summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/28582-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '28582-8.txt')
-rw-r--r--28582-8.txt8885
1 files changed, 8885 insertions, 0 deletions
diff --git a/28582-8.txt b/28582-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..f46b80a
--- /dev/null
+++ b/28582-8.txt
@@ -0,0 +1,8885 @@
+The Project Gutenberg EBook of De economische toestand der vrouw, by
+Charlotte Perkins Stetson
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De economische toestand der vrouw
+ Een studie over de economische verhouding tusschen mannen
+ en vrouwen als een factor in de sociale evolutie
+
+Author: Charlotte Perkins Stetson
+
+Translator: Aletta Henriëtte Jacobs
+
+Release Date: April 20, 2009 [EBook #28582]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ECONOMISCHE TOESTAND DER VROUW ***
+
+
+
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ De economische toestand der vrouw.
+
+ Een studie over de economische verhouding tusschen mannen en vrouwen
+ als een factor in de sociale evolutie
+
+
+ Naar het Engelsch van Charlotte Perkins Stetson.
+
+ Door
+
+ Dr. Aletta H. Jacobs.
+
+
+ Haarlem
+ H. D. Tjeenk Willink & Zoon
+
+ 1900
+
+
+
+
+
+
+
+VOORBERICHT VAN DE SCHRIJFSTER.
+
+
+Dit boek is geschreven om een eenvoudige en natuurlijke verklaring
+te geven van een der meest bekende en meest verwarde vraagstukken
+van het menschelijk leven,--een vraagstuk dat zich bijna aan elkeen
+ter praktische oplossing opdringt en dat de ernstige aandacht vraagt
+van den moralist, den medicus, en den socioloog--
+
+Om aan te toonen hoe eenige van de ergste kwalen waaronder wij gebukt
+gaan, kwalen die lang verondersteld werden onafscheidelijk van onzen
+aard te wezen en onuitroeibaar te zijn, slechts het gevolg zijn van
+zekere willekeurige toestanden, toestanden van eigen maaksel, en hoe
+wij, door deze toestanden te veranderen, de daaruit voortspruitende
+kwalen kunnen verwijderen--
+
+Om aan te duiden hoever wij reeds het pad ter verbetering betreden
+hebben en hoe onweerstaanbaar de sociale krachten ons dwingen verder
+te gaan, zelfs zonder ons weten en tegen ons krachtig verzet in,--een
+voortgaan dat door onze erkenning en met onze hulp zeer versneld
+kan worden--
+
+Om in het bijzonder de denkende vrouw van heden te bereiken en haar
+een nieuw besef te geven, niet alleen van haar maatschappelijke
+plichten als individu, maar van haar onmetelijk belang voor het ras
+als maakster van menschen.
+
+Tevens wordt de hoop gekoesterd dat de ontvouwde theorie suggestief
+genoeg zal werken, om aanleiding te geven tot zulke verdere studie
+en bespreking, waardoor haar dwaling aangetoond of haar waarheid
+bevestigd zal worden.
+
+
+Charlotte Perkins Stetson.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+Met liefde en toewijding volbracht ik de vertaling van dit belangrijk
+werk, met zijn diepgaande studie van de menschelijke samenleving en
+zijne breede grondslagen voor de hervormingen die onze maatschappij
+heeft te ondergaan.
+
+Niets schijnt mij noodiger bij de duidelijk waarneembare kentering in
+onze begrippen omtrent de sexueele verhoudingen, dan het kennis nemen
+van beschouwingen daarover, die getuigen van zelfstandig onderzoek,
+vrij van alle doctrinairisme, en van volkomen onafhankelijkheid bij
+de beoordeeling der verkregen resultaten.
+
+Het is waar dat de schrijfster bij haar arbeid het oog gevestigd
+had op toestanden in Amerika, maar met hier en daar slechts geringe
+wijzigingen zijn hare beschouwingen ook op de meeste Europeesche
+landen toepasselijk. De bijzondere waardeering die het werk in
+Amerika en vooral in Engeland ten deel viel zal het ook hier te lande
+ongetwijfeld ondervinden. Vooral nu hier in de laatste jaren zooveel
+geschreven en geredetwist is over het geslachtsleven van de vrouw in
+verband met haar maatschappelijk optreden, zal dit werk van Charlotte
+Perkins Stetson zeer velen tot nadenken aansporen en hun het antwoord
+geven op verschillende toen gerezen vragen.
+
+De schrijfster, een zeer gunstig bekende dichteres en begaafd
+spreekster, werd in 1860 in New-England geboren. Zij is, zoowel
+van vaders' als van moeders' zijde, aan vele beroemde en om hun
+vooruitstrevende denkbeelden en handelingen bekende mannen en vrouwen
+verwant, waarvan voorzeker de schrijfster van "de negerhut van Oom
+Tom", Harriet Beecher Stowe, hier te lande de meest bekende is.
+
+In 1888 werd zij in Californië, waar zij toen woonde, voor haar
+schitterend artikel over de arbeidersbeweging met goud bekroond en
+in 1896 bood de Fabian Society te Londen haar, voor het vele goede
+zaad dat zij door haar verschillende werken uitgestrooid had, het
+eerelidmaatschap aan.
+
+Deze geestelijk zoo rijk begaafde vrouw bezit een hoogst aangenaam
+uiterlijk en doet hare gesprekken van humor tintelen. Op het
+internationale vrouwencongres te Londen, in den zomer van 1899, waar
+ik het voorrecht had haar persoonlijk te leeren kennen, fonkelde
+zij te midden van de élite der vrouwenbeweging als een ster van de
+eerste grootte.
+
+
+Aletta H. Jacobs. Amsterdam, Juni 1900.
+
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+In de donkere en vroege tijden, nog vóórdat het licht in den
+voor-historischen nacht begon te schijnen, waren in de oorspronkelijke
+wouden de tweevoudige menschen elkaars gelijke; zij waren innige,
+hartelijke vrienden, die in onberekend genot wild en vrij tezamen
+leefden.
+
+
+
+Vóórdat het verstand ontwaakte,--en bewustzijn kwam in die tijden
+langzaam,--vóórdat het verstand ontwaakte in den man, maar ook in de
+vrouw; nog vóór hij den Boom der Kennis vond, dien verschrikkelijken
+doch heiligen boom, reeds vóór hij wist was hij gevallen en begreep
+toen dat hij wist.
+
+
+
+Toen sprak hij tot Smart: "Thans ben ik wijs en ken U! maar zoolang
+macht en wijsheid duren, wil ik niet meer lijden!" En tot Genot sprak
+hij: "Ik ben sterk en ik zal U bewijzen dat mijn mannenwil U in bezit
+kan nemen,--o, en U vast houden ook!"
+
+
+
+Voedsel at hij voor zijn genoegen en wijn dronk hij voor zijn
+pleizier. En de vrouw? O, de vrouw, het toppunt van genot! Zij was
+nu de zijne,--ja, hij wist het! En sterk als een krankzinnige werd
+hij in de vroege schemering na den voor-historischen nacht.
+
+
+
+Hem toebehooren,--de zijne voor eeuwig! welk een heerlijke, teedere
+overwinning! O, wat zou hij haar liefhebben! En zij zou slechts
+hem beminnen! Hij wilde werken en strijden voor haar, hij wilde
+haar beschutten en beschermen.--En zij zou hem nooit meer verlaten,
+vóórdat haar oogen door den dood gebroken werden.
+
+
+
+Nauw, nauw sloot hij haar op, opdat zij hem nooit kon verlaten; zwak
+hield hij haar, opdat zij de kracht zou missen hem te ontvluchten. En
+de verdoovende vlam der passie hield hij steeds vlammend, door al de
+kunstgrepen en krachten die aarde en hemel en zee hem boden.
+
+
+
+Doch o, die lange tocht! Die langzame en verschrikkelijke jaren die
+zij te zamen, blind en kreupel en ten laatste geheel verdwaald,
+doorworsteld hebben! Welk een machtig boekdeel, met millioenen
+schandelijke bladen, van de vrijheid der wouden tot in de gevangenissen
+van heden!
+
+
+
+Voedsel at hij voor zijn genoegen en het bracht hem ziekte aan! Wijn
+dronk hij voor zijn pleizier en het baande hem den weg tot misdaad! En
+de vrouw? Hij wilde haar vasthouden,--hij wilde haar hebben als
+het hem behaagde,--En hij heeft haar nooit terug gezien, sedert den
+voor-historischen tijd!
+
+
+
+Verdwenen was de vriendin en makker uit den vroegeren levenstijd;
+Zij die koesterde en troostte, zij die hulp en redding bracht. Hij
+zoekt haar nog steeds met onstilbaren honger vergeefs; Alleen staat
+hij thans, onder zijn tyrannen, alleen boven zijn slaven.
+
+
+
+Zwoeger, gebogen en vermoeid door den zwaren last dien gij u zelf hebt
+opgelegd! Gij, die treurig en eenzaam zijt, ofschoon slechts eenzaam
+in schijn! Gij, die Genot hebt trachten te overwinnen om het steeds
+voor het grijpen te hebben, Gij hebt ondervonden dat Genot slechts
+was een andere naam voor Smart.
+
+
+
+Natuur heeft uwe dwaling hersteld, uwe dwaasheid vergeven! God heeft
+niet vergeten, indien de menschen het ook nog niet inzien. De geest
+der vrouw verheft zich, in weerwil van uw schennis. Bevrijd haar nu
+en vertrouw haar! Zij wil u nog liefhebben!
+
+
+
+U liefhebben? Ja, zij zal u liefhebben met een liefde, zooals alleen
+de vrijheid kweekt. U liefhebben? Ja, zij zal u liefhebben, omdat
+alleen liefde doet leven! Vrees het hart der vrouw niet! Het zal
+geen bitterheid toonen! Het eeuwenlange lijden heeft haar geleerd
+te vergeven.
+
+
+
+
+
+
+
+I
+
+
+Sedert wij geleerd hebben de ontwikkelingsgeschiedenis van den mensch
+evenals de overgangsvormen in het dierenrijk te bestudeeren, hebben
+zich eenige bijzondere verschijnselen, die langen tijd den philosoof en
+moralist op een dwaalspoor brachten, in een nieuw licht vertoond. Wij
+beginnen te begrijpen dat vele bezwaren en moeilijkheden in ons leven,
+in plaats van onoplosbare vraagstukken te zijn, die een ander leven
+eischen om verklaard te kunnen worden, slechts het natuurlijk gevolg
+van natuurlijke oorzaken zijn en dat er zoodra wij die oorzaken hebben
+vastgesteld, veel kan gedaan worden om ze uit den weg te ruimen.
+
+Niettegenstaande de individueele wil tegen invloeden kan strijden,
+deze voor een tijd kan weerstaan en ze somtijds overwinnen, blijft het
+toch waar dat de omgeving op den mensch, als op ieder ander levend
+wezen, haren stempel drukt. De macht van den individueelen wil om
+natuurwetten te weerstaan, is duidelijk bewezen door het leven en den
+dood van den asceet. Bij enkele van deze zelfmoordende martelaren kan
+men zien hoe de wil, door een ziekelijken geest misleid, het lichaam
+dwingt elken natuurlijken prikkel weerstand te bieden,--tot zelfs
+aan den rand van het graf en er in.
+
+Mogen zulke uitzonderingen ook aantoonen wat de menschelijke
+wil vermag, het leven der menschheid in het algemeen bewijst
+daarentegen den onverbiddelijken invloed der omstandigheden. Van deze
+omstandigheden deelen wij met andere levende wezens de invloeden van
+het stoffelijk heelal. Wij ondergaan wijzigingen door het klimaat en
+de plaatselijke gesteldheid, door physische, chemische, electrische
+machten, zoo goed als alle dieren en planten. Met de dieren deelen wij
+verder de gevolgen van onze eigen werkzaamheid, de terugwerkende kracht
+van lichaamsbeweging. Wat wij doen, even goed als wat men ons doet,
+maakt ons tot wat wij zijn. Maar buiten en behalve deze machten, staan
+wij nog bloot aan de inwerking van een derde reeks invloeden, alleen de
+menschheid eigen, namelijk die van de maatschappelijke toestanden. In
+het organisch leven onzer maatschappij oefenen wij grooter invloed
+op elkander uit dan ooit, zelfs bij de meest in kudden samenlevende
+dieren, gevonden is. Deze derde factor, de maatschappelijke omgeving,
+wijzigt met zeer groote macht het menschelijk leven. Uit al deze
+ons omringende invloeden, veroorzaken degene welke onze economische
+behoeften raken, de sterkste uitwerking.
+
+Stellen wij den invloed der maatschappelijke toestanden ter zijde,
+en beschouwen dus den mensch als een dierlijk wezen, dan ontdekken
+wij dat de mensch evenals ieder ander dier de sterkste wijziging
+ondergaat door zijn economische levensvoorwaarden. Mogen de dieren
+ook verschillen in kleur en grootte, in kracht en spoed, in meerder
+of minder aanpassingsvermogen aan slechter toestanden, toch hebben
+alle grasetende en alle vleeschetende dieren onderscheidingsteekens
+gemeen, zóó onderscheidend en zóó gemeen, dat zij door hun tanden,
+door hun digestie-orgaan in het geheel, in klassen verdeeld worden,
+in plaats van door hun verdedigings- of bewegingsmiddelen. De
+behoefte aan voedsel is bij het dier de grootste passieve macht in
+zijn ontwikkeling; de wijze waarop het in deze behoefte voorziet
+is de grootste actieve macht in zijn ontwikkeling. Het zijn deze
+werkzaamheden, de onophoudelijke herhaling van de krachtige pogingen
+om zijn voedsel te verkrijgen, welke het meest zijn vorm wijzigen
+en zijne functiën ontwikkelen. Het schaap, de koe, het rendier
+verschillen in het vermogen om zich aan te passen aan het weder,
+in de snelheid om zich voort te bewegen, in de verdedigingsmiddelen;
+zij stemmen evenwel overeen in de voornaamste kenteekenen, omdat hun
+voeding op gelijke wijze geschiedt.
+
+De mensch als dier maakt op dezen regel geen uitzondering. Het
+klimaat oefent invloed op hem uit, het weder oefent invloed op
+hem uit, vijanden oefenen invloed op hem uit; de sterkste wijziging
+ondergaat hij evenwel, evenals ieder ander levend wezen, door hetgeen
+hij doet voor zijn levensonderhoud. Niettegenstaande het individu
+allen invloed ondergaat van zijn later en breeder leven, al de
+tegenwerkende macht van maatschappelijke instellingen, toch ondergaat
+het onverbiddelijk wijzigingen door de middelen die het aanwendt om
+in zijn levensonderhoud te voorzien: "aan de hand van den blauwverver
+ziet men wat hij verwerkt." Als een zuiver, wereldbekend voorbeeld van
+den invloed der economische omstandigheden op den mensch, voer ik de
+duidelijke rasverandering der Joden aan, onder de gedwongen beperkingen
+van de laatste 2000 jaren. Hier treedt een volk op den voorgrond,
+eerst als een herdersvolk, dan als een landbouwende natie, alleen voor
+een deel koophandel drijvende, voor zoover het in relatie stond met de
+Phoeniciërs, de eerste kooplieden der wereld. Onder de sociale macht
+van een vereenigd Christendom,--vereenigd ten minste in deze meest
+onchristelijke daad--werden de Joden gedwongen hun levensonderhoud
+voornamelijk in den handel te verwerven. Men kan aantoonen dat vele
+hunner eigenschappen een gevolg zijn van den wreeden druk der sociale
+omstandigheden waaraan zij onderworpen waren: de sterke familieband
+van een volk zonder vaderland, zonder koning; zonder gelegenheid
+voor ontspanning of tot voldoening aan hun eerzucht, behalve in het
+familieleven; de verminderde lichaamsmaat en de verschrikkelijke
+levensvatbaarheid en levensduur van de meedoogenloos uitverkoren
+overblijvenden van het Ghetto; de herhaalde uitbarstingen van geniale
+geesten zoo onmenschelijk onderdrukt. Maar kenmerkender nog is het
+gevolg der economische omstandigheden;--de kunstmatige ontwikkeling
+van een ras kooplieden en geldhandelaars, van het minste pandjeshuis
+tot het huis van Rothschild; een bijzonder soort volk, uitgebroeid
+door de economische omgeving waarin zij gedwongen waren te leven.
+
+Een ruw doch bekend voorbeeld, waarbij wij gelijke oorzaak met gelijk
+gevolg kunnen opmerken, is het opvallend verschil van een veeteelend,
+een landbouwend, en een fabrieksvolk in dezelfde natie, waarbij al
+de andere omstandigheden dus gelijk zijn.
+
+Uit dezelfde zuivere redeneering dat functiën en organen door het
+gebruik zich ontwikkelen, dat de organen die het meest gebruikt worden
+ook het meest zich ontwikkelen, en dat het dagelijks moeten voorzien
+in onze economische behoeften deze functiën tot de meest gebruikte
+maakt, volgt, dat waar wij een bijzondere volksklasse vinden onder
+bijzondere economische omstandigheden, wij dan mogen uitzien naar
+bijzondere gevolgen en die ook zullen vinden.
+
+Met het oog op deze feiten wordt thans de aandacht gevestigd op een
+zeer in het oog loopenden en eigenaardigen economischen toestand waarin
+het menschengeslacht verkeert en die in de organische wereld geen
+tegenhanger vindt. Wij zijn de eenige diersoort waarbij het vrouwtje
+van het mannetje afhankelijk is voor haar voedsel, de eenige diersoort
+waarbij de geslachts-verhouding tevens een economische verhouding
+is. Bij ons leeft een geheele sekse in economische afhankelijkheid
+van de andere sekse en de economische verhouding is vereenigd met de
+geslachts-verhouding. De economische staat van de vrouw houdt verband
+met de geslachts-verhouding.
+
+Dikwijls wordt aangenomen dat deze toestand ook voorkomt bij andere
+diersoorten, maar dit is niet het geval. Er zijn verschillende
+vogels, waar het mannetje het vrouwtje gedurende den broeitijd helpt
+de jongen te voeden en dan gedeeltelijk ook haar voedt, en ook bij
+sommige hooger ontwikkelde carnivoren helpt het mannetje de jongen
+voeden en voedt dan gedeeltelijk ook het vrouwtje. In geen geval is
+"zij" evenwel uitsluitend afhankelijk van "hem", zelfs niet in den
+broeitijd. Alleen de hoornvogel maakt hierop een uitzondering. Zoodra
+zijn vrouwtje in een hollen boom op het gemaakte nest is gaan
+zitten omringt hij haar met een muur van klei, zoodat alleen haar
+snavel vrij blijft en dan voedt hij haar tot de eieren uitgebroeid
+zijn. Maar zelfs het hoornvogelvrouwtje verwacht niet dat zij op eenig
+ander tijdstip gevoed zal worden. Het vrouwtje van bij en mier zijn
+economisch afhankelijk, maar niet van het mannetje. De arbeiders zijn
+ook vrouwtjes, tot economische werkzaamheden bepaald aangewezen. En
+bij de vleesch-etende dieren kunnen de jongen, indien zij één van
+de ouders moeten missen, beter den vader dan de moeder verliezen,
+want de moeder is volkomen in staat alleen de zorg voor hen op zich
+te nemen. Bij vele diersoorten, zooals bijv. bij de kat, voedt het
+vrouwtje niet alleen zich zelf en de jongen, doch zij moet tevens de
+jongen verdedigen tegen het mannetje. In geen enkel geval wordt het
+vrouwtje gedurende haar geheele leven door het mannetje onderhouden.
+
+Bij de menschen is deze toestand algemeen en aanhoudend, al zijn er
+ook uitzonderingen en al is deze eeuw ook getuige van een groote
+verandering ten goede. Toch zijn we nog niet gewend dit feit te
+beschouwen buiten de grens van eenige losse algemeenheden, wij meenen
+dat de oude toestand «natuurlijk» is en dat andere dieren ook zoo doen.
+
+Velen zal dit inzicht niet dadelijk helder voor den geest staan en
+zij zullen werkende boerinnen of vrouwen uit wilde volksstammen en
+vooral de huishoudelijke werkzaamheden der vrouw als voorbeelden
+daartegenover stellen. Eenige met zorg gekozen voorbeelden zijn
+noodig om voor ons zelf het essentieele der feitelijke verhouding,
+ook in deze gevallen duidelijk te maken. Het paard, in zijn vrijen
+natuurstaat, is economisch onafhankelijk. Het verkrijgt zijn voedsel
+door eigen inspanning, zonder hulp van een ander schepsel. Het paard,
+in zijn tegenwoordigen slaventoestand, is economisch afhankelijk. Het
+ontvangt het voedsel uit de hand van zijn meester; zijn inspanning,
+hoe krachtig ook, staat niet in onmiddellijk verband tot zijn
+levensbehoeften. Integendeel, de paarden die het best gevoed en
+verzorgd worden zijn niet de paarden die het hardst werken. Het paard
+werkt, dat is waar; maar wat hij te eten krijgt hangt af van de macht
+en den wil van zijn meester. Zijn levensbenoodigdheden verkrijgt
+het door een ander. Het paard is economisch afhankelijk. Zoo ook de
+hardwerkende wilde of de boerin. Hun arbeid is het eigendom van een
+ander, zij werken onder den wil van een ander en wat zij ontvangen
+hangt niet af van hun werk, maar van de macht en den wil van een
+ander. Zij zijn economisch afhankelijk. Dit geldt voor de vrouw zoowel
+individueel als collectief.
+
+Door den economischen toestand van de seksen in hun geheel te
+bestudeeren komt het verschil het sterkst uit. Als maatschappelijk
+dier berust de economische staat van den mensch op de gezamenlijke
+en uitgewisselde diensten van groote getallen op den voorgrond
+tredende bijzondere individuen. De economische vooruitgang van een
+ras, zijn bestaan op zeker tijdstip, zijn bestendige vooruitgang
+sluit in zich de gezamenlijke werkzaamheden van al de ambachten,
+beroepen, kunsten, fabrieken, handel, uitvindingen, ontdekkingen en
+al de burgerlijke en militaire instellingen, waarvan het volk zich
+onderhoudt. De economische staat van eenig ras op eenig tijdstip,
+met zijn daarin opgesloten gevolgen op al de bestaande individuen,
+hangt af van hun over de geheele wereld zich uitbreidenden arbeid
+en hun vrij onderling verkeer. Economische vooruitgang is evenwel
+bijna uitsluitend mannenwerk. De economische werkzaamheden die de
+vrouwen mochten verrichten zijn van den vroegsten tijd en van de
+eenvoudigste soort. Indien mannen geen andere economische diensten
+bewezen hadden, dan die ook thans nog door vrouwen worden verricht,
+de staat van ons ras zou in economisch opzicht tot de pijnlijkste
+grenzen teruggebracht worden.
+
+Wanneer men uit een gemeenschap al de mannen-werkers verwijderde
+zou dit in economisch opzicht veel verlammender werken dan wanneer
+daaruit al de vrouwen-werkers verwijderd werden. Het werk dat nu gedaan
+wordt door vrouwen, kan door mannen verricht worden, het vereischt
+alleen de terugzetting van goede werkkrachten tot een vroegeren vorm
+van voortbrenging; doch het werk nu door de mannen verricht, zou
+niet door de vrouwen verricht kunnen worden, zonder geslachten van
+inspanning en aanpassing. Mannen kunnen koken, reinigen, naaien, zoo
+goed als de vrouwen; maar het maken en besturen van de groote machines
+der moderne industrie; het doorbanen van land en zee met uitgebreide
+stelsels van vervoer, de behandeling van onze saamgestelde beroeps-,
+handels-, en regeeringsinstellingen, deze zaken kunnen door vrouwen
+in haar tegenwoordigen staat van economische ontwikkeling niet zoo
+goed gedaan worden.
+
+Dit is niet te wijten aan gebrek aan de essentieele menschelijke
+bekwaamheden die voor zulke handelingen noodzakelijk zijn, noch aan
+een aangeboren ongeschiktheid van het geslacht, maar zij is een gevolg
+van de tegenwoordige positie der vrouw, waardoor zij verhinderd wordt
+zich tot dien graad van economische bekwaamheid te ontwikkelen. Bij
+den mensch is de man in economischen staat de vrouw duizenden jaren
+vooruit. In het algemeen gesproken kan men zeggen dat mannen goederen
+voortbrengen en zorgen voor de verdeeling en dat vrouwen die van hen
+ontvangen. Als mannen jagen, visschen, veehoeden of het land bebouwen,
+dan eten de vrouwen wild, visch, biefstuk of koren. Als mannen over de
+zee gaan en koffie, specerijen, zijde en edelgesteenten medebrengen
+uit verre landen, dan krijgen de vrouwen haar deel van de koffie en
+specerijen en zijde en edelgesteenten, die de mannen gebracht hebben.
+
+De economische staat van het menschelijk ras in eenig volk op zeker
+tijdstip is in hoofdzaak afhankelijk van de werkzaamheden van den man;
+de vrouw verkrijgt haar aandeel in den vooruitgang enkel en alleen
+door hem.
+
+Deze feiten zijn zelfs nog duidelijker merkbaar, meer algemeen bekend,
+indien men ze individueel bestudeert. Van de vrouw van den dagwerker
+tot die van den millionnair, spreekt het versleten kleed of schitterend
+edelgesteente, de hut of het kasteel, de vermoeide voet of de rijke
+equipage, van de economische bekwaamheid van den echtgenoot. De
+comfort, de weelde, de noodzakelijkste levensbehoeften zelfs, welke
+de vrouw ontvangt, zijn door den man aangebracht en haar door hem
+gegeven. En zoodra de vrouw aan haar zelf overgelaten, zonder man om
+haar te "onderhouden", in haar eigen economische behoeften tracht te
+voorzien, dan bewijzen de moeilijkheden die zij ondervindt voldoende
+wat in het algemeen de economische staat van de vrouw is. Niemand kan
+deze duidelijke feiten ontkennen,--de economische staat der vrouwen
+individueel hangt af van de mannen individueel, van de mannen tot
+welke zij in betrekking staan.
+
+Maar onmiddellijk wordt daar tegenover geplaatst de algemeen
+gehuldigde meening dat, ofschoon moet worden toegegeven dat de mannen
+de economische goederen voortbrengen en verdeelen, toch de vrouwen hun
+aandeel daarin verdienen als echtgenooten. Dit veronderstelt òf dat
+de echtgenoot in de positie verkeert van werkgever en de echtgenoote
+van werknemer, òf dat het huwelijk een vennootschap is en de vrouw
+een gelijk aandeel neemt in de voortbrenging als de man.
+
+Economische onafhankelijkheid is ten slotte een betrekkelijke
+toestand. In ruimen zin opgevat zijn alle levende wezens van elkander
+economisch afhankelijk, de dieren van de planten en de menschen
+van beide. In engeren zin is het geheele maatschappelijke leven
+economisch onderling afhankelijk; de mensch brengt collectief voort
+wat hij onmogelijk afzonderlijk kan voortbrengen. Maar vat men dit
+begrip zoo eng mogelijk op, dan veronderstelt individueele economische
+onafhankelijkheid, dat het individu betaalt voor hetgeen het ontvangt,
+werkt voor wat het krijgt, aan een ander een gelijke waarde geeft voor
+hetgeen de ander hem geeft. Ik ben afhankelijk van den schoenmaker
+voor schoenen en van den kleermaker voor kleederen, maar geef ik den
+schoenmaker en kleermaker genoeg van mijn arbeid als timmerman om de
+schoenen en kleeren die zij mij geven te betalen, dan behoud ik mijne
+persoonlijke onafhankelijkheid. Ik heb hun arbeid niet genomen zonder
+daarvoor iets van mijn arbeid te geven. Zoolang hetgeen ik ontvang
+betaald is door hetgeen ik geef, ben ik economisch onafhankelijk.
+
+Vrouwen verbruiken economische goederen. Welk economisch product geven
+zij in ruil voor wat zij verbruiken? De bewering dat het huwelijk een
+vennootschap is, waarin de twee gehuwde personen zooveel voortbrengen
+als geen van beiden afzonderlijk kan voortbrengen, kan den toets der
+kritiek niet doorstaan. Een man die gelukkig is en zonder zorgen,
+kan meer voortbrengen dan een die ongelukkig en vol zorgen is,
+maar dit geldt evenzeer van een vader of een zoon als van een
+echtgenoot. Ontneemt men een man eenige van de voorwaarden waardoor
+hij gelukkig en zonder zorg is, dan verlamt men, in het algemeen
+gesproken, zijn ijver. Maar die verwanten die hem gelukkig maken
+zijn daarom niet zijn arbeids-vennooten en worden niet geacht deel
+te nemen aan de vermeerdering van zijn inkomen.
+
+Een dankbare belooning voor aangebracht geluk is geen ruilmiddel
+in een vennootschap. Het gemak dat een man door een vrouw heeft
+ligt, evenmin als haar zuinigheid en werkzaamheid, in den aard der
+bedrijfs-vennootschap. Een huishoudster in haar plaats kan even zuinig
+en even werkzaam zijn, maar zou daarom toch geen deelgenoot zijn. Man
+en vrouw zijn ware vennooten in hunne onderlinge verplichting tegenover
+hunne kinderen,--hun gemeenschappelijke liefde, plicht en hulp. Maar
+een fabrikant die huwt, of een geneesheer, of een advokaat neemt geen
+deelnemer in zijn zaak, wanneer hij een deelgenoot in zijn ouderschap
+neemt, tenzij zijne vrouw ook een fabrikant, doctor of advocaat
+is. Zij kan hem zelfs nog geen goeden raad in zijne zaken geven,
+zonder oefening en ondervinding. Dat zij haar man, den componist,
+liefheeft, maakt haar niet bekwaam tot componeeren. Als een man zijn
+vrouw verliest, dan mag zijn hart breken, maar het bedrijf lijdt
+er niet onder, tenzij zijn geest ziek wordt door verdriet. Zij
+is in geen opzicht een arbeids-vennoot, of zij moet kapitaal of
+ondervinding of arbeid aanbrengen, evenals een man zou doen in dezelfde
+betrekking. Vele mannen zullen zich eerst zeer ernstig bedenken,
+voordat zij in een bedrijfs-vennootschap treden met een of andere
+vrouw, echtgenoote of niet.
+
+Indien dus de vrouw geen werkelijke deelgenoot in zaken is, op
+welke wijze verdient zij dan van haar man het voedsel, de kleeding,
+de huisvesting, die zij uit zijn handen ontvangt? Door huiselijke
+bezigheden, zal onmiddellijk geantwoord worden. Dit is het algemeen
+vage begrip van deze zaak,--dat vrouwen alles verdienen wat zij
+ontvangen, en meer zelfs, door huiselijke diensten. Hier komen wij op
+een zeer praktisch en ten slotte economisch terrein. Ofschoon geen
+voortbrengers van goederen, dienen zij in het eindproces, bij de
+bereiding en verdeeling daarvan. Haar arbeid in het huisgezin heeft
+werkelijk economische waarde.
+
+Een zeker percentgehalte personen die anderen dienen, zoodat die
+anderen meer kunnen voortbrengen, leveren inderdaad een bijdrage die
+niet over het hoofd mag gezien worden. Het werk dat de vrouwen in
+huis doen stelt de mannen zeer zeker in staat, meer goederen voort
+te brengen dan zij anders konden doen; en in zoo ver zijn vrouwen
+economische factoren in de maatschappij. Maar aldus ook de paarden. Het
+werk van de paarden stelt de menschen in staat meer goederen voort te
+brengen dan zij anders konden doen. Het paard is een economische factor
+in de maatschappij. Maar het paard is niet economisch onafhankelijk,
+evenmin als de vrouw. Indien een man met een knecht meer nuttig werk
+kan verrichten dan zonder knecht, dan doet de knecht nuttig werk. Maar
+indien de knecht het eigendom van den man is, verplicht wordt dat
+werk te doen zonder betaling, dan is hij niet economisch onafhankelijk.
+
+Het werk dat de vrouw in het huisgezin verricht, geeft zij als een
+deel van haar functioneele taak, niet als beroepsbezigheid.
+
+De vrouw van een arm man die in haar klein huisje hard werkt, alles
+alleen doet voor het huisgezin, of de vrouw van den rijkaard die
+aardig en bevallig haar paleis bestuurt en de werkzaamheden leidt,
+beiden hebben aanspraak op behoorlijke betaling voor bewezen diensten.
+
+Als men dezen grondslag aanneemt en daaraan consequent vasthoudt,
+dan maken huisvrouwen, die door huishoudelijke werkzaamheden haar
+levensonderhoud verdienen, aanspraak op de loonen van keukenmeiden,
+werkmeiden, kindermeiden, naaisters of huishoudsters en niets meer. Dit
+zou natuurlijk de uitgaven van de rijke huisvrouwen verminderen en
+het voor den armen man onmogelijk maken om een vrouw "te onderhouden",
+tenzij dat die arme man de onderlinge verhouding goed inzag, zijn vrouw
+betaalde als dienstbode, en zij hun gezamenlijke inkomsten bij elkaar
+voegden om daarvan hun kinderen op te voeden. Hij zou dan een meid
+houden en zij zou haar aandeel betalen in de huishouding. Maar dan zou
+er op de geheele wereld geen "rijke vrouw" te vinden zijn. Zelfs de
+beste huishoudster, hoe nuttig ook haar diensten mogen zijn, brengt
+geen fortuin bij elkaar. Zoo iemand koopt geen juweelen en parelen,
+of houdt equipage. Zulke dingen verdient men niet door huiselijke
+bezigheden.
+
+Maar wat het merkwaardige in deze bespreking is, hoe groot ook
+de economische waarde van de huiselijke bezigheden mogen zijn, de
+vrouwen krijgen ze niet uitbetaald. De vrouwen die het hardst werken,
+ontvangen het minst en de vrouwen die het meest verteren werken het
+minst. Haar arbeid is noch gegeven noch genomen als een factor in den
+economischen ruil. Men gaat uit van de meening dat het haar plicht
+als vrouw is om dit werk te doen, en er bestaat geen verhouding
+tusschen de hoeveelheid van dit werk en haar economischen staat,
+tenzij een omgekeerde. Doch bovendien, als de vrouwen aldus eerlijk
+betaald werden en men haar gaf wat zij verdienen en niets meer, dan
+zouden alle vrouwen die dezen arbeid verrichten teruggebracht worden
+tot den economischen staat van dienstboden. Er zijn niet veel vrouwen,
+mannen ook niet, die deze voorwaarden aandurven.
+
+De basis dat vrouwen haar levensonderhoud verdienen door huiselijk
+werk wordt dan ook onmiddellijk los gelaten en de bewering volgt,
+dat zij haar onderhoud verdienen als moeders. Dit is een eigenaardige
+toestand. Wij spreken genoeg hierover en dikwijls met diep gevoel,
+zonder dit echter voldoende te ontleden.
+
+Wanneer men het als een economischen ruil behandelt en men vraagt,
+wat geven de vrouwen in goederen of arbeid terug voor de goederen
+en arbeid die haar gegeven worden,--hetzij aan het geheele ras of
+aan haar echtgenooten individueel,--wat betalen de vrouwen voor haar
+kleederen en schoenen en meubelen en voedsel en huisvesting, dan zal
+men antwoorden dat de plichten en diensten van de moeder haar het
+recht geven op onderhoud.
+
+Indien dit waar is, indien het moederschap een wisselbaar
+handelsartikel is, dat vrouwen in ruil geven voor kleederen en
+voedsel, dan moeten wij natuurlijk eenige betrekking vinden tusschen
+de kwantiteit en kwaliteit van het moederschap en de kwantiteit en
+kwaliteit van de betaling. Dan zouden de vrouwen die geen kinderen
+hebben in 't geheel geen economischen staat bezitten en van de moeders
+zou moeten kunnen aangetoond worden dat haar economische staat in
+verhouding staat tot haar moederschap. Dit is klaarblijkelijk onzin. De
+kinderlooze echtgenoote heeft even veel geld te verteren als de moeder
+van veel kinderen,--meer, want de kinderen van de laatste verteren
+nog, wat anders het hare zou zijn, en de zwakke moeder ontvangt niet
+minder dan de krachtige.
+
+Het is immers duidelijk dat de economische welvaart van een vrouw
+geen verband houdt met haar moederschap. Onder de oorspronkelijke
+volkeren, in het patriarchale tijdperk bijvoorbeeld, was er iets
+waars in. De vrouwen bezaten toen geen andere waarde dan alleen om
+kinderen te baren en de voorrechten en gunsten die zij ontvingen
+stonden in direct verband tot het moederschap; de vrouwen hadden
+toen meer dan één reden om te juichen wanneer zij een zoon ter wereld
+brachten. Heden ten dage is evenwel het onderhoud van de vrouw daarop
+niet meer gebaseerd. Een man heeft geen recht zijn vrouw te verstooten
+op grond dat zij geen kinderen krijgt. De aanspraak van het moederschap
+om beschouwd te worden als een factor voor economischen ruil is heden
+ten dage ongerijmd. Maar veronderstel eens dat het waar was. Zijn
+wij bereid dezen grondslag, zelfs in theorie, aan te nemen? Zijn wij
+bereid toe te stemmen dat het moeder-zijn een bedrijf is, een vorm
+van ruilhandel? Zijn de zorgen en plichten van de moeder, haar werk
+en haar liefde, handelsartikelen die voor brood te koop zijn?
+
+Zulke overwegingen zijn stuitend. Indien wij onze gedachten durven
+volgen en ze doorvoeren tot een logische gevolgtrekking, dan zullen wij
+zien dat er niets terugstootender voor het menschelijk gevoel kan zijn,
+of meer maatschappelijk en individueel beleedigend, dan het moederschap
+te maken tot een bedrijf. Weg daarom met deze aangevoerde reden van
+de economische onafhankelijkheid der vrouwen! Er is aangetoond dat
+vrouwen als een klasse geen goederen voortbrengen, noch verdeelen;
+dat vrouwen als individuen hoofdzakelijk werken als dienstboden,
+niet als zoodanig betaald worden en niet tevreden zouden zijn met
+haar economischen staat, indien zij wel als zoodanig betaald werden;
+dat vrouwen geen bedrijfs-vennooten of mede-voortbrengers van goederen
+met haar mannen zijn, tenzij zij werkelijk hetzelfde vak uitoefenen;
+dat zij niet als moeders gesalarieerd worden en dat, indien dit het
+geval was, dit onuitsprekelijk vernederend zou zijn,--wat hebben
+nu degenen nog in te brengen die niet willen toegeven dat vrouwen
+onderhouden worden door mannen? Dit (en dit is een zeer vermakelijke
+toestand), dat de functie van het moederschap een vrouw ongeschikt
+maakt voor economische voortbrenging en dat het daarom billijk is
+dat zij door haar man onderhouden wordt.
+
+Wij zijn begonnen met de stelling dat bij de menschen de vrouw
+economisch afhankelijk is, dat zij gevoed wordt door den man. Om dit
+te loochenen heeft men eerst beweerd dat zij economisch onafhankelijk
+is, doordat zij zich onderhoudt door haar werkzaamheden in de
+huishouding. Daarop werd aangetoond dat er geen verband bestond
+tusschen den economischen staat der vrouw en den arbeid dien zij
+in het huisgezin verricht, toen werd aangevoerd dat zij niet als
+dienstbode, maar als moeder haar levensonderhoud verdient. Nadat
+aangetoond was dat de economische staat der vrouw geen verband houdt
+tot haar moederschap, noch in de kwantiteit, noch in de kwaliteit,
+toen werd beweerd dat het moederschap de vrouw ongeschikt maakt voor
+economische productie en dat het daarom rechtvaardig is dat de vrouw
+door haar man onderhouden wordt. Voordat wij verder gaan, kunnen wij
+dus vaststellen,--dat de vrouw wordt onderhouden door haar echtgenoot.
+
+Zonder thans in zedelijkheids- of in noodzakelijkheidsbeschouwingen
+te treden, hebben wij ten minste dezen vasten grond onder den voet:
+Het wijfje van het geslacht mensch wordt onderhouden door het
+mannetje. Terwijl bij andere diersoorten het mannetje en vrouwtje
+gelijkelijk grazen en weiden, jagen en dooden, klimmen en zwemmen,
+graven, rennen of vliegen voor hun levensbehoeften, zoekt in onze soort
+het vrouwtje haar eigen levensonderhoud niet, door de gebruikelijke
+werkzaamheden van ons geslacht, maar wordt gevoed door het mannetje.
+
+Nu kan de aangevoerde noodzakelijkheid nagegaan worden. Het
+wijfje-mensch zou door haar moederplichten onbekwaam zijn om in
+haar eigen onderhoud te voorzien. Aangezien de moederplichten van
+andere wijfjes deze niet ongeschikt maken om in eigen onderhoud en
+dikwijls ook in het onderhoud der jongen te voorzien, schijnt het dat
+de moederplichten van den mensch eischen dat de totale krachten van
+de moeder in dienst worden gesteld van het kind en dat wel gedurende
+geheel haar volwassen leeftijd, of dat er zoo'n groot gedeelte van
+noodig is dat er niet genoeg overblijft om de individueele belangen
+der moeder te behartigen.
+
+Indien zulk een toestand bestond, zou hij natuurlijk de
+beklagenswaardige afhankelijkheid van het wijfje-mensch en haar
+onderhoud door het mannetje verontschuldigen en rechtvaardigen. Evenals
+de koningin-bij, geheel voor het moederschap bestemd, onderhouden
+wordt--niet door het mannetje, wees daarvan overtuigd--door haar
+medewerksters, de "oude vrijsters" de onvruchtbare werkbijen, die
+geduldig en lief op hare wijze arbeiden voor de moederplichten van den
+bijenzwerm, zoo zou ook het wijfje-mensch, dat geheel bestemd werd
+voor het moederschap, ongeschikt worden voor elke andere inspanning
+en hulpeloos afhankelijk zijn.
+
+Is dit de toestand van het menschelijk moederschap? Verliest de vrouw
+door haar moederschap de macht over haar geest en haar lichaam,
+verliest zij de gave, de geschiktheid, den lust en de kracht voor
+elk ander werk? Zien wij het menschelijk geslacht voor ons met
+al de wijfjes, alleen bestemd voor het moederschap, zich wijden,
+afzonderen, bijzonder ontwikkelen en elke gave der natuur besteden
+in dienst hunner kinderen?
+
+Neen. Wij zien de mensch-moeder harder werken dan een merrie,
+levenslang werken in dienst, niet alleen van haar kinderen, maar
+ook van vele menschen, echtgenooten, broeders en vaders en verdere
+mannelijke verwanten; ook voor moeders; voor de kerk een beetje, als
+het haar veroorloofd wordt; voor de maatschappij, indien zij daartoe
+in staat is; voor liefdadigheid en opvoeding en hervormingen; werken
+in verschillende richtingen, die niet speciaal de richting van het
+moederschap zijn.
+
+Het is niet het moederschap dat de huisvrouw van den vroegen morgen
+tot den laten avond op de been houdt, het is huishoudwerk, geen werk
+in dienst van het kind. Vrouwen werken langer en harder dan de meeste
+mannen, doch niet enkel in dienst van het moederschap. Bij de wilde
+volksstammen draagt de moeder zware lasten en doet al de werkzaamheden
+voor den stam. De boerin-moeder werkt op het land en de werkmansvrouw
+in de fabriek of te huis. Vele moeders verdienen zelfs nu geld voor
+het gezin, dat zij tegelijkertijd onderhouden en besturen. Vindt men
+misschien bij de vrouwen die niet zoo veel doen, vrouwen die rijken
+mannen toebehooren, een volledige toewijding aan het moederschap,
+waardoor de economische afhankelijkheid der vrouw gerechtvaardigd
+en geduld zou moeten worden? Wij vinden haar zelfs daar niet. Rijke,
+in weelde levende vrouwen laten dikwijls meer zorg aan haar kinderen
+besteden dan de arme moeder kan doen, doch zij zelf wijden aan hen
+niet meer tijd, noch meer liefde en toewijding. Zij hebben andere
+bezigheden.
+
+Ondanks haar veronderstelde bestemming voor het moederschap, werkt
+de mensch-moeder over de geheele wereld dagelijks uren lang aan
+werk dat met het moederschap niets te maken heeft, lang genoeg om
+haar een onafhankelijk levensbestaan te verschaffen en toch wordt de
+onafhankelijkheid onmogelijk verklaard op grond dat het moederschap
+haar het werken verhindert!
+
+Als deze grond houdbaar was, dan zouden wij een wereld vol vrouwen
+vinden die nooit een vinger verroerden dan alleen ten dienste harer
+kinderen, en een wereld vol mannen die al het overige werk deden en
+bovendien de vrouwen bedienden, omdat dezen door het moederschap
+verhinderd waren zich zelf te bedienen. Dit is niet het geval. De
+gezonde, flinke vrouw heeft 25 levensjaren alvorens zij moeder
+is en zal over 25 jaren te beschikken hebben na de periode waarin
+zulke moederdiensten van haar verwacht worden. De plichten van het
+grootmoederschap zullen toch zeker haar economische onafhankelijkheid
+niet in den weg staan?
+
+De werkkracht van de moeder is altijd een voorname factor in het
+menschelijk leven geweest. Zij is de werker "bij uitnemendheid"; maar
+haar werk oefent geen invloed uit op haar economischen staat. Haar
+levensonderhoud, dat is alles wat zij noodig heeft:--voedsel, kleeding,
+sieraden, weelde, amusementen, staat niet in verhouding tot haar
+productievermogen, haar huiselijke diensten of haar moederschap. Deze
+dingen staan alleen in verband tot den man dien zij huwt, den man
+waarvan zij afhankelijk wordt; namelijk van hoeveel hij bezit en
+hoeveel hij bereid is haar te geven.
+
+De vrouwen wier opvallende levenswijze de wereld verblindt, die de
+grootste weelde genieten, zijn dikwijls geen huisvrouwen, noch moeders,
+maar eenvoudig de vrouwen die de grootste macht uitoefenen over mannen
+die het meeste geld hebben.
+
+Het wijfje van het geslacht mensch is afhankelijk van het mannetje. Hij
+voorziet haar van voedsel.
+
+
+
+
+
+
+
+II
+
+
+Nu wij weten welk een belangrijke factor de economische verhouding
+in de evolutie der diersoorten is en wij in het menschengeslacht een
+zoo bijzondere economische verhouding vinden, moeten wij natuurlijk
+op gevolgen rekenen, die alleen aan ons ras eigen zijn. Wij mogen
+verwachten dat er zich in de geslachts-verhouding en in de economische
+verhouding van de menschen verschijnselen zullen voordoen, eenig in
+haar soort,--verschijnselen die niet uit de menschelijke superioriteit
+verklaard kunnen worden, doch zonderling genoeg deze superioriteit
+afbreuk doen; verschijnselen zoo kenschetsend, zoo ziekelijk, dat
+zij tot vele bespiegelingen aanleiding hebben gegeven.
+
+Zijn deze voor de hand liggende gevolgtrekkingen juist? Zijn deze
+bijzonderheden in de geslachts-verhouding en in de economische
+verhouding in het menschelijk leven aanwezig? Zonder twijfel zijn zij
+het,--en wel zóó duidelijk, zóó in 't oog loopend, zóó gebiedend de
+aandacht vergend, dat de menschelijke geest van zijn eerste ontwaken
+af er door werd bezig gehouden en getracht heeft er zich op de een of
+andere wijze rekenschap van te geven. Deze verschijnselen uiteen te
+zetten en te verklaren,--met afscheiding van wat moet toegeschreven
+worden aan een normale ras-ontwikkeling van datgene wat een gevolg
+is van abnormale sexueel-economische verhoudingen,--is het doel van
+de hier gegeven studie.
+
+Aangezien het ras-kenmerk van de menschheid in haar maatschappelijke
+verhouding ligt, moeten wij de kenmerkende voor- en nadeelen van het
+menschenras ook zoeken in haar maatschappelijke verhouding. Onze
+betrekking tot elkander oefent meer invloed op ons uit dan onze
+physische omgeving.
+
+Nadeelen van het klimaat, gebrek aan voedsel, mededinging van andere
+diersoorten,--al deze voorwaarden kan de maatschappij met haar krachtig
+organisme gemakkelijk overwinnen of regelen. Maar in onze onderlinge
+menschelijke verhoudingen zijn wij niet zoo voorspoedig. Ernstige
+gevaren en bezwaren in het menschelijk leven zijn meer een gevolg
+van de moeilijkheid om te wennen aan onze maatschappelijke, dan
+aan onze physische omgeving. Deze moeilijkheden, voor zoover zij
+bestaan, hebben als een aanhoudende rem aan den maatschappelijken
+vooruitgang gewerkt. Hoe volkomener een natie over physische
+toestanden getriumfeerd heeft en hoe gunstiger zij stond in haar
+overmacht tegenover physische vijanden en hindernissen, des te meer
+kracht legde zij in haar maatschappelijke macht, waardoor zij ten
+laatste vernietigd werd en het werd aan anderen overgelaten om den
+langen weg opwaarts op nieuw te doorloopen.
+
+
+
+De moraal uit alle verhalen aan de menschheid ontleend
+Zegt dat het Verleden zich steeds op dezelfde wijze herhaalt,--
+Eerst Vrijheid en dan Zege; wanneer dat ontbreekt,
+Dan volgt op Rijkdom, ondeugd en verderf,--Barbaarschheid op het eind.
+En Geschiedenis met hare groote boekdeelen.
+Beslaat dan slechts één pagina. [1]
+
+
+
+Het pad der geschiedenis ligt bezaaid met fossielen en zwakke
+overblijfselen van uitgestorven rassen,--rassen die stierven aan
+wat de sociologen liever inwendige ziekten dan natuurlijke oorzaken
+willen noemen. Ook dit is voor den opmerker door alle eeuwen heen
+duidelijk geweest. Het was gemakkelijk te zien dat er iets in ons
+eigen gedrag was, waardoor ons meer schade berokkend werd dan eenige
+invloed van buiten kon teweegbrengen; wij zagen echter de natuurlijke
+oorzaak van ons onnatuurlijk gedrag niet en wisten zoodoende niet
+hoe allergemakkelijkst het te veranderen zou zijn.
+
+Wanneer wij de voornaamste moeilijkheden van het menschelijk leven
+ten ruwste klassificeeren, dan vinden wij dat een groot gedeelte
+er van moet toegeschreven worden aan de geslachts-verhouding en
+een ander deel aan de economische verhouding tusschen de leden
+der maatschappij. Plastisch voorgesteld kan men zeggen dat de
+levensbezwaren bijna altijd teruggebracht kunnen worden tot het hart
+of de portemonnaie. De andere kwaal van ons leven--ziekte--is dikwijls
+een gevolg van dezelfde oorzaken, iets verkeerds in onze economische
+verhouding of in onze geslachts-verhouding. Ziek-gevoed of ziek-gebroed
+of beide, is hoofdzakelijk de oorzaak van ons ziekelijk bestaan. Wat
+zijn de voornaamste kenmerken van deze verkeerde voortplanting,
+deze averechtsche geslachts-verhouding in de menschheid? Wij zien
+in de maatschappelijke ontwikkeling in dit deel van het leven
+twee hoofdzakelijk werkende krachten. De een is een langzamerhand
+geordende ontwikkeling van monogame huwelijken, als de vorm van
+geslachts-vereeniging die het best berekend is om de belangen van
+het individu en van de maatschappij te bevorderen. Men moet duidelijk
+begrijpen dat dit een natuurlijke ontwikkeling is, die onvermijdelijk
+was in den loop van den maatschappelijken vooruitgang, geen kunstmatige
+toestand ons door wetten van eigen maaksel opgedrongen. Monogamie
+wordt gevonden onder vogels en zoogdieren; het is een even natuurlijke
+toestand als polygamie of gemengde geslachtsvereeniging of welke andere
+vorm van geslachts-vereeniging ook. Haar duurzaamheid en volledigheid
+werden ingevoerd en uitgebreid door de behoeften der jongen en de
+voordeelen voor het ras, om dezelfde reden dus als elke andere vorm
+van voortplanting werd ingevoerd. Onze zedelijkheidsbegrippen rusten
+voornamelijk op feiten. De zedelijke hoedanigheid van een monogaam
+huwelijk hangt af van het werkelijk voordeel dat het individu en de
+maatschappij er bij hebben. Wanneer het voor ons ras niet de beste
+huwelijksvorm was, zou hij geen recht van bestaan hebben. Door alle
+tijden heen, van de verwarde horden der wilde volksstammen, met
+hunne verscheidenheid in paring, tot aan de levenslange toewijding
+van romantische liefde, is ten slotte in het sociale leven een
+type van geslachts-vereeniging ontstaan, het meest geschikt voor
+de ontwikkeling en verbetering van het individu en het ras. Deze
+overgang kwam op regelmatige en zeer aangename wijze tot stand, alleen
+in zoover pijn en moeilijkheid veroorzakende als deze bij aanneming
+van nieuwe en uitroeiïng van oude processen altijd gevoeld worden,
+doch in dit geval leverde het meer genoegen dan pijn op.
+
+Met het natuurlijk proces van maatschappelijken vooruitgang ging echter
+een onnatuurlijk proces gepaard, een ongeregelde, ziekelijke handeling,
+die de geslachts-verhouding der menschheid tot een vreeselijke bron
+van ellende maakte. Deze ziekelijke handelingen met haar slechte
+gevolgen drongen zoo op den voorgrond, dat oppervlakkige denkers ten
+allen tijde gemeend hebben dat de geheele zaak slecht en onthouding
+de hoogste deugd was. Zonder de macht van volkomen ontleding, zonder
+kennis der sociologische tijdperken die het wezenlijke deel van zulk
+een ontleding uitmaken, hebben wij het in zijn geheel zeer sterk
+veroordeeld, omdat wij gemakkelijk inzagen dat het verbonden was met
+zooveel pijn en verdriet. Maar evenals alle natuurlijke verschijnselen
+moet ook de geslachts-verhouding bestudeerd worden, zoowel de normale
+als de abnormale, de physiologische als de pathologische; dan zijn
+wij volkomen in staat den slechten toestand waarin wij verkeeren te
+begrijpen en uit te maken hoe wij betere toestanden kunnen verkrijgen.
+
+Tot zoover heeft de studie van dit onderwerp berust op de
+veronderstelling dat de mensch juist zoo moet zijn als wij hem vinden,
+dat de mensch handelt zooals hij verkiest en, indien hij niet wenscht
+te handelen zooals hij doet, hij het dan kan nalaten. Toen wij dan
+ook ontdekten dat de menschelijke gedragslijn ten opzichte van de
+geslachts-verhouding niet de juiste was en kwaad veroorzaakte, werd
+de mensch vermaand die gedragslijn niet langer te volgen en deze
+vermaning werd door verschillende geslachten heen herhaald. Door
+wet en godsdienst, door opvoeding en gewoonte hebben wij getracht
+het menschelijk individu te dwingen zich te gedragen als volgens ons
+maatschappelijk gevoel noodzakelijk was.
+
+Maar de ziekelijke daad bleef steeds bestaan. Wat ook de uiterlijke
+vorm van de geslachts-vereeniging was waaraan wij maatschappelijke
+sanctie gaven, of de Bijbel, de Koran en de Vedas ons wilden
+onderwijzen, een geheime oorzaak heeft voortdurend gewerkt om den
+waren loop van maatschappelijke ontwikkeling, tegen te gaan, om de
+natuurlijke neiging naar een hoogere en betere geslachts-verhouding
+in verkeerde richting te leiden en lager vormen en slechter toestanden
+van zeer schadelijken aard te handhaven.
+
+Ieder ander dier bezigt die wijze van geslachts-vereeniging die
+het meest geschikt is voor de voortplanting van zijn soort en
+brengt die vredig in toepassing. Wij brengen in toepassing wat
+het best voor ons past, het best voor de betrokken personen, voor
+het kind dat geboren wordt en voor de maatschappij in haar geheel;
+maar wij doen dat niet langs vreedzamen weg. Dit is zoo'n tastbaar
+feit dat wij gewoonlijk aannemen en voor uitgemaakt houden, dat de
+geslachtsverhouding een aanhoudende bron van verdriet moet zijn. "Het
+huwelijk is een loterij", is een gewoon gezegde. "Trouwe liefde
+loopt nimmer over effen paden." En zalvend geven wij den raad van
+"Punch" aan hen die trouwen willen: "Doe het niet." Die bijzondere
+bijverhouding, welke ons gedurende den tijd dat de monogame huwelijken
+in wording waren naar beneden trok en de aangenomen vorm voor onze
+geslachts-vereeniging werd,--de prostitutie--hebben wij aanvaard en
+een "sociale noodzakelijkheid" genoemd. Wij noemen haar tevens een
+"sociaal kwaad." Wij hebben stilzwijgend toegestemd dat de sexueele
+verhouding bij de menschen meer of minder onaangenaam en slecht moest
+zijn, dat het in onzen aard ligt om het zoo te hebben.
+
+Laat ons nu de zaak eens eerlijk en bedaard onderzoeken en zien of
+zij zoo onnaspeurlijk en onveranderlijk is als tot op heden geloofd
+werd. Hoe zijn de toestanden? Wat zijn de natuurlijke en wat de
+onnatuurlijke kenmerken der kwestie? Om dit uit te maken, dient een
+kleine studie van het voortplantingsproces vooraf te gaan.
+
+Door de langzame, doch zekere proeven der natuur was het reeds zeer
+vroeg in de ontwikkeling der diersoorten bewezen dat het in haar
+belang was, dat de twee geslachten in twee afzonderlijke organismen
+zetelden en van elkaar verschilden. Te dien einde groeiden door het
+gebruik uit de min of meer protoplasma massa's de drijvende cellen,
+de vroege amorphe levensvormen, het onderscheid in de geslachten,--de
+trapsgewijze ontwikkeling van mannelijke en vrouwelijke organen en
+functiën in twee verschillende lichamen. Door het gebruik ontwikkeld en
+toegenomen, nam ook bij de evolutie der diersoorten het onderscheid
+in geslacht toe. Hoe meer het verschil in geslacht toenam, hoe
+meer ook de onderlinge aantrekking toenam, tot wij in al de hooger
+ontwikkelde rassen twee duidelijk verschillende seksen hebben, die
+zich sterk tot elkaar voelen aangetrokken en in de voortplanting van
+de soort hun plicht vervullen. Dit zijn de natuurlijke kenmerken van
+geslachts-onderscheid en geslachts-vereeniging, die zoowel in het ras
+der menschen als in dat van andere diersoorten gevonden worden. Het
+onnatuurlijke kenmerk waardoor ons ras zich niet benijdenswaardig
+onderscheidt, bestaat in een ziekelijke buitensporigheid in de
+uitoefening van deze functie.
+
+Deze buitensporigheid is het, hetzij in het huwelijk of daarbuiten,
+die de gezondheid en het geluk der menschen in dezen zoo hoogst
+onzeker maakt. Het is deze buitensporigheid, die altijd gemakkelijk
+waar te nemen was, die wet en godsdienst gepoogd hebben te
+beteugelen. Buitensporige geslachts-bevrediging is kenmerkend voor
+de menschheid.
+
+Het is niet moeilijk te bepalen wat "buitensporigheid" in dezen wil
+zeggen. Alle natuurlijke functiën die voor hare vervulling onze bewuste
+medewerking vereischen, dringen zich door een gebiedende begeerte
+aan onze aandacht op. Wij behoeven niet te wenschen te ademen of
+het bloed te laten circuleeren, want dat geschiedt zonder onzen wil;
+maar wij moeten wenschen te eten of te drinken, omdat de maag anders
+het noodige niet verschaffen kan zonder op de eene of andere wijze
+het geheele organisme in de war te brengen. Daarom beschouwen wij het
+gevoel van honger als een voornamen factor in het voedingsproces. Op
+dezelfde wijze is geslachts-aantrekking een voorname factor in de
+vervulling van het voortplantings-proces. In normalen toestand is de
+hoeveelheid honger die wij voelen in volkomen overeenstemming met de
+hoeveelheid voedsel die wij noodig hebben. De honger waarschuwt ons
+wanneer wij eten moeten en wanneer wij bevredigd zijn. In sommige
+ziekelijke toestanden treedt "een onnatuurlijke eetlust" op, dan
+worden wij als 't ware gedreven om meer te eten dan de maag verteren
+of het lichaam opnemen kan. Dit is een buitensporige honger.
+
+Wij toonen als ras een buitensporigen geslachtslust te bezitten, die
+gevolgd wordt door een buitensporige bevrediging en de onvermijdelijke
+slechte gevolgen daarvan. Hij drijft ons tot een graad van bevrediging
+welke niet in verhouding staat tot de oorspronkelijke behoeften van
+het menschelijk organisme en die even bespottelijk overdreven is
+als dat hij ongunstig terugwerkt op het toevallig bijkomend genot;
+een buitensporigheid die zoowel strekt om de begeerte uit te dooven
+en op verkeerde wegen te leiden als om de geheele voortplanting
+te benadeelen.
+
+Het menschelijk dier openbaart een overdrevenheid in den geslachtslust,
+die niet alleen het ras benadeelt door hare ziekelijke werking op
+het natuurlijk verloop der voortplanting, maar die ook het geluk van
+het individu in den weg staat door hare ziekelijke terugwerking op
+eigen begeerten.
+
+Wat is de oorzaak van dezen buitensporigen geslachtslust bij den
+mensch? De onmiddellijke oorzaak van geslachts-aantrekking is
+geslachts-verschil. Hoe meer de geslachten uiteenloopen, des te
+krachtiger voelen zij zich tot elkaar aangetrokken. Hoe hooger het
+geslachts-verschil zich in ieder organisme ontwikkelt, hoe sterker
+de aantrekking van het eene geslacht tot het andere wordt. In het
+menschenras vinden wij het geslachts-onderscheid tot een buitensporige
+hoogte ontwikkeld. Geslachts-onderscheid komt zoo sterk uit bij de
+menschen, dat het ras-onderscheid er door op den achtergrond treedt,
+de individueele onderscheiding er door belemmerd en het ras ernstig
+benadeeld wordt. Gewend als wij zijn om het leven maar steeds te
+nemen zooals wij het vinden, de menschen te beschouwen als vaste
+typen, in plaats van hen te zien als een heel ras dat aanhoudend
+verandert, naarmate verschillende machten daarop inwerken, schijnt het
+ons eerst vreemd om onderscheid te maken tusschen bekende uitingen
+van geslachts-onderscheid en te zeggen: "dit is normaal en mag niet
+tegengegaan worden; dit is abnormaal en moet verwijderd worden." Maar
+dat is juist hetgeen gebeuren moet.
+
+Het normale geslachts-kenmerk openbaart zich bij alle diersoorten
+in wat wij noemen, primaire en secondaire kenteekenen. Onder
+primaire geslachts-kenteekenen vatten wij al die organen en
+functiën samen, die voor de voortteling wezenlijk noodig zijn. De
+secondaire geslachts-kenteekenen daarentegen zijn de verschillen in
+vorm en functie van de organen die bij de voortteling slechts een
+ondergeschikten rol spelen en daarbij geen directe diensten bewijzen;
+bijv. de horens van het hert zijn secondaire geslachts-kenteekenen,
+omdat zij alleen van dienst zijn in den geslachts-strijd;
+evenzoo de veerentooi van den pauw-haan, die in den onderlingen
+geslachts-wedijver der pauw-hanen van nut is. Zoo zijn ook al
+de ondergeschikte kenteekenen, zooals baard, manen, kam, sporen,
+schitterende kleuren of meerdere grootte, waardoor het mannetje zich
+van het vrouwtje onderscheidt, secondaire geslachts-kenmerken. Zij
+zijn bij de verschillende diersoorten alleen voor de voortplanting van
+nut in de processen van ras-behoud. Voor het proces van zelf-behoud
+hebben zij geen waarde. Geen schepsel heeft persoonlijk voordeel van
+zijn manen, zijn kam of zijn staartveeren; zij zullen hem zijn diner
+niet verschaffen noch zijn vijanden dooden.
+
+Integendeel, zij zijn in zijn persoonlijk nadeel, indien zij bijv. door
+te groote ontwikkeling zijn werkkracht verminderen of hem een in 't
+oogloopende prooi voor zijne vijanden maken. Zulk een ontwikkeling
+zou een overdreven geslachts-kenmerk zijn, en dezen toestand treffen
+wij juist bij de menschen aan. Onze geslachts-kenmerken zijn tot
+zulk een hoogte ontwikkeld, dat zij op den vooruitgang der individuen
+zoowel als op dien van het ras een nadeeligen invloed uitoefenen. In
+onze diersoort verschillen de geslachten niet alleen genoeg om hun
+primaire functiën te kunnen uitoefenen, of genoeg om alle secondaire
+geslachts-kenteekenen voldoende te openbaren en aan hun doel te doen
+beantwoorden door genoegzame geslachtsaantrekking tot stand te brengen,
+maar ze zijn zoo sterk dat zij ernstig het proces tot zelf-behoud
+belemmeren, en erger nog, zelfs op het proces van ras-behoud, dat zij
+verondersteld worden te dienen, een ongunstigen invloed uitoefenen. Ons
+buitensporig geslachts-onderscheid, waardoor de eigenaardigheden
+van het geslacht tot een buitengewone hoogte zijn opgevoerd, heeft
+tot zulk een groote aantrekking der geslachten aanleiding gegeven,
+dat het een geslachtsbevrediging ten gevolge heeft, waardoor het
+moederschap en het vaderschap rechtstreeks worden benadeeld. Wij
+zijn geen beter ouders, noch beter menschen, omdat onze geslachten
+zoo sterk verschillen, maar blijkbaar slechter. Waar moeten wij de
+oorzaak voor deze verschijnselen zoeken?
+
+Laat ons eerst onderzoeken, waardoor deze twee groote
+processen--zelf-behoud en ras-behoud--in de wereld in evenwicht
+worden gehouden. Zelf-behoud sluit in het verbruik van energie in
+die handelingen, en de daaruit voortvloeiende wijzigingen van bouw en
+functie, die strekken tot behoud van het individueele leven. Ras-behoud
+sluit in het verbruik van energie in die handelingen en de daaruit
+voortvloeiende wijzigingen van bouw en functie, die strekken tot behoud
+van het ras-leven, zelfs indien het individueele leven daarbij geheel
+moet worden opgeofferd. Dit op den voorgrond tredend verschil moet
+duidelijk in het oog worden gehouden. De processen die tot zelf-behoud
+en tot ras-behoud leiden zijn in geen enkel opzicht gelijk, dikwijls
+staan zij lijnrecht tegenover elkander. De natuurkeus, in het proces
+van zelf-behoud op het individu inwerkende, brengt die bijzonderheden
+tot ontwikkeling, waardoor het individu "den strijd om het bestaan"
+beter kan voeren, door die organen en functiën door gebruik het
+sterkst te doen toenemen waarbij het rechtstreeks voordeel heeft. De
+teeltkeus, in het proces van ras-behoud op het individu inwerkende,
+brengt die bijzonderheden tot ontwikkeling, waardoor het individu, wat
+Drummond genoemd heeft "de strijd om het bestaan van anderen" beter
+kan voeren, door die organen en functiën door gebruik het sterkst
+te doen toenemen, waarbij de jongen direct of indirect voordeel
+hebben. Het individu wijzigt zich niet alleen, onder de inwerking
+der natuurkeus naar zijn omgeving, maar onder de inwerking van de
+teeltkeus wijzigt het zich ook naar zijn makker. Wanneer men de keuze
+eenvoudig vrij laat, dan ontwikkelt elk geslacht die eigenschappen
+die door den ander begeerd worden, en doordat de individuen met de
+beste geslachts-eigenschappen dan het eerst gekozen worden, brengt
+geslachts-ontwikkeling ras-ontwikkeling voort.
+
+De orde der zoogdieren is ontstaan doordat een primair
+geslachts-kenmerk zich door de natuurkeus ontwikkeld heeft; maar de
+prachtige staart van den pauwhaan is het gevolg van de ontwikkeling van
+een secondair geslachts-kenmerk door teeltkeus. Nam de pauwenstaart
+echter zoo sterk in grootte en pracht toe, dat hij een akker gronds
+bedekte en schitterde als de zon,--laat ons veronderstellen dat hij een
+neiging vertoonde om zoo toe te nemen,--dan zou zulk een overdreven
+geslachts-kenmerk het persoonlijk belang van den pauwhaan zoodanig
+in den weg staan, dat hij ten slotte zou uitsterven en zijn staart
+met hem. Ook omgekeerd, indien de pauw-hen, wier geslachts-kenmerk
+in tegenovergestelde richting aantrekt door niet groot te zijn noch
+te schitteren, maar klein en stemmig,--indien zij zoo klein en zoo
+stemmig werd dat zij zich zelf en haar jongen niet meer kon voeden en
+verdedigen, dan zou zij sterven, en er zou op andere wijze belemmering
+door een overdreven geslachts-onderscheid zijn. In kudden van rendieren
+en runderen is het mannetje grooter en sterker, het wijfje kleiner en
+zwakker; maar het wijfje blijft altijd groot en sterk genoeg om met het
+mannetje haar voedsel te zoeken of te kunnen vluchten voor vijanden,
+want anders zou zij eenvoudig sterven, het mannetje bleef dan alleen
+over en daarmede zou de diersoort geheel verdwijnen. Hoezeer zij ook
+in geslacht mogen verschillen, in soort moeten zij gelijk blijven,
+elkaar's gelijke in ras-ontwikkeling, anders gaan zij te gronde. De
+kracht der natuurkeus, die slechts dezelfde ras-eigenschappen vraagt
+en voortbrengt, werkt belemmerend op de teeltkeus, die juist het
+ontstaan van verschil in ras-eigenschappen bevordert. Als seksen
+vervullen zij verschillende functiën en neigen daardoor tot verschil
+in ontwikkeling. Als diersoort vervullen zij dezelfde functiën en
+neigen daardoor tot gelijke ontwikkeling.
+
+Aangezien geslachts-functiën slechts nu en dan en ras-functiën geregeld
+uitgeoefend worden, omdat paren slechts eens in het jaar of eens in
+de drie maanden en eten dagelijks en zelfs elk uur geschiedt, werken
+de processen om voedsel te verkrijgen of om geregeld vijanden af te
+weren aanhoudender dan de voortplantings-processen en veroorzaken
+daardoor een grooter uitwerking.
+
+Dientengevolge vinden wij bij de orde der zoogdieren, die hunne
+jongen op gelijke wijze voortbrengen en zogen, toch een groote
+verscheidenheid van diersoorten, die op verschillende wijzen in hun
+levensonderhoud voorzien. Het kalf, het veulen, de welp, het katje
+worden op dezelfde wijze geboren; maar de koe en het paard, de beer
+en de kat worden op verschillende wijze groot gebracht. En mogen
+koe en bul, merrie en hengst ook in geslacht verschillen, in soort
+zijn zij toch gelijk, terwijl de gelijkheid in soort het verschil
+in geslacht overtreft. Koe, merrie en kat zijn allen wijfjes uit de
+orde der zoogdieren en in zoover gelijk, maar toch is hun verschil
+veel grooter dan hun overeenkomst.
+
+Door natuurkeus ontwikkelt zich het ras. Door teeltkeus ontwikkelt
+zich het geslacht. Geslachts-ontwikkeling is in al zijn verschillende
+vormen hetzelfde, zij strekt alleen om voort te planten wat reeds
+bestaat. Maar ras-ontwikkeling stijgt steeds in hooger en hoogere
+uiting van energie. Ons verschil in geslacht deelen wij, nagenoeg
+van den oorsprong van leven af, met het dierenrijk en zelfs met de
+plantenwereld. Maar de rassen verschillen in opklimmenden graad en
+het menschenras heeft daarbij het hoogste standpunt ingenomen.
+
+Wanneer het nu kan aangetoond worden dat het geslachts-verschil in het
+menschenras zoo buitensporig groot is, dat daardoor niet alleen zijn
+eigen optreden wordt bemoeilijkt, maar dat daardoor ook de vooruitgang
+van het ras wordt tegengehouden of in verkeerde banen geleid, dan
+wordt het een zaak die ernstige overweging verdient. Onder onze
+sexueel-economische verhouding is het echter onvermijdelijk. Doordat
+in het menschengeslacht de vrouw economisch afhankelijk is van den
+man, is het evenwicht der krachten verbroken. Natuurkeus beteugelt
+hier niet langer de teeltkeus, maar werkt met haar samen. Waar beide
+seksen hun voedsel verkrijgen door gelijke inspanning, uit dezelfde
+bronnen, onder dezelfde voorwaarden, daar werken op beide dezelfde
+invloeden en worden beide door hun omgeving gelijk ontwikkeld. Doch
+waar beide seksen hun voedsel verkrijgen op verschillende wijze en
+dat verschil beteekent dat een van beide gevoed wordt door den ander,
+daar wordt het voedende geslacht de omgeving van het gevoede. De man
+wordt, door de vrouw te onderhouden, haar economische omgeving. Door de
+natuurkeus wordt ieder schepsel naar zijn omgeving gewijzigd, doordat
+het noodzakelijkerwijze die hoedanigheden moet ontwikkelen die het
+noodig heeft om in zijn levensonderhoud in die omgeving te kunnen
+voorzien. De man als voeder der vrouw wordt de sterkst wijzigende
+macht van haar economischen toestand. Door de teeltkeus wijzigt het
+menschelijk wezen zich natuurlijk evenals alle schepselen naar zijn
+makker. Wordt de makker tegelijkertijd de meester, zoodat economische
+noodzakelijkheid gevoegd wordt bij geslachts-aantrekking, dan werken
+de twee groote evolutionaire krachten samen voor denzelfden uitslag,
+om namelijk in de vrouw het geslachts-onderscheid tot ontwikkeling
+te brengen. Want in haar positie van economische afhankelijkheid
+in de geslachts-verhouding is het geslachts-onderscheid voor haar
+niet alleen het middel om te kunnen paren, zooals bij alle andere
+schepselen, maar het is voor haar tevens het middel om in haar
+levensonderhoud te voorzien, hetgeen bij geen ander wezen op aarde
+gevonden wordt. Door haar economische afhankelijkheid van den man
+wordt de vrouw in een buitensporig geslachts-wezen veranderd. Deze
+overdreven verandering brengt zij op haar kinderen over en zoo wordt in
+het menschelijk lichaam aanhoudend de ziekelijke neiging tot excessen
+in deze verhouding voortgeplant, welke, ondanks al onze pogingen om
+die tegen te gaan, steeds zoo sterk op ons allen heeft ingewerkt. Het
+is geen normale geslachts-neiging, die alle schepselen eigen is,
+maar eene abnormale geslachts-lust, opgewekt en onderhouden door de
+abnormale economische verhouding, waarbij het eene geslacht gevoed
+wordt door het andere en dat nog wel ter vergoeding voor de uitoefening
+harer geslachts-functiën. Dat is het rechtstreeksche gevolg van de
+bijzondere sexueel-economische verhouding die onder ons bestaat.
+
+
+
+
+
+
+
+III
+
+
+Na te hebben vastgesteld dat het buitensporig geslachts-onderscheid
+(de over-sexualiteit) in het menschenras bestaat, dienen wij den
+gewonen lezer nog duidelijk te maken, wat met dezen term bedoeld
+wordt. Volgens de volksmeening, zoowel in ruw-gemeenzame als
+in overbeschaafde kringen, beteekent "sexueel" (geslachtelijk)
+meestal "sensueel" (zinnelijk), en meent men iemand, die den last
+der over-sexualiteit te dragen heeft, daarvan een verwijt te moeten
+maken. Deze meening kunnen wij onmiddellijk ter zijde stellen, want
+zij toont duidelijk aan dat men de beteekenis van den gebruikten
+term niet kent. Een man toch voelt zich niet beleedigd als men hem
+"mannelijk" noemt, of een vrouw als men haar "vrouwelijk" noemt. En
+toch is alles wat mannelijk of vrouwelijk aan hen is sexueel. Zich
+door vrouwelijkheid te onderscheiden, beteekent niets anders dan zich
+sexueel te onderscheiden. Over-vrouwelijk te zijn is over-sekst te
+zijn. Door op de een of andere wijze de onderscheidingsteekens van
+het geslacht, de primaire zoowel als de secondaire, in overmaat te
+vertoonen, bewijst men over-sekst te zijn. Om bij ons voorbeeld van
+den pauwhaan te blijven, eene te groote en te schitterende staart
+zou bewijzen dat hij over-sekst was, doch dit zou voor zijn zedelijk
+karakter geen beleediging zijn!
+
+De primaire geslachts-kenmerken zijn in ons ras zoowel als in andere
+rassen alleen in de organen en functien aanwezig die een werkelijke
+rol bij de voortplanting vervullen. De secondaire kenmerken,--en
+hier moeten wij onze grootste overmaat zoeken,--zijn te vinden
+in al die kenmerken in orgaan en functie, in gelaatsuitdrukking
+en beweging, in gewoonte, manieren, wijze van doen, bezigheid,
+gedrag, waardoor mannen en vrouwen uiterlijk van elkaar onderscheiden
+worden. Ziet men een troep paarden op een kleinen afstand dan kan men
+de geslachten niet van elkander onderscheiden. In een kudde rendieren
+zijn de mannetjes door hun gewei onmiddellijk te herkennen. De leeuw
+onderscheidt zich door zijn manen, de kater alleen door wat zwaarder
+bouw. In sommige soorten van insekten verschillen het mannetje en het
+vrouwtje uiterlijk zooveel van elkaar, dat zelfs natuuronderzoekers
+gemeend hebben dat zij tot afzonderlijke soorten behooren. Boven deze
+verschillen staat het verschil in gedrag. Elke sekse bezit zekere
+psychische eigenschappen. De krachtige moederlijke hartstocht is even
+goed een geslachts-kenmerk als de manen van den leeuw of de horens
+van het hert. Het oorlogzuchtige en heerschende in het karakter van
+den man zijn geslachtskenmerken; de bescheidenheid en bedeesdheid
+der vrouw zijn geslachts-kenmerken. De zucht om te broeden is een
+geslachts-kenmerk van de hen; de zucht om trots en deftig te stappen
+is een geslachts-kenmerk van den haan. De neiging tot vechten is
+een geslachts-kenmerk der mannen in het algemeen; de neiging om te
+beschermen en te verzorgen is een geslachts-kenmerk der vrouwen in
+het algemeen.
+
+De beginnende neiging tot geslachts-onderscheid is bij de menschen,
+wier voornaamste werkzaamheden van socialen aard zijn, in allerlei
+functiën merkbaar. Wij hebben onze industrieele werkzaamheden,
+onze verantwoordelijkheid, onze ware deugden, door geslachtslijnen
+in tweeën gedeeld. Het is daarom duidelijk dat het buitensporig
+geslachts-kenmerk in de menschheid, en in de vrouw in het bijzonder,
+geen bepaald "zedelijk" verwijt in zich sluit, ofschoon het in ruimer
+beteekenis aantoont dat het op den vooruitgang der menschheid een
+beslist slechten invloed uitoefent.
+
+In de primaire kenmerken is onze buitensporigheid niet zoo merkbaar
+als in de verdere en fijnere ontwikkeling; doch zelfs daar zijn de
+bewijzen duidelijk aanwezig. Geslachts-drift uit zich bij den man ten
+eerste veel sterker dan noodig is voor de voortplantings-processen,
+zoo sterk inderdaad, dat het geheele proces er door tegengegaan of
+benadeeld wordt. Het directe nadeel aan de voortplanting door den
+overdreven geslachts-lust van den man, het indirecte nadeel door zijn
+verzwakkenden invloed op de vrouw, met het verschrikkelijk kwaad
+door buiten-echtelijke geslachts-gemeenschap aan de maatschappij
+berokkend--deze zijn de bijna algemeen bekende gevolgen. Eeuwenlang
+kenden wij ze reeds en wij hebben het kwaad trachten te beteugelen
+door burgerlijke, maatschappelijke en zedelijke wetten. Maar wij
+hebben het altijd als een daad van vrijen wil beschouwd en niet als
+een toestand van ziekelijke ontwikkeling. Wij hebben altijd gemeend
+dat het juist was dat mannen zoo waren, maar dat het verkeerd was
+dat zij zoo handelden. Op die wijze werkt de natuur niet. Wie zoo
+moet zijn, moet ook zoo handelen. Wie anders moet handelen, moet
+ook anders zijn. De overdreven eisch naar geslachts-gemeenschap in
+den man is een buitensporig geslachts-kenmerk. Wij vinden in een
+zeker soort ruwheid en hardheid, in een te groote heerschzucht en
+trots, in een te sterk toegeven aan de macht tot geslachts-lust,
+de voornaamste kenteekenen van een buitensporig geslachts-kenmerk
+in mannen. Dit werd in hen steeds beteugeld en tegengewerkt door
+de gezonde werkzaamheden van het ras-leven. Hunne krachten werden
+gebruikt en hun talenten ontwikkeld langs de geheele linie van
+den menschelijken vooruitgang. Met den vooruitgang van industrie,
+koophandel, wetenschap, fabrieken, regeering, kunst, godsdienst,
+werd de man van ons ras mensch, veel meer dan man. Hoe sterk deze
+hartstocht in hem is en hoe buitensporig hij er ook aan toegeeft,
+toch is hij een veel normaler dier dan het vrouwtje van zijn ras, veel
+minder over-sekst. Voor hem is dit veld van bijzondere werkzaamheid
+slechts een deel van zijn leven,--een voorbijgaand iets. De geheele
+wereld staat daar buiten. Voor haar daarentegen is het de geheele
+wereld. In het bekende gezegde van madame de Staël:--"Liefde is
+voor den man een episode, voor de vrouw een geschiedenis,"--is
+dit zeer goed weergegeven. In de vrouw vinden wij het buitensporig
+geslachts-onderscheid van het menschenras, lichamelijk, geestelijk,
+maatschappelijk, het volledigst uitgedrukt.
+
+Eerst het lichamelijk onderscheid. Door een voorbeeld zal ik trachten
+het verschil tusschen een normaal en een abnormaal geslachts-kenmerk
+duidelijk te maken. Beschouw voor dat doel een wilde koe en een
+"melkkoe" zooals wij die gemaakt hebben. De wilde koe is een
+vrouwtje. Zij heeft gezonde kalveren en melk genoeg om hen te voeden;
+dat is al de vrouwelijkheid die zij noodig heeft. Overigens is zij meer
+rund dan vrouwelijk. Zij is een licht, sterk, vlug, gespierd schepsel,
+in staat als het noodig is te rennen, te springen, te vechten. Voor
+ons economisch voordeel hebben wij de eigenschap van de koe om melk
+te kunnen voortbrengen, kunstmatig ontwikkeld. Zij is een wandelende
+melk-machine geworden, aangefokt en opgeleid voor dat uitsluitend doel,
+zoodat haar waarde in liters berekend kan worden. Melk-afscheiden
+is een moederlijke functie, een geslachts-functie. De koe is
+over-sekst. Breng haar in haar natuurlijken toestand terug en indien
+zij de verandering overleeft, dan zal zij na eenige generaties weder
+in een eenvoudige koe veranderd zijn, die al haar energie gebruikt
+in de algemeene werkzaamheden van haar ras, in plaats van op te gaan
+in het produceeren van melk.
+
+Lichamelijk behoort de vrouw tot een groot, krachtig schoon diersoort,
+dat in staat is tot groote inspanning van allerlei aard. In elk ras
+en op elk tijdstip waar zij gelegenheid had aan de werkzaamheden
+van het ras deel te nemen, ontwikkelde zij zich in overeenstemming
+daarmede en zij werd niet minder vrouw door een gezond menschelijk
+wezen te zijn. In elk ras en op elk tijdstip waar men haar deze
+gelegenheid ontnam,--en haar jaren van vrijheid waren inderdaad zeer
+weinige,--heeft zij zich in die richting ontwikkeld waarvoor men haar
+bestemde, en die richting was altijd geslachts-werkzaamheid. Daardoor
+treedt het geslachts-onderscheid bij de vrouw zeer sterk op den
+voorgrond.
+
+De vrouwelijkheid der vrouw,--en "das ewig weibliche" beteekent
+eenvoudig het eeuwig sexueele,--treedt in evenredigheid tot haar
+menschelijkheid meer op den voorgrond, dan de vrouwelijkheid van
+andere dieren in evenredigheid tot hun hond- of kat- of paard-zijn. Een
+"vrouwenhand" of een "vrouwenvoet" is altijd te herkennen. Wij hooren
+echter nooit spreken van een "vrouwenpoot" of een "vrouwenhoef." Een
+hand is een grijporgaan en een voet een bewegingsorgaan. Zij zijn geen
+secondaire geslachts-organen. De betrekkelijke kleinheid en zwakheid
+van de vrouw is een geslachts-kenmerk. Wij hebben het tot zulk een
+uiterste gebracht dat de vrouwen gewoonlijk aangeduid worden als "het
+zwakke geslacht." In geen ander hoog ontwikkelde diersoort bestaat zulk
+een beschamend verschil tusschen het mannetje en het vrouwtje. Op de
+lange zwerftochten der trekvogels, in de onophoudelijke beweging der
+grazende kudden die het geheele jaar door over de velden trekken, of
+in de wilde, diepe reizen van de zalmen is nooit sprake van een zwak
+geslacht. En bij de hoogere carnivoren, die door hun langdurige zorg
+voor de jongen dichter bij ons staan, vreest de jager den aanval van
+het vrouwtje meer dan van het mannetje. De ongeëvenredigde zwakheid is
+een buitensporig geslachts-kenmerk. Haar schadelijke gevolgen kunnen
+duidelijk aangetoond worden bij de Oostelijke natiën, waar de vrouwen
+in gesloten harems geheel alleen voor geslachts-functiën bestemd zijn
+en de uitoefening van elke ras-functie haar verboden is. Bij zulke
+volkeren wordt de zwakheid, de fijne beenderenbouw en de sterke
+vetontwikkeling van de over-sekste vrouw op den man overgebracht
+en bewerkt zoodoende achteruitgang van het geheele ras. Omgekeerd,
+bij de vroegere Germaansche stammen brachten de betrekkelijk vrije en
+menschelijk ontwikkelde vrouwen,--die groot, sterk en moedig waren,--op
+hunne zonen een grootere hoeveelheid menschelijke krachten en veel
+minder ziekelijken geslachts-lust over.
+
+De graad van zwakheid en plompheid aan vrouwen eigen, de betrekkelijke
+moeilijkheid om te staan, te loopen, te rennen, te springen, te
+klimmen, en om andere ras-functiën, die voor beide seksen gelijk
+zijn, te verrichten, is een buitensporig geslachts-onderscheid,
+en de daaropvolgende overplanting van deze betrekkelijke zwakheid
+op hare kinderen, zoowel op de jongens als op de meisjes, houdt de
+ontwikkeling van het menschdom tegen. Sterke, vrije, werkzame vrouwen,
+de stoere op-het-land-werkende boerin, de last-dragende wilde,
+zijn niet minder goede moeders omdat zij zoo krachtig zijn. Maar
+onze beschaafde "vrouwelijke teerheid", die zich iets minder teer
+voordoet zoodra zij erkend wordt als een uitdrukking van buitensporige
+seksualiteit, maakt geen betere moeders van ons, maar slechtere. De
+betrekkelijke zwakheid der vrouwen is een geslachts-kenmerk. Zij heeft
+dien graad bij hen bereikt dat het moederschap, de huwelijksstaat en
+het individu er door benadeeld worden. Het nut dat vrouwen als sekse
+en als menschen doen, haar algemeene menschenplicht, wordt door dezen
+graad van distinktie zeer sterk aangetast. In elk opzicht oefent de
+over-sekste toestand der vrouw een ongunstigen invloed uit op haar
+zelf, haar man, haar kinderen en het ras.
+
+Het geestelijk verschil der beide seksen is even duidelijk. De
+aanvankelijke behoefte aan geslachts-bevrediging heeft zich onder den
+invloed van sociale krachten langzamerhand ontwikkeld tot een bewusten
+hartstocht van enorme macht, een innige, levenslange toewijding, die in
+zijn kracht overweldigend is. In beide seksen is dit overdreven, maar
+toch meer in vrouwen dan in mannen; niet zoo erg in zijn eenvoudigen
+physischen vorm, maar in de onredelijke kracht der emotie, die voor
+geen rede vatbaar is en degenen, die in haar macht zijn, voortdrijft
+om alles aan dit ééne doel op te offeren. Oppervlakkig beschouwd,
+lijkt het niet gemakkelijk en het is misschien een oneerbiedige
+en ondankbare taak om hier uit te maken wat in "meester-hartstocht"
+goed en wat slecht is, vooral nu het eene geslacht meer van dit gevoel
+eischt dan het andere; maar het kan toch geschieden.
+
+Het is voor het individu en voor het ras goed de hartstochtelijke
+en bestendige liefde tot zulk een graad ontwikkeld te hebben als
+noodig is om het geluk der individuen en de voortplanting van het
+ras te bevorderen. Het is voor het individu en voor het ras niet
+goed, dat dit gevoel zoo krachtig is geworden dat het alle andere
+menschelijke eigenschappen overschaduwt, dat het den spot drijft met
+de opgedane wijsheid van vele eeuwen en de voorhanden wilskracht, om
+het individu--tegen zijn eigen volle overtuiging--tot een vereeniging
+te drijven, welke zeker op kwaad uitloopt of hem hulpeloos in een
+ongewenschte verhouding houdt.
+
+Zoo is de toestand der menschheid, de slechtste gevolgen voor zijne
+nakomelingen en voor zijn eigen geluk medebrengende. En hoewel
+bij de mannen de onmiddellijk op den voorgrond tredende kracht van
+den hartstocht misschien meer de aandacht trekt, toch heerscht hij
+algemeener onder de vrouwen. Want de man heeft tegelijkertijd andere
+krachten en eigenschappen in volle werking, waardoor hij de macht
+der hartstochten kan ontvluchten; maar de vrouw, die opzettelijk tot
+geslachts-wezen gevormd en aan wie elke ras-werkzaamheid ontzegd wordt,
+stort haar geheele leven in haar liefde uit en wordt zij hier gekwetst,
+dan is zij onherstelbaar gewond. Bij den man is de liefde doorgaans
+licht en vergankelijk, en wanneer zij het krachtigst is duurt zij
+meestal het kortst.
+
+Bij de vrouw is het een innige, alles-opslorpende kracht, onder
+wier macht zij alles wat het leven aanbiedt opoffert, elk gevaar
+trotseert, elke ontbering geringschat, elke pijn verdraagt. Zelfs
+na levenslang verwaarloosd en misbruikt te zijn, blijft de liefde in
+haar voortleven. Dagelijks komt het op de politie-bureaux voor, dat
+de wreed mishandelde vrouw weigert tegen haar man te getuigen. Deze
+toewijding, tot zulk een hoogte opgevoerd dat het tot paring van niet
+bij elkaar passende individuen leidt, met de daaruit voortvloeiende
+persoonlijke en maatschappelijke nadeelen, is een buitensporig
+geslachts-onderscheid.
+
+Maar in onze gewone maatschappelijke verhoudingen komt het
+overheerschen van het geslachts-onderscheid der vrouwen het duidelijkst
+uit. Het feit dat de vrouwen, in het algemeen gesproken, uitdrukkelijk
+"de sekse" genoemd worden, toont onbetwistbaar aan, dat dit de
+voornaamste indruk is, dien zij op waarnemers en geschiedschrijvers
+gemaakt hebben. Men behoeft geen verder bewijs te leveren, maar slechts
+den lezer te herinneren aan de onafgebroken reeks feiten en gevoelens
+aan ieder volkomen bekend, doch tot nu toe beschouwd als volmaakt
+natuurlijk en rechtvaardig. Zoo geheel heeft men den staat van de
+vrouw als een sexueelen beschouwd, dat het aan de vrouwenbeweging der
+19e eeuw werd overgelaten om te strijden voor den eisch, dat vrouwen
+ook als personen beschouwd zullen worden. Dat vrouwen behalve wijfjes
+ook burgers zijn--welk een ongehoorde eisch!
+
+In een "Handboek met Spreekwoorden van alle Volken", vele duizenden
+bevattende, zijn deze feiten opgemerkt: 1e dat de spreekwoorden
+over vrouwen veel minder talrijk zijn dan die over mannen; 2e dat
+de spreekwoorden op vrouwen van toepassing bijna altijd haar in
+het algemeen treffen. Die op mannen toegepast worden, bepalen zijn
+hoedanigheid, begrenzen, beschrijven of specializeeren hem. Het is een
+"luie man", "een driftige man", "een dronken man". Hoedanigheden
+en handelingen worden den man individueel toegerekend en niet
+het geheele geslacht, tenzij hij gunstig tegenover de vrouw wordt
+gesteld, zooals in "Een man van stroo is een vrouw van goud waard",
+"Mannen zijn daden, vrouwen zijn woorden", of "Man, vrouw en duivel,
+zijn de drie trappen van vergelijking." Maar wanneer er sprake is
+van een vrouw, is het altijd en alleen "de vrouw", eenvoudig het
+wijfje bedoelende, zonder eenig persoonlijk onderscheid te maken:
+"Het is even hard een vrouw te zien weenen als een gans blootvoets
+te zien gaan". "Het is even gemakkelijk een aal bij zijn staart
+als een vrouw aan haar woord te houden". "Een vrouw, een hond en
+een ezelijn, hoe meer men ze slaat, hoe beter zij zijn". Nu en dan
+wordt er verschil gemaakt tusschen een "blondine" en een "brunette"
+en Salomo's "deugdzame vrouwen", die zulk een hoogen prijs bedongen,
+zooals ons allen bekend is. Maar gewoonlijk is het "een vrouw", eeuwig
+en altijd. Het bluffen van den losbol dat hij "de vrouwen" kent, werd
+niet lang geleden door een der jonge dichters aldus bezongen: "De zaken
+die men leert bij negervrouwen en kleurlingen, bevorderen het succes
+bij blanken"; iemand die afgewezen is klaagt verdrietig "dat alle
+vrouwen precies gelijk zijn"; dat de publieke opinie ten allen tijde
+hierin overeenstemde bewijst, dat de eigenaardigheden van het geslacht
+de eigenaardige verschillen van het individu hebben overtroffen,--geen
+geringe buitensporigheid in het geslachts-onderscheid.
+
+Van het oogenblik dat onze kinderen geboren worden, wenden
+wij alle bekende middelen aan om in jongen en meisje beiden het
+geslachts-onderscheid te doen uitkomen; de reden dat de jongen er niet
+zoo hopeloos door bedorven wordt als het meisje, ligt daarin, dat
+de jongen nog het heele veld van menschelijke uiting voor zich open
+vindt. In ons bestendig drijven om het geslachts-onderscheid te doen
+uitkomen, hebben wij ons aangewend de meest menschelijke eigenschappen
+als mannelijke eigenschappen te beschouwen en wel om de eenvoudige
+reden, dat zij voor mannen geoorloofd en voor vrouwen verboden waren.
+
+Het verschil tusschen ras-eigenschappen en geslachts-eigenschappen
+moet helder en scherp uiteengezet worden. Het leven bestaat uit
+daden. Het gedrag van een levend wezen is onder twee hoofdlijnen te
+brengen,--zelf-behoud en ras-behoud. Tot de daden van zelf-behoud
+behooren al de levensprocessen die dienen om het individu in leven
+te houden, van de onwillekeurige werking der inwendige organen tot de
+willekeurige daden der uitwendige organen, van het ademhalen tot het
+op de jacht gaan voor voedsel, alles dus wat het in stand houden van
+het individueele leven bevordert. Tot de daden van ras-behoud behooren
+al die processen die dienen om het ras in leven te houden, van de
+onwillekeurige werking der inwendige organen, tot de willekeurige
+daden der uitwendige organen; van de ontwikkeling der kiem-cellen
+tot het verzorgen der kinderen, alles dus wat het in stand houden
+van het ras-leven bevordert. Voor ras-behoud hebben mannen en vrouwen
+verschillende organen, verrichten zij verschillende functiën, en doen
+verschillende handelingen. Voor zelf-behoud hebben mannen en vrouwen
+dezelfde organen, verrichten zij dezelfde functiën, en doen dezelfde
+handelingen. De processen van ras-behoud hebben bij de menschen
+een zekeren graad van volmaaktheid bereikt, maar de processen van
+zelf-behoud zijn reeds veel en veel verder gegaan.
+
+Allerlei werkzaamheden van economische voortbrenging en verdeeling,
+alle kunsten en industrieën, beroepen en bedrijven, onze vooruitgang
+in wetenschap, ontdekkingen, regeering, godsdienst,--die alle onder
+de daden van zelf-behoud gerangschikt moeten worden, deze worden,
+of moesten worden uitgevoerd door beide geslachten. Te onderwijzen,
+te regeeren, te maken, te decoreeren, te verdeelen,--dit zijn geen
+geslachts-functiën, het zijn ras-functiën. Doch zoo buitensporig
+is het geslachts-onderscheid in het menschenras dat het geheele
+veld van menschelijken vooruitgang als een mannelijk prerogatief
+werd beschouwd. Is er sterker bewijs voor een buitensporig
+geslachts-onderscheid in het menschenras denkbaar? Dat dit onderscheid
+al de natuurlijke grenzen overschreed en over iedere levensdaad werd
+uitgebazuind, zoodat elke stap van het menschelijk wezen gestempeld
+wordt als "mannelijk" en "vrouwelijk", zekerlijk, dat is genoeg om
+onzen over-seksten toestand aan te toonen.
+
+Doch beetje bij beetje, zeer langzaam, onder den onrechtvaardigsten
+en wreedsten tegenstand en dikwijls ten koste van alles wat het leven
+dierbaar maakt, is trapsgewijze vastgesteld dat menschenwerk zoowel
+door vrouwen als door mannen kan geschieden. Harriet Martineau moest
+haar schrijfwerk onder haar naaiwerk verstoppen, wanneer er onverwacht
+bezoek kwam, want "naaiwerk" was vrouwelijk en "schrijfwerk" mannelijk
+werk. Mary Somerville moest zelfs haar werk voor vele familieleden
+verbergen, want "wiskunde" was een wetenschap voor mannen. Men heeft
+het zoover gebracht dat de geheele menschenwereld beheerscht wordt
+door het geslacht,--al de groote levens-uitingen zijn "mannelijk"
+genoemd en voor de vrouw heeft men het overgelaten een "wijfje"
+te zijn, niets anders.
+
+Maar terwijl de zaken die de mannen dwaas genoeg als "mannelijk"
+beschouwden meestentijds "menschelijk" waren, wat zeer goed voor hen
+was, waren de weinige zaken die voor de vrouwen overbleven inderdaad
+"vrouwelijk"; en altijd hetzelfde deuntje te zingen, hoe mooi dan ook,
+is verschrikkelijk eentonig. In een kleeding, waarvan het hoofddoel is
+onmiskenbaar het geslacht aan te duiden; met een zucht tot opschik die
+overvloedig blijk geeft van geslachts-neiging; met een lichaam zoodanig
+vervormd tot een vrouwelijk lichaam dat het op betreurenswaardige wijze
+haar natuurlijke verrichtingen belemmert; met manieren en gedrag geheel
+in overeenstemming met haar geslachts-belang en dikwijls zeer nadeelig
+voor eenig menschelijk belang; met een arbeidsveld zoo streng mogelijk
+beperkt tot de geslachts-verhoudingen; met haar over-gevoeligheid,
+haar overdreven zedigheid, haar "eeuwige vrouwelijkheid",--is het
+wijfje van het geslacht mensch onloochenbaar over-sekst.
+
+Dit buitensporig geslachts-onderscheid vertoont zich evenzeer in
+een opvallend vroegrijpe ontwikkeling. Onze kleine kinderen, de
+zuigelingen, vertoonen reeds kenteekenen van geslacht in uiterlijk
+en kleeding, wanneer de jongen van andere schepselen nog zuiver
+geslachtloos zijn. Wij merken deze vroegrijpheid verheugd op. Wij
+zijn er trotsch op. Door voorschrift en voorbeeld moedigen wij het
+zorgvuldig aan, wij doen moeite om het geslachts-instinkt bij het kind
+te ontwikkelen en denken aan geen kwaad. Een van de eerste dingen
+die wij het kind, bij het ontwaken van zijn bewustzijn, inprenten
+is het feit dat hij een jongen of dat zij een meisje is, en dat zij
+daarom elke zaak uit een verschillend oogpunt moeten beschouwen. Zij
+moeten verschillend gekleed worden, niet ter wille hunner persoonlijke
+behoeften, want die zijn in die levensperiode precies dezelfde, maar
+opdat zij niet zelf noch iemand anders een oogenblik zouden kunnen
+vergeten dat zij tot een verschillend geslacht behooren.
+
+Onze eigenaardigheid om datgene wat gewoonlijk bij dieren gevonden
+wordt om te keeren, waar het mannetje opgesierd is en het vrouwtje
+er donker en eenvoudig uitziet, is waarlijk niet zoo zeer een bewijs
+van buitensporigheid als wel van onze bijzonder averechtsche positie
+in de kwestie van teeltkeus. Bij andere diersoorten wedijveren de
+mannetjes in opschik en de vrouwtjes kiezen. Bij ons wedijveren de
+vrouwtjes in opschik en de mannetjes kiezen. Indien deze theorie
+van sekse-tooi geen instemming vindt en wij geven er de voorkeur
+aan om den opschik der mannetjes meer als een vorm van overvloedige
+geslachts-lust te beschouwen, die zich zelf in onproductieve overdaad
+verbruikt, dan is inderdaad het feit, dat bij ons de wijfjes met zulk
+een schitterenden tooi voor den dag komen een ander teeken van een
+buitensporig geslachts-kenmerk. In elk geval, om kleine meisjes met
+geweld zulke mooie kleederen aan te doen, dat haar lichaamsbewegingen
+en natuurlijke vrijheid er door belemmerd worden en een vroegtijdig
+geslachts-bewustzijn aangekweekt wordt, is een zoo klaar en dreigend
+bewijs van onzen toestand, als maar met mogelijkheid kan aangevoerd
+worden. Dat het kleine meisje zoo gekleed wordt dat het daardoor
+verschil in zorg en gedrag vereischt, alleen omdat het kind een meisje
+is, iets wat op dien leeftijd anders in haar geest niet zou opkomen,
+is een brutaal aandringen op geslachts-onderscheid, dat in zijn
+gevolgen zeer slecht is. Jongens en meisjes worden dus verondersteld
+zich verschillend tegenover elkander en tegenover de menschen in
+het algemeen te gedragen,--een gedrag dat wij kortheidshalve in
+twee woorden kunnen omschrijven. Tot den jongen zeggen wij "Doe";
+tot het meisje "Doe niet." Kleine broer moet zusje "beschermen",
+zelfs als zus grooter is dan broer. "Waarom?" vraagt hij den eersten
+keer. Wel, omdat hij een jongen is. Om het geslacht. Als zij waarlijk
+sterker is, moet zij hem beschermen, al was het alleen daarom dat in
+een normaal ras het beschermend instinkt zuiver vrouwelijk is. Het
+duurt niet lang of de jongen kent zijn les. Hij is een jongen en
+zal een man worden, dat sluit alles in. "Ik dank God dat ik niet als
+vrouw geboren ben," luidt het joodsch gebed. Zij is een meisje, "máár
+een meisje", "niets anders dan een meisje" en zal een vrouw worden,
+alleen een vrouw. Jongens worden van het begin af aangemoedigd te
+toonen dat zij de gevoelens, die men veronderstelt mannelijk te zijn,
+bezitten. Wanneer de kleine vent rondom zich slaat, schreeuwt en
+zijn speelgoed wegsmijt, dan zeggen wij trotsch: "het is een echte
+jongen." Wanneer het kleine nufje met bezoekers coquetteert, of in
+moederlijk weeklagen uitbarst omdat broer haar pop heeft stuk gemaakt,
+wier zaag-meelig overschot zij met liefde verzorgt, dan zeggen wij
+trotsch: "zij is reeds op end'op een moedertje!" Wat weet een klein
+meisje van moederlijk instinkt? Niets meer dan een kleine jongen
+van vaderlijk instinkt. Dat zijn geslachts-instinkten, die zich
+niet moesten openbaren vóór de periode van geslachts-rijpheid. Het
+meest normale meisje is "de wildzang", waarvan het aantal in deze
+wijzere dagen gelukkig toeneemt; een jong, gezond schepseltje dat
+door en door mensch is en niet vrouwelijk voordat de tijd daarvoor
+gekomen is. De meest normale jongen is evenzeer kalm en vriendelijk
+als levendig en moedig. Hij is een menschelijk wezen zoo goed als een
+mannelijk wezen, en niet opvallend mannelijk voordat de tijd daarvoor
+aangebroken is. De kindsheid is niet de periode voor deze kenmerkende
+geslachts-uitingen. Dat wij ze aan anderen toonen, ze bewonderen en
+aanmoedigen, bewijst hoezeer wij over-sekst zijn.
+
+
+
+
+
+
+
+IV
+
+
+Nadat wij gezien hebben dat het geslachts-onderscheid in de
+menschheid buitensporig groot is en bij de vrouwen sterker op den
+voorgrond treedt dan bij de mannen en tevens bevonden hebben dat
+het wijfje van het menschengeslacht een éénige positie inneemt
+als economisch afhankelijk van het mannetje van haar diersoort,
+is het niet moeilijk een verband vast te stellen dat tusschen
+deze twee feiten bestaat. Reeds in het tweede hoofdstuk werd kort
+verwezen naar de algemeene wet die dezen toestand van buitensporige
+geslachts-ontwikkeling doet ontstaan. Hij ontstaat als volgt: De
+natuurlijke neiging van elke functie om door gebruik in kracht toe te
+nemen, is oorzaak dat de geslachts-functie toeneemt door de werking
+van teeltkeus. In de meeste diersoorten wordt deze neiging beteugeld
+door de kracht der natuurkeus, welke de energie langs andere kanalen
+voert en ras-functiën ontwikkelt. Waar het mannetje de economische
+omgeving van het vrouwtje is en haar economisch voordeel rechtstreeks
+bepaald wordt door haar geslachts-verhouding, daar wordt de kracht der
+natuurkeus gevoegd bij de kracht der teeltkeus en werken beide samen om
+de geslachts-functiën te ontwikkelen. In elk dier, wanneer geen andere
+omstandigheden aanwezig waren, zou zulk een verhouding onvermijdelijk
+het geslacht tot een buitensporige hoogte hebben ontwikkeld. Dit valt
+duidelijk waar te nemen in betrekkelijk overeenkomstige gevallen van
+sommige insekten, waar het wijfje, haar economische bedrijvigheid
+verliezende, geheel in geslachtswezen verandert en enkel een eierzak
+wordt, een organisme dat geen vermogens tot zelf-behoud, alleen die
+tot ras-behoud bezit. Het eenige ras-vraagstuk bij deze insekten komt
+daarop neer, hoe zij het best hun diersoort in stand kunnen houden
+en voortplanten en zulk een toestand is niet noodzakelijk slecht;
+maar voor een ras als het onze, welks ontwikkeling tot menschelijke
+wezens nog maar betrekkelijkerwijze begonnen is, is hij wel slecht,
+omdat hij den individueelen en den ras-vooruitgang tegenhoudt. Buiten
+en behalve de zuivere instandhouding en voortplanting van ons ras,
+bestaan er voor ons nog andere doeleinden.
+
+Het moest ieder die de werking der biologische wetten kent duidelijk
+zijn, dat elk levend organisme er naar streeft om in zijn ontwikkeling
+progressief te zijn en dat die progressieve ontwikkeling beteugeld
+wordt door de onderlinge werking der verschillende krachten. Elk
+levend wezen, met zijn op den voorgrond tredende eigenaardigheden,
+vertegenwoordigt een evenwicht van macht, een soort van compromis. De
+grootte van de voorwereldlijke monsterdieren der aarde werd begrensd
+door den voorraad voedsel. Zeemonsters konden grooter zijn, omdat
+het element waarin zij leefden, meer voor onderhoud aanbiedt. Vogels
+zijn kleiner om de omgekeerde reden. De koe bezit vele magen van
+tamelijke grootte, omdat haar voedsel een geringe voedingswaarde
+heeft en zij groote hoeveelheden moet eten om haar levensmachine
+gaande te houden. De grootte van op boomen levende dieren, zooals
+apen en eekhorentjes wordt begrensd door den aard van hun woonplaats:
+schepselen die op boomen leven, kunnen niet zoo groot zijn als die
+welke op den grond leven. Iedere hoedanigheid van elk schepsel staat in
+verhouding tot zijn toestand en streeft er naar om in overeenstemming
+daarmede toe of af te nemen; elke hoedanigheid bezit een neiging om
+toe te nemen in evenredigheid tot haar bruikbaarheid en af te nemen
+in evenredigheid tot haar onbruikbaarheid. De oorspronkelijke man en
+zijn vrouwtje waren dieren, evenals andere dieren. Zij waren sterke,
+vurige, levendige beesten; en zij was even vlug en woest als hij;
+behalve dat de mannetjes in hun geslachts-wedstrijd bovendien zeer
+strijdlustig waren. In dien strijd vocht hij, evenals de andere
+mannelijke wezens, wild en woest met zijne harige medeminnaars;
+terwijl zij, even als de andere vrouwelijke wezens, met voldoening
+hun strijd gadesloeg en zich met den overwinnaar paarde. In andere
+tijden rende zij mede door de wouden, bediende zich zelf van 't geen
+er te eten was even vrij als hij.
+
+Er schijnt een tijd gekomen te zijn, waarin het aan het ontwaakte
+verstand van dezen beminnelijken wilde duidelijk werd dat het
+goedkooper en gemakkelijker was om een wijfje te bevechten en zich
+daartoe te bepalen dan telkens een man te bevechten, wanneer hij een
+vrouw wenschte. Daarom stelde hij tot regel om het wijfje tot slavernij
+te brengen, en toen zij haar vrijheid verloren had, kon zij niet langer
+haar eigen voedsel en dat voor haar jongen verkrijgen. De moeder-aap,
+na haar goed volbrachte moederlijke functie, vliedt springende door het
+woud, plukt haar vruchten en noten, verplaatst zich met den troep, haar
+jong op den rug of in een sterken arm houdende. Maar de moeder-vrouw,
+tot slavernij gebracht, kan dit niet doen. Toen zag de man, de vader,
+dat die toestand van slavernij hem verplichtingen oplegde; hij moest
+voor haar zorgen, omdat hij haar verboden had voor zich zelf te zorgen;
+anders zou zij onder zijn oogen sterven. Langzaam en met tegenzin nam
+hij de plichten van zijn nieuwe positie op zich. Hij begon haar te
+voeden en niet alleen dat, maar hij moest nu ook de kinderen voeden,
+waaruit bleek hoezeer hij de plichten van het moederschap gedwarsboomd
+had. Het schijnt een eenvoudige regeling. Wanneer wij er over nadachten
+was dit met bewondering. De naturalist verdedigt haar op grond dat
+het voor de diersoort het voordeeligst is als de moeder, van alle
+andere zorgen bevrijd, zich geheel kan wijden aan de plichten van
+het moederschap. De dichter en novellist, de schilder en beeldhouwer,
+de priester en onderwijzer, allen hebben deze liefelijke verhouding
+hoog verheven. Den socioloog werd het overgelaten uit een biologisch
+oogpunt hare gevolgen op de lichaamsgesteldheid van het menschelijk
+ras op te merken, zoowel in het individu als in de maatschappij.
+
+Naarmate de man de vrouw begon te voeden en te verdedigen, hield
+zij op, zich zelf te voeden en te verdedigen. Naarmate hij tusschen
+haar en haar physische omgeving stond, hield zij op, den invloed van
+die omgeving te voelen en er aan te beantwoorden. Naarmate hij haar
+onmiddellijke en almachtige omgeving werd, begon zij aan dezen nieuwen
+invloed te beantwoorden en veranderde in overeenstemming daarmede. In
+vrijen staat was spoed een even groot voordeel voor het vrouwtje als
+voor het mannetje, zoowel om haar prooi te bemachtigen als om aan
+haar vijanden te ontkomen; maar in haar nieuwen toestand was spoed een
+nadeel. Zij mocht geen mannen vangen, en het gaf haar het voordeel om
+door haar nieuwen meester gevangen te worden. Vrije wezens, die hun
+eigen voedsel zoeken en in hun levensonderhoud voorzien, ontwikkelen
+groote vlugheid om het noodige te verkrijgen. Parasieten, die hun
+levensonderhoud door de inspanning van anderen verkrijgen, ontwikkelen
+de hoedanigheden om zich vast te zuigen en vast te houden aan anderen,
+hoedanigheden die hun het meeste voordeel aanbrengen. Het menschelijk
+wijfje werd aan de rechtstreeksche werking der natuurkeus onttrokken,
+dien machtigen invloed welke te voren op het mannetje en vrouwtje
+gelijkelijk had ingewerkt met onverbiddelijk en heilzaam gevolg,
+kracht, bekwaamheid, volharding, moed ontwikkelende,--in één woord,
+het ras ontwikkelende. Zij ondervond nu den invloed der natuurkeus
+indirect werkende door het mannetje en natuurlijk werden daardoor de
+eigenschappen ontwikkeld, die noodig zijn om een hoûvast aan hem te
+krijgen en te behouden. Onnoodig te zeggen dat deze eigenschappen,
+die van geslachts-aantrekking waren, de eenige macht die hem er toe
+gebracht heeft het wezen, waarop hij verliefd was, met graagte in
+alle mogelijke weelde te onderhouden. Vele, vele eeuwen had zij geen
+ander hoûvast, geen andere zekerheid om gevoed te worden. Het jonge
+meisje had een toekomstige waarde en werd onderhouden voor hetgeen
+zou volgen; de oude vrouw daarentegen had in vroeger tijden slechts
+een armoedig bestaan. De vrouw die haar heer het meest kon behagen
+was de lievelings-slaaf of de lievelings-vrouw en zij verkeerde in
+de beste economische omstandigheden.
+
+Met het toenemen der beschaving hebben wij trapsgewijze de zichtbare
+noodzakelijkheid om het hulpelooze vrouwtje te voeden tot wet verheven;
+en zelfs oude vrouwen hebben nu een aangename zekerheid dat zij door
+hunne mannelijke verwanten zullen worden onderhouden. Maar tot op
+heden,--uitgezonderd natuurlijk het steeds grooter wordende leger
+loontrekkende vrouwen, die de wereld door haar aanhoudend voorwaarts
+schrijden naar economische onafhankelijkheid een ander aanzien zullen
+geven,--staat het persoonlijk voordeel der vrouwen nog steeds in een
+te nauw verband tot haar macht om de andere sekse te winnen en er een
+hoûvast aan te krijgen. Van de odalisk met de meeste armbanden tot
+de debutante met de meeste bouquetten, blijft de verhouding steeds
+dezelfde,--het economisch voordeel der vrouw wordt verkregen door de
+macht van geslachts-aantrekking.
+
+Wanneer wij dit feit moedig en eerlijk op de open markt van ontucht
+aanschouwen, dan walgen wij van afschuw. Doch zien wij diezelfde
+economische verhouding blijvend vastgesteld, bekrachtigd door de wet,
+gesteund en geheiligd door de kerk, bedekt onder bloemen en wierook
+en al het opeengehoopte sentiment, dan denken wij dat het onschuldig,
+liefelijk en juist is. Den kortstondigen handel beschouwen wij als
+slecht. Den verkoop voor het leven keuren wij goed. Maar het biologisch
+gevolg blijft hetzelfde. In beide gevallen ontvangt de vrouw haar
+voedsel van den man op grond van haar geslachts-verhouding tot hem. In
+beide gevallen, misschien zelfs meer in het huwelijk, omdat daar de
+stand van zaken volmaakter optreedt, verandert het wijfje van het
+menschenras, levende onder natuurwetten, onvermijdelijk in steeds
+toenemenden graad in een geslachts-wezen.
+
+De inwerking der veranderde omgeving op vrouwen, in bepaalde
+bijzonderheden nagegaan, is in gegeven omstandigheden als volgt
+geweest: In de beteekenis van zuiver passieve omstandigheden is de
+vrouw onmiddellijk in haar levenscirkel beperkt geworden. Deze ééne
+factor heeft onmetelijke gevolgen zoowel op mensch als dier. Een
+volkomen éénvormige omgeving, één vorm, één grootte, één kleur, één
+geluid, zou het leven maken, indien eenig leven zoo kon zijn, tot een
+hopelooze, onveranderlijke zaak. Wanneer de omgeving grooter wordt
+en afwisselt, moet ook de ontwikkeling van het schepsel grooter
+worden en mede afwisselen; want het verkrijgt kennis en macht
+zoodra de stof voor kennis en de behoefte aan macht verschijnt. Bij
+zwervende diersoorten is het vrouwtje vrij om dezelfde kennis als het
+mannetje op dezelfde wijze op te doen, dezelfde ontwikkeling door
+dezelfde ondervinding. Van den beginne af is het gebied waarop het
+menschelijk wijfje zich had te bewegen beperkt geworden. Zelfs onder
+de wilden is haar kennis van het land waarin zij leeft beperkter dan
+de zijne. Zij reist natuurlijk met den troep en oefent haar primitieve
+werkzaamheden in zijn nabijheid uit, maar het oorlogsveld en de jacht
+blijven voor den man. Hij leeft op veel ruimer gebied. Het leven van
+de vrouwelijke wilde is evenwel de vrijheid zelf, vergeleken met
+de toenemende gewoonte om de vrouw in huis op te sluiten, waar de
+beschaving vooruitgaat. Zeer sterk is dit uitgedrukt in het gezegde:
+"Een vrouw moet maar driemaal haar huis verlaten: als zij gedoopt
+wordt, als zij trouwt en als zij begraven wordt." Of dit: "De vrouw,
+de kat, het fornuis, Verlaten nimmer het huis." Het steeds thuiszitten
+van het wijfje en het vrij rondzwerven van het mannetje zijn duidelijk
+te onderscheiden menschelijke instellingen; achter ons volgen zulke
+laag georganiseerde wezens als de rondvliegende mot, wiens vrouwtje
+zich zelden meer dan een paar voet van de plaats waar zij pop-mot was
+verwijdert. Zij heeft afgeknotte vleugels en kan niet vliegen. Zij
+wacht ootmoedig op het gevleugelde mannetje, legt haar ontelbare
+eieren en sterft,--een prachtig voorbeeld van opgaan in geslachts-dier.
+
+Door de omgevings-ruimte zoo te verkleinen, heeft men de
+ras-ontwikkeling zeer sterk belemmerd; maar dit kan in zijne gevolgen
+niet vergeleken worden met de beperking van vrijwillige werkzaamheden
+waaraan men de vrouw heeft onderworpen. Haar beperkte indrukken, haar
+opsluiting tusschen de vier muren van het huis, heeft natuurlijk groote
+gevolgen gehad; daardoor werden haar denkbeelden, kennis, gedachtengang
+en macht om te oordeelen begrensd en werd een onevenredig gewicht en
+belangrijkheid gegeven aan de weinige zaken waarvan zij iets afweet;
+maar dit alles werkt onschuldig vergeleken met haar beperkte uiting
+en het verbod om in vrijheid te handelen. Een levend wezen wordt veel
+minder gewijzigd door den invloed van uiterlijke omstandigheden en zijn
+verzet daartegen, dan door de gevolgen van zijn eigen inspanning. De
+huid mag langzamerhand dikker worden door blootstelling aan het weder,
+maar wordt veel sneller dik wanneer zij tegen iets gewreven wordt,
+bijv. tegen het handvat van een roeiriem of van een bezemsteel. Met
+mooie zaken omgeven te zijn oefent op het menschelijk wezen een
+grooten invloed uit; maar mooie zaken te maken veel meer. In een
+mooie omgeving te leven en leelijke zaken te maken verlaagt meer
+rechtstreeks, dan in een leelijke omgeving te leven en mooie zaken te
+maken. Wat wij doen verandert ons meer dan wat ons gedaan wordt. De
+vrijheid om zich te uiten is bij vrouwen meer beperkt geworden dan
+de vrijheid om in zich op te nemen, indien dat mogelijk ware. Zij
+heeft iets van de wereld waarin zij leeft door hare getraliede
+vensters gezien. Een beetje lucht kwam door de reten der deuren,
+een beetje kennis drong tot haar gretige ooren door uit de gesprekken
+der mannen. Desdemona leerde iets van Othello. Had zij meer geweten,
+dan had zij misschien langer geleefd. Maar in den steeds grooter
+wordenden menschelijken drang tot scheppen, de macht en den wil om
+te maken, te doen, nieuwe gedachten in nieuwe vormen uit te drukken,
+werd zij volkomen belemmerd. Zij mocht werken zooals zij van het begin
+af gewerkt had, aan den oorspronkelijken huishoudelijken arbeid, maar
+in de onvermijdelijke uitbreiding zelfs van deze werkzaamheden tot
+beroeps-werkzaamheden, hebben wij getracht haar tegen te houden. Om met
+haar handen te werken voor niets, in rechtstreeksche dienstbaarheid
+bij haar eigen familie,--dit werd toegestaan, ja verplicht. Maar het
+werd haar verboden om iets anders te zijn, iets meer te doen. Haar
+arbeid was niet alleen begrensd in soort, maar ook in gehalte. Wat
+haar ooit werd toegestaan te doen, moest zij in stilte en alleen doen,
+de eenvoudige werkzaamheden uit onbeschaafde tijden.
+
+Onze industrie is niet alleen in soort maar ook in rang
+vooruitgegaan. De bakker staat niet op denzelfden graad van industrie
+als de keukenmeid, ofschoon beiden brood bakken. Door een of ander
+soort van werk tot een bepaald vak te maken, verheft men het; door
+het te organiseeren, gaat men een stap verder. Specialiseeren en
+organiseeren zijn de grondslagen van den menschelijken vooruitgang, de
+organische stelsels van het maatschappelijk leven. Dit is den vrouwen
+nagenoeg geheel verboden geworden. De grootste en meest heilzame
+verandering in deze eeuw is de ontwikkeling der vrouwen op deze twee
+lijnen van vooruitgang. Het gevolg van de belemmering in industrieele
+ontwikkeling, vergezeld als zij werd door het onophoudelijk overerven
+van vermeerderde ras-macht, heeft de gevoelens en aandoeningen
+der vrouwen versterkt en een groote bedrijvigheid ontwikkeld op de
+toegestane arbeidswegen. De zenuwachtige haast, die zelfs tegenwoordig
+nog vele vrouwen voortdrijft om onophoudelijk iets te doen, zij het
+dan ook het onzinnigst handwerkje, is één kenteeken van dit effekt.
+
+Dezelfde dooddoener heeft den vooruitgang der vrouwen in godsdienstige
+ontwikkeling door alle rassen en eeuwen tegengehouden. In de grijze
+oudheid nam de vrouw deel aan de geheimen en ceremoniën; maar bij de
+ontwikkeling van den godsdienst, werd zij op zij geschoven, totdat
+Paulus haar beval in de kerken te zwijgen. En zij heeft gezwegen,
+tot op dezen dag. Zelfs nu, met al wat wij gewonnen hebben, staan
+wij nog maar aan het begin,--het langzaam afgedwongen en afgekeurd
+begin--van godsdienstige gelijkheid voor beide geslachten. Bij sommige
+natiën wordt de godsdienst nog beschouwd als een zuiver mannelijke
+eigenschap, en wordt het zelfs betwijfeld of vrouwen wel een ziel
+hebben. Een Christelijke Raad heeft vroeger deze belangrijke kwestie
+bij stemming uitgemaakt, gelukkig werd toen aangenomen dat zij een
+ziel hadden. Voor een kerk, wier voornaamste kracht altijd in de
+aanhankelijkheid der vrouwen gelegen heeft, zou het een droevige
+achteruitgang geweest zijn haar geen zielen toegekend te hebben.
+
+Oude familie-vereering ging alleen op mannelijke afstammelingen
+over. Het was de zoon die de heilige voorvaders in hooge achting kon
+houden en plengoffers over hunne overblijfselen uitstortte. Wanneer
+een vrouw huwde, dan veranderde zij van voorouders, dan moest
+zij de voorvaders van haar man vereeren in plaats van haar
+eigen. Daarom moeten de Hindu en de Chinees en velen van gelijken
+aard een zoon hebben om hen in eere te houden,--een diep ingeworteld
+geslachts-vooroordeel, dat langzaam begint te verdwijnen nu de vrouwen
+in economische beteekenis stijgen.
+
+Het is pijnlijk interessant de langzaam toenemende uitwerking van
+deze toestanden op vrouwen na te sporen. Eerst de werking van groote
+natuurwetten, die op haar evenals op elk ander dier inwerken, dan de
+evolutie van maatschappelijke gewoonten en wetten (met haar positie als
+de werkende oorzaak), die op dezelfde wijze als de zuiver physische
+krachten werken en deze zeer versterken. Bij toenemende beschaving
+komt dan de onafgebroken opeenhooping van het voorafgaande, die door
+de grooter wordende kracht der opvoeding in elke generatie gegrift
+wordt, na eerst door de kunst verfraaid, door godsdienst geheiligd,
+door gewoonte wenschelijk gemaakt te zijn; en onveranderlijk van
+beneden af inwerkende, de niet afwijkende druk van economische
+noodzakelijkheid, waarop het geheele samenstel steunt. Dit zijn
+waarlijk zeer sterk wijzigende omstandigheden.
+
+Het proces zou zelfs veel grooter uitwerking hebben en veel
+minder pijnlijk zijn, indien slechts één belangrijke omstandigheid
+ontbrak. Erfelijkheid kent geen Salische wet. Elk meisje erft van haar
+vader een zekere toenemende hoeveelheid menschelijke ontwikkeling,
+menschelijke macht, menschelijke neiging; en evenzoo erft elke jongen
+van zijn moeder een toenemende hoeveelheid geslachts-ontwikkeling,
+geslachts-macht, geslachts-neiging. Het erfelijkheidsproces heeft
+gelijk gemaakt, wat elke strekking van omgeving en opvoeding
+verschillend wilde maken. Dit heeft ons voor het lot van de mot
+beveiligd. Het heeft de vrouw hoog-, en den man laag gehouden. Het
+heeft ijzeren grenspalen geplaatst voor onze pogingen om een ras
+te vormen, waarin de eene sekse een millioen jaren achter de andere
+aankomt. Maar het heeft de smart en moeilijkheid van het menschelijk
+leven verschrikkelijk vergroot,--een moeilijkheid en smart die ons
+reeds lang geleerd moesten hebben dat wij naar valsche begrippen
+leefden. Elke vrouw die geboren wordt, vermenschelijkt door den stroom
+van ras-bekwaamheid door haar vader aangebracht en vervrouwelijkt
+door hare traditioneele positie, moet in haar eigen persoon nog
+eens datzelfde proces van beperking, terugstooting, verloochening,
+doorleven; het smorende "neen" hetwelk al haar menschelijke wenschen
+om te scheppen, te ontdekken, te leeren, te uiten, vooruit te gaan,
+te niet doet. Daarnaast stond voor elke vrouw slechts een en dezelfde
+weg open om zich te uiten en haar doel te bereiken; dezelfde ééne weg
+waarlangs zij alleen tot stand mocht brengen wat zij kon en hebben wat
+zij kon krijgen. Alle andere deuren waren gesloten, deze ééne altijd
+open, terwijl de geheele last der vooruitgaande menschheid op haar
+drukte. Geen wonder dat de jonge Daniël in testamentische taal uitriep:
+"De koning is sterk! wijn is sterk! maar vrouwen zijn sterker!"
+
+Voor den jongen man die het leven intreedt ligt de wereld open. De
+krachten die hij heeft mag hij aanwenden, moet hij aanwenden. Kiest
+hij eerst verkeerd, hij mag nog eens kiezen en nog eens. Is de
+fortuin hem niet gunstig op de eene wijze, dan beproeft hij haar
+op een andere. De aangroeiende, wisselende behoeften der geheele
+menschheid doen een beroep op hem voor alle diensten, waarin hij zich
+kan ontwikkelen. Wat hij wenscht te zijn, daarnaar mag hij streven. Wat
+hij wenscht te hebben, mag hij trachten te verkrijgen. Rijkdom,
+macht, maatschappelijke onderscheiding, eer,--wat hij begeert, kan
+hij beproeven te verkrijgen.
+
+De jonge vrouw die het leven intreedt, staat tegenover dezelfde
+wereld met dezelfde menschelijke gaven en menschelijke wenschen en
+menschelijke eerzucht. Maar alles wat zij kan wenschen te hebben,
+alles wat zij kan wenschen te doen, moet door een enkel kanaal, door
+een enkele keus komen. Rijkdom, macht, maatschappelijke onderscheiding,
+eer,--niet deze alleen, maar een tehuis en geluk, reputatie, gemak
+en pleizier, haar boterham,--alles moet door een kleinen gouden
+ring komen. Dit is een zware last. Deze werd achter haar opgehoopt
+door erfelijkheid, rondom haar voortgezet door omgeving. Zij werd er
+door haar opvoeding langzaam aan gewend, tot dat zij haar toestand is
+gaan beschouwen als den juisten, dien zij met grootere kracht op haar
+dochter over brengt. Is het dan te verwonderen dat vrouwen oversekst
+zijn? Ware het niet dat zij aanhoudend van den meer menschelijken man
+erfden, dan zouden zij inderdaad reeds lang koningin-bijen geworden
+zijn. Maar de dochter van den krijgsman en den zeeman, den artist,
+den uitvinder, den groothandelaar, heeft in elke generatie in lichaam
+en geest haar deel geërfd van zijn ontwikkeling, en is zoodoende iets
+menschelijk gebleven in al haar vrouwelijkheid.
+
+Alle ziekelijke toestanden neigen tot uitsterving. Eén beletsel
+heeft onze onevenredige geslachts-ontwikkeling altijd in den weg
+gestaan,--de nimmer falende hulp der natuur, de dood. Was iets tot
+het uiterste opgevoerd, dan stierf het individu, het gezin stierf uit,
+de heele natie verdween, zooals Sodom en Gomorrha. Waar één functie tot
+onnatuurlijke buitensporigheid is opgevoerd, verzwakken andere functies
+en het organisme verdwijnt. In individueele gevallen is dit ons bekend,
+ten minste, de doctoren weten het. In de geschiedenis der natiën kunnen
+wij er iets van vinden. Elke nieuwe sprong in de geschiedenis kwam
+van jonger rassen, die nader tot de wilde toestanden stonden, nader
+tot de gezonde gelijkheid van de vóór-menschelijke wezens. Perzië was
+ouder dan Griekenland en zijn hoog opgevoerde sexualiteit heeft het
+onvermijdelijk gevolg gehad dat de ras-hoedanigheden verzwakten. Op het
+land, onder boeren-menschen, is er veel minder geslachts-onderscheid
+dan in steden, waar rijkdom de vrouwen in staat stelt om te leven
+in volmaakt niets-doen; zelfs de mannen openbaren daar dezelfde
+bijzonderheid. Het frissche bloed dat stroomt in de steden, komt van
+het land en de lagere volksklasse, maar keert door den invloed van
+de onnatuurlijke geslachts-onderscheiding verzwakt daarheen terug,
+totdat er niets is overgebleven om de natie weder aan te vullen.
+
+De onvermijdelijke neiging van het menschelijk leven is naar hoogere
+beschaving; maar aangezien die beschaving slechts tot één sekse is
+beperkt, vermeerdert het onvermijdelijk geslachts-onderscheiding,
+totdat het toenemende kwaad van deze omstandigheid sterker is dan
+al het goede dat door de beschaving wordt aangebracht en dan daalt
+de natie. Laat men niet vergeten dat beschaving niet bestaat in
+het verkrijgen van weelde. Sociale ontwikkeling is een organische
+ontwikkeling. In een beschaafden Staat leven de burgers in organische
+industrieele verhouding. Hoe vollediger, vrijer, fijner, gemakkelijker
+die verhouding; hoe volmaakter de verdeeling van arbeid en ruil van het
+voortgebrachte, met hunne wederkeerige instellingen,--des te hooger
+is de beschaving. Eten, drinken, slapen, zich warm houden,--deze
+werkzaamheden zijn eigen aan alle dieren, om het even of het dier
+zich te ruste begeeft in een bed van bladeren of een van eiderdons,
+in de zon slaapt en den wind vermijdt of een verwarmd huis bouwt,
+op de loer ligt voor wild of zijn diner bestelt in een hotel. Dit
+zijn slechts individueele dierlijke processen. Of men één ei of een
+millioen eieren legt, of men een kat, een kalf of een baby baart, of
+men zijn kuikens uitbroedt, zijn varkens hoedt, of een kinderkamer
+vol kinderen verzorgt, dit zijn slechts individueele dierlijke
+handelingen. Maar om elkander al meer en ruimer te dienen; alleen
+voor zulk een dienst te leven; bijzondere functiën te ontwikkelen,
+zoodat wij voor ons levensonderhoud afhangen van wat de maatschappij
+kan terug geven voor diensten die geen direct nut voor ons zelf
+opleveren,--dat is beschaving, onze menscheneer, ons ras-kenmerk.
+
+Deze geheele menschelijke vooruitgang is door mannen tot
+stand gebracht. Vrouwen zijn achter, buiten gelaten, omdat zij
+hoegenaamd geen maatschappelijke verhouding hebben, enkel de
+geslachts-verhouding waardoor zij leven. Laat ons niet vergeten dat
+alle teedere familiebanden, banden zijn van bloedverwantschap, van
+geslachtsverwantschap. Een vriend, een kameraad, een deelgenoot,--dat
+is een menschelijke verwant. Vader, moeder, zoon, dochter, zuster,
+broeder, echtgenoot, echtgenoote,--deze zijn geslachts-verwanten. Bloed
+is dikker dan water, zeggen wij. Dat is waar. Maar banden van
+bloed doen de wereld niet ruischen met de onstuimige golven van
+vooruitgaanden godsdienst, kunst, wetenschap, handel, opvoeding
+en alles dat ons tot menschen stempelt. De man is het menschelijk
+wezen. De vrouw is belemmerd, gekortwiekt, omgebracht geworden in
+menschelijken groei; de aanzwellende krachten van ras-ontwikkeling
+werden in elke generatie terug gedreven om in haar alleen door
+geslachts-functiën te werken.
+
+Op deze wijze heeft de sexueel-economische verhouding in onze diersoort
+gewerkt, door ras-ontwikkeling in de eene helft van ons te belemmeren
+en geslachts-ontwikkeling in beide helften te verhoogen.
+
+
+
+
+
+
+
+V
+
+
+De feiten in de vorige hoofdstukken genoemd zijn bekend en niet
+te loochenen, de redeneering is logisch. Toch verzet het verstand
+zich met geweld tegen de gevolgtrekkingen die het gedwongen wordt
+te aanvaarden en tracht steun te vinden in de gewone omstandigheden
+van het dagelijksch leven. Wij vluchten van het opdoemende spook van
+het over-sekste wijfje van het geslacht mensch met voldoening terug
+naar goede vrienden en bekenden,--naar mevrouw Smit en naar juffrouw
+Muller,--naar moeders en zusters en dochters, naar verloofden en
+echtgenooten. Wij meenen dat zulk een verschrikkelijke staat van zaken
+niet waar kan zijn zonder dat wij dien zouden hebben opgemerkt. Wij
+probeeren zelfs dezen acrobatischen toer te volbrengen, voor het
+verstand van velen zoo gemakkelijk,--toe te stemmen dat het hiervoor
+gestelde theoretisch waar, maar praktisch onjuist is!
+
+Aan twee eenvoudige wetten van hersenwerking is het toe te schrijven
+dat de menschen moeilijk te overtuigen zijn van de een of andere
+groote algemeene waarheid die henzelf betreft. Eén van deze is aan
+elk brein eigen, aan alle zenuwgewaarwordingen zelfs, en blijde zijn
+wij hier te kunnen constateeren dat dit niets te maken heeft met de
+sexueel-economische verhouding. Het is dit eenvoudig feit, dat wij
+geen notitie nemen van hetgeen wij gewóón zijn te doen. Dit berust
+op de wet van aanpassing, het adaptatie-vermogen; den geregelden,
+onophoudelijken drang, die het organisme aan zijne omgeving passend
+zoekt te maken. Een zenuw die voor den eersten keer door een zekeren
+prikkel getroffen wordt, voelt dezen eersten prikkel veel meer dan den
+honderdsten of duizendsten, zelfs wanneer hij den duizendsten keer
+veel krachtiger was dan den eersten. Indien een prikkel voortdurend
+en regelmatig werkt, dan worden wij er volkomen ongevoelig voor en
+beantwoorden er alleen onder bijzondere omstandigheden aan; zooals
+het tikken van een klok, het geluid van stroomend water of van de
+golven van de zee. Zelfs het ratelen van de spoortreinen wordt niet
+meer opgemerkt door degenen die het dagelijks hooren. Een individu is
+volkomen in staat zich aan de nadeeligste omstandigheden te wennen,
+zonder ze op te merken.
+
+Evenzoo is het mogelijk voor een ras, een natie, een klasse om
+gewend te raken aan de nadeeligste toestanden, zonder ze op te
+merken. Neem, als een individueel voorbeeld, het dragen van corsetten
+door vrouwen. Doe een krachtigen man of eene vrouw die nooit een
+corset droeg er eens een aan, een los corset maar, dan zullen zij
+het steeds onaangenaam voelen drukken. De gezonde spieren van den
+romp verzetten zich tegen zulk een druk, de werking van het geheele
+lichaam wordt in het midden belemmerd, de maag wordt vernauwd,
+het digestie-proces in de war gebracht en het slachtoffer vraagt:
+"Hoe kan men in 's hemelsnaam zoo'n ding dragen?"
+
+Maar de persoon die gewend is een corset te dragen voelt daarvan
+niets. Het bestaat wel, dat is zeker, de feiten zijn er, het lichaam
+wordt niet misleid; maar de zenuwen zijn aan dit onaangenaam gevoel
+gewend geraakt en beantwoorden er niet langer aan. De persoon "voelt
+het niet." Werkelijk wordt de drager zoo aan dit gevoel gewend,
+dat het corset niet kan worden uitgelaten zonder dat hij er last
+van ondervindt. De zware plooien van de das, stropdas en halsdoek,
+zooals de mannen vroeger droegen, de zware paardenharen pruik,
+de stijve hooge kraag van heden, het soort schoenen dat wij dragen,
+het zijn alle volmaakt bekende voorbeelden van de kracht der gewoonte
+bij het individu.
+
+Dit is eveneens waar voor de gewoonten van een ras. Dat een koning
+moest regeeren, eenvoudig omdat hij geboren was, werd duizenden
+jaren als van zelf sprekend beschouwd. Dat de oudste zoon de titels
+en landgoederen moest erven, was een zelfde verschijnsel, evenmin in
+twijfel getrokken. Dat een schuldenaar in de gevangenis moest worden
+gezet en zoodoende heelemaal verhinderd werd om zijn schulden te
+betalen, was de wet. Zoo'n schandelijk kwaad als kettingslavernij
+was een onaangetaste maatschappelijke instelling uit de vroegste
+geschiedenis tot op onze dagen, onder de meest beschaafde natiën
+van de wereld. Zelfs Jezus merkte haar niet op. De afschuwelijke
+onrechtvaardigheid van de Christelijke kerk tegenover de Joden heeft
+vele eeuwen lang niemands aandacht getrokken. Dat de slaaf met den
+grond verkocht werd en de meester zich dien toeeigende, was in de
+middeleeuwen een van de grondslagen der maatschappij.
+
+Men gewent op den duur zoowel aan sociale als aan individueele
+toestanden en dan worden zij niet meer opgemerkt. Dat is de reden
+waarom het zooveel gemakkelijker is de gebruiken van andere personen
+en van andere natiën te kritiseeren dan onze eigen. Het is tevens
+de reden waarom wij zoo gemakkelijk de aanvallen der kritiek kwalijk
+nemen en er de juistheid van ontkennen. Het is geen gevolg van eenige
+onrechtvaardigheid aan de eene zijde of onoprechtheid aan de andere,
+maar alleen een eenvoudige en nuttige natuurwet. De Engelschman die
+in Amerika komt, wordt in hooge mate getroffen door de politieke
+verdorvenheid aldaar en met den ernstigen wensch zijn broeder te
+helpen, brengt hij hem dat onder 't oog. Wat in zijn eigen land
+gebeurt ziet hij niet, omdat hij daaraan gewend raakte. De Amerikaan
+in Engeland vindt ook wel iets waartegen hij bezwaar heeft en vergeet
+dan ook niet om in gedachten vergelijkingen te maken met wat hij in
+eigen land zag.
+
+Wanneer een toestand onder ons bestaat, die reeds aanving in die
+vroege tijden waarvan de overlevering zelfs niet spreekt, die in
+wisselenden graad bij elk volk op aarde aangetroffen wordt en die reeds
+bij de geboorte op het individu begint in te werken, dan zou het een
+wonder zijn dat alle begrip te boven gaat, indien menschen dien zouden
+opmerken. De sexueel-economische verhouding is zulk een toestand. Zij
+begon in de vroegste oudheid. Zij bestaat bij alle volken. Elke jongen
+en elk meisje is er in geboren, in opgevoed en moet er in leven. De
+vooruitgang der wereld in zaken als deze wordt verkregen door een
+langzaam en pijnlijk proces, maar een dat tot een goed einde leidt.
+
+In den loop der maatschappelijke evolutie zijn er ontwikkelde
+individuen geweest, wier lichaamsgesteldheid niet passend kon worden
+gemaakt aan de bestaande toestanden, maar die organisch voor meer
+geavanceerde toestanden geschikt waren. Deze geavanceerde individuen
+reageeren in scherp en pijnlijk bewustzijn op de bestaande toestanden,
+en wat zij met hun helderziendheid opmerken, verkondigen zij luide. De
+geschiedenis der religieuse, politieke en sociale hervorming is vol
+van bekende voorbeelden hiervan. De ketter, de hervormer, de agitator
+voelt wat zijns gelijken niet voelen, ziet wat dezen niet zien, en
+natuurlijk, zegt wat zij niet zeggen. De groote massa van het volk
+houdt niet van het luid geschreeuw van deze onrustige geesten. In
+vroegere eeuwen werden zij eenvoudig ter dood veroordeeld. Vooruitgang
+was langzaam en moeilijk in die dagen. Maar dit geweldig proces van
+uit-den-weg-ruimen ontwikkelde het soort van vooruitstrevende personen,
+die als martelaren bekend zijn, en deze merkwaardige sociologische wet
+openbaarde zich, dat de sterkte van een stroom van sociale kracht wordt
+vergroot door de opoffering van individuen, die bereid zijn voor de
+zaak te strijden en te sterven. "Het bloed der martelaren is het zaad
+der kerk." Dit is tegenwoordig zoo algemeen bekend, ofschoon nog niet
+geformuleerd, dat de machthebbers aarzelen om te vervolgen, uit vrees
+dat zij ongewenschte ketterij in de hand werken. Men heeft bevonden dat
+een staatkunde van "vrije discussie" de meeste van de aanhoudende duwen
+en uitvallen van deze bewogen krachten doet voorbijgaan en tot een
+meer ordelijke uitwerking leidt. Onze groote anti-slavernij-beweging,
+de heldhaftige pogingen van de strijdsters voor "vrouwenrechten",
+zijn nieuwe en krachtige bewijzen van deze waarneembare feiten: dat
+de massa van het volk bestaande toestanden niet opmerkt en dat zij
+niet veel houdt van hen die het wel doen. Dit is een van de voorname
+redenen waarom de sexueel-economische verhouding onopgemerkt onder ons
+heerscht en waarom eenige bespreking er van velen zoo onaangenaam is.
+
+De andere wet van hersenwerking waardoor wij de algemeene waarheid
+niet zien is deze: het is gemakkelijker te personaliseeren dan
+te generaliseeren. Dit moet in de eerste plaats aan de wetten van
+verstands-ontwikkeling toegeschreven worden, doch wordt belangrijk
+versterkt door het verband met het hiervoren behandelde. De macht
+om op te merken en een persoonlijken indruk te onthouden bewijst
+een lageren graad van ontwikkeling, dan de macht om indrukken te
+klassificeeren en te ordenen en er algemeene gevolgtrekkingen uit
+te maken. Er zijn wilden die zeggen kunnen "heet vuur", "heete
+steen", "heet water", maar die niet zeggen kunnen "hitte"; dat
+kunnen zij niet denken. Evenzoo kunnen zij zeggen "goed mensch",
+"goed mes", "goed vleesch", maar zij kunnen niet zeggen "goedheid",
+omdat zij zich die niet denken kunnen. Zij hebben bepaalde
+voorbeelden opgemerkt, maar zijn niet in staat ze te ordenen, ze te
+generaliseeren. Eveneens worden in ons dagelijksch leven individueele
+voorbeelden van onrechtvaardigheid of wreedheid opgemerkt, lang
+voor dat de volksgeest in staat is te zien dat zij een gevolg zijn
+van een toestand en dat eerst de toestand veranderd moet worden,
+vóór dat de gevolgen verwijderd kunnen worden. Een slechte priester,
+een slechte koning, een slechte meester, waren reeds opgemerkt en
+scherp veroordeeld, lang voor men begon in te zien dat de monarchale
+toestand of de toestand der slavernij slechte vruchten moest dragen
+en, indien die vruchten ons niet smaakten, wij beter deden den boom te
+veranderen. Ieder slavenhouder zou toestemmen dat er onder de meesters
+voorbeelden waren van wreedheid, luiheid, trots, en onder de slaven
+voorbeelden van bedrog, vadsigheid, oneerlijkheid. De slavenhouder
+zag evenwel niet dat, gegeven de verhouding van kettingslavernij, dit
+onvermijdelijk deze gebreken moest voortbrengen en ook voortbracht,
+ondanks alle pogingen van het individu om ze te bestrijden. Het is
+gemakkelijk een individueel voorbeeld te zien. Het is moeilijker en
+vereischt een grooter verstands-ontwikkeling de algemeene oorzaak te
+zien. Wij, als een ras, hebben reeds lang den graad van algemeene
+ontwikkeling bereikt, die ons in staat moest stellen, breeder en
+wijzer over sociale vraagstukken te oordeelen; maar hier vertoont
+zich het ontaardings-effect van de sexueel-economische verhouding.
+
+De geslachts-verhouding is sterk persoonlijk. Al de functiën en
+verhoudingen die daaruit voortvloeien zijn sterk persoonlijk. De
+geest van "ik en mijn vrouw, mijn zoon Jan en zijn vrouw, wij
+met ons vieren en niet meer", is de natuurlijke uiting van deze
+levensphase. Door de halve wereld tot deze ééne reeks van functiën
+te beperken, maakten wij ze tot absoluut persoonlijke functiën. En
+op den man, die uit de vrouw geboren wordt, door haar in deze zelfde
+atmospheer van geconcentreerde persoonlijkheid wordt groot gebracht,
+en er later een groot deel van zijn leven in doorbrengt, mist dit
+zijn uitwerking niet. Deze toestand leidt er toe om in onzen geest
+het persoonlijke te vergrooten en het algemeene te verkleinen, met de
+ons allen bekende gevolgen. De moeilijkheid om gezondheidswetten in
+te voeren, waar persoonlijk gemak aan de algemeene veiligheid moet
+opgeofferd worden, de grootte van het persoonlijk bezwaar tegenover
+het algemeen belang, de noodzakelijkheid van "alles tehuisgebracht
+te moeten hebben", welke elken stap van openbaren vooruitgang in den
+weg staat en ons boos antwoord wanneer het "ons tehuisgebracht is",
+zijn bekende waarheden. Voor zoover een vergelijking mogelijk is,
+zijn vrouwen in dezen zin persoonlijker dan mannen, meer persoonlijk
+gevoelig, minder bereid om "in 't gelid te staan" en "mee te keeren",
+minder in staat om in te zien waarom eene algemeene beperking juist is,
+wanneer die haar of haar kinderen raakt. Dit is natuurlijk genoeg,
+onvermijdelijk genoeg en wordt hier dan ook alleen aangehaald,
+omdat het voor een deel verklaart, waarom de menschen de algemeene
+feiten van onzen overseksten toestand niet zien. Toch zijn zij overal
+duidelijk zichtbaar en niet alleen duidelijk zichtbaar, maar zij doen
+pijnlijk aan. Wij merken ze niet op, omdat wij er aan gewend zijn,
+of worden wij gedwongen ze op te merken, dan schrijven wij de pijn die
+wij ondervinden toe aan het slechte gedrag van een of ander individu
+en denken er nooit aan dat ze een gevolg zijn van een toestand die
+ons allen eigen is.
+
+Indien wij onder ons een toestand hebben als gezegd is--een staat van
+ziekelijke en overdreven geslachtsontwikkeling,--dan moet zich die
+natuurlijk dagelijks op duizenden wijzen openbaren. De gedachtelooze,
+die van zulk een openbaring niets heeft opgemerkt, besluit dat er
+niets van dien aard bestaat en ontkent alzoo den hier besproken
+toestand; zegt dat het heel waar klinkt, maar dat hij er nergens een
+bewijs van gevonden heeft! Nu bedenke men wel dat, indien zulk een
+bewijs bestaat, dit in het gewone leven natuurlijk het gevolg zou
+zijn van een abnormaal geslachts-kenmerk; het kwaad zoo algemeen en
+voortdurend zou voorkomen, dat het onopgemerkt bleef. Wanneer onze
+aandacht er dan op gevestigd wordt, zien wij het alleen als iets van
+persoonlijken aard. Laat ons ondanks deze hindernissen zien, of de
+zichtbare gevolgen onder ons niet zoo zijn als uit zulk een oorzaak
+moet volgen en laat ons ze voornamelijk zoeken in de verschijnselen
+van het dagelijksche leven, zooals wij het kennen, en niet in de
+dieper liggende sexueele en sociale gevolgen.
+
+Een concreet voorbeeld, algemeen bekend en met ongeloofelijk slechte
+gevolgen, is het gedrag der moeder tegenover haar kinderen ten
+opzichte van de geslachts-verhouding. Op weinig uitzonderingen na,
+geeft de moeder haar dochter geen waarschuwing voor of inlichting
+omtrent hetgeen het leven voor haar inhoudt en laat zoo onschuld
+en onwetendheid oorzaak worden van eeuwigdurende ziekte, zonde en
+smart, vele generaties door. Een normaal moederschap behoedt zijn
+jongen wijs en waarachtig voor gevaar. Een abnormaal moederschap,
+overbang en minder wijs, vertelt het kind niets van zijn leed en
+levert het ongewapend aan het ergste kwaad over. Millioenen en
+millioenen weten dit. Maar slechts sedert kort denken wij er aan
+het openlijk te bespreken. Wij zien echter nog niet dat het niet
+de fout is van de individueele moeder, maar van haar economischen
+staat. Onze abnormale geslachtsontwikkeling is oorzaak dat deze
+geheele zaak een soort van misdaad geworden is,--iets wat geheim
+gehouden en ontkend moet worden, iets wat men voorbijgaat zonder
+opmerking of verklaring. Van daar deze dwaze tegenstrijdigheid dat
+moeders zich schamen over het moederschap; dat zij niet in staat zijn
+het te verklaren en,--vergeet dit niet,--haar kinderen voorliegen
+over het ontstaan van leven,--moeders die liegen tegen haar eigen
+kinderen over het moederschap!
+
+De drang waaronder dit geschiedt is een economische. Het meisje
+moet trouwen, hoe zou zij anders leven? De toekomstige echtgenoot
+geeft de voorkeur aan een meisje dat niets weet. Hij is de markt, de
+vraag. Zij is het aanbod. En met de beste bedoelingen dient de moeder
+het economisch voordeel van het kind, door haar voor de markt geschikt
+te maken. Dit is een uitstekend voorbeeld. Het is bekend. Het getuigt
+van de slechte verhouding. Het is geheel uit onze sexueel-economische
+verhouding te verklaren.
+
+Een ander voorbeeld van zoo'n grof onrechtvaardig, zoo'n voelbaar,
+zoo'n algemeen kwaad, dat het zelfs nu en dan met eenig protest
+ons slaperig geweten heeft doen ontwaken is dit: dat men de vrouw
+dwingt te huwen. Zooals reeds werd opgemerkt is voor het jonge
+meisje het huwelijk de eenige weg tot fortuin, tot het leven. Zij
+werd geboren in hooge mate aangelegd als vrouw, zij werd zorgvuldig
+opgevoed en geoefend om op alle wijzen haar geslachts-beperkingen
+en geslachts-voordeelen te realiseeren. Wat zij zelfs als kind kan
+verkrijgen wordt voor een groot deel veroverd door vrouwelijke trekjes
+en bekoorlijkheden. Haar lectuur, zoowel geschiedenis als romans,
+schetst de positie der vrouwen evenzoo, terwijl de dichter en novellist
+haar meer bepaald op den voorgrond brengen. Schilderkunst, muziek,
+tooneelspeelkunst, maatschappij, alles vertelt haar dat zij is "zij"
+en dat alles er van afhangt met wien zij trouwt. Waar jongens plannen
+maken wat zij zullen worden en verkrijgen, daar maken meisjes plannen
+wie zij zullen worden en verkrijgen. Kleine Ellie in haar zwanennest
+tusschen het riet is een bekende illustratie. Zij maakt haar plannen
+voor den minnaar op het bruine strijdros. Het is Lancelot die door
+het struikgewas rijdt om de Prinses van haar weefstoel te halen:
+"hij", is de komende wereld.
+
+Met vooruitzichten als deze; met een lichaamsgestel dat voor dit
+doel speciaal ontwikkeld wordt; met een opvoeding die het natuurlijk
+instinkt nog versterkt door voorschrift en voorbeeld, door wijsheid en
+deugd; met een maatschappelijke omgeving die er geheel op ingericht is
+om het meisje een kans te geven om te zien en gezien te worden en haar
+"gelegenheid" te verschaffen; en met den geheelen druk van persoonlijk
+voordeel en eigen-belang gevoegd bij geslachts-instinkt,--kon men
+logisch verwachten in een maatschappij te leven, vol van wanhopige
+en begeerige mannenjaagsters, zonder dat iemand er aanstoot aan nam.
+
+Toch is dit niet het geval! Het huwelijk is het eigen gebied der vrouw,
+haar heilig aangewezen plaats, haar natuurlijke bestemming. Zij
+wordt er voor geboren; zij wordt er voor opgevoed, zij wordt
+er voor tentoongesteld. Meer nog, het is haar middel voor een
+eerlijk levensbestaan en om vooruit te komen. Maar--zij mag zelfs
+niet kijken alsof zij het wenscht. Zij mag er haar hand niet voor
+omdraaien. Zij moet lijdelijk zitten wachten, zelfs wanneer haar
+lentejaren voorbijgaan en haar "kansen" met elk jaar verminderen. Denk
+eens aan den zielsangst van een fijngevoelig zenuwachtig organisme,
+zoo sterk naar iets te verlangen, de mogelijkheid om het te krijgen
+elk jaar minder en minder te zien worden en dan ook niet één stap
+te mogen doen om het te bemachtigen. Dit moet zij met waardigheid en
+lieftalligheid tot het einde toe volhouden.
+
+Tot welk einde? Zoo zij er niet in slaagt gekozen te worden, dan
+wordt zij op het einde een ding van medelijdende geringschatting, een
+menschelijk wezen zonder plaats in het leven, behalve misschien als
+een aanhangsel, een afhankelijke van meer gefortuneerde familieleden,
+een oude vrijster. De openlijke geringschatting en bespotting waarmede
+ongehuwde vrouwen gewoon zijn behandeld te worden, vermindert elk jaar,
+naarmate zij in economische onafhankelijkheid vooruitgaan. Maar
+het is nog niet zoo lang geleden dat het bekende spreekwoord
+"oude vrijsters zijn vaatjes zuur bier" algemeen in gebruik was;
+dat afgewezen minnaars heengingen met het dreigend argument "dat zij
+wel eens de laatste vrager konden zijn"; dat de hopelooze juffer in
+het bosch bad om een man, en toen de uil vroeg: "Wie? wie?" riep:
+"Iemand, goede God!" Er bestaat nog steeds een vroolijk liedje,
+dat vertelt van de "Drie oude vrijsters van Lynn": "toen zij kenden
+wilden zij niet en toen zij wilden konden zij niet."
+
+De wreede en absurde onrechtvaardigheid om het meisje te laken, omdat
+zij niet bemachtigen kon, wat zij niet mocht trachten te verkrijgen,
+schijnt onverklaarbaar; maar het wordt verklaarbaar zoodra wij het
+beschouwen in verband met de sexueel-economische verhouding. Ofschoon
+het huwelijk een middel is tot levensonderhoud, is het toch geen
+eerbaar beroep, waarbij men zijn werk zonder schaamte kan aanbieden;
+maar een verhouding, waarbij het onderhoud dadelijk en gedwongen door
+de wet wordt verstrekt ter vergelding van de functioneele diensten der
+vrouw, "de plichten van vrouw en moeder." Daarom kan geen eerbare vrouw
+er om vragen. Het komt niet alleen doordat het natuurlijk vrouwelijk
+instinkt zich wil terughouden en dat van den man zich wil opdringen,
+maar omdat het huwelijk beteekent onderhoud, en een vrouw een man niet
+kan vragen om haar te onderhouden. Het is een economische bedelarij
+zoo wel als een valsche houding uit een geslachtelijk oogpunt.
+
+Let eens op de vernuftige wreedheid van de regeling. Het is even
+menschelijk natuurlijk voor een vrouw om rijkdom te begeeren als voor
+een man. Maar waar haar rijkdom moet komen door hetzelfde kanaal
+als haar liefde, mag zij er wegens haar geslachts-aard en wegens
+beroeps-eer niet om vragen. Van daar de millioenen mislukte huwelijken
+met "Iemand, goede God!" Vandaar de millioenen gebroken harten die het
+geheele leven moesten laten voorbijgaan, niet in staat zelfs om een
+poging te doen het te doen stil staan. Van daar de vele oude tantes,
+oude zusters en dochters, alleen loopende vrouwen overal, die een last
+zijn voor hare mannelijke familiebetrekkingen en voor de maatschappij
+tevens. Dit wordt nu gelukkig beter, doch het verandert alleen door de
+vordering in economische onafhankelijkheid der vrouwen. Een "ongehuwde
+vrouw" is thans heel iets anders dan een "oude vrijster".
+
+Zie hier de verklaring van de Andromeda-figuur der jonge vouw die
+misschien-had-kunnen-trouwen, en voor de bespotting en het verwijt
+waaraan zij bloot staat. Zoolang de vrouwen alleen als geslachts-wezens
+beschouwd worden, zelfs door de vrouwen onderling; zoolang nog alles
+gedaan wordt om de macht van geslachts-attractie te vergrooten; zoolang
+zij hoofdzakelijk op dien grond huwbaar bevonden worden, tenzij er
+een "fortuin" naast haar bekoorlijkheden geplaatst wordt; zóólang zal
+niet-getrouwd-zijn beschouwd worden als gemis aan attractie, gemis aan
+geslachts-waarde. Zoolang zij geen andere waarde hebben, dan alleen
+om ondergeschikt huiswerk te doen, zijn zij heel natuurlijk weinig in
+tel. Voor wat deugt zoo'n schepsel, dat het doel waarvoor het geboren
+is gemist heeft? Zoo'n geslachtloos ding ondervindt de geringschatting
+van man en vrouw tegelijk; het is een menschelijk misbaksel.
+
+Om die reden is het niet vreemd, ofschoon het even juist als treurig
+is, dat in het leven der vrouwen dit lange hoofdstuk van geduldig,
+stil, bitter lijden voorkomt, en evenmin is het vreemd de publieke
+opinie duidelijk en bestendig te zien veranderen, naar mate de vrouwen
+ook andere hoedanigheden ontwikkelen buiten en behalve die betreffende
+het geslachtsleven. Nu zij zoowel mensch is als vrouw, een economische
+positie in de maatschappij bekleedt, wordt zij verwelkomd en aangenomen
+als een menschelijk wezen en behoeft niet meer te trouwen met den
+eersten den besten man voor haar boterham. De reactie in dezen is zelfs
+zoo sterk, dat er heden een kleine groep vrouwen is die niet verkiezen
+te trouwen, omdat zij, "haar onafhankelijkheid", haar pas-geboren,
+zwaar-verdiende, duur-gekochte onafhankelijkheid niet willen prijs
+geven. Dat eenig levende vrouw haar onafhankelijkheid verkiest boven
+een tehuis en een man, boven liefde en moederschap, werpt een schel
+licht op hetgeen vrouwen vroeger moeten hebben geleden door gemis
+aan vrijheid.
+
+Dat deze neiging algemeen zal worden behoeft men evenwel niet te
+vreezen. Zij is een zuivere reactie, die zeer natuurlijk is. Zij zal
+even natuurlijk verdwijnen als de vrouwen meer en meer onafhankelijk
+worden, wanneer het huwelijk niet meer de vrijheid kost. Dat men
+vreest dat vrouwen in het algemeen, eens geheel onafhankelijk, niet
+zullen trouwen, bewijst hoe goed het bekend was dat afhankelijkheid
+alleen de vrouwen dwong tot een huwelijk, zooals dit was. Noch lokaas,
+noch straf zal er noodig zijn om de vrouwen te dwingen tot een waar
+huwelijk met onafhankelijkheid.
+
+Het is zeer interessant langs dezen weg den voortdurenden strijd op
+te merken tusschen natuurlijk instinkt en natuurwet, tusschen sociale
+gewoonten en sociale wetten, ons geheel opwaarts leven door. Met de
+natuurlijke functiën en het geslachts-instinkt beginnende, vervult
+de vrouw die haar hooge positie als kiezende uit de beste onder de
+wedijverende mannen hoog houdt, de schoone taak om het ras door een
+goed huwelijk te verbeteren. Het gevoel waardoor dit tot stand komt,
+wordt fijner naarmate wij beschaafder worden en ontwikkelt zich in die
+breede, diepe, ware, duurzame liefde, welke het hoogste goed is voor
+elk individu. Dezen stroom volgende, hebben wij altijd "ware liefde"
+vereerd en bewonderd, en van de vroegste tijden af vloeiden de romans
+over van lof voor de prinses die haar page of haar gevangene huwde,
+de teeltkeus in de vrouw vereerende, die den "rechten man" om bestwil
+koos. Hier tegen in druischt een sterke stroom van tegenovergestelde
+richting, die uitloopt in "het conventioneele huwelijk", iets wat
+de wereld altijd innerlijk gehaat heeft. De jonge Lochinvar is voor
+niets geen eeuwigdurende held. Het gepersonifieerde type van een
+groote sociale waarheid kan zeker zijn van een lang leven. De arme
+jonge held, mooi, moedig, goed, maar omringd van moeilijkheden, wordt
+altijd geplaatst tegenover den slechten man met rijkdom en macht. De
+vrouw weifelt dan tusschen die twee en tegen het einde wint de arme
+held het. Dat hij dan ten slotte met rijkdom en eer overladen wordt,
+beteekent niets anders, dan onze erkenning dat hij het meest waard
+is. Dit is beter dan een zonnemythe. Het is een rasmythe, die waar
+is als waarheid.
+
+Het bestaat zoo nog in het hedendaagsche leven, maar eindeloos bewerkt
+en door overvloedige bijzonderheden verzwakt, zooals de aard van het
+leven het nu medebrengt. Het meisje dat den ouden rijken man huwt of
+den adellijken losbol, wordt door de publieke opinie veroordeeld;
+het meisje dat den armen jongen man huwt en haar best doet om hem
+door het leven te helpen, wordt geprezen door denzelfden grooten
+scheidsrechter. Maar waarom zouden wij het meisje verwijten dat zij
+haar roeping najaagt? Zoolang het huwelijk haar eenige weg is om geld
+te verdienen, waarom mag zij dan niet trachten langs dien weg geld te
+verkrijgen? Waarom wordt het gewicht van het geheele eigen-belang
+bij de practische uitvoering zoo krachtig geslingerd tegen het
+geslachts-belang van individu en ras? Het gekochte huwelijk is een
+volkomen natuurlijke consequentie van de economische afhankelijkheid
+der vrouw.
+
+Neem aan den anderen kant eens het gevolg van deze afhankelijkheid
+waar op de mannen. Wanneer het overdreven geslachts-kenmerk en
+de economische afhankelijkheid der vrouwen toeneemt, dan neemt
+tegelijkertijd de kans om te huwen af en de moeilijkheid van het
+huwelijk toe; het huwelijk wordt dan uitgesteld en vermeden, wat
+voor beide geslachten en voor de maatschappij tevens een direct
+nadeel is. In eenvoudiger verhoudingen op het land, waar vrouwen een
+persoonlijke waarde in de economische verhouding vertegenwoordigen,
+even goed als een vrouwelijke waarde in de geslachts-verhouding, is een
+vroeg huwelijk een voordeel. De jonge boer krijgt een voordeelige meid
+als hij trouwt. De jonge handelsman krijgt niets van dien aard,--een
+aardig meisje, een mooi vrouwtje, gereed voor het huwelijk en het
+moederschap, zoo lang haar gezondheid het toelaat,--maar hoegenaamd
+geen economische waarde hebbende. Zij is alleen een verbruikster, en
+hij moet wachten tot hij genoeg verdient, om te kunnen trouwen. Dit
+zijn overal dikwijls voorkomende voorbeelden, ons allen bekend, van
+de tastbare gevolgen van onze sexueel-economische verhouding in het
+gewone leven.
+
+Indien er in het menschelijk leven een kwaad bestaat dat in elk opzicht
+slecht is, dan is het zonder twijfel dat, hetwelk bekend is onder
+den populairen naam van "een noodzakelijk kwaad", en dat bestaat in
+gemengde en tijdelijke geslachts-verhoudingen. Het inherente kwaad in
+deze verhoudingen is een sociologisch kwaad, eer nog dan een wettig of
+zedelijk kwaad. Indien het zedelijkheidsgevoel iets als slecht erkent,
+moet het van den beginne af slecht geweest zijn. Iets is niet slecht
+alleen omdat het zoo genoemd wordt. De slechtheid van dezen vorm van
+geslachts-verhouding in een beschaafde maatschappij rust stevig op
+natuurwetten. Met de steeds verbeterde middelen om de soort voort te
+planten ontwikkelde zich tevens een langere periode van kindsheid. Deze
+langere periode van kindsheid vereischte langere zorg en overeenkomstig
+daarmede kwam men tot het inzicht dat de beste zorg gedurende dezen
+tijd door beide ouders werd gegeven. Dit gaf aanleiding tot eene
+duurzamere paring. En de duurzamere paring bond de ouders te zamen door
+gezamenlijke belangen en plichten, ontwikkelde in hen door het gebruik
+hooger geestelijke hoedanigheden, en door overerving gingen deze op
+de kinderen over. Daarom heeft de maatschappij het recht om van de
+haar samenstellende individuen de deugd der kuischheid, de heiligheid
+van het huwelijk te eischen. De maatschappij heeft hierop volkomen
+recht, want de sociale evolutie is een even natuurlijk proces als de
+individueele evolutie, en de bestendige bond der ouders is gebleken
+een voordeel voor de maatschappij te zijn. Maar de sociale evolutie,
+diep, onbewust, langzaam en de zelfbewuste, over-sekste leden der
+maatschappij zijn twee verschillende zaken.
+
+De natuurwetten hebben er krachtig toe medegewerkt in het menschelijk
+ras zuivere, langdurige, monogame huwelijken te ontwikkelen. Maar
+onze bijzondere regeling om het eene geslacht door het andere te
+laten voeden, heeft getracht geheel iets anders tot stand te brengen
+en is daarin geslaagd. In geen andere diersoort is het vrouwtje
+economisch afhankelijk van het mannetje. In geen andere diersoort is
+de geslachts-gemeenschap te koop, een overeenkomst. Waar aan de eene
+zijde elke levensomstandigheid neigt om in de vrouw het geslacht te
+doen uitkomen, om de macht en den wensch naar economische productie
+en ruil te vernietigen en de eeuwenoude gewoonte te ontwikkelen alle
+aardsche goederen in een mannenhand te zoeken en daarvoor slechts één
+ding terug te geven; waar aan de andere zijde de man buitensporige
+geslachts-drift erft en nimmer voor het toegeven daaraan berispt wordt,
+en waar hij ook de eeuwenoude gewoonte ontwikkelt om alles wat hij
+wenscht van vrouwen te nemen, voor wier hulpelooze berusting hij een
+economische belooning teruggeeft, wat moest daarvan het natuurlijk
+gevolg zijn? Immers juist wat gevolgd is. Wij leven in een wereld
+van wetten en de menschheid maakt daarop geen uitzondering. Wij
+hebben een zeker percentage vrouwen voortgebracht met geëvenredigde
+geslachts-drift en buitensporige begeerte naar stoffelijk voordeel. Wij
+hebben een zeker percentage mannen voortgebracht met buitensporige
+geslachts-drift en een grootmoedige bereidwilligheid om voor hun
+geslachts-bevrediging te betalen. Aangezien het percentage van
+zulke mannen grooter is dan dat van zulke vrouwen, hebben wij zeer
+slechte methoden uitgedacht om aan de vraag te voldoen. Het gezonde
+deel der maatschappij wist altijd wel dat die methoden slecht waren,
+slecht in de gevolgen voor het ras, de bron van al het kwaad. In deze
+mannenwereld is het heel begrijpelijk dat de vrouw alleen de schuld
+kreeg van hun wederzijdsch misdrijf. Daarvoor bestaat ook wel een
+reden. Hoe slecht de man ook is, hij zoekt alleen een bevrediging die
+natuurlijk is in soort, ofschoon abnormaal in graad. De vrouw doet
+dit in sommige gevallen ook, maar in de meeste gevallen toont zij
+het scheeve der verhouding door het voor geld te doen, een physisch
+bedrog, een zonde tegen de natuur.
+
+Het zuiver instinkt komt in opstand tegen een broodwinning door gebruik
+der geslachtsfunctiën. Maar waarom zijn wij er dan tevreden mede,
+zoodra zij geschiedt in het huwelijk? Wettig en godsdienstig kunnen
+wij zeggen dat zij juist is, maar de daaruit voortvloeiende gevolgen
+voor de betrokken paren en voor de maatschappij in haar geheel,
+zijn slecht. De physische en psychische gevolgen zijn verkeerd,
+ofschoon gewijzigd door onze meening dat zij goed zijn. De physische
+en psychische gevolgen van de prostitutie waren ook verkeerd, toen de
+jonge Babylonische meisjes door zich te prostitueeren hun bruidschat
+verdienden in den tempel van Bela en meenden dat zij daaraan geen
+kwaad deden. Het zedelijk karakter van een daad die wij doen,
+verandert in ons bewustzijn door hetgeen wij denken en gevoelen,
+maar de daaruit voortspruitende gevolgen blijven dezelfde. De
+economische afhankelijkheid van vrouwen van de geslachts-verhouding
+rechtvaardigen wij en keuren wij goed in het huwelijk. Buiten het
+huwelijk veroordeelen wij haar zonder voorbehoud. Wij volgen met onze
+verachting en beschuldigingen tot zelfs aan de huwelijkspoort--de
+verkochte bruid, maar van de verkochte vrouw, die de zakken van haar
+man 's nachts ledigt, denken wij geen kwaad. Het huwelijk maakt alles
+heilig, zeggen wij; liefde moet er mede gepaard gaan.
+
+Liefde ging echter nog nimmer met eigenbelang samen. De grootste
+tegenstrijdigheid bestaat tusschen deze beide; zij zijn lijnrecht
+tegenovergestelde krachten. In het schoone evolutie-proces vinden
+wij voortdurend oppositie tusschen het instinkt en het proces van
+zelf-behoud en tusschen het instinkt en het proces van ras-behoud. Van
+die beginnende vormen, waar nieuw leven dood ten gevolge heeft,
+zooals in de bloeiende aloë of bij de ééndaagsche meivlieg, tot op de
+hoogste glorie van zelf-opofferende liefde, werken deze twee machten
+elkander tegen. Wij hebben ze te zamen gebonden. Wij hebben de vrouw,
+de moeder,--de ware bron van opoffering door liefde,--er toe gebracht
+om winst te maken uit liefde, een afzichtelijke paradox. Het is geen
+wonder dat ons dagelijksch leven van in 't oogloopende gebreken
+door dezen onnatuurlijken stand van zaken vol is. Geen wonder dat
+de menschen zich met walging afkeeren van het soort vrouwen dat zij
+gemaakt hebben.
+
+
+
+
+
+
+
+VI
+
+
+De eigenaardige vereeniging van functiën welke wij bestudeeren,
+heeft niet alleen een onmiddellijk gevolg op individuen door
+geslachts-handelingen en door de geslachtelijk-beheerschte individuen
+op de maatschappij, maar oefent evenzeer invloed uit op de maatschappij
+door economische handelingen en door de economisch beïnvloede
+maatschappij op het individu.
+
+Door dit vraagstuk uit een economisch oogpunt te beschouwen, wordt
+het tegenwoordig duidelijk dat niet alleen onze eigen gezondheid en
+geluk en het voortplantingsproces er mede gemoeid zijn, maar eveneens
+de algemeene gezondheid en het algemeene geluk en het verloop der
+sociaal economische ontwikkeling. Nu de maatschappij in deze eeuw
+tegenover de ingrijpendste economische vraagstukken geplaatst wordt,
+hebben wij behoefte aan een duidelijk begrip van de factoren die
+daarop inwerken. Deze vraagstukken zijn nagenoeg geheel sociaal,
+meer nog dan physisch en betreffen niet de vraag of een bepaalde
+maatschappij in staat is om genoeg welvaart voort te kunnen brengen
+en te kunnen verdeelen om in haar onderhoud te voorzien, maar
+zij betreffen eenige slecht geregelde inwendige processen, die de
+voortbrenging en verdeeling belemmeren en die zulke ongeregelde en
+ziekelijke uitkomsten van niet-gevoed zijn, slecht-gevoed zijn en
+overvoeding opleveren, dat voortdurend de gezondheid en werkzaamheid
+van het sociale organisme daardoor benadeeld wordt. De moeilijkheid
+voor ons is niet om welvaart uit den grond te halen, maar om die
+elkander afhandig te maken. In de ontwikkeling der sociaal-economische
+verhoudingen doen zich verschijnselen voor, die analoog zijn met die
+welke onze ontwikkeling in de geslachts-verhouding vergezellen.
+
+Toen de maatschappij nog in den primitieven toestand verkeerde en
+het menschelijk dier in zijn oorspronkelijken staat, toen waren de
+economische processen van zuiver individueelen aard. De hoeveelheid
+voedsel die ieder mensch verkreeg stond in rechtstreeksche verhouding
+tot zijn persoonlijke inspanning. Andere menschen waren voor hem
+zuiver ongewenschte mededingers naar dezelfde goederen, en hoe
+geringer hun aantal, hoe meer goederen er voor hem overbleven. Daarom
+doodde hij zooveel van zijn mededingers als mogelijk was. Gegeven
+een zekere hoeveelheid benoodigd voedsel, zooals de eetbare beesten
+of vruchten in een bosch en een zeker aantal individuen, die door
+eigen inspanning dit voedsel bemachtigen moesten, dan volgt daaruit,
+dat hoe grooter het aantal individuen, hoe geringer de hoeveelheid
+voedsel is die door elk van hen verkregen kon worden; en omgekeerd,
+hoe kleiner het aantal individuen, hoe meer voedsel door ieder
+verkregen kon worden. De oorspronkelijke wilde versloeg daarom zijn
+makker op het eerste gezicht op goede economische gronden. Dit is
+de individueele concurrentie tot het uiterste doorgedreven, doch
+volkomen logisch en in haar tijd economisch te rechtvaardigen. Die
+tijd is voor altijd voorbij. De grondslag van het menschelijk leven
+is vereeniging; de organische sociale verhouding; de onderlinge ruil
+van functioneele diensten, waarbij het individu het meeste voordeel
+heeft, is niet inspanning alleen voor eigen goederen, maar de ruil van
+zijn inspanning met de inspanning van anderen voor goederen door hen
+te zamen voortgebracht. Het ligt niet in mijne bedoeling hier eene
+communistische theorie te verdedigen, met gelijke verdeeling der
+voortgebrachte welvaart, maar om een eenvoudige waarheid in sociale
+economie te constateeren, dat rijkdom een maatschappelijk product
+is. Welke meening men ook is toegedaan omtrent de verdeeling der
+goederen, niemand kan loochenen dat de voortbrenging dier goederen,
+de vereenigde werkkracht van vele individuen vereischt. Van de
+eenvoudigste krachtvereeniging die menschen in staat stelt den mammoet
+te overwinnen of den steen te lichten, wat één alleen nooit had kunnen
+volbrengen, tot den fijn uitgesponnen en ingewikkelden onderlingen ruil
+in de verst doorgevoerde verdeeling van arbeid, waardoor het mogelijk
+wordt een modern huis te bouwen, rust de vooruitgang der maatschappij
+op toenemende samenwerking van de verschillende werkkrachten.
+
+De evolutie van het organisch leven volgt een meetkundige reeks;
+cellen vereenigen zich en vormen organen; organen vereenigen
+zich en vormen organismen; organismen vereenigen zich en vormen
+organisatiën. De maatschappij is een organisatie. De maatschappij
+is de vierde macht van de cel. Zij is samengesteld uit individueele
+dieren van het geslacht mensch, die in organische betrekking tot
+elkander staan. In het verloop der sociale evolutie komt de organische
+verhouding tusschen de individuen langzamerhand tot stand en deze
+organische verhouding berust op zuiver economische gronden. In de
+eenvoudigste samenvoeging van de oorspronkelijke cellen was het de
+kracht der economische noodzakelijkheid die hen te zamen dreef en te
+zamen hield. Het was een voordeel voor hen om vereenigd te leven. Die
+het deden bleven bestaan en die het niet deden gingen te niet. Dit
+geschiedde eveneens bij de verschijning der meest samengestelde
+organismen, het was een voordeel voor hen om een complex van leden en
+organen te vormen in ondeelbare verhouding. Een zoo opgebouwd lichaam
+blijft bestaan, terwijl dezelfde massa ongeorganiseerde levensstof
+verdwenen zou zijn. En zoo gaat het letterlijk en precies in een
+samengestelde maatschappij, met al haar nauwkeurige specialiseering
+van individuen in kunsten en ambachten, handel en beroepen. Een zoo
+samengestelde maatschappij blijft bestaan, terwijl hetzelfde aantal
+levende ongeorganiseerde wezens zou verdwijnen. De verdeeling van
+arbeid en de ruil der producten in een maatschappelijk lichaam is
+in wezen identiek met de verdeeling en ruil van functiën in het
+lichaam van het individu. Volgens den geregelden loop der evolutie
+sluit dit proces in zich, dat de individueele inspanning voor het
+individueele welzijn langzamerhand ondergeschikt moet worden aan
+de collectieve inspanning voor het collectief welzijn, niet uit
+een zoogenaamd altruïsme, maar uit economische noodzakelijkheid
+voortspruitende. Het is voor het bestaan der maatschappij even
+noodzakelijk het leven zoo in te richten dat de individueele burgers
+samenwerken voor het sociale welzijn, als het voor het menschelijk
+lichaam noodzakelijk is dat handen en voeten, tanden en oogen, hart en
+longen samenwerken voor het individueel welzijn. De maatschappelijke
+evolutie leidt naar een toenemende verdeeling van functiën en naar
+een toenemende onderlinge afhankelijkheid van de samenstellende leden,
+met een wederkeerige afneming, door onbruikbaarheid, van den eens zoo
+waardevollen individueelen strijd voor het bestaan. Dit is gebaseerd
+zoowel op het individueele voordeel als op dat van de maatschappij.
+
+Doch wanneer wij dit ontwikkelingsproces bestudeeren en met bewondering
+de progressieve veranderingen in de menschelijke verhouding opmerken,
+de nieuwe functiën, de uitgestrekte structuur, het toenemende gevoel
+voor de medeburgers met hunne talrijke gelegenheden voor pleizier
+en gezonde gevoeligheid voor pijn, dan worden wij getroffen door
+de zichtbare aanwezigheid van de een of andere tegenwerkende
+macht, die de normale ontwikkeling belemmert en de nadeeligste
+uitkomsten oplevert. Even als wij in onzen geregelden voortgang in
+geslachts-ontwikkeling belemmerd worden door verouderde impulsiën,
+die door valsche toestanden kunstmatig gehandhaafd worden, evenzoo zien
+wij in onzen geregelden voortgang in sociaal-economische ontwikkeling
+dit zelfde dwaze bestaan blijven van rudimentaire aandriften, die
+wij reeds lang gemakkelijk te boven hadden moeten zijn. Het is nu
+niet meer voordeelig voor iemand om te strijden voor eigen voordeel
+ten koste van anderen: zijn voordeel vereischt nu de gecoördineerde
+inspanningen van die anderen; toch blijft hij zoo voortstrijden.
+
+In dit gebrek om overeenstemming te brengen tusschen de individueele en
+maatschappelijke belangen, liggen onze economische moeilijkheden. Dit
+kan men zien in fabrieken van bereide voedingsmiddelen. Dit werk
+kan onmogelijk door een enkel persoon gedaan worden, terwijl
+het in samenwerking zeer voordeelig is voor het individu;--een
+geheel natuurlijk economisch proces, voordeelig in verhouding tot de
+hoeveelheid en hoedanigheid van het bereide voedsel. Wij vinden echter
+steeds dat de producten van dezen arbeid verdund en vervalscht worden,
+ten nadeele van de maatschappij en ten voordeele van een enkel persoon,
+den fabrikant. Het is alsof een van de organen van ons lichaam,--de
+lever bijvoorbeeld,--haar aandeel in de afscheiding opzettelijk zou
+verzwakken of vergiftigen, opdat door minder te geven er meer voor
+haar kon overblijven en zij groot en vet kon worden. Een orgaan kan
+zoo iets doen, doet het zoo nu en dan, maar dat is een ziekelijke
+werking, die ziekte veroorzaakt. Het lichaam wordt dan benadeeld,
+verzwakt, verwoest en daardoor gaat ten slotte het orgaan ook te
+gronde. Het is een valsch begrip van voordeel, en de valschheid ligt
+in de niet-erkenning van de ware verhouding tusschen individueele en
+sociale belangen. Dit niet-erkennen of ten minste handelen alsof wij
+de sociale belangen niet kenden, door de individueele belangen meer
+te doen gelden, is de aanleidende oorzaak van onzen economischen
+tegenspoed. Daar de maatschappij uit individuen is samengesteld,
+moeten wij hun onze aandacht wijden om de oorzaak van deze ziekelijke
+maatschappelijke processen op te sporen, en aangezien de individuen
+handelen onder den druk van omstandigheden, moeten wij zien welke
+omstandigheden op de individuen invloed uitoefenen om die werking
+te veroorzaken.
+
+In het algemeen ontwikkelen zich de menschen onder maatschappelijke
+wetten in goede richting, maar de een of andere geheimzinnige oorzaak
+schijnt hen telkens in een verkeerde richting te sturen. In de
+sexueel-economische verhouding ligt deze geheimzinnige oorzaak voor
+ons. Stonden wij nog op den individueel-economischen grondslag, dan
+zou de slechte invloed daarvan niet zulke ernstige ziekelijke gevolgen
+hebben gehad, maar nu wij in de sociaal-economische verhouding groeien,
+nemen de nadeelen met onze beschaving toe. De geslachts-verhouding
+is van het begin tot het einde individueel. Zij is een lichamelijke
+verhouding tusschen individueele lichamen. Omdat zij zich ook kan
+uitstrekken tot een geestelijke verhouding tusschen individueele
+geesten, daarom wordt zij nog geen sociale verhouding, hoewel zij
+haar persoonlijke ontwikkeling naar de sociale behoeften wijzigt.
+
+De geslachts-verhouding is in haar geheele wezen en in haar
+gevolgen persoonlijk, zij werkt door individuen op individuen
+en ontwikkelt tot groot voordeel van de maatschappij individueele
+karaktertrekken en bijzonderheden. De hoedanigheden die zich door de
+sociale verhouding ontwikkelen, worden door de geslachts-verhouding
+in het ras opgenomen, maar de geslachts-verhouding zelf is geheel
+persoonlijk. Daarentegen is onze economische verhouding, ofschoon
+oorspronkelijk individueel, door de sociale evolutie in steeds
+toenemende mate collectief geworden. Door nu de menschelijke
+geslachts-verhouding te vereenigen met de menschelijke economische
+verhouding, hebben wij een bestendig-individueel proces met een
+voortgaand-collectief proces vereenigd. Dit verschaft beiden een
+kracht, toenemende in directe verhouding tot onze socialisatie, en
+waar zulke onvereenigbare krachten op het sociale organisme inwerken,
+moet het ten slotte ondergaan.
+
+Deze combinatie heeft, zooals reeds werd opgemerkt, op de
+geslachts-verhouding der individuen haar invloed uitgeoefend door
+er een neiging tot collectivisme met economisch voordeel in te
+brengen, zooals bij de prostitutie, kenmerkend voor ons ras, het
+best blijkt. Anderzijds heeft het op de economische verhouding
+der maatschappij haar invloed uitgeoefend, door er een neiging
+tot individualisme met geslachts-voordeel in te brengen, het best
+aangetoond in het veelvuldig opofferen van het algemeen welzijn aan
+persoonlijk voordeel, opdat het individu daardoor "zijn gezin kan
+onderhouden." Wij zijn zoo gewend om het als een eersten plicht van
+een man te beschouwen om "zijn gezin te onderhouden", dat wij een zeer
+sprekend voorbeeld van omkoopbaarheid en verdorvenheid noodig hebben
+om onze overtuiging in dezen aan het wankelen te brengen; maar als een
+sociologische wet wordt ieder stadium van de laagheid om den publieken
+dienst tot een persoonlijk voordeel te maken, van de degradatie van den
+artist tot de exploitatie van den hulpeloozen onbekwamen werkman, als
+een ziekelijke maatschappelijke handeling gekenmerkt. Onze maatschappij
+moet gebaseerd zijn op onze algemeene toestemming, algemeen handelen,
+algemeene onderwerping aan den algemeenen wil.
+
+Geen individueele belangen kunnen ook maar voor een oogenblik tegenover
+de belangen van het algemeen welzijn staan, zelfs niet wanneer de
+oorlog het laatste offer van persoonlijk bezit of het leven eischt,
+of wanneer de vrede de volkomen onderwerping vereischt aan de wet,
+de vastgestelde uitspraak van den volkswil. Het handhaven van
+"wet en orde" sluit den waren socialen geest in,--het opgaan van
+persoonlijk belang in het algemeen belang. Dit alles berust op de
+ontwikkeling van den maatschappelijken geest, het scherpe gevoel
+voor den maatschappelijken plicht, het nauwgezet volbrengen van den
+maatschappelijken dienst. Hier treedt het overdreven individualisme
+dat door onze sexueel-economische verhouding gehandhaafd wordt, als
+een sterke en toenemende nadeelige sociale factor op. Wij hebben
+zwakjes erkend dat het samengaan van de geslachts-verhouding met
+de economische verhouding van beide zijden niet bestaanbaar is,
+door scherp te veroordeelen dat de geslachts-functiën openlijk
+tot koopwaar worden gemaakt en door aan te sporen tot het ongehuwd
+blijven in collectieve instellingen. Vereenigingen van mannen of
+vrouwen, die door de hoogste godsdienstige gevoelens geleid worden
+tot een waardig leven en het dienen van de maatschappij, hebben in
+onze geslachts-verhouding altijd iets tegenstrijdigs gevonden. Zij
+hebben gemeend dat het in de verhouding zelf lag, en zagen niet dat
+het de economische zijde was die haar tegenstrijdig maakte. Toch was
+deze handeling praktisch geoorloofd in het voortdurend bestaan van
+gemengde vereenigingen, waar de geslachts-verhouding bestaat in een
+vorm die niet erkend wordt en zonder het element van den economischen
+ruil. Het wordt ook aan de gehuwde zendelingen der Protestantsche kerk
+toegestaan, die door vrijwillige bijdragen onderhouden worden. Was de
+zendeling verplicht voor zich en voor zijne vrouw het levensonderhoud
+te verdienen, dan kon hij te weinig voor de zaak der zending doen.
+
+De hoogste deugden in den mensch zijn volkomen vereenigbaar met
+de geslachts-verhouding, maar niet met de sexueel-economische
+verhouding. Dit wordt ons nog eens bewezen in de neiging tot samengaan
+in vereenigingen van ongehuwde mannen,--hun kameraadschappelijkheid,
+gelijkheid en onderlinge hulpvaardigheid,--vergeleken met de houding
+van diezelfde mannen tot elkander, zoodra zij gehuwd zijn. Hierin
+kan men ook de reden vinden waarom het organiseerend vermogen in
+mannen zooveel sterker is dan in vrouwen; hunne algemeen economische
+belangen dwingen hen met elkander in betrekking te treden, terwijl
+de geïsoleerde en zelfs tegenstrijdige belangen der vrouwen haar van
+elkander verwijderd houden. De toestand van individueel economische
+afhankelijkheid waarin de vrouwen leven, komt overeen met die van de
+wilden in het bosch. Zij worden haar economische goederen machtig
+door zich door persoonlijke inspanning een man te veroveren, allen
+wedijverende voor dit doel. Geen vereeniging is mogelijk. Het groot
+aantal meisjes in een badplaats doet ons in haar houding tegenover
+den kleinen groep jonge mannen onwillekeurig denken aan de naijverige
+wilden op een te klein jachtveld. Hier kan de economische reden
+gevonden worden voor de dikwijls opgemerkte bitterheid waarmede de
+deugdzame vrouwen haar gevallen zusters beschouwen. In gesloten rijen
+staan de deugdzame vrouwen opeen gepakt, weigerend om zich zelf te
+geven,--haar eenig economisch goed,--tenzij zij verzekerd zijn van
+een wettig huwelijk, een waarborg voor levenslang onderhoud. Wanneer
+bij beide geslachten de geboortecijfers gelijk waren, zou elke vrouw
+vrij wel zeker zijn dat haar eischen ingewilligd werden. Maar ook in
+dat geval komt de ondeugdzame vrouw tusschenbeide en biedt dezelfde
+zaken,--ofschoon van minder kwaliteit, dat is zeker,--voor een lageren
+prijs aan. Elk van zulke onwettige mededingsters vermindert de kans van
+de ongehuwde en het inkomen van de gehuwde vrouwen. Geen wonder dat
+dit de vrouwen die zich op waarde houden en op die wijze onderkropen
+worden tot bitterheid stemt. Het is dezelfde haat dien een werkman
+die lid is van zijn vakvereeniging, voelt voor den "onderkruiper".
+
+Aan den kant van de vrouw handhaven wij nog steeds de kracht van den
+oorspronkelijken individueelen wedijver in de wereld, wat natuurlijk
+ook door hare zonen wordt overgeërfd, en wordt daardoor de richting
+van den maatschappelijken vooruitgang, die juist co-operatie wil
+ontwikkelen, tegengehouden.
+
+Aan den kant van den man ontstaat een zelfde gevolg uit een
+ander kenmerk der verhouding. De neiging tot individualisme met
+geslachts-voordeel komt in den man door een tegenovergesteld
+proces als in de vrouw werkt, tot ontwikkeling. Zij verdient haar
+levensonderhoud met het verkrijgen van een man. Hij verkrijgt
+zijn vrouw met het verdienen van een levensonderhoud. Het is haar
+individueel economisch voordeel om een man te bemachtigen. Het is
+zijn individueel geslachts-voordeel om zich economische voordeelen te
+verzekeren. De geslachts-functiën zijn voor haar economische functiën
+geworden. De economische functiën zijn voor hem geslachts-functiën
+geworden. Hierdoor is onze natuurlijke economische wedijver, die leidde
+tot economische co-operatie met het element van geslachts-wedijver--een
+geheel andere kracht--in de war gebracht.
+
+Wedijver onder mannen, met een vrije keus der vrouwen om den besten
+te kiezen, is het proces der teeltkeus, dat tot verbetering van het
+ras voert. Voor zoo ver de man met zijne gelijken wedijvert in hooger
+en hooger bekwaamheden en de vrouw den winnaar kiest, ontstaat een
+direct algemeen voordeel. Maar er bestaat een ingrijpend verschil
+tusschen geslachts-wedijver en het huwelijk door koop. In het eerste
+geval overwint de man door wat hij kan doen, in het tweede door
+wat hij kan krijgen. De toenemende macht om te doen, overgebracht
+op de nakomelingen, is van groot voordeel voor het ras. Maar zuiver
+bezit, zonder de vraag op welke wijze het verkregen is, behoeft niet
+noodzakelijk voordeelig te zijn voor het individu als vader.
+
+Door het geslachts-voordeel van den man op zijn gekochte macht te
+gronden, wordt de onmetelijke kracht van den geslachts-wedijver in
+het sociaal-economische veld geplaatst, niet enkel als een aansporing
+tot werken en uitvoeren, wat goed is, maar ook als een aansporing
+om persoonlijke winst te maken, op welke wijze dan ook verkregen,
+wat slecht is; zoodoende wordt onze wensch om te bezitten grooter en
+sterker en van daar de buitensporige inhaligheid van onze industrieele
+bevolking.
+
+Het steekspel in de middeleeuwen was misschien een ruwe sport,
+met zijn verminkende kwetsuren, pijn en dood; maar met het
+aanvuren van: "Vooruit, moedige ridders, schoone oogen zijn op u
+gevestigd!" vertegenwoordigde het een gezonder proces dan onze moderne
+handelwijze, van zich eerst een middel van bestaan te verzekeren om
+de geslachts-verhouding te kunnen betalen. Door Jean Ingelow werd
+dit zeer goed bezongen:
+
+
+
+Ik werkte ver opdat ik kon verdienen
+Een gezellig tehuis op Engelands grond;
+Ik zwoegde hard om veel te kunnen sparen.
+En had daarom mijn zwaren arbeid lief.
+
+
+
+En steeds fluisterde het in mijn geest zeer zacht:
+"Hoe kalm en gelukkig zal mijn leven zijn
+Als een lieve vrouw en kleine kinderen
+Het door mij verdiende brood mede-eten."
+
+
+
+De strijd die tegenwoordig in het hart van ieder goed mensch gevoerd
+wordt tusschen hetgeen hij "moest doen" en hetgeen hij "doet",
+tusschen zijn goed werk en het werk om den broode, is zijn persoonlijk
+aandeel in dezen voortdurenden strijd tusschen sociaal-belang en
+eigen-belang. Voor hem zelf en door hem zelf zou hij blijde zijn
+als hij zijn beste werk kon leveren, als hij trouw kon zijn aan
+zijne idealen, als hij moedig verlies kon dragen ter wille van de
+waarheid. Maar het is even als een inschikkelijke kapitalist in:
+"Stel U In Zijn Plaats" zeide, toen zijn flinke jonge vriend--een
+ongehuwde--zich verwonderde dat hij op onrechtvaardige eischen van
+zijne werklieden inging: "Het huwelijk maakt een muis van een man."
+
+De jonge handelsman die de kronkelwegen in de geslachts-verhouding
+bewandelt, vindt in het dure onderhoud van zijne schoone afhankelijke
+een aanhoudende bedreiging voor zijn eerlijkheid en zijne verwachtingen
+in zaken. Wanneer diezelfde man trouwt, werken de behoeften van zijne
+vrouw dikwijls op dezelfde wijze. Het gevoel van de afhankelijkheid
+van het hulpelooze schepsel dat door hem gevoed moet worden, prikkelt
+niet tot meer moedbetoon, maar dwingt tot onderwerping. Dit op den
+voorgrond tredend onderscheid moet goed in het oog gehouden worden.
+
+Wettige geslachts-wedijver doet al de goede eigenschappen van een man
+uitkomen. Om haar te behagen, om haar te winnen streeft hij er naar
+zijn best te doen. Maar de economische afhankelijkheid der vrouw van
+den man, met de daaruit voortvloeiende koopbaarheid, oefent een geheel
+anderen invloed op hem uit; het plaatst hem voor de noodzakelijkheid
+om dingen te verkrijgen, niet om dingen te doen. Op de laagste treden
+van den arbeidsladder, waar men niets verkrijgt zonder iets te doen
+en de werkman altijd meer doet dan hij verkrijgt, heeft dit niet
+zulke tastbare slechte gevolgen als op de hoogere treden, waar de
+beroepen en kunsten staan en het beste werk altijd boven de markt
+staat; werken voor de markt beteekent daar verlaging van arbeid. De
+jonge kunstenaar of dichter, de wetenschappelijke jonge man werkt ter
+wille van de kunst of van de wetenschap en zoo voor het welzijn van
+de maatschappij. Maar zoodra zij huwen, moeten zij geld verdienen,
+moeten dan werken voor hen die betalen willen, en die betalen willen
+zijn niet diegene die de vlag van den vooruitgang hoog houden. Den
+belangeloozen werkers voor het maatschappelijk welzijn is het zeer
+goed mogelijk gemeenschappelijke belangen te hebben, doch zoodra de
+geslachts-verhouding tusschen beide treedt, scheurt de solidariteit
+vaneen en lost zich op in kleine groepen van individuen, die vereenigd
+zijn alleen op grond van geslachts-vereeniging en zich druk maken
+alleen voor hunne persoonlijke belangen, ten koste van iemand of
+van iedereen.
+
+Dat de geslachts-verhouding een slechten invloed uitoefent op
+de ras-werkzaamheden is tot de volksovertuiging doorgedrongen
+en heeft uiting gevonden in het hartelooze gezegde: "Cherchez la
+femme". Wanneer iemand zijn zaken slecht behartigt, den moed laat
+zakken, onverschilligheid toont, dan vragen zijn cynische vrienden:
+"wie is zij?" Niet voor niets zuchten de goede vrienden van een
+man wanneer hij trouwt, vooral wanneer hij iemand is met groote
+gaven. Maar naast dit oordeel van de wereld staat eveneens het
+vertrouwen in den veredelenden invloed der vrouw. De wereld heeft
+gelijk. Het kan evengoed het een als het ander zijn. Beide opinies
+zijn juist. De vrouw die alleen door de geslachts-verhouding of
+alleen door de individueel-economische verhouding invloed uitoefent,
+werkt veredelend op de maatschappij. De vrouw die door hardnekkig
+beide verhoudingen te vereenigen, een macht wordt in de maatschappij,
+oefent inderdaad een zeer vreemden invloed uit.
+
+Een van de amusante kleine gevolgen van deze omstandigheden is dit:
+terwijl wij het gevolg van het huwelijk op de sociaal-economische
+verhouding en het gevolg van de sociaal-economische verhouding op het
+huwelijk hebben opgemerkt en gezien dat de trouwe dienaar van het gezin
+een slechte dienaar van de maatschappij en de trouwe dienaar van de
+maatschappij een slechte dienaar van het gezin was, en dat instellingen
+waar ongehuwden samenwonen een goed resultaat opleveren, maakten wij
+de conclusie dat alleen de ongehuwde staat met collectieve welvaart
+kan samengaan, iets dat wij niet wenschen. Daarom is de volksmeening
+zoo spoedig gereed om de socialistische theorieën gelijk te stellen
+met ondermijning van het huwelijk. Toen men inzag dat het huwelijk ons
+minder gezind maakte tot collectivisme, heeft men de gevolgtrekking
+gemaakt dat dan ook omgekeerd het collectivisme ons minder gezind
+moet maken om te trouwen,--dat "het gezin zal afgebroken worden"
+en dat het "de grondslagen van het familieleven zal aantasten."
+
+Wanneer wij ons eerst duidelijk voor den geest hebben gesteld dat
+een zuivere, duurzame, monogame geslachts-vereeniging bestaan kan
+zonder lokmiddel of koop, zonder de ijzeren boeien van economische
+afhankelijkheid, en dat mannen en vrouwen zoo vereenigd in
+geslachts-verhouding toch vrij zullen zijn om met anderen vereenigd
+te zijn in economische verhouding, dan zullen wij toewijding aan
+de menschheid niet meer beschouwen als een onnatuurlijk offer en
+collectieve welvaart als een zaak om te vreezen.
+
+Buiten en behalve het handhaven van dit oorspronkelijk individualisme
+in het steeds toenemend collectivisme van het sociaal-economisch
+proces en het brengen van het beginsel van den geslachts-strijd in
+het nauwe veld van industrieelen wedijver, bestaat er nog een andere
+zijde van den slechten invloed dien de sexueel-economische verhouding
+op de maatschappelijke ontwikkeling uitoefent. Dit komt doordat de
+vrouw niet produceert en toch consumeert.
+
+In de individueele ontwikkeling van het menschenras, dat wonderbaar
+fijne uitwerken en ineenvloeien laten van bepaalde functiën welke
+het organisch leven van de maatschappij samenstellen, vinden
+wij dat productie en consumptie hand aan hand gaan, maar dat
+productie voorafgaat. Iemand kan niet verbruiken, wat nog niet
+voortgebracht is. Economische voortbrenging is de natuurlijke
+uiting van menschelijke energie,--geen geslachts-energie maar
+ras-energie,--de onbewuste plichtsvervulling van het maatschappelijk
+organisme. Maatschappelijk georganiseerde menschen hebben de neiging
+om voort te brengen, zooals een klier om af te scheiden; dit ligt in
+den aard der zaak. De scheppingsdrang, de wensch om te maken, om
+de innerlijke gedachte in uiterlijken vorm te brengen,--alleen uit
+behoefte om te maken, niet uit behoefte aan het gemaakte,--is het
+meest kenmerkend karakter der menschheid. "Ik wil teekenen", roept
+het kind, een potlood vragende. Het begeert niet te eten. Het wil
+teekenen. Het begeert niet iets in te brengen, maar het probeert iets
+uit te brengen. Meestal verlangt het iets te doen wat het heeft zien
+doen, om het even of het geldt het maken van een taartekorst of van
+scheermessen. De eerste kan het opeten, de laatste niet, maar dat maakt
+blijkbaar geen verschil. Dit is het natuurlijk voortbrengingsproces
+en wanneer het uitvoerbaar is, wordt het gevolgd door het natuurlijk
+verbruiksproces. Maar de consumptie is niet het voorname doel, de
+macht die regeert. Onder deze organische maatschappelijke wet komt,
+indien zij natuurlijk werkt, de evolutie van die kunsten en ambachten
+tot stand, in welker beoefening ons leven bestaat en van wier opbrengst
+wij leven. Zoo ontwikkelt de maatschappij in zich zelf,--scheidt af
+als 't ware--den socialen bouw met zijn samengestelde inrichting;
+en waren andere dingen gelijk, dan zouden wij in de maatschappij even
+natuurlijk functioneeren alsof wij zoovele klieren waren.
+
+Maar andere dingen zijn niet gelijk. Het halve menschdom is van de
+vrije productieve uiting verstoken en gedwongen zijn menschelijken
+drang tot productie te beperken tot dezelfde wegen waar langs ook zijn
+geslachtsdrang tot reproductie uiting vindt. Zijn scheppend vermogen
+wordt beperkt tot het niveau van den rechtstreekschen persoonlijken
+lichamelijken dienst, tot het maken van kleederen en het bereiden
+van voedsel voor individuen. Geen maatschappelijke dienst wordt
+toegestaan. Terwijl de macht van de vrouw om te produceeren belemmerd
+wordt, neemt haar macht om te consumeeren onevenredig toe door den
+gullen toevoer van onverdiende gaven van den man. Eerstens heeft
+men de vrouw niet toegestaan vrij te produceeren en ten tweede
+bestaat er geen verhouding tusschen wat zij voortbrengt en wat
+zij verbruikt. Haar werkzaamheid is niet het natuurlijk gevolg van
+haar scheppende kracht, niet het werk dat zij doet omdat zij er de
+innerlijke macht en kracht toe heeft; noch geeft haar arbeid zelfs
+den maatstaf aan van hetgeen zij verdient. Zij bezit natuurlijk den
+aangeboren wensch om te consumeeren en men heeft daaraan geen andere
+grens gesteld, dan de macht of den wil van haar man.
+
+Zoodoende hebben wij in ons midden met moeite ontwikkeld en met zorg
+gekweekt een groote klasse van on-productieve verbruikers, een klasse
+die de halve wereld is en de moeder van de andere helft. Wij hebben
+in het menschenras den wensch en de gewoonte gekweekt om "te nemen"
+afgescheiden van zijn natuurlijken voorlooper of begeleider van
+"te maken". Wij hebben deze eindelooze schare groote bloedzuigers
+voor ons zelf gemaakt, die allen roepen: "Geef! Geef!" Om voedsel te
+verbruiken, kleederen te verbruiken, huizen en meubelen en schilderijen
+en versierselen en amusementen te verbruiken, om eeuwig te nemen, te
+nemen, te nemen,--van één man als zij deugdzaam zijn, van velen als
+zij slecht zijn,--maar altijd te nemen en er nooit aan te denken om
+iets terug te geven dan alleen haar vrouw-zijn; dit is de gedwongen
+toestand van de moeders van ons ras. Het is geen wonder dat hare
+zonen in "zaken" gaan, om geld te maken. Het is geen wonder dat
+de wereld vervuld is van den wensch, om zooveel mogelijk trachten
+te krijgen en zoo weinig mogelijk te geven. Wat wonder ook dat wij
+hooge, innige liefde slechts bij naam kennen, met hier en daar een
+vreemde, mooie uitzondering, waarvan wij door onze bewondering de
+zeldzaamheid bewijzen.
+
+Neemt men in aanmerking dat de sterk ontwikkelde mannelijke energie
+met ruwe wreedheid op de arbeidsmarkt moet strijden als op een
+slagveld en dat de averechtsche toestand der vrouwelijke energie
+een onnatuurlijke begeerigheid aangekweekt heeft, dan spreekt het
+van zelf dat de industrieele ontwikkeling der menschheid bijzondere
+verschijnselen te aanschouwen geeft. Een van de mindere gevolgen
+van deze laatste omstandigheid, het beperken van de vrouwelijke
+werkzaamheid tot uitsluitend persoonlijke behoeften en de neiging van
+haren over-ontwikkelden geslachts-aard, om de zoogenaamde "plichten
+der vrouw" te overschatten, heeft een fijn uitgesponnen toewijding aan
+personen en persoonlijke behoeften doen ontstaan, niet met het doel
+om beter karakters te vormen, maar om de lichamelijke behoeften en
+genoegens hooger op te voeren. De vrouw en moeder, die den opkomenden
+vloed van de macht van het ras in dezelfde oude kanalen stort als
+weleer haar vroegste voorouders deden, voorziet voortdurend en met
+toenemende kracht alleen in de physische behoeften van het gezin. Zij
+doet dit natuurlijk gaarne. Maar het onderhoudt in de menschen een
+overdreven gevoel van waarde voor kleederen, voedsel en versierselen
+voor zich zelf, zonder dat men het werkelijk nut en de waarde voor
+het algemeen er van beseft. Het ontwikkelt persoonlijke zelfzucht.
+
+Doch ook, de verbruikende vrouw, uitgesloten als zij is van iedere
+vrije voortbrenging, is niet in staat het werk te waardeeren dat
+noodig was om haar al datgene te verschaffen, wat zij zoo lichtzinnig
+verbruikt. En daar haar verbruik zich hoofdzakelijk bepaalt tot
+die voorwerpen die haar zinnelijkheid streelen, is zij oorzaak dat
+de markt overvoerd wordt met zaken voor opschik en persoonlijke
+versierselen, met allerlei dingen die weelderig en ontzenuwend
+stemmen en dat wel in zulk een groote en grillige verscheidenheid
+dat zij een onoverkomelijk beletsel vormen voor de ware industrie
+en echte kunst. Als de priesteres van den tempel der consumptie,
+als de onbeperkte vraagster naar voorwerpen die zij verbruikt,
+is haar economische invloed reactionair en nadeelig. Veel, zeer
+veel van den stroom van nuttelooze productie waarin onze economische
+krachten doodloopen,--de kracht van den man uitloopend als water op mul
+zand,--is een gevolg van het scheppen en zorgvuldig handhaven van deze
+valsche markt, dien put waarin menschelijke arbeid wordt opgeslorpt,
+zonder dat er iets van terugkeert. De vrouw in haar valschen
+economischen toestand werkt nadeelig terug op industrie, op kunst,
+op wetenschap, op ontdekkingen en op vooruitgang. Door den invloed
+van de sexueel-economische verhouding op de lichaamsgesteldheid van
+het individu wordt in ons de drift naar oorspronkelijk individualisme
+levendig gehouden, waaraan wij anders reeds lang ontgroeid zouden
+zijn. Het maakt onze industrieele verhouding geslachtelijk en het maakt
+onze geslachts-verhouding tot handel. En als zichtbaar gevolg op de
+markt, verhindert en bederft de over-sekste vrouw, in haar onverstandig
+en voortdurend eischen, de economische ontwikkeling der wereld.
+
+
+
+
+
+
+
+VII
+
+
+Een toestand die reeds zoolang bestaat, zoo algemeen voorkomt en zoo
+standvastig was als de sexueel-economische verhouding in het menschdom,
+kon niet in den loop der sociale evolutie opgenomen en gehandhaafd
+zijn, indien hij geen natuurlijke oorzaken had gehad. De grootste
+kracht van den individueelen wil kon op den duur geen toestand
+gaande houden, waardoor de maatschappij zooveel nadeel berokkend
+wordt. Kerk en Staat en maatschappelijke vormen gaan met onzen
+vooruitgang mede, wij kunnen ze nooit lang tegenhouden, zoodra de
+tijd voor verderen vooruitgang gekomen is. Er is dus een tijd geweest
+dat de sexueel-economische verhouding voor de maatschappij voordeelig
+was. Nu zij dit niet meer is, is "de vrouwenbeweging" ontstaan en wij
+zien hoe van jaar tot jaar, van dag tot dag de toestand onder onze
+oogen verandert, ondanks ons traditioneel verzet. De verandering
+in deze bladzijden besproken, is dan ook niet voorspeld en wordt
+hier niet aanbevolen, zij heeft reeds onder de kracht der sociale
+evolutie plaats gevonden en zij behoeft alleen tot ons bewustzijn
+door te dringen om den nutteloozen maar prikkelenden tegenstand onzer
+zelfmisleiding te overwinnen.
+
+De aanvankelijke noodzakelijkheid van deze kenmerkende menschelijke
+verschijnselen ligt diep verscholen onder de elementaire
+krachten van het maatschappelijk leven. De verhoudingen die
+noodig waren om het individueel organisme tot stand te brengen,
+lieten ons in den steek toen zij dienst moesten doen bij de
+verdere ontwikkeling van organisatie, van het individueel tot het
+sociaal organisme. Samenwerking vereischt eerst het bestaan van een
+gemeenschappelijk belang en daarna de vestiging der gemeenschappelijke
+bewustwording. Het gemeenschappelijk belang der individueele cellen
+om op gemakkelijker manier aan voedsel te komen, bracht hen tot
+nauwer aaneensluiting. Toen dit nauwer verbond tot stand gebracht
+was, werd hun gemeenschappelijk bestaan een éénheid, één zijn,
+een iets met een eigen bewust leven. In de hoogste ontwikkeling
+van het meest samengesteld en fijnst uitgewerkt organisme gaat dit
+altijd door. Er moet een gemeenschappelijk belang bestaan, dat door
+al deze samenwerkende bedrijvigheid bevorderd wordt; en er moet
+een gemeenschappelijk bewustzijn aanwezig zijn, waardoor het zeer
+gemakkelijk wordt het gemeenschappelijk belang te dienen.
+
+Wanneer de samenstellende cellen in onze weefsels beginnen ineen
+te krimpen en door gebrek aan voedsel achteruit te gaan; wanneer de
+verschillende organen van ons lichaam vermoeid zijn van niets-doen en
+knorrig hun natuurlijke beweging eischen, dan zegt de mensch niet,
+"mijn weefsels eischen nieuwen toevoer", of "mijn organen verlangen
+naar werk", maar hij zegt: "Ik heb honger". Dat "Ik", de persoonlijke
+bewustheid, die de gewillige samenwerking van al de deelen van het
+lichaam leidt, zet zich aan het werk om voedsel te verkrijgen. De
+sociale evolutie berust op dit algemeen belang. Individueele menschen
+hebben bij zulk een sociaal verbond voordeel en daarom sluiten zij
+zulk een verbond. Zulk een verbond vereischt een gemeenschappelijk
+bewustzijn, waardoor de gecoördineerde werking kan plaats grijpen; en
+de geheele loop van sociale ontwikkeling wordt door de voortdurende
+uitbreiding van dit sociale bewustzijn en zijn noodzakelijk
+begeleidende gevolgen gekenmerkt.
+
+De taal is ons beste middel tot onderlinge gedachtewisseling en voert
+op tot letterkunde. Het menschelijk verstand is het maatschappelijk
+orgaan, waardoor wij onderling verbonden zijn. Daaruit vloeit de stroom
+der gedachten, die ons in staat stelt samen te werken. Door datgene
+wat het verstand met anderen gemeen heeft, kan men elkander begrijpen;
+en het is om die reden dat tot op zekere hoogte gemeenschappelijke
+opvoeding onontbeerlijk is voor vrije maatschappelijke ontwikkeling.
+
+In het allervroegste begin van dit proces, toen het menschelijk
+dier nog niets dan een dier was,--maar een individu,--ontstond
+reeds de gebiedende eisch voor de vaststelling van een algemeen
+bewustzijn tusschen deze tot hiertoe onverzoenlijke dieren. De eerste
+stap door de natuur in deze richting gedaan, wordt gevonden in de
+betrekking tusschen moeder en kind. Waar de jongen na de geboorte
+geheel afhankelijk blijven van de moeder; waar de functiën van
+een afzonderlijk levend lichaam de hulp noodig hebben van een ander
+afzonderlijk levend lichaam, daar bestaat een wederzijdsche behoefte,
+het eigenlijk instinkt, dat deze wederzijds op elkaar inwerkende
+persoonlijkheden te zamen houdt. Dat instinkt noemen wij liefde. Het
+kind heeft de moederborst noodig. De moederborst heeft behoefte aan
+het kind. Daardoor werd tusschen moeder en kind reeds liefde geboren,
+toen het vaderschap nog niets meer was dan een oogenblikkelijke
+gebeurtenis. Maar het gemeenschappelijk gevoel, de wederzijdsche
+aantrekking tusschen moeder en kind hield hier onvoorwaardelijk
+op. Zij was in omvang tot deze nauwste verhouding begrensd; in duur
+tot de periode der kindsheid.
+
+Het gemeenschappelijk belang van de menschen moet echter door de
+ras-eigenschappen gediend worden en niet hoofdzakelijk door de
+geslachts-functiën der vrouw of de plichten der moeder ten opzichte
+van haar kind. Toen het mannetje, door zijn aard gedreven, telkens
+inbreuk maakte op de vrijheid van het vrouwtje tot zij ten laatste
+tot den staat van economische afhankelijkheid gebracht was, matigde
+hij zich daarbij de positie van verzorger aan voor dit schepsel, dat
+niet langer in staat was voor zich zelf te zorgen. Hij was echter niet
+enkel verplicht in haar behoeften te voorzien, maar hij moest ook een
+deel van de gedwarsboomde moederplichten op zich nemen. Hij werd en
+bleef tot op heden een soort van man-moeder, in het scheppen van deze
+merkwaardige positie alleen staande. Het gemeenschappelijk belang,
+dat nu niet alleen tusschen moeder en kind, maar tusschen vader,
+moeder en kind bestond, ontwikkelde een verdergaand gemeenschappelijk
+gevoel. Aangezien de vader het kind niet door geslachts-functiën,
+maar door ras-functiën diende, leidde deze betrekking tot een veel
+verdere en duurzamere ontwikkeling dan die van de moeder alleen ooit
+kon bereikt hebben. Zoowel liefde als ijver zijn door de kracht der
+moederlijke energie in de wereld gekomen. Door den onvermoeiden wensch
+der moeder om haar jongen van dienst te zijn, begon zij het eerst met
+de beoefening der kunsten en bedrijven, waarvan wij thans leven. Toen
+de mannelijke wilde nog niets was dan een jager en strijder, op
+die wijze uiting gevende aan mannelijke energie, toen bracht de
+vrouwelijke wilde op dezelfde natuurlijke wijze haar behoudende kracht
+van vrouwelijke energie tot uitwerking. Zij verzamelde en bewaarde
+voedsel voor het kind, evenals de kiemcel, in de onbewuste stilte
+der natuur, voedsel verzamelt en bewaart. Zij omhulde het kind met
+kleedingstukken en bouwde er een schuilplaats voor, even natuurlijk als
+zij te voren de ongeboren vrucht verwarmde en een schuilplaats bood in
+haar lichaam. Moederlijke energie, die door ons kunstig samengesteld
+lichaam naar buiten werkt, is de bron van productieven arbeid, is de
+voornaamste stroom van maatschappelijk leven.
+
+Doch niet voordat deze reuzenkracht zich met andere krachten kon
+vereenigen om coöperatief op te treden en zoodoende den verwoestenden
+invloed, die door den blinden wedijver der mannelijke energie
+ontstond, kon te boven komen, kon ons menschelijk leven zijn volle
+rasontwikkeling intreden. Dit werd door de onderdrukking van de vrije
+uiting der moederlijke energie in de vrouw en haar overbrenging
+op den man tot stand gebracht. De twee krachten werden daardoor
+vereenigd en door den man kwamen zij tot openbaring. Het was een van
+de kalme, eenvoudige wonderen der natuur, doch niet wonderlijker
+dan dat de natuur de onschuldige, gulzige bij, die meent dat zij
+eenvoudig haar voedsel zoekt, tot tusschenpersoon laat dienen om de
+vele bloemen gelegenheid tot voortplanting te geven. De bij mocht
+zich eens beleedigd toonen als zij wist welk ambt zij vervulde
+en dat de natuur het voedsel voor haar juist zoo geborgen had dat
+zij verplicht werd dezen dienst te vervullen. De onderwerping van
+de vrouw heeft tot een zeer hoogen graad de vermoederlijking van
+den man ten gevolge gehad. Hij werd nu gedwongen nieuwe functiën
+op zich te nemen, die voor mannelijke energie alleen onmogelijk
+waren. Hij moest nu beginnen iemand buiten en behalve zich zelf te
+leeren liefhebben en verzorgen. Hij moest leeren werken, dienen,
+menschelijk zijn. Door de hevig overprikkelde geslachtsdrift werd
+het menschelijk ras het lange, steile pad van vooruitgang opgeleid en
+opgedreven over alle hindernissen, door alle gevaren, de vergezellende
+verschijnselen van ziekte en zonde medevoerende (en deze overwinnende),
+in weerwil van alles hooger en hooger, totdat ten laatste een graad van
+ontwikkeling bereikt wordt, waarin de uitbreiding van menschendienst
+en menschenliefde een beteren weg mogelijk maakt. Door de werking
+van zijn eigen begeerten, door al het bijkomende kwaad, werd de man
+voor een deel moeder, waardoor beiden, man en vrouw, in staat waren
+mensch te worden. Het was een belangrijke stap in den vooruitgang van
+ons ras, een middel om tot een einddoel te geraken. Zij moet niet als
+een buitengewone moederlijke opoffering beschouwd worden, maar als een
+nieuw en volmaakt systeem van vaderlijke opoffering: het mannetje van
+het genus mensch door behoefte aan geslachtsbevrediging gedwongen tot
+het uitoefenen van moederlijke plichten. De natuurlijke verwoestende
+neigingen van den man werden langzamerhand in de behoudende neigingen
+van de vrouw omgezet en wel zoo in 't oogloopend, dat het proces
+door de geheele geschiedenis heen opgemerkt werd. Door middel van
+de natuurkeus en onafgebroken oefening werden in het mannetje tot
+zijn groot voordeel het instinkt en de gewoonten van het vrouwtje
+tot ontwikkeling gebracht. In individueel economische verhouding
+was de vrouw afhankelijk van den man. Zij leefde in een staat van
+hulpelooze slavernij. Zij werd met onuitsprekelijke onrechtvaardigheid
+en wreedheid behandeld. Maar de processen in de natuur storen zich
+in 't geheel niet aan zulke omstandigheden. Om de tegenstrijdige
+geslachtsneigingen van twee dieren zoodanig te vermengen dat zij
+een vruchtdragende macht van een zegevierend ras worden, wordt een
+pijnlijk proces vereischt, maar dat komt er niet op aan. Het was
+noodzakelijk en het werd volbracht. Er moet een eind komen aan de
+bittere gevoelens welke in deze eeuw tusschen de beide seksen ontstaan
+zijn. Hoewel de vrouw van heden recht heeft op een andere positie,
+behoeft zij over het verleden geen wrok te toonen, noch schaamte,
+noch gevoel van onrecht. Met een volkomen zekerheid van de vroegere
+superioriteit van haar sekse en de sociologische noodzakelijkheid
+van hare tijdelijke onderdrukking, behoorde zij alleen hoogen,
+teederen trots te voelen over haar eeuwenlang geduldig wachten en
+lijden, totdat de man langzaam kon opklimmen om het tot volkomen
+ras-gelijkheid met haar te brengen. Zij kon wachten; zij kon lijden.
+
+Het is hoog tijd dat vrouwen hare ware positie beginnen te begrijpen,
+voor nu en voor altijd, en te zien hoe weinig de lange jaren van
+slavernij die veranderd hebben. Het was niet in het belang van het ras
+om de behoudende levensprocessen zoo geheel alleen aan de vrouwen over
+te laten, en den man slechts de rol van tijdelijken bemiddelaar in de
+voortplanting en niets anders toe te bedeelen. Zijn grootte, kracht en
+woestheid,--bewonderenswaardige hoedanigheden tot instandhouding van
+een individueel dier,--waren niet de meest gewenschte eigenschappen
+om het menschelijk ras te ontwikkelen. Wij hebben het meest behoefte
+aan coördinatievermogen,--de gemakkelijkheid van vereenigen,--aan
+de macht om te maken en te bewaren, meer dan aan die om te verteren
+en te vernietigen. Dat waren vrouwelijke hoedanigheden. Uit eigen
+natuur handelende kon de man geen hoedanigheden openbaren die
+hij niet bezat. Als de meester van de vrouw zich verheffende, als
+haar dienaar geketend, heeft hij door die vreemde samenvoeging van
+functiën deze hoedanigheden onder de zware wet der noodzakelijkheid
+verworven. Oorspronkelijk werkten man en vrouw op verschillende wijze,
+hij verteerde en verwoestte, zij bewaarde en bouwde. Zij was de diepe,
+voortgaande voorname stroom van het leven, terwijl hij de werkzame
+variant was, die dat leven hielp wijzigen en uitbreiden, doch meer
+als helper dan als dader. Er waren en er zijn nog rassen die zich
+zelf voortplanten zonder de hulp van het mannelijk organisme,--bij
+de hermaphroditen en door parthenogenesis.
+
+Terwijl de evolutie der diersoorten voortschreed, vinden wij een
+lange reeks van werkdadige proefnemingen in mannetjes,--zeer zwakke,
+voorbijgaande en ondergeschikte verschijningen in den beginne,--zich
+langzamerhand ontwikkelende tot voller en voller gelijkheid met de
+vrouwtjes. In sommige lagere vormen, zooals in rotiferen, insekten en
+crustaceæ, worden de meest inferieure mannetjes gevonden, soms zijn zij
+er in het geheel niet, of als zij bestaan dan hebben zij geen ander nut
+dan als bemiddelaar bij de voortplanting. Het meest bekende voorbeeld
+hiervan komt bij de bijen voor, waar de hommel, nadat hij zijn functiën
+verricht heeft, sterft of anders door de krachtige mede-moeders van
+den zwerm omgebracht wordt. Ook de gewone spin heeft een zwak mannetje,
+dat al bevende zijn éénig klein doel uitvoert en dan door zijn vrouwtje
+opgegeten wordt. Zij is de spin, de aanhoudende vliegenvangster. Hij
+is niets anders dan een vruchtbaarmakende bemiddelaar. De kleine,
+groene plantenluis, die zoo menigvuldig op onze rozestruiken voorkomt,
+kan zich door parthenogenesis voortplanten, zoolang de omstandigheden
+gunstig zijn, dat wil zeggen, zoolang het warm en er genoeg te eten
+is. Zoodra echter de toestanden slechter worden, ontwikkelen er zich
+mannetjes en dan vindt de dualistische wijze van voortplanting plaats.
+
+In de twee groote levensprocessen van zelf-behoud en ras-behoud
+is het vrouwtje bij de lagere diersoorten voor het eerste altijd
+beter toegerust dan het mannetje en voor het ras-behoud draagt zij
+bijna den geheelen last. De korte duur van zijn functioneel nut is
+niets in vergelijking van den langen drachttijd voor haar en de
+diensten die zij in vele gevallen den jongen nog na hun geboorte
+bewijst. Ras-behoud is bijna geheel een vrouwelijke functie geweest,
+somtijds zelfs uitsluitend. Maar het is gebleken in het belang
+van het ras te zijn om twee hoog ontwikkelde ouders te hebben in
+plaats van een. Van daar dat gelijkheid van beide seksen langzaam
+ontwikkeld werd, niet alleen door het mannetje bij de voortplanting
+een belangrijker plaats te doen innemen, maar door ras-eigenschappen
+in hem, die tot nog toe slechts een voortplantende bemiddelaar was
+geweest, tot ontwikkeling te brengen. Het laatste stadium in dit
+proces was de verheffing van het mannetje van het geslacht mensch tot
+volle ras-gelijkheid met het vrouwtje en dit sloot haar tijdelijke
+onderwerping in. Haar lichamelijke en geestelijke neigingen zijn
+beide in het organisme van den man overgeplant geworden. Hij werd tot
+de werkende moeder van de wereld bevorderd. De sexueel-economische
+verhouding was noodzakelijk om het mannetje van het menschenras
+te verheffen en te verbreeden, te verdiepen en te verzachten,
+vrouwelijker en daardoor meer menschelijk te maken. Indien de vrouw
+haar geheele persoonlijke vrijheid en werkzaamheid behouden had,
+dan ware zij de meerdere van den man gebleven, maar zouden beiden in
+ontwikkeling zijn blijven staan. Aangezien de vrouw niet de neiging
+bezat om afwisseling in haar werkzaamheden te brengen, waardoor
+de man zich onderscheidde, vereenigde zich de uitzettende kracht
+van mannelijke energie met de behoudende en opbouwende macht van
+de vrouwelijke energie. De expansieve en veranderlijke mannelijke
+energie, die in den nieuwen toestand verplicht was te strijden voor
+opbouwenden arbeid, heeft dien arbeid meer vooruitgebracht en meer
+doen afwisselen dan wanneer dit alleen door toedoen der vrouw had
+moeten plaats vinden. Met haar rijkdom van macht en geduld, haar liefde
+tot werken en tot geven, verricht zij nog steeds dezelfde primitieve
+werkzaamheden. Hij ongeduldig wordende wanneer er hindernissen op zijn
+weg liggen, met zijn afkeer van werken, splitst zijn werk in duizende
+afzonderlijke werkzaamheden en spoort ontelbare wegen op om zijn taak
+te verlichten. Aangezien met mannelijke energie vrouwelijke functiën
+volbracht moesten worden, werd onze industrie tot hare tegenwoordige
+ontwikkeling gebracht. Zonder de economische afhankelijkheid van
+de vrouw, zou de man nog enkel de jager en vechter, de dooder,
+de verwoester zijn; terwijl zij nog steeds als de ijverige moeder,
+zonder verandering of verbetering, zou fungeeren.
+
+
+
+"Wat Israëls kinderen liefst opbouwden,
+Egypte's kinderen liefst neerhouwden".
+
+
+
+zegt een oud rijmtje, maar op die wijze zou de wereld niet veel verder
+komen. De vrouw heeft in haar ondergeschikte positie, onder allerlei
+bezwaren en door de dikke muren van haar gevangenis haar opbouwende
+kracht op den man overgebracht en door hem de opbouwing der wereld tot
+stand doen komen. Zijn zuiver individualistische energie, die alleen
+door de macht van geslachts-aantrekking in bedwang werd gehouden, had
+juist dezen vereenigingsvorm, met zijn sterk overdreven geslachtsleven
+noodig, om die taak te volbrengen. De abnormale geslachtsontwikkeling
+van de vrouw, door allerlei wetten in toom gehouden, heeft als een
+onstuimige bron gewerkt op den eenigen vrij handelenden persoon in
+de maatschappij,--den man. Door dezen sterken prikkel kon hij bergen
+verzetten. De geheele wereld heeft het opgemerkt en bewonderend
+heeft men geroepen: "O, 't is liefde, 't is liefde, 't is liefde,
+waarom de wereld draait". Dat was inderdaad zoo, of ten minste die
+heeft den man door de wereld voortgedreven in een langen zwerftocht
+van strijd en overwinning, van werken en zwoegen. En ieder man die
+bemint en zegt: "Ik ben de uwe, doe met mij wat gij wilt," kent die
+macht en vereert haar.
+
+Tot zoo ver is de menschelijke ontwikkeling tot stand gekomen
+door de macht der mannelijke energie, die door den prikkel van
+de geslachtsdrift en door de opeengehoopte onderdrukte vrouwelijke
+energie tot werkzaamheid aangespoord werd. Vrouwen hebben haar periode
+van onderwerping betaald gekregen met een overwonnen wereld en de
+beschaving van den man.
+
+De vrouwen moeten, ondanks den zielestrijd en de lange donkere
+jaren van bitter leed, van schande en van afgrijzen, niet vergeten
+dat zij het ten minste zoo ver gebracht hebben en, dank zij de
+gezegende macht der heriditeit, niet zoo ten achter zijn gekomen,
+dat een paar geslachten van vrijheid hen niet weder op gelijken
+voet met hun tijd zal brengen. Wanneer de eeuwen van slavernij en
+oneer, van marteling en pijn, van grievende onrechtvaardigheid en
+vernederende onderdrukking de vrouwen lang toeschijnen, laten zij
+zich dan de geologische tijden, die millioenen en millioenen jaren te
+binnen roepen, toen onvolkomen ontwikkelde, pygmeïsche, parasitische
+mannetjes streden voor hun bestaan en al of niet door de vrouwtjes
+gebruikt werden, zooals dat het beste uitkwam. Welke reeks vrouwen
+of bijwijven werd ooit zoo'n onteerende plaats aangewezen als aan
+de vele mannetjes der cirrhopedes (een soort weekdieren), die door
+hunne zorgdragende vrouwtjes tusschen de schalen worden rondgedragen,
+omdat zij bang zijn er een of twee van te zullen verliezen! Geen
+verwaarloozing van oude verwelkte vrouwen kan vergeleken worden met
+den smadelijken, onopgemerkten dood van den hommelbij, die mishandeld,
+uitgehongerd, in was gemetseld en alleen aangehouden wordt om voor een
+oogenblik zijn geslachts-functie uit te oefenen en zelfs daarvoor niet
+bepaald noodig is! Geen Blauwbaard-geschiedenis of wreedheid van een
+bruid-doodenden Oosterschen Koning kan in onbarmhartigheid wedijveren
+met de ruwe slachting van het ongelukkig kleine mannetje-spin, dat door
+zijn wreede echtgenoote op haar huwelijksmaal genuttigd wordt! In de
+geschiedenis der menschheid werd nooit tegen vrouwen zooveel geweld
+gepleegd als tegen die hulpelooze mannetjes in lagere diersoorten. Den
+grootsten duur van het leven is het vrouwtje de heerscheres op aarde
+geweest. Tot ons ras toe is het vrouwtje minstens altijd gelijk
+geweest aan het mannetje en in ons ras werd zij gedurende de vroegere
+ontwikkelingsperiode door het mannetje onder het juk gebracht voor
+zulk een groot rassenbelang, zulk een schoon en edel doel, dat dit
+offer nooit moest worden geteld, noch betreurd door de vrouwen die
+haar macht kennen. Om de opbouwing van het menschelijk leven op
+aarde mogelijk te maken heeft de vrouw zich zelf op den achtergrond
+geplaatst, en--inniger, teederder, liefderijker nog,--om haar woeste
+geslachtsmakkers tot een vrij en edel broederschap op te heffen,
+om de menschelijke ziel in hare dierbare zonen hooger op te voeren,
+zoude zij niet alleen dit verdragen hebben, maar zelfs meer,--en zij
+zou het glimlachend, edelmoedig, verheugd hebben gedragen voor hun
+geluk en dat van de wereld.
+
+Doch nu die lange periode van opoffering voorbij is, nu de tijd
+gekomen is dat noch de man, noch de wereld bij haar onderwerping meer
+voordeel heeft, nu zij langzamerhand er toe overgaat zich persoonlijk
+te uiten, in volle vrijheid te genieten van haar ras-bekwaamheden,
+zich te plaatsen op den troon in plaats van er achter, nu zou
+het harer onwaardig zijn om leedgevoel te toonen over hetgeen zij
+ondervonden heeft.
+
+Zoo moet het opgevat worden, zelfs wanneer men toestemt dat het
+individu en de gemeenschap groot nadeel ondervonden door in de vrouw
+de ras-ontwikkeling tegen te houden en de geslachts-ontwikkeling,
+met hare gevolgen, in de hand te werken. Zelfs wanneer men verder
+aanneemt dat onze groote toewijding aan het moederschap niet als een
+voordeel voor de menschheid kan worden beschouwd, dan blijft het toch
+waar dat onze sexueel-economische verhouding, met het gevolg dat het
+menschelijk leven alleen door den man vooruit gestuwd werd, door sterke
+geslachtsdrift tot werkzaamheid werd aangespoord, wat het welzijn van
+het individu en het ras, zooals reeds werd opgemerkt, op velerlei
+wijze heeft bevorderd; en wel door het overnemen van vrouwelijke
+functiën door den man; door het vermengen van beider hoedanigheden,
+waarvan onze tegenwoordige beschavingstoestand het resultaat is; door
+een hooger ontwikkelde strijdmacht in den man, waarvan ras-verovering,
+zoowel door oorlog als door handel, het gevolg was; door toenemende
+productiviteit, als gevolg van het op zich nemen van moederlijke
+functiën; en door dat de geslachts-verhouding in hoofdzaak afhankelijk
+werd van de macht van den man om er voor te kunnen betalen. Zelfs het
+moederschap heeft bij deze verhouding zijdelings gewonnen. Ofschoon
+de moeder zelf in haar moederdiensten rechtstreeks belemmerd werd,
+diende zij het ras veel meer door de mannen tot ijver te prikkelen
+dan door zelf eenig werk te verrichten; en het kind heeft ten slotte
+meer door de moederlijk-vaderlijke diensten geprofiteerd dan het door
+de moederdiensten alleen zou hebben genoten.
+
+Men zal waarschijnlijk toestemmen dat dit alles vroeger zoo geweest is;
+maar dan zal onmiddellijk de vraag volgen: indien het zoo duidelijk
+is dat de onderwerping der vrouw vroeger nuttig en noodig was en
+dat de slechte, afschuwelijke sexueel-economische verhouding toch
+ten slotte in het belang van het ras was, hoe weten wij dan dat
+de tijd voor verandering is aangebroken? Hoofdzakelijk omdat wij
+reeds bezig zijn te veranderen. Maatschappelijke ontwikkeling komt
+niet tot stand door het verkondigen van nieuwe theorieën of door
+het schrijven van boeken. Toen Rousseau over gelijkheid schreef,
+werd het vrije Frankrijk reeds geboren, trilde de geest des tijds
+reeds in de menschelijke ziel, en wie ooren had om te hooren hoorde,
+wie schrijven kon schreef. De toestand der kettingslavernij, die
+haar natuurlijk einde naderde, deed Garrison en Phillips en Harriet
+Beecher Stowe ontwaken. Zij maakten de beweging niet. Het einde van
+de economische afhankelijkheid der vrouwen is nabij, omdat het nut
+er van voor het ras afnemende is. Wij hebben reeds een stadium van
+menschelijke verhoudingen bereikt, waarin wij onzen socialen plicht
+in botsing voelen komen met onze geslachtsbanden, die gedurende zulk
+een langen tijd de eenige banden zijn geweest die wij erkenden. De
+algemeene bewustwording der menschheid, de zin voor sociale behoeften
+en sociale plichten openbaart zich in mannen en vrouwen beiden. De
+tijd is aangebroken dat wij voor dieper en hooger prikkels dan
+die van de geslachts-drift vatbaar zijn; het sociale instinkt is
+thans sterk genoeg om ons tot volle werkzaamheid aan te sporen. Dit
+is duidelijk in den tweelingstrijd die heden ten dage de geheele
+wereld beroert,--den strijd tusschen de geslachten en tusschen de
+klassen,--"de vrouwenbeweging" en "de arbeidersbeweging". Beide namen
+zijn niet geheel juist. Beide stempelen tot een klasse-gebeurtenis,
+wat inderdaad een sociale gebeurtenis is, en wat vraagstukken zijn, die
+het belang van het geheele menschdom in zich sluiten. Maar natuurlijk
+voelen de vrouwen het meest het pijnlijke van eigen toestand. Zij
+komen persoonlijk in opstand en meenen dat zij bij de verandering
+het meest zullen gebaat worden. Zoo gevoelt ook de arbeidende klasse
+het meest de toenemende onrechtvaardigheid van haar toestand en komt
+natuurlijk onder dezelfde overtuiging daartegen in verzet. Sociologisch
+beteekenen deze beide omstandigheden, welke sommigen zoo pijnlijk
+en zoo schrikwekkend vinden, slechts één ding,--de toeneming van
+sociale bewustwording. De vooruitgang van sociale organisatie heeft
+in gelijke mate individualisatie doen ontstaan, die ten slotte zelfs
+tot de vrouwen, zelfs tot den laagsten trap van onbekwame arbeiders,
+is doorgedrongen. Deze hoogere graad van individualisatie kenmerkt zich
+in een scherp persoonlijk bewustzijn van de gebreken van een toestand,
+die voorheen weinig gevoeld werden. Met deze hoogere ontwikkeling
+van het individueel bewustzijn en er een deel van uitmakende, gaat
+een evenredige toeneming van maatschappelijk bewustzijn gepaard. Wij
+hebben de ontwikkelingshoogte bereikt om voor elkander zorg te dragen.
+
+De vrouwenbeweging berust niet alleen op een hooger staande
+persoonlijkheid der vrouw en haar diepe verontwaardiging over
+onrechtvaardigheid, maar op het breede, diepe solidariteitsgevoel der
+vrouwen. De vrouwenbeweging is een harmonische beweging, gegrondvest
+op de erkenning van een algemeen kwaad en op het zoeken naar een
+algemeen goed. Hetzelfde is het geval met de arbeidersbeweging. Zij
+is niet ontstaan doordat de individueele werkman beter opgevoed,
+hooger ontwikkeld is dan de domme boer van vroeger, maar door dat met
+het scherper persoonlijk bewustzijn een grooter sociaal bewustzijn
+gepaard ging, zonder hetwelk geen klasse haar toestand verbeteren
+kan. De bijkomende eigenaardigheden van onze sexueel-economische
+verhouding hebben zich zóó ver ontwikkeld, dat zij het voortduren
+van deze verhouding verbieden. In de economische wereld hebben de
+overdreven mannelijkheid met haar woesten wedijver en primitief
+individualisme, en de overdreven vrouwelijkheid met haar overmatig
+verbruik en hinderlijke afhankelijkheid thans een stadium bereikt,
+waardoor zij meer kwaad dan goed uitrichten.
+
+De moderne vrouw die met elken dag zich meer gaat wijden aan een
+bepaald vak, waarvoor zij den vereischten aanleg van den zich
+voortdurend meer bekwamenden man heeft geërfd, komt door de zich
+ontwikkelende ras-hoedanigheden in opstand tegen de primitieve
+beperkingen van een zuiver sexueele verhouding. De wensch om te
+produceeren,--deze kenmerkende eigenschap van den mensch,--vergenoegt
+zich niet langer met een staat waarin alleen de reproductie van het
+geslacht wordt toegestaan. In ons tegenwoordig stadium van sociale
+evolutie wordt het voor de vrouwen steeds moeilijker en pijnlijker
+haar toestand van economische afhankelijkheid te verdragen en
+daarom scheppen zij zich een andere positie. Dit wil niet zeggen
+dat op een gegeven oogenblik alle vrouwen economisch onafhankelijk
+aaneengeschaard zullen staan, maar dat een langzaam aangroeiend aantal
+vrouwen, nu reeds zoo groot dat de geheele wereld ze opmerkt, bij de
+meest geavanceerde volkeren reeds dit vrije standpunt inneemt. Groote
+sociale verbeteringen komen langzaam, gelijk het veel-golvig opkomen
+van den vloed; het zijn geen plotselinge sprongen over gapende kloven.
+
+Maar, behalve dat wij voor het eerst duidelijk bemerken dat onze
+vreemde verhouding haar einde nadert, kunnen wij ook zien, hoe zij
+door eigen werking krachten ontwikkelt, die aan haar bestaan of aan
+het onze een einde moesten maken. Door onze eigenaardige vereeniging
+der geslachten, waarbij de vrouw zich van den man bedient als middel
+om haar doel te bereiken,--de moeder-vader die het werk doet voor het
+hulpelooze wezen dat hij aan zijn hart koestert; de parasiet-gezellin
+die zelfs verslindt waar zij het meest moest voeden,--is de toestand
+geboren reeds herhaaldelijk aangeduid: dat de vrouw door den man
+onderhouden wordt uit geslachtslust. Uit vrees dat hij haar zal
+verliezen voedt hij haar, en door den nood gedwongen, ook haar
+jongen. Zij, haar voedsel verdienende door haar geslachtsleven
+wordt oversekst en werkt daardoor met steeds toenemende prikkeling
+op zijn geslachts-neigingen en daar deze neigingen verband moeten
+houden met zijn economisch kunnen, sporen zij hem tot economisch
+handelen aan en bevordert de vrouw zoodoende de nijverheid en elken
+vooruitgang. Maar,--en hier volgt nu het natuurlijke einde van een
+onnatuurlijken toestand, een toestand die wel is waar een tijdlang zijn
+doel diende, doch die de kiemen van eigen ondergang medevoerde--de
+geslachtsdrift, versterkt als zij werd door den abnormalen druk van
+de economische zijde der verhouding, werd zoo overdreven ontwikkeld,
+dat zij strekte tot vernietiging van individu en ras beide; en zulke
+karakter-hoedanigheden ontstonden daardoor, dat ook deze strekten
+tot ons nadeel en onze vernietiging.
+
+Een verhouding die onvermijdelijk een abnormale ontwikkeling
+voortbrengt, kan op den duur niet gehandhaafd worden. Het toepassen
+der geslachtsdrift als een sociale kracht heeft zulk een onbegrensde
+overdrijving van geslachtslust ten gevolge gehad, dat het sexueel in
+de onnatuurlijke ondeugden der moderne beschaving, en maatschappelijk
+in de gespannen economische verhouding tusschen voortbrenger en
+verbruiker, waardoor de maatschappij in tweeën is gedeeld, tot
+uitdrukking komt. De sexueel-economische verhouding dient om de
+sociale ontwikkeling tot een zekere hoogte op te voeren. Nadat die
+hoogte bereikt is, moet een hooger verhouding aangenomen worden òf
+het proces houdt op opheffend te zijn; het ras gaat dan te gronde
+door ziekelijke werking van eigen krachten en een jonger ras komt op,
+om het geheele verloop van sociale evolutie op nieuw te beginnen.
+
+Onder den prikkel der sexueel-economische verhouding verhief zich de
+eene beschavingstoestand na den anderen, om telkens weder onder te
+gaan in vermoeiende opeenvolging. Ons is het overgelaten een nieuwer,
+een beter vorm van geslachtsverhouding en daarmee gepaard gaande
+economische verhouding te ontwikkelen en zoodoende de vruchten te
+plukken van voorafgaande civilisatie en opgevoerd te worden tot hooger
+wezens. De ware en duurzame maatschappelijke vooruitgang, verder dan
+wij thans gekomen zijn, is gebaseerd op onderlinge menschenliefde,
+niet uitsluitend op onderlinge geslachtsliefde; hij vereischt een
+economisch samenstel dat voor menschelijke behoeften en niet voor
+geslachts-behoeften georganiseerd is. De sexueel-economische verhouding
+voerde den man tot die hoogte op, waarop hij volkomen mensch kan
+zijn. Zij verhief en ontwikkelde den menschelijken geest tot hij in
+staat was die groote sociale belangen te begrijpen en te volbrengen,
+waarin een opvolgend leven zijn uiting moet vinden. Maar indien het
+menschdom deze nieuwe krachten niet ziet, ze niet voelt, ze niet
+trouw dient, dan wordt de hoogte van waar elke verdere vooruitgang
+moet voortschrijden niet bereikt, en daalt het weder. Telkens en
+telkens was de maatschappij reeds tot op die hoogte gestegen, bleef
+dan in gebreke de nieuwe plichten te aanvaarden en zonk terug.
+
+Thans zullen wij niet weder dalen, want het sociale bewustzijn is ten
+slotte zoo'n bezielende kracht in man en vrouw beide geworden, dat
+wij duidelijk gevoelen dat ons menschelijk leven niet ten volle door
+het geslachtsleven alleen geleefd kan worden. Wij zijn reeds zoo ver
+geïndividualiseerd, zoo ver gesocialiseerd, dat mannen kunnen werken
+zonder de aansporing van den overdreven geslachtsprikkel, werken voor
+een ander doel dan alleen voor vrouw en kinderen; terwijl de vrouwen,
+zonder in den slaafschen toestand van economische afhankelijkheid
+gebracht te zijn, kunnen liefhebben en dienen,--ja beter liefhebben en
+meer dienen. De geslachtsprikkel begint en eindigt in de individuen. De
+sociale zin is een hooger iets, een betere zaak, waar een breeder,
+edeler leven mede gepaard gaat, een leven zooals wij het nooit zullen
+leeren kennen, zoolang het alleen op een geslachts-basis rust.
+
+Daarenboven moet men goed begrijpen, wat reeds in wijden kring vaag
+gevoeld wordt, dat de hoogere ontwikkeling van het sociale leven,
+die op de economische onafhankelijkheid der vrouwen volgt, een
+hooger geslachtsleven mogelijk maakt dan tot dusver bekend was. Even
+snel als de mensch tot op een bepaalde hoogte in maatschappelijken
+vooruitgang stijgt, even snel verslijt en vergaat deze oorspronkelijke
+vorm van geslachts-vereeniging; dan gevoelt men ook hoe onvoldaan een
+zoodanige vereeniging laat en hoe kwetsend zij is. In het hedendaagsche
+leven is dit reeds duidelijk merkbaar. De lange, zekere, opgaande
+strooming van het menschelijk ras naar het monogame huwelijk wordt
+niet langer gesteund, maar belemmerd door de economische zijde van
+de verhouding. Het beste huwelijk is dat hetwelk gesloten is door de
+beste individuen; doch heden ten dage voelen de beste individuen van
+beide seksen zich steeds meer gekwetst door de economische basis van
+ons huwelijk, een basis die in mannen en vrouwen die eigenschappen
+en de daaruit voortvloeiende industrieele toestanden voortbrengt
+en in stand houdt, welke het huwelijk met elken dag moeilijker en
+wisselvalliger maken.
+
+Daarom moest de vrouwenbeweging door ieder rechtschapen en helderziend
+man zoowel als vrouw begroet worden als de beste vrucht van deze
+eeuw. De vooruitstrevende banier voert tot zinspreuk: "gelijkheid
+voor de wet", de vrouw een aandeel in het politieke leven; maar
+de voornaamste vooruitgang is en zal zijn economische vrijheid en
+gelijkheid. Zoolang leven op aarde bestaat, zullen de economische
+voorwaarden van elken bestaanden levensvorm er den grondslag van
+vormen en den toestand beheerschen; het menschelijk leven maakt hierop
+geen uitzondering. Een maatschappij, wier economische eenheid een
+geslachts-verbond is, kan zich niet boven een zekere hoogte economisch
+ontwikkelen; evenmin als een maatschappij, zooals de patriarchale,
+wier politieke eenheid een geslachts-verbond was, zich boven een
+zekere hoogte politiek kon verheffen.
+
+De laatste bevrijding van het individu zal de laatste vereeniging
+van individuen mogelijk maken. Zoolang de zonen zich moesten
+buigen voor den wil van een patriarchalen vader was democratie een
+onmogelijkheid. Democratie beteekent, vereischt, is, persoonlijke
+vrijheid. Zoolang de sexueel-economische verhouding het huisgezin
+maakt tot het doel waarvoor wij werken, is geen hooger samenleven
+dan wij thans bereikt hebben mogelijk. Doch zoodra de vrouwen vrije,
+economische, maatschappelijke factoren geworden zijn, wordt een
+volkomen maatschappelijke vereeniging van individuen met collectieve
+voortbrenging mogelijk. Met zulk een vèr strekkende vereeniging,
+wordt ook een vereeniging tusschen man en vrouw mogelijk, zooals de
+wereld zich die reeds lang te vergeefs gedroomd heeft.
+
+
+
+
+
+
+
+VIII
+
+
+Met zoo'n onmisbare en ingrijpende verandering in het menschelijk
+leven als deze verandering van economischen grondslag in de positie
+der vrouwen, doen wij goed eindelijk meer aandacht te schenken aan
+de verklaring van alledaagsche feiten in ons gewone leven, die door
+elken oppervlakkigen lezer begrepen kunnen worden, indien hij ten
+minste weet, hoe hij moet lezen. In den regel begrijpen wij niets
+van de belangrijkste openbaringen aan de menschheid,--de teekenen
+des tijds. Geschiedkundige crisissen, welke langzaam haar hoogtepunt
+bereikt hebben, barsten plotseling over ons los, nog voor de overgroote
+meerderheid van het volk bemerkt dat er iets gaande is. Het eerste
+geweer dat te Fort Sumter werd afgeschoten, was een buitengewone
+verrassing voor de meeste burgers der Vereenigde Staten. Toen de adel
+van Frankrijk werd vernietigd, hadden slechts weinigen dit genoegzaam
+voorzien om het te voorkomen.
+
+Gelukkig wachten de wetten der sociale evolutie niet op onze erkenning
+of aanneming er van, zij gaan onverbiddelijk haar gang. Zoo is de
+verandering, grooter en belangrijker dan de wereld ooit aanschouwd
+heeft, het langzaam oprijzen van de eeuwenlang onderdrukte vrouw
+tot volkomen ras-gelijkheid met den man, reeds lang genoeg rondom
+ons gaande geweest, om opgemerkt te kunnen worden. Zij verscheen om
+velerlei redenen in Amerika eerder en sterker dan ergens elders.
+
+Het Anglo-Saksisch bloed, dat engelsch mengsel waarvan Tennyson
+zingt,--"Saksisch, Normandisch en Deensch zijn wij",--toont de
+krachtigste uiting van den laatsten stroom van frisch rassen-leven
+van het Noorden; van deze krachtige rassen, waar de vrouwen meer
+gelijk waren aan de mannen en de mannen er niet minder mannelijk om
+waren. De sterke, levendige geest van den godsdienst-opstand in de
+nieuwe kerk, die protesteerde tegen en zich los maakte van de oude,
+deed de ziel der vrouw even goed als die van den man ontwaken en in de
+gelijkheid van het martelaarschap leerden beide seksen naast elkander
+staan. Daarna, in het durven en zich blootstellen, het harde werken
+en de bittere ontbering van het pioniers-leven der eerste kolonisten,
+was de aanwezigheid der vrouwen werkelijk van het hoogste belang en
+had haar arbeid groote economische waarde. Geslachts-afhankelijkheid
+werd bijna niet gevoeld. Zij die de kogels goot en de geweren
+laadde, terwijl de mannen ze afvuurden, was mede-verdediger van
+huis en haard. Zij die de wol kamde, verfde, spon en weefde was
+mede-kostwinner van het gezin. Mannen en vrouwen zonden te zamen hunne
+gebeden op, werkten te zamen en vochten te zamen in betrekkelijke
+gelijkheid. De ontwikkeling der democratie heeft ons echter meer dan
+alles de volmaaktste individualisatie gebracht die de wereld ooit
+aanschouwd heeft. Ofschoon dit in het politieke leven alleen door de
+mannen wordt geuit, is toch het karakter dat het heeft voortgebracht,
+ook door hun dochters geërfd. De democratische Federatie die in haar
+organische vereeniging terugwerkt op individuen, heeft in Amerika den
+geest der menschen zoo vrij gemaakt, zoo versterkt, zoo aangemoedigd,
+dat zij de slavernij hebben afgeworpen, en, door denzelfden prikkel
+in beweging gebracht, den langen strijd voor wettelijke gelijkstelling
+der vrouw zijn begonnen.
+
+Deze strijd is in Amerika reeds 50 jaren onvermoeid gestreden en nadert
+thans met snelle schreden zegevierend zijn einde. Het is niet alleen
+dat in vier Staten ten volle het kiesrecht wordt uitgeoefend door beide
+seksen, noch dat in vierentwintig andere Staten het kiesrecht voor een
+deel aan de vrouwen is toegekend, wat wij onder vooruitgang rekenen;
+maar wij vinden in de wettelijke en maatschappelijke, geestelijke en
+lichamelijke veranderingen het bewijs dat de moeder der wereld haar
+rechte plaats in de maatschappij gaat innemen. Hebben wij niet reeds
+opgemerkt dat de moderne vrouw in grootte, kracht en vlugheid gewonnen
+heeft? De moderne vrouw, die geest en lichaam staalt, vertegenwoordigt
+het nieuwe type, waarlijk een edel type. De heldinnen van novellen en
+drama's hebben tegenwoordig reeds een ander karakter dan die van het
+begin dezer eeuw. Niet alleen dat men ze uiterlijk anders schetst, maar
+zij gedragen zich ook anders. De valsche sentimentaliteit, de valsche
+preutschheid, de valsche teederheid, de buitengewone valschheid van de
+overdreven complimenten en kruipende hoffelijkheid, welke met al die
+andere valschheden hand aan hand gaan, verdwijnen langzamerhand. De
+vrouwen beginnen oprechter, flinker, sterker, gezonder en werkzaam,
+bekwaam, vrij te worden, meer menschelijk in elk opzicht.
+
+De verandering in opvoeding is voor een groot deel de oorzaak hiervan
+en zal er later een gevolg van worden. Dag aan dag vallen hinderpalen
+neder. Meer en meer worden wegen voor de vrouw geopend waar zij haar
+geest kan verrijken, en gretig maakt zij daarvan gebruik. Niet alleen
+onze leerlingen, maar zelfs onze onderwijzers zijn meestal vrouwen. En
+het heldere en krachtige verstand der vrouwen toont telkenmale hoe
+onrechtvaardig de laffe beleediging was, waarmede men vroeger steeds
+verachtelijk sprak van "vrouwelijk verstand." Vrouwelijk verstand
+bestaat niet. Hersenen zijn geen geslachtsorganen. Wij zouden even
+goed van een vrouwelijke lever kunnen spreken.
+
+Aanhoudend gaat de vrouw vooruit in kunsten en wetenschappen, handel
+en ambachten; doch het is zeer dom met deze betrekkelijke vorderingen
+aanspraak op superioriteit op dit gebied van vrouwen boven mannen te
+maken of zelfs hunne gelijkheid hieruit te willen afleiden. Meer voor
+dit doel geschikt, en wat ook gemakkelijker aangetoond kan worden,
+is de superioriteit der hedendaagsche vrouwen boven die van vroeger
+tijden, de onbegrensde nieuwe ontwikkeling van ras-hoedanigheden in
+de vrouw. Zouden wij ons nog in spreekwoorden uitdrukken, dan zouden
+onze moderne spreekwoorden niet meer met zulk een verpletterende,
+onbeteugelde verachting van de hedendaagsche vrouwen spreken, als
+deze onfeilbare uitspraken der volksmeening vroeger deden.
+
+De volksgeest van heden wordt weergegeven in novellen en romans,
+eenvoudige verzen en humoristische toespelingen. Onze verandering in
+omstandigheden en verandering van gevoelens blijkt uit hetgeen door de
+meeste auteurs vrij geschreven en door de meeste menschen vrij gelezen
+wordt. In oude romans was de vrouw alleen mooi, voornaam, deugdzaam en
+soms "talentvol". Zij deed niets dan beminnen en haten, gehoorzamen
+of niet gehoorzamen, hier en daar werd zij aan schurken, helden en
+slechte ouders overgeleverd, werd uitgescholden, viel in zwijm of
+barstte in tranen uit, al naar het best bij de gelegenheid paste.
+
+De hedendaagsche roman ruimt de vrouw hoe langer hoe grooter plaats in
+de handeling van het verhaal in. Er worden persoonlijke bijzonderheden
+van haar vermeld, buiten en behalve haar lichamelijke schoonheid. En
+zij is niet meer tevreden met er eenvoudig "te zijn", zij "doet"
+ook werkelijk iets. Onze romanheldinnen bezitten thans eigenschappen
+van moed, lijdzaamheid, kracht, overleg, en de macht om een goed
+overlegd plan snel uit te voeren. Zij hebben een eigen oordeel en
+een eigen doel, en zelfs wanneer, zooals in zoovele gevallen door de
+meer reactionaire novellisten beschreven wordt, de pogingen van de
+heldin volkomen nutteloos blijken en zij meestal vrij onberedeneerd
+ten slotte toch haar toevlucht neemt tot een huwelijk met economische
+afhankelijkheid, dan ontbraken toch de pogingen niet. Afkeuren mag
+hij, zijn kunst gebruiken om te veroordeelen en te verguizen mag hij,
+maar de ware novellist is verplicht om de kenmerkende verschijnselen
+van dezen tijd te boekstaven, en geen teeken is meer kenschetsend
+voor dezen tijd, dan de steeds toenemende individualisatie der
+vrouwen. Lichtelijk, doch met gelijke onfeilbare waarheid, vertoonen
+het vernuft en de humor tegenwoordig dezelfde ontwikkeling. De meeste
+van onze tegenwoordige aardigheden op vrouwen hebben betrekking op haar
+"nieuwheid", haar geavanceerdheid.
+
+Geen sociologische verandering, die in belangrijkheid gelijk was aan
+deze duidelijk opgemerkte verbetering van een geheele sekse, heeft
+ooit in één eeuw plaats gegrepen. Onophoudelijk gaat de spil waar
+alles om draait, de groote verandering in de economische verhouding,
+haar gang. Zij volgt een geheel natuurlijke, richting. Even als
+het toenemend gebruik van machines de ruwe lichaamskracht in waarde
+doet verminderen en ontwikkeld verstand en ervaring in waarde doet
+stijgen, zoo eischt ook de druk van industrieele toestanden een steeds
+hoogeren graad van arbeidsverdeeling en leidt tot het verdwijnen van
+dit overblijfsel uit het patriarchale tijdperk,--het gezin als een
+economische eenheid.
+
+De vrouwen zijn door den druk der noodzakelijkheid tegen haar zin op
+het veld der economische werkzaamheid aangeland. Voor haar langzaamheid
+en begeerigheid, een gevolg van eeuwenlange afhankelijkheid, is
+die verandering volstrekt niet aantrekkelijk. Vele vrouwen werken
+alleen omdat zij moeten, en niet langer dan tot zij kunnen trouwen en
+"onderhouden worden." Ook de mannen, die in de macht van het geld en
+in de geringe soort dankbaarheid en toewijding die er mede gekocht
+kan worden behagen scheppen, verwerpen en bestrijden de verandering;
+maar door dit alles wordt de loop van den socialen vooruitgang slechts
+weinig gewijzigd.
+
+Een sprekend feit is de toenemende wensch van jonge meisjes om
+onafhankelijk te worden, om een eigen loopbaan te hebben, ten minste
+voor een tijd, en het steeds aangroeiend bezwaar van tallooze gehuwde
+vrouwen om hun man nederig om geld te vragen, om te bedelen voor
+hun onderhoud. Meer en meer geven vaders hun dochters en mannen
+hun vrouwen een vast jaargeld--een afzonderlijk bedrag, dat zij
+naar eigen goedvinden kunnen gebruiken. Het gevoel van persoonlijke
+onafhankelijkheid bij de tegenwoordige vrouwen is een zeker bewijs
+dat er verandering is gekomen.
+
+De invoering der machines, waardoor een tijd geleden vele takken van
+industrie uit het huis verdreven werden, beroofde de vrouw geheel van
+hare economische waarde; maar thans verheft zij zich en volgt haar
+verloren spinnewiel en weefstoel naar hun nieuwe plaats, de fabriek. Er
+is tegenwoordig nauwelijks een industrie aan te wijzen waarin niet
+eenige vrouwen werkzaam gevonden worden. Door heel Amerika vindt men
+vrouwelijke werklieden buiten den onbetaalden arbeid van het gezin;
+bij de laatste volkstelling waren er reeds drie millioen. Dit is zulk
+een bekend feit en wordt op zoo verschillende wijzen door een zoo
+groot aantal personen gevoeld dat het tot herhaalde en breedvoerige
+bespreking en verschillende opvatting aanleiding geeft. Zonder ons
+hier te verdiepen in de onmiddellijke vóór- of nadeelen hiervan voor
+de industrie, halen wij dit alleen als een onbetwistbaar bewijs aan
+van de radicale verandering in de economische positie der vrouwen,
+zooals die zich thans aan ons voordoet. Voor onze oogen zien wij de
+vrouw van jaar tot jaar nieuwe banen betreden, maar met deze feiten
+uit een persoonlijk oogpunt te beschouwen, bleven wij in gebreke den
+aard der verandering naar waarde te schatten.
+
+Overwegen wij eens de veranderde gezins-verhouding, die met
+de verandering in de positie der vrouwen gepaard gaat. Geheel
+afgescheiden van de gespannen verhouding in het huwelijk, worden ook
+de andere takken van het familieleven door de vreemde nieuwe krachten
+geïnfluenceerd en beantwoorden er aan. "Toen ik een meisje was", zucht
+de grijze moeder, "zaten wij zusters allen stil te naaien, terwijl
+moeder ons voorlas. Nu gaan mijn dochters allen naar een verschillende
+club!" Zij zucht, laat ons dat niet onopgemerkt laten. Wij voelen
+altijd bezwaar veranderingen in die uitingen van het leven te maken,
+waaraan wij een ethische beteekenis hebben gegeven. Dat al de dochters
+zouden naaien terwijl de moeder hardop voorlas, werd als goed beschouwd
+en daarom acht men het verkeerd dat de dochters naar verschillende
+clubs gaan, omdat hierin gevaar schuilt voor het huiselijk leven. In de
+periode van gezamenlijk naaien en lezen waren de zoo vergaderde vrouwen
+even nauw verwant in industrieele en intellectueele ontwikkeling als
+in familie-verwantschap. Zij konden allen hetzelfde werk doen en zij
+hielden er van om het te doen. Zij konden allen hetzelfde boek lezen
+en zij hielden er van om het te lezen. (En lezen werd een halve eeuw
+geleden, half als een deugd, half als een kunst beschouwd). Van daar
+het gemak waarmede zulk een groep vrouwen hun gemeenschappelijk werk
+en hun gemeenschappelijk genoegen opvatten.
+
+De steeds grooter wordende individualisatie door het democratisch leven
+brengt onvermijdelijk in onze dochters even goed als in onze zonen
+verandering. Niet alle meisjes houden meer van naaien, velen kunnen
+het zelfs niet. Nu bij elkaar te gaan zitten naaien, zou in plaats van
+een harmonisch proces te zijn, op verschillende wijze rusteloosheid,
+afkeer en zenuwachtige prikkelbaarheid te weeg brengen. En wat het
+hardop lezen aangaat, het is nu niet meer zoo gemakkelijk een boek
+te vinden, waarin een goed onderwezen gezin van moderne meisjes en
+de moeder allen te zamen belang zouden stellen. Met het zich meer
+specialiseeren, meer differentieeren van het menschenras worden de
+eenvoudige banden van het familieleven minder sterk gevoeld, terwijl
+de meer samengestelde banden van het sociale leven krachtiger tot ons
+spreken; en dit is voor vrouwen zoowel als voor mannen een volmaakt
+natuurlijk en gewild proces.
+
+Het moet in het voorbijgaan even worden opgemerkt, dat een van de
+oorzaken van hetgeen men "Americanitis" noemt, gevonden wordt in de
+toenemende zenuwachtige inspanning om het familieverband te behouden,
+wat voornamelijk op de vrouwen van invloed is. Nu zij persoonlijk
+meer zelfstandig worden, lijden zij meer onder de primitieve en
+onbeteekenende toestanden van het familieleven uit vroegeren tijd. Wat
+"een vrouw" en "een moeder" verondersteld werd volkomen geschikt
+te vinden, vindt de ontwikkelde vrouw van heden, die tevens een
+persoonlijkheid werd, dikwijls leelijk en ongeschikt,--een wantje waar
+zij een handschoen begeert. De huiselijke zorgen en werkzaamheden die
+nog niet op de hoogte van den tijd zijn gebracht, laten haar toenemende
+ontwikkeling geen vrij spel. Waar de embryonische samenvoeging van
+kok-verpleegster-waschvrouw-kamermeid-huishoudster-naaister-kindermeid
+tevreden was met een "van alle markten thuis" en niets geheel meester
+te zijn, daar lijdt de vrouw, die zich in staat voelt in één van die
+zaken uit te munten, doch daarnaast minder van de andere af te weten
+dubbel, wanneer zij genoodzaakt wordt te doen waartoe zij zich niet
+in staat voelt en te laten wat zij goed zou kunnen doen. Het met zorg
+ontwikkeld modern verstand ondervindt door de botsing en schok van het
+wel een dozijn keeren daags veranderen van het soort arbeid een bepaald
+nadeel, een verlies van zenuwkracht. Met de breeder maatschappelijke
+ontwikkeling van de hedendaagsche vrouw gaat gepaard een geschiktheid
+en verlangen naar een ruimer arbeidsveld, naar een meer georganiseerde
+wijze van werken voor grooter doeleinden, waardoor het algemeen belang
+meer gediend wordt, terwijl de sterke persoonlijke grenzen van de meer
+primitieve huiselijke plichten, belangen en methoden steeds zwaarder
+gaan drukken. En deze druk en spanning moet met den vooruitgang der
+vrouwen grooter worden, totdat de nieuwe functioneele macht zich
+zelf een organische uiting verschaft en de verouderde huiselijke
+werkzaamheden onder handen genomen en georganiseerd worden, evenals
+de andere arbeid van het moderne leven.
+
+Onderwijl evenwel lijden de besten en de meest op den voorgrond
+tredende vrouwen zeer veel; de maatschappelijke vooruitgang wordt
+sterk belemmerd door de moeilijkheid om oude toestanden aan nieuwe
+levensvoorwaarden passend te maken. Men moet toch bedenken dat
+het niet de wezenlijke verhoudingen van vrouw en moeder zijn,
+welke door deze verandering gewijzigd worden, maar dat alleen de
+huishoudelijke werkzaamheden die uit de economische afhankelijkheid
+van vrouw en moeder voortspruiten en die tot nu toe verondersteld
+werden een deel van haar functiën te zijn, veranderen zullen. De
+verandering die wij ondergaan maakt in geen enkel opzicht inbreuk
+op de ware familieverhoudingen, huwelijk, ouderschap; doch alleen
+op die onder-verhoudingen, die in een vroeger tijd tehuis behooren
+en nu langzamerhand gaan verdwijnen. De familie als een geheel, een
+economisch en maatschappelijke eenheid, blijft niet bestaan zooals
+zij was. De banden tusschen broeder en zuster, neven en nichten en
+bloedverwanten in het algemeen, worden langzamerhand minder sterk
+en zijn verplicht plaats te maken voor nieuwe banden, die een beter
+verbond zullen vormen.
+
+De verandering werkt opvallender bij vrouwen dan bij mannen, omdat
+onder haar langer de meer oorspronkelijke phasen van het familieleven
+bleven bestaan. Een van de meest in het oog vallende teekenen is de
+eisch der vrouwen niet alleen van eigen geld, maar van eigen werk,
+om zich persoonlijk te kunnen uiten. Zij die zich verzetten tegen
+vrouwen-arbeid op grond dat zij niet moeten wedijveren met mannen
+of niet verplicht moeten worden te strijden voor haar bestaan,
+beschouwen het werken alleen als middel om geld te verdienen. Zij
+moeten bedenken dat menschenarbeid een uiting van bekwaamheid is,
+dat "te doen" en "te maken" niet alleen hoog genot verschaft,
+maar dat het onontbeerlijk is voor een gezonde lichamelijke en
+geestelijke ontwikkeling. Slechts weinige hedendaagsche meisjes
+blijven in gebreke om op de een of andere wijze dezen wensch voor
+persoonlijke uiting te kennen te geven. Dit zien wij niet alleen in
+de klassen der maatschappij waar men gedwongen is te werken, maar
+zelfs onder de rijke vrouwen vinden wij dezelfde krachtige uiting
+van normale ras-energie. Houtsnijden, ijzersmeden, photographeeren,
+japonnen maken volgens de regelen der kunst,--om het even wat het is,
+maar onze tegenwoordige meisjes willen allen iets doen. Het is een
+zeer gezonde toestand die wijst op de ontwikkeling van raskenmerken
+in de vrouwen en een evenredige vermindering van geslachtskenmerken,
+tot deze hun normale verhouding weder zullen hebben ingenomen.
+
+De vrouw ondergaat thans in lichaam en geest, in alles wat met het
+leven in verband staat een zegenrijke verandering; terwijl zij vroeger
+in hoofdzaak een geslachtswezen was, ontwikkelt zij zich thans tot
+een volmaakt menschelijk wezen dat niet minder een ware vrouw is,
+nu zij meer een waar mensch wordt. Wat ons beangstigt en mishaagt
+bij het zien van deze dingen komt voort uit ons dwaas wanbegrip
+dat ras-functiën mannelijke functiën zijn. Er wordt veel inspanning
+nutteloos verbruikt met te willen aantoonen dat vrouwen geslachtloos
+en mannelijk zullen worden, door deze menschelijke plichten op zich te
+nemen. Men zegt ons dat het voor de kindsheid en voor den ouderdom
+karakteristiek is slechts weinig geslachtelijk onderscheiden te
+zijn en dat aanneming van eigenschappen die de andere sekse eigen
+zijn, een verval of een onontwikkelden toestand bewijst. Bij elk
+ras zijn de jongen minder geslachtelijk onderscheiden en van de
+ouden van dagen zijn de kenmerkende geslachts-eigenschappen somtijds
+verwisseld, bijv. het kraaien van oude hennen of het groeien van een
+baard bij oude vrouwen. Het is om die reden dat men ons overtuigen
+wil dat de poging der vrouwen om mannelijke economische functiën
+te verrichten een verminderde beschaving bewijst en diep betreurd
+moet worden. Er zou eenige reden voor die opvatting zijn, indien de
+gewone ras-werkzaamheden van de menschheid, waaraan de vrouwen nu
+zoo ijverig deelnemen, inderdaad mannelijke functien waren. Maar
+dat zijn zij niet. Wij kunnen onze ziekelijke denkbeelden omtrent
+geslachts-onderscheid niet bespottelijker uitdrukken dan door
+dezen liefelijken eisch om alle menschelijke levensprocessen
+tot geslachts-functien van den man te verklaren. "Mannelijk"
+en "vrouwelijk" heeft alleen betrekking op reproductieve
+geslachts-functien, op de processen van ras-behoud. De processen
+van zelf behoud zijn ras-functien, anders voor iedere diersoort,
+doch gelijk voor beide geslachten.
+
+Indien kon aangetoond worden dat de hedendaagsche vrouwen
+een baard kregen of bijv. van bekkenbeenderen veranderden, of
+basstemmen ontwikkelden, of dat zij in hun nieuwe werkzaamheden de
+vernietigende kracht, den ruwen oorlogzuchtigen aard, of de intense
+geslachts-ijdelheid van den man vertoonden, dan zou er reden zijn om
+zich ongerust te maken. Maar men vond steeds bij elk onderzoek dat
+ingesteld werd naar vrouwen die werkzaam waren, dat zij toch vrouwen
+bleven, en dit schijnt voor vele eenvoudige zielen een verrassing
+geweest te zijn. Een vrouwelijk paard is niet minder vrouwelijk
+dan een vrouwelijke zeester, maar zij heeft meer functien. Zij kan
+meer dingen doen, is een hooger ontwikkeld organisme, heeft meer
+verstand, en met dit alles is zij zelfs vrouwelijker in haar meer
+uitgewerkte en verder strekkende voortplantingsprocessen. Zoo zal ook
+de "moderne vrouw" niet minder vrouw zijn dan de "ouderwetsche vrouw",
+ofschoon zij ook meer functien verricht, meer dingen kan doen, een
+fijner ontwikkeld, organisme heeft en meer verstand bezit. Zij zal
+met dit alles vrouwelijker zijn, daardoor zal zij veel beter voor
+de kinderen zorg dragen dan met onze tegenwoordige verspillende,
+betreurenswaardige methode, waarbij wij, evenals een kabeljauw,
+vijftig percent van de jongen verloren laten gaan, mogelijk is. Een
+gehuwd paar, zegt de wetenschappelijke dictator in allen ernst, heeft
+gemiddeld vier kinderen noodig om de bevolking op de tegenwoordige
+hoogte te houden, twee om de ouders te vervangen en twee om dood
+te gaan,--een pleizierige manier van doen en eene die veel tot den
+goeden naam van ons moederschap bijdraagt!
+
+De snelle uitbreiding van den werkkring der moderne vrouw heeft niets
+te maken met de verwisseling van sommige mannelijke en vrouwelijke
+eigenschappen; dit is eenvoudig een voortgang in menschelijke
+ontwikkeling waarbij de eigenschappen aan beide seksen eigen, nu
+duidelijker aan het licht komen, en wat in zijne gevolgen zeer heilzaam
+is. Ieder die het leven rondom ons gadeslaat moet de verandering in
+de toestanden opmerken. Het is jammer dat wij het belang er van niet
+genoeg weten te waardeeren. Want de groei en het krachtig optreden
+van het gemeenschapsgevoel onder ons allen, is een even duidelijk
+en merkbaar teeken van het moderne leven als de verandering in de
+positie der vrouw, en beide zijn nauw verwant.
+
+Nooit te voren hebben de menschen zooveel voor anderen gevoeld. Van
+de beginnende uiting van grooter belangstelling in en hulpvaardigheid
+voor andere menschelijke wezens, tot aan de laatste uiting van de vage,
+blinde, weifelende beweging voor internationale rechtvaardigheid en
+wetten, worden de gemoederen heden ten dage in beroering gebracht. Het
+geheele maatschappelijk lichaam krijgt tegenwoordig plotselinge
+gevoelsrillingen, wanneer in het een of ander deel van de wereld
+groote droefheid of reden tot vreugde heerscht. Toen het bericht van
+"de negerhut van Oom Tom" het hart van alle menschen had aangegrepen en
+in vuurgloed gezet had; het vuur van menschelijke liefde en medelijden
+dat in ons allen latent is en dat steeds verlangt naar een gelegenheid
+tot gemeenschappelijke uiting, toen bleek dat in elk beschaafd land de
+menschen van onzen tijd over sommige onderwerpen gelijk denken. Niets
+kon in den tijd van Perikles, Augustinus of zelfs van Elisabeth den
+geest zoo hebben wakker geschud, omdat de menschheid in dien tijd nog
+niet zoo ver gesocialiseerd en zoo ver geindividualiseerd was om in
+staat te zijn zoo gemeenschappelijk te voelen.
+
+Uitvindingen en wetenschappelijke ontdekkingen werken er voortdurend
+toe mede om de wereld thans tot eenheid te brengen. Dikwijls
+wordt beweerd dat het verstand van de Grieken of van de groote
+denkers der Middeleeuwen sterker en grooter was dan het verstand
+der hedendaagsche menschen. Misschien is dat waar. Evenzoo waren
+de lichamen van een megatherium (voorwereldlijk gordeldier) en een
+ichthyosaurus (voorwereldlijke hagedis) sterker en grooter dan de
+lichamen der hedendaagsche dieren. Toch stonden zij in organische
+ontwikkeling lager. De maatstaf voor maatschappelijken vooruitgang
+ligt niet zoozeer in de bekwaamheid van het individu, als wel in
+de organische verhouding der individuen, waardoor de vooruitgang
+van ieder afzonderlijk ten bate komt aan allen. Emerson heeft meer
+voor Amerika gedaan dan Plato kon doen voor Griekenland. Plato heeft
+inderdaad meer voor Amerika gedaan dan hij kon doen voor Griekenland,
+omdat door de drukpers en de openbare scholen het denken vrijer werd
+en wat gedacht werd gemakkelijker aan anderen kon worden medegedeeld.
+
+Menschelijke vooruitgang moet gezocht worden in het volmaken
+der maatschappelijke organisatie, en hierin gaan wij thans
+met reuzenschreden vooruit. Terwijl bij de meer oorspronkelijke
+volkeren alleen nadeel gevoeld werd, wanneer het individu daardoor
+aan zijn lichaam of in zijn persoonlijke belangen getroffen werd,
+en later wanneer het zijn natie of kerk betrof, is tegenwoordig het
+gevoel reeds zoo ontwikkeld, dat wij in verzet komen wanneer vreemde
+natiën onrechtvaardig behandeld worden. De beschaafde wereld heeft
+geleden onder de martelingen in Armenië, ofschoon de wijze waarop de
+maatschappij aan hare verontwaardiging lucht geeft nog niet de juiste
+is om het sociale gevoel en den socialen wil ten volle tot uitvoering
+te brengen. [2] Altijd ontstaat eerst de functie en dan het orgaan;
+het menschelijk hart en de menschelijke geest, welke het hart en de
+geest der maatschappij zijn, moeten eerst lang gevoeld en gedacht
+hebben, alvorens het maatschappelijk lichaam zich krachtig kan uiten.
+
+Het maatschappelijk voelen en denken wordt elken dag krachtiger en
+werkzamer. In onze lastige pogingen om tot internationale arbitrage
+te komen; in de half-gewilde verbonden en overeenkomsten tusschen
+groote volkeren; in de samenwerking der geheele menschheid om zeeën
+en bergen en woestijnen door stoom en electriciteit over te steken;
+in het vestigen van zulke wereld-functiën als de internationale
+postdienst;--in deze uiterlijke zaken begint onze maatschappelijke
+eenheid reeds te werken. Wie heeft op het meer bekende terrein van het
+huiselijk leven niet opgemerkt hoe velen van ons bestendig worden bezig
+gehouden voor de belangen der gemeenschap, zelfs ten koste van hun
+eigen-belang. Aanvankelijk werden vrouwen die belangstelling toonden
+in den gang der maatschappij met spot overladen door zulke personen
+als een juffrouw Pieterse of mevrouw Smit, ofschoon enkele vrouwen,
+die zoo groot waren of zoo voor godsdienst en philanthropie ijverden,
+dat zij achting afdwongen, vrouwen als de heilige Elisabeth Frij,
+Clara Burton en Florence Nightingale, hieraan ontkwamen. Doch beide
+categorieën van vrouwen behooren tot denzelfden tijd, maken deel uit
+van dezelfde verschijnselen. Tegenwoordig is er in geheel Amerika, om
+niet van andere landen te spreken, nauwelijks één verstandige vrouw te
+vinden, die niet op de eene of andere wijze werkzaam deelneemt aan een
+maatschappelijk belang, die niet erkent, dat zij nog andere plichten
+te vervullen heeft, buiten die welke alleen haar eigen bloedverwanten
+ten goede komen.
+
+De beweging voor het vormen van verschillende bonden voor vrouwen
+is een van de belangrijkste sociologische verschijnselen van deze
+eeuw,--eigenlijk van alle eeuwen,--omdat zij de eerste bedeesde
+pogingen tot sociale organisatie van deze zoo lang ongesocialiseerde
+leden van ons ras aantoont. Het maatschappelijk leven moet
+onvoorwaardelijk organisatie ten grondslag hebben. De militaire
+organisatie welke vrede bevordert, de industrieele organisatie waardoor
+het leven onderhouden wordt en alle opvoedkundige, godsdienstige,
+liefdadige organisatiën welke voor onze hoogere behoeften zorgen,
+stellen de wezenlijke factoren van die sociale werkzaamheid samen,
+waarin wij als individuen leven en opgroeien; en het is daarom
+duidelijk dat, terwijl vrouwen aan deze organisatiën vroeger niet
+deelnamen, zij ook niet aan het sociale leven deelnamen. Haar
+hoofdzakelijke verhouding tot de maatschappij was een persoonlijke,
+een dierlijke, een sexueele verhouding. Zij brachten de menschen voort
+waaruit de maatschappij was samengesteld, maar zij maakten geen deel
+uit van de maatschappij. Natuurlijk waren zij in hunne hoedanigheid
+onmisbaar, maar evenmin als wij voedsel een deel noemen van de
+maatschappij omdat de menschen niet bestaan kunnen zonder te eten,
+evenmin mogen wij de vrouwen een deel van de maatschappij noemen,
+omdat menschen niet bestaan kunnen zonder geboren te worden. Vrouwen
+hebben menschen gemaakt, die de wereld maakten en men behoeft geen
+vrees te koesteren dat zij niet altijd daarmede zullen voortgaan. Maar
+tot nu toe speelden zij een zeer onbeteekenende rol in de door haar
+zonen gemaakte wereld.
+
+De eenige vorm van organisatie voor de vrouwen was langen tijd de
+ongehuwde godsdienstige gemeenschap. Deze is haar altijd dierbaar
+geweest. Evenals thans vele vrouwen haar onafhankelijkheid niet
+willen opofferen voor een ongewenscht huwelijk, zoo vluchtten er
+vroeger velen voor een gevreesd huwelijk naar de gemeenschappelijke
+onafhankelijkheid van het klooster. De liefde der vrouwen voor de
+Kerk vindt haar grondslag niet alleen in godsdienstige gevoelens,
+maar in de zucht van den mensch om gezamenlijke belangen te dienen
+en gemeenschappelijken arbeid te verrichten; en de vrouwen konden
+daarvoor in de Kerk alleen bevrediging vinden. Daar konden zij ten
+minste te zamen zijn. Daar konden zij voelen met anderen, werken
+met anderen,--het hoogste menschelijk genot. Toen de Kerk haar
+werkzaamheden uitbreidde, vond zij overal in de vrouwen haar vlijtigste
+en vertrouwdste arbeiders. Te zamen te werken, te zamen fondsen te
+vormen voor een gemeenschappelijk doel, voor een nieuw gebouw of een
+nieuwe geestelijke, voor plaatselijke, liefdadige instellingen of voor
+zendingen in den vreemde,--als het maar betrof samenwerking voor andere
+behoeften dan die van het huisgezin,--dit is altijd met blijdschap
+door de strijdende menschelijke ziel der vrouwen aanvaard. Toen
+het mogelijk werd samen te werken voor andere dan godsdienstige
+doeleinden,--toen de vrouwen groote maatschappelijke belangen mochten
+dienen, bijv. het werk mochten doen in de ambulances gedurende den
+laatsten Amerikaanschen oorlog, waren zij overal onmiddellijk bereid
+in deze behoefte te voorzien. De oprichting en uitbreiding van de
+grootste vrouwen-organisatie, de Women's Christian Temperance Union
+(christelijke-vrouwen-geheel-onthouders-vereeniging) heeft op nieuw
+aangetoond hoe bereidwillig het hart van de vrouw is, om andere
+dan persoonlijke belangen te dienen. Door heel Amerika verrijzen
+de vrouwenbonden thans als paddestoelen uit den grond. De bonden
+vereenigen en verbinden zich tot stedelijke bonden, staatsbonden,
+nationale bonden en zelfs tot wereldbonden. Met elken dag neemt het
+gevoel van menschelijke eenheid onder vrouwen toe. Dit niet op te
+merken is onmogelijk. Deze nieuwe groei in het sociale leven, dit
+plotseling en buitengewoon versterken van onze beste krachten in haar
+allereerste levensuiting niet met voldoening en bewondering gade te
+slaan, is alleen reeds een bewijs hoe blind wij zijn voor den waren
+menschelijken vooruitgang en hoe onverstandig wij zijn ons zoo te
+hebben gehecht aan ons buitensporig geslachts-kenmerk.
+
+Een van de meest gewaardeerde teekenen van dezen vooruitgang is
+de zielegrootheid die in het leven wordt uitgestort. Het is een
+overal opgemerkt feit dat onder den druk van ons modern zaken-leven
+de eerzucht en het idealisme aan het afnemen zijn en van lager
+gehalte worden. Wij worden opgevoed om overtuiging en geweten en
+eergevoel ondergeschikt te maken aan de eischen van succes in zaken,
+onze edelste gaven op te offeren voor de meest onedele praktijken,
+met de laffe verontschuldiging: "een mensch moet leven."
+
+In deze levensphase komt thans een nieuwe geest,--de geest van vrouwen
+als Elisabeth Cady Stanton en Susan B. Anthony; van dr. Elisabeth
+Blackwell en haar schitterende zusterschaar; van al de vrouwen die
+geleden en gestreden hebben een halve eeuw lang, die met kracht den
+weg baanden met opoffering van zoo veel wat haar lief en dierbaar was,
+naar het veld van vrijheid, haar zoo lang ontzegd,--niet voor zich zelf
+alleen, maar ook voor anderen. Wij hebben het luide uitgebazuind dat
+de huishouding en het huisgezin onder zulk een loop van zaken zouden
+lijden. Wij hebben niet weinig er aan meegedaan de onaantrekkelijke
+en onvrouwelijke figuren onder deze vrouwen die de voorhoede vormden
+bespottelijk te helpen maken.
+
+Maar weinigen van ons dachten er over na, hoeveel geestkracht er noodig
+was om de lieve oude paadjes, door zoo vele voeten plat getreden, te
+verlaten en heel alleen nieuwe wegen te banen en die te volgen. De
+aard van de inspanning bracht mede en de aard van den tegenstand
+dien zij zich op den hals gehaald hadden leidde er toe, om de zachte
+bekoorlijkheden en bevalligheden van den over-vrouwelijken staat te
+verliezen; doch de vrouwen die volgen en zachtjes de treden beklimmen
+die deze groote voorgangsters zoo ijverig op gebouwd hebben, kunnen
+het nieuwe werk op de nieuwe wegen verrichten en toch veel behouden
+van hetgeen deze krachtige heldinnen hebben moeten opofferen.
+
+Niet doctor zijn maakt een vrouw onvrouwelijk, maar de behandeling
+welke de eerste vrouwelijke medische studenten en doctoren van hare
+mannelijke collega's ontvingen, was van dien aard dat het mannen
+onmannelijk maakte. Die tijd is reeds lang voorbij. De poorten zijn
+bijna alle geopend, ten minste in sommige landen;--de ras-bekwaamheden
+der vrouwen kunnen zich thans vrij ontwikkelen, zoo als uit den aard
+der zaak wel zal geschieden. Het voornaamste struikelblok ligt nu in
+het verwrongen karakter van de vrouw zelf.
+
+Hoe groot ook de vrouwen mogen zijn die in elk opzicht den hoogsten
+geest des tijds belichamen, de zware erfenis van de jaren die achter
+ons liggen blijft toch nog op ons drukken, er bestaan nog tallooze
+zwakke, kleinzielige vrouwen, die geen hooger begeerten kennen dan
+die van een verliefd guineesch biggetje. Ook deze vrouwen zullen tot
+werken gebracht en haar over-ontwikkelde geslachts-aard tot de normale
+ontwikkeling terug gevoerd worden, door het onzekere bestaan van een
+afhankelijk, onproductief leven. Zij moeten eerst erkennen dat zij
+benadeeld worden. Zij moeten de moeilijkheid waarin zij verkeeren
+begrijpen en die moedig en flink onder de oogen zien.
+
+Maar dit is een zaak van persoonlijke wilskracht, van subjectieve
+bewustwording. Wat wij in de zaak zien en waarin wij ons verheugen is
+dat, met of zonder haar bewusten wil, met of zonder de toestemming
+en de hulp van mannen, zelfs ondanks de historische dwaasheid van
+enkele vrouwen om zwaren tegenstand te bieden aan den vooruitgang der
+anderen,--het wijfje van ons ras zekere en snelle vorderingen maakt
+in menschelijke ontwikkeling.
+
+
+
+
+
+
+
+IX
+
+
+Wanneer men de onderwerping der vrouwen zoekt te rechtvaardigen,
+dan wordt gewoonlijk aangevoerd dat het belang der kinderen die
+vereischt, omdat de vrouwen onder dezen toestand zich uitsluitend
+aan het moederschap kunnen wijden. In deze bewering zijn twee zwakke
+punten. Het een is dat dit belang der kinderen niet bewezen kan
+worden; het ander dat het niet de diensten van het moederschap zijn
+waaraan de vrouw zich geheel wijdt, maar dat het de diensten van het
+geslachts-leven zijn. In plaats dat de economische afhankelijkheid der
+vrouwen in het belang van het nageslacht werkt, heeft zij daarentegen
+een ziekelijk moederschap en een afnemend geboorte-cijfer ten gevolge.
+
+In de eenvoudige tijden van voorheen was er een periode waarin het
+krijgen van kinderen voor de vrouwen een economische beteekenis had,
+toen beschouwde men hen alleen in dat opzicht van nut; vervulden zij
+die taak niet, dan stonden zij ook niet in eer of aanzien. Zulk een
+toestand leidde er toe, de hoeveelheid kinderen sterk te doen toenemen,
+al geschiedde dit ook ten koste van de hoedanigheid. Doch toen met
+de ontwikkeling der industrie het gewicht van economische zorgen op
+de schouders van den man toenam, begon men kinderen als een last te
+beschouwen en werd hun komst door den hard werkenden vader niet meer
+in die mate gewenscht. Zij verkleinen het inkomen van het gezin; en
+de moeder die uitsluitend met dat inkomen moet rondkomen en in haar
+positie van onbetaalde dienstbode overwerkt is, voelt zich volstrekt
+niet gedrongen onder dien economischen druk naar het moederschap te
+streven. Bij de werklieden,--waartoe toch de meerderheid van een volk
+behoort,--is de vrouw dan ook niet uitsluitend werkzaam in dienst van
+haar kinderen. En onder de verstandigste en nauwgezetste werklieden
+bestaat tegenwoordig een merkbare afkeer van groote gezinnen, en
+bestendig wordt getracht om de uitbreiding van het gezin te voorkomen.
+
+Mocht men meenen dat deze beschouwing in geen direct verband staat
+met de economische positie der vrouw, maar veeleer met den algemeenen
+staat der werklieden, dan bezie men denzelfden toestand eens bij
+de rijke lieden naderbij. Hier is de economische afhankelijkheid
+der vrouw tot het uiterste opgevoerd. De dochters en vrouwen van de
+rijken doen nog niet eens het huiselijk werk dat door de vrouwen uit
+arme gezinnen moet verricht worden. Zij zijn van de wieg tot het
+graf volmaakt on-productief, zoowel in goederen als in arbeid van
+economische waarde en zij verteren daarentegen van zulke goederen
+en arbeid een hoeveelheid, welke alleen door de koopkracht van hunne
+mannelijke bloedverwanten begrensd wordt. Hun economische beteekenis,
+gehuwd of ongehuwd, ligt in hun macht de mannen aan te trekken en te
+bekoren; en deze macht is niet die van het moederschap. Integendeel,
+het moederschap ontrooft vele vrouwen haar persoonlijke bekoringen en
+neemt veel van haar tijd in beslag, waardoor zij allerlei genoegens en
+voordeel die voor een vrouw zonder kinderen verkrijgbaar zijn, moeten
+derven. Zij profiteeren het meest door de geslachtsverhouding zonder
+haar natuurlijke gevolgen; en daarom is het economisch in haar voordeel
+het moederschap tegen te gaan, in plaats van het in de hand te werken.
+
+Indien men de uiterste grens van de sexueel-economische verhouding
+uit dit oogpunt beschouwt dan is het voor ieder duidelijk waar te
+nemen. Niets werkt toch de verbetering van het ras door het moederschap
+meer absoluut tegen dan de prostitutie. Met zich uitsluitend te wijden
+aan den dienst van het moederschap, zooals de koningin-bij doet, of
+met zich uitsluitend te wijden aan den dienst van het geslachts-leven
+zonder moederschap, zooals de prostituée doet, bevordert men niet de
+verbetering van het ras. En toch bestaat er nog steeds een krachtige
+volksmeening, dat het voor ons ras van het grootste belang is dat
+alle vrouwen van directe economische werkzaamheden bevrijd blijven,
+opdat zij zoodoende al hun krachten beschikbaar houden voor de schoone
+taak van het moederschap.
+
+In The Forum van November 1888 schrijft Lester F. Ward een artikel
+getiteld: "Our better halves" (onze betere helft), waarin hij duidelijk
+de superioriteit van het vrouwelijk geslacht uit een biologisch
+oogpunt aantoont. Natuurlijk verwekte dit artikel veel tegenspraak;
+en in een weerleggend stuk "Woman's place in nature" (de plaats der
+vrouw in de natuur), (The Forum Mei 1889) zet Mr. Grant Allen zeer
+uitvoerig de algemeene opinie over dit onderwerp uiteen. Van de vrouw
+zegt hij: "ik geloof dat het waar is dat de vrouw veel minder dan de
+man het ras vertegenwoordigt, dat zij waarlijk op het oogenblik nog
+zelfs niet ten halve tot het ras behoort, maar eerder een deel er
+van uitmaakt, bepaald bestemd voor de instandhouding van de soort;
+precies als hommels en mannelijke spinnen deelen zijn van hun soort,
+alleen aangewezen voor de uitoefening van hun mannelijke functiën,
+of zoo als honingbijen individueele insekten zijn, alleen bestemd om
+als levende honingpotten voor de gemeenschap te werken. De vrouw moet
+zich alleen aan de voortplanting wijden."
+
+Sedert op biologische gronden bewezen werd dat het zeer langzaam
+ontstaan en ontwikkelen van het mannelijk organisme uitsluitend als een
+reproductieve noodzakelijkheid moet opgevat worden; en sedert vrouwen
+worden opgeofferd niet aan reproductieve noodzakelijkheden, maar aan
+zeer onnoodige en beleedigende geslachtelijke handelingen onder den
+druk hunner economische afhankelijkheid, vertoont een bewering als die
+van Mr. Grant Allen een sterk humoristische zijde. Zijne meening wordt
+evenwel niet alleen gedeeld door menschen die beweren van sociologie
+en biologie een bijzondere studie te hebben gemaakt, maar het groote
+publiek denkt er evenzoo over en daarom is het noodig dat wij er
+onze aandacht aan wijden. Wie de meening van Mr. Grant Allen deelen,
+moeten echter toestemmen dat de over-ontwikkeling van het geslacht een
+gevolg is van de economische verhouding tusschen mannen en vrouwen
+en dat een reeks individueele en maatschappelijke zonden uit deze
+over-ontwikkeling voortspruiten. Zij moeten verder zelfs toegeven
+dat de economische ontwikkeling van het ras er eenige schade door
+lijdt. Maar zij zullen in antwoord daarop beweren dat deze ziekelijke
+toestanden bij den menschelijken vooruitgang behooren; dat door de
+vrouw voor den dienst van het moederschap te bestemmen de menschheid
+meer goed dan kwaad ondervindt, hoe groot dit laatste ook mag zijn;
+en omgekeerd, dat het individueele en maatschappelijke voordeel door
+economische vrijheid der vrouw verkregen, niet opweegt tegen het
+verlies het ras toegebracht, door opheffing van een moederschap,
+waaraan de vrouwen zich speciaal wijden.
+
+Om dit te weerleggen is het noodig aan te toonen dat onze groote
+toewijding aan de kinderen niet zulke voordeelige resultaten heeft
+als wel verondersteld wordt; dat de invloed van ons moederschap op
+het ras eerder beneden dan boven die van andere diersoorten staat;
+dat deze mindere invloed zijn oorzaak vindt in de sexueel-economische
+verhouding; dat het weder instellen van de economische vrijheid
+der vrouw het moederschap zal ten goede komen; en ten slotte langs
+welke lijn van sociale en individueele ontwikkeling deze verbetering
+praktisch te verkrijgen is.
+
+Bij de behandeling van dit onderwerp hebben wij behoefte aan een
+bijzondere geestelijke voorbereiding. Wij dienen aan te toonen dat
+onze denkbeelden hierover door vooroordeel een eigenaardige tint
+hebben aangenomen, en dat wij in geen andere gedachtensfeer zoo door
+onze aandoeningen verblind worden. Dit onderwerp is altijd boven eenig
+ander, meer een kwestie van gevoel dan van verstand geweest. Ook de
+verhouding der seksen is grootendeels een kwestie van gevoel, maar
+wij hebben die tevens tot een onderwerp van studie, van vergelijking,
+van bespiegeling gemaakt. Er bestaan dientengevolge verschillende
+meeningen over de geslachts-verhouding, maar over het moederschap
+bestaan er geene. Hier en daar durft de een of ander philosoof,
+een Plato, een Rousseau, eenige gedachten wijden aan dit onderwerp;
+maar over het geheel is geen thema van zooveel belang zoo weinig als
+dit bestudeerd geworden. Men beschouwt het moederschap als heiliger
+dan godsdienst, bindender dan de wet, bekender dan de wijze van eten;
+wij zijn allen geboren en opgevoed in de aangenomen verheerlijking
+er van, en op ouderen leeftijd deelen wij het weder evenzoo aan de
+jongeren mede. Iemand kan met minder gevaar om uitgejouwd te worden
+den wil en de daden van zijn God dan van zijn moeder in twijfel
+trekken. Deze moeder-vergoding is een zoo diep ingeworteld, zoo wijd
+verspreid en lang bestaand gevoel dat zij zich op iederen trap van
+geestelijke ontwikkeling vertoont. Zij is met onze godsdienstige
+gevoelens eenerzijds en met onze geslachts-neigingen anderzijds
+zoodanig saâmgeweven, dat het bijna onmogelijk is over dit onderwerp
+helder en kalm na te denken; immers lang was het verboden om over
+godsdienst en geslachts-kwesties van gedachten te wisselen, wijl het
+een te heilig en het andere te onheilig was. Het is daarom gemakkelijk
+te begrijpen waarom wij in dezen zoo vol vooroordeel zijn.
+
+Het instinkt dat het kind naar de moeder drijft is even oud als dat wat
+de moeder naar het kind drijft, beide dateeren uit de periode toen het
+kind voor het eerst zorg noodig had, misschien reeds uit den tijd der
+latere reptiliën. Deze band tusschen moeder en kind heeft onafgebroken
+door de geheele lijn van progressie bestaan en is bij ons sterker
+dan bij eenig ander schepsel, omdat in onze sociale ontwikkeling de
+ouders voor het kind niet alleen het geheele leven door, maar wegens
+ons erfrecht, zelfs nog na den dood van belang zijn. Een zoo vroeg,
+zoo hoogst belangrijk, zoo lang opgehoopt dierlijk instinkt, dat nog
+door maatschappelijke wetten versterkt wordt, is een groote kracht,
+waarbij bovendien nog gevoegd moet worden de lange periode van groote
+ouder-vereering. Daardoor veranderen de dwaze begrippen van vroegere
+vergoders van de idee der ouderlijke heiligheid geheel, want zij
+die eerst een God van hun vader gemaakt hadden, maakten daarna een
+vader van God, en dit diep godsdienstig gevoel heeft het gewicht van
+instinkt zeer verhoogd. Ook familie-regeering, onbegrensd als zij was
+in het patriarchale tijdperk, heeft ons eerbiedig, blind vertrouwen
+in het ouderschap zoo hoog opgevoerd, tot het majesteitsschennis
+werd aan de goede plichtsvervulling er van te twijfelen. Op twee zeer
+belangwekkende overgangen in deze sfeer moet gewezen worden. De een is
+dat het toppunt van kinderlijke toewijding in het patriarchale tijdperk
+bereikt werd, in den tijd toen de vader de eenige machthebbende en de
+voeder van het gezin was en naar goedvinden zijn kinderen mocht slaan
+of verkoopen; doch dit overblijfsel van onder-vereering verminderde
+bestendig met de wijziging van den regeeringsvorm tot in onzen
+democratischen tijd, waarin met volle ontwikkeling van persoonlijke
+vrijheid en verantwoordelijkheid de laagste graad van kinderlijken
+eerbied en onderwerping aangetroffen wordt. In plaats daarvan is in
+aller belang de ongedwongen, liefelijke omgang tusschen ouders en
+kinderen gekomen, die vroeger, toen de kinderen een kruipende houding
+tegenover hen moesten aannemen, volkomen onbestaanbaar was.
+
+De ander is de langzame overgang van de hoogste vadervereering
+"de schepper van mijn bestaan", zooals het kind gewoon was hem
+te beschouwen, naar onze moderne moederwaardeering. De stervende
+soldaat op het slagveld denkt aan zijn moeder, verlangt naar haar,
+niet naar zijn vader. De reiziger en banneling droomt van zijn moeders
+zorgen, zijn moeders versnaperingen. De pathos der volkssprookjes
+gaat heden reeds zoover dat men "den verloren zoon" naar zijn moeder
+terugbrengt, niet naar zijn vader. Indien de oorspronkelijke "verloren
+zoon" een moeder had gehad, dan zou die zeker bezig geweest zijn het
+vetgemeste kalf te braden, toen hij terugkwam. Indien de tegenwoordige
+"verloren zoon" een vader heeft, dan heeft die alleen de verplichting
+het kalfsvleesch te betalen. Onze teederste gevoelens, onze diepste
+eerbied, onze hoogste verbolgenheid over een beleediging concentreeren
+zich tegenwoordig allen meer om de moeder dan om den vader; en dit is
+een sterk bewijs dat de erkenning van de werkelijke waarde van de vrouw
+in het leven en de plaats die zij er moet innemen, ons wordt ingegeven,
+terzelfder tijd dat ons verstand beide kan begrijpen. Niets kan ooit de
+waarheid van de waarde der moeder overschatten. Ons instinkt geeft ons
+den rechten weg aan, zooals trouwens alle diep ingewortelde sociale
+instinkten doen; maar rondom dit instinkt zijn een hoop valschheden
+en dwaasheden opgegroeid, die er altijd toe leiden den vooruitgang
+er van te vertragen en te beletten.
+
+Als de hoofdpersoon bij de voortplanting wordt de moeder hoofdzakelijk
+op eenvoudige physiologische gronden vereerd. Als de hoofdpersoon in
+vormende liefde, de groote voorwaarde voor menschelijk geluk, is zij
+de bron van onzen geheelen groei. Als de beginner der industrie is zij
+nog eens een bron van vooruitgang. Als de eerste en laatste opvoedster
+vormt zij buiten haar lichaam wat zij daar binnen schiep; en daar zij
+de zichtbare, voelbare, beminnelijke, levende type van dit alles is,
+het wezen in wiens persoon de volle som van goedheid voor het individu
+is uitgedrukt, is het geen wonder dat onze sterkste, diepste, teederste
+gevoelens zich groepeeren om het beteekenisvolle woord "moeder".
+
+Stemmen wij met dit alles volkomen in, dan blijft nog voor ons over het
+volle licht der wetenschap en het eerlijke werk der gedachte naar deze,
+evenals naar iedere andere phase van het menschelijk leven te richten;
+ons gevoel te laten rusten en ons verstand te gebruiken; uit te maken
+of wij zelfs hier wel gerechtigd zijn om het belangrijkste werk van
+het individueele leven volgens de methoden van het primitieve instinkt
+te blijven verrichten. Het moederschap is slechts een levensproces en
+als alle levensprocessen mag het bestudeerd worden. Onder onbewuste,
+beginnende levensvormen volbrengt het zijn taak door een eenvoudig
+instinkt. In het bewuste en samengestelde menschelijk leven eischt
+het veel talrijker en verschillender krachten om zijn taak goed te
+vervullen. Bij ons is het een bewust proces,--een proces dat goede of
+slechte gevolgen kan hebben. Deze willekeurige macht brengt nieuwe
+verantwoordelijkheden en de behoefte aan nieuwe methoden mede,--een
+behoefte die niet enkel hierop neerkomt, om te overwegen of wij de
+plichten van het moederschap wel aanvaarden mogen, maar hoe wij ze
+het best vervullen kunnen.
+
+Het moederschap moet evenals ieder ander natuurlijk proces beoordeeld
+worden naar zijn resultaten. Het is goed of slecht naarmate
+het aan zijn doel beantwoordt. Het menschelijk moederschap moet
+beoordeeld worden naarmate het aan zijn doel voor het menschelijk
+ras beantwoordt. Zijn eerste doel is het ras voort te planten door
+reproductie van het individu; het tweede het ras te verbeteren,
+door verbetering van het individu. Het zuiver eenvoudige werk van
+voortplanting wordt evengoed volbracht door het leggen van eieren,
+die soms na den dood van de moeder eerst worden uitgebroed, als door
+jarenlang dienstbetoon aan de kinderen; maar voor het verbeteren van
+het ras komen wij met andere eischen. De functiën van het moederschap
+zijn even natuurlijk vermeerderd als de functiën van de voeding, en
+elk ontwikkelingsstadium heeft voor de moeder nieuwe plichten mede
+gebracht. De moeder-vogel moet haar jongen uitbroeden, de moeder-koe
+moet haar jongen zoogen, de moeder-kat moet jagen voor ze; en van
+elken afzonderlijken dienst welken de moeder verricht, moet de waarde
+beoordeeld worden naar de gevolgen voor de jongen. De maatstaf voor
+het ware moederschap wordt gevonden in datgene wat gedaan wordt in
+het werkelijk belang der jongen, en het beste voor de jongen zal wel
+datgene zijn, wat hun een beter toekomstig bestaan verschaft dan dat
+van hun ouders. Het doel van het ware moederschap is een beter wezen
+dan de ouders in de wereld achter te laten.
+
+Dit doel wordt in het menschenras door twee processen gediend: door
+de eenvoudige individueele functie van voortplanting, waartoe ook alle
+zorg en verpleging behooren; en door de saamgestelde, maatschappelijke
+functie van opvoeding. Aanvankelijk was deze laatste een moederlijke
+functie en daarom een individueele, maar sedert lang is zij eerder een
+ras- dan een individueele functie geworden, die in geen betrekking
+meer staat tot de sekse of eenige andere persoonlijke beperking. De
+kinderen hebben voor een goede ontwikkeling niet alleen de liefde en
+zorg der moeder noodig, maar bovendien de zorg en opvoeding van vele
+anderen. Dit is in zulk een uitgebreiden zin waar, dat men in het
+algemeen kan zeggen dat het tegenwoordig voor een kind beter zou zijn
+om totaal verlaten, zonder moeder of eenig familielid, in de straten
+eener groote stad te staan, dan met een groote en aanhankelijke
+familie overgebracht te worden naar het "donkerste Afrika".
+
+Menschelijke functiën zijn ras-functiën, maatschappelijke functiën,
+en daartoe behoort opvoeding. De plicht van de mensch-moeder en de
+maatstaf voor een goede of slechte vervulling er van moet beoordeeld
+worden naar de vruchten der voortbrenging en opvoeding. Aangezien
+er geen diersoort boven ons staat bij wie wij ons moederschap
+kunnen vergelijken, moeten wij den maatstaf bij lager diersoorten
+aanleggen. Wij moeten bewijzen kunnen dat wij in de functiën, die
+wij met hen gemeen hebben, hooger staan dan zij.
+
+Slaagt de mensch-moeder beter in de voortplanting van haar soort dan
+andere dieren van de orde mammalia? Brengt zij de jongen beter in de
+wereld en voedt zij ze beter op dan moeders van lager diersoorten? Deze
+dieren, minder bewust dan wij, handelen eenvoudig door hun instinkt:
+zij paren in het daarvoor bestemde jaargetijde; zij voeden, bewaken,
+verdedigen hun jongen zoo goed als zij kunnen en zij laten schepsels
+in de wereld achter even goed of beter dan hunne ouders. Wij hebben
+van wilde dieren weinig vertrouwbare gegevens, en het is moeilijk om
+de natuurlijke processen van de tamme dieren los te maken van onze
+inmenging. Maar bij beide toont de eenvoudige handhaving der soort dat
+het moederschap ten minste tamelijk goed in de voortplanting slaagt;
+en bij de dieren die wij voor ons voordeel laten broeden, zien wij
+duidelijk de mogelijkheid dat het ras door het voortplantingsproces
+alleen reeds verbeteren kan. Kunnen wij nu met ons menschelijk
+verstand en ons menschelijk geweten, rijk door macht en wijsheid en
+door het heerschen over de andere rassen, kunnen wij als moeders de
+vergelijking met onze voorgangers doorstaan?
+
+Het menschelijk moederschap vertoont meer ontaardingskenmerken
+dan eenig ander; het is ongezonder, onvolmaakter, zieker. De
+jongen van de menschen zijn eveneens ziekelijk. Wij als dieren,
+zijn in deze omstandigheid zeer inferieure dieren. In plaats
+van ons zelf te verheffen op den grooten moed waarmede wij "de
+gevaren van het moederschap" onder de oogen zien en te pochen dat
+wij ons "in levensgevaar begeven" voor onze kinderen, moesten wij
+ons liever schamen, dat wij moeder en kind beide aan zulke gevaren
+blootstellen. In levensgevaar begeven? Maar dat is het levenslicht voor
+de ongeborene; en daar bestaat trouwens geen levensgevaar, behalve
+wat wij, de moeders, door ons onnatuurlijk leven, over onze eigen
+kinderen gebracht hebben. Levensgevaar, natuurlijk, voor de duizende
+kinderen die te-laat-geboren, ontijdig-geboren, tot-ongeluk-geboren,
+en dood-geboren worden omdat het ware moederschap niet aanwezig is. In
+de eerste lichamelijke functiën van het moederschap kan de vrouw niet
+bewijzen dat haar veronderstelde bijzondere roeping voor deze taak
+de vervulling er van verbeterde, eer het tegendeel. Waar dan ook de
+mensch-moeder zich bezig houdt met de natuurlijke werkzaamheden van
+een menschelijk wezen, zooals de vrouw bij de wilde volksstammen,
+de boerin en overal de werkende vrouw doet, daar vervult zij, zoolang
+zij zich niet behoeft te overwerken, deze functiën oneindig veel beter.
+
+Doch waar een vrouw uitsluitend bestemd wordt voor geslachts-functiën
+en van alle economische werkzaamheden wordt uitgesloten, waar haar
+geslachtsverhouding moet dienen als middel tot levensonderhoud, daar
+zal haar moederschap aan ziekelijke afwijkingen onderhevig zijn. De
+overdreven geslachts-ontwikkeling, veroorzaakt door haar economische
+afhankelijkheid van den man, werkt nadeelig terug op haar wezenlijke
+plichten. Zij is te vrouwelijk voor een volmaakt moederschap! De
+overdreven ontwikkeling van haar secondaire geslachts-eigenschappen
+vormen bij overerving een verwoestend element. Kleine, zwakke, zachte,
+slecht geproportioneerde vrouwen brengen geen groote, sterke, forsche,
+krachtige, welgevormde mannen en vrouwen voort. Toen Frederik de
+Groote stevige grenadiers wilde hebben, liet hij groote mannen met
+groote vrouwen paren,--niet met kleine. De vrouw die alleen voor de
+geslachts-functiën leeft, ontaardt natuurlijk in ras-ontwikkeling en
+brengt even natuurlijk die ontaarding op haar nakomelingschap over. De
+mensch-moeder toont in de voortplantingsprocessen niet boven maar
+beneden de lagere dieren te staan, en geeft in dat opzicht geen blijk
+dat haar opgaan in geslachtsfunctiën haar jongen ten goede komt. De
+moeder van een dood kind of het kind van een doode moeder; het zieke,
+kreupele of idiote kind; de uitgeputte, zenuwachtige, te vroeg-oude
+moeder,--zijn bij ons niet onbekend en zijn geen bewijzen dat wij in
+ons moederschap boven andere dieren staan.
+
+Nu wij de wijze waarop bij den mensch het moederschap vervuld wordt,
+met het oog op de lichamelijke voortplantingsprocessen niet kunnen
+goedkeuren rijst de vraag, of er soms voordeelen van het menschelijk
+moederschap in de andere afdeeling, de opvoeding, zijn aan te
+toonen? Indien de moeder ziekelijk is en het kind eveneens, zal dan
+misschien haar liefderijke zorg voor het kind daar tegen opwegen? Zal
+niet de teedere toewijding van de moeder en haar onvermoeide bewaking
+van het kind genoegzame resultaten opleveren om voor het menschelijk
+moederschap, in vergelijking met dat van andere diersoorten, onze
+bijzondere wijze van doen te rechtvaardigen? Ter beantwoording dezer
+vraag moeten wij aantoonen dat ons moederschap, voor zoover wij
+daaronder gewoonlijk verstaan de "zorg" voor het kind, (duidelijker
+omschreven door het woord opvoeding), van superieuren aard is.
+
+Hier missen wij weder het voordeel van een vergelijking. Bij geen
+andere diersoort vereischt het jong zulk een langen tijd zorg, heeft
+het zooveel onderricht noodig. Voor zoover die andere dieren deze
+zorg en dit onderricht hebben te geven, doen zij het goed. De hen
+met haar kuikens is in dit opzicht een algemeen aangenomen voorbeeld
+van moederschap. Zij legt niet alleen de eieren en broedt ze uit,
+maar zij onderwijst en beschermt ook haar jongen voor zoo ver het
+noodig is. Doch behalve dit eenvoudig voorbeeld bezitten wij geen
+maatstaf van vergelijking voor het opvoedend moederschap. Wij kunnen
+dit alleen onder ons zelf bestudeeren, door vergelijking van het kind
+dat moederloos is, met het kind dat moederlijke zorg ontvangt; het
+kind dat een moeder heeft en niets anders, met het kind wiens moeder
+geholpen wordt door bedienden en onderwijzers; het kind van wat wij
+verstaan onder een superieure moeder, met het kind van een inferieure
+moeder. Deze laatste onderscheiding, een vergelijking tusschen twee
+moeders, is van groot gewicht. Wij hebben reeds stilzwijgend een
+vage maatstaf voor het menschelijk moederschap vastgesteld en losweg
+toegepast, door te spreken van een "natuurlijke" en "onnatuurlijke"
+moeder.
+
+Doch deze termen toonen op nieuw aan hoe wij nog steeds geneigd zijn
+het geheele veld van moederlijke werkzaamheid meer te beschouwen
+als een instinktmatig handelen dan als een werk van verstand, meer
+als een functie dan als een dienst. Wij hebben wel een maatstaf, hoe
+los en vaag die dan ook mag zijn; en zelfs bij dien maatstaf is het
+pijnlijk te zien hoeveel moeders als zoodanig mislukt zijn. Vraag u
+zelven maar eens eerlijk af hoevele van de moeders, wier handelingen
+tegenover hun kinderen gij ziet in straten, winkels, omnibussen en
+booten, in hotels, pensions en aangrenzende tuinen, hoevelen van hen
+een gunstige kritiek bij u opwekken, in vergelijking met die welke
+gij ongunstig beoordeelt. Neem niet in aanmerking het rozig ideaal van
+moederschap dat in uwe ziel huist, maar de ruwe, harde werkelijkheid,
+zooals gij die in het dagelijksch leven te hooren en te zien krijgt.
+
+Het moederschap kan in het volbrengen van opvoedende plichten
+alleen beoordeeld worden naar zijne resultaten. Wanneer wij
+als maatstaf aannemen de edele mannen en vrouwen wier goeden
+lichaamsbouw en flink karakter wij zoo gaarne toeschrijven aan "een
+voortreffelijke moeder", wat moeten wij dan van de moeders zeggen,
+die de wereld gevuld hebben met zoovele onedele mannen en vrouwen,
+met slechten lichaamsbouw en zwak karakter? Wanneer goede moeders
+goede menschen vormen, wat moeten wij dan van de slechte menschen
+zeggen? Wanneer wij geniale mannen en vrouwen zien, dan stellen
+wij die op rekening van hun moeders. Wanneer wij onbeduidende
+mannen en vrouwen zien,--en die zijn toch wel de regel,--dàn durft
+niemand de waarde van de moeders, die deze menschen voortbrachten,
+in twijfel trekken. Wanneer het tot aangeboren misdadigheid komt,
+dan beginnen wij iets te fluisteren van "erfelijkheid", en om aan de
+groote nationale onwetendheid te gemoet te komen, vragen wij dan een
+beter opvoedings-systeem. Maar niemand komt op de gedachte dat het
+moederschap van het menschdom verbeterd kan worden, en toch schuilt
+daar inderdaad het kwaad. Indien onze voortplantingsmethode niet deugt,
+dan is daarvoor de moeder verantwoordelijk. Zij is de voornaamste
+factor in de reproductie. Indien onze opvoedingsmethode niet deugt,
+is de moeder daarvoor eveneens verantwoordelijk. Zij is de voornaamste
+factor bij de opvoeding.
+
+Hiertegen werd aangevoerd dat zulk een bewering den vader en zijn
+verantwoordelijkheid zou buitensluiten. Doch indien de moeder haar
+rechte plaats in de wereld inneemt en zij volbrengt haar plicht goed,
+dan zal zij geen reden hebben over den vader te klagen. Zij zal
+dan immers in de eerste plaats betere mannen maken. En in de tweede
+plaats zal zij zich maatschappelijk verantwoordelijk voelen om een
+geschikten vader voor hare kinderen te kiezen. In de derde plaats
+zal zij als een economisch vrij handelend wezen, voor de helft in de
+behoeften van het kind voorzien. Mannen die niet geschikt zijn voor
+een goed vaderschap zullen onder zulke omstandigheden niet veel kans
+hebben vader te worden en zullen sterven, door iedereen beklaagd,
+in plaats van te leven en door iedereen verwenscht. De man heeft het
+echter in zijn positie, met alle ras-werkzaamheden, en alles wat tot
+het vaderschap en de helft van hetgeen tot het moederschap behoort
+te doen, beter aangelegd om het onmogelijke te volbrengen, dan de
+vrouw het deed in de hare. Men veronderstelde dat zij op aarde geen
+andere taak te vervullen had dan die van moeder. Zij heeft echter
+het werk van de moeder en bovendien alle huishoudwerk van de wereld
+gedaan. Maar zij heeft toch ongetwijfeld zoo veel tijd en krachten
+voor het moederschap gehad als de man voor het vaderschap; en niet
+voordat zij bewijzen kan dat de kinderen der wereld even goed door
+haar opgevoed als zij door den vader gevoed zijn, kan zij op hem den
+blaam werpen van onze algemeene onvolkomenheid.
+
+Geen der beide partijen heeft evenwel schuld. De sexueel-economische
+verhouding oefent onvermijdelijk slechten invloed uit zoowel op het
+moederschap als op het vaderschap. Maar op de moeder moet een beroep
+worden gedaan om deze ongewenschte verhouding te veranderen. Zij,
+een dieper plichtsgevoel, een grooter liefde voor het kind bezittende,
+moet gaan inzien hoe haar valsche positie haar moederschap schaadt en
+zij moet, ter wille van haar kinderen, met dien toestand breken. Van
+den man en zijn vaderschap kan zij maken wat zij wil.
+
+De plicht der moeder is eerst om kinderen voort te brengen die
+lichamelijk even goed of beter zijn dan zij zelf; om de nakomelingen
+een goed karakter te geven, beter, naarmate zij zelf op een hooger
+standpunt staat; om door haar buitengewone macht als moeder het
+menschenras te verbeteren; in een woord, om edeler menschen te maken.
+
+Daarna is het de plicht der moeder, de mensch-moeder, om haar kinderen
+zoodanig op te voeden dat zij voltooit, wat met baren en zoogen slechts
+begonnen was. Zij moet haar kind negen maanden in haar lichaam, twee
+jaar in de armen en zoolang zij leeft in hart en ziel dragen. De
+opvoeding van het kind is een geduchte factor in de menschelijke
+voortplanting. Een goed moederschap moet in staat zijn deze groote
+functie goed te volbrengen. Te dien einde moet de vrouw steeds haar
+kennis verrijken, om de lichamelijke en geestelijke vermogens van het
+kind op de beste wijze te kunnen ontwikkelen, versterken en leiden,
+opdat elk geslacht, tot rijpheid gekomen, duidelijk te onderscheiden
+zal zijn van het voorafgaande, door een edeler, voller ontwikkeling,
+zoowel lichamelijk als geestelijk. Dat de menschheid slechts langzaam
+verbetert wordt hier niet ontkend; maar onze langzame verbetering
+toegegeven, vragen wij toch, is dit alles wat wij er van kunnen
+maken? En kan de verkregen winst toegeschreven worden aan verbetering
+van het moederschap?
+
+Op beide vragen moeten wij neen antwoorden. Wanneer wij zien hoe
+sommige gezinnen verbeteren, terwijl anderen ontaarden en hoe onzeker
+en onregelmatig zulk een verbetering tot stand komt, dan weten wij
+ook dat wij grooter vorderingen zouden kunnen maken, indien alle
+kinderen diezelfde wijze zorgen en diezelfde goede leiding ontvingen
+die thans sommigen te beurt vallen. Wanneer wij verder zien hoe veel
+van onze verbetering op rekening gesteld moet worden van hygienische
+kennis, van openbare zorg voor onderwijs en gezondheidsvoorschriften,
+waarvan niets door moeders is tot stand gebracht, dan is men gedwongen
+toe te geven dat de vooruitgang van het menschenras niet uitsluitend
+aan het moederschap mag worden toegeschreven. De mensch-moeder doet
+minder voor haar jong, in absoluten zin en in verhouding, dan eenig
+ander soort van moeder op aarde. Zij zorgt noch voor voedsel, noch
+voor dekking, noch voor beschutting, noch voor verdediging van haar
+kind. Zij onderricht het niet meer dan de gewoonten en manieren,
+die in den familiekring en in haar beperkten maatschappelijken kring
+gebruikelijk zijn. De noodzakelijke wereldkennis, voor elk menschelijk
+wezen zoo onontbeerlijk, kan zij niet aanbrengen, want die heeft zij
+zelf niet verworven. Deze zorg en opvoeding ontvangt het kind uit
+andere handen en hersenen dan de hare. Ook de zorg en arbeid die de
+moeder aan het lichamelijk welzijn van haar kind besteedt geven haar
+geen aanspraak op superioriteit in het moederschap: dit is slechts
+een deel van ons idealiseeren van het hier behandelde onderwerp.
+
+De vrouw van den armen daglooner heeft veel te veel ander werk te
+doen, dan dat zij al haar tijd aan de verzorging harer kinderen kan
+besteden. De vrouw van den rijkaard zou het kunnen doen, maar zij
+doet het niet, eensdeels wijl zij iemand huurt die het voor haar
+doet en anderdeels omdat ook zij andere plichten te vervullen heeft,
+die een groot deel van haar tijd in beslag nemen. In enkele op zich
+zelf staande gevallen laat een moeder alle andere werkzaamheden door
+anderen verrichten en wijdt haar krachten aan de voeding, kleeding,
+wassching, en voor zoo ver het kan ook aan de opvoeding van haar
+kind. Waar zulke gevallen zich voordoen moet nog bewezen worden,
+dat een zoo opgevoed kind uit deze onverpoosde toewijding van zijn
+moeder voordeel trekt. Integendeel, de beste hulp en opvoeding die
+een kind kan ontvangen komen voort uit de verzamelde kennis en de
+verschillende werkzaamheden van duizenden en duizenden behalve zijn
+moeder,--van de vaders van ons ras.
+
+Uit de zorg voor en de opvoeding van het kind, zooals die door de
+moeder gegeven wordt, blijkt niet dat het menschelijk moederschap in
+een of ander opzicht den voorrang verdient. Vergelijken wij de vrouw
+eerst in haar voortplantings-processen rechtstreeks met andere dieren,
+dan vervult zij deze functie niet zoo gemakkelijk en goed. Vergelijken
+wij daarna de opvoedings-processen der vrouwen onderling, de weinige
+eenigszins bekwame moeders met de vele bedroevend onbekwamen, dan
+schijnt het dat zij in dit opzicht, zoo mogelijk, nog meer te kort
+schieten dan in de eerstgenoemde hoedanigheid. De vooruitgang in de
+menschelijke opvoeding, voor zoo ver die bestaat, is niet verworven en
+wordt niet uitgedeeld door de moeders, maar door mannen en ongehuwde
+vrouwen; en in de vervulling van het menschelijk moederschap bewijst
+niets, dat het in het belang van het ras is dat de vrouwen al haar
+tijd daaraan besteden. Door al haar tijd daaraan te besteden, heeft
+de vrouw noch de kwantiteit, noch de kwaliteit verbeterd. De vrouw
+die werkt plant meestal beter voort, dan de vrouw die niet werkt. En
+de vrouw die niet werkt, is daarom geen beter opvoedster.
+
+Een planeetbewonende socioloog, die eens het menschelijk leven kwam
+bestudeeren en dan voor de eerste maal hoorde van onze zoogenaamde
+"moederlijke opoffering" als middel om het ras te verbeteren, zou
+door dat denkbeeld getroffen kunnen worden en onder den indruk er
+van komen. "Hoe prachtig!" zou hij uitroepen. "Hoe buitengewoon
+aandoenlijk en teeder! De eene helft van de menschheid doet
+afstand van alle andere menschelijke belangen en werkzaamheden
+om al haar tijd, kracht en toewijding te kunnen concentreeren op
+de functiën van het moederschap! Het verheven ras te baren en op
+te voeden, waartoe zij zelf nooit ten volle kan behooren! Eeuwig
+plaatsvervangend te leven door hare zonen, want hare dochters
+zijn slechts een andere plaatsvervangende schakel! Wat een edel en
+hoogstaand martelaarschap!" Daarna zou hij nauwkeurig onderzoeken
+welk systeem gevolgd werd om deze verheven toewijding van het halve
+ras voor het voortbestaan van de andere helft tot stand te brengen en
+te volmaken. Hij zou met innige en hartstochtelijke belangstelling
+den eindeloozen stoet meisjes naoogen, die even als hunne broeders
+als mensch geboren werden, doch die onmiddellijk lager gemerkt
+werden met "vrouwelijk--onvolmaakt type--alleen dienstig om mannen
+voort te brengen." Hij zou veronderstellen dat dit "geslacht gewijd
+aan weder voortbrengende benoodigdheden", doch niettemin begiftigd
+met menschelijk bewustzijn en verstand zich om deze reden grootsch
+zou verheffen en er naar streven zich zelf in elk opzicht voor dit
+groote werk geschikt te maken. Hij zou meenen een maatschappij te
+vinden die deze opoffering betreurt, doch die het gezegende wezen,
+wier leven moest opgeofferd worden voor het leven van anderen, boven
+alles vereert en alle geschikte middelen aanwendt om haar voor haar
+edele taak op te voeden en zoo goed mogelijk voor te bereiden. Helaas,
+welk een ontnuchtering zou de planeetbewonende socioloog met zijn
+geheel natuurlijke verwachtingen ondervinden. Na zijne onderzoekingen
+geeindigd en daarbij niets van al deze dingen gevonden te hebben,
+zou hij naar Mars of Saturnus terugkeeren, of van welke andere planeet
+hij kwam en zich verbazen over de grenzenlooze dwaasheid der menschen.
+
+Indien de positie der vrouw gerechtvaardigd kan worden door de leer
+dat de zorg van de moeder voor het kind die vereischt, dan zou toch
+zeker de maatschappij, of het individu, of beide, daarvoor eenige
+voorbereiding noodzakelijk achten. Maar van voorbereiding is geen
+sprake. De maatschappij erkent zulk een functie niet. Somtijds
+zijn er premiën betaald voor een groot aantal kinderen, maar die
+werden aan de vaders betaald. De nauwkeurig saamgestelde sociale
+inrichting, welke onze huwelijksmarkt vormt, bezit geen afdeeling
+waarbij het moederschap gesteund of bevorderd wordt. Zij staat er
+integendeel vijandig tegenover, zoodat in ons maatschappelijk leven
+het moederschap gelijk staat met direct nadeel en door degeen die
+zich aan maatschappelijken arbeid wijdt vermeden wordt. En het
+individu? Dit neemt zeker goede voorzorgen? Jonge vrouwen, roem
+dragende op haar aanstaande plichten, haar heilig en onvervreemdbaar
+ambt, haar groot geslachts-martelaarschap in het belang van het ras,
+zullen zich zeker voor dit werk plechtig voorbereiden? Wat zien
+wij evenwel? Onze jonge vrouwen laat men volkomen onbewust van hun
+toekomstig moederschap, ja hun levenswijze benadeelt dit zeer dikwijls;
+zij zijn met betrekking tot het moederschap onbetrouwbare, onwetende,
+onverschillige wezens. Zij worden opgevoed niet voor het moederschap
+doch om de andere sekse voor een economisch doel of op zijn best voor
+wederkeerig genot aan te trekken. Zij worden in volslagen onwetendheid
+van haar veronderstelde voornaamste plichten groot gebracht, en weten
+niets van deze plichten voor zij ze moeten vervullen.
+
+Iets dergelijks zou 't zijn als alle menschen eens soldaten moesten
+worden, wien men het lot der natiën in handen gaf en niemand een
+woord met hen zou spreken over oorlog of militairen dienst, totdat
+zij het slagveld betraden!
+
+De opvoeding van jonge vrouwen bevat geen afdeeling voor het
+moederschap! Men beschouwt het als ongepast om deze gewijde
+functionaris eenige voorafgaande kennis van hare heilige plichten
+te geven. Deze belangrijkste en bewonderenswaardigste van alle
+menschelijke functiën is eeuw in eeuw uit in handen gelaten van
+in dat opzicht absoluut onwetende vrouwen. Men heeft stilzwijgend
+verondersteld dat die functie tot stand werd gebracht door die
+mysterieuse werking welke wij gewoonlijk "het heilig instinkt van het
+moederschap" noemen. Moederlijk instinkt is een zeer achtenswaardig
+en nuttig instinkt dat aan de meeste dieren eigen is. Het is
+"heilig" en "goddelijk", zooals alle wetten der natuur heilig
+en goddelijk zijn, maar het is dit alleen wanneer het zijn ware
+roeping vervult. Indien de processen tot ras-behoud voor heiliger
+gehouden worden dan de processen tot zelf-behoud, dan moeten wij
+voor alle functiën en vermogens der voortplanting denzelfden graad
+van eerbied aannemen,--de hartstocht van den man voor de vrouw even
+hoog schatten als de hartstocht van de moeder voor het kind. Indien
+wij nog verder willen gaan en de processen van ras-behoud het meest
+willen vereeren in hun laatste en hoogste phase, welke ook de eenige
+maatstaf is die op een natuurlijken grondslag berust, dan moeten wij
+de groote, belanglooze maatschappelijke functie van opvoeding ver
+boven de zelfzuchtige, individueele moederlijke functie van baren
+en verzorgen plaatsen. Moederlijk instinkt, enkel als een instinkt,
+is onze bijgeloovige vereering niet waard. Het moet alleen beschouwd
+worden als een middel tot een doel en in evenredigheid tot zijn
+gevolgen gewaardeerd worden.
+
+Bij dieren die slechts weinig verstand hebben heeft het instinkt
+zijn toppunt bereikt en werkt goed. Bij wilden die ook geen groote
+intellectueele ontwikkeling bezitten, neemt het een groote plaats
+in. Bij de dieren verzorgt de moeder haar jongen geheel instinktmatig,
+bij de wilden bijna geheel, doch geholpen door de traditiën van haar
+stam, den opvoedenden invloed van vereeniging en eenig rechtstreeksch
+onderricht. Doch naarmate de menschheid vooruitging, samengestelder
+en afwisselender werd, en naarmate het menschelijk verstand zich
+genoeg ontwikkelde om nieuwe functiën en nieuwe behoeften te scheppen,
+verminderde het instinct in waarde. Het menschelijk wezen verbetert
+niet en gaat niet vooruit door zijn dierlijk instinkt, maar door de
+wijsheid en macht van een aangekweekt verstand en een aangekweekten
+wil, welke hem in staat stellen zijn handelingen te leiden, zijn
+instinkten te beheerschen en te wijzigen, opdat deze niet hem zullen
+regeeren.
+
+De vrouw die verzuimd heeft deel te nemen aan de zich steeds
+uitbreidende werkzaamheden, waardoor het verstand van den man
+zich ontwikkelde, die tevens in gebreke bleef haar wilskracht te
+oefenen, wat enkel door vrijheid en macht kan geschieden, heeft
+dientengevolge tot op heden de rudimentaire krachten van het instinkt
+gehandhaafd. Door haar overdreven opgaan in het geslachtsleven, loopt
+deze invloed van het instinkt hoofdzakelijk langs geslachts-lijnen, en
+vindt vrijen toegang tot de processen van het moederschap, waar hij dan
+ook onafgebroken geheerscht heeft. Zoo worden de menschen-kinderen nu
+nog geboren in de armen van een eindelooze schare ongeoefende moeders,
+die voor de zorgen en opvoeding hunner kinderen noch opleiding voor,
+noch ondervinding in dat grootsche werk medebrengen; zij bezitten
+alleen de krachtig opeengestapelde macht van een ruw instinkt, den
+blind vertrouwenden hartstocht van de moeder voor het kind. Moederlijke
+liefde is een enorme kracht, maar kracht heeft leiding noodig. Alleen
+liefde voor het kind beteekent voor dat kind niets, tenzij bepaalde
+daden deze liefde doen kennen. Welke die daden zijn en hoe zij worden
+uitgevoerd, daarvan hangt voor het leven van het kind alles af.
+
+Merk eens op hoe nutteloos de hulpelooze moederlijke liefde en het
+moederlijk instinkt is bij de eenvoudige handeling der voeding van
+het kind. Tot de orde der zoogdieren behoorende, wenscht de moeder
+instinktmatig haar kind te zoogen. (Bij sommige overbeschaafde vrouwen
+bestaat zelfs die wensch niet meer). Dit instinkt heeft haar echter
+niet de levensgewoonten aan de hand gedaan die haar in staat stellen
+deze natuurlijke functie te volbrengen. En waar de natuurlijke functie
+faalt, van welk verder nut kan het instinkt haar dan zijn bij de
+voeding van het kind? Het kan toch niet beslissen tusschen Marrow's
+Food en Nestlé's kindermelk, tusschen Socklet en bussemelk, tusschen
+papbeschuit en alle andere soort kindervoedsel, dat bereid en op de
+markt gebracht wordt door mannen! Deze surrogaten worden niet bereid
+door moederlijk of vaderlijk instinkt, maar door chemische analyse en
+physiologische studie; de gevolgen er van op het kinderlijk lichaam
+worden opgemerkt en het diëet vastgesteld door doctoren, die hun werk
+ook niet verrichten door instinkt.
+
+Indien het fleschkindje het verlies van de moederborst overleeft en
+het zoover brengt dat het mee eet uit den pot, is dan het moederlijk
+instinkt misschien in staat het geschikte dieet voor hem vast te
+stellen? Laat de doctor en het kerkhof hierop antwoorden.
+
+Het groote, uitgebreide veld van mannelijke werkzaamheden in
+het belang der kleine kinderen, van het eigenaardig menschelijk
+verschijnsel van mannelijke hulp bij de baring, (er bestaat nog
+één dier, de obstetrische kikvorsch, waar dit ook voorkomt), tot de
+fabriekmatige arbeid van voedsel, kleeding, bescherming, vermaak,
+en onderricht voor het kind, bewijst dat het moederlijk instinkt bij
+de vrouw ten eenenmale ontoereikend is. Maar er wordt ook nog iets
+anders door bewezen, nl. dat de vrouw misdadig in gebreke blijft om
+op een verstandige wijze in datgene te voorzien waarin het instinkt
+niet langer voorziet. Een met rede begaafd, bewust wezen, dat de
+verantwoordelijkheid draagt voor het behoud van het menschelijk ras
+en zich voor die taak niet op de beste wijze voorbereidt, alvorens
+haar te aanvaarden, is erger dan zorgeloos.
+
+Vóórdat een man een handel, ambacht of beroep aanvaardt, bereidt hij
+zich voor. Hij bekwaamt zich voor de taak die hij op zich neemt. Hij
+zou voor een bedrieger gehouden worden, indien hij werk ondernam
+waarvoor hij niet bekwaam was en de mislukking zijner onderneming zou
+hem met schande en spot overladen. In de gewichtiger beroepen, vooral
+in die waar gebrek aan de noodige kennis "levensgevaar" voor anderen
+medebrengt, bijv. kapitein van een schip, machinist van een trein,
+doctor of apotheker, wordt niet alleen vereischt dat men zijn vak
+bestudeerd heeft, maar dat men door een examen bewijst de noodige
+kennis te hebben opgedaan, en alleen bij voldoende bekwaamheid
+wordt als bewijs daarvan een getuigschrift, diploma of somtijds
+een geloofsbrief uitgereikt, waardoor aangetoond wordt dat aan den
+houder verantwoordelijkheid voor het behoud van menschenlevens kan
+worden toevertrouwd.
+
+Vrouwen aanvaarden een positie waarin zij de verantwoordelijkheid
+voor het leven of den dood van het geheele menschenras op zich nemen,
+zonder voorafgaande studie of ondervinding, zonder zelfs een schijn
+van voorbereiding of waarborg van bekwaamheid. Voor zoover zij
+nog eens over hun nieuwe plichten denken, zijn zij dwaas genoeg te
+veronderstellen dat het geheimzinnig "moederlijk instinkt" hen er wel
+door zal helpen. Kennis als die noodig mocht blijken, zullen zij wel
+opdoen, zoodra de tijd daar is. Ondervinding krijgen zij onderwijl
+de kinderen komen van zelf. "Ik veronderstel dat ik wel weet hoe
+kinderen behandeld moeten worden!" roept de gebelgde grootmoeder uit,
+die om raad gevraagd wordt. "Ik heb er reeds zeven op het kerkhof." Het
+record van het ongeoefend moederlijk instinkt in het menschenras kan
+men vinden in de reeksen en reeksen kleine grafsteenen welke onze
+kerkhoven vullen. De ondervinding die door de behandeling van het
+kind verkregen wordt, wordt dikwijls met het kind begraven.
+
+Neen, de leer dat de verzorging van het kind de positie der vrouw
+rechtvaardigt, kan het licht van onderzoek niet verdragen. De
+mensch-vrouw die zich geheel wijdt aan de voortplanting, alle
+persoonlijke werkzaamheden, elke eervolle onafhankelijkheid, alle
+nuttige en voortschrijdende economische diensten opgeeft om zich
+glorieus te wijden aan de plichten van het moederschap, kan op weinig
+resultaten bogen, die haar positie zouden kunnen rechtvaardigen. Noch
+het enorme hooge sterftecijfer der kinderen, noch de gemiddelde slechte
+gezondheidstoestand van diegenen die in het leven blijven, noch de
+lichamelijke, noch de geestelijke vooruitgang van het ras leveren eenig
+bewijs dat de moederlijke toewijding ten voordeele komt van het ras.
+
+
+
+
+
+
+
+X
+
+
+Niettegenstaande het superieure moederschap van de mensch-vrouw
+zoo moeilijk te bewijzen is en het door de onvoldoende, ongeregelde
+en pathologische resultaten een open veld voor zware aanvallen van
+kritiek oplevert, blijft toch ons heilig geloof, onze eerbied, onze
+ongeschokte overtuiging dat het de eenige volmaakte zaak op aarde is,
+onaangetast. De feiten, die onze zorgeloosheid en onwetendheid in
+het volbrengen van deze functie aantoonen, vallen niet te ontkennen;
+de groote kindersterfte en de vele kinderziekten,--namelijk die welke
+door de doctoren in de rubriek: "ziekten die voorkomen kunnen worden"
+zijn opgenomen,--deze fouten en gebreken met doodelijke gevolgen
+nemen wij overal waar, maar wij tellen ze allen niet, of stellen
+ze op rekening van alle mogelijke oorzaken, behalve op die van een
+onvoldoend moederschap.
+
+Een van de meest gebruikte verontschuldigingen van hen, die inderdaad
+meenen dat verontschuldiging noodig is, is deze, dat de vader voor
+deze omstandigheden moet gelaakt worden. Reeds is vroeger gezegd dat
+zijne ondeugden het lichaamsgestel van het ras verzwakken. Maar zijne
+tekortkoming in dezen verhindert de moeder niet het kind voldoende
+te verzorgen. De vader wordt verantwoordelijk gesteld voor al het
+kwaad dat wij in onze kinderen opmerken; en niettemin vereeren wij de
+moeder voor het physisch proces een kind van zoo'n man ter wereld te
+brengen,--thans als een heldendaad beschouwd,--en voor "de toewijding"
+welke zij er later aan schenkt, afgezien daarvan of die toewijding
+wijs is en werkelijk geschonken wordt. Een gezond en onafhankelijk
+moederschap zou er niet aan denken voor het goed volbrengen van
+zijn natuurlijke functiën meer geprezen te willen worden dan een
+kat voor het ter wereld brengen van haar poesjes of een schaap
+van haar lammeren. Het bekende feit dat de vrouwen uit de lagere
+maatschappelijke rangen meer kinderen baren en ze gemakkelijker ter
+wereld brengen dan de vrouwen uit de hoogere kringen, moest eigenlijk
+aan deze dwaze aanmatiging een einde maken, maar het doet het niet. Hoe
+meer de vrouwen zich zelf en hun kroost verzwakken, hun eigen leven in
+gevaar brengen door verkeerde gewoonten, des te meer moeite, gevaar en
+onkosten zijn er aan dit natuurlijk proces verbonden, en des te meer
+beroemen de vrouwen er zich in allen ernst op en nemen den lof van
+anderen in ontvangst voor de heldhaftige zelfopoffering met welke zij
+hun leven (en dat van hun babies!) voor het behoud van het menschdom
+wagen. Wat den vader en zijn aandeel in de slechte gevolgen betreft,
+niets van hetgeen hij ooit gedaan heeft of nog kan doen, ontslaat
+het moederschap van zijn eerste verantwoordelijkheid.
+
+Veronderstel eens dat het wijfje van een ander diersoort haar plicht
+tegenover haar ras om een goeden echtgenoot te kiezen niet telde,
+dat zij ging paren met schurftige, tandelooze kreupelen,--indien
+zij zulke rasgenooten had,--en daardoor zwakke, misvormde jongen
+voortbracht, die haar ras hielpen uitroeien, zou zij dan het mannetje
+voor de gevolgen aansprakelijk stellen? Een geheele sekse, uitsluitend
+bestemd voor moederlijke functiën, welke zoo hoog geschat worden dat
+het gemis aan economische waarde der vrouwen er door gerechtvaardigd
+zou worden, moest in den loop des tijds geleerd hebben, hoe men
+geschikte vaders moet kiezen. Indien de mensch-moeder alleen door
+de hulp van een ander persoon haar kinderen kan voeden en behoeden,
+een voeder en beschermer van wien hun leven en veiligheid afhangt,
+welke natuurlijke, maatschappelijke of zedelijke verontschuldiging
+heeft zij dan, om daarvoor niet den rechten man te kiezen?
+
+Maar hoe kan een jong meisje weten wie een goede aanstaande vader
+is, vraagt men? Dat zij door hare opvoeding hiertoe niet in staat
+wordt gesteld, bewijst reeds haar ongeschiktheid voor haar grootsche
+taak. Dat zij er niet over nadenkt en er geen belang in stelt, bewijst
+haar schandelijke onverschilligheid voor dien grooten plicht. Zij kan
+in geen geval de verantwoordelijkheid der misdadige zorgeloosheid,
+om een goeden vader voor haar kinderen te kiezen, ontduiken, tenzij
+er inderdaad geen keuze was, en er geen goede mannen op de wereld
+bestonden. Bovendien zijn wij niet verplicht om deze moeilijke
+keuze aan jonge meisjes over te laten. Het moederschap is het werk
+van volwassen vrouwen, niet van halve kinderen; wanneer wij eerlijk
+zooveel voor het moederschap gevoelen als wij voorwenden, dan zullen
+wij de vrouw voor haar taak, niet het meisje voor haar bedriegelijke
+kunstgrepen om zich een verzorger te verzekeren, opvoeden. Wij spreken
+over de edele moederplichten, maar onze dochters worden groot gebracht
+voor een economisch goed huwelijk.
+
+Wanneer wij dit veld van den moederplicht voor een goede teeltkeus
+verlaten, dan komen wij op het veel uitgebreider terrein, waarheen de
+volksgeest ons in triomf heenleidt; dáár waar het later werk van de
+moeder bewijst hoe goed de arbeidsverdeeling naar het geslacht in ons
+ras voldoet, dat in de verzorging van het kind, de opvoeding van het
+kind, het heerlijk huiselijk en familieleven aangetoond wordt, hoe goed
+ons systeem werkt. Dit is de laatste vesting. Stevig verschanst zit
+hier de volksmeening, veilig in het heilig gebied van den huiselijken
+haard. "Eigen haard is goud waard." En de vensters worden gesloten om
+de lucht buiten te houden. De gordijnen worden neergelaten om het licht
+buiten te houden. De deuren worden gegrendeld om den vreemdeling buiten
+te houden. Binnen brandt het haardvuur en zetelt de hoogepriesteres,
+de kiem van menschelijke samenleving,--het gezin te huis.
+
+Onze tronen zijn verwoest en hebben plaats gemaakt voor zetels
+van tijdelijke presidenten. Onze kerken hebben het moderne licht
+opgevangen en de reuk van heiligheid werd verfrischt met zachte zonnige
+lucht. In deze oude heiligdommen kunnen wij zien dat er plaats is
+voor verandering, maar in het heiligdom van het tehuis niet. Zóó nauw
+is deze tempel en zijn rechten met de diensten der onderworpen vrouw
+saamgeweven, zijn altaar eischt zóó haar onophoudelijke opoffering,
+dat wij ons het menschelijk leven op een andere leest geschoeid,
+onmogelijk kunnen voorstellen. Wij huiveren bij de gedachte dat er kans
+bestaat eenige van deze oude en heilige gebruiken te verliezen. Zonder
+dezen gezegenden achtergrond van alle onze herinneringen en den
+voorgrond van alle onze hoop schijnt het leven inderdaad ledig. Wij
+worden allen tehuis geboren. Wij sterven allen tehuis, of hopen er te
+sterven. Wij allen werken voor een tehuis, in huis of er buiten. Het
+tehuis is het middenpunt en de grens, het begin en het einde van de
+meesten onder ons. Wij hebben het lief met een liefde, ouder dan het
+menschenras. Wij vereeren het met de blinde gehoorzaamheid uit die
+vroege eeuwen, toen deze vereering een aanvang nam. Wij hechten er
+ons aan met de vasthoudendheid van het meest oorspronkelijk instinkt
+onzer dierlijke natuur, en met de geestdrift van elk laatste woord
+in het onafgebroken loflied dat wij er aan wijden, sedert wij het
+voor het eerst leerden prijzen.
+
+Wanneer wij meenen dat ons huiselijk leven, juist zooals wij het
+hebben ingericht, de beste zaak op aarde is, en dat dit leven op zijn
+minst een heele vrouw voor ieder gezin eischt, doch gewoonlijk meer,
+dan volgt hieruit dat ieder die de positie van de vrouw tracht te
+veranderen, beschouwd wordt als iemand die "het gezin ondermijnt",
+"de grondslagen van het familieleven aantast" en daarvan willen
+wij niets weten. Indien wij, wanneer getracht wordt het moderne
+vaandel van vrij denken en vrij spreken ingang te doen vinden,
+luisteren en, voor een oogenblik onzen afgod ter zijde stellende,
+tot den moedigen beeldstormer zeggen: "Toon ons iets beters", met
+welk een grenzenlooze bespotting begroeten wij dan zijn voorgestelde
+verandering! Toch wordt overal om ons heen deze toren, dit kasteel
+van verdwijnende traditie, moeilijker te verdedigen of goed te
+onderhouden. Wij stutten het op nieuw met elke generatie; wij hebben
+zijn krakende en afbrokkelende hoeken lief; wij drapeeren en behangen
+ze met eindelooze versierselen; wij verbergen de boven ons opdoemende
+gevaren met frissche wierookwolken; en wij eischen van de zoogenaamde
+verbeteraars en hervormers dat zij eerst de wenschelijkheid van hunne
+roekelooze plannen aantoonen, alvorens zij den hamer opheffen. Doch
+wanneer zij ons hunne plannen toonen, lachen wij hen uit.
+
+Het is een moeilijk geval. De aandacht op bestaande toestanden
+te vestigen en hun verhouding tot bestaande verschijnselen vast
+te stellen, is nog niet hetzelfde als uit te maken in hoever een
+veranderde toestand nieuwe verschijnselen zal medebrengen en hoe
+deze verschijnselen ons ten goede zullen komen. Toch moet deze
+taak steeds vervuld worden, wil het menschenras bewust voorwaarts
+schrijden. Zoolang de vooruitgang onbewust tot stand kwam, was het
+voldoende dat zekere individuen en volksklassen langzamerhand de nieuwe
+verhoudingen in het sociaal evolutieproces aannamen en dat zij hunne
+nieuwe levensomstandigheden den tegenstribbelenden behoudzuchtigen,
+die zich niet ontwikkeld hadden, opdrongen.
+
+In den nog niet zoo lang geleden overgang van het leenstelsel naar
+de monarchie, werd er geen tijd verspild met de poging om den
+koppigen adel te overreden, of hen van hun nationalen plicht te
+overtuigen. De toenemende macht van den koning bestreed en overwon
+de verminderende macht van den adel,--dat was alles. Had men toen
+een boek geschreven om op de verandering aan te dringen, het kon de
+gebreken van het leenstelsel duidelijk genoeg bewezen hebben; maar
+wanneer het getracht had den zegen van nationalen vrede en macht
+onder één enkelen heer te schilderen, zou het weinig indruk gemaakt
+hebben. Nationale vrede en macht, tot op dien tijd niet bestaanbaar,
+zou op de machtige grondeigenaren, wier eenig denkbeeld van vrede en
+macht was hun ootmoedige naburen onderworpen te houden, geen invloed
+gehad hebben. Had hun kracht toen geschuild in argumenteeren, dan
+zouden zij de "zullen worden's" en "zal zijn's" van den schrijver
+bespot hebben en hem hebben uitgedaagd om te bewijzen dat de nieuwe
+toestand door de nieuwe processen tot stand zou komen, en dat zou
+zeer zeker moeilijk geweest zijn.
+
+Zoo is het ook thans met het in twijfel trekken van den economischen
+staat der vrouw en haar positie in huis en gezin; het is veel
+gemakkelijker de tegenwoordige gebreken dan de toekomstige verbetering
+aan te toonen. Toch wordt dit juist verlangd. Er wordt van den pleiter
+voor maatschappelijke hervorming niet alleen geëischt dat hij de
+tevreden volgers van het tegenwoordig systeem overtuigt dat dit niet
+deugt, maar hij moet hun ook afdoende bewijzen dat eenig ander stelsel
+beter is. Dit is in den aard der zaak onmogelijk. Wanneer menschen
+tevreden zijn, dan kan men ze niet doen gevoelen dat wat is niet deugt
+of dat iets anders beter is. Zelfs de ontevredenen willen veel liever
+hun bezwaren op den een of anderen persoonlijken factor schuiven,
+dan toegeven dat hun toestand, als een geheel, onvermijdelijk het
+algemeene euvel voortbrengt waarin zij deelen. Zelfs indien zij
+overtuigd worden dat een veranderde toestand de bron van nadeel
+zal wegnemen, zijn zij bang, evenals de vos met den zwerm vliegen,
+gestoord te zullen worden en vreezen in nog slechter toestand gebracht
+te worden dan voorheen. Met deze onvermijdelijke bezwaren voor oogen
+moet evenwel de taak ondernomen worden.
+
+Voordat wij beginnen, moeten wij twee dingen vooropstellen en het
+daarover eens zijn. Vooreerst dat vooruitgang, ontwikkeling, de
+plicht van het menschelijk leven is, dat wij hier niet alleen zijn
+om te leven, maar om te worden,--niet tevreden mogen zijn met halve
+beschaving, noch met beginnende ontwikkeling, maar dat wij door alle
+eeuwen heen hebben te arbeiden om steeds edeler levensvormen op te
+bouwen, waarheen de sociale evolutie leidt. Indien dit niet geloofd
+wordt, indien iemand meent dat met de soort in het leven te houden en
+voort te planten de grens van onzen menschelijken plicht bereikt wordt,
+dan moet zoo iemand dit boek niet verder lezen. Dit doel kan bereikt
+worden en is eeuwenlang door allerlei vormen van geslachts-verhouding
+en economische verhouding bereikt geworden. Menschelijke wezens
+hebben geleefd en kinderen groot gebracht, evengoed als hunne ouders
+in vrije liefde en luiheid, in gedwongen polygamie en slavernij, in
+vrijwillige polyandrie en werkzaamheid en in monogamie plus prostitutie
+en fabrieken. De betrekkelijke superioriteit van eenig stelsel,
+hetzij dit gebaseerd is op het geslachtsleven of steunt op economische
+grondslagen, wordt niet bewezen alleen door dat men leeft en kinderen
+voortbrengt. Indien wij aannemen dat leven beteekent vooruitgang,
+dan moet elke opvolgende vorm van geslachts-verhouding en economische
+verhouding naar zijn invloed op den vooruitgang beoordeeld worden.
+
+Het zal hier noodig zijn om eerst een definitie van menschelijken
+vooruitgang te geven. In overeenstemming met de algemeene wet van
+organische evolutie, kan zij aldus luiden: menschelijke vooruitgang
+beteekent zulk een ontwikkeling van het individu en zijne sociale
+verhoudingen als noodig is, om zijn gezondheid en geluk te handhaven
+en de organische ontwikkeling der maatschappij te doen toenemen.
+
+Wanneer wij deze definitie van menschelijken vooruitgang aannemen,
+indien wij het er over eens zijn dat streven naar vooruitgang de
+maatschappelijke plicht is en dat alle maatschappelijke instellingen
+hiernaar beoordeeld moeten worden, dan kunnen wij tot onze tweede
+premisse overgaan. Deze is in belangrijkheid niet aan de eerste gelijk;
+zij moest zóó door iedereen begrepen en aangenomen zijn, dat het niet
+noodig was haar op den voorgrond te brengen. Maar zij wordt niet door
+iedereen begrepen en aangenomen. Feitelijk wordt zij zóó dikwijls
+misverstaan en geloochend, dat eigenlijk geen verontschuldiging
+behoeft te worden aangeboden dat er hier op gewezen wordt.
+
+De tweede premisse is: als wij genot door iets smaken, bewijst dit nog
+niet dat dit iets juist en goed is. Zelfs onze liefde, bewondering,
+eerbied voor iets bewijst nog niet dat zoo iets juist en goed is,
+en uit een evolutionair oogpunt is zelfs onze meening, dat iets
+"natuurlijk" is, nog geen bewijs dat het juist en goed is. Iets kan
+juist en goed zijn in het eene evolutie-stadium en slecht worden in
+een ander. Bijvoorbeeld, vrije liefde is "natuurlijk"; het menschelijk
+dier, evenals vele andere diersoorten, voelt zich er zeer gemakkelijk
+toe geneigd. Maar door sociale evolutie is bewezen dat monogamie
+juist en goed is; dat door monogamie de maatschappelijke verhouding
+in het menschelijk ras het meest vooruitgaat; maar het is niet zoo
+"natuurlijk" als men wel wenschen zou.
+
+Keeren wij tot onze tweede premisse, die nog al omvangrijk is, terug,
+dan moeten wij aantoonen dat het nog geen bewijs is dat iets juist en
+goed is, wanneer het "natuurlijk" is en genot verschaft. Het spreekt
+van zelf dat dit niet belet om juist en goed te zijn. Goede dingen
+kunnen genot verschaffen, kunnen bemind, bewonderd en geëerbiedigd
+worden, kunnen zelfs "natuurlijk" zijn, maar dat kunnen slechte dingen
+ook. Zelfs dat bovenmenschelijk vermogen, genaamd instinkt, is dan
+alleen een trouwe gids waardoor wij ons kunnen laten leiden, wanneer
+de omstandigheden aanwezig zijn, die dat instinkt oorspronkelijk
+ontwikkeld hebben. Het instinkt, waardoor thans een huis-hond
+drie keer ronddraait, voordat hij in zijn mand gaat liggen is geen
+groote bewondering waard, ofschoon het in de grasvlakten en in de
+bebladerde holten, waar het dier oorspronkelijk opgroeide, zijn nut
+had. Indien deze twee premisses toegegeven zijn, dat het de plicht
+van het menschenleven is naar vooruitgang te streven en dat een
+gegeven toestand niet noodzakelijk juist en goed behoeft te zijn,
+omdat wij er van houden, dan kunnen wij verder gaan.
+
+Is de tegenwoordige wijze van huiselijk leven, gegrondvest
+als zij is op de economische afhankelijkheid der vrouw van de
+geslachts-verhouding, het best berekend om de gezondheid en het geluk
+van het individu te waarborgen en in hem de hooger maatschappelijke
+hoedanigheden te ontwikkelen? De gezondheid en het geluk van het
+individu worden niet gewaarborgd, dat ziet iedereen; en hoe weinig de
+maatschappelijke hoedanigheden van de individuen worden ontwikkeld,
+blijkt duidelijk uit hunne vele afwijkingen en uit de verspilling
+van krachten in ons tegenwoordig economisch stelsel.
+
+Economische onafhankelijkheid der vrouwen brengt noodzakelijk een
+verandering van de huishouding en het gezin mede. Doch indien
+deze verandering in het belang van het individu of het ras is,
+behoeven wij haar toch niet te vreezen. Zij sluit geen verandering
+in de huwelijksverhouding in, afgezien daarvan, dat het element van
+economische afhankelijkheid er uit verwijderd wordt; ook niet in de
+verhouding van moeder tot kind, behalve dat die er door verbeterd
+wordt. Zij brengt evenwel mede dat vrouwen zich in menschelijke
+werkzaamheden bekwamen, die echter meer ten bate der maatschappij dan
+der huishouding komen. Hiervoor wordt natuurlijk een andere leefwijze
+vereischt dan die wij nu volgen. De in zwang zijnde voedingsmethode
+der wereld door middel van millioenen eigen dienstboden, en het groot
+brengen der kinderen door dezelfde handen zal dan blijken onmogelijk
+te zijn.
+
+Het is een droevig feit dat de groote meerderheid van onze kinderen
+groot gebracht en opgevoed worden door eigen dienstboden, gewoonlijk
+wel hunne moeders, zekerlijk, maar die toch van beroep dienstbode
+zijn. De tegenwoordige staat der vrouw als particuliere dienstbode moet
+noodzakelijk in botsing komen met haar positie als voortbrengster, als
+een factor in de economische bedrijvigheid der wereld. Huismeesteres
+kan zij blijven, in den zin dat zij haar huishouding regelt en leidt,
+maar huishoudster of dienstbode kan zij niet zijn en tegelijkertijd
+iets anders. Haar positie als moeder zal eveneens veranderen. Moeder
+in den zin van draagster en grootbrengster van edele kinderen kan
+zij zijn en wel het best, en als betrekking waarschijnlijk het meest
+gewaardeerd en het liefst; maar moeder in den zin van uitsluitend
+individueele kindermeid en kinderjuffrouw kan zij niet zijn en
+tegelijkertijd iets anders.
+
+Hier is juist het punt waar de wereld halt roept. Niets kan
+voortreffelijker zijn, zegt zij, dan onze huisgezinnen met
+hunne schoone priesteressen. Niets kan voor kinderen beter zijn
+dan de voortdurende zorg van hun eigen moeders. Het zijn weder
+dezelfde argumenten als van den adel in het feudale tijdperk. Wij
+kunnen misschien overtuigd worden van de gebreken der bestaande
+toestanden, maar wij kunnen niet overtuigd worden van de kans op
+verbetering. Niettemin kunnen wij het probeeren.
+
+Laat ons eens bedaard gaan zitten en een beter soort van moederschap
+bedenken dan dat van individueele kindermeiden, een betere manier om de
+wereld te voeden, te kleeden, te reinigen dan door eigen dienstboden.
+
+Nu hebben wij onze tweede premisse noodig, want wij vinden de
+toestanden, zooals zij zijn, aangenaam; (dat wil zeggen, sommigen
+van ons vinden dat somtijds en de overigen verbeelden het zich). Wij
+hebben ze lief, bewonderen en eerbiedigen ze en het is zoo "natuurlijk"
+ze zoo te hebben. Indien nu aangetoond kan worden dat het voor den
+menschelijken vooruitgang beter is dat wij anders handelen, dan
+bewijst dit toch dat deze andere handelwijze de juiste is; en dan
+moeten wij leeren zulk een handelwijze te vereeren, lief te hebben,
+te bewonderen zoo veel wij kunnen, dan zullen wij na verloop van tijd
+haar ook "natuurlijk" vinden. Indien aangetoond kan worden dat het voor
+onze kleine kinderen beter zou zijn, dat zij een gedeelte van den dag
+aan andere verzorging dan die van hunne moeders waren toevertrouwd,
+dan zou die andere verzorging de juiste zijn en dan zou de plicht van
+het moederschap medebrengen, daarin te voorzien. Indien aangetoond
+kan worden dat aan onze persoonlijke behoeften, aan voeding, kleeding,
+reinheid, warmte, huisvesting, afzondering, beter kan voldaan worden
+door eenige andere methode dan die, welke één vrouw of meer voor elk
+gezin vereischt, dan zou het de plicht der vrouwen zijn om zulk een
+methode te zoeken en toe te passen.
+
+Misschien is het de moeite waard om onderwijl den aard van ons
+gevoel voor die maatschappelijke instelling, genaamd "het gezin" en
+de wijziging die het waarschijnlijk ondergaat door de verandering in
+den economischen staat der vrouw, te onderzoeken.
+
+Huwelijk en gezin zijn twee instellingen, niet één, zooals
+gewoonlijk verondersteld wordt. Wij verwarren het natuurlijk
+resultaat van het huwelijk, kinderen--een resultaat dat aan
+alle vormen van geslachtsvereeniging eigen is,--met gezin, dat
+een zuiver maatschappelijk verschijnsel is. Het huwelijk is een
+vorm van geslachts-vereeniging die door de maatschappij erkend en
+gesanctionneerd is. Het is een verhouding die, in overeenstemming met
+de gewoonten van het land, tusschen twee of meer personen bestaat
+en die wederzijdsche verplichtingen in zich sluit. Ofschoon wij er
+een economische verhouding van gemaakt hebben, is zij dit toch in
+werkelijkheid niet en zij zal een veel hoogere voldoening schenken,
+zoodra wij de economische phase er van ontwassen zijn.
+
+Het gezin is een maatschappelijke groep, een geheel, een kleine
+staat. Het neemt een voorname plaats in de evolutie der maatschappij
+in, geheel afgescheiden van zijn verband met huwelijk. Er is een
+tijd geweest waarin het gezin de hoogste vorm van maatschappelijke
+verhouding was,--eigenlijk de eenige vorm,--toen bestond er in het
+brein van de landelijke, aartsvaderlijke stammen nog geen begrip
+van iets zoo groot als vaderland, staat of natie. Voor hen bestond
+er alleen een groot land bezaaid met gezinnen, elk gezin zijn eigen
+kleine wereld, waarvan Grootpa priester en koning was.
+
+Het gezin was een maatschappelijke eenheid. De leden hadden dezelfde
+belangen, die vijandelijk waren aan die van andere gezinnen. Zoo'n
+gezin trok de aarde over, ging waar voedsel te vinden was, vocht nu
+en dan met andere gezinnen voor gras en water, wanneer het daaraan
+behoefte had. Onoplosbare algemeene belangen vormen den grondslag
+voor een organische vereeniging en deze belangen hebben langen tijd
+op bloedverwantschap berust.
+
+Toen het menschelijk individu het best gevoed en behoed werd door het
+gezin, moest het natuurlijk een hoofd hebben, omdat daarvoor de stipte,
+onderlinge samenwerking van al de leden van dat gezin vereischt werd,
+en zoo ontstond die vorm van regeering die als de patriarchale bekend
+is. De natuurlijke familiebetrekking, zooals bij ouders en jongen van
+andere diersoorten gezien wordt, of bij ons in de latere vormen, sluit
+zulk een regeeringsvorm niet in; hij is alleen een eigenaardigheid
+van het gezin wanneer dit een sociale éénheid vormt.
+
+Tot het wezen van het patriarchale familieleven behoorde polygamie,
+en niet slechts polygamie, maar het openlijk concubinaat met een
+vrouwenslavernij, die bijna op hetzelfde neerkwam. Toen het gezin
+als een maatschappelijke instelling zijn toppunt van ontwikkeling
+bereikt had, nam het huwelijk als zoodanig een zeer laag standpunt in;
+in dien tijd was het huwelijk feitelijk nog maar gedeeltelijk aan de
+vroegere vrije verhouding van den primitieven wilde ontgroeid. Het
+gezin schijnt inderdaad een langzaam verdwijnend overblijfsel van
+de nog losser vereeniging der horden te zijn, welke weder nader tot
+de in kudden of troepsgewijs levende carnivoren stonden dan tot een
+organische maatschappelijke verhouding. Een losse, gemengde groep
+dieren vormt geen stam; en de meest primitieve groepen der wilden
+schijnen niets meer dan zoo iets geweest te zijn.
+
+De stam in zijn waren vorm volgt op het gezin, is er een natuurlijke
+uitbreiding van en ontleent zijn essentieele banden aan dezelfde
+verwantschap. Ook deze maatschappelijke vormen zijn nauw verbonden
+met economische omstandigheden. De horde was de jacht-éénheid; het
+gezin en later de stam was een herders-éénheid. De landbouw en wat
+daarvan het gevolg is, handel en fabrieken, hebben langzamerhand deze
+ruwe banden des bloeds verzwakt en de maatschappelijke verwantschap
+doen ontstaan, welke den Staat vormt. Vóór het herders-tijdperk
+nam het gezin geen belangrijke positie in en na dit tijdperk is het
+langzamerhand in verval geraakt. Met den vooruitgang der maatschappij
+zijn de menschelijke verhoudingen steeds minder op een persoonlijken of
+een sexueelen grondslag gaan rusten, maar meer en meer op onderlinge
+economische afhankelijkheid. Met een hoogere ontwikkeling der
+individuen werd ook een hooger vorm van huwelijk mogelijk.
+
+Het gezin is een verdwijnend overblijfsel van de vroegste, aan menschen
+bekende, groepeering. Het huwelijk is een toenemende ontwikkeling
+van hoog maatschappelijk leven, dat nog niet ten volle ontwikkeld
+is. In plaats van identiek te zijn met het gezin, staat het huwelijk
+in omgekeerde verhouding tot het gezin; het wordt beter en hechter,
+naarmate het gezin in waarde afneemt; dit is duidelijk waar te nemen
+in het groote contrast dat bestaat tusschen de huwelijks-verhouding
+van Jacob en zijne vrouwen en den niet te bedwingen wensch naar
+een levenslange monogame echtvereeniging, zooals die heden ten
+dage in onze harten opwelt. Gedurende het patriarchale tijdperk
+kon men zich van een huwelijk als een levenslange vereeniging van
+twee bij elkaar passende individuen, geen begrip vormen. Vrouwen
+hadden toen alleen waarde als kinderenvoortbrengsters. Het gezin had
+behoefte aan vele familieleden, voornamelijk mannelijke, daardoor
+verwierven de vrouwen met het in de wereld brengen van een mannelijk
+kind de hoogste gunst. Het gezin stond toen slechts weinig graden
+boven de horde. Zijn vereenigings-banden waren zeer los;--er was
+alleen een gemeenschappelijke vader, maar verschillende moeders met
+tegenstrijdige belangen. Zulk een grondslag verhinderde voor goed
+elke hoogere individualisatie, en hooger individualisatie, steeds
+vergezeld gaande met den wensch naar een hooger echtvereeniging, kan
+niet met een gezinsleven van eenige beteekenis gepaard gaan. Steeds
+steeg het huwelijk en ontwikkelde zich in maatschappelijke beteekenis,
+wanneer het gezin in waarde daalde en het gezinsleven minder werd.
+
+Het is zeer interessant dit op te merken bij de vestiging van Utah,
+die onder betrekkelijk gelijke omstandigheden plaats vond. De
+gemakkelijk gevoelde gemeenschappelijke belangen van veel menschen
+onder één hoofd, waardoor de polygame gezinnen zich onderscheiden,
+was een nuttige factor in deze groote baanbrekende onderneming. Met
+de verdere ontwikkeling dier maatschappij gevoelde men behoefte
+aan een vlottender, verstandiger, breeder opgevatte verhouding
+der individuen. Het gezin als een maatschappelijke éénheid, vormt
+een zwaarwichtig lichaam, dat uit eenigszins vijandige leden is
+samengesteld en waarbij een militaire regeling vereischt wordt, om
+het in zijn geheel te doen werken. Het is alleen nuttig zoolang het
+doel dat men er mede bereiken wil van eenvoudigen aard is en door de
+domste menschen begrepen kan worden. Het is gemakkelijk na te gaan,
+hoe het gezin door toeneming in aantal leden zich uitbreidde tot
+een stam, en dat in overeenstemming met dien groei de vader van het
+gezin veranderde in hoofd van den stam. Hoe daarna, door de steeds
+grooter wordende kracht der nationale éénheid de naam hoofd en de
+vorm stam niet meer toepasselijk waren en door de hoogere eischen aan
+de geslachts-verhouding gesteld, die met de primitieve economische
+behoeften van het gezin niet konden samengaan, het gezin zich op een
+monogamischen grondslag vestigde.
+
+En verder, nu onze nog in wording zijnde sociale behoeften een
+steeds verfijnder en vrijer onderlinge en gemeenschappelijke
+hulp der individuen noodig maken, vinden wij zelfs dat hetgeen
+nog van economische éénheid van het gezin overbleef, snel aan het
+afnemen is. Doch met den achteruitgang en met de verdwijning van de
+economische-verhouding wordt de geslachts-verhouding in het huwelijk
+zuiverder; en de wensch der hedendaagsche wereld naar een hooger, een
+edeler geslachts-vereeniging wordt even scherp uitgesproken, als het
+aangroeiend bezwaar tegen de bestaande economische vereeniging. Wij
+zijn zoo lang gewend geweest die twee met elkaar te verwarren dat
+het ons vreemd zal toeschijnen juist in de verouderde overblijfselen
+van de gezins-verhouding, wel is waar voorheen van waarde, thans de
+oorzaak te vinden, waardoor de hoogere ontwikkeling van het monogame
+echtverbond zoo pijnlijk wordt belemmerd.
+
+In elke jongere generatie vormen mannen en vrouwen
+geslachts-vereenigingen, waarbij steeds hooger eischen gesteld worden
+aan een gelukkig huwelijk; waarbij steeds meer behoefte gevoeld
+wordt aan geestverwantschap. In elke nieuwe generatie wenschen
+en vragen mannen en vrouwen meer van elkander. Een vrouw is nu
+niet meer tevreden en dankbaar wanneer zij "een goeden man" heeft;
+een man is niet meer tevreden met een geduldige huissloof. Indien
+echter alle mannen en vrouwen in hun huwelijk weder tot den ouden
+economischen staat van het gezin terugkeeren, dan komen zij steeds
+weder onder de omstandigheden, waardoor hun wederkeerige liefde
+vermindert en het huwelijk een soort van compromis wordt, meer of
+minder moeilijk te dragen, naarmate de betrokken personen beter
+opgevoed en liefvriendelijk van aard zijn. Zulke menschen zijn zich
+niet altijd bewust van hun "ongelukkig huwelijk". Hun huwelijk is
+immers even gelukkig als die, welke zij rondom zich zien, misschien
+zoo gelukkig als wij veronderstellen dat een huwelijk "op aarde"
+kan zijn; en in den hemel verwachten wij geen huwelijken. Maar het
+is toch niet wat zij in hun jeugd er van verwacht hadden.
+
+Wanneer twee jonge lieden elkander liefhebben, zouden zij dan, in de
+lange uren van samenzijn, die hun nooit lang genoeg toeschijnen, wel
+eens stilstaan bij het verrukkelijk vooruitzicht der huishoudelijke
+plichten? Immers neen. Zij denken aan het genot een "tehuis" te zullen
+hebben, waar zij "eindelijk alleen" zijn kunnen; aan de gelegenheid om
+van elkanders bijzijn te genieten, maar vooral aan hetgeen zij samen
+zullen doen. Samen te werken, samen te wandelen, samen te lezen,
+schilderen, schrijven, zingen of iets anders dat men prettig vindt
+samen te doen, daarnaar verlangt liefde.
+
+Menschelijke liefde, nu zij een steeds hoogeren vorm aanneemt, verlangt
+hoe langer hoe meer naar zulk een kameraadschappelijkheid. Maar de
+economische staat van het huwelijk verstoort wreedaardig den jongen
+liefdesdroom. Uit een economisch oogpunt, afgescheiden van al het
+zoete en oprechte van de geslachts-verhouding, wordt de vrouw in het
+huwelijk de dienstbode, of op zijn hoogst de huishoudster van den
+man. Wij kunnen gerust zeggen dat over de geheele wereld de vrouwen in
+de lichamelijke behoeften van het menschelijk dier voorzien. Gehuwde
+verliefden werken niet te zamen. Zij kunnen, als zij tijd hebben,
+te zamen rusten; zij kunnen misschien te zamen spelen; maar zij
+maken niet te zamen de bedden op, of vegen of koken te zamen; en zij
+gaan ook niet te zamen naar de werkplaats. Zij staan economisch op
+een geheel verschillend maatschappelijk terrein, en dit vormt een
+slagboom voor elke hooger, oprechter vereeniging dan wij rondom
+ons zien. Een huwelijk kan alleen dan volmaakt zijn, indien het
+gesloten is tusschen menschen van gelijke klasse. En er bestaat geen
+klasse-gelijkheid tusschen hen die deelnemen aan het werk der wereld,
+volgens de nieuwste, breedste, hoogste methode en hen die hun werk
+verrichten op de oudste, bekrompenste, laagste wijze.
+
+Indien wij gulweg toegeven dat het de taak der vrouwen is het huiselijk
+leven overal gezond, waar en zonnig te maken, dan kan men ons toch
+niet tegenspreken dat de economisch afhankelijke vrouw dit niet doet
+en het ook nooit zal kunnen. Dit kan en zal alleen een economisch
+onafhankelijke vrouw doen. Evenmin als het gezin identiek is met
+het huwelijk, evenmin is het huiselijk leven in een of ander opzicht
+identiek met een dier beiden.
+
+Een tehuis is een bestendige woonplaats, hetzij het dienst doet
+voor één, twee, veertig of duizend, voor een paar, een troep of een
+zwerm. De bijenkorf is het tehuis voor de bijen, even letterlijk en
+absoluut als het nest het is voor een vogelpaar in hun paartijd. Het
+tehuis en de liefde er voor kunnen zich inkrimpen tot de ééne kamer
+van een ongehuwde, of zich uitbreiden tot de oppervlakte van het
+vasteland, wanneer de terugkeerende reiziger land ziet en "thuis"
+roept. Er bestaat geen zoeter woord, er is geen dierbaarder plek,
+wij kennen geen gevoel dat meer tot ons hart spreekt, dan dit.
+
+Waarop berust, bij nauwkeurige ontleding, ons gevoel in dezen? Wat
+vormt den grondslag? Veel lager dan de menschheid, bij de vossen in
+hun holen en de vogels in hun nesten, begint reeds het diepe gevoel
+voor het tehuis. Het moederlijk instinkt zoekt een plaats waar het
+onbeschermd jong beschut wordt, wanneer de moeder afwezig is om
+voedsel te zoeken. De eerste scherpe indrukken uit de jeugd staan
+in verband met de beschuttende muren van een tehuis, moge dit de
+schommelende wieg in de takken der boomen, de zachte, donkere holte
+in den boomstronk of de kelder met zijn verborgen leger zijn. Een
+plaats waar men veilig is; een plaats waar men warm en droog is; een
+plaats waar men rustig slaapt en in vrede eet; een plaats wier enge,
+bekende grenzen de zenuwen rust geven van den voortdurenden toevoer
+van indrukken der buitenwereld; dezelfde plaats steeds en overal,
+waar elk moedeloos gevoel gesust en genezen wordt, in 't kort, elke
+plaats waar men gevoelt "dat men thuis is". Dit alles dateert uit
+onze eerste bewustwording. Dit alles bestaat reeds millioenen en
+millioenen jaren. Geen wonder dus dat wij het liefhebben.
+
+Langzamerhand komen er dan nog de indrukken van teedere verhoudingen
+bij, de familiebanden uit den vroegsten tijd. Daarbij voegde zich,
+wel primitief doch wij zijn er nog niet geheel aan ontgroeid, het
+tastbaar-godsdienstig gevoel der vroegere ouder-vereering,--heiligheid
+bij veiligheid,--waardoor het gevoel voor tehuis zeer versterkt
+werd. Het was de plaats waar men bad, waar het heilig vuur
+brandde en waar plengoffers gestort werden voor gestorven
+voorvaderen. Voortgaande, kwam dan het langzaam uitgestorven tijdperk
+van vader-regeering hierbij een nieuw gevoel voegen, het gevoel van
+eer voor de plaats van comfort en van gebed. Het werd toen tevens
+de zetel der regeering,--het paleis en de troon. Op deze sterke
+fundeering hebben wij een torenhoog gebouw van gebruiken, gewoonten
+en wetten gebouwd, waar alle diepe, innige, teedere aandoeningen van
+het menschelijk individu huizen. Geen wonder dat wij doof en blind
+zijn voor elke voorgestelde verbetering van ons goddelijk lustslot.
+
+Maar laat ons verder zien. Zonder een woord van het bovenstaande
+tegen te spreken, is het toch ook waar dat de hoogste aandoeningen
+der menschen opkomen en doorleefd worden buiten de woning en
+afgescheiden daarvan. Zoolang de godsdienst tehuis werd beoefend
+nam hij in dogma en ceremonie, in geest en uitdrukking een laag en
+benepen standpunt in. Hij kon zich niet verheffen, vóór dat hij nieuwe
+bezieling en nieuwe uiting vond in het menschelijk leven buiten de
+woning, vóórdat een plek gevonden werd, waar men gemeenschappelijk
+kon bidden en ceremoniën en moraal een menschelijken grondslag in
+plaats van den familie-grondslag aannamen. Voor wetenschap, kunst,
+regeering, opvoeding, onderwijs, industrie, is het huis de wieg, maar
+het zou ook hun graf worden, indien zij er in bleven. Alleen door te
+leven, denken, voelen en werken buitenshuis, worden wij menschelijk
+ontwikkeld, beschaafd, gesocialiseerd.
+
+De flinke ontwikkeling van ons modern huiselijk leven is alleen
+mogelijk geworden, doordat het begeleid en voorafgegaan werd door
+modern maatschappelijk leven. Indien het omgekeerde waar was,
+wat gewoonlijk verondersteld wordt, dan zouden alle natiën, die in
+woningen leven, aanhoudend in beschaving moeten vooruitgaan. Doch
+dat doen zij niet. Integendeel, natiën waarbij het gezin en het
+familieleven nog het meest van kracht zijn, zooals in China, leveren
+een droevig voorbeeld van het resultaat van huiselijke deugden zonder
+maatschappelijke. Een waardig huiselijk leven is het product van een
+waardig maatschappelijk leven. De deugden waaraan de maatschappij
+behoefte heeft worden niet tehuis gekweekt. Maar de deugden noodig in
+gezinnen zooals die tegenwoordig gewenscht worden, worden wel in de
+maatschappij ontwikkeld. De leden van de vrijste, beschaafdste en meest
+geïndividualiseerde natiën vormen de beste leden van het gezin. De
+leden van de meest op zich zelf levende en hoogst vereerde gezinnen
+vormen niet noodzakelijk de meest gewenschte leden der maatschappij.
+
+De strekking van sociale evolutie, zooals trouwens van elke evolutie,
+is om de "onbestemde, onzamenhangende homogeniteit te brengen tot
+bepaalde, samenhangende heterogeniteit", en het gezin met zijn
+koppig handhaven van een voortdurende homogeniteit staat daarom den
+maatschappelijken vooruitgang zeer in den weg. De menschelijke wezens
+moeten het huiselijk leven niet minder lief hebben, maar zij moeten
+het uitbreiden door een nieuwe en krachtige uiting.
+
+Bovenal echter hebben wij behoefte aan een volledige ontwarring
+der denkbeelden omtrent de afwisselende en dikwijls lijnrecht
+tegenovergestelde belangen en werkzaamheden, die zoolang verondersteld
+zijn deel uit te maken van huis en gezin. De verandering
+van de economische positie der vrouw, van afhankelijkheid tot
+onafhankelijkheid, brengt tot ons groot voordeel ook een andere
+regeling der huiselijke belangen en werkzaamheden mede.
+
+
+
+
+
+
+
+XI
+
+
+Als een natuurlijk gevolg van onze arbeidsverdeeling naar het geslacht,
+de vrouw het huis en den man de wereld als arbeidsveld gevende, is
+het dwaze begrip gekweekt dat de huiselijke plichten als essentieel
+vrouwelijk en ieder ander soort van arbeid als essentieel mannelijk
+werk moet aangemerkt worden. Wij hebben stilzwijgend aangenomen
+dat de bereiding en toediening van voedsel en het verwijderen
+van stof en vuil,--de voedende en uitscheidende processen van het
+gezin,--vrouwelijke functiën zijn; doch tevens namen wij aan dat deze
+processen in de woning moeten geschieden, dat daarin eigenlijk de
+uiterlijke expressie van het gezin gelegen is. Het menschelijk wezen
+moet tehuis gevoed, gereinigd, verwarmd, en in 't algemeen verzorgd
+worden, wanneer het niet elders werkzaam is.
+
+De voeding van den mensch is een ingewikkelde zaak. De weg van hand
+tot tand is lang, zegt een oud spreekwoord. Het voedsel wordt door het
+menschenras collectief voortgebracht, niet door individuen voor hun
+eigen gebruik, maar door onderling met elkaar in betrekking staande
+groepen van individuen, over de geheele wereld, voor het verbruik van
+allen. Dit gemeenschappelijk geproduceerd voedsel circuleert door de
+wereld, door middel van nauwkeurig werkende inrichtingen van transport,
+aflevering en bereiding, vóór dat het de monden der verbruikers
+bereikt, en alleen de eindprocessen, keuze en bereiding zijn in
+handen der vrouwen. De vrouw is de laatste kooper; in haar handen
+rust ook de laatste handeling der menschelijke voeding, het koken;
+dit is een soort van buiten het lichaam plaats vindende digestie,
+die voor de menschen bleek voordeelig te zijn. Deze laatste afdeeling
+der menschelijke voeding heeft men tot een geslachts-functie gemaakt
+en wordt verondersteld bij de vrouwen-natuur te passen.
+
+Indien het voor het menschelijk ras voordeelig is dat het voedsel door
+een bepaalde sekse wordt gereed gemaakt, dan moet dit voordeel uit
+eene betere gezondheid en reinere gewoonten der menschen blijken. Dit
+voordeel bestaat evenwel niet. Ondanks onze macht en ervaring bij de
+voortbrenging en bereiding van voedsel, blijven wij, wat het eten
+betreft, "het ziekste beest der wereld." Ons machteloos geschreeuw
+tegen de vervalsching der voedingsmiddelen bewijst dat een deel
+van dit euvel in de ten verkoop aangeboden voedingsproducten ligt;
+de aandoenlijk groote oplagen der talrijke kookboeken bewijzen dat
+een ander deel van dit kwaad in de bereiding dezer producten ligt;
+en de nuttelooze vermaningen van doctoren en wijze moeders bewijzen
+dat ook een deel aan onzen ziekelijken smaak en eetlust moet worden
+toegeschreven. Oogenschijnlijk zou men meenen dat de menschen, na de
+eeuwenlange ondervinding, nog niet geleerd hebben hoe goed voedsel
+bereid, hoe het gekookt en hoe het gegeten moet worden,--wat helaas
+maar al te waar is!
+
+De groote functie der menschelijke voeding werd met de
+geslachtsverhouding verward en als een geslachts-functie beschouwd; zij
+werd in de hulpelooze handen dier lieve doch onvolmaakte bemiddelaars,
+de economisch afhankelijke vrouwen gesteld; en het valt niet moeilijk
+aan te toonen dat zulke bemiddelaars werkelijk voor die taak onbekwaam
+zijn. In haar positie van huishoudster in eigen gezin is de vrouw de
+laatste kooper van het voedsel; en hier vinden wij de oorzaak wan de
+ongelooflijk groote vervalsching der voedingsmiddelen.
+
+Elk soort van bedrog en misleiding in den dienst der menschheid
+moet toegeschreven worden aan de zucht om te ontvangen zonder te
+geven, welke zucht, zooals in vorige hoofdstukken werd aangetoond,
+grootendeels een gevolg is van de opleiding der vrouwen tot
+onproductieve verbruikers. Maar de bijzondere vorm van bedrog en
+misleiding door den een of anderen verkooper in praktijk gebracht,
+wordt door het verstand en de macht van den kooper beheerscht. Het is
+zeer gemakkelijk, voordeel te trekken uit verdunning en vervalsching
+der voedingsmiddelen, omdat de laatste kooper over bijna geen macht
+en zeer weinig verstand beschikt. De huisvrouw koopt bij korte
+tusschenpoozen en bij kleine hoeveelheden. Men weet zeer goed dat
+dit financieel nadeelig is, maar dat ook de kwaliteit der koopwaren
+daaronder lijdt, is niet zoo algemeen bekend. Alleen wanneer de
+vrouw aan het hoofd van een rijke huishouding staat en in groote
+hoeveelheden moet inkoopen voor gezin, bedienden, gasten, krijgt
+haar handel genoegzame waarde om op de kwaliteit van de waar invloed
+uit te oefenen. Een winkelier met honderd arme vrouwen tot klant,
+levert een veel mindere kwaliteit dan hij, die eenzelfde hoeveelheid
+aan één persoon verkoopt. Van daar dat het gezin bij den inkoop van
+voedsel wezenlijk in een voortdurend ongunstige positie verkeert;
+en daarenboven de voornaamste oorzaak is van het lage gehalte der
+voedingsmiddelen, waartegen wij met lastige wettelijke bepalingen
+moeten strijden.
+
+De meeste huishoudsters zijn onnoozel genoeg hunne onbekendheid met
+deze zaken te bewijzen, door te ontkennen dat de voedingsmiddelen van
+zoo'n laag gehalte zijn. Laten zulke vrouwen eens de verordeningen
+en instellingen van de stad hunner inwoning--en van elke beschaafde
+stad--onderzoeken en nagaan hoe het brood, de melk, het vleesch, het
+fruit enz. onder aanhoudend wettelijk toezicht staan, met het doel,
+den onwetenden, hulpeloozen kooper voor bedrog te beschermen. Indien
+de huishoudster van het gezin zooveel technisch verstand bezat dat
+zij de gekochte voedingsmiddelen kon keuren, indien zij zich geoefend
+had de melk te onderzoeken, de vreemde bestanddeelen in koffie en
+specerijen te ontdekken, de hoedanigheid van vleesch te bepalen, de
+soort en rijpheid der vruchten en groenten vast te stellen, dan zou
+zij ten minste in staat zijn tegen haar leverancier te protesteeren
+en voor zoover tijd, afstand en beurs het toelaten, een beteren op
+te zoeken. Dit technisch verstand verkrijgt men echter alleen door
+bepaalde studie en ondervinding; doch voor dengeen die alleen voor
+zich zelf koopt, zou deze kennis slechts moeilijkheid en ellende
+medebrengen, omdat hij de macht mist de eischen te stellen, die het
+verstand alsdan aangeeft.
+
+Zooals de toestand nu is bezit de vrouw bij het koopen der
+voedingsmiddelen alleen haar onwetenschappelijke ondervinding,
+opgedaan door oefening op haar hulpeloos gezin en nog wel gedurende
+den tijd dat het opgroeiend kroost zoozeer behoefte heeft aan eene
+verstandige verzorging, die de moeder slechts in staat is in later
+jaren te verschaffen. Deze ondervinding met hare treurige begrenzing en
+praktische belemmering door den persoonlijken smaak en de financieele
+omstandigheden van het gezin, gaat telkens verloren waar zij gevonden
+werd. Ieder moeder verkrijgt langzamerhand een beetje kennis van
+haar bezigheden door ze uit te oefenen, ten koste dikwijls van het
+leven en de gezondheid van het gezin en door op te merken welke
+gevolgen ze op de overlevenden hebben. En elke dochter begint op
+nieuw even onwetend als haar moeder was. Men schijnt deze kunst niet
+aan anderen te kunnen mededeelen. Het is geen geregelde opleiding,
+zooals elk belangrijk werk vereischt, maar een langzaam opzuigen
+van ondervinding, waarmede op het beschermen van de gezondheid der
+maatschappij geen invloed kan worden uitgeoefend. Als de laatst
+handelende tusschenpersoon bij de voeding der menschheid voldoet de
+huisvrouw niet; dit is geen gevolg van gebrek aan goeden wil, maar
+van haar positie als individueele kooper. Alleen door organisatie
+kunnen zulke gebreken, als de in het groot voorkomende vervalsching
+der voedingsmiddelen, verholpen worden en de vrouw, als dienstbode,
+behoort tot den laagsten graad van ongeorganiseerden arbeid.
+
+Wanneer wij thans den inkoop van voedingsmiddelen laten rusten en de
+bereiding van het voedsel nagaan, dan mogen wij natuurlijk verwachten
+dat de bestemming van een geheele sekse, voor het vervullen van deze
+functie, zeer merkwaardige resultaten oplevert. Die resultaten zijn
+merkwaardig, doch niet gunstig zoo als verwacht mocht worden. De
+kunst en wetenschap van het koken vereischt een grondige kennis van
+de voedingswaarde der voedingsmiddelen en van de physiologische en
+hygiënische wetten. Als een wetenschap grenst het aan de preventieve
+geneeskunde. Als een kunst is het in staat tot nobele expressie,
+binnen zijn natuurlijke perken. Het standpunt dat het tot heden bij
+ons inneemt is zoo ver van wetenschap verwijderd en houdt zoo weinig
+verband met preventieve geneeskunde, dat het op de laagste sport
+van amateurs-handenarbeid staat en een vruchtbare bron voor ziekte
+is. Als een kunst heeft het zich, onder den eigenaardigen prikkel
+van zijn toestand als geslachts-functie, tot een wellustige overdaad
+ontwikkeld, die even valsch als slecht is. Ons onschuldig gezegde:
+"de weg tot het hart van den man gaat door zijn maag," verklaart
+treurig duidelijk hoe wij aan tafel onze lichamen bederven en onzen
+geest verlagen.
+
+Zoolang de eene helft van het menschdom als amateurkok voor de andere
+helft werkt, zal het onmogelijk zijn, dat de kennis van dit vak
+een hoogen graad van wetenschappelijke nauwkeurigheid of technische
+bekwaamheid bereikt. De ontwikkeling van een of ander menschelijk
+werk vereischt specialisatie en specialisatie is onmogelijk bij ons
+stelsel, waarbij verondersteld wordt dat elke vrouw van nature kok
+is. Voor zoo ver de kookkunst is vooruit gegaan, hebben wij dit te
+danken aan de studie en ondervinding van de mannelijke beroeps-koks
+en scheikundigen en niet door den Sisyphus-arbeid van onze eindelooze
+generaties van op zich zelf staande vrouwen, waarvan ieder weder begon,
+waar ook haar moeder begonnen was.
+
+Natuurlijk zullen hier weer smartelijke verzuchtingen gehoord
+worden over "moeders lekkere schoteltjes", en in antwoord daarop
+kunnen wij alleen verwijzen naar onze tweede premisse in het laatste
+hoofdstuk. Het feit dat wij van iets houden bewijst nog niet dat dit
+juist en goed is. Een kind uit Missouri kan de gekruide beschuiten
+van zijn moeder erg lekker vinden, maar dat neemt niet weg dat zij
+op zijn geest en lichaam een slechte uitwerking hebben. Kookkunst
+berust op wetten, zij is geen onschuldig verbeeldingsspel. Bouwkunst
+zou misschien vermakelijker en afwisselender zijn, indien ieder zijn
+eigen huis bouwde, maar dan was zij nooit de kunst en wetenschap
+geworden, waartoe wij haar nu hebben opgevoerd. Zoolang iedere vrouw
+het voedsel bereidt voor haar eigen gezin, zal het koken zich nooit
+boven het niveau van amateurs-werk kunnen verheffen.
+
+Maar hoe laag ook de kookkunst als wetenschap moge staan, als kunst
+staat zij nog lager. Sedert het voor de echtgenoote-keukenmeid van
+het grootste belang is genot te verschaffen,--omdat daarin haar
+voornaamste middel schuilt om te verkrijgen wat zij verlangt of om
+haar dankbaarheid uit te drukken,--leert zij spoedig het gehemelte
+streelen, in plaats van de behoeften der maag nauwkeurig te bestudeeren
+en daaraan tegemoet te komen. Door ontelbare geslachten heen, zijn
+de volwassen man en het opgroeiend kind het voorwerp geweest van de
+aanhoudende inspanningen van haar die kookte met liefde in plaats van
+met kennis, die kookte om genot te geven. Dit is een van de breedste
+wegen welke naar het verderf voeren. In iedere levensphase is het
+verkeerd de gebeurtenis aan het doel te doen voorafgaan, de middelen
+te stellen vóór het eind; en hier heeft het dit algemeen bekende
+gevolg gehad, dat wij leven om te eten, in plaats van eten om te leven.
+
+Deze houding van de vrouw heeft de overal voorkomende overdaad
+ontwikkeld, die wij de "fijne keuken" noemen; een ding zoo ver
+verwijderd van ware artistieke ontwikkeling in de kookkunst als een
+groote ijskan van een Grieksche vaas. Hierdoor is de ontzettend groote
+dwaasheid van het voorname leven ontstaan, waarbij menschelijke arbeid
+en tijd en bekwaamheid worden verspild met voort te brengen wat noch
+als zuiver voedsel, noch als zuiver genot kan worden aangemerkt, maar
+een kunstmatige bereiding is, die alleen door kenners gewaardeerd kan
+worden. Men kan zich nauwelijks een lager levenswijze voorstellen,
+dan die, welke het gevolg is van den onnatuurlijken wedloop tusschen
+kunstmatige opwekking en eetlust, waardoor lichaam en ziel beide
+bedorven worden.
+
+De man, het voorwerp van al deze eetkamer-verheerlijking, heeft
+hierdoor een aangekweekte belangstelling in eigen smaak en de
+bevrediging er van ontwikkeld en onderhouden,--de vraag naar dingen
+waarvan hij houdt, meer dan naar die welke goed voor hem zijn,--waarin
+een van de meest gevreesde karaktertrekken, aan de psychologen
+bekend, gelegen is. De gevolgen van deze aanhoudende streeling van
+het gehemelte op den natuurlijken eetlust kunnen ver nagespoord worden
+en zij loopen ten slotte uit op een onbeteugeld toegeven aan de trek
+naar gekruide spijzen en allerlei soort van onmatigheid. Het humeur,
+dat niet bij machte is deze verzoekingen alle te verdragen, wordt
+dan tehuis voortdurend bot gevierd.
+
+Even als het concentreeren van de physische krachten der vrouw op haar
+geslachts-functiën, daartoe door economische afhankelijkheid gedwongen,
+geleid heeft tot het opwekken en onderhouden van een buitensporigen
+geslachts-lust bij den man, tot nadeel van het ras; zoo heeft ook de
+concentratie van de nijvere krachten der vrouw in den beperkten en
+aanhoudenden dienst van persoonlijken smaak en eetlust er toe geleid
+een buitensporigen lust in lekker eten en drinken op te wekken en te
+onderhouden, wat eveneens nadeelig is voor het ras. Hiermede wordt
+niet beweerd dat dit de eenige oorzaak van deze verkeerde gewoonte is,
+maar het is een van de belangrijkste en van voortdurenden invloed.
+
+Misschien kan men de uitwerking beter zien door een niet diepgaande
+vergelijking dan door een bloote vermelding. Men stelle zich twee
+groote, gezonde, vlugge apen voor. Veronderstel dat het mannetje-aap
+het vrouwtje-aap niet toestaat rond te springen en haar eigen
+kokosnoten te plukken, maar dat hij haar brengt wat zij noodig
+heeft. Veronderstel dat hij dan eischt dat zij den dop breekt, de noot
+er uitpelt en voor hem gereed maakt wat hij er van wenscht te eten; en
+verder dat haar deel van het eten, om niets te zeggen van haar kans om
+na afloop een klein, prettig uitstapje in de boomtoppen te mogen maken,
+afhangt van zijn tevredenheid met het voedsel dat zij voor hem gereed
+maakte. Als zij een verstandige aap is, zal zij met alle listen die
+haar ten dienste staan, prikkel en afwisseling zoeken te voegen bij de
+maaltijden die zij voor hem bereidt; de stukjes die hij bijzonder graag
+lust voor hem uitkiezen om zijn smaak te streelen en zijn eetlust op
+te wekken; en hij, onder dezen aangenamen druk zich ontwikkelende, zal
+langzamerhand een fijn onderscheidingsvermogen in voedsel verkrijgen
+en met toenemend genot naar zijn feestmaaltijden verlangen. Er zou een
+nieuwe dwang zijn om hem te doen eten,--niet alleen zijn behoefte aan
+voedsel, met de natuurlijke en gezonde eischen, maar haar behoefte aan
+alles, wat alleen door zijn behoefte aan voedsel verkregen kan worden.
+
+In een apenfamilie klinkt dit een beetje gek, doch het geeft toch
+juist weer wat gebeurde in de menschenfamilie. De wijze waarop de
+vrouw haar doel bereikte, was haar man aangenaam te zijn, en de
+noodzakelijkheid heeft haar geleerd hoe zij dat doen moest; en daar
+zij over het algemeen een onontwikkelde en onbekwame werkster was,
+kon zij hem alleen zoeken te behagen door de gaven die zij bezat,
+in hoofdzaak die van huiselijke diensten. Haar was tot taak gesteld
+het voedsel voor beiden gereed te maken en daarmede haar voordeel te
+doen. Zij heeft haar taak goed volbracht, maar of het tot voordeel
+strekte van een hunner is twijfelachtig.
+
+Uit een oogpunt van sociale ontwikkeling zijn wij van het grove
+schrokken van den wilde, van elk voedsel wat hij kon bemachtigen,
+gekomen tot een nauwkeurig uitkiezen van geschikt voedsel en een
+beschaafder en beter vorm om het te gebruiken. Deze maatschappelijke
+vooruitgang wordt door onze sexueel-economische verhouding belemmerd;
+doordat de bereiding van voedsel tot een geslachts-functie is gemaakt,
+worden al de producten er van vermengd met den gloed van persoonlijke
+liefde en den drukkenden last van eigenbelang. Op die wijze wordt niet
+alleen de echtgenoot, maar worden tot op zekere hoogte ook de kinderen
+gevoed, want waar moederlijke liefde en moederlijke energie gedwongen
+worden zich hoofdzakelijk te uiten in de bereiding van voedsel,
+daar wordt de wensch om het kind doelmatig te voeden, vermengd met
+een onverstandige begeerte om het kind genot te verschaffen, en de
+moeder verlaagt haar hoog standpunt, door steeds den onontwikkelden
+smaak te streelen in plaats van dien te veredelen.
+
+Wij meenen in den regel dat wij ons eten en drinken verhoogd en
+veredeld hebben door het met liefde te verbinden. Integendeel, wij
+hebben onze liefde verlaagd en doen ontaarden door haar met eten en
+drinken te verbinden, en wat meer zegt, wij hebben daardoor ook deze
+behoeften verlaagd. Maatschappelijk is er eenige vooruitgang gekomen,
+maar deze ongelukkige vermenging van geslachts-belang en eigen-belang
+met normalen eetlust, deze Cupido-in-de-keuken regeling, heeft den
+vooruitgang sterk tegengehouden.
+
+Wij hebben veel geleerd door beroeps-koks. Handel en fabrieken hebben
+onze benoodigdheden sterk vermeerderd. Wetenschap heeft ons geleerd
+wat wij noodig hebben en hoe en wanneer wij het gebruiken moeten. Maar
+in het met liefde vermengde werk van vrouw en moeder worden deze
+verbeteringen slechts weinig gevoeld. Indien het meisje naar de
+kookschool gaat, dan geschiedt dat meer om te leeren hoe lekkernijen
+bereid moeten worden welke genot verschaffen, dan om de voedingswaarde
+van het voedsel te bestudeeren en daardoor de gezondheid van het
+huisgezin te bevorderen. Uit de steeds grooter wordende magazijnen,
+door de bedrijvigheid der mannen voor haar geopend, kiest zij in
+ruime mate, om een afwisselend menu te maken dat den eetlust opwekt,
+zonder eenigszins op de hoogte te zijn welke combinatiën gemaakt moeten
+worden om onze lichamelijke behoeften het best te dienen. Wetenschap,
+scheikunde, gezondheidsleer zijn voor haar slechts namen. "Jan houdt
+daar zoo veel van"; "Willem lust het niet anders"; "vader kon nooit
+kool verdragen." Zij moet bedenken wat haar man het liefst lust, niet
+zoozeer omdat zij het prettig vindt hem een genoegen te verschaffen
+of omdat zij er voordeel bij heeft als zij hem een genoegen doet,
+maar omdat hij betaalt voor het eten en zij zijn dienstbode is.
+
+Wordt het niet tijd dat de weg naar het hart van den man door zijn
+maag wordt verlaten voor een idealer toegang? Laat de maag voor haar
+natuurlijk werk bestemd blijven, niet tot doortocht voor ongewone
+hartstochten en doeleinden gemaakt worden; en laat ons tot het hart
+doordringen langs idealer wegen. Wij hebben behoefte aan een nieuwe
+afbeelding van onzen overwerkten blinden god,--dik, vet, volgepropt
+met lekkernijen door de arme aanbidsters, zoolang gedwongen haar
+toewijding te betalen met zulke lage middelen.
+
+Neen, het menschelijk ras wordt slecht gevoed door het voedingsproces
+tot een geslachts-functie te maken. De keuze en bereiding van voedsel
+moest in de handen van geoefende deskundigen rusten. De vrouw moest
+naast den man staan als de verwante van zijn geest, niet als de
+dienares van zijn lichaam.
+
+Dit zal groote veranderingen in onze levenswijze vereischen. De wereld
+door het werk van deskundigen te voeden; aan deze groote functie de
+bekwaamheid en ondervinding van geoefende specialiteiten, de macht
+der wetenschap en de schoonheid der kunst ten goede te doen komen,
+is met de sexueel-economische verhouding onmogelijk. Zoolang wij het
+koken als een aan alle vrouwen eigen geslachts-functie beschouwen,
+en het eten als een zaak die alleen in het gezin goed kan geschieden,
+kunnen wij niet verder komen. Wij besteden tegenwoordig veel ernstige
+studie en inspannenden arbeid om de vrouwen in de kunst van koken te
+onderwijzen en te oefenen, zoowel de echtgenoote als de meid; want met
+onze gewone opvatting, dat het willekeurig gedrag van het individu
+de oorzaak der omstandigheden is, zoeken wij de omstandigheden te
+wijzigen door het gedrag van het individu te veranderen.
+
+Wij moeten evenwel inzien dat het gedrag niet kan veranderen,
+zoolang de omstandigheden dezelfde blijven. Ieder ambt of beroep,
+waarvan de ontwikkeling afhankelijk zou zijn van het werk van op
+zich zelf staande personen, alleen geholpen door gehuurde bedienden,
+onwetender nog dan zij zelf, zou op een gelijk laag niveau blijven.
+
+Voor zoover gezondheid kan bevorderd worden door openbare middelen,
+wordt zij door gezondheids-reglementen en medisch toezicht,
+door hygiënische literatuur en door beroeps-personen bereide
+"gezondheidsmiddelen", door bepaalde wetten voor besmettelijke
+ziekten en gevaarlijke beroepen, voortdurend verbeterd; maar door deze
+middelen wordt de bevordering der gezondheid, voor zoover die in de
+handen der huisvrouw ligt, niet bereikt. Negen-tiende van de vrouwen
+die haar eigen huiswerk doen, kunnen niet tot bedreven koopers en
+ervaren keukenmeiden worden opgeleid, evenmin als negen-tiende van de
+mannen tot bedreven kleermakers kunnen worden gemaakt, zonder beter
+oefening of gelegenheid om zich te vormen, dan met het kleeden van
+eigen familieleden verkregen wordt. Het overige tiende gedeelte der
+vrouwen kan dan het werk doen volgens de primitieve arbeids-methoden.
+
+Het voedsel te laten bereiden door gehuurde bedienden is nog slechter
+dan door de echtgenoote en moeder; de kunst om te koken wordt dan met
+nog minder oefening en geringer ondervinding uitgevoerd. De dienstboden
+zijn meerendeels jonge meisjes, die dezen vorm van dienstbaarheid
+verlaten zoodra zij kunnen trouwen; en zoodoende vertrouwen wij de
+lichamelijke gezondheid der menschen, voor zoover het koken daarop
+influënceert, aan de handen van ongeoefende, onvolwassen vrouwen van
+de laagste maatschappelijke klasse, die door geen hooger prikkel
+gedreven worden dan van financieele noodzakelijkheid. De liefde
+der vrouw en moeder is ten minste een prikkel om haar gezin goed te
+willen voeden. Voor de dienstbode bestaat die prikkel niet. Alleen
+in die enkele gevallen waarin de vrouw en moeder "een geboren kok"
+is en haar gezin begunstigt met de producten van haar buitengewone
+gaven, of in de rijke gezinnen, waar de hulp van beroepslieden kan
+betaald worden, kan het koken tehuis goede resultaten opleveren.
+
+Er was een tijd dat vorsten en voorname lieden er eigen dichters
+op nahielden om hen te prijzen en bezig te houden, maar zoo'n
+dichter was nooit werkelijk groot, tenzij hij tevens dichtte voor de
+menschheid. Zoo kan ook de kunst van koken nooit haar hooge plaats
+als een maatschappelijke functie, die in een menschelijke behoefte
+voorziet, innemen, zoolang zij alleen voor eigen behoefte wordt
+aangewend. Ons leven en onze woningen zoodanig in te richten dat het
+koken een beroep kan worden, is de eenige manier om deze groote kunst
+uit hare tegenwoordige begrenzing te bevrijden. Het moet een eervolle,
+goed betaalde betrekking worden, waartoe zulke mannen of zulke
+vrouwen opgeleid worden, die zich tot dit werk voelen aangetrokken,
+even als men meubelmaker of apotheker wordt. Tusschen de koks die
+hun werk alleen als handwerk opvatten en de artisten in hun vak zal
+er een natuurlijke verscheidenheid komen; en wij zullen een breeden,
+nieuwen weg voor winstgevenden arbeid en eervolle werkzaamheid en
+een nieuwen grondslag voor menschelijke gezondheid en geluk openen.
+
+Dit sluit geen coöperatie in. Onder coöperatie verstaan wij gewoonlijk
+de vereeniging van gezinnen met het doel hunne veronderstelde
+functiën beter te kunnen vervullen. Deze zaak faalt in den regel
+omdat het beginsel niet deugt. Koken en reinigen zijn geen functiën
+van het gezin. Wij bezitten geen familie-mond, geen familie-maag en
+geen familie-gezicht dat gewasschen moet worden. Individuen moeten
+gevoed en gewasschen worden van hun geboorte tot hun dood, geheel
+afgezien van hun familie-verhoudingen. De wees, de ongehuwde man, de
+kinderlooze weduwnaar, hebben even veel behoefte aan deze voedende en
+reinigende zaken als eenig patriarchale vader. Eten is een individueele
+functie. Koken is een maatschappelijke functie. Geen van beide is
+in het minst een functie van het gezin. Dat wij het in de vroegere
+beschavingsperioden geschikter vonden tehuis te koken, bewijst niets
+meer dan hetzelfde feit dat wij het vroeger ook geschikter vonden
+tehuis te spinnen en te weven, onze zeep en kaarsen te bereiden,
+onze boter te maken, ons vee te slachten, ons brood te bakken en ons
+goed te wasschen.
+
+Met de ontwikkeling der maatschappij gaat een specialiseering,
+van hare functiën gepaard; en de reden dat deze groote ras-functie,
+het koken, in zijn natuurlijken groei zoo lang werd tegengehouden,
+ligt hoofdzakelijk aan de economische afhankelijkheid der vrouwen,
+die daardoor aan den menschelijken vooruitgang niet deelnamen. Zoodra
+de vrouwen economisch vrij zijn, zullen zij de achterlijk gebleven
+functiën opheffen en verruimen, zoowel om hunne plichten als vrouwen
+en moeders beter te kunnen volbrengen, als om de gezondheid en het
+geluk van het menschenras te bevorderen.
+
+Hiervoor wordt geen coöperatie vereischt, maar wel de hulp van
+geoefende beroepslieden en zulk een regeling onzer levenswijze,
+waardoor wij in staat worden gesteld er van te profiteeren. Wanneer
+een groot aantal lieden denzelfden kleermaker of bakker of kruidenier
+begunstigen, dan coöpereeren zij nog niet. Evenmin zouden zij
+coöpereeren indien zij denzelfden kok begunstigen. De verandering
+moet van de zijde van den kok komen en niet van het gezin. Zij moet
+door natuurlijke functioneele ontwikkeling in de maatschappij gebracht
+worden en zij is reeds in aantocht. De vrouw, inziende dat haar plicht
+als voedster en reinigster een maatschappelijke en geen sexueele plicht
+is, moet de eischen van den toestand onder de oogen zien en zich zelf
+voorbereiden er aan tegemoet te komen. Honderd jaar geleden kon dit
+niet gedaan worden. Nu wordt het gedaan, omdat de tijd er rijp voor is.
+
+Indien er tegenwoordig in een of ander groote stad een geriefelijk en
+goed ingerichte woning met afzonderlijke vertrekken geopend werd voor
+vrouwen die een gezin hebben en een beroep uitoefenen, zou zij op eens
+gevuld worden. De kamers moesten zonder keukens zijn; maar er moest een
+keuken bij het huis behooren van waar de maaltijden naar verkiezing aan
+de gezinnen in hun eigen kamers of in een gemeenschappelijke eetkamer
+werden opgedischt. Het zoude een huis moeten zijn dat schoon gehouden
+werd door flinke bedienden, die niet door de gezinnen afzonderlijk
+gehuurd, maar door den leider der inrichting aangesteld werden, en
+een overdekte tuin, kinderkamer en Kindergarten onder goed geoefende
+kinderjuffrouwen en onderwijzers zou een doelmatige verzorging der
+kinderen moeten verzekeren. Met den dag neemt de behoefte aan zulke
+instellingen toe en weldra moet hieraan tegemoet gekomen worden, niet
+door een kosthuis, of een inrichting waar alleen huisvesting verleend
+wordt, of een hotel, een restaurant of het een of ander maaksel
+van eenige van deze instellingen te zamen; maar door eene instelling
+waarin voortdurend voorzien wordt in de behoeften van individuen en van
+afzonderlijke gezinnen, die de voordeelen van het gemeenschappelijk
+samenleven willen genieten. Dit moet op een bedrijfs-basis rusten,
+om een deugdelijk bedrijfs-succes te hebben en het zal dit hebben
+omdat het in een toenemende sociale behoefte voorziet.
+
+Alleen in New-York City zijn honderd duizenden vrouwen die loontrekkend
+zijn en die tevens een gezin hebben, en het getal wordt steeds
+grooter. Dit is niet alleen waar voor de armen en ongeletterden,
+maar nog veel meer voor de vrouwen die een ambt of beroep uitoefenen,
+voor de wetenschappelijke, artistieke en literaire vrouwen. Onze
+onderwijzeressen, die een talrijke klasse vormen, zijn niet allen
+zonder bloedverwanten. De behoeften van een menschenziel worden niet
+voldaan in een kosthuis. Deze vrouwen hebben behoefte aan een tehuis,
+maar zij begeeren daarom niet den vervelenden aanhang van rudimentaire
+werkzaamheden die verondersteld worden bij een tehuis te behooren. De
+moeilijkheden waarmede zulke vrouwen te kampen hebben zijn niet
+langer noodzakelijk. Het private leven van een eigen huis kan even
+goed in een gebouw, als hierboven beschreven, gehandhaafd worden,
+als in een of ander deel van een blok woningen, een of andere kamer,
+verdieping of gedeelte er van, onder de tegenwoordige levenswijze. Het
+voedsel zou beter zijn en minder kosten; en dit zal ook met andere
+werkzaamheden en benoodigdheden het geval zijn.
+
+In de voorsteden zou dit doel veel beter uitgevoerd kunnen worden
+door een groep van aangrenzende woningen, elk huisje afzonderlijk met
+een eigen erf, maar allen zonder keuken en door een overdekten weg
+verbonden met het eet-huis. Geen gedétailleerd plan van den juisten
+vorm, hoe ten slotte de inrichting het beste en pleizierigste zal zijn,
+kan thans gegeven worden; doch de maatschappij verlangt met steeds
+grooter aandrang dat de werkzaamheden die in huis verricht worden,
+aan bekwamer handen worden toevertrouwd.
+
+Elk huis zal veel gemakkelijker schoon gehouden kunnen worden, wanneer
+de twee voornaamste oorzaken van het vuil worden, vettigheid en asch,
+er uit verwijderd zijn.
+
+Natuurlijk kunnen de maaltijden, zoolang men dat wenscht, te huis
+worden opgedischt; doch zoodra de menschen gewend raken aan zuivere,
+reine woningen, waar geen stoom-werkzaamheden worden uitgevoerd, zullen
+zij het langzamerhand verkieselijker vinden naar hun voedsel te gaan,
+dan het voedsel bij hen te doen brengen. Het is volmaakt natuurlijk
+dat iemand naar zijn voedsel gaat. Achterna beschouwd, is het slechts
+een gradueel verschil; huist men in één kamer, waar ook gekookt wordt,
+dan heeft men het eten vlak bij; in de groote huizen gaat men om te
+eten naar de eetkamer; nog een beetje verder en men gaat niet naar de
+eetkamer in zijn eigen, maar in een aangrenzend huis. Gezinnen zouden
+gezamenlijk kunnen gaan eten, even als zij te zamen kunnen gaan baden
+of te zamen kunnen luisteren naar muziek; doch mocht het gebeuren dat
+verschillende individuën op verschillende uren wenschten te eten, dan
+zou hieraan te gemoet gekomen kunnen worden, zonder dat het comfort van
+anderen of hun eigen, daarbij behoefde opgeofferd te worden. Iedere
+huisvrouw weet hoe moeilijk het is de leden van het gezin altijd te
+zamen aan de maaltijden te krijgen. Waarom moet dat ook? Hier komt het
+gevoel voor den dag en men beweert dat familie-liefde, familie-éénheid,
+het ware huiselijk leven, afhankelijk is van het te zamen zijn bij de
+maaltijden. Een familie-éénheid te zamen gehouden door een tafellaken,
+is van bedenkelijke waarde.
+
+Onze domme wijze van huishouden omvat verscheiden beroepen. Een goede
+keukenmeid behoeft niet noodzakelijk een goede huishoudster te zijn,
+of een goede huishoudster iemand die nauwkeurig en voorzichtig reinigt,
+of iemand die goed reinigt, een die verstandig inkoopt. Onder de vrije
+ontwikkeling van deze verschillende vakken zou een vrouw haar positie
+kunnen kiezen, zich er voor bekwamen en een zeer gewaardeerde beambte
+worden in het door haar zelf gekozen vak. En toch kon zij daarbij in
+eigen huis blijven wonen, dat wil zeggen, dat zij in haar huis leeft
+zooals een man in het zijne, met zekere uren van den dag aan het werk,
+de andere tehuis te besteden.
+
+Verdeeling van het huishoudelijk werk zou den dienst vereischen van
+een geringer aantal vrouwen gedurende minder uren daags dan thans het
+geval is. Waar nu twintig vrouwen in twintig gezinnen den geheelen dag
+werken en hun verschillende plichten zeer onvoldoende vervullen, zou
+hetzelfde werk door handen van specialiteiten in minder tijd en door
+een geringer aantal personen kunnen geschieden; en daardoor zouden de
+anderen vrij worden om werk te doen waarvoor zij beter geschikt zijn en
+waarmede zij de voortbrengende kracht in de wereld vergrooten. Met de
+pogingen voor dit doel te coöpereeren, werd wel getracht het bestaande
+werk van vrouwen te verminderen, maar de behoefte aan andere bezigheden
+werd daarbij niet erkend en daarin ligt juist een der oorzaken van
+het herhaaldelijk schipbreuk lijden dezer proefnemingen.
+
+Het schijnt bijna onnoodig te zeggen dat vrouwen als economische
+voortbrengsters, natuurlijk de beroepen zullen kiezen, die met
+het moederschap vereenigbaar zijn en verscheiden beroepen zijn
+met het moederschap veel meer in harmonie dan de huishoudelijke
+werkzaamheden. Moederschap is geen toevallige gebeurtenis in het
+verschiet, maar een algemeene plicht van gezonde vrouwen. Indien
+vrouwen beroepen kozen onvereenigbaar met het moederschap, dan zou de
+natuur, door haar onveranderlijk proces, hen heel kalm uitroeien. De
+moeders die hardnekkig volhielden acrobaten, paardrijdsters of matrozen
+te worden, zouden waarschijnlijk geen krachtig en talrijk kroost
+voortbrengen. Deden zij dat wel, dan zou dat eenvoudig bewijzen dat
+zulk werk haar niet hinderde. Er behoeft geen vrees te bestaan dat
+wij uitgeroeid zullen worden, doordat de vrouwen verkeerde beroepen
+zouden kiezen, wanneer zij vrij zijn in haar keuze. Vele vrouwen
+zouden voortgaan hetzelfde werk te kiezen wat zij nu doen, maar
+het op de nieuwe en betere wijze uitvoeren. Zelfs schoonmaken, goed
+begrepen en uitgevoerd, is een nuttig en achtenswaardig beroep. Het
+is vermakelijk dat eertijds dit minst geliefde werk zoo onschuldig
+voor een natuurlijke plicht der vrouw gehouden werd. De vrouw, de
+liefelijke en schoone, de beminde echtgenoote en vereerde moeder
+werd onder algemeene goedkeuring gehouden voor de aangewezen persoon
+om kamers en vaatwerk te reinigen. Haar had men toch in de laatste
+plaats moeten aanwijzen voor werk dat als min en verachtelijk staat
+aangeschreven. Zij mocht haar dagen slijten te midden van vettigheid,
+asch, stof, vuil linnen en roetvuil ijzerwerk. Wanneer wij de
+huishoudelijke functiën socialiseeren, dan zullen deze werkzaamheden
+wel uit de handen van de vrouw naar die van den man verhuizen. De
+stad schoon te maken is het werk der mannen. En zelfs in onze huizen
+wordt de schoonmaker van beroep hoe langer hoe meer een man.
+
+De organisatie der huishoudelijke werkzaamheden zal
+de reinigingsprocessen vereenvoudigen en centraliseeren, door
+toepassing van vele mechanische uitvindingen en door de aanwending van
+wetenschappelijke kennis. Onze huizen zullen reiner zijn dan ooit te
+voren. Er zal minder werk te doen zijn en beter middelen om het uit
+te voeren. De dagelijksche bezigheden van een goed ingericht huis
+konden gemakkelijk gedaan worden door elk individu in eigen kamer,
+of door iemand die zulk werk wenscht te doen; en het werk dat niet
+zoo dikwijls voorkomt kon door een deskundige geschieden, die het eene
+huis na het andere schoonmaakt met de vlugge bekwaamheid van oefening
+en ondervinding. Onze woning zou dan niet langer een werkplaats en
+een museum zijn, maar zou meer de persoonlijke eigenaardigheden
+van den bewoner uitdrukken,--de plaats van rust en vrede, van
+liefde en afzondering,--dan het in zijn tegenwoordigen toestand van
+achtergebleven industrieele ontwikkeling kan zijn. En de vrouw zal
+dan haar werkzaamheden met veel beter resultaten kunnen vervullen,
+dan zij nu met haar voortdurende moeilijkheden, haar stipte toewijding,
+haar aandoenlijke onwetendheid en machteloosheid doet.
+
+
+
+
+
+
+
+XII
+
+
+Als zelfbewuste schepselen, die gemakkelijk in de dwaling verkeeren
+de gewaarwording voor het feit te houden, in wier bewustzijn de
+gewaarwording inderdaad het feit is,--er wordt een dieper doordenken
+vereischt om de gewaarwording uit het feit af te leiden,--zijn
+wij er niet erg om te berispen dat wij zooveel gewicht aan gevoel
+en aandoening hechten. Misschien zullen wij in het licht der koude
+redeneering toestemmen dat het huis niet de geschikte plaats is voor
+zooveel werk en dat de echtgenoote en moeder niet de aangewezen persoon
+is om het te verrichten. Deze verstandige meening verandert evenwel
+op geenerlei wijze ons gevoel over dit onderwerp. Dit gevoel, diep
+ingeworteld en overprikkeld, bedekt met een dikke laag het geheele
+veld van huiselijk leven. Niet wat wij er van denken (want wij hebben
+er nooit veel over na gedacht), maar wat wij er van voelen, stelt in
+dezen de som van onze meeningen vast. Vele zijn ware, rechtmatige,
+gewettigde gevoelens. Sommige zijn domme ongerijmdheden, niets anders
+dan reliquien uit lang vervlogen tijden, waarvan wij ons langzaam
+zullen ontdoen, zoodra wij wijzer worden.
+
+Men denke bijvoorbeeld eens na over het reeds lang bestaand geloof aan
+het "vrij zijn in eigen huis". Er ligt voor velen iets terugstootends
+in het denkbeeld dat het voedsel gekookt zou worden buitenshuis,
+zelfs wanneer het in huis wordt opgedischt; meer nog in het idee
+dat het gezin uitgaat om te eten en nog meer dat de individuen
+afzonderlijk uitgaan om te eten. De bijzondere smaak van verschillende
+personen door het "koken te huis" ontwikkeld, kon wel eens de eigen
+bruine kleurschakeering van de ham, het naar eigen smaak gekruid
+vischschoteltje, het eigen biscuittrommeltje moeten ontbeeren.
+
+Dit bezwaar moet eerlijk in aanmerking genomen worden en gedeeltelijk
+worden toegestemd. Een menu, hoe ruim ook uitgedacht door beroeps-koks,
+zal toch nooit dat vrij spel aan persoonlijke eigenaardigheden bieden
+als de menu's, bereid door de talrijke op zich zelf staande koks die
+ons nu bedienen. Er zal dan een veel grooter keus in bestanddeelen
+zijn, maar de bereidingswijze en bediening zullen niet zooveel verschil
+opleveren. Het verschil zal gelijk staan met dat, wanneer ieder man
+zijn eigen jas maakte of door zijn eigen vrouwelijke bedienden liet
+maken en wanneer hij zijn keuze deed uit een aantal in voorraad
+gemaakte jassen of er een bij een beroeps-kleermaker bestelde.
+
+In een geregelden, als beroep uitgeoefenden, voedingsdienst zou een
+goede algemeene regelmaat heerschen, en voor bepaalde gelegenheden zou
+het werk van specialiteiten dienst kunnen doen. Wij hebben dit reeds
+lang kunnen opmerken bij de aanhoudende toename van beroepsmatig bereid
+voedsel, van de goedkoope eetgelegenheden tot de deftige restaurants,
+van de gewone scheepsbeschuit tot de fijne wafel. Doch ook wanneer
+men het "tehuis koken" eens zijn beroepsmatig bereide toevoegsels
+ontneemt, zou het heel veel minder worden. Wij bedenken niet hoe ver
+wij reeds in die richting gegaan zijn en hoe snel wij verder gaan.
+
+Een van de belangrijkste gevolgen van een voortdurend algemeene
+goede voedingswijze zal zijn, dat de volkssmaak verbeterd wordt. Wij
+zullen daarmede de waardeering van wat inderdaad goed voedsel is
+aankweeken, veel beter dan dit door de dwalende en onberedeneerde
+zelf-toegevendheid van de eigen tafel kan geschieden. Onze eenige
+maatstaf voor smaak in gekookt voedsel is thans persoonlijke eetlust
+en luim. Dat wij van een schotel houden is voldoende om er onze volle
+instemming aan te schenken. Maar van iets te houden is niets anders dan
+aanpassingsvermogen. Natuur zoekt steeds het organisme naar de omgeving
+te wijzigen en wanneer het organisme zoo gewijzigd is geworden, zoo aan
+de omgeving passend is gemaakt, dan houdt het van de omgeving. Vroeger
+zeide men: "het past mij", wat duidelijk de bedoeling weergeeft.
+
+Elke natie, elk volk, elk gezin, elk individu houdt bovenal van die
+dingen waaraan het gewoon is geworden. Waarvan het anders zou hebben
+gehouden, indien het dat andere gehad had, kan men nimmer weten;
+maar het langzaam doordringen van nieuwe smaken en gewoonten, het
+tegenstribbelend in gebruik nemen van aardappelen, tomaten, maïs en
+andere nieuwe groenten door de menschen in oude landen, bewijst dat
+het toch mogelijk is verandering te brengen in hetgeen men lust.
+
+Door de beperkte macht van het gezin om in de voeding te voorzien
+en zijn onbekwaamheid om het te bereiden en door onze overdreven
+voorkeur voor enkele zaken, zijn wij in het kleine veld van keuze
+zeer vasthoudend geworden. Wij vinden onze eigen manier van doen bij
+het koken het best en wij keuren de wijze van doen van onze buren
+af, zonder eenig hoogeren maatstaf voor kritiek te hebben dan onzen
+onontwikkelden smaak. Wanneer wij van onze jeugd af gewend worden aan
+wetenschappelijk en met kunst bereid voedsel, dan zullen wij later
+weten wat goed is en daarvan kunnen genieten, zooals wij ook goede
+muziek leeren waardeeren, door ze te hooren.
+
+Als wij een ruimer keus en beter bereid voedsel hebben leeren
+waardeeren, dan zullen wij ook leeren eenvoudigheid in het koken
+op prijs te stellen. Onder ons tegenwoordig systeem kunnen de
+meeste menschen het niet zoover brengen. Wanneer het koken wordt
+afgescheiden van het gezin, dan zullen wij langzamerhand ophouden er
+aandoeningen aan vast te knoopen; wij zullen het dan onpersoonlijk
+leeren beoordeelen op wetenschappelijken en artistieken grondslag. Dit
+zal natuurlijk niet beletten dat sommige personen een bijzonderen
+smaak hebben, maar deze zullen dan weten dat zij bijzonder zijn en
+ook hun buren zullen het weten. Het zal ook niet beletten dat een
+vrouw, die er veel van houdt nu en dan het een of ander te koken,
+om zich zelf of haar vrienden te tracteeren, een klein kooktoestel
+binnen haar bereik houdt, evenals zij een naaimachine of een kleine
+draaibank kan bezitten.
+
+Met betrekking tot het buitenshuis nuttigen van het voedsel ondervinden
+wij nog sterker tegenkanting door het bezwaar van onvrijheid, en
+wij ontwaren een sterk uitgesproken, zelfs pijnlijken tegenzin als
+wij deze functie van het huiselijk leven willen scheiden. Samen
+te eten vormt natuurlijk een tijdelijken band. Om een middel tot
+gedachtewisseling tusschen ongelijke personen vast te stellen,
+moet een of ander gemeenschappelijke grondslag gevonden worden,--een
+ceremonie, een of ander spel, eenig vermaak,--iets wat zij te zamen
+kunnen doen. En indien de personen die met elkander in verbinding
+wenschen te komen geen andere gemeenschappelijke basis hebben dan deze
+lichamelijke functie,--welke inderdaad zoo gemeenschappelijk is, dat
+zij niet alleen het geheele menschdom, maar ook het geheele dierenrijk
+insluit,--laten zij die dan vooral aangrijpen. Bij gelegenheden
+van algemeen maatschappelijk vreugdebetoon, waarbij een of andere
+gebeurtenis van algemeen belang gevierd wordt, zal een feestmaal
+altijd een natuurlijke en voldoening gevende instelling zijn.
+
+Voor den oorspronkelijken echtgenoot die vocht voor zijn beroep,
+de oorspronkelijke vrouw die huishoudwerk deed voor het hare, de
+oorspronkelijke kinderen die alleen in lichamelijke verwantschap tot
+hun ouders stonden, voor dezulken was de gemeenschappelijke tafel de
+eenige gemeenschappelijke band; en hun eenvoudig voedsel schonk het
+middel dat niemand kwetsen kon. Doch in de hoogere ontwikkeling van
+het moderne leven is de etenskwestie volstrekt niet het eenige punt van
+algemeen belang der leden van een gezin en in geen geval het beste. De
+liefste, teederste, heiligste herinneringen van het familieleven staan
+niet met de tafel in verband, ofschoon menige vroolijke en pleizierige
+herinnering daarmede vereenigd kan zijn. Doch bij vele gebeurtenissen
+van diep gevoel, hetzij van vreugde of van pijn, wordt het ongevoelig
+verzadigen van een heele groep, drie keer daags aan tafel, een
+ondragelijke inspanning. Indien een groote verscheidenheid van goed
+voedsel altijd te verkrijgen was, zou een gezin te zamen kunnen gaan
+feest vieren, wanneer het dat verkoos; of te zamen eenvoudig gaan
+eten, wanneer het dat wilde; en elk individu kon alleen gaan, wanneer
+hij niet met het heele gezelschap verkoos te eten. Men behoeft dit
+niet te dwingen of te verhaasten, doch zoodra er steeds voedsel in
+voorraad bestaat, dat gemakkelijk binnen ieders bereik is, behoeft
+de maag niet langer verplicht te worden als familieband dienst te doen.
+
+Men heeft beweerd dat de lagere dieren in hunne redeloosheid alleen
+eten en dat menschen het eten tot een gezamenlijke functie gemaakt
+en het daardoor verheven hebben. De verheffing is het moeilijkst
+te bewijzen, wanneer wij de ruwe gewoonten, ziekelijken smaak en
+doodelijke ziekten, de geveinsdheid en ongemanierde gulzigheid en
+onmatigheid der menschen waarnemen. De dieren mogen lager staan dan
+wij, omdat zij eenvoudig eten wat goed voor hen is wanneer zij honger
+hebben, maar hun doel dient het goed.
+
+Een van de gevolgen, voortspruitende uit het maken van het eten tot een
+gezamenlijke functie is, dat hoe nauwgezetter wij die socialiseering
+doorvoeren, des te meer behoefte wij hebben bij onze maaltijden
+aan een groot aantal vreemden, die van het onderling gesprek zijn
+uitgesloten,--personen, die niet mede-eten, niet mede-spreken
+en die zelfs niet door het knippen der oogleden mogen verraden,
+dat zij eenig belang in het gesprokene stellen,--die alleen de
+grove benoodigdheden voor de gelegenheid op een zuiver koopcontract
+leveren en toedienen. Zulk een tegenwoordigheid van vreemden moet en
+doet het gesprek op een bepaalde hoogte houden. In een gezin zonder
+dienstbode zijn vader en moeder beide te vermoeid van het werken om
+den maaltijd tot een sociabele functie te maken, terwijl in gezinnen
+met een dienstbode het gesprek tot op zekere hoogte beperkt wordt. De
+uitwerking van ons gezamenlijk eten, hetzij in gezinnen of in grooter
+groepen, is niet in elk opzicht goed. De vraag moet gesteld worden
+of wij niet, vooral in dit geval, onze levenswijze verbeteren kunnen.
+
+Wanneer de kookkunst zich ten volle kan ontwikkelen en uitgeoefend
+wordt door hen, die door aangeboren talent en geduldige studie
+geleerd hebben, hoe het best aan de behoeften van het lichaam
+te gemoet gekomen kan worden, door een smakelijke en geschikte
+samenvoeging van de voedingsbestanddeelen, dan zullen wij beginnen
+te begrijpen, wat het voedsel voor ons beduidt en op welke wijze het
+menschelijk lichaam in goede gezondheid en volle kracht moet opgebouwd
+worden. Een wereld van reine, sterke, schoone mannen en vrouwen, die
+weten wat zij eten en drinken moeten en het nemen wanneer het noodig
+is, zal ons een hooger en verhevener vorm van verbond te aanschouwen
+geven, dan die veel geprezen gemeenschappelijke tafelverbonden. De
+tevreden ruwheid van het heden, de volhardende zelfzucht van overigens
+verstandige menschen, de vetheid en luiheid en zwakheid, de heele
+reeks digestie-stoornissen en het gebruik van velerlei kruiderijen, al
+deze ziekelijke verschijnselen zijn meerendeels toe te schrijven aan
+de abnormale aandacht aan het eten en koken geschonken en die zullen
+blijven bestaan, zoolang het eten als een familie-functie beschouwd
+blijft. Zoodra wij het eten en koken uit deze valsche verhouding hebben
+losgemaakt, door onze sexueel-economische verhouding te verbreken,
+zullen wij de natuurkrachten een kans geven hun eigen reinen weg in
+ons te volgen en ons beter te maken.
+
+Men vreest dat het private leven te huis bedreigd wordt door de
+invoering van beroeps-schoonmakers. Maar wij zullen zien dat een huis
+zonder keuken veel minder behoeft te worden schoongemaakt en dat het
+dagelijks in orde brengen van iemands eigen kamer heel gemakkelijk,
+door ieder die het doen wil, zelf kan geschieden. Velen wenschen
+zoo van harte, dat hun eigen kamer, hun persoonlijk verblijf, nooit
+anders dan door hun dierbaarste vrienden, hun naaste betrekkingen
+betreden wordt. Zoo 'n ideaal van privaat leven mag dwaas schijnen
+aan hen, die nu tevreden de ruwe openbaarheid van onze tegenwoordige
+levenswijze aannemen. Van alle bekende tegenstrijdigheden is er geen
+zoo ongerijmd dan ons te hooren pochen op ons "vrij zijn te huis",
+en dat in een plaats waar wij volgaarne tot onze tafelgesprekken en
+onze kamerdiensten toelaten,--ja, tot het opmaken van onze bedden en
+het hanteeren van onze kleedingstukken,--een volslagen vreemdeling,
+vreemdeling niet alleen door de nieuwe kennismaking of om het verkeerde
+begrip dat vreemde oogen zich onvermijdelijk van onze eigenaardigheden
+vormen, maar vreemdeling door geboorte, door opvoeding,--iemand die
+ons nooit geheel begrijpen kan.
+
+Ieder onzer die het betalen kan neemt zoo'n vreemdeling in huis, één of
+meer op eens en velen in opvolging. Indien wij, even als de barbaarsche
+koningen deden in de oude en bloedige zeeroover-geschiedenissen,
+hun tongen uitsneden, zoodat zij niets konden navertellen, dan nog
+zou het een vervelende indringerij blijven. Maar zooals zij nu zijn,
+met oogen om te zien, ooren om te hooren en tongen om te spreken, en
+geen andere belangen dan de onze om hun geest bezig te houden en met de
+wraaknemende uitvallen, volgende op het gedwongen stilzwijgen van hen
+die niet mogen "tegenspreken"; met dit opmerkzame en oververtellend
+leger, gehuisvest in den schoot der familie, moeten wij toch bitter
+glimlachen over ons dwaas ideaal van "het vrij zijn te huis."
+
+Het vlugge werk van menschen die van beroep vegen, stoffen en
+schrobben en ontboden kunnen worden waar en wanneer wij ze in de
+kamers noodig hebben, is in elk geval niet zoo kwetsend voor het
+intieme leven als de tegenwoordige wijze van doen. De afschaffing van
+dienstboden en het optreden der vrouw op een maatschappelijk en voor
+haar persoon belangrijker gebied, zal in de wereld een nieuw begrip
+van de heiligheid van het huiselijk leven vestigen, de rechten van
+het individu in dezen doen gevoelen, zooals tot nu toe onbekend was.
+
+Nauw verwant aan het schoonmaak-vraagstuk is het inrichten en het
+meubileeren van de woning. De economisch afhankelijke vrouw, alle
+energie in haar kleine kooi verkwistende, stort een verwarde massa
+in die kleine ruimte uit, evenals een groote plant een hoop wortelen
+uitzendt in een kleinen pot. Zij heeft haar beperkte woning met een
+onbeperkt aantal dingen overvuld, nuttige en nuttelooze, sierlijke
+en smakelooze, gemakkelijke en ongemakkelijke zaken, en tot haar
+levenstaak behoort, deze zaken te bewaken en in orde te houden.
+
+De vrije vrouw, die zich geheel kan uiten in haar economische
+werkzaamheden en haar maatschappelijke positie, voelt zich
+niet gedrongen haar ziel uit te storten in antimacassars en
+photographiestandaards. Haar huis zal haar plaats van rust en niet
+van rustelooze bezigheid zijn, en zij zal inzien dat eenvoudigheid ten
+slotte het aangenaamst is. Hiervan zullen beter hygiënische voorwaarden
+in de woningen en meer schoonheid en minder werk het gevolg zijn. De
+nieuwe omstandigheden, waardoor de waarde van het huiselijke leven
+verhoogd en het schoonheidsgevoel ontwikkeld zal worden, zullen het
+inwendige van onze woningen een beschaafder en liefelijker aanzien
+geven, en ze zullen zonder overmatige inspanning van den eigenaar in
+orde te houden zijn.
+
+Buiten en behalve deze betrekkelijk uiterlijke omstandigheden,
+ondervindt het gezin door de sexueel-economische verhouding geestelijke
+gevolgen, die niet allen een gunstigen invloed op onze ontwikkeling
+uitoefenen. Een van die gevolgen toont duidelijk op welke wijze de
+druk van deze verhouding werkt. Het private leven in onze huizen is een
+privaat leven van het gezin, een vereenigd privaat leven; dit verzekert
+ons niet,--integendeel werkt tegen,--het individueel privaat leven. Dit
+is een ander van de nog bestaande rudimenten van een levenswijze
+uit tijden die wij reeds lang ontgroeid zijn en die gehandhaafd
+blijven door het zorgvuldig bewaren van de primitieve gewoonten in
+den onveranderden toestand der vrouwen. In zeer vroege tijden kon een
+ruw en onverschillig volk in groote groepen in een kleine tent te
+zamen huizen, zonder ernstig ongerief of nadeel te ondervinden. De
+gevolgen van zulk groepeeren op moderne menschen kan men waarnemen
+in sommige wijken van groote steden, waar blokken huizen bij kamers
+verhuurd worden; zij zijn bepaald van demoraliseerenden aard.
+
+De menschelijke wezens gaan voort zich hoe langer hoe meer door
+kleine verschillen van elkander te onderscheiden, waardoor een
+eigen tehuis, of ten minste een eigen kamer voor elk individu
+een vereischte wordt. Deze behoefte wordt voor een deel in het
+familie-leven erkend en voor zoo ver de beurs het toelaat, wordt er
+aan te gemoet gekomen; maar voor de groote meerderheid der bevolking
+is dit een onmogelijkheid. Voor vrouwen in het bijzonder is de weelde
+van een eigen kamer alleen voor de rijken weggelegd. Zelfs waar door
+den druk der maatschappelijke ontwikkeling voor een deel in deze
+behoefte voorzien wordt, daar werkt de druk van het familieleven haar
+aanhoudend tegen. Het tehuis is de eenige plaats op aarde waar niemand
+der familieleden ware afzondering kan genieten. Een gezin is een ruwe
+samenvoeging van personen, verschillend in leeftijd, grootte, geslacht
+en karakter, die door geslachts-banden en economische behoeften te
+zamen gehouden worden; en de liefde die tusschen de verschillende
+familieleden bestaan moest, wordt door dien economischen druk niet
+vermeerderd, doch eerder verminderd. Een door economische krachten
+onderhouden liefde, is trouwens de soort niet welke de menschheid
+het meest noodig heeft.
+
+Elke neiging om zich tegenwoordig aan de oude sleur te onttrekken en
+een eigen leven te leiden, te leven naar eigen opvatting, wordt sterk
+tegengewerkt en door andere familieleden kwalijk genomen. Dit hindert
+de vrouwen meer dan de mannen, omdat de mannen zeer weinig te huis en
+zeer veel in de wereld leven. De man heeft zijn individueel leven, zijn
+persoonlijke uiting met de daaraan verbonden rechten, zijn kantoor,
+studeerkamer of werkplaats; de vrouwen en kinderen leven te huis,
+omdat zij moeten. Men beschouwt het van een vrouw slecht als zij elders
+veel tijd wenscht te besteden, en de kinderen laat men geen keuze. De
+historische neiging der vrouwen om "op straat te slenteren"; en van
+de kinderen om van huis te loopen, of om steeds ergens anders dan te
+huis te willen spelen; de onophoudelijke, nuttelooze, goed gemeende
+pogingen om "de jongens tehuis te houden", deze feiten, saam genomen
+met de bepaalde hoeveelheid tijd die de man buitenshuis doorbrengt,
+vormen een vreemd commentaar op ons gewillig geloof dat wij "tehuis"
+leven en het prettig vinden. En toch binden de banden van tehuis ons
+met een zachten druk, dien slechts weinigen kunnen weerstaan. Wie
+weerstand bieden en het doorzetten volgens eigen opvatting te leven,
+betalen dit met verlatenheid en ontbering; zij moeten zooveel van
+hun dagelijksche comfort en genegenheid opofferen, dat vele anderen
+er door teruggeschrikt worden hun voorbeeld te volgen.
+
+Er bestaat geen enkele reden waarom deze pijnlijke keuze ons opgelegd
+behoeft te worden, geen reden waarom het huiselijk leven niet zoo
+ingericht kan worden, dat veroorloofd, ja, dat bevorderd zou worden,
+de hoogste ontwikkeling zijner persoonlijkheid te bereiken. Wij hebben
+behoefte aan het gezelschap van menschen die wij lief hebben, aan hun
+liefde en omgang. Dit zal bestaan blijven. Maar de gelegenheid om te
+koken en te eten, zooals in onze technisch onontwikkelde huizen, met
+alle daarmede samenhangende gebreken, is daarvoor niet noodzakelijk
+en behoeft niet te blijven.
+
+Wij houden het er meestal voor dat de woning, zooals zij nu is
+ingericht, voor ons het beste is. Wij verbeelden ons daar hooger
+opvattingen, edeler aandoeningen op te doen, daar onderricht te
+worden hoe wij moeten leven. De waarheid aan deze volksmeening ten
+grondslag liggende is, dat de liefde van de moeder voor het kind de
+basis vormt van alle hoogere wederkeerige liefde. Maar men vergeet
+dat achter moederliefde de krachtige aandrift tot geslachts-liefde,
+de zich te buiten gaande kracht van den geslachtslust ligt. De
+familie-verhoudingen die daarvan een gevolg zijn, staan niet zoo hoog
+als onze breeder, dieper, maatschappelijke verhoudingen.
+
+Voor het behoud van ons individueel leven hebben wij behoefte
+aan huiselijke geriefelijkheden. Het dragen en verdragen van het
+huiselijk leven, met zijn heerschenden en onophoudelijken invloed van
+den conservatieven geest der vrouw, houdt den onregelmatig snellen
+aandrang der mannelijke energie zeer goed in toom. Zoolang de wereld
+duurt zullen wij niet alleen aan individueele woningen behoefte hebben,
+maar ook aan het familieleven; een gemeenschappelijke scheede voor
+de onontloken blaadjes van elken nieuwen tak, bijeengehouden aan den
+ouderlijken stam, vóórdat zij ten slotte uiteen vallen.
+
+Stemmen wij dit alles toe, dan blijft nog te bestrijden de steeds
+toenemende slechte uitwerking, niet van het huiselijk leven
+als zoodanig, maar van de soort van huiselijk leven, welke op de
+sexueel-economische verhouding gegrondvest is. In een gezin, waarin
+de terecht overheerschende vrouwelijke energie op een primitieve
+ontwikkelingshoogte wordt gehouden, en de vrouw de vrije deelname aan
+de snelle, breede, voorwaartsche beweging der wereld wordt ontzegd,
+ondervinden al de leden den invloed daarvan. Waar de buitengewone
+behoefte om dingen te ontvangen zonder er iets voor terug te geven,
+in de eene sekse wordt bevorderd en de woeste begeerte om zooveel
+mogelijk te verkrijgen in de andere sekse zorgvuldig wordt aangekweekt,
+daar ondervindt het kind dezen invloed onophoudelijk en groeit op in
+het denkbeeld, dat het leven slechts bestaat in het hebben van eten
+en het verkrijgen van geld om er voor te betalen, en dat men alleen
+werkt om voedsel van den leverancier te huis te krijgen, het te koken
+en op te disschen. Dat zijn de op den voorgrond tredende handelingen
+in het huiselijk leven, zooals wij het geregeld hebben. De zorg waarin
+wij ons leven doorbrengen, de zaken die ons hinderen en kwellen, zijn
+zaken die wij reeds lang en lang geleden ontgroeid moesten zijn, indien
+het menschdom geregeld vooruitgegaan was. De man is vooruitgegaan,
+maar de vrouw bleef achter. Door erfelijkheid gaat zij vooruit,
+door ondervinding komt zij achteraan; altijd teruggeduwd tot een
+economischen graad van vele duizenden jaren geleden.
+
+Indien een man van den tegenwoordigen tijd met al zijn verstand en
+energie en hulpmiddelen gedwongen werd zijn levensdagen te slijten,
+jagend met pijl en boog, visschend met gepunte beensperen, hongerig
+wachtend bij zijn vallen en strikken, in de hoop een prooi te
+bemachtigen, zou hij op zijn vrouw en kinderen niet den verheffenden
+invloed van den waren mannenaard uit onzen tijd kunnen hebben. Zelfs
+wanneer hij hooger onderwijs genoten had, zelfs wanneer hij vele
+boeken te lezen had (en tijd had ze te lezen) en verheffenden omgang
+met anderen, dan nog zouden de economische beslommeringen van zijn
+leven, de aanhoudende dagelijksche druk van hetgeen hij voor zijn
+onderhoud te doen had, den groei van hoogere gaven belemmeren. Wanneer
+alle mannen tot nu toe jagers geweest waren dag in dag uit, zou de
+wereld nog woest en wild zijn. Omdat alle vrouwen steeds, dag in
+dag uit, dienstboden voor het gezin geweest zijn, leven zij nog in
+slaafschen toestand.
+
+Een huiselijk leven met een afhankelijke moeder en een
+dienstbode-echtgenoote is geen veredelende macht. Dat gevoelen wij
+allen nu en dan. De man, met den grooten vooruitgang der wereld
+zich ontwikkelende en ontplooiende, voelt zich tehuis door de domme
+gesprekken, het kleingeestig gekibbel en de dwaze en achterlijke
+begrippen klaarblijkelijk omlaag gaan. Het is daar behagelijk,
+bevredigend voor het gevoel, warm en zacht en mooi en geschikt gemaakt
+voor de behoeften van het zwakker en kleiner wezen dat gedwongen is er
+te verblijven. Het wordt zelfs als een deugd van den man aangemerkt,
+wanneer hij veel te huis is en het ter wille van zijn pantoffels
+en couranten, zijn haardvuur en avondmaal, zijn springveeren bed en
+schoon ondergoed boven andere plaatsen verkiest.
+
+Het kwaad schuilt ook niet in de liefde voor het tehuis en het
+er zooveel mogelijk vertoeven, maar in de soort van woning en in
+de soort van vrouwen die er gekweekt worden en in den graad van
+technische ontwikkeling die er heerscht. Wanneer men de richting van
+den tegenwoordigen vooruitgang volgt, behoeft men geen profeet te
+zijn om te zien waarheen ons huiselijk leven leidt. Van het hol en
+de tent en de hut tot een goed verdeeld huis, waarvan elk lid van
+het gezin zooveel ruimte voor zich alleen krijgt als verschaft kan
+worden; van de barsche heerschappij van den almachtigen patriarch
+met zijn stille, slaafsche vrouwen en babbelende kinderen, tot de
+betrekkelijke vrijheid, gelijkheid en geheel verschillende levenswijze
+van de leden uit een hedendaagsch beschaafd gezin; van den laagsten
+graad van nijverheid in het kamp der wilden, waar alles te zamen
+gekookt werd in denzelfden pot door éénzelfden persoon,--zonder
+zindelijkheid, zonder overleg, zonder toewijding,--tot de millioenen
+zeer verschillende handen die het gezin tegenwoordig op duizendvoudige
+wijze bedienen, hebben de man en de fabriek alles gedaan; de vrouw
+ging alleen buitenshuis om inkoopen te doen en stond binnenshuis op
+de nederigste plaats.
+
+Men lette op het nog belangrijker en opmerkelijker feit, dat waar
+in het historisch begin niets anders dan de woonplaats voor het
+gezin bestond, langzaam, met onze ontwikkeling ook de woning voor
+het individu zich ontwikkelde. De eerste verder gaande beweging van
+het maatschappelijk leven zal een vrijer dagelijksch verkeer onder
+de bevolking zijn. Langs rivieren en zeeën, van kano tot stoomboot;
+langs paden en wegen, van omnibus tot spoortrein; steeds sneller en
+vrijer, verder en vaker, stroomden de individueele menschelijke wezens
+naar buiten en mengden zich in het vrije maatschappelijk leven. In
+het begin was gastvrijheid de eenige toevlucht van den reiziger,
+het recht van den vreemdeling; maar door het toenemend verkeer
+ontstond--uit noodzakelijkheid--het organisch maaksel, de tijdelijke
+individueele woning, waardoor het reizen gemakkelijker werd. Van de
+meest oorspronkelijk karavansera tot onze hotels van eenige vierkante
+mijlen vloerruimte, heeft de herberg meer in de behoeften der sociale
+evolutie voorzien, dan ooit eenig eigen huis kon doen.
+
+Voor mannen, tot dusver de eenige volkomen ontwikkelde menschelijke
+wezens van hun tijd, was de gehuurde kamer de tijdelijke woning voor
+dat gedeelte van hun leven, waarin zij het eene gezin verlaten en nog
+geen ander gezin gevormd hadden. Voor de vrouw staat deze mogelijkheid
+thans ook open. Meer en meer matigen zich thans ook de vrouwen aan
+een woning, zelfs zonder een gezin, te hebben. Ook de familiewoning
+ondergaat meer en meer den invloed van den vooruitgang. Vroeger
+bleef men in hetzelfde huis wonen, soms vele geslachten lang. Thans
+veranderen wij herhaaldelijk, zelfs met groote gezinnen; veranderen wel
+is waar dikwijls tegen onzen zin en ten koste van vele huishoudelijke
+goederen, maar niettemin veranderen wij en moeten veranderen onder
+toenemende verbittering tegen de onhoudbare toestanden. En hieruit
+is ontstaan en heeft groote afmetingen aangenomen, dat ontzettend
+verschijnsel van onzen tijd "het familie-hotel."
+
+Men overwege dit eens. Eerst de herberg, eens de eenige reddende
+toevlucht voor vermoeide reizigers. De vermoeide reiziger bemerkte
+evenwel reeds spoedig het verschil tusschen zijn individueele vrijheid
+dáár en zijn beperkingen tehuis en was gaarne bereid "zijn gemak in de
+herberg te zoeken." Thans is de tijdelijke rustplaats voor ongehuwde
+mannen van voorheen een vaste woonplaats voor gezinnen geworden. Niet
+uit financieële noodzakelijkheid. Zij worden bewoond door menschen
+die geld genoeg hebben om een huis te bewonen. Die menschen begeeren
+echter geen eigen woning. Zij zijn vermoeid van het huishouden. Het
+is zoo moeilijk een huishouding te voeren, de dienstbodenkwestie is
+zoo lastig. De gezondheid van de vrouwen laat niet toe dat zij zich
+met huishoudelijke werkzaamheden vermoeien. Dit zijn de aangevoerde
+redenen.
+
+Maar onder deze vage begrippen en uitdrukkingen ligt hijgend
+en onrustig een langzaam stijgende maatschappelijke vloed. De
+oorspronkelijke woning, gebaseerd op de economische afhankelijkheid
+der vrouw met haar ongeorganiseerde werkzaamheden, haar slaafschen
+arbeid, haar verdoovenden invloed op individueele ontwikkeling,
+wordt met den dag onbruikbaarder voor de hedendaagsche mannen en
+vrouwen. Natuurlijk keeren zij er telkens uit noodzakelijkheid
+in terug, zoo lang verondersteld wordt dat huwelijk en kinderen
+baren een eigen woning vereischt; zoo lang onze diepste gevoelens en
+vroegste herinneringen er zoo nauw mede verbonden zijn. Maar door haar
+praktische gevolgen, die steeds sterker door de beurs van den man en
+de krachten van de vrouw gevoeld worden, zal de woning snel verdwijnen.
+
+Wij hebben dezen toestand zien aankomen en zijn ontstaan aan allerlei
+oorzaken, behalve aan de werkelijke, toegeschreven. Wij hebben het de
+mannen kwalijk genomen dat zij niet even als vroeger tehuis bleven. Wij
+hebben de vrouwen gelaakt omdat zij niet even goede huishoudsters zijn
+als vroeger. Wij hebben de kinderen berispt over hunne ontevredenheid,
+de dienstboden over hunne onbekwaamheid, de steenen en de kalkbak
+over hun slechte constructie. Maar wij hebben er nooit aan gedacht, de
+schuld op de instelling zelf te werpen en getracht die te verbeteren.
+
+In de verre Westersche prairiën, en overal in afgelegen
+boerenhofsteden, worden de hedendaagsche vrouwen, die men opgesloten
+houdt in hun beperkte woningen, bij velen tegelijk gek! Onze
+krankzinnigengestichten bevatten ook een grooter aantal krankzinnige
+vrouwen uit den boerenstand dan uit een andere klasse. In de steden,
+waar men minder tehuis leeft, schijnen de vrouwen het beter te
+verdragen. Daar is meer afleiding, zeggen de mannen en zij zoeken
+die. Daar heerscht meer vroolijkheid, amusement, afwisseling, zeggen
+de vrouwen en zij zoeken die. Doch in werkelijkheid voelt men de
+grooter maatschappelijke belangen en den drang van andere invloeden
+dan van den huiselijken kring.
+
+Velen vreezen den loop der dingen en wagen ijdele pogingen om hem
+tegen te houden. Er bestaat echter geen reden om angstig te zijn. Wij
+zullen onze woningen en onze gezinnen niet verliezen, noch iets
+van het geluk en het liefelijke dat er mede gepaard gaat. Maar wij
+zullen onze keukens verliezen, evenals wij onze wasscherij en bakkerij
+verloren hebben. De kookkachel zal het spinnewiel en het weefgetouw, de
+wolkaarde en de wolschaar volgen. Onze woningen zullen plaatsen worden
+om in te leven en te lieven, te rusten en te spelen, om alleen te zijn
+en om samen te zijn; en zij zullen niet langer verward en verlaagd
+worden door bijmenging van eenigen tak van nijverheid, welken dan ook.
+
+In zulke woningen zal in het familieleven een beschaafde, goede geest
+heerschen en de zorgen en arbeid die nu de rust daar bederven, zullen
+buitenshuis op een hooger arbeidsveld overgebracht kunnen worden. De
+verhouding van vrouw tot man en van moeder tot kind zal door deze
+uiterlijke verandering verbetering ondergaan. Al de persoonlijke
+familieverhoudingen zullen dan tot een zuiverder en voller groei komen.
+
+In de langdurige onderwerping der vrouw is niets zoo pijnlijk als het
+gevoel, dat de verlaging van het moederschap veroorzaakt wordt door
+dezelfde omstandigheden, die verondersteld werden deel er van uit te
+maken. Wij zien hoe de moeder steeds verlangt met haar kind te zijn,
+het altijd te kunnen helpen en dan moet zij ervaren, dat het kind met
+elk jaar meer van haar vervreemdt, dat het dingen leert die zij nooit
+mocht leeren, dingen doet die zij nooit mocht doen, alleen de wereld
+ingaat,--zijn wereld, doch niet de hare--en hard is het, het kind "te
+dragen, te verzorgen, te zoogen, te beminnen en dan te verliezen", niet
+door de natuurlijke scheiding van groei en persoonlijk uiteenloopen,
+maar door de onnatuurlijke scheiding van valsch verdeelde klassen, de
+onontwikkelde vrouwen naast de steeds hooger ontwikkelde mannen. Dat
+is de kloof, gevormd nog vóór dat de jongen tien jaar oud is en die
+met elk jaar breeder wordt.
+
+Een economisch vrije moeder, een wereld-dienares in plaats van een
+dienstbode voor het gezin; een moeder die de wereld kent en er in
+leeft, kan voor haar kinderen veel meer zijn, dan ooit te voren
+mogelijk was. Het moederschap toegepast op de wereld, zal van die
+wereld een geschikter plaats voor het kind maken.
+
+
+
+
+
+
+
+XIII
+
+
+Wanneer wij ons de positie der vrouw onder economisch onafhankelijke
+omstandigheden voor den geest stellen, dan is de vrouw in haar positie
+als moeder voor velen het groote struikelblok.
+
+Wij zijn zoo gewoon geraakt aan de oude opvatting van het moederschap,
+wij gevoelen ons zoo overtuigd dat alle onderdeelen er van onderling
+met elkaar in betrekking staan en niet te vervangen zijn, en wij
+vreezen zoozeer door verandering van een daarvan de geheele verhouding
+in gevaar te brengen, dat wij ons van eenige wenschelijke verandering
+geen voorstelling kunnen maken.
+
+Wanneer bepaalde voorstellen voor zulk een verandering aan de hand
+worden gedaan,--maatregelen, waardoor kleine kinderen beter verzorgd
+zullen worden dan tegenwoordig,--dan loochenen wij òf de voordeelen van
+de voorgestelde verandering, òf wij beweren dat diezelfde voordeelen
+ook behaald kunnen worden onder ons tegenwoordig stelsel. Evenals wij
+bij het koken de eigen keukenmeid trachten te oefenen en onzen smaak te
+verbeteren, zoo trachten wij ook bij de verzorging van kleine kinderen
+de individueele moeder te oefenen en beter toestanden in eigen huis
+te scheppen; in beide gevallen de verhouding tusschen ons algemeen
+systeem en zijne bijzondere verschijnselen voorbijziende. Ofschoon
+bewezen kan worden dat de woning als plaats om kinderen groot te
+brengen, voor zoo ver het de lichamelijke omstandigheden betreft,
+geschikt gemaakt kan worden, handhaven wij daartegenover met kracht
+deze waarheid: dat voor het geestelijk leven van het jonge kind het
+gezin met zijn leven vol aandoeningen geen geschikte omgeving is.
+
+Er is een tijd in de menschelijke geschiedenis geweest dat de woning
+ook voor het geestelijk leven van het kind de beste plaats was. Toen
+de vooruitgang zijn voornaamste drijfkracht aan de geslachts-drift
+ontleende en onze hoogste aandoeningen die waren, waardoor wij in
+familieverhouding samen bleven, was het natuurlijk voor het kind het
+beste een opvoeding en omgeving te hebben, waarin zulke aandoeningen
+gekweekt en versterkt werden. Maar in het levensstadium dat wij thans
+tegemoet gaan, waarin de familieverwantschap slechts een deel van het
+leven uitmaakt en de individuen, die in maatschappelijke verhouding
+tot ons staan onze hoogste toewijding behoeven, heeft het kind nieuwe
+behoeften gekregen.
+
+Hiermede wordt niet bedoeld, hetgeen de panische schrik aan
+het onberedeneerde verstand zal ingeven, dat onmiddellijk het
+tegenovergestelde, verbreking van den familiekring of vernietiging
+van het tehuis moet plaats vinden. Er wordt geen scheiding van
+moeder en kind bedoeld,--die oogenblikkelijke vrees uit het zuiver
+instinkt van dierlijk moederschap voortspruitende. Maar er wordt een
+andere grondslag in de familieverhouding bedoeld, het verwijderen
+van het vroeger economisch fundament en een andere methode van
+kindercultuur. Wij zijn immers niets meer gedwongen altijd dezelfde
+handelwijze van vroeger bij het verzorgen van kleine kinderen toe te
+passen, dan wij gehouden zijn haar bij de opvoeding van oudere kinderen
+of bij de bloemencultuur te handhaven. Het geheele menschelijk leven
+is in zijn waren aard voor verbetering vatbaar en het moederschap is
+daarvan niet uitgesloten. De verhouding tusschen mannen en vrouwen,
+tusschen echtgenoot en echtgenoote, tusschen ouders en kinderen
+verandert onvermijdelijk met den maatschappelijken vooruitgang, maar
+wij willen dit niet altijd toegeven. Wij meenen dat elke verandering
+in het moederschap verkeerd moet zijn, omdat wij ons verbeelden dat
+de tegenwoordige toestand de juiste is.
+
+Onderzoeken wij dien echter, dan vinden wij dat de bestaande verhouding
+tusschen ouders en kinderen tehuis volstrekt niet is zooals wij die,
+als van zelf sprekend, hadden aangenomen. Wij bezitten allen zekere
+idealen van het huiselijk leven, het familieleven. Doch wanneer wij
+rondom ons zien, of wij lezen van honderde gevallen van ongelukkige
+gezinnen, die openlijk met elkaar in vijandschap leven, dan schrijven
+wij dat toe aan het individueel wangedrag der betrokken partijen,
+en blijven onvoorwaardelijk aan de innerlijke volmaaktheid van
+het familieleven gelooven. Doch wanneer, omgekeerd, menschen in
+deze verhouding in rust en liefde en hoffelijkheid te zamen leven,
+dan schrijven wij dat niet toe aan de individueele superioriteit en
+deugdzaamheid dier menschen, maar dan gebruiken wij dat gezin als
+voorbeeld om de schoonheid dier verhouding aan te toonen.
+
+Voor den nauwkeurigen sociologischen opmerker is evenwel de
+ware toedracht deze: zoolang de individueele en ras-vooruitgang
+het best door het nauwe verbond der familieleden gediend werden,
+was familie-genegenheid zeer sterk bij de menschen ontwikkeld. Zij
+voelden de werkelijke beperking en de onophoudelijke wrijving der
+verhouding niet. Zij berustten in de onbegrensde heerschappij van
+het hoofd der familie en de dwingelandij der lagere gezaghebbers,
+wijl zij geen van deze scherp omlijnde individueele bijzonderheden
+bezaten, welke zoo vijandelijk tegenover de familieverhouding staan.
+
+Maar wij hebben een stadium bereikt waarbij vooruitgang van het
+individu en het ras het best gediend worden door een steeds toenemend
+verschil der individuen en door een hooger en breeder opvatting
+van liefde en plicht. Deze verandering oefent op de geestelijke
+omstandigheden van het huiselijk leven een steeds nadeeliger
+invloed uit. Onophoudelijk hooren wij klagen over slechte manieren
+der hedendaagsche kinderen, over rusteloosheid der jeugd en over
+ouders die hun kinderen verlaten. Het is blijkbaar nu niet meer zoo
+gemakkelijk tehuis te leven als het vroeger was. Onze kinderen zijn
+niet onhandelbaarder dan de kinderen uit vroeger eeuwen, maar de
+toestanden waarin zij groot gebracht worden zijn niet meer geschikt
+de eigenschappen te ontwikkelen, die menschelijke wezens thans
+noodig hebben.
+
+Deze toenemende wrijving onder de familieleden moet uit een zedelijk
+oogpunt niet met vooroordeel beschouwd, maar met wetenschappelijke
+belangstelling bestudeerd worden. Indien onze gezinnen onder de
+tegenwoordige omstandigheden betrekkelijk niet op hun gemak zijn,
+zijn er dan geen toestanden te scheppen, waarin diezelfde gezinnen
+aangenamer kunnen leven? Neen: wij vreezen dat het niet kan. Wij meenen
+dat het goed is zooals de dingen nu zijn en dat het verkeerd is te
+wenschen dat zij veranderd worden. Wij meenen dat het zeer deugdzaam
+is in deze ongemakkelijke toestanden te berusten en dat wij bijzonder
+deugdzaam zijn, als wij de bestaande familieverhouding niet aantasten.
+
+Deugd is een betrekkelijke term. Menschelijke deugden veranderen jaar
+in jaar uit met de verandering van toestanden. Beschouwen wij eens
+de groote deugd van trouw,--onzen hoogsten naam voor plicht. Zij is
+een eigenschap die in het menschelijk leven waarde verkreeg, op het
+oogenblik dat wij dingen begonnen te doen, die niet oogenblikkelijk
+en duidelijk merkbaar voor ons zelf voordeelig waren. Voortdurende
+ijver van een individu voor een op zich zelf niet aantrekkelijke taak,
+was een onontbeerlijke maatschappelijke hoedanigheid en werd daarom
+als deugd aangemerkt. Onveranderlijkheid, getrouwheid, oprechtheid,
+plichtsgevoel, die bewuste, vrijwillige houding van het individu,
+welke hem aan een te voren overeengekomen verhouding bindt, soms
+levenslang, al mocht het hem persoonlijk nog zooveel schaden, deze
+verhoudingen vormen het verband van het maatschappelijk lichaam. Zij
+zijn het grondbeginsel van het maatschappelijk bestaan.
+
+Een sociale deugd moet zich aan het persoonlijk geweten doen gevoelen
+door een erkend en aangenomen drang, een drang waarvoor wij buigen,
+een plicht tegenover anderen. Op die wijze kwam de deugd van trouw
+reeds vroegtijdig in duurzame achting; hetzij in den vorm van trouw
+aan het eens gegeven woord of de belofte, of trouw aan een vriend of
+een groep van vrienden die voor een of ander gemeenschappelijk doel
+tijdelijk vereenigd waren, of trouw aan een grooter en bestendiger
+verhouding. De hoogste vorm van trouw is natuurlijk trouw aan het
+grootst algemeen belang; en hier kunnen wij duidelijk den loop der
+ontwikkeling van deze eigenschap volgen.
+
+Eerst zien wij haar in het vage, nevelachtig samenhangen van de
+horde der wilden, dan in de strenge vereering der gezinnen,--dien
+onbegrensden plicht voor de hoogste toen bekende maatschappelijke
+groep. Het was in deze periode dat gehoorzaamheid aan ouders op onze
+schaal der deugden zoo hoog stond aangeschreven. De familietwisten,
+de vendetta der Corsicanen, zijn een over-ontwikkeling van deze
+deugd van familievereering. Daarna kwam trouw aan het opperhoofd, met
+voorbijgaan zelfs van trouw aan den vader. En met den Koning,--die
+dramatische verpersoonlijking van een natie,--"Zie! het Koninkrijk
+Engeland komt!"--werd trouw zelfs een hartstocht. Zij werd, en om
+goede redenen, boven elke andere deugd verheven, want het was niet,
+zooals verondersteld wordt, de persoon des Konings die zoo vereerd
+werd; het was de belichaamde natie, de ver-strekkende, gezamenlijke
+belangen van elken burger, het gemeenschappelijk welzijn, waarvoor
+het vrijwillig offer van elk individu gevraagd werd. Wij bezitten
+nog al deze phasen van trouw, in verschillend afnemende graden;
+maar wij verkrijgen thans ook een breeder opvatting van deze deugd,
+meer geschikt voor onzen tijd.
+
+De tegenwoordige maatschappelijke verhoudingen zijn hoofdzakelijk
+industrieele verhoudingen. Ons individueel leven, onze sociale rust
+en vooruitgang hangen meer af van onze economische verhoudingen
+dan van eenige andere. Gedurende langen tijd was de maatschappij
+alleen ingericht op een geslachts-basis, een godsdienstige basis of
+een militaire basis; elk van deze organisaties was van betrekkelijk
+kortstondigen duur; en de individuen die haar samenstelden werkten
+alleen op den economischen grondslag van het hulpeloos individualisme.
+
+Plicht is een maatschappelijk gevoel en ontwikkelt zich alleen met
+maatschappelijke organisatie. Toen onze burgerlijke organisatie
+eene nationale werd, ontwikkelden wij het gevoel van plicht voor
+den Staat. Toen de industrieele organisatie tot de tegenwoordige
+wereldomvattende ingewikkelde regeling aangegroeid was, toen wij het
+stadium bereikt hadden waarin onze plaats op aarde alleen houdbaar
+was door onze uitgestrekte en ingewikkelde economische verhouding, met
+haar snel kloppend en fijngevoelig samenstel van verkeer en algemeen
+onderling dienstbetoon, toen heeft het verstand ons voor de nieuwe
+sociale behoeften een nieuw soort trouw voorgeschreven,--trouw aan
+ons werk. De machinist op zijn post blijvende tot hij sterft, opdat
+de passagiers in den trein behouden blijven; de kassier, liever de
+grootste kwellingen verdragende, dan het geheim van de brandkast te
+verraden,--dezulken zijn even trouw als de dienaar uit het feudale
+tijdperk die zijn meester tot den dood volgde, of de onderdaan die
+alles voor zijn koning opofferde. Beroepseer, verplichtingen tegenover
+het werk zelf, wat het ook kosten moge,--dat noemen wij trouw,
+geloofwaardigheid, de macht om stand te houden in een verhouding,
+die noodzakelijk is voor het maatschappelijk belang, zelfs wanneer
+het persoonlijk belang daarmede rechtstreeks in strijd is.
+
+De kinderen voor dit stadium van het menschelijk leven op te voeden,
+daarvoor is de eigen woning niet meer voldoende en de op zich zelf
+staande, primitieve, afhankelijke vrouw niet meer in staat. Niet dat
+de moeder geen krachtig en alles-overheerschend gevoel van trouw en
+plicht bezit, maar het is een plicht voor individuen, even als het
+was in het jaar één. In haar gedwongen nijverheids-beperking is zij
+onbekwaam, de hoogere arbeidsverdeeling en de loffelijke toewijding van
+een menschenleven aan den vooruitgang van zijn vak te waardeeren. Zij
+werd zoo slaafs mogelijk tot haar dagelijksche taak beperkt, dat
+geven wij toe; maar het kwam ook niet in haar op dat het ook haar
+plicht was het gehalte van haar arbeid in het belang der menschheid
+te verhoogen, noch dat het een zonde was den vooruitgang der wereld
+door haar tevreden berusting tegen te houden.
+
+Zij kan niet onderwijzen wat zij niet weet. Zij kan niet, met
+eenigen ernst, als plicht hoog houden, hetgeen zij zelf niet
+in toepassing brengt. Het kind leert meer van de deugden noodig
+voor het hedendaagsche leven,--van oprechtheid, rechtvaardigheid,
+vriendschap, gemeenschapszin en gemeenschappelijk handelen--in
+een openbare school dan in den besten familiekring onderwezen kan
+worden. Wij kunnen, zooveel wij willen, onze kinderen den grooten
+plicht zijn naaste lief te hebben en van dienst te zijn voorhouden;
+maar de zuigeling wordt geboren en het kind groeit op in een omgeving,
+waarin een geheel leven,--dat van zijn moeder,--gewijd wordt aan de
+vergrooting van haar gezin; en waarin een ander geheel leven,--dat van
+zijn vader,--zich overspant door de noodzakelijkheid van "zijn gezin
+te onderhouden", zoodat verraad jegens de maatschappij gewoonlijk de
+prijs is, waarmede wij het gemak in de woning betalen. De man, die
+elk laag, valsch werk waarvoor hij gehuurd wordt verricht, werk dat
+voortbrenger en verbruiker beiden benadeelt; die zijn gaven en talenten
+beschikbaar stelt voor elken kooper die ze gebruiken kan, wordt door
+mannen verontschuldigd met wat zij noemen "plichten voor het gezin"
+en door het zedelijk gevoel der afhankelijke vrouwen niet gelaakt.
+
+Dit is de atmospheer waarin het tehuis opgevoede, door de moeder
+onderwezen kind opgroeit. Waarom zouden dan niet voedsel en kleederen
+en gemak van eigen familieleden een eerste plaats in zijn jonge ziel
+innemen? Ziet hij niet zijn eigen moeder, de boven allen geliefde,
+de boven alles volmaakte in zijne oogen, rustig haar dagen besteden
+in het regelen van die zaken, welke door vader's onophoudelijk zwoegen
+verkregen zijn? Waarom zou hij, als hij groot is, niet voor zich zelf
+zorgen, met veronachtzaming van de belangen of ten nadeele van al
+de anderen, wanneer zijn vroegste, diepste indrukken gevormd worden
+onder een toewijding van zóó exclusieven aard?
+
+Het is niet de woning als plaats van familieleven en liefde die het
+kind bederft, maar de woning als middelpunt van een verwarden hoop
+werkzaamheden, laag in hun ongeregelden toestand en lager nog om hun
+zuiver persoonlijk karakter. Werk dat alleen voor eigen belang dient,
+staat het laagst. Daarop volgt het werk dat hoofdzakelijk voor het
+belang van eigen gezin moet dienen. Werk dat in het belang van meer
+en meer menschen, in steeds wijder kring verricht wordt, tot het ten
+laatste den heiligen geest die voor de geheele wereld zorgt nabij
+komt, is maatschappelijk werk in den volsten zin, en de hoogste vorm
+van dienstbaarheid dien wij kunnen bereiken.
+
+Het is dit persoonlijke in de huiselijke werkzaamheden, waardoor de
+huiselijke omgeving zoo hopeloos laag staat. De korte afstand tusschen
+inspanning voor en bereiking van het doel, de aanhoudende aandacht aan
+persoonlijke behoeften geschonken, is voor den man slecht, slechter
+nog voor de vrouw en het slechtst voor het kind. Van den aanvang af
+worden zijn levensindrukken daardoor verkleind. Het gewent hem de
+plichten tegenover zijn persoon te vergrooten en de plichten tegenover
+de maatschappij te verkleinen en het houdt zijn geschiktmaking voor een
+breeder levensopvatting zeer sterk tegen. Het dienstbode-moederschap,
+met al zijn onvermijdelijke beperkingen en ziekelijke gevolgen,
+is de begeleider van de economische afhankelijkheid der vrouw, het
+rechtstreeksch en onafwendbaar gevolg van de sexueel-economische
+verhouding.
+
+Het kind ondergaat dien invloed gedurende de jaren dat het voor
+indrukken het meest vatbaar is en voelt de slechte gevolgen er van
+zijn geheele leven door. De vrouw wordt er bestendig achterlijk
+door gehouden; de man in mindere mate, omdat hij door zijn normale
+maatschappelijke werkzaamheden tegelijkertijd meer ontwikkelende
+invloeden ondervindt. Maar toch wordt ook hij nog in groote mate
+daardoor benadeeld, terwijl onze geheele beschaving er door belemmerd
+en in verkeerde richting gedreven wordt.
+
+Ook lijden wij hierdoor levenslang aan een sterk gevoel van
+eigenwaarde, een alle voegen te buiten gaande lichtgeraaktheid;
+wij eischen een bovenmatige aandacht en toewijding aan onze
+persoonlijkheid, omdat wij geboren en groot gebracht werden in een
+ware broeikast van deze hoedanigheden. Een klein kind dat een zeker
+aantal uren daags onder andere kleine kinderen doorbrengt, waarvoor
+wordt zorg gedragen omdat hij een klein kind is en niet omdat hij
+"mijn kindje" is, zal, groot geworden, een heel ander oordeel over
+zich zelf hebben dan het kind, dat opgroeit onder de onophoudelijke
+bewondering en liefkoozing van eigen familieleden. Het kind moet
+eens en voor altijd leeren, vriendelijk en zacht doch onverbiddelijk,
+dat het een kind is als velen.
+
+Wij erkennen dit allen zwakjes door het prijzen van groote gezinnen
+en door te zeggen dat "een eenig kind geneigd is om zelfzuchtig te
+worden." Dat is ook het geval met een eenig gezin. Hoe vroeger en
+gemakkelijker een kind kan leeren dat menschelijk leven beteekent
+het leven van vele menschen en hun gedrag tegenover elkander, des te
+gelukkiger en voller en nuttiger zal zijn leven worden.
+
+Dit kan het kind zonder eenige moeite onder bepaalde omstandigheden
+geleerd worden, juist zoo als het zijn tegenwoordige zelfzucht en
+lichtgeraaktheid onder de tegenwoordige omstandigheden leert. Niet
+enkel temperatuur en dieet en rust en beweging oefenen invloed op
+een klein kind uit. "Hij vindt het zoo prettig als er notitie van
+hem genomen wordt", zeggen wij. "Hij is zoo gelukkig wanneer hij een
+dozijn bewonderaars rondom zich ziet," merken wij op. Maar wat leert
+onderwijl het jonge kind van dit alles? Welke indrukken vangt het op,
+zoodra het ziet en hoort en langzamerhand leert opmerken? Dank zij de
+rechtstreeksche gevolgtrekkingen die een helder, ontluikend verstand,
+dat nog niet over ervaring beschikt, maakt, leert het dat vrouwen in
+de wereld zijn om de menschen te bedienen, voor het eten te zorgen,
+te vegen en te schrobben en weg te ruimen; dat mannen geschapen zijn
+om dingen te huis te brengen, die hun naar gelang van omstandigheden
+afgebedeld of afgeperst moeten worden; dat kleine kinderen het
+voorwerp zijn van voortdurende bewondering, dat hun haar, handen of
+voeten bijzonder aantrekkelijk schijnen, dat zij het brandpunt van
+oplettendheid zijn, van hand tot hand gaan, geslingerd en gehost en
+vermaakt worden op de wildste manier, doch ook op zijde gezet en aan
+zich zelf overgelaten, zonder te overwegen wat het kind het liefst
+wil en het aangenaamst is.
+
+En dan te midden van zijn tintelend zelfbewustzijn en zijn zucht om
+geprezen te worden, moet het kind hooren dat het "ondeugend" is. Het
+verdriet, de schaamte, de woede over zulk een onrechtvaardigheid, de
+wanhopige verbijstering, de ziekelijke prikkelbaarheid of de verdooving
+van het geweten, het langzamerhand tot het teleurgesteld verstand
+doordringen van al deze vroegtijdige gewaarwordingen, doen het kind
+ten slotte haken naar zuiver persoonlijk genot en het legt zich toe om
+dat te bemachtigen. Dit zijn de ondervindingen die de meeste kinderen
+opdoen en die ook wij opdeden toen wij kinderen waren. Natuurlijk
+herinneren wij ons dat niet meer. Wij hielden natuurlijk van onze
+moeder en dachten dat zij volmaakt was. Vergelijkingen tusschen moeders
+te maken is moeilijk voor een klein kind. Wij hielden natuurlijk
+van ons huis en droomden er nooit van, dat er ook nog een andere
+weg bestaat om groot gebracht te worden. En natuurlijk als wij zelf
+kinderen krijgen, brengen wij ze weder op dezelfde wijze groot. Welke
+andere weg bestaat er? Wat kan men er tegen hebben? Kinderen werden
+immers altijd tehuis groot gebracht. Is dat niet voldoende?
+
+En toch, verraderlijk, langzaam, onverzettelijk, terwijl wij ons
+zelf vleien met de gedachte dat de toestanden dezelfde blijven,
+veranderen zij onder onze oogen van jaar tot jaar, van dag tot
+dag. Opvoeding, zich zelf verschuilende achter een hoop boeken, maar
+al meer en meer bestaande in het groepeeren van kinderen en in het
+oefenen van eigenschappen die in den schoolcursus nimmer vermeld
+worden,--opvoeding, welke het menschelijk moederschap uitmaakt,
+kruipt al nader en nader naar haar ware plaats, haar beste werk,--de
+verzorging en opleiding van het kleine kind. Er zijn enkele vrouwen en
+ook enkele mannen die de menschheid ten hoogste aan zich verplichten
+door hun zorg voor kinderen. Dezulken moesten hun krachten niet
+concentreeren op eigen kinderen,--een zeer twijfelachtig voordeel voor
+de maatschappij--maar zij moesten zoo geplaatst worden dat hun talenten
+en geschiktheid, hun kennis en ondervinding, het grootst aantal
+kinderen ten goede konden komen. Er zijn vele vrouwen en vele mannen
+ook, die, ofschoon zij in staat zijn mooie, gezonde kinderen voort te
+brengen, niet bekwaam zijn hun een goede opvoeding te geven. Kinderen
+te baren is een persoonlijke zaak, een dierlijke functie. Opvoeding
+is een collectieve, menschelijke, maatschappelijke functie.
+
+Zooals wij nu het leven geregeld hebben, loopen onze kinderen de kans
+terwijl zij nog zuigelingen zijn, te leven of te sterven, ten goede
+of ten kwade zich te ontwikkelen, naar gelang van de hoedanigheden
+der moeder, uit wie zij geboren worden. Een onverstandige moeder is
+geen beletsel voor een kind om een goede schoolopleiding en later een
+goede vakopleiding deelachtig te worden; maar de opvoeding in zijn
+prille jeugd, de belangrijkste in alle opzichten, is geheel in haar
+handen. Het is onnoodig aan te voeren dat moeders onderwezen moeten
+worden, hoe zij hunne moederplichten vervullen moeten. Men kan niet van
+elke moeder een goede schoolonderwijzeres of een goede vakonderwijzeres
+maken. Waarom verwacht men dan dat wel van iedere moeder eene goede
+opvoedster voor kleine kinderen gemaakt kan worden? Maar welke ook
+onze verwachtingen zijn, de ondervinding heeft geleerd dat niet
+allen er geschikt voor zijn; en onze verkeerd opgevoede kinderen,
+dezulken die de verkeerde stoffelijke behandeling te boven komen,
+groeien tot menschen op, zoo als wij ze rondom ons zien.
+
+De groei en verandering van het huiselijk en familieleven gaan
+aanhoudend hun gang onder en over en door onze vooroordeelen en
+overtuigingen heen; en ook de opvoeding van het kind is veranderd
+en een sociale functie geworden, hoewel wij ons nog verbeelden dat
+alles alleen door de moeder gedaan wordt.
+
+In haar vroegste en meest onvolledige openbaringen maakte opvoeding
+slechts deel uit van de individueele moederlijke functie wan het
+vrouwelijk dier. Maar van het oogenblik af dat de menschelijke geest
+in staat werd indrukken weer te geven en te ontvangen door middel van
+de spraak, hierdoor werd de macht verkregen kennis uit andere bronnen
+dan die van eigen ondervinding op te doen, hield de individueele
+moeder op, de eenige opvoedster van haar kind te zijn. De jonge wilde
+ontvangt niet alleen leiding van zijn angstige moeder, maar ook van
+de hoofden en ouderen van zijn stam. Gedurende langen tijd beschouwde
+men de ouden van jaren als de eenige geschikte onderwijzers, omdat
+toen de meeste kennis uit persoonlijke ondervinding verkregen werd;
+en hoe ouder de persoon was, des te grooter was zijn ondervinding,
+indien natuurlijk, andere dingen gelijk waren, en die waren in dien
+tijd maar al te veel gelijk. Dit primitieve denkbeeld bestaat nog onder
+ons. Menschen matigen zich thans nog aan meer wijsheid te bezitten
+omdat zij ouder zijn, stellen enkel de som hunner ondervindingen
+tegenover een essentieeler en goed geregelde veelzijdigheid en vergeten
+geheel, dat de wijsheid die wij tegenwoordig bezitten niet uit een
+verzameling van feiten bestaat, maar in de macht om over die feiten
+met een bepaald doel na te denken.
+
+Sedert wij al meer en meer in staat zijn individueele ondervinding door
+literatuur te bewaren en aan anderen mede te deelen en de daardoor
+verkregen kennis door systematisch onderwijs te verspreiden, zien
+wij steeds jonger en jonger menschen bijv. rijker zijn in chemische
+of electrische ervaring dan "de oudste inwoner" in vroeger tijden
+kon geweest zijn. Daarom zijn de hedendaagsche onderwijzers niet
+meer de grijsaard en oude vrouw, maar de man of vrouw, die liefst
+zoo kort mogelijk geleden de verzamelde ondervinding der wereld
+opdeed. Evenals bij den onderwijzer een overgang van ouderdom tot
+jeugd plaats vond, evenzoo geschiedde dit bij de leerlingen. Bij
+de Grieken bezochten volwassen mannen de school. In de middeleeuwen
+vulden jonge mannen de inrichtingen van onderwijs. In onze verlichte
+eeuw kunnen jongens en ook meisjes gebruik maken van het zich steeds
+uitbreidend schoolonderricht.
+
+Thans is zelfs door de ontwikkeling van "den Kindergarten" het
+onderwijs tot de deur der kinderkamer genaderd. Zelfs ons stekeblind
+moederschap begint die deur te openen; en zoo zijn wij ten slotte
+genaderd tot de studie van kleine kinderen, wij leeren hun behoeften en
+gaven kennen en zien dat de opvoeding moet beginnen op het oogenblik
+dat het leven aanvangt. Het is geen gewaagde ketterij te beweren dat
+kleine kinderen een beter opvoeding noodig hebben dan de individueele
+moeder hun geeft. Wij bedoelen alleen een weinig verder uitstrekken
+van het zich geregeld uitbreidend systeem der menschelijke opvoeding,
+welke met toenemende beschaving toch zal komen. En daardoor zal niet
+meer inbreuk worden gemaakt op de rechten der moeder, de plichten
+der moeder, het genoegen der moeder, dan de school en vakschool doen.
+
+Wij denken immers geen kwaad van het moederschap, omdat onze
+lievelingen daags vele uren in de school gaan doorbrengen. De
+moeder wordt daarom niet voor zorgeloos, noch het kind voor te kort
+gedaan gehouden. Wij noemen het niet een "scheiding van moeder en
+kind." Er zal ook niet meer kwaad of gevaar of verlies zijn, wanneer
+de kleine-kinderleeftijd in een omgeving van geoefende en voor hun
+taak opgeleide personen doorgebracht wordt, die hunne behoeften beter
+kennen en er beter aan te gemoet kunnen komen dan het voor de moeder
+alleen tehuis mogelijk is.
+
+Beter omgeving en beter zorg voor kleine kinderen, in 't kort een beter
+opvoeding beteekent niet, zooals sommige moeders zich verbeelden,
+dat de zwakke zuigeling onderwezen wordt in lezen, of zelfs dat
+hij gezet zal worden aan het rangschikken van kleuren of vormen of
+geluiden, welke het jonge verstand geheimzinnig tot bloei zullen
+dwingen. Het beteekent hoofdzakelijk, een veel kalmer en rustiger
+leven dan mogelijk is in de drukke huishouding, voor het te vurig
+geliefkoosde en te zeer verzorgde kindje; en dat de indrukken die
+het ontvangt met inachtneming van zijne verstandelijke vermogens
+gekozen worden. De moeder zou niet uitgesloten maar geholpen worden,
+evenals zij nu door den onderwijzer en de school bijgestaan wordt.
+
+Tracht u eens, als gij wilt, een nieuwe wijze van de komst in het leven
+voor den geest te roepen;--de moederborst en moederarmen vervullen
+ook daar natuurlijk den dienst, welke geen ander hoe teeder ook,
+kan aanbrengen; maar waarbij tevens andere hulp zou zijn. De lange,
+gelukkige uren van de steeds langer wordende dagen zouden doorgebracht
+worden in zonnige, zacht gekleurde vertrekken, of tusschen gras en
+bloemen, of op het warme strand en aan het water. Er zouden vele
+andere kinderen zijn, kinderen van denzelfden leeftijd en dezelfde
+grootte, in kalme hulpvaardige vriendschap. Een jaar verschil in
+leeftijd beteekent voor kleine kinderen heel veel. Denkt eens aan
+de geestdrift van kleine kinderen, wanneer zij met makkertjes van
+dezelfde jaren spelen, omdat zij zich dan volkomen gelijk voelen; en
+bedenkt dan dat het tehuis groot gebrachte kindje zulke kameraadjes
+nooit heeft, tenzij er toevallig tweelingen zijn.
+
+In deze groote groep, in volle vriendschap levende, zou het kind
+onbewust de kennis opdoen, dat "wij" menschheid zijn, dat "wij"
+wezens zijn die moeten worden gevoed, bewaakt, gekleed, te slapen
+gelegd, gekust en geliefkoosd en vrijgelaten om te rollen en te
+spelen. Misschien zouden de moeder-uren de prettigste zijn. Dan zou het
+kind heelemaal alleen aan iemand toebehooren en dit zou om het contrast
+te beter gewaardeerd worden. Maar de lange, geregelde dagen zouden de
+rustige lessen van gelijkheid en gemeenschappelijk belang brengen,
+in plaats van de koortsige persoonlijkheid van het alleen staande
+kindje in het één-kinder-huishouden, of de tallooze dwingelandijen
+en kibbelarijen van een kinderkamer vol broertjes en zusjes van zeer
+verschillenden leeftijd en verschillende gaven. Moeders, die er aan
+gewend zijn vele andere kleine kinderen dan hun eigen waar te nemen,
+zouden eensdeels beginnen iets te leeren van het klein-kinderwezen
+in het algemeen en daardoor dat levensstadium veel beter begrijpen,
+en anderdeels zouden zij leeren inzien, dat er verschil tusschen
+kleine kinderen bestaat en zoodoende een nieuw ideaal in hun groot
+werk van moederschap opdoen.
+
+Dit alleen is reden genoeg voor een ruimer opvatting van het
+moederschap. Zoolang nog ieder moeder alleen haar eigen kinderen in
+volle bewondering en hartstochtelijkheid aanstaart, niets wetende van
+anderen, zoolang zal deze dierlijke passie de zuiver menschelijke
+hoedanigheden van het kind over- of onderschatten. Zoolang dit
+voortduurt zullen wij opgroeien met het valsche, onvaste oordeel over
+ons zelf, dat ons in onze kindsheid is opgedrongen. Wij mogen te goed
+of te slecht van ons zelf denken, maar altijd denken wij te veel van
+ons zelf, als gevolg van die ongeoefende en onveranderde concentratie
+van moederlijk gevoel. Onze geheele houding tegenover het kind is te
+sterk persoonlijk. Door heel ons pijnlijk later leven kampen wij om aan
+dat valsche perspectief, door het primitieve moederschap onderwezen,
+te ontgroeien.
+
+Een klein kind, dat groot gebracht wordt met andere kleine kinderen zal
+nimmer die moeite en dat verdriet hebben. Hoezeer zijn moeder het ook
+mag liefhebben en hoeveel het ook van haar liefde geniet, het zal toch
+ondervinden, dat het voor het grootste gedeelte van den tijd precies
+zoo behandeld wordt als andere kinderen van denzelfden leeftijd. Zulk
+een verandering zal voor het huiselijk en familieleven geen grooter
+verlies medebrengen dan de school of den Kindergarten doen. Zij zal
+het kleine kind niet van zijn moeder en de moeder niet van haar kind
+berooven. En zulk een verandering zou de moeder een aantal uren daags
+vrij geven om een gewoon mensch te zijn, een lid van een beschaafde
+gemeenschap, een economische voortbrengster, een zich ontwikkelend,
+zelfstandig individu. Deze ontwikkeling, vrijheid en macht zullen
+van haar een verstandiger, sterker en edeler moeder maken.
+
+Na alles wat gezegd is van de liefde en dankbaarheid voor onze
+onfeilbare moeder-kindermeid, moeten wij vrouwen toch wel een zeer
+hoogen dunk van onze persoonlijke belangrijkheid hebben om ons eigen
+werk zoo heilig te verklaren. De moeder in dienst der maatschappij,
+in plaats van in dienst van het gezin, zal haar ware moederplichten
+niet verwaarloozen. Zij zal haar kind even goed liefhebben, misschien
+beter, als zij er niet elk oogenblik mede in aanraking is; wanneer
+zij van zijn leven naar haar leven en terug van het hare tot het
+zijne gaat, met steeds nieuwe vreugde en nieuw verlangen. Zij zal
+de innige, groote vreugde van het moederschap veel frisscher in haar
+hart bewaren, in stem en oogen veel duidelijker uitdrukken, wanneer
+de uren van individueel werk haar geest een anderen uitweg gegeven
+hebben voor haar eigen deel wan den dag. Zij zal van haar werk, dat
+zij lief heeft en hoog stelt, naar het leven te huis en het leven
+van haar kind met graagte en met voortdurend welbehagen terugkeeren,
+gezuiverd als dit dan zal zijn van de duizend kleine kwellingen,
+oneenigheden en moeilijkheden die het nu zoo bederven.
+
+Ook het kind zal dit weldoende gevolg ondervinden. Men vergist zich als
+men meent dat het kleine kind, meer dan het oudere, juist de zorg en
+tegenwoordigheid van de moeder noodig heeft. Een zorgvuldig onderzoek
+heeft aangetoond dat een pas-geboren kind zijn eigen moeder en een
+pas-bevallen moeder haar eigen kind niet kent. Men kan ze verwisselen
+zonder dat een van beiden er iets van bemerkt.
+
+De diensten van een zoogster, een kindermeid, een grootmoeder worden
+door kleine kinderen dikwijls evenzeer gewaardeerd, soms beter, dan die
+van de eigen moeder. De zuiver lichamelijke zorg voor een jong kind kan
+even goed door de eene als door de andere verstandige, liefderijke hand
+gegeven worden. Het is de geoefende hand waaraan het kind voor deze
+zorg behoefte heeft, niet aan bloedverwantschap. Zoolang de moeder
+het heerlijke voorrecht behoudt haar kind te kunnen zoogen, behoeft
+zij nooit te vreezen dat iemand anders het kleine hartje dierbaarder
+zal zijn dan zij, de gezegende verschafster van het hoogste goed dat
+het kent. Een gezond, gelukkig, goed aangewend moederschap zal in
+staat zijn deze functie langer en beter te vervullen dan nu gewoonte
+is, tot groot voordeel voor het kind. Afgezien van deze speciale
+verwantschap, zal het aldus opgevoede kleine kind gemakkelijk het
+besef krijgen van een ander en breeder verwantschap.
+
+In de vrijheid en rust van zijn kinder-slaapkamer en speelkamer,
+in zijn dagelijkschen omgang met andere kinderen van zijn leeftijd,
+zal het een gevoel van de juiste menschelijke verhouding, als het
+ware, met de moedermelk in zich opnemen, een besef krijgen van de
+rechten van anderen en van zich zelf. In plaats van zich het leven te
+denken als iets waarin alle pret bestaat om door anderen rondgedragen
+en geliefkoosd te worden, of ook om door anderen getiranniseerd
+of onuitstaanbaar verveeld te worden, zal het kind het leven gaan
+beschouwen als een gelegenheid om zich ongehinderd te ontwikkelen,
+bekend te worden met zijn eigen ontluikende gaven van lichaam en
+geest, in een atmospheer van lichamelijke warmte en gemak en van
+kalme zielerust.
+
+Rechtstreeksche, geconcentreerde, onveranderlijke persoonlijke liefde
+is een te heete atmospheer voor een ontluikende ziel. Afwisseling met
+eenzaamheid, drift en onrechtvaardigheid brengt niet de gewenschte
+verandering. Een bedaard toegepaste liefde, door wijsheid verlicht,
+op rechtvaardigheid gegrondvest, en door de innige toewijding van de
+eigen moeder nu en dan afgewisseld, zou ons na weinige geslachten tot
+andere menschen maken. De neiging en uiting van ons geheele leven
+worden sterk gewijzigd door de omgeving in de kindsheid, en deze
+omgeving kan verbeterd worden, evenwel niet door de individueele
+moeder in de individueele woning.
+
+Er zijn drie redenen waarom de individueele moeder nooit geschikt
+gemaakt kan worden om alle zorg voor haar kinderen op zich te nemen. De
+eerste twee zijn te bekend om er lang bij stil te staan, de derde is
+zoo volstrekt afdoend, dat die alleen voldoende zou zijn.
+
+Ten eerste is niet elke vrouw met de bijzondere eigenschappen en
+gaven geboren, noodig om de juiste zorg voor kinderen op zich te
+nemen; zij bezit er geen aanleg voor. Ten tweede kan niet iedere
+vrouw de opleiding en oefening verkrijgen, noodig om haar geschikt
+te maken de juiste zorg voor kinderen op zich te nemen; zij is er
+niet voor opgeleid. Ten derde, zoolang elke vrouw alle zorg alleen
+voor eigen kinderen op zich neemt, kan nooit een vrouw de vereischte
+ondervinding er voor opdoen. Dat is de laatste hinderpaal. Dat houdt
+ons menschelijk moederschap achterlijk. Geen moeder weet meer dan
+haar moeder wist; geen moeder heeft ooit haar beroep geleerd; en onze
+kinderen ondergaan de goed-gemeende proefnemingen van een eindelooze
+reeks van amateur-opvoedsters.
+
+Wij trachten een kindermeid te krijgen, die ondervinding heeft. Wij
+zoeken een arts met ondervinding. Maar naar onze opinie is een moeder
+met ondervinding eenvoudig een, die veel kinderen gebaard heeft,
+alsof baren een opvoedend proces was!
+
+De angsten van het kraambed of de angsten van een kindersterfbed, hoe
+vaak ook ondervonden, dragen hoegenaamd niet bij tot de kennis van de
+moeder omtrent de juiste verzorging, kleeding, voeding en onderricht
+van het kind. De afdeeling opvoeding van het moederschap is geen
+persoonlijke functie; het is in haar waren aard een maatschappelijke
+functie; en in de volbrenging er van schieten wij betreurenswaardig
+te kort.
+
+De economisch onafhankelijke moeder, verruimd en bevrijd, versterkt
+en ontwikkeld door haar maatschappelijke taak, zal als moeder beter
+dienst bewijzen dan dit de afhankelijke moeder mogelijk is. Niets kan
+meer de belangen der menschheid bevorderen dan verstandiger zorg en
+breeder opgevatte liefde van een georganiseerd menschelijk moederschap
+over onze kleine kinderen. Zulk edeler moederschap, voortbrengende
+edeler kinderen en hen op edeler wijze groot brengende, zal een wereld
+mogelijk maken, zooals wij die wenschen. En deze verandering nadert
+overweldigend snel, ondanks onze dwaze vrees.
+
+
+
+
+
+
+
+XIV
+
+
+De verandering in opvatting en uitdrukking van ons huiselijk
+leven, zoo snel en krachtig rondom ons plaats grijpend, sluit
+vele ver-reikende gevolgen in, die alle bevorderlijk zijn aan den
+menschelijken vooruitgang. Niet de minste van deze is de verbetering
+in de samenstelling van het maatschappelijk verkeer.
+
+Deze behoefte der beschaving was in vroeger tijd onbekend, toen
+familie-omgang voldoende was voor allen en toen elke verdere
+aanraking tusschen individuen oorlog beteekende. Handel en het
+daaruit voortvloeiend reizen voor zaken, de specialisatie van arbeid
+en de verspreiding van zijn producten, en alle verdere ontwikkeling,
+hebben een ruimer en vrijer en herhaaldelijker omgang ten gevolge
+gehad van de tallooze individuen, wier onderlinge handelingen de
+maatschappij vormen. Slechts kort geleden en nog maar gedeeltelijk,
+hebben de vrouwen als individuen aan dit onderling maatschappelijk
+verkeer deelgenomen, en toch maakt dit de wezenlijke voorwaarde uit
+voor ware beschaving. Het maatschappelijk verkeer bestaat niet voor
+ons genoegen, maar als een noodzakelijkheid voor den mensch.
+
+Voor vrouwen als individuen is het een steeds grooter wordende eisch
+om mannen en andere vrouwen als individuen te ontmoeten, zonder
+juist in familiebetrekking tot hen te staan. Als een sociale behoefte
+moet er noodzakelijk eenige vorm aan gegeven worden; maar de juiste
+ontwikkeling er van wordt thans nog sterk belemmerd door de haar
+aanklevende vormen van huiselijke en maatschappelijke gewoonten, die
+hun ontstaan danken aan de sexueel-economische verhouding. De eisch
+van een vrijer en ruimer maatschappelijken omgang tusschen de beide
+seksen berust hoofdzakelijk op een wederzijds gevoelde behoefte;
+doch in het hedendaagsche leven is dit een veel reiner gevoelde en
+hooger opgevatte aandoening geworden dan zij aanvankelijk was, toen nog
+slechts één behoefte en één wijze om daaraan te voldoen bestond. Thans
+eischt deze behoefte dringend een betere regeling van onze levenswijze.
+
+In sociale evolutie, evenals in andere evolutiën, ontgroeien wij
+slechts langzaam aan den uiterlijken vorm passend voor de vroegere
+behoeften; en de overgangsperiode, zoolang de nieuwe functiën tastend
+rondzoeken door de oude organen en die eerst langzamerhand tot
+een werktuigelijke uiting kunnen dwingen, is steeds onvermijdelijk
+pijnlijk. Voor zoover onze ontwikkeling thans gevorderd is,--nog
+steunende op een diep gewortelde overtuiging dat de wereld alleen uit
+gezinnen is samengesteld en de regeling der zaken noodzakelijk het
+belang dezer gezinnen moet bevorderen,--hebben wij er nauwgezet naar
+gestreefd het familie-belang te bevorderen en het familie-leven te
+veraangenamen en zijn daarbij onbewust of onwillekeurig gedwongen
+geworden, voor individuen slechts voorbijgaande maatregelen te
+nemen. Wat niet strekte tot bevordering van het familieleven, maar
+wel om te gemoet te komen aan de behoeften van individuen, op dat
+tijdstip in geen familie-verhouding levende, werd steeds in beginsel
+krachtig bestreden, ofschoon men gedwongen werd in de praktijk er
+aan toe te geven.
+
+Nog heden worden er ernstige en humoristische artikelen geschreven, met
+het doel te protesteeren tegen de toenemend weelderige en gemakkelijke
+inrichting der gehuurde vertrekken voor ongehuwde mannen, even als men
+te velde trekt tegen de financieele onafhankelijkheid der vrouwen,
+op grond dat deze omstandigheden het huwelijk en het familieleven
+tegengaan. De meeste mannen doorleven tegenwoordig een tijdruimte
+van misschien tien jaren, dat zij op zich zelf staande menschen zijn;
+zaken roepen hen uit het ouderlijk huis en veroorloven hun voorloopig
+niet een nieuw gezin voor zich zelf op te bouwen. Ook vrouwen treden
+elk jaar meer en meer een gelijke individueele levensperiode in. En
+er is een zeker vast percentage van individuen, "oneven nummers"
+en "gebroken stellen", die in het familieleven overschieten of
+achtergebleven zijn; en ook dezen moeten leven.
+
+Het familiehotel, het pension, de club, de gehuurde kamer en het
+restaurant zijn tegenwoordig de toevlucht voor deze groote en steeds
+grooter wordende klasse. Het zijn menschen, die voor zekeren tijd
+ergens willen wonen, soms voor jaren, doch die niet gehuwd zijn of
+op andere wijze een gezin bezitten. Omdat huiselijk leven in onzen
+geest onafscheidelijk verbonden is met huwelijksleven, een woning
+verondersteld wordt een gezin te bevatten en een gezin een hoofd
+te hebben, zijn zulke alleenstaande personen niet bij machte eenig
+huiselijk leven te leiden en worden daarom verplicht het ongerief, de
+schade, de duurte, de dikwijls onhygienische en somtijds onzedelijke
+invloeden van onze plaatsvervangende hulpmiddelen te verdragen.
+
+Het menschelijk ras eischt thans dat er voorzien wordt in de behoeften
+van individuen, afgescheiden van hun geslachts-verhouding. Wij dwalen
+wanneer wij meenen dat alleen gehuwde menschen en hunne onmiddellijke
+verwanten eenig recht hebben om in comfort en in een gezonde omgeving
+te leven. Ieder mensch heeft behoefte aan een woning,--ongehuwde,
+echtgenoot, weduwnaar, meisje, vrouw, weduwe, jong en oud. Zij hebben
+er behoefte aan van de wieg tot het graf, zonder dat dit iets met
+hunne geslachts-verbintenissen te maken heeft. Wij moesten de woning
+en het comfort der menschheid zoodanig inrichten en opbouwen dat het
+huwelijk er niet door benadeeld wordt, doch dat zij ook niet van het
+huwelijk afhankelijk waren. Door de werkzaamheden van het huiselijk
+leven beroepsmatig te doen uitoefenen, met kamers en suites van kamers
+en huizen voor een of meer personen verkrijgbaar, zouden wij ongehuwd
+kunnen leven, zonder iets van het aangename van een eigen woning of
+van de gewone gezelligheid op te offeren; wij zouden onze familie
+kunnen verliezen, zonder daarom beroofd te worden van de genoegens
+van het huiselijk leven; wij zouden kunnen huwen in vrijheid en geluk,
+zonder eenige verandering te brengen in de economische basis van een
+der betreffende partijen.
+
+Gehuwde lieden zullen wel altijd aan een gezamenlijke woning de
+voorkeur geven en die kunnen zij hebben; maar groepen van vrouwen
+of groepen van mannen zouden ook een gezamenlijke woning of
+aangrenzende kamers kunnen hebben, indien zij dat wenschten. Doch
+zelfs alleenstaande personen zouden een woning voor zich zelf kunnen
+hebben, zonder dat zij daarom ook de drukte van een huishouding op
+hun schouders behoeven te laden.
+
+Indien men de keukens uit de woningen neemt, houdt men kamers over
+voor elken regelingsvorm geschikt; men kan die kamers bewonen zonder
+dat dit beteekent "huishouding" doen. Het persoonlijk karakter en de
+smaak zouden met zoo'n levenswijze tot bloei kunnen komen als nooit te
+voren; de woning van elk individu zou ten slotte de persoonlijkheid
+van den bewoner uitdrukken, en de vereeniging van twee personen
+tot een huwelijk zou niet noodzakelijk het dooreen gooien van de
+geheele uiterlijke inrichting van hun leven ten gevolge hebben,--een
+zaak waarbij steeds veel van de teederheid en frischheid der liefde
+verloren gaat. Het gevoel van levenslange vrijheid en van vrede in
+en duurzaamheid van iemands eigen woning zal er veel toe bijdragen
+de persoonlijke levensverhoudingen te louteren en te verheffen,
+maar nog meer de maatschappelijke verhoudingen te versterken en uit
+te breiden. Het individu zal leeren zich zelf een samenstellend deel
+van het maatschappelijk gebouw te voelen, in nauw, rechtstreeksch en
+bestendig verband staande met de behoeften en eischen der maatschappij.
+
+Dit is voor vrouwen bijzonder noodig, omdat men haar meestal alleen
+beschouwt, en zij zelf doen het ook, als deelen van gezinnen, niet in
+staat om op zich zelf gelukkig te leven. De overtuiging, dat zij voor
+haar geheele leven rust en vrede kunnen vinden, zelfs zonder dat zij
+trouwen,--en dat zij die ook kunnen vinden indien zij trouwen,--zal een
+kalmte en kracht in haar ontwikkelen, die haar zelf en de wereld zeer
+ten goede zal komen. Het is een schitterend bewijs hoezeer de bestaande
+huwelijksvorm het karakter prikkelt en den mensch onvoldaan laat,
+dat de vrouwen door de behoefte aan voedsel en kleederen en de mannen
+door de behoefte aan keukenmeiden en huishoudsters er toe gedwongen
+moeten worden. Wij zijn bespottelijk bang, dat mannen en vrouwen,
+indien zij hun levensbehoeften op andere wijze dan door het huwelijk
+kunnen verkrijgen, voor de huwelijks-verhouding hartelijk zullen
+bedanken. En dan bezingen wij nog bewonderend de macht der liefde!
+
+Wij mogen waarlijk hopen, dat het meest te waardeeren gevolg van de
+verandering in den grondslag van het leven, liefde en huwelijk zal
+reinigen van dit lage bijvoegsel van financieel belang en persoonlijk
+gemak; en dat mannen en vrouwen, eeuwig tot elkaar aangetrokken door de
+sterkste kracht in de natuur, ten laatste in staat zullen zijn elkander
+op het gebied van zuivere en volmaakte liefde te ontmoeten. Wij maken
+onze eigen idealen, ons diepste instinkt, onze hoogste overtuiging
+te schande door deze grove verdenking, dat het edelste ras op aarde
+niet zou willen paren, of ten minste niet monogaam zou willen paren,
+tenzij het gekocht en gelokt wordt door de gewone dierlijke behoefte
+aan voedsel en dekking, en geketend wordt door gewoonte en wet.
+
+De innigheid, de reinheid, de bestendigheid der huwelijksverhouding
+berusten op de noodzakelijkheid dat beide ouders voor de kinderen
+langdurig zorg moeten dragen,--een gevolg van de ontwikkeling van het
+ras, waaraan wij nooit kunnen ontsnappen. Wanneer ouders zich minder
+zullen uitsloven om voedsel te verkrijgen en het te koken, om meubelen
+te verkrijgen en ze schoon te houden, dan zullen zij misschien meer
+tijd vinden om nieuwe gedachten en nieuwe inspanning aan de verzorging
+hunner kinderen te wijden. Het kind heeft hooger behoeften dan aan
+een boterham en een bed; dit zijn alleen ras-behoeften die het met
+zijn geheele soort gemeen heeft. Het heeft veel meer behoefte--en aan
+deze wordt minder voldaan--aan het gezelschap van, en de vereeniging,
+de persoonlijke aanraking met zijn vader en zijne moeder. Wanneer vele
+van de tegenwoordige werkzaamheden uit het huis verwijderd zijn, dan
+zullen wij den tijd vinden en misschien ook den lust om werkelijk met
+onze kinderen kennis te maken. Het zal ons dan toeschijnen dat zij niet
+zoo zeer schepselen zijn die bewaakt, als wel menschjes die begrepen
+willen worden. Even als door de burgerlijke en militaire bescherming
+der maatschappij reeds sedert lang de tand-en-klauw-verdediging van
+wreede ouders werd afgeschaft, zonder dat daardoor de familieband in
+gevaar gebracht werd, zoo zullen ook de economische veranderingen in
+de maatschappij, die aan het tehuis brengen van voedsel door de ouders
+een einde zullen maken, geen slechte gevolgen voor de liefde en achting
+in het gezin medebrengen. Deze primitieve behoeften en de primitieve
+wijze om er aan te gemoet te komen, hielden de familie-verhouding
+ongetwijfeld op een zeer laag standpunt; maar zij liggen reeds
+gedeeltelijk achter ons en de band tusschen ouders en kinderen werd
+door de verandering niet verzwakt, maar integendeel versterkt.
+
+Hoe meer wij aan deze lage toestanden ontgroeien, des te volkomener
+zullen wij de dieper en hooger verhoudingsvormen kunnen verwezenlijken,
+welke de kracht en den lust van het menschelijk leven uitmaken. Goed
+en voortdurend voor de veraangenaming van het individueele leven te
+zorgen, zal niet de kracht vernietigen waardoor mannen en vrouwen zich
+tot elkander voelen aangetrokken, of die de kinderen aan de ouders
+bindt; doch het zal deze verhoudingen reiner en sterker maken en tot
+een hoogte opvoeren, welke wij eenigszins kunnen afleiden uit het
+resultaat, door zulke veranderingen in sommige gezinnen reeds tot
+stand gebracht. Door de individuen, oud en jong, van den dwang te
+bevrijden om deel van een gezin uit te maken en hun te veroorloven
+vrij in de maatschappij te leven, werken wij bovendien krachtig mede
+aan de ontwikkeling van het ware maatschappelijk verkeer.
+
+De tegenwoordige economische grondslag van het familieleven
+houdt onzen vriendschappelijken en gemeenzamen omgang binnen enge
+grenzen. Het is thans alleen mogelijk met families om te gaan en
+families te bezoeken in plaats van om te gaan met individuen; en het
+toenemend persoonlijk verschil der individuen maakt het hoe langer hoe
+onmogelijker dat alle leden van een zeker gezin den bezoeker behagen
+of behagen vinden in hem. Zoolang wij op den tegenwoordigen grondslag
+blijven voortleven belemmeren wij den vrijen omgang en brengen de
+familieverhouding dikwijls in pijnlijke spanning. De verandering der
+economische verhouding in de gezinnen, van de geslachts-basis tot de
+maatschappelijke basis, zal een ruimer individueelen omgang mogelijk
+maken, zonder dat hiermede een breuk der familiebanden vergezeld
+behoeft te gaan.
+
+Men heeft den drang der familieleden, hun toenemenden wensch naar
+een algemeener en persoonlijker maatschappelijken omgang enkel
+toegeschreven aan dorst naar genoegens, en daarom meenden de moralisten
+er krachtig tegen te velde te moeten trekken. Zij beweerden dat de
+hoogste vorm van omgang, omgang met eigen familieleden was en dat de
+wensch om ruimer en gemakkelijker met anderen te kunnen verkeeren uit
+onwaardige gevoelens voortsproot. "Hij is goed voor zijn gezin;" zeggen
+wij vol bewondering van den man die s'avonds niets meer verlangt dan
+zijn courant en zijn pantoffels; en voor de vrouw, die durft bekennen
+dat zij nog ander gezelschap wenscht dan haar man, hebben wij slechts
+één naam. Ook voor de kinderen geldt dit. Onophoudelijk spannen wij
+ons in "de jongens tehuis te houden", "het tehuis aantrekkelijk te
+maken", opdat ons oud ideaal, het patriarchaal ideaal, een wereld
+van gezinnen en niets anders, gehandhaafd blijft.
+
+Maar wij leven in een wereld van personen zoowel als van gezinnen. Wij
+zijn personen zoodra wij geboren zijn, ofschoon geboren in
+gezinnen. Wij zijn personen zoodra wij de gezinnen verlaten hebben en
+nog personen, zelfs wanneer wij een nieuw, ons eigen gezin, gevormd
+hebben. Als personen hebben wij in elke generatie meer, behoefte
+ons met andere personen te vereenigen. Het is zeer interessant
+op te merken hoe deze behoefte zich steeds deed gevoelen en zich
+zelf, door reine en onreine middelen, in de voorafgaande duistere
+eeuwen heeft trachten te helpen. Door onze onzinnige overdrijving
+van de geslachtsverhouding hebben wij ruwweg voorondersteld, dat
+de wensch naar vrijer menschelijken omgang beteekende een vrijer
+geslachts-verhouding en daarom moest tegengegaan worden; evenals men
+het in Spanje voor zeer onverstandig hield vrouwen te leeren schrijven,
+omdat zij dan gemakkelijker met hun minnaars konden omgaan en zoodoende
+de grondslagen der maatschappij aan het wankelen zouden kunnen brengen.
+
+Zoodra echter onze geslachts-verhouding door de economische
+onafhankelijkheid der vrouwen gezuiverd en geregeld is, zoodra
+geslachts-aantrekking niet langer een verterende koorts is, die onze
+maatschappij voortdurend in beroering brengt, zullen wij niet meer
+tevreden neerzitten bij een half dozijn bloedverwanten, als onzen
+eenigen maatschappelijken cirkel. Wij zullen elkander dan meer, niet
+minder, noodig hebben en wij zullen de behoefte aan maatschappelijk
+verkeer erkennen en beschouwen als het hoogste recht van hen, die
+het hoogste ras op aarde zijn.
+
+De kracht, waardoor vrienden zich tot elkander voelen aangetrokken is
+een hoogere dan die welke de seksen tot elkander brengt,--hooger in
+dien zin, dat zij bij een latere ras-ontwikkeling past. "De liefde
+van vrouwen overtreffend", is geen onbeteekenende phrase. Kinderen
+hebben elkanders omgang noodig, zoo ook jonge menschen. Menschen van
+middelbaren leeftijd hebben elkanders omgang noodig, oude menschen
+eveneens. Wij hebben elkander allen noodig, veel en dikwijls. Even
+als ieder mensch behoefte heeft aan een plaats waar hij alleen kan
+zijn, zoo hebben alle menschen eveneens behoefte aan een plaats
+van samenzijn; van de twee die elkaar ongestoord hun innigste
+gewaarwordingen willen toevertrouwen, tot het grootst aantal dat zich
+in harmonie kan verzamelen en bewegen.
+
+Menschheid beteekent samenzijn, terwijl onze levenswijze, waaraan
+wij ontegenzeggelijk ontgroeid zijn, ons apart houdt. Hoe vele
+menschen, indien zij het feit onder de oogen durven zien, hebben
+niet dikwijls hopeloos verlangd om hunne vrienden op betere wijze te
+kunnen ontmoeten, hun eigen ware vrienden, verwanten door den geest,
+indien niet door het lichaam.
+
+Doch wij, levende in de verhitte atmospheer van onzen overseksten
+geest, hebben de menschen steeds als een ras van beesten
+uitgeschilderd, wier eenige wensch tot samenzijn gebaseerd is op
+den grooten, overwerkten hartstocht, en die alleen van gemengde
+nachtelijke zwelgpartijen teruggehouden worden door dat zij aan huis
+gebonden zijn. Dit is onwaar! Het is zelfs nu in onzen over-seksten
+toestand niet waar. En het zal nog minder waar zijn, wanneer wij
+van den kunstmatigen druk der sexueel-economische verhouding verlost
+zullen zijn en ons weder natuurlijk kunnen ontwikkelen.
+
+Mannen, vrouwen en kinderen hebben behoefte aan vrijheid om op een
+menschelijken grondslag samen te komen, dat wil zeggen, dat zij in
+hun dagelijksch leven en door hunne bezigheden bijeenkomen, zonder
+bepaald doel, en niet opzettelijk elkander behoeven op te zoeken. Wij
+weten allen hoe prettig de kennismaking en de innige vriendschap is die
+ontstaat, wanneer menschen op natuurlijke wijze samen worden gebracht,
+op de school, aan de universiteit, op een werkplaats, aan boord van
+een schip, in den trein, op een gezamenlijk uitstapje, in zaken. De
+maatschappelijke behoefte van beide partijen aan een algemeene,
+functioneele ontwikkeling van het maatschappelijk verkeer is een
+uitgemaakte zaak en gemeenschappelijke functioneele werkzaamheden
+bieden daarvoor op natuurlijke wijze de gelegenheid.
+
+De reden waarom vriendschap voor mannen meer beteekent dan voor vrouwen
+en waarom de mannen zich veel gemakkelijker en vrijer vereenigen,
+ligt in de omstandigheid dat zij zooveel verder in de ras-functiën
+ontwikkeld zijn en dat zij samen werken. Het natuurlijk verbond van
+gemeenschappelijke inspanning en gemeenschappelijke ontspanning is de
+beste bron voor vriendschap. Alleen door een aantal menschen in een
+zelfde vertrek bijeen te brengen, om de kubieke ruimte, als het ware,
+met hunne lichamen te vullen, daardoor brengt men hunne zielen niet
+tot elkander. Onze tegenwoordige vereenigingswijze, in het bijzonder
+die der vrouwen, is zeer onvoldoende. Zij kleeden zich en brengen
+elkaar een kort bezoek. Dit kort bezoek wordt evenzoo beantwoord. Of
+zij zetten veel voedsel gereed en verzoeken veel menschen om het te
+komen opeten; of een danspartij, muziek of voordracht is het lokmiddel
+voor hun bijeenkomst. Maar zulke menschen ontmoeten elkander niet
+werkelijk. Zij doorleven op deze wijze heele leeftijden, zonder ooit
+kennis met elkaar gemaakt te hebben. Wij dorsten thans naar een voller
+en eerlijker maatschappelijken omgang, maar onze samenleving verschaft
+ons thans de middelen nog niet om dien dorst te lesschen.
+
+Mannen hebben onderling in deze behoefte ruimschoots voorzien; maar
+tusschen vrouwen onderling of tusschen mannen en vrouwen bestaat nog
+geen vrije omgang. Mannen ontmoeten elkaar vrij bij hun werk, terwijl
+vrouwen alleen werken. Maar het verschil komt nog sterker uit bij
+hun spelen. "Meisjes hebben nooit eenige pret", zeggen de jongens
+verwijtend, en zij hebben gelijk. De pret die de meisjes hebben,
+moet, evenals haar boterham, langs de geslachts-lijn komen. Mannen
+moeten haar het vermaak verschaffen, evenals zij haar al het overige
+verschaffen, De mannen hebben de wereld gevuld met spelen en sport,
+van de edele worstelperken der Olympische spelen tot de geest en
+lichaam versterkende sport van heden; goede, slechte en onbeteekenende
+sport. Door alle eeuwen heen hebben de mannen gespeeld en de vrouwen
+toegezien, als zij daartoe ten minste uitgenoodigd waren. Zelfs
+de prettige bezigheid om mannen te zien spelen was haar ontzegd,
+tenzij zij door de deelnemers daarvoor gevraagd werden. De "koningin
+van het bal" blijft een muurbloempje, totdat zij door den koning ten
+dans gevraagd wordt.
+
+Zelfs thans, nu vele gymnastische spelen voor vrouwen open staan,
+nu zij zich kunnen oefenen in tennis en golfspel en al de overige
+vermaken, zijn de kansen om te spelen voor beide seksen toch nog niet
+gelijk. Een goeden speelmakker te wenschen, is niet hetzelfde als het
+gezelschap van de andere sekse te begeeren, en toch hangt de vervulling
+van den wensch van een meisje om een goede tegenpartij bij haar spel
+te hebben, sterk af van haar macht tot geslachts-aantrekking; dit is
+een andere van de vele betreurenswaardige uitingen dier macht. De
+wensch om elkander te ontmoeten, wordt door ons uitgelegd als:
+"hij" wenscht "haar" te zien, of "zij" wenscht "hem" te zien. De
+ontspanning en het pleizier van de menschen is zoo verward met
+de geslachts-afhankelijkheid der vrouwen van mannen, dat vrouwen
+gedwongen worden naar "hofmakerij" te streven, als zij in waarheid
+niets anders wenschen dan zich te amuseeren; en zoolang wij de
+vereeniging der geslachten in die richting dringen, houden wij een
+heilzamer samenkomen tegen.
+
+Zelfs onze kleine kinderen worden bij hun spel zorgvuldig geoefend
+het geslacht te doen uitkomen; en op verschil in gedrag van jongens
+en meisjes wordt sterk en aanhoudend aangedrongen, nog voor dat een
+van hen aan het bestaan van zulk een verschil denkt. Wanneer meisjes
+en jongens samen spelen, worden zij zoo door anderen geplaagd en
+moeten zij zooveel aanmerkingen hooren, dat dit alleen reeds elken
+gezonden vriendschapsband tegenhoudt en aanleiding geeft tot een
+vroegtijdig geslachts-bewustzijn. Jonge mannen en jonge vrouwen
+wordt toegestaan meer of minder vrij samen te komen, maar altijd
+op een strenge geslachts-basis, want vriendschap tusschen mannen en
+vrouwen wordt als iets belachelijks aangemerkt. Iedere gezonde jongen
+en ieder meisje neemt dit kwalijk en tracht een vrije, natuurlijke
+verhouding te vormen; maar de maatschappelijke druk hiervan is
+moeilijk te dragen. Zij mag zooveel "beaux" hebben, als zij omarmen
+kan; hij mag aan zooveel meisjes als hij wil "attenties bewijzen",
+maar op die wijze alleen mogen zij elkaar ontmoeten.
+
+Het staken van alle vriendschapsbezoeken zoodra een van beide
+partijen verloofd is, bewijst den aard van dien band. Wanneer hij
+eenmaal een keuze voor een huwelijk gedaan heeft, waarom zou hij dan
+nog andere meisjes bezoeken? Wanneer zij eenmaal den man gevonden
+heeft die haar wil trouwen, waarom zou zij dan nog met andere mannen
+omgaan? Die "bezoeken" en die "omgang" waren alleen maar onderzoekende
+voorbereidingen voor een mogelijk huwelijk. En na het huwelijk wordt
+verondersteld dat de vrouw geen anderen man dan haar echtgenoot
+wenscht te zien en de echtgenoot geen andere vrouw dan de zijne. In
+sommige landen keert men deze regeling om, door meer maatschappelijke
+vrijheid aan gehuwde lieden toe te staan, maar die gewoonte gaat
+vergezeld van een totaal gemis aan vrijheid vóór het huwelijk,
+waaruit zoowel in het huwelijksleven als in het maatschappelijk
+leven zeer twijfelachtige resultaten verkregen worden. In de hooger
+maatschappelijke kringen heeft altijd na het huwelijk meer vrijheid
+van socialen omgang tusschen de beide geslachten bestaan; maar in het
+algemeen van Amerika gesproken, na de periode van de bezoeken vóór het
+huwelijk vinden er zeer weinig natuurlijke en ernstige kennismakingen
+tusschen mannen en vrouwen plaats.
+
+Zelfs de vriendschap welke tusschen man en vrouw kan bestaan hebben
+vóór het huwelijk, wordt dikwijls in het huwelijk met zijne economische
+verwikkelingen spoedig verwoest. Zij hebben dan geen tijd meer om
+over vraagstukken te spreken zooals vóór hun huwelijk; zij zijn
+te veel bij elkander en stellen te diep belang in de technische en
+financieele zaken, hun nieuwe huishouding betreffende. Dit werkt de
+ontwikkeling van hooger en reiner verhoudingen tusschen mannen en
+vrouwen bestendig tegen en leidt er toe, hen op denzelfden primitieven
+voet van geslachts-vereeniging te houden.
+
+Een jong man gaat naar een stad om te leven en te werken. Hij
+heeft even goed behoefte aan het gezelschap van vrouwen als
+van mannen. Voorheen had hij zijn moeder, zijne zusters en hare
+vriendinnen, zijne schoolkameraden. Nu moet hij onze onvrije sociale
+toestanden onder de oogen zien. Hij mag twee soorten van vrouwen
+bezoeken, degenen die wij "goed" noemen en degenen die wij "slecht"
+noemen. (Deze indeeling berust slechts op één zedelijke eigenschap
+en dat is een geslachts-eigenschap). Natuurlijk verkiest hij de
+goeden. De goeden zijn weder verdeeld in twee soorten, gehuwden en
+ongehuwden. Indien hij een gehuwde vrouw dikwijls bezoekt, wordt
+er aanmerking op gemaakt; dit vindt hij onpleizierig en laat het
+daarom na. Bezoekt hij een ongehuwde vrouw dikwijls, dan wordt er
+ook aanmerking op gemaakt; hij wordt dan beschouwd "bedoelingen"
+te hebben. De beste middenweg is een aantal ongehuwde vrouwen te
+bezoeken en de attenties zoo omzichtig te verdeelen, dat niemand ze
+zich persoonlijk kan aantrekken.
+
+Nu treedt hij in de eerste phase van onze sexueel-economische
+verhouding: hij kan zelfs geen meisje vrijelijk bezoeken of het
+kost hem geld. Het meisje enkel in den familiekring te ontmoeten
+kan toch moeilijk verondersteld worden als door een der beide
+partijen gewenscht. Men ontmoet niet een half dozijn menschen van
+verschillenden leeftijd en van beide seksen zooals men een vriend
+alleen ontmoet. Te trachten haar alleen te zien, wordt als een
+"bedoeling" beschouwd. "Haar mede uit te nemen", kost geld en hij
+betaalt het graag. Maar hij kan dit niet te dikwijls doen, of hij wordt
+beschouwd "ernstige bedoelingen" te hebben, en elke stap van de verdere
+kennismaking wordt uit een sexueel oogpunt beschouwd en gekritiseerd.
+
+Er bestaat geen natuurlijk, eenvoudig middelpunt van maatschappelijk
+verkeer tusschen mannen en vrouwen. De jonge man zal weldra ontdekken
+dat zijne bekendheid met vrouwen zeer hoog in zijn zakboekje genoteerd
+staat. Het geld dat hij voor het huwelijk zou kunnen bewaren, wordt
+nu voor deze verschillende voorbereidingen gebruikt. Wanneer hij
+ziet waarvan de vrouwen houden en hoeveel het kost ze te bevredigen,
+dan wijkt zijn hoop op een huwelijk al verder en verder naar den
+achtergrond. De periode waarin hij als individu moet leven duurt
+langer en hij gewent zich aan oppervlakkige kennismaking met veel
+vrouwen, hij leert haar van de meest onbeteekenende zijde kennen,
+zonder gelegenheid te hebben tot het vormen van een oprecht verbond
+en ware vriendschap. Is het dan te verwonderen dat de andere soort
+vrouwen, die ook geld kosten, dat is waar, maar die geen voortdurende
+verplichting medebrengen, zulk een bestendige factor in ons sociaal
+leven zijn geworden? De sexueel-economische verhouding bevordert de
+ondeugd op meer dan één wijze.
+
+De economische onafhankelijkheid der vrouw zal al deze omstandigheden
+veranderen even natuurlijk en onvermijdelijk als haar afhankelijkheid
+ze ingevoerd heeft. Door zich te wijden aan een of anderen tak
+van nijverheid zal zij meer persoonlijkheid en minder sexualiteit
+ontwikkelen, en hierdoor zal de druk op de geslachts-verhouding
+verminderen, zoowel in mannen als in vrouwen. De nieuwe levenswijze
+en het nieuwe karakter dat er aan gegeven wordt, zal in ons
+maatschappelijk verkeer de vereeniging van menschen ten volle tot
+ontwikkeling brengen. Wanneer de eigen woning inderdaad een privaat
+leven mogelijk maakt en niet langer de maatschappelijke en industrieele
+horizon der vrouw is; wanneer de werkplaatsen overal--het gebied der
+vrouw zoowel als van den man,--huiselijk en gezellig worden door haar
+invloed; en wanneer mannen en vrouwen zich gezamenlijk vrij bewegen
+bij de uitoefening der gemeenschappelijke rasfunctiën,--dan zal de
+stroom van het menschelijk leven door nieuwe kanalen gaan.
+
+Dan zullen de vrouwen zich niet meer hoofdzakelijk bewegen van de
+geïsoleerde woning naar den geïsoleerden winkel en terug, in een
+wereld die uit elkander gerukt en in tweespalt gebracht wordt door de
+zelfzuchtige voortbrenging van het eene geslacht en het zelfzuchtig
+verbruik van het andere; dan zullen wij leven in een wereld van mannen
+en vrouwen, die even goed menschelijk als geslachtelijk vereenigd
+zijn, en die tezamen voor het algemeen welzijn werken, wat hun ware
+bestemming is. De woning zal dan niet langer een economische éénheid
+zijn, waar de vervelende huishoudelijke werkzaamheden heel gemeen gauw
+aan toegevoegd zijn, maar zij zal een vredige uitdrukking zijn van
+persoonlijk leven, wanneer dat zich uit de maatschappelijke omgeving
+terugtrekt; en voor aanraking met de maatschappij zal gezorgd worden
+door de vele plaatsen van samenkomst, die door de organisatie der
+huiselijke werkzaamheden noodig geworden zijn.
+
+De vereenigings-kamer is inderdaad een even groote behoefte voor
+het menschelijk leven als de afzonderingskamer,--geen balzaal of
+theater, waar men voor een bepaald doel moet uitgenoodigd worden,
+maar groote gemeenschappelijke leesmusea en conversatie-kamers,
+bad-inrichtingen en gymnastiek-zalen, werk- en speelkamers, waarin
+beide geslachten op dezelfde wijze en voor hetzelfde doel toegang
+hebben, en waar zij vrij kunnen bijeen komen om uiting te geven
+aan algemeen menschelijke gevoelens. De soort gebouwen, door de
+organisatie der huiselijke werkzaamheden ontstaan, zullen ook voor
+deze plaatsen moeten zorgen. Zij zullen afzonderlijke kamers voor
+individuen en afzonderlijke woningen voor gezinnen moeten bevatten,
+doch de gemeenschappelijke zaal, de kamer voor allen, mag er evenmin
+ontbreken. Zij behooren een plaats voor de kinderen te hebben,
+ontworpen en bedoeld als prettige speelplaats van veel kinderen
+voor veel jaren, een woning zooals kinderen tot nu toe nooit gehad
+hebben. Eveneens moeten er gezelschapskamers voor jonge en oude
+menschen zijn, waarin men even natuurlijk bijeenkomt alsof men in
+zijn eigen kamer gaat, zonder moeite, navraag of aanmerking.
+
+Zulk een inrichting zou een vrije vereeniging, op gemeenschappelijk
+belang gebaseerd, onder ons mogelijk maken, en door de natuurlijke
+en gemakkelijke samenvloeiing zouden wij veel hooger eigenschappen
+ontwikkelen, dan nu met de inspanning om in onze tegenwoordige kringen
+elkander zonder bepaald doel te bezoeken, mogelijk is. Het zou voor
+de vrouwen veel gemakkelijker worden den rechten man te kiezen. Zij
+zouden de mannen in hun dagelijksche werkzaamheden en ontspanning
+kunnen gadeslaan en leeren kennen, waartoe zij nu ten eenenmale
+de gelegenheid missen. De koopkracht van den man, welke hem nu den
+gemakkelijksten weg verschaft om aan zijn geslachts-lust te voldoen,
+zou dan hierop zonder invloed zijn. De vrouw, ontwikkeld door een vrij
+en nuttig leven, helder van hoofd en open van oog,--een vrouw nog,
+maar een zelfstandig wezen tevens,--die als meisje opgevoed werd tot
+economische onafhankelijkheid en vrij mocht omgaan met jonge mannen
+in gemeenschappelijk spel en werk, zal geleerd hebben edele mannen
+naar waarde te schatten.
+
+De jonge man, wetende dat hij zijne tekortkomingen niet langer met een
+gekleede jas kan bedekken en dat hij niet meer alles mag doen eenvoudig
+op boete van er voor te betalen, die eigenlijk ook niet veel kwaad
+meer kan doen, omdat de vroegere gelegenheid en aansporing ontbreken,
+zal, voortdurend bijgestaan en bezield door den vriendschappelijken
+omgang met eerlijke en ernstige vrouwen, met al de kracht die de
+natuur hem biedt zich kunnen verheffen, in plaats van, zooals nu,
+steeds met geweld naar omlaag gerukt worden.
+
+Wanneer de druk van ons over-ontwikkeld geslachts-instinkt uit de
+wereld verwijderd is, kan en zal de man, rein en sterk geboren
+uit edelhartige, edeldenkende en edelgebouwde moeders, groot
+gebracht met de uitgebreide kennis van de nieuwe opvatting van het
+moederschap, en dagelijks in vrijen omgang levende met de beste
+vrouwen, een geheel nieuw karakter aannemen. Wat dit het ras aan
+macht en vrede en geluk zal aanbrengen kan niemand voorspellen. Maar
+dit zien wij nu reeds:--dat wij bezig zijn aan onze eens zoo nuttige
+sexueel-economische verhouding te ontgroeien; dat deze verhouding thans
+vele slechte gevolgen heeft en dat hare verwisseling met economische
+vrijheid der vrouw nieuwe krachten in de wereld zal brengen, die
+door hare natuurlijke werking de deugden, waarnaar wij reeds zoo lang
+gestreefd en verlangd hebben, in ons ontwikkelen zullen.
+
+Deze verandering wordt niet voorspeld en wij kunnen er ook niet voor
+pleiten. Zij is reeds in wording en met bewonderenswaardige snelheid
+wint zij elk jaar meer en meer veld. Vrouwen noch mannen wenschen de
+verandering. Vrouwen noch mannen hebben haar gezocht. Maar dezelfde
+groote kracht van sociale evolutie, welke ons in de oude verhouding
+bracht,--tot groot verdriet en ellende,--is bezig ons er uit te
+brengen, eveneens met droefheid en smart. De tijd is daar, waarin het
+voor de wereld beter is dat vrouwen economisch onafhankelijk zijn en
+daarom beginnen zij het te worden.
+
+Onderwijl loont het de moeite, den toestand ten volle en eerlijk
+onder de oogen te zien, opdat wij weten wat met ons gebeurt en opdat
+wij de gelukkigste verandering in menschelijke omstandigheden, die
+ooit door de wereld aanschouwd werd, met vreugde kunnen begroeten. De
+helft der menschheid uit een gekunstelde positie te bevrijden; sterke
+natuurkrachten uit haar gespannen en pijnlijken toestand te verlossen
+en ze vrij te maken om ongehinderd te kunnen werken, wat ook haar
+bestemming was; toestanden in het leven te roepen, die de menschheid
+innerlijk zal veranderen door een beter moederschap en vaderschap,
+een beter jeugd en zuigelingsperiode, beter voedsel, beter woningen,
+beter maatschappelijken omgang,--beteekent: verbetering der menschheid
+langs natuurlijke banen. Zij zal daarom grooten vooruitgang van het ras
+en wel met groote snelheid ten gevolge hebben, omdat deze verandering
+niet behoeft te wachten tot er nieuwe krachten geschapen worden,
+maar omdat zij eenvoudig krachten vrijmaakt, die reeds machtig en
+sterk zijn, en de menschheid dus kan opvliegen als een losgelaten
+springveer. En het gebeurt reeds. Alles wat wij nog te doen hebben
+is te begrijpen en te helpen.
+
+
+
+
+
+
+
+XV
+
+
+Nu wij weten hoe nauw ons geestelijk bestaan verband houdt met onze
+uiterlijke omstandigheden, hoe het zedelijk gevoel en het gedrag van
+den mensch gewijzigd worden door de omgeving, moeten wij natuurlijk
+uitzien naar kenmerkende gevolgen in de geestelijke ontwikkeling,
+voortspruitende uit een zoo belangrijke omstandigheid als onze
+sexueel-economische verhouding.
+
+Voortdurend is opgemerkt dat de verhouding der geslachten, in welken
+vorm ook, op den zedelijken aard van het menschdom van sterken
+invloed was, en dat is één der redenen, waarom in dit boek zulk
+een groote nadruk is gelegd op de bijzondere zedelijke kracht dier
+verhouding. In het dagelijksch leven beteekent het woord "zedelijk",
+"kuisch" en wanneer men van vrouwen spreekt heeft het woord "deugd"
+alleen beteekenis als deugd van kuischheid. Groote volksbegrippen zijn
+nimmer zonder grondslag. Zij zijn geworteld in diepzinnige waarheden,
+die beter gevoeld dan gezien worden en, hoe dom en onwaar zij ook
+in hun woordelijke vertolking zijn, in hun algemeene strekking kan
+men ze vertrouwen. Niet omdat de deugd van kuischheid voor het ras
+zooveel belangrijker is dan de deugd van trouw, de deugd van moed,
+de deugden van blijmoedigheid, hoffelijkheid, vriendelijkheid,
+maar omdat de geslachts-verhouding waarin wij leven zooveel invloed
+uitoefent op de verdere ontwikkeling en regeling van onzen geheelen
+zedelijken aard, daarom hechten wij er zooveel beteekenis aan.
+
+Wat wij zedelijk gevoel noemen, is een erkenning van de betrekkelijke
+belangrijkheid van zekere handelingen en hare gevolgen. Vaag en zwak
+kwam dit bij de vroegere wilden voor en het werd gedurende langen tijd
+hoofdzakelijk toegepast bij onduidelijk omschreven en willekeurig
+vastgestelde godsdienstige plechtigheden en ceremoniën. Maar de
+gewoonte om een gevoel van deugdzaamheid te verbinden met zekere
+handelingen door welke lof en voordeel werd ingeoogst, wortelde zich
+in de kinderlijke ziel en de reeks van zedelijke handelingen werd
+grooter. Sedert is die reeks steeds grooter, hooger en ingewikkelder
+geworden, met de andere maatschappelijke hoedanigheden zich
+uitbreidende.
+
+Geen menschelijke eigenschap is meer absoluut maatschappelijk dan het
+zedelijk gevoel. Ethica is een sociale wetenschap. Er bestaat geen
+zedeleer voor het individu. Op zich zelf genomen is de mensch maar een
+dier; zijn gedrag staat dan alleen in betrekking tot zijn dierlijke
+behoeften,--zelf-behoud en ras-behoud. Elke deugd en de wil ze te
+erkennen en er naar te streven is een maatschappelijke hoedanigheid. De
+hoogste deugden zijn die waarmede wij op de beste wijze de meeste
+menschen dienen en haar ontwikkeling in ons houdt gelijken tred met de
+ontwikkeling der maatschappij. Door onze maatschappelijke verhouding
+worden onze deugden te voorschijn geroepen en blijven zij in stand.
+
+Een eenvoudig voorbeeld hiervan vinden wij in het gemakkelijk tot
+wreedheid vervallen van iemand, die afgesneden is van zijn stamgenooten
+en gedwongen wordt in een woeste omgeving te leven. Zelfs een korte
+en gedeeltelijke verandering van toestand wijzigt dikwijls op eens
+het gedrag, wat men bij de vroomste Nieuw-Engelanders heeft kunnen
+opmerken toen zij tijdelijk in de mijnwerken vertoefden. Het blijkt ook
+uit het verschil van deugd bij de verschillende klassen van menschen
+en in de verschillende takken van nijverheid.
+
+Elke sociale verhouding heeft haar eigen zedewetten; en de algemeene
+behoeften der maatschappij, als een geheel, vormen de grondslagen der
+zedeleer. Dit kan voor iedere eeuw en voor elk ras nagegaan worden en
+steeds zal men een duidelijk verband vinden tusschen de deugden en
+ondeugden van een gegeven volk en zijne plaatselijke toestanden. De
+economische omgeving beheerscht hoofdzakelijk de ontwikkeling der
+zedewetten. Voor iemand die gewend is de zedewetten te beschouwen als
+niet van deze wereld afkomstig en die ziet hoe dikwijls deugdzaamheid
+den bezitter duur te staan komt, kan dit vreemd schijnen. Het zedelijk
+gedrag van een gegeven aantal menschen hangt ten eerste van het bestaan
+van deze menschen af. Een gedrag dat er toe zou leiden om hen uit te
+roeien, zoude eveneens hunne zedewetten uitroeien. Een gedrag dat hen
+doet in stand blijven en toenemen, is het eenige gedrag waarvan de
+zedelijke waarde kan worden vastgesteld. Daarom wordt de zedeleer
+absoluut beheerscht door het leven en de handhaving daarvan. Van
+het laagste en meest bekrompen inzicht dat een handeling goed of
+slecht noemt naar gelang van haren onmiddellijken invloed op iemands
+tegenwoordig leven, tot het helder vooruitzien van latere gevolgen
+dat een gedrag goed of slecht noemt naar gelang het van invloed is
+op iemands leven hiernamaals, wordt onze zedeleer, de wetenschap van
+het menschelijk gedrag, alleen beoordeeld naar zijne gevolgen.
+
+Daarom vinden wij onvermijdelijk bij alle rassen die handelingen
+waardoor menschen leven, als goed aangemerkt en wij zien hooge
+goedkeuring geschonken aan hem, die het best die handelingen
+volbrengt. In de jacht- en vischperiode werd de beste jager en
+de beste visscher ook als de beste man, door zijn stam geprezen
+en geëerd. Men kweekte die deugden aan, die den bezitter in
+staat stelden met het meeste succes te jagen en te dooden, niet
+alleen om zelf te kunnen leven, maar ook om een vertrouwde hulp
+te zijn voor zijn vrienden. Barbaarsche deugden waren enkel de
+terugkaatsing van barbaarsche toestanden. Geduld en zelfbedwang
+te bezitten, was voor den jager een economische behoefte; pijn en
+langdurige inspanning gemakkelijk te dragen, was voor den krijger
+een noodzakelijkheid. Daarom werden deze deugden, door voorbeeld en
+voorschrift, bij de wilden aangekweekt.
+
+In de lange landbouw- en militaire tijdperken geschiedde
+hetzelfde. Arbeidzaamheid en geduld werden als deugden in de boeren
+geprezen, want het vereischt ijver en geduld om koren te oogsten. De
+deugden van moed en gehoorzaamheid werden in den soldaat hoog verheven,
+en iedereen moest de deugd van geloof bezitten omdat die een eerste
+vereischte was voor het bestaan van den godsdienst. En er werd een
+groote mate van geloof vereischt om den godsdienst van die tijden aan
+te nemen. De deugd van geloof verminderde in belangrijkheid, zoodra
+de godsdienst verstandiger en toepasselijk op het leven werd. Het
+vereischt geen inspanning om te gelooven wat men kan begrijpen
+en begrijpt. Langzamerhand ontstond het nijverheids-tijdperk
+en ontwikkelde zich dit van de zwakke, sporadische pogingen van
+den nederigen marskramer en handwerksman,--het slachtoffer van de
+overheerschende klasse van militairen--tot onze hedendaagsche kolossale
+industrieele organisatie, waarin de soldaat onbarmhartig geëxploiteerd
+wordt voor het een of ander financieel belang. Met deze verandering
+in economische omstandigheden werd ook de schaal der deugden veranderd.
+
+Lichamelijke moed verminderde in waarde; gehoorzaamheid, geduld,
+geloof en de rest staan niet meer zoo hoog aangeschreven als
+vroeger. Evenals altijd prijzen en waardeeren wij heden de deugden
+waardoor wij leven. Elk dier ontwikkelt de deugden passend voor zijn
+omstandigheden; het kenmerkend verschil voor den mensch ligt hierin
+dat hij de macht van het bewust begrip en de persoonlijke wilskracht
+bij de werking der natuurkracht voegt. Niet alleen voor ons eigen
+ras, maar ook voor andere rassen noemen wij die hoedanigheden "goed"
+en "slecht," naarmate zij ons tot voordeel strekken; en de beesten
+die wij grootbrengen en gebruiken, ontwikkelen noodzakelijkerwijze
+de eigenschappen die hun in hun nieuwen toestand het meest tot nut
+strekken, zooals bijv. onze welbekende vriend, de hond.
+
+De hond is een dier dat sedert lang van zijne natuurlijke
+onderhoudsmiddelen is afgesneden en voor zijn voedsel geheel
+afhankelijk is van den mensch. Als een vrije, wilde hond, was hij
+onverschrokken, moedig, wreed. Als een tamme, slaafsche hond, bezit
+hij lage onderworpenheid, kruipende willoosheid; hij klaagt wanneer
+hij een trap krijgt en likt den voet die hem kastijdt. Wij hebben
+den oorspronkelijken hond geheel herschapen en zijn zedelijke aard,
+zijn geest, toont de verandering meer dan zijn lichaam. De kracht
+waardoor dit tot stand werd gebracht is een economische,--de bron
+van voedsel en de wijze om het te bemachtigen werden veranderd.
+
+Laat ons eens de kenmerkende deugden der menschheid in het kort
+nagaan, haar wijze van ontstaan en ontwikkeling onderzoeken en zien
+hoe die ééne bijzondere verhouding, de sexueel-economische, er op
+geïnfluenceerd heeft.
+
+Het voornaamste kenmerk van menschelijke deugdzaamheid ligt in, wat
+wij ruwweg als altruisme beschrijven,--"zelfopoffering." Elkander
+lief te hebben en te dienen, voor elkander zorg te dragen, voor en
+met elkander te voelen,--het bijvoegelijk naamwoord van ons ras,
+"menschelijk", sluit deze eigenschappen in. Het eigenlijk bestaan der
+menschheid maakt deze hoedanigheid tot zekere hoogte noodzakelijk en de
+ontwikkeling der menschheid gaat met hare ontwikkeling hand aan hand.
+
+Wanneer wij deze dingen bestudeeren, dan maken wij gewoonlijk de
+fout, de noodzakelijkheid van zulke zedelijke hoedanigheden in het
+menschelijk leven niet genoeg te waardeeren. Wij hebben gemeend dat het
+in toepassing brengen van deze maatschappelijke deugden persoonlijke
+inspanning en opoffering kost, en dat er een eeuwigdurende strijd
+bestaat tusschen de cosmische ontwikkelingsprocessen en de ethische
+processen, zooals Huxley het voorstelt. De sociale evolutie brengt
+evenwel de essentieele hoedanigheden van de sociale verhouding
+mede, en dat zijn dan onze deugden, waarop wij zoo trotsch zijn. De
+natuurlijke veranderingen in het onderling verkeer en de onderlinge
+verhouding der menschen ontwikkelden van zelf de hoedanigheden, zonder
+welke dat verkeer en die verhouding niet mogelijk waren; en deze
+ontwikkeling verliep even geregeld, even natuurlijk, even "cosmisch",
+als de organische werkzaamheden in het menschelijk lichaam. Het is
+even natuurlijk voor een industrieele maatschappij om in vrede,
+als voor een jagersvolk om in oorlog te leven. Die vrede is geen
+gevolg van heldhaftige en zelfopofferende inspanning van de leden der
+industrieele maatschappij; het is niets anders dan een noodzakelijke
+voorwaarde voor hun bestaan.
+
+In het ontwikkelingsverloop der menschelijke zeden wordt een
+trapsgewijze uitbreiding van ons begrip van algemeen "goed" en
+"kwaad" opgemerkt, in tegenstelling met ons oorspronkelijk begrip
+van individueel "goed" en "kwaad." Dit komt bij de personen die zich
+geheel aan de maatschappij wijden zeer sterk uit, zooals bij de groote
+staatkundigen, patriotten en philanthropen. Ieder van deze woorden
+toont in zijne samenstelling reeds dat de beschreven hoedanigheid
+van socialen aard is,--de staatsman denkt en werkt voor den staat;
+de patriot heeft zijn land lief en werkt er voor, de philanthroop
+handelt uit liefde voor de menschheid. Deze eigenschappen zijn allen
+van het begin tot het einde een bloote erkenning van het gelijk recht
+van den naaste, rechtvaardigheid en hoffelijkheid voor allen; zij zijn
+slechts het natuurlijk product der maatschappelijke omstandigheden,
+welke door de noodzakelijkheid om in de economische behoeften te
+voorzien op het individu inwerken. Het individu dat economisch absoluut
+alleen staat evenals het beest, wordt door zuiver egoisme bevoordeeld,
+en ontwikkelt dat.
+
+Onze deugden kunnen allen op deze wijze opgespoord en verklaard
+worden. De groote voorname stam van alle deugden, welke wij
+"liefde" noemen, is niets anders dan de eerste voorwaarde voor ons
+maatschappelijk bestaan. Het is cohaesie, waardoor de afzonderlijke
+deelen der maatschappij saamgehouden worden. Indien er niet een of
+andere aantrekking tusschen ons bestond, dan zouden wij niet in staat
+zijn om samen te blijven; en deze aantrekking die door ons bewustzijn
+wordt waargenomen, noemen wij liefde. De deugd van gehoorzaamheid
+bestaat in de overgave van den eigen wil, wat dikwijls noodzakelijk
+is voor het algemeen welzijn; en zij staat daarom bij militairen zoo
+hoog aangeschreven, omdat bij hen dikwijls een groot aantal mannen te
+zamen moet handelen ten dienste der gemeenschap tegen hun persoonlijk
+belang, zelfs met opoffering van hun leven.
+
+Toen wij ons tot een voller maatschappelijk leven ontwikkelden,
+ontdekten wij langzaam en zoekend, na vele droevige en kostbare
+ervaringen, welk soort van mensch de beste maatschappelijke factor
+was. Het type van een goed lid der hedendaagsche maatschappij is een
+zich zelf beheerschend, vriendelijk, beschaafd, sterk, verstandig,
+dapper, hoffelijk, opgeruimd, waar mensch. In de Middeleeuwen
+zoude sterk, moedig en waar, aan de eischen van dien tijd voldaan
+hebben. Wij eischen nu voor ons algemeen welzijn een grooter reeks van
+hoedanigheden, een meer doorwrochte zedelijke organisatie. Dit alles
+geschiedt op eenvoudige, evolutionaire wijze in het maatschappelijk
+leven, en moest niet meer verwarring, inspanning en smart veroorzaken
+dan eenig ander natuurlijk proces.
+
+De zedelijke ontwikkeling der menschheid was echter een zeer verward
+en ingewikkeld proces. Enkele deugden hebben wij in geregelden vorm
+ontwikkeld, nauwelijks bemerkende dat het deugden waren, omdat zij
+zoo gemakkelijk in gebruik kwamen. Nauwkeurigheid en stiptheid zijn
+deugden die de wilden niet kenden, omdat zij ze voor hunne bezigheden
+niet noodig hadden. Wij hebben ze ontwikkeld, omdat zij vereischt
+werden en zoo werden zij door den druk der economische behoeften
+langzamerhand aangenomen. Gehoorzaamheid, zelfs in haren uitersten vorm
+van zelfopoffering, werd den soldaat geleerd; toch bestaat er geen
+hoedanigheid die altruistischer en onnatuurlijker is, of moeilijker
+valt aan te nemen voor den krachtigen individueelen wil. De gewone,
+wet-eerbiedigende burger beschouwt zich zelf niet als een held; toch
+openbaart hij een hooge mate van maatschappelijke deugdzaamheid,
+dikwijls een groote zelfopoffering.
+
+Maar in andere deugden zijn wij niet zoo geleidelijk vooruitgegaan. In
+de gewone economische levensverhoudingen en in de geslachtsverhoudingen
+onderscheiden wij ons door bijzondere en schadelijke hoedanigheden. Wij
+bezitten nog onuitgeroeide hoedanigheden, welke wij op grond van
+het maatschappelijk welzijn reeds lang afgelegd moesten hebben en
+waardoor nu onophoudelijk strijd ontstaat tusschen deze rudimentaire
+overblijfsels en onzen normalen groei. Dit is het waardoor ons
+geweten sedert zijn ontwaken onophoudelijk wordt geplaagd en wat wij
+"den strijd tusschen goed en kwaad" noemen. Wij hebben het rukken
+van die verschillende neigingen innerlijk gevoeld,--den drang om te
+doen wat onmiddellijk goed voor ons zelf is, maar wat ons toenemend
+sociaal gevoel ons als nadeelig voor de gemeenschap heeft doen kennen
+en daarom slecht is; en den drang om te doen wat onmiddellijk slecht
+voor ons zelf kon zijn, maar hetzelfde sociale gevoel ons als goed
+voor de gemeenschap heeft doen kennen en daarom als goed moet worden
+aangemerkt. Dit voelden wij, en zochten in onzen geest naar een
+verklaring van ons gedrag, omdat wij wisten dat het vreemd was. Het
+menschelijk verstand wil een verklaring hebben, indien het er een
+zoekt. Wij maakten er een.
+
+De achtergebleven impulsiën van het individueele dier,--goed voor hem,
+omdat hij ze noodig had, maar slecht voor ons, omdat wij begonnen
+mensch te worden en andere behoeften kregen,--pakten wij tot één hoop
+samen, en met onze gemakkelijke, dramatische, personifieerende neiging
+noemden wij dien "den duivel." En aangezien deze slechte ingevingen
+gewoonlijk aandriften van physischen aard waren, beschouwden wij onze
+lichamen, en onzen aard in het algemeen, als deel van het kwade,--"de
+wereld, het vleesch en de duivel." Wij voelden evenwel ook in ons
+een krachtige beroering van nieuwe machten en vreemde neigingen,
+die onze zelfzucht tot zwijgen brachten en ons voor anderen deden
+gevoelen; nieuwe liefde, hoop en wenschen, nieuwe verlangens om te
+geven in plaats van te nemen, te dienen in plaats van te strijden;
+en met echt maatschappelijk instinkt begrijpende dat deze aandriften
+ons ten goede zouden leiden, ons tot voordeel zouden strekken, noemden
+wij ze den wil van God, de stem van God, den weg tot God. De tweespalt
+tusschen deze slechte impulsiën en neigingen, en onze toenemende
+macht om zelfbewust en naar willekeur te handelen, veroorzaakte bij
+onze geestelijke ontwikkeling den strijd tusschen goed en kwaad.
+
+En vaag en onbestemd naar de bronnen van onze smart zoekende, voor
+zoover wij ze konden nasporen, en even als altijd personen in plaats
+van toestanden beoordeelend,--zooals een kind de tafel slaat als het
+zijn hoofdje stoot,--hebben wij, ras na ras, de vrouw als oorzaak van
+alle ellende beschouwd. Niet dat zij aanvankelijk het kwaad zou hebben
+uitgedacht,--de vage duivel was de verwijderde oorzaak,--maar de vrouw
+zou het over ons hebben gebracht. Pandora maakte de onheils-doos niet;
+maar koppig als zij was opende zij haar, niettegenstaande den wijzen
+raad van haar man. Eva plantte den appelboom niet; maar zij at van de
+vruchten en verleidde haar superieuren man. Het lijkt een kinderachtige
+en domme redeneering, maar er zit toch iets in. Ik bedoel niet de
+ergerlijke blaam en schande die de mannen, gedurende al deze eeuwen
+op hunne moeders geworpen hebben, maar de sociologische waarheid die
+er in schuilt.
+
+Niet de vrouw, maar de toestand der vrouw is altijd de oorzaak van
+het kwade geweest. De sexueel-economische verhouding heeft haar
+bij de maatschappelijke werkzaamheden buiten gesloten, waardoor en
+waardoor ook alleen de maatschappelijke deugden tot ontwikkeling
+kunnen komen. Zij mocht de hoedanigheden voor onzen ras-vooruitgang
+noodig niet verwerven; en in haar in ontwikkeling achtergebleven
+toestand heeft zij de deugden en de ondeugden behouden uit die
+ontwikkelingsperiode, waarin zij aan banden gelegd werd. In een
+periode van geïsoleerde economische werkzaamheden,--enkel dierlijk
+individualisme,--in een periode waarin maatschappelijke banden
+niet verder reikten dan tusschen bloedverwanten, werd de vrouw
+van de aanraking met de maatschappij afgesneden en bestemd voor de
+functioneele werkzaamheden van haar geslacht.
+
+Door haar op dezen primitieven grondslag van het economisch leven
+te houden, hebben wij de halve menschheid aan het uitgangspunt
+vastgebonden en de andere helft laten voortrennen. Wij hebben één soort
+van hoedanigheden in de eene helft van ons ras geoefend en aangekweekt,
+en een ander soort in de andere helft. En dan verwonderen wij ons
+over de tegenstrijdigheden in de menschelijke natuur. Bijvoorbeeld,
+wij deden alles wat wij konden, met medewerking der natuurkrachten
+om mannen moedig te maken. Wij deden alles wat wij konden, met
+medewerking der natuurkrachten, om vrouwen lafhartig te maken. En
+aangezien ieder menschelijk wezen uit man en vrouw geboren is, is het
+niet zoo verbazend vreemd dat wij een beetje van gemengden aard zijn.
+
+Wij hebben in de mannen de groote hoedanigheden aangekweekt die tot
+nut der maatschappij strekken en die ook door den druk van hunne
+economische omstandigheden ontwikkeld werden; wij deden dit door te
+prijzen of te berispen, te beloonen of te straffen, en met de hulp van
+wet en gewoonte. Door dezelfde middelen hebben wij de vrouwen geoefend
+in de kleine hoedanigheden van persoonlijk nut, die ook door den druk
+van hunne economische omstandigheden ontwikkeld werden. Wij hebben
+daardoor een wezen gevormd, dat niet homogeen is, welks leven gevoed
+wordt door twee hereditaire stroomen, zoo ongelijk en tegen elkaar
+indruischend, als men zich maar met mogelijkheid kan voorstellen. Wij
+hebben een ras van geestelijke hybriden voortgebracht, en de
+geestelijke eigenschappen der hybriden zijn maar al te goed bekend.
+
+Teruggaande naar dat vroege begin, hebben wij, door de economische
+omstandigheden van mannen en vrouwen te doen verschillen, hun
+geestelijke ontwikkeling doen verschillen en de lichaamsgesteldheid
+van het ras uit de tegenstrijdige elementen van deze uiteenloopende
+karakters opgebouwd. Het tegenstrijdig gedrag van dit gekruist
+product is het raadsel van het menschelijk leven. Door dit kunstmatig
+onderscheid tusschen de beide geslachten te laten voortduren, hebben
+wij het raadsel, dat wij zoo moeilijk vonden op te lossen, steeds
+behouden en in onze eigen karakters de verwarring en tegenstrijdigheid
+bewaard, die ons grootste bezwaar in het leven zijn.
+
+Het grootste en meest radicale gevolg van het herstellen der
+economische onafhankelijkheid der vrouwen zal zijn, dat ten slotte
+de menschelijke geest helder wordt en kan harmonieeren. Met een
+homogene natuur, voortgekomen uit ouders van denzelfden graad van
+maatschappelijke ontwikkeling, zullen wij enkelvoudig kunnen voelen,
+helder zien, het eens zijn met ons zelf, de dienaar en de meester van
+ons eigen leven zijn, in plaats van in zulk een hopelooze verwarring
+te worstelen met hetgeen wij genoemd hebben "den dualistischen aard
+van den mensch." Laat een beschaafd man met een oorspronkelijke
+wilde paren, dan zal hun kind een tweeslachtigen aard hebben. Laat
+een Anglo-Sakser met een Afrikaner of Oosterling paren en hun kind
+zal van tweeslachtigen aard zijn. Laat een of ander man van een
+hoog ontwikkelde natie, vol van de hoog ontwikkelde werkzaamheden
+van zijn ras en de daarmede gepaard gaande zedelijke hoedanigheden,
+huwen met een zorgvuldig dom gehouden, onontwikkeld vrouwelijk wezen,
+dat liefderijk aan zijn zijde gekoesterd wordt, en men krijgt tot
+resultaat dat wij allen zoo goed kennen,--de menschelijke geest
+in zijn bedroevende, goedgemeende pogingen, zijn blinde dwalingen,
+zijn stuipen van hartstocht, en tusschen al dit wankelen door, zijn
+schoonen en onophoudelijken drang tot een hooger leven.
+
+Wij zijn met dit resultaat volkomen bekend, maar tot dusver hebben wij
+de plaats nog niet bepaald waar de oorzaak gezeteld is. Wij hadden
+een flauw vermoeden dat de vrouw er iets mede te maken had; en men
+heeft haar, in vele eenvoudige rassen, dienovereenkomstig behandeld,
+tot haar verder nadeel en tot dat van alle menschen. Wij moeten echter
+inzien dat niet de vrouwen als een sekse verantwoordelijk zijn voor
+de slechte moeders in de wereld, maar dat de economische toestand
+van de vrouwen haar gemaakt heeft tot wat zij zijn. Indien de mannen
+in die omstandigheden geplaatst waren, zouden wij hetzelfde effect
+gekregen hebben. Niet de geslachts-verhouding, maar de economische
+verhouding van de geslachten heeft den draad van het menschelijk
+leven zoo verward.
+
+Behalve de essentieele gebreken van een natuur die niet in
+evenwicht is, werden door deze omstandigheden nog andere schadelijke
+hoedanigheden in de menschelijke karakters ontwikkeld. Gedurende
+ontelbare eeuwen hebben wij getracht, door teeltkeus en opvoeding,
+een angstige onderwerping in vrouwen te ontwikkelen. Wanneer er een
+"bij-de-handje" verscheen, dan bleef zij ongetrouwd, en dan verdween
+haar aard met haar, of zij werd door den een of ander Petruchio
+"getemd." In haar afhankelijkheid van de persoonlijke gunst der mannen,
+hebben de vrouwen zich met buitengewone bekwaamheid aan haar bron van
+bestaan aangepast. Door de noodzakelijkheid van te moeten behagen,
+of zij het wenscht of niet, te moeten pleiten voor vergiffenis van
+haar kind, of te smeeken om genoegens voor zich zelf, heeft men "de
+gebreken van den slaaf" in deze dienstbode der wereld steeds behouden.
+
+Een andere strijd door den toestand van dienstbaarheid ontstaan,
+is die tusschen willen en doen. Een dienstbare stelt zijn tijd en
+kracht ter beschikking van den wil van een ander. Hij moet steeds
+gereed zijn te doen wat hem wordt bevolen, en de natuurwet van
+krachtsbesparing, om niet te spreken van zijn eigen bewust oordeel,
+verbiedt hem zenuwkracht te verspillen met plannen te beramen en te
+ondernemen, die hij waarschijnlijk toch niet mag uitvoeren. Hierdoor
+ontstaat een toestand van luiheid, tenzij er gedwongen gewerkt wordt,
+maar tevens een onhandelbare, grillige onbuigzaamheid in kleine
+zaken,--als reactie van een gedwongen onderwerping.
+
+Een gevaarlijker kracht, die meer de evolutie van het menschelijk
+karakter tegenhoudt, dan deze bestendige oefening van de gewoonten der
+dienstbaarheid in de helft der menschheid,--en de moeder van allen,--is
+nauwelijks denkbaar. De gevolgen werden natuurlijk gewijzigd, door
+dat de mannen anders dan de vrouwen werden opgevoed en een andere
+omgeving hadden, waardoor in hen tegenovergestelde hoedanigheden
+tot ontwikkeling kwamen en deze vermengd op de kinderen werden
+overgebracht.
+
+Erfelijkheid kent geen Salische wet. De jongen erft van zijn moeder
+evengoed als van zijn vader; het meisje van haar vader, evengoed als
+van haar moeder. Dit heeft de slechte resultaten, die ontstaan konden,
+ten deele tegengehouden, maar het heeft onze persoonlijke bezwaren
+vermeerderd en den algemeenen vooruitgang van het ras vertraagd.
+
+Doch erger dan de gevolgen waren van de belemmering van
+den lichamelijken arbeid der vrouwen, was het gevolg van de
+beperking van haar macht om voor zich zelf te mogen denken en te
+handelen. Het uitgebreide gebruik van den menschelijken wil verkrijgt
+men alleen door vrij en willekeurig handelen. De vrouw werd in nog
+onontwikkelden toestand lichamelijke vrijheid, de grondslag van alle
+kennis, onthouden; haar werd geestelijke vrijheid, de weg tot verdere
+wijsheid, niet verleend; haar werd zedelijke vrijheid, om meesteres
+over haar eigen daden te zijn en door de genadige wet van consequentie
+te leeren wat goed en wat slecht was, geweigerd; en dientengevolge
+bleef zij ten achter in de hoogere opvatting der zeden.
+
+Haar zedelijk gevoel is groot genoeg, ziekelijk groot zelfs, omdat
+zij in dit opzicht voor haar gedrag steeds gelaakt of geprezen
+werd. Haar fijngevoeligheid voor zedelijke handelingen werd zelfs in
+een broeikas gekweekt, maar het breede oordeel, waardoor alleen deze
+fijngevoeligheid bestuurd kan worden, bezit zij niet. Haar medewerking
+tot zedelijken vooruitgang heeft de wereld slechts het wreede besef
+van zonde en schande gegeven; de wanhopige wensch om goed te doen
+en de vrees om kwaad te doen, doch niet de hulp van een praktisch
+verstand en een geregelden wil. De vrouwen zijn, door met elke
+generatie de opgehoopte krachten van onzen socialen aard te erven,
+en door in elke generatie ten gevolge van haar bekrompen leven weder
+achteruit te gaan, krachtige, zelfbewuste middelpunten van zedelijke
+impulsie geworden, doch tegelijkertijd slechte gidsen voor het gedrag,
+en deze kunnen toch alleen die impulsie van nut zijn en het karakter
+van het ras verbeteren.
+
+Men heeft in latere jaren aangenomen dat de vrouw zedelijk hooger
+staat dan de man, omdat men in haar sterk het gevoel van kuischheid,
+de deugden van trouw, onderwerping en zelfopoffering,--eigenschappen
+die in de middeleeuwen tot de eerste deugden gerekend werden,--bewaard
+vond. Maar de onophoudelijke groei van het menschelijk leven, het
+sociale leven, heeft in den man nieuwe deugden ontwikkeld, die hooger
+en noodzakelijker waren; terwijl de zedelijke aard der vrouw, in het
+oorspronkelijk stadium van economische afhankelijkheid, een aanhoudende
+rem voor den vooruitgang van den menschelijken geest is. De voornaamste
+trek van haar leven,--beperking van haar plichten tot de liefde en
+hulp van haar naaste bloedverwanten--werkt op ons voortdurend als een
+rem, doordat zij den geest belet zich tot de sociale liefde en sociale
+diensten uit te breiden, waarvan ons bestaan afhankelijk is. Hierdoor
+worden wij op de zedelijke hoogte van het patriarchale tijdperk
+gehouden en worden onze oogen gesloten voor den vollen menschenplicht.
+
+Een sterk zelfbewustzijn, gevolg van den voortdurenden omgang met
+hetzelfde groepje menschen; een overdreven eigenbelang, gekweekt
+door aanhoudend aandacht te schenken en diensten te bewijzen aan
+die menschen; een koortsige, martelende, moreele fijngevoeligheid,
+zonder den breeden en helderen blik van een goed ontwikkeld
+zedelijkheidsbegrip; een gedwarsboomde wil, die dan eens dienst doet
+om zich gedwee over te geven, dan weder om listig iets te ontduiken of
+zich nutteloos te verzetten; een kinderlijk, weifelend, onbeteekenend
+oordeel, verkleind nog door aandoening; een veel te groote toewijding
+aan eigen bloedverwanten en een overdreven moederlijke hartstocht;
+zulke geestelijke hoedanigheden zijn de onvermijdelijke gevolgen van
+onze sexueel-economische verhouding.
+
+Wij kunnen de slechte gevolgen hiervan niet alleen bij de vrouw en
+door haar bij het ras bespeuren. Ook de man, als heer en meester,
+heeft er in zijn positie onder geleden. De begeerte om macht uit te
+oefenen en te heerschen, aan de mannelijke leden van elke diersoort
+eigen, werd door deze goedkoope en gemakkelijke heerschappij veel
+te sterk gevoed. De heerschappij van den man is geen gevolg van
+zijn geschiktheid daarvoor, of omdat hij in eerlijken strijd "zijn
+waardigen tegenstander" met gunstigen uitslag verslagen heeft, maar zij
+berust alleen op het toeval der geboorte, en hij heerscht over zulke
+hulpelooze en inferieure onderdanen, die niet in opstand komen of er
+zich tegen verzetten. De gemakkelijke heerschappij, die geen inspanning
+vereischt om haar te handhaven; de verzoeking om tot wreedheid te
+vervallen, als gevolg van macht zonder verantwoordelijkheid; trots en
+eigenzinnigheid welke er steeds mede gepaard gaan,--deze hoedanigheden
+zijn door de sexueel-economische verhouding bij de mannen aangekweekt.
+Toen de man zijn plaats moest handhaven door ruwe kracht, maakte
+dit hem ruwer: toen hij zijn plaats moest handhaven door koop,
+door de macht der economische behoeften, toen wendde hij deze macht
+zoo meedoogenloos aan, dat hij nog heden ten dage de kenmerken er
+van draagt.
+
+Een ander reusachtig kwaad, door deze verhouding veroorzaakt, is de
+zelfzucht. Het maatschappelijk leven tracht dit gevoel, dat niets
+anders is dan een verachterd individualisme, te overwinnen, maar door
+de sexueel-economische verhouding wordt het gevoed. Een wezen te hebben
+dat zich geheel wijdt aan zijn directen persoonlijken dienst, en hem
+op alle mogelijke wijzen zoekt te behagen en te voldoen, dat heeft den
+man, meer dan voor ons stadium van maatschappelijke ontwikkeling past,
+zelfzuchtig gemaakt. Zelfs in onze gekunstelde voorname kringen zijn
+de mannen verdraagzamer en beleefder en vriendelijker buitenshuis dan
+tehuis. Trots, wreedheid en zelfzucht zijn de fouten van den meester;
+en deze fouten worden in den boezem van het gezin versterkt door de
+valsche positie der vrouw. En elke menschelijke ziel, in de jeugd
+licht voor indrukken vatbaar, leeft in nauwe aanraking met deze
+toestanden. Onze kinderen moesten door de zeden van een beschaafde,
+vrije, ijverige, democratische eeuw omringd zijn; maar zij worden
+geboren en opgevoed in de zedelijke atmospheer van het patriarchale
+tijdperk. Geen wonder dat het dan wat lang duurt eer wij in staat zijn
+van de groote gaven en voorrechten der democratie te kunnen genieten,
+de volle maatschappelijke waardigheid en maatschappelijken plicht te
+voelen, nu ieder onzer wordt groot gebracht in de vesting van oude
+en verouderde aandoeningen,--in het economisch verwante gezin.
+
+Zoo kunnen wij, als gevolg van de sexueel-economische verhouding der
+menschen, niet alleen bepaalde gebreken in hun geestelijke ontwikkeling
+opsporen, op verschillende wijze in mannen en vrouwen ontstaan doch
+gelijkelijk op de kinderen overgebracht, maar ook de aangeboren
+karaktervorming deugt niet, wegens de samenvoeging van twee zoo
+verschillend geestelijk gevormde menschen;--het menschelijk karakter
+is daardoor dikwijls van den aanvang af duister en verwrongen. Wij
+worden naar lichaam en geest benadeeld door te ongelijke trekken van
+de te zeer uiteenloopende karakters der ouders over te erven, maar
+het nadeel komt hier duidelijker aan het licht dan bij den zedelijken
+aard van het ras.
+
+Toch kunnen wij ook hier, evenals met de andere slechte gevolgen
+wan de sexueel-economische verhouding, het bijkomende goede zien dat
+dezen toestand in zijn tijd noodzakelijk maakte, en wij kunnen met
+gemakkelijke zekerheid de schoone resultaten van onze tegenwoordige
+verandering volgen. Een gezond, normaal zedelijk gewoel, bevrijd
+van zijn overdrijvingen en tegenstrijdigheden, zal ons deel worden;
+en met een helder besef zullen wij ons de ethische processen niet
+langer voorstellen als iets dat boven- en tegennatuurlijk is, maar
+als de natuurlijkste zaak der wereld.
+
+Terwijl wij ons nu inspannen en kwellen om onmogelijke deugden
+te erlangen, zullen wij dan gemakkelijk en als van zelf deze
+eigenschappen verwerven, zonder er zelfs over te denken dat dit iets
+bijzonder prijzenswaardigs is. Terwijl onze vooruitgang tot nu toe zoo
+belemmerd werd door den invloed van rudimentaire krachten uit vroegere
+levensperioden, zal hij dan effen en snel voorwaarts schrijden,
+zoodra mannen en vrouwen in economische verhouding gelijk staan. Zoodra
+de moeder van het ras vrij zal zijn, zullen wij in een beter wereld
+leven, door het ongedwongen recht van geboorte en door de geleidelijke,
+langzame, vreedzame krachten der maatschappelijke evolutie.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Childe Harold's Pilgrimage, Canto IV. CVIII.
+
+[2] Terwijl ik dit werk vertaal lijdt de gansche beschaafde wereld
+onder het onrecht, dat de Zuid-Afrikaansche Republieken door Engeland
+wordt aangedaan en het gevoel van onmacht om daaraan een eind te maken.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De economische toestand der vrouw, by
+Charlotte Perkins Stetson
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ECONOMISCHE TOESTAND DER VROUW ***
+
+***** This file should be named 28582-8.txt or 28582-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/8/5/8/28582/
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.