mijnheer Holmes. Indirect zou ik van zulk een +schandaal zelfs groot voordeel hebben. Ik heb acht of tien dergelijke +gevallen in portefeuille. Indien onder de bedreigden bekend werd, hoe ik +Lady Eva heb behandeld, zou ik hem of haar zeker handelbaarder vinden. +Ziet u, dat is mijn zienswijze." + +Holmes sprong op van zijn stoel. + +"Ga achter hem, Watson. Laat hem er niet uit. En nu, mijnheer, laat ons +den inhoud van dat zakboekje zien." + +Snel als een rat was Milverton naar den wand gesprongen en stond nu met +zijn rug tegen den muur. + +"Mijnheer Holmes, mijnheer Holmes," zeide hij, zijn jas openslaande en +den loop van een groote revolver latende zien, die uit den binnenzak +stak. "Ik verwachtte, dat u iets origineels zoudt doen. Dat is echter +zoo dikwijls gedaan en wat goeds is er ooit uit voortgekomen? Ik +verzeker u, dat ik tot de tanden gewapend ben en zeker niet zal aarzelen +mijn wapens te gebruiken, wetende, dat ik de wet aan mijn zijde heb. +Voorts is uw vermoeden, dat ik de brieven in een zakboekje mee zou +brengen, geheel en al onjuist. Zoo dwaas ben ik niet. En nu, heeren, ik +heb heden avond nog een of twee kleine afspraken en het is een heel eind +naar Hampstead." + +Hij stapte naar voren, nam zijn jas op, legde de hand op zijn revolver +en draaide zich om naar de deur. Ik nam een stoel, maar Holmes schudde +het hoofd en ik liet den stoel weer los. Met een buiging, een glimlach +en een knippen van de oogen ging Milverton de deur uit en eenige +oogenblikken later hoorden wij het portier van het rijtuig dichtslaan en +het geratel van de wielen, terwijl het wegreed. + +[Illustratie: Hij liet een groote revolver zien, die uit zijn binnenzak +stak.] + +Holmes zat bewegingloos bij den haard, met de handen diep in zijn +zakken, de kin op de borst en zijn oogen gericht op het knetterende +vuur. Gedurende een half uur bleef hij stil zitten kijken. Toen sprong +hij eensklaps op als iemand, die een besluit genomen heeft, en ging naar +zijn slaapkamer. + +Kort daarop kwam een jonge werkman, slordig gekleed, met een weinig +onderhouden baard en knevel te voorschijn en stak zijn steenen pijp aan +de lamp aan, voor hij naar beneden ging. "Ik zal over eenigen tijd +terugkomen, Watson," zeide hij en verdween. Ik begreep, dat Holmes zijn +campagne tegen Charles Augustus Milverton begonnen was, maar ik had +hoegenaamd geen "ahnung" van den vreemden vorm, dien deze veldtocht te +zijner tijd zou aannemen. + +Eenige dagen kwam en ging Holmes geregeld in dit pak en behalve een +opmerking, dat hij zijn tijd doorbracht te Hampstead en dat hij dezen +wel besteedde, wist ik in 't geheel niet, wat hij deed. Eindelijk echter +op een guren, stormachtigen nacht, toen de wind gierde en floot tegen de +ruiten, keerde hij van de laatste expeditie terug en nadat hij zijn +vermomming had afgelegd, ging hij voor den haard zitten en lachte +hartelijk in zich zelf, zooals hij meer kon doen, wanneer de zaken naar +wensch marcheerden. + +"Je zoudt mij zeker niet rekenen tot de mannen, die een vrouw zoeken, is +'t wel, Watson?" + +"Neen, zeker niet." + +"Het zal je interesseeren te vernemen, dat ik geëngageerd ben." + +"Geëngageerd? Beste kerel, ik feliciteer...." + +"Met het dienstmeisje van Milverton." + +"Goede hemel, Holmes." + +"Ik had eenige inlichtingen noodig, Watson." + +"Maar nu ben je toch ver gegaan." + +"Het was een zeer noodzakelijke stap. Ik ben nu een loodgieter met eigen +zaakje; Escotte is mijn naam. Elken avond heb ik met haar geloopen en +met haar gesproken. Goede hemel, die gesprekken! Maar enfin, ik heb +bereikt, hetgeen ik wenschte. Ik ken nu het huis van Milverton als de +palm van mijn hand." + +"Maar het meisje, Holmes?" + +Hij haalde de schouders op. + +"Ja, men kan overal niet voor zijn, waarde Watson. Je moet nu eenmaal je +kaarten zoo goed mogelijk uitspelen, wanneer het om zulk een inzet +gaat! Het doet mij echter genoegen te kunnen zeggen, dat ik een gehaten +mededinger heb, die mij zeker zal verdringen op hetzelfde oogenblik, dat +ik haar mijn rug toekeer. Wat een heerlijke nacht is het!" + +"Vind je dit weer aangenaam?" + +"Het komt mij goed van pas voor mijn plannen, Watson. Ik ben n.l. tot de +conclusie gekomen, dat mij niets anders overblijft dan in te breken in +het huis van Milverton." + +Ik hield mijn adem in en er liepen koude rillingen langs mijn lichaam +hij het hooren van deze woorden, die langzaam werden uitgesproken op een +toon, waaruit beslistheid sprak. Evenals een bliksemstraal in den nacht +elk detail van een landschap laat zien, zoo zag ik met een oogopslag +alle mogelijke gevolgen, die konden voortvloeien uit zulk een +handelwijze--ontdekking, aanhouding, de eervolle loopbaan eindigend met +een onherstelbaar fiasco en daardoor discrediet, mijn vriend zelf +overgeleverd aan de genade van den afschuwelijken Milverton. + +"Om 's hemels wil, Holmes, denk wat je gaat doen," riep ik uit. + +"Beste jongen, ik heb alle mogelijke gevolgen overwogen. Ik ben nooit +haastig in mijn daden en ik zou zulk een paardenmiddel, dat daarbij +tevens zoo gevaarlijk is, niet gaan toepassen, wanneer er een andere +manier bestond. Laat ons de zaak kalm en zakelijk bespreken. Ik +veronderstel, dat gij zult moeten erkennen, dat de zaak moreel te +rechtvaardigen is, ofschoon zij voor de wet strafbaar moet zijn. Een +inbraak in Milverton's huis is niet erger dan door geweld zich meester +te maken van zijn zakboekje--een daad, waarbij gij bereid waart mij te +helpen." + +Ik dacht eens even na. + +"Ja," zeide ik, "het is moreel te rechtvaardigen, zoolang het ons doel +blijft geen andere artikelen weg te nemen behalve die, welke gebruikt +worden voor onwettige doeleinden." + +"Precies, en sinds het moreel te rechtvaardigen is, heb ik alleen nog +maar de quaestie van de persoonlijke risico te behandelen. Een gentleman +zal zich zeker hiermede het hoofd niet al te lang kunnen breken, wanneer +hij weet, dat een dame dringend behoefte heeft aan zijn hulp, is 't +wel?" + +"Je zult daardoor in zulk een valsche positie geraken." + +"Wel, dat is een gedeelte van het gevaar. Er bestaat geen andere manier +om deze brieven machtig te worden. De ongelukkige dame heeft niet het +noodige geld en er zijn geen lieden, waarvan zij zulk een som kan +leenen. Morgen is de laatste dag en als wij van avond de brieven niet +kunnen bemachtigen, zal de schurk zoo zeker als twee maal twee vier is, +zijn woord houden en haar in 't verderf storten. Ik moet dus mijn +cliënte aan haar lot overlaten of deze wanhopige troef uitspelen. +Tusschen ons gezegd, Watson, het is een soort duel tusschen dezen +Milverton en mij. Hij had, zooals je gezien hebt, bij de eerste +ontmoeting het voordeel aan zijn zijde, maar mijn zelfrespect en mijn +reputatie maken 't noodig, dat ik den strijd tot het einde volhoud." + +"Nu, ik heb er niets mee op, maar ik veronderstel, dat er geen andere +uitweg is," zeide ik. "Wanneer gaan wij?" + +"O, jij gaat niet mee." + +"Dan ga jij evenmin," antwoordde ik. "Ik geef je mijn woord van eer--en +dat heb ik nog nooit in mijn geheele leven gebroken--dat ik een rijtuig +neem en regelrecht naar het politiebureau rijd om je te verraden, +wanneer je mij niet toestaat dit avontuur mee te maken." + +"Je kunt me toch niet helpen." + +"Hoe weet je dat? Je weet toch ook niet, wat er kan gebeuren. In elk +geval, mijn besluit staat vast. Er zijn nog andere menschen behalve +Sherlock Holmes, die zelfrespect en reputatie er op nahouden." + +Holmes keek eerst verstoord, maar nu verhelderde zijn gelaat weer en +klopte hij mij op den schouder. + +"Wel, wel, waarde heer, laat 't dan zoo zijn. Wij hebben eenige jaren +dezelfde kamer gedeeld en het zou amusant zijn, indien wij eindigen met +dezelfde cel te deelen. Ge weet, Watson, dat ik er tegenover jou nooit +doekjes om heb gewonden, dat ik een uiterst handig en geslepen +misdadiger had kunnen worden. Dit is nu de groote kans van mijn leven in +deze richting. Kijk eens hier!" Hij haalde een betrekkelijk kleine +leeren tasch uit een kast, opende haar en liet een aantal glimmende +instrumenten zien. "Dit is prima klasse inbrekersgereedschap: +breekijzers, boren, diamanten glassnijder, loopers, kortom alle +werktuigen van de nieuwste constructie, die door den vooruitgang noodig +geoordeeld worden. Hier is voorts mijn dievenlantaarn. Alles is in orde. +Heb je een paar schoenen, die niet kraken?" + +"Ik heb een paar tennis-schoenen met gutta-percha zolen." + +"Uitstekend. En een masker?" + +"O, dat kan ik gemakkelijk uit een stuk zwarte zijde knippen." + +"Ik kan zien, dat jij ook al voor dit soort van dingen een zekeren +aanleg hebt. Zeer goed, maak jij de maskers. Wij moeten, voor wij op weg +gaan, eerst nog iets eten. Het is nu halftien. Om halfelf laten wij ons +tot Church Low rijden. In een kwartier loopen wij van daar wel naar +Appledown Towers, zoodat wij nog voor middernacht met het werk kunnen +beginnen. Milverton slaapt vast en gaat precies op de minuut af om +halfelf naar bed. Met een weinig geluk kunnen wij hier om twee uur terug +zijn met de brieven van Lady Eva in mijn zak." + +Holmes en ik trokken onzen rok aan en zetten den hoogen hoed op, zoodat +wij gehouden zouden worden voor twee schouwburgbezoekers, die naar huis +gingen. In Oxford Street namen wij een rijtuig en reden naar een adres +in Hampstead. Hier betaalden wij ons rijtuig en na onze jassen hoog +dichtgeknoopt te hebben, want het was vreeselijk koud en de wind scheen +door ons heen te waaien, sloegen wij den hoek om bij de Heath. + +"Het is een zaak, die met overleg moet worden ondernomen," zeide Holmes. +"De documenten worden bewaard in een brandkast, die staat in het +studeervertrek van den man, en dit vertrek grenst aan zijn slaapkamer. +Daar staat gelukkig tegenover, dat hij als alle corpulente dikke +menschen, die er een goed leven van nemen, zeer vast slaapt. Agatha--dat +is mijn fiancée--zegt, dat het dienstpersoneel dikwijls zelfs +weddenschappen maakt in verband met het wekken van hun meester. Hij +heeft een secretaris, die zijn taak zeer conscientieus opvat en den +geheelen dag het studeervertrek niet verlaat. Daarom gaan wij in het +holle van den nacht. Dan heeft hij een reusachtigen hond, die 's nachts +losloopt. Ik ben de beide laatste avonden bij Agatha op visite geweest +en zij heeft het dier opgesloten om mij gelegenheid te geven ongedeerd +te kunnen komen of gaan. Hier is het huis, dit groote gebouw met een +tuin voor en achter. Door het hek--nu rechtsom door een zijlaan. Hier +moesten wij onze maskers maar voordoen. Zooals je ziet, is er achter +geen der ramen licht te bespeuren en alles gaat naar wensch." + +Met onze zwarte zijden maskers voor slopen wij naar het eenzame, stille +huis. Een soort veranda liep langs de geheele voorzijde, en hier +bevonden zich verscheidene ramen en twee deuren. + +"Dat is zijn slaapkamer," fluisterde Holmes. "Door deze deur komt men +regelrecht in het studeervertrek. Dat zou voor ons de gemakkelijkste +toegang zijn, maar de deur is gesloten en bovendien gegrendeld en wij +zouden om daarin te kunnen komen te veel leven moeten maken. Kom dus +hier langs. Er is een serre, waardoor wij in de woonkamer kunnen komen." + +De serre was gesloten, maar Holmes sneed een stuk uit een der ruiten, +stak er zijn hand door en draaide den sleutel om. Een oogenblik later +had hij de deur weer achter ons gesloten, en waren wij in het oog der +wet misdadigers geworden. De zoele, warme lucht van de serre en de +scherpe geur van exotische planten sloegen ons op de keel. Holmes greep +mij bij de hand en leidde mij snel langs groote potten met planten, +waarvan de bladeren langs ons gezicht slierden. Holmes bezat de +merkwaardige eigenschap, welke hij bovendien zorgvuldig onderhield, in +het donker te kunnen zien. Mijn hand in de zijne houdend, opende hij een +deur en ik meende te bemerken, dat wij een groote kamer binnengingen, +waar nog niet lang geleden een sigaar was gerookt. Hij volgde zijn weg +tusschen de meubelen door, opende een tweede deur en sloot deze achter +zich. Mijn hand uitstekende, voelde ik verscheidene jassen aan den muur +hangen, en ik begreep, dat wij ons in een gang bevonden. Wij liepen er +door, en Holmes ontsloot zacht een deur aan zijn rechterzijde. Er kwam +iets op ons af en mijn hart stokte in mijn keel, ofschoon ik had kunnen +lachen, toen ik bemerkte, dat het slechts een kat was. In dit vertrek +brandde in den haard een vuur en de lucht was hier doortrokken van +tabaksrook. Holmes ging op zijn teenen binnen, wachtte op mij tot ik hem +gevolgd was en sloot daarop weer zacht de deur. Wij waren in het +studeervertrek van Milverton en een portière aan de vensterzijde toonde +ons, waar zich de slaapkamer bevond. + +Het vuur brandde hel op en de geheele kamer werd er voldoende door +verlicht. Bij de deur zag ik het glimmende knopje van het electrisch +licht, maar het was onnoodig, zelfs al ware er geen gevaar geweest, om +het op te draaien. Aan een zijde van den haard was een zwaar gordijn, +dat hing voor het raam, dat wij buiten hadden gezien. Aan de andere +zijde was de deur, die uitkwam op de veranda. In het midden stond een +bureau ministre met een kantoorstoel van rood leder er voor, aan de +tegenovergestelde zijde was een groote boekenkast, met een marmeren +buste van Athene er boven op. In den hoek tusschen de kast en den muur +stond een zware groene brandkast en het haardvuur werd teruggekaatst in +de gepolijste schroeven. Holmes sloop er heen en onderzocht haar. Daarna +ging hij naar de deur van de slaapkamer en stond met gebogen hoofd +aandachtig te luisteren. Er werd niets door hem gehoord. Intusschen was +ik tot de conclusie gekomen, dat het verstandig zou zijn, wanneer wij +ons door de buitendeur een aftocht verzekerden, en daarom ging ik er +eens naar kijken. Tot mijn verbazing was zij niet gesloten en ook niet +gegrendeld. Ik raakte Holmes even aan en hij draaide zijn gemaskerd +gelaat in die richting. Ik zag hem schrikken en hij was klaarblijkelijk +even verrast als ik. + +"Ik heb 't er niet op begrepen," fluisterde hij zijn lippen tegen mijn +oor drukkend, "ik weet niet, wat 't heeft te beteekenen. In elk geval +hebben wij geen tijd te verliezen." + +"Kan ik iets doen?" + +"Ja, bij de deur blijven staan. Indien je iemand hoort komen, doe dan de +deur aan de binnenzijde op de grendels en wij kunnen ontkomen langs den +weg, waarlangs wij zijn gekomen. Komen zij langs de andere zijde, dan +kunnen wij door de deur gaan, indien onze karwei is afgeloopen en ons +achter deze gordijnen verbergen, wanneer wij nog niet gereed zijn. +Begrijp je?" + +[Illustratie: Hij stond met voorovergebogen hoofd en luisterde +aandachtig.] + +Ik knikte en ging bij de deur staan. Mijn eerste gevoel van vrees was +verdwenen en ik was thans van grooter ijver vervuld dan ik ooit had +getoond, wanneer wij de verdedigers van de wet in plaats van de +aanranders waren geweest. Het hooge doel van onzen tocht, de wetenschap, +dat dit eerlijk en onzelfzuchtig was, het schurkachtige karakter van +onzen tegenstander, alles droeg er toe bij om de belangstelling in het +avontuur te verhoogen. Verre van mij schuldig te gevoelen, verheugde ik +mij over de gevaren, die wij nu liepen. Met een blik van bewondering +sloeg ik Holmes gade, die zijn tasch instrumenten losmaakte en zijn +gereedschap uitkoos, met de kalme wetenschappelijke nauwkeurigheid van +een heelmeester, die een gevaarlijke operatie volbrengen gaat. Ik wist, +dat het openen van brandkasten een kolfje naar zijn hand was en ik +begreep de vreugde, welke hij ondervond, nu hij zich tegenover het +groene monster bevond, de draak, die in zijn klauwen de reputatie van +vele schoone dames hield. De mouwen van zijn rok omslaande--hij had zijn +overjas op een stoel gelegd--haalde Holmes twee drilboren, een +breekijzer en verscheidene loopers voor den dag. Ik stond voor de +middelste deur, nu eens naar deze, dan weer naar gene deur kijkend en op +alles voorbereid, ofschoon ik, het moet gezegd, niet precies wist, wat +ik zou doen, indien wij werden gestoord. Gedurende een half uur werkte +Holmes uit alle macht, nu eens een stuk gereedschap neerleggend, dan +weer een ander oprapend: elk stuk gebruikte hij met de kracht en de +behendigheid van den ervaren machinist. Eindelijk hoorde ik een klik, de +breede groene deur sprong open en binnenin zag ik een aantal pakken, +alle dichtgebonden en verzegeld met opschriften. Holmes zocht er een +uit, maar het was moeilijk om bij het flikkerend haardvuur te lezen; hij +haalde dus zijn kleine dievenlantaarn te voorschijn, want het was te +gevaarlijk om met Milverton in de kamer naast ons het electrisch licht +aan te steken. Plotseling zag ik hem ophouden, aandachtig luisteren en +het volgend oogenblik had hij de deur van de brandkast dichtgeworpen, +zijn jas opgeraapt, de gereedschappen in zijn zakken geborgen, waarna +hij naar het gordijn liep en daarachter verdween, na mij beduid te +hebben hetzelfde te doen. + +Eerst toen ik daar bij hem was, hoorde ik, hetgeen hij met zijn veel +scherper zintuigen reeds veel eerder vernomen had. Ergens in het huis +was iemand op. Een deur werd toegeslagen. Daarna hoorden wij voetstappen +in de verte, die al dichter en dichter bij kwamen, door de gang. Aan de +deur hield het op. Deze werd geopend. Wij hoorden, hoe het electrisch +licht werd opgedraaid. De deur werd weer gesloten en de doordringende +geur van een zware sigaar drong in onze neusgaten. De voetstappen gingen +voortdurend voor- en achterwaarts, achter- en voorwaarts tot op een +meter van ons. Eindelijk hoorden wij het kraken van een stoel en de +voetstappen werden niet meer vernomen. Een sleutel werd in het slot +omgedraaid en ik hoorde het geritsel van papier. + +Tot dusverre had ik het niet gewaagd even te kijken, maar nu schoof ik +zachtjes de plooien iets weg, zoodat ik een smalle reet had om door te +turen. Aan het duwen van den schouder van Holmes tegen den mijne wist +ik, dat hij ook door de nu ontstane opening keek. + +Recht voor ons uit en bijna binnen ons bereik was de breede ronde +schouder van Milverton. Het was duidelijk, dat wij geheel en al gedwaald +hadden bij de gissing van zijn bewegingen; dat hij in het geheel niet +was geweest in zijn slaapkamer, maar gewoonweg had gezeten in een of +andere kamer, aan de andere zijde van het huis, waarvan wij de ramen +niet aan de straatzijde hadden kunnen zien. Zijn breed, grijzend hoofd +met de glimmende kale plek in 't midden konden wij met de hand aanraken. +Hij leunde achterover in zijn rood lederen kantoorstoel, zijn beenen ver +naar voren uitgestrekt en een lange zwarte sigaar recht voor zich uit in +den mond houdend. Hij droeg een smoking van roode stof met zwart +fluweelen kraag en omslagen. In zijn hand hield hij een lang gezegeld +papier, dat hij op zijn gemak, zonder er groote aandacht aan te +schenken, doorlas, waarbij hij groote rookwolken voor zich uitblies. Uit +de wijze, waarop hij was gaan zitten en waarop hij dit document las, was +gemakkelijk op te maken, dat wij niet konden rekenen op een spoedig +vertrek. + +Ik voelde, hoe Holmes mijn hand zocht en deze geruststellend drukte, +alsof hij zeggen wilde, dat hij meester was van den toestand en zich op +zijn gemak gevoelde. Ik wist niet of hij gezien had, hetgeen ik +duidelijk kon waarnemen, n.l. dat de deur van de brandkast niet geheel +gesloten was en dat Milverton elk oogenblik tot deze ontdekking kon +komen. Bij mij zelf had ik reeds het plan opgevat dat, wanneer ik uit de +strakheid van zijn blik in die richting moest opmaken, dat het ook zijn +aandacht had getrokken, ik terstond naar voren zou springen, mijn groote +jas over zijn hoofd werpen, hem binden en de rest aan Holmes overlaten. +Milverton keek echter heelemaal niet op. Hij bepaalde zijn aandacht tot +de papieren, die hij in de hand had en pagina na pagina werd ter zijde +gelegd. Eindelijk dacht ik dat, als hij gereed en zijn sigaar opgerookt +was, hij wel naar zijn slaapkamer zou afzakken, maar voor hij nog zoover +was gekomen, gebeurde er iets, waardoor onze gedachten een geheel andere +wending namen. + +Meer dan eens had ik opgemerkt, dat Milverton op zijn horloge keek en +eenmaal was hij opgestaan om met een ongeduldig gebaar weer te gaan +zitten. Het denkbeeld echter, dat hij op zulk een vreemd uur een +afspraak had, kwam heelemaal niet bij mij op, totdat van de zijde van de +veranda een geritsel mijn oor bereikte. Milverton ging recht overeind +zitten en legde zijn papieren neer. Een oogenblik later hoorde ik +voetstappen, die gevolgd werden door een zacht kloppen op de deur. +Milverton stond op en deed open. + +"Wel," zeide hij kortaf, "u is bijna een half uur te laat." Dus dit was +de verklaring, waarom de deur niet gesloten was en Milverton nog zoo +laat opzat. + +Wij konden het ruischen van een japon hooren. Ik had de reet van het +gordijn dichtgedaan, zoodra Milverton was opgestaan, omdat hij misschien +in onze richting zou kijken, maar nu waagde ik het de gordijnen nog even +op een kier te zetten. Hij was weer gaan zitten, zijn sigaar vormde met +zijn neus een hoek van 90° en voor hem in het volle licht stond een +lange, slanke, donkere vrouwenfiguur met een voile voor het gelaat, haar +mantel hoog tot over haar kin dichtgeknoopt. Zij haalde snel en diep +adem en elk deel van haar lichaam sidderde van ontroering. + +"Wel," vervolgde Milverton, "u hebt mij geruimen tijd van mijn nachtrust +beroofd, mijn waarde. Ik hoop, dat gij 't waard zijt. U kondt op geen +ander uur komen?" + +De vrouw schudde het hoofd. + +[Illustratie: Kon u niet op een ander uur komen?] + +"Wel, als u niet kondt komen, was er natuurlijk niets aan te doen. +Indien de gravin een strenge meesteres is, hebt u nu de gelegenheid het +haar betaald te zetten. Wees kalm, meisje, waarom beeft ge zoo! Het is +in orde! Kom tot je zelf. Laat ons nu de zaak bespreken." Hij haalde een +briefje uit een lade. "Je zegt, dat je vijf brieven hebt, waardoor de +gravin d'Albert wordt gecompromitteerd. Je wilt ze verkoopen. Ik wil ze +koopen. Dat is dus ook in orde. Alleen blijft nu nog de prijs over. +Natuurlijk moet ik de brieven eerst zien. Als het werkelijk goede +stukken--goede hemel, is u het?" + +De vrouw had zonder een woord te zeggen haar voile in de hoogte gedaan +en den mantel om haar kin losgemaakt. Het was een donker, mooi, zuiver +gelijnd gelaat, dat Milverton aanschouwde, een gelaat met een +arendsneus, zware donkere wenkbrauwen, die een paar harde, schitterende +oogen overschaduwden en een dunnen mond, waarom een gevaarlijk lachje +speelde. + +"Ik ben het," zeide ze, "de vrouw, wier leven gij verwoest hebt." +Milverton lachte, maar vrees deed zijn stem trillen: "Gij waart zoo +onhandelbaar," zeide hij. "Waarom hebt gij mij ook tot het uiterste +gedreven? Ik verzeker u, dat ik zelfs geen vlieg kwaad zal doen, maar +ieder heeft zijn zaken en wat kon ik anders doen? Ik stelde de som +binnen uw bereik. U wildet niet betalen." + +"Daarom zondt gij de brieven aan mijn echtgenoot en hij--de edelste man, +die ooit leefde, een man, wiens schoenen ik zelfs niet waard was te +rijgen--hij werd er door gebroken en stierf. Gij herinnert u dien nacht +nog, toen ik door die deur kwam en smeekte en bad om genade en gij +lachte mij in mijn gezicht uit, evenals gij nu tracht te lachen, alleen +uw laf hart kan niet verhinderen, dat uw lippen beven. Ja, gij dacht +niet mij hier weer te zullen zien, maar het was op dien avond, dat mij +geleerd werd, hoe ik u van aangezicht tot aangezicht kon ontmoeten. Wij +zijn nu alleen. Wel, Charles Milverton, wat hebt gij te zeggen?" + +"Denk niet, dat gij mij vrees kunt aanjagen," zeide hij opstaande. "Ik +heb alleen luid te roepen en mijn personeel is hier om u te arresteeren. +Maar ik kan mij uw ergernis zeer goed verklaren. Daarom, verlaat de +kamer, zooals gij gekomen zijt en ik zal er verder over zwijgen." + +De vrouw stond met haar hand in haar boezem verborgen en dezelfde +doodelijke glimlach speelde weer om haar lippen. + +"Gij zult geen levens meer verwoesten, zooals gij het mijne hebt gedaan. +Gij zult geen harten meer vaneenrijten, zooals gij het mijne hebt +gedaan. Ik zal de wereld bevrijden van een vergiftig beest. Neem dat, +jij hond!--en dat!--en dat!--en dat!--en dat!" + +Zij had een kleine, glinsterende revolver voor den dag gehaald en loste +lading na lading in het lichaam van Milverton, waarbij de loop nog geen +twee voet van zijn borst was verwijderd. Hij sprong achteruit en viel +vervolgens voorover op de tafel, vreeselijk hoestend, terwijl hij met +zijn handen wild in de papieren ronddraaide. Plotseling stond hij weer +op, kreeg nog een schot en rolde op den vloer. "Je hebt me vermoord," +riep hij, en lag stil. De vrouw keek hem strak aan en plantte haar hiel +in zijn gelaat. Weer keek zij, maar er was geen beweging of geluid meer +in hem. Ik hoorde iets ruischen, de koude buitenlucht drong in het warme +vertrek en de wreekster was weg. + +[Illustratie: Plotseling stond hij weer op en ontving nog een schot.] + +De tusschenkomst van onze zijde zou den man niet hebben kunnen redden, +zoo snel ging alles in zijn werk, maar toen de vrouw kogel na kogel in +het ineenkrimpende lichaam van Milverton joeg, stond ik op 't punt te +voorschijn te springen, had ik niet den kouden, vasten greep van Holmes +om mijn pols gevoeld. Ik begreep terstond, wat hij hiermede wilde +zeggen--dat het een zaak was, die ons niet aanging, dat recht was gedaan +aan een schurk en wij onze eigen zaken en bedoelingen hadden, die niet +uit 't oog mochten worden verloren. Maar nauwelijks was de vrouw de +kamer uit, of Holmes was met eenige snelle, zachte schreden bij de +andere deur. Op hetzelfde oogenblik hoorden wij stemmen in het huis en +haastig naderende voetstappen. De revolverschoten hadden het geheele +dienstpersoneel in rep en roer gebracht. Met bewonderenswaardige kalmte +ging Holmes naar de brandkast, pakte beide armen vol met pakken brieven +en smeet ze alle op het vuur. Driemaal herhaalde hij dit en toen was de +brandkast leeg. Iemand draaide de kruk van de deur om en klopte aan de +buitenzijde. Holmes keek nog even in 't rond. De brief, die den dood +gebracht had voor Milverton, lag op de tafel, geheel in bloed gedrenkt. +Holmes wierp hem te midden van de fel brandende papieren. "Dezen kant, +Watson," zeide hij, "wij komen langs deze richting spoedig bij den +tuinmuur." + +Ik zou nooit hebben kunnen gelooven, dat iedereen in zulk een groot huis +zoo spoedig na het lossen van de schoten bij de hand kon zijn. Omkijkend +zag ik, dat overal reeds licht brandde. De voordeur stond open en wij +zagen menschen heen en weer loopen. De geheele tuin scheen wel vol te +zijn en iemand riep ons reeds bij het verlaten van de veranda aan en +volgde ons, toen wij natuurlijk geen antwoord gaven. Holmes scheen den +weg uitstekend te kennen, en hij bewoog zich snel tusschen struiken en +boomen. Ik volgde hem op den voet met onzen vervolger eenige meters +achter ons. De tuinmuur was zes voet hoog, maar Holmes sprong als een +acrobaat er op en er overheen. Ik volgde zoo goed mogelijk zijn +voorbeeld, moest mij echter eerst ophijschen, ten gevolge waarvan de man +achter mij nog juist mijn enkel kon grijpen. Ik gaf hem echter met mijn +anderen voet een trap en rolde vervolgens over den muur met mijn gezicht +voorover in eenige struiken; Holmes had mij oogenblikkelijk weer op de +been geholpen en samen renden wij langs Hampstead Heath.-- + + * * * * * + +Wij hadden ontbeten en rookten onze morgenpijp op den dag van het +merkwaardig avontuur, hetwelk ik juist heb meegedeeld, toen mijnheer +Lestrade van Scotland Yard, statig en indrukwekkend, onze eenvoudige +zitkamer werd binnengelaten. + +"Goeden morgen, mijnheer Holmes," zeide hij. "Goeden morgen. Mag ik u +vragen, of u het tegenwoordig nog al druk hebt?" + +"Niet te druk om naar u te luisteren." + +"Ik meende, dat wanneer u niets bijzonders aan de hand hadt, u ons +wellicht zoudt willen assisteeren in een zeer merkwaardig geval, dat +juist in den afgeloopen nacht te Hampstead is afgespeeld." + +"Wel heb ik van mijn leven!" zeide Holmes. "Wat was dat?" + +"Een moord--een zeer dramatische en merkwaardige moord. Ik weet, hoezeer +u gesteld zijt op deze dingen en ik zou het voorts als een groote +welwillendheid beschouwen, wanneer u mee wildet gaan naar Appledown +Towers en ons uw meening zeggen. Het is geen gewone misdaad. Wij hielden +dezen mijnheer Milverton reeds eenigen tijd in het oog, want, tusschen +ons gezegd, was het iemand van minder goed allooi. Bekend is, dat hij +papieren in zijn bezit had, die hij gebruikte om menschen geld af te +persen. Deze papieren zijn alle door de moordenaars verbrand. Niet een +voorwerp van waarde werd door hen meegenomen, zoodat het waarschijnlijk +is, dat de misdadigers behoorden tot den voornamen stand, wier eenig +doel bestond in het voorkomen van schandaal." + +"Misdadigers?" vroeg Holmes. "Meer dan één?" + +"Ja, er waren er twee. Het scheelde zeer weinig of zij waren op +heeterdaad gearresteerd. Wij hebben hun voetsporen, wij hebben hun +beschrijving, tien tegen een, dat wij hen op het spoor komen. De eerste +was een weinig te vlug, maar de tweede werd door den tuinman gegrepen en +ontkwam eerst na een worsteling. Het was een stevig gebouwde man van +middelmatige lengte, hij had een dikken nek en snor en een masker voor +de oogen." + +"Dat is tamelijk vaag," zeide Sherlock Holmes. "Wel, het zou een +beschrijving van Watson kunnen zijn." + +"Dat is waar," lachte de inspecteur, vroolijk. + +"Maar ik ben bang, dat ik u niet zal kunnen helpen, Lestrade," zeide +Holmes. "Het feit is, dat ik dezen mijnheer Milverton heb gekend en dat +ik hem beschouwde als een der gevaarlijkste typen uit geheel Londen. Ik +vermeen voorts, dat er zekere misdaden zijn, welke de wet niet kan +treffen en die daardoor in zeker opzicht persoonlijke wraak wettigen. +Neen, het helpt niet, ik laat mij in deze niet overreden. Ik heb mijn +besluit genomen. Mijn sympathie is aan de zijde van de misdadigers en +niet aan die van het slachtoffer, en ik zal mij met deze zaak niet +inlaten." + +Holmes had tegenover mij met geen enkel woord meer gesproken over het +drama, waarvan wij getuigen waren geweest, maar ik bespeurde den +geheelen morgen, dat hij in gedachten was verzonken, en ik kreeg door +zijn starenden blik en zijn afgetrokken manieren den indruk van iemand, +die tracht zich iets te herinneren. Wij zaten aan onzen lunch, toen hij +plotseling opsprong. "Bij Jupiter, Watson, ik heb het," riep hij. "Zet +je hoed op en ga met me mee." + +[Illustratie: Zijn blik volgend, zag ik de beeltenis van een voorname +dame in baltoilet.] + +Zoo snel hij kon liep hij door Baker-Street en daarna langs Oxford +Street, totdat wij bijna bij het Regent Circus waren. Hier was links een +winkel, waarvan de etalagekast vol stond met de fotographieën van alle +beroemdheden en schoonheden van den dag. De oogen van Holmes vestigden +zich op een dezer portretten en zijn blik volgende, zag ik de beeltenis +van een voorname dame in baltoilet, met een groote diamanten tiara op +het edele hoofd. Ik keek naar dien ietwat gebogen neus, naar de donkere +wenkbrauwen, naar dien vastberaden mond en de van wilskracht getuigende +kleine kin. Ik hield mijn adem in, toen ik den te allen tijde eerbied +afgedwongen hebbenden titel van den grooten edelman en staatsman las, +wiens vrouw zij was geweest. Mijn oogen ontmoetten die van Holmes en hij +legde den vinger op de lippen, terwijl wij wegliepen. + + + + +IV. + +Het avontuur van de zes Napoleons. + + +Het gebeurde meer dan eens, dat de heer Lestrade van Scotland Yard een +avondje bij ons kwam praten. Zijn bezoeken waren Sherlock Holmes zeer +welkom, daar hij zoodoende op de hoogte bleef van alles, wat er in het +hoofdkwartier van de politie voorviel. Als wederdienst voor het nieuws, +dat Lestrade bracht, was Holmes steeds bereid aandachtig te luisteren +naar de bijzonderheden van elke zaak, waarin de detective betrokken was +en nu en dan was hij in staat, zonder zich zelf met het geval te +bemoeien, den een of anderen leiddraad te verstrekken of een vermoeden +uit te spreken, dat hij putte uit zijn enorme kennis en ervaring. + +Op dezen bijzonderen avond had Lestrade gesproken over het weer en de +dagbladen. Daarna was hij minder spraakzaam geworden, keek strak voor +zich uit en trok hard aan zijn sigaar. + +Holmes keek hem scherp aan. + +"Is er iets bijzonders aan de hand?" vroeg hij eindelijk. + +"O, neen, mijnheer Holmes, niets bijzonders." + +"Nu, dan kunt gij 't mij ook wel vertellen." + +Lestrade lachte. + +"Wel, mijnheer Holmes, er helpt geen ontkennen aan, ik zit werkelijk met +een moeilijk geval. Maar het is zulk een dwaze geschiedenis, dat ik +aarzelde u er mee lastig te vallen. Daar staat echter tegenover, dat +hoewel de zaak doodgewoon is, er toch iets, dat zonderling moet genoemd +worden, aan verbonden is en ik weet, dat gij u gaarne bezighoudt met +alles, wat niet tot het gewone behoort. Maar volgens mij is het een +zaak, die eerder voor dr. Watson geschikt is dan voor ons." + +"Een ziekteverschijnsel?" vroeg ik. + +"Krankzinnigheid in elk geval. En een zonderlinge krankzinnigheid +tevens. Zoudt u zich kunnen voorstellen, dat er thans nog iemand +bestaat, die zulk een haat koestert voor Napoleon I, dat hij elk +portret, dat hij van den grooten keizer ziet, zou willen vernielen?" + +Holmes leunde achterover in zijn stoel. + +"Dat is niets voor mij," zeide hij. + +"Juist. Dat heb ik zelf ook gezegd. Maar wanneer de man zich schuldig +maakt aan inbraak om schilderijen en bustes te vernielen, die niet zijn +eigendom zijn, verhuist de zaak van den geneesheer naar de politie." + +Holmes toonde weer meer belangstelling. + +"Inbraak! Dat is interessanter. Laat mij de bijzonderheden eens hooren." + +Lestrade haalde zijn notitieboekje voor den dag en frischte zijn +geheugen op, door nu en dan zijn aanteekeningen te raadplegen. + +"Het eerste geval, dat ons ter kennis kwam," vertelde hij, "is vier +dagen geleden. Het was in den winkel van Morse Hudson, die een filiaal +heeft voor het verkoopen van schilderijen, bustes enz. in Kensington +Road. De bediende was even naar achteren gegaan, toen hij in den winkel +een harden slag hoorde, en naar voren snellende, vond hij een buste van +Napoleon, die met verschillende andere kunstwerken op een plank tegen +den muur stond, aan gruis liggen op den grond. Daar de buste onmogelijk +uit zich zelf kon gevallen zijn, snelde de bediende naar buiten, maar +hij zag niemand en er was ook niets, waardoor hij den vernieler kon +aanduiden. Wel verklaarden eenige voorbijgangers, dat zij iemand uit den +winkel hadden zien komen, maar zij hadden daarop verder geen acht +geslagen. De zaak werd aangegeven. De buste was echter niet meer waard +dan een paar gulden en de geheele geschiedenis leek te eenvoudig, om er +verder het hoofd over te breken. + +"Het tweede geval echter was ernstiger en ook vreemder. Het gebeurde in +den afgeloopen nacht. + +[Illustratie: Lestrade haalde zijn notitieboekje voor den dag.] + +"In Kensington Road en nog geen honderd meter verwijderd van den winkel +van Morse Hudson, woont een welbekend geneesheer, dr. Barnicot genaamd, +die een van de drukste praktijken heeft op de zuidzijde van den Theems. +Zijn woning ligt aan den Kensington Road, maar hij heeft ook nog een +paar kamers gehuurd aan den Lower Brixton Road, waar hij eenige uren van +den dag is te consulteeren. Deze dokter Barnicot is een geestdriftig +bewonderaar van Napoleon en zijn huis is vol boeken, schilderijen en +reliquieën van den Franschen keizer. Eenigen tijd geleden kocht hij van +Morse Hudson twee busten, gemaakt naar den beroemden kop van Napoleon +door den Franschen beeldhouwer Devine. Een dezer heeft hij in de gang +van zijn huis te Kensington Road laten plaatsen en de andere op den +schoorsteen van een zijner vertrekken te Lower Brixton. Welnu, toen +Barnicot heden morgen naar beneden kwam, bemerkte hij tot zijn schrik, +dat in den afgeloopen nacht bij hem was ingebroken, maar dat niets was +weggenomen als de buste uit de gang. Deze was naar buiten gedragen en +daar stuk tegen den muur geslagen. Alleen de scherven waren +overgebleven." + +Holmes wreef zich in de handen. + +"Dat is zeker bijzonder," zeide hij. + +"Ik dacht, dat u er belang in zoudt stellen. Maar ik ben nog niet aan 't +eind. Dr. Barnicot ging om twaalf uur naar zijn kamers in Lower Brixton +en u kunt u zijn verbazing voorstellen, toen hij bij aankomst vond, dat +het raam in den nacht was geopend en dat de brokstukken van zijn tweede +buste over den grond lagen verspreid. Deze was eveneens aan duizend +stukken geslagen. In geen van beide gevallen waren er eenige teekenen, +die ons ook maar de geringste aanwijzing konden geven over den persoon +van den misdadiger of krankzinnige, die dit gedaan heeft. En nu, +mijnheer Holmes, hebt u de feiten." + +"Zij zijn zeer vreemd, om niet te zeggen grotesk," meende Holmes. "Mag +ik u vragen of de beide busten, die in de vertrekken van dr. Barnicot +werden vernield, precies dezelfde waren als de eene, die in den winkel +van Morse werd stuk geslagen?" + +"Zij werden van hetzelfde soort gips gemaakt." + +"Zulk een feit past niet in de theorie, dat de man, die ze stuk slaat, +bezield is met een doodelijken haat voor Napoleon. Wanneer men in +aanmerking neemt, dat er honderden busten van den grooten keizer moeten +bestaan te Londen, zouden wij te ver gaan, wanneer wij van de +veronderstelling uitgingen, dat een beeldstormer nu juist drie +exemplaren van dezelfde buste had uitgezocht." + +"Wel, dat heb ik ook al gedacht," zeide Lestrade. "Daar staat tegenover, +dat deze mijnheer Morse Hudson de eenige handelaar in dergelijke +artikelen is in dit gedeelte van Londen en deze drie waren de eenige, +die in de laatste jaren in zijn winkel waren geweest. En daarom, +alhoewel zooals u zegt, honderden busten en afbeeldingen van Napoleon in +Londen zijn, is het zeer waarschijnlijk, dat deze drie de eenige waren +in dat gedeelte van Londen. En iemand, die in dat district woont, zou +dan ook zeer goed juist met deze drie kunnen beginnen. Wat dunkt u er +van, mijnheer Watson?" + +"Er zijn grenzen te trekken, wat de mogelijkheid betreft van monomanie," +antwoordde ik. "We hebben den toestand, dien de moderne Fransche +psychologen het "idée fixe" hebben genoemd, dat op zich zelf bijna +onmerkbaar is, daar de patiënt overigens volkomen gezond kan zijn. +Iemand, die veel gelezen heeft over Napoleon of wiens familie door de +groote oorlogen geleden heeft, kan zich zeer begrijpelijk in dit opzicht +een "idée fixe" vormen en onder den invloed daarvan in staat zijn tot +het plegen van zulke daden." + +"Neen, Watson, daar is hier geen sprake van," zeide Holmes +hoofdschuddend, "want dat "idée fixe" alleen zou uw interessanten +monomaan niet in de gelegenheid, stellen te weten te komen, waar deze +busten te vinden waren." + +"Zoo, welke verklaring hebt u dan?" + +"Ik tracht geen verklaring te vinden. Alleen zou ik willen doen +opmerken, dat er een zekere methode spreekt uit de excentrieke +handelwijze van dezen mijnheer. Zoo werd bijvoorbeeld in de gang van het +huis van dr. Barnicot, waar geraas zeker de familie wakker gemaakt zou +hebben, de buste naar buiten gebracht, alvorens stuk geslagen te worden, +terwijl op de kamers van den dokter, waar minder gevaar voor alarm +bestond, de buste stuk geslagen werd op de plaats, waar zij stond. De +zaak schijnt van bijzonder weinig beteekenis en toch durf ik niets van +weinig beteekenis noemen, wanneer ik bedenk, dat eenige van mijn beste +gevallen al een zeer weinig belovend begin hadden. Gij zult u +herinneren, Watson, hoe de vreeselijke geschiedenis van de Abernetty +familie mij eerst een leiddraad opleverde, nadat ik opgemerkt had, hoe +diep de boterspaan in de boter was geraakt. Ik kon het daarom niet over +mij verkrijgen, te glimlachen over uw drie gebroken busten, Lestrade, en +u zult mij zeer verplichten, indien u mij op de hoogte wilt houden, +wanneer zich nieuwe verwikkelingen voordoen in zulk een zonderlinge +geschiedenis." + +De nieuwe omstandigheden, waarnaar mijn vriend gevraagd had, kwamen +sneller en in een oneindig meer tragischen vorm dan hij zich kan hebben +voorgesteld. Ik was den volgenden morgen nog bezig mij te kleeden, toen +er op mijn deur werd geklopt en Holmes binnenkwam met een telegram in +zijn hand. Hij las luid: + +"Kom dadelijk 131, Pitt Street, Kensington--Lestrade." + +"Wat zou 't wezen?" vroeg ik. + +"Ik weet 't niet.--Het kan alles zijn. Maar ik vermoed, dat dit het +vervolg is van de geschiedenis van de busten. In dat geval heeft onze +vriend de beeldenstormer zijn operaties in een ander deel van Londen +begonnen. Daar staat koffie op tafel, Watson, en ik heb een rijtuig voor +de deur." + +In een half uur hadden wij Pitt Street bereikt, een stil rustig plekje, +juist in de nabijheid van een der drukste punten van Londen. No. 131 was +er een uit een reeks vrij lage, maar goed uitziende huisjes. Toen wij +naderbij kwamen, zagen wij een aantal nieuwsgierigen voor de deur. +Holmes floot een deuntje. + +"Bij George, hier is minstens een moordaanslag gepleegd. Anders zou een +Londensche "message-boy" zeker niet blijven staan. Aan den uitgestrekten +hals, waarmee die knaap naar binnen gluurt, is duidelijk te merken, dat +er een daad van geweld gepleegd is. Wat is dat, Watson? De bovenste +treden van de deurstoep zijn nat en de overige droog. In elk geval +voetstappen genoeg. Maar daar zie ik Lestrade aan het middelste raam en +nu zullen wij spoedig alles van de zaak weten." + +De detective ontving ons met een ernstig gelaat en duwde ons in een +zitkamer, waar een buitengewoon geagiteerd man van gevorderden leeftijd, +gekleed in een flanellen morgenjapon op en neer liep. Hij werd aan ons +voorgesteld als de eigenaar van het huis--mijnheer Horace Harker van het +Centraal Pers Syndicaat. + +"Het is alweer die geschiedenis van de busten van Napoleon," zeide +Lestrade. "U scheen daarin gisteren avond nog al belang te stellen, +mijnheer Holmes en daarom dacht ik, dat u gaarne tegenwoordig zoudt +willen zijn, nu de zaak een veel ernstiger wending heeft genomen." + +"Welke wending heeft zij dan genomen?" + +"Niets meer of minder dan tot een moord. Mijnheer Harker, zoudt u deze +heeren precies willen vertellen, wat er gebeurd is?" + +De man in de kamerjapon keek ons met een melancholieken blik aan. + +[Illustratie: Hij werd aan ons voorgesteld als de eigenaar van het +huis--mijnheer Horace Harker.] + +"Het is een buitengewoon iets," zeide hij, "dat ik, die mijn geheele +leven bezig geweest ben het nieuws van andere menschen te verzamelen, nu +er werkelijk nieuws op mijn weg is gekomen, zoo van streek ben, dat ik +geen twee woorden kan schrijven. Wanneer ik hier was gekomen als +journalist, zou ik mij zelf geïnterviewd hebben en twee kolommen voor +alle avondbladen hebben geleverd. En nu geef ik kostbare inlichtingen en +kopie, door mijn verhaal over en over te vertellen aan verschillende +personen en zelf heb ik er niets aan. Ik heb echter uw naam vroeger wel +eens hooren noemen, mijnheer Sherlock Holmes en als u alleen deze +zonderlinge geschiedenis kunt verklaren, zal ik mij ruimschoots beloond +achten voor de moeite haar nog eens te moeten vertellen." + +Holmes ging zitten en luisterde. + +"Alles schijnt zich te concentreeren om die buste van Napoleon, die ik +ongeveer vier maanden geleden voor deze zelfde kamer gekocht had. Ik +kwam er voor een kleinigheid aan van de gebroeders Harding, twee deuren +van het High Street Station. Een groot deel van mijn journalistieken +arbeid doe ik 's nachts, en dikwijls schrijf ik tot laat in den nacht. +Aldus ook gisteren avond. Ik zat in mijn studeervertrekje, dat achter +gelegen is, omstreeks twee uur, toen ik eenig geluid beneden hoorde. Ik +luisterde, maar ik hoorde niets meer en ik dacht, dat het buiten was +geweest. Plotseling, geen vijf minuten later, hoorde ik echter een +verschrikkelijken gil--den vreeselijksten kreet, dien ik ooit vernam. +Zoo lang ik leef zal die mij bijblijven. Eenige minuten bleef ik stom +van schrik zitten. Daarna greep ik den pook en ging naar beneden. Toen +ik deze kamer opende, vond ik het raam wijd open en dadelijk bespeurde +ik, dat de buste van den schoorsteenmantel was verdwenen. Waarom een +inbreker dat ding zou meenemen, gaat mijn begrip te boven, want het was +slechts een buste van gips, die geen bijzondere waarde had. + +"U kunt zelf zien, dat iemand, die door dat open raam gaat, door het +doen van een grooten stap, op de bovenste tree van de stoep kan komen. +Dit had de inbreker klaarblijkelijk ook gedaan, waarom ik omliep en de +deur opende. In het donker naar buiten gaande viel ik bijna over een +lijk, dat hier lag. Ik holde terug om licht te halen en ja, daar lag een +man met een diepe snede over de keel, badende in zijn bloed. Hij lag op +zijn rug met opgetrokken knieën en den mond wijd open. Ik zal hem in +mijn droomen steeds zien. Ik had juist den tijd om op mijn politiefluit +te blazen en daarna ben ik zeker flauw gevallen, want ik herinner mij +niets meer, totdat ik een agent over mij heengebogen zag in de gang." + +"Wel, wie was de vermoorde man?" vroeg Holmes. + +"Er is niets, dat daaromtrent eenige aanwijzing verschaft," antwoordde +Lestrade. "U kunt het lijk aan het bureau zien, maar wij zijn er nog +niets wijzer door geworden. Het is een zware, door de zon verbrande, +krachtige man, niet ouder dan dertig jaar. Hij is armoedig gekleed en +toch ziet hij er niet als een werkman uit. Een mes met beenen heft lag +in een bloedplas naast hem. Of 't het mes was, waarmee de wonde werd +toegebracht, of dat het aan den verslagene toebehoorde, weet ik niet. +Zijn kleeren waren ongemerkt en niets vonden wij in zijn zakken, behalve +een appel, een stukje touw, een kaartje van Londen en een foto. Hier is +alles." + +Holmes greep naar de foto. Het was klaarblijkelijk een plaatje, genomen +met een kleine handcamera. Het stelde voor een sluw uitzienden man met +sterk geprononceerde trekken en dikke wenkbrauwen en met een eigenaardig +vooruitstekende onderkaak, als bij een baviaan het geval is. + +"En wat is er van de buste geworden?" vroeg Holmes, na deze foto +nauwkeurig te hebben bestudeerd. + +"Wij hoorden er juist iets van, vóórdat u hier waart. Zij is gevonden in +het tuintje van een leeg huis in Campdon House Road. Zij was ook aan +gruis geslagen. Ik ga er eens naar kijken. Gaat u mee?" + +"Zeker. Ik moet echter eerst even hier rond zien." Hij keek naar het +karpet en naar het raam. "De knaap moet lange beenen gehad hebben of wel +buitengewoon vlug zijn," zei de hij. "Het was anders niet gemakkelijk om +van den grond dat raam open te krijgen en er door te kruipen. Terug ging +het veel gemakkelijker. Gaat u ook mee om de overblijfselen van uw buste +te aanschouwen, mijnheer Harker?" + +De troostelooze journalist was voor zijn schrijftafel gaan zitten. "Ik +moet trachten er iets van te maken," sprak hij, "hoewel ik niet twijfel +of de avondbladen zijn reeds vol met allerlei bijzonderheden. Dat dit nu +juist mij moet overkomen! U herinnert u, dat de tribune te Doncarte +ingestort is? Wel, ik was de eenige journalist op die tribune en mijn +blad het eenige, dat geen verslag had, omdat ik te diep geschokt was om +te kunnen schrijven. En nu zal ik waarachtig weer te laat komen met een +moord, die op de stoep voor mijn deur is gepleegd." + +Toen wij de kamer uitgingen, hoorden wij zijn pen over het papier +krassen. + +De plek, waar de overblijfselen van de buste gevonden waren, was slechts +een paar honderd meter verder. Voor de eerste maal rustten onze oogen op +dit conterfeitsel van den grooten keizer, die zulk een haat scheen te +hebben opgewekt in het brein van een onbekende. De buste lag aan stukken +in het gras. Holmes zocht ze op en bekeek ze aandachtig. Uit zijn +geheele manier van doen en zijn nauwkeurig onderzoek maakte ik op, dat +hij een punt van uitgang gevonden had in deze duistere zaak. + +"Wat denkt u?" vroeg Lestrade. + +Holmes haalde de schouders op. + +"Wij moeten nog een langen weg afleggen," zeide hij. "En toch--en +toch--er zijn eenige feiten. Het bezit van deze goedkoope buste was in +de oogen van dezen vreemdsoortigen misdadiger meer waard dan een +menschenleven. Dat is één punt. Dan is er nog het zonderlinge feit, dat +hij de buste niet in het huis stuk sloeg of onmiddellijk daarbuiten, +vreemd te meer, wanneer zijn eenig oogmerk niets anders dan het +vernielen daarvan was." + +"Hij werd verrast door de komst van dien anderen man. Hij heeft +ternauwernood geweten, wat hij deed." + +"Ja, dat kan zijn. Maar ik wensch uw aandacht in het bijzonder te +vestigen op de ligging van dit huis, in welks tuin de buste werd +vernield." + +Lestrade keek eens rond. + +"Het was een leeg huis en derhalve wist hij, dat hij niet gestoord zou +worden in den tuin." + +"Ja, maar er is nog een leeg huis verder op, waar hij langs gekomen moet +zijn, alvorens hier te komen. Waarom heeft hij de buste daar dan niet +gebroken, vooral daar bij elken stap verder de kansen vermeerderden van +een ontmoeting met dezen of genen?" + +"Ik geef het op," zeide Lestrade. + +Holmes wees op de lantaarn boven ons hoofd. + +[Illustratie: Holmes wees naar de lantaarn boven ons hoofd.] + +"Hij kon hier zien wat hij deed en daar niet. Dat was de reden." + +"Bij Jupiter, dat is waar," riep de detective. "Nu ik er over nadenk, +herinner ik mij, dat de buste van dr. Barnicot ook niet ver van de lamp +werd stuk geslagen. En wat denkt u, mijnheer Holmes, dat wij aan dit +feit hebben." + +"Wij moeten het in onze gedachten houden. Misschien vinden wij later +iets, dat daarmede in verband staat. Wat denkt u nu te gaan doen, +Lestrade?" + +"De meest practische manier om er achter te komen bestaat volgens mijn +meening in het vaststellen van de identiteit van den verslagene. Dit zal +wel geen moeilijkheden opleveren; wanneer wij weten, wie hij is en wie +zijn vrienden en kennissen zijn, hebben wij een goed begin om er achter +te komen, wat hij in Pitt Street uitvoerde en wie het was, die hem +ontmoette en op de stoep van het huis van mijnheer Horace Harker heeft +vermoord. Denkt u dat ook niet?" + +"Ongetwijfeld, en toch is het niet de weg, dien ik zou inslaan om deze +geschiedenis tot klaarheid te brengen." + +"Wat zoudt u dan doen!" + +"O, laat u door mij in geen enkel opzicht influenceeren. Het beste is, +dat u uw weg gaat en ik den mijne. Later kunnen wij onze aanteekeningen +vergelijken en zoodoende zal het eene verslag het andere aanvullen." + +"Zeer goed," zeide Lestrade. + +"Als u nog naar Pitt Street teruggaat, ziet u misschien mijnheer Harker +nog. Vertel hem namens mij, dat ik voor mij reeds een opinie gevormd heb +en dat het zoo goed als zeker is, dat een gevaarlijke krankzinnige, met +Napoleontische delusies, in den afgeloopen nacht in zijn huis is +geweest. Dat kan van zeer veel nut voor zijn artikel zijn." + +Lestrade keek hem aan. + +"Dat gelooft u toch niet werkelijk?" + +Holmes glimlachte. "Geloof ik 't niet? Och, misschien ook niet. Maar ik +ben er zeker van, dat het den heer Harker interesseert, evenals de +abonné's van het Centraal Pers Syndicaat. Nu, Watson, ik denk, dat wij +een lange en tamelijk lastige dagtaak voor ons hebben. Ik zou gaarne +willen, Lestrade, dat je het zoo inrichtte, dat je om zes uur van avond +in Baker Street kon zijn. Tot zoo laat zou ik gaarne deze foto, die gij +gevonden hebt in de zakken van den doode, willen houden. Het is +mogelijk, dat ik verder uw gezelschap en uw hulp noodig heb voor een +kleine expeditie, die in den komenden nacht zal worden ondernomen, ten +minste indien mijn hypothese juist blijkt. Tot zoolang dan vaarwel en +goede vangst." + +Sherlock Holmes en ik liepen samen naar High Street, waar hij bleef +staan voor den winkel van Harding Brothers, bij wie de buste was +gekocht. Naar binnen gaande, deelde een jonge bediende hem op zijn vraag +mede, dat mijnheer Harding afwezig was tot na den middag, en dat hij +zelf pas in de zaak was, zoodat hij geen inlichtingen kon verschaffen. +Op het gelaat van Holmes was duidelijk teleurstelling merkbaar. + +"Wel, wij mogen niet verwachten, dat alles loopt, zooals wij 't gaarne +willen, Watson," zeide hij eindelijk. "Wij moeten van middag terugkomen, +daar mijnheer voor dien tijd niet aanwezig is. Ik ben bezig, zooals ge +misschien reeds geraden hebt, te trachten na te gaan, vanwaar deze +busten zijn gekomen, om zoodoende er achter te komen of er niet iets +bijzonders mee gebeurd is, waardoor de feiten van de laatste dagen +kunnen worden verklaard. Laat ons nu gaan naar Morse Hudson van +Kensington Road en zien of hij eenig licht in de duisternis kan +brengen." + +Een rit van een uur bracht ons aan het huis van den handelaar. Het was +een kleine, dikke man met een rood gezicht. + +"Ja, mijnheer. Op deze plank stond de buste, mijnheer," zeide hij. +"Waarvoor wij belasting en huur betalen, weet ik niet, wanneer de eerste +de beste schurk kan binnenkomen en je goed stuk smijten. Ja, mijnheer, +ik was het, die aan dr. Barnicot de twee busten heb verkocht. +Schandelijk, mijnheer. Een complot van nihilisten. Dat is 't, mijnheer. +Niemand anders dan een anarchist zou 't in zijn hoofd krijgen, deze +beeldjes te breken. Roode republikeinen, zoo noem ik ze. Van wie ik de +beeldjes gekocht heb? Ik zie niet in, wat dat met de zaak heeft te +maken. Wel, als u 't bepaald wenscht te weten, ik kocht ze van Gelder & +Co. in Church Street, Stepney. Een welbekend huis in dit soort goed, en +ouder dan twintig jaar. Hoeveel ik er had? Drie--twee en een is +drie--twee van dr. Barnicot en een op klaarlichten dag in mijn winkel +stuk geslagen. Of ik dat portret herken? Neen. Ja, toch! Het is Beppo. +Hij was een soort Italiaansche beeldhouwer, die kleine karweitjes in den +winkel opknapte. Hij kon een weinig houtsnijden, vergulden en herstelde +allerlei kleinigheden. Hij is de vorige week weggegaan en sedert hoorde +ik niets meer van hem. Ik weet niet, vanwaar hij kwam en evenmin +waarheen hij is gegaan. Ik heb mij nooit over hem te beklagen gehad, +zoolang hij hier was. Twee dagen nadat hij weg was, werd de buste stuk +geslagen." + +"Nu, dat is wel ongeveer alles, dat wij redelijkerwijs mochten +verwachten van Morse Hudson te zullen hooren," zeide Holmes, toen wij +uit den winkel kwamen. "Wij hebben dezen Beppo als een +gemeenschappelijken factor, zoowel in Kennington als in Kensington, +zoodat dit een rit van tien mijl wel waard was. En nu, Watson, zullen +wij naar Gelder & Co. te Stepney gaan. Dat is de bron en oorsprong van +de busten. Het zou mij zeker tegenvallen, wanneer wij daar nog niet iets +nieuws vernamen." + +Achtereenvolgens reden wij door deftig Londen, hotel Londen, schouwburg +Londen, literair Londen en eindelijk maritiem Londen, tot wij kwamen aan +een wijk aan de rivier van een honderd duizend zielen, waar de +onooglijke huizen volgepropt zijn met het uitvaagsel van Europa. Hier +vonden wij de steen- en beeldhouwerij, waarnaar wij zochten. Buiten was +een uitgestrekt terrein vol hard- en zandsteen en marmer. Daar achter +was een werkplaats, waar een vijftig beeld- en steenhouwers bezig waren. +De baas, een groote blonde Duitscher, ontving ons beleefd en gaf ons een +duidelijk antwoord op alle vragen, die Holmes tot hem richtte. + +Uit zijn boeken bleek, dat honderden afgietsels waren gemaakt van een +marmeren kopie, van de buste van Napoleon door Devine, maar dat de drie, +die naar Morse Hudson waren gezonden, ongeveer een jaar geleden deel +uitmaakten van een partijtje van zes exemplaren. De andere drie waren +gegaan naar Harding Brothers in Kensington. Er was hoegenaamd geen reden +op te geven, waarom deze zes zouden verschillen van al de overige. De +man kon dan ook niet begrijpen, waarom iemand den wensch zou koesteren +ze te vernielen, inderdaad, hij moest om het denkbeeld lachen. De +engrosprijs was zes shillings, maar de handelaar maakte er misschien +twaalf of meer voor. Het afgietsel werd eerst in twee helften +afzonderlijk gegoten van gips en daarna aan elkander geplakt. Deze +arbeid werd meestal verricht door Italianen. Wanneer zij gereed waren, +werden de busten geplaatst op een tafel in de gang om te drogen en +daarna opgepakt. Dat was alles, wat hij ons kon vertellen. + +Het vertoonen van de foto had echter een bijzondere uitwerking op den +man. Op zijn gelaat kwam een donker roode blos en zijn wenkbrauwen +trokken zich boven zijn blauwe oogen samen. + +"Ha, de schurk," riep hij. "Ja, ik ken hem inderdaad zeer goed. Dit is +steeds een fatsoenlijke zaak geweest en den eenigen keer, dat wij de +politie hier hadden, kwam het door dezen vent. Het is reeds langer dan +een jaar geleden. Hij doorstak een ander Italiaan met een mes op straat; +daarna kwam hij hierheen met de politie op zijn hielen en hier werd hij +dan ook opgepakt. Beppo heette hij--zijn achternaam heb ik nooit +gehoord. Ja, u hebt gelijk, hoe kon ik zulk een man in mijn dienst +nemen? Maar hij was een goed werkman, een van de besten." + +"Tot hoe lang werd hij veroordeeld?" + +"De gewonde bleef leven en hij kwam er met een jaar af. Ik denk, dat hij +nu wel weer vrij zal zijn, maar hij heeft het niet gewaagd hier te +verschijnen. Wij hebben een neef van hem hier, en hij zal misschien wel +weten, waar hij is te vinden." + +"Neen, neen," riep Holmes, "geen woord tegen den neef--geen woord, bid +ik u. De zaak is van zeer groot gewicht en hoe verder ik ga, hoe +belangrijker zij schijnt te worden. Toen u in uw boek den datum nasloeg +van deze busten, merkte ik op, dat het den 9en Juni was van verleden +jaar. Kunt u mij misschien ook den dag noemen, waarop Beppo gearresteerd +werd?" + +"Ten naaste bij door de uitbetalingslijsten," antwoordde de eigenaar. +"Ja," vervolgde hij, na een paar bladzijden te hebben omgeslagen, "hij +werd voor 't laatst op den 20sten Mei betaald." + +[Illustratie: "Ha, de schurk," riep hij uit.] + +"Dank u," zei Holmes. "Ik geloof niet, dat ik meer mag vergen van uw +tijd en geduld." Met een waarschuwing om toch vooral niets zich te laten +ontvallen over ons onderzoek, namen wij den terugtocht aan naar het +Westen van de stad. De namiddag was reeds ver gevorderd, toen wij +eindelijk den tijd konden vinden om haastig iets te nuttigen in een +restaurant. Op een bulletin aan den ingang stond met vette letters: +"Kensington Drama. Moord door een krankzinnige," en de verdere inhoud +toonde, dat mijnheer Horace Harker er toch nog in geslaagd was zijn +verslag op tijd bij den drukker te krijgen. Twee kolommen in de +middageditie vloeiden over van sensatiewekkende momenten, neergeschreven +in bloemrijken stijl. Holmes las het verslag onder het eten. Eens of +tweemaal glimlachte hij. + +"Dat is in orde, Watson," zeide hij. "Luister maar eens: "Het is +geruststellend te weten, dat er in deze zaak geen verschil van meening +bestaat, want Lestrade, een van de meest ervaren Scotland Yard +detectiven, en mijnheer Sherlock Holmes, de welbekende expert, zijn +beiden tot de conclusie gekomen, dat de eigenaardige serie van +incidenten, die op zoo tragische wijze geëindigd is, eerder een gevolg +is van krankzinnigheid, dan van een misdaad met voorbedachten rade. +Behalve ingeval van verstandsverbijstering is er ook geen verklaring +voor de feiten te vinden." De pers, Watson, is een zeer nuttige +instelling, als gij maar weet, hoe er partij van kan worden, getrokken. +En thans zullen wij, wanneer je klaar bent, teruggaan naar Kensington en +zien, wat de chef van Harding Brothers te vertellen heeft." + +De bezitter van die groote zaak bleek te zijn een klein, rond mannetje +met vlugge maniertjes, heldere kijkers en een radde tong. + +"Ja, mijnheer. Ik heb reeds het verslag gelezen. Mijnheer Horace Harker +is een klant van ons. Eenige maanden geleden leverden wij hem de buste. +Wij hadden drie van die busten besteld bij Gelder & Co. van Stepney. Zij +zijn nu alle verkocht. Aan wie? O, wanneer ik even het verkoopboek +nasla, kan ik het u dadelijk zeggen. Hier hebben we 't al. Een aan +mijnheer Harker, een aan mijnheer Josiah Brown van Laburnam Lodge, +Laburnam Vale, Chiswick en een aan mijnheer Sandeford van Lower Grove +Road, Reading. Neen, ik heb nog nooit den man gezien, die daar op die +foto staat. Het is anders een gezicht dat men niet spoedig zou vergeten, +want zelden zag ik een leelijker gelaat. Of wij Italianen in onzen +dienst hebben? Ja, mijnheer, wij hebben er verscheidene onder onze +werklieden. Ja, zij kunnen, wanneer zij dat willen, in dit verkoopboek +snuffelen. Er is n.l. geen bijzondere reden om dat boek voor hen op te +bergen. Ja, ja, het is een vreemde, geschiedenis, en ik hoop dat u, +wanneer uw onderzoek resultaat oplevert, mij even zult willen +berichten." + +Holmes had verscheidene aanteekeningen gemaakt, terwijl mijnheer Harding +maar doorratelde, en ik kon zien, dat hij geheel en al tevreden was over +de wending, die de zaak nam. Hij zeide echter niets, alleen dat, wanneer +wij ons niet haastten, wij nog te laat zouden zijn voor onze afspraak +met Lestrade. Zooveel is zeker, dat toen wij Baker Street bereikt +hadden, de detective reeds daar was en wij hem vonden, ongeduldig heen +en weer loopend op onze kamer. Het gewichtig gezicht, waarmee hij naar +ons toe kwam, bewees, dat zijn onderzoek ook niet zonder resultaat was +gebleven. + +"En?" vroeg hij. "Hebt u geluk gehad, mijnheer Holmes?" + +"Wij hebben een drukken dag achter den rug en nu juist geen verloren +dag," zeide mijn vriend. "Wij hebben de beide handelaren en ook de +firma, die de busten maakte, gesproken. Ik weet nu, waar de overige +busten zich bevinden." + +"De busten," riep Lestrade. "Nu, u hebt uw eigen methode, mijnheer +Holmes en ik voor mij zal daarvan niets zeggen, maar toch geloof ik +vandaag beter gewerkt te hebben dan gij. Ik heb de identiteit van den +vermoorde vastgesteld." + +"Dat meent gij toch niet?" + +"En ook de aanleiding voor de misdaad gevonden." + +"Maar dat is prachtig." + +"Wij hebben een inspecteur, Hill genaamd, die zich speciaal interesseert +voor de Italiaansche wijk. Deze doode man had een katholiek embleem om +zijn hals en daaruit maakte ik op, dat hij uit het Zuiden kwam, te meer +daar zijn gelaat door de zon verbrand was. Inspecteur Hill herkende hem, +zoodra hij hem zag. Zijn naam is Pietro Venucci van Napels en hij is een +van de grootste halsafsnijders van Londen. Hij staat in betrekking tot +de Maffia, die zooals u weet een geheim politiek genootschap is, dat +zijn besluiten door moorden kracht bijzet. Nu ziet u de zaak duidelijk +voor u, wil ik wedden. De ander is n.l. eveneens een Italiaan en lid van +de Maffia. Hij heeft op de een of andere wijze tegen het reglement +gezondigd. Pietro wordt op hem afgestuurd. Waarschijnlijk stelt de +fotografie den man zelf voor, opdat de moordenaar niet den verkeerde zou +van kant maken. Hij sluipt den man na, ziet hem in een huis gaan, wacht +buiten op hem, en bij de worsteling krijgt hij zelf een doodelijke +wonde. Hoe vindt u dat, mijnheer Holmes?" + +Holmes klapte goedkeurend in de handen. + +"Uitstekend, Lestrade, uitstekend," riep hij uit. "Uw verklaring echter +voor het vernielen van de busten heb ik nog niet gehoord." + +"De busten! Kunt u deze busten niet op zij zetten? Dat is toch niets, +pure baldadigheid, hoogstens zes maanden. Maar in zake den moord doen +wij een eigen onderzoek en ik zeg u, dat ik alle draden nu reeds in mijn +hand houd." + +"En de volgende stap?" + +"Is zeer eenvoudig. Ik ga met Hill naar de Italiaansche wijk, zoek den +man, wiens portret wij hebben en arresteer hem wegens moord. Gaat u met +ons mee?" + +"Ik denk van niet. Ik geloof, dat wij op eenvoudiger manier tot het +eindresultaat kunnen komen. Ik kan 't niet zeker zeggen, want alles +hangt af van--wel, alles hangt af van een factor, waarop wij absoluut +geen invloed kunnen uitoefenen. Maar ik koester groote hoop--inderdaad +de kansen staan als twee tegen een--dat wanneer u van avond met ons +meegaat, ik in staat zal zijn hem u in handen te spelen." + +"In de Italiaansche wijk?" + +"Neen; ik denk, dat Chiswick een adres is, waar hij eerder zal te vinden +zijn. Als gij van avond met mij naar Chiswick gaat, Lestrade, beloof ik +u morgen mee naar de Italiaansche wijk te gaan en het uitstel zal in elk +geval geen nadeelige gevolgen hebben. En nu denk ik, dat een paar uur +slaap ons goed zullen doen, want ik ben van plan voor elf uur weg te +gaan en het ziet er niet naar uit, dat wij voor het aanbreken van den +dag terug zullen zijn. Blijf bij ons dineeren, Lestrade, en daar staat +de sofa te uwer dispositie tot het tijd is om te vertrekken. Intusschen +zoudt ge mij een dienst bewijzen, Watson, met even te telephoneeren om +een besteller, want ik heb een brief weg te brengen, die van avond nog +aan zijn adres moet worden bezorgd." + +Holmes bracht den avond zoek met snuffelen in de leggers van de +nieuwsbladen, waarmee een van onze kleine kamertjes was volgepropt. Toen +hij eindelijk terugkwam, straalde er succes uit zijn oogen, maar hij +zeide niets tegen ons over het resultaat van zijn nasporingen. Wat mij +betreft, ik had stap voor stap de methode gevolgd, volgens welke hij de +verschillende symptomen van dit ingewikkelde geval had ontleed en +ofschoon ik mij nog niet kon voorstellen, waar de zaak op zou uitloopen, +begreep ik zeer goed, dat Holmes verwachtte, dat deze zonderlinge +misdadiger een poging zou doen, om de twee overblijvende busten in +handen te krijgen, waarvan er een, zooals ik mij herinnerde, te Chiswick +was. Ongetwijfeld was het doel van onzen tocht om hem op heeterdaad te +betrappen, en ik kon niet anders als de gevatheid bewonderen, waarmede +mijn vriend de bladen op een valsch spoor had gebracht, om zoodoende den +man in den waan te brengen, dat hij ongestraft zijn werk kon +voleindigen. Het verwonderde mij dan ook niet, dat Holmes mij aanraadde +mijn revolver mee te nemen. Hij zelf had den met lood beslagen +ploertendooder, zijn geliefkoosd wapen, in den zak gestoken. + +Om elf uur kwam een rijtuig voor, en daarmede reden wij tot aan een +punt, aan gene zijde van Hammersmith Bridge. Hier werd den koetsier +gelast op ons te wachten. Een korte wandeling bracht ons bij een +eenzamen weg met aan beide zijden huizen, die alle afzonderlijk stonden. +Bij het licht van een lantaarn lazen wij "Laburnam Villa" op een der +hekken. De bewoners waren klaarblijkelijk reeds naar bed gegaan, want +overal was het donker, behalve in de gang, waar een lamp brandde, die +een zwak schijnsel wierp naar buiten in den tuin. De houten schutting, +die den tuin van den weg scheidde, wierp een donkere schaduw naar de +binnenzijde, en hier bleven wij bij elkander. + +"Ik vrees, dat u lang zult moeten wachten," fluisterde Holmes. "Wij +mogen van geluk spreken, dat het niet regent. Ik geloof niet, dat wij +het zelfs kunnen wagen om te rooken, ten einde den tijd te dooden. Het +is echter twee tegen een, dat wij iets bereiken, waardoor wij voor onze +moeite beloond worden." + +[Illustratie: Met den sprong van een tijger was Holmes op zijn rug.] + +Al spoedig bleek, echter, dat wij niet zoolang behoefden te wachten, als +Holmes ons had doen vreezen, en het avontuur eindigde op een snelle en +vreemde wijze. Op een gegeven oogenblik, zonder dat het minste geluid +ons op de hoogte had gebracht van zijn komst, werd de tuindeur open +gedaan en een slanke, donkere gestalte snel en behendig als een aap +sloop over het pad. Wij zagen haar scherp afsteken tegen het licht, dat +naar buiten scheen en daarna verdwijnen in de donkere schaduwen van het +huis. Langen tijd was het stil en wij hielden onzen adem in. Daarna +hoorden wij een zacht knarsend geluid. Het raam werd opengebroken. Het +geluid hield op en weer heerschte er langen tijd stilte. De man was het +huis binnengegaan. Wij zagen het licht van een dievenlantaarn in de +kamer. Wat hij zocht was klaarblijkelijk niet daar, want even later +bemerkten wij het licht in een andere kamer en daarna weer in een +andere. + +"Laat ons naar het open raam gaan, dan kunnen wij hem grijpen, terwijl +hij er uitklimt," fluisterde Lestrade. + +Maar voor wij daar konden komen, was de man al weer buiten. Zoodra hij +zich bevond in het schijnsel voor de voordeur, zagen wij, dat hij iets +wits onder zijn arm droeg. Hij keek naar alle kanten om zich heen, de +stilte van de eenzame straat stelde hem echter gerust. Zijn rug naar ons +toekeerend, legde hij het voorwerp neer en het volgende oogenblik +hoorden wij een slag, gevolgd door gerinkel van scherven. + +De man was zoo verdiept in hetgeen hij deed, dat hij ons niet hoorde, +terwijl wij over het gras naderbij slopen. Met den sprong van een tijger +was Holmes op zijn rug en een oogenblik later hadden Lestrade en ik hem +ieder bij een vuist en waren de boeien netjes aangedaan. Terwijl ik mij +over hem heenboog, zag ik een afschuwwekkend gelaat, dat ons aankeek met +van woede verwrongen trekken, en ik wist, dat wij inderdaad den man van +de foto hadden gearresteerd. + +Maar aan onzen gevangene schonk Holmes allerminst zijn aandacht. In +gebogen houding op de deurstoep gezeten, was hij bezig nauwkeurig te +onderzoeken, hetgeen de man uit het huis had gehaald. Het was een buste +van Napoleon, zooals wij er dien morgen reeds een gezien hadden, en deze +was ook weer op dezelfde manier aan stukken geslagen. Zorgvuldig hield +Holmes elke scherf afzonderlijk in het licht, maar in geen enkel opzicht +verschilden deze stukken van andere stukken gips. Hij was juist gereed, +toen de deur werd geopend en de eigenaar van het huis, een joviale, +rondborstige figuur, in zijn overhemd naar buiten trad. + +"Mijnheer Josiah Brown, vermoedelijk?" vroeg Holmes. + +"Ja, mijnheer, en u is ongetwijfeld mijnheer Sherlock Holmes? Ik kreeg +het briefje, dat u zond per besteller en ik deed precies, hetgeen u +daarin hebt gezegd. Wij hebben alle deuren aan de binnenzijden gesloten +en wachtten verder af. Wel, ik ben blij te zien, dat u den schurk hebt. +Ik hoop, heeren, dat u even binnen wilt komen en dat ik u iets mag +offreeren." + +Lestrade was er echter op gesteld om zijn gevangene zoo spoedig mogelijk +achter slot te brengen en daarom werd binnen een paar minuten ons +rijtuig gehaald en reden wij alle vier terug naar Londen. Onze gevangene +wilde geen woord zeggen, maar hij gluurde naar ons van onder zijn dikke +wenkbrauwen en eenmaal, dat mijn hand binnen zijn bereik scheen, beet +hij er naar als een hongerige wolf. Wij bleven lang genoeg op het +politiebureau om te vernemen, dat er niets op hem werd bevonden als een +paar shillings en een lang dolkmes, waarvan het heft de sporen van +bloedvlekken van recenten datum vertoonde. + +"Dat is in orde," zeide Lestrade, terwijl wij afscheid namen. "Hill kent +al deze heeren, en hij zal wel een naam voor hem vinden. U zult zien, +dat mijn theorie van de Maffia uitstekend uitkomt. Maar toch ben ik u +zeer verplicht, mijnheer Holmes, voor de uitstekende wijze, waarop gij +de hand op hem hebt gelegd. Ik begrijp het echter nog niet geheel en +al." + +"Ik vrees, dat het wel een weinig laat is voor het geven van +explicaties," meende Holmes. "Bovendien zijn er nog een of twee details, +die niet af zijn, en juist een dezer zal de moeite loonen, de zaak +geheel af te wikkelen. Wanneer u nogmaals om zes uur naar mijn huis wilt +komen, geloof ik in staat te zijn u te kunnen bewijzen, dat gij zelfs nu +nog niet de volle beteekenis hebt begrepen van deze zaak, waarbij zich +eenige omstandigheden voordoen, waardoor zij geheel en al eenig is in de +geschiedenis der misdaad. + +"Indien ik u ooit toestemming geef om eenige van mijn kleine problemen +te boekstaven, Watson, voorzie ik, dat gij uw bladzijden zult volpennen +met een verhaal van het zonderlinge avontuur van de busten van +Napoleon." + + * * * * * + +Toen wij den volgenden avond weder bij elkander kwamen, bezat Lestrade +vele bijzonderheden over onzen gevangene. Zijn voornaam was, zooals +bleek, Beppo, verder onbekend. Hij was een bekende deugniet in de +Italiaansche kolonie. Vroeger was hij een bekwaam beeldhouwer geweest, +die een eerlijk bestaan verdiende, maar hij was den verkeerden weg +opgegaan en had reeds tweemaal met de gevangenis kennis gemaakt--eens +wegens diefstal en eens, zooals wij reeds hadden vernomen, wegens het +doorsteken van een landgenoot. Hij sprak goed Engelsch. De reden, waarom +hij de busten vernielde, was nog niet bekend en hij weigerde in deze op +eenige vraag te antwoorden; de politie had echter uitgevischt, dat het +zeer goed mogelijk was, dat deze busten eigenhandig door hem gemaakt +waren, daar hij in dat genre gewerkt had bij Gelder & Co. Naar al dit +nieuws, waarvan wij het voornaamste reeds wisten, luisterde Holmes met +beleefde aandacht, maar ik, die hem zoo goed kende, kon duidelijk zien, +dat zijn gedachten elders waren en ik las achter het masker, dat hij +gewoon was te dragen, ongerustheid en verwachting. Plotseling luisterde +hij en zijn oogen werden helderder. Er werd gebeld. Een minuut later +hoorden wij iemand de trap opkomen en een oud mannetje met grijze +bakkebaarden trad binnen. In zijn rechterhand droeg hij een ouderwetsche +tasch, die hij op tafel zette. + +"Ben ik hier terecht bij mijnheer Sherlock Holmes?" + +Mijn vriend boog en glimlachte: "Mijnheer Sandeford van Reading, vermoed +ik?" + +"Ja, mijnheer, ik ben een weinig laat, maar de trein had vertraging. U +schreef mij over een buste, die ik in mijn bezit heb." + +"Juist." + +"Ik heb uw brief hier. U schreef: "Ik wensch een kopie te bezitten van +den Napoleon van Devine en ben bereid u tien pond te betalen voor die, +welke gij in uw bezit hebt." Is dat zoo?" + +"Zeker." + +"Ik was zeer verrast door uw brief, want ik begreep niet, hoe u kondet +weten, dat ik zulk een buste had." + +"Natuurlijk waart u verrast. De verklaring is echter eenvoudig. Mijnheer +Harding van Harding Brothers vertelde, dat zij het laatste exemplaar aan +u verkocht hadden en zij gaven mij uw adres." + +"O, zoo. En zeiden zij, wat ik er voor betaald had?" + +"Neen." + +"Ik ben een eerlijk man. Ik betaalde slechts vijftien shilling en ik +vermeen, dat u dit moest weten voor gij mij tien pond betaalt." + +Uw eerlijkheid is te prijzen, mijnheer Sandeford. Maar ik heb een prijs +genoemd en blijf er bij." + +[Illustratie: "Ik heb de buste meegebracht, zooals u mij gevraagd +hebt."] + +"Het is zeer vriendelijk van u, mijnheer Holmes. Ik heb de buste +meegebracht. Hier is ze!" Hij deed de tasch open en eindelijk zagen wij +een ongeschonden exemplaar van de buste, die wij reeds meermalen aan +stukken hadden aanschouwd. Holmes haalde een papier uit den zak en legde +een bankbiljet van tien pond op tafel. + +"Wil u dit papier teekenen, mijnheer Sandeford, in het bijzijn van deze +getuigen, het behelst alleen, dat u alle rechten op de buste, +overdraagt aan mij. Zie, ik ben een nauwgezet man en men weet nooit, wat +er kan gebeuren. Dank u, mijn heer Sandeford, hier is uw geld en ik +wensch u goeden avond." + +Toen onze bezoeker was verdwenen, werd onze aandacht getrokken door +hetgeen Holmes ging uitvoeren. Hij haalde een tafellaken te voorschijn, +dat hij op tafel uitspreidde. Daarna plaatste hij zijn buste in het +midden en kwam eindelijk met zijn ploertendooder en gaf Napoleon een +fermen tik op zijn hoofd. De buste brak en Holmes boog zich snel over de +brokken. Het volgend oogenblik hield hij met een triumfeerenden uitroep +een stuk in de hand, waarin een rond donker voorwerp zat als een rozijn +in een pudding. + +"Heeren," riep hij, "laat mij u voorstellen de beroemde zwarte parel van +de Borgia's." + +Lestrade en ik keken verrast op en toen klapten wij spontaan in de +handen, als bij een goed gespeelde scène in een tooneelstuk. Er kwam +kleur op de bleeke wangen van Holmes en hij boog voor ons als de +kunstenaar, die de bijvalsbetuigingen van het publiek in ontvangst +neemt. In zulke oogenblikken hield hij voor een oogenblik op een +denkende machine te zijn en verraadde hij zijn menschelijke liefde voor +bewondering en bijval. Dezelfde trotsche en gereserveerde natuur, die +afkeerig was van populariteit bij de groote menigte, werd tot in zijn +binnenste geroerd door de plotseling opkomende bewondering van een +vriend. + +"Ja, heeren," zeide hij, "het is de meest beroemde parel, die in de +wereld bestaat en het is mijn goed geluk haar te hebben opgespoord van +uit de slaapkamer van den prins van Colonna, in het Dacre Hotel, tot in +het binnenste hiervan, de laatste van de zes busten van Napoleon, die +door Gelder en Co. te Stepney zijn vervaardigd. Je zult je de sensatie +herinneren, Lestrade, toen bekend werd, dat deze kostbare steen +verdwenen was en de nuttelooze pogingen van de Londensche politie om de +parel terug te vinden. Ik zelf werd in de zaak geraadpleegd, maar kon +ook geen licht brengen in de duisternis. De verdenking viel op de +kamenier van de prinses, die een Italiaansche was en het bleek, dat zij +een broeder had te Londen, maar wij konden geen verband ontdekken. De +kamenier heette Lucretia Venucci en ik twijfel er niet aan of die +Pietro, die twee nachten geleden vermoord werd, was de broeder. Ik heb +de data in de oude, leggers van de couranten opgezocht en ik vond, dat +de verdwijning van de parel juist twee dagen voor de arrestatie van +Beppo plaats had in de werkplaats van Gelder & Co., op het oogenblik dat +deze busten werden vervaardigd. Nu ziet gij duidelijk den loop der +dingen, maar gij ziet ze natuurlijk in tegenovergestelde richting als +waarin ik ze zag. Beppo had de parel. Hij kon haar gestolen hebben van +Pietro, hij kon de medeplichtige van Pietro zijn geweest, hij kon de +tusschenpersoon tusschen Pietro en diens zuster geweest zijn. Dat doet +er echter minder toe. De hoofdzaak is, dat hij de parel bezat en op 't +oogenblik, dat hij haar bij zich had, werd hij door de politie +achtervolgd. Hij snelde naar de werkplaats, waar hij arbeidde, wist dat +hij slechts eenige minuten had om zijn kostbaren schat te verbergen, +daar deze anders bij fouilleering op hem zou gevonden worden. Zes gipsen +busten van Napoleon stonden in de gang te drogen. Een dezer was nog +zacht. Oogenblikkelijk maakte Beppo, handig als hij was, een gaatje in +het gips, stopte de parel er in en streek daarna de opening dicht. Het +was een prachtige plaats. Niemand kon ze daar vinden. Maar Beppo werd +veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf en intusschen werden zijn zes +busten verkocht en gingen naar verschillende wijken van Londen. Hij +wist: niet, welke zijn schat bevatte. Alleen door ze stuk te slaan kon +hij 't zien. Zelfs schudden zou hem niet helpen, want daar de gips nat +was, was 't waarschijnlijk, dat de parel er aan vast zou gekleefd zijn, +zooals inderdaad het geval was. Beppo wanhoopte niet, maar begon zijn +onderzoek met buitengewone handigheid en volharding. Door een neef, die +bij Gelder werkt, vernam hij naar welke winkels de zes busten waren +gegaan. Hij trad in dienst bij Morse Hudson en vond zoodoende drie +busten. De parel zat er niet in. Door tusschenkomst van een Italiaansch +employé wist hij ook achter de namen te komen van de koopers van de drie +overig busten. De eerste was bij Harker. Daar werd hij gevolgd door zijn +medeplichtige, die Beppo verantwoordelijk hield voor het verlies van de +parel en hij doorstak hem in de worsteling, die volgde." + +"Als dat zijn medeplichtige was, waarom droeg die dan zijn portret?" +vroeg ik. + +"Als een middel om hem te vinden, wanneer hij aan een derde moest vragen +om inlichtingen. Dat was de reden. Na den moord dacht ik, dat Beppo wel +haast zou maken met het verdere onderzoek. Hij moest vreezen, dat de +politie iets van zijn geheimen vermoedde en daarom haastte hij zich voor +zij hem voor zouden zijn. Natuurlijk kon ik niet zeggen, dat de parel +niet gevonden was in de buste van Harker. Ik was er zelfs nog niet zeker +van, dat het de parel was. Maar het was voor mij duidelijk, dat hij naar +iets zocht, daar hij de buste langs de andere huizen droeg om haar stuk +te slaan in den tuin, die verlicht werd door de lantaarn. Daar de buste +van Harker een van de drie was, stond de kans precies als ik zei, drie +tegen een, dat de parel er niet in was. Er bleven twee busten over en +het was duidelijk, dat hij eerst zou gaan naar de buste, die het dichtst +bij was. Ik waarschuwde de bewoners van het huis, om een tweede drama te +voorkomen en wij gingen met het bekende gelukkige resultaat. Toen wist +ik natuurlijk reeds stellig, dat wij de Borgia-parel op 't spoor waren. +De naam van den vermoorde was de ontbrekende schakel in de keten. Er +bleef nu nog een buste over, die van Reading--en de parel moest er in +zijn. Ik kocht ze in tegenwoordigheid van u van den eigenaar--en daar +ligt ze." + +Wij keken een oogenblik zwijgend voor ons. + +"Nu," zei Lestrade. "Ik heb u zeer veel zaken zien behandelen, mijnheer +Holmes, maar ik weet niet, dat ik ooit zoo iets scherpzinnigs en +vernuftigs heb bijgewoond. Wij zijn bij Scotland Yard niet jaloersch op +u. Neen, mijnheer, wij zijn zeer trotsch op u en wanneer u morgen komt, +is er geen man van den oudsten inspecteur tot den jongsten rechercheur, +die niet blij zou zijn u de hand te mogen drukken." + +"Dank je," zeide Holmes. "Dank je," en terwijl hij zich omdraaide, +scheen het mij, dat hij meer aangedaan was dan ik ooit had bijgewoond. +Een oogenblik later was hij weder de koude en practische denker. "Doe de +parel in de brandkast, Watson," zeide hij, "en haal de papieren van de +Conk-Singleton zaak van valsche munters voor den dag. Goeden avond, +Lestrade. Mocht er weder eens een probleem op uw weg komen, dan zal het +mij aangenaam zijn, als ik 't kan, je een paar wenken te geven om tot de +oplossing te geraken." + + + + + +------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | + | (Regelnummers bij maximale regellengte van 72) | + | | + | Plaats Bron Correctie | + | Regel 289 jaloeziëen jaloezieën | + | Regel 446 . ? | + | Regel 597 " [Verwijderd] | + | Regel 914 recès reces | + | Regel 1060 bizonder bijzonder | + | Regel 1102 [Niet in bron] , | + | Regel 1221 bizonderheden bijzonderheden | + | Regel 1275 ? . | + | Regel 1316 bizonderheden bijzonderheden | + | Regel 1490 London Londen | + | Regel 1521 ! ? | + | Regel 2068 [Niet in bron] " | + | Regel 2073 . ? | + | Regel 2231 onbegijpelijker onbegrijpelijker | + | Regel 2252 [Niet in bron] " | + | Regel 2460 sollicitatie-brief sollicitatiebrief | + | Regel 2527 [Niet in bron] " | + | Regel 2708 konst komst | + | Regel 2815 sluitende ," sluitende, " | + | Regel 2890 . ? | + | Regel 2944 . ? | + | Regel 3356 warop waarop | + | Regel 3733 . ? | + | Regel 3776 maar naar | + | Regel 3873 . ? | + | Regel 3895 ik ," ik, " | + | Regel 4103 ." ". | + | Regel 4507 op geteekend opgeteekend | + | Regel 4817 ." Gij . "Gij | + | Regel 5021 plaast plaats | + | Regel 5082 in gesteld ingesteld | + | Regel 5257 [Niet in bron] " | + | Regel 5257 [Niet in bron] " | + | Regel 5257 [Niet in bron] " | + | Regel 5258 [Niet in bron] " | + | Regel 5259 [Niet in bron] " | + | Regel 5432 . ? | + | Regel 5494 [alinea-break]"Wat Wat | + | Regel 5546 als dan | + | Regel 5651 [Niet in bron] " | + | Regel 5678 zich het | + | Regel 5888 " [Verwijderd] | + | Regel 6001 als dan | + | Regel 6135 . ? | + | Regel 6161 [Niet in bron] -- | + | Regel 6161 [Niet in bron] -- | + | Regel 6263 kan kon | + | Regel 6376 laasten laatsten | + | Regel 6563 [Niet in bron] , | + | Regel 6680 " [Verwijderd] | + | Regel 6784 ! ? | + | Regel 6860 nl. n.l. | + | Regel 6888 ," ", | + | Regel 7274 oorsponkelijke oorspronkelijke | + | Regel 7353 Simmer Sumner | + | Regel 7354 Highung Highway | + | Regel 7357 half tien halftien | + | Regel 7391 crditeuren crediteuren | + | Regel 7439 , ? | + | Regel 7457 [Niet in bron] " | + | Regel 7712 [Niet in bron] , | + | Regel 7743 keer" af keer "af | + | Regel 7873 queastie quaestie | + | Regel 8261 nl. n.l. | + | Regel 8263 om dat | + | Regel 8409 . ? | + | Regel 8431 ! ? | + | Regel 8467 Baker Street Baker-Street | + | Regel 8658 . , | + | Regel 8669 13 131 | + | Regel 8806 als dan | + | Regel 8909 als dan | + | Regel 8992 [Niet in bron] " | + | | + +------------------------------------------------------+ + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De dood van Sherlock Holmes -- De +terugkeer van Sherlock Holmes, by A. Conan Doyle + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOOD VAN SHERLOCK HOLMES *** + +***** This file should be named 29490-8.txt or 29490-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/9/4/9/29490/ + +Produced by Anna Tuinman, Eline Visser and the Online +Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
