diff options
Diffstat (limited to '27241-8.txt')
| -rw-r--r-- | 27241-8.txt | 3004 |
1 files changed, 3004 insertions, 0 deletions
diff --git a/27241-8.txt b/27241-8.txt new file mode 100644 index 0000000..e8be974 --- /dev/null +++ b/27241-8.txt @@ -0,0 +1,3004 @@ +The Project Gutenberg EBook of Reis-impressies, by Louis Marie Anne Couperus + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Reis-impressies + +Author: Louis Marie Anne Couperus + +Release Date: November 12, 2008 [EBook #27241] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIS-IMPRESSIES *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + Reis-Impressies + + Door + + Louis Couperus + + + L. J. Veen--Amsterdam + + + + + + + + + Typ. Th. A. van Zeggelen. (M. J. P. van Santen) Amsterdam + + + + + +I. + +ANNONCIATIE. + + +In de Oostelijke galerij der Uffizië schittert ze als een straal +van goud, de Heilige Boodschap van Simone Martini en Lippo Memmi, +van Siena.... + + + +Neêrgedaald is juist de Engel, verrassende de Maagd, waar ze zat +op haren ivoor-ingelegden zetel,--achter zich een doek van goud--, +haar gebedenboek nog in de vingers.... + +Toen de Engel daalde, heeft zijn glans alles overstraald en goud +gemaakt. Want éen gouden licht heeft de architectuur van de maagdelijke +kamer overschitterd, en de atmosfeer is er geworden als een atmosfeer +van goud, zichtbaar stofgoud, of de trillingen van de lucht zichtbaar +zijn geworden en goud. Goud, maar etherisch goud, en niet goud van +metaal, maar goud van engelglans, ronden zich nu de drie bogen der +kamer. En in het midden der middenste boog daalt de geaureoolde +duif van den Heiligen Geest al neêr in een krans van hemelduifjes, +tweevoudig gewiekte toovervogelen met cherubijnengezichten.... + +Op de knieën is de Engel neêrgezonken, de Engel uit zijn mystieken +fabelhemel, in zijn goudblauw brokaat, dat goudt in zijn eigen +licht maar diep donkerblauwt in de plooien van zijn kleed. Banden, +met heilige spreuken bestikt, hangen om hem neêr.... Juist is +hij neêrgezonken, geene seconde geleden, want hoog nog en pas even +toegevouwen staan zijne ranke vedervleugels, en zijn roodbruingouden +mantel, waarvan hij twee einden om zijn hals bond, fladdert nog +met éen slip in de lucht, in de allerlaatste windbeweging van zijn +engelvlucht door sferen. + +Lang, bleek en fijn is zijn gelaat, en zijne half toegesloten oogen +onder even opgaande wenkbrauwbogen geven iets voornaam chineezigs aan +zijne schoonheid, als was hij een jonge mandarijnenzoon, maar blond +toch golven zijne haren, waarom zich een glans van olijvenbladeren +wijd-uit heenrondt: een juweelen sieraad, als een kleine diadeem, +houdt dien op zijn voorhoofd vast. + +Zijne eene lange, fijne hand heft een olijventwijg; van zijne andere +steekt hij den wijsvinger op, als vraagt hij aandacht.... + +En nu opent hij de lippen en spreekt hij zijne woorden, die, als +een mirakel, goud zichtbaar worden in het stofgoud der heilige +kameratmosfeer, en goud gaan naar de jonkvrouw toe.... + +Goud, door de leliën heen, die hoogslank bloeien in een gouden vaas, +tusschen hen beiden, engel en maagd: + +Ave, gratia plena, Dominus tecum... + + + +Heel even maar is Maria geschrikt alsof een heilig voorgevoelen haar +reeds doorsidderd heeft en de Heilige Boodschap niets is, dan wat +zij verwachtte... Gezeten is zij gebleven op haren ivoor-ingelegden +zetel,--achter zich een doek van goud--; maar zij is wat gedeinsd, +schuchter even huiverend in elkaâr. De eene hand houdt nog het boek +tusschen de bladeren, als om het nog niet uitgelezen blad niet te +verliezen; de andere klemt den donkerblauwen mantel, die ook het +hoofd omgeeft, wat dichter aan den open hals. + +En die blauwe mantel, arabesk-omboord, omgiet geheel haar heilig +lichaam; omlijst haar gelaat, zustergelaat van den Engel, zacht +chineezig als van een mandarijnendochter, met de oogen, toevallend +onder zware leden en hoog opgaande brauwen; den langen neus, den +neêrgetrokken mond;--die mantel, kuisch, houdt haar geheel omgoten +en laat maar even zichtbaar het roode onderkleed.... + +Reeds straalt de heilige krans haar om het hoofd. Een medelijden kijkt +onder op uit den blik van den Boodschapper, als weet hij reeds van hare +smarten, die komen zullen.... Maar zij neemt aan in vrome resignatie +en zonder hoogmoed, neemt alzoo aan, omdat zij voorgevoelde--niet +hare smarten nog, maar wel de Annonciatie, gezegd in gouden woorden +van mirakel, gaande door engelschittering, die alles overglansde: + +Ave, gratia plena, Dominus tecum... + + + +In de Oostelijke galerij der Uffizië schittert ze als éen straal +van goud, de Heilige Boodschap van Simone Martini en Lippo Memmi, +van Siena. + + Florence, Oct. '93. + + + + + + + +II. + +PINCIO. + + +Op de balustrades, de treden van de groote Scala della Trinita de' +Monti--de trap, die naar de Piazza di Spagna neêrtreedt--slenteren +de modellen, of liggen ze lang-uit, lui. + +Jongens--zwarte oogen, zwarte haren,--in hunne Romeinsche +Campagna-dracht, blauw en roodbruin en gelapt, op den puntigen hoed +een geknakte pauweveêr. + +Lui liggen ze: ondeugend gaan hunne zwarte oogen naar de vreemdelingen, +die boven wandelen, als zeggen ze: je kijkt naar ons, je vindt ons +mooi en wij, wij eten onze china's-appelen: de zon schijnt warm, +gemakkelijk is het leven.... + +In de zon geuren de gouden vruchten, de china's-appelen en mandarijnen; +achter de stapels zitten de verkoopers op den grond. + +Een enkele vrouw, met zuigend kindje aan ontbloote borst; een +paar meisjes met vierkanten hoofddoek, reikende hare bloem; +een oude, grijze man, in ruimen, bruinen plooimantel, net een +patriarch of een profeet. Maar meer de jongens en de kinderen; +de kleine dreumessen--nauwlijks kunnen ze loopen en bieden ze hun +lucifers--de dreumessen in wat gelapt oud bruin fluweel en het hemdje +slippende uit een scheur van het fluweelen broekje, expres zoo, +om de schilderachtigheid. + +En bijna Moorsch doet de Trinita de' Monti, roomgeel met twee torens, +tegen de blauwende late middaglucht; terwijl zoo sterk als een aroom +van zonvitaal leven, de china's-appels geuren.... + + + +Naar den Pincio toe stevenen de wandelaars, de rijtuigen, bont in +strooming van kleuren. De rijtuigen met de paarden, trappelend en +glad van huid en met de gecambreerde koppen, met de wirlende gele +en roode spaken der wielen; in de rijtuigen de kleurige dames, de +bonte kindermeiden, frisch en blozende lachende, de breede bonte +linten gestoken op het zwarte haar met groote, zilveren spelden, +die staan in aureool; en lachende houden zij de teêre kinderen op, +de rijke-lui's-kinderen, als pakjes witte kant.... + +Onder aan de viale's en terrassen van den Pincio koepelt de groote +stad. Eerst, ruim, en vlak beneden, de Piazza del Popolo, met den +obelisk en de waterspuwende leeuwen, de groepen beeldhouwwerk, de +granieten kolommen en de bronzen trofeeën; een lange, eenzame weg, +grijzig, schiet recht weg naar St. Pieter, opwelvenden reuzenkoepel, +naar de gevangenisachtige vierkantmassa van het Vaticaan, aan het eind, +in de verte. Links, aan de Piazza del Popolo, de koepels harer beide +kerken--Santa Maria rechts--en achter die koepels, verder en verder +weg, wijkende naar de verte, de koepels en de koepels altijd, de ronde +en de ovale en de plattere koepels, de zee van koepelende kerken.... + +En achter die kerken en koepels en torens de violetvale Campagna, +terwijl de heuvelenkling met de cypressen van den Monte Mario en +de pijnen van den Janiculus--parapluie-achtige boomen, klein in de +verte,--den horizont stremmen.... + + + +En rond, als een gouden bal, verblindend wie uitkijkt over de +stad, hangt de zon in de wolkenlooze lucht, het transparante ether, +limpidener naar het Oosten toe, wit brandende, nu ze daalt, en straks +achter de daken verdwijnen zal.... + + + +Of ... nevelen zweven over, drijvende doorzichtige vaalheden, die +vullen de straten en afstompen de duizenden koepelingen, en zich in +de verre perspectieven opstapelen tot meer melkachtige wezenlijkheden, +als spoken, die belichamen.... + + + +Dan is het einde.... maar hangt nog de zon, dan schittert de Pincio +bont, en onder op zijn vialen, boven op zijn terrastuin, fonkelen de +palmen en mimosa's zuide-achtig in de laatste schijnsels, flonkeren +de cactussen en aloës, blauwgroen met weêrflikkeringen van brons en +metalen; en de herfstplatanen, vol bladeren van effen goud, klateren +hunne gouden tinten aan tegen den limpiden blauwen hemel.... + + + +Dan schittert de Pincio bont, onder zijn bonte boomen, goud en groen; +en de wielen der rijtuigen, de linten en spelden der minnen, de pluimen +en uniformen der muziekanten, de soutanes der seminaristen--rood, +blauw, paarsch,--de pijen der monniken,--de Capucijners bruin, en +wit de Benedictijners,--wirlen kaleidoscopisch door elkaâr; bont, +maar klein bont, terwijl de stad zich beneden uitbreidt, koepelend +en reusachtig.... + + Rome, Dec. '93. + + + + + + +III. + +SAN PIETRO. + + +De zon schijnt in vol licht binnen, in de baziliek, waar de menschen +nog weinig zijn: de groote baziliek, wijd en goud met de gouden +stukken vierkant aan hare binnenkoepels, die in de lucht horizontale +cirkels ronden, waarop weêr andere cirkels recht staan, als gouden +regenbogen. Zoo buigen de cirkels zich langs elkaâr, in perspectief +van segmenten en snijdende cirkelbogen, van goud. + +Het licht is er egaal, koud, op al dat goud, zonder wazigheid en +zonder ziel, zonder mystiek tusschen al die cirkels van overal even +fel schittergoud. En koud, boven den bronzen reuzenbaldakijn van +gedraaide zuilen, cirkelt de Spreuk zich in blauwe reuzenletters van +mozaïek op goud: + +Gij, Petrus, zijt een rots, en op dien rots zal Ik bouwen Mijne kerk +en aan u zal Ik geven de sleutelen van het Rijk der Hemelen.... + + + +Er zijn weinig menschen nog, verloren onder de gouden +reuzencirkels. Hunne kleine aantallen verliezen zich, waar ze wachten, +waar ze eindelijk, op de ellebogen geleund, wachten aan het hek van +planken, dat een gang maakt van de kapel van het H. Sacrament, met een +hoek midden de baziliek door, met een hoek naar het zijaltaar rechts. + +En klein is de wachtende menigte, al telt ze duizenden, klein zwart +verloren over het marmer, onder de hoog opbuigende koepelingen.... + +Op enkele afstanden staan de hellebaardiers, telkens twee, in de gang +van planken; weinige. Flink staan ze, leunende op hunne hellebaarden, +de uniform rood, geel en zwart; de broek rood wijd, waarover losse +gele banden hangen tot de knie, met de nauwere hozen, geel en zwart, +tot den voet in lagen schoen. De koperen stormband van den helm, +die diep op de oogen rust, sluit nauw aan de onderlip. + +Een oude heer, omslachtig, buigt zich over de planken balustrade +en vraagt iets, in log Italiaansch, aan een van hen. Hoe Zijne +Heiligheid komen zal en van waar en hoe laat.... Kort antwoordt de +hellebaardier, vriendelijk toch, tot het hem eindelijk te lang duurt, +en hij, korter, zegt: + +--Non so questa.... non so. + +De oude heer, omslachtig, bedankt den hellebaardier, bedankt hem zéer, +omdat het zoo interessant is, niet waar, zoo een interessante dag.... + +En verlegen, niet wetende hoe te doen, lacht de groote hellebaardier +even, en zegt: Si, si, en wendt zich af, verlegen..... + +De menigte is wat zwarter en dichter geworden, maar dertigduizenden +schijnen zij toch nog niet, die menschen aan het hek, in die reuzekerk, +die zich reusachtiger uitbreidt, naarmate er meerdere komen... + +Door de vrije ruimte tusschen de planken loopen af en aan kanunniken +met bonte pelerines, bisschoppen, een enkele kardinaal.... Ze loopen +haastig, met een slordige haast; slordig zijn hunne kleederen, vaal, +goor, dof, onaanzienlijk. Dat is een bisschop en dat een kanunnik en +dat is een kardinaal, wijst men elkaâr, want hen aanzien, dat ze het +zijn, doet men niet. Dan heeren in rokken, met ceremoniekettingen om +den hals en choorjongens, in het zwart met vuile, witte choorhemdjes; +af en aan loopen ze: éen brengt er, lachende, een hoop witte hemdjes +in zijn armen ergens weg, en haast zich.... + +De groote hellebaardier heeft het warm onder zijn drukkenden helm en +ligt dien even op, met een zucht. + +En men wacht. Dames, in het zwart, kanten voiles over het hoofd, zitten +op vouwstoeltjes, aan het hek, te wachten. Andere dames dringen op, +bonter gekleed, binocles in de hand. Hier en daar, tegen het massief +vierkant der zuilen aan, ligt iemand te bidden, in vrome verliezing. + +En geene emotie is in het wachten. Onder de reusachtige gouden cirkels, +aan het plompe, houten hek, dat een gang maakt, is alleen een zacht +dringen, een zielloos zich opstellen, om te zien.... + +Eindelijk. Een optocht wil zich vormen: de vuile choorjongens, +lachende, giechelende, peuterende in hun neus, slecht gedrild +door een pater, die geen orde houden kan.... De heeren in rok, de +bisschoppen, ordeloos, wachtende op elkaâr; misschien nog anderen: +een paar kardinalen. Maar men ziet niet meer, want eéne stem begint er +eene lange fraze van eentonig gejuich, waarin het: Evviva il Papa-Re, +opklinkt en andere stemmen, zwak, juichen meê.... + +En alle oogen zien met gulzigheid naar den verguld-en-glazen +draagstoel, de portantina, gedragen door dragers in livereiën van +gebloemd rood Utrechtsch fluweel, die aan ouderwetsche kanapé's +doen denken... + + + +De hellebaardiers staan recht en salueeren met de wit katoenen hand. In +den draagstoel schemert zichtbaar de gezetene gestalte van den Paus, +oud-tenger, in het wit, de witte kalot op de grijs-witte haren, het +hoofd buigende links en rechts en de handen naar de menigte rechts +en links heffende met het gebaar der zegenende vingers. Het gelaat +is oud-fijn, wasbleek, van eene effene wasblankheid, zonder vele +zichtbare rimpels, zonder dien van den neus om den mond heen gegroefden +grijnsglimlach der portretten en platen. Want de glimlach is maar +even; over het gelaat wasemt eene benevolente glimlachende zachtheid, +en het oog, met diep-in gloeiende intelligente vonk, wendt overal +heen zijn innigen blik, met iets van liefhebben en weemoed, over de +juichende getrouwen... En navrant is dit: die Majesteit der Katholieke +Kerk, toegejuicht, maar omgeven door Zijne onwaardige, onplechtige, +slordige cortège: de vuile choorjongens, de gore kanunniken, de +leelijke dragers, gaande tusschen de planken die een hek vormen... + + + +Gaande voorbij het Hoogaltaar onder den bronzen reuzenbaldakijn, +met de tombe van St. Peter, waar, om rouw over het wereldlijk gezag, +de mis nauw meer gelezen wordt; gaande, om rouwe, zonder wierook, +de kardinalen zonder hunne slepende plechtgewaden, gaande zonder +de wuivende schaduwen van veêrenwaaiers, gaande zonder al den +splendeur van vroeger, toen de Heilige Vader gedragen werd tusschen +een dichte haie van hellebaardiers en niet tusschen een leelijk hek +van onversierde planken. + + + +In de kapel van het transept, rechts van het verweduwde Hoogaltaar, +is de menigte der dertigduizenden opgedrongen, benauwd vol, aan +weêrszijden van het hek; de menschenlucht hangt er, zoet en wee.... En +in het choor zingen nu de zangers der Sixtijnsche kapel, matweg, +zonder extaze.... + +Ontzettend wijd en hoog schijnt de kerk, achter leêg verlaten; +de zijkapel eene kerk op zichzelve; de Paus niet te zien, vergeefs +gezocht door binocles in weifelende handen voor reikhalzende gezichten. + +Op het altaar daarginds, ver, verweg, tegen de vaag schemerende martyre +van den H. Erasmus aan, niets dan een kruis en, aan weêrszijden, +drie kaarsen. De priesters-ceremoniemeesters nemen er de misgewaden +en gaan er meê de trappen af, om ze den Paus te bieden. En de +Opperpriester verrijst eindelijk, zichtbaar nu boven de oogen der +menigte, in de gouden kazuifel, de witte kalot op de witgrijze haren +en voorzichtig, langzaam plechtig, doen zijne handen de gebaren, +die heiligen.... Kleintjes klinkt de bel en klinkt weêr en de menigte +knielt, dicht in elkaâr gedrongen.... + +En niet, zooals vroeger, daveren er boven den koepel bazuinen den +hemel toe, en vermelden het oogenblik, dat de Hostie omhoog is gebeurd, +en niets is te zien door het zwart der knielende menigte, tot de bel +weêr klinkt en ze rijst.... + + + +Het kruis en de zes kaarsen zijn weggenomen en een vergulde armstoel +wordt er op de zelfde plaats, op het altaar zichtbaar. En de Paus is er +nu gezeten; in de verte gaat iets om van het aanbieden van een groot, +wit, vierkant plakkaat, een adres: aan beide zijden der kapel zijn de +verschillende sociëteiten opgesteld, met hare vanen: op haar verzoek +was het, dat Zijne Heiligheid deze mis vierde.... En er gaat, vaag, in +de verte iets om van het buigen van ruggen en men raadt den voetkus; +dan rijst een heer, die het adres voorleest, op zij van den Paus; +met luide galmingen klinkt telkens zijne stem.... + +Eene vermoeidheid schijnt den Heiligen Vader neêr te breken. Het +hoofd hangt diep op de borst, en heft zich, nerveus, in eens op; +nerveus steunt de rechter dan het hoofd en de linker daarna, alsof +het hoofd moê is en niet weet waarheen.... Dan vallen de beide armen +slap en de handen hangen af van de leuningen van den gouden stoel, +alsof die zwakke handen het opgeven het moede hoofd te steunen.... + +En groot is hierna de verwondering, als--het voorlezen geëindigd--eene +resurrectie den Paus bezielt; hij zich recht heft in den zetel en +antwoordt, en van zijne stem is geen klank te hooren, maar krachtig, +energisch slaan de gebaren zijner gesterkte handen, slaan ze rechts, +links; overtuigend knikt het grijze hoofd meê en met iedere beweging +onderlijnt hij zeker wat hij zegt, in dankbare aandoening om hun +aller liefde.... + + + +En daarna wacht men, lang, eindeloos lang. Te zien is niets meer en +wat er eigenlijk gebeurt is iets geheimzinnigs, iets alleen voor +ingewijden.... Want de halzen rekken zich en de bincoles willen +kijken, maar te vergeefs.... En men loopt in het rond door de +kerk; de Pauselijke gardes ook loopen wat rond, zacht glimlachende +pratende.... [1] + +Op de balustrade van het Hoogaltaar zoekt men te zitten, stijf van +het lange staan.... En het wachten heeft iets, dat van streek brengt, +omdat men niet meer weet hoe en waarom.... + +Tot eindelijk een gejuich weêrklinkt, zakdoeken en hoeden wuiven.... Nu +niet in den glazen draagstoel, maar op den gouden zetel wordt de Paus +teruggedragen.... En vol juichen de Evviva's op, met een enthouziasme +vol overtuiging, en eene diepe emotie siddert door allen heen, die +daar juichen, als de Priester, in het wit, met den rooden mantel, die +even over de knie drapeert, nadert, en de zegen over hunne hoofden +neêrvalt van de twee vingers, die zich beurtelings heffen, links en +rechts.... Aan een dier wassen vingers--een witte handschoen dekt de +halve hand--schittert de groote ring met flonkerenden steen.... + +En de emotie is zoo innig waar, spontaan gevoeld, op dat oogenblik, +als de dragers nog éenmaal stil houden,--voor de deur der kapel, vóór +het heengaan--en de Paus zich nog éenmaal buigt, rechts en links, +en voor de laatste maal de zegen neêrvalt, dat zij weenen en er +een oude bedelaar, goor, bruin en bevend vuil, uitbarst in snikken, +die stotteren door zijn laatsten juichklank heen.... + +De jongelieden der sociëteiten, die vroegen om de Mis, storten, +in extaze, zich nog éénmaal naar de deuren der kapel.... + +Maar de Paus is verdwenen. De groote middenpoort der baziliek opent +zich. Het zonlicht, het leven daar buiten, vloeit binnen.... + +En de menigte, zwart, zwermt uit en stroomt, als in cascades van +menschen, over de trappen heen, in de piazza.... + + + Rome, 17 Dec. '93 + + + + + + + + +IV. + +BRIEF UIT ROME. + + + Rome, Jan. '94. + + +Weet je, wat er in Rome van je gevergd wordt, als je eenigszins de +pretentie wil maken Rome te kennen en Rome gezien te hebben? Ten +eerste, dat je de geschiedenis--zoowel wereld- als kunsthistorie--van +Romulus tot Bernini op je duim kent. Dan dat je vast bent geverseerd in +Rome's topografieën, van alle die eeuwen door, bij voorbeeld zóó, dat +als je in St. Pieter komt, je oogenblikkelijk ook denkt aan het Circus +van Nero en de Baziliek van Constantijn, waarop de Kathedraal als op +tronen omhoog rees; dat, in het bont-moderne gewoel van den Pincio, je +oogenblikkelijk ook denkt aan Messalina, die er eens hare tuinen had en +orgieën vierde.... Om dit eenigszins naar eisch te kunnen doen, wordt +niet alleen de historisch-topografische kennis der metropool verlangd, +maar daarenboven de psychologische kennis van jezelven; namelijk: de +macht om je indruk-en-stemming van het oogenblik, oogenblikkelijk ook, +een bliksemvluggen retrospectieven gradenboog te laten beschrijven, +die nauwkeurig aanteekent alle indrukken-en-stemmingen, welke je +ondervindt bij dien Schwung van Nero tot Leo XIII en van Messalina +tot de nou-nou's met kleurige linten.... Zoodra je dus voet buiten +de poort van je hôtel zet, geef je je vooral niet over aan een indruk +van het moment--aan de charme der uniek transparante lucht, waartegen +de kerken aankoepelen, de citroenen goud stippelen, de verminkte +zuilen hare weemoedige majesteit strak zetten--maar oogenblikkelijk +stel je je voor--van Romulus af--hoe die straat van je hôtel vroeger +was, en welke ruïnes en statuen onder je voetstap begraven kunnen +liggen.... En terwijl je gaat, moet de retrospectieve gradenboog dat +alles in je geest aanteekenen en juist, alsjeblief. + +Dus vooral dit: geen charme van het oogenblik. Heb je hieraan +behoefte, ga dan overal heen, maar niet naar Rome. Lees er Ouida's +Ariadne nog eens op na; dan zal je zien hoe het behoort. Gioia en +Crispin en Hilarion--uit dat boek, dat me, toen ik vijftien was, +in extaze bracht!--en nu? Helaas... --ze zijn allen heel ver in die +kunst van retrospectief genieten en als Crispin in een stalletje van +het Ghetto een oud stuk brokaat ziet, denkt hij oogenblikkelijk aan +Vittoria Colonna, die dat wel zoû kunnen gedragen hebben. Zoo behoort +het als men eenigszins Rome wil bestudeeren, ook al bestaat het Ghetto +niet meer. + +Heb je nu deze historische, aesthetische en psychologische kennis +verkregen, ga dan dravende zien, 's ochtends, 's middags en 's avonds +met maanlicht, want de tijd schiet je anders te kort. Hoû je niet op +met eigen opinies te willen verzamelen, want die zijn overbodig en +je kan veel vlugger en praktischer een aardige bloemlezing maken uit +Baedekers Guide, Hare's Walks, en uit romantischer lectuur als Ouida's +Ariadne, Bulwers Rienzi, Hawthorne's Transformation, Frances Elliots +Diary of an idle woman, Taine's Voyage en Bourgets Cosmopolis. Lees +die werken aan je lunch en diner; dit is zeer Engelsch: op andere +uren heb je er geen tijd voor. Trouwens het eenvoudigste is àlles mooi +te vinden: je kan dat doen in meerdere of mindere mate: raadpleeg je +gradenboog. Blijf dan zien--sight-seeing, zooals de aesthetische term +luidt der duizende Engelsche dames, die in stroomen van korte rokken +over Rome heen cascadeeren--blijf dan zien, herhaal ik, gedurende +_tien_ winters--'s zomers mag je weg, maar het is een algemeen erkende +waarheid, dat _tien_ winters vereischt worden. En na den tienden +winter mag je, met niet te veel zelfbewustheid, verklaren: gestudeerd +te hebben aan de Hoogeschool der Wereld en iets van Rome te kennen.... + + + +Ik wil wel, nederig, bekennen, dat mijne aspiraties niet zoo ver +gaan. Ik schaam me wel een beetje, maar ik woon ook niet, als Crispin, +aan de Ponte Sisto, maar in een heel banaal hôtel in een leelijke +buurt. Een heele leelijke buurt, want wie van Ouida's helden zoû zoo +barbaarsch kunnen zijn om te wonen in het nieuwe Quartiere Ludovisi, +tusschen de banale hooge-huizen-straten, die eerst de vroegere +Ludovisi-tuinen geruïneerd hebben en daarna eenige speculeerende +Romeinsche bankiers. Ik schaam mij ook, dat ik er woon, maar voel +me eenigszins gedekt door twee Russische dames, die hier ook wonen +en wier eenige levensdoel is: verborgen en overkalkte fresco's van +Andrea del Sarto op te speuren. De eene is weemoedig mooi, en ziet er +uit alsof dat levensdoel ook maar een pis-aller is. Dan ben ik blij, +dat ik uitzie op een palmboom, een stuk balustrade--helaas, niet +antiek--van het Casino della Aurora, en op dat Casino zelve. Toch is +dit Casino een onwrikbaar verwijt, dat altijd voor mijn oogen staat, +een verwijt aan mijne luiheid, want er is een plafond te bewonderen +van Guercino:--de Dageraad, die het Casino zijn naam gaf. Maar +die bewondering wordt alleen geduld vóor negen uur 's morgens, en +te bewonderen vóor negen uur is mij altijd onmogelijk geweest! En +nu kan ik zelfs niet verklaren, dat ik toch Guido Reni's veel meer +beroemden Dageraad zag in het Palazzo Rospigliosi, want de prins is +in Parijs en houdt dien Dageraad achter slot en grendel! Iets, dat +mij zeer teleurstelt en mijne begrippen van logica verwart, want zoo +ik de prins was, zoû ik juist mijn Dageraad publiek maken àls ik in +Parijs was, om er, in Rome, ieder moment van mijn gril zelve van te +kunnen genieten. Logischer vind ik dan den eigenaar van het Casino, +die alleen zijn plafond laat zien, als hijzelve nog in bed ligt.... + +Vlak bij mij, ook in deze leelijke buurt, is het brandnieuwe Palazzo +Piombino. De prinsen van Piombino zijn, door successie, eigenaars +geworden van Ludovisi--de vroegere mooie tuinen van Le Nôtre--en hebben +die tuinen, die nu een ieder betreurt, verkocht als bouwgrond. Zij +bouwden er zich ook hun nieuw paleis, waarvan een architect mij +vertelde, dat de verhouding van glas en steen zoo goed was, maar dat +ik toch heel leelijk vind, ten eerste: omdàt het geen kleur heeft, +dan die zijner nieuwheid, en ten tweede: omdàt het nieuw is, want een +paleis moet oud zijn, evenals adel, als het iets beduiden wil. Op de +rez-de-chaussée van dit groote blok is in drie of vier kleine zalen +met hideuze plafondschilderingen de beroemde collectie antieken +Ludovisi-Buoncompagni samengeplakt. Arme collectie Ludovisi! Men +behoeft u niet vroeger gezien te hebben, om u nu te beklagen, zooals +ge op een zuinigje geherbergd zijt. Arme, arme Juno Ludovisi! Uwe +majestueuze, olympische schoonheid, noch uwe wereldglorie heeft uw +nieuwen meester ten minste zóo kunnen roeren, dat hij ten minste +ú met verschuldigden eerbied behandelde en u uw eigen zaal gaf, en +een achtergrond van donker fluweel, en een edel licht. Want ge leert +wèl het communisme van onze dagen kennen, met zoovele marmers samen, +en koud, vaal valt een brutaal schijnsel op uwe godinnemajesteit, +tusschen die stijllooze nieuwe muren en die leelijke plafonds... + + + +Mij laat Rome denken aan eene harde, strenge, oude vrouw, met een +strak gezicht vol rimpels, koude grijze oogen, energieke dunne +lippen en groote, sterke handen; eene vrouw, die geleden heeft, +maar wie men niet aanziet den weemoed van hare smart; eene vrouw, die +steeds haar leed weêr heeft afgeschud met sterke zenuwen en onknakbare +vitaliteit. Eene vrouw, die zoo is oud geworden, heel oud, en u leert: +blijf niet neêrzitten en treuren, het verleden heeft afgedaan en het +leven gaat altijd voort, tot in het oneindige; spiegel u aan mij en +schep geen behagen in uwe melancholie: dat is ziekelijkheid. Ge behoeft +niet te vergeten, maar heb geene emotie meer bij wat ge u herinnert; +iedere volgende seconde brengt u de toekomst nader en ge behoort aan +de toekomst, want al het andere, zie, is niets meer dan asch en stof +en scherf en ruïne.... + +En in hare harde levenskracht schijnt ze te vergeten, dat scherf +en ruïne schoonheid kunnen zijn, en dat de ziel van die schoonheid +toch blijft: de weemoed van hun verleden... Want die weemoed roert +haar niet en tusschen hare ruïnes bouwde zij zich weêr op en wat er +van hare ruïnes overbleef, gebruikte zij soms praktisch: hare tempels +werden kerken, uit wat zij overhield aan antiek marmer trok zij nieuwe +paleizen omhoog.... Tot op onzen modernen tijd toe is zij vitaal +gebleven, en dit vitale heeft iets onsympathieks, iets hards, iets, +dat afweert en geene innigheid verlangt en geene weekheid dulden kan, +en strak blijft zien, met droge oogen. Iedere stad heeft hare eigene +fyzionomie en zooals Florence haar glimlach heeft van bekendheid +voor mij, hare sympathieke weêr-en-weêr-aantrekkelijkheid, alsof ze +mij terugziet na eeuwen, alsof ik vroeger geademd in haar heb met een +ander leven, zoo heeft Rome altijd en overal dat onhartelijk-krachtige, +verwijtende mij mijne zwakheid.... + +Het liefst heb ik haar dan ook, daar waar ze niet vitaal was, niet +weêr bouwde op hare vroegere fondamenten, afbrokkelde in ruïnes, +het liefst in het Forum en het Colosseum, den Palatijn en de Baden +van Caracalla. Ook al staat er veel moderns omheen, het Forum, het +Colosseum, en de Palatijn vormen een geheel van ruïnes, eene doodenstad +op zichzelve en gemakkelijk is er het verleden op te trekken, in eene +illuzie van zuilen en bogen, paleizen en tempels... Maar ook zonder +illuzie hebben die ruïnes charme. Al heeft het Tabularium zijne +elegante façade van bogen met beeldengalerij daarboven verloren en +is het omhoog getrokken als de achterzijde van het Kapitool, de drie +zuilen van den tempel van Vespazianus, de achtzuilige façade van +dien van Saturnus staan als hooge poëzie in hunne verminktheid met +vermorzelde kapiteelen en stukken kroonlijst, waarop de inscripties +als afgescheurd schijnen, en de eereboog van Septimus Severus, over het +antieke plaveisel van de Via Sacra heen, behield nog veel grandeur der +Romeinsche keizer-eind'eeuwschheid over. En waar kan men dien grandeur +beter nog overleven dan in de titanische ruïne van het Colosseum, +dien cirkelbouw van bogen op bogen op bogen; of in de verbrokkelde +paleizen van Caligula en Tiberius en Augustus, of in de reuzentermen +van Caracalla, waar zich het emplacement nog uitlijnt en opboogt van +een weelde, die al onze nieuwe luxe miniem en kinderachtig maakt? + +Nergens meer dan in die ongelooflijke termen verrijst de fantasmagorie +eener sublime decadence in duidelijker ommetrek: de hallen van marmer +en porfier, van zilvergegreind wit en wijnkleurig rood, de vloeren in +elaboraat mozaïek, dat het lichaam der gladiatoren in elke beweging van +zijn spierleven toont [2]; de kolossale zwembassins onder de blauwte +van de open lucht; beelden overal en reuzencoupe's en men ziet er +de baders, de decadenten, die, eens in de termen, den heelen dag +er hangen, zeven malen zich baden met hoogst gecompliceerd gebruik +van zalf en van geuren, geënerveerd dan en gebroken door de massage +hunner slaven wat epicuristiek gaan cauzeeren met de filozofen, +die in den bibliotheek boven lezen, of, lui, uit de loges zien +naar de worstelaars in de palestra, of in het stadium de courses +een oogenblik bijwonen als de keizer gekomen is; Caracalla, met den +breeden zinnelijken type-kop: laag fronsvoorhoofd, diepe gluuroogen, +kort kroeshaar, de neus snuivend, de mond dik sensueel, zooals men hem +nu nog ziet in het Vaticaan en ziet in het Kapitool; of Heliogabalus, +de zonnepriester van Emeze, die zóo vrouweschoon was, dat de soldaten, +zoodra ze hem in den tempel zagen, verliefd riepen tot keizer, en +vooruit zonden naar Rome zijne wonderbeeltenis.... + + + +Misschien treffen ons, latelingen van deze eeuw, de ruïne's dezer +baden zoozeer, omdat wij er in loopen, met een glimlach, die begrijpt +het luxe-leven van die baders, en wij, medelijdend met onszelve, +zeggen, dat onze decadence toch grandeur mist; omdat in onze wereld +zulke termen niet meer te vinden zijn, omdat ónze eind'eeuwschheid, +in die termen geanalyzeerd, slap wordt en zeurig, voor een goedkoopje +en vervelend en mesquin.... + + + +Het eenige antieke gebouw van Rome, geheel intact, is het sublime +Pantheon--S. Maria Rotonda nu. De muren staan als onverdelgbaar, +al zijn ook de kapiteelen en architraven als met hamers vernield, +geheele stukken marmer er uit neêr gemokerd, tot het schijnt alsof +gapende wonden aan dat bovenbeeldhouwwerk gevreten hebben en er nog +reuzenlitteekens graven. Van binnen maakt de welving--de eenvoudige +enkele welving, met het ronde oog, waardoor de hemel kijkt--op mij +dien lichten schrik van schoonheid, die even adem beneemt en dien +zelfs St. Pieters binnenkoepel mij niet geven kan. En de essence der +schoonheid van die eenvoudige rondte is verder vooral deze gedachte, +dat men den antieken tempel zuiver overhoudt, als men de katholieke +altaren in de nissen rondom er uit wegdenkt... + +19 Januari is de sterfdag van Victor Emmanuel, wiens overschot +daar rust in een sarcofaag, tusschen twee zuilen rechts van het +hoogaltaar. Een lijkmis wordt dan in den morgen gehouden, maar een +naïve vreemdeling, die meent, dat de koning en de koningin minstens +bij deze gelegenheid ceremonieel in eene kerk verschijnen zouden, +bedriegt zich en staat op nieuw voor het gecompliceerde raadsel, dat de +verhouding vraagt tusschen Vaticaan en Quirinaal. Hunne Majesteiten, +vertelde mij een officier, hadden slechts de generale repetitie +bijgewoond, ik meen in het Palazzo Doria-Pamphili. Hierbij wil ik +nog even voegen, dat de koningin zeer devoot is, gecanonizeerden +en gebeatifieerden in hare familie telt, en, naar men zegt, iederen +morgen incognito de vroegmis bijwoont in de kerk van hare paroisse +bij het koninklijk paleis.... + +Aanwezig bij dien lijkdienst waren toch Militaire en Civiele Huizen +van beide Majesteiten, het corps diplomatique, en alle militaire en +civiele autoriteiten. Een betrekkelijk kleine ruimte bleef over voor +andere invités, voor het meerendeel de kolonie der vreemdelingen, +met het onmisbaar rijkelijke Britsche contingent. Vreemd doet het +ons, rigide Noordelingen, aan, hoe gul de Italianen met etiquette +omspringen. Op de invitatiekaarten stond voorgeschreven: rouwkleeding +voor dames en heeren beiden. Onze Minister-Rezident had daarenboven, +bij het toezenden der invitatiekaarten, ons hierop in zijn brief attent +gemaakt, zoodat, zoowel mijne dames als ik, er eenvoudig niet anders +over dachten dan te gaan in het zwart. Maar jawel; al waren de heeren +over het algemeen in rok en witte das, rissen dames vloeiden binnen +in de meest kaleidoscopische kleurenmengelingen... Ik moet eerlijk +zijn om te bekennen, dat zij niet allen Engelschen waren, maar ook +Italiaansche vele. Het scheen, dat het onderschrift op de kaarten +alleen een beleefd verzoek inhield, dat naar keuze kon ingewilligd +worden of niet.... + +Na de onplechtige, Pauselijke ceremonie, die wij in December in +St. Pieter bijwoonden, trof mij zeer wat wij in het Pantheon zagen, +vooral zágen. Want de muziek, door een krachtig luid choor gezongen +van jongens-sopranen en bassen, was mij te veel als het ensemble of +de finale van een opera en het Kyrie Eleison, dat telkens en telkens +over het doffe bommen der trommen en den zilverslag der bazuinen +uitgedaverd werd, scheen niet gezongen in toon met de smeekbeê der +woorden. Maar misschien vereischte een lijkzang voor een vorst, +zoo krachtig als Victor-Emmanuel, ook niet al te teêre klanken.... + +Vooral heel schoon in zijne funèbre harmonie was de decoratie +der kerk, donker gehouden, omdat het oog van boven--het eenige +licht--gesloten was en het maar schemerde van de tallooze kaarsen +der groote kandelabres, om de eere-katafalk, die, in het midden der +kerkruimte, zeer hoog oprees. Dan, op alle hoogten, hier en daar de +vlammende urnen; soms bluschten ze half uit, en daarna, door een +tocht, flikkerden ze weêr op met groote tongen. Over den ingang, +achter de katafalk, het hoogaltaar, waar de hofkapelaan officieerde; +kurassiers, stil-stijf en harnas-blinkend, op de treden; er achter, +in de koorzetels, de litanieën murmelende kanunniken, in de hand lange +kaarsen, die hen half verlichtten in het schaduwduister en hunne witte +bonten pelerines deden opvlakken als stukken blanke sneeuw.... Links +dan, in een estrade, de zangers en het orchest en rechts het mauzoleum: +de sarcofaag tusschen de twee zuilen, met twee kandelabres er voor, +van den antieken vorm, en waaruit hooge vlammen opkronkelden.... + + + +Ik herinner mij, den eersten keer, dat wij in het Pantheon kwamen--de +eenvoudige, welvende ruimte toen--den veteraan met zijne medailles, +die waakte bij het graf, en de twee soldaten, die er, in een boek, +hunne namen schreven, met ernstige gezichten, vol van de aandoening +dat graf te zien, en ernstig elkaâr vroegen, of ze ook den naam van +hun dorp, hun paese, zouden zetten, en, langzaam, toen besloten van +ja, en ik kan niet zeggen, waarom mij dit roerde: dat ze den naam +van dat plaatsje met groote langzame letters schreven: misschien +alleen om den simpelen eenvoud van dat feit en misschien wel om de +onbeduidendheid ervan. + + + +Ik voel mij beschaamd, dat ik dit herinneringetje vermeld. Want Rome +is de stad niet voor zulke kleine dingen en Rome is de stad van het +ruime, het geweldige en ontzaglijke.... Een oogenblik herinner ik +mij wel vreemd, dat het Forum toch zoo klein was, voor het compacte +leven, dat er in de oudheid geleefd werd, tusschen de bazilieken +en tempels, die er op elkaâr drongen... Maar die herinnering duurt +niet lang, want dadelijk doemt op de Palatijn, een berg van nièt dan +paleizen; het Colosseum, waarin zeeslagen gemimeerd werden; en ik +zie de huizingen van den ouden adel: Doria en Colonna en Farnese; +ik zie het oude Pauselijke paleis van het Lateraan in al de wijdte +van wat nu muzeumzalen zijn, en eindelijk zie ik ook, als altijd, +St. Pieter en het Vaticaan, de Pauselijke stad op zichzelve.... En +al die lijnen strekken zich uit als met horizonten van architectuur +en koepels als regenbogen, duizelingwekkend bij de gedachte aan wat +menschen konden doen... + +Men zoû het Michelangelo niet aanzien, dat hij een der heroën was, +die deze wereld van het kolossale schiepen. Zijne portretten en bustes +in de Uffizie en de Casa Buonarotti te Florence geven hem niet als +een titan, maar meer met het burgerlijke type van een misantropischen +timmerman. Maar portretten en bustes bedriegen en voor Michelangelo +is het woord der conventie altijd: titanisch geweest, en blijft +dat woord ook de eerste spontane uiting, van wat ieder bij zijne +scheppingen voelt.... + +En toch... na die eerste overweldiging, rijst een twijfel op en een +vraag. Wat is het gevoel, dat ons déconcerteert in de Sixtijnsche +kapel? Is het waarlijk de openbaring van een onmacht? Maar zoo dit +onmacht is, is het de onmacht van het genie, de onmacht van het +te vergeefs willen naar het empyreum van het állerhoogste, naar +dat supreme en alomvattende, dat voor de menigte in wolk versluierd +blijft en dat de hoogste ziel dan toch gezien heeft in een vizioen van +bovenaardschheid: een onmacht, die tragisch is en dieper roert dan de +gladde perfectie van welk klein talent ook. Want in die onmacht is de +moed, en moed is meer dan kracht, omdat moed ziel is en kracht feit: +moed de gedachte en kracht het middel slechts tot de daad.... + +Ik kan, wat de meeste der kunstbeschrijvers doen, in de Sixtijnsche +kapel niet juist dàt zien: de eenheid, de volmaaktheid der +eindconceptie van het geheel. In de Sixtijnsche kapel zie ik eerst: +het Laatste Oordeel, de reusachtige altaarfresco: een gewriemel van +alle even zwaar gespierde ledematen in een somber, door den adem van +eeuwen geëmbrouilleerd koloriet. Heel boven meen ik in een machtige +figuur, die mij bliksemend treft, God te zien of minstens Jezus, maar +ik vergis mij: [3] het is maar de profeet Jonas... En nu eerst ziet +de blik, die zakt, den Oppersten Rechter, in een geagiteerde houding, +die ik niet begrijp... + +Nu zoek ik ook het plafond boven mij; spiegels worden gereikt en +gelukkig, want eenigszins lang naar boven te zien met verwrongen +nekspieren is ondoenlijk in het genieten van schoonheid... + +Waarom toch al die meest supreme kunst voor plafonds, waar wat +arabesken voldoende zouden zijn? + +En ik zie geen geheel. Ik zie een mozaïek van fresco's in de +lucht, die elkaâr vierkant opvolgen: het zijn grootere en kleinere +middenstukken, ingesloten door een elaborate architectuur en sculptuur +van geschilderde zuilstukken en engeltjes. Hoe Michelangelo die +geschilderde architectuur en sculptuur concepieeren kon, is mij +iets raadselachtigs. In die middenstukken zijn de tafereelen van +de Schepping en den Zondvloed, en op de vierkante piedestallen der +zuilstukken zitten, in houdingen, die elkaâr nieeren, telkens vier +figuren, engelen of genieën. + +Dit is reeds veel, reeds duizelingwekkend van idee en elaboraat +van opstelling, maar het is niet alles... Want wat de kleinere +middenstukken kleiner zijn dan de grootere, zijn ze opgevuld met +medaille-achtige medaillons. + +En vooral: waar het langwerpige plafond zich aan weêrszijden welft, +zitten, onder de kleinere middenstukken, de machtige Profeten +en Sibyllen; daartusschen, in ogivale bogen, figureeren de minder +vooruitkomende Voorouders van den Heiland, met, op zij nog, kleinere +bruinige figuren... + +Beken, dat het u duizelt. Beken, dat het te veel is, voor een plafond, +te veel vooral, omdat de reusachtige Sibyllen en Profeten de figuren +der ontzettende wereldhistoriën op een tweeden grond dringen en zelve +toch niet schijnen te kunnen ademen, evenmin als de genieën schijnen +te kunnen zitten op hunne nauwe stukken piedestal... + +Maar nu ook zie ik plotseling, duidelijker en duidelijker, dat alles +op zichzelve, trots dit gemis aan atmosfeer, van een ongedroomde +heroïsche schoonheid wordt, die bliksemend en weêr bliksemend treft.... + +En dat het geen onmacht was van den schepper, want dat hij kòn, +maar dat hij te veel schiep in eene te kleine ruimte, te veel leven +riep op een te kleine oppervlakte: het plafond en den altaarmuur van +een kapel... + +En een verlangen rijst op om ieder dier figuren alleen te zien, +telkens afgezonderd van al de anderen.... + + + +Ik herinner mij, in Florence, in de Academia delle Belle Arti, den +Eterno Padre van Carlo Dolci. Toen ik dat stuk voor de eerste maal in +het oog kreeg, naderde ik het met een glimlach, maar bleef er toch lang +op staren. Een jong, week, weemoedig gelaat, met lange blonde haren, +met oogen vol van een onuitsprekelijke melancholie, een gelaat als een +bloem, smartdroomend ziende uit het licht van eigen goddelijkheid, +de blauwe en roode draperie vastgehouden door een stralend juweel +en de handen--de kleine, zwakke, mooie vrouwenhanden, die nooit een +wereld konden scheppen--in een vaag gebaar bewogen... Neen, dat was +geen Eterno Padre, dat was nauwlijks zijn Zoon, dat was zelfs geen +Heilige, die naar martyre smachtte; dat was een mensch, een kind, +een zwak kind, op den goddelijken troon verheven, en er niet voor +geschapen, en niet wetende hoe en wat, en vol melancholie, over het +lot, dat hem God maakte, Vader van het Heelal, Eterno Padre... + +En toch, dit juist was de innige charme van die schilderij, die +absolute menschen boos maakt en die absolute menschen minachten. Het +was de charme, de teeder melancholieke charme, van het zwakke, dat +geroepen wordt tot den plicht van het allerhoogste, de charme, die ons, +op aarde, roert in een kind, dat een kroon draagt... En zeg me nu niet: +die Eterno Padre van Carlo Dolci is geen God: ik zie dat wel en ik +weet dat wel. Maar ook zie ik, dat uit die bloem van blonde kleur en +zachten glans, die Carlo zijn Eterno Padre noemde, geheel het karakter +van den schilder trilt, ten minste zooals ik dat karakter zie... + +Want meer doen wij niet en wij bedriegen ons altijd... + +En dit verhoogt oneindig de charme van de absolute schoonheid eener +schilderij: er den schilder in te zien, zooals ik Fra Angelico in +zijne fresco's zie van San Marco en Carlo Dolci in zijn Eterno Padre +en Michelangelo in den Zijnen... + + + +In den Zijnen... De immense macht, de kolossaalste kracht, die zich +ooit de menschen droomden: de God, die schept. De God, die uit den +chaos in zeeën van glans opzweeft en is en duisternis scheidt van +licht, met éen gebaar van openspreidende armen, en uit kolken van +warrelend licht de zon rondt en ze slingert waar ze nu eeuwig staan +zal, en de maan dan slingert en dichter dan zweeft en oproept en +verdeelt, alles slechts met éen gebaar: het water hier, het land daar, +de planten en de dieren... + +De God, met den machtigen frons van scheppingsgedachte, die troont op +zijn voorhoofd, met de oogen, die vèr zien door het opdoemende heelal, +en die, terwijl zijn engelen zich dringen tegen hem aan en zich +verschuilen in zijn opblazenden mantel en zich dekken de oogen voor +het licht, dat geboren wordt--de machtige armen uitzwaait en met den +vinger de zon haar punt wijst hier en de maan hare baan, daarginds... + +De God, dien daarna eene intimere, mysterieuze gedachte bezielt, +een ondoorgrondelijke droom, en schept den mensch, Adam; zijn +fronsvoorhoofd heeft zich vereffend; iets teederders verzacht zijn +blik, en gedragen door zijne engelen, die hijzelve weêr in zijne +armen draagt of ze schuilen laat in zijn welvenden mantel, strekt +hij een arm uit en roept, met voorzichtigen wijsvinger, den mensch +op, zijn speelding, dat hij liefheeft, en Adam _is_, half liggende +nog, gemodeleerd in ledematen van mooiste, jonge kracht, de laatste +wezenloosheid nog schemerende in zijne oogen en den arm, hij ook, +strekkende naar den Schepper als om aan te roeren diens vinger met +zijn vinger ook... + +De God, die daarna is neêrgedaald in het menschenparadijs, dat hij +maakte en er niet meer zweeft, maar staat en, terwijl Adam slaapt, +er Eva schept uit zijne zijde, Eva, die men er ziet rijzen uit +hare geboorte met dat volschoone gebaar van opstaan uit het niet, +dat gebaar van wording, de knieën nog even gebogen, de schuchterheid +nog in haren oprichtenden rug, de handen gevouwen, als in eerbied of +in dankbaarheid... + + + +Ik zie Michelangelo in die ontzettende creaties, ik zie hem ook in +de Profeten en in de oude, subliem machtig denkende Sibyllen, met +die sombere oogen, die vooruit zien in hare afwachting der langzaam +ontsluierende toekomsten; maar ik zie Rafaël nooit als een omlijnd +karakter uit zijne kunst oprijzen. Of liever, ik zie hem nu eens +zoo, en dan weêr eens anders, met de wisselingen van eene lenige +plooibaarheid, met de schitterreflets van eene ziel, die zich geeft +zooals het op het oogenblik het beste is, zich schikkende naar de +pauselijke opdrachten en toch zich niet geheel en al schikkende en +eindelijk met eene glimlachende insinuatie kronkelend tusschen alles +door en gevende wat hem goed dunkt.... + +Uit zijne fresco's, maar vooral uit zijne titanensculptuur, komt het +karakter van Michelangelo, die met Paus Julius II meer vocht--over +de détails der Sixtijnsche kapel--dan dat hij de knie voor hem boog, +als gespierd marmer zelve voor ons uit, maar Rafaël blijft altijd +indécis en gecompliceerd beide.... + +Zie hem te Milaan in zijne Sposalizio, te Florence in zijne madonna's +en portretten, te Rome in zijne Stanza's of Loggia's, of arrazzi; +in de Farnesina of in de Sibyllen van S. Maria della Pace of in de +Transfiguratie van het Vaticaan; en het zijn karakterwisselingen +en -schitteringen als van steeds andere facetten, in steeds andere +lichten, en niet alleen te verklaren door de drie periodes, waarin +men zijn schilderleven onderscheidt. Hoog sympathiek zijn al die +wisselingen mij niet, want ik zie altijd in Rafaël iets van een +genialen faiseur: een artist, die heel veel en gemakkelijk kan, en +alles glimlachend doet en beminnelijk. Ik heb hooger achting voor +Michelangelo, met zijn streven naar het onmogelijke en zijn vechten +met het marmer; ik zie in geen enkel kunstenaar zóoveel menschelijks +en heroïsch samen. Maar de Sposalizio is mij minder waard dan welke +schilderij ook van Perugino, dan welk stukje kunst, die heilige kunst +van Perugino--al was hij zelve ook niet zoo heel heilig--omdat imitatie +van manier, hoe perfect ook, toch altijd secondair blijft. Hoog +bekoren mij het magistrale portret van Julius II, in de Uffizie, +en de glanzig kuische en goudschoone Madonna del Gran-Duca in het +Palazzo Pitti, maar in de Madonna del Cardinello vind ik het Jezuskind +bepaald dik-leelijk en den voet, die op den voet der moeder staat, +niet minder dan wanstaltig, en de Madonna della Sedia houdt telkens +en telkens iets prenterigs voor mij, tegelijk met iets ra-terre-'s.... + + + +De goddelijke glorie van Rome zijn al hare antieke marmers: de +weêrgalooze muzeums in het Vaticaan: Pio-Clementino, Chiaramonti en +de Braccio Nuovo, waar allen zoo heerlijk ruim staan, alsof de eigen +atmosfeer dier nu verminkte en ontheiligde goden nog om hen heen waait, +en bij deze unieke verzamelingen sluiten zich de collecties aan van +het Kapitool, van het Lateraan, van Borghese, van Ludovisi en van de +Termen van Diocletianus.... + +In Pio-Clementino het eerst de zaal van het Grieksche Kruis: de antieke +mozaïeken op den vloer; de kolossale zacht gespikkelde en purperende +porfieren sarcofagen van de moeder en dochter van Constantijn den +Groote, en vooral de aanbiddelijke Afrodite, naar die van Knidos +van Praxiteles, met hare oogen van innigheid, en haar glimlach van +innigheid, met hare zacht goddelijke lieftalligheid, die dichter tot +ons menschen nadert dan de hoogere majesteit der Venus van Milo. Al +heeft men ook hare benedenvormen verborgen achter eene barbaarsche +draperie van geslagen ijzer, dat wit is gemaakt, zij is nog schoon, +zoo innig, lief mooi nog, dat men haar schijnt te mogen aanbidden van +heel dichtbij, zonder profanatie van hare goddelijke essence, en bij +die innige mooiheid schijnt de Mediceïsche Venus--in de Tribuna te +Florence--geaffecteerd en pretentieus... + +En nu verder te gaan wordt louter genot voor de ziel, die zich vol +gebeeldhouwde impressie's opstapelt.... In de Rotonda, in het midden, +de porfieren reuzencoupe uit de termen van Diocletianus; ginds de +Juno Barberini, maar zij roert me niet zeer; ze lijkt te veel op de +jonge prinsessen van Wales.... Maar dan, naast haar, Antinoüs, zijne +buste alleen, zijn kop van schoonheid en vol raadsel.... De nek jong +krachtig en geserreerd; het gelaat beeldschoon Grieksch, de haren laag +tot op het voorhoofd, in rechte krullen dan vallende achter.... En de +oogen, de oogen vol weemoed, vol raadsel, vol vragen aan het leven: +waarom die smart, omdat ik mooi ben; die oogen vol peinzens over het +onoplosbare; die mijmerblik, waarin geheel de sfinx schijnt weg te +schuilen; die straal van levend marmer! + +Naast hem, tevens aan de voeten van den goudbronzen Herkules, de +kop van Adrianus, maar niet zoo treffend en te veel als opgemaakt, +te netjes, en uit zijne oogen de antwoordblik niet op dien van mijn +Antinoüs.... + +Maar dan nog eens hij, wiens schoonheid zijne essence was, de essence +van zijn leed en zijn geluk: Antinoüs, vergood, verheerlijkt door zijn +keizer na zijn dood, als Bacchos, gekranst, den tursos in zijn hand.... + +En op die menschelijkheid, tragedie van twee zielen, blikt neêr de +Zeus Otricoli, als in een al begrijpend, olympisch medelijden.... + + + +In de Galleria delle Statue treft mij het meest de verminkte Eros naar +Praxiteles, zonder armen en zonder beenen, en daarom zoo pijnlijk, zoo +armoedig, als eene gemartyrizeerde godheid, maar zijn kop is intact, +het haar wat opgebonden in een strik op het hoofd van voren.... Eene +onuitsprekelijke peinzing in de neêrkijkende oogen, waarin bijna iets +trilt van wroeging, omdat hij de liefde is en het leed geeft aan de +arme menschen; en dan tevens dat aanbiddelijk noodlottige van geheel +zijn armelijk verminkt wezen, alsof hij stil fluistert: ik kan niet +anders en ik moet zoo: vergeef me.... En zijne ziel, de zoete ziel +van dat stuk marmer is zoo iets zoets, zoo iets diep-in levends, dat +mijne oogen vochtig worden, als ik hare openbaring opmerk, en dat ik +hem zoû willen troosten, en hem zeggen: het leed, dat je geeft: het +is het geluk, en de arme menschen, ze willen het niet missen, nooit.... + + + +Het is heerlijk daar te dwalen, en hoe langer men dwaalt, +hoe levender de marmers worden, in hunne atmosfeer, tegen hunne +purperende achtergronden, met hier en daar de prachtige baden van +zwaar, rood-geaderd albast, en de zetels en coupes van rosso antico, +en de marmeren bas-reliefs tegen de muur. + + + +In de vier kabinetten van het Belvedere, de Laöcoon, de Apollo, de +Mercurius en de Perseus en Vuistvechters van Canova.... De Laöcoon +heeft mij niet zoo machtig geroerd, misschien omdat ik in een beeld +meer getroffen wil worden door eene psychische stemming, dan door eene +te dramatische activiteit, die de bekoring van het stille marmer voor +mij te veel tourmenteert.... Van den Apollo verwachtte ik ook geen +ontroering, omdat de blik er op zoo geënerveerd is geworden door +duizenden slechte copies, en toch de Apollo zelve is van eene hoog +geïnspireerde uitdrukking, waarvan de apotheoze straalt uit zijne +oogen; zijne vormen echter hebben iets schraals en gewild elegants.... + +Canova is in zijne Vuistvechters van eene kracht, die verbaast als +men hem zich herinnert in al zijne teederheid. De vormen der twee +kolossale gladiatoren zijn van de grofste gespierdheid en blijven +toch schoon, maar het is de schoonheid van twee prachtige beesten, +zonder ziel.... Het is de massieve schoonheid van enkel forsche +mannenkracht in het geweldigste van hunne viriliteit; de gezichten +fronsend als woedende beestenkoppen, met woedend vlammende oogen en +spalkende neusgaten, die snuiven... Onwrikbaar staan ze beiden geplant +op hunne zware voeten, waarvan de groote teenen zich sterk uitdrukken +tegen den grond aan; de een getast op zichzelven in de concentratie +van alle zijne spiermassa's, waarvan zijn rug, zijne armen en beenen +tot springens-uit-elkaâr schijnen op te zwellen. Hij staat in de +massieve houding van die een sprong wil doen, de armen aan het lijf, +de omzwachtelde handen met vingers aan elkaâr, reeds uitgestoken, +als om beet te pakken zijn vijand, onder de armen... + +En de ander, geheel naar boven opgerekt, ook straf op de beenen, +de sterke voeten gegroeid aan den grond van louter kracht, zwaait +den eenen arm omhoog tot zijn mokerslag, die af zal weren, en de +vierkante vingers van zijn andere vuist drukken zich in elkaâr van +stierenwoede... + +En vreemd tusschen hen beiden, contrast, op den achtergrond, heft, +etherischer strijder, de slanke Perseus een Meduzakop omhoog... + + + +Maar van het Belvedere is de Hermes de hoogste schoonheid. Vroeger +werd hij een Antinoüs genoemd, maar al de Antinoüskoppen vertoonen +de zelfde gelijkenis als fotografisch, en deze Hermes heeft het echte +Hermessengelaat, zooals de ideale Hermes van Praxiteles het ook heeft: +het smalle proëminente voorhoofd van fijn verstand, de eigenaardige +oogen van intelligentie en intelligentie vooral de essence zijner +schoonheid. En die schoonheid is zoo wonder, zoo louter, dat zij +onuitsprekelijk wordt en de woorden gaan bezwijmen bij zijn aanblik +en men slechts in stilte bewondert, omdat alle woorden vaal zouden +klinken bij de zijne, als hij de schoone lippen openen ging en zeggen +zoû zijne eigene woorden, van goddelijk vernuft... + + + +Langs den kolossalen Herkulestors door het Chiaramonti-muzeum, maar +hoe schitterende marmers de lange galerij ook verzamelt, men is er +een weinig moê na al het hoogschoone van zoo even.... Ik herinner +mij er toch vele: + +Een Eros, die zijn boog spant, in eene losse houding van mikken; een +Niobide, alleen romp, geen hoofd en geene voeten en toch vol vlucht +in de loopende beenen, die gedrapeerd zijn, en zoovele interessante +archaïsche stukken... Toch is het een rust er wat vlugger door te +loopen, naar den Braccio Nuovo, en daar, tergend ver en toch treffend +dadelijk, schittert de Apoxuomenos van Lusippos me toe. En ik moet +altijd eerst naar hem, zonder links of rechts te zien... En toch, +daar staan de keizerlijke Augustus, een typische Domitianus met +een laagwreeden kop; de Dorufoor, de Canon van Polukleitos, copie +natuurlijk, evenals zijne Amazone; en dan links een reeks athleten +en rechts een troep van verschillende saters, die gieren van leven +en vroolijkheid. Maar de Apoxuomenos lokt nader en nader.... + +Het is een beeld, waaruit eene complexe moderniteit van idee +schiet. Een athleet, maar fijn van leden, de beenen zelfs slank en +de voeten heel lang en tenger; de rechterhand is uitgestoken en twee +vingers er van houden een dobbelsteen, die zij juist willen laten +vallen.... Maar machinaal gaat de andere hand door te schrappen met +den schrapper de olie van zijn onderarm, den balsem, waarmeê hij zijne +leden had gewreven, voor lenigheid. En in zijn beeldschoon gelaat van +eene dwepende, modernere schoonheid--en het zelfde gelaat van Lusippos' +rustenden Ares in Ludovisi--staren zijne mijmeringen uit, als denkt +hij niet aan zijn schrappen, dat gaat van zelf in de machinale beweging +van het steeds-zelve-doen; als denkt hij alleen aan wat hem zeggen zal +de val van den dobbelsteen: zijne overwinning.... of zijn nederlaag.... + +En hoog boeiend in de gewone realiteit van zijn eenvoudig doen, van +zijn reinigenden uitgestoken arm met den sikkelvormigen schrapper, +is hij; omdat zijne prachtige oogen blikken van eene geheel andere +gedachte en uit zien naar zijne dadelijk nabij zijnde athletentoekomst, +waaraan hij wil gelooven, zoodra de teerling valt.... [4]. + + + +De marmers van Rome zijn talloos en wonderschoon. De pen, die hier +schrijft, is een vlugge pen, de pen van een brief uit den vreemde, +die even trekt eene impressie van herinnering; ze schrijft geene +apodiktische, aestethische studie van sculptuur. En ze tikt aan, +en tikt aan, vlug, en hare woorden vallen neêr en willen niets geven +dan de reflets dier indrukken zelve. Ze weet niet, hoe ze ze allen +zal melden, mijn marmers, die ik liefheb.... + +Een der machtigste gebeeldhouwde impressie's, als gedrukt met een +zegel op de ziel, geeft mij de stervende Gladiator van het Kapitool, +de barbaar met het ruw-mooie gezicht en het steile haar, en met de +stervens-emotie in de oogen.... De galerij aldaar van de keizerbuste's +is vol verrassingen; Caracalla prachtig typisch; Caligula een heerlijk +mooien, intelligenten bazalten kop, die alles verwart in het brein wat +men van Caligula las; Heliogabalus, leelijk en geheel niet gevend de +charme van den vrouweschoonen zonnepriester; en Nero, ook niet dàt, +evenmin als in het Vaticaan waar hij gelauwerd staat.... Ik herinner +me de charmante kinderkopjes van Nero in de Uffizie, vol van de +alleraanvalligste jeugd! + +En ik wil nog eindigen hiermeê: zoo ge in Rome komt, ga naar de Termen +van Diocletianus. Er zijn prachtige beelden, een rustende vuistvechter +van brons, een koploos lichaam met gebogen knie van toch nog hoog +harmonische schoonheid, maar er is een kopje....! + +Een slapend kopje van bijna goudgeel marmer, afgeslagen aan den hals, +en liggende op een fluweelen kussen, voor een venster, waardoor +het licht er dommelschaduwend op valt. De neus is wreed verminkt, +als weggevreten door een kanker.... Maar de oogen, als onder een +floers van doorschijnende oogleden, leven in de sluimering. De mond +haalt adem. En niets is tot ademloosheid toe treffender--om niet +wakker te maken--dan die indruk van innige sluimerschoonheid van dat +aanbiddelijke amberkleurige vrouwekopje, met haar geschonden neus! + + + + + + +V. + +MICHELANGELO'S CUPOLA. + + +Een langzaam opglooiende ronden steenen weg eerst, als eene kronkelende +viale, die ingebouwd is door een reusachtige steenmassa. Dan een +groote wenteltrap als een reuzenkurketrekker... + +En het dak van St. Pieter breidt zich uit, een dak als eene stad, want, +als kerken, rijzen er overal koepels omhoog, waartusschen zich wegen +verliezen, en, eene kathedraal zelve, verheft zich voor me de cupola... + +Eene hangende stad, hangende over de wereld beneden haar: Rome. Maar +de stad is desolaat, het gehamer van werklieden weêrklinkt er... + +Trappen weêr, eerst buiten, de cupola langs, dan binnen hàar. Een +deur opent zich, op eene galerij... + +En de immensiteit van den koepelafgrond gaapt aan mijne voeten. Boven +mij welft het zich nog met de welvingen der reuzenmozaïeken. Maar +aan mijne voeten, even onder de lijn van mijn oog, breidt zich de +duizelingwekkende schijn-ellips uit van den koepel zelve, met de +reuzenspreuk: Tu es Petrus et super hanc petram aedificabo ecclesiam +meam et tibi dabo claves regni coelorum. + +En die schijn-ellips is subliem, omdat de rondte, die zij in +waarheid is, gemaakt werd door menschen en ongelooflijk is, van eene +onwaarschijnlijke realiteit. + +Heel beneden zwemt de middenruimte van de baziliek als een heilige +afgrond, en een geruisch als van golvende zee, als van duizenden +echo's, fel bewogen lucht, zoemt suizende op, uit die diepte, die +toch beneden eene doodstille kerk is, waar slechts ver, in ééne kapel, +wat wordt gepreveld... + + + +Weêr trappen en trappen altijd, vluchten van nauwer wordende steenen +trappen... Maar rissen van lachende seminaristen, die boven zijn +geweest, rennen er af; uit alle hoeken zwermen zij neêr, als mieren. + +Hunne stroom is voorbij. En nu weêr de trappen, die trappen tusschen +den buitenkoepel en den binnenkoepel, al de trappen die naar de +lanterna leiden... En eindelijk, uit de benauwdheid der nauwer en +nauwer wordende blauwe houten trappen, in de lucht, in de ruimte, +op de galerij om de lanterna... + + + +Ik zoû mij kunnen begrijpen, dat een seminarist--een van die, welke mij +daar juist voorbijzwermden--zoo er eerzucht in hem was en genialiteit, +op die galerij, eene zwellende emotie had gevoeld. + +Want Rome, de wereld, lag beneden hem, en hij troonde boven Rome, +hij stond op een rand van Rome's heilige tiara, en alles was lager +dan hij, alleen de hemel niet, de zon.... En het moest in hem opkomen, +dunkt mij, dat alles te willen veroveren en dan te heerschen.... + + + +Over de stad, die de Albaansche bergen en de Abruzzen insluiten, +drijven de middagnevelen, en wemelt het middagwaas, dat de zon +optrekt als met gordijn na gordijn... En aan den anderen kant deint +zich onmetelijk de desolate campagna uit en daarachter schemert de +verre zee... + +De tijd gaat voorbij, het is jammer hier van daan te moeten. Een +zwellende blijdschap, dat de wereld zoo mooi, een zwellende trots, +dat de mensch zoo titanisch kan zijn, om tòch Babel op te trekken, +omhoog tot het einde van den dampkring, kluisteren hier.... + +Twaalf uur. Ginds, van de ronde massa van Castel San Angelo, gaat +een dikke, witte wolk geluidloos plotseling over den Tiber heen. Dan +davert het schot, dat den middag meldt, en kaatst als tegen de bergen +aan en kaatst dan weêr terug... + +En de klokken van Rome trilleren ver, klateren dichterbij, zingend +hoogschel uit hun brons en metaal, en onder mij, zwellende op tot +mij hun goudenen slag, daveren een voor een, in langzame majesteit, +de twaalf donderslagen van St. Pieter zelve... + + + Jan. '94. + + + + + + +VI. + +VIA APPIA. + + +Eindeloos gaat de antieke weg, komt van Rome, dat reeds ver ligt +en gaat tot in het eindelooze door, naar de Albaansche bergen, +die ginds in den zonmiddag waasblauwen en zelfs witgloeien, in den +zachten winterzonglans.... En uit de transparante lucht, boven de +ver uitgespreide campagna, valt drukkende neêr de melancholie van +die antieke eenzaamheid.... + +Verder weg, links, loopen de oude, telkens verbroken aquaducten met +bogen na bogen weg, en verliezen zich, tusschen de steeds smaller +wordende perspectieflijnen van hunne boogsprongen, in het blauwige +middagwaas der verschieten.... + +Aan den weg de ruïnes der antieke sepulturen met de stukken marmer en +de busten van wier asschen daar rustten.... En ze zijn allen verdwenen, +al hebben ze eens geleefd in Romeinsche oudheid, al hebben ze eens +hunne levens gehad, met al wat het leven geven kan.... + +Drukkender, den adem benemend, en zittende als een spook op de borst, +zinkt de melancholie zwaar neêr.... + +Dichtbij, langzaam, zich nauwlijks bewegende, weidt een herder,--in +schaapsvellen en langen mantel, langen stok in de hand,--zijne +schapen en hij is van een warm bruin tegen het waas van den blauwen +middag.... Bij eene oude, kleine pachthoeve,--een hooge steenen +trap gaat naar boven--praaten een paar vrouwen, de eene op de trap, +de andere op den weg melodramatisch gebarende naar boven, en schel +vlakken de penseelvlakjes van hunne roode en gele rokken en witte +doeken in het waas van het dommelende licht op.... + +Rechts de eindelooze wijdte, ernstig, desolaat in de zon. Troepen van +bersaglieri, dragende den zwaren ransel, die zij verschikken telkens, +op den rug, en, in de hand, het geweer, komen aan, loopen los van +elkaâr, om ergens te kampeeren. Romantisch wapperen hunne zwarte +vederbossen, afhangende van den ronden hoed, die schuin staat.... + +En eeuwig schijnt de weg te gaan, eeuwig in vreemde zonmelancholie.... + + + Jan. '94. + + + + + + +VII. + +BRIEF UIT NAPELS. + + + Napels, Febr. '94. + + +Milaan, een groote stad als in het Noorden, toen ik ze zag voor het +eerst, des avonds, in grijze mist, waardoor de lantarens schenen als +Londensche lantarens, en met een cosmopolitische grandeur, die men +ook in Stockholm vindt.... Genua, de haven, en aan den rand van de +zee, langs de arcaden der oude paleizen, het bonte leven van allen, +die aan de zee werken; maar vooral de paleizen, de nauwe straten van +paleizen, en de nauwere kleine straten, donker hoog in den avond, +met hier en daar een lichtje, als rooverholen.... Dan langs de zee, +door een lange reeks tunnels, die telkens het licht onderscheppen; +maar in het licht, iets van wat we het Zuiden denken: blauwe lucht en +daartegen groote aloës met bladeren als blauwachtig metalen zwaarden, +en gouden gespikkel van mandarijnen.... Spezia, de kleine haven; Pisa, +de doode stad: tusschen de wijde straten en verlaten paleizen zweeft +de schim van vroegere macht en rijk Italiaansch renaissance-leven, +zweven de schimmen der Torelli's, en, als op eene grassige vlakte +houden zich de wonderschoone Toskaansche dom en de scheeve Campanile +en het Battisterio en het antieke Campo-Santo dicht bij elkaâr. + +En zoo naar Florence, zoo was mijn eerste route, nu juist, op den +dag af een jaar geleden; en mijne tweede, nu, van Milaan naar Parma, +het bekoorlijke kleine Parma, en als ik aan Parma denk, zie ik altijd +den vroolijken cour van een Italiaansch hôtel; alle verdiepingen komen +er met galerijen op uit en op eene galerij speelt een trio: de cour +is vol Italiaansche officieren, die luidruchtig dineeren--manoeuvres +zijn in den omtrek--en ze vullen den cour met hun los-flinke elegance +van losse soldateske beweging, als van luchtige kracht... Als ik aan +Parma denk, zie ik dien cour, die eene scène was als uit Carmen en +ik zie ook Correggio's ideaal eetzaaltje der abdis van het Convent +van St. Paul: de gekoepelde treille met open medaillons, waardoor +de lucht schijnt te blauwen, en putti, die er uit neêrkijken en +bevallige schilderingen van sluiers, waarin borden en ramskoppen, +en op het mantelstuk van den schoorsteen de mooie, mondaine abdis +Giovanna van Piacenza zelve, in het gewaad van Diana... + +Modena, altijd met mijn levendig klein Parma genoemd in één adem, +maar dood, een stad van doode arcaden. En Bologna, de wijze stad van +geleerden ernst, la docta, met hare twee scheeve torens, haren ouden +San Petronio en haar modern straatgewoel, en dan Florence... + +Maar over Florence kan ik niet ter loops schrijven: er hangt te veel +van mijn hart aan die stad: alleen, ze is nog altijd niet geheel +het Zuiden der fantazie: de Arno kan gloeien in de zon, maar koud, +hoog en somber duisteren de kleinere straten en strak en streng zijn +de paleizen, Pitti Strozzi, Riccardi, als uit rotssteen gehouwen. + +Om Siena heen, het op en neêr kronkelende Siena, de fijne Italiaansche +landschappen, met de dof zilverende olijven, die flauw-fijntjes +schemeren tegen de niet al te blauwe, als opalen koepels; het +landschap, zooals Perugino het heeft in zijne onuitsprekelijk schoone +kruisiging van S. Maria Maddelena de' Pazzi, in Florence... + +Maar het eerst trof mij het Zuiden in Rome; nergens nog was de +lucht geweest zoo transparant, maar ook zoo blauw, en moorsch bijna +sneden er de witte en roomgele lijnen van gebouwen op af, en de +Pincio wàs het Zuiden! En toch, Rome was maar nu en dan het Zuiden, +maar Napels, dat is het! Het ideale Zuiden van de fantazie: de zee +blauw als zee maar blauw kan zijn: de punt van Sorrento en Capri +schemerig omlijnd--van louter licht--in de verte; de Vezuvius, de berg +vol inwendig vuurgeheim, en steeds met zijn op- en opkronkelenden +witten wolkpluim, die zich in eene langzame, grijze zweving verijlt +naar Capri heen; Castellamare schitterend vierkant geplekt in het +waas-blauw der verre bocht en het Castel dell' Ovo, vestingsterk en +massief in het water, als eene realiteit zich scherp kantende in +den droom der lichtwaastinten.... En, verder af, ziende van af de +Chiaia, de palmen der Villa Nazionale, schelgroen tegen de blauwe +zeekleur bladeren aanzettend; de marmeren beelden.... En verder weêr, +de Villa del Popolo en de strada Santa Lucia en de strada Nuova, met +die intense zuidkleur van het volk der Napolitaansche kaden, alsof +hun leven er is als een weefsel van oud versleten brokaat van het +Zuiden, waarin de schelle kleurvlakken van het rood en het blauw en +het geel en het goud door stof en vuil verrot zijn tot schitterrafels +met metaalreflets, die in het diffuze zonlicht telkens opflikkeren +en gloeien in abjecte schoonheid.... + + + +Dat leven van kleur als oud brokaat gaat door naar San Giovanni +a Teduccio, Portici, Resina, Torre del Greco, alles aan elkaâr +gebouwd en aangekleefd, alsof de lava, die er eens gevloeid heeft, +en er versteend is aan de huizen, er het leven bij elkaâr plakt. De +Vezuvius altijd links, met steeds duidelijker wordende kraterlijn en, +kookende als stoom, steeds de dikke, witte wolken krullende uit zijn +geheimenis.... Links de zee, met de punt van Sorrento, een landschap +uit een droom in opalen waas-tint, waarin oneigenlijk enkele bootjes +de zeilen doopen; en die zee, nu en dan maar zichtbaar, over een +muur, of door de open poort van een villa en haar tuinperspectief +heen.... Dan de weg naar Torre Annunziata, keiachtig en stoffig; +bossen van op elkaâr bladerende cactussen tieren aan de muren.... Het +rijtuigje hotst vliegende door en langs dat alles heen, eerst als door +een weefsel van reëele, tastbare kleurschoonheid, en dan als door +eene fantasmagorie van onbestaanbare tinten. Want er is in geheel +de atmosfeer om Napels iets dat aan onbestaanbaarheid doet denken, +of er een aroom uit rijst der Duizend-en-Een-Nachten.... + + + +En door dien morgendroom bereikt men Pompeï. Tusschen twee kleine +hôtels gaat de weg naar de ruïnes; overal gidsen, gegalonneerde +jongens van Cook; muzikanten, die op cithers dwepen; bedelaars als +oude gentlemen in onmogelijk gelapte jassen; kinderen, de billen uit +den broek, of alleen in een hemd, die een stukje steen oprapen en je +naloopen met: antiche, antiche....: een aplomb, waar je altijd weêr +om lachen moet.... + +Na den ingresso gaat de weg als door een desolate villa heen. Dan +het eerst de Porta Marina en de doode stad ligt zichtbaar.... + +Ze is als een graf van het verleden, als een reusachtige, leêge +sarcofaag, waarvan de steen is weggenomen. Een reusachtige zeis schijnt +er al wat boven was te hebben weggemaaid... Rondom haar heen wazen de +bergen in den zonneschijn, en alles is stil, zonder adem en zonder +geluid, en geen vogel vliegt er; alleen de hagedissen, de kleine +zonaanbidders, schieten als groene flikkeringen over de muren heen. + +Langs de nauwe straten over het antieke, ongelijke plaveisel, waarin +eens de wielen van karren diepe groeven hebben ingesleten.... Om +over te steken, groote ronde steenen, twee of drie in de breedte der +straat. Een enkele fontein met nog een marmeren kop, waaruit het water +spoot, en in den rand van het bassin de holte, die de handen sleten, +als ze het water schepten, om het te brengen naar den mond.... + +Langs de straten de kleine winkels, of de grootere huizen, in +hunne elegance van vierkante lijnen, alsof het leven dier menschen, +trots al hunne geraffineerdheid en débauche, eene nog al strenge +harmonie behouden had, eene helleensche herinnering, klassieke +regelmaat. Nergens molligheid van ronde lijnen, zooals ons leven +nu wil, waar alles arabesk wordt; maar integendeel alles vierkant +en regelmatig en eenvoudig plan van rechte lijnen als primitieve +meetkunde. Maar toch alles fijn, alles elegant, de huizen niet alleen +en niet alleen de tempels, maar ook de baziliek met den tribunaal +met den troon, waar de rechter zat; onder hem in het gewelf, de +gevangenen; ook de beurs; en ook de slachtplaats, en deze laatste, +zoo elegant en met zulke artistieke muurschilderingen, dat men ze +eerst een Pantheon noemde; in de winkeltjes de cellen van priesters +zag; in de toonbank, met de goot, waar het bloed liep, hun triclynium, +waar zij op steenen banken zouden hebben aangelegen, met, onder,--die +goot--, hun vomitorium... + + + +Ik had nog meer willen schrijven van Pompeï, maar mijn brief is twee +dagen blijven liggen en de dagen gaan voort en gaan voort en zoo snel, +met hunne lachende snelheid, zoo snel en zoo lachend alsof ze niet de +zware, lange dagen zijn van het Noorden, maar niet meer tellen dan +uren en zoo lachend, alsof ze de Horen zijn, met kapellenvleugels, +en lachende wegsterven in den zonneschijn van de goddelijke stad van +het Zuiden.... + +Want Napels is vuil--zooals onze Amerikaansche kennissen zeggen,--maar +het is een vuilheid van een verblindende pracht en eene vuilheid, die +niet schijnt te bezoedelen, alsof de zon en de zee alles ontsmetten +met zuurstof en met licht.... En Napels is de bruyantste stad van de +wereld, zooals mijn Baedeker vertelt, maar vreemd hoe al dat leven +niets enerveert, en hoe er eene lachende kalmte en sereniteit schijnt +boven te hangen in de zonlucht. Het schijnt er in te zingen en te +zwijmelen in die lucht, als van een dronken faunen-vroolijkheid; +mijne ramen zijn open, een rammel-symfonie van trammen en rijtuigen, +schreeuwende kooplui, klakkende zweepen, pijpende soldatenmuziek, +wat meer nog? galmt naar binnen in een vloed van zonlicht; de Villa +Nazionale, waardoor de zee blauwschemert, schijnt onder hare boomen +te ruischen van rijk leven; en toch, een serene bekoring drijft uit +dat alles op, en schijnt te schenken het elixer zelve van het geluk. + +Wat maakt de drukte van Parijs, van Londen, van Amsterdam, zoo +enerveerend, en waarom is Napels' drukte niets dan harmonie? Ik +geloof, omdat de drukte in Parijs, Londen en Amsterdam machinaal is; +met strakke gezichten gebaart de doende menigte zich, als bewogen door +methodes, die misschien in groepen zouden te verdeelen zijn.... Wanneer +men zich in een dier groepen voegen kan, doet men meê, en voelt zich +bewogen door de juiste veeren, die noodig zijn. Maar kan men zich +niet in een dier groepen voegen, dan druist men tegen allen in en +voelt zich verloren, en verlangt, ontzenuwd, naar eenzaamheid... Hier +schijnen die groepen niet te zijn. Ieder blijft individu, ieder doet +wat hij doen moet, hij alleen, en zonder methode. Eene spontaneïteit +bezielt de drukte. Alles krioelt door elkaâr: een bonte mierenhoop, +in glanzend lachende naïveteit... + +En dan die lucht, de vreemde sereniteit van die lucht daarboven, die +stillende atmosfeer, die van af de zee schijnt aan te drijven. Ook +in Rome is dat zoo anders. De lucht is er droog, ijl; men voelt zich +steeds voortgejaagd, voortgezweept; men heeft veel te doen, veel te +zien, touristenplichten zonder eind. Men ziet zijne kennissen niet +meer, al woont men in het zelfde huis. Ieder vliegt een andere kant +uit, met dolle oogen, en ziet men elkaâr terug, dan dweept men, dat +Rome zoo mooi is, en dat men het water van de Trevi wil drinken, om te +moèten terugkomen, in Rome... Hier, niet die opgeschroefdheid. Alles is +natuurlijk, vroolijk. Heeft men ooit in eene stad, behalve in Napels, +fiacres gezien, die met elkaâr om het hardst reden? Vincenzo onze +koetsier, vliegt en hotst er van door met zijn kleine paardje, dat +lava in zijn aderen schijnt te hebben, en zoo vliegen ze allemaal, +de paardjes, klein maar sterk en vlug en hinnikend. Hinnikende +fiacrepaarden! En ze cambreeren zich in hun flikkerende tuigen +vol glimmende spijkers en metaalbeslag en ze willen elkaâr niets +toegeven. Baedeker beweert, dat de Napolitaansche koetsiers bekend +zijn om hunne insolentie. Het is mogelijk, maar Vincenzo is een +ideaal. Hij vindt het alleen prettig je nu en dan een lira meer te +vragen dan het tarief, want het zit hem in het bloed je liever wat +af te zetten, dan op een fooi van je te rekenen. Maar dat is ook zijn +eenige ondeugd. En hij is geboren voor koetsier van goeden huize, al +is zijn jas ook gescheurd aan alle kanten. Als we ons hôtel uitgaan +en niet willen rijden en willen wandelen en al de anderen ons wenken +en met de zweep klappen en vole? vole? roepen, alsof ze de grootste +verleiding voor ons in petto hebben, blijft Vincenzo, die zich tot +onzen lijfkoetsier heeft gepromoveerd, statig zitten, en groet ons met +een glimlach van kalme zelfbewustheid. Maar zit hij niet op zijn bok +en loopt hij zijn karretje met een plumeau af te stoffen, dan komt +hij, met dien zelfden glimlach naar ons toe en vraagt: Morgen weêr +eens naar Pompeï? Of naar Baïa? Of naar de Camaldulen? Van daar zie +je de heele wereld, de heele wereld in zonneschijn! + + + +Alleen als we naar het Muzeum rijden, is Vincenzo een beetje +ongelukkig. Maar het kan niet anders: we moeten nu dan wel eens naar +het Muzeum, Vincenzo! + +Ik weet niet, waarom beeldhouwwerken en bronzen mij altijd een sneller +schrik van schoonheid geven dan schilderijen. Er straalt altijd uit +hen een flits, die mij in eens doordringt, zoodat ik in eens het +geheele beeld zie, en schilderijen moet ik langzamerhand veroveren... + +Wij gaan door de portiek der keizers naar de bronzen. De keizers +kennen wij van Rome, van het Kapitool en van het Vaticaan, en wij +willen nu naar de bronzen. Toch zie ik, dat hier een Nero is, met een +lauwerkrans, die weêr anders is dan in Rome en een Heliogabalus, die +allervreemdst is. Een plat achterhoofd; het haar sluik en wat vallende +over het gezicht met een vlok hier en daar... Koele, uitpuilende +oogen, een slechte ommelijn van wangen, en de bovenlip hangende over +de onder-... In het geheel iets van een jongen, perversen misdadiger... + +De bronzen vullen vier zalen. In de eerste het prachtige bronzen paard +van Herculanum, uit een vierspan over. Nog een prachtige paardenkop, +van een paard, dat vroeger bij den tempel van Neptunus stond,--nu San +Gennaro--en dat de aartsbisschop, op den kop na, versmelten deed tot +een klok, om het heidensche te christianizeeren. Eene Dianabuste, +uit Pompeï, met een holte van achteren, waardoor de priesters aan +het beeld een orakel inbliezen... + +In de tweede zaal vooral vier kleine beeldjes, naast elkaâr: de +dansende Faun in Pompeï gevonden, vol rythme in de beweging zijner +levendige armen en beenen; een Silenus, die iets gedragen heeft, op een +support, dat een slang rondt, en, zwaar dik, omkranst, zwoegt hij nog +onder zijn last, die men niet meer ziet; een sater met een wijnzak, +en een Narcissus of liever Bacchus, in een luisterende houding, met +vooruitgestoken wijsvinger... Het zijn vier kleine meesterstukken, +die daar naast elkaâr staan, en als men, geheel gecharmeerd, den een +na den ander beschouwt, is men verwonderd over dat tintelende antieke +leven in klein brons, over die vier kleine bronzen oden, van een zoo +zuivere en gecizeleerde kunst, als verzen van Horatius. Die kleine +volmaaktheden van de oudheid, die men onder zijn arm stilletjes +zoû willen wegnemen, ze geven ons, modernen, een wanhoop, omdat ze +zoo iets zuivers en levends zijn: eene kleine, vroolijke gedachte, +stralende door een vorm van louter zuiverheid. + +Maar de derde zaal bevat het schoonste brons: in het midden de dronken +Faun, met zijn dol vroolijk, zalig genietend gezicht, zich wentelend op +zijn leêgen wijnzak; aan zijne zijden, links en rechts, twee andere +beelden, worstelaars, in houdingen van elkaâr-willen-aanvallen; +slank zijn ze, jongens nog, met heele fijne voeten en fijne handen; +ze zullen zeker bliksemsvlug zijn en niet zoo heel sterk. Dan een +sater, die juist wakker wordt en zich opricht, en zijn geheele lichaam +rekt zich als in eene vroolijke lijnenmelodie van natuurlijkheid en +humoristischen dageraad; en dan een rustende Hermes. Even is hij gaan +zitten; hij schijnt dadelijk weêr te willen opstaan. Zijne vleugels +zijn hem met riemen gebonden aan de enkels. Fijn luchtig is zijne jonge +gestalte; de zon, die helder binnenvalt, veegt lange schamplichten +aan de rondingen zijner efebe-ledematen, en laat hem verder in een +donkere tint van moorenzwart. Zijn gelaat heeft iets ineengedrongen +hindoesch; zijne ooren staan een beetje ver van het gezicht af. + +Hij is misschien niet zóo intelligent als de marmeren Hermessen +met hun Praxiteles-type, maar hij moet vlug zijn, als de wind, als +hij niet meer rust en zich zal verheffen op den vogelslag van zijne +lichte enkelvleugeltjes... + + + + + + +VIII. + +PESTO. + + + + Cava dei Tirreni, Febr. '94. + + +De Appenijnen als rotsgebergten, die in den wazenden zonneschijn +licht transparant worden: hier en daar een tintelwitte sneeuwkop; +beneden groen grassige vlakten en her en der de tintelwitte vlakken +ook van geiten en de zwarte kroeskoppen van wilde buffels... + +Over het landschap drijft een niet zichtbare schim, schijnbaar opgelost +in den luchtglans: de booze geest, de malaria; maar aan den spoorweg +links en rechts balsemen lange reeksen eucalyptussen met volheid van +geur de lucht en sterk, suikerzoet, trillert naar boven de walm van +duizenden narcissen..... + + + +Door de Sirenenpoort gaat een weg naar Poseidonia, het oude Paestum, +de stad van den zeegod, en, in eens, bij het einde van dien weg, +verrijzen de tempels, of ze in Hellas zelve zijn... + +In de majesteit van zijn Dorischen eenvoud zuilt de tempel van den +zeegod op, met zijne zuilen, die zijn als gouden lijnen. Sterk, +breed gaan zij op van den grond en, hooger, versmelten ze zich, als +zijn ze volle tonen, die, eerst gezwollen, teerder worden van klank +naar de lucht toe. + +Om hen heen drijft de stilte, en tusschen hen door, telkens afgesneden +en als een smalle streep azuur teekent zich ver de zee recht..... + +En ze is zoo smal en zoo azuur als Alma Tadema haar geeft boven of +tusschen zijn marmer.... + +In de zon warmt zich de gouden tempel. Want de zon veegt over den +sponssteen der schachten lange vegen licht, die hel vergulden, en +brons zijn dan de andere schaduwende rondingen. + +Sterk stoven in de zon, die al schijnt te zomeren, de volle witte +madelieven, de gespikkelde distels, en vooral sterk de glanzend +groene akanthen, die als met fijne scharen zijn uitgeknipt. En, levend +smaragd, schieten de hagedissen met schichtige juweelen oogjes over +de zuilen en verdwijnen in haar sponsigheid... + +Alles is stil. Alleen een kind kijkt naar ons, een meisje; ze is +stil blijven staan: donkerbruin met groote ronde zwarte kralen van +oogen. Recht hangen de plooien van haar rokje, warm vuilblauw, en +met beide handen steunt zij recht op haar hoofd, een lange kruik met +twee ooren. + + + +Opener, ijler, meer ruïne heft links de Baziliek grijzere +zuilen omhoog. En verderop, rechts, grijzer ook, de tempel van +Vesta. Binnen-in bloeit een geheele blankheid van madelieven, als +het laatste, iets wit, dat de verdwenen godin achterliet... + +En in deze stilte van zuilende tempels in blauwe lucht, met de +smal-blauwe streep van zee tusschen de gouden en grauwe lijnen door, +heb ik mijne vrome gedachte gewijd aan Vosmaer en "Amazone"... + + + + + + +IX. + +BRIEF UIT CORFU. + + + Febr. '94 + + +Van Napels door de dorre, woestijnachtige Basilicata, die is +als een landschap van het H. Land of als een streek uit Syrië, +golvend, verbrand door de zon, als verdord onder een vloek van uit +den hemel..... Brindisi, een havenstad van verveling, op den Zondag; +een paar groote mails alleen komen aan van Alexandrië en van Calcutta, +maar geene woelige drukte is bij hunne aankomst; alleen, saaiweg, +worden tonnen ingeladen met een hefboom, als een ijzeren arm die +aanneemt, oplicht en neêrlaat en aanneemt, oplicht en neêrlaat, +den heelen dag door.... + +En alleen voor het Hôtel International, waar de op den nacht--om te +gaan aan boord--wachtende gasten zich vervelen over altijd de zelfde +illustraties--als hunne brieven geschreven zijn, en gapen en zien op +hunne klokken en dan weêr gapen--alleen voor het hôtel--als iets van +Egypte, daar ver weg, goochelt een Egyptenaar en zwaait met een half +doode slang en lokt eene menigte, die grinnikend naar hem kijkt. + +En over den weg heen slingeren schillen van vruchten, die ik niet +ken, purperen schillen met stekels, maar ze laten me denken aan onze +ramboetans uit Indië.... + + + +Des nachts aan boord van den Principe Oddone en de nacht aan de leêge +boot, door de stilte van de nachtzee en de nachtlucht, waardoor de +machine haar langen, langen draad van beweging stikt. En des morgens +de bekoring van Albanië; de, even boven, besneeuwde rotsbergen in +het droomlicht van den morgen, dan de kleinere Othonische eilanden, +Samothrake en het eiland van Calypso, en eindelijk de Grieksche stad +Corfu, fabelachtig gelegen en, links, de Oude Forteres, oprijzende +als een begroeid, rond oorlogskasteel.... + +En de woorden, om nu te zeggen de bekoring van het liggen van die +stad en hare ligging al zoo afzonderlijk te teekenen van andere +stedeliggingen aan zeeën, zijn zoo moeilijk te vinden, omdat het maar +is de bocht van bosschige of van heuvelige lijn en het vierkante rijzen +van witte huizen, en de uitstekende spits van een kerkje, juist zoo +en niet anders en dat alles met de nuances van liggingsarabesken, +die misschien nauwlijks zijn te geven met waterverf en geheel niet +in de abstracte teederheden der woorden, die meer geven de zielen +der dingen, dan hunne lijnen en hunne tinten. + + + +De stad, levendig--mannen in Albaneesch kostuum, zwarte pope's met +iets Assyrisch' in hunne los fladderende soutane's, in hunne zwarte +baarden, in hunne hooge vierkante kalotten--is Grieksch, en niet alleen +om de letters der opschriften, die de ongewone oogen spellen, maar +Grieksch om alles; zooals de mannen loopen en gebaren en kijken met +hunne schuine oogen naar de vreemdelingen en zooals de huizen staan, +misschien. Geheel anders dan alles van Italië en het heeft zeker de +bekoring niet alleen van het nieuwe, maar vooral van het Grieksche, +alleen omdat het Grieksch is en toch in dit alles is een gemis, dat +bijna een heimwee geeft naar Italië, het eenige en aanbiddelijke.... + + + +En een eerste indruk, om te aanbidden het Nieuw-Grieksche in zijn +dadelijke dagelijkschheid, krijgt een vreemdeling niet, zelfs niet +een vreemdeling, die zich geschikt heeft, en gaarne, naar de kleinere +Italiaansche hôtels. Want groote hôtels zijn altijd slecht, zonder +comfort, zonder bediening en met oneetbaar banale tafels. Maar wat te +zeggen van een begindag, dat men zijn door Baedeker gestarde hôtel +verlaat, omdat de met goud te betalen prijzen omgekeerd evenredig +zijn aan zelfs een matig geëischt comfort, in een kleiner pension +aanlandt, waaruit men een half uur later, zich borstelende en +naziende al zijn bagage, vlucht, om eindelijk te moeten stranden +in hèt groote hôtel--de eenige woning die nog te kiezen is. En als +dan nog hèt groote hôtel--met prijzen van dubbel goud--en als men +iets terug krijgt, krijgt men van zijn goud niet aan te raken, +vuile papieren drachmen terug,--die van 10 eenvoudig in tweeën +gescheurd voor twee van 5--als dat hôtel, St. Georges, niet is warm +te stoken op een kouden regenachtigen na-dag, zoû het heimwee naar +Italië grooter en grooter worden, zoo, een vizioen gelijk, door de +lezing van Hamerlings Aspasia heen, de Akropolis, ginds bij Athene, +niet schemerde, als eene heilige belofte.... + + + +Ik zit hier voor een week gevangen. Gelukkig gaan de dagen voorbij; +maar hoe? Het is jammer van je jonge jaren, die nooit terugkeeren, zoo +een week. Corfu ademt, tegelijk met nog nergens geroken walgelijke +rotte-visch en rioolluchten, aan hare mooie haven, een suprème +verveling uit. Het is de season, zelfs carnaval; de twee hôtels--beiden +infect--zijn stampvol. De menschen gapen, wandelen 's ochtends, +'s middags en 's avonds insipide-weg over de Spianata op en neêr: +de esplanade, een dorre vierkante uitgestrektheid tusschen de stad en +de Oude Forteres. Ook wandelen er kudden kalkoenen, geherderd door een +kortgerokten Albanees. De herders zien er gluiperig uit als roovers. De +priesters met hun Assyrisch type--de ouderen hebben meer iets van +Chineesche bonzes--lamlendig, in hunne slap golvende soutane's. De +soldaten onhandig; ze schijnen niet op hunne voeten te kunnen staan, +en hunne geweren schijnen hun te glippen tusschen de vingers. De +officieren, slordig in hun slecht zittende uniformen. Mannen uit +het volk, soldaten ook, houden een snoer van kralen in de hand, +alleen om wat te hebben om aan te friemelen. De vreemdelingen gapen +en pavaneeren dom weg. Het geheel is iets grenzeloos vervelends. + +De gemeenschap, zoowel met Italië als met verder Griekenland, is +langzaam en luttel. Met brieven, via Brindisi, wordt men begunstigd +tweemaal in de week. Ik kijk smachtende uit naar Maandag-namiddag; dan +gaat mijn boot naar Patras. Maar ik vrees ook voor groote desilluzie +in Athene. Ik voel me hier te slap van verveling om reeds Olympia +te bestudeeren. Ik voel me ridicuul, dat ik hier Aspasia nog eens +overlees. In Florence en in de kleinere Italiaansche steden ademt men +nog een aroom van de renaissance; in Rome een aroom van antieken tijd, +maar hier in Corfu is niets Helleensch. Toch ligt er dichtbij de stad, +bij de Canone--vroeger eene batterij, nu een uitzicht--een eilandje +met een wit kerkje tusschen cypressen: Ponti Konisi, Muizeneiland, +en de legende wijst het aan als het schip van Ulyssus, versteend +door den toorn van den zeegod. En de legende wijst ook de plek, aan +het meer van Kalikiopoulo, waar Nausicaa den Homerischen zwerveling +vond..... Arme legende! + +De verveling is hier niet door te komen. Te wandelen is er niet; +men kan alleen een paar toeren maken. De natuur, meer het eiland +in, is vooral treffend om de olijven. De olijven zijn prachtig en +geheel anders dan de Italiaansche. De Italiaansche olijven zijn +teeder, tenger vrouwelijk en zilver etherisch. Hier zijn ze forsch +en mannelijk, eeuwenoude boomen, met dikke, twee- en drievoudige, +sponsachtig gespleten stammen: het loover is zwaar en groengrijs, +vol donkere metaalglansingen in de zon. Valleien van olijven glooien +op en af; de forsche olijven zijn de heerschers van het eiland. Door +olijven-valleien klimt de weg naar Gasturri, waar de villa Achilleion +van Keizerin Elizabeth van Oostenrijk op een hoog standpunt rijst en +uitkijkt over het eiland heen..... + + + +Ik raad hierbij iedereen, die mij leest en gelooven wil, een bezoek +aan Corfu af. Ik betaal hier, in goud, een pensionprijs, die in +Zwitserland en Italië alleen prinsen en Amerikanen betalen en ik voel +me, op het oogenblik, dat ik dit schrijf, flauw van den honger. Dit +hôtel, St. Georges, is het eerste en vereerd geworden door het bezoek +van den Oostenrijkschen Keizer; de groote yachtsmen uit Engeland +logeeren hier. Het wemelt er van prinsen en markiezen. Ik ben ijdel +genoeg om te denken, dat hunne magen eenigszins gelijk zijn aan de +mijne en trek dus de conclusie, dat ook zij op dit oogenblik flauw +van den honger moeten zijn. + +Nog eens dus: wie naar mij hooren wil, komt niet hierheen. Het is +hier een dure armoede en een onoverkomelijke verveling. Ik slaap half, +en links en rechts hoor ik mijne beide buren snurken. Men reist toch +niet om zijne correspondentie bij te houden. En de unieke olijven +bewonderen, kan men toch niet doen met een sufheid en een geeuwhonger, +waaronder ik op dit oogenblik lijd. + + + +Zeer lief ligt de villa Mon Repos, een zomerverblijf der koninklijke +familie. De tuin is niet zeer onderhouden, maar dit schaadt niet +aan de schoonheid ervan, aan de mooie, fijne eucalyptussen met hunne +zilveren stammen en bossen loover als smalle linten; aan de welige +mispelboomen, de oleanders en magnolia's, vooral niet aan de wilde +anemonen, die er als violet onkruid bloeien. De villa is een klein, +gezellig huis, dat nu juist in orde wordt gebracht voor het koninklijk +bezoek, in April. Van af de balkons heeft men een verrukkelijk gezicht +op Corfu, de Oude Forteres en de kust van Epirus. Het zal daar zijn, +in dat kleine huis, in dien gezelligen tuin, een vrij familieleven +zonder etiquette. In de zee, vlak bij, baadt men. Op een spiegelkast +in de kleedkamer van den koning trof mij een geheele reeks namen, +met een diamant geschreven, van zijne kinderen en familie. Als de +koning met zijne familie hierheen komt, blijft echter de hertog van +Sparta in Athene. + + + +Maar Mon Repos ligt niet dichtbij genoeg om ieder oogenblik, dat men +zich verveelt, te bereiken en dan is de Oude Forteres het eenige +asyl. Zij is de poëzie van Corfu. Een kanaal scheidt haar van de +Spianata, een brug verbindt haar ermêe. Men wandelt haar vrij binnen en +dwaalt over hare opgaande wegen en trappen naar boven. Door de sombere +cypressen heen blauwt de zee als een droom. Overal groeien bloemen, +welige bloemen van onkruid, witte en blauwe violen, madelieven +en goudkleurige bloemen, die op madelieven gelijken, en die hel +schitteren in de zon, tegen den verren saffieren spiegel der zee +aan. Hooge cactusmassa's zijn als bronzen plantvormingen tegen de +etherische goudatmosfeer en telkens door opene kanteelen heen, als +tusschen lijsten, schittert een ander landschap in de verte... Een +verlaten burcht uit een zuidelijke riddersproke en de eenige plaats +in Corfu, waar men zich ieder oogenblik verliezen kan in de zwijmeling +van den vroegen zuidzomer. + + + + + + +X. + +BRIEF UIT ATHENE. + + +Het is een genot weg te gaan van Corfu en het is een genot dat te doen +over de even gekabbelde wateren der Ionische zee, in het roze licht van +het zonnedalen, dat eindigt in gloeiend oranje boven het metaalblauw +van het water. De kust van Corfu blijft lang volgen en ook die van +Epirus tot Paxos toe; dan komt de nacht, en in den morgen vroeg landt +men te Patras, klein en woelig van havenbeweging. De spoorweg naar +Athene, langs den golf van Korinthe, gaat eerst langs onverschillige +landschappen; dan wordt het typischer: de breede, geheel uitgedroogde +rivieren, de eindelooze krentenaanplanten, die zich nu nog voordoen +als dorre, kleine, bladerlooze, stronkige boompjes; en het volk +in de velden treft vreemd door al het wit van zijne kleeding of het +boeren en boerinnen zijn uit een opera. Vóór Korinthe de Acro-Korinth, +de trotsche, kasteelachtige rotsmassa, als een zware diadeem op het +landschap; Nieuw-Korinthe als een doodsch, wijd, stoffig stadje, en +dan het nieuwe kanaal: de trots van Nieuw Griekenland. Het verbindt de +Korintische en Saronische golven, en als de spoor er langzaam overheen +glijdt, ziet men ze beiden liggen en het kleine kanaal als een glad +gepolijsten doortocht, keurig afgewerkt met twee rechte wanden, de +wateren vereenen. Het is iets als een fijne buis, iets onberispelijks +en nets van uitvoering, een klein gulden kanaal. + +En nu spoort men langs de Saronische golf tot Megara toe. In +harmonische lijnen, alsof zij besef hebben van hare harmonie, wisselen +en verschuiven de lijnen der Peloponezische bergen en de groote golf +is steeds als een meer, geheel ingesloten door die blauwe harmonieën +en zelve als een spiegel, waarin maar enkele wateringen spelen van +licht. En in zijnen hoogen eenvoud is dit landschap klassiek schoon, +van eene niet zegbare, alleen voelbare, klassiek eenvoudige schoonheid: +de kalme wateren, de blauwe bergen, zacht schuivende in gelijk +golvende lijnen, rythmisch en breed als hexameters, van een rythme, +dat rust geeft, groot droomend de oogen doet openen, weg doet staren +over die stilte, en de ziel heen trekt naar het verleden toe.... Men +voelt zich--zelfs in zijn spoorcoupé--in Hellas; men is blij, daar +gekomen te zijn; het antieke leven is in eens eene openbaring. Men +begrijpt de oude Grieken, hunne ideeën van streng schoon, bij het +droomend volgen dier rythmische berglijnen. Men begrijpt hunne +zuilentempels; in de roze atmosfeer, tegen die harmonie van bergen, +ziet men ze, in gedachte, rijzen als eene harmonie van zuilen. En +het is vooral misschien, om dat stille en rustige, als van een meer, +dat zenuwstillende en grootsche, dat die wateren overdrijft als een +nimbus, en waardoor de bergen heenschemeren, zooals zij schemeren +door het roze zonnedalen, totdat men niet meer onderscheidt en de +gedachte zich weg laat sleepen in de bekoring van eene niet meer met +woorden te duiden droom.... + + + +In Athene bekoren mij, zoozeer als levenlooze dingen van uiterlijkheid +mij misschien nooit bekoord hebben, de Acropolis, het Theseion +en de tempel van den Olympischen Zeus. Het is misschien goed voor +men die ruïnes ziet, den tempel van Poseidoon gezien te hebben in +Paestum. Ieder weet wat zuilen zijn, en ieder wat een tempel en +toch: ik zoû het wagen te zeggen: die niet geweest is te Paestum +en in Griekenland, weet het niet. Ik herinner mij nog zoo goed: in +Paestum kreeg ik de sensatie van schoonheid, met deze vraag: waarom, +en hoe die schoonheid door bijna rechte lijnen, die weêr andere rechte +lijnen schragen? En het is misschien goed die vraag zich éens gesteld +te hebben, ook al is er geen antwoord op. Want hier in Athene vraag +ik nu niet meer, en ik laat mij meêslepen, geheel, alsof Paestum mij, +onbewust, geleerd heeft wat zuilen zijn en wat een tempel. + +Om die tempelruïnes, als die van den Olympischen Zeus en het Theseion, +zweeft eene atmosfeer van heiligen weemoed, een gouden atmosfeer, een +stralenkrans. In Rome is veel moderns om de ruïnes heengebouwd, hier +is ruimte gelaten, en al het moderne schreeuwt er niet tegen in. En +in die ruimte kan die atmosfeer drijven, die weemoed blijven hangen, +die stralenkrans zacht glanzen. In zulke ruimten heffen de zestien +goudene marmeren zuilen,--Penthelisch goudgewaasd marmer,--van den +Olympischen tempel hunne Korinthische kapiteelen op. Ze heffen ze op +in de blauwe lucht en de heilige weemoed geeft hun den nimbus. Hoe +men ze ook omloopt, ze wisselen hunne lijnen, ze zingen er hunne +lijnen, in goudene harmonie. En het zijn niets dan opgaande lijnen, +doelloos nu opgaande, daar ze niets meer schragen dan een doellooze +architraaf en uitbloesemen in een kapiteel, zonder doel..... + +Het Theseion ook staat zoo ruim, in volle lucht, en het staat gehéel +vrij, in geheel zijn tempelrust van Dorischen eenvoud. Onsterfelijk +schijnt het te zijn, ook al hebben aardbevingen de gelijkmatige +onderdeelen der schachten bij sommige zuilen verschoven, zoodat ze +schijnen te zullen bezwijken, geen dag meer te zullen houden... En +toch ze blijven staan, als met eene onbegrijpelijke, bovenmenschelijke +energie.... + +Maar eenig in zijne onsterfelijkheid, in heilige majesteit, goudene +marmeren goddelijkheid, rijst boven de stad, op den Akropolis, +eeuwig schoon, het allerschoonste wat ooit menschen bouwden. Daar +rijst de maagdentempel, het Parthenon, dat Pheidias reeds lang in +gedachte er had zien rijzen, tot Pericles, de Olympiër, met zijne +Olympische welsprekendheid op den Pnyx de Atheners bewoog toe te +stemmen uit den Schat van Delos te putten voor den goddelijken +marmerbouw. Toen was er op den Akropolis nog maar het Erechtheion, +het heiligdom van Athene Polias, waar het uit den hemel gevallen +olijfhouten beeld der godin vereerd werd naar de aartsvaderlijke +traditie, maar ook stond er reeds de Athene Promachos, de bronzen +Voorvechterin van Pheidias, de reuzenstatue, die over den Piraëus +heenzag en den eersten groet der stad bracht aan de schepen, die thuis +kwamen. Maar Pericles sprak op den Pnyx en het eenige gebaar van zijn +oratie was: het uitstrekken van zijn arm naar de leêge plek, waar het +Parthenon mocht rijzen, en aller oogen volgden waar zijn vinger wees, +en het sein was gegeven. Pheidias zoû zijn droom vereeuwigd zien, +en de Athene van den Vrede geven in goud en ivoor, voor den tempel, +die Iktinos en Kallikrates zouden bouwen in Penthelisch marmer, die +de leerlingen van den hoogen beeldhouwer,--Alkamenes, Agorakritos met +hunne legerschaar van jongeren,--versieren zouden met metopen en met +de wonderfries der cella: den Panatheneïschen feesttocht.... + +En wat er nog staat van den heiligen bouw na al zijne profanatie's--na +een kruithuis geweest te zijn en een moskee en een Byzantijnsche +kerk--, wat er nog staat is, tot de hooge vreugde der eeuwen, nog +eene volmaaktheid, nog eene harmonie van zingende lijnen, een eeuwig +choor van zuilen, dat vibreert in den reinen, doorglanzenden ether, +of in de oranje zonnedalingen, die aangloeien van Salamis af over den +onmetelijken boog van den hemel. Nooit nog trof mij zooveel emotie voor +marmer: zooveel vreugde om marmer, dat oprijst en zooveel weemoed om +marmer, dat neêrligt. Want is het niet om te weenen als men ze lang +uit, in de onderdeelen hunner schachten, als marmeren reuzenkolommen, +nêergespreid ziet liggen door den zorg der menschen, als doode zuilen, +als zuilen zonder ziel? Dan streelt de hand over hunne gefluteerde +gleuven of over hun Dorisch kapiteel, dat eens zoo hoog was en +neêrgedonderd ligt, dood. Dan wil verbindende gedachte en verbeelding +ze weêr heffen, waar ze stonden, ze weêr zingen doen hunne lijnen, +met de andere meê. Dan treft de menschelijkheid van die harmonische +reuzen, die sterven, of reeds bezweken, het meest, en dan is vooral +de weemoed overstelpend als men er al de gouden onkruidbloemen haar +welig getier ziet tusschendringen, als men er de witte en gele en +gloeiend gekleurde kapellen over heen ziet fladderen met het broze +getril der weiflende wiekjes, omdat die bloemen en die kapellen--die +liefde van éen dag--zoo vreemd in onderscheid is met dat marmer, +dat, zelfs in den dood, eeuwig is: een zoo wijde afstand tusschen +die beiden, kapellen en zuilen, of het geheele leven er tusschen ligt. + + + +In Hamerlings Aspasia is het Erechtheion en zijn priester alles wat +ouderwetsch is en aartsvaderlijk in tegenstelling van den nieuwen, +glanzenden, vroolijken geest, die de schoonheid vereert als met +godsdienst. Door de Perzen vernietigd is het inderhaast en tel-quel +weêr opgebouwd, is het in den roman een sombere, geheimzinnige tempel, +waarvan de priester noode, vlak voor zijne oogen, het Parthenon ziet +omhoog trekken.... + +Zooals wij nu het Erechtheion nog zien, dagteekent het van later, +van den tijd van Praxiteles. Wie dit niet weet en zich den somberen +tempel uit Aspasia herinnert en daarvan de ruïne meent te zullen +zien, staat verbaasd. Want het Erechtheion nu is, naast de hooge, +verhevene grandeur van het Parthenon, het bevalligste marmerwerk, dat +zich denken laat. De zuilen, de poorten zijn geornamenteerd als met +de fijnste beitels, gecizeleerd tot marmeren juweelwerk; de schachten +zijn fijn, diep-in gefluteerd; de Ionische kapiteelen gelijken om de +mollige lijn van hunne ronde volute's, waarop de drie-deelige epistyl +rust, zachte kussens, die met snoeren van marmeren parelen zijn omzet; +verder zijn de randen onder en boven den architraaf, en boven de fries +gewerkt in de fijnste Lesbische arabesken, en het geheel is als een +overwinning op het marmer, niet om het groot te houwen in trotschen +adel van lijnen, maar om het als met eene vrouwelijke insinuatie teeder +te krijgen en bevallig en bijna week. En dan de portiek der Karyatiden +aan de zuidzijde, waar de architraaf door zes vrouwen getorst wordt, +en die het geheele gebouw van eene lichtheid en eene luchtigheid doen +schijnen, alsof zij daar maar even zijn gaan staan en een oogenblik +torsen het dak van dien portiek en niet torsen voor eeuwen.... + + + +Dat zijn de tempels, waarvoor men naar Athene gaat, omdat ze volmaakt +van schoonheid zijn als nergens, misschien alleen te Paestum. En om +die tempels te zien en weêr en weêr te zien, blijft men in deze stad, +en blijft men in dit land. Want groot moet de verbeelding zijn en +nuchter archeologisch het verstand om in modern Athene nog verder +terug te vinden de stad van Pericles. Blik van af de Place de la +Constitution naar den Akropolis op, van het paleis des konings naar +het Parthenon, en in dien blik liggen de doode eeuwen, eene leêgte, +die door niets gevuld wordt. In Florence ademt men de Renaissance; +in Rome, hoe modern de stad ook zij, de oudheid; maar in Athene ademt +men niet de Gouden Eeuw. + +Dit is niet verder te bewijzen, het is alleen te voelen, en misschien +wat te omschrijven. De Italianen zijn nog altijd de Italianen, maar +de Grieken, die Albaneezen zijn, zijn geen Grieken meer. Al roepen +zij, dat zij hunne oudheid lief hebben, men voelt dat dit alleen een +fraze van conventie is in de couranten; men voelt dat zij het niet +kunnen. Zij kunnen misschien, trots alle Grieksche toestanden, een +nieuw volk worden, modern; ze hebben misschien nog een toekomst voor +zich. Maar van het verleden voelen zij niets. Zij zullen dat nooit +toegeven, want: zij zijn ontwikkeld, zij richten ontelbare scholen +op, laten zich voorstaan, dat zij veel weten; hunne nieuwe openbare +gebouwen bouwen zij in klassieken stijl, en naast hunne Akademie +van Wetenschappen richtten zij twee hooge zuilen op met vergulde en +marmeren statues van Phoibos en van Athene. Maar die neo-antieke +gebouwen en zuilen detoneeren in de brandnieuwe, stoffige stad en +schijnen niet noodig, omdat de Grieken er niet meer zijn. Dit volk +vertoont duidelijk de ruw gehouwen trekken van zijn afkomst. Hun +kostuum van goud en kleurig geborduurde jakje en zwaar geplooide +witte balletrokje en schoenen met opgewipte punten, de fez op het +hoofd, kleedt hun goed, maar is niet Grieksch en hoeft dat ook niet +te zijn. Hun koning is een Deensch vorst, dien zij niet beminnen en +nauwlijks eer bewijzen, als hij zich vertoont. Somber kijken zij, +met hunne schuine oogen, en hunne passie's schijnen te zijn: kleine +kopjes koffie te nippen, vele glazen water te drinken en aanhoudend +schoenen te doen poetsen. In geene stad zag ik nog zooveel koffie +en water drinken en zoovele schoenen gepoetst worden. Zij zijn niet +onvriendelijk en niet onwillig en zelfs beleefd, maar ook zeer onhandig +en brengen u zelden waar ge zijn moet. Ik geloof niet, dat ze ooit +lachen, en ik geloof, dat als Aspasia hier terug kwam, ze op nieuw tot +het volk van Athene zeggen moest: Je moet vroolijk zijn; het leven en +de liefde zijn vroolijk in hun wezen; het leven moet genot zijn en al +het andere is maar ziekelijk! Maar ik geloof niet, dat ze er dezen +keer veel succes meê hebben zoû, en ik geloof, dat ze eindigen zoû, +zooals ze eindigde tegen Pericles: Neen, jullie zijn geen Grieken meer. + + + + + + + +XI. + +BRIEF UIT FLORENCE. + + +De lente nadert aan; van Brindisi tot Foggia zilverden de stoere +olijven--en deze even stoer als die van Corfu--met tintelende +looverglanzen in de zon en de weg was verder als door toovergaarden van +sneeuwig bloesemende vruchtboomen, wit en zacht roze en heel zacht +violet, fabelachtig lieflijk als tuinen van het Paradijs. Goede +Vrijdag in Rome was één bloem al bloem; op de Piazza di Spagna +liepen de jongens en meisjes met korven vol op het hoofd, tulpen en +narcissen, irissen en ooft-bloesemtakken, lelietjes-van-dalen en +violen en vooral de donkere, zoetgeurige violetten, en de geheele +piazza geurde en was er bont om. Goeden Vrijdag gaat natuurlijk +iedereen naar St.-Pieter, en de Engelsche dames stroomden er heen +met onafscheidelijke vouwstoeltjes, bengelende aan een arm. Want de +kerkmuziek is er een rage; van halfacht 's morgens tot 's middags +laat vliegt men van de eene kerk naar de andere om toch alle muziek te +hooren. Wat Romeinsche kerkmuziek betreft, geef ik den voorkeur boven +alles aan het divine gezang der nonnen van de Trinita de' Monti, met +die eene nonnestem als vol heilig klinkend kristal, dat zwellend luidt +de extaze der woorden. Maar Goeden Vrijdag ging ik, als het behoort, +naar St.-Pieter, want het Miserere van Mozart _moet_ men hooren, +Maureschi _moet_ men hooren zingen.... Dan gaat men omdat het _moet_, +en dan hoort men het Miserere, en geniet het, als men kan, in die +gouden reuzen-architectuur, tusschen al die dwarrelende menschen en +dan vindt men Maureschi mooi, als men kan, met zijn hooge falset-stem, +die toch altijd het kristallijne der vrouwlijke sopranen mist, en +mij altijd toeklinkt als van een chanteuse légère op haar retour. + +En heeft men dan het Miserere gehoord, dan mag men Rome verlaten, +zelfs al is het Eerste Paaschdag en zelfs al kijken al uwe kennissen +u verwijtend aan, omdat ge niet méer kerkmuziek gaat hooren. En toch, +al hangt mijn hart nu niet zoo sterk aan Rome, ik verliet de stad +toch, na drie dagen, met eene aandoening. Want als men rechtstreeks +van Athene komt, is het dan geen genot en geen geluk in Italië terug +te zijn en zich te laten bederven door al de charme der Italiaansche +gentilezza? Te gaan naar Italië is een délice, er te zijn ook, +maar er terug te keeren is misschien het hoogste genot. Na al het +sombere, schuin-starende, wantrouwende der Albaneezen, is het een +dubbel pleizier weêr overal op uw weg te ontmoeten den Italiaanschen +glimlach met de Italiaansche hartelijkheid. Hoe ze het zijn kunnen, +zoo hartelijk, tegen al die vervelende vreemdelingen, die over hun +mooi land zwerven, ik weet het niet. Maar ze zijn het en geheel uit +hun hart, komt dat voor, en den glimlach, waarmeê zij u ontvangen, +schijnen zij genomen te hebben uit hunne zonneschijn. Ik geloof niet, +dat ik anders veel generalizeer, maar de Italiaansche hartelijkheid +generalizeer ik gaarne, en gaarne zeg ik: Italianen zijn hartelijk +en over hun land waait een adem van sympathie en in hun hart woont +de liefde voor hun naasten... + + + +En mij waait die adem van sympathie vooral in Florence toe. Ik weet +niet, wat dat bijna is, om het in woorden te zeggen; ik weet bijna +niet sympathie te verwezenlijken in taal. Maar het is dit: zoodra ik +weêr ben aan het station van S. Maria Novella, ben ik thuis. Zoodra +ik weêr hier ben, in dit stille paleis, ben ik thuis. Beneden woont +de markies Niccolini; in zijne kelders verkoopt hij zijne wijnen en +olieën; op de eerste verdieping is een spoorwegmaatschappij, waarvan +men niets merkt; op de tweede dit pension, waar ik mijne kamer heb, +kijkende op den hangenden tuin van den markies; onder den tuin zijn +zijne stallen. Links de kleine Via del Moro met al de kleine ramen, +in welker omlijstingen een veelvuldig, stil arm leven schemert; rechts +de Via de' Fossi, met iets van hare antiquiteitenwinkels, vroolijk nu +van de vlaggen om de koningin van Engeland. En wat ik zie uit mijne +ramen heeft een intime bekoring voor mij; de kleine, hangende tuin +met zijne bloeiende oleanders en den vijver met goudvisschen en het +paviljoen, over welks dak ik de huisjes van de Via del Moro zie; de +tuin, afgesloten door den muur van weêr het eerste huis der Via de' +Fossi, waar iets van fresco's schemert, geen kunststukken, maar toch +kleur van bekoring voor mij; en dan de daken, waarvan de lijnen zich +verliezen, en de windwijzer in de lucht.... En dat geheele stille +stadsgezicht heeft zoo iets innigs, terwijl de zon er over een breede +gouden klaarte neêrgooit, dat ik me betrap op de gedachte, dat ik hier +gaarne zoû willen wonen, zoû willen blijven.... Het is dan een stille +sentimentaliteit, die in mij opkomt, een week gevoel, een vreemde rust, +en ik herinner mij zoo een dergelijk gevoel gevoeld te hebben, toen ik +las Töpffers Bibliothèque de Mon Oncle, alsof ik ook in die bibliotheek +had willen wonen, vanwaar men op een stil stuk van oud Genève zag, +een plek, die ik, in September, expres daarom ben gaan zien.... En dat +alles is zoo vreemd, en klinkt, in woorden, zoo nuchter flauw, omdat +ik het eigenlijke toch niet zeggen kan. En dan ook de oude Zwitsersche +dame, die het pension houdt, en altijd in den kleinen hall bij de deur +der étage aan hare schrijftafel en in hare boeken zit; de kleine, +dappere, vrome dame van twee-en-zeventig jaar, die veel te goed is +voor hare locataires, en daarom zeker nooit rijk is geworden, en die +mij ook al bederft, en, wie weet, dat misschien niet zoo zoû doen, +als ze wist, dat ik _Noodlot_ geschreven had.... Maar nu weet ze alleen +maar, dat ik schrijf en niet, dat ik gaarne ter analyze iets nerveus' +en morbide's zoek, en ik wacht mij wel het haar te vertellen.... + +En dit alles is, niet waar, erg sentimenteel, maar ik laat het dit +zijn, want het is van een groote bekoring, en zoo gaarne zoû ik die +bekoring laten duren, maar dat kan niet, omdat een leven niet is éene +bekoring alleen... En nu reeds kan ik treurig zijn als ik bedenk, +dat ik hier over tien dagen vandaan moet, en dan hier misschien terug +keer, wie weet, nooit meer... + + + +Ik heb hier zeker voorbestaan. De groene Arno, waaruit de grillig +bevensterde achterhuizen oprijzen, en de Ponte Vecchio, en de +Piazza de' Signoria met het Palazzo Vecchio en den Duomo met Giotto's +marmerjuweelen campanile, dat alles ken ik van heel vroeger, van eeuwen +her. Onlangs heeft mijn meester, Prof. ten Brink, gezegd, dat ik, als +kind, wel den sleep had kunnen dragen van een Venetiaansche dogarezza, +maar als ik ooit, in een voorbestaan, page ben geweest, dan ben ik +het niet in Venetië geweest, maar in Florence, en misschien wel aan +het Hof van Lorenzo il Magnifico, in het Palazzo Riccardi. Want in +het Palazzo Riccardi voel ik nog altijd een zeer bizondere emotie; +ik meen in de kapel der Medici's, die Benozzo Gozzoli beschilderd +heeft. Die fresco's behooren voor mij tot het schoonste, dat men +in Florence zien kan, niet het schoonste van religieuze stemming, +maar het schoonste van mondain vertoon. + +Op de drie muren der kapel ontrolt zich met al de luxe van Lorenzo's +hofstoet zelven, de optocht der Drie Koningen naar Bethlehem. Het +landschap schijnt eene aaneenschakeling van tuinen en wijde +jachtterreinen; de drie koningen, op hunne monumentale paarden, +witte met goud gecaparaçonneerde schimmels, zijn portretten: Lorenzo +zelve; de keizer van Byzantium, Giovanni Paliolologa Michele; en de +Grieksche Patriarch; de beide laatsten toen te Florence om de belangen +der Kerk. [5] De vorsten zijn omstuwd door schitterende cortèges; +in het cortège van Lorenzo reien zich al de portretten der toenmalige +Medici's met ook dat van den schilder zelven. + +Vooral wonderschoon zijn de figuren van den toen twaalfjarigen Lorenzo +en zijne pages en schildknapen; ook de Byzantijnsche keizer, in +zijnen langen goudgebloemden, brokaten wapenrok, op zijn goud-getuigd +paard, is van eene hooge Renaissancebevalligheid. Het geheel heeft +niets orientalisch', maar is een schitterende afspiegeling van het +Mediceïsche leven in en bij het Palazzo Riccardi zelve, afspiegeling +van een Mediceïschen jachttocht met luipaarden aan kettingen, het +geheel zich ontrollende door het wijde landschap op de drie muren, +terwijl ginds, in de hoogte, den heuvel opklimmende, zwaar beladen +kameelen alleen schijnen te herinneren aan wat de prachtflonkerende +compozitie voorstelt: de optocht der Drie Koningen, die schatten +brengen van myrrhe en goud aan het Heilige Kind van Bethlehem. + +Vroeger schijnt de kapel geen venster gehad te hebben, met kunstlicht +beschilderd te zijn geworden, met kunstlicht altijd beschenen. Want +waar nu het venster is, was vroeger Maria's Aanbidding van het +Kind door Filippo Lippi--nu in de Academia,--op de vierde muur dus, +waarheen de optocht zich scheen te begeven. + +Maar wel zijn op de inspringende zijmuren van het venster, links en +rechts, nog de tuinen van het Paradijs, met de zingende en aanbiddende +engelen, van Gozzoli. En even als de optocht zeer wereldsch is, is dat +Paradijs wereldsch. Die tuinen met pauwen--éen engel voedert er een +pauw--zijn weêr de tuinen van een Mediceïsche villa. De engelen zijn +fabelwezens, met bont-schitterende vedervleugels, met rijke draperieën, +met het Adoramus van hunnen zang, geschreven in hunne diadeemachtige +aureolen. En toch, neemt men dit mondaine Paradijs voor een oogenblik +in vrede aan, dan vindt men het van een verblindende schoonheid. Die +aanbiddende en zingende engelen bewegen zich vol harmonie en leven, +en schijnen te stralen van een onverbleekbaar, eeuwig koloriet. En +noode mist men het Voorwerp van hunne glorificatie, het Kind, waarheen +de koningen zich begeven, en dat, vroeger, daar, aangebeden werd door +zijne Moeder, waar nu het daglicht binnenvalt, dat de custode vangt op +reflectors, om het te doen schijnen op tafereel na tafereel, op groep +na groep, op gelaat na gelaat, tot alles begint te leven met zijn +fabelleven, subliem tableau-vivant; alsof de Medici's er mimeeren +het aanbiddellijke verhaal van de koningen, die kwamen knielen en +geschenken bieden aan het Kind. + + + +Over Florence, over de Arno heen, verbindend hare beide boorden, +bloesemt een paradijs van kunst: ik meen de twee paleizen der Uffizië +en Pitti, die de portrettengalerijen boven de Ponte Vecchio verbinden +tot een ontzaglijk geheel, iets unieks van uitgebreidheid en van +artistieke waarde. Uit de Uffizië domineert men geheel Florence; uit +de zaal der antieke meesters ziet men op San Miniato en Santa Croce; +uit den zuidelijken corridor op den Dom en het Palazzo Vecchio, en +ook op de Arno en de Ponto Vecchio. Met die uitzichten verwezenlijkt +men zich geheel Florence... + +Door de vestibule, waar de beroemde marmeren ever is, gaat het eerst +naar de oostelijke galerij, waar een mijner heiligste doeken hangt: +de Annonciatie van Simone Martini en Lippo Memmi, van Siena. Als men +bedenkt dat dit stuk dateert van 1333, evenals de fijn-religieuze +heiligen St. Ansan en St. Julia, die er aan beide zijden hangen, +dan realizeert men gaarne de verblindende perfectie der Sieneesche +school, ook vóór de eigenlijke Renaissance. + +Door deze galerij treedt men de Tribuna binnen, eene kleine, +achtkantige zaal, met een plafond van op blauw ingelegde +parelmoêrschelpen: eene zaal als een byouteriekist, opgestapeld en, +misschien te veel, met schilderkunst en sculptuur, alsof het er +vol is van juweelen, en de edele steenen er door elkaâr rammelen +en de parelsnoeren er uit neêr hangen. Er zijn daar de Mediceïsche +Venus, gevonden in de villa van Hadrianus bij Tivoli; een sater, +die dol de pedalen trapt; een compacte groep van twee worstelaars; +een Scyth, die zijn mes slijpt om Marsyas te villen... Van Rafaël +het portret van Julius II, de Madonna del Cardellino, een jeugdige +Johannes; van Titiaan twee liggende Venussen, geheel Venetiaansch +van koloriet; van Dijk, Correggio, Veroneze; een prachtige Perugino; +een meer gesculpteerde dan geschilderde H. Familie van Michelangelo; +een zeer schoone Epifanie van Albert Dürer, het kind treffend door een +heerlijk naïf gebaar, waarmeê het grabbelt in het juweelenkistje, dat +een der oude koningen reikt; dan Guercino, Dominichino, Rubens en Fra +Bartolomeo... Dat alles is te veel en te veel schitterend op elkaâr; +het glanst er tegen elkaâr in; het is er geen muzeumzaal, maar een +byouteriekist. Het is er meestal ook vol kijkers, vol kopiïsten, +en het is er heel moeilijk zuivere impressie's te krijgen, ook al +keert men er nog zoo dikwijls terug. + +Om de Tribuna heen schitteren de zalen der Toskaansche, Venetiaansche +en Lombardische scholen; die der Hollandsche, Vlaamsche en Duitsche +scholen; de zaal van Botticelli... + + + +In deze laatste, Botticelli's hemelschoone Madonna met het Kind. Een +ronde schilderij: als in een sfeer zit de heilige groep, en iets van +een Toskaansch landschap schemert in de verte. Twee engelen houden een +fijne kroon, waarvan de fijne sluiers luchtig opfladderen, boven het +hoofd der zittende Maagd, die het Magnificat juist onderschrijft, dat +een groep van drie engelen ophoudt; een ervan reikt den inktkoker. En +niemand let op het kind, dat zit op den schoot der Maagd en het eene +handje rusten laat op een geopenden granaatappel. De Maagd doopt juist +hare pen; de drie engelen zijn vol verwachting; de twee anderen beuren +voorzichtig de kroon. Niemand let op het kind, dat juist in eene extaze +naar boven ziet... Maar zijn andere handje legt zich op den arm der +moeder en op het heilige boek; hij vraagt om aandacht... Dadelijk +zal de Maagd letten en de engelen ook... + +En dit roerende oogenblik waast daar in een warm kleurenspel op, +want de kleuren wazen door elkaâr: een zachte regenboog van rood, +blauw, geel en wit, waarin de zuivere ommelijnen der figuren zich +uit-graveeren met de altijd herkenbare ietwat spitse teederheid--fijne +neuzen, ernstig gesloten mondjes, lange kinnen--van Botticelli. + + + +Maar de Uffizië heeft nog een tweede byouteriekist, behalve de +Tribuna: ik meen het kabinet der gemmen: allerlei kostbaarheden van +fijnsten smaak en hooge waarde, die aan de Medici's hebben toebehoord: +kleine kolommen van agaath en rotskristal, waarvan de kapiteelen met +edele steenen bezet zijn, als stukken architectuur uit een klein +feeënpaleis; bekers van onyx en vazen van lapis-lazuli; een beker +van goud-geëmailleerd rotskristal, dien Benvenuto Cellini voor Diane +de Poitiers maakte en waarin hare halve maan straalt; een portret +van Cosimo II. in Florentijnsch mozaïek van louter edelsteen; japis +beelden met chalcedonen koppen; een vaasje, gesneden uit een enkelen +smaragd; een hond, gesneden uit een parel; een kolossale topaas; de +Piazza dei Signoria in bas-relief van goud met eêlgesteenten; een +beker van onyx van Giovanni da Bologna met rijk bewerkten deksel, +waarop een gouden Herkules de veelkoppige Hydra bekampt... De adem +van den tijd heeft een waas van dofheid over al die exquize pracht +geblazen, maar toch is ieder voorwerp nog een reflet van het leven +der Renaissance, van het leven der Medici's. En in het midden van +dit kleine wonderkabinet schittert misschien het allerschoonste: +eene cassette van allerfijnst gecizeleerd rotskristal, die Valerio +Belli maakte voor Clemens VII; iets onwaarschijnlijks van fijnheid, +want in het kristal zijn vier-en-twintig groepen en tafereelen uit +Jezus' leven geëtst als met een feeënnaald, zoo klein, zoo fijn, +zoo diamant-duidelijk uitkomend tegen het zilveren fond der wandjes, +dat het geen menschenwerk schijnt, maar edele kunst van een klein +artistje onder de elven... + + + +Er is misschien geene stad in Italië--en ik zonder Rome zelfs niet +uit--waarin de Italiaansche schilderkunst zich zoo bewonderenswaardig +heeft gekristallizeerd als hier, zich zoo tot een uniek kort-begrip +van Italiaansche kunst heeft geconcentreerd als hier. Misschien zoû +men uit Florence alleen heel die Italiaansche kunst leeren kennen. De +drie groote verzamelingen der Uffizië, van Pitti en van de Academia +zijn onvergelijkbaar, en daarbij sluiten zich kerken en kloosters tot +een wonderbaar volkomen geheel aan. Wil men met Cimabue beginnen, men +vindt zijne Heilige Maagd in de Rucellai-kapel van Santa Maria Novella, +schilderij, dat om zijn toen zoo begrepen goddelijke schoonheid in +processie deze kerk werd binnengevoerd. Giotto is prachtig in Santa +Croce, in de frescoverhalen van Johannes den Dooper en St. Franciscus +van Assisi, en zijne school is verspreid door alle kerken van +Florence heen. De oude meesters, Masolino en Massaccio bestudeert +men in S. Maria del Carmine. De gelukzalige Angelico openbaart zich +in geheel zijne mystische genialiteit in San Marco, en ook in het +Laatste Oordeel der Academia en in de Kroning der Maagd der Uffizië.... + + + +Het Laatste Oordeel: de Rechter, gezeten in den eivormigen aureool, +achter welks stralen de teederste engelenkopjes uitkijken, en omstuwd +door legioenen van strijd- en van vrede-engelen. Aan zijne zijden +Maria en Johannes de Dooper en de scharen der heiligen; onder naar de +aarde toe, de bazuinende engelen; op de aarde de naïve allee van open +graven in perspectief.... Links de hel en de duivels, die koningen +en monniken meêsleepen, en rechts het paradijs.... + +En men moet Il Beato niet te veel vragen naar zijne hel en zijn +duivels, maar men moet met hem meêgaan, dat paradijs in. De voortuinen +bloesemen; de zaligen dansen er glimlachend een melodieuzen rondedans, +en wie gescheiden waren op aarde ontmoeten er elkaâr, en omhelzen +er elkaâr zacht met hemelsche omhelzingen, en die jaren lang gewacht +hebben, voeren er de weêrgevonden zusterzielen den rondedans in, over +het tapijt van bloemen.... En ginds zijn de goudene poorten open, en +de stralen van het vlekkelooste licht vloeien de poort uit, en twee +zielen, naast elkaâr, de zachte extaze in de golving harer gewaden, +in het verrukt opheffen der armen, zweven er op de stralen heen, +de poort in, het paradijs binnen.... + +In onuitsprekelijke teederheid, in heilig verwachten van zulk een +binnenzweven, is dat alles geschilderd, zóo heilig teeder dat men er +gaarne aan zoû willen gelóoven... + +In de Uffizië de kroning: dat heiligste en feestelijkste oogenblik +in den hemel. In de zon van het empyreum zitten Maria en Jezus, en +juist heeft de Zoon zijne Moeder gekroond tot Koningin der Hemelen, +en zijne vingers raken nog, met het wegtrekken der hand, haren grooten +aureool aan, waartegen de kroon straalt. Om de zon dansen de engelen, +schetteren de engelen op lange bazuinen en blazen ze op trompetten +en spelen ze op cithers, op violen en harpen, en lager zwaaien +ze wierookvaten. Dan, lager ook, de dichte scharen der heiligen, +der bisschoppen met hunne beparelde myters.... En dat alles in +de primitieve voltinten van blauw, roze, rood, en groen voor het +laagste, als een choraal van volle tonen, dat opgaat in al het goud +der zonnesferen, het goud van de zon der zonnen, in welker kern het +hooge feest gevierd wordt, met goddelijke eenvoudigheid.... + + + +Een allerliefst contrast met dit hooge feest, van goud en blauw en +zang en licht, is de Kroning in een der cellen van St. Marco, luchtig +dun gewasschen fresco: niets dan de twee zittende goddelijke figuren, +in stille witte tinten, als een witte vrede, als eene witte rust.... + + + +En verder kristallizeert zich het schoonste der Italiaansche kunst +hier samen tot éen juweel met duizenden facetten; elk facet een +meesterstuk; want ziet men hier niet de meeste schilders in eene +zelf-overtreffing hunner karakteristiciteit: Filippino Lippo, in +zijne wat morbide fragiliteit van madonna's en expressieve waarheid +van kinderen--de Apparitie aan St. Bernard in de Badia--; Andrea +del Sarto, in zijne gezonde, reëele lijnen, zijne ietwat ra-terre +werkelijkheidzin, maar gesublimizeerd door een tegenstralend koloriet: +in alle de drie groote verzamelingen en dan nog in de Annunziata en +het Scalzo-klooster; Ghirlandajo in zijne Florentijnsche bevalligheid +van geheel Florentijnsche types: de choorfresco's van St. Maria +Novella--en in zijne luxe-zucht: de Adoratie der koningen van St. Maria +degli Innocenti. En waar ziet men Lorenzo di Credo inniger, waar +Perugino heiliger, waar Botticelli schitterender en magistraler +dan te Florence? Waar zag ik in Siena--en de Flagellatie niet +uitgezonderd--zulk een prachtigen Sodoma als hier zijn St. Sebastiaan +met die mengeling van menschelijke pijn en martelaar-extaze? + +Van Leonardo da Vinci is in Florence weinig, maar Rafaël heb ik +hier liever dan in Rome, en Michelangelo misschien zelfs ook--als +schilder--om zijne H. Familie van de Tribuna.... + + + +De groote lijn, die ik hier zwaai, ommelijnt het +juweel-met-duizend-facetten natuurlijk zeer onvolkomen, en stippelt +alleen de punten dier facetten in epistolaire vlugheid aan. Ik wil ook +niet meer. Maar ik wed, dat weinigen, die in Italië zijn geweest, mij +geen gelijk zullen geven. In alle andere steden van Italië ontvangt +men onbetaalbare alleen-indrukken van Italiaansche schilderkunst; +in Florence alleen concepieert men het geheel dier kunst in geheel +zijne flonkering, alsof dat veelfacettige juweel éen geconcentreerden +straal van schoonheid schiet, die in de ziel valt en hare onwetendheid +in éens verlicht.... + + + +Nog eens, in Florence, behalve in Riccardi en in het gemmenkabinet +der Uffizië, ziet men de onwaarschijnlijke luxe der Medici's in +hunne grafkapel van San Lorenzo. Deze kapel is in het begin der +17de eeuw opgericht, heeft twee-en-twintig millioen franken gekost, +en is nooit voltooid; alleen de sepultuur van Ferdinandus III is +geheel af. Een achtkantige kapel, als eene kerk, de koepelfresco's +onbeduidend en recent, maar weinig in het oog vallend. Want de +kapel zelve is geheel opgetrokken van verschillende marmers en +edele steenen, van steensoorten, die alleen een geoloog kent. In de +kolossale nissen staan de zes sarcofagen van spikkelig serpentina of +roze graniet, gedekt door kronen, en twee beheerscht door de--eene +slechts vergulde--statuen der doode vorsten. De edelsteenen der +kronen waren eens echt, maar zijn door de Franschen weggenomen en +nu door glas vervangen. Maar wat geeft dit, als de geheele kapel is +éen spiegel van juweel? Kornalijn van Spanje en jaspis van Sicilië +en Corsica wisselen de veelkleurige marmers af. Onder de sarcofagen +zijn de namen der prinsen vermeld, met letters van chalcedoon, in +mozaïek op porfier. Een breede rand, menschenhoog, omringt de kapel +beneden en vertoont in mozaïek eene afwisseling van urnen met de +wapens der zestien Toskaansche steden. Rosso antico, verdo antico, +het oude zwart, dat men paraone noemt, het oude geel van Numidië, +koraal, parelmoêr en lapis-lazuli, onyx, bloed-jaspis en albast, dat +alles bloesemt daar in eene fabelachtige heraldiek op den spiegelmuur, +en misschien nergens ziet men zooveel kostbaarheid en zooveel smaak +te zamen als op het wonderpiedestal dier Mediceïsche grafkapel. + + + +Er zijn van die wereldschoonheden in Florence, die gratie's zijn voor +het oog of voor de ziel. Onder die wonderen heb ik genoemd de kapel +van Riccardi, de Sieneesche Annonciatie, het kabinet der gemmen, de +Mediceïsche kapel.... Onder die wonderen zoû ik gaarne nog eens noemen: +Giotto's marmerjuweelen campanile, en ik zoû die willen na-noemen met +een heel mooi beeld van Mrs. Oliphant--uit hare: Makers of Florence--de +lelie, die bloesemt naast Maria op het oogenblik van de H. Boodschap: +de lelie, de slanke blanke toren, en Maria, S. Maria dei Fiore zelve, +de prachtige kathedraal.... Onder die wonderen zoû ik willen noemen +de bronzen poorten van het Battisterio, van Lorenzo Ghiberti: poorten, +die Michelangelo waardig noemde om het Paradijs te sluiten. En nog zulk +een weêrgaloos wonder is het marmeren orgelstuk van Luca della Robbia +in de Opera del Duomo. Er is er ook een van Donatello: een lange ris +dansende kinderen: vroeger waren beide marmeren orgelstukken in den +Dom; daarna zijn ze bewaard geweest in het Bargello. Dat van Donatello +is heel mooi, maar dat van Luca della Robbia is een wonder. Een wonder +van zingen en dansen en spelen van kinderen, van jongens en meisjes: +dolle, lachende rondedans; op het rythme van den zang en, hand in hand, +met dolle cancanbeweging van hoog in de lucht gegooide beentjes; of +bij het slaan op de trommen, bij het pijpen van lange bazuinen, die +eenige blazen en andere beuren, omdat ze zoo zwaar zijn, bij den zwaren +bazuinenmond: een dans van twee of drie, een dans van naakte jongetjes +met antieke beweging van armen en van beenen. Dan groepen, die spelen, +op harpen en luiten en cithers; een groep, die slaat met cymbalen, +en om de verschillende en wonderfijn genuanceerde vingerzettingen aan +de verschillende instrumenten, is het als hoort men de verschillende +klanken ruischen uit het levend-vroolijke marmer. Ernstiger de twee +groepen op zij, zingende van een lange rol en zingende uit een boek, +en vol aandacht bij hun zingen, de monden geopend in vollen zang, +en sommige slaande de maat met een hand of een vinger... Heeft Luca +della Robbia in Griekenland gereisd? Ik herinner mij een antieke +sarcofaag in het muzeum van Athene en daarop een groep van dansende +genieën, en wat geleken de groepen van Luca niet wondergelijkelijk +op die antieke groep! + + + +Van morgen ben ik nog eens voor het laatst in het Bargello geweest. Het +is het oude paleis der Podestaten, in het einde der 16de eeuw +gevangenis en rezidentie van den bargello of chef der politie. In +den mooien cour werden de gevangenen ter dood gebracht; die cour, die +nu een geliefkoosd motief is voor schilders: bont en als heraldisch +bezaaid met de wapens der oude podestaten, en met de typische trap, +die naar eene loggia voert, gedekt met arcaden, waarop Florences +lelie zich goud op blauw spikkelt: loggia, waar antieke klokken worden +bewaard. Het Bargello is nu Nationaal Muzeum. Er is eene zeer schoone +verzameling bronzen: een klein langwerpig bas-relief, waar Silenus, +dronken en spelende met een fauntje, dat hij in zijne armen opgooit, +op een kar wordt getrokken en voorgegaan door een dollen stoet van, met +druiventrossen spelende, wijngodjes. Dan het Offer van Abraham, twee +haut-reliefs, van Brunelleschi en van Ghiberti, gemaakt in concours +voor de bronzen deuren van het Battisterio. In het midden dier zaal de +David van Andrea da Verrocchio, het lichaam slank en spierig mager, +maar het gezicht met die ouwelijke trekken, die Andrea dikwijls +heeft. In de andere zaal vooral de zwevende Mercuur van Giovanni da +Bologna, vlucht en luchtigheid, opgeblazen door den bronzen adem van +een windgod, met zijn luchtige teen slechts staande op dien adem; +en de staf in de hand, met windsnelheid zijn doel tegemoet... + +Maar wat een genot is het Donatello te bestudeeren in zijn groote +zaal van het Bargello. Ik kan hier niet alles van hem uit die zaal +ommelijnen, maar een paar woordenkrabbels wil ik maken van zijne +twee Davids. De eene, de marmeren, heeft iets vreemds in de houding, +iets gemaakts in het gezicht, iets laatdunkends in den blik, iets +gewilds in de draperie om beenen en pols. Maar de bronzen! Dat is de +volmaaktheid in brons! Wat een ideale schoonheid kan toch een mensch, +een artist, kon Donatello ons geven! Die bronzen David is eenvoudig +subliem, is het hoogste. Op het oogenblik is het het ideaalste brons, +dat ik ken. Ga alleen naar Florence om dien David... + +Een jonge held, een kind nog, rijst zijn efebelijf, den voet op den +Goliathkop, uit den cirkel van een grooten lauwerkrans,--die zijner +overwinning--naar boven. Die lauwerkrans is zijne sfeer. Nooit +was een conceptie zoo bevallig, zoo krachtig tegelijk, zoo louter +volmaakt. De jeugd zijner bronzen ledematen is gemodelleerd in de +nog halve teederheid van het kind, dat zich reeds begint te spieren +tot jonge man. Nooit was overgang zoo buigzaam uitgedrukt. Dat is +de juiste leeftijd voor den jongen herdersheld. Zijne slankheid is +heerlijk, zijn buik verrast door een ietwat vrouwelijke lijn. De ronde +herdershoed, losgestrikt, dempt een beetje zijn hoofd, beschaduwt +zijn blik, die neêrkijkt naar het groote afgehouwen reuzenhoofd, nog +in zwaren, rijk gecizeleerden, en wijd gewiekten helm omprangd. Op +dat hoofd drukt hij in bescheiden overwinningspraal den voet. Zijne +onderbeenen zijn gepantserd in gecizeleerde beenstukken, maar anders +is hij naakt. Zijn rechterhand steunt op zijn zwaard; zijn linker- +rust op de linkerheup en houdt nog een bal vast voor zijn slinger... En +hij is een epos van schoonheid en moed, van jeugd en zege. + +Dan de H. George van Or San Michele--in deze zaal kopie--een jonge +held ook, maar zoo geheel anders; geserreerd achter zijn lang schild, +den fronsblik spiedende in de verte: het moment, dat de draak +aanblazende komt... Dan de buste van het Florentijnsche meisje; de +gipsen kopieën der kindjonge, zuiver kind-bevallige H. Johannes en +Jezus; het steenen relief van den jongen Johannes, met dat ascetisch +magere halsje en dien ascetischen blik, type, dat men weêr terug +vindt in den loopenden, lezenden Dooper; dan de Eros, brons, dansende +met zijn afzakkend broekje aan riemen, de handjes in de lucht, en +trappelende op een slang. En dan geheel iets anders weêr: de in kleur +gemodelleerde terracotta kop van Niccolo da Uzzano: Romeinsche kop +met spitse faunooren; een gezicht met niet te vertrouwen, opgetrokken +oogen, slechte pupillen, een slecht gegroefd gezicht, waarachter een +slechte geest schuilt, een leven van slecht geheim: zoo prachtig in het +schemeren van dat ondeugdmysterie. Wat is dat alles mooi, wat doet het +goed daarmeê te dwepen! Wat dankbaarheid voelt men, dat dit bestaat, +dat dit een mensch kon maken, kon geven uit zijne ziel in marmer of in +brons; wat dankbaarheid vooral om dat zoo allerschoonste van Florence, +dien lieveling van mijn oogen, dien David! + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Redevoeringen volgden. De prezidenten der verschillende Katholieke +sociëteiten werden toegelaten tot den Handkus. Dames van de Romeinsche +arristocratie boden een rijk verlucht perkament aan, in gouden doos. + +[2] Nu in het Muzeum van St. Jan Lateraan. + +[3] Eene vergissing, die natuurlijk slechts een allereersten keer +kan worden gemaakt. + +[4] Men zegt mij, dat deze opvatting niet juist is, en dat de athleet +met den dobbelsteen slechts zijn volgnummer wierp: dit is mogelijk, +maar ik behoû liever mijne eerste, misschien dan foutieve opvatting, +omdat ik het beeld zoó zag en zoó mooi vond. + +[5] Ik heb dit en den naam des keizers slechts uit den mond van den +custode en kan het op het oogenblik niet verifieeren. + + + + + +VAN LOUIS COUPERUS VERSCHEEN: + + +Majesteit, Roman in 2 deelen. Prijs ingen. f 4.90, geb. f 5.50. +Extaze, Een boek van geluk. 2e druk. + Prijs ingen. f 1.90. geb. f 2.50. +Een Illuzie. Met portret van den schrijver. + Prijs ingen. f 2.50, geb. f 2.90. +Een Lent van Vaerzen. 2e druk. Prijs ingen. f 1.40, geb. f 1.90. +Orchideeën. Een bundel poëzie en proza. 2e druk ter perse. + + + + + +End of Project Gutenberg's Reis-impressies, by Louis Marie Anne Couperus + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIS-IMPRESSIES *** + +***** This file should be named 27241-8.txt or 27241-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/7/2/4/27241/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
