summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/29490-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '29490-8.txt')
-rw-r--r--29490-8.txt9904
1 files changed, 9904 insertions, 0 deletions
diff --git a/29490-8.txt b/29490-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..b68ba6a
--- /dev/null
+++ b/29490-8.txt
@@ -0,0 +1,9904 @@
+The Project Gutenberg EBook of De dood van Sherlock Holmes -- De terugkeer
+van Sherlock Holmes, by A. Conan Doyle
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De dood van Sherlock Holmes -- De terugkeer van Sherlock Holmes
+
+Author: A. Conan Doyle
+
+Release Date: July 22, 2009 [EBook #29490]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOOD VAN SHERLOCK HOLMES ***
+
+
+
+
+Produced by Anna Tuinman, Eline Visser and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +-------------------deze regel heeft nummer 1----------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | Het origineel van dit eboek is een convoluut; één band bestaande |
+ | uit twee afzonderlijke delen, die ooit eens zijn samengevoegd. |
+ | |
+ | Het origineel is een vertaling uit het engels. |
+ | |
+ | Van het eerste boek zijn de hoofdstukken I, III, IV en V |
+ | vertalingen van de avonturen VII, III, X en XI uit 'The Memoirs |
+ | of Sherlock Holmes'. |
+ | (beschikbaar via http://www.gutenberg.org/etext/834 (eboek), |
+ | en via http://www.gutenberg.org/etext/9555 (audio luisterboek).) |
+ | |
+ | Het tweede boek is een vertaling van de avonturen V tot en met |
+ | VIII uit 'The Return of Sherlock Holmes'. |
+ | (beschikbaar via http://www.gutenberg.org/etext/108 (eboek |
+ | versie 1), http://www.gutenberg.org/etext/221 (eboek versie 2), |
+ | en via http://www.gutenberg.org/etext/9553 (audio luisterboek).) |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | De voetnoten zijn verplaatst naar het eind van de alinea. |
+ | Lage en hoge aanhalingstekens zijn weergegeven met ". |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. |
+ | |
+ | De in het origineel als uitgespatieerde weergegeven tekst is in |
+ | dit e-boek weergegeven als =uitgespatieerd=. Cursieve tekst is |
+ | weergegeven als _cursief_. Vette tekst is weergegeven als $vet$. |
+ | |
+ | Overduidelijke inconsistenties, druk- en spelfouten in het |
+ | origineel zijn gecorrigeerd. |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties met bijbehorend regelnummer. |
+ | |
+ +------------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ DE DOOD VAN SHERLOCK HOLMES.
+
+ [Illustratie: SIR ARTHUR CONAN DOYLE]
+
+
+
+
+ DE DOOD VAN
+ SHERLOCK HOLMES
+
+ DOOR
+
+ A. CONAN DOYLE.
+
+ Schrijver van:
+
+ DE GRIEKSCHE TOLK, DE HOND VAN DE BASKERVILLES, EEN GODSGERICHT,
+ DE AVONTUREN VAN SHERLOCK HOLMES, SHERLOCK HOLMES
+ DE DETECTIVE, DE LIEFDE EENER VROUW, enz.
+
+ ZEVENDE DRUK.
+
+ Geïllustreerd.
+
+ RIJSWIJK (Z.-H.)
+ BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN.
+
+
+
+
+I.
+
+De gebochelde.
+
+
+Op een zomeravond--ik was nog slechts weinige maanden gehuwd--zat ik
+alleen in mijn huiskamer. Ik rookte een pijpje en zat gebogen over een
+roman, want ik had een moeilijke dagtaak achter den rug en meer neiging
+tot droomen dan tot ingespannen arbeid. Mijn vrouw was al naar boven
+gegaan en het geluid van het sluiten der gangdeuren, een kwartiertje
+geleden, zeide mij, dat de dienstboden zich eveneens ter ruste hadden
+begeven. Ik was van mijn stoel opgestaan en had de asch uit mijn pijp
+geklopt, toen ik plotseling de deurschel hoorde overgaan.
+
+Ik keek op de klok. Het was kwartier voor twaalf. Dat kon geen bezoek
+wezen op dit late uur. Waarschijnlijk een patiënt, mogelijk iemand, die
+mijn geheelen nacht in beslag zou nemen. Met een ontevreden gezicht ging
+ik in de gang en opende de deur. Tot mijn verbazing was het Sherlock
+Holmes, die daar nog op mijn stoep stond.
+
+"Ha, Watson, ik hoopte, dat ik u nog op zou vinden," zeide hij.
+
+"Kom binnen, beste vriend, als ik je verzoeken mag."
+
+"Gij kijkt verbaasd en geen wonder! Opgewekt ook, geloof ik. Hum, gij
+rookt nog de Arcadia-tabak uit den tijd, toen ge nog vrijgezel waart. Ik
+kan mij niet vergissen; die asch daar op uw jas. Het is nog altijd
+gemakkelijk te zien, dat gij gewoon zijt geweest, Watson, een uniform te
+dragen; gij zult nooit voor een volbloed burger worden aangezien,
+zoolang gij uw zakdoek op die manier in uw mouw draagt. Maar, à propos,
+zou ik van nacht bij u kunnen logeeren?"
+
+[Illustratie: Een ledigen knop voor mijn hoed en jas.]
+
+"Met genoegen."
+
+"Gij hebt mij gezegd, dat gij een kamer vrij hadt en ik zie, dat gij op
+'t oogenblik geen mannelijke bezoekers hebt: ik zie dat aan uw kapstok."
+
+"Het zal mij groot genoegen doen, als gij wilt blijven."
+
+"Dank je, ik zal dan maar een ledigen knop voor mijn hoed en jas in
+beslag nemen. Ik merk tot mijn spijt, dat gij ook werkvolk in huis hebt
+gehad. Toch geen lekkage wil ik hopen?"
+
+"Neen, het gas."
+
+"Hé, ik zie, dat hij de sporen van twee ijzeren spijkers van zijn
+schoenen op uw linoleum heeft achtergelaten, juist daar, waar nu het
+licht op valt."
+
+"Hebt ge trek iets te eten?" vroeg ik Holmes.
+
+"Neen, dank je, ik heb te Waterloo gesoupeerd, maar ik zal met pleizier
+een pijp met u rooken."
+
+Ik reikte hem mijn tabakszak toe. Hij ging tegenover mij zitten en
+rookte eenigen tijd rustig voort. Ik begreep wel, dat slechts een zeer
+gewichtige zaak hem op zulk een laat uur tot mij gevoerd kon hebben, en
+daarom wachtte ik geduldig, tot hij mij die zou mededeelen.
+
+"Ik zie, dat gij het nu juist tamelijk druk hebt," zeide hij, mij scherp
+aanziende.
+
+"Ja, ik heb een zeer drukken dag gehad," antwoordde ik. "Het moge u zeer
+dwaas toeschijnen," voegde ik er bij, "maar ik weet heusch niet, hoe gij
+dit zoo weet."
+
+Holmes glimlachte vergenoegd.
+
+"Ik bezit het voorrecht uw gewoonten te kennen, mijn waarde Watson,"
+zeide hij. "Als gij slechts weinig patiënten hebt, bezoekt gij hen te
+voet, doch hebt gij er vele, dan rijdt gij in een koetsje. Daar ik
+bemerkte, dat uw laarzen, ofschoon gij ze vandaag wel hebt gedragen, in
+'t geheel niet morsig zijn, dacht ik terstond, dat gij het de laatste
+dagen druk genoeg moet gehad hebben om van een koetsje gebruik te
+maken."
+
+"Uitmuntend!" riep ik uit.
+
+"Zeer eenvoudig," sprak hij. "Wij hebben hier te doen met een van die
+voorbeelden, waarbij de redeneerende persoon tot een conclusie komt, die
+zijn buurman verbaast, omdat de laatste een enkel, schijnbaar
+onbeduidend punt over 't hoofd ziet, dat den grondslag van de
+redeneering uitmaakt. Hetzelfde kan gezegd worden van het effect van
+enkele uwer kleine schetsen, welk effect evenwel slechts in schijn
+bestaat, daar het alleen afhangt van eenige factoren, die u bekend zijn
+en den lezer niet. Nu, op dit oogenblik verkeer ik in eenzelfde geval
+als die lezers, want ik heb in mijn hand eenige draden van een der
+vreemdste geheimen, voor welker oplossing ooit het verstand van een man
+zich inspande en ontbreken mij nog een of twee van die draden, om het
+geheel te ontsluieren. Maar ik zal ze hebben, Watson, ik zal ze hebben!"
+Zijn oogen schitterden en een lichte blos kleurde zijn wangen. Voor een
+oogenblik had hij zijn innerlijke natuur geopenbaard, doch ook slechts
+een oogenblik. Toen ik hem opnieuw aanzag, had zijn gelaat weer dat
+kalme, effen voorkomen, dat hem zoo dikwijls meer op een automaat dan op
+een gevoelig mensch deed gelijken.
+
+"Het vraagstuk heeft een zeer belangwekkenden kant," zeide hij, "ik durf
+zelfs zeggen, dat het in menig opzicht zeer merkwaardig is. Reeds heb ik
+een goeden blik op de zaak en ben zeer nabij de oplossing, naar ik meen.
+Indien gij mij bij den laatsten stap, dien ik moet doen, om tot een
+volkomen oplossing te geraken, wilt helpen, zoudt gij mij een grooten
+dienst bewijzen."
+
+"Ik zou het zeer aangenaam vinden."
+
+"Zoudt gij morgen met mij naar Aldershot kunnen gaan?"
+
+"Ik denk wel, dat Jackson mijn praktijk zal willen waarnemen."
+
+"Zeer goed, ik moet met den trein van 11 uur 10 minuten van
+Waterloo-station."
+
+"In dat geval heb ik wel den tijd om een en ander te regelen."
+
+"Nu, dan zal ik u, als ge althans niet slaperig zijt, in 't kort
+mededeelen, wat er gebeurd is en wat ons nog te doen staat."
+
+"Voor uw komst was ik slaperig; nu ben ik volkomen wakker."
+
+"Ik zal zoo beknopt mogelijk in mijn verhaal zijn, zonder iets weg te
+laten, dat tot een goed begrip der zaak noodig is. Het kan wezen, dat
+gij reeds iets van de geschiedenis hebt gehoord, want ik heb een
+onderzoek op 't oog in den vermoedelijken moord, gepleegd op kolonel
+Barclay van de Royal Mallows te Aldershot."
+
+"Ik heb daarvan nog niets gehoord."
+
+"Dit voorval heeft, behalve in de naaste omgeving, nog weinig de
+aandacht getrokken. De feiten dateeren ook eerst van eergisteren. In 't
+kort is de zaak deze:
+
+Zooals gij weet, zijn de Royal Mallows een van de beroemdste Iersche
+regimenten van het Engelsche leger. Het verrichtte indertijd wonderen
+van dapperheid in den Krimoorlog en heeft zich sedert bij elke
+gelegenheid onderscheiden. Tot Maandagavond j.l. stond dit regiment
+onder commando van James Barclay, een dapper veteraan, die zijn
+militaire loopbaan als gewoon soldaat begon, wegens zijn dapperheid tot
+den rang van officier opklom en eindelijk het opperbevel verkreeg over
+het regiment, waarin hij eens als gewoon soldaat had gediend.
+
+Kolonel Barclay trouwde, toen hij nog sergeant was, en zijn vrouw, als
+meisje Miss Nancy Devoy geheeten, was een dochter van een officier uit
+hetzelfde regiment. Het is daarom best te begrijpen, dat de omgeving,
+waarin de jonggehuwden (want zij waren nog jong) verplaatst werden, hun
+eenigszins ongewoon voorkwam. Zij schijnen echter spoedig geleerd te
+hebben, zich in hun nieuwen maatschappelijken kring te bewegen en
+mevrouw Barclay heeft altijd, naar ik vernomen heb, evenzeer in
+vriendschap met de dames van het regiment geleefd als haar echtgenoot
+met zijn collega's, de officieren. Ik kan er bijvoegen, dat zij een zeer
+mooie vrouw was en zelfs, nu zij reeds meer dan 30 jaren getrouwd is,
+nog een innemende verschijning is.
+
+Kolonel Barclay's huiselijk leven schijnt zeer gelukkig te zijn geweest.
+Majoor Murphy, van wien ik de meeste inlichtingen heb ontvangen, heeft
+mij verzekerd, dat hij nooit van eenig misverstand tusschen Barclay en
+zijn echtgenoote heeft gehoord. Alles saamgenomen, denkt hij, dat de
+genegenheid van Barclay voor zijn vrouw grooter was dan de hare voor
+den kolonel. Zelfs al was zij maar voor één dag van huis, gevoelde hij
+zich volstrekt niet op zijn gemak. Zij daarentegen, ofschoon een
+liefdevolle en getrouwe echtgenoote, was haar man minder genegen en in
+het regiment werden zij beschouwd als een modelpaar van twee menschen
+van middelbaren leeftijd. Er was inderdaad niets in de verhouding,
+waartoe zij tot elkaar stonden, volstrekt niets, dat een zoo treurige
+ontknooping, als nu gevolgd is, kon doen verwachten.
+
+Kolonel Barclay zelf schijnt eenige vreemde trekken in zijn karakter
+gehad te hebben. Hij was een voortvarend, joviaal militair, als hij in
+zijn gewoon humeur was, maar bij sommige gelegenheden kon hij zich zeer
+driftig en wraakzuchtig toonen. Hij schijnt zich echter aan zijn vrouw
+nooit van die zijde te hebben doen kennen. Een ander feit, dat majoor
+Murphy en de meeste andere officieren, die ik gesproken heb, opviel, was
+de neerslachtigheid, waaraan de kolonel somwijlen leed. Zooals de majoor
+het uitdrukte, was het alsof hem soms de glimlach als door een
+onzichtbare hand werd weggeslagen. Dit en een zekere neiging tot
+bijgeloof waren de eenige ongewone trekken in zijn karakter, die door de
+overige officieren werden opgemerkt. De laatste eigenaardigheid
+openbaarde zich daarin, dat hij er een afkeer van had, alleen in het
+donker te zijn. Deze kinderachtige karaktertrek bij een overigens zeer
+mannelijke natuur heeft dikwijls aanleiding gegeven tot aanmerkingen en
+gissingen.
+
+Het eerste bataljon van de Royal Mallows (het oude 117e regiment) ligt
+sedert eenige jaren te Aldershot in garnizoen. De gehuwde officieren
+wonen buiten de kazerne; de kolonel op een villa, Lachine genoemd, op
+een halve mijl afstands van het noordelijke kamp. Het huis ligt niet
+onmiddellijk aan den weg, maar de westelijke zijde is daarvan niet meer
+dan dertig el verwijderd. Een koetsier en twee dienstmeisjes vormen het
+personeel. Deze waren, met den heer en mevrouw Barclay, de eenige
+bewoners van de villa Lachine, want de Barclays hadden geen kinderen en
+gewoonlijk hadden zij ook geen logeergasten.
+
+En nu zal ik u vertellen, wat ik weet van de gebeurtenissen op genoemde
+villa in den avond van Maandag jongstleden tusschen negen en tien ure.
+
+Mevrouw Barclay behoort, naar het schijnt, tot de Roomsch-Katholieke
+kerk en stelde zeer veel belang in het gilde van St. George, dat in
+vereeniging met de Watt-Street-kapel was gesticht met het doel, de armen
+van afgedragen kleeren te voorzien. Dien avond om 8 uur hielden de leden
+van het gilde een vergadering en mevrouw Barclay haastte zich met eten,
+om op tijd tegenwoordig te wezen. Toen zij uitging, hoorde haar koetsier
+haar een paar woorden met haar echtgenoot spreken en hem verzekeren, dat
+zij niet lang zou uitblijven. Vervolgens bracht zij een bezoek aan Miss
+Morrison, die in de naaste villa woont en in gezelschap van deze dame
+ging zij naar de vergadering. Deze duurde slechts veertig minuten en om
+kwartier over negen keerde mevrouw Barclay naar huis terug, na van Miss
+Morrison bij haar woning afscheid genomen te hebben.
+
+Op de villa Lachine is een kamer als ontvangkamer in gebruik. Dit
+vertrek ziet uit op den weg en heeft aan den kant van het grasperk
+openslaande glazen deuren. Het grasperk is dertig el in doorsnede en van
+den grooten weg gescheiden door een lagen muur met een ijzeren
+rasterwerk er boven op. In deze kamer ging mevrouw Barclay, toen zij
+weer thuis was gekomen. De jaloezieën waren niet neergelaten, want in
+den zomer werd het vertrek zelden gebruikt, maar mevrouw Barclay stak
+zelf de lamp op en schelde toen haar kamermeisje, Jane Stewart, wie zij
+verzocht haar een kop thee te brengen, iets dat geheel tegen haar
+gewoonte streed. De kolonel had den ganschen avond in de eetzaal
+gezeten, maar toen hij hoorde, dat zijn vrouw weer thuis was, kwam hij
+bij haar in de ontvangkamer. De koetsier zag hem in de gang en de kamer
+binnengaan. Het was de laatste maal, dat hij levend werd gezien.
+
+Na verloop van een minuut of tien kwam het dienstmeisje met den kop
+thee, maar toen zij de deur der kamer naderde, hoorde zij tot haar
+verbazing haar meester en meesteres heftig met elkaar twisten. Zij
+tikte aan de deur, doch kreeg geen antwoord; toen draaide zij aan den
+deurknop, waarop zij bemerkte, dat de deur van binnen was gesloten. Heel
+natuurlijk liep zij toen naar beneden, om haar bevinding aan de
+keukenmeid mede te deelen, waarna de beide vrouwen en de koetsier de
+trap opklommen en in de gang luisterden naar den twist, die nog niet
+geëindigd was. Zij stemmen alle drie daarin overeen, dat er slechts twee
+stemmen werden gehoord, die van Barclay en van zijn vrouw. De stem van
+Barclay was onderworpen en zenuwachtig, zoodat de luisteraars er niets
+van verstonden. Zijn vrouw daarentegen sprak op luiden, verbitterden
+toon, en wanneer zij somwijlen haar stem verhief, konden haar woorden
+zeer duidelijk worden verstaan. "Gij, lafaard!" riep zij herhaaldelijk.
+"Wat moet er nu gedaan worden? Geef mij mijn leven terug! Ik wil niet
+meer dezelfde lucht inademen als gij. Gij, lafaard! Gij, lafaard!" In
+dergelijke uitingen en beschimpingen luchtte zij haar drift, tot haar
+man plotseling een vreeselijken kreet slaakte, onmiddellijk gevolgd door
+geraas en een doordringenden gil van de vrouw. Overtuigd, dat er een
+ongeluk was gebeurd, snelde de koetsier naar de deur en trachtte die met
+geweld te openen, terwijl van binnen nog voortdurend zich het gegil liet
+hooren. Het gelukte hem echter niet naar binnen te komen en de beide
+meiden waren te zeer van streek door den schrik, dan dat zij in staat
+waren hem te helpen. Plotseling echter schoot hem een gedachte te binnen
+en hij liep de gang door naar het grasperk, waarop de kamer uitzag. Een
+der vensters stond open, wat, geloof ik, in den zomer gewoonte was, en
+zonder moeite kwam hij in de kamer. Zijn meesteres had opgehouden te
+gillen en lag bewusteloos op een sofa uitgestrekt, terwijl de
+ongelukkige kolonel morsdood lag, te midden van een plas bloed, met zijn
+hoofd op den grond nabij den haard en zijn eenen voet over de leuning
+van een fauteuil.
+
+[Illustratie: Snelde de koetsier naar de deur en trachtte die met geweld
+te openen.]
+
+De eerste gedachte van den koetsier, toen hij zag niets meer voor zijn
+meester te kunnen doen, was natuurlijk, de deur te openen. Maar hier
+deed zich een bijzondere en onverwachte moeilijkheid voor. De sleutel
+stak niet aan de binnenzijde in de deur en was ook nergens in de kamer
+te vinden. Hij begaf zich daarom weer door het raam naar buiten en
+keerde met een politiebeambte en een geneesheer terug. Mevrouw Barclay,
+op wie natuurlijk zware vermoedens rustten, werd in nog steeds
+bewusteloozen toestand naar haar kamer gebracht. Toen werd het lijk van
+den kolonel op een sofa geplaatst en in de kamer, waar het vreeselijk
+drama was voorgevallen, een nauwkeurig onderzoek ingesteld.
+
+De wonde, waaraan de kolonel was bezweken, scheen een twee duim lange
+snede aan het achterhoofd te zijn, waarschijnlijk toegebracht door een
+hevigen slag met een stomp wapen. Ook was het volstrekt niet moeilijk te
+gissen, welk wapen dit was geweest. Op den vloer, dicht bij het lijk,
+lag een knots van hard hout, versierd met snijwerk en een beenen greep.
+
+De kolonel bezat een rijke verzameling wapenen, medegebracht uit de
+verschillende landen, waarin hij had gestreden, en de politie vermoedt,
+dat deze knots tot die verzameling behoorde. De bedienden ontkennen die
+knots vroeger ooit gezien te hebben, maar onder de talrijke merkwaardige
+voorwerpen, die in het huis aanwezig zijn, is het mogelijk, dat zij deze
+knots hebben over 't hoofd gezien. Er werd overigens niets van gewicht
+door de politie in de kamer ontdekt; ook zij moest het onverklaarbare
+feit constateeren, dat noch op mevrouw Barclay, noch op het lijk of op
+eenige plaats in de kamer de vermiste deursleutel werd gevonden. De deur
+moest later door een slotenmaker van Aldershot worden opengestoken.
+
+Zoo was de stand van zaken, Watson, toen ik Dinsdagmorgen op verzoek van
+majoor Murphy naar Aldershot reisde, om de politie in haar nasporingen
+te helpen. Gij zult het met mij eens zijn, dat de zaak reeds zeer
+belangwekkend was, maar mijn onderzoekingen brachten mij dra tot de
+overtuiging, dat de waarheid nog veel buitengewoner zou wezen, dan ze op
+het eerste gezicht schijnt.
+
+Aleer de kamer te onderzoeken, onderwierp ik de bedienden aan een aantal
+kruisvragen, hetgeen geen andere feiten dan de reeds gemelde aan het
+licht bracht. Nog een bijzonderheid van belang werd door Jane Stewart,
+het kamermeisje, medegedeeld. Gij zult u herinneren, dat zij op het
+gerucht van den twist naar beneden ging en met de andere bedienden
+terugkeerde. Zij zegt, dat den eersten keer, toen zij haar meesteres
+hoorde, de stemmen zoo laag gedaald waren, dat zij ternauwernood iets
+hoorde en alleen uit den toon van spreken kon opmaken, dat er twist was.
+Toen ik haar evenwel nader ondervroeg, herinnerde zij zich ook twee keer
+het woord "David" uit den mond van mevrouw Barclay gehoord te hebben.
+Dit punt is van het hoogste gewicht voor het leeren kennen van de
+oorzaak van den twist. Zooals ge u wellicht zult herinneren, is des
+kolonels voornaam James.
+
+In deze zaak was één feit, dat zoowel op de bedienden als op de politie
+den diepsten indruk maakte. Dit was de verwrongenheid van des kolonels
+gezicht. Volgens hun verhaal had dit gezicht een uitdrukking van schrik
+en angst zoo vreeselijk, als met mogelijkheid op een menschelijk gelaat
+kan te lezen staan. Het was duidelijk, dat hij zijn lot heeft voorzien
+en dat het hem den grootsten schrik heeft veroorzaakt. Dit kwam
+natuurlijk vrij wel overeen met de meening van de politie, dat de
+kolonel gezien kan hebben, dat zijn vrouw hem wilde vermoorden. Ook de
+omstandigheid, dat de doodelijke wond hem op het achterhoofd was
+toegebracht, behoefde daarmede niet in strijd te wezen, daar hij zich
+zeer goed kan hebben omgekeerd, om den slag te ontwijken. Van mevrouw
+Barclay zelf konden geen inlichtingen verkregen worden, daar zij
+tijdelijk ziek lag aan een hevigen aanval van zenuwkoortsen.
+
+Van de politie vernam ik nog, dat Miss Morrison, die, zooals ik u reeds
+mededeelde, op den bewusten Maandagavond met mevrouw Barclay naar de
+vergadering ging, zegt, volstrekt niet te weten, wat de oorzaak was van
+het slechte humeur, waarin haar vriendin naar huis kwam.
+
+Nadat ik aldus deze bijzonderheden had vernomen, Watson, rookte ik er
+verscheiden pijpen over, trachtende de feiten, die een gevolg waren van
+een vooraf beraamd plan, te scheiden van die, welke bloot toevallig
+waren. Voor mij was het meest kenmerkende en meest beteekenende punt in
+de gansche geschiedenis, de zonderlinge verdwijning van den deursleutel.
+Zelfs na het nauwkeurigste onderzoek werd hij niet in de kamer
+gevonden. Daarom mogen we aannemen, dat hij weggenomen is. Maar dit kan
+niet zijn door den kolonel, noch door zijn vrouw. Dat was volkomen
+duidelijk. Daarom moet er nog een derde persoon in de kamer zijn
+geweest. Gij kent mijn methode van onderzoek, Watson; niet eene, die ik
+bij deze gelegenheid verzuimde in praktijk te brengen. En ik kwam
+daardoor eenige zaken op 't spoor, die zeer veel verschillen van die,
+welke ik verwacht had. Er is behalve kolonel Barclay en zijn vrouw een
+man in de kamer geweest, die van den weg komende over het grasperk is
+geloopen. Ik heb vijf duidelijke indrukken van zijn voeten gezien--een
+op den weg zelf, bij het punt waar hij den lagen muur om het grasperk is
+overgeklommen, twee op het grasperk, en twee zeer onduidelijke op de
+geverfde vloerplanken onder het venster, waardoor hij naar binnen is
+gekomen.
+
+Waarschijnlijk is hij snel over het grasperk geloopen, want de indrukken
+van zijn teenen waren dieper dan die van zijn hielen.--En toch, die
+persoon deed mij niet verbaasd staan, maar wel zijn metgezel."
+
+"Zijn metgezel?"
+
+Holmes haalde een groot vel vloeipapier uit zijn zak en vouwde het
+voorzichtig op zijn knie open.
+
+"Wat denkt gij hiervan?" vroeg hij.
+
+Het papier was bedekt met teekeningen, voorstellende de voetsporen van
+een klein dier. Het had vijf duidelijk te onderscheiden teenen, het
+spoor wees bovendien op lange nagels en de geheele voetindruk was
+ongeveer zoo groot als een dessertlepel.
+
+"Het is een hond," zeide ik.
+
+"Hebt gij ooit gehoord van een hond, die tegen een gordijn opliep?
+Verscheiden sporen bewijzen mij, dat het dier dit gedaan heeft."
+
+"Een aap dan?"
+
+"Maar het is niet het spoor van een aap."
+
+"Wat kan het dan wezen?"
+
+"Noch hond, noch kat, noch aap, noch ieder ander ons bekend dier. Ik heb
+getracht het uit de afmetingen te construeeren. Hier zijn vier
+afdrukken, waar het dier bewegingloos heeft gestaan. Gij ziet, dat het
+niet minder dan vijftien duim van den voor- naar den achterpoot groot
+is. Voeg daarbij de lengte van nek en kop en gij krijgt een dier van
+niet minder dan twee voet lengte--waarschijnlijk meer, als het ook een
+staart heeft. Maar let nu eens op een andere afmeting. Het dier heeft
+zich bewogen en wij hebben de lengte van zijn stap, die in geen enkel
+geval grooter dan drie duim is. Hierdoor hebben wij, zooals ge ziet, de
+aanwijzing, dat het een dier moet zijn met een betrekkelijk lang lichaam
+en zeer korte pooten. Het heeft niet zooveel attentie voor ons gehad om
+eenige van zijn haren achter te laten, maar het heeft over 't geheel een
+lichaamsvorm, zooals ik heb aangeduid, en het kan tegen een gordijn
+oploopen en is een vleeschetend dier."
+
+[Illustratie: "Wat denkt gij hiervan?" vroeg hij.]
+
+"Hoe weet gij dat?"
+
+"Omdat het tegen het gordijn is opgeklommen. In het raam hing een kooi
+met een kanarie en nu schijnt het dier plan gehad te hebben den vogel te
+bemachtigen."
+
+"Wat was het dan voor een beest?"
+
+"O, als ik dat wist, dan zouden we zeer nabij de oplossing zijn. Alles
+in aanmerking genomen, komt het mij waarschijnlijk voor, dat het een
+dier was, behoorende tot het geslacht der wezels; intusschen grooter dan
+eenig dier van dit geslacht, dat ik ooit gezien heb."
+
+"Maar wat heeft dit nu met de misdaad te maken?"
+
+"Dat ligt nog in het duister. Maar wij weten nu reeds veel, zooals gij
+ziet. Wij weten, dat er op den weg een man stond, die naar den twist
+tusschen den heer Barclay en zijn vrouw keek, dat de jaloezieën
+opgetrokken waren en in de kamer licht brandde. Wij weten verder, dat
+hij over het grasperk liep, de kamer binnentrad met een vreemd dier bij
+zich en dat hij òf den kolonel den doodelijken slag toebracht, òf, wat
+evenzeer mogelijk is, dat de kolonel van louter schrik, toen hij hem
+zag, neerviel met zijn hoofd op den rand van den haard en daardoor zich
+wondde. Ten slotte staan we hier nog voor het merkwaardige feit, dat de
+binnengekomene bij zijn vertrek den deursleutel medenam."
+
+"Uw ontdekkingen maken mijns inziens de zaak nog duisterder, dan zij
+eerst was," zeide ik.
+
+"Juist opgemerkt, men kan er zeker uit opmaken, dat de zaak dieper ligt,
+dan men aanvankelijk zou oordeelen. Ik heb er over nagedacht en ben tot
+de slotsom gekomen, dat ik de zaak van een anderen kant moet beschouwen
+en trachten op te helderen. Maar ik geloof, Watson, dat ik u onnoodig
+ophoud, daar ik u het overige morgen even goed op onze reis naar
+Aldershot kan vertellen."
+
+"Dank u wel, gij zijt nu reeds te ver gegaan, om mij niet alles mede te
+deelen."
+
+"Ik was overtuigd, dat er, toen mevrouw Barclay 's avonds om half acht
+haar woning verliet, tusschen haar en haar man geenerlei twist was
+voorgevallen. Zij bezat nooit, zooals ik reeds gezegd heb, een
+hartstochtelijke genegenheid voor haar man, maar de koetsier hoorde
+toch, dat zij bij het heengaan op vriendschappelijken toon met den
+kolonel sprak. Nu was het eveneens zeker, dat zij onmiddellijk na haar
+thuiskomst zich naar de kamer begaf, waarin zij de minste kans had haar
+echtgenoot te ontmoeten, dat zij zenuwachtig om thee heeft gescheld en
+ten slotte, toen haar man binnenkwam, in hevige beschuldigingen tegen
+hem is uitgevaren. Er moet daarom tusschen half acht en negen uur iets
+zijn voorgevallen, dat haar gevoelens jegens haar echtgenoot geheel
+veranderd heeft. Maar dien geheelen tusschentijd is Miss Morrison in
+haar gezelschap geweest en ik was daarom, trots haar ontkenning, er
+volkomen van overtuigd, dat deze iets van de zaak moest afweten.
+
+In 't eerst dacht ik, dat er mogelijk eenige betrekking tusschen
+genoemde jonge dame en den kolonel had bestaan, wat de eerste thans aan
+mevrouw Barclay bekend had. Daaruit ware dan de toorn van des kolonels
+vrouw bij haar terugkomst te verklaren en eveneens het feit, dat Miss
+Morrison ontkende, dat er iets was gebeurd. Ook zou dit geenszins
+ondenkbaar wezen met het oog op de woorden, gedurende den twist door de
+bedienden gehoord. Maar hoe was dit nu weer te rijmen met het in drift
+uitspreken van den naam "David" en de bekende genegenheid van den
+kolonel voor zijn vrouw, zonder nog te spreken van de tragische
+tusschenkomst van dien onbekenden man, welke natuurlijk nog niet behoeft
+samen te hangen met hetgeen even te voren was gebeurd. Alles samen
+genomen, was ik wel geneigd het denkbeeld te laten varen, dat er eenige
+betrekking tusschen den kolonel en Miss Morrison bestond, maar was ik
+meer dan ooit overtuigd, dat de jonge dame de oorzaak kende van de
+plotseling ontstane vijandschap tusschen mevrouw Barclay en haar
+echtgenoot. Ik nam daarom natuurlijk den maatregel, Miss Morrison een
+bezoek te brengen, waarbij ik haar verklaarde, dat ik volkomen overtuigd
+was, dat zij wist, wat er was voorgevallen en haar verzekerde, dat op
+haar vriendin, mevrouw Barclay, zware verdenking rustte, tenzij de zaak
+mocht worden opgehelderd.
+
+Miss Morrison is een klein, tenger meisje met schuchteren oogopslag en
+blond haar, maar ze is geenszins ontbloot van schranderheid en gezond
+verstand. Nadat ik gesproken had, dacht zij eenigen tijd na, wendde zich
+toen met iets vastberadens in haar voorkomen tot mij en legde de
+volgende verklaring af, die ik u in 't kort zal mededeelen:
+
+"Ik beloofde mijn vriendin, dat ik niet over de zaak zou spreken en een
+belofte moet men houden," sprak zij. "Doch indien ik haar wezenlijk kan
+helpen, nu er zulk een zware beschuldiging tegen haar wordt ingebracht
+en haar eigen mond door ongesteldheid is gesloten, houd ik mij van mijn
+belofte ontheven en zal ik u precies vertellen, wat er Maandagavond is
+voorgevallen.
+
+Wij kwamen ongeveer kwart voor negen uit Watt-Street en moesten op onzen
+weg naar huis door de Hudson-Street, een zeer stille straat. Er bevindt
+zich bovendien slechts één lantaarn, op de linkerzijde, en toen wij deze
+lantaarn naderden, zag ik een man met gebogen rug en een soort doos op
+den rug naar ons toe komen. Hij scheen mismaakt te zijn, want hij droeg
+het hoofd omlaag en liep met gekromde knieën. Juist toen wij hem
+voorbijliepen, hief hij het hoofd op, om in het licht, dat de
+straatlantaarn uitstraalde, ons aan te zien, doch nauwelijks had hij dit
+gedaan, of hij bleef staan en riep op vreeselijken toon: "Mijn God, het
+is Nancy!" Mevrouw Barclay werd zoo wit als een lijk en zou neergestort
+zijn, had die verschrikkelijk uitziende man haar niet ondersteund. Ik
+wilde de politie gaan halen, maar tot mijn verbazing sprak mijn vriendin
+zeer beleefd met den kerel.
+
+"Ik heb nu dertig jaar gedacht, dat gij dood waart, Henry," sprak zij
+met ontroerde stem.
+
+"Dat was ik ook," antwoordde hij: en vreeselijk was de toon, waarop hij
+deze woorden sprak. Hij had een donker, schrikwekkend gelaat en zulk een
+vreeselijke uitdrukking in zijn oogen, dat ik ze in mijn droom voor mij
+zag. Zijn haar en baard waren grijzend en zijn gezicht vol plooien en
+rimpels als een gedroogde appel.
+
+[Illustratie: "Mijn God! het is Nancy!"]
+
+"Wandel maar een eindje vooruit, lieve; ik moet een paar woorden met
+dezen man spreken; je behoeft nergens bang voor te wezen," zeide mevrouw
+Barclay. Zij trachtte kalm te spreken, maar zij was nog doodsbleek en
+kon ternauwernood een woord uitbrengen.
+
+Ik voldeed aan haar wensch en zij praatten een oogenblik met elkaar.
+Toen kwam mijn vriendin met fonkelende oogen de straat af en ik zag den
+gebrekkigen ellendeling bij den lantaarnpaal staan en zijn dichtgeknepen
+vuisten in de lucht schudden, alsof hij krankzinnig van woede was. Zij
+sprak geen woord, tot wij hier aan de deur kwamen; toen vatte zij mijn
+hand en smeekte mij, niemand iets te vertellen van hetgeen onderweg was
+gebeurd. "Het is een oude kennis van mij, wien het in de wereld is
+tegengeloopen," sprak zij. Toen ik beloofde, dat ik zou zwijgen, kuste
+zij mij en sedert heb ik haar niet weergezien. Ik heb u nu de geheele
+waarheid gezegd en dat ik dit de politie niet heb medegedeeld,
+geschiedde, omdat ik toen nog niet wist, in welk gevaar mijn lieve
+vriendin zich bevond. Ik weet, dat het niet anders dan in haar voordeel
+kan zijn, als alles bekend is."
+
+Dat was haar verklaring, Watson, en gij kunt wel begrijpen, dat die voor
+mij was als een lichtbaken op een donkeren weg. Allerlei, tot dusverre
+voor mij op zich zelf staande feiten, vertoonden zich thans op hun ware
+plaats en ik begon reeds een vage voorstelling van de opeenvolging der
+gebeurtenissen te krijgen. In de eerste plaats moest ik natuurlijk den
+man trachten te vinden, wiens verschijning zulk een indruk op mevrouw
+Barclay had gemaakt. Als hij zich nog in Aldershot bevond, zou dit niet
+moeilijk zijn. In Aldershot zijn niet zoo heel veel burgers en een
+mismaakt man moest er de aandacht getrokken hebben. Ik besteedde een dag
+om hem te zoeken, en op een avond, dezen zelfden avond, Watson, vond ik
+hem. De man heet Henry Wood; hij woont op een kamer in de straat, waar
+de beide vrouwen hem ontmoetten. Hij was nog slechts vijf dagen in
+Aldershot geweest. Verkleed als ambtenaar van de belastingen, had ik een
+zeer belangwekkend onderhoud met zijn hospita. De man is van beroep
+goochelaar en kunstenmaker, die 's avonds de cantines rondgaat en in elk
+een kleine voorstelling geeft. In de doos, die hij op zijn rug draagt,
+voert hij een klein beestje mede, dat zijn hospita nog al angst schijnt
+aangejaagd te hebben, want zij had vroeger nooit zulk een dier gezien.
+Volgens haar zeggen gebruikt hij het dier in enkele kunstverrichtingen.
+Ook vernam ik nog van zijn hospita, dat het een wonder is, dat de man
+leeft, als men in aanmerking neemt, hoe gebrekkig hij is, en dat hij
+soms in een vreemd dialect spreekt en zij hem de laatste twee nachten op
+zijn bed heeft hooren steunen en schreien. Hij was goed bij kas, maar
+bij het geld, dat hij haar als waarborg heeft gegeven, was een muntstuk,
+dat valsch scheen te zijn. Zij liet het mij zien; het was een Indische
+ropy.
+
+Zoo ziet gij, mijn beste vriend, hoe wij met de zaak staan en waarom ik
+u noodig heb. Het is duidelijk, dat de vreemde man de beide dames, nadat
+deze zich verwijderd hadden, op een afstand volgde, dat hij door het
+raam den twist tusschen den kolonel en zijn echtgenoote zag en naar
+binnen snelde, en dat het dier, hetwelk hij bij zich had, uit de doos
+ontsnapte. Dat staat alles zoo goed als vast. Maar hij is de eenige
+persoon ter wereld, die ons precies kan vertellen, wat er in de kamer
+gebeurd is."
+
+"En zijt gij van plan het hem te vragen?"
+
+"Zeer zeker, maar in tegenwoordigheid van een getuige."
+
+"En ben ik die getuige?"
+
+"Ja, als gij zoo goed wilt zijn. Kan hij de zaak ophelderen, dan is 't
+goed. Weigert hij, dan hebben wij geen andere keus dan tegenover hem
+gebruik te maken van een bevel tot inhechtenisneming."
+
+"Maar hoe weet gij, dat wij hem bij onze aankomst nog te Aldershot
+zullen vinden?"
+
+"Gij kunt u verzekerd houden, dat ik eenige voorzorgen heb genomen. Ik
+heb een van mijn jongens uit Baker-Street gelast een wakend oog op hem
+te houden en ik ben overtuigd, dat die hem als een klit zal aanhangen en
+gaan zal, waar hij gaat. Morgen vroeg zullen wij hem in Hudson-Street
+vinden, Watson; en nu moesten we maar ter ruste gaan, want ik zou
+gelooven zelf een misdaad te plegen, als ik u nog langer uit bed hield."
+
+Den volgenden dag 's middags kwamen wij op de plaats van het treurspel
+aan en terstond begaven wij ons naar Hudson-Street. Hoe bekwaam mijn
+vriend Holmes ook was in het verbergen van zijn gemoedsbewegingen, kon
+ik toch gemakkelijk zien, hoeveel moeite hem dit kostte, terwijl ik zelf
+het opwekkend genoegen had, dat ik steeds ondervond, als ik mijn vriend
+in zijn nasporingen ter zijde stond.
+
+"Dit is de straat," zeide Holmes, toen hij een korte zijstraat insloeg
+aan weerszijden begrensd door een rij in baksteen opgetrokken huizen van
+twee verdiepingen. "Ha, hier is Simpson al om mij verslag te geven."
+
+"Het is alles met hem in orde, mijnheer Holmes," riep een kleine
+straatjongen, op ons toe loopende.
+
+"Goed, Simpson!" zei Holmes, hem op den schouder kloppend. "Hier heen,
+Watson, dit is het huis!" Hij gaf zijn kaartje af met de boodschap, dat
+hij kwam om over belangrijke zaken te spreken en een oogenblik later
+bevonden wij ons van aangezicht tot aangezicht met den man, om wien wij
+te Aldershot waren gekomen. Ofschoon het zeer warm was, zat hij bij een
+groot vuur en in de kamer was het heet, als in een oven. De man zat
+ineengedoken in zijn stoel en scheen zeer mismaakt, maar zijn gelaat,
+dat hij ons toekeerde en dat nu verweerd en verschrompeld was, toonde
+nog sporen van vroegere schoonheid. Hij zag ons met zijn met geel
+doorschoten oogen wantrouwend aan en zonder op te staan of een woord te
+spreken, gaf hij ons een wenk plaats te nemen.
+
+"Wij hebben de eer, mijnheer Henry Wood te spreken, vroeger in Indië
+woonachtig, niet waar?" vroeg Sherlock Holmes. "Ik kom hier om u te
+spreken over den dood van mijnheer Barclay."
+
+"Wat zou ik u daarover kunnen mededeelen?"
+
+"Dat is het juist, wat ik zou wenschen te weten. Gij begrijpt, zooals ik
+veronderstel, dat, tenzij de zaak opgehelderd mocht worden, mevrouw
+Barclay, die een oude vriendin van u is, van moord zal aangeklaagd
+worden."
+
+De man sprong verschrikt overeind.
+
+"Ik weet niet, wie gij zijt," riep hij, "noch hoe gij zijt te weten
+gekomen, wat gij weet; maar wilt gij zweren, dat gij mij de waarheid
+zegt?"
+
+"Wel, men wacht slechts het oogenblik af, dat zij weer tot bewustzijn
+komt, om haar in hechtenis te nemen."
+
+[Illustratie: "Wij hebben de eer, mijnheer Henry Wood te spreken?"]
+
+"Mijn God! behoort gij zelf tot de politie?"
+
+"Neen."
+
+"Wat hebt gij er dan mede te maken?"
+
+"Het is ieders taak te zorgen, dat er recht geschiede."
+
+"Ik verzeker u plechtig, dat zij onschuldig is."
+
+"Zijt gij dan schuldig?"
+
+"Neen, ik ben het niet."
+
+"Wie heeft kolonel James Barclay dan vermoord?"
+
+"Het was een rechtvaardige Voorzienigheid, die hem doodde. Maar wees
+verzekerd, dat, indien ik hem zijn hersens had ingeslagen, zooals ik van
+plan was, hij niet meer dan zijn verdiende loon van mij gekregen zou
+hebben. Had zijn eigen schuldig geweten hem niet neergeveld, dan had ik
+mij waarschijnlijk nu zijn dood te wijten. Gij wenscht, dat ik u de
+geschiedenis zal vertellen? Nu, ik weet niet, waarom ik het niet zou
+doen, want er is geen enkele reden, waarom ik mij er voor zou schamen.
+
+"De geschiedenis heeft zich als volgt toegedragen. Gij ziet mij nu
+gebocheld en geheel misvormd voor u; maar er was een tijd, dat korporaal
+Henry Wood de knapste kerel heette in het 177e regiment infanterie. Wij
+waren indertijd in Indië in garnizoen, als ik 't mij goed herinner in
+het plaatsje Burthee. Barclay, die nu gestorven is, was sergeant in
+dezelfde compagnie, waarin ik diende, en de schoone van het
+regiment,--het mooiste meisje, dat ooit bestaan heeft,--was Nancy Devoy,
+de dochter van den sergeant-majoor. Er waren twee mannen, die haar
+beminden en er was er een, dien zij liefhad; en gij zult glimlachen, als
+gij ziet naar dezen armen man, die hier in gekromde houding voor het
+vuur zit en hij u zegt, dat hij het was, wien haar liefde gold.--
+
+"Doch ofschoon ik haar hart bezat, wilde haar vader, dat zij zou trouwen
+met Barclay. Ik was een lichtzinnige, roekelooze knaap, en Barclay had
+opvoeding genoten en betere vooruitzichten dan ik. Maar het meisje bleef
+mij trouw, en het scheen, dat ik haar ook zou krijgen, toen eensklaps de
+muiterij uitbrak en het geheele land in opstand kwam.
+
+"Wij waren in Burthee opgesloten; ons regiment met een halve batterij
+artillerie, een compagnie Sikhs (Indische soldaten) en een menigte
+burgers en vrouwen. Wij werden belegerd door tien duizend rebellen. In
+de tweede week nadat wij ingesloten waren, kregen wij gebrek aan
+drinkwater en het was nu voor ons de vraag, of wij ons in verbinding
+konden stellen met de kolonne van generaal Neill. Dit was onze eenige
+kans op behoud, want wij mochten er niet op rekenen, dat wij ons met al
+de vrouwen en kinderen door den vijand zouden heenslaan, en daarom bood
+ik vrijwillig aan, mij buiten onze linie te begeven en generaal Neill in
+kennis te stellen van het gevaar, waarin wij ons bevonden. Mijn voorstel
+werd aangenomen en ik sprak er over met sergeant Barclay, die geacht
+werd de plaatselijke gesteldheid beter te kennen dan iemand anders en
+die den weg aangaf, waarlangs ik moest trachten door de vijandelijke
+liniën te komen. Nog denzelfden avond om tien uur begaf ik mij op weg.
+Er waren een duizend menschen te redden, doch toen ik dien nacht over
+den vestingmuur klom, dacht ik slechts aan het leven van één van die
+duizend.
+
+"Mijn weg liep door een drogen waterloop, waardoor ik hoopte verborgen
+te blijven voor de blikken der vijandelijke schildwachten, doch bij een
+bocht van mijn pad liep ik een zestal van hen regelrecht tegemoet, die
+mij in de duisternis zaten af te wachten. In een oogwenk lag ik door een
+hevigen slag bedwelmd op den grond en werd aan handen en voeten
+gebonden. Doch niet aan mijn hoofd, maar in mijn hart gevoelde ik de
+meeste pijn, want toen ik tot bewustzijn kwam en luisterde naar hetgeen
+mijn vijanden onder elkaar spraken, vernam ik uit hetgeen ik van hun
+taal kon verstaan, dat mijn kameraad, dezelfde man, die gezegd had
+welken weg ik moest kiezen, verraad jegens mij had gepleegd en mij door
+middel van een inlandschen bediende in de handen van den vijand had
+overgeleverd.
+
+[Illustratie: Liep ik een zestal van hen regelrecht tegemoet.]
+
+"Het is niet noodig bij dit deel van mijn geschiedenis langer stil te
+staan. Gij weet nu, waartoe James Barclay in staat was. Den volgenden
+dag werd Burthee door generaal Neill ontzet, maar toen de opstandelingen
+terugtrokken, namen zij mij mede, en het duurde vele lange jaren, eer ik
+weer een blanke zag. Ik werd gepijnigd en trachtte te ontvluchten, werd
+opnieuw gevangen genomen en weer gepijnigd. Gij kunt zelf zien, in
+welken treurigen toestand zij mij brachten. Eenigen van de
+opstandelingen, die de wijk namen naar Nepaul, namen mij mede, doch
+later werden de rebellen, die mij gevangen hielden, door het bergvolk
+vermoord en ik geraakte in slavernij. Ik ontsnapte, doch in plaats van
+zuidwaarts te vluchten, begaf ik mij naar 't noorden, tot ik in
+Afghanistan kwam. In dit land trok ik verscheiden jaren rond en ten
+laatste kwam ik terug in de Pendjab, waar ik doorgaans onder de
+inboorlingen leefde en in mijn levensonderhoud voorzag door het
+vertoonen van goocheltoeren, die ik had geleerd. Waartoe zou het mij,
+arme kreupele, dienen naar Engeland terug te keeren, of mij zelf aan
+mijn vroegere kameraden bekend te maken? Zelfs mijn verlangen naar wraak
+kon mij daartoe niet bewegen. Ik had liever dat Nancy en mijn oude
+kameraden zouden denken, dat Henry Wood dood was, dan dat hij nog leefde
+en met behulp van een stok langs den grond kroop als een chimpansee. Zij
+hebben altijd gemeend, dat ik dood was en ik was voornemens hen steeds
+in dien waan te laten. Ik hoorde, dat Barclay met Nancy gehuwd was en
+snelle promotie in het regiment maakte, maar zelfs dat deed mij niet
+spreken.
+
+"Doch als iemand oud wordt, verlangt hij naar huis. Jaren lang droomde
+ik van de mooie groene velden en de tuinen van Engeland, tot ik ten
+slotte besloot ze terug te zien, voor ik ging sterven. Ik bespaarde
+genoeg om den overtocht te kunnen betalen, en toen kwam ik hierheen,
+waar de soldaten zijn, want ik ken hun levenswijze en versta de kunst
+hen te vermaken en daarmee genoeg te verdienen om te kunnen leven."
+
+"Uw verhaal is zeker belangwekkend," zeide Sherlock Holmes. "Ik heb
+reeds vernomen, dat gij mevrouw Barclay hebt ontmoet, en dat gij elkaar
+wederkeerig hebt herkend. Zooals ik vermoed, zijt gij haar toen naar
+huis gevolgd en hebt gij door het venster den twist gezien tusschen haar
+en haar echtgenoot, waarin zij hem zonder twijfel zijn gedrag jegens u
+verweet. Gij waart u zelf niet meester en zijt over het grasperk
+onverwachts de kamer binnengedrongen."
+
+"Zoo was het, mijnheer, en toen hij mij herkende, keek hij, zooals ik
+nooit te voren een man heb zien kijken, en hij viel met zijn hoofd op
+den rand van den vuurhaard. Maar hij was al dood, eer hij viel. Ik las
+den dood op zijn gezicht even gemakkelijk als ik die woorden daar boven
+den haard lees. Het gezicht van mij alleen was een kogel door zijn
+schuldig hart."
+
+"En toen?"
+
+"Toen viel Nancy in zwijm en ik rukte haar den sleutel uit de hand, van
+plan de deur te ontsluiten en hulp te halen. Maar terwijl ik daarmede
+bezig was, kwam de gedachte bij mij op, dat het beter zou wezen te
+vertrekken, wijl er anders wel eens vermoedens tegen mij konden
+oprijzen en mijn geheim aan 't licht zou komen, als ik gearresteerd
+werd. In mijn haast stak ik den sleutel in den zak en liet den stok
+vallen, terwijl ik Teddy achterna joeg, die tegen het gordijn was
+opgeklommen. Toen ik hem weder in de doos had gestopt, waaruit hij was
+ontsnapt, maakte ik mij zoo snel ik kon uit de voeten."
+
+"Wie is Teddy?" vroeg Holmes.
+
+De man boog zich voorover en trok de schuif op van een soort hok, dat in
+een hoek der kamer stond. Terstond kwam er een mooi, roodachtig bruin
+dier uit, tenger en lenig, met korte pooten en langen dunnen neus en
+twee van de mooiste roode oogen, die ik ooit in den kop van een dier
+gezien heb.
+
+"'t Is een Mongoolsche kat!" riep ik.
+
+"Sommigen noemen hem zoo. Ik noem hem slangendooder, en Teddy is
+verbazend tuk op cobra's. Ik heb er hier een, dien ik zijn gifttanden
+heb uitgebroken; en elken avond vangt Teddy hem om de soldaten in de
+cantine te vermaken. Wenscht gij nog meer inlichtingen, mijnheer?"
+
+"Het kan wezen, dat wij u als getuige laten roepen, zoo mevrouw Barclay
+in ernstige moeilijkheden komt."
+
+"In dit geval zou ik natuurlijk komen."
+
+"Zoo dit echter niet noodig mocht zijn, zullen wij over die oude
+geschiedenis den doode maar geen schande aandoen, hoe schuldig hij ook
+moge wezen. Gij hebt althans de voldoening te weten, dat hij dertig
+jaren over zijn slechte daad gewetenswroeging had. Hé, daar aan de
+overzijde gaat majoor Murphy voorbij. Goeden morgen, mijnheer Wood; ik
+zou gaarne willen weten, of er sedert gisteren nog iets bijzonders is
+gebeurd."
+
+Wij konden den majoor nog inhalen, voor hij den hoek der straat omsloeg.
+
+"Hé, Holmes, gij zult zeker al gehoord hebben, dat al de drukte op niets
+is uitgeloopen," zeide hij.
+
+"Hoezoo?"
+
+"Het onderzoek is juist geëindigd. De geneeskundigen verklaren, dat de
+dood een gevolg is van een beroerte. Gij ziet, dat het bij slot van
+rekening een eenvoudige zaak was."
+
+[Illustratie: Gij ziet, dat het bij slot van rekening een eenvoudige
+zaak is.]
+
+"O, merkwaardig eenvoudig," zei Holmes glimlachend. "Kom, Watson, ik
+geloof niet, dat men ons hier in Aldershot nog langer noodig heeft."
+
+"Eén ding is in deze geschiedenis opmerkelijk," zeide ik, terwijl wij
+naar het station wandelden: "daar de voornaam van Barclay, James is, en
+die van den ander Henry, wat kan dan toch dat woord "David" beduid
+hebben?"
+
+"Dat eene woord, mijn beste Watson, zou mij de gansche geschiedenis
+verteld hebben, indien ik de schranderheid bezat, die gij mij zoo gaarne
+toekent. Dat woord hield klaarblijkelijk een verwijt in."
+
+"Een verwijt?"
+
+"Ja, David zondigde immers, zooals gij weet, op dezelfde wijze als
+sergeant James Barclay. Ge kent toch ook de geschiedenis van Uria en
+Bathseba. Ik ben niet zeer vast meer in mijn bijbelkennis, doch gij kunt
+het verhaal vinden in het eerste of tweede hoofdstuk van Samuel."
+
+
+
+
+II.
+
+De afgesneden ooren.
+
+
+Het was een smoorheete dag in Augustus. Baker-Street geleek een oven en
+de schittering van het zonnelicht op de gele baksteenen muren deed de
+oogen pijnlijk aan. Men kon ternauwernood gelooven, dat dit dezelfde
+muren waren, die in den grijzen mist van den winter zoo loom en triestig
+in vage omtrekken schemerden. De jaloezieën van onze kamer waren ten
+halve neergelaten en Holmes lag met gekromde knieën op de canapé, een
+brief, dien hij met de ochtendpost had ontvangen, lezende en herlezende.
+Wat mij zelf betreft, mijn verblijf in Indië was oorzaak, dat ik beter
+tegen de hitte dan tegen de koude kon en een thermometerstand van 90
+graden vond ik niets onaangenaams. Maar het ochtendblad behelsde niets,
+wat mij belang inboezemde. Het parlement was op reces. Iedereen was uit
+de stad en ik snakte naar het bosch of naar het strand van de zee.
+
+Ten gevolge van een schrale kas had ik mijn vertrek uit de stad
+uitgesteld. Voor mijn vriend Holmes had het verblijf op het land of aan
+de zee niet de minste aantrekkelijkheid. Hij hield er van te midden van
+de vijf millioen bewoners van Londen te leven met zijn voelhorens
+uitgestrekt, lettende op het minst verdacht gerucht van een ongestraft
+gebleven misdaad.
+
+Een oogenblik te voren hadden wij een gesprek gevoerd over de kunst van
+iemands gedachten te kunnen lezen. Holmes had mij bewezen, dat deze
+kunst onder zijn vele talenten behoorde. Onverwachts stoorde Holmes mij
+in mijn mijmering.
+
+[Illustratie: En Holmes lag met gekromde knieën op de canapé, een brief
+lezende.]
+
+"Ik heb hier een vraagstuk, dat zal kunnen blijken moeilijker
+verstaanbaar te wezen dan de onbeduidende proeve, die ik u van mijn
+kunst van gedachten-lezen heb gegeven," zeide hij. "Hebt gij in uw
+dagblad het bericht opgemerkt betreffende den merkwaardigen inhoud van
+een pakket, over de post gezonden aan Miss Susan Cushing, Cross-Street,
+Croydon?"
+
+"Neen, ik zag niets."
+
+"Dan moet gij het over het hoofd hebben gezien; reik mij de krant eens
+toe. Hier staat het bericht onder de rubriek financieele berichten. Ge
+zult toch wel zoo goed willen zijn, mij het bericht voor te lezen."
+
+Ik nam de krant op, die hij mij had toegeworpen en las het volgende
+bericht:
+
+"=Een gruwelijk pakket=. Miss Susan Cushing, wonende in Cross-Street,
+Croydon, is het slachtoffer van een daad, die als een afschuwwekkende
+grap beschouwd moet worden, tenzij nader aan 't licht mocht komen, dat
+daaraan een treuriger bedoeling ten grondslag ligt. Gisteren namiddag om
+twee uur werd haar door een postbeambte een in bruin papier gewikkeld
+pakket overhandigd. Binnen in zat een doos met grof zout. Bij het
+ledigen hiervan vond Miss Cushing tot haar schrik twee menschenooren,
+die oogenschijnlijk eerst pas geleden waren afgesneden. De doos was den
+vorigen morgen van Belfast verzonden. Men heeft niet de minste
+aanwijzing, om den afzender te ontdekken en de zaak lijkt te
+geheimzinniger, daar Miss Cushing, die een ongehuwde dame van vijftig
+jaar is, een zeer afgezonderd leven heeft geleid, zoo weinig kennissen
+heeft en zoo weinig briefwisseling houdt, dat het voor haar een
+buitengewone gebeurtenis is, iets over de post te ontvangen. Eenige
+jaren geleden evenwel, toen zij te Penge woonde, verhuurde zij kamers
+aan drie jonge studenten in de medicijnen, wien zij de huur opzegde
+wegens hun luidruchtig en ongeregeld leven. De politie is van meening,
+dat deze jongelieden, die een hekel aan Miss Cushing hadden, haar de
+genoemde beleediging kunnen hebben aangedaan, in de hoop haar schrik aan
+te jagen door de toezending van deze reliquieën uit de ontleedkamer. Er
+is eenige grond voor deze meening, omdat een der studenten uit het
+noorden van Ierland kwam en naar Miss Cushing gelooft, uit Belfast.
+Intusschen is een ijverig onderzoek in deze zaak in gang en is Mr.
+Lestrade, een van de knapste detectives, het onderzoek in dezen
+opgedragen."
+
+"Tot zoover de _Daily Chronicle_," zeide Holmes, toen ik met lezen
+ophield, "doch nu iets van onzen vriend Lestrade. Ik ontving dezen
+morgen van hem een briefje, waarin hij zegt: "Ik denk, dat dit geval
+iets voor u is. Wij hebben alle hoop de zaak tot klaarheid te brengen,
+maar hebben eenige moeilijkheid iets te vinden als uitgangspunt voor ons
+handelen. Natuurlijk verzonden wij een telegram naar het postkantoor te
+Belfast om nadere inlichtingen te vragen; maar dien dag werden een groot
+aantal pakjes ter verzending aangeboden en de beambten kunnen zich den
+afzender van het bewuste pakket niet herinneren. De van karton gemaakte
+doos heeft gediend voor een half pond tabak en kan ons geenerlei
+aanwijzing verstrekken. De onderstelling, dat de afzender een student in
+de medicijnen is, komt mij nog altijd het waarschijnlijkst voor. Als gij
+een paar uurtjes den tijd hebt, zou ik u zeer gaarne spreken. Ik ben den
+geheelen dag tot uw dienst, thuis of op het politiebureau."
+
+"Nu, wat zegt ge er van, Watson? Ziet ge niet tegen de hitte op, om met
+mij naar Croydon te gaan en de kans te hebben, nog een spannend verhaal
+voor uw kroniek op te doen?" vroeg Holmes, na de voorlezing van dat
+briefje.
+
+"Ik verlangde er naar iets te doen."
+
+"Dan zult gij het hebben; schel om onze laarzen en bestel een rijtuig.
+Ik ben terug, zoodra ik mij gekleed en mijn sigarenkoker gevuld heb."
+
+Terwijl wij in den trein zaten, regende het en de hitte was in Croydon
+veel minder drukkend dan in de stad. Holmes had een telegram gezonden,
+zoodat Lestrade, als altijd bij de hand en op onderzoek belust, ons
+reeds aan het station wachtte. Na een minuut of vijf wandelens kwamen
+wij in Cross-Street, waar Miss Cushing woonde.
+
+Het was een zeer lange straat met huizen van gebakken steen, twee étages
+hoog, netjes en stijf, met witgeschuurde steenen stoepen en hier en daar
+een groepje vrouwen uit den werkmansstand, pratende aan de deuren. Toen
+wij de straat ongeveer half ten einde hadden geloopen, bleef Lestrade
+staan en klopte tegen een deur, die onmiddellijk door een klein
+dienstmeisje werd geopend. Miss Cushing zat in de voorkamer, waarin wij
+werden binnengelaten. Zij was een vrouw met een zachtzinnig gelaat en
+vriendelijke oogen, grijzend haar, dat in zachte golvingen over haar
+slapen was gekamd. Op haar schoot lag een antimacasser, waaraan zij
+bezig was te werken, en op een tabouret naast haar stond een mandje met
+gekleurde zijden garens.
+
+"Die vreeselijke dingen zijn in het tuinhuis," zeide zij, zoodra
+Lestrade binnentrad. "Ik wou maar, dat gij ze medenaamt."
+
+"Dat zal ik ook, Miss Cushing. Ik liet ze daar enkel, opdat mijn vriend
+Sherlock Holmes ze in uw tegenwoordigheid zou kunnen zien."
+
+"Waarom in mijn tegenwoordigheid, mijnheer?"
+
+"Omdat het mogelijk is, dat hij u iets zou wenschen te vragen."
+
+"Waartoe zou het dienen, mij iets te vragen, als ik u zeg, dat ik er
+niets van weet?"
+
+"Ge hebt gelijk, mevrouw," zei Holmes, op gewonen toegevend
+vriendelijken toon. "Zonder twijfel heeft deze geschiedenis u al meer
+gehinderd dan u lief is."
+
+"Zoo is het inderdaad, mijnheer. Ik ben een stille vrouw en leef
+eenzaam. Het is voor mij iets ongewoons, mijn naam in de kranten vermeld
+en politie bij mij aan huis te zien. Ik wilde die dingen hier niet
+hebben, mijnheer Lestrade; als gij ze wilt zien, moet gij in het
+tuinhuis gaan."
+
+Het was een kleine loods in den niet grooten tuin achter het huis.
+Lestrade ging er binnen en kwam een oogenblik later naar buiten met een
+bordpapieren doos in een stuk papier gewikkeld en met koord
+dichtgebonden. Aan den kant van het tuinpad stond een bank en daarop
+gingen wij een poosje zitten, en bekeek Holmes een voor een de
+voorwerpen, die Lestrade hem had overhandigd.
+
+"Het koord boezemt mij veel belang in," zeide hij, het tegen het licht
+houdende en er aan ruikende. "Wat denkt gij van dit koord, Lestrade?"
+
+"Het is geteerd."
+
+"Juist. Het is een stuk geteerd touw. Gij hebt eveneens zonder twijfel
+opgemerkt, dat Miss Cushing het met een schaar heeft doorgeknipt, zooals
+aan de uitrafeling aan beide einden gezien kan worden. Dit is van
+belang."
+
+"Ik zie hier het belang niet van in," zei Lestrade.
+
+"Het gewicht zit in het feit, dat de knoop onaangeroerd is gebleven en
+dat die knoop van een bijzonder soort is."
+
+"Het is zeer netjes gebonden. Ik had dit reeds opgeteekend," antwoordde
+Lestrade.
+
+"Tot zoover wat het koord betreft," zei Holmes glimlachend, "en nu het
+papier, dat om de doos zit. Bruin papier met een duidelijken geur van
+koffie. Het adres geschreven in iets onregelmatig staande letters:
+
+[Illustratie: Bekeek ze nauwkeurig.]
+
+"Miss S. Cushing, Cross-Street, Croydon." Geschreven met een breed
+gepunte pen, waarschijnlijk een J-pen en met zeer slechten inkt. Het
+woord Croydon is oorspronkelijk gespeld met i, die weer veranderd is in
+y. Het pakje is dus verzonden door een man--het schrift is bepaald dat
+van een man--van geringe opvoeding, die de stad Croydon niet kende. De
+doos is een gele halfponds tabaksdoos met niets bijzonders dan twee
+duimen als handelsmerk in den linkerhoek van den bodem. De doos is
+gevuld met grof zout, zooals men bezigt voor het bewaren van huiden. En
+daaronder verborgen liggen deze zonderlinge dingen."
+
+Bij de laatste woorden nam hij er beide ooren uit, en een plank op zijn
+knie leggende, bekeek hij ze nauwkeurig, terwijl Lestrade en ik naast
+hem gezeten naar het denkende, scherpe gelaat van Holmes keken. Ten
+slotte deed hij ze weer in de doos en zat een tijd in gedachten.
+
+"Gij hebt natuurlijk opgemerkt," zeide hij ten slotte, "dat de ooren
+geen paar zijn."
+
+"Ja, dat is mij niet ontgaan. Maar zoo dit een grap is van de studenten
+uit de ontleedkamer, moest het hun even gemakkelijk vallen, twee niet
+bij elkaar passende als een paar ooren te zenden."
+
+"Zoo is het. Maar we hebben hier _niet_ met een grap te doen."
+
+"Zijt ge daar zeker van?"
+
+"Het komt mij zeer onwaarschijnlijk voor. De lijken in de ontleedzaal
+worden bespoten met een vloeistof om ze voor bederf te bewaren. We
+kunnen niet zien, dat dit ook met deze ooren het geval is geweest.
+Daarbij zijn zij nog versch. Zij zijn met een stomp instrument
+afgesneden, dat zou niet gebeurd zijn, als een student het had gedaan.
+Bovendien, een student zou sterkwater of een ander voor bederf bewarende
+vloeistof en geen grof zout voor het verzenden gebezigd hebben. Ik
+herhaal, dat we hier niet met een grap te doen hebben, maar met een
+ernstige misdaad."
+
+Ik huiverde, toen ik deze woorden van mijn vriend hoorde en den grooten
+ernst op zijn gelaat zag. Deze voorafgaande brutale handeling scheen een
+afschuwelijke en onverklaarbare misdaad aan te kondigen. Lestrade
+schudde evenwel zijn hoofd als iemand, die nog maar half overtuigd is.
+
+"Er is zonder twijfel iets in te brengen tegen de onderstelling, dat het
+hier slechts een grap geldt, maar tegen uw vermoedens is nog meer te
+zeggen," sprak hij. "Wij weten, dat deze vrouw hier te Penge de laatste
+twintig jaar zeer teruggetrokken en fatsoenlijk heeft geleefd. Zij is al
+dien tijd hoogstens een dag van huis geweest. Wat in 's hemels naam zou
+iemand dan bewegen haar de bewijzen van zijn misdaad te zenden; vooral
+in aanmerking genomen--tenzij zij een volleerde tooneelspeelster is--dat
+zij even weinig van de zaak begrijpt als wij."
+
+"Dat is de zaak, die wij tot opheldering moeten brengen," antwoordde
+Holmes, "en wat mij aangaat, ik zal mijn onderzoek beginnen met de
+onderstelling, dat mijn vermoeden juist is en dat er een dubbele moord
+is gepleegd. Een van deze ooren is dat van een vrouw, klein, fijn
+gevormd en voor een oorring doorboord. Het ander is dat van een man, met
+een door de zon gebruind gelaat; het is eveneens doorboord voor een
+oorring; deze twee menschen zijn vermoedelijk dood; anders zouden wij
+wel iets van hen vernomen hebben. Vandaag is het Vrijdag, het pakje is
+Donderdagmorgen op de post gedaan. Het treurspel is dus afgespeeld op
+Woensdag of Dinsdag l.l., misschien vroeger. Indien de beide menschen
+vermoord zijn, met welk doel zou de moordenaar dit bewijs van zijn
+misdadigen arbeid aan Miss Cushing gezonden hebben? Hij moet daarvoor
+zijn geldige reden gehad hebben. Doch welke reden? Hij moet het gedaan
+hebben, om haar te vertellen, dat de daad verricht is of misschien om
+haar te kwellen. Maar in dit geval weet zij, wie het is. Weet zij het?
+Ik betwijfel het. Indien zij het wist, waarom zou zij de hulp der
+politie inroepen? Zij kon de ooren hebben begraven en geen haan zou er
+naar gekraaid hebben. Zoo zou zij hebben gehandeld, indien het haar
+wensch was, de misdaad verborgen te houden. Maar als zij dit niet
+wenscht, zou zij haar naam noemen. Er is hier een raadsel, dat dient
+opgelost te worden."
+
+Holmes had dit alles luide en vlug gezegd, met vagen blik naar het
+tuinhek starende. Doch nu sprong hij vlug overeind en wandelde naar het
+huis.
+
+"Ik heb Miss Cushing een paar dingen te vragen," zeide hij.
+
+"In dat geval moet ik u hier verlaten," zei Lestrade, "want ik heb een
+ander zaakje aan de hand. Ik geloof, dat ik verder niets van Miss
+Cushing behoef te vernemen. Ge zult me op het politiebureau vinden."
+
+"Als wij naar den trein gaan, zullen wij even bij u aankomen," zei
+Holmes. Een oogenblik later waren wij terug in de kamer, waar de dame
+nog rustig aan haar antimacasser werkte. Toen wij binnentraden, legde
+zij haar handwerk op haar schoot en zag ons aan met haar openhartige,
+onderzoekende blauwe oogen.
+
+"Ik ben overtuigd, mijnheer," zeide zij, "dat er hier een vergissing
+plaats had en dat het pakje niet voor mij was bestemd. Ik heb dit
+verscheiden keer aan dien heer van Scotland Yard gezegd, maar hij lachte
+om mijn opmerking. Zoover ik weet, heb ik geen enkelen vijand op de
+wereld, en waarom zou mij dan iemand die poets spelen?"
+
+"Ik kom bijna tot dezelfde meening, Miss Cushing," zeide Holmes, naast
+haar plaats nemende. "Ik denk zelfs, dat wat gij zegt meer dan
+waarschijnlijk is--" hij zweeg even, en het was of hij met bijzonder
+veel belangstelling haar profiel beschouwde. Verbazing en voldoening
+waren voor een paar seconden op zijn gelaat te lezen, doch toen zij
+opzag, om de oorzaak van zijn zwijgen te kennen, waren zijn trekken
+effen als altijd. Ik zelf keek met aandacht naar haar plat liggend
+grijzend haar, mooie muts, kleine gouden ringen in haar ooren en naar
+haar kalm gelaat, doch ik zag niets, wat mij de verwondering van mijn
+vriend kon verklaren.
+
+"Er doen zich hier twee vragen voor."
+
+"O, ik ben al vermoeid van al dat vragen!" riep Miss Cushing ongeduldig.
+
+"Gij hebt twee zusters, geloof ik."
+
+"Hoe kunt gij dat weten?"
+
+"Dadelijk, toen ik binnentrad, zag ik op den schoorsteenmantel een
+portretgroep van drie dames, waarvan een ongetwijfeld u zelf voorstelt,
+terwijl de beide anderen zoo op u gelijken, dat ik geen oogenblik
+twijfelde aan een nauwe verwantschap."
+
+"Ja, uw gissing is juist. Het zijn mijn zusters Sarah en Mary."
+
+"En hier naast mij staat een ander portret, te Liverpool genomen van een
+jongere zuster, in gezelschap van een man, die, naar zijn uniform te
+oordeelen, een hofmeester schijnt. Ik zie, dat zij destijds nog
+ongehuwd was."
+
+"Gij zijt een vlugge opmerker."
+
+"Dat is mijn beroep."
+
+"Ook deze gissing is juist. Doch een paar jaren geleden trouwde zij met
+Mr. Browner. Hij diende op de Zuid-Amerikaansche Stoomvaartlijn, toen
+dit portret werd genomen, maar hij hield zooveel van zijn jonge vrouw,
+dat hij er niet toe kon komen haar voor zoo langen tijd te verlaten en
+hij zocht daarom een betrekking op een boot tusschen Londen en Liverpool
+varende."
+
+"Op de _Conqueror_ misschien?"
+
+"Neen, op _May Day_, zooals ik onlangs vernam. Jim heeft mij hier één
+keer een bezoek gebracht. Dat was voor hij zijn belofte, om niet weer te
+drinken, verbrak: maar later dronk hij altijd te veel, als hij aan wal
+was en dan was hij half krankzinnig. Och, het was wel een ongelukkige
+dag, toen hij weer een glas in de hand nam. Eerst verbrak hij de
+vriendschap met mij; toen kreeg hij twist met Sarah en nu Mary heeft
+opgehouden met schrijven, weten wij niet, hoe het tegenwoordig met hen
+gaat."
+
+Het was duidelijk, dat Miss Cushing een onderwerp had aangeroerd, dat
+haar zeer ter harte ging. Als alle menschen, die een eenzaam leven
+leiden, was zij eerst terughoudend, maar toen het ijs eenmaal gebroken
+was, zeer mededeelzaam. Zij vertelde ons vele bijzonderheden aangaande
+haar schoonbroeder, den hofmeester, en sprak eveneens over haar vroegere
+bewoners, de studenten in de geneeskunde, van wier doen en laten zij een
+lang verhaal opdischte. Holmes luisterde aandachtig, er nu en dan een
+vraag tusschen werpende:
+
+"Het verwondert mij, daar uw zuster Sarah ook nog ongetrouwd is, dat gij
+beiden niet samenwoont."
+
+"Als u Sarah's temperament kende, zou u dat niet meer verwonderen. Ik
+beproefde het, toen ik te Croydon kwam, en wij hielden het ongeveer twee
+maanden vol; daarna scheidden wij van elkaar. Ik wil geen woord ten
+nadeele van mijn eigen zuster zeggen; maar zij was altijd zeer
+bemoeiziek en moeilijk te voldoen."
+
+"Ge zeidet zooeven, dat zij ook twist had met uw familie te Liverpool."
+
+"Ja, en vroeger waren zij de beste vrienden. Zij ging zelfs in Liverpool
+wonen om dichter bij hen te wezen. En nu kan zij geen woord vinden, hard
+genoeg voor Jim Browner. Toen zij hier een maand of zes geleden voor het
+laatst was, sprak zij over niets anders dan over zijn drinken en zijn
+slecht gedrag. Hij had haar zeker laten merken, dat haar bemoeizucht hem
+niet beviel en dat was het begin."
+
+"Dank u, Miss Cushing," zeide Holmes opstaande en beleefd buigende, "uw
+zuster woont, als ik u goed verstaan heb, te Wallington, niet waar? Het
+spijt mij, dat ik u zooveel moeite heb moeten berokkenen over een zaak,
+waarmede gij, zooals gij zegt, niets te maken hebt. Ik wensch u goeden
+morgen."
+
+Toen wij buiten waren, kwam er juist een cab voorbij. Holmes riep den
+koetsier.
+
+"Hoever is het naar Wallington?" vroeg hij.
+
+"Slechts ongeveer een mijl, mijnheer."
+
+"Zeer goed. Stap in, Watson. Men moet het ijzer smeden zoolang het heet
+is. Wij moeten regelrecht naar een telegraafkantoor, koetsier!"
+
+Holmes verzond een kort telegram, en gedurende het verdere van den rit
+lag hij achterover in het rijtuig met den hoed over den neus gezonken.
+Ons rijtuig hield stil voor een huis, dat veel overeenkomst had met dat,
+hetwelk wij zooeven hadden verlaten. Mijn vriend gelastte den koetsier,
+op ons te wachten en had zijn hand op den klopper, toen de deur openging
+en een deftige jonge man met een erg glinsterenden hoed op 't hoofd op
+de stoep verscheen.
+
+"Is Miss Sarah Cushing te huis?" vroeg Holmes.
+
+"Miss Sarah Cushing is ernstig ongesteld," was 't antwoord. "Sedert
+gisteren deden zich ernstige verschijnselen van een hersenziekte bij
+haar voor. Daar ik haar geneesheer ben, kan ik onmogelijk iemand tot
+haar toelaten en zou u daarom aanraden over een dag of tien terug te
+komen."
+
+Hij trok zijn handschoenen aan, deed de deur achter zich dicht en ging
+de straat op.
+
+"Nu, als het niet kan, dan kan het niet," zeide Holmes, goed gehumeurd.
+
+"Misschien ook had ze u niet veel kunnen of willen vertellen."
+
+"Het was mijn verlangen niet, dat zij mij iets zou vertellen; ik
+wenschte haar alleen te zien. Mijns inziens weet ik nu alles, wat ik
+noodig heb te weten. Rijd ons naar een fatsoenlijk hotel, koetsier, waar
+wij een lunch kunnen gebruiken; daarna zullen wij vriend Lestrade aan
+zijn politiebureau opzoeken."
+
+[Illustratie: Hoever is het naar Wallington?]
+
+Wij gebruikten een eenvoudig doch smakelijk maal; Holmes praatte
+onderwijl over niets anders dan over violen en vertelde met groote
+levendigheid, hoe hij zijn eigen stradivarius, die op zijn minst
+vijfhonderd pond waard was, aan een Joodschen handelaar voor vijf en
+vijftig shillings had verkocht. Dit bracht ons gesprek op Paganini en
+wij zaten een tijdlang gezellig onder een flesch wijn bij elkaar,
+terwijl hij mij de eene anecdote na de andere van dezen buitengewonen
+man vertelde. De namiddag was al voor een groot deel verstreken en de
+hitte had plaats gemaakt voor een meer aangename warmte, toen wij aan
+het politiebureau kwamen. Lestrade wachtte ons aan de deur.
+
+"Er is een telegram voor u, mijnheer Holmes," zeide hij.
+
+"Ha, dat is het antwoord!" Hij scheurde de enveloppe open, zag het
+telegram door en stak het verkreukeld in zijn zak. "'t Is in orde,"
+zeide hij.
+
+"Zijt gij al iets te weten gekomen?"
+
+"Ik weet alles."
+
+"Wat! gij schertst!" sprak Lestrade, hem verbaasd aanziende.
+
+"Ik spreek in vollen ernst. Er is een verschrikkelijke misdaad gepleegd
+en ik geloof, dat ik nu met alle bijzonderheden bekend ben."
+
+"En de misdadiger?"
+
+Holmes schreef een paar woorden op den achterkant van zijn naamkaartje
+en reikte het toen aan Lestrade over.
+
+"Die is het," zeide hij. "Gij kunt niet voor morgen avond op zijn
+vroegst een arrestatie bewerkstelligen. Het zou mij lief zijn, dat gij
+mijn naam niet in verband met deze zaak noemt, daar ik er de voorkeur
+aan geef alleen bij misdaden genoemd te worden, aan wier ontdekking
+eenige moeilijkheid is verbonden. Kom, Watson!"
+
+Wij wandelden naar het station, terwijl Lestrade achterbleef en met een
+verrukt gezicht op het kaartje bleef staren, dat Holmes hem had gegeven.
+
+"Deze zaak," zeide Holmes, toen wij dien avond in onze woning in
+Baker-Street een sigaar zaten te rooken, "is er een, die, om ze goed te
+verklaren, ons noodzaakt uit de gevolgen tot de oorzaken te komen. Ik
+heb Lestrade verzocht ons de bijzonderheden mede te deelen, die ons nu
+nog ontbreken en die hij eerst te weten zal komen, als hij den
+misdadiger in hechtenis heeft genomen. Dat kan hem veilig worden
+toevertrouwd, want ofschoon hij weinig schranderheid bezit, is hij zoo
+vasthoudend als een bulhond, als hij eenmaal weet, wat hij doen moet, en
+het is inderdaad deze taaie volharding, die hem tot de eerste en de
+beste van Scotland Yard heeft gemaakt."
+
+[Illustratie: Jim Browner.]
+
+"Gij zijt dus niet volkomen op de hoogte?" vroeg ik.
+
+"Wat het wezenlijke der zaak betreft, wel. Wij weten, wie de bedrijver
+van de afkeerwekkende misdaad is, ofschoon een van de slachtoffers ons
+nog niet bekend is. Natuurlijk hebt gij uw eigen gevolgtrekking
+gemaakt."
+
+"Ik vermoed, dat het die Jim Browner is, de hofmeester van een
+Liverpoolsche boot, dien gij verdenkt."
+
+"O, 't is meer dan verdenken."
+
+"En toch zie ik slechts enkele vage aanwijzingen."
+
+"Voor mij integendeel is alles volkomen helder. Laat mij u een overzicht
+geven van de hoofdfeiten. Zooals gij weet, hebben wij geheel
+onbevooroordeeld het onderzoek begonnen. Bij ons bestond nog niets, dat
+op een vooraf gevormde meening geleek en dit is in zulke gevallen altijd
+een voordeel. Wij kwamen eenvoudig om waar te nemen en uit onze
+waarnemingen gevolgtrekkingen te maken. Wat zagen wij het eerst? Een
+zeer zachtzinnige en deftige dame, die geheel onschuldig aan eenig
+geheim was; een portret, dat zij mij liet zien, leerde mij, dat zij twee
+zusters had. Het kwam mij onmiddellijk in de gedachte, dat de doos voor
+een van deze beiden bestemd was geweest. Toen gingen wij in den tuin,
+zooals gij u herinnert, en wij zagen den zonderlingen inhoud van de
+kleine gele doos.
+
+Het koord was er een, zooals wordt gebezigd door de zeilmakers aan boord
+van een schip en ik begreep terstond, dat onze nasporingen zich ook tot
+de zee moesten uitstrekken. Toen ik zag, dat het koord was vastgemaakt
+met een zeemansknoop, dat het in een havenstad op de post was bezorgd en
+dat het mannenoor was doorboord voor een oorring, iets dat veel meer bij
+zeelieden voorkomt dan bij andere menschen, was ik zeker, dat al de
+personen uit het treurspel onder den zeemansstand te zoeken waren.
+
+Toen ik het adres van het pakje nauwkeurig bekeek, zag ik, dat het was
+afgezonden aan Miss. S. Cushing. Ofschoon nu de voornaam van de oudste
+zuster met een S. begon, kon het pakje evengoed aan een van de andere
+zusters zijn afgezonden. In dat geval moesten wij onze nasporingen van
+een geheel nieuwe basis beginnen. Daarom ging ik in huis om dit punt tot
+klaarheid te brengen. Juist had ik Miss Cushing verzekerd, overtuigd te
+zijn dat er een vergissing had plaats gehad, toen ik, zooals gij u
+herinnert, plotseling ophield. Ik had onverwachts iets opgemerkt, dat
+mij in de hoogste mate verraste en het veld van ons onderzoek
+aanzienlijk beperkte.
+
+Als medicus weet gij, Watson, dat er geen lichaamsdeel is, dat bij de
+veschillende menschen zooveel verscheidenheid aanbiedt als het
+menschelijk oor. Van geen twee menschen zijn de ooren precies gelijk. In
+het _Anthropological Journal_ van het laatste jaar vindt gij over dit
+onderwerp twee korte opstellen van mijn hand. Ik had daarom de beide
+ooren in de doos met den blik van een deskundige bezien en hun
+anatomische bijzonderheden nauwkeurig opgeteekend. Stel u dus mijn
+verrassing voor, toen ik, Miss Cushing aanziende, opmerkte, dat haar oor
+nauwkeurig overeenkwam met het vrouwenoor, dat ik zooeven had
+bezichtigd. Daar was dezelfde kortheid van de pinna, dezelfde breedte
+van de bovenoorlel, dezelfde ronding van het binnenkraakbeen. In alle
+kenmerkende onderdeelen kwamen de ooren volkomen overeen.
+
+Natuurlijk zag ik terstond het gewicht van deze waarneming in. Het
+slachtoffer is klaarblijkelijk en waarschijnlijk zelfs een zeer naaste
+bloedverwant. Ik begon met haar over haar familie te praten en gij zult
+u herinneren, dat zij ons opeens eenige zeer te waardeeren
+bijzonderheden meedeelde.
+
+In de eerste plaats was de naam van haar zuster Sarah en was haar adres
+voor korten tijd hetzelfde geweest als het hare, zoodat het zeer goed te
+verklaren is, hoe de vergissing kon plaats hebben, en voor wie het
+pakket bestemd was. Vervolgens sprak zij over dien hofmeester, gehuwd
+met de derde zuster, en daarna vernamen wij, dat hij een tijdlang zoo
+goed bevriend met Sarah was geweest, dat deze zelfs naar Liverpool was
+gaan wonen, om meer in de nabijheid der Browners te wezen, doch later
+had een twist verwijdering tusschen hen doen ontstaan. Deze twist had
+zelfs voor eenige maanden alle briefwisseling doen ophouden, zoodat
+ingeval Browner een pakje aan Miss Sarah wilde afzenden, het zeer
+natuurlijk is, dat dit aan haar oude adres geschiedde.
+
+En nu is de zaak zich vrijwel begonnen te ontwarren. Wij hoorden, dat
+Miss Cushing een hofmeester tot schoonbroeder heeft, een ondernemend,
+hartstochtelijk man. Wij hadden reden te gelooven, dat zijn vrouw
+vermoord is geworden en dat een man--vermoedelijk een
+zeeman--tegelijkertijd met haar is vermoord. Natuurlijk kwam
+onmiddellijk de gedachte bij mij op, dat jaloezie de beweegreden tot de
+misdaad was. En waarom zouden deze bewijzen van de daad aan Miss Sarah
+Cushing zijn gezonden? Waarschijnlijk omdat zij tijdens haar verblijf te
+Liverpool de feiten aanbracht, die tot het treurspel de aanleiding
+waren. Gij weet misschien, dat de stoomboot, waarop Browner vaart,
+Belfast, Dublin en Waterford aandoet, zoodat, aangenomen dat de
+hofmeester den moord heeft bedreven en dadelijk daarna met zijn boot, de
+_May Day_, is vertrokken, Belfast de eerste plaats zoude zijn, waar hij
+zijn gruwelijk pakket op de post kon doen.
+
+Tot zoover in mijn gevolgtrekkingen gekomen, was nog een tweede
+oplossing mogelijk, en ofschoon ik die voor onwaarschijnlijk hield, was
+ik besloten, mij dienaangaande zekerheid te verschaffen, alvorens verder
+te gaan. Een ongelukkig minnaar kon Mr. en Mrs. Browner vermoord hebben
+en in dit geval zou het mannenoor dat van den hofmeester Browner zijn.
+Waarschijnlijk was dit niet: maar het bleef mogelijk. Daarom zond ik een
+telegram aan mijn vriend Algar van de Liverpoolsche politie, waarin ik
+hem verzocht te onderzoeken, of Mrs. Browner te huis was en of Browner
+met de _May Day_ was vertrokken. Toen gingen wij naar Wallington om Miss
+Sarah te bezoeken.
+
+Ik was in de eerste plaats nieuwsgierig te zien, in hoever zich de
+familietrek ook in haar ooren vertoonde. Verder zou zij ons natuurlijk
+zeer belangrijke inlichtingen kunnen verstrekken, doch ik maakte mij
+hiervan geen illusie. Zij moest den vorigen dag gehoord hebben van de
+vreeselijke geschiedenis, waar geheel Croydon over sprak en zij alleen
+kon weten, voor wie het pakket bestemd was. Ware zij van plan geweest de
+justitie op het spoor te helpen, dan zou zij zich reeds tot de politie
+gewend hebben. Het was evenwel onze plicht haar op te zoeken. Wij
+bevonden, dat het bericht van de ontvangst van het pakket--want haar
+ziekte dateerde van dat oogenblik--zulk een indruk op haar had gemaakt,
+dat een hersenziekte er het gevolg van was. Het was volkomen duidelijk,
+dat zij ten volle begreep, wat dat pakket beteekende, maar even
+duidelijk was het, dat wij eenigen tijd zouden moeten wachten, aleer zij
+ons bij onze nasporingen van dienst kon zijn.
+
+Wij konden echter haar hulp geheel ontberen. Toen wij aan het
+politiebureau kwamen, lag daar reeds het antwoord van Algar. Niets kon
+meer beslissend zijn. Mrs. Browner's woning was al meer dan drie dagen
+gesloten; haar buren waren van meening, dat zij op reis was naar haar
+familie. Een verder onderzoek bracht aan 't licht, dat Browner aan boord
+van de _May Day_ was vertrokken; morgen avond verwacht ik, dat de boot
+de Theems binnenkomt. Bij zijn aankomst wordt Browner opgewacht door den
+dommen maar vastberaden Lestrade en ik twijfel niet, of wij zullen dan
+bekend worden met alle bijzonderheden van deze afgrijselijke
+geschiedenis."
+
+ * * * * *
+
+Sherlock Holmes werd in zijn verwachtingen niet teleurgesteld. Twee
+dagen later ontving hij een groote enveloppe, die een kort briefje van
+den detective en een met een type-writer beschreven document van
+verscheidene bladzijden inhield.
+
+"Lestrade heeft hem goed en wel gearresteerd," zeide Holmes, mij
+aanziende. "Misschien stelt gij er belang in, te hooren wat hij mij
+schrijft."
+
+[Illustratie: En strekte zijn handen uit voor de boeien.]
+
+"Waarde Mr. Holmes. Overeenkomstig het plan, dat wij ontworpen hadden om
+de proef op onze onderstellingen te nemen--dat "wij" is nog al fijn,
+vindt ge niet, Watson?--ging ik gisteren morgen om zes uur naar het
+Albert-dok aan boord van de _May Day_ van de Liverpool, Dublin en Londen
+Stoom-Pakketvaart-Maatschappij. Bij mijn onderzoek vond ik, dat zich een
+hofmeester met name James Browner aan boord bevond en dat deze zich
+gedurende de reis zoo zonderling had gedragen, dat de kapitein
+genoodzaakt was geweest hem van zijn werk te ontheffen. In zijn hut
+gekomen, vond ik hem op een kist zitten, het hoofd op de handen
+steunende en herhaaldelijk heen en weer schuddende. 't Is een groote,
+sterke man, glad geschoren en zeer donker. Toen hij hoorde, wat mijn
+beroep was, sprong hij overeind en ik bracht mijn fluitje aan de lippen,
+om een paar agenten van de rivier-politie te hulp te roepen; maar hij
+scheen geheel versuft en strekte zijn handen uit voor de boeien. Wij
+brachten hem naar de gevangenis en evenzoo zijn koffer, want wij
+dachten, dat zich daarin wel iets zou bevinden, dat op de misdaad
+betrekking had, maar behalve een groot scherp mes, zooals de meeste
+zeelieden hebben, vonden wij niets bijzonders. Wij gelooven evenwel geen
+bewijzen meer noodig te hebben, want toen hij voor den inspecteur op het
+politiebureau was gebracht, vroeg hij verlof een verklaring af te
+leggen, die natuurlijk onmiddellijk door een stenograaf werd
+opgeteekend. Wij lieten met de type-writer drie afschriften maken,
+waarvan ik u er een zend. De uitkomst bewijst, dat de zaak, zooals ik
+wel dacht, zeer eenvoudig was, maar ik ben u intusschen zeer dankbaar
+voor uw hulp bij mijn nasporing. Na vriendelijke groeten, uw toegenegen
+
+ G. LESTRADE."
+
+"Hum! Het onderzoek was inderdaad zeer eenvoudig, maar zoo dacht hij er
+niet over, toen hij onze hulp vroeg," zei Holmes. "Laten wij evenwel
+eens zien, wat Jim Browner zelf heeft te zeggen. Dit is zijn verklaring,
+zooals die is afgelegd voor den inspecteur Monthomery aan het
+Shadwell-politiebureau en het heeft het voordeel woordelijk te zijn.
+
+"Heb ik iets te zeggen? Ja, ik heb veel te zeggen. Ik moet mijn gemoed
+volkomen uitstorten. Gij moogt mij ophangen of mij gevangen zetten. Het
+kan mij niemendal schelen, wat gij met mij doet. Ik zeg u, dat ik nog
+geen minuut geslapen heb sinds ik het deed, en ik geloof niet, dat ik
+ooit weer slapen zal, tot ik sterf. Soms is het zijn gezicht, maar
+meesttijds is het dat van haar. Ik heb altijd een van beiden voor mij.
+Hij ziet mij aan met gefronste wenkbrauwen en donkere gelaatstrekken;
+maar zij heeft een soort verbazing op haar gelaat. Ach, het witte lam
+mocht wel verbaasd kijken, toen zij haar dood las op een gelaat, dat
+haar nooit anders dan met liefde had aangezien.
+
+Maar het was de schuld van Sarah en moge de vloek van een gebroken man
+ongeluk over haar brengen en haar het bloed in de aderen doen verdrogen!
+Niet dat ik mij zelf wensch schoon te wasschen. Ik weet, dat ik weer aan
+mijn drankzucht begon toe te geven, beest dat ik was. Doch _zij_ zou het
+mij vergeven hebben; zij zou mij op mijn weg hebben gestuit, als een
+touw een hijschblok, als die andere vrouw nooit onzen drempel had
+betreden. Want Sarah Cushing beminde mij--dat is de oorzaak van de
+geschiedenis;--zij beminde mij, tot haar liefde in giftigen haat
+verkeerde, toen zij wist, dat ik meer dacht aan den voetstap van mijn
+vrouw in het slijk, dan aan haar geheele lichaam en ziel.
+
+Ze waren drie zusters. De oudste was een goedhartige oude vrouw, de
+tweede een duivelin en de derde een engel. Sarah was drie en dertig jaar
+en Mary negen en twintig, toen ik trouwde. Wij, Mary en ik, waren, toen
+wij onze huishouding opzetten, gelukkig met elkaar van den morgen tot
+den avond en in gansch Liverpool was er geen betere vrouw dan mijn Mary.
+En toen verzochten wij Sarah een week bij ons te komen; en die week werd
+een maand en zij bleef nog langer, totdat het scheen, alsof zij tot ons
+gezin behoorde.
+
+Ik was in dien tijd vlijtig en oppassend en wij legden wat geld over en
+alles liet zich zoo mooi aanzien als een nieuwe munt. Mijn God, wie zou
+gedacht hebben, dat het zoover zou komen? Wie zou het hebben kunnen
+droomen?
+
+Ik was dikwijls op 't eind van de week te huis en soms, als de boot wat
+lang moest blijven liggen, om lading in te nemen, was ik wel eens een
+geheele week te huis en zoo zag ik mijn schoonzuster Sarah ook veel. Zij
+was een mooie, groote vrouw, donker, vlug en hartstochtelijk, met
+trotsche houding en een schittering in haar oog als de vonk uit een
+vuursteen. Doch als de kleine Mary er was, dacht ik nooit aan haar, dat
+is zoo waar als ik op Gods genade hoop.
+
+Het heeft mij soms toegeschenen, dat zij alleen met mij wenschte te
+zijn, of dat zij mij wenschte over te halen, een wandeling met haar te
+doen, maar het kwam mij nooit in de gedachte, zoo iets te doen. Doch op
+zekeren avond gingen mij de oogen open. Toen ik van de boot kwam, was
+mijn vrouw uit, maar Sarah te huis. "Waar is Mary?" vroeg ik. "O, die is
+uitgegaan, om eenige rekeningen te betalen." Ik was onrustig en liep de
+kamer op en neer. "Kan je geen vijf minuten zonder Mary gelukkig zijn,
+Jim?" zeide zij. "Het is geen compliment voor mij, dat gij zelfs zoo'n
+korten tijd niet met mijn gezelschap tevreden kunt wezen."
+
+"Ik heb niets op je tegen, kindjelief," zeide ik, haar vriendelijk mijn
+hand toestekende. Zij greep ze dadelijk met beide handen, die brandden,
+alsof zij de koorts had. Ik zag haar in de oogen en daarin las ik alles.
+Geen van ons beiden zei een woord. Ik fronste de wenkbrauwen en trok
+mijn hand terug. Toen stond zij zwijgend naast mij, stak haar hand
+omhoog en klopte mij op den schouder. "Standvastige, oude Jim!" zeide
+zij; en lachend, met een klank van teleurstelling, liep zij de kamer
+uit.
+
+[Illustratie: Zij greep ze dadelijk met beide handen.]
+
+Van dat oogenblik haatte Sarah mij met haar gansche hart en ziel, en zij
+is een vrouw, die kan haten. Ik was een dwaas, dat ik toestond dat zij
+bij ons bleef, een groote dwaas; maar ik zei nooit iets tegen Mary, want
+ik wist, dat het haar zou grieven. De zaken gingen weer haar gewonen
+gang, maar na eenigen tijd begon ik op te merken, dat er bij Mary zelf
+een verandering plaats vond. Zij was altijd zoo vertrouwelijk en zoo
+vriendelijk-onschuldig geweest, maar nu werd zij argwanend en gedroeg
+zich vreemd tegenover mij; zij wilde telkens weten, waar ik was geweest
+en wat ik had gedaan en van wie ik brieven ontving en wat ik in mijn
+zakken had en meer van die dwaasheden. Zij werd bij den dag zonderlinger
+en driftiger en we hadden zonder oorzaak twist over de nietigste zaken.
+Ik werd er geheel door verbijsterd, Sarah meed mij nu, maar zij en Mary
+waren in dezen tijd onafscheidelijk. Nu eerst zie ik, hoe zij
+samenspande en mijn vrouw tegen mij opzette, maar destijds was ik zoo'n
+blinde tor, dat ik daar niets van begreep. Toen verbrak ik mijn belofte
+om niet meer te drinken en gaf mij weer aan misbruik van sterken drank
+over, doch ik geloof niet, dat ik dit gedaan zou hebben, als Mary
+dezelfde van vroeger voor mij was geweest. Zij had nu reden om boos op
+mij te wezen, en de klove werd met den dag wijder. En toen kwam Alex
+Fairbaim in het spel en werden de zaken duizendmaal erger.
+
+Eerst bezocht hij ons alleen om Sarah te spreken, maar spoedig kwam hij
+om ons. Het was een innemend man, die zich vrienden verwierf, overal
+waar hij kwam. Hij was een snoever, schrander, iemand die de halve
+wereld had gezien. Het was een aangenaam man in gezelschap, dat wil ik
+niet ontkennen en voor een zeeman had hij wonderlijk beschaafde
+manieren, zoodat ik geloof, dat er een tijd was, dat hij meer van de
+kajuit dan van den bak wist. Een maand liep hij bij mij in en uit, en
+nooit kwam het mij in de gedachte, dat er uit zijn bezoeken iets kwaads
+kon voortkomen. Op 't laatst werd ik wantrouwend en van dat oogenblik
+was mijn rust verdwenen.
+
+Het was evenwel slechts een nietige zaak. Ik kwam onverwacht de
+voorkamer binnen en in de deur komende zag ik een glans van tevredenheid
+op mijn vrouws gelaat. Doch toen zij zag, dat ik het was, die
+binnenkwam, verdween die glans en maakte plaats voor een blik van
+teleurstelling. Dat was mij genoeg. Niemand dan Alex Fairbaim was het,
+wiens stap zij gemeend had te hooren. Als ik hem toen had gezien, zou ik
+hem vermoord hebben, want ik was altijd een dolleman, als mijn drift was
+opgewekt. Mary zag het onheilspellend licht in mijn oogen en zij kwam op
+mij toe en legde haar hand op mijn arm:
+
+"Niet doen, Jim," zeide zij, "niet doen!"--"Waar is Sarah?" vroeg
+ik.--"In de keuken," was het antwoord.--"Sarah," zeide ik binnenkomende,
+"deze Fairbaim moet bij mij nooit weer over den drempel komen."--"Waarom
+niet?" vroeg zij.--"Omdat ik het zoo wil."--"Och, als mijn vrienden niet
+goed genoeg voor dit huis zijn, dan ben ik er ook niet goed genoeg
+voor," zeide zij.--"Ge kunt doen wat ge verkiest," gaf ik ten antwoord,
+"maar als Fairbaim zich hier weer vertoont, zal ik u een van zijn ooren
+als een aandenken zenden." Mijn gezicht joeg haar, geloof ik, schrik
+aan, want zij gaf mij geen antwoord en nog dienzelfden avond verliet zij
+mijn huis.
+
+Was het een duivelachtige trek in het karakter van deze vrouw of wilde
+zij mij tegen Mary opzetten, door haar tot een slecht gedrag te
+verleiden; wat hiervan moge zijn, zij huurde twee straten verder een
+huis en verhuurde daarvan kamers aan zeelieden. Fairbaim placht bij haar
+te vertoeven, als hij van zijn reizen terugkwam en Mary ging er heen om
+met haar zuster en hem te drinken. Hoe dikwijls zij er heen ging, weet
+ik niet, doch op zekeren dag volgde ik haar, en juist toen ik
+binnenkwam, ontsnapte Fairbaim over den tuinmuur, lafbek die hij was. Ik
+zwoer mijn vrouw, haar te zullen vermoorden, als ik haar weer in zijn
+gezelschap aantrof en nam haar mee naar huis, snikkende en bevende en
+wit als een stuk papier. Van dit oogenblik af was er geen zweem van
+liefde meer tusschen ons. Ik zag, dat zij mij haatte en vreesde en als
+de gedachte daaraan mij tot drinken dreef, verachtte zij mij.
+
+Sarah vond het leven te Liverpool niet aangenaam meer en zij vertrok,
+naar ik dacht, om weer met haar zuster te Croydon samen te wonen en te
+huis sukkelden de zaken voort, als in den laatsten tijd. En toen kwam
+deze laatste week met al haar ellende en ongeluk.
+
+Het gebeurde zoo. Wij waren met de _May Day_ vertrokken voor een reis
+van zeven dagen, maar de boot had averij bekomen, zoodat wij in de haven
+moesten terugkeeren. Ik ging van boord naar huis, denkende, dat het voor
+mijn vrouw een heele verrassing zoude zijn en zij nog blijde zou wezen,
+nu ik zoo spoedig terugkwam; doch juist toen ik de straat insloeg, waar
+ik woonde, kwam daar een cab voorbij en daarin zat mijn vrouw naast
+Fairbaim en de twee praatten en lachten zonder een enkele gedachte aan
+mij en daar stond ik nu op den weg te kijken.
+
+Van dat oogenblik was ik mij zelf geen meester meer en het komt mij
+alles als een verwarde droom voor, als ik er aan denk. Ik had ook kort
+geleden veel gedronken en deze beide zaken te zamen brachten mij geheel
+van streek. Ik voel nu een kloppen in mijn hoofd als van een smidshamer,
+maar op dien morgen was het een razen en bruisen in mijn hersenen als
+van de Niagara.
+
+Een oogenblik stond ik besluiteloos; toen snelde ik de cab achterna. Ik
+had een zwaren eikenhouten stok in de hand. Zij stapten weldra uit aan
+het spoorwegstation. Daar stonden veel menschen voor het loket en zoo
+kon ik hen dicht naderen zonder door hen gezien te worden. Zij namen
+kaartjes voor New-Brighton. Ik deed eveneens en stapte in een
+spoorweg-coupé drie rijtuigen achter de hunne. Toen zij het doel van hun
+tocht hadden bereikt, wandelden zij langs de parade, en ik zorgde er
+voor nooit meer dan een honderd el van hen af te wezen. Ten laatste zag
+ik hen een boot huren om een roeitochtje te maken; want het was een zeer
+warme dag en zij dachten ongetwijfeld, dat het op het water koeler zou
+wezen.
+
+Het was of zij in mijn handen waren overgeleverd. Er hing een lichte
+mist over het water, zoodat men maar een paar honderd el ver kon zien.
+Ik huurde een boot voor mij alleen en roeide hen achterna. Ik kon het
+zog van hun vaartuigje zien; maar zij voeren bijna even snel als ik en
+zij waren zeker wel een mijl van de kust, toen ik hen inhaalde. De mist
+was als een gordijn rondom ons en wij drieën bevonden ons in de ruimte
+door dat gordijn ingesloten. Mijn God, zal ik ooit de uitdrukking op hun
+gezicht vergeten, toen zij zagen wie er in de boot was, die op hen
+invoer?
+
+[Illustratie: bracht ik hem met een zwaren stok een slag toe.]
+
+Zij gaf een luiden gil. Hij vloekte als een dolle en stiet met een riem
+naar mij; hij las zijn doodvonnis in mijn oogen. Met mijn linkerhand
+greep ik den riem vast en met de andere hand bracht ik hem met mijn
+zwaren stok een slag op zijn hoofd toe, dat zijn schedel vermorzeld werd
+als een ei. Ik zou haar misschien gespaard hebben niettegenstaande mijn
+vreeselijke woede; maar zij sloeg haar armen rond zijn hals onder het
+luide uitroepen van zijn naam: Alex. Ik sloeg nog eens en zij lag dood
+naast hem. Toen was ik als een wild dier, dat bloed geproefd heeft. Was
+Sarah daar geweest, zij zou hetzelfde lot hebben ondergaan. Ik haalde
+mijn mes voor den dag en... ik heb genoeg gezegd, het gaf mij een woest
+genot, toen ik dacht, hoe Sarah, als zij zulke bewijzen van mijn daad
+ontving, zou gevoelen wat haar bemoeizucht had teweeggebracht. Toen bond
+ik de lijken in de boot, stiet een plank los en liet zoo de boei met de
+lijken er in zinken. Ik wist wel, dat de eigenaar van de boot zou
+denken, dat zij uit den koers geraakt en naar zee zouden zijn gedreven.
+Ik knapte mij wat op, ging weer aan land en kwam weer aan boord, zonder
+dat iemand ter wereld kon vermoeden, wat er had plaats gevonden. Dien
+nacht maakte ik het postpakket voor Sarah Cushing klaar en den volgenden
+dag verzond ik het van Belfast.
+
+Daar hebt ge nu de geheele waarheid. Ge moogt mij ophangen of met mij
+doen, wat u goeddunkt, doch gij kunt me niet zoo zwaar straffen, als ik
+reeds gestraft ben. Ik kan mijn oogen niet sluiten of ik zie de twee
+gezichten mij aanstaren, zooals op het oogenblik, toen mijn boot op hen
+aanvoer. Ik vermoordde hen vlug, maar zij vermoorden mij nu langzaam en
+zoo ik nog den nacht beleef, zal ik toch voor morgen dood of krankzinnig
+zijn. Ge zult me toch niet alleen in een cel opsluiten, mijnheer? Doe
+het niet als ik u om medelijden mag smeeken, en moogt gij op den dag van
+uw doodsstrijd behandeld worden, zooals gij mij nu behandelt."
+
+"Wat zegt gij er van, Watson?" zei Holmes, toen hij het papier uit de
+hand legde. "Waartoe dient nu al deze ellende, dat geweld en die angst?
+De Voorzienigheid zal daarmee een doel willen bereiken, of anders zou de
+wereld geregeerd worden door een noodlot en dat mogen we niet aannemen.
+Maar welk doel? Hier staan we nu voor een raadsel, van welks oplossing
+het menschelijk verstand nog even ver verwijderd is als ooit te voren,
+en dat ons misschien nooit opgelost zal worden."
+
+
+
+
+III.
+
+De klerk van den effectenhandelaar.
+
+
+Korten tijd na mijn huwelijk had ik een praktijk in het district
+Paddington gekocht. De oude Dr. Farquhar, van wien ik die overnam, had
+in zijn tijd een uitgebreide praktijk gehad, doch op gevorderden
+leeftijd was die zeer verminderd, hoofdzakelijk ten gevolge van een
+kwaal, waaraan hij leed, een soort St. Vitusdans. Het publiek denkt
+gewoonlijk, dat iemand, die eens anders kwalen wil genezen, zelf gezond
+moet zijn en het wantrouwt den geneesheer, die geen geneesmiddelen kent
+voor zijn eigen ziekte. Zoo was ook, naarmate mijn voorganger zwakker
+werd, het aantal zijner patiënten afgenomen, tot het in 't laatst
+geslonken was van ongeveer twaalfhonderd tot weinig meer dan driehonderd
+in 't jaar. Ik vertrouwde evenwel op mijn jeugd en geestkracht en was
+overtuigd in weinig jaren wel een bloeiende praktijk te kunnen krijgen.
+
+Gedurende de eerste drie maanden, nadat ik mij in Paddington gevestigd
+had, zag ik weinig van mijn vriend Sherlock Holmes, want ik had het te
+druk, om hem in Baker-Street te bezoeken en hij zelf ging zelden anders
+uit dan waar zijn beroep hem riep. Ik was daarom verrast, op zekeren
+morgen in Juni, terwijl ik na het ontbijt het _British Medical Journal_
+zat te lezen, de deurschel te hooren overgaan en kort daarna de luide
+stem van mijn vriend in de gang te vernemen.
+
+"Hé, mijn beste Watson," zeide hij, de kamer binnenkomende, "het doet
+mij recht veel genoegen u te zien. Mevrouw Watson is zeker ook
+welvarend?"
+
+"Dank u, we zijn beiden zeer wel," zeide ik, hem met warmte de hand
+drukkend.
+
+"En ik mag alzoo hopen," vervolgde hij, nadat hij in den schommelstoel
+was gaan zitten, "dat de beslommeringen van uw geneeskundige praktijk de
+belangstelling, die gij vroeger in onze kleine problemen steldet, niet
+geheel uitgedoofd hebben."
+
+"Integendeel; nog gisteren avond zag ik mijn oude aanteekeningen in en
+was ik bezig enkele van onze laatste oplossingen te rangschikken," gaf
+ik ten antwoord.
+
+"Ik vertrouw, dat gij uw verzameling nog niet als gesloten beschouwt."
+
+"Volstrekt niet; niets zou ik liever wenschen, dan ze nog met een paar
+verhalen aan te vullen."
+
+"Vandaag bijvoorbeeld?"
+
+"Ja, vandaag als ge wilt."
+
+"En zoudt ge er zelf voor naar Birmingham willen reizen?"
+
+"Zeker, als ge het wenscht."
+
+"En uw praktijk?"
+
+"Ik neem die van mijn buurman waar, als hij op reis is; hij is dus ook
+altijd bereid de mijne waar te nemen."
+
+"Beter kon het niet treffen," zeide Holmes, in zijn stoel achterover
+leunende en mij van onder zijn halfgesloten oogleden scherp aanziende.
+"Ik merk, dat gij de laatste dagen ongesteld waart. Een verkoudheid in
+den zomer grijpt iemand altijd erg aan."
+
+"Ik moest de vorige week een paar dagen om een zeer erge verkoudheid te
+huis blijven; maar ik dacht, dat men nu niets meer aan mij kon zien."
+
+"Dat is zoo. Ge ziet er nu weer erg sterk uit."
+
+"Hoe wist gij het dan?"
+
+"Mijn waarde vriend, gij kent mijn methode."
+
+"Gij leidt het dus af uit hetgeen gij ziet?"
+
+"Zeker."
+
+"En waaruit dan?"
+
+"Uit uw muilen."
+
+Ik keek naar de nieuwe patent lederen, die ik droeg.
+
+"Hoe in 's hemels naam....?" begon ik; doch Holmes voorkwam mijn vraag.
+
+"Uw muilen zijn nieuw," zeide hij. "Gij kunt ze niet langer dan een paar
+weken gehad hebben. De zolen, die gij mij op dit oogenblik toekeert,
+zijn licht geschroeid. Een oogenblik dacht ik, dat ze nat geweest konden
+zijn en bij het drogen te dicht bij het vuur gehouden. Maar bij de wreef
+zit een klein rond papiertje met het merk van den winkelier er op.
+Vochtigheid zou dit papiertje natuurlijk hebben losgemaakt. Ge hebt dus
+met uw voeten naar het vuur uitgestrekt gezeten, wat een man zelfs in
+zulk een vochtige Junimaand, als wij nu hebben, niet zou doen, als hij
+volkomen gezond was."
+
+Als al de redeneeringen van Holmes, was de zaak, nu ze eerst verklaard
+werd, zeer eenvoudig. Hij las mijn gedachten op mijn gelaat en zijn
+glimlach was niet vrij van bitterheid.
+
+"Ik ben bang, dat ik mij zelf bij dat verklaren een beetje weggooi,"
+zeide hij. "Gevolgen te noemen zonder oorzaken maakt veel meer indruk.
+Zijt gij gereed mee naar Birmingham te gaan?"
+
+"Zekerlijk, wat is er aan de hand?"
+
+"Gij zult alles in den trein hooren. Mijn cliënt wacht mij buiten in een
+rijtuig. Kunt gij terstond medegaan?"
+
+"Wacht nog slechts een oogenblik." Ik schreef een briefje aan mijn
+buurman, ging de trap op om mijn vrouw de zaak te vertellen en voegde
+mij op de stoep weer bij Holmes.
+
+"Uw buurman is een dokter, niet waar?" zeide hij, op de koperen
+deurplaat wijzende.
+
+"Ja. Hij nam de praktijk van een gevestigden geneesheer over, evenals
+ik."
+
+"Een oude zaak?"
+
+"Even oud als die van mij; beide waren er gevestigd sedert de huizen
+gebouwd zijn."
+
+"Dan hebt gij de drukst beklante gekocht."
+
+"Dat geloof ik ook. Maar hoe weet gij dat?"
+
+"Dat zie ik aan de stoeptreden, mijn vriend. De uwe zijn drie duim
+dieper uitgesleten.--Die heer daar in de cab is mijn cliënt, Mr. Hall
+Pycroft. Vergun mij u aan hem voor te stellen.--Leg de zweep er over,
+koetsier, want wij moeten ons haasten, willen we op tijd aan den trein
+wezen."
+
+De man, aan wien ik werd voorgesteld, was een gezonde, flink gebouwde
+jonge man met een eerlijk, open gelaat en een dunnen, gedraaiden rossen
+knevel. Hij droeg een glanzigen zijden hoed en een mooi, eenvoudig zwart
+costuum, hetgeen hem een voorkomen gaf van een jongen schranderen
+City-man, wat hij inderdaad was en wel behoorende tot hen, die met den
+naam Cockneys worden aangeduid. Dit neemt niet weg, dat zij onze
+voortreffelijkste vrijwilligers-regimenten vormen en de krachtigste
+jonge mannen en de beste sportlui van geheel Engeland zijn. Zijn rond,
+blozend gelaat had veel natuurlijke vriendelijkheid, doch de hoeken van
+zijn mond vertoonden een trek van droefgeestigheid. Eerst toen wij in
+onze coupé eerste klasse zaten en goed en wel op reis naar Birmingham
+waren, vernam ik om welke moeilijkheid hij de hulp van Sherlock Holmes
+had ingeroepen.
+
+"Wij rijden nu een zeventig minuten aan een stuk door. Ge zoudt me dus
+een genoegen doen, met aan mijn vriend uw belangwekkende geschiedenis te
+vertellen," zei Holmes. "Liefst even nauwkeurig als gij ze mij hebt
+verteld en zoo mogelijk nog meer in bijzonderheden. Het zal mij ook
+nuttig zijn, de verschillende feiten nog eens te hooren. Het is een
+geval, Watson, waarin veel kan zitten en dat eveneens niets kan
+beteekenen, doch in elk geval die ongewone trekken vertoont, waarvan gij
+evenveel houdt als ik."
+
+De jonge man zag mij aan met een onrustige flikkering in zijn oogen.
+
+"Het ergste van de geschiedenis is," zeide hij, "dat ik mij zeer dwaas
+heb gedragen. Natuurlijk kan alles nog goed afloopen en ik zie niet in,
+dat ik anders had kunnen handelen. Ik munt niet uit in de kunst van
+vertellen, mijnheer Watson, maar gij zult het daarmee zeker zoo nauw
+niet nemen.
+
+Ik had een betrekking bij de firma Coxon and Woodhouse van Draper's
+Gardens, maar vroeg in het voorjaar gingen zij, zooals gij u
+ongetwijfeld herinnert, failliet. Ik was vijf jaar bij hen geweest en de
+oude Coxon gaf mij, toen de slag kwam, een goed getuigschrift; maar
+natuurlijk werden wij, klerken, zeven en twintig in getal, aan den dijk
+gezet. Ik probeerde hier en probeerde daar, maar tal van andere klerken
+meldden zich voor dezelfde betrekkingen aan en ik zat een langen tijd op
+zwart zaad. Op Coxon's kantoor had ik drie pond per week verdiend en er
+ongeveer zeventig bespaard, maar spoedig waren die opgeteerd. Ik wist op
+'t laatst geen raad meer en kon nauwelijks de postzegels betalen om op
+advertentiën te schrijven of de enveloppe, waarop ik ze moest plakken.
+Mijn schoenen had ik versleten door het vele opklimmen van
+kantoortrappen en ik scheen nog even ver van een betrekking als ooit.
+
+Eindelijk hoorde ik, dat er een plaats vacant was op het kantoor van
+Mawson and Williams, de groote effectenmakelaars in Lombard-Street. Ik
+kan u zeggen, dat dit een der rijkste huizen in Londen is. De
+advertentie behoefde slechts met een brief beantwoord te worden. Ik zond
+mijn getuigschrift en sollicitatiebrief in, zonder evenwel de minste
+hoop te koesteren de betrekking te krijgen. Tot mijn verrassing echter
+ontving ik een antwoord, waarin mij werd gemeld, dat ik den volgenden
+Maandag in functie kon treden, zoo mijn voorkomen mocht bevallen.
+Niemand weet, hoe het met zulke dingen gaat. Sommige lieden zeggen, dat
+de directeur de hand in den hoop sollicitatiebrieven steekt en er maar
+een op goed geluk uitneemt. De getrokkene krijgt de betrekking. Maar wat
+hiervan moge zijn, ik had nu het buitenkansje en was zoo gelukkig als 't
+maar kon. De betrekking gaf mij nog een pond per week meer dan die ik
+had gehad en mijn werkzaamheden waren er dezelfde.
+
+En nu kom ik tot het wonderlijkste gedeelte van de geschiedenis. Ik had
+mijn kamers in Hampstead No. 17. Potter's Terrace was het adres. Ik zat
+denzelfden avond, nadat mij de betrekking was beloofd, op mijn kamer te
+rooken, toen mijn hospita met een visitekaartje binnenkwam, waarop ik:
+"Arthur Pinner, financieel agent," las. Ik had dien naam nooit te voren
+gehoord en kon mij niet voorstellen, wat de bezitter daarvan van mij kon
+wenschen; maar natuurlijk verzocht ik haar, hem boven te laten komen.
+Hij kwam binnen. Het was een man van middelmatige lengte, met donkere
+haren, donkere oogen en zwarten baard en iets glimmenden neus. Hij had
+levendige manieren en sprak vlug, als iemand, die de waarde van den tijd
+kent.
+
+"Mijnheer Hall Pycroft, geloof ik?" zeide hij.
+
+"Ja, mijnheer," was mijn antwoord en ik schoof hem een stoel toe.
+
+"Den laatsten tijd in betrekking bij de firma Coxon and Woodhouse, niet
+waar?"
+
+"Ja, mijnheer."
+
+"En nu op de lijst van Mawson's personeel."
+
+"Precies."
+
+"Wel, ik moet u iets mededeelen. Men heeft mij eenige buitengewone
+staaltjes van uw bekwaamheid op financieel gebied verteld. Ge herinnert
+u zeker den heer Parker, die een tijdlang directeur bij de firma Coxon
+and Woodhouse was. Hij raakt nooit over u uitgepraat."
+
+Natuurlijk verheugde het mij dit te hooren. Ik was altijd nog al
+schrander in kantoorzaken geweest, maar had nooit gedroomd, dat men er
+in de City over zou spreken.
+
+"Hebt gij een goed geheugen?" vroeg hij.
+
+"Zoo tamelijk," gaf ik nederig ten antwoord.
+
+"Zijt gij eenigszins op de hoogte gebleven van de beurs, terwijl gij
+buiten betrekking waart?"
+
+"Ja, ik lees elken morgen de effectenlijst."
+
+"Nu, dat bewijst, dat gij wezenlijk hart voor uw vak hebt. Dat is de weg
+om vooruit te komen. Gij zult mij niet kwalijk nemen, als ik u op de
+proef stel. Laten wij eens zien. Hoe staan de Ayrshire-aandeelen?"
+
+"Honderd zes en een kwart tot honderd vijf en zeven achtste," antwoordde
+ik.
+
+"En de geconsolideerde Nieuw-Zeeland-obligatiën?"
+
+"Honderd en vier."
+
+"Wonderlijk, wonderlijk," riep hij uit, de handen in elkaar slaande.
+"Dat komt overeen met wat ik gehoord heb. Jongen, gij zijt veel te goed
+voor klerk op het kantoor van Mawson."
+
+Deze woorden verbaasden mij, zooals gij kunt denken.
+
+"Andere lieden hebben niet zoo'n hoogen dunk van mij als gij, mijnheer
+Pinner. Ik had een harden kamp genoeg, deze betrekking te krijgen en ben
+wat blij, dat ik ze heb."
+
+"Wel, vriend, gij zijt daar te goed voor. Gij zijt niet in uw ware
+omgeving. Nu zal ik u zeggen, hoe de zaken staan. Wat ik u heb aan te
+bieden is weinig in vergelijking met uw groote bekwaamheden, maar
+vergeleken met de betrekking bij Mawson is het licht tegen donker.
+Laten we eens zien. Wanneer gaat ge naar Mawson?"
+
+"Maandag."
+
+"Ha, ha, ik zou durven wedden, dat gij daar niet heen gaat."
+
+"Niet bij Mawson op 't kantoor gaan?"
+
+"Neen, mijnheer. Want Maandag zult gij directeur wezen van de
+Franco-Midland-IJzerwaren-Maatschappij met haar honderd vier en dertig
+depôts in de steden en dorpen van Frankrijk, zonder nog die te Brussel
+en San Remo mede te rekenen."
+
+Ik stond geheel verbijsterd. "Ik heb nooit van die Maatschappij
+gehoord," zeide ik.
+
+"Zeer waarschijnlijk niet. Het is met de oprichting zeer stil in zijn
+werk gegaan; want voor het kapitaal was onderhands ingeteekend en de
+Maatschappij belooft te groote voordeelen, om het groote publiek er in
+te betrekken. Mijn broer Harry Pinner is President-commissaris en
+verbindt zich met den Raad van Beheer, nadat een besturend directeur is
+aangesteld. Hij wist, dat mijn weg hierheen voerde en verzocht mij een
+flinken man te zoeken, goedkoop en tevens jong, voortvarend en met veel
+handigheid. Parker sprak mij over u en daarom ben ik hier gekomen. Wij
+kunnen u slechts een poovere vijfhonderd pond aanbieden als een begin."
+
+"Vijfhonderd pond in 't jaar!" riep ik.
+
+"Zooveel slechts om mee te beginnen, maar gij ontvangt bovendien nog een
+commissieloon van 1 pCt. van alle zaken, welke door uw agenten worden
+gedaan en gij kunt mij op mijn woord gelooven, dat dit nog meer bedraagt
+dan uw geheele salaris."
+
+"Maar ik heb in 't geheel geen verstand van ijzerwaren."
+
+"St! mijn jongen, ge hebt verstand van cijfers."
+
+Het gonsde in mijn hoofd; ik kon ternauwernood op mijn stoel zitten.
+Plotseling kwam er een kleine twijfel bij mij op.
+
+"Ik wil openhartig met u spreken," zeide ik. "Mawson betaalt mij slechts
+tweehonderd pond, maar Mawson is zeker. En omtrent uw Maatschappij weet
+ik zoo weinig, dat...."
+
+"Ha, zeer schrander gesproken!" riep hij als in verrukking. "Gij zijt de
+rechte man voor ons. Gij laat u niet ompraten en hebt gelijk ook. Nu, ik
+heb een banknoot van honderd pond bij mij en als gij denkt, dat wij
+zaken kunnen doen, moogt ge die beschouwen als een voorschot op uw
+salaris."
+
+"Dat is heel mooi. Wanneer kan ik mijn nieuwe betrekking aanvaarden?"
+antwoordde ik.
+
+"Kom morgen om één uur in Birmingham. Ik heb een briefje in mijn zak,
+dat gij voor mijn broer aldaar kunt medenemen. Gij zult hem vinden in de
+Corporation-Street 129 B, waar de kantoren van de Maatschappij tijdelijk
+zijn gevestigd. Natuurlijk moet hij uw aanstelling bekrachtigen, maar
+tusschen ons beiden is alles in orde."
+
+"Waarlijk, ik weet niet, hoe ik u mijn dankbaarheid zal betuigen,
+mijnheer Pinner," zeide ik.
+
+"Volstrekt onnoodig, mijn jongen. Gij krijgt enkel, wat gij verdient. Er
+zijn nog slechts een paar kleine zaakjes--bloote formaliteiten--die ik
+met u moet regelen. Gij hebt daar een stukje papier naast u liggen. Wees
+zoo vriendelijk daarop te schrijven: "Ik ben volkomen bereid, als
+directeur op te treden van de Franco-Midland-IJzerwaren-Maatschappij op
+een minimum-salaris van 500 pond sterling 's jaars.""
+
+Ik deed, wat hij mij vroeg en hij stak het stukje papier in zijn zak.
+
+"Nog iets. Wat zijt gij nu voornemens te doen in zake de betrekking bij
+Mawson?"
+
+Ik had in mijn vreugde in 't geheel niet meer aan Mawson gedacht. "Ik
+zal schrijven, dat ik van de betrekking afzie," gaf ik ten antwoord.
+
+"Dat zou ik juist niet willen hebben. Ik heb twist over u gehad met den
+directeur van de firma Mawson. Ik had hem naar u gevraagd, hij was zeer
+beleedigend in zijn antwoorden en zei, dat het mij er om te doen was, u
+van hem weg te troggelen en meer dergelijke dingen. Ten laatste verloor
+ik mijn geduld. "Als gij knappe menschen in uw dienst wilt hebben, moet
+gij hen goed bezoldigen," zeide ik. "Hij neemt liever een klein salaris
+aan van ons dan een groot van u," antwoordde hij. "Ik wed met u, dat als
+hij ons aanbod aanneemt, gij nooit meer iets van hem zult hooren," zei
+ik nu. "Aangenomen; wij raapten hem van de straat op en hij zal niet zoo
+ondankbaar zijn, ons terstond in den steek te laten," antwoordde mijn
+concurrent. Dat waren zijn laatste woorden."
+
+"Die onbeschaamde vlegel," bulderde ik nu. "Ik heb hem nooit in mijn
+leven gezien. Waarom zou ik hem ontzien? Zeer zeker zal ik hem niet
+schrijven, als gij dit liever hebt."
+
+"Goed. Ik houd mij aan die belofte," zei mijn bezoeker, van zijn stoel
+opstaande. "Ik ben verrukt, zulk een flinken man voor mijn broer
+gevonden te hebben. Hier is uw voorschot van honderd pond en hier is de
+brief. Teeken het adres 129 B Corporation-Street op en onthoud goed, dat
+gij morgen om één uur verwacht wordt. En nu wensch ik u goeden avond, en
+al het geluk, dat gij verdient."
+
+Dat is, zoover ik mij bezin, alles wat er tusschen ons is voorgevallen.
+Ge kunt u voorstellen, Dr. Watson, hoe ik met zoo'n buitenkansje in mijn
+schik was. Den halven nacht zat ik overeind in mijn bed; want ik kon van
+blijdschap niet slapen en den volgenden dag vertrok ik naar Birmingham
+met een trein, die mij lang voor het vastgestelde uur aan het adres
+moest brengen. Ik bracht mijn reisvalies naar een hotel in New-Street en
+ging op weg naar het mij aangeduide adres.
+
+Het was nog een kwartier voor den tijd, waarop ik werd verwacht. No.
+129 B was een passage tusschen twee winkels, die leidde naar een steenen
+wenteltrap en waarin zich verscheidene kantoren van maatschappijen of
+particulieren bevonden. De namen waren op den muur geschilderd, maar den
+naam van Franco-Midland-IJzerwaren-Maatschappij las ik nergens. Een paar
+minuten stond ik geheel verslagen, terwijl ik mij zelf afvroeg, of de
+geheele geschiedenis geen bedrog was, toen een man de trap opkwam en mij
+toesprak. Hij zag er precies uit als de heer, dien ik den vorigen avond
+gesproken had, dezelfde gestalte en stem; maar hij was glad geschoren en
+had lichter haren.
+
+"Zijt gij mijnheer Hall Pycroft?" vroeg hij.
+
+"Ja, die ben ik," gaf ik ten antwoord.
+
+"Ha, ik wachtte u, maar gij zijt een beetje voor uw tijd. Ik ontving
+dezen morgen een brief van mijn broer, waarin hij u zeer prees."
+
+"Ik zocht juist het kantoor, toen u kwam."
+
+"Wij hebben onzen naam nog niet op den muur, want wij hebben ons pas de
+vorige week hier tijdelijk gevestigd. Ga met mij naar boven; dan zullen
+wij over de zaak spreken."
+
+Ik volgde hem naar een zeer hoog gelegen verdieping en daar onder de
+dakpannen waren een paar ledige donkere kamers zonder vloerkleed en
+zonder gordijnen. Ik keek wel wat vreemd op, toen ik hier werd
+binnengeleid, want ik had mij een ruim kantoor voorgesteld met glimmende
+tafels en rijen klerken, zooals ik gewend was, en ik durf zeggen, dat ik
+wel met een beetje verlegen gezicht naar de twee houten stoelen en een
+kleine tafel keek, die met een groot boek en een snippermand het overige
+ameublement uitmaakten.
+
+"Laat u door het schamel uiterlijk van dit vertrek niet ontmoedigen,
+mijnheer Pycroft," zei mijn nieuwe kennis. "Rome is niet in één dag
+gebouwd; wij worden door een hoop geld gesteund, ofschoon wij op onze
+kantoren nog niet veel doen. Ga alsjeblieft zitten en geef mij uw
+brief."
+
+Ik gaf hem den brief en hij las dien met groote aandacht.
+
+"Gij schijnt een zeer gunstigen indruk op mijn broer Arthur gemaakt te
+hebben," zeide hij, "en ik weet, dat hij een zeer schrandere
+beoordeelaar is. Hij zweert bij Londen, weet gij, en ik bij Birmingham,
+maar dezen keer zal ik zijn raad volgen. Gij kunt u nu wel voorgoed als
+aangesteld beschouwen."
+
+"Waarin bestaan mijn werkzaamheden?" vroeg ik.
+
+"Gij zult misschien het groote magazijn te Parijs besturen, dat een
+vloed van Engelsche ijzerwerken in de winkels van onze honderd en vier
+en dertig filialen in Frankrijk zal storten. De koop zal in een week
+zijn beslag krijgen en ondertusschen kunt gij in Birmingham blijven en
+ons in een en ander van dienst zijn."
+
+"Op welke manier?"
+
+Als antwoord nam hij een groot rood boek uit de lade. "Dit is een
+adresboek van Parijs," zeide hij, "met de beroepen achter de namen. Ik
+zou u raden het mee naar huis te nemen en al de verkoopers van
+ijzerwaren en hun adressen te noteeren. Het is voor mij van veel belang
+die adressen te kennen."
+
+"Zeer goed; hier zijn lijsten naar de verschillende beroepen
+samengesteld," merkte ik op.
+
+"Maar die zijn niet betrouwbaar. Dat systeem is verschillend van het
+onze. Doe als ik zeg en bezorg mij de lijsten Maandag aanstaande om
+twaalf uur. Nu, goeden dag mijnheer Pycroft, als gij ijver en
+schranderheid blijft betoonen, dan zult gij in de Maatschappij een
+goeden patroon vinden."
+
+Ik keerde naar mijn hotel terug met het boek onder den arm en vervuld
+met zeer tegenstrijdige gevoelens. Ik was definitief benoemd en had een
+honderd pond in den zak; maar aan den anderen kant had het niet aanwezig
+zijn der Maatschappij op den muur, het voorkomen van het kantoor en
+andere dingen, die terstond een man van zaken opvallen, een ongunstigen
+indruk bij mij achtergelaten. Er mocht evenwel van komen wat wilde, ik
+had het geld en zette mij aan het werk. Den geheelen Zondag was ik er
+hard aan bezig en des Maandags was ik nog pas tot de H gevorderd. Ik
+ging mijn nieuwen patroon opzoeken, vond hem in hetzelfde armoedige
+kantoorvertrek en kreeg de opdracht tot Woensdag met mijn arbeid voort
+te gaan en dan terug te komen. 's Woensdags was ik nog niet gereed en
+zoo werkte ik hard door tot Vrijdag--dat is tot gisteren. Toen bracht ik
+de lijst naar mijnheer Harry Pinner.
+
+"Dank u zeer," zeide hij. "Ik ben bang, dat ik het werk wat te licht
+geschat heb. Deze lijst zal mij zeer te pas komen."
+
+"Ik had nog al veel tijd noodig om ze in orde te brengen."
+
+"En nu ontving ik nog gaarne een lijst van de winkeliers in meubels;
+want die verkoopen ook allen ijzerwerk."
+
+"Zeer goed."
+
+"Morgen avond om zeven uur kunt gij bij mij komen, om mede te deelen,
+hoe het met het werk staat. Ge behoeft u niet te overwerken. Een paar
+uurtjes in Day's Music-Hall zullen u na volbrachte dagtaak geen kwaad
+doen." Dit zeggende lachte hij en ik zag, dat zijn linker hoektand zeer
+slecht met goud was geplombeerd."
+
+Sherlock Holmes wreef zich van pleizier in de handen en ik zag onzen
+cliënt verbaasd aan.
+
+"Ge moogt wel verbaasd kijken, Dr. Watson, maar het is waar, wat ik zeg.
+Toen ik den anderen kwant in Londen sprak, en hij bij de voorspelling
+lachte, dat ik niet naar het kantoor van Mawson zoude gaan, merkte ik
+op, dat zijn tand op dezelfde wijze was opgevuld. De glinstering van het
+goud trok in elk geval mijn aandacht, zooals ge ziet. Toen ik hierover
+nadacht en daarbij in aanmerking nam, dat stem en houding dezelfde
+waren, en alleen zoodanig verschil viel waar te nemen, als
+teweeggebracht kan worden door scheermes of pruik, twijfelde ik niet
+meer of ik had beide keeren met denzelfden man te doen gehad. Het is
+natuurlijk niet zoo vreemd, dat twee broers precies op elkaar gelijken,
+maar wel, dat zij beiden denzelfden tand op dezelfde wijze met goud
+hebben geplombeerd. Hij liet mij uit en op straat gekomen wist ik niet,
+hoe ik het had; ik stond geheel verbijsterd. In mijn hotel teruggekomen
+stak ik mijn hoofd in een kom koud water en probeerde kalm over de zaak
+na te denken. Waarom had hij mij van Londen naar Birmingham gezonden;
+waarom was hij daar naar mij toe gekomen; waarom had hij zich zelf een
+brief geschreven? Ik kon mij zelf op die vragen geen antwoord geven en
+hoe meer ik er over nadacht, hoe onbegrijpelijker mij de geschiedenis
+voorkwam. En toen schoot het mij plotseling te binnen, dat hetgeen mij
+onbegrijpelijk toescheen wellicht duidelijk kon zijn voor den heer
+Sherlock Holmes. Ik had nog juist den tijd met den avondtrein naar
+Londen te komen, om hem van morgen te spreken en met u beiden naar
+Birmingham terug te keeren."
+
+De makelaarsklerk had zijn verrassende geschiedenis verteld, en wij
+allen zwegen eenige oogenblikken. Toen zag Sherlock Holmes mij aan,
+terwijl hij in de kussens van den coupé achterover leunde met een
+tevreden en nadenkend gelaat als een kenner van wijn, die het eerste
+teugje van een fijne soort heeft geproefd.
+
+"Wel fijn opgezet, Watson, vindt ge ook niet?" sprak hij. "Er komen
+streken in voor, die mij bevallen. Ik geloof, dat ge me zult toestemmen,
+dat een onderhoud met mijnheer Arthur Harry Pinner in de tijdelijke
+kantoren van de Franco-Midland-IJzerwaren-Maatschappij voor ons beiden
+zeer belangwekkend en leerzaam zal wezen."
+
+"Maar hoe kunnen wij hem bezoeken?"
+
+"O, dat gaat gemakkelijk genoeg," zei Hall Pycroft opgeruimd. "Gij
+beiden behoort tot mijn vrienden en wilt gaarne een betrekking hebben.
+Wat is nu natuurlijker dan dat ik u beiden bij den President-commissaris
+breng?"
+
+"Juist, zeer natuurlijk," zei Holmes. "Ik zou dat heerschap gaarne eens
+zien en onderzoeken, of ik iets van dit stelletje kan maken. Welke
+bekwaamheden hebt gij, mijn vriend, waardoor uw diensten zooveel waard
+zijn? of is het mogelijk, dat...." hij begon op zijn nagel te bijten en
+zag peinzend naar buiten en wij hoorden ternauwernood nog een enkel
+woord van hem, voor wij in New-Street aankwamen.
+
+Om zeven uur 's avonds wandelden wij drieën door de Corporation-Street
+naar de kantoren van de Maatschappij.
+
+"Het is daar in 't geheel geen gewoonte er voor den tijd te wezen,"
+zeide onze cliënt. "Hij komt er waarschijnlijk alleen om mij te zien en
+tot het uur, waarop ik door hem besteld ben, is zijn plaats ledig."
+
+"Dat is niet zonder beteekenis," zeide Holmes.
+
+"Bij Jupiter, ik zei het u net!" riep de klerk. "Daar is hij, hij
+wandelt daar haastig voor ons uit."
+
+Hij wees naar een blond man van middelmatige gestalte, goed gekleed, die
+in snellen tred aan de andere zijde van den weg liep. Toen wij hem in 't
+oog kregen, zag hij juist naar een jongen, die de laatste editie van het
+avondblad ventte en tusschen de huurrijtuigen en omnibussen
+doorloopende, kocht hij een exemplaar van hem. Daarna verdween hij door
+een deur.
+
+"Daar gaat hij!" riep Hall Pycroft. "Hij is daar in het kantoor van de
+Maatschappij gegaan. Ga mee en ik zal dat zaakje spoedig opknappen."
+
+Hem volgende, kwamen wij op de vijfde verdieping aan een op een kier
+staande deur, waar onze cliënt klopte.
+
+"Kom binnen," riep een stem en wij traden een vertrek binnen, kaal,
+ongemeubileerd, zooals Hall Pycroft het ons had beschreven.
+
+Aan een kleine vierkante tafel zat de man, dien wij op straat hadden
+gezien, met zijn avondblad voor zich op tafel uitgespreid.
+
+Toen hij zijn gelaat naar ons toekeerde, kwam het mij voor, dat ik nooit
+een gezicht had gezien, waarop zooveel diepe smart lag uitgedrukt; en
+behalve die smart een gevoel van angst, zooals weinig menschen in hun
+leven ondervinden. Het zweet parelde op zijn voorhoofd; zijn wangen
+waren doodsbleek en zijn oogen staarden ons verschrikt aan. Hij zag zijn
+klerk aan, alsof hij hem niet herkende en aan de verbazing op het
+gezicht van Pycroft zag ik, dat dezen het uiterlijk van zijn patroon
+bevreemdde.
+
+"Ge schijnt ziek, mijnheer Pinner!" zeide hij.
+
+"Ja, ik ben niet geheel wel," antwoordde deze, blijkbaar moeite doende
+zich op de been te houden en voor het spreken zijn droge lippen
+likkende. "Wie zijn die heeren, die gij medegebracht hebt?"
+
+"De een is mijnheer Harris van Bermondsey en de ander is mijnheer Price
+uit deze stad," zei onze klerk gevat. "Zij zijn beiden mijn vrienden en
+mannen van ondervinding, doch zij hebben korten tijd geleden hun
+betrekking verloren en nu hoopten zij, dat u mogelijk een plaatsje voor
+hen had aan de Maatschappij."
+
+"Zeer wel mogelijk!" riep de heer Pinner, bitter glimlachende. "Ja, ik
+twijfel niet, of wij zullen wel iets voor u kunnen doen. Waarop hebt gij
+u in 't bijzonder toegelegd, mijnheer Harris?"
+
+"Ik ben een accountant,"[A] antwoordde Holmes.
+
+[Footnote A: Een accountant is iemand, die balans en handelsboeken
+naziet en in orde brengt; iemand wiens arbeid overeenkomt met dien van
+onze boekhouders en tevens rechtsgeleerde kennis onderstelt.]
+
+"Ha zoo; zoo iemand zullen we wel noodig hebben.--En gij? mijnheer
+Price?"
+
+"Ik ben klerk," gaf ik ten antwoord.
+
+"Ik heb hoop, dat de Maatschappij u in dienst kan nemen. Zoodra wij een
+besluit hebben genomen, zal ik het u laten weten. En nu verzoek ik u,
+heen te gaan. Laat mij om Godswil een oogenblik alleen."
+
+Deze laatste woorden ontvielen hem ondanks hem zelf, alsof de dwang,
+dien hij zich blijkbaar oplegde, plotseling was verbroken. Holmes en ik
+keken elkaar aan en Hall Pycroft deed een stap naar de tafel.
+
+"Gij vergeet, mijnheer Pinner," zeide hij, "dat ik hier ben volgens
+afspraak met u, om eenige orders te ontvangen."
+
+"Zeker, mijnheer Pycroft, zeker. Gij kunt hier een oogenblik wachten en
+ik zou niet weten, waarom uw vrienden hier ook niet zoolang zouden
+blijven. Over een paar minuten ben ik geheel tot uw dienst, als ik
+althans zooveel van uw geduld mag vergen." Hij stond beleefd nijgend op
+en maakte een buiging, voor hij ons verliet door een deur aan 't andere
+eind der kamer, die hij daarna achter zich sloot.
+
+"Hoe nu?" fluisterde Holmes, "sluipt hij weg?"
+
+"Onmogelijk," antwoordde Pycroft.
+
+"Waarom?"
+
+"Die deur geeft toegang naar een binnenkamer."
+
+"En heeft die geen uitgang naar buiten?"
+
+"Neen."
+
+"Is ze gemeubeld?"
+
+"Gisteren was ze nog ledig."
+
+"Wat in 's hemels naam wil hij daar dan uitvoeren? Daar is iets in deze
+zaak, dat mij duister is. Als er ooit een man voor drievierde
+krankzinnig was van angst, dan was het deze Pinner. Wat kan hem zoo'n
+schrik aangejaagd hebben?"
+
+"Hij vermoedt, geloof ik, dat wij detectives zijn."
+
+"Dat is het," zei Pycroft.
+
+Holmes schudde het hoofd. "Hij werd niet bleek, hij _was_ bleek, toen
+wij binnenkwamen. Het is best mogelijk, dat...."
+
+Zijn woorden werden onderbroken door een scherp rat-tat-tat in de andere
+kamer.
+
+"Wat duivel, klopte hij tegen zijn eigen deur?" riep de klerk.
+
+Nog eens en luider klonk het gehamer, rat-tat-tat. Wij zagen vol
+verwachting naar de gesloten deur. Naar Holmes ziende, zag ik zijn
+gelaat rood worden en hem in de grootste spanning met gespitste ooren
+voorover gebogen. Toen hoorden wij plotseling een dof gorgelend geluid
+en een sterk geklop tegen het houtwerk. Als een waanzinnige sprong
+Holmes door de kamer en op de deur aan. Zij was van binnen gesloten.
+Pycroft en ik volgden zijn voorbeeld en alle drie drukten wij met ons
+volle gewicht tegen de deur. Een scharnier sprong los; toen nog een en
+krakend viel de deur neer. Wij sprongen er over en stonden in de
+binnenkamer.
+
+Ze was ledig.
+
+Doch slechts een oogenblik verkeerden wij in onzekerheid. In een hoek
+het dichtst bij de kamer, waaruit wij gekomen waren, was een tweede
+deur. Holmes sprong er op toe en rukte ze open. Op den vloer lagen een
+jas en vest en aan den haak achter de deur, met zijn eigen bretels om
+zijn nek, hing de directeur van de
+Franco-Midland-IJzerwaren-Maatschappij. Zijn knieën waren opgetrokken,
+zijn hoofd hing voorover in een rechten hoek met zijn lichaam, en het
+gerammel van zijn hielen tegen de deur had het geraas veroorzaakt,
+waardoor ons gesprek was afgebroken. In een oogwenk had ik hem om het
+middel gegrepen en hield hem zoo omhoog, terwijl Holmes en Pycroft de
+elastieken banden losmaakten, die half begraven waren tusschen de
+loodkleurige plooien van zijn huid. Daarna brachten wij hem in de andere
+kamer, waar hij met leemkleurig gelaat neerlag, bij iedere ademhaling
+zijn lippen opblazende.
+
+"Wat denkt gij van hem?" vroeg Holmes.
+
+Ik bukte mij en beschouwde hem met aandacht. Zijn pols was zwak en
+onregelmatig, maar zijn ademhaling werd sterker en dieper en zijn
+oogleden trilden een weinig, zoodat een streepje van het wit daaronder
+te zien kwam.
+
+"Hij is aan 't randje van den dood geweest, maar 't gevaar is nu
+voorbij," zeide ik. "Doe dat venster open en reik mij die karaf met
+water toe." Ik maakte zijn halsboord los, sprenkelde hem het koude water
+in 't gezicht en bracht zijn armen in op- en neergaande beweging, tot
+hij natuurlijk ademhaalde.
+
+"Het is nu maar een quaestie van tijd," zeide ik, mij van hem
+afwendende.
+
+Holmes stond bij de tafel, zijn handen diep in zijn broekzakken en zijn
+kin op de borst gezonken.
+
+"Ik denk, dat we nu het best doen, met de politie te roepen," zeide hij,
+"en toch beken ik, dat ik haar gaarne als zij komt den geheelen toestand
+der zaak zou willen mededeelen."
+
+"Het is voor mij een vervloekt geheim," zei Pycroft, zich het hoofd
+krabbende. "Met welke bedoeling hebben zij mij hier laten komen en
+dan...."
+
+"O, dat alles is duidelijk genoeg," zei Holmes ongeduldig. "Maar wat ook
+mij duister is, is dit laatste punt, het ophangen. De geheele zaak
+draait om twee punten. Het eerste is, dat men Pycroft een verklaring
+liet schrijven, waarbij hij een betrekking bij deze ongerijmde
+Maatschappij aannam, alleen om zijn handschrift te bezitten en dat het
+eenige middel daartoe was, u die schriftelijke verklaring te laten
+afgeven."
+
+"En waarvoor?"
+
+"Ja, waarvoor? Daarvoor kan slechts een reden bestaan. De een of ander
+moest uw schrift leeren namaken en reeds dadelijk een proef van deze
+nabootsing leveren. En als wij nu tot het tweede punt overgaan, vinden
+wij, dat elk van de twee licht werpt op het andere. Dat tweede punt is
+het verzoek door Pinner gedaan, dat gij niet zoudt schrijven, dat gij
+van uw betrekking afzaagt, maar den directeur der firma Mawson and
+Williams in de meening moest laten, dat zekere Hall Pycroft, dien hij
+nooit had gezien, op Maandagmorgen bij hem in betrekking kwam."
+
+"Mijn God, wat ben ik een uilskuiken geweest!" riep onze cliënt.
+
+"Onderstel," ging Holmes voort, "dat er iemand in uw plaats was gekomen,
+die een handschrift leverde, dat geheel verschilde van dat van uw
+sollicitatiebrief, natuurlijk was het spel dan verloren. Maar in den
+tusschentijd leerde de schelm uw schrift nabootsen, en zijn positie was
+daardoor veilig, daar waarschijnlijk niemand van het kantoor u ooit
+heeft gezien."
+
+"Geen sterveling," bromde Hall Pycroft.
+
+"Zeer goed. Natuurlijk was het van 't grootste belang te voorkomen, dat
+gij beter over de zaak gingt nadenken en eveneens te verhinderen, dat
+gij met iemand kondet in aanraking komen, die u kon vertellen, dat een
+ander persoon onder uw naam op Mawson's kantoor aan 't werk was. Daarom
+gaven zij u een flink voorschot op uw salaris en lieten u naar
+Birmingham komen, waar zij u genoeg werk gaven om u te verhinderen naar
+Londen te gaan, waar gij hun bedrog wel eens hadt kunnen ontdekken. Dat
+is duidelijk genoeg."
+
+"Maar waarom zou die man zich voor zijn eigen broer uitgegeven hebben?"
+
+"Wel, dat is ook tamelijk duidelijk. Er zijn hier klaarblijkelijk twee
+personen in 't spel. De ander vertegenwoordigt u op het kantoor van
+Mawson and Williams. Deze man hier trad op als degene, die u de
+betrekking moest aanbieden en vond, dat hij geen patroon voor u kon
+vinden, zonder nog een derde persoon in de zaak te mengen. En dat wilde
+hij niet gaarne. Daarom moest hij zelf als die patroon optreden. Hij
+veranderde zijn voorkomen zooveel mogelijk en vertrouwde, dat de
+overeenkomst in persoon, die gij ongetwijfeld zoudt opmerken, door u aan
+familiegelijkenis zou worden toegeschreven. En zonder die gelukkige
+toevalligheid van den met goud opgevulden tand zoudt gij waarschijnlijk
+nooit eenigen argwaan gekoesterd hebben."
+
+Hall Pycroft hief radeloos met een snelle beweging zijn krampachtig
+gebalde vuisten boven zijn hoofd. "Genadige hemel! wat heeft die andere
+Pycroft, terwijl ik zoo misleid ben, op het kantoor van Mawson
+uitgericht? Wat zullen wij doen, mijnheer Holmes? Zeg mij, wat we doen
+moeten."
+
+"De krant," steunde een stem achter ons. De man zat overeind, wit, met
+iets spookachtigs in houding en gelaat, terwijl in zijn oogen het
+langzaam terugkeerend bewustzijn merkbaar was en zijn handen zenuwachtig
+tastten naar den breeden rooden band, die nog zijn hals omgaf.
+
+"De krant! Natuurlijk de krant," schreeuwde Holmes opgewonden. "Idioot
+die ik was. Hoe kon ik die ook vergeten. Daarin vinden wij natuurlijk
+het geheim opgelost." Hij spreidde de krant uit op de tafel en
+onmiddellijk daarna uitte hij een luiden juichkreet.
+
+"Lees dit eens, Watson," riep hij. "Hier is een Londensche krant, een
+vroege editie van den _Evening Standard_. Dit is wat wij noodig hebben."
+
+"Misdaad in de City. Moord bij Mawson and Williams. Groote diefstal:
+inhechtenisneming van den misdadiger.
+
+"Een brutale diefstal, gepaard met moord op één persoon en gevolgd door
+de inhechtenisneming van den misdadiger, is heden namiddag in de City
+gepleegd. Sedert eenigen tijd had de firma Mawson and Williams, de
+bekende bankiers, op haar kantoor een aanzienlijk bedrag aan fondsen in
+bewaring, te zamen een waarde van meer dan een millioen pond sterling
+vertegenwoordigend. Het schijnt, dat de vorige week een nieuwe klerk,
+met name Hall Pycroft, bij de firma in dienst is getreden. Deze persoon
+schijnt niemand anders geweest te zijn dan Beddington, de bekende
+falsaris en inbreker, die met zijn broeder eerst onlangs uit vijfjarigen
+dwangarbeid is ontslagen. Hij heeft, hoe weet men niet, onder een
+valschen naam een betrekking bij Mawson and Williams weten te krijgen,
+die hij zich ten nutte maakte om wasafdrukken van de sloten en
+nauwkeurige kennis van de inrichting der kamer, waarin de brandkasten
+met waarden geborgen waren, te verkrijgen.
+
+"Het is bij de firma Mawson and Williams gewoonte, dat de klerken 's
+middags om 12 uur het kantoor verlaten. De brigadier van politie Tusson
+was daarom wel wat verwonderd, toen hij een twintig minuten over één een
+heer met een valies de stoep zag afkomen. Daar dit zijn argwaan opwekte,
+volgde hij hem en met behulp van den agent Pollock gelukte het hem, den
+man na een wanhopigen tegenstand te arresteeren. Terstond bleek, dat er
+een brutale en groote diefstal was gepleegd. Bijna een honderdduizend
+pond aan Amerikaansche Spoorweg-obligatiën en daarenboven nog een
+aanzienlijk bedrag in aandeelen van Mijnmaatschappijen werden in het
+valies gevonden. Bij het doorzoeken van het kantoor vond men het lijk
+van den ongelukkigen schildwacht. Zijn lijk was in een der brandkasten
+geworpen, waar het zonder de tusschenkomst van den brigadier Tusson niet
+voor Maandagmorgen gevonden zoude zijn. De schedel was verbrijzeld door
+een slag met een pook, hem van achteren toegebracht. Zonder twijfel had
+Beddington zich toegang weten te verschaffen onder voorgeven dat hij
+iets vergeten had; en na den schildwacht vermoord te hebben, plunderde
+hij de grootste brandkast en maakte zich toen met zijn buit uit de
+voeten. Zijn broer, die gewoonlijk zijn handlanger is, is in zoover men
+kan nagaan bij deze laatste karwei niet medeplichtig. Niettemin heeft de
+politie maatregelen genomen, om zijn verblijf op te sporen."
+
+"Wel, wij kunnen de politie, wat dit punt betreft, eenige moeite
+besparen," zei Holmes, een vluchtigen blik werpende op het afzichtelijke
+wezen met de woest rollende oogen. "De menschelijke natuur is toch
+moeilijk te begrijpen, Watson. Ge ziet hier, dat een schurk en
+moordenaar zelfs zooveel ontzag kan inboezemen, dat zijn broeder
+zelfmoord pleegt, als hij hoort dat zijn nek gevaar loopt."
+
+
+
+
+IV.
+
+Het scheepvaart-verdrag.
+
+
+De eerste maand Juni na mijn huwelijk was voor mij merkwaardig door drie
+belangrijke gevallen, waarin ik het voorrecht had, Sherlock Holmes in
+zijn nasporingen ter zijde te staan en zijn methode van onderzoek te
+bestudeeren. In mijn aanteekeningen vind ik deze drie gevallen vermeld
+onder den naam van "Het avontuur van de tweede vlek", "Het avontuur van
+het Scheepvaart-verdrag", "Het avontuur van den vermoeiden kapitein".
+Het eerste evenwel heeft betrekking op zoo gewichtige belangen en
+zoovele van de eerste familiën des lands zijn er bij betrokken, dat het
+onmogelijk in de eerste jaren gepubliceerd kan worden. Geen geval
+evenwel, waarin Holmes betrokken was, heeft de waarde van zijn
+analytische methode zoo schitterend in 't licht gesteld en zooveel
+indruk gemaakt op hen, die met hem samenwerkten. Ik bezit nog een bijna
+woordelijk verslag van zijn onderhoud met den heer Dubuque van de
+Parijsche politie en met den heer Fritz von Walbaum, de welbekende
+politie-specialiteit van Dantzig, die beiden al hun geestkracht
+vruchteloos hadden aangewend om eenig licht in de zaak te ontsteken.
+Eerst na verloop van jaren kan de geschiedenis evenwel veilig verteld
+worden. Intusschen zal ik den lezers met het tweede geval op de lijst
+bezighouden, dat ook indertijd van nationale beteekenis beloofde te
+worden en zich onderscheidde door verschillende bijzonderheden, die het
+een geheel eenig karakter verleenen.
+
+In mijn schooljaren had ik vriendschap gesloten met een knaap, Percy
+Phelps genaamd, van denzelfden leeftijd als ik, ofschoon hij mij twee
+klassen voor was.
+
+Hij was een zeer schrandere jongen, die met alle prijzen van de school
+strijken ging en ten slotte een beurs verwierf, welke hem in staat
+stelde zijn studie aan de hoogeschool te Cambridge voort te zetten. Ik
+weet ook nog, dat hij van zeer goeden huize was en zelfs als kleine
+jongens wisten wij reeds, dat Lord Holdhurst, de groote conservatieve
+politicus, een oom van moederszijde was. Deze aanzienlijke
+bloedverwantschap deed hem op school weinig goeds.
+
+Het werd evenwel geheel anders, toen wij de schooljaren achter den rug
+hadden en een positie in de wereld moesten zoeken. Ik vernam nog bij
+geruchte, dat zijn bekwaamheden en protectie hem een betrekking hadden
+bezorgd aan het ministerie van buitenlandsche zaken. Na eenigen tijd
+was ik hem bijna zoo goed als geheel vergeten, tot een brief van den
+volgenden inhoud mij weer aan zijn bestaan herinnerde.
+
+ BRIARBRAE, WOKING.
+
+ _Waarde Watson!_
+
+ "Zonder twijfel herinnert gij u nog wel "Tadpole" Phelps, die in de
+ vijfde klasse zat, toen gij leerling in de derde waart. Mogelijk
+ ook hebt gij vernomen, dat ik door mijn ooms invloed een goede
+ betrekking aan het ministerie van buitenlandsche zaken heb gekregen
+ en een post van vertrouwen bekleedde, tot mijn toekomst plotseling
+ door een noodlottig toeval vernietigd werd.
+
+ "Het dient nergens toe, u de bijzonderheden van deze vreeselijke
+ gebeurtenis te verhalen. Stemt gij in mijn verzoek toe, dan zal ik
+ ze u waarschijnlijk vertellen. Ik ben nauwelijks van een ziekte
+ hersteld; negen weken lang heb ik zenuwkoortsen gehad en nog ben ik
+ zeer zwak. Zoudt ge denken, dat uw vriend Sherlock Holmes genegen
+ is met u bij mij te komen? Ik zou gaarne van hem vernemen, wat hij
+ van de zaak denkt, ofschoon de autoriteiten mij verzekeren, dat er
+ niets meer aan te doen is. Doe uw best hem hier te brengen en
+ liefst zoo spoedig mogelijk. Iedere minuut schijnt mij een uur toe,
+ zoolang ik in deze vreeselijke onzekerheid leef. Deel hem mede, dat
+ niet geringschatting zijner talenten oorzaak is, dat ik zijn raad
+ niet eerder gevraagd heb, maar dat ik van 't oogenblik af, dat de
+ slag viel, mijn hoofd kwijt was. Nu is mijn hoofd weer helder,
+ ofschoon ik uit vrees voor een instorting niet te veel durf denken.
+ Ik ben nog zoo zwak, dat ik een ander dezen brief heb moeten
+ dicteeren. Doe uw best uw vriend mede te brengen.
+
+ "Uw oude schoolmakker,
+ "PERCY PHELPS."
+
+[Illustratie: Holmes was druk bezig met scheikundige proeven.]
+
+Toen ik dezen brief las, was ik eenigszins bewogen; er was iets roerends
+in dat herhaalde verzoek, Holmes mede te brengen. Ik was zoo geroerd,
+dat ik er mijn best toe gedaan zou hebben, al ware het zelfs een
+moeilijke zaak geweest; doch natuurlijk wist ik wel, dat Holmes zijn
+beroep te lief had, om niet altijd bereid te zijn hulp te bieden, waar
+die door een cliënt gevraagd mocht worden. Mijn vrouw was het met mij
+eens, dat ik geen minuut mocht laten verloren gaan, eer ik hem met de
+zaak in kennis had gesteld en zoo was ik al binnen een uur na mijn
+ontbijt in de bekende oude kamer in Baker-Street.
+
+Holmes zat aan een zijtafel, gekleed in zijn huisjas en was druk bezig
+met scheikundige proeven. In een lange gebogen retort kookte een
+vloeistof boven de blauwachtige vlam van een Bunzenschen brander en het
+gedistilleerde vocht bekoelde in een glas van een paar liter inhoud.
+Mijn vriend keek bij mijn komst nauwelijks op. Ik trad binnen, en daar
+ik zag, dat zijn proeven belangrijk waren, ging ik in een armstoel
+zitten en wachtte. Hij doopte een glazen buisje, dat hij in de hand
+hield, nu in de eene dan in de andere flesch, haalde er met zijn pipet
+een paar droppels uit en legde ten slotte een met de oplossing gevuld
+proefbuisje op de tafel. In zijn rechterhand had hij een stukje
+lakmoespapier.
+
+"Gij komt op het oogenblik van een crisis, Watson," zeide hij. "Als dit
+papier blauw blijft, is alles goed; maar wordt het rood, dan staat een
+leven van een mensch op het spel." Hij doopte het papier in het
+proefbuisje en het werd op eens karmozijnrood. "Hum, ik dacht het wel,"
+riep hij. "Ik ben onmiddellijk tot uw dienst, Watson. Als gij rooken
+wilt, is er tabak in mijn Perzische muil." Hij ging daarna naar zijn
+lessenaar en schreef vlug verscheidene telegrammen, die hij daarna aan
+zijn bediende overhandigde. Toen ging hij tegenover mij zitten en trok
+zijn knieën op, zoodat hij zijn vingers om zijn lange dunne schenen kon
+slaan.
+
+"Een heel gewone, kleine moordgeschiedenis," zeide hij. "Ik denk, dat
+gij wel iets beters zult brengen. Uw komst kondigt de misdaad aan,
+Watson, als de stormvogel den orkaan! Wat is het?"
+
+Ik overhandigde hem den brief, dien hij met de grootste aandacht las.
+
+"Veel zegt dat schrijven ons niet, vindt ge wel?" zeide hij, toen hij
+mij den brief teruggaf.
+
+"Zoo goed als niets."
+
+"En toch is de inhoud van gewicht."
+
+"Het is evenwel niet zijn eigen handschrift."
+
+"Precies. Het is dat van een vrouw."
+
+"Neen, ongetwijfeld dat van een man," zeide ik.
+
+"Neen, dat van een vrouw; van een vrouw met een bijzonder karakter. Bij
+het begin van een onderzoek is het van belang te weten, dat een cliënt
+in nauwe betrekking staat tot iemand, die hetzij ten goede of ten kwade
+ongewone karaktertrekken heeft. Mijn belangstelling is reeds gaande
+gemaakt. Als gij gereed zijt, zullen we terstond naar Woking vertrekken
+en den diplomaat, die zich in zulke moeilijke omstandigheden bevindt, en
+de dame, wie hij zijn brieven dicteert, een bezoek brengen."
+
+Wij waren zoo gelukkig den eersten trein naar Waterloo te halen en
+binnen een uur waren wij te midden der dennenbosschen en der heidevelden
+van Woking. Briarbrae was een groot op zich zelf staand gebouw, een paar
+minuten gaans van het station. Nadat wij onze kaartjes hadden afgegeven,
+werden wij in een fraai gemeubileerd salon binnengelaten, waar wij
+onmiddellijk werden begroet door een forsch gebouwd man, die ons zeer
+beleefd ontving. Hij scheen, wat zijn leeftijd aangaat, dichter bij de
+veertig dan bij de dertig, maar zijn wangen waren zoo blozend, zijn
+oogen stonden zoo vroolijk, dat hij den indruk maakte van een
+welgedanen, ondeugenden knaap.
+
+"Uw komst doet mij zeer veel genoegen," zeide hij, ons hartelijk de hand
+schuddende. "Percy heeft den geheelen morgen naar u gevraagd. Ach, die
+arme jongen, hij klampt zich aan een stroohalm vast. Zijn ouders
+verzochten mij, u te spreken, want het is hun zelf hoogst pijnlijk de
+zaak aan te roeren."
+
+"Wij zijn nog in 't geheel niet met de bijzonderheden bekend,"
+antwoordde Holmes. "Ik veronderstel, dat gij niet tot de familie
+behoort."
+
+Onze nieuwe bekende scheen verrast en voor zich ziende begon hij te
+lachen.
+
+"Natuurlijk hebt gij de initialen "J. H." op mijn medaillon gezien. Een
+oogenblik dacht ik, dat gij hier een bewijs van groote schranderheid
+hadt gegeven. Mijn naam is Joseph en daar Percy met mijn zuster Annie
+gaat trouwen, zal ik ten minste door een huwelijk tot de familie
+behooren. Gij zult mijn zuster in Percy's kamer vinden, want zij heeft
+hem de verloopen twee maanden trouw verpleegd. Mogelijk doen wij het
+beste, maar dadelijk naar binnen te gaan, want zij is zeer verlangend u
+te zien."
+
+De kamer, waarin wij thans werden binnengelaten, was op dezelfde
+verdieping als het salon. Zij was half als woonkamer, half als
+slaapkamer gestoffeerd; in alle hoeken waren met smaak bloemen
+aangebracht. Op een sofa lag een jonge man, bleek en vermoeid, bij het
+geopende venster, waardoor de geuren van den tuin en de verkwikkende
+zomerlucht ongehinderd naar binnen stroomden. Naast hem zat een vrouw,
+die opstond, toen wij binnenkwamen.
+
+"Zal ik heengaan?" vroeg zij.
+
+Hij greep haar hand vast, om haar terug te houden.
+
+"Hoe gaat het u, Watson," sprak hij vriendschappelijk. "Ik zou u met
+dien knevel niet herkend hebben en ik geloof, dat gij er ook geen eed op
+hadt durven doen, dat ik het was. Deze heer is, naar ik vermoed, uw
+beroemde vriend Sherlock Holmes?"
+
+Ik stelde mijn vriend aan hem voor en wij gingen beiden zitten. De
+forschgebouwde jonge man had de kamer verlaten, maar zijn zuster was
+gebleven en liet haar hand nog rusten in die van den zieke. Zij was een
+vrouw met veel uitdrukking in 't gelaat, kort en gezet van gestalte; zij
+had een mooie bruine tint en groote, donkere oogen, als een
+Italiaansche, en weelderig zwart haar. Haar donkere tint deed het bleeke
+en afgematte in het voorkomen van haar verloofde des te scherper
+uitkomen.
+
+"Ik zal niet te veel van uw tijd vergen," zeide hij, zich op de sofa
+oprichtende, "en zonder verdere inleiding u mededeelen, waarom ik u
+wensch te spreken. Ik was een gelukkig en voorspoedig man, mijnheer
+Holmes, en op het punt in den echt te treden, toen een ongelukkig
+voorval al mijn schoone vooruitzichten den bodem insloeg.
+
+"Zooals Watson u zal hebben medegedeeld, was ik werkzaam op het
+ministerie van buitenlandsche zaken en door den invloed van mijn oom,
+Lord Holdhurst, verkreeg ik weldra een aanzienlijke verantwoordelijke
+betrekking. Toen mijn oom onder het tegenwoordige bewind minister van
+buitenlandsche zaken werd, ontving ik meer dan eens een vertrouwelijke
+opdracht en daar ik mij daarvan steeds tot zijn genoegen kweet, stelde
+hij ten laatste een onbeperkt vertrouwen in mijn bekwaamheid en tact.
+
+[Illustratie: "Ik zal niet te veel van uw tijd vergen," zeide hij.]
+
+"Een week of tien geleden--of om mij juister uit te drukken, den 23en
+Mei--riep hij mij in zijn spreekkamer en na mij een compliment over mijn
+goed werk te hebben gemaakt, deelde hij mij mede, dat hij mij opnieuw
+een gewichtigen arbeid had op te dragen.
+
+"Hier heb ik," sprak hij--een rol grijs papier uit zijn schrijfbureau
+nemende--"het origineel van het geheim tractaat tusschen Engeland en
+Italië, waarvan tot mijn spijt het gerucht reeds tot de openbare pers is
+doorgedrongen. Het Fransche of Russische gezantschap zou een
+onnoemelijke som willen betalen om met den inhoud van deze papieren
+bekend te worden. Ik zou ze dan ook niet uit handen geven, moest ik ze
+niet noodzakelijk gecopiëerd hebben. Hebt gij een lessenaar op uw
+kantoor?"
+
+"Ja, mijnheer."
+
+"Neem het tractaat dan en sluit het goed weg. Ik zal zorg dragen, dat
+gij op uw bureau kunt blijven, als de andere ambtenaren naar huis gaan,
+en gij het op uw gemak kunt afschrijven, zonder te vreezen, dat men u
+bespiedt. Als gij er mee klaar zijt, sluit dan beide stukken, het
+origineel en het afschrift, in uw lessenaar en stel ze mij morgen
+ochtend ter hand."
+
+"Ik nam de papieren, en--"
+
+"Met uw verlof," zeide Holmes. "Was er iemand bij dit gesprek
+tegenwoordig?"
+
+"Volstrekt niemand."
+
+"Waart gij in een groote kamer?"
+
+"De kamer was dertig voet in 't vierkant."
+
+"Stondt gij in 't midden?"
+
+"Ja, ongeveer."
+
+"En spraakt gij zacht?"
+
+"Mijn oom spreekt steeds opmerkelijk zacht, ik zelf zeide nauwelijks een
+woord."
+
+"Dank u," zeide Holmes, zijn oogen sluitende, "ga voort, als 't u
+blieft."
+
+"Ik deed precies, zooals mij was gezegd, en wachtte op het bureau tot de
+andere ambtenaren vertrokken waren. Een van hen in mijn kantoor, Charles
+Gorot, had nog eenig werk af te maken; daarom liet ik hem daar blijven
+en ging eerst eten. Toen ik terugkwam, was hij vertrokken. Ik haastte
+mij met mijn werk, want ik wist, dat Joseph Harrison, dien gij zooeven
+gezien hebt, in de stad was, en dat hij met den trein van elven naar
+Woking zon reizen; en ik wilde hem zoo mogelijk van den trein halen.
+
+[Illustratie: "Neem het tractaat dan en sluit het goed weg."]
+
+"Toen ik het tractaat inzag, bemerkte ik terstond, dat mijn oom het
+gewicht daarvan niet overdreven had. Zonder in bijzonderheden te treden,
+kan ik u zeggen, dat er de verhouding van Groot-Britannië tot de Triple
+Alliantie in was omschreven en de politieke gedragslijn van het genoemde
+land vaststelde, voor 't geval de Fransche vloot een volkomen overwicht
+over die van Italië in de Middellandsche Zee verkreeg. De quaestiën, in
+dit tractaat behandeld, waren van uitsluitend maritiemen aard. Aan 't
+slot stonden de namen van de hooge dignitarissen, die het hadden
+onderteekend. Ik zag het vluchtig door en begon het toen af te
+schrijven.
+
+"Het tractaat was een lang document, geschreven in de Fransche taal en
+bevatte zes en twintig artikels. Ik schreef zoo vlug als ik kon, maar om
+negen uur had ik toch nog slechts negen artikelen afgeschreven en ik
+begon het hard te betwijfelen, of ik nog den trein zou kunnen halen. Ik
+gevoelde mij slaperig en suf, deels een gevolg van mijn diner, deels van
+mijn lange dagtaak. Een kop koffie, dacht ik, zou mijn geest
+opfrisschen. In een klein kamertje, aan den voet van de trap, houdt alle
+nachten een bode de wacht en die zet gewoonlijk op zijn spirituslamp
+koffie voor de beambten, die na den gewonen kantoortijd op het bureau
+blijven werken. Ik trok daarom aan de schel, om hem te roepen.
+
+"Tot mijn verbazing kwam er een groote, eenigszins bejaarde vrouw met
+een ruw gezicht en een schort voor. Zij zeide, dat zij de vrouw was en
+dat zij schoonmaakte; daarna gaf ik haar order koffie te zetten.
+
+"Ik schreef nog twee artikelen af en mij toen nog veel slaperiger
+gevoelende, stond ik op en wandelde de kamer op en neer om mijn beenen
+eens uit te rekken. Mijn koffie was nog niet gekomen en ik werd
+nieuwsgierig, wat de oorzaak van dit uitstel kon zijn. De kamer, waarin
+ik had zitten werken, kwam uit op een rechte, flauw verlichte gang, de
+eenige weg, waarlangs men zich uit de kamer kon verwijderen. De gang
+liep uit op een wenteltrap aan welker voet het kamertje van den bode
+was. Halfweegs deze trap is een kleine rustplaats, waarop een andere
+gang met een rechthoek uitkomt. Deze tweede gang leidt langs een tweede
+kleine trap naar een zijdeur, die door de knechts wordt gebruikt en ook
+als een kortere weg naar hun bureaux door de klerken, die uit
+Charles-Street komen. Hier hebt gij in ruwe omtrekken den platten grond
+van de plaats."
+
+"Dank u. Ik volg uw verhaal met groote aandacht," zeide Sherlock Holmes.
+
+[Illustratie: Ik vond den bode in diepen slaap.]
+
+"Het is van het hoogste belang, dat gij hierop let. Ik liep langs de
+trap naar beneden en kwam in de vestibule, waar ik den bode in zijn
+kamertje in diepen slaap vond, terwijl op tafel het water zoo hard
+boven de spiritusvlam kookte, dat het over den vloer spatte. Ik stak
+mijn hand uit, om den man wakker te schudden, toen de schel, die boven
+zijn hoofd hing, luid overging en hij verschrikt ontwaakte.
+
+"Mijnheer Phelps!" zeide hij, mij verbijsterd aanziende.
+
+"Ik kwam naar beneden, om eens te zien of mijn koffie al klaar is."
+
+"Onder het koken van het water ben ik in slaap gevallen, mijnheer." Hij
+keek mij aan en zag toen naar het nog trillende schellekoord, met een
+steeds sterkere uitdrukking van verbazing op zijn gelaat.
+
+"Wie kan daar, terwijl u hier waart, aan de schel getrokken hebben?"
+vroeg hij.
+
+"De schel!" zeide ik. "Welke schel was het?"
+
+"Het was de schel in de kamer, waarin u hebt zitten werken."
+
+"Ik kreeg een gevoel, of een ijskoude hand mijn hart in elkaar kneep. Er
+was dus iemand in de kamer, waar mijn kostbaar tractaat op tafel lag.
+Als krankzinnig van angst liep ik naar boven en de gang door. Er was
+niemand in de corridors, mijnheer Holmes; er was ook niemand in de
+kamer. Alles in de kamer was precies, als toen ik ze verlaten had,
+behalve dat de papieren, die aan mijn zorgen waren toevertrouwd, van
+mijn lessenaar waren genomen. Het afschrift lag er nog, maar het
+origineel was verdwenen."
+
+Holmes ging recht overeind zitten en wreef zich in de handen. Ik kon
+zien, dat de zaak een kolfje naar zijn handen was. "Vertel mij
+alsjeblieft, wat ge toen deedt," zei hij.
+
+"Terstond was het mij duidelijk, dat de dief door de zijdeur de trap op
+moest gekomen zijn, want natuurlijk zou ik hem ontmoet hebben, als hij
+van den anderen kant was gekomen!"
+
+"Waart gij er zeker van, dat hij zich niet al dien tijd in de kamer
+verborgen kon hebben of in de gang, die volgens uw zeggen zoo flauw
+verlicht was?"
+
+"Het is volstrekt onmogelijk. Zelfs geen rat had zich in de kamer of de
+gang kunnen verbergen."
+
+"Dank u, vertel verder, alsjeblieft."
+
+"De bode, die aan mijn bleek gezicht zag, dat er iets ernstigs moest
+gebeurd zijn, was mij naar boven gevolgd. Nu snelden wij de gang door en
+de stoep af, die op de Charles-Street uitkomt, de deur beneden was dicht
+maar niet op slot. Wij stieten de deur open en snelden naar buiten. Zeer
+duidelijk herinner ik mij, dat de klok van een naburige kerk speelde.
+Het was kwart voor tien."
+
+"Deze mededeeling is van groot gewicht," zeide Holmes, een aanteekening
+op de manchet van zijn overhemd makende.
+
+"Het was zeer donker en er viel een warme motregen. In Charles-Street
+liep geen mensch, maar in Whitehall op het andere eind was het als
+gewoonlijk zeer druk. Wij liepen blootshoofds door de straat en zagen op
+den hoek een politieagent staan.
+
+"Er heeft een diefstal plaats gehad," hijgde ik. "Uit het ministerie van
+buitenlandsche zaken is een document van onschatbare waarde gestolen. Is
+hier iemand langs gekomen?"
+
+"Ik heb hier een kwartier lang gestaan," zeide hij; "in dien tijd is
+hier slechts één persoon gepasseerd--een vrouw, lang en van gevorderden
+leeftijd, met een wollen doek om."
+
+"Ha, ha, dat is mijn vrouw," riep de bode. "Is hier niemand anders langs
+gekomen?"
+
+"Niemand."
+
+"Dan moet de dief den anderen weg gekozen hebben," riep de vent, mij aan
+mijn mouw trekkende.
+
+"Ik was evenwel niet gerustgesteld en zijn pogingen mij mede te trekken,
+vermeerderden mijn wantrouwen.
+
+"Welken weg heeft de vrouw genomen?" riep ik.
+
+"Ik weet het niet, mijnheer. Ik zag haar loopen, maar had geen reden
+haar te volgen. Zij scheen veel haast te hebben," zeide de agent.
+
+"Hoe lang is het geleden?"
+
+"O, nog maar eenige minuten."
+
+"Nog niet langer dan vijf?"
+
+"Langer dan vijf minuten kan het niet geleden zijn."
+
+"Gij verspilt hier uw tijd en elke minuut is nu kostbaar," zeide de
+bode. "Geloof mij op mijn woord, dat mijn vrouw er niets mede te maken
+heeft en volg mij naar het andere eind der straat. Als gij niet wilt,
+dan ga ik alleen," en dit zeggende liep hij den anderen kant uit.
+
+"Ik volgde hem onmiddellijk en greep hem bij den arm.
+
+"Waar woont gij?" vroeg ik.
+
+"No. 16, Ivy Lane Brixton," was het antwoord; "maar laat u niet op een
+dwaalspoor brengen, mijnheer Phelps. Kom mee naar het andere eind der
+straat en laten wij zien, of wij iets kunnen vernemen."
+
+"Door zijn raad te volgen, was er niets te verliezen. Wij snelden dus
+beiden met den politieagent de straat door, waar het zeer druk was en
+een menigte lieden passeerden, allen verlangende, in dezen regenachtigen
+avond veilig onder dak te komen. Geen enkele wandelaar, die ons zeggen
+kon, wie er langs was gekomen.
+
+"Wij keerden naar het ministerie terug en zochten op de trap en in de
+corridors, doch zonder eenig resultaat. De gang, die naar de kamers
+voerde, was met een soort roomkleurig linoleum bedekt, waarop
+gemakkelijk indrukken achterblijven. Wij onderzochten deze
+vloerbedekking nauwkeurig, maar vonden geen spoor van eenigen voetstap."
+
+"Had het den ganschen avond geregend?"
+
+"Sedert ongeveer zeven uur."
+
+"Hoe is het dan mogelijk, dat de vrouw, die te ongeveer negen uur in de
+kamer kwam, met haar modderige laarzen, geen voetsporen achterliet?"
+
+"Ik ben blij, dat gij dit punt te berde brengt. Wat gij daar zegt, trok
+ook mijn aandacht. De werkvrouwen hebben de gewoonte haar laarzen op de
+bureaux der ambtenaren uit te doen en zachte muilen aan te trekken."
+
+"Dat is dus zeer duidelijk. Er waren geen voetsporen van iemand te zien,
+ofschoon het buiten modderig was. De feiten zijn ongetwijfeld
+buitengewoon belangwekkend. Wat deedt gij daarna?"
+
+"Wij onderzochten eveneens de kamer. Er kon onmogelijk een geheime deur
+aanwezig zijn en de vensters bevinden zich wel dertig voet boven den
+grond. Beide waren aan de binnenzijde gesloten. Door de aanwezigheid
+van een vloerkleed is het ondenkbaar, dat er een valluik kan zijn en de
+kamer heeft een gewoon plafond. Ik durf er mijn leven op verwedden, dat
+wie ook mijn papieren gestolen moge hebben, door de deur binnengekomen
+moet zijn."
+
+"Hoe is de haard gebouwd?"
+
+"Er is geen haard aanwezig. Er brandt een kachel. Het schellekoord hangt
+van den schelledraad tot aan de rechterzijde van mijn lessenaar. Wie aan
+het koord trok, moet dus tot voor den lessenaar gekomen zijn. Het blijft
+een onoplosbaar geheim."
+
+"Zeker was 't een ongewoon geval. Wat deedt gij nu in de eerste plaats?
+Naar ik vermoed, onderzocht gij de kamer om te zien, of de inbreker
+eenige sporen van zijn verblijf daarin had achtergelaten--een eindje
+sigaar, een handschoen, een haarspeld of een ander voorwerp?"
+
+"Ik vond niets van dien aard."
+
+"Was er ook geen bijzondere reuk in het vertrek?"
+
+"Wel, daaraan dachten wij volstrekt niet."
+
+"Een beetje tabakslucht zou bij een onderzoek als dit van veel belang
+voor ons zijn."
+
+"Ik zelf rook nooit en daarom denk ik, dat ik het wel gemerkt zou
+hebben, als er een tabaksreuk in de kamer ware geweest. Er was volstrekt
+niets aanwezig, dat ons eenige aanwijzing kon geven. Alleen stond het
+vast, dat de vrouw van den bode--haar naam is Mrs. Tangey--het gebouw
+haastig had verlaten. Haar man kon als eenige reden daarvoor opgeven,
+dat het de tijd was, waarop de vrouw gewoonlijk naar huis gaat. De
+politieagent en ik waren het met elkaar eens, dat we moesten trachten de
+vrouw in handen te krijgen, aleer zij zich van de papieren kon ontdoen,
+aangenomen dat zij die in bezit had.
+
+"Het gerucht van het ongeval was reeds tot Scotland Yard doorgedrongen
+en de heer Forbes, de detective, kwam onmiddellijk en begon met kracht
+het onderzoek. Wij huurden een _hansom_ en binnen een half uur waren wij
+aan het ons opgegeven adres. De deur werd geopend door een jonge vrouw,
+die Mrs. Tangey's oudste dochter bleek te zijn. Haar moeder was nog
+niet thuis gekomen en het meisje liet ons in de voorkamer en verzocht
+ons daar op de komst van haar moeder te wachten.
+
+"Ongeveer tien minuten later hoorden wij aan de deur kloppen en nu
+begingen wij een ernstigen misslag. In plaats van zelf de deur te
+openen, lieten wij het meisje dit doen. Wij hoorden haar zeggen:
+"moeder, er zijn hier twee heeren, die op u wachten om u te spreken," en
+een oogenblik later hoorden wij het geluid van voetstappen door de gang.
+Forbes stiet de deur open en allebei liepen we naar de achterkamer of
+keuken, maar de vrouw was er eerder dan wij. Zij staarde ons met
+tartende blikken aan, en toen zij mij plotseling herkende, kwam er een
+uitdrukking van verbazing op haar gelaat.
+
+"Hé, als dat niet mijnheer Phelps van het ministerie is!" riep zij.
+
+"Kom, kom, wie dacht gij dan wel dat wij waren, toen gij voor ons
+wegliept?" vroeg mijn metgezel.
+
+"Ik dacht, dat gij de deurwaarders waart. Wij hebben eenige
+moeilijkheden met een leverancier."
+
+"Die verklaring komt ons niet waarschijnlijk voor. Wij hebben reden te
+gelooven, dat gij een papier van groot gewicht uit het ministerie van
+buitenlandsche zaken hebt gestolen en dat het uw plan was, dit hier te
+verbergen. Gij moet ons naar Scotland Yard volgen om gefouilleerd te
+worden."
+
+"Haar protesteeren en tegenstribbelen hielp niets. Er kwam een rijtuig
+voor en met ons drieën reden we weg. Eerst hadden wij de keuken en in 't
+bijzonder het keukenvuur onderzocht, om te zien waar zij de papieren kon
+hebben gelaten in de oogenblikken, dat zij alleen was. Er was geen spoor
+van asch of snippers te zien. Toen wij te Scotland Yard waren
+aangekomen, werd zij dadelijk door een vrouwelijke beambte gefouilleerd.
+
+"In angstige spanning wachtte ik de terugkomst van deze af. Er was zelfs
+geen spoor van de papieren bij de vrouw gevonden.
+
+[Illustratie: "Hé, als dat niet mijnheer Phelps is!"]
+
+"Voor de eerste maal stond nu al het verschrikkelijke van mijn toestand
+mij klaar voor de oogen. Tot dusverre had ik gehandeld en de handeling
+had mij geen tijd tot nadenken gelaten. Ik had er zoo vast op gerekend,
+het tractaat terug te krijgen, dat ik er niet aan had gedacht, wat de
+gevolgen zouden zijn van het tegendeel. Maar nu was er niets meer aan te
+doen en ik had overvloed van tijd, mij in mijn toestand in te denken.
+Het was verschrikkelijk. Watson weet ook, dat ik een zenuwachtige,
+gevoelige jongen op school was. Mijn aard is zoo. Ik dacht aan mijn oom
+en aan zijn ambtgenooten in 't ministerie; aan de schande, die ik over
+hem had gebracht, over mij zelf en over iedereen, die tot mij in
+betrekking stond. Wel is waar was ik het slachtoffer van een
+buitengewoon ongelukkig toeval! Maar bij ongevallen, waarbij
+diplomatieke belangen op het spel staan, wordt geen toegevendheid
+gebruikt. Ik was geruïneerd, schandelijk, hopeloos geruïneerd. Ik weet
+niet, wat ik deed. Ik geloof, dat ik een scène veroorzaakte. Ik heb nog
+een flauwe herinnering van een groep beambten, die om mij heen stonden
+en hun best deden om mij tot bedaren te brengen. Een van hen reed met
+mij naar het Waterloo-station en bracht mij naar den trein voor Woking.
+Hij zou mij, geloof ik, tot aan huis begeleid hebben, was Dr. Ferrier,
+die naast mij woont, niet met denzelfden trein naar huis gereisd. De
+dokter was zoo vriendelijk zich met de zorg voor mij te belasten, en hij
+deed daar wel aan, want in het station kreeg ik een zenuwtoeval en voor
+ik nog te huis was aangekomen, was ik razend krankzinnig.
+
+"Gij kunt u voorstellen, hoe ze hier te moede waren, toen de dokter hen
+wakker schelde en zij mij in zoo beklagenswaardigen toestand vonden. De
+arme Annie en mijn moeder waren geheel verslagen. Dokter Ferrier had aan
+het station genoeg van den detective gehoord, om haar in 't kort mede te
+kunnen deelen, wat er gebeurd was. Daar het duidelijk was, dat ik langen
+tijd ziek zou blijven, moest Joseph deze mooie slaapkamer afstaan, die
+voor mij als ziekenkamer werd ingericht. Hier, mijnheer Holmes, heb ik
+langer dan negen weken gelegen, zonder bewustzijn, ten prooi aan
+sloopende zenuwkoortsen. Hadden mejuffrouw Harrison en de dokter mij
+niet goed verzorgd, ik zou nu niet met u kunnen spreken. Annie heeft mij
+overdag verpleegd en een ziekenverpleegster paste mij bij nacht op, want
+in vlagen van verstandsverbijstering was ik tot alles in staat.
+Langzamerhand kreeg ik mijn verstand terug, maar eerst de laatste drie
+dagen is mijn geheugen volkomen teruggekeerd. Somwijlen komt de wensch
+bij mij op, dat dit niet zoo ware. Het eerste wat ik deed was te
+telegrafeeren naar mijnheer Forbes, die de zaak in handen had. Hij kwam
+over en verzekerde mij, dat men, ofschoon alles in 't werk was gesteld,
+niets had gevonden, wat tot ontdekking van de bedrijvers van den
+diefstal kon leiden. De bode en zijn vrouw waren nauwkeurig
+gefouilleerd, zonder dat iets aan 't licht kwam. Toen viel het
+vermoeden der politie op den jongen Gorot, die, zooals gij u herinneren
+zult, op den bewusten avond langer dan gewoonlijk op het bureau bleef.
+Dit en de omstandigheid, dat hij een Franschen naam draagt, waren
+inderdaad de eenige redenen, die de op hem rustende verdenking konden
+wettigen. Ik was echter nog niet met mijn werk begonnen, eer hij vertrok
+en zijn familie behoort, wat de afkomst betreft, wel tot de Hugenooten,
+maar in sympathieën en traditiën even goed tot de Engelsche natie als
+gij en ik. Er werd niets ontdekt, dat hem in de zaak kon betrekken. En
+zoo is nu de stand van zaken. Op u, mijnheer Holmes, is mijn laatste
+hoop gevestigd. Stelt gij mijn hoop teleur, dan is mijn eer en mijn
+positie voor altijd verloren."
+
+De zieke zonk, vermoeid door zijn lang verhaal, in zijn kussens terug,
+terwijl zijn verpleegster hem een glas van een opwekkenden drank
+inschonk. Holmes bleef stil zitten, het hoofd achterover en zijn oogen
+gesloten, een houding, welke iemand, die hem niet kende, zeer
+onverschillig mocht toeschijnen, maar die mij aanduidde, dat hij in
+gepeins was verdiept.
+
+"Uw mededeelingen zijn zoo duidelijk," zeide hij ten laatste, "dat mij
+zeer weinig te vragen overblijft. Daar is evenwel een zeer gewichtige
+vraag. Hadt gij iemand verteld, dat u die bijzondere taak was
+opgedragen?"
+
+"Niemand."
+
+"Ook niet aan Miss Harrison, bijvoorbeeld?"
+
+"Neen, ik ben niet te Woking geweest in den tijd, die er verliep
+tusschen het oogenblik, dat mij de papieren werden ter hand gesteld, en
+dat, waarop ik met het werk begon."
+
+"En heeft u ook niemand van uw familie bij toeval gezien?"
+
+"Niemand."
+
+"Was iemand van hen te huis op het bureau?"
+
+"O ja, allen waren er wel eens geweest."
+
+"Indien gij evenwel met niemand van hen over het tractaat hebt
+gesproken, bewijst dit natuurlijk niets."
+
+"Ik zeide niets."
+
+"Weet gij iets van den portier?"
+
+[Illustratie: Hoe heerlijk schoon is toch een roos.]
+
+"Niets, behalve dat hij een oud-soldaat is."
+
+"Van welk regiment?"
+
+"Ik heb gehoord van de Colstream-garde."
+
+"Dank u. Ik twijfel er niet aan, of Forbes zal mij nadere bijzonderheden
+kunnen mededeelen. De autoriteiten munten uit in het vermelden van
+gegevens, ofschoon zij daarvan niet altijd een goed gebruik weten te
+maken. Hoe heerlijk schoon is toch een roos!"
+
+Hij liep de sofa voorbij naar het geopende raam en hield den steel van
+een mosroos in de hand, met welgevallen neerziende op de liefelijke
+roode en groene kleurenschakeering. Hij openbaarde hier een nieuwen trek
+in zijn karakter, want ik had vroeger nooit opgemerkt, dat hij veel
+belang stelde in voorwerpen uit de natuur.
+
+"In niets is het maken van gevolgtrekkingen zoo noodzakelijk als in den
+godsdienst," sprak hij, met zijn rug tegen de vensterblinden leunend.
+"De godsdienst kan als een nauwkeurige wetenschap door de redeneering
+worden opgebouwd. Het hoogste bewijs van de goedheid der Voorzienigheid
+schijnt mij uit de bloemen te blijken. Alle andere dingen, onze
+krachten, onze verlangens, ons voedsel, zijn in de eerste plaats voor
+ons bestaan werkelijk noodzakelijk. Maar deze roos is iets overvloedigs.
+Haar geur en kleuren zijn een veraangenaming van het leven, niet een
+voorwaarde daarvoor. Het is alleen goedheid, die iets extra's geeft, en
+zoo zeg ik nogmaals, dat wij veel met het oog op de bloemen te hopen
+hebben."
+
+Percy Phelps en zijn verpleegster zagen Holmes onder dit betoog met
+verbazing en met een uitdrukking van teleurstelling op 't gelaat aan.
+Holmes was weer in gepeins verzonken, nog steeds de roos tusschen zijn
+vingers houdend. Het duurde verscheiden minuten, eer de jonge dame het
+stilzwijgen verbrak.
+
+"Ziet gij eenige kans, dit raadsel op te lossen?" vroeg zij, met iets
+scherps in haar stem.
+
+"O, het geheim!" antwoordde Holmes, opeens tot het werkelijke leven
+terugkeerende. "Het zou dwaas wezen, te ontkennen, dat het geval zeer
+duister en ingewikkeld is, maar ik durf u beloven, dat ik zal trachten
+er achter te komen en u van elk opvallend feit in kennis zal stellen."
+
+"Ziet gij reeds eenigen draad?"
+
+"Gij hebt mij er zeven verschaft; maar natuurlijk moet ik ze op de proef
+stellen, voor ik over hun waarde een oordeel kan uitspreken."
+
+"Verdenkt gij iemand?"
+
+"Ik verdenk mij zelf--"
+
+"Hoe?"
+
+"Van te snel tot een gevolgtrekking te komen."
+
+"Ga dan naar Londen en onderzoek de juistheid uwer conclusiën."
+
+"Uw raad is uitstekend, Miss Harrison," zeide Holmes, van zijn stoel
+opstaande. "Ik geloof inderdaad, Watson, dat wij niets beters kunnen
+doen. Vlei u niet met ijdele hoop, mijnheer Phelps. De zaak is zeer
+ingewikkeld."
+
+"Ik verkeer, zoolang gij niet terug zijt, in koortsachtige spanning!"
+riep de diplomatieke ambtenaar.
+
+"Ik kom u zoo spoedig mogelijk den uitslag mijner nasporingen
+mededeelen," zeide Holmes.
+
+"God zegene u er voor, dat gij belooft te komen," riep onze cliënt. "De
+gedachte, dat er iets gedaan wordt, schenkt mij nieuwen levensmoed. Ik
+moet u ook nog vertellen, dat ik een brief van Lord Holdhurst heb
+ontvangen."
+
+"Ha, wat schreef hij u?"
+
+"Zijn brief was koel, maar niet barsch. Ik denk, dat mijn ernstige
+ziekte hem weerhield barsch te wezen. Hij herhaalde, dat de zaak van het
+hoogste gewicht was en voegde er bij, dat omtrent mijn toekomst (hij
+bedoelde mijn ontslag) geen stappen gedaan zouden worden, aleer ik weer
+gezond en in de gelegenheid zou wezen, het mij overkomen ongeluk te
+herstellen."
+
+"Dat was verstandig en toegeeflijk," zeide Holmes.
+
+"Kom, Watson, wij hebben zooveel in de stad te doen, dat we blij mogen
+wezen, als we vandaag met ons werk gereed kunnen komen."
+
+De heer Joseph Harrison reed ons naar het station en weldra zaten wij in
+den trein van Portsmouth naar Londen. Holmes was in gedachten verdiept
+en deed, eer wij Clapham Junction voorbij waren, ternauwernood zijn mond
+open.
+
+"Het is toch aangenaam in Londen te komen langs een van deze lijnen, die
+over de stad loopen en u vergunnen op de huizen neer te zien."
+
+Ik meende, dat hij schertste, want ik vond het gezicht vrij treurig,
+maar hij verklaarde zich dra nader.
+
+"Zie naar die alleenstaande massieve gebouwen, die boven de leien daken
+der omringende huizen uitsteken als eilanden van baksteen boven een
+loodkleurige zee."
+
+"De stadsscholen."
+
+"Vuurtorens, mijn vriend! Bakens van de toekomst! Capsules, ieder met
+honderden heldere, kleine zaadjes er in, waaruit het wijzere, betere
+Engeland der toekomst zal voortkomen. Ik mag toch niet aannemen, dat
+Phelps drinkt?"
+
+"Ik zou het niet denken."
+
+"Ik evenmin. Maar wij zijn verplicht, met elke mogelijkheid rekening te
+houden. De arme drommel heeft zich ongetwijfeld zelf in moeilijkheden
+gewikkeld en 't is de vraag, of wij in staat zullen zijn hem er uit te
+redden. Wat denkt gij van Miss Harrison?"
+
+"Een meisje van een vast karakter."
+
+[Illustratie: Want ik vond het gezicht vrij treurig.]
+
+"Ja, maar zij is ook een goede vrouw, of ik vergis mij zeer. Zij en haar
+broer zijn de eenige kinderen van een ijzergieter ergens in
+Northumberland. Op zijn reis in den voorgaanden winter werd Phelps met
+haar verloofd en daarna kwam zij hier om aan zijn familie voorgesteld te
+worden. Toen kwam de bekende ramp en zij bleef om haar beminde op te
+passen, terwijl haar broer Joseph, die het tegenwoordig leventje lekker
+vindt, ook bleef. Gij ziet, dat ik al op eigen hand enkele dingen
+gevraagd heb. Maar de dag van heden moet geheel aan het onderzoek
+besteed worden."
+
+"Mijn praktijk--" begon ik.
+
+"O, als gij uw eigen zaken van meer belang vindt dan de mijne--" zei
+Holmes op scherpen toon.
+
+"Ik wilde zeggen, dat ik wel een dag of twee mijn praktijk kon laten
+varen, daar het de slapste tijd van 't jaar was."
+
+"Uitmuntend," riep Holmes, weer goed gehumeurd. "Dan zullen wij
+gezamenlijk een onderzoek instellen; ik denk, dat wij moeten beginnen
+met een bezoek aan Forbes te brengen. Hij kan ons waarschijnlijk de
+bijzonderheden mededeelen, welke wij noodig hebben, tot wij weten, hoe
+wij ons licht in de zaak kunnen verschaffen."
+
+"Gij zeidet, dat gij een draad in handen hadt."
+
+"Wel, wij hebben er verscheidene, maar alleen door een verder onderzoek
+kunnen we nagaan, of ze eenige waarde hebben. Geen misdaad is moeilijker
+op 't spoor te komen dan die, van welke men het doel niet weet. Wie is
+in dit geval de persoon, die van den diefstal voordeel kan hebben? De
+Fransche gezant, de Russische gezant, iedereen, die het tractaat aan een
+van beiden zou kunnen verkoopen; en dan Lord Holdhurst."
+
+"Lord Holdhurst!"
+
+"Het is te begrijpen, dat een staatsman in omstandigheden kan komen,
+waarin hij er volstrekt niet rouwig om zou wezen, als zulk een document
+bij toeval was zoekgeraakt."
+
+"Geen staatsman met een eervolle loopbaan als Lord Holdhurst."
+
+"Het geval blijft altijd denkbaar, en wij mogen het niet over het hoofd
+zien. Wij zullen vandaag den edelen Lord een bezoek brengen en zien, of
+hij ons iets kan vertellen. Middelerwijl ben ik reeds met mijn
+nasporingen begonnen."
+
+"Nu reeds?"
+
+"Ja, ik heb in het station te Woking aan alle avondbladen in Londen een
+telegram gezonden. In al deze bladen zal de volgende bekendmaking
+voorkomen."
+
+Hij reikte mij een uit een zakboek gescheurd blad papier over, waarop
+met potlood het volgende was geschreven:
+
+"Tien pond sterling belooning voor dengene, die het nommer kan zeggen
+van het rijtuig, dat op den avond van den 23en Mei om kwart voor tien
+vóór of ongeveer bij de deur van het ministerie van buitenlandsche zaken
+iemand uitliet. Adres 221B Baker-Street."
+
+"Gij rekent er dus op, dat de dief in een cab gekomen is?"
+
+"Zoo niet dan kan deze bekendmaking nog geen kwaad. Indien Mr. Phelps'
+verklaring, dat er noch in de kamer, noch in de corridors een plaats is,
+waar iemand zich kan verschuilen, waarheid behelst, dan moet de dief van
+buiten zijn gekomen. Als hij op zulk een regenachtigen avond van buiten
+kwam en toch geen spoor van modder op het linoleum achterliet, dan is
+het zeer waarschijnlijk, dat hij in een rijtuig kwam. Ja, ik geloof, dat
+wij gerust mogen aannemen, dat hij in een huurrijtuig is gekomen."
+
+"Het klinkt waarschijnlijk."
+
+"Dat is een van de draden, waarover ik sprak. Misschien leidt hij ons
+tot iets. En dan natuurlijk hebben wij nog het gebeurde met de schel,
+het meest eigenaardige van het geval. Waarom zou er aan de schel
+getrokken wezen? Zou de dief het uit louter vermetelheid gedaan hebben?
+Of deed het iemand, die bij den dief was, ten einde de misdaad te
+beletten? Of was het--?" Hij verzonk opnieuw in diep gepeins, doch mij,
+die met elk zijner eigenaardigheden bekend was, scheen het toe, dat hem
+plotseling iets anders in de gedachte was gekomen.
+
+Om twintig minuten over drie stapten wij uit den trein en na haastig
+geluncht te hebben, vertrokken wij onmiddellijk naar Scotland Yard.
+Holmes had reeds aan Forbes een telegram gezonden en bij onze aankomst
+vonden wij dezen op ons wachten. Forbes was een kleine, schrandere man,
+met een scherp geteekend, maar eenigszins vriendelijk gelaat. In zijn
+houding tegenover ons was hij beslist koel, vooral toen hij de reden van
+onze komst vernam.
+
+"Ik heb al vroeger van uw methodes gehoord, mijnheer Holmes," zeide hij
+scherp. "Gij zijt handig genoeg, om van al de gegevens, die de politie
+te uwer beschikking stelt, gebruik te maken en dan tracht gij de zaak
+tot een goed einde en de politie in discrediet te brengen."
+
+[Illustratie: "Ik heb al vroeger van uw methodes gehoord, mijnheer
+Holmes."]
+
+"Integendeel," zeide Holmes. "Onder de laatste drie en vijftig gevallen,
+waarin ik een onderzoek heb ingesteld, komen er slechts vier voor,
+waarin mijn naam genoemd wordt; van de negen en veertig andere heeft de
+politie de eer. Ik neem het u niet kwalijk, dat gij dit niet weet, want
+gij zijt nog jong en onervaren; maar indien gij in uw nieuwe betrekking
+wenscht vooruit te komen, moet gij mij niet tegen- maar in de hand
+werken."
+
+"Ik zou gaarne een paar wenken ontvangen," zeide de detective, van toon
+veranderende.
+
+"Welke stappen hebt gij gedaan?"
+
+"Tangey, de portier, is bespied geworden. Wij kunnen niets vinden, dat
+tegen hem getuigt. Zijn vrouw is evenwel een slecht perceel. Ik geloof,
+dat zij meer van de zaak weet, dan zij laat blijken."
+
+"Hebt gij haar laten bespieden?"
+
+"Wij hebben een van onze vrouwelijke beambten opgedragen op haar toe te
+zien; Mrs. Tangey drinkt en onze beambte is tweemaal bij haar geweest,
+toen zij goed dronken was, maar zij kon niets uit haar krijgen."
+
+"Ik heb gehoord, dat de deurwaarders bij hen zijn geweest."
+
+"Ja, maar die hebben betaling ontvangen."
+
+"Waar kwam het geld vandaan?"
+
+"Dat was in orde. Hij had zijn pensioen ontvangen. Zij hebben niet het
+minste bewijs gegeven, ruim bij kas te zijn."
+
+"Welke verklaring heeft zij gegeven voor het feit, dat zij antwoord gaf,
+toen mijnheer Phelps om koffie schelde?"
+
+"Zij zeide, dat haar man zeer vermoeid was en zij hem een beetje
+wenschte te helpen."
+
+"Dat stemt overeen met het feit, dat hij een oogenblik later in zijn
+stoel zat te slapen. Er is dus niets, dat tegen hem getuigt, behalve het
+gedrag van de vrouw. Hebt gij haar gevraagd, waarom zij dien avond zoo
+haastig wegliep? Haar haast trok de aandacht van den politieagent."
+
+"Zij was later dan gewoonlijk en wilde graag naar huis."
+
+"Hebt gij er haar op gewezen, dat gij en de heer Phelps, die ten minste
+twintig minuten na haar vertrokken, nog voor haar thuis kwamen?"
+
+"Zij verklaart dat uit het verschil in snelheid tusschen een omnibus en
+een rijtuig."
+
+"Heeft zij opgehelderd, waarom zij bij haar thuiskomst onmiddellijk naar
+de keuken liep?"
+
+"Zij zeide, omdat zij daar het geld had, waarmede zij de deurwaarders
+wilde betalen."
+
+"Zij heeft ten minste, zie ik, een antwoord voor alles. Hebt gij haar
+gevraagd, of zij bij het naar huis gaan iemand ontmoette of nabij
+Charles-Street zag slenteren?"
+
+"Zij zag niemand behalve den politieagent."
+
+"Wel, gij schijnt haar goed ondervraagd te hebben. Wat hebt gij nog meer
+gedaan?"
+
+"Ik heb den klerk Gorot de laatste negen weken laten bespieden, maar
+zonder eenig resultaat. Wij hebben geen enkel vermoeden tegen hem."
+
+"Nog iets anders?"
+
+"Wij hebben niets meer, dat ons tot uitgangspunt kan dienen; geenerlei
+bewijs."
+
+"Hebt gij u eenig oordeel gevormd aangaande de oorzaak van het luiden
+der schel?"
+
+"Ik moet bekennen, dat het ook mijn aandacht getrokken heeft. Het moet
+een vermetel persoon geweest zijn, die brutaal genoeg was bij het
+heengaan zulk een alarm te maken."
+
+"Ja, het was wonderlijk. Mijn vriendelijken dank voor hetgeen gij mij
+verteld hebt. Als ik u den schuldige kan overleveren, zult gij wel van
+mij hooren. Komaan, Watson!"
+
+"Waar gaan wij nu heen?" vroeg ik, toen wij het bureau verlieten.
+
+"Nu gaan wij Lord Holdhurst, minister van buitenlandsche zaken en
+toekomstig eerste minister van Engeland interviewen."
+
+Wij waren zoo gelukkig Lord Holdhurst nog in Downing-Street thuis te
+vinden; nadat wij onze kaartjes hadden afgegeven, werden wij dadelijk
+bij hem toegelaten. De staatsman ontving ons met deftige beleefdheid,
+waarvoor hij bekend is, en wees ons elk een crapaud aan ter weerszijden
+van den haard. Op het haardkleedje tusschen ons staande, scheen hij met
+zijn lange, tengere gestalte, zijn krullend, vroeg grijzend haar, de
+type van een niet alledaagsch gentleman; een edelman, die in waarheid
+edel is.
+
+"Uw naam is mij zeer bekend, mijnheer Holmes," zeide hij glimlachend,
+"en natuurlijk kan ik aangaande het doel van uw bezoek geen onwetendheid
+voorwenden. Er is in de bureaux slechts één zaak gebeurd, die op uw
+belangstelling aanspraak maakt. Mag ik u vragen in wiens belang gij
+optreedt?"
+
+[Illustratie: Een edelman, die in waarheid edel is.]
+
+"In dat van den heer Percy Phelps," antwoordde Holmes.
+
+"Ha, mijn ongelukkige neef! Ge begrijpt, dat onze bloedverwantschap het
+mij onmogelijk maakt, hem op eenigerlei wijze te beschermen. Ik vrees,
+dat het gebeurde zeer nadeelige gevolgen voor zijn toekomst zal hebben."
+
+"Maar als het document gevonden wordt?"
+
+"Dat zou de zaak natuurlijk veranderen."
+
+"Ik zou u gaarne een paar vragen doen, Lord Holdhurst."
+
+"Zeer gaarne zal ik u alle mogelijke inlichtingen geven."
+
+"Droeg u hem in deze kamer op, het staatsstuk af te schrijven?"
+
+"Zoo was het."
+
+"Dan kunt ge moeilijk beluisterd zijn."
+
+"Dat is geheel onmogelijk."
+
+"Hebt u er nooit over gesproken, dat het uw plan was, het document te
+laten afschrijven?"
+
+"Nooit."
+
+"Weet u dat zeker?"
+
+"Volkomen zeker."
+
+"Wel, indien u daar nooit over gesproken hebt en de heer Phelps evenmin
+en niemand anders iets van de zaak wist, dan was de dief slechts
+toevallig in het vertrek aanwezig, en zijn kans ziende nam hij die
+gelegenheid waar."
+
+De staatsman glimlachte. "Gij toont u hier een echte diplomaat," zeide
+hij.
+
+Holmes dacht een oogenblik na. "Er is nog een ander belangrijk punt,
+waarover ik u wensch te spreken," zeide hij. "Als ik goed heb verstaan,
+was u bevreesd, dat het bekend worden van de bijzonderheden van het
+verdrag ernstige gevolgen zou hebben."
+
+Er vertoonde zich een trek van misnoegen op het gelaat van den
+staatsman. "Zeer ernstige gevolgen inderdaad."
+
+"En zijn ze reeds gekomen?"
+
+"Nog niet."
+
+"Als het verdrag b.v. bij het Fransche of Russische ministerie van
+buitenlandsche zaken bekend was geworden, zoudt u daar dan niets van
+hooren?"
+
+"Dat zou ik zeker," zei Lord Holdhurst wrevelig.
+
+"Er zijn nu bijna tien weken verloopen en u hebt er niets van gehoord;
+wij mogen derhalve aannemen, dat door de een of andere omstandigheid het
+tractaat hun niet in handen is gekomen."
+
+Lord Holdhurst haalde de schouders op.
+
+"Wij kunnen zeer moeilijk onderstellen, mijnheer Holmes, dat de dief het
+tractaat heeft weggenomen, om het in een lijstje te zetten en op te
+hangen."
+
+"Misschien wacht hij, tot hij er een beteren prijs voor kan bedingen."
+
+"Als hij nog eenigen tijd wacht, zal hij er in 't geheel niets voor
+krijgen. Binnen weinige maanden zal het verdrag geen geheim meer zijn."
+
+"Dat is van zeer veel belang," zeide Holmes. "Het is natuurlijk
+mogelijk, dat de dief plotseling ziek is geworden--"
+
+"Dat hij b.v. een aanval van hersenziekte heeft gekregen," zeide de
+staatsman, Holmes een veelbeteekenenden blik toewerpende.
+
+"Dat zei ik niet," zeide Holmes onverstoorbaar kalm. "En nu, Lord
+Holdhurst, wij hebben reeds te veel van uw kostbaren tijd in beslag
+genomen en wenschen u goeden dag."
+
+"Veel geluk met uw nasporingen, om 't even wie de misdadiger zij,"
+antwoordde de edelman, ons naar de deur geleidende.
+
+"Het is een deftig heer," zeide Holmes, toen wij in Whitehall kwamen,
+"maar hij heeft moeite zijn stand op te houden. Hij is verre van rijk en
+heeft vele uitgaven te bestrijden. Gij hebt natuurlijk ook opgemerkt,
+dat zijn laarzen opnieuw gezoold zijn geworden. Nu wil ik u niet langer
+van uw beroepsbezigheden afhouden, Watson. Vandaag zal ik niets meer
+doen, eer ik antwoord heb op mijn advertentie. Maar gij zoudt mij zeer
+veel genoegen doen, als gij morgen met mij naar Woking zoudt willen
+gaan, met denzelfden trein als vandaag."
+
+Overeenkomstig onze afspraak kwamen wij den volgenden morgen weer bij
+elkaar en samen reisden wij naar Woking. Holmes had geen antwoord op
+zijn advertentie gekregen en de zaak was hem nog even duister als te
+voren. Als hij wilde, kon hij wat er in hem omging volkomen verbergen,
+en aan zijn uiterlijk kon ik dan ook volstrekt niet bemerken, of hij al
+dan niet tevreden was over den stand van zaken.
+
+Onze cliënt werd bij onze komst nog steeds door zijn trouwe verpleegster
+verzorgd, maar hij zag er nu toch veel beter uit dan den vorigen dag.
+Hij stond van zijn sofa op en groette ons, toen wij binnenkwamen, zonder
+dat dit hem moeite kostte.
+
+[Illustratie: "Wat nieuws?" vroeg hij.]
+
+"Wat nieuws?" vroeg hij, begeerig iets te vernemen.
+
+"Mijn antwoord moet, zooals ik verwachtte, ontkennend luiden," zeide
+Holmes. "Ik heb Forbes gesproken, en ik heb uw oom gesproken en ik heb
+een paar maatregelen genomen, die mogelijk tot iets kunnen leiden."
+
+"Gij geeft dus den moed nog niet verloren?"
+
+"In geenen deele."
+
+"God zegene u voor dit antwoord!" riep Miss Harrison. "Als wij moed
+houden en geduld hebben, moet de waarheid aan 't licht komen."
+
+"Wij hebben u meer te vertellen dan gij ons," zei Phelps, weer op de
+sofa plaats nemende.
+
+"Ik had hoop, dat gij iets zoudt hebben mede te deelen."
+
+"Ja, er is van nacht iets gebeurd, dat wel eens van zeer ernstigen aard
+kon blijken te zijn." Bij deze woorden nam zijn gelaat een sombere
+uitdrukking aan en was in zijn oogen angst te lezen. "Zoudt gij wel
+denken, dat ik begin te gelooven, dat ik het middelpunt ben van een
+monsterachtige samenzwering en dat men het zoowel op mijn leven als op
+mijn eer gemunt heeft?"
+
+"Ha!" riep Holmes.
+
+"Het klinkt ongelooflijk, want zoover ik weet, heb ik geen enkelen
+vijand in de wereld. Zelfs na de ervaring van den afgeloopen nacht kan
+ik niet anders zeggen."
+
+"Vertel mij alles, als ik het u verzoeken mag."
+
+"Gij moet weten, dat ik in den afgeloopen nacht sedert het begin van
+mijn ziekte voor de eerste maal sliep, zonder dat er een verpleegster in
+de kamer was. Ik gevoelde mij zooveel beter, dat ik dacht haar nu wel te
+kunnen missen. Op de tafel brandde evenwel een nachtlamp. Te ongeveer
+twee uur in den morgen, terwijl ik sluimerde, werd ik door een licht
+geraas gewekt. Het was als het geluid van een muis, die aan een plank
+knaagt en ik luisterde er eenigen tijd naar, in de meening verkeerende,
+dat het inderdaad iets dergelijks moest zijn.
+
+"Toen werd het geluid duidelijker. Plotseling hoorde ik van den kant van
+het raam een scherpen metaalklank. Verwonderd ging ik in mijn bed
+overeind zitten; er bleef geen twijfel meer aangaande de oorzaak van 't
+geraas. Het flauwe geluid was veroorzaakt, doordien iemand een werktuig
+door de spleet tusschen het raam en het kozijn dreef en het hardere
+knarsen door het met geweld achteruitspringen van de venstersluiting.
+
+"Toen vernam ik niets meer gedurende een tien minuten, alsof de inbreker
+wilde wachten, of ik ook wakker was geworden. Daarna vernam ik een zacht
+gekraak, alsof het venster langzaam werd geopend. Ik kon mij niet langer
+stilhouden, want mijn zenuwen zijn niet meer, wat zij vroeger waren. Ik
+sprong uit mijn bed en trok het luik open. Er kroop een man onder het
+raam. Ik zag weinig van hem, want hij verdween snel. Hij was in een
+soort mantel gehuld, die het benedenste deel van zijn gezicht bedekte.
+Van één ding ben ik evenwel zeker; daarvan namelijk, dat hij een wapen
+in de hand hield. Het leek mij een lang mes te zijn. Ik zag het
+duidelijk glinsteren, toen hij zich omkeerde en wegliep.
+
+"Ik zou hem, als ik sterker was geweest, door het open venster gevolgd
+hebben. Nu evenwel trok ik aan de schel om mijn huisgenooten te wekken.
+Het duurde nog al eenigen tijd, want de schel hangt in de keuken en de
+bedienden slapen allen boven. Nu begon ik evenwel luid te schreeuwen en
+daarop kwam Joseph naar beneden en die riep de anderen wakker. Joseph en
+de stalknecht vonden indrukken van voetstappen op het bloembed voor het
+raam, maar het weer was de laatste dagen zoo droog geweest, dat het een
+hopeloos werk was, het spoor over het gras te volgen. Er is evenwel een
+plaats op het houten hek aan den weg, waaraan, naar sommigen zeggen, zou
+te zien wezen, dat er iemand is overgeklommen; het bovenste deel van het
+hek moet daar beschadigd zijn. Ik heb er de politie van Woking nog geen
+kennis van gegeven, want ik wilde eerst uw meening weten."
+
+Dit verhaal van onzen cliënt scheen een buitengewonen indruk op Holmes
+te maken. Hij stond van zijn stoel op en liep in opgewonden stemming
+door de kamer.
+
+"Ongelukken komen nooit alleen," zeide Phelps glimlachend, ofschoon het
+duidelijk aan hem was te zien, dat het voorval hem eenigszins geschokt
+had.
+
+"Gij hebt zeker uw portie gehad," zeide Holmes. "Denkt gij met mij om
+het huis te kunnen wandelen?"
+
+"O ja, ik zou wel van een beetje zonneschijn houden, Joseph zal ook
+komen."
+
+"En ik," zeide Miss Harrison, terwijl zij reeds opstond.
+
+"Ik vrees van niet," zeide Holmes, hoofdschuddend. "Ik moet u verzoeken
+te blijven zitten, precies waar gij nu zit."
+
+De jonge dame ging zichtbaar misnoegd weer zitten. Haar broeder evenwel
+voegde zich bij ons en met ons vieren gingen wij naar buiten. Wij liepen
+om het grasperk onder het raam der kamer van den jongen ambtenaar.
+Zooals hij had gezegd, waren op het bloembed voetsporen zichtbaar, maar
+zij waren voor een deel uitgewischt en zeer onduidelijk geworden, Holmes
+bukte zich, om ze een oogenblik goed te bezien, stond toen overeind en
+haalde zijn schouders op.
+
+"Ik geloof niet, dat iemand hier veel van zou kunnen maken. Laten wij om
+het huis loopen en zien, waarom de inbreker juist deze kamer heeft
+uitgekozen. Ik zou denken, dat die lage vensters van de ontvangkamer en
+eetzaal hem meer moesten hebben aangetrokken."
+
+"Die zijn van den weg af beter zichtbaar," zeide Joseph Harrison.
+
+"O ja, natuurlijk. Hier is een deur, die hij zou kunnen hebben
+opengebroken. Waarvoor dient die deur?"
+
+"Het is de zijdeur voor de dienstboden. Het spreekt vanzelf, dat zij bij
+nacht op slot is."
+
+"Hebt gij vroeger ook wel eens zoo'n gerucht gehoord?"
+
+"Nooit," zeide onze cliënt.
+
+"Hebt gij zilverwerk in huis of iets anders, dat de dieven aantrekt?"
+
+"Niets van waarde."
+
+Holmes wandelde rondom het huis met zijn handen in de zakken en een
+onverschillig voorkomen, zooals men niet van hem gewoon was.
+
+"A propos," zeide hij tot Joseph Harrison, "gij hebt, geloof ik, een
+plek gevonden, waar de kerel over het hek is geklommen. Laten wij daar
+eens naar kijken."
+
+De forsche jonge man leidde ons naar een plaats, waar de bovenkant van
+het hek was stuk gebroken, een klein stuk hout hing naar beneden. Holmes
+scheurde het los en bekeek het nauwkeurig.
+
+"Denkt gij, dat dit in den afgeloopen nacht gebeurd is? Het schijnt al
+tamelijk lang geleden, dat dit stuk hout er afgebroken is, vindt ge ook
+niet?"
+
+[Illustratie: Holmes bekeek het nauwkeurig.]
+
+"Het is wel mogelijk."
+
+"Aan de andere zijde is niet te zien, dat er iemand naar beneden is
+geklommen. Neen, ik geloof, dat wij hier niets wijzer zullen worden.
+Laten wij naar de slaapkamer gaan en over de zaak spreken."
+
+Percy Phelps liep zeer langzaam, leunende op den arm van zijn
+toekomstigen schoonbroer. Holmes liep vlug over het grasperk, wij beiden
+waren lang voor de anderen aan het open venster van de slaapkamer.
+
+"Miss Harrison," zeide Holmes op uiterst beslisten toon, "gij moet
+vandaag blijven, waar gij op dit oogenblik zijt. Laat niets u daarvan
+terughouden. Het is van het hoogste belang."
+
+"Zeker, als gij het wenscht, mijnheer Holmes," zeide het meisje
+verbaasd.
+
+"Als gij naar bed gaat, moet gij de deur van deze kamer aan de
+buitenzijde sluiten en den sleutel bewaren."
+
+"Maar Percy?"
+
+"Hij zal met ons naar Londen gaan."
+
+"En moet ik hier blijven?"
+
+"Het is in zijn belang. Gij kunt hem van dienst zijn. Spoedig. Beloof
+het!"
+
+Zij knikte toestemmend, juist toen de beide anderen binnenkwamen.
+
+"Waarom blijft gij daar zitten suffen, Annie?" riep haar broer. "Kom
+naar buiten in den zonneschijn."
+
+"Neen, dank je, Joseph. Ik heb een beetje hoofdpijn en in deze kamer is
+het heerlijk koel en stil."
+
+"Wat zijt ge nu voornemens te doen, mijnheer Holmes?" vroeg onze cliënt.
+
+"Wel, door onze nasporingen betreffende deze minder beteekenende zaak
+mogen wij ons gewichtiger onderzoek niet uit het oog verliezen. Het zou
+mij van grooten dienst zijn, als gij met ons naar Londen wildet gaan."
+
+"Nu dadelijk?"
+
+"Zoo spoedig, als gij met schik kunt gaan. Zeg b.v. over een uur."
+
+"Ik gevoel mij al sterk genoeg; indien ik inderdaad van eenig nut kan
+wezen...."
+
+"Van het grootst mogelijk nut."
+
+"Misschien wenscht gij wel, dat ik daar van nacht blijf."
+
+"Ik was juist van plan, het u voor te stellen."
+
+"Als dan mijn vriend van heden nacht terugkomt, om opnieuw een bezoek te
+brengen, vindt hij den vogel gevlogen. Ons aller lot is in uw handen,
+mijnheer Holmes, en gij moet ons maar precies zeggen, wat gij wenscht,
+dat wij zullen doen. Mogelijk verkiest gij wel, dat ook Joseph met ons
+gaat, om bijvoorbeeld op mij te passen."
+
+"O, dat is niet noodig. Mijn vriend Watson is, zooals gij weet,
+geneesheer en die zal wel zorg voor u dragen. Wij zullen, als gij er
+niets tegen hebt, hier onze lunch gebruiken en dan zullen wij om drie
+uur gezamenlijk naar de stad vertrekken."
+
+Zijn voorstel werd goedgevonden, en Miss Harrison vroeg excuus, dat zij
+de slaapkamer niet verliet, zooals Holmes haar had aangeraden. Wat mijn
+vriend bedoelde, begreep ik niet, tenzij het in zijn plan mocht liggen,
+Miss Harrison verwijderd te houden van Phelps, die verheugd over den
+terugkeer van zijn gezondheid en over het vooruitzicht, dat er iets
+gedaan zou worden, met ons in de eetzaal de lunch gebruikte.
+
+Holmes bereidde ons intusschen nog grooter verrassing, want toen hij ons
+naar het station had vergezeld en in een wagon zag zitten, zeide hij
+kalm, dat hij niet voornemens was Woking te verlaten.
+
+"Voor ik u verlaat, zou ik u gaarne een paar punten willen ophelderen,"
+zeide hij. "Uw afwezigheid, mijnheer Phelps, zal mij in sommige
+opzichten eenigszins helpen. Als gij te Londen aankomt, Watson, zoudt
+gij mij verplichten terstond met onzen vriend naar Baker-Street te
+rijden en daar met hem te blijven, tot ik terugkom. Het treft gelukkig,
+dat gij oude schoolkameraads zijt, zoodat gij elkaar wel veel te
+vertellen zult hebben. Mijnheer Phelps kan van nacht de logeerkamer
+krijgen; ik zal bijtijds voor het ontbijt bij u wezen, want er rijdt een
+trein, waarmede ik tegen acht uur aan 't Waterloo-station kan zijn."
+
+"Maar wat wordt er nu van ons onderzoek te Londen?" vroeg Phelps
+neerslachtig.
+
+"Daarmede kunnen wij ons morgen bezighouden. Ik geloof, dat ik juist nu
+hier van meer onmiddellijk nut kan zijn."
+
+"Gij kunt op Briarbrae zeggen, dat ik morgen avond hoop terug te zijn,"
+riep Phelps, toen de trein zich in beweging zette.
+
+[Illustratie: Ik denk niet naar Briarbrae terug te gaan.]
+
+"Ik denk niet naar Briarbrae terug te gaan," antwoordde Holmes, ons een
+vriendelijk vaarwel toewuivende, toen wij van uit 't station vertrokken.
+
+Phelps en ik praatten op onze reis over 't geval, maar geen van ons kon
+een voldoende reden voor Holmes' nieuwe handelwijze vinden.
+
+"Ik onderstel, dat hij eenigen draad wenscht te vinden, die hem den
+inbreker van gisteren nacht kan doen ontdekken, als er althans een
+inbreker was," zei Phelps. "Wat mij aangaat, ik geloof niet, dat het een
+gewone dief was."
+
+"Hoe denkt gij er dan over?" vroeg ik.
+
+"Op mijn woord van eer, gij moogt het aan mijn zwakke zenuwen wijten of
+niet, maar ik geloof, dat er rondom mij een politieke intrige wordt
+afgesponnen, en dat om een of andere reden, die ik thans niet inzie, de
+samenzweerders het op mijn leven gemunt hebben. Dit klinkt wel
+hoogdravend en ongerijmd, maar let op de feiten! Waarom zou een dief
+trachten in te breken door het venster van een slaapkamer, waar hij geen
+kans heeft om te plunderen en waarom zou hij komen met een lang mes in
+de hand?"
+
+"Zijt gij er zeker van, dat het geen inbrekersbeitel was?"
+
+"O neen, het was een mes; ik zag zeer duidelijk de flikkering van het
+lemmet."
+
+"Doch om welke reden zoudt gij met zoo vijandige bedoelingen vervolgd
+worden?"
+
+"Dat is juist de quaestie."
+
+"Wel, indien Holmes de zaak evenzoo inziet als gij, dan zou dit ons zijn
+handelwijze verklaren, dunkt u ook niet? Aannemende, dat uw redeneering
+juist is, dan zou hij door den man, die u in den afgeloopen nacht
+bedreigde, in hechtenis te nemen, een heel eind op weg wezen om ook den
+persoon te vinden, die het scheepvaart-verdrag wegnam. Het is ongerijmd
+te veronderstellen, dat gij twee vijanden hebt, waarvan de een u
+berooft, terwijl de ander uw leven bedreigt."
+
+"Maar de heer Holmes zei, dat hij niet naar Briarbrae ging."
+
+"Ik ken hem al vrij lang," zeide ik, "en weet, dat hij nooit iets doet
+zonder daarvoor een zeer goede reden te hebben," en na deze woorden nam
+ons gesprek een andere wending.
+
+Het was voor mij evenwel een vervelende dag. Phelps was na zijn lange
+ziekte nog zwak en zijn ongeluk maakte hem klaagziek en zenuwachtig.
+Vruchteloos poogde ik zijn belangstelling op te wekken voor de
+Afghaansche quaestie, voor de zaken in Indië, voor vraagstukken van
+socialen aard, voor alles, wat zijn gedachtenloop eenige afleiding kon
+geven. Hij kwam altijd weer terug op zijn verloren tractaat, radende
+naar en beschouwingen houdende over hetgeen Holmes zou verrichten, de
+stappen die Lord Holdhurst zou doen, de tijdingen die wij den volgenden
+morgen zouden vernemen. Bij het aanbreken van den avond werd zijn
+opgewondenheid zelfs pijnlijk.
+
+"Stelt gij een blind vertrouwen in Holmes?" vroeg hij.
+
+"Ik heb hem eenige merkwaardige dingen zien doen."
+
+"Maar bracht hij ooit licht in zulk een duistere geschiedenis als deze
+is?"
+
+"Jawel; ik heb hem vraagstukken zien oplossen, die nog ingewikkelder
+waren dan het uwe."
+
+"Maar geene, waarbij zulke belangen op 't spel staan?"
+
+"Dat kan ik niet zeggen. Wel weet ik met zekerheid, dat hij zijn
+diensten heeft verleend aan drie regeerende huizen van Europa in hoogst
+belangrijke aangelegenheden."
+
+"Maar gij kent hem wel, Watson; hij is zulk een ondoorgrondelijk man,
+dat ik nooit geheel weet, wat ik van hem moet denken. Meent gij, dat hij
+veel hoop heeft? Gelooft gij, dat hij verwacht, deze zaak tot een goed
+einde te zullen brengen?"
+
+"Hij heeft niets gezegd."
+
+"Dat is een slecht teeken."
+
+"Integendeel. Ik heb opgemerkt, dat als hij het spoor bijster is, hij
+dit gewoonlijk zegt. Wanneer hij daarentegen iets op het spoor is, maar
+nog niet geheel zeker is van zijn zaak, is hij meest stilzwijgend. En
+nu, mijn beste vriend, daar wij in deze aangelegenheid niets verder
+komen door ons zenuwachtig te maken, verzoek ik u dringend naar bed te
+gaan, opdat gij met frissche krachten de dingen van morgen kunt
+afwachten."
+
+Het gelukte mij ten laatste mijn metgezel te overreden mijn raad op te
+volgen, ofschoon ik uit zijn opgewonden gedrag kon zien, dat er voor hem
+weinig hoop op een verkwikkenden slaap bestond. Inderdaad was zijn
+stemming aanstekelijk, want ik zelf lag den halven nacht te hoesten,
+peinzende over dat vreemde probleem en daaromtrent honderd
+onderstellingen opbouwende, waarvan ten slotte de een mij nog
+onmogelijker voorkwam dan de ander. Waarom was Holmes te Woking
+gebleven? Waarom had hij Miss Harrison gevraagd den geheelen dag in de
+ziekenkamer te willen blijven? Waarom had hij er zoo goed voor gezorgd,
+dat de bewoners van Briarbrae onkundig waren van zijn plan, in hun
+nabijheid te blijven? Ik kwelde mijn hersens, tot ik bij de pogingen,
+voor al deze feiten een verklaring te vinden, in diepen slaap viel.
+
+Om zeven uur werd ik wakker. Terstond begaf ik mij naar Phelps' kamer en
+vond mijn reisgenoot van den vorigen dag in zeer opgewonden stemming.
+Zijn eerste vraag was, of Holmes reeds was aangekomen.
+
+"Hij zal hier op den door hem bepaalden tijd wezen en geen oogenblik
+vroeger of later," zeide ik.
+
+Ik sprak de waarheid, want even over acht hield een _hansom_ voor de
+deur stil en sprong onze vriend er uit. Voor het raam staande, zagen
+wij, dat hij een zwachtel om zijn linkerhand had, en dat zijn gelaat
+zeer barsch en bleek was. Hij trad het huis binnen en ging onmiddellijk
+daarna de trap op.
+
+"Hij ziet er uit, alsof hij een nederlaag heeft geleden," riep Phelps.
+
+Ik moest bekennen, dat hij gelijk had. "Enfin," zeide ik, "de sleutel
+van het geheim moet waarschijnlijk in de stad gezocht worden."
+
+Phelps zuchtte. "Ik weet niet, hoe het komt," sprak hij, "ik verwachtte
+zooveel van zijn terugkomst. Maar gisteren was zijn hand toch niet
+verbonden. Wat zou er toch gebeurd zijn?"
+
+"Gij zijt toch niet gewond, Holmes?" vroeg ik, toen mijn vriend de kamer
+binnentrad.
+
+"Tut. 't Is niets dan een schram door mijn eigen onhandigheid,"
+antwoordde hij, ons goeden morgen knikkende. "Uw zaak, mijnheer Phelps,
+is zeker een van de geheimzinnigste, die ik ooit heb nagespoord."
+
+"Ik was bang, dat gij ze beneden u zoudt achten."
+
+"Het is een hoogst merkwaardig onderzoek geweest."
+
+"Dat verband getuigt van avonturen. Zoudt gij ons willen vertellen, wat
+er gebeurd is?"
+
+"Na het ontbijt, mijn waarde Watson. Bedenk wel, dat ik van morgen al op
+'n wandeling van dertig mijlen de Surreylucht heb ingeademd. Ik denk wel
+niet, dat er een antwoord op mijn cab-advertentie gekomen is? Wel, wel,
+men mag ook niet verwachten, altijd geluk te hebben."
+
+De tafel was gedekt en juist toen ik wilde schellen, kwam juffrouw
+Hudson met de thee en koffie binnen. Een paar minuten later bracht zij
+drie couverts; wij schoven alle drie aan tafel, Holmes begeerig wat te
+eten, ik nieuwsgierig en Phelps in een stemming van doffe
+neerslachtigheid.
+
+"Juffrouw Hudson is voor deze gelegenheid vroeg opgestaan," zeide
+Holmes, het deksel van een schotel gebraden kuikens afnemend. "Haar
+keuken is een beetje beperkt, maar zij weet even goed wat tot een
+uitstekend ontbijt behoort als een Schotsche huisvrouw. Wat hebt gij
+daar, Watson?"
+
+"Ham en eieren," antwoordde ik.
+
+"Goed! Wat wilt gij eten, mijnheer Phelps, gebraden vogel of eieren, of
+wilt gij u zelf bedienen?"
+
+"Dank u, ik kan niets eten," zeide Phelps.
+
+"Och, komaan! Zie eens, wat op dien schotel daar voor u ligt."
+
+"Dank u, ik zou wezenlijk liever niet eten."
+
+"Nu dan," zeide Holmes, terwijl hij Phelps ondeugend aanzag, "gij zult
+er dan toch niet tegen hebben, mij te helpen?"
+
+Phelps tilde het deksel op, gaf een gil en zat daar met een gezicht even
+wit als de schotel, waarop hij in de grootste verbazing staarde. Op het
+midden van het bord lag een kleine cylinder van blauwgrijs papier. Hij
+nam hem op, bekeek hem van alle kanten en danste toen als een gek door
+de kamer, drukte den papieren cylinder tegen zijn borst en schreeuwde
+het uit van blijdschap. Toen liet hij zich weer in zijn armstoel vallen,
+zoo slap en uitgeput door zijn gemoedsbeweging, dat wij hem brandewijn
+in de keel moesten gieten, om te voorkomen, dat hij in zwijm viel.
+
+[Illustratie: Phelps tilde het deksel op.]
+
+"Wees bedaard!" zeide Holmes, hem zacht op den schouder kloppend, "het
+was verkeerd, u er zoo plotseling mede te verrassen; maar Watson weet,
+dat het dramatische iets aantrekkelijks voor mij heeft, waaraan ik nooit
+weerstand kan bieden."
+
+Phelps greep zijn hand en kuste die.
+
+"God zegene u! Gij hebt mijn eer gered!" riep hij.
+
+"Wel, mijn eigen eer stond op het spel, bedenk dat ook," zeide Holmes.
+"Ik verzeker u, dat het even onaangenaam voor mij is, in een mij
+opgedragen onderzoek te falen, als voor u een misslag in een opdracht te
+begaan."
+
+Phelps borg het kostbare document in den binnenzak van zijn jas weg.
+
+"Ik heb den moed niet u verder in uw ontbijt te storen, en toch brand ik
+van verlangen, om te weten, hoe gij het in handen hebt gekregen en waar
+het was."
+
+Sherlock Holmes dronk haastig een kop koffie en wijdde daarna zijn
+aandacht aan de ham en de eieren. Toen stond hij op, stak zijn pijp aan
+en ging weer in zijn stoel zitten.
+
+"Eerst zal ik u vertellen, wat ik deed en daarna, hoe ik er toe kwam zoo
+te handelen," zeide hij.
+
+"Na u aan het station verlaten te hebben, deed ik een wandeling door een
+mooie streek van het graafschap Surrey naar een aardig dorpje, Ripley
+genaamd, waar ik in een herberg een kop thee dronk en de voorzorg nam,
+mijn brandewijnflesch te vullen en een papier met sandwiches in mijn zak
+te doen. Daar bleef ik tot het avond was geworden; toen wandelde ik naar
+Woking terug, en juist nadat de zon was ondergegaan, bevond ik mij weer
+op den grooten weg tegenover Briarbrae.
+
+"Ik wachtte, tot zich niemand meer op den weg bevond--er zijn nooit veel
+menschen, geloof ik--en klom toen over het hek, dat den grond der villa
+omgeeft."
+
+"De poort was toch zeker open?" riep Phelps.
+
+"Ja; maar ik heb in dergelijke zaken een bijzonderen smaak. Ik koos de
+plek uit, waar de drie denneboomen staan en, daarachter verscholen, klom
+ik over het hek, zonder de minste kans te loopen door iemand in het huis
+gezien te worden. Ik hurkte neer tusschen de struiken van de andere
+zijde en kroop van den eenen naar den anderen struik--getuige de
+schandelijke toestand van de knieën mijner broek--tot ik het groepje
+rhododendrons juist tegenover het raam van uw slaapkamer had bereikt.
+Daar hurkte ik neer en wachtte af, wat er verder zou gebeuren.
+
+"In uw kamer waren de jaloezieën niet omlaag en ik zag Miss Harrison
+bij de tafel zitten lezen. Kwart over tien deed zij haar boek dicht,
+sloot de luiken en verliet de kamer. Ik hoorde haar de deur sluiten en
+was er zeker van, dat zij den sleutel in het slot had omgedraaid."
+
+"Den sleutel?" riep Phelps uit.
+
+"Ja, ik had Miss Harrison gezegd, de deur van buiten te sluiten en als
+zij naar bed ging, den sleutel mede te nemen. Zij hield zich letterlijk
+aan mijn instructiën en zeer zeker zoudt gij, had zij niet goed
+medegewerkt, het papier niet in uw jaszak hebben. Toen vertrok zij, de
+lichten gingen uit en ik bleef buiten in de duisternis nedergehurkt in
+het boschje rhododendrons.
+
+"Het was een schoone nacht, toch viel mij het wachten lang. Men heeft
+bij zoo'n avontuur hetzelfde gevoel, dat de jager ondervindt, als hij
+aan den oever van een rivier op een wild zwijn ligt te wachten. Dat
+wachten viel mij evenwel lang, bijna even lang, Watson, als toen gij en
+ik in die benauwde kamer de wacht hielden in het avontuur van "de
+gespikkelde band". Te Woking is een klok, die de kwartieren slaat, en
+meer dan eens scheen het mij toe, dat die klok stilstond. Nadat mijn
+geduld evenwel lang op de proef was gesteld, hoorde ik te twee uur in
+den morgen plotseling zacht een grendel terugschuiven en het geknars van
+een sleutel in het sleutelgat. Een oogenblik later kwam Joseph Harrison
+naar buiten in den maneschijn."
+
+"Joseph?" riep Phelps verbaasd uit.
+
+"Hij was blootshoofds, maar droeg een zwarten schoudermantel, zoodat hij
+oogenblikkelijk zijn gezicht kon verbergen, zoodra hij eenig verdacht
+gerucht hoorde. Hij liep op zijn teenen naar de schaduw tegen den muur,
+en toen hij het venster had bereikt, dreef hij een mes met een lang
+lemmet onder het raam en stiet de knip terug. Hij schoof nu het venster
+omhoog, dreef zijn mes door de spleet tusschen de luiken, lichtte een
+bout op en stiet de luiken open.
+
+"Van de plek, waar ik lag, had ik een uitmuntend gezicht in de kamer en
+op elk van zijn bewegingen. Hij stak de beide kaarsen aan, die op den
+schoorsteenmantel stonden, en keerde toen terug naar een hoek van de
+kamer nabij de deur. Hier bukte hij zich en nam een vierkant stuk plank
+uit den vloer, zooals men dikwijls los in den vloer laat om de
+loodgieters in staat te stellen, de einden van de gaspijpen aan elkaar
+te soldeeren. Dit stukje plank bedekte de plek, waar de pijp zich
+vertakt om de keuken beneden van gas te voorzien. Uit deze bergplaats
+haalde hij het kleine papieren cylindertje voor den dag, legde toen het
+stukje plank weer neer, schoof het vloerkleed terecht, blies de kaarsen
+uit en liep mij, die hem buiten het venster stond af te wachten,
+regelrecht in de armen.
+
+[Illustratie: Joseph Harrison kwam naar buiten.]
+
+"Wel, hij is ondeugender, dan ik mij dien mijnheer Joseph voorstelde.
+Hij sprong met zijn mes op mij toe, en ik moest hem twee keer aangrijpen
+en kreeg een snede over de knokkels, voor ik hem de baas werd. Hij wierp
+mij moorddadige blikken toe uit het eene oog, waarmede hij nog zien kon,
+toen onze strijd geëindigd was; doch hij wilde nu naar rede luisteren en
+gaf de papieren over. Toen ik die had, liet ik mijn man los, maar nog
+dezen morgen zond ik een uitvoerig telegram aan Forbes. Is deze vlug
+genoeg den vogel te vangen, dan is het mij goed! Maar zoo hij, wat ik
+wel vermoed, het nest ledig vindt, zooveel te beter voor het
+gouvernement. Ik geloof, dat zoowel Lord Holdhurst als mijnheer Percy
+Phelps het liefst hebben, dat de zaak nooit voor het gerecht komt."
+
+"Mijn God!" hijgde onze cliënt, "is het inderdaad waar, dat gedurende de
+tien lange weken, waarin ik met den dood worstelde, de papieren steeds
+zoo nabij mij in de kamer waren?"
+
+"Zoo was het."
+
+"En Joseph! Is Joseph een schurk en een dief?"
+
+"Hum! Ik geloof, dat het karakter van Joseph ondoorgrondelijker en
+gevaarlijker is, dan men, op zijn voorkomen afgaande, zou vermoeden. Uit
+hetgeen ik dezen morgen van hem gehoord heb, maak ik op, dat hij veel
+verloren heeft door speculeeren in effecten en dat hij in staat is tot
+alles, wat zijn financieele omstandigheden kan verbeteren. Daar hij een
+buitengewoon zelfzuchtig man is, liet hij zich zelfs niet door het geluk
+van zijn zuster of uw goeden naam weerhouden diefstal te plegen."
+
+Percy Phelps zonk in zijn stoel terug. "Mijn hoofd duizelt, uw woorden
+hebben mij geheel verslagen," zeide hij.
+
+"De voornaamste moeilijkheid in uw zaak," vervolgde Holmes op zijn
+gewone onderwijzende manier, "ligt in het feit, dat er te veel
+waarschijnlijks was. Wat ons dienen kon tot ontsluiering van het geheim,
+was weer bedekt en verborgen door andere feiten, die niets bewijzen. Uit
+al de feiten, die zich aan ons voordeden, zochten wij die uit, welke ons
+inderdaad waar voorkwamen en toen voegden wij ze in hun rangorde bijeen,
+om de keten van gebeurtenissen te vormen. Ik was Joseph al begonnen te
+verdenken, toen ik van u vernam, dat gij voornemens waart dien avond in
+zijn gezelschap naar huis terug te keeren, het voor waarschijnlijk
+houdende, dat hij daarom alleen met u die terugreis maakte, wijl hij wel
+wist, dat het ministerie van buitenlandsche zaken dan op zijn weg lag.
+Toen ik vernam, dat iemand de slaapkamer had getracht binnen te dringen,
+waarin niemand anders dan Joseph iets had kunnen verbergen--gij deeldet
+ons bij uw verhaal mede, hoe Joseph u die kamer moest inruimen, toen
+gij met den dokter aankwaamt--werd mijn vermoeden zekerheid, daar de
+poging tot inbraak geschiedde in den eersten nacht, dat de verpleegster
+afwezig was, wat mij bewees, dat de inbreker wel op de hoogte was van
+het doen en laten in het huis."
+
+"Hoe blind ben ik toch geweest."
+
+"Het geval heeft zich, voor zoover ik mij overtuigen kon, volgenderwijs
+toegedragen:
+
+"Joseph Harrison kwam het bureau binnen door de deur aan de
+Charles-Street en daarbij den weg goed kennend, liep hij regelrecht naar
+uw kamer, onmiddellijk nadat gij die hadt verlaten. Daar niemand
+vindende, trok hij terstond aan de schel, op hetzelfde oogenblik kreeg
+hij het op tafel liggende papier in het oog. Een enkele blik overtuigde
+hem, dat het toeval hem daar een staatsstuk van onschatbare waarde in
+handen speelde, en zonder zich verder te bedenken, stak hij het bij zich
+en vertrok. Zooals gij u zult herinneren, verliepen er een paar minuten
+aleer de slaperige portier uw aandacht op de schel vestigde en in dezen
+tijd kon de dief zich uit de voeten maken.
+
+"Hij reisde met den eersten trein naar Woking en na het gestolen
+document met aandacht doorgelezen te hebben, waarbij hij inderdaad zag,
+dat het ontzaglijk veel waard was, verborg hij het op een veilige plaats
+met het voornemen, het binnen een of twee dagen weer te voorschijn te
+halen en naar het Fransche gezantschap te brengen, of ergens anders,
+waar hij kon veronderstellen er een flinken prijs voor te erlangen. Toen
+kwaamt gij plotseling te huis. Zonder vooraf gewaarschuwd te zijn, moest
+hij u zijn kamer afstaan en sedert waren er altijd twee of drie personen
+in de kamer aanwezig, wat hem belette zijn schat weer in handen te
+krijgen. Zijn toestand was inderdaad hoogst onaangenaam. Maar eindelijk
+dacht hij zijn kans schoon te zien. Hij probeerde naar binnen te
+sluipen, doch zijn plan werd door uw waakzaamheid verijdeld. Gij zult u
+herinneren, dat gij dien avond uw gewonen drank niet naamt en dat
+Harrison geheel en al er op vertrouwde, dat gij buiten bewustzijn zoudt
+wezen. Ik rekende er natuurlijk op, dat hij zijn poging zou herhalen,
+zoodra hij maar dacht, dat het veilig kon geschieden. Doordien gij de
+kamer verliet, kreeg hij de gelegenheid, waarop hij wachtte. Ik zorgde
+er voor, dat Miss Harrison den ganschen dag in de kamer bleef, zoodat
+hij ons niet voor kon zijn. En terwijl ik hem nu in den waan bracht, dat
+het veilig op de kust was, hield ik de wacht, zooals ik u zooeven heb
+verteld. Ik wist reeds, dat de papieren waarschijnlijk in de kamer
+waren, maar ik verlangde er volstrekt niet naar den geheelen vloer en de
+paneelen op te breken om ze te zoeken. Daarom liet ik ze hem zelf uit
+het verborgen hoekje nemen en bespaarde mij zoo ontzaglijke moeite. Is
+er nog iets op te helderen?"
+
+[Illustratie: Is er nog iets op te helderen?]
+
+"Waarom trachtte hij den eersten keer door het venster in te breken,
+terwijl hij door de deur binnen kon komen?" vroeg ik.
+
+"Om bij de deur te komen moest hij zeven slaapkamers voorbij. Bovendien
+kon hij gemakkelijk weer door het venster op het grasperk komen. Is er
+nog iets?"
+
+"Denkt gij niet," vroeg Phelps, "dat hij van plan was mij te vermoorden?
+Hij wilde zeker zijn mes alleen als gereedschap gebruiken."
+
+"Dat kan wel zoo wezen," antwoordde Holmes, zijn schouders ophalende.
+"Dit alleen kan ik u met zekerheid zeggen, dat Joseph Harrison een
+persoon is, aan wiens genade ik niet gaarne zou willen zijn
+overgeleverd."
+
+
+
+
+V.
+
+De dood van Sherlock Holmes.
+
+
+Met een zwaar hart neem ik de pen op om deze laatste woorden, waarin ik
+de wonderbaarlijke geestesgaven boekstaaf, waardoor zich mijn vriend
+Sherlock Holmes onderscheidde, neder te schrijven. Onsamenhangend en,
+zooals ik maar al te wel gevoel, zeer onvolkomen heb ik een verhaal
+gegeven van mijn vreemde ervaringen in zijn gezelschap--van het toeval
+af, dat ons voor de eerste maal[A] samenbracht tot den tijd, toen hij in
+de geschiedenis van het Scheepvaart-verdrag zijn tusschenkomst
+verleende, een tusschenkomst, waardoor hij een reeks internationale
+verwikkelingen voorkwam. Het lag aanvankelijk in mijn plan, daarmede
+mijn "gedenkschriften" van Sherlock Holmes te besluiten en niets te
+zeggen van de gebeurtenis, die een leegte in mijn leven heeft gebracht,
+welke na een tijdsverloop van twee jaren nog niet is aangevuld. De
+brieven, waardoor korten tijd geleden kolonel James Moriarty de
+nagedachtenis van zijn broer van blaam trachtte te zuiveren, noodzaken
+mij evenwel tot schrijven en mij blijft geen andere keus, dan de feiten
+nauwkeurig aan het publiek mede te deelen. Ik alleen ken de ware
+toedracht der zaak en het verheugt mij, dat de tijd gekomen is, dat het
+tot niets meer dient, de waarheid te verzwijgen. Zoover ik weet, zijn
+er slechts drie verhalen, op de geschiedenis betrekking hebbende, in de
+pers verschenen, dat in het _Journal de Genève_ op den 6en Mei 1891, een
+dépêche van Reuter in de Engelsche kranten op 7 Mei en ten slotte de
+onlangs verschenen brieven, waarop ik zooeven zinspeelde. De eerste en
+de tweede hiervan waren zeer beknopt, terwijl in den laatsten, zooals ik
+zal aantoonen, de feiten geheel verkeerd zijn voorgesteld. Op mij rust
+thans de plicht, voor de eerste maal te vertellen, wat er werkelijk
+plaats vond tusschen professor Moriarty en Sherlock Holmes.
+
+[Footnote A: Zie "Een Godsgericht".]
+
+Ik moet hier even in herinnering brengen, dat na mijn huwelijk en mijn
+daarop gevolgde werkzaamheid als geneesheer, in de nauwe betrekking,
+waarin ik tot Holmes stond, wel eenige wijziging kwam. Van tijd tot tijd
+kwam hij nog wel bij mij, als hij een metgezel in zijn nasporingen
+zocht, maar zulks werd toch hoe langer hoe zeldzamer, zoodat ik b.v. in
+1890 van slechts drie gevallen aanteekeningen bezit. In den winter van
+dit jaar en de vroege lente van 1891 zag ik in de bladen, dat Holmes
+voor een hoogst gewichtige aangelegenheid in dienst van de Fransche
+regeering werkzaam was, en ik ontving twee brieven van Holmes, een uit
+Narbonne en een uit Nimes, waaruit ik opmaakte, dat zijn verblijf in
+Frankrijk waarschijnlijk van langen duur zou zijn. Ik was dus wel
+verrast, toen ik hem in den avond van den 24sten April mijn spreekkamer
+zag binnentreden en het trof mij, dat hij er nog bleeker en schraler
+uitzag dan anders.
+
+"Ja, ik heb wel wat veel van mijn krachten gevergd," zeide hij, meer in
+antwoord op mijn blik dan op mijn woorden. "Men vervolgt mij den
+laatsten tijd een weinig. Hebt gij er iets tegen, dat ik uw luiken
+sluit?"
+
+De kamer werd alleen verlicht door de lamp op de tafel, waarbij ik had
+zitten lezen. Holmes liep langs de wanden der kamer naar de vensters,
+sloeg de luiken dicht en sloot ze stevig.
+
+"Zijt gij ergens bang voor?" vroeg ik.
+
+"Ja, dat ben ik."
+
+"Waarvoor vreest ge?"
+
+"Voor windroeren."
+
+"Mijn waarde vriend Holmes, wat bedoelt ge?"
+
+"Ik geloof, dat gij mij goed genoeg kent, Watson, om te weten, dat ik
+volstrekt geen zenuwachtig man ben. Het is intusschen meer een blijk van
+domheid dan van moed, niet te willen erkennen, dat een dreigend gevaar
+naakt. Mag ik u om een lucifer verzoeken?" Hij zoog den rook van zijn
+cigarette op, en de kalmeerende invloed daarvan scheen hem weldadig aan
+te doen.
+
+"Ik moet u verschooning vragen, dat ik zoo laat bij u kom, en ik moet u
+verder verzoeken u zoo weinig aan de vormen te storen, dat gij mij
+toestaat uw huis te verlaten, door over den achtermuur van uw tuin te
+klauteren."
+
+"Maar wat heeft dit toch alles te beteekenen?" vroeg ik.
+
+Hij strekte zijn hand uit, en nu zag ik bij het licht der lamp, dat twee
+van zijn knokkels gewond waren en bloedden.
+
+"Het is geen luchtig zaakje, zooals gij ziet," zeide hij glimlachend.
+"Integendeel, ze is stevig genoeg, om er zijn hand tegen stuk te slaan.
+Is mevrouw Watson te huis?"
+
+"Zij is op bezoek."
+
+"Inderdaad. Zijt gij alleen?"
+
+"Geheel en al."
+
+"Dat maakt het mij gemakkelijker, om u voor te stellen mij een week op
+het vasteland te vergezellen."
+
+"Waar zullen we heen gaan?"
+
+"O, hier of daar. Het is mij onverschillig."
+
+Deze voorslag kwam mij zeer vreemd voor. Het lag niet in Holmes' aard,
+zonder doel zijn bezigheden er aan te geven en aan zijn bleek, afgemat
+gelaat kon ik zien, dat zijn zenuwen in de hoogste mate overprikkeld
+waren. Hij las in mijn oogen, wat ik hem wilde vragen en zijn
+vingertoppen tegen elkaar drukkende en zijn ellebogen op zijn knieën
+zettende, deelde hij mij mede, in welken toestand hij zich bevond.
+
+"Gij hebt waarschijnlijk nooit van professor Moriarty gehoord?" zeide
+hij.
+
+"Nooit."
+
+[Illustratie: Twee van zijn knokkels waren gewond en bloedden.]
+
+"Hé, dat is juist het wonderlijkste van de geschiedenis!" riep hij. "De
+man beheerscht Londen en niemand kent hem. Dat is het, wat hem in de
+kronieken der misdaad bovenaan plaatst. In allen ernst kan ik u zeggen,
+Watson, dat zoo ik dien man kon slaan, indien ik de maatschappij van hem
+kon verlossen, ik het hoogste punt in mijn loopbaan zou hebben bereikt
+en ik bereid zou wezen, een rustiger, vreedzamer leven te beginnen.
+Onder ons gezegd, door de laatste misdaden, waarin ik mijn hulp verleend
+heb aan de koninklijke familie van Scandinavië en aan de Fransche
+republiek, is mijn positie van dien aard geworden, dat ik verder rustig
+voort kan leven, wat ook het meest met mijn aard overeenkomt en mij
+geheel aan mijn scheikundige studiën zou kunnen wijden. Maar ik zou niet
+kunnen rusten, Watson, ik zou niet bedaard op mijn stoel kunnen blijven
+zitten bij de gedachte, dat zulk een man als professor Moriarty
+ongehinderd door Londens straten wandelt."
+
+"Wat heeft die man dan gedaan?"
+
+"Hij heeft tot dusver een buitengewone carrière gehad. Het is een man
+van goede geboorte en uitmuntende opvoeding, door de natuur begaafd met
+zeldzamen aanleg voor wiskundige studie. Op een en twintigjarigen
+leeftijd schreef hij een verhandeling over het Binomium van Newton,
+waardoor hij zich een Europeeschen naam verwierf. De bekwaamheid,
+waarvan hij hierin blijk gaf, deed hem een leerstoel in de wiskunde aan
+een der kleinere hoogescholen verwerven en alles scheen hem een
+schitterende loopbaan te voorspellen. Maar de man had overgeërfde
+karaktertrekken van den meest duivelschen aard. Een neiging tot de
+misdaad zat hem in 't bloed, die door zijn buitengewone intellectueele
+begaafdheid niet vernietigd maar integendeel versterkt en veel
+gevaarlijker werd. In de universiteitsstad kwamen kwade geruchten
+omtrent hem in omloop en weldra was hij genoodzaakt zijn leerstoel te
+laten varen en naar Londen te vertrekken, waar hij zijn praktijken
+voortzette. Dit alles is bekend, maar wat ik u verder ga vertellen, weet
+ik alleen dank zij eigen onderzoek.
+
+Zooals gij weet, Watson, is er in Londen niemand, die de groote
+misdadigerswereld zoo goed kent als ik. Al jaren lang was ik mij
+voortdurend bewust, dat er een macht achter den boosdoener stond, een
+organiseerende kracht, die steeds de wet in den weg staat en den
+misdadiger met zijn schild dekt. Telkens en telkens weer, in gevallen
+van het meest verschillende karakter--gevallen van inbraak, diefstal,
+moord--heb ik de aanwezigheid van deze macht gevoeld en haar
+werkzaamheid kunnen nagaan in vele van die verborgen gebleven misdaden,
+waarin ik niet persoonlijk geraadpleegd werd. Al jaren lang heb ik
+getracht den sluier op te lichten, welke deze geheimzinnige macht voor
+mij verborgen hield, tot ik ten slotte den draad van 't geheim in handen
+kreeg, en dien langs duizend listige bochten volgend, ontmoette ik den
+ex-professor Moriarty, de wiskundige beroemdheid.
+
+Deze Moriarty is de Napoleon van de misdaad, Watson. Hij is het
+organiseerende talent van de helft der misdaden, die in deze groote stad
+gepleegd worden en van bijna alle misdaden, wier bedrijvers niet worden
+ontdekt. Hij is een genie, een wijsgeer, een diepzinnig denker. Hij
+heeft een verstand van den eersten rang. Hij zit bewegingloos als een
+spin in het midden van haar web; maar dat web heeft duizend stralen en
+hij kent elke trilling daarvan. Hij zelf doet weinig. Hij smeedt alleen
+plannen. Maar zijn agenten zijn talrijk en goed georganiseerd. Moet er
+een misdaad worden gepleegd, b.v. een papier geroofd, een huis
+geplunderd, een man uit den weg geruimd--men stelt den professor van dit
+plan in kennis, en de zaak wordt op touw gezet en uitgevoerd. Wordt de
+pleger der misdaad gesnapt, men heeft geld als borgtocht voor zijn
+invrijheidstelling of zijn verdediging. Maar de centrale macht, die den
+agent gebruikt--wordt nooit gesnapt, wordt zelfs niet verdacht. Dit is
+de organisatie, Watson, door mij ontdekt en aan welker openbaarmaking en
+vernietiging ik voornemens ben al mijn krachten te wijden.
+
+Maar de professor is omringd door een aantal schildwachten, die zoo goed
+op hun hoede waren en zoo schrander te werk gingen, dat het bijna
+onmogelijk scheen bewijzen in handen te krijgen, om hem voor de
+rechtbank te brengen. Gij kent mijn krachten, Watson, en toch na verloop
+van drie maanden moest ik bekennen, dat ik een tegenstander had
+gevonden, die verstandelijk mijn gelijke was. Mijn afgrijzen van zijn
+misdaden werd op den achtergrond gedrongen door mijn bewondering voor
+zijn schranderheid. Maar ten laatste beging hij een misslag,--slechts
+een kleinen, kleinen misslag--maar daardoor gaf hij zich al te veel
+bloot, toen ik hem reeds zoozeer in het nauw had gebracht. Ik nam mijn
+kans waar en ik heb mijn net zoo goed om hem geweven, dat er bijna aan
+geen ontkomen meer te denken is. Binnen drie dagen, dat is te zeggen
+aanstaanden Maandag, is mijn plan uitgevoerd en zal de professor zich
+met de voornaamste leden van zijn bende in handen der politie bevinden.
+Dan zal het grootste misdadigersproces van de geheele eeuw beginnen;
+meer dan veertig geheimen zullen worden ontsluierd en allen zullen
+veroordeeld worden tot den dood aan de galg--maar als wij onzen tijd
+niet afwachten, dan kunnen ze ons, zooals gij wel kunt begrijpen, nog
+ontglippen, zelfs op het laatste oogenblik.
+
+Indien ik dit alles had kunnen doen, zonder dat professor Moriarty
+daarvan iets bekend werd, zou alles in orde zijn geweest. Maar deze was
+daarvoor te uitgeslapen. Hij zag elken stap, dien ik deed om mijn net om
+hem te spannen. Telkens trachtte hij te ontsnappen, maar even dikwijls
+verhinderde ik het hem. Ik durf u verzekeren, mijn vriend, dat indien er
+een uitvoerig verhaal van deze stille worsteling geschreven kon worden,
+dit verhaal het schitterendste voorbeeld van aanval en verweer uit de
+kronieken der geheime politie zou zijn. Nooit heb ik mij bekwamer
+betoond en nooit werd ik door een tegenstander zoo in 't nauw gebracht.
+Hij legde zijn mijnen diep aan en ik groef nog juist dieper dan hij.
+Dezen morgen deed ik de laatste stappen en nog slechts drie dagen waren
+noodig om de zaak tot een goed einde te brengen. Ik zat in mijn kamer en
+overdacht de zaak nog eens, toen de deur geopend werd en professor
+Moriarty voor mij stond.
+
+Mijn zenuwen zijn nog al tegen iets bestand, maar ik moet toch bekennen,
+dat ik schrok, toen ik den man, met wien zich mijn gedachten zoozeer
+bezighielden, daar op den drempel zag staan. Zijn voorkomen heeft
+overeenkomst met het mijne. Hij is buitengewoon lang en schraal, zijn
+voorhoofd is blank en gewelfd en zijn oogen liggen diep in zijn hoofd.
+Hij is glad geschoren, bleek en heeft in zijn uiterlijk nog iets van een
+professor. Zijn rug is krom door veel studie en zijn gelaat steekt
+vooruit en beweegt zich langzaam van de eene naar de andere zijde op een
+wonderlijke manier, die aan de bewegingen van een kruipend dier doet
+denken. Nieuwsgierig gluurde hij mij aan van onder zijn gefronste
+wenkbrauwen.
+
+[Illustratie: Professor Moriarty stond voor mij.]
+
+"Uw voorhoofd is minder sterk ontwikkeld, dan ik mij heb voorgesteld,"
+zeide hij, na mij eenigen tijd aangekeken te hebben.
+
+"Het is een gevaarlijke gewoonte een geladen vuurwapen in den zak van
+de huisjas met de vingers te betasten."
+
+De waarheid was, dat ik, toen hij de kamer binnentrad, terstond had
+bemerkt, in welk persoonlijk gevaar ik mij bevond. In een oogenblik had
+ik mijn revolver uit de lade genomen, in mijn zak gestoken en met een
+doek bedekt. Bij zijn woorden haalde ik het wapen voor den dag en legde
+het met gespannen haan op tafel. Hij glimlachte nog en knipoogde, maar
+daar was iets in zijn oogen, dat mij heel blijde deed zijn, dat ik mijn
+wapen onder mijn bereik had.
+
+"Gij kent mij klaarblijkelijk niet," zeide hij.
+
+"Integendeel," gaf ik ten antwoord. "Het is nog al duidelijk, dat ik u
+wel ken. Ga als 't u blieft zitten. Ik heb vijf minuten tijd, als gij
+mij iets hebt te zeggen."
+
+"Al wat ik u heb te zeggen, weet gij reeds," zeide hij.
+
+"Dan weet gij mogelijk ook mijn antwoord al," gaf ik ten antwoord.
+
+"Staat uw besluit vast?"
+
+"Onwrikbaar."
+
+Hij stak zijn hand in zijn zak en ik hief den revolver van de tafel. Hij
+haalde evenwel slechts een notitieboekje voor den dag, waarin hij eenige
+datums had opgeteekend.
+
+"Op den 4den Januari hebt gij mij ontmoet," zeide hij. "Op den 23sten
+dier maand zijt gij mij lastig gevallen; in het midden van Februari
+bracht gij mij ernstig in ongelegenheid; op het einde van Maart werd ik
+in mijn plannen gedwarsboomd, en nu op het einde van April verkeer ik
+door uw aanhoudende vervolging in gevaar mijn vrijheid te verliezen.
+Mijn toestand wordt onhoudbaar."
+
+"Hebt gij mij eenigen voorslag te doen?" vroeg ik.
+
+"Gij moet er mee ophouden, mijnheer Holmes," zeide hij, zijn hoofd
+opheffende. "Gij moet dit werkelijk, weet gij."
+
+"Na Maandag a.s."
+
+"Tut, tut. Ik weet zeker, dat een man, zoo schrander als ge zelf, zal
+inzien, dat er maar één kans bestaat om u uit deze zaak te redden. Het
+is noodzakelijk, dat gij terugtrekt. Gij hebt ons beiden nu in zulke
+omstandigheden gebracht, dat er slechts één uitkomst denkbaar is. Het
+heeft mij inderdaad geestelijk genot verschaft, u in deze zaak te zien
+worstelen en ik zeg het zonder vleierij, dat het mij leed zou doen,
+indien ik gedwongen werd tot een uitersten maatregel mijn toevlucht te
+nemen. Gij glimlacht, mijnheer, maar ik verzeker u, dat ik het inderdaad
+zou doen."
+
+"Gevaar behoort bij mijn beroep," merkte ik op.
+
+"Dit is meer dan gevaar. Het is uw onvermijdelijke ondergang. Gij staat
+niet tegenover één persoon, maar tegenover een machtige organisatie,
+waarvan gij den omvang met al uw schranderheid nog niet beseft. Gij moet
+zeer vast staan, mijnheer Holmes, of gij wordt onder den voet getreden."
+
+"Ik vrees," zeide ik, overeind staande, "dat ik door het genoegen van
+dit gesprek bezigheden, die mij elders wachten, verzuim."
+
+Hij stond eveneens overeind en zag mij zwijgend aan, treurig het hoofd
+schuddend.
+
+"Wel, wel. Het is jammer, maar ik heb gedaan wat ik kon," zeide hij ten
+laatste. "Ik ken elken zet van uw spel. Gij kunt voor Maandag niets
+doen. Het was een duel tusschen ons beiden, mijnheer Holmes. Gij hoopt
+mij in de bank der beschuldigden te brengen. Doch ik zeg u, dat ik nooit
+in de bank der beschuldigden zal staan. Gij hoopt mij te slaan, ik zeg
+u, dat gij mij nooit zult slaan. Zijt gij schrander genoeg om mij in het
+verderf te storten, houd u verzekerd, dat ik u een gelijk lot zal
+bezorgen."
+
+"Gij hebt mij verscheidene loftuitingen toegezwaaid, mijnheer Moriarty,"
+zeide ik. "Laat ik op mijn beurt zeggen, dat ik gaarne in 't algemeen
+belang de kans op het laatste zou aannemen, als ik de zekerheid had, dat
+het eerste zou gebeuren."
+
+"Het eene kan ik u beloven, maar niet het andere," meesmuilde hij en bij
+deze woorden keerde hij mij zijn gebogen rug toe en verliet glurende en
+knipoogende de kamer.
+
+[Illustratie: Hij keerde mij zijn gebogen rug toe.]
+
+Van dien aard was mijn zonderling onderhoud met professor Moriarty. Ik
+beken het u eerlijk, dat het een onaangenamen indruk bij mij achterliet.
+De bedaarde toon, waarop hij sprak, schenkt mij meer de overtuiging, dat
+hij meent, wat hij zegt, dan grootspraak zou doen. Natuurlijk zult gij
+zeggen: "Waarom neemt gij geen politie-voorzorgen tegen hem?" Daarom
+niet, wijl ik overtuigd ben, dat van den kant zijner agenten het gevaar
+dreigt. Mij zijn al de bewijzen er voor gegeven, dat het zoo zal
+wezen."
+
+"Zijt gij reeds aangevallen?"
+
+"Mijn waarde Watson, professor Moriarty is niet een man, die er gras
+over laat groeien. Heden middag ging ik voor eenige zaken naar
+Oxford-Street. Toen ik den hoek passeerde, waar de Bentinck-Street en de
+Welbeck-Street elkaar kruisen, kwam een met twee paarden bespannen
+huifkar in woeste vaart op mij af. Ik sprong ter zijde op het trottoir;
+een seconde later en ik zou verpletterd zijn geworden. De huifkar snelde
+Marylebone-Lane in en was een oogenblik later uit het gezicht verdwenen.
+Ik nam hierna den weg voor voetgangers, doch in de Vere-Street kwam een
+baksteen van een der huizen naar beneden en viel aan mijn voeten aan
+stukken. Ik riep de politie en stelde een onderzoek in. Op het dak lagen
+pannen en baksteenen voor een reparatie opgestapeld, en men wilde mij
+doen gelooven, dat de wind een daarvan naar beneden had doen tuimelen.
+Natuurlijk wist ik wel beter, doch kon niets bewijzen. Daarna nam ik een
+rijtuig en bereikte de woning van mijn broer in Pall Mall, waar ik werd
+aangevallen door een ruwen kerel met een knots gewapend. Ik sloeg hem
+neer en de politie heeft hem in hechtenis genomen, maar ik durf met het
+volste vertrouwen verzekeren, dat men er nooit achter zal komen, dat er
+eenige betrekking bestaat tusschen het heerschap op wiens snijtanden ik
+mijn knokkels heb stuk geslagen en den mathematicus Moriarty, die tien
+mijlen van de plek, waar de aanval geschiedde, vraagstukken op het
+zwarte bord uitwerkt. Het zal u zeker niet meer verwonderen, dat ik na
+uw kamer te zijn binnengetreden, terstond de luiken heb gesloten en u
+verlof moest vragen uw huis door een minder zichtbaren uitgang dan de
+voordeur te verlaten."
+
+Dikwijls had ik den moed van mijn vriend bewonderd, maar nooit meer dan
+nu, toen hij daar kalm een reeks van gebeurtenissen verhaalde, die samen
+den dag tot een verschrikking voor hem hadden gemaakt.
+
+"Wilt gij hier den nacht doorbrengen?" zeide ik.
+
+"Neen vriend, gij zoudt mij een te gevaarlijken gast kunnen vinden. Ik
+heb mijn plannen gevormd en alles zal goed afloopen. De zaken zijn nu
+zoover gevorderd, dat men hen zonder mijn hulp wel kan in hechtenis
+nemen, ofschoon mijn tegenwoordigheid vereischt wordt voor hun
+veroordeeling. Het is daarom duidelijk, dat ik niets beters kan doen,
+dan mij gedurende de weinige dagen, die er nog verloopen, aleer de
+politie vrijheid tot handelen heeft, te verwijderen, en het zou mij zeer
+veel genoegen doen, indien gij mij naar het vasteland wildet
+vergezellen."
+
+"Het is tegenwoordig stil met mijn praktijk en ik heb een gedienstigen
+buurman. Ik zal gaarne met u op reis gaan."
+
+"En morgen vroeg vertrekken?"
+
+"Als het noodzakelijk is."
+
+"O ja, het is noodzakelijk. En dan zal ik u eenige instructiën geven met
+het dringend verzoek, Watson, ze letterlijk op te volgen, want gij
+speelt nu met mij een gevaarlijk spel tegen den meest geslepen schurk en
+de machtigste misdadigersbende van gansch Europa. Luister nu!
+
+"Al de bagage, die gij voornemens zijt mede te nemen, zendt gij met een
+vertrouwden kruier dezen avond zonder adres naar het Victoria-station.
+Morgen vroeg moet gij een _hansom_ bestellen en uw bediende last geven
+noch het eerste, noch het tweede rijtuig, dat voorkomt, te nemen. Gij
+moet dan in de _hansom_ springen en naar het Strand-einde van de Lowther
+Arcade rijden, terwijl gij het adres van uw koffers aan den koetsier op
+een strookje papier overhandigt met verzoek dit niet weg te werpen.
+Houdt de vracht klaar en dadelijk nadat het rijtuig stilstaat, moet gij
+door de Arcade snellen en u haasten om de andere zijde te kwart over
+negen te bereiken. Dicht bij het trottoir wacht u een _brougham_, met
+een man in een dikken zwarten mantel, de kraag met rood afgezet als
+koetsier. Gij stapt die _brougham_ binnen en zult vroeg genoeg aan 't
+Victoria-station komen om den sneltrein naar het vasteland te halen."
+
+"Waar zal ik u ontmoeten?"
+
+"Aan het station. De tweede wagon 1ste klasse van voren af gerekend zal
+voor ons gereserveerd worden."
+
+"Is dat spoorwegrijtuig dan de plaats, waar wij bij elkaar komen?"
+
+"Ja."
+
+Vruchteloos verzocht ik Holmes, dien avond bij mij te blijven. Blijkbaar
+was hij bevreesd, dat het huis, onder welks dak hij vertoefde, ongeluk
+zou aanbrengen, en dit was het, wat hem tot vertrekken drong. Na een
+paar haastige woorden over onze plannen voor den volgenden dag, stond
+hij op, ging met mij in den tuin, klauterde over den muur, die aan de
+Mortimer-Street grenst, en riep terstond een rijtuig aan, waarin ik hem
+hoorde wegrijden.
+
+Den volgenden morgen hield ik mij letterlijk aan Holmes' instructiën. Ik
+nam de voorzorg niet in het rijtuig te stappen, dat voor ons was klaar
+gezet en reed onmiddellijk na het ontbijt naar de Lowther Arcade, die ik
+zoo snel mogelijk doorliep. Aan het eind daarvan wachtte een _brougham_
+met een stevigen koetsier in een donkeren mantel gehuld en die, zoodra
+ik in het rijtuig zat, de zweep over het paard legde en snel naar het
+Victoria-station reed. Toen ik was uitgestapt, keerde hij terstond om
+en reed weer terug, zonder zelfs naar mij om te zien.
+
+[Illustratie: Mijn afgeleefde Italiaansche vriend.]
+
+Zoover was alles wonderlijk goed gegaan. Mijn bagage was aanwezig en
+ik had volstrekt geen moeite het door Holmes aangeduide spoorwegrijtuig
+te vinden, dit te minder, omdat het de eenige wagon in den trein was,
+waarop stond: "Besproken." De eenige reden tot bezorgdheid was nu het
+niet verschijnen van Holmes. De stationsklok wees nog slechts zeven
+minuten aan vóór het oogenblik, dat de trein zou vertrekken. Vruchteloos
+zocht ik onder de groepen reizigers en personen, die even den trein
+verlieten, naar de slanke gestalte van mijn vriend. Er was geen spoor
+van hem. Een paar minuten gingen voorbij, waarin ik luisterde naar een
+eerwaardig Italiaansch priester, die in zijn gebroken Engelsch een
+conducteur trachtte aan 't verstand te brengen, dat zijn bagage naar
+Parijs moest worden doorgezonden. Na vervolgens nog eens rondgekeken te
+hebben, keerde ik naar mijn coupé terug, waar ik tot de ontdekking kwam,
+dat de conducteur in weerwil van het opschrift "besproken" mij mijn
+afgeleefden Italiaanschen vriend tot reismakker had gegeven. Vergeefs
+trachtte ik hem te beduiden, dat hij een indringer was, want mijn kennis
+van het Italiaansch was nog geringer dan de zijne van het Engelsch, en
+zoo haalde ik de schouders op en keek weer bezorgd naar mijn vriend uit.
+Ik beefde van angst bij de gedachte, dat hem in den afgeloopen nacht een
+ongeluk kon zijn overkomen. Reeds waren al de portieren gesloten; de
+stoomfluit gilde, toen--
+
+"Beste Watson, gij hebt u zelfs niet verwaardigd mij goeden morgen te
+wenschen," zeide een stem.
+
+Ik keerde mij om, mijn verbazing geen, meester. De oude geestelijke had
+zijn gelaat naar mij toe gewend. Voor een oogenblik waren de rimpels
+gladgestreken, de neus en de kin verwijderd; de onderlip stak niet meer
+vooruit, de mond mompelde niet meer; de doffe oogen schitterden weer; de
+in elkaar gebogen gestalte richtte zich op. Het volgende oogenblik
+stortte het beeld in elkaar en Holmes was weer verdwenen, even snel als
+hij gekomen was.
+
+"Goede hemel! Hoe verschrikt gij mij!" riep ik.
+
+"Alle mogelijke voorzorgen zijn nog noodig," fluisterde hij. "Ik heb
+redenen te gelooven, dat zij ons dicht op de hielen zitten. Ha, daar is
+Moriarty zelf."
+
+Terwijl Holmes sprak, had de trein zich reeds in beweging gezet.
+Terugziende bemerkte ik een langen man, die zich met geweld een weg door
+de menigte baande en met de hand wuifde, alsof hij verlangde, dat de
+trein stil bleef staan. Het was evenwel te laat, en een oogenblik daarna
+lag het station een eind achter ons.
+
+"Met al onze voorzorgen zijn wij nog net den dans ontsprongen, zooals
+gij ziet," zeide Holmes lachende. Hij stond overeind en ontdeed zich van
+zijn zwart kleed en hoed, die zijn vermomming vormden, en borg deze
+kleedingstukken weg in zijn handvalies.
+
+"Hebt gij het ochtendblad gelezen, Watson?"
+
+"Neen."
+
+"Dus hebt gij ook niet gelezen, wat er in Baker-Street gebeurd is?"
+
+"Baker-Street?"
+
+"Zij hebben van nacht in onze kamers brand gesticht. De schade is niet
+groot."
+
+"Genadige hemel, Holmes, dat gaat toch alle perken te buiten."
+
+"Zij moeten mijn spoor na de inhechtenisneming van den knotsman geheel
+en al zijn bijster geworden. Anders zouden zij niet in de meening
+verkeerd hebben, dat ik naar mijn woning was teruggekeerd. Zij hebben
+evenwel de voorzorg genomen, u te bespieden, en dat is het, wat Moriarty
+naar het Victoria-station heeft gebracht. Gij hadt bij uw komst niet de
+minste fout begaan."
+
+"Ik heb in alles uw raad opgevolgd."
+
+"Vondt gij uw _brougham_?"
+
+"Ja, zij wachtte op mij."
+
+"Hebt gij uw koetsier herkend?"
+
+"Neen."
+
+"Het was mijn broer Mycroft. Het is in zulke omstandigheden een
+voordeel, dat men geen huurling in vertrouwen behoeft te nemen. Doch wij
+moeten nu overleggen, hoe wij ten opzichte van Moriarty moeten
+handelen."
+
+"Wijl dit een sneltrein is en de boot er op correspondeert, zou ik
+denken, dat wij in 't geheel geen last meer van hem zullen hebben."
+
+"Mijn beste Watson, gij hebt klaarblijkelijk mijn bedoeling niet gevat,
+toen ik zeide, dat die man in intellectueele ontwikkeling met mij op één
+lijn gesteld mag worden. Gij verbeeldt u toch niet, dat indien ik de
+vervolger was, ik mij door zulk een geringen hinderpaal uit het veld zou
+laten slaan? Waarom zouden wij dan zulk een lagen dunk van hem hebben?"
+
+"Wat zal hij doen?"
+
+"Wat ik in dit geval zou doen."
+
+"En wat zoudt gij dan doen?"
+
+"Een extra-trein huren."
+
+"Maar het moet nu al te laat zijn."
+
+"In geenen deele. Deze trein stopt te Canterbury; en daar wordt altijd
+wel een kwartier op de boot gewacht. Hij zal ons daar inhalen."
+
+"Men zou denken, dat wij de misdadigers zijn. Laten wij hem bij zijn
+aankomst in hechtenis nemen."
+
+"Dat zou mijn werk van drie maanden nutteloos maken. Wij zouden de
+groote visch hebben, maar de kleinere zouden rechts en links uit het net
+springen. Als wij tot Maandag geduld hebben, vangen wij hen allen. Neen,
+zijn arrestatie mag nu niet geschieden."
+
+"Wat dan?"
+
+"Wij zullen te Canterbury uit den trein stappen."
+
+"En dan?"
+
+"Wel, dan moeten wij zuidwaarts naar Newhaven reizen en dan de reis over
+Dieppe vervolgen. Moriarty zal alweer doen, wat ik zou doen. Hij zal
+naar Parijs reizen, onze bagage in 't oog houden en twee dagen bij het
+goederendepôt op ons wachten. In dien tijd zullen wij ons voorzien van
+een paar reiszakken, en verder in de streken, waardoor wij reizen, onze
+verdere benoodigdheden aanschaffen en op ons gemak via Luxemburg en
+Bazel onzen weg naar Zwitserland vervolgen."
+
+Te Canterbury verlieten wij dus den trein en vernamen daar, dat wij een
+uur moesten wachten, aleer er een trein naar Newhaven ging.
+
+Ik keek nog met een gevoel van spijt den snel verdwijnenden bagagewagen
+na, die mijn garderobe bevatte, toen Holmes mij aan den arm trok en
+langs de spoorlijn wees.
+
+Heel in de verte, boven de bosschen van Kent, spreidde zich een dunne
+rook uit. Een minuut later kwam een door een enkelen wagon gevolgde
+locomotief de kromming langs vliegen, die naar het station geleidde. Wij
+hadden nauwelijks den tijd achter een stapel bagage de wijk te nemen,
+toen zij ons snuivend en ratelend voorbijsnelde, ons een golf heete
+lucht in het gelaat blazende.
+
+"Daar gaat hij," zeide Holmes, terwijl wij de rijtuigen naoogden, die
+schommelend en slingerend in duizelingwekkende vaart over de rails
+voortrolden. "Gij ziet, dat de schranderheid van onzen vriend haar
+grenzen heeft. Het zou een meesterstuk van hem geweest zijn, had hij
+dezelfde gevolgtrekking gemaakt, die ik in zijn geval zou maken en
+dienovereenkomstig had gehandeld."
+
+"En wat zou hij gedaan hebben, als hij ons had overvallen?"
+
+[Illustratie: zij snelde snuivend en ratelend voorbij.]
+
+"Men behoeft er niet 't minst aan te twijfelen, dat hij een
+moorddadigen aanval op mij zou gewaagd hebben. Dat is evenwel een
+spelletje, waarbij twee behooren. De vraag is nu, zullen wij hier vroeg
+een lunch nemen, of kans loopen te verhongeren voor wij te Newhaven
+komen?"
+
+ * * * * *
+
+Wij reisden dien dag tot Brussel en bleven daar twee dagen, terwijl wij
+den derden dag Straatsburg bereikten. Des Maandagsmorgens zond Holmes
+een telegram aan de Londensche politie en dien avond vonden wij een
+antwoord in ons hotel. Holmes scheurde het telegram open, las het en
+wierp het met een bitteren vloek op het vuur.
+
+"Ik had dit kunnen weten," gromde hij. "Hij is ontsnapt."
+
+"Moriarty?"
+
+"Zij hebben de gansche bende behalve hem in handen. Hij heeft hen beet
+gehad. Natuurlijk, toen ik was vertrokken, was er niemand in Londen, die
+het tegen hem kon opnemen. Maar ik dacht, dat ik hun het spel in handen
+had gegeven. Mijns inziens deedt gij nu maar het beste met naar Engeland
+terug te keeren, Watson."
+
+"Waarom?"
+
+"Omdat ik nu een gevaarlijk reisgezel voor u zal wezen. Met Moriarty's
+bedrijf is het nu gedaan. Als hij naar Londen terugkeert, is hij een
+verloren man. Heb ik mij niet in zijn karakter vergist, dan zal hij nu
+al zijn geestkracht aanwenden, om zich op mij te wreken. Bij het korte
+onderhoud, dat wij met elkaar hadden, gaf hij mij dit te kennen en ik
+geloof, dat hij het meende. Ik moet u bepaald aanraden naar uw patiënten
+terug te keeren."
+
+Het was moeilijk te verwachten, dat hij met een dergelijken voorslag
+succes zou hebben bij iemand, die zoowel een oud soldaat als een oud
+vriend van hem was. In de eetzaal te Straatsburg zaten wij de zaak te
+bespreken, maar nog denzelfden avond hervatten wij gezamenlijk onze reis
+en bevonden ons thans op weg naar Genève.
+
+We brachten een aangename week in het Rhônedal door en daarna bij Leuk
+een zijweg inslaande, trokken wij den Gemmipas over, die nog met een
+dikke sneeuwlaag was bedekt, en bereikten zoo over Interlaken het schoon
+gelegen Meiringen. Het was een verrukkelijk uitstapje; beneden het
+liefelijke groen der lente, boven het maagdelijk wit van den winter;
+maar ook in deze schoone omgeving vergat Holmes geen oogenblik de
+schaduw, die zijn weg verduisterde. In de eenvoudige Alpendorpen of in
+de eenzame bergpassen kon ik aan het snelle flikkeren van zijn oogen en
+uit den vorschenden blik, waarmede hij de enkele wandelaars, die ons
+voorbijkwamen, gadesloeg, bemerken, dat hij wel overtuigd was, dat waar
+onze weg ons ook mocht heenvoeren, wij ons niet konden onttrekken aan
+het ons dreigende gevaar.
+
+Eens, ik herinner het mij nog goed, toen wij den Gemmi overtrokken en
+langs den oever van het sombere Daubenmeer gingen, rolde een groot
+rotsblok, dat van den bergwand was losgeraakt, naar beneden en stortte
+met donderend geluid in het meer achter ons. Oogenblikkelijk snelde
+Holmes tegen den berg op en na op een rotspunt plaats genomen te hebben,
+tuurde hij naar alle richtingen. Vergeefs verzekerde onze gids hem, dat
+een steenenval in de lente op die plaats een zeer gewoon verschijnsel
+was. Holmes zeide niets, maar hij glimlachte tegen mij als een man, die
+de vervulling ziet van de droeve gebeurtenis, die hij verwacht.
+
+En toch, niettegenstaande al zijn waakzaamheid, was hij nooit
+neerslachtig. Integendeel, ik herinner mij niet, hem ooit zoo geestig
+gezien te hebben. Telkens weer herhaalde hij, dat hij welgemoed tot het
+ambtelooze leven zou terugkeeren, als hij de samenleving van professor
+Moriarty kon bevrijden.
+
+"Ik geloof, Watson, dat ik vrij kon zeggen niet vergeefs geleefd te
+hebben," zeide hij. "Ook als heden aan mijn werk een einde kwam, ik zou
+het met gelatenheid overleven. De Londensche lucht zou mij te zoeter
+zijn om in te ademen. Ik ben mij niet bewust, ook maar in een van de
+meer dan duizend gevallen, waarin ik hulp verleende, mijn macht tot een
+verkeerd doel gebruikt te hebben. In den laatsten tijd had het voor mij
+een bijzondere bekoring mij bezig te houden met de problemen door de
+natuur zelve aan de hand gedaan; liever dan met die, waarvoor onze
+kunstmatige samenleving verantwoordelijk is. Uw mémoires, Watson, zullen
+ten einde loopen op den dag, dat ik de kroon op mijn werk zet door de
+gevangenneming of den dood van den gevaarlijksten en bekwaamsten
+misdadiger van Europa."
+
+[Illustratie: Een groot rotsblok stortte naar beneden.]
+
+Ik zal kort en toch nauwkeurig zijn in het weinige, dat mij nog te
+verhalen blijft. Het is geen onderwerp, waarbij ik gaarne met mijn
+gedachten verwijl en toch gevoel ik, dat op mij de plicht rust, geen
+enkele bijzonderheid weg te laten.
+
+Op den 3den Mei kwamen wij aan in het kleine dorpje Meiringen en namen
+onzen intrek in het _Engelsche Hof_, waar toen de oude Peter Steiler
+kastelein was. Onze waard was een ontwikkeld man, die uitmuntend
+Engelsch sprak, daar hij drie jaren als kellner in het Grovesnor Hotel
+te Londen had gediend. Gevolg gevende aan zijn raad, vertrokken wij
+gezamenlijk in den namiddag van den 4den Mei met het voornemen de
+heuvelstreek door te trekken en den daaropvolgenden nacht in het gehucht
+Rosenlani te vertoeven. Men had ons vooral op 't hart gedrukt in geen
+geval te verzuimen een kleinen omweg te maken om de watervallen van
+Reichenbach, die halfweegs den heuvel zijn, te gaan zien.
+
+Het is inderdaad een vreeselijke plek. De stroom, gezwollen door de
+smeltende sneeuw, stort zich in een diepen afgrond, waaruit het schuim
+in wolken opstijgt als de rook uit een brandend huis. Stel u voor de
+onmetelijk diepe kloof, omlijnd door glinsterende koolzwarte rotsen,
+zich aan het einde vernauwende tot een kokenden afgrond van onpeilbare
+diepte, over welks gezaagden rand de rivier met duizelingwekkende vaart
+voortschiet. Het groene, glinsterende water stroomt eindeloos ver,
+bruisende, schuimende en razende, en er boven hangt steeds een dik
+gordijn van damp, en wie aan den rand der kloof staande naar beneden
+ziet, moet wel duizelig worden door het eeuwig geraas en gewarrel en
+gedraai van den glinsterenden maalstroom beneden. Wij stonden nabij den
+rand en staarden op de glinstering van het water, ver beneden ons
+brekende tegen de zwarte rotsen, en luisterden naar het geheimzinnig
+geraas, dat tegelijk met het fijn verdeelde schuim opsteeg.
+
+Ter halverwege van den waterval was een pad uitgehouwen, waardoor men
+een goed gezicht had op het verheven natuurtafereel, maar dit pad loopt
+plotseling dood tegen den bergwand, zoodat een reiziger op zijn schreden
+moet terugkeeren. Ook wij wilden dat doen, toen wij een Zwitserschen
+knaap langs het pad zagen komen met een brief in zijn hand. De brief
+droeg het adres van het hotel, dat wij zooeven verlaten hadden en was
+aan mij door den waard geadresseerd. Hij meldde mij, dat eenige minuten
+na ons vertrek een Engelsche dame was aangekomen, die in de laatste
+periode van de tering was.
+
+[Illustratie: Beiden stortten in den afgrond (blz. 158).]
+
+Zij had den winter in Davos Platz doorgebracht en was nu op reis naar
+haar vriendin te Lucern, toen zij plotseling een bloedspuwing kreeg. Men
+dacht, dat zij ternauwernood nog een paar uren te leven had, doch het
+zou haar zeer tot troost strekken, een Engelschen dokter te zien, en als
+ik slechts terug wilde keeren enz. enz. De goede Steiler verzekerde mij,
+dat hij mijn komst als een zeer groote gunst zou beschouwen, daar de
+dame volstrekt de hulp van een Zwitserschen geneesheer weigerde en hij
+voelde, dat op hem een groote verantwoordelijkheid rustte.
+
+Ik kon het beroep op mijn hulp niet afslaan. Het was mij onmogelijk het
+verzoek te weigeren van een landgenoote, die stervende was in een vreemd
+land. Toch maakte ik bezwaar, Holmes te verlaten. Wij kwamen echter
+overeen, dat hij den jongen Zwitser als gezelschap bij zich zou houden,
+terwijl ik naar Meiringen terugkeerde. Mijn vriend wilde eenigen tijd
+bij den waterval blijven en dan langzaam over den heuvelrug naar
+Rosenlani wandelen, waar ik mij in den avond bij hem zou voegen. Toen ik
+heenging, stond Holmes met den rug tegen den rotswand, met de armen over
+elkaar geslagen, naar beneden ziende op den waterval. Het was de laatste
+maal, dat ik hem op deze wereld zou zien.
+
+Toen ik nabij den voet van de helling was aangekomen, zag ik om. Het was
+nu onmogelijk den waterval te zien, maar ik ging het smalle voetpad
+over, dat er heen leidde. Langs het pad zag ik een man snel voortloopen.
+Zijn zwarte gestalte teekende zich scherp af tegen den groenen
+achtergrond. Ik merkte de vastheid van zijn gang; doch terwijl ik
+voortsnelde, verloor ik hem uit de gedachte.
+
+Het duurde mogelijk iets langer dan een uur, eer ik Meiringen bereikte.
+De oude Steiler stond in het portaal van zijn hotel.
+
+"Wel, het is toch niet erger met haar geworden?" zeide ik,
+binnenkomende.
+
+Zijn gelaat nam een uitdrukking van verbazing aan en bij de eerste
+trilling zijner wenkbrauwen was het, of mij het hart omdraaide.
+
+"Hebt gij dit dan niet geschreven?" vroeg ik, den brief uit mijn zak
+nemende. "Is er geen zieke Engelsche dame in het hotel?"
+
+"In 't geheel niet," riep hij, "maar deze brief draagt den stempel van
+het hotel. Ha, dan moet hij geschreven zijn door dien langen
+Engelschman, die hier binnenkwam, nadat gij vertrokken waart. Hij
+zeide...."
+
+Ik wachtte geen verdere verklaringen van den waard af. In een duizeling
+van angst liep ik de dorpsstraat langs en snelde terug naar het pad, dat
+ik zoo pas afgedaald was. Ik had een uur noodig gehad, om in het dorp te
+komen. Trots alle inspanning, verliepen er nog eens twee uren, voor ik
+weer aan de watervallen van Reichenbach kwam. Daar stond nog de
+Alpenstok van Holmes tegen den rotswand, waarbij ik mijn vriend verlaten
+had. Maar er was nu geen spoor meer van hem te zien en het was
+tevergeefs, dat ik hem luid bij zijn naam riep. Mijn eenig antwoord was
+mijn eigen stem, in honderdvoudige echo door de omringende rotsen
+teruggekaatst.
+
+Het gezicht van dien Alpenstok deed mij huiveren. Holmes was dus niet
+naar Rosenlani gegaan. Hij was op dat drie voet breede pad gebleven met
+een steilen rotswand aan de eene zijde en een steilen afgrond aan de
+andere, tot hij door zijn vijand overrompeld was. De jonge Zwitser was
+ook verdwenen. Hij was waarschijnlijk bij Moriarty in dienst geweest en
+had de beide mannen alleen gelaten. En wat was er toen gebeurd? Wie kon
+zeggen, wat er toen was voorgevallen?
+
+Ik stond een paar minuten verbijsterd, trachtende mijn gedachten te
+verzamelen, want de schrik had mij overmand. Toen begon ik aan Holmes'
+eigen methode te denken en trachtte ze in praktijk te brengen, om het
+treurspel te ontsluieren. Het was helaas slechts al te gemakkelijk. Wij
+waren niet tot het eind van het bergpad gegaan; de Alpenstok wees de
+plaats aan, waar wij onze wandeling gestaakt hadden en staan waren
+gebleven. De zwarte grond wordt hier altijd vochtig gehouden door het
+onophoudelijk neerspattende schuim; de tred van een vogel zou hier zelfs
+zijn spoor achterlaten. Langs het verdere einde van het pad liepen twee
+rijen voetstappen; zij liepen van mij af; geen kwam terug. Op eenige
+ellen afstand van de plek, waar het pad eindigde, was de grond geheel en
+al omgewoeld en modderig en de braamstruiken en varenkruiden waren
+afgescheurd en met slijk bedekt. Ik ging voorover liggen en bezag den
+grond nauwkeurig, terwijl het schuim over en rond mij spatte. Het was de
+laatste uren donker geworden en nu zag ik slechts hier en daar op de
+zwarte wanden het vocht glinsteren, en ver weg naar beneden aan 't eind
+der kloof den glans van den gebroken waterstroom. Ik riep met luider
+stem, maar het klagende en bruisende, eentonig rollende geluid van den
+waterval, veel overeenkomst hebbende met de kreten van een menschelijke
+stem, was het eenig antwoord.
+
+Maar het was de wil der Voorzienigheid, dat ik toch nog een laatsten
+groet zou hebben van mijn vriend en makker. Ik heb reeds gezegd, dat
+zijn Alpenstok nog tegen den op het smalle voetpad vooruitspringenden
+rotswand stond. Op den top van deze rots staande, zag ik iets
+schitterends en mijn hand boven de oogen houdende om beter te zien,
+bemerkte ik, dat die schittering afkomstig was van den zilveren
+sigarenkoker, dien Holmes gewoonlijk bij zich had. Toen ik hem opnam,
+dwarrelde een klein vierkant stukje papier, waarop de koker had gelegen,
+op den grond neer. Het papier ontvouwende, zag ik, dat het bestond uit
+drie bladzijden uit zijn zakboek gescheurd en aan mij geadresseerd. Het
+was kenmerkend voor het karakter van Holmes, dat het adres juist en het
+schrijven vast en helder was, alsof hij het in zijn studeerkamer had
+geschreven.
+
+[Illustratie: Een klein vierkant stukje papier dwarrelde neer.]
+
+ * * * * *
+
+"Waarde Watson," zoo luidde het schrijven. "Dat ik u deze weinige
+regelen kan schrijven, heb ik te danken aan de hoffelijkheid van
+Moriarty, die de bespreking van ons geschil wel een oogenblik wilde
+uitstellen. Hij heeft mij verteld, op welke wijze hij aan de handen der
+Engelsche politie is ontsnapt en van onze bewegingen op de hoogte bleef.
+Zijn methode van handelen heeft het hooge denkbeeld, dat ik van zijn
+bekwaamheden had, versterkt. De gedachte, dat ik in staat zal zijn te
+voorkomen, dat de maatschappij verder door zijn tegenwoordigheid
+geschaad wordt, doet mij genoegen, ofschoon ik vrees tot een prijs, die
+mijn vrienden veel verdriet zal veroorzaken, in 't bijzonder u, mijn
+waarde Watson. Ik heb u reeds gezegd, dat mijn loopbaan haar eind heeft
+bereikt en dat het onmogelijk op een voor mij meer passende wijze kan
+geschieden dan nu het geval is. Om u de waarheid te zeggen, ik was
+dadelijk overtuigd, dat die brief van Meiringen een valstrik was en liet
+toe, dat gij vertrokt, ofschoon het bij mij vaststond, dat er een
+ontknooping als deze zou volgen. Zeg den inspecteur Patterson, dat de
+papieren, die hij noodig heeft voor de veroordeeling van de bende, in
+het geheime laadje M zijn en zich bevinden in een enveloppe met het
+opschrift Moriarty. Ik heb, voor ik Engeland verliet, mijn testament
+gemaakt en dit mijn broer Mycroft ter hand gesteld. Breng mijn groeten
+aan mevrouw Watson over en geloof mij, waarde vriend, dat ik steeds ben
+
+ Uw u toegenegen
+
+ SHERLOCK HOLMES."
+
+Een paar woorden zullen voldoende zijn, het overige mede te deelen. Een
+onderzoek door deskundigen ingesteld liet weinig twijfel, dat een twist
+tusschen de beide mannen eindigen moest, zooals die wel nauwelijks
+anders kon eindigen, namelijk daarmede, dat zij in elkaars armen gekneld
+in den afgrond stortten. Een poging om hun lijken te vinden was geheel
+hopeloos, en daar diep in den ketel van draaiend water en kokend schuim
+liggen voor altijd bedolven de gevaarlijkste misdadiger en de
+voornaamste kampioen voor het recht. De jonge Zwitser is nooit
+teruggevonden en het behoeft niet meer betwijfeld te worden, dat hij een
+van de talrijke agenten was, die Moriarty in zijn dienst had.--En wat
+de misdadigersbende betreft, men zal zich nog wel herinneren, hoe
+volledig door de getuigenissen, door Holmes bijeengegaard, hun
+organisatie werd blootgelegd, en hoe zwaar de hand van den doode op hen
+drukte. Gedurende het proces kwamen omtrent hun vreeselijken aanvoerder
+weinig bijzonderheden aan het licht, en indien ik gedwongen ben geworden
+een juist verhaal te geven van bovengemelde feiten, dan is dit te wijten
+aan die niet tot oordeelen bevoegde strijders, die zijn aandenken hebben
+trachten te zuiveren door aanvallen op hem, dien ik steeds zal
+beschouwen als den besten en verstandigsten man, dien ik ooit gekend
+heb.
+
+
+
+
+ ÉÉN WOORDENBOEK $VOLDOENDE$
+
+ VOOR DE DRIE MODERNE TALEN.
+
+ HET EERSTE Viertalig Woordenboek
+
+ OM EN OM
+
+ [Illustratie]
+
+ HET BEVAT
+
+ Hollandsch-Fransch,
+ Hollandsch-Duitsch,
+ Hollandsch-Engelsch,
+
+ en
+
+ Fransch-Hollandsch,
+ Duitsch-Hollandsch,
+ Engelsch-Hollandsch.
+
+ ALLES IN ÉÉN BOEK VOOR [f] 1.25
+
+
+ $Quanjers Viertalig Woordenboek Om en Om$
+
+is naar de beste bronnen bewerkt. Voor het Nederlandsch is de
+Woordenlijst van de Vries en te Winkel, voor het Duitsch die van Duden
+gevolgd, terwijl de dictionnaires van Larousse en van Cassell
+respectievelijk voor Fransch en Engelsch geraadpleegd zijn.
+
+ $Quanjers Viertalig Woordenboek Om en Om$
+
+is zoo volledig mogelijk, volkomen betrouwbaar, zeer duidelijk van druk,
+aldus bij uitnemendheid geschikt voor school en huis; het bevat bijna
+1200 pagina's, is gedrukt op geheel houtvrij papier, kost slechts
+[f] 1.25 in geheel linnen band, en is bij elken Boekhandelaar
+verkrijgbaar, alsmede bij de Uitgevers $BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN te
+Rijswijk (Z.=H.)$.
+
+
+
+
+ DE TERUGKEER VAN SHERLOCK HOLMES.
+
+ [Illustratie: SIR ARTHUR CONAN DOYLE]
+
+
+
+
+ DE TERUGKEER VAN
+ SHERLOCK HOLMES
+
+ DOOR
+
+ A. CONAN DOYLE.
+
+ Schrijver van:
+
+ DE GRIEKSCHE TOLK, DE HOND VAN DE BASKERVILLES, EEN GODSGERICHT,
+ DE AVONTUREN VAN SHERLOCK HOLMES, SHERLOCK HOLMES
+ DE DETECTIVE, DE LIEFDE EENER VROUW, enz.
+
+ Geïllustreerd.
+
+ RIJSWIJK (Z.-H.)
+ BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN.
+
+
+
+
+I.
+
+Het avontuur van de Opleidingsschool.
+
+
+Wij hebben het meer dan eens op onze kleine verdieping in Baker-Street
+bijgewoond, dat personen op dramatische wijze opkwamen of vertrokken,
+maar ik kan mij niet herinneren ooit iets in dit opzicht te hebben
+bijgewoond, dat ons meer aangreep dan de eerste verschijning van dr.
+Thorneycroft Huxtable, hoofdonderwijzer, acte Fransch L. O. enz. Zijn
+kaartje, dat te klein scheen om het gewicht te dragen van zijn
+onderwijstitels, was hem eenige seconden voorgegaan en daarna trad hij
+zelf binnen--zoo groot, zoo afgemeten en zoo waardig, dat hij de
+belichaming mocht genoemd worden van zelfbeheersching en soliditeit. En
+toch was het eerste, wat hij deed, toen de deur achter hem was gesloten,
+niets meer of minder dan zich vast te houden aan de tafel en vervolgens
+op den vloer te glijden. Daar lag die majestueuse gestalte slap en
+gevoelloos op onze vloermat. Wij waren beiden opgesprongen en eenige
+oogenblikken staarden wij in stille verbazing naar het gewichtige stuk
+wrakhout, dat deed denken aan een plotselingen en noodlottigen storm op
+de levenszee. Holmes liep spoedig met een kussen naar hem toe om zijn
+hoofd te steunen, en ik greep de brandewijnflesch om zijn lippen nat te
+maken. Het breede, witte gelaat was doorploegd met lijnen, die van zorg
+spraken, de opgezwollen oogleden zagen er loodkleurig uit, de geopende
+mond trok nu en dan krampachtig samen aan de hoeken en zijn gelaat was
+niet geschoren. Zijn das en halfhemd droegen de sporen van een langen
+dag en het haar hing wanordelijk om het goed gevormde hoofd. Het was een
+uitgeput man, die voor ons lag.
+
+"Wat is het, Watson?" vroeg Holmes.
+
+"Algeheele uitputting--misschien uitsluitend van honger en vermoeienis,"
+zei ik, met mijn vinger op den pols, waarin de levensstroom nog slechts
+zwak klopte.
+
+"Een retourtje van Mackleton, in het noorden van Engeland," zei Holmes,
+het uit zijn vestjeszak halend. "Het is nog geen twaalf uur. Hij moet
+dus wel vroeg van huis zijn gegaan."
+
+[Illustratie: Het forsche, bleeke gelaat was doorploegd met lijnen, die
+zorg verraadden.]
+
+De zware oogleden begonnen te trillen en een oogenblik later keken een
+paar grijze oogen ons nieuwsgierig aan. Zoo goed mogelijk trachtte de
+man vervolgens op te staan, terwijl zijn gelaat rood werd van schaamte.
+
+"Vergeef mij deze zwakte, mijnheer Holmes. Ik ben een weinig
+overspannen. Dank u, indien u mij een glas melk met een beschuit kondet
+geven, denk ik wel weer spoedig op te knappen. Ik kwam persoonlijk,
+mijnheer Holmes, ten einde zeker te zijn, dat u met mij terugkeerdet. Ik
+was bang, dat een telegram u niet van de absolute noodzakelijkheid en
+het dringende van dit geval zou overtuigen."
+
+"Wanneer u geheel en al hersteld zijt,--"
+
+"Ik ben alweer geheel in orde. Ik begrijp niet, dat die zwakte mij zoo
+eensklaps kon overvallen. Ik zou gaarne zien, mijnheer Holmes, dat u met
+den volgenden trein met mij naar Mackleton terugkeerdet."
+
+Mijn vriend schudde het hoofd.
+
+"Mijn collega Watson zou u kunnen zeggen, dat wij op het oogenblik onze
+handen vol werk hebben. Ik word bezig gehouden door de zaak van de
+Ferrers Documenten en de Abergavenny moord komt morgen voor. Alleen een
+zeer belangrijk geval zou mij er toe kunnen brengen, thans Londen te
+verlaten."
+
+"Belangrijk!" Onze bezoeker maakte een welsprekend handgebaar. "Hebt u
+dan niets gehoord van de ontvoering van den eenigen zoon van den hertog
+van Holdernesse?"
+
+"Wat? Van den vroegeren minister?"
+
+"Juist. Wij hebben getracht er de bladen buiten te houden, maar gisteren
+avond stond er iets in de "Globe". Ik dacht, dat het u wel ter oore zou
+zijn gekomen."
+
+Holmes strekte zijn langen, dunnen arm uit en haalde Deel H uit zijn
+Encyclopaedie te voorschijn.
+
+""Holdernesse, zesde hertog K. G., P. C."--het halve alphabet! "Baron
+Beverley, Graaf van Carston"--lieve hemel, wat een titels! Bovendien nog
+"Lord-Luitenant van Hallamshire sedert 1900. Gehuwd met Edith, dochter
+van Sir Charles Appledore 1888. Erfgenaam en eenig kind, Lord Saltire.
+Bezit ongeveer tweehonderd en vijftig duizend aren aan land. Mijnen in
+Lancashire en Wales. Adres Carlton House Terrace; Holdernesse Hall,
+Hallamshire; Carston Castle, Bangor, Wales. Lord van de Admiraliteit
+1872; Secretaris van--" Wel, wel, deze man is zeker een van de
+voornaamste onderdanen van de Kroon."
+
+"De grootste en misschien de rijkste. Ik heb gehoord, mijnheer Holmes,
+dat u bij uw beroepsaangelegenheden niet juist de goedkoopste pleegt te
+zijn en dat u bereid is te werken ter wille van het werk. Ik kan u
+echter meedeelen, dat Zijne Genade reeds te kennen heeft gegeven, dat
+een chèque van vijf duizend pond zal gegeven worden aan den man, die kan
+zeggen, waar zijn zoon zich bevindt, en ook duizend pond aan hem, die
+den man of de mannen kan noemen, welke hem gevangen hebben genomen."
+
+"Dat is een vorstelijke belooning," zei Holmes. "Watson, ik denk dat wij
+dr. Huxtable zullen vergezellen op zijn terugreis naar het noorden van
+Engeland. En nu, dr. Huxtable, wanneer u die melk hebt uitgedronken,
+zult u mij wel willen vertellen, wat er gebeurd is, wanneer het gebeurd
+is, hoe het gebeurd is en eindelijk wat dr. Thorneycroft Huxtable, van
+de Opleidingsschool bij Mackleton, met de zaak heeft uit te staan, en
+waarom hij drie dagen na een gebeurtenis komt--de ongeschoren staat van
+uw kin wijst den datum aan--om mij te vragen mijn diensten te
+verleenen."
+
+Onze bezoeker had zijn melk opgedronken en zijn beschuitjes opgepeuzeld.
+Het licht was weder in zijn oogen teruggekeerd evenals de kleur op zijn
+wangen, toen hij met veel omhaal van woorden het gebeurde ging
+uitleggen.
+
+"Allereerst moet ik u meedeelen, heeren, dat mijn Instituut een
+voorbereidingsschool is, waarvan ik de stichter en het hoofd ben.
+"Huxtable's Aanteekeningen over Horatius" zal misschien mijn naam bij u
+meer bekendheid verleenen. Mijn school is zonder twijfel de beste en
+beroemdste opleidingsschool in Engeland. Lord Leverstoke, de Graaf van
+Blackwater, Sir Cathcart Soames--zij allen hebben hun zonen aan mijn
+hoede toevertrouwd. Maar ik voelde, dat mijn school haar toppunt van
+roem had bereikt, toen, drie weken geleden, de hertog van Holdernesse
+zijn secretaris, mijnheer James Wilder, zond met het bericht, dat de
+jonge lord Saltire, oud tien jaar, zijn eenige zoon en erfgenaam, aan
+mijn zorgen zou worden toevertrouwd. Weinig vermoedde ik, dat dit het
+voorspel zou wezen van de grootste ramp in mijn leven.
+
+"Den eersten Mei kwam de knaap, daar dan de overgangsexamens plaats
+hebben. Hij was een aardige jongen en wende spoedig aan zijn nieuwe
+omgeving. Ik kan u wel zeggen--ik hoop, dat ik niet onbescheiden ben,
+maar halve mededeelingen geven in een dergelijk geval toch niets--dat
+hij niet bijzonder gelukkig thuis was. Het is een bekend geheim, dat het
+huwelijksleven van den hertog niet zeer vreedzaam is geweest en dat de
+zaak geëindigd is in een scheiding met wederzijdsch goedvinden. De
+hertogin heeft zich een verblijf gekozen in het Zuiden van Frankrijk.
+Dat is niet lang geleden gebeurd en men wist, dat de knaap zeer gehecht
+was aan zijn moeder. Hij was stil en in zich zelf gekeerd na haar
+vertrek van Holdernesse Hall, en het was om deze reden, dat de hertog
+hem naar mijn inrichting wilde zenden. Na verloop van veertien dagen
+voelde de knaap zich echter bij ons thuis en was oogenschijnlijk
+gelukkig. Het laatst zagen wij hem in den avond van dertien Mei--dat is
+Maandagavond j.l. Zijn kamer was op de tweede verdieping en men bereikte
+haar door een andere kamer, waarin twee andere jongens sliepen. Deze
+jongens zagen of hoorden niets, zoodat het zeker is, dat de jonge
+Saltire dien kant niet is uitgegaan. Zijn raam was open en daarlangs
+groeit een mooie klimop. Wij konden beneden na zijn verdwijning geen
+voetsporen vinden, maar vast staat, dat hier de eenige uitgang was.
+
+"Zijn afwezigheid werd Dinsdagmorgen om zeven uur ontdekt. Zijn bed was
+beslapen geweest. Hij had zich geheel gekleed, voordat hij wegging en
+zijn gewoon blauw schoolpak met de donkergrijze broek aangetrokken. Er
+was hoegenaamd geen aanwijzing, dat iemand de kamer was binnengetreden,
+en het is zeker, dat, wanneer een worsteling had plaats gehad of ook
+maar even om hulp geroepen was, zulks zou gehoord zijn, daar Caunter, de
+oudste jongen in de aangrenzende kamer, zeer licht slaapt.
+
+"Toen Lord Saltire's verdwijning ontdekt was, liet ik terstond alle
+personen in mijn inrichting bij elkander komen, onderwijzers,
+dienstpersoneel en de jongens. Toen bemerkten wij, dat Lord Saltire
+waarschijnlijk niet alleen was geweest bij zijn vlucht. Heidegger, de
+onderwijzer in het Duitsch, werd ook vermist. Zijn kamer was op de
+tweede verdieping, aan het andere eind van het gebouw en kwam op
+dezelfde zijde uit als het vertrek van Lord Saltire. Hij had ook
+geslapen; maar klaarblijkelijk was hij slechts gedeeltelijk gekleed
+weggegaan, daar zijn boord en zijn sokken nog in zijn kamer lagen. Hij
+was ongetwijfeld ook langs het klimop naar beneden geklauterd, want wij
+konden zijn voetsporen zien, daar waar hij op den grond was neergekomen.
+Zijn fiets werd bewaard in een klein huisje naast de laan en deze was
+weg.
+
+"Hij was twee jaar bij mij geweest en kwam met zeer goede
+getuigschriften; hij was echter een stil en in zich zelf gekeerd man en
+niet bijzonder populair bij de leerlingen, evenmin als bij de
+onderwijzers. Van de vluchtelingen kon geen spoor ontdekt worden, en
+thans op Donderdagmorgen zijn wij even wijs als wij Dinsdag waren. Op
+Holdernesse Hall werd natuurlijk terstond navraag gedaan. Het is slechts
+eenige mijlen ver en wij dachten, dat de jongen in een plotseling
+verlangen naar huis, naar zijn vader was teruggekeerd; daar had men
+echter niets van hem gehoord of gezien. De hertog is zeer opgewonden--en
+wat mij betreft, wel, u hebt zelf gezien, in welk een staat van
+overspanning ik mij bevind ten gevolge van deze zaak. Mijnheer Holmes,
+indien u ooit al uw vermogens aan het werk zette, smeek ik u het nu te
+doen, want nooit in uw leven zult u een geval krijgen, dat meer waard is
+al uw aandacht er aan te besteden."
+
+Sherlock Holmes had met gespannen aandacht geluisterd naar de
+mededeelingen van den ongelukkigen schoolmeester. Zijn saamgetrokken
+wenkbrauwen en de diepe rimpels in zijn voorhoofd toonden aan, dat hij
+geen aanmoediging behoefde om al zijn aandacht te concentreeren op een
+probleem, dat, afgescheiden van de groote belangen, die er bij waren
+betrokken, zoo direct zijn liefde voor het ingewikkelde en ongewone
+moest opwekken. Hij haalde zijn notitieboekje voor den dag en krabbelde
+eenige aanteekeningen neer.
+
+"U zijt zeer nalatig geweest door niet eerder bij mij te komen," zei hij
+streng. "U begint zoodoende mij bij mijn onderzoek reeds dadelijk te
+dwarsboomen. Het is bijvoorbeeld niet aan te nemen, dat de klimop in de
+laan voor een opmerkzaam toeschouwer niets merkwaardigs opgeleverd zou
+hebben."
+
+"Mij kan geen blaam in dat opzicht treffen. Zijne Genade wilde in elk
+geval alle publiek schandaal vermijden. Hij was bang, dat zijn
+ongelukkig familieleven zoodoende al te ruchtbaar zou worden. Hij zou
+voor geen geld ter wereld willen, dat dit gebeurde."
+
+"Maar er is toch zeker een officieel onderzoek ingesteld door de
+politie?"
+
+"Ja, mijnheer, maar dat heeft al zeer weinig opgeleverd. Oogenschijnlijk
+was reeds dadelijk een spoor ontdekt, daar gemeld werd aan een naburig
+station, dat men 's morgens vroeg een jongen en een man gezien had, die
+met den trein waren vertrokken. Eerst gisteren avond kregen wij bericht,
+dat men deze beiden had opgespoord in Liverpool en dat daar gebleken is,
+dat zij hoegenaamd niets met het geval hadden uit te staan. Daarna kwam
+ik in mijn wanhoop en teleurstelling, na een slapeloozen nacht,
+regelrecht naar u toe met den vroegtrein."
+
+"Ik vermoed, dat het plaatselijk onderzoek verslapte tijdens dat het
+valsche spoor werd gevolgd."
+
+"Men deed in dien tusschentijd niets."
+
+"Zoodat drie dagen zijn verloren gegaan. De zaak is allertreurigst
+behandeld."
+
+"Dat weet ik en stem ik toe."
+
+"En toch is het vraagstuk nog wel op te lossen. Ik zal althans met
+genoegen het onderzoek op mij nemen. Is u er in geslaagd eenig verband
+te vinden tusschen den vermisten knaap en dien Duitschen onderwijzer?"
+
+"In het geheel niet."
+
+"Kreeg de knaap reeds onderricht van dezen onderwijzer?"
+
+"Neen, hij heeft, voor zoover ik weet, geen woord ooit met hem
+gewisseld."
+
+"Dat is zeker zeer vreemd. Had de knaap een fiets?"
+
+"Neen."
+
+"Werd een fiets van een anderen knaap vermist?"
+
+"Neen."
+
+"Is dat zeker?"
+
+"Bepaald."
+
+"Wel, u zult zeker niet willen beweren, dat de Duitscher op een fiets in
+een donkeren nacht is weggereden, terwijl hij den knaap in zijn armen
+hield?"
+
+"Zeker niet."
+
+"Wat is dan de theorie, die u er op nahoudt?"
+
+"De fiets kan gediend hebben om ons op een dwaalspoor te brengen. Zij
+kan hier of daar verborgen zijn en het paar dan te voet zijn
+weggegaan."
+
+"Juist; maar het schijnt dan toch wel een eigenaardig dwaalspoor, niet
+waar? Waren er nog andere fietsen in dat schuurtje?"
+
+[Illustratie: Welke theorie houdt u er op na?]
+
+"Verscheidene."
+
+"Zouden zij er geen twee hebben verstopt, indien zij het denkbeeld
+wilden opwekken, dat zij per rijwiel waren vertrokken?"
+
+"Dat denk ik wel."
+
+"Natuurlijk zouden zij dat gedaan hebben. Deze theorie deugt dan ook
+niet. Maar het incident is een uitstekend punt van uitgang voor een
+onderzoek. Een fiets is nu eenmaal niet gemakkelijk te verbergen of te
+verruilen. Nog een vraag. Is er iemand geweest om naar den knaap te zien
+op den dag, vóór hij verdween?"
+
+"Neen."
+
+"Heeft hij toen een brief gekregen?"
+
+"Ja, een brief."
+
+"Van wien?"
+
+"Van zijn vader."
+
+"Opendet u de brieven van den knaap?"
+
+"Neen."
+
+"Hoe weet u dan, dat hij van zijn vader kwam?"
+
+"Het wapen stond op de enveloppe en het adres was geschreven in het
+stijve handschrift van den hertog. Bovendien herinnert de hertog zich,
+dat hij geschreven heeft."
+
+"En heeft hij daarop geen brief ontvangen?"
+
+"Niet in de laatste dagen."
+
+"Kreeg hij geen brief uit Frankrijk?"
+
+"Neen, nooit."
+
+"U ziet natuurlijk waarheen ik wil. Of de knaap is ontvoerd met geweld,
+of hij is uit eigen vrijen wil gegaan. In het laatste geval mag men
+verwachten, dat eenige pressie van buiten noodig was, om zulk een jongen
+knaap tot zulk een stap te krijgen. Indien er geen bezoekers bij hem
+zijn geweest, moet die pressie zijn uitgeoefend per brief. Vandaar dat
+ik tracht uit te visschen, wie aan hem heeft geschreven."
+
+"Ik vrees, dat ik u niet veel wijzer kan maken. De eenige, die hem
+schreef, was, voor zoover ik weet, zijn vader."
+
+"Die hem een brief zond op den dag van zijn verdwijnen. Was de
+verstandhouding tusschen vader en zoon goed?"
+
+"Zijne Genade is nooit vriendelijk tegen iemand. Hij wordt geheel en al
+in beslag genomen door algemeene openbare aangelegenheden en is
+onvatbaar voor alle gewone emoties. Maar op zijn manier was hij
+vriendelijk jegens den knaap."
+
+"Deze genoot de sympathie van zijn moeder?"
+
+"Ja."
+
+"Heeft hij het wel eens gezegd?"
+
+"Neen."
+
+"De hertog dan?"
+
+"Goede hemel, neen."
+
+"Maar hoe weet u dit dan?"
+
+"Ik heb met mijnheer James Wilder, den secretaris van Zijne Genade, een
+vertrouwelijk gesprek gehad. Hij was het, die mij voorlichtte omtrent de
+gevoelens van Lord Saltire."
+
+"Ik begrijp het. Is misschien de brief, dien de hertog zijn zoon
+geschreven had, in dat vertrek achtergebleven?"
+
+"Neen, dien had hij meegenomen. Ik denk, mijnheer Holmes, dat het tijd
+wordt, dat wij naar Euston gaan."
+
+"Ik zal een rijtuig voor laten komen. Over een kwartier zijn wij tot uw
+dienst. Indien u naar huis telegrafeert, mijnheer Huxtable, zou het goed
+zijn de lieden in den waan te laten, dat het onderzoek nog steeds te
+Liverpool wordt voortgezet, of waar elders uw politie het gelieft in te
+stellen. In den tusschentijd zal ik eenige naspeuringen doen op het
+terrein zelf en misschien is het spoor nog niet zoo oud, of twee oude
+speurhonden als Watson en ik kunnen het wel volgen."
+
+ * * * * *
+
+Dien avond bevonden wij ons in de koude frissche atmosfeer van de
+Peah-landstreek, waarin de beroemde school van dr. Huxtable is gelegen.
+Het was reeds donker, toen wij er aankwamen. Een kaartje lag op de tafel
+in de vestibule en de huisknecht fluisterde zijn meester iets in het
+oor, dat deze dadelijk opgewonden naar ons deed toe komen.
+
+"De hertog is hier," zei hij. "De hertog en mijnheer Wilder zijn in de
+spreekkamer. Komt, heeren, ik zal u even voorstellen."
+
+Ik kende natuurlijk den beroemden staatsman van aanzien, maar de man was
+nu geheel anders dan hij gewoonlijk werd afgebeeld. Het was een forsch
+en statig persoon, in de puntjes gekleed, met een lang smal gelaat,
+waarvan de neus ietwat gebogen was. Zijn gelaat was doodsbleek, hetgeen
+meer uitkwam door het contrast, dat gevormd werd door den langen rooden
+baard, die op zijn wit vest neerhing. Aldus was de deftige verschijning,
+die ons ijzig aanstaarde. Naast den hertog stond een jongmensch, dat,
+naar ik vermoedde, de secretaris was. Hij was klein, zenuwachtig
+beweeglijk, met verstandige, lichtblauwe oogen. Hij was het, die
+dadelijk op een koelen, snijdenden toon het gesprek opende.
+
+[Illustratie: Naast den hertog stond een jongmensch.]
+
+"Dr. Huxtable, ik kwam heden morgen te laat om u te weerhouden van uw
+reis naar Londen. Ik vernam, dat uw doel was den heer Sherlock Holmes
+uit te noodigen het onderzoek in deze zaak op zich te nemen. Zijne
+Genade is verbaasd, dr. Huxtable, dat u zulk een stap hebt genomen
+zonder hem te waarschuwen."
+
+"Toen ik vernam, dat de politie er niet in was geslaagd--"
+
+"Zijne Genade is in geenen deele overtuigd, dat de politie niet is
+geslaagd."
+
+"Maar gewis, mijnheer Wilder--"
+
+"U weet toch, mijnheer, dat Zijne Genade voor alles een publiek
+schandaal wil vermijden. Hij neemt liefst zoo weinig mogelijk personen
+in zijn vertrouwen."
+
+"De zaak kan gemakkelijk verholpen worden," zei de verslagen
+onderwijzer. "Mijnheer Sherlock Holmes kan morgen ochtend naar Londen
+terugkeeren."
+
+"Niet zoo haastig, dr. Huxtable, niet zoo haastig," zei Holmes langs
+zijn neus weg. "Deze noordelijke lucht is zeer gezond en derhalve denk
+ik hier een paar dagen te blijven en mijn tijd te besteden, zooals ik
+dat noodig acht. Of ik daarbij onder uw dak zal slapen of in de
+dorpsherberg, moet u natuurlijk beslissen."
+
+Ik kon zien, dat de ongelukkige onderwijzer nog altijd besluiteloos was,
+uit welken toestand hij gered werd door de zware welluidende stem van
+den roodgebaarden hertog, die klonk als een zware etensbel.
+
+"Ik ben het met mijnheer Wilder eens, dr. Huxtable, dat ge wijs zoudt
+gedaan hebben met mij te raadplegen. Maar nu mijnheer Holmes eenmaal
+door u in het vertrouwen is genomen, zou het inderdaad al te gek zijn,
+indien wij niet van zijn diensten zouden gebruik maken. In plaats van
+naar de herberg te gaan, mijnheer Holmes, zal het mij aangenaam zijn,
+wanneer u bij mij op Holdernesse Hall zoudt willen logeeren."
+
+"Ik dank Uwe Genade zeer, maar in het belang van mijn onderzoek, denk
+ik, dat het beter is te blijven op het terrein van het geheim."
+
+"Zooals u wilt, mijnheer Holmes. Alle inlichtingen, die mijnheer Wilder
+of ik u kunnen verstrekken, staan u natuurlijk ten dienste."
+
+"Het zal waarschijnlijk noodig zijn, dat ik u op de Hall kom bezoeken,"
+zei Holmes. "Ik zou u nu alleen willen vragen, mijnheer, of u eenige
+verklaring weet te geven over het verdwijnen van uw zoon?"
+
+"Neen, mijnheer, in het geheel niet."
+
+"Wil mij niet kwalijk nemen, wanneer ik zaken aanroer, die voor u
+pijnlijk zijn, maar er zit niet anders op. Gelooft u, dat de hertogin
+iets met de zaak te maken heeft?"
+
+De staatsman aarzelde een oogenblik.
+
+"Ik geloof het niet," zei hij eindelijk.
+
+"De verklaring, die het meest voor de hand ligt, is deze, dat de knaap
+is opgelicht ten einde een hoog losgeld voor hem van u te krijgen. Er is
+toch nog geen brief door u ontvangen?"
+
+"Neen, mijnheer."
+
+"Nu nog een vraag, Uwe Genade. Ik meen begrepen te hebben, dat u uw
+zoon hebt geschreven op den dag, dat het incident plaats had."
+
+"Neen, ik schreef hem den dag te voren."
+
+"Juist. Maar hij ontving uw brief toch eerst op den volgenden dag."
+
+"Ja."
+
+"Stond er iets in uw brief, dat hem er toe kon brengen zulk een stap te
+doen?"
+
+"Neen, mijnheer, zeker niet."
+
+"Hebt u dien brief zelf op de post gedaan?"
+
+Het antwoord van den edelman werd voorkomen door zijn secretaris, die
+eenigszins haastig tusschenbeide kwam.
+
+"Zijne Genade is niet gewoon zelf zijn brieven op de post te doen," zei
+hij. "Deze brief werd met andere op tafel gelegd, en ik zelf heb hem
+gepost."
+
+"U is er zeker van, dat die brief er bij was?"
+
+"Ja, ik zag hem er bij."
+
+"Hoeveel brieven heeft Uwe Genade dien dag geschreven?"
+
+"Twintig of dertig. Ik heb een uitgebreide correspondentie. Maar zeker
+doet dit niets ter zake."
+
+"Toch wel," zei Holmes.
+
+"Wat mij betreft," ging de hertog voort, "ik heb de politie geraden haar
+aandacht op het Zuiden van Frankrijk te vestigen. Ik heb reeds gezegd,
+dat ik niet geloof, dat de hertogin zulk een ellendige daad zou
+aanmoedigen, maar de knaap had de onzinnigste denkbeelden, en het is
+mogelijk, dat hij naar haar gevlucht is, geholpen en geleid door dezen
+Duitscher. Ik geloof, dr. Huxtable, dat wij thans naar de Hall kunnen
+terugkeeren."
+
+Ik kon zien, dat Holmes nog gaarne eenige andere vragen had willen
+richten tot den hertog, maar aan het optreden van den edelman was
+duidelijk te merken, dat hij het onderhoud als geëindigd beschouwde.
+Klaarblijkelijk was het voor zijn aristocratische natuur uiterst
+hinderlijk over zijn intieme aangelegenheden met een vreemdeling te
+spreken en vreesde hij, dat elke nieuwe vraag een nieuw licht zou
+verspreiden over de verborgen hoeken van zijn hertogelijke geschiedenis.
+
+Zoodra de edelman en zijn secretaris vertrokken waren, toog mijn vriend
+met een merkwaardigen ijver aan het werk en ging op onderzoek uit.
+
+De kamer van den knaap werd zorgvuldig onderzocht en niets bleef over
+dan de overtuiging, dat hij alleen door het raam ontsnapt kon wezen. De
+kamer van den Duitscher leverde ook geen enkele ontdekking op. Hier had
+een stuk van den klimop het begeven onder zijn gewicht en wij zagen bij
+het licht van een lantaarn, waar zijn voeten waren neergekomen. De
+indruk in het korte groene gras was het eenige bewijs, achtergelaten bij
+deze onverklaarbare, nachtelijke vlucht.
+
+Sherlock Holmes verliet alleen het huis en kwam eerst over elven terug.
+Hij had zich een groote kaart van de omstreken laten geven en deze
+bracht hij in mijn kamer, waar hij haar op het bed uitspreidde en na de
+lamp er boven te hebben gehangen, ze begon te bestudeeren onder het
+rooken van een pijp, nu en dan bijzonder belangrijke punten aanwijzend.
+
+"Deze zaak begint mij te boeien, Watson. Ongetwijfeld zijn er eenige
+belangrijke feiten, die er mede in verband staan. Nu wij nog zoo goed
+als aan het begin zijn, moet je je op de hoogte stellen van de
+geographische ligging dezer streek, hetgeen ons onderzoek later ten
+goede zal komen.
+
+"Kijk eens naar de kaart. Deze donkere vlek is de school. Ik zal er een
+speld insteken. Nu, deze lijn is de hoofdweg. Zooals je ziet, loopt hij
+ten oosten en ten westen van de school en er is geen zijweg. Indien de
+beide personen den weg gevolgd hebben, moeten zij langs _dezen_ weg zijn
+gekomen.
+
+"Door een toevallige, gelukkige omstandigheid zijn wij in staat om na te
+gaan, wie zoo aldaar gepasseerd zijn. Op dat punt, waar mijn pijp nu
+ligt, heeft een veldwachter van 's nachts twaalf uur tot zes uur in den
+morgen op wacht gestaan. Zooals je ziet, scheidt de weg zich hier voor
+de eerste maal in tweeën. Deze man verklaart, dat hij geen oogenblik
+zijn post heeft verlaten en dat het onmogelijk is, dat een man of een
+knaap daar langs konden gaan, zonder dat hij hen zag. Ik heb dezen agent
+van avond gesproken en hij maakte op mij den indruk volkomen
+geloofwaardig te zijn. Daardoor kan deze kant verder buiten beschouwing
+blijven. Wij komen nu aan de andere zijde. Hier staat een herberg, "De
+Roode Stier" geheeten en de herbergierster is ernstig ziek. Zij had naar
+Mackleton om een dokter gezonden, maar deze kwam niet vóór 's morgens,
+daar hij was opgehouden door een ander geval. De bewoners van de
+herberg waren den geheelen nacht opgebleven, in afwachting van zijn
+komst en om beurten schijnen zij telkens gekeken te hebben of zij ook
+iets op den weg zagen aankomen. Zij verklaren, dat in elk geval niemand
+voorbijgekomen is. Indien hun verklaring juist is, volgt daaruit, dat
+wij tegelijkertijd kunnen vaststellen, dat ook niet langs dezen kant de
+vluchtelingen zijn gekomen, ergo dat zij in het geheel geen gebruik
+hebben gemaakt van den weg."
+
+"Maar de fiets?" bracht ik in het midden.
+
+"Juist zoo. Wij zullen dadelijk tot de fiets komen. Maar laat ons onze
+redeneering volgen: indien deze personen niet langs den weg zijn gegaan,
+moeten zij dwars het land hebben overgestoken aan de noord- of de
+zuidzijde van het huis. Dat is zeker. Laat ons nu de kansen tegen
+elkander opwegen. Aan de zuidzijde van het huis is, zooals je ziet, een
+groote uitgestrektheid bouwland met slooten tot afscheiding. Daar is,
+dat stem ik toe, een fiets van geen waarde. Wij kunnen dan ook deze
+zijde gerust buiten beschouwing laten en moeten onze aandacht richten op
+de streek ten noorden van het huis. Hier staan een aantal boomen,
+aangeduid als de "Ragged Shaw" en verder strekt zich een groote golvende
+heide uit, Lower Gill Moor geheeten, die tien mijl voort gaat en zacht
+glooiend oploopt. Hier, aan een zijde van de wildernis, ligt Holdernesse
+Hall, tien mijl van de school, wanneer men den weg volgt, maar slechts
+zes mijl, wanneer men de heide oversteekt. Het is een zeer eenzame
+vlakte. Een paar boeren wonen er en hebben er kleine plaatsen. Zij leven
+van de veeteelt, hoofdzakelijk door schapen opgebracht. Behalve deze,
+zijn de kievit en de snip de eenige bewoners, totdat men komt aan den
+hoofdweg, die naar Chesterfield leidt. Daar staat een kerkje, zooals je
+ziet, met een paar huisjes en een herberg. Verderop worden de heuvels
+steiler. Zeker moeten wij ons onderzoek in deze richting leiden."
+
+"Maar de fiets," hield ik vol.
+
+"Wel, wel," zei Holmes ongeduldig. "Een goed wielrijder heeft geen
+straatweg noodig. De heide wordt doorkruist door paden en het was volle
+maan. Hallo, wat is dat?"
+
+Er werd zenuwachtig geklopt op de deur, en een oogenblik later was dr.
+Huxtable in de kamer. In zijn hand droeg hij een blauwe muts met een
+witten knoop in het midden.
+
+"Eindelijk hebben wij een aanwijzing," riep hij. "Den hemel zij dank,
+eindelijk zijn wij den knaap op het spoor! Hier is zijn muts."
+
+"Waar werd die gevonden?"
+
+"In den wagen van de zigeuners, die op de heide gekampeerd hebben. Zij
+gingen Dinsdag weg. Vandaag heeft de politie hen achterhaald en hun
+karavaan geïnspecteerd. Dit werd gevonden."
+
+"Wat zeggen zij naar aanleiding van deze vondst?"
+
+"Zij aarzelden en logen--zeiden, dat zij de muts gevonden hadden op de
+heide op Dinsdagmorgen. Zij weten, waar hij is, de schurken. Maar
+gelukkig zitten zij nu achter slot en de vrees voor de wet of de beurs
+van den hertog zullen zeker alles uit hen halen, wat zij weten."
+
+"Tot dusverre gaat het goed," zei Holmes, zoodra de onderwijzer het
+vertrek weder had verlaten. "Wij zijn ten minste zoo ver, dat de
+theorie, dat aan de zijde van de Lower Gill Moor gezocht moet worden, de
+juiste is gebleken. De politie heeft werkelijk nog niets gedaan. Alleen
+heeft zij deze zigeuners gearresteerd. Kijk hier, Watson. Er loopt door
+de heide een stroompje, zooals je ziet. Op sommige plaatsen verbreedt
+het zich tot een moeras. Dat is voornamelijk het geval in de streek
+tusschen Holdernesse Hall en de school."
+
+Later merkte Holmes aan, na het terrein nogmaals te hebben opgenomen:
+"Met dat droge weer behoeven wij elders niet naar sporen te zoeken, dat
+zou vergeefsche moeite zijn, maar op dat punt is vrij zeker een of ander
+spoor achtergelaten. Ik zal je morgen ochtend vroeg roepen en wij zullen
+dan samen trachten eenig licht over dit geheim te verspreiden."
+
+De dag brak juist aan, toen ik wakker werd en de magere, hoekige
+gestalte van Holmes voor mijn bed ontwaarde. Hij was reeds gekleed en
+scheen ook al naar buiten te zijn geweest.
+
+"Ik heb de laan en de fietsenbergplaats reeds doorzocht," zei hij. "Ook
+heb ik een wandeling gedaan door het bosch. Nu, Watson, in de kamer
+hiernaast staat chocolade. Ik verzoek je een beetje voort te maken, want
+wij hebben een drukken dag voor ons."
+
+Zijn oogen schitterden en zijn wangen waren rood van opgewondenheid,
+evenals dat het geval zou zijn bij iemand, die den weg open ziet om tot
+succes te komen. Deze werkzame, koene man vormde een groot verschil met
+den lusteloozen droomer uit Baker-Street. Ik voelde, terwijl ik keek
+naar de smalle gestalte, die vol energie was, dat inderdaad een
+moeilijke dag voor de deur stond.
+
+En toch begon hij met de grootste teleurstelling. Vol hoop liepen wij
+over de bruine heide, die doorkruist werd door wel duizend paden, door
+de schapen gemaakt, totdat wij kwamen aan een breede lichtgroene vlakte,
+als een teeken, dat hier het moeras begon tusschen ons en Holdernesse
+Hall. Indien de knaap naar huis gegaan was, moest hij hier zijn
+gepasseerd en hij kon dat niet doen zonder sporen achter te laten. Maar
+van hem noch van den Duitscher vonden wij een teeken. Met een donker
+gelaat liep mijn vriend langs den kant, nauwlettend uitkijkende naar
+iets, dat ook maar de minste aanwijzing zou kunnen geven. Indrukken van
+schapenpooten waren er genoeg en eenige mijlen verder op een plaats ook
+sporen van koeien. Anders niets.
+
+"Dat is de eerste tegenvaller," zei Holmes, terwijl hij peinzend over de
+golvende vlakte staarde. "Er is daar verderop nog een ander moeras,
+waartusschen een smalle begaanbare strook gronds loopt. Hallo, hallo,
+wat hebben wij hier?"
+
+Wij waren gekomen aan een smal pad. In het midden, duidelijk zichtbaar
+op den vochtigen bodem, liep het spoor van een fiets.
+
+"Hoera," riep ik. "Nu hebben wij het."
+
+Holmes echter schudde zijn hoofd, en zijn gelaat drukte eerder
+verlegenheid en teleurstelling uit dan vreugde.
+
+"Een fiets, juist, maar niet _de_ fiets," antwoordde hij. "Ik ben bekend
+met twee en veertig verschillende indrukken, die rijwielbanden
+achterlaten. Dit is, zooals gij ziet, een Dunlopband. Heidegger reed op
+Palmer's banden, en het spoor, dat deze achterlaten, heeft veel van
+dunne lange draden naast elkander. Aveling, de onderwijzer in wiskunde,
+was er zeker van, dat het Palmer's banden waren. Dit is derhalve niet
+het spoor van Heidegger."
+
+"Dat van den knaap dan?"
+
+"Misschien, indien wij konden bewijzen, dat hij een fiets in zijn bezit
+had. Maar dit hebben wij in het geheel niet kunnen doen. Dit spoor is
+van een rijder, die, zooals gij ziet, kwam uit de richting van de
+school."
+
+"Hij kan er ook heengegaan zijn."
+
+[Illustratie: Een indruk als van een bundel fijne telegraafdraden was in
+het midden zichtbaar.]
+
+"Neen, neen, mijn waarde Watson. Het diepste spoor is natuurlijk dat van
+het achterwiel, waarop het gewicht rust. Je ziet, dat op verschillende
+punten, waar het over het ondiepe spoor ging, dit laatste is
+uitgewischt. Derhalve kwam de rijder ongetwijfeld van den kant van de
+school. Dit kan of kan ook niet in verband staan met ons onderzoek. Maar
+wij zullen toch, alvorens verder te gaan, het eerst moeten volgen."
+
+Dit deden wij en na een paar honderd meter verloren wij het spoor uit
+het oog, daar wij ons nu weder op een harder gedeelte van den grond
+bevonden. Teruggaande langs het spoor, kwamen wij op een plek, waar een
+beekje het kruiste. Hier was het echter bijna uitgewischt door de sporen
+achtergelaten door koeien. Daarna was er geen spoor meer, maar het was
+duidelijk, dat de wielrijder regelrecht was gekomen uit de "Ragged
+Shaw", het bosch dat zich achter de school uitstrekt. In dit bosch was
+de fietser derhalve geweest. Holmes ging zitten en liet zijn kin in zijn
+handen rusten. Ik had twee cigaretten opgerookt alvorens hij zich
+bewoog.
+
+"Wel, wel," zei hij eindelijk. "Het is natuurlijk mogelijk, dat een
+geslepen man van banden kon verwisselen om een ander spoor achter te
+laten. Een misdadiger, die op zulk een gedachte is gekomen, moet iemand
+zijn, waarmede ik gaarne zaken zou willen doen. Wij zullen dit vraagstuk
+niet verder trachten op te lossen en weer naar ons moeras trekken, want
+een groot gedeelte hebben wij nog niet doorzocht."
+
+Wij vervolgden onze systematische enquête en onderzochten stuk voor stuk
+de randen van het moeras en de heide. Spoedig werd onze volharding
+beloond. Recht door het langste gedeelte van het moeras liep een pad.
+Holmes slaakte een kreet van voldoening, toen hij dit naderde. Een
+indruk als van een bundel telegraafdraden was in het midden. Dat was het
+spoor van den Palmerband.
+
+"Dat is ongeveer het spoor van Herr Heidegger," riep Holmes opgewonden.
+"Mijn redeneering schijnt dus wel goed geweest te zijn, Watson."
+
+"Ik feliciteer je."
+
+"Maar er ligt nog heel wat voor ons te doen. Wees zoo goed en loop niet
+in het spoor. Laat ons het nu volgen. Ik vrees, dat het niet ver zal
+leiden."
+
+Wij vonden echter, dat dit gedeelte van de heide doorkruist werd door
+weeke strooken gronds en ofschoon wij dikwijls het spoor bijster waren,
+slaagden wij er telkens weder in het terug te vinden.
+
+"Merk je op," zei Holmes, "dat de rijder hier merkbaar sneller is gaan
+rijden? Daar valt niet aan te twijfelen. Kijk eens naar dezen indruk,
+waar de beide banden zijn te onderscheiden. De indrukken zijn even diep.
+Dat kan alleen verklaard worden, doordat de rijder zijn gewicht heeft
+overgebracht naar het stuur, hetgeen alleen gedaan wordt bij zeer hard
+rijden. Bij Jupiter, hij is gevallen ook." Er was een plek, waar de
+grond omgewoeld was. Dan volgden eenige voetstappen en toen weer de
+indruk van den band.
+
+"Zeker geslipt," merkte ik op.
+
+Holmes trok een bremstruik naar zich toe. Tot mijn schrik bemerkte ik,
+dat de blaadjes gedeeltelijk rood gekleurd waren. Ik zag nu ook op het
+pad donkere vlekken en verdroogd bloed.
+
+"Slecht," zei Holmes. "Slecht! Blijf staan, Watson. Geen onnoodige
+voetstappen. Wat kan ik hier lezen! Hij viel gewond neer, stond op,
+steeg weer op en ging verder. Maar er is geen ander spoor. Hier aan
+dezen kant heeft een koe geloopen. Hij kan toch niet door een stier
+aangevallen zijn? Onmogelijk. Maar ik zie geen andere sporen. Wij moeten
+verder gaan, Watson. Met bloedvlekken op den grond als hier om ons te
+leiden, kan hij ons nu niet ontsnappen."
+
+Ons zoeken duurde niet lang. De indruk van den band begon allerlei
+onregelmatige bochten te vertoonen op het vochtige, glibberige pad.
+Plotseling zag ik, terwijl ik voor mij uitkeek, iets glinsteren te
+midden van de dichte struiken. Wij haalden er een fiets uit met
+Palmerbanden, een pedaal verbogen en het geheele voorgedeelte vol bloed.
+Aan de andere zijde van het boschje was juist een schoen zichtbaar. Wij
+renden er heen en daar lag de ongelukkige wielrijder.
+
+Het was een lange man, met een zwaren baard en een bril op, waarvan een
+glas gebroken was. De oorzaak van zijn dood was een zware slag op het
+hoofd, waardoor een gedeelte van de hersenpan was verbrijzeld. Dat hij
+na het ontvangen van zulk een wonde nog verder had kunnen gaan, pleitte
+wel voor zijn volhardingsvermogen en zijn moed. Hij had schoenen aan,
+maar geen sokken en van onder zijn jas kwam een nachthemd te voorschijn.
+Het was ongetwijfeld de Duitsche onderwijzer.
+
+Holmes keerde voorzichtig het lijk om en onderzocht het met groote
+nauwkeurigheid. Hij bleef vervolgens langen tijd in gedachten verzonken
+en ik kon zien aan zijn saamgetrokken wenkbrauwen, dat volgens zijn
+meening de ijselijke ontdekking ons niet veel verder gebracht had bij
+ons onderzoek.
+
+[Illustratie: Daar lag de ongelukkige wielrijder.]
+
+"Het is nu een weinig moeilijk om te weten, wat wij thans moeten doen,
+Watson," zeide hij eindelijk. "Mijn eigen meening is, dat wij dit
+onderzoek moeten voortzetten, want wij hebben reeds zooveel tijd
+verloren, dat wij geen uur meer hebben te verliezen. Aan den anderen
+kant zijn wij verplicht de politie in kennis te stellen met onze
+ontdekking en te zorgen, dat het lijk van dezen ongelukkigen man naar
+elders wordt overgebracht."
+
+"Kan ik niet even een boodschap wegbrengen?"
+
+"Maar ik heb je gezelschap en je hulp noodig."
+
+"Wacht even. Daar in de verte zie ik iemand bezig op de heide. Ik breng
+den man hier en hij zal de politie den weg kunnen wijzen."
+
+Ik bracht den boer bij Holmes en deze zond den verschrikten man met een
+briefje naar dr. Huxtable.
+
+"Nu, Watson," zeide hij, "hebben wij van morgen twee uitgangspunten
+opgediept. Het eene was de fiets met de Palmerbanden en je ziet, waar
+ons dat gebracht heeft. Het andere is de fiets met de Dunlopbanden.
+Voordat wij echter beginnen met een onderzoek hiervan, moeten wij
+trachten hetgeen wij weten te ontleden en het toevallige van het
+niet-toevallige te scheiden.
+
+"In de eerste plaats wil ik je er op wijzen, dat de knaap zeker en gewis
+uit vrijen wil is weggegaan. Hij is uit het raam geklommen en hij ging
+of alleen weg of in gezelschap. Dat staat vast."
+
+Ik knikte.
+
+"Goed, laten we ons nu bezighouden met dezen ongelukkigen Duitscher. De
+knaap was geheel gekleed, toen hij de vlucht nam. Hij heeft derhalve te
+voren geweten, dat hij weg zou gaan. De Duitscher ging echter zonder
+zijn sokken. Hij had haast om weg te komen."
+
+"Zonder twijfel."
+
+"Waarom ging hij? Omdat hij van uit zijn raam den knaap zag vluchten.
+Omdat hij hem wenschte in te halen en terug te brengen. Hij haalde zijn
+fiets te voorschijn, achtervolgde den knaap en kwam op den tocht om het
+leven."
+
+"Zoo schijnt het gegaan te zijn."
+
+"Nu kom ik tot het critieke punt van mijn redeneering. In een gewoon
+geval zou een man bij het vervolgen van een kleinen jongen hem achterna
+ijlen. Hij kon immers weten, dat hij hem gemakkelijk zou kunnen inhalen.
+De Duitscher doet dit echter niet. Hij neemt zijn fiets. Men heeft mij
+verteld, dat hij een uitstekend wielrijder was. Hij zou echter niet aan
+zijn fiets gedacht hebben, indien hij niet gezien had, dat de knaap op
+de een of andere wijze sneller kon wegkomen dan hij kon loopen."
+
+"De andere fiets."
+
+"Laat ons de feiten verder onderzoeken. Hij vindt den dood vijf mijlen
+van de school--niet, let wel, door een kogel, welke zelfs een knaap zou
+kunnen afschieten, maar door een geweldigen slag, toegebracht door een
+krachtigen arm. De knaap _had_ derhalve iemand bij zich, toen hij
+vluchtte. En hij vluchtte snel, daar eerst na het afleggen van vijf mijl
+een goed wielrijder hem kon achterhalen. Wij hebben den grond om en
+nabij de plek, waar het treurspel is afgespeeld, onderzocht. Wat vonden
+wij daar? Niets anders dan eenige sporen van koeienpooten. Ik maakte een
+groote bocht, maar binnen een omtrek van vijftien meter ontdekte ik geen
+enkel begaanbaar pad. Een ander wielrijder kon derhalve niet betrokken
+zijn bij dezen moord. Maar er waren evenmin sporen van menschen."
+
+"Holmes," riep ik, "dat is onmogelijk."
+
+"Bewonderenswaardig!" zei hij. "Een opmerking, die hout snijdt. Het _is_
+onmogelijk, zooals ik het uitleg en daarom moet ik mij in een of ander
+onderdeel vergist hebben. Toch heb je zelf ook alles kunnen zien. Heb je
+iets op mijn redeneering aan te merken?"
+
+"Zou hij die wonde niet hebben opgedaan ten gevolge van een val?"
+
+"In een moeras, Watson?"
+
+"Ja, dan begrijp ik er niets meer van."
+
+"Tut, tut, wij hebben nog wel eens moeilijker vraagstukken opgelost. Wij
+hebben in elk geval feiten genoeg voor ons, als wij ze maar in verband
+met elkander weten te brengen. Komaan, nu wij niets meer aan de
+Palmerbanden hebben, moeten wij zien, wat wij van de Dunlop kunnen
+leeren."
+
+Wij volgden het eerste spoor over een grooten afstand. Weldra bereikten
+wij echter een punt, waar de heide begon te glooien en het drassige
+gedeelte plaats maakte voor harden grond. Hier konden wij niet meer
+hopen op de hulp van een spoor. Op de plek, waar de indruk van de Dunlop
+het laatst was te onderscheiden, viel niet na te gaan, waar de
+wielrijder heen gegaan was. Het kon naar Holdernesse Hall, waarvan de
+statige torens zich eenige mijlen links van ons verhieven, zijn, maar
+even goed naar een klein dorpje, dat recht voor ons lag en aanwees, waar
+de groote weg naar Chesterfield gezocht moest worden.
+
+Toen wij de onaanzienlijke en vervallen herberg met een haan boven de
+deur naderden, slaakte Holmes plotseling een pijnlijken kreet--greep mij
+bij den schouder om niet te vallen. Hij had zijn enkel zoodanig
+verzwikt, dat hij bijna niet meer kon loopen. Zoo goed en zoo kwaad als
+'t ging, hinkte hij naar de deur, waarin een zwaar gebouwde, donker
+uitziende man op leeftijd een steenen pijp stond te rooken.
+
+"Hoe gaat het u, Reuben Hayes?" vroeg Holmes.
+
+"Wie ben je en hoe weet je zoo goed hoe ik heet?" vroeg de man op zijn
+beurt, met een achterdochtigen blik van zijn sluwe oogen.
+
+"Wel, het staat op het bord boven je hoofd. Het is gemakkelijk aan
+iemand te zien of hij de heer des huizes is, ja of neen. Hebt u
+misschien ook een rijtuig in uw stal?"
+
+"Neen, dat heb ik niet."
+
+"Ik kan ternauwernood mijn voet op den grond zetten."
+
+"Zet hem dan niet op den grond."
+
+"Maar ik kan niet loopen."
+
+"Wel, dan moet je dansen."
+
+De manieren van mijnheer Reuben Hayes waren alles behalve beleefd, maar
+Holmes toonde zich heelemaal niet uit het veld geslagen.
+
+"Kijk eens hier, man," zei hij. "Dit is werkelijk een lastige
+geschiedenis voor mij. Het kan mij niet schelen op welke wijze ik verder
+kom."
+
+"Mij ook niet," zei de onvriendelijke herbergier.
+
+"De zaak is van het hoogste gewicht. Ik zou je graag twaalf gulden
+willen geven voor het leenen van een fiets."
+
+De herbergier spitste de ooren.
+
+"Waar wil je heen gaan?"
+
+"Naar Holdernesse Hall."
+
+"Lieden van den hertog, is het niet?" zei de herbergier, onze met modder
+bevlekte kleederen met een ironischen blik beschouwend.
+
+[Illustratie: Met moeite hinkte hij tot aan de deur.]
+
+Holmes lachte goedhartig.
+
+"In elk geval zal hij blij zijn, wanneer hij ons ziet."
+
+"Waarom?"
+
+"Omdat wij hem nieuws brengen van zijn verloren zoon."
+
+De man schrok merkbaar.
+
+"Wat, ben jullie hem op het spoor?"
+
+"Men heeft in Liverpool van hem gehoord. Men verwacht, dat hij elk
+oogenblik gevat zal worden."
+
+Weder kwam er een snelle verandering in het ongeschoren gelaat. De man
+werd plotseling vriendelijk.
+
+"Ik heb al heel weinig redenen om den hertog een goed hart toe te
+dragen," zeide hij, "want ik was indertijd zijn eerste koetsier en hij
+heeft mij gemeen behandeld. Hij gaf mij mijn ontslag op staanden voet
+naar aanleiding van hetgeen een onbetrouwbare marskramer geliefde te
+vertellen. Maar ik ben blij, dat men te Liverpool van den jongen lord
+gehoord heeft en ik zal jullie helpen om het nieuws naar de Hall te
+brengen."
+
+"Dank u," zei Holmes. "Wij zouden eerst echter wel wat willen eten.
+Daarna kunt ge de fiets voorbrengen."
+
+"Ik heb geen fiets."
+
+Holmes hield zijn portemonnaie op.
+
+"Ik zeg je man, dat ik er geen heb. Ik zal je echter met twee paarden
+naar de Hall laten brengen."
+
+"Wel," zei Holmes, "daar zullen wij nader over praten, wanneer wij
+gegeten hebben."
+
+Toen wij alleen waren in de keuken was het opmerkelijk, zoo spoedig als
+de enkel van Holmes weer normaal werd. Het was bijna avond en wij hadden
+sedert den vroegen morgen niets gehad, zoodat wij tamelijk lang over ons
+maal deden. Holmes zat in gedachten verdiept, liep een- of tweemaal naar
+het raam en keek met ernstig gelaat naar buiten. Het raam kwam uit op
+een vierkante plaats. In den versten hoek was een hoefsmederij, waar een
+jongen aan het werk was. Aan den anderen kant was de stal. Holmes was,
+na voor het raam gestaan te hebben, weer gaan zitten en zat te denken.
+Plotseling sprong hij met een uitroep van zijn stoel.
+
+"Bij den hemel, Watson, ik geloof, dat ik het gevonden heb," riep hij.
+"Ja, ja, zoo moet het zijn. Watson, herinner je je vandaag sporen van
+koeien te hebben gezien?"
+
+"Ja, verscheidene."
+
+"Waar?"
+
+"Wel, overal. Zij waren in het moeras en ook op het pad evenals op de
+plek, waar de arme Heidegger den dood vond."
+
+"Juist. Welnu, Watson, hoeveel koeien heb je op de heide gezien?"
+
+"Ik herinner mij niet er een te hebben gezien."
+
+"Vreemd, Watson, dat wij langs den geheelen weg sporen van koeien zagen,
+maar op de heide zelf niet een enkele koe. Zeer vreemd, is 't niet,
+Watson?"
+
+"Ja, zeer vreemd."
+
+"Nu, Watson, span je eens even in. Kunt ge je nog herinneren, hoe die
+sporen er uitzagen?"
+
+"Ja, dat kan ik."
+
+"Kunt ge je herinneren of de sporen er uitzagen ongeveer zoo?"--hij
+legde een aantal broodkruimpjes in groepjes op tafel-- : : : : --"en
+soms-- : · : · : · : --en eindelijk-- . · . · . · . · --Kunt ge je dat
+herinneren?"
+
+"Neen, dat weet ik niet meer."
+
+"Maar ik wel. Ik zou er op kunnen zweren. Wij zullen echter teruggaan en
+het op ons gemak nog eens nagaan. Wat ben ik een blinde ezel geweest om
+niet eerder die gevolgtrekking te maken."
+
+"En welke conclusie is dat?"
+
+"Alleen, dat het een merkwaardige koe moet zijn, die loopt, draaft,
+springt. Bij George, Watson, het was geen boertje, dat zulk een list
+wist te verzinnen. De kust schijnt veilig te zijn, wanneer wij dien
+jongen in de smederij niet meetellen. Laat ons naar buiten gaan en
+trachten te zien, wat er te zien is."
+
+Er stonden twee paarden in den stal. Holmes tilde den achterpoot van een
+dezer op en lachte luid.
+
+"Oude hoefijzers, maar pas beslagen, oude hoefijzers en nieuwe spijkers.
+Dit geval behoort te worden gerangschikt onder de klassieke gevallen.
+Laat ons eens in de smederij gaan zien."
+
+De jongen ging door met zijn werk zonder acht op ons te slaan. Ik zag de
+oogen van Holmes links en rechts gaan over de massa ijzer en hout, die
+over den vloer verspreid lag. Plotseling hoorden wij echter voetstappen
+achter ons en daar stond de herbergier met van woede verwrongen
+gelaatstrekken en met oogen, die fonkelden van onder de zwarte
+wenkbrauwen.
+
+Hij hield een korten, met koper beslagen stok in zijn hand en kwam zoo
+dreigend naar ons toe, dat ik werkelijk blij was mijn revolver in mijn
+zak te voelen.
+
+"Gij, ellendige spionnen!" riep de man. "Wat doen jullie hier?"
+
+"Wel, mijnheer Reuben Hayes," antwoordde Holmes koel, "men zou denken,
+dat gij bang zijt, dat wij iets kwaads zullen ontdekken."
+
+De man herstelde zich en zijn strenge mond plooide zich tot een valschen
+lach, die meer dreigend was dan zijn woede.
+
+"Gij moogt in de smederij zoeken, wat gij er kunt vinden," zei hij.
+"Maar hoor eens, heeren, ik houd er niet van, dat de menschen in mijn
+huis rondscharrelen zonder mijn permissie, dus hoe gauwer jullie je
+vertering betaalt en weggaat, hoe liever het mij zal zijn."
+
+"All right, mijnheer Hayes--wij bedoelden niets kwaads," zei Holmes.
+"Wij hebben eens naar uw paarden gekeken, maar ik denk, dat ik toch maar
+zal wandelen. Het is, geloof ik, niet ver."
+
+"Niet meer dan twee mijl tot aan de poorten van de Hall. Daar links
+loopt de weg." Hij keek ons met nijdige oogen na, totdat wij zijn huis
+hadden verlaten.
+
+Wij gingen niet ver langs den weg, want Holmes bleef staan, zoodra wij
+door een kromming uit het gezicht van den herbergier waren.
+
+"Wij waren warm, zooals de kinderen zeggen, in die herberg," zei hij.
+"Ik schijn kouder te worden bij elken stap, dien ik verder wegga. Neen,
+neen. Ik kan met geen mogelijkheid weggaan."
+
+"Ik ben overtuigd," zei ik, "dat deze Reuben Hayes er alles van weet.
+Aan alles kan men bemerken met een schurk te doen te hebben."
+
+"O, kreeg je dien indruk van hem? Daar zijn de paarden, daar is de
+smederij. Ja, deze herberg "De Vechtende Haan" is een interessante plek.
+Ik denk, dat wij er nog eens zullen moeten kijken, maar dan minder
+opzienbarend."
+
+[Illustratie: De man vloog ons voorbij op den weg.]
+
+Een lange, glooiende weg, aan weerszijden waarvan grijze steenen palen
+stonden, strekte zich achter ons uit. Wij waren van den weg afgegaan en
+wilden den heuvel opgaan, toen ik uit de richting van Holdernesse Hall
+een wielrijder in volle vaart zag naderen.
+
+"Bukken, Watson," riep Holmes en met zijn hand drukte hij mij op den
+schouder. Nauwelijks waren wij onzichtbaar geworden, of de man snorde
+langs ons. Te midden van een rollende golf stof zag ik iets van een
+bleek, opgewonden gelaat, een gelaat met schrik geteekend in elken trek,
+den mond open, terwijl de oogen wild vooruitstaarden.
+
+Het was een vreemd uitstapje van den dapperen James Wilder, dien wij den
+vorigen avond hadden ontmoet.
+
+"De secretaris van den hertog," riep Holmes. "Kom, Watson, laat ons eens
+zien, wat hij doet."
+
+Wij klauterden van heuvel tot heuvel, tot wij na eenige oogenblikken een
+punt bereikt hadden, waar wij de raadselen van de herberg konden zien.
+Niemand bewoog zich buiten het huis en Wilder's fiets stond tegen den
+muur. Langzaam werd het duister, nadat de zon verdwenen was achter de
+hooge torens van Holdernesse Hall. Eindelijk zagen wij in de duisternis
+de twee lichten van een tilbury, die stond nabij de herberg, en kort
+daarop hoorden wij het geratel van het rijtuigje, dat in woedende vaart
+verdween in de richting van Chesterfield.
+
+"Wat denk je daarvan, Watson?" fluisterde Holmes. "Het heeft veel van
+een vlucht."
+
+"Een enkel man in de tilbury, voor zoover ik kon zien. Wel, in elk geval
+was het James Wilder niet, want daar komt hij aan de deur."
+
+Een roode lichtstraal werd zichtbaar in de duisternis. In het midden
+stond de zwarte gestalte van den secretaris, die langs den donkeren weg
+tuurde. Het was duidelijk, dat hij iemand verwachtte. Eindelijk hoorden
+wij iemand langs den weg komen, voor een oogenblik werd een tweede
+gestalte zichtbaar tegen het licht, de deur werd gesloten en alles was
+weder duister. Vijf minuten later werd op de eerste verdieping een lamp
+aangestoken.
+
+"Het schijnt, dat men in "De Vechtende Haan" er zonderlinge manieren op
+nahoudt," zei Holmes.
+
+"De bar is aan den anderen kant."
+
+"Juist. Dit zijn, wat wij zouden kunnen noemen bekende klanten. Maar
+wat ter wereld zou mijnheer James Wilder op dat uur in dit krot doen, en
+wie is de man, die hem daar komt opzoeken? Kom, Watson, wij moeten iets
+wagen en dat een weinig nader trachten te onderzoeken."
+
+Samen slopen wij langs den weg en kropen tot aan de deur van de herberg.
+De fiets stond nog tegen den muur. Holmes stak een lucifer op, hield
+dien bij het achterwiel en ik hoorde hem zacht lachen, toen het licht op
+een Dunlopband viel. Boven ons was het verlichte venster.
+
+"Ik moet daar even naar binnen kijken, Watson. Als je je rug buigt en je
+aan den muur vasthoudt, zal het wel gaan."
+
+Een oogenblik later stond hij op mijn schouders. Nauwelijks er op,
+sprong hij er echter weer af.
+
+"Kom, mijn vriend," zei hij, "onze dagtaak is reeds lang genoeg geweest.
+Ik denk, dat wij alle gegevens verzameld hebben, die wij noodig hebben.
+Het is een verre wandeling naar de school, en hoe eerder wij teruggaan,
+hoe beter."
+
+Hij deed ternauwernood onderweg een mond open en hij ging ook de school
+niet binnen, toen wij deze hadden bereikt, maar ging naar het station
+Mackleton, om van daar eenige telegrammen te verzenden. Laat in den
+nacht hoorde ik hem dr. Huxtable toespreken, daar de goede man geheel
+van streek was door den dood van zijn onderwijzer en even later kwam hij
+mijn kamer binnen, even opgewekt en frisch als toen wij 's morgens waren
+vertrokken. "Alles gaat goed, vriend," zeide hij. "Ik geloof, dat wij
+voor morgen avond de oplossing van het geheim zullen hebben."
+
+ * * * * *
+
+Om elf uur wandelden wij den volgenden dag door de beroemde eikenlaan
+van Holdernesse Hall en wij werden, na binnengeleid te zijn, gebracht
+naar het studeervertrek van den hertog. Daar vonden wij den heer James
+Wilder, hoffelijk en deftig, maar toch droeg zijn gelaat nog de sporen
+van den wilden schrik van den vorigen nacht en in zijn oogen was nog
+iets van den doorgestanen angst te lezen.
+
+"U is gekomen om den hertog te spreken? Het spijt mij, maar Zijne Genade
+is zeer onwel. Hij is zeer terneergeslagen door het treurige nieuws. Wij
+ontvingen gisteren een telegram van dr. Huxtable, waarin hij mededeeling
+deed van uw ontdekking."
+
+"Ik _moet_ den hertog spreken."
+
+"Maar hij is nog op zijn kamer."
+
+"Dan moet ik daarheen gaan."
+
+"Ik geloof, dat hij nog te bed ligt."
+
+"Nu, dan maar naar zijn bed."
+
+De koele, kalme manier van Holmes toonde den secretaris, dat er niets
+tegen in te brengen was.
+
+"Zeer goed, mijnheer Holmes, ik zal zeggen, dat u hier is."
+
+Na een half uur wachtens verscheen de groote edelman. Zijn gelaat was
+lijkkleurig, zijn schouders leken veel smaller en hij scheen mij veel
+ouder toe dan den vorigen dag. Hij groette ons met statige hoffelijkheid
+en ging aan zijn schrijfbureau zitten, waar zijn roode baard tot op de
+tafel afhing.
+
+"Wel, mijnheer Holmes?" vroeg hij.
+
+De oogen van mijn vriend waren echter gevestigd op den secretaris, bij
+den stoel zijns meesters staande.
+
+"Ik denk, Uwe Genade, dat ik vrijer zou kunnen spreken, wanneer mijnheer
+Wilder er niet bij was."
+
+De man verbleekte en wierp Holmes een nijdigen blik toe.
+
+"Als Uwe Genade 't wenscht?"
+
+"Ja, ja, ga. Nu, mijnheer Holmes, wat hebt u te zeggen?" Mijn vriend
+wachtte tot de deur gesloten was achter den secretaris.
+
+"Het feit is, Uwe Genade," zei hij, "dat mijn collega dr. Watson en ik
+de verzekering van dr. Huxtable hadden gekregen, dat een belooning was
+uitgeloofd in deze zaak. Ik zou gaarne zien, dat u dit persoonlijk
+bevestigdet."
+
+"Zeker, mijnheer Holmes."
+
+"Het bedrag, ten minste als ik wel ben ingelicht, was 5000 pond voor
+hem, die zegt waar uw zoon is."
+
+"Juist."
+
+"En nog eens duizend pond voor hem, die zegt, wie de personen waren, die
+hem gevangen hielden."
+
+"Juist."
+
+"Onder de laatsten zijn ongetwijfeld ook begrepen degenen, die er toe
+bijdragen, dat hij in zijn tegenwoordigen toestand blijft?"
+
+"Ja, ja," riep de hertog ongeduldig. "Indien u uw werk goed doet,
+mijnheer Holmes, zult gij u niet over een schrale behandeling hebben te
+beklagen."
+
+Mijn vriend wreef zich in de handen met een schijn van begeerigheid, die
+voor mij een verrassing was, daar ik zijn gewoonten tamelijk wel kende.
+
+"Ik meen uw chèque-boek daar te zien liggen," zei hij. "Het zou mij
+aangenaam zijn, indien Uwe Genade een chèque wilde uitschrijven voor
+6000 pond. Misschien is het niet kwaad de chèque te endosseeren. De
+Capital and Counties Bank zijn mijn agenten."
+
+Zijne Genade ging rechtop zitten en keek mijn vriend ijskoud aan.
+
+"Is dit scherts, mijnheer Holmes? Het is toch waarlijk geen onderwerp
+voor zoodanige grap."
+
+"In het geheel niet, Uwe Genade. Ik was nooit ernstiger in mijn leven
+dan op dit oogenblik."
+
+"Wat bedoelt u dan?"
+
+"Ik bedoel, dat ik de belooning heb verdiend. Ik weet, waar uw zoon is
+en ik weet, wie hem hebben vastgehouden."
+
+De baard van den hertog scheen nog rooder te worden, vergeleken bij het
+bleeke gelaat.
+
+"Waar is hij?" stamelde hij.
+
+"Hij is of was gisteren avond in "De Vechtende Haan", de herberg hier
+twee mijl vandaan."
+
+De hertog leunde achterover in zijn stoel.
+
+"En wien beschuldigt gij dan?"
+
+Het antwoord van Holmes was verrassend. Hij stapte snel naar voren en
+tikte den hertog op den schouder.
+
+"Ik beschuldig _u_," zei hij. "En nu, Uwe Genade, mag ik u om die chèque
+verzoeken?"
+
+Nooit zal ik het voorkomen vergeten van den hertog, toen hij opsprong en
+met zijn handen zwaaide als iemand, die in een afgrond zinkt. Maar
+dadelijk zat hij weder met een buitengewone poging van aristocratische
+zelfbeheersching neder en liet het gelaat in de beide handen zinken. Het
+duurde eenige minuten voor hij sprak.
+
+"Hoeveel weet gij?" vroeg hij eindelijk zonder op te kijken.
+
+"Ik zag u beiden gisteren avond bij elkander."
+
+"Weet iemand behalve uw vriend hiervan iets?"
+
+"Ik heb er met niemand over gesproken."
+
+"Ik zal mijn woord gestand doen, mijnheer Holmes. Ik zal de chèque
+schrijven, hoe onwelkom de informatie, die ik van u heb gekregen, ook
+voor mij is. Toen de belooning werd uitgeloofd, kon ik niet vermoeden,
+dat de zaak zulk een wending zou nemen. Maar gij en uw vriend zijn
+mannen, die weten te zwijgen."
+
+[Illustratie: De moordenaar is ontsnapt.]
+
+"Ik begrijp Uwe Genade niet."
+
+"Ik moet mij duidelijker uitdrukken, mr. Holmes. Als gij alleen met dit
+incident bekend zijt, is er geen reden, dat we er nog meer van hooren.
+Ik denk, dat ik u twaalf duizend pond schuldig ben, is het niet?"
+
+Holmes glimlachte en schudde het hoofd.
+
+"Ik vrees, Uwe Genade, dat de zaak niet zoo gemakkelijk kan worden
+afgedaan. Wij mogen den moord op den schoolmeester niet uit het oog
+verliezen."
+
+"Maar James wist daar niets van. U kunt hem daarvoor niet
+verantwoordelijk stellen. Het was het werk van dien brutalen schurk,
+dien hij ongelukkigerwijs in den arm had genomen."
+
+"Ik moet mij op het standpunt plaatsen, dat wanneer iemand een misdaad
+beraamt, hij tevens zedelijk schuldig is aan elke misdaad, die er het
+gevolg van is."
+
+"Zedelijk, mijnheer Holmes. Ongetwijfeld hebt u gelijk. Maar reken niet
+uit het oogpunt der wet. Iemand kan niet veroordeeld worden voor een
+moord, waarbij hij niet tegenwoordig was en dien hij verafschuwt
+evenzeer als u. Op het oogenblik, dat hij er van hoorde, vertelde hij
+mij alles, zoozeer was hij vervuld van berouw en schrik.
+
+"Hij liet geen tijd verloren gaan om met den moordenaar te breken. O,
+mijnheer Holmes, u moet hem redden! Ik zeg u, dat u hem moet redden. Ik
+apprecieer uw gedrag, dat u eerst hier zijt gekomen voor gij tot iemand
+anders hebt gesproken," zei hij. "Wij kunnen nu ten minste overleggen in
+hoeverre wij dit afschuwelijke schandaal kunnen verzwijgen."
+
+"Juist," zei Holmes. "Ik dank Uwe Genade, dat dit alleen kan gedaan
+worden door volkomen en algeheele openhartigheid tusschen ons. Ik ben
+bereid Uwe Genade naar mijn beste vermogen te helpen, maar om dat te
+kunnen doen, moet ik in de puntjes weten, hoe de zaak in elkaar zit. Ik
+begrijp, dat uw woorden betrekking hebben op mr. James Wilder en dat hij
+niet de moordenaar is."
+
+"Neen, de moordenaar is ontsnapt."
+
+Sherlock Holmes lachte witjes.
+
+[Illustratie: Ik hoorde hem zacht lachen, toen het licht viel op een
+Dunlopband. (Blz. 35).]
+
+"Uwe Genade zal zeker nooit gehoord hebben van mijn nederige reputatie,
+die ik heb, anders zou zij weten, dat men mij niet gemakkelijk ontsnapt.
+Mr. Reuben Hayes werd gisteren avond om elf uur op mijn aanwijzing te
+Chesterfield gearresteerd. Ik ontving een telegram daaromtrent van de
+plaatselijke politie, juist toen ik van morgen hierheen wilde gaan."
+
+"U schijnt eigenschappen te bezitten, die ternauwernood menschelijk
+zijn," zei hij. "Dus, is Reuben Hayes gepakt? Ik ben blij dat te hooren,
+ten minste als James er geen nadeel van ondervindt."
+
+"Uw secretaris?"
+
+"Neen, mijnheer, mijn zoon."
+
+"Ik beken, dat dit geheel nieuw voor mij is, Uwe Genade. Ik moet u
+verzoeken meer uitvoerig te zijn."
+
+"Ik zal niets voor u verbergen. Ik ben het met u eens, dat
+openhartigheid, hoe pijnlijk die ook voor mij moge zijn, de beste
+politiek is in dezen wanhopigen toestand, waarin wij door de dwaasheid
+en de afgunst van James zijn geraakt. Toen ik nog een zeer jong man was,
+mijnheer Holmes, beminde ik met een liefde, die slechts eenmaal in het
+leven komt. Ik bood aan de dame te huwen, maar zij weigerde op grond,
+dat daardoor mijn positie misschien benadeeld zou worden. Had zij nog
+geleefd, dan zou ik zeker met niemand anders zijn gehuwd. Zij stierf en
+liet dit kind na, dat ik om harentwille tot mij heb genomen en opgevoed.
+Ik kon de wereld niet zeggen, dat ik zijn vader was, maar ik gaf hem een
+zeer goede opvoeding en sedert hij man geworden is, heb ik hem als
+secretaris bij mij. Hij ontdekte mijn geheim en was steeds vol van de
+macht, die hij over mij had door met een schandaal te dreigen, hetgeen
+ik nooit zou willen. Zijn tegenwoordigheid stond ook in verband met mijn
+ongelukkig huwelijk. Boven alles haatte hij mijn wettigen erfgenaam van
+het begin af met een diepen haat. U zult mij vragen, waarom ik hem dan
+nog onder mijn dak hield? Dan antwoord ik, omdat ik het gelaat van zijn
+moeder in het zijne las. Al haar lieftallige manieren--niet een was er,
+die hij niet bezat en waardoor hij mij aan haar herinnerde. Ik _kon_ hem
+niet wegzenden. Maar ik vreesde zoozeer, dat hij Arthur--dat is Lord
+Saltire--kwaad zou doen, dat ik den jongen voor zijn eigen veiligheid
+naar de school van dr. Huxtable zond.
+
+"James kwam met dien Hayes in aanraking, omdat de man een huurder van
+mij was en James daarbij als tusschenpersoon optrad. De man was altijd
+een schurk, maar op de een of andere wijze werd James met hem bevriend.
+Hij had steeds een zwak voor gezelschap van minder allooi. Toen James
+het plan had opgevat Lord Saltire te ontvoeren, bediende hij zich van
+dezen man. Gij herinnert u, dat ik Arthur dien avond geschreven had. Nu,
+James opende den brief en deed er een briefje in, waarin hij Arthur
+verzocht hem te ontmoeten in een boschje, de "Ragged Shaw" geheeten, dat
+dicht bij de school is. Hij gebruikte den naam van de hertogin en
+zoodoende kwam de knaap. Dien avond ging James per fiets daarheen--ik
+vertel u precies, wat hij mij verteld heeft--en hij zeide tegen Arthur,
+dien hij in het woud ontmoette, dat zijn moeder zeer naar hem verlangde
+en op hem wachtte op de heide, en dat, wanneer hij te middernacht weer
+in het boschje kwam, hij daar een man zou vinden met een paard, die hem
+naar haar toe zou brengen. De arme Arthur liet zich beet nemen. Hij kwam
+op de afgesproken plaats en vond dezen Hayes met een gezadelde ponny.
+Arthur steeg op en samen gingen zij weg. Het schijnt--maar dat hoorde
+James gisteren eerst--dat zij achtervolgd werden; dat Hayes den
+vervolger met zijn stok een klap gaf en dat de man aan de bekomen wonde
+is overleden. Hayes bracht Arthur naar zijn herberg, "De Vechtende
+Haan", waar hij in een kamer werd opgesloten en toevertrouwd aan de
+zorgen van juffrouw Hayes, die een vriendelijke vrouw is, maar geheel
+onder den invloed van haar brutalen man staat.
+
+"Wel, mijnheer Holmes, dat was de staat van zaken, toen ik u voor het
+eerst zag. Ik wist even weinig van de waarheid als u. U zult mij vragen,
+waarom deed James het. Ik antwoord, dat er zeer veel onredelijks en
+fanatieks was in zijn haat jegens mijn erfgenaam. Volgens hem moest hij
+zelf erfgenaam zijn van al mijn goederen, en hij was ten zeerste
+verbitterd op de sociale begrippen, die dit verbieden. Terzelfder tijd
+had hij reeds een vast plan. Hij wilde mij voorstellen Arthur weer vrij
+te laten, mits ik bij testament hem mijn bezittingen afstond. Hij wist
+wel, dat ik nooit zou kunnen besluiten de hulp van de politie tegen hem
+in te roepen. Ik zeg, dat hij mij zulk een voorstel wilde doen, maar
+hij werd er van afgebracht, omdat de gebeurtenissen elkander te snel
+opvolgden en hij geen tijd had zijn plannen ten uitvoer te brengen. De
+ontdekking van het lijk van dezen Heidegger bracht al zijn plannen in de
+war. James was vervuld van afschuw bij het hooren van het nieuws. Toen
+wij gisteren samen in mijn studeervertrek zaten, kwam dr. Huxtable's
+telegram. James werd zoo aangedaan en schrok dermate, dat de vermoedens,
+die bij mij toch reeds bestonden, plotseling zekerheid werden en zoo
+beschuldigde ik hem plotseling van de daad. Hij legde toen vrijwillig
+een bekentenis af. Hij smeekte mij zijn geheim nog drie dagen te
+bewaren, om zijn medeplichtige kans te geven zijn leven te redden. Ik
+zwichtte, zooals ik steeds gezwicht ben, voor zijn beden en dadelijk
+haastte James zich naar "De Vechtende Haan" om Hayes te waarschuwen en
+hem in staat te stellen om te vluchten. Ik kon bij daglicht niet
+daarheen gaan, wilde ik praatjes voorkomen, maar zoodra het donker was,
+ging ik Arthur opzoeken. Ik vond hem gezond en wel, maar vooral
+verschrikt over de afschuwelijke daad, waarvan hij getuige was geweest.
+Zeer tegen mijn wil, maar met het oog op mijn belofte, beloofde ik hem
+nog drie dagen bij juffrouw Hayes te laten, daar het onmogelijk aanging
+de politie te laten weten, waar hij was, zonder den moordenaar aan te
+wijzen en ik zag niet in hoe de moordenaar kon gestraft worden, zonder
+mijn ongelukkigen James in het verderf te storten. Wees nu, mijnheer
+Holmes, op uw beurt openhartig tegen mij."
+
+"Dat wil ik," zei Holmes. "In de eerste plaats moet ik Uwe Genade
+zeggen, dat u zich in een lastige positie hebt geplaatst voor het oog
+van de wet. U hebt aan een schurkenstreek meegeholpen en den moordenaar
+laten ontsnappen, want ik twijfel niet, of het geld, dat James Wilder
+genomen heeft om zijn medeplichtige in de gelegenheid te stellen weg te
+komen, kwam uit uw beurs."
+
+De hertog boog toestemmend.
+
+"Dat is inderdaad een ernstige zaak. Nog erger is, volgens mijn meening,
+uw houding tegenover uw jongsten zoon. U laat hem drie dagen in dat
+hol."
+
+"Onder de plechtige belofte--"
+
+"Wat zijn beloften bij dergelijke menschen? U hebt geen waarborgen, dat
+hij niet verder ontvoerd wordt. Om uw schuldigen oudsten zoon te hulp te
+komen, stelt gij den ander aan een groot en onnoodig gevaar bloot. Het
+was een niet te rechtvaardigen daad. Toch wil ik u helpen, op één
+voorwaarde. En dat is, dat u een lakei roept en hem de bevelen geeft,
+die ik wensch."
+
+Zonder een woord te zeggen, drukte de hertog op een electrische schel.
+Een lakei kwam binnen.
+
+"Het zal je aangenaam zijn te vernemen," zei Holmes, "dat de jonge Lord
+Saltire teruggevonden is. Het is het verlangen van den hertog, dat een
+rijtuig wordt gezonden naar "De Vechtende Haan" om Lord Saltire daar af
+te halen."
+
+"Nu," zei Holmes, toen de verheugde lakei verdwenen was, "nu de toekomst
+verzekerd is, kunnen wij ons veroorloven bij het verleden nog even stil
+te staan. Wat Hayes betreft, zeg ik niets. De galg wacht hem, en ik zal
+geen hand uitsteken om hem te redden. Wat hij zal loslaten, weet ik
+niet, maar ik twijfel niet of Uwe Genade kan hem aan het verstand
+brengen, dat het in zijn belang is zijn mond te houden. De politie denkt
+natuurlijk, dat hij den knaap heeft ontvoerd met het oog op het losgeld.
+Als zij het zelf niet uitvinden, zie ik geen reden, waarom ik mij zou
+haasten hen wijzer te maken. Ik wil Uwe Genade echter waarschuwen, dat
+de voortdurende aanwezigheid van James Wilder slechts tot ongelukken kan
+leiden."
+
+"Dat begrijp ik, mijnheer Holmes en reeds is bepaald, dat hij mij
+voorgoed zal verlaten en zijn fortuin in Australië gaan zoeken."
+
+"In dat geval, Uwe Genade, zou ik, te meer waar u zelf zegt, dat het
+ongelukkig huwelijk een gevolg was van zijn aanwezigheid, u raden aan de
+hertogin uw verontschuldigingen aan te bieden voor zoover dat gaat en te
+trachten de betrekkingen, die zoo ongelukkig zijn afgebroken, weer aan
+te knoopen."
+
+"Daar heb ik al voor gezorgd, mijnheer Holmes. Ik heb gisteren reeds aan
+de hertogin geschreven."
+
+"En verder," zei Holmes opstaande, "geloof ik, dat mijn vriend en ik ons
+kunnen gelukwenschen met vele gelukkige resultaten tijdens ons kort
+bezoek aan het Noorden. Er is nog een klein punt, waarover ik gaarne
+zou worden ingelicht. Deze Hayes had zijn paarden beslagen met ijzers,
+die aan de sporen van koeien deden denken. Leerde hij van mijnheer
+Wilder deze list?"
+
+De hertog dacht een oogenblik na met een uitdrukking vol verrassing op
+zijn gelaat. Vervolgens opende hij een deur en bracht ons in een kamer,
+die dienst deed als museum. Hij ging ons voor naar een glazen kast en
+wees op het opschrift.
+
+"Deze ijzers," luidde het, "werden in de grachten van Holdernesse Hall
+gevonden. Zij zijn voor het gebruik van paarden, maar zij zijn van
+onderen gekloofd, om vervolgers op een dwaalspoor te leiden. Men
+vermoedt, dat zij hebben behoord aan een van de roofridders van
+Holdernesse Hall in de middeleeuwen."
+
+Holmes opende de kast en zijn vinger nat makende, streek hij er mee
+langs het ijzer. Een dun laagje modder bleef aan zijn huid kleven.
+
+"Dank u," zei hij, de kast sluitend. "Het is het tweede interessante
+voorwerp, dat ik in het Noorden gezien heb."
+
+"En het eerste?"
+
+Holmes vouwde de chèque op en legde haar zorgvuldig in zijn
+portefeuille. "Ik ben een arm man," zei hij, terwijl hij op de
+portefeuille klopte en ze in het diepst van een zijner zakken liet
+verdwijnen.
+
+
+
+
+II.
+
+Het avontuur van "Zwarte Peter".
+
+
+Nooit heb ik mijn vriend in een betere gedaante, zoowel geestelijk als
+physiek, gekend dan in het jaar '95. Zijn stijgende roem had een enorme
+praktijk met zich gebracht en ik zou mij aan een onbescheidenheid
+schuldig maken, indien ik zelfs ook maar zinspeelde op de identiteit van
+eenige van de voorname cliënten, die steeds onzen nederigen drempel in
+Baker-Street overschreden. Holmes echter, evenals alle groote artisten,
+leefde voor zijn kunst en uitgezonderd in het geval van den hertog van
+Holdernesse, heb ik zelden gezien, dat hij een hooge belooning eischte
+voor zijn onschatbare diensten. Ja, hij was zoo onwereldsch--of zoo
+grillig--dat hij dikwijls zijn hulp weigerde aan de machtigen en de
+rijken, wanneer het op te lossen vraagstuk zijn sympathie niet had,
+terwijl hij zich onafgebroken weken kon wijden aan de zaken van den een
+of anderen armen cliënt, wanneer diens geval die vreemde en dramatische
+eigenschappen bezat, welke werkten op zijn verbeelding en waarbij als 't
+ware zijn scherpzinnigheid zich voelde uitgedaagd.
+
+In dit merkwaardige jaar '95 hadden verscheidene vreemdsoortige en
+uiteenloopende gevallen zijn aandacht gevraagd, waaronder de arrestatie
+van Wilson, den bekenden kanariefokker, welke een waar pesthol uit het
+East End van Londen verwijderde. Kort na dit geval kwamen het drama van
+Woodman's Lee en de zeer geheimzinnige omstandigheden, waarin de dood
+van kapitein Peter Carey was gehuld. Een opsomming van de daden van
+Sherlock Holmes zou niet compleet zijn, wanneer daarin niet voorkwam een
+vermelding van deze zeer ongewone zaak.
+
+In de eerste week van Juli was mijn vriend zoo dikwijls en zoo langen
+tijd afwezig, dat ik daaruit opmaakte, dat er iets aan de hand was. Het
+feit, dat verscheidene ruw uitziende mannen in dien tijd bij ons
+aanschelden en naar kapitein Basil vroegen, deed mij begrijpen, dat
+Holmes ergens aan het werk was onder een van de vele vermommingen en
+namen, waaronder hij zijn eigen machtige persoonlijkheid verborg. Hij
+had minstens vijf kleine wijkplaatsen in verschillende deelen van
+Londen, waar hij vermommingen bewerkstelligde of aflegde. Hij zeide mij
+niets van zijn werk en het was mijn gewoonte niet om een verklaring uit
+te lokken. Het eerste daadwerkelijke teeken, dat hij mij gaf van de
+richting, waarin zijn onderzoek leidde, was buitengewoon. Hij was voor
+het ontbijt uitgegaan en ik zat juist het mijne te gebruiken, toen hij
+de kamer binnenkwam met zijn hoed op het hoofd en met een groote, van
+een weerhaak voorziene speer als een parapluie onder zijn arm.
+
+"Goede hemel, Holmes!" riep ik. "Je wilt toch niet beweren, dat je met
+dat ding onder je arm door Londen gewandeld hebt?"
+
+[Illustratie: "Goede hemel, Holmes!" riep ik. "Je wilt toch niet
+beweren, dat je met dat ding onder den arm door Londen gewandeld hebt?"]
+
+"Ik ben naar den slager heen en weer gereden."
+
+"Naar den slager?"
+
+"En ik kom met den gewonen eetlust terug. Er kan geen verschil van
+meening zijn, waarde Watson, over de waarde van lichaamsbeweging vóór
+het ontbijt. Maar ik wil er iets onder verwedden, dat je niet kunt
+raden, welk soort lichaamsbeweging ik heb gehad."
+
+"Ik zal het niet probeeren."
+
+Hij lachte, terwijl hij zich koffie inschonk.
+
+"Indien je in den winkel van Allerdyze had kunnen kijken, zou je een
+dood varken gezien hebben, hangende aan een haak in den zolder en een
+mijnheer in zijn hemdsmouwen, ijverig in de weer het dier met dit wapen
+te doorboren. Ik was die ijverige mijnheer en ik heb mij er van
+overtuigd, dat ik, al wend ik al mijn kracht aan, met een enkelen worp
+het varken niet kan doorboren. Misschien wil je het ook eens probeeren?"
+
+"Voor geen geld. Maar waarom deed je dat?"
+
+"Omdat het mij toescheen, dat dit indirect verband houdt met het geheim
+van Woodman's Lee.--Ha, Hopkins, ik ontving gisteren avond nog je
+telegram en ik verwachtte je. Kom binnen en zit met ons aan."
+
+Onze onaangediende bezoeker was een buitengewoon bewegelijk man,
+ongeveer dertig jaar oud, gekleed in een gewoon fantasie-costuum, maar
+met de rechte houding van iemand, die gewoon is aan een uniform. Ik
+herkende hem dadelijk als Stanley Hopkins, een jong inspecteur van
+politie, voor wiens toekomst Holmes groote verwachtingen koesterde,
+terwijl deze op zijn beurt de bewondering en den eerbied toonde van een
+leerling voor de wetenschappelijke methode van den beroemden amateur.
+
+Zijn voorhoofd was bewolkt en hij zat daar als iemand, die in de
+grootste verslagenheid verkeert.
+
+"Neen, dank u, mijnheer. Ik heb ontbeten vóór ik hier heen ging. Ik heb
+den nacht in de stad doorgebracht, want ik moest gisteren mijn rapport
+uitbrengen."
+
+"En wat had je te rapporteeren?"
+
+"Niets, mijnheer, absoluut niets."
+
+"Dus geen vorderingen gemaakt?"
+
+"Neen."
+
+"Wel, wel. Dan zal ik mij eens met de zaak moeten bezighouden."
+
+"Ik zou gaarne willen, dat u het deed, mijnheer Holmes. Het is mijn
+eerste groote kans en ik ben ten einde raad. Kom om 's hemels wil en
+help mij een handje."
+
+"Wel, wel, het treft, dat ik reeds alle beschikbare aanwijzingen en het
+rapport van het eerste onderzoek met eenige zorg heb gelezen. A propos,
+wat denk je van dat zakje van robbevel, gevonden op het terrein van de
+misdaad? Is dat geen aanwijzing?"
+
+Hopkins keek verwonderd op.
+
+"Het was het tabakszakje van den man zelf, mijnheer. Zijn naamletters
+stonden er in. Bovendien is het duidelijk, dat hij als oud-kapitein van
+een vaartuig, dat op de robbenvangst ging, zulk een tabakszak had."
+
+"Maar hij had geen pijp."
+
+"Neen, mijnheer, wij konden geen pijp vinden; hij rookte inderdaad zeer
+weinig. Maar het was mogelijk, dat hij tabak kreeg van zijn vrienden."
+
+"Ongetwijfeld. Ik memoreer alleen dit punt, omdat, wanneer ik de zaak in
+handen had gehad, ik geneigd zou zijn geweest daarvan het punt van
+uitgang voor mijn onderzoek te maken. Mijn vriend dr. Watson weet echter
+nog niets van de zaak en ik zal er niets minder aan toe zijn, wanneer ik
+de toedracht nog eens hoor. Geef ons dus in 't kort de bijzonderheden
+weer."
+
+Stanley Hopkins haalde een stuk papier uit zijn zak.
+
+"Ik heb hier eenige data en feiten uit het leven van den dooden man,
+kapitein Peter Carey. Hij werd in '45 geboren, was dus 50 jaar. Hij was
+een stoutmoedig en succesvol robbenvanger en walvischvaarder. In 1883
+was hij kapitein van de stoomboot "Sea Unicorn" uit Dundee. Hij had
+achtereenvolgens verschillende voorspoedige reizen gedaan en in het
+volgend jaar 1884 zeide hij de zee vaarwel. Daarna reisde hij eenige
+jaren en kocht eindelijk een klein buiten, Woodman's Lee genaamd, bij
+Forest Row in Sussex. Daar heeft hij zes jaar gewoond en daar is hij nu
+juist een week geleden gestorven.
+
+"Er zijn eenige zeer bijzondere eigenaardigheden omtrent den man te
+vertellen. In het gewone leven was hij een waar Puritein--een zwijgende,
+in zich zelf gekeerde man. Zijn huishouden bestond uit zijn vrouw, zijn
+dochter, twintig jaar oud en twee dienstboden. Deze laatsten veranderden
+nog al eens, want het was nooit een prettige betrekking bij hem en soms
+was het er gewoon niet uit te houden. De man was een echte
+"termijn-dronkaard" en wanneer hij in zulk een stemming was, een ware
+woesteling. Het is gebeurd, dat hij zijn vrouw en zijn dochter midden in
+den nacht de deur uitjoeg en in het park afranselde, totdat het geheele
+dorp buiten het hek in rep en roer er voor stond door het gegil.
+
+"Eens werd hij veroordeeld wegens mishandeling van den ouden predikant,
+die hem kwam opzoeken om hem eens te onderhouden over zijn gedrag.
+Kortom, mijnheer Holmes, u zoudt ver moeten gaan om een gevaarlijker man
+te vinden dan Peter Carey en ik heb gehoord, dat hij aan boord van zijn
+schip dezelfde manieren reeds had.
+
+"Hij was bekend in de vaart als "Zwarte Peter" en deze naam was hem
+gegeven, niet alleen naar aanleiding van zijn donker uiterlijk, maar ook
+wegens zijn humeur, dat de schrik was van ieder om hem heen. Ik behoef
+niet te zeggen, dat hij verafschuwd en vermeden werd door de geheele
+buurt en ik heb geen enkel woord van spijt gehoord over zijn
+verschrikkelijk einde.
+
+"In het rapport van het onderzoek zult gij gelezen hebben, mijnheer
+Holmes, van de hut van den man, maar misschien weet uw vriend er nog
+niets van. Hij had zich zelf een houten huisje gebouwd--hij noemde het
+altijd de hut--eenige honderden meters van zijn huis, en daar sliep hij
+elken nacht. Het was een kleine hut met één vertrek, zestien voet lang
+bij tien voet breed. Hij hield den sleutel in zijn zak, maakte zelf zijn
+bed op, hield de hut zelf schoon en veroorloofde aan niemand den drempel
+te overschrijden. Aan beide zijden zijn kleine ramen, die door gordijnen
+zijn bedekt, welke nooit opgehaald worden. Een van deze ramen zag uit op
+den grooten straatweg en wanneer er 's nachts licht brandde, maakten de
+menschen elkander daarop opmerkzaam en vroegen zich af, wat "Zwarte
+Peter" wel zou doen. Dat is het raam, mijnheer Holmes, dat ons ten
+minste eenige aanwijzing bij het onderzoek verschaft.
+
+"U herinnert zich, dat een metselaar, Slater genaamd, die om één uur 's
+nachts van Forest Row kwam--twee dagen vóórdat de moord plaats
+had--stilstond bij het voorbijgaan van Woodman's Lee en bleef kijken
+naar het licht, dat nog tusschen de boomen scheen. Hij houdt vol, dat
+de schaduw van het hoofd van een man zichtbaar was op het gordijn en dat
+die schaduw zeker niet van Peter Carey was, daar hij deze goed kende. De
+bedoelde man had n.l. een korten baard, geheel anders dan de kapitein.
+Dat zegt hij, maar hij was twee uur in de herberg geweest en het is een
+tamelijk groot eind van den weg tot aan de hut. Bovendien heeft dit
+betrekking op Maandag en de misdaad werd op Woensdag gepleegd.
+
+"Dinsdag was Peter Carey in een allerslechtst humeur, dronken en woest
+als een gevaarlijk wild dier. Hij strompelde door het huis en de vrouwen
+maakten dat zij weg kwamen, wanneer zij hem hoorden naderen. Laat in den
+avond ging hij naar zijn hut. Omstreeks twee uur in den morgen hoorde
+zijn dochter, die met open raam sliep, een verschrikkelijken gil uit
+deze richting, maar het was niets ongewoons hem te hooren razen en
+tieren, wanneer bij dronken was, en daarom nam zij er geen verdere
+notitie van.
+
+"Bij het opstaan om zeven uur bespeurden de dienstboden, dat de deur van
+de hut open stond, maar zoo groot was de vrees voor den man, dat het
+middag was, voordat iemand zich in de hut durfde wagen om te zien, wat
+er van hem geworden was. Door de open deur kijkend, zagen zij een
+tooneel, dat hen met bleeke gezichten naar het dorp deed rennen. Binnen
+een uur was ik op het terrein en had de zaak in handen.
+
+"Nu, ik heb tamelijk sterke zenuwen, zooals u weet, mijnheer Holmes,
+maar ik geef u mijn woord, dat ik rilde van ontzetting, toen ik mijn
+hoofd in dat kleine huisje stak. Kleine en groote vliegen bromden en
+gonsden en de vloer en de wanden waren als in een slachtplaats. Hij had
+het een hut genoemd en het was ook een hut, want men zou zich aan boord
+van een schip gewaand hebben. Aan de eene zijde was een bedstee en
+daarvoor stonden een zeemanskist, kaarten en een verrekijker, een
+schilderij van de "Sea Unicorn", een aantal logboeken op een plank,
+juist datgene, wat men in de hut van een scheepskapitein verwacht te
+vinden. En te midden van dat alles aanschouwde men den man zelf met een
+verwrongen gelaat als een verloren ziel in de hel. Recht door zijn
+breede borst was een stalen harpoen gedreven en wel met een kracht, dat
+het wapen nog diep in den houten wand was gedrongen. Hij was als een
+vlinder op een stuk karton geprikt. Natuurlijk was hij morsdood en was
+dat geweest van af het oogenblik, dat hij dien laatsten doodskreet had
+geuit.
+
+"Ik ken uw methode, mijnheer, en bracht ze in toepassing. Alvorens ik
+toestond, dat iets van zijn plaats werd genomen, onderzocht ik
+zorgvuldig den grond buiten en ook den vloer van de kamer. Er waren geen
+voetstappen."
+
+"Je bedoelt, dat je ze niet hebt gezien?"
+
+"Ik verzeker u, mijnheer, dat ze er niet waren."
+
+"Mijn goede Hopkins, ik heb in vele misdaden het onderzoek geleid, maar
+ik heb er nog nooit een gezien, die gepleegd was door een vliegend
+wezen. Zoolang de misdadiger op twee beenen blijft, moet er eenige
+aanwijzing op den grond voor den wetenschappelijken vorscher zijn te
+vinden. Het is niet te gelooven, dat deze met bloed bespatte kamer geen
+spoor bevatte, dat ons zou kunnen helpen. Ik heb echter uit het
+onderzoek gemerkt, dat er eenige punten waren, die gij niet over het
+hoofd hebt gezien, is het niet?"
+
+De jonge inspecteur trok een erbarmelijk gezicht bij de ironische
+opmerkingen van mijn vriend.
+
+"Ik was een dwaas door u niet dadelijk te hulp te roepen, mijnheer
+Holmes. Maar dat is nu eenmaal gebeurd. Ja, er waren verscheidene
+voorwerpen, die onze speciale aandacht vroegen. Een er van was de
+harpoen, waarmede de misdaad werd gepleegd. Deze was van een rek aan den
+muur genomen. Twee andere waren er nog en er was een leege plaats voor
+den derde. In de schacht waren de woorden "Ss. Sea Unicorn, Dundee"
+gegraveerd. Dit scheen er op te wijzen, dat de misdaad gepleegd was in
+een oogenblik van woede en dat de moordenaar het eerste het beste wapen
+gegrepen had, dat voor de hand lag. Het feit, dat de misdaad om twee uur
+in den morgen werd gepleegd en dat niettemin Peter Carey nog gekleed
+was, deed vermoeden, dat hij een afspraak had gehad met den moordenaar,
+hetgeen ook nog gestaafd wordt door het feit, dat er leege rhumglazen op
+tafel stonden."
+
+"Ja," zei Holmes, "ik denk, dat beide veronderstellingen aannemelijk
+zijn. Waren er nog andere dranken in de hut behalve de rhum?"
+
+"Ja, er stonden nog twee flesschen, waarvan er een brandewijn, de andere
+whisky bevatte. Maar daar hebben wij niets aan, daar de flesschen vol
+waren en derhalve nog niet aangebroken."
+
+"In elk geval heeft de aanwezigheid van die flesschen toch eenige
+beteekenis," zeide Holmes. "Laat ons echter nog iets meer hooren van de
+voorwerpen, die volgens je meening betrekking op de zaak hebben."
+
+"Dan lag dat tabakszakje op tafel."
+
+"Op welk deel van de tafel lag het?"
+
+"Het lag in het midden. Het was natuurlijk van robbevel--de harige huid
+had een leeren riempje om het vast te binden. Aan de binnenzijde stond
+P. C. Ongeveer een half ons zware tabak was er nog in."
+
+"Uitmuntend! Wat meer?"
+
+Stanley Hopkins haalde uit zijn zak een notitieboek. De omslag was
+versleten en de bladzijden verkleurd. Op de eerste bladzijde waren
+geschreven de initialen "J. H. N." en de datum "1883."
+
+Holmes legde het op tafel en bekeek het op zijn bijzondere manier,
+terwijl Hopkins en ik over zijn schouders tuurden. Op de tweede
+bladzijde stonden de letters C. P. R. en daarna kwamen verscheidene
+reeksen van getallen. Onder andere hoofden waren Argentinië, Costa Rica
+en San Paulo, alle met teekens en cijfers er achter.
+
+"Wat maak je hieruit op?" vroeg Holmes.
+
+"Het schijnen nummers te zijn van effecten. Ik dacht, dat J. H. N. de
+voorletters waren van een makelaar en dat C. P. R. zijn cliënt is
+geweest."
+
+"Probeer eens Canadian Pacific Railway," zei Holmes.
+
+Stanley Hopkins mompelde iets binnensmonds en sloeg met zijn hand op het
+dijbeen.
+
+"Wat ben ik toch een domoor geweest!" riep hij. "Natuurlijk is het,
+zooals u zegt. Dan moeten wij alleen de initialen J. H. N. oplossen. Ik
+heb reeds de lijst van effectenmakelaars in 1883 nagegaan, maar ik kan
+geen naam vinden, waarop deze letters betrekking kunnen hebben. Toch
+weet ik, dat dit het belangrijkste is van al hetgeen ik heb gevonden. U
+zult toestemmen, mijnheer Holmes, dat de mogelijkheid bestaat, dat deze
+initialen zijn van den tweeden man, die aanwezig was--met andere
+woorden van den moordenaar. Ik zou er tevens op willen wijzen, dat de
+aanwezigheid van een document, dat betrekking heeft op een groote
+hoeveelheid papieren van waarde, ons voor den eersten keer eenige
+aanwijzing geeft voor een beweegreden voor de misdaad."
+
+[Illustratie: Holmes bekeek het op zijn eigenaardige zorgvuldige wijze.]
+
+Het gelaat van Sherlock Holmes toonde aan, dat hij geheel van de wijs
+was gebracht door deze nieuwe verwikkeling.
+
+"Ik moet u gelijk geven," zeide hij, "en ik erken, dat het notitieboek,
+waarvan in het rapport niet gesproken wordt, elke hypothese, die ik mij
+gevormd had, te niet doet. Ik had mij een theorie van de misdaad
+gevormd, waarin hiervoor geen plaats was. Hebt u getracht eenige van de
+hier genoemde effecten op te sporen?"
+
+"Er wordt overal onderzoek naar gedaan, maar ik vrees, dat het register
+van de aandeelhouders van deze Zuid-Amerikaansche fondsen in
+Zuid-Amerika is en dat er eenige weken moeten verloopen, eer wij de
+aandeelen op het spoor kunnen komen."
+
+Holmes had den omslag van het notitieboekje met zijn vergrootglas
+bestudeerd.
+
+"Hier is een vlek," zeide hij.
+
+"Ja, mijnheer, het was een bloedvlek. Ik vertelde u reeds, dat ik het
+boek van den vloer opraapte."
+
+"Was de bloedvlek aan den onder- of aan den bovenkant?"
+
+"Aan den onderkant."
+
+"Hetgeen natuurlijk bewijst, dat het boek is gevallen, nadat de misdaad
+gepleegd was."
+
+"Juist, mijnheer Holmes. Ik maakte reeds die gevolgtrekking en
+concludeerde voorts, dat de moordenaar het boekje heeft laten vallen,
+toen hij haastig de vlucht nam. Het lag dicht bij de deur."
+
+"Ik veronderstel, dat geen dezer effecten gevonden is onder de papieren
+en kaarten van den dooden man?"
+
+"Neen, mijnheer."
+
+"Hebt u eenige reden om aan diefstal te gelooven?"
+
+"Neen, mijnheer, er scheen niets weggenomen te zijn."
+
+"Wel, wel. Het is zeker een zeer interessant geval. Er was ook nog een
+mes, is het niet?"
+
+"Een scheermes, dat nog in de scheede was. Het lag bij de voeten van den
+doode. Juffrouw Carey heeft verklaard, dat het 't eigendom van haar man
+was."
+
+Holmes bleef eenigen tijd in gedachten zitten.
+
+"Wel," zei hij eindelijk. "Ik denk, dat ik er eens heen moet gaan en
+zelf een en ander opnemen."
+
+Stanley Hopkins uitte een kreet van blijdschap.
+
+"Dank u, mijnheer. U neemt mij daardoor een zwaren last van de
+schouders."
+
+Holmes hief zijn vinger op tegen den inspecteur.
+
+"Het zou veel gemakkelijker zijn geweest, wanneer je een week eerder
+waart gekomen," zeide hij. "Maar zelfs nu behoeft een bezoek nog niet
+geheel doelloos te zijn. Watson, indien je tijd hebt, zou ik gaarne
+willen, dat je ook mee gingt. Als je zoo goed wilt zijn een rijtuig te
+bestellen, Hopkins, zullen wij binnen een kwartier gereed zijn om naar
+Forest Row te vertrekken."
+
+ * * * * *
+
+Aan het kleine tusschenstation uitgestapt, reden wij nog eenige mijlen
+door de overblijfselen van zich ver uitstrekkende wouden, die eens deel
+uitmaakten van dat groote bosch, dat zoo lang de Saksische horden
+tegenhield--het ondoordringbare woud, dat meer dan zestig jaar het
+bolwerk was van Bretagne. Uitgestrekte stukken waren geveld, want hier
+was de plaats, waar de eerste ijzermijnen in het land werden ontgonnen
+en de boomen werden gerooid voor het smelten van het erts. Thans hebben
+de rijkere lagen van het Noorden deze industrie tot zich getrokken en
+niets dan deze van boomen beroofde plekken en de groote gaten in den
+grond wijzen op den arbeid van het verleden. Hier op een open plaats, op
+een overigens dicht begroeiden heuvel stond een langwerpig lang steenen
+huis, hetwelk men langs een kronkelenden weg bereikte. Dicht bij dezen
+weg en aan drie zijden omringd door struikgewas, stond een klein houten
+huisje. Dat was het tooneel van den moord.
+
+Stanley Hopkins bracht ons eerst naar het huis, waar hij ons voorstelde
+aan een schuwe, oude vrouw met grijze haren, de weduwe van den
+vermoorden man, wier geel en rampzalig gelaat met de vreesachtige
+uitdrukking en de door roode randen omgeven oogen sprak van de harde
+jaren en de mishandelingen, waaraan zij had bloot gestaan. Bij haar was
+haar dochter, een bleek meisje met mooi haar, wier oogen ons uitdagend
+aankeken, toen zij vertelde, dat zij blij was, dat haar vader dood was,
+en dat zij de hand zegende, die hem had neergeveld. Het was een
+vreeselijk huishouden, dat de Zwarte Peter Carey zich zelf gemaakt had
+en wij voelden ons als 't ware opgelucht, toen wij weer buiten in de zon
+stonden en een pad dwars door het veld insloegen, dat door den dooden
+man zelf gemaakt was.
+
+Het huisje was zeer eenvoudig van hout opgetrokken met een dak van
+tengels; een raam was naast de deur en een aan de andere zijde. Stanley
+Hopkins haalde den sleutel uit zijn zak en had hem in het slot gestoken,
+toen hij plotseling met een uitdrukking van verrassing op het gelaat
+nauwkeurig het slot onderzocht.
+
+"Iemand heeft getracht de deur te openen," zeide hij.
+
+Hieraan viel niet te twijfelen. Het hout er om heen was weggesneden en
+het scheen zoo wit, alsof het kort geleden gedaan was. Holmes onderzocht
+het raam.
+
+"Men heeft getracht ook dit te forceeren, maar wie het ook is geweest,
+hij is er niet in geslaagd om binnen te komen. Het moet al een zeer
+armzalige inbreker zijn."
+
+"Dit is een zeer buitengewone zaak," zeide de inspecteur. "Ik zou er op
+durven zweren, dat deze teekens gisteren nog niet aanwezig waren."
+
+"Misschien een of andere nieuwsgierige uit het dorp," opperde ik.
+
+"Dat is niet waarschijnlijk. Er zullen al weinig menschen in het dorp
+zijn, die nu een voet op dezen grond durven zetten, laat staan in de hut
+gaan. Wat denkt u er van, mijnheer Holmes?"
+
+"Ik denk, dat het geluk ons al zeer gunstig is."
+
+"U bedoelt, dat de persoon terug zal komen?"
+
+"Het is zeer waarschijnlijk. Hij kwam in de verwachting de deur open te
+zullen vinden. Hij trachtte naar binnen te gaan door het slot te openen
+met het lemmet van een klein pennemes. Hij kon 't niet gedaan krijgen.
+Wat zal hij nu doen?"
+
+"Den volgenden nacht terugkomen met een doelmatiger stuk gereedschap."
+
+"Dat zou ik ook zeggen. Het zal nu slechts aan ons liggen, indien wij er
+niet zijn om hem te ontvangen. Laat mij intusschen de hut van binnen
+eens bekijken."
+
+De sporen van het drama waren verwijderd, maar overigens had men de
+meubelen, de kaarten enz. precies gelaten als ze waren gevonden na den
+moord. Gedurende twee uur bekeek Holmes met sterk gespannen aandacht elk
+voorwerp op zijn beurt, maar zijn gelaat toonde, dat het resultaat niet
+zeer bevredigend was. Slechts éénmaal onderbrak hij zijn onderzoek.
+
+"Heb je iets van deze plank genomen, Hopkins?"
+
+"Neen, ik heb niets van zijn plaats genomen."
+
+[Illustratie: "Er is iemand geweest, die geprobeerd heeft de sluiting te
+verbreken," zei hij.]
+
+"Iets is hier weggenomen. Er is minder stof op dezen hoek van de plank
+dan verder op. Het kan een boek geweest zijn. Het kan ook een doos
+geweest zijn. Wel, wel, ik kan niets meer doen. Laat ons een weinig in
+die schoone wouden rond gaan dolen, Watson, en een paar uur wijden aan
+de vogels en de bloemen. Wij zullen u later hier weer ontmoeten,
+Hopkins, en zien of wij eenigszins meer bekend kunnen worden met den
+heer, die in den afgeloopen nacht hier een bezoek heeft gebracht."
+
+Het was elf uur, toen wij ons in hinderlaag opstelden. Hopkins was er
+voor om de deur van de hut open te laten, maar Holmes was van meening,
+dat hierdoor de achterdocht van den vreemdeling zou worden opgewekt. Het
+slot was zeer eenvoudig en alleen een stuk lemmet was noodig om het open
+te maken. Holmes opperde eveneens de meening, dat het beter was buiten
+te wachten tusschen de struiken en niet in de hut. Op die manier konden
+wij den man bespieden, als hij een lucifer aanstak en zien, wat zijn
+plannen waren voor deze nachtelijke visite.
+
+Het was een langdurig en vervelend wachten en toch bracht het iets mee
+van de zenuwachtigheid, die de jager ondervindt, wanneer hij naast den
+waterpoel ligt en wacht op de komst van het dorstige roofdier.
+
+Welk wreed monster zou uit de duisternis naar ons toe komen sluipen? Was
+het een wilde tijger der misdaad, die zich alleen zou laten vangen na
+een wanhopige worsteling, met zijn scherpe tanden en klauwen, of zou het
+blijken te zijn een sluipende jakhals, alleen gevaarlijk voor de zwakken
+en onbeschermden?
+
+Stil als muizen lagen wij neergedoken tusschen de struiken, wachtende op
+hetgeen zou komen. Eerst hoorden wij nog de voetstappen van dorpelingen,
+die zich verlaat hadden, of wel stemmen uit het dorp, maar een voor een
+stierven deze afwisselingen weg en werd het doodstil om ons heen. Alleen
+hoorden wij nog het slaan van de dorpsklok en het geruisch van een
+fijnen motregen, die op het bladerendak boven ons neerviel.
+
+Het had halftwee geslagen en het was het donkerste uur, dat aan den
+dageraad voorafging, toen wij allen werden opgeschrikt door een zacht
+maar duidelijk geknars in de richting van de tuindeur. Iemand was
+binnengekomen. Weder heerschte er geruimen tijd stilte en ik begon reeds
+te vreezen, dat het een valsch alarm was, toen zachte voetstappen
+gehoord werden aan de andere zijde van de hut. Een oogenblik later
+hoorden wij weder geknars. De man was bezig het slot open te breken.
+Ditmaal was zijn behendigheid grooter of zijn gereedschap beter, want
+even daarna vernamen wij het draaien van de scharnieren. Daarna werd een
+lucifer aangestoken en het volgend oogenblik was de hut verlicht door
+het flikkerend schijnsel van een kaars. Door de dunne gordijnen konden
+wij precies zien, wat er binnen voorviel.
+
+De nachtelijke bezoeker was een mager jongmensch met een zwart
+snorretje, dat vooral de doodelijke bleekheid van zijn gelaat deed
+uitkomen. Hij kon niet veel ouder dan twintig jaar zijn. Ik heb nog
+nooit iemand gezien, die blijkbaar zoo bang was, want zijn tanden
+klapperden zichtbaar en hij beefde van het hoofd tot de voeten. Hij was
+gekleed als een heer, had een korte jas met korte broek aan en een pet
+op. Wij zagen, hoe hij met verschrikte oogen rondkeek. Daarna zette hij
+het eindje kaars op tafel en verdween in een der hoeken, waar wij hem
+niet konden zien. Hij kwam met een groot boek, een van de journaals,
+terug. Op tafel leunend, bladerde hij er in, totdat hij vond hetgeen hij
+zocht. Met een nijdige beweging van zijn gebalde vuist sloot hij het
+boek, bracht het weer naar zijn plaats en blies het licht uit.
+Ternauwernood had hij zich omgekeerd om de hut te verlaten, of de hand
+van Hopkins was aan zijn keel en ik hoorde zijn luiden gil van
+ontzetting, toen hij begreep, dat hij gesnapt was. De kaars werd weer
+aangestoken en daar stond onze ongelukkige gevangene, rillend en bevende
+in den ijzeren greep van den detective. Hij viel neer op de kist en keek
+hulpeloos van den een naar den ander.
+
+"Nu, waarde heer," zei Stanley Hopkins, "wie ben je en wat kwam je hier
+doen?"
+
+De man herstelde zich zoo goed mogelijk en keek ons aan.
+
+"U zijt detectiven, vermoed ik," zei hij, "u denkt, dat ik betrokken ben
+bij den dood van kapitein Peter Carey. Ik verzeker u, dat ik onschuldig
+ben."
+
+"Dat zullen wij zien," zeide Hopkins. "Allereerst, hoe is uw naam?"
+
+[Illustratie: Hij doorbladerde snel, op de tafel leunende, het boek.]
+
+"Ik heet John Hopley Neligan."
+
+Ik zag Holmes en Hopkins een blik van verstandhouding wisselen.
+
+"Wat kwaamt ge hier doen?"
+
+"Kan ik in vertrouwen tot u spreken?"
+
+"Neen, zeker niet."
+
+"Waarom zou ik het dan vertellen?"
+
+"Indien gij niets hebt te zeggen, kon het u voor de rechtbank wel eens
+slecht bekomen."
+
+De jonge man aarzelde.
+
+"Wel, ik zal het u vertellen," zeide hij. "Waarom zou ik het niet doen?
+En toch zou ik dit oude schandaal niet gaarne weer zien opgerakeld. Hebt
+u ooit gehoord van Dawson en Neligan?"
+
+Ik kon aan het gezicht van Hopkins zien, dat hij er nooit van gehoord
+had; Holmes echter gaf blijk van groote belangstelling.
+
+"U bedoelt de bankiers," zeide hij. "Zij gingen failliet met een tekort
+van een millioen, ruïneerden de halve bevolking van Cornwall, en Neligan
+maakte zich uit de voeten."
+
+"Juist, Neligan was mijn vader."
+
+Eindelijk kregen wij dus iets positiefs en toch scheen er een groote
+gaping tusschen een bankier, die met de noorderzon was verdwenen en
+kapitein Peter Carey, aan den wand geregen met een van zijn eigen
+harpoenen. Wij luisterden allen aandachtig naar hetgeen het jonge mensch
+te vertellen had.
+
+"Het was mijn vader, wien alleen de zaak aanging. Dawson had zich
+teruggetrokken. Ik was destijds nog slechts tien jaar, maar toch oud
+genoeg om de schande te beseffen. Men heeft altijd beweerd, dat vader al
+de effecten stal en er mee van door ging. Dat was niet waar. Hij was
+vast en stellig er van overtuigd, dat wanneer hem de tijd gelaten werd
+om alles te gelde te maken, alles terecht zou komen en ieder crediteur
+zijn geld zou krijgen. Hij ging met zijn klein jacht naar Noorwegen,
+juist vóór het bevel tot zijn inhechtenisneming werd uitgevaardigd. Ik
+kan mij nog den laatsten avond herinneren, toen hij moeder vaarwel
+zeide. Hij liet een lijst achter van de effecten, die hij meenam en hij
+zwoer, dat hij zou terugkomen met opgericht hoofd en dat niemand, die
+hem vertrouwd had, nadeel zou lijden. Daarna werd er taal noch teeken
+ooit meer van hem gehoord. Zoowel hij als het jacht schenen verdwenen.
+Wij geloofden, moeder en ik, dat hij met de effecten, die hij had
+meegenomen, op den bodem der zee lag. Wij hadden echter een trouwen
+vriend, die nog zaken doet en hij ontdekte eenigen tijd geleden, dat
+enkele van de effecten, die mijn vader had meegenomen, weder op de
+Londensche beurs waren verkocht. U kunt u onze verbazing voorstellen.
+Maanden ben ik bezig geweest om ze op het spoor te komen en eindelijk na
+veel moeilijkheden vernam ik, dat de oorspronkelijke houder was geweest
+kapitein Peter Carey, de eigenaar van deze hut. Natuurlijk informeerde
+ik naar den man. Ik vond uit, dat hij het bevel gevoerd had over een
+walvischvaarder, die uit de Noordpoolzee terugverwacht werd omstreeks
+den tijd, dat mijn vader naar Noorwegen ging. De herfst van dat jaar was
+zeer stormachtig en er was een lange opeenvolging van stormwinden uit
+het Zuiden. Het was zeer goed mogelijk, dat het jacht van mijn vader
+noordwaarts was gedreven en daar het schip van kapitein Peter Carey had
+ontmoet. Als dat zoo was, wat was er dan van vader geworden? In elk
+geval zou, wanneer ik kon bewijzen uit de verklaring van Peter Carey,
+hoe deze effecten in zijn bezit en op de beurs waren gekomen, daaruit
+blijken, dat mijn vader ze niet had verkocht en dat hij geen persoonlijk
+voordeel beoogde, toen hij ze meenam.
+
+"Ik kwam naar Sussex met het plan den kapitein op te zoeken, maar op dat
+oogenblik had juist zijn gewelddadige dood plaats. Ik las in het verslag
+een beschrijving van zijn hut, waarin ook stond, dat de oude journalen
+van zijn schip bewaard waren gebleven. Het viel mij op, dat, wanneer ik
+kon zien hetgeen in de maand Augustus 1883 aan boord van de "Sea
+Unicorn" was gebeurd, ik inlichtingen zou krijgen over het lot mijns
+vaders. Ik trachtte gisteren nacht deze boeken in te zien, maar kon de
+deur niet open krijgen. Van nacht probeerde ik het nog eens en slaagde,
+maar vond, dat de bladzijden, die betrekking hadden op die maand, uit
+het boek waren gescheurd. Op dat oogenblik was ik een gevangene in uw
+handen."
+
+"Is dat alles?" vroeg Hopkins.
+
+"Ja, dat is alles." Hij sloeg de oogen neer, terwijl hij het zeide.
+
+"Hebt u niets anders te vertellen."
+
+Hij aarzelde.
+
+"Neen, er is niets."
+
+"U is hier niet geweest vóór gisteren avond?"
+
+"Neen."
+
+"Welke verklaring hebt u dan _hiervoor_?" riep Hopkins, terwijl hij het
+notitieboekje met de voorletters van den gevangene op de eerste
+bladzijde en de bloedvlek op den omslag voor den dag haalde.
+
+De ongelukkige viel bijna om van schrik. Hij bracht de handen voor zijn
+gezicht en beefde weer als een riet.
+
+"Waar hebt u dat gevonden?" stotterde hij. "Ik wist het niet. Ik dacht,
+dat ik het in het hotel had verloren."
+
+"Dat is genoeg," zeide Hopkins barsch. "Alles, wat gij nog te zeggen
+hebt, kunt gij voor den rechter bewaren. Thans gaat ge met me naar het
+politiebureau.--Wel, mijnheer Holmes, ik ben u en uw vriend zeer
+verplicht, dat u gekomen zijt om mij te helpen. Zooals nu gebleken is,
+was uw tegenwoordigheid niet noodig en zou ik de zaak ook zonder u tot
+dit einde hebben gebracht; niettemin ben ik u zeer dankbaar. Kamers zijn
+voor u in het Brambletge Hotel besproken, derhalve kunnen wij samen naar
+het dorp wandelen."
+
+"Wel, Watson, wat denk je er van?" vroeg Holmes, toen wij den volgenden
+morgen terugreisden.
+
+"Ik kan zien, dat ge niet voldaan zijt."
+
+"O ja, mijn waarde Watson, ik ben volkomen tevreden. Dat neemt niet weg,
+dat de methodes van Stanley Hopkins mij niet bevallen. Ik heb mij in hem
+bedrogen. Ik koesterde betere verwachtingen van hem. Iemand moet steeds
+de zaken van twee kanten bekijken en daarop bedacht zijn. Dat is de
+stelregel bij elk onderzoek."
+
+"Van twee zijden? En wat is dan de andere zijde?"
+
+"Het onderzoek, dat ik heb ingesteld. Het kan misschien niets opleveren.
+Dat weet ik nog niet. Maar ik zal het tot het einde volgen."
+
+In Baker-Street lagen verscheidene brieven voor Holmes. Hij nam er een
+op, opende hem en barstte in een zegevierend lachen uit.
+
+"Uitmuntend, Watson. Mijn onderzoek marcheert prachtig. Heb je papier?
+Ja, schrijf dan een paar telegrammen voor me: "Sumner, Huurbaas Ratcliff
+Highway. Zend drie man tegen morgen ochtend tien uur--Basil". Dat is
+mijn naam daar. Het andere telegram moet geadresseerd worden:
+"Inspecteur Hopkins, 46, Lord Street Brixton. Kom morgen ochtend
+halftien ontbijten. Belangrijk. Sein, indien verhinderd--Sherlock
+Holmes!" Wel, Watson, deze zaak heeft mij tien dagen achtereen geen rust
+gelaten. Thans ban ik haar geheel uit mijn gedachten. En morgen denk ik,
+zullen wij er voor altijd het laatste van hooren."
+
+Precies op tijd verscheen inspecteur Stanley Hopkins en samen deden wij
+het uitmuntende ontbijt, dat juffrouw Hudson had klaargezet, alle eer
+aan. De jonge detective was in de wolken over zijn succes.
+
+"Dus u gelooft, dat uw oplossing de juiste is?" vroeg Holmes.
+
+"Ik zou niet weten wat er zwak in moest zijn."
+
+"De zaak schijnt mij toch niet gezond."
+
+"U verbaast me, mijnheer Holmes. Wat zou er dan nog aan kunnen
+ontbreken?"
+
+"Wordt elk punt door uw verklaring opgehelderd?"
+
+"Ongetwijfeld. Ik heb uitgevonden, dat de jonge Neligan op den dag van
+de misdaad in het Brambletge Hotel is aangekomen. Hij kwam onder
+voorwendsel golf te komen spelen. Zijn kamer was gelijkvloers en hij kon
+uitgaan, wanneer hij dat verkoos. Dienzelfden nacht ging hij naar
+Woodman's Lee, sprak met Peter Carey in de hut, twistte met hem en
+doodde hem met den harpoen. Verschrikt over hetgeen hij had gedaan,
+vluchtte hij de hut uit, waarbij het notitieboekje, dat hij had
+meegebracht om Peter Carey over die verschillende effecten te
+ondervragen, op den grond viel. U zult misschien hebben opgemerkt, dat
+achter eenige van de effecten een kruisje was gezet. Achter de meeste
+stond echter niets. Die, waar een kruisje achter stond, waren in den
+laatsten tijd op de beurs te Londen verhandeld, maar de overige waren
+vermoedelijk nog in het bezit van Carey en de jonge Neligan zou, volgens
+zijn eigen verklaring, ze gaarne terug hebben om recht te doen
+wedervaren aan de crediteuren van zijn vader. Na zijn vlucht durfde hij
+de hut niet weer te naderen, maar eindelijk overmande hij zich om de
+informatie te bekomen, die hij noodig had. Dit is toch alles eenvoudig
+en duidelijk."
+
+Holmes glimlachte en schudde het hoofd.
+
+"Het schijnt mij toe, dat er een maar is, Hopkins, en dat wel, omdat de
+oplossing totaal onmogelijk is. Heb je wel eens getracht een harpoen
+door een lichaam te drijven? Neen? Tut tut, beste mijnheer, u moet
+werkelijk aan dergelijke dingen uw aandacht wijden. Mijn vriend Watson
+zou u kunnen vertellen, dat ik mij een geheelen morgen met die oefening
+heb bezig gehouden. Het is niet gemakkelijk en er is een sterke en
+geoefende arm voor noodig. Maar deze stoot werd met zulk een kracht
+toegebracht, dat de punt van het wapen zelfs nog diep in den houten wand
+drong. Is u van meening, dat dit aan bloedarmoede lijdende jongmensch
+bij machte geweest is zulk een vreeselijken aanslag te doen? Is hij de
+man, die met Zwarten Peter rhum met water zat te slurpen in het holle
+van den nacht? Was het zijn profiel, hetwelk twee nachten vroeger op de
+gordijnen is gezien? Neen, neen, Hopkins, wij moeten naar een ander en
+meer gevaarlijk persoon zoeken."
+
+Het gezicht van den detective werd gestadig langer, terwijl Holmes
+sprak. Zijn hoop en eerzucht kregen het zwaar te verantwoorden. Maar hij
+wilde zoo maar zijn stelling niet prijs geven.
+
+"U kunt niet ontkennen, dat Neligan dien nacht in de hut aanwezig was.
+Dat bewijst het boekje. Ik geloof, dat ik bewijzen genoeg heb om een
+jury tevreden te stellen, zelfs al is u in staat in mijn redeneering een
+zwak punt te ontdekken. Bovendien, mijnheer Holmes, ik heb mijn hand
+gelegd op _mijn_ man. Wat die verschrikkelijke persoon van u betreft,
+waar is hij?"
+
+"Ik denk, dat hij nu zachtjes aan op de stoep staat," zei Holmes
+ernstig. "Ik denk, Watson, dat je goed zoudt doen die revolver daar
+binnen je bereik te houden." Hij stond op en legde een stuk papier op
+een tafeltje. "Nu zijn wij gereed," zeide hij.
+
+Er werd buiten luid gesproken en een oogenblik later opende juffrouw
+Hudson de deur en zeide, dat er drie mannen waren, die naar kapitein
+Basil vroegen.
+
+"Laat ze een voor een boven komen," zeide Holmes.
+
+De eerste, die binnenkwam, was een klein ineengedrongen mannetje, met
+roode wangen en grijze bakkebaardjes. Holmes had een brief uit zijn zak
+gehaald.
+
+"Hoe heet je?" vroeg hij.
+
+"James Lancaster."
+
+"Het spijt mij, Lancaster, maar de equipage is voltallig. Hier is een
+half pond voor je moeite. Kom in deze kamer en wacht daar even."
+
+De tweede man was een lange uitgedroogde kerel met sluik haar en
+ingevallen wangen. Zijn naam was Hugh Pattins. Hij kreeg dezelfde
+boodschap, zijn half pond en moest ook even blijven wachten.
+
+De derde was iemand van een merkwaardig voorkomen. Een woest gelaat werd
+omgeven door een verwarden haardos en baard en twee brutale zwarte oogen
+glinsterden van onder dikke, overhangende wenkbrauwen. Hij groette en
+stond op de manier van een zeeman met zijn pet in de hand.
+
+"Uw naam?" vroeg Holmes.
+
+"Patrick Cairns."
+
+"Harpoenwerper?"
+
+"Ja, mijnheer. Zes en twintig reizen."
+
+"Dundee, vermoed ik?"
+
+"Ja, mijnheer."
+
+"En bereid op een schip, dat onderzoekingsreizen naar de Noordpool gaat
+doen, aan te monsteren?"
+
+"Ja, mijnheer."
+
+"Welke gage?"
+
+"Acht pond per maand."
+
+"Kun je dadelijk aan boord gaan?"
+
+"Zoodra ik mijn aanstelling heb."
+
+"Heb je je papieren?"
+
+"Ja, mijnheer." Hij haalde een hoop smerige bladen uit zijn zak. Holmes
+zag ze in en gaf ze daarna terug.
+
+"Je bent juist de man, dien ik noodig heb," zeide hij.
+
+"Hier ligt op dit tafeltje de monsterrol. Als je teekent, is de zaak in
+orde."
+
+De zeeman draaide zich om en nam de pen op.
+
+"Zal ik hier teekenen?" vroeg hij, over de tafel buigend.
+
+Holmes leunde over zijn schouder en bracht zijn beide handen over zijn
+hoofd.
+
+"Zoo is het goed," zeide hij.
+
+[Illustratie: "Zal ik hier teekenen?" vroeg hij.]
+
+Ik hoorde een gerinkel en een geloei als van een woedenden stier. Het
+volgend oogenblik rolden Holmes en de zeeman samen over den vloer. Het
+was een man met zulk een reusachtige kracht, dat zelfs met de
+handboeien, die Holmes hem zoo handig had aangedaan, hij spoedig mijn
+vriend overmeesterd zou hebben, waren Hopkins en ik hem niet te hulp
+gekomen. Eerst toen ik den kouden loop van de revolver tegen zijn slaap
+drukte, begreep hij ten laatste, dat tegenstand nutteloos was. Wij
+bonden zijn enkels met een koord vast en stonden buiten adem van de
+worsteling op.
+
+"Ik moet u werkelijk mijn verontschuldiging aanbieden, Hopkins," zeide
+Sherlock Holmes, "ik vrees, dat de spiegeleieren koud zijn. Het ontbijt
+zal je overigens niet minder smaken, nu je de zekerheid hebt, dat je de
+zaak tot zulk een schitterend einde hebt gebracht."
+
+Bij dit compliment van Holmes kon Stanley Hopkins van verbazing geen
+woord uitbrengen.
+
+"Ik weet niet, wat ik zeggen moet, mijnheer Holmes," stamelde hij
+eindelijk met een vuurrood gezicht. "Het schijnt mij, dat ik van het
+begin af mij dwaas heb aangesteld. Ik begrijp nu, hetgeen ik nooit had
+moeten vergeten, dat ik de leerling ben en gij de meester zijt. Zelfs nu
+ik zie wat u hebt gedaan, weet ik niet hoe u het deed of wat 't
+beteekent."
+
+"Wel, wel," zeide Holmes, goedig. "Wij allen leeren door ondervinding en
+het is ditmaal een les voor je, nooit de andere zijde geheel uit 't oog
+te verliezen. Je stelde zooveel waarde op den jongen Neligan, dat je
+geen oogenblik dacht aan Patrick Cairns, den waren moordenaar van Peter
+Carey."
+
+Hier viel de zeeman hem met zijn groffe stem in de rede.
+
+"Zeg eens, baas," zeide hij. "Ik zal mij niet beklagen over het feit,
+dat ik op zulk een wijze word behandeld, maar je moet de dingen bij hun
+waren naam noemen. Gij zegt, dat ik Peter Carey vermoord heb; ik zeg,
+dat ik Peter Carey _gedood_ heb, en dat is het verschil. Het kan zijn,
+dat jullie niet gelooft, wat ik zeg. Misschien denk je, dat ik jullie
+wat op de mouw speld."
+
+"In het geheel niet," zeide Holmes. "Laat ons hooren, wat je te zeggen
+hebt."
+
+"Dat is spoedig gedaan en bij den hemel, elk woord is de waarheid. Ik
+kende Zwarten Peter en toen hij zijn mes te voorschijn haalde, joeg ik
+een harpoen dwars door hem heen, want ik wist, dat het was: hij of ik.
+Zoo stierf hij. U kunt het moord noemen. In elk geval wil ik even lief
+met een touw om mijn nek sterven als met het mes van Zwarten Peter in
+mijn hart."
+
+"Hoe kwam je daar?" vroeg Holmes.
+
+"Ik zal alles van het begin af vertellen. Zet mij dan een beetje
+overeind, dan kan ik beter spreken. Het gebeurde in '83--Augustus van
+dat jaar. Peter Carey was gezagvoerder van de "Sea Unicorn", en ik was
+daar harpoenwerper. Wij waren juist uit het ijs op de thuisreis en
+kregen stormweer met zuidelijke winden, toen wij een klein vaartuigje
+oppikten, dat naar het noorden was gedreven. Er was slechts één man aan
+boord--een landsman. De bemanning was bang, dat het scheepje zou zinken
+en was naar de Noorweegsche kust in de jol gegaan. Ik denk, dat ze allen
+verdronken zijn. Nu, wij namen den man aan boord en hij en de schipper
+zaten lang in de kajuit te praten. Alle bagage, die hij bij zich had,
+bestond uit een blikken trommel. Zoover ik weet, werd de naam van den
+man nooit genoemd en in den tweeden nacht verdween hij, alsof hij er
+nooit was geweest. Er werd gezegd, dat hij over boord was gesprongen of
+over boord was gevallen in het onstuimige weer. Slechts een man wist,
+wat er werkelijk met hem gebeurd was, want met mijn eigen oogen zag ik,
+hoe de schipper hem een beentje lichtte en hem tijdens de hondenwacht in
+een donkeren nacht, twee dagen voordat wij de lichten van de
+Shetlands-eilanden in zicht kregen, over de verschansing wierp.
+
+"Wel, ik hield het voor mij zelf en wachtte om te zien, wat er zou
+gebeuren. Toen wij in Schotland aankwamen, was het gemakkelijk iets te
+verzinnen en niemand was er, die iets vroeg. Een vreemdeling kwam bij
+ongeluk om en niemand had er belang bij om veel te vragen. Kort daarop
+bleef Peter Carey aan den wal en het duurde vele jaren vóór ik kon
+uitvinden, waar hij was. Ik dacht, dat hij de misdaad gedaan had voor
+hetgeen in die blikken trommel was en dat hij mij nu wel eens goed kon
+betalen voor het feit, dat ik mijn mond gehouden had.
+
+"Ik vond hem door een zeeman, die hem te Londen had ontmoet en ik ging
+naar buiten om hem onder handen te nemen. Den eersten dag was hij
+redelijk genoeg en bereid mij zooveel te geven, dat ik ook aan den wal
+kon blijven. Wij zouden alles twee nachten later regelen. Toen ik kwam,
+vond ik hem drie kwart dronken en in een allerslechtst humeur. Wij
+gingen zitten, wij dronken en praatten over oude tijden, maar hoe meer
+hij dronk, des te minder had ik het begrepen op de blikken, waarmede hij
+mij aankeek. Ik merkte dien harpoen aan den wand op en ik dacht, dat ik
+dien misschien noodig zou hebben, vóór ik met hem klaar was. Eindelijk
+kwam hij op mij af, vloekend, met moordlust in zijn oogen en een schee
+in zijn hand, waarin een groot mes zat. Hij had geen tijd om het uit de
+schee te halen, want ik joeg hem dadelijk den harpoen door zijn body.
+Hemel, wat gaf hij een gil; en zijn gezicht zie ik nog in mijn slaap. Ik
+stond daar, terwijl zijn bloed langs me spoot en ik wachtte even; alles
+bleef stil en dat stelde mij gerust. Ik keek rond en zag de blikken
+trommel op een plank. Ik had er in elk geval evenveel recht op als Peter
+Carey, daarom nam ik haar mee en verliet de hut. Als een gek liet ik
+mijn tabakszak liggen.
+
+"Nu zal ik u het zonderlingste van de geheele geschiedenis vertellen.
+Nauwelijks buiten de hut gekomen, hoorde ik iemand naderen en ik verborg
+mij dus in de struiken. Er kwam een man aansluipen, hij ging de hut in,
+gilde alsof hij een geest zag en rende zoo hard als hij kon weg, totdat
+hij uit het gezicht was. Wie hij was of wat hij wilde is meer dan ik kan
+zeggen. Wat mij betreft, ik wandelde tien mijl, ging op den trein te
+Tunbridge Wells en bereikte Londen, maar ik werd niets wijzer.
+
+"Want toen ik eens in de trommel keek, vond ik er geen geld in, maar
+alleen papieren, die ik toch niet durfde verkoopen. Ik had geen vat meer
+op Zwarten Peter en zat nu in Londen zonder een cent in mijn zak. Alleen
+mijn zak bleef over. Ik zag die advertentiën voor harpoenwerpers tegen
+hoog loon, waarom ik naar de huurbazen ging, die mij hierheen zonden.
+Dat is alles, wat ik weet en ik zeg nog eens: dat als ik Zwarten Peter
+dan doodde, de vent mij daarvoor toch dankbaar moet zijn, want ik
+bespaarde hem de kans op een strop."
+
+"Een zeer duidelijke verklaring," zeide Holmes opstaande en zijn pijp
+opstekende. "Ik denk, Hopkins, dat je geen tijd moet laten voorbijgaan
+om je gevangene naar een veiliger plaats te brengen. Deze kamer is niet
+zeer geschikt voor een cel en mijnheer Patrick Cairns neemt een te
+groot deel van ons karpet in."
+
+[Illustratie: Wij zaten bij elkaar, dronken een glas en praatten over
+den ouden tijd.]
+
+"Mijnheer Holmes," zeide Hopkins, "ik weet niet, hoe ik u mijn
+dankbaarheid moet toonen. Zelfs nu begrijp ik niet, hoe u dit resultaat
+hebt bereikt."
+
+"Eenvoudig door van het begin af aan het goede spoor te hebben. Het is
+zeer wel mogelijk, dat, wanneer ik iets van dit notitieboekje had
+geweten, daardoor mijn gedachten waren afgeleid geworden, zooals bij u
+het geval was. Maar al hetgeen ik hoorde, leidde in één richting. De
+verbazende kracht, de geoefendheid bij het gebruik van den harpoen, de
+rhum met water, het tabakszakje van robbevel met de zware tabak--alles
+wees op een zeeman en wel een, die op de walvischvaart was geweest. Ik
+was overtuigd, dat de initialen "P. C." op het zakje niet de voorletters
+moesten beteekenen van Peter Carey, daar hij zelden rookte en in zijn
+hut geen pijp gevonden werd. Je zult je herinneren, hoe ik nog vroeg of
+er whisky en brandewijn in de hut was. Je zei van ja. Hoeveel landslui
+zullen er zijn, behalve zeelui, die rhum drinken, wanneer zij die andere
+dranken kunnen krijgen? Ja, ik was er zeker van, dat het een zeeman
+was."
+
+"En hoe hebt u hem gevonden?"
+
+"Waarde heer, het probleem was zeer eenvoudig geworden. Als het een
+zeeman was, kon het er alleen een zijn, die met Carey op de "Sea
+Unicorn" had gevaren. Voor zoover ik te weten kon komen, had hij nooit
+op een ander schip gereisd. Ik bracht mijn dagen zoek met telegrafeeren
+naar Dundee en na verloop van tijd had ik de namen van de equipage van
+de "Sea Unicorn" in 1883. Toen ik Patrick Cairns onder de harpoenwerpers
+vond, naderde mijn onderzoek zijn einde. Ik redeneerde, dat de man
+vermoedelijk in Londen was en dat hij het land wel voor eenigen tijd zou
+willen verlaten. Daarom bracht ik eenige dagen in het East End door,
+beraamde een Noordpool-expeditie, lanceerde aanlokkelijke voorwaarden
+voor harpoenwerpers, die onder kapitein Basil wilden varen--en zie hier
+het resultaat."
+
+"Wonderbaarlijk!" riep Hopkins. "Wonderbaarlijk!"
+
+"Je moet nu zoo spoedig mogelijk den jongen Neligan in vrijheid
+stellen," zeide Holmes. "Ik erken, dat ik van oordeel ben, dat je hem je
+verontschuldiging moet aanbieden. De blikken trommel moet hem ter hand
+worden gesteld, maar de effecten, die Peter Carey heeft verkocht, zijn
+natuurlijk voor altijd verloren.
+
+"Daar is het rijtuig, Hopkins, en je kunt nu je gevangene overbrengen.
+Als je me voor de rechtbank noodig mocht hebben, is mijn adres en dat
+van Watson ergens in Noorwegen--later stuur ik wel bijzonderheden."
+
+
+
+
+III.
+
+Het avontuur van "Charles Augustus Milverton".
+
+
+Het is jaren geleden, dat de gebeurtenissen, waarover ik nu ga spreken,
+hebben plaats gehad, en toch doe ik mijn verhaal nog met een zekeren
+schroom. Want geruimen tijd zou het zelfs met de grootste discretie
+onmogelijk zijn geweest deze feiten publiek te maken; thans echter, nu
+de voornaamste persoon, daarbij betrokken, buiten het bereik van de
+menschelijke wet is, kan de geschiedenis met verzwijging van data en
+enkele bijzonderheden verteld worden zonder iemand schade te berokkenen.
+Zij is een volstrekt eenige episode, zoowel in de loopbaan van Sherlock
+Holmes als in mijn eigen leven. De lezer zal het mij zeker niet kwalijk
+nemen, dat ik naast de data, elke andere omstandigheid, waaruit de
+gebeurtenis gemakkelijk zou kunnen worden nagegaan, in de finesses
+verzwijg. Wij waren uitgegaan, Holmes en ik, op ons
+achtermiddag-wandelingetje en waren ongeveer te zes uur op een kouden,
+vorstigen winteravond teruggekeerd. Terwijl Holmes de lamp opdraaide
+viel het licht op een visitekaartje op tafel. Hij keek er naar en wierp
+het vervolgens met een gebaar van walging op den grond. Ik raapte het op
+en las:
+
+ Charles Augustus Milverton,
+ agent
+
+ Appledown Towers
+ Hampstead.
+
+"Wie is dat?" vroeg ik.
+
+"De vreeselijkste man in Londen," antwoordde Holmes, terwijl hij ging
+zitten en zijn beenen voor het vuur uitstrekte. "Staat er ook iets
+achterop geschreven?"
+
+Ik draaide het kaartje om.
+
+"Zal om 6 uur 30 terugkomen--C. A. M.," las ik.
+
+"Hm. Dus hij zal er weldra zijn. Heb je niet een huiverig, onaangenaam
+gevoel, Watson, wanneer je voor de slangen in een dierentuin staat en de
+glibberige, gladde, venijnige beesten met hun doodaanbrengende oogen je
+aanstaren? Welnu, denzelfden indruk ontvang ik bij het zien van
+Milverton. Ik heb in mijn beroep te doen gehad met zeker wel vijftig
+moordenaars, maar voor den ergste onder hen voelde ik nooit den afschuw,
+dien ik voor dezen man heb. En toch kan ik niet buiten hem in dit
+geval--ja, hij is hier op mijn verzoek heen gekomen."
+
+"Maar wie is hij?"
+
+"Ik zal het je zeggen. Hij is de koning van alle chantageplegers. De
+hemel helpe den man en nog meer de vrouw, wier geheimen en reputatie in
+de macht komen van Milverton. Met een lachend gelaat en een hart van
+marmer zal hij de citroen uitpersen en nog eens persen, totdat er geen
+druppel meer uit te halen valt. De man is op zijn manier een genie en
+zou van zich hebben doen spreken in een eerlijker beroep. Zijn methode
+is als volgt: Hij laat rondstrooien, dat hij bereid is zeer hooge sommen
+te betalen voor brieven, waardoor menschen van geld en stand
+gecompromitteerd worden. Hij ontvangt deze niet alleen van onbetrouwbare
+bedienden en dienstmeisjes, maar dikwijls ook van schurken uit de
+voorname wereld, die het vertrouwen van hooggeplaatste dames hebben
+weten te verwerven. Hij toont zich daarbij niet gierig. Ik weet
+toevallig, dat hij zevenhonderd pond aan een lakei betaalde voor een
+briefje, dat slechts twee regels bevatte en dat den ondergang van een
+adellijke familie ten gevolge had. Al hetgeen op dat gebied aan de markt
+is, gaat naar Milverton en er zijn honderden in deze groote stad, die
+verbleeken bij het hooren van zijn naam. Niemand weet, waar hij zijn
+greep zal doen, want hij is veel te rijk en te geslepen om een familie
+in één keer "af te werken". Hij zal een kaart jaren achtereen in
+portefeuille houden en haar dan eerst uitspelen, wanneer hij weet, dat
+er de grootste winst mee valt te behalen. Ik heb je gezegd, dat hij de
+vreeselijkste man is in Londen en niemand zal zelfs den schurk, die zijn
+kameraad in koelen bloede vermoordt, durven gelijkstellen met dezen man,
+die volgens een methode langzaam de ziel pijnigt en de zenuwen verslapt,
+alleen om zijn toch reeds gevulden buidel nog dikker te maken. Kortom,
+hij is een echte vampier."
+
+Zelden had ik mijn vriend met zulk een bitterheid over iemand hooren
+spreken.
+
+"Maar," vroeg ik, "de man moet toch binnen het bereik van de wet zijn?"
+
+[Illustratie: "Charles Augustus Milverton".]
+
+"Theoretisch wel, maar in de practijk gaat het niet op. Welk voordeel
+zou bijvoorbeeld een vrouw er bij hebben, wanneer zij hem eenige maanden
+gevangenisstraf bezorgde en dan zeker was, dat zij zoodoende zelf ten
+gronde zou gaan? Zijn slachtoffers durven niet terugslaan. Wanneer hij
+eens een onschuldig persoon bedreigde, zouden wij hem hebben, maar hij
+is zoo geslepen als de duivel zelf. Neen, neen, wij moeten andere wegen
+inslaan om hem te bestrijden."
+
+"En waarom komt hij hier?"
+
+"Omdat een beroemde cliënte haar zaak in mijn handen heeft geplaatst.
+Het is Lady Eva Brackwell, de schitterende "débutante" van het vorig
+seizoen. Zij zou over veertien dagen huwen met den graaf van Dorincourt.
+Deze dame heeft nu verscheidene onvoorzichtige brieven--onvoorzichtig,
+Watson, en niets meer--geschreven aan een jongen, maar armen heerenboer
+op het platteland, en Milverton, de slang, heeft ze in handen. Zij
+zullen echter ongetwijfeld het huwelijk doen afspringen; Milverton zal
+deze aan den graaf zenden, wanneer hem niet voor een bepaalden datum een
+groote som gelds wordt betaald. Mij is opgedragen hem op te zoeken en de
+beste voorwaarden te bedingen in het belang van mijn cliënte."
+
+Op dat oogenblik hoorden wij beweging in de straat en naar buiten
+kijkende zag ik een prachtig rijtuig, bespannen met twee paarden. De
+lantaarns verspreidden een schitterend licht. Een palfrenier opende het
+portier en een zwaargebouwd man in een dikke astrakan pels steeg uit.
+Een minuut later was hij in de kamer.
+
+Charles Augustus Milverton was naar schatting vijftig jaar, had een
+breed, verstandig voorhoofd en een rond, bol, baardeloos gelaat, een
+eeuwigen glimlach en twee grijze oogen, die schitterden achter een bril,
+waarvan de glazen in dik goud gemonteerd waren. Er was iets van de
+goedmoedigheid van Pickwick in zijn voorkomen, die alleen door de harde
+uitdrukking in de rustelooze, doordringende oogen gelogenstraft werd.
+Zijn stem was even zacht en zalvend als zijn voorkomen, toen hij
+binnentredend en een dikke, korte hand uitstekend, zijn spijt uitsprak,
+dat hij ons den eersten keer niet had te huis getroffen. Holmes deed
+alsof hij de toegestoken hand niet zag en keek hem met een effen gelaat
+aan.
+
+De glimlach van Milverton werd breeder, hij haalde de schouders op, trok
+zijn overjas uit, vouwde deze netjes op over den rug van een stoel en
+ging vervolgens zitten.
+
+"Deze heer?" vroeg hij, naar mij wijzende. "Is hij bescheiden, kunnen
+wij spreken?"
+
+"Dr. Watson is mijn vriend en compagnon."
+
+"Zeer goed, mijnheer Holmes. Alleen in het belang van uw cliënte meende
+ik deze vraag te moeten doen. De zaak is voor haar van zulk een kieschen
+aard."
+
+"Dr. Watson heeft er reeds van gehoord."
+
+"Dan kunnen wij haar zonder omhaal afhandelen. U zegt, dat u Lady Eva
+vertegenwoordigt. Heeft zij u opgedragen mijn voorwaarden te
+aanvaarden?"
+
+"Welke zijn uw voorwaarden?"
+
+"Zeven duizend pond."
+
+"En de uiterste prijs?"
+
+"Waarde heer, het doet mij leed het te moeten zeggen, maar wanneer het
+geld niet op den veertienden betaald is, zal er den achttienden geen
+huwelijk worden gesloten." Zijn ondragelijke glimlach was zoeter dan
+ooit. Holmes dacht een oogenblik na.
+
+"Het komt mij voor," zeide hij eindelijk, "dat u de zaak te veel van uw
+kant bekijkt. Ik ben natuurlijk bekend met den inhoud van deze brieven.
+Mijn cliënte zal zeker doen, hetgeen ik haar aanraad. Ik zal haar
+adviseeren haar toekomstigen echtgenoot alles te vertellen en op zijn
+edelmoedigheid te vertrouwen."
+
+Milverton lachte luid.
+
+"U kent klaarblijkelijk den graaf niet," zeide hij.
+
+Aan den teleurgestelden blik van Holmes kon ik duidelijk zien, dat hij
+den graaf wel degelijk kende.
+
+"Welk kwaad steekt er eigenlijk in die brieven?" vroeg hij.
+
+"Zij zijn levendig geschreven--zeer levendig geschreven," antwoordde
+Milverton. "De dame heeft een allerliefsten stijl. Maar ik kan u
+verzekeren, dat de graaf van Dorincourt ze niet op de juiste waarde zal
+weten te schatten. Wanneer u er echter anders over denkt, willen wij er
+niet verder over spreken. Het is een zuivere handelszaak. Als u denkt,
+dat het in het belang van uw cliënte is, dat deze brieven aan den graaf
+worden ter hand gesteld, zoudt gij inderdaad dwaas zijn, wanneer gij
+haar raaddet zulk een hooge som te betalen om ze terug te krijgen!" Hij
+stond op en greep naar zijn jas.
+
+Holmes was wit van nijd en ergernis.
+
+"Wacht even," zeide hij, "u gaat te spoedig heen. Wij zullen natuurlijk
+alles doen om in zulk een kiesche zaak een schandaal te vermijden."
+
+Milverton zonk weer in zijn stoel.
+
+"Ik was er zeker van, dat u de zaak ook van die zijde zoudt bekijken,"
+mompelde hij.
+
+"Allereerst dient in aanmerking te worden genomen," vervolgde Holmes,
+"dat Lady Eva geen rijke vrouw is. Ik verzeker u, dat twee duizend pond
+wel al haar bezittingen vertegenwoordigen en dat de som, die gij genoemd
+hebt, volkomen buiten haar bereik is. Ik verzoek u daarom uw eischen te
+matigen en de brieven terug te geven tegen den door mij genoemden prijs,
+die naar ik u verzeker de hoogste is, dien gij kunt verkrijgen."
+
+Weer werd de glimlach van Milverton breeder en hij knipoogde.
+
+"Ik ben er van overtuigd, dat, wat gij zegt over de middelen van de dame
+in quaestie, waar is," zeide hij. "Maar," vervolgde Milverton,
+"terzelfder tijd zult gij moeten toegeven, dat een huwelijk van een dame
+een zeer geschikte gelegenheid is voor vrienden en verwanten om iets te
+doen te haren behoeve. Zij zullen misschien verlegen zijn in de keuze
+van een huwelijksgeschenk. Laat mij u verzekeren, dat dit pakje brieven
+der bruid meer vreugde zal geven dan alle candelabres en serviezen in
+geheel Londen."
+
+"Dat is onmogelijk," riep Holmes uit.
+
+"Wel, wel, hoe ongelukkig!" meende Milverton, een dik zakboek voor den
+dag halend. "Het komt mij voor, dat men dames een slechten raad geeft
+door te adviseeren zulk een zaak op haar beloop te laten. Kijk eens hier
+naar!" Hij hield een briefje in de hoogte, waarop een wapen zichtbaar
+was. "Dat behoort aan--wel, misschien is het minder fair den naam te
+noemen voor morgen ochtend. Maar tegen dien tijd zal het in het bezit
+zijn van den echtgenoot van de dame. En zulks alleen, omdat zij weigert
+een luttel bedrag bijeen te brengen, dat zij in een uur zou kunnen
+krijgen door haar diamanten te verwisselen voor valsche steenen. Het is
+zoo jammer. En u herinnert u toch wel het plotseling afbreken van het
+engagement tusschen miss Miles en kolonel Darking? Slechts twee dagen
+voor het huwelijk stond er in de "Morning Post" een korte mededeeling,
+dat het was ontbonden. En waarom? Het is bijna ongelooflijk, maar de
+luttele som van twaalfhonderd pond zou de geheele zaak in orde hebben
+gebracht. Is dat geen zonde? En hier vind ik nu een man met verstand,
+trachtende op mijn voorwaarden af te dingen, terwijl de toekomst en de
+eer van zijn cliënte op het spel staan. U verbaast mij, mijnheer
+Holmes."
+
+"Wat ik zeg, is waar," antwoordde Holmes. "Het geld is er niet. Voor u
+zou het beter zijn dit geld aan te nemen, dan het leven van deze vrouw
+te verwoesten, hetgeen u toch geen voordeel kan brengen."
+
+"Daarin vergist gij u, mijnheer Holmes. Indirect zou ik van zulk een
+schandaal zelfs groot voordeel hebben. Ik heb acht of tien dergelijke
+gevallen in portefeuille. Indien onder de bedreigden bekend werd, hoe ik
+Lady Eva heb behandeld, zou ik hem of haar zeker handelbaarder vinden.
+Ziet u, dat is mijn zienswijze."
+
+Holmes sprong op van zijn stoel.
+
+"Ga achter hem, Watson. Laat hem er niet uit. En nu, mijnheer, laat ons
+den inhoud van dat zakboekje zien."
+
+Snel als een rat was Milverton naar den wand gesprongen en stond nu met
+zijn rug tegen den muur.
+
+"Mijnheer Holmes, mijnheer Holmes," zeide hij, zijn jas openslaande en
+den loop van een groote revolver latende zien, die uit den binnenzak
+stak. "Ik verwachtte, dat u iets origineels zoudt doen. Dat is echter
+zoo dikwijls gedaan en wat goeds is er ooit uit voortgekomen? Ik
+verzeker u, dat ik tot de tanden gewapend ben en zeker niet zal aarzelen
+mijn wapens te gebruiken, wetende, dat ik de wet aan mijn zijde heb.
+Voorts is uw vermoeden, dat ik de brieven in een zakboekje mee zou
+brengen, geheel en al onjuist. Zoo dwaas ben ik niet. En nu, heeren, ik
+heb heden avond nog een of twee kleine afspraken en het is een heel eind
+naar Hampstead."
+
+Hij stapte naar voren, nam zijn jas op, legde de hand op zijn revolver
+en draaide zich om naar de deur. Ik nam een stoel, maar Holmes schudde
+het hoofd en ik liet den stoel weer los. Met een buiging, een glimlach
+en een knippen van de oogen ging Milverton de deur uit en eenige
+oogenblikken later hoorden wij het portier van het rijtuig dichtslaan en
+het geratel van de wielen, terwijl het wegreed.
+
+[Illustratie: Hij liet een groote revolver zien, die uit zijn binnenzak
+stak.]
+
+Holmes zat bewegingloos bij den haard, met de handen diep in zijn
+zakken, de kin op de borst en zijn oogen gericht op het knetterende
+vuur. Gedurende een half uur bleef hij stil zitten kijken. Toen sprong
+hij eensklaps op als iemand, die een besluit genomen heeft, en ging naar
+zijn slaapkamer.
+
+Kort daarop kwam een jonge werkman, slordig gekleed, met een weinig
+onderhouden baard en knevel te voorschijn en stak zijn steenen pijp aan
+de lamp aan, voor hij naar beneden ging. "Ik zal over eenigen tijd
+terugkomen, Watson," zeide hij en verdween. Ik begreep, dat Holmes zijn
+campagne tegen Charles Augustus Milverton begonnen was, maar ik had
+hoegenaamd geen "ahnung" van den vreemden vorm, dien deze veldtocht te
+zijner tijd zou aannemen.
+
+Eenige dagen kwam en ging Holmes geregeld in dit pak en behalve een
+opmerking, dat hij zijn tijd doorbracht te Hampstead en dat hij dezen
+wel besteedde, wist ik in 't geheel niet, wat hij deed. Eindelijk echter
+op een guren, stormachtigen nacht, toen de wind gierde en floot tegen de
+ruiten, keerde hij van de laatste expeditie terug en nadat hij zijn
+vermomming had afgelegd, ging hij voor den haard zitten en lachte
+hartelijk in zich zelf, zooals hij meer kon doen, wanneer de zaken naar
+wensch marcheerden.
+
+"Je zoudt mij zeker niet rekenen tot de mannen, die een vrouw zoeken, is
+'t wel, Watson?"
+
+"Neen, zeker niet."
+
+"Het zal je interesseeren te vernemen, dat ik geëngageerd ben."
+
+"Geëngageerd? Beste kerel, ik feliciteer...."
+
+"Met het dienstmeisje van Milverton."
+
+"Goede hemel, Holmes."
+
+"Ik had eenige inlichtingen noodig, Watson."
+
+"Maar nu ben je toch ver gegaan."
+
+"Het was een zeer noodzakelijke stap. Ik ben nu een loodgieter met eigen
+zaakje; Escotte is mijn naam. Elken avond heb ik met haar geloopen en
+met haar gesproken. Goede hemel, die gesprekken! Maar enfin, ik heb
+bereikt, hetgeen ik wenschte. Ik ken nu het huis van Milverton als de
+palm van mijn hand."
+
+"Maar het meisje, Holmes?"
+
+Hij haalde de schouders op.
+
+"Ja, men kan overal niet voor zijn, waarde Watson. Je moet nu eenmaal je
+kaarten zoo goed mogelijk uitspelen, wanneer het om zulk een inzet
+gaat! Het doet mij echter genoegen te kunnen zeggen, dat ik een gehaten
+mededinger heb, die mij zeker zal verdringen op hetzelfde oogenblik, dat
+ik haar mijn rug toekeer. Wat een heerlijke nacht is het!"
+
+"Vind je dit weer aangenaam?"
+
+"Het komt mij goed van pas voor mijn plannen, Watson. Ik ben n.l. tot de
+conclusie gekomen, dat mij niets anders overblijft dan in te breken in
+het huis van Milverton."
+
+Ik hield mijn adem in en er liepen koude rillingen langs mijn lichaam
+hij het hooren van deze woorden, die langzaam werden uitgesproken op een
+toon, waaruit beslistheid sprak. Evenals een bliksemstraal in den nacht
+elk detail van een landschap laat zien, zoo zag ik met een oogopslag
+alle mogelijke gevolgen, die konden voortvloeien uit zulk een
+handelwijze--ontdekking, aanhouding, de eervolle loopbaan eindigend met
+een onherstelbaar fiasco en daardoor discrediet, mijn vriend zelf
+overgeleverd aan de genade van den afschuwelijken Milverton.
+
+"Om 's hemels wil, Holmes, denk wat je gaat doen," riep ik uit.
+
+"Beste jongen, ik heb alle mogelijke gevolgen overwogen. Ik ben nooit
+haastig in mijn daden en ik zou zulk een paardenmiddel, dat daarbij
+tevens zoo gevaarlijk is, niet gaan toepassen, wanneer er een andere
+manier bestond. Laat ons de zaak kalm en zakelijk bespreken. Ik
+veronderstel, dat gij zult moeten erkennen, dat de zaak moreel te
+rechtvaardigen is, ofschoon zij voor de wet strafbaar moet zijn. Een
+inbraak in Milverton's huis is niet erger dan door geweld zich meester
+te maken van zijn zakboekje--een daad, waarbij gij bereid waart mij te
+helpen."
+
+Ik dacht eens even na.
+
+"Ja," zeide ik, "het is moreel te rechtvaardigen, zoolang het ons doel
+blijft geen andere artikelen weg te nemen behalve die, welke gebruikt
+worden voor onwettige doeleinden."
+
+"Precies, en sinds het moreel te rechtvaardigen is, heb ik alleen nog
+maar de quaestie van de persoonlijke risico te behandelen. Een gentleman
+zal zich zeker hiermede het hoofd niet al te lang kunnen breken, wanneer
+hij weet, dat een dame dringend behoefte heeft aan zijn hulp, is 't
+wel?"
+
+"Je zult daardoor in zulk een valsche positie geraken."
+
+"Wel, dat is een gedeelte van het gevaar. Er bestaat geen andere manier
+om deze brieven machtig te worden. De ongelukkige dame heeft niet het
+noodige geld en er zijn geen lieden, waarvan zij zulk een som kan
+leenen. Morgen is de laatste dag en als wij van avond de brieven niet
+kunnen bemachtigen, zal de schurk zoo zeker als twee maal twee vier is,
+zijn woord houden en haar in 't verderf storten. Ik moet dus mijn
+cliënte aan haar lot overlaten of deze wanhopige troef uitspelen.
+Tusschen ons gezegd, Watson, het is een soort duel tusschen dezen
+Milverton en mij. Hij had, zooals je gezien hebt, bij de eerste
+ontmoeting het voordeel aan zijn zijde, maar mijn zelfrespect en mijn
+reputatie maken 't noodig, dat ik den strijd tot het einde volhoud."
+
+"Nu, ik heb er niets mee op, maar ik veronderstel, dat er geen andere
+uitweg is," zeide ik. "Wanneer gaan wij?"
+
+"O, jij gaat niet mee."
+
+"Dan ga jij evenmin," antwoordde ik. "Ik geef je mijn woord van eer--en
+dat heb ik nog nooit in mijn geheele leven gebroken--dat ik een rijtuig
+neem en regelrecht naar het politiebureau rijd om je te verraden,
+wanneer je mij niet toestaat dit avontuur mee te maken."
+
+"Je kunt me toch niet helpen."
+
+"Hoe weet je dat? Je weet toch ook niet, wat er kan gebeuren. In elk
+geval, mijn besluit staat vast. Er zijn nog andere menschen behalve
+Sherlock Holmes, die zelfrespect en reputatie er op nahouden."
+
+Holmes keek eerst verstoord, maar nu verhelderde zijn gelaat weer en
+klopte hij mij op den schouder.
+
+"Wel, wel, waarde heer, laat 't dan zoo zijn. Wij hebben eenige jaren
+dezelfde kamer gedeeld en het zou amusant zijn, indien wij eindigen met
+dezelfde cel te deelen. Ge weet, Watson, dat ik er tegenover jou nooit
+doekjes om heb gewonden, dat ik een uiterst handig en geslepen
+misdadiger had kunnen worden. Dit is nu de groote kans van mijn leven in
+deze richting. Kijk eens hier!" Hij haalde een betrekkelijk kleine
+leeren tasch uit een kast, opende haar en liet een aantal glimmende
+instrumenten zien. "Dit is prima klasse inbrekersgereedschap:
+breekijzers, boren, diamanten glassnijder, loopers, kortom alle
+werktuigen van de nieuwste constructie, die door den vooruitgang noodig
+geoordeeld worden. Hier is voorts mijn dievenlantaarn. Alles is in orde.
+Heb je een paar schoenen, die niet kraken?"
+
+"Ik heb een paar tennis-schoenen met gutta-percha zolen."
+
+"Uitstekend. En een masker?"
+
+"O, dat kan ik gemakkelijk uit een stuk zwarte zijde knippen."
+
+"Ik kan zien, dat jij ook al voor dit soort van dingen een zekeren
+aanleg hebt. Zeer goed, maak jij de maskers. Wij moeten, voor wij op weg
+gaan, eerst nog iets eten. Het is nu halftien. Om halfelf laten wij ons
+tot Church Low rijden. In een kwartier loopen wij van daar wel naar
+Appledown Towers, zoodat wij nog voor middernacht met het werk kunnen
+beginnen. Milverton slaapt vast en gaat precies op de minuut af om
+halfelf naar bed. Met een weinig geluk kunnen wij hier om twee uur terug
+zijn met de brieven van Lady Eva in mijn zak."
+
+Holmes en ik trokken onzen rok aan en zetten den hoogen hoed op, zoodat
+wij gehouden zouden worden voor twee schouwburgbezoekers, die naar huis
+gingen. In Oxford Street namen wij een rijtuig en reden naar een adres
+in Hampstead. Hier betaalden wij ons rijtuig en na onze jassen hoog
+dichtgeknoopt te hebben, want het was vreeselijk koud en de wind scheen
+door ons heen te waaien, sloegen wij den hoek om bij de Heath.
+
+"Het is een zaak, die met overleg moet worden ondernomen," zeide Holmes.
+"De documenten worden bewaard in een brandkast, die staat in het
+studeervertrek van den man, en dit vertrek grenst aan zijn slaapkamer.
+Daar staat gelukkig tegenover, dat hij als alle corpulente dikke
+menschen, die er een goed leven van nemen, zeer vast slaapt. Agatha--dat
+is mijn fiancée--zegt, dat het dienstpersoneel dikwijls zelfs
+weddenschappen maakt in verband met het wekken van hun meester. Hij
+heeft een secretaris, die zijn taak zeer conscientieus opvat en den
+geheelen dag het studeervertrek niet verlaat. Daarom gaan wij in het
+holle van den nacht. Dan heeft hij een reusachtigen hond, die 's nachts
+losloopt. Ik ben de beide laatste avonden bij Agatha op visite geweest
+en zij heeft het dier opgesloten om mij gelegenheid te geven ongedeerd
+te kunnen komen of gaan. Hier is het huis, dit groote gebouw met een
+tuin voor en achter. Door het hek--nu rechtsom door een zijlaan. Hier
+moesten wij onze maskers maar voordoen. Zooals je ziet, is er achter
+geen der ramen licht te bespeuren en alles gaat naar wensch."
+
+Met onze zwarte zijden maskers voor slopen wij naar het eenzame, stille
+huis. Een soort veranda liep langs de geheele voorzijde, en hier
+bevonden zich verscheidene ramen en twee deuren.
+
+"Dat is zijn slaapkamer," fluisterde Holmes. "Door deze deur komt men
+regelrecht in het studeervertrek. Dat zou voor ons de gemakkelijkste
+toegang zijn, maar de deur is gesloten en bovendien gegrendeld en wij
+zouden om daarin te kunnen komen te veel leven moeten maken. Kom dus
+hier langs. Er is een serre, waardoor wij in de woonkamer kunnen komen."
+
+De serre was gesloten, maar Holmes sneed een stuk uit een der ruiten,
+stak er zijn hand door en draaide den sleutel om. Een oogenblik later
+had hij de deur weer achter ons gesloten, en waren wij in het oog der
+wet misdadigers geworden. De zoele, warme lucht van de serre en de
+scherpe geur van exotische planten sloegen ons op de keel. Holmes greep
+mij bij de hand en leidde mij snel langs groote potten met planten,
+waarvan de bladeren langs ons gezicht slierden. Holmes bezat de
+merkwaardige eigenschap, welke hij bovendien zorgvuldig onderhield, in
+het donker te kunnen zien. Mijn hand in de zijne houdend, opende hij een
+deur en ik meende te bemerken, dat wij een groote kamer binnengingen,
+waar nog niet lang geleden een sigaar was gerookt. Hij volgde zijn weg
+tusschen de meubelen door, opende een tweede deur en sloot deze achter
+zich. Mijn hand uitstekende, voelde ik verscheidene jassen aan den muur
+hangen, en ik begreep, dat wij ons in een gang bevonden. Wij liepen er
+door, en Holmes ontsloot zacht een deur aan zijn rechterzijde. Er kwam
+iets op ons af en mijn hart stokte in mijn keel, ofschoon ik had kunnen
+lachen, toen ik bemerkte, dat het slechts een kat was. In dit vertrek
+brandde in den haard een vuur en de lucht was hier doortrokken van
+tabaksrook. Holmes ging op zijn teenen binnen, wachtte op mij tot ik hem
+gevolgd was en sloot daarop weer zacht de deur. Wij waren in het
+studeervertrek van Milverton en een portière aan de vensterzijde toonde
+ons, waar zich de slaapkamer bevond.
+
+Het vuur brandde hel op en de geheele kamer werd er voldoende door
+verlicht. Bij de deur zag ik het glimmende knopje van het electrisch
+licht, maar het was onnoodig, zelfs al ware er geen gevaar geweest, om
+het op te draaien. Aan een zijde van den haard was een zwaar gordijn,
+dat hing voor het raam, dat wij buiten hadden gezien. Aan de andere
+zijde was de deur, die uitkwam op de veranda. In het midden stond een
+bureau ministre met een kantoorstoel van rood leder er voor, aan de
+tegenovergestelde zijde was een groote boekenkast, met een marmeren
+buste van Athene er boven op. In den hoek tusschen de kast en den muur
+stond een zware groene brandkast en het haardvuur werd teruggekaatst in
+de gepolijste schroeven. Holmes sloop er heen en onderzocht haar. Daarna
+ging hij naar de deur van de slaapkamer en stond met gebogen hoofd
+aandachtig te luisteren. Er werd niets door hem gehoord. Intusschen was
+ik tot de conclusie gekomen, dat het verstandig zou zijn, wanneer wij
+ons door de buitendeur een aftocht verzekerden, en daarom ging ik er
+eens naar kijken. Tot mijn verbazing was zij niet gesloten en ook niet
+gegrendeld. Ik raakte Holmes even aan en hij draaide zijn gemaskerd
+gelaat in die richting. Ik zag hem schrikken en hij was klaarblijkelijk
+even verrast als ik.
+
+"Ik heb 't er niet op begrepen," fluisterde hij zijn lippen tegen mijn
+oor drukkend, "ik weet niet, wat 't heeft te beteekenen. In elk geval
+hebben wij geen tijd te verliezen."
+
+"Kan ik iets doen?"
+
+"Ja, bij de deur blijven staan. Indien je iemand hoort komen, doe dan de
+deur aan de binnenzijde op de grendels en wij kunnen ontkomen langs den
+weg, waarlangs wij zijn gekomen. Komen zij langs de andere zijde, dan
+kunnen wij door de deur gaan, indien onze karwei is afgeloopen en ons
+achter deze gordijnen verbergen, wanneer wij nog niet gereed zijn.
+Begrijp je?"
+
+[Illustratie: Hij stond met voorovergebogen hoofd en luisterde
+aandachtig.]
+
+Ik knikte en ging bij de deur staan. Mijn eerste gevoel van vrees was
+verdwenen en ik was thans van grooter ijver vervuld dan ik ooit had
+getoond, wanneer wij de verdedigers van de wet in plaats van de
+aanranders waren geweest. Het hooge doel van onzen tocht, de wetenschap,
+dat dit eerlijk en onzelfzuchtig was, het schurkachtige karakter van
+onzen tegenstander, alles droeg er toe bij om de belangstelling in het
+avontuur te verhoogen. Verre van mij schuldig te gevoelen, verheugde ik
+mij over de gevaren, die wij nu liepen. Met een blik van bewondering
+sloeg ik Holmes gade, die zijn tasch instrumenten losmaakte en zijn
+gereedschap uitkoos, met de kalme wetenschappelijke nauwkeurigheid van
+een heelmeester, die een gevaarlijke operatie volbrengen gaat. Ik wist,
+dat het openen van brandkasten een kolfje naar zijn hand was en ik
+begreep de vreugde, welke hij ondervond, nu hij zich tegenover het
+groene monster bevond, de draak, die in zijn klauwen de reputatie van
+vele schoone dames hield. De mouwen van zijn rok omslaande--hij had zijn
+overjas op een stoel gelegd--haalde Holmes twee drilboren, een
+breekijzer en verscheidene loopers voor den dag. Ik stond voor de
+middelste deur, nu eens naar deze, dan weer naar gene deur kijkend en op
+alles voorbereid, ofschoon ik, het moet gezegd, niet precies wist, wat
+ik zou doen, indien wij werden gestoord. Gedurende een half uur werkte
+Holmes uit alle macht, nu eens een stuk gereedschap neerleggend, dan
+weer een ander oprapend: elk stuk gebruikte hij met de kracht en de
+behendigheid van den ervaren machinist. Eindelijk hoorde ik een klik, de
+breede groene deur sprong open en binnenin zag ik een aantal pakken,
+alle dichtgebonden en verzegeld met opschriften. Holmes zocht er een
+uit, maar het was moeilijk om bij het flikkerend haardvuur te lezen; hij
+haalde dus zijn kleine dievenlantaarn te voorschijn, want het was te
+gevaarlijk om met Milverton in de kamer naast ons het electrisch licht
+aan te steken. Plotseling zag ik hem ophouden, aandachtig luisteren en
+het volgend oogenblik had hij de deur van de brandkast dichtgeworpen,
+zijn jas opgeraapt, de gereedschappen in zijn zakken geborgen, waarna
+hij naar het gordijn liep en daarachter verdween, na mij beduid te
+hebben hetzelfde te doen.
+
+Eerst toen ik daar bij hem was, hoorde ik, hetgeen hij met zijn veel
+scherper zintuigen reeds veel eerder vernomen had. Ergens in het huis
+was iemand op. Een deur werd toegeslagen. Daarna hoorden wij voetstappen
+in de verte, die al dichter en dichter bij kwamen, door de gang. Aan de
+deur hield het op. Deze werd geopend. Wij hoorden, hoe het electrisch
+licht werd opgedraaid. De deur werd weer gesloten en de doordringende
+geur van een zware sigaar drong in onze neusgaten. De voetstappen gingen
+voortdurend voor- en achterwaarts, achter- en voorwaarts tot op een
+meter van ons. Eindelijk hoorden wij het kraken van een stoel en de
+voetstappen werden niet meer vernomen. Een sleutel werd in het slot
+omgedraaid en ik hoorde het geritsel van papier.
+
+Tot dusverre had ik het niet gewaagd even te kijken, maar nu schoof ik
+zachtjes de plooien iets weg, zoodat ik een smalle reet had om door te
+turen. Aan het duwen van den schouder van Holmes tegen den mijne wist
+ik, dat hij ook door de nu ontstane opening keek.
+
+Recht voor ons uit en bijna binnen ons bereik was de breede ronde
+schouder van Milverton. Het was duidelijk, dat wij geheel en al gedwaald
+hadden bij de gissing van zijn bewegingen; dat hij in het geheel niet
+was geweest in zijn slaapkamer, maar gewoonweg had gezeten in een of
+andere kamer, aan de andere zijde van het huis, waarvan wij de ramen
+niet aan de straatzijde hadden kunnen zien. Zijn breed, grijzend hoofd
+met de glimmende kale plek in 't midden konden wij met de hand aanraken.
+Hij leunde achterover in zijn rood lederen kantoorstoel, zijn beenen ver
+naar voren uitgestrekt en een lange zwarte sigaar recht voor zich uit in
+den mond houdend. Hij droeg een smoking van roode stof met zwart
+fluweelen kraag en omslagen. In zijn hand hield hij een lang gezegeld
+papier, dat hij op zijn gemak, zonder er groote aandacht aan te
+schenken, doorlas, waarbij hij groote rookwolken voor zich uitblies. Uit
+de wijze, waarop hij was gaan zitten en waarop hij dit document las, was
+gemakkelijk op te maken, dat wij niet konden rekenen op een spoedig
+vertrek.
+
+Ik voelde, hoe Holmes mijn hand zocht en deze geruststellend drukte,
+alsof hij zeggen wilde, dat hij meester was van den toestand en zich op
+zijn gemak gevoelde. Ik wist niet of hij gezien had, hetgeen ik
+duidelijk kon waarnemen, n.l. dat de deur van de brandkast niet geheel
+gesloten was en dat Milverton elk oogenblik tot deze ontdekking kon
+komen. Bij mij zelf had ik reeds het plan opgevat dat, wanneer ik uit de
+strakheid van zijn blik in die richting moest opmaken, dat het ook zijn
+aandacht had getrokken, ik terstond naar voren zou springen, mijn groote
+jas over zijn hoofd werpen, hem binden en de rest aan Holmes overlaten.
+Milverton keek echter heelemaal niet op. Hij bepaalde zijn aandacht tot
+de papieren, die hij in de hand had en pagina na pagina werd ter zijde
+gelegd. Eindelijk dacht ik dat, als hij gereed en zijn sigaar opgerookt
+was, hij wel naar zijn slaapkamer zou afzakken, maar voor hij nog zoover
+was gekomen, gebeurde er iets, waardoor onze gedachten een geheel andere
+wending namen.
+
+Meer dan eens had ik opgemerkt, dat Milverton op zijn horloge keek en
+eenmaal was hij opgestaan om met een ongeduldig gebaar weer te gaan
+zitten. Het denkbeeld echter, dat hij op zulk een vreemd uur een
+afspraak had, kwam heelemaal niet bij mij op, totdat van de zijde van de
+veranda een geritsel mijn oor bereikte. Milverton ging recht overeind
+zitten en legde zijn papieren neer. Een oogenblik later hoorde ik
+voetstappen, die gevolgd werden door een zacht kloppen op de deur.
+Milverton stond op en deed open.
+
+"Wel," zeide hij kortaf, "u is bijna een half uur te laat." Dus dit was
+de verklaring, waarom de deur niet gesloten was en Milverton nog zoo
+laat opzat.
+
+Wij konden het ruischen van een japon hooren. Ik had de reet van het
+gordijn dichtgedaan, zoodra Milverton was opgestaan, omdat hij misschien
+in onze richting zou kijken, maar nu waagde ik het de gordijnen nog even
+op een kier te zetten. Hij was weer gaan zitten, zijn sigaar vormde met
+zijn neus een hoek van 90° en voor hem in het volle licht stond een
+lange, slanke, donkere vrouwenfiguur met een voile voor het gelaat, haar
+mantel hoog tot over haar kin dichtgeknoopt. Zij haalde snel en diep
+adem en elk deel van haar lichaam sidderde van ontroering.
+
+"Wel," vervolgde Milverton, "u hebt mij geruimen tijd van mijn nachtrust
+beroofd, mijn waarde. Ik hoop, dat gij 't waard zijt. U kondt op geen
+ander uur komen?"
+
+De vrouw schudde het hoofd.
+
+[Illustratie: Kon u niet op een ander uur komen?]
+
+"Wel, als u niet kondt komen, was er natuurlijk niets aan te doen.
+Indien de gravin een strenge meesteres is, hebt u nu de gelegenheid het
+haar betaald te zetten. Wees kalm, meisje, waarom beeft ge zoo! Het is
+in orde! Kom tot je zelf. Laat ons nu de zaak bespreken." Hij haalde een
+briefje uit een lade. "Je zegt, dat je vijf brieven hebt, waardoor de
+gravin d'Albert wordt gecompromitteerd. Je wilt ze verkoopen. Ik wil ze
+koopen. Dat is dus ook in orde. Alleen blijft nu nog de prijs over.
+Natuurlijk moet ik de brieven eerst zien. Als het werkelijk goede
+stukken--goede hemel, is u het?"
+
+De vrouw had zonder een woord te zeggen haar voile in de hoogte gedaan
+en den mantel om haar kin losgemaakt. Het was een donker, mooi, zuiver
+gelijnd gelaat, dat Milverton aanschouwde, een gelaat met een
+arendsneus, zware donkere wenkbrauwen, die een paar harde, schitterende
+oogen overschaduwden en een dunnen mond, waarom een gevaarlijk lachje
+speelde.
+
+"Ik ben het," zeide ze, "de vrouw, wier leven gij verwoest hebt."
+Milverton lachte, maar vrees deed zijn stem trillen: "Gij waart zoo
+onhandelbaar," zeide hij. "Waarom hebt gij mij ook tot het uiterste
+gedreven? Ik verzeker u, dat ik zelfs geen vlieg kwaad zal doen, maar
+ieder heeft zijn zaken en wat kon ik anders doen? Ik stelde de som
+binnen uw bereik. U wildet niet betalen."
+
+"Daarom zondt gij de brieven aan mijn echtgenoot en hij--de edelste man,
+die ooit leefde, een man, wiens schoenen ik zelfs niet waard was te
+rijgen--hij werd er door gebroken en stierf. Gij herinnert u dien nacht
+nog, toen ik door die deur kwam en smeekte en bad om genade en gij
+lachte mij in mijn gezicht uit, evenals gij nu tracht te lachen, alleen
+uw laf hart kan niet verhinderen, dat uw lippen beven. Ja, gij dacht
+niet mij hier weer te zullen zien, maar het was op dien avond, dat mij
+geleerd werd, hoe ik u van aangezicht tot aangezicht kon ontmoeten. Wij
+zijn nu alleen. Wel, Charles Milverton, wat hebt gij te zeggen?"
+
+"Denk niet, dat gij mij vrees kunt aanjagen," zeide hij opstaande. "Ik
+heb alleen luid te roepen en mijn personeel is hier om u te arresteeren.
+Maar ik kan mij uw ergernis zeer goed verklaren. Daarom, verlaat de
+kamer, zooals gij gekomen zijt en ik zal er verder over zwijgen."
+
+De vrouw stond met haar hand in haar boezem verborgen en dezelfde
+doodelijke glimlach speelde weer om haar lippen.
+
+"Gij zult geen levens meer verwoesten, zooals gij het mijne hebt gedaan.
+Gij zult geen harten meer vaneenrijten, zooals gij het mijne hebt
+gedaan. Ik zal de wereld bevrijden van een vergiftig beest. Neem dat,
+jij hond!--en dat!--en dat!--en dat!--en dat!"
+
+Zij had een kleine, glinsterende revolver voor den dag gehaald en loste
+lading na lading in het lichaam van Milverton, waarbij de loop nog geen
+twee voet van zijn borst was verwijderd. Hij sprong achteruit en viel
+vervolgens voorover op de tafel, vreeselijk hoestend, terwijl hij met
+zijn handen wild in de papieren ronddraaide. Plotseling stond hij weer
+op, kreeg nog een schot en rolde op den vloer. "Je hebt me vermoord,"
+riep hij, en lag stil. De vrouw keek hem strak aan en plantte haar hiel
+in zijn gelaat. Weer keek zij, maar er was geen beweging of geluid meer
+in hem. Ik hoorde iets ruischen, de koude buitenlucht drong in het warme
+vertrek en de wreekster was weg.
+
+[Illustratie: Plotseling stond hij weer op en ontving nog een schot.]
+
+De tusschenkomst van onze zijde zou den man niet hebben kunnen redden,
+zoo snel ging alles in zijn werk, maar toen de vrouw kogel na kogel in
+het ineenkrimpende lichaam van Milverton joeg, stond ik op 't punt te
+voorschijn te springen, had ik niet den kouden, vasten greep van Holmes
+om mijn pols gevoeld. Ik begreep terstond, wat hij hiermede wilde
+zeggen--dat het een zaak was, die ons niet aanging, dat recht was gedaan
+aan een schurk en wij onze eigen zaken en bedoelingen hadden, die niet
+uit 't oog mochten worden verloren. Maar nauwelijks was de vrouw de
+kamer uit, of Holmes was met eenige snelle, zachte schreden bij de
+andere deur. Op hetzelfde oogenblik hoorden wij stemmen in het huis en
+haastig naderende voetstappen. De revolverschoten hadden het geheele
+dienstpersoneel in rep en roer gebracht. Met bewonderenswaardige kalmte
+ging Holmes naar de brandkast, pakte beide armen vol met pakken brieven
+en smeet ze alle op het vuur. Driemaal herhaalde hij dit en toen was de
+brandkast leeg. Iemand draaide de kruk van de deur om en klopte aan de
+buitenzijde. Holmes keek nog even in 't rond. De brief, die den dood
+gebracht had voor Milverton, lag op de tafel, geheel in bloed gedrenkt.
+Holmes wierp hem te midden van de fel brandende papieren. "Dezen kant,
+Watson," zeide hij, "wij komen langs deze richting spoedig bij den
+tuinmuur."
+
+Ik zou nooit hebben kunnen gelooven, dat iedereen in zulk een groot huis
+zoo spoedig na het lossen van de schoten bij de hand kon zijn. Omkijkend
+zag ik, dat overal reeds licht brandde. De voordeur stond open en wij
+zagen menschen heen en weer loopen. De geheele tuin scheen wel vol te
+zijn en iemand riep ons reeds bij het verlaten van de veranda aan en
+volgde ons, toen wij natuurlijk geen antwoord gaven. Holmes scheen den
+weg uitstekend te kennen, en hij bewoog zich snel tusschen struiken en
+boomen. Ik volgde hem op den voet met onzen vervolger eenige meters
+achter ons. De tuinmuur was zes voet hoog, maar Holmes sprong als een
+acrobaat er op en er overheen. Ik volgde zoo goed mogelijk zijn
+voorbeeld, moest mij echter eerst ophijschen, ten gevolge waarvan de man
+achter mij nog juist mijn enkel kon grijpen. Ik gaf hem echter met mijn
+anderen voet een trap en rolde vervolgens over den muur met mijn gezicht
+voorover in eenige struiken; Holmes had mij oogenblikkelijk weer op de
+been geholpen en samen renden wij langs Hampstead Heath.--
+
+ * * * * *
+
+Wij hadden ontbeten en rookten onze morgenpijp op den dag van het
+merkwaardig avontuur, hetwelk ik juist heb meegedeeld, toen mijnheer
+Lestrade van Scotland Yard, statig en indrukwekkend, onze eenvoudige
+zitkamer werd binnengelaten.
+
+"Goeden morgen, mijnheer Holmes," zeide hij. "Goeden morgen. Mag ik u
+vragen, of u het tegenwoordig nog al druk hebt?"
+
+"Niet te druk om naar u te luisteren."
+
+"Ik meende, dat wanneer u niets bijzonders aan de hand hadt, u ons
+wellicht zoudt willen assisteeren in een zeer merkwaardig geval, dat
+juist in den afgeloopen nacht te Hampstead is afgespeeld."
+
+"Wel heb ik van mijn leven!" zeide Holmes. "Wat was dat?"
+
+"Een moord--een zeer dramatische en merkwaardige moord. Ik weet, hoezeer
+u gesteld zijt op deze dingen en ik zou het voorts als een groote
+welwillendheid beschouwen, wanneer u mee wildet gaan naar Appledown
+Towers en ons uw meening zeggen. Het is geen gewone misdaad. Wij hielden
+dezen mijnheer Milverton reeds eenigen tijd in het oog, want, tusschen
+ons gezegd, was het iemand van minder goed allooi. Bekend is, dat hij
+papieren in zijn bezit had, die hij gebruikte om menschen geld af te
+persen. Deze papieren zijn alle door de moordenaars verbrand. Niet een
+voorwerp van waarde werd door hen meegenomen, zoodat het waarschijnlijk
+is, dat de misdadigers behoorden tot den voornamen stand, wier eenig
+doel bestond in het voorkomen van schandaal."
+
+"Misdadigers?" vroeg Holmes. "Meer dan één?"
+
+"Ja, er waren er twee. Het scheelde zeer weinig of zij waren op
+heeterdaad gearresteerd. Wij hebben hun voetsporen, wij hebben hun
+beschrijving, tien tegen een, dat wij hen op het spoor komen. De eerste
+was een weinig te vlug, maar de tweede werd door den tuinman gegrepen en
+ontkwam eerst na een worsteling. Het was een stevig gebouwde man van
+middelmatige lengte, hij had een dikken nek en snor en een masker voor
+de oogen."
+
+"Dat is tamelijk vaag," zeide Sherlock Holmes. "Wel, het zou een
+beschrijving van Watson kunnen zijn."
+
+"Dat is waar," lachte de inspecteur, vroolijk.
+
+"Maar ik ben bang, dat ik u niet zal kunnen helpen, Lestrade," zeide
+Holmes. "Het feit is, dat ik dezen mijnheer Milverton heb gekend en dat
+ik hem beschouwde als een der gevaarlijkste typen uit geheel Londen. Ik
+vermeen voorts, dat er zekere misdaden zijn, welke de wet niet kan
+treffen en die daardoor in zeker opzicht persoonlijke wraak wettigen.
+Neen, het helpt niet, ik laat mij in deze niet overreden. Ik heb mijn
+besluit genomen. Mijn sympathie is aan de zijde van de misdadigers en
+niet aan die van het slachtoffer, en ik zal mij met deze zaak niet
+inlaten."
+
+Holmes had tegenover mij met geen enkel woord meer gesproken over het
+drama, waarvan wij getuigen waren geweest, maar ik bespeurde den
+geheelen morgen, dat hij in gedachten was verzonken, en ik kreeg door
+zijn starenden blik en zijn afgetrokken manieren den indruk van iemand,
+die tracht zich iets te herinneren. Wij zaten aan onzen lunch, toen hij
+plotseling opsprong. "Bij Jupiter, Watson, ik heb het," riep hij. "Zet
+je hoed op en ga met me mee."
+
+[Illustratie: Zijn blik volgend, zag ik de beeltenis van een voorname
+dame in baltoilet.]
+
+Zoo snel hij kon liep hij door Baker-Street en daarna langs Oxford
+Street, totdat wij bijna bij het Regent Circus waren. Hier was links een
+winkel, waarvan de etalagekast vol stond met de fotographieën van alle
+beroemdheden en schoonheden van den dag. De oogen van Holmes vestigden
+zich op een dezer portretten en zijn blik volgende, zag ik de beeltenis
+van een voorname dame in baltoilet, met een groote diamanten tiara op
+het edele hoofd. Ik keek naar dien ietwat gebogen neus, naar de donkere
+wenkbrauwen, naar dien vastberaden mond en de van wilskracht getuigende
+kleine kin. Ik hield mijn adem in, toen ik den te allen tijde eerbied
+afgedwongen hebbenden titel van den grooten edelman en staatsman las,
+wiens vrouw zij was geweest. Mijn oogen ontmoetten die van Holmes en hij
+legde den vinger op de lippen, terwijl wij wegliepen.
+
+
+
+
+IV.
+
+Het avontuur van de zes Napoleons.
+
+
+Het gebeurde meer dan eens, dat de heer Lestrade van Scotland Yard een
+avondje bij ons kwam praten. Zijn bezoeken waren Sherlock Holmes zeer
+welkom, daar hij zoodoende op de hoogte bleef van alles, wat er in het
+hoofdkwartier van de politie voorviel. Als wederdienst voor het nieuws,
+dat Lestrade bracht, was Holmes steeds bereid aandachtig te luisteren
+naar de bijzonderheden van elke zaak, waarin de detective betrokken was
+en nu en dan was hij in staat, zonder zich zelf met het geval te
+bemoeien, den een of anderen leiddraad te verstrekken of een vermoeden
+uit te spreken, dat hij putte uit zijn enorme kennis en ervaring.
+
+Op dezen bijzonderen avond had Lestrade gesproken over het weer en de
+dagbladen. Daarna was hij minder spraakzaam geworden, keek strak voor
+zich uit en trok hard aan zijn sigaar.
+
+Holmes keek hem scherp aan.
+
+"Is er iets bijzonders aan de hand?" vroeg hij eindelijk.
+
+"O, neen, mijnheer Holmes, niets bijzonders."
+
+"Nu, dan kunt gij 't mij ook wel vertellen."
+
+Lestrade lachte.
+
+"Wel, mijnheer Holmes, er helpt geen ontkennen aan, ik zit werkelijk met
+een moeilijk geval. Maar het is zulk een dwaze geschiedenis, dat ik
+aarzelde u er mee lastig te vallen. Daar staat echter tegenover, dat
+hoewel de zaak doodgewoon is, er toch iets, dat zonderling moet genoemd
+worden, aan verbonden is en ik weet, dat gij u gaarne bezighoudt met
+alles, wat niet tot het gewone behoort. Maar volgens mij is het een
+zaak, die eerder voor dr. Watson geschikt is dan voor ons."
+
+"Een ziekteverschijnsel?" vroeg ik.
+
+"Krankzinnigheid in elk geval. En een zonderlinge krankzinnigheid
+tevens. Zoudt u zich kunnen voorstellen, dat er thans nog iemand
+bestaat, die zulk een haat koestert voor Napoleon I, dat hij elk
+portret, dat hij van den grooten keizer ziet, zou willen vernielen?"
+
+Holmes leunde achterover in zijn stoel.
+
+"Dat is niets voor mij," zeide hij.
+
+"Juist. Dat heb ik zelf ook gezegd. Maar wanneer de man zich schuldig
+maakt aan inbraak om schilderijen en bustes te vernielen, die niet zijn
+eigendom zijn, verhuist de zaak van den geneesheer naar de politie."
+
+Holmes toonde weer meer belangstelling.
+
+"Inbraak! Dat is interessanter. Laat mij de bijzonderheden eens hooren."
+
+Lestrade haalde zijn notitieboekje voor den dag en frischte zijn
+geheugen op, door nu en dan zijn aanteekeningen te raadplegen.
+
+"Het eerste geval, dat ons ter kennis kwam," vertelde hij, "is vier
+dagen geleden. Het was in den winkel van Morse Hudson, die een filiaal
+heeft voor het verkoopen van schilderijen, bustes enz. in Kensington
+Road. De bediende was even naar achteren gegaan, toen hij in den winkel
+een harden slag hoorde, en naar voren snellende, vond hij een buste van
+Napoleon, die met verschillende andere kunstwerken op een plank tegen
+den muur stond, aan gruis liggen op den grond. Daar de buste onmogelijk
+uit zich zelf kon gevallen zijn, snelde de bediende naar buiten, maar
+hij zag niemand en er was ook niets, waardoor hij den vernieler kon
+aanduiden. Wel verklaarden eenige voorbijgangers, dat zij iemand uit den
+winkel hadden zien komen, maar zij hadden daarop verder geen acht
+geslagen. De zaak werd aangegeven. De buste was echter niet meer waard
+dan een paar gulden en de geheele geschiedenis leek te eenvoudig, om er
+verder het hoofd over te breken.
+
+"Het tweede geval echter was ernstiger en ook vreemder. Het gebeurde in
+den afgeloopen nacht.
+
+[Illustratie: Lestrade haalde zijn notitieboekje voor den dag.]
+
+"In Kensington Road en nog geen honderd meter verwijderd van den winkel
+van Morse Hudson, woont een welbekend geneesheer, dr. Barnicot genaamd,
+die een van de drukste praktijken heeft op de zuidzijde van den Theems.
+Zijn woning ligt aan den Kensington Road, maar hij heeft ook nog een
+paar kamers gehuurd aan den Lower Brixton Road, waar hij eenige uren van
+den dag is te consulteeren. Deze dokter Barnicot is een geestdriftig
+bewonderaar van Napoleon en zijn huis is vol boeken, schilderijen en
+reliquieën van den Franschen keizer. Eenigen tijd geleden kocht hij van
+Morse Hudson twee busten, gemaakt naar den beroemden kop van Napoleon
+door den Franschen beeldhouwer Devine. Een dezer heeft hij in de gang
+van zijn huis te Kensington Road laten plaatsen en de andere op den
+schoorsteen van een zijner vertrekken te Lower Brixton. Welnu, toen
+Barnicot heden morgen naar beneden kwam, bemerkte hij tot zijn schrik,
+dat in den afgeloopen nacht bij hem was ingebroken, maar dat niets was
+weggenomen als de buste uit de gang. Deze was naar buiten gedragen en
+daar stuk tegen den muur geslagen. Alleen de scherven waren
+overgebleven."
+
+Holmes wreef zich in de handen.
+
+"Dat is zeker bijzonder," zeide hij.
+
+"Ik dacht, dat u er belang in zoudt stellen. Maar ik ben nog niet aan 't
+eind. Dr. Barnicot ging om twaalf uur naar zijn kamers in Lower Brixton
+en u kunt u zijn verbazing voorstellen, toen hij bij aankomst vond, dat
+het raam in den nacht was geopend en dat de brokstukken van zijn tweede
+buste over den grond lagen verspreid. Deze was eveneens aan duizend
+stukken geslagen. In geen van beide gevallen waren er eenige teekenen,
+die ons ook maar de geringste aanwijzing konden geven over den persoon
+van den misdadiger of krankzinnige, die dit gedaan heeft. En nu,
+mijnheer Holmes, hebt u de feiten."
+
+"Zij zijn zeer vreemd, om niet te zeggen grotesk," meende Holmes. "Mag
+ik u vragen of de beide busten, die in de vertrekken van dr. Barnicot
+werden vernield, precies dezelfde waren als de eene, die in den winkel
+van Morse werd stuk geslagen?"
+
+"Zij werden van hetzelfde soort gips gemaakt."
+
+"Zulk een feit past niet in de theorie, dat de man, die ze stuk slaat,
+bezield is met een doodelijken haat voor Napoleon. Wanneer men in
+aanmerking neemt, dat er honderden busten van den grooten keizer moeten
+bestaan te Londen, zouden wij te ver gaan, wanneer wij van de
+veronderstelling uitgingen, dat een beeldstormer nu juist drie
+exemplaren van dezelfde buste had uitgezocht."
+
+"Wel, dat heb ik ook al gedacht," zeide Lestrade. "Daar staat tegenover,
+dat deze mijnheer Morse Hudson de eenige handelaar in dergelijke
+artikelen is in dit gedeelte van Londen en deze drie waren de eenige,
+die in de laatste jaren in zijn winkel waren geweest. En daarom,
+alhoewel zooals u zegt, honderden busten en afbeeldingen van Napoleon in
+Londen zijn, is het zeer waarschijnlijk, dat deze drie de eenige waren
+in dat gedeelte van Londen. En iemand, die in dat district woont, zou
+dan ook zeer goed juist met deze drie kunnen beginnen. Wat dunkt u er
+van, mijnheer Watson?"
+
+"Er zijn grenzen te trekken, wat de mogelijkheid betreft van monomanie,"
+antwoordde ik. "We hebben den toestand, dien de moderne Fransche
+psychologen het "idée fixe" hebben genoemd, dat op zich zelf bijna
+onmerkbaar is, daar de patiënt overigens volkomen gezond kan zijn.
+Iemand, die veel gelezen heeft over Napoleon of wiens familie door de
+groote oorlogen geleden heeft, kan zich zeer begrijpelijk in dit opzicht
+een "idée fixe" vormen en onder den invloed daarvan in staat zijn tot
+het plegen van zulke daden."
+
+"Neen, Watson, daar is hier geen sprake van," zeide Holmes
+hoofdschuddend, "want dat "idée fixe" alleen zou uw interessanten
+monomaan niet in de gelegenheid, stellen te weten te komen, waar deze
+busten te vinden waren."
+
+"Zoo, welke verklaring hebt u dan?"
+
+"Ik tracht geen verklaring te vinden. Alleen zou ik willen doen
+opmerken, dat er een zekere methode spreekt uit de excentrieke
+handelwijze van dezen mijnheer. Zoo werd bijvoorbeeld in de gang van het
+huis van dr. Barnicot, waar geraas zeker de familie wakker gemaakt zou
+hebben, de buste naar buiten gebracht, alvorens stuk geslagen te worden,
+terwijl op de kamers van den dokter, waar minder gevaar voor alarm
+bestond, de buste stuk geslagen werd op de plaats, waar zij stond. De
+zaak schijnt van bijzonder weinig beteekenis en toch durf ik niets van
+weinig beteekenis noemen, wanneer ik bedenk, dat eenige van mijn beste
+gevallen al een zeer weinig belovend begin hadden. Gij zult u
+herinneren, Watson, hoe de vreeselijke geschiedenis van de Abernetty
+familie mij eerst een leiddraad opleverde, nadat ik opgemerkt had, hoe
+diep de boterspaan in de boter was geraakt. Ik kon het daarom niet over
+mij verkrijgen, te glimlachen over uw drie gebroken busten, Lestrade, en
+u zult mij zeer verplichten, indien u mij op de hoogte wilt houden,
+wanneer zich nieuwe verwikkelingen voordoen in zulk een zonderlinge
+geschiedenis."
+
+De nieuwe omstandigheden, waarnaar mijn vriend gevraagd had, kwamen
+sneller en in een oneindig meer tragischen vorm dan hij zich kan hebben
+voorgesteld. Ik was den volgenden morgen nog bezig mij te kleeden, toen
+er op mijn deur werd geklopt en Holmes binnenkwam met een telegram in
+zijn hand. Hij las luid:
+
+"Kom dadelijk 131, Pitt Street, Kensington--Lestrade."
+
+"Wat zou 't wezen?" vroeg ik.
+
+"Ik weet 't niet.--Het kan alles zijn. Maar ik vermoed, dat dit het
+vervolg is van de geschiedenis van de busten. In dat geval heeft onze
+vriend de beeldenstormer zijn operaties in een ander deel van Londen
+begonnen. Daar staat koffie op tafel, Watson, en ik heb een rijtuig voor
+de deur."
+
+In een half uur hadden wij Pitt Street bereikt, een stil rustig plekje,
+juist in de nabijheid van een der drukste punten van Londen. No. 131 was
+er een uit een reeks vrij lage, maar goed uitziende huisjes. Toen wij
+naderbij kwamen, zagen wij een aantal nieuwsgierigen voor de deur.
+Holmes floot een deuntje.
+
+"Bij George, hier is minstens een moordaanslag gepleegd. Anders zou een
+Londensche "message-boy" zeker niet blijven staan. Aan den uitgestrekten
+hals, waarmee die knaap naar binnen gluurt, is duidelijk te merken, dat
+er een daad van geweld gepleegd is. Wat is dat, Watson? De bovenste
+treden van de deurstoep zijn nat en de overige droog. In elk geval
+voetstappen genoeg. Maar daar zie ik Lestrade aan het middelste raam en
+nu zullen wij spoedig alles van de zaak weten."
+
+De detective ontving ons met een ernstig gelaat en duwde ons in een
+zitkamer, waar een buitengewoon geagiteerd man van gevorderden leeftijd,
+gekleed in een flanellen morgenjapon op en neer liep. Hij werd aan ons
+voorgesteld als de eigenaar van het huis--mijnheer Horace Harker van het
+Centraal Pers Syndicaat.
+
+"Het is alweer die geschiedenis van de busten van Napoleon," zeide
+Lestrade. "U scheen daarin gisteren avond nog al belang te stellen,
+mijnheer Holmes en daarom dacht ik, dat u gaarne tegenwoordig zoudt
+willen zijn, nu de zaak een veel ernstiger wending heeft genomen."
+
+"Welke wending heeft zij dan genomen?"
+
+"Niets meer of minder dan tot een moord. Mijnheer Harker, zoudt u deze
+heeren precies willen vertellen, wat er gebeurd is?"
+
+De man in de kamerjapon keek ons met een melancholieken blik aan.
+
+[Illustratie: Hij werd aan ons voorgesteld als de eigenaar van het
+huis--mijnheer Horace Harker.]
+
+"Het is een buitengewoon iets," zeide hij, "dat ik, die mijn geheele
+leven bezig geweest ben het nieuws van andere menschen te verzamelen, nu
+er werkelijk nieuws op mijn weg is gekomen, zoo van streek ben, dat ik
+geen twee woorden kan schrijven. Wanneer ik hier was gekomen als
+journalist, zou ik mij zelf geïnterviewd hebben en twee kolommen voor
+alle avondbladen hebben geleverd. En nu geef ik kostbare inlichtingen en
+kopie, door mijn verhaal over en over te vertellen aan verschillende
+personen en zelf heb ik er niets aan. Ik heb echter uw naam vroeger wel
+eens hooren noemen, mijnheer Sherlock Holmes en als u alleen deze
+zonderlinge geschiedenis kunt verklaren, zal ik mij ruimschoots beloond
+achten voor de moeite haar nog eens te moeten vertellen."
+
+Holmes ging zitten en luisterde.
+
+"Alles schijnt zich te concentreeren om die buste van Napoleon, die ik
+ongeveer vier maanden geleden voor deze zelfde kamer gekocht had. Ik
+kwam er voor een kleinigheid aan van de gebroeders Harding, twee deuren
+van het High Street Station. Een groot deel van mijn journalistieken
+arbeid doe ik 's nachts, en dikwijls schrijf ik tot laat in den nacht.
+Aldus ook gisteren avond. Ik zat in mijn studeervertrekje, dat achter
+gelegen is, omstreeks twee uur, toen ik eenig geluid beneden hoorde. Ik
+luisterde, maar ik hoorde niets meer en ik dacht, dat het buiten was
+geweest. Plotseling, geen vijf minuten later, hoorde ik echter een
+verschrikkelijken gil--den vreeselijksten kreet, dien ik ooit vernam.
+Zoo lang ik leef zal die mij bijblijven. Eenige minuten bleef ik stom
+van schrik zitten. Daarna greep ik den pook en ging naar beneden. Toen
+ik deze kamer opende, vond ik het raam wijd open en dadelijk bespeurde
+ik, dat de buste van den schoorsteenmantel was verdwenen. Waarom een
+inbreker dat ding zou meenemen, gaat mijn begrip te boven, want het was
+slechts een buste van gips, die geen bijzondere waarde had.
+
+"U kunt zelf zien, dat iemand, die door dat open raam gaat, door het
+doen van een grooten stap, op de bovenste tree van de stoep kan komen.
+Dit had de inbreker klaarblijkelijk ook gedaan, waarom ik omliep en de
+deur opende. In het donker naar buiten gaande viel ik bijna over een
+lijk, dat hier lag. Ik holde terug om licht te halen en ja, daar lag een
+man met een diepe snede over de keel, badende in zijn bloed. Hij lag op
+zijn rug met opgetrokken knieën en den mond wijd open. Ik zal hem in
+mijn droomen steeds zien. Ik had juist den tijd om op mijn politiefluit
+te blazen en daarna ben ik zeker flauw gevallen, want ik herinner mij
+niets meer, totdat ik een agent over mij heengebogen zag in de gang."
+
+"Wel, wie was de vermoorde man?" vroeg Holmes.
+
+"Er is niets, dat daaromtrent eenige aanwijzing verschaft," antwoordde
+Lestrade. "U kunt het lijk aan het bureau zien, maar wij zijn er nog
+niets wijzer door geworden. Het is een zware, door de zon verbrande,
+krachtige man, niet ouder dan dertig jaar. Hij is armoedig gekleed en
+toch ziet hij er niet als een werkman uit. Een mes met beenen heft lag
+in een bloedplas naast hem. Of 't het mes was, waarmee de wonde werd
+toegebracht, of dat het aan den verslagene toebehoorde, weet ik niet.
+Zijn kleeren waren ongemerkt en niets vonden wij in zijn zakken, behalve
+een appel, een stukje touw, een kaartje van Londen en een foto. Hier is
+alles."
+
+Holmes greep naar de foto. Het was klaarblijkelijk een plaatje, genomen
+met een kleine handcamera. Het stelde voor een sluw uitzienden man met
+sterk geprononceerde trekken en dikke wenkbrauwen en met een eigenaardig
+vooruitstekende onderkaak, als bij een baviaan het geval is.
+
+"En wat is er van de buste geworden?" vroeg Holmes, na deze foto
+nauwkeurig te hebben bestudeerd.
+
+"Wij hoorden er juist iets van, vóórdat u hier waart. Zij is gevonden in
+het tuintje van een leeg huis in Campdon House Road. Zij was ook aan
+gruis geslagen. Ik ga er eens naar kijken. Gaat u mee?"
+
+"Zeker. Ik moet echter eerst even hier rond zien." Hij keek naar het
+karpet en naar het raam. "De knaap moet lange beenen gehad hebben of wel
+buitengewoon vlug zijn," zei de hij. "Het was anders niet gemakkelijk om
+van den grond dat raam open te krijgen en er door te kruipen. Terug ging
+het veel gemakkelijker. Gaat u ook mee om de overblijfselen van uw buste
+te aanschouwen, mijnheer Harker?"
+
+De troostelooze journalist was voor zijn schrijftafel gaan zitten. "Ik
+moet trachten er iets van te maken," sprak hij, "hoewel ik niet twijfel
+of de avondbladen zijn reeds vol met allerlei bijzonderheden. Dat dit nu
+juist mij moet overkomen! U herinnert u, dat de tribune te Doncarte
+ingestort is? Wel, ik was de eenige journalist op die tribune en mijn
+blad het eenige, dat geen verslag had, omdat ik te diep geschokt was om
+te kunnen schrijven. En nu zal ik waarachtig weer te laat komen met een
+moord, die op de stoep voor mijn deur is gepleegd."
+
+Toen wij de kamer uitgingen, hoorden wij zijn pen over het papier
+krassen.
+
+De plek, waar de overblijfselen van de buste gevonden waren, was slechts
+een paar honderd meter verder. Voor de eerste maal rustten onze oogen op
+dit conterfeitsel van den grooten keizer, die zulk een haat scheen te
+hebben opgewekt in het brein van een onbekende. De buste lag aan stukken
+in het gras. Holmes zocht ze op en bekeek ze aandachtig. Uit zijn
+geheele manier van doen en zijn nauwkeurig onderzoek maakte ik op, dat
+hij een punt van uitgang gevonden had in deze duistere zaak.
+
+"Wat denkt u?" vroeg Lestrade.
+
+Holmes haalde de schouders op.
+
+"Wij moeten nog een langen weg afleggen," zeide hij. "En toch--en
+toch--er zijn eenige feiten. Het bezit van deze goedkoope buste was in
+de oogen van dezen vreemdsoortigen misdadiger meer waard dan een
+menschenleven. Dat is één punt. Dan is er nog het zonderlinge feit, dat
+hij de buste niet in het huis stuk sloeg of onmiddellijk daarbuiten,
+vreemd te meer, wanneer zijn eenig oogmerk niets anders dan het
+vernielen daarvan was."
+
+"Hij werd verrast door de komst van dien anderen man. Hij heeft
+ternauwernood geweten, wat hij deed."
+
+"Ja, dat kan zijn. Maar ik wensch uw aandacht in het bijzonder te
+vestigen op de ligging van dit huis, in welks tuin de buste werd
+vernield."
+
+Lestrade keek eens rond.
+
+"Het was een leeg huis en derhalve wist hij, dat hij niet gestoord zou
+worden in den tuin."
+
+"Ja, maar er is nog een leeg huis verder op, waar hij langs gekomen moet
+zijn, alvorens hier te komen. Waarom heeft hij de buste daar dan niet
+gebroken, vooral daar bij elken stap verder de kansen vermeerderden van
+een ontmoeting met dezen of genen?"
+
+"Ik geef het op," zeide Lestrade.
+
+Holmes wees op de lantaarn boven ons hoofd.
+
+[Illustratie: Holmes wees naar de lantaarn boven ons hoofd.]
+
+"Hij kon hier zien wat hij deed en daar niet. Dat was de reden."
+
+"Bij Jupiter, dat is waar," riep de detective. "Nu ik er over nadenk,
+herinner ik mij, dat de buste van dr. Barnicot ook niet ver van de lamp
+werd stuk geslagen. En wat denkt u, mijnheer Holmes, dat wij aan dit
+feit hebben."
+
+"Wij moeten het in onze gedachten houden. Misschien vinden wij later
+iets, dat daarmede in verband staat. Wat denkt u nu te gaan doen,
+Lestrade?"
+
+"De meest practische manier om er achter te komen bestaat volgens mijn
+meening in het vaststellen van de identiteit van den verslagene. Dit zal
+wel geen moeilijkheden opleveren; wanneer wij weten, wie hij is en wie
+zijn vrienden en kennissen zijn, hebben wij een goed begin om er achter
+te komen, wat hij in Pitt Street uitvoerde en wie het was, die hem
+ontmoette en op de stoep van het huis van mijnheer Horace Harker heeft
+vermoord. Denkt u dat ook niet?"
+
+"Ongetwijfeld, en toch is het niet de weg, dien ik zou inslaan om deze
+geschiedenis tot klaarheid te brengen."
+
+"Wat zoudt u dan doen!"
+
+"O, laat u door mij in geen enkel opzicht influenceeren. Het beste is,
+dat u uw weg gaat en ik den mijne. Later kunnen wij onze aanteekeningen
+vergelijken en zoodoende zal het eene verslag het andere aanvullen."
+
+"Zeer goed," zeide Lestrade.
+
+"Als u nog naar Pitt Street teruggaat, ziet u misschien mijnheer Harker
+nog. Vertel hem namens mij, dat ik voor mij reeds een opinie gevormd heb
+en dat het zoo goed als zeker is, dat een gevaarlijke krankzinnige, met
+Napoleontische delusies, in den afgeloopen nacht in zijn huis is
+geweest. Dat kan van zeer veel nut voor zijn artikel zijn."
+
+Lestrade keek hem aan.
+
+"Dat gelooft u toch niet werkelijk?"
+
+Holmes glimlachte. "Geloof ik 't niet? Och, misschien ook niet. Maar ik
+ben er zeker van, dat het den heer Harker interesseert, evenals de
+abonné's van het Centraal Pers Syndicaat. Nu, Watson, ik denk, dat wij
+een lange en tamelijk lastige dagtaak voor ons hebben. Ik zou gaarne
+willen, Lestrade, dat je het zoo inrichtte, dat je om zes uur van avond
+in Baker Street kon zijn. Tot zoo laat zou ik gaarne deze foto, die gij
+gevonden hebt in de zakken van den doode, willen houden. Het is
+mogelijk, dat ik verder uw gezelschap en uw hulp noodig heb voor een
+kleine expeditie, die in den komenden nacht zal worden ondernomen, ten
+minste indien mijn hypothese juist blijkt. Tot zoolang dan vaarwel en
+goede vangst."
+
+Sherlock Holmes en ik liepen samen naar High Street, waar hij bleef
+staan voor den winkel van Harding Brothers, bij wie de buste was
+gekocht. Naar binnen gaande, deelde een jonge bediende hem op zijn vraag
+mede, dat mijnheer Harding afwezig was tot na den middag, en dat hij
+zelf pas in de zaak was, zoodat hij geen inlichtingen kon verschaffen.
+Op het gelaat van Holmes was duidelijk teleurstelling merkbaar.
+
+"Wel, wij mogen niet verwachten, dat alles loopt, zooals wij 't gaarne
+willen, Watson," zeide hij eindelijk. "Wij moeten van middag terugkomen,
+daar mijnheer voor dien tijd niet aanwezig is. Ik ben bezig, zooals ge
+misschien reeds geraden hebt, te trachten na te gaan, vanwaar deze
+busten zijn gekomen, om zoodoende er achter te komen of er niet iets
+bijzonders mee gebeurd is, waardoor de feiten van de laatste dagen
+kunnen worden verklaard. Laat ons nu gaan naar Morse Hudson van
+Kensington Road en zien of hij eenig licht in de duisternis kan
+brengen."
+
+Een rit van een uur bracht ons aan het huis van den handelaar. Het was
+een kleine, dikke man met een rood gezicht.
+
+"Ja, mijnheer. Op deze plank stond de buste, mijnheer," zeide hij.
+"Waarvoor wij belasting en huur betalen, weet ik niet, wanneer de eerste
+de beste schurk kan binnenkomen en je goed stuk smijten. Ja, mijnheer,
+ik was het, die aan dr. Barnicot de twee busten heb verkocht.
+Schandelijk, mijnheer. Een complot van nihilisten. Dat is 't, mijnheer.
+Niemand anders dan een anarchist zou 't in zijn hoofd krijgen, deze
+beeldjes te breken. Roode republikeinen, zoo noem ik ze. Van wie ik de
+beeldjes gekocht heb? Ik zie niet in, wat dat met de zaak heeft te
+maken. Wel, als u 't bepaald wenscht te weten, ik kocht ze van Gelder &
+Co. in Church Street, Stepney. Een welbekend huis in dit soort goed, en
+ouder dan twintig jaar. Hoeveel ik er had? Drie--twee en een is
+drie--twee van dr. Barnicot en een op klaarlichten dag in mijn winkel
+stuk geslagen. Of ik dat portret herken? Neen. Ja, toch! Het is Beppo.
+Hij was een soort Italiaansche beeldhouwer, die kleine karweitjes in den
+winkel opknapte. Hij kon een weinig houtsnijden, vergulden en herstelde
+allerlei kleinigheden. Hij is de vorige week weggegaan en sedert hoorde
+ik niets meer van hem. Ik weet niet, vanwaar hij kwam en evenmin
+waarheen hij is gegaan. Ik heb mij nooit over hem te beklagen gehad,
+zoolang hij hier was. Twee dagen nadat hij weg was, werd de buste stuk
+geslagen."
+
+"Nu, dat is wel ongeveer alles, dat wij redelijkerwijs mochten
+verwachten van Morse Hudson te zullen hooren," zeide Holmes, toen wij
+uit den winkel kwamen. "Wij hebben dezen Beppo als een
+gemeenschappelijken factor, zoowel in Kennington als in Kensington,
+zoodat dit een rit van tien mijl wel waard was. En nu, Watson, zullen
+wij naar Gelder & Co. te Stepney gaan. Dat is de bron en oorsprong van
+de busten. Het zou mij zeker tegenvallen, wanneer wij daar nog niet iets
+nieuws vernamen."
+
+Achtereenvolgens reden wij door deftig Londen, hotel Londen, schouwburg
+Londen, literair Londen en eindelijk maritiem Londen, tot wij kwamen aan
+een wijk aan de rivier van een honderd duizend zielen, waar de
+onooglijke huizen volgepropt zijn met het uitvaagsel van Europa. Hier
+vonden wij de steen- en beeldhouwerij, waarnaar wij zochten. Buiten was
+een uitgestrekt terrein vol hard- en zandsteen en marmer. Daar achter
+was een werkplaats, waar een vijftig beeld- en steenhouwers bezig waren.
+De baas, een groote blonde Duitscher, ontving ons beleefd en gaf ons een
+duidelijk antwoord op alle vragen, die Holmes tot hem richtte.
+
+Uit zijn boeken bleek, dat honderden afgietsels waren gemaakt van een
+marmeren kopie, van de buste van Napoleon door Devine, maar dat de drie,
+die naar Morse Hudson waren gezonden, ongeveer een jaar geleden deel
+uitmaakten van een partijtje van zes exemplaren. De andere drie waren
+gegaan naar Harding Brothers in Kensington. Er was hoegenaamd geen reden
+op te geven, waarom deze zes zouden verschillen van al de overige. De
+man kon dan ook niet begrijpen, waarom iemand den wensch zou koesteren
+ze te vernielen, inderdaad, hij moest om het denkbeeld lachen. De
+engrosprijs was zes shillings, maar de handelaar maakte er misschien
+twaalf of meer voor. Het afgietsel werd eerst in twee helften
+afzonderlijk gegoten van gips en daarna aan elkander geplakt. Deze
+arbeid werd meestal verricht door Italianen. Wanneer zij gereed waren,
+werden de busten geplaatst op een tafel in de gang om te drogen en
+daarna opgepakt. Dat was alles, wat hij ons kon vertellen.
+
+Het vertoonen van de foto had echter een bijzondere uitwerking op den
+man. Op zijn gelaat kwam een donker roode blos en zijn wenkbrauwen
+trokken zich boven zijn blauwe oogen samen.
+
+"Ha, de schurk," riep hij. "Ja, ik ken hem inderdaad zeer goed. Dit is
+steeds een fatsoenlijke zaak geweest en den eenigen keer, dat wij de
+politie hier hadden, kwam het door dezen vent. Het is reeds langer dan
+een jaar geleden. Hij doorstak een ander Italiaan met een mes op straat;
+daarna kwam hij hierheen met de politie op zijn hielen en hier werd hij
+dan ook opgepakt. Beppo heette hij--zijn achternaam heb ik nooit
+gehoord. Ja, u hebt gelijk, hoe kon ik zulk een man in mijn dienst
+nemen? Maar hij was een goed werkman, een van de besten."
+
+"Tot hoe lang werd hij veroordeeld?"
+
+"De gewonde bleef leven en hij kwam er met een jaar af. Ik denk, dat hij
+nu wel weer vrij zal zijn, maar hij heeft het niet gewaagd hier te
+verschijnen. Wij hebben een neef van hem hier, en hij zal misschien wel
+weten, waar hij is te vinden."
+
+"Neen, neen," riep Holmes, "geen woord tegen den neef--geen woord, bid
+ik u. De zaak is van zeer groot gewicht en hoe verder ik ga, hoe
+belangrijker zij schijnt te worden. Toen u in uw boek den datum nasloeg
+van deze busten, merkte ik op, dat het den 9en Juni was van verleden
+jaar. Kunt u mij misschien ook den dag noemen, waarop Beppo gearresteerd
+werd?"
+
+"Ten naaste bij door de uitbetalingslijsten," antwoordde de eigenaar.
+"Ja," vervolgde hij, na een paar bladzijden te hebben omgeslagen, "hij
+werd voor 't laatst op den 20sten Mei betaald."
+
+[Illustratie: "Ha, de schurk," riep hij uit.]
+
+"Dank u," zei Holmes. "Ik geloof niet, dat ik meer mag vergen van uw
+tijd en geduld." Met een waarschuwing om toch vooral niets zich te laten
+ontvallen over ons onderzoek, namen wij den terugtocht aan naar het
+Westen van de stad. De namiddag was reeds ver gevorderd, toen wij
+eindelijk den tijd konden vinden om haastig iets te nuttigen in een
+restaurant. Op een bulletin aan den ingang stond met vette letters:
+"Kensington Drama. Moord door een krankzinnige," en de verdere inhoud
+toonde, dat mijnheer Horace Harker er toch nog in geslaagd was zijn
+verslag op tijd bij den drukker te krijgen. Twee kolommen in de
+middageditie vloeiden over van sensatiewekkende momenten, neergeschreven
+in bloemrijken stijl. Holmes las het verslag onder het eten. Eens of
+tweemaal glimlachte hij.
+
+"Dat is in orde, Watson," zeide hij. "Luister maar eens: "Het is
+geruststellend te weten, dat er in deze zaak geen verschil van meening
+bestaat, want Lestrade, een van de meest ervaren Scotland Yard
+detectiven, en mijnheer Sherlock Holmes, de welbekende expert, zijn
+beiden tot de conclusie gekomen, dat de eigenaardige serie van
+incidenten, die op zoo tragische wijze geëindigd is, eerder een gevolg
+is van krankzinnigheid, dan van een misdaad met voorbedachten rade.
+Behalve ingeval van verstandsverbijstering is er ook geen verklaring
+voor de feiten te vinden." De pers, Watson, is een zeer nuttige
+instelling, als gij maar weet, hoe er partij van kan worden, getrokken.
+En thans zullen wij, wanneer je klaar bent, teruggaan naar Kensington en
+zien, wat de chef van Harding Brothers te vertellen heeft."
+
+De bezitter van die groote zaak bleek te zijn een klein, rond mannetje
+met vlugge maniertjes, heldere kijkers en een radde tong.
+
+"Ja, mijnheer. Ik heb reeds het verslag gelezen. Mijnheer Horace Harker
+is een klant van ons. Eenige maanden geleden leverden wij hem de buste.
+Wij hadden drie van die busten besteld bij Gelder & Co. van Stepney. Zij
+zijn nu alle verkocht. Aan wie? O, wanneer ik even het verkoopboek
+nasla, kan ik het u dadelijk zeggen. Hier hebben we 't al. Een aan
+mijnheer Harker, een aan mijnheer Josiah Brown van Laburnam Lodge,
+Laburnam Vale, Chiswick en een aan mijnheer Sandeford van Lower Grove
+Road, Reading. Neen, ik heb nog nooit den man gezien, die daar op die
+foto staat. Het is anders een gezicht dat men niet spoedig zou vergeten,
+want zelden zag ik een leelijker gelaat. Of wij Italianen in onzen
+dienst hebben? Ja, mijnheer, wij hebben er verscheidene onder onze
+werklieden. Ja, zij kunnen, wanneer zij dat willen, in dit verkoopboek
+snuffelen. Er is n.l. geen bijzondere reden om dat boek voor hen op te
+bergen. Ja, ja, het is een vreemde, geschiedenis, en ik hoop dat u,
+wanneer uw onderzoek resultaat oplevert, mij even zult willen
+berichten."
+
+Holmes had verscheidene aanteekeningen gemaakt, terwijl mijnheer Harding
+maar doorratelde, en ik kon zien, dat hij geheel en al tevreden was over
+de wending, die de zaak nam. Hij zeide echter niets, alleen dat, wanneer
+wij ons niet haastten, wij nog te laat zouden zijn voor onze afspraak
+met Lestrade. Zooveel is zeker, dat toen wij Baker Street bereikt
+hadden, de detective reeds daar was en wij hem vonden, ongeduldig heen
+en weer loopend op onze kamer. Het gewichtig gezicht, waarmee hij naar
+ons toe kwam, bewees, dat zijn onderzoek ook niet zonder resultaat was
+gebleven.
+
+"En?" vroeg hij. "Hebt u geluk gehad, mijnheer Holmes?"
+
+"Wij hebben een drukken dag achter den rug en nu juist geen verloren
+dag," zeide mijn vriend. "Wij hebben de beide handelaren en ook de
+firma, die de busten maakte, gesproken. Ik weet nu, waar de overige
+busten zich bevinden."
+
+"De busten," riep Lestrade. "Nu, u hebt uw eigen methode, mijnheer
+Holmes en ik voor mij zal daarvan niets zeggen, maar toch geloof ik
+vandaag beter gewerkt te hebben dan gij. Ik heb de identiteit van den
+vermoorde vastgesteld."
+
+"Dat meent gij toch niet?"
+
+"En ook de aanleiding voor de misdaad gevonden."
+
+"Maar dat is prachtig."
+
+"Wij hebben een inspecteur, Hill genaamd, die zich speciaal interesseert
+voor de Italiaansche wijk. Deze doode man had een katholiek embleem om
+zijn hals en daaruit maakte ik op, dat hij uit het Zuiden kwam, te meer
+daar zijn gelaat door de zon verbrand was. Inspecteur Hill herkende hem,
+zoodra hij hem zag. Zijn naam is Pietro Venucci van Napels en hij is een
+van de grootste halsafsnijders van Londen. Hij staat in betrekking tot
+de Maffia, die zooals u weet een geheim politiek genootschap is, dat
+zijn besluiten door moorden kracht bijzet. Nu ziet u de zaak duidelijk
+voor u, wil ik wedden. De ander is n.l. eveneens een Italiaan en lid van
+de Maffia. Hij heeft op de een of andere wijze tegen het reglement
+gezondigd. Pietro wordt op hem afgestuurd. Waarschijnlijk stelt de
+fotografie den man zelf voor, opdat de moordenaar niet den verkeerde zou
+van kant maken. Hij sluipt den man na, ziet hem in een huis gaan, wacht
+buiten op hem, en bij de worsteling krijgt hij zelf een doodelijke
+wonde. Hoe vindt u dat, mijnheer Holmes?"
+
+Holmes klapte goedkeurend in de handen.
+
+"Uitstekend, Lestrade, uitstekend," riep hij uit. "Uw verklaring echter
+voor het vernielen van de busten heb ik nog niet gehoord."
+
+"De busten! Kunt u deze busten niet op zij zetten? Dat is toch niets,
+pure baldadigheid, hoogstens zes maanden. Maar in zake den moord doen
+wij een eigen onderzoek en ik zeg u, dat ik alle draden nu reeds in mijn
+hand houd."
+
+"En de volgende stap?"
+
+"Is zeer eenvoudig. Ik ga met Hill naar de Italiaansche wijk, zoek den
+man, wiens portret wij hebben en arresteer hem wegens moord. Gaat u met
+ons mee?"
+
+"Ik denk van niet. Ik geloof, dat wij op eenvoudiger manier tot het
+eindresultaat kunnen komen. Ik kan 't niet zeker zeggen, want alles
+hangt af van--wel, alles hangt af van een factor, waarop wij absoluut
+geen invloed kunnen uitoefenen. Maar ik koester groote hoop--inderdaad
+de kansen staan als twee tegen een--dat wanneer u van avond met ons
+meegaat, ik in staat zal zijn hem u in handen te spelen."
+
+"In de Italiaansche wijk?"
+
+"Neen; ik denk, dat Chiswick een adres is, waar hij eerder zal te vinden
+zijn. Als gij van avond met mij naar Chiswick gaat, Lestrade, beloof ik
+u morgen mee naar de Italiaansche wijk te gaan en het uitstel zal in elk
+geval geen nadeelige gevolgen hebben. En nu denk ik, dat een paar uur
+slaap ons goed zullen doen, want ik ben van plan voor elf uur weg te
+gaan en het ziet er niet naar uit, dat wij voor het aanbreken van den
+dag terug zullen zijn. Blijf bij ons dineeren, Lestrade, en daar staat
+de sofa te uwer dispositie tot het tijd is om te vertrekken. Intusschen
+zoudt ge mij een dienst bewijzen, Watson, met even te telephoneeren om
+een besteller, want ik heb een brief weg te brengen, die van avond nog
+aan zijn adres moet worden bezorgd."
+
+Holmes bracht den avond zoek met snuffelen in de leggers van de
+nieuwsbladen, waarmee een van onze kleine kamertjes was volgepropt. Toen
+hij eindelijk terugkwam, straalde er succes uit zijn oogen, maar hij
+zeide niets tegen ons over het resultaat van zijn nasporingen. Wat mij
+betreft, ik had stap voor stap de methode gevolgd, volgens welke hij de
+verschillende symptomen van dit ingewikkelde geval had ontleed en
+ofschoon ik mij nog niet kon voorstellen, waar de zaak op zou uitloopen,
+begreep ik zeer goed, dat Holmes verwachtte, dat deze zonderlinge
+misdadiger een poging zou doen, om de twee overblijvende busten in
+handen te krijgen, waarvan er een, zooals ik mij herinnerde, te Chiswick
+was. Ongetwijfeld was het doel van onzen tocht om hem op heeterdaad te
+betrappen, en ik kon niet anders als de gevatheid bewonderen, waarmede
+mijn vriend de bladen op een valsch spoor had gebracht, om zoodoende den
+man in den waan te brengen, dat hij ongestraft zijn werk kon
+voleindigen. Het verwonderde mij dan ook niet, dat Holmes mij aanraadde
+mijn revolver mee te nemen. Hij zelf had den met lood beslagen
+ploertendooder, zijn geliefkoosd wapen, in den zak gestoken.
+
+Om elf uur kwam een rijtuig voor, en daarmede reden wij tot aan een
+punt, aan gene zijde van Hammersmith Bridge. Hier werd den koetsier
+gelast op ons te wachten. Een korte wandeling bracht ons bij een
+eenzamen weg met aan beide zijden huizen, die alle afzonderlijk stonden.
+Bij het licht van een lantaarn lazen wij "Laburnam Villa" op een der
+hekken. De bewoners waren klaarblijkelijk reeds naar bed gegaan, want
+overal was het donker, behalve in de gang, waar een lamp brandde, die
+een zwak schijnsel wierp naar buiten in den tuin. De houten schutting,
+die den tuin van den weg scheidde, wierp een donkere schaduw naar de
+binnenzijde, en hier bleven wij bij elkander.
+
+"Ik vrees, dat u lang zult moeten wachten," fluisterde Holmes. "Wij
+mogen van geluk spreken, dat het niet regent. Ik geloof niet, dat wij
+het zelfs kunnen wagen om te rooken, ten einde den tijd te dooden. Het
+is echter twee tegen een, dat wij iets bereiken, waardoor wij voor onze
+moeite beloond worden."
+
+[Illustratie: Met den sprong van een tijger was Holmes op zijn rug.]
+
+Al spoedig bleek, echter, dat wij niet zoolang behoefden te wachten, als
+Holmes ons had doen vreezen, en het avontuur eindigde op een snelle en
+vreemde wijze. Op een gegeven oogenblik, zonder dat het minste geluid
+ons op de hoogte had gebracht van zijn komst, werd de tuindeur open
+gedaan en een slanke, donkere gestalte snel en behendig als een aap
+sloop over het pad. Wij zagen haar scherp afsteken tegen het licht, dat
+naar buiten scheen en daarna verdwijnen in de donkere schaduwen van het
+huis. Langen tijd was het stil en wij hielden onzen adem in. Daarna
+hoorden wij een zacht knarsend geluid. Het raam werd opengebroken. Het
+geluid hield op en weer heerschte er langen tijd stilte. De man was het
+huis binnengegaan. Wij zagen het licht van een dievenlantaarn in de
+kamer. Wat hij zocht was klaarblijkelijk niet daar, want even later
+bemerkten wij het licht in een andere kamer en daarna weer in een
+andere.
+
+"Laat ons naar het open raam gaan, dan kunnen wij hem grijpen, terwijl
+hij er uitklimt," fluisterde Lestrade.
+
+Maar voor wij daar konden komen, was de man al weer buiten. Zoodra hij
+zich bevond in het schijnsel voor de voordeur, zagen wij, dat hij iets
+wits onder zijn arm droeg. Hij keek naar alle kanten om zich heen, de
+stilte van de eenzame straat stelde hem echter gerust. Zijn rug naar ons
+toekeerend, legde hij het voorwerp neer en het volgende oogenblik
+hoorden wij een slag, gevolgd door gerinkel van scherven.
+
+De man was zoo verdiept in hetgeen hij deed, dat hij ons niet hoorde,
+terwijl wij over het gras naderbij slopen. Met den sprong van een tijger
+was Holmes op zijn rug en een oogenblik later hadden Lestrade en ik hem
+ieder bij een vuist en waren de boeien netjes aangedaan. Terwijl ik mij
+over hem heenboog, zag ik een afschuwwekkend gelaat, dat ons aankeek met
+van woede verwrongen trekken, en ik wist, dat wij inderdaad den man van
+de foto hadden gearresteerd.
+
+Maar aan onzen gevangene schonk Holmes allerminst zijn aandacht. In
+gebogen houding op de deurstoep gezeten, was hij bezig nauwkeurig te
+onderzoeken, hetgeen de man uit het huis had gehaald. Het was een buste
+van Napoleon, zooals wij er dien morgen reeds een gezien hadden, en deze
+was ook weer op dezelfde manier aan stukken geslagen. Zorgvuldig hield
+Holmes elke scherf afzonderlijk in het licht, maar in geen enkel opzicht
+verschilden deze stukken van andere stukken gips. Hij was juist gereed,
+toen de deur werd geopend en de eigenaar van het huis, een joviale,
+rondborstige figuur, in zijn overhemd naar buiten trad.
+
+"Mijnheer Josiah Brown, vermoedelijk?" vroeg Holmes.
+
+"Ja, mijnheer, en u is ongetwijfeld mijnheer Sherlock Holmes? Ik kreeg
+het briefje, dat u zond per besteller en ik deed precies, hetgeen u
+daarin hebt gezegd. Wij hebben alle deuren aan de binnenzijden gesloten
+en wachtten verder af. Wel, ik ben blij te zien, dat u den schurk hebt.
+Ik hoop, heeren, dat u even binnen wilt komen en dat ik u iets mag
+offreeren."
+
+Lestrade was er echter op gesteld om zijn gevangene zoo spoedig mogelijk
+achter slot te brengen en daarom werd binnen een paar minuten ons
+rijtuig gehaald en reden wij alle vier terug naar Londen. Onze gevangene
+wilde geen woord zeggen, maar hij gluurde naar ons van onder zijn dikke
+wenkbrauwen en eenmaal, dat mijn hand binnen zijn bereik scheen, beet
+hij er naar als een hongerige wolf. Wij bleven lang genoeg op het
+politiebureau om te vernemen, dat er niets op hem werd bevonden als een
+paar shillings en een lang dolkmes, waarvan het heft de sporen van
+bloedvlekken van recenten datum vertoonde.
+
+"Dat is in orde," zeide Lestrade, terwijl wij afscheid namen. "Hill kent
+al deze heeren, en hij zal wel een naam voor hem vinden. U zult zien,
+dat mijn theorie van de Maffia uitstekend uitkomt. Maar toch ben ik u
+zeer verplicht, mijnheer Holmes, voor de uitstekende wijze, waarop gij
+de hand op hem hebt gelegd. Ik begrijp het echter nog niet geheel en
+al."
+
+"Ik vrees, dat het wel een weinig laat is voor het geven van
+explicaties," meende Holmes. "Bovendien zijn er nog een of twee details,
+die niet af zijn, en juist een dezer zal de moeite loonen, de zaak
+geheel af te wikkelen. Wanneer u nogmaals om zes uur naar mijn huis wilt
+komen, geloof ik in staat te zijn u te kunnen bewijzen, dat gij zelfs nu
+nog niet de volle beteekenis hebt begrepen van deze zaak, waarbij zich
+eenige omstandigheden voordoen, waardoor zij geheel en al eenig is in de
+geschiedenis der misdaad.
+
+"Indien ik u ooit toestemming geef om eenige van mijn kleine problemen
+te boekstaven, Watson, voorzie ik, dat gij uw bladzijden zult volpennen
+met een verhaal van het zonderlinge avontuur van de busten van
+Napoleon."
+
+ * * * * *
+
+Toen wij den volgenden avond weder bij elkander kwamen, bezat Lestrade
+vele bijzonderheden over onzen gevangene. Zijn voornaam was, zooals
+bleek, Beppo, verder onbekend. Hij was een bekende deugniet in de
+Italiaansche kolonie. Vroeger was hij een bekwaam beeldhouwer geweest,
+die een eerlijk bestaan verdiende, maar hij was den verkeerden weg
+opgegaan en had reeds tweemaal met de gevangenis kennis gemaakt--eens
+wegens diefstal en eens, zooals wij reeds hadden vernomen, wegens het
+doorsteken van een landgenoot. Hij sprak goed Engelsch. De reden, waarom
+hij de busten vernielde, was nog niet bekend en hij weigerde in deze op
+eenige vraag te antwoorden; de politie had echter uitgevischt, dat het
+zeer goed mogelijk was, dat deze busten eigenhandig door hem gemaakt
+waren, daar hij in dat genre gewerkt had bij Gelder & Co. Naar al dit
+nieuws, waarvan wij het voornaamste reeds wisten, luisterde Holmes met
+beleefde aandacht, maar ik, die hem zoo goed kende, kon duidelijk zien,
+dat zijn gedachten elders waren en ik las achter het masker, dat hij
+gewoon was te dragen, ongerustheid en verwachting. Plotseling luisterde
+hij en zijn oogen werden helderder. Er werd gebeld. Een minuut later
+hoorden wij iemand de trap opkomen en een oud mannetje met grijze
+bakkebaarden trad binnen. In zijn rechterhand droeg hij een ouderwetsche
+tasch, die hij op tafel zette.
+
+"Ben ik hier terecht bij mijnheer Sherlock Holmes?"
+
+Mijn vriend boog en glimlachte: "Mijnheer Sandeford van Reading, vermoed
+ik?"
+
+"Ja, mijnheer, ik ben een weinig laat, maar de trein had vertraging. U
+schreef mij over een buste, die ik in mijn bezit heb."
+
+"Juist."
+
+"Ik heb uw brief hier. U schreef: "Ik wensch een kopie te bezitten van
+den Napoleon van Devine en ben bereid u tien pond te betalen voor die,
+welke gij in uw bezit hebt." Is dat zoo?"
+
+"Zeker."
+
+"Ik was zeer verrast door uw brief, want ik begreep niet, hoe u kondet
+weten, dat ik zulk een buste had."
+
+"Natuurlijk waart u verrast. De verklaring is echter eenvoudig. Mijnheer
+Harding van Harding Brothers vertelde, dat zij het laatste exemplaar aan
+u verkocht hadden en zij gaven mij uw adres."
+
+"O, zoo. En zeiden zij, wat ik er voor betaald had?"
+
+"Neen."
+
+"Ik ben een eerlijk man. Ik betaalde slechts vijftien shilling en ik
+vermeen, dat u dit moest weten voor gij mij tien pond betaalt."
+
+Uw eerlijkheid is te prijzen, mijnheer Sandeford. Maar ik heb een prijs
+genoemd en blijf er bij."
+
+[Illustratie: "Ik heb de buste meegebracht, zooals u mij gevraagd
+hebt."]
+
+"Het is zeer vriendelijk van u, mijnheer Holmes. Ik heb de buste
+meegebracht. Hier is ze!" Hij deed de tasch open en eindelijk zagen wij
+een ongeschonden exemplaar van de buste, die wij reeds meermalen aan
+stukken hadden aanschouwd. Holmes haalde een papier uit den zak en legde
+een bankbiljet van tien pond op tafel.
+
+"Wil u dit papier teekenen, mijnheer Sandeford, in het bijzijn van deze
+getuigen, het behelst alleen, dat u alle rechten op de buste,
+overdraagt aan mij. Zie, ik ben een nauwgezet man en men weet nooit, wat
+er kan gebeuren. Dank u, mijn heer Sandeford, hier is uw geld en ik
+wensch u goeden avond."
+
+Toen onze bezoeker was verdwenen, werd onze aandacht getrokken door
+hetgeen Holmes ging uitvoeren. Hij haalde een tafellaken te voorschijn,
+dat hij op tafel uitspreidde. Daarna plaatste hij zijn buste in het
+midden en kwam eindelijk met zijn ploertendooder en gaf Napoleon een
+fermen tik op zijn hoofd. De buste brak en Holmes boog zich snel over de
+brokken. Het volgend oogenblik hield hij met een triumfeerenden uitroep
+een stuk in de hand, waarin een rond donker voorwerp zat als een rozijn
+in een pudding.
+
+"Heeren," riep hij, "laat mij u voorstellen de beroemde zwarte parel van
+de Borgia's."
+
+Lestrade en ik keken verrast op en toen klapten wij spontaan in de
+handen, als bij een goed gespeelde scène in een tooneelstuk. Er kwam
+kleur op de bleeke wangen van Holmes en hij boog voor ons als de
+kunstenaar, die de bijvalsbetuigingen van het publiek in ontvangst
+neemt. In zulke oogenblikken hield hij voor een oogenblik op een
+denkende machine te zijn en verraadde hij zijn menschelijke liefde voor
+bewondering en bijval. Dezelfde trotsche en gereserveerde natuur, die
+afkeerig was van populariteit bij de groote menigte, werd tot in zijn
+binnenste geroerd door de plotseling opkomende bewondering van een
+vriend.
+
+"Ja, heeren," zeide hij, "het is de meest beroemde parel, die in de
+wereld bestaat en het is mijn goed geluk haar te hebben opgespoord van
+uit de slaapkamer van den prins van Colonna, in het Dacre Hotel, tot in
+het binnenste hiervan, de laatste van de zes busten van Napoleon, die
+door Gelder en Co. te Stepney zijn vervaardigd. Je zult je de sensatie
+herinneren, Lestrade, toen bekend werd, dat deze kostbare steen
+verdwenen was en de nuttelooze pogingen van de Londensche politie om de
+parel terug te vinden. Ik zelf werd in de zaak geraadpleegd, maar kon
+ook geen licht brengen in de duisternis. De verdenking viel op de
+kamenier van de prinses, die een Italiaansche was en het bleek, dat zij
+een broeder had te Londen, maar wij konden geen verband ontdekken. De
+kamenier heette Lucretia Venucci en ik twijfel er niet aan of die
+Pietro, die twee nachten geleden vermoord werd, was de broeder. Ik heb
+de data in de oude, leggers van de couranten opgezocht en ik vond, dat
+de verdwijning van de parel juist twee dagen voor de arrestatie van
+Beppo plaats had in de werkplaats van Gelder & Co., op het oogenblik dat
+deze busten werden vervaardigd. Nu ziet gij duidelijk den loop der
+dingen, maar gij ziet ze natuurlijk in tegenovergestelde richting als
+waarin ik ze zag. Beppo had de parel. Hij kon haar gestolen hebben van
+Pietro, hij kon de medeplichtige van Pietro zijn geweest, hij kon de
+tusschenpersoon tusschen Pietro en diens zuster geweest zijn. Dat doet
+er echter minder toe. De hoofdzaak is, dat hij de parel bezat en op 't
+oogenblik, dat hij haar bij zich had, werd hij door de politie
+achtervolgd. Hij snelde naar de werkplaats, waar hij arbeidde, wist dat
+hij slechts eenige minuten had om zijn kostbaren schat te verbergen,
+daar deze anders bij fouilleering op hem zou gevonden worden. Zes gipsen
+busten van Napoleon stonden in de gang te drogen. Een dezer was nog
+zacht. Oogenblikkelijk maakte Beppo, handig als hij was, een gaatje in
+het gips, stopte de parel er in en streek daarna de opening dicht. Het
+was een prachtige plaats. Niemand kon ze daar vinden. Maar Beppo werd
+veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf en intusschen werden zijn zes
+busten verkocht en gingen naar verschillende wijken van Londen. Hij
+wist: niet, welke zijn schat bevatte. Alleen door ze stuk te slaan kon
+hij 't zien. Zelfs schudden zou hem niet helpen, want daar de gips nat
+was, was 't waarschijnlijk, dat de parel er aan vast zou gekleefd zijn,
+zooals inderdaad het geval was. Beppo wanhoopte niet, maar begon zijn
+onderzoek met buitengewone handigheid en volharding. Door een neef, die
+bij Gelder werkt, vernam hij naar welke winkels de zes busten waren
+gegaan. Hij trad in dienst bij Morse Hudson en vond zoodoende drie
+busten. De parel zat er niet in. Door tusschenkomst van een Italiaansch
+employé wist hij ook achter de namen te komen van de koopers van de drie
+overig busten. De eerste was bij Harker. Daar werd hij gevolgd door zijn
+medeplichtige, die Beppo verantwoordelijk hield voor het verlies van de
+parel en hij doorstak hem in de worsteling, die volgde."
+
+"Als dat zijn medeplichtige was, waarom droeg die dan zijn portret?"
+vroeg ik.
+
+"Als een middel om hem te vinden, wanneer hij aan een derde moest vragen
+om inlichtingen. Dat was de reden. Na den moord dacht ik, dat Beppo wel
+haast zou maken met het verdere onderzoek. Hij moest vreezen, dat de
+politie iets van zijn geheimen vermoedde en daarom haastte hij zich voor
+zij hem voor zouden zijn. Natuurlijk kon ik niet zeggen, dat de parel
+niet gevonden was in de buste van Harker. Ik was er zelfs nog niet zeker
+van, dat het de parel was. Maar het was voor mij duidelijk, dat hij naar
+iets zocht, daar hij de buste langs de andere huizen droeg om haar stuk
+te slaan in den tuin, die verlicht werd door de lantaarn. Daar de buste
+van Harker een van de drie was, stond de kans precies als ik zei, drie
+tegen een, dat de parel er niet in was. Er bleven twee busten over en
+het was duidelijk, dat hij eerst zou gaan naar de buste, die het dichtst
+bij was. Ik waarschuwde de bewoners van het huis, om een tweede drama te
+voorkomen en wij gingen met het bekende gelukkige resultaat. Toen wist
+ik natuurlijk reeds stellig, dat wij de Borgia-parel op 't spoor waren.
+De naam van den vermoorde was de ontbrekende schakel in de keten. Er
+bleef nu nog een buste over, die van Reading--en de parel moest er in
+zijn. Ik kocht ze in tegenwoordigheid van u van den eigenaar--en daar
+ligt ze."
+
+Wij keken een oogenblik zwijgend voor ons.
+
+"Nu," zei Lestrade. "Ik heb u zeer veel zaken zien behandelen, mijnheer
+Holmes, maar ik weet niet, dat ik ooit zoo iets scherpzinnigs en
+vernuftigs heb bijgewoond. Wij zijn bij Scotland Yard niet jaloersch op
+u. Neen, mijnheer, wij zijn zeer trotsch op u en wanneer u morgen komt,
+is er geen man van den oudsten inspecteur tot den jongsten rechercheur,
+die niet blij zou zijn u de hand te mogen drukken."
+
+"Dank je," zeide Holmes. "Dank je," en terwijl hij zich omdraaide,
+scheen het mij, dat hij meer aangedaan was dan ik ooit had bijgewoond.
+Een oogenblik later was hij weder de koude en practische denker. "Doe de
+parel in de brandkast, Watson," zeide hij, "en haal de papieren van de
+Conk-Singleton zaak van valsche munters voor den dag. Goeden avond,
+Lestrade. Mocht er weder eens een probleem op uw weg komen, dan zal het
+mij aangenaam zijn, als ik 't kan, je een paar wenken te geven om tot de
+oplossing te geraken."
+
+
+
+
+ +------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
+ | (Regelnummers bij maximale regellengte van 72) |
+ | |
+ | Plaats Bron Correctie |
+ | Regel 289 jaloeziëen jaloezieën |
+ | Regel 446 . ? |
+ | Regel 597 " [Verwijderd] |
+ | Regel 914 recès reces |
+ | Regel 1060 bizonder bijzonder |
+ | Regel 1102 [Niet in bron] , |
+ | Regel 1221 bizonderheden bijzonderheden |
+ | Regel 1275 ? . |
+ | Regel 1316 bizonderheden bijzonderheden |
+ | Regel 1490 London Londen |
+ | Regel 1521 ! ? |
+ | Regel 2068 [Niet in bron] " |
+ | Regel 2073 . ? |
+ | Regel 2231 onbegijpelijker onbegrijpelijker |
+ | Regel 2252 [Niet in bron] " |
+ | Regel 2460 sollicitatie-brief sollicitatiebrief |
+ | Regel 2527 [Niet in bron] " |
+ | Regel 2708 konst komst |
+ | Regel 2815 sluitende ," sluitende, " |
+ | Regel 2890 . ? |
+ | Regel 2944 . ? |
+ | Regel 3356 warop waarop |
+ | Regel 3733 . ? |
+ | Regel 3776 maar naar |
+ | Regel 3873 . ? |
+ | Regel 3895 ik ," ik, " |
+ | Regel 4103 ." ". |
+ | Regel 4507 op geteekend opgeteekend |
+ | Regel 4817 ." Gij . "Gij |
+ | Regel 5021 plaast plaats |
+ | Regel 5082 in gesteld ingesteld |
+ | Regel 5257 [Niet in bron] " |
+ | Regel 5257 [Niet in bron] " |
+ | Regel 5257 [Niet in bron] " |
+ | Regel 5258 [Niet in bron] " |
+ | Regel 5259 [Niet in bron] " |
+ | Regel 5432 . ? |
+ | Regel 5494 [alinea-break]"Wat  Wat |
+ | Regel 5546 als dan |
+ | Regel 5651 [Niet in bron] " |
+ | Regel 5678 zich het |
+ | Regel 5888 " [Verwijderd] |
+ | Regel 6001 als dan |
+ | Regel 6135 . ? |
+ | Regel 6161 [Niet in bron] -- |
+ | Regel 6161 [Niet in bron] -- |
+ | Regel 6263 kan kon |
+ | Regel 6376 laasten laatsten |
+ | Regel 6563 [Niet in bron] , |
+ | Regel 6680 " [Verwijderd] |
+ | Regel 6784 ! ? |
+ | Regel 6860 nl. n.l. |
+ | Regel 6888 ," ", |
+ | Regel 7274 oorsponkelijke oorspronkelijke |
+ | Regel 7353 Simmer Sumner |
+ | Regel 7354 Highung Highway |
+ | Regel 7357 half tien halftien |
+ | Regel 7391 crditeuren crediteuren |
+ | Regel 7439 , ? |
+ | Regel 7457 [Niet in bron] " |
+ | Regel 7712 [Niet in bron] , |
+ | Regel 7743 keer" af keer "af |
+ | Regel 7873 queastie quaestie |
+ | Regel 8261 nl. n.l. |
+ | Regel 8263 om dat |
+ | Regel 8409 . ? |
+ | Regel 8431 ! ? |
+ | Regel 8467 Baker Street Baker-Street |
+ | Regel 8658 . , |
+ | Regel 8669 13 131 |
+ | Regel 8806 als dan |
+ | Regel 8909 als dan |
+ | Regel 8992 [Niet in bron] " |
+ | |
+ +------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De dood van Sherlock Holmes -- De
+terugkeer van Sherlock Holmes, by A. Conan Doyle
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DOOD VAN SHERLOCK HOLMES ***
+
+***** This file should be named 29490-8.txt or 29490-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/9/4/9/29490/
+
+Produced by Anna Tuinman, Eline Visser and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.