summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/27241-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '27241-8.txt')
-rw-r--r--27241-8.txt3004
1 files changed, 3004 insertions, 0 deletions
diff --git a/27241-8.txt b/27241-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..e8be974
--- /dev/null
+++ b/27241-8.txt
@@ -0,0 +1,3004 @@
+The Project Gutenberg EBook of Reis-impressies, by Louis Marie Anne Couperus
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reis-impressies
+
+Author: Louis Marie Anne Couperus
+
+Release Date: November 12, 2008 [EBook #27241]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIS-IMPRESSIES ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Reis-Impressies
+
+ Door
+
+ Louis Couperus
+
+
+ L. J. Veen--Amsterdam
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Typ. Th. A. van Zeggelen. (M. J. P. van Santen) Amsterdam
+
+
+
+
+
+I.
+
+ANNONCIATIE.
+
+
+In de Oostelijke galerij der Uffizië schittert ze als een straal
+van goud, de Heilige Boodschap van Simone Martini en Lippo Memmi,
+van Siena....
+
+
+
+Neêrgedaald is juist de Engel, verrassende de Maagd, waar ze zat
+op haren ivoor-ingelegden zetel,--achter zich een doek van goud--,
+haar gebedenboek nog in de vingers....
+
+Toen de Engel daalde, heeft zijn glans alles overstraald en goud
+gemaakt. Want éen gouden licht heeft de architectuur van de maagdelijke
+kamer overschitterd, en de atmosfeer is er geworden als een atmosfeer
+van goud, zichtbaar stofgoud, of de trillingen van de lucht zichtbaar
+zijn geworden en goud. Goud, maar etherisch goud, en niet goud van
+metaal, maar goud van engelglans, ronden zich nu de drie bogen der
+kamer. En in het midden der middenste boog daalt de geaureoolde
+duif van den Heiligen Geest al neêr in een krans van hemelduifjes,
+tweevoudig gewiekte toovervogelen met cherubijnengezichten....
+
+Op de knieën is de Engel neêrgezonken, de Engel uit zijn mystieken
+fabelhemel, in zijn goudblauw brokaat, dat goudt in zijn eigen
+licht maar diep donkerblauwt in de plooien van zijn kleed. Banden,
+met heilige spreuken bestikt, hangen om hem neêr.... Juist is
+hij neêrgezonken, geene seconde geleden, want hoog nog en pas even
+toegevouwen staan zijne ranke vedervleugels, en zijn roodbruingouden
+mantel, waarvan hij twee einden om zijn hals bond, fladdert nog
+met éen slip in de lucht, in de allerlaatste windbeweging van zijn
+engelvlucht door sferen.
+
+Lang, bleek en fijn is zijn gelaat, en zijne half toegesloten oogen
+onder even opgaande wenkbrauwbogen geven iets voornaam chineezigs aan
+zijne schoonheid, als was hij een jonge mandarijnenzoon, maar blond
+toch golven zijne haren, waarom zich een glans van olijvenbladeren
+wijd-uit heenrondt: een juweelen sieraad, als een kleine diadeem,
+houdt dien op zijn voorhoofd vast.
+
+Zijne eene lange, fijne hand heft een olijventwijg; van zijne andere
+steekt hij den wijsvinger op, als vraagt hij aandacht....
+
+En nu opent hij de lippen en spreekt hij zijne woorden, die, als
+een mirakel, goud zichtbaar worden in het stofgoud der heilige
+kameratmosfeer, en goud gaan naar de jonkvrouw toe....
+
+Goud, door de leliën heen, die hoogslank bloeien in een gouden vaas,
+tusschen hen beiden, engel en maagd:
+
+Ave, gratia plena, Dominus tecum...
+
+
+
+Heel even maar is Maria geschrikt alsof een heilig voorgevoelen haar
+reeds doorsidderd heeft en de Heilige Boodschap niets is, dan wat
+zij verwachtte... Gezeten is zij gebleven op haren ivoor-ingelegden
+zetel,--achter zich een doek van goud--; maar zij is wat gedeinsd,
+schuchter even huiverend in elkaâr. De eene hand houdt nog het boek
+tusschen de bladeren, als om het nog niet uitgelezen blad niet te
+verliezen; de andere klemt den donkerblauwen mantel, die ook het
+hoofd omgeeft, wat dichter aan den open hals.
+
+En die blauwe mantel, arabesk-omboord, omgiet geheel haar heilig
+lichaam; omlijst haar gelaat, zustergelaat van den Engel, zacht
+chineezig als van een mandarijnendochter, met de oogen, toevallend
+onder zware leden en hoog opgaande brauwen; den langen neus, den
+neêrgetrokken mond;--die mantel, kuisch, houdt haar geheel omgoten
+en laat maar even zichtbaar het roode onderkleed....
+
+Reeds straalt de heilige krans haar om het hoofd. Een medelijden kijkt
+onder op uit den blik van den Boodschapper, als weet hij reeds van hare
+smarten, die komen zullen.... Maar zij neemt aan in vrome resignatie
+en zonder hoogmoed, neemt alzoo aan, omdat zij voorgevoelde--niet
+hare smarten nog, maar wel de Annonciatie, gezegd in gouden woorden
+van mirakel, gaande door engelschittering, die alles overglansde:
+
+Ave, gratia plena, Dominus tecum...
+
+
+
+In de Oostelijke galerij der Uffizië schittert ze als éen straal
+van goud, de Heilige Boodschap van Simone Martini en Lippo Memmi,
+van Siena.
+
+ Florence, Oct. '93.
+
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+PINCIO.
+
+
+Op de balustrades, de treden van de groote Scala della Trinita de'
+Monti--de trap, die naar de Piazza di Spagna neêrtreedt--slenteren
+de modellen, of liggen ze lang-uit, lui.
+
+Jongens--zwarte oogen, zwarte haren,--in hunne Romeinsche
+Campagna-dracht, blauw en roodbruin en gelapt, op den puntigen hoed
+een geknakte pauweveêr.
+
+Lui liggen ze: ondeugend gaan hunne zwarte oogen naar de vreemdelingen,
+die boven wandelen, als zeggen ze: je kijkt naar ons, je vindt ons
+mooi en wij, wij eten onze china's-appelen: de zon schijnt warm,
+gemakkelijk is het leven....
+
+In de zon geuren de gouden vruchten, de china's-appelen en mandarijnen;
+achter de stapels zitten de verkoopers op den grond.
+
+Een enkele vrouw, met zuigend kindje aan ontbloote borst; een
+paar meisjes met vierkanten hoofddoek, reikende hare bloem;
+een oude, grijze man, in ruimen, bruinen plooimantel, net een
+patriarch of een profeet. Maar meer de jongens en de kinderen;
+de kleine dreumessen--nauwlijks kunnen ze loopen en bieden ze hun
+lucifers--de dreumessen in wat gelapt oud bruin fluweel en het hemdje
+slippende uit een scheur van het fluweelen broekje, expres zoo,
+om de schilderachtigheid.
+
+En bijna Moorsch doet de Trinita de' Monti, roomgeel met twee torens,
+tegen de blauwende late middaglucht; terwijl zoo sterk als een aroom
+van zonvitaal leven, de china's-appels geuren....
+
+
+
+Naar den Pincio toe stevenen de wandelaars, de rijtuigen, bont in
+strooming van kleuren. De rijtuigen met de paarden, trappelend en
+glad van huid en met de gecambreerde koppen, met de wirlende gele
+en roode spaken der wielen; in de rijtuigen de kleurige dames, de
+bonte kindermeiden, frisch en blozende lachende, de breede bonte
+linten gestoken op het zwarte haar met groote, zilveren spelden,
+die staan in aureool; en lachende houden zij de teêre kinderen op,
+de rijke-lui's-kinderen, als pakjes witte kant....
+
+Onder aan de viale's en terrassen van den Pincio koepelt de groote
+stad. Eerst, ruim, en vlak beneden, de Piazza del Popolo, met den
+obelisk en de waterspuwende leeuwen, de groepen beeldhouwwerk, de
+granieten kolommen en de bronzen trofeeën; een lange, eenzame weg,
+grijzig, schiet recht weg naar St. Pieter, opwelvenden reuzenkoepel,
+naar de gevangenisachtige vierkantmassa van het Vaticaan, aan het eind,
+in de verte. Links, aan de Piazza del Popolo, de koepels harer beide
+kerken--Santa Maria rechts--en achter die koepels, verder en verder
+weg, wijkende naar de verte, de koepels en de koepels altijd, de ronde
+en de ovale en de plattere koepels, de zee van koepelende kerken....
+
+En achter die kerken en koepels en torens de violetvale Campagna,
+terwijl de heuvelenkling met de cypressen van den Monte Mario en
+de pijnen van den Janiculus--parapluie-achtige boomen, klein in de
+verte,--den horizont stremmen....
+
+
+
+En rond, als een gouden bal, verblindend wie uitkijkt over de
+stad, hangt de zon in de wolkenlooze lucht, het transparante ether,
+limpidener naar het Oosten toe, wit brandende, nu ze daalt, en straks
+achter de daken verdwijnen zal....
+
+
+
+Of ... nevelen zweven over, drijvende doorzichtige vaalheden, die
+vullen de straten en afstompen de duizenden koepelingen, en zich in
+de verre perspectieven opstapelen tot meer melkachtige wezenlijkheden,
+als spoken, die belichamen....
+
+
+
+Dan is het einde.... maar hangt nog de zon, dan schittert de Pincio
+bont, en onder op zijn vialen, boven op zijn terrastuin, fonkelen de
+palmen en mimosa's zuide-achtig in de laatste schijnsels, flonkeren
+de cactussen en aloës, blauwgroen met weêrflikkeringen van brons en
+metalen; en de herfstplatanen, vol bladeren van effen goud, klateren
+hunne gouden tinten aan tegen den limpiden blauwen hemel....
+
+
+
+Dan schittert de Pincio bont, onder zijn bonte boomen, goud en groen;
+en de wielen der rijtuigen, de linten en spelden der minnen, de pluimen
+en uniformen der muziekanten, de soutanes der seminaristen--rood,
+blauw, paarsch,--de pijen der monniken,--de Capucijners bruin, en
+wit de Benedictijners,--wirlen kaleidoscopisch door elkaâr; bont,
+maar klein bont, terwijl de stad zich beneden uitbreidt, koepelend
+en reusachtig....
+
+ Rome, Dec. '93.
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+SAN PIETRO.
+
+
+De zon schijnt in vol licht binnen, in de baziliek, waar de menschen
+nog weinig zijn: de groote baziliek, wijd en goud met de gouden
+stukken vierkant aan hare binnenkoepels, die in de lucht horizontale
+cirkels ronden, waarop weêr andere cirkels recht staan, als gouden
+regenbogen. Zoo buigen de cirkels zich langs elkaâr, in perspectief
+van segmenten en snijdende cirkelbogen, van goud.
+
+Het licht is er egaal, koud, op al dat goud, zonder wazigheid en
+zonder ziel, zonder mystiek tusschen al die cirkels van overal even
+fel schittergoud. En koud, boven den bronzen reuzenbaldakijn van
+gedraaide zuilen, cirkelt de Spreuk zich in blauwe reuzenletters van
+mozaïek op goud:
+
+Gij, Petrus, zijt een rots, en op dien rots zal Ik bouwen Mijne kerk
+en aan u zal Ik geven de sleutelen van het Rijk der Hemelen....
+
+
+
+Er zijn weinig menschen nog, verloren onder de gouden
+reuzencirkels. Hunne kleine aantallen verliezen zich, waar ze wachten,
+waar ze eindelijk, op de ellebogen geleund, wachten aan het hek van
+planken, dat een gang maakt van de kapel van het H. Sacrament, met een
+hoek midden de baziliek door, met een hoek naar het zijaltaar rechts.
+
+En klein is de wachtende menigte, al telt ze duizenden, klein zwart
+verloren over het marmer, onder de hoog opbuigende koepelingen....
+
+Op enkele afstanden staan de hellebaardiers, telkens twee, in de gang
+van planken; weinige. Flink staan ze, leunende op hunne hellebaarden,
+de uniform rood, geel en zwart; de broek rood wijd, waarover losse
+gele banden hangen tot de knie, met de nauwere hozen, geel en zwart,
+tot den voet in lagen schoen. De koperen stormband van den helm,
+die diep op de oogen rust, sluit nauw aan de onderlip.
+
+Een oude heer, omslachtig, buigt zich over de planken balustrade
+en vraagt iets, in log Italiaansch, aan een van hen. Hoe Zijne
+Heiligheid komen zal en van waar en hoe laat.... Kort antwoordt de
+hellebaardier, vriendelijk toch, tot het hem eindelijk te lang duurt,
+en hij, korter, zegt:
+
+--Non so questa.... non so.
+
+De oude heer, omslachtig, bedankt den hellebaardier, bedankt hem zéer,
+omdat het zoo interessant is, niet waar, zoo een interessante dag....
+
+En verlegen, niet wetende hoe te doen, lacht de groote hellebaardier
+even, en zegt: Si, si, en wendt zich af, verlegen.....
+
+De menigte is wat zwarter en dichter geworden, maar dertigduizenden
+schijnen zij toch nog niet, die menschen aan het hek, in die reuzekerk,
+die zich reusachtiger uitbreidt, naarmate er meerdere komen...
+
+Door de vrije ruimte tusschen de planken loopen af en aan kanunniken
+met bonte pelerines, bisschoppen, een enkele kardinaal.... Ze loopen
+haastig, met een slordige haast; slordig zijn hunne kleederen, vaal,
+goor, dof, onaanzienlijk. Dat is een bisschop en dat een kanunnik en
+dat is een kardinaal, wijst men elkaâr, want hen aanzien, dat ze het
+zijn, doet men niet. Dan heeren in rokken, met ceremoniekettingen om
+den hals en choorjongens, in het zwart met vuile, witte choorhemdjes;
+af en aan loopen ze: éen brengt er, lachende, een hoop witte hemdjes
+in zijn armen ergens weg, en haast zich....
+
+De groote hellebaardier heeft het warm onder zijn drukkenden helm en
+ligt dien even op, met een zucht.
+
+En men wacht. Dames, in het zwart, kanten voiles over het hoofd, zitten
+op vouwstoeltjes, aan het hek, te wachten. Andere dames dringen op,
+bonter gekleed, binocles in de hand. Hier en daar, tegen het massief
+vierkant der zuilen aan, ligt iemand te bidden, in vrome verliezing.
+
+En geene emotie is in het wachten. Onder de reusachtige gouden cirkels,
+aan het plompe, houten hek, dat een gang maakt, is alleen een zacht
+dringen, een zielloos zich opstellen, om te zien....
+
+Eindelijk. Een optocht wil zich vormen: de vuile choorjongens,
+lachende, giechelende, peuterende in hun neus, slecht gedrild
+door een pater, die geen orde houden kan.... De heeren in rok, de
+bisschoppen, ordeloos, wachtende op elkaâr; misschien nog anderen:
+een paar kardinalen. Maar men ziet niet meer, want eéne stem begint er
+eene lange fraze van eentonig gejuich, waarin het: Evviva il Papa-Re,
+opklinkt en andere stemmen, zwak, juichen meê....
+
+En alle oogen zien met gulzigheid naar den verguld-en-glazen
+draagstoel, de portantina, gedragen door dragers in livereiën van
+gebloemd rood Utrechtsch fluweel, die aan ouderwetsche kanapé's
+doen denken...
+
+
+
+De hellebaardiers staan recht en salueeren met de wit katoenen hand. In
+den draagstoel schemert zichtbaar de gezetene gestalte van den Paus,
+oud-tenger, in het wit, de witte kalot op de grijs-witte haren, het
+hoofd buigende links en rechts en de handen naar de menigte rechts
+en links heffende met het gebaar der zegenende vingers. Het gelaat
+is oud-fijn, wasbleek, van eene effene wasblankheid, zonder vele
+zichtbare rimpels, zonder dien van den neus om den mond heen gegroefden
+grijnsglimlach der portretten en platen. Want de glimlach is maar
+even; over het gelaat wasemt eene benevolente glimlachende zachtheid,
+en het oog, met diep-in gloeiende intelligente vonk, wendt overal
+heen zijn innigen blik, met iets van liefhebben en weemoed, over de
+juichende getrouwen... En navrant is dit: die Majesteit der Katholieke
+Kerk, toegejuicht, maar omgeven door Zijne onwaardige, onplechtige,
+slordige cortège: de vuile choorjongens, de gore kanunniken, de
+leelijke dragers, gaande tusschen de planken die een hek vormen...
+
+
+
+Gaande voorbij het Hoogaltaar onder den bronzen reuzenbaldakijn,
+met de tombe van St. Peter, waar, om rouw over het wereldlijk gezag,
+de mis nauw meer gelezen wordt; gaande, om rouwe, zonder wierook,
+de kardinalen zonder hunne slepende plechtgewaden, gaande zonder
+de wuivende schaduwen van veêrenwaaiers, gaande zonder al den
+splendeur van vroeger, toen de Heilige Vader gedragen werd tusschen
+een dichte haie van hellebaardiers en niet tusschen een leelijk hek
+van onversierde planken.
+
+
+
+In de kapel van het transept, rechts van het verweduwde Hoogaltaar,
+is de menigte der dertigduizenden opgedrongen, benauwd vol, aan
+weêrszijden van het hek; de menschenlucht hangt er, zoet en wee.... En
+in het choor zingen nu de zangers der Sixtijnsche kapel, matweg,
+zonder extaze....
+
+Ontzettend wijd en hoog schijnt de kerk, achter leêg verlaten;
+de zijkapel eene kerk op zichzelve; de Paus niet te zien, vergeefs
+gezocht door binocles in weifelende handen voor reikhalzende gezichten.
+
+Op het altaar daarginds, ver, verweg, tegen de vaag schemerende martyre
+van den H. Erasmus aan, niets dan een kruis en, aan weêrszijden,
+drie kaarsen. De priesters-ceremoniemeesters nemen er de misgewaden
+en gaan er meê de trappen af, om ze den Paus te bieden. En de
+Opperpriester verrijst eindelijk, zichtbaar nu boven de oogen der
+menigte, in de gouden kazuifel, de witte kalot op de witgrijze haren
+en voorzichtig, langzaam plechtig, doen zijne handen de gebaren,
+die heiligen.... Kleintjes klinkt de bel en klinkt weêr en de menigte
+knielt, dicht in elkaâr gedrongen....
+
+En niet, zooals vroeger, daveren er boven den koepel bazuinen den
+hemel toe, en vermelden het oogenblik, dat de Hostie omhoog is gebeurd,
+en niets is te zien door het zwart der knielende menigte, tot de bel
+weêr klinkt en ze rijst....
+
+
+
+Het kruis en de zes kaarsen zijn weggenomen en een vergulde armstoel
+wordt er op de zelfde plaats, op het altaar zichtbaar. En de Paus is er
+nu gezeten; in de verte gaat iets om van het aanbieden van een groot,
+wit, vierkant plakkaat, een adres: aan beide zijden der kapel zijn de
+verschillende sociëteiten opgesteld, met hare vanen: op haar verzoek
+was het, dat Zijne Heiligheid deze mis vierde.... En er gaat, vaag, in
+de verte iets om van het buigen van ruggen en men raadt den voetkus;
+dan rijst een heer, die het adres voorleest, op zij van den Paus;
+met luide galmingen klinkt telkens zijne stem....
+
+Eene vermoeidheid schijnt den Heiligen Vader neêr te breken. Het
+hoofd hangt diep op de borst, en heft zich, nerveus, in eens op;
+nerveus steunt de rechter dan het hoofd en de linker daarna, alsof
+het hoofd moê is en niet weet waarheen.... Dan vallen de beide armen
+slap en de handen hangen af van de leuningen van den gouden stoel,
+alsof die zwakke handen het opgeven het moede hoofd te steunen....
+
+En groot is hierna de verwondering, als--het voorlezen geëindigd--eene
+resurrectie den Paus bezielt; hij zich recht heft in den zetel en
+antwoordt, en van zijne stem is geen klank te hooren, maar krachtig,
+energisch slaan de gebaren zijner gesterkte handen, slaan ze rechts,
+links; overtuigend knikt het grijze hoofd meê en met iedere beweging
+onderlijnt hij zeker wat hij zegt, in dankbare aandoening om hun
+aller liefde....
+
+
+
+En daarna wacht men, lang, eindeloos lang. Te zien is niets meer en
+wat er eigenlijk gebeurt is iets geheimzinnigs, iets alleen voor
+ingewijden.... Want de halzen rekken zich en de bincoles willen
+kijken, maar te vergeefs.... En men loopt in het rond door de
+kerk; de Pauselijke gardes ook loopen wat rond, zacht glimlachende
+pratende.... [1]
+
+Op de balustrade van het Hoogaltaar zoekt men te zitten, stijf van
+het lange staan.... En het wachten heeft iets, dat van streek brengt,
+omdat men niet meer weet hoe en waarom....
+
+Tot eindelijk een gejuich weêrklinkt, zakdoeken en hoeden wuiven.... Nu
+niet in den glazen draagstoel, maar op den gouden zetel wordt de Paus
+teruggedragen.... En vol juichen de Evviva's op, met een enthouziasme
+vol overtuiging, en eene diepe emotie siddert door allen heen, die
+daar juichen, als de Priester, in het wit, met den rooden mantel, die
+even over de knie drapeert, nadert, en de zegen over hunne hoofden
+neêrvalt van de twee vingers, die zich beurtelings heffen, links en
+rechts.... Aan een dier wassen vingers--een witte handschoen dekt de
+halve hand--schittert de groote ring met flonkerenden steen....
+
+En de emotie is zoo innig waar, spontaan gevoeld, op dat oogenblik,
+als de dragers nog éenmaal stil houden,--voor de deur der kapel, vóór
+het heengaan--en de Paus zich nog éenmaal buigt, rechts en links,
+en voor de laatste maal de zegen neêrvalt, dat zij weenen en er
+een oude bedelaar, goor, bruin en bevend vuil, uitbarst in snikken,
+die stotteren door zijn laatsten juichklank heen....
+
+De jongelieden der sociëteiten, die vroegen om de Mis, storten,
+in extaze, zich nog éénmaal naar de deuren der kapel....
+
+Maar de Paus is verdwenen. De groote middenpoort der baziliek opent
+zich. Het zonlicht, het leven daar buiten, vloeit binnen....
+
+En de menigte, zwart, zwermt uit en stroomt, als in cascades van
+menschen, over de trappen heen, in de piazza....
+
+
+ Rome, 17 Dec. '93
+
+
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+BRIEF UIT ROME.
+
+
+ Rome, Jan. '94.
+
+
+Weet je, wat er in Rome van je gevergd wordt, als je eenigszins de
+pretentie wil maken Rome te kennen en Rome gezien te hebben? Ten
+eerste, dat je de geschiedenis--zoowel wereld- als kunsthistorie--van
+Romulus tot Bernini op je duim kent. Dan dat je vast bent geverseerd in
+Rome's topografieën, van alle die eeuwen door, bij voorbeeld zóó, dat
+als je in St. Pieter komt, je oogenblikkelijk ook denkt aan het Circus
+van Nero en de Baziliek van Constantijn, waarop de Kathedraal als op
+tronen omhoog rees; dat, in het bont-moderne gewoel van den Pincio, je
+oogenblikkelijk ook denkt aan Messalina, die er eens hare tuinen had en
+orgieën vierde.... Om dit eenigszins naar eisch te kunnen doen, wordt
+niet alleen de historisch-topografische kennis der metropool verlangd,
+maar daarenboven de psychologische kennis van jezelven; namelijk: de
+macht om je indruk-en-stemming van het oogenblik, oogenblikkelijk ook,
+een bliksemvluggen retrospectieven gradenboog te laten beschrijven,
+die nauwkeurig aanteekent alle indrukken-en-stemmingen, welke je
+ondervindt bij dien Schwung van Nero tot Leo XIII en van Messalina
+tot de nou-nou's met kleurige linten.... Zoodra je dus voet buiten
+de poort van je hôtel zet, geef je je vooral niet over aan een indruk
+van het moment--aan de charme der uniek transparante lucht, waartegen
+de kerken aankoepelen, de citroenen goud stippelen, de verminkte
+zuilen hare weemoedige majesteit strak zetten--maar oogenblikkelijk
+stel je je voor--van Romulus af--hoe die straat van je hôtel vroeger
+was, en welke ruïnes en statuen onder je voetstap begraven kunnen
+liggen.... En terwijl je gaat, moet de retrospectieve gradenboog dat
+alles in je geest aanteekenen en juist, alsjeblief.
+
+Dus vooral dit: geen charme van het oogenblik. Heb je hieraan
+behoefte, ga dan overal heen, maar niet naar Rome. Lees er Ouida's
+Ariadne nog eens op na; dan zal je zien hoe het behoort. Gioia en
+Crispin en Hilarion--uit dat boek, dat me, toen ik vijftien was,
+in extaze bracht!--en nu? Helaas... --ze zijn allen heel ver in die
+kunst van retrospectief genieten en als Crispin in een stalletje van
+het Ghetto een oud stuk brokaat ziet, denkt hij oogenblikkelijk aan
+Vittoria Colonna, die dat wel zoû kunnen gedragen hebben. Zoo behoort
+het als men eenigszins Rome wil bestudeeren, ook al bestaat het Ghetto
+niet meer.
+
+Heb je nu deze historische, aesthetische en psychologische kennis
+verkregen, ga dan dravende zien, 's ochtends, 's middags en 's avonds
+met maanlicht, want de tijd schiet je anders te kort. Hoû je niet op
+met eigen opinies te willen verzamelen, want die zijn overbodig en
+je kan veel vlugger en praktischer een aardige bloemlezing maken uit
+Baedekers Guide, Hare's Walks, en uit romantischer lectuur als Ouida's
+Ariadne, Bulwers Rienzi, Hawthorne's Transformation, Frances Elliots
+Diary of an idle woman, Taine's Voyage en Bourgets Cosmopolis. Lees
+die werken aan je lunch en diner; dit is zeer Engelsch: op andere
+uren heb je er geen tijd voor. Trouwens het eenvoudigste is àlles mooi
+te vinden: je kan dat doen in meerdere of mindere mate: raadpleeg je
+gradenboog. Blijf dan zien--sight-seeing, zooals de aesthetische term
+luidt der duizende Engelsche dames, die in stroomen van korte rokken
+over Rome heen cascadeeren--blijf dan zien, herhaal ik, gedurende
+_tien_ winters--'s zomers mag je weg, maar het is een algemeen erkende
+waarheid, dat _tien_ winters vereischt worden. En na den tienden
+winter mag je, met niet te veel zelfbewustheid, verklaren: gestudeerd
+te hebben aan de Hoogeschool der Wereld en iets van Rome te kennen....
+
+
+
+Ik wil wel, nederig, bekennen, dat mijne aspiraties niet zoo ver
+gaan. Ik schaam me wel een beetje, maar ik woon ook niet, als Crispin,
+aan de Ponte Sisto, maar in een heel banaal hôtel in een leelijke
+buurt. Een heele leelijke buurt, want wie van Ouida's helden zoû zoo
+barbaarsch kunnen zijn om te wonen in het nieuwe Quartiere Ludovisi,
+tusschen de banale hooge-huizen-straten, die eerst de vroegere
+Ludovisi-tuinen geruïneerd hebben en daarna eenige speculeerende
+Romeinsche bankiers. Ik schaam mij ook, dat ik er woon, maar voel
+me eenigszins gedekt door twee Russische dames, die hier ook wonen
+en wier eenige levensdoel is: verborgen en overkalkte fresco's van
+Andrea del Sarto op te speuren. De eene is weemoedig mooi, en ziet er
+uit alsof dat levensdoel ook maar een pis-aller is. Dan ben ik blij,
+dat ik uitzie op een palmboom, een stuk balustrade--helaas, niet
+antiek--van het Casino della Aurora, en op dat Casino zelve. Toch is
+dit Casino een onwrikbaar verwijt, dat altijd voor mijn oogen staat,
+een verwijt aan mijne luiheid, want er is een plafond te bewonderen
+van Guercino:--de Dageraad, die het Casino zijn naam gaf. Maar
+die bewondering wordt alleen geduld vóor negen uur 's morgens, en
+te bewonderen vóor negen uur is mij altijd onmogelijk geweest! En
+nu kan ik zelfs niet verklaren, dat ik toch Guido Reni's veel meer
+beroemden Dageraad zag in het Palazzo Rospigliosi, want de prins is
+in Parijs en houdt dien Dageraad achter slot en grendel! Iets, dat
+mij zeer teleurstelt en mijne begrippen van logica verwart, want zoo
+ik de prins was, zoû ik juist mijn Dageraad publiek maken àls ik in
+Parijs was, om er, in Rome, ieder moment van mijn gril zelve van te
+kunnen genieten. Logischer vind ik dan den eigenaar van het Casino,
+die alleen zijn plafond laat zien, als hijzelve nog in bed ligt....
+
+Vlak bij mij, ook in deze leelijke buurt, is het brandnieuwe Palazzo
+Piombino. De prinsen van Piombino zijn, door successie, eigenaars
+geworden van Ludovisi--de vroegere mooie tuinen van Le Nôtre--en hebben
+die tuinen, die nu een ieder betreurt, verkocht als bouwgrond. Zij
+bouwden er zich ook hun nieuw paleis, waarvan een architect mij
+vertelde, dat de verhouding van glas en steen zoo goed was, maar dat
+ik toch heel leelijk vind, ten eerste: omdàt het geen kleur heeft,
+dan die zijner nieuwheid, en ten tweede: omdàt het nieuw is, want een
+paleis moet oud zijn, evenals adel, als het iets beduiden wil. Op de
+rez-de-chaussée van dit groote blok is in drie of vier kleine zalen
+met hideuze plafondschilderingen de beroemde collectie antieken
+Ludovisi-Buoncompagni samengeplakt. Arme collectie Ludovisi! Men
+behoeft u niet vroeger gezien te hebben, om u nu te beklagen, zooals
+ge op een zuinigje geherbergd zijt. Arme, arme Juno Ludovisi! Uwe
+majestueuze, olympische schoonheid, noch uwe wereldglorie heeft uw
+nieuwen meester ten minste zóo kunnen roeren, dat hij ten minste
+ú met verschuldigden eerbied behandelde en u uw eigen zaal gaf, en
+een achtergrond van donker fluweel, en een edel licht. Want ge leert
+wèl het communisme van onze dagen kennen, met zoovele marmers samen,
+en koud, vaal valt een brutaal schijnsel op uwe godinnemajesteit,
+tusschen die stijllooze nieuwe muren en die leelijke plafonds...
+
+
+
+Mij laat Rome denken aan eene harde, strenge, oude vrouw, met een
+strak gezicht vol rimpels, koude grijze oogen, energieke dunne
+lippen en groote, sterke handen; eene vrouw, die geleden heeft,
+maar wie men niet aanziet den weemoed van hare smart; eene vrouw, die
+steeds haar leed weêr heeft afgeschud met sterke zenuwen en onknakbare
+vitaliteit. Eene vrouw, die zoo is oud geworden, heel oud, en u leert:
+blijf niet neêrzitten en treuren, het verleden heeft afgedaan en het
+leven gaat altijd voort, tot in het oneindige; spiegel u aan mij en
+schep geen behagen in uwe melancholie: dat is ziekelijkheid. Ge behoeft
+niet te vergeten, maar heb geene emotie meer bij wat ge u herinnert;
+iedere volgende seconde brengt u de toekomst nader en ge behoort aan
+de toekomst, want al het andere, zie, is niets meer dan asch en stof
+en scherf en ruïne....
+
+En in hare harde levenskracht schijnt ze te vergeten, dat scherf
+en ruïne schoonheid kunnen zijn, en dat de ziel van die schoonheid
+toch blijft: de weemoed van hun verleden... Want die weemoed roert
+haar niet en tusschen hare ruïnes bouwde zij zich weêr op en wat er
+van hare ruïnes overbleef, gebruikte zij soms praktisch: hare tempels
+werden kerken, uit wat zij overhield aan antiek marmer trok zij nieuwe
+paleizen omhoog.... Tot op onzen modernen tijd toe is zij vitaal
+gebleven, en dit vitale heeft iets onsympathieks, iets hards, iets,
+dat afweert en geene innigheid verlangt en geene weekheid dulden kan,
+en strak blijft zien, met droge oogen. Iedere stad heeft hare eigene
+fyzionomie en zooals Florence haar glimlach heeft van bekendheid
+voor mij, hare sympathieke weêr-en-weêr-aantrekkelijkheid, alsof ze
+mij terugziet na eeuwen, alsof ik vroeger geademd in haar heb met een
+ander leven, zoo heeft Rome altijd en overal dat onhartelijk-krachtige,
+verwijtende mij mijne zwakheid....
+
+Het liefst heb ik haar dan ook, daar waar ze niet vitaal was, niet
+weêr bouwde op hare vroegere fondamenten, afbrokkelde in ruïnes,
+het liefst in het Forum en het Colosseum, den Palatijn en de Baden
+van Caracalla. Ook al staat er veel moderns omheen, het Forum, het
+Colosseum, en de Palatijn vormen een geheel van ruïnes, eene doodenstad
+op zichzelve en gemakkelijk is er het verleden op te trekken, in eene
+illuzie van zuilen en bogen, paleizen en tempels... Maar ook zonder
+illuzie hebben die ruïnes charme. Al heeft het Tabularium zijne
+elegante façade van bogen met beeldengalerij daarboven verloren en
+is het omhoog getrokken als de achterzijde van het Kapitool, de drie
+zuilen van den tempel van Vespazianus, de achtzuilige façade van
+dien van Saturnus staan als hooge poëzie in hunne verminktheid met
+vermorzelde kapiteelen en stukken kroonlijst, waarop de inscripties
+als afgescheurd schijnen, en de eereboog van Septimus Severus, over het
+antieke plaveisel van de Via Sacra heen, behield nog veel grandeur der
+Romeinsche keizer-eind'eeuwschheid over. En waar kan men dien grandeur
+beter nog overleven dan in de titanische ruïne van het Colosseum,
+dien cirkelbouw van bogen op bogen op bogen; of in de verbrokkelde
+paleizen van Caligula en Tiberius en Augustus, of in de reuzentermen
+van Caracalla, waar zich het emplacement nog uitlijnt en opboogt van
+een weelde, die al onze nieuwe luxe miniem en kinderachtig maakt?
+
+Nergens meer dan in die ongelooflijke termen verrijst de fantasmagorie
+eener sublime decadence in duidelijker ommetrek: de hallen van marmer
+en porfier, van zilvergegreind wit en wijnkleurig rood, de vloeren in
+elaboraat mozaïek, dat het lichaam der gladiatoren in elke beweging van
+zijn spierleven toont [2]; de kolossale zwembassins onder de blauwte
+van de open lucht; beelden overal en reuzencoupe's en men ziet er
+de baders, de decadenten, die, eens in de termen, den heelen dag
+er hangen, zeven malen zich baden met hoogst gecompliceerd gebruik
+van zalf en van geuren, geënerveerd dan en gebroken door de massage
+hunner slaven wat epicuristiek gaan cauzeeren met de filozofen,
+die in den bibliotheek boven lezen, of, lui, uit de loges zien
+naar de worstelaars in de palestra, of in het stadium de courses
+een oogenblik bijwonen als de keizer gekomen is; Caracalla, met den
+breeden zinnelijken type-kop: laag fronsvoorhoofd, diepe gluuroogen,
+kort kroeshaar, de neus snuivend, de mond dik sensueel, zooals men hem
+nu nog ziet in het Vaticaan en ziet in het Kapitool; of Heliogabalus,
+de zonnepriester van Emeze, die zóo vrouweschoon was, dat de soldaten,
+zoodra ze hem in den tempel zagen, verliefd riepen tot keizer, en
+vooruit zonden naar Rome zijne wonderbeeltenis....
+
+
+
+Misschien treffen ons, latelingen van deze eeuw, de ruïne's dezer
+baden zoozeer, omdat wij er in loopen, met een glimlach, die begrijpt
+het luxe-leven van die baders, en wij, medelijdend met onszelve,
+zeggen, dat onze decadence toch grandeur mist; omdat in onze wereld
+zulke termen niet meer te vinden zijn, omdat ónze eind'eeuwschheid,
+in die termen geanalyzeerd, slap wordt en zeurig, voor een goedkoopje
+en vervelend en mesquin....
+
+
+
+Het eenige antieke gebouw van Rome, geheel intact, is het sublime
+Pantheon--S. Maria Rotonda nu. De muren staan als onverdelgbaar,
+al zijn ook de kapiteelen en architraven als met hamers vernield,
+geheele stukken marmer er uit neêr gemokerd, tot het schijnt alsof
+gapende wonden aan dat bovenbeeldhouwwerk gevreten hebben en er nog
+reuzenlitteekens graven. Van binnen maakt de welving--de eenvoudige
+enkele welving, met het ronde oog, waardoor de hemel kijkt--op mij
+dien lichten schrik van schoonheid, die even adem beneemt en dien
+zelfs St. Pieters binnenkoepel mij niet geven kan. En de essence der
+schoonheid van die eenvoudige rondte is verder vooral deze gedachte,
+dat men den antieken tempel zuiver overhoudt, als men de katholieke
+altaren in de nissen rondom er uit wegdenkt...
+
+19 Januari is de sterfdag van Victor Emmanuel, wiens overschot
+daar rust in een sarcofaag, tusschen twee zuilen rechts van het
+hoogaltaar. Een lijkmis wordt dan in den morgen gehouden, maar een
+naïve vreemdeling, die meent, dat de koning en de koningin minstens
+bij deze gelegenheid ceremonieel in eene kerk verschijnen zouden,
+bedriegt zich en staat op nieuw voor het gecompliceerde raadsel, dat de
+verhouding vraagt tusschen Vaticaan en Quirinaal. Hunne Majesteiten,
+vertelde mij een officier, hadden slechts de generale repetitie
+bijgewoond, ik meen in het Palazzo Doria-Pamphili. Hierbij wil ik
+nog even voegen, dat de koningin zeer devoot is, gecanonizeerden
+en gebeatifieerden in hare familie telt, en, naar men zegt, iederen
+morgen incognito de vroegmis bijwoont in de kerk van hare paroisse
+bij het koninklijk paleis....
+
+Aanwezig bij dien lijkdienst waren toch Militaire en Civiele Huizen
+van beide Majesteiten, het corps diplomatique, en alle militaire en
+civiele autoriteiten. Een betrekkelijk kleine ruimte bleef over voor
+andere invités, voor het meerendeel de kolonie der vreemdelingen,
+met het onmisbaar rijkelijke Britsche contingent. Vreemd doet het
+ons, rigide Noordelingen, aan, hoe gul de Italianen met etiquette
+omspringen. Op de invitatiekaarten stond voorgeschreven: rouwkleeding
+voor dames en heeren beiden. Onze Minister-Rezident had daarenboven,
+bij het toezenden der invitatiekaarten, ons hierop in zijn brief attent
+gemaakt, zoodat, zoowel mijne dames als ik, er eenvoudig niet anders
+over dachten dan te gaan in het zwart. Maar jawel; al waren de heeren
+over het algemeen in rok en witte das, rissen dames vloeiden binnen
+in de meest kaleidoscopische kleurenmengelingen... Ik moet eerlijk
+zijn om te bekennen, dat zij niet allen Engelschen waren, maar ook
+Italiaansche vele. Het scheen, dat het onderschrift op de kaarten
+alleen een beleefd verzoek inhield, dat naar keuze kon ingewilligd
+worden of niet....
+
+Na de onplechtige, Pauselijke ceremonie, die wij in December in
+St. Pieter bijwoonden, trof mij zeer wat wij in het Pantheon zagen,
+vooral zágen. Want de muziek, door een krachtig luid choor gezongen
+van jongens-sopranen en bassen, was mij te veel als het ensemble of
+de finale van een opera en het Kyrie Eleison, dat telkens en telkens
+over het doffe bommen der trommen en den zilverslag der bazuinen
+uitgedaverd werd, scheen niet gezongen in toon met de smeekbeê der
+woorden. Maar misschien vereischte een lijkzang voor een vorst,
+zoo krachtig als Victor-Emmanuel, ook niet al te teêre klanken....
+
+Vooral heel schoon in zijne funèbre harmonie was de decoratie
+der kerk, donker gehouden, omdat het oog van boven--het eenige
+licht--gesloten was en het maar schemerde van de tallooze kaarsen
+der groote kandelabres, om de eere-katafalk, die, in het midden der
+kerkruimte, zeer hoog oprees. Dan, op alle hoogten, hier en daar de
+vlammende urnen; soms bluschten ze half uit, en daarna, door een
+tocht, flikkerden ze weêr op met groote tongen. Over den ingang,
+achter de katafalk, het hoogaltaar, waar de hofkapelaan officieerde;
+kurassiers, stil-stijf en harnas-blinkend, op de treden; er achter,
+in de koorzetels, de litanieën murmelende kanunniken, in de hand lange
+kaarsen, die hen half verlichtten in het schaduwduister en hunne witte
+bonten pelerines deden opvlakken als stukken blanke sneeuw.... Links
+dan, in een estrade, de zangers en het orchest en rechts het mauzoleum:
+de sarcofaag tusschen de twee zuilen, met twee kandelabres er voor,
+van den antieken vorm, en waaruit hooge vlammen opkronkelden....
+
+
+
+Ik herinner mij, den eersten keer, dat wij in het Pantheon kwamen--de
+eenvoudige, welvende ruimte toen--den veteraan met zijne medailles,
+die waakte bij het graf, en de twee soldaten, die er, in een boek,
+hunne namen schreven, met ernstige gezichten, vol van de aandoening
+dat graf te zien, en ernstig elkaâr vroegen, of ze ook den naam van
+hun dorp, hun paese, zouden zetten, en, langzaam, toen besloten van
+ja, en ik kan niet zeggen, waarom mij dit roerde: dat ze den naam
+van dat plaatsje met groote langzame letters schreven: misschien
+alleen om den simpelen eenvoud van dat feit en misschien wel om de
+onbeduidendheid ervan.
+
+
+
+Ik voel mij beschaamd, dat ik dit herinneringetje vermeld. Want Rome
+is de stad niet voor zulke kleine dingen en Rome is de stad van het
+ruime, het geweldige en ontzaglijke.... Een oogenblik herinner ik
+mij wel vreemd, dat het Forum toch zoo klein was, voor het compacte
+leven, dat er in de oudheid geleefd werd, tusschen de bazilieken
+en tempels, die er op elkaâr drongen... Maar die herinnering duurt
+niet lang, want dadelijk doemt op de Palatijn, een berg van nièt dan
+paleizen; het Colosseum, waarin zeeslagen gemimeerd werden; en ik
+zie de huizingen van den ouden adel: Doria en Colonna en Farnese;
+ik zie het oude Pauselijke paleis van het Lateraan in al de wijdte
+van wat nu muzeumzalen zijn, en eindelijk zie ik ook, als altijd,
+St. Pieter en het Vaticaan, de Pauselijke stad op zichzelve.... En
+al die lijnen strekken zich uit als met horizonten van architectuur
+en koepels als regenbogen, duizelingwekkend bij de gedachte aan wat
+menschen konden doen...
+
+Men zoû het Michelangelo niet aanzien, dat hij een der heroën was,
+die deze wereld van het kolossale schiepen. Zijne portretten en bustes
+in de Uffizie en de Casa Buonarotti te Florence geven hem niet als
+een titan, maar meer met het burgerlijke type van een misantropischen
+timmerman. Maar portretten en bustes bedriegen en voor Michelangelo
+is het woord der conventie altijd: titanisch geweest, en blijft
+dat woord ook de eerste spontane uiting, van wat ieder bij zijne
+scheppingen voelt....
+
+En toch... na die eerste overweldiging, rijst een twijfel op en een
+vraag. Wat is het gevoel, dat ons déconcerteert in de Sixtijnsche
+kapel? Is het waarlijk de openbaring van een onmacht? Maar zoo dit
+onmacht is, is het de onmacht van het genie, de onmacht van het
+te vergeefs willen naar het empyreum van het állerhoogste, naar
+dat supreme en alomvattende, dat voor de menigte in wolk versluierd
+blijft en dat de hoogste ziel dan toch gezien heeft in een vizioen van
+bovenaardschheid: een onmacht, die tragisch is en dieper roert dan de
+gladde perfectie van welk klein talent ook. Want in die onmacht is de
+moed, en moed is meer dan kracht, omdat moed ziel is en kracht feit:
+moed de gedachte en kracht het middel slechts tot de daad....
+
+Ik kan, wat de meeste der kunstbeschrijvers doen, in de Sixtijnsche
+kapel niet juist dàt zien: de eenheid, de volmaaktheid der
+eindconceptie van het geheel. In de Sixtijnsche kapel zie ik eerst:
+het Laatste Oordeel, de reusachtige altaarfresco: een gewriemel van
+alle even zwaar gespierde ledematen in een somber, door den adem van
+eeuwen geëmbrouilleerd koloriet. Heel boven meen ik in een machtige
+figuur, die mij bliksemend treft, God te zien of minstens Jezus, maar
+ik vergis mij: [3] het is maar de profeet Jonas... En nu eerst ziet
+de blik, die zakt, den Oppersten Rechter, in een geagiteerde houding,
+die ik niet begrijp...
+
+Nu zoek ik ook het plafond boven mij; spiegels worden gereikt en
+gelukkig, want eenigszins lang naar boven te zien met verwrongen
+nekspieren is ondoenlijk in het genieten van schoonheid...
+
+Waarom toch al die meest supreme kunst voor plafonds, waar wat
+arabesken voldoende zouden zijn?
+
+En ik zie geen geheel. Ik zie een mozaïek van fresco's in de
+lucht, die elkaâr vierkant opvolgen: het zijn grootere en kleinere
+middenstukken, ingesloten door een elaborate architectuur en sculptuur
+van geschilderde zuilstukken en engeltjes. Hoe Michelangelo die
+geschilderde architectuur en sculptuur concepieeren kon, is mij
+iets raadselachtigs. In die middenstukken zijn de tafereelen van
+de Schepping en den Zondvloed, en op de vierkante piedestallen der
+zuilstukken zitten, in houdingen, die elkaâr nieeren, telkens vier
+figuren, engelen of genieën.
+
+Dit is reeds veel, reeds duizelingwekkend van idee en elaboraat
+van opstelling, maar het is niet alles... Want wat de kleinere
+middenstukken kleiner zijn dan de grootere, zijn ze opgevuld met
+medaille-achtige medaillons.
+
+En vooral: waar het langwerpige plafond zich aan weêrszijden welft,
+zitten, onder de kleinere middenstukken, de machtige Profeten
+en Sibyllen; daartusschen, in ogivale bogen, figureeren de minder
+vooruitkomende Voorouders van den Heiland, met, op zij nog, kleinere
+bruinige figuren...
+
+Beken, dat het u duizelt. Beken, dat het te veel is, voor een plafond,
+te veel vooral, omdat de reusachtige Sibyllen en Profeten de figuren
+der ontzettende wereldhistoriën op een tweeden grond dringen en zelve
+toch niet schijnen te kunnen ademen, evenmin als de genieën schijnen
+te kunnen zitten op hunne nauwe stukken piedestal...
+
+Maar nu ook zie ik plotseling, duidelijker en duidelijker, dat alles
+op zichzelve, trots dit gemis aan atmosfeer, van een ongedroomde
+heroïsche schoonheid wordt, die bliksemend en weêr bliksemend treft....
+
+En dat het geen onmacht was van den schepper, want dat hij kòn,
+maar dat hij te veel schiep in eene te kleine ruimte, te veel leven
+riep op een te kleine oppervlakte: het plafond en den altaarmuur van
+een kapel...
+
+En een verlangen rijst op om ieder dier figuren alleen te zien,
+telkens afgezonderd van al de anderen....
+
+
+
+Ik herinner mij, in Florence, in de Academia delle Belle Arti, den
+Eterno Padre van Carlo Dolci. Toen ik dat stuk voor de eerste maal in
+het oog kreeg, naderde ik het met een glimlach, maar bleef er toch lang
+op staren. Een jong, week, weemoedig gelaat, met lange blonde haren,
+met oogen vol van een onuitsprekelijke melancholie, een gelaat als een
+bloem, smartdroomend ziende uit het licht van eigen goddelijkheid,
+de blauwe en roode draperie vastgehouden door een stralend juweel
+en de handen--de kleine, zwakke, mooie vrouwenhanden, die nooit een
+wereld konden scheppen--in een vaag gebaar bewogen... Neen, dat was
+geen Eterno Padre, dat was nauwlijks zijn Zoon, dat was zelfs geen
+Heilige, die naar martyre smachtte; dat was een mensch, een kind,
+een zwak kind, op den goddelijken troon verheven, en er niet voor
+geschapen, en niet wetende hoe en wat, en vol melancholie, over het
+lot, dat hem God maakte, Vader van het Heelal, Eterno Padre...
+
+En toch, dit juist was de innige charme van die schilderij, die
+absolute menschen boos maakt en die absolute menschen minachten. Het
+was de charme, de teeder melancholieke charme, van het zwakke, dat
+geroepen wordt tot den plicht van het allerhoogste, de charme, die ons,
+op aarde, roert in een kind, dat een kroon draagt... En zeg me nu niet:
+die Eterno Padre van Carlo Dolci is geen God: ik zie dat wel en ik
+weet dat wel. Maar ook zie ik, dat uit die bloem van blonde kleur en
+zachten glans, die Carlo zijn Eterno Padre noemde, geheel het karakter
+van den schilder trilt, ten minste zooals ik dat karakter zie...
+
+Want meer doen wij niet en wij bedriegen ons altijd...
+
+En dit verhoogt oneindig de charme van de absolute schoonheid eener
+schilderij: er den schilder in te zien, zooals ik Fra Angelico in
+zijne fresco's zie van San Marco en Carlo Dolci in zijn Eterno Padre
+en Michelangelo in den Zijnen...
+
+
+
+In den Zijnen... De immense macht, de kolossaalste kracht, die zich
+ooit de menschen droomden: de God, die schept. De God, die uit den
+chaos in zeeën van glans opzweeft en is en duisternis scheidt van
+licht, met éen gebaar van openspreidende armen, en uit kolken van
+warrelend licht de zon rondt en ze slingert waar ze nu eeuwig staan
+zal, en de maan dan slingert en dichter dan zweeft en oproept en
+verdeelt, alles slechts met éen gebaar: het water hier, het land daar,
+de planten en de dieren...
+
+De God, met den machtigen frons van scheppingsgedachte, die troont op
+zijn voorhoofd, met de oogen, die vèr zien door het opdoemende heelal,
+en die, terwijl zijn engelen zich dringen tegen hem aan en zich
+verschuilen in zijn opblazenden mantel en zich dekken de oogen voor
+het licht, dat geboren wordt--de machtige armen uitzwaait en met den
+vinger de zon haar punt wijst hier en de maan hare baan, daarginds...
+
+De God, dien daarna eene intimere, mysterieuze gedachte bezielt,
+een ondoorgrondelijke droom, en schept den mensch, Adam; zijn
+fronsvoorhoofd heeft zich vereffend; iets teederders verzacht zijn
+blik, en gedragen door zijne engelen, die hijzelve weêr in zijne
+armen draagt of ze schuilen laat in zijn welvenden mantel, strekt
+hij een arm uit en roept, met voorzichtigen wijsvinger, den mensch
+op, zijn speelding, dat hij liefheeft, en Adam _is_, half liggende
+nog, gemodeleerd in ledematen van mooiste, jonge kracht, de laatste
+wezenloosheid nog schemerende in zijne oogen en den arm, hij ook,
+strekkende naar den Schepper als om aan te roeren diens vinger met
+zijn vinger ook...
+
+De God, die daarna is neêrgedaald in het menschenparadijs, dat hij
+maakte en er niet meer zweeft, maar staat en, terwijl Adam slaapt,
+er Eva schept uit zijne zijde, Eva, die men er ziet rijzen uit
+hare geboorte met dat volschoone gebaar van opstaan uit het niet,
+dat gebaar van wording, de knieën nog even gebogen, de schuchterheid
+nog in haren oprichtenden rug, de handen gevouwen, als in eerbied of
+in dankbaarheid...
+
+
+
+Ik zie Michelangelo in die ontzettende creaties, ik zie hem ook in
+de Profeten en in de oude, subliem machtig denkende Sibyllen, met
+die sombere oogen, die vooruit zien in hare afwachting der langzaam
+ontsluierende toekomsten; maar ik zie Rafaël nooit als een omlijnd
+karakter uit zijne kunst oprijzen. Of liever, ik zie hem nu eens
+zoo, en dan weêr eens anders, met de wisselingen van eene lenige
+plooibaarheid, met de schitterreflets van eene ziel, die zich geeft
+zooals het op het oogenblik het beste is, zich schikkende naar de
+pauselijke opdrachten en toch zich niet geheel en al schikkende en
+eindelijk met eene glimlachende insinuatie kronkelend tusschen alles
+door en gevende wat hem goed dunkt....
+
+Uit zijne fresco's, maar vooral uit zijne titanensculptuur, komt het
+karakter van Michelangelo, die met Paus Julius II meer vocht--over
+de détails der Sixtijnsche kapel--dan dat hij de knie voor hem boog,
+als gespierd marmer zelve voor ons uit, maar Rafaël blijft altijd
+indécis en gecompliceerd beide....
+
+Zie hem te Milaan in zijne Sposalizio, te Florence in zijne madonna's
+en portretten, te Rome in zijne Stanza's of Loggia's, of arrazzi;
+in de Farnesina of in de Sibyllen van S. Maria della Pace of in de
+Transfiguratie van het Vaticaan; en het zijn karakterwisselingen
+en -schitteringen als van steeds andere facetten, in steeds andere
+lichten, en niet alleen te verklaren door de drie periodes, waarin
+men zijn schilderleven onderscheidt. Hoog sympathiek zijn al die
+wisselingen mij niet, want ik zie altijd in Rafaël iets van een
+genialen faiseur: een artist, die heel veel en gemakkelijk kan, en
+alles glimlachend doet en beminnelijk. Ik heb hooger achting voor
+Michelangelo, met zijn streven naar het onmogelijke en zijn vechten
+met het marmer; ik zie in geen enkel kunstenaar zóoveel menschelijks
+en heroïsch samen. Maar de Sposalizio is mij minder waard dan welke
+schilderij ook van Perugino, dan welk stukje kunst, die heilige kunst
+van Perugino--al was hij zelve ook niet zoo heel heilig--omdat imitatie
+van manier, hoe perfect ook, toch altijd secondair blijft. Hoog
+bekoren mij het magistrale portret van Julius II, in de Uffizie,
+en de glanzig kuische en goudschoone Madonna del Gran-Duca in het
+Palazzo Pitti, maar in de Madonna del Cardinello vind ik het Jezuskind
+bepaald dik-leelijk en den voet, die op den voet der moeder staat,
+niet minder dan wanstaltig, en de Madonna della Sedia houdt telkens
+en telkens iets prenterigs voor mij, tegelijk met iets ra-terre-'s....
+
+
+
+De goddelijke glorie van Rome zijn al hare antieke marmers: de
+weêrgalooze muzeums in het Vaticaan: Pio-Clementino, Chiaramonti en
+de Braccio Nuovo, waar allen zoo heerlijk ruim staan, alsof de eigen
+atmosfeer dier nu verminkte en ontheiligde goden nog om hen heen waait,
+en bij deze unieke verzamelingen sluiten zich de collecties aan van
+het Kapitool, van het Lateraan, van Borghese, van Ludovisi en van de
+Termen van Diocletianus....
+
+In Pio-Clementino het eerst de zaal van het Grieksche Kruis: de antieke
+mozaïeken op den vloer; de kolossale zacht gespikkelde en purperende
+porfieren sarcofagen van de moeder en dochter van Constantijn den
+Groote, en vooral de aanbiddelijke Afrodite, naar die van Knidos
+van Praxiteles, met hare oogen van innigheid, en haar glimlach van
+innigheid, met hare zacht goddelijke lieftalligheid, die dichter tot
+ons menschen nadert dan de hoogere majesteit der Venus van Milo. Al
+heeft men ook hare benedenvormen verborgen achter eene barbaarsche
+draperie van geslagen ijzer, dat wit is gemaakt, zij is nog schoon,
+zoo innig, lief mooi nog, dat men haar schijnt te mogen aanbidden van
+heel dichtbij, zonder profanatie van hare goddelijke essence, en bij
+die innige mooiheid schijnt de Mediceïsche Venus--in de Tribuna te
+Florence--geaffecteerd en pretentieus...
+
+En nu verder te gaan wordt louter genot voor de ziel, die zich vol
+gebeeldhouwde impressie's opstapelt.... In de Rotonda, in het midden,
+de porfieren reuzencoupe uit de termen van Diocletianus; ginds de
+Juno Barberini, maar zij roert me niet zeer; ze lijkt te veel op de
+jonge prinsessen van Wales.... Maar dan, naast haar, Antinoüs, zijne
+buste alleen, zijn kop van schoonheid en vol raadsel.... De nek jong
+krachtig en geserreerd; het gelaat beeldschoon Grieksch, de haren laag
+tot op het voorhoofd, in rechte krullen dan vallende achter.... En de
+oogen, de oogen vol weemoed, vol raadsel, vol vragen aan het leven:
+waarom die smart, omdat ik mooi ben; die oogen vol peinzens over het
+onoplosbare; die mijmerblik, waarin geheel de sfinx schijnt weg te
+schuilen; die straal van levend marmer!
+
+Naast hem, tevens aan de voeten van den goudbronzen Herkules, de
+kop van Adrianus, maar niet zoo treffend en te veel als opgemaakt,
+te netjes, en uit zijne oogen de antwoordblik niet op dien van mijn
+Antinoüs....
+
+Maar dan nog eens hij, wiens schoonheid zijne essence was, de essence
+van zijn leed en zijn geluk: Antinoüs, vergood, verheerlijkt door zijn
+keizer na zijn dood, als Bacchos, gekranst, den tursos in zijn hand....
+
+En op die menschelijkheid, tragedie van twee zielen, blikt neêr de
+Zeus Otricoli, als in een al begrijpend, olympisch medelijden....
+
+
+
+In de Galleria delle Statue treft mij het meest de verminkte Eros naar
+Praxiteles, zonder armen en zonder beenen, en daarom zoo pijnlijk, zoo
+armoedig, als eene gemartyrizeerde godheid, maar zijn kop is intact,
+het haar wat opgebonden in een strik op het hoofd van voren.... Eene
+onuitsprekelijke peinzing in de neêrkijkende oogen, waarin bijna iets
+trilt van wroeging, omdat hij de liefde is en het leed geeft aan de
+arme menschen; en dan tevens dat aanbiddelijk noodlottige van geheel
+zijn armelijk verminkt wezen, alsof hij stil fluistert: ik kan niet
+anders en ik moet zoo: vergeef me.... En zijne ziel, de zoete ziel
+van dat stuk marmer is zoo iets zoets, zoo iets diep-in levends, dat
+mijne oogen vochtig worden, als ik hare openbaring opmerk, en dat ik
+hem zoû willen troosten, en hem zeggen: het leed, dat je geeft: het
+is het geluk, en de arme menschen, ze willen het niet missen, nooit....
+
+
+
+Het is heerlijk daar te dwalen, en hoe langer men dwaalt,
+hoe levender de marmers worden, in hunne atmosfeer, tegen hunne
+purperende achtergronden, met hier en daar de prachtige baden van
+zwaar, rood-geaderd albast, en de zetels en coupes van rosso antico,
+en de marmeren bas-reliefs tegen de muur.
+
+
+
+In de vier kabinetten van het Belvedere, de Laöcoon, de Apollo, de
+Mercurius en de Perseus en Vuistvechters van Canova.... De Laöcoon
+heeft mij niet zoo machtig geroerd, misschien omdat ik in een beeld
+meer getroffen wil worden door eene psychische stemming, dan door eene
+te dramatische activiteit, die de bekoring van het stille marmer voor
+mij te veel tourmenteert.... Van den Apollo verwachtte ik ook geen
+ontroering, omdat de blik er op zoo geënerveerd is geworden door
+duizenden slechte copies, en toch de Apollo zelve is van eene hoog
+geïnspireerde uitdrukking, waarvan de apotheoze straalt uit zijne
+oogen; zijne vormen echter hebben iets schraals en gewild elegants....
+
+Canova is in zijne Vuistvechters van eene kracht, die verbaast als
+men hem zich herinnert in al zijne teederheid. De vormen der twee
+kolossale gladiatoren zijn van de grofste gespierdheid en blijven
+toch schoon, maar het is de schoonheid van twee prachtige beesten,
+zonder ziel.... Het is de massieve schoonheid van enkel forsche
+mannenkracht in het geweldigste van hunne viriliteit; de gezichten
+fronsend als woedende beestenkoppen, met woedend vlammende oogen en
+spalkende neusgaten, die snuiven... Onwrikbaar staan ze beiden geplant
+op hunne zware voeten, waarvan de groote teenen zich sterk uitdrukken
+tegen den grond aan; de een getast op zichzelven in de concentratie
+van alle zijne spiermassa's, waarvan zijn rug, zijne armen en beenen
+tot springens-uit-elkaâr schijnen op te zwellen. Hij staat in de
+massieve houding van die een sprong wil doen, de armen aan het lijf,
+de omzwachtelde handen met vingers aan elkaâr, reeds uitgestoken,
+als om beet te pakken zijn vijand, onder de armen...
+
+En de ander, geheel naar boven opgerekt, ook straf op de beenen,
+de sterke voeten gegroeid aan den grond van louter kracht, zwaait
+den eenen arm omhoog tot zijn mokerslag, die af zal weren, en de
+vierkante vingers van zijn andere vuist drukken zich in elkaâr van
+stierenwoede...
+
+En vreemd tusschen hen beiden, contrast, op den achtergrond, heft,
+etherischer strijder, de slanke Perseus een Meduzakop omhoog...
+
+
+
+Maar van het Belvedere is de Hermes de hoogste schoonheid. Vroeger
+werd hij een Antinoüs genoemd, maar al de Antinoüskoppen vertoonen
+de zelfde gelijkenis als fotografisch, en deze Hermes heeft het echte
+Hermessengelaat, zooals de ideale Hermes van Praxiteles het ook heeft:
+het smalle proëminente voorhoofd van fijn verstand, de eigenaardige
+oogen van intelligentie en intelligentie vooral de essence zijner
+schoonheid. En die schoonheid is zoo wonder, zoo louter, dat zij
+onuitsprekelijk wordt en de woorden gaan bezwijmen bij zijn aanblik
+en men slechts in stilte bewondert, omdat alle woorden vaal zouden
+klinken bij de zijne, als hij de schoone lippen openen ging en zeggen
+zoû zijne eigene woorden, van goddelijk vernuft...
+
+
+
+Langs den kolossalen Herkulestors door het Chiaramonti-muzeum, maar
+hoe schitterende marmers de lange galerij ook verzamelt, men is er
+een weinig moê na al het hoogschoone van zoo even.... Ik herinner
+mij er toch vele:
+
+Een Eros, die zijn boog spant, in eene losse houding van mikken; een
+Niobide, alleen romp, geen hoofd en geene voeten en toch vol vlucht
+in de loopende beenen, die gedrapeerd zijn, en zoovele interessante
+archaïsche stukken... Toch is het een rust er wat vlugger door te
+loopen, naar den Braccio Nuovo, en daar, tergend ver en toch treffend
+dadelijk, schittert de Apoxuomenos van Lusippos me toe. En ik moet
+altijd eerst naar hem, zonder links of rechts te zien... En toch,
+daar staan de keizerlijke Augustus, een typische Domitianus met
+een laagwreeden kop; de Dorufoor, de Canon van Polukleitos, copie
+natuurlijk, evenals zijne Amazone; en dan links een reeks athleten
+en rechts een troep van verschillende saters, die gieren van leven
+en vroolijkheid. Maar de Apoxuomenos lokt nader en nader....
+
+Het is een beeld, waaruit eene complexe moderniteit van idee
+schiet. Een athleet, maar fijn van leden, de beenen zelfs slank en
+de voeten heel lang en tenger; de rechterhand is uitgestoken en twee
+vingers er van houden een dobbelsteen, die zij juist willen laten
+vallen.... Maar machinaal gaat de andere hand door te schrappen met
+den schrapper de olie van zijn onderarm, den balsem, waarmeê hij zijne
+leden had gewreven, voor lenigheid. En in zijn beeldschoon gelaat van
+eene dwepende, modernere schoonheid--en het zelfde gelaat van Lusippos'
+rustenden Ares in Ludovisi--staren zijne mijmeringen uit, als denkt
+hij niet aan zijn schrappen, dat gaat van zelf in de machinale beweging
+van het steeds-zelve-doen; als denkt hij alleen aan wat hem zeggen zal
+de val van den dobbelsteen: zijne overwinning.... of zijn nederlaag....
+
+En hoog boeiend in de gewone realiteit van zijn eenvoudig doen, van
+zijn reinigenden uitgestoken arm met den sikkelvormigen schrapper,
+is hij; omdat zijne prachtige oogen blikken van eene geheel andere
+gedachte en uit zien naar zijne dadelijk nabij zijnde athletentoekomst,
+waaraan hij wil gelooven, zoodra de teerling valt.... [4].
+
+
+
+De marmers van Rome zijn talloos en wonderschoon. De pen, die hier
+schrijft, is een vlugge pen, de pen van een brief uit den vreemde,
+die even trekt eene impressie van herinnering; ze schrijft geene
+apodiktische, aestethische studie van sculptuur. En ze tikt aan,
+en tikt aan, vlug, en hare woorden vallen neêr en willen niets geven
+dan de reflets dier indrukken zelve. Ze weet niet, hoe ze ze allen
+zal melden, mijn marmers, die ik liefheb....
+
+Een der machtigste gebeeldhouwde impressie's, als gedrukt met een
+zegel op de ziel, geeft mij de stervende Gladiator van het Kapitool,
+de barbaar met het ruw-mooie gezicht en het steile haar, en met de
+stervens-emotie in de oogen.... De galerij aldaar van de keizerbuste's
+is vol verrassingen; Caracalla prachtig typisch; Caligula een heerlijk
+mooien, intelligenten bazalten kop, die alles verwart in het brein wat
+men van Caligula las; Heliogabalus, leelijk en geheel niet gevend de
+charme van den vrouweschoonen zonnepriester; en Nero, ook niet dàt,
+evenmin als in het Vaticaan waar hij gelauwerd staat.... Ik herinner
+me de charmante kinderkopjes van Nero in de Uffizie, vol van de
+alleraanvalligste jeugd!
+
+En ik wil nog eindigen hiermeê: zoo ge in Rome komt, ga naar de Termen
+van Diocletianus. Er zijn prachtige beelden, een rustende vuistvechter
+van brons, een koploos lichaam met gebogen knie van toch nog hoog
+harmonische schoonheid, maar er is een kopje....!
+
+Een slapend kopje van bijna goudgeel marmer, afgeslagen aan den hals,
+en liggende op een fluweelen kussen, voor een venster, waardoor
+het licht er dommelschaduwend op valt. De neus is wreed verminkt,
+als weggevreten door een kanker.... Maar de oogen, als onder een
+floers van doorschijnende oogleden, leven in de sluimering. De mond
+haalt adem. En niets is tot ademloosheid toe treffender--om niet
+wakker te maken--dan die indruk van innige sluimerschoonheid van dat
+aanbiddelijke amberkleurige vrouwekopje, met haar geschonden neus!
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+MICHELANGELO'S CUPOLA.
+
+
+Een langzaam opglooiende ronden steenen weg eerst, als eene kronkelende
+viale, die ingebouwd is door een reusachtige steenmassa. Dan een
+groote wenteltrap als een reuzenkurketrekker...
+
+En het dak van St. Pieter breidt zich uit, een dak als eene stad, want,
+als kerken, rijzen er overal koepels omhoog, waartusschen zich wegen
+verliezen, en, eene kathedraal zelve, verheft zich voor me de cupola...
+
+Eene hangende stad, hangende over de wereld beneden haar: Rome. Maar
+de stad is desolaat, het gehamer van werklieden weêrklinkt er...
+
+Trappen weêr, eerst buiten, de cupola langs, dan binnen hàar. Een
+deur opent zich, op eene galerij...
+
+En de immensiteit van den koepelafgrond gaapt aan mijne voeten. Boven
+mij welft het zich nog met de welvingen der reuzenmozaïeken. Maar
+aan mijne voeten, even onder de lijn van mijn oog, breidt zich de
+duizelingwekkende schijn-ellips uit van den koepel zelve, met de
+reuzenspreuk: Tu es Petrus et super hanc petram aedificabo ecclesiam
+meam et tibi dabo claves regni coelorum.
+
+En die schijn-ellips is subliem, omdat de rondte, die zij in
+waarheid is, gemaakt werd door menschen en ongelooflijk is, van eene
+onwaarschijnlijke realiteit.
+
+Heel beneden zwemt de middenruimte van de baziliek als een heilige
+afgrond, en een geruisch als van golvende zee, als van duizenden
+echo's, fel bewogen lucht, zoemt suizende op, uit die diepte, die
+toch beneden eene doodstille kerk is, waar slechts ver, in ééne kapel,
+wat wordt gepreveld...
+
+
+
+Weêr trappen en trappen altijd, vluchten van nauwer wordende steenen
+trappen... Maar rissen van lachende seminaristen, die boven zijn
+geweest, rennen er af; uit alle hoeken zwermen zij neêr, als mieren.
+
+Hunne stroom is voorbij. En nu weêr de trappen, die trappen tusschen
+den buitenkoepel en den binnenkoepel, al de trappen die naar de
+lanterna leiden... En eindelijk, uit de benauwdheid der nauwer en
+nauwer wordende blauwe houten trappen, in de lucht, in de ruimte,
+op de galerij om de lanterna...
+
+
+
+Ik zoû mij kunnen begrijpen, dat een seminarist--een van die, welke mij
+daar juist voorbijzwermden--zoo er eerzucht in hem was en genialiteit,
+op die galerij, eene zwellende emotie had gevoeld.
+
+Want Rome, de wereld, lag beneden hem, en hij troonde boven Rome,
+hij stond op een rand van Rome's heilige tiara, en alles was lager
+dan hij, alleen de hemel niet, de zon.... En het moest in hem opkomen,
+dunkt mij, dat alles te willen veroveren en dan te heerschen....
+
+
+
+Over de stad, die de Albaansche bergen en de Abruzzen insluiten,
+drijven de middagnevelen, en wemelt het middagwaas, dat de zon
+optrekt als met gordijn na gordijn... En aan den anderen kant deint
+zich onmetelijk de desolate campagna uit en daarachter schemert de
+verre zee...
+
+De tijd gaat voorbij, het is jammer hier van daan te moeten. Een
+zwellende blijdschap, dat de wereld zoo mooi, een zwellende trots,
+dat de mensch zoo titanisch kan zijn, om tòch Babel op te trekken,
+omhoog tot het einde van den dampkring, kluisteren hier....
+
+Twaalf uur. Ginds, van de ronde massa van Castel San Angelo, gaat
+een dikke, witte wolk geluidloos plotseling over den Tiber heen. Dan
+davert het schot, dat den middag meldt, en kaatst als tegen de bergen
+aan en kaatst dan weêr terug...
+
+En de klokken van Rome trilleren ver, klateren dichterbij, zingend
+hoogschel uit hun brons en metaal, en onder mij, zwellende op tot
+mij hun goudenen slag, daveren een voor een, in langzame majesteit,
+de twaalf donderslagen van St. Pieter zelve...
+
+
+ Jan. '94.
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+VIA APPIA.
+
+
+Eindeloos gaat de antieke weg, komt van Rome, dat reeds ver ligt
+en gaat tot in het eindelooze door, naar de Albaansche bergen,
+die ginds in den zonmiddag waasblauwen en zelfs witgloeien, in den
+zachten winterzonglans.... En uit de transparante lucht, boven de
+ver uitgespreide campagna, valt drukkende neêr de melancholie van
+die antieke eenzaamheid....
+
+Verder weg, links, loopen de oude, telkens verbroken aquaducten met
+bogen na bogen weg, en verliezen zich, tusschen de steeds smaller
+wordende perspectieflijnen van hunne boogsprongen, in het blauwige
+middagwaas der verschieten....
+
+Aan den weg de ruïnes der antieke sepulturen met de stukken marmer en
+de busten van wier asschen daar rustten.... En ze zijn allen verdwenen,
+al hebben ze eens geleefd in Romeinsche oudheid, al hebben ze eens
+hunne levens gehad, met al wat het leven geven kan....
+
+Drukkender, den adem benemend, en zittende als een spook op de borst,
+zinkt de melancholie zwaar neêr....
+
+Dichtbij, langzaam, zich nauwlijks bewegende, weidt een herder,--in
+schaapsvellen en langen mantel, langen stok in de hand,--zijne
+schapen en hij is van een warm bruin tegen het waas van den blauwen
+middag.... Bij eene oude, kleine pachthoeve,--een hooge steenen
+trap gaat naar boven--praaten een paar vrouwen, de eene op de trap,
+de andere op den weg melodramatisch gebarende naar boven, en schel
+vlakken de penseelvlakjes van hunne roode en gele rokken en witte
+doeken in het waas van het dommelende licht op....
+
+Rechts de eindelooze wijdte, ernstig, desolaat in de zon. Troepen van
+bersaglieri, dragende den zwaren ransel, die zij verschikken telkens,
+op den rug, en, in de hand, het geweer, komen aan, loopen los van
+elkaâr, om ergens te kampeeren. Romantisch wapperen hunne zwarte
+vederbossen, afhangende van den ronden hoed, die schuin staat....
+
+En eeuwig schijnt de weg te gaan, eeuwig in vreemde zonmelancholie....
+
+
+ Jan. '94.
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+BRIEF UIT NAPELS.
+
+
+ Napels, Febr. '94.
+
+
+Milaan, een groote stad als in het Noorden, toen ik ze zag voor het
+eerst, des avonds, in grijze mist, waardoor de lantarens schenen als
+Londensche lantarens, en met een cosmopolitische grandeur, die men
+ook in Stockholm vindt.... Genua, de haven, en aan den rand van de
+zee, langs de arcaden der oude paleizen, het bonte leven van allen,
+die aan de zee werken; maar vooral de paleizen, de nauwe straten van
+paleizen, en de nauwere kleine straten, donker hoog in den avond,
+met hier en daar een lichtje, als rooverholen.... Dan langs de zee,
+door een lange reeks tunnels, die telkens het licht onderscheppen;
+maar in het licht, iets van wat we het Zuiden denken: blauwe lucht en
+daartegen groote aloës met bladeren als blauwachtig metalen zwaarden,
+en gouden gespikkel van mandarijnen.... Spezia, de kleine haven; Pisa,
+de doode stad: tusschen de wijde straten en verlaten paleizen zweeft
+de schim van vroegere macht en rijk Italiaansch renaissance-leven,
+zweven de schimmen der Torelli's, en, als op eene grassige vlakte
+houden zich de wonderschoone Toskaansche dom en de scheeve Campanile
+en het Battisterio en het antieke Campo-Santo dicht bij elkaâr.
+
+En zoo naar Florence, zoo was mijn eerste route, nu juist, op den
+dag af een jaar geleden; en mijne tweede, nu, van Milaan naar Parma,
+het bekoorlijke kleine Parma, en als ik aan Parma denk, zie ik altijd
+den vroolijken cour van een Italiaansch hôtel; alle verdiepingen komen
+er met galerijen op uit en op eene galerij speelt een trio: de cour
+is vol Italiaansche officieren, die luidruchtig dineeren--manoeuvres
+zijn in den omtrek--en ze vullen den cour met hun los-flinke elegance
+van losse soldateske beweging, als van luchtige kracht... Als ik aan
+Parma denk, zie ik dien cour, die eene scène was als uit Carmen en
+ik zie ook Correggio's ideaal eetzaaltje der abdis van het Convent
+van St. Paul: de gekoepelde treille met open medaillons, waardoor
+de lucht schijnt te blauwen, en putti, die er uit neêrkijken en
+bevallige schilderingen van sluiers, waarin borden en ramskoppen,
+en op het mantelstuk van den schoorsteen de mooie, mondaine abdis
+Giovanna van Piacenza zelve, in het gewaad van Diana...
+
+Modena, altijd met mijn levendig klein Parma genoemd in één adem,
+maar dood, een stad van doode arcaden. En Bologna, de wijze stad van
+geleerden ernst, la docta, met hare twee scheeve torens, haren ouden
+San Petronio en haar modern straatgewoel, en dan Florence...
+
+Maar over Florence kan ik niet ter loops schrijven: er hangt te veel
+van mijn hart aan die stad: alleen, ze is nog altijd niet geheel
+het Zuiden der fantazie: de Arno kan gloeien in de zon, maar koud,
+hoog en somber duisteren de kleinere straten en strak en streng zijn
+de paleizen, Pitti Strozzi, Riccardi, als uit rotssteen gehouwen.
+
+Om Siena heen, het op en neêr kronkelende Siena, de fijne Italiaansche
+landschappen, met de dof zilverende olijven, die flauw-fijntjes
+schemeren tegen de niet al te blauwe, als opalen koepels; het
+landschap, zooals Perugino het heeft in zijne onuitsprekelijk schoone
+kruisiging van S. Maria Maddelena de' Pazzi, in Florence...
+
+Maar het eerst trof mij het Zuiden in Rome; nergens nog was de
+lucht geweest zoo transparant, maar ook zoo blauw, en moorsch bijna
+sneden er de witte en roomgele lijnen van gebouwen op af, en de
+Pincio wàs het Zuiden! En toch, Rome was maar nu en dan het Zuiden,
+maar Napels, dat is het! Het ideale Zuiden van de fantazie: de zee
+blauw als zee maar blauw kan zijn: de punt van Sorrento en Capri
+schemerig omlijnd--van louter licht--in de verte; de Vezuvius, de berg
+vol inwendig vuurgeheim, en steeds met zijn op- en opkronkelenden
+witten wolkpluim, die zich in eene langzame, grijze zweving verijlt
+naar Capri heen; Castellamare schitterend vierkant geplekt in het
+waas-blauw der verre bocht en het Castel dell' Ovo, vestingsterk en
+massief in het water, als eene realiteit zich scherp kantende in
+den droom der lichtwaastinten.... En, verder af, ziende van af de
+Chiaia, de palmen der Villa Nazionale, schelgroen tegen de blauwe
+zeekleur bladeren aanzettend; de marmeren beelden.... En verder weêr,
+de Villa del Popolo en de strada Santa Lucia en de strada Nuova, met
+die intense zuidkleur van het volk der Napolitaansche kaden, alsof
+hun leven er is als een weefsel van oud versleten brokaat van het
+Zuiden, waarin de schelle kleurvlakken van het rood en het blauw en
+het geel en het goud door stof en vuil verrot zijn tot schitterrafels
+met metaalreflets, die in het diffuze zonlicht telkens opflikkeren
+en gloeien in abjecte schoonheid....
+
+
+
+Dat leven van kleur als oud brokaat gaat door naar San Giovanni
+a Teduccio, Portici, Resina, Torre del Greco, alles aan elkaâr
+gebouwd en aangekleefd, alsof de lava, die er eens gevloeid heeft,
+en er versteend is aan de huizen, er het leven bij elkaâr plakt. De
+Vezuvius altijd links, met steeds duidelijker wordende kraterlijn en,
+kookende als stoom, steeds de dikke, witte wolken krullende uit zijn
+geheimenis.... Links de zee, met de punt van Sorrento, een landschap
+uit een droom in opalen waas-tint, waarin oneigenlijk enkele bootjes
+de zeilen doopen; en die zee, nu en dan maar zichtbaar, over een
+muur, of door de open poort van een villa en haar tuinperspectief
+heen.... Dan de weg naar Torre Annunziata, keiachtig en stoffig;
+bossen van op elkaâr bladerende cactussen tieren aan de muren.... Het
+rijtuigje hotst vliegende door en langs dat alles heen, eerst als door
+een weefsel van reëele, tastbare kleurschoonheid, en dan als door
+eene fantasmagorie van onbestaanbare tinten. Want er is in geheel
+de atmosfeer om Napels iets dat aan onbestaanbaarheid doet denken,
+of er een aroom uit rijst der Duizend-en-Een-Nachten....
+
+
+
+En door dien morgendroom bereikt men Pompeï. Tusschen twee kleine
+hôtels gaat de weg naar de ruïnes; overal gidsen, gegalonneerde
+jongens van Cook; muzikanten, die op cithers dwepen; bedelaars als
+oude gentlemen in onmogelijk gelapte jassen; kinderen, de billen uit
+den broek, of alleen in een hemd, die een stukje steen oprapen en je
+naloopen met: antiche, antiche....: een aplomb, waar je altijd weêr
+om lachen moet....
+
+Na den ingresso gaat de weg als door een desolate villa heen. Dan
+het eerst de Porta Marina en de doode stad ligt zichtbaar....
+
+Ze is als een graf van het verleden, als een reusachtige, leêge
+sarcofaag, waarvan de steen is weggenomen. Een reusachtige zeis schijnt
+er al wat boven was te hebben weggemaaid... Rondom haar heen wazen de
+bergen in den zonneschijn, en alles is stil, zonder adem en zonder
+geluid, en geen vogel vliegt er; alleen de hagedissen, de kleine
+zonaanbidders, schieten als groene flikkeringen over de muren heen.
+
+Langs de nauwe straten over het antieke, ongelijke plaveisel, waarin
+eens de wielen van karren diepe groeven hebben ingesleten.... Om
+over te steken, groote ronde steenen, twee of drie in de breedte der
+straat. Een enkele fontein met nog een marmeren kop, waaruit het water
+spoot, en in den rand van het bassin de holte, die de handen sleten,
+als ze het water schepten, om het te brengen naar den mond....
+
+Langs de straten de kleine winkels, of de grootere huizen, in
+hunne elegance van vierkante lijnen, alsof het leven dier menschen,
+trots al hunne geraffineerdheid en débauche, eene nog al strenge
+harmonie behouden had, eene helleensche herinnering, klassieke
+regelmaat. Nergens molligheid van ronde lijnen, zooals ons leven
+nu wil, waar alles arabesk wordt; maar integendeel alles vierkant
+en regelmatig en eenvoudig plan van rechte lijnen als primitieve
+meetkunde. Maar toch alles fijn, alles elegant, de huizen niet alleen
+en niet alleen de tempels, maar ook de baziliek met den tribunaal
+met den troon, waar de rechter zat; onder hem in het gewelf, de
+gevangenen; ook de beurs; en ook de slachtplaats, en deze laatste,
+zoo elegant en met zulke artistieke muurschilderingen, dat men ze
+eerst een Pantheon noemde; in de winkeltjes de cellen van priesters
+zag; in de toonbank, met de goot, waar het bloed liep, hun triclynium,
+waar zij op steenen banken zouden hebben aangelegen, met, onder,--die
+goot--, hun vomitorium...
+
+
+
+Ik had nog meer willen schrijven van Pompeï, maar mijn brief is twee
+dagen blijven liggen en de dagen gaan voort en gaan voort en zoo snel,
+met hunne lachende snelheid, zoo snel en zoo lachend alsof ze niet de
+zware, lange dagen zijn van het Noorden, maar niet meer tellen dan
+uren en zoo lachend, alsof ze de Horen zijn, met kapellenvleugels,
+en lachende wegsterven in den zonneschijn van de goddelijke stad van
+het Zuiden....
+
+Want Napels is vuil--zooals onze Amerikaansche kennissen zeggen,--maar
+het is een vuilheid van een verblindende pracht en eene vuilheid, die
+niet schijnt te bezoedelen, alsof de zon en de zee alles ontsmetten
+met zuurstof en met licht.... En Napels is de bruyantste stad van de
+wereld, zooals mijn Baedeker vertelt, maar vreemd hoe al dat leven
+niets enerveert, en hoe er eene lachende kalmte en sereniteit schijnt
+boven te hangen in de zonlucht. Het schijnt er in te zingen en te
+zwijmelen in die lucht, als van een dronken faunen-vroolijkheid;
+mijne ramen zijn open, een rammel-symfonie van trammen en rijtuigen,
+schreeuwende kooplui, klakkende zweepen, pijpende soldatenmuziek,
+wat meer nog? galmt naar binnen in een vloed van zonlicht; de Villa
+Nazionale, waardoor de zee blauwschemert, schijnt onder hare boomen
+te ruischen van rijk leven; en toch, een serene bekoring drijft uit
+dat alles op, en schijnt te schenken het elixer zelve van het geluk.
+
+Wat maakt de drukte van Parijs, van Londen, van Amsterdam, zoo
+enerveerend, en waarom is Napels' drukte niets dan harmonie? Ik
+geloof, omdat de drukte in Parijs, Londen en Amsterdam machinaal is;
+met strakke gezichten gebaart de doende menigte zich, als bewogen door
+methodes, die misschien in groepen zouden te verdeelen zijn.... Wanneer
+men zich in een dier groepen voegen kan, doet men meê, en voelt zich
+bewogen door de juiste veeren, die noodig zijn. Maar kan men zich
+niet in een dier groepen voegen, dan druist men tegen allen in en
+voelt zich verloren, en verlangt, ontzenuwd, naar eenzaamheid... Hier
+schijnen die groepen niet te zijn. Ieder blijft individu, ieder doet
+wat hij doen moet, hij alleen, en zonder methode. Eene spontaneïteit
+bezielt de drukte. Alles krioelt door elkaâr: een bonte mierenhoop,
+in glanzend lachende naïveteit...
+
+En dan die lucht, de vreemde sereniteit van die lucht daarboven, die
+stillende atmosfeer, die van af de zee schijnt aan te drijven. Ook
+in Rome is dat zoo anders. De lucht is er droog, ijl; men voelt zich
+steeds voortgejaagd, voortgezweept; men heeft veel te doen, veel te
+zien, touristenplichten zonder eind. Men ziet zijne kennissen niet
+meer, al woont men in het zelfde huis. Ieder vliegt een andere kant
+uit, met dolle oogen, en ziet men elkaâr terug, dan dweept men, dat
+Rome zoo mooi is, en dat men het water van de Trevi wil drinken, om te
+moèten terugkomen, in Rome... Hier, niet die opgeschroefdheid. Alles is
+natuurlijk, vroolijk. Heeft men ooit in eene stad, behalve in Napels,
+fiacres gezien, die met elkaâr om het hardst reden? Vincenzo onze
+koetsier, vliegt en hotst er van door met zijn kleine paardje, dat
+lava in zijn aderen schijnt te hebben, en zoo vliegen ze allemaal,
+de paardjes, klein maar sterk en vlug en hinnikend. Hinnikende
+fiacrepaarden! En ze cambreeren zich in hun flikkerende tuigen
+vol glimmende spijkers en metaalbeslag en ze willen elkaâr niets
+toegeven. Baedeker beweert, dat de Napolitaansche koetsiers bekend
+zijn om hunne insolentie. Het is mogelijk, maar Vincenzo is een
+ideaal. Hij vindt het alleen prettig je nu en dan een lira meer te
+vragen dan het tarief, want het zit hem in het bloed je liever wat
+af te zetten, dan op een fooi van je te rekenen. Maar dat is ook zijn
+eenige ondeugd. En hij is geboren voor koetsier van goeden huize, al
+is zijn jas ook gescheurd aan alle kanten. Als we ons hôtel uitgaan
+en niet willen rijden en willen wandelen en al de anderen ons wenken
+en met de zweep klappen en vole? vole? roepen, alsof ze de grootste
+verleiding voor ons in petto hebben, blijft Vincenzo, die zich tot
+onzen lijfkoetsier heeft gepromoveerd, statig zitten, en groet ons met
+een glimlach van kalme zelfbewustheid. Maar zit hij niet op zijn bok
+en loopt hij zijn karretje met een plumeau af te stoffen, dan komt
+hij, met dien zelfden glimlach naar ons toe en vraagt: Morgen weêr
+eens naar Pompeï? Of naar Baïa? Of naar de Camaldulen? Van daar zie
+je de heele wereld, de heele wereld in zonneschijn!
+
+
+
+Alleen als we naar het Muzeum rijden, is Vincenzo een beetje
+ongelukkig. Maar het kan niet anders: we moeten nu dan wel eens naar
+het Muzeum, Vincenzo!
+
+Ik weet niet, waarom beeldhouwwerken en bronzen mij altijd een sneller
+schrik van schoonheid geven dan schilderijen. Er straalt altijd uit
+hen een flits, die mij in eens doordringt, zoodat ik in eens het
+geheele beeld zie, en schilderijen moet ik langzamerhand veroveren...
+
+Wij gaan door de portiek der keizers naar de bronzen. De keizers
+kennen wij van Rome, van het Kapitool en van het Vaticaan, en wij
+willen nu naar de bronzen. Toch zie ik, dat hier een Nero is, met een
+lauwerkrans, die weêr anders is dan in Rome en een Heliogabalus, die
+allervreemdst is. Een plat achterhoofd; het haar sluik en wat vallende
+over het gezicht met een vlok hier en daar... Koele, uitpuilende
+oogen, een slechte ommelijn van wangen, en de bovenlip hangende over
+de onder-... In het geheel iets van een jongen, perversen misdadiger...
+
+De bronzen vullen vier zalen. In de eerste het prachtige bronzen paard
+van Herculanum, uit een vierspan over. Nog een prachtige paardenkop,
+van een paard, dat vroeger bij den tempel van Neptunus stond,--nu San
+Gennaro--en dat de aartsbisschop, op den kop na, versmelten deed tot
+een klok, om het heidensche te christianizeeren. Eene Dianabuste,
+uit Pompeï, met een holte van achteren, waardoor de priesters aan
+het beeld een orakel inbliezen...
+
+In de tweede zaal vooral vier kleine beeldjes, naast elkaâr: de
+dansende Faun in Pompeï gevonden, vol rythme in de beweging zijner
+levendige armen en beenen; een Silenus, die iets gedragen heeft, op een
+support, dat een slang rondt, en, zwaar dik, omkranst, zwoegt hij nog
+onder zijn last, die men niet meer ziet; een sater met een wijnzak,
+en een Narcissus of liever Bacchus, in een luisterende houding, met
+vooruitgestoken wijsvinger... Het zijn vier kleine meesterstukken,
+die daar naast elkaâr staan, en als men, geheel gecharmeerd, den een
+na den ander beschouwt, is men verwonderd over dat tintelende antieke
+leven in klein brons, over die vier kleine bronzen oden, van een zoo
+zuivere en gecizeleerde kunst, als verzen van Horatius. Die kleine
+volmaaktheden van de oudheid, die men onder zijn arm stilletjes
+zoû willen wegnemen, ze geven ons, modernen, een wanhoop, omdat ze
+zoo iets zuivers en levends zijn: eene kleine, vroolijke gedachte,
+stralende door een vorm van louter zuiverheid.
+
+Maar de derde zaal bevat het schoonste brons: in het midden de dronken
+Faun, met zijn dol vroolijk, zalig genietend gezicht, zich wentelend op
+zijn leêgen wijnzak; aan zijne zijden, links en rechts, twee andere
+beelden, worstelaars, in houdingen van elkaâr-willen-aanvallen;
+slank zijn ze, jongens nog, met heele fijne voeten en fijne handen;
+ze zullen zeker bliksemsvlug zijn en niet zoo heel sterk. Dan een
+sater, die juist wakker wordt en zich opricht, en zijn geheele lichaam
+rekt zich als in eene vroolijke lijnenmelodie van natuurlijkheid en
+humoristischen dageraad; en dan een rustende Hermes. Even is hij gaan
+zitten; hij schijnt dadelijk weêr te willen opstaan. Zijne vleugels
+zijn hem met riemen gebonden aan de enkels. Fijn luchtig is zijne jonge
+gestalte; de zon, die helder binnenvalt, veegt lange schamplichten
+aan de rondingen zijner efebe-ledematen, en laat hem verder in een
+donkere tint van moorenzwart. Zijn gelaat heeft iets ineengedrongen
+hindoesch; zijne ooren staan een beetje ver van het gezicht af.
+
+Hij is misschien niet zóo intelligent als de marmeren Hermessen
+met hun Praxiteles-type, maar hij moet vlug zijn, als de wind, als
+hij niet meer rust en zich zal verheffen op den vogelslag van zijne
+lichte enkelvleugeltjes...
+
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+PESTO.
+
+
+
+ Cava dei Tirreni, Febr. '94.
+
+
+De Appenijnen als rotsgebergten, die in den wazenden zonneschijn
+licht transparant worden: hier en daar een tintelwitte sneeuwkop;
+beneden groen grassige vlakten en her en der de tintelwitte vlakken
+ook van geiten en de zwarte kroeskoppen van wilde buffels...
+
+Over het landschap drijft een niet zichtbare schim, schijnbaar opgelost
+in den luchtglans: de booze geest, de malaria; maar aan den spoorweg
+links en rechts balsemen lange reeksen eucalyptussen met volheid van
+geur de lucht en sterk, suikerzoet, trillert naar boven de walm van
+duizenden narcissen.....
+
+
+
+Door de Sirenenpoort gaat een weg naar Poseidonia, het oude Paestum,
+de stad van den zeegod, en, in eens, bij het einde van dien weg,
+verrijzen de tempels, of ze in Hellas zelve zijn...
+
+In de majesteit van zijn Dorischen eenvoud zuilt de tempel van den
+zeegod op, met zijne zuilen, die zijn als gouden lijnen. Sterk,
+breed gaan zij op van den grond en, hooger, versmelten ze zich, als
+zijn ze volle tonen, die, eerst gezwollen, teerder worden van klank
+naar de lucht toe.
+
+Om hen heen drijft de stilte, en tusschen hen door, telkens afgesneden
+en als een smalle streep azuur teekent zich ver de zee recht.....
+
+En ze is zoo smal en zoo azuur als Alma Tadema haar geeft boven of
+tusschen zijn marmer....
+
+In de zon warmt zich de gouden tempel. Want de zon veegt over den
+sponssteen der schachten lange vegen licht, die hel vergulden, en
+brons zijn dan de andere schaduwende rondingen.
+
+Sterk stoven in de zon, die al schijnt te zomeren, de volle witte
+madelieven, de gespikkelde distels, en vooral sterk de glanzend
+groene akanthen, die als met fijne scharen zijn uitgeknipt. En, levend
+smaragd, schieten de hagedissen met schichtige juweelen oogjes over
+de zuilen en verdwijnen in haar sponsigheid...
+
+Alles is stil. Alleen een kind kijkt naar ons, een meisje; ze is
+stil blijven staan: donkerbruin met groote ronde zwarte kralen van
+oogen. Recht hangen de plooien van haar rokje, warm vuilblauw, en
+met beide handen steunt zij recht op haar hoofd, een lange kruik met
+twee ooren.
+
+
+
+Opener, ijler, meer ruïne heft links de Baziliek grijzere
+zuilen omhoog. En verderop, rechts, grijzer ook, de tempel van
+Vesta. Binnen-in bloeit een geheele blankheid van madelieven, als
+het laatste, iets wit, dat de verdwenen godin achterliet...
+
+En in deze stilte van zuilende tempels in blauwe lucht, met de
+smal-blauwe streep van zee tusschen de gouden en grauwe lijnen door,
+heb ik mijne vrome gedachte gewijd aan Vosmaer en "Amazone"...
+
+
+
+
+
+
+IX.
+
+BRIEF UIT CORFU.
+
+
+ Febr. '94
+
+
+Van Napels door de dorre, woestijnachtige Basilicata, die is
+als een landschap van het H. Land of als een streek uit Syrië,
+golvend, verbrand door de zon, als verdord onder een vloek van uit
+den hemel..... Brindisi, een havenstad van verveling, op den Zondag;
+een paar groote mails alleen komen aan van Alexandrië en van Calcutta,
+maar geene woelige drukte is bij hunne aankomst; alleen, saaiweg,
+worden tonnen ingeladen met een hefboom, als een ijzeren arm die
+aanneemt, oplicht en neêrlaat en aanneemt, oplicht en neêrlaat,
+den heelen dag door....
+
+En alleen voor het Hôtel International, waar de op den nacht--om te
+gaan aan boord--wachtende gasten zich vervelen over altijd de zelfde
+illustraties--als hunne brieven geschreven zijn, en gapen en zien op
+hunne klokken en dan weêr gapen--alleen voor het hôtel--als iets van
+Egypte, daar ver weg, goochelt een Egyptenaar en zwaait met een half
+doode slang en lokt eene menigte, die grinnikend naar hem kijkt.
+
+En over den weg heen slingeren schillen van vruchten, die ik niet
+ken, purperen schillen met stekels, maar ze laten me denken aan onze
+ramboetans uit Indië....
+
+
+
+Des nachts aan boord van den Principe Oddone en de nacht aan de leêge
+boot, door de stilte van de nachtzee en de nachtlucht, waardoor de
+machine haar langen, langen draad van beweging stikt. En des morgens
+de bekoring van Albanië; de, even boven, besneeuwde rotsbergen in
+het droomlicht van den morgen, dan de kleinere Othonische eilanden,
+Samothrake en het eiland van Calypso, en eindelijk de Grieksche stad
+Corfu, fabelachtig gelegen en, links, de Oude Forteres, oprijzende
+als een begroeid, rond oorlogskasteel....
+
+En de woorden, om nu te zeggen de bekoring van het liggen van die
+stad en hare ligging al zoo afzonderlijk te teekenen van andere
+stedeliggingen aan zeeën, zijn zoo moeilijk te vinden, omdat het maar
+is de bocht van bosschige of van heuvelige lijn en het vierkante rijzen
+van witte huizen, en de uitstekende spits van een kerkje, juist zoo
+en niet anders en dat alles met de nuances van liggingsarabesken,
+die misschien nauwlijks zijn te geven met waterverf en geheel niet
+in de abstracte teederheden der woorden, die meer geven de zielen
+der dingen, dan hunne lijnen en hunne tinten.
+
+
+
+De stad, levendig--mannen in Albaneesch kostuum, zwarte pope's met
+iets Assyrisch' in hunne los fladderende soutane's, in hunne zwarte
+baarden, in hunne hooge vierkante kalotten--is Grieksch, en niet alleen
+om de letters der opschriften, die de ongewone oogen spellen, maar
+Grieksch om alles; zooals de mannen loopen en gebaren en kijken met
+hunne schuine oogen naar de vreemdelingen en zooals de huizen staan,
+misschien. Geheel anders dan alles van Italië en het heeft zeker de
+bekoring niet alleen van het nieuwe, maar vooral van het Grieksche,
+alleen omdat het Grieksch is en toch in dit alles is een gemis, dat
+bijna een heimwee geeft naar Italië, het eenige en aanbiddelijke....
+
+
+
+En een eerste indruk, om te aanbidden het Nieuw-Grieksche in zijn
+dadelijke dagelijkschheid, krijgt een vreemdeling niet, zelfs niet
+een vreemdeling, die zich geschikt heeft, en gaarne, naar de kleinere
+Italiaansche hôtels. Want groote hôtels zijn altijd slecht, zonder
+comfort, zonder bediening en met oneetbaar banale tafels. Maar wat te
+zeggen van een begindag, dat men zijn door Baedeker gestarde hôtel
+verlaat, omdat de met goud te betalen prijzen omgekeerd evenredig
+zijn aan zelfs een matig geëischt comfort, in een kleiner pension
+aanlandt, waaruit men een half uur later, zich borstelende en
+naziende al zijn bagage, vlucht, om eindelijk te moeten stranden
+in hèt groote hôtel--de eenige woning die nog te kiezen is. En als
+dan nog hèt groote hôtel--met prijzen van dubbel goud--en als men
+iets terug krijgt, krijgt men van zijn goud niet aan te raken,
+vuile papieren drachmen terug,--die van 10 eenvoudig in tweeën
+gescheurd voor twee van 5--als dat hôtel, St. Georges, niet is warm
+te stoken op een kouden regenachtigen na-dag, zoû het heimwee naar
+Italië grooter en grooter worden, zoo, een vizioen gelijk, door de
+lezing van Hamerlings Aspasia heen, de Akropolis, ginds bij Athene,
+niet schemerde, als eene heilige belofte....
+
+
+
+Ik zit hier voor een week gevangen. Gelukkig gaan de dagen voorbij;
+maar hoe? Het is jammer van je jonge jaren, die nooit terugkeeren, zoo
+een week. Corfu ademt, tegelijk met nog nergens geroken walgelijke
+rotte-visch en rioolluchten, aan hare mooie haven, een suprème
+verveling uit. Het is de season, zelfs carnaval; de twee hôtels--beiden
+infect--zijn stampvol. De menschen gapen, wandelen 's ochtends,
+'s middags en 's avonds insipide-weg over de Spianata op en neêr:
+de esplanade, een dorre vierkante uitgestrektheid tusschen de stad en
+de Oude Forteres. Ook wandelen er kudden kalkoenen, geherderd door een
+kortgerokten Albanees. De herders zien er gluiperig uit als roovers. De
+priesters met hun Assyrisch type--de ouderen hebben meer iets van
+Chineesche bonzes--lamlendig, in hunne slap golvende soutane's. De
+soldaten onhandig; ze schijnen niet op hunne voeten te kunnen staan,
+en hunne geweren schijnen hun te glippen tusschen de vingers. De
+officieren, slordig in hun slecht zittende uniformen. Mannen uit
+het volk, soldaten ook, houden een snoer van kralen in de hand,
+alleen om wat te hebben om aan te friemelen. De vreemdelingen gapen
+en pavaneeren dom weg. Het geheel is iets grenzeloos vervelends.
+
+De gemeenschap, zoowel met Italië als met verder Griekenland, is
+langzaam en luttel. Met brieven, via Brindisi, wordt men begunstigd
+tweemaal in de week. Ik kijk smachtende uit naar Maandag-namiddag; dan
+gaat mijn boot naar Patras. Maar ik vrees ook voor groote desilluzie
+in Athene. Ik voel me hier te slap van verveling om reeds Olympia
+te bestudeeren. Ik voel me ridicuul, dat ik hier Aspasia nog eens
+overlees. In Florence en in de kleinere Italiaansche steden ademt men
+nog een aroom van de renaissance; in Rome een aroom van antieken tijd,
+maar hier in Corfu is niets Helleensch. Toch ligt er dichtbij de stad,
+bij de Canone--vroeger eene batterij, nu een uitzicht--een eilandje
+met een wit kerkje tusschen cypressen: Ponti Konisi, Muizeneiland,
+en de legende wijst het aan als het schip van Ulyssus, versteend
+door den toorn van den zeegod. En de legende wijst ook de plek, aan
+het meer van Kalikiopoulo, waar Nausicaa den Homerischen zwerveling
+vond..... Arme legende!
+
+De verveling is hier niet door te komen. Te wandelen is er niet;
+men kan alleen een paar toeren maken. De natuur, meer het eiland
+in, is vooral treffend om de olijven. De olijven zijn prachtig en
+geheel anders dan de Italiaansche. De Italiaansche olijven zijn
+teeder, tenger vrouwelijk en zilver etherisch. Hier zijn ze forsch
+en mannelijk, eeuwenoude boomen, met dikke, twee- en drievoudige,
+sponsachtig gespleten stammen: het loover is zwaar en groengrijs,
+vol donkere metaalglansingen in de zon. Valleien van olijven glooien
+op en af; de forsche olijven zijn de heerschers van het eiland. Door
+olijven-valleien klimt de weg naar Gasturri, waar de villa Achilleion
+van Keizerin Elizabeth van Oostenrijk op een hoog standpunt rijst en
+uitkijkt over het eiland heen.....
+
+
+
+Ik raad hierbij iedereen, die mij leest en gelooven wil, een bezoek
+aan Corfu af. Ik betaal hier, in goud, een pensionprijs, die in
+Zwitserland en Italië alleen prinsen en Amerikanen betalen en ik voel
+me, op het oogenblik, dat ik dit schrijf, flauw van den honger. Dit
+hôtel, St. Georges, is het eerste en vereerd geworden door het bezoek
+van den Oostenrijkschen Keizer; de groote yachtsmen uit Engeland
+logeeren hier. Het wemelt er van prinsen en markiezen. Ik ben ijdel
+genoeg om te denken, dat hunne magen eenigszins gelijk zijn aan de
+mijne en trek dus de conclusie, dat ook zij op dit oogenblik flauw
+van den honger moeten zijn.
+
+Nog eens dus: wie naar mij hooren wil, komt niet hierheen. Het is
+hier een dure armoede en een onoverkomelijke verveling. Ik slaap half,
+en links en rechts hoor ik mijne beide buren snurken. Men reist toch
+niet om zijne correspondentie bij te houden. En de unieke olijven
+bewonderen, kan men toch niet doen met een sufheid en een geeuwhonger,
+waaronder ik op dit oogenblik lijd.
+
+
+
+Zeer lief ligt de villa Mon Repos, een zomerverblijf der koninklijke
+familie. De tuin is niet zeer onderhouden, maar dit schaadt niet
+aan de schoonheid ervan, aan de mooie, fijne eucalyptussen met hunne
+zilveren stammen en bossen loover als smalle linten; aan de welige
+mispelboomen, de oleanders en magnolia's, vooral niet aan de wilde
+anemonen, die er als violet onkruid bloeien. De villa is een klein,
+gezellig huis, dat nu juist in orde wordt gebracht voor het koninklijk
+bezoek, in April. Van af de balkons heeft men een verrukkelijk gezicht
+op Corfu, de Oude Forteres en de kust van Epirus. Het zal daar zijn,
+in dat kleine huis, in dien gezelligen tuin, een vrij familieleven
+zonder etiquette. In de zee, vlak bij, baadt men. Op een spiegelkast
+in de kleedkamer van den koning trof mij een geheele reeks namen,
+met een diamant geschreven, van zijne kinderen en familie. Als de
+koning met zijne familie hierheen komt, blijft echter de hertog van
+Sparta in Athene.
+
+
+
+Maar Mon Repos ligt niet dichtbij genoeg om ieder oogenblik, dat men
+zich verveelt, te bereiken en dan is de Oude Forteres het eenige
+asyl. Zij is de poëzie van Corfu. Een kanaal scheidt haar van de
+Spianata, een brug verbindt haar ermêe. Men wandelt haar vrij binnen en
+dwaalt over hare opgaande wegen en trappen naar boven. Door de sombere
+cypressen heen blauwt de zee als een droom. Overal groeien bloemen,
+welige bloemen van onkruid, witte en blauwe violen, madelieven
+en goudkleurige bloemen, die op madelieven gelijken, en die hel
+schitteren in de zon, tegen den verren saffieren spiegel der zee
+aan. Hooge cactusmassa's zijn als bronzen plantvormingen tegen de
+etherische goudatmosfeer en telkens door opene kanteelen heen, als
+tusschen lijsten, schittert een ander landschap in de verte... Een
+verlaten burcht uit een zuidelijke riddersproke en de eenige plaats
+in Corfu, waar men zich ieder oogenblik verliezen kan in de zwijmeling
+van den vroegen zuidzomer.
+
+
+
+
+
+
+X.
+
+BRIEF UIT ATHENE.
+
+
+Het is een genot weg te gaan van Corfu en het is een genot dat te doen
+over de even gekabbelde wateren der Ionische zee, in het roze licht van
+het zonnedalen, dat eindigt in gloeiend oranje boven het metaalblauw
+van het water. De kust van Corfu blijft lang volgen en ook die van
+Epirus tot Paxos toe; dan komt de nacht, en in den morgen vroeg landt
+men te Patras, klein en woelig van havenbeweging. De spoorweg naar
+Athene, langs den golf van Korinthe, gaat eerst langs onverschillige
+landschappen; dan wordt het typischer: de breede, geheel uitgedroogde
+rivieren, de eindelooze krentenaanplanten, die zich nu nog voordoen
+als dorre, kleine, bladerlooze, stronkige boompjes; en het volk
+in de velden treft vreemd door al het wit van zijne kleeding of het
+boeren en boerinnen zijn uit een opera. Vóór Korinthe de Acro-Korinth,
+de trotsche, kasteelachtige rotsmassa, als een zware diadeem op het
+landschap; Nieuw-Korinthe als een doodsch, wijd, stoffig stadje, en
+dan het nieuwe kanaal: de trots van Nieuw Griekenland. Het verbindt de
+Korintische en Saronische golven, en als de spoor er langzaam overheen
+glijdt, ziet men ze beiden liggen en het kleine kanaal als een glad
+gepolijsten doortocht, keurig afgewerkt met twee rechte wanden, de
+wateren vereenen. Het is iets als een fijne buis, iets onberispelijks
+en nets van uitvoering, een klein gulden kanaal.
+
+En nu spoort men langs de Saronische golf tot Megara toe. In
+harmonische lijnen, alsof zij besef hebben van hare harmonie, wisselen
+en verschuiven de lijnen der Peloponezische bergen en de groote golf
+is steeds als een meer, geheel ingesloten door die blauwe harmonieën
+en zelve als een spiegel, waarin maar enkele wateringen spelen van
+licht. En in zijnen hoogen eenvoud is dit landschap klassiek schoon,
+van eene niet zegbare, alleen voelbare, klassiek eenvoudige schoonheid:
+de kalme wateren, de blauwe bergen, zacht schuivende in gelijk
+golvende lijnen, rythmisch en breed als hexameters, van een rythme,
+dat rust geeft, groot droomend de oogen doet openen, weg doet staren
+over die stilte, en de ziel heen trekt naar het verleden toe.... Men
+voelt zich--zelfs in zijn spoorcoupé--in Hellas; men is blij, daar
+gekomen te zijn; het antieke leven is in eens eene openbaring. Men
+begrijpt de oude Grieken, hunne ideeën van streng schoon, bij het
+droomend volgen dier rythmische berglijnen. Men begrijpt hunne
+zuilentempels; in de roze atmosfeer, tegen die harmonie van bergen,
+ziet men ze, in gedachte, rijzen als eene harmonie van zuilen. En
+het is vooral misschien, om dat stille en rustige, als van een meer,
+dat zenuwstillende en grootsche, dat die wateren overdrijft als een
+nimbus, en waardoor de bergen heenschemeren, zooals zij schemeren
+door het roze zonnedalen, totdat men niet meer onderscheidt en de
+gedachte zich weg laat sleepen in de bekoring van eene niet meer met
+woorden te duiden droom....
+
+
+
+In Athene bekoren mij, zoozeer als levenlooze dingen van uiterlijkheid
+mij misschien nooit bekoord hebben, de Acropolis, het Theseion
+en de tempel van den Olympischen Zeus. Het is misschien goed voor
+men die ruïnes ziet, den tempel van Poseidoon gezien te hebben in
+Paestum. Ieder weet wat zuilen zijn, en ieder wat een tempel en
+toch: ik zoû het wagen te zeggen: die niet geweest is te Paestum
+en in Griekenland, weet het niet. Ik herinner mij nog zoo goed: in
+Paestum kreeg ik de sensatie van schoonheid, met deze vraag: waarom,
+en hoe die schoonheid door bijna rechte lijnen, die weêr andere rechte
+lijnen schragen? En het is misschien goed die vraag zich éens gesteld
+te hebben, ook al is er geen antwoord op. Want hier in Athene vraag
+ik nu niet meer, en ik laat mij meêslepen, geheel, alsof Paestum mij,
+onbewust, geleerd heeft wat zuilen zijn en wat een tempel.
+
+Om die tempelruïnes, als die van den Olympischen Zeus en het Theseion,
+zweeft eene atmosfeer van heiligen weemoed, een gouden atmosfeer, een
+stralenkrans. In Rome is veel moderns om de ruïnes heengebouwd, hier
+is ruimte gelaten, en al het moderne schreeuwt er niet tegen in. En
+in die ruimte kan die atmosfeer drijven, die weemoed blijven hangen,
+die stralenkrans zacht glanzen. In zulke ruimten heffen de zestien
+goudene marmeren zuilen,--Penthelisch goudgewaasd marmer,--van den
+Olympischen tempel hunne Korinthische kapiteelen op. Ze heffen ze op
+in de blauwe lucht en de heilige weemoed geeft hun den nimbus. Hoe
+men ze ook omloopt, ze wisselen hunne lijnen, ze zingen er hunne
+lijnen, in goudene harmonie. En het zijn niets dan opgaande lijnen,
+doelloos nu opgaande, daar ze niets meer schragen dan een doellooze
+architraaf en uitbloesemen in een kapiteel, zonder doel.....
+
+Het Theseion ook staat zoo ruim, in volle lucht, en het staat gehéel
+vrij, in geheel zijn tempelrust van Dorischen eenvoud. Onsterfelijk
+schijnt het te zijn, ook al hebben aardbevingen de gelijkmatige
+onderdeelen der schachten bij sommige zuilen verschoven, zoodat ze
+schijnen te zullen bezwijken, geen dag meer te zullen houden... En
+toch ze blijven staan, als met eene onbegrijpelijke, bovenmenschelijke
+energie....
+
+Maar eenig in zijne onsterfelijkheid, in heilige majesteit, goudene
+marmeren goddelijkheid, rijst boven de stad, op den Akropolis,
+eeuwig schoon, het allerschoonste wat ooit menschen bouwden. Daar
+rijst de maagdentempel, het Parthenon, dat Pheidias reeds lang in
+gedachte er had zien rijzen, tot Pericles, de Olympiër, met zijne
+Olympische welsprekendheid op den Pnyx de Atheners bewoog toe te
+stemmen uit den Schat van Delos te putten voor den goddelijken
+marmerbouw. Toen was er op den Akropolis nog maar het Erechtheion,
+het heiligdom van Athene Polias, waar het uit den hemel gevallen
+olijfhouten beeld der godin vereerd werd naar de aartsvaderlijke
+traditie, maar ook stond er reeds de Athene Promachos, de bronzen
+Voorvechterin van Pheidias, de reuzenstatue, die over den Piraëus
+heenzag en den eersten groet der stad bracht aan de schepen, die thuis
+kwamen. Maar Pericles sprak op den Pnyx en het eenige gebaar van zijn
+oratie was: het uitstrekken van zijn arm naar de leêge plek, waar het
+Parthenon mocht rijzen, en aller oogen volgden waar zijn vinger wees,
+en het sein was gegeven. Pheidias zoû zijn droom vereeuwigd zien,
+en de Athene van den Vrede geven in goud en ivoor, voor den tempel,
+die Iktinos en Kallikrates zouden bouwen in Penthelisch marmer, die
+de leerlingen van den hoogen beeldhouwer,--Alkamenes, Agorakritos met
+hunne legerschaar van jongeren,--versieren zouden met metopen en met
+de wonderfries der cella: den Panatheneïschen feesttocht....
+
+En wat er nog staat van den heiligen bouw na al zijne profanatie's--na
+een kruithuis geweest te zijn en een moskee en een Byzantijnsche
+kerk--, wat er nog staat is, tot de hooge vreugde der eeuwen, nog
+eene volmaaktheid, nog eene harmonie van zingende lijnen, een eeuwig
+choor van zuilen, dat vibreert in den reinen, doorglanzenden ether,
+of in de oranje zonnedalingen, die aangloeien van Salamis af over den
+onmetelijken boog van den hemel. Nooit nog trof mij zooveel emotie voor
+marmer: zooveel vreugde om marmer, dat oprijst en zooveel weemoed om
+marmer, dat neêrligt. Want is het niet om te weenen als men ze lang
+uit, in de onderdeelen hunner schachten, als marmeren reuzenkolommen,
+nêergespreid ziet liggen door den zorg der menschen, als doode zuilen,
+als zuilen zonder ziel? Dan streelt de hand over hunne gefluteerde
+gleuven of over hun Dorisch kapiteel, dat eens zoo hoog was en
+neêrgedonderd ligt, dood. Dan wil verbindende gedachte en verbeelding
+ze weêr heffen, waar ze stonden, ze weêr zingen doen hunne lijnen,
+met de andere meê. Dan treft de menschelijkheid van die harmonische
+reuzen, die sterven, of reeds bezweken, het meest, en dan is vooral
+de weemoed overstelpend als men er al de gouden onkruidbloemen haar
+welig getier ziet tusschendringen, als men er de witte en gele en
+gloeiend gekleurde kapellen over heen ziet fladderen met het broze
+getril der weiflende wiekjes, omdat die bloemen en die kapellen--die
+liefde van éen dag--zoo vreemd in onderscheid is met dat marmer,
+dat, zelfs in den dood, eeuwig is: een zoo wijde afstand tusschen
+die beiden, kapellen en zuilen, of het geheele leven er tusschen ligt.
+
+
+
+In Hamerlings Aspasia is het Erechtheion en zijn priester alles wat
+ouderwetsch is en aartsvaderlijk in tegenstelling van den nieuwen,
+glanzenden, vroolijken geest, die de schoonheid vereert als met
+godsdienst. Door de Perzen vernietigd is het inderhaast en tel-quel
+weêr opgebouwd, is het in den roman een sombere, geheimzinnige tempel,
+waarvan de priester noode, vlak voor zijne oogen, het Parthenon ziet
+omhoog trekken....
+
+Zooals wij nu het Erechtheion nog zien, dagteekent het van later,
+van den tijd van Praxiteles. Wie dit niet weet en zich den somberen
+tempel uit Aspasia herinnert en daarvan de ruïne meent te zullen
+zien, staat verbaasd. Want het Erechtheion nu is, naast de hooge,
+verhevene grandeur van het Parthenon, het bevalligste marmerwerk, dat
+zich denken laat. De zuilen, de poorten zijn geornamenteerd als met
+de fijnste beitels, gecizeleerd tot marmeren juweelwerk; de schachten
+zijn fijn, diep-in gefluteerd; de Ionische kapiteelen gelijken om de
+mollige lijn van hunne ronde volute's, waarop de drie-deelige epistyl
+rust, zachte kussens, die met snoeren van marmeren parelen zijn omzet;
+verder zijn de randen onder en boven den architraaf, en boven de fries
+gewerkt in de fijnste Lesbische arabesken, en het geheel is als een
+overwinning op het marmer, niet om het groot te houwen in trotschen
+adel van lijnen, maar om het als met eene vrouwelijke insinuatie teeder
+te krijgen en bevallig en bijna week. En dan de portiek der Karyatiden
+aan de zuidzijde, waar de architraaf door zes vrouwen getorst wordt,
+en die het geheele gebouw van eene lichtheid en eene luchtigheid doen
+schijnen, alsof zij daar maar even zijn gaan staan en een oogenblik
+torsen het dak van dien portiek en niet torsen voor eeuwen....
+
+
+
+Dat zijn de tempels, waarvoor men naar Athene gaat, omdat ze volmaakt
+van schoonheid zijn als nergens, misschien alleen te Paestum. En om
+die tempels te zien en weêr en weêr te zien, blijft men in deze stad,
+en blijft men in dit land. Want groot moet de verbeelding zijn en
+nuchter archeologisch het verstand om in modern Athene nog verder
+terug te vinden de stad van Pericles. Blik van af de Place de la
+Constitution naar den Akropolis op, van het paleis des konings naar
+het Parthenon, en in dien blik liggen de doode eeuwen, eene leêgte,
+die door niets gevuld wordt. In Florence ademt men de Renaissance;
+in Rome, hoe modern de stad ook zij, de oudheid; maar in Athene ademt
+men niet de Gouden Eeuw.
+
+Dit is niet verder te bewijzen, het is alleen te voelen, en misschien
+wat te omschrijven. De Italianen zijn nog altijd de Italianen, maar
+de Grieken, die Albaneezen zijn, zijn geen Grieken meer. Al roepen
+zij, dat zij hunne oudheid lief hebben, men voelt dat dit alleen een
+fraze van conventie is in de couranten; men voelt dat zij het niet
+kunnen. Zij kunnen misschien, trots alle Grieksche toestanden, een
+nieuw volk worden, modern; ze hebben misschien nog een toekomst voor
+zich. Maar van het verleden voelen zij niets. Zij zullen dat nooit
+toegeven, want: zij zijn ontwikkeld, zij richten ontelbare scholen
+op, laten zich voorstaan, dat zij veel weten; hunne nieuwe openbare
+gebouwen bouwen zij in klassieken stijl, en naast hunne Akademie
+van Wetenschappen richtten zij twee hooge zuilen op met vergulde en
+marmeren statues van Phoibos en van Athene. Maar die neo-antieke
+gebouwen en zuilen detoneeren in de brandnieuwe, stoffige stad en
+schijnen niet noodig, omdat de Grieken er niet meer zijn. Dit volk
+vertoont duidelijk de ruw gehouwen trekken van zijn afkomst. Hun
+kostuum van goud en kleurig geborduurde jakje en zwaar geplooide
+witte balletrokje en schoenen met opgewipte punten, de fez op het
+hoofd, kleedt hun goed, maar is niet Grieksch en hoeft dat ook niet
+te zijn. Hun koning is een Deensch vorst, dien zij niet beminnen en
+nauwlijks eer bewijzen, als hij zich vertoont. Somber kijken zij,
+met hunne schuine oogen, en hunne passie's schijnen te zijn: kleine
+kopjes koffie te nippen, vele glazen water te drinken en aanhoudend
+schoenen te doen poetsen. In geene stad zag ik nog zooveel koffie
+en water drinken en zoovele schoenen gepoetst worden. Zij zijn niet
+onvriendelijk en niet onwillig en zelfs beleefd, maar ook zeer onhandig
+en brengen u zelden waar ge zijn moet. Ik geloof niet, dat ze ooit
+lachen, en ik geloof, dat als Aspasia hier terug kwam, ze op nieuw tot
+het volk van Athene zeggen moest: Je moet vroolijk zijn; het leven en
+de liefde zijn vroolijk in hun wezen; het leven moet genot zijn en al
+het andere is maar ziekelijk! Maar ik geloof niet, dat ze er dezen
+keer veel succes meê hebben zoû, en ik geloof, dat ze eindigen zoû,
+zooals ze eindigde tegen Pericles: Neen, jullie zijn geen Grieken meer.
+
+
+
+
+
+
+
+XI.
+
+BRIEF UIT FLORENCE.
+
+
+De lente nadert aan; van Brindisi tot Foggia zilverden de stoere
+olijven--en deze even stoer als die van Corfu--met tintelende
+looverglanzen in de zon en de weg was verder als door toovergaarden van
+sneeuwig bloesemende vruchtboomen, wit en zacht roze en heel zacht
+violet, fabelachtig lieflijk als tuinen van het Paradijs. Goede
+Vrijdag in Rome was één bloem al bloem; op de Piazza di Spagna
+liepen de jongens en meisjes met korven vol op het hoofd, tulpen en
+narcissen, irissen en ooft-bloesemtakken, lelietjes-van-dalen en
+violen en vooral de donkere, zoetgeurige violetten, en de geheele
+piazza geurde en was er bont om. Goeden Vrijdag gaat natuurlijk
+iedereen naar St.-Pieter, en de Engelsche dames stroomden er heen
+met onafscheidelijke vouwstoeltjes, bengelende aan een arm. Want de
+kerkmuziek is er een rage; van halfacht 's morgens tot 's middags
+laat vliegt men van de eene kerk naar de andere om toch alle muziek te
+hooren. Wat Romeinsche kerkmuziek betreft, geef ik den voorkeur boven
+alles aan het divine gezang der nonnen van de Trinita de' Monti, met
+die eene nonnestem als vol heilig klinkend kristal, dat zwellend luidt
+de extaze der woorden. Maar Goeden Vrijdag ging ik, als het behoort,
+naar St.-Pieter, want het Miserere van Mozart _moet_ men hooren,
+Maureschi _moet_ men hooren zingen.... Dan gaat men omdat het _moet_,
+en dan hoort men het Miserere, en geniet het, als men kan, in die
+gouden reuzen-architectuur, tusschen al die dwarrelende menschen en
+dan vindt men Maureschi mooi, als men kan, met zijn hooge falset-stem,
+die toch altijd het kristallijne der vrouwlijke sopranen mist, en
+mij altijd toeklinkt als van een chanteuse légère op haar retour.
+
+En heeft men dan het Miserere gehoord, dan mag men Rome verlaten,
+zelfs al is het Eerste Paaschdag en zelfs al kijken al uwe kennissen
+u verwijtend aan, omdat ge niet méer kerkmuziek gaat hooren. En toch,
+al hangt mijn hart nu niet zoo sterk aan Rome, ik verliet de stad
+toch, na drie dagen, met eene aandoening. Want als men rechtstreeks
+van Athene komt, is het dan geen genot en geen geluk in Italië terug
+te zijn en zich te laten bederven door al de charme der Italiaansche
+gentilezza? Te gaan naar Italië is een délice, er te zijn ook,
+maar er terug te keeren is misschien het hoogste genot. Na al het
+sombere, schuin-starende, wantrouwende der Albaneezen, is het een
+dubbel pleizier weêr overal op uw weg te ontmoeten den Italiaanschen
+glimlach met de Italiaansche hartelijkheid. Hoe ze het zijn kunnen,
+zoo hartelijk, tegen al die vervelende vreemdelingen, die over hun
+mooi land zwerven, ik weet het niet. Maar ze zijn het en geheel uit
+hun hart, komt dat voor, en den glimlach, waarmeê zij u ontvangen,
+schijnen zij genomen te hebben uit hunne zonneschijn. Ik geloof niet,
+dat ik anders veel generalizeer, maar de Italiaansche hartelijkheid
+generalizeer ik gaarne, en gaarne zeg ik: Italianen zijn hartelijk
+en over hun land waait een adem van sympathie en in hun hart woont
+de liefde voor hun naasten...
+
+
+
+En mij waait die adem van sympathie vooral in Florence toe. Ik weet
+niet, wat dat bijna is, om het in woorden te zeggen; ik weet bijna
+niet sympathie te verwezenlijken in taal. Maar het is dit: zoodra ik
+weêr ben aan het station van S. Maria Novella, ben ik thuis. Zoodra
+ik weêr hier ben, in dit stille paleis, ben ik thuis. Beneden woont
+de markies Niccolini; in zijne kelders verkoopt hij zijne wijnen en
+olieën; op de eerste verdieping is een spoorwegmaatschappij, waarvan
+men niets merkt; op de tweede dit pension, waar ik mijne kamer heb,
+kijkende op den hangenden tuin van den markies; onder den tuin zijn
+zijne stallen. Links de kleine Via del Moro met al de kleine ramen,
+in welker omlijstingen een veelvuldig, stil arm leven schemert; rechts
+de Via de' Fossi, met iets van hare antiquiteitenwinkels, vroolijk nu
+van de vlaggen om de koningin van Engeland. En wat ik zie uit mijne
+ramen heeft een intime bekoring voor mij; de kleine, hangende tuin
+met zijne bloeiende oleanders en den vijver met goudvisschen en het
+paviljoen, over welks dak ik de huisjes van de Via del Moro zie; de
+tuin, afgesloten door den muur van weêr het eerste huis der Via de'
+Fossi, waar iets van fresco's schemert, geen kunststukken, maar toch
+kleur van bekoring voor mij; en dan de daken, waarvan de lijnen zich
+verliezen, en de windwijzer in de lucht.... En dat geheele stille
+stadsgezicht heeft zoo iets innigs, terwijl de zon er over een breede
+gouden klaarte neêrgooit, dat ik me betrap op de gedachte, dat ik hier
+gaarne zoû willen wonen, zoû willen blijven.... Het is dan een stille
+sentimentaliteit, die in mij opkomt, een week gevoel, een vreemde rust,
+en ik herinner mij zoo een dergelijk gevoel gevoeld te hebben, toen ik
+las Töpffers Bibliothèque de Mon Oncle, alsof ik ook in die bibliotheek
+had willen wonen, vanwaar men op een stil stuk van oud Genève zag,
+een plek, die ik, in September, expres daarom ben gaan zien.... En dat
+alles is zoo vreemd, en klinkt, in woorden, zoo nuchter flauw, omdat
+ik het eigenlijke toch niet zeggen kan. En dan ook de oude Zwitsersche
+dame, die het pension houdt, en altijd in den kleinen hall bij de deur
+der étage aan hare schrijftafel en in hare boeken zit; de kleine,
+dappere, vrome dame van twee-en-zeventig jaar, die veel te goed is
+voor hare locataires, en daarom zeker nooit rijk is geworden, en die
+mij ook al bederft, en, wie weet, dat misschien niet zoo zoû doen,
+als ze wist, dat ik _Noodlot_ geschreven had.... Maar nu weet ze alleen
+maar, dat ik schrijf en niet, dat ik gaarne ter analyze iets nerveus'
+en morbide's zoek, en ik wacht mij wel het haar te vertellen....
+
+En dit alles is, niet waar, erg sentimenteel, maar ik laat het dit
+zijn, want het is van een groote bekoring, en zoo gaarne zoû ik die
+bekoring laten duren, maar dat kan niet, omdat een leven niet is éene
+bekoring alleen... En nu reeds kan ik treurig zijn als ik bedenk,
+dat ik hier over tien dagen vandaan moet, en dan hier misschien terug
+keer, wie weet, nooit meer...
+
+
+
+Ik heb hier zeker voorbestaan. De groene Arno, waaruit de grillig
+bevensterde achterhuizen oprijzen, en de Ponte Vecchio, en de
+Piazza de' Signoria met het Palazzo Vecchio en den Duomo met Giotto's
+marmerjuweelen campanile, dat alles ken ik van heel vroeger, van eeuwen
+her. Onlangs heeft mijn meester, Prof. ten Brink, gezegd, dat ik, als
+kind, wel den sleep had kunnen dragen van een Venetiaansche dogarezza,
+maar als ik ooit, in een voorbestaan, page ben geweest, dan ben ik
+het niet in Venetië geweest, maar in Florence, en misschien wel aan
+het Hof van Lorenzo il Magnifico, in het Palazzo Riccardi. Want in
+het Palazzo Riccardi voel ik nog altijd een zeer bizondere emotie;
+ik meen in de kapel der Medici's, die Benozzo Gozzoli beschilderd
+heeft. Die fresco's behooren voor mij tot het schoonste, dat men
+in Florence zien kan, niet het schoonste van religieuze stemming,
+maar het schoonste van mondain vertoon.
+
+Op de drie muren der kapel ontrolt zich met al de luxe van Lorenzo's
+hofstoet zelven, de optocht der Drie Koningen naar Bethlehem. Het
+landschap schijnt eene aaneenschakeling van tuinen en wijde
+jachtterreinen; de drie koningen, op hunne monumentale paarden,
+witte met goud gecaparaçonneerde schimmels, zijn portretten: Lorenzo
+zelve; de keizer van Byzantium, Giovanni Paliolologa Michele; en de
+Grieksche Patriarch; de beide laatsten toen te Florence om de belangen
+der Kerk. [5] De vorsten zijn omstuwd door schitterende cortèges;
+in het cortège van Lorenzo reien zich al de portretten der toenmalige
+Medici's met ook dat van den schilder zelven.
+
+Vooral wonderschoon zijn de figuren van den toen twaalfjarigen Lorenzo
+en zijne pages en schildknapen; ook de Byzantijnsche keizer, in
+zijnen langen goudgebloemden, brokaten wapenrok, op zijn goud-getuigd
+paard, is van eene hooge Renaissancebevalligheid. Het geheel heeft
+niets orientalisch', maar is een schitterende afspiegeling van het
+Mediceïsche leven in en bij het Palazzo Riccardi zelve, afspiegeling
+van een Mediceïschen jachttocht met luipaarden aan kettingen, het
+geheel zich ontrollende door het wijde landschap op de drie muren,
+terwijl ginds, in de hoogte, den heuvel opklimmende, zwaar beladen
+kameelen alleen schijnen te herinneren aan wat de prachtflonkerende
+compozitie voorstelt: de optocht der Drie Koningen, die schatten
+brengen van myrrhe en goud aan het Heilige Kind van Bethlehem.
+
+Vroeger schijnt de kapel geen venster gehad te hebben, met kunstlicht
+beschilderd te zijn geworden, met kunstlicht altijd beschenen. Want
+waar nu het venster is, was vroeger Maria's Aanbidding van het
+Kind door Filippo Lippi--nu in de Academia,--op de vierde muur dus,
+waarheen de optocht zich scheen te begeven.
+
+Maar wel zijn op de inspringende zijmuren van het venster, links en
+rechts, nog de tuinen van het Paradijs, met de zingende en aanbiddende
+engelen, van Gozzoli. En even als de optocht zeer wereldsch is, is dat
+Paradijs wereldsch. Die tuinen met pauwen--éen engel voedert er een
+pauw--zijn weêr de tuinen van een Mediceïsche villa. De engelen zijn
+fabelwezens, met bont-schitterende vedervleugels, met rijke draperieën,
+met het Adoramus van hunnen zang, geschreven in hunne diadeemachtige
+aureolen. En toch, neemt men dit mondaine Paradijs voor een oogenblik
+in vrede aan, dan vindt men het van een verblindende schoonheid. Die
+aanbiddende en zingende engelen bewegen zich vol harmonie en leven,
+en schijnen te stralen van een onverbleekbaar, eeuwig koloriet. En
+noode mist men het Voorwerp van hunne glorificatie, het Kind, waarheen
+de koningen zich begeven, en dat, vroeger, daar, aangebeden werd door
+zijne Moeder, waar nu het daglicht binnenvalt, dat de custode vangt op
+reflectors, om het te doen schijnen op tafereel na tafereel, op groep
+na groep, op gelaat na gelaat, tot alles begint te leven met zijn
+fabelleven, subliem tableau-vivant; alsof de Medici's er mimeeren
+het aanbiddellijke verhaal van de koningen, die kwamen knielen en
+geschenken bieden aan het Kind.
+
+
+
+Over Florence, over de Arno heen, verbindend hare beide boorden,
+bloesemt een paradijs van kunst: ik meen de twee paleizen der Uffizië
+en Pitti, die de portrettengalerijen boven de Ponte Vecchio verbinden
+tot een ontzaglijk geheel, iets unieks van uitgebreidheid en van
+artistieke waarde. Uit de Uffizië domineert men geheel Florence; uit
+de zaal der antieke meesters ziet men op San Miniato en Santa Croce;
+uit den zuidelijken corridor op den Dom en het Palazzo Vecchio, en
+ook op de Arno en de Ponto Vecchio. Met die uitzichten verwezenlijkt
+men zich geheel Florence...
+
+Door de vestibule, waar de beroemde marmeren ever is, gaat het eerst
+naar de oostelijke galerij, waar een mijner heiligste doeken hangt:
+de Annonciatie van Simone Martini en Lippo Memmi, van Siena. Als men
+bedenkt dat dit stuk dateert van 1333, evenals de fijn-religieuze
+heiligen St. Ansan en St. Julia, die er aan beide zijden hangen,
+dan realizeert men gaarne de verblindende perfectie der Sieneesche
+school, ook vóór de eigenlijke Renaissance.
+
+Door deze galerij treedt men de Tribuna binnen, eene kleine,
+achtkantige zaal, met een plafond van op blauw ingelegde
+parelmoêrschelpen: eene zaal als een byouteriekist, opgestapeld en,
+misschien te veel, met schilderkunst en sculptuur, alsof het er
+vol is van juweelen, en de edele steenen er door elkaâr rammelen
+en de parelsnoeren er uit neêr hangen. Er zijn daar de Mediceïsche
+Venus, gevonden in de villa van Hadrianus bij Tivoli; een sater,
+die dol de pedalen trapt; een compacte groep van twee worstelaars;
+een Scyth, die zijn mes slijpt om Marsyas te villen... Van Rafaël
+het portret van Julius II, de Madonna del Cardellino, een jeugdige
+Johannes; van Titiaan twee liggende Venussen, geheel Venetiaansch
+van koloriet; van Dijk, Correggio, Veroneze; een prachtige Perugino;
+een meer gesculpteerde dan geschilderde H. Familie van Michelangelo;
+een zeer schoone Epifanie van Albert Dürer, het kind treffend door een
+heerlijk naïf gebaar, waarmeê het grabbelt in het juweelenkistje, dat
+een der oude koningen reikt; dan Guercino, Dominichino, Rubens en Fra
+Bartolomeo... Dat alles is te veel en te veel schitterend op elkaâr;
+het glanst er tegen elkaâr in; het is er geen muzeumzaal, maar een
+byouteriekist. Het is er meestal ook vol kijkers, vol kopiïsten,
+en het is er heel moeilijk zuivere impressie's te krijgen, ook al
+keert men er nog zoo dikwijls terug.
+
+Om de Tribuna heen schitteren de zalen der Toskaansche, Venetiaansche
+en Lombardische scholen; die der Hollandsche, Vlaamsche en Duitsche
+scholen; de zaal van Botticelli...
+
+
+
+In deze laatste, Botticelli's hemelschoone Madonna met het Kind. Een
+ronde schilderij: als in een sfeer zit de heilige groep, en iets van
+een Toskaansch landschap schemert in de verte. Twee engelen houden een
+fijne kroon, waarvan de fijne sluiers luchtig opfladderen, boven het
+hoofd der zittende Maagd, die het Magnificat juist onderschrijft, dat
+een groep van drie engelen ophoudt; een ervan reikt den inktkoker. En
+niemand let op het kind, dat zit op den schoot der Maagd en het eene
+handje rusten laat op een geopenden granaatappel. De Maagd doopt juist
+hare pen; de drie engelen zijn vol verwachting; de twee anderen beuren
+voorzichtig de kroon. Niemand let op het kind, dat juist in eene extaze
+naar boven ziet... Maar zijn andere handje legt zich op den arm der
+moeder en op het heilige boek; hij vraagt om aandacht... Dadelijk
+zal de Maagd letten en de engelen ook...
+
+En dit roerende oogenblik waast daar in een warm kleurenspel op,
+want de kleuren wazen door elkaâr: een zachte regenboog van rood,
+blauw, geel en wit, waarin de zuivere ommelijnen der figuren zich
+uit-graveeren met de altijd herkenbare ietwat spitse teederheid--fijne
+neuzen, ernstig gesloten mondjes, lange kinnen--van Botticelli.
+
+
+
+Maar de Uffizië heeft nog een tweede byouteriekist, behalve de
+Tribuna: ik meen het kabinet der gemmen: allerlei kostbaarheden van
+fijnsten smaak en hooge waarde, die aan de Medici's hebben toebehoord:
+kleine kolommen van agaath en rotskristal, waarvan de kapiteelen met
+edele steenen bezet zijn, als stukken architectuur uit een klein
+feeënpaleis; bekers van onyx en vazen van lapis-lazuli; een beker
+van goud-geëmailleerd rotskristal, dien Benvenuto Cellini voor Diane
+de Poitiers maakte en waarin hare halve maan straalt; een portret
+van Cosimo II. in Florentijnsch mozaïek van louter edelsteen; japis
+beelden met chalcedonen koppen; een vaasje, gesneden uit een enkelen
+smaragd; een hond, gesneden uit een parel; een kolossale topaas; de
+Piazza dei Signoria in bas-relief van goud met eêlgesteenten; een
+beker van onyx van Giovanni da Bologna met rijk bewerkten deksel,
+waarop een gouden Herkules de veelkoppige Hydra bekampt... De adem
+van den tijd heeft een waas van dofheid over al die exquize pracht
+geblazen, maar toch is ieder voorwerp nog een reflet van het leven
+der Renaissance, van het leven der Medici's. En in het midden van
+dit kleine wonderkabinet schittert misschien het allerschoonste:
+eene cassette van allerfijnst gecizeleerd rotskristal, die Valerio
+Belli maakte voor Clemens VII; iets onwaarschijnlijks van fijnheid,
+want in het kristal zijn vier-en-twintig groepen en tafereelen uit
+Jezus' leven geëtst als met een feeënnaald, zoo klein, zoo fijn,
+zoo diamant-duidelijk uitkomend tegen het zilveren fond der wandjes,
+dat het geen menschenwerk schijnt, maar edele kunst van een klein
+artistje onder de elven...
+
+
+
+Er is misschien geene stad in Italië--en ik zonder Rome zelfs niet
+uit--waarin de Italiaansche schilderkunst zich zoo bewonderenswaardig
+heeft gekristallizeerd als hier, zich zoo tot een uniek kort-begrip
+van Italiaansche kunst heeft geconcentreerd als hier. Misschien zoû
+men uit Florence alleen heel die Italiaansche kunst leeren kennen. De
+drie groote verzamelingen der Uffizië, van Pitti en van de Academia
+zijn onvergelijkbaar, en daarbij sluiten zich kerken en kloosters tot
+een wonderbaar volkomen geheel aan. Wil men met Cimabue beginnen, men
+vindt zijne Heilige Maagd in de Rucellai-kapel van Santa Maria Novella,
+schilderij, dat om zijn toen zoo begrepen goddelijke schoonheid in
+processie deze kerk werd binnengevoerd. Giotto is prachtig in Santa
+Croce, in de frescoverhalen van Johannes den Dooper en St. Franciscus
+van Assisi, en zijne school is verspreid door alle kerken van
+Florence heen. De oude meesters, Masolino en Massaccio bestudeert
+men in S. Maria del Carmine. De gelukzalige Angelico openbaart zich
+in geheel zijne mystische genialiteit in San Marco, en ook in het
+Laatste Oordeel der Academia en in de Kroning der Maagd der Uffizië....
+
+
+
+Het Laatste Oordeel: de Rechter, gezeten in den eivormigen aureool,
+achter welks stralen de teederste engelenkopjes uitkijken, en omstuwd
+door legioenen van strijd- en van vrede-engelen. Aan zijne zijden
+Maria en Johannes de Dooper en de scharen der heiligen; onder naar de
+aarde toe, de bazuinende engelen; op de aarde de naïve allee van open
+graven in perspectief.... Links de hel en de duivels, die koningen
+en monniken meêsleepen, en rechts het paradijs....
+
+En men moet Il Beato niet te veel vragen naar zijne hel en zijn
+duivels, maar men moet met hem meêgaan, dat paradijs in. De voortuinen
+bloesemen; de zaligen dansen er glimlachend een melodieuzen rondedans,
+en wie gescheiden waren op aarde ontmoeten er elkaâr, en omhelzen
+er elkaâr zacht met hemelsche omhelzingen, en die jaren lang gewacht
+hebben, voeren er de weêrgevonden zusterzielen den rondedans in, over
+het tapijt van bloemen.... En ginds zijn de goudene poorten open, en
+de stralen van het vlekkelooste licht vloeien de poort uit, en twee
+zielen, naast elkaâr, de zachte extaze in de golving harer gewaden,
+in het verrukt opheffen der armen, zweven er op de stralen heen,
+de poort in, het paradijs binnen....
+
+In onuitsprekelijke teederheid, in heilig verwachten van zulk een
+binnenzweven, is dat alles geschilderd, zóo heilig teeder dat men er
+gaarne aan zoû willen gelóoven...
+
+In de Uffizië de kroning: dat heiligste en feestelijkste oogenblik
+in den hemel. In de zon van het empyreum zitten Maria en Jezus, en
+juist heeft de Zoon zijne Moeder gekroond tot Koningin der Hemelen,
+en zijne vingers raken nog, met het wegtrekken der hand, haren grooten
+aureool aan, waartegen de kroon straalt. Om de zon dansen de engelen,
+schetteren de engelen op lange bazuinen en blazen ze op trompetten
+en spelen ze op cithers, op violen en harpen, en lager zwaaien
+ze wierookvaten. Dan, lager ook, de dichte scharen der heiligen,
+der bisschoppen met hunne beparelde myters.... En dat alles in
+de primitieve voltinten van blauw, roze, rood, en groen voor het
+laagste, als een choraal van volle tonen, dat opgaat in al het goud
+der zonnesferen, het goud van de zon der zonnen, in welker kern het
+hooge feest gevierd wordt, met goddelijke eenvoudigheid....
+
+
+
+Een allerliefst contrast met dit hooge feest, van goud en blauw en
+zang en licht, is de Kroning in een der cellen van St. Marco, luchtig
+dun gewasschen fresco: niets dan de twee zittende goddelijke figuren,
+in stille witte tinten, als een witte vrede, als eene witte rust....
+
+
+
+En verder kristallizeert zich het schoonste der Italiaansche kunst
+hier samen tot éen juweel met duizenden facetten; elk facet een
+meesterstuk; want ziet men hier niet de meeste schilders in eene
+zelf-overtreffing hunner karakteristiciteit: Filippino Lippo, in
+zijne wat morbide fragiliteit van madonna's en expressieve waarheid
+van kinderen--de Apparitie aan St. Bernard in de Badia--; Andrea
+del Sarto, in zijne gezonde, reëele lijnen, zijne ietwat ra-terre
+werkelijkheidzin, maar gesublimizeerd door een tegenstralend koloriet:
+in alle de drie groote verzamelingen en dan nog in de Annunziata en
+het Scalzo-klooster; Ghirlandajo in zijne Florentijnsche bevalligheid
+van geheel Florentijnsche types: de choorfresco's van St. Maria
+Novella--en in zijne luxe-zucht: de Adoratie der koningen van St. Maria
+degli Innocenti. En waar ziet men Lorenzo di Credo inniger, waar
+Perugino heiliger, waar Botticelli schitterender en magistraler
+dan te Florence? Waar zag ik in Siena--en de Flagellatie niet
+uitgezonderd--zulk een prachtigen Sodoma als hier zijn St. Sebastiaan
+met die mengeling van menschelijke pijn en martelaar-extaze?
+
+Van Leonardo da Vinci is in Florence weinig, maar Rafaël heb ik
+hier liever dan in Rome, en Michelangelo misschien zelfs ook--als
+schilder--om zijne H. Familie van de Tribuna....
+
+
+
+De groote lijn, die ik hier zwaai, ommelijnt het
+juweel-met-duizend-facetten natuurlijk zeer onvolkomen, en stippelt
+alleen de punten dier facetten in epistolaire vlugheid aan. Ik wil ook
+niet meer. Maar ik wed, dat weinigen, die in Italië zijn geweest, mij
+geen gelijk zullen geven. In alle andere steden van Italië ontvangt
+men onbetaalbare alleen-indrukken van Italiaansche schilderkunst;
+in Florence alleen concepieert men het geheel dier kunst in geheel
+zijne flonkering, alsof dat veelfacettige juweel éen geconcentreerden
+straal van schoonheid schiet, die in de ziel valt en hare onwetendheid
+in éens verlicht....
+
+
+
+Nog eens, in Florence, behalve in Riccardi en in het gemmenkabinet
+der Uffizië, ziet men de onwaarschijnlijke luxe der Medici's in
+hunne grafkapel van San Lorenzo. Deze kapel is in het begin der
+17de eeuw opgericht, heeft twee-en-twintig millioen franken gekost,
+en is nooit voltooid; alleen de sepultuur van Ferdinandus III is
+geheel af. Een achtkantige kapel, als eene kerk, de koepelfresco's
+onbeduidend en recent, maar weinig in het oog vallend. Want de
+kapel zelve is geheel opgetrokken van verschillende marmers en
+edele steenen, van steensoorten, die alleen een geoloog kent. In de
+kolossale nissen staan de zes sarcofagen van spikkelig serpentina of
+roze graniet, gedekt door kronen, en twee beheerscht door de--eene
+slechts vergulde--statuen der doode vorsten. De edelsteenen der
+kronen waren eens echt, maar zijn door de Franschen weggenomen en
+nu door glas vervangen. Maar wat geeft dit, als de geheele kapel is
+éen spiegel van juweel? Kornalijn van Spanje en jaspis van Sicilië
+en Corsica wisselen de veelkleurige marmers af. Onder de sarcofagen
+zijn de namen der prinsen vermeld, met letters van chalcedoon, in
+mozaïek op porfier. Een breede rand, menschenhoog, omringt de kapel
+beneden en vertoont in mozaïek eene afwisseling van urnen met de
+wapens der zestien Toskaansche steden. Rosso antico, verdo antico,
+het oude zwart, dat men paraone noemt, het oude geel van Numidië,
+koraal, parelmoêr en lapis-lazuli, onyx, bloed-jaspis en albast, dat
+alles bloesemt daar in eene fabelachtige heraldiek op den spiegelmuur,
+en misschien nergens ziet men zooveel kostbaarheid en zooveel smaak
+te zamen als op het wonderpiedestal dier Mediceïsche grafkapel.
+
+
+
+Er zijn van die wereldschoonheden in Florence, die gratie's zijn voor
+het oog of voor de ziel. Onder die wonderen heb ik genoemd de kapel
+van Riccardi, de Sieneesche Annonciatie, het kabinet der gemmen, de
+Mediceïsche kapel.... Onder die wonderen zoû ik gaarne nog eens noemen:
+Giotto's marmerjuweelen campanile, en ik zoû die willen na-noemen met
+een heel mooi beeld van Mrs. Oliphant--uit hare: Makers of Florence--de
+lelie, die bloesemt naast Maria op het oogenblik van de H. Boodschap:
+de lelie, de slanke blanke toren, en Maria, S. Maria dei Fiore zelve,
+de prachtige kathedraal.... Onder die wonderen zoû ik willen noemen
+de bronzen poorten van het Battisterio, van Lorenzo Ghiberti: poorten,
+die Michelangelo waardig noemde om het Paradijs te sluiten. En nog zulk
+een weêrgaloos wonder is het marmeren orgelstuk van Luca della Robbia
+in de Opera del Duomo. Er is er ook een van Donatello: een lange ris
+dansende kinderen: vroeger waren beide marmeren orgelstukken in den
+Dom; daarna zijn ze bewaard geweest in het Bargello. Dat van Donatello
+is heel mooi, maar dat van Luca della Robbia is een wonder. Een wonder
+van zingen en dansen en spelen van kinderen, van jongens en meisjes:
+dolle, lachende rondedans; op het rythme van den zang en, hand in hand,
+met dolle cancanbeweging van hoog in de lucht gegooide beentjes; of
+bij het slaan op de trommen, bij het pijpen van lange bazuinen, die
+eenige blazen en andere beuren, omdat ze zoo zwaar zijn, bij den zwaren
+bazuinenmond: een dans van twee of drie, een dans van naakte jongetjes
+met antieke beweging van armen en van beenen. Dan groepen, die spelen,
+op harpen en luiten en cithers; een groep, die slaat met cymbalen,
+en om de verschillende en wonderfijn genuanceerde vingerzettingen aan
+de verschillende instrumenten, is het als hoort men de verschillende
+klanken ruischen uit het levend-vroolijke marmer. Ernstiger de twee
+groepen op zij, zingende van een lange rol en zingende uit een boek,
+en vol aandacht bij hun zingen, de monden geopend in vollen zang,
+en sommige slaande de maat met een hand of een vinger... Heeft Luca
+della Robbia in Griekenland gereisd? Ik herinner mij een antieke
+sarcofaag in het muzeum van Athene en daarop een groep van dansende
+genieën, en wat geleken de groepen van Luca niet wondergelijkelijk
+op die antieke groep!
+
+
+
+Van morgen ben ik nog eens voor het laatst in het Bargello geweest. Het
+is het oude paleis der Podestaten, in het einde der 16de eeuw
+gevangenis en rezidentie van den bargello of chef der politie. In
+den mooien cour werden de gevangenen ter dood gebracht; die cour, die
+nu een geliefkoosd motief is voor schilders: bont en als heraldisch
+bezaaid met de wapens der oude podestaten, en met de typische trap,
+die naar eene loggia voert, gedekt met arcaden, waarop Florences
+lelie zich goud op blauw spikkelt: loggia, waar antieke klokken worden
+bewaard. Het Bargello is nu Nationaal Muzeum. Er is eene zeer schoone
+verzameling bronzen: een klein langwerpig bas-relief, waar Silenus,
+dronken en spelende met een fauntje, dat hij in zijne armen opgooit,
+op een kar wordt getrokken en voorgegaan door een dollen stoet van, met
+druiventrossen spelende, wijngodjes. Dan het Offer van Abraham, twee
+haut-reliefs, van Brunelleschi en van Ghiberti, gemaakt in concours
+voor de bronzen deuren van het Battisterio. In het midden dier zaal de
+David van Andrea da Verrocchio, het lichaam slank en spierig mager,
+maar het gezicht met die ouwelijke trekken, die Andrea dikwijls
+heeft. In de andere zaal vooral de zwevende Mercuur van Giovanni da
+Bologna, vlucht en luchtigheid, opgeblazen door den bronzen adem van
+een windgod, met zijn luchtige teen slechts staande op dien adem;
+en de staf in de hand, met windsnelheid zijn doel tegemoet...
+
+Maar wat een genot is het Donatello te bestudeeren in zijn groote
+zaal van het Bargello. Ik kan hier niet alles van hem uit die zaal
+ommelijnen, maar een paar woordenkrabbels wil ik maken van zijne
+twee Davids. De eene, de marmeren, heeft iets vreemds in de houding,
+iets gemaakts in het gezicht, iets laatdunkends in den blik, iets
+gewilds in de draperie om beenen en pols. Maar de bronzen! Dat is de
+volmaaktheid in brons! Wat een ideale schoonheid kan toch een mensch,
+een artist, kon Donatello ons geven! Die bronzen David is eenvoudig
+subliem, is het hoogste. Op het oogenblik is het het ideaalste brons,
+dat ik ken. Ga alleen naar Florence om dien David...
+
+Een jonge held, een kind nog, rijst zijn efebelijf, den voet op den
+Goliathkop, uit den cirkel van een grooten lauwerkrans,--die zijner
+overwinning--naar boven. Die lauwerkrans is zijne sfeer. Nooit
+was een conceptie zoo bevallig, zoo krachtig tegelijk, zoo louter
+volmaakt. De jeugd zijner bronzen ledematen is gemodelleerd in de
+nog halve teederheid van het kind, dat zich reeds begint te spieren
+tot jonge man. Nooit was overgang zoo buigzaam uitgedrukt. Dat is
+de juiste leeftijd voor den jongen herdersheld. Zijne slankheid is
+heerlijk, zijn buik verrast door een ietwat vrouwelijke lijn. De ronde
+herdershoed, losgestrikt, dempt een beetje zijn hoofd, beschaduwt
+zijn blik, die neêrkijkt naar het groote afgehouwen reuzenhoofd, nog
+in zwaren, rijk gecizeleerden, en wijd gewiekten helm omprangd. Op
+dat hoofd drukt hij in bescheiden overwinningspraal den voet. Zijne
+onderbeenen zijn gepantserd in gecizeleerde beenstukken, maar anders
+is hij naakt. Zijn rechterhand steunt op zijn zwaard; zijn linker-
+rust op de linkerheup en houdt nog een bal vast voor zijn slinger... En
+hij is een epos van schoonheid en moed, van jeugd en zege.
+
+Dan de H. George van Or San Michele--in deze zaal kopie--een jonge
+held ook, maar zoo geheel anders; geserreerd achter zijn lang schild,
+den fronsblik spiedende in de verte: het moment, dat de draak
+aanblazende komt... Dan de buste van het Florentijnsche meisje; de
+gipsen kopieën der kindjonge, zuiver kind-bevallige H. Johannes en
+Jezus; het steenen relief van den jongen Johannes, met dat ascetisch
+magere halsje en dien ascetischen blik, type, dat men weêr terug
+vindt in den loopenden, lezenden Dooper; dan de Eros, brons, dansende
+met zijn afzakkend broekje aan riemen, de handjes in de lucht, en
+trappelende op een slang. En dan geheel iets anders weêr: de in kleur
+gemodelleerde terracotta kop van Niccolo da Uzzano: Romeinsche kop
+met spitse faunooren; een gezicht met niet te vertrouwen, opgetrokken
+oogen, slechte pupillen, een slecht gegroefd gezicht, waarachter een
+slechte geest schuilt, een leven van slecht geheim: zoo prachtig in het
+schemeren van dat ondeugdmysterie. Wat is dat alles mooi, wat doet het
+goed daarmeê te dwepen! Wat dankbaarheid voelt men, dat dit bestaat,
+dat dit een mensch kon maken, kon geven uit zijne ziel in marmer of in
+brons; wat dankbaarheid vooral om dat zoo allerschoonste van Florence,
+dien lieveling van mijn oogen, dien David!
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Redevoeringen volgden. De prezidenten der verschillende Katholieke
+sociëteiten werden toegelaten tot den Handkus. Dames van de Romeinsche
+arristocratie boden een rijk verlucht perkament aan, in gouden doos.
+
+[2] Nu in het Muzeum van St. Jan Lateraan.
+
+[3] Eene vergissing, die natuurlijk slechts een allereersten keer
+kan worden gemaakt.
+
+[4] Men zegt mij, dat deze opvatting niet juist is, en dat de athleet
+met den dobbelsteen slechts zijn volgnummer wierp: dit is mogelijk,
+maar ik behoû liever mijne eerste, misschien dan foutieve opvatting,
+omdat ik het beeld zoó zag en zoó mooi vond.
+
+[5] Ik heb dit en den naam des keizers slechts uit den mond van den
+custode en kan het op het oogenblik niet verifieeren.
+
+
+
+
+
+VAN LOUIS COUPERUS VERSCHEEN:
+
+
+Majesteit, Roman in 2 deelen. Prijs ingen. f 4.90, geb. f 5.50.
+Extaze, Een boek van geluk. 2e druk.
+ Prijs ingen. f 1.90. geb. f 2.50.
+Een Illuzie. Met portret van den schrijver.
+ Prijs ingen. f 2.50, geb. f 2.90.
+Een Lent van Vaerzen. 2e druk. Prijs ingen. f 1.40, geb. f 1.90.
+Orchideeën. Een bundel poëzie en proza. 2e druk ter perse.
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reis-impressies, by Louis Marie Anne Couperus
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIS-IMPRESSIES ***
+
+***** This file should be named 27241-8.txt or 27241-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/7/2/4/27241/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.