summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/27994-h
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '27994-h')
-rw-r--r--27994-h/27994-h.htm6852
-rw-r--r--27994-h/images/illustration.pngbin0 -> 40102 bytes
2 files changed, 6852 insertions, 0 deletions
diff --git a/27994-h/27994-h.htm b/27994-h/27994-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..d17cca8
--- /dev/null
+++ b/27994-h/27994-h.htm
@@ -0,0 +1,6852 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="en" lang="en">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Gekken, by Jac. van Looy.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+/*<![CDATA[ XML blockout */
+<!--
+body {
+ margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+}
+
+ h1,h2,h3 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+}
+
+p {
+ margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+}
+
+hr {
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+}
+
+hr.pct05 {
+ width: 5%;
+}
+
+hr.pct45 {
+ width: 45%;
+}
+
+hr.pct65 {
+ width: 65%;
+}
+
+.center {text-align: center;}
+
+/* Images */
+.figcenter {
+ margin: auto;
+ text-align: center;
+}
+
+.illustration {width: 198px;}
+
+// -->
+/* XML end ]]>*/
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Gekken, by Jac. Van Looy
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Gekken
+
+Author: Jac. Van Looy
+
+Release Date: February 4, 2009 [EBook #27994]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEKKEN ***
+
+
+
+
+Produced by Anna Tuinman, Eline Visser and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+
+<h1><big>G E K K E N</big></h1>
+
+<hr class="pct65" />
+
+
+<p class="center">
+<a href="#EERSTE_GEDEELTE"><b>EERSTE GEDEELTE</b></a><br />
+<a href="#I"><b>I.</b></a><br />
+<a href="#II"><b>II.</b></a><br />
+<a href="#III"><b>III.</b></a><br />
+<a href="#TWEEDE_GEDEELTE"><b>TWEEDE GEDEELTE</b></a><br />
+<a href="#IV"><b>IV.</b></a><br />
+<a href="#V"><b>V.</b></a><br />
+<a href="#VI"><b>VI.</b></a><br />
+<a href="#VII"><b>VII.</b></a><br />
+<a href="#Voetnoten"><b>Voetnoten</b></a><br />
+<a href="#Transcribers_notes"><b>Transcriber's notes</b></a><br />
+</p>
+
+<hr class="pct65" />
+
+
+<h3>JAC. VAN LOOY</h3>
+
+<hr class="pct05" />
+
+<h1><big>G E K K E N</big></h1>
+
+<p class="center">TWEEDE DRUK</p>
+
+<div class="figcenter illustration"><br />
+<img src="images/illustration.png" width="198" height="200" alt="" title="" /><br/>
+</div>
+
+<p class="center">AMSTERDAM / S. L. VAN LOOY / MCMXVI
+</p>
+
+
+
+
+<p class="center">Boek- en Kunstdrukkerij G. J. van Amerongen&mdash;Amersfoort</p>
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="EERSTE_GEDEELTE" id="EERSTE_GEDEELTE"></a>EERSTE GEDEELTE</h2>
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="I" id="I"></a>I.</h2>
+
+
+<p>Johan had zijn tasch met teekengerij over den schouder
+gehangen, zijn stoeltje tusschen de riemen geschoven en zoo
+ging hij door de poortgang uit van het Hôtel-Central, waar
+hij logeerde. 't Was later geworden dan hij had gedacht, hij
+had eerst goed willen ontbijten,&mdash;dan was 't niet noodig
+geweest, had hij met zich zelven geredeneerd, aan zijn maag
+te denken vóór 't klokje van half zeven, het uur van de table
+d'hôte.&mdash;Toen was Sarah de meid hem een brief komen
+brengen, gisteren had hij zijn adres opgegeven bij de Engelsche
+post.... pour mesjeu.... had ze gelispeld uit haar mond met
+gebroken tanden; van onder den gelen foulard, dien ze als
+een muts om haar oud voorhoofd hield gespannen en die om haar
+nek afhing, had haar verlept moedergezicht eventjes vriendelijk
+gelachen, of 't haar schelen kon, dat ze wat aangenaams te
+geven had gehad. En hij was gaan zitten lezen, onderwijl
+etend en van zijn chocolade drinkend, middenin voor de tafel, die
+al heelemaal klaar was voor het tweede ontbijt, met wachtende
+couverten, met voor elk couvert een wachtenden stoel.</p>
+
+<p>Rustigjes was hij nog wat blijven zitten, alleen in het eetzaaltje,
+dat zoo aardig in de binnenplaats tusschen de vier
+wanden was gemaakt, nu ja, matten, aangehecht tegen de
+kolommen welke den bovenbouw droegen. Dat scheen elk
+oogenblik te kunnen worden opgebroken, je zat er zoo echt
+op reis.... Zware kapiteelen, zeegroen geverfd en primitief-Moorsch
+van vorm als in de mooie moskee van Cordoba,
+stolpten plomp boven de gevlochten wanden uit. Dan was
+de tafel zoo aangenaam helder met zijn blank laken à l'anglaise
+gedekt, groene planten prijkten bij gebrek aan bloemen,
+'t was winter, tusschen de glinsterende tafelstellen en de
+flikkerende karaffen, waarin het water gelend schommelde,
+zoodra hij zijn armen maar even verlei. Als verdwaald leek
+heel die nieuwerwetsche disch wel in het oude Moorsche
+huis. Achter hem in een hoek was, éénig sieraad van het
+zaaltje, een groote koperen schotel, Moorsch maaksel, vol
+metaalglimmers op het buitensporig ornament, te pronk gezet
+op een ruw houten sokkel, die met roode en groene lint-arabesken
+op een oker-gelen grond en met dwaze draak-figuren
+onhandig was beklad. Voor zijn oogen een deurtje
+in de mat gemaakt. En boven zijn hoofd als het doorhangend
+dak van een ambulante tent was 't zeil over de ruimte van
+het patio gespannen, vastgesjord aan ringen in de architraaf,
+dat 't zaaltje bedonkerde, maar tusschen de spanbochten der
+touwen door, nog naar den lichten hemel kijken liet.</p>
+
+<p>Ongestoord had hij kunnen lezen wat een goede vriend,
+een jong schilder als hij zelf, hem schreef. In langen tijd had
+hij niet zoo'n prettige boodschap van huis gekregen, van uit
+het Noord. De brief verhaalde van sneeuw en ijs.... koud....
+over schaatsenrijden op een buitenplaatsvijver.... van een
+bekend wit huis, nu kil en stil tusschen zijn zwarte, verkleumde
+boomen.... en van een hei vol sneeuw.... wijd wit. En
+daardoor klaagden zachte herinneringen aan vroeger samenzijn,
+en woorden waren er warm als rood bloed, zonnige
+verzekering van weêr oplevende vriendschap, want 't was
+een brief van vertrouwen, na veel lang over en weêr gekijf.
+Niemand was gekomen; boven zijn hoofd, op het eerste bordes
+rommelde de meid die de kamers daar deed; overigens was
+het stil. De Engelschen, die in huis logeerden, kooplui met
+koude zakenoogen, waren zeker allen al aan het handelen in
+hun kantoortjes of magazijnen, in de hooge of in de lage
+stad; zij kwamen niet lunchen dan na den middag. En tevreden,
+omdat dat vervelende geval met zijn vriend eindelijk uit was,
+in zijn gedachten al een hartelijk antwoord aan het schrijven,
+was hij opgestaan, had zijn gereedschap van boven gehaald,
+maar zoo was 't later geworden dan hij wel gewild had.</p>
+
+<p>Johan was nu reeds twee jaar pensionnaire, gesubsidiëerde
+door het gouvernement en al dien tijd aan het reizen. Zoo
+goed hij kon had hij voldaan aan al zijn verplichtingen en
+ook de zending van geëischte studies was voor het tweede
+studiejaar op tijd gebeurd. Wanneer daar in Amsterdam de
+vorderingen voldoende werden bevonden, dan was het jaargeld
+voor vier jaar lang toegezegd.</p>
+
+<p>In een tijd van gisting, toen om hem heen in zijn naaste
+omgeving een jong gedachte-leven begon te bewegen, in
+een tijd van veel plannen en gepraat, had Johan meêgedongen
+naar den zoogenaamden Prijs van Rome, die, na jaren, van
+nieuws aan wéér was uitgeloofd door de inrichting, waar
+hij zijn opleiding had genoten.... O, dat was een heele
+historie.... daar was heel wat aan vast, alvoor een liefhebber
+werd toegelaten tot zoo'n wedstrijd.... Daar was eerstens
+het weken lang zich drillen als een recruut, die de handgrepen
+en de theorie goed kennen moet vóór hij afgeëxerceerd kan
+worden, zich 't hoofd volstoppen met moeielijkheden, wel
+zeker, bestemd om ze weêr te vergeten. Wat niet al? En
+de examendagen zelve, die den prijskamp voorafgaan....
+een warboel van zenuwachtig- en de-kluts-glad-kwijt-zijn;
+en de eigen verbazing in eens over je zelf hoe je zoo veel
+weet. En dan het wanhopen en de lust om er-den-boel-bij-neêr-te-smijten....
+zonder de aanporring van een vriend,
+die maar altijd bleef zeggen: er is maar éen weg naar Rome
+en reizen, en die is dien je gaat nu, was hij er nooit gekomen.
+Vervolgens de tijd van hard werken en 't verlangen en de
+eerzucht van den jongen, die eens flink wil laten zien wat
+hij alleen wel kan.</p>
+
+<p>En daarna.... maar och, hij herinnerde zich dat geval
+niet graag.... woedend was hij geworden om die officiëele
+onderscheiding, welke geen onderscheiding geweest was. Verbeeld
+je.... Boos en beleedigd had hij voor zoo'n lammiteit,
+als hij 't noemde, willen bedanken. Maar al de kameraden
+hadden hem dwaas genoemd, hoe hij, die geen cent in de
+wereld bezat, zou om zoo'n bagatel, om zoo iets, dat alle
+dagen gebeurde, en dat wel bekeken nog eervoller op den
+koop toe was, zulk een dommen streek doen.... wees wijzer.
+En toen was hij het ook dom gaan vinden, blij dat ze het
+hem allemaal afrieden, belust als hij was op de mooie reis,
+graag naar 't onbekende. Was 't geen buitenkansje?.... Had
+hij zich dat vroeger ooit durven voorstellen; hij, die voor
+zes jaar nog op klompen liep, zou nu naar Italië worden
+gestuurd, gestuurd door de Regeering, zooals zijn familie
+zoo graag zei.</p>
+
+<p>En zijn weggaan was dan ook prachtig geweest, al de
+kameraden hadden hem uitgeleid: hij was 't station ingestapt,
+opgewonden van geluk, zijn nieuwe reisdeken als een mantel
+omgeslagen, in schooljongensovermoed de roode binnenvoering
+naar buiten. Hij herinnerde zich nog alles heel precies: 't
+soort dag, het vroege uur, het reisbiljet naar Rome, voor
+tien dagen geldig, de bagageverzorging, zijn angst dat alles
+in de war loopen zou, de plagerijen, de profetieën dat hij
+op een ongeluksdag op reis ging. En er was geen einde
+gekomen aan 't handen-geven, de trein ging al, toen hij
+nog een hand in zijn hand warm voelde. En wat een vragen
+van gauw en veel schrijven, wat een beloften dat hij veel
+brieven terug ontvangen zou. Zoo was hij gegaan op een
+Februari-Vrijdag 't land uit, de ooren nog vol vriendenwoorden,
+meênemend de beelden van vrienden aan wie zooveel
+van zijn leven vastzat.</p>
+
+<p>Maar o, van die vrienden, ze hadden zijn mooi leven die
+twee jaar lang verpest met hun brieven. Eerst waren ze opgehouden
+te komen; dat was wel begrijpelijk geweest, ieder
+had het natuurlijk druk, 't broeide al zoo, toen hij wegging.
+Hij zelve had ook de handen vol; 't was niet gemakkelijk
+zoo in eens op zich zelven te moeten rekenen, zoo in eens
+te worden gezet heelenal voor eigen kunnen. 't Ging in den
+eersten tijd goed, mooie dingen zien, af en toe een vriendelijken
+brief, zoo was men ten minste niet alleen in de wereld.
+Maar 't duurde niet lang, toen was er in eens, na lang
+zwijgen, een brief gekomen, een brief als een plank, maar
+geen hartelijkheid meer, en geen van zelven gaan; gepraat
+van ouwelijke jeugd en wijs geredeneer.... wat.... die brief
+rook vijandig.... wat was er toch gebeurd?.... een tijdje
+later wist hij het; wat vroeger bepraat was geworden op
+kamers of in cafés, dat werd nu openbaar gemeend, er werd
+gevochten.... dat had mooie brieven gegeven, brieven die
+als oorlog waren, lustig van den krijg, en wreed als strijd is,
+brieven, waarin zinnen die als klaroenen klonken; maar daar
+waren ook andere, bazige brieven, met veel langdradig geleuter
+over anderen, en weinig mooi vertel van eigen doen....
+Hij voelde het wel.... al stond het niet in de regels.... hij
+was gezet door de vrienden aan den kant van den vijand,
+zoo in eens maar.... jawel, maar bliksem, dat was toch
+larie.... och, wat hadden al die meeningen hem een last
+gegeven.... hij, die daar in dat vreemde en liefelijke land
+maar niets thuis was, en er toch geen oogen en vingers genoeg
+had, die alles wel had willen vasthouden in dat land
+zonder nevel, waar de eeuwige zon hem zoo begon te plagen
+en ziek maakte, tot hij er als een sjouwerman werkte, planloos,
+bang in klein-burgerlijk plichtbesef van te kort te komen,
+van niet genoeg te zullen kunnen laten zien van al wat hij
+gezien had.... En hoe was hij dikwijls met het beeld van
+een vriend op reis en aan 't werk geweest, dàt zal ik voor
+die maken en dàt voor die.... Werken, werken; ontevreden
+zoekend naar rust; hij domkop die hij was geweest toen, was
+maar door blijven hunkeren naar die vriendenbrieven, waarvan
+hij, vóór hij ze las, al wist dat hij er wrevelig over worden
+zou, wanneer er zijn onrust sarrend in werd beklaagd, wanneer
+hij voor de zooveelste maal hooren moest, hoe zij allen thuis
+al wisten wat ze wilden, hij die toch ook wel wilde veel,
+al wist ie niet wat. Hij was Italië doorgegaan, ongelukkig in
+redeloos gepruttel, overal naar toe waar zijn principalen hem
+stuurden, doende naar hun gereglementeerde bepalingen. Hij
+had zich vaak een officiëelen schooier gevoeld, reizend met
+een zwarten rok in zijn koffer, maar die bekneld moet leven,
+vóór de hooge visite stil met kastanjes dineert, alles op een
+koopje doende, gedwongen elken stuiver om te keeren, driemaal,
+eer hij 'm uitgaf, om toe te komen in het dure reizen.
+En zwak en hulpbehoevend meer dan ooit, geslagen door de
+ontzaggelijke voorbeelden die hij bestudeeren moest en die
+hem nog meer in de war stuurden door hun vèr afstaan,
+door hun hooge rust van bewustzijn, zoo vloekend met zijn
+eigen eenzame en tastende onbewustheid. En hij had zijn
+weifelende en woedende en grimmige ziel vaak uitgezegd in
+menigen brief, hartstochtelijk en wild, over niets kon hij
+spreken dan over zich zelven; en van heel dat vriendental
+was er maar één geweest en altijd dezelfde, dien hij voelde
+dat hem zag daar in de verte, en die met groot en medelijdend
+zien, vermeed te gaan wroeten in de ellende van een
+vriendenziel. Hoe zou hij er hem altijd om lief hebben.</p>
+
+<p>Het tweede jaar zou Spanje moeten worden bereisd. Maar
+in Genua was hij toen plotseling ziek geworden, en door de
+vriendelijke bemoeiing van den consul opgenomen in een
+hospitaal. Een gezegende rust van drie maanden was er het
+gevolg van geweest. O, dat weêr beter worden in het hoogliggend
+hospitaal van Genua. Hij moest dat dikwijls de mooiste
+herinnering vinden, die hij van Italië had meêgedragen. Zijn
+ziekenkamer keek uit in den tuin; dat wakker-liggen daar,
+na lang slapen, bij volle kennis, de dagen door, lekker
+tusschen de heldere lakens. De kamer kraakzindelijk, 't medicijnfleschje
+met altijd iets visiteachtigs er naast, vlak bij 't
+bed op 't nachttafeltje, de wanden langs Engelsche bijbelteksten,
+opgehangen achter glas, grooten druk, hij kon ze
+vanuit zijn bed lezen. Maar dan het raam open, de jonge
+zon blond en licht en veel vallend op 't balkon. En in den
+tuin het voorjaar met al veel violetten, een geur van bosch
+en zee binnenluchtend door het raam. En in zijn liggende
+leden een aangloeiing, iets van gisting als in nieuwen wijn,
+een aanspoeien weêr van kracht en gezondheid; maar in zijn
+hoofd nog een teêr suizen, een week nagevoel alsof hij veel
+vlugzout geroken had, iets ijls of er veel damp in de hersens
+was. En een sterker proeven en een nieuwer zien en een
+fijner hooren. O, die lange dagen in Genua's hoog op de
+rotsen staand hospitaal. Dat dagen stil liggen kijken in de
+zon, met de stille zorgen der direktrice altijd om zich, die
+altijd verlangend dat hij slapen zou, op zachte voeten naar
+binnen kwam, en de deur weêr uit, zwart en goedmoederlijk
+met haar kuisch-gekapt haar. Maar ook dat toen verwenschte
+diëet, die strenge, Zwitsersche dokter, die zijn tong kwam
+zien en dan altijd zei: "Sie haben gestern zu viel gegessen."
+En later, toen hij de dagen al opzat, dat wakker worden
+soms midden in den nacht, van zelven, zonder pijn of behoefte,
+dadelijk helder in den nacht, de nacht hoog om het
+huis, zoo hoog in de lucht, en zoo heerlijk stil en toch zoo
+raadselachtig vol met geluid zonder naam, dat hem de gewaarwording
+gaf alsof hij 't blauw zag, 't onstoffelijke, kleurlooze
+blauw der door sterrelicht ondoode aardschaduw. Daar kan
+men stilliggend, lang over denken, en dan plots in zijn dichte
+oogen een roode drang, en 't mooi opvlottende beeld van
+een begeerde vrouw.</p>
+
+<p>Heelemaal hersteld was hij de tweede reis begonnen, tuk
+op nieuwe indrukken, begeerig naar nieuwe beroering. De
+dokter had hem den raad gegeven zich beter in acht te
+nemen, zich niet meer zoo over stuur te werken, en dat zou
+hij in geen geval doen. Neen zeker niet. Bovendien was de
+beurs gevulder. Door de zorgen van een welmeenend beschermer
+had een rijk verzamelaar tot aanmoediging veel van
+zijn studies gekocht, al dat gewurm van verleden jaar was
+uit de voeten; hij zou 't nu bedaarder aanleggen en wat
+meer ook voor zijn plezier uit zijn. De behoefte naar land
+en vrienden bestond bijna niet meer, een enkele maal schreef
+hij aan zijn familie, om af en toe nog iets van huis te hooren.</p>
+
+<p>Maar onverwacht, hij was toen nog maar een maand in
+Madrid, op een Aprilmorgen, daar was weêr een brief gekomen
+van zijn besten studie-kameraad, een brief als een
+akte geschreven met een zware hand. In ronde vriendenwoorden,
+kort en zakelijk, was die brief van meening, dat
+hij een onvrij man was, dat dit aan zijn tentoongesteld werk
+was te zien, dat het er veel van had, of hij zich verkocht
+voor een bezoldiging, dat hij laf een goed leven leed, waar
+al zijn vroegere kameraden krom lagen, ontbeerden voor hun
+ernstig zich-zelve-willen-wezen. 't Speet den schrijver zoo, 't
+had hem zeer gedaan, maar op de expositie had hij een
+kameraad hooren fluisteren tot een ander, en toen meer die
+zeiën, dat zij zich in Johan hadden vergist, dat hij met massa's
+werk den boel had willen overdonderen.... neen.... hij
+mocht niet van zich laten zeggen, dat hij geen artist was,
+dat was gezegd en er was reden voor geweest.</p>
+
+<p>Dat was als een slag op zijn hoofd gevallen, 't was hem
+een oogenblik benauwd geweest in de keel en of zijn bloed
+niet voort wou. Toen was hij met een vloek opgesprongen,
+de deur uit en de straat op. Hij had dien dag door de
+straten van Madrid gehold, de natheid niet voelend, en den
+ijskouden regen niet, met niets in zich dan stomme kwaadheid
+en in zijn hoofd huilend verdriet. 't Is niet waar, 't is toch
+niet waar, griende het in hem dien dreinigen dag. Dagen
+achtereen had hij in 't Museum niet kunnen schilderen, vies
+van zijn besteld werk; daarna was hij er weêr naar toe
+gezakt, als een hond in 't gareel, 't moest toch gedaan
+worden. Maar lang daarna nog hadden die woorden hem
+bezeten, hij herkauwde die bitterheden den geheelen dag
+onder 't werken door: zou 't ook waar zijn, zou 't ook
+waar zijn?</p>
+
+<p>En de eene dag verging na den anderen. Twintig brieven
+was hij wel begonnen op dien eenen brief; geslingerd als
+hij werd tusschen zelftwijfel en beleedigden trots, schreef hij
+telkens wat anders; nu een brief waarin hij kroop als een
+geslagen hond, excuses vindend, en dan weêr een anderen
+met een hoog opgezetten toon; onvoldaan had hij ze alle
+verscheurd, want langzamerhand vocht het zich van zelve
+uit, voor de eerste maal misschien werd hij zich iets bewust
+van zelfvoeling. En in dat gevoel slaagde het antwoord in
+eens, schreef hij even kort en zakelijk, maar als een snauw,
+als een dadelijken beet van zich af: "ik wil niet langer
+worden geplaagd, laat me met rust."</p>
+
+<p>Maar een woord was gezaaid en het groeide tot een heel
+ding in zijn jong leven. Wat hij zich verleden jaar nooit
+precies had weten te zeggen, 't werd hem nu volmaakt
+helder, zijn mooi reisbestaan was voor de tweede maal
+bedorven.</p>
+
+<p>Hij was dat tweede jaar weêr net even ongelukkig, wetend
+en zich bekennend: gij zijt laf, gij zijt laag, maar koppiger
+nog dan ooit, volgend de voorschriften van zijn principalen,
+punctueel in alles wat hem was voorgeschreven.... dat
+heele gedoe, hij was het te haten begonnen. Hij had dagen
+van rondgeboemel, laksch voor de dingen om hem heen,
+afkeerig als iemand die met bedorven maag walgt voor een
+lekker maal. Doch lang hield hij dat niet uit, werkman als
+hij altijd geweest was, begon hij op nieuw, maar met geweld
+zich verzettend tegen de stortbuien van emoties en van de
+zich telkens nieuwe en opdringende gezichten; om er een
+vast te houden maakte hij zich overal een thuis, klampte
+hij zich vast aan eenmaal begonnen werk. Langzaam begon
+hij zoo te zien wat zijn leven zou zetten; hier of ginder,
+dat zou overal op 't zelfde neêrkomen. Soms midden in
+ploeterend gewerk kreeg hij als in den weêrschijn van een
+opslaande vlam een bruut inzicht in zijn toekomstig leven.
+Zijn altijd alleen zijn, het zich altijd aanwrijven tegen dingen,
+die zoo hoog onverschillig naast hem waren, joeg hem meer
+en meer terug in zich zelf, hij begon zich te betrappen dat
+hij als met een vriend hardop met zich zelven sprak.</p>
+
+<p>.... Wat had hij vaak zitten soezen zoo in een klein
+landstadje, een hoop verdwaalde huizen in een woestenij van
+zand, moê van den langen zomerdag, met gesloten oogen,
+als de avond komend was met loome schemering. Dan was
+de vlaktewind langs zijn hoofd en handen waaiend gegaan,
+de straat inwalmend, zwoel als heete lucht weggewolkt van
+veel vèr en groot vuur, zwaar van een opkomend onweêr
+maar niet te zien, broeiend en somber als vooruitgeadem
+van een naderende katastrofe; terwijl het treurde almaar
+binnen in hem, dat niemand, ook geen vriend, ooit 't leed
+van een ziel proeven zal als die ziel zelve; terwijl het duister
+snel viel, tot de slaap in den zwarten nacht zijn hoofd kwam
+omhuiven, en hij als een moegeweend kind, beweldadigd
+tegen den muur ingedruild was. Met een tik op den schouder
+was de waard hem komen wekken, die vroeg sloot om het
+angstige weêr, en kreunend was hij ontwaakt, nààr in den
+nacht en hij had wel gewenscht eeuwig zoo te kunnen blijven
+rusten, en niet meer zoo te worden voortgejaagd.</p>
+
+<p>Maar de reis was verderop gegaan, zoo zijn route hem
+aanwees. Brieven kwamen er bijna niet meer, zijn vrienden
+lieten hem met vrede. Eerst maanden daarna ontving hij in
+Granada weêr een tijding van zijn oudsten en besten kameraad,
+een brief, waarin hij plots het worstelen van een hevig begeerend
+mensch zag, als hij zelve was. De brief klaagde
+ook over misverstand en och, dat sprak van zelf, over weinig
+vriendschap. Dat had een nieuwe correspondentie gegeven,
+en toen was het bij hem tot klaarheid gekomen, dat hij voor
+zijn eigen rust aan dien tweeslachtigen en schijnheiligen toestand
+een einde maken moest. Dàar, in een anderen brief
+aan zijn principalen, beredeneerde hij, dat hij voor 't verder
+genot der subsidie bedanken wilde. Wel bekroop hem de
+vrees, hoe dan zoo in eens te leven, maar kom, dat zou wel
+gaan; nu of over twee jaar, men bleef toch altijd staan voor
+het eenmaal moeten beginnen, en dan was het verstandiger
+nu dan over twee jaar. Hij had wat geld, en eens weêr in
+Holland zou hij er wat bij zien te doen.... lessen geven....
+ook misschien wel eens wat verkoopen, eindelijk was die zaak
+dus uit de wereld. Dit alles had hij aan zijn vriend geschreven,
+ook dat hij toch zoo dichtbij, nog even naar Afrika's noordkust
+wenschte over te steken en het antwoord op dien brief
+was hem van morgen door Sarah de meid gebracht.</p>
+
+<p>'t Was de vierde dag dat Johan in Tanger was en hij
+geloofde wel nu den weg alleen te zullen kunnen vinden,
+zonder den gids Mohammed Ben Jachjemed. Prettig eindelijk
+alleen uit te gaan. Men zag met zoo'n jongen eigenlijk niets.
+De moskee nu ja, ook maar van buiten, en de gevangenis;
+een Arabisch café van binnen, een tentoonstellingsding klaargemaakt
+voor de toeristen, en een bazar voor de toeristen
+met goedkoope nagemaakte mooiigheden voor de toeristen,
+alles wat een reiziger zien moet of hij wil of niet. Nu zou
+hij alleen slenteren kunnen, stilstaan als hij er lust in had,
+zonder zoo'n uitlegger naast zich te hebben, zonder dat kitteloorigmakende
+klep-klep van diens muiltjes almaar naast zich
+te hooren, medegenomen te worden door dien slimmen Arabier,
+die altijd wou rooken en dronk voor drie. Hij wou nu maar
+op goed geluk gaan dwalen, in dat warnest van smerige
+buurtjes, door dat doolhof van steegjes, met trapjes stijgend
+naar steegjes en paadjes en slopjes zonder naam. 't Was
+gisteren een vuile boel geweest, het had den geheelen dag
+geregend; nu was 't droog en mooi weêr. Van morgen bij
+het opstaan had hij uit het raam van zijn slaapkamertje de
+buien nog gezien, vèr, wolken met vage koppen nog, boven
+het rose, licht-lila en 't blond schaduwblauw der heuvels om
+de baai, vèr weg uitgespreid, als een rook uitpluimend naar
+de Spaansche kusten henen, naar Gibraltar, en naar Tarifa,
+dat nog laag en onzichtbaar als in een mist gevangen lag.
+Maar naar boven was de hemel nu weêr klaar, blauw toch
+achter het wittige waas der hoogvlottende dampen; alom en
+overal vervloeide het bleekgouden ochtendlicht er onder en
+door het ruim vol vochten, als een noorsche voorjaarszon
+alles doordringend, zeeg 't breed neêr. En 't had de baai doen
+parelen, zilverig schuimspatte en spikkelde het licht op 't kalme
+golfgekabbel, op 't blauwe, ebbende water der Middellandsche
+Zee.</p>
+
+<p>Alles beloofde een mooien dag.</p>
+
+<p>Het steegje, toen hij 't hôtel uitging, lag voor hem als
+de moddergrond van een sloot. Hij moest, wilde hij niet
+door den grooten plas voor den ingang waden, langs de
+muurkanten strompelen, houvast zoeken aan den muur, of zijn
+voeten probeeren te zetten op de stukken puin, die in de
+sopperige brij als droge eilandjes waren. Zijn tasch hinderde
+hem geweldig. 't Ding was toch al vervelend genoeg....
+zoo'n heelen dag dat gebengel tegen je beenen.... en dat
+omslachtige reisboek kon hij den dag door voelen. Kom,
+met den ballast weêr naar boven, al genoeg gewerkt....
+maar je kon toch nooit weten.... Beter meê verlegen dan
+om verlegen.</p>
+
+<p>Besluiteloos bleef Johan staan, een eindje ver al het straatje
+in, op een hoop droog, grauw puin, waar middenin een paar
+witgeworden steigerpalen als stammen uit opschoten.... Daar
+werd een huis gemaakt.... nette lui, die Mooren.... 't was
+goed om je beenen hier te breken.... Zal 'k 't doen, zal
+'k 't niet doen.... dat de fataliteit beslisse.... we zijn nu
+toch eenmaal in Marokko.</p>
+
+<p>Om zich zelven lachend in het stille straatje, haalde Johan
+een muntstukje uit zijn zak.... kruis niet, munt wel.... en
+kantelend vloog de cent langs de palen op, het streepje
+zonhemel boven de steeg te gemoet.... Kijk.... daar boven
+den muur daar staat je waarachtig de metselaar; de slimmerd
+buigt over de straatgeul, nu 't koper klankspringend valt op
+'t puin. Wat een mijnheer. Hij staat daar met zijn troffel
+in zijn hand, als iemand die op visite is, propertjes in zijn
+burnous, met een rood zijden tulband om zijn kalen knikker....
+een mooi lapje.... wijnrood met gele strepen, oud goudgeel....
+Eerst dien cent zoeken.... dáar.... hij ligt op zijn
+kant.... neen.... eerlijk zijn, munt ligt boven.... vooruit
+dus, 't noodlot heeft gesproken, er is maar éen god en
+Mohammed is zijn profeet....</p>
+
+<p>Lacherig nog stapte Johan door, het straatje af, in eens
+gedwongen schoor te loopen tegen den afzakkenden weg,
+de hakken telkens geplant in de modder, schrap met den
+rug achteruit, want almaar daalde de straatgeul tusschen de
+smerige, vensterlooze muren door. Tusschen steile wanden,
+die benauwd dichtbij waren, ging hij, tusschen gevangenisachtige,
+leêgstaande stijgingen. Een heel enkele maal puilde
+er een uitbouw uit den muur, geschraagd op schuine ijzers
+in den steen gestut, of hij ging een klein diefachtig deurtje
+voorbij dat stomdicht was. Van uit de verte, als 't gegons
+in een zeehoorn, een gedruisch als van een brekenden zeevloed
+of uitgeluiding van menigteleven. Overigens was 't
+straatje doodstil in den looden, on-dagachtigen schemer, die
+zijn oogenkijken telkens naar boven joeg, naar 't schijnen
+van den vriendelijken daghemel. Het getroffel van den metselaar
+hoorde hij hoog achter zich, metaal-lachen uit de lucht
+vallend. Zooals de geul, die het regenwater in het zand
+sappelt, met kronkels en onverwachte ellebooghoeken daalt
+naar een plas, zoo daalde het naamlooze straatje naar het
+kleine Zocco toe. Wat verder weêr ging hij een steegje
+langs.... daalde het naar de haven? Veel licht scheen achter
+in.... 't ging hem voorbij als een poortje naar 't licht. Bij
+een onverwachten ellebooghoek was de muur links in eens
+open, een groot portiek kwam en een inzicht in een ruim
+gepleisterd portaal, koelig onder het gewelf. Laag op steenen
+banken hurkten er een paar Mooren, de beenen gekruist
+onder zich gehaald, de handen in de witte schootplooien,
+roerloos als pagoden zittend. Zij rookten uit pijpjes van
+roode leem, vaasjes, waar kostbre specerij in verbrand schijnt
+te worden, en keken heet-droomerig den voorbijganger na,
+tot ze weêr doken in hun gewichtig zwijgen. Johan herinnerde
+zich onder 't loopen, hoe Jachjemed gisteren gezegd
+had, dat daar een ambassade was, de Engelsche, indien hij
+goed verstaan had. Maar het straatje begon snel te dalen.
+Het marktrumoer steeg gelijk wasem in de tuit van een
+ketel de monding der straatgeul in. Daar zette het lijf aan
+van een mageren kerel in een blauwige jas, zijn kop met
+roode fez boorde de steeg in. Voorover, als een man, die
+tegen wind opgaat, klom hij met heftige buigingen in de
+knieën. Hij kwam hooger, slijkspatten waren verdroogd tegen
+den beenigen kant van zijn schenen, zijn schilferige voeten
+trapten paarschig en ruig in muilen van okergeel leêr; die
+hadden toonstukken als de kop van een stompen visch. Hij
+sjokte aan door de dras van het glibberige paadje en week
+voor den ander uit als voor een onreine. Met een paar
+sprongen was Johan toen het steegje uit, neêrgevallen in de
+volle zon van het kleine Zocco.</p>
+
+<p>En zooals voor iemand, die uit een stille kamer na lang
+thuis zitten, plots komt te midden van een straat waar het
+karnaval is, zoo was het voor zijn grage oogen dadelijk
+feest van bewegend en van kleurig leven.</p>
+
+<p>Tusschen de huizen-ophooping, kubieke blokken zon met
+schriel hier en daar een zwart gat, als een wantrouwend oog
+in de van-buiten-nietszeggende oostersche woning; tusschen
+vensterlooze witte muurvlakken&mdash;er was maar een enkele
+muur met vensters achter groene jalouzieën dicht&mdash;onder
+een breed-wit opgestapel van bordessen, als hoopen doozen
+op elkaâr gekanteld, als groote dompers over veel leven
+gezet, krioelde laag in een moeras van modder en afval,
+een bont, veelrassig volk in druk-dagelijksch marktbedrijf.
+Tusschen opstellinkjes van hout en zeildoek, opgezet tegen
+beroeste en glibberig bemoste muurwanden; tusschen ambulante
+winkeltjes waarin getulbande kooplui schemerden achter
+hun rare waar; in een gekaleidoskoop van veel lappen en
+toevalligheên, schoven, draafden en klutsten door een gespat
+van drek, ruwe donkere kerels, kaalkoppig volk en verweerde
+jongens. Als mieren, op den tast af, zochten ze hun weg
+door de volte. En ze schreeuwden en kreten luid uit, tegen
+elkaâr op, alsof ze woedend waren; maar joegen de pakezels
+door 't gedrang, aanscheldend malkander in hun keeltaal en
+met stokken dreigend onder het loopen door; maar voortslovend
+pakken op rug of kop; maar ranselend hun ruige
+beestjes.... hui.... hu. i.... hu. i, zonder stilstaan, rusteloos,
+rusteloos.</p>
+
+<p>De twee ochtenden dat Johan het kleine Zocco met den
+gids was overgeloopen, had hij het niet zoo rumoerig nog
+gezien. Nu kreeg hij stompen en duwen overal tegelijk; en
+toen hij, lacherig en uitermate in zijn schik om die onverwachte
+kleurdrukte in de mooie zon, stil was blijven staan
+in een leêg plekje, en zag hoe de drukte aankwam, 't gescharrel
+samenkluwde en een oogenblik opstopte, alsof er
+een ruzie was in den hoek van het lange straatplein, daar
+onder den hoefijzerboog van een poort, ingang naar een
+straat; en zag hoe boven gindsche huisblokken uit, de minaret
+der moskee frisch-zeewatergroen, nat-glimmerig alsof hij pas
+beregend was, opstak in de zonlucht, werd hij ruw opzij
+geplompt en stoven er ruwe woorden van kwaadgestoorde
+drukte zijn ooren in. Voor zich uit keek hij in den woedenden
+kop van een kerel, rugs-òm kijkend naar hem toe, op den
+loggen kop van een half-naakten neger, die voortsjokte achter
+een ezel met vaten aan weêrskanten van zijn bast; een
+loopenden zwarten vent, die telkens omkeek, uitscheldend
+uit zijn lippensnoet een bui van schorre geluiden, de gebalde
+vuist schuddend voor zijn raaskallend schonkengezicht. Maar
+Johan lachte den glimmenden vent om zijn boosheid wat uit,
+en ging verder. Hij wilde naar de kroeg van Antonio Sivory,
+die verkocht toch van alles, die zou hem misschien ook wel
+aan papier om op te krabbelen kunnen helpen;.... vervelend
+dat hij om de goedkoopte zijn grooten koffer in Sevilla gelaten
+had.... 't schetsboek in de tasch was zulk onaangenaam
+papier, zoo erg jufferachtig.... dat kwam er van, van die
+beroerde vrees te veel geld te zullen moeten uitgeven....
+briefpapier zou Antonio wel hebben.... het teekende heel
+mooi met een zacht stuk krijt;.... dat verhaal in dien brief
+van Frits was goed.... god.... als ie me eens hier kon zien
+loopen.... hoe grappig.</p>
+
+<p>Johan liep of stond zonder 't besef te hebben van gaan
+of staan, levend met zijn oogen alleen, soms met kleine,
+wakkermakende bewustwordinkjes over den te nemen weg,
+soms een oogenblik verstrooid door invallende gedachtetjes,
+aangeblazen als tochtjes, als scheutjes koude lucht om een
+warm hoofd. Hij liep de kraampjes langs; daar pluisde de
+drukte uit, den stiller gekleurden rand gelijk om een bont-tafreelig
+kleed. Tusschen stilstaand volk ging hij troepjes
+van schunnige leêgloopers langs, die in de zon schurkten
+onder hun vuile jassen, bruingroen en vet als oude olijven;
+langs bijeenscholingen van stinkende parasietmenschen met
+onverschillig strakke inboorlingengezichten, verdroogd en
+vlooirood in de mantelkapschaduw.... Daar was 't straatje
+waar hij in moest.... ja, 't was 't wel.... Een bejaarde
+Jood kwam er hem uit te gemoet, gaande naar de stroomende
+drukte. Hij dribbelde hard aan, een beetje tuimelend op zijn
+oude mannenbeenen, 't magere lijf krom en afgewerkt tusschen
+zijn laag en leêg schommelende handen. Van den hals af tot
+boven de enkels, waar de pijpen van een sintelkleurige pantalon
+dichtom knepen, was hij in zijn smerige kaftan sluik en tranig
+en rood als wijnmoer; om het middel gegordeld en voor
+het lijf was de jas dicht met een rij van veel kleine knoopjes.
+Hij had een vaalzwart kalotje op 't gebukte hoofd, 't grijs
+haar spritste er onder uit en piekte naar de uitgezakte
+schouders.... een verschooierde bijbelsche Jood.... Hij strompelde
+haastig aan zonder opkijken uit zijn droefgelijnde facie,
+waarin de lip zorgvol hing, waar, langs den mageren uitstekenden
+neus, twee diepe lijnen groeven naar de verscheefde mondspleet....
+den driehoek dien de smart donker snijdt in het
+gelaat der menschen.... En hij ging zijn voorovervallenden
+gang, den blik naar den grond alsof hij daar wat zocht, een
+haastige, zwervende gestalte.... Johan bleef den ouden man
+na staan kijken, en toen kwansuis; want daar liepen tegen
+de zon een paar vrouwen de drukte uit en 't reisboek leerde,
+dat het niet goed was van een vreemdeling nieuwsgierigheid
+voor vrouwen te laten merken.... 't Was je toch een vertooning....
+leken het niet net spoken die twee aanwandelende
+witte lappenpoppen.... hoopjes lijnwaad, vrouwenlichamen,
+weggemoffeld in plooien.... Zouen ze mooi zijn?.... Ze
+gingen hem langs en hij kon het teêre bewegen van een
+hand raden onder de gelaat-slip van het weeke kleed. Zij
+sloten zich geheel, ook het streepje voor de oogen, om
+heelemaal niet gezien te worden door een ongewijde. Log
+van gang traden zij met de vleezige bloote enkelvoeten,
+sleepend door de modder hare mooie muiltjes, gouddraad-geel
+met een roode hak onder het neêrgeslofte hielstuk, terwijl
+het kleed stil en zwaar hun om de beenen hing. Het tweetal
+ging het straatje in. Johan zag ze verdwijnen tusschen hun
+stomme, alles verbergende huizen, zij zelve als dingen van
+even onbegrijpelijk geheim.</p>
+
+<p>Het straatje, waar ook hij in moest, ging gelijkvloers uit
+een hoek van het kleine Zocco; rechthoekig er meê was
+daar een ander straatje, opschuivend weêr naar de hooge
+stad.... Zoo kwam je op de fortificaties.... gisteren er
+geweest met den gids.... bij dat monsterkanon van Krupp;
+een geschenk van Koningin Victoria aan haren hoogen cousin
+den Sultan van Marocco; stapels kogels er bij.... het kon
+de geheele straat van Gibraltar bestrijken.... Wat had die
+Ben Jachjemed gelachen, toen hij vertelde dat geen een Moor
+wist hoe het te hanteeren, veel minder nog het af te schieten.
+Hij zelve had 't vreemd aangezien, dien zwarten reus daar
+zoo stevig staande, ijzerzwart, een massa somber Noordsch
+intellekt, tusschen een rijk gegroei van veel aardige struiken,
+rood en verweerd op den in puin vallenden rotswal. Kinderen
+met fezjes op en zwarte staartjes midden op 't kruintje, in
+oranje en groene en in bloemkleurige hemdjasjes speelden
+er onder den loop, die als een omgevallen fabriekspijp in
+de beestachtig zware tappen hing.... Maar in het eerste
+steegje en dan het tweede dwars en dan weêr even rechtuit,
+daar was Antonio's kroeg.</p>
+
+<p>Onwillig om het zon-violet van het donkere slop te moeten
+ingaan, bleef hij nog wat kijkend staan. Onder het muurvlak
+daar zaten een rist in doeken en plooien verscholen vrouwen,
+hel met den witten wand in de vlakke zon. Donker streepte
+het open voor de oogen, donker lag een kort blauw schaduwtje
+achter hun breed zitten aan. Op doffe matten gehurkt zaten
+zij, achter stapels van plat-rond en grof-grauw haverbrood,
+verschanst achter hun eetwaar, veilig aan den rand der
+drukte. Die had hij daar gisteren ook even onbewegelijk
+zien zitten, die zaten daar misschien wel altijd, 't leken wel
+dooien in witte lijkwaden.</p>
+
+<p>Achter zijn ooren gromde het marktleven, vol en gedragen
+tusschen de wijduitstaande huisblokken, en de bewegelijke
+kreten en schreeuwen vlogen er als pijlen doorheen.</p>
+
+<p>Vóór hem hurkte een aangekomen vrouw bij de mat in
+het licht neêr.... Sapperloot, die was niet mager, wat een
+breed bekken.... Over de brooden heên begon ze met een
+koopvrouw een praatje, de beide vrouwen, stille gestalte
+over gestalte, babbelden door den kier voor 't gezicht, naar
+elkander.</p>
+
+<p>En een olieachtige kerel, duister bruin en blauw in de
+zon, kwam als aanrollen uit het klimmende straatje en bukte
+nog in de loopvaart der helling, nam een brood en ging er
+meê vort, terwijl hij achter zich het geld onverschillig op
+de mat smeet. Even kwam toen een hand uit een lappenvrouw,
+de hoofddoek week open, de kin dook bloot, versierd
+met drie streepjes als van uitgebleekten inkt, als merkjes
+in een kerfstok. Johan zag de vingers, waaraan de nagels
+tabakssapkleurig geverfd, verdwijnen met het geld, muntjes
+geheimvol gestempeld, tusschen de wollen gaping van het
+kleed. En het praten ging voort, lispelend met neusachtig
+geneurie.... wonderlijk toch zoo'n gesloten leven....</p>
+
+<p>Johan liep weêr door, de broodenverkoopsters langs,
+waarvan hij het oogengegluur achter zijn weggaan voelde,
+hij zelve kijkend naar links en naar rechts, als een speurhond
+met den neus in den wind.</p>
+
+<p>Hij keek over de markt in de druischende drukte. Het
+scheen hem dat er onder die sjouwende en ploeterende
+beweging maar weinig menschen waren uit het land zelve;
+veel geslaaf van zwarten, veel gehandel van Hebreërs, veel
+mannen en jongens, geleek wel, uit Europa's Zuid; maar
+allen onordelijk, inboorlingachtig, maar allen bekleurd met
+de dracht van het land: het gemakkelijke Moorsche hemd,
+of jassen verflenst, verwelkt en verscheiden als oude vruchten,
+of den eenzelfden goor-witten mantel met kap, plattend op
+den rug tot een driehoek, bollend om den kop met de punt
+omhoog; en door dat al, het schitteren der barbaarsche
+sieraden, snellend door 't gekrioel als vonk-vliegende insekten:
+het rinkelen van een hanger in een oorlel, het spiegelen van
+een glas-juweel aan een rauwen knuist, armbanden, een raar
+snoer, een oud zij koord, gestreept, getrest van kleurtjes,
+bindend de vrije kleêren om de rappe leden, te pas gebracht
+overal.</p>
+
+<p>Terwijl hij drentelde, op zijn plek blijvend bijna, de vrouwen
+langs tot aan de kraampjes en dan terug, keek hij soms
+onverwacht in het suffe kijken der leêgloopers. Hij zag ze
+plotseling aan 't zinnen gaan, en loeren met de hand vooruit
+om een aalmoes te bedelen. Maar, rein van uit de smerige
+volte, waren het een paar deftige heeren die kwamen aanschommelen:
+rijken van Tanger, luie vette lijven, breedbuikig,
+uitgedijd, gewikkeld in flanel, mollig, smetteloos gewaad,
+waaronder het purper bloosde. Hun hoofden waren bekoepeld
+met een grooten tulband, wit en wijd om de slapen gewonden
+en om het roode middenstuk, een samengesteld ding moeielijk
+om uit te pluizen. Ze gingen hun pauwengang, haanachtig
+voortstappend hun gewichtig leven, stil met zwijgend aangezicht,
+bleek, ongenaakbaar en bizonder, veel gewasschen
+en schoon geschoren, ieder met een schralen knevel onder
+den neus, den baard kort langs de lekker uitziende wangen,
+de eene zwart, maar de andere al grijs, vrouwmannen. Ze
+gingen als plechtige lieden ieder met een slaaf achter zich,
+die den inkoop droeg, schrijdend als gebieders tusschen veel
+geknecht, den sleutel van 't huis in de hand. Ze wiegelden
+pralend voort als komedianten doen kunnen, hun onverstoorbare
+wijsheid ging tusschen de scrofuleuze schooiers door, die
+uitweken om hun aalmoezen te rapen. Kleine kleuters schoten
+in eens tusschen uit de beenen der mannen, ze kwamen de
+mantelmouw kussen van den bejaarden heer, ze ontvingen
+zijn handlegging op hun geschoren hoofdjes.</p>
+
+<p>De volle markt krioelde voort. Instinktmatig als insekten-arbeid
+scheen het werk wel te worden gedaan. En tusschen
+al dat drukbezige gingen stijf de donkere lichamen van
+Europeërs, rechtop als opzichters tusschen slaven; een Engelsche
+zaken-man die als een ledepop zijn strakken eenzelfden gang
+liep, of een andere zinnende handelaar in zijn kokerachtig
+konfectiekostuum; stukken donkere orde, bewuste, moderne
+menschen in hun beknopte kleeding, tusschen al die uitbundigheid
+van het kwistige en Orientalische gedoe. En 't was
+àl feest; waar Johan ook keek, 't was overal een uiterlijkheid,
+om er zich nooit met de oogen zat aan te kunnen drinken,
+onder een zon zoo welig en zoo goud, die al het smerige
+verguldde en de melaatschheden, die hij met de oogen niet
+ontwijken kon, meêschitteren deed, als de parelmoerglansen van
+verrotting zwevend en kleurkringelend op bewogen water,
+onder dien éenen breeden en grooten val van het koninklijke
+licht.</p>
+
+<p>Maar vlak voor het straatje naar Sivory's kroeg was
+Johan als met een schok een andermaal blijven staan. Hij
+keek in de gapende steeg, die naar boven zich voortschoof.
+Tusschen de opstijging der huizen verdonkerde de geul naar
+achteren in 't blauw van haar eigen schaduw; maar in de
+diepte was weêr een blok zon, een vierkant stuk licht. Ook
+voor den ingang viel de zon, vol boven de Zoccoruimte,
+doch dadelijk onderschept door het huisblok van den steeghoek
+waar Johan stond; een zware maar al korte vlaag schaduw
+lag neêrgesmeten over het steenen pad vol gleuven en vuilnis,
+met een grooten scheven rechthoek steeg het donker daar
+tegen het bezonde muurstuk op. Daar, met zijn voeten in
+den rouw der schaduw, maar met hoofd en bovenlijf tegen
+den ouden wand in het bloeiende en blozende licht, beeldde
+als een statue, een jonge man en die verschijning had hem
+zoo hevig in de oogen getroffen.</p>
+
+<p>De jonge Arabier stond op zijn eenen voet, met krommende
+teenen in het dikke slijk der schuine straat, want den
+anderen had hij als voor de vloerkou opgetrokken en met
+de zool tegen den muur geplant. Zooals een hagedis, die de
+zonnige en warme plekken zoekt op zijn gescheurden muur,
+zoo was hij zich daar aan het koesteren op zijn warm
+plaatsje, buiten het gedrang, wars van het gewoel.</p>
+
+<p>Hij was bijna ongekleed. Een groote vod te kort om hem
+van onder tot boven te dekken, een vervaalden lap gelijk
+een oude Moskovische rietmat, van het bruin als dood loof,
+hield hij om zich vast, met zijn hand bij elkaâr, om het
+afglijden te beletten. Hij stond daar stil voor zich uit te
+droomen, in een vertooning van zijn jong en onversleten
+spiernaakt, den kop recht op de zuil van den hals, zoo een
+koningsfiguur op een Aziatisch basrelief loom onder de
+oogleên uitstaart. Boven de rafels van zijn voddenmantel
+was een stuk van de platte borstplaat bloot, glanzend vleesch,
+zonrood geroosterd. Hij was ongeschoren, zijn haar geleek
+een pruik, 't kroesde rechtop en om het kleine voorhoofd
+tot een dicht in elkaâr gegroei van korte, sterke krulletjes;
+'t bracht Johan den schoolkop van Caracalla in eens in 't
+geheugen terug. Doch zijn neus was lang, met een teêren
+rug en zijn mond dun met stille lippen, verdonkerd onder
+een jongen knevel en om de jongensachtige wangen het
+gepluis van een beginnenden baard.</p>
+
+<p>Hij bleef maar stil, vergenoegelijk voor zich uit glimlachend;
+wanneer zijn mantel wat afzakte, sjorde hij dien wat op, als
+zijn eene voet moe of koud werd, verwisselde hij ze zoetjes;
+zijn gelaat bleef stil met zijn heiligen lach,&mdash;als in een
+Assyrischen muur de figuur van een koningszoon statig staat.</p>
+
+<p>Schaduwen van mannen vlotten Johans ooren langs, terwijl
+hij te kijken stond naar dien mooien droomer daar vóór hem
+in het vochte goud der zon.... zou hij niet eens omzien....
+zal 'k hem eens voorbij loopen....</p>
+
+<p>Maar met een klein rukje had de gestalte zich losgemaakt
+van den muur, en kwam.</p>
+
+<p>Hij ging bezorgd en òplettend waar hij zijn voeten zou
+zetten, angstig als liep hij op glazen beenen; hij schouderschurkte
+onder zijn lapmantel, dien hij nu met beide handen
+gesloten hield, één onder de borst en de andere onder den
+buik; gelijk een kranke in zijn deken gewikkeld daalde hij
+aan.... Wat was zijn hoofd forsch nu voorover.... zijn
+borst sterk en breed.... en welk een macht in die armen....
+de spieren lagen met gleuven naast elkaâr.... daar zou hij
+wel een man meê kunnen neêrslaan.... Op den vlakken
+grond bleef hij een oogenblik dwalerig, toevend; toen ging
+hij Johan voorbij, steeds met zijn genotlach om de lippen,
+een wonderlijk inzichzelven gelach, met de wimpers nu op.</p>
+
+<p>En het blikken van een paar ernstige oogen, donkere
+oogen, klaar verwonderd kinderkijken, vaag van een diep
+naarbinnen leven, de blik van een bezetene maar zachtgezind,
+was onverschillig over het kijken van den ander heengegleden,
+onbewogen, niets hebbend gezien.</p>
+
+<p>De zonderling ging het steegje in, Johan hem achterna.
+Het Zoccorumoer verdoofde, 't werd weêr 't geroezem in
+een grooten zeehoorn gelijk.</p>
+
+<p>Achter den teêrloopenden man met zijn jonge reuzenschouders
+liep hij in het donkere slop.... 't Leek wel of die
+voorlooper dansen zou gaan.... Maar 't was om te schrikken
+geweest, daar hurkte hij in eens neêr, en ging op zijn hielen
+in de nis zitten van een insnijdende poortdeur. En uit een
+groen aarden schotel, die daar voor hem scheen klaar gezet,
+begon hij te eten. Hij greep er de witte rijst met zijn vingers
+uit, en stopte die in zijn mond, zonder gulzigheid, zonder zijn
+lach te breken, werktuigelijk etend, door niemand gemoeid,
+uit den weg zittend, niemand moeiend.</p>
+
+<p>Want 't straatje werd druk een oogenblik door de markt-uitloozing.
+'t Was niet mogelijk lang er in stil te blijven staan,
+Johan ging dus zijn gang. Hij zag nog juist den man een
+mageren hond met de hand van zijn schotel weren, die hard
+aangehold meêvreten kwam. Het gedraaf van een paar kerels
+achter zwaar-belaste ezels aan, die de steegbreedte vulden,
+dreef ook hem voort. Ze gilden en hitsten hun "hu hu-i hu-i
+hu-i," als op de pooten getrapte uitjankende honden.</p>
+
+<p>.... Daar was 't straatje, in 't midden zonnig, het leî zich
+tot een binnenplaatsje uit, daar was Sivory's kroeg.</p>
+
+<p>Eer hij 't zelf goed wist, beziggehouden door 't weêr terug
+turen in zich naar het visioen van dien verdwaasde, stond
+hij in 't schemerdonker der kroeg, en dadelijk kwam hem het
+praten van een mannenstem tegen, een roepen bijna, een
+ironiek uit de mondhoeken uitgestooten luid spreken.&mdash;O,
+daar hadt je den kolonel.... den grooten man met zijn
+windbuil-manieren.... met zijn lange, bibberende snorpunten
+à la Napoleon III.... Gisteren kennis gemaakt.... jawel....</p>
+
+<p>"Voilà monsieur le peintre avec son sac à malices."</p>
+
+<p>"C'est ça, monsieur Badaud."</p>
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="II" id="II"></a>II.</h2>
+
+
+<p>De kolonel zat op zijn tabouretje voor het buffet, rechtop
+alsof hij op een paard zat, de knieën wijduit. Hij was een
+stevige veertiger met naden al om zijn neus, maar die zich
+jonger voordeed door zijn blozenden kop en door zijn zwierige
+kleêren. In een havannahkleurig jacket en vest, een stof met
+groote ruiten, was hij jeugdig en achteloos gekleed; 't kostuum
+deed zijn manhafte militaire schouders goed uitkomen. Om
+zijn rooden soldatenhals met rimpels als groote barsten in
+zijn vel sloot de slappe boord van het bonte flanellen hemd,
+en daaronder was een das, wel wat waaierig en ijdeltuitig
+gestrikt. Zijn geheele verschijning was net; zijn kleeding
+uitermate goed geborsteld. Zijn pantalon, donker met breed
+galon, ging strak om zijn ietwat kromme paardenmansbeenen;
+met een klein voorzichtig plooitje had hij de pijpen op de
+knieën wat opgehaald. En zijn laarzen glommen op de spitse
+toonpunten, als was er geen modder op straat te zien geweest,
+en ook zijn haar glansde gelijk het met olie besmeerde
+hoofd van een Marseilliaan. Daardoor leek het zwarter en
+viel de komende grijzing niet zoo in 't oog; want al was
+zijn impériale ook lang niet zwart meer, maar van een uitgebeten
+kleur, een verteerd zwart, de snor met zijn gesteven
+drilpunten maakte weêr veel goed. Hij had een dikken gouden
+ring met een groot cachet, een groenen steen, aan zijn
+rechterhand glinsteren, ook een horlogeketting onder op zijn
+vest, en onder zijn das, zoowaar nog, glom een speld die
+een hoefijzer verbeeldde. Hij gaf nu een fermen duw aan zijn
+flambart en trok hem mannelijk en somber over zijn voorhoofd
+met ruige wenkbrauwen terecht.</p>
+
+<p>Blijkbaar had hij juist zitten opsnijden toen Johan binnenkwam;
+voor Sivory, die dik lachmensch als hij was, zoo
+gemakkelijk mogelijk zat, half neêrgelegd op de bank daar,
+tegen den muur aan, den arm op zijn buffet.</p>
+
+<p>Sivory's heele gezicht was naar het lachen gegroeid, de
+pret, die bij buien hem benauwde, als zijn kop openscheurde
+in de hevigheid der geweldige lachsmart, als zijn zwaar
+lichaam schokte en hem de tranen traag en pijnlijk uit de
+klein geknepen oogjes werden geperst. Hij was zeer gezien
+onder zijn klanten, hij was een goed waard, die met zijn
+gasten meedronk, borgde, maar schacheraar in zijn hart en
+van alle markten thuis. Dat alles wist Johan al heel gauw,
+want Sivory was dadelijk, bij de eerste kennismaking al, zeer
+vertrouwelijk alles gaan vertellen.</p>
+
+<p>Antonio, zooals ieder hem noemde, was Italiaan van afkomst.
+Zijn vader, een vreemde snuiter, een aangetaste door
+de vrijheidskoorts, een woelig kind uit de onrustige revolutietijden,
+was al jong uit zijn land gejaagd, toen soldaat geworden
+in de Fransche legers onder Pichegru, vervolgens met Lafayette
+naar Amerika gegaan, later diens kok, eindelijk na veel, o
+veel wonderbaarlijke gebeurtenissen hier in Tanger terechtgekomen
+en daar wegwijzer geworden. In de oude reisboeken
+werd hij nog altijd aanbevolen om zijn groote geschiktheid.
+Hij had er een der eerste Fonda's opgericht en Antonio zette
+nu op vaders begonnen manier het zaakje voort. Daardoor,
+vertelde hij zelve, sprak hij 't Italiaansch even goed als zijn
+vader; en 't Arabisch als een geboren Tangeriaan; ook 't
+Spaansch als een Spanjaard van de overkust; bovendien was
+zijn vrouw een Spaansche; en 't Engelsch sprak hij als een
+inwoner van Gibraltar; en 't Fransch, bijna zijn dagelijksche
+taal, gelijk een stuurman van de Trans-Atlantic, die alle veertien
+dagen Tanger aandeed; en ook wel een paar woorden Duitsch
+kon hij begrijpen.... Toen Johan hem vertellen moest dat hij
+een Hollander was, had hij dadelijk "Gofferdom" gezegd, en
+stuipachtig het hoofd achteruit en de handen op zijn knieën slaande
+almaar, zich aan zijn vroolijkheid overgegeven als een dolblij kind.</p>
+
+<p>.... Ah oui.... er was hier nog een compatriote van
+monsieur, die dat altijd in zijn baard knorde.... ah oui....
+de admiraal van de Marokkaansche vloot.... ha, ha, ha!
+opperbevelhebber van één schip.... een oude Spaansche
+kast.... dadelijk na de afdanking aan 't verrotten gevallen
+en voor afbraak verkocht.... dat maar éens gediend had
+om den Sultan te brengen naar een kustplaats waar een oproer
+dreigde.... een lek ding met negen vreemde matrozen bemand;
+nu, met hun admiraal al een jaar lang.... ha, ha, ha! op
+non-aktiviteit.... die alle morgen vast om zijn paspoort
+ging vragen en aldoor maar weêr werd afgescheept en zijn
+hooge gage ontvangen bleef, omdat die Moorsche beambten
+het zoo lastig vonden dat ding klaar te maken.... ha, ha,
+hi, ha!.... Hij wordt altijd woedend als ik zeg, dat zijn taal
+een bedenkseltje is van hemzelf.... als ik hem vraag of er
+dan nooit eens iemand komen zal hier, om wat Hollandsch
+te praten.... ha, ha.... Ge zult u wel amuseeren.... nous
+avons encore ici d'autres....</p>
+
+<p>Johan had een der tabouretjes genomen en zich zettend,
+Sivory toen gevraagd wat hij wenschte. Neen; groot papier,
+ongeliniëerd, had deze niet; maar hij zou 't wel weten te
+krijgen. En terstond had hij door het buffet geroepen, neusachtige
+woorden gelijk een Arabier spreekt; en een Jodendeerne
+met zwarte vlosharen bossend om haar hongerigen
+kop, een prachtige meid, een vervuilde aankomende schoonheid,
+kwam binnenslobberen achter het buffet om. Zij sloeg, de
+boodschap aanhoorend, een koffiezakkig vaal omslagdoekje
+over haar violette oude jurk, met vetkleuren om de randen
+der mouwen en onder de armen, en keek wild-schrikkerig
+in het opschijnende licht van de buitenstraat. Toen slemierde
+zij de deur uit.</p>
+
+<p>&mdash;"'t Is nog wel wat vroeg voor een glaasje, is het niet?"
+vroeg Sivory, en 't was Johan weêr zeer vreemd, die hooge,
+jongensachtige stem uit dat groote lichaam te hooren komen....
+"maar wat dunkt u van een glas spuitwater.... bon?"....
+"monsieur le docteur," babbelde hij voort, opgestaan naast
+'t buffet, de hand aan de kruk van een siphon, terwijl zijne
+oogen den straal, die met hevig schuimgeruisch in het glas
+spoot, bewaakten; "dokter, daar is misschien iemand voor
+u om meê te praten!"</p>
+
+<p>&mdash;"Gut," bromde het onverschillig van uit den hoek.</p>
+
+<p>&mdash;"Gut," lachte Sivory terug met een knakkenden knik
+van zijn hoofd, tegelijk het accent nabauwend boven 't gesuis
+van het uitparelende water.</p>
+
+<p>Johan had bij 't binnenkomen den man wel gezien, daar
+achterin; de enkele keeren dat hij de kroeg had bezocht, had
+hij er hem altijd zien zitten, in elkaâr gedoken, lurkend aan
+een houten tyrolerpijp of met zijn neus boven een dampenden
+rumgrog. Nu, zich omdraaiend op zijn stoeltje, groetboog hij
+beleefd naar den als dokter aangesprokene, die ook een beetje
+opgekomen, de hand onder den elleboog van den arm met
+de pijp, moeielijk alsof hij zoo zijn bovenlijf van de tafel
+moest aftillen, hem op zijn beurt in de oogen keek. Maar
+hij groette flauwtjes terug, hij scheen schuw voor 't lichtschijnsel
+in de kroeg, keek vóor zich neêr, deed een greep
+naar zijn glas, dronk 't voor de helft uit, en zakte weêr terug
+in zijn suffende hoekhouding.</p>
+
+<p>Vervloekt, wat had die dokter een bekende oogen, waar
+had hij zulke oogen meer gezien.... zulk ver blauw.... dat
+grotje in de pupil zoo angstig zwart.... nevel-oogen....
+oogen nat van een weenend licht....</p>
+
+<p>Johan, voelend dat de man geen praatje begeerde, draaide
+weêr om en keek de deur voor zich uit. Naast hem begon
+de kolonel op nieuw moppen te tappen voor Antonio, die
+met zijn mond al klaar tot lachen zat.</p>
+
+<p>De kroeg, waar Johan zoo op zijn papier zat te wachten,
+had iets van een hol of van een pakhuis; waarschijnlijk was
+het vroeger, vóór dat de oude Antonio er zijn fonda<a href="#Voetnoot-1">[1]</a> begon,
+een Arabische woning geweest. De twee deuren wagenwijd
+open tegen den muur van het voorplaatsje aangeduwd, anders
+was er geen licht. Ieder die er in kwam, liep dat plaatsje
+over, dat óok wel een kamer scheen geweest te zijn vroeger,
+tusschen een paar muurtjes door, een plaatsje, waar 't vies
+nat was en de goot plasvol, alsof de kuip, die daar in den
+hoek stond almaardoor lekte, of er zoo pas iemand hoopen
+flesschen had zitten spoelen. Zoo liep die inkwam recht op
+het buffet aan. Dat was een raar ding.... een insteek in
+den muur, nauw, 't leek wel een uitgebroken bedstede, nu
+tot een bergkast omgewerkt.... met drie rijen van planken,
+waar vanalles opstond: veel schitterende flesschen geëtiquetteerd,
+karaffen met gekleurde vochten, doosjes en pakken met
+droge waar, trossen touw en kloentjes gekleurd garen. Vóor
+de kast, de toonbank, een losstaande bak, een breede, roodgeverfde,
+op zijn kop gezette kist, met een plint stevig aan
+den grond.... wat zag het ding er gehavend uit.... van
+onderen bij den vloer was het bekrast, bekrabd, verveloos,
+als door ratten beknaagd; alsof al de menschen die binnen
+waren gekomen, tegen de plint waren aangebotst, hun vaart
+daar tegenaan hadden stil gestooten. Bovenop, een zinken
+bak, een gladde veel gepoetste metalen bak, rondom met
+koperen spijkertjes vast op het hout.... in 't lage straatlicht
+een rondedans van rinkelende goudlichtjes om 't effen metaalgrijs.
+Een paar flesschen, onder den greep van Antonio staande,
+blonken er in den hoek; een natte vaatdoek, met den druk
+van zijn herbergiershand er nog in, lag er tegen aan, een
+hoopje sopperig grijs, katoen-dof op 't metaal en tegen het
+harde glas der schenkflesschen.</p>
+
+<p>Maar wat vooral van dat onbeholpen buffet een stil
+glimmend wondertje van schittering maakte, dat waren de
+zware spelonkkleuren overal in de kroeg er om heen; de
+wanden vetbruin en smookgrijs; het donkere gangetje, waar
+de meid purper uit was komen aanslungelen, en er vlak
+naast, maar in den hoekschen linkerwand, een groot poortinzicht
+met het lichtlooze er achter van een tweede pakhuisruimte.
+Een groezelig groenzwarte inkijk was daar, waarin
+hij veel gewemel raden kon van spinrag en opgegaarde stof,
+en waar een opgestapel uit schemerde van ronde tonbuiken,
+logge dingen, onverzetbaar, met ijzeren hoepels om de duigen,
+verroest rood. En van af den zolder en om het vierkant
+der kastholte, bezemden de bossen kiff.... het kruid, dat de
+Arabieren, kortgehakt en onder tabak gemengd, rooken....
+dat met een geurtje van wierook verbrandt.... Ze hingen
+neêr, heiplanten, dorre franjes van een bleek kamillegroen
+en deden de kroeg gelijken aan een drogerij of aan een
+alchimistenwerkplaats. Eenige pistolen van oud kaliber met
+den haan aan spijkers opgehangen en solide zeslooprevolvers
+hingen er te koop, kreeftachtige dingen, of 't schaaldieren
+waren in hun donker pantser.</p>
+
+<p>Rechts van het buffet, er tegenaan beginnend, verliep een
+lange bank den muur langs; Sivory op de eene punt, de
+dokter op de andere, daar behoorend in den toon.... menschen,
+geborgen in den schemer van hun woning.... Een soort
+scheepsbank was het, met een opengewerkte matten zitting,
+afkomstig, leek wel, uit de derde-klaskajuit van een Transatlantic.
+Een wit-houten tafel er voor, bekringd met drank-rondtetjes.
+Naar achteren in de diepte van den rechterhoek
+een paar kleinere tafels, oude tuintafels met marmer blad;
+en er om heen slordige tabouretjes. Die stonden als gestrooid
+over den vloer, bewarend iets nog, in hun onverschillig op
+vier pooten staan, van de haast, waarmede de laatste bezitter
+ze onder zijn loopen-gaan-willend lijf had weggestooten.</p>
+
+<p>Bij den ingang, half achter het deurlicht, helde als een
+losgeloopen wagenrad, geleund tegen den muur, een groote
+doos, en daarin een kolossale Zwitsersche kaas, die Antonio
+vier dagen geleden ontvangen had. Een driehoek als een
+hap was er al uitgesneden, de blanke, vette kaas uitstallend;
+'t ding had de geheele ruimte met zijn stank verzadigd; en
+onder om den hoek van de pakhuispoort, laag op den vloer,
+een blakertje met een eindje vetkaars, vuil en beloopen, geel
+vet, smelterig om de zwarte, uitgebluschte pit.... een nachtelijk
+dingetje.</p>
+
+<p>Johan's kijken, niet te verzadigen door de wonderlijke
+nieuwheid van alles om hem heen, dwaalde van uit de kroegschaûw
+de deur uit. De straat over, kon hij door de wagenpoort
+heen, recht in de werkplaats zien.... van een kleêrmaker,
+bepaald.... Dat was zeker de baas.... Een man zat op zijn
+vloermat laag, en zijn arm ging gestadig rukkerig op en neêr.
+De kop was niet te zien, onder de fez, voorover.</p>
+
+<p>Naast hem, voor den drempel, zat een knechtje in een wit
+mouwhempje peuterig te pieken, ijverig in de weêr aan een
+stuk lap, zijn geschoren hoofdje bewegend naar links en rechts,
+zijn geknutsel in zelfbewondering telkens betrachtend; een
+slim, tanig en aapachtig kereltje, met de ooren rood en wijd
+van het hoofd afstaande. En het vermaakte Johan het ingespannen
+getreuzel van het ventje te gaan bekijken.</p>
+
+<p>&mdash;"Antonio, wil je me nog een rhum geven?" hoorde hij
+achter zich den dokter roepen, onderworpen, alsof deze een
+lesje opzei.</p>
+
+<p>De zon, blank in de straat, snelde gelijk een baan licht de
+wagenpoort voorbij, schrampte op tegen den muur, berafelde
+de oude steenkalk en het versplinterde hout van den uitgesleten
+drempel; wanneer de jongen met zijn hoofd keerde,
+glansde zijn rein schedeltje van een blauwend fosfoorlicht.
+En een voorbijganger kwam stil in de lijst van het deurraam
+en liep er weêr uit.... en wat later kwam er een ander, een
+vettige vent in een donkere burnous. Hij schouderde zich in
+zijn houding van grooten nietsdoener, steunzoekend tegen den
+deurpost der werkplaats en begon een praatje, als een gedrocht
+staande met zijn monsterachtig bekapt hoofd. Achter
+zich hoorde Johan, Antonio weêr neêrvallen op zijn bank,
+en het gulzig inhalen, het slobberen van den grog. In het
+werkplaatsje keek de baas op, van achter zijn door een grooten
+zwarten bril beringde oogen, een bril, als de kwakzalvers en
+woekeraars dragen op oude Vlaamsche schilderijen. De kleêrmaker
+bleef babbelen met zijn handen in den schoot.</p>
+
+<p>Maar achter Johan schaterde Antonio het uit, klakkend
+zijn handen met een doffen vleeschslag op zijn dijen telkens.
+De kolonel vertelde een geschiedenis uit zijn soldatenleven.
+Hij trok, toen hij zag dat de andere kwam meêluisteren,
+triomfantelijk zijn hoed recht, en begon ook dadelijk beleefd
+zijn vertelling voor zijn twee hoorders te verdeelen: "voyez-vous,
+monsieur le peintre.... imaginez-vous, Antonio." Zijn
+vertel met veel delicate handaanduidingen begeleidend, speelde
+hij het geval. En met zijn klankende, voor in den mond gesproken
+stem, half zingend de phrases onder zijn nobele snorren
+vandaan, was hij een smakelijk verteller zoo; als een man
+die zich altijd op zijn voordeeligst wil laten zien, zat hij zwierig
+op zijn tabouretje, rechtop, met de beenen aldoor wijduit,
+als op een paard, de dijen strak, heelemaal niet burgerlijk,
+maar verradend in het zorgvuldig telkens opgehaalde knieplooitje
+van zijn pantalon, veel uurtjes van intieme beslommering.</p>
+
+<p>&mdash;"Bonjour, mijne heeren," en een ferm stappende man ging
+achter den kolonel om. In den hoek naast het buffet zette
+hij zich als op zijn vaste plaats.</p>
+
+<p>&mdash;"Bonjour, monsieur Crépieux. Hoe gaat het?"</p>
+
+<p>&mdash;"Merci," zei kortaf de binnengekomene, een jonge man,
+korrekt gekleed, hooge witte boord, het haar bij den wortel
+afgesneden, als geschoren was zijn hoofd onder den fantasiehoed.
+Hij trok zijn manchetten recht, kijkend met een stuursch
+gezicht, heerscherig met den kop van een willer, maar stompig
+en hondachtig door zijn opgewipten neus met wijd snuivende
+gaten en hooge wangbeenderen. Zijn knevel was stoppelig,
+wreede haren gelijk geknipt om de lip, een kuilgleuf was in
+zijn kin.</p>
+
+<p>&mdash;"Antonio," begon hij met zijn dwingerige stem, "hoeveel
+glazen rum heeft de dokter gehad?"</p>
+
+<p>&mdash;"Twee, monsieur Crépieux, twee maar," de herbergier had
+er de vingers bij opgestoken en schudde ze naast zijn lachkop,
+als zwoer hij een grappigen eed.</p>
+
+<p>&mdash;"Twee.... hè.... niet meer geven van morgen, verstaat
+ge.... Twee," herhaalde hij, als schreef hij ze op in zijn
+hoofd. "Dokter...." riep hij vervolgens over het buffet heen,
+"ik ben van morgen aan het atelier geweest, en gij waart er niet."</p>
+
+<p>&mdash;"Bien possible," zei deze, glansvlekkend den schemer
+daar met zijn opkijkende oogen.</p>
+
+<p>&mdash;"En waarom? zou ik u willen vragen, ge wist toch
+zeer goed dat Mustapha van morgen met vogels komen zou.
+Heb ik het u gisteren niet laten weten, daar ik zelve geen
+tijd had om u te komen spreken hier?"</p>
+
+<p>&mdash;"Ik weet het heel wel," antwoordde de gebogen man
+met een vreemd accent, als een Zwitser het Fransch uitsprekend,
+"ik weet het heel wel, maar 't wachten verveelde
+me.... toen ben ik hem maar gaan zoeken op 't Zocco....
+daar ie toch te slenteren liep.... We hebben vier vogels
+gekregen.... pas grand' chose.... twee arendjes en dan"....</p>
+
+<p>&mdash;"Dat maakt met de andere zes.... En hebt ge gisteren
+een goede vangst gehad, hebt ge wat kunnen verzamelen
+bij Kaap Espartel?"</p>
+
+<p>&mdash;"Gisteren?" een spoogje kwade lustigheid glimmerde in
+de waterige oogen van den dokter, in zijn voorhoofd trokken
+spotzieke rimpels op, als in 't voorhoofd van een komiek
+grijnzenden aap.... "Gisteren.... o, een goede vangst, ik
+heb vier schorpioenen gevangen, mooie volwassen exemplaren,
+en drie calioptères, met nog ander klein goed.... 't heeft
+moeite gekost.... ik heb er rotsblokken voor moeten omkantelen,
+monsieur Crépieux, vous n'avez pas une idée comment
+ces bêtes se cachent."</p>
+
+<p>&mdash;"Dat geloof ik graag," blufte de kolonel er tusschen.
+"Dat lijkt me niet pleizierig, eerst een douche van collodion....
+puf.... en dan op een speld opgeprikt zich zelven te moeten
+zien sterven."</p>
+
+<p>&mdash;"Hi, hi," lachte Antonio met een luchthappenden mond....</p>
+
+<p>&mdash;"Weet wel, monsieur Badaud, dat schorpioenen door
+mij niet worden opgeprikt, maar bewaard op sterk water."
+De dokter sprak haastiger nu, met een sneller slag, "weet
+dat wel.... en geloof ook maar niet, dat uw agonie, par
+exemple, zooveel zachter zal zijn dan van die beestjes.... en in
+geen geval korter, monsieur Badaud.... Voor Antonio is dat
+wat anders, die zal er gauw uit zijn, die zal nog eens doodblijven
+in een apoplexie.... mijn God, wat lacht die man!"</p>
+
+<p>&mdash;"Ah, docteur, wat zijt ge weêr sinister." Als een lijkengrimas
+was de lach om Antonio's lippen verstard. En de
+kolonel zat een weinig verlegen met zijn geknakten bluf.</p>
+
+<p>&mdash;"Kom, kom, Antonio, maak je nu maar niet ongerust,
+beste vriend.... af en toe een beetje huilen.... kom, kom,
+dan zult ge wel oud worden.... Gisteren hadt ge meê moeten
+gaan, dat was goed geweest, zooals laatst.... hebben we toen
+geen plezier gehad samen.... já schudt uw hoofd en 't liegt
+niet.... maar gisteren was 't glibberig op de rotsen, en
+regen.... regen.... ik heb wel driemaal mijn nek kunnen
+breken.... en dat zou toch jammer geweest zijn, niet waar,
+monsieur Crépieux?"</p>
+
+<p>&mdash;"Taisez-vous, docteur, ge zijt weêr dronken."</p>
+
+<p>&mdash;"Ah, moi? par exemple.... 't is waar, ik hou van een
+glaasje.... en waarom zou ik niet? houdt gij niet weêr van
+andere dingen, monsieur Crépieux? heeft iedereen niet wàt
+waar hij van houden moet?.... Et boire, n'est-ce-pas quelque
+chose? Maar hoor toch eens aan hoeveel ik altijd om u denk,
+en wat een moeite ik gehad heb om ónze schorpioenen goed,
+vooral droog thuis te brengen.... waren ze niet goed droog,
+Antonio? en ik heb soms tot aan mijn.... nun, nun.... zal
+ik zeggen tot aan mijn lippen door het water moeten waden,
+in het donker, door een kreek, die ik niet wist dat er was....
+non, non.... ik verzeker u, dat ze er 's morgens nog niet
+was...."</p>
+
+<p>Tusschenbeide hadden zijn lippen even geklakt, zooals een
+voerman doet, die zijn paard kalm sust, waneer het door
+vliegen geplaagd wordt.</p>
+
+<p>&mdash;"Ah bah!" was hem de kolonel in de rede gevallen,
+"met den regen, moi, je connais ça."</p>
+
+<p>&mdash;"We weten wel dat ge veel ondervonden hebt, monsieur
+Badaud, vooraleer gij hier van uw renten kwaamt leven."
+De dokter, toen hij dat gezegd had, stopte met een krommen
+vinger de tabak wat vaster in zijn door het vuur zwart uitgevreten
+pijpekop, zoog, half uit als de pijp onder 't praten
+gegaan was, er den brand weêr in met een paar stevige
+zuighalen en zakte toen achter een damp van blauwen rook,
+in zijn suffende hoekhouding opnieuw weg.</p>
+
+<p>&mdash;"Cochon," hoorde Johan den kolonel onder zijn favorites
+schelden.</p>
+
+<p>Met doffen beestenstap was een Moor komen binnensloffen
+en hij stond nu voor de toonbank stil. Monsieur Badaud
+schoof een weinig op zijde, alsof hij vies was; terwijl Antonio,
+dadelijk in functie, zijn lichaam opheesch en in een dikkemanswaggeling
+achter de mannen en voor 't buffet omliep, grappig
+in zijn grijs linnen herbergiersbuisje, te kort van mouwen, dat
+hem jongensachtig stond; 't hing met een diepe plooi opgeschort
+boven de kussens van zijn geduchte billen. Hij donkerde
+weg in de gangpoort, maar kwam dadelijk terug voor den dag,
+doorbukkend onder de planken.... was daar een deurtje?....
+en te staan weêr in 't buffet, gedienstig, op en top verkooper,
+het grijze lijf met den lachenden kop boven de toonbank op.
+Hij herhaalde wat de man gevraagd had.... schorrig knorde
+de landstaal, zooals een verkouden mensch spreekt.... bewoog
+zich tusschen zijn flesschen, spoelend een glaasje, schenkend
+toen den klaren brandewijn voor den begeerig wachtenden
+Arabier, die, schuw tusschen de donkere moderne mannen, in
+zijn witte burnous verhuld, naar niets keek dan naar den venijnglans
+van het witte water. Het glaasje bevend vol, goot hij
+toen dadelijk leêg in zijn gretig open lippen; als in een ontvangenden
+nap vooruitstekend uit zijn achterover gegooiden
+kop, wierp hij 't in zijn strot, in éen driftig verlangen van 't
+gauw en ongezien binnen te hebben.... 'n clandestine dronk....
+Antonio maakte nog een bos kiff los, en de Arabier tastte achter
+in den hangenden zak van zijn mantel, snuffelde geld er uit
+op, en sjokte toen weêr weg, de wagenpoort uit en de zon in.</p>
+
+<p>Monsieur Crépieux redeneerde met monsieur Badaud. Ze
+praatten gelijk welopgevoede lieden doen, als flaneurs die
+elkaâr ontmoet hebben voor een café op een Parijsche
+boulevard, heeren.</p>
+
+<p>&mdash;.... "ils m'ont abruti, monsieur, abruti, bien sûr, die
+drie dienstjaren".... Johan zag over de toonbank heen, het
+gebobbelde voorhoofd van monsieur Crépieux, koppig en
+laag, boven koud metaalgrijze oogen met snel knippende
+wimpers; het wreede geborstel van zijn stugharigen rondkop
+en een dikke huidplooi in den nek als bij een dog. Hij bestelde
+Antonio, die naar zijn plaats wou gaan, sigaretten; de beide
+heeren rookten en redeneerden over het voor en tegen van
+de conscriptie; Badaud met de handen op den knop van
+zijn rotting.</p>
+
+<p>Johan ongeduldig om 't lange wachten, keek eens om naar
+Antonio, weêr op zijn plaats. De waard haalde zijn schouders
+op.... hij kon 't toch niet helpen, wanneer die meid wat
+lang wegbleef, 't was zoo'n rakker, die meid, een straat-slentster....
+een wilde.... die zijn vrouw verschrikkelijk
+veel last gaf.... gisteren had ze den kleinen jongen op de
+steenen laten vallen.... ah oui, monsieur, een wilde, en die
+had hij nog wel uit puur meêlij in zijn huis genomen....</p>
+
+<p>En in een opvlieging van zijn gragen lachlust, als had
+hij plotseling iets bijzonder koddigs gezien, ging hij aan het
+slaan op zijn knieën, wippend met zijn lichaam, wiegelend
+zoo zijn pret, zijn binnenst plezier.</p>
+
+<p>&mdash;.... "oh.... een historie.... imaginez-vous, monsieur le
+peintre.... een paar maanden geleden.... ze was toen nog
+niet hier in huis, was die meid boven van een bordes gesprongen,
+in de straat neêr.... hi, hi, hi.... met éen razenden
+sprong had ze zich gered voor een ouden Arabier.... een
+ouden Arabier.... een grand seigneur de la ville.... die haar
+in huis gelokt en schande had willen aandoen.... ah! bougre....
+quelle courageuse!.... een sprong van meer dan vijf meter....
+hi.... hi.... hi.... ge ziet het, niet waar?.... le vieux....
+zóo.... de sidderende handen in de leêge lucht.... rien!....
+Rebecca beneden, ongedeerd, als een kat op haar pooten
+terecht gekomen.... hi.... hi.... en dadelijk aan 't hollen
+gegaan, schreeuwend haar angst uit, de straat langs.... 't
+geval had opgang gemaakt.... rijke geloofsgenooten en ook
+Christenen, zelfs de Fransche en Oostenrijksche gezanten
+hadden geld voor haar bijeengebracht, dat nu op renten gezet,
+bestemd bleef voor een bruidsschat.... Dat is de bedoeling,
+begrijpt u.... want natuurlijk is ze dan eenmaal een
+partij.... zal er wel een man om haar komen die haar eerlijk
+trouwen wil."</p>
+
+<p>Monsieur Badaud, om Antonio's lachen bijgedraaid, minachtte:
+"des contes à dormir debout" en redeneerde voort
+met monsieur Crépieux, als twee dorpsheertjes, die de oude
+nieuwtjes van hun plaatsje wel kennen.</p>
+
+<p>&mdash;.... "en of er dan geen politie was of recht?" had Johan
+gevraagd.</p>
+
+<p>&mdash;"Securo," schudde Antonio, "hebben we onze justitie....
+daar.... kijk daar.... notre police de nuit.... regardez!"....</p>
+
+<p>Hij wees de wagenpoort uit, waar de leêglooper onveranderd
+geschouderd stond tegen het werkplaatsje aan, verschemerend
+achter den sluier der zon, die in de straat begon
+te hangen.</p>
+
+<p>&mdash;"Ah oui.... zijn wapens.... wacht.... ik zal hem
+roepen.... iedereen die hier komt, moet dat zien.... Holé
+Saleh!" riep hij van zijn plaats vandaan, al molenwiekend
+met zijn arm.</p>
+
+<p>&mdash;"Ik zal hem uit uw naam een glaasje offreeren, let
+eens op."</p>
+
+<p>Van den lichten muur was de donkere schooier losgeraakt,
+er afgevallen als een rijpe vrucht valt van zijn tak, weggekropen
+in zijn nachtachtige jas, slofte hij aan en stond onnoozel.</p>
+
+<p>Dan dadelijk los van handen, begon hij, makend een breeden
+zoom, zijn kap terug te vouwen naar achteren, lospellend
+den kalen kop zoo, en hij kromde zich voorover naar het
+glaasje, dat tot overloopens bol, bibberde weêr in zijn weeïge
+glimmeringen van kleurloos vergif. Hij lebberde er het zoompje
+af, den overvloed weg en goot het toen, als die andere, in
+zijn verlangenden snoet.</p>
+
+<p>&mdash;"Kijk goed," lachte de herbergier.</p>
+
+<p>De nachtwacht, die zich de lippen langzaam likte, haalde
+onder zijn jas een zwarte knots vandaan, een glinsterend ding,
+glimmend van ijzerbeslag; met een luie handtoesteking, alsof
+hij 't voor de zooveelste maal al deed, hield hij den knuppel
+vooruit. En gelijk 't lichten van een plots opgestoken vlammetje,
+lichtte in Johan's hoofd toen het preciese begrip, dat er een
+klein comedietje daar voor hem werd gespeeld. Neen, maar....
+die was goed.... die schoelje van een nachtwacht had hem
+nageloopen, overal op 't Zocco stil gestaan waar hij stil
+stond, lekker op zijn verhemelte het vuurwater al proevend....
+sapristi.... hij wist wel dat de waard hem roepen zou, om
+zijn knots te laten zien.</p>
+
+<p>&mdash;"Maar kijk dan toch," riep nu ook monsieur Badaud,
+van-op zijn tabouret, achter den Arabier omkijkend.</p>
+
+<p>De kerel, in zijn jas zoo duister als van oud hout een
+gesneden pop, stond met zijn glimmend wapen in zijn vuist,
+onder zijn kap aan 't lachen, welwillend; 't smoel gekerfd
+door een dwarse grijns.</p>
+
+<p>&mdash;"Oui, daar slaat hij meê," ginnegapte Antonio, terwijl
+de nachtwacht bevestigend met zijn hoofd aan 't knikken viel.</p>
+
+<p>&mdash;"Un baiser de cet ange ne me paraît nullement doux,"
+meende de kolonel.</p>
+
+<p>&mdash;"Ah, oui, il frappe," herhaalde Antonio, die scheen te
+gelooven dat de schilder het voor een grapje hield.</p>
+
+<p>Lacherig keek Johan 't ding aan, een ebbenhoutachtigen
+knoet, die van boven wel de dikte had van een jongenspols;
+een leêren lis was door 't dunne einde geregen en daarmeê
+hing het om den pols van den politieman. En met allerlei
+vondsten had de nachtwacht zijn wapen harder gemaakt; hij
+had er alles maar ingeslagen wat hij meester had kunnen
+worden, scheen wel; schoenspijkers veel, een zaaisel van ijzeren
+koppen blank geschuurd door 't gebruik, als de beslagen schoenzolen
+van Duitsche straatmuzikanten; of had hij het gedaan
+voor 't kinderlijk plezier om de glinstering, of omdat hij er
+zijn borrels meê verdienen moest?.... en platte plaatjes ijzer,
+als stukjes glas, 't hout ingedreven, vreemde figuurtjes geworden,
+door het toeval ontstaan in een wildemanssmaak voor versiering.</p>
+
+<p>&mdash;"Ge moogt het wel dichtbij bezien," vertaalde de waard,
+"en 't in uw hand nemen, zegt hij."</p>
+
+<p>&mdash;"Geef den man nog maar een borrel, Antonio," lachte
+Johan, die den nachtwacht als een opgewonden mechaniek
+met zijn hoofd snel van ja zag staan knikken.</p>
+
+<p>&mdash;"Is hij niet aardig, ce bonhomme, notre garde de nuit?....
+als u van avond naar huis gaat, zult u wel over hem heen
+moeten stappen, hij slaapt den godganschen nacht als een
+hond op straat.... regent het.... dan kruipt hij in een ton....
+maar wees op uw hoede, maak hem niet wakker, want dan
+slaat ie er op."</p>
+
+<p>&mdash;"En ondanks dat, of liever nog, juist daarom," begon
+monsieur Crépieux te leeraren, "is men hier zekerder dan in
+de straten van Parijs."</p>
+
+<p>De nachtwacht, weêr in zijn huid heelemaal gedoken, duisterde
+als een schaduw weg, de zonstraat in.</p>
+
+<p>Monsieur Crépieux ging voort Johan te onderwijzen over
+'t zonderlinge recht in Marokko, en de betrekkelijke afwezigheid
+van misdaden; moord was nog de meest voorkomende
+crime; meestal een wraakgeschiedenis; maar diefstal bijna
+nooit, en dat liet zich begrijpen, facilement.... "U hebt natuurlijk
+de prison gezien.... en door het kijkgat al die miserable
+gevangenen daar.... voor 't meerendeel opstandelingen, politieke
+misdadigers, een enkele ook voor bloedschande. Eenmaal
+in 't hok, komen ze er nooit meer uit, ze vervunzen
+in 't vuil, sterven spoedig, en de medegevangenen schuiven
+het cadaver door 't zelfde gat terug, waardoor het is binnengekomen;
+ze sterven allen klachtloos, de een na den ander,
+berustende in hun stupide geloof: que tout est écrit."</p>
+
+<p>&mdash;"En voor diefstal hebben ze nog een veel grooter absolutisme.
+De eerste maal dat een man steelt, 't zij een ezel van een
+buurman, of een kip, of iets van die noodzakelijkheden, wat
+die arme lui malkander maar te benijden hebben, krijgt hij
+een geeseling.... vlàn!.... op zijn naakten rug; maar wordt
+hij voor de tweede maal betrapt, comprenez-vous, dan hakt
+de beul hem op het hooge huis, tout court, de rechterhand
+af. En zoo het ten derdemale gebeurt, begrijpt u, of ook
+wanneer de diefstal groot is, dan oefent de bestolene op 't
+Kasbah geroepen, zelve recht en brandt met een gloeiend
+gepunt ijzer.... s.s.t..... den toch onverbeterlijken dief de
+oogen blind; u zult ze wel hebben gezien, er zijn er hier
+eenigen, ze zitten bij de poorten, of aan de markt, op de
+hurken te schommelen, te bedelen met de linkerhand en roepen
+het medelijden van de voorbijgangers in, op het deuntje van
+hun miserabel geloofsartikel: 'God is groot.' Gij zult ze gemakkelijk
+herkennen, ze zitten altijd met den neus in de lucht,
+zoekend het licht op hun verschroeide oogen, die er precies
+uitzien als de oogen van zangvogels door den vogelaar blind
+gebrand.... straffen.... 't lijf pijnigen.... eh bien.... daar
+hebben ze hier verstand van.... middeleeuwen noch inquisitie
+vonden verfijnder tortures dan deze kaalkoppen van schurken....
+ik noem bijvoorbeeld: 'les mains au sel'.... excuseer mij
+zoo ik u niet verklaar wat dat zeggen wil.... trop horrible....
+trop.... maar gij begrijpt.... zulk een recht jaagt er de
+vrees in."</p>
+
+<p>Kordaat in al zijn doen had hij een nieuwe sigaret van
+het buffet genomen en ontstoken, zeggend, "hij rookte te
+veel", haalde de teugen in, blazend den stralenden rook zijn
+sper-neus uit, en zat dan met het witte dingie tusschen zijn
+nog onderrichtende vingers. Hij besloot:</p>
+
+<p>&mdash;"Je vous dis.... la peur, c'est une bonne chose."</p>
+
+<p>&mdash;"Assurément, la peur, c'est une bonne chose," beaamde
+monsieur Badaud, "ik herinner mij, hoe 'k eens in Algiers"....</p>
+
+<p>Maar de dokter viel in de rede:</p>
+
+<p>&mdash;"Zou mijnheer daar, niet gelooven gaan dat wij heiligen
+zijn, monsieur Badaud.... oh, als u een Arabier was...."</p>
+
+<p>&mdash;"Taisez-vous, docteur."</p>
+
+<p>&mdash;"Ah bah, monsieur Crépieux, vous avez raison.... la
+peur, c'est une bonne chose.... je me tais."</p>
+
+<p>En teruggezakt in zijn onbewegelijk-zijn, verborg hij zich
+achter rook-mondevollen, terwijl de beide heeren kameraadschappelijk
+elkaârs gezelschap dadelijk weêr zochten, Badaud
+rooder geworden bovenop zijn koonen.</p>
+
+<p>&mdash;"Bepaald," zei hij half-hard-op, "de dokter is dronken."</p>
+
+<p>&mdash;"Sans doute," bevestigde monsieur Crépieux.</p>
+
+<p>&mdash;"Is het geen zonde van een man met zoo'n intelligentie?"</p>
+
+<p>Johan, die wel voelde hoe dit eigenlijk tot hem gezegd
+werd, was niets op zijn gemak.... wat drommel, konden
+die menschen hun vuil linnen niet en famille wasschen....
+kwam die vervelende meid maar terug.... Antonio was ook
+al gevlogen.... als ze nu kwam, ging hij dadelijk weg.</p>
+
+<p>Gepulver van goudstof, zakte de zon in de straatgeul
+neêr.... 't liep naar twaalf uur.... achter den zonnedamp
+was de steeg als breeder, de witte muur van het werkplaatsje
+stond achteruit, van warme weêrschijnen bebeefd. En weêr
+een loopende man deisde voorbij, badend nu in den lichtdamp,
+hard en dichtbij klepte de slag van zijn sloffen. Boven den
+drempel uit zat het knechtje steeds ijverig te pieken, vol
+aandacht turend op zijn prettig getreuzel, maar schimmig
+verschijnend in zijn blank hemdjasje, zijn lichaampje verteerd
+in de kracht van het krioelende licht.</p>
+
+<p>Diep en donker brokstemde van achter uit de kroeg het
+gepraat der beide heeren; zonder het te willen was Johan
+er bij, moest hij luisteren naar wat ze vertelden. Crépieux
+klaagde over de moeielijkheid fatsoenlijke Arabische vrouwen
+te naderen, maar monsieur Badaud beweerde dat ging wel
+en vertelde toen een geval. Uit den hoek reutelde een
+slurpje.... blijkbaar rekte de dokter zijn grog.... wat een
+zonderlinge man, roofvogelneus onder weeke open-luchts-oogen....
+waar had hij dat kijken meer gezien.... was
+'t niet....</p>
+
+<p>&mdash;.... "En ik hield een vijf-pesetastuk in de hoogte, zóo!"
+verhaalde monsieur Badaud, "de vrouw keek om, in haar
+kleed onzichtbaar.... ik lokte, zóo; ze kwam dichterbij,
+kijkend bangig over de heggen van aloë's; ik weet het nog
+heel precies, in de verte tegen de berghelling op was een
+Moor met een span roode ossen aan 't ploegen. Ze kwam,
+aarzelend wel, maar ze kwam; ik bleef den vijf-frank toonen,
+zóo. En telkens omkijkend, ik was nog meer den hoek omgegaan,
+of ook iemand haar zien kon, kwam ze tot bij mij
+en maakte toen haar gelaat open.... En of ze mooi was....
+dat zou 'k meenen.... ik heb haar gekust op mond, oogen,
+partout.... natuurlijk voor de vijf franken."</p>
+
+<p>&mdash;"Gelogen," drifte dokters stem den hoek uit.</p>
+
+<p>&mdash;"Maak u niet boos, monsieur Badaud."</p>
+
+<p>&mdash;"Ik zeg u dat het niet waar is, dat het een onmogelijkheid
+is voor een Europeër een Arabische vrouw te kussen....
+moi aussi, je connais un peu mon Afrique, monsieur Badaud,
+une putain, oui, se découvre, nooit een fatsoenlijke vrouw,
+c'est de la blague...."</p>
+
+<p>&mdash;"En als ik u toch zeg...."</p>
+
+<p>&mdash;"Zeg wat u bevalt te zeggen, ik zal u zeggen, dat
+het niet waar is."</p>
+
+<p>&mdash;"Ivrogne," schold de kolonel onder zijn favorites.</p>
+
+<p>Bah, wat stonk die kroeg naar kaas, 't was er benauwd,
+onaangenaam.... eindelijk....</p>
+
+<p>Stuivend om den muurhoek, slobberde in haar violette
+jurk de Jodenmeid naar binnen; het koelwitte papierrolletje,
+als iets dat ze gevonden had, hield ze in de hand vooruit.
+En achter haar rug om, in den stofregen van bleekgoud
+vroeg-middaglicht, zag Johan, met éen blik, den mooien
+jongen schooier, dien hij daar straks op het Zocco gezien
+had, in het vierkant der wagenpoort treden, op zijn bloote
+voeten ging hij, voorzichtig met teêren tred. Aan den overkant
+keerde hij zijn rug tegen den muur, trok zijn been
+dadelijk op, zich schikkende zoo goed en kwaad dat ging,
+in zijn voddenmantel.</p>
+
+<p>&mdash;"Ik vraag u duizendmaal verschooning, monsieur le
+peintre," kwam Antonio de gangpoort uit spreken, "maar die
+meid vertelt een heele geschiedenis, ze is overal geweest, 't
+is overal druk in de bovenbuurten, vanmiddag gaat de processie
+weg."</p>
+
+<p>&mdash;"Wie is die man daar, Antonio?" vroeg Johan, schichtig.</p>
+
+<p>&mdash;"Soleimon? o, een arme gek: hij wacht daar bij mijn
+buurman op zijn eten."</p>
+
+<p>&mdash;"Spreekt ge Duitsch, Herr Maler?".... 's dokters stem
+was al haar kantigheid kwijt, "ja, ein wenig?.... mag ik
+u raden voorzichtig te zijn, als ge dien man soms teekenen
+gaat, een gek, dat is een heilige hier, verstaat ge?.... de
+Arabieren zouden het u kwalijk nemen, ze zijn wat fanatiek,
+als ge 't nog niet weet."</p>
+
+<p>&mdash;"Men zal mij geen kwaad doen."</p>
+
+<p>&mdash;"Zoo, gelooft ge?"</p>
+
+<p>&mdash;"Voilà, dokter, eindelijk iemand waar ge meê praten kunt."</p>
+
+<p>&mdash;"Merci, Antonio, maar ge vergeet den redacteur van
+de Réveil, l'Alsacien.... en onzen minister dan met den
+blauwen bandelier...."</p>
+
+<p>&mdash;"Ha, ha!" schaterde de herbergier. Toen, Johan opgestaan
+ziende: "om twee uur, vergeet het niet, gaat de processie
+weg, ils partent du Grand Zocco."</p>
+
+<p>&mdash;"Verzuim het niet, het is zeer interessant. Ce sont des
+religieux, des fous, des mangeurs de moutons. Men moet dat
+zien, 't is zeer belangrijk uit een ethnografisch oogpunt."</p>
+
+<p>&mdash;"Merci, monsieur Crépieux."</p>
+
+<p>&mdash;"Mag ik meêgaan?" verzocht de dokter, haastig zijn
+hoek uitgeschoven.</p>
+
+<p>&mdash;"Adieu, mijne heeren."</p>
+
+<p>&mdash;"Om vier uur kom ik aan 't atelier, dokter," riep
+monsieur Crépieux, bazig.</p>
+
+<p>&mdash;"Bonjour, Antonio."</p>
+
+<p>&mdash;"Au revoir, docteur, mijn groeten aan uw minister, ha,
+ha, ha...."</p>
+
+<p>De beide mannen waren de kroeg uit en onder de zonne-neêrzinking.
+Achter zich hoorde Johan, Antonio's lachen nog
+rollen, toen zij 't gekje al voorbij waren. Rustig stond de
+jongen tegen den muur te droomen, vertoonend zijn sterk
+en bloeiend spiernaakt, stil lachend zijn gelukkigen glimlach,
+bestrooid nu en belooverd met zon.</p>
+
+<p>Ze gingen naast elkaâr.</p>
+
+<p>&mdash;"Ich möchte wohl mit Shylock sagen," begon de dokter,
+als iemand die hardop denkt, "Antonio ist ein guter Mann,"
+toen plots zichzelven voorstellend, en met de oogen vragend
+den ander, zei hij: "Mein Name ist Vogel."</p>
+
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="III" id="III"></a>III.</h2>
+
+
+<p>&mdash;.... "wat ge me daar vertelde is zeer karakteristiek....
+also Sie sind Holländer!"</p>
+
+<p>Zij daalden door de breede hoofdstraat, recht onder de
+zon, midden loopend in den uitgezakten weg over de hobbelige
+keien naar de haven omdalend.</p>
+
+<p>&mdash;"Drôle de pays votre Hollande."</p>
+
+<p>Ze gingen langs den bazar, een tentoonstellingshuis, opzichtig
+beschilderd, met achter de vensters, uitstalling van
+filigrane-mooie dingen, en van veel aardewerk, dat naar
+buiten glom uit de schaduw van 't mineraalkleurig verglaassel.
+Ze liepen de moskee langs, waarvan de kerkpoort wijd open,
+maar 't inzicht naar het heilige als achter een voorhang
+versloten was door een hoogopstaande mat. Zweeterig-gele
+sloffen, bij paren schots en scheef op den grond, want daar
+binnen was 't altijd gebed. De straat droogde tot wit, er
+liep geen mensch in de straat.</p>
+
+<p>&mdash;"Oui, ik ben er tweemaal geweest."</p>
+
+<p>Op de moskeetrappen en onder den rullen straatmuur lagen
+duistere kerels languit te vadsen, als gestrafte dieven plat op
+den buik, en er zaten er gerugd tegen den wand, vodderig,
+met den kop weggeschrompeld in de schaduw van de kap; hun
+monden waren opengevallen in de lamheid van den slaap.</p>
+
+<p>&mdash;"Ja, tweemaal.... wie die Zeit schnell geht....
+voyons.... ik was in Amsterdam voor een internationaal
+hygiënisch Congres.... gemoedelijke lui die Hollanders....
+en de tweede maal, om relaties te zoeken voor een andere
+groote reis door Afrika's binnenland, die ik toen prepareerde....
+ik was niet altijd wat ik nu ben.... wissen Sie....
+verstandige lui die Holländer.... natuurlijk is u ook een zeer
+intelligente man."</p>
+
+<p>&mdash;"Hoe zoo?"</p>
+
+<p>Ze gingen drinkbakken voorbij, waar paarden aan slobberden,
+roodbruine, als nieuwe kastanjes glimmend onder de
+zon; een melkwitte hinnekte, den toom op den nek tusschen
+het gespleten maanhaar; ze stonden met uitgerekte halzen,
+water morsend langs de soepele lippen en langs de gele
+graastanden, de bitten rinkelden tegen de bakken, ijzergeluid
+klinkklonk in de zonnige straat.</p>
+
+<p>Bijna zonder eigen schaduw op den grond stapten ze;
+Johan zag naast zich den dokter loopen, grooter dan hij
+zelve, al liep deze ook met een ronden rug, als in de schouders
+geknakt. Vogel ging voort in zijn schunnig-blauwe jas, glimmend
+tot langs de beenpanden, de hand aan zijn pijp, rookblazend
+veel boven zijn stijven romp, voorover geheld ook in de
+daling. Hij ging zoetjes aan, als iemand die over den schouder
+wat voorttrekt, als een myop mensch met halfdicht turende
+oogen. Nu van ter zijde bekeken, was zijn snavelneus het
+voornaamste van zijn gezicht, schedel en kaakstuk leken
+onbelangrijk bijna; aan zijn voorhoofd, dat druk van rimpels,
+bultte onder een ouden flaphoed, groezelden uitgebleekte, als
+weggeschroeide wenkbrauwen. Weifelend kromp de kin
+achteruit, stekelig van roode en grijze stoppels, ook waren
+zijn wangen slordig onder een baard van acht dagen; maar
+klein en verstandig schulpte het oor met een dikken luisterrand.
+En zijn mond verdween geheel onder een bos half-cirkelende
+snorharen, in 't midden als pegeltjes, altijd nat, onder de
+dubbele beademing van mond en neus.</p>
+
+<p>Ze liepen de straat af, de weg elleboogde, en een poorttunnel
+door. In den dunnen schemer zat er een schildwacht
+op een bank, als een vrouw in witte kleêren, alleen zijn
+oogen leefden. En zij daalden tusschen stomme muren, wallen;
+hoog was het zonblauw.</p>
+
+<p>&mdash;"Verstandige lui, uw landgenooten," vervolgde Vogel
+in een droge, opsommerige gewoonte van maar-door-praten,
+"en extra-ordinaire gemüthlich." Hij gebruikte een onverschillige
+manier van redeneeren, bandeloos sprong hij over van 't
+Fransch- naar 't Duitsch-spreken.</p>
+
+<p>&mdash;"Die brave monsieur Crépieux met zijn schorpioenen....
+dat wil entomoloog spelen.... aartsdomme kerel.... ik had
+ze wel in een half uurtje kunnen gevangen hebben.... maar
+een anderen dag.... wissen Sie.... als ik een dag wat veel
+gevangen heb, deponeer ik er wat van in den toren.... niet
+zeggen, hoor.... Antonio versteht mich.... moest Crépieux
+niet begrijpen kunnen, dat met nat weêr niet te vangen
+is.... wijntje gedronken.... wissen Sie, met den wachter van
+den vuurtoren op kaap Espartel, een landgenoot van me....
+nu ja, Oostenrijker.... ik ben Hongaar.... zijt ge al geweest
+op kaap Espartel?.... Neen.... mooie wandeling...."</p>
+
+<p>Als iemand die de behoefte heeft zich uit te praten na
+lange stomheid, raffelde zijn stem; lijmerig leuk, of spotziek,
+met een ietwat dikke tong en dan in eens heel rad of het
+van binnen bij hem stookte.</p>
+
+<p>Een Arabier draafde achter een ezel tegen de straat op:
+brandrood gloeide zijn fez. De vent begon zijn beest te slaan
+en aan te schelden, omdat 't niet voort wou, maar met luie
+gretigheid lipte langs de rottige muurkanten naar de dorre
+distels.</p>
+
+<p>&mdash;"Weet ge wat die meerschuimen pijpekop daar langs
+ons uitschreeuwt? 'Vooruit, hond van een Christen,' roept
+hij naar zijn bourriek.... We staan niet erg hoog aangeschreven,
+vindt ge wel.... de kerel verlangt naar zijn slaapje.... ja,
+slapen, slapen te kunnen!"</p>
+
+<p>'t Pad geelde, want het strandzand begon den weg te
+bevloeren, 't loopen werd al moeielijk.... zoo dadelijk zou
+de zee wel verschijnen. Maar de dokter sprak voort en
+Johan's oogen begonnen van zelve het kijken te laten, hij
+begon meê te loopen in de dommeling van den praatroes.
+Telkens voelde hij wel het klotsgeschok van zijn teekentasch
+tegen zijn beenen, maar overigens.... Wie zou hij zijn, wat
+was dat voor een man?....</p>
+
+<p>&mdash;"Badaud is een jakhals.... wissen Sie, en Crépieux....
+ah bah!".... Vogel maakte met zijn pijp een zwaai door de
+lucht of hij lastige vliegen wegjoeg; het klakte sussend
+in zijn mond.... hij herhaalde: "ah bah.... wat kan dat u
+schelen!"....</p>
+
+<p>&mdash;"Kaap Espartel?.... vier uren hier van daan," gaf hij
+antwoord op Johan's vraag.... "altijd als ge den ouden weg
+neemt, de nieuwe gaat in drie uren direct naar den toren....
+menig keertje er geweest.... de rotsen waar de toren op
+staat, zijn rijk voor een snuffelaar als ik ben.... die vuurtoren....
+als ze maar durfden, braken de Mooren vandaag nog
+dat ding af.... dom volk, zou amice Badaud zeggen.... maar
+ik vraag, wat kan hun die straat van Gibraltar schelen?"</p>
+
+<p>&mdash;"Die toren? wel,.... die is daar gebouwd door een
+Fransch ingenieur, voor rekening van een internationale
+compagnie."</p>
+
+<p>&mdash;"Ja!.... een compagnie.... une compagnie.... wie
+heeft ooit kunnen uitmaken wat een compagnie is, vraag
+zulke dingen aan Antonio.... al de mogendheden hebben
+er natuurlijk belang bij dat de vaart door de straat goed
+is.... die toren is een internationale behoefte.... voilà ce
+phare. Braun, mein guter Wiener, is daar wachter.... Immer
+ganz allein da oben."</p>
+
+<p>&mdash;"Holland".... bromde hij weêr met zijn ontevreden
+binnensmondsche stem, als hij antwoord geven moest....
+"Holland?.... weet niet, denk van niet.... Holland, zeg....
+hoeveel malen zijt ge Holland buiten Holland al tegen gekomen....
+Voor eenige jaren was hier nog een Hollandsch
+consulaat.... de Belgische is nog een groote heer hier....
+maar 't was te duur, een eigen consulaat te hebben, en nu
+neemt een ander 't baantje waar.... dass versteht sich....
+de Engelsche of de Zweedsche of de Belgische, of een die
+het op een koopje voor drie, vier landjes gelijk waarneemt....
+hm, 't is een lastig ding.... vraag het maar aan Antonio,
+die krijgt al zijn brandewijn uit Holland.... sind ja doch
+wirklich ganz gemüthliche leute, die Holländer.... Drôle de
+pays.... Rooken dat is goed tegen de vliegen, wissen
+Sie!...."</p>
+
+<p>Hij snapte, mopperde, dikwijls moeielijk voor den ander
+te verstaan; in zijn damp loopend, blies hij den rook machinaal
+voor zich uit.</p>
+
+<p>&mdash;"Il y a là-bas du bon tabac, 't is waarlijk een culte
+bij u, al die mooie winkels waar tabak verkocht wordt, on
+dirait des temples!" sprak zijn stem hoog, met wat kinderlijks
+in het geluid.</p>
+
+<p>&mdash;"Niet waar? beste tabak."</p>
+
+<p>&mdash;"Ah oui, c'est quelque chose."</p>
+
+<p>&mdash;"Een pijp goede Porto-Rico, hé?"</p>
+
+<p>&mdash;"Daar herken ik u weêr.... Drôle.... Antonio heeft
+Hollandsche sigaren.... kosten bijna niets."</p>
+
+<p>Al het toeschietelijke en kameraadachtige in zijn manier
+van praten was als in eens gevlogen. Hij zei niets, stapte
+voort, of de ander niet naast hem ging.</p>
+
+<p>De weg verliep tusschen verweerd rotswerk. Links, waar
+Vogel sjokte, steeg de wand rechtop, berghoog. Het Hôtel
+Central stond daar, een groote til gelijkend, in de lucht....
+"sapristi, wat hoog."</p>
+
+<p>'t Pad was enkel zand geworden. Tusschen de wallen door
+kwam het blauwe water van de baai op-en-op verschijnen, 't
+geleek een scheur tusschen heuvels en aarde; een witte
+schuimstreep, feestelijk als een lange veêr, wuifde en speelde
+er door heen. En vèr-in, met de illusie van stilstaande poppetjes,
+prijkten een paar boompjes, smal en rood onder de
+roze heuvels, nog in najaarsgebladert.</p>
+
+<p>Hoog de zon.</p>
+
+<p>Toen was de weg zoo een duin snel afdaalt. Zij waren
+de muren uit.</p>
+
+<p>'t Strand lag verlaten. Daar aan de borstwering, een
+eindje nog langs de zee, leunde een man met lange, bloote
+beenen, de schouders op.... 't leek wel een hoofdloos
+mensch.... stond hij te slapen?</p>
+
+<p>De dokter vertelde onverschillig, voor den wind weg.</p>
+
+<p>&mdash;.... "Ik herinner me vooral van Amsterdam een ouden
+mijnheer.... in mijn gedachten, rare gedachten.... noem ik
+hem altijd: le vieux. Tijdens het congres was ik meermalen
+zijn gast.... dat was een rooker.... hij had heel wit haar,
+overvloedig, als zij zoo zacht, en witte handen, verbazend
+blank met rose nagels.... ik zie hem nog.... het lachje
+waarmeê hij na 't diner een sigaar presenteerde.... ik hoor
+nog zijn zachte stem, als hij, na 't dessert, de mooie handen
+op zijn buik, rookende voluptueus en zichzelven bestreelende
+wanneer hij over zijn goed land sprak, zacht lachte.... o,
+suave, wanneer hij Fransch praatte.... en dan die handen
+met het rimpelige vel als hij goed gegeten had.... 't was
+zoo lekker dommelig.... dikwijls is 't mij later in Afrika's
+woestenijen gelukt, wanneer ik na een wilden dag, van overspanning
+onder mijn tent niet slapen kon, in te slapen door
+te denken aan 't geluid van die stem, zoodat ik 't hoorde....
+te denken aan die witte, zegenende handen, zoodat
+'k ze zag.... Le vieux bonhomme.... om u de waarheid
+te zeggen.... hij verveelde me soms geweldig, votre compatriote,
+wissen Sie.... c'etait trop doux.... Herr Gott,
+ja.... Eens herinner ik me, 't was bij een diner met de
+congressisten.... Gott, Gott.... wat is dat lang geleden....
+mijn gastheer opgestaan, een toost van hem bij 't dessert....
+ik niet alleen had een glaasje gedronken, wissen Sie.... 't was
+niet om te verdragen.... ik zat een eindje van hem af....
+zijn mond ging open en dicht, gapen, geeuwen, 't was of
+hij sneeuw at, zijn woorden smolten in zijn mond. Toen heb
+ik mijn handen aan den rand van de tafel moeten vastklemmen,
+wissen Sie.... want ik wou opspringen en hem naar de keel
+vliegen.... het uitschreeuwen.... mais criez donc, nom de
+Dieu.... die goeie oude heer, hij had 't moeten weten....
+We zullen maar wat blijven loopen hier aan de zee, vindt
+ge het goed?.... we hebben nog wel den tijd, 't is nog niet
+éen uur op de zon, dat klokje staat maar nooit stil.... 't
+is hier frisch, 't stonk daar ginds.... poeh.... petit homme,
+also Sie sind Holländer! Gij zoudt met mij niet in Amsterdam
+langs de straten willen loopen, hè.... wat zeg ik."</p>
+
+<p>Onverwacht sprak hij op den man af, en evenals wanneer
+hij zijn wissen-Sie's uitsiste, loenschte hij om naar Johan, die
+zijn mond vol tanden voelend voor dien onstuimigen woordenstroom,
+de kwelling onderging van niets terug te kunnen
+zeggen.</p>
+
+<p>&mdash;"Nun, nun," zei Vogel.... en hij suste weêr klakkend
+met zijn tong, "laten we hem met vrede; 't is waar, moi,
+je suis un homme fini.... waarvoor en waarom leef ik
+nog.... is het niet omdat ik te lui en te bang om te sterven
+ben?"</p>
+
+<p>Hij was blijven staan, turend of hij wat zag boven zee,
+de oogleên in peinskringen om de oogen gekrompen, met
+een schuine vouw hing 't vel uit de kas, drukkend het
+bovenlid neêr; wat waren zijn pupillen zwart, verdonkerd
+nog in de staring, als een inkijk in zijn duister binnenste;
+het blauw er om heen brak onder de dichtrimpeling vanonder
+de oogharen.... zouen die oogen niet zoo zijn als hij
+gestorven was?.... Neen, dat was geen man die om meêlij
+bedelde.</p>
+
+<p>Ze stonden beiden gezicht in gezicht. Stilte van een warmen
+slaap was om hen.... hoog de zon. Een blauwe rookgulp
+wolkte achter de snor van Vogel vandaan, vrij van achter
+de gulden tralies der knevelharen: lichtend wittig dan het
+licht in, stuivende pluisjes zondamp dan de ruimte door.</p>
+
+<p>&mdash;"Wat is rook toch een mooi ding, hè!" zei Vogel....
+"ach, Herr Gott, da fang ich wieder an sentimentalisch zu
+werden."</p>
+
+<p>Ze stapten weêr verder.</p>
+
+<p>Naast hen lag de baai blauw-uit, vlak gestrekt in zonnige
+rust. 't Water ebde. Loom deinden de lange waterbanen,
+rimpels en niets meer, onverwacht als denkplooien komen in
+een effen voorhoofd, kwamen ze op uit 't kalm soezende
+nat, met lange schuimuitkruivingen, bewegingen van zachte
+zwemmers, meeuwveêrwit aanscheren. Maar op het zand
+plaste het water uit tot een plots-kokende waterborreling,
+even kwaad, dan zoog en trok de baai zijn banen achteruit,
+pareling nalatend op 't strand, als bronwater op de tong,
+in een gisting van geruisch.</p>
+
+<p>Aan den overkant lag blank, met een kerkspitsje laag,
+vaag een wit menschendorpje, aandommelend met zachte
+spiegeling onder den wal.... het vaste land weêr....
+Europa.... maar verdroomd achter 't licht. Rechts, een
+bastion in zee, Gibraltar's dreigende torenschim, en met een
+sprong der oogen het waterblauw, de straat, over, de toegankelijke
+straat naar de onbekende groote en diep-in geweldig-lichtende
+Middellandsche zee; en dan de rood omsnellende
+heuvelreeksen.... Afrika al.... woningloos.... vèr aan den
+duizelenden horizon het gesilhouet van den Atlas, berg-ijs-blauw....
+en vlak hierbij.... duinen.... wit zand met twee
+schrale boompjes als witte berkjes.... begoocheling van
+eigen stranden.... woestijnbegin en thuis, en dan een dadelijk
+verschrikkelijk gevoelsvisioen van dorheid en dorstlijen.</p>
+
+<p>&mdash;"Ongeluk, 't is een ongeluk," zei Vogel, en 't klonk
+als een jammering in den wind, "een groot, goed mensch
+geboren te zijn."</p>
+
+<p>Hij lachte luid na, even schril:</p>
+
+<p>&mdash;"Vraiment, c'est du Sophocle.... waarom niet?"</p>
+
+<p>Zij liepen over het natte en donkerder zand door de
+waterkeering verlaten. Het strand deinde onder de stappende
+voeten.</p>
+
+<p>&mdash;"Des bêtises, wissen Sie, maar dat is toch erg, gehoond
+te worden tot het laatste, te moeten verdwijnen, zonder dat
+vuile, krieuwelige tuig, mijn innige verachting in 't gezicht
+te kunnen spuwen. O, ce Crépieux!" en zijn knorrige stem
+was met vocht beloopen, "hij is me de baas."</p>
+
+<p>Ze liepen. 't Zand lag in lange ribbelingen; op de aarde,
+als op een reuzenschaal had de zee den geleidelijken achteruitgang
+gemerkt van het almaar ebbende water.</p>
+
+<p>&mdash;"Vergeef me," begon hij wat weeker, "wat kan het u
+schelen als ik naar den grond ga.... ça arrive.... n'est-il
+pas que tout existe pour faire penser?.... maar och, ik zou
+willen nu, dat ge me gekend hadt, vroeger.... en waarom?....
+dat ge wist hoe mooi ik begonnen ben.... Bah, wat brandt
+dat water daar fel in mijn oogen".... Hij spoog op 't zand,
+den mond vol speeksel, gaf een veeg langs zijn snor met den
+rug van zijn hand.</p>
+
+<p>&mdash;"Attendez!" zei ie, "mijn pijp is vuil."</p>
+
+<p>Hij stond weêr stil. Johan met hem. Vogel bukte naar
+den grond, zoekend een stokje of een strootje of een verloren
+veêr.</p>
+
+<p>Het strand blonk nog altijd verlaten. Heel in de verte
+leek het wel of er menschjes liepen, donkertjes onder de
+ietwat al dalende zon. Walmpjes wind doesden breed aan,
+op de tong verziltte het speeksel, en een benauwde nicotinegeur
+ging om de pijp van Vogel.</p>
+
+<p>&mdash;"Daar," wees Johan naar den grond den dokter aan,
+die laag, bijziende als hij was, met de handen scharrelde.</p>
+
+<p>&mdash;"Daar, neen, die is te kort."</p>
+
+<p>&mdash;"Is die goed?"</p>
+
+<p>&mdash;"Merci."</p>
+
+<p>Ze kwamen beiden op, Vogel even kreunend.</p>
+
+<p>&mdash;"Badaud?" vroeg hij, met zijn pijp onder zijn oogen
+peuterend, "hoe vindt ge Badaud.... kolonel.... geloof er
+maar niets van.... de la blague.... ach, Badauds kunnen
+alleen zwakkelingen als ik ben kwaad doen, wissen Sie....
+maar Crépieux.... pas op de Crépieux."</p>
+
+<p>&mdash;"Zoo," zei Johan, zacht meêgaande en proevend uit
+den klank de bedoeling.</p>
+
+<p>Stom was hij naast den dokter blijven loopen. De kleine
+vertrouwelijkheden van dien man, van wien hij voelde hoe
+hij onder de zon al in den dood leefde, bleven in hem vallen
+en brachten meê hun eigen zwarte beklemdheid. Hij liep naast
+Vogel, soms met het onpasselijke gevoel dat angst voor iets
+onbekends geven kan, iets dat men uit zou willen spuwen,
+zoo kropt het in de keel, en dat men maar niet van zich
+af te zetten vermag. Hij bracht zijn handen aan zijn zij,
+instinctmatig, als om zich zoo bij elkander te houden.</p>
+
+<p>&mdash;"Laten we teruggaan," sprak weêr in rookdamp,
+Vogel.... "'t is half twee.... hoor, de muziek is boven."</p>
+
+<p>Schaduw sloeg al voor hun voeten uit op 't korrelglanzende
+zand, schaduw als van dwergmannetjes. Het zachte
+branden van de middagzon prikte Johan in den hals nu.</p>
+
+<p>Ze gingen. Vóor hen om de kromming der baai praalde
+de stad in 't op- en uitgestapel van haar bordessen, met
+het optronende hooge huis, zonblokkend op de schroeierig
+roode rotsen. Gelijk een star maanvisioen verscheen Tanger
+boven de blauwe pracht van het soezende water, onder de
+luchtblauwe overspanning van den wijden hemel.</p>
+
+<p>Beneden donkerde het havenwerk, rommelig, maar verlaten
+van drukte; een keikleurige pier stak het water in, en de
+Moorsche lichtervaartuigen met de dwarslijnen van hun ra's
+met gereefde zwarte zeiltjes, guirlandeerden er tegen de vuil-blanke
+onderste huizen van de oude stad. Maar zie, lager
+naar het strand, daar was al beweeg van omloopende figuurtjes,
+wittigheidjes van burnous en kleurtjes van kaftans. Ze gingen
+schichtig de walstraat in.</p>
+
+<p>Buiten de baai, in de wijdweg blauwende waterruimte,
+van plezierscheepjes scheen wel, witte zeiltjes.... twee, drie,
+vier, als driehoekige vogelvlerken.</p>
+
+<p>Maar uit het stil stralende stadje zoemde, en al dichter
+en duidelijker, het openluchts-joedelen van een herdersfluit,
+woestijnmuziek, en toen aangedragen op den wind, het ondergrondsche
+gebom van een geslagen trom; 't woei weêr weg,
+maar jagen kwam een wilde snerp, dol geworden, zich opslingeren
+in de lucht.</p>
+
+<p>&mdash;"Ik vraag mijzelven af," ging Vogel voort, "waarom
+toch vertel ik u dat alles, aan u, dien ik voor een uur nog
+niet kende.... steun zoeken.... zwakheid van me.... 't is
+waar, ge hebt geen kwaad gezicht.... laat kijken.... dat
+bedriegt wel.... dan.... gij zijt een Hollander en ik ken
+uw land tamelijk wel, votre drôle de pays," begon hij weêr
+te schimpen.</p>
+
+<p>&mdash;"Ge schijnt erg in uw schik die uitdrukking gevonden
+te hebben," liet Johan merken dat hij geraakt was.... "of,
+en dat is niet aardig, ge wilt twist met me zoeken."</p>
+
+<p>&mdash;"Waarom?"</p>
+
+<p>&mdash;"Omdat ge nu al zoo dikwijls hetzelfde zegt."</p>
+
+<p>&mdash;"Ah bah! zet er u toch geen gal van, jongmensch....
+'t is om te lachen.... lachen, lachen.... meer waard dan
+de vrees, die de patroon.... pardon.... monsieur Crépieux,
+ons zooeven aanprees.... leer lachen.... Bah, daarvan komt
+al mijn kwaad.... ik deed het nooit genoeg.... Zeg zelf,
+wat baat het mij nu, lachen te kunnen.... en wat scheelt
+het een ander als ik vroolijk ben.... u, par exemple....
+over uw Holland, en pour cause...."</p>
+
+<p>&mdash;"Dat doet me zeer."</p>
+
+<p>&mdash;"Allons donc, 't is de moeite niet waard."</p>
+
+<p>Met de zon in zijn nek, begon er kwaadheid in Johan te
+schroeien en hij flapte uit:</p>
+
+<p>&mdash;"Ik wou dat ge uw mond hieldt."</p>
+
+<p>&mdash;"Dat zegt monsieur Crépieux ook, ha!"</p>
+
+<p>&mdash;"Ge kent mijn land niet, al denkt ge 't, gij hebt niet
+het recht met mij te spotten."</p>
+
+<p>&mdash;"Allons donc, votre Hollande est tout bonnement un
+pays fini."</p>
+
+<p>Vlàn! als een klap in 't gezicht, ontving Johan Vogel's
+onverschillig in den wind gegooid oordeel. Hij had een twist,
+een kibbeling verwacht en gewenscht, maar nu dàt, als 't
+eindbesluit na een lange redeneering sloeg zijn kwaadheid
+stuk. En het was of er een ander naast hem sprak, toen
+hij zijn eigen wrevelige stem hoorde zeggen:</p>
+
+<p>&mdash;"Ge liegt."</p>
+
+<p>&mdash;"En waarom?"</p>
+
+<p>&mdash;"'t Is niet waar."</p>
+
+<p>&mdash;"Ah, jongmensch, ik weet het heel wel.... ge zijt
+artist, et tous les artistes rêvent aussi un peu la gloire de
+leur pays.... maar zeg, waarom zou ik liegen, waarom u
+plagen, wat kan het u schelen, herhaal ik, wat ik meen,
+ik.... ik die de gewoonte heb gekregen alles luid uit te
+zeggen wat ik denk.... waarom?...."</p>
+
+<p>&mdash;"Waarom? waarom? weet ik het?".... zonder het te
+willen deed Johan Vogels stem en manieren na.... "gij die...."</p>
+
+<p>&mdash;"Ge durft niet.... omdat ik een verloopen kerel ben,
+wilt ge zeggen, is het niet zoo? wat is de waarheid eenvoudig,
+niet waar?.... ik wou dat dat water niet zoo helsch glom....
+maar, petit homme, dat maakt het mij juist zoo gemakkelijk
+te zeggen wat ik denk.... où est donc votre fameuse
+intelligence?.... menschen als ik.... zijn als groote gekken,
+wissen Sie, ze hebben niets te verliezen, ze hebben niets te
+bewaren."</p>
+
+<p>&mdash;"Verdomme," vloekte Johan.... en hij zei maar wat.</p>
+
+<p>&mdash;"Wat, wat zegt ge.... goeie individuen.... maar zijn
+die niet overal.... onder de.... Dinka's, onder de Hongaren,
+n'importe.... waarom dan niet in uw Holland.... sans doute,
+'t is là-bas als in mijn uitgeblonken leven.... vonken nog....
+ah oui.... opflikkerende vonken.... des morceaux de pensées....
+maar het lichaam.... wissen Sie, la masse reste
+inerte, frappée d'apoplexie."</p>
+
+<p>Wederom moest Johan maar wat zeggen, verslagen. Wat
+te antwoorden aan de driestheid van zoo'n naren kameraad,
+die in de vernietiging van zichzelven, den ander te treffen
+wist in zijn ongelukkige origine.</p>
+
+<p>&mdash;.... "Waarlijk.... ge hebt gelijk, waarlijk, das bewegt
+sich, ça existe, 't maakt leven.... jawel.... als deze zee,
+wissen Sie, die maakt ook leven.... hoor.... maar in waarheid
+beweegt het water niet, water is traag, voortgaan doet het
+niet.... 't schommelt, 't schommelt.... uit.... thuis.... un
+songe.... begoocheling van beweging...."</p>
+
+<p>&mdash;"O, we hebben nog kracht, we zullen nog veel....
+we zijn nog rijk."</p>
+
+<p>&mdash;"Steinreich, niet waar?.... Zijt ge 't bij geval zelve?....
+Herr Gott, noch einmal.... daar weet ik van.... rijk....
+waar is dan toch uw rijkdom.... une tradition.... als uw heele
+bestaan là-bas.... Rijk.... des vaches.... voilà une trouvaille."</p>
+
+<p>&mdash;"We hebben nog, we hebben...."</p>
+
+<p>&mdash;"Wat?"</p>
+
+<p>&mdash;"We hebben nog groote artisten, par exemple, tout le
+monde le dit...."</p>
+
+<p>&mdash;"Jessus...." hoonlachte Vogel met zijn hand aan zijn
+oor.... "daar heb je den ouden heer weêr.... hm.... hm....
+een volk dat groote artisten heeft is zelve groot.... want
+de artisten komen toch uit het volk.... qui le dira, je demande....
+Hij heeft ze mij genoeg aangeprezen, uw artisten....
+le plus fameux.... une femme, n'est-ce-pas? et.... mais ce
+sont des vrais Mormones là-bas.... Drôle de pays.... dat
+is er van gaan houden zoetjes gekitteld te worden...."</p>
+
+<p>&mdash;"Ik waarschuw u, mijnheer!"</p>
+
+<p>&mdash;"Dreigen geeft niets.... dadelijk doen.... nu is 't al
+te laat.... nu zijt ge alweêr wat kalmer...."</p>
+
+<p>&mdash;"Petit homme, petit homme...." vervolgde hij, gemoedelijk
+lurkend, "zet u er toch geen gal van.... à quoi
+bon?.... voorheen heb ik ook wel eens gedacht, sprekend
+met een goed mensch là-bas, dat uw vroeger zoo sterk, zoo
+springlevend volk zichzelve suicideerde, bewust, omdat 't niet
+anders kan.... maar 't is niet waar.... wissen Sie.... comme
+moi, traînard.... oh! ik weet wel.... ah, bah.... gaan we
+maar weêr naar boven.... even aanloopen bij Antonio en
+daar, wed ik, offreert ge mij een glaasje.... drinken, een
+sigaar in de zon rooken.... voilà, mon cher, voor 't oogenblik,
+absolument quelque chose."</p>
+
+<p>Hij had Johan onder den arm genomen, maar die, wrokkend,
+zei:</p>
+
+<p>&mdash;"Neen, daar houd ik niet van, ik loop liever los."</p>
+
+<p>En de zee verdween. Daar op de borstwering leunde nog
+altijd de man, of hij te slapen stond.</p>
+
+<p>Van-om de haven daalden nu veel menschen: vrouwen
+bij tweeën tredend, spookrecht in hun omsluiering; sommigen
+hadden een ronden bobbel uitpuilen van achteren, door het
+onder de doeken op den rug gedragen kind; en heeren, kalm
+loopend, ook in omsluiering tegen de zonnebranding. Veel
+mannen, werklichamen, kwamen op hooge naakte beenen
+aan, die ze uitwierpen, neêrspalkend de voeten in de smakkende
+muilen; scheenspieren spanden taaie vezels onder kuiten
+als van hard hout. Forsch met de armen zwaaiend, weken
+zij den hoek om en de walstraat in, dadelijk kleurend in
+samenlooping, of gingen den buitenweg op die achter de
+muren cirkelt rond de stad.</p>
+
+<p>Johan en de dokter liepen meê in de walstraat, maar Vogel,
+thuis, sneed al gauw een zijsteeg in, en ging toen links en
+rechts, wankelend over 't lastige pad als een dronken man,
+in zijn pijprook schier dravend. Ternauwernood hield Johan
+hem bij. Langs versch gekalkte, met oker besmeerde muren
+gingen ze, lage slopjes door, nauw en gedrongen in gelen
+schemer, soms pakkend op een hoek een worp zonlicht gelijk
+een neêrgeschoten pijl. De straatjes volgden elkaâr, vaal als
+harpuis of wittig van wanden, bespat, bedrekt, waar een
+oud geluikt raam en op de ribbels met zand bestoven, soms
+met kruishouten dicht was; over een weg vol gaten struikelde
+Johan met telkens zwikkende voeten den dokter achterna,
+hoog en laag door de drogende modder, over struiken en
+groen, bossend en bezemend overal, vegeteerend in den vruchtbaren
+zonne-schemer.</p>
+
+<p>&mdash;"Loop toch wat aan," riep Vogel.</p>
+
+<p>Dan gingen ze voorbij een kleine deur en met een snellen
+inkijk zag Johan als in een droom, er een vrouw staan in
+een hemelsblauwe pantalon die uitpofte, opgeblazen scheen
+om de dijen, maar om de enkels straks was. Zij hing kleêren
+over touwen te drogen, hief de armen boven het hoofd op,
+het zwarte vestje plooide langs haar borst, soepel in 't witte
+onderhemd. Kin en bovenhoofd had ze, als bij een gekwetste,
+in doeken gewonden, aan haar voeten graaide een kind over
+den vloer van gebakken steenen en spartelde met de naakt-blozende
+beentjes in de lucht. Verderop verliet een Moor zijn
+huis, overstappend het drempeltje, neêrbukkend uit het lage
+kozijn, met een verstoord kijken ging hij norsch voort. En
+een schrale Hebreër, schriel-spichtig van kop, met een pluizigen
+en wormstekerigen baard, die een oude vijgenmand aan een
+touwhengsel in den knik van zijn arm had hangen, die een
+tooneelachtigen wandelstaf telkens tikte op den grond, liet hen
+voorbijgaan, groetend beleefd met de hand op zijn hart,
+door de looze oogen nieuwsgierig vragend: "wie zouen dat zijn?"</p>
+
+<p>De muziek wandelde, scheen wel, oproepend door de stad.
+Onverwacht, gelijk aanwaaiing van tocht, zoemde bij wijlen
+het schreien van de verre rietfluit, en dompte het geboem
+van de gong; het was met den vinger aan te wijzen waar
+de muzikanten liepen.</p>
+
+<p>Vloekende, van binnen nog kwaad, strompelde Johan achter
+den dokter aan, die zwaaiend met één arm, met langere beenen
+harder loopen kon.</p>
+
+<p>.... Duivelsche vent, dat noemt zich òp en wat kan hij
+nog hard loopen.... Kijk, zijn eene schouder is hooger dan
+zijn andere.... en een neiging kropte in Johan's keel om
+Vogel uit te gaan jouwen, onder het loopen hem na te schreeuwen....
+Zeg, struikel niet over je scheeve hakken! zeg, trap niet
+op de randen van je pantalon! Sapristi.... daar kon je op loopen,
+dat klonk als een deuntje.... trap niet op de randen van je
+pan-ta-lon.</p>
+
+<p>Nog een hoek om en weêr een bocht. Vogel gaf een ezel
+die in 't straatje graasde, een stoffig-klinkenden klap op het
+kruis, 't beest sjokte uit den weg.... toen, een eindje snel
+dalend en ze waren als neêrgevallen midden in de straat, in
+eens herkend, die van 't Kleine naar 't Groote Zocco gaat,
+en waar onder de zon de drukte in de breedte drong.</p>
+
+<p>&mdash;"Te laat voor Antonio," zei de dokter, even keerend,
+"de muziek is achter ons, boven, hoor maar!"</p>
+
+<p>Dof, in een breede uitrolling van een geluid dat veel lucht verzet,
+dichtbij gehoord als na-dondertjes over wolken vertuimelend,
+bonsden nu de slagen van de donkere trommel: boem, boem,
+boem, gronderig onder het neusachtige getoeter van de klagelijke
+klarinet.... hoor!.... dat klonk als een melodietje, almaar
+dezelfde vijf, zes nootjes, je zou ze kunnen teekenen, het overspringen
+van de krijtende klankjes, een lijntje als een snel bliksemstraaltje,
+zigzaggend, en dan den gillenden snerp, recht.</p>
+
+<p>Een keiige vloer, baande de straat op; drukte joeg onder
+de huizen, storend telkens de eenzelfde beweging van kalm
+opgaande menschen. Aan weêrszijden der straat winkeltjes;
+tusschen de lieden door zag Johan weleens een koopman
+gehurkt zitten op zijn mat, in de schaduw en aan 't rooken
+alsof er in de wereld niets anders was te doen, keek hij uit
+stil-bruin, doffige oogen den voorbijgaanden menschendrom
+aan. Op de platformen boven de winkels stapelde veel opgeborgen
+pakhuistuig; manden en tonnen, vervreten door
+regen en veel zon; hooger stegen dan weêr muren naar het
+blauw.... Daar gaapte een zwarte hoefijzerpoort over de
+hoofden.... van een hal, leek wel.... en kijk, daar puntte
+de hellebaard op van den marabout.... van dien aansteller
+in zijn splinternieuw oranje theaterpak.... den heilige met
+zijn gemeene, branderige oogen.... Zie, hoe dat ding gepoetst
+was en blikkerde in de zon.... Die vent liet zich teekenen....
+dat had de gids verteld.... Een Belg had eens een schilderij
+naar hem gemaakt.... een heel duur.... dat weêr had Antonio
+verteld.... Hè.... wat rook die Arabieren-rug daar vóór
+hem.... muskus.... en uitwaseming van sterk vleesch.... 't
+stonk wild....</p>
+
+<p>Zij liepen al onder den walmuur, nu aan het Zuidwesten
+van de stad. Ze gingen de straatpoort door. Daar zat zoo'n
+gestrafte dief, de oogen verschroeid als bij een blind gebranden
+vink, in den zonnigen post, onder de deur weggedraaid
+op sterke scharnieren, zijn godsdienstig deuntje te zingen.
+En Johan moest neêrzien op zijn dood gezicht, achterover
+met den jammerenden mond.</p>
+
+<p>Tusschen de fladderende, kleurende en lawaaiende drukte
+gingen de beide Noordmannen, bijna schouder aan schouder,
+meê op den rhythmus van de veelvoetige beweging.</p>
+
+<p>Tusschen de hooge walmuren onder het Kasbah liepen ze
+als door een droge vestinggracht. Hoog brokkelden de zon-oude
+steenen der kanteelen als een hoekig plooirijgsel onder
+de glinsterende lucht. Bossen wintergroen onkruid pruikten
+uit de voegen, slierden er langs neêr aan de roestrood harige
+wortels.</p>
+
+<p>Nu, als tot een bastion, dijde de gracht uit. Smeden hadden
+er hun werkplaatsjes gemaakt in de uitpuiling van de muren.
+Een, gebukt boven den op zijn knie geknikten paardepoot,
+de fez achterover tegen het afvallen, hamerde het glimmende
+hoefijzer vast.</p>
+
+<p>Toen, zooals water persend gaat door een duiker, drong
+de drukte samen en het enge Zoccopoortje door. Zij waren
+buiten.</p>
+
+<p>En in Johan's oogen klaterde hel het zonneruim van het
+groote Zocco.</p>
+
+<p>Het marktveld, beginnende met zware aarde, uitschuivend
+zijn drekkige heuvelgronden, rommelde van volte, krioelde
+van zich weghaastende kooplui. Links daalde de volte in de
+stadsmuur-schaduw, of was daar de markt nog in vollen gang;
+maar rechts rezen de terreinen in amphitheaters stijgend, en
+stonden daar beplant met stralende gestalten, met rijen van
+sluier-vrouwen.</p>
+
+<p>In het dal-midden, waar onder het aantreden naar de rijen,
+de vloer telkens bloot schoof, in sombere lijnen als versch
+opgehaalde ploegvoren onder het neêrschuinen van den lichtvloed,
+golfden en sleepten de loopende witte plooien door
+'t bonte lawaai; maar hooger schaarden zij zich saâm, blinkende
+stil, tot een volk wel, in de zon-atmosfeer.</p>
+
+<p>Tot waar de helling het hoogste tegen de rimpellooze
+lucht aanging, stonden zij, beeldjes achter eveneensche beeldjes;
+tot onder de heggen van het kerkhof: aloë's, die ratelden
+van groen licht op hun vervaarlijke stekels, die slurpten in
+hun schaduwen het hemelblauw en waar bovenuit, zooals
+een toren steekt uit een stad, een gladde obelisk steeg gelijk
+een naald stijf verstorven licht achter den rouwwaaier òp
+van een eenzamen ceder, stonden de stille vrouwen in het
+al-parelend warm blank van hun bezonde gewaden.</p>
+
+<p>&mdash;"Waar blijft ge toch?" riep de dokter, vooruitgeloopen,
+naar Johan.</p>
+
+<p>&mdash;"Maar kijk dan toch!"</p>
+
+<p>Gelijk een schreeuw die plat slaat tegen de ruimte, hoorde
+hij fel zijn eigen bewonderend roepen en om zijn slapen ging
+een blaaskou van sidder-wind.</p>
+
+<p>&mdash;"Wat?.... daar?.... vrouwen, die als wij op 't weggaan
+der gekken wachten, die, dàar en daar met die groote hoeden,
+dat zijn vrouwen van Tetuan."</p>
+
+<p>Vogel had zijn pijp in de hand genomen en wees er mêe
+naar de stroohoeden, gelende dingen tusschen de lichte gewaden.</p>
+
+<p>Zij begonnen den weg te loopen die als een waterbaan
+tusschen landen de terreinen inging. Johan rechts boven
+zijn oogen almaar ziende in de zonnehal het statuen-staan
+van de witte vrouwengelederen. Hard voelde hij den
+straatweg aan, maar langs de kanten was het slijk hobbelig,
+als water in kabbeling bevroren, bekuild, betrapt met de
+duizenden gaten van de voetstappen. In de vlucht van zijn
+oogen bleven de heuvels opglooien uit den weg: aarde-voortschuiving
+onder de menschjes, modder verkorst en molmend
+in de zon, maar omgewoeld weêr, zwellend van sop en
+onderaardsche kleuren; vertrapt gras en verrotte rommel,
+saâmgekloend voederhooi en geknakte stroohalmen die als
+gouderts-aderen flikkerden onder de zon in de rosbruine
+gronden; disteltjes en eendaagsch onkruid, schijngroen, onder
+het geschuif en gewrijf der almaar haastende voeten van de
+mannen die gingen met veel lawaai.</p>
+
+<p>Doch zoo een vlieg dwaalt naar de kaars, keerden Johan's
+oogen van zelve naar de vrouwen, staande in éenzelfde berustende
+wachting, breed-blank, staand-blank; elke gestalte
+besterd voor 't hoofd, fataal, met een blauw-zwarte plek:
+de donkere plooischaduw voor hun oogen.</p>
+
+<p>&mdash;"'t Is mooi, zeg!"</p>
+
+<p>Maar de dokter ging het pad op, zei niets, smal, als verkrompen
+plotseling in zichzelven, en Johan, met de armen
+uitbundig geworden, had het genot in zijn oogen vochtig,
+wiegde zichzelven mêe op den schommelenden hooggang
+van zijn klimmend lichaam.</p>
+
+<p>Overal haastte zich de marktdrukte henen, langs de straat,
+overstekend de straat en weêr kuilend de modder, voorbij
+hem, achterom hem, in plasserig beenenbewegen, links in
+een almaar gebuk naar den grond, bezig met de overgebleven
+koopwaar. Het was daar een geploeter van veel handen uit
+wijde mouwen gestoken, zonbruine handen sjouwende goorgele
+korven, soepel vlechtwerk aan groote biesooren op en dan ze
+tillend met een hijsch op de ruggen van de suffende ezels, of ze
+bij tweeën langs de basten in evenwicht ophangend, en klaar
+er meê vort, hooger op, lager in, altijd aan den gang. En
+onderwijl schreeuwden ze onophoudelijk, zetten de lucht om
+hen aan den gang meê; kruisschreeuwen, dwarsschreeuwen,
+keelstooten vol haast en zangerige uithalen van hun winden
+woestijnstemmen galmden over de glinsterende hoofdbollen,
+grommelden over den rommeligen grond onder het gebuk van
+de gekaftande mannen door de zon op de ruggen geslagen,
+krijschten met het gedraaf van de geburnousde mannen met
+kanten zon om kopkappen en mouwplooien;&mdash;een volksrommel,
+uitlichtend zóo tegen de groote stille schaduw van
+den stadsmuur, die plotseling als met een snede, achter de
+veranderzieke lijn van het licht, de kleur en de beweging in
+zich dronk.</p>
+
+<p>Zij gingen.</p>
+
+<p>Links nog, maar meer van hen òp en verder, was het
+veld begrensd onder de tintellichte lucht. De zonnebol, door
+Johan schuin boven zich gevoeld als een brandend groot
+vuuroog dat het gezicht wel verschroeien kon, vernietigde
+het blauw der eindeloosheid rondom zich wijd, wijd-weg.</p>
+
+<p>Dáar uit de laagte optrekkend, zette de muur zich voort
+tot een buitenwijkje in huizingen zonder vensters, hoogblokkend,
+laagblokkend, verkalkt, verweerd, vervuild, éen geworden met
+den grond. En overal er tegenaan was hokwerk, schuurtjes,
+stallinkjes van rotdonker plankenhout, en vlechtwerk als hutten
+voor de zon, schaduw-inkijkjes gevend, en overal beplekt met
+kalm zittende witte menschjes aan den rand van de markt.
+Ginds een stuk steenvierkant, afgeknot gelijk een vervallen
+toren, met schietgaten; er naast en er tusschen verliepen
+hegjes van gevlochten riet, de pluimen nog in de lucht.
+Maar in 't midden van den huizentroep en het hoogste, was
+een oud, opgeknapt huis, wittig, met een pannendak en een
+jalouzieënraam, en op den muur een schreeuwende moderne
+reclame, zwarte letters: "The Britannia."</p>
+
+<p>Zij drentelden langs een lang huis onder een regenoverhuiving,
+aan den straatweg gezet gelijk een loods, met halfronde,
+open poorten, als een karavanserai omstapeld met
+rommel en markttuig. Een knutselige betimmering van paalwerk
+en met veel zorg gevlochten takken zag hij als een loofhut
+tegen den muur gehecht, aan alle kanten open.... Zou
+dat de Beurs kunnen zijn?.... koopmannen zaten er te
+rooken of kopjes thee te drinken.... handelend misschien
+wel.... ze konden van-op hun matten de geheele markt
+overzien. Een Arabier als een vredebode met een palmtak
+in de hand, blikte uit den inkijk.</p>
+
+<p>&mdash;"Daar ga ik morgen zitten werken," zei Johan.</p>
+
+<p>&mdash;"Ge zult het wel laten."</p>
+
+<p>Vooruit ging de straatweg het terrein uit-enden, bolde om
+tusschen de glooiingen en de diepte in, niet meer met de
+oogen te volgen. Rood loof van den achterweg kroonde
+er boven.</p>
+
+<p>En ze liepen naar het einde.</p>
+
+<p>Rechts streken de heuvels naar het kerkhof op, achter
+zich een dal latend, waar de hemel als in neêrviel. En daar
+tegen de helling rezen stijf en onthuis, in een begonnen begrenzing,
+gelijk de eerste huizen van een nieuw ontworpen
+wijk, het Hôtel de France en de Spaansche Fonda:.... dingen
+van speculatie, overbodig en karakterloos uitziende dingen,
+die ge wel zoudt willen omschieten, zoo onnoozel stonden
+ze daar het uitzicht te bederven.... Het eerste was een
+villaächtig heerenhuis, damesgezichten plekten er uitkijkend
+voor de ramen, een kellner.... hoe kwam de snoeshaan
+hier.... met een wit voorschoot als een rok om zijn beenen,
+stond er strak in de deur.... de Spaansche, meer armelijk,
+als stal en koetshuis van het Fransche.</p>
+
+<p>&mdash;"Dàar!" wees Vogel tegelijk omkeerend op het pad,
+"logeerde ik vroeger.... nu ben ik in pension.... ginder,
+buiten den muur.... ook bij een Spanjaard.... daar slaap
+ik met nog een ander, een photograaf, een luien Zwitser,
+nog luier dan ik, in een klein kamertje.... 't is er wel wat
+benauwd, maar 't kost niet veel.... ah bah.... 't slaapt
+wel.... als ik maar slapen kon."</p>
+
+<p>Ze gingen terug, den weg weêr af.</p>
+
+<p>Nu vóor hen, zooals een tunnelopening in een bergwand
+een spoorweg eindigt, boorde het Zoccopoortje waar ze
+waren uitgekomen, den muur in. Rechts kleurden kramerijen,
+zadels, kameeltuig. Maar uit het gat der poort drong in
+durende botsing het helle in- en uitgaan van de bezige
+mannen, en van de vrouwen, die gesloten aanwandelend
+opklommen naar de wachtende witte gelederen, blinkend nu
+links boven in Johan's oogen onder de glorie der zon.</p>
+
+<p>&mdash;"Hoort ge nog muziek?" zei Vogel. "Kijk.... dàar, dat
+zijn de fameuze tuinen van den Zweedschen consul.... en
+daar, waar die man op zijn wit paard rijdt, de kolonel....
+ziet ge hem?.... achter die vier vrouwen.... ziet ge het?....
+een goed paard, hé.... daar gaat de weg naar Kaap
+Espartel.... Lieber Herr Gott, als ik nog denk aan Crépieux
+zijn schorpioenen.... aartsdomme kerel...."</p>
+
+<p>Hij wees, maar dadelijk weêr halend aan zijn versch gestopte
+pijp, naar 't gekruin van donkere boomen, groen als sombere
+cypressen met hun rossig stammenhout. Ze schaduwden stevig
+onder den schroeierigen opstand der rotsen bestapeld met
+de oude stad.</p>
+
+<p>De volte werd al dunner, de drukte draafde. Kale plekken
+begonnen te liggen tusschen de nog groepende menschen,
+stukken grond bespikkeld met den afval van den handel.
+En vrouwen die er pas nog zaten met de zoor-zanderige
+voeten bloot, hurkten, rapend de gele waterflesch, den bast
+van een uitgedroogden pompoen, naast zich op; dan schikten
+zij zich de plooien voor het gezicht recht en stegen ook naar
+de stilstaande rijen. Enkelen droegen nog hun onverkochte
+koopwaar, boenders, karbiezen, of goudgele kippen aan de
+pooten saâmgesnoerd, de vleugels lam hangend, de lellen
+rood; zij klauterden met de bulten op den rug van hun meêgedragen
+kinderen, met hun van pijn luid kakelende marktwaar.</p>
+
+<p>Hoog en ongezien de zon, zacht dalend.</p>
+
+<p>&mdash;"Voilà!" riep de dokter.</p>
+
+<p>En als de snerp van een aangeschoten wilden vogel sneed
+er een blaasgil recht uit een houten fluit over het Zoccoruim.
+En een teruggalm, dadelijk, weêrgeluidde nu van de
+hooge heuvels: een breede gil groette wijd, het blanke vrouwenvolk
+hoogkeelde in éen zonnekreet:</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji.... dzji.... dzji-e."</p>
+
+<p>Door de poort was een legertje uitgedrongen, twee vaandels
+bukten onder den boog nu door, blauwbloederig-violet was
+het eene en het andere van een gelig schel voorjaarsgroen.
+Ze verschenen met plotsflappende schitterlichten op het verguld
+van de halve-manen.</p>
+
+<p>'t Legertje bleef met de voorvoeters stil op den straatweg
+staan. Een klein troepje in witte boetelingenhemden, acht
+misschien wel, en nog een twintigtal waren er donker in
+dagelijksche kleeding.... Maar de drukte kwam aandraven
+al met flakkerend wisselspel van kleur, en het schaartje ineens
+omstuwd, verdween voor de naar beneden kijkende oogen
+van Johan, die den dokter toen vergetend, aan 't hard meêloopen
+begon, het pad af, recht-aan op de zijïge banen der
+twee vlaggen, trofeeënd boven de krioeling langs de hoog
+gehouden stokken met hun gouden sikkels.</p>
+
+<p>Het hart van den loop nog bonzend, was hij toen middenin
+den troep terecht gekomen en had vóor zich een grooten,
+stroeven man, die half in de krooken van de violette vlag,
+den stok tegen zijn buik geklemd hield en in een gelaten
+houding stond. Maar overal glurende, glimmerende oogen in
+een omstanders-kring, zonkoppen onder doeken gezien, met
+de tanden ontbloot door het optrekken der lippen in het
+zonnekijken en allen bedonkerd onder de baarden en in de
+jukken van de wangen. In het midden blonken de stille witte
+ruggen van de heiligen.... dat was een vrouw.... en naast
+haar nog een, eveneens in het witte boethemd.... de grootste
+heur haar hing los, glanzende losgemaakte strengels glijdend
+langs den rug.</p>
+
+<p>De drukte duwde, en Johan kwam te staan naast den
+trommelslager, bij een ouden neger, grijzig en krullig van
+baardjes, wenkbrauwloos, maar met een vlok als een kuif
+wol midden op zijn stoffig-zwarten kop.... een duister oud
+lichaam in de aschkleurige lappen van een niet thuis te
+brengen hemd. Zijn taaie nek werd gestriemd door een vet
+koord.... kijk, in zijn borstgleuf hing een amulet, geschaafd
+was de huid van den ouden man, die slaande de doffe
+slagen, boem, boem op een trommel gedragen als een
+overlangsche ton, zijn gebarsten lippen breed en paarsch
+openspleet in een geheimen lach, zijn oogen in de haarlooze
+leden rondglibberen liet, en 't wit er van was roodig.</p>
+
+<p>Naast hem de pijper onder een witten tulband priesterlijk
+aan 't staan. Een mantel van blauwgaren stof droeg hij over
+den rechter schouder geslagen, bloot latend zoo den linker
+met de witte mouw. Statig gebogen hielden zijn armen de
+blaaspijp tusschen mond en kin, die half verdwenen achter
+een houten schijf als een grooten ducaton er tegenaan geschoven.
+En hij blies, hij blies, de lippen gekneld om het
+enge mondstuk, de wangen vol wind als twee elastiek appelronde
+blaasbollen, onophoudelijk, terwijl hem de oogen benauwd
+puilden als van een gemarteld man.</p>
+
+<p>En krijtende om de houten randen van de windpijp, scheurde
+de snerp langs Johan's ooren heen, ongebroken, dan dadelijk
+geknakt in zijn stijgvlucht door de moduleerende vingers van
+den muzikant, wanneer hij de windgaatjes kneep. Krimpend
+en kreunend, neusklankig, in zijn houttrillingen oproepend
+het menschelijke van eene stem, joedelden de vijf, zes klagelijke
+nootjes, het melodietje, als een donkere zig-zag en klangden
+naar de lichte lucht.</p>
+
+<p>Vóor den blazer, achterin, voorbij de hooge stijging van
+de groene vlag, bewoog een verdolde, schichtige kop vol
+genezen nerven, een bovenhoofd gekliefd door de litteekenen
+van de hakken der zelfkastijding; en een nek van de kleur
+als dood loof kwam schudden, door ijzeren kettingschakels
+omsnoerd; en hoogeròp zwaaide een hakmes, de blinkende
+hellebaardvorm van een moorenbijl.</p>
+
+<p>Naast achter den pijper zaagde een hand heen en weêr
+over een snaartuig, over een rommelpotachtig ding.</p>
+
+<p>Maar Johan voelde een stomp en toen een ruk aan zijn
+tasch, hij raakte naar achteren; een snauw ging recht uit
+den donkeren baardsmoel van een wilden kerel zijn gezicht
+in; twee haatoogen, dat was het laatste wat hij zag. Hij was
+'t gedrang uit met plotseling veel luchtkou om zich.</p>
+
+<p>&mdash;"Hoort ge niet, "hond van een Christen," dat ge uit
+den weg moet gaan."</p>
+
+<p>Vogel stond achter hem.</p>
+
+<p>&mdash;"Dwaas, wat komt ge die menschen irriteeren, ga meê,
+ze komen den weg langs dansen, daar kunt ge zien zooveel
+ge maar wilt, kom!"</p>
+
+<p>En ze liepen haastig, allebeî den weg weêr op.... tot
+onder de loofhut waar de kooplui kopjes thee hadden zitten
+drinken. Nu stonden dezen, rustige rijken, in het inzicht van
+het hutje, onder de wijde kappen uit te kijken. Nieuwsgierigen
+waren op de tonnen geklommen en op de stapels koopwaar
+onder de karavanserai gestapeld, er waren er die om voorbij
+de anderen te kunnen zien, den voet vooruit hadden geplant
+op de ruggen van de suffende ezels.</p>
+
+<p>&mdash;"Voilà!" herhaalde Vogel.</p>
+
+<p>Van beneden kwam de stoet al opdansen; en langs de
+hoogten rommedomme schalde ten tweedemaal het schelhelle
+vrouwengehuil, hooguit als hondenjanken:</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji.... dzji.... dzji-e!"</p>
+
+<p>Over de straat, uit de bont-klimmende omstuwing, onder
+de wilde vlaggen-kleuren met het geschitter van de twee
+gouden sikkelen, sloegen op en neêr, lichtend en duisterend van
+uit de verte, haarhoofden en boven-aangezichten: de knikkende
+hoofdbollen van de dansende heiligen; terwijl in 't rechts-alomme
+het ophitsende gillen van de vrouwen begon te duren
+tot een oorlogsgeroep van slagorden, een wolk lichtende
+klankpijlen stijgend en vallend onder de zon.</p>
+
+<p>Laag over het pad snerpte de herdersfluit bezetener, en
+het triolend melodietje overschreide er het bange dompen van
+trommel en gong.</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji.... dzji.... dzji-e!"</p>
+
+<p>Langzaam op, langzaam aan, het stoetje klom, sprong voor
+sprong, den grond onder de voeten winnend, in een rechtoppe
+cadans van het springende lichaam. Aaneengesloten was het
+hoopje witte gekken tusschen het meêgaand gedrang.</p>
+
+<p>Achter den troep spande de walmuur zijn bezonde baan,
+lang, strak uit, ging dan wimpelen naar boven over de rotsen
+op.... En de witte stad hoog in de oogen als een pagode
+gezien onder 't azuur der lucht.</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji.... dzji-e.... dzji-e!"</p>
+
+<p>De gekken naderden aan in eenzelfde dansen; 't hoofd óp,
+licht; schouders óp, licht; het hoofd neêr, donker; 't lijf
+ongezien op de beenen óp en dan het hoofd weêr óp, en
+de muziek blazend in de slingerende halzen óp. Maar de
+vlaggen stil aanschuivend. Zoo kwamen ze aan met hun
+martelgang.</p>
+
+<p>&mdash;"On dirait des kangourous, n'est ce pas!"</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji.... dzji.... dzji-e!".... ijlden de blanke kreten.</p>
+
+<p>Ze waren tot voor Johan.... bijkans.... nu....</p>
+
+<p>En tusschen de voorbijschuiving van het donkere joelende
+volk zag hij de hoofden der twee springende vrouwen; toen
+kreeg hij gezicht op hun witte lijven met de devoot hangende
+armen.</p>
+
+<p>De vèr-affe was teêr en wasbleek onder de serpentbundels
+van haar zwart-zwiependen haren. Ze hield de oogen dicht,
+neêr de rouwfranjes der wimpers; en haar mond met de
+bloedlooze lippen hield ze geknepen tot een smartglimp omgekrompen
+in de pijnigende inspanning van de jammerlijke
+beweging. Maar zij danste met een rein, recht opgooien van
+haar afgetobd hoofd in het licht; recht òp den schouderromp
+met de fijne borstpunten in het licht; rein òp het witte
+boetelingenlichaam, en ze viel weêr op de voeten, den linkschen
+voet vooruit, klaar al voor den volgenden sprong. Dan plooide
+het lijf voorover in doorval met de hangende armen, en het
+hoofd dan laag met den daarna zwaar zwart ploffenden haarbos.</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji.... dzji.... dzji-e!"</p>
+
+<p>Naast haar de dichtbijë: een bruin-roode en glimmende
+vrouw, forsch uit haar hemd komend, sterk en kort en een
+beetje zwaarborstig, met een volkskop onder krioelende
+haren. En ze ging den zelfden gang maar gespierder, de ellebogen
+knotsend, de vingers stompig krom en leêg hangend, den
+romp zich overgevend met de schouders. Zoo sprong ze in
+een schuin opschokken, persend den buik naar voren, en
+haar gezonde nek rimpelde in den opgooi van het hoofd.
+Zij hield ook de oogen gesloten.</p>
+
+<p>Daar kwamen de mannen, de witte, achter de vrouwen
+aan; allen aan 't springen op denzelfden bezeten lichaams-rhythmus,
+maar met meer geweld van leden, spillend kracht
+met de behaarde en mager-donkere ascetenarmen. Daar éen
+met een witten band om zijn stompen schedel achter de
+ooren gestrikt, die de glimmende kogels van zijn oogen rollen
+liet in den opzwaai van zijn verstarde facie, uitstallend zijn
+geweldig gek-zijn voor de joelende meêlooperij.</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji.... dzji.... dzji!...." gingen de ziedende kreten.</p>
+
+<p>Van de beide Noordmannen ging het witte stoetje al
+af, en nù voorbij de kleurende en naspringende en meêdansende
+bende. Het volk begon uit elkaâr te vluchten, dravende over
+het zonveld, brokkelig hier, kloenend daar weêr samen op
+goede standplaatsen, van waar men de gekken nog éens zou
+kunnen naoogen.</p>
+
+<p>Voorbij ging de trommelman, de grijze neger, die aandriftend,
+zijn oude beenen in de hoogte meê opsmeet soms,
+maar slaan bleef almaar zijn doffe slagen en lachte almaar
+zijn breeden, wellustigen geloofslach.</p>
+
+<p>En de pijper in zijn blauwgaren mantel voorbij als een
+leviet; uit zijn wangen vol wind blazende de opwinding den
+heiligen in de nekken, de onophoudelijke razendmakende eentonigheid
+van zijn krijtende woestijnmuziek.</p>
+
+<p>Kop voor kop, lichaam na lichaam ging voorbij, òp-neêr,
+òp-neêr; de dragers toen voorbij van de schrille banieren,
+met de handen om de stokken stil, hoog heffend hun vlaggen
+met de branderige schaduwen in de hangende plooien, met
+de halve manen in vuur.</p>
+
+<p>De drukte draafde voor het stoetje meê op; het gedrang
+er achter spleet al grooter en grooter, de springers waren
+vaak voor Johan als een schooltje te zien in hun gezamenlijken
+opgang, zoo zij zich opgaven van den grond in d'eenzelfden
+schok; òp-neêr, òp-neêr. En onder de duistere voeten dansten
+dan donkere slagschaduwen over het hobbelige pad onder
+den schuinser vallenden licht-overvloed.</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji.... dzji.... dzji....!"</p>
+
+<p>Maar zooals een hond holt om de beenen van zijn meester,
+kwam nu in cirkelenden omgang de Arabier met de kerven
+in zijn voorhoofd en met de oogen rood beloopen, het legertje
+omdraven, gaande in wijdgenomen kringen achter Johan en
+den dokter om, de heeren voorbij; de vlam-lichtende moorenbijl
+hoog.</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji.... dzji.... dzji....!"</p>
+
+<p>Hij torste op zijn rug een lang blok zwart hout als een
+groote flesch, als een spitsig aambeeldje van zwaar ijzerbeslag
+glimmend, en om zijn doffen nek, draderig van de touw-achtige
+spieren en aderen, snoeren van zware ketens, die
+neêrschakelden tot over zijn buik. Hij hield hangsloten door
+zijn vleesch geregen, door 't dikste van het armvleesch, en
+hij kreet uit een open martelmond met uitgeslagen tanden,
+schorre, zinlooze geluiden.</p>
+
+<p>Alzoo toegetakeld en rammelend sprong hij, niet voelend
+scheen wel, zijn godgewijden last en stampte dan als zich
+bezuipend aan pijn, diktranende en donkerroode bloedstralen
+zijn vaste kuiten uit, die hij doorstoken had met ijzeren
+naalden, zooals pennen gaan door een stuk opgemaakt tafel-vleesch.
+Weg!.... achter het legertje om.... daar ging hij
+met zijn dreigende bijl, licht-flappend in de zon....</p>
+
+<p>Hooger danste de troep. Knikkend sloegen de hoofden
+voort onder den zweepslag der bezetenheid, weg weêr, donker,
+licht; òp, neêr, òp, neêr, gelijk de koppen van riethalmen
+buigen en zich terugzetten onder het slaan van den wind;
+de kronkels vrouwenhaar slierden, de vlaggen brandden, en
+krijtend snerpte de houtfluit.</p>
+
+<p>&mdash;"Blijf hier staan," zei Vogel, Johan met de hand inhoudend,
+"ze zijn toch dadelijk weg.... zoo gaan ze naar
+Mekkaenes, van heiligen-graf naar heiligen-graf, groeiend
+onderweg in getal, biddend en vastend.... en op den dag
+van de geboorte van hun profeet komen ze dan terug,
+wissen Sie, na een paar weken, uitgevast, dol gesprongen,
+complétement fous."</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji.... dzji.... dzji-e!".... groeide het over de heuvels.</p>
+
+<p>&mdash;"Ah bah!" vervolgde Vogel. "Ça me paraît bien un
+fort bon grog, la religion.... voilà donc encore quelque
+chose.... ah bah!"</p>
+
+<p>Hij spoog op het pad. Johan hoorde zijn speeksel kletsen
+tegen de straat en de rookwolk uit zijn mond gegaan, zag
+hij wegwitten in de ruimte.</p>
+
+<p>Wijl òver de heuvels doomde het licht. In het holle
+wegje bobbelde het troepje gekken; weg sloegen de hoofden,
+langzaam zakten de vlaggen al met hun bloederig paarsch
+en schel voorjaarsgroen.</p>
+
+<p>En van de hoogten rommedomme ging nu als windgehuil,
+als klaaggeschrei van hongerende beesten, het roepen van de
+vrouwen, die lichtelijk gekeerd, stonden in het parelend warmblank
+van hun zonnige gewaden.</p>
+
+<p>&mdash;"Dzji, dzji, dzji, dzji-e!...."</p>
+
+<p>En de stoet ging weg onder een hallelujah van het hooge
+geluid, duikend naar-onder het roode loof met een laatsten
+blinker op het goud van de halve manen, weg onder het
+hallelujah van het hooge middaglicht.</p>
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="TWEEDE_GEDEELTE" id="TWEEDE_GEDEELTE"></a>TWEEDE GEDEELTE</h2>
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="IV" id="IV"></a>IV.</h2>
+
+
+<p>Achter de heuvelenvlucht van het Zocco was de zon
+alweêr gedaald. De lage hemelen langs vervloot het nu al
+verre schittergoud wijd-uit in strooken en banen kleur, intenselijk
+als metalen gebruineerd, geel koper, rood koper en
+bleek aluminium; gestolten licht; brandglansen walmend over
+dwaalschijnsels en verloren zweemen; en 't hemelgewemel,
+dat groende als warrelgevlam van zink en natron, smeltende
+in veel heftig vuur. De aarde donkerde snel; gedoofd lagen
+de gronden onder het vuren van de lage atmosferen, asschig
+in de kuilen der dalen van duister vol, maar op de terreinen
+hoog, nog gevioletteerd, begloeid door het lichtrag uit den
+horizon.</p>
+
+<p>Langzaam daalde nu Johan naar de stad terug, kalm onder
+den blusschenden hemel.</p>
+
+<p>Hij had dien dag geloopen, veel geloopen maar door, het
+strand langs tot aan den riviermond en terug, toen, wat hij
+nog niet had durven doen, alleen tusschen de heuvels het
+land in; alle bezorgdheid en vrees voor kwade ontmoeting,
+hij had er niet aan gedacht. En in den namiddag was hij
+naar een bekend plekje gegaan, bekend geworden, achter
+het kerkhof, en hij had zich neêrgezet daar op het groene
+veldje, de beenen onder zich gehaald in een gewoonte-zitten.
+Het was daar goed, bijna een thuis, niemand kwam
+er. Van onder over het pad trok wel eens het lange loopgeluid
+voorbij van een muildier met schellen aan zijn tuig,
+en het "huï-huï".... van den drijver. Dat was alles. Achter
+de heggen kon hij vrouwen hooren babbelen, maar niemand
+kon door dien gegroeiden muur heenzien. Andere avonden
+was het zoo lekker geweest daar te zitten wachten op het
+donker; er zoo onbespied lang-uit te gaan liggen, rustend
+met al de leden, de armen wijd-uit en de handen open, als
+een gekruiste op d'aard, te liggen kijken zoo, tusschen de
+stekels door, hoe de hemel somberde. En weêr had hij, terwijl
+allengs het veldje bleeker om hem werd en de blaadjes van
+het ronde kruipkruid blikkerden als schijfjes geld, de planten-schutting
+langzaam-aan donker zien worden, groen-donker,
+blauw-donker en bister-donker; en nu mineraal-zwart, leken
+het wel versteende stronken van reuzige koolgewassen, zoo
+hard en fossielig stonden de aloë's tusschen de pluizen van
+het week wuivende riet. Maar de vrouwen waren opgehurkt
+van bij hun graven, hem voorbijgegaan hoog loopend langs
+waar hij ongezien lag, daarna was hij ook opgekomen, om
+vóor het sluiten der poorten nog binnen te zijn.</p>
+
+<p>Rondom dauwde van den grond het duister. En het was als
+een vlaag donkere regen geweest daar voorbij de stad, die
+tronend met het bleeke Hooge-huis, haar steenschijn al verloor.
+O, de stille avond, de zachte avond. Beneden lag daar ginds
+het water van de baai te duizelen, meêviolettend onder de
+verre strandheuvels, strekkend hun schuiningen uit in het
+weefsel der nachtkleur, lila's en blauwen doordraad met rood
+en esmerald. Voorop ijlde de minaret van de moskee de huisblokken
+uit, daaronder verzonken in dit uur van het gebed.</p>
+
+<p>Het was in 's wandelaars hoofd nu een kalmte als voor
+slaap, nu de moordende gedachten niet meer jaagden, nu
+ook de jacht van zijn hart uit was. Avondrumoer zwom aan
+in zijn gehoor in een laag spoelen van golven, terwijl hij
+ging, ging, aankijkend met de al-leêger blikken, den al-bedroomder
+hemel. Langs het kerkhof volgde hij een smal
+spoor tusschen de zoden geloopen; het was hierboven kil
+en woestijnig; lucht van runderen wademde in zijn ingeadem.</p>
+
+<p>Staâg tredend de glooiing af, voelde Johan zich loopen
+als zette een ander zijn voeten aan den gang. Daar lagen
+de lastbeesten al neêr, de pooten gevouwen, saâm kuddend,
+saâm laag. Eén was er nog tegen de lucht aan 't opduisteren;
+of hij mank was, stond de kameel op drie pooten, gekluisterd,
+te herkauwen stil met den rechtgedragen kop als een windvaan
+voor 't nog-lichte, maar met de hoeven verschrompeld al in
+den duisteren dauw.</p>
+
+<p>Van beneden kwam nu het buitenwijkje opdringen in een
+gerommel van plekkerige wanden, en de smerige stadsmuur
+kartelen uit de diepte van het marktveld, bibberen uit een
+dal vol schemer met schemerend beweeg. Er achter schoven
+de huizen fosforesceerend onder den vallenden nacht. Zie, de
+poorten waren nog niet dicht, zwoelzwart om in te kijken,
+al trager gingen zijn voeten nu over de dikke delling van het
+marktveld, over den met voetzoolgaten veel bekuilden grond.</p>
+
+<p>&mdash;.... Vandaag veertien dagen dat ik hier ben, kwam
+even een herinnering zwerven.... toen weêr vergeten.</p>
+
+<p>Hij ging over den straatweg, tusschen menschen, met hen
+meêloopend in de oplossing van het licht, zelf lichtloozer en
+vol al grooter leêgte, gedachteloos, gelukkig zich zoo wegsmelten
+te voelen gaan. Dat was een vriendschappelijk gevoel,
+dat was genotrijk geworden, dat kwam bijna elken avond
+weêr, wanneer hij alleen was, dat leêgworden in het langzaam
+ontastbaar worden van de dingen om hem heen. Dat kwam
+schokloos droevig, zonder smart, als langzaam bezwijmen bij
+veel bloedverlies, dat dampte alles weg, begeerten, minnen
+en haten, alles weg in de éene neiging naar het weg-willen-wezen.</p>
+
+<p>Langs hem haastten de gangende steêlui voorbij; enkelen
+en bij meer; vrouwen schuivende boven het ratelen der
+baboesjes, in nachtwitte omhuiving; mannen stoer en groot,
+roeiend met armen en beenen voort in den avonddroom, al
+verder-op zich meer omwikkelende met duister in dit stervensuur.
+Ze verdwenen, klimmend de muren langs naar de hooge stad,
+of ze doken den nacht van de poorten in. Daar ging de
+sprookjesverteller, gelijk een bekend gezicht in sluimer komt
+en gaat; en het vage herinneringszien kwam als een knipoog
+meê, van dienzelfden man, den slangenbezweerder.... Avond
+aan avond had hij naar hem staan kijken, nooit kunnend
+scheiden van die markt; een bekend figuur met zijn tasch
+was hij er zelve geworden; tot in het late uur doolde hij
+er, wanneer het veld blond lag, wijl achter de heuvelen de
+zon zoo pracht-stil van de aarde wegboog. Dan stond die
+man in zijn wit hemd, en vóor hem kringen van in goor-witte
+krooken en vouwen verscholen Arabieren-volk; de
+voorste rijen gehurkt; hij gebaren aan 't maken met zijn
+oud-roode tamboerijn, schuddend de haren, die zwart en
+lang als bij een vrouw, en begroezeld met vuilnis waren.
+Met strootjes om de staarten aan een pin gebonden, sliertten
+zijn slangen slap over den grond, venijn-geel gekronkeld,
+glibberig languit, schimmelachtige dingen, onbewegelijk en
+smerig. Maar de tongpriemen flitsten en vlijmden hun de
+harde bekken uit, streelerig, koudmakende wellust-rillingen,
+wanneer gaande in kringloop, de naakte voeten van den
+slangenman, als bezeten dingen langs hun koppen dansten.
+Grimasseerend zat het volk dan te luisteren, knippend
+de oogjes, klein en sluw, om de wreede neuzen rilde het,
+opgegaan waren ze in het voor Johan gansch onverstaanbare
+verhaal, dat over hen als uitgeniesd werd. En ze begonnen
+te prevelen en zij kusten handen en gewaad zich, zoodra
+maar Gods naam werd aangeroepen op den slag van de
+tamboerijn.... Nu draafde de man zijn loop naar huis,
+geweldig spannend den grond onder zijn koelbloote beenen,
+de ben met slangen hing morsig achterop zijn rug, een flard
+van zijn wit toovenaarshemd hing onder den grauwen lapmantel
+neêr.... weg.... weg.... rinkelde de tamboeriene langs zijn zij.</p>
+
+<p>Johan slenterde over het veld, dat kreetloos leêg werd,
+waar ezels en honden begonnen te dolen, snuffelend met de
+snoeten in 't schuifelende afval, schaduwen. Toen vond hij
+zich loopen op de straat achter twee heeren aan, hij tredend
+bijna in den stap van hun voeten. En in zijn hoofd redeneerde
+even het bewustzijn, hoe hij wel loopen kon blijven tot die
+twee naar binnen gingen.... Dat was tijdig genoeg, nog wel
+een uur vóor het diner.... Zoo bleef hij een eindje achter
+de schommelende en schemerwitte mannen stappen die toonloos
+liepen te babbelen naar elkaâr, lip-redeneerden in den avond,
+onder de ommekappen, onder de koepels der tulbanden vandaan,
+zonder gebaren, de handen over elkander in de wijde mouwen.
+Een eindje vóor de poort keerden zij om en hij deed eveneens,
+liet ze voorbijgaan en keerde toen weêrom, achter hen aan
+loopend, drinkend den avond en het zieltogen van den dag.
+Soms voelde hij wel klein pijnlijk, licht in de verdooving van
+zijn wezen zijn maag gaan hongeren, maar dat was niets, er
+woelden soms krampjes van binnen, 't was of er telkens wat
+van zijn lijf afging en in den nacht vervloog.</p>
+
+<p>Zijn kijken ging nu de leêgte tegen van aarde en hemel.
+Daar voor het nog smeulende lichte, stompten als hooger
+grond de Engelsche en Spaansche fonda's op, voor het groenige
+geviolet van de benedenlucht. Maar westelijker was een
+haal geel gebleven, scherend bijna de vluchtende terreinen,
+een haat-flakker van brand nog in dat eindelooze gemurmel,
+in den sluimer der kleuren, in de al-aarzeling der ommerijzing.</p>
+
+<p>Hoe langs hoe meer dampte de violette nacht de vallei vol.
+Onder Johan's tam-gaande voeten verzonk de straat, die
+aanschokken bleef als met wiegetred zijn slaapzieken wandel,
+voortvloeide onder de andere wandelaars, de weinigen die,
+vreemde en verstorven wezens, doolden, gingen. Voor hem
+uit bleef het praten van de beide heeren gaan, vlinderende
+alleene-stemmen boven den grond, en ginds daar glimmerde
+de weg nog wat, waar de straat opging tusschen de glooiingen,
+onder het weeë schijnsel van de zwijmelende kim. Daar, in een
+gewissel van oude en verbrande gelen, verrookt, verroost,
+leefde nog licht boven het donkere alomme, luister ver-af,
+vaag als schijnsels die komen in de gesloten oogen na lang
+staren in het licht.... Want alles schijn en geen leven meer....
+schijn, schijn, in de groote onstoffelijke wereld nu....</p>
+
+<p>Johan ging terug, met de heeren mede, een onnoozele wel
+waarvan de gedachten verloren zijn, met als rook boven in
+zijn hoofd, het vaag gevoelde weten van zijn nog vlottende
+eenzaamheid.</p>
+
+<p>Hij had dien morgen een brief ontvangen over Gibraltar,
+Engelsche post, de brief kwam uit Parijs.... Frits was in
+Parijs.... die brief had hem beroerd met een plotselingen
+terugslag naar zich zelven. Hij had hem bij zich gehouden,
+er meê loopen praten in zelfgesprek, hardop vaak praten
+met den verren schijver. Hij had hem aldoor gevoeld zoo
+kreukelend in zijn hand, daar gevouwen in zijn borstzak; de
+brief, de brief, dat was het ding van zijn dag geweest. Iets
+heel vertrouwelijks was het geworden, dat fladderende van-uit
+de ziel van een ander.</p>
+
+<p>Van huis uit, door de donkere straatjes en toen door het
+lichte buiten was het meêgegaan: hier ben ik, hier ben ik, om
+je oogen te dwingen naar binnen, naar mij; hier ben ik, en
+ik groet, kijk hoe ik groet.... hier ben ik en gij zijt mijn
+broeder, langs ratelende, stalen banen kom ik gevangen aan....
+hier vrij en zie, over de zee en door de luchten, hier ben ik.</p>
+
+<p>En hij had gewandeld, vreugdevol; zie je wel.... zie je
+nu wel, op het van-binnen juichen van zijn blije ziel; het
+strand langs als een opgetogen kind in slangetjes loopend
+tusschen de draderige hoopen bruin sponswier, die de vloed
+op het strand nalaat. Luchtig, als was er in hem een dronkenmakend
+zonnegas; de handen koud; maar gevoeld aldoor
+het klieven van zijn warm hoofd door het zoel-schuimende
+licht. Wanneer hij er sterk aan had loopen denken, dan
+waren zijn oogen gaan wellen en in een weeke verteedering:
+O, ik wou, ik wou....</p>
+
+<p>En den muur om, en de mierende drukte in, door de volste
+volte, roekeloos als hoorde de wereld aan hem. Een jonge,
+donkere kerel was woest gaan schelden en hij was tartend
+blijven staan: wel, wat wou je, wat zou je me wel kunnen
+doen, denk je.... en toen had hij in eens vergeten en aan 't
+lachen, aan 't lachen, omdat hij plotseling niets anders zag
+dan dien grappigen mond, zoo dicht bij zijn oogen, die ratelende
+en klappende en friemelende lippen. Dat deed plezier.... alles
+deed plezier.... wat een gek-doende mond, dicht als een
+doos die klemt en waar dan in eens rare dingen uitkomen,
+of als een tuitgaatje dat je bespuwen wil, of als een elastieke
+kouseband, dien je met je vingers kan rekken.... waar de
+man het wel over heeft....</p>
+
+<p>En het klare blauw tegen en den buiten-bergweg op....
+hier ben ik, hier ben ik, en ik groet.... en tusschen het
+wijd wegvloeren van de heuvelen, groen zaaigroen en roode
+vorenaarde, gonsde het in hem: hier ben ik, hier ben ik....
+Zoo in den zomer je wereld kan vol zijn, om je en in je en
+overal, om het zonnezingen van maar éene cigale, had hij
+geloopen de vlakke wegen over, met zijn ziel zwervend boven
+een rust van gelijke gedachten, zoo ruim in den zondagschen
+dag.</p>
+
+<p>Ja.... de brief had gelijk.... reizen dat was wel een
+heerlijk ding, vlottend te zijn in de vlottende werelddingen,
+gaan, maar gaan met je oogen vol droomen.</p>
+
+<p>Telkens had hij er weêr in moeten lezen, lezen nog eens
+zulke in lang niet gehoorde woorden, vriendelijk en bekend,
+van ziel schijnende op ziel, bedwelmend als zoete zelf-vleierijen.
+En dan was hij 't schrift gaan bekijken, nooit genoeg, en de
+hand, de bekende hand had hij zien komen op het blaadje,
+en 't hoofd gebukt, donker boven de hand en de stille
+schouders, de sterkstille schouders. En dan de hand aan 't
+gaan, de rijen langs, strepend het papier, in de hersenkracht
+die zet de lange visioenen op 't papier, en den warmen
+bloedklop door de pen neêr op het papier, en dan de pen
+aan 't ijlen, dun dik, dun dik, op neêr, op neêr, krassend,
+hakend, opsjouwend tegen de koortsende emotie, in den drang
+van binnen, blaadjes vol nauw geboren woorden, doorhalen
+hier, vergeten woorden daar, en woorden onleesbaar als
+raadsels gelaten door de ontroering op 't papier.</p>
+
+<p>O, die brief met zijn eindelijke erkenning; stond hij daar
+niet zelve zoo, nu plotseling het leven van die twee geleden
+zware jaren vattend, den wreveltijd van het stille verzet, en
+het langzaam groeien van zijn haat tegen al dat hem had
+willen fatsoeneeren, links en rechts.... ik voel me zoo vrij....</p>
+
+<p>In een wedloop van woorden vertelde de schrijver, hoe
+hij het in Amsterdam niet had kunnen uithouden. 't Had
+wel een vlucht geleken, zooals hij was weggegaan, het hoofd
+zwaar van het omme-geredeneer, vies geworden van zich
+zelven. Naar Parijs was hij gegaan, hopend daar een grooter
+leven te vinden, dat meer om hem heen stond, waar hij stil
+en aan zich zelven overgelaten zou kunnen werken. En Parijs,
+het had zich dadelijk zoo mooi aan hem voorgedaan, nu in
+den damp van zijn eersten winterdooi, het licht-lilalillende
+Parijs met zijn schitterende dorures, het verguldsel als bajonetten-geflikker
+op hekken en spitsen en het geglans van
+zijn gouden reclames boven al de willige beweging van de
+boulevards.... o, je zult zien.... ik zal.... ik zal.... maar och,
+het is nu zoo'n genot, dat vrije flaneeren hier langs de straat,
+met mijn oogen maar voor me uit, de handen in mijn jaszak,
+de armen dicht aan mijn romp.... zoo vrij.... en zeker, zoo
+plezierig zeker, dat ik niemand kan tegen komen die het
+noodig vindt je aan je mouw te trekken, om je eens te laten
+kijken wat hij mooi vindt.... O, de stumpers.... En als ik
+moê word, dan ga ik zitten voor de ramen van een café, suf-oogen
+naar het spektakel; of van-boven een omnibus het
+prettig vinden het leven in den nek te zien, terwijl de wielen
+onder je zoo knarsig hun bedrijfleven gaan en het van de
+boomen zoo kalmeerend neêrdrupt in je hals. Als het me
+dan te binnenkomt, hoe ik me daar ginds kwellen liet tot
+in de wanden van mijn atelier, hoe ik er gewichtig moet
+hebben uitgezien, met een komediantengezicht, verdwaald
+tusschen al die bij elkaâr gestoken hoofden, dan moet ik
+lachen, lachen, en dan vindt zoo'n leuke Franschman het
+noodig te zeggen: "que j'ai l'air content." Maar ach, je
+weet ook niet hoe gauw je er in zit in dat bedrijfleven;
+blijf maar weg, als je kunt; dat het je nooit gebeure, hoe
+je op een oogenblik lucide, schrikt van te zien in wat een
+verwarring je meêliep, hoe ge alles zaagt zoo, en niet het
+stinkende gedrang tegen je zelven in.... Verbijstering....
+Maar, hoor ze dan ook orakelen, roepend als marktschreeuwers,
+allen door elkaâr, allemaal en niets anders toch dan: ik, ik,
+ik.... Bah, wat een drukte, als je maar te gaan hebt met
+je oogen en rustig werkend, verlangend voort.... wat weten
+wij voor anderen, slangen die we zelve zijn met het staarteinde
+in den bek.... zoeken we dan nog wat anders dan
+ons eigen einde....</p>
+
+<p>.... En gelezen en herlezen en meêgevoeld tot in het
+kloppen van zijn polsen, den naslag van dien in eenzaamheid
+gestilden toorn en het zachte zelfsussen van die onstuimige
+ziel. Hij was er in meêgegaan tot er hem de slapen van
+waren gaan gloeien.</p>
+
+<p>Want in een opflakker van binnenbrand was het schrijven
+ten einde gegaan.... O, nu ik hier ben, los van dat zwatelende
+koor, alleen met een nieuwe wereld die tegen mijn oogen
+aanvaart en ze wijd open doet gaan, nu voel ik het nog
+meer, dat ik toch niets anders liefheb dan mij zelven, en al
+wat anderen doen en wat anderen praten me nooit gescheeld
+heeft. We babbelen daar wat over een wereld, die vlottend
+en broos is als van geblazen zeepwater en voelen niet, dat
+ons hongerend ik daar vloekt met zijn veel, veel, en er
+wel sterven zal.... Welk ander wijst mij mijn wondervol
+zelf, mijn zelf, waar ik in rondleef als in een roes van raadsels,
+dat ik liefheb en alleen begeer; och, ook nog in de dagen
+toen ik me zelven martelde en kwelde, adoreerde het toch
+zijn hoongod in 't carnavalspak zoo zeer. O, die weters, wij
+weters, onze monden zijn maar dingen die spreken, waarmeê
+we wachtertje spelen voor de poort van onze zwijgende
+begeerte.</p>
+
+<p>Zoo weêr geschreven; en klaar als iets te zien, zag hij
+het gezet tusschen hen beiden.... en voor hem was het een
+antwoord geweest op zijn eigen vage gedachten. Want in
+zijne van natuur buiten zichzelve levende ziel wou het
+groeien in gezichten en in gedachten niet. Denken; wanneer
+was hij begonnen te denken, was het van 't jaar, verleden
+jaar of nog vroeger. Denken, peinzen, 't liefhebben van wat
+er zoo om kan gaan in je hoofd, het troetelen van je eigen
+overweging, het uit elkaâr rafelen van gedachtenweefsels en
+het weêr weven van nieuwe. Wat was er overgebleven van
+al de wijsheid, die hij toch aangehoord had uit beminde
+monden? Gezegden veel, die beelden opriepen.... maar wat
+al woorden waren niet voorbijgegaan. Doch, men had goed
+praten, ze waren gekomen, maar door, ongevraagd, de
+woorden met hun naweeën van gepeins.... Wij zeggen dat,
+denk er eens over, in brief op brief, van vriend op vriend....
+En zoo gewichtig zagen ze er uit, de geschreven woorden,
+waar elke aarzeling in scheen verstijfd, heerscherig en overredend,
+al voelde hij wel dikwijls, 't was als een reuk op
+een afstand, dat ze kwamen van iemand, die zichzelven bedwelmde
+met woorden, woorden, woorden.... of van een
+overvolle, die van zijn kracht in den wind smeet, verzot geworden
+op het rondom martelen van zijn woordjes. Soms
+was het dan als een schreeuw in hem: "ze willen je kwaad
+doen, ieder wil je kwaad doen,".... maar de redeneering
+ten langen leste had weêr gevraagd: "waarom?" Zoo waren
+ze telkens blijven trekken aan vezels daarbinnen, die hij niet
+wist dat er waren, getrokken hadden ze aan al die draden,
+van zijn binnenste naar buiten uit, ondanks hem zelven, en
+met pijn, met pijn, spinsels van weêrwoorden, in brief op
+brief, aan vriend op vriend.... Ik heb een gevoel, placht
+hij vroeger van zich af te roepen, wanneer gevraag hem in
+het nauw joeg, of je mijn darmen afhaspelt; en het was
+eigenlijk nog niet veel beter.</p>
+
+<p>Later ook.... vandaag de opleving.... had hij zich zelven
+opgedrongen dat het toch wel goed was en verstandig veel
+over alles te denken.... Maar och, het verveelde zoo gauw,
+en eer hij het wist stond hij voor een spiegel te spotten....
+kijk, het baat niets, je hoofd blijft even groot.... wel, was
+lachen niet een wijs ding?</p>
+
+<p>Destijds was op een nacht eens in zijn slaap een droom
+gekomen.... 't was ook weêr na een brief.... vriend N.
+heeft zijn baard laten groeien en ziet er nu uit als een
+profeet.... stond verteld.... Toen was een groot hoofd met
+een schedel als een koepel, een droogvellige gevelkop met
+plooien als van leêr, met tusschen de geloken oogledenspleet
+een lichtvaag, koel om van te ijzen, over zijn borst gebogen
+geweest. En het hoofd verlengde zich nog door een baard,
+een langen profetenbaard, eerst wit, daarna rood als oude
+wijnmoer. En dat stroomde over het laken en dat knapte in
+'t slepen als gloeiende metaaldraden die koud willen worden.
+En het hoofd, bovenop, dampte en borrelde gelijk water dat
+aan de kook is. En hij was, de ontzetting, in zijn droom gaan
+liggen tellen.... bij den hoeveelste zal de bol bersten.... En
+toen zat er zoo ineens een stoffig-zwarte stille spinnekop met
+zijn krommen voorpoot op het voorhoofd te tikken, oogenloos
+zat hij te tikken, en achter uit zijn zwaar lijf spon hij draden....
+een ruim vol draden.... almaar draden.... Het wakker
+worden.... de nachtmerrie.</p>
+
+<p>Dat alles was wel koud nu en om te lachen, maar toen
+hij las: "blijf maar weg", had hij dadelijk gevoeld hoe er
+bij hem uit al die doorleefde dagen een heftige weerzin gegroeid
+was, daarginds weêr te zullen moeten terugkeeren.... "Ik
+zal het rekken, ik blijf zoolang, als ik kan weg".... had hij
+voor kort nog in een brief gezegd.</p>
+
+<p>.... Al vèr in den namiddag, naar zijn plekje gedwaald,
+was hij, willend weten hoeveel hij nog aan geld bezat, zijn
+gordel gaan losmaken, en zijn bezitting gaan tellen, stillekens
+het rammelen vermijdend.... Ja, dat geld, al was het zuinig
+geweest.... het was die twee jaar door toch maar altijd zoo
+gekomen, als iets dat vanzelf sprak.... maar nu was 't gedaan....
+En hij was aan 't cijferen begonnen, zittend achter de ondoorkijkbare
+heggen, die hoog als olifantstanden over hem heen
+stekelden, en aan 't uitrekenen in zijn jaszakschetsboekje, als
+een oude duitendief over zijn schat gebogen.</p>
+
+<p>.... Laat eens zien, was zijn gedachte gegaan, indien ik
+morgen vertrek.... maar dan moet ik eerst met de proviandschuit
+van het Engelsche garnizoen oversteken naar Gibraltar....
+gaat met het kanonschot hier vandaan.... vervolgens van
+Gibraltar, den volgenden dag, met ezels en een arriero over
+Algeciras naar Cadix.... geen kijken naar, een veel te dure
+historie.... dus blijf ik liever.... over een week komt de
+Transatlantic in de baai.... zoo ben ik wel genoodzaakt hier
+wat te blijven nog.... en dat vindt je toch eigenlijk wel
+prettig. Men kan nu eenmaal toch niet alles zien.... al was
+het ook waar, dat je in die treinen en booten het karakteristiekste
+altijd langs vloog. Flap.... weêr een mooi ding voorbij, en
+zoo ging het altijd.... Eerst het hôtel.... zooveel.... fooi,
+zooveel.... als ik eens wegging zonder fooi, dat doen de
+Engelschen ook.... dan de overtocht naar Cadix.... het aan
+boord brengen.... die vervelende kleine dingen kosten het
+meeste geld.... je rekent er nooit op.... zooveel.</p>
+
+<p>Van Cadix naar Sevilla.... daar.... den koffer lossen in
+el Cisno.... O jee.... daar ook een rekeningetje betalen....
+vijf dagen logies.... neen zes.... zooveel....</p>
+
+<p>Vervolgens naar Madrid, een lange zit, gelukkig was 't
+nu niet warm.... derde klas.... zooveel.</p>
+
+<p>Dan, in Madrid allicht een paar dagen overblijven. 't Museum....
+de Velasquezzen nog eens goed zien, en de Goya's.... de
+zaal met zijn ouden oppasser.... Vier maanden kopieeren,
+vier maanden.... et la bonne reste....</p>
+
+<p>Dat was aanraken geweest van een oude wonde, want al
+had hij zichzelven gezegd er niet meer aan te willen denken,
+de wrok was er ingeroest en wou maar niet uitslijten.</p>
+
+<p>Wat had dan ook niet al meêgewerkt om hem dat gedoe ongenietbaar
+te helpen maken, was het niet alles?.... En zoo het eens
+ongestoord had kunnen gebeuren, hoe zou het geweest zijn?....</p>
+
+<p>"Waarom?" was herhaaldelijk door vrienden-brieven gevraagd:
+"vertel ons, waarom maak je toch eigenlijk zoo'n
+ding, waarom laat je je vier maanden van je rijk leven, in
+een tijd dat je geen raad weten moest met je vollen kop,
+je aldus kloosteren in een museum, is niet éen streepje dat
+je zelf gevoeld hebt, meer waard, en meer wenschelijk voor
+wat je bereiken wilt, dan al dat na leeren doen wat een
+ander heeft gelijnd.... geniet het, goed.... maar maak ons
+niet wijs, dat het voor jouw plezier is, het doen van
+zoo'n hondenbaantje.... neen, amice, een slachtoffer ben je
+van de domme school-traditie: groote mannen bestudeeren
+kweekt groote mannen.... stijl.... stijl.... wel dien hebben
+we te halen uit ons zelven.... en niet uit museums.... 't bederft
+je.... geloof me...."</p>
+
+<p>En vaag had het toen door zijn gedachten getwijfeld:....
+stijl.... je zelf.... is het wel heelemaal dat?....</p>
+
+<p>Maar dat het voor zich zelven was wat hij deed, geloofde
+hij ook al niet meer. Was het niet onnoozel, zoo alle dagen
+aan alle wanden van het museum te zien, te moeten bekennen,
+hoe het juist niet het beste van een almaar heerlijk doorgegroeid
+kunstenaar was, wat je als voorbeeld werd voorgehouden....
+En hij had die meening niet voor zich kunnen houden....
+"Wel, dan doe je het om het geld of om een banale eer"....
+Een oudere vriend had daarentegen geschreven: "gij zult
+eenmaal blij zijn, een doek van die importantie te hebben
+vervaardigd." Ook al niet plezierig om te hooren.... Weêr
+een ander zei: "Nu je zelf vindt dat het onnoodig is, waarom
+laat je je dan nog langer exploiteeren. Kom terug.... je hoort
+hier.... wat hebben wij te maken met die vreemde landen....
+Mauve!.... Maris!"....</p>
+
+<p>Dat was wel zeker, hoe ook die eene schreef: "trek je
+toch alles niet zoo aan, je doet genoeg, neem maar wat
+plezier," zij moesten maar eens als hij hier zoo alleen zijn,
+dag in dag uit met je wrokkende zelf, al die anderen, die
+altijd wel een rug vonden om tegen aan te staan.... dat
+was wel zeker, dat hij ellendiger dagen nog niet gehad
+had.... pijn hebben is erg, maar als je lichaam lijdt en
+schreeuwt, dan is er geen mensch die dat geluid niet verstaat.
+In de zaal van het museum was het balkon een uitkomst
+geweest, daar kon je de spijttranen laten opdrogen in de
+harde zon en daar gaf het oude ventje stilletjes permissie
+sigaretten te gaan rooken; als 't werk je doodverveelde,
+kon je daar als een bedelaar met je rug tegen den muur
+gaan staan niets doen. Daar bewaarde dat kereltje ook zijn
+kruik met water onder een oude sombrero voor de koelte....
+De heete dagen.... Dat oppassertje met zijn leuk rimpelgezicht
+en zijn vriendschappelijke op-den-schouder-klop-maniertjes
+van kom, 't zal wel gaan, houdt je maar goed, 't
+wordt mooi.... en dan dat baasjes lachen.... Krom stond
+hij er bij met zijn handen op zijn knieën, wanneer hij van
+al het Hollandsche gevloek van zijn beschermeling geen jota
+begreep.</p>
+
+<p>Ook was gezegd: "het rijk krijgt die dingen meteen op
+een koopje zoo." Nu ja, geld was geld en 't rijk gaf 't....
+maar 't was toch wel waar ook.</p>
+
+<p>Het rijk, het land, de regeering.... dat waren nu ook
+weêr dingen, waar hij nooit een begrip van had kunnen
+krijgen uit officieel geschrijf.... was 't éen ding, waren het
+er honderd.... iets zonder houvast, dat niet aan te spreken
+was en dat hij toch almaar zoo door boven zijn hoofd gevoeld
+had.... het rijk, dat kon wel eens waar zijn, haalde er die
+subsidie-gelden wel weêr netjes uit zoo.... nog niet zoo
+dom, dat rijk; en als ze nu eens een kat in den zak kochten....
+dat kon.... erg ook.... en wat zou het eigenlijk dat honderdkoppige
+ding kunnen schelen een kopie naar een beroemd
+schilderij te bezitten. Maar waarom gaven ze dan de toelage
+niet zoo, zonder meer.... waren ze bang dat je het in weelde
+verteren zou?.... neen, er moest wat voor gedaan worden,
+je kreeg het op een papiertje meê. Houden ze de jongens,
+die ze uitzenden voor futloos?.... wat stond er niet al overbodigs
+op voorgeschreven.... groote meesters.... natuur....
+of je daar niet van zelven naar kijken ging.... je wilt toch
+schilder worden en dan.... officieel mensch als je bent, de
+gezanten complimenteeren, en die ontvingen je als lastposten
+en deden of ze voor de eerste maal van kunst hoorden in
+hun leven; niets, niets voor je weten te doen, misschien niet
+willen.... een schande als je toch van de regeering komt....
+daar moest je nogal een zwart pak voor meêsjouwen.... En
+dan series studies laten zien.... waar leveren voor je geldje....</p>
+
+<p>"Zeg het maar, zeg het maar!" was herhaaldelijk geschreven....
+"is het niet goed voor jou, dan is het voor die
+na je zullen komen".... en dan....</p>
+
+<p>Neen, dat begreep die Russische pensionnaire in Rome
+anders. Welk een man was dat geworden in z'n herinnering
+met zijn rustig praten: "vous m'embêtez avec votre Hollande....
+il faut être plus sage que vos amis.... ge zijt hier om je wat
+uit te zetten, pour vous élargir".... en: "als je een wond in
+je hart hebt dan brandt je er hem uit.... soyez tranquille,
+regardez".... En de Grieksche en de Oostenrijkers, en....
+Rome was vol van die jongens, dat waren toch ook geen
+Fransche seigneurs, en die liepen hun mooie dagen zoo
+onbezorgd door, zoo benijdenswaard, dacht hij dan, met hun
+neus in de lucht.</p>
+
+<p>Schacheren.... wanneer ze het là-bas nu eenmaal deden,
+omdat het zoo hoort en er niet veel voor over hadden,
+waartoe dan al die schijn of 't heel wat was.... wist daar
+dan geen mensch wat reizen een duur en moeielijk leven is.
+Nu was het alleen een baantje voor rijke jongens.... je
+waagde er alles aan, je gezondheid.... had hij niet in Venetië
+een maand lang op zijn achterstallig kwartaal moeten wachten
+en geleefd als een heiden, had hij niet zijn gouden Prix de
+Rome, er nog aan hechtend, in den lommerd beleend om
+geld te krijgen.... was 't niet ridicuul....</p>
+
+<p>Halfheid.... meêdoen.... kunstglorie van een land....
+zoo'n beetje à l'instar de France. Nu ja, dan moest je den
+Paus niet van dichtbij gezien hebben.... Dinges had wel
+gelijk, 't leek veel meer op een exploitatie....</p>
+
+<p>Maar was 't niet bepaald dwaas, kijk, het rijk stuurt je
+uit.... nu ja, dat is een wassen neus, goed dan, je wordt
+uitgezonden namens het rijk door een School-Commissie....
+kunstvrienden uit de eerste ingezetenen der hoofdstad....
+rijke burgers.... de beschermers, de heeren, waar ten allen
+tijde de kunstenaars de troubadours van zijn geweest....
+uitstekend; die komen overeen, geven je op, kopieën te
+maken.... of je het mooi vindt of niet, daar wordt niet
+naar gevraagd, jonge wildzangen als de pensionnaires zijn,
+voor je welzijn dus en voor hun-zelfs plezier.... naar oude
+schilderijen, die ze.... neen, corpo di Bacco, dat was wel
+zeker.... ga maar na wat je te doen hadt.... zoo het
+origineel werk was, niet in hun huizen zouden willen hebben.
+Voor den drommel, dessertkost was 't juist niet.... Hoe zat
+dat zoo.... dat kwam dus niet van hen, niet van die eerste
+lui.... dat kwam bepaald dus van het land, van dat ding
+in de lucht.... Hoe zat dat zoo?.... Men moet redeneeren....
+moet men niet?.... Al deze schilderijen zijn beroemd als
+groote kunst.... de bedoeling is: de kunst grooter te maken.
+Groote God, wat een tegenspraak.... want hoe meer de
+pensionnaires de kracht uit die groote meesters inzogen....
+en dat was toch de bedoeling, ga maar na.... hoe meer ze
+thuis de kans hadden hun heele leven lang hongerlijders te
+zullen moeten blijven.... dat kwam er nu wel niet zoo opaan....
+maar zij zouden dan van armoê ook wel niet veel uit kunnen
+voeren en waar bleef dan de groote kunst?.... En de
+pittigheid van die oude heerooms, want pittig waren ze....
+kon je wel eens als oude wijn in je bol blijven zitten. Wat
+moest hij daar nu meê doen?.... Et la bonne reste.... het
+tweede deel van het officieele programma.... de natuur
+ingestuurd.</p>
+
+<p>Zoo toegevend aan zijn oude hebbelijkheid, had hij zijn
+vlinderende gedachten laten gaan, en toen zacht-ernstig in
+het gras had hij herdenkend gelegen, de handen in mekaâr
+onder het hoofd gevouwen, boven het weeke zwellen van
+zijn hart, en gezien als door den nevel, die een roes in de
+oogen nalaat, hoe het blauw boven wegkromp in een hooghangende
+melancholie....</p>
+
+<p>.... Dat was al begonnen in het Museum. En daarna,
+zonder thuis, wonend in herbergen, plots verloren gezet met
+je groeiende oogen in de wreede zonnatuur van het stoffige
+Zuiën, middenin het alles vernielende licht, middenin daar
+met je arm hoofd en je onmogelijke handen, zwart, zwart
+van al die binnenkamersche, oud-eeuwsche schilderijen....</p>
+
+<p>Dat begon al vroeg, drie uur in den morgen; daar was
+hij al weêr, de harde dag, je opbrandend met onrust uit je
+slaap in een damp van zweet. En je wou nog niet zien,
+maar het verschrikkelijke licht sloeg je in je hersens, door
+je oogen in, als witte brand met rook van blauw, zengend
+op alles neêr, spattend van alles op.... En dan maar aan
+het werk en om tien uur al dood moe, en weêr als gisteren
+het werk vernietigd. Dagen dikwijls had hij gevoeld krankzinnig
+te zullen worden als dat niet ophield, en zich opgesloten
+met de stores dicht van zijn slaaphokje, en op bed gevallen
+met het gezicht in de kussens. Maar het licht vloekte in je
+hoofd, en dan verdooving gezocht in den landwijn.... hij van
+nature geen drinker, om het ellendige huilgevoel in je te
+smoren, hoe je niets zijt, niets in dat lichtoordeel.... Vaak
+midden op den dag aan den dwaal, onder den rechtstand
+der zon, om wel een zonnesteek te krijgen, wankelend tegen
+den brand in en dan met weêrhakerig plezier achter in je
+ooren hoorend, hoe het vadsende volk je uit de schaduwen
+nariep, en jongens die naakt in deur-inkijken lagen te zwijnen,
+achter je aan joolden:.... "Dronkaard.... Tonto.... Gek!"</p>
+
+<p>Met klein, pijnlijk leedvermaak had hij na-geproefd, hoe
+juist in die dagen, hij ergens, poste-restante, een brief van
+een vriend had gevonden, hoe woedend hij zich toen gemaakt
+had om de ongeloofelijke liefelijkheid van dat schrijven....
+als gekluts-kluts van water dat onder boomen voorbij zappelt....
+en dat hier in deze verzengde wereld toen....</p>
+
+<p>Hoe lang had hij daar wel gelegen, ongejaagd, zoo warm
+onder den koelen hemel, te genieten het volle liggen....
+dan òp, want dat vervloekte rekenen moest gedaan zijn....</p>
+
+<p>Van Madrid naar Burgos, zooveel.... was ook op de
+route voorgeschreven geweest te bezoeken om zijn kathedraal.
+Daar had je het nu weêr....</p>
+
+<p>Was het niet zonderling, had hij honderdmaal wel gedacht,
+dat in al die voorschriften de architektuurstudie zoo gebiedend
+was aangewezen. Voor Spanje:.... Toledo, 't Escuriaal,
+Cordoba.... in Granada was bevolen ernstig het Alhambra
+te bestudeeren. Pompeji, Ravenna vooral in Italië.... Ja, er
+was bijna geen stad, als 't niet was om de museums, dan
+ging je er met je boeltje naar toe, uren sporens, om de
+architektuur. En dat had veel geld gekost van je traktementje
+en moeielijke zuinigheidsdagen had het gegeven, vooral in
+Italië, dat achterna moeten zitten van de architektuur....
+Nu ja, dat was voor het breede zien.... "l'architecture est
+la mère de tous les arts", leerde de school.... Byzantium
+in Italië nagaan.... Egyptische invloeden over Griekenland
+terechtgekomen in Italië.... net zaadpluisjes, hier groeien
+ze en honderd uren verder komen ze eerst op. Italië had
+soms wel geleken van oude overschotten te zijn gebouwd.
+En in Spanje, de Moorsche architektuur, de Moorsche geheimvolle
+zon-schaduwkunst met zijn zinnige spinsels van
+nachtwichelarij, gehavend en in 't hart getroffen door den
+ascetenijver van de dwepende Gothiek:.... de moskee van
+Cordoba.... Maar 't Alhambra, het wellust-bouwsel waar
+de oude Moorenweelde het mooi vrouwenlijf meê heeft overdroomd,
+borduursel en weefwerk van steen en als in gaas
+de koelte bewarend bij het klaterende zonnewater van vijvers
+en fonteinen.... hij had het er geen twee uur in kunnen
+uithouden; gerestaureerd, beknoeid stond het daar, gelijk
+een opgezet beest dat naar kamfer stinkt, dood, leêg, de
+kolossale liefhebberij van een heel volk. En dan de Renaissance,
+die overal wel, storm van menschenhartstocht, scheen
+rondgegaan, waai-ademend hoe in elk mensch God woont,
+blazend de stelsels door elkaâr, brokken naast brokken, maar
+zettend eindelijk de hoogmoedige persoonsdaad in 't gezicht
+van de verstervende leeren.</p>
+
+<p>.... Van Burgos naar Parijs.... zooveel.... te lang....
+Bordeaux.... het eerste plan rechtdoor is beter.... Burgos....
+Irun.... Bordeaux.... daar ook een museum.... tot Parijs....
+zooveel en eenmaal daar.... och wat.... als de hemel invalt
+dragen we allen een blauwe slaapmuts....</p>
+
+<p>Toen alles zoo gewikt was en nagecijferd, had hij zijn
+gordel om het lijf gegespt, opgelucht klaar, en was weêr
+achterover wat gaan liggen, lekker op den grond als op
+een tapijt.... Parijs, Parijs, was het begonnen te gonzen
+in zijn hoofd.</p>
+
+<p>Vier jaar wel al geleden, in de maand Mei, voor de
+eerste maal op reis, was hij er geweest. Vrienden die er
+waren, zouden hem af komen halen van de Gare du Nord....
+herkenningsteeken: het wuiven met een witten zakdoek....</p>
+
+<p>.... Veel muren met gele plakkaten langs, aanplakbiljetten
+bedaverd met veel letters.... plezier.... plezier.... en met
+de schuddende omnibus, andere schuddende omnibussen voorbij,
+donkere, volgeladen reiswagens, waar van-achterop de conducteurs
+onverstaanbaar riepen naar elkaâr, schuinzeilend
+stonden met de hand aan de trapleuning naar boven....
+Dan leigrijs, van buiten een huis zoo stil, met een breed-uitvarende
+steentrap onder een tempelend portiek.... de
+Madeleine.... drie bekende gezichten.... Frits ook, met
+hem op de trap. Maar van binnen een mist van wierook
+en bloemengeur in de dreunende bedwelming van koraal en
+bazuinen. Het ruim boven donker, open met bleeke gaten
+nacht, de muren vaag met sidderende nissen weg. Beneden
+een volk van dames, geknield op den kerkvloer, een stil-ruischende
+en plooi-schuifelende schaar voor de bidstoelen
+neêrgezegen in lekkerruikende verdooving. Bij de zacht toe-vallende
+tochtdeur een veranderzieke bijeendringing van in- en
+uitgangers, veel straatgezichten, werkmannen in blouses,
+met petten in handen; wijven met hooge wangen en rulle
+haren, zich bekruisend of niet; heeren met kale hoofden en
+snorren, zich bekruisend. En van achter, boven het rood-rooklichtende
+altaar, uit den schemertuin van bloementuilen,
+het gehosiannah van een vrouwenzang, de hemelstem wel
+van een onzichtbaar vliegenden engel door het ruim, blauwend
+in dank.... Alzoo leeft een mensch van herinnering.</p>
+
+<p>De dienst uit.... en een verwonderlijk hoog opstekende
+Engelschman in een geruite reisjas, met een oogglas in zijn
+kop van rood kippenvel gekneld, dringend vooruit met
+onwijkbare schouders, brutaal naar de bloemen toe. Doch
+de dames voorbij in een wasem van violetten en tusschen
+de rijen geschemer van witte kinderen, meisjes, serafijntjes
+in wolkjes van gaas, mistig omsluierd, met kroontjes om de
+hoofdjes. En een gezeur van stemmetjes; want bij de deuren
+ook de communiantjes, blozend met neusjes nieuwsgierig onder
+pimpeloogjes en bedelend allerliefst: "la charité s'il vous
+plaît." En klankspringen lieten ze de aalmoezen in taschjes
+van roode pluche, in de handjes wit geganteerd: "la charité,
+als 't u blieft, voor de maand van Marie."</p>
+
+<hr class="pct45" />
+
+<p>&mdash;"Hè!.... hè!" grauwde het nog eens terug.</p>
+
+<p>Vooraan, waar de Zoccostraat gaat in de kleine markt,
+was Johan een man die klom in de borst geloopen,
+en geschrikt blijven staan met de handen bang voor
+zich uit.</p>
+
+<p>&mdash;"Hè!" uitte hij ook op zijn beurt, helder hoorend
+hoe zijn stem lager was dan gewoonlijk.</p>
+
+<p>&mdash;"Ah, daar hebben we den schilder," ginnegapte hoog-uit
+Vogels bekend geluid, "wat een buitenkansje." Hij stak zijn
+pijp bijna in 't gezicht van den ander en raffelde in een
+adem van rhum en smook: "hoe is het, zijt ge bang, mijn
+waarde, dérangeer u niet.... 't Is waar, het is een weinig
+donker, mais que voulez-vous.... men is hier niet in Amsterdam,
+par exemple." En goed gehumeurd als hij scheen: "zal ik
+u naar Antonio brengen, ik kom er vandaan.... hé?....
+ging wat eten.... daar heb ik den jongen Jachjemed gezien,
+Antonio geeft wel een lantaarntje"....</p>
+
+<p>Maar Johan:.... "merci".... hij wist nu wel den weg,
+het was altijd 't zelfde paadje.</p>
+
+<p>&mdash;"Nu ja," smakte Vogel en hij deed zulk een zwaren
+haal, dat het gelurk wel uit een kelder scheen op te reutelen,
+"nu ja, het is niet ausserordentlich groot hier, dat vindt
+zich vanzelf; maar kom, ik heb den tijd. Zoo goed als gij
+tegen mij opliep, kunt gij ook tegen een ander oploopen;
+waarom zou ik u niet liever brengen."</p>
+
+<p>&mdash;"Ik had u gisteren avond nog verwacht," praatte hij
+naast Johan.... "men ziet u zoo weinig."</p>
+
+<p>Het kleine marktruim, nachtvol, zwanger van zwart, zwol
+op onder te raden wanden. En Johan, zoekend grenzen en
+tastbaarheid, speurde het moskeetorentje zoo 't hoog uit den
+omme-chaos reikte, want de hemel bewaarde nog licht. Een
+geflipflap van stemmen vleermuisvlerkte de donkertes laag
+uit.... late mannen.... schooiers misschien zonder thuis, die
+den avond door verpraten bleven onder de bogen van den
+bazar.... stak daar niet iemand het plein over.... een
+geschimmer gleed er.... hij zei:</p>
+
+<p>&mdash;"Gisteren avond.... toen.... heb ik gewerkt."</p>
+
+<p>En hij had de woorden nog niet gezegd, of het onbegrijpelijke
+beroerde hem, hoe hij zoo in eens kwam aan dit prompte
+leugentje.... waarom? was het niet even eenvoudig geweest
+te vertellen hoe hij met zich zelven geen raad geweten had
+en maar naar bed was gegaan....</p>
+
+<p>Waarschijnlijk liepen ze nu tot voor het klimmende straatje,
+in Johans staroogend nog-willen-zien begon het duister te
+blauwen. Dat ondoorgrondelijke, dat tastdonker was dat niet
+de steeg naar Sivory's kroeg.... Maar achter hoekhuisblokken
+verslonk de laatste lucht, de voeten gingen meer aan het
+aarzelen. Vogels stem kwam rad en spoelend uit het vocht
+van zijn onzichtbren mond.</p>
+
+<p>&mdash;"Wij waren met zijn.... hoeveel wel?.... monsieur de
+Redacteur du Réveil, monsieur de kolonel mijn vriend Badaud,
+monsieur de minister, ook wel, knecht van den Zweedschen
+consul, wissen Sie.... even voor 't tafeldienen zag 'k hem
+bij Antonio, ha!.... mijn kameraad de Zwitsersche fotograaf
+en ik.... voilà déjà cinq.... n'oublions pas, monsieur
+Cré.... Wat is dat?" zweeg het geraffel met een hik.</p>
+
+<p>Een duistere knel om den arm had Johan tot stilstaan
+gedwongen. De dokter rommelde voor zijn voeten, zijn spraak
+zwom laag en slibbig, terwijl hij prevelde: "encore un petit
+aigle."</p>
+
+<p>Maar dadelijk huiverde zijn hoofd weêr op, blootshoofds
+steeg het met zijn hoog frontaal, schimmerig of het met
+fosfor was bestreken.</p>
+
+<p>&mdash;"Ik wist het wel," hinnikte hij, "ik heb het door
+mijn schoenzolen heen gevoeld.... weêr een buitenkansje....
+de tweede vandaag al.... voel hij is nog warm, nog geen
+half uur kapot." Zijn stem zakte, Johan bleef staan. Vogel
+zei zijn hoed te zoeken, in het bukken gevallen.</p>
+
+<p>&mdash;"Zeg er niets van aan monsieur Crépieux.... niets,
+hoort ge," drifte het vraag-bevelend.... toen alsof Johan
+wat gezegd had: "nun, wat zou het, ik vertel hem morgen
+dat ik ze met andere van Mustapha gekocht heb".... Hij
+streek het doode beestje de veêren glad, zijn hand aaide.
+"Ça vaut bien deux autres bons grogs. Que voulez-vous?
+heeft hij niet het geld, hij.... en ik.... heb ik niet een fijne
+neus? Maar gaat u even meê terug, hij mag 't niet zien,
+deze bêtise in mijn hok deponeeren, 't is dichtbij.... dichtbij."</p>
+
+<p>En over het plein, door den al blauwender nacht sjokten
+weêr hun paren voeten; zwaar gezet, klankten ze hol, wanneer
+geen rulligheid knerpte, stappen gelijk die bauwen in een
+kerk. Vogel bromde dikwijls wat, als spon hij raadselwoorden
+in zijn knevel, maar ging vooruit, den weg wel wetend.
+Johan achter hem aan, waadde door den nacht, soms geloovend
+te zien het zwakke licht-beweeg, de schommelende
+hand van Vogel, maar ruikend waar hij liep, de prikkeling,
+de aanwaaiing van den smook. En 't was binnen in hem
+ook duister en leêg, die sombere voeten klopten zoo ellendig
+alleen, hij had wel willen gaan wegloopen. Diagonaal staken
+ze de markt over.... Zoo was ook zijn weg naar het
+logement.... daar was gauw licht en ordelijke gezichten,
+wat moest hij nu meêgaan naar dat hok.... Boven de algeheele
+verzinking van de dingen begon de hemel te gaan
+in desolate pracht, enkele sterren, koel en eenzelvig, pinkten
+er als knipoogen hun wit licht-gevonk.</p>
+
+<p>Maar een dijk van opgestopt duister kwam verbijsteren
+zijn spalkstaren. Hij wankelde terug, zoekend opnieuw met
+handen en het stapbeen te hoog in de knie gekrompen, zocht,
+zocht. Tegen zijn geloop in begon de weg als een berg
+te staan.</p>
+
+<p>&mdash;"Pas op, mon petit monsieur," riep Vogel vooruit....
+"we gaan de ruelle in.... attendez! Dan zal ik u wat licht
+geven."</p>
+
+<p>Er gloeide als een vuurvlieg een lichtstip. Witte rook-kringeltjes
+festonneerden, siswolkjes, en dan niet meer, want
+zuchtend zogen Vogels lippen het pijpkratertje in brand.
+Johan hoorde hem zacht tegen den muur de asch uitslaan
+en toen aan 't blazen, tot er vonken vlogen, tot bloedend
+voor het steeggat het schema van zijn hoofd verscheen met
+tintels in 't natte saffier van zijn oogen. Hij spoog, den mond
+bitter, en kortademig van inspanning ging hij opnieuw zijn
+klots-klots, verzwolgen in het slopzwart.</p>
+
+<p>&mdash;"Ha, ha!" lachte hij vroolijk daarna en stootte zijn
+stem de steeg in.... "je me dis, hoe gemakkelijk het zijn
+zou, zich zoo een beetje te kunnen bijlichten, als we in den
+kuil zullen liggen.... Des clowns que nous sommes....
+vanavond is hier réunion in de Engelsche club.... een
+Italiaansche prestidigitateur die de kust afreist.... alzoo hebt
+ge gisterenavond gearbeid.... Ja?"</p>
+
+<p>&mdash;"Zeker," antwoordde Johan kortaf, met zijn verzinsel
+al verlegen.... maar het kon toch evengoed zoo geweest
+zijn, niet waar? waarom, wat behoefde hij het te vertellen
+hier in deze akelige steeg, waar je telkens met je neus tegen
+iets geloofde op te loopen.... Waarom? 't Is waar, verscheiden
+malen had hij hem ontmoet, op straat of bij Antonio, en al
+was dan ook onwillekeurig de eerste opwelling: alweêr die
+man, zij hadden elkaâr gezocht, daar was niets tegen te
+zeggen, samen gewandeld, gepraat, gepraat.... O, hij mocht
+het zich willen bekennen of niet, Vogel trok hem aan door
+zijn.... ja, door wat niet al, door zijn oogen, die raadsels,
+onnoozel soms en dan weêr zoo ironiek schril, maar vooral
+door den hoogen toon van zijn oordeel, vaak zoo heel
+voornaam.... Was 't niet prachtig, hoe hij telkens het
+geklets in de kroeg kon uitmaken.... precies een stop op
+een flesch.... dicht.... het schenken is gedaan.... drinken
+jullie liever wat anders, bijv. een grog van rhum.... kittelig
+was het om er naar te zitten luisteren.... van zelve begon
+het dan te jeuken van binnen, er groeide tegenspraak....
+"Zeker", herhaalde hij stelliger, alsof hij 't zelve geloofde....
+"en daarna heb ik nog een brief geschreven."</p>
+
+<p>&mdash;"Zoo, zoo, ook nog een brief geschreven, wel dat's
+braaf," lachte de ander, "nun das versteh ich, war doch
+auch einmal jung, leidenschaftlich jung".... zijn geluid stond....
+"En ze is mooi?"</p>
+
+<p>&mdash;"Wat?.... o, erg mooi, bepaald heel mooi, wissen Sie."</p>
+
+<p>&mdash;"Hm.... dat zeggen wij mannen allen."</p>
+
+<p>Door het slop smakten en zogen de schoenzolen weêr voort
+of sloffend òp van uit het benauwde lage, telkens wanneer
+het brokkelige gepraat, het harde klanken van Vogels stem
+maar even stil was. Johan door al dat stikkedonker verbijsterd,
+voor het immer aandringende zwart schuw als voor
+gevaar, aarzelde opnieuw, tastend naar de kilkou der muren,
+zoo dichtbij, en strompelde dan, al trachtend met de voeten den
+weg te begrijpen, tegen vuilnis op, er onder tegenaan geheuveld.</p>
+
+<p>&mdash;"Dat vervloekte donker," mopperde hij, aan zichzelven
+overgelaten, Vogel vergeten.</p>
+
+<p>&mdash;"Houd uw oogen naar boven, dan ziet ge van zelve
+het pad in de lucht," waarschuwde de stem een eind hem
+vooruit in den vunzen nacht. Hij bleef stil, vroeg plagerig:
+"en wat hebt ge gisteren wel gedaan, darf ich fragen."</p>
+
+<p>&mdash;"Ach, niet veel bizonders," loog Johan door, nu zekerder
+gaande en den spot in de stem van Vogel niet dadelijk
+hoorend. "Ik was een teekening begonnen.... verbeeld u,"
+sloeg hij door, geïllumineerd door zijn verzinsel.</p>
+
+<p>Maar Vogel viel in:</p>
+
+<p>&mdash;"Attention, we gaan rechts om, de weg klimt wat, pas
+op.... geef me uw hand.... pardon!"</p>
+
+<p>Wendend en toen blind voorover tegen het duister
+klommen ze langzaam, stap in stap. Vogel rookte niet meer,
+scheen wel, zeker was zijn pijp leêg. En Johan kijkend naar
+de geul lucht boven zijn hoofd, in het nachtelijke ongewisse
+blauw, vervolgde met radde tong:</p>
+
+<p>&mdash;"'t Is een heel mooi geval, wissen Sie, er zijn er hier
+honderden, het zou prachtig kunnen zijn, zoo ik het zie nu,
+magnifique...."</p>
+
+<p>&mdash;"Pas si bête, waarde: toch nooit zoo mooi als uw leugen
+wel zijn kon. Hebt ge dat gisteravond allemaal in uw bed
+bedacht.... indien onze compagnie u niet bevalt.... mij ook
+niet.... waarom te liegen?.... gelooft ge inderdaad....
+ach neen.... dat's rein onmogelijk."</p>
+
+<p>.... Hoor hoe hij liep te grinneken in zijn snor, zijn eigen
+plezier te eten, blij natuurlijk dat die ander daar achter hem
+aan moest gaan als een bestrafte jongen. En de lust begon
+Johan op de tong te branden om te zeggen, om het uit
+te roepen dat het wel waar was, en dat het hem niets schelen
+kon uitgelachen te worden hier in dat smerige donker....
+maar toen, plotseling zonder wil.... rammelde de bekentenis
+zijn mond uit:</p>
+
+<p>&mdash;"Och ja, ik was een weinig verdrietig en ben maar naar
+bed gegaan; en van dien brief is ook niet waar, wissen Sie,
+'t is allemaal niet waar."</p>
+
+<p>&mdash;"Maar dat is een confessie, mijnheertje, dat wordt hoe
+langer hoe grappiger, o mon bon, ce bon petit monsieur!"</p>
+
+<p>En het was of daar waar hij ging het zwart schudde van
+de pret.... Zeker, hij liep met zijn mond open van vroolijkheid,
+de tanden bloot in den nacht.... Hoor, nu hield zijn
+slof-stap stil en de stem kwam kappen zijn eigen genot af:</p>
+
+<p>&mdash;"Nog wat rechts, en dan zijn we er!"</p>
+
+<p>Bengelend gelijk een klokkeslinger kwam diep uit de hoeksche
+steeg een vlam aan wandelen. En spookhoog, ook los van
+den grond, geestte het lichtbeeld van een Oosterling in een
+damp van ontbonden duister, stillig-stil.</p>
+
+<p>Een schok, die hem in de beenen sloeg, had Johan doen
+staan. 't Doffe klop-klop van paard-hoefslag was als vijzels
+in zijn ooren aan het stampen, even waren zijn tanden in
+zijn mond aan het rikketikken begonnen.</p>
+
+<p>De naderende Arabier bleef aanvaren winnend in grootte
+en in lichtkracht, nader kwam hij gewiegd door zijn paard,
+hoog heerlijk gezeten in het reine mousseline. Gelijk een ster
+voor Drie-Koningen, bakende over hem heen de aan een
+stok gedragen lantaren, het pad zoo blootleggend voor zijns
+paards pooten. De lantaren wiebelde aan tusschen de wanden
+van de wijdere steeg, het duister ontraadselend waar de ruiter
+ging, die blank-straf en ondoorgrondelijk, keek naar niets uit
+de koepelende omhulling van zijn nachtwitten en begloeiden
+mantel. Koolzwart roezemoesde uit het kappe-open knevel en
+baard, waar achter hem nachtte de luchtstrook; waar de
+knechtskop van een neger schonkglimmerig uit aankwam met
+een roodende fez; toen zijn roode lijfjas.</p>
+
+<p>&mdash;"Ziedaar een licht dat tenminste op zijn tijd komt,"
+zwetste Vogel nog, toch ook wat lager. Voor een nis op een
+stoepje zag Johan hem staan schemeren, los ook hij van den
+nacht, gebukt-schevig, bezig met rommelig te zoeken naar
+een sleutel in zijn broekzak en hanghebbend in zijn lage
+hand den gevonden arend aan de krampende pooten.</p>
+
+<p>Dan een muurlengte rechts, wendde het paard al schuif-trappelend
+om, gestuurd door de onteziene handen van zijn
+heer. Dwars stond het in de steeg. De lantaren, wind-schommelend,
+brandde neêr op de ritselooren van den witten hengst en
+op zijn omkruivende manen zijig, merkte de gleuven van den
+krommen spierhals en de uitsnuivende wrongen van den neus
+waar stil hijging uit dampte. En op stangen en trenzen
+vonkte het rood en goud, want het paard knikte de pooten
+in stap, toen kwam het schabrak ontbloeien in een mysterie
+van arabesken, en in den bak des stijgbeugels de gele voet
+van den hoogen musulman.</p>
+
+<p>En als in een tooverhuis droeg het paard den Moor onder
+het nu stille gloeilicht voorbij, wiegend hem statig weg,
+ijskalm en onbegrepen hoogheerelijk in het open donker.</p>
+
+<p>Zwart-glanzig stuurde de knecht zijn paard vast aan. Hij
+hield in zijn knookvuist den lantarenstok, zoo een lans in
+rust wordt gedragen, nu ook het achterlijf van den hengst
+heenhobbelde, rozig als besneeuwd, bebaldakijnd onder den
+nasleep van den mantel.</p>
+
+<p>De lantaren binnen, omraamde rood het portiek; schuw
+blauwde het in de steeg. En binnen de roode knecht met
+zijn glimmende eunuchenfacie; toen viel de nacht als een bui.
+Op 't gevoel af had Vogel met doffen smak het doode beestje
+neêrgesmeten in het andere open donker.</p>
+
+<p>Hij peuterde zijn werkplaats dicht: "Die arme Seigneurie,
+hij heeft meer dan vijf vrouwen, men zegt zes, men zegt
+zeven."</p>
+
+<p>En door den nacht terug en veroordeeld tot een dubbel
+donker, daalde Johan met hem.... twee duistere menschen
+die elkaâr niet zien. Vogel was stil geworden, het broeide
+om hem als liep hij in een stom dreigement, niets was er
+dan het leven van de voeten. Dom ging het loopen goed,
+de zakkende weg maakte nu het gaan gemakkelijk. Uit de
+hemelstraat boven de steeg prikten de sterren hun blinklicht
+neêr in Johans oogen, en kasteelige donkers schoven voorbij....
+de uitbouwsels, die als groote kooien zijn, op schraagsels
+in den muur gestut.</p>
+
+<p>En hij zoo gaande was blij dat Vogel niet sprak.</p>
+
+<p>.... Was het niet als een droom nu al veertien dagen,
+een wonderlijk leven, onverzadelijk om er naar te kijken,
+nooit genoeg, telkens wat anders om het vorige te verdringen
+tot het wel herinnering geleek; zoo kwam er van werken
+maar niets, alle dagen dezelfde beloften aan zichzelven
+vandaag zal ik dit doen, dat en dat, en er was nog altijd
+niets gebeurd. Nu ja.... een paar schetsjes.... niet veel....
+hoe kon het ook anders.... dat nare geld.... nog een paar
+dagen, dan was het sprookje voor goed uit.... Hoe zou hij
+zich in Holland weêr voelen.... hoe langs de straten daar
+gaan.... allemaal andere menschen geworden in die twee
+jaar?.... twee jaar.... waren het er niet meer.... waren
+het er geen twintig.... dertig....</p>
+
+<p>&mdash;"En dan te denken dat ik ook eens mijn eigen paard
+reed, mijn goed paard.... ma pauvre Mirsa".... mopperde
+de dokter vlak voor hem, uit zijn eigen gedachten.</p>
+
+<p>Grottig vloeide voor 't gezicht weifeling van lucht. Haastiger
+onder het gaan slonk de al dalender steeg. Toen klankten
+weêr de eenzelvige stappen op het kleine Zocco. En de opstapelingen,
+duister als waren zij gegroeid, stuwden zich op
+naar het hooge open boven, naar het rouw-blauw van den
+hemel, magistraal met zijn benageling van sterren. Maar insidderend
+lag er het zwarte van onder, er doolden spinraggen
+en raadselen van schijn, draderig geflinster schoot er het
+wanden-duister langs, als lijnen van telegrafen. Vogel kwam
+aangedrongen, Johan rakend en toen los, toeschietelijk met
+het goeielijke in zijn gepraat dat hij hebben kon, liep hij
+weêr te vragen:</p>
+
+<p>&mdash;"Alzoo gelooft ge wezenlijk, dat een vreemdeling die
+hier veertien dagen is, als gij; die komt waar wij komen,
+als gij; op een avond naar bed zou kunnen gaan, dadelijk
+na zijn diner, en zijn twaalf, nun, zeggen we elf uurtjes, kan
+doorslapen zonder dat wij het zouden weten?.... hoe is dat
+zoo?.... pscht," slikte hij tot fluisteren zijn stem in, "loopt
+u een beetje hier, daar komt monsieur Crépieux aan.... ik
+ken zijn lantaren."</p>
+
+<p>Maar in het gauwe gaan was het lichtje achter Johans
+rug flap uit gelijk een uitgewaaide vlam; nagezeten menschen
+die op de teenen vluchten, zoo draafde hij schichtig achter
+den schichtigen Vogel. Ze waren de groote Zoccostraat
+voorbij gesneld. En nu langs den opstand waaronder overdag
+de koopvrouwen met de brooden zaten, bedaarde het geloop.
+Achter hen bauwde uit den donker de stevig aanstappende
+mannenpas, in den zakkenden gang met val van klank.</p>
+
+<p>&mdash;"Hij gaat eten.... hij woont bij den muur, mijn patroon....
+ce Crépieux."</p>
+
+<p>Dan vóor hen, waar kwam het zoo snel vandaan? schommelde
+alweêr een ander rood lichtje, het ging, schijnende
+dwaalvlam, op, neêr, soms als in een tocht aanvarend.</p>
+
+<p>&mdash;"Loop wat aan!" stookte Vogel weêr op. "Ce bon
+brute daar kan ons wel een beetje bijlichten.... Kom toch."....</p>
+
+<p>&mdash;"Ik zeg: 't is niet de eerste maal dat ik zoo mijn geluk
+zoek."</p>
+
+<p>Tot op twee manslengten achter het bakentje liep Johan
+meê, willoos in het rillerige donker. De Arabier keek niet
+om of op, gewend. Hij sjokte als een nachtdief, vallend het
+duister tegen, met zijn bekapten kop in den loop voorover;
+met het soppige geluid van zijn tippende muilen onder het
+opgeschop van zijn nachtjas, geleek hij soms meer een vrouw.
+En het vlammetje oproepend zijn knuist uit den nacht der
+mouw, brandde roetlicht neêr in een cirkelkring van stervend
+rood: een heraldiek teeken, de lichtschim van een kruisvaardersschild,
+zoo schoof het naast den duister-witten man. Spraakloos
+gingen ze in het lawaai geworden leven van de voeten; de
+blinde muren schroeiden op uit een gerikketik van vuil en
+onkruid, schijn vlottend naar schijn. De eerste steeg week
+wijd-zwart in den wand en duisterde achter hem dicht; een
+deurpost paalde met zijn hoogen drempel er onder en voorbij;
+toen zwenkte Vogel, latend den gangenden lantarendrager,
+op den lichtschraai af die midden in de steeg Sivory's kroeg
+uitwalmde.</p>
+
+<p>&mdash;"Een glaasje op onze gelukkige ontmoeting, is 't niet?"
+zei Vogel.</p>
+
+<p>Maar Johan bedankte, neen, wezenlijk, hij had geen lust,
+ergen honger.... en 't was al zoo laat, de dokter moest
+Jachjemed maar naar buiten sturen.... neen, wezenlijk niet.</p>
+
+<p>&mdash;"Des bêtises."</p>
+
+<p>In den schamperen kroeggloed, glom het ellendige geween
+van zijn lichte oogen. Zeker, ze waren groot geweest en
+gespannen in het duister, maar al gordijnde de vouw er
+over, brekend het even kralende gekijk. En zijn neus vlak
+pakkend het deurlicht, snavelde er tusschen neêr, hard en
+onverschillig in een stijlen rug, maar verdrietelijk toch met
+zijn hangende punt. Een zenuwachtig rilletje trok op onder
+uit den bluf van den knevel en zijn mond, zijn spotmond,
+hoe zou die er wel onder uitzien. En nu ging zijn linksch
+oog daar nog meer knijpen in een geraad van rimpeltjes;
+maar boven het andere kromp de brauw, stijgend, als in
+hoon, hooger.... Och, oolijk was het bijna om er om te
+lachen, maar ook om er beroerd van te worden. Hij stond
+vaal in zijn verwaarloosde jas; tegen zijn nek op frommelde
+een boord te hoog, welig warde het haar er over. Laag
+hingen de handen langs neêr, missend de pijp.</p>
+
+<p>&mdash;"Ik zal nog een glaasje nemen.... een tout petit....
+waarom zou ik niet?.... de rhum van Antonio is goed....
+geeft me slaap.... en slapen wil ik.... waarom niet?....
+Bonsoir.... ge weet.... niets vertellen aan monsieur Crépieux....
+Dus ge komt morgen bij mij kijken?" bleef hij even
+staan zeggen.... "doe het maar.... tot morgen dus, bonsoir."</p>
+
+<p>Johan alleen, wachtte in het straatje.... Als nu die jongen
+maar dadelijk kwam.... 't was eigenlijk zoo noodig niet,
+eergisteren was hij ook wel alleen naar huis gescharreld....
+Maar hij had zich nu plotseling verloren en zoo moe gevoeld;
+tegen den muur was hij aan gaan leunen, met niets geen
+kracht meer. Hij wachtte. Uit het kroegebinnen rommelde
+'t mannengezwatel, onverstaanbaar door-elkaâr-gewar van
+spraak; hoog op steigerde lachen, aanvarend op den lichtschraai
+naar buiten.... Antonio's plezier.... Voor zijn oogen
+was het werkplaatsje van den kleermaker verschijnend, slaperig
+met hangende deur, een dicht huis dat zijn geheimen bewaart.
+In het duister stond hij, machteloos, zoo òp, zoo leêg, zijn
+maag was een leêg ding ook, o, hij had honger en dorst.
+En de table d'hôte kwam in zijn hoofd blinken, linnen-blank
+met veel licht, met rinkelende karaffen, met rookend eten,
+volop, veel zou hij eten. Zwart, stop-zwart ging de steeg
+in het niet; door de wijdte was het stil, suisstil, maar de
+kroeg naast hem, een gat rood walmend leven hier in het
+nacht-overal. Hoor, daar ging een hond aan het blaffen,
+van vèraf hortte het de huizen over, viel het in donkeren
+huilval, druischend in zijn ooren neêr. Zeker, de nacht wou
+van hem, hij had den nacht gedronken, te veel, met zijn
+oogen, met zijn ooren, met zijn adem en met zijn handen
+ingetast. Hoog over de steeggeul en over de dompende
+blokken, daar achter en daar rechts en daar links, daar
+schoof de nacht ruimte van grondeloosheid, verijsd, gemat,
+vliedend in ijle atmosferen boven het maan-blauw al hooger,
+bewicheld met sterren, radeloos al meer. En met de behoefte,
+plotseling, iets van zich zelven heelemaal te zien, stak hij
+zijn hand langzaam van zich af in den rossen deurgloed.</p>
+
+<p>Hoor, daar was Vogels verweerstem fel van zich afbekkend....
+een onbekend geluid raffelde er tegen in. Dan gromde het
+wat van uit de diepte: zoetsappig gekeuvel, gekwispel en
+gekal van mannen die door den neus praten. Vast zaten er
+Arabieren te drinken.... Eergisterenavond ook.... Maar
+dat kwam van den opgeruimden kolonel met zijn joviale
+vertelsels, en dadelijk toen Antonio's jongensachtig lachen,
+duidelijk over het voorplaatsje aangedragen door het roetachtige
+geroezemoes:</p>
+
+<p>&mdash;"Oh, monsieur Badaud, schei uit, ik stik."</p>
+
+<p>&mdash;"Pak aan, muchacho.... licht."</p>
+
+<p>Dat was de stem van Antonio's vrouw.... nu zou Jachjemed
+wel dadelijk hier zijn....</p>
+
+<p>En Johan ging los van den muur.</p>
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="V" id="V"></a>V.</h2>
+
+
+<p>&mdash;"Herein."</p>
+
+<p>Over den drempel met een stap als in een kuil, was Johan
+onverwacht gedaald in de kamer. Maar achter de al-dichte
+deur was hij staan gebleven op den uitgetrapten zandgrond,
+bestookt door een oogenblikkelijke benauwing, onwillig voor
+den vagabondeerenden menagerie-stank van opgesloten heete
+beesten, die prikte in den neus en terughinderde zijn vrij
+ademen. Schuw, onder een hoog troebel licht had hij Vogels
+blauwen blik zijn inkomen zien zoeken. Doch een lawaai
+barbaarsch, veel te geweldig voor zoo klein een ruimte, het
+krijschen van een bang geworden aap: een harig donker
+monstertje zat daar tegen tralies aangegrepen, gluurde, schuivend
+den kop; wanhopig-wit, verdwaasde beestoogen; dan
+stil, klapte het als in een groote siddering zijn smoel snel
+voorbij het grimmende gebit.</p>
+
+<p>&mdash;"Ah, de schilder," herkende de dokter blijig, van boven
+de werktafel waarop zijn handen lagen bleek in den dag.
+Donker en hard, een mechaniek gelijk, stak hem de pijp
+onder uit den fellen neus of zij vergroeid waren met elkander.</p>
+
+<p>&mdash;"Dat's goed van u.... zeer goed.... taisez-vous donc,
+camarade," knorde hij naar den aap, die de spangen deed
+rellen, dat er het hooren en zien in de werkplaats van verging.</p>
+
+<p>&mdash;"Gaat u zitten, gaat u zitten."</p>
+
+<p>De zitting waarvan hij was opgekomen, een plank gelegd
+op het matlooze geraamte van een stoel, wipte, sloeg blink-lichtend
+onder hem neêr, rumoerend weêr wreed de kamer.
+De aap plofte weg, verscheen opnieuw plomp-donker, tand-blikkerend.
+En de stoel alleen, lattig, van geverfd hout, bleef
+in zijn donkeren stilstand.</p>
+
+<p>Johan bij de deur, houdend zijn tasch bij den schouderriem
+los aan de hand, zag Vogel met willooze handen in de war
+gebracht staan, in het leêge midden van de werkplaats, als
+een man die verrast wordt en ongewoon geworden is aan
+bezoek.... Was er dan niets om op te zitten aan te bieden....
+Hij ging, sukkelig gebogen in een verslofd luuster huisjasje
+en halsstarrig nagegaan door de druilerige oogen van den
+aap, die tusschen de kieren doorloerend, klonterig zat bovenop
+zijn handvoeten, lang van span, knijpend de tralies. De haar-armen
+hingen er achter, en om zijn gemoedelijk vooruit-leuterenden
+snoet, mummelend, een oud-kereltjes-mond, rilde
+en kringelde nog telkens de grimas, zenuwig als bij een kind,
+dat na lang huilen het snikken niet laten kan.</p>
+
+<p>&mdash;"Laat ik maar dàarop gaan zitten," meende Johan eindelijk,
+en hij wees naar een tobbe naast zijn beenen, een doorgezaagde
+ton, in een kring van weeken grond verzakt en met een
+plank ook tot deksel.</p>
+
+<p>&mdash;"Neen, neen," lachte Vogel zich opzettend en hij stopte
+zijn pijp die vallen wou in zijn jaszak.... "Neen.... doe het
+niet, daarin huist de Gypohierax Angolensis van monsieur
+Crépieux, wissen Sie.... ha.... een meeuw.... niet meer."</p>
+
+<p>Op zijn gemak snuffelde hij nu den spinnekop-stoffigen
+muur van grauw pleister langs, verzette veel pakhuisdingen,
+van-achter het hok, gestriemd door de tralies liep hij weêr
+terug en scheen te hebben gevonden; want hij zeulde een
+bankje van uit het donker onder de tafel; kalk-wit hortte
+het ding in het licht. Een flardige papierzak opengapend lag
+er op te kantelen, propvol nog in de punt met rul poeder.
+Sussend klakte hij met zijn tong.</p>
+
+<p>&mdash;"Ah.... que voulez-vous?"</p>
+
+<p>Zindelijk, zonder veel stuiven was hij al bezig de gemorste
+kalk in het zakje te schuiven; met de knieën wat geknikt
+en door zijn hangend jasje omflard, stond hij krom boven
+het kleine gierige schrapen van zijn voorzichtige hand; op
+de aangestampte aarde platten zijn schoenen met de kleur
+van den grond.</p>
+
+<p>&mdash;"Hebt ge gearbeid?" vroeg hij.</p>
+
+<p>Van tusschen uit het lang smalle raamkozijn, waarvan de
+harde haakschheid vernield was door veel nesterig en dwars-webbend
+spinrag, van achter het geraam der bestoven en
+gore ruitjes, zeefde het late licht van wel al vijf uur in den
+middag binnen, was wittig onder het nadende zolderhout dat
+dekselde boven de hoofden van de beide mannen. En Johan
+die laag het ploeteren van den dokter merkte, hoe hij het
+bankje schoon wreef met een slip van zijn jasje, zag hoe rechts
+een plank den muur in de lengte ploegde en bezet was met
+stuk naast stuk staande opgezette vogels; als sieradiën verstijfd
+in hun natuurlijk staan waren het bot glanzende veêr-lichaampjes
+op droge pootjes.</p>
+
+<p>Het was er een gezigzag van hoog en laag. Tusschen de
+doffe, dikke, hoenders geleken het, rankten er kleiner, vogels
+die snel kunnen stijgen, luchtvogels: leeuweriken, spreeuwen,
+maar als lijsters zoo groot, maar blauw, onweêrsblauw, heet-donker,
+middagzon-hemelblauw. Het waren gansch en al
+onbekende vogels: kustvogels, want er hadden er bekken
+om visch te vangen, kroppen waar visch in wordt bewaard,
+slokhalzen, duikhalzen. En er hadden er pooten, strandloopertjespooten;
+ze deden blond en moederlijk om de kleine.
+Daar in den midden scheen er éen weg te willen vliegen
+van zijn knoestigen tak; een glanskrans als een regenboogje
+glom om zijn borst, maar de stompe botten van de open
+vlerken waren dof van het stof; zoo het vuil mat is op het
+glad-donker van een wijnflesch; poeder van houtworm lag
+gelig op het voorhoofdlooze kopje. Daar een insekten-pikkertje
+met een neb als een naald, een pluizig dingie, van een vaal
+overrijp bezie-rood; twee lange witte sprieten pronkten op,
+grashalmen gelijkend, en gaven het een staart als een lier.
+Doch als een soldaat in een schilderhuis maakte een reiger
+de rij af en den hoek vol. Dik zat hij in zijn krop, hongerig
+nog den zandgelen bek opstekend; zijn kuif hing neêr of hij
+pas had gezwommen, waterschuim-blauw waren zijn veêren.
+Onder zijn buik borg hij een papegaaiachtig beestje, droog
+en grasgroen, half toegewend met een praatmond, knabbelmond
+als van een oud vrouwtje. Van op hun plankjes staarden zij
+alle langzaam aan, alle met het kralende gekijker van hun
+glazen oogjes.</p>
+
+<p>Onder in den tafelhoek, heel een mand uitgestort wild
+wel, lagen de vogels rumoerig over elkander, slap, lenig in
+de schaduw.</p>
+
+<p>&mdash;"Voilà!" kwam de dokter op en hij plantte de bank
+wat dichterbij op den bultigen en om de tafel als vogelmest
+grauwenden grond.... "neemt u me niet kwalijk dat ik u
+niet wat beters kan aanbieden."</p>
+
+<p>&mdash;"O," zei Johan, "dat zit wel, ik ben niet verwend."</p>
+
+<p>&mdash;"Ook niet?"</p>
+
+<p>Leuk had Vogel zich omgedraaid, dwaalziek in zijn hok,
+ging, met op den rug glansloos-grijs het licht. Hij was zonder
+boord, kaal en arm in den nervigen hals. Bij het hok stond
+hij nu met den neus door de strepende tralies, bijziende zocht
+hij den grond, zwaar tegen de aapkooi aangeleund, die van
+te nieuw hout, opdringerig, een gevaarte was in de kamer;
+schriel plekte zijn oor in het nog dikke en grauwe slaaphaar.
+Door de tralies heen verscheen het latwerk van een andere
+afschutting. Maar Vogel praatte zacht-roezig in zijn eigen
+huis tot den aap, die of hij alles verstond oplettend lummelde,
+met zijn vochtig uitziend handje den grooten mannenvinger
+vasthield.</p>
+
+<p>&mdash;"Vous n'avez besoin de rien, verstehen Sie, ge hebt
+vreten.... ge hebt drinken, alors tu me vas être sage....
+is het niet, camarade.... allons, wees maar niet bang, ce
+monsieur"....</p>
+
+<p>Hij praatte vlug òm naar den ander, luider:</p>
+
+<p>&mdash;"Ik had nog niet de eer u voor te stellen, mon ami
+Caca.... bonne bête en somme.... Regardez.... ik geef hem
+den vinger en hij neemt de heele hand of hij een mensch
+was.... oh.... ik ben zeker.... ge vindt het een bêtise, wat
+ik zeg daar."</p>
+
+<p>Zie! boven die twee paar kijkende oogen bewogen de
+gemakkelijk plooiende rimpels gelijktijdig. Den duur van een
+oogenblik was dat verschrikkelijk geweest. Had Johan er zijn
+eigen oogen niet van voelen gaan verdwalen of ze weg wilden
+uit het hoofd?</p>
+
+<p>&mdash;"Bestia, ge begint indecent te worden, kameraad."</p>
+
+<p>Vogel spelend, krauwde met de vrije hand zijn aap op den
+kop. En Caca grimasseerend, ratelde schel met knippende
+oogjes, wrong zich genotvol onder het gekoos van den baas.
+Angstiger hield hij den vinger; al rommeliger krabde hij in
+zijn lenden en dijhaar, kleintjes klagend.</p>
+
+<p>&mdash;"Genoeg, genoeg." Toen zich vrijmakend was Vogel
+met een paar groote treeën onder het licht, trok den stoel
+met veel ratelgerucht onder zijn zitten-willen-gaan. De aap
+plofte weg, verscheen plomp-donker, bleef in de vlucht met
+uitgespannen pooten en aan 't rillen met den bek. Een mand
+rolde, door den sprong geschud, boven op het hok.</p>
+
+<p>Vogel diepte zijn pijp uit zijn zak op, babbelde of hij de
+stilte niet verdragen kon.</p>
+
+<p>&mdash;"Al dat wat ge hier ziet.... we hebben nog een exemplaar....
+een jakhals.... daar achterin.... hoor hem loopen,
+ça m'embête et ça pue.... daar is rooken goed voor.... kijk,
+ik rook niet zwaar.... komt van Rotterdam, zoo ge ziet....
+nun.... nun.... al wat ge hier nog meer ziet, is nu de weelde
+van mijn patroon, monsieur Crépieux, maar weet ge wat zijn
+rêve is.... raad eens?"</p>
+
+<p>Klankloos in den nog lichten dag brandde het vlammetje
+dat hij stil hield boven zijn pijp. Het danste lustig spelend
+door de rookmondevollen die hij smakkend deed gaan voorbij
+zijn lichten schedel.</p>
+
+<p>&mdash;"Niet? hij zou zoo graag een leeuw hebben.... wissen
+Sie, une toute petite lionne de l'Atlas.... hij is er ziek van....
+ja.... ze zijn te koop in Fez.... sait-il.... et il dit.... il dit,
+dis-je.... dat ze niet wild zijn.... ah, par exemple, dat zou
+eerst grappig zijn, zoo ik op een goeien dag opgevreten
+werd door de leeuwin van monsieur Crépieux.... Kreuzdonnerwetter....
+ça sera tout de même drôle.... permettez...."</p>
+
+<p>Onrustig, gestookt van binnen, hadden zijn knieën tot elkaâr
+geklept, toen sprong hij om op zijn stoel, liet zich voorover
+vallen met zijn armen op de tafel; rook nevelde op, gauw
+alleen verscholen in zijn rook, was hij aan 't werken begonnen.</p>
+
+<p>En Johan vreemd in de kamer, voelde de onrust in hem
+geboren worden, ongestadigheid zakte in zijn beenen neêr;
+hij moest zich tot zitten dwingen.</p>
+
+<p>Voor de tafel met de knieën in het donker zat de dokter.
+Boven blauwde het voor het raam waar de dag slonk. En
+zijn vingertoppen waren aan het tasten in de buikveêren van
+een vogel, die strak onder zijn hand lag met den hals rechtuit,
+als een onberispelijk gestorvene. Rijk omkraagd lag de
+kop achterover met de grijze rouwdichte oogkringen en de
+pooten rekten zich, neêrgestreken door de hand zoo tot een
+zuivere doodshouding. Stil poeierde de dunne dagschijn neêr
+over Vogels kalig hoofd en over zijn zoetjes zoekende handen,
+teeder met aderen beblauwd, wijl in de stinkende ruimte heel
+hoorbaar de loopgang van den jakhals dofte, heen en weêr;
+dan het schuieren van zijn haarbast de krabbende tralies langs,
+heen, weêr, met de dreinerige bezetenheid van een gevangen
+beest, dat maar loopt, omdat het er altijd uit wil.</p>
+
+<p>Nu kwam van uit de tobbe even een gehamer, schichtig, zoo
+het snavelen van een specht komt uit het hout. Vogel, of hij
+vergeten was dat hij bezoek had, tuurde boven het beestje, hij
+spouwde het borstdons met de vingers open, de naakte huid
+zoekend, gelijk een aap die vlooit.</p>
+
+<p>Van den eenen muur naar den anderen spande overlangs de
+planken tafel, vezelig, ruw van timmering. In het midden rondom
+het kadavertje was het vlak wit, zoor van droge kalk; tot
+een bergje lag het uitgestort op een journaal, achteruitgeschoven
+tot onder den greep der hand. Doodzwart brokkelde uit den
+kartelenden papierrand de kapitale letters: "le Réveil du
+Maroc." In het linksche hoekdonker rommelden veel snuffelige
+boeken, stapeltjes in de war gevallen, eenkleurig door het
+stof; stopflesschen, raadselig vol gekrioeld met gedrochtvormen
+verstijfd in het gelige sterkwater, blonken er nat als plassen
+in zand, en glazen zonder voet stolpten er met reine randen
+op de tafel. Een ervan, omglaasde in het licht een torrig,
+dikschildig insekt, doodgesparteld op zijn speld. Daar ook
+slingerde zijn halsboord met de punten omhoog, een boos
+uitziend ding, zoo het met een smijt tegen den muur daar
+scheen terecht gekomen.</p>
+
+<p>In betrachting met het rookende hoofd op zij, hield Vogel
+met de linker vingers een kloof in de veêren van het doode
+beestje, spleet met een tornsneê de huid van borst naar buik.
+Hij mopperde boven het teêr snijdende scalpel:</p>
+
+<p>&mdash;"'t Wordt al wat donker."</p>
+
+<p>Johan al vreemder van binnen, voelde op zich drukken al
+zwaarder de zwaarte van de kamer. Maar hij zat. En in het
+benauwde vierkant klepte nu laf door de muren heen de
+slofstap van een ganger op straat, in kalm zakkenden pas
+voorbij.</p>
+
+<p>&mdash;"Nous sommes en plein quartier arabe," zei Vogel,
+"er komen niet veel Europeanen langs hier."</p>
+
+<p>Uit de gapende veêrvacht pelden zijn smoezelige vingers
+het boutje, koudbloedig, armelijk verscheen het. Hij snoof
+door den neus.</p>
+
+<p>&mdash;"'t Werd tijd.... ça sent mal déjà.... le métier....
+dis donc.... zoo het u interesseert open ik hem de maag
+en laat u zien wat hij het laatst heeft gevreten.... 't is
+grappig.... gij zoudt lachen zoo ge wist wat ik daar al in
+gevonden heb.... oef.... dat's sterk."</p>
+
+<p>Hij kraakte een der pooten bij het kniegelid door, toen
+den tweeden; duwde voorzichtig de klauwen uit de veêrsokken
+terug, één voor één. Het lijkje zat nu nog vast aan
+den hals. En hij tilde het op bij den snavel, als een kleinood
+tusschen duim en wijsvinger, vertoonde het, schuddend de
+veêren vrij, of hij speelde om de schittering, lachte hij onder
+zijn opkijkende oogen.</p>
+
+<p>&mdash;"Tenez, is hij simple genoeg, het arme beestje, on
+dirait un pendu, n'est ce pas?"</p>
+
+<p>Maar den hals nu onder den kuifkop tot een lis gemaakt
+probeerde hij door te snijden, zoo een bot mes wringt tegen
+touw in; het vleeschkluitje met de opstekende pootstompen
+glibberig, en van het villen vol kerven, leî hij toen van
+zich weg.</p>
+
+<p>"Dat is voor den jakhals."</p>
+
+<p>Het huidje lag vóor hem leêg. En overrekkend de tafel,
+graaide hij in den kalkhoop, strooide een handjevol in het
+weeke van het vachtje, wreef zich de handen droog met het
+poeder.</p>
+
+<p>&mdash;"C'est du plâtre.... gij begrijpt de veêren moeten rein
+blijven.... Nu komt het moeielijkste.... neen.... regardez....
+ik ga de hersens wegnemen.... ze hebben er wel niet veel,
+'t is geen mensch, maar de kop is toch een essentiëel ding....
+'t is lastig, ik heb niet meer mijn goede instrumenten."</p>
+
+<p>Het mes draaide den hals in, hij deed het zorgvol om zijn
+bezoeker goed te laten zien; het kraste uit het van binnen
+of hij een noot holde.</p>
+
+<p>&mdash;"Ik haal de oogen naar binnen toe uit.... comme
+ça.... sûr.... ça m'amuse.... dat kleine werk tranquilliseert
+me.... sûr...."</p>
+
+<p>Hij peuterde door, zijn mes telkens rein strijkend langs
+den rand der tafel.</p>
+
+<p>&mdash;"Al die daar heb ik zelf zoo geprepareerd.... die
+blauwe.... vliegende.... mooi hè.... dat is een.... nun, nun....
+excusez-moi, er zijn wat gaten in mijn geheugen.... ratten"....</p>
+
+<p>Het lijf los van de tafel had hij omgekeken, wees toen
+over den schouder met den duim in den wilde.</p>
+
+<p>&mdash;"Die daar, ziet ge.... daar naast.... de zevende....
+die er zoo poeierig uitziet.... la bonne poussière.... met
+zijn gehavende vlerkjes.... ratten.... kakkerlakken, luizen....
+slecht geprepareerd.... nog uit mijn goeien tijd.... komt ver
+van hier.... Nun.... zoo ge eens wat zien wilt, vraag dan
+aan den patroon.... die heeft een heele collectie.... een
+kamer vol.... oui, dat heeft hij.... Maar mijn meesterstuk
+is toch bij Antonio, wissen Sie, boven het bed staat het....
+une grue.... een pracht, met een kroon die wijduit pronkt,
+bovenop zijn kop.... et un plumage"....</p>
+
+<p>&mdash;"Ja, soms krijg ik wel eens een mooi exemplaar....
+Een tijd geleden heb ik een marabout geprepareerd voor
+den Consul; daar is moeielijk aan te komen.... het is de
+heilige onder mijn naamgenooten.... des bêtises.... non....
+gij zult ze wel kennen.... hij staat kouwelijk, loopt met
+hooge schouders, filosoof zou men zeggen.... niet?.... soms
+is de krop totaal veêrloos en hangt hem aan den hals als
+een bedelzak.... un travail je vous assure."</p>
+
+<p>&mdash;"Maar de meeste, wissen Sie, vooral kleinere als deze,
+prepareer ik alleen om de huidjes.... Dat zijn de zaken van
+monsieur Crépieux, hij stuurt ze naar museums, of als ik een
+hoeveelheid klaar heb naar de magazijnen voor de hoeden
+van dames.... à Paris, à Bruxelles, à Petersbourg, à Vienne....
+à Amsterdam possible.... dragen de dames van mijn veêren
+op hun hoeden.... als ze eens wisten hoe ik ze heb vergiftigd
+met mijn gedachten, als ze eens voelen konden.... ah
+bah.... que voulez-vous.... het is een van mijn pleiziertjes
+er aan te denken wat vroolijke hoofdjes ze dragen zullen....
+soms zet ik er een op mijn hoed om te kijken hoe het staat....
+ik zei u toch hoe sentimenteel ik mij zelven ken, oude clown, ik."</p>
+
+<p>Zijn gepraat dompte, achter zijn armen rommelde hij. Een
+blond vogeltje als een musch met een oranje neb, speelgoed,
+lag onder zijn alweêr tastende vingers.</p>
+
+<p>&mdash;"Een woestijnvinkje.... heeft Mustapha van morgen
+meêgebracht.... Gisteren hadden we toch een aardig dagje,
+niet waar?"</p>
+
+<p>De door zijn vraag dadelijk opgeroepen herinnering vlaagde
+verfrisschend Johans hoofd binnen. En hij was weg uit de
+kamer, met zijn ooren ook weg uit het gedruisch der woorden.</p>
+
+<p>Dat was verschenen, opgestooten uit het duistere gedachtenlooze,
+plotseling als de nevels waarmeê het gisteren was
+geboren.</p>
+
+<p>.... Om vijf uur opgestaan.... ze zouden een wandeling
+gaan doen naar Kaap Espartel.... Bij Antonio had monsieur
+Crépieux er toestemming voor gegeven.... Vogel te laat....
+En hij in de langwijl van het wachten, uit den halven nachttoon
+van zijn slaapkamertje, was de trapjes opgeklauterd naar
+het bordes, slaperig nog, huiverig met de oogen koud aanvoelend
+den nattigen morgen. Van over het land, van over
+de Zocco-heuvels, waren ze aan komen drommen, de nevels,
+het saâmgepakte ondoorkijkbare wolkenwit; er tegenaan was
+het kijken gegaan, van uit het Westen naar het Oosten,
+murend stuwden zij aan in de stilte waar geen wind was
+merkbaar, vol stom alarm ramden zij den jongen dag. Over
+de borstwering gebogen, kouwelijk met de handen in de
+mouwen had hij zich laten overwolken. En het parelende
+nevelnat had de steeggeulen geëffend met de bordessen en
+de zee en de kust van Europa. De voeten klam in dauw,
+kil op den rooden steenvloer, had hij staan wachten en suffen
+in zijn pas opgewaakt hersenleven, alleen, verloren in het
+niet zijn, in den wijd-witten dood der dingen.... Maar het
+nevelleger was voorbijgestevend, gestoet, gejacht: latend achter
+zich de stad weêr open met zijn steenen stegen, waaruit de
+mist nog rookte.</p>
+
+<p>Over zessen was Vogel hem komen halen; een tasch ook
+had hij over den schouder en zijn pijprook ging met een
+ouden geur door de wasemende vroegte.</p>
+
+<p>En toen de ochtend in het ruime buiten, de ochtend die een
+bad was, in den beginne nog wel gestoord door plotseling
+opdoemende nevels, gauw weggewolkt over de hooge wegen
+langs zee, over de rotsen rossig, over het oceaan-water laag
+en blauw; weggestoven langs hen dat zij liepen in een luchtstraat,
+weg en voor goed, met de zon achter op hun kruivende
+dampruggen, die kringelden en tintelden van zonwatergespeel,
+kleurenbogen spanden. En toen die herscheppingen naast hem
+van deez' gebogen man, oplevingen: een kind dat vrijaf heeft,
+huppelen gaat, dan ernstig als hem de school in het hoofdje
+komt. Hoe had hij zich schrap gezet, willerig op de wegen,
+waar hij naar bukte, speurend wat nieuws, waar hij de steentjes
+van kende, en de kruidjes en de torretjes van liefhad. Over
+de rotsen waren zij westwaarts gegaan met den rug naar
+zee; hij wist een beter weg, een korteren dan het heirpad
+de kust langs, hij had veel wegen gebaand, had hij gespot.
+Dien ochtend niet gezien maar genoten....</p>
+
+<p>In hooger stijging waren ze geklommen over riffende gronden
+van glissend grijs en rood, als gegleufde verstijvingen van
+gestolten lava. Dartelheid was in de voeten gekomen. En
+Vogel, een rechtóp mensch, had als in bevel aangewezen de
+te beklimmen rotsen. Hij was er het eerste geweest, ademloos,
+maar het eerst, hij had er gestaan groot voor de lucht,
+overstort met licht, terwijl hij de ruimte met zijn gebaar
+omvatte.</p>
+
+<p>Onder het bladdak dan van groepende boomen had zijn
+stem geklaterd, vrij van de verstuiving des winds, slaande
+den stammenwand, om te echoën als een steen die rolt in
+een ravijn. Hij had verhaald van zijn groote reis in Afrika's
+binnenland, uitgeluid van zijn geweldig begeerd-hebbend leven,
+opgewonden en met groote liefde.</p>
+
+<p>Vinden, wegen vinden, oorsprongen vinden. Wat al namen
+had hij niet genoemd, nooit gehoorde namen van oorden,
+hitte-wademende woorden, en van bergen en van binnenmeren.
+Hij was er bij stil blijven staan. In het gruis van den grond
+had hij gelijnd als op een kaart, met zijn wiebelenden vinger
+had hij de stroomingen van de zakkende wateren geteekend
+in de ruimte. Heerscher hij, over zijn weêr opgestaan begeeren.</p>
+
+<p>En aan Johan in de loopvaart van het lichaam met het
+luisterende hoofd, waren rood en monsterlijk hagedissig, de
+stammen van de kurkeiken voorbij gekronkeld, voorbij aan
+de achtergrondelijke wouden die Vogels verhaal voor hem
+hadden opgeroepen. De wouden met de neêrlissende lianen-regens
+in het tempelduister van de kronen; de oer-wouden
+waar de grond wankt, wanneer de voeten het wagen, als
+wou de aarde keeren; dan voor de verbaasde oogen gloeit
+en vlamt er het kleurenbloeien van orchideën onder een gat
+in het dak. De koortswouden waar zijn lichaam had gelegen,
+krank, uitgeput, verlaten door de knechtschap van zijn karavaan,
+bestolen hij van zijn ivoor en ruilgoed, alleen met een paar
+bedienden en waardeloozen rijkdom.</p>
+
+<p>Verteld had hij in woorden van stille herinnering, zoekerig,
+uit het vage gezien hebben van zintuigen half al in den dood,
+schemerig, verleden, zijn verpleegd-worden later in een missie-huis,
+door een vrouw onder een witte overhuiving. Luchtblank,
+een heiligenbeeld in de bergen, zoo had hij die pleegzuster
+gezet in zijn verhaal. Toen een poosje stil. Zijn beenen knepen
+den grond, terwijl zijn hoofd rookte.</p>
+
+<p>En het ratelen van zijn bewondering en haat, wanneer de
+andere vroeg: Stanley?.... Stanley, om te slagen had hij zich
+verkocht voor een politiek en onwetenschappelijk doel. Livingstone....
+een proselietenmaker, maar die toch de meren van
+het zuiden het eerste had bereikt. Burton, de voortreffelijke
+Burton, die van het oosten naar het westen was gegaan. En
+de bijna onbekende Paul de Chaillu, die jaren lang als een
+bezetene de gronden onder den equator afzwierf om door
+te dringen tot de westelijke bronnen van den Nijl.... en....
+o, cette Afrique....</p>
+
+<p>Tegen den middag was de toren komen staan, naakt rood
+en wit-ringig, opstuwend uit het rotsvlak zijn steenen rust
+voor den blauwen hemel. Bij het basement een vlak tuintje
+en daarin was een mannetje in donkerder blauw, gebukt
+tusschen zijn groentetjes aan het werk. Braun keek op met
+een bezond rood gezicht, toen de groetschreeuw van Vogel
+galmde. Dichtbij, was de wachter een man die doovig, heel
+hardop sprak van onder zijn vereenzaamde oogen.</p>
+
+<p>In de torenkamer tot een cel, buitenwaarts veelkantig,&mdash;de
+grond was er rein bestrooid met zand,&mdash;hadden ze van
+het meêgenomene gegeten, gezellig om de tafel bij het raam,
+dat in de dikke muurnis vol was van wateruitzicht. Braun
+schonk een flesch, rood was de wijn geweest en de Duitsche
+stemmen met een bergklank of zij kijfden in de witte kamer.
+Buiten ging de zon over den middag, blauw, stil, tot er een
+meeuw blank kwam aanstooten door den hemel-lichtval, traag,
+want de buik hing hem zat van gevreten visch.</p>
+
+<p>Wat later, alle drie naar boven om de seinlichten te zien.
+En de hooge stem van Braun naast Vogel die de mechanieken
+verklaarde, klankte er onder de bekapping achter de
+glazen oogen van zijn toren, die over de nachtzee waken....</p>
+
+<p>Dan op den terugtocht hadden ze gelegen plat op den
+buik in het gras, aan den rand der hoogten. Zij hadden
+neêrliggen kijken over de bastionneerende steenklompen en
+de blikkerende keien, opgegooid geleek wel, tegen de helling
+op; over het bezemige struikgewas, groenfranjend onder de
+zon, neêr liggen kijken in het Oceaanwater als in een anderen
+hemel. Ze hadden gepraat vertrouwelijk in de vertrouwelijke
+ruimte; Johan over huis, waar ze nu schaatsenreden, terwijl
+zij hier zoo lagen of het zomer was. Over zijn reis, hoe hij
+tot hier gekomen was en waardoor, hoe dat zoo gebeurd....
+Maar Vogel luisterde slecht, had een oogenblik slechts oplettend
+een "zoo" lang uitgehaald, toen de andere het niet
+kunnend laten, vertelde van het leed hem aangedaan, wat
+hij in zijn ziel nog voelde schroeien als 't gloeien van een
+slag in het gezicht. Langzamerhand allebeî minder spraakzaam,
+Vogel teruggevallen in zijn brokkende manier van
+spreken.</p>
+
+<p>.... Het was toch altijd goed te leven in de nabijheid van
+wat men heeft liefgehad. Men was toch nog altijd hier in
+Afrika.... bovendien was het leven er goedkoop. Met het
+overschot van zijn fortuintje had hij zich hier geïnstalleerd
+en was er een fabrikage begonnen van kunstmest om geld
+te verdienen. En hij had zich aan het schrijven gezet van
+een boek over wat hij had gevonden, over zijn plannen, ja
+zijn plannen toen nog. En, gij hebt het gezien, niet waar?
+het Parijsche Instituut had zijn werk onderscheiden met
+goud.... nu al lang verkocht.... Daarna om hulp een reis
+naar Europa, naar huis, zijn vader was rijk.... aber ein beschränkter
+Kopf.... twist natuurlijk.... hij terug.... de fabriek
+verkocht.... puis le silence.... et cetera....</p>
+
+<p>Evenwel, die fabrikage was niet zoo slecht gezien geweest;
+de mest bracht nog altijd veel geld op; ach, maar die
+Engelsche kooplui sloten zich zoo bij elkaâr aan, hadden een
+eigen club.... bij dien goeien Antonio kwamen ze nooit....
+maar daar kwamen de vrienden.... ge kent hen.... allemaal
+beste menschen.... Badaud reed die niet veel beter paard
+dan hij, oud-brigadier van het Algiersche legioen als hij was,
+spion nog, bezoldigd door zijn gouvernement.... En zijn
+Mirsa, laatst op het Zocco, is 't niet? zijn wit beest was
+een trotsch paard.... Crépieux, had die zich niet over
+hem ontfermd, een geestverwant, een geleerde, een....
+Crépieux....</p>
+
+<p>En Johan had geloofd daarna dat hij was ingeslapen, het
+duurde zoo lang.... maar het was niet waar, want dichterbij
+als in een biecht met het hoofd in den grond lag hij zacht te huilen.</p>
+
+<p>Beneden spoelde al de vloed; de slag van d'alleenen Oceaan
+reeg waterzingend geluiden aan geluiden; zijn knokig lichaam,
+geschokt, geraakt door den meêlijvollen adem van den andere,
+had zich op de armen geheven en het gangende verdriet was
+tusschen de tralies van zijn vingers doorgestuipt, de zon
+in.... "pardon, je suis bête."</p>
+
+<hr class="pct45" />
+
+<p>Uit de hoogte van zijn oogenblikkelijke verdwaling, aangetrokken
+door Vogels geheimvolle oogen, zag nu Johan in
+den al troebeler wordenden dag zijn schaduwrood gelaat
+luisteren; het haar was wat verwilderd en pluisde achteruit
+onder den schemerval van het fleschachtige glaslicht.</p>
+
+<p>&mdash;"De patroon komt nog," zei hij, "hij is laat vandaag....
+late lessen.... huisonderwijzer bij den Franschen Consul,
+wissen sie.... nog vijf huizen hier vandaan.... nog drie....
+voilà." Hij bukte, maakte zich klein.</p>
+
+<p>Buiten bleef de stap stil, het gat frischte open. Caca uit
+zijn dommeling opgeschrikt, plofte neêr, plompte op, verschijnend,
+schreeuwend.</p>
+
+<p>Crépieux stond in de deur, hevig.</p>
+
+<p>&mdash;"Dokter, ge hebt zeker weêr vergeten mijn beesten
+drinken te geven," dwong zijn kortaffe stem in de kamer.
+En hij trad in het binnen, grijs gekleed, wereldsch en korrekt.
+Strak blonk het linnen om zijn hals en handen, zijn schoenen
+nat-zwart op het dorre van den vloer. Voorover gerand
+helmde het hoedje op den stuurschen rondkop waar de ooren
+dicht aan knepen. Hij gaf een slag naar het hok met zijn
+badientje, de aap gevlucht tot onder de zoldering, bleef
+ondersteboven gekeerd hem van daar begrijnzen.</p>
+
+<p>&mdash;"Men dwingt een beest, hij wordt getemd door vrees;
+bonsoir, monsieur le peintre."</p>
+
+<p>Johan was beleefd opgestaan. Zeker, het was hinderlijk
+twee zulke staande menschen hier naast elkaâr. De patroon
+bleef in de kleine kou die hij afgaf van versch meêgedragen
+lucht, dichtbij, groot nu de ander zat.</p>
+
+<p>&mdash;"Eergisteren heb ik u over den schouder gekeken op
+het Zocco.... het was er vol; mijn jongen moest ruim baan
+voor me maken.... och.... ge moest dat dingie mij geven."</p>
+
+<p>Een beitelgleuf leek wel de scheur in zijn kin; maar Vogels
+oogen keken achterdochtig. Naast zijn hoofd nu hurkte de
+aap, afgezakt langs de spangen.</p>
+
+<p>&mdash;"Merci.... juist.... ik bedoel die kleine kameel, ik houd
+veel van die dingen.... van alles wat beest is.... ik verzamel."</p>
+
+<p>&mdash;"En gij hebt gelijk, monsieur Crépieux, parfaitement
+raison, het arme beest had geen water, en monsieur is zonder
+twijfel een vriendelijk man, heelemaal niet duur.... inderdaad
+geen drop, en och, geen vreten ook."</p>
+
+<p>&mdash;"Ik wist het wel."</p>
+
+<p>Vogel liep over.</p>
+
+<p>&mdash;"Mais que voulez-vous, monsieur Crépieux, heb ik niet
+den geheelen middag gearbeid?.... zie toch, patroon, wat ik
+heb gedaan: een, twee, drie, vijf, zeven, negen, tien, met deze
+meê, elf vogels geprepareerd."</p>
+
+<p>&mdash;"Elf, een oogenblik," zei monsieur Crépieux.</p>
+
+<p>Tusschen de tobbe en Johan door was hij voorbij gebeend,
+schoof zijn badientje onder den linker oksel, en zóo de schouders
+achteruit, den rug hol, militair, de kuiten strak, ietwat wijd
+uitstaande de voeten, beschreef hij als op een schoolbord den
+muur; vervolgens het cijfer met een paar krasse haaltjes. Over
+zijn staanden boord, als bij een dog dien de halsband knelt
+plooide zijn nek. Hij leî het stuk krijt in den tafelhoek,
+wendde om.</p>
+
+<p>&mdash;"Elf," herhaalde hij, of hij het cijfer in zijn hoofd opschreef.</p>
+
+<p>&mdash;"Onze," had Vogel gemeesmuild, "on dirait une unité
+double."</p>
+
+<p>Hij ging de werktafel langs met de handen hangend, zonder
+pijp, naar den muur waar de rij van cijfers bloot achter de
+datums der dagen was; 11 onderaan, versch.</p>
+
+<p>&mdash;"Morgen zal ik naar Gibraltar moeten, monsieur Crépieux."</p>
+
+<p>In een stuk spiegelglas, donker op den muur, vastgeklemd
+tusschen spijkerkopjes, verscheen nog eens zijn bovenhoofd,
+roodig in het blauwe verweerde.</p>
+
+<p>&mdash;"Taisez-vous donc." Het gerel was stil.</p>
+
+<p>&mdash;"Zie, patroon, er is geen arsenic meer.... de flacon is
+leêg; ge weet.... de huidjes zullen bederven, de veêren loslaten....
+regardez.... bijna niets meer, niet eens genoeg om,
+par exemple, een rat te vergiftigen."</p>
+
+<p>Crépieux haalde de schouders op en keek het bepoederde
+fleschje aan, dat de dokter hem voorhield.</p>
+
+<p>&mdash;"Ah, ge gelooft.... ik heb het niet opgegeten, monsieur
+Crépieux.... soyez en bien sûr."</p>
+
+<p>&mdash;"Neen.... maar ge zoudt het kunnen hebben verkocht."</p>
+
+<p>Gestriemd, vlaagde het schaamte-rood tusschen uit de kleêren
+van den dokter, bloedplassig boog de nek weg, met vurige
+ooren, nu hij het fleschje teruggaf aan zijn plaats. En zijn
+stem hevig gehouden achter de tanden, riep van uit het
+achteromme:</p>
+
+<p>&mdash;"Malheur à moi!.... vous avez raison, ik zou het kunnen
+hebben verkocht."</p>
+
+<p>Crépieux ongeraakt, bleef zijn vingers wisschen, keek neêr
+in zijn nagels. En het bijna schreeuwen van Vogel hing als
+een hoon in de booze stilte. O, dat werd ten langenleste
+onuitstaanbaar. Maar Johan vastgehouden aan zijn plaats,
+voelde hoe van binnen het eenzame en donkere kloppen
+voortging van zijn eigen hart.</p>
+
+<p>Vogel, de armen in den haak, bukte over zijn werkbank.
+Met harde lichtranden op zijn hoedhoofd, drilde de patroon
+zich achter hem op, grijs en korrekt.</p>
+
+<p>&mdash;"Dokter, wat hebt ge daar?"</p>
+
+<p>Vogel sneed voort, bijziende.</p>
+
+<p>&mdash;"Dokter, uw hand beeft, ge hebt zeker weêr vanmorgen
+te veel gedronken. Prenez-garde, ge zult me dat huidje bederven,
+dat gaat niet goed."</p>
+
+<p>&mdash;"Vous avez raison, monsieur Crépieux, mijn hand beeft."</p>
+
+<p>De patroon kreeg de knarsende kaakmaling in de wangen,
+van schoolmeesters die zich verbijten om de onbevattelijkheid
+van een kind. Hij blies onder zijn snor, praatte naar den
+ander:</p>
+
+<p>&mdash;"Over een uur komt de Atlantic in de baai; alors, ge
+vertrekt morgenavond, ik zie u nog wel, niet waar.... denk
+om wat ge beloofd hebt. Bonsoir, 't is hier benauwd, ik
+begrijp niet hoe ge 't hier uithoudt, het wordt hier te klein.
+Dokter, ik zal u vanavond zeggen wat ge te doen hebt, ik
+kom bij Antonio. Bonsoir."</p>
+
+<p>&mdash;"Bonsoir, monsieur Crépieux."</p>
+
+<p>Maar bij de deur keek hij om, richtte zijn stalen oogen.</p>
+
+<p>&mdash;"Dokter, zeg me nog eens den naam van dat nieuwe
+beest daar."</p>
+
+<p>&mdash;"Gypohierax angolensis, monsieur Crépieux."</p>
+
+<p>&mdash;"Goed, en verzuim niet de dieren drinken te geven voor
+ge weg gaat, dokter."</p>
+
+<p>In een gulp lucht was de patroon weg, buiten ruimde zijn
+stap henen.</p>
+
+<p>'t Was stil. Vogels blauwe oogen keken rechtuit, innig.</p>
+
+<p>&mdash;"Wat zegt ge er van?"</p>
+
+<p>......</p>
+
+<p>&mdash;"Niets?"</p>
+
+<p>......</p>
+
+<p>&mdash;"Niets, vous avez raison."</p>
+
+<p>En weêr was de stilte, een slag.</p>
+
+<p>Doch boven zijn gepluis praatte een andermaal de kamerstem
+uit den dommel:</p>
+
+<p>&mdash;"De avond valt al.... de avond van alle dagen....
+Comme il vous a montré bien sa puissance.... Bitte, ga nog
+niet heen, laat ik dit beestje afmaken.... schaudern Sie für
+mich?"</p>
+
+<p>Johan had het niet langer kunnen uithouden op het bankje;
+zwaar waren zijn beenen aan den grond; vol voelde hij zich
+van die kamer, tot aan de keel langzaam volgegoten met den
+jammer. En daar van uit dien hoek had hem de aap zitten
+aanvragen, zeker had dat al lang gedaan dat beest, of hij
+wel goed alles begreep.</p>
+
+<p>&mdash;"Zoo de ooren in slechte seizoenen wennen, moest ook
+mijn ziel lang bot zijn voor het rondonderen van het onweêr."....</p>
+
+<p>De stem ging voort:</p>
+
+<p>&mdash;"Het is hier stil, is het niet? Toch, ik ben voor stilte
+niet bang.... van tijd tot tijd, wissen Sie, verbeeld ik me
+hier te zijn gesloten in mijn graf.... als een verslagene die van
+zijn wapens medekreeg in den doodslaap, lig ik tusschen de
+attributen van mijn laatst leven.... dàar van mijn boeken,
+dàar van mijn instrumenten, dàar mijn onderscheiding, mijn
+vogels, mes petites choses"....</p>
+
+<p>Hij was achterover gegaan in zijn stoel, en nu met de
+armen geheven, het scalpel nog in de rechterhand, geleek hij
+een mensch in een stuip gebleven onder den neêrwarrelenden
+schemer.</p>
+
+<p>&mdash;"Dan pakt me de begoocheling en ik strek me strakker....
+zóo.... vouw de handen op mijn borst als mijn doode tusschen
+zijn zerken, want natuurlijk, het was een opperhoofd, wissen
+Sie"....</p>
+
+<p>&mdash;"Wat de tijden oud zijn.... et moi comme je me sens
+parfaitement heureux.... ik hoor als nu de stappen buiten
+gaan.... het loopt voorbij.... het gaan zal nooit meer kunnen
+treden op mijn ziel, mijn teêre ziel, vous dis je.... die me
+deed verloren gaan bij mijn leven.... allons, daar zijn we
+over de ziel aan het praten.... allons donc.... le crépuscule
+c'est donc bien l'heure des grandes confidences.... permettez"....</p>
+
+<p>Hij wilde opstaan, maar of het voor iets onnoodigs geweest
+was, zakte hij opnieuw in zijn werkhouding.</p>
+
+<p>En Johan streek zich met de hand over de oogen om de
+verbijstering te ontgaan. Want de kamer een oogenblik
+vlottend, was bij het opstaan van Vogel hem verschenen
+gezonken. Stoffigheid hing voor de dingen, stoffig trok de
+dag achteruit door de lichtscheur in den muur. De avond
+bedroop den hemel. In den hoek over den steegwand roodde
+zich het raam, gelijk oogenwit dat beloopt met bloed.</p>
+
+<p>Rondom keek alles tegen hem aan. De wand, een seconde
+aangedrongen, zag strak weêr, gruw, geluikt, gelaten; en de
+zoldering, wankelend of zij keeren had gewild, blikte breed
+uit, beschermend, overhuivend.</p>
+
+<p>In een boog waren ze voorbij gezwenkt de rij van doode
+vogels. Nu van onder de asch der stof prikten zij hun glans-spritsende
+oogjes in de zijne, met een getjilp en gekir van
+kijken, in een uitgesliep van tijdeloos gekijk. Doch voorbij
+het bekruiste lichtraam, schreiend, was zijn gestaar neêrgezakt
+op de gestalte van den dokter, stoffig, met de armen aan het
+lijf.... en ellende, die rug was kolossaal en vaag een herhaling
+geworden van zijn aangezicht.</p>
+
+<p>Onder den kraag, windselend om de lichtopbulting van de
+schoeren als een voorhoofd, donkerden de schouderpunten
+twee schaduwmoeten, naast elkander als een gesloten oogenpaar;
+plooitjes rondden zich er onder: de wellen vermoeid
+in zijn vroeg-oud gezicht. En daar waar de neus verliep in
+de lichtzakking langs de ruggroef, waren de gerekte smartlijnen
+bijzijën, bootste een opschorting met een spotkrul zijn
+hangenden knevelmond; willoos deinsde de rug naar de lenden
+om, zoo zijn zwakke en achteruitgegroeide kin dat deed.</p>
+
+<p>Maar de gestalte rekte zich op en het gezicht was gebroken
+in rimpels. Op zij uit, zoekend den ander, murmelde
+hij langzaam met het hoofd knikkend:</p>
+
+<p>&mdash;"Ach, das Leben ist dumm, vous savez."</p>
+
+<p>Toen om te ontkomen aan de pijniging der ziel, smartte
+de lang ingehouden en worstelende opwinding zich vrij door
+den mond. Een tweede maal ging het floers voorbij Johans oogen,
+en hij hoorde rondom zich het martelen van zijn woorden:</p>
+
+<p>&mdash;"Ben ik dan voor niet gegaan, hoe lang wel.... want
+de maanden zijn gegroeid tot jaren, reiziger meê in het leven,
+ging ik dan om niet van oord tot oord, van nieuw naar
+nieuw. Mensch, kijk me zoo niet aan, ook ik heb de volken
+naast elkaâr zien staan en vervloeien, ge weet het, als in het
+kleurenspectrum de kleuren. Zat ik dan voor niet tusschen
+de lichamen in de snellende en schokkende wagens; liep ik
+dan voor niet meê over de wegen, tusschen het loopen en
+het deinen van mijn gelijken, maar die ik voelde en zij niet
+mij. Was ik dan om niet in hun huizen, heb ik dan om niet
+geproefd hetzelfde blij en droef, leerde ik om niet hun ontroeringen
+opletten, tot waar ze grauw wegschuilt onder de
+stoppelige baardharen van de stugge mannen. Was ik dan
+zoolang alleen, alleen om niet, tusschen al dat gangende zeg
+ik u, niet wijs, niet dom?"</p>
+
+<p>Spangengerel schudde de kamer.</p>
+
+<p>&mdash;"Stil, kameraad!" groeide de stem van Vogel.</p>
+
+<p>&mdash;"Nous avons tous deux raison, ah oui.... maar meer
+dan gij, ge weet het, keek ik in den dood. Zeker.... er zijn
+twee machten, me semble, die maken dat alles gaat, zoo gij
+zeidet. Een is er die aanzet, beroert, de schokken geeft....
+hoe haar te noemen? geest.... le génie de la vie, par
+exemple.... maar daar is die andere, die alles wil bestendigen,
+eindigen, l'intelligence.... Nauw geeft de een beweging,
+subitement l'autre se dresse, slaat het willende in haar sterke
+handen.... bon.... doch bedachtzaam.... fatalement trop....
+houdt zij het aan den grond vast.... bon.... mais voilà
+encore une autre fois le mouvement fixé.... raisonne."</p>
+
+<p>&mdash;"En toch gaat het," schreide Johan van zich af.</p>
+
+<p>&mdash;"E pur si muove.... giebt 's etwas neues!.... stil toch,
+kameraad.... oui, raisonne, je vous demande, raisonne....
+le raisonnement est qui gagne. Luister"....</p>
+
+<hr class="pct45" />
+
+<p>Gedreven met zijn lijf van muur tot muur, kwam naar
+Johan als van buiten het vlottende geredeneer. Gekruisigd
+aan zichzelven hoorde hij niets meer dan zijn-zelfs woorden
+en ze waren zacht en wat klagend om hem:</p>
+
+<p>&mdash;"Ik was al vroeg alleen.... ik was alleen altijd.... in
+het halfdonker van een nauwe straat weet ik me geboren....
+drie maanden van een jaar kwam er de zon tot op het plaveisel....
+Er spelen kinderen met mij.... vlossig hun haren.... wij spelen
+over de keien, wij groeien tusschen den schemer van de
+huizen op.</p>
+
+<p>.... Hoe ik het voel nu en den dag zie, dat de straat me
+werd afgenomen, wegging uit de kindsheid van mijn oogen,
+als uit een spiegel dien men omkeert de beelden."</p>
+
+<p>&mdash;"Jongmensch."</p>
+
+<p>&mdash;"Toen"....</p>
+
+<p>&mdash;"Jeune homme.... wat?"....</p>
+
+<p>&mdash;"Het gaat, het gaat, van donker naar licht, ik kan het
+niet meer volgen. Jong, was ik oud, was ik jong, toen ik
+duisterling, meêliep in de rangen van het volk.... en o, de
+dagen dat ik twijfelde aan mijzelven, nog proef ik het duister
+ervan bitter in den mond"....</p>
+
+<p>"Zoo is het altijd gegaan, reizende van ontmoeting naar
+ontmoeting, naar goed, naar kwaad.... en ik kom hier....
+en ik ontmoet u."</p>
+
+<p>En heftig gericht, vochtten zijn oogen in de oogen van den
+ander, die groot open, gesperd keken in het schemerhuis.
+Maar van uit Vogels mond vloog als een gulp rook het woord:</p>
+
+<p>&mdash;"Ivresse."</p>
+
+<p>Gevangen het woord, er den klank van overschreden.</p>
+
+<p>&mdash;"En gij daar voor mij, mijn vleesch geworden angsten,
+doode, waarin ik de droomen nog zie krioelen, gij die geen
+liefde begeert en mijn vriendschap gesmaad hebt, hoe zal ik
+u weêr rukken uit mijn ziel en er de weefsels niet scheuren....
+Weet ge het dat ge huist in mij, weet ge het dat ik u draag,
+dat ik u liefheb."</p>
+
+<p>&mdash;"Ivresse."</p>
+
+<p>Maar vierend de stijgende en de koortsende beroering:</p>
+
+<p>&mdash;"Als luchters branden ze nu stil de vlammen van het
+leven in mij; als garvend koren sprankelt het in mijn hoofd
+op, ik ga geleid, ik wil er uit.... gaan, o, als een meteoor
+voorbij in het niet, latend in het ruim der tijden nalichtend
+het bewegen van mijn leven"....</p>
+
+<p>&mdash;"Meer waard te begeeren, zeg ik u, de gelatenheid
+waar armen van geest meê naar hun einde gaan."</p>
+
+<p>&mdash;"Voel hoe mijn hart heet is, hoe mijn oogen schroeien
+in heet water. O, weg nu in een wolk.... als Elia in een
+wagen van vuur. De eeuwigheid"....</p>
+
+<p>&mdash;"Ivresse"....</p>
+
+<hr class="pct45" />
+
+<p>&mdash;"Hoor er is slag van wind in uw woorden, er is ruimte,
+er is leêgte.... Ellende, 't gekamert wijkt, het huis is rood.
+Daar van uit dien hemelhoek komt het ons overspuiten met
+bloed.... Vogel, wie gij, wie ik.... Over uw hoofd, over
+mijne handen.... o, de dood.... hij raakt aan mijn oogleên....
+mijn oogen, mijn oogen.... hij strikt de banden van mijn
+mond toe, van mijn mond, van mijn mond."</p>
+
+<p>Spangen relden, en huilend de stem uit het vanbinnen in
+het vreemde idioom:</p>
+
+<p>&mdash;"Ivresse, ivresse.... il passé le quelque chose."</p>
+
+<p>Buiten zichzelven was Johan neêrgevallen op het bankje.</p>
+
+<hr class="pct45" />
+
+<p>Naast den rossen gloed van Jachjemeds lantaren liep Johan
+naar huis. Het was laat geworden. Vanuit de werkplaats had
+de dokter hem meêgenomen naar de bovenwijk, daar was de
+lucht frisch en het gezicht zoo mooi te zien. Stil, genegen,
+had hij Vogel naast zich gevoeld, terwijl zij gingen het avond-bedrijf
+in van de nauw-stijgende stegen door de Jodenbuurtjes.
+Vleezige vrouwen, met de handen vol ringen op de dikke
+buiken, babbelden naar elkaâr, de aangezichten bleek en
+vettig in den schemer onder de doeken van kleurzijde of het
+Sabbath was. Mannen, hangerig gezeten op den verzakten
+drempel, borgen de handen in de beenenplooien van het
+lijfwaad, of waren aan 't staan in het post-vierkant van
+hun huisdeuren. Zij druilden er met hun stroeven ernst, zij
+waren verzonken in den lagen nacht, maar hoog in de
+heuvelende steeg, onder 't saffraan der lucht dat de muren
+guldde, waren nog heldere kleuren, groen als van oud gras
+en purperend gewirwar. Kinderen, vonkend-zwartoogig en met
+gevlochten haar, vele al uitgekleed, stoeiend in het enkele hemdje,
+gierden het uit in het straatslop, tot de schrikkerige schreeuw
+van een waakzame moeder kreet naar een van de kleinen.</p>
+
+<p>Maar boven, over den borstwal van het platform lag de
+stad blauw onder het geluwende, onder het naar boven
+somberder wordende doornen van den hemel. De huisvlakken
+en de spitsen schoven achter elkaâr, drijvend in ijlheid henen,
+naar het slaapwater, naar het nachtwater van de zee, waar
+'t kustschuim witte en boogde.... het reiken van een schuwen
+droom.... als een gedachte guirlandende van nacht naar dag....</p>
+
+<p>Stil was er alles geweest, lichtelijk en ongedaan, zoo de
+wierooken die in kerkschepen zweemen, dampte het achter
+de heuvelende gestalten van de mannen die op den krommenden
+borstwal zaten. Wijdgebroken glansden hun avond-oogen
+uit de kappenschaûw, ze bleven stom rooken hun
+pijpje, aan de naakthangende voeten de rosse sloffen hingen.
+Of geëlleboogd daar over het dikke steenvlak rijden zij zich
+samen, hengelaars gelijk op een brug over een Hollandsch
+water, zoo keken ze neêr in de vallei van blauw en in den
+suizenden sluimer van hun avondstad.</p>
+
+<p>Als een paar even vreemde lichamen hadden ook zij plaats
+genomen op den wal.... stil.... eindelijk even het zwerven
+van een paar woorden, het vaarwelzeggen van twee alleene
+zielen.... Ik zal u schrijven.... A quoi bon.... Als ik thuis
+ben.... u vertellen.... Vous m'oublierez.... Hoe zal het
+gaan als ik ginds weêr ben.... Mij? Binnen een jaar....
+ah bah....</p>
+
+<p>De avond werd koud en toen waren zij teruggedaald tot
+in Antonio's kroeg.</p>
+
+<p>Daar, onder de opwinding van de lamp, koperlichtend in
+de duistere balken, zaten de mannen holend om het glimmende
+buffet. Het was er druk. Twee Arabieren in wijd-witte heerenkleêren
+leunden er, half aan het zitten, half aan het staan.
+Het was druk, en het praten was over hen.</p>
+
+<p>Zij waren gekomen van achter hun bergen waar zij eenzaam
+woonden. Dagen lang hadden zij gereisd tot hier om
+bescherming te vragen, om zich te stellen onder de hoogheid
+van het Fransche patronaat. Want beschuldigd, maar
+valschelijk, van een groote zonde tegen den Koran, hadden
+zij geweigerd de boete te betalen aan het inhalige districthoofd....
+de boete van zestig roode ossen. Maar op een
+nacht was de jongste van de twee broeders weggehaald met
+groot geweld.... verbeeld u.... zes maanden had hij gelegen
+in het vuil van een Moorsch cachot.... toegeven natuurlijk....
+de losprijs betaald door den oudste.... dat is die zoo rechtop
+zit.... want de andere, n'est ce pas?.... men kan het hem
+aanzien.... hij ziet er uit nog comme un chien battu....</p>
+
+<p>En monsieur Badaud, met het tabouret tusschen zijn beenen,
+als op zijn paard: "ce sacré Maroc, zoo werd de buit gemakkelijk"....
+En het zwarte baardmensch, dat naast den
+blonden, giegelenden Antonio den wand aankleefde, de Redacteur
+van de Réveil, zou er wel eens een hartig woordje in
+zijn krant van zeggen.... de noodzakelijkheid betoogen van
+het algemeene patronaat. Dat ging zoo niet langer, wat zegt
+u? Maar de fotograaf, een verwezen man, leek wel doof,
+rookte onverschillig zijn kiff. Hij zat dwars op zijn bank,
+smal, de armen en de beenen geknikt over elkander. Naast
+hem schoof Vogel in zijn hoek. Daarna, monsieur Crépieux
+tronend op zijn vaste plaats, en ook de minister kwam,
+blauw, even door de poort kijken.... dat gaf een luid alarm,
+hij verdween er meê.... werd er gejouwd door de vrienden?
+Het was druk vanavond.</p>
+
+<p>Onder het hooge gloeien van de lamp ging er het praten
+in de ommewegen der vertaling. De Arabier uitgehoord,
+antwoordde aan wat men vroeg; zijn smalle lippen beboogd
+met den donkerstrependen knevel neurieden; week klaagde
+zijn zachte keelstem, terwijl hij de vier reine vingers van
+zijn rechterhand, fijn met lange aaiingen, wreef over de witte
+palm van de linker.</p>
+
+<p>Hij was rijk.... hij had vier vrouwen, veel vee en knechtschap....
+En de glossen waren gegaan, rondgeschurkt tusschen
+de naar-elkaâr-toeë schouders van het gezelschap, en de
+grappen over zijn verondersteld huiselijk leven. Sivory vertaalde
+een vraag voor den Redacteur. Badaud, tot verduidelijking,
+gaf klappen met zijn hand in de lucht, ruzie spelend.
+Maar de bergman, kalm in de kap van zijn mantel, had
+teruggesproken: "Men mocht een vrouw niet slaan, zelfs niet
+met een bloem."</p>
+
+<p>Toen eerst had de vroolijkheid goed gedaverd uit de rood-roezige
+gezichten.... o, ces brutes.... ces sales Arabes, non,
+non, om den bliksem niet poëtisch. "Komaan, Jachjemed,
+vertel jij eens hoe je voor een paar maanden dien hak in
+je kop hebt gekregen.... het mes heeft je voor je leven gemerkt....
+ha, ha, ha"....</p>
+
+<p>Achter in den wijden lichtkring was de gids bij de gangdeur
+opgedoken; verschrikkelijk aan het lachen, staande in
+zijn gore jas, luisgrijs, met op zijn kaaloorig hoofd de fez
+bloedrood. Dwars van buitenoogs kerfde het bekende litteeken,
+rood nog, spleet langs den neus, reeg door de lippen,
+knauwend den lach.</p>
+
+<p>Maar de Arabier deftig in zijn witte kalmte en niets kunnend
+begrijpen van de vreemde spraken, deed meêglimmen
+wel het tandenwit in een lachloozen lach, maar in zijn oogen
+had de verachting gedonkerd voor die makkelijk lachende
+Christenhonden.</p>
+
+<p>Buigend en met de hand op het hart vertrokken de beide
+broeders. Zij waren de gasten van Antonio. Ze gingen hun
+handen wasschen. En uit het donkere poortgat was daarna
+een neger aangesloft, een kerel van meer dan zes voet.
+Achterhoofdloos steeg de lipkop uit zijn jas, rechtop stond
+hij onder de lamp of hij was gegroeid tegen een muur. Een
+nieuwe revolver kwam hij koopen; hij vatte het geladen
+wapen van den herbergier aan, handig met die dingen tusschen
+zijn nachtelijk-glanzende flesschen. En zonder eenig waarschuwen
+vuurde de neger met luie aaphand over het hoofd
+van Johan heen. Het schot kraakte, donderde: de lamp aan
+het gaan geraakt, rikketikte in zijn kettingen; toen zaten de
+mannen stil, als getroffenen in den rook. Voor Johan was
+de muur verschenen betureluurd door de zwarte gaatjes van
+de straffe kogels.</p>
+
+<p>En toen hij eindelijk was vortgesloft, ging het kroegpraten
+weêr voort:.... Het was de confident van den heer op het
+Kasbah.... een kerel om te vrind te houden.... Hé, Antonio,
+hij heeft niet eens betaald.... Die zwarte mijnheer had onlangs
+iemand van de beenen geschoten, comprenez-vous?
+pan.... pan.... en de familie, wraak gezworen, loerde nu op
+hem om de hoeken van de stegen.... Evenwel.... dat was
+alles kwansuis.... had hij geen wapens genoeg? hij zit er vol
+van.... even een kijkje nemen had hij gewild.... om die twee
+boerenlummels was hij gekomen.... was hij gebleven.... had
+hij geen snuifjes gepresenteerd aan wien maar wilde.... comme
+ça, het kokertje op den rug van de vlakke hand, gracelijk,
+of hij een dépêche reikte aan zijn heer.... Ge zult zien,
+Sivory, hij komt vanavond nog terug. "Máar," meende
+monsieur Badaud, en deed zijn hoed op éen oor zeilen, "in
+elk geval was het verstandig op je hoede te zijn.... vóor
+dat een man den tijd kon vinden je te dooden.... il faut le
+massacrer lui-même".... en monsieur Crépieux: "Certainement,
+toujours faire le premier coup".... doch Vogel van boven
+zijn rhum had zijn pijp uit zijn mond gehaald en gemeesmuild:
+"Remarquez bíen, mon ami, que tous ces bons conseils ne
+vous coûtent rien."</p>
+
+<p>.... Uit het donkere maar-voortloopen werd Johan opgeroepen
+door Jachjemeds stilstaande stem:</p>
+
+<p>&mdash;"Holei, Soleimon, schuif wat op."</p>
+
+<p>Boven den weg gloeide de gekerfde kop van den gids en
+grinnikte naar het opdoezelend hoofd van het Zocco-gekje.
+De jongen, slecht wakker, keek dwalerig, lacherig; hij huiverde
+in de schouders, schuwoogde de lantaarn in en krabde wat onder
+zijn voddenmantel over de vorstelijke borst. In zijn kroeshaar
+spatterde licht, hooisprietjes, ze vonkten goud als droeg hij
+van de zon meê in zijn haren. Maar slaapdronken keerde hij
+zich om naar den nacht, stom-vragerig "laat me toch liggen",
+en dook het zwart tusschen de tonnen in, tusschen de rood
+doovende cirkels van de hoepelranden.</p>
+
+<p>Tusschen het muren-duister wiebelde de kruisvlam voort
+over den bobbelenden steegvloer.... En tegen Johan kwam
+de gids aangedrongen, zijn schorre stem bedelde:</p>
+
+<p>&mdash;"Monsieur, monsieur, chantez encore un peu."</p>
+
+<p>Een vloek beefde op de lippen van den ander.</p>
+
+<p>&mdash;"Neen, vandaag niet."</p>
+
+<p>Dat was zoodra hij maar met dien knaap alleen was,
+altijd om hetzelfde zangetje: het lijfdeuntje van monsieur
+Badaud; 's avonds eens had hij het in zijn ooren meêgedragen,
+het geneuried onder weg en sinds dien tijd zeurde Jachjemed
+er om, tot in het oneindige trachtte hij het na te zingen.</p>
+
+<p>&mdash;"Monsieur, monsieur!"</p>
+
+<p>Toen in een opflappend lachen om het malle geval....
+waarom ook niet. Hoor hoe dat Parijsche operettenliedje
+kittelde in het binnen van deez' lolligen jongen:</p>
+
+<p class="center">"Bombardos, Patakès."</p>
+
+<p>.... Allons, allez-donc, jeune homme....</p>
+
+<p>En Johan zong:</p>
+
+<p class="center">
+"Ce brave général Bombardos."<br />
+"Ce cher général Patakès."<br />
+</p>
+
+<p>Tot aan huis wakkerde het lachen van daarginds, beurt-zingend,
+van zacht naar hooger, overbegonnen, krieuwelend,
+folterend in den drankgorgel van den Arabier en pret aan
+het maken, buitelend in de ziel van den ander.... Hoor,
+hoor, Johan, hoe het kaatst in de geul, hoor het stikkedonker
+bluft, bluft over het leven waar ge naar toe gaat, morgen
+al; hoor het looft en het prijst uit uw eigen mond:</p>
+
+<p class="center">
+"Ce cher général,"<br />
+"Ce brave général!"<br />
+</p>
+
+<p>Zie, daar komen ze aanstappen in de lucht. Hoe komen
+ze hier, zou je zoo zeggen. Buig, waarde heer.... stil kameraad....
+de mooie generaals Bombardos, Patakès. Hun laarzen
+rinkinken. Ze laten zich zien, hun achtersten spannen in
+witte pantalonen, gezellig zijn hun buiken onder rijke vesten....
+En ze hebben goud op de schouders, goud op de borst,
+goud in hun zakken; zie hun snorren vlaggen, de wangen
+hebben feest; zij ook beminnen het leven. Ze hebben geweldig
+veel pret.... Schud pluimen op hun steken, zwaai
+kleuren over hen heelemaal. Stil, kameraad; ze lachen complimenteeren,
+ze buigen, zij zijn nooit bang in het gedaver
+van de coulissen.</p>
+
+<p class="center">
+"Bombardos!"<br />
+"Patakès!"<br />
+</p>
+
+<p>In de poort van het hôtel was Johan alleen, en nog zong
+achter uit het donker de jongen.</p>
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="VI" id="VI"></a>VI.</h2>
+
+
+<p>Boven de lage wereld klankte de zon al-éenig.</p>
+
+<p>Van-af zijn hooge plaats gehuurd op een bordes, schoof
+voor Johans oogen de Zoccostraat op, menschenloos en naar
+haar poorten henen, het wachtende plaveisel bekringd met
+keien strekte zijn zonnige baan als een stralende schubbenhuid
+over de aarde voort, tusschen de muren der wederzijding.</p>
+
+<p>Zware gestoelten in zontijden verweerd, blokten de witte
+bouwsels uit de laagte op, naar overal bezet met de wacht van
+menschen. Want op plat naast plat, van bordes boven bordes
+stonden zij er samen in kleurige menigvuldigheid onder het gespante
+van het blauw, gezameld over de doozen van hun huizen.</p>
+
+<p>Tot op de poorten die boogden en sloten het straatgezicht,
+waar de hooge stad heuvelde en het Kasbah was; tot onder
+den cyclopenmuur van d'oude vesting vergestaltten zich de
+mannen en de vrouwen.</p>
+
+<p>En links naar de landrichting, waar de muur uit de vergane
+bastions zijn kanteelen kartelde, voor het wegrondende van
+de lage lucht, was het al damp, ziedde achterin de lichtkolk
+van het groote marktveld; want daar gedruisch, stoom van
+veel beweging met bedwelming in het ijle; want daar de
+fantasia's en het buskruitspel, om te vieren vandaag den
+geboortedag des Profeten.</p>
+
+<p>Alzoo over het zwermende volk ging het licht naar den
+middag. Dan stoof een knal uit de straat naar boven, rookte
+het kruit het schot na, en de flonkerende koper-loop van
+een Moorsch geweer vinnig tusschen vingers rondgeslingerd,
+bliksemde geel-cirkelend door het wijde slop. Velen keken
+omlaag om het spel te zien, maar daar zette zich alweêr de
+bergman op de teenen, vroolijk met wijd-uitzakkenden pas
+daalde hij de straat af, voor zijn schaduw uitloopend; weg
+streepte zijn geweer, heen gloeide zijn roode hoofddoek, en
+van-nieuws-aan was om Johan op het bordes het veelsprakig
+leven en het wachten in den lichten luister.</p>
+
+<p>En hij herinnerde zich vanochtend in het hôtel terwijl hij
+zijn boeltje bijeen bond, het schrikkerige splijten van de lucht
+lang te hebben gehoord, oorlogsrumoer vèraf, schermutselen
+dichtbij, en zich niet te hebben afgevraagd wat of dat kon
+beduiden. Want zijn gedachten dwalerig, half los al van het
+hierzijn, omdat het eindelijk zou teruggaan en niet meer verder,
+en zie toch hoe smartelijk het altijd weêr werd bevonden te
+moeten verlaten wat men nooit zal weêrzien.... Knal maar,
+knal maar.... De vertooning was nu uit en een ander bedrijf
+ging volgen.... Toen had hij de hemdboordjes zoo vreemd
+op de reisdeken zien liggen, met hun zuiver-halsopen, pasklaar
+ook voor een ander, met het roode merkdraadje voor de
+keel of het een bloedkrab was. En in een opzetten van zijn
+wil de propperige kousen geplet onder het schetsboek: het
+moet, ze zullen er in....</p>
+
+<p>Doch de lange schoten kraakten, durelijk, harder aanhoorend
+of op het venstertje gemikt werd. En naar buiten
+kijkend over het erf-muurtje heen, daar kwamen ze aanzetten
+op het vochte strandzand, de lenige buitenlui met de stralende
+geweren in de handen hangend. Hun armen spierden naakt,
+er werd onder het loopen geladen. Ze gingen klein langs
+de kalme pracht der zee, maar stoer toch in hun wit en
+bisterzwart gestreepte burnous van kemelhaar, de kappen
+driehoekten van schouder naar schouder, veel wijder dan
+men hier ze droeg. Achterin reden er aan op springende
+paardjes, waarvan de schabrakken schalden in de feestelijke
+zon. De schedels omvlagd met de roode foedralen van hun
+geweren, stapten de voetmannen onder voorbij, in opwinding
+waren ze verdwenen, want om hen was nog het juichen van
+het wilde buskruit toen zij traden in den wal.</p>
+
+<p>Wat was er toch te doen, had hij moeten denken.... was
+het niet altijd hier in het krioelen van de rassen als een
+verhuis van volken.... zou het zijn als laatst, toen schuiten
+vol mannen los gingen van een donker rompschip en stuwden
+tegen het strandzand op.... Dat waren pelgrims van Mekka
+gekomen.... En hij had zich gebukt uit het raampje, de zee
+toen leêg gezien, en Gibraltars rots schimmig verdronken
+in den weidschen dag. Doch vóor het vergezichtende Europeesche
+kustland daar lag de wachtende Atlantic midden in
+het gruizelende water, met het Fransche vlaggetje en de
+helle stoompijp als een stuk vurig speelgoed in de ruimte-spiegeling
+van blauw en licht.</p>
+
+<p>Toen was het kamertje hem te klein geweest, de muren
+te kalkwit, het bed gevangenisachtig; jeuk was er in de
+vingers en gloeiing in de beenen.... vanavond wel de rest
+doen.... en naar beneden.</p>
+
+<p>In den steegschemer bij het hek van het Hôtel babbelde
+Jachjemed met Sarah de meid. Jachjemed had een nieuwe fez,
+een zwart koorden kwast hing in zijn nek neêr en over de
+borst uit de omslagen van de hangende kap glansde van
+blauwe zij het Zondagsche onderkleed. Ja, het was vandaag
+het feest van den Profeet.... zijn bakkes glom of hij zoo pas
+uit het bad kwam.... en hij had grinnekend gevraagd of hij
+voor mijnheer niet een plaats moest nemen op een plat,
+want de gekken kwamen terug en aan Jood en Christen was
+bij proclamatie gewaarschuwd vóor dien tijd niet in de straten
+te loopen.</p>
+
+<p>En ze waren gegaan. Bij de Engelsche ambassade strookte
+een vlag de luchtstrook boven de steeg, ving van de zon in het
+klappende blauw. Van den minaret stoof hoogóp het Moorsche
+bloedrood; weêr verder krulden vier, vijf landsvlaggen boven
+een huis om hun rechtstaande stokken, en met een plotselinge
+hartepopeling had hij ook het in tijden niet geziene, luchtlang
+banende rood-wit-en-blauw van zijn land herkend. Maar het
+zien van de volle platten in de Zoccostraat deed ongeduldig
+verlangen naar een even goede plaats; de gids aangespoord
+tot haast, had hem meêgenomen door een donkeren winkel;
+achter dichte luiken walmden er de doove kerkgeuren van
+specerijen; en een pakhuistrap toen op; reten licht schenen
+onder de stijgende hielen van den jongen die het eerste klom;
+vervolgens een luik opengeduwd en in de plotselinge licht-overstelping
+het staangeld betaald aan een man, die bij het
+trapgat het luik weêr sloot.</p>
+
+<p>Nu, terwijl hij meêwachtend stond, propte zich voor zijn
+oogen het volk al dichter over de kalkige huizen. Gelijkoogs
+en hooger waakten er de rijen hoofden, schakels geworden
+in de zon. Daar waren de Europeanen van de stad, de
+handelsmannen hadden hunne zaken gelaten, van bijna alle
+terrassen spikkelden in het zonnedonker van hun ledende
+confectie-kleêren, reepjes van halsboorden-wit en hoekjes van
+de open vesten. Daar waren Engelschen de halzen rekkend,
+jong volk veel, in de strakke gezichten dotten de snorren;
+Duitschers waarvan de borsten en schouders platend kwamen
+uit het gedrang, met zwellende wangen rozig van de warmte
+in het goudelende gelaatshaar; zuiderlingen weinige, zwaar
+van wenkbrauw boven den somberen oogkuil, verschenen er
+klein en pezig. Van over de wallen vlekten de roodende
+handen, wijl over hun aller eveneensche hoeden de ruimte
+voorthobbelde in blauwing, ze in den afstand tot veeldubbele
+snoeren saâmreeg, waaruit het spiegelen van een enkelen
+cilinder opstak als van een zwart-gladden steen.</p>
+
+<p>Joden groepten er statig in lange kleêren, het borsthemd geplooid,
+de gordels gouddradig gefranjed, of oudere scharrelden
+verdwaald, ginds en hier, met kalotjes op de nederige kruinen,
+en van vischvellen-kleuren glommen hun daagsche tabbaarden
+onder de vlokkende baarden; Jodinnen daar op de eerste rij,
+heup aan heup, schoot naast schoot, aan elkaâr gesmolten
+van vleezigheid en licht, en soms keek er het ronde hoofdje van
+een knaap of van een meisje, bolwangig voor zich uit tegen
+den buik der moeder. Veel meiden en wijven pronkten er
+met den smuk van hoofd- en halsdoeken, oorringen rinkelden
+licht; kerels van de haven in teervuile baadjes vertoonden
+er een geroosde borst of bewogen werkarmen; slaven, negers
+staken er de glimkoppen met fezzen omhoog; straatvolk
+schouwde er de roestige zakken van hun jassen uit, als noten
+uit harde schalen. Vèraf, van hoog en laag was het in de
+neêrdruisching van den dag over de zonnetrappen: 't plakkatende
+wit der muren, woest indigo-blauw waar de zon niet
+was, een uitstalling vaak als vruchtenweelde bloeiend. Zoo
+blonk er het hooge citroenen-geel en van meloenen waarin
+het groen nog welkt; praalden er het tomaten-oranje en het
+granaten-bloed; glommen er de heete donkers van hardschillig
+ooft, van kastanjes, van dadels en vijgen, waasde er het
+doodrijpe saprood naar druivenpaarsch en naar het rottende
+violet.</p>
+
+<p>Woestijnig in de stoffige burnous als in te ruime vellen
+postuurden de Kabylen op wal en bastion. Gedrochtelijk
+tusschen en op de kanteelen geklonterd, met de kappen òp,
+beeldden zij zich roerloos.</p>
+
+<p>En onder het schilferende vestinggrauw dat glinsterde van
+ruigten op den trans en uit het mozaïek der steenen, tot onder
+het rotsenrood dat bestreept met klimlijnen van paden was
+en melaatsch van zon, het gansche wallooze poortterras over,
+hadden zich de vrouwen geborgen. Gelijk mummies in windsels,
+een spokende zwerm van witte vlinderpoppen wachtten
+zij daar gelaten onder het raggende licht, terwijl onder hen
+het hoefijzer-ronde gat van de poort gaapte naar de straat.
+Wat witte heeren schemerden er in de mousseline sluiers van
+de haïk; een stralende tulband blonk er als een maansikkel
+boven het parelende warmblank; en waar 't geplooide open
+voor de vele oogen de duistere ster-stippen door de rijen
+reeg, schoof meer dan eens de stroogele hoed van een
+Tetuaansche, lag gelijk de schijf van een parasol over de
+schouders van de draagster een valletje van koele schaduw.</p>
+
+<p>Beneden ook bleef de geul star aan 't wachten, ofschoon
+herhaaldelijk opgeschrikt uit haren zonnedommel, telkens
+wanneer het looze schot knallen kwam van een feestvierend
+man die uit de Zoccodrukte daalde. Nu speelde een Arabier
+in de straat, tuk op de hooge bewondering liet hij zijn geweer
+radsnel om zijn vingers tollen, greep het dan woest en onverwacht
+stil, knakkend de vlucht van het wielende wapen,
+om het te laten cirkelen tusschen zijn scheutende armen en
+rond zijn dollen nek als om een gladde as. Dan zette hij zich
+schrap op de donkere beenen, keek wild zegevierend òp uit
+zijn ontredderd gezicht zwart van kruitroet, lachte wreed om
+zijn geklemde tanden en keilde toen tot een jubelend hoezee
+zijn speeltuig naar boven, slingerde zijn blij lijf om in tartenden
+sprong, maar ving het in de valling flonkerende geweer met
+klauwende vingers, alvoor het kon rakelen den grond. En
+over het helle pad ging hij in zijn wijd-slippenden mantel.</p>
+
+<p>Langs de keienbaan suften de winkeltjes, gesloten was het
+bedrijf, vuil en vettig, slijmig in het blinkblank van den velen
+weêrschijn. Met dichtgeklapte stokken, zeildoek en takkebos-kleurig
+luikenhout verschenen ze verlaten, onttakeld. Een
+koopman kwam zijn huis uit, draalde wat op den drempel,
+garenblauw was zijn huiskleed en helder het flanel gewikkeld
+om de fez. Of uit de spleet van een mat, uit de vouw van
+een schutdoek, schemerde even een geschoren hoofd, tot de
+kier als van wind bewogen zich weêr sloot gelijk een oog
+dat niets te zien vindt, toe.</p>
+
+<p>In het midden van den overkant, tegenover maar lager
+dan het terras waar Johan zijn plaats hield, bleef nog een
+winkelplat leêg, geruimd van rommel, van oude verpakking
+die aan de kanten lag. Twee stoelen stonden er schril naast
+elkander op het blinkende vloertje.</p>
+
+<p>Toen deed luid gepraat van een drietal Franschen vlak
+nabij, Johan keeren voor den lagen wal; ook werden de voeten
+moede van het staan op eenzelfde plek. Een van hen wees
+aan den ander: daar, neen meer rechts, die soldaten in
+roode uniformen, dat waren volontairs van het garnizoen in
+Gibraltar.... Zeker, er waren veel vreemdelingen om het schouwspel
+te zien.... En als alle jaren zou de gezant wel weêr een paar
+schapen, levende schapen ja, naar beneden laten werpen
+zoodra de stoet voorbijging.... dat deed hij om het prestige,
+dat was politiek, erkenning van de landsgewoonten en eerbied
+voor den heerschenden godsdienst.</p>
+
+<p>Plotseling tusschen de klaterende schouders van babbelige
+vrouwen door, kwam knikken naar Johan het stevige hoofd
+van monsieur Badaud. Een inzicht tusschen de huizen week
+schaduw-opaal en lichtvlekkig achter hem, beplekt met kleêren
+die te drogen hingen als vlaggetjes in de zon. De kolonel
+wachtte voor den anderen hoekschen wal van het terras,
+hield de hand aan den hoed of het woei daar, en onder zijn
+snorren versmolt het vriendschappelijk toegeroepen groeten.</p>
+
+<p>Hier, van-uit het zonnige volk, klapte, keelde en niesde
+het druk-zijn van de monden en het steeg uit de zwoelte de
+lucht in, die gromde of ze van bijen vol was. Tot achterin
+schacherde het volle markt-lawaai, tot onder de blinde muren,
+want aan twee zijden van het vierkant gingen naaststaande
+huizingen opwaarts, groezelige wanden met gebersten kalklaag,
+bedropen door stralen uit den regentijd en doorsiepeld
+in den hoek met het roet uit een schoorsteen binnen. Onverstaanbaar
+jakkerde een schrauw van boven, antwoord aan een
+roep van buurschap hier beneên, dan zag Johan kleurwijven
+overlenen den wal, daar waar de stapeling weêr verscheen
+voor zijn opkijkende oogen, gedrongen, geplet onder het
+sidderende blauw.</p>
+
+<p>Willoos bleven zijn oogen innemen het durende gezicht.
+Hij moest letten op een fotografisch toestel dat er onder
+den muur op pootjes paalde en uit den zwarten lap zag hij
+het verwezen hoofd van den Zwitser duiken. De man nam
+den dop weg van het verrekijkerachtig voorstuk, lodderoogde
+wat terwijl zijn lippen telden, toen sloot hij het koperen oog
+weêr van zijn mechaniek met langzame hand waaraan de
+nagels glommen.</p>
+
+<p>.... Wie weet, wachtten er nog meer kennissen hier op
+het plat.... en waar was Jachjemed gebleven.... Vogel....
+zou die een plaats gevonden hebben op den muur in de
+buurt van zijn slaaphuis.... of was hij thuis gebleven in het
+duffe hok.... Crépieux had vast een goede plaats op het
+terras van zijn Consul, en een mooie, vandaar waren ook
+de spelen over het Zocco te zien. Vogel....</p>
+
+<p>Vogel.... zoo huisschaduw bij buitenlicht droef is, zoo
+duisterde de herinnering aan den dokter voor Johan op....
+hij alleen en gebukt over zijn werkbank.... In het neêrstraffende
+blauw kwamen de oogen staan als twee traanparels....
+de bekende blik.... ze hadden de macht hem hier
+vandaan te nemen midden uit het feest.</p>
+
+<p>Maar ploffen bomden, en opgeschrokken door een dadelijk
+dringen had hij den borstwal gevat. Van den overkant
+rommelden de zonnige lijven, de kleuren krieuwden. De
+kijkers voorover op de voorste rijen, kantten de hoofden
+alle naar het straateinde.</p>
+
+<p>Van af der poorten stille wacht stuwde de beweging aan,
+daar kringelden en woelden de gewaden. En de stralende
+ruimte vergeluidend de breede verwachting, jubelde, zong
+van terras naar terras: "daar zijn ze, daar zijn ze." Doch
+het was om niets; het gestapel zette zich weêr in het
+durende staan; alleen van achter den muur òp, rookte het
+buskruit boven het Zocco heviger, bleef er wolken gelijk
+damp geworden stoom.</p>
+
+<p>De zon hittend naar haar hoogsten stand, blakerde voort
+over de geduldige hoofden. Heeter zeeg het blauw over de
+stad en al. De winkeltjes in de straat vingen aan te glimpen,
+kletterend schoten er de scheuten licht in de trillende daging,
+zeilende pijlen-val. In de broeiende straatbaan kogelden de
+puilende en glad geslepen keien hel, of het zonnesteenen
+waren geslingerd uit den hoogen hemel.</p>
+
+<p>Een bekende stem, die van den Vlaming, den admiraal,
+deed Johan een andermaal keeren. Door het platmidden drong
+de kleine zeeman met brutale ellebogen de praters op zij;
+jekker-blauw waren zijn jasje en broek. Achter hem waggelde
+het leuk-groote lijf van Sivory den herbergier; Jachjemed
+volgde, stak zijn nieuwe fez over Antonio's schouder op als
+een onrijpe kers. Ze kwamen alle drie tot bij Johan; Sivory's
+lacherige lippen slurpten tevreê de ruimte.</p>
+
+<p>&mdash;"Ik kom maar op mijn pantoffels," giegelde de jongensachtige
+man in zijn te kort grijs buisje. "U hier zoo alleen,
+waar is onze vriend de dokter?"</p>
+
+<p>Maar zijn wangen bolden, de kin zwom rond in de ringen
+van het weeke halsvleesch. Hij lolde dat zijn oogen verdwenen.</p>
+
+<p>&mdash;"O, o kijk toch".... hoe die daar zaten, wassen beelden,
+waarachtig, wassen beelden.... Caramba, dat moest zijn vrouw
+eens kunnen zien, maar die had te veel hekel aan klimmen,
+de dikkerd.</p>
+
+<p>Zijn spekkig handje wees over den wal en lag zich toen
+goeielijk over Johan's schouder. Op het lage platje zag die
+nu de beide stoelen er onverwacht bezet.</p>
+
+<p>Zij zaten er zoo kalm of zaten ze er al een uur; gasten
+aanzittend bij een feest, die om het fatsoen zich niet verwonderen
+mogen. Een heer, mager, in een langen mackintosh
+met overval om de schouders, zat er verdord van gezicht,
+waar lange grijzende bakkebaarden uit streken, zorgvol gekamd
+als valsch tooneelhaar. Hij droeg een reishoed à la
+Stanley, met een wittigen zonnesluier omwonden en een
+zwarte kijkertasch hing aan een riem langs zijn lang lijf.
+Naast hem een dame, sluik in dezelfde stofkleur van hoofd
+tot voeten, eveneens bejaard en met de handen op de knieën.
+Een flaphoed aan een omgekeerde fruitmand gelijkend, schaduwde
+haar verreisd voorkomen donker en een grappig-groot wit-gazen
+strik fladderde onder haar kin als een kolossale vlinder.</p>
+
+<p>Achter hun stoelen, met op elke leuning een koffie-bruinen
+knuist, pronkte een Moorsche knecht. Scharlaken-vurig tooide
+hem zijn lijfjas met korte armsels, ondermouwen gleden tot
+naar de polsen, blauw dat ratelde van geel op koord en
+tressen. Een spitse wijnrooie muts, omgeklapt bij de punt,
+deed hem slaperig staan, zoetsappig met het hoofd op zij;
+doch wreed kneep de spleet van zijn wimperlooze oogen.
+Splinternieuw ging er een bruinleêren band om wapens in
+te dragen zijn middel rond.</p>
+
+<p>&mdash;"Wat een stank," smaalde de admiraal met zijn gewonen
+vloek, "dat volk ruikt nog eens zoo erg naar wilde beesten,
+wanneer ze in de zon staan te bakken, ge weet."</p>
+
+<p>&mdash;"Non, non," riep de waard er tegen in, zoodra hij het
+stopwoord in de vreemde landstaal hoorde.... die twee waren
+misschien wel de vader en de moeder der Engelsche dame,
+welke onlangs haar entrée in den harem had gedaan, de
+zooveelste vrouw was geworden van mijnheer boven.</p>
+
+<p>En Jachjemed in zijn schik, zeker van de borrels en de
+sigaren die hij verdiend had met dit uitgezochte plaatsje:</p>
+
+<p>&mdash;"Dat zou 't zijn, ze hadden een soldaat meêgekregen
+van het Kasbah om op ze te passen."</p>
+
+<p>&mdash;"Zeker, ze mochten eens gestolen worden, ha, ha."</p>
+
+<p>En Antonio schaterde dat hem het speeksel over de lippen
+stoof; omstanders keken naar hen, sperrend de monden meê
+of ze wilden of niet; een blanke meid met dof zwart negerhaar
+en gretige lippen, lachte zich de tanden blinkend.</p>
+
+<p>De admiraal evenwel had nog wel wat anders gezien dan
+dat zoodje hier van het Kasbah. Tijdens de laatste révolte
+had hij den Sultan in al zijn pracht en praal zelven mogen
+aanschouwen, midden in den stoet van vizieren en raadsliên....
+"Een god, mijnheer.... onmogelijk verblindend en niet om
+te beschrijven.... ze kropen voor hem, ze zoenden het stof
+van zijn pantoffels, de...."</p>
+
+<p>Hoe hij er uit zag? E wel, een zwarte, vette vent was
+het, maar die huis wist te houen; ze gaven hier zooveel
+om een mensch als om een makreel: gekopt had hij ze bij
+honderden.... Hij zelve had voor de bewezen diensten een
+witte merie van den Sultan ontvangen.... de hoogste onderscheiding,
+maar liever had hij de eeresabel gekregen, die kon
+je meênemen en die kostte niets aan vreten.... En, vertelde
+de admiraal, en het kaasbolletje bovenop zijn ronden Vlaamschen
+kop deed hem gelijken aan een boer op zijn Zondags....
+alles goed en wel.... zoodra hij zijn paspoort los kon krijgen,
+ging hij gauw naar Antwerpen terug, hij had er den buik
+van vol, hij verlangde naar zijn huis, naar zijn vrouw....</p>
+
+<p>&mdash;"Hé, kolonel, monsieur Badaud, kom hier!" schetterde
+Antonio.</p>
+
+<p>Maar een hel blindend zonnetje, een felle flikker spoog
+uit de laagte op, dan plotseling geroeid uit de ruimte. Beneden
+hield de Engelschman zijn kijker gericht en de zon had er
+in gekaatst, hij tuurde van den overkant naar het vroolijke
+troepje.</p>
+
+<p>&mdash;"Goeien dag," groette de uitgelaten Antonio, "goeien
+dag, papa."</p>
+
+<p>De heer bleef door de zwarte kokeroogen het gezelschap
+bekijken of hij de grap begreep.</p>
+
+<p>&mdash;"Bonjour, bonjour," kwam de kolonel wuft aan, en tot
+Johan, guitig:</p>
+
+<p>&mdash;"Ah.... zonder de sac à malices?"</p>
+
+<p>Toen dadelijk in het geval, gaf hij een kwinkslag ten beste:
+om de stof, meende hij, moest dat solide paar eeuwiglijk
+onder een stolp worden gezet.</p>
+
+<p>En nu de armen van den Engelschman met de binocle zakten
+en ook zijn hoofd naar den schouder ging of de knecht van
+achter draaide aan den nek, zei ook de admiraal: waarachtig,
+het was een pop. De oude heer praatte langs zijn bakkebaard
+naar de oude dame, schroefde het lijf half rond op den stoel,
+de knieën dicht, automatisch klommen de armen en hij liet
+het kijkglas wandelen.</p>
+
+<p>&mdash;"Hij ziet wat," grinnikte Jachjemed toen de binocle
+weêr stil bleef.</p>
+
+<p>&mdash;"Een vlieg." En meteen begon monsieur Badaud onder
+zijn favorites te brommen. Hij had den flambard in zijn hand
+al en speelde er meê, hij zou het beestje wel vangen. Een
+glimkrans cirkelde zijn slapen rond, de ring dien de hoedrand
+gedrukt had in zijn gepommadeerde haren. En zijn mond,
+waaraan de snorpunten als vleugeltjes rilden onder den mooien
+krommen neus, tegen het blozend geschoren wangvleesch, liet
+dan de vlieg ergens zitten, stil; maar de hoed dwaalde aan
+en joeg het tot zijn eigen bruinoogige verbazing weêr op,
+dat het kwaad gonzend zwermde over de lachende hoofden,
+nagezeten tusschen de engten der ruggen door den kolonel,
+die loerend met den rimpeligen soldatennek wat vooruit en
+het vleezige oor rood, speelde langs een wang, om een neus....
+"Sacré nom d'un chien;" want weêr ontweek het lastige ding
+den hoed die het snappen wou en 't zoemde weg, niemand
+wist waarheen. Uit het duizelende licht echter zong het terstond
+en treiterziek terug, sneller dan een snorrend raadje en zoo
+natuurlijk, dat Antonio van plezier te dribbelen stond als een
+kind dat wat doen moet.</p>
+
+<p>Doch toen monsieur Badaud zijn vlieg eindelijk dacht te
+hebben, den hoed neêrsloeg over de zwarte pruik van de
+vooruit-al gillende meid, drong zich het volk als in een paniek
+in het vierkant naar voren.</p>
+
+<p>&mdash;"Ze komen, ze komen."</p>
+
+<p>&mdash;"Neen, ze komen nog niet."</p>
+
+<p>&mdash;"Zeker, ze komen er aan."</p>
+
+<p>Door den wademloozen middag groeide en zwol het begeerige
+rumoer; van terras naar terras had zich de spanning opnieuw
+in de lijven geslingerd, er de onrust een andermaal gezaaid
+als een plaag van insekten.</p>
+
+<p>&mdash;"Zonder twijfel," geloofde de herbergier, zachter ook
+pratend in het gedompte, vreesachtig aanhoorende gebabbel
+op het plat, en hij rekte zich over den zooveel kleineren
+admiraal, "de gekken loopen op het Zocco, monsieur Badaud."</p>
+
+<p>Doch deze nog altijd spelend, drilde den vinger waar de
+ring aan glom voor den grooten lacher.</p>
+
+<p>&mdash;"Het kan me spijten, Antonio," zei hij, "dat ik die vlieg
+niet geattrapeerd heb. Bedenk eens wat een mooi exemplaar
+voor den compagnon van monsieur Crépieux.... op een
+speld.... puf.... en dan"....</p>
+
+<p>&mdash;"O.... schei toch uit, kolonel."</p>
+
+<p>&mdash;"Ah!" en monsieur Badaud boog naar de wering.</p>
+
+<p>&mdash;"Pas op uw rug, monsieur le peintre."</p>
+
+<p>Johan keek. Strak zeeg in het wijde over het Zocco, want
+de kruitrook verstoven, het blauw neêr als in een dal van
+stilte. En van wal en bastion hieven zich de gestaltetjes van
+de landslui gespannen, zij spierden de armen op in het nervige
+licht. Over de poort ook floersde de blanke wacht onbewogener;
+zonder de donkere oogenrijen, die lichtelijk gekeerd,
+schouwden naar over de heuvelen, naar de komende heiligen.</p>
+
+<p>Zij kwamen.</p>
+
+<p>Onder den lichten hemel, onder het rommedom stervende
+rumoer, in het groot vallende zwijgen, in het geluiden-gaan
+van het zonnezingende gesuis, hoorde Johan ze komen. Was
+het niet als de bange zang van zijn hart, dat de oogenblikken
+sloeg daarbinnen in hem? Was het van de zee die onder
+den zilten lichtdag oneindig geweten wentelt, en nu den vloed
+weêr deed geboren worden, windloos weenend naar de stranden
+en hier over het steenen staan der stad in de oorschelpen
+kwam klagen.</p>
+
+<p>Zwijgen was boven de terrassen; zwijgen viel in de schitterige
+lichtstraal. Waren het niet de echoën van geloop, van
+gedans, van gedraaf? Klotste nu niet vanuit de duistere tunnel
+der poort het aandriften van een kudde?</p>
+
+<p>Hoor, op het veld daar schoten de geweren. Zie, daar
+stoomde weêr blinkend het buskruit op.</p>
+
+<p>En voor het snelle neêrgaan van zijn oogen versomberde
+de hemel, krompen de blokken op in zonnig wolkenwit.
+Voorbij gespiegeld was het pralende saâmstaan der menschen,
+de roodende gelaatsrijen verdronken naar het blauw, gelijk
+bloemen en koralen verschemeren in de glans-diepte der zee.</p>
+
+<p>Want het zwart-starende poortgat had dood-loofbruin en
+soppig bloedrood de gekkenverschijning in de geul gestooten.
+Stuiverig of storm hen sloeg op de ruggen, kwam het loopende
+geweld, en als een vaandelbaan vooruit, het schrikwit van
+de eerste boeteling.</p>
+
+<p>Nu steeg geen kreet, geen aanmoediging ijlde onder de
+luchtelagen. Stom zag het stedevolk het aan hoe de heiligen
+al holden in het straatgestraal.</p>
+
+<p>De vooroppe, een vrouw, de bleeke.</p>
+
+<p>Zij liep niet, zij vlotte, zij zweefde. Zij ging vóor aan het
+wilde woelen der verdwazing, zij kwam met het hoofd achterover,
+met de oogen open.</p>
+
+<p>Zij kwam met de piekende star-oogen als een gekruiste in
+het hemd van den spot. Zij hing met de armen wijd uit op
+de schoeren van twee dollen die haar stutten, voor het
+slapende gangen der droom-schrijdende voeten.</p>
+
+<p>Zij kwam met de glinstering van haar geslagen oogen die
+niet knipten voor het licht; martelares gedragen, geheven
+reliquie, vertoond door bezetenen die onder haar oksels verbijsterde
+koppen beurden, schreeuwloos, met mondslurven
+van jammerlijke beesten.</p>
+
+<p>Zij kwam aan met haar bliksemende oogbollen, het hellende
+en ijzige vuurpad over, zij staarde in het schroeiendste, in den bol
+der zon. Zij schreed in het sidderende en ritselende lichtkleed
+aan, op den langen weeë-zang der zee: gaan, gaan, met de
+knikkende mannenbeenen naast haar, die trappelden het spattend
+gefonkel.</p>
+
+<p>Zij kwam nog de bleeke foltervrouw, met de borsten klein,
+met het sterrenhoofd gelegen in het zweet-natte, in het rouw-zwarte
+bed van haar haren; de heilige wier lippen lachten
+in den wellust van den dood, om wier neusgaten het snerpende
+leven gevoelloos.</p>
+
+<p>En zij ging voorbij met de armen in vlucht, als een in
+het licht gezaligde, liet ze de wondervlammen van haar
+oogen in de oneindige herinnering.</p>
+
+<p>&mdash;"Dat is om te rillen, dat is geen mensch meer," bangde
+de stem van Antonio.</p>
+
+<p>Een dof geherrie van knuppelende doodslagen; het stampen
+van naakte zolen slaande de naakte straat, trappelde door
+de geul en als uit een slachtplaats naar boven.</p>
+
+<p>En magere mannen draafden in het onder, zon-morsig,
+bloot-borstig, vaal van ontbering. Zij vloden, de armen
+vooruit met grissende vingers, brengers van onheil en kwade
+boodschap, aangestaard door de uit hun winkels getredenen,
+snelden zij hun schaduwen vooruit over de klare steenen.</p>
+
+<p>Even lag de straat te blinken, het hooge zwijgen hield
+aan. Toen op den doffen voetendonder rolde het door elkaâr
+kluwen van licht en schaduw nader: het wirwarren van het
+doode-blârenbruin der gescheurde kleêren; het stuiven van
+bezeten beenen laag; het woeden van vechtende armen
+leemkleurig in de hooge daging, en om snakkende hoofden
+scheen een snoer als een oorlogsband of gleed er het wanhopende
+glissen van oogenwit in de spiegeling der zon.</p>
+
+<p>Voortgegeeseld door karwatsende kerels langs de kanten
+aan het loopen, gestriemd over de bastige ruggen die wrongen
+en krompen en rekten, maar bleven omdringen het heiligen-stoetje,
+tot een kern daar middenin, gesloten aan elkaâr, verschenen
+er de gekken in 't hemd wit, rood, beplast met bloed.</p>
+
+<p>Daar danste vooraan de donkere vrouw met de oogen
+dicht, òp, neêr. Zij sprong, zij knikte, viel overzij, als half
+verlamd, òp, neêr, epileptisch òp, neêr, òp, neêr.</p>
+
+<p>Zij strompelde in het boethemd, zon-hel, òp-neêr; aantobbende
+met een arm vol vleesch, met een vracht van nat
+en druipend vleesch en flarden huid; met lillend, krullend, blond
+schapenhaar, als een dood kind onder de moederborst daar,
+en smartelijk de meêgaande hand voorbij den buik, òp-neêr.</p>
+
+<p>Nu schokte zij bloedig aan, een roode moordenares, òp-neêr.
+Haar lippen lagen in starre pijn; in-uit snoof de neus en van
+haar kruin krioelden de haren, òp-neêr, òp-neêr; overeinde
+als schrikkende slangetjes op hun staarten aan 't staan.</p>
+
+<p>Maar dansend de roode martelvrouw in 't wezenlooze licht
+vooraan, en of ze geradbraakt in 't witte gekleêr was, lekte
+haar 't bloed op de stomme voeten neêr, epileptisch aan 't gaan,
+aan 't gaan.</p>
+
+<p>&mdash;"Gofferdom, kijk, ze bijten mekaâr in de hielen daar!"
+kreet de admiraal.</p>
+
+<p>&mdash;"Ranselt er op, de honden!" schreeuwde de kolonel.</p>
+
+<p>Maar beneden zwoegden al de witte verschijningen, vuns
+van moord, over de onder hen bibberende keienbaan op de
+stuipende beenen voort.</p>
+
+<p>&mdash;"Zij zijn moe, ze zullen vallen, monsieur Badaud."</p>
+
+<p>Voorbij slingerde het oude negerlijf in de aschkleurige
+vodden, rood onder een émail van bloed. Bloed en schuim
+was om zijn dikke in een strakken schater verstorven lippen,
+bloed geronnen op de trommel die bonsde zijn rug.</p>
+
+<p>&mdash;"Ze gaan in ren!" duizelde een schreeuw uit de lichte
+hoogte.</p>
+
+<p>En zij galopten, want de geesels zwiepten. Zij sprongen
+op wijde vluchtbeenen den naweeënden rhythmus nog. 't Nat-kletsige
+gesla van de bloote voeten beteisterde de geul, onstuimiger
+draafde de meêlooperij in het vale zonbruin; of
+van hen elk wou de eerste wezen, zoo slierden er de bijt-bekken
+de kikhalzende toeschouwers langs.</p>
+
+<p>Daar dolde nu de achterste, getild, gesleurd door twee
+verheerlijkten, een jongen met den kop op de borst, de tong
+uit den mond, den hik in 't lijf. Lappen vacht en vleesch
+schudden en rafelden om zijn sijpelende schouders. Als bij
+een stom-bezopene sloeg 't lijf voorover naar de straat.</p>
+
+<p>'t Geschater van Antonio dolde door de lucht. Monsieur
+Badaud wees naar beneden:</p>
+
+<p>&mdash;"Sacré nom.... hij trekt met zijn beenen als een
+grenouille."</p>
+
+<p>&mdash;"Een kip die dood gaat."</p>
+
+<p>&mdash;"Ik zou hem niet eten, als jij hem hadt geslacht, sale Arabe."</p>
+
+<p>&mdash;"Ha, ha, ha...."</p>
+
+<p>Maar de jongen opgebeurd door de voortvaartende kerels,
+spartelde onder-langs, met afdrukken van bloedhanden tegen
+den rug op het hemd vol gaten.</p>
+
+<p>Nu tusschen de weêrlichtende winkeltjes was de baan
+overstort onder het buien, onder het onweêr van de troepend-trappende
+dravers. Nog waren er die dansten, òp-neêr,
+rollend bezeten oogen, met monden spelend misbaar.</p>
+
+<p>&mdash;"'t Is gedaan.... Hé daar, schavuiten! Ze kittelen
+mekaâr een beetje," riep monsieur Badaud weêr, beleedigd.
+"Kom, Antonio, die daar zijn even gek als wij."</p>
+
+<p>&mdash;"Ze houden ons voor de mal!"</p>
+
+<p>&mdash;"Gaan we."</p>
+
+<p>Een lichtschitter sneed door de laagte.... de man met de
+bijl.... maar de straat verzonk, al ging Johan los van de
+wering. Recht voor zijn stoel staakte de Engelschman, stram
+bij zijn vlam-rooden knecht, naoogend de gekken door zijn
+slak-zwarten kijker.</p>
+
+<p>&mdash;"Curieux."</p>
+
+<p>&mdash;"Intéressant."</p>
+
+<p>Maar 't waren nog de bange geluiden die zich opworstelden
+naar hier; barende schreeuwen uit het warende licht, klakkende,
+krakende, martelende zweepslagen, nijdig gekletst op het ziellooze
+vleesch. Dan van overal overzwetsten de ontbonden
+tongen het straatgereutel, om te vullen de lucht met hun gekal.</p>
+
+<p>......</p>
+
+<p>&mdash;"Canaille."</p>
+
+<p>......</p>
+
+<p>&mdash;"Waar gaan ze heen?"</p>
+
+<p>&mdash;"Naar de moskee."</p>
+
+<p>......</p>
+
+<p>&mdash;"Daar vallen ze neêr, totaal òp, anéantis."</p>
+
+<p>&mdash;"Sapristi."</p>
+
+<p>&mdash;"Gekken; wie er niet aan sterven slapen de lange
+dagen."</p>
+
+<p>......</p>
+
+<p>&mdash;"Gekken."</p>
+
+<p>Zooals binnenskamers, door de bevanging heen van een
+zwaren droom de morgenstemmen komen aanrakkelen uit
+de buitenkoû, brokte het praten in Johan's ooren, terwijl hij
+opschoof langzaam meê in het platgedrang. En hij daalde
+in het duister van de trap, in het gat dat vol zoog van
+buiten-gonzing; hij voelde zich gaan, onverschillig, gedragen,
+als in een droom zeker de beenen zich zetten. Boven leegden
+de bordessen, beneden zwermde de straat vol vechtende
+daggeluiden; in de gangen van een grooten zeehoorn leek
+hij te loopen, waar 't van alle wanden golf-klaagt en winde-zingt.
+Voetje voor voetje ging het vooruit, hij hoogdravend
+in zijn hoofd het lichtleven meê als van een vuur dat in
+raketten en festoenen is uiteengespat, het beturend naar
+binnen, tot het een drang werd in zijn denken, tot het een
+mist werd in zijn oogen, tot er een bloem, verschrikkelijk,
+haar roode blâren in kwam laten vallen....</p>
+
+<p>&mdash;"Ze hebben een hond die ze in de beenen liep, op
+het Zocco gepakt en van elkaâr gereten," riep van buiten
+de Redacteursstem naar Antonio uit het zeeëgeluid van de
+voeten.</p>
+
+<p>De straat straalde aan. En over de voortgolvende koppen
+kwam het blinken, dadelijk van den heeten muur der overzij,
+het heerlijke hoofd van Soleimon.... Lachte er niet kleinschatting
+uit de hoeken van zijn idiotenmond, glansde er
+droefenis niet in het onverschrikt zijn van zijn wijd open
+gebleven oogen?....</p>
+
+<p>Maar al nam het stoetende kleurenvolk Johan in zich,
+meê onder de klankende zon.</p>
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="VII" id="VII"></a>VII.</h2>
+
+
+<p>De vage avond om den horizon had stad en strand doen
+krimpen onder een doem van wolken. Nu zwol de nacht
+over d'Oceaan en de nacht was brak.</p>
+
+<p>Als 't verdriet dat over de wangen druppelt en zilt door
+de lippen wordt geslikt, voelde Johan de nattigheid loslaten
+uit het weenende weêr. Telkens spritste er regen van uit
+den bollen wind die bakboords blies, of was het gestuif van
+de proestende golven, want met vollen stoom plonsde de
+Atlantic gelijk een zwaar zwembeest vooruit, zich delvend
+een gang door den nacht.</p>
+
+<p>Al gauw na het winden van de ankers, het werken van
+de matrozen die schreeuwend door het waaidonker met de
+touwen zeulden, was Johan afgedaald in de kajuit, maar er
+uitgedreven weêr door een niet te overwinnen afzonderingsbegeerte
+van geheel zijn wezen. Hij had de onstuimigheid
+van het getij verkozen voor de vriendelijke scheepskamer,
+die vol kleuring van rood fluweel, glom van koperen stangen
+langs de boorden om het zeker loopen. Van onder de huiselijk
+lage lampen overschijnend een tafel-vol tijdverdrijf van periodieken,
+was hij opgestaan. Er zaten wat reizigers te lezen,
+kreukend sloeg blad om na blad, dan legden de menschen
+zich achterover in de stoelen en spraken naar elkaâr, wankele
+woorden in het buiten windezingen van de zee. En boven
+met rug en ellebogen stevig vastgedrukt in de staaf der
+verschansing en de voeten schrijlings gekant op het plankier
+van den boeg, had hij heel lang voor zich uitgestaard in
+het oneindige zwart.</p>
+
+<p>Warrend stond het nu op den warrenden vloer van de
+waterkolken. Lang was er nog lichting geweest in de
+westelijke lucht, glimmering van dag die niet weg wil gaan,
+en roode vlammetjes had hij dolen gezien langs Tangers
+weggeslorpt strand, menschjes die den weg met lantarens
+zoeken door het lage leven.</p>
+
+<p>Zwaar steunde de machine en bonkte de wentelende
+schroef; met donkere krachtgeluiden in zijn harden buik
+stampte de Atlantic vooruit.</p>
+
+<p>.... Alzoo ging het nu terug; zoo stond het een andermaal
+te beginnen het moeielijk-geweten leven daarginds, van voren
+af aan, nu, nu, nu; gelijk de trage stappen van een geharnast
+man bonsde het aldoor terugkomend in zijn hoofd waar geen
+andere gedachten bleven, nu, nu, nu; dat klonk als de waakzame
+roep van een wachter in den nacht.</p>
+
+<p>Gulzig klokte het lage zwart om het snellende schip.
+Kookte niet overal de wijd-duistere zee van slokkende, vratige
+dreigementen? Stond hij daar nu niet midden op den nacht,
+voelend de sluipkou van den nacht, den nacht in de haren
+rillend; stond hij daar niet als een vat vol gloênde gisting;
+ging hij niet strekken nu de spierbanden onbewegelijk, om
+het vat te dijgen, om bijeen te houden het lijf, bewarend het
+eigene aan hem, dat daar leefde in hem?</p>
+
+<p>Waar ging het heen, waar ging het henen door den
+angsten-nacht? Was het niet beter het broze vat te vernietigen,
+nu, nu, nu, en de verlangens der ziel als de geuren van een
+balsem te vervluchtigen in den nacht van het niet meer zijn....</p>
+
+<p>Daar was de rood-gekooide vlam van een lantaren wiegend
+in de takelage en spinnewebde licht over touwen en sprieten,
+gebluscht al door den aanhijgenden rook uit het brok-zwart
+van den schoorsteen als uit een strot. En het was Johan
+weêr of hij met het schip in het duister hing. Dan andermaal
+uit het rechtsche Westen boorde Kaap Espartels toren zijn
+vuur in de nachtelijke woestenij: een loensche straal uit een
+groot groen oog spookte over de leêge zee. Maar de wachter
+daar.... Braun's hand.... keerde de mechanieken en de toren
+spoot zijn cyclopig licht nu rood in het ijle. Rinkinkelend ging
+er een brallend lach-licht de wateren over, de golven verschenen
+tot onder de kiel, vochten in het lage, dol en kwaadaardig
+aan 't vernietigen van elkaâr, tuimelden zij met de
+roode vlamkoppen in de zwartnatte dalen. Duister geheel en
+al was het schip komen te staan voor den rooden nacht;
+een gehoornd monster, triomfantelijk en architecturaal, dat
+snuivend in zijn vaart, de booten buitenboords aan de kromhouten
+hangend, langs de flanken meêdroeg als buit van
+gevangen haaien.... Wat dreef daar op de zee, was het niet
+een hoog-neuzig aangezicht liggend op het nat, bleek in de
+woeling spoelend met blauw-open oogen....</p>
+
+<p>Door den smook als neêrduizelend van uit den gansch
+onzichtbren hemel, plonsde de Atlantic gelijk een zwaar
+zwembeest vooruit, weêrbaar knarsend, scharmaaiend van
+ijzer, delvend zijn gang door den nacht.</p>
+
+<p>.... Wat zou het geven, wat zou er komen voor hem uit
+al dat duister; een verdoemenis was de nacht, glanzend
+afgrondelijk, slaand' tegen slaande beneden.... Waarom was
+die rookvlag in het want almaar.... waarom troostte niet
+wat licht hier in de zwarte zwaarte der ziel....</p>
+
+<p>.... O.... de ontzetting beginnend, nu, nu, nu.... hoog....
+laag.... buiten, binnen, hier en van daarginds.... Hoor....
+het water het zwarte, het huilt.... de diepte klokt, voel den
+regen wimperen.... het zijn al tranen.... gevangen zijn ze
+in den heeten mond.... val water in buien uit, zie ik wil ze
+drinken uit mijn geholde handen....</p>
+
+<p>Wat te bestaan, waar was wat licht.... o, de barre angst
+voor het leven voorgevoeld, van altijd allen tegen éen....</p>
+
+<p>.... Daar was de ontbering die het begeeren lam slaat en
+uitmergelt de verlangens; daar was de ellende die het lijf
+verminkt.... daar kwam ze de verschrikkelijke Honger in den
+Nacht.... Daar stond zij de gerimpelde, de dorre van ouderdom,
+de furie met de droge tepels en naakt.... Oogen stekelen in het
+kopkarkas en haar mond is zinloos tragisch in den boog
+der lippen. Nu neemt ze de floers-vlerken op, buigend naar
+de slippen, dat haar er 't vel van kraakt. En zij spant ze
+meêwarig tot een huif om haar hooge dorheid, lacht, ja
+lacht, belooft den dood en vervliegt in 't zwart.</p>
+
+<p>Waarom bleef die jammerlijke glinstering van oogen daar
+op het water?.... was er dan geen dag meer, wachter, waar
+is het licht, waarom braakt de toren geen vlammen hier in
+het ziedende zwart? Het kookt en het borrelt maar voort,
+en er is geen vuur; de haren worden klam als van een verdronkene,
+de oogen zijn kil en de handen klam, het danst
+onder de voeten, het is een golf in den steunloozen nacht....
+Wachter, keer de mechanieken.... toren.. uw lach....</p>
+
+<p>En 't was als een vonk uit een vergeten waakvuur dat
+de storm weêr aanblaast, als een ster die wakker staat en
+uitspat in het ruim; dan als een brand staâg in den nacht
+gestoken, de bliksemblik, het siderale licht van het groene
+torenoog. Helsch in de duisternis ging het den chaos doorvorschen.
+Maar slagbui van regen tusschen bergen blinkend,
+bevlaagd door zon uit een donderwolkscheur, zoo bundelde
+het schijnsel nu neêr, gleed van onder het half-toegegane
+oog de laaiende blik aan over het akelige water.</p>
+
+<p>Verschenen was de zee: een nachtvlakte vol oorlog onder
+een kille maan; een platgebrand land zwart nog van laag
+tumult. Stoeten van kruipers op knieën met glibberenden rug,
+hobbelden alle de ellendige golven, schuimend, nekkend elkaâr,
+in den wedloop stortend, grijpend, willend vernietigen, weêr
+overstortend.</p>
+
+<p>Heftig had Johan zich losgezet van de wering en hij stond
+in den schrikschijn van het groene licht, dat onder de brug
+door, sproeiend stekelige slagschaduwen over het planken
+dek was komen schraaien, spinnend er de naden van onder
+zijn voeten als lijnen van telegrafen. En hij zag een lange
+slang met fosforkringels op haar huid, een touw, kruipen
+langs de verschansing, omrollen dan een bout, worgend om
+een hals....</p>
+
+<p>Onder het rood geworden torenoog was d'Oceaan gaan
+bloeden. Plots donker geronnen drongen de stommelende
+golven de barsche boot rondom, die, burcht van toornig
+agaat dat op kanten en facetten rinkelt, het booze gefonkel
+hief in mast en want, en van katrollen het vurig gekogel,
+en op rondassen en oorlogstuig. 't Schip stond in 't rooie
+gegloor, waggelde, doch opstootend zijn gestookten stoomadem,
+dreunde het neêr, plompend ging zijn macht voort door de
+moordzee die van verslagenen dreef.</p>
+
+<p>Rond in de gruwelijk incarnate zee zwommen de wringenden
+uit den baaierd los, tot sombere slagorden van baren,
+baren bergend baren, baren die baren baarden, slag-armend
+en met vlammende spiralen voor den buik, naderden zij daar
+waar de klaarheid wijlde van het felle toren-turen. Wentelend
+rood, woelend bloed; zij delgden zich borsten over ruggen,
+schuimmuilen vielen er in plassend bloed; zij drupten den
+schijn van ooglichtingen vol, valsch in de kringsels en de
+stroomsels van de draaiende haren. Dan schoven er de roode
+dooden gestoken en bobbelden en wentelden en wielden.</p>
+
+<p>De blik week.... de lichtschoof kromp op, maar bleef,
+zwalkende vloek, boven de waterwereld branden, die keerend
+zijn afgronden voortdurendlijk om, barbaarsch en laag praalde
+verzadigd met het oude rood. Het oog kneep dicht.... en
+onder den stuipenden toren verbloedde de Oceaan....</p>
+
+<p>Alom wolkte de nacht, kolkte de barnende nacht. En 't
+was Johan of de ooren hem groeiden tot maatlooze zwarte
+plantbladen naast het hoofd in 't natte vlagge-waaien van
+den wind. De verten rondde het gerommel van krijg en
+kwaad weêr, de diepte bruiste, zwolg grollen op en grimassen
+van geluid. Uit het wellen, uit het lekken borrelden klokken,
+monden die vol water gaan, 't verstikkend overgeven; klakken
+van handen knalden, het water slaande, het water dat toch
+niet houdt, om te zoeken den vlottenden stroohalm in 't
+vliedende water. Verbolgen loeien, het hoog-òp verzet; het
+vloeien, het lijdzaam gaan liggen in de doodenzee.... De
+kolk stond overeind, wervelend bewoog zwart in zwart, bepreveld,
+belipt, beknerst, begrijnsd, bewrongen, bekronkeld
+en beklaagd en beschreid. Werd daar de zee niet glinsterig
+nu, bezwermd met millioenen confuse insekten, zwoegde er
+de boot niet door, met onder aan den boeg almaar den
+gefloersden slag van een doodstrom?</p>
+
+<p>Van zijn plek gejaagd was Johan gaan klimmen tegen de
+loopvaart in van het schip als tegen een zwarten berg. Daar
+in het midden wou hij zijn, daar danste de vloer niet, daar
+ging het niet òp, daar ging het niet neêr.</p>
+
+<p>'t Grafzwart druischte overal; langs den draad der verschansing
+gleed de arme hand. Nachtdingen roerden in den
+poel, scheerden er uit los en voorbij het gesperd-zijn van
+de oogen in adem-wasem. Nu, nu, nu, sloeg het heete hart;
+zoo onophoudelijk alleen, om het tegen te willen gaan, om
+het te willen uitrukken en te werpen hier in het aangaan
+van de golven....</p>
+
+<p>Uit het dreunende binnen van de boot droomden stemmen
+los, huiverig genot-koud, heel-even gelach. De wind zoog
+in het trapgat, met den voet had hij koortsig de deur
+naar den kuil gezocht; in lange weeningen verzong zich
+nog de zee, toen hij ze al voor zich had de roode menschen-schijnsels....</p>
+
+<p>Een hoofd in een hand gloeide op van-achter de tafel
+met de periodieken; vingers, werktuigelijke dingen, aaiden,
+werend iets onteziens als spinraggen boven de oogen weg.</p>
+
+<p>Luisterend hoogde het hoofd.... de zee zong.... De hand
+met de flonkerstip van een juweel begon de snorharen te
+streelen, als om er goud uit te spinnen. Want met bevlamden
+strot lag een tweede gezicht aandachtig te praten naar den
+zolder, onbekende taal in pluizen van rook.... de zee zong....</p>
+
+<p>Het eerste hoofd met het haar in schaduw, zonder de
+hand, als een klomp oud goud, verrimpelde in stil lachen,
+een oogenblik, want strak-verdwaasd zakte het in 't week-donkere
+van de schouders en tuurde onder de lampen door
+naar Johan in de deur gebleven.</p>
+
+<p>.... Twee blauwe ster-oogen brandden er geheimvol....
+toen.... maar al joeg Johan zich langs de trap weêr naar
+boven, hebbend dien weenenden blik al zoo lang gekend en
+nu zien sterven.</p>
+
+<hr class="pct45" />
+
+<hr class="pct45" />
+
+<p>Nu klaagden zware waaiingen om het schip, de toren
+sliep weg in het duister; nu gaan de sentimenten over de
+wereld weg....</p>
+
+<p>.... Nog draagt de zee wel den wind van 't verlangen....</p>
+
+<p>.... Zie, zie, 't is alles een wonderspel; de koninklijke
+deernis gaat in lang watergewaad.... mannen en vrouwen....
+zuiver onder de gouden passiën, roemzingen zacht om wat
+is gestorven.... kinderen nog.... dragend den sleep henen
+over het delireeren van de zee....</p>
+
+<hr class="pct45" />
+
+<p>De wind waait in 't niet.... vult de wereld met gedroom....</p>
+
+<p>Water verruischt naar alle randen....</p>
+
+<p>De Atlantic zwaar zwemmend plompt met roodwankend
+toplicht vast voort door diepen droom.</p>
+
+<p>En Johan staat nog op den boeg te droomen in dien
+droom....</p>
+
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="Voetnoten" id="Voetnoten">Voetnoten</a></h2>
+
+<p><a name="Voetnoot-1" id="Voetnoot-1">[1] Logement.</a></p>
+
+
+
+
+<hr class="pct65" />
+<h2><a name="Transcribers_notes" id="Transcribers_notes"></a>Transcriber's notes</h2>
+
+<ul>
+
+<li>Some minor punctuation errors and typos have been corrected silently.</li>
+<li>This work has appeared substantially differently in other editions.
+ We show the text and spelling found in one version, which may not be standard.</li>
+<li>Changed "fantaisiehoed" to "fantasiehoed" in <i>zijn hoofd onder den
+ fantaisiehoed.</i></li>
+<li>Changed the accent grave on the last 'o' in <i>'t hoofd óp, licht; schouders òp,</i> to an accent acute.</li>
+<li>Nested quotes were changed to the form "... '...' ...", with single quotes as the inner quotes.</li>
+<li>Changed "Silvory" to "Sivory" in <i>midden in de steeg Silvory's kroeg uitwalmde</i>.</li>
+<li>Changed "moeilijk" to "moeielijk" in <i>moeielijk-geweten leven daarginds</i>.</li>
+</ul>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Gekken, by Jac. Van Looy
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEKKEN ***
+
+***** This file should be named 27994-h.htm or 27994-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/7/9/9/27994/
+
+Produced by Anna Tuinman, Eline Visser and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/27994-h/images/illustration.png b/27994-h/images/illustration.png
new file mode 100644
index 0000000..e7d9c39
--- /dev/null
+++ b/27994-h/images/illustration.png
Binary files differ