summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:46:37 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:46:37 -0700
commit0af23d07be596baa9334eab97e330d5ac9d5d384 (patch)
treec19969df76a7356acf18f0c98d6a8cbac18afc7f
initial commit of ebook 29044HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--29044-8.txt9321
-rw-r--r--29044-8.zipbin0 -> 178680 bytes
-rw-r--r--29044-h.zipbin0 -> 198677 bytes
-rw-r--r--29044-h/29044-h.htm11632
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
7 files changed, 20969 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/29044-8.txt b/29044-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..786820c
--- /dev/null
+++ b/29044-8.txt
@@ -0,0 +1,9321 @@
+The Project Gutenberg EBook of Een Meisje-Studentje, by Annie Salomons
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een Meisje-Studentje
+
+Author: Annie Salomons
+
+Release Date: June 5, 2009 [EBook #29044]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN MEISJE-STUDENTJE ***
+
+
+
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Een meisje-studentje
+
+ Door
+
+ Annie Salomons
+
+
+ Tweede druk
+
+ Uitgegeven door C.A.J. van Dishoeck
+ Te Bussum in het jaar MCMVII * * *
+
+
+
+
+
+
+
+ Drukkerij "De Phoenix"--Nijmegen
+
+
+
+
+
+
+VOORBERICHT TOT DEN TWEEDEN DRUK.
+
+
+De nieuwe oplage was bijna gereed, toen ik Annie Sillevis' brochure:
+"Een meisje-student over een meisje-studentje" ontving; en ik was
+blij hierin 'n aanleiding te vinden, na de uiteenloopende meeningen
+over de "strekking" van het boek, zelf eens even te vertellen, waarom
+ik het eigenlijk geschreven heb. Juffrouw Sillevis zegt 't volkomen
+juist op blz. 7: "eenvoudig-weg, alleen om verhaaltjes te schrijven,"
+en ik hoor daarbij iets minachtends in haar stem.
+
+Inderdaad zou 't, uit maatschappelijk oogpunt, zeer nuttig geweest zijn
+'n brochure of tendenz-roman vóór of tegen studeeren van meisjes te
+schrijven; maar juffrouw Sillevis zegt, alweer terecht, dat ik maar
+een eerstejaars was, toen ik 't schreef, en dus nog heel weinig van de
+kwestie kon afweten; en daar ik nu eenmaal tot de klasse van menschen
+behoor, die verhaaltjes-schrijven op-zich-zelf en om-zich-zelf heel
+belangrijk vinden, schreef ik er een over één "meisje-studentje";
+niet over "vrouwelijke studenten", want die kende ik te weinig,
+en daar stond ik te ver van af.
+
+En, om artistieke redenen, maakte ik dat kind, dat eerste-jaartje,
+een erg "meisjesachtig" meisje; 'n kind, zooals één der critici
+terecht zei "in zich volmaakt maar zonder tact"; en bracht haar zoo
+in voortdurend conflict met haar omgeving; ik liet haar zoeken, zich
+vergissen, teleurgesteld worden; dwalen, zooals zoo'n kind dwalen
+zál, tot ze aan 't eind, geholpen door 'n "vrouwelijke studente",
+iets voelt van 'n komende harmonie.
+
+Maar nu ráákte m'n verhaaltje 'n "question brûlante", waarvan
+maatschappelijke menschen de oplossing zoeken, terwijl ik, als
+schrijfster, juist 't conflict wilde; en al wie maar de gelegenheid
+wachtte, zich eens uit te spreken, heeft mijn "Go" als bewijs of
+aanvalspunt voor z'n stelling genomen.
+
+Zoo professor Blok; zoo Annie Sillevis.
+
+Als stuk-op-zichzelf, als raadgeving aan jongeren, als ik, vind ik
+de brochure van 'n meisje-student voortreffelijk, kranig, leerzaam,
+en als studentje breng ik m'n oudere zuster gaarne m'n dank voor haar
+wijs inzicht.
+
+Maar als schrijfster van het "Meisje-Studentje" strijd ik voor
+m'n boek, dat geeft, wat de titel belooft,--de ondervindingen van
+'n heel jong meisje--, en dat zwijgt over de dingen, die nog buiten
+haar kring liggen.
+
+
+ Annie Salomons.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+
+Else lag achterover op het "bakbeest van 'n canapé", en speelde
+peinzend met haar dunne vingers in de gaatjes van een der gehaakte
+ster-antimakassers, die de juffrouw ter versiering aan de twee hoeken,
+en in 't midden op het rood-satijnen kussen bevestigd had. Margo zat
+op den grond, leunde 't hoofd tegen de houten lambriseering, beenen
+recht-uit gestrekt van over-moeheid. Zoo keken ze samen zwijgend de
+schemerende kamer in, terwijl ook van buiten geen geluid hun stemming
+breken kwam.
+
+Het oudste dochtertje van de juffrouw had, nerveus-onhandig om de
+nieuwigheid--ze hadden nog altijd heeren op kamers gehad, dames
+nooit--zooeven de tafel afgenomen, en na veel gerammel van glazen
+en vorken de servetten en 't laken in de ouderwetsche bonheur du
+jour geborgen. Nu lag de groote tafel, zonder kleed, ongezellig te
+glanzen in 't grijze licht, de vier stoelen, netjes recht er onder
+geschoven, gaven 'n onaangenamen indruk van onbewoondheid, nog
+vergroot door de vochtige lucht, die in de kamer hing van 't lang
+gesloten zijn geweest. Want toen ze 'n middag in Augustus--Go en
+Else en Else's Vader en Moeder--na den heelen warmen, zonnigen dag
+de stad in alle richtingen doorkruist te hebben, met stijve halzen
+van 't opkijken naar de huurbordjes, en doove beenen van 't trappen
+klimmen--eindelijk op het stille grachtje waren gekomen, bij het oude,
+hooge huis, toen waren alle groene blinden toe geweest, en de juffrouw
+had verzekerd, dat ze ze toe hield, tot ze kwamen, "om 't verschieten
+ziet u, dames." En ofschoon de groenig-trijpen stoelen den goeden
+zorgen geen eer aandeden, het weeïge vochtluchtje, dat vooral uit de
+hoeken en kasten opsteeg, gaf het bewijs, dat ze woord had gehouden.
+
+Al was de herfstavond frisch, Go had toch beide ramen 'n eindje
+opengezet en de wind deed de groene overgordijnen zachtjes bewegen. Uit
+zuinigheid, zonder nog eenig idee te hebben, wát alles kostte, hadden
+ze geen licht aangestoken, omdat je in 't donker evengoed uitrusten
+kon, en, dicht bij elkaar, maar, ofschoon nichtjes, vreemd voor
+elkaars gedachten, doorleefden ze ieder-voor-zich den voorbijen dag,
+den eersten van hun nieuwe zelfstandige leven.
+
+Voor Else, die veel gereisd had en veel uit was geweest--eenig
+dochtertje van rijke, in-weelde-levende ouders--had de nieuwe
+omgeving meer iets grappigs om de burgerlijkheid van deze huurkamer,
+dan dat ze zich hevig door de verandering voelde geschokt. Besloten
+om te studeeren, omdat 't haar wel 'n aardig leventje leek en ze 'n
+helder hoofd had, wetend, dat ze ophouden kon, zoodra 't haar niet
+beviel, voelde ze zich in het oude huis, als in 'n vreemd pension,
+waar ze eerst even moest wennen, dacht verder gewoon door aan haar
+leventje in Den Haag, waar ze zich zoo dichtbij wist, waar ze bij
+bleef behooren, al was ze volgens 't verhuisbiljet nu ook inwoonster
+van Leiden geworden.
+
+Voor Go was 't alles zoo anders, zooveel ingrijpender in haar
+leven. Zij was de oudste van 'n groot gezin, waarvan ieder zich-zelf
+'n weg zou moeten banen, en de jaren op 't gymnasium had ze gewerkt
+en geleerd om toch eenmaal hiér te kunnen komen. Daarvan had ze
+alles en alles verwacht, en 't had haar vaak zóó heerlijk geschenen,
+dat ze dacht, 't wel nooit te zullen bereiken: heelemaal vrij zijn,
+jong onder jongen, studeerend onder studeerenden, die allemaal 't
+zelfde wilden, 't zelfde zochten; en dan: àlle bronnen van geleerdheid
+voor haar open; college-kunnen-loopen, bij wie ze maar wilde, àlles,
+wat haar interesseerde, kunnen volgen.
+
+Toen was ze geslaagd voor haar eindexamen, en 'n zonnigen ochtend
+naar Den Haag gespoord; daar waren Oom en Tante en Else in de coupé
+gekomen en met hun vieren waren ze naar Leiden getrokken om "kamers te
+zien". Oom en Tante vonden goed, dat Else, die wel wat àl te verwend
+was, met Go zou samenwonen, omdat deze zooveel minder behoeften kende,
+terwijl ze er op aandrongen beiden hetzelfde zakgeld te mogen geven.
+
+Maar Go was zéker geweest, dat er in heel Leiden geen kamers voor hen
+te krijgen zouden zijn, en toen eindelijk 'n geschikt verblijf gevonden
+en alles afgesproken was, dacht ze nog: "Maar er komt natuurlijk wat
+tusschen, het kàn niet, het kàn niet, 't zou te heerlijk zijn."
+
+Tot ze dien ochtend wakker was geworden, en op eens rechtop in bed
+had gezeten en geweten had: dat 't zoo wàs.
+
+Toen had ze zich nerveus-vlug aangekleed, in 't koele, vreemde licht,
+plots niet blij meer, maar báng voor de vervulling van haar hevig
+wenschen. En beneden was alles ook ongewoon en plechtig geweest: de
+kinderen waren al binnen en stiller en liever dan gewoonlijk. Vader
+had er zoo ernstig uitgezien, of hij haar nog veel goeie raad wilde
+meegeven, maar hij had niets gezegd; en moeder liep al maar heen en
+weer om allerlei kleinigheden nog in haar handkoffertje te pakken:
+"Kijk, Go, je overschoenen--en hier 'n pak chocolaad, ook voor Elsi--en
+je staalpillen; vergeet vooral niet ze in te nemen, kind",--Marietje
+had boterhammen gesneden; die werd nu de oudste; zij was de eerste,
+die de wereld in-ging.
+
+En al zei ze zich telkens, dat 't onzin was, al die plechtigheid en
+droefheid; en al noemde ze zich zelf de dwaaste van allen, toen ze,
+wild-snikkend, haar zakdoek tusschen de tanden geklemd, in den lichten
+ochtend naar 't station liep, telkens weer opnieuw uitbarstend, als
+ze zich 't bleek-vertrokken moedergezicht voorstelde, dat toch flink
+kijken wilde, de bevende lippen, de oogen, die lachten en vol tranen
+liepen--m'n hemel, ze kwam toch Vrijdag weer thuis; wat was nou 'n
+afscheid van vijf dagen--tóch voelde ze: dit was het uitgaan uit 't
+ouderlijk huis, 'n periode lag achter haar, afgesloten, waarin ze veel
+liefs en vertrouwelijks liet. Moeder en Vader en de kinderen bleven
+bij elkaar: het gezin; zij begon 't nieuwe, onbekende leven, alleen.
+
+En dát gevoel--dat de komende jaren over haar heele toekomst
+beslissen zouden, dat haar "leven" in de kleine, onbekende stad
+zou worden gemáákt,--had ze weer en sterker gehad, toen Else en
+zij samen uit 't station waren gekomen, en even stil waren blijven
+staan, koffer-beladen, om te kijken, naar wat haar nog heelemaal
+vreemd was. Dat oogenblik stond in haar hoofd gebrand, als iets,
+dat nooit vergeten kán worden: "hier wacht me het groote geluk of
+'t groote verdriet."
+
+Toen waren ze, onzeker van den weg, hier en daar kamers herkennende,
+die ze hadden "gezien", naar hun eigen tehuis gesjouwd, waar de groote
+koffers met kleeren en kamer-versieringen, de meeste van Else, hun
+al te wachten stonden; en den heelen dag hadden ze niets gedaan dan
+bukken, lichten, heen en weer loopen van kamer tot kamer, telkens
+zich weer vergissend met de deur, struikelend over de ongelijke
+traptreden. Nu konden ze niet meer, óp van inspanning en emotie, en
+in de steeds meer donkerende kamer, waarin 'n lantaarn wat lichtglans
+wierp, zaten ze zonder bewegen.
+
+"Zeg", zei Else eindelijk droomerig, met 'n langen zucht, "ben je
+wakker, Go?"
+
+"Ja, en ook wel 'n beetje uitgerust."
+
+"Weet je, waar ik zoo aan lig te denken? Wat die laatste student,
+die hier gewoond heeft, voor 'h man zou zijn geweest."
+
+"De juffrouw zei: 'n volmaakte, keurige, knappe, aardige meneer.--Maar
+dat zijn alle meneeren in de oogen van hun juffrouwen. Pa zegt:
+"de "meneer" is 't ideaal van z'n ploerterij." Bovendien weet je,
+dat hij bretels droeg, en wit-beenen overhemdknoopjes."
+
+Else lachte, en zette zich een beetje rechtop: "Hoe mal eigenlijk,
+dat de juffrouw al dien tijd nooit in de waschtafella gekeken heeft,
+wie weet, wat we nog meer van onzen voorganger vinden, behalve die
+toiletartikelen, vanmiddag."
+
+Ze zwegen even: toen zei ze langzaam:
+
+"Ik vind 't zoo'n vreemd idee, hè, al die jongens, die hier al hebben
+gewoond en geleefd.... ze verhuren wel al vijf-en-twintig jaar,
+zei de juffrouw, éérst 'r moeder, nu zij."
+
+"Ja, en de eene "meneer" is nu dominee, en de ander gesjeesd, en nog
+'n ander misschien minister.... en...."
+
+"En wij, over een jaar of acht?" peinsde Else; maar Go wilde
+ontvluchten 't angstgevoel voor 't onbekende; fantaseerde door:
+"ze hebben allemaal aan dezelfde tafel gezeten, dezelfde stoelen
+gebruikt; op die canapé gelegen...."
+
+"Veel smaak hadden ze dan niet, als ze zoo'n omgeving verdragen
+konden.... We zijn nu veel te moe van 't uitpakken, maar morgen
+moeten we hier 's grondige opruiming houden, hoor!" en om te
+beginnen trok Else de anti-makassers van de canapé, spreidde ze
+met komische voorzichtigheid over haar knieën: "In de eerste plaats
+deze kunstwerken."
+
+"Maar zou de juffrouw daar niet boos over zijn?" Go's respect voor
+de hospita was zóó onbegrensd, dat iedere opdracht in haar mond tot
+'n smeekbede werd, en ze niets zoozeer vreesde, als háár te mishagen.
+
+"Maar Go, 't zijn toch ónze kamers. Bovendien verslijten haar bullen
+dan niet, kan ze alles weer als nieuw ophangen voor onzen opvolger. We
+zullen morgen heel wat moeten koopen om de kamers wat dragelijk te
+maken.--Gelukkig heeft vader ons carte blanche gegeven."
+
+Ja, maar je moet niet overdrijven, Elsi. Ik vind 't niet prettig in
+zoo'n weelde te zitten, als ze thuis eigenlijk...."
+
+"Egoïst," hield Else zich boos. "Of ik 't prettig vind in 'n schunnig
+boeltje te zitten, komt er niet op aan, hè?"
+
+Go voelde haar oogen warm worden, toen ze opstond; ze ging aan 't
+voeteneinde van de canapé zitten, legde haar hand over Else's handen:
+"Wat kennen we elkaar eigenlijk nog weinig, hè! En nu zijn we opeens
+samen 'n huishouden. Ik hoop zoo, dat 't goed gaan zal; ik zal m'n
+best doen."
+
+Else hield niet van scènes, was 't ook niet gewoon. Dat je uiterlijk
+nooit moet laten blijken, wat je innerlijk voelt, had ze van klein
+kind af, veel onder vreemden, geleerd. Ze maakte haar handen zachtjes
+los en stond op: "'t Zal wel wennen," zei ze eenvoudig, "de eerste
+dagen is alles vreemd. Kom, laten we 't licht opsteken en de gordijnen
+dicht doen."
+
+"Ja, ik wou nog naar huis schrijven," zei Go week en ze keek naar
+haar schrijftafel waar--'t eenige hoekje, dat al in orde was--de
+portretten van vader en moeder en al de broertjes en zusjes stonden.
+
+"Ik ook, en dan gaan we slapen," besloot Else.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+
+Dien dag onder 't eten hadden ze bijna geen oogenblik rust gehad:
+den heelen ochtend en middag hadden ze inkoopen gedaan, vooral voor
+Go's kamer; want toen Else al haar rijkdommen had uitgestald, stak de
+andere kamer daar treurig bij af, en dat kon Else niet hebben. Overal
+hadden ze toen rondgezocht om heel veel moois bij elkaar te krijgen:
+kussens voor de canapé, 'n tafelkleed, 'n theetafel, sarongs,
+'n kachelscherm, stijlvolle stoelen--en telkens bij 't uitgaan van
+den winkel had Else gezegd: "Stuurt u er dan mee--om 'n uur of vijf;
+dan zijn we thuis; mèt de kwitantie."
+
+Nu leek 't 'n lawine, en de juffrouw had er even over gedacht om
+boos te worden over "dat eeuwige gebel." Maar juist had Else toen
+háár raad bij 't kiezen van 'n klokje ingeroepen, en--gevleid--was
+ze toen mee vroolijk gaan doen, zette telkens 'n gezicht, of 't háár
+geschenk was, wanneer ze weer iets binnenbracht met grapjes van:
+"Gunst, 't lijkt heusch wel Sinterklaas." "Wanneer zouën ze nou's
+wat voor mijn brenge?" "Mevróuw Gerzon; dat moet zeker ù verbeele..."
+
+Else had gebloosd, toen ze 't geld neerlegde, en 'n beetje strak
+gezegd, strakker dan Go ooit zou kunnen of durven: "Wilt u na 't
+eten deze stoelen maar meenemen, juffrouw? U kunt ze misschien ergens
+anders gebruiken. We hebben liever onze eigen meubelen."
+
+"Zeg," had Go angstig gefluisterd, toen de versmade stoelen harder,
+dan wel noodig was, in de gang werden neergezet, met stooten tegen
+de deurposten. "Zeg, Elsi; ik geloof, dat je 'r boos hebt gemaakt."
+
+Dat had haar even de vreugde over haar nieuwe schatten bedorven; maar
+toen 't stil was geworden in de gang--de juffrouw was zwaar-langzaam
+de trap opgestommeld--en ze al 't mooie om haar heen had zien
+liggen, wachtend om opgehangen en geschikt te worden, had ze, in
+'n overstelpende blijdschap, Else opeens om 't middel gepakt, en als
+dol hadden ze samen de ontredderde kamer doorgedanst, onder zachte
+kreetjes van verrukking.
+
+Toen waren ze aan 't werk getrokken, grondig en met toewijding:
+"al duurt 't tot twee uur in den nacht, we zullen eerst alles in
+orde maken," had Else gezegd; en die stond nu op de schrijftafel,
+die met veel moeite naar den schoorsteen gesjouwd was, sarongs om den
+ouden spiegel te drapeeren, terwijl Go op den grond zat, omringd door
+'n muur van laden, die ze uit alle kamers bij elkaar hadden gehaald,
+om ze van kastepapier te voorzien.
+
+De canapé hadden ze voor de deur geschoven, opdat ze geen onverwachten
+inval van de juffrouw behoefden te vreezen en volkomen zich aan hun
+werk zouden kunnen wijden. Else deed alles met schwung en gratie,
+liep telkens 'n endje op de schrijftafel achteruit om 't effect van
+'n draperie te zien, zuchtte alleen, als ze weer 'n spijker in 't
+hout moest werken met 't heft van 'n mes, want ze hadden de juffrouw
+geen hamer durven vragen.
+
+Go ging langzamer en consciëntieuzer te werk; van elke la nam ze
+zorgvuldig met 'n centimeter de binnenmaat, zette deze uit op 't
+papier, trok dan langs een liniaal de streep, waarlangs ze moest
+omvouwen.
+
+"Wat is er in 'n huishouden toch veel te doen, hè?" zei ze
+peinzend. "Als je nu alleen maar 's rekent alle laden en kasten in
+'n huis van papier voorzien, wat toch maar 'n zoo klein onderdeeltje
+is, dat ik er moeder nooit over heb hooren spreken."
+
+"Ja," antwoordde Else verstrooid, "denk je, dat ie zoo goed zit,
+zeg? Jij kunt er beter over oordeelen, van beneden af."
+
+"Ja, ik vind 't prachtig. Dat zal den spiegel opknappen, zoo'n
+omlijsting."
+
+"Geef me dan die zwarte met bruin 'es aan."
+
+Go zwierde de sarong door de lucht, die juist neerkwam over Else's dik,
+blond haar: "Hè, waarachtig, 't zou aardig staan, zoo'n doek over je
+hoofd; wat 'n kleuren toch, hè?" bewonderde ze zich in den spiegel.
+
+Daar werd geklopt.
+
+Go, die juist 'n streep trok, liet met 'n zenuwschok 't potlood uit
+haar hand vallen; Else stond als verstard, de sarong beschermend
+tegen haar borst gedrukt.
+
+"De juffrouw," bewogen Go's lippen, zonder geluid te geven: ze zag zich
+al op straat gezet; de krassen, die Else's hakken op de schrijftafel
+hadden gemaakt, dansten voor haar oogen.
+
+"Binnen," klonk 't toen, wanhoops-moedig.
+
+De deur werd langzaam opengewerkt, de canapé verschoof 'n endje;
+om den hoek kwam een lachend jongensgezicht, dat naar den chaos op
+tafel, de vreemde figuur in de hoogte, de ladenpyramide keek en toen
+verlegen begon: "O, excuseer, ik kom, geloof ik, niet erg gelegen...."
+
+Maar de beschermende vestingwerken stortten met donderend geweld
+ineen, Go viel met beide handen uitgestrekt over de canapé naar den
+weifelaar toe en jubelde in verrukking: "O, Han, ben jij 't? Wat ben
+ik vreeselijk blij! We dachten, dat 't de juffrouw was; kom toch
+binnen--hoe heerlijk--dat is Elsi, je kent 'er toch.... moeder's
+nichtje.... m'n neef Henri."
+
+"Niet zóó," bracht Han in 't midden, en nu brák de spanning: Else
+wierp de sarong af, liet zich neervallen op den schoorsteen en
+barstte in 'n onbedaarlijk lachen uit; Go liep heen en weer, van
+den eenen kant naar den anderen, telkens weer wat afgooiend, wat 'n
+nieuwe proestbui veroorzaakte, en Han, wat vaderlijk, want hij was
+al vierde-jaars, keek naar de uitgelaten, knappe, gezonde kinderen,
+zachtjes meelachend, en dan weer zeggend: "Maar bedaar toch; wat is
+er nu eigenlijk gebeurd? Wat voer jullie uit? Zal ik weggaan?"
+
+"Nee, nee," schudde Go, "we zijn juist blij, dat je er bent.... maar
+we schrikten zoo vreeselijk; we dachten, dat 't de juffrouw was.... wat
+zou die wel gezegd hebben!"
+
+"Maar m'n hemel: de ploerterij! Wat komt dat er nou op aan!" vroeg Han,
+die nog altijd de "clou" niet begreep.
+
+"Elsi heeft krassen gemaakt in haar tafel, en we willen haar boeltje
+er uit hebben, en alles veranderen."
+
+"Mag ik dan misschien meehelpen?" bood Han aan, z'n handschoenen
+uittrekkend. "Als u van die hoogte afkomen wilde, juffrouw Gerzon, zou
+ik den spiegel kunnen drapeeren. Dat is geen werk voor meisjeshanden."
+
+"O, dol, ja," zei Go, "als jij helpt, zal 't opschieten.... maar vin-je
+'t niet vervelend? Dat je nu net zoo'n rommel treft...."
+
+"Ik vind 't prettig, wezenlijk," en hij hielp Else voorzichtig naar
+beneden, "dan dien ik toch nog 's ergens voor."
+
+"Maar hoe kom je hier? Hoe wist je ons adres?" Go had zich nooit zoo
+heel veel aan dien neef gelegen laten liggen, had 'm fattig gevonden en
+blasé. Nu, hier, in deze stad van louter vreemde menschen, voelde ze 'n
+innige vriendschap, 'n groote dankbaarheid voor z'n hartelijkheid. Hij
+bracht haar in herinnering de familieavondjes thuis, bij verjaardagen
+in het ouderwetsche salon, met de piano in den hoek; hij stond in
+verband met het lieve, vertrouwde leven, dat ze nu verlaten had.
+
+"Moeder schreef me, dat je vader bij hen was geweest, en je adres
+had opgegeven.--Ze vroeg of 'k eens wilde gaan kijken, hoe je
+'t maakte...."
+
+"Schrijf niks van den rommel," lachte Go, "want dan rijzen m'n keurige
+moesje de haren te berge."
+
+"Ik zal hun vertellen, hoe je kamer er uitziet, als ze in orde is."
+
+Go was nu klaargekomen met de laden, en zat ringetjes aan de
+tochtdekens te naaien. Else schikte beukeblaren en Judaspenningen
+in de vazen, legde kleedjes over de kleine tafeltjes, stil-gracieus
+in haar bewegingen, met 'n verhoogde kleur van opwinding. Ze hield
+anders niet van de familie van Go's vader, 't waren burgerlijke,
+stijve menschen, waar ze niet mee opschieten kon, maar déze neef was
+aardig, 'n gentleman, nette manieren, aangenaam uiterlijk; z'n stem
+zelfs iets geaffecteerd, maar prettig om naar te luisteren, en hij
+praatte zoo makkelijk....
+
+"Toen 'k de juffrouw naar m'n nichtje vroeg, zei ze dadelijk, dat ik
+maar door moest gaan.... daardoor kwam 'k zoo binnenvallen...."
+
+"We kennen nog heelemaal niemand hier, daarom is 't zoo heerlijk
+'n bekend gezicht," zei Go.
+
+"Maar je hebt toch wel al college gehad.... letteren, hè?... ja,
+ik ken bijna alleen juristen--maar hoe bevallen je de menschen? En
+de proffen?"
+
+"Och, van de studie kan ik natuurlijk nog niets zeggen."
+
+"'t Eerste jaar niet," onderbrak hij.
+
+"Maar de omgeving, de menschen vallen me vreeselijk tegen.... Ik had me
+altijd voorgesteld 'n groote, hooge, witte zaal met oploopende banken,
+en de professor op 'n soort preekstoel....en dan heel veel beschaafde
+heeren, en 'n enkel meisje, die allemaal zaten te luisteren...."
+
+"En luisteren ze niet?"
+
+"Ik heb 't eerste college níet kunnen luisteren van de
+teleurstelling.... daar zaten we in 'n gewone leelijke kamer,
+met gebloemd behangselpapier, allemaal aan tafeltjes met
+stoelen....onnoemlijk veel meisjes, en wat schunnige jongetjes...."
+
+"Ja, letteren hebben in de Kloksteeg....maar u studeert rechten, is
+'t niet juffrouw Gerzon; u bent dus in de universiteit."
+
+"Ja, en die is wel mooi.... ik vind 't binnenkomen er altijd prettig:
+zoo koel en zoo rustig."
+
+"Ik denk, dat u wel gauw 't buiten-komen nóg prettiger zult
+vinden.... Ach ja, 't blijft 'n school, alleen met gróóte kinderen."
+
+"Maar ieder studeert nu toch z'n lievelingsvak," wierp Go tegen. "Dat
+is op school heel anders; daar moeten talen-menschen wiskunde
+leeren, en wiskunde-hoofden worden met talen volgepropt. Hier kies
+je zelf. Nee, ik verheug er me wel op...."
+
+"Jeugdig enthousiasme hoor," zei Han, de schrijftafel op z'n plaats
+sjouwend. Je blijft hier net zoo goed gedwongen allerlei dingen te
+leeren, die je niet schelen kunnen, als vroeger.... Kijk: ik verlang
+advocaat te worden, met hart en ziel.... ik vind 't iets prachtigs. En
+toch zijn er colleges, die 'k graag met tien spiegel-draperieën af
+zou koopen."
+
+"Hij is beeldig," bewonderde Else. "Nu is 't heusch in orde."
+
+"Heb je ooit zoo'n pracht van 'n kamer gezien!" riep Go, terwijl Else
+voorzichtig 'n paar beeldjes en vaasjes van de juffrouw in de gang
+zette, meteen 't oudste meisje opdragend "'n ons lekkere koekjes"
+te halen.
+
+"Nu krijg je voor belooning, wat thee en gezelligheid," praatte Go
+door, "je bent onze eerste gast."
+
+En toen Else, even later, rondging met de koekjes op 'n mooi kristallen
+schaaltje uitgespreid, voelde ze voor 't eerst de aangename emotie
+van het zelf-ontvangen in eigen huishouden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+
+"Os en ui," constateerde Go, die de schaaltjes geïnspecteerd had,
+zoodra de juffrouw de deur achter zich had gesloten.
+
+"Maar dat kan ik niet eten, die ellendige uien, en dat vleesch is zoo
+zwart en onsmakelijk, dat je al náár wordt van 't zien: 't is nu al
+de derde keer van de week, dat we dit menu krijgen!"
+
+"Nijdas," plaagde Go, die, thuis gewend aan eenvoudig eten en met
+'n nooit falenden, gezonden honger, onverschilliger op dit punt
+was. "U moet weten: de n is hier anorganisch; Duitsch eidachs.... heel
+interessant woord. Zie Franck of m'n dictaatcahier van dezen middag."
+
+"Hou hier je goeje humeur maar 's bij," bromde Else nog, "als de
+kachel er niet was, waarachtig--ik zou wanhopig worden."
+
+De troostende kachel was 'n gezellig open haardje, dat den vorigen
+Zaterdag, toen ze naar huis waren, was gezet. Else had er dadelijk
+groote beuken blokken voor besteld, en nu stond 't te knetteren en
+te vlammen, dat 't 'n lust was, alle muffe vochtigheid uit de kamer
+verdrijvend.
+
+"Zou je er niet bij gaan zitten?" vroeg Go na 'n poosje, toen Else met
+'n somber gezicht ijsbeeren bleef van den eenen hoek van de kamer
+naar den anderen, telkens met afkeer 'n klein stukje vleesch of
+'n schepje aardappel-met-ui van haar bord oppikkend.
+
+"Nee, voor zóó'n maaltijd niet,"--en toen schuivend met 'r
+pantoffeltjes over 't zeil om de kachel--"voor 't spatten van de
+vonken," had de juffrouw gezegd--"da's glad, zeg, zeker gewreven." En
+ze gleed er langzaam overheen.
+
+"Hé...., leuk--laat 's voelen," en Go sprong op, al
+etende. "Lekker--laten we glijbaantje spelen, Elsi, dan smaakt 't
+eten meteen beter."
+
+"Jij niet met je laarzen; dat maakt krassen."
+
+"Nee, 'k zal ze uitdoen.--Zoo, jij eerst.... neem 'n aanloop."
+
+In 'n oogenblik waren ze er "in": hun wangen begonnen te gloeien;
+lachend en jolig gleden ze dicht achter elkaar, vielen soms bijna,
+balanceerden langs den kachelgloed.
+
+"Dat zeil hoeft in weken niet gewreven te worden; wij politoeren het."
+
+"Neem nog 'n stukje vleesch; dat vorige is al lang verteerd bij
+zooveel beweging."
+
+"Verbeeld je toch, dat iemand ons zóó eens zag," proestte Else
+'t opeens uit, die in Den Haag altijd 't keurigste dametje van de
+wereld was, en nu de neerzakkende haren vergeefs in de hoogte trachtte
+te houden.
+
+"En wat zouden ze thuis zeggen," zei Go, 'n beetje peinzend, zich op
+'t lage stoeltje neerlatend.
+
+Het verwonderde haar zelf, dat ze in 'n paar weken zich hier al zoo
+heelemaal ingeleefd voelde, zoo gewoon vertrouwelijk met Else en
+gewend aan hun levenswijze. Den eersten Vrijdag, dat ze naar huis
+was geweest, had 't weerzien haar 'n hevige emotie gegeven; ze had
+'t gevoel gehad, weken lang weg te zijn geweest, had druk van alles
+door elkaar verteld, zich vergissend met de dagen, alles dooreen
+haspelend, en al maar willen weten, wat thuis gebeurd was, niet
+kunnende begrijpen, dat alles z'n gewone gang bleef gaan--en 's nachts
+was ze wakker geworden van moeder, die over haar heen gebogen stond
+en met zachte, innige zoenen haar kuste over haar heele gezicht...
+
+Maar dien tweeden Maandag was 't afscheid heel rustig en veel minder
+pijnlijk geweest; de nieuwe dingen, de nieuwe menschen namen haar
+aandacht in beslag; alleen soms, in schemer, of 's nachts, als ze in
+de groote, donkere kamer lag...
+
+"Zeg," zei Else, de kammen in haar haar vaststekend, "ik heb nog
+honger. Wat hebben we nog in de kast?"
+
+"Kaakjes, maar die zijn oudbakken en vochtig.... en flikjes."
+
+"We kunnen de kaakjes wel roosteren in de kachel.... op 'n vork--en
+de flikjes ook."
+
+"Maar je schroeit van de hitte." Go hield haar servet voor haar
+gezicht, de arm zoover mogelijk uitgestrekt. "Pas op, de jouwe valt."
+
+"'t Smaakt lekker," keurde Else, voorzichtig kleine hapjes nemend
+van de heete kaak; "een eigenaardig smaakje.... vanille of zoo,
+komt er aan."
+
+"Maar we kunnen er toch ons maal niet mee doen," zuchtte Go, 'n slap
+flikje in haar mond latend glijden. Ze zag purper van den gloed, en
+de zware, zwarte krullen, die uit haar kapsel springend over haar
+slapen hingen, wuifden heen en weer door de trilling van de heete
+lucht. "We lijken wezenlijk wel stokers--en de juffrouw zal niet
+begrijpen, wat ons bezielt. 't Is al half zeven."
+
+"Zeg, laten we naar Ceres gaan. 't Is dichtbij."
+
+"Ceres.... nou.... maar heb-je dan nog trek in boonen of zoo?"
+
+"Nee, 'n toespijs, ommelet of zoo iets.... Bij ons op college zijn
+er meisjes, die er altijd eten; 't moet er goed zijn."
+
+"Maar zou de juffrouw 't niet gek vinden.... niets begrijpen...."
+
+"Maar m'n hemel, de ploerterij!" praatte Else Han na. "Kom, trek gauw
+je laarzen aan; 't is niet ver."
+
+Even later liepen ze samen op 't donkere grachtje; ze waren nog nooit
+'s avonds uit geweest, doorlevend als thuis, waar meisjes dat ook
+niet deden. Maar dien middag, geanimeerd door 't uitgelaten spel,
+tintelend van levenslust en jeugd, proefden ze de zoetheid van hun
+heelemaal-vrij-zijn; en, Go's arm grijpend in 'n warme verrukking,
+zei Else opeens: "Dol toch, hè, zoo saampjes; en te kunnen doen,
+wat je wilt."
+
+Het was stil op straat, nog stiller dan gewoonlijk: de meeste menschen
+waren thuis, aan den maaltijd. Onder den lichten, ster-witten hemel
+stonden de kale boomen, waar nog slechts hier en daar 'n welkend
+blad aan hing, onbeweeglijk met uitgestrekte takken. De huizen
+waren dichte, doode dingen. Maar op 't water, daar leefden rillend
+de lantaarnschijnsels en de roode lichten der booten; daar kwam 'n
+donkere, puffende motorboot langzaam doorheen hijgen, wegduikend onder
+'t oude ophaalbrugje, dat tooverachtig lichtte tegen den donkeren
+huizenachtergrond.
+
+"Wat mooi," zei Go zacht, "wat 'n beeldig oud grachtje!"
+
+Er kwam 'n jongen aan, rinkelend met z'n stok; 'n paar huizen van
+haar af bleef hij staan, begon te fluiten; 'n verlicht raam werd
+opgeschoven, 'n jongensstem riep: "Hallo!"
+
+"Laat je de sleutel neer?"
+
+"Nee, kom maar boven, de deur staat aan."
+
+"Daar woont 'n student," zei Else, nog 's even omkijkend, "'t is
+dicht bij ons.... dat was zeker hun clubfluitje, hè?"
+
+"Ja; wat klonk 't leuk!"
+
+Ze waren nu bij 't lichte huis op de Breestraat gekomen, gingen naar
+binnen, onzeker en 'n beetje verlegen. 'n Onaangename etenslucht kwam
+hun in de gang al in den neus: "Hier ook ui, hoor," lachte Else. Maar
+'t zaaltje binnen, vriendelijk met wit tafelgoed, bloemen en eenvoudige
+muurversieringen deed haar prettig aan, en 't gedempte stemmengerucht
+gaf 'n warm gevoel van intimiteit.
+
+Terwijl ze 'n tafeltje zochten, fluisterde Else opeens blozend:
+"Kijk 's; Han."
+
+"Waar?" en Go wilde dadelijk op 'm afstappen, maar hij zat met 'n
+clubje vrienden, groette vormelijk-beleefd, waarna de anderen de
+hoofden tot 'm overbogen, zacht praatten, en daarna zijdelings naar
+hen bleven gluren.
+
+Ze bestelden een ommelet, maar hadden eigenlijk alleen belangstelling
+voor hun omgeving; overal zaten clubjes studenten te eten, niet met
+gezichten, zooals ze zich op college hielden, maar levendig en jolig,
+met klaterende lachbuien en doorklinkende uitroepen.
+
+"Wat zijn jongens toch leuk en gezellig met elkaar," zuchtte Else,
+terwijl ze langzaam 't hoofd van Han's clubje afwendde. "Je kunt zoo
+zien: ze hebben allemaal aan zich-zelf genoeg."
+
+"Nu, dat hebben wij toch óók wel; denk maar 's aan die glijpartij."
+
+"Ja," peinsde Else, "zou Han hier altijd eten?"
+
+"'k Weet niet; misschien alleen in tijden van geldgebrek."
+
+"'t Smaakt heel goed; we konden wel 's meer hier gaan, hè?" vroeg
+Else, 't hoofd dieper buigend, want eenige jongens waren opgestaan,
+fixeerden haar in 't langs-gaan met bewonderende blikken. Go zag 't,
+zei eenvoudig: "Die vinden je mooi, zeg, gaan bepaald informeeren,
+wie je bent," en merkte niet, dat uit 't andere zaaltje algemeen de
+aandacht werd gewijd aan háár sprekend, frisch gezicht, waarin de
+groote grijs-blauwe oogen levenslustig straalden.
+
+"Ze gaan weg," zei Else zachtjes, de vork neerleggend. Maar nu kwam
+Han naar haar toe.
+
+"Eet u vandaag hier, dames?" vroeg hij verwonderd. "Heeft de juffrouw
+u dan tòch weggejaagd?"
+
+"Nee, alleen maar op rantsoen gesteld," lachte Else, "we hadden nog
+honger, en zijn daarom nog even 'n ommelet komen eten."
+
+"O, dus u bent al klaar; 'n paar vrienden van me wilden graag aan u
+voorgesteld worden, ook om 'n verzoek.... zoudt u dat goed vinden?"
+
+"Uitstekend," zei Else verward, terwijl Go ging betalen.
+
+Even later stonden ze, allemaal 'n beetje verlegen, voor de stoep
+van Ceres, in 'n clubje.
+
+"Vinden jullie goed, als we 'n endje oploopen, dan praten we
+makkelijker," zei Han, "nee, niet allemaal op 'n rijtje." En hij ging
+met Else vooruit.
+
+"Heerlijk, de Breestraat bij avond," zuchtte Go bewonderend. "Ik heb
+nooit 'n straat als de Breestraat gezien.... Dat is nu zoo iets, waar
+je altijd heelemaal in 't midden moet loopen, met al die groote huizen
+aan twee kanten ver van je af.... dat geeft zoo'n koninklijk gevoel."
+
+De blonde jongen naast haar--Leeden geloofde ze, dat Han zei--lachte
+met 'n kort, nerveus lachje. Hij had 'n forsche, hooge gestalte, en
+'n stoere, rustige Germanekop, zooals ze zich altijd Ferdinand Huyck
+had voorgesteld; z'n oogen waren vriendelijk en open, al meende ze
+nu ook: "wat 'n echt kind" er in te lezen.
+
+"Het stadhuis is heel mooi, 's avonds," zei hij met z'n scherpe stem.
+
+"Het stadhuis, o, dat is heerlijk, en het carillon! Maar één ding
+heeft me vreeselijk teleurgesteld. U moet weten, Han had heel vroeger,
+toen hij pas hier was, me eens verteld, dat hier 'n torenwachter was,
+die 's nachts om twaalf uur naar alle windhoeken op z'n hoorn blies;
+daar had ik me wonderen van voorgesteld.... Ik was toen pas op 't
+gymnasium, maar altijd als ik aan Leiden dacht, kwam die torenwachter
+er bij.... ik vond 't zoo sprookjesachtig.... en ik was vast van
+plan één van de eerste nachten hier om twaalf uur op de Breestraat te
+gaan staan, om 't te hooren.... En nu, toen ik hier kwam, hoorde ik,
+dat hij er niet meer was...."
+
+Aan haar anderen kant liepen 'n slanke, veerkrachtige jongen, dien de
+blonde: Elders noemde, en 'n smalle, zwak-uitziende droomer-figuur,
+die met z'n melancolieke oogen door z'n lorgnet haar, terwijl ze sprak,
+dwepend fixeerde.
+
+"Dat idealisme zal hier wel gauw vertrapt worden," mompelde hij voor
+zich heen; waarna Elders, zonder zich aan zijn woorden te storen,
+levendig inviel:
+
+"Maar laten we nu tot ons eigenlijk doel komen en juffrouw Herderts
+vragen, wat ze van ons plan denkt. We zijn namelijk allen lid, Han
+is zelfs praeses van 'n letterkundige club: "Laborando vincimus."
+
+"Het is geen faculteitsvereeniging," vulde Leeden aan, "maar we
+trachten de superieure elementen uit alle faculteiten bij elkaar
+te brengen..."
+
+"Anders dan genieën worden er niet geduld," verzekerde Elders.
+
+"Vooral ook, omdat de verschillende studierichtingen de zekerste
+waarborg zijn tegen eenzijdigheid," ging de scherpe stem onverstoorbaar
+voort. "Er ontbreekt in onze vereeniging maar één ding."
+
+"Een gróót ding," zei de droomer.
+
+Go keek met haar groote oogen ze een voor een angstig aan; ze voelde
+'t komen en was bang en gevleid.
+
+"We hebben geen meisjes."
+
+"Ons ontbreekt de vrouw."
+
+"Na elke vergadering moet de ploerterij 'n nieuw tafelkleed geven, zóó
+is er met bier en thee gemorst," spotte Elders, maar Leeden schudde
+afkeurend 't hoofd. "Daarom is 't niet," zei hij eenvoudig. "'t Is,
+omdat 't dwaas en verkeerd is, zoo'n vereeniging alleen onder jongens
+te houden; omdat voor ons zeker, en we hopen ook voor de meisjes,
+'t veel beter en prettiger zijn zou, wanneer we samen leerden werken."
+
+"Col-laboratie," vulde de in-zich-tevreden Elders aan.
+
+"Eén meisje, dat Hoefman kende,"--de dichterlijke droomer keek
+trotsch maar bescheiden--"heeft 't lidmaatschap van ons dispuut willen
+aannemen; maar ik geloof zeker; ze vindt 't niet prettig alleen te
+zijn, met acht jongens.... Nu heeft Herderts ons van u beiden verteld
+en wagen we u te vragen, of 't u aangenaam zou zijn, als we u eens
+te hospiteeren vroegen, opdat we wederzijds beter kennis kunnen maken."
+
+"Sprekend 'n huwelijksadvertentie," bromde 't weer aan den anderen
+kant.
+
+"En..." hij zweeg, keek Go even afwachtend aan: haar wangen waren
+blozend van opwinding en verlegenheid, en hakkelend begon ze:
+
+"Ik begrijp niet, hoe u op 't idee van ons komt.... van Else wil
+'k niets zeggen, maar ik heb heelemaal niets, geen talenten of zoo,
+en geen meeningen, en ik weet nergens iets van; u zou wezenlijk niets
+met me kunnen beginnen."
+
+"U hebt vizie," zei de droomer met 'n plechtige stem; waarop ze niets
+terugzeggen durfde.
+
+Maar Leeden lachte en trachtte te kalmeeren: "U stelt 't u allemaal
+veel te erg voor. Natuurlijk streven we er ernstig naar, om iets te
+praesteeren, maar gewoonlijk komt er toch nog maar zoo weinig van
+terecht. En u denkt nu, dat u niets te zeggen zult hebben, maar u
+weet niet, hoe gauw dat oefent. En trouwens wij allemaal...."
+
+"Komen toch ook nog maar pas kijken."
+
+"Jij tenminste, Hans," viel Leeden licht-geërgerd uit. "U moet ook
+denken: hospiteeren is niet iets bindends; we kunnen kijken, hoe
+'t gaat. Maar zeg dan, of u dat tenminste wilt probeeren."
+
+"Ja graag, als Elsi ook wil," zei Go dapper.
+
+"Daar zal Herderts wel voor zorgen. U krijgt dan nog 'n convocatie,
+wanneer de eerstvolgende vergadering is."
+
+
+
+'n Half uurtje later kwamen ze stralend en opgewonden thuis. Else
+bleef in de gang haar handen wasschen, terwijl Go de deur van haar
+kamer openstootte. Het was er pik-donker. Ze waren met den sleutel
+binnengekomen, de juffrouw had ze niet gehoord, er was niemand, die
+verwelkomde, of helpen wilde. Ze was 's avonds nog nooit uitgeweest,
+had heelemaal nog niet aan zoo'n thuiskomst gedacht. Tastend zocht
+ze op den schoorsteen naar lucifers, toen over de tafel--ze stootte
+tegen de pan met melk, die de juffrouw op 'n bord al voor haar neer
+had gezet: 'n plomp, gevoelloos ding.
+
+En opeens, in de hooge zenuwspanning van haar opwinding, zag ze, hoe
+'t thuis altijd 's avonds was, wanneer ze uit was geweest: de lichte
+gang, de lichte kamer, en moeder met 't naaiwerk, die 'r zoende,
+en vroeg, of 't prettig was geweest.
+
+En neerbonzend met haar hoofd op de tafel, barstte ze in een wild
+snikken uit.
+
+Zoo vond Else haar, die glunder kwam vertellen, dat Han en zij elkaar
+al bij den naam noemden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+
+Het was op de eerste groote vergadering van de
+vrouwelijke-studenten-vereeniging, in de pauze. Ze hadden allemaal
+in 'n grooten kring zitten luisteren naar de lezing over "De
+kinderwetten," de meesten in schommelstoeltjes, anderen op den grond,
+gestut door hun knieën; maar nadat 't groote, blonde meisje met 't
+rustig-verstandige gezicht ook de debatteerenden nog even kort maar
+overtuigend had geantwoord, had de opgewekte praeses de vergadering
+geschorst: "om limonade te schenken, en nader kennis te maken,"
+en met vroolijk geraas van opgelucht-zijn, omdat de ernst van 'n
+"vergadering" toch altijd iets drukkends had, waren alle lichte
+figuren opgestaan, op elkaar toegeloopen, dooreen gedwarreld, het
+statige bestuur had z'n plaats achter de groene tafel verlaten en
+zich onder 't "vulgus profanum" gemengd, er werd gelachen, geplaagd,
+ijverige huismoedertjes gingen rond met de limonade en de taartjes die
+op het biljart klaar stonden "ter eere van de hospitanten," terwijl
+nu en dan één achter 't scherm, dat de lekkernij-voorraad verborg,
+omwipte, om er ééntje te snoepen, waarbij ze meestal in flagranti
+werd betrapt en luidruchtig gehoond.
+
+De zaal had een kleurig, levendig aanzien, met al die vroolijke,
+licht-gekleede jeugd. Zelf sober en rustig met donker-effen behangsel,
+waarop foto's van klassieke beelden, een eenvoudig, smaakvol meubilair
+en warm-tintige rustbanken in de hoeken--werd door niets het harmonisch
+lijn- en kleurenbeweeg van de onbezorgd-vroolijke, in 't oogenblik
+levende jonge vrouwen gestoord. En Go, die, 'n beetje achteraf,
+tegen den muur leunde, en stil toekeek, hoe geanimeerd de gesprekken
+waren, hoe levendig en uitdrukkingsvol de meeste frissche gezichten,
+moest onwillekeurig glimlachen, als ze dacht, hoe de menschen vaak
+"meisjesstudenten" nog beschouwden--als leelijke, onvrouwelijke,
+bleeke stumperts--terwijl ze hen hier zag, elegant en bloeiend als
+weelde-artikel-meisjes, maar met een bezieling en overtuiging in haar
+stemmen en oogen, die ze maakte tot bewuste vol-menschen.
+
+Aan den overkant van de zaal stond Else met 'n clubje
+rechten-collega's,meest Haagsche meisjes, met de gemakkelijke manieren
+en van-zelf-glijdende conversatie, van die veel uitgaan.
+
+Go voelde zich daaronder wel een beetje beklemd; zij had altijd te
+veel in haar groote familie geleefd, te zeer waren haar bezoeken
+tot ooms en tantes beperkt gebleven, om zich tegenover vreemden,
+die niet van thuis, en niet van familie-omstandigheden wisten, vrij
+en open te voelen.
+
+Eerst toen ze 'n meisje van college ook alleen zag staan, ging ze
+er schuchter naar toe, stak haar hand uit. "Je heet Lize hè.... Lize
+Schermer?"
+
+"Ja," zei de ander, verbaasd en niet te vriendelijk. Ze
+had een bizonder leelijk, melancoliek gezicht: met haar
+breed-vooruitspringenden mond, wijkenden neus en diepliggende, donkere
+oogen, deed ze denken aan een aap, en het berustende heimweh, dat uit
+haar heele verschijning sprak, was hetzelfde, dat de uit 't zonnige
+zuiden naar dit koude land overgeplaatste dieren zoo roerend maakt.
+
+"Maar jij bent hier toch niet voor 't eerst," praatte Go door,
+"je bent toch al tweede jaars."
+
+"Ik ben er voor 't laatst; 'k ga er uit."
+
+"Hé, vin-je 't hier dan niet prettig? Ik krijg zoo'n mooien indruk
+vanavond, en 't is toch goed...."
+
+"Ik heb geen tijd om er altijd naar toe te gaan, en dan kan ik m'n
+geld wel beter gebruiken.... Ik studeer niet voor de aardigheid. Ik
+moet later voor mezelf zorgen."
+
+"Ik ook," zei Go eenvoudig. "Maar je kunt toch niet altijd werken,
+zonder ophouden, en dan lijkt dit me juist zoo'n uitstekende
+ontspanning: ontwikkelend, gezellig...."
+
+"Nou, zet gezellig maar voorop. Ontwikkeling zul-je hier niet veel
+halen. De meeste meisjes studeeren zoo weinig ernstig. 't Is maar
+'n pretje, 'n afleiding. Vroeger maakten ze handwerkjes om den
+tijd te dooden, en nu komen ze studeeren, omdat dat toch wel zoo
+vermakelijk is."
+
+"Maar de meesten doen 't toch wezenlijk uit overtuiging, roeping!" Go
+had een kleur gekregen, en voelde zich pijnlijk-opgewonden worden
+onder de afbrekende woorden van het sombere vrouwtje.
+
+"Roeping! Maar m'n hemel, wie doet dáár tegenwoordig nog aan! Denk je
+wezenlijk, dat één van de meisjes, die je hier ziet, alleen uit roeping
+haar vak gekozen heeft, en iedere levensverandering zou afwijzen, omdat
+haar studie haar boven alles gaat.... Maar dat is trouwens bij mannen
+meestal 't zelfde; alleen die drijft tenminste de noodzakelijkheid,
+'t heilige moeten, dat de menschen tot heel wat hoogs en groots brengen
+kan. Maar nu ook díe prikkel ontbreekt bij bijna alle vrouwen...."
+
+Op het hamergeklop van de praeses was Go naar haar plaats geloopen; er
+zou nog 'n stelling verdedigd worden, met gelegenheid tot debatteeren.
+
+Maar telkens moest ze het verdere gedeelte van den avond even 't hoofd
+wenden naar den hoek, waar Lize Schermer zat, den bitteren trek om de
+hard-gesloten lippen, het heimweh in haar oogen naar 'n zonniger land.
+
+
+
+Om half elf, nadat ze de glazen en kopjes 'n beetje opgeruimd hadden,
+gingen ze in clubjes naar huis. Go was nog even naar Lize toegegaan,
+om, in 'n warm meelijden, te vragen, of ze denzelfden kant uit moest,
+maar ze had kort geantwoord, dat ze heelemaal buiten woonde, was toen
+in 'n donkere regenmantel met verkleurende strepen, weggegleden als
+'n schim.
+
+Toen waren Else en zij met vier ouderejaars de stille stad
+doorgetrokken. Ze zouden eerst een meisje wegbrengen, dat op 't
+Noordeinde woonde, en liepen nu het plechtig-zwijgende Rapenburg
+langs. De hooge huizen stonden onbeweeglijk en ook het water kabbelde
+niet. Het was, of alles in 'n oogenblik van volmaaktheid was verstard,
+en vanzelf temperden ze hun overmoedig-luide voetstappen.
+
+"Jullie worden toch allebei lid van de club zeker?" vroeg één der
+oudere meisjes.
+
+"Ja, ik geloof, dat het er prettig is, 'n hartelijke geest heerscht
+er, en alles is aardig ingericht...."
+
+"Ik vind," zei 'n andere oudere weer, "dat je dán eerst er over
+oordeelen kunt, wat ons studentenleven is, als je ons clubleven
+hebt meegemaakt. Als je je terugtrekt, alleen college loopt, is
+je leven niet zoo heel verschillend van dat van onderwijzeressen
+of zoo. 't Is juist ons samenleven, ons vereenigings-leven,
+dat van 't gewone vrouwenbestaan afwijkt. We staan in verbinding
+met de zustervereenigingen aan andere universiteiten, we zenden
+afgevaardigden, als er feest is.... en alles onder meisjes."
+
+"Dat vind ik nu juist jammer," kwam Go opeens, met haar heldere,
+besliste stem. Ze had den heelen avond bijna niets gezegd, ook nu
+onder weg niet, en alle hoofden bogen verwonderd en belangstellend
+naar haar kant, nu ze, zonder eerst in lichtere gesprekken zich 'n
+beetje te hebben doen kennen, opeens met 'n overtuiging kwam. "Ik
+meen, dat we zoo heelemaal niets met 't corps te maken hebben, dat
+we twee gescheiden vereenigingen zijn.... Ik had gedacht...."
+
+"Op de kroeg wordt geen enkele vrouw toegelaten," viel Mary Bruining,
+'n ernstig, donker meisje, in, "en ik geloof, dat ze gelijk hebben
+en dat de maatregel meer is genomen uit angst voor de ongebondenheid
+der heeren--, dan uit afkeer voor de dames-studenten. Omdat voor
+ons dergelijke bezwaren niet bestonden, hebben we introductie voor
+jongens mogelijk, ofschoon niet makkelijk gemaakt. De studenten zijn
+voorloopig niet zóó, dat we van houding veranderen kunnen."
+
+"Maar komt 't een niet door 't ander?" riep Go levendig, en haar
+kinderlijk-geëmotioneerde stem stak sterk af bij de rustige zekerheid
+van haar bestrijdster. "Was 't niet onze plicht méér voor de jongens
+te zijn, en zou dan niet vanzelf alles anders worden? Nu ik zelf op
+kamers woon--en ik heb toch nog altijd Else--begrijp ik 't pas, hoe
+vreeselijk 't voor jongens, die altijd thuis zijn geweest, moet wezen,
+hier opeens in eenzaamheid op een ongezellige kamer te land te komen,
+hoe ze 't er niet uit kunnen houden, en naar de kroeg of naar vrienden
+moeten loopen,--en dan weer niet naar huis willen, omdat ze weten, dat
+'t er koud en donker zal zijn...." En rillend dacht ze even aan haar
+eigen thuiskomst laatst, toen ze de lucifers niet had kunnen vinden,
+en er niemand was om haar te helpen.
+
+"Ik geloof, dat je overdrijft," zei Mary rustig. "Zooals je daar
+'t kamer-leven van jongens voorstelt, zoo voel jij 't, en zoo zullen
+meer meisjes 't voelen, omdat 'n meisje veel meer aan haar huis, haar
+familie en de gezelligheid is gehecht. De jongens, die hier hun corps,
+hun clubs, hun vrienden hebben, genieten meer van hun vrijheid, dan
+dat ze over eenzaamheid klagen. Vind-je, dat 'n student gewoonlijk 't
+meelijden opwekt? Zie je hem niet veel meer als één op 't hoogtepunt
+van z'n kracht, z'n verwachtingen, z'n levensvreugde? Maar àls er nu
+inderdaad eens jongens waren, die er onder leden, wat zouden we dan
+nóg kunnen?"
+
+"Onze vrouwelijkheid, onze zachtheid in hun leven brengen. Dat
+ontbreekt hun 't meest, en dat kunnen wij, die bovendien hun collega's
+zijn, hun 't beste geven. Dat is toch geen co-educatie, die zich
+beperkt tot 't in dezelfde zaal college loopen, dezelfde studie
+volgen. Ik had me alles zoo anders, zooveel hartelijker voorgesteld,
+en 't zou voor ons allemaal zoo goed zijn. Alle meisjes vinden toch
+niets heerlijker dan gezelligheid te kunnen geven, en zooveel meisjes
+zijn eenzaam, en voor de jongens.... we zouden elkaar aanvullen."
+
+"Ik geloof dat hier weer één van de moderne dwaalbegrippen bestreden
+moet worden," oreerde nu 'n klein, in haar mantel gedoken wezentje, met
+de scherp-geaccentueerde stem van iemand, die gewend is te betoogen:
+"nl. dat veel menschen de co-educatie zóó op de spits willen drijven,
+dat 'n meisje alleen nog maar vrienden, 'n jongen alleen vriendinnen
+hebben wil, dit ultra-modern principe grondend op 'n lang-overwonnen
+meening: dat de eigenschappen van man en vrouw elkaar aanvullen. Er is
+al meermalen met klem betoogd, dat specifiek vrouwelijke of mannelijke
+eigenschappen, eigenschappen uit kracht van hun geslacht, maar fictie
+zijn, tenminste in 't gewone leven. Dat die volkomen 't gevolg zijn
+van individueele aanleg, herediteit, omgeving, enz. Daar meisjes,
+die komen studeeren, gewoonlijk boven de middelmaat staan, zullen er
+zeer uiteenloopende, sterksprekende karakters onder zijn. Die brengt
+de club bij elkaar. Ieder kan zoeken, bij wie ze zich aansluiten wil;
+welke eigenschappen elkaar aanvullen.... Wat de jongens betreft,
+die hebben eveneens hun corps."
+
+"Waar ze níet vinden, wat ze noodig hebben," verweet Go. "Ik weet
+'t zeker. Misschien hebben wij ze niet noodig; zij ons wel."
+
+"Dat zijn idealen, droomen, waarmee menig eerste-jaartje hier al
+aangekomen is. Dat slijt wel mettertijd, omdat je gauw staat voor de
+onmogelijkheid. De jongens moeten hun eigen weg vinden, net als wij. We
+zijn niet in de jaren elkaar tot rustigen steun te kunnen zijn."
+
+Ze waren nu juist bij de kroeg, waar 't licht door de neergelaten
+gordijnen siepelde. 'n Paar jongens liepen pratend de hardsteenen
+stoep op, en onwillekeurig volgde Go ze met verlangende oogen en dacht:
+"Als ik nu 's ze na ging, naar binnen, en aan allemaal m'n evangelie
+van verbroedering verkondigde?"
+
+Mary had den blik uit de groote, open oogen gezien. Ze was niet gerust
+over dat vertrouwende, gevoelige kind.
+
+"Kom 's bij me praten," zei ze hartelijk bij 't afscheid, "ik zou
+'t prettig vinden, als we elkaar beter leerden kennen."
+
+En Go beloofde 't: "Ja graag, want ik ben hier nog zoo alleen."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+
+Go liep met groote, krachtige stappen over het Rapenburg, hield 't
+hoofd 'n beetje achterover, dat de zon in haar blij-open oogen scheen,
+en lachte telkens eventjes van prettig herdenken. Het was 'n heerlijk
+bezoek geweest. En ze had er juist zoo tegenop gezien. Naar de andere
+professoren waren ze met hun drieën gegaan, Lou, Coba en zij, alle
+drie eerste-jaars. En dan was 't vooruit meer grappig dan angstig
+geweest: ze hadden onder elkaar afgesproken, wat ieder zeggen zou,
+en in welke volgorde, en wie 't sein tot opstaan zou geven, en dan
+na de visite hadden ze nog meer plezier gehad, omdat bijna niets
+van de voorgenomen officiëele conversatie was gekomen, en ze zóó
+genoeglijk en vertrouwelijk met den professor hadden zitten praten,
+dat ze slechts met moeite hadden kunnen weg komen.
+
+Maar naar professor De Ruiter had Go dadelijk besloten alleen te gaan;
+ze vond 't wel heel griezelig en gewaagd, en had vooruit geen zinnetje
+kunnen bedenken, dat ze tegen zoo'n geleerden man zou durven zeggen,
+maar op de colleges had hij haar zóó bizonder sympathiek geleken,
+dat ze toch deze gelegenheid 'm alleen te spreken niet ongebruikt
+had willen laten, en met bevende hand aan het groote, ouderwetsche
+huis had aangescheld.
+
+Door plechtig-stille gangen, langs 'n gebeeldhouwde trap, was ze door
+de zwijgende dienstbode tot de deur van professor's kamer geleid--ze
+had even met haar heele ziel gewenscht, dat ze dit ongelukkige bezoek
+nóóit had ondernomen--maar, nauwelijks binnen, was al haar angst
+geweken voor 'n heerlijk gevoel van harmonie: de kamer was groot en
+rustig; drie wanden bedekt met boeken-planken tot aan de zoldering;
+in de vierde groote hooge ramen, die uitzagen op den tuin.
+
+Bij een dier ramen stond de magere, gebogen mannefiguur; het licht
+viel op z'n zachte, witte haar en z'n door werken gekromden rug; op 'n
+standaard vóór hem lag 'n dik boek met vreemde letters; daar was z'n
+smal gezicht in weggedoken, 'n trek van verlangenden speurzin om z'n
+saamgetrokken mond; toen hij de deur hoorde gaan, had hij opgekeken,
+en, dadelijk zich losscheurend van z'n boeiende studie, was hij naar Go
+toegekomen, had haar hand genomen,'n makkelijk stoeltje aangeschoven
+bij de kachel, en was óver haar gaan zitten, de handen tusschen de
+knieën, de heldere, blauwe oogen achter de brilleglazen naar 'r toe.
+
+O, ze zou 't nooit vergeten, zooals hij daar gezeten had, mager,
+bleek; wat 't lichaam betrof uitgeleefd en eigenlijk geen man meer,
+omdat de wetenschap z'n jeugd, z'n gezondheid, z'n kracht, àlles had
+opgeëischt, maar met een glans in z'n oogen van eeuwig jong-zijn. Ze
+had 't nog nooit gezien: de passie voor de wetenschap, het weg-zijn
+er in. Ze had altijd gedacht, dat het erg-vele weten hard moest maken
+en koud en dogmatisch. En deze man--o, aan z'n woorden hoorde je, hoe
+jeugdig van geest hij was, en blijven zou door z'n groote liefde. "Het
+is zoo dwaas, dat de menschen taalstudie voor iets droogs houden;
+er is niets zoo romantisch; elk oogenblik kun-je wat ontdekken,"
+had hij gezegd. Romantisch! ja, dat voelde ze nu ook; en dat, op een
+hooger levensplan, kunst en wetenschap elkaar ontmoetten. Eigenlijk
+wás De Ruiter 'n kunstenaar. Wat zou ze niet gegeven hebben, als ze
+'m op het oogenblik had kunnen teekenen, toen hij haar een Russisch
+gedicht voorlas om het mooie metrum, en ze hem juist en profil zag:
+het scherpe, fijne vossengezicht vooruitgedoken; de rond-gebogen, lange
+rug; en de lange, witte handen, die soms bewogen in langzaam gebaar.
+
+Hij had 'n prachtige stem; daarin trilde àl z'n bewondering, àl z'n
+liefde, voor wat hij las. Hij was heen en weer gegaan van de eene
+kast naar de andere, als 'n priester, die 'n vreemdeling inwijdt in
+de geheimen van z'n heiligdom; allerlei wonderlijke boeken had hij
+haar voorgelegd, met voor haar onbegrijpelijke letterteekens, en
+telkens weer had z'n mooie stem 'n paar regels gezegd, van klanken,
+die ze niet begreep, maar die haar heftig ontroerden, zacht haar
+wiegend in vreemden kadans.
+
+Klein had ze zich gevoeld, heelemaal niets, bij dien man, voor wien
+Sanskrit en Russisch en Arabisch en veel meer, vertrouwde dingen
+waren. En toch ook trotsch, omdat hij haar wel wat van z'n rijkdommen
+had willen toonen, blij om haar belangstelling.
+
+Wat zou ze nu gaan werken! Wat was er veel, ontzettend veel te
+doen. Verbeeld-je, dat ze niet eens Italiaansch kende. Dat was iets,
+aan welks mogelijkheid De Ruiter niet kon denken! En dat ze nog wel
+'s moeite had met 'n Grieksch werkwoord! O, 't was goéd, dat ze hier
+was gekomen, in deze stad van wetenschap. Hier leerde je inzien,
+hoe onontwikkeld, hoe arm aan kennis je was; en hier kreeg je ook
+den prikkel om dat te veranderen, om je in de boeken te storten, de
+wijsheid tot je te trekken. Daar was haar kamer, haar huis: hoe zou
+ze daar nu werken gaan, studeeren; zich wijden aan de "romantische"
+taalstudie, aan de wetenschapskunst!
+
+"Elsi!" kwam ze binnenstuiven. Maar Han zat op de canapé, leunde
+elegant met z'n arm op de kussens, en luisterde glimlachend naar Elsi,
+die, met 'n blozend gezichtje, op 'n laag stoeltje druk te beweren zat.
+
+"O," zei Go langzaam, dadelijk voelend, dat ze stoorde: "ben jij
+er Han?"
+
+"Ja, ik kwam de convocaties voor "Laborando vincimus" maar zelf even
+brengen, om er nog 's over te praten. 't Is Vrijdag."
+
+"O, best," zei Go, en 't kon haar opeens niet meer zooveel schelen,
+zóó was ze van haar bezoek vervuld.
+
+"Maar wat wou je eigenlijk zeggen: je stoof zoo in?" vroeg Else.
+
+"Ik wou zeggen...." Go vond 't gek in dit milieu; die twee menschen
+dachten aan zoo heel andere dingen; "ik meende.... Ruiter was zoo
+aardig."
+
+Het was 'n niets-zeggend zinnetje, viel ook niet op.
+
+"Zoo. Lize is straks even hier geweest"
+
+"Wat wou ze? Heeft ze geen boodschap gegeven?"
+
+"Nee, 'k ging naar 'r toe.... ze zei, dat 't 'r erg speet, dat je er
+niet was.... Wat is ze vreeselijk leelijk."
+
+"O; kan ik nog even gaan voor 't eten.... 't is nu vier; ja, dat gaat
+wel. Je excuseert me, Han.... ze heeft misschien wat bizonders."
+
+"Stoor je niet aan mij.... ik ben geen officiëele visite," verzekerde
+Han, opstaande, "'k ga zelf ook dadelijk...."
+
+"Eerst nog 'n kopje thee," drong Else; en Go glimlachte, terwijl
+ze de deur achter zich sloot: Han en Else vonden elkaar erg aardig;
+Else zag er zoo opgewonden en stralend uit, als hij er was.... kleine
+Elsi.... En toen ze langs 't raam kwam, zag ze Else's krullig haar,
+heen en weer wuivend met druk beweeg van haar demonstreerend hoofdje.
+
+
+
+Lize woonde heelemaal bij de Rijn-en-Schiekade, en Go stapte stevig
+door om op tijd voor 't eten weer thuis te zijn. Herinneringen aan
+het mooie professorsbezoek, de groeiende intimiteit tusschen Han
+en Else, en wat Lize haar te zeggen zou kunnen hebben, vormden den
+ondergrond van haar gedachten, terwijl ze intusschen toch rondkeek,
+en genoot van het schilderachtige stadje in de ondergaande zon.
+
+Ze vond 't zoo wonderlijk, dat ze hier nu alleen liep, en niemand,
+die vroeg, waarheen ze ging, niemand, die zich bemoeide, met wat
+ze deed. Ze dacht aan het drukke Rotterdam, met z'n sleeperswagens
+en zware karren, met den rook van booten en fabrieken--en dan vond
+ze deze straten zoo dorps-stil, met niets dan wat rustige menschen,
+spelende kinderen; soms 'n enkel rijtuig of 'n postkar, wat 'n heele
+opschudding gaf.
+
+Hier hoorde je telkens 't blije geluid van kinderstemmen of
+melancolieke pianoklank uit 'n huis: ginds werden alle lieve geluiden
+door handelslawaai, machinegedreun, overstemd.
+
+En toch was er niets kleins, niets bekrompens in de rust van de
+oude huizen, in de kalmte van de menschen. Het geestelijk leven,
+werkend in stilte, bloeiend in stilte, gaf iedere daad en beweging
+hier diepere beteekenis. Twaalfhonderd jonge menschen leerden hier
+van de grootste mannen van het land hun wijsheid en levenskennis. Op
+hun stille kamers in 't bleeke daglicht, en meer nog 's avonds bij de
+suizende lamp zaten ze als vrome monniken over hun boeken gebogen,
+werden ze ingewijd in het heilig geheim van de wetenschap. Ze had
+op dit oogenblik geen medelijden met hun eenzaamheid; ze vond er
+iets zoo moois in, alleen te zijn met je lieve boeken, waar zooveel
+wichtigs in staat; ze voelde 't zoo'n voorrecht voor hen allen--en
+haar studeeren-om-later-voor-zichzelf-te-kunnen-zorgen leek haar nu
+niet 'n drukkende plicht, maar genade.
+
+"Lize," zei ze levendig, toen ze de kamer binnenkwam, "ik kom dadelijk
+nog even naar je toe.... Else zei.... maar wat is 't hier al donker."
+
+"Ja, dat is 't hier altijd zoo vroeg--dat komt door dien muur." En Lize
+wees op 'n hoogen grijzen muur, die 'n klein, triestig binnenplaatsje
+omsloot.
+
+Go keek even vlug de kamer door; ze was karig maar niet smakeloos
+gemeubeld; de muren waren bijna kaal, boven de schrijftafel hing
+alleen 'n sombere Napoleonkop. De tafel was al gedekt, zag er akelig,
+lijkkleed-achtig uit in het schemerige licht; één bordje, één glas, één
+mes, één vork en 'n paar tinnen opscheplepels, donkerden in 't midden.
+
+"Ik hou je toch niet op met eten--'t staat alles al zoo klaar.... eet
+je altijd alleen?"
+
+"Nee, ik heb nog den tijd.... De kok heeft 't eten nog niet gebracht;
+ik eet altijd van den kok. 't Is goed, en niet heel duur."
+
+"O, kookt je juffrouw niet voor je?"
+
+"Nee, 'k heb 'n kamer zonder bediening, dat wil zeggen, ze doet geen
+boodschappen voor me, maakt m'n slaapkamer niet in orde--afwasschen
+wèl; 't is 'n goeiig mensch."
+
+"Maar ik zou toch liever in Ceres gaan eten, als ik jou was, of aan
+'n studententafel... Dat altijd alleen-eten lijkt me nou zoo suf." En
+Go dacht even: zou 'k haar vragen bij ons--de juffrouw zal 't wel
+goed vinden--toch weer niet durvend om Else, die haar zoo leelijk,
+en zeker ook te burgerlijk, vond.
+
+"Nee, uitgaan om te eten kost me wezenlijk veel te veel tijd--het
+breekt je heelen avond."
+
+"Maar vinden ze bij je thuis nou goed, dat je zoo onmenschelijk veel
+werkt, en zoo ongezond leeft?"
+
+Go dacht aan moeder, en al haar raadgevingen voor haar gezondheid van
+niet te lang werken, iederen dag flink loopen, en zorgen, dat ze niet
+te gebogen zat, als ze schreef.
+
+"Maar 'k moet 't juist om thuis doen. Vader is er altijd vreeselijk
+tegen geweest, dat ik zou studeeren. De heele familie trouwens--me
+moeder is dood--en hij heeft 't pas toegestaan, toen belangstellende
+menschen me 'n beurs wilden bezorgen. Dat wou die niet; daar was hij
+te trotsch voor. Nu zal hij vijf jaar lang me 'n klein jaargeld geven,
+waarmee 'k rondkomen moet. En dan moet 'k voor mezelf zorgen.... Nou
+wil ik, zie je, het móet: dat ik na vijf jaar promoveer. Maar soms
+kom 'k niet met m'n geld toe; moet vertaalwerk er bij doen en zoo;
+dat houdt erg op. En dan de colleges, waar alles op langeren tijd
+is ingericht...."
+
+Go was op de tafel gaan zitten, stilletjes en verslagen. Waar bleef
+nu haar opgewonden verhaal over de romantische studie, waarmee ze
+ook Lize had willen opwekken, en verheugen? Waar wàs nu de glans,
+die ze zich had gedroomd om 'n mensch, die alleen in 'n kamer zat,
+en werkte, werkte? Deze was altijd alleen; deze werkte aan één stuk
+door, tot haar oogen dof en pijnlijk waren, en haar hoofd versuft. Was
+hier iets liefs en warms?
+
+Hier dreef de harde noodzakelijkheid langs den nauwen weg van de
+nuttige, of ten minste noodige examenkennis naar het hevig-begeerde
+doel van: onafhankelijk-zijn. Hier was geen zijsprongetje, geen
+afdwalen van het smalle pad geoorloofd; nooit mocht er stilgestaan
+worden, om 't land te overzien, om bewust te worden, waar men
+eigenlijk ging.... deze werkster zou ondanks al haar zwoegen nooit
+de hoogere wetenschap begrijpen, niet verder komen dan feitenkennis,
+jaartallen- en handschriften-kennis; nooit de philosophie, de kern
+van alles vatten.
+
+"Maar waarom wilde je per se studeeren?" vroeg Go eindelijk.
+
+"Omdat dat 't eenige is, waarvoor 'k geschikt ben, en ik me thuis
+niet langer als huishoudster kòn laten gebruiken. Ik heb even weinig
+aanleg voor huishoudwerk als de meeste mannen."--Go dacht even aan
+de argumenteering van het kleine wezentje in den grooten mantel;
+hier kreeg ze gelijk,--"maar voor vader is iedere vrouw aangewezen
+huisslaaf; nu nóg, als 'k in de vacantie thuis ben, hóe ik me ook
+verzet, ik moet goed-verstellen, huishoudboodschappen doen, en al
+zulke dingen meer. En ik vind 't afschuwelijk."
+
+De juffrouw klopte even, zette toen zwijgend 'n bus om den hoek van
+de deur.
+
+"Wat is dat?" vroeg Go.
+
+"Dat is m'n eten.... maar 't blijft wel even warm; ga nog niet weg."
+
+"Waarom kwam-je eigenlijk bij me.... zoo maar 's? Je moest 't nog
+eens doen, maar 't dan vooruit zeggen op college."
+
+"Nee, 't was, omdat ik 'n convocatie van 'n dispuut: L. V. heb
+gekregen, met 'n brief er bij, of ik wilde komen hospiteeren, en dat
+jij en je nichtje ook waren gevraagd.... Ik denk, dat jij me aanbevolen
+hebt, en nu wou 'k je zeggen, dat je dat niet hadt moeten doen; je
+bedoeling zal wel goed geweest zijn--maar ik kan me natuurlijk niet
+met zulke dingen inlaten.... ik hoor er niet bij."
+
+"Hè, neem je 't niet aan? Nee, geen tijd zeker; maar da's
+jammer.... Aan die uitnoodiging ben 'k anders heelemaal onschuldig,
+hoor; dat moet van de jongens zijn uitgegaan. Ik heb niet eens over
+je gesproken."
+
+"Dat 's vreemd; wie kan dan op 't idee zijn gekomen? Ik ken geen
+jongens." Ze zat even stil met gefronsde wenkbrauwen, 't papier
+bestarend. Toen stond ze op: "In elk geval heb ik 't al afgeschreven,"
+besliste ze kort; stak Go de hand toe: "Ik ben blij, dat je bij me
+bent geweest; ik hoop, dat je nog 's zult komen."
+
+Het was al donker, toen Go buiten kwam: de lantaarns brandden, en
+hier en daar viel ook uit de huizen een lichtschijn op straat. "Het
+is telkens heelemaal anders," peinsde ze ernstig, terwijl ze vlug
+doorliep, in angst, dat Else ongeduldig worden zou, "m'n gedachten
+zijn telkens anders, het uitzien van de stad verandert steeds.... Wat
+beleef je hier toch veel.... wat 'n stemmingen op één middag:
+eerst de inwijding in 't begrijpen van de zuivere wetenschap, en
+dan vlak er na twee categorieën van menschen ontmoeten, die door twee
+tegenover-elkaar-staande beletsels die waarheid nooit begrijpen kunnen:
+Han en Else niet om hun opgaan in de weelde, en hun prettige dingen
+van alle dag; Lize niet om den zwaren financiëelen druk, om den dwang,
+wat te worden in de maatschappij. En zou 't zoo niet zijn bij bijna
+alle studenten; zijn 't niet allemaal fuivers of blokkers, met slechts
+'n o, zoo enkele, enkele, die wezenlijk de diepere waarde van studie
+begrijpt? Zou ik-zelf het begrijpen, als ik bezig ben? Nu weet ik nog
+niets, is alles geheim en aantrekkelijk, maar als ik eenmaal er in
+ben, zou ik dan niet ondergaan in 't klein geleer van verbuiginkjes
+en jaartallen.... zou ik 't romantische blijven voelen?"
+
+Ze dacht aan 't kind, dat nu alleen aan de leege tafel in de schemerige
+kamer zat, ongezellig etend uit 'n bus, onhuiselijk, kok-bereid eten,
+en dat dag in dag uit, nog jaren.... Zoo onrechtvaardig bevoorrecht
+voelde ze zich met haar lief tehuis, haar hartelijke familie, met haar
+gezellige kamer hier, op 't oude grachtje, waar 't licht op zou zijn,
+en de tafel genoeglijk gedekt, en Else met haar opgewekt gezichtje.
+
+Het carillon speelde voor half zes, toen Go den sleutel in 't slot
+stak: zoo laat al, 'n half uur over den tijd; wat zou Else boos zijn!
+
+Maar Elsi stond, met haar warme voorhoofd tegen 't raam geleund,
+droomend naar de stille schepen te staren, zonder zich iets om 't
+koud-wordend eten te bekommeren....
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+
+"Nu beginnen we er goed in te komen," zei Else opgewekt, toen ze
+samen over de donkere Breestraat liepen. "Visites, vergaderingen,
+colleges--onze dagen zijn heelemaal gevuld."
+
+"Maar dit is iets nieuws en heel bizonders," antwoordde Go, en ze
+had weer dat vreemde angstgevoel, hoe het toch gaan zou vanavond. De
+vergadering van "Laborando vincimus" was bij 'n meneer Van Neerwinden
+op 't eind van 't Rapenburg, om kwart over achten werden ze verwacht;
+maar wat zou er dan in vredesnaam verder gebeuren, en hoe zouden zij,
+meisjes, die nooit gedebatteerd hadden, 'n woord mee durven zeggen?
+
+Else had veel werk van haar toilet gemaakt, droeg 'n licht-beige voile
+japonnetje met mat-groene strikken, maar toen ze op 't punt waren
+te gáán, had ze Go, die maar één avondjapon had van fijn laken met
+'n kanten kraag, opeens angstig gevraagd, of ze niet "gek-mooi" was,
+en of je je eigenlijk voor een dispuut wel zoo zou kleeden. Maar ze
+had er toch maar niets meer aan veranderd, ofschoon Go had gezegd,
+dat 'n zóó schitterende verschijning niet bevorderlijk kon zijn voor
+de aandacht der jonge lieden in de ernstige vergadering-zaken.
+
+Er sprankelde verwachting in Else's oogen, en ze dacht niet aan de
+wichtigheid, die Go zoo drukte. Ze voelde, dat ze niet gevraagd kon
+zijn, omdat men van haar zooveel wijsheid verwachtte; ze wist haar
+meisjes-bekoorlijkheid, en, minder wuft dan vroeger op bals, wanneer
+ze altijd iedereen had willen boeien, dacht ze nu aan Henri alleen,
+voelde, dat hij haar snoezig vinden moest, en lachte stilletjes bij
+die heerlijke gedachte.
+
+Go had aldoor loopen denken, wat ze tegen de juffrouw zeggen
+moesten, die open deed, maar die liet ze dadelijk met 'n gezicht van
+er-alles-van-weten binnen, nam hoeden en mantels af, en hing ze aan
+den al vollen kapstok.
+
+"'t Is net een partijtje," zei Else, haar haar glad-strijkend, maar
+Go hoorde 't niet; ze had de deur van een der kamers open zien gaan,
+en 'n lange, donkere figuur, die nader kwam, deed haar blozen in
+'n vreemde verwarring.
+
+"Mag ik me even voorstellen.... Van Neerwinden.... ik ben bizonder
+blij, dat u vanavond gekomen bent; de voorvergadering is nog aan den
+gang; zoudt u zoolang even in de achterkamer willen komen?"
+
+Go keek er dadelijk belangstellend en onderzoekend rond; ze
+was benieuwd, wat deze man voor kamers zou hebben, en hoe hij ze
+ingericht had. Maar haar eerste indruk was teleurstellend; het was
+er zoo rommelig en ongezellig, de muren hingen zoo vreeselijk vol;
+prenten gescheurd uit tijdschriften, rare karikaturen, waaiers,
+wapens, draperieën.
+
+Toen begon ze meer te onderscheiden, vond 'n paar mooie Steinlen's,
+'n portret van Zola, 'n Holbein, en in 'n hoek, waar 't opeens héél
+stil leek, 'n teer melancolieke Madonna van Botticelli. Ze liep
+er heen, bleef er lang vóór staan; er was iets fascineerends in de
+starende oogen, die zoo zacht droef-en-gelukkig voor zich uitstaarden,
+die, weifelend tusschen opperste smart en hoogste zaligheid, onzeker
+glimlachend in tranen, droomden van het kindje en de toekomst. En het
+oneindig-teer gebaar van de lange, witte handen, die als stervende
+bloemen waren, ontroerde haar wonderlijk, zoodat ze zich afwendde,
+bleek van emotie, en recht in Neerwinden's oogen keek, die achter haar
+was gaan staan: ze waren diep en zacht, ze was er eventjes heelemaal
+weg in; toen schoof hij haar 'n stoeltje aan, begon gewoon met Else
+te praten,.... de betoovering was voorbij.
+
+Else was teleurgesteld, dat ze niet dadelijk binnen was gelaten,
+praatte nonchalant en verveeld haar makkelijke conversatiezinnetjes
+door, zonder zich veel om haar toehoorder te bekommeren. Hij
+stond tegen de tafel geleund, half naar Else toe, en Go kon hem zoo
+prettig-rustig op zitten nemen, nu hij niet naar haar keek, hem weer
+beschouwend als 'n gewone, knappe jongen, die haar wel sympathiek
+toescheen. Haar verwarring van zooeven schreef ze op rekening van
+haar nerveuze angst, en ze plaagde zichzelf, dat er tot nu toe niets
+vreeselijks met haar was gebeurd.
+
+Hij was van meer dan middelmatige lengte, flink maar toch fijn gebouwd,
+en droeg z'n hoofd heel rechtop, zoodat 't bijna aanmatigend was. Hij
+had zacht, dof-zwart haar, nog al lang, dat hij met 'n schuine
+scheiding langs z'n voorhoofd geborsteld droeg. Z'n donker-blauwe
+oogen waren sterk en rustig, als hij gewoon praatte, maar ze wist,
+dat ze diepe afgronden konden worden; z'n neus was fijn en scherp, z'n
+lippen dun, en daar trokken moeë, melancolieke streepen langs, als hij
+even zweeg. Z'n tint was bleek, met 'n nerveus blosje onder z'n oogen,
+waar de jukbeenderen wat uitstaken, door het magere wangenvleesch,
+en de hand, waarmee hij telkens, als 't gesprek hokte, even over
+z'n hoog voorhoofd streek, of hij z'n gedachten moest verzamelen,
+had die wassig-doorschijnende witheid, van nooit anders dan 'n pen
+te hebben aangeraakt.
+
+Z'n kleeren waren modieus en verzorgd, maar hij droeg ze met een zoo
+waardige gratie, dat niemand de details er van opmerkte, zonder er
+bepaald op te letten; de algemeene indruk was van 'n volkomen harmonie,
+waarbij niets hinderlijk op den voorgrond trad, en Go vergeleek
+hem onwillekeurig met Han, van wien je altijd dadelijk dacht: wat
+'n mooie das heeft hij aan; wat 'n fijn vest.
+
+Nu werden de gordijnen van de suite opengetrokken, en de vergaderkamer
+lag als 'n tooneel voor hen open: Go zag dadelijk, dat die kamer kalmer
+en ordelijker was, dan die, waarin zij zaten, maar toch ontbrak er
+iets: 'n eenheid, 'n richting; ze wist niet precies wat; misschien was
+'t ook alleen de vrouwelijke gezelligheid.
+
+In het midden van den kring, als praeses, zat Han, den hamer
+in de hand, 'n plechtige uitdrukking op z'n gezicht, die echter
+vervluchtigde, toen hij Else zag, versmolt in 'n blij-oplichtend
+lachen, terwijl hij opstond, om de meisjes te begroeten en voor
+te stellen.
+
+Naast hem zat de donkere, kleine Rolands, met z'n glanzend gezichtje,
+stil en ernstig, als 'n oostersch afgodsbeeldje, en aan z'n anderen
+kant was 'n stoel open voor Van Neerwinden, die ab-actis was, in
+'t bezit van alle reliquieën en kostbaarheden van het dispuut.
+
+Gerard Leeden, die, zonder functie, dichter bij de deur zat, begroette
+Go met groote hartelijkheid, en de dichterlijke Louis Hoefman, wiens
+sombere, magere kop vreemd naast Gerard's welgedaanheid afstak, bracht
+groote verwarring door al met stoelen te gaan sleepen, terwijl het
+voorstellen nog aan den gang was.
+
+Er waren drie jongens, die ze nog niet kenden: Frits Rolands, Wim de
+Veer en Otto Beerenstijn; en ook het meisje, Frieda Vervoort, was
+Else alleen wel 's tegengekomen in de gang van de universiteit. Ze
+was candidaat in de rechten en studeerde ook oude talen, ze had 'n
+smal, mannelijk-belijnd, verstandig gezicht, tusschen laag opgemaakt
+glad-bruin haar. Go vond, dat ze leek op romeinsche jongenskoppen,
+zooals ze in de gang van hun gymnasium hingen, en beantwoordde stevig
+haar flinke, openhartige handdruk. Op de vacht voor de glimmend
+gepoetste vulkachel lag 'n slanke bruin-zwarte setter, de oogen goedig
+half-dicht, de lange ooren naar beneden. Go knielde er dadelijk naast,
+streelde hem en vroeg, hoe hij heette, blij, dat hij haar liefkoozingen
+toeliet, slechts dralend opstaand, toen Rolands haar 'n stoel bracht.
+
+Het duurde lang, vóór allen weer rustig gezeten waren, en de eigenlijke
+vergadering beginnen kon. Han had gezegd, dat ze nu 'n beetje 'n bonte
+rij konden maken, en Else naast zich weten te krijgen, tusschen hem
+en Rolands, die quaestor was, in, ofschoon de gewoonte was, dat 't
+bestuur bij elkaar aan 't hoofdeinde van de kamer zat. Go zat naast
+Eduard van Neerwinden, en voortdurend ging die naam in z'n heerlijke
+kadans door haar hoofd: wat 'n vreemde naam, wat 'n prachtig-mooie
+naam; echt 'n boeken-naam, en toch niet vervelend romantisch. Wat
+paste hij goed bij hem; ze had eigenlijk wel kunnen weten, dat hij
+zoo heeten moest: Eduard van Neerwinden; natuurlijk.
+
+De juffrouw was in de achterkamer binnengekomen, had thee geschonken
+in de lange rij witte kopjes, die klaar stonden. In een oogenblik was
+Go op, vroeg, of ze even mocht helpen met ronddienen; Else kwam achter
+haar aan met melk en suiker, en de jongens lachten onder elkander,
+voelend, hoe met deze meisjes het echt-vrouwelijk element in hun
+vergadering was gekomen, met deze kinderen, zóó van huis, waar ze ook
+niets dan "meisjes" waren geweest; en ze vonden 't allemaal grappig
+en prettig, behalve Otto Beerenstijn, die vóór alles 'n werker was,
+donker naar de klok keek, die al bij negen wees, en bromde, dat hij
+wel had voorspeld, dat 't kinderspel zou worden, zoodra je er zoo'n
+paar weeldeartikelen inhaalde.
+
+"Stil nou, kerel," kalmeerde Han, "'t is immers de eerste keer, er is
+nog niets geregeld, en op 'n hospitanten-vergadering wordt nooit hard
+gewerkt. Willen de dames nu gaan zitten?" gebood hij, president-deftig,
+en Else liep dadelijk gedwee naar haar stoel, maar Go zei: "'k moet
+nog even opschenken, Han," tot uitbundige vreugde der vergadering,
+"omdat zoo'n meisje geen idee had van subordinatie aan den praeses."
+
+En toen ze terugkwam, vertelde ze nog aan Eduard, "dat ze zelf wel
+verder schenken zou, hè, dan hoefde de juffrouw niet meer te komen,
+en deed ze toch ook wat," totdat Han, ten einde met z'n geduld,
+den hamer kletterend vallen liet, en Gootje opschrok, als 'n op
+ondeugendheid betrapt kind, haar angstige oogen naar hem toekeerde,
+en zonder bewegen luisterde naar het deftige speechje, waarmee de
+meisjes werden welkom geheeten in hun midden.
+
+Eduard keek haar telkens van ter zijde aan, en vond 't een aardig,
+gezellig kind. Else was mooier en eleganter, maar veel meer neutraal:
+een knap, gevierd meisje, van goeie familie. Go was eenvoudiger,
+kinderlijker eigenlijk, en toch niet onbenullig, of onnoozel. Dat
+ze zoo dadelijk naar die madonna was toegeloopen, en er toen niets
+over had gezegd, zoo maar stil was blijven kijken, was 'm enorm
+meegevallen. Je kon 't ook eigenlijk wel zien aan haar gezicht, dat er
+kracht en diepte in haar was, al lag ook in de open, eerlijke oogen,
+dat ze nog nooit in haar leven iets had "doorgemaakt".
+
+Han had z'n speech uit, en Go had even angstig naar Else gekeken: zouën
+ze nu eigenlijk wat moeten antwoorden?--maar dadelijk na 't applaus
+was hij weer doorgegaan: "his feliciter peractis, transeamus ad...."
+
+"Dol," zei Go tegen Eduard, "zoo'n wezenlijke vergadering."--en toen
+er: "ad theam" was geroepen, ging ze met stralende oogen om de kopjes
+rond, vragend aan Gerard: "Wat zal er nu gebeuren?" dan weer tegen Han:
+"Ik vind 't heerlijk, en we hoeven niets te zeggen, hè?"
+
+Er was 'n studie over George Moore van Otto Beerenstijn, maar Go
+had nooit iets van hem gelezen, zat met stil ontzag te luisteren,
+bang, dat ze haar domheid dadelijk zou moeten bekennen. Eduard had
+de kritiek, prees warm Beerenstijn's grondig oordeel, en de meisjes
+keken eerbiedig naar den plompen jongen met den harden, breeden kop
+en de diep-liggende oogen, die ze allebei antipathiek hadden gevonden,
+instinctmatig voelend, dat hij niet hun vriend was.
+
+Toen las de kleine indischman verzen voor, met z'n dof, droef
+stemmetje, vreemd opklinkend uit zijn altijd-lachend gezicht, en de
+regels rolden van z'n lippen, als 'n lang aangehouden klacht, of hij
+las over lente en geluk, of over droefenis.
+
+Er kwam 'n levendig debat over, hoe verzen gelezen moeten worden, en
+iedereen maakte zich warm met veel gesticuleeren, ze bogen voorover op
+hunne stoelen, vielen opgewonden elkaar in de rede, zoodat de praeses
+aftikken moest, terwijl het stille ventje weer onbeweeglijk op zijn
+stoel zat, de beentjes recht naast elkaar, de fijne bruine handjes
+gevouwen, en de stage glimlach op z'n glanzend, bruin gezichtje, als
+'n Bouddha-beeldje.
+
+In de pauze verzorgde Go de menschen met bier en limonade. Eduard, als
+gastheer, hielp haar en wees haar den weg in z'n kast; ze genoot van
+dat huisvrouwelijk doen, lette voortdurend op, of ieder wel had, wat
+hij wilde, ging telkens rond met de koekjes, deelde kleine gunsten uit.
+
+"Maar u vergeet uzelf," zei Gerard, die zich bij Han en Else
+overcompleet had gevoeld, en zich verveelde bij 't literatuur-gesprek
+van de anderen. "Mag ik u wat limonade inschenken?"
+
+"En dan houden we de verdere vergadering de kattetongetjes bij ons. U
+houdt toch van koekjes?" vroeg Eduard.
+
+"O, verschrikkelijk," en hij had er plezier in, te zien, hoe ze onder
+de vertaling--'n stuk uit Balsac--en later onder de memorisatie over
+"den invloed van Hegel op onze literatuur" telkens weer 'r hand naar
+de schaal uitstak, en dan, aandachtig luisterend, langzaam het dunne
+koekje opknabbelde met haar kleine, witte tanden, of Bruno bij zich
+lokte, de lekkernij in de hoogte, 'n glans van moederlijke zachtheid
+in haar oogen, en ze hem dan langzaam opeten liet, telkens stukjes
+afbrekend, en ze hem voorhoudend in de holte van haar rechterhand,
+de andere licht op z'n kop geleund. En als 't op was, legde ze,
+voordat ze 'm gáán liet, telkens even haar armen om z'n opgeheven nek,
+en drukte haar wang tegen z'n haarvacht.
+
+Om half twaalf werd de vergadering gesloten en met druk geloop en
+gezoek naar mantels en jassen begon men afscheid te nemen. Eduard
+bleef thuis, omdat bij hem het "nabroodje" was voor de jongens,
+en Hoefman bood aan hem te helpen.
+
+"Nee, beste kerel, je meent 't goed, maar ga jij mee, en droom wat
+in de maneschijn, want jij loopt me wezenlijk maar in den weg met je
+onhandigheid. Als Beerenstijn wil blijven--die geeft toch niet om
+de wandeling." Maar toen hij in Louis' oogen zag, dat hij gegriefd
+was, legde hij even de hand op z'n schouder: "Zeg, we hebben 'er
+gevraagd, hoor, je vriendin... eh... juffrouw Schermer.... maar ze
+heeft bedankt."
+
+Go hoorde 't, begreep opeens; maar Beerenstijn viel in: "Maar goed
+ook, anders werd 't hier 'n meisjesschool--en die is bovendien
+affreus leelijk!"
+
+"Heeft ze bedankt zonder reden?"
+
+"Geen tijd, schreef ze. Nu, dat is geen reden, hè?" En Eduard stak
+z'n hand uit naar Go, die al even wachtte.
+
+"Ik hoop u nog dikwijls te zien," zeide hij hartelijk.
+
+"Ik heb 't heerlijk gevonden, maar ik voel me zoo klein, bij al die
+geleerdheid."
+
+"Dat komt, omdat we vandaag allemaal ons beste beentje hebben
+voorgezet; u zult gauw door het vernisje heen zien."
+
+Hij groette nog na bij de deur, waar ze zich dadelijk in groepjes
+verdeelden. De Veer en Hoefman brachten Frieda naar huis, die op
+de Jan v. Goyenkade woonde; Han en Else trachtten samen vooruit
+te loopen, maar Rolands bleef bij ze, kinderlijk-onbewust van de
+minder-wenschelijkheid van z'n gezelschap.
+
+Go liep zalig tusschen Gerard en Hans Elders in; ze was dankbaar,
+volkomen voldaan; ze leefde in 't oogenblik, genoot van de stille
+straten, van haar sterke beschermers, de vroolijke gesprekken, haar
+warm, veilig gevoel. Ze sprak niet veel mee, dacht over de twee jongens
+aan haar zij, van wier leven ze nog zoo weinig wist, aan de anderen,
+die ze vanavond had leeren kennen, en die misschien eens haar vrienden
+zouden zijn.
+
+"Het is zoo heerlijk," zei ze opeens, "hier zooveel menschen te leeren
+kennen, en allemaal jong te zijn, en veel voor elkaar te kunnen doen."
+
+Als 'n antwoord klonk het carillon sterk en jubelend door den stillen
+nacht; de klanken vielen over hen heen als 'n regen van geluid,
+en Go was blijven staan, met geheven hoofd. Ze zag den hemel, de
+wolken door maanglans verzilverd, ze voelde den nacht om zich heen,
+en sloot even de oogen: het was, of 'n golf van het groote, heerlijke
+leven voor 't eerst over haar heen geslagen was.
+
+Na de twaalf plechtige bonzen liepen ze weer door, en harder, om
+de voorloopers in te halen; Go dacht aan thuis, en hoe moeder zou
+kijken, als ze vertelde, dat ze na middernacht van een vergadering was
+gekomen. Haar vroolijkheid zocht 'n uitweg in steeds sneller beweging,
+tot ze eindelijk in een huppelenden draf oversloeg. "Stap nu allemaal
+op 't midden van de brug," hijgde ze, toen ze bij 't oude ophaalbrugje
+gekomen waren, "dan veert 't zoo heerlijk."
+
+Ze véérden; lachten luid; en toen ze er af danste en in 'n vaart de
+hol af naar het oude huis toeliep, waarvan Han de deur al met Else's
+sleutel had geopend, zei Gerard tegen Hans: "Dat kind lijkt net
+'n vogel, in dien wijden, grijzen mantel--'n wilde vogel."
+
+En Hans zei, dat dat 'n beeld was om Louis in verrukking te brengen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+
+Tegelijk met het officiëele bericht, dat ze als lid van "Laborando
+vincimus" waren aangenomen, werd drie dagen na de vergadering 'n
+briefje van Gerard bezorgd, met 't verzoek, of de dames den volgenden
+middag bij hem wilden komen koffiedrinken--neef Henri en Hans Elders
+waren ook gevraagd.
+
+"Natuurlijk gáán we," zei Else dadelijk, dankbaar bedenkend, dat ze
+juist deze week haar beste japon van huis mee had genomen.
+
+"Ja; wat aardig van Gerard," antwoordde Go, en ze kreeg een
+heerlijk gevoel, of ze tóch wel de jongens eens zou bereiken; of
+de teleurstelling over het gescheiden-zijn maar iets tijdelijks
+blijken zou.
+
+"Ik kan 'm dan meteen nog wat over m'n responsie vragen," overlegde
+ze verder, "hij zal er nog wel alles van weten." Ze was nu al 'n week
+dag aan dag met haar naderende responsie bezig, kende de bladzij van
+Reinaert, die zij te lezen zou krijgen, al heelemaal uit 't hoofd.
+
+"Lieve kind, hou toch op over die responsie. Je weet er zeker nu al
+meer van dan de prof zelf... verbeeld je 's, dat je iederen keer er
+zoo voor zwoegen moest; je hadt geen leven meer."
+
+"Nee, maar den éérsten keer," zuchtte Go, en verheugde zich op Gerard's
+candidaat-vertrouwbare inlichtingen. "Van zoo'n eersten indruk hangt
+'n massa af."
+
+Ze hadden dien ochtend allebei tot elf uur college gehad, en gingen
+dadelijk naar Gerard's kamer, want ze zouden vroeg koffiedrinken,
+omdat Go 's middags weer weg moest. Het was 'n regenachtige, druilige
+dag; de bruine blaren rotten nat en vuil op den glibberigen grond,
+en de schuiten, die door het water gleden, hadden geen kleur en geen
+bekoring onder den doffen hemel. Hij woonde over de Korenbrug, en
+'t was een ouderwetsch, stil-diep huis; op een portaal, groot en
+vierkant als 'n kamer, kwamen Gerard en Henri hen tegemoet, namen
+mantels en hoeden in ontvangst met geanimeerde toewijding.
+
+"Wat 'n vreeselijk leuk huis hebt u," bewonderde Go, "wat 'n zalig
+portaal.... en zoo glad.... hè Els, wat zouën we hier goed kunnen
+glijën."
+
+"Of dansen," zei Gerard, "ik denk er over, hier nog 's 'n bal te
+organiseeren van "Laborando vincimus"--maar komt u nu toch binnen."
+
+Het was 'n aardige suite met matgeel behangsel; daar kwamen de
+reproducties van Dürer, De Hoogh, Rembrandt en Van Dijck zoo rustig
+op uit, dat Go in verrukking staan bleef, de handen in elkaar.
+
+"O, wat mooi," zei ze eindelijk, "dat is nou de eerste mooie kamer,
+die ik zie.... hoe heerlijk ingericht, hoe gezellig."
+
+"Dat komt, omdat m'n moeder me heeft geïnstalleerd," antwoordde Gerard
+trotsch, "dat werkt nog altijd na; bijna alles is gebleven, zooals zij
+'t gezet heeft."
+
+"En wat hebt u mooie bloemen," bewonderde Else, met de handen in de
+chrysanten woelend.
+
+"Dat is ter eere van 't hooge gezelschap; behalve moeder heb ik hier
+nooit vrouwelijk bezoek gehad. Het spijt me alleen, dat u geen zonnetje
+in de kamer ziet. Dan is alles zoo veel mooier."
+
+Intusschen was Hans binnengekomen, had dadelijk in de achterkamer
+'n paar druiven van de tafel gesnoept. Onder Gerard's laatste woorden
+kwam hij naar voren loopen en knikte.
+
+"Toen ik klein was," zei hij, "bad ik altijd, als ik uit zou gaan,
+of als er 'n feestje zou zijn den volgenden dag: "ons lieven Heertje,
+laat het morgen mooi weer zijn," en als 't dan stortregende, zei ik:
+"er waren zeker meer menschen, die om leelijk weer vroegen; of ze
+hebben beter gebeden dan ik," en dan was ik tevreden.... En als 't
+nu beroerd weer is, troost ik me nog altijd: "Het zal wel voor een
+heeleboel andere dingen goed zijn."
+
+Daarna kwam hij ieder een hand geven, opgewekt en hartelijk, en ging
+toen in de vensterbank zitten.
+
+Het was 'n teer-gebouwde, magere jongen, met 'n intelligent gezicht:
+boven z'n hoog voorhoofd, waarin bij de slapen kuilen vielen, stond in
+'n recht kuifje het stugge bruine haar, z'n oogen waren hartelijk en
+eerlijk, maar zwierven nerveus rond, wat niet paste bij z'n kalme,
+vriendelijke stem, waarmee hij alles zoo eenvoudig en pretensieloos
+zei, dat 't tegelijk aantrekkelijk en roerend was. Gerard was dol op
+'m, noemde 'm schertsend Leberecht Hühnchen, en kwam, in 'n sombere
+bui, altijd 't eerste bij hem, om zich te laten troosten. Nu ook werd
+zijn gezicht lichter, en met dringende hartelijkheid in z'n stem vroeg
+hij: "Waar ben je vanochtend heen geweest Hans? Heeft Beerenstijn je
+de boeken gebracht?"
+
+"In orde, ja; maar gaan we nog niet beginnen? Die tafel daar ziet er
+aanlokkelijk uit.... juffrouw Herderts zal bepaald na dezen maaltijd
+nog hooger idee van den smaak van ons dispuut krijgen."
+
+"Goed.... komen jullie?" riep Gerard tegen Herderts en Else, die,
+dicht naast elkaar de geïllustreerde "Rêve" stonden te bekijken,
+en opschrikten bij de luide stem.
+
+"Mag ik 't doen?" vroeg Go, toen ze Gerard het broodmes zag nemen.
+
+"Nu, graag als u wilt," en Hans en hij keken elkaar éven prettig aan,
+omdat het zoo'n allerliefst, eenvoudig meisje was, en zoo heerlijk, die
+zoo's gewoon op je kamer te hebben. Hans ging er zachtjes van fluiten,
+haalde intusschen de bus met chocoladepoeder en het koffie-extract
+uit de kast, waar hij evengoed den weg wist als de bezitter zelf, en
+hielp toen Han en Else, die samen op den grond zaten, om 't keteltje
+in evenwicht te houden, dat niet op 't komfoortje paste.
+
+"Hier, zet die ijzeren staafjes aan dezen kant, kerel, dan balanceert
+'t wel--en draai de kraan heelemaal open, anders ben jullie nog niet
+klaar met je water, als juffrouw Herderts al boterhammen genoeg heeft
+voor 'n heel weeshuis."
+
+"O, haast je maar niet," zei Go, op 't chocoladebusje studeerend,
+"want ik begrijp voorloopig heelemaal niet, hoe ik chocolademelk
+maken moet... en jullie willen toch geen waterchocolaad niet? Voor
+chocolademelk moet ik warme melk hebben..."
+
+"Nu, dat kàn," en Gerard zette vlug-bereidwillig de flesch op de
+kachel.
+
+"Kerel, ben je...." Hans slikte en gaf 'm 'n vriendschappelijke
+klap, "op die manier krijgen we 'n melkweg in de kamer, maar geen
+chocolademelk in onze koppen. Die springt natuurlijk."
+
+"Ons water kookt," juichte Else triomfantelijk.
+
+"Over zelfs," en Henri draaide de kraan dicht.
+
+"Nu, kom maar hier met den ketel; ik zal chocolade-water-melk maken,
+nieuw mengsel; voorzichtig schenken! Och, meneer Leeden, roert u even
+in dat kopje."
+
+Ze stonden aandachtig met z'n vijven bij elkaar: Else schonk, terwijl
+Han met z'n zakdoek het deksel op de ketel drukte: Go keek toe en
+keurde, wanneer 't genoeg was; Gerard roerde met toewijding in de
+klonterig-bruine pap, terwijl Hans de koppen met melk vulde.
+
+"Weet je, wàt dit nu wordt?" zei hij, trotsch-zeker. "We bereiden
+hier de nieuwste en smakelijkste drank: fosco."
+
+"'t Smaakt heerlijk," keurde Go, "dat gaan wij ook doen, hè Els?"
+
+"Ik vind 't zoo leuk, zoo wat te knoeien," zei Else tegen Han,
+"kunnen we niet nóg wat doen.... brood roosteren?"
+
+"Nee, nou gaan we heusch beginnen.... kom Hans, maak jij dit blik
+eens open."
+
+"Wat is er toch enorm veel te doen, vóór je kunt gaan eten,"
+filosofeerde Gerard.
+
+"Voor 'n vrouw moet 't prettig zijn, als 'r man op kamers gewoond
+heeft. Dan appreciëert-ie haar meer; weet, wat aan huishouden vast is."
+
+Gerard keek onwillekeurig Go aan, die lachte, en zei: "En voor 'n
+meisje is op kamers-wonen leerzamer dan de beste huishoudschool. We
+doen nu misschien alles wel 'n beetje vreemd, niet comme il faut,
+maar je krijgt toch overal idee van en leert ingrijpen."
+
+"Op de gunstige uitwerking van op-kamers-wonen voor beide
+geslachten!" stootte Henri met Else aan, en de foscobekers rinkelden.
+
+"Welkom op m'n kamer," zei Gerard aan Go, maar Hans verstoorde dadelijk
+de plechtigheid door: "Leve het getruffeerde gehakt!" te roepen, dat
+hij, plechtstatiglijk aan z'n vork opgepikt, in de hoogte hield. Nu
+begon werkelijk de maaltijd met frisschen honger en vroolijk, levendig
+gepraat, terwijl, halverwege, de juffrouw nog 's uitgestuurd moest
+worden om "profeetjes", daar de broodvoorraad dreigend te dunnen begon.
+
+"Nu mogen jullie 's raden, hoe laat 't is," zei Hans met een glunder
+lachje, toen ze aan de druiven en noten waren toegekomen.
+
+Gerard, die twee noten tusschen z'n vingers gekneld hield, om ze voor
+Else te kraken, haalde onverschillig de schouders op: "Den Glücklichen
+schlägt keine Stunde", maar Go, die aan college dacht, raadde angstig:
+"kwart voor éénen."
+
+"Bijna 'n uur mis," plaagde Hans, "over half twee."
+
+"Maar we hebben Gotisch." En Go was al op, met 'n donkere kleur
+van schrik; ze had nog nooit 'n college-uur verzuimd en vond 't
+vreeselijk erg.
+
+"Daar is nu niets meer aan te doen," kalmeerde Gerard, "en erg is
+'t ook niet. Ga toch weer zitten, en laten we kalm doorgaan. Geeft u
+er nu vanmiddag uw colleges maar 's aan, we zijn niet elken dag zoo
+prettig bij elkaar."
+
+"Maar 't volgende uur moet ik toch zeker gaan."
+
+"Kind, wat ben-jij nog 'n echt eerste jaartje," plaagde Han, hopend
+haar trots in opstand te brengen, maar Else wist een betere manier
+van overreden: "Je wilde toch ook nog vragen over je responsie, Go."
+
+"O, ja, meneer Leeden; over Reinaert; mag dat dan, als we straks
+klaar zijn?"
+
+"Natuurlijk," zei Gerard opgelucht, "moet u voor 't eerst
+respondeeren?--ik weet niet, of ik er nog veel van ken, hoor; maar
+'k heb nog al wat boeken hier--"
+
+"Maar als 't gesprek zoo taalkundig wordt, gaan wij liever wat loopen
+samen, hè Els, en bespreken zóó samen de grondwet?" Han sprak luchtig
+en als terloops, maar Else bloosde, en om zich te verontschuldigen,
+zei ze verlegen: "Ja graag; ik heb 't hier zoo warm gekregen; we
+konden Poelgeest omloopen.... Gaat u mee, meneer Elders, of houdt u
+óók meer van Reinaert?"
+
+Hans glimlachte, en streek met z'n hand door z'n donker haarbosje:
+"Natuurlijk gaat de studie me boven alles, juffrouw Gerzon, en
+bovendien zijn hier nog zooveel noten over, dat ik er me 'n heele
+middag mee bezig houden kan."
+
+"Nou, adieu dan, lui," zei Han opgelucht.
+
+"Dag meneer Leeden, ik heb 't erg prettig gevonden."
+
+Else lachte tegen Go--een heel bizonder lachje, vond ze.
+
+
+
+Hans was achter in de kamer op den grond gaan zitten met een deeltje
+van Poe en de rest der noten; hij zat met z'n rug tegen den muur,
+floot soms droomerig voor zich uit, maar nam geen deel aan 't gesprek,
+dat de twee anderen bij het raam voerden. Go zat in de vensterbank,
+liet haar beenen jongensachtig heen en weer schommelen en Gerard reed
+schrijlings heen en weer op z'n stoel. De middag was stil en loom
+onder den kleurloozen hemel, en als Go uit 't raam keek, trof haar
+'t desolate van de oude, ongelijke steenstraat, waar de dorre blaren,
+vervuild en vermodderd, te rotten lagen.
+
+Ze hadden eerst samen de responsie-bladzij ernstig en breedvoerig
+besproken, Gerard vooral met veel toewijding, omdat hij 'n
+verlegenheid, die hij zelf niet begreep, z'n gedachten voelde stremmen,
+nu hij eindelijk eens rustig met dit kind zou kunnen praten.
+
+"Lekker weer om Poelgeest om te loopen," had hij spottend gezegd,
+want 't begon juist 'n beetje te motregenen; en Go: "Ik ben er nog
+nooit geweest."
+
+Hij herinnerde zich, hoe hij in z'n eerste jaar, in den roes van
+nieuwe vriendschappen, die voor heel het leven schenen, met jongens
+als hijzelf, die hij nu nauwelijks meer kende, daar rondgedwaald had,
+nachten lang; met hun geëmotioneerde stemmen in de stilte elkaar
+vertellend, wat ze 't hoogste en heiligste in hun leven hielden,
+dronken van grootsche toekomstplannen, hunkerend naar de volheid
+van hún leven, dat anders, rijker dan van eenig ander mensch zou
+zijn, bij elkander steun vindend voor de teleurstellingen van hun
+omgeving. En, droef glimlachend, omdat al die verwachtingen en al
+die heete vriendschappen zoo langzaam aan weggegaan waren, iederen
+dag 'n beetje, haast ongemerkt, en omdat hij achter was gebleven,
+soms wat leeg, wat moe, maar wetend zich 'n gewoon mensch, 'n mensch
+met plichten als 'n ander, die zich 'n positie zou maken... als 'n
+ander--dacht hij, of dit vroolijke, lieve meisje ook zoo langzaam
+haar stralenden blik verliezen zou--of juist door 't licht van haar
+oogen anderer leven schooner glans zou kunnen geven;--en zacht vroeg
+hij haar: "Maar hoe bevalt 't u hier nu eigenlijk?"
+
+Ze antwoordde dadelijk, zonder terughouding: "Dat weet ik zelf
+nog niet. Soms denk ik: 't is hier toch veel beter dan thuis, en
+dan weer: was ik dit maar nooit begonnen! 't Is alles zoo anders,
+zoo heelemaal nieuw... ik heb soms het gevoel, of ik pas over 'n
+langen tijd zal kunnen weten, hoe ik 't studentenleven wezenlijk
+vind. De vrijheid bijvoorbeeld. Ik heb er altijd zoo naar verlangd:
+ik heb altijd gedacht, dat 't iets zoo heerlijks zou zijn; en nu weet
+ik eigenlijk bijna nooit, wat ik er mee zal doen. 't Lijkt soms, of
+ik door hier te komen alleen 'n mooi, hevig verlangen heb verloren;
+of de vervulling ervan slechts 'n leegte geeft."
+
+"Als jongens hier vol verwachting aangekomen zijn, en ze vinden niets
+dan 'n ongezellige kamer, 'n kletsende hospita en saaie college-uren,
+dan slaan ze aan 't drinken en fuiven en dwaasheden doen., En
+de kroeg, die eigenlijk niets is dan 'n ongezellig koffiehuis,
+al wordt hij ons elk jaar als ons thuis aangeprezen, wordt bij
+gebrek aan beter wezenlijk hun toevlucht, hun huiskamer. Maar wat
+meisjes, die natuurlijk dezelfde teleurstelling eerst ondergaan,
+moeten doen.... Dadelijk studeeren gáát niet; dat leer je naderhand;
+fuiven kunnen, en willen jullie, goddank, ook niet."
+
+"Ik wou, dat we 't konden: zoo 's echt gewoon, uitgelaten pret
+hebben--zooals ik wel 's gehoord heb, als ik over de Breestraat kwam
+'s avonds, in de Turk of bij Levedag.... dat opgewonden zingen
+van kinderliedjes, al die vroolijke koppen bij elkaar.... Bij
+ons op de meisjesvereeniging is alles zoo ernstig; wel opgewekt,
+maar wijs. Nooit 's dwaas en jolig. Daar zouden we ons, geloof ik,
+'n beetje voor schamen, als we zoo allemaal bij elkaar zijn."
+
+"Je.... pardon, u idealiseert onze manier van feestvieren."
+
+Maar Go viel levendig in: "Nee, toe, noem me "Go" en zeg "je"; ik heb
+'t al lang willen vragen, maar 'k wist niet, hoe hier de gewoonte was."
+
+"Graag. Ik heet Gerard. Ik vind 't prettig, als je mij bij m'n voornaam
+noemen wilt."
+
+En ze zwegen even, om de nieuwe faze, die hun vriendschap was ingegaan,
+terwijl Go in gedachten naar buiten keek en zei: "Wat zullen ze nat
+worden op hun wandeling--en ze hebben niet eens 'n parapluie."
+
+"Wezenlijke uitgelaten vroolijkheid is iets zoo zeldzaams in de
+wereld," praatte Gerard door, "gewoonlijk kunnen de menschen hun
+plezier vrijwel verwerken zonder behoefte er luidruchtig uiting aan
+te geven--als 'n fuif bij ons slagen wil, moet er een groot quantum
+wijn de pit, de stuwkracht aan geven. Zonder dien prikkel zijn wij
+ook niet vroolijk, zouden niet weten, wat te beginnen, behalve als
+je heel jong en heel kinderlijk bent, en gelukkig door allerlei
+waanbeelden.. maar dat is voor mij voorbij en sinds ik bewust ben
+gaan leven, ga ik niet of zelden naar fuiven meer--ik heb er geen
+plezier in, me buiten m'n zelf te brengen."
+
+Hans had naar de laatste woorden geluisterd, en wierp 'n
+notedop door de kamer: "Subjectief, volkomen subjectief, beste
+kerel.... Natuurlijk, 'n objectieve meening is 'n contradictio in
+terminis, zei Hegel;.... maar laat Wim de Veer z'n opinie eens over
+onze fuiven zeggen. Die danst al van louter pret, als hij nog geen
+druppel op heeft. Die fuift al, als er maar vijf lui in 'n kamer bij
+elkaar zijn. "Waar twee of drie in naam der vreugde te zamen zijn,
+zal ze in hun midden zijn" is z'n devies. Laat die juffrouw Herderts
+inlichten."
+
+"Hè ja, vertel 's wat van de andere leden van Laborando vincimus.--Van
+De Veer heb ik eigenlijk nog niets gemerkt--is die zoo vroolijk?" Go
+keerde zich in warme belangstelling naar Hans, maar Gerard mompelde:
+"'t Is 'n kind."
+
+"Nee, dat is niet waar; 't is 'n alleraardigste jongen," verdedigde
+Hans. "Een vagebond, 'n losbandige, als je wilt, maar pittig, met
+'n fond.... Je moet 'm op straat zien loopen: pet op, handen in de
+zakken, en toch altijd dat aristocratische, omdat-ie nu eenmaal van
+goeie familie is.... Hij fluit, blijft telkens staan, draait zich
+heelemaal om, als hij 'n aardig meisje ziet, leert 'n paar kwajongens,
+hoe ze hun vlieger op moeten laten, groet 'n prof met 'n familiariteit
+of 't z'n collega is--"
+
+"Als-t-ie 'm groet," viel Gerard hoonend in; "we kwamen laatst samen
+Hering tegen. Ik ken 'm toevallig, maar hij behoorde vier uur college
+bij 'm te loopen.... Nu; ik nam m'n hoed af, maar De Veer zegt:
+"Bejour" en toen tegen mij: "Wie is die varkensslachter?"
+
+Go schaterde: "O, zeg, wat vermakelijk is dat! Zou de prof boos
+zijn? Zag-ie er dan zoo schunnig uit?"
+
+"Ja, schunnig ziet-ie er altijd uit. Maar nooit college loopen,
+is toch geen manier."
+
+"Nee; maar vertel verder; ik vind 't zoo leuk.... vertel ook over de
+andere menschen van 't dispuut. Wie is de aardigste?"
+
+"Hij," zei Gerard en wees op Hans; Go had gehoopt het gesprek zoo op
+Van Neerwinden te brengen; maar de geprezene had zich al weer in Poe
+verdiept, en stoorde zich niet aan den lof.
+
+"Hoe is Beerenstijn?"
+
+"Knap, intelligent, eigenaardig. 'n Werker, 'n vrouwenhater, of
+eigenlijk verachter.... Ik geloof niet, dat je 'm sympathiek zult
+vinden."
+
+"Nee," zei Go. "En Van Neerwinden?"
+
+"'n Rare vent. Talentvol, geniaal misschien, maar decadent.--Ik mag
+'m niet. 't Is 'n vooroordeel van me, maar die verfijning, die zwakke
+onrust, dat elegant-lieve is me antipathiek. Het is geen kérel."
+
+"Neen," en Go glimlachte bij de gedachte aan z'n fijne handen, z'n
+loome bewegingen. "Hij ziet er ook niet sterk uit.... Och je kunt
+zoo weinig zeggen van de menschen na zoo één avond."
+
+"Ja; 'k ben blij, dat je er nu inkomt. Als je elkaar geregeld ziet,
+wordt 't zoo anders. 'k Zou willen, dat we ons als een groote familie
+gingen voelen, bepaald als bij elkaar hoorend."
+
+Go knikte, zat stil voor zich uit te kijken. Achter haar stierf de
+dag. Het grijze licht viel door haar zwarte krullen heen, haar gezicht
+was in schaduw.
+
+En opeens hief ze de armen op, of ze iets groots omvatten wilde:
+"Zie-je, toen 'k hier kwam," zei ze zacht en gejaagd, "verlangde ik de
+eerste dagen alleen maar naar huis terug, en ik kon aan niets anders
+denken dan aan moeder en de broertjes en zusjes, en m'n kamertje
+naast de trap.... maar toen ik 'n beetje gewend raakte op m'n kamer,
+begon ik iets te verlangen--ik weet niet wat. Ik voelde opeens, dat er
+iets bizonders met me zou kunnen gebeuren, dadelijk, ieder oogenblik
+van den dag.... Op straat kon ik het tegenkomen; als ik thuis kwam,
+vroeg ik de juffrouw, of er niets voor me gekomen was.... ik wist
+niet, wat ik verwachtte; 't was eenvoudig: de verrassing.... En het
+werd hoe langer hoe erger--het werd 'n onrust--ik liep 's avonds uit
+om het te zoeken, en dan ging ik langs de dichte huizen, alleen,
+en ik begon langzamerhand te begrijpen, wat ik wilde: ik had 'n
+heeleboel liefde en zorg, en behoefte om zacht voor iemand te zijn,
+en die wilde ik aan de jongens geven, aan àlle jongens."
+
+Ze zweeg even, streek 'r haar van het voorhoofd. Gerard had het
+gezicht naar haar voorovergebogen, keek haar in zwijgende spanning aan.
+
+"Toen kwam de teleurstelling, dat ik ze niet kon bereiken; dat ze
+daar allemaal in hun eenzame kamers zaten, of onvoldaan treuzelden op
+de kroeg, en ik op de donkere straat liep, en ze niet wisten van m'n
+verlangen;....en ik wist toch, dat zij 't ook prettig zouên vinden,
+hè, en dat 't hun ook goed zou doen!"
+
+"Het zou hun 'n zegen zijn," zei Gerard ernstig.
+
+"Maar op college sprak ik niemand, en ik mocht niet in de kroeg, en ik
+dacht: wat helpt me al m'n goed-willen, als ik ze niet eens naderen
+kan? Waar moet ik met m'n hartelijkheid heen? En daarom ben ik zoo
+blij over Laborando vincimus;--ik weet het, dat ik er vreeselijk veel
+leeren kan, dat jullie veel meer weten en veel knapper zijn dan ik;
+maar ik heb iets anders, dat jullie missen;--ik zou zoo heerlijk
+vinden, als we veel voor elkaar konden zijn."
+
+Er viel weer een stilte in de kamer; Gerard zat stil; keek nu recht
+voor zich uit. Klompgeklepper van kinderen, die uit school kwamen,
+klinkerde tegen de ramen op, en schelle kreten joelden er jolig
+over heen.
+
+"Ik weet 't zoo goed, ik voel 't, hoe ontzettend veel goed 'n meisje
+in ons leven moet kunnen doen," zei hij eindelijk, en z'n harde,
+scherpe stem klonk schor van ingehoudenheid. "Ik heb nu al zooveel
+jaar in eenzaamheid geleefd, en er alle mogelijke houdingen tegenover
+aangenomen, en nog altijd zijn er dagen, vooral de Zondagen, dat ik
+'t gevoel heb gek te worden van de stilte om me heen, dat ik bel om
+'n niets, alleen om weer 's te kunnen praten, dat 'k iederen man, dien
+'k maar van aanzien ken, aanfluit, om toch gezelschap te krijgen,--en
+zelfs--maar dat is de uiterste wanhoop,--voor den spiegel ga staan,
+en lach en praat tegen mezelf, dwaze buigingen maak, 'n gesprek op
+touw zet, om zoo eindelijk aan 't zwijgen te ontkomen."
+
+"Ja, ik voelde 't wel, dat 't zoo moest zijn, 't vroolijke
+studentenleven."
+
+"Niet bij iedereen natuurlijk. Je hóórde daar net van De Veer. En zoo
+zijn er meer. Als je pas aankomt, beken-je je ook gewoonlijk niet,
+dat je eenzaam bent. Je zoekt mooie vriendschappen. En als dat
+teleurstelt, ga-je fuiven. Maar er ligt onder de uitgelatenheid,
+de dwaasheid, het cynisme, heel wat melancolie en levensangst en
+onvoldaanheid verborgen. Dit zijn moeilijke jaren."
+
+"Als ik hun nu ten minste maar wat gezelligheid op hun kamer geven
+kon."
+
+"Begin met mij; ik zal zoo'n dankbare discipel zijn."
+
+"Goed," zei Go. En toen stak ze spontaan haar hand uit: "We zullen
+goeie vrienden zijn, wij samen, hè; we zullen elkaar helpen."
+
+"Zeg," riep Hans uit z'n donkeren hoek, "ik kan hier niets meer zien;
+zouên we niet 's thee kunnen gaan brouwen?"
+
+Go ging naar de kast, terwijl Gerard z'n studeerlamp aanstak. En ze
+dacht, of ze ook Hans wat zou kunnen geven, of die zich ook wel 's
+eenzaam voelde. Hij leek zoo tevreden in zich, zoo zelfgenoegzaam,--wel
+hartelijk en lief, maar toch teruggetrokken. Ze zou ook voor hem graag
+iets liefs willen doen; hij zag er zwak uit. En toch zoo opgewekt!
+
+"Gezellig, nu met 't licht op en toch half in schemer thee te drinken."
+
+"Ja, jij vindt de druilige dagen zelfs prettig, natuurlijk."
+
+"Binnen, ja. Maar juffrouw Herderts en ik moeten weer naar 't
+vijandige buiten."
+
+"Ja, 't is al laat. Ze zullen al lang van hun Poelgeest-wandeling
+terug zijn--"
+
+"Wie weet?" lachte Gerard. "Soms duurt zoo'n uitstapje lang."
+
+
+
+Go vond Else alleen in de donkere kamer; ze kon haar gezicht niet zien,
+maar haar stem klonk opgewonden, toen ze: "Go, o, Gootje!" riep. Stijf
+sloeg ze de armen om haar hals, fluisterend: "Zeg, ik moet je wat
+vertellen--begrijp-je 't al--o, Go, nu worden we dubbel nichtjes!"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+
+Toen de familiepartijtjes ter eere van de verloving van Henri en Else,
+die zeer in den smaak viel, waren afgeloopen, besloten ze ook voor
+de Leidsche vrienden een fuifje aan te richten, en wel speciaal voor
+"Laborando vincimus".
+
+Henri bedisselde, dat de volgende vergadering bij hem zou zijn, en
+wilde dan in plaats van 'n gewoon nabroodje 'n fijn soupertje met
+bloemen en 'n strijkje geven, waar de meisjes natuurlijk bij zouden
+blijven, en Else als jeugdig bruidje gehuldigd moest worden.
+
+Hij had eerst z'n plannen zooveel mogelijk voor Go en "Vrouwtje"
+verborgen willen houden, maar ze vroegen zóó dringend z'n kamer te
+mogen versieren en alles mooi te mogen maken, dat hij steeds meer
+de leiding uit handen gaf, en 't zelfs zóó ver kwam, dat 's middags
+vóór den plechtigen avond hij de deur werd uitgestuurd, omdat hij
+'t pas zien mocht, als alles klaar was.
+
+Z'n juffrouw, genietend van al die feestelijkheid in haar huis, deed
+energiek mee, sloot triomfantelijk de deur af, en hij, wanhopig, 't
+opgevend "als drie vrouwen tegen 'm wilden samenspannen", was gegaan,
+en niet teruggekomen vóór 't uur van de vergadering, toen de hospita
+'m dadelijk vertrouwelijk meedeelde, dat alles "keurig en keurig"
+was,--als meneer nu nog maar den wijn uitgeven wilde; en Go en Else,
+even later, stralend, in lichte partij-jurken met bloemen, die Han
+ze gestuurd had, waren 'm ook komen verzekeren, dat hij tevreden zou
+zijn, en dat z'n juffrouw een parel was.
+
+De vergadering liep geregeld en geanimeerd af; er was feeststemming in
+de lucht, de meeste jongens droegen mooie jasjes, behalve Beerenstijn,
+die altijd een grofgrijs colbertje aan had; bij de thee werden taartjes
+en bruidsuikers gepresenteerd, en in de pauze was er 'n groot bouquet
+voor Else gekomen van het dispuut.
+
+Zoodra Henri's hamer voor de laatste maal was neergevallen,--Else
+had 'm het symbool van z'n waardigheid meermalen afgenomen, had er
+mee zitten spelen, 'm laten vallen, er Han mee gestreeld, zoodat
+Beerenstijn had gepreveld: dat voor 'n praeses van een dispuut,
+evengoed als voor 'n priester, 't coelibaat verplichtend moest
+worden gesteld,--was Go de kamer uitgeloopen, om 'n laatsten blik
+over de tafel te laten gaan, die in de kamer van Han's buurman stond
+aangericht, en het strijkje bestaande uit piano, viool en violoncel
+'n teeken te geven, dat ze beginnen konden.
+
+Toen riep ze, als gastvrouw, de anderen om binnen te komen. De
+"Hochzeitsmarsch" jubelde hun al op de gang tegemoet, en bij de deur
+bleven ze stilstaan van verrassing: alle lichten van de kroon waren
+aan, en op den schoorsteen stonden luchters met brandende kaarsen,
+die hun vlammetongen in den spiegel weerkaatsten. Daar hing veel
+fijn groen, met 'n enkele chrysant er tusschen sierlijk van af,
+uitloopend in een ijlen, slanken slinger, die om de klok was gelegd,
+en de wijzerplaat goelijk bedekte.
+
+Vazen met chrysanten en daliahs stonden op kleine tafeltjes,
+sierden het tot buffet gepromoveerde bureau. Aan de kroon hing de
+gladgroene hulst met vroolijke, roode bessen; maar de tafel zelf was
+sober gehouden, met slechts los hier en daar 'n viool of wat kleine
+asters;--bij de borden van Han en Else alleen 'n kring van groote
+rozen, rood en wit.
+
+Han had in verrukking Else's arm genomen, leidde haar, trotsch en
+zalig, de lichte kamer in.
+
+Go zag de ontroering op hun jonge gezichten, voelde haar oogen warm
+worden, onder 't angstige wenschen: dat 't toch altijd zoo blijven
+mocht,--en toen Eduard zich naar haar overboog: "Mag ik jou aan tafel
+brengen," trilde haar hand op z'n arm zóó, dat hij haar bezorgd in
+'r ontstelde gezicht keek en teeder zei: "O, wat zie-je bleek! Wil-je
+ook liever nog wat naar de andere kamer?"
+
+Ze schudde stil haar hoofd, keek dankbaar de tafel langs: Elsi en Henri
+daar, Frieda tusschen Hans en Beerenstijn--dat was de eenige, die de
+vrouwenhater nog wel kon lijden--zij naast Eduard, Rolands aan den
+anderen kant. Dat was 'n stil ventje, zou haar niet storen;--Eduard
+had háár gevraagd,--beteekende dat, dat hij haar aardig vond? Nee,
+veel zeggen deed 't niet: Else soupeerde natuurlijk met Han, en
+Frieda was niets voor hem, zoo strak en sterk,--die zou 'm zeker,
+net als Gerard, "geen kerel" vinden;--Frieda was echt 'n meisje om
+te studeeren, zoo helder en rustig, zoo eenvoudig-verstandig altijd.--
+
+"Had-je liever ergens anders willen zitten?" vroeg Eduard zacht.
+
+"Nee, waarom?"
+
+"Je kijkt zoo rond en je bent zoo stil.--Is er dan wat anders?"
+
+"Nee; ik dacht er over, dat Frieda en jij elkaar niet aardig zouden
+vinden."
+
+Hij lachte zacht, haar fixeerend, terwijl z'n oogen steeds dieper
+glans kregen.
+
+"Zoo, en waarom niet?"
+
+"Ik weet niet. Ik ken je nog wel niet lang.... maar je vóelt zoo,
+hoe iemand moet zijn, vanzelf. Als je de klank van z'n stem hoort,
+z'n bewegingen ziet, z'n kamer, z'n boeken...."
+
+"En wat denk-je dan van mij?"
+
+"Dat je van een menschensoort bent, dat Frieda niet appreciëert."
+
+Ze zweeg, en speelde nerveus met haar glas. 't Was vreemd, dat ze
+met hem veel minder goed praten kon dan met Gerard; met dien kwam
+'t intieme, 't belangrijke vanzelf; met Eduard liep elk gesprek
+dadelijk dood, terwijl ze juist aan hem zoo graag haar vertrouwen
+zou willen geven.
+
+Ieder zinnetje, zelfs 't gewoonste, van hem, klonk als een liefkoozing:
+dat verwarde haar;--'t was net, of z'n oogen, onder de banale woorden
+door, haar steeds zeer ontroerende dingen zeiden; maar ze wist niet
+zeker, of ze zich dat misschien maar verbeeldde. Zooals hij nu met
+z'n hoofd over z'n bord zat, gretig etend van de kip met compôte,
+leek 't 'n gewone, knappe jongen, zonder geheime charmes.
+
+"Waarom kijk-je me zoo aan, Go? Je maakt me verlegen." Z'n stem zong
+doordringend en ze voelde opeens 'n gezond ongeduld opkomen, tegen
+de verslappende bekoring, waarmee hij haar omspon.
+
+"Ik had niet gedacht, dat je zooveel zou eten," zei ze met 'n lachje:
+"dat hoort niet bij je figuur."
+
+"Je zult me nog wel eens meer iets zien doen, dat niet bij m'n figuur
+past, in jouw oogen;--consequent zijn in alles, wat je doet, is vrijwel
+synoniem met onwaar-zijn. Zoo iemand heeft 'n idee in z'n hoofd, 'n
+tooneelfiguur voor oogen, die hij nabootsen wil.... Wie tegenwoordig
+'n harmonisch mensch lijkt, speelt alleen z'n rol bizonder goed.--We
+zijn allemaal bij elkaar gelijmd uit niet-bij-een-passende stukjes,
+goed en slecht en sterk en zwak--wij modern-onrustigen. Ieder mensch is
+'n eenheid van tegendeelen."
+
+"Toch niet allemaal," zei Go zachtjes, die niet thuis was in de
+Hegliaansche terminologie, "kijk Elsi en Henri nu 's, en Hans--en
+Frieda--"
+
+"Wat weet iemand eigenlijk van den ander af!--Ik ken alleen de
+tweespalt in mezelf, en daarnaar meet ik 't geluk af bij andere
+menschen."
+
+"Dat wordt later natuurlijk beter; dit zijn de moeilijkste jaren.--"
+
+"Later, als ik een geposeerd mensch ben geworden, meen-je; als ik
+'n baantje heb, en nòg meer eet en drink dan nu, en nòg...."
+
+"Als je je nuttig maakt--"
+
+"Nuttig voor anderen--als rechter--redder van de menschheid, steun
+van weduwen en weezen--prachtig, hè? Maar, sancta simplicitas, laten
+we toch 's ophouden met de dwaze inbeelding, of we wezenlijk voor
+'t heil van onze medemenschen zoo'n baantje entameeren, en er ons
+mee bezig houden tot 't einde.--Honderd anderen zouên 't immers even
+goed kunnen als wij, kijken ons met nijdige, afgunstige gezichten
+aan.--Welk mensch is in deze tijden van overbevolking onmisbaar? Als
+hij méér kan dan 'n ander, laten dan drie of vier z'n plaats innemen;
+krachten genoeg; daar hoef-je niet zuinig op te zijn."
+
+"Maar wáárom dan?" vroeg Go, "en wat moet je dan...."
+
+Hij haalde z'n schouders op, en keek stroef voor zich uit. Hij
+scheen z'n buurmeisje en de tafel vergeten; z'n stem was hard, als
+metaalklank, en 'n waas hing over z'n oogendiepten.
+
+"Het eenige, wat 'n mensch doen kan, is, maken, dat de tijd zoo
+onopgemerkt mogelijk voorbij gaat,--daarom fuiven we, daarom werken en
+lezen, en eten en slapen we. Ieder naar z'n aanleg. Ieder kiest, wat
+'m 't beste bezighoudt. Je vindt 't 'n leelijke levensopvatting,--je
+gelooft 't niet,--wacht maar; als je ouder bent."
+
+Het strijkje, dat in de alkoof bij de piano zat, viel vroolijk in
+met de matchiche, en De Veer, z'n stoel achteruit gooiend, sprong
+vreugdevol op, wierp 't lijf achterover, en danste, den vroolijken
+kop door 't gulden licht overstroomd. Hij had zich asters achter de
+ooren gestoken, hield 'n roode daliah tusschen z'n lippen, en terwijl
+hij steeds joliger danste, klapte hij met de vingers, als om zichzelf
+aan te hitsen.
+
+"Zóó richt hij z'n leven in," zei Eduard met 'n mat lachje, maar Go
+zag hier de heerlijke, echte uitgelatenheid, zooals ze altijd bij
+jongens had vermoed, klapte in de handen en riep: "mooi, mooi! O,
+laten we straks toch gaan dansen."
+
+"Praeses, mag ik nu misschien 's het woord," riep Gerard, den
+betrokkene, die zich heel weinig met de tafel bemoeide, en juist bezig
+was z'n meisje 'n roos in 't haar te steken, met 'n notedop gooiend.
+
+"Och kerel, laat me met rust. Ik heb vanavond toch niet de
+leiding. Doe, wat je niet laten kunt, maar bel dan eerst om 'n paar
+nieuwe flesschen."
+
+Gerard sprak met overtuiging, terwijl hij eerst, 'n beetje over de
+tafel geleund, Han en Else nog 's hartelijk gelukwenschte, daarna
+zich richtte tot de meisjes in 't algemeen, die voor 't eerst 'n
+feestje met hen hadden willen meemaken.
+
+"Ik weet, jullie hebben eenvoudig-weg: ja, gezegd, omdat je ons als
+vrienden beschouwt, en met ons 't verlovingsfeest, waar we allemaal
+blij om zijn, wilde vieren. Jullie hebt er geen ernstige theorieën bij
+verkondigd; maar ik zie, zooals jullie hier nu vroolijk en gezellig
+in ons midden bent, jullie toch als baanbreeksters van het nieuwe
+leven, waar de verhouding tusschen jongens en meisjes 'n wezenlijk
+vriendschappelijke, wezenlijk elkaar steunende zal zijn. Hoeveel goed
+dat ons, jongens, zal doen,--we weten 't hier wel allemaal van onszelf,
+dat de meisjes veel aan ons te verbeteren zullen hebben--"
+
+"Wij nog meer aan de meisjes, àls er iets aan te verbeteren valt,"
+viel Beerenstijn uit, maar Hans bedreigde 'm met de spuitwatersiphon,
+en Gerard maakte er nu maar gauw 'n eind aan, met te drinken op de
+goeie verhouding en den bloei van de leden van "Laborando vincimus".
+
+"Mag ik 't woord, praeses," drong Beerenstijn, "om te herinneren
+aan 'n uitspraak van Erasmus in "stultitiae laus", dat de grootste
+aantrekkelijkheid van de vrouw--"
+
+"Meneer Beerenstijn, ik verzoek u de stemming niet te storen...." beval
+Han plechtig, maar Frieda viel levendig in: "Ik weet, wat je
+meent. Oppervlakkig is er iets vóór te zeggen. Maar je ziet in
+meisjes-studenten te veel 't liefhebberen in de wetenschap; je hebt
+er zeker nog nooit ontmoet, bij wie 't wezenlijk ernst is, als bij
+'n man."
+
+"Dat heb ik wel; jou bijvoorbeeld. Daarom heb ik ook heelemaal niet
+'t land aan je; maar je bent nu 'n kameraad geworden, geen meisje meer
+voor me,--maar zooals die 't doen,"--hij keek naar Else en Go--"dat
+'s vleesch noch visch."
+
+"'t Zijn toch aardige kinderen."
+
+"Als ze niet studeerden. Als ze niet hun grootste charme: hun
+onwetendheid, zoo gauw mogelijk trachtten kwijt te raken. Ik wil geen
+vrouw, die net zooveel weet als ik, of 't zich tenminste verbeeldt. En
+ze worden leelijk."
+
+"Dat hoeft niet," riep Eduard; en Go vond vreemd, dat hij ook op
+zoo'n manier over meisjes praten kon. Ze kreeg 't gevoel, of voor
+jongens ze toch voorloopig nog wel iets heel ver-afs moesten blijven,
+half vereerd, half getiranniseerd, als 'n weeldedingetje.
+
+Gerard zag 't in haar oogen. "Hoe denk-je nú over de leden van ons
+dispuut? Nóg geavanceerd, of wel 'n beetje bekrompen en banaal?"
+
+Maar nu riep De Veer, of hij eindelijk ook 's wat mocht zeggen,
+en ze keerden zich allen verwachtend naar het stralende, opgewonden
+jongensgezicht, waarin de donkere oogen als zonnetjes flonkerden.
+
+"Ik spreek naar aanleiding van den toost van Leeden, en ik heb er
+niet vooruit over nagedacht en niet klaargemaakt, wat ik wou zeggen--"
+
+"O, jerum!" zuchtte Hans, "als dat dan maar goed afloopt."
+
+"Maar 'k wil uiten, wat ik voel, en dat is: blijdschap en
+verwachting. Ik heb, terwijl Gerard sprak daareven, 'n visioen gehad;
+dat was: de algeheele verbroedering en verzustering. Ik zag de meisjes
+op onze kroeg, tusschen ons, met potten bier...."
+
+Men begon zachtjes te proesten. Han alleen zat 'n beetje gespannen,
+met z'n mes in de hand, om af te tikken, wanneer 't te erg werd.
+
+"Ik zag ze met ons meedoen op de rijjolen, mee inklimmen in de huizen."
+
+Het werd rumoeriger aan tafel; het lachen steeg.
+
+"Ik weet 't wel; we zijn nog ver af van dat alles. En ik weet niet,
+of ik dien ideaal-toestand nog meemaken zal, als student."
+
+"Studeer maar door, op dezelfde manier, als je bezig bent; dan
+heb-je veel kans," interrompeerde Gerard; maar de redenaar hernam
+onverstoorbaar:
+
+"Er moet nog veel veranderen, voor we zoover zijn. De meisjes
+moeten veel sterker worden, dat ze er beter tegen kunnen 'n nacht
+op te blijven.... ze moeten meer wijn leeren drinken,"--en hij keek
+verwijtend naar de glazen van Else en Go, die nog half vol waren;
+Frieda was geheel-onthoudster--"hun kleeding moet veranderd worden,
+dat ze gemakkelijker alles mee kunnen doen...."
+
+Nu tikte Henri: "Dank u, meneer De Veer; 't is genoeg geweest."
+
+De tafel lag flauw. "Kerel, kerel," hikte Hans, "je bent
+onbetaalbaar. Laat-ie toch doorgaan, meneer de praeses, als hij ergens
+ter wereld iets nog dwazers verzinnen kan."
+
+"Maar ik meen het," verweerde De Veer zich, toch niet gepiqueerd,
+"op 't oogenblik mag 't vreemd lijken, maar over 'n jaar of tien...."
+
+"Gekken," mompelde Beerenstijn, die juist zag, dat Henri en Else samen
+van een bordje aten, "als er hier nog een geëngageerd paar komt, ga
+'k er uit."
+
+En z'n oogen bliksemden naar Eduard, die 'n waterlelie uit z'n
+sinaasappelschil voor Go maakte.
+
+"Omdat die vent nu zekere capaciteiten heeft, die wij, jongens, niet
+in 'm kunnen waardeeren," zei hij tegen Frieda, "moet 't hier nou
+per se 'n backfischen-bewaarplaats worden; die vinden 'm natuurlijk
+allerliefst."
+
+Go had zich hartelijk naar De Veer overgebogen; haar oogen waren
+diep donkerblauw in haar warm gezicht: "Laat je eens bij ons op de
+club introduceeren, Wim," zei ze vertrouwelijk, "dan zul-je 's zien,
+dat van gezamenlijk fuiven zoo gauw nog niets komen zal; we zijn daar
+zoo ernstig, zoo wijs...."
+
+"O, meneer, daar benne ze van de pelisie," kwam de juffrouw ontzet,
+"der mag geen muziek meer gemaakt worden, 'et is half drie.... ze
+wille binne."
+
+"Nou láát maar," zei Han laconiek, "dan krijgen ze óók een
+glaasje,"--en dan tegen 't strijkje: "Goeie broeders, pakken jullie
+de bullen nou maar in en bedankt voor je praestaties."
+
+"Maar dan ga ik toch naar huis," zei Frieda opstaande.
+
+"En 't dansen dan?" vroeg Gerard, "we hebben nu de muziek juist
+noodig."
+
+De strenge politiedienaar posteerde zich in de gang. "Hè, hoe zonde,
+het dansen," klaagde Gootje, en Eduard sloeg even den arm om 'r heen,
+draaide rond, 'n wals tusschen de tanden neuriënd.
+
+"Mantels, hoeden," schreeuwde Hans als 'n omroeper.
+
+"Neem jullie wat bloemen mee, meisjes!" vroeg Han, de rozen voor
+Else inpakkend.
+
+"In naam der wet er uit!" gilde de kleine Rolands; wat Eduard stil
+deed staan en zeggen: "God, ventje ben-jij er ook nog, en den heelen
+avond wakker geweest.... en Hoefman ook.... die was natuurlijk net
+bijna zoo ver, dat-ie 'n dichterlijke speech in elkaar had, en nu
+hebben we 'm den heelen avond niet gehoord."
+
+"Pak je goed in," zei Gerard bezorgd tegen Go, "je bent zoo warm."
+
+"Ready?" schreeuwde Beerenstijn, die met den agent naar beneden
+was geloopen.
+
+"Een, twee, drie, zeven, negen, elf. We zijn compleet," telde Gerard
+de leden. "Hoe gaan we nu verder?"
+
+"We blijven bij elkaar; eerst naar Frieda's huis; allons, enfants."
+
+'t Was doodstil op straat, en 'n koude nacht. Ze werden vanzelf er
+allemaal kalmer door. Go dacht, hoe moe ze den volgenden ochtend
+zou zijn; ze zou wel niet naar college kunnen. Ze hoorde Hans, die
+classicus was, met den schuchteren Hoefman boomen over de studie in
+de Nederlandsche letteren.
+
+"Toch wel lollige lui, die ouê snuiters," vond Hans, maar Hoefman zei:
+
+"Misschien spreek ik met te weinig zaakkennis, maar behalve Hooft
+en Vondel lijkt 't me toch niet veel. De Reinaert.... nou ja, heel
+aardig; maar toch niet zóó, dat 't een literatuur redt. En later
+Potgieter en Beets en Staring; dat lijkt allemaal zoo ver af; zooveel
+verder dan Franschen of Duitschers van denzelfden tijd... 't is zoo
+burgerlijk-degelijk, zoo gezond en soliede, dat je zelf ook stevig
+op je beenen moet staan, wil je 't kunnen appreciëeren... en wie is
+zoo, tegenwoordig..."
+
+"Vooral omdat 't mode is, dat mislukte, dweperige genieën en
+sentimenteele meisjes die studie kiezen," bromde Beerenstijn, in de
+hoop, zoowel Hoefman als Margo te kwetsen.
+
+Maar Eduard zei juist: "Hoe grappig toch, dat jullie zelf den sleutel
+hebt; zoo niets voor 'n meisje."
+
+En dat vond ze, voor 't eerst, niet prettig, zich verwonderend, dat
+jongens er juist zooveel tegen hadden, als meisjes meer met hen mee
+gingen leven; hen beter gingen begrijpen.
+
+"Slaap lekker, wel te rusten; nàcht, nàcht!" riepen de heldere stemmen
+over 't stille grachtje.
+
+En de meisjes klapten de deur dicht.
+
+Maar bleven in de schemerige gang, waar alleen 'n klein olielampje op
+'t meterkastje brandde, nog even stil luisteren naar de voetstappen,
+hol-opklinkend bij 't gaan over de oude brug.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+
+Go stond 'n beetje te treuzelen in de gang bij 't college-lokaal,
+knoopte haar regenmantel langzaam dicht, huiverende om z'n
+vochtigheid. De meeste jongens waren al weg gestommeld, na eerst
+bij de deur 'n cigaret te hebben opgestoken, en die scherpe geur was
+prikkelend in de vochtige atmosfeer blijven hangen, hinderde Go aan
+haar verkouden-ontstoken keel.
+
+"Breng je me misschien naar den trein?" vroeg Lou, die spoorstudent
+was.
+
+"Nee, 't kind is veel te verkouden," besliste Coba, het andere
+eerste-jaartje, dat en pension leefde bij 'n groote, gezellige
+familie. "Ga met mij mee; mevrouw heeft zeker thee, en dan kan 'k je
+'n kleedje laten zien, dat 'k voor haar wil maken."
+
+Go schudde 't hoofd: "Nee; 'k ga maar dadelijk naar huis. Zoo ellendig
+zulk weer, als je net zoo verkouden bent. Nee, dank je; 'k heb geen
+zin om mee te gaan; 'n andere keer 's."
+
+Maar loopend door de druilige gang, waarvan ze de zware deur slechts
+met moeite open kon hijschen, dacht ze, hoe ongezellig ze haar kamer
+vinden zou, verlaten, somber, zonder vuur;--de juffrouw zou wel uit
+zijn of visite hebben; de menschen in huis met elkaar vroolijk en
+gezellig,--niemand zich bekommerend om haar; nee, 't was maar beter,
+als ze niet ging, vóór 't eten; dan werd er tenminste op haar gerekend,
+zou de kachel branden, en Else er zijn;--zou ze die nu misschien van
+college gaan halen? maar natuurlijk had ze 'n afspraak met Henri; dat
+was elken dag zoo, en 't sprak ook vanzelf;--de bibliotheek.... ja,
+dat zou het beste, 't eenige zijn. Ze kon 'r responsie voor Hooft vast
+prepareeren. Mogelijk zou er ook iemand zijn, die ze kende. Gerard
+niet, dien had ze dien ochtend nog gesproken, ging den heelen dag naar
+Den Haag met Hans, om 'n kamerzitting bij te wonen; Eduard misschien,
+of Frieda; of Mary Bruining, waar ze altijd nog 's naar toe zou gaan.
+
+Wat was de gang somber en bedompt met al die natte jassen en parapluies
+en overschoenen, en hoe druilig zag de boekenzaal er uit door het
+glimmerige glas. Zacht suisden de deuren dicht en weer open; de
+menschen liepen voorzichtig en bedaard, praatten met fluisterende
+stemmen en matte lachjes. En het jongetje, dat de boeken aansjouwde
+had 'n verschrompeld, wit gezichtje, als 'n heel oud mannetje, terwijl
+hij al die wijsheid toch alleen maar met z'n handen aanraakte en z'n
+hoofd er niet mee hoefde te martelen.
+
+Ze ging naar de groote boekenkast rechts, om de zware, in-zich-zelf
+gekeerde woordenboeken van de plank te kantelen, en voor zich op te
+stellen op 'n nabij tafeltje. Ze moest eigenlijk 'n beetje lachen om
+al die wichtigheid; zóó au sérieux kon ze haar studie niet nemen,
+dat ze vond in deze omgeving van geleerdheid en ernst te passen;
+ze voelde zich veel meer 'n kind, dat, in vader's studeerkamer
+binnengeslopen, blijven mag, zoolang ze niet lastig is. Onwillekeurig
+keek ze 's door de zaal, of de anderen 't ook niet grappig vonden,
+maar de stil-gebogen hoofden hadden niet bewogen, en een man, die
+met 'n paar dikke wetboeken de zaal door ging, keek langs haar heen,
+met niet-zienden blik.
+
+Ze ging nu stil zitten, en dacht, dat 't toch wel 'n rustige zaal
+hier was: donker eiken met dof goud, de voetstappen gedempt door het
+dikke cocos. Maar ook triestig, kloosterachtig, om de dikke, ijzeren
+hekken voor de ramen, waarachter het nat-verwaaide tuintje lag met
+de kale heesters. Hoe desolaat was het stille Leiden op zóó'n dag;
+haast niemand op den weg, niets te zien dan droeve boomen en het doffe
+grachtewater, en de oude, suffe huizen, waarvan de oogen blind leken.
+
+Ze dacht nu ook weer aan den ouden tuin achter college, die toen ze pas
+aankwam schitterend van tinten en herfstverkleuringen was geweest, en
+haar dezen middag door 't beregende venster zoo'n allerdroevigst beeld
+van verwaarloozing had geschenen. Dikke hoopen rottende blaren overal
+op den doorweekten grond, schraal-uitgeschoten, omvergewaaide heesters
+over de grasperken, afgeknakte wingerdranken over het priëeltje; en
+dan steeds maar door regen, stilletjes neersijpelend en druppend van
+alle boomen en huizen.... Nooit mocht er iemand komen in den tuin. En
+die eenzaamheid van jaren maakte 'm nog zieliger....
+
+Ze moest maar liever met 'r rug naar 't raam gaan zitten; dat uitkijken
+in zoo'n regenstad maakte maar melancoliek. Zoo kon ze ook rustiger
+zien, wie er waren, en dan gaan werken, want daarvoor was ze toch
+gekomen.
+
+In den hoek aan den overkant zaten 'n paar meisjes, die samen uit een
+boek lazen en excerpeerden: ze waren er in, met opgewonden toewijding,
+niet met het rustige, overgegevene, waarmee ze jongens hier werken zag.
+
+Wat kende ze toch betrekkelijk nog weinig studenten: die van "Laborando
+vincimus," en van college: en nog 'n paar, die ze zoo's toevallig bij
+andere meisjes had ontmoet,--maar van die hier nu zaten, niemand. En
+twaalfhonderd waren er in deze stad. Hoe weinigen daarvan zou ze
+ooit kennen: hoeveel aardigen, die wat voor haar zouden kunnen zijn,
+nooit bereiken. Dat Indische jongetje nu b.v. tegen den glasmuur;
+wat 'n sympathiek, intelligent gezicht; en wat goedig, zooals hij
+het boeken-sjouwertje op den schouder tikte en toelachte. En die
+bleeke man bij de groote tafel, met die extatische oogen, en z'n
+lange, doorschijnende handen. Dat zou wel van de studie komen, de
+"romantische". Maar als ze niet werkte, zou zij dat nooit vinden;
+en ze steunde haar koortsig hoofd in de hand; wat bonsde het hevig,
+en ze was zoo dof.
+
+"Vast alleens--de l is hier verdubbeld evenals in alleen voor
+al-een--gink het den graave van Hoorne, die, neemende zijnen weg door
+een' anderen hoek der huizing, van Hieronimo de Salinas, burghvooght
+van Portheroole...."
+
+Het tochtte in haar hals, en de rillingen gleden griezelig van haar
+achterhoofd door haar rug;--ze moest eigenlijk ergens anders gaan
+zitten, maar die boeken waren zoo zwaar; ze voelde 't 's avonds
+altijd aan haar polsen, als ze 's middags op de bibliotheek gewerkt
+had--"meer dan in haar hoofd," had Hans geplaagd....
+
+"Burghvooght van Portheroole"--waar zou dat liggen? Zou het 'n stad
+zijn? De professor vroeg soms de onverwachtste dingen en 't was
+zoo naar, als je zeggen moest, dat je 't niet opgezocht hadt. Zacht
+haar stoel achteruit-schuivend stond ze op, gleed de mat over, langs
+de gloeiende kachel; daar links stonden de boeken voor geographie,
+geloofde ze. Ach, 't was zoo moeilijk 'n beetje den weg te leeren
+kennen, 'n beetje te begrijpen, hoe je studeeren moet. Dat daar
+in de hoogte moest ze hebben: "Lexicon der Geographie";--maar ze
+kon er niet bij;--zou ze vragen aan dien langen,--zou ze op 'n
+stoel klimmen?.... Ze lachte; ze voelde zelf, dat 't grappig was,
+zooals ze daar stond, in de hoogte, met 'r armen vol; ze bloosde,
+en blozend zag ze naar de anderen;--niemand keek; ze zaten daar stil
+over hun boeken gebogen, verdiept in hun belangwekkende wetenschap,
+en wat 'n kinderachtig meisje voor toeren maakte achter hun rug,
+daar stoorde zich niemand aan.
+
+Ze voelde 'n boosheid in zich opkoken, terwijl ze nerveus de bladzijden
+omsloeg: jongens, studenten, waren dat jonge menschen? waren dat
+frissche, gezonde menschen, die in hun boek bleven kijken, als 'n
+aardig meisje iets grappigs deed; die niet merkten, of ze binnenkwam
+of wegging; voor wie ze niets dan 'n ook-studeerende was? Ze wist:
+ze was nooit coquet geweest; van klein kind af had ze een afkeer gehad
+van aanstellerij, en ze had altijd met de jongens van school open en
+eenvoudig omgegaan. Maar ze had 'n sterk ontwikkeld vrouwelijk gevoel,
+dat maakte, dat ze altijd als haar prettig recht had aangenomen,
+als de leeraren en leerlingen in hun levendige belangstelling en
+hartelijkheid dat ondefiniëerbare, aangenaam-eerbiedige en toch
+teedere hadden gelegd, dat haar deed voelen, dat ze 'n meisje was.
+
+Dit bewustzijn was in àl haar doen, en ze wist, dat 't natuurlijk
+en dus ook goed was; ze had instinctmatig gevoeld, dat Frieda het
+niet kende, daarom misschien wel zoo buitengewoon geschikt voor
+studie was;--maar dan moest zij er maar minder geschikt voor zijn,
+'t verloochenen deed ze toch niet, en uitdrogen, als die jongens
+hier, daarin had ze ook geen zin. Portheroole kon ze niet vinden,
+en voor haar part kon de geheele universiteit worden afgebroken,
+als je zóó van de studie worden moest, de "romantische" studie. Als
+'t college-uur uit was, en de professor de deur achter zich had dicht
+gedaan, dan had ze verwacht, dat de vrijgelaten jeugd als losgebroken
+geiten door elkaar zou springen, en lachen en praten en op de tafels
+klimmen.... maar dan bleven al die jonge-menschen-onder-elkaar,
+zonder toezicht, stil zitten doorschrijven, tot ze ook de laatste
+woorden van wijsheid zorgvuldig hadden opgepend, en dan schoven ze
+langzaam de gang in, de jongens rookend en dof pratend in groepjes,
+de meisjes zeurig-hangend in het kamertje, waar hun kleeren lagen en
+'n lucht was van bleekpoeder en gestoofd eten.
+
+Natuurlijk, ze waren geen kinderen meer; en de studie had hun
+wezenlijke belangstelling. Maar in den vrijen tijd moesten ze toch
+jongens en meisjes blijven, die jong waren, geen dictaten-penners,
+zonder leeftijd.
+
+Die ellendige gematigdheid in alles! Nu had 't vier uur geslagen;
+dan werd de bibliotheek gesloten. Er was de laatste vijf minuten
+niet telkens op de klok gekeken, of 't nog geen tijd zou zijn;
+maar nu was er ook geen teleurstelling, dat 't al zoo laat was;
+niemand wilde nog gejaagd wat afmaken; geen dacht er over zich tegen
+'t reglement te verzetten.
+
+Het bleeke kind-mannetje zette de deuren open, en in de boekenzaal werd
+'n beetje luider gesproken.
+
+"Dat's wéér 'n dag," dacht Go op de gezichten te lezen, die telkens
+beleefd de langzaam-wegstappende werkers groetten. Ze zag ze nog
+voor zich uitloopen op 't Rapenburg, met tragen, vasten gang, en was
+blij, toen ze De Veer tegenkwam, te paard, met z'n pet achterover op
+z'n hoofd.
+
+"Ik ben naar "de Vink" geweest; wel wat nat! mag 'k 'n eindje met je
+mee rijden?"
+
+Go lachte: "Je zit daar zoo hoog, dat 'k m'n verkouden stem niet
+zoover uitzetten kan."
+
+"Ik kan er toch niet afkomen; dat is zoo'n manoeuvre! Je moet warme
+punch drinken, als je keelpijn hebt."
+
+"Jongen, we houën er geen wijnkelder op na!"
+
+"Zeg, is 't waarachtig waar, dat jullie op júllie kroeg alleen
+limonade drinken?"
+
+"En thee!"
+
+"Limonade en thee! Good gracious! Het is ongeloofelijk! Moest je
+in ons corps komen! Maar dat is ook buitengewoon. Het Leidsche
+corps is 't beste, dat er is; dat is bekend. En ik weet, dat jij
+'t er leuk zou vinden. We hebben laatst op 'n nacht 'n fakkeltocht
+over de daken gehouden. Toen heb ik aan je gedacht. Het zou wel wat
+lastig voor je geweest zijn, maar 'k weet zeker, dat je graag zou
+zijn meegegaan. Nog een grappige geschiedenis met 'n agent, die 't
+huis binnenkwam, en per se m'n naam wou weten, die 'k nou 's niet
+zeggen wilde. Heel gemoedelijk alles. De kerel kreeg 'n sigaar en
+'n pot bier. Maar later zijn we gaan vechten. Die snee, zie-je."
+
+"Maar Wim; je doet toch erg dwaze dingen, geloof ik," berispte Go, die
+'t toch eigenlijk alleen maar grappig vond, terwijl ze moest denken,
+wat moeder daar wel van zeggen zou, vechten met 'n agent, in den nacht
+op straat. "Maar die fakkeltocht zou ik dol-graag hebben meegemaakt."
+
+"Ja, hoe jullie dat uithouden, zonder feesten, begrijp ik niet. Het
+is zoo iets heerlijks, 's nachts in 'n bakje of op de kroeg. Of
+'n fijn dinertje na 'n examen."
+
+"Je hebt dus nog al plezier in je leven?"
+
+Hij lachte, en tikte z'n paard even op den hals: "Ken-je "Rotte
+Blaren", die bundel studenten-versjes? Daaronder is er een, waarin
+wijze menschen ernstig vragen, waarom we toch zoo fuiven en jolijt
+maken, en drinken? En dan is 't onveranderlijke antwoord: "omdat 't
+lollig is". En dat zeg ik altijd bij alles, en zooláng ik 't lollig
+vind, blijf ik zoo doen. Ik heb 't land aan kerels, die fuiven zonder
+er plezier in te hebben. Ik geniet van elk feest; "omdat 't lollig
+is." En z'n stem sloeg om in 'n joligen schater.
+
+Ze waren nu bij de Breestraat gekomen, en Go wilde den hoek omgaan.
+
+"Laten we liever de Apothekersdijk nemen," sloeg hij voor; maar Go
+dreigde 'm, begrijpend-lachend, met haar vinger: "O, groote meneer de
+reformator; die droomt van daktochten maken, en nachtelijke rijtoeren,
+met meisjes er bij,--maar 't niet waagt op klaar-lichten dag met zoo'n
+wezentje langs de kroeg te komen;--gaat u maar alleen de Breestraat
+in, en denk onderweg 's over theorie en practijk na."
+
+"'t Is niet om mij," verdedigde hij zich, "geloof me, Gootje. Mij
+zou zoo iets geen kwaad doen; maar ze zouên kletsen over jou, en dat
+'s niet noodig."
+
+"En is dat nu dat hoogstaande corps?"
+
+"Och, ze hangen wat erg aan traditie.... Je stuurt me weg; toch niet
+boos, hè? Eet emser-pastilles vanavond."
+
+Hij groette met z'n rijzweep, keek knikkend nog 's lachende om.
+
+En ze verwonderde zich, hoe die "vrij-gevochten schooier" er tegenop
+kon zien met haar langs de kroeg te gaan. Wat kon iemand er nu
+in godsnaam over te zeggen hebben, dat ze naast 'm liep. 'n Rare
+maatschappij hier! 't Was háár nog niet duidelijk.
+
+En ze legde haar hand tegen 'r heet hoofd, dat branderig bonsde bij
+de slapen.
+
+
+
+Na het eten had Else haar ingestopt op de canapé, de kachel flink
+opgestookt, en was toen naar 'r kamer gegaan, omdat er een paar
+meisjes van college bij haar zouden komen; de twee anderen waren
+ook geëngageerd, maar nog in stilte, en nu wilden ze, als eerste
+huisvrouwelijke praestatie, voor zich zelf 'n blouse gaan maken. Het
+goed was gekocht, en er zwierven ook al rare, vlinderige papieren door
+Else's kamer, maar dien avond zou de reusachtige lap in drieën worden
+gedeeld en verder verwerkt; en daarom had Go geen gebruik gemaakt van
+de vriendelijke aanbieding, of ze haar ook gezelschap zouden komen
+houden, want de tafel moest in 'n hoek, dat ze ruimte zouden hebben
+op den grond om te knippen, en ze voorzag 'n gelach zonder einde,
+waartegen haar pijnlijk hoofd nu niet bestand zou zijn.
+
+Ze was eigenlijk bang, dat ze ziek worden zou; aan tafel had ze niet
+kunnen eten, en 'r hoest was zoo pijnlijk en hol. Els had gezegd,
+dat ze beter deed naar bed te gaan, maar ze wist, dat ze zich zoo
+rampzalig zou voelen, als ze alleen in de donkere kamer lag, ook al
+kwam 't nichtje telkens goedig naar haar kijken. Het was toch zoo
+iets anders, dan ziek zijn thuis. Nu voelde ze weer 's, hoe slecht
+ze moeder en allemaal kon missen.
+
+Zooals ze daar lag, kon ze net de portretten op de schrijftafel zien:
+goeie moesje, wat zou ze nu doen? zeker 'r dutje,--o nee, 't was
+Vrijdag, en dan werd de huiskamer altijd gedaan, en hielp moeder zelf
+nog 's avonds met kleedjes neerleggen en étagère-beeldjes schikken. Het
+rook nu heelemaal naar was in de kamer,.... maar om dat te merken, zou
+ze nu toch te verkouden zijn. Ze zou in 'n makkelijken stoel bij de
+kachel zitten, met 'n glas citroen naast zich, en de kinderen zouden
+'n beetje stil moeten zijn. "Go heeft hoofdpijn." En moeder zou 'r
+hand op haar voorhoofd leggen, en zeggen: "Heb je wel warme voeten,
+meid; wil je me stoof eens hebben?" En dan weer: "Mietje, ga jij
+vast sluiten op de oudste juffrouw 'r kamer, en steek 't licht op,
+want ze gaat vanavond wat vroeg naar bed."
+
+Uit Else's kamer klonk het vroolijke gelach door de suitedeuren heen,
+en er kwamen tranen in Go's oogen van zelf-medelijden; o ja, vrienden
+en vriendinnen had ze hier genoeg; maar wie bekommerde zich om haar,
+als 'r wat scheelde. "Eet emser-pastilles," had De Veer gezegd, en
+Else: "Je moest maar naar bed gaan." Maar daarmee was 't ook uit,
+en nu lag ze alleen, en de kachel was bijna leeggebrand, maar ze kòn
+er niet toe komen om op te staan, en 'm zelf bij te vullen.
+
+Maar je bent toch gewoon 'n beetje verkouden, kalmeerde ze zichzelf,
+daarvoor hoeft de heele wereld toch geen meelijdend, droevig gezicht
+te zetten.
+
+En ze hoestte blaffend met 't hoofd in de handen, benauwd ophijgend,
+toen 't weer was bedaard, terwijl uit de andere kamer voortdurend
+gegiechel en gejoel doorklinken bleef.
+
+Nu werd er gebeld. Ze dacht, dat 't Henri of nog 'n blouse-meisje
+zijn zou, maar 'n flinke klop klepperde op haar deur, en Gerard's
+vriendelijk gezicht kwam in de opening.
+
+"Jij?" riep ze verbaasd, en probeerde zich uit de shawls en
+avondmantels los te werken.
+
+"Nee, stil, blijf maar liggen; ik kwam maar 's even vragen, hoe
+'t is met de patiënt; ik had eigenlijk gedacht, dat je naar bed zou
+zijn gegaan;.... je zag er vanochtend niets goed uit, en Hoefman,
+die ik er naar vroeg, zei, dat je erg gehoest hadt op college."
+
+"Verkouden; 't is niets," zei ze, dankbaar naar 'm opziende. "Els
+heeft me warm ingepakt; morgen zal 't wel weer over zijn."
+
+"Ik had je juffrouw 'n opdracht willen geven," zei hij, z'n verregende
+city-bag op tafel zettend, "maar toen ik hoorde, dat jullie thuis
+waren, wilde ik 't liever tegen Elsi zeggen, maar waar is die?"
+
+"O, die heeft meisjes bij zich, om 'n blouse te maken; ik zal ze
+even roepen; nee, ik kan wel; dank je." En Go wond zich vlug uit de
+omhulsels los, schoof de suitedeuren open.
+
+"Nee, nee, dicht," gilde 't haar angstig tegemoet, en ze zag in
+den hoek der kamer, de drie meisjes in hun onderlijfjes angstig
+opeengedrukt staan, en de grond met kleedingstukken en lappen
+goed bestrooid. Snel sloot ze de deur achter zich, en "wat doen
+jullie?" vroeg ze verbaasd. "Gerard Leeden wou je wat vragen, Else."
+
+"Ach, 't was zoo lastig met passen telkens, dat aan- en uitkleeden,"
+verontschuldigde Else, "en we hadden 't toch al zoo warm van den
+inspannenden arbeid. De gangdeur is afgesloten... en we dachten niet,
+dat jij..."
+
+"Maar trek nu even je blouse aan, en kom binnen... komen jullie
+dan ook."
+
+Gerard had intusschen zijn city-bag opengemaakt, hield Go nu een
+beetje verlegen 'n flesch wijn en 'n met kruidnagelen bestoken
+citroentje voor.
+
+"Bij ons geldt dit als 'n onfeilbaar middel tegen verkoudheid:
+warme wijn met kruidnagelen," zei hij onzeker. "Als je dit drinkt,
+vóór je naar bed gaat, word-je door en door warm, en je voelt je den
+volgenden dag altijd veel beter. Ik dacht, dat jullie hier geen wijn
+hebben zoudt, en daarom...."
+
+Alweer tranen. Go werd er ongeduldig van, en omdat hij z'n beide
+handen vol had, pakte ze'm bij z'n arm, spontaan, hartelijk: "Wat is
+dat vreeselijk lief van je, Gerard," zei ze zacht. "Ik kan je niet
+zeggen, hoe buitengewoon lief ik dát van je vind."
+
+"In 'n trekpot moet je 'm warm maken," zei hij, en wilde al weer
+naar de deur gaan, maar nu hield ze 'm terug, zette hem resoluut
+op 'n stoel, en riep: "Nee, nu moet je natuurlijk hier blijven,
+en meedrinken. Dacht je, dat ik de heele flesch alleen op kon! De
+Veer zegt immers ook, dat meisjes niet drinken kunnen. Wil-je warme,
+of gewoon koud? O, we hebben zooveel wijnglazen van de vorige heeren,
+en ze zijn nog nooit gebruikt!"
+
+Ze liep nu opgewonden de kamer op en neer. "Komen jullie
+toch!" schreeuwde ze door de suitedeuren. "Ik geef 'n wijn-fuif. Willen
+jullie warme wijn met kruidnagelen, of koude? Maak toch voort. Nu
+hebben we onze groote wijnkast niet voor niets. Nu komt er 'n leege
+flesch in."
+
+Verbaasd kwamen de anderen binnen, het was 'n gelach en gepraat
+en dooreengeloop, dat 't Gerard toescheen, of de heele kamer vol
+meisjes was.
+
+"Ga toch zitten," zei hij tegen Go, "en laat Elsi er voor zorgen. Je
+ziet er wezenlijk niet goed uit, en je bent zoo opgewonden."
+
+"Verbeelding! Ik voel me best. Nee maar, dat zal ik aan moeder
+vertellen. Dat is 'n heerlijk middel tegen verkoudheid. Je voelt,
+dat je er beter van wordt. Nog beter dan de warme punch, die De Veer
+me aanried."
+
+Ze vertelde nu, dat ze'm dien middag gesproken had; ook van hun
+afscheid op den hoek van de Breestraat. "Waarom nou, hè; wat zouën
+ze daar nu over hebben kunnen zeggen?"
+
+Gerard keek even voor zich uit. "Ben-je wel 's 's avonds door 'n
+student thuis gebracht en heb-je wel gemerkt, dat z'n vrienden 'm
+dan niet groetten? Dat is alles om dezelfde reden."
+
+Go haalde de schouders op. "Ik begrijp niet..."
+
+Maar hij viel haar in de rede. "Dat is ook niet noodig. There's
+something rotten in the state.--Maar nu ga ik weg, want je moet gauw
+onder de wol. Neem nog 'n glas mee naar je kamer, en ga morgen niet
+uit, als 't zulk slecht weer is."
+
+"Ja dokter," lachte Gootje, maar in haar handdruk lag haar ernstige
+dankbaarheid.
+
+En toen ze dien nacht rondwoelde, hoestend en koortsig in haar donker
+bed, terwijl Else rustig ademend niets van haar merkte, vergat ze
+toch geen oogenblik het heerlijke, veilige, dat ze hier ook 'n goede,
+groote vriend had, die voor 'r zorgen wou.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+
+Go zat op haar bureau voor 't raam, liet het Sint-Nicolaas-handwerk
+op haar schoot rusten.
+
+"Toe, Elsi, kom nu toch 's kijken, het is zoo'n eenig gezicht."
+
+"Wacht éven, ik ben zoo klaar...." en Else schreef ernstig voort in
+het huishoudboek, dat ze de laatste weken hield: "melk.... iedere dag
+twee pinten, dat is f 1,10.... boter f 0,45.... van de week heeft de
+juffrouw suiker gehaald, hè?.... brood 5 × 7 cent.... dat is 35.... is
+de gasrekening al betaald.... en kolen?"
+
+"Och, kom nu toch, je moet dien bangen jongen zien; die durft gewoon
+de helling van de brug niet op;.... kijk die glijen.... och heer,
+daar komt onze juffrouw ook; dat mensch moest niet uitgaan, nu 't
+zoo glad is,.... als ze vàlt.... o, daar gaat onze buurman; 't is,
+of hij op rolletjes loopt."
+
+Else had haar kas nu in den steek gelaten, en kwam naast Go voor het
+met sneeuw omrande venster staan. De huizen aan den overkant waren wit
+toegedekt, wat de altijd doodsche achtermuren nóg triester maakte,
+en Go wees Else op het kleine plaatsje, waar het kippenhok stond,
+dat bijna onzichtbaar was geworden.
+
+"Wat lijkt 't nu op een ets van Witsen, en de lucht ziet nog zoo grauw;
+er zal nog heel wat komen, denk ik."
+
+"Ik hou van sneeuw; 't maakt alles zoo licht--en hier is 't wel
+buitengewoon grappig met dat bruggetje."
+
+"Hoor, hoor, nu komen de kinderen uit school."
+
+Stappen en stemmetjes werden luider door de zware lucht en 'n heele
+groep kleine meisjes in capes, de kappen over de losse haren getrokken,
+kwamen glijdend en stoeiend voorbij het raam, bleven dichtbij staan om
+elkaar te kochelen, en sneeuwballen te werpen naar 'n grooten hond,
+die ze blaffend nasprong. Tot 'n blozend dienstmeisje gillend door
+ze heen vloog, nagezeten door 'n smidsjongen, wien de blanke sneeuw
+smolt in de zwarte handen.
+
+"Leuk!" zeiden ze samen, lachend, zoo ver mogelijk ze naoogend. "Wat
+gezellig, dat we dadelijk er door moeten naar college."
+
+En Else dacht, dat ze echt wel graag eens ingewreven wilde worden, maar
+niet door zoo'n smidsjongen, die zwarte vlekken maakte in je gezicht.
+
+"Kijk nóu 's," stootte Go haar opeens aan, toen ze vlak bij college
+waren: Louis Hoefman stond met 'n kleur op z'n triestig gezicht bij
+'n boom en gooide armen vol naar Lize, die meer perplex dan geërgerd
+zich omgedraaid had, om te vragen, wat 'm bezielde, en nu de vochtige
+sneeuwmassa vlak in 't gezicht kreeg, terwijl de aanvaller, als
+ontzet over z'n eigen stoutmoedigheid, z'n hoed voor haar afnam,
+maar toch weer 'n nieuwe bal pakte.
+
+"Niet kijken," zei Else goedig, "ze denken, dat niemand ze ziet,
+maar wat is die Louis toch 'n rare jongen."
+
+"Hij valt me toch mee," dacht Go, terwijl ze naar binnen ging,
+en toen Lize even later, druipend en met 'n kleur, het kamertje
+inkwam, brommend over: "die lamme sneeuw en die idiote jongens",
+keek ze haar met meer belangstelling aan dan gewoonlijk, en vond
+'r niet zoo vreeselijk leelijk, nu ze 'n kleur had, en 'r haar wat
+losgeraakt was uit den strengen wrong.
+
+"Hoor de jongens vandaag 's in de gang," zei ze lachend, en ze vond
+prettig te merken, dat de aandacht onder historische grammatica
+merkbaar leed door het blanke gevlok achter den rug van den
+professor. Zij zelf keek stil in den witten tuin, die zoo mooi was
+met de blinkende boomen, en de ongereptheid van den gladden grond. Er
+was den heelen dag weer niemand in geweest; alles was in volkomen
+natuurlijkheid, zooals de sneeuw zelf zich 'n plaatsje had gezocht:
+op de teere takjes van de heg, tusschen de verroeste harktanden,
+en over den hoop dorre blaren tegen den muur.
+
+Alles was iets heel bizonders geworden, en vooral toen het lichter
+werd, nog soms maar 'n enkel vlokje daalde, leek het 'n sprookjestuin.
+
+Maar toen de professor z'n boeken had dichtgeslagen en weggegleden
+was met 'n korten groet, was opeens aan het droomen 'n einde geweest
+door het uitgelaten losbreken van de jongens, die de altijd-gesloten
+deur openrukten en den onberoerd-slapenden tuin opschrikten met het
+luide gelach van hun jonge stemmen en de klatering van hun roepen,
+terwijl hun voeten gaten maakten in de blanke, vlakke sneeuw, en hun
+handen er breed in grepen om ze elkaar toe te gooien.
+
+"Kom dames!" vroeg Hoefman, en Go liep met Lou en Coba stralend naar
+buiten, als verblind blijvend staan van al den glans om haar heen,
+want jubelend was de zon doorgebroken, en deed de takken glinsteren
+als facetjes van diamanten.
+
+Maar 'n bal vloog rakelings langs haar oor, en snel bukkend pakte
+ze de witte poedersneeuw, en wierp terug in den wilde, naar den
+hoek, waar zwarte jongenslijven joelend dooreen krioelden. Het
+werd 'n sneeuwgevecht met ononderbroken ballenwisseling. De
+oudere-jaars-meisjes keken lachend door de beslagen ramen; ook Lize
+was niet te bewegen geweest mee te doen, waarom Louis trachtte, door
+'t van boven-open venster sneeuw in de collegezaal te werpen.
+
+Nu werd het 'n drijfjacht in den tuin: de rokken bijeen genomen rende
+Go schaterlachend om de witte perken, over den witten grond; aan
+alle kanten bedreigd, wierp ze zich midden over 't gras, struikelde,
+viel.... haar haarspelden lagen in de sneeuw verspreid, elk krulletje
+droop langs haar roode wangen.
+
+"Genade.... hou op.... ik moet toch nog naar binnen!" lachte ze,
+haar coiffure-attributen verzamelend, terwijl het bombardement om
+haar voortduurde: "Laat me er door; ik kan zóó toch niet op college
+zitten." En hijgend zich door de jongens heen werkend, liep ze bijna
+den professor omver, die de les al kwam hervatten. "O, pardon,"
+prevelde ze beschaamd, het haar wegstrijkend uit haar verlegen oogen,
+maar hij lachte vaderlijk, schoon 'n beetje ironisch: "Wat hebben
+we 'n pret gehad!" en ze voelde, dat hij haar wèl 'n erg kind vond,
+maar aan z'n eigen dochtertje dacht, van wie hij dit ook aardig zou
+hebben gevonden.
+
+Ze was er dankbaar voor, trachtte daarom op te letten, toen de ernst
+weer begonnen was, maar schrijven kon ze niet; haar handen waren te
+verkleumd en gezwollen; en achter in de zaal bleef 't te gezellig
+en roezig om haar aandacht op de stem van den professor te kunnen
+concentreeren. Ze zag, dat 'n paar jongens sneeuw mee naar binnen
+hadden genomen, en met de smeltende hoopjes elkaar stilletjes zaten
+te gooien onder de tafel. Een had 'n stukje ijs op Hoefman's zwart
+haar gelegd, zonder dat hij het bemerkte en nu viel er telkens
+'n druppel langs z'n voorhoofd; dan schrikte hij op, veegde 'm af,
+verbaasd, lachte even, tot-ie opeens iets voelde op z'n hoofd, 't
+afschudde, en 't ijs met 'n plets op z'n dictaat-cahier viel. "Echte
+kinderen," dacht Go, "en 't is eigenlijk enorm flauw";--maar ze genoot
+van het "schooltje", fluisterde giechelend met Coba over Hoefman's
+onschuldig-verwonderd gezicht; tot ze weer bedacht, dat ze op moest
+letten, en, haar gloeiend gezicht in de tintelende handen, zich naar
+den professor wendde: hoe lief van 'm, dat hij om haar gelachen had,
+en niet boos was geworden, toen de jongens zoo lang bleven voetenvegen
+in de gang. Hoe echt-menschelijk, zich er wel in te kunnen denken,
+wat zalig sneeuw was voor jonge menschen,--al streefden ze er ook
+naar doctor in de Nederlandsche letteren te worden.
+
+Nu had een jongen 'n stukje sneeuw in den halsboord van z'n buurman
+laten glijden; lieve hemel, wat 'n kinderen toch; en waren dat
+dezelfden, die ze 'n paar weken geleden op de bibliotheek voor oude,
+uitgedroogde mannetjes had uitgemaakt, die alle vermogen van jeugd in
+halsstarrig studeeren hadden verloren!.... Och ja; je kon de dingen
+soms zoo verschillend zien; en als ze maar niet koortsig was, bleken de
+menschen toch nog zoo kwaad niet. Ze generaliseerde altijd zoo gauw,
+en wie naar 'n bibliotheek ging, kwam er toch om te werken, en niet
+om naar meisjes te kijken.... en op college eigenlijk ook.... alleen
+met sneeuw....
+
+.... Lize boog zich over haar tafeltje, legde stil 'n briefje naast
+haar neer; ze keek verbaasd: van Hoefman;.... die jongen had z'n
+"jour" vandaag.... onherkenbaar van levendigheid.... Stil las ze
+onder haar hand:
+
+"Weet je, dat Van Neerwinden vanmiddag om vier uur uitslag heeft? Ga-je
+er misschien heen?"
+
+Ze scheurde 'n blaadje uit haar cahier, pende dadelijk terug: "Zullen
+we samen gaan? Ik ben nog nooit in de universiteit geweest! zou hij
+er door komen?"
+
+Na college wachtte hij in de gang. "Ik dacht wel, dat je 't niet
+weten zou. Het is nog al geheim gehouden, en je kijkt zeker nooit
+op het bord." En hij legde haar uit, dat op 't zwarte bord voor de
+universiteit altijd de examen-papiertjes werden opgehangen, maar dat
+Neerwinden het land had aan zoo'n stroom vrienden.... en er èrg veel
+had--en er daarom niemand over had gesproken.
+
+"Maar zou hij 't dan niet vervelend vinden, als wij komen?"
+
+"De leden van Laborando vincimus hooren er toch bij--en het zal wel
+in orde wezen; 't eerste gedeelte was perfect."
+
+Toen zweeg hij, keek 'n beetje naar den grond, vroeg eindelijk ineens
+bruusk: "Is die juffrouw Schermer niet een heel aardig meisje? Weet
+je ook, waaróm ze geen lid wilde worden?"
+
+"Ze heeft het te druk," antwoordde Go vriendelijk, zelf vol kinderlijke
+belangstelling in de sympathie van den dichterlijken droomer voor de
+uiterlijk-antipathieke, stugge Lize. "Ze móet vlug haar examens doen,
+zie-je, en daarom werkt ze aan één stuk door, en gaat nooit uit."
+
+"Maar dat kàn toch niet goed zijn. Ze ziet zoo bleek."
+
+"Ja," knikte Go, de oogen naar 't bord, waar ze het papiertje zág:
+Faculteit Rechtswetenschap--E. van Neerwinden--en ze bedacht, dat
+hij nu bezig was.
+
+"Ben je 'n vriendin van haar?" vroeg hij in de donkere vestibule.
+
+"Ik kom wel eens bij haar, maar 't is niet makkelijk intiem met haar
+te worden." Haar aandacht keerde zich van hem af, zoodra ze binnen
+waren, en vol verbazing bleef ze telkens op de breede trap staan,
+om de teekeningen op de muren te bewonderen.
+
+"Wat is dat allemaal?" vroeg ze, en toen ze op 't portaal waren
+gekomen, vergat ze stil te zijn: "O, kijk toch, kijk 's, wat
+verschrikkelijk aardig...." en ze liep van den eenen kant naar den
+anderen om al die grappige studenten-caricaturen te bekijken.
+
+Gerard was er al, kwam lachend, met uitgestoken hand, naar haar toe:
+"Wil-je wel 's gauw je 'n beetje stil houden; je brengt met je drukte
+den examinandus heelemaal in de war... kijk.... daar-is-ie," en hij
+wees naar de gele deur, waar "facultas iuridica" boven stond. "Kom
+nou hier, in 't zweetkamertje; dan kunnen we praten."
+
+Han stond met Else voor het raam te kijken: "Hoe wist jij 't?" vroeg
+ze, "Han vertelde 't me vanmiddag."
+
+Er waren meer jongens, die Go niet kende; ze praatten allemaal
+zacht en gedempt, en het was er kil en triestig. 'n Droef, grijs
+licht viel door het gordijnlooze raam op den houten vloer, en de met
+namen bekerfde tafel. De groote kachel stond in 'n hoek als 'n zwart,
+dood ding; er waren 'n paar gele, gesloten kasten, 'n paar stoelen;
+'n karaf water met glazen.... meer niets. Maar de wit-gekalkte
+muren leefden; niet grappig, niet vermakelijk, als in het portaal,
+maar met nerveus-makende krabbels en spreuken en handteekeningen, en,
+aangegrepen door 'n akelige onrust, begon Go die namen te lezen, met:
+"hic sudavit, sed non frustra....", beginnend laag bij den grond en
+opklimmend tot hoog boven den schoorsteen en de kachel, zoodat ze
+niet begrijpen kon, hoe iemand ooit zoo hoog had kunnen reiken.
+
+Frieda was ook gekomen, op haar eigen stille, zachte manier, zat
+nu aan tafel te praten met 'n paar vakgenooten over de kansen van
+'n nieuw-te-benoemen professor. Op de gang was het volkomen, akelig
+stil, en onwillekeurig keerde Go zich tot Gerard, zei huiverig:
+"'t Is net, of alle angst, die hier ooit gevoeld is, tusschen deze
+muren is blijven hangen; je wordt hier al akelig als je binnenkomt."
+
+"Nu, dat zal dan ook langzamerhand 'n heel pak verschrikking moeten
+zijn, als je 's rekent hoeveel generaties vóór ons, hier al eens in
+hoop en vreeze hebben neergezeten."
+
+En om haar af te leiden ging hij over de sneeuw praten, liet zich
+lachend vertellen, wat ze dien middag op college hadden gedaan, en
+toen weer de stilte dreigde, begon hij over Sint Nicolaas, en of ze
+haar surprises al klaar had.
+
+Z'n harde, sterke stem werkte kalmeerend op haar, en ze vertelde
+'n grapje van laatst onder Gotisch, toen de professor het had over
+satem- en centum-talen, en samenvallen van explosivae en palatalen,
+en allerlei meer onbegrijpelijkheid.
+
+"'n Beetje ánders wel," lachte Gerard, maar ze haalde nerveus de
+schouders op, zei: "Ik weet niet; ik voelde, dat ik er toch niet
+bij kon, en ging zitten denken over 'n inktlap voor Broer.... ik
+schijn daarbij den professor heel diepzinnig te hebben aangekeken,
+want ik wilde de zeempjes meteen voor versiering laten dienen, en
+dan donkergroen laken er onder;.... juist op 't oogenblik, dat ik 't
+duidelijk voor me zie, buigt hij zich voorover en zegt: "Ik geloof,
+u hebt ergens moeite mee, juffrouw Herderts; begrijpt u niet, dat
+de gelabialiseerde velaren.... en enfin, weer 'n heeleboel van die
+rarigheid, die ik niet eens navertellen kan.... Ik zei, dat ik net
+met mezelf tot klaarheid was gekomen, maar was doodsbang, dat hij de
+ontwerpjes in m'n cahier zou zien."
+
+Daar was Hans. "Is hij er nog niet eens uit? 't Is kwart over."
+
+Go schrikte, maar Rolands zei, dat hij er ook te laat was ingegaan.
+
+"Hoe was-tie? Nog al kalm?"
+
+"Ach, zoo. Hij had nog al beroerd geslapen vannacht."
+
+Er begon nu onrust onder de menschen te komen; ze schoven naar de deur;
+de goeiige pedel keek op z'n horloge, grapte, dat 't nu lang genoeg was
+geweest, dat-ie de heeren 's zou gaan zeggen, dat het uit moest zijn.
+
+"Hij zal zoo moe zijn," zei Go zacht tegen Gerard, maar die ging
+er niet op door, praatte luchtig tegen Hans over 'n voetbalmatch
+van den vorigen Zondag. Andere jongens kwamen er bij, dandy-achtige
+heertjes, die allemaal iets hadden, dat Go even aan Eduard denken
+deed. Ze stonden in 'n groote groep; alleen Henri en Else waren in
+het kamertje gebleven.
+
+"Maar wat zie-jij er vreeselijk slecht uit, Elders," zei Frieda
+opeens tegen Hans. Ze noemde de jongens altijd bij hun achternamen,
+ook hierin toonend haar mannelijke vriendschap.
+
+Allen keken nu naar Hans, die lachend 't eerst onzin heeten wilde,
+toen, geprest, bekende: "Dat komt, omdat ik heelemaal niet naar bed
+ben geweest .... Ik heb vannacht laat zitten werken, en ben toen
+tegen zes uur naar Katwijk gefietst. Je zou 't niet denken, maar
+'t is van ochtend 'n prachtige zonsopgang geweest; wel veel wolken,
+maar enorm, zie-je!"
+
+"Malle kerel, je hebt natuurlijk kou gevat," plaagden ze, en een nieuw
+verhaal begon aan den anderen kant van 't clubje; maar Go hoorde hem
+nog zeggen met z'n lieve, dankbare stem:
+
+"Het was buitengewoon, zie-je.... Zoolang de zon nog opgaat, kan toch
+niemand beweren, dat er niet 'n heeleboel moois is in 't leven."
+
+Daar ging de deur open, en allen draaiden zich in 'n ruk om. Eduard,
+in rok met 'n witte das, bleek met nerveuse vlam-kleurtjes onder
+z'n oogen, kwam met onzekeren lach naar hen toe, en, dadelijk 'm
+insluitend, vielen ze op 'm aan, met dof-gemompeld, voorzichtig
+vragen. Hij haalde de schouders op, streek over z'n hoofd; hij wist
+'t niet; aan 't eind was-t-ie gaan rijden, omdat-ie zoo moe werd;
+ze hadden 'm ook te lang gehouden, hè? hoe laat was 't nou?
+
+Ze vergeleken hun horloges; de oude pedel klopte 'm goedig op z'n
+rug: 't zal wel losloopen. Maar hij maakte zich ongeduldig uit de
+belangstelling los, liep 't kamertje in om water te drinken, ging
+toen in de deurpost staan.
+
+De anderen bleven onder elkaar overleggen, vroegen de juristen,
+wat ze er van dachten; en hij werd 'n beetje spraakzamer, noemde
+'n paar dingen, die hij niet had geweten.
+
+"God kerel, die weet ik nòg niet, en ik ben nu toch doctorandus,"
+kalmeerde 'n donkere man.
+
+Ze zwegen weer; 'n paar jongens tikten met hun wandelstokken.
+
+"Wat duurt 't lang," fluisterde Go.
+
+"Dat is 'n goed teeken."
+
+"Dat weet je niet."
+
+"Ik kan gerust nog 'n kwartier wachten," zei Eduard met 'n nerveus
+lachje, "dat kan me niets schelen." En hij slingerde z'n horloge
+tegen de deur heen en weer.
+
+"Komt er geen familie van je?"
+
+"Niemand weet 't, goddank."
+
+"Zou Bruno je afhalen?" vroeg Frieda, trachtend hem af te leiden. "Wat
+krijgt hij, als je er bént?"
+
+Een begon zachtjes te fluiten, ze stonden allemaal naar Eduard en
+naar elkaar te kijken, en niemand wist meer, wat hij zeggen moest.
+
+"'t Is half."
+
+"Nee, 't heeft nog niet geslagen."
+
+"Je bent altijd voor."
+
+"Ga 's luisteren aan de deur."
+
+Ze slopen de trappen op, leunden 't oor aan het sleutelgat.
+
+"Ik hoor niets."
+
+"Stil nou, vent.... ze lachen."
+
+"Ze lachen.... je bent er, hoor!"
+
+"Zouën ze daar zoo'n pret om hebben?" vroeg hij bitter.
+
+"Ik heb beloofd dadelijk z'n ploerterij te gaan waarschuwen, als hij
+er is, om de vlag. M'n fiets staat beneden," fluisterde Rolands.
+
+Er kwam iemand de trap op; in spanning hoorden ze de voetstappen.
+
+"O, van de krant."
+
+"Beroerling," bromde Gerard, "wat gaat 't 'em an."
+
+"Maar kerel, 't is z'n baantje."
+
+De stilte. Eduard kraakte een voor een z'n lange, witte vingers.
+
+"La dernière heure d'un condamné," trachtte de pedel op te wekken,
+maar hij bleef norsch kijken, zuchtte.
+
+Opeens: de bel.
+
+Vlug schuifelend met z'n oud, dik lijf schoof de pedel naar binnen;
+terug weer: "Wilt u maar komen, meneer."
+
+Even stonden ze in spanning, half vooruit-willend, half wijkend: maar
+triomfantelijk-wijd werd de deur achter 'm open gehouden; de pedel
+wenkte, 'n vriendelijke professor achter de groene tafel wenkte ook: ze
+stroomden binnen, schuifelden nóg, terwijl 't speechje al begonnen was.
+
+"Met zeer veel genoegen," mompelde Gerard, "ze hebben waarachtig
+alleen zoo lang gedelibereerd, of ze ook "cum" zouden geven."
+
+Go stond naast 'm, met tranen in de oogen; ze was zoo bang geweest en
+nu zoo blij, en 't was zoo plechtig met al die heeren achter de tafel.
+
+En zoodra 't uit was, stormde ze de trappen af naar buiten, rende
+door de dikke sneeuw, met 'r mond open, om lucht te krijgen. Ze was
+zoo blij, zoo blij--maar ze had 'm niet kunnen feliciteeren, want
+dan had ze zich zeker niet goed kunnen houden.
+
+
+
+Toen ze 's avonds naar Lize toeging--die goeie Hoefman, ze zou zien
+het gesprek op hém te brengen; ze wilde immers iedereen in alles
+helpen--hoorde ze bij Levedag het jolig lawaai van vroolijke stemmen,
+en in de lichte gang zag ze veel zwarte ruggen en gladde hoofden,
+die allemaal naar iets schenen te kijken, dat heel grappig was.
+
+"Eddy, Eddy," hoorde ze roepen, en ze stelde zich voor z'n fijn,
+stralend gezicht, en de hartelijke vroolijkheid hem ter eere.
+
+Hoe dol graag zou ze toch 's zoo'n jongens-fuif meemaken; zoo 's
+echt meegenieten in onbezorgde joligheid. En bij deze zou ze wel
+'t liefst van alle zijn geweest.
+
+Droomerig ging ze langs z'n huis, op 't maan-witte Rapenburg; de
+ramen stonden open, de kamer was leeg. Maar uit 't dakvenster hing
+stil en statig de lange vlag, onbeweeglijk in den blanken winternacht,
+zegeteeken van zijn overwinning.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI.
+
+
+'s Morgens was het tweede dochtertje hen komen roepen, had het hoofd
+om de deur gestoken, en met 't Leidsche zangetje afgerateld: "En
+complement van Pa, dames, en dat we 'n kindje hebben gekregen." En de
+dames--dadelijk wakker--waren vol belangstelling geweest om te hooren,
+of 't 'n jongen of 'n meisje was, en wanneer het was geboren, welke
+bizonderheden het kind met 'n veel-wetend, wijs gezichtje ernstig ten
+beste had gegeven, de armen in de zij, zooals ze buurvrouwen altijd
+zag praten.
+
+En toen ze--aangekleed--in de voorkamer waren gekomen, hadden ze juist
+het rijtuig met den kleinen doopeling en 'n deftig in-zwart-lustre
+gekleede tante zien wegrijden naar de kerk, en na 'n half uurtje bij
+'t terugkomen "Pa" kunnen bewonderen met 'n hoogen hoed op.
+
+"Wat 'n drukte voor die menschen!" zei Go peinzend, terwijl ze
+samen de ontbijttafel afruimden, want ze wilden niet schellen, omdat
+dat misschien de kraamvrouw hinderen zou. "Vin-je eigenlijk niet,
+dat we konden zeggen, dat ze vandaag niet voor ons hoeven te koken;
+we kunnen best in 't Vegetarisch gaan, en 't oudste meisje zal de
+handen zóó vol hebben."
+
+Ja; wat 'n familie toch, hè; nou zijn 't er negen! En wat zal 't 'n
+moeite kosten zoo'n bende 'n beetje stil te houden.... 't Is jammer,
+dat ze nu juist overhoop liggen met hiernaast, over dien omgevallen
+vuilnisemmer, anders konden die er 'n paar nemen."
+
+En Else keek Go onzeker-vragend aan.
+
+Ja, waarom niet?" zei ze, dadelijk begrijpend. "We kunnen best 's één
+keertje college verzuimen, en 't zijn zulke leuke kinderen. Zullen
+we 't samen even gaan vragen? Riek en Joostje maar, hè; die zullen
+'t lastigst wezen."
+
+'n Half uurtje later werden de kinderen in hun zondagsche kleertjes
+beneden gebracht. Ze stonden eerst 'n beetje verlegen in de mooie
+kamer, waar ze anders nooit in mochten van moeder, maar Go nam
+dadelijk de kleine Riek op haar arm, en begon haar de platen aan
+den muur te laten zien, er prettig onder pratend met haar hooge,
+vroolijke stem,--terwijl Else, éven onzeker, want ze was heelemaal
+niet gewoon met kinderen om te gaan, den stevigen, dikken Joost in de
+hoogte tilde, en--van den anderen kant beginnend,--hetzelfde spelletje
+deed, ofschoon ze in 'n oogenblik buiten adem was van de zwaarte, en,
+klagend zich naar Go omdraaiend, zei, dat de moderne schilderkunst
+er zoo'n afschuw van had 'n "geval", iets dramatisch' te geven,
+en ze daarom wezenlijk geen verhaaltjes voor Joostje bedenken kon.
+
+Toen maakten ze voor ieder 'n boterham met suiker, wat ze 'n heeleboel
+nader tot elkaar bracht, want Joostje deelde mee: dat hij er nog
+een wou, en Riek, dat ze "zoo kleefde"..., waarop ze mee naar de
+slaapkamer werden genomen om gewasschen te worden, en netjes gemaakt,
+want ze zouden nu inkoopen voor de koffie gaan doen.
+
+Ze liepen ieder met 'n kindje over het zonnige grachtje, en de buren
+keken hun oogen uit; ze deden om de beurt de boodschappen in den
+winkel: 'n bus chocoladepoeder, kleine kaakjes, 'n bal en muisjes
+natuurlijk--en, vooral tegen Else, die heel statig deed, zei iedereen:
+"mevrouw", met eerbiedigen stemklank.
+
+"Ik geloof, dat ze mij voor je kinderjuffrouw aanzien," zei Go spijtig,
+die Riekje op den arm had genomen, omdat ze moe werd; en met haar
+klein hoedje en kort trotteurtje er wezenlijk niets "mevrouwig" uitzag.
+
+"Kom, nu moeten we nog vleesch hebben; waar houën jullie veel
+van? Rookvleesch?" vroeg Else.
+
+"'t Is voor op de boterham," legde Go nader uit, "hou-je van
+leverworst?"
+
+Joost zweeg filosofisch, maar toen ze in den winkel waren, wees hij
+met 'n verheugd gezichtje naar 'n homp komijne-kaas: "Dàt," zei hij
+verrukt, en schoon Else akelig werd van de lucht alleen, nam Go het
+vettige pakje bereidwillig in haar arm, vriendelijk-pratend tegen
+Riekje, die neiging had te gaan huilen, omdat ze niets begreep,
+van wat er met haar gebeurde.
+
+Na de koffie gingen ze ballen in de gang, tot Riek, die nog heelemaal
+niet vangen kon, zich vervelend, om moeder begon te huilen, maar
+Joostje verzekerde, dat hij blijven wou, en bromde op "die nare meid",
+om wie ze nu naar binnen moesten, waar ze stil naar 'n verhaaltje
+moesten luisteren, tot de chocolademelk klaar zou zijn, die de
+niet-vertellende tante in groote koppen roerde. Toen was Riekje weer
+gaan huilen, omdat ze haar tong had gebrand, en nu kwamen er allerlei
+boeken met vreemde prenten voor den dag, waar de donkere tante weer bij
+vertelde; en eindelijk deed ze, of ze Sint-Nicolaas was, en strooide
+kaakjes over den grond, en Riek en hij moesten overal rondkruipen,
+en 't was heel grappig, en de tantes kropen ook mee over den grond,
+maar alle kaakjes, die zij vonden, gaven ze aan Riek, omdat die weer
+boos werd, omdat hij er meer had.... en toen kwam zus, en moesten ze
+boven gaan eten.
+
+"Ik ben er moe van," zei Else, toen ze samen van Ceres terug kwamen,
+"en verbeeld-je, dat je er negen hebt, en dan dag aan dag."
+
+"Terwijl jij uit bent, haal ik toch nog even Joostje beneden," zei
+Go innig. "Dat is zoo'n schat, en die maakt je ook niet moe.... Riek
+is nog wat klein.... zal wel naar bed zijn."
+
+Ze stak alleen haar studeerlamp aan, en ging met Joost op haar schoot
+op de canapé zitten, waar het bijna donker was. Het hinderde haar niet,
+dat z'n handjes vuil en warm waren, en dat er 'n burgerluchtje van
+bleekpoeder en slechte zeep aan z'n goed en z'n gezichtje was. Ze
+leunde haar wang op z'n borstelige, warme haarbol, en verwonderde
+er zich over, dat ze, toen haar eigen broertjes en zusjes zoo klein
+waren, nooit dát gevoel van onzegbare teederheid voor ze had gehad,
+dat haar nu de tranen in de oogen bracht. Het zou wel komen, omdat ze
+toen zelf nog zooveel jonger was, zelf nog te veel kind, dat teederheid
+vroeg in plaats van te geven. Ze had wel veel van ze gehouden altijd,
+en met ze gesold en gestoeid, maar ze kon zich niet herinneren ooit zoo
+stil te hebben gezeten in 'n schemerige kamer, met een kindje tegen
+zich aan, en dat heerlijk te hebben gevonden. Eerst hadden ze nog
+'n beetje gepraat over 't nieuwe broertje, en of hij den volgenden
+dag weer wou komen spelen?.... ja, hij wou wel,--maar tante moest dan
+naar háár moeder toe, en haar eigen broertjes en zusjes,... maar die
+waren al grooter dan Joostje;--toen was hij stil geworden, moe van
+den drukken dag, en hij sliep nu bijna, maar bewoog toch telkens,
+ging met z'n knuistjes over de kleine, vergulde knoopjes van haar
+halsboord, of draaide aan de ringen van haar hand.
+
+Daar werd gebeld. "Nu moeten we even samen open doen, Joostje. Dat kan
+toch tante Else nog niet zijn," en met 't kind om den hals ging ze weer
+naar de deur: dien heelen dag had ze al als bellemeisje dienst gedaan.
+
+Juffrouw, is juffrouw Gerzon.... god, Go, ben jij 't?" En Eduard van
+Neerwinden keek haar vol verbazing in 't blozende gezicht, en dan naar
+'t kind, dat zich stevig aan haar vastklemde.
+
+Ja, Else is uit.... en de juffrouw heeft 'n kindje gekregen, en
+nu hebben wij de kleintjes bij ons gehad;... maar kom toch binnen;
+ze komt gauw terug."
+
+"Maar die kleine baas?" Eduard gaf 'm 'n tikje op de roode wang,
+en Go was blij, dat hij zoo lief was tegen kinderen.
+
+"O, als je goed vindt, breng 'k 'm eventjes naar boven toe. Hij moet
+toch naar bed, hè vent? Wacht; dit moet je meenemen"--en ze gaf 'm
+'n reep chocolaad,--"zeg nu meneer goeiennacht,... neem 'n stoel,
+zeg; ik kom zóó terug."
+
+"Nacht oome," zei 't kind gedwee, en Go proestte, terwijl ze de
+kamer uitliep; het was zóó dwaas, zoo'n elegante jongen, zoo'n
+hyper-verfijnde "oome" te hooren noemen.
+
+Hij keek om zich heen, om 'n beetje idee te krijgen van haar smaak
+en haar ontwikkeling: die groengekapte studeerlamp gaf 'n aardige
+verlichting, maar wat er aan den muur hing, m'n hemel, wat was dat
+hopeloos banaal en onpersoonlijk, zoo echt, wat je op elke kamer
+vinden kon: de "Jeugd" van Pier Pander in 't wit-met-goud-lijstje,
+'n chromogravure van "Let the baby pass", 'n bont-bloemige kalender,
+'n sentimenteel-bolwangige "Mignon" uit de "Jugend", en 'n paar
+neutrale landschapjes, vermoedelijk uit 'n album van "moderne kunst"
+of zoo iets.
+
+Op de schrijftafel 'n rijtje prachtbandjes van de beste moderne
+Hollanders: Kloos, Van Deyssel, Gorter, Roland Holst, Hélène Swarth,
+zelfs Boutens--maar van buitenlanders niets dan 'n dun deeltje Shelley,
+waarom hij ongeduldig de schouders ophaalde: cultuur nihil natuurlijk,
+niets gelezen dan wat je op 'n gymnasium van duitsche, fransche en
+engelsche klassieken leert; en verder 'r hoofd volgepropt met die
+heerlijke, prachtige, rijke, hollandsche literatuur, waar in de heele
+wereld toch maar zeker niets boven gaat.... alleen maar Shelley; en
+gemelijk nam hij de portretten op, die er naast stonden, bleef geboeid
+nu kijken naar die groote, gezellige familie, die gemoedelijke vader
+en moeder met al dat kroost er om heen, zeven telde hij, en Go zelf,
+dat 's acht; wat 'n leuke troep.... en aardige snuitjes, ze lijken
+op elkaar.... Go heeft 't zelfde als dat kleintje.... En hij stond
+er nog mee in z'n hand, toen ze weer binnenkwam, keek haar nu ánders
+aan, scheen haar beter te begrijpen, nu hij wist, dat ze de oudste
+van zoo'n groote familie was.
+
+"Wat moet jíj 'n gezellig thuis hebben," zei hij hartelijk, en ze
+vond het prettig, dat hij de portretjes aardig vond, en kwam naast
+'m staan, om hem er over uit te leggen: "Die broer volgt op mij; hij
+is nu in de vijfde van de jongens-burger, en wil architect worden;
+dat zusje is op 'n particuliere school,--ze is 'n beetje zwak, en
+houdt veel van huishouden;--hij gaat op 't gym,.... en vin-je dát geen
+schat: 't is 'n bengel, zie je; maar 'k geloof, dat er wat in zit;
+hij schildert zoo aardig, en nu heeft Pa 'm op de teeken-academie
+gedaan,.... de kleintjes zijn nog op de lagere school; kijk, dit is
+de jongste.... ze is acht."
+
+"Die lijkt op jou," zei hij, 't portret fixeerend, maar ze zei
+wat bruusk:
+
+"Wel nee, die is sprekend vader, en iedereen zegt, dat ik op moeder
+lijk," maar bang, dat hij boos zou worden om haar tegenspreken, vroeg
+ze gauw, of hij geen heerlijk gevoel had, nu dat examen achter den
+rug was, en of hij niet blij was met z'n mooie iudicium.
+
+Hij dankte haar nu voor 't briefje met gelukwenschen, dat ze 'm
+had gezonden, maar begreep niet, waarom ze 't niet mondeling had
+gedaan. Hij herinnerde zich toch, dat hij 'r in de gang gezien
+had.--Och; ze was zenuwachtig geweest;.... ze was maar dadelijk
+weggeloopen....
+
+"Maar de fuif was toch zeker wel erg prettig, hè?" Ze ging zachtjes
+heen en weer in den hoek van de kamer, stil bezig met thee te zetten,
+en zoo ongemerkt mogelijk den rommel van de chocolade-partij van dien
+middag op te bergen.
+
+"Ja, 't was 'n dolle boel; we hebben er na nog gereden, naar Den Dijl."
+
+"Ik kwam 's avonds door de Breestraat.... en ik hoorde de vroolijkheid;
+ik was toch zoo dolgraag even naar binnen geloopen, om tenminste
+'n uurtje mee te doen."
+
+Hij nam in gedachten de thee van haar aan, tikte met z'n smallen voet
+op den rand van de kachel.
+
+"Je hebt er, geloof ik, geen idee van, hoe 't op die fuiven eigenlijk
+toegaat, en hoe wij, jongens, doen, als we onder elkaar zijn."
+
+"Nee, dat heb ik ook niet," bekende Go ernstig, "wij meisjes zijn
+nooit zoo 's echt kinderlijk-uitgelaten, zoo 's jolig-dwaas."
+
+"Dat zijn wij ook haast nooit. Ik geloof, dat ik in m'n heele leven
+pas één onschuldig-leuken fuif heb meegemaakt: op de kermis, toen er
+'n rutschbaan was,.... of nee, nóg wel 's 'n fakkeltocht, of als we
+hardliepen of worstelen gingen.... maar bijna altijd...."
+
+Hij legde 'n paar beuken blokken op den haard, die knetterend vlam
+vatten, en 'n lekkeren geur gaven in de kamer. De gloed speelde
+over Go's luisterend gezicht, en hij voelde zich getroffen door de
+veilige stilte van de kamer met de dikke, gesloten gordijnen, en de
+ouderwetsche deur; de welbekende stad van jolijt en onvoldaanheid
+scheen hier iets verafs, 'n akelig fantoom, en, zonder zich rekenschap
+te geven, wáárom hij tegen dit kind open wilde spreken,--was 't
+wezenlijk 'n behoefte zich te uiten, of slechts 'n nieuwe, om haar
+onverwachtheid te aantrekkelijker pose--, begon hij met z'n zachte,
+moeë stem:
+
+"Jullie meisjes kunnen je zoo heelemaal geen voorstelling maken, hoe
+wij eigenlijk zijn, als we ons niet in bedwang houden. Ik geloof,
+dat jullie altijd precies eender bent, of er jongens bij zijn, of
+dat je onder elkaar praat. En daarom denken jullie dat natuurlijk
+ook van ons;.... maar 't is zoo anders, we hebben eenvoudig 'n ander
+vocabularium, als we onder elkaar zijn; op de kroeg wordt bijna
+geen gesprek gevoerd, waar 'n meisje naar zou kunnen luisteren;--ik
+begrijp niet, hoe lui als De Veer, die dat toch allemaal weten,
+over de mogelijkheid kunnen spreken, dat de clubs nog 's zouden
+samensmelten.... Het is 'n eeuwen ingeroest kwaad; en wie dàt zou
+willen veranderen...."
+
+Go zat 'm aldoor aan te kijken, haar groote, grijs-blauwe oogen vol
+triestige ongeloovigheid, en nu viel ze kort en overtuigd in: "Maar
+ik begrijp het niet.... ik weet ook zeker, dat 't niet waar is. Als
+jullie ook wel over verkeerde dingen praat, dan is dat 'n aanwensel,
+'n slechte gewoonte, die de een van den ander overneemt; maar je zoudt
+het eigenlijk allemaal met plezier laten. Zooals jullie bent, waar
+wij bij zijn, zooals je dan praat, zooals je je dan voor allerlei
+dingen interesseert, zoo ben je eigenlijk.... Jij bent eigenlijk,
+zooals je nú bent.... dat weet ik zeker, en je stelt je aan, als je
+doet, of je 'n slechte jongen was.... En daarom zou 't zoo goed zijn,
+als wij, meisjes, op de kroeg kwamen; het zou voor ons allemaal zoo
+vreeselijk goed zijn. We zouden elkaar zoo aanzetten om ons voor meer
+dingen te interesseeren, we zouden zooveel beter worden."
+
+"Wat weet je er van, van de hopeloosheid, redding-onmogelijkheid,
+van de meesten in ons corps? Je bent 'n meisje, èn eerstejaars.... Je
+weet zoo weinig van ònze wereld, en van de misère en den ondergang
+van het mooiste onder ons."
+
+"Ik vóel het," zei Go, de oogen vol tranen. "Dáárom wil 'k juist
+helpen."
+
+Hij schudde het hoofd; wat 'n kind was ze nog, met zoo'n spontaan
+vertrouwen in de kracht van haar wil en haar vrouw-zijn; met zoo'n
+fellen drang tot verzet tegen 't onvermijdelijke.
+
+"Vonden ze thuis niet heel erg je hierheen te laten gaan?"
+
+En hij dacht, hoe hij z'n dochter nooit in 'n studentenstad zou willen
+sturen; hij zou 'r veilig thuis houden in volkomen onwetendheid,
+en dan laten trouwen, overgaande van de eene afhankelijkheid in de
+andere, zonder levens-bewust-worden. De vrouw wás lief als "bezit",
+als 'n levend ding, dat zich heelemaal gaf; zoodra ze iets van den
+man ging overnemen, werd ze onverdraaglijk om haar niet-te-miskennen
+inferioriteit;... hij glimlachte even bij 't idee, wat Go zou zeggen,
+als ze die "ouderwetsche" gedachten van 'm wist; hij kende de vrouw
+nu eenmaal niet anders...
+
+"Ach neen, er bleven er toch nog zooveel, en ik kom iedere week weer
+thuis! Waar wonen jouw ouders eigenlijk?"
+
+"Ze zijn al heel lang in Italië.... sinds m'n broertje gestorven
+is. Toen is moeder ziek geworden; en nu blijven ze daar in 't zachte
+klimaat en m'n vader schildert er veel in de museums. Ik ben tot
+m'n zestiende jaar bij hen geweest; toen hebben ze me naar Holland
+gestuurd, om voor 't staatsexamen opgeleid te worden, en daarna
+heb ik ze nog maar eens gezien; dat is vijf jaar geleden. Toen heb
+'k drie maanden in Milaan bij ze gelogeerd."
+
+"O, hoe akelig, dat je geen thuis hier hebt." En Go dacht, of hij niet
+'s een vacantie bij hún zou kunnen komen; want moeder zou hij zeker
+aardig vinden, al was 't verder te druk en te burgerlijk voor hem.
+
+"Och, ik heb veel vrienden, en kom ook nog al bij familie aan
+huis.... 't Is al zoo lang zoo, dat ik 't me niet anders meer
+voorstellen kan.... Eerst vond ik 't wel heel akelig, want ik was
+juist altijd meer met m'n vader en moeder samen geweest, dan andere
+jongens.... Ik had 'n gouverneur aan huis, en ze gaven me ook zelf les,
+vooral in muziek en in kunst- en literatuurgeschiedenis.... Toen ik bij
+den rector in Arnhem was, vond ik eerst alles erg raar, en de jongens
+plomp en onbeschaafd,.... maar de menschen waren zoo vriendelijk
+voor me, en ik kreeg toch ook plezier in ruw jongensspel;.... het
+waren prettige, onbezorgde jaren.... Toen ik hier kwam, was ik
+achttien.... net als jij. En ik kon de lucht hier niet verdragen; ik
+kreeg dadelijk erge koorts, malaria, ergens op 'n vreemde kamer op den
+verlaten Morschweg, waar ik was gaan wonen, om nog wat van buiten te
+hebben. De menschen waren niet kwaad, maar ik lag toch altijd alleen;
+vrienden had ik toen nog niet,.... ik werd gék van het droomen; ik
+weet niet, of jij ooit erge droomen hebt gehad; maar ik was er dol
+van en liep 's nachts alleen over m'n kamer in 'n razenden angst,
+om wat ik wist, dat toch niet waar was.... Toen ik zoowat beter was,
+wilde ik geen oogenblik meer alleen zijn. Ik was eenvoudig báng van
+de kamer, waar ik zooveel had doorgemaakt. Ik was toen nog erg zwak,
+maar zat toch altijd op de kroeg, en 's nachts nog laat bij allerlei
+lui op de kamer, of we gingen rijden of boemelen. In dien tijd heb ik
+Bruno gekocht, dat ik tenminste 'n levend wezen bij me zou hebben,
+àls de angst terugkwam. 's Nachts lag hij voor m'n bed, en ik riep
+'m soms bij me en hield 'm in m'n armen, om z'n adem te voelen, z'n
+menschelijke oogen te zien, die me rust gaven.... Al die eerste jaren
+heb ik met m'n gezondheid te vechten gehad, maar gaan liggen wilde
+ik niet meer, en ik foof en kreeg 'n heeleboel vrinden. Toen ben ik
+na m'n candidaats op raad van den dokter naar Italië gegaan. Dat
+was eerst erg akelig, de eerste maanden.... Ik had er nooit over
+gedacht, maar nu merkte ik, hoe 'k geestelijk achteruit was gegaan,
+dat 'k vreemd was aan de gedachten en idealen van vader en moeder;
+dat er iets aan m'n gevoel was afgestompt; dat er iets moois in me
+was onderdrukt,.... ik weet niet precies, hoe; maar 'n avond, toen ik,
+nadat ik lang met ze had zitten praten, naar buiten was gewandeld, heb
+ik er om gehuild. Het zijn allebei bizondere menschen, niet zoo erg
+'n vader en moeder misschien.... ze hebben me nooit 'n raad gegeven;
+maar zoo'n mooi voorbeeld. Ze hebben nooit er op aangedrongen, dat
+'k hun alles van m'n leven zeggen zou.... Ze leven meer om ideeën dan
+om feiten.... maar wat 'n invloed hadden ze indirect op m'n leven. Ik
+voelde iederen dag me meer inleven in hun gedachtensfeer; het leven,
+dat ik híer geleid had, leek me zoo banaal.... Je bent dáár anders,
+en ik dacht, dat ik 't nu ook hier zou kunnen zijn...."
+
+Hij keek in den haard naar de blokken, die bijna waren verbrand en
+langzaam-glijdend ineenstortten. Hij zag, dat Go onbeweeglijk zat,
+als bang de herinnering te storen. En, teruggekeerd tot het leven
+van alledag, wetend, dat hij hier zat in Leiden, in 'n gewone kamer;
+dat alleen het wonderlijke was, dat er 'n zóó stille avond kon komen
+in dat drukke, roezige leven,--en eigenlijk niet begrijpend, welk
+dwaas toeval dit jonge, droomende kind tot zijn biechthoorster had
+gemaakt,--sprak hij door met luchtiger, gemoedelijker klank in z'n
+stem, telkens slechts even ontroerd, als hij de emotie zag op haar
+huiverend gezicht.
+
+"Dat is nu vijf jaar geleden; ik was toen net een-en-twintig
+geweest. Er is sprake van, dat m'n vader me hier 's zal komen
+opzoeken. Maar ik hoop eigenlijk, dat het niet gebeuren zal. We
+zijn nu nog veel meer van elkaar vervreemd. Toen foof ik, omdat ik
+'t leuk vond,--maar ik voelde vaak, dat 't verkeerd was.... Nu, je
+weet het, ik heb 't je al meer gezegd, is 't me vrij onverschillig,
+wát 'n mensch doet. Alles is nutteloos, en 't eenige doel is je tijd
+zoo aangenaam mogelijk door te brengen. 'n Aangenamer manier dan
+flink fuiven en flink werken heb ik niet kunnen vinden--en zoo heel
+prettig is 't toch niet...."
+
+"O, 't spijt me zoo vreeselijk, dat je zoo praat, en 't komt heelemaal,
+omdat je altijd zoo alleen bent.... Jullie allemaal, die verkeerd
+doen, moest 'n tehuis hebben, gezelligheid. Konden wij jullie dat
+toch maar geven. Ik wilde, dat alle eenzamen naar ónze kamers kwamen,
+als ze behoefte hadden aan wat vrouwelijke hartelijkheid.... Ik zou
+zóó graag veel geven...."
+
+Haar stem brak van opwinding, en Eduard voelde zich wonderlijk
+ontroerd.
+
+'n Lief, hevig, eerlijk kind was 't; en die was nu alleen onder
+die ongelukkige jongens gekomen! Ja, dikwijls met zoo'n meisje te
+praten moest toch wel goed doen aan hun ideaalloosheid, en háár
+liefde.... En, héél moe van dat ellendige leven, dacht hij er even
+over, haar te vragen z'n beschermengel te willen worden,--maar m'n
+hemel, wat was haar ontwikkeling, wat had ze gezien en gedacht en
+gelezen,--en natuurlijk zou ze toch met 'm mee willen leven, alles van
+'m willen weten en 'm raad willen geven;--ze stonden immers op 'n heel
+verschillend ontwikkelingsplan: hij was heelemaal van de oude traditie,
+van de rechten van den man en de plichten van de vrouw..... en zij
+leefde in het jonge bewustzijn van gelijke naast gelijke--niet
+er over debatteerend, er om strijdend op politiek gebied,--maar
+diep in eigen wezen het als waarheid erkennend.... En dan--'t zou
+immers beider ongeluk zijn;--ze was veel te goed voor hem, en zoo'n
+decadent kon toch niet trouwen.... z'n dòchter zou nooit studeeren;
+z'n dòchter;.... alsof hij....
+
+"Je moet me niet zoo aankijken, Go," zei hij zachtjes; "dit is allemaal
+niet zoo vreeselijk als je denkt.... Het is zoo gek, dat jullie
+meisjes altijd dingen zegt, die je erg meent, hevig voelt. Dat jullie
+zoo heelemaal niet kent onze blague, onze gevoels-ontveinzing.... En
+dóór je eerlijke openheid maak je ons vanzelf ook zoo, als we met
+jullie praten: ernstig, zwaar-op-de-hand, sentimenteel bijna. Praat ik
+ooit tegen iemand, als tegen jou? Vind ik m'n leven treurig, als jij
+niet bij me bent, die me met je groote meelijdende oogen suggereert:
+"arme jongen, eenzame lijder...." Onzin, onzin.... Ik ben immers zelden
+verdrietig.... jij máákt me melancoliek, of misschien heb ik vandaag
+'n kater."
+
+"O, Eddy, ik wou maar, dat ik je helpen kon."
+
+Hun oogen gingen in elkaar; van beiden zacht in medelijden.
+
+Maar nu knarste het slot van de buitendeur, en 'n oogenblik later
+was Else in de gangopening.
+
+"Dag Go, hé Van Neerwinden, ben-jij hier?"
+
+"Ja, en eigenlijk om jou te spreken."
+
+"Zoo; en wat is er dan?"
+
+Ze stond bij de lamp haar handschoenen uit te trekken, en het viel Go
+op, hoe mooi ze was: de groote, zwarte hoed gaf achtergrond aan haar
+anders wat vlak gezicht, en haar frissche kleur, van de buitenlucht,
+was bekoorlijker dan haar meestal verfijnde bleekheid. Eduard keek
+ook naar haar; en Go wist, wat hij dacht, terwijl hij praatte:
+
+"Hans en ik hebben bedacht, dat het zoo aardig zou zijn, als jij
+nu ook in 't bestuur kwam;---je zit toch al steeds achter de groene
+tafel.... figuurlijk gesproken, en Rolands wilde aftreden. We hebben
+'t er nog niet met Herderts over gehad, want eerst moet jij zeggen,
+of je zou willen--en dan moeten we onderzoeken, of we genoeg stemmen
+kunnen krijgen; Beerenstijn is natuurlijk tegen, maar dat hindert niet,
+als hij de eenige is."
+
+"Zou ik dan quaestor worden.... of hoe heet 't vrouwelijk:
+quaestrix?.... Ik zou natuurlijk dolgraag willen, Neerwinden, en Han
+zal het zoo leuk vinden...."
+
+"Van mij is dit voorstel natuurlijk groote edelmoedigheid," praatte
+Eduard, "op bestuursvergaderingen zal ik als "dritter im bunde"
+nog maar net gedúld worden."
+
+Hij fixeerde haar lachend, en haar oogen antwoordden hem; 't scheen
+Go even, of ze iets flikkeren zag tusschen hem en haar.
+
+"'t Zal gezellig zijn met ons drieën," zei Else toen luchtig, en
+Eduard stond op om afscheid te nemen.
+
+Go beantwoordde het intieme handdrukje niet, liet Else hem uitlaten.
+
+"Wat leuk," praatte die, weer binnen, "om in 't bestuur te
+komen;.... denk jij, dat er iemand tegen zou zijn? Han zal 't zoo
+prettig vinden."
+
+Go zette de kopjes in elkaar: "Er is nog thee," zei ze kort-af,
+"je kunt nemen."
+
+"O, hebben jullie thee gedronken? Was hij er al lang? 't Is toch
+eigenlijk 'n rare jongen, hè, anders dan de verdere leden van
+Laborando;--wel aardig,--maar 'n flirt. 't Was maar goed, dat Han
+er niet bij was; die zou woedend zijn geweest, als hij gezien had,
+hoe-die me aankeek, daar straks."
+
+"Als Han er geweest was, zou jij óók anders hebben gedaan," beet Go af.
+
+"Ik? Gunst, ik heb niets gedaan; ik begrijp niet, wat je meent," en
+met 'n eerlijk-verbaasd gezichtje haalde Else de schouders op, keek
+Go 's aan: er was nog nooit iets tusschen hen geweest, zelfs geen
+klein kibbelarijtje; ze kon Go's boos-kijken onmogelijk verklaren,
+maar kalm filozofisch zei ze, dat ze zeker nog moe was van 't gesjouw
+van dien dag: "Kom, laten we vroeg naar bed gaan."
+
+"Nee, ga jij maar; ik blijf nog." En Go schoof wijd het raam open,
+leunde haar gloeiend hoofd in den kouden, strakken winternacht.
+
+Het was heel stil op het grachtje, waar de huisjes onder de witte
+maansneeuw sliepen, het oude brugje leek 'n blanke poort naar de
+dicht beboomde kerkgracht; op de schuit voor het huis blonk rijp aan
+de masten. Er waren bijna geen menschen op straat; soms stapte iemand
+hol over de harde brug, maar dan ging hij links af; geen kwam voorbij
+haar raam. De blauwe stoep beneden leek bijna wit in 't bleeke licht.
+
+Ze leunde verder naar buiten, dat de wind haar haren òp-woelde. Wat was
+ze toch dwaas geweest zooeven, tegen Else. Wat had die nu eigenlijk
+voor vreeselijks gedaan! Ja, 't was jammer, dat ze net binnen was
+gekomen, toen ze zóó volkomen vertrouwelijk waren, maar 't meeste
+was toen toch al gezegd; en op een of andere manier moest er toch
+'n einde aan komen,.... of was 'n ànder einde mogelijk geweest?
+
+Ze had 'm lief;... ja, nu zou ze 't zich bekennen; ze had 'm
+lief... ze had lief; o, nu begon voor háár ook dat wondere,
+waar ze al zoo dikwijls over had gedacht, maar dat ze nog nooit
+zelf had ondervonden. Nu wist ze, dat het eigenlijk van 't eerste
+oogenblik af liefde was geweest, van dien avond af, dat ze 'm had
+zien komen in de gang, en Else niet had kunnen antwoorden, omdat
+ze voelde: van hem hangt m'n leven af; en dat was zoo gebleven,
+onder de vergadering, en sterker geworden, toen ze op het soupertje
+over levensopvattingen hadden gesproken, en ze even de melancolie
+van z'n bestaan had gevoeld; omdat ze 'm liefhad, had ze zooveel
+angst uitgestaan op dat examen, terwijl ze meende, dat 't maar was,
+omdat ze zoo iets voor 't eerst meemaakte, en vanavond, vanavond,
+in hun volkomen eerlijkheid, was het gebeurd, nu voor altijd:--ze was
+heelemaal naar hem opengegaan;--ze wist niet, hóe 't was geweest, maar
+'t had geleken, of ze naar 'm toegroeide onder z'n droevig praten,
+of haar medelijden en haar liefde en bewondering lange ranken werden,
+die zich om 'm heen wonden. Bewondering--ja, ook na z'n bekentenis,
+en grooter juist: want welke jongen zou zoo lief-berouwvol z'n heele
+leven hebben opengelegd? Zoo iemand kón immers niet slecht zijn--nee,
+goed en groot was hij, maar neergehaald door de omstandigheden; hij
+zelf leed er zoo onder; maar ze zou 'm wel opheffen, ze zou 'm mogen
+helpen, en o, ze wilde er niet blij om zijn om hem, omdat hij het
+treurig vond,... maar voor haarzelf was 't zoo zalig, iets groots,
+iets moeilijks voor hem te kunnen doen.... Ze had 'm vanavond niet
+genoeg gezegd; ze had moeten zeggen, dat ieder goed zijn moet, omdat
+daar buiten geen bevrediging is, omdat slechtheid onvoldaan en onrustig
+maakt;--maar hij geloofde niet aan goed en slecht; hij praatte alleen
+van je leven zoo aangenaam en ongemerkt mogelijk doorbrengen,--en
+hij had zooveel gelezen, filosofen en zoo;--ze was maar 'n dom kind,
+zou ze 'm wel ooit kunnen helpen om te leven? Maar ze hield van 'm,
+en dat vermag meer, dan de wijsheid van de heele wereld. Zou haar
+liefde alleen hem niet al misschien met alles verzoenen?--Er kwamen
+'n paar pratende menschen voorbij en ze hield even op met haar denken.
+
+Dat hij geflirt had met Else was juist 'n teeken, dat hij om die niet
+gaf. Dat zou hij nooit met háár doen. Tegen háár was hij eenvoudig en
+eerlijk en hartelijk; waarom had ze z'n handdruk niet beantwoord? Zou
+hij nu denken, dat ze boos en jaloersch was, haar 'n bekrompen
+meisje vinden? Ze zou 'm schrijven; dat zou ook makkelijker dan
+praten gaan. Ze zou 'm alles, wat ze van levenswijsheid kon bedenken,
+vertellen; en hij zou haar liefde uit ieder woord voelen.
+
+--En Else, goeie Elsi, die heelemaal niet begreep, wat ze voor kwaad
+gedaan had, zou ze morgen vragen niet meer boos te zijn. Ieder mensch
+was immers anders: Elsi kon veel van Han houden, en toch flirten met
+'n ander, terwijl zij---
+
+Er kwam weer 'n man 't grachtje af, die haastiger ging stappen,
+toen hij 't huis naderde.
+
+"Ben jij 't, Gé? Hoe kom jij verzeild op dit stille grachtje?"
+
+"Ik loop hier dikwijls 's avonds; ik houd er van. Maar anders ben-je
+altijd al naar bed; hoe kom-je nog zoo laat op? En met 'n open raam;
+je zult kou vatten."
+
+"Het is zoo heerlijk buiten, dat 't zonde is om naar bed te gaan."
+
+"Wacht je nog op Elsi? of lig-je zóó maar te kijken?"
+
+"Nee; Elsi is al naar bed.--Ik lig maar te kijken naar de huizen en
+het brugje en de schuit--en ik denk."
+
+"Wat denk-je dan, iets diepzinnigs?"
+
+"Ik denk, dat 't leven zoo heerlijk is."
+
+"Zoo zoo; en hoe komt dat zoo ineens?" Hij ergerde zich aan z'n
+harden stemklank in den geluidloozen nacht, en temperde hem tot
+'n onaangenaam, scherp fluisteren.
+
+"Ben-je den heelen avond alleen geweest, of is er nog bezoek gekomen?"
+
+"Van Neerwinden was er... om Else," voegde ze er haastig bij, zelf
+niet begrijpend, waarom dit politieke uitvluchtje volgde; mocht hij
+'t niet weten? Ze gaf zich geen rekenschap van de onrust, die haar
+snel verder praten deed: "We hebben den heelen dag de kleintjes van
+de juffrouw bij ons gehad; ze heeft 'n kindje gekregen."
+
+Hij ging er even zonder belangstelling op door, keek naar haar
+ontroerd gezicht, in den glans der groote oogen. En zij, verlangend
+over Eduard te spreken, spijtig, dat ze zooeven het onderwerp was
+ontvlucht, zocht het gesprek naar 'm terug te leiden, zweeg, toen ze
+geen overgang vinden kon.
+
+Ze keken samen stil over de verlaten gracht.
+
+"'t Zal vriezen vannacht," zei hij, zonder bij z'n woorden na te
+denken.
+
+Maar nu vroeg ze opeens dringend: "Vin-je niet, dat jongens toch
+dikwijls wanhopig eenzaam zijn? ondanks al hun schijn-vroolijkheid
+in werkelijkheid verlaten en op zichzelf aangewezen?"
+
+Hij fronsde de wenkbrauwen; begreep.
+
+"Dat zijn in hun diepste wezen alle menschen. Door 'n ander volkomen
+begrepen worden, bestaat niet. Ieder heeft alleen zich zelf. Daarom is
+het beste te zorgen, dat we ons zelf prettig en goed gezelschap zijn."
+
+Hij zag, dat z'n antwoord haar ontstemde; ze voelde de verborgen
+vijandigheid. En z'n harde stem moest hinderen na 't welluidend
+gevlei van dien ander; o, die kon zingen met z'n stem, dat grof
+materialisme in háár oogen iets hoogs en heerlijks werd. Hoe haatte
+hij dien veroverenden aansteller!
+
+"Nu moet je maar gaan slapen," zuchtte hij na 'n stilte. "Hoor,
+'t is al elf uur."
+
+Ze bleef nog even luisteren naar 't carillon, dat vaag kwam uit de
+verte door den stillen nacht.
+
+"De wind is den anderen kant uit," zei ze droomerig; stond toen op
+om het raam te sluiten, zag hem groetende terug gaan naar 't brugje.
+
+In de warme kamer, waar ze niet meer aan had gedacht, stond ze opeens
+alleen. Hier hadden ze gezeten, samen, Eddy en zij; hier hadden ze
+gepraat, en was het alles gebeurd.
+
+En opeens stond de gedachte klaar in haar hoofd, dat ze liefhad. Ze
+zag het, ze voelde het, als iets, dat haar nu eerst goed bewust werd.
+
+En overstelpt door de heerlijkheid van haar geluk reikte ze met haar
+armen hoog uit; liet toen zich neervallen op de donkere canapé, waar ze
+met het kind had gezeten, en snikte zalig, de handen voor haar gezicht.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII.
+
+
+De trein hield stil,--daar stond Eduard boven op de bergen;--"Go,"
+riep hij, "Go,"--maar ze kon niet naar 'm toe; Gerard duwde haar in de
+coupé terug;--nu schreeuwde hij hoe langer hoe harder, 't klonk boven
+het wielengeratel uit; de bergen wankelden;--"Ja" zei ze opeens, stond
+slaapdronken voor haar bed in de donkere kamer, "ja; riep je, Else?"
+
+"O, Go, ik voel me zoo akelig; ik heb zoo'n vreeselijke maagkramp."
+
+Go tastte naar haar toe, door de duisternis, die ondoordringbaar
+was. Ze liep met 'r handen voor zich uit, kon die zelfs niet
+onderscheiden; haar bloote voeten kletterden op het koude zeil.
+
+"Hier ben ik; ik sta naast je bed; hoe komt dat nu? Is 't net
+begonnen?"
+
+"Nee, 'k heb 't al 'n heele poos; ik heb maar 'n uurtje geslapen,
+toen werd ik al zoo akelig wakker er van,--en 't wordt hoe langer
+hoe erger."
+
+"Arm kindje, maar had me dan toch eerder geroepen."
+
+"Och, je sliep zoo vast--ik heb soms wel 's zachtjes: Go, gezegd,
+maar dat hoorde je niet."
+
+"Nee, ik sliep ellendig diep,--stakker; wat zullen we nu doen! Ik
+zal eerst maar 's licht maken."
+
+En ze ging terug naar de tafel, tastte rammelend naar lucifers
+en kaars.
+
+"Eigenlijk ben ik zondagnacht ook al 'n beetje niet lekker geweest,"
+praatte Else, gedeeltelijk gerustgesteld, nu er iemand zich met
+haar bemoeide, "maar ik was bang, dat 'k niet weg zou mogen, als ik
+'t zei tegen moeder; en dat zou zoo akelig zijn geweest om Han."
+
+Go had de kaars nu op 't nachttafeltje gezet, voelde Else's voorhoofd
+en handen, zooals moeder bij haar altijd deed, en keek peinzend in
+haar verhitte gezicht.
+
+"Ik geloof, dat je koorts hebt; 'n beetje. Heb-je wel warme voeten?"
+
+"Ja, ik ben heelemaal gloeiend; maar dat komt van de pijn; daar
+krijg-je 't zoo benauwd van."
+
+"Zou ik 's wrijven; of zou 't kou zijn? Warme compressen?"
+
+"Ja maar hoe maak-je die? We hebben hier niets," en Else zuchtte.
+
+"Wordt 't erger?" vroeg Go nerveus, de klamme handen in de hare
+klemmend. "Ik kan natuurlijk water gaan koken, en heete zakdoeken op
+je maag leggen."
+
+"Ja, dat zou wel goed zijn, maar kom-je gauw terug?"
+
+Rillerig liep Go door de donkere gang, zich stootend tegen de trapdeur,
+die openstond en luid knarste. Ze was bang, dat ze de juffrouw zou
+wakker maken, zocht lang naar lucifers, om 't licht aan te steken
+in de dompig-donkere kamer. Het vroolijke klokje stond op twee uur,
+en ze bedacht, dat ze nog nooit om dien tijd hier binnen was geweest,
+schrikte van haar bleek gezicht boven de lange, witte pon, eerst in
+den bonheur du jour, dan in den grooten spiegel.
+
+Er was geen water in de karaf of in den ketel, ze zou dus heelemaal
+achter in de gang het moeten gaan halen; ze ging nog even bij
+Else kijken, om te zeggen, dat ze dadelijk terugkwam; de kilte van
+de steenen kroop akelig tegen haar beenen op, zoodat haar knieën
+klapperden. 't Was ook net, alsof er iets vreemds was in de voorkamer,
+dat er anders niet was; of de meubels dieper zwegen, en de spiegels
+feller oogen hadden. Ze schrikte telkens op, om de leege stilte achter
+haar, was blij, toen ze in de slaapkamer de zakdoeken kon gaan zoeken.
+
+"Je moet wat aandoen, Go. Zoo vat je kou," zei Else.
+
+Ze schudde van 't rillen in haar dunne nachtjapon, schoof de voeten
+in warme pantoffels.
+
+"Ja, 'n cape of zoo iets; want verbeeld je, dat "Pa" ons hoort,
+en naar beneden komt om naar de dieven te kijken... Hoe is 't nu,
+Elsje-kindje? Ik ga warm water voor je halen, hoor."
+
+Ze brandde haar handen bijna, toen ze het doekje uitwrong en pijnlijk
+prikten de wortels van haar nagels.
+
+"Is 't lekker? Doet 't goed?"
+
+"Huu, het brandt," kreunde Else; maar: "Dat moet ook," zei Go voldaan;
+ging gauw 'n nieuwe maken, bijna vallend van de haast door de te
+wijde pantoffels. Op de tafel stonden nog de glazen en kopjes, die ze
+den vorigen avond gebruikt hadden en de groote melkpan, waar 't vel
+aan den rand was aangebakken. In het midden lag het briefje voor de
+juffrouw met de boodschappen voor den volgenden dag, en ze dacht er
+over de pint melk in 'n "kopje" te veranderen, en iets als Eau des
+Carmes, of pepermunt er bij te schrijven,... maar misschien zouden
+die compressen al genoeg helpen, zou Els morgen wel weer beter zijn.
+
+Iedere vijf minuten kwam Go nu de kamer in, de heete compres snel
+tusschen de handen heen en weer gooiend om zich niet te branden,
+en Else liet zwijgend met zich doen, telkens even zuchtend, als de
+heete de killerig-klamme doek weer verving.
+
+"Zakt het nu een beetje?"
+
+"'n Heel klein beetje,... maar ik heb ook zoo'n erge pijn in m'n
+beenen."
+
+"Ik zal je nog een deken geven,... en de kussens van de canapé
+halen,... je hebt kou gevat."
+
+"Maar dan heb-jij niet genoeg." Zij gooide zich woelerig van den
+eenen kant naar den anderen, en plukte met haar vingers aan het dek.
+
+"O, dan neem ik het tafelkleed; dat is heelemaal niets... Wacht,
+ik zal nog gauw 'n compres gaan halen, èn de kussens."
+
+Het was nu half vier, en in Go's hoofd was 'n groote leegte; ze streek
+Else's haar achterover, en vroeg, of ze ook nog iets anders voor haar
+doen kon.
+
+"Nee, hou nu maar op met de compressen... 't Heeft wel wat geholpen."
+
+"Maar als 't helpt, kan ik er immers nog best 'n poos mee doorgaan."
+
+"Och neen, dat maar niet; ben-je moe? Of wil-je nog 'n beetje bij me
+blijven zitten?"
+
+"Ik ben zoo wakker als midden op den dag. Zal ik je 'n verhaaltje
+vertellen? Dat doe ik thuis altijd, als één van de kleintjes in bed
+moet blijven."
+
+"Hè ja, vertel wat," zei Else, "maar neem dan eerst 't tafelkleed
+over je beenen, dat je niet koud wordt."
+
+Go vertelde de vermakelijke geschiedenis van Reinaert, telkens stukjes
+reciteerend, die zij of Lou of Coba voor responsie hadden gehad; en
+Else lag stil nu, speelde met de knoopen van de lange, blauwe cape,
+en keek, of ze zoo'n klein beetje ziek-zijn wel leuk vond.
+
+"Wat gezellig," zei ze dankbaar, "weet je nog zoo iets aardigs?" en
+Go dacht over "Karel ende Elegast," maar de klokken sloegen rinkelend
+door het huis vier uur, en daarom zei ze, dat ze liever moest gaan
+slapen. Else had niet veel zin, klaagde brommerig, "dat het écht
+nog niet heelemaal over was," maar Go stopte haar beslist in, legde
+lakens en dekens glad, gaf haar toen 'n zoen op 't warme voorhoofd en
+commandeerde: "Nu slapen," terwijl ze zelf nog 't licht in de voorkamer
+uitdraaien ging, dat daar zoo vreemd had staan branden in die leege
+kamer van het dood-stille huis; toen kroop zij zachtjes ook in bed,
+luisterend nog naar den anderen hoek der kamer. Ze wilde wakker
+blijven, dat Else niet weer zoo lang zou moeten roepen; eventjes
+sluimerde ze in, telkens weer rechtop schrikkend, of er toch niets
+was. Maar toen 't vijf uur had geslagen, voelde ze zich zwaarder
+en zwaarder worden; ze zei nog: "Else," maar er was geen verzetten
+meer tegen; zachtjes zonk ze weg, terwijl de haan eventjes, gedempt,
+al kraaide.
+
+
+
+"Maar wil-je nú dan niet opstaan?" vroeg Go, toen ze, om kwart over
+elven uit college komend, Else nog in bed vond. Ze had gedacht, dat
+ze er alleen nog maar wat in was gebleven, omdat ze dien nacht slecht
+geslapen had, en 't stelde haar hevig teleur, toen Else huilerig zei:
+"O, nee; ik voel me zoo vervelend, en m'n hoofd is zoo raar; toen
+'k daar net even uit bed was, dacht ik, dat ik om zou vallen; en ik
+heb ook heelemaal geen trek."
+
+"Heb-je 'n boterham gegeten en je eitje?"
+
+"Nee, niets; Marietje heeft, toen ze je bed opmaakte, alles zoo weer
+mee genomen."
+
+Go ging op den rand van het ledikant zitten, en keek Else ernstig
+aan. Ze had gisteren gedacht, dat 't maar 'n aanvalletje van kou-vatten
+was, dat den volgenden dag weer vergeten zou zijn. Maar nu scheen
+Else wezenlijk ziek te gaan worden, en als 'n zware druk voelde ze de
+verantwoordelijkheid van 'n zieke aan háár zorgen alleen toevertrouwd.
+
+"Ik zou zeggen, dat je nu geen koorts hebt," zei ze overleggend,
+"of ten minste minder; maar dat komt, omdat 't ochtend is. De
+kramp in je maag is óók weg, hè? Laat je tong eens zien? Ik geloof,
+dat die beslagen is"--ze bekeek nu ernstig haar eigen tong in den
+spiegel;--"Ja, de mijne is rooder; en dat je niet eet, is natuurlijk
+'n leelijk ding."
+
+"En m'n beenen doen zoo'n pijn, en m'n hoofd klopt zoo akelig.----En
+ik heb zoo'n dorst."
+
+"Ik zal binnen wat water en melk voor je klaar maken; maar ik vind,
+dat we even om 'n dokter moeten sturen."
+
+"Och nee, wel nee; wat weet zoo'n vreemde man er nu van?" zei Else
+ongedurig, "schrijf liever even aan Han, anders wordt hij ongerust,
+dat ik niet op college ben."
+
+"Maar als je geen dokter wilt, moet je ook je ei opeten."
+
+"Nee, nee, dan word ik heelemaal ziek."
+
+"'n Beschuit dan.... je moet toch iets in je maag hebben."
+
+"M'n maag is vol, maar geef maar 'n beschuit, en schrijf dan aan Han."
+
+Go zat met gefronsde wenkbrauwen aan de groote schrijftafel. De
+juffrouw was dadelijk om beschuit en Eau des Carmes en ossetong
+uitgegaan. Nu peinsde ze, hoe thuis toch altijd zieke-soep bereid werd;
+ze geloofde van schenkelvleesch en poulet.... maar hoeveel.... ze
+had er geen idee van. Misschien wist Han het; die zou wel gauw komen,
+als-ie het hoorde. Ze hoopte maar, dat hij vóór 'n dokter zou zijn;
+maar hij was wellicht uit, en zou dan pas 's middags komen;.... ze
+kon 'm niet gaan zoeken, want dan bleef Else alleen;.... 'n angstig
+gevoel van in haar verlatenheid gebonden zijn bracht tranen in
+haar oogen, en met moeite bedwong ze 'n uitbarsting van verdriet;
+'t was toch wezenlijk nog zoo verschrikkelijk niet, en ze moest de
+zieke zelf toch niet noodeloos ongerust maken; het was pas één dag,
+nog niet eens, en de verschijnselen waren niet verontrustend;.... ze
+had wat weinig geslapen vannacht, daarom was ze zoo nerveus; ze kon
+immers dadelijk naar Den Haag telegrafeeren, als 't noodig was, maar
+voorloopig was er geen reden voor; Else kon beter zelf vertellen,
+dat ze niet lekker was geweest, als ze Vrijdag weer naar huis ging....
+
+"Zal ik wat bij je komen zitten werken?" vroeg ze na de koffie,
+waarbij Else twee reepjes ossetong had gegeten, en zij zelf, onrustig
+rondloopend in de verlaten kamer, 'n stuk koek, 'n appel, 'n stuk
+brood, zonder zich tijd te gunnen 'n wezenlijk maal er van te maken.
+
+"Ja... maar is dat briefje aan Han wel dadelijk bezorgd? Ik begrijp
+niet, waar hij blijft..."
+
+"Hij zal uit koffiedrinken zijn," kalmeerde Go, "ik zal nog 's
+vragen aan de juffrouw... Ja, 't is in orde. De baas heeft 't zelf
+meegenomen. Hij zal vanmiddag wel komen; wind je dáár nou niet
+over op."
+
+En Go spreidde haar boeken uit, begon zorgvuldig met de vertaling
+van Ulfilas.
+
+"Zouën ze 't op college gemerkt hebben, dat 'k er niet was?" vroeg
+Else, langs het behangsel ritsend met haar witte vingers.
+
+"Natuurlijk; maar nu moet je liever niet praten, zeg. Tracht te slapen;
+dan ben je gauw weer beter."
+
+"En als Han komt?"
+
+"Dan roep ik je; dat spreekt vanzelf. En 'k zal alle boodschappen
+over en weer brengen. Ga nu naar den muur liggen. Ik zal de gordijnen
+neerlaten."
+
+"Ik ken het behangsel al precies uit m'n hoofd," zuchtte Else,
+"en daar is 'n gaatje, en daar één, en hier 'n scheur."
+
+Go gaf geen antwoord; ze boog zich stil over de boeken, onderwijl
+angstig luisterend, of Else in slaap zou raken. Het was schemerdonker
+in de groote, holle kamer, en dat maakte alles zoo luguber, dat 't
+moeilijk was niet bang te worden. De lancaster gordijnen zagen zoo
+akelig bruin-wit, neerhangend in den lichten dag, en ze zat hier achter
+in 't huis; ze hoorde niets van de straat... en zelfs in de voorkamer
+had ze daar straks zich al zoo geïsoleerd gevoeld, omdat 't zoo'n
+afgelegen grachtje was, waar niemand kwam, die er niet moest zijn.
+
+Nu werd er gebeld; het klonk gedempt door, en ze bleef even in
+spanning, of Else zou blijven liggen, maar die gooide zich met 'n
+ruk om:
+
+"Is 't Han?"
+
+"Ik zal 's kijken.." Nee, 't waren de blouse-vriendinnen: Riek
+en Francis; wou ze misschien, dat ze binnenkwamen; zou 't niet te
+druk zijn?
+
+Nee, prettig; ze moesten zeker komen; was de kamer netjes? Jawel,
+dat ging wel.
+
+De jolige kinderen waren eerst stil, geïmponeerd door Else's liggen
+in 't groote bed en Go's dringend verzoeken, of ze zich kalm wilden
+houden; maar toen Else zelf lachte, en grappig vertelde van hun getob
+dien nacht, werden ze óók vroolijker, maakten grapjes over college,
+waar Else gretig naar luisterde, vertelden, wat ze dien ochtend gehad
+hadden, en boden aan, 't dictaat bij te schrijven.
+
+Else vroeg nog 'n kussen, om 'n beetje rechtop te kunnen zitten,
+en Go leefde op onder het opgewekte praten, dacht: nu kun-je toch
+'s zien, wat 'n hoop verbeelding er bij komt;--deed zelf steeds meer
+mee, drijvend op den stroom van haar blije gedachten.
+
+"Trek de gordijnen toch op," vroeg Else, "het lijkt wel, of ik al
+dood ben."
+
+"Nou, dat zal nog wel schikken met je;... willen we vanavond aan onze
+blouses komen naaien, hier bij je?"
+
+"Nee; ik sta zoo strakjes op, en dan komt Han natuurlijk."
+
+"Sta-je vóór 't eten op, en eet je dan weer gewoon mee? Ik heb geen
+soep voor je, maar de juffrouw zal vandaag wel geen os geven."
+
+"Ja; strakjes." Ze zat recht op, ver boven de dekens uit, met de armen
+om haar knieën, en Go, opgewonden van vreugde, omdat ze nu geen angst
+meer had, deed haar klagende stem na van 's nachts, en hoe ze als
+'n bedorven kindje verhaaltjes had willen hooren. Nu vertelde Francis
+'n spookverhaal, dat 'n oude meid haar altijd deed, wanneer ze ziek
+was, en ze lachten allemaal dol om de dwaasheid, terwijl Go limonade
+maakte voor de visite, in de glazen van de waschtafel, en koekjes
+presenteerde uit 't zakje.
+
+"'t Is hier alles een beetje primitief, maar daar moet jullie maar
+niet op letten;" en ze dronken op het spoedig herstel van de zieke,
+en stootten met elkaar aan, Else met haar glas water-en-melk.
+
+Om vier uur gingen ze weg, na 'n luidruchtig afscheid, waarbij de
+dekens van het bed op den grond terecht kwamen, en Else al maar:
+"Tot morgen, op college," riep. Go zei, dat ze nu nog 'n uurtje moest
+gaan slapen, dan zou ze om vijf uur haar roepen, om op te staan,
+en als Han kwam, eerder. Maar die zou misschien 's avonds pas komen.
+
+Go ruimde de voorkamer op, liet de juffrouw de kachel aanmaken,
+vol feestelijkheidsgevoel over de intrede dadelijk, en aan Lize, die
+om half vijf haar de college-aanteekeningen kwam brengen, vertelde
+ze, dat de zieke al weer veel beter was; dat ze morgen weer kwam,
+morgenmiddag tenminste zeker.
+
+Maar om vijf uur werd ze weer ontvangen met kreunend gezucht. Ze
+stak gauw de kaars aan, wilde 't plagende toontje van dien middag nog
+houden: "Wat scheelt er aan, freule? Wie heeft uw misnoegen opgewekt?"
+
+"O, Go, ik ben weer zoo akelig, en ik heb zoo naar gedroomd. Ik gloei
+heelemaal, en m'n beenen, m'n beenen...."
+
+"Kom, die vervelen zich in bed, je moest ze maar 's wat te doen geven,
+kom er uit, luie meid."
+
+"Nee, ik kan niet; ik ben ellendig."
+
+Go voelde, dat ze weer meer koorts had en haar oogen schitterden;... ze
+had zich natuurlijk te veel opgewonden; ze waren domme kinderen
+geweest;... nu was 't weer mis en Han kwam maar niet...
+
+"Laten we den dokter laten komen, Els, vóór den nacht; dan weten we ten
+minste iets;... het zal natuurlijk niets zijn, maar 't maakt geruster."
+
+"Och nee, zoo'n vreemde man, die je nog nooit behandeld heeft... Ik
+begrijp niet, waar Han blijft.... Hoe laat is het nu al?"
+
+"Hij komt zeker vanavond; 't is bij half zes;.... wat wil-je nu
+eten? De juffrouw heeft kalfsvleesch en spinazie, ter eere van jou."
+
+"O, als je blieft niet. Praat niet van eten." En Go liep weer
+hulpeloos in de lichte voorkamer heen en weer, soms gauw 'n paar
+happen achter elkaar nemend; dan weer lang rondstappend zonder aan
+eten te denken. Het was natuurlijk, dat de koorts 's avonds hooger
+werd, en dat Els geen trek had, was geen vreemd verschijnsel. Ze zou
+straks Marietje even om 'n flesch pruimen of abrikozen sturen; dat
+was frisch, en zou haar misschien wel smaken;... eens 'n dag niet
+eten, als je in bed lag, was wezenlijk zoo erg niet, er was geen
+reden om haar moeder ongerust te maken. Als 't morgen niet beter
+was, kon ze naar den dokter gaan; bovendien: Han kwam vanavond, en
+'n nacht slapen kon zoo enorm veel goed doen.
+
+Ze ging nu 'n beetje stil in de donkere ziekenkamer zitten, achter
+het bed, zoodat 't Else niet onrustig maken kon. Ze hoorde de kinderen
+joelen boven, en de moeder, die: "ssst," riep; ze moest even glimlachen
+om Pa, die bij de deur voorzichtig op z'n teenen wipte, maar dadelijk
+er na z'n voeten weer zwaar neerplonsde op den steenen vloer.
+
+Het was heel triestig. Ze dacht, hoe niemand wist, dat ze hier
+zóó zat; thuis niet, en geen van de menschen hier, en ze peinsde,
+of op dit oogenblik iemand op de heele wereld aan haar denken zou:
+vader en moeder en de kleintjes, of Gerard, of Lize... zelfs Eddy
+niet? Ze voelde naar den brief, dien ze van 'm had, bij zich droeg,
+steeds in haar blouse; die haar eigenlijk 'n beetje teleurgesteld had,
+omdat hij niet de bizondere charme had, welke elk van z'n gesproken
+woorden zoo heerlijk maakte;--maar er stond toch in, dat hij hoopte
+haar gauw weer te zien, en t.t. Eduard van Neerwinden; was hij dat
+wezenlijk? Had hij 't ditmaal gemeend?
+
+Else woelde, zuchtte eens. "Ben-jij daar, Go?"
+
+"Ja, wil-je wat?"
+
+"Kom een beetje bij me. Ik heb zoo'n vreeselijke hoofdpijn; 't is,
+of het ontstoken is van binnen."
+
+"Zal ik de juffrouw wat eau-de-cologne laten halen?" Ze hadden toch
+letterlijk niets hier, niet eens eau-de-cologne: wel allerlei fijne
+parfums van Else, maar daar kon-je niets mee beginnen.
+
+"Ach nee, laat maar. 't Helpt toch niet. Hoe laat is 't?"
+
+Go ging naar de voorkamer om op 't klokje te kijken; 't was er
+schemerdonker; de tafel was nog niet afgenomen; ze had vergeten de
+juffrouw te bellen en alles zag er ontredderd en in-de-war-geloopen
+uit. Ze bepeinsde, hoe akelig 't was, als je maar oppervlakkig van
+elkaar hield, als er dan één ziek werd; hoe vervelend je dat moest
+vinden;.... en ze keek uit naar Han over den stillen weg. Als Eddy
+ziek werd, zou ze natuurlijk nog meer van 'm houden, maar voor anderen
+was zoo iets een drukkende last;.... nu was 't al half acht; Han zou
+toch niet uit de stad zijn?
+
+En ze jokte tegen Else, dat het zeven was, en liet haar zich nog
+'s 'n beetje wasschen op bed, omdat ze zoo gloeierig was en 't zoo
+benauwd had.
+
+Om acht uur rukte Henri de bel bijna kapot: hij was net thuisgekomen,
+den heelen dag in Amsterdam met een paar vrienden geweest. Hoe ze nu
+was, en of hij bij haar mocht?
+
+Hij zag er bleek en erg ontdaan uit, en Go werd dadelijk kalm door
+zijn zenuwachtigheid, zei, dat hij moest gaan zitten, en of hij wel
+gegeten had....
+
+Toen deed ze verslag van de ziekte, alles nu weer optimistischer
+inziend, waarop hij in vliegende haast 'n briefje aan z'n
+"arm vrouwtje" krabbelde, dat Else zalig deed lachen onder de
+dekens. Toen Go met de boodschap terug kwam, dat hij 'n snoes was,
+en dat ze morgen beter zou zijn, had hij al weer 'n nieuw epistel
+klaar, en Go liep geduldig van den een naar den ander met briefjes
+en boodschappen, blij, dat Else weer wat beter leek, en dat Han er
+nu was om haar te helpen. Ze vroeg hem nu ook over de soep, omdat ze
+bang was, dat de juffrouw beleedigd zou zijn, als ze er over begon:
+net, of haar eten niet goed genoeg was; maar hij wist 't ook niet,
+zou echter den volgenden morgen bij zijn ploerterij informeeren, en
+het vleesch dan door z'n oppasser laten brengen, met een flesch wijn;
+en natuurlijk kwam hij ook zelf.
+
+Hij bleef den heelen avond, en ze praatten over familie-kwesties; en
+hij vertelde van z'n vader en moeder, totdat Go er zóó in verdiept was
+geraakt, dat ze vergat, dat ze in Leiden was, zich thuís had gedroomd,
+met 'r neef, op 'r kamertje.
+
+Het afscheid was hartelijk.
+
+
+
+Go zat in 'n blauwe peignoir van Else op den grond, sneed met haar
+zakmesje het vet van de stukjes vleesch, die door den oppasser in 'n
+papier waren bezorgd; ze geloofde niet, dat het het goeie was, want
+het zag er zoo naar en bloederig uit, maar ze had niemand, aan wie ze
+het vragen kon, moest maar probeeren, wat er van werd in den melkkoker.
+
+Else was den heelen nacht erg onrustig geweest, maar nu was ze wat
+gaan slapen; ze zag er slecht uit. Als Han er op stond, wou ze wel 'n
+dokter laten komen, maar ze zei, dat 't onzin was; ze konden immers tot
+morgen wachten, om te zien, of ze Vrijdag naar huis zou kunnen gaan.
+
+Go schudde haar haar achterover, dat ze maar haastig wat in elkaar had
+gedraaid, en plensde 'n waterstraal op het vleesch in het pannetje;
+er steeg een weeig-zoetige lucht uit op, en ze begreep niet, hoe
+Else dat zou kunnen verdragen. Daar kwam iemand voorbij het raam en
+er werd gebeld; ze dacht, dat ze Han's stem hoorde, zei:
+
+"O, zeg, wat is dat voor raar goedje? Die soep wordt nooit goed."
+
+Maar 't was Eduard, in rok, 'n verwelkte bloem nog in z'n knoopsgat.
+
+"O, jij! Hoe kom-jij hier?" En in aardige verwarring streek ze door
+haar krullig haar heen.
+
+"Ik kom van de promotie-fuif van Heerling... en regelrecht naar je toe,
+om te laten zien, hoe frisch ik na zoo'n feestnacht nog wel ben."
+
+"Hoe lief van je, Eddy. Ik ben zoo blij, dat je dit zegt. Mag ik wat
+thee voor je zetten, of 'n boterham maken?"
+
+"Nee, nee, ik dank je wel... Maar kan ik ook adviseeren met die rare
+soep... koken jullie tegenwoordig zelf?"
+
+"Nee, Else is ziek. Gisteren al den heelen dag; 't is begonnen met
+maagkramp en koorts... en pijn in de beenen; en ze wil niets eten;
+wat denk-jij er van?"
+
+"Ik zou den dokter halen."
+
+"Jamaar, dat wil ze niet. Zou er gevaar bij kunnen zijn?"
+
+"Nee, dat zal wel níet. Maar hij zou 't gauwer beter kunnen maken. Ik
+zou er maar 's op aandringen bij haar."
+
+"Soep is toch in elk geval goed, hè?"
+
+"Ja, als dát soep wórdt. Studentje, is huishouden moeilijk?" Hij keek
+haar zacht aan, en ze sloeg haar oogen neer in 'n heerlijke verwarring.
+
+"Nu," zei hij, haar hand in de zijne; "ik kom morgen nog wel 's vragen,
+hoe 't gaat. Het beste."
+
+Han kwam tegen de koffie, ijsbeerde somber de kamer op en neer.
+
+"Dus ze zal van middag niet opstaan?"
+
+"Ik denk 't niet. Vin-je nu niet, dat we 'n dokter..."
+
+"Ik zal vanmiddag alles eens aan Beerenstijn zeggen, die weet er meer
+van dan de meeste dokters."
+
+"Wat denk-je van de soep?"
+
+"Die bruine dingetjes moet je er uit visschen; maar ze ruikt al goed."
+
+"Zou de juffrouw 't ruiken?"
+
+"Láát ze. Wil ik die flesch eens open trekken? Geef haar dan wat wijn
+met 'n ei."
+
+"Ja en warm houden, hè? Kom-je nog?"
+
+"Van avond. Kan ik geen boodschappen voor je doen? Vraag 'r eens,
+of er heelemaal niets is, dat ze hebben wil."
+
+"Nee, niks. Ze is erg stil en down vandaag."
+
+"Van de koorts. Nu, adieu; 'k ga vanmiddag naar Beerenstijn."
+
+Den volgenden ochtend zaten ze met z'n vijven te overleggen: het bleef
+koorts, pijn en geen eetlust, overdag down en 's nachts onrustig. Go
+had gehuild, was moe van 't tobben, Han floot nerveus, terwijl Lou
+en Coba goedig Go's cahiers uitzochten om bij te schrijven.
+
+Beerenstijn haalde de schouders op: "Ik weet 't niet, 't lijkt me
+niet onrustbarend; maar toch 'n dokter...."
+
+"Maar wat dénk-je, dat 't is?"
+
+"Misschien is 't eenvoudig gevatte kou; maar 't kan ook iets anders
+zijn; om er over te oordeelen, zou 'k de patiënt moeten zien."
+
+"Dat kun-je begrijpen," viel Han uit. "Als ík er niet eens bij mag."
+
+"Wij hebben een heel goeie dokter," zei Coba zacht, "dokter Buys van
+de Hoogewoerd."
+
+"Zou ik maar aan tante schrijven?" vroeg Go, òp.
+
+"Wel nee, dat hélpt niet." Han trommelde ongeduldig op de
+ramen... "Ken-je hier nu geen oudere dame, Go, de moeder van 't een
+of ander meisje, of 't kan me niet schelen wie, die je 's raad zou
+kunnen geven."
+
+"Ik kon naar Mies de Bruin gaan; die woont hier."
+
+"Ga gerust; dan blijven wij voor als Elsi wat noodig heeft," bood
+Lou hartelijk aan; Han en Beerenstijn stapten mede op, zouden samen
+fruit gaan koopen, want daar had ze om gevraagd.--
+
+Go vond de straten zoo vijandig licht, en de grond was hard, waar
+ze stapte. De menschen liepen allemaal zoo vlug en zoo zeker van
+hun doel. Ze voelde zich arm en uitgestooten er tusschen; er kwamen
+jongens van college langs, die haar luchtig-vriendelijk groetten; ook
+meisjes met frissche gezichtjes, die in de zon liepen te lachen,--en
+niemand stoorde er zich aan, dat ze zoo angstig en afgetobd was,
+'t kon de heele wereld niets schelen... Dat groote huis van De Bruin
+leek ook nijdig-koud, en ze bedacht, terwijl ze de trap opging, hoe
+slordig en moe ze er uit zien moest en hoe vreemd 't zou zijn in die
+nette omgeving.
+
+"Wel, dat is aardig, Margo, dat je nu eindelijk weer 's komt... Ik
+heb al lang naar je uitgezien;--maar wat is er? Scheelt er wat aan? Je
+ziet zoo bleek."--
+
+Go's oogen vlogen nerveus door de groote ouderwetsche kamer, met
+het stemmige eikenhout en de koele familieportretten, keken dan naar
+het rustige kind, dat zoo paste in die omgeving, koel-vriendelijk,
+verstandig-onderhoudend, en met toch iets droomerigs in de donkere
+oogen van veel denken in 't verleden.
+
+En ze voelde zich onharmonisch, 'n wanklank in die rust, en starend
+in den ouden tuin met veel klimop en vochtig-donker, zei ze beverig:
+"Elsi is ziek, al van Maandagnacht af."
+
+"Maar 't is nu pas Donderdag;.... dat is nog niet lang," en Go
+verbaasde zich: 't was waar, en 't leek zoo'n eeuwigheid...
+
+"Maar wat scheelt je nichtje, en wat zegt de dokter?"
+
+"We hebben geen dokter, dat wil ze niet;... ze heeft hoofdpijn en ze
+eet niet,--en koorts 's nachts."
+
+"Ze zal kou gevat hebben; er zijn op 't oogenblik zooveel menschen
+ziek; de heele stad door; m'n broer is ook pas beter.... Hoe is
+'t mogelijk met dit weer, hè? 't Komt zeker van de dikke nevels
+'s avonds, maar overdag is 't zalig, vin-je niet?" Ze praatte door
+met haar aardige stem, vroeg, of Go naar de comedie was geweest,
+Maandag;--ze vertelde van 'n reisje in de kerstvacantie en 'n
+voorstel tot reglementsherziening op de club. Toen Go opstond, hield
+ze hartelijk even haar hand vast: "Je moet je niet ongerust maken
+over je nichtje; in 'n paar dagen is ze weer beter;.... haal anders
+even den dokter, als je dat kalmer maakt."
+
+Go knikte, bedankte; die menschen begrepen niéts; die meisjes, die zelf
+in 'n veilig huis woonden met vader en moeder altijd beschermend om
+zich heen, konden zich eenvoudig geen voorstelling vormen, hoe je kon
+zitten tobben op 'n paar gehuurde kamers, waar je gebrek aan alles, ook
+aan 't eenvoudigste, hadt; waar je geen lekkere kostjes voor je zieke
+kon krijgen, waar je geen warme pap of 'n kruik voor ze maken kon; waar
+het huishouden met drukte en hinderlijk gebel vlak bij je doorging,
+al was ze nu juist eindelijk 'n oogenblikje in slaap gevallen.
+
+Haar kon niet iemand helpen, die 't niet zelf 'n beetje
+mee had gemaakt, en ze had nog meer aan de jongens en hun
+hartelijkheid-zonder-ondervinding, dan aan zóó'n familie;--de juffrouw
+zou ook boos zijn, moest de soep hebben gevonden, waarvan Else niets
+had gegeten;... ze was nu wel heelemaal zonder steun. Ze dacht eraan
+naar 'n professor te gaan; Van Hoof was altijd zoo aardig, zoo'n
+menschelijke man, en hij had er zich zoo voor geïnteresseerd, toen
+ze vertelde van hun kleine ménage;... z'n vrouw zou misschien--maar
+alle menschen waren zoo rustig en kalm en wijs en deftig hier, en ze
+voelde zich zoo opgezweept, ze was alle gevoel van proportie kwijt;
+ze verbeeldde zich, dat Else levensgevaarlijk ziek kon zijn, ze stelde
+zich voor, dat 't iets héél ergs was;... 'n bordje blikkerde in haar
+oogen: Arts; ze had al aangebeld, voordat ze er zich rekenschap van
+had gegeven, de meid trillend gevraagd, of de dokter vooral, vooral
+dádelijk na z'n spreekuur komen wilde;--en nu was ze weer op weg naar
+huis, 'n beetje moe, 'n beetje verbaasd, bang voor boosheid van Han
+of Else;... en verbeeld je nu 's, dat ze al 'n heeleboel beter was...
+
+De juffrouw stond met Lou en Coba in de voorkamer te praten, en ze
+zwegen allemaal, toen ze binnenkwam.
+
+"Heeft ze nog iets noodig gehad?"
+
+"Nee, ze ligt stil; ze heeft erge pijn overal. Komt Mies 'er moeder
+nog?"
+
+"Nee, ik heb den dokter gehaald."
+
+"Wie?" vroeg Coba, maar dat wist ze niet; had niet naar den naam
+gekeken.
+
+"Of u gelijk heb," knikte de juffrouw voldaan, "mijn beviel de juffrouw
+niks;... dat is maar: ik lus niks, en ik wil niks; dan mankeert er
+wat van binnen.... En 'n dokter weet toch meer as 'n ander, daar
+is-tie dokter voor."
+
+Lou en Coba gingen nu weg met hartelijke wenschen en handdrukjes,
+terwijl Go naar de kamer van Else ging, gevolgd door de
+juffrouw-in-actie, die 'n sprei op 't bed wilde leggen, en de kamer
+wat netjes maken en de patiënt moest 'n schoone nachtpon aan: "ja,
+guns, voor de dokter,"--en Else weerstreefde niet, liet met zich doen
+als 'n kind, knikte, dat 't goed was, ja, 't moest wel; ze werd eer
+erger dan beter.
+
+Go had Han en Gerard weggestuurd; 't stond zoo mal, als de dokter
+kwam, en er zat zoo'n heele gemeente. Ze bleven op de gracht heen
+en weer loopen, telkens inkijkend door 't raam, of hij er nog niet
+was, vingen Eduard en Lize, en Coba en Francis en Beerenstijn op,
+die allemaal belangstellend wilden komen vragen, zoodat er 'n lange
+rij voortdurend heen en weer trok onder groote belangstelling van de
+buren, daar ze in hun jeugdige luchthartigheid allemaal, behalve Han,
+zoo nu en dan de ernst van 't oogenblik vergaten.
+
+Go kwam soms voor 't raam, met roode wangen, de schouders ophalend; dan
+liep ze weer heen en weer, bedacht, of ze zich voorstellen moest,--ze
+wist zijn naam ook niet,--of dat ze maar ineens beginnen zou met 't
+verhaal, hoe alles zich had toegedragen;--ze moest vooral opletten,
+dat Else 'm alles zei van de beenen en de kramp en het benauwde gevoel
+in haar maag soms.--
+
+Om half vier werd er gebeld. De juffrouw, met 'n schoone schort voor,
+kwam opgewonden vragen, wat ze doen moest, "als 't den dokter was...."
+
+"'m Hier binnen laten," zei Go beverig, en ze schudde afwerend 't
+hoofd tegen Gerard, die even tegen 't raam tikte: "daar istie."
+
+'t Was 'n vriendelijke, oude, gemoedelijke man, die rustig naar 't
+nerveuze verhaal zat te luisteren, toen opgewekt vroeg, de patiënt
+eens te zien. Achter in de gang stond de juffrouw met de jongste op
+den arm, de anderen om haar heen, de gebeurlijkheden af te wachten,
+knikte Go bemoedigend toe, toen de dokter de slaapkamer inging.
+
+"Geen eetlust--nee, pijn in de beenen zeker; armen ook? 'n
+Beetje."--"Hoe weet die man dat zoo precies," dacht Go in
+bewondering,--"wat koortsig; ja; je hebt influenza, beste kind; maar
+flink onder de wol blijven. Reizen, morgen? Nee, geen kwestie van;
+deze week je bed niet uit;--Zondag misschien wat in de voorkamer;
+oppassen voor kou vatten, verder geen gevaar bij. Nee, juffertje, jij
+hoeft je niet zoo op te winden, hoor,"--en hij gaf Go gemoedelijk 'n
+tikje op de ijskoude hand;--"dat is de volgende week weer in orde. Ik
+zal 'n drankje geven, 'k kom Zaterdag nog 's terug"....
+
+Go bedankte 'm in de gang, huilend bijna: "Ik ben zóó ongerust
+geweest,"--en zoodra hij de deur uit was, brak de heele wachtende
+schare van buiten en de juffrouw met vele kinderen de voorkamer in.
+
+"Wel, wat zeit-ie? Wat is 't?"
+
+"Ze heeft influenza," verklaarde Go triomfantelijk; "'t is 'n
+allerliefste man, en het kan niets geen kwaad, als ze erin blijft. Hier
+is 't receptje."
+
+Beerenstijn nám het, studeerde er zwijgend op.
+
+"Is dat om te éten?" vroeg de juffrouw, "zei die ook nog, dat ze iets
+bizonders moest hebben? Ik ken alles klaarmaken."
+
+"Lichte kost--kalfsvleesch en iets frisch..." fantazeerde Go, "maar
+ze mag natuurlijk niet naar huis, Han."
+
+"Ik ga vanavond zelf even naar Den Haag, het aan haar moeder vertellen;
+dan schrikt ze niet zoo."
+
+"En wanneer komt-ie terug? Begrijp-u, wat er op staat?" informeerde
+de juffrouw bij Beerenstijn.
+
+"Ze zal er wel beter van worden... ik breng 't dadelijk zelf weg,"
+antwoordde hij, met 'n sfynxig lachje.
+
+"Zaterdag zou-die weer komen; ze mag Zondag misschien wel 'n beetje
+op," vertelde Go, "maar laten we 'r toch niet zoo lang alleen laten
+liggen."
+
+"Ik ga mee naar de apotheek; adieu!" zei Eduard, en Go keek 'm voor
+'t eerst weer's gelukkig aan, nu de angst haar vrij liet, dankbaar,
+dat hij zoo lief was.
+
+"Ik kom nog vertellen, hoe 'k ze in Den Haag heb gevonden." Han reikte
+Go 't briefje, dat hij snel in 'n hoekje nog even had geopend.
+
+"Kan ik nu alleen niets doen?" vroeg Gerard, "weet je nu wezenlijk
+niets te bedenken? Ik ben tot alle boodschappen bereid."
+
+Go dankte: "Jullie zijn allemaal zoo aardig, jullie nemen me alles
+uit de hand."
+
+"Neem nu vannacht 's goed rust," raadde hij bij 't afscheid nemen,
+"je ziet er zoo dood-moe uit, en nu ben je toch niet bang meer... Gaan
+jullie misschien mee, meisjes?"
+
+"Mogen we even bij Elsi?" vroeg Francis, "ik zal nu niet zoo uitgelaten
+zijn, als de vorige keer."
+
+In de slaapkamer vergaderden ze nóg 's "en petit comité": de juffrouw
+met de twee oudsten, Coba, Francis, Lize en Go. Else lag 'n beetje
+te lachen, gerustgesteld, maar verveeld, dat ze vast niet voor Zondag
+er uit mocht.
+
+"Ik geloof wel, dat ik niet eens kan; maar 't is toch 'n akelige boel."
+
+De juffrouw knikte veelwetend, en troostte: hoe lang influenza soms
+duren kon....
+
+Go vertelde nu nog 's precies, wat de dokter gezegd en gedaan had;
+ze voelde zich zóó opgelucht, dat 't haar was, of Else eigenlijk al
+beter was; en ze stonden allemaal tevreden en rustig bij 't licht
+van de kaars om het bed, en praatten over ziekten van henzelf en
+familie, en dat je toch ongerust was, als je niet wist, wat 't was;
+altijd weer eindigend in de tevreden beschouwing: dat ze het nu wél
+wisten en daarom allemaal zoo kalm en voldaan waren.
+
+Om tien uur den volgenden ochtend kwam tante, in 'n keurige japon met
+'n opgewekt gezicht, en nam, zonder eenigen pathetischen uitroep van
+zorg en ongerustheid, Go's plaats aan het bed van haar dochtertje in.
+
+"Dat leek me toch gezelliger," zei ze met 'n vriendelijk knikje,
+"en bovendien was zoo'n oppas voor jou alleen veel te zwaar.... Else
+is niet zoo'n heel makkelijk patiëntje, hè kindje;--en je ziet er
+wezenlijk miserabel uit. Vanmiddag gaan Han en jij maar 's samen
+'n flink eind loopen...."
+
+Mevrouw Gerzon sliep nu in Go's bed, die zoolang 'n kamertje boven
+betrok. Het heele huishoudentje veranderde oogenblikkelijk onder
+leiding van 'n "moeder", en Go was er verrukt over, dat de kamers
+opeens zoo'n ander aanzien hadden gekregen, nu tante met 'n handwerkje
+naast de kachel zat, nu zij 't vleesch sneed, of 's avonds achter
+'t theeblad troonde. 't Werd volmaakt, toen Zondag Else wankelend
+en langzaam, 'r bleek hoofdje bijna verdwijnend in de kraag van
+de wijde cape, de kamer binnenkwam, die feestelijk was met bloemen
+en alle lichten aan, en waar Han wachtte, die z'n "kleine vrouwtje"
+zoo dankbaar in de armen sloot, en zóó vol verrukking haar telkens in
+'t vermagerde, fletse gezichtje staarde, dat Go zich bekende, dat hij
+toch wel veel méér en wezenlijker van haar hield, dan ze had gedacht.
+
+Hij mocht dien middag blijven eten, en er was taart en wijn en dessert,
+en tante stuurde 'n heele bezending naar boven voor de juffrouw.... en
+de volgende dagen was er telkens bezoek, dat keurig ontvangen werd,
+en gezellig onderhouden; elken avond was de kamer vol jongens-
+en meisjes-vrienden, en tante was allerliefst, vond het aardig ze
+allemaal ook 's te leeren kennen, liet zich vergoden door Coba en
+Riek, die bloemen aan haar brachten, en gaf den jongens huiselijken,
+hartelijken raad; toch ook blijvend femme du monde, die au courant
+is van opera's en concerten en tooneel. Eduard vond ze "charmant",
+z'n gentlemanmanieren voortrekkend boven Gerard's rondheid; en Go
+droomde hem al 'n lid van de familie, als ze 's avonds in 'n kring
+zaten onder het licht, Han en Else bij elkaar; zij met hun drieën om
+de tafel, en zijn stem afwisselend met die van tante door de stilte.
+
+"Gaat u wezenlijk morgen weg, mevrouw?"
+
+"Ja jongen, m'n plicht is hier volbracht--Else heeft me niet meer
+noodig." En ze keek lachend naar 't dochtertje, dat stoeide over
+de canapé.
+
+"U moest maar altijd blijven," vleide Go, "het is zoo prettig."
+
+"Of jullie je vrijheid niet liever hebt! Waarom loop-je anders weg
+van je ouders?"
+
+Er was 'n beetje bitterheid in haar lieve stem; ze had de laatste
+dagen weer zoo gevoeld, dat Else haar eenige was.
+
+"Maar tante, u weet toch..."
+
+"Welke ouders kunnen hun kinderen altijd bij zich houden," peinsde
+Eduard. "Ze studeeren--of ze trouwen; dat komt op hetzelfde neer."
+
+"En mijn dochtertje doet allebei: eerst studeeren en dan trouwen,"
+tante lachte alweer. Maar Else had Henri 'n papieren muts gemaakt:
+"Hoe vin-je 'm!" juichte ze jolig.
+
+"Zijn jullie altijd zulke kinderen? Elsi, denk toch aan je waardigheid
+als student."
+
+Maar zachter zei ze toen tegen Go en Eduard: "Misschien doet ze
+'t eerste ook niet."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII.
+
+
+Nu was het overal lente en iedere dag was 'n feest.
+
+Dat begon al 's morgens vroeg, als ze wakker werden van het vroolijk
+geklok van de kippen op 't zonnige plaatsje, en 't rinkelen van
+'t gordijn, heen en weer bewogen door geurige koeltjes. 't Was nu
+'n plezier dadelijk uit bed te springen, en te plassen en te stoeien
+met water, tot je heelemaal lekker frisch en lenig was.... En dan 't
+binnenkomen in de huiskamer, waar de tafel, mooi-wit, voor hun tweeën
+stond gedekt, het glimmende trekpotje op 't comfoor met doorschijnende
+glaasjes. Dan moesten ze lachen tegen elkaar van louter vreugde om
+hun heerlijk huishoudentje, in die aardige kamers; dan scharrelden
+ze zonder veel praten innig-vergenoegd 'n beetje rond, om eieren te
+koken en de bloemen te verfrisschen; en staken de jonge hoofden uit
+'t raam in de koele morgenlucht om te kijken, of hun zwanen nog niet
+aan kwamen drijven. Die gleden statig op 't lichtende water, zon over
+den blanken staart, en bleven stil voor 't huis, de koppen in trotsche
+in-zich-zelf-gekeerdheid gebogen, ongevoelig in hun afwachting, als
+'n beest van papier-maché.
+
+Else en Margo liepen de deur uit, de handen vol brokjes brood, en
+wierpen ze in 't water, en zagen, hoe ze ze oppikten, terwijl de
+duiven van den overbuurman jaloersch begonnen te fladderen.
+
+Als 't carillon negen speelde, moesten ze hollen naar college; ze
+stormden op tegen de hooge brug, dat ze zwiepend neerveerde in 't
+midden, ze sprongen de stoepjes op en af, hijgden binnen met warm-roode
+wangen. Ieder scheen nu levendiger en helderder te zijn, en er was
+'n eenheid van geanimeerde belangstelling. De professor sprak bezield;
+de jeugd was open om z'n woorden op te nemen. In den ouden tuin zag Go
+de knoestige pereboomen met 'n sluier van blanke bloesems getooid, en
+overal werkten kleine, groene puntjes zich open aan de struikjes. In
+'t vrije kwartier ontplofte de wetenschap-spanning in 'n jubelend
+gejoel vol uitgelatenheid; de meisjes, enkel in hun japon, meestal
+zonder hoeden, speelden krijgertje om de groote, oude kerk, waarvan
+de kleine, groene glaasjes in de zon schitterden. Als er één goed
+gerespondeerd had, werd er op koekjes of caramels getracteerd bij de
+"snoepjuffrouw" 'n paar huizen van college; en het zakje ging van hand
+tot hand, opdat 't leeg zou zijn, wanneer ze weer naar binnen moesten.
+
+Onderwijl liepen de jongens, bezadigder, op het Rapenburg aan
+den zonnekant kalm heen en weer en rookten sigaretjes, vaderlijk
+glimlachend als de uitgelaten meisjesschaar hun lachende voorbij trok.
+
+Eén ochtend, dat 't buitengewoon mooi was,--je zag, je rook, je
+hóórde de lente,--waren ze in 't vrije kwartier met z'n allen naar
+den hortus getrokken: niet alleen de meisjes van het tuinlokaal,
+maar ook de candidaten van boven en de twee classicae, die enkele
+colleges in de Kloksteeg hadden.
+
+Alle boomen stonden te trillen van verwachting, alsof het wonder
+dadelijk gebeuren zou; er was geen wind, en de lucht zóó overvol van
+geur en zoelte, dat ze scheen te zullen bréken bij de minste beweging.
+
+Ze liepen allemaal stil langs de perken, waar de lilas crocusjes
+stonden, en de blanke akermannetjes, groen gestipt; en ze gingen
+met hun handen tegen de bottende boomen, en over de kleine struiken;
+het water lag in de zon; neuriënd en diep-ademend liepen ze door 't
+rots-partijtje, en gingen even op 'n bank zitten bij de groen-glazige
+serre.
+
+De oude tuinman, die toegewijd z'n kleine potjes in de zon droeg,
+knikte vriendelijk van: "heerlijk weertje," opende daarna gedienstig
+het hek;.... maar toen ze op 't Rapenburg liepen, nog stil-gelukkig
+om de mooie wereld, speelde het opeens kwart-over, en met gilletjes
+van schrik en kinderlijke pret hólden ze op de groene deur toe, de
+kille gang door, bleven dan huiverend staan voor 't gesloten lokaal,
+waar de professorsstem al uit opklonk;--en eindelijk, binnendringend,
+verlegen en buiten adem, zagen ze de eerste rij stoelen open,
+hun cahiers op de verlaten tafeltjes, en ze begonnen te lachen,
+en de jongens proestten, en de professor lachte ook, en keek op z'n
+horloge, en naar 't stoffige raam, waar de zon zoo tergend-mooi door
+schilferde,.... en, even z'n hoofd schuddend, recapituleerde hij nog
+maar 's, wat hij zooeven gezegd had.--
+
+Dan--'s middags na college--werden groote wandelingen gemaakt. Eerst
+was 't geweest om de eerste elzekatjes en 'n enkel, kortstelig
+madeliefje te zoeken, uitglijdend op den weeken grond aan de
+slootkanten, waar hier en daar nog 'n ijsvliesje zichtbaar was,
+overblijfsel van fel-koude nachtvorsten.
+
+Later gingen ze met 'n boek aan den kant van den weg zitten, en Go
+had er op aangedrongen, dat het een studieboek zou zijn; maar terwijl
+zij voorlas van sa-bâ ahas, en de ontwikkeling van beteekenis van
+het naamwoord nasati, lagen Lou en Coba over het vlakke weiland te
+kijken, waar de vredige koeien zich koesterden in 't zonnelicht,
+en dan zweeg ze eindelijk ook, en staarde over het boek heen in den
+wolkeloos strakken hemel, en naar 't zonnige slootje met rietpluimen
+aan hun voeten; en ze luisterden met hun drieën naar de stilte van
+het herlevend land.
+
+Na het eten, dat jolig verliep met gekibbel over het vleesch en de
+pudding en den sinaasappel, liepen Else en Go dadelijk de deur weer
+uit, om voor 't laatst van het lieve stadje te genieten, dat nu als
+betooverd lag in den gouden avondgloed. Nu was het 't drukst-stil op
+straat van den heelen dag: overal gingen ramen en deuren open, ieder
+wilde nog genieten van de heerlijke, zoele lucht. In groepjes kwamen
+de studenten uit de kroeg en 't Vegetarisch, liepen de Breestraat af,
+'t Plantsoen, de Singels langs. Fietsers gleden zachtjes de gladde
+paden over, rustig-rechtop, één hand even aan 't stuur; er was 'n
+zacht geklink van fluiten en van éven-zingende vogeltjes in de stilte,
+'n teere blijheid lag over alle huizen en boomen, en over alle jonge
+gezichten.
+
+Het was zeker, dat ze kennissen tegenkwamen: De Veer in 'n open bakje,
+met 'n bloem in z'n knoopsgat; Coba, die met mevrouw wandelde, Gerard
+of Beerenstijn of Hoefman. Han werd altijd gefloten, als ze langs z'n
+kamer kwamen, en dan liep hij mee op, tusschen hen in, en gewoonlijk
+kwam na 'n poosje 'n vierde en vijfde er bij.
+
+Eens waren ze met Eduard, die met Bruno wandelde, 'n eind buiten
+Leiden geloopen; het was toen al bijna heelemaal donker en de slooten
+leken looden strepen; achter hen was de hemel rossig van de lichtende
+stad. Ze hadden niet veel, en niet intiem gepraat, maar er was een
+groote vrede in de onbeweeglijke duisternis, en Go had soms stil haar
+hand op Bruno's kop gelegd, in 'n behoefte zachte teederheid te geven,
+zooal niet aan hém, dan toch tenminste aan 't dier, dat z'n eenzaamheid
+troostte, en bij 'm was in de uren van verslagenheid.
+
+Opééns was de figuur van 'n gebogen man voor hen opgedoken, en vlakbij
+hadden ze Hans herkend.
+
+"God, kerel, wat doe-jij hier op je eentje?" riep Eduard.
+
+"Ik mag eer vragen, wat jullie hier met je vieren doet?" had hij,
+even ontstemd, geantwoord. "Dit is het paadje om alleen te loopen,
+als je je zonden eens overdenken wilt."
+
+"Wij overdenken sámen onze zonden, en dan is 't zoo akelig niet,"
+antwoordde Eduard, met 'n lachje tegen Go; en ze waren met hun vijven
+naar de stad terug gegaan, die als 'n zwarte massa tegen den rossen
+hemel stond.
+
+Bij 't licht viel 't Go op, hoe slecht Hans er weer uitzag.
+
+"Zeg, je werkt toch niet te hard?" had ze hartelijk gevraagd. "Je
+ziet zoo bleek, jongen."
+
+"Ik weet niet, hoe iemand ooit hard genoeg werken kan. Als je 's
+rekent, dat die groote, groote wereld met al die menschen nu al
+duizenden eeuwen bestaat.... en dat wij, laten we zeggen zestig,
+zeventig jaar dat leven mogen meemaken, en in dien tijd alles
+doorwerken en doordenken moeten, wat er ooit op de wereld is gedacht
+en gedaan, om tot 'n waarheid te komen, die ons nú bevredigt---"
+
+"Vooral als je van die zeventig jaar, vijftien jaar onbewustheid,
+èn alle lentes moet aftrekken, wanneer geen verstandig mensch iets
+uitvoert, ieder zich alleen láát leven."
+
+En Eduard barstte juichend uit: "Es brechen in schallenden Reigen
+die Frühlingsstimmen los."
+
+"Alleen heb ik 't gevoel, dat je niet wezenlijk "leven" kunt, voor je
+weet, wat 't leven eigenlijk is," peinsde Hans. "Maar misschien is
+'t zóó wel beter; als je de mechaniek van de tooverlantaarn kent,
+is er 'n hoop van de aardigheid van de plaatjes af.... Hou-jij óók
+zoo dol van de tooverlantaarn, Go?"
+
+En ze vertelden vroolijk hun herinneringen van kinderpartijtjes,
+tot ze bij het oude grachtje waren.
+
+Alle dagen waren licht, alle nachten zoel en geurig, terwijl de lente
+aanzwol tot zomer, en de boomen schaduw begonnen te werpen over den
+blikkerenden weg.
+
+Ze zouden 'n middag op 't "Witte huis" gaan koffiedrinken: alle leden
+van "Laborando vincimus" met Lou en Coba en Francis als invitées. Na
+college stormden ze weg om de fietsen uit de bergplaats naast 't gebouw
+te halen, en de professoren stonden door de blauw-gehorde ramen toe te
+kijken, hoe jolig en vief het clubje opsteeg en wegreed, met vroolijk
+roepen van den een naar den ander en gelach van 't haasten.
+
+Lize was alleen nog na blijven pennen, omdat hier en daar 't dictaat
+haar te snel was gegaan, en Hoefman ziende, die nog draalde bij de
+deur, vroeg ze zijn cahier om even in te zien, verdiept in de namen
+en jaartallen van de schismatische pausen.
+
+"Wat 'n zalig weer, juffrouw Schermer," begon Hoefman tegen haar
+tafeltje leunend.
+
+"Ja... staat daar 65?" vroeg ze zonder opzien.
+
+"'t Is echt weer om te wandelen... Doet u dat wel 's?"
+
+"Nee; dank u voor 't cahier... Dag meneer Hoefman."
+
+"Ach, ga nu nog niet weg..." en hij liep haar na in 't kamertje. "Ik
+wilde u wat vragen... toe, u moest 't maar doen. Bijna alle meisjes
+van college zijn naar 't "Witte Huis". 't Is zulk eenig weer, en
+'t zal er zoo prettig zijn. Gaat u ook mee!"
+
+"Ik dénk er niet over; ik moet op de bibliotheek werken vanmiddag."
+
+"Dat kunt u toch; 't is maar om 'n uurtje te doen... we fietsen er in
+'n oogenblik heen."
+
+"Ik heb geen fiets."
+
+"Dan loopen we; zooveel te gezelliger. 't Is zoo'n mooie weg... en
+u zult beter kunnen werken na zoo'n wandeling."
+
+"Maar ik ken er niemand," zei ze met zwak verzet. Wat wou die jongen
+toch van haar! Maar hij wàs aardig.
+
+"U kent juffrouw Herderts en juffrouw Gerzon, en die twee andere
+dames van college, en mij, 'n beetje."
+
+"Toe dan maar... U zult zien, dat ik storend werk op de pret; maar
+dan heeft 't tenminste 't voordeel, dat u me niet meer lastig valt."
+
+En ze begon 'n gesprek over de moeilijkheid 'n leesbare uitgave
+van Ruysbroec te vinden, maar bij 't station had hij haar al over
+bloemen aan 't praten, haar oogen begonnen levendiger te worden,
+ze kreeg 'n beetje kleur, en toen in de laan bij 't "Witte Huis" de
+fietsende en krijgertje spelende menigte hun joelend te gemoet kwam,
+stak ze niet te zeer af bij de uitgelaten pret.
+
+Er was buiten 'n groote tafel gedekt, waar ze zelf de stoelen voor
+aansleepten; Frieda, die er in 'n grijs japonnetje met haar fijn,
+sereen gezicht allerliefst uitzag, werd tot tafelpraeses benoemd,
+verzocht de heeren dringend niet te vechten om hun plaatsen. Hoefman
+zat naast Lize, maar de stoel aan haar anderen kant bleef geruimen
+tijd leeg, en er werd over "gesmoesd" onder de jongens, tot Hans,
+zonder opvallendheid, naast haar zitten kwam, en dadelijk begon te
+praten over 'n artikel in de Gids over het stamland der Indo-Germanen.
+
+"Komt Rolands niet?" vroeg Go, terwijl ze boterhammen "hakte" van
+den langen broodstok.
+
+"Nee, die had geen zin of geen tijd; allemaal suiker en melk?--"
+en Gerard rammelde met de groote koppen en de koffiekan.
+
+Coba gaf aan Hoefman de beste adressen voor boter en koffie op, "maar
+je moet natuurlijk niet te veel tegelijk laten halen; dan bederft het."
+
+En nu kwam Go los met 'n grappig verhaal over 'n scène met de juffrouw,
+die geen ons boter en geen half ons vleesch tegelijk wilde halen. "We
+zijn nétte menschen, en voor ons zelf zouë we 't ook niet doen. Ze
+kijke je er in de winkel op an, en noeme je "halve-onze-juffrouw." 'n
+Half ons ham of rookvleesch; dat plááts ik nog... maar leverworst,
+of cornét-bief..."
+
+"We wisten eenvoudig eerst niet, wat ze meende, met 'r cornét-bief,"
+lachte Else.
+
+"En hoe liep 't af? Némen jullie nu, om 't fatsoen van de juffrouw,
+'n héél ons?"
+
+"Nee, die onbetamelijke boodschappen doen we nu zelf...." en Go gaf
+reikend het vleeschschaaltje aan Lize, die stil was geworden, en met
+wijd-open oogen keek in de boomen en de blauw-lichte lucht.
+
+"Juffrouwen-die-kamers-verhuren zijn de heerlijkste, vermakelijkste,
+interessantste menschen, die je je denken kunt," begon De Veer
+gezellig. "Als mijn juffrouw kwaad op me is, omdat we 's nachts
+herrie hebben gemaakt, of vuile boel op mijn kamer, geeft ze me
+olie in m'n lamp, die niet branden wil, "vergeet" me m'n brieven te
+geven, en stuurt alle berenleiders naar m'n kamer;.... maar heb ik
+daarentegen haar goedgunstigheid opgewekt, dan heeft ze allerlei kleine
+verrassinkjes: ik krijg 's avonds opeens 'n ommelet binnengebracht,
+of ze wascht m'n handschoenen.... en alle schuldeischers, zèlfs
+'n deurwaarder, houdt ze met mooie praatjes aan de deur."
+
+"Komen die dan zoo druk bij jou, deurwaarders?" vroeg Frieda, die
+brood voerde aan Bruno.
+
+"Nou, zoo in 't begin van de maand, hè Eddy?" en Eduard vertelde
+lachend aan Go, dat hij en Wim en Rolands 'n driemanschap hadden
+gesloten tegen die lastige rustverstoorders: in 't begin van de maand
+huisde ieder op de kamer van den ander, zoodat "meneer" nooit thuis
+was, en ze toch niet den heelen dag in bed hoefden te blijven, of op
+de kroeg te hangen.
+
+"Want je weet niet, hoe melancoliek dat maakt, als je uur na uur met
+je boek, met de krant, maar zoo'n beetje ligt te soezen in 't grijze
+licht, en telkens schrik-je wakker van 'n stem, die naar "meneer
+Neerwinden" vraagt, en je hoort je juffrouw, nijdiger, naarmate de
+dag verder vordert, snauwen: dat meneer op bed leit, dat meneer niet
+bij de hand is. En de kerels nijdig terug, dat ze nou al zoo lang er
+om loopen, dat 't nou 's uit zijn mot,... zoodat je aan 't eind ligt
+te rillen bij de gedachte, dat ze wel 's zouën kunnen binnenkomen."
+
+"Nou; wat dan nog?" lachte De Veer, "als je 't nu toch eerlijk
+niet hebt?"
+
+Maar Francis leidde de aandacht af, door op 'n beeldig, klein vogeltje
+te wijzen, dat op den grasrand sprong; ze wierpen er stukjes brood
+heen, en slopen zachtjes nader om 't van dichterbij te bekijken. De
+tafelorde was verbroken; Go snoepte klontjes suiker, en wierp er
+ook den hond van in den geopenden bek; Lou en Coba liepen arm in arm
+den kant naar Endegeest op, vanwaar 'n geheimzinnig, triestig gezang
+opklonk; de anderen stonden en hingen over de stoelen te overleggen,
+wat nu.
+
+"Ik ga dadelijk terug," zei Lize. "Je hadt gezegd, dat 't maar 'n
+uurtje duren zou en 't is kwart voor twee."
+
+Hoefman trok zich den verwijtenden toon niet aan: "Als je per se wilt,
+ga ik mee," en hij keek met voldoening in haar levendig gezicht;
+ze had haar hoed afgezet, en haar haar sprong weerbarstig uit den
+stijven wrong.
+
+"Dag lui," wuifde hij, en hij voelde zich trotsch, toen ze 'm
+verwonderd nakeken.
+
+"Wat wíl die kerel toch met dat meisje?" vroeg Eduard, terwijl ze den
+weg langs de tulpenvelden in gingen. De groote bloei was al voorbij;
+hier en daar wiegden nog enkele roode en witte ballonnetjes, maar er
+tusschen was veel kale aarde, en ze vonden ergens in 'n sloot 'n heele
+hoop verwelkende bloemen, die zoo maar als waardeloos waren weggegooid.
+
+"Hoe zonde," zei Go, er bij neerknielend, maar Gerard trok haar
+weg: "Moet je nou in de sloot vallen, meisje, om zoo'n verrotte
+bloemen-hoop; kijk, daar bloeit meidoorn en wikke en convolvulus:
+pluk dáár liever van."
+
+Hans en Wim waren aan 't ver-springen over de sloot, zonder stok; en
+Eduard ging aan den kant zitten om 'n fluitje van het riet te maken,
+dat schallende klank gaf over den stillen weg. Hij moest er toen ook
+een voor Go maken en voor Else en voor alle meisjes, behalve voor
+Frieda, die 't "afschuwelijk" vond, toen ze toeterend en krijschend
+naar 't hôtel terugkuierden.
+
+Daar stonden de fietsen in 'n lange rij; er werd betaald; de meisjes
+ordenden haar haren, en met veel geplaag om Coba, die "er nooit óp
+komen kon," vertrokken ze in groepjes, snel wegwielerend door de
+hooge laan.
+
+Go en Eduard kwamen achteraan; hij had haar fiets met de lange
+wikke-ranken en de geurige meidoorn opgesierd; de warme lente woei
+in hun lichte gezichten, en ze praatte opgetogen over den mooien weg
+en de aardige, wuivende boomen. Ze reden binnendoor, langs smalle
+kronkelende paadjes; telkens zagen ze fietsen glimmeren in de verte,
+en dan was 't weer weg; soms riepen ze tegen elkaar, schallend,
+dat de vogels schrikten.
+
+Eduard dacht, dat Go nu heelemaal was, zooals hij haar 't liefste
+zag: jong, open, gelukkig, genietend van 't oogenblik, vertrouwend
+in het leven, in de menschen, vóór alles in hem. Hij keek haar zacht
+en innig aan, en voelde, dat zoo'n meisje bij de lente hoorde.
+
+Nu bogen ze den hoek om, en opeens, langs 'n zijpad, zagen ze Rolands'
+klein figuurtje naast 'n rijzig "jufje" gaan, Rolands' bruin kopje
+vragend naar haar opgeheven, terwijl z'n beenen onzeker gingen,
+en z'n heele houding pijnlijke verwachting uitdrukte.
+
+Eduard keerde zich dadelijk naar Go, zei iets van den weg, om haar
+af te leiden, maar hij zag in haar oogen, dat zij 't begrepen had en
+zweeg, in z'n hart foeterend op "die stomme, kleine nikker."
+
+Maar toen tranen kwamen, en Go al maar zwijgen bleef, met iets zoo
+hopeloos-bedroefds en gebrokens in haar gezichtje, dat hij begon te
+voelen, wat 't voor zóó'n kind zijn moest, als ze iets dergelijks zag,
+boog hij zich over haar heen, zacht vragend: "Wat is er, Gootje?"
+
+Ze schudde haar hoofd, en haar haren bewogen rythmisch op den wind.
+
+"Ja, nu jok-je; er is wel wat. Je ziet er opeens zoo vreemd uit. Je
+was zoo even heelemaal anders."
+
+"Maar 't is ook zoo verschrikkelijk," barstte ze smartelijk uit,
+"het was alles zoo mooi, de weilanden en de boomen, en de hééle
+wereld, en ik had zoo 't gevoel, dat iedereen goed moest zijn, bij
+zulk weer. En nu hij daar opeens, zich weggooiend, vragend aan.... op
+zoo'n heerlijken lentedag iets zoo leelijks."
+
+"Maar 't is juist in de lente en met 't mooie weer, dat zulke dingen
+gebeuren," antwoordde Eduard zachtjes, en hij zag, hoe ze over de
+lichtende landen keek met 'n nieuwe gedachte in haar oogen, dat ze
+vaag iets nieuws voelde in de groeiende wereld om haar heen, waar ze
+vroeger nooit aan had gedacht, en dat ze ook niet mooi vond.
+
+"Ik ben zoo bang, ik word zoo bang voor al dat vreemde overal, waar
+ik wel 's van gehoord heb, maar nooit over gedacht.... En vóór je 't
+ziet, heb je 't niet begrepen.--Ik voel me hoe langer hoe onrustiger,
+nu ik weet, dat zoo iets met een van onze vrienden gebeuren kan."
+
+Ze streek nerveus haar haar weg; 't stuur wankelde, en hij legde z'n
+smalle hand naast de hare.
+
+"Ja," zei hij zacht; "zoo zijn wij studenten;--zoo zijn we bijna
+allemaal."
+
+
+
+Ze gleden voort onder de hooge boomen, de handen vlak naast elkaar. Ze
+voelde z'n oogen over haar gezicht gebogen, en stil keek ze recht
+voor zich uit. De wereld was anders, dan ze ooit had gedacht in
+haar meisjesdroomen; en 't geluk was anders. Het groeide in haar met
+toenemende pijn.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV.
+
+
+Go zat op de kist, die in 'n hoek van de kamer stond, maakte zorgvuldig
+'t boodschappenbriefje voor de juffrouw op: "Dus nog vier eieren,
+Elsi, en den man van de schuit waarschuwen voor de koffers... en
+pakpapier voor de gravures."
+
+Else knikte, zuchtte even. "'t Laatste briefje," zei ze zacht,
+en opeens scheen 't haar, dat ze het toch verschrikkelijk vond haar
+leven hier te verlaten, dat ze toch altijd terugverlangen zou naar Go
+en de kamer in de kleine stad, al was 't in 'n vreemd land nog zoo
+mooi en interessant. Toen haar moeder voor 't eerst er over sprak,
+dat ze liever met studeeren ophouden moest,... over één, anderhalf
+jaar zou ze met Han kunnen trouwen, en wat hád ze er dan aan, of
+ze candidaat in de rechten was,--had ze zich eerst hevig verzet,
+en gehuild, dat ze hiéld van haar studie--"erg platonisch", had haar
+vader geplaagd--, dat ze niet weg wilde uit haar lief Leiden--, maar
+toen later over het plan was gesproken haar eerst 'n poos naar Brussel
+en daarna naar Londen, misschien ook nog naar Duitschland te zenden,
+om goed de talen te leeren, wat breederen blik te krijgen en zich
+te bekwamen in 't huishouden,--en toen de brieven met inlichtingen
+over families waren gekomen, en er gepraat was over uitstapjes en
+opera's en concerten,--had ze er langzamerhand plezier in gekregen,
+en zich 'n beetje "grande dame" gevoeld tegenover de andere meisjes,
+die altijd stil hier zouden blijven; en prettig ook met Han erover
+gepraat, dat ze nu een echt huisvrouwtje ging worden, dat dat toch
+beter was dan geleerdheid. Maar nu.... nu haar kisten al voor 'n deel
+naar huis waren gestuurd, nu de kamers rommelig en ontredderd waren,
+en ze samen in den schemer 't laatste briefje voor de juffrouw zaten
+samen te stellen en ze straks voor 't laatst met Han langs de stille
+grachtjes loopen zou, voelde ze zoo'n wijden weemoed om het heerlijke
+jaar, dat voorbij was, dat ze álles had willen geven--Brussel en Londen
+en alle grootsche weelde,--om hier te kunnen blijven, met Han en Go,
+tusschen de jeugd, tusschen de vrienden, in de bescherming van de
+oude huizen.
+
+"Och," zei Go, "je moet maar denken: 't afscheid is voor ons eigenlijk
+'t zelfde; of je nu voor altijd gaat, of voor drie maanden;.... 't is
+iets, dat je niet kunt overzien. En in deze kamers zitten we allebei
+voor 't laatst."
+
+"Ja, 't is jammer, dat jij niet alleen blijven kunt."
+
+"Ja; maar 'n tweede meisje is zoo moeilijk te vinden, en zoo'n meneer
+altijd vlak naast me.... nee, 'k ben érg voor coëducatie, maar 'k zou
+'t niet gemoedelijk vinden."
+
+"Och.... als-tie aardig was."
+
+"En dan wil ik liever ook maar dit jaar heelemaal apart houden. Nu
+begint er weer iets nieuws. Ik zou je veel te erg missen, als ik hier
+bleef op ónze kamers."
+
+"We zullen nu wel nooit meer zoo samen zijn," peinsde Else... "Je komt
+natuurlijk wel 's bij ons logeeren, maar dat is toch anders... We
+hebben 't altijd vreeselijk goed met elkaar kunnen vinden, hè; we
+hebben nóóit gekibbeld, we zijn nooit boos op elkaar geweest."
+
+"Nee," en Go dacht aan dien keer, toen Els met Eddy geflirt had, en zij
+zoo onredelijk was geweest. Goeie Elsi, ze vergat zulke onaardigheden
+altijd dadelijk. En ze had nooit gezinspeeld op de verhouding met hem,
+nooit geplaagd...
+
+"Ga nu maar naar Han toe, anders laat je 'm nog wachten voor 't eerst
+en voor 't laatst... Ik moet nog gaan spreken over het bewaren van
+m'n planten, en dan naar Lize."
+
+"Gootje," zei Else zacht, met ongewoon ontroerde stem, "hier is
+'t allemaal voor me begonnen, dien avond voor den spiegel, toen hij
+opeens binnenkwam... En je hebt 't allemaal meegemaakt, en nu gaan
+we gauw trouwen. Je bent altijd erg lief voor me geweest." En na 'n
+woeste omhelzing draaide ze zich opeens om, en als beschaamd over haar
+weekheid, riep ze: "Dàg!" en vloog de deur uit, terwijl Go glimlachend
+zuchtte: "Schat, ik zal je zoo missen."
+
+Toen zette ze de melk, 'n glas, 'n ei, den klutser op tafel klaar, voor
+'t geval, dat Else vóór haar mocht thuiskomen, ging stil de kamer uit.
+
+Er lag dien avond 'n drukkende melancolie over de grijze stad. Voelde
+ze al, dat de jeugd haar weer ging verlaten, en drukte haar nu opeens
+het gewicht van haar hoogen ouderdom, omdat het nieuwe geslacht,
+dat haar altijd jong hield, weer wegtrok? Of was 't het verdriet van
+de scheiding in alle jonge harten, dat de lucht zwoeler maakte en
+de kleuren doffer? Het hielp niet, of Go al diep zuchtte om zich te
+bevrijden van het benauwde gevoel; de weemoed in haar vermengde zich
+met den weemoed van de omringende dingen, en ze voelde, hoe bijna
+achter ieder licht raam nu één dacht aan 't scheiden: "scheiden thut
+weh," één gebogen zat over z'n koffers, zwaar van gedachten aan 't
+jaar, dat voorbij was. Maar er zouden er toch ook zijn, die blij waren
+naar huis te gaan. Ze vond het ellendig, dat zij niet blij was. Daar
+waren vader en moeder en de kinderen allemaal, en ze verheugden zich,
+dat ze nu weer 's 'n poos in hun midden zijn zou; moeder zou vanavond
+stralend aan de theetafel zeggen: "Morgen zijn we weer met ons tienen,
+kinderen"--en zij zag er tegenop weer onder die menschen te moeten
+leven, die toch allen zooveel van haar hielden; ze huiverde terug
+voor de degelijke gezelligheid, de stille regelmaat, en vond 't
+punctueele irriteerend en banaal. Wat zou arm moesje bedroefd zijn,
+als ze wist, hoe ze in 'n jaar haar al was ontgroeid! Hoe zou ze zelf
+in zoo'n verandering hebben kunnen gelooven, zij, die negen maanden
+geleden snikkend uit het ouderlijk huis naar den vreemde trok? Alle
+leven was haar vlak en onbelangrijk geworden, vergeleken bij het
+hevig-genietende, diep-rampzalige, altijd-in-uitersten-zich-bewegende
+om haar heen. In dit jaar was ze gaan begrijpen het studentenleven,
+dat haar eerst alleen iets grappigs, iets van pret maken had geschenen;
+dat ze nu voelde in z'n jonge kracht en z'n verwording, met z'n idealen
+en désillusies, levensmoed en wanhoop, altijd heel groot en heftig,
+heerlijk of afschuwelijk. O, ze vóelde, dat ze het stadje liefhad,
+zooals ze nog nooit 'n stad had liefgehad. Ze liep nu afscheid te nemen
+van ieder huis, van de boomen, van het water, van de brugjes, van de
+lantaarns. Op elk plekje was immers 'n lieve herinnering aan iets,
+dat ze dáár had gedacht of gehoord of gezien. Van allerlei huizen
+wist ze immers: daar woont die, of heeft die gewoond; en het water,
+waar de vrouwen hun goed in uitspoelen kwamen, waar 's ochtends de
+kleurige groenteschuitjes door voeren, en 's avonds de motorbooten,
+de bruggen waarschuwend met schetterenden hoorn--had ze het niet
+bewonderd van den eersten dag af?
+
+Nu liep ze langs den Witten Singel, staarde peinzend naar de
+sterrenwacht, die haar altijd 'n geheimzinnig kasteel had geleken;
+het was zoo donker en plechtig onder de dik-bebladerde kastanjeboomen,
+dat het scheen, of ze in 'n kerk liep, en ze zei: Nu moet je naar
+Lize, je loopt al zoo lang maar rond;--voelde toch ook, dat ze zóó
+niet bij haar zou kunnen werken.
+
+Om haar gedachten af te leiden begon ze zich af te vragen, of ze dit
+jaar met haar studie nu wel genoeg was opgeschoten; en dàt bracht haar
+de grappige herinnering van de eerste maanden van samenwerken met Coba
+en Lou. Ze kenden elkaar toen nog heel weinig, maar hadden afgesproken
+eens in de week bij Coba of Go op de kamer bijeen te komen. 's Middags
+gingen ze dan al vast koekjes en andere lekkernijen koopen, en 't
+begin van den avond was: theedrinken met koekjes en vroolijkheid. Dan
+werden om 'n uur of acht alle mogelijke wichtige boeken bij elkaar
+gehaald: Franck's etymologisch woordenboek en mittelniederländische
+grammatik; Stoett; Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal; Den
+Hertog; Braune.... en na eenig gekibbel begon er één 'n bladzijde
+van den middelnederlandschen tekst voor te lezen. Maar dan kwam de
+groote moeilijkheid. Soms vonden ze elk wóord "der aandacht waardig,"
+grepen ieder naar 'n boek om te kijken, of er iets over te vinden
+was, en hun wijsheid door elkaar mee te deelen. Dan weer scheen
+hun alles dood-eenvoudig,of verwezen ze elkaar voortdurend naar 't
+middelnederlandsch woordenboek. Ze konden elkaar soms minuten-lang
+diepzinnig zitten aanstaren om den een of anderen duisteren regel te
+doorgronden en dan opeens alle drie te gelijk in lachen uitbarsten,
+omdat ze zoo bespottelijk geleerd deden. 't Was hun onmogelijk geweest
+zichzelf au sérieux te nemen, wanneer ze in al die dikke boeken
+zaten te kijken; technische termen vonden ze allervermakelijkst,
+en zeiden ze nooit zonder de professorsstem na te doen, en om negen
+uur stormden ze ziels-vergenoegd de deur uit om zich 'n beetje te
+verfrisschen van de inspanning en melk of limonade te gaan halen,
+ondertusschen elkaar op de gelezen regels vergastend. Als ze terug
+waren, begon er weer een te lezen, terwijl de anderen chocolademelk
+brouwden, of kastanjes poften, wat door alle drie zooveel belangrijker
+werd gevonden, dat èn Stoett èn Franck, èn Braune èn Den Hertog als
+zitplaats werden gebruikt om in de melk te kunnen roeren, en op de
+mooie, roode kaft van de Geschiedenis der Nederl. taal brandplekjes
+schroeiden van de gepofte kastanjes. Als ze om tien uur samen Lou
+naar den trein brachten, zeiden ze telkens weer, dat 't zoo toch niet
+ging, en Lize werd den volgenden dag bestormd met de vreemdste vragen:
+Hoe je aan 'n woord zien kon, of er wat van te zeggen was? En hoe je
+dan kon weten, waar je het op moest zoeken?...
+
+Eindelijk had Lize bedacht, dat het 't beste was, als ze hen eerst
+'n beetje op weg hielp. Voor haar zelf was 't een goeie oefening,
+en 'n proef, of ze er nu wezenlijk wat van wist, en zij zouden er
+dan misschien een beetje kijk op krijgen. En het was beter gegaan
+van den eersten avond af; wel kon er soms iemand niet respondeeren,
+omdat ze 'n vollen mond had, en moest de lezing onderbroken worden,
+om op te staan voor 't laatste koekje; maar er werd ook flink gewerkt,
+Lize "rook", bewonderde Coba, als er over 't een of ander woord iets
+in Franck of Stoett stond, en ze zouden nu dezen avond hun tweede
+middelnederlandsche tekst ten einde brengen.
+
+Maar ook bij Lize in de kamer hing de doffe treurnis.... Er was nog
+geen licht aangestoken, en de meisjes zaten en lagen zwijgend bij het
+open raam, starend op den kalen muur en het stukje violetten hemel
+er boven.
+
+"Ik dacht, dat ik veel te laat was; ik heb nog overal rondgeloopen,"
+zei Go.
+
+"Ik weet niet, hoe laat 't is; ga ergens zitten."
+
+"In de vensterbank maar; God, wat is 't zoel vanavond."
+
+Lou speelde met Go's boeken. Ze was de kinderlijkste en de jongste van
+allemaal, had ook, omdat ze thuis was gebleven, minder den invloed van
+'t studentenleven gevoeld.
+
+"We zullen nu maar niet werken, hè?" zei ze droomerig. "We zijn
+vanavond voor 't laatst bij elkaar, en kunnen 't morgen zelf wel even
+uitlezen op de bibliotheek."
+
+Lize knikte. "Ik ben ook zoo suf in m'n hoofd; ik had moeite te
+bedenken, wat ik in m'n koffer moest meenemen."
+
+"Ga-jij morgen ook?"
+
+"Ja, Vader heeft me geschreven, dat ik moest komen."
+
+"Ik ben toch blij, dat we hier nog 's terugkomen voor die pic-nic
+van Laborando vincimus," zuchtte Coba.
+
+"Ja, dolletjes," fluisterde Lou, maar Lize zei, dat ze niet wist,
+of ze meegaan kon. "'t Hangt er van af, of ik weg kan, hè; er schijnt
+weer iets met de meid te zijn."
+
+"O, maar je moet mee; 't zal zoo prettig zijn...."
+
+"Och, ik ken de menschen zoo weinig.... ik hoor er niet bij."
+
+"En òns dan, en Else en Hoefman...."
+
+"Ja die, maar die is zoo vreemd. Laatst ging 'k met m'n koffertje naar
+'t station, 't was niet eens zoo erg zwaar. Daar kwam hij me opeens
+achterop en wou 't dragen. Nu, ik vind 'm niets geen reus, ben zelf
+misschien sterker. Ik zei, dat ik 't liever niet had,.... maar hij, o,
+lieve hemel, of ik er van breken zou, of 't iets ongehoords was... Nou,
+dat 's aanstellerij. Ik heb 'm wel 's wat van thuis verteld, en
+dan kan hij weten, dat 'k wel 's moeilijker dingen te doen heb, dan
+'n koffertje te dragen."
+
+Ze haalde de schouders op, en streek met haar handen over haar moe
+gezicht. Toen leunde ze haar hoofd op de ellebogen, en bleef naar
+buiten zitten kijken, in de lucht, waar langzaam sterren doorkwamen.
+
+"Wat is 't hier stil," zei Lou, "is je juffrouw uit?"
+
+"Ik weet 't niet. 't Is niet gehoorig hier."
+
+Ze zwegen weer, dachten allen aan de toekomst, die zoo dicht bij
+scheen op zoo'n avond; zochten de profetie van hun leven in den
+muur en de sterren. Go verlangde naar Eddy: hoe zouden ze elkaar nog
+nader komen? Was zij niet 't eenige meisje, van wie hij notitie nam;
+was 't niet iets van-zelf-sprekends geworden, dat ze altijd samen
+waren? En zou dit eindigen in 'n engagement, 'n huwelijk? Ach, die
+dingen waren zoo ver, en daar gaf ze nog niet om;.... als hij maar
+van haar hield, als ze maar voor 'm zorgen mocht... Ze had er nog
+over gedacht 'm te vragen eens te komen in de vacantie, maar ze
+dacht toch, dat moeder 'm niet aardig vinden zou;... zeggen zou,
+dat-ie meer moest werken;... ledigheid maakte melancoliek...
+
+"Leise flehen meine Lieder... durch die Nacht zu dir...," zette
+ze onwillekeurig even zacht in; zweeg toen, benauwd door den weeën
+weemoed.
+
+"Hè, wat is dit toch eigenlijk 'n lam weer." En Coba rekte zich uit
+in ongeduldig zuchten. "Je kunt niets, je weet niets, je hebt alleen
+maar 't land. Vanmiddag heb ik met mevrouw in de populierenlaan bij
+Poelgeest gewandeld;... en daar verlangde het toch zoo;... ieder
+blaadje hing te trillen van verlangen;... je werd er akelig van... Ik
+heb tegen mevrouw gezegd: Als we hier niet dadelijk uitgaan, word ik
+gewoon gek."
+
+"Maar je bent immers morgen weer thuis," troostte Lou, die hierin
+het geneesmiddel voor alle verdrietelijkheden zag.
+
+Maar de anderen antwoordden niet. De kamer was vol angst en verlangen.
+
+
+
+Den volgenden middag kwam de wagen voor, die Go's boeltje naar de
+nieuwe woning zou brengen. Else was 's ochtends al vertrokken, nu weer
+kalm en correct, in het koele morgenlicht; en Go zat alleen op de tafel
+zonder kleed te noteeren, hoeveel stuks uit werden gedragen. De deuren
+stonden open, en 't gejoel uit de gang klonk jolig door de kamer. De
+kinderen vonden 't een pretje, liepen glunder lachend de dragers in
+den weg, en Go was teleurgesteld, dat het zelfs Joostje niet schelen
+kon, dat "tante" nu weg zou gaan. Ze ergerde zich, dat zij zich zoo
+gehecht had aan menschen, wie haar vertrek absoluut niet raakte; ze
+moest lachen, omdat ze zich had verbeeld, dat de juffrouw wezenlijk
+"moederlijk" voor haar was gaan voelen. Voor háár immers 'n ander,
+en heeren waren makkelijker; en terwijl ze noteerde: kastje in twee
+stukken; bureaustoel; studeerlamp, stelde ze zich voor, hoe over
+'n paar maanden hier weer 'n huishouden zou worden binnengedragen,
+onder dezelfde blije belangstelling van de kinderen;--'t was 'n komen
+en gaan, een onrustig rond-getrek in de stad, waar de jeugd geen
+"thuis", geen vaste woonplaats had: ze gingen allemaal van kamer tot
+kamer, kwámen vol verwachting, scheidden in leed...
+
+"Is dat alles, juffrouw?" kwam de man vragen, en Go keek na door
+'t raam, hoe de wagen wegschokkerde, 'n kantelig tafeltje bovenop;
+en dan opeens, met tranen, wendde ze zich af, sloot de deur, en ging
+lang-uit op de oude canapé liggen. Dit was het laatste uurtje met
+haar kamer alleen; de city-bag stond al klaar, met kleinigheden,
+die ze nog mee naar huis moest nemen;... de wanden waren leeg, met
+nijdige prikken in 't behangsel,... prikken van versieringen van
+vroegere heeren, prikken, die ze zelf had gemaakt;--en ze peinsde,
+hoe de kamer nu weer worden zou, en wie er nu zou komen leven, en
+knikte ieder meubel nog 's vriendelijk toe: "dag goeie, groote kast,
+dag tafel, wat ben-je bekrast, ouë; en jij, m'n líeve canapé, wat
+zou ik je graag hebben meegenomen."
+
+De kinderen speelden in de gang met de houtwol en de papieren, die
+waren blijven liggen. Ze gaf er niet om, ze nog goeiendag te zeggen;
+ze was hun toch een vreemde gebleven.
+
+Maar de kamer, daar zou ze voor 't laatst nog 's heel vertrouwelijk
+mee zijn; daar zou ze zich dit uurtje nog 's heelemaal aan geven.
+
+En ze lag en keek. Alle dingen spraken van herinneringen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XV.
+
+
+"Hallo!" schreeuwde De Veer, en zwaaide met z'n kussensloop, toen
+hij de coupé, waarin Go en Else en Lou zaten, in 't oog kreeg.
+
+"Prachtig weer; kom er uit, dames," ontving Gerard, "kijk, daar zijn
+de anderen."
+
+"Maar Wim, wat zit er in dat sloop van jou? En o, kijk Hans, dat is
+nog gekker, die zak met roode ruitjes.... Je bent precies 'n boer."
+
+"Verrassingen, verrassingen! waar hebben jullie je fourage? mag ik
+'s ruiken aan je koffertje, Elsi? En 'n blikje...'t is verleidelijk."
+
+"Daar is Han met de taart;.... kerels, wie heeft de boter en de
+brooden?"
+
+"Ik; daar liggen ze.... ik wilde me niet vooruit al zoo opladen.."
+
+"Hè, wat 'n flauwe vent; gauw, 't is juist zoo aardig." En Hans hing
+de grijze boterpot over Gerard 's rug, bond de broodstokken om z'n
+schouders.
+
+"Ha... daar zijn Lize en Frieda met Hoefman. Wat heeft die man?"
+
+"Kom 's hier, Louistje, laat je pak 's bevoelen."
+
+"Nee, kerel, blijf af; 't is 'n geheim."
+
+"Kon-je toch komen? Wat gezellig," praatte Go tegen Lize; "'t is
+'n heele club, hè?"
+
+"Nou wordt 't toch tijd, lui; daar is Beerenstijn... o, met de
+flesschen om z'n hals... Coba... Kom, we gaan naar den trein, hoor."
+
+"Rolands nog... en Eduard... zeg, die zouden toch allebei komen?"
+
+Go leunde zenuwachtig uit 't portier; 't was nog maar één minuut en
+ze zag niets op 't perron.
+
+"Er zijn menschen, die nou altijd te laat moeten komen," bromde Gerard,
+en de Veer gilde: "Chef, de trein kan nog niet vertrekken; er moeten
+nog twee heeren mee.... vervloekte kerel, nou gaat-ie tóch fluiten."
+
+"Daar zijn ze; hiér, hier; geef óp je taschje! Wat zijn jullie op
+'t laatste nippertje; dat scheelde 'n haartje; daar gaan we al."
+
+"Der herr professor giebt heut' kein collegium," zong Hans 'n troepje
+veeboeren toe, die hen verbaasd nastaarden, maar Wim raadde 'm aan
+niet zoo ver uit 't portier te hangen, want dan zou hij wel 's niet
+in de coupé terug kunnen: met veertien lui was 't wel wat erg vol.
+
+"Neerwinden, vent," bewonderde De Veer, Eduard aan alle kanten
+omdraaiend. "Je ziet er uit, of je naar 'n diner toe moet.... 'n
+keurig pak, 'n mooie das, 'n hoed;... maar waar is de proviand bij
+jou? Want wij, proleetjes--en hij accentueerde z'n titel door z'n pet
+scheef te zetten--zijn natuurlijk wel gevleid, als er zoo'n meneer
+mee gaat.... Maar we kunnen er niet van eten."
+
+"Alles zit in m'n city-bag", antwoordde Eduard, wat luid gelach
+veroorzaakte, waarbij allen zich geroepen voelden, hún bagage te
+laten bewonderen.
+
+Lou ging rond met flikjes: "Toe, nemen jullie vast; het hindert me
+zoo in m'n zak."
+
+"Mooie methode;... zullen we nu ook maar meteen de brooden en den
+wijn en alles opmaken, omdat dat makkelijker meedragen is?"
+
+Else fluisterde met Han, dat ze de rijste-pudding heelemaal zelf
+gemaakt had. "Met 'n kookboek; dan is er niets aan; we konden echt
+dádelijk trouwen."
+
+"Uitstappen, dames en heeren! Wie iets laat liggen in de coupé, wordt
+zonder pardon teruggestuurd, om het te gaan halen... Zeg Gootje,
+is jouw pakje zwaar? Wil ik 't dragen?"
+
+"Wel nee, Gé; op 'n pic-nic hoort zoo'n beleefdheid niet thuis. We
+moeten ieder ons eigen boeltje sleepen."
+
+"Regelingscommissie, wijs den weg. We zullen overal volgen."
+
+"Allons enfants de la patrie!" juichte Hans, aan het hoofd van den
+stoet stappend, de roode zak triomfantelijk slingerende.
+
+"Ik heb idee, dat de heerlijkheden, die hij mee-heeft, straks 't
+meeste op hutspot zullen lijken," peinsde Rolands, en Go, die eerst
+aldoor 'n beetje op 'n afstand van 'm was gebleven, kwam nu naast
+'m, en hielp 'm moederlijk de taartendoos wat ophijschen. Eduard had
+haar weifeling gezien en begrepen, wat ze gedacht had; hij kwam nu
+bij haar loopen, om te vertellen, hoe z'n juffrouw alle boodschappen
+vergeten of verkeerd gedaan had.
+
+"Ik was van ochtend eenvoudig radeloos; ik dacht niet, dat er kans was,
+dat ik mee komen zou."
+
+"'t Zou zoo jammer geweest zijn... Het is hier mooi, hè?"
+
+"'t Lisser bosch is heerlijk; daar kampeeren we natuurlijk."
+
+"Proviand is er genoeg."
+
+"Ja maar, zoo'n dag kun-je eten."
+
+Er werd halt gecommandeerd, omdat Lou met krijgertje spelen haar
+haar in de verzakking had gebracht. Frieda kwam dadelijk helpen,
+terwijl Beerenstijn, als hors d'oeuvre, al vast met radijsjes en
+rauwe peentjes rondging.
+
+"Je hebt je haarspelden verloren."
+
+"Haarspelden-zoeken! Haarspelden-zoeken!"
+
+"Ach, nee, laat je vlecht maar hangen! 't Staat wezenlijk heel gewoon
+bij je backfisch-gezicht."
+
+"Zooals jij 't draagt, is 't toch ook niet eigenlijk opgestoken,"
+peinsde Gerard, die zich steeds had verbaasd over haar kinderlijke
+strik-coiffure.
+
+"Zoo, je ziet er heusch niets van." Maar Lou liep toch dadelijk naar
+Han, voor wien ze, als geëngageerde, 't meeste respect had, om te
+vragen, of ze niet straks aan 'n dorp kwamen, waar ze haarspelden en
+'n kammetje koopen kon...
+
+Lize en Hoefman waren doorgeloopen, "alsof zíj den tocht regelen
+moesten," terwijl Coba juist weer niet voort te krijgen was, omdat
+ze aldoor bloemen wilde plukken.
+
+"In 't bosch is 't vol bloeiende kamperfoelie... Kom nou," drong
+Gerard.
+
+"Chèvre feuille... caprifolio... de m... de m..."
+
+"Och, beste kind, hou je wijsheid voor je, en loop toch door... Ik
+kan hier toch niet 'n weerloos meisje alleen achterlaten."
+
+"Het bosch, het bosch... nu kunnen we wel uit elkaar gaan, hè
+menschen?"
+
+"Als we tenminste een verzamelplaats afspreken tegen vier uur."
+
+"Der herr professor giebt heut' kein collegium," juichte Hans weer.
+
+
+
+"Ben-je moe, Hans?"
+
+Hij liep nu al 'n heele poos zwijgend voor de anderen uit, gebogen
+onder z'n zak.
+
+"Wil-je m'n vracht verminderen? Wil-je 'n chinaasappel?"
+
+"Ja, graag; maar daarom vraag ik 't niet. Je ziet er zoo afgetobd uit,
+als 'n werker van Meunier."
+
+"Nou ja, 'n beetje moe."
+
+"Geef mij dan je zak."
+
+"Welnee; 't is niet zoo erg, dat ik 't vervelend vind nog verder
+te moeten, maar net zooveel, dat ik straks zal genieten, als we
+zitten. 't Is wel gezond je lichaam 's moe te maken; dat gebeurt ons
+niet dikwijls."
+
+"Nee; wat leven we altijd vreeselijk ver van de natuur."
+
+"Hé, kijk 's; daar duiken Hoefman en Lize weer op; maar wat heeft-ie
+toch op z'n rug? Is-tie nat geworden? 't Pak is nou heelemaal zwart."
+
+"Dichterlijke tranen kunnen daarheen toch niet loopen."
+
+"O, menschen, nee; kom nou toch 's allemaal hier. Kijk toch 's naar
+Louis! Zit er spek in, kerel? Nee, kijk toch 's, 't loopt langs z'n
+pak! Beste jongen, wat heb je toch meegenomen?"
+
+"'n Groote ham, wat is er nou?" Hij voelde zich wat gepiqueerd,
+vooral, omdat hij Lize ook zag lachen.
+
+"En die is gesmolten in de zon.... nee, idioot; die wordt
+uitgebraden;..... al 't vet wordt vloeibaar."
+
+"Wat moet er nou mee?"
+
+"Maar stilletjes er mee doorloopen, we zullen zien, wat er van
+wordt. Je pak is tóch bedorven."
+
+"Hij heeft natuurlijk meer op Lize dan op de ham gelet," bromde
+Beerenstijn tegen Hans.
+
+"Maar Otto; met er naar te kijken, had hij toch 't smelten niet
+kunnen voorkomen."
+
+"Ik weet 't niet. Als er meisjes zijn, gaat alles altijd dwaas en
+verkeerd. Kijk nou 's, dat heeten nou collega's, studiegenooten. 't
+Is immers hier als overal die alte geschichte."
+
+Han en Else liepen gearmd onder 'n grooten varentak; Lize en Hoefman
+stonden nog over de ham te delibereeren en Eduard plukte kamperfoelie
+en wilde roosjes voor Go, brak voorzichtig de dorentjes af, voordat
+hij, met 'n blik van teederheid, ze haar in de geopende handen legde.
+
+"Ja maar, tegen dit alles kun-je toch niets inbrengen, behalve als
+je bent voor uitsterving van het ras. 't Is toch de natuurlijkste en
+beste zaak van de wereld, als jonge menschen van elkaar houden gaan
+en met elkaar trouwen..."
+
+"Best; maar geen vrijerij onder den dekmantel van studie."
+
+"Ik gelóóf niet, dat iemand hier de studie als dekmantel
+gebruikt.... 't Is alles vrij openlijk."
+
+"Ach, zwijg er maar over. Niemand geeft me hierin toch gelijk. Ik
+ben tegen den tijdgeest."
+
+"Dat is altijd 'n dwaasheid."
+
+"Ja, zeg," lachte Gerard, "wat zouën onze grootvaders en grootmoeders
+wel zeggen, als ze ons zoo 's konden zien."
+
+"Ik denk, dat ze 't tóch aardig zouden vinden," meende Coba, "heeft er
+ook iemand zwart garen? De Veer heeft de mouw van z'n jas gescheurd."
+
+"Wat doe-je ook voor houthakker te spelen, Wim? O, wil-jij 't even
+doen, Go?"
+
+"Ik wilde een vuurtje stoken.... 'n boschvuurtje."
+
+"Zoo, en dan 'n boschbrandje zeker?"
+
+"Zeg, weten jullie, dat wij laatst brand gehad hebben?" zei Frieda,
+"we brandden de bladluisjes van de planten af, en opeens vatte 't
+gordijn vlam. Ik schrikte zóó, dat 'k naar de deur vloog, en toen
+laaide 't natuurlijk vreeselijk, van de tocht, maar Mary Bruining--je
+weet wel: 't meisje, met wie ik samenwoon,--trok 't af, en gooide de
+karaf er over uit..."
+
+"En toen?"
+
+"We waren geassureerd, en hebben 't opgegeven. Er hangen nu keurige
+nieuwe."
+
+"Ben-je voorzichtig, dat je me niet prikt?" vroeg De Veer.
+
+"Och, jongen; 't is geen heksentoer."
+
+"Kun-je toch ook naaien?" bewonderde Eduard.
+
+"Ja, natuurlijk. Dat kunnen wij, vrouwen, allemaal, om de inferioriteit
+van ons verstand wat goed te maken; is 't niet, Beerenstijn?"
+
+"Ik stel 'n vrouw, die goed naaien kan, hooger, dan 'n zoogenaamde
+geleerde."
+
+"Maar als ze nu allebei goed kan, zooals Go," drong Gerard.
+
+"Dan zou ik zeggen: terwijl je m'n goed heel houdt, mag je zooveel
+middelnederlandsche teksten opzeggen, als je wilt, máár: zachtjes."
+
+"Zeg, gaan we nog wel eens verder? Of wilden jullie hier kampeeren?"
+
+"Nee, nee; waarachtig niet! Wie neemt de leiding?"
+
+Lou was moe; ze hing met 'n bleek, stil gezichtje aan Frieda's arm,
+die haar gedachten resoluut trachtte af te leiden.
+
+"Willen we 'n baar van takken maken, Lou, en je zoo mee dragen?"
+
+"'n Volgenden keer nemen we 'n sportkar mee voor de invaliden."
+
+Maar Han, die zich als praeses min of meer verantwoordelijk voelde,
+ging naar haar toe om te vragen, of ze liever niet verder wilde. Eduard
+werd gecommandeerd z'n city-bag te openen, en haar 'n slokje wijn te
+geven uit den gemeenschappelijken beker.
+
+Toen, zonder getreuzel, stapten ze recht door naar de plaats, waar
+het maal gehouden zou worden.
+
+
+
+Terwijl de meisjes het oude tafellaken, dat Coba van "mevrouw"
+gekregen had, uitspreidden, en gehakt, rookvleesch, sandwiches,
+pudding en flensjes--haar bijdragen--uitpakten, ontkurkten de jongens
+luidruchtig de flesschen, en hielden 'n inspectie over de ham, waarvan
+ze allemaal om de beurt met geveinsden griezel de handen aftrokken.
+
+"Kom, wees nou niet zoo flauw," kwam Frieda tusschenbeide, die zag,
+dat Hoefman 't geplaag wat vervelend ging vinden. "Hij zal even goed
+smaken; wie 'm akelig vindt, hoeft 'm niet te eten. Geef maar 'n mes;
+dan zal ik 'm snijden."
+
+"Ja, wie heeft voor de messen gezorgd?"
+
+"En voor de vorken?"
+
+"En voor de vingerkommetjes? Heb jij die misschien in je city-bag,
+Eddy?"
+
+En toen het bleek, dat er niets was, behalve zakmessen; dat het
+heele tafelgerei bestond uit drie kroezen en 'n paar papieren bekers,
+danste Wim in het rond, in woeste extase, omdat ze gingen eten "als
+de wilden"; omdat 't een pic-nic was, als ten tijde van Homerus.
+
+Gerard en Go hadden samen voor Lou 'n bedje van jassen en mantels
+gemaakt, waar ze 'n beetje stil moest blijven liggen, om straks, als
+'t eten klaar was, weer heelemaal frisch te zijn, en Hans bracht 'r wat
+peentjes en ananas, om den eetlust op te wekken en 'r bezig te houden.
+
+Intusschen zwoegde Coba op de brooden met 'n bot mes, Rolands naast
+haar, om, als de boterham er bijna af was, 'm maar verder af te
+trekken, en op den stapel in 't midden van de tafel te gooien. Frieda
+hakte edelmoedig 'n tijd lang aan de ham, tot ze eindelijk, haar
+glimmende vingers aan 't gras afwrijvend, decreteerde, dat wie
+verder 'n stuk hebben wilde 't maar zelf moest snijden. Er kwamen
+nog steeds verrassingen uit de sloopen en de tasch: gember, caramels,
+'n blikje tong, geconfijte vruchten, bananen, 'n krentebrood; 'n pot
+jam, koek met sukade.
+
+"Ik zie wel, dat we straks nog weer beladen terug moeten ook," zuchtte
+Hans, "ik geloof, dat ieder buitengewoon weinig vertrouwen had op
+de goedgeefschheid van z'n buurman." En hij rolde zwaarmoedig z'n
+dertig chinaasappels de tafel over, gevolgd door 'n blikje kreeft en
+'n doos met pralines en fondant.
+
+"'t Is goed, dat we 'n dokter, nee, laten we De Veer eens hoog
+aanslaan: twee dokters bij ons hebben; ik geloof niet, dat de spijzen
+erg harmonieeren," oordeelde Gerard.
+
+"Ik practiseer vandaag niet," hijgde Wim, die met z'n tasch, 'n
+boomstam en 'n jas 'n makkelijke zitplaats voor Go trachtte te maken.
+
+"Zoo; daar is Lou met 'n rood puntje aan haar neus.... Alles in
+orde? Ik commandeer: val aan."
+
+"Boterhammen genoeg, maar hoe krijg-je met je veertienen de boter
+uit ééne boterpot?"
+
+"Ik begin met de sandwiches; die zijn kant en klaar."
+
+"Hé, dat smaakt; hebben jullie allemaal ook zoo'n honger?"
+
+Gerard sneed voor Go 't gehakt, reikte haar op de punt van z'n mes
+'n homp over.
+
+"Ik denk niet, dat ons gesprek levendig of interessant zal worden,
+vóór we de tiende boterham achter de kiezen hebben."
+
+"Dit zwijgen is zeer veelzeggend," verzekerde Hoefman, "boter!"
+
+"Smeer je boterham met 't vet van je jasje."
+
+"Wie wil kreeft hebben?"
+
+"Hoe krijg-je die binnen?"
+
+"Je gebruikt 'n boterham als bordje, en hapt 'm zóó er af."
+
+"Hè; ik kom 'n beetje bij."
+
+"Gaan we de taarten snijden?"
+
+"Nou, die van Rolands is leelijk verzakt."
+
+"Snij 'm met bodem en al; dan hebben we tenminste wat vastigheid."
+
+"En nou?" vroeg Go onzeker aan Eduard.
+
+Hij haalde de schouders op. "Nu moeten we zien 'm naar onzen mond te
+krijgen, maar hoe?"
+
+"Nu kun-je toch 's zien, hoe verworden we zijn. We zijn zoo aan vork
+en lepel gewend, dat we niet eens meer zonder kunnen eten. Hoe deden
+de ouden 't nou?"
+
+"Ik denk niet, dat die verzakte taarten met room en confituren aten."
+
+"De algemeene invoering van de vork is nog niet eens zoo heel lang
+geleden," leeraarde Gerard; maar Coba juichte: "Ik weet 't. Je schuift
+je taart 'n beetje, 'n heel klein beetje, want anders breekt-ie,
+over den rand van het karton en... bijt dan af."
+
+"Keurig... alleen wil m'n neus er zich niet buiten houden."
+
+"'t Is 'n fijne manier; kom kinder, fruit... dessert... Of wil er
+eerst iemand nog 'n hompje ham hebben?"
+
+"Kijk 's; ik heb 'n chinaasappel zonder pitten," verbaasde Lou zich,
+"heelemaal geen een."
+
+"Weet je niet, dat tegenwoordig 't streven is van de landbouwers alle
+vruchten zonder pitten te maken?"
+
+"En hoe moet 't dan met 't nageslacht? Krijgen die geen appels en
+peren meer?"
+
+"Och; de algemeene pessimistische geest heeft zich ook van "den
+nijveren landman" meester gemaakt. Ze gelooven niet, dat over 'n
+vijftig jaar iemand den treurigen moed zal hebben 't leven, dat hij
+zelf zoo beroerd vindt, aan anderen te geven."
+
+"Zou er dan niemand meer trouwen?" vroeg Lou kinderlijk; maar Coba
+begon te vertellen van de stelling op de club laatst, over "opzegbaar
+huwelijk."
+
+"Waar zulke kinderen 't al niet over hebben!" plaagde Gerard. "Wat
+zeiden jullie er over?"
+
+"Nu, de inleidster was er vóór, maar een heeleboel waren er tegen;
+en 't is afgestemd."
+
+"'t Helpt ook niets er over te praten," zei Beerenstijn kort. "Het
+huwelijk is 'n beroerde instelling;... maar zoolang de maatschappij
+blijft, zooals ze is, zie ik geen kans op verbetering."
+
+"Maar ik vind 't huwelijk geen "beroerde instelling," pleitte Go. "Ik
+vind, dat 't veel bindender moest zijn, opdat niemand 't aanging,
+als hij niet wezenlijk van den ander hield."
+
+"Wat is nu "wezenlijk houden van"; definieer me nu 's, wat je daaronder
+verstaat."
+
+"Dat is niet te definieeren; maar als je 't doet, dan twijfel-je niet
+meer; dan is 't ontzaglijk."
+
+'t Gesprek stokte even; Go had 't héftig gezegd.
+
+Maar Lou praatte zachtjes: "Ach, we kunnen er natuurlijk eigenlijk
+zoo slecht over oordeelen, omdat we geen van allen ooit getrouwd
+zijn geweest."
+
+"Nee, over tien jaar zullen we 't er nog wel's over hebben, hè
+Lou?" lachte De Veer, en de spanning was gebroken.
+
+Eddy pelde de hazelnoten voor Go; ze dronken met Hans samen uit het
+tinnen kroesje. Die zat nu al geruimen tijd zwijgend, de armen om de
+knieën, het bleeke hoofd gebogen.
+
+"Zeg Hans, wat ga-jij eigenlijk doen, als je afgestudeerd bent?" vroeg
+Go, om 'm wakker te roepen uit z'n treurend gedroom.
+
+"Dat weet ik niet," antwoordde hij, met z'n handen langs z'n voorhoofd
+strijkend, als om zich te bezinnen. "Ik weet niet, wat ik doen ga,
+als ik afgestudeerd ben,... maar dat komt natuurlijk, omdat ik nog
+niet klaar ben;... als 't eenmaal zoo ver is, dan weet ik 't wel
+vanzelf--'t is ook eigenlijk l'embarras du choix;--wat kun je al
+niet allemaal doen, als je eenmaal doctor in de klassieke letteren
+bent?... Je kunt de honderd-en-elfde vertaling van Homerus in de wereld
+brengen; je kunt je den eeuwigen dank van 't nageslacht verwerven,
+door 'n klein, dun, slap, Hollandsch uitgaafje van Demosthenes of
+Cicero te bezorgen, zoodat de jeugd geen gevaar meer heeft door
+'n Germanisme in den val te loopen;... in dien tusschentijd kun-je
+met vijftig medestanders solliciteeren naar 'n baantje... of je kunt
+natuurlijk ook naar Lapland of naar Amerika gaan;... al heb-je nou
+toevallig Grieksch en Latijn gestudeerd, je kunt ook pakjes-drager of
+kellner, of bankdirecteur, of mijnwerker worden. God, ik weet niet, wat
+kun-je nou vooruit zeggen van je leven? De wereld is zoo reusachtig,
+en zoo gecompliceerd;... ik zal maar afwachten;--er zal natuurlijk
+wel ergens iets voor me te doen vallen."
+
+Er flitste weer even dat vreemde, onrustige licht door z'n oogen,
+dat Go al meer keeren opgevallen was.
+
+"Wat doe-je raar met je oogen Hans!"
+
+"Staat "raar" eufemistisch voor "scheel"? Ik ben 's 'n poos scheel
+geweest, vóór m'n candidaats-examen."
+
+"Ja, als-tie dan iemand aan wilde kijken, moest-ie met z'n rug naar
+'m toe gaan staan."
+
+"Nee, zeg, weten jullie die grap van dien schelen rechter met de drie
+getuigen? Die vroeg aan den eersten: "Uw naam?" Antwoordt de tweede:
+"Meyer." Zegt-ie tegen den tweeden: "Ik vraag u niets." Antwoordt de
+derde: "Ik zeg niets."
+
+"En weet je dien mop van den vent, die z'n alibi niet kon bewijzen?"
+
+"En van 't jongetje, dat niet spreken mocht aan tafel?"
+
+Met bliksemsnelheid volgden grappen en anecdotische raadsels elkaar op;
+eerst bleven ze in 't algemeene, daarna werden 't speciaal proffen-
+en studenten-aardigheden, streken uit den groentijd; tradities van
+professoren, die al lang gestorven waren.
+
+"Zeg, zouën we ook 's opbreken? Er is geen ziel, die meer eet."
+
+Han keek op z'n horloge, berekende, dat 't tijd werd, om naar 't
+hôtel te gaan, waar ze thee zouden drinken op het groote balkon.
+
+"Nu eerst veilen, wat nog over is.... in de eerste plaats: de ham!"
+
+"We zijn niet ondankbaar," zeide Frieda, "maar 't is zoo'n vreeselijke
+vracht;... er is 'n eind links 'n huisje, wie gaat mee 'm daar heen
+brengen?"
+
+Rolands, Frieda, De Veer en Lou namen ieder 'n punt van 't zware
+papier, waarop hij lag, droegen plechtig 'm uit, in den guldenden
+avond.
+
+"'t Overgeschoten lekkers in Eddy's tasch; dat is goed voor onder weg."
+
+"Wie maakt aanspraak op het blik, waar Else's rijstepudding in heeft
+gezeten?"
+
+"Ik," riep Gerard, "als souvenir. En voorloopig als
+botaniseertrommel." En hij schikte er voorzichtig Go's bloemen in.
+
+"Zullen we de rest nu maar niet allemaal in het tafelkleed knoopen?"
+
+"En dan begraven! Hoe maak-je 'n kuil?"
+
+"Met je voeten en je handen, en boomstronken."
+
+"Nu; allons.... zoo'n inspanning is goed voor de spijsvertering."
+
+"En we planten 'n gedenk-eik op het graf...."
+
+"En hangen de overgebleven chinaasappelen aan de takken," juichte
+De Veer, die Hans' geruit sloop als 'n schippersdas om z'n hals
+had geknoopt.
+
+"Treuzel nu niet te lang," dreef Han, "'t wordt hier te vochtig voor
+de meisjes; kom Lize, doe jij ook je mantel aan, en gaan jullie wat
+krijgertje spelen, tot het graf klaar is."
+
+"De begrafenis begint; wie willen dragen?" schreeuwde Gerard.
+
+Go en Frieda liepen voor, de punten van het tafellaken over den
+schouder, stil, met gebogen hoofd; achteraan Eddy en Wim, blootshoofds
+met ernstige oogen; en Hans dreunde tusschen de tanden de treurmarsch
+van Chopin. Voorzichtig werd 't laken in den kuil neergelaten; de
+punten over elkaar gelegd; één voor één wierpen ze 'n hand aarde naar
+beneden, tot De Veer opeens woest te schoppen begon, wat dadelijk
+onder groote luidruchtigheid door de anderen werd nagedaan.
+
+"Zie zoo; deze ceremonie is afgeloopen; nu op marsch naar 't hôtel! En
+wie 'n haarspeldenwinkel ziet, moet Lou waarschuwen; kom Else!"
+
+"'t Lijkt 'n brautzug," lachte Eddy, terwijl hij met Go achter den
+praeses met z'n meisje aanstapte.
+
+"Waarom houën we niet elke week 'n picnic." juichte De Veer. "Er is
+op de heele wereld niets heerlijkers te bedenken."
+
+"Ach, ventje, dat is alleen, omdat 't zoo iets nieuws voor je is! Dat
+is de heele charme. 'n Mensch is niets dan 'n gewoonte-dier. Of
+'m nu 't grootste ongeluk, of 't hevigst-begeerde geluk overkomt,
+hij zal wel 'n poosje uit z'n sleur worden gerukt, en intenser leven;
+maar al gauw wordt hij, zooals hij vóór de groote gebeurtenis was;
+dat wil zeggen: hij zal zich nog wel 's geroepen voelen 'n verheugd
+of 'n lijdend gezicht te trekken, maar in z'n binnenste gaat 't weer
+z'n gewone gang."
+
+"Dus je gelooft niet aan den dood door geluk of verdriet?" informeerde
+Beerenstijn, medisch.
+
+"'t Eerste oogenblik door den schrik is mogelijk. Maar als iemand
+het 'n week heeft uitgehouden, komt-ie er ook over heen.... over z'n
+geluk zeker."
+
+Het laatste klonk heel bitter en Hans peinsde voor zich uit:
+
+"Volgens deze theorie is hij het meest benijdenswaard, die onder de
+ongunstigste omstandigheden leeft. Die kan zich dan verbeelden, dat,
+als alles maar zus en zoo was, hij de gelukzaligste man van de wereld
+zou zijn--en hij komt nooit tot de ontdekking, dat het z'n eigen,
+onvolkomen structuur is, die 'm ongeschikt maakt op de hooglanden
+van het geluk te leven."
+
+"Is er dan niets wezenlijk mooi voor jou, Eddy, iets, dat altijd mooi
+blijft?" vroeg Go zacht.
+
+"Nee; dat is er niet.... Ik moet altijd afwisseling hebben!"
+
+"Maar wat zul-je dan bang zijn voor oud worden!"
+
+Hij haalde de schouders op. "Wie is daar nu niet bang voor?"
+
+"Ik niet. Ik vind 't natuurlijk. En ik geloof ook, dat er dingen zijn,
+die meer waarde voor je krijgen, naarmate je zelf beter wordt. En
+daarvoor moet je lang leven."
+
+"'t Komt wel allemaal hiér op neer," zuchtte Eduard, "dat ik zelf
+niets dan aantrekkelijkheden voor-'n-oogenblik heb; geen fond, dat
+altijd waarde houdt."
+
+"O, wijze man; meen je jezelf te kennen?" plaagde Go. En met 'n
+heerlijk-vertrouwend lachje staarde ze over 't lichte land, of ze in
+de toekomst zag.
+
+
+
+"Laat mij nu voor 't laatst theeschenken," had Else gevraagd, en
+terwijl ze bezig was met de trekpot en 't water, zaten ze allemaal
+stil naar haar te kijken, en te denken, dat ze haar waarschijnlijk
+nooit meer in hun midden zouden zien.
+
+De dichte kruinen van de boomen om hen heen maakten het balkon al
+schemerig, maar de hemel er boven was nog zilverig-wit, met ijle
+wolkveegjes aan de kanten. Ze hadden voor Lou 'n makkelijk stoeltje
+gevraagd, en die zat daar nu stilletjes te genieten, de vlecht om
+haar hoofd gelegd op Gretchenmanier.
+
+Lize leunde, de oogen verre, over den balkonrand, terwijl Hoefman
+zachtjes tegen haar sprak.
+
+"Ik wist het eigenlijk van 't eerste oogenblik, dat ik je zag. Ik
+voelde 't dadelijk."
+
+"Maar ik begrijp 't niet. Ik ben toch leelijk."
+
+"Voor mij niet. Ik zie door de vormen van je gezicht heen."
+
+"Het is zoo vreemd, zoo nieuw. Ik had nog nooit aan zoo iets
+gedacht...."
+
+Else ging rond. "Ik hoop, dat ik goed aan al jullie speciale smaken
+heb gedacht.... Rolands slap en Gerard veel melk, en Frieda geen
+suiker.... Zoo. Waar blijft Neerwinden toch met z'n city-bag? Wil
+hij zelf 't lekkers opeten?"
+
+"Hè, menschen," zuchtte Coba diep. "Hier moesten we nu tot
+morgenochtend kunnen blijven."
+
+"Ik denk, dat Lou in dien tusschentijd 'n lekker dutje doen zou,"
+plaagde Gerard. "Kom, laten we wat zingen, om de kleine kinderen
+wakker te houden."
+
+"Ja, wat? wat?"
+
+"Uit de Liederschatz natuurlijk." En Eduard zette in met z'n klankrijke
+baryton: "Morgen musz ich fort von hier, musz ich Abschied nehmen."
+
+Dadelijk vielen de anderen in; de zuivere, jonge stemmen, zingend
+de simpele, oude melodieën vol sentimentaliteit en naïven weemoed,
+klonken roerend door de onbewogen-stille dorpslucht, en Go, die opeens
+niet meer doorzingen kon, keek met vochtige oogen naar de levendige
+gezichten, die, verdiept in het lied, éven-aangedaan, in het licht
+stonden. En ze voelde: hoe één ze op dat oogenblik allemaal waren; hoe
+harmonieus hun stemmen klonken uit de harmonie van hun jeugdig-bewogen
+zielen. Hielden ze op dat oogenblik niet allen van elkaar als broers
+en zusters van 'n groote familie? Waren hun gedachten niet mooi en
+zacht en open, als de avond, als het kinderlijke lied, waarin ze hun
+ziel uitzongen?
+
+Ze dacht niet in 't bizonder aan Eduard; ze voelde haar hart wijd
+worden in liefde voor àl die jongens en meisjes om zich heen, en toen
+'t uit was, zei ze zacht uit den grond van haar hart: "Hè, we moesten
+ons heele leven bij elkaar kunnen blijven."
+
+"Nou, maar zou dat niet kunnen?" riep Gerard levendig. "Zouden we ons
+niet voor 't een of ander kunnen associeeren, wij allemaal gestudeerde,
+knappe lui.... 'n kostschool b.v."
+
+"We zouden, om met mezelf te beginnen 'n classicus hebben," peinsde
+Hans, "'n natuurkundige, één, twee, drie, vijf, zes doctors in de
+Nederlandsche letteren;.... dat is wel wat overdadig."
+
+"Nee, ik zorg voor 't huishouden," regelde Go.
+
+"Misschien ben-jij dan de eenige, die wat te doen heeft;... twee
+medici... twee meesters in de rechten."
+
+"Die kunnen ook van veel nut zijn, om de kibbelpartijen van de
+leegloopers te beslechten.... Een leerling zouden jullie natuurlijk
+nooit krijgen."
+
+"O, maar dan zijn jullie getrouwd," bedacht Gerard opeens, Else
+teleurgesteld aanziende.
+
+"Nu, maar dát geeft toch niets. Han en ik zullen altijd met alles
+meedoen."
+
+"'n Tijdschrift," bedacht Hoefman, "voor wetenschap en kunst."
+
+"En daarin al jouw verzen als kunst," plaagde Wim, "we hebben je in
+de gaten hoor, mannetje."
+
+"Nou maar 't is waar," vond Frieda, "dat 'n tijdschrift verstandiger
+dan 'n kostschool zou zijn. We zouden ieder artikelen over ons vak
+kunnen schrijven; medische, etymologische, rechts-kwesties; Hoefman
+voor 't kunstgedeelte,--"
+
+"En jij voor de rubriek: kinderkamer," zei Han zacht tegen Else,
+en streek even ongemerkt over haar haar.
+
+"Nee, 't beste, verreweg 't beste zou zijn, als we 'n variété
+vormden," pleitte Wim met toewijding. "We hebben lui met aardige
+stemmen; ik kan 'n wandelstok op m'n neus laten balanceeren en met
+eieren ballen... Gerard loopt op z'n handen; de meisjes kunnen wel
+'s iets als 'n ballet geven, Hoefman kan declameeren--Rolands--"
+
+"'n Slangenmensch," sloeg het lenige zwartje voor.
+
+"En in 'n kermiswagen, Wim?" vroeg Coba.
+
+"Ja, of met den trein en in hôtels, al naar 't ons lukt. En op de
+affiches. "Dispuut Laborando vincimus" uit Leiden."
+
+"Kinderen, maar zoover zijn we nu nog niet. We moeten voorloopig
+allemaal nog terug naar onze ouderlijke woning,... nu is het tijd
+voor den trein."
+
+"Hè Han, is er geen latere?"
+
+"Ja zeker; we zitten hier in 't middelpunt van spoorwegen. Er gaan
+hier, geloof ik, drie treinen op 'n heelen dag."
+
+"Rosenstock, holder blüth'," stemde Hans nog 's in, maar niemand
+volgde. Ze liepen stil langs den schemerigen weg, en treurden al om
+'t afscheid, terwijl ze nog samen waren.
+
+"'t Is zoo vreemd," zei Go zacht tegen Eduard, "dat ik nu vanavond
+weer thuis zal zijn, en dan maar één dag weg geweest. Dat morgen weer
+alles als gewoon gaan zal, één dag van de lange, lange vacantie!"
+
+"Och, waarom vreemd?"
+
+"Het was zoo heerlijk. En 't lijkt zoo lang geweest. 't Is zoo
+wonderlijk nu zóó uit elkaar te gaan."
+
+"Och kind, als je al vaak dat zacht-verteederde gevoel aan 't eind van
+'n partijtje hebt meegemaakt, dan is 't eigenlijk niet zoo wonderlijk
+meer."
+
+Hij zag, dat z'n woorden haar hinderden, plukte droomerig 'n paar
+bloemen af. "Vin-je ook verwonderlijk, dat die morgen verwelkt zijn?"
+
+"Nee, alleen maar treurig," antwoordde ze.
+
+
+
+Aan 't station in Leiden was druk gejacht om Go en Else en Han en
+Lou in den klaar-staanden trein naar Den Haag-Rotterdam te stoppen;
+Gerard wierp in der haast de wilde roosjes uit z'n blikje door 't
+raam in den coupé, nog pratend:
+
+"Als 'k in Rotterdam kom, kom 'k je mama 'n bezoek brengen." Eddy riep
+tegen Han, zag Go's oogen niet. Maar toen de trein zich in beweging
+zette, begon Hans met volle stem:
+
+
+ Si l'on est si bien ensemble,
+ On ne devrait jamais se quitter.
+
+
+Het heele koor viel in; de vertrekkenden wuifden. De witte doekjes
+flapperden in de donkere lucht, totdat Go opeens 't hare terugtrok,
+ongeduldig haar tranen afveegde, die stroomden over haar gezicht.
+
+"Zóó'n dag komt nooit terug," zei ze zacht tegen Lou, "zóó zullen we
+nooit meer allemaal samen zijn."
+
+De trein donderde rommelend door het donkere land, weg van de stad
+van vreugde.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVI.
+
+
+Het was een triestige kamer, ook niet erg groot. Ze keek op een
+kaaswinkel, waar alle soorten van dit artikel tot boven aan de ruiten
+opgestapeld waren, en er naast was 'n bakker; de bakkersjongens zaten
+in hun schaftuur bij haar binnen te gluren, en wierpen kushandjes
+naar de ramen.
+
+De geuren van de kaas vermengden zich met de goed-lucht van het
+stoffen-magazijn beneden haar; er was altijd gerij en gefiets door
+de smalle straat, en 's avonds láát nog joelde het ruwe gelach naar
+boven van flaneerende fabrieksmeiden.
+
+Ze dacht wel 's, dat ze niet erg gelukkig geweest was met haar
+keuze, al had ze Moeder nog zoo vast verzekerd, dat ze nu toch oud
+genoeg was en genoeg in Leiden bekend, om zélf voor haar kamer te
+zorgen. Afgeschrikt door haar eerste ondervindingen, toen ze in
+studentenhuizen was gekomen, of bij juffrouwen, die "geen dames
+namen," had ze maar dadelijk toegehapt, toen deze juffrouw "er maar
+één hebben kon, en heer of dame was gelijk." Maar nu ze er zat,--'t
+viel niet mee; 't huishouden slonzig,--de juffrouw.... ze wist niet,
+'t zou ook wel komen, omdat ze dat alleen-zijn zoo akelig vond, maar
+ze kón zich hier nog maar niet thuis voelen. Het was zoo triestig
+'s morgens wakker te worden van het lijzig-uitgehaald gezang van de
+oudste dochter, en dan te weten, dat de voorkamer leeg en ongezellig
+zou zijn, met 't muffe luchtje, zonder zon.
+
+Het deed haar 's middags treuzelen weer naar huis te gaan, omdat ze
+'t binnenkomen van die kamer, waar ná haar niemand meer was geweest,
+zoo ellendig vond; en 's avonds kon ze vaak niet werken van het
+luisteren naar de stilte van het huis.
+
+Ze miste Else zoo en haar opgewekte gelijkmatigheid. Nu ging ze wel
+dikwijls bij Lize koffiedrinken,--een ei en 'n paar appels in de mouw
+van haar mantel, haar broodje onder den arm,--maar die was toch zoo
+heel anders, al had 't engagement met Hoefman haar zachter en rustiger
+gemaakt. Ze kwam ook 's avonds wel bij andere meisjes theedrinken,
+nu meer opgenomen in hun midden, maar vaak had ze ook dáárin geen
+lust, omdat het haar toch niet bevredigde; ze wist altijd vooruit,
+hoe het zou gaan: de hartelijke ontvangst: "wat leuk, dat je komt,
+ik ben juist zoo alleen; gauw theezetten,"--dan getob met water en
+'n spiritusstel, zoeken naar lucifers, veel onrust, en geen oogenblik
+van rustige, breede gezelligheid, zooals aan de theetafel thuis,
+waar ieder bezoeker dádelijk in den kring werd opgenomen. Nu ze weer
+de lange vacantie in haar familie was geweest en zich weer heelemaal
+had ingeleefd in hun vredige leven, wist ze het weer, dat al hun
+gehuishoud maar surrogaat was, dat ze allen gelijkelijk misten:
+het thuis, de familie, de moeder.
+
+En dof, verveeld, werkte ze van Maandag tot Vrijdag boven 't gejoel
+van de straat, pas oplevend, wanneer ze met haar taschje naar 't
+station ging, naar huis.
+
+"Laborando Vincimus" begon z'n vergaderingen pas weer ná de inauguratie
+van de nieuwe corpsleden, en de groentijd was nog in vollen gang:
+schuchtere, kaalkoppige jongens slopen, langs de huizen gedrukt,
+over de straat, en soms ook kwam ze 'n heele kudde tegen, opgedreven
+door 'n paar studenten met wandelstokken, die ze leerden hard-loopen,
+of marcheeren.
+
+Gerard had ze een paar maal gesproken, meer gewoon en vertrouwelijker
+dan vroeger, omdat hij nu ook thuis was geweest, lang met moeder had
+zitten praten en gestoeid met de kleintjes. Hij klaagde over Hans,
+die tegenwoordig zoo ongenietbaar was, nergens meer kwam, en als je
+hèm ging opzoeken, je binnen 'n kwartier weer buiten de deur had gezet,
+omdat hij nét zoo goed ín z'n werk was.
+
+"Komen jij en Lou en Coba dan tenminste 's bij me koffiedrinken, met
+Han en nog een paar.--Komen jullie drie October: dan is er muziek op
+de Korenbeurs, en dat is toch wel vroolijk en gemoedelijk."
+
+Ze had 't aangenomen, en toen voor 't eerst na de vacantie Eduard
+weer gesproken. Ze had 'm wel al eens gezien: 't was geweest bij
+de inauguratie-rede van 'n professor van de juridische faculteit,
+toen hij als faculteits-praeses achter den senaat was binnen gekomen,
+en ze, ondanks de statigheid van de pedels met de zilveren bellen, de
+professoren in toga en de oude curatoren, die in de eikenhouten banken
+hadden gezeten als deftige patriciërs uit de zeventiende eeuw, niets
+zóó imponeerend had gevonden als zijn slanke figuur in den sluitenden
+rok, z'n fier gedragen hoofd met de dof-glanzende haarpracht, en het
+sterk-vaste kijken van z'n donkere oogen.
+
+Nu kwam hij Gerard's kamer binnen, samen met De Veer, die in uitgelaten
+joligheid ronddanste op 't kopergeschetter, dat van beneden opklonk. Ze
+trachtten Gerard over te halen om 's avonds mee te gaan naar de kermis
+op Zomerzorg, maar terwijl Eduard er kalm over praatte, riep Wim
+de meisjes bij 't raam, weer schaterlachend om 'n vuurrooden kerel,
+die het vaandel van 'n aanrukkende muziek-bende torste.
+
+"Kijk, nou gaan die óók spelen, tegen elkaar in! Toe dan jongens,
+mooi zoo, blaas d'r maar op los! Wie 't maar 't hardste kan! Kunstmin
+tegen Apollo! of hoe ze heeten mogen!"
+
+En z'n heele lijf was in beweging van dol plezier om die lollige lui,
+die zoo parmantig achter hun groote koperen, in de zon schitterende
+hoorns liepen, en tegen elkaar op bliezen met bollende wangen.
+
+"Kunnen wij niet mee naar de kermis?" vroeg Go, ineens in
+feeststemming.
+
+Gerard schudde lachend 't hoofd. "Ik denk eer, dat de dochters van
+je juffrouw er naar toe zullen gaan."
+
+"Maar jij komt toch," drong Wim, "Rolands gaat ook, dan zijn we met
+z'n vieren."
+
+Eduard zag Go even kijken, met vragen, met angst; ze begreep niet,
+waarmee ze zich zouden vermaken, in 'n tuin met 'n paar kramen
+en.... de dochters van hun hospita's. Maar Wim vertelde van de
+draaimolen, en "waarachtig kerel, je moet mee, er is 'n schiettent ook,
+en je kunt met halters werken." Dit stelde haar weer gerust, al vond ze
+het niet prettig, dat Rolands er bij zou zijn; en 't koffiedrinken met
+haring en wittebrood, dè tractatie van de juffrouw, verliep vroolijk
+en ongeregeld, omdat telkens een muziekkorps voorbijtrekken kwam,
+en allen dan jubelend naar de ramen vlogen.
+
+Maar toen 's avonds het brallende gezang uit de smalle straat opsteeg,
+dat in woestheid en gillen aangroeide, naarmate 't later werd,
+had Go, alleen in de kleine kamer, toch bezorgd het hoofd tegen
+'t venster geleund, en starend in de duisternis met wijde oogen,
+vol onrust aan de jongens, aan Eddy gedacht.
+
+
+
+Ze zat weer alleen te werken, in onvrede met zichzelf, met donkere
+voorgevoelens van droeve dingen, die gebeuren zouden,--stemming, waar
+ze onder leed, sinds ze weer hier was teruggekeerd,--toen opeens Gerard
+binnenkwam, 't gezicht bleek, de blauwe oogen onrustig wijd-open.
+
+"Je moet niet schrikken, Go; ik moet je iets akeligs vertellen."
+
+"Eddy!" gilde ze, de handen uitstrekkend.
+
+"Nee, Hans," antwoordde hij zacht, en hij zag den wilden schrik in
+haar oogen zich even ontspannen, maar dadelijk, angstig weer, vroeg ze:
+"Wat is er dan? Is hij ziek geworden?"
+
+"Hij is al twee dagen zoek. Z'n juffrouw is 't vanmiddag bij
+Beerenstijn komen zeggen. Ze was eerst niet ongerust geworden,
+omdat-ie wel 's meer uitbleef; maar nu twéé dagen!"
+
+"Maar kan hij niet naar huis toe zijn?"
+
+"Nee, Hoefman had gisteren nog z'n vader gesproken."
+
+"God, denk je aan een ongeluk?"
+
+"Ik weet niet, wat ik denk, Go. Je hebt 'm niet meer gezien na de
+vacantie, wel?"
+
+"Nee, 'k heb 'm niet gezien. Wat moeten we doen, Gerard?"
+
+"Ik wilde nu naar z'n kamer gaan, en daar 's alles
+doorzoeken. Misschien vind ik iets, dat opheldert."
+
+"Ik ga mee, 'k ben klaar." En ze draaide de studeerlamp uit, stond
+even onzeker in 't duister: was dit de reden van haar onrust van de
+laatste weken, was dit 't vreeselijke, dat gebeuren moest?
+
+"Maar ik geloof 't toch niet, jij wel?" begon ze buiten, weer met
+'n hoopvoller stem, "hij was altijd zoo opgewekt, hè? God, 't is toch
+pas twee dagen.... hij kan ergens bij familie zijn."
+
+"Ik weet 't niet.... O, vroeger deed ie 't wel eens meer. Ik heb 'n
+jaar met 'm samen gewoond; dan zat hij soms eerst 'n beetje stil in
+'n hoek,--mopperen of klagen deed hij nooit,--en dan opeens liep hij
+naar de deur, waar 'n groot treinenplan hing; hij keek op z'n horloge,
+ging na, waarheen hij 't eerste weg kon, en dan met 'n eenvoudig:
+"Dag kerel. Ik moet er uit," trok hij er van door, kwam na 'n paar
+dagen dood-op, maar veel opgewekter weer aanzetten."
+
+"O, maar natuurlijk; dat doet hij nu ook. En omdat hij alleen was,
+heeft hij 't niemand kunnen zeggen."
+
+"Mij leek 't meer de onrust van 'n eerstejaars;.... later deed hij
+'t niet meer, ofschoon hij altijd aanvallen hield, dat "'t 'm te
+benauwd werd", zooals hij 't noemde, maar dan ging-die 'n eind roeien
+of fietsen, of naar 'n mooi concert;--dat hielp ook altijd wel."
+
+Ze waren nu aan z'n huis gekomen en zagen licht op z'n kamer. "Zou
+hij?" hoopte Go, maar de juffrouw vertelde huilerig, dat meneer
+Beerenstijn boven was; wat zij er toch van dachten, "zoo'n dierbare
+meneer."
+
+Ze ging met hen mee de trap op, steeds klagelijk pratend, dat hij de
+laatste maanden toch ook zoo schrikkelijk veel gewerkt had, altijd in
+de boeken, en nooit er 's uit, de heele vacantie door op z'n kamer
+gezeten, en 's avonds, als 'r man en zij naar bed gingen, vast nog
+'t licht op, en als ze 's ochtends beneden kwam, meneer dikwijls
+nóg voor z'n schrijftafel met 'n kop koffie en 'n bleek gezicht,
+waar je akelig van werd.
+
+Otto groette verstrooid; hij zat voor de tafel met z'n hand in z'n
+haar. "Er liggen dagboeken," zei hij, "maar je begrijpt, dat ik daar
+nog niet in kijken wil; verder niets dan cahiers met aanteekeningen,
+van wat hij den laatsten tijd gelezen had;.... kijk maar 's even."
+
+Stapels boeken lagen naast en op de schrijftafel; Gerard las langs
+de ruggen, schudde somber het hoofd: "Wat 'n zware kost allemaal,
+en hoe on-systematisch alles door elkaar. Wat denk-jij, Otto?"
+
+Beerenstijn keek naar Go; ze liep door de kamer alle dingen op te
+nemen, als wilde ze van hen het geheim van hun bezitter te weten komen;
+ze staarde naar de gravures, naar de piano, naar z'n klok; en toen
+draaide ze zich opeens om naar Gerard: "Hebben jullie eigenlijk al
+'s op z'n slaapkamer gekeken?"
+
+"Nee; waarom zouën we?" maar ze gingen toch; ze hoorde de sleutels van
+de kasten knarsen, en Beerenstijn's stem, die zei: "'t Is dwaasheid,
+hij zal zich hier waarachtig niet verstoppen;... maar och, 't kan
+toch nooit kwaad, en we weten niets anders meer."
+
+"Was hij nog bij iemand geweest?"
+
+"Het laatste bij Frieda, geloof ik. Dat is 'n week geleden. Hij was
+er maar even, om 'n boek terug te brengen."
+
+"Wat zouën we nu doen? Weet niemand van 't corps iets?"
+
+"Neerwinden is bij al z'n intiemere vrienden geweest."
+
+Go luisterde naar de juffrouw. "Hij was 's 'n nacht om drie uur met z'n
+fiets uitgegaan, en om zeven vreeselijk bemodderd teruggekomen. Toen
+had-ie aldoor gefietst. Hij zei, dat 't dan zoo mooi was buiten."--
+
+"We moeten 't nu aangeven," zei Beerenstijn. "'t Is wel beroerd en mal,
+als er niets is, maar langer afwachten..."
+
+"We konden ook zelf gaan zoeken."
+
+"Dat kunnen we tóch doen, vannacht."
+
+"Toe, neem mij mee," vroeg Go beverig.
+
+"Nee; Gerard gaat naar 't politiebureau, en ik breng je thuis. 't Zou
+geen zín hebben, en ons hinderen, als jíj er bij was." En hij praatte
+nog even zachtjes met de juffrouw in de gang, sprak af met Leeden,
+dat ze elkaar bij Neerwinden zouden vinden.
+
+"Maar je dénkt toch niet?" smeekte Go, in 'n wanhopig verlangen gerust
+gesteld te worden. "Hij hield toch zoo van al het mooie in 't leven. Ik
+weet nog, dat we 's samen over 't Rapenburg liepen, en dat hij zei: dat
+je toch wel een ingeroest-ondankbare, onverbeterlijke pessimist moest
+zijn, als je, wanneer je 't Rapenburg in de herfstzon zag liggen, iets
+anders voelen kon dan 'n diepe, blije dankbaarheid, dat je leefde."
+
+Beerenstijn haalde de schouders op. "We wéten op 't oogenblik niets,
+en 't is nutteloos ons in supposities te verdiepen. 't Eenige, dat
+we kunnen doen, is handelen en afwachten. En 't zou heel dwaas zijn,
+ons al vooruit náár te maken," en hij wierp 'n afkeurenden blik naar
+Go's betraande oogen.
+
+"Waar gaan jullie heen?" vroeg ze zacht.
+
+"Ik weet niet, ieder 'n andere richting, hier in den omtrek."
+
+"Neem Bruno mee. Misschien weet die den weg."
+
+"We zullen 't Eduard voorstellen; dan moet hij iets van 'm ruiken,
+eerst, handschoenen of zoo... Maar ik weet niet, of setters..."
+
+"We zijn 'm 's 's avonds langs de Haarlemmertrekvaart
+tegengekomen;--hij liep alleen, en toen kéék hij wel somber."
+
+"Ja, ja, we zullen wezenlijk alle kanten uit zoeken;--kom even
+mee!" en hij ging 'n apotheek in, bestelde Hoffmandruppels: "Dat moet
+je innemen, zoodra je thuis bent, en dan naar bed gaan; opblijven
+dient nergens toe."
+
+Ze knikte onverschillig, praatte weer: "Op die picnic was hij toch
+ook zoo vroolijk, zeg, wel onrustig opeens, toen ik vroeg, wat hij
+wilde worden. Weet je nog wel, hoe hij toen doorsloeg, en hoe vreemd
+z'n oogen stonden?"
+
+"Nee, ik heb er niets van gemerkt. Ga nu in godsnaam niet
+fantazeeren. Je slaat 'n mal figuur, als hij morgen weer terug komt."
+
+"O, dus je denkt toch ook...."
+
+"Ik weet niet. Ga naar bed. Er is niets van te zeggen. Is de winkel
+nog open? Zoo. Dag Go. Morgen hoor-je verder."
+
+Ze stak maar geen licht aan, en ging stil op de sofa in den hoek
+zitten. Het fleschje stond naast haar, en ze besloot te wachten,
+tot de jongens terug waren van hun onderzoekingstocht. Slapen kon ze
+nu toch niet en als ze in bed lag, zou ze telkens denken, dat ze hun
+stemmen in de straat hoorde en geen oogenblik rust hebben.
+
+Hans! Hansje! Het kòn toch niet. Dat lieve, fijne gezicht, en
+die opgewekte klank in z'n stem, en z'n lachen. En z'n hartelijke
+eenvoud! Hij kòn het niet hebben gedaan. Maar natuurlijk zou hij wél
+een ongeluk gekregen kunnen hebben, ergens buiten, waar niemand langs
+kwam, of in 't water zijn gevallen;--maar 't hoefde toch heelemaal
+niet zoo iets ergs te zijn; hij kon er gewoon weer eens uit zijn
+getrokken. Toch was 't iets vreemds, die onrust, vooral bij iemand
+die zich altijd zoo kalm voordeed. Eigenlijk was hij wel erg gesloten,
+ofschoon hij niet den indruk maakte iets te verbergen. Er was altijd 'n
+sluier van opgewekte gelijkmatigheid over z'n dieper leven heen;--God,
+àls hij daaronder eens erg geleden had, en geworsteld met zichzelf
+en nù ondergelegen. Er wàs iets onder zijn woorden, achter z'n lach;
+dat lag soms éven in z'n oogen, als 'n onrust; dat gleed soms over
+z'n gezicht, als 'n schaduw. Als z'n heele leven eens één strijd was
+geweest tegen 'n groeiende melancholie, als hij 's vergeefs overal
+had gezocht naar een waarheid, die hem bevredigen kon.
+
+Ze begreep niet, dat ze dit alles niet vroeger had ingezien; het was
+eigenlijk zoo duidelijk. Alle kleinigheden, die ze zich van z'n leven
+herinnerde: z'n bleekheid op Eduard's examen, toen hij den zonsopgang
+had gezien: z'n uitgelatenheid en dán weer z'n stil-zijn op de picnic,
+en 't nooit éven willen bekennen, dat hij triestig of ziek was, alles
+wees op 'n verwoeden strijd met 'n donkere macht, die ondanks 't verzet
+sterker in hem werd.--En tòch:--het zou bijna bovenmenschelijk zijn,
+als die levens-onwil zoo groot was geweest, dat hij er nooit iemand
+over had gesproken, ja, juist degene geweest was, die de anderen altijd
+opwekte en aanzette. Was het niet tè romantisch te denken aan 'n zóó
+moedig volgehouden comedie tot 't einde toe;... maar de laatste weken
+had hij niemand meer willen ontvangen. Wellicht was tóen z'n kracht
+op geweest; hij had gezocht en gelezen, geen uitkomst meer gezien...
+
+Go rilde. Ze maakte haar haar wat los, en leunde 't kloppend hoofd
+tegen den harden muur.
+
+Wat er toch niet allemaal in je omgaan moest, vóór je zoo'n besluit
+nàm. En als 't eenmaal vast-stond, hoe vreemd 't dan zijn zou te
+denken, bij elk banaal kleinigheidje, dat je deedt: voor 't laatst,
+voor 't laatst.... Als je je liet scheren,... als je ging eten.... En
+dan 't afscheid van je kamer, die je nooit meer zou zien; en 't
+denken aan al de menschen, die veel van je houden; en dan tòch gaan,
+en ergens, waar 't heel stil is, gaan zitten en je heele leven,
+àlles nog 's overzien--en dàn--
+
+Ze sprong op en liep de kamer op en neer: het kòn niet, het kòn niet;
+ze mócht zoo niet denken. Ze wist immers nog niets. De jongens waren
+niet terug;... misschien was hij wel naar Amerika gegaan;... de wereld
+was zoo groot; hij hàd de trek-lust, den zwerversgeest.---
+
+Ze werkte het idee verder uit, ofschoon ze het zelf niet geloofde. Ze
+liep heen en weer en ging weer zitten, terwijl uur na uur langzaam
+in wachten verging. Soms doezelde ze even in, steeds haar bewustzijn
+bewarend, dan schrikte ze weer op, schoof de ramen open, en keek
+gespannen door de nacht-onbeweeglijke straat. Alleen bij den bakker
+was licht op, en eens kwam 'n troepje luid-pratende studenten voorbij.
+
+Toen 't dag begon te worden, maakte ze haar haar weer op, en waschte
+haar wit gezicht en haar beverige handen. Het huis sliep nog, maar
+bakkerskarren en melkwagens begonnen in de verte toch al te rijden, en
+fabrieksmeiden trokken in risten naar haar werk, op trijpen pantoffels,
+de handen onder de uitstaande schorten.
+
+Opeens hoorde ze stemmen onder haar raam. "Natuurlijk slaapt ze nog."
+
+"Nee, haar raam staat open."
+
+Ze gleed de trap af, strompelde den winkel door, waar de japonnen
+en jassen spokig achter de neergelaten gordijnen huigen. Gerard en
+Beerenstijn kwamen zwijgend binnen; instinctmatig deed ze de deur
+weer op het nachtslot, klom ze toen na, naar de kamer. Beerenstijn
+schonk haar 'n glas water in, maar ze weerde 'm af: "Is-tie gevonden?"
+
+"Ja, bij Leiderdorp," zei Gerard zacht.
+
+"Verdronken?"
+
+"Nee, 'n schot."
+
+'t Was, of ze onder water zakte, haar ooren liepen vol; Beerenstijn
+zei iets, dat ze niet verstond, en de kamer was in 'n nevel. Toen
+hoorde ze z'n stem, steeds duidelijker, vlak aan haar oor:
+
+"Niet flauw vallen. Niet flauw vallen. Hier, drink eens." Hij zette
+het glas tusschen haar klapperende tanden.
+
+"Het is niets," zei ze, terwijl ze op de canapé ging zitten. "Is
+'t zeker?"
+
+"Ja, er is 'n groot couvert in z'n zak gevonden aan mij geadresseerd."
+
+"O; wié heeft 'm gevonden?" Ze verbaasde zich over haar helderheid
+opeens.
+
+"Ik weet niet; er is getelefoneerd aan het politiebureau. We gaan
+straks nog 's hooren."
+
+Beerenstijn had in een hoek van de kamer iets in 'n glas water
+gemengd. "Dit moet je eerst opdrinken," zei hij, zacht-beslist,
+"en dan naar bed gaan."
+
+"Weten de anderen 't al?" vroeg ze, zonder belangstelling.
+
+"Nee, daar gaan we nu heen. Zul-je nu naar bed gaan? Er is niets meer,
+waarop je hoeft te wachten."
+
+"Nee, dat is waar," zei ze slap, de deur openend.
+
+Op 't portaal stond de juffrouw, de oogen wijd van verbazing; maar
+'t drong niet tot Go door. Ze gaf Otto en Gerard machinaal 'n hand.
+
+"Ga nu dadelijk naar je slaapkamer," beval Beerenstijn, en ze knikte,
+wankelde weg, dof, gevoelloos; terwijl ze de jongens zacht de trap
+af hoorde gaan.
+
+
+
+Ze kwamen 's middags,--een, twee tegelijk,--langzamerhand allemaal naar
+haar kamer toe. Eerst Lou en Coba, die 't op college hadden gehoord,
+bleek, geschrikt, met behuilde oogen. Toen Hoefman en Lize, en De Veer,
+en Rolands; Frieda 't laatst, die zich kalm hield, ofschoon ze er
+afgetobd en gebroken uitzag. Han en Beerenstijn waren naar Den Haag,
+om 't aan z'n vader te gaan zeggen, "beroerde geschiedenis," bromde
+De Veer, "ze lagen zoo'n beetje overhoop met elkaar," en Eduard was
+met Gerard naar den burgemeester van Leiderdorp om de brieven af te
+halen, en de begrafenis te regelen.
+
+Ze zaten stil om de tafel, als 'n troep bedroefde kinderen; praten
+deden ze bijna niet; ze hadden alleen maar behoefte allemaal bij
+elkaar te zijn. Go had getracht thee te zetten, had gerommeld in
+de kast, alles omver gehaald. Maar opeens viel ze neer met 'n snik;
+ze kòn niet; ze kòn haar hoofd niet bij elkaar houden om 't klaar te
+krijgen; en ze was blijven liggen, met haar gezicht tegen 't gordijn,
+uitgeput, verslagen.... Ze begreep 't nog niet; ze had nooit iemand
+verloren, die ze goed kende; ze had geen idee wat het: "nooit weer"
+eigenlijk beteekende. Ze betrapte er zich op, dat ze telkens even
+dacht: waar blijft Hans? of z'n stem meende te hooren in den winkel
+beneden; hij ontbrak immers nóóit op 'n vergadering....
+
+Rolands zat op de canapé, ineengedoken als 'n klein, ziek poesje; z'n
+triestig gezichtje drukte angstige verbazing en schrik uit, en hij
+schudde telkens z'n hoofd, zuchtend: "Hans Elders--De beste van ons
+allemaal. De flinkste. De sterkste." En dan opeens als 'n besluit:
+"Maar als die niet eens kon blijven leven, hoe moeten wij 't dan
+uithouden, die zooveel minder zijn?"
+
+"Frits," zei Coba met nadruk, "het is dwaasheid, wat je zegt." Maar
+Frieda keek 'm aan met ongewone zachtheid in haar donkere oogen,
+en zei: "Dat we beneden Hans staan, zullen we wel allemaal moeten
+bekennen... Z'n leven is voor ons een voorbeeld geweest. Maar
+al hebben we niet 't recht hard te zijn: z'n dood was zeker 'n
+misslag. Daarom zou 't wel heel verkeerd zijn, als wij, die 'm in
+'t goede niet navolgden, het hierin juist wèl wilden doen... Laten
+we liever hopen, Rolands, dat we nog 'n heeleboel tijd overhouden om
+ons zelf beter te maken."
+
+"Ik ben daarvoor niet op den goeden weg," klaagde 't bruintje
+weemoedig.
+
+"Laat dit dan 'n keerpunt in je leven zijn."
+
+De Veer trok zich zuchtend recht op z'n stoel. Hij had 'n gezonden
+afkeer van alle verdriet, en wist ook bijna altijd de narigheid
+van zich af te zetten. Maar dit, dit diep-ellendige vlak náást z'n
+eigen zonnig-onbezorgde leven, had hem 'n geduchten schok gegeven,
+'n vreemd gevoel van ijdelheid en vergankelijkheid, van veel schijn en
+geveinsheid bij alles, wat hem zoo heerlijk leek, en noch de dikke poes
+van de juffrouw, die binnengeslopen was, noch 't komische kindergebler
+van beneden kon z'n sombere stemming breken.
+
+Om vier uur kwamen Han en Beerenstijn. Ze gingen tusschen de anderen
+zitten, praatten met doffe stemmen over "de oude heer, die er zoo
+kapot over was geweest, dat die twist niet bijgelegd was."--
+
+"Zijn Leeden en Neerwinden er nog niet met de brieven?"
+
+"Nee."
+
+"Er zal wel wat voor hém bij zijn. Hans zal 't wel goed gemaakt
+hebben natuurlijk."
+
+"Wist-ie niets?" vroeg Go, en begon weer te snikken, als ze zich
+den ouden man voorstelde, alleen in z'n huis, die opeens hoort:
+"uw zoon... dood." Ze klemde krampachtig de handen voor haar gezicht.
+
+Lou gaf haar wat water, huilde zelf kinder-hard mee, terwijl ze
+fluisterde: "Stil nou, Gootje, je maakt je ziek.... toe, huil nou
+niet," en toen zelf doorsnikte, het hoofd op haar schouder.
+
+"Jullie moeten niet alleen blijven, kom allemaal vanavond bij mij,"
+vroeg Han, "dan weten we, wat in de brieven staat." En toen tegen Go:
+"Ik heb 't Else geschreven;... wat zal ze schrikken; ze hield zoo
+van Hans."
+
+"Dat deed iedereen," zuchtte De Veer, overtuigd.
+
+
+
+'s Avonds waren ze weer samen: Gerard en Eduard, moe en nerveus,
+praatten eerst over zaken met Han en Beerenstijn, scharrelend met
+papieren en verklaringen. Toen kwam Otto naar Go om te vragen, of ze
+geslapen had;--en ze spraken er kalm-treurig over, hoe alles geregeld
+zou worden voor de begrafenis.
+
+"Als z'n vader er niet tegen is, wilden we 'm naar Warmond laten
+brengen; hij hield zoo van dat vriendelijke, begroeide kerkhof."
+
+"Wàs er 'n brief aan z'n vader?"
+
+"Ja, we hebben 'm vanmiddag nog gebracht. Hij was er zoo blij mee."
+
+Eduard zat naast Go; hij leunde z'n bleek hoofd op z'n handen, de
+oogen gesloten, en om z'n mond trokken lange, moeë strepen neer.
+
+"Was-tie dadelijk....", vroeg ze zacht aan Gerard, "of zou hij nog
+pijn hebben gehad?"
+
+"Hij had direct getroffen, zeiden ze.... denkelijk vannacht om
+één uur."
+
+"O, dus gisteravond nog... Als we toèn...."
+
+"Zoo moet je niet praten," zei Beerenstijn, medisch-beslist, "'n mensch
+is altijd geneigd allerlei bijkomstigheden de schuld te geven: àls
+we ons maar meer met 'm hadden bemoeid, àls we 'm maar minder alleen
+hadden gelaten, àls we er maar eerder werk van hadden gemaakt. Dat is
+onzin. 't Is 'n ziekte. Als we 'm er nú van terug hadden gehouden,
+zou hij 't de volgende gelegenheid hebben gedaan. Misschien met
+'n halfjaar voortdurende observatie was hij er over heen gekomen;
+maar tòch: dat verlangen naar den dood,.... zonder dat er reden voor
+is.... Hij hàd geen enkele reden---"
+
+Ze bleven stil zitten luisteren, en levendiger praatte hij door,
+verdiept in z'n lievelingsstudie:
+
+"Een van de treffendste voorbeelden, dat 't doodsverlangen bepaald 'n
+soort waanzin, 'n idée fixe is, is 'n werkman, getrouwd, met kinderen,
+niet ongelukkig, alleen heel nerveus, die opeens op 'n middag zich den
+hals afsnijdt.... Enfin, 't mes weigerde halfweg; hij wordt opgenomen,
+met de uiterste zorg verpleegd, en wezenlijk: hij geneest.... Vrouw en
+kinderen komen 'm verheugd van 't ziekenhuis halen; hij gaat mee naar
+huis, 's avonds is hij niet te vinden, en na lang zoeken, vinden ze
+'m op den zolder aan 'n balk bengelen.... opgehangen."
+
+De Veer knikte, dat hij 't ook wist; maar Go barstte in 'n zenuwachtig
+lachen uit: "Och Otto, 't is niet waar. Praat toch niet zulken
+onzin.... 't Is zoo idioot, als die menschen al hun zorg hebben
+besteed, maanden lang, om 'm beter te maken, en als hij dan...."
+
+"Toch is 't waar," besliste Beerenstijn, "en dit is de eenige oplossing
+van zooveel duistere gevallen...."
+
+"Maar Hans beschouwde 't toch zelf niet als 'n ziekte-geval."
+
+"Nee; natuurlijk niet," en Eduard gaf Go z'n afscheidsbriefje; hij las
+over haar schouder mee. "Is 't niet heelemaal Hans," zei hij zacht,
+"dat ons zelf nog over z'n dood willen troosten: "Jullie moet niet
+denken, dat de laatste uren, als het besluit vast staat, zoo pijnlijk
+zijn. Wel de onzekerheid vooruit, als je niet leven kunt, en nog niet
+wilt sterven. Maar als je tot klaarheid bent gekomen, als 't besloten
+is, dan is 't net, of je er al niet meer bent."
+
+En dan dit: "Je begrijpt, dat ik door deze daad geen uitspraak over
+het leven doe, waarvan ik zoo weinig heb kunnen begrijpen. Ik toon
+hier alleen mee aan, dat mijn leven hier geen plaats, geen bevrediging
+vinden kon. Daarom is 't beter zoo. Waarom zou er één mee-eten, en
+mee-ademen en mee-streven in deze overvolle wereld, als hijzelf niet
+dankbaar om z'n bestaan kan zijn, en anderen 't brood ontneemt?""
+
+"'t Is zoo logisch, hè," peinsde Eduard, "maar er móet toch iets
+mankeeren aan 'n levensleer, die tot zelfvernietiging leidt. Wàt 't
+hier is, weet ik niet: Hans stond moreel hoog, was ernstig, ijverig..."
+
+"Hij was de beste van ons allemaal," zuchtte Rolands, en hij huilde,
+stil en nederig. Lou gaf 'm eau-de-cologne, en Coba, die van mevrouw
+'n groote flesch eau-des-Carmes had meegekregen, bereidde voor ieder
+'n glaasje van 't melkige vocht, "toe, heusch, dan slapen we vannacht
+tenminste."
+
+Het licht suisde. Ze zaten heelemaal stil. Eduard had verteld, dat
+hij 'm nog gezien had: nu schemerde voor hun oogen z'n lieve gezicht,
+verstijfd, de oogen dicht, den mond strak, en de wond bij de slapen.
+
+Ze zaten bang te zwijgen in de groote kamer, en voelden den angst
+voor den nacht, als hij daar liggen zou, alleen in 't donker.
+
+Toen keek Go langzaam de rij langs; en dacht aan de picnic, aan den
+avond, toen ze gezongen hadden, één van ziel, op het balkon. Else
+was naar Parijs gegaan,--Hans... wie nu? Wie zou nu 't eerste
+uit hun midden weggaan? Ze zóuden gaan, de een na den ander, naar
+verschillende steden, naar vreemde landen, in allerlei betrekkingen,
+hooge en lage;--alleen de studietijd bracht zóó verschillende menschen
+bij elkaar.
+
+Er zou 'n tijd komen, dat ze elkaar nauwelijks meer kenden; zij,
+eens één in vreugde; en nu vereend in 'n groote droefenis.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVII.
+
+
+De eerstvolgende dagen was Go bijna nooit thuis; dadelijk na college
+en 's avonds weer ging ze met Frieda Gerard, Han en Beerenstijn
+helpen, die Hans' vader beloofd hadden, alles te zullen regelen
+en in orde brengen. Er was 'n huiselijk testamentje gevonden, dat
+ze met toewijding uitvoerden; kleeren en boeken moesten in groote
+kisten worden verpakt, rekeningen gesorteerd en aangezuiverd,
+brieven en dagboeken verbrand;--ze werkten te zamen uur na uur op
+de stille kamer, waar iets kils bleef hangen, ondanks de lustige
+zon; soms even onderbroken door iemand, die kamers zocht en boven
+kwam, aangetrokken door 't houten bordje, dat tegen 't raamkozijn
+kletterde. "Cubicula locanda;" het klonk zoo koud; of de vorige bewoner
+ruzie met de juffrouw heeft gehad, of gepromoveerd is of gesjeesd, of
+om geldverlies z'n studie heeft moeten staken, of zelf 'n einde aan
+alles maakte--"cubicula locanda"; het bleef 't zelfde. En telkens,
+als Go weer aan kwam met, bijna onbewust, de hoop, dat hij er wel
+zou zijn, dan zag ze weer dat bordje, dat alle verwachting versloeg,
+en in de zon blikkerde als 'n emblema van de snelle wisselvalligheid,
+èn de onaantastbare gelijkmatigheid van het leven.
+
+Ze overlegden nu alles met elkaar, en de zorg voor de nalatenschap
+scheen 't werk van "het dispuut" te zijn; telkens kwamen De Veer en
+Rolands, Beerenstijn of Hoefman met 'n rekening, 'n brief: wat Go er
+van dacht; en door de noodzakelijkheid van eenvoudig-practischen ernst
+groeide hun vriendschap in de kil-droeve dagen tot een wezenlijk,
+steungevend, bemoedigend gevoel.
+
+Zoo kwam ook Gerard 'n avond met 'n pakje lidmaatschap-kaarten, om
+te bespreken, of ze afgeschreven moesten worden, of door den dood
+vanzelf vervielen, toen hij Go wild snikkend met haar hoofd op de
+schrijftafel vond, de handen in wanhoop door haar haren woelend.
+
+"Maar Go, kindje; wat is er gebeurd?" begon hij verschrikt, maar toen
+ze z'n stem hoorde, ging er opeens 'n schok door haar heen, en 't
+betraand gezicht opheffend fluisterde ze nerveus: "Ga weg, Gerard; hoe
+kom-je hierbinnen? Hield ze je niet tegen? Heb-je 'n scène gemaakt?"
+
+"Wie? Ik heb niemand gesproken." En z'n oogen staarden verbaasd
+haar aan.
+
+"De juffrouw--ze zegt--o, Gé, ze zegt..." Nu begon ze weer opnieuw
+en erger te huilen, telkens tusschen twee snikken door hijgend:
+"Ga weg.... ga weg.... ze wil 't niet hebben."
+
+Hij schonk haar een glas water in, en ging op den rand van de tafel
+zitten; hij dácht er niet over heen te gaan, vóór ze wat kalmer zijn
+zou, en z'n afgebroken stem dwingend tot rustig spreken, begon hij:
+
+"Je hebt dus herrie met de juffrouw gehad. Maar is dát nu een reden om
+zóó te huilen? Is 't heele mensch wel één traan van jou waard? Als je
+me nu maar 's wou vertellen, kalm en verstandig, wat er eigenlijk is,
+dan zouden we kunnen overleggen, hoe 't in orde te brengen.... Maar
+als je zóó blijft, word-je ziek en ellendig en kan ik onmogelijk iets
+voor je doen."
+
+"Maar je moet dadelijk weg.... Ze zegt juist, dat heeren.... dat 't
+geen pas heeft, als 'n méisje hééren op 'r kamer ontvangt.... Eerst
+was jij alleen gekomen, en toen had ze niets willen zeggen.... het
+kon.... het had...."--en even trok 'n glimlach over haar trillende
+lippen--"het had 'n fatsoenlijk engagement kunnen zijn, ofschoon
+ik geen ring droeg,--maar nu telkens andere,.... ieder oogenblik
+'n ander...."
+
+"Vervl...," viel hij uit; "heeft ze dat durven zeggen?"
+
+"Ze zei, dat het 'r goeien naam kwaad dee. En ze had zélf groote
+dochters... En de heeren mochten vroeger ook nooit dames op hun
+kamer ontvangen; als je 'n heer had, ontving-je heeren, als je 'n
+dame had dames."
+
+"En wat antwoordde jij, Go?"
+
+"Ik weet niet; het kwam zoo vreeselijk opeens. Ik probeerde 'r eerst
+uit te leggen, dat 't m'n collega's waren, en dat onze verhouding
+anders is dan van gewone jongens en meisjes.--Maar ze keek me zoo raar,
+zoo verdenkend aan, en zei weer iets over 't fatsoen van haar dochter,
+en toen kón ik opeens niet meer; tegen zoo'n mensch, over zoo iets..."
+
+"Nee, natuurlijk. Laat mij maar 's..."
+
+"Nee, Gé, nee, als je blieft niet... Dan wordt 't immers nog veel
+erger..."
+
+"En wat wou-je nou doen?"
+
+"'k Heb gezegd, dat 'k zoo gauw mogelijk van 'n andere kamer werk
+zou maken."
+
+"Goddank; dus je hebt toch niet toegegeven, 't Is... 't is... zoo'n
+mensch tegen joù, tegen joù... zóó iets..."
+
+"Ja maar," zei Go, kalmer door zijn opwinding, "we moeten ook
+niet onredelijk zijn. Ik kan er eigenlijk best in komen, dat ze zoo
+praat. Wat weet ze van de verhouding onder ons, studenten, af? Hoe kan
+ze ons samen-zijn zich anders voorstellen dan 'n jongelui's partijtje
+in háár jeugd? Bovendien zouden voor vijf-en-twintig jaar àlle menschen
+'t met haar eens geweest zijn..."
+
+"Voor vijf-en-twintig jaar, jà. Maar 't veranderen van de publieke
+opinie is geen toeval; die volgt de omstandigheden, en daarom..."
+
+"Toe, je verwacht van háár toch geen redelijkheid!... En ik ben hier
+pas zoo kort; en juist in 't begin, door den dood van Hans, zijn er
+zulke vreemde dingen gebeurd: Otto en jij dien ochtend vroeg... en
+'s middags de heele club... en later telkens weer iemand om iets te
+vragen... telkens 'n ànder, zooals zij zegt..."
+
+"Praat er maar niet meer over. Ik kán dit niet filozofisch
+opvatten... Ik vind 't min, láág, afschuwelijk.--Enfin; wat doe-je
+nou? Weet je 'n kamer?"
+
+"Nee, 'k moet toch ook eerst naar huis schrijven."
+
+"Ja, natuurlijk. Doe dat dan nu dadelijk. Dan breng ik den brief naar
+'t postkantoor... Het was eigenlijk beter, als je naar huis ging,
+tot je iets anders hadt. 't Zal je zoo irriteeren, als je hier moet
+blijven, en 'k heb de kamer altijd beroerd gevonden."
+
+"Och, 'k zal 't maar niet al te erg maken voor moeder. Die vindt
+'t zoo vreeselijk, als iemand iets slechts van ons denkt."
+
+"Maar de ploerterij..."
+
+"Nou, ja, die scherpe afscheiding bestaat bij ons niet. Moeder
+vertrouwt me natuurlijk, maar ze is wel 's bang, dat 'k onvoorzichtig
+ben."
+
+Gerard knikte: "Kwam Van Neerwinden veel bij je?"
+
+"Nee; hij is zoowat de eenige, die nooit op deze kamer geweest is."
+
+"Zoo... Weet je wat, je moest ook even aan Frieda schrijven;--die wéét
+misschien wel 'n kamer. Ik ga dan zelf met 't briefje naar haar toe."
+
+"O, wat ben ik toch blij, dat jij gekomen bent. Ik was zoo
+wanhopig,--alleen tusschen al die vijandige menschen."
+
+"En je wou me nog al dadelijk wegsturen... Nou, schrijf maar."
+
+Bij den brief aan moeder kwamen de tranen toch weer. Wat zou-die wel
+zeggen? Ze hadden nooit aan die mogelijkheid gedacht;.... de kamer,
+die je huurde, was toch je eigen,--maar natuurlijk, 't was 't huis
+van de juffrouw.--Hád ze schuld? Moesje had gezegd: "Maak nooit
+misbruik van je vrijheid," maar ze had de jongens toch niet in den
+winkel kunnen ontvangen, vooral niet in die omstandigheden...
+
+Gerard hoorde haar de snikken in haar zakdoek smoren: "Ben-je bijna
+klaar?" riep hij uit den hoek van de kamer, waar hij water kookte
+voor thee.
+
+"Ja, dadelijk." En vlugger pende ze het briefje aan Frieda.
+
+"Nu heb ik alles in je kast kunnen vinden, zelfs het zeefje en
+'n zakje biscuits, behalve de thee zelf," klaagde hij hulpeloos;
+"ik zou je zoo graag met 'n kopje verrast hebben, en 't water kookt
+"als 'n see", zou mijn juffrouw zeggen."
+
+"O, Gé, hoe lief van je. Wat zou ik toch beginnen zonder jou!"
+
+"Kon ik maar wat meer voor je doen. Nu moet 'k je weer alleen
+laten. Beloof me, dat je je best zult doen niet bedroefd te zijn."
+
+"Nee, nee," zei ze, maar haar lippen trilden.
+
+En hij keek haar aan, met 'n oneindig zacht medelijden in z'n eerlijke
+open oogen, en eenvoudig-weg, of 't zóó in z'n hart opkwam, zei hij:
+
+
+ "Ik wilde, ik kon u iets geven
+ Tot troost diep in uw leven;
+ Maar ik heb woorden alleen,
+ Daden en dingen geen..."
+
+
+Toen nam hij de brieven, die op de tafel lagen en met 'n bemoedigend
+knikje, ernstig en opgewekt, ging hij de deur uit, wegstommelend
+langs de ongelijke trap.
+
+
+
+Den volgenden morgen, toen Go na 'n onrustigen nacht, want ze hóórde
+de vijandigheid uit alle geluiden om zich heen, de ontbijtkamer
+binnenkwam, vond ze naast haar bord 'n groote bos witte seringen en
+donkerroode anjers; de heele muffe kamer was vol lentegeur, en achter
+op z'n kaartje had Gerard geschreven: "Goeienmorgen Go. Vanmiddag
+komt Frieda bij je, en brengt 'n prettige boodschap mee."
+
+Ze drukte haar hoofd dieper in de bloemen, dankbaar, zalig; opeens
+niet bang en niet eenzaam meer.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVIII.
+
+
+Drie dagen later was Go bij Frieda en Mary Bruining
+ingekwartierd. Voorloopig kreeg ze alleen maar 'n zit-slaapkamer,
+omdat er nog iets verbouwd moest worden, vóór de meisjes met hun
+drieën de heele verdieping konden betrekken, maar Gerard had er zoo op
+aangedrongen, dat Go dadelijk verhuizen zou, dat Mary en Frieda beide
+hadden gezegd, dat ze zoo vaak in haar kamer kon komen zitten, als
+ze wilde, en als 'n droom zoo vlug was alles gegaan: Frieda had haar
+dien middag dadelijk meegenomen om bij haar te eten; den volgenden dag
+hadden zij tweeën en Lou en Coba alles gepakt en de breekbare waar zelf
+overgedragen, en nog geen vier maanden, nadat 't binnengedragen was,
+was haar heele huishouden weer uit de donkere straat weggereden naar
+de lichte Jan-van-Goyenkade, met 't wijde uitzicht over water en land,
+en de vroolijkheid van meisjes-huishoudentjes in de zonnige huizen.
+
+Gerard was in de wolken, dat ze nu zoo prachtig onder dak was gebracht,
+niet langer alleen--"het wàs geen kind om alleen te laten," maar met
+twee aardige, verstandige meisjes, die voor haar zorgen zouden en
+lief voor haar zijn. Ook haar moeder had enthousiast over de gunstige
+verandering geschreven en gesproken. "Ik begrijp wel, kindje, dat je,
+zoo heel alleen, behóefte hadt aan gezelligheid, zoowel van vrienden
+als van vriendinnen. Maar ik ben toch wel bang, dat de bezoeken wat
+erg druk zijn geloopen den laatsten tijd. Dat zal nu heelemaal anders
+worden; jullie maaltijden met je drieën geven veel meer de gezelligheid
+van een huishouden. Je kunt met je drieën bezoeken ontvangen..."
+
+Iedereen was tevreden en voldaan over de schikking, maar Go, nadat de
+eerste roes van nieuwigheid voorbij was, nu ze als gewoon huisgenoot
+was opgenomen, ze voelde 't wel: voldaan was zíj niet. Ze zat voor
+Frieda's schrijftafel en staarde over het kale, wijde land, en,
+de ellebogen op haar boeken, redeneerde ze met zichzelf: "Het kwam
+dus niet door de kamer, en niet door de eenzaamheid, dat onrustige,
+onbevredigde gevoel. Het komt uit m'n eigen hart, en daarom kan
+niemand er iets aan verhelpen... Want deze kamers zijn licht, en
+aan elken maaltijd en 's avonds ook, zijn Mary en Frieda er, met hun
+hartelijke gezichten en opgewekte gesprekken, en ik zit er zwijgend
+bij, en voel, dat 't me niet schelen kan. En als Gerard vraagt,
+hoe deze levenswijze me nu bevalt, dan kan ik lange verhalen van lof
+houden; maar ik wéét 't alleen met m'n verstand. In mijn hart voel ik
+'t anders. Dit samenwonen is uitstekend, en 't moest veel meer door
+jongens worden gedaan; ik zou wel willen, dat Gerard en Han en Eduard
+ergens met hun drieën gingen wonen. Dat zou voor Eddy zooveel beter
+zijn, dan zou hij misschien wel weer anders worden... en dan zou ik
+ook weer kunnen voelen, dat 't leven prettig is."
+
+Ze legde haar handen nu voor haar oogen om aan z'n laatste bezoek te
+denken; hij was op de vergadering zoo koel tegen haar geweest, zoo
+anders dan de anderen, die nog onder den indruk van Hans waren. Hij
+had alleen even met 'n naren lach gezegd: "Voor menschen, die pessimist
+praten, hoef-je niet bang te zijn; juist de opgewekten maken er opeens
+'n einde aan," en uit 'n paar losse woorden van Rolands had ze gemerkt,
+dat er weer druk gefuifd werd in hun clubje. Bij 't weggaan had ze toen
+gevraagd, of hij 's op haar nieuwe kamer kwam, en toen hij ontwijken
+wilde, er beslist op aangedrongen, omdat ze 'm noodig spreken moest.
+
+Zoo was hij 'n avond in Frieda's kamer ontvangen, maar er was geen
+stemming, geen harmonie geweest. Go had gemerkt, dat Mary en Frieda
+geen van beide vóór z'n bezoek waren, ze had zich onzeker en gegêneerd
+gevoeld, en hij had niets gedaan om 'r tot kalmte te brengen: hij was
+heen en weer blijven loopen, had de fotografieën en beeldjes bekeken,
+en steeds over allerlei onverschillige dingen gepraat.
+
+Na 'n kwartier had hij al weer weg gewild. Ze kon 'm niet laten gaan;
+ze moest toch zeggen, dat ze 't zoo akelig vond...
+
+"Waar ga-je heen?"
+
+Hij moest naar de kroeg, afgesproken met vrienden...
+
+"Waaróm nou? Ik heb je al zoo lang niet gezien."
+
+Ja, maar ze zouën spelen, kaarten...
+
+"Hè nee, Eddy, doe 't niet."
+
+Er had in z'n oogen dat ongeduld gebrand, dat haar altijd even bang
+maakte: "Natuurlijk zal ik gaan."
+
+"Ja maar, 't is zoo verkeerd; jullie spelen om geld."
+
+"Ik hoop zelfs veel te winnen; daarom ga 'k eigenlijk. 'n Lastige
+beer."
+
+"Je kunt toch onmogelijk zoo heel veel winnen op 'n avond."
+
+"Twintig, vijf-en-twintig gulden is ook al genoeg. 'k Moet 't hebben."
+
+"Dus dáárom alleen?" En ze was naar de kast gegaan, en, smeekend,
+dat hij niét boos zou worden... 't was wezenlijk beter.... had ze
+'m het bankbiljet van vijf-en-twintig gegeven, terwijl hij weifelde,
+ontroerd keek.
+
+"Ik schaam me, Go," had hij alleen gezegd, en toen was hij gauw
+weggegaan, en ze had 'm niet weerhouden, omdat ze voelde, hoe pijnlijk
+'t voor beide zijn zou, nog samen te blijven.
+
+Den volgenden middag had ze geen vleesch gewild aan de koffie. Of ze
+vegetariër werd?--Nee, 't was zuinigheid; haar maandgeld was op....
+
+Mary had haar even doordringend aangekeken, toen luchtig gezegd:
+"Mooi zoo! Enfin, Frieda en ik hébben nog 't onze. Eet dus gewoon mee;
+zoo sterk ben-je niet."
+
+En daarna had ze niets meer van 'm gehoord of gezien. Zelfs niet op de
+laatste vergadering van L. V.; Rolands had zoo iets gepreveld, van dat
+hij uit moest, maar Gerard had er dadelijk over heen gepraat, en hij
+was beboet "wegens niet verschijnen ter vergadering, zonder hiervan
+vooruit schriftelijk kennis te geven," en "wegens niet inleveren van
+z'n verplichte werkzaamheid."
+
+'n Vergadering zonder hém had geen doel, en 't had Go toegeschenen,
+of ze allemaal maar hadden zitten praten, om met hun woorden
+de leegte te bedekken, en eigenlijk leek haar heele leven haar
+tegenwoordig zoo, vooral als ze 'n middag alleen zat in de kamer,
+met haar boeken. Wat moest dat allemaal nu eigenlijk? Wat had het
+met haar geluk of 't heil van de menschheid te maken, of ze al wist,
+hoeveel uitgaven er van Maerlants strofische gedichten bestonden,
+of wat voor invloed de eerste en tweede klankverschuiving hadden
+gehad? En nu kon-je zeggen: dat had-je nu eenmaal in iedere studie,
+of je rechten nam, of medicijnen, of scheikunde: altijd moest je eerst
+'n massa concrete kennis vergaderen, waar je 't nut niet zoo dadelijk
+van inzag. Maar dat was 't hier niet alleen; als ze dóór dacht over
+later, wat er zou gebeuren, als ze dit nu allemaal wist, als ze haar
+candidaats en haar doctoraal had gedaan, en dan ook nog 'n boek, 'n
+dissertatie, had geschreven,--dan sloeg haar eerst recht de schrik om
+'t hart. Dan zou ze de hier vergaderde wijsheid gaan onderwijzen op
+'n burgerschool of 'n gymnasium, of op 'n bibliotheek als archivaris
+studeeren in perkamenten, dag in dag uit, òf aan "het woordenboek"
+'n baantje krijgen, bij gratie, en de rijkste jaren van haar leven
+besteden b.v. aan de letter p. En nóóit, nóóit zou ze, als de studenten
+van andere vakken, in 't werkelijke leven kunnen ingrijpen en nuttig
+worden; nooit zou ze direct met "menschen," menschenléven, te maken
+hebben, zooals 'n dokter, 'n advocaat. Zelfs nooit haar hánden kunnen
+gebruiken, zooals Mary, die kookte en knoeide op 't laboratorium,
+die zoo heerlijk moe kon zijn, nadat ze 'n middag gestaan had. Voor
+haar waren er niets dan boeken, die naar andere boeken verwezen,
+en altijd weer boeken, waar niets achter was, en niet kòn wezen. 't
+Was immers zuivere wetenschap, alleen òm de wetenschap, zooals: l'art
+pour l'art. Dat had ze eerst juist zoo mooi, zoo groot gevonden, voor
+gedachten te leven, in ideeën; maar nu, nu ze lange uren er zich aan
+begon te geven, m'n God, nú voelde ze, dat ze jong was en krachtig,
+dat haar lichaam niet wilde vegeteeren, dat haar spieren trokken van
+ongeduld bij al dat stil zitten studeeren; en dat ze benijdde, o,
+benijdde met hart en ziel, de bedrijvige wereld, beneden op straat, de
+meisjes, die kleeden klopten in de zon, met flink beweeg van de stevige
+armen; de jongens, die zware schuiten voortboomden, met groente,
+met turf; iedereen, die z'n lijf inspannen kon, z'n kracht uiten.
+
+"Het Comburgsche HS; het Zutfensch-Groningsche HS, het HS der
+Pelgrimage van der mensceliker creaturen, de Heidelbergsche
+fragmenten...." Ze zette zich opeens op, en 't bloed vloog naar
+haar hoofd: 't was om dól van te worden, zoo'n heele middag zitten,
+terwijl vlak voor de deur 'n schuit met steenen werd afgeladen, en al
+die menschen zich bukten, en sjouwden en zwoegden in den frisschen
+winterdag, met de kou tegen hun warme lijven. Ze móest ook iets
+doen. En met 'n ruk sjorde ze de ramen open, begon de kussens van
+Frieda's canapé uit te slaan op de vensterbank, ofschoon ze wist,
+dat dat eigenlijk overbodig werk was, want ze had tegenwoordig zoo
+dikwijls 'n bui, dat ze opeens iets móest doen, en dan gingen de
+kussens en de kleedjes er altijd 't eerst aan. Al haar handschoenen
+waren ook heelemaal schoon, en ze schommelde in de laden van Frieda
+en Mary; daar was wel wat te doen: warm water maken, zeep raspen,
+goddank, nu leefde ze weer, in de koele lucht, met de beweging;
+lekker, zoo met haar handen in 't warme sop voor 't raam te staan;
+de waschkom kantelde wel wat op de vensterbank, maar 't zou wel
+houden, en de wind was zoo frisch tegen haar gezicht. Was de slang
+met 't aansteken zooeven 'n eindje van 't comfoor afgegleden? O, nee,
+Frieda had al meer over gaslucht geklaagd; ze rook het nu ook, nu ze
+er dicht bij was;--ze zouden--hé, daar was Ru Bruining, met z'n fiets.
+
+"Mary is niet thuis, Ru."
+
+"Zóó. Zou 't nog lang duren?"
+
+"Nee. Binnen 'n kwartier zal ze er wel zijn."
+
+"O, dan kom 'k toch maar even boven; ik heb 'n pakje van huis gekregen,
+met ook iets voor haar; 'n das of 'n strik; ik weet niet precies."
+
+Ze hoorde 'm de fiets in de gang zetten, toen z'n vlugge stappen op de
+trap. Het was zoo'n kordaat kereltje, niet groot, maar breed gebouwd,
+rechtop en energiek, met kleine, sterke handen, en 'n kop met 'n wil.
+
+"Goeienmiddag. Wat voer-jij uit?"
+
+"O, ik wasch handschoenen. Geef jij me misschien ook de clandisie?"
+
+"Nee, die draag ik nooit. Je mag er wel wat opleggen, dat ze niet
+wegwaaien, als ze gedroogd zijn."
+
+"Ja. Zeg, Ru, ruik-jij geen gaslucht, daar in dien hoek?"
+
+"Nee, 'k ben verkouden. Ja, hier toch; 't zit bij 't kastje."
+
+"Niet aan de slang? Frieda klaagt er al langer over. We zullen 's
+'n man van de gasfabriek...."
+
+"Laat mij 's kijken; mag 't tafeltje even weg?"
+
+"Pas op; geen lucifers, Ru,... je vliegt in de lucht...."
+
+"Nee, wacht maar; zoo erg is 't niet. O, kijk; deze schroef zit
+los. Je hebt hier zeker geen gereedschap."
+
+"De juffrouw zal wel...."
+
+"Och, ik kan het wel met m'n fietssleutel."
+
+Hij was al weg, om dien van beneden te halen, heelemaal in z'n werk
+verdiept; en Go keek met welgevallen, hoe hij zich boog, schroefde,
+z'n kracht spande, dat 't bloed roodend naar z'n voorhoofd liep,
+tot onder z'n stug, blond haar.
+
+"Kom nu 's ruiken. Wat denk-je er van?"
+
+"Ik ruik niets," snoof Go behagelijk. "Wat leuk, dat je ook van zulke
+dingen verstand hebt, zeg. Zoo 's practisch iets doen, dat kan bijna
+geen een student."
+
+"Dat komt door de stomme verdeeling van den arbeid. Er is 'n klasse
+menschen, die hun lichaam óver-aftobben, en geen tijd voor eenige
+ontwikkeling overhouden, ook geen kracht en geen lust; en aan den
+anderen kant staan wij, de z.g. bevoorrechten, maar die even goed zelf
+ook lijden door de misstanden, die we in onze kortzichtigheid toch
+niet opgeven willen; wij, die ons suf en stomp werken met ons hoofd,
+en onze spieren als niets-nut moeten laten verslappen."
+
+"Hè ja," zei Go gretig, "ik had vanmiddag zoo graag 's met dien
+steenensjouwer geruild;--hij hier 's wat uitrusten en ik me 's weldadig
+moe maken. Je hebt gelijk; 't is 'n domme indeeling."
+
+"We kunnen er natuurlijk zelf wel wat aan verhelpen. Ik woon daar nu
+buiten, en als ik 's twee uur gewerkt heb in Hesiodus of Isocrates,
+dan ga 'k eens naar m'n kooltjes kijken, of neem de geit mee wandelen;
+maar dat is maar spielerei, en aardig voor mij persoonlijk. De
+gemeenschap heeft er geen nut van, zooals 't zou zijn, wanneer de
+verhoudingen beter georganiseerd waren."
+
+Ja, Mary heeft wel 's verteld, je hebt daar 'n eigen huisje, hè,
+en je doet alles zelf."
+
+"Zoowat, ja; kom 's kijken, als je lust hebt, met Mary. Er is nu niet
+veel om jullie mee te geven: vroeger heb ik 't huishouden hier wel
+'s van boontjes of aardbeien voorzien."
+
+"Aardbeien! O, heerlijk! Mogen we dan van den zomer nog 's komen? En
+je hebt 'n roeiboot, niet?"
+
+"Ja, en 'n kraai en 'n paar kippen, en konijntjes. Je zult 't wel
+grappig vinden, denk ik."
+
+"Hè, zalig zoo buiten wonen...."
+
+Mary vond hen in druk gesprek bij het open raam. "Zoo broertje!"
+
+"Dag Mary, ik breng iets van moeder voor je mee."
+
+"O, de das, dank je."
+
+"Zeg Mary, Ru vraagt, of 'k vanavond mee ga naar de lezing van Mevrouw
+Roland Holst. Doe-jij 't ook?"
+
+"Nee, Go, ik kan niet. Maar doe 't. 't Is zeker mooi, en 't zal
+je opfrisschen."
+
+"Natuurlijk," pleitte Ru. "Dát is 'n vrouw! Ik voel me niet gauw
+klein bij iemand, maar bij háár...."
+
+"Wat is hij toch altijd opgewekt," zuchtte Go, toen Ru weer naar
+"de boerderij" was. "Je voelt je al anders, als hij de kamer maar
+binnenkomt."
+
+"Dat komt, omdat hij sociaal-democraat is," antwoordde Mary, de
+handschoenen naar binnen hengelend.
+
+"Dan is dat toch 'n mooie overtuiging, als 't je zoo levens-tevreden
+maakt."
+
+"Ach, dat doet natuurlijk ieder wezenlijk geloof." Maar Go luisterde
+niet. 't Was net, of er iets prettigs gebeuren ging, iets met
+Eddy, zoo opgeleefd was ze opeens, door dat gesprekje, door 't
+vooruitzicht van de lezing: misschien zou hij er ook zijn,--ofschoon
+sociaal-democratie--'t was niets voor hem; misschien zou er gauw
+'n brief komen, of hij dàcht nu aan haar; ze wist niet, wat ze
+verwachtte, maar haar bloed stuwde krachtig door haar verwachtende
+hoofd, ze vóelde, dat 't toch zoo maar niet opeens uit kon zijn,
+tusschen hem en haar, en terwijl ze zich waschte en 'n héél klein
+beetje toilet maakte,--ze mocht niet te mooi wezen, 't zou iets van
+gelijkheid zijn, dacht ze,--zong ze aldoor die bemoedigende spreuk
+voor zich heen, die uit 'n droge kolom van het middelnederlandsch
+woordenboek haar plots toegegeurd had en die haar nu zóó sterkte:
+
+
+ »Dat nemmer man en was so wilde,
+ Een vrouw diene met smeekene hilde."
+
+
+Ze zoù 'm houden, al trachtte alles hem van haar af te trekken;
+door haar liefde alleen.
+
+
+
+Ze liepen samen terug door de stille straten, beide warm van opwinding,
+gedragen op hun bewondering, hun extase over dien avond.
+
+"Nog nooit heb ik zoo iets gehoord," zuchtte Go, "en 'k had 't
+heelemaal niet gedacht, toen ze pas opkwam. Niet eens sympathiek,
+vond ik, en geen mooie stem...."
+
+"Er is niets heerlijker, dan mee te gaan, op te gaan in haar geestdrift
+en bezieling. Ze electriseert de menschen eenvoudig, en níet door
+stijl-effecten, niet door woorden-klinkklank, maar alleen door haar
+overtuiging, en haar passie om anderen te overtuigen."
+
+"O, Ru, ik ben zoo blij, dat je me meegenomen hebt. Ik weet er
+heelemaal niets van, van socialisme of anarchisme of al die dingen;
+maar 't is net, of ik nu weer harder m'n best zal doen om goed
+te zijn."
+
+"Ja, die opwekking geeft ze zeker ieder: 'n behoefte eerlijk en
+zuiver te zijn, in alles, ook in je intiemste gedachten; 'n behoefte
+te werken, nooit bij de pakken neer te zitten."
+
+"Laten we nog 'n endje omloopen, de avond is zoo heerlijk, en ik voel
+zoo'n kracht; ik zou toch niet kunnen slapen."
+
+"Als we nu maar 's dadelijk met wat moeilijks beginnen konden, hè,
+'n groote opoffering, 'n heldendaad. Maar 't lastige is 't vuur
+brandend te houden in 't gewone doen van alle dag, ook als we onder
+kleine en groote zonden leven."
+
+"Maar 't helpt toch zeker, zoo'n avond, en de beloften, die je jezelf
+dan doet."
+
+"'n Mooi gevoel is niet verloren," zei Ru, maar Go keek strak voor
+zich uit. Ze waren nu op de Stille Rijn en van de brug zag ze twee
+menschen komen, 'n jonge man en 'n meisje, die dicht bij een lantaarn,
+tegen elkaar geleund, bleven staan. Zij, die in 't donker liepen,
+zagen hen hel belicht; Go onderscheidde 't grijze hoedje op 'n bos
+ros-blond haar, het beige manteltje, waarom 'n zwarte arm lag. De man
+was lang en slank, hij droeg 'n slappen hoed; zwart haar.... o, God,
+en z'n gezicht was bleek, maar z'n oogen straalden.... Hij keek in
+'t gezicht daar beneden hem, en boog zich, en z'n hand was op haar
+schouder; maar toen ze de voetstappen hoorden, liepen ze door langs
+den donkeren waterkant, en z'n stap, even sleepend, klonk door haar
+hakgekletter heen....
+
+
+
+"Scheelt er wat aan, Go?"
+
+"Nee. Wat koud." Haar lippen weigerden bijna, maar Ru scheen 't niet
+te merken.
+
+"Laten we dan gauw naar huis toe gaan. Je ziet zoo vreeselijk bleek."
+
+"Ja. 't Is ook mistig, kijk." En ze staarde over het water, waar
+de booten met hun roode lichtjes lagen, en terug naar de donkere,
+stille gracht, waar ze nu samen zouden zijn.
+
+"Ik begrijp niet," begon Ru weer over de lezing, "dat er niet veel
+studenten waren vanavond. Natuurlijk wel de partij-leden, maar dit
+was toch iets, dat iedereen goed zou hebben gedaan."
+
+"Och, ze hebben zooveel andere dingen." Ze liep steeds sneller om
+maar thuis te zijn.
+
+"Maar nergens leeren ze 'n historischen kijk op de wereld
+krijgen.... Als je die kerels soms hoort beweren--" Nu was hij op z'n
+stokpaardje, praatte door tot bij de deur, waar hij weer verschrikt
+zei: "God, Go, je hébt toch niets? je ziet er zoo ellendig uit; kan
+'k niets voor je doen; iets halen?"
+
+"'t Is alleen de kou...." En ze klappertandde. "Nacht Ru! Ik dank
+je wel."
+
+Ze knikte nog even op de stoep; sloot toen langzaam de deur en
+deed er den grendel en de knippen op. Iedereen was al naar bed,
+en met de kleine olielamp ging ze langzaam, tastend, de trap op,
+naar Frieda's kamer, waar nog wat kachelwarmte en theegeur hing. Ze
+zette de lamp neer, en wist opeens niet meer. Onderweg had ze hevig
+naar 't oogenblik van alleen-zijn verlangd. Nu stond ze als te
+wachten. Er was iets ergs gebeurd; er was iets gescheurd van binnen;
+maar wat moest ze nu hier alleen in die kamer? Ze had nog geen pijn;
+'t was te scherp geweest. Ze wou even zich herinneren, hoe 't maar
+weer precies was gebeurd: ze liep naast Ru, en was moedig, en had
+honderd groote en dappere plannen in haar hoofd; toen kwamen er twee
+de brug af, en ze vermoedde zonder woorden; ze voorvoelde; 't was
+als het bewustzijn van één, die vallen gaat, diep, dood;... ze had
+gekeken, strak, naar één punt, en het was duidelijker geworden;--háár
+Eddy was even tusschen het dreigende beeld komen schuiven, hij, met
+z'n belovende oogen, z'n streelende lach; toen was hij er mee samen
+gevallen: z'n lach naar 'n ander, de belofte aan 'n ander....
+
+Nu waren de tranen er, opeens in 'n stroom over haar strakke gezicht;
+ze stond met haar hoofd tegen den muur als om zich op te houden,
+en trillend over haar heele lichaam, fluisterde ze: "Hoe kòn-je, hoe
+kòn-je! O, Eddy, wat bén-je slecht. Ik had het nooit gedacht...." En
+als ze even stil was geweest, barstte dadelijk haar snikken weer
+heviger uit, tot ze uitgeput op de canapé viel en daar onbeweeglijk
+bleef zitten, in de donkere kamer starend, waar alleen 't olielichtje
+'n spokig schijnsel door wierp.
+
+Zoo was dus het leven; en dít de liefde, waar ze zoo naar had
+verlangd. Zoo waren de menschen, die ze had vertrouwd; hij, hij,
+de aller-liefste, deed zulke dingen. En dat hoorde zoo. De ouderen
+wisten het; er veranderde niets om op de wereld; zooals Rolands gewoon
+in hun clubje was teruggekomen, zoo zou hij de volgende keer weer één
+der hunnen zijn, met z'n zingende stem, met z'n lieve manieren. Niemand
+zou iets van 't gebeurde aan hem kunnen zien;....deden ze dan misschien
+allemaal zoo: Hoefman en Otto en Han--en Gerard ook? Wien kon ze nú
+vertrouwen, nadat ze hem zoo gezien had!
+
+O, ze had er wel eens over hooren praten en er van gelezen, van
+het leven van jongelui, en dat 't zoo anders was meestal, dan 't
+scheen aan den buitenkant, en ze had niet gedacht, dat de menschen,
+die zoo oordeelden, logen of zich vergisten, maar wèl: dat ze over
+'n ander soort jongens praatten, dan zíj kende. Háár vrienden had ze
+altijd geheel als zichzelf vertrouwd, en toen Eddy dien middag in
+het laantje had gezegd: "Ja, zoo zijn we, wij, studenten; zoo zijn
+we haast allemaal", had ze wél de pijn gevoeld, dat hij ook wel 's
+iets kwaads gedaan zou hebben, 's lief gedaan tegen 'n meisje; maar
+nú toch zeker nooit meer, nu hij háár kende. En ze had zich ook niet
+voor kunnen stellen, dat hij ooit erg intiem met zoo iemand kon zijn
+geweest;--misschien 's tegen 'r gelachen,--dat was al erg genoeg,
+z'n mooie lach;--misschien 's een endje met haar opgeloopen, maar
+hoe kon hij, de ontwikkelde, beschaafde, over-verfijnde, voor wien
+zij zich vaak te grof en te onwetend had gevoeld, wezenlijk behagen
+vinden in 'n burgerlijk, onbeschaafd schepsel, zoo een, die Leidsch
+dialect sprak, met 't leelijke zangetje, en niets had gelezen; die
+bovendien niet wezenlijk van 'm houden kon.
+
+En tòch, ze had het gezien, het wàs zoo: hij gáf haar zijn
+liefkoozingen, hij verdiepte zich in haar wezen. O, nu begon ze
+te begrijpen de tragedie van vrouwenliefde in zooveel boeken, die
+altijd zooveel roerender dan mannen-désillusies was. Nu begon ze
+iets te voelen van de wanverhoudingen tusschen het meisje, dat wacht
+en hoopt, om zich geheel aan den man, dien ze liefheeft, te kunnen
+wijden, en den man, die minnarijen zoekt, die hem direct voordeel en
+bevrediging geven, zonder al de zorgen en 't bindende van 'n huwelijk
+met 'n vrouw van dezelfde ontwikkeling, die hooger eischen stelt. En
+als hij dan eindelijk toch naar 'n eigen huis, 'n familie verlangen
+gaat, met hoe verschillende idealen, met hoe ongelijke verwachting,
+gaan de twee dan het nieuwe leven in: het meisje, dat al, wat ze bezat,
+heeft bewaard en vermooid, 't hem nu bevend wil geven; hij, al moe,
+en gedésillusioneerd, met herinneringen, die schrijnen en bezoedelen,
+vaak met 'n ontveinsd dédain.
+
+Dát stond de vriendschappelijke verhouding tusschen jongens en meisjes
+in den weg; niet, dat ze vaak dronken waren in de eerste plaats,
+maar 't feit, dat andere vrouwen op 'n andere manier in hun leven
+gedrongen waren, en ze daarom geen achting, geen zuiver, hartelijk
+gevoel meer konden voelen voor eenig meisje, want hun gedachten waren
+vol van wat laag en afschuwelijk was.
+
+O, wat wás de wereld leelijk, en wat deed 't weten 'n pijn. 't Was net,
+of ze haar heele leven geslapen had, en nu opeens, wakker geschrikt,
+de onwaarheid van haar mooie droomen besefte; 't was, of ze al lang in
+'n modderpoel was rondgegaan, en nu pas zàg, waar ze was verdwaald.
+
+Het zien van Rolands had haar niet diep getroffen. Het was even
+pijn geweest, maar wat wist ze van z'n leven, en hoe kon ze er zich
+indenken, hoe z'n liefde zou zijn? Maar Eddy's liefkoozingen had ze
+gevoeld in haar droomen; ze wist, hoe z'n oogen keken, wanneer hij
+teeder was; ze zag de zachte gebaren van z'n streelende handen, en nu
+dit alles, haar lang-gedroomde schat, aan 'n ander werd gegeven, als 'n
+nietswaardigheid; nu haar hoogste geluks-verlangen was neergestort bij
+den vreeselijken aanblik van het tot bespottelijk-karikatuur misvormde
+beeld van haar ideaal,--nu doorvoelde ze plots de diepte van ellende
+van ongelijke moraal van twee naar gelijkheid strevende geslachten, en
+duizelend van haar eigen misstanden-peilende helderheid, hield ze het
+hoofd in de handen, en kreunde om haar gewond, beleedigd vertrouwen.
+
+"Als je maar altijd 't allerleelijkste van de menschen denkt, als je
+je maar nooit door idealisme laat verleiden, dan krijg-je 't meeste
+gelijk in de wereld. De oude, wantrouwende menschen hebben gelijk,
+de misanthropen hebben gelijk," prevelde ze bitter, "en wie vertrouwt
+en liefde geeft, zal net zoo lang gemarteld worden, tot hij wijzer
+geworden is. "Zoo ís de wereld eenmaal," zeggen de ouderen altijd. Hoe
+heb ik ze gehaat, om hun hard en liefdeloos oordeel. Ik voelde, dat
+'t niet waar kon zijn; en nu...."
+
+Ze begon in Frieda's kamer op en neer te loopen, en bleef lang
+voor de bul van L. V. staan; het was 'n groot papier met 'n
+gewichtig-uitziend zegel op den hoek, en er stond met dikke letters
+gedrukt: Virginem ornatissimam Friedam Vervoort, enz.; onderaan de drie
+handteekeningen van het bestuur, den datum en 't jaar in Romeinsche
+cijfers. Onwillekeurig trachtte ze het in gewone over te brengen, en
+onderwijl herinnerde ze zich, hoe het alles was begonnen, dien avond op
+z'n kamer, hoe ze in 'm was opgeleefd zonder eenige terughoudendheid,
+terwijl intusschen z'n gedachten vol leelijke dingen, o ze wist 't nu,
+moesten geweest zijn. Wie weet, wat hij van haar en haar dringende
+openheid had gedacht; of hij niet met anderen over haar verlangen,
+voor állen iets te zijn, had gelachen. Hoe schaamde ze zich, dat
+ze zich had laten gaan, en haar mooiste gevoel misschien tot spot
+gemaakt. En al zei ze weer: "nee; zóó slecht kan hij niet zijn; hij
+was toch eerlijk tegen me, al wilde ik het niet begrijpen",--hoe wist
+ze, in hoeverre ze nu nog iemand vertrouwen kon; hoe wist ze, of niet
+de heele wereld één afschuwelijke leugen was, waar de menschen toch
+maar mee doorleefden, omdat het nu eenmaal zoo gewoonte was...
+
+
+
+Toen het drie uur sloeg door de stilte, stond ze nóg voor 't raam
+in de duisternis te staren. Het olielampje achter haar rug was
+bijna leeggebrand, en ze zei 't zich, dat ze nu maar naar bed moest
+gaan. Maar de roerloosheid van de kamer, de gevoellooze rust van
+het heele huis, deed haar de schouders ophalen: waarom eigenlijk;
+wie kon 't iets schelen, of ze hier heen en weer liep, in angst en
+verbijstering, of naar haar bed toe ging? Wie mérkte 't zelfs? Iedereen
+sliep. En wat kwam 't er voor haarzelf op aan, of ze hoofdpijn zou
+hebben morgen; wat kwamen alle dingen van alle verdere dagen er op aan?
+
+Ja, natuurlijk; ze moest examen doen; ze moest promoveeren en 'n
+betrekking krijgen, om voor zichzelf te kunnen zorgen; 'n ander zou
+'t niet doen. Ze moest verdienen, om te kunnen leven, of eigenlijk:
+bestaan. Ze wist niet, waarvóór. Wist die vrouw, die toch ouder was
+dan zij, en die.... dienzelfden avond, maar hoe lang scheen 't al
+geleden,--had gesproken van 'n toekomst, 'n omwenteling, dan niet,
+dat de ménschen slecht waren, en dat daar geen veranderde staat voor
+hielp? En ze had wel gepraat van verandering van de leugen-moraal,
+maar wat hielp 't, als de mannen van aanleg ontrouw waren, de meisjes
+trouw? Of die misschien alleen uit noodzakelijkheid?
+
+Ze wist 't niet meer, ze wist niets meer. Van wat, dat ze vroeger hoog
+en heilig had gehouden, kon ze nú nog zeker zijn, nu het hoogste van
+haar leven schijn was gebleken?
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIX.
+
+
+'n Paar dagen later kwam ze lusteloos en bleek Mary's kamer in. Ze had
+lang, half-wakker, in haar bed liggen woelen, en zich nu eindelijk,
+zonder zorg, 'n beetje aangekleed, om in de rustige, blauwe kamer, die
+uitzag in den tuin en over de kale boomen, wat vrede te zoeken, dien
+ze nergens vinden kon. Die kamer had altijd 'n bizonderen invloed op
+haar; de meeste meisjes vonden 'm somber en kwamen liever in Frieda's
+"zonnepaleis," dat ook lichter en levendiger was gestoffeerd; maar
+Go hiéld van die doffe kleuren en sobere lijnen; Mary's eigen rustig
+en harmonieus wezen weerspiegelde zich in de dingen om haar heen; en
+de stilte was er nooit beangstigend, maar 't mooie zwijgen van twee,
+die elkaar volkomen begrijpen.
+
+"Mary, ik wilde zoo graag iets doen, en ik kan níet werken. Heb-jij
+ook iets voor me, te naaien of zoo, meen ik?"
+
+Mary had zich omgewend, zoodra de deur openging, en terwijl ze naar de
+kast liep om 'n rok te zoeken, waarvan het bezemband was afgetrapt,
+bewonderde Go weer haar dunne, rechte gestalte, die iets zwevends,
+iets symbolisch had, als de figuren van Toorop; en het kalm-ernstige
+gezicht, met de bijna-extatisch-groote, grijs-blauwe oogen, die zoo
+zuiver-koel en toch zoo innig konden kijken. En Go, die zelf lééd,
+omdat haar gedachten deze dagen telkens met 't kwaad vervuld waren,
+zij 't ook met 'n afschuw er voor; en die zich bezoedeld voelde door
+haar weten van zonde, sloeg schuw de hare neer, toen Mary bij haar
+kwam, en over haar gebogen zwijgend naar haar kijken bleef. Go voelde,
+hoe afgetobd en onrustig en onverzorgd ze er uitzag, en, nerveus de
+rok grijpend, vroeg ze om garen en 'n naald, verlangend de spanning
+te breken door gewone, alledaagsche dingen.
+
+Maar Mary stoorde er zich niet aan; ze zette zich naast haar in de
+vensterbank, en, opeens 'n besluit nemend, begon ze met haar diepe,
+donkere stem: "Gootje, je moet me 's zeggen: ben-je vertrouwelijk
+met je moeder?"
+
+Er was geen ontkomen meer aan; Go vóelde, dat nu alles uitgezegd moest
+worden tusschen hen tweeën, en ze antwoordde zacht en weifelend:
+"Ik hou heel veel van moeder,... en vroeger heb ik 'r ook altijd
+alles verteld, en overal in raad gevraagd--en ze heeft me altijd
+begrepen. Maar nu ik hier ben, in dat àndere leven, bij menschen, die
+ze niet kent, en in toestanden, die ze zelf nooit heeft meegemaakt,
+nu voel 'k telkens, dat ze niet begrijpt, wat ik meen; nu verwart
+ze dingen en namen, en we merken 't allebei, al zeggen we 't niet:
+we zijn aan 't vervreemden van elkaar, we ontgroeien elkaar."
+
+Mary knikte. "Ik weet het wel, dat is het tragische in elke familie;
+de ouders leven voor de kinderen, maar de kinderen worden menschen
+voor zichzelf en leven in de toekomst. Dit komt te sterker uit,
+naarmate de verhouding vroeger inniger was. En al is 't natuurlijk,
+en al is 't "der lauf der welt"--iedere liefhebbende moeder, die haar
+kind van haar af voelt gaan, lijdt eronder, diep en hevig, alsof zij
+de eerste was, die met zoo'n vreeselijke ramp wordt getroffen. En
+voor ónze ouders is 't wel 't ergste; want die zién in hun kinderen
+de nieuwe levensrichting, de reactie tegen hún leven, en dat is nog
+moeilijker te begrijpen, dan dat de jeugd eenvoudig zelfstandig denken
+wil. Wij zijn nog min of meer voorloopers van 'n nieuwe beweging, en
+'t geslacht, dat na ons komt, vindt z'n weg door ons gebaand...."
+
+"Ik weet niet," viel Go uit, "misschien zijn wij wel op 'n dwaalweg. Ik
+geloof niet, dat ik licht 'n dochter van mij zal laten studeeren. Eerst
+als je 't zelf hebt meegemaakt, weet je, hoeveel er tegen is."
+
+"O, maar over vijf-en-twintig jaar,--en eerder zal jóuw dochter toch
+zoo ver niet zijn--" glimlachte Mary, "over vijf-en-twintig jaar is de
+toestand van 'n meisje hier al weer heel anders dan nu;... reken maar
+eens, hoe verschillend ze nu is van 'n tien jaar geleden. Toen was er
+geen club, geen vereenigingslokaal; er waren geen meisjeshuishoudingen,
+geen pensions, geen faculteitsvergaderingen--hier en daar in de stad
+zat ergens 'n eenzaam meisje op 'n triestige kamer; op college werden
+ze met verbazing geduld;--dat is nog geen tien jaar geleden; terwijl
+nu... Of meen-je dàt niet?"
+
+Go zweeg en keek voor zich uit: hoe kón ze het Mary van Eduard zeggen,
+en hoe kon ze éérlijk zijn, zónder het te zeggen? Toch snakte ze
+er naar, eindelijk haar hart, zwaar van zorgen en onzekerheid, eens
+voor iemand uit te storten, en haar oogen gingen hulpeloos naar Mary
+om steun.
+
+"Ik weet het niet, ik weet nu heelemaal niets meer. Toen ik Zondagavond
+bij moeder zat, heeft ze gehuild. Er was geen reden voor, maar ze
+zei opeens: "Wie weet, hoe kort ik nog maar leef, en dan heb ik
+je niet eens de laatste jaren bij me gehad." En toen werd ik ook
+treurig en dacht, dat ik eigenlijk best zeggen kon, dat ik thuis
+komen zou, en iets anders beginnen. Zoo'n vreeselijk studiemensch
+ben ik toch niet; en 't is niet van veel belang, of ik 't één doe, of
+'t ander. Heelemaal"--en ze haalde nerveus de schouders op--"kan het
+me niet meer schelen, de wereld, 't leven, alles. Ik heb er genoeg
+van. Ik begrijp toch niet, waarvoor 't allemaal dient."
+
+"O, kindje," zei Mary heel zacht, met haar hand over Go's handen,
+en haar oogen vol medelij, "van 't oogenblik, dat je bij ons kwam,
+heb ik al gevoeld, dat er wat aan haperde. Ik had je gezien, toen je
+hier aankwam, vol lust en overmoed en vertrouwen op je kracht; en jij
+was een van de weinige meisjes, die ik onthouden had. Je weet, ik kom
+bijna nooit op de club, ik houd van eenzaamheid en stilte. Het leven
+kan niet stil genoeg zijn voor mij, maar dat is heel iets anders dan
+het zwijgend broeden van jou, de laatste maanden, dat vol onrust is en
+disharmonie. Ik heb het aldoor gezien, maar ik dacht: ze zal er zich
+wel doorheen werken; 't is 'n moedig kind; en je moet je vooral niet
+opdringen met hulp of steun;--maar ik heb al zoo lang gewacht, en het
+is, of het aldoor maar erger met je wordt; je ziet er zoo hopeloos uit,
+of je eigenlijk geen oplossing meer verwacht. En daarom moeten we nu
+doorpraten, Gootje; ik zou zoo graag willen, dat je open tegen me was."
+
+Ze wachtte even en toen ze de verwarring zag op 't vermoeide gezichtje,
+half wetend, half vermoedend, wat de aanleiding tot de verslagenheid
+zou zijn, al lag de oorzaak veel dieper, ging ze warmer voort:
+
+"Kijk, feiten en gebeurtenissen in het persoonlijk leven zijn
+natuurlijk bij meisjes-studenten, net als bij andere meisjes,
+geheel verschillend. Maar wat algemeene ondervindingen, inhaerent
+aan 't student-zijn zelf aangaat, die moeten we allen gelijkelijk
+doormaken. En daarom zijn de oudere-jaars de aangewezen raadsvrouwen
+voor de pas aangekomenen, de jongeren. Dat is ook wel de bedoeling van
+het bestuur van onze club, maar in de praktijk staat nog al veel dit
+ideaal in den weg. Meisjes zijn nu eenmaal niet erg toeschietelijk,
+als 't haar dieper leven betreft, en ik geloof niet, dat iemand in
+ziele-onrust licht naar de kamer van onze praeses of secretaris zal
+stappen, om haar hart open te leggen... Zoo iets moet toevallig,
+spontaan, vanzelf gebeuren, als je lang bij iemand hebt gezeten, die
+je heel goed kent... en de jaren, de faculteiten, blijven haast altijd
+gescheiden. De door ondervinding gegaarde wijsheid houdt ieder voor
+zich. Toch zou 't menig droomstertje, dat opeens is wakker geschud, wel
+goed doen, als ze wist, dat we allemaal 'n heele boel moeten doormaken,
+vóór we eigenlijk kunnen zeggen, dat we léven, en er zou minder gauw
+gewanhoopt worden, als de overwinning van anderen moed gaf."
+
+"Toe, vertel me dan, hoe 't anderen gaat," vroeg Go, in spanning,
+zich heelemaal gevend aan 't luisteren.
+
+"Wel, we komen allen van huis, onbezorgd en luchthartig, met duizend
+mooie plannen en droomen, maar zonder fond... en dan staan we opeens
+in het wezenlijke leven. Dat geldt natuurlijk zoowel voor jongens als
+meisjes, maar de meeste jongens hebben 't corps, dat hun in fuiven
+en jool-maken de behoefte aan iets vasts vergeten doet, en ik geloof
+wel, dat dit een van de redenen is, waardoor jij meer verbijsterd
+en teleurgesteld bent, dan de meeste meisjes: dat je vol verwachting
+hier aangekomen bent, en van 't begin af dié jongens ontmoet en met
+ze omgegaan hebt."
+
+"Niet al m'n vrienden zijn zoo," wierp Go tegen, aan Gerard en Hoefman
+denkend, maar Mary hield vast: "De meest beteekenenden, die invloed
+op je hadden, vulden dáármee de leegheid van hun leven aan, want 't
+voelen van leegte, onvoldaanheid, teleurstelling, is dé ziekte van de
+bewustwordende jeugd. Het is ook zoo natuurlijk: thuis hoefde-je niet
+na te denken over je leven; alles ging er vanzelf, door de zorg van
+je ouders, en hun bescherming, die je voelt om je heen. Maar als je
+hier komt, dan slaat je eerst de vrijheid als 'n roes naar je hoofd;
+ik heb dat meegemaakt evenals jij. Maar op die bedwelming volgt óók
+de gewone "kater"; en de manier, waarop je dién ellendigen tijd te
+boven komt, beslist voor 'n groot deel over je verder leven. Veel
+jongens, vooral corpsleden, hebben afleiding van allerlei aard,
+en als ze bang zijn om met zichzelf en hun eigen onvoldaanheid te
+vechten, dan pogen ze het te vergeten, op de kroeg, in hun clubs,
+of op 'n andere manier. Maar heel veel jongens en de meeste meisjes
+kunnen of willen den strijd niet bang ontloopen. Die bekennen zich,
+dat ze het land hebben, en streven dán naar verbetering."
+
+Go zat stil, de kapotte rok in haar aandachtlooze handen; en diep in
+haar oogen leefde het begrijpen met ieder woord mee. Toen Mary zweeg,
+fronsde ze even de wenkbrauwen; zou 't al uit zijn, en zou ze nu
+moeten gaan "verbeteren" in 't wilde weg, zonder dat ze recht wist,
+hoé of waarheen?
+
+Maar weer ging de kalme stem voort: "Ik zou je een heel rijtje van
+menschen kunnen noemen, wier "zwarte" tijd ik heb meegemaakt. De
+besten, diepsten juist hebben zoo'n crisis in hun leven, waarbij
+'t gaat als bij 'n ziekte, op leven en dood; en eerst als dié
+is overwonnen, heeft 'n mensch z'n eigenlijk karakter getoond;
+neem nu b.v. m'n broertje Ru. Wat is die jongen z'n tweede jaar
+ellendig geweest! Hij werkte nog niet, foof niet meer, 'n toonbeeld
+van levensmoeheid. Tot hij z'n sociaal-democratie heeft gevonden,
+mevrouw Roland Holst;--ja, die heb-je nu zelf gehoord.--Heeft 't jou
+niets gegeven?"
+
+Ja, ík vond 't heel mooi. Maar zoo iets is niet genoeg...."
+
+"Niet voor jou misschien. En voor mij ook niet. Ik vind het alleen
+prettig, dat ze je duidelijk maken, dat zoo vreeselijk veel kwaad
+van de menschen alleen aan de slechte inrichting van de maatschappij
+moet worden geweten;--onze moraal iets onhoudbaars, zie-je; dan
+oordeel-je zachter over gevallenen en gaat beter begrijpen;--maar de
+heele kwestie is, dat ieder mensch voor zichzelf hier uitzoeken moet,
+wat z'n leven waarde, volheid geven kan. Dat was bij Frieda heel
+gemakkelijk, die is op ende op 'n studiemensch; het is haar ideaal,
+met haar schrandere hersens zooveel mogelijk wetenschap tot zich te
+nemen. Maar dat is iets, dat heel weinig jonge menschen volkomen
+bevredigt. Iedereen heeft hier iets eigens, "'t boekje" van den
+"Kleinen Johannes"; en die behoefte is onder studenten veel sterker
+dan in de gewone maatschappij, omdat daar de mannen hun nuttige
+werkkring, de zorg voor hun huishouden, en de vrouwen kinderen
+en andere verantwoordelijkheid hebben; terwijl wij, die in onze
+gedachten al heele menschen zijn, inderdaad nog niets presteeren en
+nergens nut doen. Maar als we eenmaal iets hebben gevonden, 'n ideaal,
+'n overtuiging, 'n gelóóf, dan heeft ons leven opeens waarde; dan
+voelen we dankbaarheid, dat we op de wereld zijn. Daardoor zijn hier
+zooveel vegetariërs en geheel-onthouders, en orthodox-geloovigen,
+en liefde-predikers, en artisticiteit wordt óók wel 's tot 'n geloof
+verheven; en dan de sociaal-democraten, en de anarchisten, en Van
+Eedenianen en de wereld-vrede-menschen... en de Hegelaars; daar
+ken-je, geloof ik, nog niemand van; dat is 'n heel bizonder volkje;
+'k denk, dat je ze wel interessant zult vinden... en dan heb-je nog
+'n paar voorstanders van het vrouwenkiesrecht, maar die zijn toch
+niet talrijk bij ons, en 't zou ook niets voor jou zijn, wel?"
+
+"Nee, zeker niet," zuchtte Go, "alleen al daarom, dat de jongens
+erom lachen, en dat kan ik niet hebben; ik weet wel, dat dat erg
+kinderachtig van me is."
+
+"Och," peinsde Mary, "'t hóórt wel bij je..."
+
+"Vin-jij 't ook altijd zoo ellendig, als je merkt, dat sommige
+mannen de meisjes-studenten voor heel iets anders dan gewone meisjes
+houden? Voor waanwijs, ingebeeld, en vooral voor wezens waar ze
+geen égards, geen hoffelijkheid tegenover hoeven te toonen! Ik ben
+'s in 'n club geweest, waar de jongens de meisjes alleen naar huis
+lieten gaan... "meisjes-studenten waren toch iets anders dan gewone
+meisjes..." Ik had kunnen huilen, toen ik alleen op de donkere straat
+liep, niet uit angst,--maar ik voelde 't als 'n beleediging... En toch
+is 't eigenlijk logisch. Ze zeggen: als je met ons gelijk wilt gesteld
+worden, moet je ook geen lievigheidjes meer verwachten. Maar ik vind
+'t zoo akelig."
+
+"Beschaafde mannen zul-je zelden zoo zien doen, tenminste niet
+tegenover meisjes, die 't "ewig weibliche" bewaard hebben. Je kunt hier
+ook al weer niet generaliseeren. Er zijn enkele meisjes-studenten, die
+als mannen sterk zijn;... er zijn méér "echte" meisjes, die studeeren."
+
+"Je gelooft dus niet, dat ieder meisje, dat studeert, iéts van haar
+vrouwelijkheid inboet, zij 't ongemerkt? Ik ben er vaak bang voor,
+dat we, alléén door met de jongens samen op college te zitten, alléén
+door onze vrijere levenshouding, iets verliezen; 't kostbaarste... Of
+we minder schuchter, kuisch,--ach, ik kan 't zoo niet zeggen; 't zijn
+heel ouderwetsche begrippen van me; maar ik schaam me soms zoo, als ik
+met m'n boeken loop, en 'n jongen kijkt me rustig-brutaal aan; denkt:
+'n collega."
+
+"Iéts verliezen we mogelijk, maar we krijgen iets beters terug. Als je
+'s met niet-studeerende meisjes samenkomt, benijd-je die dan zoo erg,
+en vind-je ze vrouwelijker, sympathieker dan je vriendinnen hier? Ik
+voel zoo dikwijls alleen maar medelijden..."
+
+"Maar ik heb medelijden met de meisjes hier, die zóó zeer alle achting
+voor zichzelf en alle hoop op geluk hebben opgegeven, dat ze er zich
+niet meer om bekommeren, hoe ze er uit zien, slordig en smakeloos
+gekleed langs de straat loopen.... Dan moet ik er aan denken, hoe
+alles hoe langer hoe meer in de war loopt. De meisjes verdringen de
+mannen, ieder verdient maar net genoeg om voor zich zelf te zorgen,
+alles drijft naar volkomen vereenzaming van de individuën; ieder
+nijdig, ieder strijdlustig: voor mij; voor mezelf."
+
+"In 'n staat-van-wanverhoudingen moet je de beste mogelijkheid, niet
+'t ideaal zoeken."
+
+Go zuchtte.
+
+"Maar welk "gelóóf" denk-je nu, dat bij mij hoort?"
+
+"Ja, kindje, dat weet ik niet. En 'k heb het idee, dat je 't eigenlijk
+'n beetje mal moet vinden, als je hoort, wat hier al niet allemaal
+"geloofd" en "gehoopt" wordt. En toch vind ik die verbrokkeling
+absoluut geen teeken, dat al die idealen maar larie zijn, niets
+dan dotjes om schreeuwende kinderen mee zoet te houden. Voor mijn
+gevoel wijst het er juist op, dat er nog ontzaglijk veel te doen,
+te verbeteren, te werken valt in de wereld; en dat er hier allerlei
+zelfstandig-denkende menschen zijn, die hieraan trachten mee te
+werken op de manier, die met hun capaciteiten overeenkomt. Als je
+iemand hoort praten over z'n overtuiging,--of 't nu 'n Hegliaan
+is met 'n breede kop, of 'n extatische vegetariër, of 'n vredige
+wereld-vrede-vriend,--dan krijg-je altijd den indruk: "ja, wezenlijk,
+ik zou er wat voor kunnen gaan voelen; er is toch veel moois in;"
+ik heb dat ten minste; maar je begrijpt, ik ben óók nog niet erg ver
+met m'n ontwikkeling."
+
+"Wat ben-jij eigenlijk?"
+
+Mary lachte. "Wel, niet veel meer dan 'n dankbaar, gelukkig, zoekend
+menschenkind. Op 't oogenblik ben ik erg in theosofie verdiept;
+dat geeft me zoo'n kalmte, omdat 't spreekt van weer terug komen
+hier op de wereld. Want al kijk ik m'n oogen uit, ik heb toch 't
+gevoel, dat ik met dit eene leven onmogelijk alles bevatten kan. En
+ik bewonder alles zoo, dat ik 't zonde zou vinden, als ik nooit tot
+de kern doordringen kon. Ook wat mezelf aangaat: ik zou graag den
+tijd hebben me te volmaken."
+
+"O, maar vóór ik volmaakt ben, is de wereld zeker vergaan," en Go trok
+'n zóó tragisch gezicht, dat Mary vroolijk riep: "Maar lieve kind, neem
+toch niet dadelijk aan als 'n waarheid, wat je maar terloops hoort. Ru
+zegt, dat theosofie het toppunt van menschelijke verwaandheid is, nog
+veel erger dan het Christendom. Want het voortleven, de ontwikkeling
+van den enkeling, het individu, is voor theosofen alles, terwijl hij
+juist overtuigd is, dat wij het leven maar even mogen dragen, en moeten
+trachten het te verheffen, opdat wanneer we het aan anderen overgeven,
+het 'n kostbaarder schat geworden zal zijn. Maar Wies van Hoof zegt:
+als de vrouwen maar eerst eens zitting in 't Parlement hebben, en
+Theo Vervoort: Het vleesch-eten veroorzaakt de slechte neigingen
+in den mensch. Je hebt nog nooit 's zoo'n gesprek van ónze vrienden
+bijgewoond. Dat zijn 'n levens-opvattingen, 'n idealen door elkaar..."
+
+"En duizelt het je dan niet wel 's?"
+
+"Nee; ik krijg 'n diep, zalig gevoel: o, kind, wat heb-je nog veel
+te doen in je leven. Wat is er al niet gedacht en opgeofferd en
+gestreden. Hoe moet je zelf werken en zoeken naar 'n ideaal!.... en
+als ik dan dat verlangen en die kracht te leven zoo sterk in me
+voel, dan lijkt het me zoo'n dwaasheid, zoo'n waanwijze domheid,
+als jonge menschen, die nog onmogelijk de hoogten en diepten van 't
+leven kunnen hebben doorvoeld, zich nu al verbeelden er genoeg van
+te hebben; zooals 'n domme boer, die, voordat hij 'n vreemde spijs
+geproefd heeft, al verzekert, dat hij 't niet lust."
+
+Go dacht aan Hans, en haar oogen vulden zich met tranen: was 't een
+domheid van hem geweest?
+
+Maar Mary, intuïtief begrijpend, wat ze voelde, beantwoordde zacht
+haar nog onuitgesproken vraag: "Er zijn menschen, die zoeken, maar
+zonder vertrouwen en zonder rust. Die alles tegelijk willen lezen en
+bevatten, en gek worden van ongeduld, als de waarheid niet dadelijk in
+hun handen ligt. Je begrijpt, dat dat 'n heel verkeerde manier is, die
+geen resultaten geeft. Want al moeten we natuurlijk actief zóeken, en
+lezen en ons inspannen,--hoe dat, wat we in ons opgenomen hebben, weer
+uit ons opbloeit, moeten we aan den tijd en de natuur overlaten. Dat
+gaat zoo verrassend, zoo anders dan we dachten.... En als we maar
+steeds het gevoel houden, dat de waarheid wijkt en wijkt, als we
+niets kunnen vatten, dan moeten we weten, dat het zoeken-op-zich-zelf
+óók iets heel moois is, bijna even mooi als 't vinden, wanneer we
+tenminste vertrouwend zoeken. Ik ben tenminste blij, dat ik nog geen
+bepaald stelsel gevonden heb; dat ik nog dilettant ben in 't leven."
+
+"O, Mary, zou dát de oplossing zijn: door ontwikkeling naar alle
+kanten tot harmonie te komen?"
+
+"Ja, want naar de onbewuste, natuurlijke harmonie met de omgeving
+kun-je niet meer terug. Je hebt desillusies geleden; je hebt het
+leven leelijk gezien;.... ik begrijp het wel, Go, zoo iets moeten we
+allemaal door. Eerst had-je geen begrip van 't leven;.... nu heb-je
+'t 'n beetje, maar eenzijdig en verkeerd. Denk maar eens logisch na:
+Het kan toch niet, dat de wereld maar voortdraait, dat de menschen
+zich organiseeren, en werken en ploeteren;--als er eigenlijk niets
+waarde had en alles leelijk was?"
+
+"Nee, natuurlijk. Nee, dat kan niet. O, Mary, ik geloof, dat je woorden
+me zoo goed hebben gedaan. Vroeger, als ik 'n mooi boek had gelezen,
+verbeeldde ik me altijd, dat van dàt oogenblik af m'n heele leven
+veranderen ging; en dit gevoel heb ik nu weer."
+
+"Dat geloof ik toch niet, Gootje. Alleen is dit gesprek goed geweest,
+als begin van grootere vertrouwelijkheid tusschen ons. Je bent zoo
+gesloten,--en ik geef me ook niet gauw, ik heb er geen behoefte aan,
+en heb ook niet veel te zeggen."
+
+"En je hebt nu den heelen ochtend aan één stuk door gepraat! Wat kan
+iemand toch dom-rampzalig zijn."
+
+Go stond op, en rechtte zich, maar Mary praatte nog voort, met
+haar naar de deur gaande: "Ik heb eigenlijk nog zooveel te zeggen;
+zoo'n oogenblik, dat je elkaar wezenlijk begrijpt, komt zoo zelden
+weer.... Maak je geen zorgen, dat je je studie op 't oogenblik duf
+en droog vindt. Dat komt, omdat 't nieuwtje er af is, en je nog niet
+ver genoeg bent, om de philosophische waarde te begrijpen;--alles
+gaat in drie perioden, en de tweede is de neergang in 'n stijgende
+golflijn.... Wees niet ongeduldig, als 't niet meevalt in 't begin,
+en ga je nu aankleeden voor de koffie."
+
+Drie minuten later was Go, 't haar al los, in de kamer terug. "Wees
+niet boos op me, maar ik móet je even vragen, waarmee 'k beginnen
+moet? De toepassing in het leven?"
+
+"Ken-je den bijbel? Nee? Nu, dan moet je daarmee beginnen. Het
+grootste deel van de jeugd is tegenwoordig ongeloovig, zonder iets
+van den christelijken godsdienst af te weten."
+
+"Ja, dank je."--Ze zweeg even, nadenkend; maar dadelijk weer vervuld
+van 'n nieuwe kwestie, viel ze uit: "En wat willen de vegetariërs met
+de beesten doen, als we ze niet meer opeten? En hebben die menschen
+van de wereldvrede vertrouwen in de conferenties in Den Haag?"
+
+"Kind," lachte Mary, "gá toch. Ik ben waarachtig niet het orakel van
+Delfi. Hoop maar met hart en ziel, dat je nog heel lang op deze wereld
+mag blijven...."
+
+"Of er dikwijls terugkomen."
+
+"Want je ziet wel; we hebben enorm veel te doen."
+
+"Ja; ik zal maar beginnen me gauw netjes te maken, want Frieda fluit
+al in 't portaal."
+
+En met 'n sprongetje was Go weer in haar kamer, en onder 't kappen
+lachte ze nog om haar domheid, dat ze het leven nu al had geoordeeld
+en veroordeeld; zij, 'n kind, dat nog niets wist.
+
+En terwijl ze dacht aan Eduard en de desillusie over hem, was 't toch,
+of zij 't nu anders zag, als 'n klein droef gebeuren in 'n groot leven;
+en, de handen achter haar hoofd saamgevouwen, staarde ze strak in den
+spiegel naar haar gezicht, om de toekomst te lezen uit haar lippen
+en oogen. Zelfstandig zou ze nu moeten worden, goed en sterk. Het
+was onmogelijk, dat de toekomst haar beangstigde, wanneer ze niets
+verlangde dan 'n goed mensch te worden. Ze zou zich in zichzelf en
+in levensvertrouwen krachtig moeten maken.
+
+Maar zich afwendend om te gaan, zag ze even, dadelijk verschemerend,
+haar beeld, zooals ze het zich kortgeleden had gedroomd: tusschen hem
+en haar kinderen, gévend aan elk, gevend zichzelf, haar gedachten,
+haar kracht, haar leven....
+
+Mary had niets over trouwen gezegd. Ze waren ménschen; ze wàchtten
+niet. Dít leven was hooger en edeler en fijner;.... maar had
+moesje, die eenvoudig deed haar plicht van vrouw, van moeder, zonder
+diepzinnigheid, zonder redeneeren, het leven niet beter en inniger
+begrepen....
+
+En ze twijfelde even aan de waarde van alles, wat Mary dien ochtend
+had beweerd. Toch wás dat streven op 't oogenblik het eenige, dat
+haar kon vullen, al moest ze daarbij iets van haar wezen negeeren, 'n
+groot verlangen bedwingen, dat niet gemakkelijk te overstemmen viel....
+
+Maar Mary, geurig van vredige vroolijkheid, stond lachend in haar deur,
+vroeg, of ze den bijbel bepaald vóór de koffie uit hebben wilde. En,
+zich overgevend aan den invloed van voldaanheid, volgde Go haar naar
+de huiskamer met lichtende oogen en 'n blij-wachtend trekje om de
+hoeken van haar mond.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XX.
+
+
+"Ik verzeker jullie," pleitte Gusta Vermeer, 'n waanwijs
+eerste-jaartje, "dat de formule van (n + 1) schepje thee niet doorgaan
+kan, als n onbepaald toeneemt."
+
+"Nee, natuurlijk; alle thee zou niet eens in den trekpot kunnen."
+
+"En de thee zou te sterk worden ook. Maar Guus, maak jij nu 's 'n
+gecompliceerde formule, die altijd opgaat, dan hangen we die boven de
+theetafel." En Lou's smal kindergezichtje boog met 'n lach zich weer
+over het hemdje heen, terwijl, nu de discussie aan deze zijde van de
+tafel zweeg,--Gusta had 'n papier genomen, en begon te cijferen,--het
+levendige debat tusschen twee bestuursleden opklonk over den invloed
+van de omgeving op den mensch.
+
+"Ik stel ieder mensch zoo volkomen verantwoordelijk voor z'n daden,
+en ik geloof zoozeer aan strenge rechtvaardigheid, dat ik bijna zou
+zeggen, dat hij z'n omgeving in 'n vorig leven zelf gemáákt heeft,
+zelf voorbereid."
+
+"Maar welk récht heb-je om te vermoeden, dat wij wezenlijk door eigen
+verdienste 't nu zoo goed hebben, en anderen door schuld zoo ellendig?"
+
+"O," viel Go even met warmte in, "als je mee was geweest in die arme
+gezinnen, als je gezién hadt de armoe en de ontbering, ik geloof, dat
+je dan zélf 'n oogenblik je theorie van rechtvaardigheid hadt vergeten,
+dat je ook bescháámd zou hebben gestaan over onze zorgelooze weelde,
+terwijl er zoo ontzettend geleden wordt, vlakbij."
+
+Mary glimlachte; ze had wel voorzien, dat Go's gevoelige natuur,
+zoodra ze met armoede in aanraking kwam, naar 'n idealistisch,
+onwetenschappelijk socialisme zou neigen; ze had deze dagen over
+niets anders gepraat dan over het onrecht, en zelf de grootste
+soberheid in acht genomen. En vol sympathie naar 't enthousiaste,
+kinderlijke gezicht kijkend, zei Mary rustig: "Ik vind best, als we,
+wanneer óns ellende treft, het beschouwen, als 'n straf van God of de
+consequentie van eigen vroegere daden. Maar wanneer die overtuiging
+ons medelijden zou wegnemen met de misdeelden, wordt ze ons beslist
+tot nadeel voor zedelijken vooruitgang."
+
+"Ik geloof ook niet," zei Coba, die op den grond 'n rok aan 't
+inspelden was, "dat onze geschenken van dién aard zijn, dat ze bepaald
+de "rechtvaardige" straf van ontbering opeens nietig maken."
+
+En ze lachten allemaal, om de vreemde wending, die hun diepzinnig
+vertoog langzaam-aan had genomen, terwijl Gusta de aandacht vroeg
+voor haar proeven met thee en warm water.
+
+Het was drie weken voor St. Nicolaas, en al geruimen tijd was er
+elken middag na college vergadering in 't clublokaal en 's avonds nog
+'s bij iemand aan huis geweest van 'n vijftien meisjes, ieder met 'n
+pakje onder den arm "als echte naaimugjes", die dat jaar de leiding
+van het feest-voor-arme-kinderen op zich hadden genomen. Buiten was
+het nevelig-koud, en vol verwachting de lucht, en zij-zelf waren zoo
+vroolijk, zoo verdiept in hun werk, dat Go zei, dat ze zich niet zou
+weten te bergen, als de menschen nog gingen prijzen en bedanken ook,
+alsof 't maken niet de gróótste pret was geweest. Daar vielen de
+vermakelijkste dingen bij voor: geen van de meisjes had, na de lagere
+school, nog grondig naaionderricht genoten, en haar onwetendheid werd
+alleen door haar voortvarendheid opgewogen. Vooral de eerste weken,
+toen alles geknipt moest worden, waren emotievol en spannend geweest:
+het biljart in de zijzaal werd opzij geschoven--want om te spelen had
+nu toch niemand tijd, en de witte en de roode werden nog slechts als
+maasbal gebruikt,--de groote lap over den grond uitgebreid, en allen
+er om heen om hun meening ten beste te geven. Onder de relikwieën van
+de club was het model voor 'n kinderjurk, "de" jurk, die jaar aan jaar
+werd nagemaakt, maar die volgens Mary latere kroniekschrijvers zich 'n
+eeuw met den oprichtingsdatum van de V. V. S. L. zou doen vergissen,
+daar alleen haar overgrootmoeder zoo'n model in haar jeugd gedragen
+kon hebben.
+
+Francis en Riek,--nog steeds snoevend op het glorievolle feit, dat
+ze in hun eerste jaar met Else ieder 'n blouse hadden gemaakt, die
+ze alleen daarom niet hadden kunnen dragen, omdat ze bij het knippen
+de naden er niet bijgerekend hadden,--stonden er op nachtponnetjes,
+"met 'n glad stuk" te naaien, volgens 'n papieren patroon; en toen
+de kunstproducten bijna af waren, was het driejarig zoontje van de
+"juffrouw" naar boven getroond om eens te passen. Na 'n kleinen strijd
+over "achter" en "voor" was de mollige jongen er in geheschen, maar,
+ofschoon hij door het speculaasje in z'n hand in de tevredenste
+stemming van de wereld was, had hij toch groote neiging getoond om
+te gaan huilen, toen opeens alle meisjes in 'n luidruchtigen schater
+waren losgebarsten, al maar wijzend en kijkend naar hèm.
+
+Go zàg 't dreigen, en nam den kleinen kerel steeds proestende in haar
+armen, zoende 'm op z'n verbaasde gezicht.
+
+"Je bent 'n schat, hoor vent, en we lachen ook niet om jou, maar
+om dat dwaze jasje!" en Coba streek over den bolderenden bovenkant,
+aldoor nog hikkend: "'n Glàd stuk, 'n glàd stuk; dat noemt ze 'n glád
+stuk," en 't werk had nìet hervat kunnen worden, vóór de kleine baas
+weer in z'n buisje was; maar een kleine storing blééf, omdat ieder
+op de beurt 'm koekjes en chocolade toestoppen ging.
+
+Frieda deed niet mee met de algemeene naaiwoede. "Ik ben er van
+overtuigd, dat juist aan dat eeuwige peuterige gehandwerk heel veel van
+de kleinzieligheid en bekrompenheid van de vrouw-in-'t-algemeen geweten
+moet worden, en 'k zal m'n hersens, die al genoeg geleden hebben door
+de zonden van m'n voormoeders, niet zelf ook nog 's af gaan stompen,"
+had ze gezegd; maar Go vond juist, dat je onder 't naaien zoo heerlijk
+dènken kon: "Voor vrouwen, die niets anders kunnen of weten, lijkt
+'t me wel 'n suf werkje, maar wij, die zooveel door te denken en te
+verwerken hebben, worden rústig, als intusschen onze handen wat doen,"
+en ze was blij, dat Mary er ook zoo over dacht, en 'n waar genie
+aan den dag legde in 't haken van wollen sokjes en kapertjes van
+rose-en-wit, ofschoon de medicae daar niet vóór waren, meer losse,
+warme jurken en wantjes aanprezen. Die waakten met veel toewijding
+voor de hygiëne. Van de lange, gekregen mama's-rokken moesten de
+sleepen worden afgenomen, géén hooge kragen, deugdelijke voering;
+en ook het speelgoed werd eerst zorgvuldig onderzocht, of 't niet
+gevaarlijk gekleurd was, te scherp of te hard voor onbestuurde handjes.
+
+Go liet àlles om dit werk loopen; visioenen van zingende kinderen,
+ideeën voor 't model van 'n rokje, 'n schort, verstoorden haar aandacht
+onder de college-uren; de bloc-notes van de bibliotheek teekende ze
+vol met ontwerpen voor 'n poppenkamer, uit houten doozen getimmerd;
+en bij iedere poes bleef ze lang en diepzinnig staan kijken, omdat
+ze er een van goed maken wilde. De vergadering van L. V. had ze
+zelfs willen verzuimen "omdat ze haar naaiwerk niet in den steek
+kon laten," maar toen had ze permissie gekregen het mee te brengen,
+al was 't 'n beddelaken; en al had ze, heel bescheiden, slechts 'n
+wiegekleedje meegenomen,--nog van thuis, maar dat opnieuw gezoomd
+moest worden,--den heelen avond was de aandacht voor haar handen
+geweest, en de jongens hadden aan 't eind meer over den inhoud van
+haar naaidoosje en 't motief van het borduursel kunnen vertellen,
+dan van wat er literair en wetenschappelijk behandeld was.
+
+Ru schudde z'n hoofd over die "manie"; naar geen enkele lezing
+was ze meer mee te krijgen. "Ik verzeker je, dat, zoodra je op
+gevoelsgronden van onrecht bent overtuigd, het allernoodzakelijkst is,
+dit met wetenschappelijke bewijzen te kunnen steunen," oreerde hij,
+"je doet wezenlijk méér voor de proletariërs, wanneer je je in
+de maatschappelijke wanverhoudingen inwerkt, dan als je maar zit
+te prutsen, aan weet ik wat... All charity is a silent admission,
+that justice has not been done to the poor. En als je meent daar nu
+'s heel nuttig bezig te zijn,--ik zeg je, dat juist de weldadigen
+veel meer dan de bruten meewerken om de ellende in stand te houden."
+
+Maar Go hield lachend de handen voor de ooren, en hem 'n streng
+wol toewerpend riep ze vroolijk: "Kom, hou die maar 's op, meneer
+de boetprediker, en praat niet zoo wichtig van maatschappij en
+menschenplicht... Ik doe tegenwoordig niets dan over ernstige dingen
+nadenken, vraag 't maar aan Mary;.... ethische kwesties van 't begin
+tot 't eind,.... maar als je me nou met 'n ernstig gezicht vraagt,
+waarom ik die hemdjes en broekjes en jurkjes zit te fabriceeren,--och,
+dan beeld ik me heusch niet in, dat dat nou erg weldadig of edel
+van me is; en ik zeg mét Wim de Veer, verpletterend-logisch: omdat
+'t lollig is."
+
+
+
+"En kennen jullie ook van: Zie ginds komt de stoomboot?" vroeg Mies
+de Bruin, die zoo'n beetje de leiding had, omdat háár mama de families
+uitgekozen had uit de armenlijst. En dadelijk vielen de kinderstemmen,
+hard en dreunend-maatvast in, terwijl Mies ze zacht begeleidde,
+voortdurend opzij kijkend naar al de open monden.
+
+Go, Francis en Coba gingen met chocolademelk en speculaas rond; met
+hartelijke lachjes en 'n vriendelijk woord verdeelden ze hun goede
+gaven van bank tot bank, en naarmate ze verder kwamen, verminderde de
+animo voor 't gezang, mond na mond vulde zich gretig met de zeldzame
+lekkernij, zoodat aan het slot nog maar 'n enkel dun stemmetje in
+gespannen afwachting de melodie uitzong.
+
+Erna Böhme, 'n verfijnd-artistiek meisje, dat op haar kamer geen
+enkel ding duldde, dat niet op zich-zelf mooi en bizonder was, kwam,
+nadat ze verteederd naar 'n leuk, blond kindje was toegeloopen, en
+'t opgetild had in haar armen, 'n beetje verschrikt achter het scherm,
+waar "gewerkt" werd, terug. "'t Is wezenlijk allerliefst," zei ze zacht
+tegen Go, "als die menschen maar niet allemaal zoo vreeselijk stonken."
+
+"Ja, 'n eau-de-cologne-badje zou niet overbodig zijn, hè? Enfin,
+'t is voor ons 'n kleinigheid.... de stakkers, die zoo'n lucht altijd
+bij zich hebben," en gauw zich tot Lou wendend: "Och, Loulou, als je
+eerst al die kopjes afwascht, en dat telkens weer, zullen ze bijna
+niets binnen krijgen. Denk-je, dat 't hinderen zal, als ze ze van
+elkaar gebruiken?"
+
+"Ik weet niet; de medicæ..."
+
+"Kom, vooruit;" besliste Coba, "als ze nooit uit on-hygiënischer
+vaatwerk drinken, dan uit dit... De medicæ zijn boven bij de
+St. Nicolaas-kleeren. Schenk maar in."
+
+Mary zat stil in 'n hoek met 'n kleintje op schoot, dat niet lekker
+was en toch niet naar huis wou; ze speelde door het haar met haar
+witte vingers, en keek droomerig naar het toenemend gejoel van de
+anderen. Toen het donker gemaakt werd voor de tooverlantaarn, steeg de
+nog-bedwongen luidruchtigheid tot 't hoogtepunt, en Go, die midden in
+'n groote groep jongens was gaan zitten, werd geduwd en gedrongen naar
+alle kanten, onder harde kreten van verrukking en intieme geheimpjes,
+warm-gefluisterd aan haar oor.
+
+De komst van St. Nicolaas met Coba, flikker-oogend, als knecht er
+achter, bracht eerst 'n strakke stilte in de zaal teweeg; maar de
+vriendelijk-hooge stem door den witten baard en vooral 't gul-handig
+pepernoten strooien van 't jolige zwartje deed den moed groeien tot
+"'n handje geven," en 'n enkele waagde 't zelfs hoog-stemmig en
+afgebeten 'n versje op te zeggen, zich vasthoudend aan den breeden,
+witten schoot van den vaderlijk-luisterenden, glimlachenden heilige.
+
+"Nu in 'n kring om 'm heen dansen!" werd vroolijk rondgeroepen, en
+zingend liepen ze in 't rond, de kinderen opgewonden springend aan de
+armen der meisjes, die, heelemaal-er-in, elkaar stralend toeoogden,
+dat alles zoo goed ging.
+
+Go had onder de moeders, die bleek en zielig-dankbaar tegen den muur
+zaten, vele met 'n heel kleintje op den arm, 'n rosharige, slap-mooie
+vrouw herkend, die ze eens, op 'n avondwandeling, met 'n kinderwagen
+bedelend tegen waren gekomen, en wie Eduard toen wat geld gegeven
+had. Háár koos ze dadelijk tot haar bizondere beschermeling, haalde
+wat melk voor 't kindje, grabbelde voor haar mee van de kaakjes en
+pepernoten, en zoo vaak ze haar iets bracht, voelde ze 'n vreemd
+geluk, scherpen doordringend, 'n wellust van herinnering, die haar
+oogen week maakte bij het bewonderen van het bleeke stumpertje
+
+Later ging St. Nicolaas naar boven terug, en--de cadeautjes voor de
+kinderen verdeeld,--werd nu het goed voor den dag gehaald, waar de
+moeders, schichtig-verwachtend, omheen drongen. Go was Coba gaan
+helpen, die een en al opwinding was, en met haar gezicht nog half
+zwart, alle mogelijke luchtsprongen maakte in haar rood satijnen pakje,
+waar ze zich buitengewoon makkelijk in voelde.
+
+"Hoefde ik toch maar nooit die vervelende rokken meer aan!"
+
+"Wat zou De Veer je nù graag mee hebben op z'n tochten.... Toe, sta
+nu even stil!" en Go schonk voorzichtig warm water langs haar zwarte
+wang, zacht nawrijvend met den handdoek; want 'n spons was er niet te
+krijgen. Mies de Bruin liep, met haar haar los, in haar witte tabbaard
+rond. "'t Is 'n geslaagde avond. Als nu die goeduitdeeling nog maar
+geregeld gaat. Och Go, hier is 'n lijstje voor de familie Hendrix,
+die er later nog is bij gekomen. Wil-je er even mee naar beneden gaan?"
+
+De uitdeeling was al bijna afgeloopen, en huiverig-ineengeschurkt
+waren de meeste families bedankend de deur uitgeschuifeld. De meisjes,
+moe, maar blijvend opgewekt, gaven de kinderen hun jassen en petten,
+hielpen de vrouwen de kleeren en de erwten en boonen tot 'n pak maken.
+
+Go stond even te kijken, liep toen de al-verlaten zaal weer in,
+waar Lou alleen, pretentieloos-lief, de verspreide kopjes aan 't
+inzamelen was, zuinig kaakjes en krentenbollen, die ze hier en daar
+vond, in groote zakken stoppend.
+
+"Dit was wel onze éigenlijke Sinterklaas, hè Lou," praatte Go helpend,
+"het cadeautjes-krijgen thuis kan onmogelijk zoo geanimeerd zijn,
+als deze avond."
+
+"Heb-je dat kleine jongetje gezien met die groote oogen, die alleen
+maar chocolademelk wilde drinken en al z'n koekjes en appels in z'n
+blouse bewaarde "voor moeder"? Vin-je 't niet roerend?"
+
+"'t Zoontje van vrouw Ties kon de overjas toch niet aan," kwam Mary
+vertellen. "Zoo zielig... Hij was in z'n enkele pakje, en zette eerst
+al zoo'n dol-blij gezicht. Hij paste 'm zeker, zei hij; maar toen
+hij er in wou, werd ie heelemaal rood; er was eenvoudig geen kijk
+op... Nou is-tie voor z'n broertje; die groeit er gauw genoeg in."
+
+Coba, nog 'n beetje "grijs", kwam met Mies naar beneden; de helpster
+begon het gebruikte vaatwerk weg te dragen, en langzaam, in voldane
+moeheid, trokken ze mantels en mutsen aan.
+
+"Ik begrijp niet, waar 't in zit, maar de cadeautjes voor de familie
+Schuring klopten niet," peinsde Francis, "'t staat toch op 't lijstje
+genoteerd. En nu bleken de kinderen opeens allemaal veel grooter."
+
+"Zeker gegroeid in dien tijd... Ach Guus, zeg jij even tegen de
+helpster, dat ze meenemen mag, wat er over is."
+
+
+
+Ze gingen met 'n heel groepje naar huis, oudere meisjes,
+vriendinnen van Mary en Frieda, die allemaal 't zelfde koel-heldere,
+verstandelijk-sympathieke hadden, en 'n twijfelloos-zekere harmonie in
+heel hun wezen. Eerst werd er nog 'n beetje over den avond gepraat,
+maar al spoedig verdiepte zich 't gesprek tot ernstige bewering,
+en 'n knap meisje, dat wijsbegeerte en psychiatrie studeerde,
+betoogde het voordeel van de filosofie-colleges; "wezenlijk, als je,
+wat dáár gedoceerd wordt, in je hebt opgenomen, behoor-je niet tot
+'n partij, zooals 'n ander;... je bent niet Hegliaan òf theosoof òf
+sociaal-democraat... allemaal één pot nat;--maar je staat bóven de
+partijen, je omvat álles..."
+
+"Maar dat zeggen immers anderen van hún leer;.... dat zeggen de
+theosofen ook."
+
+"Zonder grond. Want als bepaald, beperkt stelsel moeten zij
+noodzakelijk andere uitsluiten. De Hegelarij alleen, door iedere
+overtuiging als 'n eenzijdigheid te zien, en bij iedere stelbaarheid
+dadelijk ook het tegenovergestelde te erkennen, is vrij van de
+bekrompenheid van partij-haat, die de menschen elkaar in 't haar
+doet vliegen...."
+
+"Ja maar; al kòmt 't voor, bekrompenheid of onverdraagzaamheid
+is niet 'n inhaerente eigenschap van ieder, die voor 'n partij
+voelt. Integendeel geeft 'n overtuiging alleen krácht om te
+werken, om iets goeds tot stand te brengen, en al is zoo'n
+krachtsinspanning-naar-ééne-richting voor jullie opperste wijsheid
+ook 'n eenzijdige bekrompenheid, ik geloof, dat 't maar heel goed
+is, dat er nog velen zijn, die één ding vreeselijk gelooven en 't
+andere negeeren; want er is nog zooveel op de wereld te verbeteren,
+dat jullie voorkeurlooze gelijkmoedigheid voorloopig uit den booze is."
+
+Het Hegliaantje haalde de schouders op en met 'n kort, beslist accent
+antwoordde ze: "Je bent in alle opzichten 'n ontwikkeld, verstandig
+meisje, Mary, maar toch valt er niet met je te debatteeren, voor
+je geleerd hebt dialectisch te denken. Volg éérst 's 'n collegium
+logicum."
+
+Mary knikte, niet gepiqueerd. "Ik heb geen pretentie van 't beter
+te weten," zei ze met 'n glimlach, "en ik ben er van overtuigd, dat
+ik op die colleges veel leeren zou;.... maar 'k heb nu eenmaal geen
+lust, 'n sterke persoonlijkheid direct op me te laten inwerken, vóór
+ik in mezelf 'n beetje weerstandsvermogen en kritische helderheid
+voel. Zie-je,.... ik hou van m'n stillen vrede, m'n harmonie, en
+ik ben bang voor vuisten en fascineerende oogen. Toch zullen we
+'t volgend jaar 's gaan;--'t is laf 't te ontloopen; hè Go, wij samen?"
+
+Maar in Go's hoofd zongen nog de Sint-Nicolaas-liedjes; ze zag de
+vrouw met het bleeke gezicht en rossige haar en al de kleine, zwakke,
+witte kindertjes, tegen de moeders aangeleund, hulpeloos;.... dan
+weer de woestheid van de ouderen, die tegen haar knieën drongen;--en
+opschrikkend zei ze: "O, Mary, ik liep te denken, of we niet nog
+geld inzamelen kunnen om 't jongetje van vrouw Ties tóch 'n overjas
+te geven. Ik vind 't zoo zielig, hè?"
+
+"Ja, we kunnen 'n inteekenlijst op de club leggen."
+
+"En ik ga zelf wel vragen bij 'n paar meisjes."
+
+"Dat 's best," knikte Mary, trok Go's arm door den haren, "en ben-je
+verder nogal voldaan?"
+
+"Ja, o ja; 't was 'n prachtige avond." Ze zweeg even, en toen
+bedenkend: "Wat doen de studenten ook weer?"
+
+"Die gaan in de ziekenhuizen, de heele stad door. Dat is natuurlijk
+veel grootscher.... Ze hebben meer geld.."
+
+"Ja natuurlijk. Maar zou dit nu niet mogelijk zijn: Dat we hierin
+samenwerkten? De jongens 't meeste geld; wij de meeste ijver en
+toewijding...."
+
+"En naaitalent."
+
+"Ik geloof niet, dat hier iets tegen kan zijn," zei Mary vriendelijk,
+"je wilt nu eenmaal je ideaal van samenwerking, hoe dan ook, niet
+opgeven. En in dit opzicht zal 't zeker mogelijk zijn."
+
+En Go zuchtte zacht: "O, als we maar eenmaal zoo ver zijn, dat we het
+béste, dat we doen, sámen doen;--dan zal alles vanzelf goed worden."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXI.
+
+
+"Nou; en toen?" vroeg Gerard, heen en weer loopend van blijdschap
+en opgewondenheid.
+
+"Toen vroeg hij, of ik er nú niet over dacht in vergelijkende
+taalstudie door te gaan. Hij geloofde, dat 'k er wel 'n hoofd voor
+had."
+
+"Prachtig. En wat zei-jij, Go? Dat je nóg uitstekender was in al
+'t andere?"
+
+"Nee; dat ik blij was, dat hij tevreden was, maar dat 'k er ook veel
+moeite mee gehad had. En toen wenschte hij me evenveel succes met
+de andere tentamina, en liet me uit, erg hartelijk. En toen heb ik
+'t op 'n loopen gezet, hier naar toe, met 'n zalig, luchtig gevoel,
+net of ik al candidaat was, in plaats van een beginneling, die nog
+'n berg werk door moet.... en nu weten jullie de heele geschiedenis."
+
+Mary glimlachte zonnig. Ze kón niet uitbundig zijn. Maar Gerard, in 'n
+opwelling van jongensachtige uitgelatenheid, sprong 'n paar maal over
+de canapé, liet zich toen met 'n plof buiten adem er op neervallen:
+"Waarachtig, Gootje, je zou 'n bezadigd mensch weer wild maken. Je
+weet niet, hoe allemachtig veel plezier 't me doet. 't Móest ook wel
+goed gaan; je wist 't, je verdiende 't."
+
+"Of niet 'n groot deel van de verdienste bij jóu ligt," antwoordde Go,
+'m de hand toestekend. "Of jij me niet overal bij geholpen hebt,
+met je dictaten, met boeken, en met je eigen doceertalent. En
+dan.... hoe dikwijls heb-je me uit 't werk gehaald, als je vondt,
+dat ik overdreef,--om te fietsen, of te tennissen--; zoodat ik weer
+heelemaal frisch thuis kwam."
+
+Ja; en dát zal ik nu dadelijk weer doen. Vandaag mag-je geen boek
+meer aanraken. Kom, doe gauw dat statiekleed uit, en laten we naar
+Katwijk fietsen."
+
+"Nee, geen dwaasheden, Gé. Ik wil nu wel eerst wat wandelen. Maar
+vanmiddag begin 'k Den Hertog te repeteeren."
+
+"Laat 'r," zei Mary rustig, "als 't heilige vuur brandt...."
+
+"Ik vind 't dom. Maar dan zal 'k m'n excerpt nog even gaan afmaken;
+breng 't je vanmiddag."
+
+"'t Is toch wezenlijk geen wonder, als ik 'n goed tentamen doe,
+met zóóveel hulp."
+
+"Ga dan alléén wat loopen. Je hebt genoeg prettigs om over te
+denken. En 't is zoo heerlijk buiten."
+
+Het "zwarte pad" was één koele zonnigheid. De herfsthemel, hoog-blauw,
+met ijle nevelwolkjes, spiegelde zich in 't gladglijdende water
+van de vaart, waar hier en daar 'n langzame schuit door ploegde,
+'n bruine man aan 't roer, die eerst achterdochtig gluurde naar de
+eenzame wandelaarster, dan met 'n goeiig: "goe-mèrge" de stilte brak.
+
+En Go riep, hoogstemmig, den groet terug, en knikte. Ze voelde haar
+hart wijd worden van genot. "Leiden, lief, heerlijk Leiden," zong
+'t in haar; "wat ben-je mooi en stil in 't licht; wat lig-je gedwee
+in den zonneschijn. Hoe láát je je leven." En dan weer: "Wereld,
+mooie wereld, wat ben-je licht! wat is alles mooi: ieder grasje,
+de verkleurde blaren, 't water, de hemel.... Heerlijke wereld, hoe
+blij ben ik, dat ik leef."
+
+Het slagen voor haar tentamen lag veraf; ze was zelfs blij, dat
+Gerard niet mee was gegaan, Gerard, die met z'n gedachten haar altijd
+doorvorschen wilde, wiens belangstelling en genegenheid ze altijd
+nader voelde dringen. Ze wilde nu alleen zijn met de zon en de koele
+lucht; als 'n bloem in 't licht wilde ze zich voelen. Niet denken,
+niet denken; ze had de laatste maanden zooveel gedacht; ze had zooveel
+gestreden met zich zelf; met dàt, wat na 't eerste gesprek met Mary
+altijd weer boven was gekomen, het warme, onstuimige, onberedeneerde
+gevoel, dat haar ánders maakte, ánders deed blijven, dan Mary, de
+rustig-harmonische, en Frieda, die niets dan wetenschap zocht. Toen
+was ze gaan werken, hard, aanhoudend, en dát had haar wel geholpen. Ze
+had niet meer aan haar ziel, en niet aan haar levenshouding gedacht;
+ze had niet gevoeld de wisseling der seizoenen; afgesloten van alles,
+hadden haar hersens alleen gegolden.... en nu, ten deele bevrijd,
+was ze tot 't leven teruggekeerd op dezen lichten herfstmorgen,
+en liep met haar vingers open en haar hoofd even achterover zich te
+geven aan de ten-winter-neigende zon.
+
+'n Geritsel door de struiken deed haar opschrikken, en tegelijk zag
+ze Eduard, die met den rug naar haar toe bij den waterkant stond,
+en Bruno, die, uitgelaten van vreugde, op haar afstormde. Eén blik op
+z'n verward-blozend gezicht was Go voldoende geweest om te weten, dat
+hij haar gezien had en ontwijken wilde, en, 't hart hevig kloppend,
+hoezeer ze zich ook tot kalmte maande, trachtte ze stil verder te
+loopen, Bruno's vroolijk herkennen negeerend.
+
+Maar de hond stoorde zich niet aan haar koelen blik. Met zacht
+vreugdegehuil legde hij z'n breede voorpooten op haar ontwijkende
+schouders, en besnuffelde gretig haar gezicht en haar haar. En toen
+ze, geroerd door z'n hartelijkheid, met 't oude gebaar haar handen
+zacht om z'n kop legde, sprong hij op met 'n luid, juichend geblaf,
+rende naar Eduard en weer terug, blaffend en huilend, likte haar
+handen en laarzen; en eerst toen Eddy, licht geërgerd over 't malle
+figuur, dat de hond 'm deed slaan, zich omgekeerd had, en nader kwam,
+omhelsde Bruno haar opnieuw, met 'n kalme beweging van in-bezit-nemen.
+
+Go hield hem, verlegen en trotsch, tegen zich aan. "Híj kent me nog;
+hij is me nog niet vergeten," zei ze glimlachend tegen Eddy, met
+zacht verwijt.
+
+"Hij lijdt niet aan "stemmingen"," verweerde hij zich, "ik was niet ín
+'n stemming jou te zien; had je de volgende week willen komen opzoeken
+om afscheid te nemen."
+
+"Ga-je dan weg?"
+
+"Ja, 'n jaartje rondtrekken, om wat in allerlei bibliotheken te
+snuffelen, voor m'n dissertatie."
+
+"O, en dan promoveeren?"
+
+"I think so, ja. Zullen we wat oploopen?"
+
+"Nee, als je nu tégen je wil..."
+
+"Welnee, dat was maar 't eerste oogenblik. M'n eerste opwelling, als
+ik 'n kennis zie, is altijd weg te loopen.... kun-je 't begrijpen? Ik
+heb er vaak zelf spijt van. Nu vind ik 't al weer heel gezellig. Ik
+heb je zoo lang niet gezien."
+
+"Een kennis; niets dan maar 'n kennis," dacht ze teleurgesteld. Maar
+ze zei alleen zacht: "Wat 'n zalig weer," en liep naast 'm voort, stil,
+de hand op Bruno's kop, de oogen, in afwachting, naar Eduard toegewend.
+
+"En vertel me 's: hoe heb-je 't tegenwoordig? Je bent nooit meer
+ergens te zien, en Gerard brengt op de L. V. vergaderingen altijd
+dezelfde boodschap: dat je werkt, hard werkt, en geen tijd hebt er
+uit te gaan... Het lijkt wel, of je genoeg van ons hebt."
+
+Z'n stem was gemoedelijk-vriendelijk, maar 'n met moeite bedwongen
+onrust trilde telkens om z'n neusvleugels. Hij had wel gemerkt aan
+allerlei onzegbare kleinigheden, dat er iets veranderd was tusschen Go
+en hem, en ook begrepen, gevoeld, waardoor 't moest zijn. Nu vreesde
+hij niets zoo zeer als 'n "verklaring" tusschen hen beide, met tranen
+en verwijten, waarbij hij met z'n figuur geen raad zou weten; en hoewel
+twijfelend, of er iets tegen te doen zou zijn,--zoo'n spontaan kind
+als Go zou 'n grief toch wel niet kunnen verzwijgen--deed hij alles om
+'t gesprek aan de oppervlakte te houden, opgewekt en rustig.
+
+Ze ging er dadelijk op in. "Ja, ik heb het nu eindelijk eens flink
+aangepakt. Vandaag heb 'k m'n eerste tentamen gedaan. Nu, 't wordt
+tijd in je vierde jaar..."
+
+"In je vierde; ja, 't is waar; 'k word 'n oude man. Ik zag
+gisteren 'n lange, witte haar tusschen m'n zwarte; en jij draagt
+'n sleepjapon... Ja, ja... maar hoe bevalt je nu alles bij elkaar?"
+
+"O goed. Ik hou van m'n werk." Maar 't bezadigde glimlachje, waarmee
+ze 't zei, intrigueerde 'm: God, was ze zóó veranderd; dat was
+toch de Go niet, die hij kende, de vertrouwende, alles eischende,
+maar ook bereid àlles te geven. Hij vergat z'n voorzichtigheid, zei,
+uit gewoonte blagueerend: "En de idealenwinkel? Nog niet failliet?"
+
+Nu verzette haar trots zich: wat hoefde hij er naar te vragen, hij,
+die alleen maar spotten kon; wat ging 't hem aan? En met 'n lichte
+ironie, die hij niet van haar kende, antwoordde ze: "Ja, erg in trek
+zijn die tegenwoordig niet... Ik heb ze maar zelf grootendeels weg
+gedaan, dat ik plaats hield voor andere dingen, practische dingen."
+
+"Beeld-je je dit alles in, of ben-je wezenlijk veranderd? Heeft Frieda
+je ziel volgeplakt met overdrukjes van haar eigen ideeën, zoodat je
+niet meer zien kunt, wat er eigenlijk in is, of is de verandering
+van binnen uit begonnen?"
+
+"Mary heeft veel met me gepraat;... maar ik ben toch zelf ouder
+geworden; ik geloof bijna: hárder. Als je érge pijn hebt gehad om... om
+allerlei, waar niets aan te doen is, dan versteent er iets... Ik
+weet niet, of 'k overdrijf; 't is zoo moeilijk iets van je zelf te
+weten,... maar ik ben wel minder expansief, dan vroeger. Dat 's zeker."
+
+Hij knikte en keek naar haar vast gezicht: er waren lijnen, langs
+den neus, die hij er vroeger niet had gezien, en ze sprak gedempter,
+alsof ze zich steeds bedwong.
+
+"Ik heb vooral gemerkt, hoe 'k veranderd was, 'n paar dagen geleden,"
+vertelde ze door. "Gerard stuurde 'n groen met 'n paar dictaatcahiers,
+en Mary en ik lieten 'm boven komen en gaven 'm thee en koekjes. 't
+Was 'n aardig jongetje en we begonnen te praten met 'm. En toen
+hij vertelde, wat hij allemaal van z'n leven verwachtte, en wat
+hij voor iedereen wilde doen, toen merkte ik, dat ik glimlachte,
+onwilkeurig, omdat ik 't niet geloofde. Er is heel veel, dat 'k niet
+meer geloof." Zij liepen zwijgend den weg terug. In de verte blakerden
+de lage geveltjes van de Jan van Goyenkade, en het houten dak van
+'n huis in aanbouw flikkerde als 'n spiegel.
+
+"Vroeger wilde ik iedereen helpen, dat weet je nog wel..." begon ze
+weer. "Nu heb ik ingezien, dat 't "ieder voor zich" toch eigenlijk 't
+eenige mogelijke is. Zelf je best doen... en dan soms 'n kleinigheidje,
+bij toeval, voor 'n ander... het is zoo weinig meestal."
+
+"Go," zei hij zacht, "weet je dien avond nog in je kamer, toen je
+m'n steun wilde zijn?"
+
+En met de onverwachte stemmingswisseling, die hem weer zoo aan vroeger
+herinnerde, riep ze uit: "O Eddy, ik weet nog alles precies, en ik
+vóel 't nog, al is 't dwaasheid... en soms denk ik, dat ik nóóit zal
+leeren wijs te zijn, omdat ik zoo anders ben dan de anderen...."
+
+Ze waren bij de brug blijven staan, Bruno tusschen hen in, en hij
+keek in haar oogen, tintelend van den ouden glans.
+
+"Ik wist wel, dat er nog iets van je over was," zei hij, niet
+begrijpend, waarom hij er blij om was. Hij ging immers weg, zou haar
+misschien nooit meer zien... Maar dit oogenblik, dit laatste samenzijn,
+was van 'n vreemd-schoonen weemoed; en z'n stem trilde van treurigheid,
+toen hij, haar hand vasthoudend, zei:
+
+"Hoe zullen we nu ooit weer bij elkaar komen, in dit leven..."
+
+Toen 'n buiging, 'n hoedzwaai--en als in 'n droom liep Go langs
+'t smalle trottoirtje naar haar huis.
+
+Mary zat voor haar schrijftafel. "De cahiers van Gerard zijn er al,"
+zei ze, zonder opzien.
+
+Maar Go kwam dadelijk naast 'r staan. "Ik heb 'm gesproken; hij gaat
+weg," zei ze dof, en zóó somber, dat Mary geen oogenblik twijfelde,
+wien ze meende, en, met haar hand op die van Go, zacht troostte:
+
+"Het is hard, kindje, zoo'n afscheid, en toch... je wist al zoo lang,
+dat je niet aan 'm denken mocht,--misschien geeft dit je rust."
+
+"Ik weet niet. 't Was eigenlijk 't zelfde, of hij er was of niet;
+ik sprak 'm toch nooit. En nu ook hebben we 't over niets bizonders
+gehad. Maar 't laatste oogenblik was 't, of er iets openscheurde,
+of alle ellende nu weer opnieuw beginnen zou." Ze liet zich in 'n
+laag stoeltje vallen, verslagen, gebroken.
+
+"Kom, dit was je laatste beproeving; nu komt de overwinning, wees nú
+sterk," praatte Mary, toch éven teleurgesteld, dat Go nog altijd zoo
+down kon zijn, zoo gebroken door iets van buiten af.
+
+"Ik geloof niet eens, dat ik nog van 'm houd... 't is alles onzin;
+maar 't is zoo moeilijk iets heelemaal op te geven..."
+
+Mary reikte haar zwijgend de schriften: als woorden faalden, was er
+nog 't werk, dat troostte, omdat 't kracht eischte en aandacht, omdat
+'t den heelen mensch in beslag nam.
+
+"Ja; "allons travailler," zuchtte Go; "bij groot en klein verdriet
+is dat 't eenige."
+
+En toen ze 'n half uur later, na veel afdwalend naar-buiten-staren
+en zich weer tot lezen dwingen, er eindelijk in geraakt was, keek
+Mary glimlachend naar het bleeke, nu rustige gezicht, en peinsde:
+En àls meisjes nu 's dooreengenomen minder praesteeren konden op
+'t gebied van studie dan mannen; en àls 't nu eens waar was, dat
+zelfstandig, zuiver wetenschappelijk werk van 'n vrouw zeldzaamheid
+was;--is dan nog de studie voor haar niet een zegen, die haar heen
+helpt over de eerste levensdésillusies, die er voor waakt, dat ze
+niet den eersten slag blijft betreuren, maar haar steeds verder lokt
+naar nieuwe verschieten; en, àls 't volle vrouweleven komt, haar
+er aan overgeeft, moedig en sterk, en boven alles jong en frisch,
+omdat ze niet in hunkerend wachten is verflensd? En kòmt 't schoonste
+niet.... voor hoevelen komt 't niet tegenwoordig, dan is 't géén
+verloren leven, dan kan 't waardevol zijn,--al is 't ook niet heerlijk.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXII.
+
+
+Op 't partijtje ter eere van Go's candidaats-examen,--dadelijk na de
+groote vacantie in haar vijfde jaar,--had Else opeens den lust voelen
+opkomen Leiden weer 's terug te zien, en er was 'n afspraak gemaakt
+voor den dag van de hospitanten-vergadering van de V. V. S. L.,
+omdat ze ook zoo graag Go 's avonds als praeses de zaken wilde
+zien leiden. Zoo was ze gekomen, met den gewonen ochtendtrein, had
+"derde" gereisd om alles ècht te doen, als vroeger;--maar toen ze
+pas op de kamer was, had ze toch, vervuld van de gewichtigheid van
+haar jong-mevrouwtje-zijn, over niets anders kunnen praten dan over
+háár huis, háár meiden, háár man, en háár kind, den kleinen Janneman,
+den modeljongen, die nu den heelen dag bij z'n grootmoeder was.--"Had
+'m toch meegebracht," zuchtte Go telkens;--en eerst ná de koffie,
+toen ze rustiger werden en weer meer aan elkaar gewend, begon de
+herinnering weer levend in haar te worden, en, starend in de ros-gouden
+bladerpracht van de tuinen, vroeg ze: "En nu moet je me alles van
+de menschen van vroeger vertellen.... Ik weet van niemand iets,
+dan van Beerenstijn. Die heeft nogal praktijk; ik heb 'm laatst ook
+'s bij Jannie gehad.... Dan is hij zoo zacht."
+
+"Ja," zei Go peinzend, "hij is heel hartelijk, bij erge dingen. Toen
+met Hans had ik eigenlijk aan hèm 't meest."
+
+"Ja gòd.... maar vertel nu 's, is er nog niemand gepromoveerd?"
+
+"Ja, Lize, dat weet je. 'n Mooie dissertatie. Verwónderlijk goed;
+want zelfstandig-wetenschappelijk werk is bij 'n meisje toch altijd
+'n zeldzaamheid."
+
+"O, ja.. ik herinner me; ze heeft ons 'n boek gestuurd. Over.... ach
+ja, ik weet niet; iets wetenschappelijks. Jantje heeft 't in beslag
+genomen, leest er uit voor;.... schattig, zooals hij Han nadoet,
+zie-je, met z'n vingertje over de bladzij.... Maar zeg 's, is Hoefman
+nog niet klaar, en gaan ze niet trouwen?"
+
+"Ja, 'k geloof, dat hij 'n heel buitengewone dissertatie schrijven
+wil; hij moet er voor naar IJsland;--maar 'k denk, dat zij daarbij
+wel helpen zal... Je weet toch, dat De Veer 'n paar maanden geleden
+gesjeesd is?"
+
+"Nee, hoe zou ik? Waarom? Wat heeft-ie uitgevoerd?"
+
+"'t Is 'n léuke jongen. Je moet geen kwaad van 'm zeggen. Op 'n
+middag kwam hij bij me en zei: "Go, ik heb geen plezier meer in
+fuiven." "Zoo," zei ik, "dan ga-je nu zeker werken, hè?" Nee, dat
+kon hij ook niet, het was 'm te stil. En kort en goed: de volgende
+maand ging hij naar Amerika, ergens in 't binnenland, waar 't nog
+erg ongecultiveerd is, bosschen-omhakken. Hij zei, dat hij voelde
+eigenschappen van 'n oermensch te bezitten.... hier zou hij stikken! En
+toen is-tie gegaan. 't Heeft me erg aangepakt, die grappige kerel de
+wijde wereld in te zien trekken. Maar Gerard zei...."
+
+"Ja, Leeden.. komt die dikwijls? Hij studeert nu Chineesch, is
+'t niet?"
+
+"Nee, 'k zie 'm niet dikwijls meer;--'t is hier zoo ongestadig
+met de vriendschap, ik ben nu meer in 'n ander clubje geraakt; de
+vergaderingen van L. V.--och, 't is kwijnen tegenwoordig. De nieuwe
+leden voelen er zooveel niet meer voor. En Gerard..." Go zweeg even,
+en keek, verlegen, recht voor zich uit. "Zeg jij 's, Elsi, heb-je wel
+'s gedacht, dat Gé meer dan vriendschap voor me zou kunnen hebben?"
+
+"Wel, als 'n jongen tegen míj had gedaan, als hij tegen jou,--maar
+half zooveel,--zou ik zéker gedacht hebben, dat hij verliefd op me
+was. Maar jij was altijd zoo anders dan ik, met de jongens."
+
+"Mary zegt, dat, als je zelf maar niet over de mogelijkheid denkt,
+maar gewoon-eerlijk tegen hun doet, zonder opschroeverij, er bijna
+nooit iemand verkeerd van je zal gaan houden. Maar den laatsten
+tijd was hij soms zoo vreemd, ongeduriger, ongelijkmatig. Ik heb 't
+'m eens gezegd, en nu zie ik 'm zoo zelden meer;... 't is jammer...."
+
+"Ja; want jij niet, hè?" en Else keek haar even onderzoekend
+aan. Toen, schijnbaar zonder verband, vroeg ze: "En hoe gaat het met
+Van Neerwinden tegenwoordig?"
+
+"O, ik geloof, dat die hard werkt," antwoordde Go zacht, "hij had
+wel al klaar kunnen zijn, maar hij is nu al lang weg; doet 'n groote
+studiereis.... En Rolands is doctorandus. Spreek-je Francis wel in
+Den Haag?"
+
+"Ja, we komen bij dezelfde families aan huis. Haar man is rechter." En
+éven dacht ze er over weer te gaan vertellen van hun weelderig,
+ijdel leventje daar, de partijen en dinertjes, en de naijver en kleine
+plagerijen onder elkaar; maar ze hield zich in, vroeg door naar Riek,
+die altijd nog maar "in stilte" verloofd was, en weinig vooruitzicht
+had, omdat hij niets uitvoerde, 'n echte boemelaar....
+
+"Ze is lief," zei Go met warmte, "ze heeft er 's eens met me over
+gepraat. "Als ík 'm niet vasthoud en 'm altijd vertrouw," zei ze,
+"wat zou er dan van z'n leven terecht komen?" Ik weet niet, of ze
+gelijk heeft, maar hierin kun-je geen raad geven.... Nou, en Coba zal
+ook wel gauw candidaats doen, al tennist ze veel te veel, om ooit
+'n geleerde te worden;.... maar Lou komt er nooit toe, uit angst
+en zenuwachtigheid. Zoo zielig; ze heeft vreeselijk gehuild op haar
+eerste tentamen, en nu durft ze niet meer."
+
+"Kleine Lou, die moest nu toch niet studeeren, hè? Die zou beter zijn
+voor kinderen, of bij 'n goedige, zwakke dame;... en 't allerbeste
+zou zijn, als ze zelf als 'n kindje kon worden verwend."
+
+"Weet je, dat Erna, dat mooie meisje, die zoo artistiek en bohémiennig
+was, zenuwziek is geworden,--in 'n inrichting nu? Het was zoo'n
+eigenaardig type, wèl sympathiek. Op haar kamer droeg ze altijd
+vreemde, wijde tunica's, haar haar los, en sandalen;... ik heb 's bij
+haar gelogeerd: alles was even wonderlijk, en in den nacht zat ze in
+het maanlicht op 'n beestevel te declameeren;--haar familie was in
+Arabië, en niemand lette er op, hoe ze leefde. Toen ik haar nu laatst
+opzocht, stond ze in 'n schuit en schepte mest; ze zei, dat zoo iets
+heerlijk was;.... er waren meer studenten, geen intiemen;.... ach ja,
+de eenzijdigheid wreekt zich en geestelijk overladenen gaan in den
+grond ploeteren."
+
+Else keek haar even aan; zei toen verwonderd: "Hè, zoo iets, zoo
+iets wijs, algemeens, waar haal-je dat van daan? Dat leer-je zeker
+van de meisjes hier, want zie-je.... ik vind ze heel aardig, Go;
+maar zijn jullie altijd zoo, zoo ernstig, zoo verstandig....? Als ik
+'s reken.... wij vroeger.... dat was toch wel héél wat anders."
+
+"Ons eerste jaar.... ja, zeker; dat wás heel wat anders."
+
+"Als je 's denkt aan onze pret met die kamerversiering;.... en
+soms heelemaal om niets, als 't mooi weer was, en we ons zoo lekker
+voelden! We konden zoo dwaas doen, weet je nog wel? Ik wed, dat je
+met Frieda en Mary nooit flikjes en kaakjes zult geroosterd hebben?"
+
+Go lachte. "Nee, nee.... dat was leuk. Ja, dát was gezellig, samen...."
+
+"En glij-baantje over 't zeil voor de kachel?"
+
+"Noù. Zúllen we nog 's, zeg? Wat is dat lang geleden!"
+
+Else schudde haar hoofd. "Nee, voor mij is nu alles zoo veranderd,
+m'n positie in de wereld.... Wat zou Jannie wel zeggen, als-tie z'n
+moeder zoo dwaas zag doen...." maar ze voelde toch even met haar
+kleinen voet, "of 't glad was," teleurgesteld 'm weer terugtrekkend.
+
+"Maar voor míj is 't ook anders," zei Go, zacht en beslist. "Zooals
+toen, toen de studie maar 'n bijdingetje was, kon het toch de verdere
+jaren niet blijven."
+
+"Dus nu is 't álles geworden; bepaald je ideaal?"
+
+Else keek naar de boeken op de schrijftafel, en, systematisch geschikt,
+op den vollen boekenstandaard; de kamer zag er zoo ánders dan vroeger,
+zoo echt-om-te-studeeren uit: de series over elkaar op de deur,
+'t Minerva-beeld in den hoek, aan den muur lidmaatschap-kaarten, en
+'n enkele, stemmige gravure. En dan al die wijsheid;--ze herkende
+de groene bandjes van Hegel, die Han ook had, en Nietsche en Plato
+en Spinoza, met de witte ruggetjes,--wat bekommerde zij zich nog
+om boeken, behalve bij 't stof-afnemen; terwijl 't hiér scheen,
+of wetenschap 't eenige was....
+
+Go vóelde, dat Else op dat oogenblik hun levens tegen elkaar wóóg,
+en het werd haar diep en duidelijk bewust, hoe ver ze van elkaar
+waren gedreven, zij, die hun eerste vrijheid-vreugde samen hadden
+genoten. Toen zei ze langzaam, alsof ze onder 't spreken haar gedachten
+nog aan 't formuleeren was, strak starend op Jantje's portret: "Ik
+geloof niet, dat studie, voor mij evenmin als voor de meeste meisjes,
+bepaalde róeping, 't eenige is. Lize heeft 't me gezegd op de eerste
+clubvergadering, en al zag ze verder de zaak veel te duister in,
+ik gelóóf, dat ze hierin toch wel gelijk had. Maar daarmee is het
+studeeren voor meisjes natuurlijk absoluut niet veroordeeld. Ik
+meen alleen, dat bij háár altijd 'n kwestie van keuze wordt, wat
+'n man vereenigt;--ik bedoel bij 'n huwelijk, en dat ze dan, bijna
+altijd, niét de studie zullen kiezen. Daarom is het niet haar hoogste
+roeping; maar wél kan 't iets zijn, dat haar heelemaal in beslag
+neemt, en vult... Zie-je, ik geloof, dat 't bij mij zóó is: ik heb
+heel veel kracht, en toewijding en levenslust. Die moet ik ergens
+aan geven. En omdat ik nu hier ben, tusschen studeerende menschen,
+in geestelijk-ontwikkelend milieu, geef ik ze aan studie, m'n speciaal
+vak, en wijsbegeerte en oeconomie... en allerlei. Begrijp-je?"
+
+Else streek met haar hand langs de boek-ruggen, en knikte; maar ze
+dacht aan Han, en haar huis en aan Jantje,... en de meiden, en wat
+morgen eten. En ze begreep eigenlijk niet, hoe Go, haar eigen nichtje,
+even oud als zij, buiten dat alles leven kon, en niet ongelukkig zijn.
+
+
+
+"O, en dien avond, toen Gé den wijn met kruidnagelen bracht," zei Go,
+terwijl ze de trap naar het clublokaal opliepen, en ze voelde zich
+overvol van oude herinnering. Ze hadden samen de stille, donkere
+stad doorgeloopen, en weer samen-gevoeld, elkaar weer begrepen in het
+verleden,--en nu scheen 't bijna ongelooflijk, dat Else zoo lang weg
+was geweest, voelden ze zich even weer eerste-jaartjes, toen ze de
+lichte zaal binnen kwamen.
+
+Maar 't was dadelijk anders; de meisjes stormden op Go toe, om haar
+nog geluk te wenschen met 'r candidaats-examen; op haar praeses-plaats
+aan de groene tafel stond een bos bloemen, 'n attentie van 't bestuur,
+en ze wist weer: hier was ze niet langer het schuchtere kind, dat in
+'n hoek tegen den muur stond en niemand aanspreken durfde; ze was het
+middelpunt, de leidster, de eerste van de club geworden, en terwijl ze
+even sprak met de secretaris, met 't meisje, dat de lezing zou houden,
+bemerkte ze, tot eigen verbazing, hoe zij rustig-helder alles regelde
+en den avond organiseerde.
+
+Mary had er op aangedrongen, dat ze zich meer met de
+meisjes-vereeniging bemoeien zou. Zij zelf kwam er zelden, omdat
+ze nu eenmaal in dit opzicht nog 'n vrouw van de oude traditie was,
+die in societeitsleven zich niet thuis kon voelen.
+
+"Zie-je," had ze peinzend tegen Go gezegd, "een van de dingen die ik
+'t mooist vind in de vrouw van vroeger, is, dat ze, hoewel minder
+individueel ontwikkeld dan de man, die zwakke individualiteit in
+eenzaamheid altijd zoo zuiver heeft bewaard, veel beter dan de man,
+die in de gemeenschap het fijnste, het hem-alleen-eigene, moest
+opgeven in 't belang van 't geheel. Maar nu meisjes mee gaan strijden
+om 'n plaats in de maatschappij, is het natuurlijk, dat ze zich ook
+aansluiten, ook gaan vergaderen en debatteeren.--Alleen--ik voel me
+hierin nog zoo ouderwetsch, wil me niet schikken, wil me niet géven,
+ik kan niet velen, dat er aan m'n gevoel getrokken wordt... Ik blijf
+liever alleen,--maar 'k geloof zeker, dat 't jou goed zal doen,
+als je er meer in komt."
+
+Go hád er heel gauw plezier in gehad, in de namiddag-thee's met de
+levendige gesprekken, in de faculteits-vergaderingen en de groote
+bijeenkomsten. Het tweede jaar was ze al praeses van haar faculteit
+gemaakt, en toen ze met de algemeene verkiezing candidaat was gesteld,
+was ze met bijna-eenstemmigheid gekozen. Ze voelde zelf, dat ze er op
+haar plaats was en toen ze den hamer ter opening van de vergadering
+had laten vallen, was het, of uit al de luisterende gezichten de
+sympathie naar haar toe groeide.
+
+"Bij het openen van de eerste vergadering na de groote vacantie,"
+begon ze met haar heldere, opgewekte stem, "heet ik de hospitanten
+hartelijk welkom, en spreek den wensch uit ze als leden nog vaak in ons
+midden te mogen zien. Dat onze vereeniging voor vrouwelijke studenten
+bloeit, en wezenlijk in 'n behoefte voorziet,--het jaarverslag
+zal het ons allen dadelijk met getallen en feiten duidelijk maken,
+maar wezenlijker, dan 'n statistiek het ons leeren kan, worden we
+'t ons bewust, wanneer we op dezen avond de zaal rondkijken, en zien,
+hoe groot de opkomst is, en voelen, hoeveel vriendinnen de club ons
+heeft gegeven... Ik zie de menschen, die het bestuur vormden, toen ik,
+als verlegen eerste-jaartje, hier voor 't eerst binnenkwam;--er zijn
+hier velen, die meer van den wordings-tijd der vereeniging weten dan
+ik. Maar ik weet en voel haar bloei en haar weldadigen invloed, en
+daar wilde ik de hospitanten over spreken. Jullie bent hier allen met
+moed en verwachtingen aangekomen, en je gaat 'n mooi jaar tegemoet,
+het mooiste, zou ik bijna zeggen, van je leven. In het eerste jaar
+van onzen studententijd is alles heerlijk en zonnig en vol belofte..."
+
+Ze zweeg en streek even met de hand over haar voorhoofd; ze zag
+de oudere meisjes, die keken, wachtten; ze zag Mary, die even
+knikte;... en dan al die nieuwe kindergezichten, al die oogen, die
+nog niets wisten, die nog niet waren teleurgesteld.... En het flitste
+door haar hoofd, hoe Else en zij er voor vier jaar gezeten hadden,
+ook zoo op den grond, 'n beetje verbaasd, belangstellend, en zoo
+kinderlijk vertrouwend op het leven, dat komen ging;.... moest ze
+dien kinderen nu zeggen, dat hun niets dan teleurstelling wachtte,
+of had zij den weg naar de hoogere harmonie gevonden?
+
+Ze voelde, dat er 'n golving van onrust ging door de zaal, en de
+bibliothecaris fluisterde even: "Of ze niet wist verder...."
+
+Toen zei ze als in 'n droom, alle samenhang met 't vorige vergetend,
+niet langer er aan denkend, dat haar speechje propaganda moest
+maken om lid te worden van de club: "Hier wacht jullie het eerste,
+wezenlijke geluk en 't eerste, groote verdriet. Ik hoop, dat je ook
+'t laatste, als noodzakelijk, flink zult aanvaarden. Want voor den
+moedig-strijdende is de overwinning."
+
+Het bestuur gaf 't teeken tot luid applaus, ofschoon ze de toespraak
+wel wat eigenaardig vonden, bang voor 'n nieuwe, dreigende stilte. Go
+zag Else kijken, verbaasd, half ongeloovig: waar haal-je het
+vandaan? Maar Mary knikte, dat 't goed was, zacht lachend met 'r
+diepe oogen....
+
+Toen keerde Go zich tot de ab-actis, met verzoek om het jaarverslag
+voor te lezen, en terwijl die, met verveeld rad-ratelende stem, bladzij
+na bladzij opdreunde, vertelde Else fluisterend met onderdrukte
+lachjes, aan Lou en Riek, die over haar heen hingen, de wonderen
+van ondeugendheid en liefheid en snuggerheid van haar schattigen,
+kleinen jongen.
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Een Meisje-Studentje, by Annie Salomons
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN MEISJE-STUDENTJE ***
+
+***** This file should be named 29044-8.txt or 29044-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/9/0/4/29044/
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/29044-8.zip b/29044-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..33bd85c
--- /dev/null
+++ b/29044-8.zip
Binary files differ
diff --git a/29044-h.zip b/29044-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..7326ddf
--- /dev/null
+++ b/29044-h.zip
Binary files differ
diff --git a/29044-h/29044-h.htm b/29044-h/29044-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..8d02b68
--- /dev/null
+++ b/29044-h/29044-h.htm
@@ -0,0 +1,11632 @@
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content="HTML Tidy, see www.w3.org">
+<meta http-equiv="Content-Type" content=
+"text/html; charset=ISO-8859-1">
+<title>Een meisje-studentje</title>
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Annie Salomons">
+<meta name="DC.Creator" content="Annie Salomons">
+<meta name="DC.Title" content="Een meisje-studentje">
+<meta name="DC.Date" content="#####">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<style type="text/css">
+ /* Standard CSS stylesheet */
+body
+{
+ font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+ margin: 1.58em 16%;
+ text-align: left;
+}
+.titlePage
+{
+ border: #DDDDDD 2px solid;
+ margin: 3em 0% 7em 0%;
+ padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+h1.docTitle
+{
+ font-size:1.6em;
+ line-height:2em;
+}
+h2.byline
+{
+ font-size:1.1em;
+ font-weight:normal;
+ line-height:1.44em;
+}
+span.docAuthor
+{
+ font-size:1.2em;
+ font-weight:bold;
+}
+h2.docImprint
+{
+ font-size:1.2em;
+ font-weight:normal;
+}
+.transcribernote
+{
+ background-color:#DDE;
+ border:black 1px dotted;
+ color:#000;
+ font-family:sans-serif;
+ font-size:80%;
+ margin:2em 5%;
+ padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+ background-color:#FFFEE0;
+ border:black 1px dotted;
+ color:#000;
+ margin:2em 5%;
+ padding:1em;
+}
+.div0
+{
+ padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+ padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+ font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+ padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+ padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+ padding: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+ clear: both;
+ font-style: normal;
+ text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+ font-size:1.2em;
+ line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+ font-size:1em;
+ line-height:1.2em;
+ margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+ font-size:1em;
+ line-height:1.2em;
+}
+h4.lghead
+{
+ margin-left:10%;
+ margin-right:10%;
+}
+.alignleft
+{
+ text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+ text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+ text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+ margin-top: 1.6em;
+ margin-bottom: 1.6em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ text-align: center;
+}
+p.poetry
+{
+ margin:0 10% 1.58em;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+ color: white;
+}
+p.line
+{
+ margin:0 10%;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+ margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocChapter
+{
+ margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+ margin:0.7em 5%;
+}
+div.epigraph
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ width: 60%;
+ margin-left: auto;
+}
+.epigraph .bibl
+{
+ text-align: right;
+}
+.epigraph .poem
+{
+ margin-left: 0;
+}
+.epigraph .line
+{
+ margin-left: 0;
+ text-indent: 0;
+}
+.trailer
+{
+ clear: both;
+ padding-top: 2.4em;
+ padding-bottom: 1.6em;
+}
+.floatLeft
+{
+ float:left;
+ margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+ float:right;
+ margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+ font-size:100%;
+ text-align:center;
+}
+.figure p
+{
+ font-size:80%;
+ margin-top:0;
+ text-align:center;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+ color:#666666;
+ font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+ font-weight: bold;
+}
+.leftnote
+{
+ font-size:0.8em;
+ height:0;
+ left:1%;
+ line-height:1.2em;
+ position:absolute;
+ text-indent:0;
+ width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+ display:inline;
+ font-size:70%;
+ font-style:normal;
+ margin:0;
+ padding:0;
+ position:absolute;
+ right:1%;
+ text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+ font-size: 80%;
+ text-decoration: none;
+ vertical-align: 0.25em;
+}
+.red
+{
+ color: red;
+}
+.displayfootnote
+{
+ display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+ margin-top: 1em;
+ padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+ margin-left: 0;
+ margin-right: 0;
+ text-align: left;
+ width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+ font-size: 80%;
+ margin-bottom: 0.5em;
+ margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+ float: left;
+ text-align:left;
+ width:2em;
+}
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+ font-size: 80%;
+}
+.centertable
+{
+ /* center the table */
+ margin: 0px auto;
+}
+.poem
+{
+ margin-left:5%;
+ position:relative;
+ text-align:left;
+ width:90%;
+}
+.poem h4
+{
+ font-weight:normal;
+ margin-left:5em;
+}
+.poem .linenum
+{
+ color:#777;
+ font-size:90%;
+ left:-2.5em;
+ margin:0;
+ position:absolute;
+ text-align:center;
+ text-indent:0;
+ top:auto;
+ width:1.75em;
+}
+.versenum
+{
+ font-weight:bold;
+}
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+ position: absolute;
+ right: 16%;
+ top: auto;
+}
+.footnotes .line
+{
+ font-size:80%;
+ margin:0 5%;
+}
+.poem .i0
+{
+ display:block;
+ margin-left:2em;
+}
+.poem .i1
+{
+ display:block;
+ margin-left:3em;
+}
+.poem .i2
+{
+ display:block;
+ margin-left:4em;
+}
+.poem .i3
+{
+ display:block;
+ margin-left:5em;
+}
+.poem .i4
+{
+ display:block;
+ margin-left:6em;
+}
+.poem .i5
+{
+ display:block;
+ margin-left:7em;
+}
+.poem .i6
+{
+ display:block;
+ margin-left:8em;
+}
+.poem .i7
+{
+ display:block;
+ margin-left:9em;
+}
+.poem .i8
+{
+ display:block;
+ margin-left:10em;
+}
+.poem .i9
+{
+ display:block;
+ margin-left:11em;
+}
+span.corr
+{
+ border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+ border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+ border-bottom:1px dotted green;
+}
+.letterspaced
+{
+ letter-spacing:0.2em;
+}
+.smallcaps
+{
+ font-variant:small-caps;
+}
+.caps
+{
+ text-transform:uppercase;
+}
+.fraktur
+{
+ font-family: 'Walbaum-Fraktur';
+}
+.rm
+{
+ font-style: normal;
+}
+hr
+{
+ clear:both;
+ height:1px;
+ margin-left:auto;
+ margin-right:auto;
+ margin-top:1em;
+ text-align:center;
+ width:45%;
+}
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+ text-align:center;
+}
+h1,h2
+{
+ font-size:1.44em;
+ line-height:1.5em;
+}
+h1.label,h2.label
+{
+ font-size:1.2em;
+ line-height:1.2em;
+ margin-bottom:0;
+}
+h5,h6
+{
+ font-size:1em;
+ font-style:italic;
+ line-height:1em;
+}
+p,p.initial
+{
+ text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+ text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+ float: left;
+ clear: left;
+ margin: 0em 0.05em 0 0;
+ padding: 0px;
+ line-height: 0.8em;
+ font-size: 420%;
+ vertical-align:super;
+}
+.poem
+{
+ padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+ text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: disc; }
+ol { list-style-type: decimal; }
+ol.AL { list-style-type: lower-alpha; }
+ol.AU { list-style-type: upper-alpha; }
+ol.RU { list-style-type: upper-roman; }
+ol.RL { list-style-type: lower-roman; }
+.lsdisc { list-style-type: disc; }
+.lsoff { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+ /* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml
+ " */
+body
+{
+ background: #FFFFFF;
+ font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+ color: black;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4
+{
+ color: #001FA4;
+ font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+ font-style: italic;
+ margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+ color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+ color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+ color: #001FA4;
+ font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+ line-height: 0;
+}
+ /* Standard Aural CSS stylesheet */
+.pagenum, .linenum
+{
+ speak: none;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Een Meisje-Studentje, by Annie Salomons
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een Meisje-Studentje
+
+Author: Annie Salomons
+
+Release Date: June 5, 2009 [EBook #29044]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN MEISJE-STUDENTJE ***
+
+
+
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<p class="aligncenter">Een meisje-studentje</p>
+</div>
+
+<div class="titlePage">
+<h1 class="docTitle">Een meisje-studentje</h1>
+
+<h2 class="byline">Door<br>
+ <span class="docAuthor">Annie Salomons</span></h2>
+
+<h2 class="docImprint">Tweede druk<br>
+ Uitgegeven door C.A.J. van Dishoeck<br>
+ Te Bussum in het jaar MCMVII * * *</h2>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Drukkerij &ldquo;De
+Ph&oelig;nix&rdquo;&mdash;Nijmegen</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e96" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Voorbericht tot den tweeden druk.</h2>
+
+<p>De nieuwe oplage was bijna gereed, toen ik Annie Sillevis&rsquo;
+brochure: &ldquo;<a href="http://www.gutenberg.org/etext/27847">Een
+meisje-student over een meisje-studentje</a>&rdquo; ontving; en ik was
+blij hierin &rsquo;n aanleiding te vinden, na de uiteenloopende
+meeningen over de &ldquo;strekking&rdquo; van het boek, zelf eens even
+te vertellen, waarom ik het eigenlijk geschreven heb. Juffrouw Sillevis
+zegt &rsquo;t volkomen juist op blz. 7: &ldquo;eenvoudig-weg, alleen om
+verhaaltjes te schrijven,&rdquo; en ik hoor daarbij iets minachtends in
+haar stem.</p>
+
+<p>Inderdaad zou &rsquo;t, uit maatschappelijk oogpunt, zeer nuttig
+geweest zijn &rsquo;n brochure of tendenz-roman v&oacute;&oacute;r of
+tegen studeeren van meisjes te schrijven; maar juffrouw Sillevis zegt,
+alweer terecht, dat ik maar een eerstejaars was, toen ik &rsquo;t
+schreef, en dus nog heel weinig van de kwestie kon afweten; en daar ik
+nu eenmaal tot de klasse van menschen behoor, die verhaaltjes-schrijven
+op-zich-zelf en om-zich-zelf heel belangrijk vinden, schreef ik er een
+over &eacute;&eacute;n &ldquo;meisje-studentje&rdquo;; niet over
+&ldquo;vrouwelijke studenten&rdquo;, want die kende ik te weinig, en
+daar stond ik te ver van af.</p>
+
+<p>En, om artistieke redenen, maakte ik dat kind, dat eerste-jaartje,
+een erg &ldquo;meisjesachtig&rdquo; meisje; &rsquo;n kind, zooals
+&eacute;&eacute;n der critici terecht zei &ldquo;in zich volmaakt maar
+zonder tact&rdquo;; en bracht haar zoo in voortdurend conflict met haar
+omgeving; ik liet haar zoeken, zich vergissen, teleurgesteld worden;
+dwalen, zooals zoo&rsquo;n kind dwalen z&aacute;l, tot ze aan &rsquo;t
+eind, geholpen door &rsquo;n &ldquo;vrouwelijke studente&rdquo;, iets
+voelt van &rsquo;n komende harmonie.</p>
+
+<p>Maar nu r&aacute;&aacute;kte m&rsquo;n verhaaltje &rsquo;n
+&ldquo;<span lang="fr">question br&ucirc;lante</span>&rdquo;, waarvan
+maatschappelijke menschen de oplossing zoeken, terwijl ik, als
+schrijfster, juist &rsquo;t conflict wilde; en al wie maar de
+gelegenheid wachtte, zich eens uit te spreken, heeft mijn
+&ldquo;Go&rdquo; als bewijs of aanvalspunt voor z&rsquo;n stelling
+genomen.</p>
+
+<p>Zoo professor Blok; zoo Annie Sillevis.</p>
+
+<p>Als stuk-op-zichzelf, als raadgeving aan jongeren, als ik, vind ik
+de brochure van &rsquo;n meisje-student voortreffelijk, kranig,
+leerzaam, en als studentje breng ik m&rsquo;n oudere zuster gaarne
+m&rsquo;n dank voor haar wijs inzicht.</p>
+
+<p>Maar als schrijfster van het &ldquo;Meisje-Studentje&rdquo; strijd
+ik voor m&rsquo;n boek, dat geeft, wat de titel belooft,&mdash;de
+ondervindingen van &rsquo;n heel jong meisje&mdash;, en dat zwijgt over
+de dingen, die nog buiten haar kring liggen.</p>
+
+<p style="text-indent: 2em; "><span class="smallcaps">Annie
+Salomons.</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="body"><span class="pagenum">[<a id="pb1" href=
+"#pb1">1</a>]</span>
+<div id="xd0e126" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk I.</h2>
+
+<p>Else lag achterover op het &ldquo;bakbeest van &rsquo;n
+canap&eacute;&rdquo;, en speelde peinzend met haar dunne vingers in de
+gaatjes van een der gehaakte ster-antimakassers, die de juffrouw ter
+versiering aan de twee hoeken, en in &rsquo;t midden op het
+rood-satijnen kussen bevestigd had. Margo zat op den grond, leunde
+&rsquo;t hoofd tegen de houten lambriseering, beenen recht-uit gestrekt
+van over-moeheid. Zoo keken ze samen zwijgend de schemerende kamer in,
+terwijl ook van buiten geen geluid hun stemming breken kwam.</p>
+
+<p>Het oudste dochtertje van de juffrouw had, nerveus-onhandig om de
+nieuwigheid&mdash;ze hadden nog altijd heeren op kamers gehad, dames
+nooit&mdash;zooeven de tafel afgenomen, en na veel gerammel van glazen
+en vorken de servetten en &rsquo;t laken in de ouderwetsche bonheur du
+jour geborgen. Nu lag de groote tafel, zonder kleed, ongezellig te
+glanzen in &rsquo;t grijze licht, de vier stoelen, netjes recht er
+onder geschoven, gaven &rsquo;n onaangenamen indruk van onbewoondheid,
+nog vergroot door de vochtige lucht, die in de kamer hing van &rsquo;t
+lang gesloten zijn geweest. Want toen ze &rsquo;n middag <span class=
+"pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2">2</a>]</span>in Augustus&mdash;Go en
+Else en Else&rsquo;s Vader en Moeder&mdash;na den heelen warmen,
+zonnigen dag de stad in alle richtingen doorkruist te hebben, met
+stijve halzen van &rsquo;t opkijken naar de huurbordjes, en doove
+beenen van &rsquo;t trappen klimmen&mdash;eindelijk op het stille
+grachtje waren gekomen, bij het oude, hooge huis, toen waren alle
+groene blinden toe geweest, en de juffrouw had verzekerd, dat ze ze toe
+hield, tot ze kwamen, &ldquo;om &rsquo;t verschieten ziet u,
+dames.&rdquo; En ofschoon de groenig-trijpen stoelen den goeden zorgen
+geen eer aandeden, het wee&iuml;ge vochtluchtje, dat vooral uit de
+hoeken en kasten opsteeg, gaf het bewijs, dat ze woord had
+gehouden.</p>
+
+<p>Al was de herfstavond frisch, Go had toch beide ramen &rsquo;n
+eindje opengezet en de wind deed de groene overgordijnen zachtjes
+bewegen. Uit zuinigheid, zonder nog eenig idee te hebben, w&aacute;t
+alles kostte, hadden ze geen licht aangestoken, omdat je in &rsquo;t
+donker evengoed uitrusten kon, en, dicht bij elkaar, maar, ofschoon
+nichtjes, vreemd voor elkaars gedachten, doorleefden ze ieder-voor-zich
+den voorbijen dag, den eersten van hun nieuwe zelfstandige leven.</p>
+
+<p>Voor Else, die veel gereisd had en veel uit was geweest&mdash;eenig
+dochtertje van rijke, in-weelde-levende ouders&mdash;had de nieuwe
+omgeving meer iets grappigs om de burgerlijkheid van deze huurkamer,
+dan dat ze zich hevig door de verandering voelde geschokt. Besloten om
+te studeeren, omdat &rsquo;t haar wel &rsquo;n aardig leventje leek en
+ze &rsquo;n helder hoofd had, wetend, dat ze ophouden kon, zoodra
+&rsquo;t haar niet beviel, voelde ze zich in het oude huis, als in
+&rsquo;n vreemd pension, waar ze eerst even moest wennen, dacht <span
+class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3">3</a>]</span>verder gewoon
+door aan haar leventje in Den Haag, waar ze zich zoo dichtbij wist,
+waar ze bij bleef behooren, al was ze volgens &rsquo;t verhuisbiljet nu
+ook inwoonster van Leiden geworden.</p>
+
+<p>Voor Go was &rsquo;t alles zoo anders, zooveel ingrijpender in haar
+leven. Zij was de oudste van &rsquo;n groot gezin, waarvan ieder
+zich-zelf &rsquo;n weg zou moeten banen, en de jaren op &rsquo;t
+gymnasium had ze gewerkt en geleerd om toch eenmaal hi&eacute;r te
+kunnen komen. Daarvan had ze alles en alles verwacht, en &rsquo;t had
+haar vaak z&oacute;&oacute; heerlijk geschenen, dat ze dacht, &rsquo;t
+wel nooit te zullen bereiken: heelemaal vrij zijn, jong onder jongen,
+studeerend onder studeerenden, die allemaal &rsquo;t zelfde wilden,
+&rsquo;t zelfde zochten; en dan: &agrave;lle bronnen van geleerdheid
+voor haar open; college-kunnen-loopen, bij wie ze maar wilde,
+&agrave;lles, wat haar interesseerde, kunnen volgen.</p>
+
+<p>Toen was ze geslaagd voor haar eindexamen, en &rsquo;n zonnigen
+ochtend naar Den Haag gespoord; daar waren Oom en Tante en Else in de
+coup&eacute; gekomen en met hun vieren waren ze naar Leiden getrokken
+om &ldquo;kamers te zien&rdquo;. Oom en Tante vonden goed, dat Else,
+die wel wat &agrave;l te verwend was, met Go zou samenwonen, omdat deze
+zooveel minder behoeften kende, terwijl ze er op aandrongen beiden
+hetzelfde zakgeld te mogen geven.</p>
+
+<p>Maar Go was z&eacute;ker geweest, dat er in heel Leiden geen kamers
+voor hen te krijgen zouden zijn, en toen eindelijk &rsquo;n geschikt
+verblijf gevonden en alles afgesproken was, dacht ze nog: &ldquo;Maar
+er komt natuurlijk wat tusschen, het k&agrave;n niet, het k&agrave;n
+niet, &rsquo;t zou te heerlijk zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Tot ze dien ochtend wakker was geworden, <span class="pagenum">[<a
+id="pb4" href="#pb4">4</a>]</span>en op eens rechtop in bed had gezeten
+en geweten had: dat &rsquo;t zoo w&agrave;s.</p>
+
+<p>Toen had ze zich nerveus-vlug aangekleed, in &rsquo;t koele, vreemde
+licht, plots niet blij meer, maar b&aacute;ng voor de vervulling van
+haar hevig wenschen. En beneden was alles ook ongewoon en plechtig
+geweest: de kinderen waren al binnen en stiller en liever dan
+gewoonlijk. Vader had er zoo ernstig uitgezien, of hij haar nog veel
+goeie raad wilde meegeven, maar hij had niets gezegd; en moeder liep al
+maar heen en weer om allerlei kleinigheden nog in haar handkoffertje te
+pakken: &ldquo;Kijk, Go, je overschoenen&mdash;en hier &rsquo;n pak
+chocolaad, ook voor Elsi&mdash;en je staalpillen; vergeet vooral niet
+ze in te nemen, kind&rdquo;,&mdash;Marietje had boterhammen gesneden;
+die werd nu de oudste; zij was de eerste, die de wereld in-ging.</p>
+
+<p>En al zei ze zich telkens, dat &rsquo;t onzin was, al die
+plechtigheid en droefheid; en al noemde ze zich zelf de dwaaste van
+allen, toen ze, wild-snikkend, haar zakdoek tusschen de tanden geklemd,
+in den lichten ochtend naar &rsquo;t station liep, telkens weer opnieuw
+uitbarstend, als ze zich &rsquo;t bleek-vertrokken moedergezicht
+voorstelde, dat toch flink kijken wilde, de bevende lippen, de oogen,
+die lachten en vol tranen liepen&mdash;m&rsquo;n hemel, ze kwam toch
+Vrijdag weer thuis; wat was nou &rsquo;n afscheid van vijf
+dagen&mdash;t&oacute;ch voelde ze: dit was het uitgaan uit &rsquo;t
+ouderlijk huis, &rsquo;n periode lag achter haar, afgesloten, waarin ze
+veel liefs en vertrouwelijks liet. Moeder en Vader en de kinderen
+bleven bij elkaar: het gezin; zij begon &rsquo;t nieuwe, onbekende
+leven, alleen.</p>
+
+<p>En d&aacute;t gevoel&mdash;dat de komende jaren over <span class=
+"pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5">5</a>]</span>haar heele toekomst
+beslissen zouden, dat haar &ldquo;leven&rdquo; in de kleine, onbekende
+stad zou worden gem&aacute;&aacute;kt,&mdash;had ze weer en sterker
+gehad, toen Else en zij samen uit &rsquo;t station waren gekomen, en
+even stil waren blijven staan, koffer-beladen, om te kijken, naar wat
+haar nog heelemaal vreemd was. Dat oogenblik stond in haar hoofd
+gebrand, als iets, dat nooit vergeten k&aacute;n worden: &ldquo;hier
+wacht me het groote geluk of &rsquo;t groote verdriet.&rdquo;</p>
+
+<p>Toen waren ze, onzeker van den weg, hier en daar kamers herkennende,
+die ze hadden &ldquo;gezien&rdquo;, naar hun eigen tehuis gesjouwd,
+waar de groote koffers met kleeren en kamer-versieringen, de meeste van
+Else, hun al te wachten stonden; en den heelen dag hadden ze niets
+gedaan dan bukken, lichten, heen en weer loopen van kamer tot kamer,
+telkens zich weer vergissend met de deur, struikelend over de ongelijke
+traptreden. Nu konden ze niet meer, &oacute;p van inspanning en emotie,
+en in de steeds meer donkerende kamer, waarin &rsquo;n lantaarn wat
+lichtglans wierp, zaten ze zonder bewegen.</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg&rdquo;, zei Else eindelijk droomerig, met &rsquo;n langen
+zucht, &ldquo;ben je wakker, Go?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, en ook wel &rsquo;n beetje uitgerust.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Weet je, waar ik zoo aan lig te denken? Wat die laatste
+student, die hier gewoond heeft, voor &rsquo;h man zou zijn
+geweest.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;De juffrouw zei: &rsquo;n volmaakte, keurige, knappe, aardige
+meneer.&mdash;Maar dat zijn alle meneeren in de oogen van hun
+juffrouwen. Pa zegt: &ldquo;de &ldquo;meneer&rdquo; is &rsquo;t ideaal
+van z&rsquo;n ploerterij.&rdquo; Bovendien weet je, dat hij bretels
+droeg, en wit-beenen overhemdknoopjes.&rdquo;</p>
+
+<p>Else lachte, en zette zich een beetje rechtop: <span class=
+"pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6">6</a>]</span>&ldquo;Hoe mal
+eigenlijk, dat de juffrouw al dien tijd nooit in de waschtafella
+gekeken heeft, wie weet, wat we nog meer van onzen voorganger vinden,
+behalve die toiletartikelen, vanmiddag.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze zwegen even: toen zei ze langzaam:</p>
+
+<p>&ldquo;Ik vind &rsquo;t zoo&rsquo;n vreemd idee, h&egrave;, al die
+jongens, die hier al hebben gewoond en geleefd.... ze verhuren wel al
+vijf-en-twintig jaar, zei de juffrouw, &eacute;&eacute;rst &rsquo;r
+moeder, nu zij.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, en de eene &ldquo;meneer&rdquo; is nu dominee, en de
+ander gesjeesd, en nog &rsquo;n ander misschien minister....
+en....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En wij, over een jaar of acht?&rdquo; peinsde Else; maar Go
+wilde ontvluchten &rsquo;t angstgevoel voor &rsquo;t onbekende;
+fantaseerde door: &ldquo;ze hebben allemaal aan dezelfde tafel gezeten,
+dezelfde stoelen gebruikt; op die canap&eacute; gelegen....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Veel smaak hadden ze dan niet, als ze zoo&rsquo;n omgeving
+verdragen konden.... We zijn nu veel te moe van &rsquo;t uitpakken,
+maar morgen moeten we hier &rsquo;s grondige opruiming houden,
+hoor!&rdquo; en om te beginnen trok Else de anti-makassers van de
+canap&eacute;, spreidde ze met komische voorzichtigheid over haar
+knie&euml;n: &ldquo;In de eerste plaats deze kunstwerken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar zou de juffrouw daar niet boos over zijn?&rdquo;
+Go&rsquo;s respect voor de hospita was z&oacute;&oacute; onbegrensd,
+dat iedere opdracht in haar mond tot &rsquo;n smeekbede werd, en ze
+niets zoozeer vreesde, als h&aacute;&aacute;r te mishagen.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar Go, &rsquo;t zijn toch &oacute;nze kamers. Bovendien
+verslijten haar bullen dan niet, kan ze alles weer als nieuw ophangen
+voor onzen opvolger. We zullen morgen heel wat moeten koopen om de
+kamers wat dragelijk te maken.&mdash;<span class="pagenum">[<a id="pb7"
+href="#pb7">7</a>]</span>Gelukkig heeft vader ons carte blanche
+gegeven.&rdquo;</p>
+
+<p>Ja, maar je moet niet overdrijven, Elsi. Ik vind &rsquo;t niet
+prettig in zoo&rsquo;n weelde te zitten, als ze thuis
+eigenlijk....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ego&iuml;st,&rdquo; hield Else zich boos. &ldquo;Of ik
+&rsquo;t prettig vind in &rsquo;n schunnig boeltje te zitten, komt er
+niet op aan, h&egrave;?&rdquo;</p>
+
+<p>Go voelde haar oogen warm worden, toen ze opstond; ze ging aan
+&rsquo;t voeteneinde van de canap&eacute; zitten, legde haar hand over
+Else&rsquo;s handen: &ldquo;Wat kennen we elkaar eigenlijk nog weinig,
+h&egrave;! En nu zijn we opeens samen &rsquo;n huishouden. Ik hoop zoo,
+dat &rsquo;t goed gaan zal; ik zal m&rsquo;n best doen.&rdquo;</p>
+
+<p>Else hield niet van sc&egrave;nes, was &rsquo;t ook niet gewoon. Dat
+je uiterlijk nooit moet laten blijken, wat je innerlijk voelt, had ze
+van klein kind af, veel onder vreemden, geleerd. Ze maakte haar handen
+zachtjes los en stond op: &ldquo;&rsquo;t Zal wel wennen,&rdquo; zei ze
+eenvoudig, &ldquo;de eerste dagen is alles vreemd. Kom, laten we
+&rsquo;t licht opsteken en de gordijnen dicht doen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, ik wou nog naar huis schrijven,&rdquo; zei Go week en ze
+keek naar haar schrijftafel waar&mdash;&rsquo;t eenige hoekje, dat al
+in orde was&mdash;de portretten van vader en moeder en al de broertjes
+en zusjes stonden.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ook, en dan gaan we slapen,&rdquo; besloot Else. <span
+class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8">8</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e202" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk II.</h2>
+
+<p>Dien dag onder &rsquo;t eten hadden ze bijna geen oogenblik rust
+gehad: den heelen ochtend en middag hadden ze inkoopen gedaan, vooral
+voor Go&rsquo;s kamer; want toen Else al haar rijkdommen had
+uitgestald, stak de andere kamer daar treurig bij af, en dat kon Else
+niet hebben. Overal hadden ze toen rondgezocht om heel veel moois bij
+elkaar te krijgen: kussens voor de canap&eacute;, &rsquo;n tafelkleed,
+&rsquo;n theetafel, sarongs, &rsquo;n kachelscherm, stijlvolle
+stoelen&mdash;en telkens bij &rsquo;t uitgaan van den winkel had Else
+gezegd: &ldquo;Stuurt u er dan mee&mdash;om &rsquo;n uur of vijf; dan
+zijn we thuis; m&egrave;t de kwitantie.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu leek &rsquo;t &rsquo;n lawine, en de juffrouw had er even over
+gedacht om boos te worden over &ldquo;dat eeuwige gebel.&rdquo; Maar
+juist had Else toen h&aacute;&aacute;r raad bij &rsquo;t kiezen van
+&rsquo;n klokje ingeroepen, en&mdash;gevleid&mdash;was ze toen mee
+vroolijk gaan doen, zette telkens &rsquo;n gezicht, of &rsquo;t
+h&aacute;&aacute;r geschenk was, wanneer ze weer iets binnenbracht met
+grapjes van: &ldquo;Gunst, &rsquo;t lijkt heusch wel
+Sinterklaas.&rdquo; &ldquo;Wanneer zou&euml;n ze nou&rsquo;s wat voor
+mijn brenge?&rdquo; &ldquo;Mevr&oacute;uw Gerzon; dat moet zeker
+&ugrave; verbeele...&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb9" href=
+"#pb9">9</a>]</span></p>
+
+<p>Else had gebloosd, toen ze &rsquo;t geld neerlegde, en &rsquo;n
+beetje strak gezegd, strakker dan Go ooit zou kunnen of durven:
+&ldquo;Wilt u na &rsquo;t eten deze stoelen maar meenemen, juffrouw? U
+kunt ze misschien ergens anders gebruiken. We hebben liever onze eigen
+meubelen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg,&rdquo; had Go angstig gefluisterd, toen de versmade
+stoelen harder, dan wel noodig was, in de gang werden neergezet, met
+stooten tegen de deurposten. &ldquo;Zeg, Elsi; ik geloof, dat je
+&rsquo;r boos hebt gemaakt.&rdquo;</p>
+
+<p>Dat had haar even de vreugde over haar nieuwe schatten bedorven;
+maar toen &rsquo;t stil was geworden in de gang&mdash;de juffrouw was
+zwaar-langzaam de trap opgestommeld&mdash;en ze al &rsquo;t mooie om
+haar heen had zien liggen, wachtend om opgehangen en geschikt te
+worden, had ze, in &rsquo;n overstelpende blijdschap, Else opeens om
+&rsquo;t middel gepakt, en als dol hadden ze samen de ontredderde kamer
+doorgedanst, onder zachte kreetjes van verrukking.</p>
+
+<p>Toen waren ze aan &rsquo;t werk getrokken, grondig en met
+toewijding: &ldquo;al duurt &rsquo;t tot twee uur in den nacht, we
+zullen eerst alles in orde maken,&rdquo; had Else gezegd; en die stond
+nu op de schrijftafel, die met veel moeite naar den schoorsteen
+gesjouwd was, sarongs om den ouden spiegel te drapeeren, terwijl Go op
+den grond zat, omringd door &rsquo;n muur van laden, die ze uit alle
+kamers bij elkaar hadden gehaald, om ze van kastepapier te
+voorzien.</p>
+
+<p>De canap&eacute; hadden ze voor de deur geschoven, opdat ze geen
+onverwachten inval van de juffrouw behoefden te vreezen en volkomen
+zich aan hun werk zouden kunnen wijden. Else deed alles met <span
+class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10">10</a>]</span>schwung en
+gratie, liep telkens &rsquo;n endje op de schrijftafel achteruit om
+&rsquo;t effect van &rsquo;n draperie te zien, zuchtte alleen, als ze
+weer &rsquo;n spijker in &rsquo;t hout moest werken met &rsquo;t heft
+van &rsquo;n mes, want ze hadden de juffrouw geen hamer durven
+vragen.</p>
+
+<p>Go ging langzamer en <span class="corr" id="xd0e224" title="Bron:
+conscientieuzer">consci&euml;ntieuzer</span> te werk; van elke la nam
+ze zorgvuldig met &rsquo;n centimeter de binnenmaat, zette deze uit op
+&rsquo;t papier, trok dan langs een liniaal de streep, waarlangs ze
+moest omvouwen.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat is er in &rsquo;n huishouden toch veel te doen,
+h&egrave;?&rdquo; zei ze peinzend. &ldquo;Als je nu alleen maar
+&rsquo;s rekent alle laden en kasten in &rsquo;n huis van papier
+voorzien, wat toch maar &rsquo;n zoo klein onderdeeltje is, dat ik er
+moeder nooit over heb hooren spreken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja,&rdquo; antwoordde Else verstrooid, &ldquo;denk je, dat ie
+zoo goed zit, zeg? Jij kunt er beter over oordeelen, van beneden
+af.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, ik vind &rsquo;t prachtig. Dat zal den spiegel opknappen,
+zoo&rsquo;n omlijsting.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Geef me dan die zwarte met bruin &rsquo;es aan.&rdquo;</p>
+
+<p>Go zwierde de sarong door de lucht, die juist neerkwam over
+Else&rsquo;s dik, blond haar: &ldquo;H&egrave;, waarachtig, &rsquo;t
+zou aardig staan, zoo&rsquo;n doek over je hoofd; wat &rsquo;n kleuren
+toch, h&egrave;?&rdquo; bewonderde ze zich in den spiegel.</p>
+
+<p>Daar werd geklopt.</p>
+
+<p>Go, die juist &rsquo;n streep trok, liet met &rsquo;n zenuwschok
+&rsquo;t potlood uit haar hand vallen; Else stond als verstard, de
+sarong beschermend tegen haar borst gedrukt.</p>
+
+<p>&ldquo;De juffrouw,&rdquo; bewogen Go&rsquo;s lippen, zonder geluid
+te geven: ze zag zich al op straat gezet; de krassen, die Else&rsquo;s
+hakken op de schrijftafel hadden gemaakt, dansten voor haar oogen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11">11</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Binnen,&rdquo; klonk &rsquo;t toen, wanhoops-moedig.</p>
+
+<p>De deur werd langzaam opengewerkt, de canap&eacute; verschoof
+&rsquo;n endje; om den hoek kwam een lachend jongensgezicht, dat naar
+den chaos op tafel, de vreemde figuur in de hoogte, de ladenpyramide
+keek en toen verlegen begon: &ldquo;O, excuseer, ik kom, geloof ik,
+niet erg gelegen....&rdquo;</p>
+
+<p>Maar de beschermende vestingwerken stortten met donderend geweld
+ineen, Go viel met beide handen uitgestrekt over de canap&eacute; naar
+den weifelaar toe en jubelde in verrukking: &ldquo;O, Han, ben jij
+&rsquo;t? Wat ben ik vreeselijk blij! We dachten, dat &rsquo;t de
+juffrouw was; kom toch binnen&mdash;hoe heerlijk&mdash;dat is Elsi, je
+kent &rsquo;er toch.... moeder&rsquo;s nichtje.... m&rsquo;n neef
+Henri.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Niet z&oacute;&oacute;,&rdquo; bracht Han in &rsquo;t midden,
+en nu br&aacute;k de spanning: Else wierp de sarong af, liet zich
+neervallen op den schoorsteen en barstte in &rsquo;n onbedaarlijk
+lachen uit; Go liep heen en weer, van den eenen kant naar den anderen,
+telkens weer wat afgooiend, wat &rsquo;n nieuwe proestbui veroorzaakte,
+en Han, wat vaderlijk, want hij was al vierde-jaars, keek naar de
+uitgelaten, knappe, gezonde kinderen, zachtjes meelachend, en dan weer
+zeggend: &ldquo;Maar bedaar toch; wat is er nu eigenlijk gebeurd? Wat
+voer jullie uit? Zal ik weggaan?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, nee,&rdquo; schudde Go, &ldquo;we zijn juist blij, dat
+je er bent.... maar we schrikten zoo vreeselijk; we dachten, dat
+&rsquo;t de juffrouw was.... wat zou die wel gezegd hebben!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar m&rsquo;n hemel: de ploerterij! Wat komt dat er nou op
+aan!&rdquo; vroeg Han, die nog altijd de &ldquo;clou&rdquo; niet
+begreep.</p>
+
+<p>&ldquo;Elsi heeft krassen gemaakt in haar tafel, en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12">12</a>]</span>we willen haar
+boeltje er uit hebben, en alles veranderen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Mag ik dan misschien meehelpen?&rdquo; bood Han aan,
+z&rsquo;n handschoenen uittrekkend. &ldquo;Als u van die hoogte afkomen
+wilde, juffrouw Gerzon, zou ik den spiegel kunnen drapeeren. Dat is
+geen werk voor meisjeshanden.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, dol, ja,&rdquo; zei Go, &ldquo;als jij helpt, zal &rsquo;t
+opschieten.... maar vin-je &rsquo;t niet vervelend? Dat je nu net
+zoo&rsquo;n rommel treft....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik vind &rsquo;t prettig, wezenlijk,&rdquo; en hij hielp Else
+voorzichtig naar beneden, &ldquo;dan dien ik toch nog &rsquo;s ergens
+voor.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar hoe kom je hier? Hoe wist je ons adres?&rdquo; Go had
+zich nooit zoo heel veel aan dien neef gelegen laten liggen, had
+&rsquo;m fattig gevonden en blas&eacute;. Nu, hier, in deze stad van
+louter vreemde menschen, voelde ze &rsquo;n innige vriendschap,
+&rsquo;n groote dankbaarheid voor z&rsquo;n hartelijkheid. Hij bracht
+haar in herinnering de familieavondjes thuis, bij verjaardagen in het
+ouderwetsche salon, met de piano in den hoek; hij stond in verband met
+het lieve, vertrouwde leven, dat ze nu verlaten had.</p>
+
+<p>&ldquo;Moeder schreef me, dat je vader bij hen was geweest, en je
+adres had opgegeven.&mdash;Ze vroeg of &rsquo;k eens wilde gaan kijken,
+hoe je &rsquo;t maakte....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Schrijf niks van den rommel,&rdquo; lachte Go, &ldquo;want
+dan rijzen m&rsquo;n keurige moesje de haren te berge.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik zal hun vertellen, hoe je kamer er uitziet, als ze in orde
+is.&rdquo;</p>
+
+<p>Go was nu klaargekomen met de laden, en zat ringetjes aan de
+tochtdekens te naaien. Else schikte beukeblaren en Judaspenningen in de
+vazen, legde <span class="pagenum">[<a id="pb13" href=
+"#pb13">13</a>]</span>kleedjes over de kleine tafeltjes, stil-gracieus
+in haar bewegingen, met &rsquo;n verhoogde kleur van opwinding. Ze
+hield anders niet van de familie van Go&rsquo;s vader, &rsquo;t waren
+burgerlijke, stijve menschen, waar ze niet mee opschieten kon, maar
+d&eacute;ze neef was aardig, &rsquo;n gentleman, nette manieren,
+aangenaam uiterlijk; z&rsquo;n stem zelfs iets geaffecteerd, maar
+prettig om naar te luisteren, en hij praatte zoo makkelijk....</p>
+
+<p>&ldquo;Toen &rsquo;k de juffrouw naar m&rsquo;n nichtje vroeg, zei
+ze dadelijk, dat ik maar door moest gaan.... daardoor kwam &rsquo;k zoo
+binnenvallen....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We kennen nog heelemaal niemand hier, daarom is &rsquo;t zoo
+heerlijk &rsquo;n bekend gezicht,&rdquo; zei Go.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar je hebt toch wel al college gehad.... letteren,
+h&egrave;?... ja, ik ken bijna alleen juristen&mdash;maar hoe bevallen
+je de menschen? En de proffen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och, van de studie kan ik natuurlijk nog niets
+zeggen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Eerste jaar niet,&rdquo; onderbrak hij.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar de omgeving, de menschen vallen me vreeselijk tegen....
+Ik had me altijd voorgesteld &rsquo;n groote, hooge, witte zaal met
+oploopende banken, en de professor op &rsquo;n soort preekstoel....en
+dan heel veel beschaafde heeren, en &rsquo;n enkel meisje, die allemaal
+zaten te luisteren....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En luisteren ze niet?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik heb &rsquo;t eerste college n&iacute;et kunnen luisteren
+van de teleurstelling.... daar zaten we in &rsquo;n gewone leelijke
+kamer, met gebloemd behangselpapier, allemaal aan <span class="corr"
+id="xd0e294" title="Bron: tafeljes">tafeltjes</span> met
+stoelen....onnoemlijk veel meisjes, en wat schunnige
+jongetjes....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, letteren hebben in de Kloksteeg....maar u studeert
+rechten, is &rsquo;t niet juffrouw Gerzon; u bent dus in de
+universiteit.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb14" href=
+"#pb14">14</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Ja, en die is wel mooi.... ik vind &rsquo;t binnenkomen er
+altijd prettig: zoo koel en zoo rustig.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik denk, dat u wel gauw &rsquo;t buiten-komen n&oacute;g
+prettiger zult vinden.... Ach ja, &rsquo;t blijft &rsquo;n school,
+alleen met gr&oacute;&oacute;te kinderen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar ieder studeert nu toch z&rsquo;n lievelingsvak,&rdquo;
+wierp Go tegen. &ldquo;Dat is op school heel anders; daar moeten
+talen-menschen wiskunde leeren, en wiskunde-hoofden worden met talen
+volgepropt. Hier kies je zelf. Nee, ik verheug er me wel
+op....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Jeugdig enthousiasme hoor,&rdquo; zei Han, de schrijftafel op
+z&rsquo;n plaats sjouwend. Je blijft hier net zoo goed gedwongen
+allerlei dingen te leeren, die je niet schelen kunnen, als vroeger....
+Kijk: ik verlang advocaat te worden, met hart en ziel.... ik vind
+&rsquo;t iets prachtigs. En toch zijn er colleges, die &rsquo;k graag
+met tien spiegel-draperie&euml;n af zou koopen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hij is beeldig,&rdquo; bewonderde Else. &ldquo;Nu is &rsquo;t
+heusch in orde.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Heb je ooit zoo&rsquo;n pracht van &rsquo;n kamer
+gezien!&rdquo; riep Go, terwijl Else voorzichtig &rsquo;n paar beeldjes
+en vaasjes van de juffrouw in de gang zette, meteen &rsquo;t oudste
+meisje opdragend &ldquo;&rsquo;n ons lekkere koekjes&rdquo; te
+halen.</p>
+
+<p>&ldquo;Nu krijg je voor belooning, wat thee en gezelligheid,&rdquo;
+praatte Go door, &ldquo;je bent onze eerste gast.&rdquo;</p>
+
+<p>En toen Else, even later, rondging met de koekjes op &rsquo;n mooi
+kristallen schaaltje uitgespreid, voelde ze voor &rsquo;t eerst de
+aangename emotie van het zelf-ontvangen in eigen huishouden. <span
+class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15">15</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e317" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk III.</h2>
+
+<p>&ldquo;Os en ui,&rdquo; constateerde Go, die de schaaltjes
+ge&iuml;nspecteerd had, zoodra de juffrouw de deur achter zich had
+gesloten.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar dat kan ik niet eten, die ellendige uien, en dat vleesch
+is zoo zwart en onsmakelijk, dat je al n&aacute;&aacute;r wordt van
+&rsquo;t zien: &rsquo;t is nu al de derde keer van de week, dat we dit
+menu krijgen!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nijdas,&rdquo; plaagde Go, die, thuis gewend aan eenvoudig
+eten en met &rsquo;n nooit falenden, gezonden honger, onverschilliger
+op dit punt was. &ldquo;U moet weten: de <i>n</i> is hier anorganisch;
+Duitsch <i>eidachs</i>.... heel interessant woord. Zie Franck of
+m&rsquo;n dictaatcahier van dezen middag.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hou hier je goeje humeur maar &rsquo;s bij,&rdquo; bromde
+Else nog, &ldquo;als de kachel er niet was, waarachtig&mdash;ik zou
+wanhopig worden.&rdquo;</p>
+
+<p>De troostende kachel was &rsquo;n gezellig open haardje, dat den
+vorigen Zaterdag, toen ze naar huis waren, was gezet. Else had er
+dadelijk groote beuken blokken voor besteld, en nu stond &rsquo;t te
+knetteren en te vlammen, dat &rsquo;t &rsquo;n lust was, alle muffe
+vochtigheid uit de kamer verdrijvend.</p>
+
+<p>&ldquo;Zou je er niet bij gaan zitten?&rdquo; vroeg Go na &rsquo;n
+poosje, toen Else met &rsquo;n somber gezicht ijsbeeren <span class=
+"pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16">16</a>]</span>bleef van den eenen
+hoek van de kamer naar den anderen, telkens met afkeer &rsquo;n klein
+stukje vleesch of &rsquo;n schepje aardappel-met-ui van haar bord
+oppikkend.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, voor z&oacute;&oacute;&rsquo;n maaltijd
+niet,&rdquo;&mdash;en toen schuivend met &rsquo;r pantoffeltjes over
+&rsquo;t zeil om de kachel&mdash;&ldquo;voor &rsquo;t spatten van de
+vonken,&rdquo; had de juffrouw gezegd&mdash;&ldquo;da&rsquo;s glad,
+zeg, zeker gewreven.&rdquo; En ze gleed er langzaam overheen.</p>
+
+<p>&ldquo;H&eacute;...., leuk&mdash;laat &rsquo;s voelen,&rdquo; en Go
+sprong op, al etende. &ldquo;Lekker&mdash;laten we glijbaantje spelen,
+Elsi, dan smaakt &rsquo;t eten meteen beter.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Jij niet met je laarzen; dat maakt krassen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;k zal ze uitdoen.&mdash;Zoo, jij eerst.... neem
+&rsquo;n aanloop.&rdquo;</p>
+
+<p>In &rsquo;n oogenblik waren ze er &ldquo;in&rdquo;: hun wangen
+begonnen te gloeien; lachend en jolig gleden ze dicht achter elkaar,
+vielen soms bijna, balanceerden langs den kachelgloed.</p>
+
+<p>&ldquo;Dat zeil hoeft in weken niet gewreven te worden; wij
+politoeren het.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Neem nog &rsquo;n stukje vleesch; dat vorige is al lang
+verteerd bij zooveel beweging.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Verbeeld je toch, dat iemand ons z&oacute;&oacute; eens
+zag,&rdquo; proestte Else &rsquo;t opeens uit, die in Den Haag altijd
+&rsquo;t keurigste dametje van de wereld was, en nu de neerzakkende
+haren vergeefs in de hoogte trachtte te houden.</p>
+
+<p>&ldquo;En wat zouden ze thuis zeggen,&rdquo; zei Go, &rsquo;n beetje
+peinzend, zich op &rsquo;t lage stoeltje neerlatend.</p>
+
+<p>Het verwonderde haar zelf, dat ze in &rsquo;n paar weken zich hier
+al zoo heelemaal ingeleefd voelde, zoo gewoon vertrouwelijk met Else en
+gewend aan hun levenswijze. Den eersten Vrijdag, dat ze naar huis was
+geweest, had &rsquo;t weerzien haar &rsquo;n <span class="pagenum">[<a
+id="pb17" href="#pb17">17</a>]</span>hevige emotie gegeven; ze had
+&rsquo;t gevoel gehad, weken lang weg te zijn geweest, had druk van
+alles door elkaar verteld, zich vergissend met de dagen, alles dooreen
+haspelend, en al maar willen weten, wat thuis gebeurd was, niet
+kunnende begrijpen, dat alles z&rsquo;n gewone gang bleef gaan&mdash;en
+&rsquo;s nachts was ze wakker geworden van moeder, die over haar heen
+gebogen stond en met zachte, innige zoenen haar kuste over haar heele
+gezicht...</p>
+
+<p>Maar dien tweeden Maandag was &rsquo;t afscheid heel rustig en veel
+minder pijnlijk geweest; de nieuwe dingen, de nieuwe menschen namen
+haar aandacht in beslag; alleen soms, in schemer, of &rsquo;s nachts,
+als ze in de groote, donkere kamer lag...</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg,&rdquo; zei Else, de kammen in haar haar vaststekend,
+&ldquo;ik heb nog honger. Wat hebben we nog in de kast?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kaakjes, maar die zijn oudbakken en vochtig.... en
+flikjes.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We kunnen de kaakjes wel roosteren in de kachel.... op
+&rsquo;n vork&mdash;en de flikjes ook.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar je schroeit van de hitte.&rdquo; Go hield haar servet
+voor haar gezicht, de arm zoover mogelijk uitgestrekt. &ldquo;Pas op,
+de jouwe valt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Smaakt lekker,&rdquo; keurde Else, voorzichtig
+kleine hapjes nemend van de heete kaak; &ldquo;een eigenaardig
+smaakje.... vanille of zoo, komt er aan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar we kunnen er toch ons maal niet mee doen,&rdquo; zuchtte
+Go, &rsquo;n slap flikje in haar mond latend glijden. Ze zag purper van
+den gloed, en de zware, zwarte krullen, die uit haar kapsel springend
+over haar slapen hingen, wuifden heen en weer door de trilling van de
+heete lucht. &ldquo;We lijken wezenlijk wel stokers&mdash;en de
+juffrouw zal <span class="pagenum">[<a id="pb18" href=
+"#pb18">18</a>]</span>niet begrijpen, wat ons bezielt. &rsquo;t Is al
+half zeven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg, laten we naar Ceres gaan. &rsquo;t Is
+dichtbij.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ceres.... nou.... maar heb-je dan nog trek in boonen of
+zoo?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;n toespijs, ommelet of zoo iets.... Bij ons op
+college zijn er meisjes, die er altijd eten; &rsquo;t moet er goed
+zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar zou de juffrouw &rsquo;t niet gek vinden.... niets
+begrijpen....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar m&rsquo;n hemel, de ploerterij!&rdquo; praatte Else Han
+na. &ldquo;Kom, trek gauw je laarzen aan; &rsquo;t is niet
+ver.&rdquo;</p>
+
+<p>Even later liepen ze samen op &rsquo;t donkere grachtje; ze waren
+nog nooit &rsquo;s avonds uit geweest, doorlevend als thuis, waar
+meisjes dat ook niet deden. Maar dien middag, geanimeerd door &rsquo;t
+uitgelaten spel, tintelend van levenslust en jeugd, proefden ze de
+zoetheid van hun heelemaal-vrij-zijn; en, Go&rsquo;s arm grijpend in
+&rsquo;n warme verrukking, zei Else opeens: &ldquo;Dol toch, h&egrave;,
+zoo saampjes; en te kunnen doen, wat je wilt.&rdquo;</p>
+
+<p>Het was stil op straat, nog stiller dan gewoonlijk: de meeste
+menschen waren thuis, aan den maaltijd. Onder den lichten, ster-witten
+hemel stonden de kale boomen, waar nog slechts hier en daar &rsquo;n
+welkend blad aan hing, onbeweeglijk met uitgestrekte takken. De huizen
+waren dichte, doode dingen. Maar op &rsquo;t water, daar leefden
+rillend de lantaarnschijnsels en de roode lichten der booten; daar kwam
+&rsquo;n donkere, puffende motorboot langzaam doorheen hijgen,
+wegduikend onder &rsquo;t oude ophaalbrugje, dat tooverachtig lichtte
+tegen den donkeren huizenachtergrond.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat mooi,&rdquo; zei Go zacht, &ldquo;wat &rsquo;n beeldig
+oud grachtje!&rdquo;</p>
+
+<p>Er kwam &rsquo;n jongen aan, rinkelend met z&rsquo;n stok; <span
+class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19">19</a>]</span>&rsquo;n paar
+huizen van haar af bleef hij staan, begon te fluiten; &rsquo;n verlicht
+raam werd opgeschoven, &rsquo;n jongensstem riep:
+&ldquo;Hallo!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Laat je de sleutel neer?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, kom maar boven, de deur staat aan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Daar woont &rsquo;n student,&rdquo; zei Else, nog &rsquo;s
+even omkijkend, &ldquo;&rsquo;t is dicht bij ons.... dat was zeker hun
+clubfluitje, h&egrave;?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja; wat klonk &rsquo;t leuk!&rdquo;</p>
+
+<p>Ze waren nu bij &rsquo;t lichte huis op de Breestraat gekomen,
+gingen naar binnen, onzeker en &rsquo;n beetje verlegen. &rsquo;n
+Onaangename etenslucht kwam hun in de gang al in den neus: &ldquo;Hier
+ook ui, hoor,&rdquo; lachte Else. Maar &rsquo;t zaaltje binnen,
+vriendelijk met wit tafelgoed, bloemen en eenvoudige muurversieringen
+deed haar prettig aan, en &rsquo;t gedempte stemmengerucht gaf &rsquo;n
+warm gevoel van intimiteit.</p>
+
+<p>Terwijl ze &rsquo;n tafeltje zochten, fluisterde Else opeens
+blozend: &ldquo;Kijk &rsquo;s; Han.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Waar?&rdquo; en Go wilde dadelijk op &rsquo;m afstappen, maar
+hij zat met &rsquo;n clubje vrienden, groette vormelijk-beleefd, waarna
+de anderen de hoofden tot &rsquo;m overbogen, zacht praatten, en daarna
+zijdelings naar hen bleven gluren.</p>
+
+<p>Ze bestelden een ommelet, maar hadden eigenlijk alleen
+belangstelling voor hun omgeving; overal zaten clubjes studenten te
+eten, niet met gezichten, zooals ze zich op college hielden, maar
+levendig en jolig, met klaterende lachbuien en doorklinkende
+uitroepen.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat zijn jongens toch leuk en gezellig met elkaar,&rdquo;
+zuchtte Else, terwijl ze langzaam &rsquo;t hoofd van Han&rsquo;s clubje
+afwendde. &ldquo;Je kunt zoo zien: ze hebben allemaal aan zich-zelf
+genoeg.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb20" href=
+"#pb20">20</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Nu, dat hebben wij toch &oacute;&oacute;k wel; denk maar
+&rsquo;s aan die glijpartij.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja,&rdquo; peinsde Else, &ldquo;zou Han hier altijd
+eten?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;k Weet niet; misschien alleen in tijden van
+geldgebrek.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Smaakt heel goed; we konden wel &rsquo;s meer hier
+gaan, h&egrave;?&rdquo; vroeg Else, &rsquo;t hoofd dieper buigend, want
+eenige jongens waren opgestaan, fixeerden haar in &rsquo;t langs-gaan
+met bewonderende blikken. Go zag &rsquo;t, zei eenvoudig: &ldquo;Die
+vinden je mooi, zeg, gaan bepaald informeeren, wie je bent,&rdquo; en
+merkte niet, dat uit &rsquo;t andere zaaltje algemeen de aandacht werd
+gewijd aan h&aacute;&aacute;r sprekend, frisch gezicht, waarin de
+groote grijs-blauwe oogen levenslustig straalden.</p>
+
+<p>&ldquo;Ze gaan weg,&rdquo; zei Else zachtjes, de vork neerleggend.
+Maar nu kwam Han naar haar toe.</p>
+
+<p>&ldquo;Eet u vandaag hier, dames?&rdquo; vroeg hij verwonderd.
+&ldquo;Heeft de juffrouw u dan t&ograve;ch weggejaagd?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, alleen maar op rantsoen gesteld,&rdquo; lachte Else,
+&ldquo;we hadden nog honger, en zijn daarom nog even &rsquo;n ommelet
+komen eten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, dus u bent al klaar; &rsquo;n paar vrienden van me wilden
+graag aan u voorgesteld worden, ook om &rsquo;n verzoek.... zoudt u dat
+goed vinden?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Uitstekend,&rdquo; zei Else verward, terwijl Go ging
+betalen.</p>
+
+<p>Even later stonden ze, allemaal &rsquo;n beetje verlegen, voor de
+stoep van Ceres, in &rsquo;n clubje.</p>
+
+<p>&ldquo;Vinden jullie goed, als we &rsquo;n endje oploopen, dan
+praten we makkelijker,&rdquo; zei Han, &ldquo;nee, niet allemaal op
+&rsquo;n rijtje.&rdquo; En hij ging met Else vooruit.</p>
+
+<p>&ldquo;Heerlijk, de Breestraat bij avond,&rdquo; zuchtte Go
+bewonderend. &ldquo;Ik heb nooit &rsquo;n straat als de Breestraat
+gezien.... Dat is nu zoo iets, waar je altijd <span class="pagenum">[<a
+id="pb21" href="#pb21">21</a>]</span>heelemaal in &rsquo;t midden moet
+loopen, met al die groote huizen aan twee kanten ver van je af.... dat
+geeft zoo&rsquo;n koninklijk gevoel.&rdquo;</p>
+
+<p>De blonde jongen naast haar&mdash;Leeden geloofde ze, dat Han
+zei&mdash;lachte met &rsquo;n kort, nerveus lachje. Hij had &rsquo;n
+forsche, hooge gestalte, en &rsquo;n stoere, rustige Germanekop, zooals
+ze zich altijd Ferdinand Huyck had voorgesteld; z&rsquo;n oogen waren
+vriendelijk en open, al meende ze nu ook: &ldquo;wat &rsquo;n echt
+kind&rdquo; er in te lezen.</p>
+
+<p>&ldquo;Het stadhuis is heel mooi, &rsquo;s avonds,&rdquo; zei hij
+met z&rsquo;n scherpe stem.</p>
+
+<p>&ldquo;Het stadhuis, o, dat is heerlijk, en het carillon! Maar
+&eacute;&eacute;n ding heeft me vreeselijk teleurgesteld. U moet weten,
+Han had heel vroeger, toen hij pas hier was, me eens verteld, dat hier
+&rsquo;n torenwachter was, die &rsquo;s nachts om twaalf uur naar alle
+windhoeken op z&rsquo;n hoorn blies; daar had ik me wonderen van
+voorgesteld.... Ik was toen pas op &rsquo;t gymnasium, maar altijd als
+ik aan Leiden dacht, kwam die torenwachter er bij.... ik vond &rsquo;t
+zoo sprookjesachtig.... en ik was vast van plan &eacute;&eacute;n van
+de eerste nachten hier om twaalf uur op de Breestraat te gaan staan, om
+&rsquo;t te hooren.... En nu, toen ik hier kwam, hoorde ik, dat hij er
+niet meer was....&rdquo;</p>
+
+<p>Aan haar anderen kant liepen &rsquo;n slanke, veerkrachtige jongen,
+dien de blonde: Elders noemde, en &rsquo;n smalle, zwak-uitziende
+droomer-figuur, die met z&rsquo;n melancolieke oogen door z&rsquo;n
+lorgnet haar, terwijl ze sprak, dwepend fixeerde.</p>
+
+<p>&ldquo;Dat idealisme zal hier wel gauw vertrapt worden,&rdquo;
+mompelde hij voor zich heen; waarna Elders, zonder zich aan zijn
+woorden te storen, levendig inviel: <span class="pagenum">[<a id="pb22"
+href="#pb22">22</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Maar laten we nu tot ons eigenlijk doel komen en juffrouw
+Herderts vragen, wat ze van ons plan denkt. We zijn namelijk allen lid,
+Han is zelfs praeses van &rsquo;n letterkundige club: &ldquo;Laborando
+vincimus.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Het is geen faculteitsvereeniging,&rdquo; vulde Leeden aan,
+&ldquo;maar we trachten de superieure elementen uit alle faculteiten
+bij elkaar te brengen...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Anders dan genie&euml;n worden er niet geduld,&rdquo;
+verzekerde Elders.</p>
+
+<p>&ldquo;Vooral ook, omdat de verschillende studierichtingen de
+zekerste waarborg zijn tegen eenzijdigheid,&rdquo; ging de scherpe stem
+onverstoorbaar voort. &ldquo;Er ontbreekt in onze vereeniging maar
+&eacute;&eacute;n ding.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Een gr&oacute;&oacute;t ding,&rdquo; zei de droomer.</p>
+
+<p>Go keek met haar groote oogen ze een voor een angstig aan; ze voelde
+&rsquo;t komen en was bang en gevleid.</p>
+
+<p>&ldquo;We hebben geen meisjes.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ons ontbreekt de vrouw.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Na elke vergadering moet de ploerterij &rsquo;n nieuw
+tafelkleed geven, z&oacute;&oacute; is er met bier en thee
+gemorst,&rdquo; spotte Elders, maar Leeden schudde afkeurend &rsquo;t
+hoofd. &ldquo;Daarom is &rsquo;t niet,&rdquo; zei hij eenvoudig.
+&ldquo;&rsquo;t Is, omdat &rsquo;t dwaas en verkeerd is, zoo&rsquo;n
+vereeniging alleen onder jongens te houden; omdat voor ons zeker, en we
+hopen ook voor de meisjes, &rsquo;t veel beter en prettiger zijn zou,
+wanneer we samen leerden werken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Col-laboratie,&rdquo; vulde de in-zich-tevreden Elders
+aan.</p>
+
+<p>&ldquo;E&eacute;n meisje, dat Hoefman kende,&rdquo;&mdash;de
+dichterlijke droomer keek trotsch maar bescheiden&mdash;&ldquo;heeft
+&rsquo;t lidmaatschap van ons dispuut willen aannemen; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23">23</a>]</span>maar ik geloof
+zeker; ze vindt &rsquo;t niet prettig alleen te zijn, met acht
+jongens.... Nu heeft Herderts ons van u beiden verteld en wagen we u te
+vragen, of &rsquo;t u aangenaam zou zijn, als we u eens te hospiteeren
+vroegen, opdat we wederzijds beter kennis kunnen maken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Sprekend &rsquo;n huwelijksadvertentie,&rdquo; bromde
+&rsquo;t weer aan den anderen kant.</p>
+
+<p>&ldquo;En...&rdquo; hij zweeg, keek Go even afwachtend aan: haar
+wangen waren blozend van opwinding en verlegenheid, en hakkelend begon
+ze:</p>
+
+<p>&ldquo;Ik begrijp niet, hoe u op &rsquo;t idee van ons komt.... van
+Else wil &rsquo;k niets zeggen, maar ik heb heelemaal niets, geen
+talenten of zoo, en geen meeningen, en ik weet nergens iets van; u zou
+wezenlijk niets met me kunnen beginnen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;U hebt vizie,&rdquo; zei de droomer met &rsquo;n plechtige
+stem; waarop ze niets terugzeggen durfde.</p>
+
+<p>Maar Leeden lachte en trachtte te kalmeeren: &ldquo;U stelt &rsquo;t
+u allemaal veel te erg voor. Natuurlijk streven we er ernstig naar, om
+iets te praesteeren, maar gewoonlijk komt er toch nog maar zoo weinig
+van terecht. En u denkt nu, dat u niets te zeggen zult hebben, maar u
+weet niet, hoe gauw dat oefent. En trouwens wij allemaal....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Komen toch ook nog maar pas kijken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Jij tenminste, Hans,&rdquo; viel Leeden licht-ge&euml;rgerd
+uit. &ldquo;U moet ook denken: hospiteeren is niet iets bindends; we
+kunnen kijken, hoe &rsquo;t gaat. Maar zeg dan, of u dat tenminste wilt
+probeeren.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja graag, als Elsi ook wil,&rdquo; zei Go dapper.</p>
+
+<p>&ldquo;Daar zal Herderts wel voor zorgen. U krijgt dan nog &rsquo;n
+convocatie, wanneer de eerstvolgende vergadering is.&rdquo;</p>
+
+<hr class="tb">
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24">24</a>]</span></p>
+
+<p>&rsquo;n Half uurtje later kwamen ze stralend en opgewonden thuis.
+Else bleef in de gang haar handen wasschen, terwijl Go de deur van haar
+kamer openstootte. Het was er pik-donker. Ze waren met den sleutel
+binnengekomen, de juffrouw had ze niet gehoord, er was niemand, die
+verwelkomde, of helpen wilde. Ze was &rsquo;s avonds nog nooit
+uitgeweest, had heelemaal nog niet aan zoo&rsquo;n thuiskomst gedacht.
+Tastend zocht ze op den schoorsteen naar lucifers, toen over de
+tafel&mdash;ze stootte tegen de pan met melk, die de juffrouw op
+&rsquo;n bord al voor haar neer had gezet: &rsquo;n plomp, gevoelloos
+ding.</p>
+
+<p>En opeens, in de hooge zenuwspanning van haar opwinding, zag ze, hoe
+&rsquo;t thuis altijd &rsquo;s avonds was, wanneer ze uit was geweest:
+de lichte gang, de lichte kamer, en moeder met &rsquo;t naaiwerk, die
+&rsquo;r zoende, en vroeg, of &rsquo;t prettig was geweest.</p>
+
+<p>En neerbonzend met haar hoofd op de tafel, barstte ze in een wild
+snikken uit.</p>
+
+<p>Zoo vond Else haar, die glunder kwam vertellen, dat Han en zij
+elkaar al bij den naam noemden. <span class="pagenum">[<a id="pb25"
+href="#pb25">25</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e508" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk IV.</h2>
+
+<p>Het was op de eerste groote vergadering van de
+vrouwelijke-studenten-vereeniging, in de pauze. Ze hadden allemaal in
+&rsquo;n grooten kring zitten luisteren naar de lezing over &ldquo;De
+kinderwetten,&rdquo; de meesten in schommelstoeltjes, anderen op den
+grond, gestut door hun knie&euml;n; maar nadat &rsquo;t groote, blonde
+meisje met &rsquo;t rustig-verstandige gezicht ook de debatteerenden
+nog even kort maar overtuigend had geantwoord, had de opgewekte praeses
+de vergadering geschorst: &ldquo;om limonade te schenken, en nader
+kennis te maken,&rdquo; en met vroolijk geraas van opgelucht-zijn,
+omdat de ernst van &rsquo;n &ldquo;vergadering&rdquo; toch altijd iets
+drukkends had, waren alle lichte figuren opgestaan, op elkaar
+toegeloopen, dooreen gedwarreld, het statige bestuur had z&rsquo;n
+plaats achter de groene tafel verlaten en zich onder &rsquo;t
+&ldquo;vulgus profanum&rdquo; gemengd, er werd gelachen, geplaagd,
+ijverige huismoedertjes gingen rond met de limonade en de taartjes die
+op het biljart klaar stonden &ldquo;ter eere van de hospitanten,&rdquo;
+terwijl nu en dan &eacute;&eacute;n achter &rsquo;t scherm, dat de
+lekkernij-voorraad verborg, omwipte, om er &eacute;&eacute;ntje te
+snoepen, waarbij ze meestal in flagranti werd betrapt en luidruchtig
+gehoond. <span class="pagenum">[<a id="pb26" href=
+"#pb26">26</a>]</span></p>
+
+<p>De zaal had een kleurig, levendig aanzien, met al die vroolijke,
+licht-gekleede jeugd. Zelf sober en rustig met donker-effen behangsel,
+waarop foto&rsquo;s van klassieke beelden, een eenvoudig, smaakvol
+meubilair en warm-tintige rustbanken in de hoeken&mdash;werd door niets
+het harmonisch lijn- en kleurenbeweeg van de onbezorgd-vroolijke, in
+&rsquo;t oogenblik levende jonge vrouwen gestoord. En Go, die, &rsquo;n
+beetje achteraf, tegen den muur leunde, en stil toekeek, hoe geanimeerd
+de gesprekken waren, hoe levendig en uitdrukkingsvol de meeste frissche
+gezichten, moest onwillekeurig glimlachen, als ze dacht, hoe de
+menschen vaak &ldquo;meisjesstudenten&rdquo; nog beschouwden&mdash;als
+leelijke, onvrouwelijke, bleeke stumperts&mdash;terwijl ze hen hier
+zag, elegant en bloeiend als weelde-artikel-meisjes, maar met een
+bezieling en overtuiging in haar stemmen en oogen, die ze maakte tot
+bewuste vol-menschen.</p>
+
+<p>Aan den overkant van de zaal stond Else met &rsquo;n clubje
+rechten-collega&rsquo;s,meest Haagsche meisjes, met de gemakkelijke
+manieren en van-zelf-glijdende conversatie, van die veel uitgaan.</p>
+
+<p>Go voelde zich daaronder wel een beetje beklemd; zij had altijd te
+veel in haar groote familie geleefd, te zeer waren haar bezoeken tot
+ooms en tantes beperkt gebleven, om zich tegenover vreemden, die niet
+van thuis, en niet van familie-omstandigheden wisten, vrij en open te
+voelen.</p>
+
+<p>Eerst toen ze &rsquo;n meisje van college ook alleen zag staan, ging
+ze er schuchter naar toe, stak haar hand uit. &ldquo;Je heet Lize
+h&egrave;.... Lize Schermer?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja,&rdquo; zei de ander, verbaasd en niet te vriendelijk. Ze
+had een bizonder leelijk, melancoliek gezicht: met haar
+breed-vooruitspringenden mond, wijkenden neus en diepliggende, donkere
+oogen, <span class="pagenum">[<a id="pb27" href=
+"#pb27">27</a>]</span>deed ze denken aan een aap, en het berustende
+heimweh, dat uit haar heele verschijning sprak, was hetzelfde, dat de
+uit &rsquo;t zonnige zuiden naar dit koude land overgeplaatste dieren
+zoo roerend maakt.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar jij bent hier toch niet voor &rsquo;t eerst,&rdquo;
+praatte Go door, &ldquo;je bent toch al tweede jaars.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ben er voor &rsquo;t laatst; &rsquo;k ga er
+uit.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&eacute;, vin-je &rsquo;t hier dan niet prettig? Ik krijg
+zoo&rsquo;n mooien indruk vanavond, en &rsquo;t is toch
+goed....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik heb geen tijd om er altijd naar toe te gaan, en dan kan ik
+m&rsquo;n geld wel beter gebruiken.... Ik studeer niet voor de
+aardigheid. Ik moet later voor mezelf zorgen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ook,&rdquo; zei Go eenvoudig. &ldquo;Maar je kunt toch
+niet altijd werken, zonder ophouden, en dan lijkt dit me juist
+zoo&rsquo;n uitstekende ontspanning: ontwikkelend,
+gezellig....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou, zet gezellig maar voorop. Ontwikkeling zul-je hier niet
+veel halen. De meeste meisjes studeeren zoo weinig ernstig. &rsquo;t Is
+maar &rsquo;n pretje, &rsquo;n afleiding. Vroeger maakten ze
+handwerkjes om den tijd te dooden, en nu komen ze studeeren, omdat dat
+toch wel zoo vermakelijk is.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar de meesten doen &rsquo;t toch wezenlijk uit overtuiging,
+roeping!&rdquo; Go had een kleur gekregen, en voelde zich
+pijnlijk-opgewonden worden onder de afbrekende woorden van het sombere
+vrouwtje.</p>
+
+<p>&ldquo;Roeping! Maar m&rsquo;n hemel, wie doet d&aacute;&aacute;r
+tegenwoordig nog aan! Denk je wezenlijk, dat &eacute;&eacute;n van de
+meisjes, die je hier ziet, alleen uit roeping haar vak gekozen heeft,
+en iedere levensverandering zou afwijzen, omdat haar studie haar boven
+alles gaat.... Maar dat is trouwens bij <span class="pagenum">[<a id=
+"pb28" href="#pb28">28</a>]</span>mannen meestal &rsquo;t zelfde;
+alleen die drijft tenminste de noodzakelijkheid, &rsquo;t heilige
+moeten, dat de menschen tot heel wat hoogs en groots brengen kan. Maar
+nu ook d&iacute;e prikkel ontbreekt bij bijna alle
+vrouwen....&rdquo;</p>
+
+<p>Op het hamergeklop van de praeses was Go naar haar plaats geloopen;
+er zou nog &rsquo;n stelling verdedigd worden, met gelegenheid tot
+debatteeren.</p>
+
+<p>Maar telkens moest ze het verdere gedeelte van den avond even
+&rsquo;t hoofd wenden naar den hoek, waar Lize Schermer zat, den
+bitteren trek om de hard-gesloten lippen, het heimweh in haar oogen
+naar &rsquo;n zonniger land.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Om half elf, nadat ze de glazen en kopjes &rsquo;n beetje opgeruimd
+hadden, gingen ze in clubjes naar huis. Go was nog even naar Lize
+toegegaan, om, in &rsquo;n warm meelijden, te vragen, of ze denzelfden
+kant uit moest, maar ze had kort geantwoord, dat ze heelemaal buiten
+woonde, was toen in &rsquo;n donkere regenmantel met verkleurende
+strepen, weggegleden als &rsquo;n schim.</p>
+
+<p>Toen waren Else en zij met vier ouderejaars de stille stad
+doorgetrokken. Ze zouden eerst een meisje wegbrengen, dat op &rsquo;t
+Noordeinde woonde, en liepen nu het plechtig-zwijgende Rapenburg langs.
+De hooge huizen stonden onbeweeglijk en ook het water kabbelde niet.
+Het was, of alles in &rsquo;n oogenblik van volmaaktheid was verstard,
+en vanzelf temperden ze hun overmoedig-luide voetstappen.</p>
+
+<p>&ldquo;Jullie worden toch allebei lid van de club zeker?&rdquo;
+vroeg &eacute;&eacute;n der oudere meisjes.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, ik geloof, dat het er prettig is, &rsquo;n hartelijke
+geest heerscht er, en alles is aardig ingericht....&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29">29</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Ik vind,&rdquo; zei &rsquo;n andere oudere weer, &ldquo;dat
+je d&aacute;n eerst er over oordeelen kunt, wat ons studentenleven is,
+als je ons clubleven hebt meegemaakt. Als je je terugtrekt, alleen
+college loopt, is je leven niet zoo heel verschillend van dat van
+onderwijzeressen of zoo. &rsquo;t Is juist ons samenleven, ons
+vereenigings-leven, dat van &rsquo;t gewone vrouwenbestaan afwijkt. We
+staan in verbinding met de zustervereenigingen aan andere
+universiteiten, we zenden afgevaardigden, als er feest is.... en alles
+onder meisjes.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat vind ik nu juist jammer,&rdquo; kwam Go opeens, met haar
+heldere, besliste stem. Ze had den heelen avond bijna niets gezegd, ook
+nu onder weg niet, en alle hoofden bogen verwonderd en belangstellend
+naar haar kant, nu ze, zonder eerst in lichtere gesprekken zich
+&rsquo;n beetje te hebben doen kennen, opeens met &rsquo;n overtuiging
+kwam. &ldquo;Ik meen, dat we zoo heelemaal niets met &rsquo;t corps te
+maken hebben, dat we twee gescheiden vereenigingen zijn.... Ik had
+gedacht....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Op de kroeg wordt geen enkele vrouw toegelaten,&rdquo; viel
+Mary Bruining, &rsquo;n ernstig, donker meisje, in, &ldquo;en ik
+geloof, dat ze gelijk hebben en dat de maatregel meer is genomen uit
+angst voor de ongebondenheid der heeren&mdash;, dan uit afkeer voor de
+dames-studenten. Omdat voor ons dergelijke bezwaren niet bestonden,
+hebben we introductie voor jongens mogelijk, ofschoon niet makkelijk
+gemaakt. De studenten zijn voorloopig niet z&oacute;&oacute;, dat we
+van houding veranderen kunnen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar komt &rsquo;t een niet door &rsquo;t ander?&rdquo; riep
+Go levendig, en haar kinderlijk-ge&euml;motioneerde stem stak sterk af
+bij de rustige zekerheid van <span class="pagenum">[<a id="pb30" href=
+"#pb30">30</a>]</span>haar bestrijdster. &ldquo;Was &rsquo;t niet onze
+plicht m&eacute;&eacute;r voor de jongens te zijn, en zou dan niet
+vanzelf alles anders worden? Nu ik zelf op kamers woon&mdash;en ik heb
+toch nog altijd Else&mdash;begrijp ik &rsquo;t pas, hoe vreeselijk
+&rsquo;t voor jongens, die altijd thuis zijn geweest, moet wezen, hier
+opeens in eenzaamheid op een ongezellige kamer te land te komen, hoe ze
+&rsquo;t er niet uit kunnen houden, en naar de kroeg of naar vrienden
+moeten loopen,&mdash;en dan weer niet naar huis willen, omdat ze weten,
+dat &rsquo;t er koud en donker zal zijn....&rdquo; En rillend dacht ze
+even aan haar eigen thuiskomst laatst, toen ze de lucifers niet had
+kunnen vinden, en er niemand was om haar te helpen.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik geloof, dat je overdrijft,&rdquo; zei Mary rustig.
+&ldquo;Zooals je daar &rsquo;t kamer-leven van jongens voorstelt, zoo
+voel jij &rsquo;t, en zoo zullen meer meisjes &rsquo;t voelen, omdat
+&rsquo;n meisje veel meer aan haar huis, haar familie en de
+gezelligheid is gehecht. De jongens, die hier hun corps, hun clubs, hun
+vrienden hebben, genieten meer van hun vrijheid, dan dat ze over
+eenzaamheid klagen. Vind-je, dat &rsquo;n student gewoonlijk &rsquo;t
+meelijden opwekt? Zie je hem niet veel meer als &eacute;&eacute;n op
+&rsquo;t hoogtepunt van z&rsquo;n kracht, z&rsquo;n verwachtingen,
+z&rsquo;n levensvreugde? Maar &agrave;ls er nu inderdaad eens jongens
+waren, die er onder leden, wat zouden we dan n&oacute;g
+kunnen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Onze vrouwelijkheid, onze zachtheid in hun leven brengen. Dat
+ontbreekt hun &rsquo;t meest, en dat kunnen wij, die bovendien hun
+collega&rsquo;s zijn, hun &rsquo;t beste geven. Dat is toch geen
+co-educatie, die zich beperkt tot &rsquo;t in dezelfde zaal college
+loopen, dezelfde studie volgen. Ik had me alles zoo anders, zooveel
+hartelijker voorgesteld, en <span class="pagenum">[<a id="pb31" href=
+"#pb31">31</a>]</span>&rsquo;t zou voor ons allemaal zoo goed zijn.
+Alle meisjes vinden toch niets heerlijker dan gezelligheid te kunnen
+geven, en zooveel meisjes zijn eenzaam, en voor de jongens.... we
+zouden elkaar aanvullen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik geloof dat hier weer &eacute;&eacute;n van de moderne
+dwaalbegrippen bestreden moet worden,&rdquo; oreerde nu &rsquo;n klein,
+in haar mantel gedoken wezentje, met de scherp-geaccentueerde stem van
+iemand, die gewend is te betoogen: &ldquo;nl. dat veel menschen de
+co-educatie z&oacute;&oacute; op de spits willen drijven, dat &rsquo;n
+meisje alleen nog maar vrienden, &rsquo;n jongen alleen vriendinnen
+hebben wil, dit ultra-modern principe grondend op &rsquo;n
+lang-overwonnen meening: dat de eigenschappen van man en vrouw elkaar
+aanvullen. Er is al meermalen met klem betoogd, dat specifiek
+vrouwelijke of mannelijke eigenschappen, eigenschappen uit kracht van
+hun geslacht, maar fictie zijn, tenminste in &rsquo;t gewone leven. Dat
+die volkomen &rsquo;t gevolg zijn van individueele aanleg, herediteit,
+omgeving, enz. Daar meisjes, die komen studeeren, gewoonlijk boven de
+middelmaat staan, zullen er zeer uiteenloopende, sterksprekende
+karakters onder zijn. Die brengt de club bij elkaar. Ieder kan zoeken,
+bij wie ze zich aansluiten wil; welke eigenschappen elkaar
+aanvullen.... Wat de jongens betreft, die hebben eveneens hun
+corps.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Waar ze n&iacute;et vinden, wat ze noodig hebben,&rdquo;
+verweet Go. &ldquo;Ik weet &rsquo;t zeker. Misschien hebben wij ze niet
+noodig; zij ons wel.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat zijn idealen, droomen, waarmee menig eerste-jaartje hier
+al aangekomen is. Dat slijt wel mettertijd, omdat je gauw staat voor de
+onmogelijkheid. De jongens moeten hun eigen weg vinden, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32">32</a>]</span>net als wij. We zijn
+niet in de jaren elkaar tot rustigen steun te kunnen zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze waren nu juist bij de kroeg, waar &rsquo;t licht door de
+neergelaten gordijnen siepelde. &rsquo;n Paar jongens liepen pratend de
+hardsteenen stoep op, en onwillekeurig volgde Go ze met verlangende
+oogen en dacht: &ldquo;Als ik nu &rsquo;s ze na ging, naar binnen, en
+aan allemaal m&rsquo;n evangelie van verbroedering
+verkondigde?&rdquo;</p>
+
+<p>Mary had den blik uit de groote, open oogen gezien. Ze was niet
+gerust over dat vertrouwende, gevoelige kind.</p>
+
+<p>&ldquo;Kom &rsquo;s bij me praten,&rdquo; zei ze hartelijk bij
+&rsquo;t afscheid, &ldquo;ik zou &rsquo;t prettig vinden, als we elkaar
+beter leerden kennen.&rdquo;</p>
+
+<p>En Go beloofde &rsquo;t: &ldquo;Ja graag, want ik ben hier nog zoo
+alleen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb33" href=
+"#pb33">33</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e592" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk V.</h2>
+
+<p>Go liep met groote, krachtige stappen over het Rapenburg, hield
+&rsquo;t hoofd &rsquo;n beetje achterover, dat de zon in haar blij-open
+oogen scheen, en lachte telkens eventjes van prettig herdenken. Het was
+&rsquo;n heerlijk bezoek geweest. En ze had er juist zoo tegenop
+gezien. Naar de andere professoren waren ze met hun drie&euml;n gegaan,
+Lou, Coba en zij, alle drie eerste-jaars. En dan was &rsquo;t vooruit
+meer grappig dan angstig geweest: ze hadden onder elkaar afgesproken,
+wat ieder zeggen zou, en in welke volgorde, en wie &rsquo;t sein tot
+opstaan zou geven, en dan na de visite hadden ze nog meer plezier
+gehad, omdat bijna niets van de voorgenomen offici&euml;ele conversatie
+was gekomen, en ze z&oacute;&oacute; genoeglijk en vertrouwelijk met
+den professor hadden zitten praten, dat ze slechts met moeite hadden
+kunnen weg komen.</p>
+
+<p>Maar naar professor De Ruiter had Go dadelijk besloten alleen te
+gaan; ze vond &rsquo;t wel heel griezelig en gewaagd, en had vooruit
+geen zinnetje kunnen bedenken, dat ze tegen zoo&rsquo;n geleerden man
+zou durven zeggen, maar op de colleges had hij haar z&oacute;&oacute;
+bizonder sympathiek geleken, dat ze toch deze gelegenheid &rsquo;m
+alleen te spreken niet <span class="pagenum">[<a id="pb34" href=
+"#pb34">34</a>]</span>ongebruikt had willen laten, en met bevende hand
+aan het groote, ouderwetsche huis had aangescheld.</p>
+
+<p>Door plechtig-stille gangen, langs &rsquo;n gebeeldhouwde trap, was
+ze door de zwijgende dienstbode tot de deur van professor&rsquo;s kamer
+geleid&mdash;ze had even met haar heele ziel gewenscht, dat ze dit
+ongelukkige bezoek n&oacute;&oacute;it had ondernomen&mdash;maar,
+nauwelijks binnen, was al haar angst geweken voor &rsquo;n heerlijk
+gevoel van harmonie: de kamer was groot en rustig; drie wanden bedekt
+met boeken-planken tot aan de zoldering; in de vierde groote hooge
+ramen, die uitzagen op den tuin.</p>
+
+<p>Bij een dier ramen stond de magere, gebogen mannefiguur; het licht
+viel op z&rsquo;n zachte, witte haar en z&rsquo;n door werken gekromden
+rug; op &rsquo;n standaard v&oacute;&oacute;r hem lag &rsquo;n dik boek
+met vreemde letters; daar was z&rsquo;n smal gezicht in weggedoken,
+&rsquo;n trek van verlangenden speurzin om z&rsquo;n saamgetrokken
+mond; toen hij de deur hoorde gaan, had hij opgekeken, en, dadelijk
+zich losscheurend van z&rsquo;n boeiende studie, was hij naar Go
+toegekomen, had haar hand genomen,&rsquo;n makkelijk stoeltje
+aangeschoven bij de kachel, en was &oacute;ver haar gaan zitten, de
+handen tusschen de knie&euml;n, de heldere, blauwe oogen achter de
+brilleglazen naar &rsquo;r toe.</p>
+
+<p>O, ze zou &rsquo;t nooit vergeten, zooals hij daar gezeten had,
+mager, bleek; wat &rsquo;t lichaam betrof uitgeleefd en eigenlijk geen
+man meer, omdat de wetenschap z&rsquo;n jeugd, z&rsquo;n gezondheid,
+z&rsquo;n kracht, &agrave;lles had opge&euml;ischt, maar met een glans
+in z&rsquo;n oogen van eeuwig jong-zijn. Ze had &rsquo;t nog nooit
+gezien: de passie voor de wetenschap, het weg-zijn er in. Ze had altijd
+gedacht, dat het erg-vele weten hard moest maken en koud en dogmatisch.
+En deze <span class="pagenum">[<a id="pb35" href=
+"#pb35">35</a>]</span>man&mdash;o, aan z&rsquo;n woorden hoorde je, hoe
+jeugdig van geest hij was, en blijven zou door z&rsquo;n groote liefde.
+&ldquo;Het is zoo dwaas, dat de menschen taalstudie voor iets droogs
+houden; er is niets zoo romantisch; elk oogenblik kun-je wat
+ontdekken,&rdquo; had hij gezegd. Romantisch! ja, dat voelde ze nu ook;
+en dat, op een hooger levensplan, kunst en wetenschap elkaar
+ontmoetten. Eigenlijk w&aacute;s De Ruiter &rsquo;n kunstenaar. Wat zou
+ze niet gegeven hebben, als ze &rsquo;m op het oogenblik had kunnen
+teekenen, toen hij haar een Russisch gedicht voorlas om het mooie
+metrum, en ze hem juist en profil zag: het scherpe, fijne vossengezicht
+vooruitgedoken; de rond-gebogen, lange rug; en de lange, witte handen,
+die soms bewogen in langzaam gebaar.</p>
+
+<p>Hij had &rsquo;n prachtige stem; daarin trilde &agrave;l z&rsquo;n
+bewondering, &agrave;l z&rsquo;n liefde, voor wat hij las. Hij was heen
+en weer gegaan van de eene kast naar de andere, als &rsquo;n priester,
+die &rsquo;n vreemdeling inwijdt in de geheimen van z&rsquo;n
+heiligdom; allerlei wonderlijke boeken had hij haar voorgelegd, met
+voor haar onbegrijpelijke letterteekens, en telkens weer had z&rsquo;n
+mooie stem &rsquo;n paar regels gezegd, van klanken, die ze niet
+begreep, maar die haar heftig ontroerden, zacht haar wiegend in
+vreemden kadans.</p>
+
+<p>Klein had ze zich gevoeld, heelemaal niets, bij dien man, voor wien
+Sanskrit en Russisch en Arabisch en veel meer, vertrouwde dingen waren.
+En toch ook trotsch, omdat hij haar wel wat van z&rsquo;n rijkdommen
+had willen toonen, blij om haar belangstelling.</p>
+
+<p>Wat zou ze nu gaan werken! Wat was er veel, ontzettend veel te doen.
+<span class="corr" id="xd0e615" title="Bron: Verbeeldje">
+Verbeeld-je</span>, dat ze niet eens Italiaansch kende. Dat was iets,
+aan welks <span class="pagenum">[<a id="pb36" href=
+"#pb36">36</a>]</span>mogelijkheid De Ruiter niet kon denken! En dat ze
+nog wel &rsquo;s moeite had met &rsquo;n Grieksch werkwoord! O,
+&rsquo;t was go&eacute;d, dat ze hier was gekomen, in deze stad van
+wetenschap. Hier leerde je inzien, hoe onontwikkeld, hoe arm aan kennis
+je was; en hier kreeg je ook den prikkel om dat te veranderen, om je in
+de boeken te storten, de wijsheid tot je te trekken. Daar was haar
+kamer, haar huis: hoe zou ze daar nu werken gaan, studeeren; zich
+wijden aan de &ldquo;romantische&rdquo; taalstudie, aan de
+wetenschapskunst!</p>
+
+<p>&ldquo;Elsi!&rdquo; kwam ze binnenstuiven. Maar Han zat op de
+canap&eacute;, leunde elegant met z&rsquo;n arm op de kussens, en
+luisterde glimlachend naar Elsi, die, met &rsquo;n blozend gezichtje,
+op &rsquo;n laag stoeltje druk te beweren zat.</p>
+
+<p>&ldquo;O,&rdquo; zei Go langzaam, dadelijk voelend, dat ze stoorde:
+&ldquo;ben jij er Han?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, ik kwam de convocaties voor &ldquo;Laborando
+vincimus&rdquo; maar zelf even brengen, om er nog &rsquo;s over te
+praten. &rsquo;t Is Vrijdag.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, best,&rdquo; zei Go, en &rsquo;t kon haar opeens niet meer
+zooveel schelen, z&oacute;&oacute; was ze van haar bezoek vervuld.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar wat wou je eigenlijk zeggen: je stoof zoo in?&rdquo;
+vroeg Else.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik wou zeggen....&rdquo; Go vond &rsquo;t gek in dit milieu;
+die twee menschen dachten aan zoo heel andere dingen; &ldquo;ik
+meende.... Ruiter was zoo aardig.&rdquo;</p>
+
+<p>Het was &rsquo;n niets-zeggend zinnetje, viel ook niet op.</p>
+
+<p>&ldquo;Zoo. Lize is straks even hier geweest&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat wou ze? Heeft ze geen boodschap gegeven?&rdquo; <span
+class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37">37</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;k ging naar &rsquo;r toe.... ze zei, dat &rsquo;t
+&rsquo;r erg speet, dat je er niet was.... Wat is ze vreeselijk
+leelijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O; kan ik nog even gaan voor &rsquo;t eten.... &rsquo;t is nu
+vier; ja, dat gaat wel. Je excuseert me, Han.... ze heeft misschien wat
+bizonders.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Stoor je niet aan mij.... ik ben geen offici&euml;ele
+visite,&rdquo; verzekerde Han, opstaande, &ldquo;&rsquo;k ga zelf ook
+dadelijk....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Eerst nog &rsquo;n kopje thee,&rdquo; drong Else; en Go
+glimlachte, terwijl ze de deur achter zich sloot: Han en Else vonden
+elkaar erg aardig; Else zag er zoo opgewonden en stralend uit, als hij
+er was.... kleine Elsi.... En toen ze langs &rsquo;t raam kwam, zag ze
+Else&rsquo;s krullig haar, heen en weer wuivend met druk beweeg van
+haar demonstreerend hoofdje.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Lize woonde heelemaal bij de Rijn-en-Schiekade, en Go stapte stevig
+door om op tijd voor &rsquo;t eten weer thuis te zijn. Herinneringen
+aan het mooie professorsbezoek, de groeiende intimiteit tusschen Han en
+Else, en wat Lize haar te zeggen zou kunnen hebben, vormden den
+ondergrond van haar gedachten, terwijl ze intusschen toch rondkeek, en
+genoot van het schilderachtige stadje in de ondergaande zon.</p>
+
+<p>Ze vond &rsquo;t zoo wonderlijk, dat ze hier nu alleen liep, en
+niemand, die vroeg, waarheen ze ging, niemand, die zich bemoeide, met
+wat ze deed. Ze dacht aan het drukke Rotterdam, met z&rsquo;n
+sleeperswagens en zware karren, met den rook van booten en
+fabrieken&mdash;en dan vond ze deze straten zoo dorps-stil, met niets
+dan wat rustige menschen, spelende kinderen; soms &rsquo;n enkel
+rijtuig of &rsquo;n postkar, wat &rsquo;n heele opschudding gaf. <span
+class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38">38</a>]</span></p>
+
+<p>Hier hoorde je telkens &rsquo;t blije geluid van kinderstemmen of
+melancolieke pianoklank uit &rsquo;n huis: ginds werden alle lieve
+geluiden door handelslawaai, machinegedreun, overstemd.</p>
+
+<p>En toch was er niets kleins, niets bekrompens in de rust van de oude
+huizen, in de kalmte van de menschen. Het geestelijk leven, werkend in
+stilte, bloeiend in stilte, gaf iedere daad en beweging hier diepere
+beteekenis. Twaalfhonderd jonge menschen leerden hier van de grootste
+mannen van het land hun wijsheid en levenskennis. Op hun stille kamers
+in &rsquo;t bleeke daglicht, en meer nog &rsquo;s avonds bij de
+suizende lamp zaten ze als vrome monniken over hun boeken gebogen,
+werden ze ingewijd in het heilig geheim van de wetenschap. Ze had op
+dit oogenblik geen medelijden met hun eenzaamheid; ze vond er iets zoo
+moois in, alleen te zijn met je lieve boeken, waar zooveel wichtigs in
+staat; ze voelde &rsquo;t zoo&rsquo;n voorrecht voor hen allen&mdash;en
+haar studeeren-om-later-voor-zichzelf-te-kunnen-zorgen leek haar nu
+niet &rsquo;n drukkende plicht, maar genade.</p>
+
+<p>&ldquo;Lize,&rdquo; zei ze levendig, toen ze de kamer binnenkwam,
+&ldquo;ik kom dadelijk nog even naar je toe.... Else zei.... maar wat
+is &rsquo;t hier al donker.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, dat is &rsquo;t hier altijd zoo vroeg&mdash;dat komt door
+dien muur.&rdquo; En Lize wees op &rsquo;n hoogen grijzen muur, die
+&rsquo;n klein, triestig binnenplaatsje omsloot.</p>
+
+<p>Go keek even vlug de kamer door; ze was karig maar niet smakeloos
+gemeubeld; de muren waren bijna kaal, boven de schrijftafel hing alleen
+&rsquo;n sombere Napoleonkop. De tafel was al gedekt, zag er akelig,
+lijkkleed-achtig uit in het schemerige licht; &eacute;&eacute;n bordje,
+&eacute;&eacute;n glas, &eacute;&eacute;n mes, &eacute;&eacute;n vork
+<span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39">39</a>]</span>en
+&rsquo;n paar tinnen opscheplepels, donkerden in &rsquo;t midden.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik hou je toch niet op met eten&mdash;&rsquo;t staat alles al
+zoo klaar.... eet je altijd alleen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, ik heb nog den tijd.... De kok heeft &rsquo;t eten nog
+niet gebracht; ik eet altijd van den kok. &rsquo;t Is goed, en niet
+heel duur.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, kookt je juffrouw niet voor je?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;k heb &rsquo;n kamer zonder bediening, dat wil
+zeggen, ze doet geen boodschappen voor me, maakt m&rsquo;n slaapkamer
+niet in orde&mdash;afwasschen w&egrave;l; &rsquo;t is &rsquo;n goeiig
+mensch.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar ik zou toch liever in Ceres gaan eten, als ik jou was,
+of aan &rsquo;n studententafel... Dat altijd alleen-eten lijkt me nou
+zoo suf.&rdquo; En Go dacht even: zou &rsquo;k haar vragen bij
+ons&mdash;de juffrouw zal &rsquo;t wel goed vinden&mdash;toch weer niet
+durvend om Else, die haar zoo leelijk, en zeker ook te burgerlijk,
+vond.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, uitgaan om te eten kost me wezenlijk veel te veel
+tijd&mdash;het breekt je heelen avond.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar vinden ze bij je thuis nou goed, dat je zoo
+onmenschelijk veel werkt, en zoo ongezond leeft?&rdquo;</p>
+
+<p>Go dacht aan moeder, en al haar raadgevingen voor haar gezondheid
+van niet te lang werken, iederen dag flink loopen, en zorgen, dat ze
+niet te gebogen zat, als ze schreef.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar &rsquo;k moet &rsquo;t juist om thuis doen. Vader is er
+altijd vreeselijk tegen geweest, dat ik zou studeeren. De heele familie
+trouwens&mdash;me moeder is dood&mdash;en hij heeft &rsquo;t pas
+toegestaan, toen belangstellende menschen me &rsquo;n beurs wilden
+bezorgen. Dat wou die niet; daar was hij te trotsch voor. Nu zal hij
+vijf jaar lang me &rsquo;n klein jaargeld geven, waarmee &rsquo;k
+rondkomen moet. En <span class="pagenum">[<a id="pb40" href=
+"#pb40">40</a>]</span>dan moet &rsquo;k voor mezelf zorgen.... Nou wil
+ik, zie je, het m&oacute;et: dat ik na vijf jaar promoveer. Maar soms
+kom &rsquo;k niet met m&rsquo;n geld toe; moet vertaalwerk er bij doen
+en zoo; dat houdt erg op. En dan de colleges, waar alles op langeren
+tijd is ingericht....&rdquo;</p>
+
+<p>Go was op de tafel gaan zitten, stilletjes en verslagen. Waar bleef
+nu haar opgewonden verhaal over de romantische studie, waarmee ze ook
+Lize had willen opwekken, en verheugen? Waar w&agrave;s nu de glans,
+die ze zich had gedroomd om &rsquo;n mensch, die alleen in &rsquo;n
+kamer zat, en werkte, werkte? Deze was altijd alleen; deze werkte aan
+&eacute;&eacute;n stuk door, tot haar oogen dof en pijnlijk waren, en
+haar hoofd versuft. Was hier iets liefs en warms?</p>
+
+<p>Hier dreef de harde noodzakelijkheid langs den nauwen weg van de
+nuttige, of ten minste noodige examenkennis naar het hevig-begeerde
+doel van: onafhankelijk-zijn. Hier was geen zijsprongetje, geen
+afdwalen van het smalle pad geoorloofd; nooit mocht er stilgestaan
+worden, om &rsquo;t land te overzien, om bewust te worden, waar men
+eigenlijk ging.... deze werkster zou ondanks al haar zwoegen nooit de
+hoogere wetenschap begrijpen, niet verder komen dan feitenkennis,
+jaartallen- en handschriften-kennis; nooit de philosophie, de kern van
+alles vatten.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar waarom wilde je per se studeeren?&rdquo; vroeg Go
+eindelijk.</p>
+
+<p>&ldquo;Omdat dat &rsquo;t eenige is, waarvoor &rsquo;k geschikt ben,
+en ik me thuis niet langer als huishoudster k&ograve;n laten gebruiken.
+Ik heb even weinig aanleg voor huishoudwerk als de meeste
+mannen.&rdquo;&mdash;Go dacht even aan de argumenteering van het kleine
+<span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41">41</a>]</span>wezentje
+in den grooten mantel; hier kreeg ze gelijk,&mdash;&ldquo;maar voor
+vader is iedere vrouw aangewezen huisslaaf; nu n&oacute;g, als &rsquo;k
+in de vacantie thuis ben, h&oacute;e ik me ook verzet, ik moet
+goed-verstellen, huishoudboodschappen doen, en al zulke dingen meer. En
+ik vind &rsquo;t afschuwelijk.&rdquo;</p>
+
+<p>De juffrouw klopte even, zette toen zwijgend &rsquo;n bus om den
+hoek van de deur.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat is dat?&rdquo; vroeg Go.</p>
+
+<p>&ldquo;Dat is m&rsquo;n eten.... maar &rsquo;t blijft wel even warm;
+ga nog niet weg.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Waarom kwam-je eigenlijk bij me.... zoo maar &rsquo;s? Je
+moest &rsquo;t nog eens doen, maar &rsquo;t dan vooruit zeggen op
+college.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;t was, omdat ik &rsquo;n convocatie van &rsquo;n
+dispuut: L. V. heb gekregen, met &rsquo;n brief er bij, of ik wilde
+komen hospiteeren, en dat jij en je nichtje ook waren gevraagd.... Ik
+denk, dat jij me aanbevolen hebt, en nu wou &rsquo;k je zeggen, dat je
+dat niet hadt moeten doen; je bedoeling zal wel goed geweest
+zijn&mdash;maar ik kan me natuurlijk niet met zulke dingen inlaten....
+ik hoor er niet bij.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave;, neem je &rsquo;t niet aan? Nee, geen tijd zeker;
+maar da&rsquo;s jammer.... Aan die uitnoodiging ben &rsquo;k anders
+heelemaal onschuldig, hoor; dat moet van de jongens zijn uitgegaan. Ik
+heb niet eens over je gesproken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat &rsquo;s vreemd; wie kan dan op &rsquo;t idee zijn
+gekomen? Ik ken geen jongens.&rdquo; Ze zat even stil met gefronsde
+wenkbrauwen, &rsquo;t papier bestarend. Toen stond ze op: &ldquo;In elk
+geval heb ik &rsquo;t al afgeschreven,&rdquo; besliste ze kort; stak Go
+de hand toe: &ldquo;Ik ben blij, dat je bij me bent geweest; ik hoop,
+dat je nog &rsquo;s zult komen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"pb42" href="#pb42">42</a>]</span></p>
+
+<p>Het was al donker, toen Go buiten kwam: de lantaarns brandden, en
+hier en daar viel ook uit de huizen een lichtschijn op straat.
+&ldquo;Het is telkens heelemaal anders,&rdquo; peinsde ze ernstig,
+terwijl ze vlug doorliep, in angst, dat Else ongeduldig worden zou,
+&ldquo;m&rsquo;n gedachten zijn telkens anders, het uitzien van de stad
+verandert steeds.... Wat beleef je hier toch veel.... wat &rsquo;n
+stemmingen op &eacute;&eacute;n middag: eerst de inwijding in &rsquo;t
+begrijpen van de zuivere wetenschap, en dan vlak er na twee
+categorie&euml;n van menschen ontmoeten, die door twee
+tegenover-elkaar-staande beletsels die waarheid nooit begrijpen kunnen:
+Han en Else niet om hun opgaan in de weelde, en hun prettige dingen van
+alle dag; Lize niet om den zwaren financi&euml;elen druk, om den dwang,
+wat te worden in de maatschappij. En zou &rsquo;t zoo niet zijn bij
+bijna alle studenten; zijn &rsquo;t niet allemaal fuivers of blokkers,
+met slechts &rsquo;n o, zoo enkele, enkele, die wezenlijk de diepere
+waarde van studie begrijpt? Zou ik-zelf het begrijpen, als ik bezig
+ben? Nu weet ik nog niets, is alles geheim en aantrekkelijk, maar als
+ik eenmaal er in ben, zou ik dan niet ondergaan in &rsquo;t klein
+geleer van verbuiginkjes en jaartallen.... zou ik &rsquo;t romantische
+blijven voelen?&rdquo;</p>
+
+<p>Ze dacht aan &rsquo;t kind, dat nu alleen aan de leege tafel in de
+schemerige kamer zat, ongezellig etend uit &rsquo;n bus, onhuiselijk,
+kok-bereid eten, en dat dag in dag uit, nog jaren.... Zoo
+onrechtvaardig bevoorrecht voelde ze zich met haar lief tehuis, haar
+hartelijke familie, met haar gezellige kamer hier, op &rsquo;t oude
+grachtje, waar &rsquo;t licht op zou zijn, en de tafel genoeglijk
+gedekt, en Else met haar opgewekt gezichtje. <span class="pagenum">[<a
+id="pb43" href="#pb43">43</a>]</span></p>
+
+<p>Het carillon speelde voor half zes, toen Go den sleutel in &rsquo;t
+slot stak: zoo laat al, &rsquo;n half uur over den tijd; wat zou Else
+boos zijn!</p>
+
+<p>Maar Elsi stond, met haar warme voorhoofd tegen &rsquo;t raam
+geleund, droomend naar de stille schepen te staren, zonder zich iets om
+&rsquo;t koud-wordend eten te bekommeren.... <span class="pagenum">[<a
+id="pb44" href="#pb44">44</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e721" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk VI.</h2>
+
+<p>&ldquo;Nu beginnen we er goed in te komen,&rdquo; zei Else opgewekt,
+toen ze samen over de donkere Breestraat liepen. &ldquo;Visites,
+vergaderingen, colleges&mdash;onze dagen zijn heelemaal
+gevuld.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar dit is iets nieuws en heel bizonders,&rdquo; antwoordde
+Go, en ze had weer dat vreemde angstgevoel, hoe het toch gaan zou
+vanavond. De vergadering van &ldquo;Laborando vincimus&rdquo; was bij
+&rsquo;n meneer Van Neerwinden op &rsquo;t eind van &rsquo;t Rapenburg,
+om kwart over achten werden ze verwacht; maar wat zou er dan in
+vredesnaam verder gebeuren, en hoe zouden zij, meisjes, die nooit
+gedebatteerd hadden, &rsquo;n woord mee durven zeggen?</p>
+
+<p>Else had veel werk van haar toilet gemaakt, droeg &rsquo;n
+licht-beige voile japonnetje met mat-groene strikken, maar toen ze op
+&rsquo;t punt waren te g&aacute;&aacute;n, had ze Go, die maar
+&eacute;&eacute;n avondjapon had van fijn laken met &rsquo;n kanten
+kraag, opeens angstig gevraagd, of ze niet &ldquo;gek-mooi&rdquo; was,
+en of je je eigenlijk voor een dispuut wel zoo zou kleeden. Maar ze had
+er toch maar niets meer aan veranderd, ofschoon Go had gezegd, dat
+&rsquo;n z&oacute;&oacute; schitterende <span class="pagenum">[<a id=
+"pb45" href="#pb45">45</a>]</span>verschijning niet bevorderlijk kon
+zijn voor de aandacht der jonge lieden in de ernstige
+vergadering-zaken.</p>
+
+<p>Er sprankelde verwachting in Else&rsquo;s oogen, en ze dacht niet
+aan de wichtigheid, die Go zoo drukte. Ze voelde, dat ze niet gevraagd
+kon zijn, omdat men van haar zooveel wijsheid verwachtte; ze wist haar
+meisjes-bekoorlijkheid, en, minder wuft dan vroeger op bals, wanneer ze
+altijd iedereen had willen boeien, dacht ze nu aan Henri alleen,
+voelde, dat hij haar snoezig vinden moest, en lachte stilletjes bij die
+heerlijke gedachte.</p>
+
+<p>Go had aldoor loopen denken, wat ze tegen de juffrouw zeggen
+moesten, die open deed, maar die liet ze dadelijk met &rsquo;n gezicht
+van er-alles-van-weten binnen, nam hoeden en mantels af, en hing ze aan
+den al vollen kapstok.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is net een partijtje,&rdquo; zei Else, haar haar
+glad-strijkend, maar Go hoorde &rsquo;t niet; ze had de deur van een
+der kamers open zien gaan, en &rsquo;n lange, donkere figuur, die nader
+kwam, deed haar blozen in &rsquo;n vreemde verwarring.</p>
+
+<p>&ldquo;Mag ik me even voorstellen.... Van Neerwinden.... ik ben
+bizonder blij, dat u vanavond gekomen bent; de voorvergadering is nog
+aan den gang; zoudt u zoolang even in de achterkamer willen
+komen?&rdquo;</p>
+
+<p>Go keek er dadelijk belangstellend en onderzoekend rond; ze was
+benieuwd, wat deze man voor kamers zou hebben, en hoe hij ze ingericht
+had. Maar haar eerste indruk was teleurstellend; het was er zoo
+rommelig en ongezellig, de muren hingen zoo vreeselijk vol; prenten
+gescheurd uit tijdschriften, rare karikaturen, waaiers, wapens,
+draperie&euml;n. <span class="pagenum">[<a id="pb46" href=
+"#pb46">46</a>]</span></p>
+
+<p>Toen begon ze meer te onderscheiden, vond &rsquo;n paar mooie
+Steinlen&rsquo;s, &rsquo;n portret van Zola, &rsquo;n Holbein, en in
+&rsquo;n hoek, waar &rsquo;t opeens h&eacute;&eacute;l stil leek,
+&rsquo;n teer melancolieke Madonna van Botticelli. Ze liep er heen,
+bleef er lang v&oacute;&oacute;r staan; er was iets fascineerends in de
+starende oogen, die zoo zacht droef-en-gelukkig voor zich uitstaarden,
+die, weifelend tusschen opperste smart en hoogste zaligheid, onzeker
+glimlachend in tranen, droomden van het kindje en de toekomst. En het
+oneindig-teer gebaar van de lange, witte handen, die als stervende
+bloemen waren, ontroerde haar wonderlijk, zoodat ze zich afwendde,
+bleek van emotie, en recht in Neerwinden&rsquo;s oogen keek, die achter
+haar was gaan staan: ze waren diep en zacht, ze was er eventjes
+heelemaal weg in; toen schoof hij haar &rsquo;n stoeltje aan, begon
+gewoon met Else te praten,.... de betoovering was voorbij.</p>
+
+<p>Else was teleurgesteld, dat ze niet dadelijk binnen was gelaten,
+praatte nonchalant en verveeld haar makkelijke conversatiezinnetjes
+door, zonder zich veel om haar toehoorder te bekommeren. Hij stond
+tegen de tafel geleund, half naar Else toe, en Go kon hem zoo
+prettig-rustig op zitten nemen, nu hij niet naar haar keek, hem weer
+beschouwend als &rsquo;n gewone, knappe jongen, die haar wel sympathiek
+toescheen. Haar verwarring van zooeven schreef ze op rekening van haar
+nerveuze angst, en ze plaagde zichzelf, dat er tot nu toe niets
+vreeselijks met haar was gebeurd.</p>
+
+<p>Hij was van meer dan middelmatige lengte, flink maar toch fijn
+gebouwd, en droeg z&rsquo;n hoofd heel rechtop, zoodat &rsquo;t bijna
+aanmatigend was. Hij had zacht, dof-zwart haar, nog al lang, dat hij
+met &rsquo;n schuine scheiding langs z&rsquo;n voorhoofd <span class=
+"pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47">47</a>]</span>geborsteld droeg.
+Z&rsquo;n donker-blauwe oogen waren sterk en rustig, als hij gewoon
+praatte, maar ze wist, dat ze diepe afgronden konden worden; z&rsquo;n
+neus was fijn en scherp, z&rsquo;n lippen dun, en daar trokken
+moe&euml;, melancolieke streepen langs, als hij even zweeg. Z&rsquo;n
+tint was bleek, met &rsquo;n nerveus blosje onder z&rsquo;n oogen, waar
+de jukbeenderen wat uitstaken, door het magere wangenvleesch, en de
+hand, waarmee hij telkens, als &rsquo;t gesprek hokte, even over
+z&rsquo;n hoog voorhoofd streek, of hij z&rsquo;n gedachten moest
+verzamelen, had die wassig-doorschijnende witheid, van nooit anders dan
+&rsquo;n pen te hebben aangeraakt.</p>
+
+<p>Z&rsquo;n kleeren waren modieus en verzorgd, maar hij droeg ze met
+een zoo waardige gratie, dat niemand de details er van opmerkte, zonder
+er bepaald op te letten; de algemeene indruk was van &rsquo;n volkomen
+harmonie, waarbij niets hinderlijk op den voorgrond trad, en Go
+vergeleek hem onwillekeurig met Han, van wien je altijd dadelijk dacht:
+wat &rsquo;n mooie das heeft hij aan; wat &rsquo;n fijn vest.</p>
+
+<p>Nu werden de gordijnen van de suite opengetrokken, en de
+vergaderkamer lag als &rsquo;n tooneel voor hen open: Go zag dadelijk,
+dat die kamer kalmer en ordelijker was, dan die, waarin zij zaten, maar
+toch ontbrak er iets: &rsquo;n eenheid, &rsquo;n richting; ze wist niet
+precies wat; misschien was &rsquo;t ook alleen de vrouwelijke
+gezelligheid.</p>
+
+<p>In het midden van den kring, als praeses, zat Han, den hamer in de
+hand, &rsquo;n plechtige uitdrukking op z&rsquo;n gezicht, die echter
+vervluchtigde, toen hij Else zag, versmolt in &rsquo;n blij-oplichtend
+lachen, terwijl hij opstond, om de meisjes te begroeten en voor te
+stellen. <span class="pagenum">[<a id="pb48" href=
+"#pb48">48</a>]</span></p>
+
+<p>Naast hem zat de donkere, kleine Rolands, met z&rsquo;n glanzend
+gezichtje, stil en ernstig, als &rsquo;n oostersch afgodsbeeldje, en
+aan z&rsquo;n anderen kant was &rsquo;n stoel open voor Van Neerwinden,
+die ab-actis was, in &rsquo;t bezit van alle reliquie&euml;n en
+kostbaarheden van het dispuut.</p>
+
+<p>Gerard Leeden, die, zonder functie, dichter bij de deur zat,
+begroette Go met groote hartelijkheid, en de dichterlijke Louis
+Hoefman, wiens sombere, magere kop vreemd naast Gerard&rsquo;s
+welgedaanheid afstak, bracht groote verwarring door al met stoelen te
+gaan sleepen, terwijl het voorstellen nog aan den gang was.</p>
+
+<p>Er waren drie jongens, die ze nog niet kenden: Frits Rolands, Wim de
+Veer en Otto Beerenstijn; en ook het meisje, Frieda Vervoort, was Else
+alleen wel &rsquo;s tegengekomen in de gang van de universiteit. Ze was
+candidaat in de rechten en studeerde ook oude talen, ze had &rsquo;n
+smal, mannelijk-belijnd, verstandig gezicht, tusschen laag opgemaakt
+glad-bruin haar. Go vond, dat ze leek op romeinsche jongenskoppen,
+zooals ze in de gang van hun gymnasium hingen, en beantwoordde stevig
+haar flinke, openhartige handdruk. Op de vacht voor de glimmend
+gepoetste vulkachel lag &rsquo;n slanke bruin-zwarte setter, de oogen
+goedig half-dicht, de lange ooren naar beneden. Go knielde er dadelijk
+naast, streelde hem en vroeg, hoe hij heette, blij, dat hij haar
+liefkoozingen toeliet, slechts dralend opstaand, toen Rolands haar
+&rsquo;n stoel bracht.</p>
+
+<p>Het duurde lang, v&oacute;&oacute;r allen weer rustig gezeten waren,
+en de eigenlijke vergadering beginnen kon. Han had gezegd, dat ze nu
+&rsquo;n beetje &rsquo;n bonte rij konden maken, en Else naast zich
+weten <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49">49</a>]</span>te
+krijgen, tusschen hem en Rolands, die quaestor was, in, ofschoon de
+gewoonte was, dat &rsquo;t bestuur bij elkaar aan &rsquo;t hoofdeinde
+van de kamer zat. Go zat naast Eduard van Neerwinden, en voortdurend
+ging die naam in z&rsquo;n heerlijke kadans door haar hoofd: wat
+&rsquo;n vreemde naam, wat &rsquo;n prachtig-mooie naam; echt &rsquo;n
+boeken-naam, en toch niet vervelend romantisch. Wat paste hij goed bij
+hem; ze had eigenlijk wel kunnen weten, dat hij zoo heeten moest:
+Eduard van Neerwinden; natuurlijk.</p>
+
+<p>De juffrouw was in de achterkamer binnengekomen, had thee geschonken
+in de lange rij witte kopjes, die klaar stonden. In een oogenblik was
+Go op, vroeg, of ze even mocht helpen met ronddienen; Else kwam achter
+haar aan met melk en suiker, en de jongens lachten onder elkander,
+voelend, hoe met deze meisjes het echt-vrouwelijk element in hun
+vergadering was gekomen, met deze kinderen, z&oacute;&oacute; van huis,
+waar ze ook niets dan &ldquo;meisjes&rdquo; waren geweest; en ze vonden
+&rsquo;t allemaal grappig en prettig, behalve Otto Beerenstijn, die
+v&oacute;&oacute;r alles &rsquo;n werker was, donker naar de klok keek,
+die al bij negen wees, en bromde, dat hij wel had voorspeld, dat
+&rsquo;t kinderspel zou worden, zoodra je er zoo&rsquo;n paar
+weeldeartikelen inhaalde.</p>
+
+<p>&ldquo;Stil nou, kerel,&rdquo; kalmeerde Han, &ldquo;&rsquo;t is
+immers de eerste keer, er is nog niets geregeld, en op &rsquo;n
+hospitanten-vergadering wordt nooit hard gewerkt. Willen de dames nu
+gaan zitten?&rdquo; gebood hij, president-deftig, en Else liep dadelijk
+gedwee naar haar stoel, maar Go zei: &ldquo;&rsquo;k moet nog even
+opschenken, Han,&rdquo; tot uitbundige vreugde der vergadering,
+&ldquo;omdat zoo&rsquo;n meisje <span class="pagenum">[<a id="pb50"
+href="#pb50">50</a>]</span>geen idee had van subordinatie aan den
+praeses.&rdquo;</p>
+
+<p>En toen ze terugkwam, vertelde ze nog aan Eduard, &ldquo;dat ze zelf
+wel verder schenken zou, h&egrave;, dan hoefde de juffrouw niet meer te
+komen, en deed ze toch ook wat,&rdquo; totdat Han, ten einde met
+z&rsquo;n geduld, den hamer kletterend vallen liet, en Gootje opschrok,
+als &rsquo;n op ondeugendheid betrapt kind, haar angstige oogen naar
+hem toekeerde, en zonder bewegen luisterde naar het deftige speechje,
+waarmee de meisjes werden welkom geheeten in hun midden.</p>
+
+<p>Eduard keek haar telkens van ter zijde aan, en vond &rsquo;t een
+aardig, gezellig kind. Else was mooier en eleganter, maar veel meer
+neutraal: een knap, gevierd meisje, van goeie familie. Go was
+eenvoudiger, kinderlijker eigenlijk, en toch niet onbenullig, of
+onnoozel. Dat ze zoo dadelijk naar die madonna was toegeloopen, en er
+toen niets over had gezegd, zoo maar stil was blijven kijken, was
+&rsquo;m enorm meegevallen. Je kon &rsquo;t ook eigenlijk wel zien aan
+haar gezicht, dat er kracht en diepte in haar was, al lag ook in de
+open, eerlijke oogen, dat ze nog nooit in haar leven iets had
+&ldquo;doorgemaakt&rdquo;.</p>
+
+<p>Han had z&rsquo;n speech uit, en Go had even angstig naar Else
+gekeken: zou&euml;n ze nu eigenlijk wat moeten antwoorden?&mdash;maar
+dadelijk na &rsquo;t applaus was hij weer doorgegaan: &ldquo;<span
+lang="la">his feliciter peractis, transeamus ad....</span>&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dol,&rdquo; zei Go tegen Eduard, &ldquo;zoo&rsquo;n
+wezenlijke vergadering.&rdquo;&mdash;en toen er: &ldquo;<span lang=
+"la">ad theam</span>&rdquo; was geroepen, ging ze met stralende oogen
+om de kopjes rond, vragend aan Gerard: &ldquo;Wat zal er nu
+gebeuren?&rdquo; dan weer tegen Han: &ldquo;Ik vind &rsquo;t heerlijk,
+en we hoeven niets te zeggen, h&egrave;?&rdquo; <span class="pagenum">
+[<a id="pb51" href="#pb51">51</a>]</span></p>
+
+<p>Er was &rsquo;n studie over George Moore van Otto Beerenstijn, maar
+Go had nooit iets van hem gelezen, zat met stil ontzag te luisteren,
+bang, dat ze haar domheid dadelijk zou moeten bekennen. Eduard had de
+kritiek, prees warm Beerenstijn&rsquo;s grondig oordeel, en de meisjes
+keken eerbiedig naar den plompen jongen met den harden, breeden kop en
+de diep-liggende oogen, die ze allebei antipathiek hadden gevonden,
+instinctmatig voelend, dat hij niet hun vriend was.</p>
+
+<p>Toen las de kleine indischman verzen voor, met z&rsquo;n dof, droef
+stemmetje, vreemd opklinkend uit zijn altijd-lachend gezicht, en de
+regels rolden van z&rsquo;n lippen, als &rsquo;n lang aangehouden
+klacht, of hij las over lente en geluk, of over droefenis.</p>
+
+<p>Er kwam &rsquo;n levendig debat over, hoe verzen gelezen moeten
+worden, en iedereen maakte zich warm met veel gesticuleeren, ze bogen
+voorover op hunne stoelen, vielen opgewonden elkaar in de rede, zoodat
+de praeses aftikken moest, terwijl het stille ventje weer onbeweeglijk
+op zijn stoel zat, de beentjes recht naast elkaar, de fijne bruine
+handjes gevouwen, en de stage glimlach op z&rsquo;n glanzend, bruin
+gezichtje, als &rsquo;n Bouddha-beeldje.</p>
+
+<p>In de pauze verzorgde Go de menschen met bier en limonade. Eduard,
+als gastheer, hielp haar en wees haar den weg in z&rsquo;n kast; ze
+genoot van dat huisvrouwelijk doen, lette voortdurend op, of ieder wel
+had, wat hij wilde, ging telkens rond met de koekjes, deelde kleine
+gunsten uit.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar u vergeet uzelf,&rdquo; zei Gerard, die zich bij Han en
+Else overcompleet had gevoeld, en zich verveelde bij &rsquo;t
+literatuur-gesprek van de anderen. &ldquo;Mag ik u wat limonade
+inschenken?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En dan houden we de verdere vergadering <span class=
+"pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52">52</a>]</span>de kattetongetjes
+bij ons. U houdt toch van koekjes?&rdquo; vroeg Eduard.</p>
+
+<p>&ldquo;O, verschrikkelijk,&rdquo; en hij had er plezier in, te zien,
+hoe ze onder de vertaling&mdash;&rsquo;n stuk uit Balsac&mdash;en later
+onder de memorisatie over &ldquo;den invloed van Hegel op onze
+literatuur&rdquo; telkens weer &rsquo;r hand naar de schaal uitstak, en
+dan, aandachtig luisterend, langzaam het dunne koekje opknabbelde met
+haar kleine, witte tanden, of Bruno bij zich lokte, de lekkernij in de
+hoogte, &rsquo;n glans van moederlijke zachtheid in haar oogen, en ze
+hem dan langzaam opeten liet, telkens stukjes afbrekend, en ze hem
+voorhoudend in de holte van haar rechterhand, de andere licht op
+z&rsquo;n kop geleund. En als &rsquo;t op was, legde ze, voordat ze
+&rsquo;m g&aacute;&aacute;n liet, telkens even haar armen om z&rsquo;n
+opgeheven nek, en drukte haar wang tegen z&rsquo;n haarvacht.</p>
+
+<p>Om half twaalf werd de vergadering gesloten en met druk geloop en
+gezoek naar mantels en jassen begon men afscheid te nemen. Eduard bleef
+thuis, omdat bij hem het &ldquo;nabroodje&rdquo; was voor de jongens,
+en Hoefman bood aan hem te helpen.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, beste kerel, je meent &rsquo;t goed, maar ga jij mee, en
+droom wat in de maneschijn, want jij loopt me wezenlijk maar in den weg
+met je onhandigheid. Als Beerenstijn wil blijven&mdash;die geeft toch
+niet om de wandeling.&rdquo; Maar toen hij in Louis&rsquo; oogen zag,
+dat hij gegriefd was, legde hij even de hand op z&rsquo;n schouder:
+&ldquo;Zeg, we hebben &rsquo;er gevraagd, hoor, je vriendin... eh...
+juffrouw Schermer.... maar ze heeft bedankt.&rdquo;</p>
+
+<p>Go hoorde &rsquo;t, begreep opeens; maar Beerenstijn viel in:
+&ldquo;Maar goed ook, anders werd &rsquo;t hier &rsquo;n
+meisjesschool&mdash;en die is bovendien affreus leelijk!&rdquo; <span
+class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53">53</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Heeft ze bedankt zonder reden?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Geen tijd, schreef ze. Nu, dat is geen reden,
+h&egrave;?&rdquo; En Eduard stak z&rsquo;n hand uit naar Go, die al
+even wachtte.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik hoop u nog dikwijls te zien,&rdquo; zeide hij
+hartelijk.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik heb &rsquo;t heerlijk gevonden, maar ik voel me zoo klein,
+bij al die geleerdheid.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat komt, omdat we vandaag allemaal ons beste beentje hebben
+voorgezet; u zult gauw door het vernisje heen zien.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij groette nog na bij de deur, waar ze zich dadelijk in groepjes
+verdeelden. De Veer en Hoefman brachten Frieda naar huis, die op de Jan
+v. Goyenkade woonde; Han en Else trachtten samen vooruit te loopen,
+maar Rolands bleef bij ze, kinderlijk-onbewust van de
+minder-wenschelijkheid van z&rsquo;n gezelschap.</p>
+
+<p>Go liep zalig tusschen Gerard en Hans Elders in; ze was dankbaar,
+volkomen voldaan; ze leefde in &rsquo;t oogenblik, genoot van de stille
+straten, van haar sterke beschermers, de vroolijke gesprekken, haar
+warm, veilig gevoel. Ze sprak niet veel mee, dacht over de twee jongens
+aan haar zij, van wier leven ze nog zoo weinig wist, aan de anderen,
+die ze vanavond had leeren kennen, en die misschien eens haar vrienden
+zouden zijn.</p>
+
+<p>&ldquo;Het is zoo heerlijk,&rdquo; zei ze opeens, &ldquo;hier
+zooveel menschen te leeren kennen, en allemaal jong te zijn, en veel
+voor elkaar te kunnen doen.&rdquo;</p>
+
+<p>Als &rsquo;n antwoord klonk het carillon sterk en jubelend door den
+stillen nacht; de klanken vielen over hen heen als &rsquo;n regen van
+geluid, en Go was blijven staan, met geheven hoofd. Ze zag den hemel,
+de wolken door maanglans verzilverd, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb54" href="#pb54">54</a>]</span>ze voelde den nacht om zich heen, en
+sloot even de oogen: het was, of &rsquo;n golf van het groote,
+heerlijke leven voor &rsquo;t eerst over haar heen geslagen was.</p>
+
+<p>Na de twaalf plechtige bonzen liepen ze weer door, en harder, om de
+voorloopers in te halen; Go dacht aan thuis, en hoe moeder zou kijken,
+als ze vertelde, dat ze na middernacht van een vergadering was gekomen.
+Haar vroolijkheid zocht &rsquo;n uitweg in steeds sneller beweging, tot
+ze eindelijk in een huppelenden draf oversloeg. &ldquo;Stap nu allemaal
+op &rsquo;t midden van de brug,&rdquo; hijgde ze, toen ze bij &rsquo;t
+oude ophaalbrugje gekomen waren, &ldquo;dan veert &rsquo;t zoo
+heerlijk.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze v&eacute;&eacute;rden; lachten luid; en toen ze er af danste en
+in &rsquo;n vaart de hol af naar het oude huis toeliep, waarvan Han de
+deur al met Else&rsquo;s sleutel had geopend, zei Gerard tegen Hans:
+&ldquo;Dat kind lijkt net &rsquo;n vogel, in dien wijden, grijzen
+mantel&mdash;&rsquo;n wilde vogel.&rdquo;</p>
+
+<p>En Hans zei, dat dat &rsquo;n beeld was om Louis in verrukking te
+brengen. <span class="pagenum">[<a id="pb55" href=
+"#pb55">55</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e839" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk VII.</h2>
+
+<p>Tegelijk met het offici&euml;ele bericht, dat ze als lid van
+&ldquo;Laborando vincimus&rdquo; waren aangenomen, werd drie dagen na
+de vergadering &rsquo;n briefje van Gerard bezorgd, met &rsquo;t
+verzoek, of de dames den volgenden middag bij hem wilden komen
+koffiedrinken&mdash;neef Henri en Hans Elders waren ook gevraagd.</p>
+
+<p>&ldquo;Natuurlijk g&aacute;&aacute;n we,&rdquo; zei Else dadelijk,
+dankbaar bedenkend, dat ze juist deze week haar beste japon van huis
+mee had genomen.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja; wat aardig van Gerard,&rdquo; antwoordde Go, en ze kreeg
+een heerlijk gevoel, of ze t&oacute;ch wel de jongens eens zou
+bereiken; of de teleurstelling over het gescheiden-zijn maar iets
+tijdelijks blijken zou.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik kan &rsquo;m dan meteen nog wat over m&rsquo;n responsie
+vragen,&rdquo; overlegde ze verder, &ldquo;hij zal er nog wel alles van
+weten.&rdquo; Ze was nu al &rsquo;n week dag aan dag met haar naderende
+responsie bezig, kende de bladzij van Reinaert, die zij te lezen zou
+krijgen, al heelemaal uit &rsquo;t hoofd.</p>
+
+<p>&ldquo;Lieve kind, hou toch op over die responsie. Je weet er zeker
+nu al meer van dan de prof <span class="pagenum">[<a id="pb56" href=
+"#pb56">56</a>]</span>zelf... verbeeld je &rsquo;s, dat je iederen keer
+er zoo voor zwoegen moest; je hadt geen leven meer.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, maar den &eacute;&eacute;rsten keer,&rdquo; zuchtte Go,
+en verheugde zich op Gerard&rsquo;s candidaat-vertrouwbare
+inlichtingen. &ldquo;Van zoo&rsquo;n eersten indruk hangt &rsquo;n
+massa af.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze hadden dien ochtend allebei tot elf uur college gehad, en gingen
+dadelijk naar <span class="corr" id="xd0e858" title="Bron: Gerards">
+Gerard&rsquo;s</span> kamer, want ze zouden vroeg koffiedrinken, omdat
+Go &rsquo;s middags weer weg moest. Het was &rsquo;n regenachtige,
+druilige dag; de bruine blaren rotten nat en vuil op den glibberigen
+grond, en de schuiten, die door het water gleden, hadden geen kleur en
+geen bekoring onder den doffen hemel. Hij woonde over de Korenbrug, en
+&rsquo;t was een ouderwetsch, stil-diep huis; op een portaal, groot en
+vierkant als &rsquo;n kamer, kwamen Gerard en Henri hen tegemoet, namen
+mantels en hoeden in ontvangst met geanimeerde toewijding.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat &rsquo;n vreeselijk leuk huis hebt u,&rdquo; bewonderde
+Go, &ldquo;wat &rsquo;n zalig portaal.... en zoo glad.... h&egrave;
+Els, wat zou&euml;n we hier goed kunnen glij&euml;n.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Of dansen,&rdquo; zei Gerard, &ldquo;ik denk er over, hier
+nog &rsquo;s &rsquo;n bal te organiseeren van &ldquo;Laborando
+vincimus&rdquo;&mdash;maar komt u nu toch binnen.&rdquo;</p>
+
+<p>Het was &rsquo;n aardige suite met matgeel behangsel; daar kwamen de
+reproducties van D&uuml;rer, De Hoogh, Rembrandt en Van Dijck zoo
+rustig op uit, dat Go in verrukking staan bleef, de handen in
+elkaar.</p>
+
+<p>&ldquo;O, wat mooi,&rdquo; zei ze eindelijk, &ldquo;dat is nou de
+eerste mooie kamer, die ik zie.... hoe heerlijk ingericht, hoe
+gezellig.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat komt, omdat m&rsquo;n moeder me heeft
+ge&iuml;nstalleerd,&rdquo; antwoordde Gerard trotsch, &ldquo;dat werkt
+<span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57">57</a>]</span>nog
+altijd na; bijna alles is gebleven, zooals zij &rsquo;t gezet
+heeft.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En wat hebt u mooie bloemen,&rdquo; bewonderde Else, met de
+handen in de chrysanten woelend.</p>
+
+<p>&ldquo;Dat is ter eere van &rsquo;t hooge gezelschap; behalve moeder
+heb ik hier nooit vrouwelijk bezoek gehad. Het spijt me alleen, dat u
+geen zonnetje in de kamer ziet. Dan is alles zoo veel
+mooier.&rdquo;</p>
+
+<p>Intusschen was Hans binnengekomen, had dadelijk in de achterkamer
+&rsquo;n paar druiven van de tafel gesnoept. Onder Gerard&rsquo;s
+laatste woorden kwam hij naar voren loopen en knikte.</p>
+
+<p>&ldquo;Toen ik klein was,&rdquo; zei hij, &ldquo;bad ik altijd, als
+ik uit zou gaan, of als er &rsquo;n feestje zou zijn den volgenden dag:
+&ldquo;ons lieven Heertje, laat het morgen mooi weer zijn,&rdquo; en
+als &rsquo;t dan stortregende, zei ik: &ldquo;er waren zeker meer
+menschen, die om leelijk weer vroegen; of ze hebben beter gebeden dan
+ik,&rdquo; en dan was ik tevreden.... En als &rsquo;t nu beroerd weer
+is, troost ik me nog altijd: &ldquo;Het zal wel voor een heeleboel
+andere dingen goed zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Daarna kwam hij ieder een hand geven, opgewekt en hartelijk, en ging
+toen in de vensterbank zitten.</p>
+
+<p>Het was &rsquo;n teer-gebouwde, magere jongen, met &rsquo;n
+intelligent gezicht: boven z&rsquo;n hoog voorhoofd, waarin bij de
+slapen kuilen vielen, stond in &rsquo;n recht kuifje het stugge bruine
+haar, z&rsquo;n oogen waren hartelijk en eerlijk, maar zwierven nerveus
+rond, wat niet paste bij z&rsquo;n kalme, vriendelijke stem, waarmee
+hij alles zoo eenvoudig en pretensieloos zei, dat &rsquo;t tegelijk
+aantrekkelijk en roerend was. Gerard was dol op &rsquo;m, noemde
+&rsquo;m schertsend <span lang="de">Leberecht H&uuml;hnchen</span>, en
+kwam, in &rsquo;n sombere <span class="pagenum">[<a id="pb58" href=
+"#pb58">58</a>]</span>bui, altijd &rsquo;t eerste bij hem, om zich te
+laten troosten. Nu ook werd zijn gezicht lichter, en met dringende
+hartelijkheid in z&rsquo;n stem vroeg hij: &ldquo;Waar ben je
+vanochtend heen geweest Hans? Heeft Beerenstijn je de boeken
+gebracht?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;In orde, ja; maar gaan we nog niet beginnen? Die tafel daar
+ziet er aanlokkelijk uit.... juffrouw Herderts zal bepaald na dezen
+maaltijd nog hooger idee van den smaak van ons dispuut
+krijgen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Goed.... komen jullie?&rdquo; riep Gerard tegen Herderts en
+Else, die, dicht naast elkaar de ge&iuml;llustreerde
+&ldquo;R&ecirc;ve&rdquo; stonden te bekijken, en opschrikten bij de
+luide stem.</p>
+
+<p>&ldquo;Mag ik &rsquo;t doen?&rdquo; vroeg Go, toen ze Gerard het
+broodmes zag nemen.</p>
+
+<p>&ldquo;Nu, graag als u wilt,&rdquo; en Hans en hij keken elkaar
+&eacute;ven prettig aan, omdat het zoo&rsquo;n allerliefst, eenvoudig
+meisje was, en zoo heerlijk, die zoo&rsquo;s gewoon op je kamer te
+hebben. Hans ging er zachtjes van fluiten, haalde intusschen de bus met
+chocoladepoeder en het koffie-extract uit de kast, waar hij evengoed
+den weg wist als de bezitter zelf, en hielp toen Han en Else, die samen
+op den grond zaten, om &rsquo;t keteltje in evenwicht te houden, dat
+niet op &rsquo;t komfoortje paste.</p>
+
+<p>&ldquo;Hier, zet die ijzeren staafjes aan dezen kant, kerel, dan
+balanceert &rsquo;t wel&mdash;en draai de kraan heelemaal open, anders
+ben jullie nog niet klaar met je water, als juffrouw Herderts al
+boterhammen genoeg heeft voor &rsquo;n heel weeshuis.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, haast je maar niet,&rdquo; zei Go, op &rsquo;t
+chocoladebusje studeerend, &ldquo;want ik begrijp voorloopig heelemaal
+niet, hoe ik chocolademelk maken moet... en jullie willen toch geen
+waterchocolaad niet? Voor chocolademelk moet ik warme melk
+hebben...&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb59" href=
+"#pb59">59</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Nu, dat k&agrave;n,&rdquo; en Gerard zette vlug-bereidwillig
+de flesch op de kachel.</p>
+
+<p>&ldquo;Kerel, ben je....&rdquo; Hans slikte en gaf &rsquo;m &rsquo;n
+vriendschappelijke klap, &ldquo;op die manier krijgen we &rsquo;n
+melkweg in de kamer, maar geen chocolademelk in onze koppen. Die
+springt natuurlijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ons water kookt,&rdquo; juichte Else triomfantelijk.</p>
+
+<p>&ldquo;Over zelfs,&rdquo; en Henri draaide de kraan dicht.</p>
+
+<p>&ldquo;Nu, kom maar hier met den ketel; ik zal chocolade-water-melk
+maken, nieuw mengsel; voorzichtig schenken! Och, meneer Leeden, roert u
+even in dat kopje.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze stonden aandachtig met z&rsquo;n vijven bij elkaar: Else schonk,
+terwijl Han met z&rsquo;n zakdoek het deksel op de ketel drukte: Go
+keek toe en keurde, wanneer &rsquo;t genoeg was; Gerard roerde met
+toewijding in de klonterig-bruine pap, terwijl Hans de koppen met melk
+vulde.</p>
+
+<p>&ldquo;Weet je, w&agrave;t dit nu wordt?&rdquo; zei hij,
+trotsch-zeker. &ldquo;We bereiden hier de nieuwste en smakelijkste
+drank: fosco.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Smaakt heerlijk,&rdquo; keurde Go, &ldquo;dat gaan
+wij ook doen, h&egrave; Els?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik vind &rsquo;t zoo leuk, zoo wat te knoeien,&rdquo; zei
+Else tegen Han, &ldquo;kunnen we niet n&oacute;g wat doen.... brood
+roosteren?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, nou gaan we heusch beginnen.... kom Hans, maak jij dit
+blik eens open.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat is er toch enorm veel te doen, v&oacute;&oacute;r je kunt
+gaan eten,&rdquo; filosofeerde Gerard.</p>
+
+<p>&ldquo;Voor &rsquo;n vrouw moet &rsquo;t prettig zijn, als &rsquo;r
+man op kamers gewoond heeft. Dan appreci&euml;ert-ie haar meer; weet,
+wat aan huishouden vast is.&rdquo;</p>
+
+<p>Gerard keek onwillekeurig Go aan, die lachte, en zei: &ldquo;En voor
+&rsquo;n meisje is op kamers-wonen <span class="pagenum">[<a id="pb60"
+href="#pb60">60</a>]</span>leerzamer dan de beste huishoudschool. We
+doen nu misschien alles wel &rsquo;n beetje vreemd, niet <span lang=
+"fr">comme il faut</span>, maar je krijgt toch overal idee van en leert
+ingrijpen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Op de gunstige uitwerking van op-kamers-wonen voor beide
+geslachten!&rdquo; stootte Henri met Else aan, en de foscobekers
+rinkelden.</p>
+
+<p>&ldquo;Welkom op m&rsquo;n kamer,&rdquo; zei Gerard aan Go, maar
+Hans verstoorde dadelijk de plechtigheid door: &ldquo;Leve het
+getruffeerde gehakt!&rdquo; te roepen, dat hij, plechtstatiglijk aan
+z&rsquo;n vork opgepikt, in de hoogte hield. Nu begon werkelijk de
+maaltijd met frisschen honger en vroolijk, levendig gepraat, terwijl,
+halverwege, de juffrouw nog &rsquo;s uitgestuurd moest worden om
+&ldquo;profeetjes&rdquo;, daar de broodvoorraad dreigend te dunnen
+begon.</p>
+
+<p>&ldquo;Nu mogen jullie &rsquo;s raden, hoe laat &rsquo;t is,&rdquo;
+zei Hans met een glunder lachje, toen ze aan de druiven en noten waren
+toegekomen.</p>
+
+<p>Gerard, die twee noten tusschen z&rsquo;n vingers gekneld hield, om
+ze voor Else te kraken, haalde onverschillig de schouders op:
+&ldquo;<span lang="de">Den Gl&uuml;cklichen schl&auml;gt keine
+Stunde</span>&rdquo;, maar Go, die aan college dacht, raadde angstig:
+&ldquo;kwart voor &eacute;&eacute;nen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Bijna &rsquo;n uur mis,&rdquo; plaagde Hans, &ldquo;over half
+twee.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar we hebben Gotisch.&rdquo; En Go was al op, met &rsquo;n
+donkere kleur van schrik; ze had nog nooit &rsquo;n college-uur
+verzuimd en vond &rsquo;t vreeselijk erg.</p>
+
+<p>&ldquo;Daar is nu niets meer aan te doen,&rdquo; kalmeerde Gerard,
+&ldquo;en erg is &rsquo;t ook niet. Ga toch weer zitten, en laten we
+kalm doorgaan. Geeft u er nu vanmiddag uw colleges maar &rsquo;s aan,
+we zijn niet elken dag zoo prettig bij elkaar.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61">61</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Maar &rsquo;t volgende uur moet ik toch zeker
+gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kind, wat ben-jij nog &rsquo;n echt eerste jaartje,&rdquo;
+plaagde Han, hopend haar trots in opstand te brengen, maar Else wist
+een betere manier van overreden: &ldquo;Je wilde toch ook nog vragen
+over je responsie, Go.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, ja, meneer Leeden; over Reinaert; mag dat dan, als we
+straks klaar zijn?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Natuurlijk,&rdquo; zei Gerard opgelucht, &ldquo;moet u voor
+&rsquo;t eerst respondeeren?&mdash;ik weet niet, of ik er nog veel van
+ken, hoor; maar &rsquo;k heb nog al wat boeken hier&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar als &rsquo;t gesprek zoo taalkundig wordt, gaan wij
+liever wat loopen samen, h&egrave; Els, en bespreken z&oacute;&oacute;
+samen de grondwet?&rdquo; Han sprak luchtig en als terloops, maar Else
+bloosde, en om zich te verontschuldigen, zei ze verlegen: &ldquo;Ja
+graag; ik heb &rsquo;t hier zoo warm gekregen; we konden Poelgeest
+omloopen.... Gaat u mee, meneer Elders, of houdt u &oacute;&oacute;k
+meer van Reinaert?&rdquo;</p>
+
+<p>Hans glimlachte, en streek met z&rsquo;n hand door z&rsquo;n donker
+haarbosje: &ldquo;Natuurlijk gaat de studie me boven alles, juffrouw
+Gerzon, en bovendien zijn hier nog zooveel noten over, dat ik er me
+&rsquo;n heele middag mee bezig houden kan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou, adieu dan, lui,&rdquo; zei Han opgelucht.</p>
+
+<p>&ldquo;Dag meneer Leeden, ik heb &rsquo;t erg prettig
+gevonden.&rdquo;</p>
+
+<p>Else lachte tegen Go&mdash;een heel bizonder lachje, vond ze.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Hans was achter in de kamer op den grond gaan zitten met een deeltje
+van Poe en de rest der noten; hij zat met z&rsquo;n rug tegen den muur,
+floot soms droomerig voor zich uit, maar nam <span class="pagenum">[<a
+id="pb62" href="#pb62">62</a>]</span>geen deel aan &rsquo;t gesprek,
+dat de twee anderen bij het raam voerden. Go zat in de vensterbank,
+liet haar beenen jongensachtig heen en weer schommelen en Gerard reed
+schrijlings heen en weer op z&rsquo;n stoel. De middag was stil en loom
+onder den kleurloozen hemel, en als Go uit &rsquo;t raam keek, trof
+haar &rsquo;t desolate van de oude, ongelijke steenstraat, waar de
+dorre blaren, vervuild en vermodderd, te rotten lagen.</p>
+
+<p>Ze hadden eerst samen de responsie-bladzij ernstig en breedvoerig
+besproken, Gerard vooral met veel toewijding, omdat hij &rsquo;n
+verlegenheid, die hij zelf niet begreep, z&rsquo;n gedachten voelde
+stremmen, nu hij eindelijk eens rustig met dit kind zou kunnen
+praten.</p>
+
+<p>&ldquo;Lekker weer om Poelgeest om te loopen,&rdquo; had hij
+spottend gezegd, want &rsquo;t begon juist &rsquo;n beetje te
+motregenen; en Go: &ldquo;Ik ben er nog nooit geweest.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij herinnerde zich, hoe hij in z&rsquo;n eerste jaar, in den roes
+van nieuwe vriendschappen, die voor heel het leven schenen, met jongens
+als hijzelf, die hij nu nauwelijks meer kende, daar rondgedwaald had,
+nachten lang; met hun ge&euml;motioneerde stemmen in de stilte elkaar
+vertellend, wat ze &rsquo;t hoogste en heiligste in hun leven hielden,
+dronken van grootsche toekomstplannen, hunkerend naar de volheid van
+h&uacute;n leven, dat anders, rijker dan van eenig ander mensch zou
+zijn, bij elkander steun vindend voor de teleurstellingen van hun
+omgeving. En, droef glimlachend, omdat al die verwachtingen en al die
+heete vriendschappen zoo langzaam aan weggegaan waren, iederen dag
+&rsquo;n beetje, haast ongemerkt, en omdat hij achter was gebleven,
+soms wat leeg, wat moe, maar wetend <span class="pagenum">[<a id="pb63"
+href="#pb63">63</a>]</span>zich &rsquo;n gewoon mensch, &rsquo;n mensch
+met plichten als &rsquo;n ander, die zich &rsquo;n positie zou maken...
+als &rsquo;n ander&mdash;dacht hij, of dit vroolijke, lieve meisje ook
+zoo langzaam haar stralenden blik verliezen zou&mdash;of juist door
+&rsquo;t licht van haar oogen anderer leven schooner glans zou kunnen
+geven;&mdash;en zacht vroeg hij haar: &ldquo;Maar hoe bevalt &rsquo;t u
+hier nu eigenlijk?&rdquo;</p>
+
+<p>Ze antwoordde dadelijk, zonder terughouding: &ldquo;Dat weet ik zelf
+nog niet. Soms denk ik: &rsquo;t is hier toch veel beter dan thuis, en
+dan weer: was ik dit maar nooit begonnen! &rsquo;t Is alles zoo anders,
+zoo heelemaal nieuw... ik heb soms het gevoel, of ik pas over &rsquo;n
+langen tijd zal kunnen weten, hoe ik &rsquo;t studentenleven wezenlijk
+vind. De vrijheid bijvoorbeeld. Ik heb er altijd zoo naar verlangd: ik
+heb altijd gedacht, dat &rsquo;t iets zoo heerlijks zou zijn; en nu
+weet ik eigenlijk bijna nooit, wat ik er mee zal doen. &rsquo;t Lijkt
+soms, of ik door hier te komen alleen &rsquo;n mooi, hevig verlangen
+heb verloren; of de vervulling ervan slechts &rsquo;n leegte
+geeft.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Als jongens hier vol verwachting aangekomen zijn, en ze
+vinden niets dan &rsquo;n ongezellige kamer, &rsquo;n kletsende hospita
+en saaie college-uren, dan slaan ze aan &rsquo;t drinken en fuiven en
+dwaasheden doen., En de kroeg, die eigenlijk niets is dan &rsquo;n
+ongezellig koffiehuis, al wordt hij ons elk jaar als ons thuis
+aangeprezen, wordt bij gebrek aan beter wezenlijk hun toevlucht, hun
+huiskamer. Maar wat meisjes, die natuurlijk dezelfde teleurstelling
+eerst ondergaan, moeten doen.... Dadelijk studeeren g&aacute;&aacute;t
+niet; dat leer je naderhand; fuiven kunnen, en willen jullie, goddank,
+ook niet.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik wou, dat we &rsquo;t konden: zoo &rsquo;s echt gewoon,
+uitgelaten pret hebben&mdash;zooals ik wel &rsquo;s gehoord <span
+class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64">64</a>]</span>heb, als ik
+over de Breestraat kwam &rsquo;s avonds, in de Turk of bij Levedag....
+dat opgewonden zingen van kinderliedjes, al die vroolijke koppen bij
+elkaar.... Bij ons op de meisjesvereeniging is alles zoo ernstig; wel
+opgewekt, maar wijs. Nooit &rsquo;s dwaas en jolig. Daar zouden we ons,
+geloof ik, &rsquo;n beetje voor schamen, als we zoo allemaal bij elkaar
+zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Je.... pardon, u idealiseert onze manier van
+feestvieren.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar Go viel levendig in: &ldquo;Nee, toe, noem me &ldquo;Go&rdquo;
+en zeg &ldquo;je&rdquo;; ik heb &rsquo;t al lang willen vragen, maar
+&rsquo;k wist niet, hoe hier de gewoonte was.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Graag. Ik heet Gerard. Ik vind <span class="corr" id=
+"xd0e998" title="Bron: t">&rsquo;t</span> prettig, als je mij bij
+m&rsquo;n voornaam noemen wilt.&rdquo;</p>
+
+<p>En ze zwegen even, om de nieuwe faze, die hun vriendschap was
+ingegaan, terwijl Go in gedachten naar buiten keek en zei: &ldquo;Wat
+zullen ze nat worden op hun wandeling&mdash;en ze hebben niet eens
+&rsquo;n parapluie.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wezenlijke uitgelaten vroolijkheid is iets zoo zeldzaams in
+de wereld,&rdquo; praatte Gerard door, &ldquo;gewoonlijk kunnen de
+menschen hun plezier vrijwel verwerken zonder behoefte er luidruchtig
+uiting aan te geven&mdash;als &rsquo;n fuif bij ons slagen wil, moet er
+een groot quantum wijn de pit, de stuwkracht aan geven. Zonder dien
+prikkel zijn wij ook niet vroolijk, zouden niet weten, wat te beginnen,
+behalve als je heel jong en heel kinderlijk bent, en gelukkig door
+allerlei waanbeelden.. maar dat is voor mij voorbij en sinds ik bewust
+ben gaan leven, ga ik niet of zelden naar fuiven meer&mdash;ik heb er
+geen plezier in, me buiten m&rsquo;n zelf te brengen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hans had naar de laatste woorden geluisterd, <span class="pagenum">
+[<a id="pb65" href="#pb65">65</a>]</span>en wierp &rsquo;n notedop door
+de kamer: &ldquo;Subjectief, volkomen subjectief, beste kerel....
+Natuurlijk, &rsquo;n objectieve meening is &rsquo;n <span lang="la">
+contradictio in terminis</span>, zei Hegel;.... maar laat Wim de Veer
+z&rsquo;n opinie eens over onze fuiven zeggen. Die danst al van louter
+pret, als hij nog geen druppel op heeft. Die fuift al, als er maar vijf
+lui in &rsquo;n kamer bij elkaar zijn. &ldquo;Waar twee of drie in naam
+der vreugde te zamen zijn, zal ze in hun midden zijn&rdquo; is
+z&rsquo;n devies. Laat die juffrouw Herderts inlichten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave; ja, vertel &rsquo;s wat van de andere leden van
+Laborando vincimus.&mdash;Van De Veer heb ik eigenlijk nog niets
+gemerkt&mdash;is die zoo vroolijk?&rdquo; Go keerde zich in warme
+belangstelling naar Hans, maar Gerard mompelde: &ldquo;&rsquo;t Is
+&rsquo;n kind.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, dat is niet waar; &rsquo;t is &rsquo;n alleraardigste
+jongen,&rdquo; verdedigde Hans. &ldquo;Een vagebond, &rsquo;n
+losbandige, als je wilt, maar pittig, met &rsquo;n fond.... Je moet
+&rsquo;m op straat zien loopen: pet op, handen in de zakken, en toch
+altijd dat aristocratische, omdat-ie nu eenmaal van goeie familie
+is.... Hij fluit, blijft telkens staan, draait zich heelemaal om, als
+hij &rsquo;n aardig meisje ziet, leert &rsquo;n paar kwajongens, hoe ze
+hun vlieger op moeten laten, groet &rsquo;n prof met &rsquo;n
+familiariteit of &rsquo;t z&rsquo;n collega is&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Als-t-ie &rsquo;m groet,&rdquo; viel Gerard hoonend in;
+&ldquo;we kwamen laatst samen Hering tegen. Ik ken &rsquo;m toevallig,
+maar hij behoorde vier uur college bij &rsquo;m te loopen.... Nu; ik
+nam m&rsquo;n hoed af, maar De Veer zegt: &ldquo;Bejour&rdquo; en toen
+tegen mij: &ldquo;Wie is die varkensslachter?&rdquo;</p>
+
+<p>Go schaterde: &ldquo;O, zeg, wat vermakelijk is dat! Zou de prof
+boos zijn? Zag-ie er dan zoo schunnig uit?&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66">66</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Ja, schunnig ziet-ie er altijd uit. Maar nooit college
+loopen, is toch geen manier.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; maar vertel verder; ik vind &rsquo;t zoo leuk.... vertel
+ook over de andere menschen van &rsquo;t dispuut. Wie is de
+aardigste?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hij,&rdquo; zei Gerard en wees op Hans; Go had gehoopt het
+gesprek zoo op Van Neerwinden te brengen; maar de geprezene had zich al
+weer in Poe verdiept, en stoorde zich niet aan den lof.</p>
+
+<p>&ldquo;Hoe is Beerenstijn?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Knap, intelligent, eigenaardig. &rsquo;n Werker, &rsquo;n
+vrouwenhater, of eigenlijk verachter.... Ik geloof niet, dat je
+&rsquo;m sympathiek zult vinden.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee,&rdquo; zei Go. &ldquo;En Van Neerwinden?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;n Rare vent. Talentvol, geniaal misschien, maar
+decadent.&mdash;Ik mag &rsquo;m niet. &rsquo;t Is &rsquo;n vooroordeel
+van me, maar die verfijning, die zwakke onrust, dat elegant-lieve is me
+antipathiek. Het is geen k&eacute;rel.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Neen,&rdquo; en Go glimlachte bij de gedachte aan z&rsquo;n
+fijne handen, z&rsquo;n loome bewegingen. &ldquo;Hij ziet er ook niet
+sterk uit.... Och je kunt zoo weinig zeggen van de menschen na zoo
+&eacute;&eacute;n avond.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja; &rsquo;k ben blij, dat je er nu inkomt. Als je elkaar
+geregeld ziet, wordt &rsquo;t zoo anders. &rsquo;k Zou willen, dat we
+ons als een groote familie gingen voelen, bepaald als bij elkaar
+hoorend.&rdquo;</p>
+
+<p>Go knikte, zat stil voor zich uit te kijken. Achter haar stierf de
+dag. Het grijze licht viel door haar zwarte krullen heen, haar gezicht
+was in schaduw.</p>
+
+<p>En opeens hief ze de armen op, of ze iets groots omvatten wilde:
+&ldquo;Zie-je, toen &rsquo;k hier kwam,&rdquo; zei ze zacht en gejaagd,
+&ldquo;verlangde ik de eerste dagen alleen maar naar huis terug, en ik
+kon aan niets anders denken dan aan moeder en de <span class="pagenum">
+[<a id="pb67" href="#pb67">67</a>]</span>broertjes en zusjes, en
+m&rsquo;n kamertje naast de trap.... maar toen ik &rsquo;n beetje
+gewend raakte op m&rsquo;n kamer, begon ik iets te verlangen&mdash;ik
+weet niet wat. Ik voelde opeens, dat er iets bizonders met me zou
+kunnen gebeuren, dadelijk, ieder oogenblik van den dag.... Op straat
+kon ik het tegenkomen; als ik thuis kwam, vroeg ik de juffrouw, of er
+niets voor me gekomen was.... ik wist niet, wat ik verwachtte; &rsquo;t
+was eenvoudig: <span class="letterspaced">de</span> verrassing.... En
+het werd hoe langer hoe erger&mdash;het werd &rsquo;n onrust&mdash;ik
+liep &rsquo;s avonds uit om het te zoeken, en dan ging ik langs de
+dichte huizen, alleen, en ik begon langzamerhand te begrijpen, wat ik
+wilde: ik had &rsquo;n heeleboel liefde en zorg, en behoefte om zacht
+voor iemand te zijn, en die wilde ik aan de jongens geven, aan
+&agrave;lle jongens.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze zweeg even, streek &rsquo;r haar van het voorhoofd. Gerard had
+het gezicht naar haar voorovergebogen, keek haar in zwijgende spanning
+aan.</p>
+
+<p>&ldquo;Toen kwam de teleurstelling, dat ik ze niet kon bereiken; dat
+ze daar allemaal in hun eenzame kamers zaten, of onvoldaan treuzelden
+op de kroeg, en ik op de donkere straat liep, en ze niet wisten van
+m&rsquo;n verlangen;....en ik wist toch, dat zij &rsquo;t ook prettig
+zou&ecirc;n vinden, h&egrave;, en dat &rsquo;t hun ook goed zou
+doen!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Het zou hun &rsquo;n zegen zijn,&rdquo; zei Gerard
+ernstig.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar op college sprak ik niemand, en ik mocht niet in de
+kroeg, en ik dacht: wat helpt me al m&rsquo;n goed-willen, als ik ze
+niet eens naderen kan? Waar moet ik met m&rsquo;n hartelijkheid heen?
+En daarom ben ik zoo blij over Laborando vincimus;&mdash;ik weet het,
+dat ik er vreeselijk veel leeren kan, dat jullie veel meer weten en
+veel <span class="pagenum">[<a id="pb68" href=
+"#pb68">68</a>]</span>knapper zijn dan ik; maar ik heb iets anders, dat
+jullie missen;&mdash;ik zou zoo heerlijk vinden, als we veel voor
+elkaar konden zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Er viel weer een stilte in de kamer; Gerard zat stil; keek nu recht
+voor zich uit. Klompgeklepper van kinderen, die uit school kwamen,
+klinkerde tegen de ramen op, en schelle kreten joelden er jolig over
+heen.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet &rsquo;t zoo goed, ik voel &rsquo;t, hoe ontzettend
+veel goed &rsquo;n meisje in ons leven moet kunnen doen,&rdquo; zei hij
+eindelijk, en z&rsquo;n harde, scherpe stem klonk schor van
+ingehoudenheid. &ldquo;Ik heb nu al zooveel jaar in eenzaamheid
+geleefd, en er alle mogelijke houdingen tegenover aangenomen, en nog
+altijd zijn er dagen, vooral de Zondagen, dat ik &rsquo;t gevoel heb
+gek te worden van de stilte om me heen, dat ik bel om &rsquo;n niets,
+alleen om weer &rsquo;s te kunnen praten, dat &rsquo;k iederen man,
+dien &rsquo;k maar van aanzien ken, aanfluit, om toch gezelschap te
+krijgen,&mdash;en zelfs&mdash;maar dat is de uiterste
+wanhoop,&mdash;voor den spiegel ga staan, en lach en praat tegen
+mezelf, dwaze buigingen maak, &rsquo;n gesprek op touw zet, om zoo
+eindelijk aan &rsquo;t zwijgen te ontkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, ik voelde &rsquo;t wel, dat &rsquo;t zoo moest zijn,
+&rsquo;t vroolijke studentenleven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Niet bij iedereen natuurlijk. Je h&oacute;&oacute;rde daar
+net van De Veer. En zoo zijn er meer. Als je pas aankomt, beken-je je
+ook gewoonlijk niet, dat je eenzaam bent. Je zoekt mooie
+vriendschappen. En als dat teleurstelt, ga-je fuiven. Maar er ligt
+onder de uitgelatenheid, de dwaasheid, het cynisme, heel wat melancolie
+en levensangst en onvoldaanheid verborgen. Dit zijn moeilijke
+jaren.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb69" href=
+"#pb69">69</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Als ik hun nu ten minste maar wat gezelligheid op hun kamer
+geven kon.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Begin met mij; ik zal zoo&rsquo;n dankbare discipel
+zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Goed,&rdquo; zei Go. En toen stak ze spontaan haar hand uit:
+&ldquo;We zullen goeie vrienden zijn, wij samen, h&egrave;; we zullen
+elkaar helpen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg,&rdquo; riep Hans uit z&rsquo;n donkeren hoek, &ldquo;ik
+kan hier niets meer zien; zou&ecirc;n we niet &rsquo;s thee kunnen gaan
+brouwen?&rdquo;</p>
+
+<p>Go ging naar de kast, terwijl Gerard z&rsquo;n studeerlamp aanstak.
+En ze dacht, of ze ook Hans wat zou kunnen geven, of die zich ook wel
+&rsquo;s eenzaam voelde. Hij leek zoo tevreden in zich, zoo
+zelfgenoegzaam,&mdash;wel hartelijk en lief, maar toch teruggetrokken.
+Ze zou ook voor hem graag iets liefs willen doen; hij zag er zwak uit.
+En toch zoo opgewekt!</p>
+
+<p>&ldquo;Gezellig, nu met &rsquo;t licht op en toch half in schemer
+thee te drinken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, jij vindt de druilige dagen zelfs prettig,
+natuurlijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Binnen, ja. Maar juffrouw Herderts en ik moeten weer naar
+&rsquo;t vijandige buiten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, &rsquo;t is al laat. Ze zullen al lang van hun
+Poelgeest-wandeling terug zijn&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wie weet?&rdquo; lachte Gerard. &ldquo;Soms duurt zoo&rsquo;n
+uitstapje lang.&rdquo;</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Go vond Else alleen in de donkere kamer; ze kon haar gezicht niet
+zien, maar haar stem klonk opgewonden, toen ze: &ldquo;Go, o,
+Gootje!&rdquo; riep. Stijf sloeg ze de armen om haar hals, fluisterend:
+&ldquo;Zeg, ik moet je wat vertellen&mdash;begrijp-je &rsquo;t
+al&mdash;o, Go, nu worden we dubbel nichtjes!&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70">70</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e1092" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk VIII.</h2>
+
+<p>Toen de familiepartijtjes ter eere van de verloving van Henri en
+Else, die zeer in den smaak viel, waren afgeloopen, besloten ze ook
+voor de Leidsche vrienden een fuifje aan te richten, en wel speciaal
+voor &ldquo;Laborando vincimus&rdquo;.</p>
+
+<p>Henri bedisselde, dat de volgende vergadering bij hem zou zijn, en
+wilde dan in plaats van &rsquo;n gewoon nabroodje &rsquo;n fijn
+soupertje met bloemen en &rsquo;n strijkje geven, waar de meisjes
+natuurlijk bij zouden blijven, en Else als jeugdig bruidje gehuldigd
+moest worden.</p>
+
+<p>Hij had eerst z&rsquo;n plannen zooveel mogelijk voor Go en
+&ldquo;Vrouwtje&rdquo; verborgen willen houden, maar ze vroegen
+z&oacute;&oacute; dringend z&rsquo;n kamer te mogen versieren en alles
+mooi te mogen maken, dat hij steeds meer de leiding uit handen gaf, en
+&rsquo;t zelfs z&oacute;&oacute; ver kwam, dat &rsquo;s middags
+v&oacute;&oacute;r den plechtigen avond hij de deur werd uitgestuurd,
+omdat hij &rsquo;t pas zien mocht, als alles klaar was.</p>
+
+<p>Z&rsquo;n juffrouw, genietend van al die feestelijkheid in haar
+huis, deed energiek mee, sloot triomfantelijk de deur af, en hij,
+wanhopig, &rsquo;t opgevend &ldquo;als drie vrouwen tegen &rsquo;m
+wilden samenspannen&rdquo;, <span class="pagenum">[<a id="pb71" href=
+"#pb71">71</a>]</span>was gegaan, en niet teruggekomen
+v&oacute;&oacute;r &rsquo;t uur van de vergadering, toen de hospita
+&rsquo;m dadelijk vertrouwelijk meedeelde, dat alles &ldquo;keurig en
+keurig&rdquo; was,&mdash;als meneer nu nog maar den wijn uitgeven
+wilde; en Go en Else, even later, stralend, in lichte partij-jurken met
+bloemen, die Han ze gestuurd had, waren &rsquo;m ook komen verzekeren,
+dat hij tevreden zou zijn, en dat z&rsquo;n juffrouw een parel was.</p>
+
+<p>De vergadering liep geregeld en geanimeerd af; er was feeststemming
+in de lucht, de meeste jongens droegen mooie jasjes, behalve
+Beerenstijn, die altijd een grofgrijs colbertje aan had; bij de thee
+werden taartjes en bruidsuikers gepresenteerd, en in de pauze was er
+&rsquo;n groot bouquet voor Else gekomen van het dispuut.</p>
+
+<p>Zoodra Henri&rsquo;s hamer voor de laatste maal was
+neergevallen,&mdash;Else had &rsquo;m het symbool van z&rsquo;n
+waardigheid meermalen afgenomen, had er mee zitten spelen, &rsquo;m
+laten vallen, er Han mee gestreeld, zoodat Beerenstijn had gepreveld:
+dat voor &rsquo;n praeses van een dispuut, evengoed als voor &rsquo;n
+priester, &rsquo;t coelibaat verplichtend moest worden
+gesteld,&mdash;was Go de kamer uitgeloopen, om &rsquo;n laatsten blik
+over de tafel te laten gaan, die in de kamer van Han&rsquo;s buurman
+stond aangericht, en het strijkje bestaande uit piano, viool en
+violoncel &rsquo;n teeken te geven, dat ze beginnen konden.</p>
+
+<p>Toen riep ze, als gastvrouw, de anderen om binnen te komen. De
+&ldquo;<span lang="de">Hochzeitsmarsch</span>&rdquo; jubelde hun al op
+de gang tegemoet, en bij de deur bleven ze stilstaan van verrassing:
+alle lichten van de kroon waren aan, en op den schoorsteen stonden
+luchters met brandende kaarsen, die hun <span class="pagenum">[<a id=
+"pb72" href="#pb72">72</a>]</span>vlammetongen in den spiegel
+weerkaatsten. Daar hing veel fijn groen, met &rsquo;n enkele chrysant
+er tusschen sierlijk van af, uitloopend in een ijlen, slanken slinger,
+die om de klok was gelegd, en de wijzerplaat goelijk bedekte.</p>
+
+<p>Vazen met chrysanten en daliahs stonden op kleine tafeltjes, sierden
+het tot buffet gepromoveerde bureau. Aan de kroon hing de gladgroene
+hulst met vroolijke, roode bessen; maar de tafel zelf was sober
+gehouden, met slechts los hier en daar &rsquo;n viool of wat kleine
+asters;&mdash;bij de borden van Han en Else alleen &rsquo;n kring van
+groote rozen, rood en wit.</p>
+
+<p>Han had in verrukking Else&rsquo;s arm genomen, leidde haar, trotsch
+en zalig, de lichte kamer in.</p>
+
+<p>Go zag de ontroering op hun jonge gezichten, voelde haar oogen warm
+worden, onder &rsquo;t angstige wenschen: dat &rsquo;t toch altijd zoo
+blijven mocht,&mdash;en toen Eduard zich naar haar overboog: &ldquo;Mag
+ik jou aan tafel brengen,&rdquo; trilde haar hand op z&rsquo;n arm
+z&oacute;&oacute;, dat hij haar bezorgd in &rsquo;r ontstelde gezicht
+keek en teeder zei: &ldquo;O, wat zie-je bleek! Wil-je ook liever nog
+wat naar de andere kamer?&rdquo;</p>
+
+<p>Ze schudde stil haar hoofd, keek dankbaar de tafel langs: Elsi en
+Henri daar, Frieda tusschen Hans en Beerenstijn&mdash;dat was de
+eenige, die de vrouwenhater nog wel kon lijden&mdash;zij naast Eduard,
+Rolands aan den anderen kant. Dat was &rsquo;n stil ventje, zou haar
+niet storen;&mdash;Eduard had h&aacute;&aacute;r
+gevraagd,&mdash;beteekende dat, dat hij haar aardig vond? Nee, veel
+zeggen deed &rsquo;t niet: Else soupeerde natuurlijk met Han, en Frieda
+was niets voor hem, zoo strak en sterk,&mdash;die zou &rsquo;m zeker,
+net als Gerard, &ldquo;geen kerel&rdquo; vinden;&mdash;Frieda was echt
+&rsquo;n meisje om te studeeren, zoo <span class="pagenum">[<a id=
+"pb73" href="#pb73">73</a>]</span>helder en rustig, zoo
+eenvoudig-verstandig altijd.&mdash;</p>
+
+<p>&ldquo;Had-je liever ergens anders willen zitten?&rdquo; vroeg
+Eduard zacht.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, waarom?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Je kijkt zoo rond en je bent zoo stil.&mdash;Is er dan wat
+anders?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; ik dacht er over, dat Frieda en jij elkaar niet aardig
+zouden vinden.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij lachte zacht, haar fixeerend, terwijl z&rsquo;n oogen steeds
+dieper glans kregen.</p>
+
+<p>&ldquo;Zoo, en waarom niet?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet. Ik ken je nog wel niet lang.... maar je
+v&oacute;elt zoo, hoe iemand moet zijn, vanzelf. Als je de klank van
+z&rsquo;n stem hoort, z&rsquo;n bewegingen ziet, z&rsquo;n kamer,
+z&rsquo;n boeken....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En wat denk-je dan van mij?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat je van een menschensoort bent, dat Frieda niet
+appreci&euml;ert.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze zweeg, en speelde nerveus met haar glas. &rsquo;t Was vreemd, dat
+ze met hem veel minder goed praten kon dan met Gerard; met dien kwam
+&rsquo;t intieme, &rsquo;t belangrijke vanzelf; met Eduard liep elk
+gesprek dadelijk dood, terwijl ze juist aan hem zoo graag haar
+vertrouwen zou willen geven.</p>
+
+<p>Ieder zinnetje, zelfs &rsquo;t gewoonste, van hem, klonk als een
+liefkoozing: dat verwarde haar;&mdash;&rsquo;t was net, of z&rsquo;n
+oogen, onder de banale woorden door, haar steeds zeer ontroerende
+dingen zeiden; maar ze wist niet zeker, of ze zich dat misschien maar
+verbeeldde. Zooals hij nu met z&rsquo;n hoofd over z&rsquo;n bord zat,
+gretig etend van de kip met comp&ocirc;te, leek &rsquo;t &rsquo;n
+gewone, knappe jongen, zonder geheime charmes.</p>
+
+<p>&ldquo;Waarom kijk-je me zoo aan, Go? Je maakt <span class=
+"pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74">74</a>]</span>me verlegen.&rdquo;
+Z&rsquo;n stem zong doordringend en ze voelde opeens &rsquo;n gezond
+ongeduld opkomen, tegen de verslappende bekoring, waarmee hij haar
+omspon.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik had niet gedacht, dat je zooveel zou eten,&rdquo; zei ze
+met &rsquo;n lachje: &ldquo;dat hoort niet bij je figuur.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Je zult me nog wel eens meer iets zien doen, dat niet bij
+m&rsquo;n figuur past, in jouw oogen;&mdash;consequent zijn in alles,
+wat je doet, is vrijwel synoniem met onwaar-zijn. Zoo iemand heeft
+&rsquo;n idee in z&rsquo;n hoofd, &rsquo;n tooneelfiguur voor oogen,
+die hij nabootsen wil.... Wie tegenwoordig &rsquo;n harmonisch mensch
+lijkt, speelt alleen z&rsquo;n rol bizonder goed.&mdash;We zijn
+allemaal bij elkaar gelijmd uit niet-bij-een-passende stukjes, goed en
+slecht en sterk en zwak&mdash;wij modern-onrustigen. Ieder mensch is
+&rsquo;n eenheid van tegendeelen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Toch niet allemaal,&rdquo; zei Go zachtjes, die niet thuis
+was in de Hegliaansche terminologie, &ldquo;kijk Elsi en Henri nu
+&rsquo;s, en Hans&mdash;en Frieda&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat weet iemand eigenlijk van den ander af!&mdash;Ik ken
+alleen de tweespalt in mezelf, en daarnaar meet ik &rsquo;t geluk af
+bij andere menschen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat wordt later natuurlijk beter; dit zijn de moeilijkste
+jaren.&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Later, als ik een geposeerd mensch ben geworden, meen-je; als
+ik &rsquo;n baantje heb, en n&ograve;g meer eet en drink dan nu, en
+n&ograve;g....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Als je je nuttig maakt&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nuttig voor anderen&mdash;als rechter&mdash;redder van de
+menschheid, steun van weduwen en weezen&mdash;prachtig, h&egrave;?
+Maar, <span lang="la">sancta simplicitas</span>, laten we toch &rsquo;s
+ophouden met de dwaze inbeelding, of we wezenlijk voor &rsquo;t heil
+van onze medemenschen zoo&rsquo;n baantje entameeren, en er ons <span
+class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75">75</a>]</span>mee bezig
+houden tot &rsquo;t einde.&mdash;Honderd anderen zou&ecirc;n &rsquo;t
+immers even goed kunnen als wij, kijken ons met nijdige, afgunstige
+gezichten aan.&mdash;Welk mensch is in deze tijden van overbevolking
+onmisbaar? Als hij m&eacute;&eacute;r kan dan &rsquo;n ander, laten dan
+drie of vier z&rsquo;n plaats innemen; krachten genoeg; daar hoef-je
+niet zuinig op te zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar w&aacute;&aacute;rom dan?&rdquo; vroeg Go, &ldquo;en wat
+moet je dan....&rdquo;</p>
+
+<p>Hij haalde z&rsquo;n schouders op, en keek stroef voor zich uit. Hij
+scheen z&rsquo;n buurmeisje en de tafel vergeten; z&rsquo;n stem was
+hard, als metaalklank, en &rsquo;n waas hing over z&rsquo;n
+oogendiepten.</p>
+
+<p>&ldquo;Het eenige, wat &rsquo;n mensch doen kan, is, maken, dat de
+tijd zoo onopgemerkt mogelijk voorbij gaat,&mdash;daarom fuiven we,
+daarom werken en lezen, en eten en slapen we. Ieder naar z&rsquo;n
+aanleg. Ieder kiest, wat &rsquo;m &rsquo;t beste bezighoudt. Je vindt
+&rsquo;t &rsquo;n leelijke levensopvatting,&mdash;je gelooft &rsquo;t
+niet,&mdash;wacht maar; als je ouder bent.&rdquo;</p>
+
+<p>Het strijkje, dat in de alkoof bij de piano zat, viel vroolijk in
+met de matchiche, en De Veer, z&rsquo;n stoel achteruit gooiend, sprong
+vreugdevol op, wierp &rsquo;t lijf achterover, en danste, den
+vroolijken kop door &rsquo;t gulden licht overstroomd. Hij had zich
+asters achter de ooren gestoken, hield &rsquo;n roode daliah tusschen
+z&rsquo;n lippen, en terwijl hij steeds joliger danste, klapte hij met
+de vingers, als om zichzelf aan te hitsen.</p>
+
+<p>&ldquo;Z&oacute;&oacute; richt hij z&rsquo;n leven in,&rdquo; zei
+Eduard met &rsquo;n mat lachje, maar Go zag hier de heerlijke, echte
+uitgelatenheid, zooals ze altijd bij jongens had vermoed, klapte in de
+handen en riep: &ldquo;mooi, mooi! O, laten we straks toch gaan
+dansen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Praeses, mag ik nu misschien &rsquo;s het woord,&rdquo; riep
+<span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76">76</a>]</span>Gerard,
+den betrokkene, die zich heel weinig met de tafel bemoeide, en juist
+bezig was z&rsquo;n meisje &rsquo;n roos in &rsquo;t haar te steken,
+met &rsquo;n notedop gooiend.</p>
+
+<p>&ldquo;Och kerel, laat me met rust. Ik heb vanavond toch niet de
+leiding. Doe, wat je niet laten kunt, maar bel dan eerst om &rsquo;n
+paar nieuwe flesschen.&rdquo;</p>
+
+<p>Gerard sprak met overtuiging, terwijl hij eerst, &rsquo;n beetje
+over de tafel geleund, Han en Else nog &rsquo;s hartelijk
+gelukwenschte, daarna zich richtte tot de meisjes in &rsquo;t algemeen,
+die voor &rsquo;t eerst &rsquo;n feestje met hen hadden willen
+meemaken.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet, jullie hebben eenvoudig-weg: ja, gezegd, omdat je
+ons als vrienden beschouwt, en met ons &rsquo;t verlovingsfeest, waar
+we allemaal blij om zijn, wilde vieren. Jullie hebt er geen ernstige
+theorie&euml;n bij verkondigd; maar ik zie, zooals jullie hier nu
+vroolijk en gezellig in ons midden bent, jullie toch als baanbreeksters
+van het nieuwe leven, waar de verhouding tusschen jongens en meisjes
+&rsquo;n wezenlijk vriendschappelijke, wezenlijk elkaar steunende zal
+zijn. Hoeveel goed dat ons, jongens, zal doen,&mdash;we weten &rsquo;t
+hier wel allemaal van onszelf, dat de meisjes veel aan ons te
+verbeteren zullen hebben&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wij nog meer aan de meisjes, &agrave;ls er iets aan te
+verbeteren valt,&rdquo; viel Beerenstijn uit, maar Hans bedreigde
+&rsquo;m met de spuitwatersiphon, en Gerard maakte er nu maar gauw
+&rsquo;n eind aan, met te drinken op de goeie verhouding en den bloei
+van de leden van &ldquo;Laborando vincimus&rdquo;.</p>
+
+<p>&ldquo;Mag ik &rsquo;t woord, praeses,&rdquo; drong Beerenstijn,
+&ldquo;om te herinneren aan &rsquo;n uitspraak van Erasmus in
+&ldquo;<span lang="la">stultitiae laus</span>&rdquo;, dat de grootste
+aantrekkelijkheid van de vrouw&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Meneer Beerenstijn, ik verzoek u de stemming <span class=
+"pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77">77</a>]</span>niet te
+storen....&rdquo; beval Han plechtig, maar Frieda viel levendig in:
+&ldquo;Ik weet, wat je meent. Oppervlakkig is er iets
+v&oacute;&oacute;r te zeggen. Maar je ziet in meisjes-studenten te veel
+&rsquo;t liefhebberen in de wetenschap; je hebt er zeker nog nooit
+ontmoet, bij wie &rsquo;t wezenlijk ernst is, als bij &rsquo;n
+man.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat heb ik wel; jou bijvoorbeeld. Daarom heb ik ook heelemaal
+niet &rsquo;t land aan je; maar je bent nu &rsquo;n kameraad geworden,
+geen meisje meer voor me,&mdash;maar zooals die &rsquo;t
+doen,&rdquo;&mdash;hij keek naar Else en Go&mdash;&ldquo;dat &rsquo;s
+vleesch noch visch.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Zijn toch aardige kinderen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Als ze niet studeerden. Als ze niet hun grootste charme: hun
+onwetendheid, zoo gauw mogelijk trachtten kwijt te raken. Ik wil geen
+vrouw, die net zooveel weet als ik, of &rsquo;t zich tenminste
+verbeeldt. En ze worden leelijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat hoeft niet,&rdquo; riep Eduard; en Go vond vreemd, dat
+hij ook op zoo&rsquo;n manier over meisjes praten kon. Ze kreeg
+&rsquo;t gevoel, of voor jongens ze toch voorloopig nog wel iets heel
+ver-afs moesten blijven, half vereerd, half getiranniseerd, als
+&rsquo;n weeldedingetje.</p>
+
+<p>Gerard zag &rsquo;t in haar oogen. &ldquo;Hoe denk-je n&uacute; over
+de leden van ons dispuut? N&oacute;g geavanceerd, of wel &rsquo;n
+beetje bekrompen en banaal?&rdquo;</p>
+
+<p>Maar nu riep De Veer, of hij eindelijk ook &rsquo;s wat mocht
+zeggen, en ze keerden zich allen verwachtend naar het stralende,
+opgewonden jongensgezicht, waarin de donkere oogen als zonnetjes
+flonkerden.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik spreek naar aanleiding van den toost van Leeden, en ik heb
+er niet vooruit over nagedacht en niet klaargemaakt, wat ik wou
+zeggen&mdash;&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb78" href=
+"#pb78">78</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;O, jerum!&rdquo; zuchtte Hans, &ldquo;als dat dan maar goed
+afloopt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar &rsquo;k wil uiten, wat ik voel, en dat is: blijdschap
+en verwachting. Ik heb, terwijl Gerard sprak daareven, &rsquo;n visioen
+gehad; dat was: de algeheele verbroedering en verzustering. Ik zag de
+meisjes op onze kroeg, tusschen ons, met potten bier....&rdquo;</p>
+
+<p>Men begon zachtjes te proesten. Han alleen zat &rsquo;n beetje
+gespannen, met z&rsquo;n mes in de hand, om af te tikken, wanneer
+&rsquo;t te erg werd.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik zag ze met ons meedoen op de rijjolen, mee inklimmen in de
+huizen.&rdquo;</p>
+
+<p>Het werd rumoeriger aan tafel; het lachen steeg.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet &rsquo;t wel; we zijn nog ver af van dat alles. En ik
+weet niet, of ik dien ideaal-toestand nog meemaken zal, als
+student.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Studeer maar door, op dezelfde manier, als je bezig bent; dan
+heb-je veel kans,&rdquo; interrompeerde Gerard; maar de redenaar hernam
+onverstoorbaar:</p>
+
+<p>&ldquo;Er moet nog veel veranderen, voor we zoover zijn. De meisjes
+moeten veel sterker worden, dat ze er beter tegen kunnen &rsquo;n nacht
+op te blijven.... ze moeten meer wijn leeren drinken,&rdquo;&mdash;en
+hij keek verwijtend naar de glazen van Else en Go, die nog half vol
+waren; Frieda was geheel-onthoudster&mdash;&ldquo;hun kleeding moet
+veranderd worden, dat ze gemakkelijker alles mee kunnen
+doen....&rdquo;</p>
+
+<p><a id="xd0e1236"></a>Nu tikte Henri: &ldquo;Dank u, meneer De Veer;
+&rsquo;t is genoeg geweest.&rdquo;</p>
+
+<p>De tafel lag flauw. &ldquo;Kerel, kerel,&rdquo; hikte Hans,
+&ldquo;je bent onbetaalbaar. Laat-ie toch doorgaan, meneer de praeses,
+als hij ergens ter wereld iets nog dwazers verzinnen kan.&rdquo; <span
+class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79">79</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Maar ik meen het,&rdquo; verweerde De Veer zich, toch niet
+gepiqueerd, &ldquo;op &rsquo;t oogenblik mag &rsquo;t vreemd lijken,
+maar over &rsquo;n jaar of tien....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Gekken,&rdquo; mompelde Beerenstijn, die juist zag, dat Henri
+en Else samen van een bordje aten, &ldquo;als er hier nog een
+ge&euml;ngageerd paar komt, ga &rsquo;k er uit.&rdquo;</p>
+
+<p>En z&rsquo;n oogen bliksemden naar Eduard, die &rsquo;n waterlelie
+uit z&rsquo;n sinaasappelschil voor Go maakte.</p>
+
+<p>&ldquo;Omdat die vent nu zekere capaciteiten heeft, die wij,
+jongens, niet in &rsquo;m kunnen waardeeren,&rdquo; zei hij tegen
+Frieda, &ldquo;moet &rsquo;t hier nou per se &rsquo;n
+backfischen-bewaarplaats worden; die vinden &rsquo;m natuurlijk
+allerliefst.&rdquo;</p>
+
+<p>Go had zich hartelijk naar De Veer overgebogen; haar oogen waren
+diep donkerblauw in haar warm gezicht: &ldquo;Laat je eens bij ons op
+de club introduceeren, Wim,&rdquo; zei ze vertrouwelijk, &ldquo;dan
+zul-je &rsquo;s zien, dat van gezamenlijk fuiven zoo gauw nog niets
+komen zal; we zijn daar zoo ernstig, zoo wijs....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, meneer, daar benne ze van de pelisie,&rdquo; kwam de
+juffrouw ontzet, &ldquo;der mag geen muziek meer gemaakt worden,
+&rsquo;et is half drie.... ze wille binne.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou l&aacute;&aacute;t maar,&rdquo; zei Han laconiek,
+&ldquo;dan krijgen ze &oacute;&oacute;k een glaasje,&rdquo;&mdash;en
+dan tegen &rsquo;t strijkje: &ldquo;Goeie broeders, pakken jullie de
+bullen nou maar in en bedankt voor je praestaties.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar dan ga ik toch naar huis,&rdquo; zei Frieda
+opstaande.</p>
+
+<p>&ldquo;En &rsquo;t dansen dan?&rdquo; vroeg Gerard, &ldquo;we hebben
+nu de muziek juist noodig.&rdquo;</p>
+
+<p>De strenge politiedienaar posteerde zich in de gang.
+&ldquo;H&egrave;, hoe zonde, het dansen,&rdquo; klaagde <span class=
+"pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80">80</a>]</span>Gootje, en Eduard
+sloeg even den arm om &rsquo;r heen, draaide rond, &rsquo;n wals
+tusschen de tanden neuri&euml;nd.</p>
+
+<p>&ldquo;Mantels, hoeden,&rdquo; schreeuwde Hans als &rsquo;n
+omroeper.</p>
+
+<p>&ldquo;Neem jullie wat bloemen mee, meisjes!&rdquo; vroeg Han, de
+rozen voor Else inpakkend.</p>
+
+<p>&ldquo;In naam der wet er uit!&rdquo; gilde de kleine Rolands; wat
+Eduard stil deed staan en zeggen: &ldquo;God, ventje ben-jij er ook
+nog, en den heelen avond wakker geweest.... en Hoefman ook.... die was
+natuurlijk net bijna zoo ver, dat-ie &rsquo;n dichterlijke speech in
+elkaar had, en nu hebben we &rsquo;m den heelen avond niet
+gehoord.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Pak je goed in,&rdquo; zei Gerard bezorgd tegen Go, &ldquo;je
+bent zoo warm.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;<span lang="en">Ready?</span>&rdquo; schreeuwde Beerenstijn,
+die met den agent naar beneden was geloopen.</p>
+
+<p>&ldquo;Een, twee, drie, zeven, negen, elf. We zijn compleet,&rdquo;
+telde Gerard de leden. &ldquo;Hoe gaan we nu verder?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We blijven bij elkaar; eerst naar Frieda&rsquo;s huis; <span
+lang="fr">allons, enfants</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>&rsquo;t Was doodstil op straat, en &rsquo;n koude nacht. Ze werden
+vanzelf er allemaal kalmer door. Go dacht, hoe moe ze den volgenden
+ochtend zou zijn; ze zou wel niet naar college kunnen. Ze hoorde Hans,
+die classicus was, met den schuchteren Hoefman boomen over de studie in
+de Nederlandsche letteren.</p>
+
+<p>&ldquo;Toch wel lollige lui, die ou&ecirc; snuiters,&rdquo; vond
+Hans, maar Hoefman zei:</p>
+
+<p>&ldquo;Misschien spreek ik met te weinig zaakkennis, maar behalve
+Hooft en Vondel lijkt &rsquo;t me toch niet veel. De Reinaert.... nou
+ja, heel aardig; maar toch niet z&oacute;&oacute;, dat &rsquo;t een
+literatuur redt. <span class="pagenum">[<a id="pb81" href=
+"#pb81">81</a>]</span>En later Potgieter en Beets en Staring; dat lijkt
+allemaal zoo ver af; zooveel verder dan Franschen of Duitschers van
+denzelfden tijd... &rsquo;t is zoo burgerlijk-degelijk, zoo gezond en
+soliede, dat je zelf ook stevig op je beenen moet staan, wil je
+&rsquo;t kunnen appreci&euml;eren... en wie is zoo,
+tegenwoordig...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Vooral omdat &rsquo;t mode is, dat mislukte, dweperige
+genie&euml;n en sentimenteele meisjes die studie kiezen,&rdquo; bromde
+Beerenstijn, in de hoop, zoowel Hoefman als Margo te kwetsen.</p>
+
+<p>Maar Eduard zei juist: &ldquo;Hoe grappig toch, dat jullie zelf den
+sleutel hebt; zoo niets voor &rsquo;n meisje.&rdquo;</p>
+
+<p>En dat vond ze, voor &rsquo;t eerst, niet prettig, zich
+verwonderend, dat jongens er juist zooveel tegen hadden, als meisjes
+meer met hen mee gingen leven; hen beter gingen begrijpen.</p>
+
+<p>&ldquo;Slaap lekker, wel te rusten; n&agrave;cht,
+n&agrave;cht!&rdquo; riepen de heldere stemmen over &rsquo;t stille
+grachtje.</p>
+
+<p>En de meisjes klapten de deur dicht.</p>
+
+<p>Maar bleven in de schemerige gang, waar alleen &rsquo;n klein
+olielampje op &rsquo;t meterkastje brandde, nog even stil luisteren
+naar de voetstappen, hol-opklinkend bij &rsquo;t gaan over de oude
+brug. <span class="pagenum">[<a id="pb82" href=
+"#pb82">82</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e1304" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk IX.</h2>
+
+<p>Go stond &rsquo;n beetje te treuzelen in de gang bij &rsquo;t
+college-lokaal, knoopte haar regenmantel langzaam dicht, huiverende om
+z&rsquo;n vochtigheid. De meeste jongens waren al weg gestommeld, na
+eerst bij de deur &rsquo;n cigaret te hebben opgestoken, en die scherpe
+geur was prikkelend in de vochtige atmosfeer blijven hangen, hinderde
+Go aan haar verkouden-ontstoken keel.</p>
+
+<p>&ldquo;Breng je me misschien naar den trein?&rdquo; vroeg Lou, die
+spoorstudent was.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;t kind is veel te verkouden,&rdquo; besliste
+Coba, het andere eerste-jaartje, dat en pension leefde bij &rsquo;n
+groote, gezellige familie. &ldquo;Ga met mij mee; mevrouw heeft zeker
+thee, en dan kan &rsquo;k je &rsquo;n kleedje laten zien, dat &rsquo;k
+voor haar wil maken.&rdquo;</p>
+
+<p>Go schudde &rsquo;t hoofd: &ldquo;Nee; &rsquo;k ga maar dadelijk
+naar huis. Zoo ellendig zulk weer, als je net zoo verkouden bent. Nee,
+dank je; &rsquo;k heb geen zin om mee te gaan; &rsquo;n andere keer
+&rsquo;s.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar loopend door de druilige gang, waarvan ze de zware deur slechts
+met moeite open kon hijschen, dacht ze, hoe ongezellig ze haar kamer
+<span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83">83</a>]</span>vinden
+zou, verlaten, somber, zonder vuur;&mdash;de juffrouw zou wel uit zijn
+of visite hebben; de menschen in huis met elkaar vroolijk en
+gezellig,&mdash;niemand zich bekommerend om haar; nee, &rsquo;t was
+maar beter, als ze niet ging, v&oacute;&oacute;r &rsquo;t eten; dan
+werd er tenminste op haar gerekend, zou de kachel branden, en Else er
+zijn;&mdash;zou ze die nu misschien van college gaan halen? maar
+natuurlijk had ze &rsquo;n afspraak met Henri; dat was elken dag zoo,
+en &rsquo;t sprak ook vanzelf;&mdash;de bibliotheek.... ja, dat zou het
+beste, &rsquo;t eenige zijn. Ze kon &rsquo;r responsie voor Hooft vast
+prepareeren. Mogelijk zou er ook iemand zijn, die ze kende. Gerard
+niet, dien had ze dien <span class="corr" id="xd0e1319" title="Bron:
+ochten dnog">ochtend nog</span> gesproken, ging den heelen dag naar Den
+Haag met Hans, om &rsquo;n kamerzitting bij te wonen; Eduard misschien,
+of Frieda; of Mary Bruining, waar ze altijd nog &rsquo;s naar toe zou
+gaan.</p>
+
+<p>Wat was de gang somber en bedompt met al die natte jassen en
+parapluies en overschoenen, en hoe druilig zag de boekenzaal er uit
+door het glimmerige glas. Zacht suisden de deuren dicht en weer open;
+de menschen liepen voorzichtig en bedaard, praatten met fluisterende
+stemmen en matte lachjes. En het jongetje, dat de boeken aansjouwde had
+&rsquo;n verschrompeld, wit gezichtje, als &rsquo;n heel oud mannetje,
+terwijl hij al die wijsheid toch alleen maar met z&rsquo;n handen
+aanraakte en z&rsquo;n hoofd er niet mee hoefde te martelen.</p>
+
+<p>Ze ging naar de groote boekenkast rechts, om de zware, in-zich-zelf
+gekeerde woordenboeken van de plank te kantelen, en voor zich op te
+stellen op &rsquo;n nabij tafeltje. Ze moest eigenlijk &rsquo;n beetje
+lachen om al die wichtigheid; z&oacute;&oacute; au s&eacute;rieux kon
+ze haar studie niet nemen, dat ze <span class="pagenum">[<a id="pb84"
+href="#pb84">84</a>]</span>vond in deze omgeving van geleerdheid en
+ernst te passen; ze voelde zich veel meer &rsquo;n kind, dat, in
+vader&rsquo;s studeerkamer binnengeslopen, blijven mag, zoolang ze niet
+lastig is. Onwillekeurig keek ze &rsquo;s door de zaal, of de anderen
+&rsquo;t ook niet grappig vonden, maar de stil-gebogen hoofden hadden
+niet bewogen, en een man, die met &rsquo;n paar dikke wetboeken de zaal
+door ging, keek langs haar heen, met niet-zienden blik.</p>
+
+<p>Ze ging nu stil zitten, en dacht, dat &rsquo;t toch wel &rsquo;n
+rustige zaal hier was: donker eiken met dof goud, de voetstappen
+gedempt door het dikke cocos. Maar ook triestig, kloosterachtig, om de
+dikke, ijzeren hekken voor de ramen, waarachter het nat-verwaaide
+tuintje lag met de kale heesters. Hoe desolaat was het stille Leiden op
+z&oacute;&oacute;&rsquo;n dag; haast niemand op den weg, niets te zien
+dan droeve boomen en het doffe grachtewater, en de oude, suffe huizen,
+waarvan de oogen blind leken.</p>
+
+<p>Ze dacht nu ook weer aan den ouden tuin achter college, die toen ze
+pas aankwam schitterend van tinten en herfstverkleuringen was geweest,
+en haar dezen middag door &rsquo;t beregende venster zoo&rsquo;n
+allerdroevigst beeld van verwaarloozing had geschenen. Dikke hoopen
+rottende blaren overal op den doorweekten grond, schraal-uitgeschoten,
+omvergewaaide heesters over de grasperken, afgeknakte wingerdranken
+over het pri&euml;eltje; en dan steeds maar door regen, stilletjes
+neersijpelend en druppend van alle boomen en huizen.... Nooit mocht er
+iemand komen in den tuin. En die eenzaamheid van jaren maakte &rsquo;m
+nog zieliger....</p>
+
+<p>Ze moest maar liever met &rsquo;r rug naar &rsquo;t raam <span
+class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85">85</a>]</span>gaan zitten;
+dat uitkijken in zoo&rsquo;n regenstad maakte maar melancoliek. Zoo kon
+ze ook rustiger zien, wie er waren, en dan gaan werken, want daarvoor
+was ze toch gekomen.</p>
+
+<p>In den hoek aan den overkant zaten &rsquo;n paar meisjes, die samen
+uit een boek lazen en excerpeerden: ze waren er in, met opgewonden
+toewijding, niet met het rustige, overgegevene, waarmee ze jongens hier
+werken zag.</p>
+
+<p>Wat kende ze toch betrekkelijk nog weinig studenten: die van
+&ldquo;Laborando vincimus,&rdquo; en van college: en nog &rsquo;n paar,
+die ze zoo&rsquo;s toevallig bij andere meisjes had ontmoet,&mdash;maar
+van die hier nu zaten, niemand. En twaalfhonderd waren er in deze stad.
+Hoe weinigen daarvan zou ze ooit kennen: hoeveel aardigen, die wat voor
+haar zouden kunnen zijn, nooit bereiken. Dat Indische jongetje nu b.v.
+tegen den glasmuur; wat &rsquo;n sympathiek, intelligent gezicht; en
+wat goedig, zooals hij het boeken-sjouwertje op den schouder tikte en
+toelachte. En die bleeke man bij de groote tafel, met die extatische
+oogen, en z&rsquo;n lange, doorschijnende handen. Dat zou wel van de
+studie komen, de &ldquo;romantische&rdquo;. Maar als ze niet werkte,
+zou zij dat nooit vinden; en ze steunde haar koortsig hoofd in de hand;
+wat bonsde het hevig, en ze was zoo dof.</p>
+
+<p>&ldquo;<i>Vast alleens</i>&mdash;de l is hier verdubbeld evenals in
+alleen voor al-een&mdash;<i>gink het den graave van Hoorne, die,
+neemende zijnen weg door een&rsquo; anderen hoek der huizing, van
+Hieronimo de Salinas, burghvooght van Portheroole....</i>&rdquo;</p>
+
+<p>Het tochtte in haar hals, en de rillingen gleden griezelig van haar
+achterhoofd door haar rug;&mdash;ze moest eigenlijk ergens anders gaan
+zitten, <span class="pagenum">[<a id="pb86" href=
+"#pb86">86</a>]</span>maar die boeken waren zoo zwaar; ze voelde
+&rsquo;t &rsquo;s avonds altijd aan haar polsen, als ze &rsquo;s
+middags op de bibliotheek gewerkt had&mdash;&ldquo;meer dan in haar
+hoofd,&rdquo; had Hans geplaagd....</p>
+
+<p><span class="corr" id="xd0e1353" title="Niet in bron">
+&rdquo;</span><i>Burghvooght van Portheroole</i>&rdquo;&mdash;waar zou
+dat liggen? Zou het &rsquo;n stad zijn? De professor vroeg soms de
+onverwachtste dingen en &rsquo;t was zoo naar, als je zeggen moest, dat
+je &rsquo;t niet opgezocht hadt. Zacht haar stoel achteruit-schuivend
+stond ze op, gleed de mat over, langs de gloeiende kachel; daar links
+stonden de boeken voor geographie, geloofde ze. Ach, &rsquo;t was zoo
+moeilijk &rsquo;n beetje den weg te leeren kennen, &rsquo;n beetje te
+begrijpen, hoe je studeeren moet. Dat daar in de hoogte moest ze
+hebben: &ldquo;Lexicon der Geographie&rdquo;;&mdash;maar ze kon er niet
+bij;&mdash;zou ze vragen aan dien langen,&mdash;zou ze op &rsquo;n
+stoel klimmen?.... Ze lachte; ze voelde zelf, dat &rsquo;t grappig was,
+zooals ze daar stond, in de hoogte, met &rsquo;r armen vol; ze bloosde,
+en blozend zag ze naar de anderen;&mdash;niemand keek; ze zaten daar
+stil over hun boeken gebogen, verdiept in hun belangwekkende
+wetenschap, en wat &rsquo;n kinderachtig meisje voor toeren maakte
+achter hun rug, daar stoorde zich niemand aan.</p>
+
+<p>Ze voelde &rsquo;n boosheid in zich opkoken, terwijl ze nerveus de
+bladzijden omsloeg: jongens, studenten, waren dat jonge menschen? waren
+dat frissche, gezonde menschen, die in hun boek bleven kijken, als
+&rsquo;n aardig meisje iets grappigs deed; die niet merkten, of ze
+binnenkwam of wegging; voor wie ze niets dan &rsquo;n ook-studeerende
+was? Ze wist: ze was nooit coquet geweest; van klein kind af had ze een
+afkeer gehad van aanstellerij, en ze had altijd met de jongens van
+<span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87">87</a>]</span>school
+open en eenvoudig omgegaan. Maar ze had &rsquo;n sterk ontwikkeld
+vrouwelijk gevoel, dat maakte, dat ze altijd als haar prettig recht had
+aangenomen, als de leeraren en leerlingen in hun levendige
+belangstelling en hartelijkheid dat ondefini&euml;erbare,
+aangenaam-eerbiedige en toch teedere hadden gelegd, dat haar deed
+voelen, dat ze &rsquo;n meisje was.</p>
+
+<p>Dit bewustzijn was in &agrave;l haar doen, en ze wist, dat &rsquo;t
+natuurlijk en dus ook goed was; ze had instinctmatig gevoeld, dat
+Frieda het niet kende, daarom misschien wel zoo buitengewoon geschikt
+voor studie was;&mdash;maar dan moest zij er maar minder geschikt voor
+zijn, &rsquo;t verloochenen deed ze toch niet, en uitdrogen, als die
+jongens hier, daarin had ze ook geen zin. <i>Portheroole</i> kon ze
+niet vinden, en voor haar part kon de geheele universiteit worden
+afgebroken, als je z&oacute;&oacute; van de studie worden moest, de
+&ldquo;romantische&rdquo; studie. Als &rsquo;t college-uur uit was, en
+de professor de deur achter zich had dicht gedaan, dan had ze verwacht,
+dat de vrijgelaten jeugd als losgebroken geiten door elkaar zou
+springen, en lachen en praten en op de tafels klimmen.... maar dan
+bleven al die jonge-menschen-onder-elkaar, zonder toezicht, stil zitten
+doorschrijven, tot ze ook de laatste woorden van wijsheid zorgvuldig
+hadden opgepend, en dan schoven ze langzaam de gang in, de jongens
+rookend en dof pratend in groepjes, de meisjes zeurig-hangend in het
+kamertje, waar hun kleeren lagen en &rsquo;n lucht was van bleekpoeder
+en gestoofd eten.</p>
+
+<p>Natuurlijk, ze waren geen kinderen meer; en de studie had hun
+wezenlijke belangstelling. Maar in den vrijen tijd moesten ze toch
+jongens en <span class="pagenum">[<a id="pb88" href=
+"#pb88">88</a>]</span>meisjes blijven, die jong waren, geen
+dictaten-penners, zonder leeftijd.</p>
+
+<p>Die ellendige gematigdheid in alles! Nu had &rsquo;t vier uur
+geslagen; dan werd de bibliotheek gesloten. Er was de laatste vijf
+minuten niet telkens op de klok gekeken, of &rsquo;t nog geen tijd zou
+zijn; maar nu was er ook geen teleurstelling, dat &rsquo;t al zoo laat
+was; niemand wilde nog gejaagd wat afmaken; geen dacht er over zich
+tegen &rsquo;t reglement te verzetten.</p>
+
+<p>Het bleeke kind-mannetje zette de deuren open, en in de boekenzaal
+werd &rsquo;n beetje luider gesproken.</p>
+
+<p>&ldquo;Dat&rsquo;s w&eacute;&eacute;r &rsquo;n dag,&rdquo; dacht Go
+op de gezichten te lezen, die telkens beleefd de langzaam-wegstappende
+werkers groetten. Ze zag ze nog voor zich uitloopen op &rsquo;t
+Rapenburg, met tragen, vasten gang, en was blij, toen ze De Veer
+tegenkwam, te paard, met z&rsquo;n pet achterover op z&rsquo;n
+hoofd.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ben naar &ldquo;de Vink&rdquo; geweest; wel wat nat! mag
+&rsquo;k &rsquo;n eindje met je mee rijden?&rdquo;</p>
+
+<p>Go lachte: &ldquo;Je zit daar zoo hoog, dat &rsquo;k m&rsquo;n
+verkouden stem niet zoover uitzetten kan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik kan er toch niet afkomen; dat is zoo&rsquo;n manoeuvre! Je
+moet warme punch drinken, als je keelpijn hebt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Jongen, we hou&euml;n er geen wijnkelder op na!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg, is &rsquo;t waarachtig waar, dat jullie op j&uacute;llie
+kroeg alleen limonade drinken?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En thee!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Limonade en thee! <span lang="en">Good gracious!</span> Het
+is ongeloofelijk! Moest je in ons corps komen! Maar dat is ook
+buitengewoon. Het Leidsche corps is &rsquo;t beste, dat er is; dat is
+bekend. En ik weet, dat jij &rsquo;t er leuk zou vinden. We hebben
+laatst <span class="pagenum">[<a id="pb89" href=
+"#pb89">89</a>]</span>op &rsquo;n nacht &rsquo;n fakkeltocht over de
+daken gehouden. Toen heb ik aan je gedacht. Het zou wel wat lastig voor
+je geweest zijn, maar &rsquo;k weet zeker, dat je graag zou zijn
+meegegaan. Nog een grappige geschiedenis met &rsquo;n agent, die
+&rsquo;t huis binnenkwam, en per se m&rsquo;n naam wou weten, die
+&rsquo;k nou &rsquo;s niet zeggen wilde. Heel gemoedelijk alles. De
+kerel kreeg &rsquo;n sigaar en &rsquo;n pot bier. Maar later zijn we
+gaan vechten. Die snee, zie-je.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar Wim; je doet toch erg dwaze dingen, geloof ik,&rdquo;
+berispte Go, die &rsquo;t toch eigenlijk alleen maar grappig vond,
+terwijl ze moest denken, wat moeder daar wel van zeggen zou, vechten
+met &rsquo;n agent, in den nacht op straat. &ldquo;Maar die fakkeltocht
+zou ik dol-graag hebben meegemaakt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, hoe jullie dat uithouden, zonder feesten, begrijp ik
+niet. Het is zoo iets heerlijks, &rsquo;s nachts in &rsquo;n bakje of
+op de kroeg. Of &rsquo;n fijn dinertje na &rsquo;n examen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Je hebt dus nog al plezier in je leven?&rdquo;</p>
+
+<p>Hij lachte, en tikte z&rsquo;n paard even op den hals: &ldquo;Ken-je
+&ldquo;Rotte Blaren&rdquo;, die bundel studenten-versjes? Daaronder is
+er een, waarin wijze menschen ernstig vragen, waarom we toch zoo fuiven
+en jolijt maken, en drinken? En dan is &rsquo;t onveranderlijke
+antwoord: &ldquo;omdat &rsquo;t lollig is&rdquo;. En dat zeg ik altijd
+bij alles, en zool&aacute;ng ik &rsquo;t lollig vind, blijf ik zoo
+doen. Ik heb &rsquo;t land aan kerels, die fuiven zonder er plezier in
+te hebben. Ik geniet van elk feest; &ldquo;omdat &rsquo;t lollig
+is.&rdquo; En z&rsquo;n stem sloeg om in &rsquo;n joligen schater.</p>
+
+<p>Ze waren nu bij de Breestraat gekomen, en Go wilde den hoek
+omgaan.</p>
+
+<p>&ldquo;Laten we liever de Apothekersdijk nemen,&rdquo; sloeg hij
+voor; maar Go dreigde &rsquo;m, begrijpend-lachend, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90">90</a>]</span>met haar vinger:
+&ldquo;O, groote meneer de reformator; die droomt van daktochten maken,
+en nachtelijke rijtoeren, met meisjes er bij,&mdash;maar &rsquo;t niet
+waagt op klaar-lichten dag met zoo&rsquo;n wezentje langs de kroeg te
+komen;&mdash;gaat u maar alleen de Breestraat in, en denk onderweg
+&rsquo;s over theorie en practijk na.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is niet om mij,&rdquo; verdedigde hij zich,
+&ldquo;geloof me, Gootje. Mij zou zoo iets geen kwaad doen; maar ze
+zou&ecirc;n kletsen over jou, en dat &rsquo;s niet noodig.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En is dat nu dat hoogstaande corps?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och, ze hangen wat erg aan traditie.... Je stuurt me weg;
+toch niet boos, h&egrave;? Eet emser-pastilles vanavond.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij groette met z&rsquo;n rijzweep, keek knikkend nog &rsquo;s
+lachende om.</p>
+
+<p>En ze verwonderde zich, hoe die &ldquo;vrij-gevochten
+schooier&rdquo; er tegenop kon zien met haar langs de kroeg te gaan.
+Wat kon iemand er nu in godsnaam over te zeggen hebben, dat ze naast
+&rsquo;m liep. &rsquo;n Rare maatschappij hier! &rsquo;t <span class=
+"corr" id="xd0e1420" title="Bron: was">Was</span> h&aacute;&aacute;r
+nog niet duidelijk.</p>
+
+<p>En ze legde haar hand tegen &rsquo;r heet hoofd, dat branderig
+bonsde bij de slapen.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Na het eten had Else haar ingestopt op de canap&eacute;, de kachel
+flink opgestookt, en was toen naar &rsquo;r kamer gegaan, omdat er een
+paar meisjes van college bij haar zouden komen; de twee anderen waren
+ook ge&euml;ngageerd, maar nog in stilte, en nu wilden ze, als eerste
+huisvrouwelijke praestatie, voor zich zelf &rsquo;n blouse gaan maken.
+Het goed was gekocht, en er zwierven ook al rare, vlinderige papieren
+door Else&rsquo;s kamer, maar dien <span class="pagenum">[<a id="pb91"
+href="#pb91">91</a>]</span>avond zou de reusachtige lap in drie&euml;n
+worden gedeeld en verder verwerkt; en daarom had Go geen gebruik
+gemaakt van de vriendelijke aanbieding, of ze haar ook gezelschap
+zouden komen houden, want de tafel moest in &rsquo;n hoek, dat ze
+ruimte zouden hebben op den grond om te knippen, en ze voorzag &rsquo;n
+gelach zonder einde, waartegen haar pijnlijk hoofd nu niet bestand zou
+zijn.</p>
+
+<p>Ze was eigenlijk bang, dat ze ziek worden zou; aan tafel had ze niet
+kunnen eten, en &rsquo;r hoest was zoo pijnlijk en hol. Els had gezegd,
+dat ze beter deed naar bed te gaan, maar ze wist, dat ze zich zoo
+rampzalig zou voelen, als ze alleen in de donkere kamer lag, ook al
+kwam &rsquo;t nichtje telkens goedig naar haar kijken. Het was toch zoo
+iets anders, dan ziek zijn thuis. Nu voelde ze weer &rsquo;s, hoe
+slecht ze moeder en allemaal kon missen.</p>
+
+<p>Zooals ze daar lag, kon ze net de portretten op de schrijftafel
+zien: goeie moesje, wat zou ze nu doen? zeker &rsquo;r dutje,&mdash;o
+nee, &rsquo;t was Vrijdag, en dan werd de huiskamer altijd gedaan, en
+hielp moeder zelf nog &rsquo;s avonds met kleedjes neerleggen en
+&eacute;tag&egrave;re-beeldjes schikken. Het rook nu heelemaal naar was
+in de kamer,.... maar om dat te merken, zou ze nu toch te verkouden
+zijn. Ze zou in &rsquo;n makkelijken stoel bij de kachel zitten, met
+&rsquo;n glas citroen naast zich, en de kinderen zouden &rsquo;n beetje
+stil moeten zijn. &ldquo;Go heeft hoofdpijn.&rdquo; En moeder zou
+&rsquo;r hand op haar voorhoofd leggen, en zeggen: &ldquo;Heb je wel
+warme voeten, meid; wil je me stoof eens hebben?&rdquo; En dan weer:
+&ldquo;Mietje, ga jij vast sluiten op de oudste juffrouw &rsquo;r
+kamer, en steek &rsquo;t licht op, want ze gaat vanavond wat vroeg naar
+bed.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb92" href=
+"#pb92">92</a>]</span></p>
+
+<p>Uit Else&rsquo;s kamer klonk het vroolijke gelach door de
+suitedeuren heen, en er kwamen tranen in Go&rsquo;s oogen van
+zelf-medelijden; o ja, vrienden en vriendinnen had ze hier genoeg; maar
+wie bekommerde zich om haar, als &rsquo;r wat scheelde. &ldquo;Eet
+emser-pastilles,&rdquo; had De Veer gezegd, en Else: &ldquo;Je moest
+maar naar bed gaan.&rdquo; Maar daarmee was &rsquo;t ook uit, en nu lag
+ze alleen, en de kachel was bijna leeggebrand, maar ze k&ograve;n er
+niet toe komen om op te staan, en &rsquo;m zelf bij te vullen.</p>
+
+<p>Maar je bent toch gewoon &rsquo;n beetje verkouden, kalmeerde ze
+zichzelf, daarvoor hoeft de heele wereld toch geen meelijdend, droevig
+gezicht te zetten.</p>
+
+<p>En ze hoestte blaffend met &rsquo;t hoofd in de handen, benauwd
+ophijgend, toen &rsquo;t weer was bedaard, terwijl uit de andere kamer
+voortdurend <span class="corr" id="xd0e1442" title="Bron: gegichel">
+gegiechel</span> en gejoel doorklinken bleef.</p>
+
+<p>Nu werd er gebeld. Ze dacht, dat &rsquo;t Henri of nog &rsquo;n
+blouse-meisje zijn zou, maar &rsquo;n flinke klop klepperde op haar
+deur, en Gerard&rsquo;s vriendelijk gezicht kwam in de opening.</p>
+
+<p>&ldquo;Jij?&rdquo; riep ze verbaasd, en probeerde zich uit de shawls
+en avondmantels los te werken.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, stil, blijf maar liggen; ik kwam maar &rsquo;s even
+vragen, hoe &rsquo;t is met de pati&euml;nt; ik had eigenlijk gedacht,
+dat je naar bed zou zijn gegaan;.... je zag er vanochtend niets goed
+uit, en Hoefman, die ik er naar vroeg, zei, dat je erg gehoest hadt op
+college.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Verkouden; &rsquo;t is niets,&rdquo; zei ze, dankbaar naar
+&rsquo;m opziende. &ldquo;Els heeft me warm ingepakt; morgen zal
+&rsquo;t wel weer over zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik had je juffrouw &rsquo;n opdracht willen geven,&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93">93</a>]</span>zei hij,
+z&rsquo;n verregende city-bag op tafel zettend, &ldquo;maar toen ik
+hoorde, dat jullie thuis waren, wilde ik &rsquo;t liever tegen Elsi
+zeggen, maar waar is die?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, die heeft meisjes bij zich, om &rsquo;n blouse te maken;
+ik zal ze even roepen; nee, ik kan wel; dank je.&rdquo; En Go wond zich
+vlug uit de omhulsels los, schoof de suitedeuren open.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, nee, dicht<span class="corr" id="xd0e1461" title="Niet
+in bron">,</span>&rdquo; gilde &rsquo;t haar angstig tegemoet, en ze
+zag in den hoek der kamer, de drie meisjes in hun onderlijfjes angstig
+opeengedrukt staan, en de grond met kleedingstukken en lappen goed
+bestrooid. Snel sloot ze de deur achter zich, en &ldquo;wat doen
+jullie?&rdquo; vroeg ze verbaasd. &ldquo;Gerard Leeden wou je wat
+vragen, Else.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ach, &rsquo;t was zoo lastig met passen telkens, dat aan- en
+uitkleeden,&rdquo; verontschuldigde Else, &ldquo;en we hadden &rsquo;t
+toch al zoo warm van den inspannenden arbeid. De gangdeur is
+afgesloten... en we dachten niet, dat jij...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar trek nu even je blouse aan, en kom binnen... komen
+jullie dan ook.&rdquo;</p>
+
+<p>Gerard had intusschen zijn city-bag opengemaakt, hield Go nu een
+beetje verlegen &rsquo;n flesch wijn en &rsquo;n met kruidnagelen
+bestoken citroentje voor.</p>
+
+<p>&ldquo;Bij ons geldt dit als &rsquo;n onfeilbaar middel tegen
+verkoudheid: warme wijn met kruidnagelen,&rdquo; zei hij onzeker.
+&ldquo;Als je dit drinkt, v&oacute;&oacute;r je naar bed gaat, word-je
+door en door warm, en je voelt je den volgenden dag altijd veel beter.
+Ik dacht, dat jullie hier geen wijn hebben zoudt, en
+daarom....&rdquo;</p>
+
+<p>Alweer tranen. Go werd er ongeduldig van, en omdat hij z&rsquo;n
+beide handen vol had, pakte ze&rsquo;m <span class="pagenum">[<a id=
+"pb94" href="#pb94">94</a>]</span>bij z&rsquo;n arm, spontaan,
+hartelijk: &ldquo;Wat is dat vreeselijk lief van je, Gerard,&rdquo; zei
+ze zacht. &ldquo;Ik kan je niet zeggen, hoe buitengewoon lief ik
+d&aacute;t van je vind.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;In &rsquo;n trekpot moet je &rsquo;m warm maken,&rdquo; zei
+hij, en wilde al weer naar de deur gaan, maar nu hield ze &rsquo;m
+terug, zette hem resoluut op &rsquo;n stoel, en riep: &ldquo;Nee, nu
+moet je natuurlijk hier blijven, en meedrinken. Dacht je, dat ik de
+heele flesch alleen op kon! De Veer zegt immers ook, dat meisjes niet
+drinken kunnen. Wil-je warme, of gewoon koud? O, we hebben zooveel
+wijnglazen van de vorige heeren, en ze zijn nog nooit
+gebruikt!&rdquo;</p>
+
+<p>Ze liep nu opgewonden de kamer op en neer. &ldquo;Komen jullie
+toch!&rdquo; schreeuwde ze door de <span class="corr" id="xd0e1480"
+title="Bron: suite-deuren">suitedeuren</span>. &ldquo;Ik geef &rsquo;n
+wijn-fuif. Willen jullie warme wijn met kruidnagelen, of koude? Maak
+toch voort. Nu hebben we onze groote wijnkast niet voor niets. Nu komt
+er &rsquo;n leege flesch in.&rdquo;</p>
+
+<p>Verbaasd kwamen de anderen binnen, het was &rsquo;n gelach en
+gepraat en dooreengeloop, dat &rsquo;t Gerard toescheen, of de heele
+kamer vol meisjes was.</p>
+
+<p>&ldquo;Ga toch zitten,&rdquo; zei hij tegen Go, &ldquo;en laat Elsi
+er voor zorgen. Je ziet er wezenlijk niet goed uit, en je bent zoo
+opgewonden.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Verbeelding! Ik voel me best. Nee maar, dat zal ik aan moeder
+vertellen. Dat is &rsquo;n heerlijk middel tegen verkoudheid. Je voelt,
+dat je er beter van wordt. Nog beter dan de warme punch, die De Veer me
+aanried.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze vertelde nu, dat ze&rsquo;m dien middag gesproken had; ook van
+hun afscheid op den hoek van de <span class="pagenum">[<a id="pb95"
+href="#pb95">95</a>]</span>Breestraat. &ldquo;Waarom nou, h&egrave;;
+wat zou&euml;n ze daar nu over hebben kunnen zeggen?&rdquo;</p>
+
+<p>Gerard keek even voor zich uit. &ldquo;Ben-je wel &rsquo;s &rsquo;s
+avonds door &rsquo;n student thuis gebracht en heb-je wel gemerkt, dat
+z&rsquo;n vrienden &rsquo;m dan niet groetten? Dat is alles om dezelfde
+reden.&rdquo;</p>
+
+<p>Go haalde de schouders op. &ldquo;Ik begrijp niet...&rdquo;</p>
+
+<p>Maar hij viel haar in de rede. &ldquo;Dat is ook niet noodig. <span
+lang="en">There&rsquo;s something rotten in the
+state</span>.&mdash;Maar nu ga ik weg, want je moet gauw onder de wol.
+Neem nog &rsquo;n glas mee naar je kamer, en ga morgen niet uit, als
+&rsquo;t zulk slecht weer is.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja dokter,&rdquo; lachte Gootje, maar in haar handdruk lag
+haar ernstige dankbaarheid.</p>
+
+<p>En toen ze dien nacht rondwoelde, hoestend en koortsig in haar
+donker bed, terwijl Else rustig ademend niets van haar merkte, vergat
+ze toch geen oogenblik het heerlijke, veilige, dat ze hier ook &rsquo;n
+goede, groote vriend had, die voor &rsquo;r zorgen wou. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96">96</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e1507" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk X.</h2>
+
+<p>Go zat op haar bureau voor &rsquo;t raam, liet het
+Sint-Nicolaas-handwerk op haar schoot rusten.</p>
+
+<p>&ldquo;Toe, Elsi, kom nu toch &rsquo;s kijken, het is zoo&rsquo;n
+eenig gezicht.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wacht &eacute;ven, ik ben zoo klaar....&rdquo; en Else
+schreef ernstig voort in het huishoudboek, dat ze de laatste weken
+hield: <span class="corr" id="xd0e1516" title="Niet in bron">
+&ldquo;</span>melk.... iedere dag twee pinten, dat is
+&fnof;&nbsp;1,10.... boter &fnof;&nbsp;0,45.... van de week heeft de
+juffrouw suiker gehaald, h&egrave;?.... brood 5 &times; 7 cent.... dat
+is 35.... is de gasrekening al betaald.... en kolen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och, kom nu toch, je moet dien bangen jongen zien; die durft
+gewoon de helling van de brug niet op;.... kijk die glijen.... och
+heer, daar komt onze juffrouw ook; dat mensch moest niet uitgaan, nu
+&rsquo;t zoo glad is,.... als ze v&agrave;lt.... o, daar gaat onze
+buurman; &rsquo;t is, of hij op rolletjes loopt.&rdquo;</p>
+
+<p>Else had haar kas nu in den steek gelaten, en kwam naast Go voor het
+met sneeuw omrande venster staan. De huizen aan den overkant waren wit
+toegedekt, wat de altijd doodsche achtermuren n&oacute;g triester
+maakte, en Go wees <span class="pagenum">[<a id="pb97" href=
+"#pb97">97</a>]</span>Else op het kleine plaatsje, waar het kippenhok
+stond, dat bijna onzichtbaar was geworden.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat lijkt &rsquo;t nu op een ets van Witsen, en de lucht ziet
+nog zoo grauw; er zal nog heel wat komen, denk ik.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik hou van sneeuw; &rsquo;t maakt alles zoo licht&mdash;en
+hier is &rsquo;t wel buitengewoon grappig met dat bruggetje.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hoor, hoor, nu komen de kinderen uit school.&rdquo;</p>
+
+<p>Stappen en stemmetjes werden luider door de zware lucht en &rsquo;n
+heele groep kleine meisjes in capes, de kappen over de losse haren
+getrokken, kwamen glijdend en stoeiend voorbij het raam, bleven
+dichtbij staan om elkaar te kochelen, en sneeuwballen te werpen naar
+&rsquo;n grooten hond, die ze blaffend nasprong. Tot &rsquo;n blozend
+dienstmeisje gillend door ze heen vloog, nagezeten door &rsquo;n
+smidsjongen, wien de blanke sneeuw smolt in de zwarte handen.</p>
+
+<p>&ldquo;Leuk!&rdquo; zeiden ze samen, lachend, zoo ver mogelijk ze
+naoogend. &ldquo;Wat gezellig, dat we dadelijk er door moeten naar
+college.&rdquo;</p>
+
+<p>En Else dacht, dat ze echt wel graag eens ingewreven wilde worden,
+maar niet door zoo&rsquo;n smidsjongen, die zwarte vlekken maakte in je
+gezicht.</p>
+
+<p>&ldquo;Kijk n&oacute;u &rsquo;s,&rdquo; stootte Go haar opeens aan,
+toen ze vlak bij college waren: Louis Hoefman stond met &rsquo;n kleur
+op z&rsquo;n triestig gezicht bij &rsquo;n boom en gooide armen vol
+naar Lize, die meer perplex dan ge&euml;rgerd zich omgedraaid had, om
+te vragen, wat &rsquo;m bezielde, en nu de vochtige sneeuwmassa vlak in
+&rsquo;t gezicht kreeg, terwijl de aanvaller, als ontzet over z&rsquo;n
+eigen stoutmoedigheid, z&rsquo;n hoed voor haar afnam, maar toch weer
+&rsquo;n nieuwe bal pakte. <span class="pagenum">[<a id="pb98" href=
+"#pb98">98</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Niet kijken,&rdquo; zei Else goedig, &ldquo;ze denken, dat
+niemand ze ziet, maar wat is die Louis toch &rsquo;n rare
+jongen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hij valt me toch mee,&rdquo; dacht Go, terwijl ze naar binnen
+ging, en toen Lize even later, druipend en met &rsquo;n kleur, het
+kamertje inkwam, brommend over: &ldquo;die lamme sneeuw en die idiote
+jongens&rdquo;, keek ze haar met meer belangstelling aan dan
+gewoonlijk, en vond &rsquo;r niet zoo vreeselijk leelijk, nu ze
+&rsquo;n kleur had, en &rsquo;r haar wat losgeraakt was uit den
+strengen wrong.</p>
+
+<p>&ldquo;Hoor de jongens vandaag &rsquo;s in de gang,&rdquo; zei ze
+lachend, en ze vond prettig te merken, dat de aandacht onder
+historische grammatica merkbaar leed door het blanke gevlok achter den
+rug van den professor. Zij zelf keek stil in den witten tuin, die zoo
+mooi was met de blinkende boomen, en de ongereptheid van den gladden
+grond. Er was den heelen dag weer niemand in geweest; alles was in
+volkomen natuurlijkheid, zooals de sneeuw zelf zich &rsquo;n plaatsje
+had gezocht: op de teere takjes van de heg, tusschen de verroeste
+harktanden, en over den hoop dorre blaren tegen den muur.</p>
+
+<p>Alles was iets heel bizonders geworden, en vooral toen het lichter
+werd, nog soms maar &rsquo;n enkel vlokje daalde, leek het &rsquo;n
+sprookjestuin.</p>
+
+<p>Maar toen de professor z&rsquo;n boeken had dichtgeslagen en
+weggegleden was met &rsquo;n korten groet, was opeens aan het droomen
+&rsquo;n einde geweest door het uitgelaten losbreken van de jongens,
+die de altijd-gesloten deur openrukten en den onberoerd-slapenden tuin
+opschrikten met het luide gelach van hun jonge stemmen en de klatering
+van hun roepen, terwijl hun voeten gaten maakten <span class="pagenum">
+[<a id="pb99" href="#pb99">99</a>]</span>in de blanke, vlakke sneeuw,
+en hun handen er breed in grepen om ze elkaar toe te gooien.</p>
+
+<p>&ldquo;Kom dames!&rdquo; vroeg Hoefman, en Go liep met Lou en Coba
+stralend naar buiten, als verblind blijvend staan van al den glans om
+haar heen, want jubelend was de zon doorgebroken, en deed de takken
+glinsteren als facetjes van diamanten.</p>
+
+<p>Maar &rsquo;n bal vloog rakelings langs haar oor, en snel bukkend
+pakte ze de witte poedersneeuw, en wierp terug in den wilde, naar den
+hoek, waar zwarte jongenslijven joelend dooreen krioelden. Het werd
+&rsquo;n sneeuwgevecht met ononderbroken ballenwisseling. De
+oudere-jaars-meisjes keken lachend door de beslagen ramen; ook Lize was
+niet te bewegen geweest mee te doen, waarom Louis trachtte, door
+&rsquo;t van boven-open venster sneeuw in de collegezaal te werpen.</p>
+
+<p>Nu werd het &rsquo;n drijfjacht in den tuin: de rokken bijeen
+genomen rende Go schaterlachend om de witte perken, over den witten
+grond; aan alle kanten bedreigd, wierp ze zich midden over &rsquo;t
+gras, struikelde, viel.... haar haarspelden lagen in de sneeuw
+verspreid, elk krulletje droop langs haar roode wangen.</p>
+
+<p>&ldquo;Genade.... hou op.... ik moet toch nog naar binnen!&rdquo;
+lachte ze, haar coiffure-attributen verzamelend, terwijl het
+bombardement om haar voortduurde: &ldquo;Laat me er door; ik kan
+z&oacute;&oacute; toch niet op college zitten.&rdquo; En hijgend zich
+door de jongens heen werkend, liep ze bijna den professor omver, die de
+les al kwam hervatten. &ldquo;O, pardon,&rdquo; prevelde ze beschaamd,
+het haar wegstrijkend uit haar verlegen oogen, maar hij lachte
+vaderlijk, schoon &rsquo;n beetje ironisch: &ldquo;Wat hebben we
+&rsquo;n pret <span class="pagenum">[<a id="pb100" href=
+"#pb100">100</a>]</span>gehad!&rdquo; en ze voelde, dat hij haar
+w&egrave;l &rsquo;n erg kind vond, maar aan z&rsquo;n eigen dochtertje
+dacht, van wie hij dit ook aardig zou hebben gevonden.</p>
+
+<p>Ze was er dankbaar voor, trachtte daarom op te letten, toen de ernst
+weer begonnen was, maar schrijven kon ze niet; haar handen waren te
+verkleumd en gezwollen; en achter in de zaal bleef &rsquo;t te gezellig
+en roezig om haar aandacht op de stem van den professor te kunnen
+concentreeren. Ze zag, dat &rsquo;n paar jongens sneeuw mee naar binnen
+hadden genomen, en met de smeltende hoopjes elkaar stilletjes zaten te
+gooien onder de tafel. Een had &rsquo;n stukje ijs op Hoefman&rsquo;s
+zwart haar gelegd, zonder dat hij het bemerkte en nu viel er telkens
+&rsquo;n druppel langs z&rsquo;n voorhoofd; dan schrikte hij op, veegde
+&rsquo;m af, verbaasd, lachte even, tot-ie opeens iets voelde op
+z&rsquo;n hoofd, &rsquo;t afschudde, en &rsquo;t ijs met &rsquo;n plets
+op z&rsquo;n dictaat-cahier viel. &ldquo;Echte kinderen,&rdquo; dacht
+Go, &ldquo;en &rsquo;t is eigenlijk enorm flauw&rdquo;;&mdash;maar ze
+genoot van het &ldquo;schooltje&rdquo;, fluisterde giechelend met Coba
+over Hoefman&rsquo;s onschuldig-verwonderd gezicht; tot ze weer
+bedacht, dat ze op moest letten, en, haar gloeiend gezicht in de
+tintelende handen, zich naar den professor wendde: hoe lief van
+&rsquo;m, dat hij om haar gelachen had, en niet boos was geworden, toen
+de jongens zoo lang bleven voetenvegen in de gang. Hoe
+echt-menschelijk, zich er wel in te kunnen denken, wat zalig sneeuw was
+voor jonge menschen,&mdash;al streefden ze er ook naar doctor in de
+Nederlandsche letteren te worden.</p>
+
+<p>Nu had een jongen &rsquo;n stukje sneeuw in den halsboord van
+z&rsquo;n buurman laten glijden; lieve hemel, wat &rsquo;n kinderen
+toch; en waren dat dezelfden, die ze &rsquo;n paar weken geleden op de
+bibliotheek <span class="pagenum">[<a id="pb101" href=
+"#pb101">101</a>]</span>voor oude, uitgedroogde mannetjes had
+uitgemaakt, die alle vermogen van jeugd in halsstarrig studeeren hadden
+verloren!.... Och ja; je kon de dingen soms zoo verschillend zien; en
+als ze maar niet koortsig was, bleken de menschen toch nog zoo kwaad
+niet. Ze generaliseerde altijd zoo gauw, en wie naar &rsquo;n
+bibliotheek ging, kwam er toch om te werken, en niet om naar meisjes te
+kijken.... en op college eigenlijk ook.... alleen met sneeuw....</p>
+
+<p>.... Lize boog zich over haar tafeltje, legde stil &rsquo;n briefje
+naast haar neer; ze keek verbaasd: van Hoefman;.... die jongen had
+z&rsquo;n &ldquo;jour&rdquo; vandaag.... onherkenbaar van
+levendigheid.... Stil las ze onder haar hand:</p>
+
+<p>&ldquo;Weet je, dat Van Neerwinden vanmiddag om vier uur uitslag
+heeft? Ga-je er misschien heen?&rdquo;</p>
+
+<p>Ze scheurde &rsquo;n blaadje uit haar cahier, pende dadelijk terug:
+&ldquo;Zullen we samen gaan? Ik ben nog nooit in de universiteit
+geweest! zou hij er door komen?&rdquo;</p>
+
+<p>Na college wachtte hij in de gang. &ldquo;Ik dacht wel, dat je
+&rsquo;t niet weten zou. Het is nog al geheim gehouden, en je kijkt
+zeker nooit op het bord.&rdquo; En hij legde haar uit, dat op &rsquo;t
+zwarte bord voor de universiteit altijd de examen-papiertjes werden
+opgehangen, maar dat Neerwinden het land had aan zoo&rsquo;n stroom
+vrienden.... en er &egrave;rg veel had&mdash;en er daarom niemand over
+had gesproken.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar zou hij &rsquo;t dan niet vervelend vinden, als wij
+komen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;De leden van Laborando vincimus hooren er toch bij&mdash;en
+het zal wel in orde wezen; &rsquo;t eerste gedeelte was perfect.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102">102</a>]</span></p>
+
+<p>Toen zweeg hij, keek &rsquo;n beetje naar den grond, vroeg eindelijk
+ineens bruusk: &ldquo;Is die juffrouw Schermer niet een heel aardig
+meisje? Weet je ook, waar&oacute;m ze geen lid wilde worden?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ze heeft het te druk,&rdquo; antwoordde Go vriendelijk, zelf
+vol kinderlijke belangstelling in de sympathie van den dichterlijken
+droomer voor de uiterlijk-antipathieke, stugge Lize. &ldquo;Ze
+m&oacute;et vlug haar examens doen, zie-je, en daarom werkt ze aan
+&eacute;&eacute;n stuk door, en gaat nooit uit.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar dat k&agrave;n toch niet goed zijn. Ze ziet zoo
+bleek.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja,&rdquo; knikte Go, de oogen naar &rsquo;t bord, waar ze
+het papiertje z&aacute;g: Faculteit Rechtswetenschap&mdash;E. van
+Neerwinden&mdash;en ze bedacht, dat hij nu bezig was.</p>
+
+<p>&ldquo;Ben je &rsquo;n vriendin van haar?&rdquo; vroeg hij in de
+donkere vestibule.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik kom wel eens bij haar, maar &rsquo;t is niet makkelijk
+intiem met haar te worden.&rdquo; Haar aandacht keerde zich van hem af,
+zoodra ze binnen waren, en vol verbazing bleef ze telkens op de breede
+trap staan, om de teekeningen op de muren te bewonderen.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat is dat allemaal?&rdquo; vroeg ze, en toen ze op &rsquo;t
+portaal waren gekomen, vergat ze stil te zijn: &ldquo;O, kijk toch,
+kijk &rsquo;s, wat verschrikkelijk aardig....&rdquo; en ze liep van den
+eenen kant naar den anderen om al die grappige studenten-caricaturen te
+bekijken.</p>
+
+<p>Gerard was er al, kwam lachend, met uitgestoken hand, naar haar toe:
+&ldquo;Wil-je wel &rsquo;s gauw je &rsquo;n beetje stil houden; je
+brengt met je drukte den examinandus heelemaal in de war... kijk....
+daar-is-ie,&rdquo; en hij wees naar de gele deur, waar &ldquo;facultas
+iuridica&rdquo; boven stond. &ldquo;Kom nou hier, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103">103</a>]</span>in &rsquo;t
+zweetkamertje; dan kunnen we praten.&rdquo;</p>
+
+<p>Han stond met Else voor het raam te kijken: &ldquo;Hoe wist jij
+&rsquo;t?&rdquo; vroeg ze, &ldquo;Han vertelde &rsquo;t me
+vanmiddag.&rdquo;</p>
+
+<p>Er waren meer jongens, die Go niet kende; ze praatten allemaal zacht
+en gedempt, en het was er kil en triestig. &rsquo;n Droef, grijs licht
+viel door het gordijnlooze raam op den houten vloer, en de met namen
+bekerfde tafel. De groote kachel stond in &rsquo;n hoek als &rsquo;n
+zwart, dood ding; er waren &rsquo;n paar gele, gesloten kasten,
+&rsquo;n paar stoelen; &rsquo;n karaf water met glazen.... meer niets.
+Maar de wit-gekalkte muren leefden; niet grappig, niet vermakelijk, als
+in het portaal, maar met nerveus-makende krabbels en spreuken en
+handteekeningen, en, aangegrepen door &rsquo;n akelige onrust, begon Go
+die namen te lezen, met: &ldquo;<span lang="la">hic sudavit, sed non
+frustra....</span>&rdquo;, beginnend laag bij den grond en opklimmend
+tot hoog boven den schoorsteen en de kachel, zoodat ze niet begrijpen
+kon, hoe iemand ooit zoo hoog had kunnen reiken.</p>
+
+<p>Frieda was ook gekomen, op haar eigen stille, zachte manier, zat nu
+aan tafel te praten met &rsquo;n paar vakgenooten over de kansen van
+&rsquo;n nieuw-te-benoemen professor. Op de gang was het volkomen,
+akelig stil, en onwillekeurig keerde Go zich tot Gerard, zei huiverig:
+&ldquo;&rsquo;t Is net, of alle angst, die hier ooit gevoeld is,
+tusschen deze muren is blijven hangen; je wordt hier al akelig als je
+binnenkomt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nu, dat zal dan ook langzamerhand &rsquo;n heel pak
+verschrikking moeten zijn, als je &rsquo;s rekent hoeveel generaties
+v&oacute;&oacute;r ons, hier al eens in hoop en vreeze hebben
+neergezeten.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb104" href=
+"#pb104">104</a>]</span></p>
+
+<p>En om haar af te leiden ging hij over de sneeuw praten, liet zich
+lachend vertellen, wat ze dien middag op college hadden gedaan, en toen
+weer de stilte dreigde, begon hij over Sint Nicolaas, en of ze haar
+surprises al klaar had.</p>
+
+<p>Z&rsquo;n harde, sterke stem werkte kalmeerend op haar, en ze
+vertelde &rsquo;n grapje van laatst onder Gotisch, toen de professor
+het had over <i>satem</i>- en <i>centum</i>-talen, en samenvallen van
+<i>explosivae</i> en <i>palatalen</i>, en allerlei meer
+onbegrijpelijkheid.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;n Beetje &aacute;nders wel,&rdquo; lachte Gerard, maar
+ze haalde nerveus de schouders op, zei: &ldquo;Ik weet niet; ik voelde,
+dat ik er toch niet bij kon, en ging zitten denken over &rsquo;n
+inktlap voor Broer.... ik schijn daarbij den professor heel diepzinnig
+te hebben aangekeken, want ik wilde de zeempjes meteen voor versiering
+laten dienen, en dan donkergroen laken er onder;.... juist op &rsquo;t
+oogenblik, dat ik &rsquo;t duidelijk voor me zie, buigt hij zich
+voorover en zegt: &ldquo;Ik geloof, u hebt ergens moeite mee, juffrouw
+Herderts; begrijpt u niet, dat de <i>gelabialiseerde velaren</i>.... en
+enfin, weer &rsquo;n heeleboel van die rarigheid, die ik niet eens
+navertellen kan.... Ik zei, dat ik net met mezelf tot klaarheid was
+gekomen, maar was doodsbang, dat hij de ontwerpjes in m&rsquo;n cahier
+zou zien.&rdquo;</p>
+
+<p>Daar was Hans. &ldquo;Is hij er nog niet eens uit? &rsquo;t Is kwart
+over.&rdquo;</p>
+
+<p>Go schrikte, maar Rolands zei, dat hij er ook te laat was
+ingegaan.</p>
+
+<p>&ldquo;Hoe was-tie? Nog al kalm?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ach, zoo. Hij had nog al beroerd geslapen
+vannacht.&rdquo;</p>
+
+<p>Er begon nu onrust onder de menschen te komen; ze schoven naar de
+deur; de goeiige <span class="pagenum">[<a id="pb105" href=
+"#pb105">105</a>]</span>pedel keek op z&rsquo;n horloge, grapte, dat
+&rsquo;t nu lang genoeg was geweest, dat-ie de heeren &rsquo;s zou gaan
+zeggen, dat het uit moest zijn.</p>
+
+<p>&ldquo;Hij zal zoo moe zijn,&rdquo; zei Go zacht tegen Gerard, maar
+die ging er niet op door, praatte luchtig tegen Hans over &rsquo;n
+voetbalmatch van den vorigen Zondag. Andere jongens kwamen er bij,
+dandy-achtige heertjes, die allemaal iets hadden, dat Go even aan
+Eduard denken deed. Ze stonden in &rsquo;n groote groep; alleen Henri
+en Else waren in het kamertje gebleven.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar wat zie-jij er vreeselijk slecht uit, Elders,&rdquo; zei
+Frieda opeens tegen Hans. Ze noemde de jongens altijd bij hun
+achternamen, ook hierin toonend haar mannelijke vriendschap.</p>
+
+<p>Allen keken nu naar Hans, die lachend &rsquo;t eerst onzin heeten
+wilde, toen, geprest, bekende: &ldquo;Dat komt, omdat ik heelemaal niet
+naar bed ben geweest .... Ik heb vannacht laat zitten werken, en ben
+toen tegen zes uur naar Katwijk gefietst. Je zou &rsquo;t niet denken,
+maar &rsquo;t is van ochtend &rsquo;n prachtige zonsopgang geweest; wel
+veel wolken, maar enorm, zie-je!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Malle kerel, je hebt natuurlijk kou gevat,&rdquo; plaagden
+ze, en een nieuw verhaal begon aan den anderen kant van &rsquo;t
+clubje; maar Go hoorde hem nog zeggen met z&rsquo;n lieve, dankbare
+stem:</p>
+
+<p>&ldquo;Het was buitengewoon, zie-je.... Zoolang de zon nog opgaat,
+kan toch niemand beweren, dat er niet &rsquo;n heeleboel moois is in
+&rsquo;t leven.&rdquo;</p>
+
+<p>Daar ging de deur open, en allen draaiden zich in &rsquo;n ruk om.
+Eduard, in rok met &rsquo;n witte das, bleek met nerveuse
+vlam-kleurtjes onder z&rsquo;n oogen, kwam met onzekeren lach naar hen
+toe, en, dadelijk &rsquo;m insluitend, vielen ze op &rsquo;m aan, met
+dof-gemompeld, <span class="pagenum">[<a id="pb106" href=
+"#pb106">106</a>]</span>voorzichtig vragen. Hij haalde de schouders op,
+streek over z&rsquo;n hoofd; hij wist &rsquo;t niet; aan &rsquo;t eind
+was-t-ie gaan rijden, omdat-ie zoo moe werd; ze hadden &rsquo;m ook te
+lang gehouden, h&egrave;? hoe laat was &rsquo;t nou?</p>
+
+<p>Ze vergeleken hun horloges; de oude pedel klopte &rsquo;m goedig op
+z&rsquo;n rug: &rsquo;t zal wel losloopen. Maar hij maakte zich
+ongeduldig uit de belangstelling los, liep &rsquo;t kamertje in om
+water te drinken, ging toen in de deurpost staan.</p>
+
+<p>De anderen bleven onder elkaar overleggen, vroegen de juristen, wat
+ze er van dachten; en hij werd &rsquo;n beetje spraakzamer, noemde
+&rsquo;n paar dingen, die hij niet had geweten.</p>
+
+<p>&ldquo;God kerel, die weet ik n&ograve;g niet, en ik ben nu toch
+doctorandus,&rdquo; kalmeerde &rsquo;n donkere man.</p>
+
+<p>Ze zwegen weer; &rsquo;n paar jongens tikten met hun
+wandelstokken.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat duurt &rsquo;t lang,&rdquo; fluisterde Go.</p>
+
+<p>&ldquo;Dat is &rsquo;n goed teeken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat weet je niet.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik kan gerust nog &rsquo;n kwartier wachten,&rdquo; zei
+Eduard met &rsquo;n nerveus lachje, &ldquo;dat kan me niets
+schelen.&rdquo; En hij slingerde z&rsquo;n horloge tegen de deur heen
+en weer.</p>
+
+<p>&ldquo;Komt er geen familie van je?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Niemand weet &rsquo;t, goddank.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zou Bruno je afhalen?&rdquo; vroeg Frieda, trachtend hem af
+te leiden. &ldquo;Wat krijgt hij, als je er b&eacute;nt?&rdquo;</p>
+
+<p>Een begon zachtjes te fluiten, ze stonden allemaal naar Eduard en
+naar elkaar te kijken, en niemand wist meer, wat hij zeggen moest.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is half.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;t heeft nog niet geslagen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Je bent altijd voor.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"pb107" href="#pb107">107</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Ga &rsquo;s luisteren aan de deur.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze slopen de trappen op, leunden &rsquo;t oor aan het
+sleutelgat.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik hoor niets.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Stil nou, vent.... ze lachen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ze lachen.... je bent er, hoor!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zou&euml;n ze daar zoo&rsquo;n pret om hebben?&rdquo; vroeg
+hij bitter.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik heb beloofd dadelijk z&rsquo;n ploerterij te gaan
+waarschuwen, als hij er is, om de vlag. M&rsquo;n fiets staat
+beneden,&rdquo; fluisterde Rolands.</p>
+
+<p>Er kwam iemand de trap op; in spanning hoorden ze de
+voetstappen.</p>
+
+<p>&ldquo;O, van de krant.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Beroerling,&rdquo; bromde Gerard, &ldquo;wat gaat &rsquo;t
+&rsquo;em an.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar kerel, &rsquo;t is z&rsquo;n baantje.&rdquo;</p>
+
+<p>De stilte. Eduard kraakte een voor een z&rsquo;n lange, witte
+vingers.</p>
+
+<p>&ldquo;La derni&egrave;re heure d&rsquo;un condamn&eacute;,&rdquo;
+trachtte de pedel op te wekken, maar hij bleef norsch kijken,
+zuchtte.</p>
+
+<p>Opeens: de bel.</p>
+
+<p>Vlug schuifelend met z&rsquo;n oud, dik lijf schoof de pedel naar
+binnen; terug weer: &ldquo;Wilt u maar komen, meneer.&rdquo;</p>
+
+<p>Even stonden ze in spanning, half vooruit-willend, half wijkend:
+maar triomfantelijk-wijd werd de deur achter &rsquo;m open gehouden; de
+pedel wenkte, &rsquo;n vriendelijke professor achter de groene tafel
+wenkte ook: ze stroomden binnen, schuifelden n&oacute;g, terwijl
+&rsquo;t speechje al begonnen was.</p>
+
+<p>&ldquo;Met zeer veel genoegen,&rdquo; mompelde Gerard, &ldquo;ze
+hebben waarachtig alleen zoo lang gedelibereerd, of ze ook
+&ldquo;cum&rdquo; zouden geven.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"pb108" href="#pb108">108</a>]</span></p>
+
+<p>Go stond naast &rsquo;m, met tranen in de oogen; ze was zoo bang
+geweest en nu zoo blij, en &rsquo;t was zoo plechtig met al die heeren
+achter de tafel.</p>
+
+<p>En zoodra &rsquo;t uit was, stormde ze de trappen af naar buiten,
+rende door de dikke sneeuw, met &rsquo;r mond open, om lucht te
+krijgen. Ze was zoo blij, zoo blij&mdash;maar ze had &rsquo;m niet
+kunnen feliciteeren, want dan had ze zich zeker niet goed kunnen
+houden.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Toen ze &rsquo;s avonds naar Lize toeging&mdash;die goeie Hoefman,
+ze zou zien het gesprek op h&eacute;m te brengen; ze wilde immers
+iedereen in alles helpen&mdash;hoorde ze bij Levedag het jolig lawaai
+van vroolijke stemmen, en in de lichte gang zag ze veel zwarte ruggen
+en gladde hoofden, die allemaal naar iets schenen te kijken, dat heel
+grappig was.</p>
+
+<p>&ldquo;Eddy, Eddy,&rdquo; hoorde ze roepen, en ze stelde zich voor
+z&rsquo;n fijn, stralend gezicht, en de hartelijke vroolijkheid hem ter
+eere.</p>
+
+<p>Hoe dol graag zou ze toch &rsquo;s zoo&rsquo;n jongens-fuif
+meemaken; zoo &rsquo;s echt meegenieten in onbezorgde joligheid. En bij
+deze zou ze wel &rsquo;t liefst van alle zijn geweest.</p>
+
+<p>Droomerig ging ze langs z&rsquo;n huis, op &rsquo;t maan-witte
+Rapenburg; de ramen stonden open, de kamer was leeg. Maar uit &rsquo;t
+dakvenster hing stil en statig de lange vlag, onbeweeglijk in den
+blanken winternacht, zegeteeken van zijn overwinning. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109">109</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e1739" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk XI.</h2>
+
+<p>&rsquo;s Morgens was het tweede dochtertje hen komen roepen, had het
+hoofd om de deur gestoken, en met &rsquo;t Leidsche zangetje
+afgerateld: &ldquo;En complement van Pa, dames, en dat we &rsquo;n
+kindje hebben gekregen.&rdquo; En de dames&mdash;dadelijk
+wakker&mdash;waren vol belangstelling geweest om te hooren, of &rsquo;t
+&rsquo;n jongen of &rsquo;n meisje was, en wanneer het was geboren,
+welke bizonderheden het kind met &rsquo;n veel-wetend, wijs gezichtje
+ernstig ten beste had gegeven, de armen in de zij, zooals ze
+buurvrouwen altijd zag praten.</p>
+
+<p>En toen ze&mdash;aangekleed&mdash;in de voorkamer waren gekomen,
+hadden ze juist het rijtuig met den kleinen doopeling en &rsquo;n
+deftig in-zwart-lustre gekleede tante zien wegrijden naar de kerk, en
+na &rsquo;n half uurtje bij &rsquo;t terugkomen &ldquo;Pa&rdquo; kunnen
+bewonderen met &rsquo;n hoogen hoed op.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat &rsquo;n drukte voor die menschen!&rdquo; zei Go
+peinzend, terwijl ze samen de ontbijttafel afruimden, want ze wilden
+niet schellen, omdat dat misschien de kraamvrouw hinderen zou.
+&ldquo;Vin-je eigenlijk niet, dat we konden zeggen, dat ze vandaag niet
+voor ons hoeven te koken; we <span class="pagenum">[<a id="pb110" href=
+"#pb110">110</a>]</span>kunnen best in &rsquo;t Vegetarisch gaan, en
+&rsquo;t oudste meisje zal de handen z&oacute;&oacute; vol
+hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>Ja; wat &rsquo;n familie toch, h&egrave;; nou zijn &rsquo;t er
+negen! En wat zal &rsquo;t &rsquo;n moeite kosten zoo&rsquo;n bende
+&rsquo;n beetje stil te houden.... &rsquo;t Is jammer, dat ze nu juist
+overhoop liggen met hiernaast, over dien omgevallen vuilnisemmer,
+anders konden die er &rsquo;n paar nemen.&rdquo;</p>
+
+<p>En Else keek Go onzeker-vragend aan.</p>
+
+<p>Ja, waarom niet?&rdquo; zei ze, dadelijk begrijpend. &ldquo;We
+kunnen best &rsquo;s &eacute;&eacute;n keertje college verzuimen, en
+&rsquo;t zijn zulke leuke kinderen. Zullen we &rsquo;t samen even gaan
+vragen? Riek en Joostje maar, h&egrave;; die zullen &rsquo;t lastigst
+wezen.&rdquo;</p>
+
+<p>&rsquo;n Half uurtje later werden de kinderen in hun zondagsche
+kleertjes beneden gebracht. Ze stonden eerst &rsquo;n beetje verlegen
+in de mooie kamer, waar ze anders nooit in mochten van moeder, maar Go
+nam dadelijk de kleine Riek op haar arm, en begon haar de platen aan
+den muur te laten zien, er prettig onder pratend met haar hooge,
+vroolijke stem,&mdash;terwijl Else, &eacute;ven onzeker, want ze was
+heelemaal niet gewoon met kinderen om te gaan, den stevigen, dikken
+Joost in de hoogte tilde, en&mdash;van den anderen kant
+beginnend,&mdash;hetzelfde spelletje deed, ofschoon ze in &rsquo;n
+oogenblik buiten adem was van de zwaarte, en, klagend zich naar Go
+omdraaiend, zei, dat de moderne schilderkunst er zoo&rsquo;n afschuw
+van had &rsquo;n &ldquo;geval&rdquo;, iets dramatisch&rsquo; te geven,
+en ze daarom wezenlijk geen verhaaltjes voor Joostje bedenken kon.</p>
+
+<p>Toen maakten ze voor ieder &rsquo;n boterham met suiker, wat ze
+&rsquo;n heeleboel nader tot elkaar bracht, want Joostje deelde mee:
+dat hij er nog een wou, en Riek, dat ze &ldquo;zoo kleefde&rdquo;...,
+waarop <span class="pagenum">[<a id="pb111" href=
+"#pb111">111</a>]</span>ze mee naar de slaapkamer werden genomen om
+gewasschen te worden, en netjes gemaakt, want ze zouden nu inkoopen
+voor de koffie gaan doen.</p>
+
+<p>Ze liepen ieder met &rsquo;n kindje over het zonnige grachtje, en de
+buren keken hun oogen uit; ze deden om de beurt de boodschappen in den
+winkel: &rsquo;n bus chocoladepoeder, kleine kaakjes, &rsquo;n bal en
+muisjes natuurlijk&mdash;en, vooral tegen Else, die heel statig deed,
+zei iedereen: &ldquo;mevrouw&rdquo;, met eerbiedigen stemklank.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik geloof, dat ze mij voor je kinderjuffrouw aanzien,&rdquo;
+zei Go spijtig, die Riekje op den arm had genomen, omdat ze moe werd;
+en met haar klein hoedje en kort trotteurtje er wezenlijk niets
+&ldquo;mevrouwig&rdquo; uitzag.</p>
+
+<p>&ldquo;Kom, nu moeten we nog vleesch hebben; waar hou&euml;n jullie
+veel van? Rookvleesch?&rdquo; vroeg Else.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is voor op de boterham,&rdquo; legde Go nader uit,
+&ldquo;hou-je van leverworst?&rdquo;</p>
+
+<p>Joost zweeg filosofisch, maar toen ze in den winkel waren, wees hij
+met &rsquo;n verheugd gezichtje naar &rsquo;n homp komijne-kaas:
+&ldquo;D&agrave;t,&rdquo; zei hij verrukt, en schoon Else akelig werd
+van de lucht alleen, nam Go het vettige pakje bereidwillig in haar arm,
+vriendelijk-pratend tegen Riekje, die neiging had te gaan huilen, omdat
+ze niets begreep, van wat er met haar gebeurde.</p>
+
+<p>Na de koffie gingen ze ballen in de gang, tot Riek, die nog
+heelemaal niet vangen kon, zich vervelend, om moeder begon te huilen,
+maar Joostje verzekerde, dat hij blijven wou, en bromde op &ldquo;die
+nare meid&rdquo;, om wie ze nu naar binnen moesten, waar ze stil naar
+&rsquo;n verhaaltje moesten luisteren, tot de chocolademelk klaar zou
+zijn, <span class="pagenum">[<a id="pb112" href=
+"#pb112">112</a>]</span>die de niet-vertellende tante in groote koppen
+roerde. Toen was Riekje weer gaan huilen, omdat ze haar tong had
+gebrand, en nu kwamen er allerlei boeken met vreemde prenten voor den
+dag, waar de donkere tante weer bij vertelde; en eindelijk deed ze, of
+ze Sint-Nicolaas was, en strooide kaakjes over den grond, en Riek en
+hij moesten overal rondkruipen, en &rsquo;t was heel grappig, en de
+tantes kropen ook mee over den grond, maar alle kaakjes, die zij
+vonden, gaven ze aan Riek, omdat die weer boos werd, omdat hij er meer
+had.... en toen kwam zus, en moesten ze boven gaan eten.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ben er moe van,&rdquo; zei Else, toen ze samen van Ceres
+terug kwamen, &ldquo;en <span class="corr" id="xd0e1778" title="Bron:
+verbeeldje">verbeeld-je</span>, dat je er negen hebt, en dan dag aan
+dag.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Terwijl jij uit bent, haal ik toch nog even Joostje
+beneden,&rdquo; zei Go innig. &ldquo;Dat is zoo&rsquo;n schat, en die
+maakt je ook niet moe.... Riek is nog wat klein.... zal wel naar bed
+zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze stak alleen haar studeerlamp aan, en ging met Joost op haar
+schoot op de canap&eacute; zitten, waar het bijna donker was. Het
+hinderde haar niet, dat z&rsquo;n handjes vuil en warm waren, en dat er
+&rsquo;n burgerluchtje van bleekpoeder en slechte zeep aan z&rsquo;n
+goed en z&rsquo;n gezichtje was. Ze leunde haar wang op z&rsquo;n
+borstelige, warme haarbol, en verwonderde er zich over, dat ze, toen
+haar eigen broertjes en zusjes zoo klein waren, nooit d&aacute;t gevoel
+van onzegbare teederheid voor ze had gehad, dat haar nu de tranen in de
+oogen bracht. Het zou wel komen, omdat ze toen zelf nog zooveel jonger
+was, zelf nog te veel kind, dat teederheid vroeg in plaats van te
+geven. Ze had wel veel van ze gehouden altijd, en met <span class=
+"pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113">113</a>]</span>ze gesold en
+gestoeid, maar ze kon zich niet herinneren ooit zoo stil te hebben
+gezeten in &rsquo;n schemerige kamer, met een kindje tegen zich aan, en
+dat heerlijk te hebben gevonden. Eerst hadden ze nog &rsquo;n beetje
+gepraat over &rsquo;t nieuwe broertje, en of hij den volgenden dag weer
+wou komen spelen?.... ja, hij wou wel,&mdash;maar tante moest dan naar
+h&aacute;&aacute;r moeder toe, en haar eigen broertjes en zusjes,...
+maar die waren al grooter dan Joostje;&mdash;toen was hij stil
+geworden, moe van den drukken dag, en hij sliep nu bijna, maar bewoog
+toch telkens, ging met z&rsquo;n knuistjes over de kleine, vergulde
+knoopjes van haar halsboord, of draaide aan de ringen van haar
+hand.</p>
+
+<p>Daar werd gebeld. &ldquo;Nu moeten we even samen open doen, Joostje.
+Dat kan toch tante Else nog niet zijn,&rdquo; en met &rsquo;t kind om
+den hals ging ze weer naar de deur: dien heelen dag had ze al als
+bellemeisje dienst gedaan.</p>
+
+<p>Juffrouw, is juffrouw Gerzon.... god, Go, ben jij &rsquo;t?&rdquo;
+En Eduard van Neerwinden keek haar vol verbazing in &rsquo;t blozende
+gezicht, en dan naar &rsquo;t kind, dat zich stevig aan haar
+vastklemde.</p>
+
+<p>Ja, Else is uit.... en de juffrouw heeft &rsquo;n kindje gekregen,
+en nu hebben wij de kleintjes bij ons gehad;... maar kom toch binnen;
+ze komt gauw terug.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar die kleine baas?&rdquo; Eduard gaf &rsquo;m &rsquo;n
+tikje op de roode wang, en Go was blij, dat hij zoo lief was tegen
+kinderen.</p>
+
+<p>&ldquo;O, als je goed vindt, breng &rsquo;k &rsquo;m eventjes naar
+boven toe. Hij moet toch naar bed, h&egrave; vent? Wacht; dit moet je
+meenemen&rdquo;&mdash;en ze gaf &rsquo;m &rsquo;n reep
+chocolaad,&mdash;&ldquo;zeg nu meneer goeiennacht,... <span class=
+"pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114">114</a>]</span>neem &rsquo;n
+stoel, zeg; ik kom z&oacute;&oacute; terug.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nacht oome,&rdquo; zei &rsquo;t kind gedwee, en Go proestte,
+terwijl ze de kamer uitliep; het was z&oacute;&oacute; dwaas,
+zoo&rsquo;n elegante jongen, zoo&rsquo;n hyper-verfijnde
+&ldquo;oome&rdquo; te hooren noemen.</p>
+
+<p>Hij keek om zich heen, om &rsquo;n beetje idee te krijgen van haar
+smaak en haar ontwikkeling: die groengekapte studeerlamp gaf &rsquo;n
+aardige verlichting, maar wat er aan den muur hing, m&rsquo;n hemel,
+wat was dat hopeloos banaal en onpersoonlijk, zoo echt, wat je op elke
+kamer vinden kon: de &ldquo;Jeugd&rdquo; van Pier Pander in &rsquo;t
+wit-met<span class="corr" id="xd0e1803" title="Bron:
+">-</span>goud-lijstje, &rsquo;n chromogravure van &ldquo;<span lang=
+"en">Let the baby pass</span>&rdquo;, &rsquo;n bont-bloemige kalender,
+&rsquo;n sentimenteel-bolwangige &ldquo;Mignon&rdquo; uit de
+&ldquo;<span lang="de">Jugend</span>&rdquo;, en &rsquo;n paar neutrale
+landschapjes, vermoedelijk uit &rsquo;n album van &ldquo;moderne
+kunst&rdquo; of zoo iets.</p>
+
+<p>Op de schrijftafel &rsquo;n rijtje prachtbandjes van de beste
+moderne Hollanders: Kloos, Van Deyssel, Gorter, Roland Holst,
+H&eacute;l&egrave;ne Swarth, zelfs Boutens&mdash;maar van buitenlanders
+niets dan &rsquo;n dun deeltje Shelley, waarom hij ongeduldig de
+schouders ophaalde: cultuur nihil natuurlijk, niets gelezen dan wat je
+op &rsquo;n gymnasium van duitsche, fransche en engelsche klassieken
+leert; en verder &rsquo;r hoofd volgepropt met die heerlijke,
+prachtige, rijke, hollandsche literatuur, waar in de heele wereld toch
+maar zeker niets boven gaat.... alleen maar Shelley; en gemelijk nam
+hij de portretten op, die er naast stonden, bleef geboeid nu kijken
+naar die groote, gezellige familie, die gemoedelijke vader en moeder
+met al dat kroost er om heen, zeven telde hij, en Go zelf, dat &rsquo;s
+acht; wat &rsquo;n leuke troep.... en aardige snuitjes, ze lijken op
+elkaar.... Go heeft <span class="pagenum">[<a id="pb115" href=
+"#pb115">115</a>]</span>&rsquo;t zelfde als dat kleintje.... En hij
+stond er nog mee in z&rsquo;n hand, toen ze weer binnenkwam, keek haar
+nu &aacute;nders aan, scheen haar beter te begrijpen, nu hij wist, dat
+ze de oudste van zoo&rsquo;n groote familie was.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat moet j&iacute;j &rsquo;n gezellig thuis hebben,&rdquo;
+zei hij hartelijk, en ze vond het prettig, dat hij de portretjes aardig
+vond, en kwam naast &rsquo;m staan, om hem er over uit te leggen:
+&ldquo;Die broer volgt op mij; hij is nu in de vijfde van de
+jongens-burger, en wil architect worden; dat zusje is op &rsquo;n
+particuliere school,&mdash;ze is &rsquo;n beetje zwak, en houdt veel
+van huishouden;&mdash;hij gaat op &rsquo;t gym,.... en vin-je
+d&aacute;t geen schat: &rsquo;t is &rsquo;n bengel, zie je; maar
+&rsquo;k geloof, dat er wat in zit; hij schildert zoo aardig, en nu
+heeft Pa &rsquo;m op de teeken-academie gedaan,.... de kleintjes zijn
+nog op de lagere school; kijk, dit is de jongste.... ze is
+acht.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Die lijkt op jou,&rdquo; zei hij, &rsquo;t portret fixeerend,
+maar ze zei wat bruusk:</p>
+
+<p>&ldquo;Wel nee, die is sprekend vader, en iedereen zegt, dat ik op
+moeder lijk,&rdquo; maar bang, dat hij boos zou worden om haar
+tegenspreken, vroeg ze gauw, of hij geen heerlijk gevoel had, nu dat
+examen achter den rug was, en of hij niet blij was met z&rsquo;n mooie
+iudicium.</p>
+
+<p>Hij dankte haar nu voor &rsquo;t briefje met gelukwenschen, dat ze
+&rsquo;m had gezonden, maar begreep niet, waarom ze &rsquo;t niet
+mondeling had gedaan. Hij herinnerde zich toch, dat hij &rsquo;r in de
+gang gezien had.&mdash;Och; ze was zenuwachtig geweest;.... ze was maar
+dadelijk weggeloopen....</p>
+
+<p>&ldquo;Maar de fuif was toch zeker wel erg prettig,
+h&egrave;?&rdquo; Ze ging zachtjes heen en weer in den hoek <span
+class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116">116</a>]</span>van de
+kamer, stil bezig met thee te zetten, en zoo ongemerkt mogelijk den
+rommel van de chocolade-partij van dien middag op te bergen.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, &rsquo;t was &rsquo;n dolle boel; we hebben er na nog
+gereden, naar Den Dijl.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik kwam &rsquo;s avonds door de Breestraat.... en ik hoorde
+de vroolijkheid; ik was toch zoo dolgraag even naar binnen geloopen, om
+tenminste &rsquo;n uurtje mee te doen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij nam in gedachten de thee van haar aan, tikte met z&rsquo;n
+smallen voet op den rand van de kachel.</p>
+
+<p>&ldquo;Je hebt er, geloof ik, geen idee van, hoe &rsquo;t op die
+fuiven eigenlijk toegaat, en hoe wij, jongens, doen, als we onder
+elkaar zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, dat heb ik ook niet,&rdquo; bekende Go ernstig,
+&ldquo;wij meisjes zijn nooit zoo &rsquo;s echt kinderlijk-uitgelaten,
+zoo &rsquo;s jolig-dwaas.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat zijn wij ook haast nooit. Ik geloof, dat ik in m&rsquo;n
+heele leven pas &eacute;&eacute;n onschuldig-leuken fuif heb
+meegemaakt: op de kermis, toen er &rsquo;n rutschbaan was,.... of nee,
+n&oacute;g wel &rsquo;s &rsquo;n fakkeltocht, of als we hardliepen of
+worstelen gingen.... maar bijna altijd....&rdquo;</p>
+
+<p>Hij legde &rsquo;n paar beuken blokken op den haard, die knetterend
+vlam vatten, en &rsquo;n lekkeren geur gaven in de kamer. De gloed
+speelde over Go&rsquo;s luisterend gezicht, en hij voelde zich
+getroffen door de veilige stilte van de kamer met de dikke, gesloten
+gordijnen, en de ouderwetsche deur; de welbekende stad van jolijt en
+onvoldaanheid scheen hier iets verafs, &rsquo;n akelig fantoom, en,
+zonder zich rekenschap te geven, w&aacute;&aacute;rom hij tegen dit
+kind open wilde spreken,&mdash;was &rsquo;t wezenlijk &rsquo;n behoefte
+zich te uiten, of slechts &rsquo;n <span class="pagenum">[<a id="pb117"
+href="#pb117">117</a>]</span>nieuwe, om haar onverwachtheid te
+aantrekkelijker pose&mdash;, begon hij met z&rsquo;n zachte, moe&euml;
+stem:</p>
+
+<p>&ldquo;Jullie meisjes kunnen je zoo heelemaal geen voorstelling
+maken, hoe wij eigenlijk zijn, als we ons niet in bedwang houden. Ik
+geloof, dat jullie altijd precies eender bent, of er jongens bij zijn,
+of dat je onder elkaar praat. En daarom denken jullie dat natuurlijk
+ook van ons;.... maar &rsquo;t is zoo anders, we hebben eenvoudig
+&rsquo;n ander vocabularium, als we onder elkaar zijn; op de kroeg
+wordt bijna geen gesprek gevoerd, waar &rsquo;n meisje naar zou kunnen
+luisteren;&mdash;ik begrijp niet, hoe lui als De Veer, die dat toch
+allemaal weten, over de mogelijkheid kunnen spreken, dat de clubs nog
+&rsquo;s zouden samensmelten.... Het is &rsquo;n eeuwen ingeroest
+kwaad; en wie d&agrave;t zou willen veranderen....&rdquo;</p>
+
+<p>Go zat &rsquo;m aldoor aan te kijken, haar groote, grijs-blauwe
+oogen vol triestige ongeloovigheid, en nu viel ze kort en overtuigd in:
+&ldquo;Maar ik begrijp het niet.... ik weet ook zeker, dat &rsquo;t
+niet waar is. Als jullie ook wel over verkeerde dingen praat, dan is
+dat &rsquo;n aanwensel, &rsquo;n slechte gewoonte, die de een van den
+ander overneemt; maar je zoudt het eigenlijk allemaal met plezier
+laten. Zooals jullie bent, waar wij bij zijn, zooals je dan praat,
+zooals je je dan voor allerlei dingen interesseert, zoo ben je
+eigenlijk.... Jij bent eigenlijk, zooals je n&uacute; bent.... dat weet
+ik zeker, en je stelt je aan, als je doet, of je &rsquo;n slechte
+jongen was.... En daarom zou &rsquo;t zoo goed zijn, als wij, meisjes,
+op de kroeg kwamen; het zou voor ons allemaal zoo vreeselijk goed zijn.
+We zouden elkaar zoo aanzetten om ons voor meer dingen te
+interesseeren, we zouden zooveel beter worden.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118">118</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Wat weet je er van, van de hopeloosheid,
+redding-onmogelijkheid, van de meesten in ons corps? Je bent &rsquo;n
+meisje, &egrave;n eerstejaars.... Je weet zoo weinig van &ograve;nze
+wereld, en van de mis&egrave;re en den ondergang van het mooiste onder
+ons.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik v&oacute;el het,&rdquo; zei Go, de oogen vol tranen.
+&ldquo;D&aacute;&aacute;rom wil &rsquo;k juist helpen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij schudde het hoofd; wat &rsquo;n kind was ze nog, met zoo&rsquo;n
+spontaan vertrouwen in de kracht van haar wil en haar vrouw-zijn; met
+zoo&rsquo;n fellen drang tot verzet tegen &rsquo;t onvermijdelijke.</p>
+
+<p>&ldquo;Vonden ze thuis niet heel erg je hierheen te laten
+gaan?&rdquo;</p>
+
+<p>En hij dacht, hoe hij z&rsquo;n dochter nooit in &rsquo;n
+studentenstad zou willen sturen; hij zou &rsquo;r veilig thuis houden
+in volkomen onwetendheid, en dan laten trouwen, overgaande van de eene
+afhankelijkheid in de andere, zonder levens-bewust-worden. De vrouw
+w&aacute;s lief als &ldquo;bezit&rdquo;, als &rsquo;n levend ding, dat
+zich heelemaal gaf; zoodra ze iets van den man ging overnemen, werd ze
+onverdraaglijk om haar niet-te-miskennen inferioriteit;... hij
+glimlachte even bij &rsquo;t idee, wat Go zou zeggen, als ze die
+&ldquo;ouderwetsche&rdquo; gedachten van &rsquo;m wist; hij kende de
+vrouw nu eenmaal niet anders...</p>
+
+<p>&ldquo;Ach neen, er bleven er toch nog zooveel, en ik kom iedere
+week weer thuis! Waar wonen jouw ouders eigenlijk?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ze zijn al heel lang in Itali&euml;.... sinds m&rsquo;n
+broertje gestorven is. Toen is moeder ziek geworden; en nu blijven ze
+daar in &rsquo;t zachte klimaat en m&rsquo;n vader schildert er veel in
+de museums. Ik ben tot m&rsquo;n zestiende jaar bij hen geweest; toen
+hebben ze me naar Holland gestuurd, om voor <span class="pagenum">[<a
+id="pb119" href="#pb119">119</a>]</span>&rsquo;t staatsexamen opgeleid
+te worden, en daarna heb ik ze nog maar eens gezien; dat is vijf jaar
+geleden. Toen heb &rsquo;k drie maanden in Milaan bij ze
+gelogeerd.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, hoe akelig, dat je geen thuis hier hebt.&rdquo; En Go
+dacht, of hij niet &rsquo;s een vacantie bij h&uacute;n zou kunnen
+komen; want moeder zou hij zeker aardig vinden, al was &rsquo;t verder
+te druk en te burgerlijk voor hem.</p>
+
+<p>&ldquo;Och, ik heb veel vrienden, en kom ook nog al bij familie aan
+huis.... &rsquo;t Is al zoo lang zoo, dat ik &rsquo;t me niet anders
+meer voorstellen kan.... Eerst vond ik &rsquo;t wel heel akelig, want
+ik was juist altijd meer met m&rsquo;n vader en moeder samen geweest,
+dan andere jongens.... Ik had &rsquo;n gouverneur aan huis, en ze gaven
+me ook zelf les, vooral in muziek en in kunst- en
+literatuurgeschiedenis.... Toen ik bij den rector in Arnhem was, vond
+ik eerst alles erg raar, en de jongens plomp en onbeschaafd,.... maar
+de menschen waren zoo vriendelijk voor me, en ik kreeg toch ook plezier
+in ruw jongensspel;.... het waren prettige, onbezorgde jaren.... Toen
+ik hier kwam, was ik achttien.... net als jij. En ik kon de lucht hier
+niet verdragen; ik kreeg dadelijk erge koorts, malaria, ergens op
+&rsquo;n vreemde kamer op den verlaten Morschweg, waar ik was gaan
+wonen, om nog wat van buiten te hebben. De menschen waren niet kwaad,
+maar ik lag toch altijd alleen; vrienden had ik toen nog niet,.... ik
+werd g&eacute;k van het droomen; ik weet niet, of jij ooit erge droomen
+hebt gehad; maar ik was er dol van en liep &rsquo;s nachts alleen over
+m&rsquo;n kamer in &rsquo;n razenden angst, om wat ik wist, dat toch
+niet waar was.... Toen ik zoowat beter was, wilde ik <span class=
+"pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120">120</a>]</span>geen oogenblik
+meer alleen zijn. Ik was eenvoudig b&aacute;ng van de kamer, waar ik
+zooveel had doorgemaakt. Ik was toen nog erg zwak, maar zat toch altijd
+op de kroeg, en &rsquo;s nachts nog laat bij allerlei lui op de kamer,
+of we gingen rijden of boemelen. In dien tijd heb ik Bruno gekocht, dat
+ik tenminste &rsquo;n levend wezen bij me zou hebben, &agrave;ls de
+angst terugkwam. &rsquo;s Nachts lag hij voor m&rsquo;n bed, en ik riep
+&rsquo;m soms bij me en hield &rsquo;m in m&rsquo;n armen, om z&rsquo;n
+adem te voelen, z&rsquo;n menschelijke oogen te zien, die me rust
+gaven.... Al die eerste jaren heb ik met m&rsquo;n gezondheid te
+vechten gehad, maar gaan liggen wilde ik niet meer, en ik foof en kreeg
+&rsquo;n heeleboel vrinden. Toen ben ik na m&rsquo;n candidaats op raad
+van den dokter naar Itali&euml; gegaan. Dat was eerst erg akelig, de
+eerste maanden.... Ik had er nooit over gedacht, maar nu merkte ik, hoe
+&rsquo;k geestelijk achteruit was gegaan, dat &rsquo;k vreemd was aan
+de gedachten en idealen van vader en moeder; dat er iets aan m&rsquo;n
+gevoel was afgestompt; dat er iets moois in me was onderdrukt,.... ik
+weet niet precies, hoe; maar &rsquo;n avond, toen ik, nadat ik lang met
+ze had zitten praten, naar buiten was gewandeld, heb ik er om gehuild.
+Het zijn allebei bizondere menschen, niet zoo erg &rsquo;n vader en
+moeder misschien.... ze hebben me nooit &rsquo;n raad gegeven; maar
+zoo&rsquo;n mooi voorbeeld. Ze hebben nooit er op aangedrongen, dat
+&rsquo;k hun alles van m&rsquo;n leven zeggen zou.... Ze leven meer om
+idee&euml;n dan om feiten.... maar wat &rsquo;n invloed hadden ze
+indirect op m&rsquo;n leven. Ik voelde iederen dag me meer inleven in
+hun gedachtensfeer; het leven, dat ik h&iacute;er geleid had, leek me
+zoo banaal.... Je bent d&aacute;&aacute;r anders, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121">121</a>]</span>en ik dacht, dat
+ik &rsquo;t nu ook hier zou kunnen zijn....&rdquo;</p>
+
+<p>Hij keek in den haard naar de blokken, die bijna waren verbrand en
+langzaam-glijdend ineenstortten. Hij zag, dat Go onbeweeglijk zat, als
+bang de herinnering te storen. En, teruggekeerd tot het leven van
+alledag, wetend, dat hij hier zat in Leiden, in &rsquo;n gewone kamer;
+dat alleen het wonderlijke was, dat er &rsquo;n z&oacute;&oacute;
+stille avond kon komen in dat drukke, roezige leven,&mdash;en eigenlijk
+niet begrijpend, welk dwaas toeval dit jonge, droomende kind tot zijn
+biechthoorster had gemaakt,&mdash;sprak hij door met luchtiger,
+gemoedelijker klank in z&rsquo;n stem, telkens slechts even ontroerd,
+als hij de emotie zag op haar huiverend gezicht.</p>
+
+<p>&ldquo;Dat is nu vijf jaar geleden; ik was toen net een-en-twintig
+geweest. Er is sprake van, dat m&rsquo;n vader me hier &rsquo;s zal
+komen opzoeken. Maar ik hoop eigenlijk, dat het niet gebeuren zal. We
+zijn nu nog veel meer van elkaar vervreemd. Toen foof ik, omdat ik
+&rsquo;t leuk vond,&mdash;maar ik voelde vaak, dat &rsquo;t verkeerd
+was.... Nu, je weet het, ik heb &rsquo;t je al meer gezegd, is &rsquo;t
+me vrij onverschillig, w&aacute;t &rsquo;n mensch doet. Alles is
+nutteloos, en &rsquo;t eenige doel is je tijd zoo aangenaam mogelijk
+door te brengen. &rsquo;n Aangenamer manier dan flink fuiven en flink
+werken heb ik niet kunnen vinden&mdash;en zoo heel prettig is &rsquo;t
+toch niet....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, &rsquo;t spijt me zoo vreeselijk, dat je zoo praat, en
+&rsquo;t komt heelemaal, omdat je altijd zoo alleen bent.... Jullie
+allemaal, die verkeerd doen, moest &rsquo;n tehuis hebben,
+gezelligheid. Konden wij jullie dat toch maar geven. Ik wilde, dat alle
+eenzamen naar &oacute;nze kamers kwamen, als ze behoefte hadden <span
+class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122">122</a>]</span>aan wat
+vrouwelijke hartelijkheid.... Ik zou z&oacute;&oacute; graag veel
+geven....&rdquo;</p>
+
+<p>Haar stem brak van opwinding, en Eduard voelde zich wonderlijk
+ontroerd.</p>
+
+<p>&rsquo;n Lief, hevig, eerlijk kind was &rsquo;t; en die was nu
+alleen onder die ongelukkige jongens gekomen! Ja, dikwijls met
+zoo&rsquo;n meisje te praten moest toch wel goed doen aan hun
+ideaalloosheid, en h&aacute;&aacute;r liefde.... En, h&eacute;&eacute;l
+moe van dat ellendige leven, dacht hij er even over, haar te vragen
+z&rsquo;n beschermengel te willen worden,&mdash;maar m&rsquo;n hemel,
+wat was haar ontwikkeling, wat had ze gezien en gedacht en
+gelezen,&mdash;en natuurlijk zou ze toch met &rsquo;m mee willen leven,
+alles van &rsquo;m willen weten en &rsquo;m raad willen geven;&mdash;ze
+stonden immers op &rsquo;n heel verschillend ontwikkelingsplan: hij was
+heelemaal van de oude traditie, van de rechten van den man en de
+plichten van de vrouw..... en zij leefde in het jonge bewustzijn van
+gelijke naast gelijke&mdash;niet er over debatteerend, er om strijdend
+op politiek gebied,&mdash;maar diep in eigen wezen het als waarheid
+erkennend.... En dan&mdash;&rsquo;t zou immers beider ongeluk
+zijn;&mdash;ze was veel te goed voor hem, en zoo&rsquo;n decadent kon
+toch niet trouwen.... z&rsquo;n d&ograve;chter zou nooit studeeren;
+z&rsquo;n d&ograve;chter;.... alsof hij....</p>
+
+<p>&ldquo;Je moet me niet zoo aankijken, Go,&rdquo; zei hij zachtjes;
+&ldquo;dit is allemaal niet zoo vreeselijk als je denkt.... Het is zoo
+gek, dat jullie meisjes altijd dingen zegt, die je erg meent, hevig
+voelt. Dat jullie zoo heelemaal niet kent onze blague, onze
+gevoels-ontveinzing.... En d&oacute;&oacute;r je eerlijke openheid maak
+je ons vanzelf ook zoo, als we met jullie praten: ernstig,
+zwaar-op-de-hand, sentimenteel <span class="pagenum">[<a id="pb123"
+href="#pb123">123</a>]</span>bijna. Praat ik ooit tegen iemand, als
+tegen jou? Vind ik m&rsquo;n leven treurig, als jij niet bij me bent,
+die me met je groote meelijdende oogen suggereert: &ldquo;arme jongen,
+eenzame lijder....&rdquo; Onzin, onzin.... Ik ben immers zelden
+verdrietig.... jij m&aacute;&aacute;kt me melancoliek, of misschien heb
+ik vandaag &rsquo;n kater.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, Eddy, ik wou maar, dat ik je helpen kon.&rdquo;</p>
+
+<p>Hun oogen gingen in elkaar; van beiden zacht in medelijden.</p>
+
+<p>Maar nu knarste het slot van de buitendeur, en &rsquo;n oogenblik
+later was Else in de gangopening.</p>
+
+<p>&ldquo;Dag Go, h&eacute; Van Neerwinden, ben-jij hier?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, en eigenlijk om jou te spreken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zoo; en wat is er dan?&rdquo;</p>
+
+<p>Ze stond bij de lamp haar handschoenen uit te trekken, en het viel
+Go op, hoe mooi ze was: de groote, zwarte hoed gaf achtergrond aan haar
+anders wat vlak gezicht, en haar frissche kleur, van de buitenlucht,
+was bekoorlijker dan haar meestal verfijnde bleekheid. Eduard keek ook
+naar haar; en Go wist, wat hij dacht, terwijl hij praatte:</p>
+
+<p>&ldquo;Hans en ik hebben bedacht, dat het zoo aardig zou zijn, als
+jij nu ook in &rsquo;t bestuur kwam;&mdash;-je zit toch al steeds
+achter de groene tafel.... figuurlijk gesproken, en Rolands wilde
+aftreden. We hebben &rsquo;t er nog niet met Herderts over gehad, want
+eerst moet jij zeggen, of je zou willen&mdash;en dan moeten we
+onderzoeken, of we genoeg stemmen kunnen krijgen; Beerenstijn is
+natuurlijk tegen, maar dat hindert niet, als hij de eenige
+is.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zou ik dan quaestor worden.... of hoe heet &rsquo;t
+vrouwelijk: quaestrix?.... Ik zou natuurlijk dolgraag willen,
+Neerwinden, en Han zal het zoo leuk vinden....&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124">124</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Van mij is dit voorstel natuurlijk groote
+edelmoedigheid,&rdquo; praatte Eduard, &ldquo;op bestuursvergaderingen
+zal ik als &ldquo;dritter im bunde&rdquo; nog maar net ged&uacute;ld
+worden.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij fixeerde haar lachend, en haar oogen antwoordden hem; &rsquo;t
+scheen Go even, of ze iets flikkeren zag tusschen hem en haar.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Zal gezellig zijn met ons drie&euml;n,&rdquo; zei
+Else toen luchtig, en Eduard stond op om afscheid te nemen.</p>
+
+<p>Go <span class="corr" id="xd0e1916" title="Bron: beantwoorde">
+beantwoordde</span> het intieme handdrukje niet, liet Else hem
+uitlaten.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat leuk,&rdquo; praatte die, weer binnen, &ldquo;om in
+&rsquo;t bestuur te komen;.... denk jij, dat er iemand tegen zou zijn?
+Han zal &rsquo;t zoo prettig vinden.&rdquo;</p>
+
+<p>Go zette de kopjes in elkaar: &ldquo;Er is nog thee,&rdquo; zei ze
+kort-af, &ldquo;je kunt nemen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, hebben jullie thee gedronken? Was hij er al lang? &rsquo;t
+Is toch eigenlijk &rsquo;n rare jongen, h&egrave;, anders dan de
+verdere leden van Laborando;&mdash;wel aardig,&mdash;maar &rsquo;n
+flirt. &rsquo;t Was maar goed, dat Han er niet bij was; die zou woedend
+zijn geweest, als hij gezien had, hoe-die me aankeek, daar
+straks.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Als Han er geweest was, zou jij &oacute;&oacute;k anders
+hebben gedaan,&rdquo; beet Go af.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik? Gunst, ik heb niets gedaan; ik begrijp niet, wat je
+meent,&rdquo; en met &rsquo;n eerlijk-verbaasd gezichtje haalde Else de
+schouders op, keek Go &rsquo;s aan: er was nog nooit iets tusschen hen
+geweest, zelfs geen klein kibbelarijtje; ze kon Go&rsquo;s boos-kijken
+onmogelijk verklaren, maar kalm filozofisch zei ze, dat ze zeker nog
+moe was van &rsquo;t gesjouw van dien dag: &ldquo;Kom, laten we vroeg
+naar bed gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, ga jij maar; ik blijf nog.&rdquo; En Go schoof <span
+class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125">125</a>]</span>wijd het
+raam open, leunde haar gloeiend hoofd in den kouden, strakken
+winternacht.</p>
+
+<p>Het was heel stil op het grachtje, waar de huisjes onder de witte
+maansneeuw sliepen, het oude brugje leek &rsquo;n blanke poort naar de
+dicht beboomde kerkgracht; op de schuit voor het huis blonk rijp aan de
+masten. Er waren bijna geen menschen op straat; soms stapte iemand hol
+over de harde brug, maar dan ging hij links af; geen kwam voorbij haar
+raam. De blauwe stoep beneden leek bijna wit in &rsquo;t bleeke
+licht.</p>
+
+<p>Ze leunde verder naar buiten, dat de wind haar haren
+&ograve;p-woelde. Wat was ze toch dwaas geweest zooeven, tegen Else.
+Wat had die nu eigenlijk voor vreeselijks gedaan! Ja, &rsquo;t was
+jammer, dat ze net binnen was gekomen, toen ze z&oacute;&oacute;
+volkomen vertrouwelijk waren, maar &rsquo;t meeste was toen toch al
+gezegd; en op een of andere manier moest er toch &rsquo;n einde aan
+komen,.... of was &rsquo;n &agrave;nder einde mogelijk geweest?</p>
+
+<p>Ze had &rsquo;m lief;... ja, nu zou ze &rsquo;t zich bekennen; ze
+had &rsquo;m lief... ze had lief; o, nu begon voor h&aacute;&aacute;r
+ook dat wondere, waar ze al zoo dikwijls over had gedacht, maar dat ze
+nog nooit zelf had ondervonden. Nu wist ze, dat het eigenlijk van
+&rsquo;t eerste oogenblik af liefde was geweest, van dien avond af, dat
+ze &rsquo;m had zien komen in de gang, en Else niet had kunnen
+antwoorden, omdat ze voelde: van hem hangt m&rsquo;n leven af; en dat
+was zoo gebleven, onder de vergadering, en sterker geworden, toen ze op
+het soupertje over levensopvattingen hadden gesproken, en ze even de
+melancolie van z&rsquo;n bestaan had gevoeld; omdat ze &rsquo;m
+liefhad, had ze zooveel angst uitgestaan op dat examen, terwijl ze
+meende, dat &rsquo;t <span class="pagenum">[<a id="pb126" href=
+"#pb126">126</a>]</span>maar was, omdat ze zoo iets voor &rsquo;t eerst
+meemaakte, en vanavond, vanavond, in hun volkomen eerlijkheid, was het
+gebeurd, nu voor altijd:&mdash;ze was heelemaal naar hem
+opengegaan;&mdash;ze wist niet, h&oacute;e &rsquo;t was geweest, maar
+&rsquo;t had geleken, of ze naar &rsquo;m toegroeide onder z&rsquo;n
+droevig praten, of haar medelijden en haar liefde en bewondering lange
+ranken werden, die zich om &rsquo;m heen wonden. Bewondering&mdash;ja,
+ook na z&rsquo;n bekentenis, en grooter juist: want welke jongen zou
+zoo lief-berouwvol z&rsquo;n heele leven hebben opengelegd? Zoo iemand
+k&oacute;n immers niet slecht zijn&mdash;nee, goed en groot was hij,
+maar neergehaald door de omstandigheden; hij zelf leed er zoo onder;
+maar ze zou &rsquo;m wel opheffen, ze zou &rsquo;m mogen helpen, en o,
+ze wilde er niet blij om zijn om hem, omdat hij het treurig vond,...
+maar voor haarzelf was &rsquo;t zoo zalig, iets groots, iets moeilijks
+voor hem te kunnen doen.... Ze had &rsquo;m vanavond niet genoeg
+gezegd; ze had moeten zeggen, dat ieder goed zijn moet, omdat daar
+buiten geen bevrediging is, omdat slechtheid onvoldaan en onrustig
+maakt;&mdash;maar hij geloofde niet aan goed en slecht; hij praatte
+alleen van je leven zoo aangenaam en ongemerkt mogelijk
+doorbrengen,&mdash;en hij had zooveel gelezen, filosofen en
+zoo;&mdash;ze was maar &rsquo;n dom kind, zou ze &rsquo;m wel ooit
+kunnen helpen om te leven? Maar ze hield van &rsquo;m, en dat vermag
+meer, dan de wijsheid van de heele wereld. Zou haar liefde alleen hem
+niet al misschien met alles verzoenen?&mdash;Er kwamen &rsquo;n paar
+pratende menschen voorbij en ze hield even op met haar denken.</p>
+
+<p>Dat hij geflirt had met Else was juist &rsquo;n teeken, dat hij om
+die niet gaf. Dat zou hij nooit met <span class="pagenum">[<a id=
+"pb127" href="#pb127">127</a>]</span>h&aacute;&aacute;r doen. Tegen
+h&aacute;&aacute;r was hij eenvoudig en eerlijk en hartelijk; waarom
+had ze z&rsquo;n handdruk niet beantwoord? Zou hij nu denken, dat ze
+boos en jaloersch was, haar &rsquo;n bekrompen meisje vinden? <span
+class="corr" id="xd0e1945" title="Bron: ze">Ze</span> zou &rsquo;m
+schrijven; dat zou ook makkelijker dan praten gaan. Ze zou &rsquo;m
+alles, wat ze van levenswijsheid kon bedenken, vertellen; en hij zou
+haar liefde uit ieder woord voelen.</p>
+
+<p>&mdash;En Else, goeie Elsi, die heelemaal niet begreep, wat ze voor
+kwaad gedaan had, zou ze morgen vragen niet meer boos te zijn. Ieder
+mensch was immers anders: Elsi kon veel van Han houden, en toch flirten
+met &rsquo;n ander, terwijl zij&mdash;-</p>
+
+<p>Er kwam weer &rsquo;n man &rsquo;t grachtje af, die haastiger ging
+stappen, toen hij &rsquo;t huis naderde.</p>
+
+<p>&ldquo;Ben jij &rsquo;t, G&eacute;? Hoe kom jij verzeild op dit
+stille grachtje?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik loop hier dikwijls &rsquo;s avonds; ik houd er van. Maar
+anders ben-je altijd al naar bed; hoe kom-je nog zoo laat op? En met
+&rsquo;n open raam; je zult kou vatten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Het is zoo heerlijk buiten, dat &rsquo;t zonde is om naar bed
+te gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wacht je nog op Elsi? of lig-je z&oacute;&oacute; maar te
+kijken?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; Elsi is al naar bed.&mdash;Ik lig maar te kijken naar de
+huizen en het brugje en de schuit&mdash;en ik denk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat denk-je dan, iets diepzinnigs?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik denk, dat &rsquo;t leven zoo heerlijk is.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zoo zoo; en hoe komt dat zoo ineens?&rdquo; Hij ergerde zich
+aan z&rsquo;n harden stemklank in den geluidloozen nacht, en temperde
+hem tot &rsquo;n onaangenaam, scherp fluisteren. <span class="pagenum">
+[<a id="pb128" href="#pb128">128</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Ben-je den heelen avond alleen geweest, of is er nog bezoek
+gekomen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Van Neerwinden was er... om Else,&rdquo; voegde ze er haastig
+bij, zelf niet begrijpend, waarom dit politieke uitvluchtje volgde;
+mocht hij &rsquo;t niet weten? Ze gaf zich geen rekenschap van de
+onrust, die haar snel verder praten deed: &ldquo;We hebben den heelen
+dag de kleintjes van de juffrouw bij ons gehad; ze heeft &rsquo;n
+kindje gekregen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij ging er even zonder belangstelling op door, keek naar haar
+ontroerd gezicht, in den glans der groote oogen. En zij, verlangend
+over Eduard te spreken, spijtig, dat ze zooeven het onderwerp was
+ontvlucht, zocht het gesprek naar &rsquo;m terug te leiden, zweeg, toen
+ze geen overgang vinden kon.</p>
+
+<p>Ze keken samen stil over de verlaten gracht.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Zal vriezen vannacht,&rdquo; zei hij, zonder bij
+z&rsquo;n woorden na te denken.</p>
+
+<p>Maar nu vroeg ze opeens dringend: &ldquo;Vin-je niet, dat jongens
+toch dikwijls wanhopig eenzaam zijn? ondanks al hun schijn-vroolijkheid
+in werkelijkheid verlaten en op zichzelf aangewezen?&rdquo;</p>
+
+<p>Hij fronsde de wenkbrauwen; begreep.</p>
+
+<p>&ldquo;Dat zijn in hun diepste wezen alle menschen. Door &rsquo;n
+ander volkomen begrepen worden, bestaat niet. Ieder heeft alleen zich
+zelf. Daarom is het beste te zorgen, dat we ons zelf prettig en goed
+gezelschap zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij zag, dat z&rsquo;n antwoord haar ontstemde; ze voelde de
+verborgen vijandigheid. En z&rsquo;n harde stem moest hinderen na
+&rsquo;t welluidend gevlei van dien ander; o, die kon zingen met
+z&rsquo;n stem, dat grof materialisme in h&aacute;&aacute;r oogen iets
+hoogs en <span class="pagenum">[<a id="pb129" href=
+"#pb129">129</a>]</span>heerlijks werd. Hoe haatte hij dien
+veroverenden aansteller!</p>
+
+<p>&ldquo;Nu moet je maar gaan slapen,&rdquo; zuchtte hij na &rsquo;n
+stilte. &ldquo;Hoor, &rsquo;t is al elf uur.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze bleef nog even luisteren naar &rsquo;t carillon, dat vaag kwam
+uit de verte door den stillen nacht.</p>
+
+<p>&ldquo;De wind is den anderen kant uit,&rdquo; zei ze droomerig;
+stond toen op om het raam te sluiten, zag hem groetende terug gaan naar
+&rsquo;t brugje.</p>
+
+<p>In de warme kamer, waar ze niet meer aan had gedacht, stond ze
+opeens alleen. Hier hadden ze gezeten, samen, Eddy en zij; hier hadden
+ze gepraat, en was het alles gebeurd.</p>
+
+<p>En opeens stond de gedachte klaar in haar hoofd, <span class=
+"letterspaced">dat ze liefhad</span>. Ze zag het, ze voelde het, als
+iets, dat haar nu eerst goed bewust werd.</p>
+
+<p>En overstelpt door de heerlijkheid van haar geluk reikte ze met haar
+armen hoog uit; liet toen zich neervallen op de donkere canap&eacute;,
+waar ze met het kind had gezeten, en snikte zalig, de handen voor haar
+gezicht. <span class="pagenum">[<a id="pb130" href=
+"#pb130">130</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e2005" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk XII.</h2>
+
+<p>De trein hield stil,&mdash;daar stond Eduard boven op de
+bergen;&mdash;&ldquo;Go,&rdquo; riep hij, &ldquo;Go<span class="corr"
+id="xd0e2010" title="Bron: &rdquo;,">,&rdquo;</span>&mdash;maar ze kon
+niet naar &rsquo;m toe; Gerard duwde haar in de coup&eacute;
+terug;&mdash;nu schreeuwde hij hoe langer hoe harder, &rsquo;t klonk
+boven het wielengeratel uit; de bergen
+wankelden;&mdash;&ldquo;Ja&rdquo; zei ze opeens, stond slaapdronken
+voor haar bed in de donkere kamer, &ldquo;ja; riep je, Else?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, Go, ik voel me zoo akelig; ik heb zoo&rsquo;n vreeselijke
+maagkramp.&rdquo;</p>
+
+<p>Go tastte naar haar toe, door de duisternis, die ondoordringbaar
+was. Ze liep met &rsquo;r handen voor zich uit, kon die zelfs niet
+onderscheiden; haar bloote voeten kletterden op het koude zeil.</p>
+
+<p>&ldquo;Hier ben ik; ik sta naast je bed; hoe komt dat nu? Is
+&rsquo;t net begonnen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;k heb &rsquo;t al &rsquo;n heele poos; ik heb
+maar &rsquo;n uurtje geslapen, toen werd ik al zoo akelig wakker er
+van,&mdash;en &rsquo;t wordt hoe langer hoe erger.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Arm kindje, maar had me dan toch eerder geroepen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och, je sliep zoo vast&mdash;ik heb soms wel &rsquo;s <span
+class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131">131</a>]</span>zachtjes:
+Go, gezegd, maar dat hoorde je niet.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, ik sliep ellendig diep,&mdash;stakker; wat zullen we nu
+doen! Ik zal eerst maar &rsquo;s licht maken.&rdquo;</p>
+
+<p>En ze ging terug naar de tafel, tastte rammelend naar lucifers en
+kaars.</p>
+
+<p>&ldquo;Eigenlijk ben ik zondagnacht ook al &rsquo;n beetje niet
+lekker geweest,&rdquo; praatte Else, gedeeltelijk gerustgesteld, nu er
+iemand zich met haar bemoeide, &ldquo;maar ik was bang, dat &rsquo;k
+niet weg zou mogen, als ik &rsquo;t zei tegen moeder; en dat zou zoo
+akelig zijn geweest om Han.&rdquo;</p>
+
+<p>Go had de kaars nu op &rsquo;t nachttafeltje gezet, voelde
+Else&rsquo;s voorhoofd en handen, zooals moeder bij haar altijd deed,
+en keek peinzend in haar verhitte gezicht.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik geloof, dat je koorts hebt; &rsquo;n beetje. Heb-je wel
+warme voeten?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, ik ben heelemaal gloeiend; maar dat komt van de pijn;
+daar krijg-je &rsquo;t zoo benauwd van.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zou ik &rsquo;s wrijven; of zou &rsquo;t kou zijn? Warme
+compressen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja maar hoe maak-je die? We hebben hier niets,&rdquo; en Else
+zuchtte.</p>
+
+<p>&ldquo;Wordt &rsquo;t erger?&rdquo; vroeg Go nerveus, de klamme
+handen in de hare klemmend. &ldquo;Ik kan natuurlijk water gaan koken,
+en heete zakdoeken op je maag leggen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, dat zou wel goed zijn, maar kom-je gauw terug?&rdquo;</p>
+
+<p>Rillerig liep Go door de donkere gang, zich stootend tegen de
+trapdeur, die openstond en luid knarste. Ze was bang, dat ze de
+juffrouw zou wakker maken, zocht lang naar lucifers, om &rsquo;t licht
+aan te steken in de dompig-donkere kamer. Het vroolijke klokje stond op
+<span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132">132</a>]</span>twee
+uur, en ze bedacht, dat ze nog nooit om dien tijd hier binnen was
+geweest, schrikte van haar bleek gezicht boven de lange, witte pon,
+eerst in den bonheur du jour, dan in den grooten spiegel.</p>
+
+<p>Er was geen water in de karaf of in den ketel, ze zou dus heelemaal
+achter in de gang het moeten gaan halen; ze ging nog even bij Else
+kijken, om te zeggen, dat ze dadelijk terugkwam; de kilte van de
+steenen kroop akelig tegen haar beenen op, zoodat haar knie&euml;n
+klapperden. &rsquo;t Was ook net, alsof er iets vreemds was in de
+voorkamer, dat er anders niet was; of de meubels dieper zwegen, en de
+spiegels feller oogen hadden. Ze schrikte telkens op, om de leege
+stilte achter haar, was blij, toen ze in de slaapkamer de zakdoeken kon
+gaan zoeken.</p>
+
+<p>&ldquo;Je moet wat aandoen, Go. Zoo vat je kou,&rdquo; zei Else.</p>
+
+<p>Ze schudde van &rsquo;t rillen in haar dunne nachtjapon, schoof de
+voeten in warme pantoffels.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, &rsquo;n cape of zoo iets; want verbeeld je, dat
+&ldquo;Pa&rdquo; ons hoort, en naar beneden komt om naar de dieven te
+kijken... Hoe is &rsquo;t nu, Elsje-kindje? Ik ga warm water voor je
+halen, hoor.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze brandde haar handen bijna, toen ze het doekje uitwrong en
+pijnlijk prikten de wortels van haar nagels.</p>
+
+<p>&ldquo;Is &rsquo;t lekker? Doet &rsquo;t goed?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Huu, het brandt,&rdquo; kreunde Else; maar: &ldquo;Dat moet
+ook,&rdquo; zei Go voldaan; ging gauw &rsquo;n nieuwe maken, bijna
+vallend van de haast door de te wijde pantoffels. Op de tafel stonden
+nog de glazen en kopjes, die ze den vorigen avond gebruikt hadden en de
+groote melkpan, waar &rsquo;t vel aan den rand <span class="pagenum">
+[<a id="pb133" href="#pb133">133</a>]</span>was aangebakken. In het
+midden lag het briefje voor de juffrouw met de boodschappen voor den
+volgenden dag, en ze dacht er over de pint melk in &rsquo;n
+&ldquo;kopje&rdquo; te veranderen, en iets als Eau des Carmes, of
+pepermunt er bij te schrijven,... maar misschien zouden die compressen
+al genoeg helpen, zou Els morgen wel weer beter zijn.</p>
+
+<p>Iedere vijf minuten kwam Go nu de kamer in, de heete compres snel
+tusschen de handen heen en weer gooiend om zich niet te branden, en
+Else liet zwijgend met zich doen, telkens even zuchtend, als de heete
+de killerig-klamme doek weer verving.</p>
+
+<p>&ldquo;Zakt het nu een beetje?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;n Heel klein beetje,... maar ik heb ook zoo&rsquo;n
+erge pijn in m&rsquo;n beenen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik zal je nog een deken geven,... en de kussens van de
+canap&eacute; halen,... je hebt kou gevat.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar dan heb-jij niet genoeg.&rdquo; Zij gooide zich woelerig
+van den eenen kant naar den anderen, en plukte met haar vingers aan het
+dek.</p>
+
+<p>&ldquo;O, dan neem ik het tafelkleed; dat is heelemaal niets...
+Wacht, ik zal nog gauw &rsquo;n compres gaan halen, &egrave;n de
+kussens.&rdquo;</p>
+
+<p>Het was nu half vier, en in Go&rsquo;s hoofd was &rsquo;n groote
+leegte; ze streek Else&rsquo;s haar achterover, en vroeg, of ze ook nog
+iets anders voor haar doen kon.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, hou nu maar op met de compressen... &rsquo;t Heeft wel
+wat geholpen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar als &rsquo;t helpt, kan ik er immers nog best &rsquo;n
+poos mee doorgaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och neen, dat maar niet; ben-je moe? Of wil-je nog &rsquo;n
+beetje bij me blijven zitten?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ben zoo wakker als midden op den dag. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134">134</a>]</span>Zal ik je
+&rsquo;n verhaaltje vertellen? Dat doe ik thuis altijd, als
+&eacute;&eacute;n van de kleintjes in bed moet blijven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave; ja, vertel wat,&rdquo; zei Else, &ldquo;maar neem
+dan eerst &rsquo;t tafelkleed over je beenen, dat je niet koud
+wordt.&rdquo;</p>
+
+<p>Go vertelde de vermakelijke geschiedenis van Reinaert, telkens
+stukjes reciteerend, die zij of Lou of Coba voor responsie hadden
+gehad; en Else lag stil nu, speelde met de knoopen van de lange, blauwe
+cape, en keek, of ze zoo&rsquo;n klein beetje ziek-zijn wel leuk
+vond.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat gezellig,&rdquo; zei ze dankbaar, &ldquo;weet je nog zoo
+iets aardigs?&rdquo; en Go dacht over &ldquo;Karel ende Elegast,&rdquo;
+maar de klokken sloegen rinkelend door het huis vier uur, en daarom zei
+ze, dat ze liever moest gaan slapen. Else had niet veel zin, klaagde
+brommerig, &ldquo;dat het &eacute;cht nog niet heelemaal over
+was,&rdquo; maar Go stopte haar beslist in, legde lakens en dekens
+glad, gaf haar toen &rsquo;n zoen op &rsquo;t warme voorhoofd en
+commandeerde: &ldquo;Nu slapen,&rdquo; terwijl ze zelf nog &rsquo;t
+licht in de voorkamer uitdraaien ging, dat daar zoo vreemd had staan
+branden in die leege kamer van het dood-stille huis; toen kroop zij
+zachtjes ook in bed, luisterend nog naar den anderen hoek der kamer. Ze
+wilde wakker blijven, dat Else niet weer zoo lang zou moeten roepen;
+eventjes sluimerde ze in, telkens weer rechtop schrikkend, of er toch
+niets was. Maar toen &rsquo;t vijf uur had geslagen, voelde ze zich
+zwaarder en zwaarder worden; ze zei nog: <span class="corr" id=
+"xd0e2097" title="Niet in bron">&ldquo;</span>Else,<span class="corr"
+id="xd0e2100" title="Niet in bron">&rdquo;</span> maar er was geen
+verzetten meer tegen; zachtjes zonk ze weg, terwijl de haan eventjes,
+gedempt, al kraaide.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>&ldquo;Maar wil-je n&uacute; dan niet opstaan?&rdquo; vroeg Go,
+<span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135">135</a>]</span>toen
+ze, om kwart over elven uit college komend, Else nog in bed vond. Ze
+had gedacht, dat ze er alleen nog maar wat in was gebleven, omdat ze
+dien nacht slecht geslapen had, en &rsquo;t stelde haar hevig teleur,
+toen Else huilerig zei: &ldquo;O, nee; ik voel me zoo vervelend, en
+m&rsquo;n hoofd is zoo raar; toen &rsquo;k daar net even uit bed was,
+dacht ik, dat ik om zou vallen; en ik heb ook heelemaal geen
+trek.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Heb-je &rsquo;n boterham gegeten en je eitje?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, niets; Marietje heeft, toen ze je bed opmaakte, alles
+zoo weer mee genomen.&rdquo;</p>
+
+<p>Go ging op den rand van het ledikant zitten, en keek Else ernstig
+aan. Ze had gisteren gedacht, dat &rsquo;t maar &rsquo;n aanvalletje
+van kou-vatten was, dat den volgenden dag weer vergeten zou zijn. Maar
+nu scheen Else wezenlijk ziek te gaan worden, en als &rsquo;n zware
+druk voelde ze de verantwoordelijkheid van &rsquo;n zieke aan
+h&aacute;&aacute;r zorgen alleen toevertrouwd.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik zou zeggen, dat je nu geen koorts hebt,&rdquo; zei ze
+overleggend, &ldquo;of ten minste minder; maar dat komt, omdat &rsquo;t
+ochtend is. De kramp in je maag is &oacute;&oacute;k weg, h&egrave;?
+Laat je tong eens zien? Ik geloof, dat die beslagen is&rdquo;&mdash;ze
+bekeek nu ernstig haar eigen tong in den spiegel;&mdash;&ldquo;Ja, de
+mijne is rooder; en dat je niet eet, is natuurlijk &rsquo;n leelijk
+ding.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En m&rsquo;n beenen doen zoo&rsquo;n pijn, en m&rsquo;n hoofd
+klopt zoo akelig.&mdash;&mdash;En ik heb zoo&rsquo;n dorst.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik zal binnen wat water en melk voor je klaar maken; maar ik
+vind, dat we even om &rsquo;n dokter moeten sturen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och nee, wel nee; wat weet zoo&rsquo;n vreemde man er nu
+van?&rdquo; zei Else ongedurig, &ldquo;schrijf <span class="pagenum">
+[<a id="pb136" href="#pb136">136</a>]</span>liever even aan Han, anders
+wordt hij ongerust, dat ik niet op college ben.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar als je geen dokter wilt, moet je ook je ei
+opeten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, nee, dan word ik heelemaal ziek.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;n Beschuit dan.... je moet toch iets in je maag
+hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;M&rsquo;n maag is vol, maar geef maar &rsquo;n beschuit, en
+schrijf dan aan Han.&rdquo;</p>
+
+<p>Go zat met gefronsde wenkbrauwen aan de groote schrijftafel. De
+juffrouw was dadelijk om beschuit en Eau des Carmes en ossetong
+uitgegaan. Nu peinsde ze, hoe thuis toch altijd zieke-soep bereid werd;
+ze geloofde van schenkelvleesch en poulet.... maar hoeveel.... ze had
+er geen idee van. Misschien wist Han het; die zou wel gauw komen,
+als-ie het hoorde. Ze hoopte maar, dat hij v&oacute;&oacute;r &rsquo;n
+dokter zou zijn; maar hij was wellicht uit, en zou dan pas &rsquo;s
+middags komen;.... ze kon &rsquo;m niet gaan zoeken, want dan bleef
+Else alleen;.... &rsquo;n angstig gevoel van in haar verlatenheid
+gebonden zijn bracht tranen in haar oogen, en met moeite bedwong ze
+&rsquo;n uitbarsting van verdriet; &rsquo;t was toch wezenlijk nog zoo
+verschrikkelijk niet, en ze moest de zieke zelf toch niet noodeloos
+ongerust maken; het was pas &eacute;&eacute;n dag, nog niet eens, en de
+verschijnselen waren niet verontrustend;.... ze had wat weinig geslapen
+vannacht, daarom was ze zoo nerveus; ze kon immers dadelijk naar Den
+Haag telegrafeeren, als &rsquo;t noodig was, maar voorloopig was er
+geen reden voor; Else kon beter zelf vertellen, dat ze niet lekker was
+geweest, als ze Vrijdag weer naar huis ging....</p>
+
+<p>&ldquo;Zal ik wat bij je komen zitten werken?&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137">137</a>]</span>vroeg ze na de
+koffie, waarbij Else twee reepjes ossetong had gegeten, en zij zelf,
+onrustig rondloopend in de verlaten kamer, &rsquo;n stuk koek, &rsquo;n
+appel, &rsquo;n stuk brood, zonder zich tijd te gunnen &rsquo;n
+wezenlijk maal er van te maken.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja... maar is dat briefje aan Han wel dadelijk bezorgd? Ik
+begrijp niet, waar hij blijft...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hij zal uit koffiedrinken zijn,&rdquo; kalmeerde Go,
+&ldquo;ik zal nog &rsquo;s vragen aan de juffrouw... Ja, &rsquo;t is in
+orde. De baas heeft &rsquo;t zelf meegenomen. Hij zal vanmiddag wel
+komen; wind je d&aacute;&aacute;r nou niet over op.&rdquo;</p>
+
+<p>En Go spreidde haar boeken uit, begon zorgvuldig met de vertaling
+van Ulfilas.</p>
+
+<p>&ldquo;Zou&euml;n ze &rsquo;t op college gemerkt hebben, dat
+&rsquo;k er niet was?&rdquo; vroeg Else, langs het behangsel ritsend
+met haar witte vingers.</p>
+
+<p>&ldquo;Natuurlijk; maar nu moet je liever niet praten, zeg. Tracht
+te slapen; dan ben je gauw weer beter.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En als Han komt?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dan roep ik je; dat spreekt vanzelf. En &rsquo;k zal alle
+boodschappen over en weer brengen. Ga nu naar den muur liggen. Ik zal
+de gordijnen neerlaten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ken het behangsel al precies uit m&rsquo;n hoofd,&rdquo;
+zuchtte Else, &ldquo;en daar is &rsquo;n gaatje, en daar
+&eacute;&eacute;n, en hier &rsquo;n scheur.&rdquo;</p>
+
+<p>Go gaf geen antwoord; ze boog zich stil over de boeken, onderwijl
+angstig luisterend, of Else in slaap zou raken. Het was schemerdonker
+in de groote, holle kamer, en dat maakte alles zoo luguber, dat
+&rsquo;t moeilijk was niet bang te worden. De lancaster gordijnen zagen
+zoo akelig bruin-wit, neerhangend in den lichten dag, en ze zat hier
+achter in &rsquo;t huis; ze hoorde niets van de straat... <span class=
+"pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138">138</a>]</span>en zelfs in de
+voorkamer had ze daar straks zich al zoo ge&iuml;soleerd gevoeld, omdat
+&rsquo;t zoo&rsquo;n afgelegen grachtje was, waar niemand kwam, die er
+niet moest zijn.</p>
+
+<p>Nu werd er gebeld; het klonk gedempt door, en ze bleef even in
+spanning, of Else zou blijven liggen, maar die gooide zich met &rsquo;n
+ruk om:</p>
+
+<p>&ldquo;Is &rsquo;t Han?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik zal &rsquo;s kijken..&rdquo; Nee, &rsquo;t waren de
+blouse-vriendinnen: Riek en Francis; wou ze misschien, dat ze
+binnenkwamen; zou &rsquo;t niet te druk zijn?</p>
+
+<p>Nee, prettig; ze moesten zeker komen; was de kamer netjes? Jawel,
+dat ging wel.</p>
+
+<p>De jolige kinderen waren eerst stil, ge&iuml;mponeerd door
+Else&rsquo;s liggen in &rsquo;t groote bed en Go&rsquo;s dringend
+verzoeken, of ze zich kalm wilden houden; maar toen Else zelf lachte,
+en grappig vertelde van hun getob dien nacht, werden ze
+&oacute;&oacute;k vroolijker, maakten grapjes over college, waar Else
+gretig naar luisterde, vertelden, wat ze dien ochtend gehad hadden, en
+boden aan, &rsquo;t dictaat bij te schrijven.</p>
+
+<p>Else vroeg nog &rsquo;n kussen, om &rsquo;n beetje rechtop te kunnen
+zitten, en Go leefde op onder het opgewekte praten, dacht: nu kun-je
+toch &rsquo;s zien, wat &rsquo;n hoop verbeelding er bij
+komt;&mdash;deed zelf steeds meer mee, drijvend op den stroom van haar
+blije gedachten.</p>
+
+<p>&ldquo;Trek de gordijnen toch op,&rdquo; vroeg Else, &ldquo;het
+lijkt wel, of ik al dood ben.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou, dat zal nog wel schikken met je;... willen we vanavond
+aan onze blouses komen naaien, hier bij je?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; ik sta zoo strakjes op, en dan komt Han
+natuurlijk.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb139" href=
+"#pb139">139</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Sta-je v&oacute;&oacute;r &rsquo;t eten op, en eet je dan
+weer gewoon mee? Ik heb geen soep voor je, maar de juffrouw zal vandaag
+wel geen os geven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja; strakjes.&rdquo; Ze zat recht op, ver boven de dekens
+uit, met de armen om haar knie&euml;n, en Go, opgewonden van vreugde,
+omdat ze nu geen angst meer had, deed haar klagende stem na van
+&rsquo;s nachts, en hoe ze als &rsquo;n bedorven kindje verhaaltjes had
+willen hooren. Nu vertelde Francis &rsquo;n spookverhaal, dat &rsquo;n
+oude meid haar altijd deed, wanneer ze ziek was, en ze lachten allemaal
+dol om de dwaasheid, terwijl Go limonade maakte voor de visite, in de
+glazen van de waschtafel, en koekjes presenteerde uit &rsquo;t
+zakje.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is hier alles een beetje primitief, maar daar moet
+jullie maar niet op letten;&rdquo; en ze dronken op het spoedig herstel
+van de zieke, en stootten met elkaar aan, Else met haar glas
+water-en-melk.</p>
+
+<p>Om vier uur gingen ze weg, na &rsquo;n luidruchtig afscheid, waarbij
+de dekens van het bed op den grond terecht kwamen, en Else al maar:
+&ldquo;Tot morgen, op college,&rdquo; riep. Go zei, dat ze nu nog
+&rsquo;n uurtje moest gaan slapen, dan zou ze om vijf uur haar roepen,
+om op te staan, en als Han kwam, eerder. Maar die zou misschien
+&rsquo;s avonds pas komen.</p>
+
+<p>Go ruimde de voorkamer op, liet de juffrouw de kachel aanmaken, vol
+feestelijkheidsgevoel over de intrede dadelijk, en aan Lize, die om
+half vijf haar de college-aanteekeningen kwam brengen, vertelde ze, dat
+de zieke al weer veel beter was; dat ze morgen weer kwam, morgenmiddag
+tenminste zeker.</p>
+
+<p>Maar om vijf uur werd ze weer ontvangen met kreunend gezucht. Ze
+stak gauw de kaars aan, <span class="pagenum">[<a id="pb140" href=
+"#pb140">140</a>]</span>wilde &rsquo;t plagende toontje van dien middag
+nog houden: &ldquo;Wat scheelt er aan, freule? Wie heeft uw misnoegen
+opgewekt?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, Go, ik ben weer zoo akelig, en ik heb zoo naar gedroomd.
+Ik gloei heelemaal, en m&rsquo;n beenen, m&rsquo;n
+beenen....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kom, die vervelen zich in bed, je moest ze maar &rsquo;s wat
+te doen geven, kom er uit, luie meid.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, ik kan niet; ik ben ellendig.&rdquo;</p>
+
+<p>Go voelde, dat ze weer meer koorts had en haar oogen schitterden;...
+ze had zich natuurlijk te veel opgewonden; ze waren domme kinderen
+geweest;... nu was &rsquo;t weer mis en Han kwam maar niet...</p>
+
+<p>&ldquo;Laten we den dokter laten komen, Els, v&oacute;&oacute;r den
+nacht; dan weten we ten minste iets;... het zal natuurlijk niets zijn,
+maar &rsquo;t maakt geruster.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och nee, zoo&rsquo;n vreemde man, die je nog nooit behandeld
+heeft... Ik begrijp niet, waar Han blijft.... Hoe laat is het nu
+al?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hij komt zeker vanavond; &rsquo;t is bij half zes;.... wat
+wil-je nu eten? De juffrouw heeft kalfsvleesch en spinazie, ter eere
+van jou.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, als je blieft niet. Praat niet van eten.&rdquo; En Go liep
+weer hulpeloos in de lichte voorkamer heen en weer, soms gauw &rsquo;n
+paar happen achter elkaar nemend; dan weer lang rondstappend zonder aan
+eten te denken. Het was natuurlijk, dat de koorts &rsquo;s avonds
+hooger werd, en dat Els geen trek had, was geen vreemd verschijnsel. Ze
+zou straks Marietje even om &rsquo;n flesch pruimen of abrikozen
+sturen; dat was frisch, en zou haar misschien wel smaken;... eens
+&rsquo;n dag niet eten, als je in bed lag, was wezenlijk zoo erg niet,
+er was <span class="pagenum">[<a id="pb141" href=
+"#pb141">141</a>]</span>geen reden om haar moeder ongerust te maken.
+Als &rsquo;t morgen niet beter was, kon ze naar den dokter gaan;
+bovendien: Han kwam vanavond, en &rsquo;n nacht slapen kon zoo enorm
+veel goed doen.</p>
+
+<p>Ze ging nu &rsquo;n beetje stil in de donkere ziekenkamer zitten,
+achter het bed, zoodat &rsquo;t Else niet onrustig maken kon. Ze hoorde
+de kinderen joelen boven, en de moeder, die: <span class="corr" id=
+"xd0e2212" title="Niet in bron">&ldquo;</span>ssst,<span class="corr"
+id="xd0e2215" title="Niet in bron">&rdquo;</span> riep; ze moest even
+glimlachen om Pa, die bij de deur voorzichtig op z&rsquo;n teenen
+wipte, maar dadelijk er na z&rsquo;n voeten weer zwaar neerplonsde op
+den steenen vloer.</p>
+
+<p>Het was heel triestig. Ze dacht, hoe niemand wist, dat ze hier
+z&oacute;&oacute; zat; thuis niet, en geen van de menschen hier, en ze
+peinsde, of op dit oogenblik iemand op de heele wereld aan haar denken
+zou: vader en moeder en de kleintjes, of Gerard, of Lize... zelfs Eddy
+niet? Ze voelde naar den brief, dien ze van &rsquo;m had, bij zich
+droeg, steeds in haar blouse; die haar eigenlijk &rsquo;n beetje
+teleurgesteld had, omdat hij niet de bizondere charme had, welke elk
+van z&rsquo;n gesproken woorden zoo heerlijk maakte;&mdash;maar er
+stond toch in, dat hij hoopte haar gauw weer te zien, en t.t. Eduard
+van Neerwinden; was hij dat wezenlijk? Had hij &rsquo;t ditmaal
+gemeend?</p>
+
+<p>Else woelde, zuchtte eens. &ldquo;Ben-jij daar, Go?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, wil-je wat?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kom een beetje bij me. Ik heb zoo&rsquo;n vreeselijke
+hoofdpijn; &rsquo;t is, of het ontstoken is van binnen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zal ik de juffrouw wat eau-de-cologne laten halen?&rdquo; Ze
+hadden toch letterlijk niets hier, niet eens eau-de-cologne: wel
+allerlei fijne parfums van Else, maar daar kon-je niets mee beginnen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142">142</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Ach nee, laat maar. &rsquo;t Helpt toch niet. Hoe laat is
+&rsquo;t?&rdquo;</p>
+
+<p>Go ging naar de voorkamer om op &rsquo;t klokje te kijken; &rsquo;t
+was er schemerdonker; de tafel was nog niet afgenomen; ze had vergeten
+de juffrouw te bellen en alles zag er ontredderd en in-de-war-geloopen
+uit. Ze bepeinsde, hoe akelig &rsquo;t was, als je maar oppervlakkig
+van elkaar <span class="corr" id="xd0e2233" title="Bron: hieldt">
+hield</span>, als er dan &eacute;&eacute;n ziek werd; hoe vervelend je
+dat moest vinden;.... en ze keek uit naar Han over den stillen weg. Als
+Eddy ziek werd, zou ze natuurlijk nog meer van &rsquo;m houden, maar
+voor anderen was zoo iets een drukkende last;.... nu was &rsquo;t al
+half acht; Han zou toch niet uit de stad zijn?</p>
+
+<p>En ze jokte tegen Else, dat het zeven was, en liet haar zich nog
+&rsquo;s &rsquo;n beetje wasschen op bed, omdat ze zoo gloeierig was en
+&rsquo;t zoo benauwd had.</p>
+
+<p>Om acht uur rukte Henri de bel bijna kapot: hij was net
+thuisgekomen, den heelen dag in Amsterdam met een paar vrienden
+geweest. Hoe ze nu was, en of hij bij haar mocht?</p>
+
+<p>Hij zag er bleek en erg ontdaan uit, en Go werd dadelijk kalm door
+zijn zenuwachtigheid, zei, dat hij moest gaan zitten, en of hij wel
+gegeten had....</p>
+
+<p>Toen deed ze verslag van de ziekte, alles nu weer <span class="corr"
+id="xd0e2244" title="Bron: optimister">optimistischer</span> inziend,
+waarop hij in vliegende haast &rsquo;n briefje aan z&rsquo;n &ldquo;arm
+vrouwtje&rdquo; krabbelde, dat Else zalig deed lachen onder de dekens.
+Toen Go met de boodschap terug kwam, dat hij &rsquo;n snoes was, en dat
+ze morgen beter zou zijn, had hij al weer &rsquo;n nieuw epistel klaar,
+en Go liep geduldig van den een naar den ander met briefjes en
+boodschappen, blij, dat Else weer wat beter leek, en dat Han er nu was
+om haar te helpen. Ze vroeg hem nu ook over de soep, omdat ze <span
+class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143">143</a>]</span>bang was,
+dat de juffrouw beleedigd zou zijn, als ze er over begon: net, of haar
+eten niet goed genoeg was; maar hij wist &rsquo;t ook niet, zou echter
+den volgenden morgen bij zijn ploerterij informeeren, en het vleesch
+dan door z&rsquo;n oppasser laten brengen, met een flesch wijn; en
+natuurlijk kwam hij ook zelf.</p>
+
+<p>Hij bleef den heelen avond, en ze praatten over familie-kwesties; en
+hij vertelde van z&rsquo;n vader en moeder, totdat Go er
+z&oacute;&oacute; in verdiept was geraakt, dat ze vergat, dat ze in
+Leiden was, zich thu&iacute;s had gedroomd, met &rsquo;r neef, op
+&rsquo;r kamertje.</p>
+
+<p>Het afscheid was hartelijk.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Go zat in &rsquo;n blauwe peignoir van Else op den grond, sneed met
+haar zakmesje het vet van de stukjes vleesch, die door den oppasser in
+&rsquo;n papier waren bezorgd; ze geloofde niet, dat het het goeie was,
+want het zag er zoo naar en bloederig uit, maar ze had niemand, aan wie
+ze het vragen kon, moest maar probeeren, wat er van werd in den
+melkkoker.</p>
+
+<p>Else was den heelen nacht erg onrustig geweest, maar nu was ze wat
+gaan slapen; ze zag er slecht uit. Als Han er op stond, wou ze wel
+&rsquo;n dokter laten komen, maar ze zei, dat &rsquo;t onzin was; ze
+konden immers tot morgen wachten, om te zien, of ze Vrijdag naar huis
+zou kunnen gaan.</p>
+
+<p>Go schudde haar haar achterover, dat ze maar haastig wat in elkaar
+had gedraaid, en plensde &rsquo;n waterstraal op het vleesch in het
+pannetje; er steeg een weeig-zoetige lucht uit op, en ze begreep niet,
+hoe Else dat zou kunnen verdragen. Daar kwam iemand voorbij het raam en
+er <span class="pagenum">[<a id="pb144" href=
+"#pb144">144</a>]</span>werd gebeld; ze dacht, dat ze Han&rsquo;s stem
+hoorde, zei:</p>
+
+<p>&ldquo;O, zeg, wat is dat voor raar goedje? Die soep wordt nooit
+goed.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar &rsquo;t was Eduard, in rok, &rsquo;n verwelkte bloem nog in
+z&rsquo;n knoopsgat.</p>
+
+<p>&ldquo;O, jij! Hoe kom-jij hier?&rdquo; En in aardige verwarring
+streek ze door haar krullig haar heen.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik kom van de promotie-fuif van Heerling... en regelrecht
+naar je toe, om te laten zien, hoe frisch ik na zoo&rsquo;n feestnacht
+nog wel ben.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hoe lief van je, Eddy. Ik ben zoo blij, dat je dit zegt. Mag
+ik wat thee voor je zetten, of &rsquo;n boterham maken?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, nee, ik dank je wel... Maar kan ik ook adviseeren met
+die rare soep... koken jullie tegenwoordig zelf?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, Else is ziek. Gisteren al den heelen dag; &rsquo;t is
+begonnen met maagkramp en koorts... en pijn in de beenen; en ze wil
+niets eten; wat denk-jij er van?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik zou den dokter halen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Jamaar, dat wil ze niet. Zou er gevaar bij kunnen
+zijn?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, dat zal wel n&iacute;et. Maar hij zou &rsquo;t gauwer
+beter kunnen maken. Ik zou er maar &rsquo;s op aandringen bij
+haar.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Soep is toch in elk geval goed, h&egrave;?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, als d&aacute;t soep w&oacute;rdt. Studentje, is
+huishouden moeilijk?&rdquo; Hij keek haar zacht aan, en ze sloeg haar
+oogen neer in &rsquo;n heerlijke verwarring.</p>
+
+<p>&ldquo;Nu,&rdquo; zei hij, haar hand in de zijne; &ldquo;ik kom
+morgen nog wel &rsquo;s vragen, hoe &rsquo;t gaat. Het
+beste.&rdquo;</p>
+
+<p>Han kwam tegen de koffie, ijsbeerde somber de kamer op en neer.
+<span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145">145</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Dus ze zal van middag niet opstaan?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik denk &rsquo;t niet. Vin-je nu niet, dat we &rsquo;n
+dokter...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik zal vanmiddag alles eens aan Beerenstijn zeggen, die weet
+er meer van dan de meeste dokters.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat denk-je van de soep?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Die bruine dingetjes moet je er uit visschen; maar ze ruikt
+al goed.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zou de juffrouw &rsquo;t ruiken?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;L&aacute;&aacute;t ze. Wil ik die flesch eens open trekken?
+Geef haar dan wat wijn met &rsquo;n ei.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja en warm houden, h&egrave;? Kom-je nog?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Van avond. Kan ik geen boodschappen voor je doen? Vraag
+&rsquo;r eens, of er heelemaal niets is, dat ze hebben wil.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, niks. Ze is erg stil en down vandaag.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Van de koorts. Nu, adieu; &rsquo;k ga vanmiddag naar
+Beerenstijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Den volgenden ochtend zaten ze met z&rsquo;n vijven te overleggen:
+het bleef koorts, pijn en geen eetlust, overdag down en &rsquo;s nachts
+onrustig. Go had gehuild, was moe van &rsquo;t tobben, Han floot
+nerveus, terwijl Lou en Coba goedig Go&rsquo;s cahiers uitzochten om
+bij te schrijven.</p>
+
+<p>Beerenstijn haalde de schouders op: &ldquo;Ik weet &rsquo;t niet,
+&rsquo;t lijkt me niet onrustbarend; maar toch &rsquo;n
+dokter....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar wat d&eacute;nk-je, dat &rsquo;t is?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Misschien is &rsquo;t eenvoudig gevatte kou; maar &rsquo;t
+kan ook iets anders zijn; om er over te oordeelen, zou &rsquo;k de
+pati&euml;nt moeten zien.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat kun-je begrijpen,&rdquo; viel Han uit. &ldquo;Als
+&iacute;k er niet eens bij mag.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wij hebben een heel goeie dokter,&rdquo; zei Coba zacht,
+&ldquo;dokter Buys van de Hoogewoerd.&rdquo; <span class="pagenum">[<a
+id="pb146" href="#pb146">146</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Zou ik maar aan tante schrijven?&rdquo; vroeg Go,
+&ograve;p.</p>
+
+<p>&ldquo;Wel nee, dat h&eacute;lpt niet.&rdquo; Han trommelde
+ongeduldig op de ramen... &ldquo;Ken-je hier nu geen oudere dame, Go,
+de moeder van &rsquo;t een of ander meisje, of &rsquo;t kan me niet
+schelen wie, die je &rsquo;s raad zou kunnen geven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik kon naar Mies de Bruin gaan; die woont hier.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ga gerust; dan blijven wij voor als Elsi wat noodig
+heeft,&rdquo; bood Lou hartelijk aan; Han en Beerenstijn stapten mede
+op, zouden samen fruit gaan koopen, want daar had ze om
+gevraagd.&mdash;</p>
+
+<p>Go vond de straten zoo vijandig licht, en de grond was hard, waar ze
+stapte. De menschen liepen allemaal zoo vlug en zoo zeker van hun doel.
+Ze voelde zich arm en uitgestooten er tusschen; er kwamen jongens van
+college langs, die haar luchtig-vriendelijk groetten; ook meisjes met
+frissche gezichtjes, die in de zon liepen te lachen,&mdash;en niemand
+stoorde er zich aan, dat ze zoo angstig en afgetobd was, &rsquo;t kon
+de heele wereld niets schelen... Dat groote huis van De Bruin leek ook
+nijdig-koud, en ze bedacht, terwijl ze de trap opging, hoe slordig en
+moe ze er uit zien moest en hoe vreemd &rsquo;t zou zijn in die nette
+omgeving.</p>
+
+<p>&ldquo;Wel, dat is aardig, Margo, dat je nu eindelijk weer &rsquo;s
+komt... Ik heb al lang naar je uitgezien;&mdash;maar wat is er? Scheelt
+er wat aan? Je ziet zoo bleek.&rdquo;&mdash;</p>
+
+<p>Go&rsquo;s oogen vlogen nerveus door de groote ouderwetsche kamer,
+met het stemmige eikenhout en de koele familieportretten, keken dan
+naar het rustige kind, dat zoo paste in die omgeving, koel-vriendelijk,
+verstandig-onderhoudend, <span class="pagenum">[<a id="pb147" href=
+"#pb147">147</a>]</span>en met toch iets droomerigs in de donkere oogen
+van veel denken in &rsquo;t verleden.</p>
+
+<p>En ze voelde zich onharmonisch, &rsquo;n wanklank in die rust, en
+starend in den ouden tuin met veel klimop en vochtig-donker, zei ze
+beverig: &ldquo;Elsi is ziek, al van Maandagnacht af.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar &rsquo;t is nu pas Donderdag;.... dat is nog niet
+lang,&rdquo; en Go verbaasde zich: &rsquo;t was waar, en &rsquo;t leek
+zoo&rsquo;n eeuwigheid...</p>
+
+<p>&ldquo;Maar wat scheelt je nichtje, en wat zegt de
+dokter?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We hebben geen dokter, dat wil ze niet;... ze heeft hoofdpijn
+en ze eet niet,&mdash;en koorts &rsquo;s nachts.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ze zal kou gevat hebben; er zijn op &rsquo;t oogenblik
+zooveel menschen ziek; de heele stad door; m&rsquo;n broer is ook pas
+beter.... Hoe is &rsquo;t mogelijk met dit weer, h&egrave;? &rsquo;t
+Komt zeker van de dikke nevels &rsquo;s avonds, maar overdag is
+&rsquo;t zalig, vin-je niet?&rdquo; Ze praatte door met haar aardige
+stem, vroeg, of Go naar de comedie was geweest, Maandag;&mdash;ze
+vertelde van &rsquo;n reisje in de kerstvacantie en &rsquo;n voorstel
+tot reglementsherziening op de club. Toen Go opstond, hield ze
+hartelijk even haar hand vast: &ldquo;Je moet je niet ongerust maken
+over je nichtje; in &rsquo;n paar dagen is ze weer beter;.... haal
+anders even den dokter, als je dat kalmer maakt.&rdquo;</p>
+
+<p>Go knikte, bedankte; die menschen begrepen ni&eacute;ts; die
+meisjes, die zelf in &rsquo;n veilig huis woonden met vader en moeder
+altijd beschermend om zich heen, konden zich eenvoudig geen
+voorstelling vormen, hoe je kon zitten tobben op &rsquo;n paar gehuurde
+kamers, waar je gebrek aan alles, ook aan &rsquo;t eenvoudigste, hadt;
+waar je geen lekkere kostjes voor je zieke kon krijgen, waar je geen
+<span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148">148</a>]</span>warme
+pap of &rsquo;n kruik voor ze maken kon; waar het huishouden met drukte
+en hinderlijk gebel vlak bij je doorging, al was ze nu juist eindelijk
+&rsquo;n oogenblikje in slaap gevallen.</p>
+
+<p>Haar kon niet iemand helpen, die &rsquo;t niet zelf &rsquo;n beetje
+mee had gemaakt, en ze had nog meer aan de jongens en hun
+hartelijkheid-zonder-ondervinding, dan aan z&oacute;&oacute;&rsquo;n
+familie;&mdash;de juffrouw zou ook boos zijn, moest de soep hebben
+gevonden, waarvan Else niets had gegeten;... ze was nu wel heelemaal
+zonder steun. Ze dacht eraan naar &rsquo;n professor te gaan; Van Hoof
+was altijd zoo aardig, zoo&rsquo;n menschelijke man, en hij had er zich
+zoo voor ge&iuml;nteresseerd, toen ze vertelde van hun kleine
+m&eacute;nage;... z&rsquo;n vrouw zou misschien&mdash;maar alle
+menschen waren zoo rustig en kalm en wijs en deftig hier, en ze voelde
+zich zoo opgezweept, ze was alle gevoel van proportie kwijt; ze
+verbeeldde zich, dat Else levensgevaarlijk ziek kon zijn, ze stelde
+zich voor, dat &rsquo;t iets h&eacute;&eacute;l ergs was;... &rsquo;n
+bordje blikkerde in haar oogen: Arts; ze had al aangebeld, voordat ze
+er zich rekenschap van had gegeven, de meid trillend gevraagd, of de
+dokter vooral, vooral d&aacute;delijk na z&rsquo;n spreekuur komen
+wilde;&mdash;en nu was ze weer op weg naar huis, &rsquo;n beetje moe,
+&rsquo;n beetje verbaasd, bang voor boosheid van Han of Else;... en
+verbeeld je nu &rsquo;s, dat ze al &rsquo;n heeleboel beter was...</p>
+
+<p>De juffrouw stond met Lou en Coba in de voorkamer te praten, en ze
+zwegen allemaal, toen ze binnenkwam.</p>
+
+<p>&ldquo;Heeft ze nog iets noodig gehad?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, ze ligt stil; ze heeft erge pijn overal. Komt Mies
+&rsquo;er moeder nog?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb149" href=
+"#pb149">149</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Nee, ik heb den dokter gehaald.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wie?&rdquo; vroeg Coba, maar dat wist ze niet; had niet naar
+den naam gekeken.</p>
+
+<p>&ldquo;Of u gelijk heb,&rdquo; knikte de juffrouw voldaan,
+&ldquo;mijn beviel de juffrouw niks;... dat is maar: ik lus niks, en ik
+wil niks; dan mankeert er wat van binnen.... En &rsquo;n dokter weet
+toch meer as &rsquo;n ander, daar is-tie dokter voor.&rdquo;</p>
+
+<p>Lou en Coba gingen nu weg met hartelijke wenschen en handdrukjes,
+terwijl Go naar de kamer van Else ging, gevolgd door de
+juffrouw-in-actie, die &rsquo;n sprei op &rsquo;t bed wilde leggen, en
+de kamer wat netjes maken en de pati&euml;nt moest &rsquo;n schoone
+nachtpon aan: &ldquo;ja, guns, voor de dokter,&rdquo;&mdash;en Else
+weerstreefde niet, liet met zich doen als &rsquo;n kind, knikte, dat
+&rsquo;t goed was, ja, &rsquo;t moest wel; ze werd eer erger dan
+beter.</p>
+
+<p>Go had Han en Gerard weggestuurd; &rsquo;t stond zoo mal, als de
+dokter kwam, en er zat zoo&rsquo;n heele gemeente. Ze bleven op de
+gracht heen en weer loopen, telkens inkijkend door &rsquo;t raam, of
+hij er nog niet was, vingen Eduard en Lize, en Coba en Francis en
+Beerenstijn op, die allemaal belangstellend wilden komen vragen, zoodat
+er &rsquo;n lange rij voortdurend heen en weer trok onder groote
+belangstelling van de buren, daar ze in hun jeugdige luchthartigheid
+allemaal, behalve Han, zoo nu en dan de ernst van &rsquo;t oogenblik
+vergaten.</p>
+
+<p>Go kwam soms voor &rsquo;t raam, met roode wangen, de schouders
+ophalend; dan liep ze weer heen en weer, bedacht, of ze zich
+voorstellen moest,&mdash;ze wist zijn naam ook niet,&mdash;of dat ze
+maar ineens beginnen zou met &rsquo;t verhaal, hoe alles zich had
+toegedragen;&mdash;ze moest vooral opletten, <span class="pagenum">[<a
+id="pb150" href="#pb150">150</a>]</span>dat Else &rsquo;m alles zei van
+de beenen en de kramp en het benauwde gevoel in haar maag
+soms.&mdash;</p>
+
+<p>Om half vier werd er gebeld. De juffrouw, met &rsquo;n schoone
+schort voor, kwam opgewonden vragen, wat ze doen moest, &ldquo;als
+&rsquo;t den dokter was....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;m Hier binnen laten,&rdquo; zei Go beverig, en ze
+schudde afwerend &rsquo;t hoofd tegen Gerard, die even tegen &rsquo;t
+raam tikte: &ldquo;daar istie.&rdquo;</p>
+
+<p>&rsquo;t Was &rsquo;n vriendelijke, oude, gemoedelijke man, die
+rustig naar &rsquo;t nerveuze verhaal zat te luisteren, toen opgewekt
+vroeg, de pati&euml;nt eens te zien. Achter in de gang stond de
+juffrouw met de jongste op den arm, de anderen om haar heen, de
+gebeurlijkheden af te wachten, knikte Go bemoedigend toe, toen de
+dokter de slaapkamer inging.</p>
+
+<p>&ldquo;Geen eetlust&mdash;nee, pijn in de beenen zeker; armen ook?
+&rsquo;n Beetje.&rdquo;&mdash;&ldquo;Hoe weet die man dat zoo
+precies,&rdquo; dacht Go in bewondering,&mdash;&ldquo;wat koortsig; ja;
+je hebt influenza, beste kind; maar flink onder de wol blijven. Reizen,
+morgen? Nee, geen kwestie van; deze week je bed niet uit;&mdash;Zondag
+misschien wat in de voorkamer; oppassen voor kou vatten, verder geen
+gevaar bij. Nee, juffertje, jij hoeft je niet zoo op te winden,
+hoor,&rdquo;&mdash;en hij gaf Go gemoedelijk &rsquo;n tikje op de
+ijskoude hand;&mdash;&ldquo;dat is de volgende week weer in orde. Ik
+zal &rsquo;n drankje geven, &rsquo;k kom Zaterdag nog &rsquo;s
+terug&rdquo;....</p>
+
+<p>Go bedankte &rsquo;m in de gang, huilend bijna: &ldquo;Ik ben
+z&oacute;&oacute; ongerust geweest,&rdquo;&mdash;en zoodra hij de deur
+uit was, brak de heele wachtende schare van buiten en de juffrouw met
+vele kinderen de voorkamer in. <span class="pagenum">[<a id="pb151"
+href="#pb151">151</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Wel, wat zeit-ie? Wat is &rsquo;t?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ze heeft influenza,&rdquo; verklaarde Go triomfantelijk;
+&ldquo;&rsquo;t is &rsquo;n allerliefste man, en het kan niets geen
+kwaad, als ze erin blijft. Hier is &rsquo;t receptje.&rdquo;</p>
+
+<p>Beerenstijn n&aacute;m het, studeerde er zwijgend op.</p>
+
+<p>&ldquo;Is dat om te &eacute;ten?&rdquo; vroeg de juffrouw,
+&ldquo;zei die ook nog, dat ze iets bizonders moest hebben? Ik ken
+alles klaarmaken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Lichte kost&mdash;kalfsvleesch en iets frisch...&rdquo;
+fantazeerde Go, &ldquo;maar ze mag natuurlijk niet naar huis,
+Han.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ga vanavond zelf even naar Den Haag, het aan haar moeder
+vertellen; dan schrikt ze niet zoo.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En wanneer komt-ie terug? Begrijp-u, wat er op staat?&rdquo;
+informeerde de juffrouw bij Beerenstijn.</p>
+
+<p>&ldquo;Ze zal er wel beter van worden... ik breng &rsquo;t dadelijk
+zelf weg,&rdquo; antwoordde hij, met &rsquo;n sfynxig lachje.</p>
+
+<p>&ldquo;Zaterdag zou-die weer komen; ze mag Zondag misschien wel
+&rsquo;n beetje op,&rdquo; vertelde Go, &ldquo;maar laten we &rsquo;r
+toch niet zoo lang alleen laten liggen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ga mee naar de apotheek; adieu!&rdquo; zei Eduard, en Go
+keek &rsquo;m voor &rsquo;t eerst weer&rsquo;s gelukkig aan, nu de
+angst haar vrij liet, dankbaar, dat hij zoo lief was.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik kom nog vertellen, hoe &rsquo;k ze in Den Haag heb
+gevonden.&rdquo; Han reikte Go &rsquo;t briefje, dat hij snel in
+&rsquo;n hoekje nog even had geopend.</p>
+
+<p>&ldquo;Kan ik nu alleen niets doen?&rdquo; vroeg Gerard, &ldquo;weet
+je nu wezenlijk niets te bedenken? Ik ben tot alle boodschappen
+bereid.&rdquo;</p>
+
+<p>Go dankte: &ldquo;Jullie zijn allemaal zoo aardig, jullie nemen me
+alles uit de hand.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Neem nu vannacht &rsquo;s goed rust,&rdquo; raadde hij <span
+class="pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152">152</a>]</span>bij
+&rsquo;t afscheid nemen, &ldquo;je ziet er zoo dood-moe uit, en nu ben
+je toch niet bang meer... Gaan jullie misschien mee,
+meisjes?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Mogen we even bij Elsi?&rdquo; vroeg Francis, &ldquo;ik zal
+nu niet zoo uitgelaten zijn, als de vorige keer.&rdquo;</p>
+
+<p>In de slaapkamer vergaderden ze n&oacute;g &rsquo;s &ldquo;<span
+lang="fr">en petit comit&eacute;</span>&rdquo;: de juffrouw met de twee
+oudsten, Coba, Francis, Lize en Go. Else lag &rsquo;n beetje te lachen,
+gerustgesteld, maar verveeld, dat ze vast niet voor Zondag er uit
+mocht.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik geloof wel, dat ik niet eens kan; maar &rsquo;t is toch
+&rsquo;n akelige boel.&rdquo;</p>
+
+<p>De juffrouw knikte veelwetend, en troostte: hoe lang influenza soms
+duren kon....</p>
+
+<p>Go vertelde nu nog &rsquo;s precies, wat de dokter gezegd en gedaan
+had; ze voelde zich z&oacute;&oacute; opgelucht, dat &rsquo;t haar was,
+of Else eigenlijk al beter was; en ze stonden allemaal tevreden en
+rustig bij &rsquo;t licht van de kaars om het bed, en praatten over
+ziekten van henzelf en familie, en dat je toch ongerust was, als je
+niet wist, wat &rsquo;t was; altijd weer eindigend in de tevreden
+beschouwing: dat ze het nu w&eacute;l wisten en daarom allemaal zoo
+kalm en voldaan waren.</p>
+
+<p>Om tien uur den volgenden ochtend kwam tante, in &rsquo;n keurige
+japon met &rsquo;n opgewekt gezicht, en nam, zonder eenigen
+pathetischen uitroep van zorg en ongerustheid, Go&rsquo;s plaats aan
+het bed van haar dochtertje in.</p>
+
+<p>&ldquo;Dat leek me toch gezelliger,&rdquo; zei ze met &rsquo;n
+vriendelijk knikje, &ldquo;en bovendien was zoo&rsquo;n oppas voor jou
+alleen veel te zwaar.... Else is niet zoo&rsquo;n heel makkelijk
+pati&euml;ntje, h&egrave; kindje;&mdash;en je ziet er wezenlijk
+miserabel uit. Vanmiddag gaan Han en jij maar &rsquo;s samen &rsquo;n
+flink eind loopen....&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb153" href=
+"#pb153">153</a>]</span></p>
+
+<p>Mevrouw Gerzon sliep nu in Go&rsquo;s bed, die zoolang &rsquo;n
+kamertje boven betrok. Het heele huishoudentje veranderde <span class=
+"corr" id="xd0e2441" title="Bron: ogenblikkelijk">
+oogenblikkelijk</span> onder leiding van &rsquo;n &ldquo;moeder&rdquo;,
+en Go was er verrukt over, dat de kamers opeens zoo&rsquo;n ander
+aanzien hadden gekregen, nu tante met &rsquo;n handwerkje naast de
+kachel zat, nu zij &rsquo;t vleesch sneed, of &rsquo;s avonds achter
+&rsquo;t theeblad troonde. &rsquo;t Werd volmaakt, toen Zondag Else
+wankelend en langzaam, &rsquo;r bleek hoofdje bijna verdwijnend in de
+kraag van de wijde cape, de kamer binnenkwam, die feestelijk was met
+bloemen en alle lichten aan, en waar Han wachtte, die z&rsquo;n
+&ldquo;kleine vrouwtje&rdquo; zoo dankbaar in de armen sloot, en
+z&oacute;&oacute; vol verrukking haar telkens in &rsquo;t vermagerde,
+fletse gezichtje staarde, dat Go zich bekende, dat hij toch wel veel
+m&eacute;&eacute;r en wezenlijker van haar hield, dan ze had
+gedacht.</p>
+
+<p>Hij mocht dien middag blijven eten, en er was taart en wijn en
+dessert, en tante stuurde &rsquo;n heele bezending naar boven voor de
+juffrouw.... en de volgende dagen was er telkens bezoek, dat keurig
+ontvangen werd, en gezellig onderhouden; elken avond was de kamer vol
+jongens- en meisjes-vrienden, en tante was allerliefst, vond het aardig
+ze allemaal ook &rsquo;s te leeren kennen, liet zich vergoden door Coba
+en Riek, die bloemen aan haar brachten, en gaf den jongens huiselijken,
+hartelijken raad; toch ook blijvend femme du monde, die au courant is
+van opera&rsquo;s en concerten en tooneel. Eduard vond ze
+&ldquo;charmant&rdquo;, z&rsquo;n gentlemanmanieren voortrekkend boven
+Gerard&rsquo;s rondheid; en Go droomde hem al &rsquo;n lid van de
+familie, als ze &rsquo;s avonds in &rsquo;n kring zaten onder het
+licht, Han en Else bij elkaar; zij met hun <span class="pagenum">[<a
+id="pb154" href="#pb154">154</a>]</span>drie&euml;n om de tafel, en
+zijn stem afwisselend met die van tante door de stilte.</p>
+
+<p>&ldquo;Gaat u wezenlijk morgen weg, mevrouw?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja jongen, m&rsquo;n plicht is hier volbracht&mdash;Else
+heeft me niet meer noodig.&rdquo; En ze keek lachend naar &rsquo;t
+dochtertje, dat stoeide over de canap&eacute;.</p>
+
+<p>&ldquo;U moest maar altijd blijven,&rdquo; vleide Go, &ldquo;het is
+zoo prettig.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Of jullie je vrijheid niet liever hebt! Waarom loop-je anders
+weg van je ouders?&rdquo;</p>
+
+<p>Er was &rsquo;n beetje bitterheid in haar lieve stem; ze had de
+laatste dagen weer zoo gevoeld, dat Else haar eenige was.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar tante, u weet toch...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Welke ouders kunnen hun kinderen altijd bij zich
+houden,&rdquo; peinsde Eduard. &ldquo;Ze studeeren&mdash;of ze trouwen;
+dat komt op hetzelfde neer.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En mijn dochtertje doet allebei: eerst studeeren en dan
+trouwen,&rdquo; tante lachte alweer. Maar Else had Henri &rsquo;n
+papieren muts gemaakt: &ldquo;Hoe vin-je &rsquo;m!&rdquo; juichte ze
+jolig.</p>
+
+<p>&ldquo;Zijn jullie altijd zulke kinderen? Elsi, denk toch aan je
+waardigheid als student.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar zachter zei ze toen tegen Go en Eduard: &ldquo;Misschien doet
+ze &rsquo;t eerste ook niet.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"pb155" href="#pb155">155</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e2469" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk XIII.</h2>
+
+<p>Nu was het overal lente en iedere dag was &rsquo;n feest.</p>
+
+<p>Dat begon al &rsquo;s morgens vroeg, als ze wakker werden van het
+vroolijk geklok van de kippen op &rsquo;t zonnige plaatsje, en &rsquo;t
+rinkelen van &rsquo;t gordijn, heen en weer bewogen door geurige
+koeltjes. &rsquo;t Was nu &rsquo;n plezier dadelijk uit bed te
+springen, en te plassen en te stoeien met water, tot je heelemaal
+lekker frisch en lenig was.... En dan &rsquo;t binnenkomen in de
+huiskamer, waar de tafel, mooi-wit, voor hun twee&euml;n stond gedekt,
+het glimmende trekpotje op &rsquo;t comfoor met doorschijnende
+glaasjes. Dan moesten ze lachen tegen elkaar van louter vreugde om hun
+heerlijk huishoudentje, in die aardige kamers; dan scharrelden ze
+zonder veel praten innig-vergenoegd &rsquo;n beetje rond, om eieren te
+koken en de bloemen te verfrisschen; en staken de jonge hoofden uit
+&rsquo;t raam in de koele morgenlucht om te kijken, of hun zwanen nog
+niet aan kwamen drijven. Die gleden statig op &rsquo;t lichtende water,
+zon over den blanken staart, en bleven stil voor &rsquo;t huis, de
+koppen in trotsche in-zich-zelf-gekeerdheid gebogen, ongevoelig <span
+class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156">156</a>]</span>in hun
+afwachting, als &rsquo;n beest van papier-mach&eacute;.</p>
+
+<p>Else en Margo liepen de deur uit, de handen vol brokjes brood, en
+wierpen ze in &rsquo;t water, en zagen, hoe ze ze oppikten, terwijl de
+duiven van den overbuurman jaloersch begonnen te fladderen.</p>
+
+<p>Als &rsquo;t carillon negen speelde, moesten ze hollen naar college;
+ze stormden op tegen de hooge brug, dat ze zwiepend neerveerde in
+&rsquo;t midden, ze sprongen de stoepjes op en af, hijgden binnen met
+warm-roode wangen. Ieder scheen nu levendiger en helderder te zijn, en
+er was &rsquo;n eenheid van geanimeerde belangstelling. De professor
+sprak bezield; de jeugd was open om z&rsquo;n woorden op te nemen. In
+den ouden tuin zag Go de knoestige pereboomen met &rsquo;n sluier van
+blanke bloesems getooid, en overal werkten kleine, groene puntjes zich
+open aan de struikjes. In &rsquo;t vrije kwartier ontplofte de
+wetenschap-spanning in &rsquo;n jubelend gejoel vol uitgelatenheid; de
+meisjes, enkel in hun japon, meestal zonder hoeden, speelden krijgertje
+om de groote, oude kerk, waarvan de kleine, groene glaasjes in de zon
+schitterden. Als er &eacute;&eacute;n goed gerespondeerd had, werd er
+op koekjes of caramels getracteerd bij de &ldquo;snoepjuffrouw&rdquo;
+&rsquo;n paar huizen van college; en het zakje ging van hand tot hand,
+opdat &rsquo;t leeg zou zijn, wanneer ze weer naar binnen moesten.</p>
+
+<p>Onderwijl liepen de jongens, bezadigder, op het Rapenburg aan den
+zonnekant kalm heen en weer en rookten sigaretjes, vaderlijk
+glimlachend als de uitgelaten meisjesschaar hun lachende voorbij
+trok.</p>
+
+<p>E&eacute;n ochtend, dat &rsquo;t buitengewoon mooi was,&mdash;je
+zag, je rook, je h&oacute;&oacute;rde de lente,&mdash;waren ze in
+&rsquo;t vrije kwartier met z&rsquo;n allen naar den <span class=
+"pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157">157</a>]</span>hortus getrokken:
+niet alleen de meisjes van het tuinlokaal, maar ook de candidaten van
+boven en de twee classicae, die enkele colleges in de Kloksteeg
+hadden.</p>
+
+<p>Alle boomen stonden te trillen van verwachting, alsof het wonder
+dadelijk gebeuren zou; er was geen wind, en de lucht z&oacute;&oacute;
+overvol van geur en zoelte, dat ze scheen te zullen br&eacute;ken bij
+de minste beweging.</p>
+
+<p>Ze liepen allemaal stil langs de perken, waar de lilas crocusjes
+stonden, en de blanke akermannetjes, groen gestipt; en ze gingen met
+hun handen tegen de bottende boomen, en over de kleine struiken; het
+water lag in de zon; neuri&euml;nd en diep-ademend liepen ze door
+&rsquo;t rots-partijtje, en gingen even op &rsquo;n bank zitten bij de
+groen-glazige serre.</p>
+
+<p>De oude tuinman, die toegewijd z&rsquo;n kleine potjes in de zon
+droeg, knikte vriendelijk van: &ldquo;heerlijk weertje,&rdquo; opende
+daarna gedienstig het hek;.... maar toen ze op &rsquo;t Rapenburg
+liepen, nog stil-gelukkig om de mooie wereld, speelde het opeens
+kwart-over, en met gilletjes van schrik en kinderlijke pret
+h&oacute;lden ze op de groene deur toe, de kille gang door, bleven dan
+huiverend staan voor &rsquo;t gesloten lokaal, waar de professorsstem
+al uit opklonk;&mdash;en eindelijk, binnendringend, verlegen en buiten
+adem, zagen ze de eerste rij stoelen open, hun cahiers op de verlaten
+tafeltjes, en ze begonnen te lachen, en de jongens proestten, en de
+professor lachte ook, en keek op z&rsquo;n horloge, en naar &rsquo;t
+stoffige raam, waar de zon zoo tergend-mooi door schilferde,.... en,
+even z&rsquo;n hoofd schuddend, recapituleerde hij nog maar &rsquo;s,
+wat hij zooeven gezegd had.&mdash; <span class="pagenum">[<a id="pb158"
+href="#pb158">158</a>]</span></p>
+
+<p>Dan&mdash;&rsquo;s middags na college&mdash;werden groote
+wandelingen gemaakt. Eerst was &rsquo;t geweest om de eerste elzekatjes
+en &rsquo;n enkel, kortstelig madeliefje te zoeken, uitglijdend op den
+weeken grond aan de slootkanten, waar hier en daar nog &rsquo;n
+ijsvliesje zichtbaar was, overblijfsel van fel-koude nachtvorsten.</p>
+
+<p>Later gingen ze met &rsquo;n boek aan den kant van den weg zitten,
+en Go had er op aangedrongen, dat het een studieboek zou zijn; maar
+terwijl zij voorlas van <i>sa-b&acirc; ahas</i>, en de ontwikkeling van
+beteekenis van het naamwoord <i>nasati</i>, lagen Lou en Coba over het
+vlakke weiland te kijken, waar de vredige koeien zich koesterden in
+&rsquo;t zonnelicht, en dan zweeg ze eindelijk ook, en staarde over het
+boek heen in den wolkeloos strakken hemel, en naar &rsquo;t zonnige
+slootje met rietpluimen aan hun voeten; en ze luisterden met hun
+drie&euml;n naar de stilte van het herlevend land.</p>
+
+<p>Na het eten, dat jolig verliep met gekibbel over het vleesch en de
+pudding en den sinaasappel, liepen Else en Go dadelijk de deur weer
+uit, om voor &rsquo;t laatst van het lieve stadje te genieten, dat nu
+als betooverd lag in den gouden avondgloed. Nu was het &rsquo;t
+drukst-stil op straat van den heelen dag: overal gingen ramen en deuren
+open, ieder wilde nog genieten van de heerlijke, zoele lucht. In
+groepjes kwamen de studenten uit de kroeg en &rsquo;t Vegetarisch,
+liepen de Breestraat af, &rsquo;t Plantsoen, de Singels langs. Fietsers
+gleden zachtjes de gladde paden over, rustig-rechtop, &eacute;&eacute;n
+hand even aan &rsquo;t stuur; er was &rsquo;n zacht geklink van fluiten
+en van &eacute;ven-zingende vogeltjes in de stilte, &rsquo;n teere
+blijheid lag over alle huizen en boomen, en over alle jonge gezichten.
+<span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159">159</a>]</span></p>
+
+<p>Het was zeker, dat ze kennissen tegenkwamen: De Veer in &rsquo;n
+open bakje, met &rsquo;n bloem in z&rsquo;n knoopsgat; Coba, die met
+mevrouw wandelde, Gerard of Beerenstijn of Hoefman. Han werd altijd
+gefloten, als ze langs z&rsquo;n kamer kwamen, en dan liep hij mee op,
+tusschen hen in, en gewoonlijk kwam na &rsquo;n poosje &rsquo;n vierde
+en vijfde er bij.</p>
+
+<p>Eens waren ze met Eduard, die met Bruno wandelde, &rsquo;n eind
+buiten Leiden geloopen; het was toen al bijna heelemaal donker en de
+slooten leken looden strepen; achter hen was de hemel rossig van de
+lichtende stad. Ze hadden niet veel, en niet intiem gepraat, maar er
+was een groote vrede in de onbeweeglijke duisternis, en Go had soms
+stil haar hand op Bruno&rsquo;s kop gelegd, in &rsquo;n behoefte zachte
+teederheid te geven, zooal niet aan h&eacute;m, dan toch tenminste aan
+&rsquo;t dier, dat z&rsquo;n eenzaamheid troostte, en bij &rsquo;m was
+in de uren van verslagenheid.</p>
+
+<p>Op&eacute;&eacute;ns was de figuur van &rsquo;n gebogen man voor hen
+opgedoken, en vlakbij hadden ze Hans herkend.</p>
+
+<p>&ldquo;God, kerel, wat doe-jij hier op je eentje?&rdquo; riep
+Eduard.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik mag eer vragen, wat jullie hier met je vieren doet?&rdquo;
+had hij, even ontstemd, geantwoord. &ldquo;Dit is het paadje om alleen
+te loopen, als je je zonden eens overdenken wilt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wij overdenken s&aacute;men onze zonden, en dan is &rsquo;t
+zoo akelig niet,&rdquo; antwoordde Eduard, met &rsquo;n lachje tegen
+Go; en ze waren met hun vijven naar de stad terug gegaan, die als
+&rsquo;n zwarte massa tegen den rossen hemel stond.</p>
+
+<p>Bij &rsquo;t licht viel &rsquo;t Go op, hoe slecht Hans er weer
+uitzag. <span class="pagenum">[<a id="pb160" href=
+"#pb160">160</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Zeg, je werkt toch niet te hard?&rdquo; had ze hartelijk
+gevraagd. &ldquo;Je ziet zoo bleek, jongen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet, hoe iemand ooit hard genoeg werken kan. Als je
+&rsquo;s rekent, dat die groote, groote wereld met al die menschen nu
+al duizenden eeuwen bestaat.... en dat wij, laten we zeggen zestig,
+zeventig jaar dat leven mogen meemaken, en in dien tijd alles
+doorwerken en doordenken moeten, wat er ooit op de wereld is gedacht en
+gedaan, om tot &rsquo;n waarheid te komen, die ons n&uacute;
+bevredigt&mdash;-&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Vooral als je van die zeventig jaar, vijftien jaar
+onbewustheid, &egrave;n alle lentes moet aftrekken, wanneer geen
+verstandig mensch iets uitvoert, ieder zich alleen l&aacute;&aacute;t
+leven.&rdquo;</p>
+
+<p>En Eduard barstte juichend uit: &ldquo;<span lang="de">Es brechen in
+schallenden Reigen die Fr&uuml;hlingsstimmen los.</span>&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Alleen heb ik &rsquo;t gevoel, dat je niet wezenlijk
+&ldquo;leven&rdquo; kunt, voor je weet, wat &rsquo;t leven eigenlijk
+is,&rdquo; peinsde Hans. &ldquo;Maar misschien is &rsquo;t
+z&oacute;&oacute; wel beter; als je de mechaniek van de tooverlantaarn
+kent, is er &rsquo;n hoop van de aardigheid van de plaatjes af....
+Hou-jij &oacute;&oacute;k zoo dol van de tooverlantaarn, Go?&rdquo;</p>
+
+<p>En ze vertelden vroolijk hun herinneringen van kinderpartijtjes, tot
+ze bij het oude grachtje waren.</p>
+
+<p>Alle dagen waren licht, alle nachten zoel en geurig, terwijl de
+lente aanzwol tot zomer, en de boomen schaduw begonnen te werpen over
+den blikkerenden weg.</p>
+
+<p>Ze zouden &rsquo;n middag op &rsquo;t &ldquo;Witte huis&rdquo; gaan
+koffiedrinken: alle leden van &ldquo;Laborando vincimus&rdquo; met Lou
+en Coba en Francis als invit&eacute;es. Na college stormden ze weg om
+de fietsen uit de bergplaats naast &rsquo;t gebouw te halen, en de
+professoren stonden <span class="pagenum">[<a id="pb161" href=
+"#pb161">161</a>]</span>door de blauw-gehorde ramen toe te kijken, hoe
+jolig en vief het clubje opsteeg en wegreed, met vroolijk roepen van
+den een naar den ander en gelach van &rsquo;t haasten.</p>
+
+<p>Lize was alleen nog na blijven pennen, omdat hier en daar &rsquo;t
+dictaat haar te snel was gegaan, en Hoefman ziende, die nog draalde bij
+de deur, vroeg ze zijn cahier om even in te zien, verdiept in de namen
+en jaartallen van de schismatische pausen.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat &rsquo;n zalig weer, juffrouw Schermer,&rdquo; begon
+Hoefman tegen haar tafeltje leunend.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja... staat daar 65?&rdquo; vroeg ze zonder opzien.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is echt weer om te wandelen... Doet u dat wel
+&rsquo;s?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; dank u voor &rsquo;t cahier... Dag meneer
+Hoefman.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ach, ga nu nog niet weg...&rdquo; en hij liep haar na in
+&rsquo;t kamertje. &ldquo;Ik wilde u wat vragen... toe, u moest
+&rsquo;t maar doen. Bijna alle meisjes van college zijn naar &rsquo;t
+&ldquo;Witte Huis&rdquo;. &rsquo;t Is zulk eenig weer, en &rsquo;t zal
+er zoo prettig zijn. Gaat u ook mee!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik d&eacute;nk er niet over; ik moet op de bibliotheek werken
+vanmiddag.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat kunt u toch; &rsquo;t is maar om &rsquo;n uurtje te
+doen... we fietsen er in &rsquo;n oogenblik heen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik heb geen fiets.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dan loopen we; zooveel te gezelliger. &rsquo;t Is zoo&rsquo;n
+mooie weg... en u zult beter kunnen werken na zoo&rsquo;n
+wandeling.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar ik ken er niemand,&rdquo; zei ze met zwak verzet. Wat
+wou die jongen toch van haar! Maar hij w&agrave;s aardig.</p>
+
+<p>&ldquo;U kent juffrouw Herderts en juffrouw Gerzon, en die twee
+andere dames van college, en mij, &rsquo;n beetje.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162">162</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Toe dan maar... U zult zien, dat ik storend werk op de pret;
+maar dan heeft &rsquo;t tenminste &rsquo;t voordeel, dat u me niet meer
+lastig valt.&rdquo;</p>
+
+<p>En ze begon &rsquo;n gesprek over de moeilijkheid &rsquo;n leesbare
+uitgave van Ruysbroec te vinden, maar bij &rsquo;t station had hij haar
+al over bloemen aan &rsquo;t praten, haar oogen begonnen levendiger te
+worden, ze kreeg &rsquo;n beetje kleur, en toen in de laan bij &rsquo;t
+&ldquo;Witte Huis&rdquo; de fietsende en krijgertje spelende menigte
+hun joelend te gemoet kwam, stak ze niet te zeer af bij de uitgelaten
+pret.</p>
+
+<p>Er was buiten &rsquo;n groote tafel gedekt, waar ze zelf de stoelen
+voor aansleepten; Frieda, die er in &rsquo;n grijs japonnetje met haar
+fijn, sereen gezicht allerliefst uitzag, werd tot tafelpraeses benoemd,
+verzocht de heeren dringend niet te vechten om hun plaatsen. Hoefman
+zat naast Lize, maar de stoel aan haar anderen kant bleef geruimen tijd
+leeg, en er werd over &ldquo;gesmoesd&rdquo; onder de jongens, tot
+Hans, zonder opvallendheid, naast haar zitten kwam, en dadelijk begon
+te praten over &rsquo;n artikel in de Gids over het stamland der
+Indo-Germanen.</p>
+
+<p>&ldquo;Komt Rolands niet?&rdquo; vroeg Go, terwijl ze boterhammen
+&ldquo;hakte&rdquo; van den langen broodstok.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, die had geen zin of geen tijd; allemaal suiker en
+melk?&mdash;&rdquo; en Gerard rammelde met de groote koppen en de
+koffiekan.</p>
+
+<p>Coba gaf aan Hoefman de beste adressen voor boter en koffie op,
+&ldquo;maar je moet natuurlijk niet te veel tegelijk laten halen; dan
+bederft het.&rdquo;</p>
+
+<p>En nu kwam Go los met &rsquo;n grappig verhaal over &rsquo;n
+sc&egrave;ne met de juffrouw, die geen ons boter en geen half ons
+vleesch tegelijk wilde halen. &ldquo;We zijn n&eacute;tte menschen, en
+voor ons zelf zou&euml; we &rsquo;t ook niet doen. Ze kijke je er in de
+winkel <span class="pagenum">[<a id="pb163" href=
+"#pb163">163</a>]</span>op an, en noeme je
+&ldquo;halve-onze-juffrouw.&rdquo; &rsquo;n Half ons ham of
+rookvleesch; dat pl&aacute;&aacute;ts ik nog... maar leverworst, of
+corn&eacute;t-bief...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We wisten eenvoudig eerst niet, wat ze meende, met &rsquo;r
+corn&eacute;t-bief,&rdquo; lachte Else.</p>
+
+<p>&ldquo;En hoe liep &rsquo;t af? N&eacute;men jullie nu, om &rsquo;t
+fatsoen van de juffrouw, &rsquo;n h&eacute;&eacute;l ons?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, die onbetamelijke boodschappen doen we nu
+zelf....&rdquo; en Go gaf reikend het vleeschschaaltje aan Lize, die
+stil was geworden, en met wijd-open oogen keek in de boomen en de
+blauw-lichte lucht.</p>
+
+<p>&ldquo;Juffrouwen-die-kamers-verhuren zijn de heerlijkste,
+vermakelijkste, interessantste menschen, die je je denken kunt,&rdquo;
+begon De Veer gezellig. &ldquo;Als mijn juffrouw kwaad op me is, omdat
+we &rsquo;s nachts herrie hebben gemaakt, of vuile boel op mijn kamer,
+geeft ze me olie in m&rsquo;n lamp, die niet branden wil,
+&ldquo;vergeet&rdquo; me m&rsquo;n brieven te geven, en stuurt alle
+berenleiders naar m&rsquo;n kamer;.... maar heb ik daarentegen haar
+goedgunstigheid opgewekt, dan heeft ze allerlei kleine verrassinkjes:
+ik krijg &rsquo;s avonds opeens &rsquo;n ommelet binnengebracht, of ze
+wascht m&rsquo;n handschoenen.... en alle schuldeischers, z&egrave;lfs
+&rsquo;n deurwaarder, houdt ze met mooie praatjes aan de
+deur.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Komen die dan zoo druk bij jou, deurwaarders?&rdquo; vroeg
+Frieda, die brood voerde aan Bruno.</p>
+
+<p>&ldquo;Nou, zoo in &rsquo;t begin van de maand, h&egrave;
+Eddy?&rdquo; en Eduard vertelde lachend aan Go, dat hij en Wim en
+Rolands &rsquo;n driemanschap hadden gesloten tegen die lastige
+rustverstoorders: in &rsquo;t begin van de maand huisde ieder op de
+kamer van den ander, zoodat &ldquo;meneer&rdquo; nooit thuis was, en ze
+<span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164">164</a>]</span>toch
+niet den heelen dag in bed hoefden te blijven, of op de kroeg te
+hangen.</p>
+
+<p>&ldquo;Want je weet niet, hoe melancoliek dat maakt, als je uur na
+uur met je boek, met de krant, maar zoo&rsquo;n beetje ligt te soezen
+in &rsquo;t grijze licht, en telkens schrik-je wakker van &rsquo;n
+stem, die naar &ldquo;meneer Neerwinden&rdquo; vraagt, en je hoort je
+juffrouw, nijdiger, naarmate de dag verder vordert, <span class="corr"
+id="xd0e2603" title="Bron: snouwen">snauwen</span>: dat meneer op bed
+leit, dat meneer niet bij de hand is. En de kerels nijdig terug, dat ze
+nou al zoo lang er om loopen, dat &rsquo;t nou &rsquo;s uit zijn
+mot,... zoodat je aan &rsquo;t eind ligt te rillen bij de gedachte, dat
+ze wel &rsquo;s zou&euml;n kunnen binnenkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou; wat dan nog?&rdquo; lachte De Veer, &ldquo;als je
+&rsquo;t nu toch eerlijk niet hebt?&rdquo;</p>
+
+<p>Maar Francis leidde de aandacht af, door op &rsquo;n beeldig, klein
+vogeltje te wijzen, dat op den grasrand sprong; ze wierpen er stukjes
+brood heen, en slopen zachtjes nader om &rsquo;t van dichterbij te
+bekijken. De tafelorde was verbroken; Go snoepte klontjes suiker, en
+wierp er ook den hond van in den geopenden bek; Lou en Coba liepen arm
+in arm den kant naar Endegeest op, vanwaar &rsquo;n geheimzinnig,
+triestig gezang opklonk; de anderen stonden en hingen over de stoelen
+te overleggen, wat nu.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ga dadelijk terug,&rdquo; zei Lize. &ldquo;Je hadt gezegd,
+dat &rsquo;t maar &rsquo;n uurtje duren zou en &rsquo;t is kwart voor
+twee.&rdquo;</p>
+
+<p>Hoefman trok zich den verwijtenden toon niet aan: &ldquo;Als je per
+se wilt, ga ik mee,&rdquo; en hij keek met voldoening in haar levendig
+gezicht; ze had haar hoed afgezet, en haar haar sprong weerbarstig uit
+den stijven wrong. <span class="pagenum">[<a id="pb165" href=
+"#pb165">165</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Dag lui,&rdquo; wuifde hij, en hij voelde zich trotsch, toen
+ze &rsquo;m verwonderd nakeken.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat w&iacute;l die kerel toch met dat meisje?&rdquo; vroeg
+Eduard, terwijl ze den weg langs de tulpenvelden in gingen. De groote
+bloei was al voorbij; hier en daar wiegden nog enkele roode en witte
+ballonnetjes, maar er tusschen was veel kale aarde, en ze vonden ergens
+in &rsquo;n sloot &rsquo;n heele hoop verwelkende bloemen, die zoo maar
+als waardeloos waren weggegooid.</p>
+
+<p>&ldquo;Hoe zonde,&rdquo; zei Go, er bij neerknielend, maar Gerard
+trok haar weg: &ldquo;Moet je nou in de sloot vallen, meisje, om
+zoo&rsquo;n verrotte bloemen-hoop; kijk, daar bloeit meidoorn en wikke
+en convolvulus: pluk d&aacute;&aacute;r liever van.&rdquo;</p>
+
+<p>Hans en Wim waren aan &rsquo;t ver-springen over de sloot, zonder
+stok; en Eduard ging aan den kant zitten om &rsquo;n fluitje van het
+riet te maken, dat schallende klank gaf over den stillen weg. Hij moest
+er toen ook een voor Go maken en voor Else en voor alle meisjes,
+behalve voor Frieda, die &rsquo;t &ldquo;afschuwelijk&rdquo; vond, toen
+ze toeterend en krijschend naar &rsquo;t h&ocirc;tel terugkuierden.</p>
+
+<p>Daar stonden de fietsen in &rsquo;n lange rij; er werd betaald; de
+meisjes ordenden haar haren, en met veel geplaag om Coba, die &ldquo;er
+nooit &oacute;p komen kon,&rdquo; vertrokken ze in groepjes, snel
+wegwielerend door de hooge laan.</p>
+
+<p>Go en Eduard kwamen achteraan; hij had haar fiets met de lange
+wikke-ranken en de geurige meidoorn opgesierd; de warme lente woei in
+hun lichte gezichten, en ze praatte opgetogen over den mooien weg en de
+aardige, wuivende boomen. Ze reden binnendoor, langs smalle kronkelende
+paadjes; telkens zagen ze fietsen <span class="pagenum">[<a id="pb166"
+href="#pb166">166</a>]</span>glimmeren in de verte, en dan was &rsquo;t
+weer weg; soms riepen ze tegen elkaar, schallend, dat de vogels
+schrikten.</p>
+
+<p>Eduard dacht, dat Go nu heelemaal was, zooals hij haar &rsquo;t
+liefste zag: jong, open, gelukkig, genietend van &rsquo;t oogenblik,
+vertrouwend in het leven, in de menschen, v&oacute;&oacute;r alles in
+hem. Hij keek haar zacht en innig aan, en voelde, dat zoo&rsquo;n
+meisje bij de lente hoorde.</p>
+
+<p>Nu bogen ze den hoek om, en opeens, langs &rsquo;n zijpad, zagen ze
+Rolands&rsquo; klein figuurtje naast &rsquo;n rijzig
+&ldquo;jufje&rdquo; gaan, Rolands&rsquo; bruin kopje vragend naar haar
+opgeheven, terwijl z&rsquo;n beenen onzeker gingen, en z&rsquo;n heele
+houding pijnlijke verwachting uitdrukte.</p>
+
+<p>Eduard keerde zich dadelijk naar Go, zei iets van den weg, om haar
+af te leiden, maar hij zag in haar oogen, dat zij &rsquo;t begrepen had
+en zweeg, in z&rsquo;n hart foeterend op &ldquo;die stomme, kleine
+nikker.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar toen tranen kwamen, en Go al maar zwijgen bleef, met iets zoo
+hopeloos-bedroefds en gebrokens in haar gezichtje, dat hij begon te
+voelen, wat &rsquo;t voor z&oacute;&oacute;&rsquo;n kind zijn moest,
+als ze iets dergelijks zag, boog hij zich over haar heen, zacht
+vragend: &ldquo;Wat is er, Gootje?&rdquo;</p>
+
+<p>Ze schudde haar hoofd, en haar haren bewogen rythmisch op den
+wind.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, nu jok-je; er is wel wat. Je ziet er opeens zoo vreemd
+uit. Je was zoo even heelemaal anders.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar &rsquo;t is ook zoo verschrikkelijk,&rdquo; barstte ze
+smartelijk uit, &ldquo;het was alles zoo mooi, de weilanden en de
+boomen, en de h&eacute;&eacute;le wereld, en ik had zoo &rsquo;t
+gevoel, dat iedereen goed moest <span class="pagenum">[<a id="pb167"
+href="#pb167">167</a>]</span>zijn, bij zulk weer. En nu hij daar
+opeens, zich weggooiend, vragend aan.... op zoo&rsquo;n heerlijken
+lentedag iets zoo leelijks.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar &rsquo;t is juist in de lente en met &rsquo;t mooie
+weer, dat zulke dingen gebeuren,&rdquo; antwoordde Eduard zachtjes, en
+hij zag, hoe ze over de lichtende landen keek met &rsquo;n nieuwe
+gedachte in haar oogen, dat ze vaag iets nieuws voelde in de groeiende
+wereld om haar heen, waar ze vroeger nooit aan had gedacht, en dat ze
+ook niet mooi vond.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ben zoo bang, ik word zoo bang voor al dat vreemde overal,
+waar ik wel &rsquo;s van gehoord heb, maar nooit over gedacht.... En
+v&oacute;&oacute;r je &rsquo;t ziet, heb je &rsquo;t niet
+begrepen.&mdash;Ik voel me hoe langer hoe onrustiger, nu ik weet, dat
+zoo iets met een van onze vrienden gebeuren kan.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze streek nerveus haar haar weg; &rsquo;t stuur wankelde, en hij
+legde z&rsquo;n smalle hand naast de hare.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja,&rdquo; zei hij zacht; &ldquo;zoo zijn wij
+studenten;&mdash;zoo zijn we bijna allemaal.&rdquo;</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Ze gleden voort onder de hooge boomen, de handen vlak naast elkaar.
+Ze voelde z&rsquo;n oogen over haar gezicht gebogen, en stil keek ze
+recht voor zich uit. De wereld was anders, dan ze ooit had gedacht in
+haar meisjesdroomen; en &rsquo;t geluk was anders. Het groeide in haar
+met toenemende pijn. <span class="pagenum">[<a id="pb168" href=
+"#pb168">168</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e2658" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk XIV.</h2>
+
+<p>Go zat op de kist, die in &rsquo;n hoek van de kamer stond, maakte
+zorgvuldig &rsquo;t boodschappenbriefje voor de juffrouw op: &ldquo;Dus
+nog vier eieren, Elsi, en den man van de schuit waarschuwen voor de
+koffers... en pakpapier voor de gravures.&rdquo;</p>
+
+<p>Else knikte, zuchtte even. &ldquo;&rsquo;t Laatste briefje,&rdquo;
+zei ze zacht, en opeens scheen &rsquo;t haar, dat ze het toch
+verschrikkelijk vond haar leven hier te verlaten, dat ze toch altijd
+terugverlangen zou naar Go en de kamer in de kleine stad, al was
+&rsquo;t in &rsquo;n vreemd land nog zoo mooi en interessant. Toen haar
+moeder voor &rsquo;t eerst er over sprak, dat ze liever met studeeren
+ophouden moest,... over &eacute;&eacute;n, anderhalf jaar zou ze met
+Han kunnen trouwen, en wat h&aacute;d ze er dan aan, of ze candidaat in
+de rechten was,&mdash;had ze zich eerst hevig verzet, en gehuild, dat
+ze hi&eacute;ld van haar studie&mdash;&ldquo;erg platonisch&rdquo;, had
+haar vader geplaagd&mdash;, dat ze niet weg wilde uit haar lief
+Leiden&mdash;, maar toen later over het plan was gesproken haar eerst
+&rsquo;n poos naar Brussel en daarna naar Londen, misschien ook nog
+naar Duitschland te zenden, om goed de talen te leeren, wat breederen
+blik te krijgen en zich te <span class="pagenum">[<a id="pb169" href=
+"#pb169">169</a>]</span>bekwamen in &rsquo;t huishouden,&mdash;en toen
+de brieven met inlichtingen over families waren gekomen, en er gepraat
+was over uitstapjes en opera&rsquo;s en concerten,&mdash;had ze er
+langzamerhand plezier in gekregen, en zich &rsquo;n beetje
+&ldquo;grande dame&rdquo; gevoeld tegenover de andere meisjes, die
+altijd stil hier zouden blijven; en prettig ook met Han erover gepraat,
+dat ze nu een echt huisvrouwtje ging worden, dat dat toch beter was dan
+geleerdheid. Maar nu.... nu haar kisten al voor &rsquo;n deel naar huis
+waren gestuurd, nu de kamers rommelig en ontredderd waren, en ze samen
+in den schemer &rsquo;t laatste briefje voor de juffrouw zaten samen te
+stellen en ze straks voor &rsquo;t laatst met Han langs de stille
+grachtjes loopen zou, voelde ze zoo&rsquo;n wijden weemoed om het
+heerlijke jaar, dat voorbij was, dat ze &aacute;lles had willen
+geven&mdash;Brussel en Londen en alle grootsche weelde,&mdash;om hier
+te kunnen blijven, met Han en Go, tusschen de jeugd, tusschen de
+vrienden, in de bescherming van de oude huizen.</p>
+
+<p>&ldquo;Och,&rdquo; zei Go, &ldquo;je moet maar denken: &rsquo;t
+afscheid is voor ons eigenlijk &rsquo;t zelfde; of je nu voor altijd
+gaat, of voor drie maanden;.... &rsquo;t is iets, dat je niet kunt
+overzien. En in deze kamers zitten we allebei voor &rsquo;t
+laatst.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, &rsquo;t is jammer, dat jij niet alleen blijven
+kunt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja; maar &rsquo;n tweede meisje is zoo moeilijk te vinden, en
+zoo&rsquo;n meneer altijd vlak naast me.... nee, &rsquo;k ben
+&eacute;rg voor co&euml;ducatie, maar &rsquo;k zou &rsquo;t niet
+gemoedelijk vinden.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och.... als-tie aardig was.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En dan wil ik liever ook maar dit jaar heelemaal apart
+houden. Nu begint er weer iets nieuws. Ik zou <span class="pagenum">[<a
+id="pb170" href="#pb170">170</a>]</span>je veel te erg missen, als ik
+hier bleef op &oacute;nze kamers.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We zullen nu wel nooit meer zoo samen zijn,&rdquo; peinsde
+Else... &ldquo;Je komt natuurlijk <span class="corr" id="xd0e2681"
+title="Bron: wel&rsquo;s">wel &rsquo;s</span> bij ons logeeren, maar
+dat is toch anders... We hebben &rsquo;t altijd vreeselijk goed met
+elkaar kunnen vinden, h&egrave;; we hebben n&oacute;&oacute;it
+gekibbeld, we zijn nooit boos op elkaar geweest.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee,&rdquo; en Go dacht aan dien keer, toen Els met Eddy
+geflirt had, en zij zoo onredelijk was geweest. Goeie Elsi, ze vergat
+zulke onaardigheden altijd dadelijk. En ze had nooit gezinspeeld op de
+verhouding met hem, nooit geplaagd...</p>
+
+<p>&ldquo;Ga nu maar naar Han toe, anders laat je &rsquo;m nog wachten
+voor &rsquo;t eerst en voor &rsquo;t laatst... Ik moet nog gaan spreken
+over het bewaren van m&rsquo;n planten, en dan naar Lize.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Gootje,&rdquo; zei Else zacht, met ongewoon ontroerde stem,
+&ldquo;hier is &rsquo;t allemaal voor me begonnen, dien avond voor den
+spiegel, toen hij opeens binnenkwam... En je hebt &rsquo;t allemaal
+meegemaakt, en nu gaan we gauw trouwen. Je bent altijd erg lief voor me
+geweest.&rdquo; En na &rsquo;n woeste omhelzing draaide ze zich opeens
+om, en als beschaamd over haar weekheid, riep ze:
+&ldquo;D&agrave;g!&rdquo; en vloog de deur uit, terwijl Go glimlachend
+zuchtte: &ldquo;Schat, ik zal je zoo missen.&rdquo;</p>
+
+<p>Toen zette ze de melk, &rsquo;n glas, &rsquo;n ei, den klutser op
+tafel klaar, voor &rsquo;t geval, dat Else v&oacute;&oacute;r haar
+mocht thuiskomen, ging stil de kamer uit.</p>
+
+<p>Er lag dien avond &rsquo;n drukkende melancolie over de grijze stad.
+Voelde ze al, dat de jeugd haar weer ging verlaten, en drukte haar nu
+opeens het gewicht van haar hoogen ouderdom, omdat het nieuwe geslacht,
+dat haar altijd jong hield, <span class="pagenum">[<a id="pb171" href=
+"#pb171">171</a>]</span>weer wegtrok? Of was &rsquo;t het verdriet van
+de scheiding in alle jonge harten, dat de lucht zwoeler maakte en de
+kleuren doffer? Het hielp niet, of Go al diep zuchtte om zich te
+bevrijden van het benauwde gevoel; de weemoed in haar vermengde zich
+met den weemoed van de omringende dingen, en ze voelde, hoe bijna
+achter ieder licht raam nu &eacute;&eacute;n dacht aan &rsquo;t
+scheiden: &ldquo;<span lang="de">scheiden thut weh</span>,&rdquo;
+&eacute;&eacute;n gebogen zat over z&rsquo;n koffers, zwaar van
+gedachten aan &rsquo;t jaar, dat voorbij was. Maar er zouden er toch
+ook zijn, die blij waren naar huis te gaan. Ze vond het ellendig, dat
+zij niet blij was. Daar waren vader en moeder en de kinderen allemaal,
+en ze verheugden zich, dat ze nu weer &rsquo;s &rsquo;n poos in hun
+midden zijn zou; moeder zou vanavond stralend aan de theetafel zeggen:
+&ldquo;Morgen zijn we weer met ons tienen, kinderen&rdquo;&mdash;en zij
+zag er tegenop weer onder die menschen te moeten leven, die toch allen
+zooveel van haar hielden; ze huiverde terug voor de degelijke
+gezelligheid, de stille regelmaat, en vond &rsquo;t punctueele
+irriteerend en banaal. Wat zou arm moesje bedroefd zijn, als ze wist,
+hoe ze in &rsquo;n jaar haar al was ontgroeid! Hoe zou ze zelf in
+zoo&rsquo;n verandering hebben kunnen gelooven, zij, die negen maanden
+geleden snikkend uit het ouderlijk huis naar den vreemde trok? Alle
+leven was haar vlak en onbelangrijk geworden, vergeleken bij het
+hevig-genietende, diep-rampzalige, altijd-in-uitersten-zich-bewegende
+om haar heen. In dit jaar was ze gaan begrijpen het studentenleven, dat
+haar eerst alleen iets grappigs, iets van pret maken had geschenen; dat
+ze nu voelde in z&rsquo;n jonge kracht en z&rsquo;n verwording, met
+z&rsquo;n idealen en d&eacute;sillusies, levensmoed en wanhoop, altijd
+heel groot en heftig, heerlijk <span class="pagenum">[<a id="pb172"
+href="#pb172">172</a>]</span>of afschuwelijk. O, ze v&oacute;elde, dat
+ze het stadje liefhad, zooals ze nog nooit &rsquo;n stad had liefgehad.
+Ze liep nu afscheid te nemen van ieder huis, van de boomen, van het
+water, van de brugjes, van de lantaarns. Op elk plekje was immers
+&rsquo;n lieve herinnering aan iets, dat ze d&aacute;&aacute;r had
+gedacht of gehoord of gezien. Van allerlei huizen wist ze immers: daar
+woont die, of heeft die gewoond; en het water, waar de vrouwen hun goed
+in uitspoelen kwamen, waar &rsquo;s ochtends de kleurige
+groenteschuitjes door voeren, en &rsquo;s avonds de motorbooten, de
+bruggen waarschuwend met schetterenden hoorn&mdash;had ze het niet
+bewonderd van den eersten dag af?</p>
+
+<p>Nu liep ze langs den Witten Singel, staarde peinzend naar de
+sterrenwacht, die haar altijd &rsquo;n geheimzinnig kasteel had
+geleken; het was zoo donker en plechtig onder de dik-bebladerde
+kastanjeboomen, dat het scheen, of ze in &rsquo;n kerk liep, en ze zei:
+Nu moet je naar Lize, je loopt al zoo lang maar rond;&mdash;voelde toch
+ook, dat ze z&oacute;&oacute; niet bij haar zou kunnen werken.</p>
+
+<p>Om haar gedachten af te leiden begon ze zich af te vragen, of ze dit
+jaar met haar studie nu wel genoeg was opgeschoten; en d&agrave;t
+bracht haar de grappige herinnering van de eerste maanden van
+samenwerken met Coba en Lou. Ze kenden elkaar toen nog heel weinig,
+maar hadden afgesproken eens in de week bij Coba of Go op de kamer
+bijeen te komen. &rsquo;s Middags gingen ze dan al vast koekjes en
+andere lekkernijen koopen, en &rsquo;t begin van den avond was:
+theedrinken met koekjes en vroolijkheid. Dan werden om &rsquo;n uur of
+acht alle mogelijke wichtige boeken bij elkaar gehaald: Franck&rsquo;s
+etymologisch woordenboek en <span class="pagenum">[<a id="pb173" href=
+"#pb173">173</a>]</span><span lang="de">mittelniederl&auml;ndische
+grammatik</span>; Stoett; Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal;
+Den Hertog; Braune.... en na eenig gekibbel begon er &eacute;&eacute;n
+&rsquo;n bladzijde van den middelnederlandschen tekst voor te lezen.
+Maar dan kwam de groote moeilijkheid. Soms vonden ze elk w&oacute;ord
+&ldquo;der aandacht waardig,&rdquo; grepen ieder naar &rsquo;n boek om
+te kijken, of er iets over te vinden was, en hun wijsheid door elkaar
+mee te deelen. Dan weer scheen hun alles dood-eenvoudig,of verwezen ze
+elkaar voortdurend naar &rsquo;t middelnederlandsch woordenboek. Ze
+konden elkaar soms minuten-lang diepzinnig zitten aanstaren om den een
+of anderen duisteren regel te doorgronden en dan opeens alle drie te
+gelijk in lachen uitbarsten, omdat ze zoo bespottelijk geleerd deden.
+&rsquo;t Was hun onmogelijk geweest zichzelf au s&eacute;rieux te
+nemen, wanneer ze in al die dikke boeken zaten te kijken; technische
+termen vonden ze allervermakelijkst, en zeiden ze nooit zonder de
+professorsstem na te doen, en om negen uur stormden ze ziels-vergenoegd
+de deur uit om zich &rsquo;n beetje te verfrisschen van de inspanning
+en melk of limonade te gaan halen, ondertusschen elkaar op de gelezen
+regels vergastend. Als ze terug waren, begon er weer een te lezen,
+terwijl de anderen chocolademelk brouwden, of kastanjes poften, wat
+door alle drie zooveel belangrijker werd gevonden, dat &egrave;n Stoett
+&egrave;n Franck, &egrave;n Braune &egrave;n Den Hertog als zitplaats
+werden gebruikt om in de melk te kunnen roeren, en op de mooie, roode
+kaft van de Geschiedenis der Nederl. taal brandplekjes schroeiden van
+de gepofte kastanjes. Als ze om tien uur samen Lou naar den trein
+brachten, zeiden ze telkens weer, dat &rsquo;t zoo toch niet ging, en
+Lize werd den <span class="pagenum">[<a id="pb174" href=
+"#pb174">174</a>]</span>volgenden dag bestormd met de vreemdste vragen:
+Hoe je aan &rsquo;n woord zien kon, of er wat van te zeggen was? En hoe
+je dan kon weten, waar je het op moest zoeken?...</p>
+
+<p>Eindelijk had Lize bedacht, dat het &rsquo;t beste was, als ze hen
+eerst &rsquo;n beetje op weg hielp. Voor haar zelf was &rsquo;t een
+goeie oefening, en &rsquo;n proef, of ze er nu wezenlijk wat van wist,
+en zij zouden er dan misschien een beetje kijk op krijgen. En het was
+beter gegaan van den eersten avond af; wel kon er soms iemand niet
+respondeeren, omdat ze &rsquo;n vollen mond had, en moest de lezing
+onderbroken worden, om <span class="corr" id="xd0e2713" title="Bron:
+om">op</span> te staan voor &rsquo;t laatste koekje; maar er werd ook
+flink gewerkt, Lize &ldquo;rook&rdquo;, bewonderde Coba, als er over
+&rsquo;t een of ander woord iets in Franck of Stoett stond, en ze
+zouden nu dezen avond hun tweede middelnederlandsche tekst ten einde
+brengen.</p>
+
+<p>Maar ook bij Lize in de kamer hing de doffe treurnis.... Er was nog
+geen licht aangestoken, en de meisjes zaten en lagen zwijgend bij het
+open raam, starend op den kalen muur en het stukje violetten hemel er
+boven.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik dacht, dat ik veel te laat was; ik heb nog overal
+rondgeloopen,&rdquo; zei Go.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet, hoe laat &rsquo;t is; ga ergens
+zitten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;In de vensterbank maar; God, wat is &rsquo;t zoel
+vanavond.&rdquo;</p>
+
+<p>Lou speelde met Go&rsquo;s boeken. Ze was de kinderlijkste en de
+jongste van allemaal, had ook, omdat ze thuis was gebleven, minder den
+invloed van &rsquo;t studentenleven gevoeld.</p>
+
+<p>&ldquo;We zullen nu maar niet werken, h&egrave;?&rdquo; zei ze
+droomerig. &ldquo;We zijn vanavond voor &rsquo;t laatst bij <span
+class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175">175</a>]</span>elkaar, en
+kunnen &rsquo;t morgen zelf wel even uitlezen op de
+bibliotheek.&rdquo;</p>
+
+<p>Lize knikte. &ldquo;Ik ben ook zoo suf in m&rsquo;n hoofd; ik had
+moeite te bedenken, wat ik in m&rsquo;n koffer moest
+meenemen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ga-jij morgen ook?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, Vader heeft me geschreven, dat ik moest komen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ben toch blij, dat we hier nog &rsquo;s terugkomen voor
+die pic-nic van Laborando vincimus,&rdquo; zuchtte Coba.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, dolletjes,&rdquo; fluisterde Lou, maar Lize zei, dat ze
+niet wist, of ze meegaan kon. &ldquo;&rsquo;t Hangt er van af, of ik
+weg kan, h&egrave;; er schijnt weer iets met de meid te
+zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, maar je moet mee; &rsquo;t zal zoo prettig
+zijn....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och, ik ken de menschen zoo weinig.... ik hoor er niet
+bij.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En &ograve;ns dan, en Else en Hoefman....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja die, maar die is zoo vreemd. Laatst ging &rsquo;k met
+m&rsquo;n koffertje naar &rsquo;t station, &rsquo;t was niet eens zoo
+erg zwaar. Daar kwam hij me opeens achterop en wou &rsquo;t dragen. Nu,
+ik vind &rsquo;m niets geen reus, ben zelf misschien sterker. Ik zei,
+dat ik &rsquo;t liever niet had,.... maar hij, o, lieve hemel, of ik er
+van breken zou, of &rsquo;t iets ongehoords was... Nou, dat &rsquo;s
+aanstellerij. Ik heb &rsquo;m wel &rsquo;s wat van thuis verteld, en
+dan kan hij weten, dat &rsquo;k wel &rsquo;s moeilijker dingen te doen
+heb, dan &rsquo;n koffertje te dragen.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze haalde de schouders op, en streek met haar handen over haar moe
+gezicht. Toen leunde ze haar hoofd op de ellebogen, en bleef naar
+buiten zitten kijken, in de lucht, waar langzaam sterren doorkwamen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176">176</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Wat is &rsquo;t hier stil,&rdquo; zei Lou, &ldquo;is je
+juffrouw uit?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet &rsquo;t niet. &rsquo;t Is niet gehoorig
+hier.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze zwegen weer, dachten allen aan de toekomst, die zoo dicht bij
+scheen op zoo&rsquo;n avond; zochten de profetie van hun leven in den
+muur en de sterren. Go verlangde naar Eddy: hoe zouden ze elkaar nog
+nader komen? Was zij niet &rsquo;t eenige meisje, van wie hij notitie
+nam; was &rsquo;t niet iets van-zelf-sprekends geworden, dat ze altijd
+samen waren? En zou dit eindigen in &rsquo;n engagement, &rsquo;n
+huwelijk? Ach, die dingen waren zoo ver, en daar gaf ze nog niet
+om;.... als hij maar van haar hield, als ze maar voor &rsquo;m zorgen
+mocht... Ze had er nog over gedacht &rsquo;m te vragen eens te komen in
+de vacantie, maar ze dacht toch, dat moeder &rsquo;m niet aardig vinden
+zou;... zeggen zou, dat-ie meer moest werken;... ledigheid maakte
+melancoliek...</p>
+
+<p>&ldquo;<span lang="de">Leise flehen meine Lieder... durch die Nacht
+zu dir...</span>,&rdquo; zette ze onwillekeurig even zacht in; zweeg
+toen, benauwd door den wee&euml;n weemoed.</p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave;, wat is dit toch eigenlijk &rsquo;n lam
+weer.&rdquo; En Coba rekte zich uit in ongeduldig zuchten. &ldquo;Je
+kunt niets, je weet niets, je hebt alleen maar &rsquo;t land. Vanmiddag
+heb ik met mevrouw in de populierenlaan bij Poelgeest gewandeld;... en
+daar verlangde het toch zoo;... ieder blaadje hing te trillen van
+verlangen;... je werd er akelig van... Ik heb tegen mevrouw gezegd: Als
+we hier niet dadelijk uitgaan, word ik gewoon gek.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar je bent immers morgen weer thuis,&rdquo; troostte Lou,
+die hierin het geneesmiddel voor alle verdrietelijkheden zag.</p>
+
+<p>Maar de anderen antwoordden niet. De kamer was vol angst en
+verlangen. <span class="pagenum">[<a id="pb177" href=
+"#pb177">177</a>]</span></p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Den volgenden middag kwam de wagen voor, die Go&rsquo;s boeltje naar
+de nieuwe woning zou brengen. Else was &rsquo;s ochtends al vertrokken,
+nu weer kalm en correct, in het koele morgenlicht; en Go zat alleen op
+de tafel zonder kleed te noteeren, hoeveel stuks uit werden gedragen.
+De deuren stonden open, en &rsquo;t gejoel uit de gang klonk jolig door
+de kamer. De kinderen vonden &rsquo;t een pretje, liepen glunder
+lachend de dragers in den weg, en Go was teleurgesteld, dat het zelfs
+Joostje niet schelen kon, dat &ldquo;tante&rdquo; nu weg zou gaan. Ze
+ergerde zich, dat zij zich zoo gehecht had aan menschen, wie haar
+vertrek absoluut niet raakte; ze moest lachen, omdat ze zich had
+verbeeld, dat de juffrouw wezenlijk &ldquo;moederlijk&rdquo; voor haar
+was gaan voelen. Voor h&aacute;&aacute;r immers &rsquo;n ander, en
+heeren waren makkelijker; en terwijl ze noteerde: kastje in twee
+stukken; bureaustoel; studeerlamp, stelde ze zich voor, hoe over
+&rsquo;n paar maanden hier weer &rsquo;n huishouden zou worden
+binnengedragen, onder dezelfde blije belangstelling van de
+kinderen;&mdash;&rsquo;t was &rsquo;n komen en gaan, een onrustig
+rond-getrek in de stad, waar de jeugd geen &ldquo;thuis&rdquo;, geen
+vaste woonplaats had: ze gingen allemaal van kamer tot kamer,
+kw&aacute;men vol verwachting, scheidden in leed...</p>
+
+<p>&ldquo;Is dat alles, juffrouw?&rdquo; kwam de man vragen, en Go keek
+na door &rsquo;t raam, hoe de wagen wegschokkerde, &rsquo;n kantelig
+tafeltje bovenop; en dan opeens, met tranen, wendde ze zich af, sloot
+de deur, en ging lang-uit op de oude canap&eacute; liggen. Dit was het
+laatste uurtje met haar kamer alleen; de city-bag stond al klaar, met
+kleinigheden, die ze nog mee naar huis moest nemen;... de wanden <span
+class="pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178">178</a>]</span>waren leeg,
+met nijdige prikken in &rsquo;t behangsel,... prikken van versieringen
+van vroegere heeren, prikken, die ze zelf had gemaakt;&mdash;en ze
+peinsde, hoe de kamer nu weer worden zou, en wie er nu zou komen leven,
+en knikte ieder meubel nog &rsquo;s vriendelijk toe: <span class="corr"
+id="xd0e2778" title="Niet in bron">&ldquo;</span>dag goeie, groote
+kast, dag tafel, wat ben-je bekrast, ou&euml;; en jij, m&rsquo;n
+l&iacute;eve canap&eacute;, wat zou ik je graag hebben
+meegenomen.&rdquo;</p>
+
+<p>De kinderen speelden in de gang met de houtwol en de papieren, die
+waren blijven liggen. Ze gaf er niet om, ze nog goeiendag te zeggen; ze
+was hun toch een vreemde gebleven.</p>
+
+<p>Maar de kamer, daar zou ze voor &rsquo;t laatst nog &rsquo;s heel
+vertrouwelijk mee zijn; daar zou ze zich dit uurtje nog &rsquo;s
+heelemaal aan geven.</p>
+
+<p>En ze lag en keek. Alle dingen spraken van herinneringen. <span
+class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179">179</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e2788" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk XV.</h2>
+
+<p>&ldquo;Hallo!&rdquo; schreeuwde De Veer, en zwaaide met z&rsquo;n
+kussensloop, toen hij de coup&eacute;, waarin Go en Else en Lou zaten,
+in &rsquo;t oog kreeg.</p>
+
+<p>&ldquo;Prachtig weer; kom er uit, dames,&rdquo; ontving Gerard,
+&ldquo;kijk, daar zijn de anderen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar Wim, wat zit er in dat sloop van jou? En o, kijk Hans,
+dat is nog gekker, die zak met roode ruitjes.... Je bent precies
+&rsquo;n boer.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Verrassingen, verrassingen! waar hebben jullie je fourage?
+mag ik &rsquo;s ruiken aan je koffertje, Elsi? En &rsquo;n
+blikje...&rsquo;t is verleidelijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Daar is Han met de taart;.... kerels, wie heeft de boter en
+de brooden?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik; daar liggen ze.... ik wilde me niet vooruit al zoo
+opladen..&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave;, wat &rsquo;n flauwe vent; gauw, &rsquo;t is juist
+zoo aardig.&rdquo; En Hans hing de grijze boterpot over Gerard &rsquo;s
+rug, bond de broodstokken om z&rsquo;n schouders.</p>
+
+<p>&ldquo;Ha... daar zijn Lize en Frieda met Hoefman. Wat heeft die
+man?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kom &rsquo;s hier, Louistje, laat je pak &rsquo;s
+bevoelen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, kerel, blijf af; &rsquo;t is &rsquo;n geheim.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180">180</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Kon-je toch komen? Wat gezellig,&rdquo; praatte Go tegen
+Lize; &ldquo;&rsquo;t is &rsquo;n heele club, h&egrave;?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou wordt &rsquo;t toch tijd, lui; daar is Beerenstijn... o,
+met de flesschen om z&rsquo;n hals... Coba... Kom, we gaan naar den
+trein, hoor.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Rolands nog... en Eduard... zeg, die zouden toch allebei
+komen?&rdquo;</p>
+
+<p>Go leunde zenuwachtig uit &rsquo;t portier; &rsquo;t was nog maar
+&eacute;&eacute;n minuut en ze zag niets op &rsquo;t perron.</p>
+
+<p>&ldquo;Er zijn menschen, die nou altijd te laat moeten komen,&rdquo;
+bromde Gerard, en de Veer gilde: &ldquo;Chef, de trein kan nog niet
+vertrekken; er moeten nog twee heeren mee.... vervloekte kerel, nou
+gaat-ie t&oacute;ch fluiten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Daar zijn ze; hi&eacute;r, hier; geef &oacute;p je taschje!
+Wat zijn jullie op &rsquo;t laatste nippertje; dat scheelde &rsquo;n
+haartje; daar gaan we al.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;<span lang="de">Der herr professor giebt heut&rsquo; kein
+collegium</span>,&rdquo; zong Hans &rsquo;n troepje veeboeren toe, die
+hen verbaasd nastaarden, maar Wim raadde &rsquo;m aan niet zoo ver uit
+&rsquo;t portier te hangen, want dan zou hij wel &rsquo;s niet in de
+coup&eacute; terug kunnen: met veertien lui was &rsquo;t wel wat erg
+vol.</p>
+
+<p>&ldquo;Neerwinden, vent,&rdquo; bewonderde De Veer, Eduard aan alle
+kanten omdraaiend. &ldquo;Je ziet er uit, of je naar &rsquo;n diner toe
+moet.... &rsquo;n keurig pak, &rsquo;n mooie das, &rsquo;n hoed;...
+maar waar is de proviand bij jou? Want wij, proleetjes&mdash;en hij
+accentueerde z&rsquo;n titel door z&rsquo;n pet scheef te
+zetten&mdash;zijn natuurlijk wel gevleid, als er zoo&rsquo;n meneer mee
+gaat.... Maar we kunnen er niet van eten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Alles zit in m&rsquo;n city-bag&rdquo;, antwoordde Eduard,
+wat luid gelach veroorzaakte, waarbij allen zich geroepen voelden,
+h&uacute;n bagage te laten bewonderen. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb181" href="#pb181">181</a>]</span></p>
+
+<p>Lou ging rond met flikjes: &ldquo;Toe, nemen jullie vast; het
+hindert me zoo in m&rsquo;n zak.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Mooie methode;... zullen we nu ook maar meteen de brooden en
+den wijn en alles opmaken, omdat dat makkelijker meedragen
+is?&rdquo;</p>
+
+<p>Else fluisterde met Han, dat ze de rijste-pudding heelemaal zelf
+gemaakt had. &ldquo;Met &rsquo;n kookboek; dan is er niets aan; we
+konden echt d&aacute;delijk trouwen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Uitstappen, dames en heeren! Wie iets laat liggen in de
+coup&eacute;, wordt zonder pardon teruggestuurd, om het te gaan
+halen... Zeg Gootje, is jouw pakje zwaar? Wil ik &rsquo;t
+dragen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wel nee, G&eacute;; op &rsquo;n pic-nic hoort zoo&rsquo;n
+beleefdheid niet thuis. We moeten ieder ons eigen boeltje
+sleepen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Regelingscommissie, wijs den weg. We zullen overal
+volgen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;<span lang="fr">Allons enfants de la patrie!</span>&rdquo;
+juichte Hans, aan het hoofd van den stoet stappend, de roode zak
+triomfantelijk slingerende.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik heb idee, dat de heerlijkheden, die hij mee-heeft, straks
+&rsquo;t meeste op hutspot zullen lijken,&rdquo; peinsde Rolands, en
+Go, die eerst aldoor &rsquo;n beetje op &rsquo;n afstand van &rsquo;m
+was gebleven, kwam nu naast &rsquo;m, en hielp &rsquo;m moederlijk de
+taartendoos wat ophijschen. Eduard had haar weifeling gezien en
+begrepen, wat ze gedacht had; hij kwam nu bij haar loopen, om te
+vertellen, hoe z&rsquo;n juffrouw alle boodschappen vergeten of
+verkeerd gedaan had.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik was van ochtend eenvoudig radeloos; ik dacht niet, dat er
+kans was, dat ik mee komen zou.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Zou zoo jammer geweest zijn... Het is hier mooi,
+h&egrave;?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb182" href=
+"#pb182">182</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Lisser bosch is heerlijk; daar kampeeren we
+natuurlijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Proviand is er genoeg.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja maar, zoo&rsquo;n dag kun-je eten.&rdquo;</p>
+
+<p>Er werd halt gecommandeerd, omdat Lou met krijgertje spelen haar
+haar in de verzakking had gebracht. Frieda kwam dadelijk helpen,
+terwijl Beerenstijn, als hors d&rsquo;oeuvre, al vast met radijsjes en
+rauwe peentjes rondging.</p>
+
+<p>&ldquo;Je hebt je haarspelden verloren.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Haarspelden-zoeken! Haarspelden-zoeken!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ach, nee, laat je vlecht maar hangen! &rsquo;t Staat
+wezenlijk heel gewoon bij je <span class="corr" id="xd0e2872" title=
+"Bron: bakfisch-gezicht">backfisch-gezicht</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zooals jij &rsquo;t draagt, is &rsquo;t toch ook niet
+eigenlijk opgestoken,&rdquo; peinsde Gerard, die zich steeds had
+verbaasd over haar kinderlijke strik-coiffure.</p>
+
+<p>&ldquo;Zoo, je ziet er heusch niets van.&rdquo; Maar Lou liep toch
+dadelijk naar Han, voor wien ze, als ge&euml;ngageerde, &rsquo;t meeste
+respect had, om te vragen, of ze niet straks aan &rsquo;n dorp kwamen,
+waar ze haarspelden en &rsquo;n kammetje koopen kon...</p>
+
+<p>Lize en Hoefman waren doorgeloopen, &ldquo;alsof z&iacute;j den
+tocht regelen moesten,&rdquo; terwijl Coba juist weer niet voort te
+krijgen was, omdat ze aldoor bloemen wilde plukken.</p>
+
+<p>&ldquo;In &rsquo;t bosch is &rsquo;t vol bloeiende kamperfoelie...
+Kom nou,&rdquo; drong Gerard.</p>
+
+<p>&ldquo;Ch&egrave;vre feuille... caprifolio... de <i>m</i>... de <i>
+m</i>...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och, beste kind, hou je wijsheid voor je, en loop toch
+door... Ik kan hier toch niet &rsquo;n weerloos meisje alleen
+achterlaten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Het bosch, het bosch... nu kunnen we wel uit elkaar gaan,
+h&egrave; menschen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Als we tenminste een verzamelplaats afspreken tegen vier
+uur.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb183" href=
+"#pb183">183</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;<span lang="de">Der herr professor giebt heut&rsquo; kein
+collegium</span>,&rdquo; juichte Hans weer.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>&ldquo;Ben-je moe, Hans?&rdquo;</p>
+
+<p>Hij liep nu al &rsquo;n heele poos zwijgend voor de anderen uit,
+gebogen onder z&rsquo;n zak.</p>
+
+<p>&ldquo;Wil-je m&rsquo;n vracht verminderen? Wil-je &rsquo;n
+chinaasappel?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, graag; maar daarom vraag ik &rsquo;t niet. Je ziet er zoo
+afgetobd uit, als &rsquo;n werker van Meunier.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou ja, &rsquo;n beetje moe.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Geef mij dan je zak.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Welnee; &rsquo;t is niet zoo erg, dat ik &rsquo;t vervelend
+vind nog verder te moeten, maar net zooveel, dat ik straks zal
+genieten, als we zitten. &rsquo;t Is wel gezond je lichaam &rsquo;s moe
+te maken; dat gebeurt ons niet dikwijls.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; wat leven we altijd vreeselijk ver van de
+natuur.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&eacute;, kijk &rsquo;s; daar duiken Hoefman en Lize weer
+op; maar wat heeft-ie toch op z&rsquo;n rug? Is-tie nat geworden?
+&rsquo;t Pak is nou heelemaal zwart.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dichterlijke tranen kunnen daarheen toch niet
+loopen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, menschen, nee; kom nou toch &rsquo;s allemaal hier. Kijk
+toch &rsquo;s naar Louis! Zit er spek in, kerel? Nee, kijk toch
+&rsquo;s, &rsquo;t loopt langs z&rsquo;n pak! Beste jongen, wat heb je
+toch meegenomen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;n Groote ham, wat is er nou?&rdquo; Hij voelde zich
+wat gepiqueerd, vooral, omdat hij Lize ook zag lachen.</p>
+
+<p>&ldquo;En die is gesmolten in de zon.... nee, idioot; die wordt
+uitgebraden;..... al &rsquo;t vet wordt vloeibaar.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat moet er nou mee?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"pb184" href="#pb184">184</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Maar stilletjes er mee doorloopen, we zullen zien, wat er van
+wordt. Je pak is t&oacute;ch bedorven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hij heeft natuurlijk meer op Lize dan op de ham gelet,&rdquo;
+bromde Beerenstijn tegen Hans.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar Otto; met er naar te kijken, had hij toch &rsquo;t
+smelten niet kunnen voorkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet &rsquo;t niet. Als er meisjes zijn, gaat alles altijd
+dwaas en verkeerd. Kijk nou &rsquo;s, dat heeten nou collega&rsquo;s,
+studiegenooten. &rsquo;t Is immers hier als overal die alte
+geschichte.&rdquo;</p>
+
+<p>Han en Else liepen gearmd onder &rsquo;n grooten varentak; Lize en
+Hoefman stonden nog over de ham te delibereeren en Eduard plukte
+kamperfoelie en wilde roosjes voor Go, brak voorzichtig de dorentjes
+af, voordat hij, met &rsquo;n blik van teederheid, ze haar in de
+geopende handen legde.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja maar, tegen dit alles kun-je toch niets inbrengen, behalve
+als je bent voor uitsterving van het ras. &rsquo;t Is toch de
+natuurlijkste en beste zaak van de wereld, als jonge menschen van
+elkaar houden gaan en met elkaar trouwen...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Best; maar geen vrijerij onder den dekmantel van
+studie.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik gel&oacute;&oacute;f niet, dat iemand hier de studie als
+dekmantel gebruikt.... &rsquo;t Is alles vrij openlijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ach, zwijg er maar over. Niemand geeft me hierin toch gelijk.
+Ik ben tegen den tijdgeest.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat is altijd &rsquo;n dwaasheid.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, zeg,&rdquo; lachte Gerard, &ldquo;wat zou&euml;n onze
+grootvaders en grootmoeders wel zeggen, als ze ons zoo &rsquo;s konden
+zien.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik denk, dat ze &rsquo;t t&oacute;ch aardig zouden
+vinden,&rdquo; meende Coba, &ldquo;heeft er ook iemand zwart garen? De
+Veer heeft de mouw van z&rsquo;n jas gescheurd.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb185" href="#pb185">185</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Wat doe-je ook voor houthakker te spelen, Wim? O, wil-jij
+&rsquo;t even doen, Go?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik wilde een vuurtje stoken.... &rsquo;n
+boschvuurtje.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zoo, en dan &rsquo;n boschbrandje zeker?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg, weten jullie, dat wij laatst brand gehad hebben?&rdquo;
+zei Frieda, &ldquo;we brandden de bladluisjes van de planten af, en
+opeens vatte &rsquo;t gordijn vlam. Ik schrikte z&oacute;&oacute;, dat
+&rsquo;k naar de deur vloog, en toen laaide &rsquo;t natuurlijk
+vreeselijk, van de tocht, maar Mary Bruining&mdash;je weet wel:
+&rsquo;t meisje, met wie ik samenwoon,&mdash;trok &rsquo;t af, en
+gooide de karaf er over uit...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En toen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We waren geassureerd, en hebben &rsquo;t opgegeven. Er hangen
+nu keurige nieuwe.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ben-je voorzichtig, dat je me niet prikt?&rdquo; vroeg De
+Veer.</p>
+
+<p>&ldquo;Och, jongen; &rsquo;t is geen heksentoer.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kun-je toch ook naaien?&rdquo; bewonderde Eduard.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, natuurlijk. Dat kunnen wij, vrouwen, allemaal, om de
+inferioriteit van ons verstand wat goed te maken; is &rsquo;t niet,
+Beerenstijn?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik stel &rsquo;n vrouw, die goed naaien kan, hooger, dan
+&rsquo;n zoogenaamde geleerde.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar als ze nu allebei goed kan, zooals Go,&rdquo; drong
+Gerard.</p>
+
+<p>&ldquo;Dan zou ik zeggen: terwijl je m&rsquo;n goed heel houdt, mag
+je zooveel middelnederlandsche teksten opzeggen, als je wilt,
+m&aacute;&aacute;r: zachtjes.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg, gaan we nog wel eens verder? <span class="corr" id=
+"xd0e2987" title="Bron: of">Of</span> wilden jullie hier
+kampeeren?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, nee; waarachtig niet! Wie neemt de leiding?&rdquo;</p>
+
+<p>Lou was moe; ze hing met &rsquo;n bleek, stil <span class="pagenum">
+[<a id="pb186" href="#pb186">186</a>]</span>gezichtje aan
+Frieda&rsquo;s arm, die haar gedachten resoluut trachtte af te
+leiden.</p>
+
+<p>&ldquo;Willen we &rsquo;n baar van takken maken, Lou, en je zoo mee
+dragen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;n Volgenden keer nemen we &rsquo;n sportkar mee voor
+de invaliden.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar Han, die zich als praeses min of meer verantwoordelijk voelde,
+ging naar haar toe om te vragen, of ze liever niet verder wilde. Eduard
+werd gecommandeerd z&rsquo;n city-bag te openen, en haar &rsquo;n
+slokje wijn te geven uit den gemeenschappelijken beker.</p>
+
+<p>Toen, zonder getreuzel, stapten ze recht door naar de plaats, waar
+het maal gehouden zou worden.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Terwijl de meisjes het oude tafellaken, dat Coba van
+&ldquo;mevrouw&rdquo; gekregen had, uitspreidden, en gehakt,
+rookvleesch, sandwiches, pudding en flensjes&mdash;haar
+bijdragen&mdash;uitpakten, ontkurkten de jongens luidruchtig de
+flesschen, en hielden &rsquo;n inspectie over de ham, waarvan ze
+allemaal om de beurt met geveinsden griezel de handen aftrokken.</p>
+
+<p>&ldquo;Kom, wees nou niet zoo flauw,&rdquo; kwam Frieda
+tusschenbeide, die zag, dat Hoefman &rsquo;t geplaag wat vervelend ging
+vinden. &ldquo;Hij zal even goed smaken; wie &rsquo;m akelig vindt,
+hoeft &rsquo;m niet te eten. Geef maar &rsquo;n mes; dan zal ik
+&rsquo;m snijden.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, wie heeft voor de messen gezorgd?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En voor de vorken?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En voor de vingerkommetjes? Heb jij die misschien in je
+city-bag, Eddy?&rdquo;</p>
+
+<p>En toen het bleek, dat er niets was, behalve zakmessen; dat het
+heele tafelgerei bestond uit <span class="pagenum">[<a id="pb187" href=
+"#pb187">187</a>]</span>drie kroezen en &rsquo;n paar papieren bekers,
+danste Wim in het rond, in woeste extase, omdat ze gingen eten
+&ldquo;als de wilden&rdquo;; omdat &rsquo;t een pic-nic was, als ten
+tijde van Homerus.</p>
+
+<p>Gerard en Go hadden samen voor Lou &rsquo;n bedje van jassen en
+mantels gemaakt, waar ze &rsquo;n beetje stil moest blijven liggen, om
+straks, als &rsquo;t eten klaar was, weer heelemaal frisch te zijn, en
+Hans bracht &rsquo;r wat peentjes en ananas, om den eetlust op te
+wekken en &rsquo;r bezig te houden.</p>
+
+<p>Intusschen zwoegde Coba op de brooden met &rsquo;n bot mes, Rolands
+naast haar, om, als de boterham er bijna af was, &rsquo;m maar verder
+af te trekken, en op den stapel in &rsquo;t midden van de tafel te
+gooien. Frieda hakte edelmoedig &rsquo;n tijd lang aan de ham, tot ze
+eindelijk, haar glimmende vingers aan &rsquo;t gras afwrijvend,
+decreteerde, dat wie verder &rsquo;n stuk hebben wilde &rsquo;t maar
+zelf moest snijden. Er kwamen nog steeds verrassingen uit de sloopen en
+de tasch: gember, caramels, &rsquo;n blikje tong, geconfijte vruchten,
+bananen, &rsquo;n krentebrood; &rsquo;n pot jam, koek met sukade.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik zie wel, dat we straks nog weer beladen terug moeten
+ook,&rdquo; zuchtte Hans, &ldquo;ik geloof, dat ieder buitengewoon
+weinig vertrouwen had op de goedgeefschheid van z&rsquo;n
+buurman.&rdquo; En hij rolde zwaarmoedig z&rsquo;n dertig chinaasappels
+de tafel over, gevolgd door &rsquo;n blikje kreeft en &rsquo;n doos met
+pralines en fondant.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is goed, dat we &rsquo;n dokter, nee, laten we De
+Veer eens hoog aanslaan: twee dokters bij ons hebben; ik geloof niet,
+dat de spijzen erg harmonieeren,&rdquo; oordeelde Gerard.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik practiseer vandaag niet,&rdquo; hijgde Wim, die met
+z&rsquo;n tasch, &rsquo;n boomstam en &rsquo;n jas &rsquo;n <span
+class="pagenum">[<a id="pb188" href="#pb188">188</a>]</span>makkelijke
+zitplaats voor Go trachtte te maken.</p>
+
+<p>&ldquo;Zoo; daar is Lou met &rsquo;n rood puntje aan haar neus....
+Alles in orde? Ik commandeer: val aan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Boterhammen genoeg, maar hoe krijg-je met je veertienen de
+boter uit &eacute;&eacute;ne boterpot?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik begin met de sandwiches; die zijn kant en
+klaar.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&eacute;, dat smaakt; hebben jullie allemaal ook zoo&rsquo;n
+honger?&rdquo;</p>
+
+<p>Gerard sneed voor Go &rsquo;t gehakt, reikte haar op de punt van
+z&rsquo;n mes &rsquo;n homp over.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik denk niet, dat ons gesprek levendig of interessant zal
+worden, v&oacute;&oacute;r we de tiende boterham achter de kiezen
+hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dit zwijgen is zeer veelzeggend,&rdquo; verzekerde Hoefman,
+&ldquo;boter!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Smeer je boterham met &rsquo;t vet van je jasje.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wie wil kreeft hebben?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hoe krijg-je die binnen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Je gebruikt &rsquo;n boterham als bordje, en hapt &rsquo;m
+z&oacute;&oacute; er af.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave;; ik kom &rsquo;n beetje bij.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Gaan we de taarten snijden?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou, die van Rolands is leelijk verzakt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Snij &rsquo;m met bodem en al; dan hebben we tenminste wat
+vastigheid.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En nou?&rdquo; vroeg Go onzeker aan Eduard.</p>
+
+<p>Hij haalde de schouders op. &ldquo;Nu moeten we zien &rsquo;m naar
+onzen mond te krijgen, maar hoe?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nu kun-je toch &rsquo;s zien, hoe verworden we zijn. We zijn
+zoo aan vork en lepel gewend, dat we niet eens meer zonder kunnen eten.
+Hoe deden de ouden &rsquo;t nou?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik denk niet, dat die verzakte taarten met room en confituren
+aten.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb189" href=
+"#pb189">189</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;De algemeene invoering van de vork is nog niet eens zoo heel
+lang geleden,&rdquo; leeraarde Gerard; maar Coba juichte: &ldquo;Ik
+weet &rsquo;t. Je schuift je taart &rsquo;n beetje, &rsquo;n heel klein
+beetje, want anders breekt-ie, over den rand van het karton en... bijt
+dan af.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Keurig... alleen wil m&rsquo;n neus er zich niet buiten
+houden.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is &rsquo;n fijne manier; kom kinder, fruit...
+dessert... Of wil er eerst iemand nog &rsquo;n hompje ham
+hebben?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kijk &rsquo;s; ik heb &rsquo;n chinaasappel zonder
+pitten,&rdquo; verbaasde Lou zich, &ldquo;heelemaal geen
+een.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Weet je niet, dat tegenwoordig &rsquo;t streven is van de
+landbouwers alle vruchten zonder pitten te maken?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En hoe moet &rsquo;t dan met &rsquo;t nageslacht? Krijgen die
+geen appels en peren meer?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och; de algemeene pessimistische geest heeft zich ook van
+&ldquo;den nijveren landman&rdquo; meester gemaakt. Ze gelooven niet,
+dat over &rsquo;n vijftig jaar iemand den treurigen moed zal hebben
+&rsquo;t leven, dat hij zelf zoo beroerd vindt, aan anderen te
+geven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zou er dan niemand meer trouwen?&rdquo; vroeg Lou kinderlijk;
+maar Coba begon te vertellen van de stelling op de club laatst, over
+&ldquo;opzegbaar huwelijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Waar zulke kinderen &rsquo;t al niet over hebben!&rdquo;
+plaagde Gerard. &ldquo;Wat zeiden jullie er over?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nu, de inleidster was er v&oacute;&oacute;r, maar een
+heeleboel waren er tegen; en &rsquo;t is afgestemd.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Helpt ook niets er over te praten,&rdquo; zei
+Beerenstijn kort. &ldquo;Het huwelijk is &rsquo;n beroerde
+instelling;... maar zoolang de maatschappij blijft, zooals ze is, zie
+ik geen kans op verbetering.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"pb190" href="#pb190">190</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Maar ik vind &rsquo;t huwelijk geen &ldquo;beroerde
+instelling,&rdquo; pleitte Go. &ldquo;Ik vind, dat &rsquo;t veel
+bindender moest zijn, opdat niemand &rsquo;t aanging, als hij niet
+wezenlijk van den ander hield.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat is nu &ldquo;wezenlijk houden van&rdquo;; definieer me nu
+&rsquo;s, wat je daaronder verstaat.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat is niet te definieeren; maar als je &rsquo;t doet, dan
+twijfel-je niet meer; dan is &rsquo;t ontzaglijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&rsquo;t Gesprek stokte even; Go had &rsquo;t h&eacute;ftig
+gezegd.</p>
+
+<p>Maar Lou praatte zachtjes: &ldquo;Ach, we kunnen er natuurlijk
+eigenlijk zoo slecht over oordeelen, omdat we geen van allen ooit
+getrouwd zijn geweest.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, over tien jaar zullen we &rsquo;t er nog wel&rsquo;s
+over hebben, h&egrave; Lou?&rdquo; lachte De Veer, en de spanning was
+gebroken.</p>
+
+<p>Eddy pelde de hazelnoten voor Go; ze dronken met Hans samen uit het
+tinnen kroesje. Die zat nu al geruimen tijd zwijgend, de armen om de
+knie&euml;n, het bleeke hoofd gebogen.</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg Hans, wat ga-jij eigenlijk doen, als je afgestudeerd
+bent?&rdquo; vroeg Go, om &rsquo;m wakker te roepen uit z&rsquo;n
+treurend gedroom.</p>
+
+<p>&ldquo;Dat weet ik niet,&rdquo; antwoordde hij, met z&rsquo;n handen
+langs z&rsquo;n voorhoofd strijkend, als om zich te bezinnen. &ldquo;Ik
+weet niet, wat ik doen ga, als ik afgestudeerd ben,... maar dat komt
+natuurlijk, omdat ik nog niet klaar ben;... als &rsquo;t eenmaal zoo
+ver is, dan weet ik &rsquo;t wel vanzelf&mdash;&rsquo;t is ook
+eigenlijk <span lang="fr">l&rsquo;embarras du choix</span>;&mdash;wat
+kun je al niet allemaal doen, als je eenmaal doctor in de klassieke
+letteren bent?... Je kunt de honderd-en-elfde vertaling van Homerus in
+de wereld brengen; je kunt je den eeuwigen dank van &rsquo;t nageslacht
+verwerven, door &rsquo;n klein, dun, slap, <span class="pagenum">[<a
+id="pb191" href="#pb191">191</a>]</span>Hollandsch uitgaafje van
+Demosthenes of Cicero te bezorgen, zoodat de jeugd geen gevaar meer
+heeft door &rsquo;n Germanisme in den val te loopen;... in dien
+tusschentijd kun-je met vijftig medestanders solliciteeren naar
+&rsquo;n baantje... of je kunt natuurlijk ook naar Lapland of naar
+Amerika gaan;... al heb-je nou toevallig Grieksch en Latijn gestudeerd,
+je kunt ook pakjes-drager of kellner, of bankdirecteur, of mijnwerker
+worden. God, ik weet niet, wat kun-je nou vooruit zeggen van je leven?
+De wereld is zoo reusachtig, en zoo gecompliceerd;... ik zal maar
+afwachten;&mdash;er zal natuurlijk wel ergens iets voor me te doen
+vallen.&rdquo;</p>
+
+<p>Er flitste weer even dat vreemde, onrustige licht door z&rsquo;n
+oogen, dat Go al meer keeren opgevallen was.</p>
+
+<p>&ldquo;Wat doe-je raar met je oogen Hans!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Staat &ldquo;raar&rdquo; eufemistisch voor
+&ldquo;scheel&rdquo;? Ik ben &rsquo;s &rsquo;n poos scheel geweest,
+v&oacute;&oacute;r m&rsquo;n candidaats-examen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, als-tie dan iemand aan wilde kijken, moest-ie met
+z&rsquo;n rug naar &rsquo;m toe gaan staan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, zeg, weten jullie die grap van dien schelen rechter met
+de drie getuigen? Die vroeg aan den eersten: &ldquo;Uw naam?&rdquo;
+<span class="corr" id="xd0e3127" title="Bron: antwoordt">
+Antwoordt</span> de tweede: &ldquo;Meyer<span class="corr" id=
+"xd0e3130" title="Bron: ,">.</span>&rdquo; Zegt-ie tegen den tweeden:
+&ldquo;Ik vraag u niets.&rdquo; Antwoordt de derde: &ldquo;Ik zeg
+niets.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En weet je dien mop van den vent, die z&rsquo;n alibi niet
+kon bewijzen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En van &rsquo;t jongetje, dat niet spreken mocht aan
+tafel?&rdquo;</p>
+
+<p>Met bliksemsnelheid volgden grappen en anecdotische raadsels elkaar
+op; eerst bleven ze in &rsquo;t algemeene, daarna werden &rsquo;t
+speciaal proffen- <span class="pagenum">[<a id="pb192" href=
+"#pb192">192</a>]</span>en studenten-aardigheden, streken uit den
+groentijd; tradities van professoren, die al lang gestorven waren.</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg, zou&euml;n we ook &rsquo;s opbreken? Er is geen ziel,
+die meer eet.&rdquo;</p>
+
+<p>Han keek op z&rsquo;n horloge, berekende, dat &rsquo;t tijd werd, om
+naar &rsquo;t h&ocirc;tel te gaan, waar ze thee zouden drinken op het
+groote balkon.</p>
+
+<p>&ldquo;Nu eerst veilen, wat nog over is.... in de eerste plaats: de
+ham!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We zijn niet ondankbaar,&rdquo; zeide Frieda, &ldquo;maar
+&rsquo;t is zoo&rsquo;n vreeselijke vracht;... er is &rsquo;n eind
+links &rsquo;n huisje, wie gaat mee &rsquo;m daar heen
+brengen?&rdquo;</p>
+
+<p>Rolands, Frieda, De Veer en Lou namen ieder &rsquo;n punt van
+&rsquo;t zware papier, waarop hij lag, droegen plechtig &rsquo;m uit,
+in den guldenden avond.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Overgeschoten lekkers in Eddy&rsquo;s tasch; dat is
+goed voor onder weg.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wie maakt aanspraak op het blik, waar Else&rsquo;s
+rijstepudding in heeft gezeten?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik,&rdquo; riep Gerard, &ldquo;als souvenir. En voorloopig
+als botaniseertrommel.&rdquo; En hij schikte er voorzichtig Go&rsquo;s
+bloemen in.</p>
+
+<p>&ldquo;Zullen we de rest nu maar niet allemaal in het tafelkleed
+knoopen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En dan begraven! Hoe maak-je &rsquo;n kuil?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Met je voeten en je handen, en boomstronken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nu; allons.... zoo&rsquo;n inspanning is goed voor de
+spijsvertering.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En we planten &rsquo;n gedenk-eik op het graf....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En hangen de overgebleven chinaasappelen aan de
+takken,&rdquo; juichte De Veer, die Hans&rsquo; geruit sloop als
+&rsquo;n schippersdas om z&rsquo;n hals had geknoopt.</p>
+
+<p>&ldquo;Treuzel nu niet te lang,&rdquo; dreef Han, &ldquo;&rsquo;t
+wordt <span class="pagenum">[<a id="pb193" href=
+"#pb193">193</a>]</span>hier te vochtig voor de meisjes; kom Lize, doe
+jij ook je mantel aan, en gaan jullie wat krijgertje spelen, tot het
+graf klaar is.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;De begrafenis begint; wie willen dragen?&rdquo; schreeuwde
+Gerard.</p>
+
+<p>Go en Frieda liepen voor, de punten van het tafellaken over den
+schouder, stil, met gebogen hoofd; achteraan Eddy en Wim, blootshoofds
+met ernstige oogen; en Hans dreunde tusschen de tanden de treurmarsch
+van Chopin. Voorzichtig werd &rsquo;t laken in den kuil neergelaten; de
+punten over elkaar gelegd; &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n
+wierpen ze &rsquo;n hand aarde naar beneden, tot De Veer opeens woest
+te schoppen begon, wat dadelijk onder groote luidruchtigheid door de
+anderen werd nagedaan.</p>
+
+<p>&ldquo;Zie zoo; deze ceremonie is afgeloopen; nu op marsch naar
+&rsquo;t h&ocirc;tel! En wie &rsquo;n haarspeldenwinkel ziet, moet Lou
+waarschuwen; kom Else!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Lijkt &rsquo;n brautzug,&rdquo; lachte Eddy, terwijl
+hij met Go achter den praeses met z&rsquo;n meisje aanstapte.</p>
+
+<p>&ldquo;Waarom hou&euml;n we niet elke week &rsquo;n picnic.&rdquo;
+juichte De Veer. &ldquo;Er is op de heele wereld niets heerlijkers te
+bedenken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ach, ventje, dat is alleen, omdat &rsquo;t zoo iets nieuws
+voor je is! Dat is de heele charme. &rsquo;n Mensch is niets dan
+&rsquo;n gewoonte-dier. Of &rsquo;m nu &rsquo;t grootste ongeluk, of
+&rsquo;t hevigst-begeerde geluk overkomt, hij zal wel &rsquo;n poosje
+uit z&rsquo;n sleur worden gerukt, en intenser leven; maar al gauw
+wordt hij, zooals hij v&oacute;&oacute;r de groote gebeurtenis was; dat
+wil zeggen: hij zal zich nog wel &rsquo;s geroepen voelen &rsquo;n
+verheugd of &rsquo;n lijdend gezicht te trekken, maar in z&rsquo;n
+binnenste gaat &rsquo;t weer z&rsquo;n gewone gang.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194">194</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Dus je gelooft niet aan den dood door geluk of
+verdriet?&rdquo; informeerde Beerenstijn, medisch.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Eerste oogenblik door den schrik is mogelijk. Maar
+als iemand het &rsquo;n week heeft uitgehouden, komt-ie er ook over
+heen.... over z&rsquo;n geluk zeker.&rdquo;</p>
+
+<p>Het laatste klonk heel bitter en Hans peinsde voor zich uit:</p>
+
+<p>&ldquo;Volgens deze theorie is hij het meest benijdenswaard, die
+onder de ongunstigste omstandigheden leeft. Die kan zich dan
+verbeelden, dat, als alles maar zus en zoo was, hij de gelukzaligste
+man van de wereld zou zijn&mdash;en hij komt nooit tot de ontdekking,
+dat het z&rsquo;n eigen, onvolkomen structuur is, die &rsquo;m
+ongeschikt maakt op de hooglanden van het geluk te leven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Is er dan niets wezenlijk mooi voor jou, Eddy, iets, dat
+altijd mooi blijft?&rdquo; vroeg Go zacht.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; dat is er niet.... Ik moet altijd afwisseling
+hebben!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar wat zul-je dan bang zijn voor oud worden!&rdquo;</p>
+
+<p>Hij haalde de schouders op. &ldquo;Wie is daar nu niet bang
+voor?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik niet. Ik vind &rsquo;t natuurlijk. En ik geloof ook, dat
+er dingen zijn, die meer waarde voor je krijgen, naarmate je zelf beter
+wordt. En daarvoor moet je lang leven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Komt wel allemaal hi&eacute;r op neer,&rdquo;
+zuchtte Eduard, &ldquo;dat ik zelf niets dan aantrekkelijkheden
+voor-&rsquo;n-oogenblik heb; geen fond, dat altijd waarde
+houdt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, wijze man; meen je jezelf te kennen?&rdquo; plaagde Go. En
+met &rsquo;n heerlijk-vertrouwend lachje staarde ze over &rsquo;t
+lichte land, of ze in de toekomst zag. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb195" href="#pb195">195</a>]</span></p>
+
+<hr class="tb">
+<p>&ldquo;Laat mij nu voor &rsquo;t laatst theeschenken,&rdquo; had
+Else gevraagd, en terwijl ze bezig was met de trekpot en &rsquo;t
+water, zaten ze allemaal stil naar haar te kijken, en te denken, dat ze
+haar waarschijnlijk nooit meer in hun midden zouden zien.</p>
+
+<p>De dichte kruinen van de boomen om hen heen maakten het balkon al
+schemerig, maar de hemel er boven was nog zilverig-wit, met ijle
+wolkveegjes aan de kanten. Ze hadden voor Lou &rsquo;n makkelijk
+stoeltje gevraagd, en die zat daar nu stilletjes te genieten, de vlecht
+om haar hoofd gelegd op Gretchenmanier.</p>
+
+<p>Lize leunde, de oogen verre, over den balkonrand, terwijl Hoefman
+zachtjes tegen haar sprak.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik wist het eigenlijk van &rsquo;t eerste oogenblik, dat ik
+je zag. Ik voelde &rsquo;t dadelijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar ik begrijp &rsquo;t niet. Ik ben toch
+leelijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Voor mij niet. Ik zie door de vormen van je gezicht
+heen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Het is zoo vreemd, zoo nieuw. Ik had nog nooit aan zoo iets
+gedacht....&rdquo;</p>
+
+<p>Else ging rond. &ldquo;Ik hoop, dat ik goed aan al jullie speciale
+smaken heb gedacht.... Rolands slap en Gerard veel melk, en Frieda geen
+suiker.... Zoo. Waar blijft Neerwinden toch met z&rsquo;n city-bag? Wil
+hij zelf &rsquo;t lekkers opeten?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave;, menschen,&rdquo; zuchtte Coba diep. &ldquo;Hier
+moesten we nu tot morgenochtend kunnen blijven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik denk, dat Lou in dien tusschentijd &rsquo;n lekker dutje
+doen zou,&rdquo; plaagde Gerard. &ldquo;Kom, laten we wat zingen, om de
+kleine kinderen wakker te houden.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, wat? wat?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb196"
+href="#pb196">196</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Uit de Liederschatz natuurlijk.&rdquo; En Eduard zette in met
+z&rsquo;n klankrijke baryton: &ldquo;<span lang="de">Morgen musz ich
+fort von hier, musz ich Abschied nehmen.</span>&rdquo;</p>
+
+<p>Dadelijk vielen de anderen in; de zuivere, jonge stemmen, zingend de
+simpele, oude melodie&euml;n vol sentimentaliteit en na&iuml;ven
+weemoed, klonken roerend door de onbewogen-stille dorpslucht, en Go,
+die opeens niet meer doorzingen kon, keek met vochtige oogen naar de
+levendige gezichten, die, verdiept in het lied, &eacute;ven-aangedaan,
+in het licht stonden. En ze voelde: hoe &eacute;&eacute;n ze op dat
+oogenblik allemaal waren; hoe harmonieus hun stemmen klonken uit de
+harmonie van hun jeugdig-bewogen zielen. Hielden ze op dat oogenblik
+niet allen van elkaar als broers en zusters van &rsquo;n groote
+familie? Waren hun gedachten niet mooi en zacht en open, als de avond,
+als het kinderlijke lied, waarin ze hun ziel uitzongen?</p>
+
+<p>Ze dacht niet in &rsquo;t bizonder aan Eduard; ze voelde haar hart
+wijd worden in liefde voor &agrave;l die jongens en meisjes om zich
+heen, en toen &rsquo;t uit was, zei ze zacht uit den grond van haar
+hart: &ldquo;H&egrave;, we moesten ons heele leven bij elkaar kunnen
+blijven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou, maar zou dat niet kunnen?&rdquo; riep Gerard levendig.
+&ldquo;Zouden we ons niet voor &rsquo;t een of ander kunnen
+associeeren, wij allemaal gestudeerde, knappe lui.... &rsquo;n
+kostschool b.v.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We zouden, om met mezelf te beginnen &rsquo;n classicus
+hebben,&rdquo; peinsde Hans, &ldquo;&rsquo;n natuurkundige,
+&eacute;&eacute;n, twee, drie, vijf, zes doctors in de Nederlandsche
+letteren;.... dat is wel wat overdadig.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, ik zorg voor &rsquo;t huishouden,&rdquo; regelde Go.</p>
+
+<p>&ldquo;Misschien ben-jij dan de eenige, die wat te <span class=
+"pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197">197</a>]</span>doen heeft;...
+twee medici... twee meesters in de rechten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Die kunnen ook van veel nut zijn, om de kibbelpartijen van de
+leegloopers te beslechten.... Een leerling zouden jullie natuurlijk
+nooit krijgen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, maar dan zijn jullie getrouwd,&rdquo; bedacht Gerard
+opeens, Else teleurgesteld aanziende.</p>
+
+<p>&ldquo;Nu, maar d&aacute;t geeft toch niets. Han en ik zullen altijd
+met alles meedoen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;n Tijdschrift,&rdquo; bedacht Hoefman, &ldquo;voor
+wetenschap en kunst.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En daarin al jouw verzen als kunst,&rdquo; plaagde Wim,
+&ldquo;we hebben je in de gaten<a id="xd0e3264"></a> hoor<span class=
+"corr" id="xd0e3266" title="Niet in bron">,</span> mannetje.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou maar &rsquo;t is waar,&rdquo; vond Frieda, &ldquo;dat
+&rsquo;n tijdschrift verstandiger dan &rsquo;n kostschool zou zijn. We
+zouden ieder artikelen over ons vak kunnen schrijven; medische,
+etymologische, rechts-kwesties; Hoefman voor &rsquo;t
+kunstgedeelte,&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En jij voor de rubriek: kinderkamer,&rdquo; zei Han zacht
+tegen Else, en streek even ongemerkt over haar haar.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;t beste, verreweg &rsquo;t beste zou zijn, als we
+&rsquo;n vari&eacute;t&eacute; vormden,&rdquo; pleitte Wim met
+toewijding. &ldquo;We hebben lui met aardige stemmen; ik kan &rsquo;n
+wandelstok op m&rsquo;n neus laten balanceeren en met eieren ballen...
+Gerard loopt op z&rsquo;n handen; de meisjes kunnen wel &rsquo;s iets
+als &rsquo;n ballet geven, Hoefman kan
+declameeren&mdash;Rolands&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;n Slangenmensch,&rdquo; sloeg het lenige zwartje
+voor.</p>
+
+<p>&ldquo;En in &rsquo;n kermiswagen, Wim?&rdquo; vroeg Coba.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, of met den trein en in h&ocirc;tels, al naar &rsquo;t ons
+lukt. En op de affiches. &ldquo;Dispuut Laborando vincimus&rdquo; uit
+Leiden.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kinderen, maar zoover zijn we nu nog niet. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198">198</a>]</span>We moeten
+voorloopig allemaal nog terug naar onze ouderlijke woning,... nu is het
+tijd voor den trein.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave; Han, is er geen latere?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja zeker; we zitten hier in &rsquo;t middelpunt van
+spoorwegen. Er gaan hier, geloof ik, drie treinen op &rsquo;n heelen
+dag.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Rosenstock, holder bl&uuml;th&rsquo;,&rdquo; stemde Hans nog
+&rsquo;s in, maar niemand volgde. Ze liepen stil langs den schemerigen
+weg, en treurden al om &rsquo;t afscheid, terwijl ze nog samen
+waren.</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is zoo vreemd,&rdquo; zei Go zacht tegen Eduard,
+&ldquo;dat ik nu vanavond weer thuis zal zijn, en dan maar
+&eacute;&eacute;n dag weg geweest. Dat morgen weer alles als gewoon
+gaan zal, &eacute;&eacute;n dag van de lange, lange
+vacantie!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och, waarom vreemd?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Het was zoo heerlijk. En &rsquo;t lijkt zoo lang geweest.
+&rsquo;t Is zoo wonderlijk nu z&oacute;&oacute; uit elkaar te
+gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och kind, als je al vaak dat zacht-verteederde gevoel aan
+&rsquo;t eind van &rsquo;n partijtje hebt meegemaakt, dan is &rsquo;t
+eigenlijk niet zoo wonderlijk meer.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij zag, dat z&rsquo;n woorden haar hinderden, plukte droomerig
+&rsquo;n paar bloemen af. &ldquo;Vin-je ook verwonderlijk, dat die
+morgen verwelkt zijn?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, alleen maar treurig,&rdquo; antwoordde ze.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Aan &rsquo;t station in Leiden was druk gejacht om Go en Else en Han
+en Lou in den klaar-staanden trein naar Den Haag-Rotterdam te stoppen;
+Gerard wierp in der haast de wilde roosjes uit z&rsquo;n blikje door
+&rsquo;t raam in den coup&eacute;, nog pratend:</p>
+
+<p>&ldquo;Als &rsquo;k in Rotterdam kom, kom &rsquo;k je mama &rsquo;n
+bezoek brengen.&rdquo; Eddy riep tegen Han, zag <span class="pagenum">
+[<a id="pb199" href="#pb199">199</a>]</span>Go&rsquo;s oogen niet. Maar
+toen de trein zich in beweging zette, begon Hans met volle stem:</p>
+
+<div class="poem" lang="fr">
+<p class="line">Si l&rsquo;on est si bien ensemble,</p>
+
+<p class="line">On ne devrait jamais se quitter.</p>
+</div>
+
+<p>Het heele koor viel in; de vertrekkenden wuifden. De witte doekjes
+flapperden in de donkere lucht, totdat Go opeens &rsquo;t hare
+terugtrok, ongeduldig haar tranen afveegde, die stroomden over haar
+gezicht.</p>
+
+<p>&ldquo;Z&oacute;&oacute;&rsquo;n dag komt nooit terug,&rdquo; zei ze
+zacht tegen Lou, &ldquo;z&oacute;&oacute; zullen we nooit meer allemaal
+samen zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>De trein donderde rommelend door het donkere land, weg van de stad
+van vreugde. <span class="pagenum">[<a id="pb200" href=
+"#pb200">200</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e3323" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk <span class="corr" id="xd0e3326" title=
+"Bron: II">XVI</span>.</h2>
+
+<p>Het was een triestige kamer, ook niet erg groot. Ze keek op een
+kaaswinkel, waar alle soorten van dit artikel tot boven aan de ruiten
+opgestapeld waren, en er naast was &rsquo;n bakker; de bakkersjongens
+zaten in hun schaftuur bij haar binnen te gluren, en wierpen kushandjes
+naar de ramen.</p>
+
+<p>De geuren van de kaas vermengden zich met de goed-lucht van het
+stoffen-magazijn beneden haar; er was altijd gerij en gefiets door de
+smalle straat, en &rsquo;s avonds l&aacute;&aacute;t nog joelde het
+ruwe gelach naar boven van flaneerende fabrieksmeiden.</p>
+
+<p>Ze dacht wel &rsquo;s, dat ze niet erg gelukkig geweest was met haar
+keuze, al had ze Moeder nog zoo vast verzekerd, dat ze nu toch oud
+genoeg was en genoeg in Leiden bekend, om z&eacute;lf voor haar kamer
+te zorgen. Afgeschrikt door haar eerste ondervindingen, toen ze in
+studentenhuizen was gekomen, of bij juffrouwen, die &ldquo;geen dames
+namen,&rdquo; had ze maar dadelijk toegehapt, toen deze juffrouw
+&ldquo;er maar &eacute;&eacute;n hebben kon, en heer of dame was
+gelijk.&rdquo; Maar nu ze er zat,&mdash;&rsquo;t viel niet mee;
+&rsquo;t huishouden slonzig,&mdash;de juffrouw.... <span class=
+"pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201">201</a>]</span>ze wist niet,
+&rsquo;t zou ook wel komen, omdat ze dat alleen-zijn zoo akelig vond,
+maar ze k&oacute;n zich hier nog maar niet thuis voelen. Het was zoo
+triestig &rsquo;s morgens wakker te worden van het lijzig-uitgehaald
+gezang van de oudste dochter, en dan te weten, dat de voorkamer leeg en
+ongezellig zou zijn, met &rsquo;t muffe luchtje, zonder zon.</p>
+
+<p>Het deed haar &rsquo;s middags treuzelen weer naar huis te gaan,
+omdat ze &rsquo;t binnenkomen van die kamer, waar n&aacute; haar
+niemand meer was geweest, zoo ellendig vond; en &rsquo;s avonds kon ze
+vaak niet werken van het luisteren naar de stilte van het huis.</p>
+
+<p>Ze miste Else zoo en haar opgewekte gelijkmatigheid. Nu ging ze wel
+dikwijls bij Lize koffiedrinken,&mdash;een ei en &rsquo;n paar appels
+in de mouw van haar mantel, haar broodje onder den arm,&mdash;maar die
+was toch zoo heel anders, al had &rsquo;t engagement met Hoefman haar
+zachter en rustiger gemaakt. Ze kwam ook &rsquo;s avonds wel bij andere
+meisjes theedrinken, nu meer opgenomen in hun midden, maar vaak had ze
+ook d&aacute;&aacute;rin geen lust, omdat het haar toch niet
+bevredigde; ze wist altijd vooruit, hoe het zou gaan: de hartelijke
+ontvangst: &ldquo;wat leuk, dat je komt, ik ben juist zoo alleen; gauw
+theezetten,&rdquo;&mdash;dan getob met water en &rsquo;n spiritusstel,
+zoeken naar lucifers, veel onrust, en geen oogenblik van rustige,
+breede gezelligheid, zooals aan de theetafel thuis, waar ieder bezoeker
+d&aacute;delijk in den kring werd opgenomen. Nu ze weer de lange
+vacantie in haar familie was geweest en zich weer heelemaal had
+ingeleefd in hun vredige leven, wist ze het weer, dat al hun gehuishoud
+maar surrogaat was, dat ze allen gelijkelijk misten: het thuis, de
+familie, de moeder. <span class="pagenum">[<a id="pb202" href=
+"#pb202">202</a>]</span></p>
+
+<p>En dof, verveeld, werkte ze van Maandag tot Vrijdag boven &rsquo;t
+gejoel van de straat, pas oplevend, wanneer ze met haar taschje naar
+&rsquo;t station ging, naar huis.</p>
+
+<p>&ldquo;Laborando Vincimus&rdquo; begon z&rsquo;n vergaderingen pas
+weer n&aacute; de inauguratie van de nieuwe corpsleden, en de groentijd
+was nog in vollen gang: schuchtere, kaalkoppige jongens slopen, langs
+de huizen gedrukt, over de straat, en soms ook kwam ze &rsquo;n heele
+kudde tegen, opgedreven door &rsquo;n paar studenten met wandelstokken,
+die ze leerden hard-loopen, of marcheeren.</p>
+
+<p>Gerard had ze een paar maal gesproken, meer gewoon en
+vertrouwelijker dan vroeger, omdat hij nu ook thuis was geweest, lang
+met moeder had zitten praten en gestoeid met de kleintjes. Hij klaagde
+over Hans, die tegenwoordig zoo ongenietbaar was, nergens meer kwam, en
+als je h&egrave;m ging opzoeken, je binnen &rsquo;n kwartier weer
+buiten de deur had gezet, omdat hij n&eacute;t zoo goed &iacute;n
+z&rsquo;n werk was.</p>
+
+<p>&ldquo;Komen jij en Lou en Coba dan tenminste &rsquo;s bij me
+koffiedrinken, met Han en nog een paar.&mdash;Komen jullie drie
+October: dan is er muziek op de Korenbeurs, en dat is toch wel vroolijk
+en gemoedelijk.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze had &rsquo;t aangenomen, en toen voor &rsquo;t eerst na de
+vacantie Eduard weer gesproken. Ze had &rsquo;m wel al eens gezien:
+&rsquo;t was geweest bij de inauguratie-rede van &rsquo;n professor van
+de juridische faculteit, toen hij als faculteits-praeses achter den
+senaat was binnen gekomen, en ze, ondanks de statigheid van de pedels
+met de zilveren bellen, de professoren in toga en de oude curatoren,
+die in de eikenhouten banken hadden gezeten als deftige patrici&euml;rs
+uit <span class="pagenum">[<a id="pb203" href=
+"#pb203">203</a>]</span>de zeventiende eeuw, niets z&oacute;&oacute;
+imponeerend had gevonden als zijn slanke figuur in den sluitenden rok,
+z&rsquo;n fier gedragen hoofd met de dof-glanzende haarpracht, en het
+sterk-vaste kijken van z&rsquo;n donkere oogen.</p>
+
+<p>Nu kwam hij Gerard&rsquo;s kamer binnen, samen met De Veer, die in
+uitgelaten joligheid ronddanste op &rsquo;t kopergeschetter, dat van
+beneden opklonk. Ze trachtten Gerard over te halen om &rsquo;s avonds
+mee te gaan naar de kermis op Zomerzorg, maar terwijl Eduard er kalm
+over praatte, riep Wim de meisjes bij &rsquo;t raam, weer
+schaterlachend om &rsquo;n vuurrooden kerel, die het vaandel van
+&rsquo;n aanrukkende muziek-bende torste.</p>
+
+<p>&ldquo;Kijk, nou gaan die &oacute;&oacute;k spelen, tegen elkaar in!
+Toe dan jongens, mooi zoo, blaas <span class="corr" id="xd0e3358"
+title="Bron: der">d&rsquo;r</span> maar op los! Wie &rsquo;t maar
+&rsquo;t hardste kan! Kunstmin tegen Apollo! of hoe ze heeten
+mogen!&rdquo;</p>
+
+<p>En z&rsquo;n heele lijf was in beweging van dol plezier om die
+lollige lui, die zoo parmantig achter hun groote koperen, in de zon
+schitterende hoorns liepen, en tegen elkaar op bliezen met bollende
+wangen.</p>
+
+<p>&ldquo;Kunnen wij niet mee naar de kermis?&rdquo; vroeg Go, ineens
+in feeststemming.</p>
+
+<p>Gerard schudde lachend &rsquo;t hoofd. &ldquo;Ik denk eer, dat de
+dochters van je juffrouw er naar toe zullen gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar jij komt toch,&rdquo; drong Wim, &ldquo;Rolands gaat
+ook, dan zijn we met z&rsquo;n vieren.&rdquo;</p>
+
+<p>Eduard zag Go even kijken, met vragen, met angst; ze begreep niet,
+waarmee ze zich zouden vermaken, in &rsquo;n tuin met &rsquo;n paar
+kramen en.... de dochters van hun hospita&rsquo;s. Maar Wim vertelde
+van de draaimolen, en &ldquo;waarachtig kerel, je moet <span class=
+"pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204">204</a>]</span>mee, er is
+&rsquo;n schiettent ook, en je kunt met halters werken.&rdquo; Dit
+stelde haar weer gerust, al vond ze het niet prettig, dat Rolands er
+bij zou zijn; en &rsquo;t koffiedrinken met haring en wittebrood,
+d&egrave; tractatie van de juffrouw, verliep vroolijk en ongeregeld,
+omdat telkens een muziekkorps voorbijtrekken kwam, en allen dan
+jubelend naar de ramen vlogen.</p>
+
+<p>Maar toen &rsquo;s avonds het brallende gezang uit de smalle straat
+opsteeg, dat in woestheid en gillen aangroeide, naarmate &rsquo;t later
+werd, had Go, alleen in de kleine kamer, toch bezorgd het hoofd tegen
+&rsquo;t venster geleund, en starend in de duisternis met wijde oogen,
+vol onrust aan de jongens, aan Eddy gedacht.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Ze zat weer alleen te werken, in onvrede met zichzelf, met donkere
+voorgevoelens van droeve dingen, die gebeuren zouden,&mdash;stemming,
+waar ze onder leed, sinds ze weer hier was teruggekeerd,&mdash;toen
+opeens Gerard binnenkwam, &rsquo;t gezicht bleek, de blauwe oogen
+onrustig wijd-open.</p>
+
+<p>&ldquo;Je moet niet schrikken, Go; ik moet je iets akeligs
+vertellen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Eddy!&rdquo; gilde ze, de handen uitstrekkend.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, Hans,&rdquo; antwoordde hij zacht, en hij zag den wilden
+schrik in haar oogen zich even ontspannen, maar dadelijk, angstig weer,
+vroeg ze<span class="corr" id="xd0e3385" title="Bron: ;">:</span>
+&ldquo;Wat is er dan? Is hij ziek geworden?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hij is al twee dagen zoek. Z&rsquo;n juffrouw is &rsquo;t
+vanmiddag bij Beerenstijn komen zeggen. Ze was eerst niet ongerust
+geworden, omdat-ie wel &rsquo;s meer uitbleef; maar nu
+tw&eacute;&eacute; dagen!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar kan hij niet naar huis toe zijn?&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205">205</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Nee, Hoefman had gisteren nog z&rsquo;n vader
+gesproken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;God, denk je aan een ongeluk?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet, wat ik denk, Go. Je hebt &rsquo;m niet meer
+gezien na de vacantie, wel?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;k heb &rsquo;m niet gezien. Wat moeten we doen,
+Gerard?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik wilde nu naar z&rsquo;n kamer gaan, en daar &rsquo;s alles
+doorzoeken. Misschien vind ik iets, dat opheldert.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ga mee, &rsquo;k ben klaar.&rdquo; En ze draaide de
+studeerlamp uit, stond even onzeker in &rsquo;t duister: was dit de
+reden van haar onrust van de laatste weken, was dit &rsquo;t
+vreeselijke, dat gebeuren moest?</p>
+
+<p>&ldquo;Maar ik geloof &rsquo;t toch niet, jij wel?&rdquo; begon ze
+buiten, weer met &rsquo;n hoopvoller stem, &ldquo;hij was altijd zoo
+opgewekt, h&egrave;? God, &rsquo;t is toch pas twee dagen.... hij kan
+ergens bij familie zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet &rsquo;t niet.... O, vroeger deed ie &rsquo;t wel
+eens meer. Ik heb &rsquo;n jaar met &rsquo;m samen gewoond; dan zat hij
+soms eerst &rsquo;n beetje stil in &rsquo;n hoek,&mdash;mopperen of
+klagen deed hij nooit,&mdash;en dan opeens liep hij naar de deur, waar
+&rsquo;n groot treinenplan hing; hij keek op z&rsquo;n horloge, ging
+na, waarheen hij &rsquo;t eerste weg kon, en dan met &rsquo;n
+eenvoudig: &ldquo;Dag kerel. Ik moet er uit,&rdquo; trok hij er van
+door, kwam na &rsquo;n paar dagen dood-op, maar veel opgewekter weer
+aanzetten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, maar natuurlijk; dat doet hij nu ook. En omdat hij alleen
+was, heeft hij &rsquo;t niemand kunnen zeggen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Mij leek &rsquo;t meer de onrust van &rsquo;n
+eerstejaars;.... later deed hij &rsquo;t niet meer, ofschoon hij altijd
+aanvallen hield, dat &ldquo;&rsquo;t &rsquo;m te benauwd werd&rdquo;,
+zooals hij &rsquo;t noemde, maar dan ging-die &rsquo;n <span class=
+"pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206">206</a>]</span>eind roeien of
+fietsen, of naar &rsquo;n mooi concert;&mdash;dat hielp ook altijd
+wel.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze waren nu aan z&rsquo;n huis gekomen en zagen licht op z&rsquo;n
+kamer. &ldquo;Zou hij?&rdquo; hoopte Go, maar de juffrouw vertelde
+huilerig, dat meneer Beerenstijn boven was; wat zij er toch van
+dachten, &ldquo;zoo&rsquo;n dierbare meneer.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze ging met hen mee de trap op, steeds klagelijk pratend, dat hij de
+laatste maanden toch ook zoo schrikkelijk veel gewerkt had, altijd in
+de boeken, en nooit er &rsquo;s uit, de heele vacantie door op
+z&rsquo;n kamer gezeten, en &rsquo;s avonds, als &rsquo;r man en zij
+naar bed gingen, vast nog &rsquo;t licht op, en als ze &rsquo;s
+ochtends beneden kwam, meneer dikwijls n&oacute;g voor z&rsquo;n
+schrijftafel met &rsquo;n kop koffie en &rsquo;n bleek gezicht, waar je
+akelig van werd.</p>
+
+<p>Otto groette verstrooid; hij zat voor de tafel met z&rsquo;n hand in
+z&rsquo;n haar. &ldquo;Er liggen dagboeken,&rdquo; zei hij, &ldquo;maar
+je begrijpt, dat ik daar nog niet in kijken wil; verder niets dan
+cahiers met aanteekeningen, van wat hij den laatsten tijd gelezen
+had;.... kijk maar &rsquo;s even.&rdquo;</p>
+
+<p>Stapels boeken lagen naast en op de schrijftafel; Gerard las langs
+de ruggen, schudde somber het hoofd: &ldquo;Wat &rsquo;n zware kost
+allemaal, en hoe on-systematisch alles door elkaar. Wat denk-jij,
+Otto?&rdquo;</p>
+
+<p>Beerenstijn keek naar Go; ze liep door de kamer alle dingen op te
+nemen, als wilde ze van hen het geheim van hun bezitter te weten komen;
+ze staarde naar de gravures, naar de piano, naar z&rsquo;n klok; en
+toen draaide ze zich opeens om naar Gerard: &ldquo;Hebben jullie
+eigenlijk al &rsquo;s op z&rsquo;n slaapkamer gekeken?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; waarom zou&euml;n we?&rdquo; maar ze gingen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207">207</a>]</span>toch; ze hoorde
+de sleutels van de kasten knarsen, en Beerenstijn&rsquo;s stem, die
+zei: &ldquo;&rsquo;t Is dwaasheid, hij zal zich hier waarachtig niet
+verstoppen;... maar och, &rsquo;t kan toch nooit kwaad, en we weten
+niets anders meer.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Was hij nog bij iemand geweest?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Het laatste bij Frieda, geloof ik. Dat is &rsquo;n week
+geleden. Hij was er maar even, om &rsquo;n boek terug te
+brengen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat zou&euml;n we nu doen? Weet niemand van &rsquo;t corps
+iets?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Neerwinden is bij al z&rsquo;n intiemere vrienden
+geweest.&rdquo;</p>
+
+<p>Go luisterde naar de juffrouw. &ldquo;Hij was &rsquo;s &rsquo;n
+nacht om drie uur met z&rsquo;n fiets uitgegaan, en om zeven vreeselijk
+bemodderd teruggekomen. Toen had-ie aldoor gefietst. Hij zei, dat
+&rsquo;t dan zoo mooi was buiten.&rdquo;&mdash;</p>
+
+<p>&ldquo;We moeten &rsquo;t nu aangeven,&rdquo; zei Beerenstijn.
+&ldquo;&rsquo;t Is wel beroerd en mal, als er niets is, maar langer
+afwachten...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We konden ook zelf gaan zoeken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat kunnen we t&oacute;ch doen, vannacht.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Toe, neem mij mee,&rdquo; vroeg Go beverig.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; Gerard gaat naar &rsquo;t politiebureau, en ik breng je
+thuis. &rsquo;t Zou geen z&iacute;n hebben, en ons hinderen, als
+j&iacute;j er bij was.&rdquo; En hij praatte nog even zachtjes met de
+juffrouw in de gang, sprak af met Leeden, dat ze elkaar bij Neerwinden
+zouden vinden.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar je d&eacute;nkt toch niet?&rdquo; smeekte Go, in
+&rsquo;n wanhopig verlangen gerust gesteld te worden. &ldquo;Hij hield
+toch zoo van al het mooie in &rsquo;t leven. Ik weet nog, dat we
+&rsquo;s samen over &rsquo;t Rapenburg liepen, en dat hij zei: dat je
+toch wel een ingeroest-ondankbare, <span class="pagenum">[<a id="pb208"
+href="#pb208">208</a>]</span>onverbeterlijke pessimist moest zijn, als
+je, wanneer je &rsquo;t Rapenburg in de herfstzon zag liggen, iets
+anders voelen kon dan &rsquo;n diepe, blije dankbaarheid, dat je
+leefde.&rdquo;</p>
+
+<p>Beerenstijn haalde de schouders op. &ldquo;We w&eacute;ten op
+&rsquo;t oogenblik niets, en &rsquo;t is nutteloos ons in supposities
+te verdiepen. &rsquo;t Eenige, dat we kunnen doen, is handelen en
+afwachten. En &rsquo;t zou heel dwaas zijn, ons al vooruit
+n&aacute;&aacute;r te maken,&rdquo; en hij wierp &rsquo;n afkeurenden
+blik naar Go&rsquo;s betraande oogen.</p>
+
+<p>&ldquo;Waar gaan jullie heen?&rdquo; vroeg ze zacht.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet, ieder &rsquo;n andere richting, hier in den
+omtrek.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Neem Bruno mee. Misschien weet die den weg.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We zullen &rsquo;t Eduard voorstellen; dan moet hij iets van
+&rsquo;m ruiken, eerst, handschoenen of zoo... Maar ik weet niet, of
+setters...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;We zijn &rsquo;m &rsquo;s &rsquo;s avonds langs de
+Haarlemmertrekvaart tegengekomen;&mdash;hij liep alleen, en toen
+k&eacute;&eacute;k hij wel somber.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, ja, we zullen wezenlijk alle kanten uit zoeken;&mdash;kom
+even mee!&rdquo; en hij ging &rsquo;n apotheek in, bestelde
+Hoffmandruppels: &ldquo;Dat moet je innemen, zoodra je thuis bent, en
+dan naar bed gaan; opblijven dient nergens toe.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze knikte onverschillig, praatte weer: &ldquo;Op die picnic was hij
+toch ook zoo vroolijk, zeg, wel onrustig opeens, toen ik vroeg, wat hij
+wilde worden. Weet je nog wel, hoe hij toen doorsloeg, en hoe vreemd
+z&rsquo;n oogen stonden?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, ik heb er niets van gemerkt. Ga nu in godsnaam niet
+fantazeeren. Je slaat &rsquo;n mal figuur, als hij morgen weer terug
+komt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, dus je denkt toch ook....&rdquo; <span class="pagenum">[<a
+id="pb209" href="#pb209">209</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet. Ga naar bed. Er is niets van te zeggen. Is de
+winkel nog open? Zoo. Dag Go. Morgen hoor-je verder.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze stak maar geen licht aan, en ging stil op de sofa in den hoek
+zitten. Het fleschje stond naast haar, en ze besloot te wachten, tot de
+jongens terug waren van hun onderzoekingstocht. Slapen kon ze nu toch
+niet en als ze in bed lag, zou ze telkens denken, dat ze hun stemmen in
+de straat hoorde en geen oogenblik rust hebben.</p>
+
+<p>Hans! Hansje! Het k&ograve;n toch niet. Dat lieve, fijne gezicht, en
+die opgewekte klank in z&rsquo;n stem, en z&rsquo;n lachen. En
+z&rsquo;n hartelijke eenvoud! Hij k&ograve;n het niet hebben gedaan.
+Maar natuurlijk zou hij w&eacute;l een ongeluk gekregen kunnen hebben,
+ergens buiten, waar niemand langs kwam, of in &rsquo;t water zijn
+gevallen;&mdash;maar &rsquo;t hoefde toch heelemaal niet zoo iets ergs
+te zijn; hij kon er gewoon weer eens uit zijn getrokken. Toch was
+&rsquo;t iets vreemds, die onrust, vooral bij iemand die zich altijd
+zoo kalm voordeed. Eigenlijk was hij wel erg gesloten, ofschoon hij
+niet den indruk maakte iets te verbergen. Er was altijd &rsquo;n sluier
+van opgewekte gelijkmatigheid over z&rsquo;n dieper leven
+heen;&mdash;God, &agrave;ls hij daaronder eens erg geleden had, en
+geworsteld met zichzelf en n&ugrave; ondergelegen. Er w&agrave;s iets
+onder zijn woorden, achter z&rsquo;n lach; dat lag soms &eacute;ven in
+z&rsquo;n oogen, als &rsquo;n onrust; dat gleed soms over z&rsquo;n
+gezicht, als &rsquo;n schaduw. Als z&rsquo;n heele leven eens
+&eacute;&eacute;n strijd was geweest tegen &rsquo;n groeiende
+melancholie, als hij &rsquo;s vergeefs overal had gezocht naar een
+waarheid, die hem bevredigen kon.</p>
+
+<p>Ze begreep niet, dat ze dit alles niet vroeger had ingezien; het was
+eigenlijk zoo duidelijk. Alle <span class="pagenum">[<a id="pb210"
+href="#pb210">210</a>]</span>kleinigheden, die ze zich van z&rsquo;n
+leven herinnerde: z&rsquo;n bleekheid op Eduard&rsquo;s examen, toen
+hij den zonsopgang had gezien: z&rsquo;n uitgelatenheid en d&aacute;n
+weer z&rsquo;n stil-zijn op de picnic, en &rsquo;t nooit &eacute;ven
+willen bekennen, dat hij triestig of ziek was, alles wees op &rsquo;n
+verwoeden strijd met &rsquo;n donkere macht, die ondanks &rsquo;t
+verzet sterker in hem werd.&mdash;En t&ograve;ch:&mdash;het zou bijna
+bovenmenschelijk zijn, als die levens-onwil zoo groot was geweest, dat
+hij er nooit iemand over had gesproken, ja, juist degene geweest was,
+die de anderen altijd opwekte en aanzette. Was het niet t&egrave;
+romantisch te denken aan &rsquo;n z&oacute;&oacute; moedig volgehouden
+comedie tot &rsquo;t einde toe;... maar de laatste weken had hij
+niemand meer willen ontvangen. Wellicht was t&oacute;en z&rsquo;n
+kracht op geweest; hij had gezocht en gelezen, geen uitkomst meer
+gezien...</p>
+
+<p>Go rilde. Ze maakte haar haar wat los, en leunde &rsquo;t kloppend
+hoofd tegen den harden muur.</p>
+
+<p>Wat er toch niet allemaal in je omgaan moest, v&oacute;&oacute;r je
+zoo&rsquo;n besluit n&agrave;m. En als &rsquo;t eenmaal vast-stond, hoe
+vreemd &rsquo;t dan zijn zou te denken, bij elk banaal kleinigheidje,
+dat je deedt: voor &rsquo;t laatst, voor &rsquo;t laatst.... Als je je
+liet scheren,... als je ging eten.... En dan &rsquo;t afscheid van je
+kamer, die je nooit meer zou zien; en &rsquo;t denken aan al de
+menschen, die veel van je houden; en dan t&ograve;ch gaan, en ergens,
+waar &rsquo;t heel stil is, gaan zitten en je heele leven, &agrave;lles
+nog &rsquo;s overzien&mdash;en d&agrave;n&mdash;</p>
+
+<p>Ze sprong op en liep de kamer op en neer: het k&ograve;n niet, het
+k&ograve;n niet; ze m&oacute;cht zoo niet denken. Ze wist immers nog
+niets. De jongens waren niet terug;... misschien was hij wel naar <span
+class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211">211</a>]</span>Amerika
+gegaan;... de wereld was zoo groot; hij h&agrave;d de trek-lust, den
+zwerversgeest.&mdash;-</p>
+
+<p>Ze werkte het idee verder uit, ofschoon ze het zelf niet geloofde.
+Ze liep heen en weer en ging weer zitten, terwijl uur na uur langzaam
+in wachten verging. Soms doezelde ze even in, steeds haar bewustzijn
+bewarend, dan schrikte ze weer op, schoof de ramen open, en keek
+gespannen door de nacht-onbeweeglijke straat. Alleen bij den bakker was
+licht op, en eens kwam &rsquo;n troepje luid-pratende studenten
+voorbij.</p>
+
+<p>Toen &rsquo;t dag begon te worden, maakte ze haar haar weer op, en
+waschte haar wit gezicht en haar beverige handen. Het huis sliep nog,
+maar bakkerskarren en melkwagens begonnen in de verte toch al te
+rijden, en fabrieksmeiden trokken in risten naar haar werk, op trijpen
+pantoffels, de handen onder de uitstaande schorten.</p>
+
+<p>Opeens hoorde ze stemmen onder haar raam. &ldquo;Natuurlijk slaapt
+ze nog.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, haar raam staat open.&rdquo;</p>
+
+<p><a id="xd0e3501"></a>Ze gleed de trap af, strompelde den winkel
+door, waar de japonnen en jassen spokig achter de neergelaten gordijnen
+huigen. Gerard en Beerenstijn kwamen zwijgend binnen; instinctmatig
+deed ze de deur weer op het nachtslot, klom ze toen na, naar de kamer.
+Beerenstijn schonk haar &rsquo;n glas water in, maar ze weerde &rsquo;m
+af: &ldquo;Is-tie gevonden?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, bij Leiderdorp,&rdquo; zei Gerard zacht.</p>
+
+<p>&ldquo;Verdronken?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;n schot.&rdquo;</p>
+
+<p>&rsquo;t Was, of ze onder water zakte, haar ooren liepen vol;
+Beerenstijn zei iets, dat ze niet verstond, en de kamer was in &rsquo;n
+nevel. Toen hoorde <span class="pagenum">[<a id="pb212" href=
+"#pb212">212</a>]</span>ze z&rsquo;n stem, steeds duidelijker, vlak aan
+haar oor:</p>
+
+<p>&ldquo;Niet flauw vallen. Niet flauw vallen. Hier, drink
+eens.&rdquo; Hij zette het glas tusschen haar klapperende tanden.</p>
+
+<p>&ldquo;Het is niets,&rdquo; zei ze, terwijl ze op de canap&eacute;
+ging zitten. &ldquo;Is &rsquo;t zeker?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, er is &rsquo;n groot couvert in z&rsquo;n zak gevonden
+aan mij geadresseerd.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O; wi&eacute; heeft &rsquo;m gevonden?&rdquo; Ze verbaasde
+zich over haar helderheid opeens.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet; er is getelefoneerd aan het politiebureau. We
+gaan straks nog &rsquo;s hooren.&rdquo;</p>
+
+<p>Beerenstijn had in een hoek van de kamer iets in &rsquo;n glas water
+gemengd. &ldquo;Dit moet je eerst opdrinken,&rdquo; zei hij,
+zacht-beslist, &ldquo;en dan naar bed gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Weten de anderen &rsquo;t al?&rdquo; vroeg ze, zonder
+belangstelling.</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, daar gaan we nu heen. Zul-je nu naar bed gaan? Er is
+niets meer, waarop je hoeft te wachten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, dat is waar,&rdquo; zei ze slap, de deur openend.</p>
+
+<p>Op &rsquo;t portaal stond de juffrouw, de oogen wijd van verbazing;
+maar &rsquo;t drong niet tot Go door. Ze gaf Otto en Gerard machinaal
+&rsquo;n hand.</p>
+
+<p>&ldquo;Ga nu dadelijk naar je slaapkamer,&rdquo; beval Beerenstijn,
+en ze knikte, wankelde weg, dof, gevoelloos; terwijl ze de jongens
+zacht de trap af hoorde gaan.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Ze kwamen &rsquo;s middags,&mdash;een, twee
+tegelijk,&mdash;langzamerhand allemaal naar haar kamer toe. Eerst Lou
+en Coba, die &rsquo;t op college hadden gehoord, bleek, geschrikt, met
+behuilde oogen. Toen Hoefman en Lize, en De Veer, en Rolands; <span
+class="pagenum">[<a id="pb213" href="#pb213">213</a>]</span>Frieda
+&rsquo;t laatst, die zich kalm hield, ofschoon ze er afgetobd en
+gebroken uitzag. Han en Beerenstijn waren naar Den Haag, om &rsquo;t
+aan z&rsquo;n vader te gaan zeggen, &ldquo;beroerde
+geschiedenis,&rdquo; bromde De Veer, &ldquo;ze lagen zoo&rsquo;n beetje
+overhoop met elkaar,&rdquo; en Eduard was met Gerard naar den
+burgemeester van Leiderdorp om de brieven af te halen, en de begrafenis
+te regelen.</p>
+
+<p>Ze zaten stil om de tafel, als &rsquo;n troep bedroefde kinderen;
+praten deden ze bijna niet; ze hadden alleen maar behoefte allemaal bij
+elkaar te zijn. Go had getracht thee te zetten, had gerommeld in de
+kast, alles omver gehaald. Maar opeens viel ze neer met &rsquo;n snik;
+ze k&ograve;n niet; ze k&ograve;n haar hoofd niet bij elkaar houden om
+&rsquo;t klaar te krijgen; en ze was blijven liggen, met haar gezicht
+tegen &rsquo;t gordijn, uitgeput, verslagen.... Ze begreep &rsquo;t nog
+niet; ze had nooit iemand verloren, die ze goed kende; ze had geen
+idee<a id="xd0e3543"></a> wat het: <span class="corr" id="xd0e3545"
+title="Niet in bron">&ldquo;</span>nooit weer<span class="corr" id=
+"xd0e3548" title="Bron: ,">&rdquo;</span> eigenlijk beteekende. Ze
+betrapte er zich op, dat ze telkens even dacht: waar blijft Hans? of
+z&rsquo;n stem meende te hooren in den winkel beneden; hij ontbrak
+immers n&oacute;&oacute;it op &rsquo;n vergadering....</p>
+
+<p>Rolands zat op de canap&eacute;, ineengedoken als &rsquo;n klein,
+ziek poesje; z&rsquo;n triestig gezichtje drukte angstige verbazing en
+schrik uit, en hij schudde telkens z&rsquo;n hoofd, zuchtend:
+&ldquo;Hans Elders&mdash;De beste van ons allemaal. De flinkste. De
+sterkste.&rdquo; En dan opeens als &rsquo;n besluit: &ldquo;Maar als
+die niet eens kon blijven leven, hoe moeten wij &rsquo;t dan uithouden,
+die zooveel minder zijn?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Frits,&rdquo; zei Coba met nadruk, &ldquo;het is dwaasheid,
+wat je zegt.&rdquo; Maar Frieda keek &rsquo;m aan met ongewone
+zachtheid in haar donkere oogen, <span class="pagenum">[<a id="pb214"
+href="#pb214">214</a>]</span>en zei: &ldquo;Dat we beneden Hans staan,
+zullen we wel allemaal moeten bekennen... Z&rsquo;n leven is voor ons
+een voorbeeld geweest. Maar al hebben we niet &rsquo;t recht hard te
+zijn: z&rsquo;n dood was zeker &rsquo;n misslag. Daarom zou &rsquo;t
+wel heel verkeerd zijn, als wij, die &rsquo;m in &rsquo;t goede niet
+navolgden, het hierin juist w&egrave;l wilden doen... Laten we liever
+hopen, Rolands, dat we nog &rsquo;n heeleboel tijd overhouden om ons
+zelf beter te maken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ben daarvoor niet op den goeden weg,&rdquo; klaagde
+&rsquo;t bruintje weemoedig.</p>
+
+<p>&ldquo;Laat dit dan &rsquo;n keerpunt in je leven zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>De Veer trok zich zuchtend recht op z&rsquo;n stoel. Hij had
+&rsquo;n gezonden afkeer van alle verdriet, en wist ook bijna altijd de
+narigheid van zich af te zetten. Maar dit, dit diep-ellendige vlak
+n&aacute;&aacute;st z&rsquo;n eigen zonnig-onbezorgde leven, had hem
+&rsquo;n geduchten schok gegeven, &rsquo;n vreemd gevoel van ijdelheid
+en vergankelijkheid, van veel schijn en geveinsheid bij alles, wat hem
+zoo heerlijk leek, en noch de dikke poes van de juffrouw, die
+binnengeslopen was, noch &rsquo;t komische kindergebler van beneden kon
+z&rsquo;n sombere stemming breken.</p>
+
+<p>Om vier uur kwamen Han en Beerenstijn. Ze gingen tusschen de anderen
+zitten, praatten met doffe stemmen over &ldquo;de oude heer, die er zoo
+kapot over was geweest, dat die twist niet bijgelegd
+was.&rdquo;&mdash;</p>
+
+<p>&ldquo;Zijn Leeden en Neerwinden er nog niet met de
+brieven?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Er zal wel wat voor h&eacute;m bij zijn. Hans zal &rsquo;t
+wel goed gemaakt hebben natuurlijk.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wist-ie niets?&rdquo; vroeg Go, en begon weer te snikken, als
+ze zich den ouden man voorstelde, <span class="pagenum">[<a id="pb215"
+href="#pb215">215</a>]</span>alleen in z&rsquo;n huis, die opeens
+hoort: &ldquo;uw zoon... dood.&rdquo; Ze klemde krampachtig de handen
+voor haar gezicht.</p>
+
+<p>Lou gaf haar wat water, huilde zelf kinder-hard mee, terwijl ze
+fluisterde: &ldquo;Stil nou, Gootje, je maakt je ziek.... toe, huil nou
+niet,&rdquo; en toen zelf doorsnikte, het hoofd op haar schouder.</p>
+
+<p>&ldquo;Jullie moeten niet alleen blijven, kom allemaal vanavond bij
+mij,&rdquo; vroeg Han, &ldquo;dan weten we, wat in de brieven
+staat.&rdquo; En toen tegen Go: &ldquo;Ik heb &rsquo;t Else
+geschreven;... wat zal ze schrikken; ze hield zoo van Hans.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat deed iedereen,&rdquo; zuchtte De Veer, overtuigd.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>&rsquo;s Avonds waren ze weer samen: Gerard en Eduard, moe en
+nerveus, praatten eerst over zaken met Han en Beerenstijn, scharrelend
+met papieren en verklaringen. Toen kwam Otto naar Go om te vragen, of
+ze geslapen had;&mdash;en ze spraken er kalm-treurig over, hoe alles
+geregeld zou worden voor de begrafenis.</p>
+
+<p>&ldquo;Als z&rsquo;n vader er niet tegen is, wilden we &rsquo;m naar
+Warmond laten brengen; hij hield zoo van dat vriendelijke, begroeide
+kerkhof.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;W&agrave;s er &rsquo;n brief aan z&rsquo;n vader?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, we hebben &rsquo;m vanmiddag nog gebracht. Hij was er zoo
+blij mee.&rdquo;</p>
+
+<p>Eduard zat naast Go; hij leunde z&rsquo;n bleek hoofd op z&rsquo;n
+handen, de oogen gesloten, en om z&rsquo;n mond trokken lange,
+moe&euml; strepen neer.</p>
+
+<p>&ldquo;Was-tie dadelijk....&rdquo;, vroeg ze zacht aan Gerard,
+&ldquo;of zou hij nog pijn hebben gehad?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hij had direct getroffen, zeiden ze.... denkelijk vannacht om
+&eacute;&eacute;n uur.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb216"
+href="#pb216">216</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;O, dus gisteravond nog... Als we to&egrave;n....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zoo moet je niet praten,&rdquo; zei Beerenstijn,
+medisch-beslist, &ldquo;&rsquo;n mensch is altijd geneigd allerlei
+bijkomstigheden de schuld te geven: &agrave;ls we ons maar meer met
+&rsquo;m hadden bemoeid, &agrave;ls we &rsquo;m maar minder alleen
+hadden gelaten, &agrave;ls we er maar eerder werk van hadden gemaakt.
+Dat is onzin. &rsquo;t Is &rsquo;n ziekte. Als we &rsquo;m er n&uacute;
+van terug hadden gehouden, zou hij &rsquo;t de volgende gelegenheid
+hebben gedaan. Misschien met &rsquo;n halfjaar voortdurende observatie
+was hij er over heen gekomen; maar t&ograve;ch: dat verlangen naar den
+dood,.... zonder dat er reden voor is.... Hij h&agrave;d geen enkele
+reden&mdash;-&rdquo;</p>
+
+<p>Ze bleven stil zitten luisteren, en levendiger praatte hij door,
+verdiept in z&rsquo;n lievelingsstudie:</p>
+
+<p>&ldquo;Een van de treffendste voorbeelden, dat &rsquo;t
+doodsverlangen bepaald &rsquo;n soort waanzin, &rsquo;n id&eacute;e
+fixe is, is &rsquo;n werkman, getrouwd, met kinderen, niet ongelukkig,
+alleen heel nerveus, die opeens op &rsquo;n middag zich den hals
+afsnijdt.... Enfin, &rsquo;t mes weigerde halfweg; hij wordt opgenomen,
+met de uiterste zorg verpleegd, en wezenlijk: hij geneest.... Vrouw en
+kinderen komen &rsquo;m verheugd van &rsquo;t ziekenhuis halen; hij
+gaat mee naar huis, &rsquo;s avonds is hij niet te vinden, en na lang
+zoeken, vinden ze &rsquo;m op den zolder aan &rsquo;n balk bengelen....
+opgehangen.&rdquo;</p>
+
+<p>De Veer knikte, dat hij &rsquo;t ook wist; maar Go barstte in
+&rsquo;n zenuwachtig lachen uit: &ldquo;Och Otto, &rsquo;t is niet
+waar. Praat toch niet zulken onzin.... &rsquo;t Is zoo idioot, als die
+menschen al hun zorg hebben besteed, maanden lang, om &rsquo;m beter te
+maken, en als hij dan....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Toch is &rsquo;t waar,&rdquo; besliste Beerenstijn, &ldquo;en
+dit <span class="pagenum">[<a id="pb217" href=
+"#pb217">217</a>]</span>is de eenige oplossing van zooveel duistere
+gevallen....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar Hans beschouwde &rsquo;t toch zelf niet als &rsquo;n
+ziekte-geval.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; natuurlijk niet,&rdquo; en Eduard gaf Go z&rsquo;n
+afscheidsbriefje; hij las over haar schouder mee. &ldquo;Is &rsquo;t
+niet heelemaal Hans,&rdquo; zei hij zacht, &ldquo;dat ons zelf nog over
+z&rsquo;n dood willen troosten: &ldquo;Jullie moet niet denken, dat de
+laatste uren, als het besluit vast staat, zoo pijnlijk zijn. Wel de
+onzekerheid vooruit, als je niet leven kunt, en nog niet wilt sterven.
+Maar als je tot klaarheid bent gekomen, als &rsquo;t besloten is, <span
+class="letterspaced">dan is &rsquo;t net, of je er al niet meer
+bent</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>En dan dit: &ldquo;Je begrijpt, dat ik door deze daad geen uitspraak
+over het leven doe, waarvan ik zoo weinig heb kunnen begrijpen. Ik toon
+hier alleen mee aan, dat mijn leven hier geen plaats, geen bevrediging
+vinden kon. Daarom is &rsquo;t beter zoo. Waarom zou er
+&eacute;&eacute;n mee-eten, en mee-ademen en mee-streven in deze
+overvolle wereld, als hijzelf niet dankbaar om z&rsquo;n bestaan kan
+zijn, en anderen &rsquo;t brood ontneemt?&rdquo;&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is zoo logisch, h&egrave;,&rdquo; peinsde Eduard,
+&ldquo;maar er m&oacute;et toch iets mankeeren aan &rsquo;n levensleer,
+die tot zelfvernietiging leidt. W&agrave;t &rsquo;t hier is, weet ik
+niet: Hans stond moreel hoog, was ernstig, ijverig...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Hij was de beste van ons allemaal,&rdquo; zuchtte Rolands, en
+hij huilde, stil en nederig. Lou gaf &rsquo;m eau-de-cologne, en Coba,
+die van mevrouw &rsquo;n groote flesch eau-des-Carmes had meegekregen,
+bereidde voor ieder &rsquo;n glaasje van &rsquo;t melkige vocht,
+&ldquo;toe, heusch, dan slapen we vannacht tenminste.&rdquo; <span
+class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218">218</a>]</span></p>
+
+<p>Het licht suisde. Ze zaten heelemaal stil. Eduard had verteld, dat
+hij &rsquo;m nog gezien had: nu schemerde voor hun oogen z&rsquo;n
+lieve gezicht, verstijfd, de oogen dicht, den mond strak, en de wond
+bij de slapen.</p>
+
+<p>Ze zaten bang te zwijgen in de groote kamer, en voelden den angst
+voor den nacht, als hij daar liggen zou, alleen in &rsquo;t donker.</p>
+
+<p>Toen keek Go langzaam de rij langs; en dacht aan de picnic, aan den
+avond, toen ze gezongen hadden, &eacute;&eacute;n van ziel, op het
+balkon. Else was naar Parijs gegaan,&mdash;Hans... wie nu? Wie zou nu
+&rsquo;t eerste uit hun midden weggaan? Ze z&oacute;uden gaan, de een
+na den ander, naar verschillende steden, naar vreemde landen, in
+allerlei betrekkingen, hooge en lage;&mdash;alleen de studietijd bracht
+z&oacute;&oacute; verschillende menschen bij elkaar.</p>
+
+<p>Er zou &rsquo;n tijd komen, dat ze elkaar nauwelijks meer kenden;
+zij, eens &eacute;&eacute;n in vreugde; en nu vereend in &rsquo;n
+groote droefenis. <span class="pagenum">[<a id="pb219" href=
+"#pb219">219</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e3635" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk XVII.</h2>
+
+<p>De eerstvolgende dagen was Go bijna nooit thuis; dadelijk na college
+en &rsquo;s avonds weer ging ze met Frieda Gerard, Han en Beerenstijn
+helpen, die Hans&rsquo; vader beloofd hadden, alles te zullen regelen
+en in orde brengen. Er was &rsquo;n huiselijk testamentje gevonden, dat
+ze met toewijding uitvoerden; kleeren en boeken moesten in groote
+kisten worden verpakt, rekeningen gesorteerd en aangezuiverd, brieven
+en dagboeken verbrand;&mdash;ze werkten te zamen uur na uur op de
+stille kamer, waar iets kils bleef hangen, ondanks de lustige zon; soms
+even onderbroken door iemand, die kamers zocht en boven kwam,
+aangetrokken door &rsquo;t houten bordje, dat tegen &rsquo;t raamkozijn
+kletterde. &ldquo;Cubicula locanda;&rdquo; het klonk zoo koud; of de
+vorige bewoner ruzie met de juffrouw heeft gehad, of gepromoveerd is of
+gesjeesd, of om geldverlies z&rsquo;n studie heeft moeten staken, of
+zelf &rsquo;n einde aan alles maakte&mdash;&ldquo;cubicula
+locanda&rdquo;; het bleef &rsquo;t zelfde. En telkens, als Go weer aan
+kwam met, bijna onbewust, de hoop, dat hij er wel zou zijn, dan zag ze
+weer dat bordje, dat alle verwachting versloeg, en in de zon blikkerde
+als &rsquo;n emblema <span class="pagenum">[<a id="pb220" href=
+"#pb220">220</a>]</span>van de snelle wisselvalligheid, &egrave;n de
+onaantastbare gelijkmatigheid van het leven.</p>
+
+<p>Ze overlegden nu alles met elkaar, en de zorg voor de nalatenschap
+scheen &rsquo;t werk van &ldquo;het dispuut&rdquo; te zijn; telkens
+kwamen De Veer en Rolands, Beerenstijn of Hoefman met &rsquo;n
+rekening, &rsquo;n brief: wat Go er van dacht; en door de
+noodzakelijkheid van eenvoudig-practischen ernst groeide hun
+vriendschap in de kil-droeve dagen tot een wezenlijk, steungevend,
+bemoedigend gevoel.</p>
+
+<p>Zoo kwam ook Gerard &rsquo;n avond met &rsquo;n pakje
+lidmaatschap-kaarten, om te bespreken, of ze afgeschreven moesten
+worden, of door den dood vanzelf vervielen, toen hij Go wild snikkend
+met haar hoofd op de schrijftafel vond, de handen in wanhoop door haar
+haren woelend.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar Go, kindje; wat is er gebeurd?&rdquo; begon hij
+verschrikt, maar toen ze z&rsquo;n stem hoorde, ging er opeens &rsquo;n
+schok door haar heen, en &rsquo;t betraand gezicht opheffend fluisterde
+ze nerveus: &ldquo;Ga weg, Gerard; hoe kom-je hierbinnen? Hield ze je
+niet tegen? Heb-je &rsquo;n sc&egrave;ne gemaakt?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wie? Ik heb niemand gesproken.&rdquo; En z&rsquo;n oogen
+staarden verbaasd haar aan.</p>
+
+<p>&ldquo;De juffrouw&mdash;ze zegt&mdash;o, G&eacute;, ze
+zegt...&rdquo; Nu begon ze weer opnieuw en erger te huilen, telkens
+tusschen twee snikken door hijgend: &ldquo;Ga weg.... ga weg.... ze wil
+&rsquo;t niet hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij schonk haar een glas water in, en ging op den rand van de tafel
+zitten; hij d&aacute;cht er niet over heen te gaan, v&oacute;&oacute;r
+ze wat kalmer zijn zou, en z&rsquo;n afgebroken stem dwingend tot
+rustig spreken, begon hij:</p>
+
+<p>&ldquo;Je hebt dus herrie met de juffrouw gehad. Maar is d&aacute;t
+nu een reden om z&oacute;&oacute; te huilen? Is &rsquo;t heele <span
+class="pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221">221</a>]</span>mensch wel
+&eacute;&eacute;n traan van jou waard? Als je me nu maar &rsquo;s wou
+vertellen, kalm en verstandig, wat er eigenlijk is, dan zouden we
+kunnen overleggen, hoe &rsquo;t in orde te brengen.... Maar als je
+z&oacute;&oacute; blijft, word-je ziek en ellendig en kan ik onmogelijk
+iets voor je doen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar je moet dadelijk weg.... Ze zegt juist, dat heeren....
+dat &rsquo;t geen pas heeft, als &rsquo;n m&eacute;isje
+h&eacute;&eacute;ren op &rsquo;r kamer ontvangt.... Eerst was jij
+alleen gekomen, en toen had ze niets willen zeggen.... het kon.... het
+had....&rdquo;&mdash;en even trok &rsquo;n glimlach over haar trillende
+lippen&mdash;&ldquo;het had &rsquo;n fatsoenlijk engagement kunnen
+zijn, ofschoon ik geen ring droeg,&mdash;maar nu telkens andere,....
+ieder oogenblik &rsquo;n ander....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Vervl...,&rdquo; viel hij uit; &ldquo;heeft ze dat durven
+zeggen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ze zei, dat het &rsquo;r goeien naam kwaad dee. En ze had
+z&eacute;lf groote dochters... En de heeren mochten vroeger ook nooit
+dames op hun kamer ontvangen; als je &rsquo;n heer had, ontving-je
+heeren, als je &rsquo;n dame had dames.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En wat antwoordde jij, Go?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet; het kwam zoo vreeselijk opeens. Ik probeerde
+&rsquo;r eerst uit te leggen, dat &rsquo;t m&rsquo;n collega&rsquo;s
+waren, en dat onze verhouding anders is dan van gewone jongens en
+meisjes.&mdash;Maar ze keek me zoo raar, zoo verdenkend aan, en zei
+weer iets over &rsquo;t fatsoen van haar dochter, en toen k&oacute;n ik
+opeens niet meer; tegen zoo&rsquo;n mensch, over zoo iets...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, natuurlijk. Laat mij maar &rsquo;s...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, G&eacute;, nee, als je blieft niet... Dan wordt &rsquo;t
+immers nog veel erger...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En wat wou-je nou doen?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"pb222" href="#pb222">222</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;k Heb gezegd, dat &rsquo;k zoo gauw mogelijk van
+&rsquo;n andere kamer werk zou maken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Goddank; dus je hebt toch niet toegegeven, &rsquo;t Is...
+&rsquo;t is... zoo&rsquo;n mensch tegen jo&ugrave;, tegen jo&ugrave;...
+z&oacute;&oacute; iets...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja maar,&rdquo; zei Go, kalmer door zijn opwinding, &ldquo;we
+moeten ook niet onredelijk zijn. Ik kan er eigenlijk best in komen, dat
+ze zoo praat. Wat weet ze van de verhouding onder ons, studenten, af?
+Hoe kan ze ons samen-zijn zich anders voorstellen dan &rsquo;n
+jongelui&rsquo;s partijtje in h&aacute;&aacute;r jeugd? Bovendien
+zouden voor vijf-en-twintig jaar &agrave;lle menschen &rsquo;t met haar
+eens geweest zijn...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Voor vijf-en-twintig jaar, j&agrave;. Maar &rsquo;t
+veranderen van de publieke opinie is geen toeval; die volgt de
+omstandigheden, en daarom...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Toe, je verwacht van h&aacute;&aacute;r toch geen
+redelijkheid!... En ik ben hier pas zoo kort; en juist in &rsquo;t
+begin, door den dood van Hans, zijn er zulke vreemde dingen gebeurd:
+Otto en jij dien ochtend vroeg... en &rsquo;s middags de heele club...
+en later telkens weer iemand om iets te vragen... telkens &rsquo;n
+&agrave;nder, zooals zij zegt...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Praat er maar niet meer over. Ik k&aacute;n dit niet
+filozofisch opvatten... Ik vind &rsquo;t min, l&aacute;&aacute;g,
+afschuwelijk.&mdash;Enfin; wat doe-je nou? Weet je &rsquo;n
+kamer?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;k moet toch ook eerst naar huis
+schrijven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, natuurlijk. Doe dat dan nu dadelijk. Dan breng ik den
+brief naar &rsquo;t postkantoor... Het was eigenlijk beter, als je naar
+huis ging, tot je iets anders hadt. &rsquo;t Zal je zoo irriteeren, als
+je hier moet blijven, en &rsquo;k heb de kamer altijd beroerd
+gevonden.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och, &rsquo;k zal &rsquo;t maar niet al te erg maken voor
+<span class="pagenum">[<a id="pb223" href=
+"#pb223">223</a>]</span>moeder. Die vindt &rsquo;t zoo vreeselijk, als
+iemand iets slechts van ons denkt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar de ploerterij...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nou, ja, die scherpe afscheiding bestaat bij ons niet. Moeder
+vertrouwt me natuurlijk, maar ze is wel &rsquo;s bang, dat &rsquo;k
+onvoorzichtig ben.&rdquo;</p>
+
+<p>Gerard knikte: &ldquo;Kwam Van Neerwinden veel bij je?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; hij is zoowat de eenige, die nooit op deze kamer geweest
+is.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zoo... Weet je wat, je moest ook even aan Frieda <span class=
+"corr" id="xd0e3705" title="Bron: schijven">schrijven</span>;&mdash;die
+w&eacute;&eacute;t misschien wel &rsquo;n kamer. Ik ga dan zelf met
+&rsquo;t briefje naar haar toe.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, wat ben ik toch blij, dat jij gekomen bent. Ik was zoo
+wanhopig,&mdash;alleen tusschen al die vijandige menschen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En je wou me nog al dadelijk wegsturen... Nou, schrijf
+maar.&rdquo;</p>
+
+<p>Bij den brief aan moeder kwamen de tranen toch weer. Wat zou-die wel
+zeggen? Ze hadden nooit aan die mogelijkheid gedacht;.... de kamer, die
+je huurde, was toch je eigen,&mdash;maar natuurlijk, &rsquo;t was
+&rsquo;t huis van de juffrouw.&mdash;H&aacute;d ze schuld? Moesje had
+gezegd: &ldquo;Maak nooit misbruik van je vrijheid,&rdquo; maar ze had
+de jongens toch niet in den winkel kunnen ontvangen, vooral niet in die
+omstandigheden...</p>
+
+<p>Gerard hoorde haar de snikken in haar zakdoek smoren: &ldquo;Ben-je
+bijna klaar?&rdquo; riep hij uit den hoek van de kamer, waar hij water
+kookte voor thee.</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, dadelijk.&rdquo; En vlugger pende ze het briefje aan
+Frieda.</p>
+
+<p>&ldquo;Nu heb ik alles in je kast kunnen vinden, zelfs het zeefje en
+&rsquo;n zakje biscuits, behalve de <span class="pagenum">[<a id=
+"pb224" href="#pb224">224</a>]</span>thee zelf,&rdquo; klaagde hij
+hulpeloos; &ldquo;ik zou je zoo graag met &rsquo;n kopje verrast
+hebben, en &rsquo;t water kookt &ldquo;als &rsquo;n see&rdquo;, zou
+mijn juffrouw zeggen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, G&eacute;, hoe lief van je. Wat zou ik toch beginnen
+zonder jou!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kon ik maar wat meer voor je doen. Nu moet &rsquo;k je weer
+alleen laten. Beloof me, dat je je best zult doen niet bedroefd te
+zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, nee,&rdquo; zei ze, maar haar lippen trilden.</p>
+
+<p>En hij keek haar aan, met &rsquo;n oneindig zacht medelijden in
+z&rsquo;n eerlijke open oogen, en eenvoudig-weg, of &rsquo;t
+z&oacute;&oacute; in z&rsquo;n hart opkwam, zei hij:</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&ldquo;Ik wilde, ik kon u iets geven</p>
+
+<p class="line">Tot troost diep in uw leven;</p>
+
+<p class="line">Maar ik heb woorden alleen,</p>
+
+<p class="line">Daden en dingen geen...&rdquo;</p>
+</div>
+
+<p>Toen nam hij de brieven, die op de tafel lagen en met &rsquo;n
+bemoedigend knikje, ernstig en opgewekt, ging hij de deur uit,
+wegstommelend langs de ongelijke trap.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Den volgenden morgen, toen Go na &rsquo;n onrustigen nacht, want ze
+h&oacute;&oacute;rde de vijandigheid uit alle geluiden om zich heen, de
+ontbijtkamer binnenkwam, vond ze naast haar bord &rsquo;n groote bos
+witte seringen en donkerroode anjers; de heele muffe kamer was vol
+lentegeur, en achter op z&rsquo;n kaartje had Gerard geschreven:
+&ldquo;Goeienmorgen Go. Vanmiddag komt Frieda bij je, en brengt
+&rsquo;n prettige boodschap mee.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze drukte haar hoofd dieper in de bloemen, dankbaar, zalig; opeens
+niet bang en niet eenzaam meer. <span class="pagenum">[<a id="pb225"
+href="#pb225">225</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e3748" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk XVIII.</h2>
+
+<p>Drie dagen later was Go bij Frieda en Mary Bruining ingekwartierd.
+Voorloopig kreeg ze alleen maar &rsquo;n zit-slaapkamer, omdat er nog
+iets verbouwd moest worden, v&oacute;&oacute;r de meisjes met hun
+drie&euml;n de heele verdieping konden betrekken, maar Gerard had er
+zoo op aangedrongen, dat Go dadelijk verhuizen zou, dat Mary en Frieda
+beide hadden gezegd, dat ze zoo vaak in haar kamer kon komen zitten,
+als ze wilde, en als &rsquo;n droom zoo vlug was alles gegaan: Frieda
+had haar dien middag dadelijk meegenomen om bij haar te eten; den
+volgenden dag hadden zij twee&euml;n en Lou en Coba alles gepakt en de
+breekbare waar zelf overgedragen, en nog geen vier maanden, nadat
+&rsquo;t binnengedragen was, was haar heele huishouden weer uit de
+donkere straat weggereden naar de lichte Jan-van-Goyenkade, met
+&rsquo;t wijde uitzicht over water en land, en de vroolijkheid van
+meisjes-huishoudentjes in de zonnige huizen.</p>
+
+<p>Gerard was in de wolken, dat ze nu zoo prachtig onder dak was
+gebracht, niet langer alleen&mdash;&ldquo;het w&agrave;s geen kind om
+alleen te laten,&rdquo; maar met <span class="pagenum">[<a id="pb226"
+href="#pb226">226</a>]</span>twee aardige, verstandige meisjes, die
+voor haar zorgen zouden en lief voor haar zijn. Ook haar moeder had
+enthousiast over de gunstige verandering geschreven en gesproken.
+&ldquo;Ik begrijp wel, kindje, dat je, zoo heel alleen, beh&oacute;efte
+hadt aan gezelligheid, zoowel van vrienden als van vriendinnen. Maar ik
+ben toch wel bang, dat de bezoeken wat erg druk zijn geloopen den
+laatsten tijd. Dat zal nu heelemaal anders worden; jullie maaltijden
+met je drie&euml;n geven veel meer de gezelligheid van een huishouden.
+Je kunt met je drie&euml;n bezoeken ontvangen...&rdquo;</p>
+
+<p>Iedereen was tevreden en voldaan over de schikking, maar Go, nadat
+de eerste roes van nieuwigheid voorbij was, nu ze als gewoon huisgenoot
+was opgenomen, ze voelde &rsquo;t wel: voldaan was z&iacute;j niet. Ze
+zat voor Frieda&rsquo;s schrijftafel en staarde over het kale, wijde
+land, en, de ellebogen op haar boeken, redeneerde ze met zichzelf:
+&ldquo;Het kwam dus niet door de kamer, en niet door de eenzaamheid,
+dat onrustige, onbevredigde gevoel. Het komt uit m&rsquo;n eigen hart,
+en daarom kan niemand er iets aan verhelpen... Want deze kamers zijn
+licht, en aan elken maaltijd en &rsquo;s avonds ook, zijn Mary en
+Frieda er, met hun hartelijke gezichten en opgewekte gesprekken, en ik
+zit er zwijgend bij, en voel, dat &rsquo;t me niet schelen kan. En als
+Gerard vraagt, hoe deze levenswijze me nu bevalt, dan kan ik lange
+verhalen van lof houden; maar ik w&eacute;&eacute;t &rsquo;t alleen met
+m&rsquo;n verstand. In mijn hart voel ik &rsquo;t anders. Dit
+samenwonen is uitstekend, en &rsquo;t moest veel meer door jongens
+worden gedaan; ik zou wel willen, dat Gerard en Han en Eduard ergens
+met hun drie&euml;n gingen wonen. Dat zou voor Eddy zooveel beter zijn,
+<span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227">227</a>]</span>dan
+zou hij misschien wel weer anders worden... en dan zou ik ook weer
+kunnen voelen, dat &rsquo;t leven prettig is.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze legde haar handen nu voor haar oogen om aan z&rsquo;n laatste
+bezoek te denken; hij was op de vergadering zoo koel tegen haar
+geweest, zoo anders dan de anderen, die nog onder den indruk van Hans
+waren. Hij had alleen even met &rsquo;n naren lach gezegd: &ldquo;Voor
+menschen, die pessimist praten, hoef-je niet bang te zijn; juist de
+opgewekten maken er opeens &rsquo;n einde aan,&rdquo; en uit &rsquo;n
+paar losse woorden van Rolands had ze gemerkt, dat er weer druk gefuifd
+werd in hun clubje. Bij &rsquo;t weggaan had ze toen gevraagd, of hij
+&rsquo;s op haar nieuwe kamer kwam, en toen hij ontwijken wilde, er
+beslist op aangedrongen, omdat ze &rsquo;m noodig spreken moest.</p>
+
+<p>Zoo was hij &rsquo;n avond in Frieda&rsquo;s kamer ontvangen, maar
+er was geen stemming, geen harmonie geweest. Go had gemerkt, dat Mary
+en Frieda geen van beide v&oacute;&oacute;r z&rsquo;n bezoek waren, ze
+had zich onzeker en geg&ecirc;neerd gevoeld, en hij had niets gedaan om
+&rsquo;r tot kalmte te brengen: hij was heen en weer blijven loopen,
+had de fotografie&euml;n en beeldjes bekeken, en steeds over allerlei
+onverschillige dingen gepraat.</p>
+
+<p>Na &rsquo;n kwartier had hij al weer weg gewild. Ze kon &rsquo;m
+niet laten gaan; ze moest toch zeggen, dat ze &rsquo;t zoo akelig
+vond...</p>
+
+<p>&ldquo;Waar ga-je heen?&rdquo;</p>
+
+<p>Hij moest naar de kroeg, afgesproken met vrienden...</p>
+
+<p>&ldquo;Waar&oacute;m nou? Ik heb je al zoo lang niet
+gezien.&rdquo;</p>
+
+<p>Ja, maar ze zou&euml;n spelen, kaarten... <span class="pagenum">[<a
+id="pb228" href="#pb228">228</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave; nee, Eddy, doe &rsquo;t niet.&rdquo;</p>
+
+<p>Er had in z&rsquo;n oogen dat ongeduld gebrand, dat haar altijd even
+bang maakte: &ldquo;Natuurlijk zal ik gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja maar, &rsquo;t is zoo verkeerd; jullie spelen om
+geld.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik hoop zelfs veel te winnen; daarom ga &rsquo;k eigenlijk.
+&rsquo;n Lastige beer.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Je kunt toch onmogelijk zoo heel veel winnen op &rsquo;n
+avond.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Twintig, vijf-en-twintig gulden is ook al genoeg. &rsquo;k
+Moet &rsquo;t hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dus d&aacute;&aacute;rom alleen?&rdquo; En ze was naar de
+kast gegaan, en, smeekend, dat hij ni&eacute;t boos zou worden...
+&rsquo;t was wezenlijk beter.... had ze &rsquo;m het bankbiljet van
+vijf-en-twintig gegeven, terwijl hij weifelde, ontroerd keek.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik schaam me, Go,&rdquo; had hij alleen gezegd, en toen was
+hij gauw weggegaan, en ze had &rsquo;m niet weerhouden, omdat ze
+voelde, hoe pijnlijk &rsquo;t voor beide zijn zou, nog samen te
+blijven.</p>
+
+<p>Den volgenden middag had ze geen vleesch gewild aan de koffie. Of ze
+vegetari&euml;r werd?&mdash;Nee, &rsquo;t was zuinigheid; haar
+maandgeld was op....</p>
+
+<p>Mary had haar even doordringend aangekeken, toen luchtig gezegd:
+&ldquo;Mooi zoo! Enfin, Frieda en ik h&eacute;bben nog &rsquo;t onze.
+Eet dus gewoon mee; zoo sterk ben-je niet.&rdquo;</p>
+
+<p>En daarna had ze niets meer van &rsquo;m gehoord of gezien. Zelfs
+niet op de laatste vergadering van L. V<span class="corr" id="xd0e3798"
+title="Niet in bron">.</span>; Rolands had zoo iets gepreveld, van dat
+hij uit moest, maar Gerard had er dadelijk over heen gepraat, en hij
+was beboet &ldquo;wegens niet verschijnen ter vergadering, zonder
+hiervan <span class="pagenum">[<a id="pb229" href=
+"#pb229">229</a>]</span>vooruit schriftelijk kennis te geven,&rdquo; en
+&ldquo;wegens niet inleveren van z&rsquo;n verplichte
+werkzaamheid.&rdquo;</p>
+
+<p>&rsquo;n Vergadering zonder h&eacute;m had geen doel, en &rsquo;t
+had Go toegeschenen, of ze allemaal maar hadden zitten praten, om met
+hun woorden de leegte te bedekken, en eigenlijk leek haar heele leven
+haar tegenwoordig zoo, vooral als ze &rsquo;n middag alleen zat in de
+kamer, met haar boeken. Wat moest dat allemaal nu eigenlijk? Wat had
+het met haar geluk of &rsquo;t heil van de menschheid te maken, of ze
+al wist, hoeveel uitgaven er van Maerlants strofische gedichten
+bestonden, of wat voor invloed de eerste en tweede klankverschuiving
+hadden gehad? En nu kon-je zeggen: dat had-je nu eenmaal in iedere
+studie, of je rechten nam, of medicijnen, of scheikunde: altijd moest
+je eerst &rsquo;n massa concrete kennis vergaderen, waar je &rsquo;t
+nut niet zoo dadelijk van inzag. Maar dat was &rsquo;t hier niet
+alleen; als ze d&oacute;&oacute;r dacht over later, wat er zou
+gebeuren, als ze dit nu allemaal wist, als ze haar candidaats en haar
+doctoraal had gedaan, en dan ook nog &rsquo;n boek, &rsquo;n
+dissertatie, had geschreven,&mdash;dan sloeg haar eerst recht de schrik
+om &rsquo;t hart. Dan zou ze de hier vergaderde wijsheid gaan
+onderwijzen op &rsquo;n burgerschool of &rsquo;n gymnasium, of op
+&rsquo;n bibliotheek als archivaris studeeren in perkamenten, dag in
+dag uit, &ograve;f aan &ldquo;het woordenboek&rdquo; &rsquo;n baantje
+krijgen, bij gratie, en de rijkste jaren van haar leven besteden b.v.
+aan de letter <i>p</i>. En n&oacute;&oacute;it, n&oacute;&oacute;it zou
+ze, als de studenten van andere vakken, in &rsquo;t werkelijke leven
+kunnen ingrijpen en nuttig worden; nooit zou ze direct met
+&ldquo;menschen,&rdquo; menschenl&eacute;ven, te maken hebben, zooals
+&rsquo;n dokter, &rsquo;n advocaat. Zelfs nooit haar h&aacute;nden
+kunnen gebruiken, zooals <span class="pagenum">[<a id="pb230" href=
+"#pb230">230</a>]</span>Mary, die kookte en knoeide op &rsquo;t
+laboratorium, die zoo heerlijk moe kon zijn, nadat ze &rsquo;n middag
+gestaan had. Voor haar waren er niets dan boeken, die naar andere
+boeken verwezen, en altijd weer boeken, waar niets achter was, en niet
+k&ograve;n wezen. &rsquo;t Was immers zuivere wetenschap, alleen
+&ograve;m de wetenschap, zooals: l&rsquo;art pour l&rsquo;art. Dat had
+ze eerst juist zoo mooi, zoo groot gevonden, voor gedachten te leven,
+in idee&euml;n; maar nu, nu ze lange uren er zich aan begon te geven,
+m&rsquo;n God, n&uacute; voelde ze, dat ze jong was en krachtig, dat
+haar lichaam niet wilde vegeteeren, dat haar spieren trokken van
+ongeduld bij al dat stil zitten studeeren; en dat ze benijdde, o,
+benijdde met hart en ziel, de bedrijvige wereld, beneden op straat, de
+meisjes, die kleeden klopten in de zon, met flink beweeg van de stevige
+armen; de jongens, die zware schuiten voortboomden, met groente, met
+turf; iedereen, die z&rsquo;n lijf inspannen kon, z&rsquo;n kracht
+uiten.</p>
+
+<p>&ldquo;Het Comburgsche HS; het Zutfensch-Groningsche HS, het HS der
+Pelgrimage van der mensceliker creaturen, de Heidelbergsche
+fragmenten....&rdquo; Ze zette zich opeens op, en &rsquo;t bloed vloog
+naar haar hoofd: &rsquo;t was om d&oacute;l van te worden, zoo&rsquo;n
+heele middag zitten, terwijl vlak voor de deur &rsquo;n schuit met
+steenen werd afgeladen, en al die menschen zich bukten, en sjouwden en
+zwoegden in den frisschen winterdag, met de kou tegen hun warme lijven.
+Ze m&oacute;est ook iets doen. En met &rsquo;n ruk sjorde ze de ramen
+open, begon de kussens van Frieda&rsquo;s canap&eacute; uit te slaan op
+de vensterbank, ofschoon ze wist, dat dat eigenlijk overbodig werk was,
+want ze had tegenwoordig zoo dikwijls &rsquo;n bui, dat ze opeens iets
+m&oacute;est doen, en dan gingen de kussens <span class="pagenum">[<a
+id="pb231" href="#pb231">231</a>]</span>en de kleedjes er altijd
+&rsquo;t eerst aan. Al haar handschoenen waren ook heelemaal schoon, en
+ze schommelde in de laden van Frieda en Mary; daar was wel wat te doen:
+warm water maken, zeep raspen, goddank, nu leefde ze weer, in de koele
+lucht, met de beweging; lekker, zoo met haar handen in &rsquo;t warme
+sop voor &rsquo;t raam te staan; de waschkom kantelde wel wat op de
+vensterbank, maar &rsquo;t zou wel houden, en de wind was zoo frisch
+tegen haar gezicht. Was de slang met &rsquo;t aansteken zooeven
+&rsquo;n eindje van &rsquo;t comfoor afgegleden? O, nee, Frieda had al
+meer over gaslucht geklaagd; ze rook het nu ook, nu ze er dicht bij
+was;&mdash;ze zouden&mdash;h&eacute;, daar was Ru Bruining, met
+z&rsquo;n fiets.</p>
+
+<p>&ldquo;Mary is niet thuis, Ru.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Z&oacute;&oacute;. Zou &rsquo;t nog lang duren?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee. Binnen &rsquo;n kwartier zal ze er wel zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, dan kom &rsquo;k toch maar even boven; ik heb &rsquo;n
+pakje van huis gekregen, met ook iets voor haar; &rsquo;n das of
+&rsquo;n strik; ik weet niet precies.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze hoorde &rsquo;m de fiets in de gang zetten, toen z&rsquo;n vlugge
+stappen op de trap. Het was zoo&rsquo;n kordaat kereltje, niet groot,
+maar breed gebouwd, rechtop en energiek, met kleine, sterke handen, en
+&rsquo;n kop met &rsquo;n wil.</p>
+
+<p>&ldquo;Goeienmiddag. Wat voer-jij uit?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, ik wasch handschoenen. Geef jij me misschien ook de
+clandisie?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, die draag ik nooit. Je mag er wel wat opleggen, dat ze
+niet wegwaaien, als ze gedroogd zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja. Zeg, Ru, ruik-jij geen gaslucht, daar in dien
+hoek?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;k ben verkouden. Ja, hier toch; &rsquo;t zit bij
+&rsquo;t kastje.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb232" href=
+"#pb232">232</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Niet aan de slang? Frieda klaagt er al langer over. We zullen
+&rsquo;s &rsquo;n man van de gasfabriek....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Laat mij &rsquo;s kijken; mag &rsquo;t tafeltje even
+weg?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Pas op; geen lucifers, Ru,... je vliegt in de
+lucht....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, wacht maar; zoo erg is &rsquo;t niet. O, kijk; deze
+schroef zit los. Je hebt hier zeker geen gereedschap.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;De juffrouw zal wel....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och, ik kan het wel met m&rsquo;n fietssleutel.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij was al weg, om dien van beneden te halen, heelemaal in z&rsquo;n
+werk verdiept; en Go keek met welgevallen, hoe hij zich boog,
+schroefde, z&rsquo;n kracht spande, dat &rsquo;t bloed roodend naar
+z&rsquo;n voorhoofd liep, tot onder z&rsquo;n stug, blond haar.</p>
+
+<p>&ldquo;Kom nu &rsquo;s ruiken. Wat denk-je er van?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik ruik niets,&rdquo; snoof Go behagelijk. &ldquo;Wat leuk,
+dat je ook van zulke dingen verstand hebt, zeg. Zoo &rsquo;s practisch
+iets doen, dat kan bijna geen een student.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat komt door de stomme verdeeling van den arbeid. Er is
+&rsquo;n klasse menschen, die hun lichaam &oacute;ver-aftobben, en geen
+tijd voor eenige ontwikkeling overhouden, ook geen kracht en geen lust;
+en aan den anderen kant staan wij, de z.g. bevoorrechten, maar die even
+goed zelf ook lijden door de misstanden, die we in onze kortzichtigheid
+toch niet opgeven willen; wij, die ons suf en stomp werken met ons
+hoofd, en onze spieren als niets-nut moeten laten
+verslappen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave; ja,&rdquo; zei Go gretig, &ldquo;ik had vanmiddag
+zoo graag &rsquo;s met dien steenensjouwer geruild;&mdash;hij hier
+&rsquo;s wat uitrusten en ik me &rsquo;s weldadig moe maken. Je hebt
+gelijk; &rsquo;t is &rsquo;n domme indeeling.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233">233</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;We kunnen er natuurlijk zelf wel wat aan verhelpen. Ik woon
+daar nu buiten, en als ik &rsquo;s twee uur gewerkt heb in Hesiodus of
+Isocrates, dan ga &rsquo;k eens naar m&rsquo;n kooltjes kijken, of neem
+de geit mee wandelen; maar dat is maar spielerei, en aardig voor mij
+persoonlijk. De gemeenschap heeft er geen nut van, zooals &rsquo;t zou
+zijn, wanneer de verhoudingen beter georganiseerd waren.&rdquo;</p>
+
+<p>Ja, Mary heeft wel &rsquo;s verteld, je hebt daar &rsquo;n eigen
+huisje, h&egrave;, en je doet alles zelf.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zoowat, ja; kom &rsquo;s kijken, als je lust hebt, met Mary.
+Er is nu niet veel om jullie mee te geven: vroeger heb ik &rsquo;t
+huishouden hier wel &rsquo;s van boontjes of aardbeien
+voorzien.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Aardbeien! O, heerlijk! Mogen we dan van den zomer nog
+&rsquo;s komen? En je hebt &rsquo;n roeiboot, niet?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, en &rsquo;n kraai en &rsquo;n paar kippen, en konijntjes.
+Je zult &rsquo;t wel grappig vinden, denk ik.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;H&egrave;, zalig zoo buiten wonen....&rdquo;</p>
+
+<p>Mary vond hen in druk gesprek bij het open raam. &ldquo;Zoo
+broertje!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dag Mary, ik breng iets van moeder voor je mee.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, de das, dank je.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zeg Mary, Ru vraagt, of &rsquo;k vanavond mee ga naar de
+lezing van Mevrouw Roland Holst. Doe-jij &rsquo;t ook?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, Go, ik kan niet. Maar doe &rsquo;t. &rsquo;t Is zeker
+mooi, en &rsquo;t zal je opfrisschen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Natuurlijk,&rdquo; pleitte Ru. &ldquo;D&aacute;t is &rsquo;n
+vrouw! Ik voel me niet gauw klein bij iemand, maar bij
+h&aacute;&aacute;r....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat is hij toch altijd opgewekt,&rdquo; zuchtte Go, toen Ru
+weer naar &ldquo;de boerderij&rdquo; was. &ldquo;Je voelt <span class=
+"pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234">234</a>]</span>je al anders, als
+hij de kamer maar binnenkomt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat komt, omdat hij sociaal-democraat is,&rdquo; antwoordde
+Mary, de handschoenen naar binnen hengelend.</p>
+
+<p>&ldquo;Dan is dat toch &rsquo;n mooie overtuiging, als &rsquo;t je
+zoo levens-tevreden maakt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ach, dat doet natuurlijk ieder wezenlijk geloof.&rdquo; Maar
+Go luisterde niet. &rsquo;t Was net, of er iets prettigs gebeuren ging,
+iets met Eddy, zoo opgeleefd was ze opeens, door dat gesprekje, door
+&rsquo;t vooruitzicht van de lezing: misschien zou hij er ook
+zijn,&mdash;ofschoon sociaal-democratie&mdash;&rsquo;t was niets voor
+hem; misschien zou er gauw &rsquo;n brief komen, of hij d&agrave;cht nu
+aan haar; ze wist niet, wat ze verwachtte, maar haar bloed stuwde
+krachtig door haar verwachtende hoofd, ze v&oacute;elde, dat &rsquo;t
+toch zoo maar niet opeens uit kon zijn, tusschen hem en haar, en
+terwijl ze zich waschte en &rsquo;n h&eacute;&eacute;l klein beetje
+toilet maakte,&mdash;ze mocht niet te mooi wezen, &rsquo;t zou iets van
+gelijkheid zijn, dacht ze,&mdash;zong ze aldoor die bemoedigende spreuk
+voor zich heen, die uit &rsquo;n droge kolom van het middelnederlandsch
+woordenboek haar plots toegegeurd had en die haar nu z&oacute;&oacute;
+sterkte:</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&raquo;Dat nemmer man en was so wilde,</p>
+
+<p class="line">Een vrouw diene met smeekene hilde.&rdquo;</p>
+</div>
+
+<p>Ze zo&ugrave; &rsquo;m houden, al trachtte alles hem van haar af te
+trekken; door haar liefde alleen.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Ze liepen samen terug door de stille straten, beide warm van
+opwinding, gedragen op hun bewondering, hun extase over dien avond.</p>
+
+<p>&ldquo;Nog nooit heb ik zoo iets gehoord,&rdquo; zuchtte Go,
+&ldquo;en &rsquo;k had &rsquo;t heelemaal niet gedacht, toen ze <span
+class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235">235</a>]</span>pas opkwam.
+Niet eens sympathiek, vond ik, en geen mooie stem....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Er is niets heerlijker, dan mee te gaan, op te gaan in haar
+geestdrift en bezieling. Ze electriseert de menschen eenvoudig, en
+n&iacute;et door stijl-effecten, niet door woorden-klinkklank, maar
+alleen door haar overtuiging, en haar passie om anderen te
+overtuigen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, Ru, ik ben zoo blij, dat je me meegenomen hebt. Ik weet er
+heelemaal niets van, van socialisme of anarchisme of al die dingen;
+maar &rsquo;t is net, of ik nu weer harder m&rsquo;n best zal doen om
+goed te zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, die opwekking geeft ze zeker ieder: &rsquo;n behoefte
+eerlijk en zuiver te zijn, in alles, ook in je intiemste gedachten;
+&rsquo;n behoefte te werken, nooit bij de pakken neer te
+zitten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Laten we nog &rsquo;n endje omloopen, de avond is zoo
+heerlijk, en ik voel zoo&rsquo;n kracht; ik zou toch niet kunnen
+slapen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Als we nu maar &rsquo;s dadelijk met wat moeilijks beginnen
+konden, h&egrave;, &rsquo;n groote opoffering, &rsquo;n heldendaad.
+Maar &rsquo;t lastige is &rsquo;t vuur brandend te houden in &rsquo;t
+gewone doen van alle dag, ook als we onder kleine en groote zonden
+leven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar &rsquo;t helpt toch zeker, zoo&rsquo;n avond, en de
+beloften, die je jezelf dan doet.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;n Mooi gevoel is niet verloren,&rdquo; zei Ru, maar Go
+keek strak voor zich uit. Ze waren nu op de Stille Rijn en van de brug
+zag ze twee menschen komen, &rsquo;n jonge man en &rsquo;n meisje, die
+dicht bij een lantaarn, tegen elkaar geleund, bleven staan. Zij, die in
+&rsquo;t donker liepen, zagen hen hel belicht; Go onderscheidde
+&rsquo;t grijze hoedje op &rsquo;n bos ros-blond haar, het beige
+manteltje, <span class="pagenum">[<a id="pb236" href=
+"#pb236">236</a>]</span>waarom &rsquo;n zwarte arm lag. De man was lang
+en slank, hij droeg &rsquo;n slappen hoed; zwart haar.... o, God, en
+z&rsquo;n gezicht was bleek, maar z&rsquo;n oogen straalden.... Hij
+keek in &rsquo;t gezicht daar beneden hem, en boog zich, en z&rsquo;n
+hand was op haar schouder; maar toen ze de voetstappen hoorden, liepen
+ze door langs den donkeren waterkant, en z&rsquo;n stap, even sleepend,
+klonk door haar hakgekletter heen....</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>&ldquo;Scheelt er wat aan, Go?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee. Wat koud.&rdquo; Haar lippen weigerden bijna, maar Ru
+scheen &rsquo;t niet te merken.</p>
+
+<p>&ldquo;Laten we dan gauw naar huis toe gaan. Je ziet zoo vreeselijk
+bleek.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja. &rsquo;t Is ook mistig, kijk.&rdquo; En ze staarde over
+het water, waar de booten met hun roode lichtjes lagen, en terug naar
+de donkere, stille gracht, waar ze nu samen zouden zijn.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik begrijp niet,&rdquo; begon Ru weer over de lezing,
+&ldquo;dat er niet veel studenten waren vanavond. Natuurlijk wel de
+partij-leden, maar dit was toch iets, dat iedereen goed zou hebben
+gedaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och, ze hebben zooveel andere dingen.&rdquo; Ze liep steeds
+sneller om maar thuis te zijn.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar nergens leeren ze &rsquo;n historischen kijk op de
+wereld krijgen.... Als je die kerels soms hoort beweren&mdash;&rdquo;
+Nu was hij op z&rsquo;n stokpaardje, praatte door tot bij de deur, waar
+hij weer verschrikt zei: &ldquo;God, Go, je h&eacute;bt toch niets? je
+ziet er zoo ellendig uit; kan &rsquo;k niets voor je doen; iets
+halen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is alleen de kou....&rdquo; En ze klappertandde.
+&ldquo;Nacht Ru! Ik dank je wel.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze knikte nog even op de stoep; sloot toen langzaam <span class=
+"pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237">237</a>]</span>de deur en deed
+er den grendel en de knippen op. Iedereen was al naar bed, en met de
+kleine olielamp ging ze langzaam, tastend, de trap op, naar
+Frieda&rsquo;s kamer, waar nog wat kachelwarmte en theegeur hing. Ze
+zette de lamp neer, en wist opeens niet meer. Onderweg had ze hevig
+naar &rsquo;t oogenblik van alleen-zijn verlangd. Nu stond ze als te
+wachten. Er was iets ergs gebeurd; er was iets gescheurd van binnen;
+maar wat moest ze nu hier alleen in die kamer? Ze had nog geen pijn;
+&rsquo;t was te scherp geweest. Ze wou even zich herinneren, hoe
+&rsquo;t maar weer precies was gebeurd: ze liep naast Ru, en was
+moedig, en had honderd groote en dappere plannen in haar hoofd; toen
+kwamen er twee de brug af, en ze vermoedde zonder woorden; ze
+voorvoelde; &rsquo;t was als het bewustzijn van &eacute;&eacute;n, die
+vallen gaat, diep, dood;... ze had gekeken, strak, naar
+&eacute;&eacute;n punt, en het was duidelijker
+geworden;&mdash;h&aacute;&aacute;r Eddy was even tusschen het dreigende
+beeld komen schuiven, hij, met z&rsquo;n belovende oogen, z&rsquo;n
+streelende lach; toen was hij er mee samen gevallen: z&rsquo;n lach
+naar &rsquo;n ander, de belofte aan &rsquo;n ander....</p>
+
+<p>Nu waren de tranen er, opeens in &rsquo;n stroom over haar strakke
+gezicht; ze stond met haar hoofd tegen den muur als om zich op te
+houden, en trillend over haar heele lichaam, fluisterde ze: &ldquo;Hoe
+k&ograve;n-je, hoe k&ograve;n-je! O, Eddy, wat b&eacute;n-je slecht. Ik
+had het nooit gedacht....&rdquo; En als ze even stil was geweest,
+barstte dadelijk haar snikken weer heviger uit, tot ze uitgeput op de
+canap&eacute; viel en daar onbeweeglijk bleef zitten, in de donkere
+kamer starend, waar alleen &rsquo;t olielichtje &rsquo;n spokig
+schijnsel door wierp. <span class="pagenum">[<a id="pb238" href=
+"#pb238">238</a>]</span></p>
+
+<p>Zoo was dus het leven; en d&iacute;t de liefde, waar ze zoo naar had
+verlangd. Zoo waren de menschen, die ze had vertrouwd; hij, hij, de
+aller-liefste, deed zulke dingen. En dat hoorde zoo. De ouderen wisten
+het; er veranderde niets om op de wereld; zooals Rolands gewoon in hun
+clubje was teruggekomen, zoo zou hij de volgende keer weer
+&eacute;&eacute;n der hunnen zijn, met z&rsquo;n zingende stem, met
+z&rsquo;n lieve manieren. Niemand zou iets van &rsquo;t gebeurde aan
+hem kunnen zien;....deden ze dan misschien allemaal zoo: Hoefman en
+Otto en Han&mdash;en Gerard ook? Wien kon ze n&uacute; vertrouwen,
+nadat ze hem zoo gezien had!</p>
+
+<p>O, ze had er wel eens over hooren praten en er van gelezen, van het
+leven van jongelui, en dat &rsquo;t zoo anders was meestal, dan
+&rsquo;t scheen aan den buitenkant, en ze had niet gedacht, dat de
+menschen, die zoo oordeelden, logen of zich vergisten, maar w&egrave;l:
+dat ze over &rsquo;n ander soort jongens praatten, dan z&iacute;j
+kende. H&aacute;&aacute;r vrienden had ze altijd geheel als zichzelf
+vertrouwd, en toen Eddy dien middag in het laantje had gezegd:
+&ldquo;Ja, zoo zijn we, wij, studenten; zoo zijn we haast
+allemaal&rdquo;, had ze w&eacute;l de pijn gevoeld, dat hij ook wel
+&rsquo;s iets kwaads gedaan zou hebben, &rsquo;s lief gedaan tegen
+&rsquo;n meisje; maar n&uacute; toch zeker nooit meer, nu hij
+h&aacute;&aacute;r kende. En ze had zich ook niet voor kunnen stellen,
+dat hij ooit erg intiem met zoo iemand kon zijn
+geweest;&mdash;misschien &rsquo;s tegen &rsquo;r gelachen,&mdash;dat
+was al erg genoeg, z&rsquo;n mooie lach;&mdash;misschien &rsquo;s een
+endje met haar opgeloopen, maar hoe kon hij, de ontwikkelde,
+beschaafde, over-verfijnde, voor wien zij zich vaak te grof en te
+onwetend had gevoeld, wezenlijk behagen vinden in &rsquo;n burgerlijk,
+onbeschaafd <span class="pagenum">[<a id="pb239" href=
+"#pb239">239</a>]</span>schepsel, zoo een, die Leidsch dialect sprak,
+met &rsquo;t leelijke zangetje, en niets had gelezen; die bovendien
+niet wezenlijk van &rsquo;m houden kon.</p>
+
+<p>En t&ograve;ch, ze had het gezien, het w&agrave;s zoo: hij
+g&aacute;f haar zijn liefkoozingen, hij verdiepte zich in haar wezen.
+O, nu begon ze te begrijpen de tragedie van vrouwenliefde in zooveel
+boeken, die altijd zooveel roerender dan mannen-d&eacute;sillusies was.
+Nu begon ze iets te voelen van de wanverhoudingen tusschen het meisje,
+dat wacht en hoopt, om zich geheel aan den man, dien ze liefheeft, te
+kunnen wijden, en den man, die minnarijen zoekt, die hem direct
+voordeel en bevrediging geven, zonder al de zorgen en &rsquo;t bindende
+van &rsquo;n huwelijk met &rsquo;n vrouw van dezelfde ontwikkeling, die
+hooger eischen stelt. En als hij dan eindelijk toch naar &rsquo;n eigen
+huis, &rsquo;n familie verlangen gaat, met hoe verschillende idealen,
+met hoe ongelijke verwachting, gaan de twee dan het nieuwe leven in:
+het meisje, dat al, wat ze bezat, heeft bewaard en vermooid, &rsquo;t
+hem nu bevend wil geven; hij, al moe, en ged&eacute;sillusioneerd, met
+herinneringen, die schrijnen en bezoedelen, vaak met &rsquo;n ontveinsd
+d&eacute;dain.</p>
+
+<p>D&aacute;t stond de vriendschappelijke verhouding tusschen jongens
+en meisjes in den weg; niet, dat ze vaak dronken waren in de eerste
+plaats, maar &rsquo;t feit, dat andere vrouwen op &rsquo;n andere
+manier in hun leven gedrongen waren, en ze daarom geen achting, geen
+zuiver, hartelijk gevoel meer konden voelen voor eenig meisje, want hun
+gedachten waren vol van wat laag en afschuwelijk was.</p>
+
+<p>O, wat w&aacute;s de wereld leelijk, en wat deed &rsquo;t weten
+&rsquo;n pijn. &rsquo;t Was net, of ze haar heele leven geslapen had,
+en nu opeens, wakker geschrikt, <span class="pagenum">[<a id="pb240"
+href="#pb240">240</a>]</span>de onwaarheid van haar mooie droomen
+besefte; &rsquo;t was, of ze al lang in &rsquo;n modderpoel was
+rondgegaan, en nu pas z&agrave;g, waar ze was verdwaald.</p>
+
+<p>Het zien van Rolands had haar niet diep getroffen. Het was even pijn
+geweest, maar wat wist ze van z&rsquo;n leven, en hoe kon ze er zich
+indenken, hoe z&rsquo;n liefde zou zijn? Maar Eddy&rsquo;s
+liefkoozingen had ze gevoeld in haar droomen; ze wist, hoe z&rsquo;n
+oogen keken, wanneer hij teeder was; ze zag de zachte gebaren van
+z&rsquo;n streelende handen, en nu dit alles, haar lang-gedroomde
+schat, aan &rsquo;n ander werd gegeven, als &rsquo;n nietswaardigheid;
+nu haar hoogste geluks-verlangen was neergestort bij den vreeselijken
+aanblik van het tot bespottelijk-karikatuur misvormde beeld van haar
+ideaal,&mdash;nu doorvoelde ze plots de diepte van ellende van
+ongelijke moraal van twee naar gelijkheid strevende geslachten, en
+duizelend van haar eigen misstanden-peilende helderheid, hield ze het
+hoofd in de handen, en kreunde om haar gewond, beleedigd
+vertrouwen.</p>
+
+<p>&ldquo;Als je maar altijd &rsquo;t allerleelijkste van de menschen
+denkt, als je je maar nooit door idealisme laat verleiden, dan krijg-je
+&rsquo;t meeste gelijk in de wereld. De oude, wantrouwende menschen
+hebben gelijk, de misanthropen hebben gelijk,&rdquo; prevelde ze
+bitter, &ldquo;en wie vertrouwt en liefde geeft, zal net zoo lang
+gemarteld worden, tot hij wijzer geworden is. &ldquo;Zoo &iacute;s de
+wereld eenmaal,&rdquo; zeggen de ouderen altijd. Hoe heb ik ze gehaat,
+om hun hard en liefdeloos oordeel. Ik voelde, dat &rsquo;t niet waar
+kon zijn; en nu....&rdquo;</p>
+
+<p>Ze begon in Frieda&rsquo;s kamer op en neer te loopen, en bleef lang
+voor de bul van L. V. staan; het was &rsquo;n groot papier met &rsquo;n
+gewichtig-uitziend zegel op <span class="pagenum">[<a id="pb241" href=
+"#pb241">241</a>]</span>den hoek, en er stond met dikke letters
+gedrukt: Virginem ornatissimam Friedam Vervoort, enz.; onderaan de drie
+handteekeningen van het bestuur, den datum en &rsquo;t jaar in
+Romeinsche cijfers. Onwillekeurig trachtte ze het in gewone over te
+brengen, en onderwijl herinnerde ze zich, hoe het alles was begonnen,
+dien avond op z&rsquo;n kamer, hoe ze in &rsquo;m was opgeleefd zonder
+eenige terughoudendheid, terwijl intusschen z&rsquo;n gedachten vol
+leelijke dingen, o ze wist &rsquo;t nu, moesten geweest zijn. Wie weet,
+wat hij van haar en haar dringende openheid had gedacht; of hij niet
+met anderen over haar verlangen, voor &aacute;llen iets te zijn, had
+gelachen. Hoe schaamde ze zich, dat ze zich had laten gaan, en haar
+mooiste gevoel misschien tot spot gemaakt. En al zei ze weer:
+&ldquo;nee; z&oacute;&oacute; slecht kan hij niet zijn; hij was toch
+eerlijk tegen me, al wilde ik het niet begrijpen&rdquo;,&mdash;hoe wist
+ze, in hoeverre ze nu nog iemand vertrouwen kon; hoe wist ze, of niet
+de heele wereld &eacute;&eacute;n afschuwelijke leugen was, waar de
+menschen toch maar mee doorleefden, omdat het nu eenmaal zoo gewoonte
+was...</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Toen het drie uur sloeg door de stilte, stond ze n&oacute;g voor
+&rsquo;t raam in de duisternis te staren. Het olielampje achter haar
+rug was bijna leeggebrand, en ze zei &rsquo;t zich, dat ze nu maar naar
+bed moest gaan. Maar de roerloosheid van de kamer, de gevoellooze rust
+van het heele huis, deed haar de schouders ophalen: waarom eigenlijk;
+wie kon &rsquo;t iets schelen, of ze hier heen en weer liep, in angst
+en verbijstering, of naar haar bed toe ging? Wie m&eacute;rkte &rsquo;t
+zelfs? Iedereen sliep. En wat kwam &rsquo;t er voor haarzelf op aan, of
+ze hoofdpijn <span class="pagenum">[<a id="pb242" href=
+"#pb242">242</a>]</span>zou hebben morgen; wat kwamen alle dingen van
+alle verdere dagen er op aan?</p>
+
+<p>Ja, natuurlijk; ze moest examen doen; ze moest promoveeren en
+&rsquo;n betrekking krijgen, om voor zichzelf te kunnen zorgen;
+&rsquo;n ander zou &rsquo;t niet doen. Ze moest verdienen, om te kunnen
+leven, of eigenlijk: bestaan. Ze wist niet, waarv&oacute;&oacute;r.
+Wist die vrouw, die toch ouder was dan zij, en die.... dienzelfden
+avond, maar hoe lang scheen &rsquo;t al geleden,&mdash;had gesproken
+van &rsquo;n toekomst, &rsquo;n omwenteling, dan niet, dat de
+m&eacute;nschen slecht waren, en dat daar geen veranderde staat voor
+hielp? En ze had wel gepraat van verandering van de leugen-moraal, maar
+wat hielp &rsquo;t, als de mannen van aanleg ontrouw waren, de meisjes
+trouw? Of die misschien alleen uit noodzakelijkheid?</p>
+
+<p>Ze wist &rsquo;t niet meer, ze wist niets meer. Van wat, dat ze
+vroeger hoog en heilig had gehouden, kon ze n&uacute; nog zeker zijn,
+nu het hoogste van haar leven schijn was gebleken? <span class=
+"pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243">243</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e3984" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk XIX.</h2>
+
+<p>&rsquo;n Paar dagen later kwam ze lusteloos en bleek Mary&rsquo;s
+kamer in. Ze had lang, half-wakker, in haar bed liggen woelen, en zich
+nu eindelijk, zonder zorg, &rsquo;n beetje aangekleed, om in de
+rustige, blauwe kamer, die uitzag in den tuin en over de kale boomen,
+wat vrede te zoeken, dien ze nergens vinden kon. Die kamer had altijd
+&rsquo;n bizonderen invloed op haar; de meeste meisjes vonden &rsquo;m
+somber en kwamen liever in Frieda&rsquo;s &ldquo;zonnepaleis,&rdquo;
+dat ook lichter en levendiger was gestoffeerd; maar Go hi&eacute;ld van
+die doffe kleuren en sobere lijnen; Mary&rsquo;s eigen rustig en
+harmonieus wezen weerspiegelde zich in de dingen om haar heen; en de
+stilte was er nooit beangstigend, maar &rsquo;t mooie zwijgen van twee,
+die elkaar volkomen begrijpen.</p>
+
+<p>&ldquo;<span class="corr" id="xd0e3991" title="Bron:
+May">Mary</span>, ik wilde zoo graag iets doen, en ik kan n&iacute;et
+werken. Heb-jij ook iets voor me, te naaien of zoo, meen ik?&rdquo;</p>
+
+<p>Mary had zich omgewend, zoodra de deur openging, en terwijl ze naar
+de kast liep om &rsquo;n rok te zoeken, waarvan het bezemband was
+afgetrapt, bewonderde Go weer haar dunne, rechte <span class="pagenum">
+[<a id="pb244" href="#pb244">244</a>]</span>gestalte, die iets
+zwevends, iets symbolisch had, als de figuren van Toorop; en het
+kalm-ernstige gezicht, met de bijna-extatisch-groote, grijs-blauwe
+oogen, die zoo zuiver-koel en toch zoo innig konden kijken. En Go, die
+zelf l&eacute;&eacute;d, omdat haar gedachten deze dagen telkens met
+&rsquo;t kwaad vervuld waren, zij &rsquo;t ook met &rsquo;n afschuw er
+voor; en die zich bezoedeld voelde door haar weten van zonde, sloeg
+schuw de hare neer, toen Mary bij haar kwam, en over haar gebogen
+zwijgend naar haar kijken bleef. Go voelde, hoe afgetobd en onrustig en
+onverzorgd ze er uitzag, en, nerveus de rok grijpend, vroeg ze om garen
+en &rsquo;n naald, verlangend de spanning te breken door gewone,
+alledaagsche dingen.</p>
+
+<p>Maar Mary stoorde er zich niet aan; ze zette zich naast haar in de
+vensterbank, en, opeens &rsquo;n besluit nemend, begon ze met haar
+diepe, donkere stem: &ldquo;Gootje, je moet me &rsquo;s zeggen: ben-je
+vertrouwelijk met je moeder?&rdquo;</p>
+
+<p>Er was geen ontkomen meer aan; Go v&oacute;elde, dat nu alles
+uitgezegd moest worden tusschen hen twee&euml;n, en ze antwoordde zacht
+en weifelend: &ldquo;Ik hou heel veel van moeder,... en vroeger heb ik
+&rsquo;r ook altijd alles verteld, en overal in raad gevraagd&mdash;en
+ze heeft me altijd begrepen. Maar nu ik hier ben, in dat &agrave;ndere
+leven, bij menschen, die ze niet kent, en in toestanden, die ze zelf
+nooit heeft meegemaakt, nu voel &rsquo;k telkens, dat ze niet begrijpt,
+wat ik meen; nu verwart ze dingen en namen, en we merken &rsquo;t
+allebei, al zeggen we &rsquo;t niet: we zijn aan &rsquo;t vervreemden
+van elkaar, we ontgroeien elkaar.&rdquo;</p>
+
+<p>Mary knikte. &ldquo;Ik weet het wel, dat is het tragische in elke
+familie; de ouders leven voor <span class="pagenum">[<a id="pb245"
+href="#pb245">245</a>]</span>de kinderen, maar de kinderen worden
+menschen voor zichzelf en leven in de toekomst. Dit komt te sterker
+uit, naarmate de verhouding vroeger inniger was. En al is &rsquo;t
+natuurlijk, en al is &rsquo;t &ldquo;<span lang="de">der lauf der
+welt</span>&rdquo;&mdash;iedere liefhebbende moeder, die haar kind van
+haar af voelt gaan, lijdt eronder, diep en hevig, alsof zij de eerste
+was, die met zoo&rsquo;n vreeselijke ramp wordt getroffen. En voor
+&oacute;nze ouders is &rsquo;t wel &rsquo;t ergste; want die
+zi&eacute;n in hun kinderen de nieuwe levensrichting, de reactie tegen
+h&uacute;n leven, en dat is nog moeilijker te begrijpen, dan dat de
+jeugd eenvoudig zelfstandig denken wil. Wij zijn nog min of meer
+voorloopers van &rsquo;n nieuwe beweging, en &rsquo;t geslacht, dat na
+ons komt, vindt z&rsquo;n weg door ons gebaand....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet,&rdquo; viel Go uit, &ldquo;misschien zijn wij
+wel op &rsquo;n dwaalweg. Ik geloof niet, dat ik licht &rsquo;n dochter
+van mij zal laten studeeren. Eerst als je &rsquo;t zelf hebt
+meegemaakt, weet je, hoeveel er tegen is.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, maar over vijf-en-twintig jaar,&mdash;en eerder zal
+j&oacute;uw dochter toch zoo ver niet zijn&mdash;&rdquo; glimlachte
+Mary, &ldquo;over vijf-en-twintig jaar is de toestand van &rsquo;n
+meisje hier al weer heel anders dan nu;... reken maar eens, hoe
+verschillend ze nu is van &rsquo;n tien jaar geleden. Toen was er geen
+club, geen vereenigingslokaal; er waren geen meisjeshuishoudingen, geen
+pensions, geen faculteitsvergaderingen&mdash;hier en daar in de stad
+zat ergens &rsquo;n eenzaam meisje op &rsquo;n triestige kamer; op
+college werden ze met verbazing geduld;&mdash;dat is nog geen tien jaar
+geleden; terwijl nu... Of meen-je d&agrave;t niet?&rdquo;</p>
+
+<p>Go zweeg en keek voor zich uit: hoe k&oacute;n ze <span class=
+"pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246">246</a>]</span>het Mary van
+Eduard zeggen, en hoe kon ze &eacute;&eacute;rlijk zijn, z&oacute;nder
+het te zeggen? Toch snakte ze er naar, eindelijk haar hart, zwaar van
+zorgen en onzekerheid, eens voor iemand uit te storten, en haar oogen
+gingen hulpeloos naar Mary om steun.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet het niet, ik weet nu heelemaal niets meer. Toen ik
+Zondagavond bij moeder zat, heeft ze gehuild. Er was geen reden voor,
+maar ze zei opeens: &ldquo;Wie weet, hoe kort ik nog maar leef, en dan
+heb ik je niet eens de laatste jaren bij me gehad.&rdquo; En toen werd
+ik ook treurig en dacht, dat ik eigenlijk best zeggen kon, dat ik thuis
+komen zou, en iets anders beginnen. Zoo&rsquo;n vreeselijk studiemensch
+ben ik toch niet; en &rsquo;t is niet van veel belang, of ik &rsquo;t
+&eacute;&eacute;n doe, of &rsquo;t ander. Heelemaal&rdquo;&mdash;en ze
+haalde nerveus de schouders op&mdash;&ldquo;kan het me niet meer
+schelen, de wereld, &rsquo;t leven, alles. Ik heb er genoeg van. Ik
+begrijp toch niet, waarvoor &rsquo;t allemaal dient.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, kindje,&rdquo; zei Mary heel zacht, met haar hand over
+Go&rsquo;s handen, en haar oogen vol medelij, &ldquo;van &rsquo;t
+oogenblik, dat je bij ons kwam, heb ik al gevoeld, dat er wat aan
+haperde. Ik had je gezien, toen je hier aankwam, vol lust en overmoed
+en vertrouwen op je kracht; en jij was een van de weinige meisjes, die
+ik onthouden had. Je weet, ik kom bijna nooit op de club, ik houd van
+eenzaamheid en stilte. Het leven kan niet stil genoeg zijn voor mij,
+maar dat is heel iets anders dan het zwijgend broeden van jou, de
+laatste maanden, dat vol onrust is en disharmonie. Ik heb het aldoor
+gezien, maar ik dacht: ze zal er zich wel doorheen werken; &rsquo;t
+<span class="pagenum">[<a id="pb247" href="#pb247">247</a>]</span>is
+&rsquo;n moedig kind; en je moet je vooral niet opdringen met hulp of
+steun;&mdash;maar ik heb al zoo lang gewacht, en het is, of het aldoor
+maar erger met je wordt; je ziet er zoo hopeloos uit, of je eigenlijk
+geen oplossing meer verwacht. En daarom moeten we nu doorpraten,
+Gootje; ik zou zoo graag willen, dat je open tegen me was.&rdquo;</p>
+
+<p>Ze wachtte even en toen ze de verwarring zag op &rsquo;t vermoeide
+gezichtje, half wetend, half vermoedend, wat de aanleiding tot de
+verslagenheid zou zijn, al lag de oorzaak veel dieper, ging ze warmer
+voort:</p>
+
+<p>&ldquo;Kijk, feiten en gebeurtenissen in het persoonlijk leven zijn
+natuurlijk bij meisjes-studenten, net als bij andere meisjes, geheel
+verschillend. Maar wat algemeene ondervindingen, inhaerent aan &rsquo;t
+student-zijn zelf aangaat, die moeten we allen gelijkelijk doormaken.
+En daarom zijn de oudere-jaars de aangewezen raadsvrouwen voor de pas
+aangekomenen, de jongeren. Dat is ook wel de bedoeling van het bestuur
+van onze club, maar in de praktijk staat nog al veel dit ideaal in den
+weg. Meisjes zijn nu eenmaal niet erg toeschietelijk, als &rsquo;t haar
+dieper leven betreft, en ik geloof niet, dat iemand in ziele-onrust
+licht naar de kamer van onze praeses of secretaris zal stappen, om haar
+hart open te leggen... Zoo iets moet toevallig, spontaan, vanzelf
+gebeuren, als je lang bij iemand hebt gezeten, die je heel goed kent...
+en de jaren, de faculteiten, blijven haast altijd gescheiden. De door
+ondervinding gegaarde wijsheid houdt ieder voor zich. Toch zou &rsquo;t
+menig droomstertje, dat opeens is wakker geschud, wel goed doen, als ze
+wist, dat we allemaal &rsquo;n heele <span class="pagenum">[<a id=
+"pb248" href="#pb248">248</a>]</span>boel moeten doormaken,
+v&oacute;&oacute;r we eigenlijk kunnen zeggen, dat we l&eacute;ven, en
+er zou minder gauw gewanhoopt worden, als de overwinning van anderen
+moed gaf.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Toe, vertel me dan, hoe &rsquo;t anderen gaat,&rdquo; vroeg
+Go, in spanning, zich heelemaal gevend aan &rsquo;t luisteren.</p>
+
+<p>&ldquo;Wel, we komen allen van huis, onbezorgd en luchthartig, met
+duizend mooie plannen en droomen, maar zonder fond... en dan staan we
+opeens in het wezenlijke leven. Dat geldt natuurlijk zoowel voor
+jongens als meisjes, maar de meeste jongens hebben &rsquo;t corps, dat
+hun in fuiven en jool-maken de behoefte aan iets vasts vergeten doet,
+en ik geloof wel, dat dit een van de redenen is, waardoor jij meer
+verbijsterd en teleurgesteld bent, dan de meeste meisjes: dat je vol
+verwachting hier aangekomen bent, en van &rsquo;t begin af di&eacute;
+jongens ontmoet en met ze omgegaan hebt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Niet al m&rsquo;n vrienden zijn zoo,&rdquo; wierp Go tegen,
+aan Gerard en Hoefman denkend, maar Mary hield vast: &ldquo;De meest
+beteekenenden, die invloed op je hadden, vulden d&aacute;&aacute;rmee
+de leegheid van hun leven aan, want &rsquo;t voelen van leegte,
+onvoldaanheid, teleurstelling, is d&eacute; ziekte van de
+bewustwordende jeugd. Het is ook zoo natuurlijk: thuis hoefde-je niet
+na te denken over je leven; alles ging er vanzelf, door de zorg van je
+ouders, en hun bescherming, die je voelt om je heen. Maar als je hier
+komt, dan slaat je eerst de vrijheid als &rsquo;n roes naar je hoofd;
+ik heb dat meegemaakt evenals jij. Maar op die bedwelming volgt
+&oacute;&oacute;k de gewone &ldquo;kater&rdquo;; en de manier, waarop
+je di&eacute;n ellendigen tijd te boven komt, beslist voor <span class=
+"pagenum">[<a id="pb249" href="#pb249">249</a>]</span>&rsquo;n groot
+deel over je verder leven. Veel jongens, vooral corpsleden, hebben
+afleiding van allerlei aard, en als ze bang zijn om met zichzelf en hun
+eigen onvoldaanheid te vechten, dan pogen ze het te vergeten, op de
+kroeg, in hun clubs, of op &rsquo;n andere manier. Maar heel veel
+jongens en de meeste meisjes kunnen of willen den strijd niet bang
+ontloopen. Die bekennen zich, dat ze het land hebben, en streven
+d&aacute;n naar verbetering.&rdquo;</p>
+
+<p>Go zat stil, de kapotte rok in haar aandachtlooze handen; en diep in
+haar oogen leefde het begrijpen met ieder woord mee. Toen Mary zweeg,
+fronsde ze even de wenkbrauwen; zou &rsquo;t al uit zijn, en zou ze nu
+moeten gaan &ldquo;verbeteren&rdquo; in &rsquo;t wilde weg, zonder dat
+ze recht wist, ho&eacute; of waarheen?</p>
+
+<p>Maar weer ging de kalme stem voort: &ldquo;Ik zou je een heel rijtje
+van menschen kunnen noemen, wier &ldquo;zwarte&rdquo; tijd ik heb
+meegemaakt. De besten, diepsten juist hebben zoo&rsquo;n crisis in hun
+leven, waarbij &rsquo;t gaat als bij &rsquo;n ziekte, op leven en dood;
+en eerst als di&eacute; is overwonnen, heeft &rsquo;n mensch z&rsquo;n
+eigenlijk karakter getoond; neem nu b.v. m&rsquo;n broertje Ru. Wat is
+die jongen z&rsquo;n tweede jaar ellendig geweest! Hij werkte nog niet,
+foof niet meer, &rsquo;n toonbeeld van levensmoeheid. Tot hij z&rsquo;n
+sociaal-democratie heeft gevonden, mevrouw Roland Holst;&mdash;ja, die
+heb-je nu zelf gehoord.&mdash;Heeft &rsquo;t jou niets
+gegeven?&rdquo;</p>
+
+<p>Ja, &iacute;k vond &rsquo;t heel mooi. Maar zoo iets is niet
+genoeg....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Niet voor jou misschien. En voor mij ook niet. Ik vind het
+alleen prettig, dat ze je duidelijk maken, dat zoo vreeselijk veel
+kwaad van de menschen alleen aan de slechte inrichting van de
+maatschappij moet worden geweten;&mdash;<span class="pagenum">[<a id=
+"pb250" href="#pb250">250</a>]</span>onze moraal iets onhoudbaars,
+zie-je; dan oordeel-je zachter over gevallenen en gaat beter
+begrijpen;&mdash;maar de heele kwestie is, dat ieder mensch voor
+zichzelf hier uitzoeken moet, wat z&rsquo;n leven waarde, volheid geven
+kan. Dat was bij Frieda heel gemakkelijk, die is op ende op &rsquo;n
+studiemensch; het is haar ideaal, met haar schrandere hersens zooveel
+mogelijk wetenschap tot zich te nemen. Maar dat is iets, dat heel
+weinig jonge menschen volkomen bevredigt. Iedereen heeft hier iets
+eigens, &ldquo;&rsquo;t boekje&rdquo; van den &ldquo;Kleinen
+Johannes&rdquo;; en die behoefte is onder studenten veel sterker dan in
+de gewone maatschappij, omdat daar de mannen hun nuttige werkkring, de
+zorg voor hun huishouden, en de vrouwen kinderen en andere
+verantwoordelijkheid hebben; terwijl wij, die in onze gedachten al
+heele menschen zijn, inderdaad nog niets presteeren en nergens nut
+doen. Maar als we eenmaal iets hebben gevonden, &rsquo;n ideaal,
+&rsquo;n overtuiging, &rsquo;n gel&oacute;&oacute;f, dan heeft ons
+leven opeens waarde; dan voelen we dankbaarheid, dat we op de wereld
+zijn. Daardoor zijn hier zooveel vegetari&euml;rs en geheel-onthouders,
+en orthodox-geloovigen, en liefde-predikers, en artisticiteit wordt
+&oacute;&oacute;k wel &rsquo;s tot &rsquo;n geloof verheven; en dan de
+sociaal-democraten, en de anarchisten, en Van Eedenianen en de
+wereld-vrede-menschen... en de Hegelaars; daar ken-je, geloof ik, nog
+niemand van; dat is &rsquo;n heel bizonder volkje; &rsquo;k denk, dat
+je ze wel interessant zult vinden... en dan heb-je nog &rsquo;n paar
+voorstanders van het vrouwenkiesrecht, maar die zijn toch niet talrijk
+bij ons, en &rsquo;t zou ook niets voor jou zijn, wel?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, zeker niet,&rdquo; zuchtte Go, &ldquo;alleen al daarom,
+dat de jongens erom lachen, en dat kan ik niet <span class="pagenum">
+[<a id="pb251" href="#pb251">251</a>]</span>hebben; ik weet wel, dat
+dat erg kinderachtig van me is.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Och,&rdquo; peinsde Mary, &ldquo;&rsquo;t h&oacute;&oacute;rt
+wel bij je...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Vin-jij &rsquo;t ook altijd zoo ellendig, als je merkt, dat
+sommige mannen de meisjes-studenten voor heel iets anders dan gewone
+meisjes houden? Voor waanwijs, ingebeeld, en vooral voor wezens waar ze
+geen &eacute;gards, geen hoffelijkheid tegenover hoeven te toonen! Ik
+ben &rsquo;s in &rsquo;n club geweest, waar de jongens de meisjes
+alleen naar huis lieten gaan... &ldquo;meisjes-studenten waren toch
+iets anders dan gewone meisjes...&rdquo; Ik had kunnen huilen, toen ik
+alleen op de donkere straat liep, niet uit angst,&mdash;maar ik voelde
+&rsquo;t als &rsquo;n beleediging... En toch is &rsquo;t eigenlijk
+logisch. Ze zeggen: als je met ons gelijk wilt gesteld worden, moet je
+ook geen lievigheidjes meer verwachten. Maar ik vind &rsquo;t zoo
+akelig.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Beschaafde mannen zul-je zelden zoo zien doen, tenminste niet
+tegenover meisjes, die &rsquo;t &ldquo;<span lang="de">ewig
+weibliche</span>&rdquo; bewaard hebben. Je kunt hier ook al weer niet
+generaliseeren. Er zijn enkele meisjes-studenten, die als mannen sterk
+zijn;... er zijn m&eacute;&eacute;r &ldquo;echte&rdquo; meisjes, die
+studeeren.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Je gelooft dus niet, dat ieder meisje, dat studeert,
+i&eacute;ts van haar vrouwelijkheid inboet, zij &rsquo;t ongemerkt? Ik
+ben er vaak bang voor, dat we, all&eacute;&eacute;n door met de jongens
+samen op college te zitten, all&eacute;&eacute;n door onze vrijere
+levenshouding, iets verliezen; &rsquo;t kostbaarste... Of we minder
+schuchter, kuisch,&mdash;ach, ik kan &rsquo;t zoo niet zeggen; &rsquo;t
+zijn heel ouderwetsche begrippen van me; maar ik schaam me soms zoo,
+als ik met m&rsquo;n boeken loop, en &rsquo;n jongen kijkt me
+rustig-brutaal aan; denkt: &rsquo;n collega.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb252" href="#pb252">252</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;I&eacute;ts verliezen we mogelijk, maar we krijgen iets
+beters terug. Als je &rsquo;s met niet-studeerende meisjes samenkomt,
+benijd-je die dan zoo erg, en vind-je ze vrouwelijker, sympathieker dan
+je vriendinnen hier? Ik voel zoo dikwijls alleen maar
+medelijden...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar ik heb medelijden met de meisjes hier, die
+z&oacute;&oacute; zeer alle achting voor zichzelf en alle hoop op geluk
+hebben opgegeven, dat ze er zich niet meer om bekommeren, hoe ze er uit
+zien, slordig en smakeloos gekleed langs de straat loopen.... Dan moet
+ik er aan denken, hoe alles hoe langer hoe meer in de war loopt. De
+meisjes verdringen de mannen, ieder verdient maar net genoeg om voor
+zich zelf te zorgen, alles drijft naar volkomen vereenzaming van de
+individu&euml;n; ieder nijdig, ieder strijdlustig: voor mij; voor
+mezelf.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;In &rsquo;n staat-van-wanverhoudingen moet je de beste
+mogelijkheid, niet &rsquo;t ideaal zoeken.&rdquo;</p>
+
+<p>Go zuchtte.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar welk &ldquo;gel&oacute;&oacute;f&rdquo; denk-je nu, dat
+bij mij hoort?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, kindje, dat weet ik niet. En &rsquo;k heb het idee, dat
+je &rsquo;t eigenlijk &rsquo;n beetje mal moet vinden, als je hoort,
+wat hier al niet allemaal &ldquo;geloofd&rdquo; en
+&ldquo;gehoopt&rdquo; wordt. En toch vind ik die verbrokkeling absoluut
+geen teeken, dat al die idealen maar larie zijn, niets dan dotjes om
+schreeuwende kinderen mee zoet te houden. Voor mijn gevoel wijst het er
+juist op, dat er nog ontzaglijk veel te doen, te verbeteren, te werken
+valt in de wereld; en dat er hier allerlei zelfstandig-denkende
+menschen zijn, die hieraan trachten mee te werken op de manier, die met
+hun capaciteiten overeenkomt. Als je iemand hoort praten over z&rsquo;n
+overtuiging,&mdash;of &rsquo;t nu &rsquo;n Hegliaan is met &rsquo;n
+breede kop, of &rsquo;n extatische vegetari&euml;r, of &rsquo;n vredige
+<span class="pagenum">[<a id="pb253" href=
+"#pb253">253</a>]</span>wereld-vrede-vriend,&mdash;dan krijg-je altijd
+den indruk: &ldquo;ja, wezenlijk, ik zou er wat voor kunnen gaan
+voelen; er is toch veel moois in;&rdquo; ik heb dat ten minste; maar je
+begrijpt, ik ben &oacute;&oacute;k nog niet erg ver met m&rsquo;n
+ontwikkeling.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat ben-jij eigenlijk?&rdquo;</p>
+
+<p>Mary lachte. &ldquo;Wel, niet veel meer dan &rsquo;n dankbaar,
+gelukkig, zoekend menschenkind. Op &rsquo;t oogenblik ben ik erg in
+theosofie verdiept; dat geeft me zoo&rsquo;n kalmte, omdat &rsquo;t
+spreekt van weer terug komen hier op de wereld. Want al kijk ik
+m&rsquo;n oogen uit, ik heb toch &rsquo;t gevoel, dat ik met dit eene
+leven onmogelijk alles bevatten kan. En ik bewonder alles zoo, dat ik
+&rsquo;t zonde zou vinden, als ik nooit tot de kern doordringen kon.
+Ook wat mezelf aangaat: ik zou graag den tijd hebben me te
+volmaken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, maar v&oacute;&oacute;r ik volmaakt ben, is de wereld
+zeker vergaan,&rdquo; en Go trok &rsquo;n z&oacute;&oacute; tragisch
+gezicht, dat Mary vroolijk riep: &ldquo;Maar lieve kind, neem toch niet
+dadelijk aan als &rsquo;n waarheid, wat je maar terloops hoort. Ru
+zegt, dat theosofie het toppunt van menschelijke verwaandheid is, nog
+veel erger dan het Christendom. Want het voortleven, de ontwikkeling
+van den <span class="corr" id="xd0e4083" title="Bron: enkelling">
+enkeling</span>, het individu, is voor theosofen alles, terwijl hij
+juist overtuigd is, dat wij het leven maar even mogen dragen, en moeten
+trachten het te verheffen, opdat wanneer we het aan anderen overgeven,
+het &rsquo;n kostbaarder schat geworden zal zijn. Maar Wies van Hoof
+zegt: als de vrouwen maar eerst eens zitting in &rsquo;t Parlement
+hebben, en Theo Vervoort: Het vleesch-eten veroorzaakt de slechte
+neigingen in den mensch. Je hebt nog nooit &rsquo;s zoo&rsquo;n gesprek
+van &oacute;nze vrienden bijgewoond. Dat zijn <span class="pagenum">[<a
+id="pb254" href="#pb254">254</a>]</span>&rsquo;n levens-opvattingen,
+&rsquo;n idealen door elkaar...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En duizelt het je dan niet wel &rsquo;s?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; ik krijg &rsquo;n diep, zalig gevoel: o, kind, wat
+heb-je nog veel te doen in je leven. Wat is er al niet gedacht en
+opgeofferd en gestreden. Hoe moet je zelf werken en zoeken naar
+&rsquo;n ideaal!.... en als ik dan dat verlangen en die kracht te leven
+zoo sterk in me voel, dan lijkt het me zoo&rsquo;n dwaasheid,
+zoo&rsquo;n waanwijze domheid, als jonge menschen, die nog onmogelijk
+de hoogten en diepten van &rsquo;t leven kunnen hebben doorvoeld, zich
+nu al verbeelden er genoeg van te hebben; zooals &rsquo;n domme boer,
+die, voordat hij &rsquo;n vreemde spijs geproefd heeft, al verzekert,
+dat hij &rsquo;t niet lust.&rdquo;</p>
+
+<p>Go dacht aan Hans, en haar oogen vulden zich met tranen: was
+&rsquo;t een domheid van hem geweest?</p>
+
+<p>Maar Mary, intu&iuml;tief begrijpend, wat ze voelde, beantwoordde
+zacht haar nog onuitgesproken vraag: &ldquo;Er zijn menschen, die
+zoeken, maar zonder vertrouwen en zonder rust. Die alles tegelijk
+willen lezen en bevatten, en gek worden van ongeduld, als de waarheid
+niet dadelijk in hun handen ligt. Je begrijpt, dat dat &rsquo;n heel
+verkeerde manier is, die geen resultaten geeft. Want al moeten we
+natuurlijk actief z&oacute;eken, en lezen en ons inspannen,&mdash;hoe
+dat, wat we in ons opgenomen hebben, weer uit ons opbloeit, moeten we
+aan den tijd en de natuur overlaten. Dat gaat zoo verrassend, zoo
+anders dan we dachten.... En als we maar steeds het gevoel houden, dat
+de waarheid wijkt en wijkt, als we niets kunnen vatten, dan moeten we
+weten, dat het zoeken-op-zich-zelf &oacute;&oacute;k iets heel moois
+is, bijna even mooi als &rsquo;t vinden, wanneer we tenminste
+vertrouwend zoeken. Ik ben tenminste blij, dat ik nog geen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255">255</a>]</span>bepaald stelsel
+gevonden heb; dat ik nog dilettant ben in &rsquo;t leven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, Mary, zou d&aacute;t de oplossing zijn: door ontwikkeling
+naar alle kanten tot harmonie te komen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, want naar de onbewuste, natuurlijke harmonie met de
+omgeving kun-je niet meer terug. Je hebt desillusies geleden; je hebt
+het leven leelijk gezien;.... ik begrijp het wel, Go, zoo iets moeten
+we allemaal door. Eerst had-je geen begrip van &rsquo;t leven;.... nu
+heb-je &rsquo;t &rsquo;n beetje, maar eenzijdig en verkeerd. Denk maar
+eens logisch na: Het kan toch niet, dat de wereld maar voortdraait, dat
+de menschen zich organiseeren, en werken en ploeteren;&mdash;als er
+eigenlijk niets waarde had en alles leelijk was?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, natuurlijk. Nee, dat kan niet. O, Mary, ik geloof, dat
+je woorden me zoo goed hebben gedaan. Vroeger, als ik &rsquo;n mooi
+boek had gelezen, verbeeldde ik me altijd, dat van d&agrave;t oogenblik
+af m&rsquo;n heele leven veranderen ging; en dit gevoel heb ik nu
+weer.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat geloof ik toch niet, Gootje. Alleen is dit gesprek goed
+geweest, als begin van grootere vertrouwelijkheid tusschen ons. Je bent
+zoo gesloten,&mdash;en ik geef me ook niet gauw, ik heb er geen
+behoefte aan, en heb ook niet veel te zeggen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En je hebt nu den heelen ochtend aan &eacute;&eacute;n stuk
+door gepraat! Wat kan iemand toch dom-rampzalig zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Go stond op, en rechtte zich, maar Mary praatte nog voort, met haar
+naar de deur gaande: &ldquo;Ik heb eigenlijk nog zooveel te zeggen;
+zoo&rsquo;n oogenblik, dat je elkaar wezenlijk begrijpt, komt zoo
+zelden weer.... Maak je geen zorgen, dat je je studie op &rsquo;t
+oogenblik duf en droog vindt. <span class="pagenum">[<a id="pb256"
+href="#pb256">256</a>]</span>Dat komt, omdat &rsquo;t nieuwtje er af
+is, en je nog niet ver genoeg bent, om de philosophische waarde te
+begrijpen;&mdash;alles gaat in drie perioden, en de tweede is de
+neergang in &rsquo;n stijgende golflijn.... Wees niet ongeduldig, als
+&rsquo;t niet meevalt in &rsquo;t begin, en ga je nu aankleeden voor de
+koffie.&rdquo;</p>
+
+<p>Drie minuten later was Go, &rsquo;t haar al los, in de kamer terug.
+&ldquo;Wees niet boos op me, maar ik m&oacute;et je even vragen,
+waarmee &rsquo;k beginnen moet? De toepassing in het leven?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ken-je den bijbel? Nee? Nu, dan moet je daarmee beginnen. Het
+grootste deel van de jeugd is tegenwoordig ongeloovig, zonder iets van
+den christelijken godsdienst af te weten.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, dank je.&rdquo;&mdash;Ze zweeg even, nadenkend; maar
+dadelijk weer vervuld van &rsquo;n nieuwe kwestie, viel ze uit:
+&ldquo;En wat willen de vegetari&euml;rs met de beesten doen, als we ze
+niet meer opeten? En hebben die menschen van de wereldvrede vertrouwen
+in de conferenties in Den Haag?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kind,&rdquo; lachte Mary, &ldquo;g&aacute; toch. Ik ben
+waarachtig niet het orakel van Delfi. Hoop maar met hart en ziel, dat
+je nog heel lang op deze wereld mag blijven....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Of er dikwijls terugkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Want je ziet wel; we hebben enorm veel te doen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja; ik zal maar beginnen me gauw netjes te maken, want Frieda
+fluit al in &rsquo;t portaal.&rdquo;</p>
+
+<p>En met &rsquo;n sprongetje was Go weer in haar kamer, en onder
+&rsquo;t kappen lachte ze nog om haar domheid, dat ze het leven nu al
+had geoordeeld en veroordeeld; zij, &rsquo;n kind, dat nog niets
+wist.</p>
+
+<p>En terwijl ze dacht aan Eduard en de desillusie over hem, was
+&rsquo;t toch, of zij &rsquo;t nu anders <span class="pagenum">[<a id=
+"pb257" href="#pb257">257</a>]</span>zag, als &rsquo;n klein droef
+gebeuren in &rsquo;n groot leven; en, de handen achter haar hoofd
+saamgevouwen, staarde ze strak in den spiegel naar haar gezicht, om de
+toekomst te lezen uit haar lippen en oogen. Zelfstandig zou ze nu
+moeten worden, goed en sterk. Het was onmogelijk, dat de toekomst haar
+beangstigde, wanneer ze niets verlangde dan &rsquo;n goed mensch te
+worden. Ze zou zich in zichzelf en in levensvertrouwen krachtig moeten
+maken.</p>
+
+<p>Maar zich afwendend om te gaan, zag ze even, dadelijk verschemerend,
+haar beeld, zooals ze het zich kortgeleden had gedroomd: tusschen hem
+en haar kinderen, g&eacute;vend aan elk, gevend zichzelf, haar
+gedachten, haar kracht, haar leven....</p>
+
+<p>Mary had niets over trouwen gezegd. Ze waren m&eacute;nschen; ze
+w&agrave;chtten niet. D&iacute;t leven was hooger en edeler en
+fijner;.... maar had moesje, die eenvoudig deed haar plicht van vrouw,
+van moeder, zonder diepzinnigheid, zonder redeneeren, het leven niet
+beter en inniger begrepen....</p>
+
+<p>En ze twijfelde even aan de waarde van alles, wat Mary dien ochtend
+had beweerd. Toch w&aacute;s dat streven op &rsquo;t oogenblik het
+eenige, dat haar kon vullen, al moest ze daarbij iets van haar wezen
+negeeren, &rsquo;n groot verlangen bedwingen, dat niet gemakkelijk te
+overstemmen viel....</p>
+
+<p>Maar Mary, geurig van vredige vroolijkheid, stond lachend in haar
+deur, vroeg, of ze den bijbel bepaald v&oacute;&oacute;r de koffie uit
+hebben wilde. En, zich overgevend aan den invloed van voldaanheid,
+volgde Go haar naar de huiskamer met lichtende oogen en &rsquo;n
+blij-wachtend trekje om de hoeken van haar mond. <span class="pagenum">
+[<a id="pb258" href="#pb258">258</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e4141" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk XX.</h2>
+
+<p>&ldquo;Ik verzeker jullie,&rdquo; pleitte Gusta Vermeer, &rsquo;n
+waanwijs eerste-jaartje, &ldquo;dat de formule van (n + 1) schepje thee
+niet doorgaan kan, als <i>n</i> onbepaald toeneemt.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, natuurlijk; alle thee zou niet eens in den trekpot
+kunnen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En de thee zou te sterk worden ook. Maar Guus, maak jij nu
+&rsquo;s &rsquo;n gecompliceerde formule, die altijd opgaat, dan hangen
+we die boven de theetafel.&rdquo; En Lou&rsquo;s smal kindergezichtje
+boog met &rsquo;n lach zich weer over het hemdje heen, terwijl, nu de
+discussie aan deze zijde van de tafel zweeg,&mdash;Gusta had &rsquo;n
+papier genomen, en begon te cijferen,&mdash;het levendige debat
+tusschen twee bestuursleden opklonk over den invloed van de omgeving op
+den mensch.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik stel ieder mensch zoo volkomen verantwoordelijk voor
+z&rsquo;n daden, en ik geloof zoozeer aan strenge rechtvaardigheid, dat
+ik bijna zou zeggen, dat hij z&rsquo;n omgeving in &rsquo;n vorig leven
+zelf gem&aacute;&aacute;kt heeft, zelf voorbereid.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar welk r&eacute;cht heb-je om te vermoeden, dat wij
+wezenlijk door eigen verdienste &rsquo;t nu zoo <span class="pagenum">
+[<a id="pb259" href="#pb259">259</a>]</span>goed hebben, en anderen
+door schuld zoo ellendig?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O,&rdquo; viel Go even met warmte in, &ldquo;als je mee was
+geweest in die arme gezinnen, als je gezi&eacute;n hadt de armoe en de
+ontbering, ik geloof, dat je dan z&eacute;lf &rsquo;n oogenblik je
+theorie van rechtvaardigheid hadt vergeten, dat je ook
+besch&aacute;&aacute;md zou hebben gestaan over onze zorgelooze weelde,
+terwijl er zoo ontzettend geleden wordt, vlakbij.&rdquo;</p>
+
+<p>Mary glimlachte; ze had wel voorzien, dat Go&rsquo;s gevoelige
+natuur, zoodra ze met armoede in aanraking kwam, naar &rsquo;n
+idealistisch, onwetenschappelijk socialisme zou neigen; ze had deze
+dagen over niets anders gepraat dan over het onrecht, en zelf de
+grootste soberheid in acht genomen. En vol sympathie naar &rsquo;t
+enthousiaste, kinderlijke gezicht kijkend, zei Mary rustig: &ldquo;Ik
+vind best, als we, wanneer &oacute;ns ellende treft, het beschouwen,
+als &rsquo;n straf van God of de consequentie van eigen vroegere daden.
+Maar wanneer die overtuiging ons medelijden zou wegnemen met de
+misdeelden, wordt ze ons beslist tot nadeel voor zedelijken
+vooruitgang.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik geloof ook niet,&rdquo; zei Coba, die op den grond
+&rsquo;n rok aan &rsquo;t inspelden was, &ldquo;dat onze geschenken van
+di&eacute;n aard zijn, dat ze bepaald de &ldquo;rechtvaardige&rdquo;
+straf van ontbering opeens nietig maken.&rdquo;</p>
+
+<p>En ze lachten allemaal, om de vreemde wending, die hun diepzinnig
+vertoog langzaam-aan had genomen, terwijl Gusta de aandacht vroeg voor
+haar proeven met thee en warm water.</p>
+
+<p>Het was drie weken voor St. Nicolaas, en al geruimen tijd was er
+elken middag na college vergadering in &rsquo;t clublokaal en &rsquo;s
+avonds nog &rsquo;s <span class="pagenum">[<a id="pb260" href=
+"#pb260">260</a>]</span>bij iemand aan huis geweest van &rsquo;n
+vijftien meisjes, ieder met &rsquo;n pakje onder den arm &ldquo;als
+echte naaimugjes&rdquo;, die dat jaar de leiding van het
+feest-voor-arme-kinderen op zich hadden genomen. Buiten was het
+nevelig-koud, en vol verwachting de lucht, en zij-zelf waren zoo
+vroolijk, zoo verdiept in hun werk, dat Go zei, dat ze zich niet zou
+weten te bergen, als de menschen nog gingen prijzen en bedanken ook,
+alsof &rsquo;t maken niet de gr&oacute;&oacute;tste pret was geweest.
+Daar vielen de vermakelijkste dingen bij voor: geen van de meisjes had,
+na de lagere school, nog grondig naaionderricht genoten, en haar
+onwetendheid werd alleen door haar voortvarendheid opgewogen. Vooral de
+eerste weken, toen alles geknipt moest worden, waren emotievol en
+spannend geweest: het biljart in de zijzaal werd opzij
+geschoven&mdash;want om te spelen had nu toch niemand tijd, en de witte
+en de roode werden nog slechts als maasbal gebruikt,&mdash;de groote
+lap over den grond uitgebreid, en allen er om heen om hun meening ten
+beste te geven. Onder de relikwie&euml;n van de club was het model voor
+&rsquo;n kinderjurk, &ldquo;de&rdquo; jurk, die jaar aan jaar werd
+nagemaakt, maar die volgens Mary latere kroniekschrijvers zich &rsquo;n
+eeuw met den oprichtingsdatum van de V. V. S. L. zou doen vergissen,
+daar alleen haar overgrootmoeder zoo&rsquo;n model in haar jeugd
+gedragen kon hebben.</p>
+
+<p>Francis en Riek,&mdash;nog steeds snoevend op het glorievolle feit,
+dat ze in hun eerste jaar met Else ieder &rsquo;n blouse hadden
+gemaakt, die ze alleen daarom niet hadden kunnen dragen, omdat ze bij
+het knippen de naden er niet bijgerekend hadden,&mdash;stonden er op
+nachtponnetjes, &ldquo;met &rsquo;n glad stuk&rdquo; te naaien, volgens
+&rsquo;n papieren patroon; <span class="pagenum">[<a id="pb261" href=
+"#pb261">261</a>]</span>en toen de kunstproducten bijna af waren, was
+het driejarig zoontje van de &ldquo;juffrouw&rdquo; naar boven getroond
+om eens te passen. Na &rsquo;n kleinen strijd over &ldquo;achter&rdquo;
+en &ldquo;voor&rdquo; was de mollige jongen er in geheschen, maar,
+ofschoon hij door het speculaasje in z&rsquo;n hand in de tevredenste
+stemming van de wereld was, had hij toch groote neiging getoond om te
+gaan huilen, toen opeens alle meisjes in &rsquo;n luidruchtigen schater
+waren losgebarsten, al maar wijzend en kijkend naar h&egrave;m.</p>
+
+<p>Go z&agrave;g &rsquo;t dreigen, en nam den kleinen kerel steeds
+proestende in haar armen, zoende &rsquo;m op z&rsquo;n verbaasde
+gezicht.</p>
+
+<p>&ldquo;Je bent &rsquo;n schat, hoor vent, en we lachen ook niet om
+jou, maar om dat dwaze jasje!&rdquo; en Coba streek over den
+bolderenden bovenkant, aldoor nog hikkend: &ldquo;&rsquo;n Gl&agrave;d
+stuk, &rsquo;n gl&agrave;d stuk; dat noemt ze &rsquo;n gl&aacute;d
+stuk,&rdquo; en &rsquo;t werk had n&igrave;et hervat kunnen worden,
+v&oacute;&oacute;r de kleine baas weer in z&rsquo;n buisje was; maar
+een kleine storing bl&eacute;&eacute;f, omdat ieder op de beurt
+&rsquo;m koekjes en chocolade toestoppen ging.</p>
+
+<p>Frieda deed niet mee met de algemeene naaiwoede. &ldquo;Ik ben er
+van overtuigd, dat juist aan dat eeuwige peuterige gehandwerk heel veel
+van de kleinzieligheid en bekrompenheid van de
+vrouw-in-&rsquo;t-algemeen geweten moet worden, en &rsquo;k zal
+m&rsquo;n hersens, die al genoeg geleden <span class="corr" id=
+"xd0e4181" title="Bron: hebden">hebben</span> door de zonden van
+m&rsquo;n voormoeders, niet zelf ook nog &rsquo;s af gaan
+stompen,&rdquo; had ze gezegd; maar Go vond juist, dat je onder
+&rsquo;t naaien zoo heerlijk d&egrave;nken kon: &ldquo;Voor vrouwen,
+die niets anders kunnen of weten, lijkt &rsquo;t me wel &rsquo;n suf
+werkje, maar wij, die zooveel door te denken en te verwerken hebben,
+worden r&uacute;stig, als <span class="pagenum">[<a id="pb262" href=
+"#pb262">262</a>]</span>intusschen onze handen wat doen,&rdquo; en ze
+was blij, dat Mary er ook zoo over dacht, en &rsquo;n waar genie aan
+den dag legde in &rsquo;t haken van wollen sokjes en kapertjes van
+rose-en-wit, ofschoon de medicae daar niet v&oacute;&oacute;r waren,
+meer losse, warme jurken en wantjes aanprezen. Die waakten met veel
+toewijding voor de hygi&euml;ne. Van de lange, gekregen
+mama&rsquo;s-rokken moesten de sleepen worden afgenomen,
+g&eacute;&eacute;n hooge kragen, deugdelijke voering; en ook het
+speelgoed werd eerst zorgvuldig onderzocht, of &rsquo;t niet gevaarlijk
+gekleurd was, te scherp of te hard voor onbestuurde handjes.</p>
+
+<p>Go liet &agrave;lles om dit werk loopen; visioenen van zingende
+kinderen, idee&euml;n voor &rsquo;t model van &rsquo;n rokje, &rsquo;n
+schort, verstoorden haar aandacht onder de college-uren; de bloc-notes
+van de bibliotheek teekende ze vol met ontwerpen voor &rsquo;n
+poppenkamer, uit houten doozen getimmerd; en bij iedere poes bleef ze
+lang en diepzinnig staan kijken, omdat ze er een van goed maken wilde.
+De vergadering van L. V. had ze zelfs willen verzuimen &ldquo;omdat ze
+haar naaiwerk niet in den steek kon laten,&rdquo; maar toen had ze
+permissie gekregen het mee te brengen, al was &rsquo;t &rsquo;n
+beddelaken; en al had ze, heel bescheiden, slechts &rsquo;n
+wiegekleedje meegenomen,&mdash;nog van thuis, maar dat opnieuw gezoomd
+moest worden,&mdash;den heelen avond was de aandacht voor haar handen
+geweest, en de jongens hadden aan &rsquo;t eind meer over den inhoud
+van haar naaidoosje en &rsquo;t motief van het borduursel kunnen
+vertellen, dan van wat er literair en wetenschappelijk behandeld
+was.</p>
+
+<p>Ru schudde z&rsquo;n hoofd over die &ldquo;manie&rdquo;; naar geen
+enkele lezing was ze meer mee te krijgen. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb263" href="#pb263">263</a>]</span>&ldquo;Ik verzeker je, dat, zoodra
+je op gevoelsgronden van onrecht bent overtuigd, het
+allernoodzakelijkst is, dit met wetenschappelijke bewijzen te kunnen
+steunen,&rdquo; oreerde hij, &ldquo;je doet wezenlijk
+m&eacute;&eacute;r voor de proletari&euml;rs, wanneer je je in de
+maatschappelijke wanverhoudingen inwerkt, dan als je maar zit te
+prutsen, aan weet ik wat... <span lang="en">All charity is a silent
+admission, that justice has not been done to the poor.</span> En als je
+meent daar nu &rsquo;s heel nuttig bezig te zijn,&mdash;ik zeg je, dat
+juist de weldadigen veel meer dan de bruten meewerken om de ellende in
+stand te houden.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar Go hield lachend de handen voor de ooren, en hem &rsquo;n
+streng wol toewerpend riep ze vroolijk: &ldquo;Kom, hou die maar
+&rsquo;s op, meneer de boetprediker, en praat niet zoo wichtig van
+maatschappij en menschenplicht... Ik doe tegenwoordig niets dan over
+ernstige dingen nadenken, vraag &rsquo;t maar aan Mary;.... ethische
+kwesties van &rsquo;t begin tot &rsquo;t eind,.... maar als je me nou
+met &rsquo;n ernstig gezicht vraagt, waarom ik die hemdjes en broekjes
+en jurkjes zit te fabriceeren,&mdash;och, dan beeld ik me heusch niet
+in, dat dat nou erg weldadig of edel van me is; en ik zeg m&eacute;t
+Wim de Veer, verpletterend-logisch: omdat &rsquo;t lollig
+is.&rdquo;</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>&ldquo;En kennen jullie ook van: Zie ginds komt de stoomboot?&rdquo;
+vroeg Mies de Bruin, die zoo&rsquo;n beetje de leiding had, omdat
+h&aacute;&aacute;r mama de families uitgekozen had uit de armenlijst.
+En dadelijk vielen de kinderstemmen, hard en dreunend-maatvast in,
+terwijl Mies ze zacht begeleidde, voortdurend opzij kijkend naar al de
+open monden.</p>
+
+<p>Go, Francis en Coba gingen met chocolademelk <span class="pagenum">
+[<a id="pb264" href="#pb264">264</a>]</span>en speculaas rond; met
+hartelijke lachjes en &rsquo;n vriendelijk woord verdeelden ze hun
+goede gaven van bank tot bank, en naarmate ze verder kwamen,
+verminderde de animo voor &rsquo;t gezang, mond na mond vulde zich
+gretig met de zeldzame lekkernij, zoodat aan het slot nog maar &rsquo;n
+enkel dun stemmetje in gespannen afwachting de melodie uitzong.</p>
+
+<p>Erna B&ouml;hme, &rsquo;n verfijnd-artistiek meisje, dat op haar
+kamer geen enkel ding duldde, dat niet op zich-zelf mooi en bizonder
+was, kwam, nadat ze verteederd naar &rsquo;n leuk, blond kindje was
+toegeloopen, en &rsquo;t opgetild had in haar armen, &rsquo;n beetje
+verschrikt achter het scherm, waar &ldquo;gewerkt&rdquo; werd, terug.
+&ldquo;&rsquo;t Is wezenlijk allerliefst,&rdquo; zei ze zacht tegen Go,
+&ldquo;als die menschen maar niet allemaal zoo vreeselijk
+stonken.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, &rsquo;n eau-de-cologne-badje zou niet overbodig zijn,
+h&egrave;? Enfin, &rsquo;t is voor ons &rsquo;n kleinigheid.... de
+stakkers, die zoo&rsquo;n lucht altijd bij zich hebben,&rdquo; en gauw
+zich tot Lou wendend: &ldquo;Och, Loulou, als je eerst al die kopjes
+afwascht, en dat telkens weer, zullen ze bijna niets binnen krijgen.
+Denk-je, dat &rsquo;t hinderen zal, als ze ze van elkaar
+gebruiken?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet; de medic&aelig;...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kom, vooruit;&rdquo; besliste Coba, &ldquo;als ze nooit uit
+on-hygi&euml;nischer vaatwerk drinken, dan uit dit... De medic&aelig;
+zijn boven bij de St. Nicolaas-kleeren. Schenk maar in.&rdquo;</p>
+
+<p>Mary zat stil in &rsquo;n hoek met &rsquo;n kleintje op schoot, dat
+niet lekker was en toch niet naar huis wou; ze speelde door het haar
+met haar witte vingers, en keek droomerig naar het toenemend gejoel van
+de anderen. Toen het donker <span class="pagenum">[<a id="pb265" href=
+"#pb265">265</a>]</span>gemaakt werd voor de tooverlantaarn, steeg de
+nog-bedwongen luidruchtigheid tot &rsquo;t hoogtepunt, en Go, die
+midden in &rsquo;n groote groep jongens was gaan zitten, werd geduwd en
+gedrongen naar alle kanten, onder harde kreten van verrukking en
+intieme geheimpjes, warm-gefluisterd aan haar oor.</p>
+
+<p>De komst van St. Nicolaas met Coba, flikker-oogend, als knecht er
+achter, bracht eerst &rsquo;n strakke stilte in de zaal teweeg; maar de
+vriendelijk-hooge stem door den witten baard en vooral &rsquo;t
+gul-handig pepernoten strooien van &rsquo;t jolige zwartje deed den
+moed groeien tot &ldquo;&rsquo;n handje geven,&rdquo; en &rsquo;n
+enkele waagde &rsquo;t zelfs hoog-stemmig en afgebeten &rsquo;n versje
+op te zeggen, zich vasthoudend aan den breeden, witten schoot van den
+vaderlijk-luisterenden, glimlachenden heilige.</p>
+
+<p>&ldquo;Nu in &rsquo;n kring om &rsquo;m heen dansen!&rdquo; werd
+vroolijk rondgeroepen, en zingend liepen ze in &rsquo;t rond, de
+kinderen opgewonden springend aan de armen der meisjes, die,
+heelemaal-er-in, elkaar stralend toeoogden, dat alles zoo goed
+ging.</p>
+
+<p>Go had onder de moeders, die bleek en zielig-dankbaar tegen den muur
+zaten, vele met &rsquo;n heel kleintje op den arm, &rsquo;n rosharige,
+slap-mooie vrouw herkend, die ze eens, op &rsquo;n avondwandeling, met
+&rsquo;n kinderwagen bedelend tegen waren gekomen, en wie Eduard toen
+wat geld gegeven had. H&aacute;&aacute;r koos ze dadelijk tot haar
+bizondere beschermeling, haalde wat melk voor &rsquo;t kindje,
+grabbelde voor haar mee van de kaakjes en pepernoten, en zoo vaak ze
+haar iets bracht, voelde ze &rsquo;n vreemd geluk, scherpen
+doordringend, &rsquo;n wellust van herinnering, die haar oogen week
+maakte bij het bewonderen van het bleeke stumpertje <span class=
+"pagenum">[<a id="pb266" href="#pb266">266</a>]</span></p>
+
+<p>Later ging St. Nicolaas naar boven terug, en&mdash;de cadeautjes
+voor de kinderen verdeeld,&mdash;werd nu het goed voor den dag gehaald,
+waar de moeders, schichtig-verwachtend, omheen drongen. Go was Coba
+gaan helpen, die een en al opwinding was, en met haar gezicht nog half
+zwart, alle mogelijke luchtsprongen maakte in haar rood satijnen pakje,
+waar ze zich buitengewoon makkelijk in voelde.</p>
+
+<p>&ldquo;Hoefde ik toch maar nooit die vervelende rokken meer
+aan!&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wat zou De Veer je n&ugrave; graag mee hebben op z&rsquo;n
+tochten.... Toe, sta nu even stil!&rdquo; en Go schonk voorzichtig warm
+water langs haar zwarte wang, zacht nawrijvend met den handdoek; want
+&rsquo;n spons was er niet te krijgen. Mies de Bruin liep, met haar
+haar los, in haar witte tabbaard rond. &ldquo;&rsquo;t Is &rsquo;n
+geslaagde avond. Als nu die goeduitdeeling nog maar geregeld gaat. Och
+Go, hier is &rsquo;n lijstje voor de familie Hendrix, die er later nog
+is bij gekomen. Wil-je er even mee naar beneden gaan?&rdquo;</p>
+
+<p>De uitdeeling was al bijna afgeloopen, en huiverig-ineengeschurkt
+waren de meeste families bedankend de deur uitgeschuifeld. De meisjes,
+moe, maar blijvend opgewekt, gaven de kinderen hun jassen en petten,
+hielpen de vrouwen de kleeren en de erwten en boonen tot &rsquo;n pak
+maken.</p>
+
+<p>Go stond even te kijken, liep toen de al-verlaten zaal weer in, waar
+Lou alleen, pretentieloos-lief, de verspreide kopjes aan &rsquo;t
+inzamelen was, zuinig kaakjes en krentenbollen, die ze hier en daar
+vond, in groote zakken stoppend.</p>
+
+<p>&ldquo;Dit was wel onze &eacute;igenlijke Sinterklaas, h&egrave;
+Lou,&rdquo; praatte Go helpend, &ldquo;het cadeautjes-krijgen thuis
+<span class="pagenum">[<a id="pb267" href="#pb267">267</a>]</span>kan
+onmogelijk zoo geanimeerd zijn, als deze avond.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Heb-je dat kleine jongetje gezien met die groote oogen, die
+alleen maar chocolademelk wilde drinken en al z&rsquo;n koekjes en
+appels in z&rsquo;n blouse bewaarde &ldquo;voor moeder&rdquo;? Vin-je
+&rsquo;t niet roerend?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Zoontje van vrouw Ties kon de overjas toch niet
+aan,&rdquo; kwam Mary vertellen. &ldquo;Zoo zielig... Hij was in
+z&rsquo;n enkele pakje, en zette eerst al zoo&rsquo;n dol-blij gezicht.
+Hij paste &rsquo;m zeker, zei hij; maar toen hij er in wou, werd ie
+heelemaal rood; er was eenvoudig geen kijk op... Nou is-tie voor
+z&rsquo;n broertje; die groeit er gauw genoeg in.&rdquo;</p>
+
+<p>Coba, nog &rsquo;n beetje &ldquo;grijs&rdquo;, kwam met Mies naar
+beneden; de helpster begon het gebruikte vaatwerk weg te dragen, en
+langzaam, in voldane moeheid, trokken ze mantels en mutsen aan.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik begrijp niet, waar &rsquo;t in zit, maar de cadeautjes
+voor de familie Schuring klopten niet,&rdquo; peinsde Francis,
+&ldquo;&rsquo;t staat toch op &rsquo;t lijstje genoteerd. En nu bleken
+de kinderen opeens allemaal veel grooter.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zeker gegroeid in dien tijd... Ach Guus, zeg jij even tegen
+de helpster, dat ze meenemen mag, wat er over is.&rdquo;</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Ze gingen met &rsquo;n heel groepje naar huis, oudere meisjes,
+vriendinnen van Mary en Frieda, die allemaal &rsquo;t zelfde
+koel-heldere, verstandelijk-sympathieke hadden, en &rsquo;n
+twijfelloos-zekere harmonie in heel hun wezen. Eerst werd er nog
+&rsquo;n beetje over den avond gepraat, maar al spoedig verdiepte zich
+&rsquo;t gesprek tot ernstige bewering, en <span class="pagenum">[<a
+id="pb268" href="#pb268">268</a>]</span>&rsquo;n knap meisje, dat
+wijsbegeerte en psychiatrie studeerde, betoogde het voordeel van de
+filosofie-colleges; &ldquo;wezenlijk, als je, wat d&aacute;&aacute;r
+gedoceerd wordt, in je hebt opgenomen, behoor-je niet tot &rsquo;n
+partij, zooals &rsquo;n ander;... je bent niet Hegliaan &ograve;f
+theosoof &ograve;f sociaal-democraat... allemaal &eacute;&eacute;n pot
+nat;&mdash;maar je staat b&oacute;ven de partijen, je omvat
+&aacute;lles...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Maar dat zeggen immers anderen van h&uacute;n leer;.... dat
+zeggen de theosofen ook.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Zonder grond. Want als bepaald, beperkt stelsel moeten zij
+noodzakelijk andere uitsluiten. De Hegelarij alleen, door iedere
+overtuiging als &rsquo;n eenzijdigheid te zien, en bij iedere
+stelbaarheid dadelijk ook het tegenovergestelde te erkennen, is vrij
+van de bekrompenheid van partij-haat, die de menschen elkaar in
+&rsquo;t haar doet vliegen....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja maar; al k&ograve;mt &rsquo;t voor, bekrompenheid of
+onverdraagzaamheid is niet &rsquo;n inhaerente eigenschap van ieder,
+die voor &rsquo;n partij voelt. Integendeel geeft &rsquo;n overtuiging
+alleen kr&aacute;cht om te werken, om iets goeds tot stand te brengen,
+en al is zoo&rsquo;n krachtsinspanning-naar-&eacute;&eacute;ne-richting
+voor jullie opperste wijsheid ook &rsquo;n eenzijdige bekrompenheid, ik
+geloof, dat &rsquo;t maar heel goed is, dat er nog velen zijn, die
+&eacute;&eacute;n ding vreeselijk gelooven en &rsquo;t andere negeeren;
+want er is nog zooveel op de wereld te verbeteren, dat jullie
+voorkeurlooze gelijkmoedigheid voorloopig uit den booze is.&rdquo;</p>
+
+<p>Het Hegliaantje haalde de schouders op en met &rsquo;n kort, beslist
+accent antwoordde ze: &ldquo;Je bent in alle opzichten &rsquo;n
+ontwikkeld, verstandig meisje, Mary, maar toch valt er niet met je te
+debatteeren, voor je geleerd hebt dialectisch <span class="pagenum">[<a
+id="pb269" href="#pb269">269</a>]</span>te denken. Volg
+&eacute;&eacute;rst &rsquo;s &rsquo;n collegium logicum.&rdquo;</p>
+
+<p>Mary knikte, niet gepiqueerd. &ldquo;Ik heb geen pretentie van
+&rsquo;t beter te weten,&rdquo; zei ze met &rsquo;n glimlach, &ldquo;en
+ik ben er van overtuigd, dat ik op die colleges veel leeren zou;....
+maar &rsquo;k heb nu eenmaal geen lust, &rsquo;n sterke persoonlijkheid
+direct op me te laten inwerken, v&oacute;&oacute;r ik in mezelf
+&rsquo;n beetje weerstandsvermogen en kritische helderheid voel.
+Zie-je,.... ik hou van m&rsquo;n stillen vrede, m&rsquo;n harmonie, en
+ik ben bang voor vuisten en fascineerende oogen. Toch zullen we
+&rsquo;t volgend jaar &rsquo;s gaan;&mdash;&rsquo;t is laf &rsquo;t te
+ontloopen; h&egrave; Go, wij samen?&rdquo;</p>
+
+<p>Maar in Go&rsquo;s hoofd zongen nog de Sint-Nicolaas-liedjes; ze zag
+de vrouw met het bleeke gezicht en rossige haar en al de kleine,
+zwakke, witte kindertjes, tegen de moeders aangeleund, hulpeloos;....
+dan weer de woestheid van de ouderen, die tegen haar knie&euml;n
+drongen;&mdash;en opschrikkend zei ze: &ldquo;O, <span class="corr" id=
+"xd0e4268" title="Bron: May">Mary</span>, ik liep te denken, of we niet
+nog geld inzamelen kunnen om &rsquo;t jongetje van vrouw Ties
+t&oacute;ch &rsquo;n overjas te geven. Ik vind &rsquo;t zoo zielig,
+h&egrave;?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, we kunnen &rsquo;n inteekenlijst op de club
+leggen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En ik ga zelf wel vragen bij &rsquo;n paar
+meisjes.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dat &rsquo;s best,&rdquo; knikte Mary, trok Go&rsquo;s arm
+door den haren, &ldquo;en ben-je verder nogal voldaan?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, o ja; &rsquo;t was &rsquo;n prachtige avond.&rdquo; Ze
+zweeg even, en toen bedenkend: &ldquo;Wat doen de studenten ook
+weer?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Die gaan in de ziekenhuizen, de heele stad door. Dat is
+natuurlijk veel grootscher.... Ze hebben meer geld..&rdquo; <span
+class="pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270">270</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Ja natuurlijk. Maar zou dit nu niet mogelijk zijn: Dat we
+hierin samenwerkten? De jongens &rsquo;t meeste geld; wij de meeste
+ijver en toewijding....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En naaitalent.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik geloof niet, dat hier iets tegen kan zijn,&rdquo; zei Mary
+vriendelijk, &ldquo;je wilt nu eenmaal je ideaal van samenwerking, hoe
+dan ook, niet opgeven. En in dit opzicht zal &rsquo;t zeker mogelijk
+zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>En Go zuchtte zacht: &ldquo;O, als we maar eenmaal zoo ver zijn, dat
+we het b&eacute;ste, dat we doen, s&aacute;men doen;&mdash;dan zal
+alles vanzelf goed worden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb271"
+href="#pb271">271</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e4291" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk<a id="xd0e4294"></a> XXI.</h2>
+
+<p>&ldquo;Nou; en toen?&rdquo; vroeg Gerard, heen en weer loopend van
+blijdschap en opgewondenheid.</p>
+
+<p>&ldquo;Toen vroeg hij, of ik er n&uacute; niet over dacht in
+vergelijkende taalstudie door te gaan. Hij geloofde, dat &rsquo;k er
+wel &rsquo;n hoofd voor had.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Prachtig. En wat zei-jij, Go? Dat je n&oacute;g uitstekender
+was in al &rsquo;t andere?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee; dat ik blij was, dat hij tevreden was, maar dat &rsquo;k
+er ook veel moeite mee gehad had. En toen wenschte hij me evenveel
+succes met de andere tentamina, en liet me uit, erg hartelijk. En toen
+heb ik &rsquo;t op &rsquo;n loopen gezet, hier naar toe, met &rsquo;n
+zalig, luchtig gevoel, net of ik al candidaat was, in plaats van een
+beginneling, die nog &rsquo;n berg werk door moet.... en nu weten
+jullie de heele geschiedenis.&rdquo;</p>
+
+<p>Mary glimlachte zonnig. Ze k&oacute;n niet uitbundig zijn. Maar
+Gerard, in &rsquo;n opwelling van jongensachtige uitgelatenheid, sprong
+&rsquo;n paar maal over de canap&eacute;, liet zich toen met &rsquo;n
+plof buiten adem er op neervallen: &ldquo;Waarachtig, Gootje, je zou
+&rsquo;n bezadigd mensch weer wild maken. Je weet niet, hoe allemachtig
+veel plezier &rsquo;t me doet. &rsquo;t M&oacute;est <span class=
+"pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272">272</a>]</span>ook wel goed
+gaan; je wist &rsquo;t, je verdiende &rsquo;t.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Of niet &rsquo;n groot deel van de verdienste bij j&oacute;u
+ligt,&rdquo; antwoordde Go, &rsquo;m de hand toestekend. &ldquo;Of jij
+me niet overal bij geholpen hebt, met je dictaten, met boeken, en met
+je eigen doceertalent. En dan.... hoe dikwijls heb-je me uit &rsquo;t
+werk gehaald, als je vondt, dat ik overdreef,&mdash;om te fietsen, of
+te tennissen&mdash;; zoodat ik weer heelemaal frisch thuis
+kwam.&rdquo;</p>
+
+<p>Ja; en d&aacute;t zal ik nu dadelijk weer doen. Vandaag mag-je geen
+boek meer aanraken. Kom, doe gauw dat statiekleed uit, en laten we naar
+Katwijk fietsen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, geen dwaasheden, G&eacute;. Ik wil nu wel eerst wat
+wandelen. Maar vanmiddag begin &rsquo;k Den Hertog te
+repeteeren.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Laat &rsquo;r,&rdquo; zei Mary rustig, &ldquo;als &rsquo;t
+heilige vuur brandt....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik vind &rsquo;t dom. Maar dan zal &rsquo;k m&rsquo;n excerpt
+nog even gaan afmaken; breng &rsquo;t je vanmiddag.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is toch wezenlijk geen wonder, als ik &rsquo;n goed
+tentamen doe, met z&oacute;&oacute;veel hulp.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ga dan all&eacute;&eacute;n wat loopen. Je hebt genoeg
+prettigs om over te denken. En &rsquo;t is zoo heerlijk
+buiten.&rdquo;</p>
+
+<p>Het &ldquo;zwarte pad&rdquo; was &eacute;&eacute;n koele zonnigheid.
+De herfsthemel, hoog-blauw, met ijle nevelwolkjes, spiegelde zich in
+&rsquo;t gladglijdende water van de vaart, waar hier en daar &rsquo;n
+langzame schuit door ploegde, &rsquo;n bruine man aan &rsquo;t roer,
+die eerst achterdochtig gluurde naar de eenzame wandelaarster, dan met
+&rsquo;n goeiig: &ldquo;goe-m&egrave;rge&rdquo; de stilte brak.</p>
+
+<p>En Go riep, hoogstemmig, den groet terug, en knikte. Ze voelde haar
+hart wijd worden van <span class="pagenum">[<a id="pb273" href=
+"#pb273">273</a>]</span>genot. &ldquo;Leiden, lief, heerlijk
+Leiden,&rdquo; zong &rsquo;t in haar; &ldquo;wat ben-je mooi en stil in
+&rsquo;t licht; wat lig-je gedwee in den zonneschijn. Hoe
+l&aacute;&aacute;t je je leven.&rdquo; En dan weer: &ldquo;Wereld,
+mooie wereld, wat ben-je licht! wat is alles mooi: ieder grasje, de
+verkleurde blaren, &rsquo;t water, de hemel.... Heerlijke wereld, hoe
+blij ben ik, dat ik leef.&rdquo;</p>
+
+<p>Het slagen voor haar tentamen lag veraf; ze was zelfs blij, dat
+Gerard niet mee was gegaan, Gerard, die met z&rsquo;n gedachten haar
+altijd doorvorschen wilde, wiens belangstelling en genegenheid ze
+altijd nader voelde dringen. Ze wilde nu alleen zijn met de zon en de
+koele lucht; als &rsquo;n bloem in &rsquo;t licht wilde ze zich voelen.
+Niet denken, niet denken; ze had de laatste maanden zooveel gedacht; ze
+had zooveel gestreden met zich zelf; met d&agrave;t, wat na &rsquo;t
+eerste gesprek met Mary altijd weer boven was gekomen, het warme,
+onstuimige, onberedeneerde gevoel, dat haar &aacute;nders maakte,
+&aacute;nders deed blijven, dan Mary, de rustig-harmonische, en Frieda,
+die niets dan wetenschap zocht. Toen was ze gaan werken, hard,
+aanhoudend, en d&aacute;t had haar wel geholpen. Ze had niet meer aan
+haar ziel, en niet aan haar levenshouding gedacht; ze had niet gevoeld
+de wisseling der seizoenen; afgesloten van alles, hadden haar hersens
+alleen gegolden.... en nu, ten deele bevrijd, was ze tot &rsquo;t leven
+teruggekeerd op dezen lichten herfstmorgen, en liep met haar vingers
+open en haar hoofd even achterover zich te geven aan de
+ten-winter-neigende zon.</p>
+
+<p>&rsquo;n Geritsel door de struiken deed haar opschrikken, en
+tegelijk zag ze Eduard, die met den rug naar haar toe bij den waterkant
+stond, en Bruno, die, uitgelaten van vreugde, op haar afstormde. <span
+class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274">274</a>]</span>E&eacute;n
+blik op z&rsquo;n verward-blozend gezicht was Go voldoende geweest om
+te weten, dat hij haar gezien had en ontwijken wilde, en, &rsquo;t hart
+hevig kloppend, hoezeer ze zich ook tot kalmte maande, trachtte ze stil
+verder te loopen, Bruno&rsquo;s vroolijk herkennen negeerend.</p>
+
+<p>Maar de hond stoorde zich niet aan haar koelen blik. Met zacht
+vreugdegehuil legde hij z&rsquo;n breede voorpooten op haar ontwijkende
+schouders, en besnuffelde gretig haar gezicht en haar haar. En toen ze,
+geroerd door z&rsquo;n hartelijkheid, met &rsquo;t oude gebaar haar
+handen zacht om z&rsquo;n kop legde, sprong hij op met &rsquo;n luid,
+juichend geblaf, rende naar Eduard en weer terug, blaffend en huilend,
+likte haar handen en laarzen; en eerst toen Eddy, licht ge&euml;rgerd
+over &rsquo;t malle figuur, dat de hond &rsquo;m deed slaan, zich
+omgekeerd had, en nader kwam, omhelsde Bruno haar opnieuw, met &rsquo;n
+kalme beweging van in-bezit-nemen.</p>
+
+<p>Go hield hem, verlegen en trotsch, tegen zich aan. &ldquo;H&iacute;j
+kent me nog; hij is me nog niet vergeten,&rdquo; zei ze glimlachend
+tegen Eddy, met zacht verwijt.</p>
+
+<p>&ldquo;Hij lijdt niet aan &ldquo;stemmingen&rdquo;,<span class=
+"corr" id="xd0e4340" title="Niet in bron">&rdquo;</span> verweerde hij
+zich, &ldquo;ik was niet &iacute;n &rsquo;n stemming jou te zien; had
+je de volgende week willen komen opzoeken om afscheid te
+nemen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ga-je dan weg?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, &rsquo;n jaartje rondtrekken, om wat in allerlei
+bibliotheken te snuffelen, voor m&rsquo;n dissertatie.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, en dan promoveeren?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;<span lang="en">I think so</span>, ja. Zullen we wat
+oploopen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, als je nu t&eacute;gen je wil...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Welnee, dat was maar &rsquo;t eerste oogenblik. M&rsquo;n
+eerste opwelling, als ik &rsquo;n kennis zie, is altijd weg <span
+class="pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275">275</a>]</span>te
+loopen.... kun-je &rsquo;t <a id="xd0e4360"></a>begrijpen? Ik heb er
+vaak zelf spijt van. Nu vind ik &rsquo;t al weer heel gezellig. Ik heb
+je zoo lang niet gezien.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Een kennis; niets dan maar &rsquo;n kennis,&rdquo; dacht ze
+teleurgesteld. Maar ze zei alleen zacht: &ldquo;Wat &rsquo;n zalig
+weer,&rdquo; en liep naast &rsquo;m voort, stil, de hand op
+Bruno&rsquo;s kop, de oogen, in afwachting, naar Eduard toegewend.</p>
+
+<p>&ldquo;En vertel me &rsquo;s: hoe heb-je &rsquo;t tegenwoordig? Je
+bent nooit meer ergens te zien, en Gerard brengt op de L. V.
+vergaderingen altijd dezelfde boodschap: dat je werkt, hard werkt, en
+geen tijd hebt er uit te gaan... Het lijkt wel, of je genoeg van ons
+hebt.&rdquo;</p>
+
+<p>Z&rsquo;n stem was gemoedelijk-vriendelijk, maar &rsquo;n met moeite
+bedwongen onrust trilde telkens om z&rsquo;n neusvleugels. Hij had wel
+gemerkt aan allerlei onzegbare kleinigheden, dat er iets veranderd was
+tusschen Go en hem, en ook begrepen, gevoeld, waardoor &rsquo;t moest
+zijn. Nu vreesde hij niets zoo zeer als &rsquo;n
+&ldquo;verklaring&rdquo; tusschen hen beide, met tranen en verwijten,
+waarbij hij met z&rsquo;n figuur geen raad zou weten; en hoewel
+twijfelend, of er iets tegen te doen zou zijn,&mdash;zoo&rsquo;n
+spontaan kind als Go zou &rsquo;n grief toch wel niet kunnen
+verzwijgen&mdash;deed hij alles om &rsquo;t gesprek aan de oppervlakte
+te houden, opgewekt en rustig.</p>
+
+<p>Ze ging er dadelijk op in. &ldquo;Ja, ik heb het nu eindelijk eens
+flink aangepakt. Vandaag heb &rsquo;k m&rsquo;n eerste tentamen gedaan.
+Nu, &rsquo;t wordt tijd in je vierde jaar...&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;In je vierde; ja, &rsquo;t is waar; &rsquo;k word &rsquo;n
+oude man. Ik zag gisteren &rsquo;n lange, witte haar tusschen m&rsquo;n
+zwarte; en jij draagt &rsquo;n sleepjapon... Ja, <span class="pagenum">
+[<a id="pb276" href="#pb276">276</a>]</span>ja... maar hoe bevalt je nu
+alles bij elkaar?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O goed. Ik hou van m&rsquo;n werk.&rdquo; Maar &rsquo;t
+bezadigde glimlachje, waarmee ze &rsquo;t zei, intrigueerde &rsquo;m:
+God, was ze z&oacute;&oacute; veranderd; dat was toch de Go niet, die
+hij kende, de vertrouwende, alles eischende, maar ook bereid
+&agrave;lles te geven. Hij vergat z&rsquo;n voorzichtigheid, zei, uit
+gewoonte blagueerend: &ldquo;En de idealenwinkel? Nog niet
+failliet?&rdquo;</p>
+
+<p>Nu verzette haar trots zich: wat hoefde hij er naar te vragen, hij,
+die alleen maar spotten kon; wat ging &rsquo;t hem aan? En met &rsquo;n
+lichte ironie, die hij niet van haar kende, antwoordde ze: &ldquo;Ja,
+erg in trek zijn die tegenwoordig niet... Ik heb ze maar zelf
+grootendeels weg gedaan, dat ik plaats hield voor andere dingen,
+practische dingen.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Beeld-je je dit alles in, of ben-je wezenlijk veranderd?
+Heeft Frieda je ziel volgeplakt met overdrukjes van haar eigen
+idee&euml;n, zoodat je niet meer zien kunt, wat er eigenlijk in is, of
+is de verandering van binnen uit begonnen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Mary heeft veel met me gepraat;... maar ik ben toch zelf
+ouder geworden; ik geloof bijna: h&aacute;rder. Als je &eacute;rge pijn
+hebt gehad om... om allerlei, waar niets aan te doen is, dan versteent
+er iets... Ik weet niet, of &rsquo;k overdrijf; &rsquo;t is zoo
+moeilijk iets van je zelf te weten,... maar ik ben wel minder
+expansief, dan vroeger. Dat &rsquo;s zeker.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij knikte en keek naar haar vast gezicht: er waren lijnen, langs
+den neus, die hij er vroeger niet had gezien, en ze sprak gedempter,
+alsof ze zich steeds bedwong.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik heb vooral gemerkt, hoe &rsquo;k veranderd was, <span
+class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277">277</a>]</span>&rsquo;n
+paar dagen geleden,&rdquo; vertelde ze door. &ldquo;Gerard stuurde
+&rsquo;n groen met &rsquo;n paar dictaatcahiers, en Mary en ik lieten
+&rsquo;m boven komen en gaven &rsquo;m thee en koekjes. &rsquo;t Was
+&rsquo;n aardig jongetje en we begonnen te praten met &rsquo;m. En toen
+hij vertelde, wat hij allemaal van z&rsquo;n leven verwachtte, en wat
+hij voor iedereen wilde doen, toen merkte ik, dat ik glimlachte,
+onwilkeurig, omdat ik &rsquo;t niet geloofde. Er is heel veel, dat
+&rsquo;k niet meer geloof.&rdquo; Zij liepen zwijgend den weg terug. In
+de verte blakerden de lage geveltjes van de Jan van Goyenkade, en het
+houten dak van &rsquo;n huis in aanbouw flikkerde als &rsquo;n
+spiegel.</p>
+
+<p>&ldquo;Vroeger wilde ik iedereen helpen, dat weet je nog
+wel...&rdquo; begon ze weer. &ldquo;Nu heb ik ingezien, dat &rsquo;t
+&ldquo;ieder voor zich&rdquo; toch eigenlijk &rsquo;t eenige mogelijke
+is. Zelf je best doen... en dan soms &rsquo;n kleinigheidje, bij
+toeval, voor &rsquo;n ander... het is zoo weinig meestal.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Go,&rdquo; zei hij zacht, &ldquo;weet je dien avond nog in je
+kamer, toen je m&rsquo;n steun wilde zijn?&rdquo;</p>
+
+<p>En met de onverwachte stemmingswisseling, die hem weer zoo aan
+vroeger herinnerde, riep ze uit: &ldquo;O Eddy, ik weet nog alles
+precies, en ik v&oacute;el &rsquo;t nog, al is &rsquo;t dwaasheid... en
+soms denk ik, dat ik n&oacute;&oacute;it zal leeren wijs te zijn, omdat
+ik zoo anders ben dan de anderen....&rdquo;</p>
+
+<p>Ze waren bij de brug blijven staan, Bruno tusschen hen in, en hij
+keek in haar oogen, tintelend van den ouden glans.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik wist wel, dat er nog iets van je over was,&rdquo; zei hij,
+niet begrijpend, waarom hij er blij om was. Hij ging immers weg, zou
+haar misschien nooit meer zien... Maar dit oogenblik, dit laatste
+samenzijn, was van &rsquo;n vreemd-schoonen weemoed; en z&rsquo;n <span
+class="pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278">278</a>]</span>stem trilde
+van treurigheid, toen hij, haar hand vasthoudend, zei:</p>
+
+<p>&ldquo;Hoe zullen we nu ooit weer bij elkaar komen, in dit
+leven...&rdquo;</p>
+
+<p>Toen &rsquo;n buiging, &rsquo;n hoedzwaai&mdash;en als in &rsquo;n
+droom liep Go langs &rsquo;t smalle trottoirtje naar haar huis.</p>
+
+<p>Mary zat voor haar schrijftafel. &ldquo;De cahiers van Gerard zijn
+er al,&rdquo; zei ze, zonder opzien.</p>
+
+<p>Maar Go kwam dadelijk naast &rsquo;r staan. &ldquo;Ik heb &rsquo;m
+gesproken; hij gaat weg,&rdquo; zei ze dof, en z&oacute;&oacute;
+somber, dat Mary geen oogenblik twijfelde, wien ze meende, en, met haar
+hand op die van Go, zacht troostte:</p>
+
+<p>&ldquo;Het is hard, kindje, zoo&rsquo;n afscheid, en toch... je wist
+al zoo lang, dat je niet aan &rsquo;m denken mocht,&mdash;misschien
+geeft dit je rust.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ik weet niet. &rsquo;t Was eigenlijk &rsquo;t zelfde, of hij
+er was of niet; ik sprak &rsquo;m toch nooit. En nu ook hebben we
+&rsquo;t over niets bizonders gehad. Maar &rsquo;t laatste oogenblik
+was &rsquo;t, of er iets openscheurde, of alle ellende nu weer opnieuw
+beginnen zou.&rdquo; Ze liet zich in &rsquo;n laag stoeltje vallen,
+verslagen, gebroken.</p>
+
+<p>&ldquo;Kom, dit was je laatste beproeving; nu komt de overwinning,
+wees n&uacute; sterk,&rdquo; praatte Mary, toch &eacute;ven
+teleurgesteld, dat Go nog altijd zoo down kon zijn, zoo gebroken door
+iets van buiten af.</p>
+
+<p>&ldquo;Ik geloof niet eens, dat ik nog van &rsquo;m houd... &rsquo;t
+is alles onzin; maar &rsquo;t is zoo moeilijk iets heelemaal op te
+geven...&rdquo;</p>
+
+<p>Mary reikte haar zwijgend de schriften: als woorden faalden, was er
+nog &rsquo;t werk, dat troostte, omdat &rsquo;t kracht eischte en
+aandacht, omdat &rsquo;t den heelen mensch in beslag nam. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279">279</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Ja; &ldquo;<span lang="fr">allons travailler</span>,&rdquo;
+zuchtte Go; &ldquo;bij groot en klein verdriet is dat &rsquo;t
+eenige.&rdquo;</p>
+
+<p>En toen ze &rsquo;n half uur later, na veel afdwalend
+naar-buiten-staren en zich weer tot lezen dwingen, er eindelijk in
+geraakt was, keek Mary glimlachend naar het bleeke, nu rustige gezicht,
+en peinsde: En &agrave;ls meisjes nu &rsquo;s dooreengenomen minder
+praesteeren konden op &rsquo;t gebied van studie dan mannen; en
+&agrave;ls &rsquo;t nu eens waar was, dat zelfstandig, zuiver
+wetenschappelijk werk van &rsquo;n vrouw zeldzaamheid was;&mdash;is dan
+nog de studie voor haar niet een zegen, die haar heen helpt over de
+eerste levensd&eacute;sillusies, die er voor waakt, dat ze niet den
+eersten slag blijft betreuren, maar haar steeds verder lokt naar nieuwe
+verschieten; en, &agrave;ls &rsquo;t volle vrouweleven komt, haar er
+aan overgeeft, moedig en sterk, en boven alles jong en frisch, omdat ze
+niet in hunkerend wachten is verflensd? En k&ograve;mt &rsquo;t
+schoonste niet.... voor hoevelen komt &rsquo;t niet tegenwoordig, dan
+is &rsquo;t g&eacute;&eacute;n verloren leven, dan kan &rsquo;t
+waardevol zijn,&mdash;al is &rsquo;t ook niet heerlijk. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb280" href="#pb280">280</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="xd0e4428" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Hoofdstuk XXII.</h2>
+
+<p>Op &rsquo;t partijtje ter eere van Go&rsquo;s
+candidaats-examen,&mdash;dadelijk na de groote vacantie in haar vijfde
+jaar,&mdash;had Else opeens den lust voelen opkomen Leiden weer
+&rsquo;s terug te zien, en er was &rsquo;n afspraak gemaakt voor den
+dag van de hospitanten-vergadering van de V. V. S. L., omdat ze ook zoo
+graag Go &rsquo;s avonds als praeses de zaken wilde zien leiden. Zoo
+was ze gekomen, met den gewonen ochtendtrein, had &ldquo;derde&rdquo;
+gereisd om alles &egrave;cht te doen, als vroeger;&mdash;maar toen ze
+pas op de kamer was, had ze toch, vervuld van de gewichtigheid van haar
+jong-mevrouwtje-zijn, over niets anders kunnen praten dan over
+h&aacute;&aacute;r huis, h&aacute;&aacute;r meiden, h&aacute;&aacute;r
+man, en h&aacute;&aacute;r kind, den kleinen Janneman, den modeljongen,
+die nu den heelen dag bij z&rsquo;n grootmoeder was.&mdash;&ldquo;Had
+&rsquo;m toch meegebracht,&rdquo; zuchtte Go telkens;&mdash;en eerst
+n&aacute; de koffie, toen ze rustiger werden en weer meer aan elkaar
+gewend, begon de herinnering weer levend in haar te worden, en, starend
+in de ros-gouden bladerpracht van de tuinen, vroeg ze: &ldquo;En nu
+moet je me alles van de menschen van vroeger vertellen.... Ik weet van
+niemand iets, dan van <span class="pagenum">[<a id="pb281" href=
+"#pb281">281</a>]</span>Beerenstijn. Die heeft nogal praktijk; ik heb
+&rsquo;m laatst ook &rsquo;s bij Jannie gehad.... Dan is hij zoo
+zacht.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja,&rdquo; zei Go peinzend, &ldquo;hij is heel hartelijk, bij
+erge dingen. Toen met Hans had ik eigenlijk aan h&egrave;m &rsquo;t
+meest.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja g&ograve;d.... maar vertel nu &rsquo;s, is er nog niemand
+gepromoveerd?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, Lize, dat weet je. &rsquo;n Mooie dissertatie.
+Verw&oacute;nderlijk goed; want zelfstandig-wetenschappelijk werk is
+bij &rsquo;n meisje toch altijd &rsquo;n zeldzaamheid.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, ja.. ik herinner me; ze heeft ons &rsquo;n boek gestuurd.
+Over.... ach ja, ik weet niet; iets wetenschappelijks. Jantje heeft
+&rsquo;t in beslag genomen, leest er uit voor;.... schattig, zooals hij
+Han nadoet, zie-je, met z&rsquo;n vingertje over de bladzij.... Maar
+zeg &rsquo;s, is Hoefman nog niet klaar, en gaan ze niet
+trouwen?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, &rsquo;k geloof, dat hij &rsquo;n heel buitengewone
+dissertatie schrijven wil; hij moet er voor naar IJsland;&mdash;maar
+&rsquo;k denk, dat zij daarbij wel helpen zal... Je weet toch, dat De
+Veer &rsquo;n paar maanden geleden gesjeesd is?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Nee, hoe zou ik? Waarom? Wat heeft-ie uitgevoerd?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;t Is &rsquo;n l&eacute;uke jongen. Je moet geen kwaad
+van &rsquo;m zeggen. Op &rsquo;n middag kwam hij bij me en zei:
+&ldquo;Go, ik heb geen plezier meer in fuiven.&rdquo;
+&ldquo;Zoo,&rdquo; zei ik, &ldquo;dan ga-je nu zeker werken,
+h&egrave;?&rdquo; Nee, dat kon hij ook niet, het was &rsquo;m te stil.
+En kort en goed: de volgende maand ging hij naar Amerika, ergens in
+&rsquo;t binnenland, waar &rsquo;t nog erg ongecultiveerd is,
+bosschen-omhakken. Hij zei, dat hij voelde eigenschappen van &rsquo;n
+oermensch <span class="pagenum">[<a id="pb282" href=
+"#pb282">282</a>]</span>te bezitten.... hier zou hij stikken! En toen
+is-tie gegaan. &rsquo;t Heeft me erg aangepakt, die grappige kerel de
+wijde wereld in te zien trekken. Maar Gerard zei....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja, Leeden.. komt die dikwijls? Hij studeert nu Chineesch, is
+&rsquo;t niet?<span class="corr" id="xd0e4453" title="Niet in
+bron">&rdquo;</span></p>
+
+<p>&ldquo;Nee, &rsquo;k zie &rsquo;m niet dikwijls meer;&mdash;&rsquo;t
+is hier zoo ongestadig met de vriendschap, ik ben nu meer in &rsquo;n
+ander clubje geraakt; de vergaderingen van L. V.&mdash;och, &rsquo;t is
+kwijnen tegenwoordig. De nieuwe leden voelen er zooveel niet meer voor.
+En Gerard...&rdquo; Go zweeg even, en keek, verlegen, recht voor zich
+uit. &ldquo;Zeg jij &rsquo;s, Elsi, heb-je wel &rsquo;s gedacht, dat
+G&eacute; meer dan vriendschap voor me zou kunnen hebben?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Wel, als &rsquo;n jongen tegen m&iacute;j had gedaan, als hij
+tegen jou,&mdash;maar half zooveel,&mdash;zou ik z&eacute;ker gedacht
+hebben, dat hij verliefd op me was. Maar jij was altijd zoo anders dan
+ik, met de jongens.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Mary zegt, dat, als je zelf maar niet over de mogelijkheid
+denkt, maar gewoon-eerlijk tegen hun doet, zonder opschroeverij, er
+bijna nooit iemand verkeerd van je zal gaan houden. Maar den laatsten
+tijd was hij soms zoo vreemd, ongeduriger, ongelijkmatig. Ik heb
+&rsquo;t &rsquo;m eens gezegd, en nu zie ik &rsquo;m zoo zelden
+meer;... &rsquo;t is jammer....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ja; want jij niet, h&egrave;?&rdquo; en Else keek haar even
+onderzoekend aan. Toen, schijnbaar zonder verband, vroeg ze: &ldquo;En
+hoe gaat het met Van Neerwinden tegenwoordig?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;O, ik geloof, dat die hard werkt,&rdquo; antwoordde Go zacht,
+&ldquo;hij had wel al klaar kunnen zijn, maar hij is nu al lang weg;
+doet &rsquo;n groote studiereis.... En Rolands is doctorandus.
+Spreek-je Francis wel in Den Haag?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"pb283" href="#pb283">283</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Ja, we komen bij dezelfde families aan huis. Haar man is
+rechter.&rdquo; En &eacute;ven dacht ze er over weer te gaan vertellen
+van hun weelderig, ijdel leventje daar, de partijen en dinertjes, en de
+naijver en kleine plagerijen onder elkaar; maar ze hield zich in, vroeg
+door naar Riek, die altijd nog maar &ldquo;in stilte&rdquo; verloofd
+was, en weinig vooruitzicht had, omdat hij niets uitvoerde, &rsquo;n
+echte boemelaar....</p>
+
+<p>&ldquo;Ze is lief,&rdquo; zei Go met warmte, &ldquo;ze heeft er
+&rsquo;s eens met me over gepraat. &ldquo;Als &iacute;k &rsquo;m niet
+vasthoud en &rsquo;m altijd vertrouw,&rdquo; zei ze, &ldquo;wat zou er
+dan van z&rsquo;n leven terecht komen?&rdquo; Ik weet niet, of ze
+gelijk heeft, maar hierin kun-je geen raad geven.... Nou, en Coba zal
+ook wel gauw candidaats doen, al tennist ze veel te veel, om ooit
+&rsquo;n geleerde te worden;.... maar Lou komt er nooit toe, uit angst
+en zenuwachtigheid. Zoo zielig; ze heeft vreeselijk gehuild op haar
+eerste tentamen, en nu durft ze niet meer.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Kleine Lou, die moest nu toch niet studeeren, h&egrave;? Die
+zou beter zijn voor kinderen, of bij &rsquo;n goedige, zwakke dame;...
+en &rsquo;t allerbeste zou zijn, als ze zelf als &rsquo;n kindje kon
+worden verwend.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Weet je, dat Erna, dat mooie meisje, die zoo artistiek en
+boh&eacute;miennig was, zenuwziek is geworden,&mdash;in &rsquo;n
+inrichting nu? Het was zoo&rsquo;n eigenaardig type, w&egrave;l
+sympathiek. Op haar kamer droeg ze altijd vreemde, wijde
+tunica&rsquo;s, haar haar los, en sandalen;... ik heb &rsquo;s bij haar
+gelogeerd: alles was even wonderlijk, en in den nacht zat ze in het
+maanlicht op &rsquo;n beestevel te declameeren;&mdash;haar familie was
+in Arabi&euml;, en niemand lette er op, hoe ze leefde. Toen ik haar nu
+laatst opzocht, stond ze in &rsquo;n schuit en schepte mest; <span
+class="pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284">284</a>]</span>ze zei, dat
+zoo iets heerlijk was;.... er waren meer studenten, geen intiemen;....
+ach ja, de eenzijdigheid wreekt zich en geestelijk overladenen gaan in
+den grond ploeteren.&rdquo;</p>
+
+<p>Else keek haar even aan; zei toen verwonderd: &ldquo;H&egrave;, zoo
+iets, zoo iets wijs, algemeens, waar haal-je dat van daan? Dat leer-je
+zeker van de meisjes hier, want zie-je.... ik vind ze heel aardig, Go;
+maar zijn jullie altijd zoo, zoo ernstig, zoo verstandig....? Als ik
+&rsquo;s reken.... wij vroeger.... dat was toch wel h&eacute;&eacute;l
+wat anders.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Ons eerste jaar.... ja, zeker; dat w&aacute;s heel wat
+anders.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Als je &rsquo;s denkt aan onze pret met die
+kamerversiering;.... en soms heelemaal om niets, als &rsquo;t mooi weer
+was, en we ons zoo lekker voelden! We konden zoo dwaas doen, weet je
+nog wel? Ik wed, dat je met Frieda en Mary nooit flikjes en kaakjes
+zult geroosterd hebben?&rdquo;</p>
+
+<p>Go lachte. &ldquo;Nee, nee.... dat was leuk. Ja, d&aacute;t was
+gezellig, samen....&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;En glij-baantje over &rsquo;t zeil voor de kachel?&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;No&ugrave;. Z&uacute;llen we nog &rsquo;s, zeg? Wat is dat
+lang geleden!&rdquo;</p>
+
+<p>Else schudde haar hoofd. &ldquo;Nee, voor mij is nu alles zoo
+veranderd, m&rsquo;n positie in de wereld.... Wat zou Jannie wel
+zeggen, als-tie z&rsquo;n moeder zoo dwaas zag doen....&rdquo; maar ze
+voelde toch even met haar kleinen voet, &ldquo;of &rsquo;t glad
+was,&rdquo; teleurgesteld &rsquo;m weer terugtrekkend.</p>
+
+<p>&ldquo;Maar voor m&iacute;j is &rsquo;t ook anders,&rdquo; zei Go,
+zacht en beslist. &ldquo;Zooals toen, toen de studie maar &rsquo;n
+bijdingetje was, kon het toch de verdere jaren niet blijven.&rdquo;</p>
+
+<p>&ldquo;Dus nu is &rsquo;t &aacute;lles geworden; bepaald je
+ideaal?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb285" href=
+"#pb285">285</a>]</span></p>
+
+<p>Else keek naar de boeken op de schrijftafel, en, systematisch
+geschikt, op den vollen boekenstandaard; de kamer zag er zoo
+&aacute;nders dan vroeger, zoo echt-om-te-studeeren uit: de <span
+class="corr" id="xd0e4498" title="Bron: series&rsquo;">series</span>
+over elkaar op de deur, &rsquo;t Minerva-beeld in den hoek, aan den
+muur lidmaatschap-kaarten, en &rsquo;n enkele, stemmige gravure. En dan
+al die wijsheid;&mdash;ze herkende de groene bandjes van Hegel, die Han
+ook had, en Nietsche en Plato en Spinoza, met de witte
+ruggetjes,&mdash;wat bekommerde zij zich nog om boeken, behalve bij
+&rsquo;t stof-afnemen; terwijl &rsquo;t hi&eacute;r scheen, of
+wetenschap &rsquo;t eenige was....</p>
+
+<p>Go v&oacute;elde, dat Else op dat oogenblik hun levens tegen elkaar
+w&oacute;&oacute;g, en het werd haar diep en duidelijk bewust, hoe ver
+ze van elkaar waren gedreven, zij, die hun eerste vrijheid-vreugde
+samen hadden genoten. Toen zei ze langzaam, alsof ze onder &rsquo;t
+spreken haar gedachten nog aan &rsquo;t formuleeren was, strak starend
+op Jantje&rsquo;s portret: &ldquo;Ik geloof niet, dat studie, voor mij
+evenmin als voor de meeste meisjes, bepaalde r&oacute;eping, &rsquo;t
+eenige is. Lize heeft &rsquo;t me gezegd op de eerste clubvergadering,
+en al zag ze verder de zaak veel te duister in, ik
+gel&oacute;&oacute;f, dat ze hierin toch wel gelijk had. Maar daarmee
+is het studeeren voor meisjes natuurlijk absoluut niet veroordeeld. Ik
+meen alleen, dat bij h&aacute;&aacute;r altijd &rsquo;n kwestie van
+keuze wordt, wat &rsquo;n man vereenigt;&mdash;ik bedoel bij &rsquo;n
+huwelijk, en dat ze dan, bijna altijd, ni&eacute;t de studie zullen
+kiezen. Daarom is het niet haar hoogste roeping; maar w&eacute;l kan
+&rsquo;t iets zijn, dat haar heelemaal in beslag neemt, en vult...
+Zie-je, ik geloof, dat &rsquo;t bij mij z&oacute;&oacute; is: ik heb
+heel veel kracht, en toewijding en levenslust. Die moet ik ergens aan
+geven. En omdat ik nu hier ben, <span class="pagenum">[<a id="pb286"
+href="#pb286">286</a>]</span>tusschen studeerende menschen, in
+geestelijk-ontwikkelend milieu, geef ik ze aan studie, m&rsquo;n
+speciaal vak, en wijsbegeerte en oeconomie... en allerlei.
+Begrijp-je?&rdquo;</p>
+
+<p>Else streek met haar hand langs de boek-ruggen, en knikte; maar ze
+dacht aan Han, en haar huis en aan Jantje,... en de meiden, en wat
+morgen eten. En ze begreep eigenlijk niet, hoe Go, haar eigen nichtje,
+even oud als zij, buiten dat alles leven kon, en niet ongelukkig
+zijn.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>&ldquo;O, en dien avond, toen G&eacute; den wijn met kruidnagelen
+bracht,&rdquo; zei Go, terwijl ze de trap naar het clublokaal opliepen,
+en ze voelde zich overvol van oude herinnering. Ze hadden samen de
+stille, donkere stad doorgeloopen, en weer samen-gevoeld, elkaar weer
+begrepen in het verleden,&mdash;en nu scheen &rsquo;t bijna
+ongelooflijk, dat Else zoo lang weg was geweest, voelden ze zich even
+weer eerste-jaartjes, toen ze de lichte zaal binnen kwamen.</p>
+
+<p>Maar &rsquo;t was dadelijk anders; de meisjes stormden op Go toe, om
+haar nog geluk te wenschen met &rsquo;r candidaats-examen; op haar
+praeses-plaats aan de groene tafel stond een bos bloemen, &rsquo;n
+attentie van &rsquo;t bestuur, en ze wist weer: hier was ze niet langer
+het schuchtere kind, dat in &rsquo;n hoek tegen den muur stond en
+niemand aanspreken durfde; ze was het middelpunt, de leidster, de
+eerste van de club geworden, en terwijl ze even sprak met de
+secretaris, met &rsquo;t meisje, dat de lezing zou houden, bemerkte ze,
+tot eigen verbazing, hoe zij rustig-helder alles regelde en den avond
+organiseerde.</p>
+
+<p>Mary had er op aangedrongen, dat ze zich meer <span class="pagenum">
+[<a id="pb287" href="#pb287">287</a>]</span>met de meisjes-vereeniging
+bemoeien zou. Zij zelf kwam er zelden, omdat ze nu eenmaal in dit
+opzicht nog &rsquo;n vrouw van de oude traditie was, die in
+societeitsleven zich niet thuis kon voelen.</p>
+
+<p>&ldquo;Zie-je,&rdquo; had ze peinzend tegen Go gezegd, &ldquo;een
+van de dingen die ik &rsquo;t mooist vind in de vrouw van vroeger, is,
+dat ze, hoewel minder individueel ontwikkeld dan de man, die zwakke
+individualiteit in eenzaamheid altijd zoo zuiver heeft bewaard, veel
+beter dan de man, die in de gemeenschap het fijnste, het
+hem-alleen-eigene, moest opgeven in &rsquo;t belang van &rsquo;t
+geheel. Maar nu meisjes mee gaan strijden om &rsquo;n plaats in de
+maatschappij, is het natuurlijk, dat ze zich ook aansluiten, ook gaan
+vergaderen en debatteeren.&mdash;Alleen&mdash;ik voel me hierin nog zoo
+ouderwetsch, wil me niet schikken, wil me niet g&eacute;ven, ik kan
+niet velen, dat er aan m&rsquo;n gevoel getrokken wordt... Ik blijf
+liever alleen,&mdash;maar &rsquo;k geloof zeker, dat &rsquo;t jou goed
+zal doen, als je er meer in komt.&rdquo;</p>
+
+<p>Go h&aacute;d er heel gauw plezier in gehad, in de
+namiddag-thee&rsquo;s met de levendige gesprekken, in de
+faculteits-vergaderingen en de groote bijeenkomsten. Het tweede jaar
+was ze al praeses van haar faculteit gemaakt, en toen ze met de
+algemeene verkiezing candidaat was gesteld, was ze met
+bijna-eenstemmigheid gekozen. Ze voelde zelf, dat ze er op haar plaats
+was en toen ze den hamer ter opening van de vergadering had laten
+vallen, was het, of uit al de luisterende gezichten de sympathie naar
+haar toe groeide.</p>
+
+<p>&ldquo;Bij het openen van de eerste vergadering na de groote
+vacantie,&rdquo; begon ze met haar heldere, opgewekte stem, &ldquo;heet
+ik de hospitanten hartelijk <span class="pagenum">[<a id="pb288" href=
+"#pb288">288</a>]</span>welkom, en spreek den wensch uit ze als leden
+nog vaak in ons midden te mogen zien. Dat onze vereeniging voor
+vrouwelijke studenten bloeit, en wezenlijk in &rsquo;n behoefte
+voorziet,&mdash;het jaarverslag zal het ons allen dadelijk met getallen
+en feiten duidelijk maken, maar wezenlijker, dan &rsquo;n statistiek
+het ons leeren kan, worden we &rsquo;t ons bewust, wanneer we op dezen
+avond de zaal rondkijken, en zien, hoe groot de opkomst is, en voelen,
+hoeveel vriendinnen de club ons heeft gegeven... Ik zie de menschen,
+die het bestuur vormden, toen ik, als verlegen eerste-jaartje, hier
+voor &rsquo;t eerst binnenkwam;&mdash;er zijn hier velen, die meer van
+den wordings-tijd der vereeniging weten dan ik. Maar ik weet en voel
+haar bloei en haar weldadigen invloed, en daar wilde ik de hospitanten
+over spreken. Jullie bent hier allen met moed en verwachtingen
+aangekomen, en je gaat &rsquo;n mooi jaar tegemoet, het mooiste, zou ik
+bijna zeggen, van je leven. In het eerste jaar van onzen studententijd
+is alles heerlijk en zonnig en vol belofte...&rdquo;</p>
+
+<p>Ze zweeg en streek even met de hand over haar voorhoofd; ze zag de
+oudere meisjes, die keken, wachtten; ze zag Mary, die even knikte;...
+en dan al die nieuwe kindergezichten, al die oogen, die nog niets
+wisten, die nog niet waren teleurgesteld.... En het flitste door haar
+hoofd, hoe Else en zij er voor vier jaar gezeten hadden, ook zoo op den
+grond, &rsquo;n beetje verbaasd, belangstellend, en zoo kinderlijk
+vertrouwend op het leven, dat komen ging;.... moest ze dien kinderen nu
+zeggen, dat hun niets dan teleurstelling wachtte, of had zij den weg
+naar de hoogere harmonie gevonden?</p>
+
+<p>Ze voelde, dat er &rsquo;n golving van onrust ging <span class=
+"pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289">289</a>]</span>door de zaal, en
+de bibliothecaris fluisterde even: &ldquo;Of ze niet wist
+verder....&rdquo;</p>
+
+<p>Toen zei ze als in &rsquo;n droom, alle samenhang met &rsquo;t
+vorige vergetend, niet langer er aan denkend, dat haar speechje
+propaganda moest maken om lid te worden van de club: &ldquo;Hier wacht
+jullie het eerste, wezenlijke geluk en &rsquo;t eerste, groote
+verdriet. Ik hoop, dat je ook &rsquo;t laatste, als noodzakelijk, flink
+zult aanvaarden. Want voor den <span class="corr" id="xd0e4533" title=
+"Bron: moedig-stijdende">moedig-strijdende</span> is de
+overwinning.&rdquo;</p>
+
+<p>Het bestuur gaf &rsquo;t teeken tot luid applaus, ofschoon ze de
+toespraak wel wat eigenaardig vonden, bang voor &rsquo;n nieuwe,
+dreigende stilte. Go zag Else kijken, verbaasd, half ongeloovig: waar
+haal-je het vandaan? Maar Mary knikte, dat &rsquo;t goed was, zacht
+lachend met &rsquo;r diepe oogen....</p>
+
+<p>Toen keerde Go zich tot de ab-actis, met verzoek om het jaarverslag
+voor te lezen, en terwijl die, met verveeld rad-ratelende stem, bladzij
+na bladzij opdreunde, vertelde Else fluisterend met onderdrukte
+lachjes, aan Lou en Riek, die over haar heen hingen, de wonderen van
+ondeugendheid en liefheid en snuggerheid van haar schattigen, kleinen
+jongen.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="back">
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<p>Van <span class="smallcaps">Annie Salomons</span> verscheen bij den
+Uitgever van dit boek:</p>
+
+<p>VERZEN</p>
+
+<p>Gedrukt op geschept Hollandsch papier<br>
+ Bandversiering van S. Moulijn<br>
+ Prijs ingenaaid &fnof;&nbsp;1.75 - Gebonden &fnof;&nbsp;2.50</p>
+</div>
+
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="normal">Inhoudsopgave</h2>
+
+<ul>
+<li><a href="#xd0e96">Voorbericht tot den tweeden druk.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e126">Hoofdstuk I.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e202">Hoofdstuk II.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e317">Hoofdstuk III.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e508">Hoofdstuk IV.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e592">Hoofdstuk V.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e721">Hoofdstuk VI.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e839">Hoofdstuk VII.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e1092">Hoofdstuk VIII.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e1304">Hoofdstuk IX.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e1507">Hoofdstuk X.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e1739">Hoofdstuk XI.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e2005">Hoofdstuk XII.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e2469">Hoofdstuk XIII.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e2658">Hoofdstuk XIV.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e2788">Hoofdstuk XV.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e3323">Hoofdstuk XVI.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e3635">Hoofdstuk XVII.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e3748">Hoofdstuk XVIII.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e3984">Hoofdstuk XIX.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e4141">Hoofdstuk XX.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e4291">Hoofdstuk XXI.</a></li>
+
+<li><a href="#xd0e4428">Hoofdstuk XXII.</a></li>
+</ul>
+</div>
+
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met
+vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href=
+"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
+
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie
+team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+
+<h3>Codering</h3>
+
+<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan
+de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel
+zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
+gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het
+corr-element.</p>
+
+<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen
+gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met &ldquo;. Geneste
+dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele
+aanhalingstekens.</p>
+
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li>2009-06-03 Begonnen.</li>
+</ol>
+
+<h3>Externe Referenties</h3>
+
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+
+<h3>Verbeteringen</h3>
+
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in
+de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e224">10</a></td>
+<td width="40%">conscientieuzer</td>
+<td width="40%">consci&euml;ntieuzer</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e294">13</a></td>
+<td width="40%">tafeljes</td>
+<td width="40%">tafeltjes</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e615">35</a></td>
+<td width="40%">Verbeeldje</td>
+<td width="40%">Verbeeld-je</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e858">56</a></td>
+<td width="40%">Gerards</td>
+<td width="40%">Gerard&rsquo;s</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e998">64</a></td>
+<td width="40%">t</td>
+<td width="40%">&rsquo;t</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1236">78</a></td>
+<td width="40%">&ldquo;</td>
+<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1319">83</a></td>
+<td width="40%">ochten dnog</td>
+<td width="40%">ochtend nog</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1353">86</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&rdquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1420">90</a></td>
+<td width="40%">was</td>
+<td width="40%">Was</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1442">92</a></td>
+<td width="40%">gegichel</td>
+<td width="40%">gegiechel</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1461">93</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1480">94</a></td>
+<td width="40%">suite-deuren</td>
+<td width="40%">suitedeuren</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1516">96</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&ldquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1778">112</a></td>
+<td width="40%">verbeeldje</td>
+<td width="40%">verbeeld-je</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1803">114</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">-</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1916">124</a></td>
+<td width="40%">beantwoorde</td>
+<td width="40%">beantwoordde</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1945">127</a></td>
+<td width="40%">ze</td>
+<td width="40%">Ze</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2010">130</a></td>
+<td width="40%">&rdquo;,</td>
+<td width="40%">,&rdquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2097">134</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&ldquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2100">134</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&rdquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2212">141</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&ldquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2215">141</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&rdquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2233">142</a></td>
+<td width="40%">hieldt</td>
+<td width="40%">hield</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2244">142</a></td>
+<td width="40%">optimister</td>
+<td width="40%">optimistischer</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2441">153</a></td>
+<td width="40%">ogenblikkelijk</td>
+<td width="40%">oogenblikkelijk</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2603">164</a></td>
+<td width="40%">snouwen</td>
+<td width="40%">snauwen</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2681">170</a></td>
+<td width="40%">wel&rsquo;s</td>
+<td width="40%">wel &rsquo;s</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2713">174</a></td>
+<td width="40%">om</td>
+<td width="40%">op</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2778">178</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&ldquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2872">182</a></td>
+<td width="40%">bakfisch-gezicht</td>
+<td width="40%">backfisch-gezicht</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2987">185</a></td>
+<td width="40%">of</td>
+<td width="40%">Of</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3127">191</a></td>
+<td width="40%">antwoordt</td>
+<td width="40%">Antwoordt</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3130">191</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3264">197</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3266">197</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3326">200</a></td>
+<td width="40%">II</td>
+<td width="40%">XVI</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3358">203</a></td>
+<td width="40%">der</td>
+<td width="40%">d&rsquo;r</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3385">204</a></td>
+<td width="40%">;</td>
+<td width="40%">:</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3501">211</a></td>
+<td width="40%">&ldquo;</td>
+<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3543">213</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3545">213</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&ldquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3548">213</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">&rdquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3705">223</a></td>
+<td width="40%">schijven</td>
+<td width="40%">schrijven</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3798">228</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e3991">243</a></td>
+<td width="40%">May</td>
+<td width="40%">Mary</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4083">253</a></td>
+<td width="40%">enkelling</td>
+<td width="40%">enkeling</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4181">261</a></td>
+<td width="40%">hebden</td>
+<td width="40%">hebben</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4268">269</a></td>
+<td width="40%">May</td>
+<td width="40%">Mary</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4294">271</a></td>
+<td width="40%">.</td>
+<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4340">274</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&rdquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4360">275</a></td>
+<td width="40%">je</td>
+<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4453">282</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&rdquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4498">285</a></td>
+<td width="40%">series&rsquo;</td>
+<td width="40%">series</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4533">289</a></td>
+<td width="40%">moedig-stijdende</td>
+<td width="40%">moedig-strijdende</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Een Meisje-Studentje, by Annie Salomons
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN MEISJE-STUDENTJE ***
+
+***** This file should be named 29044-h.htm or 29044-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/9/0/4/29044/
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
+
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..41a75a7
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #29044 (https://www.gutenberg.org/ebooks/29044)