diff options
Diffstat (limited to '26846-h')
| -rw-r--r-- | 26846-h/26846-h.htm | 1741 | ||||
| -rw-r--r-- | 26846-h/images/p01.gif | bin | 0 -> 2864 bytes |
2 files changed, 1741 insertions, 0 deletions
diff --git a/26846-h/26846-h.htm b/26846-h/26846-h.htm new file mode 100644 index 0000000..6d592e1 --- /dev/null +++ b/26846-h/26846-h.htm @@ -0,0 +1,1741 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> + +<html lang="nl-1900" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" /> + <title> + The Project Gutenberg eBook of Iets over de grammaticale beoefening der friesche taal in haren geheelen omvang, by A. Telting. + </title> + <style type="text/css"> +/*<![CDATA[ XML blockout */ +<!-- + body {margin-left: 10%;margin-right: 10%;} + p {margin-top: .75em; margin-bottom: .75em; text-align: justify; text-indent: 1em;} + h1,h2,h3 {text-align: center; clear: both;} + big {font-size: 150%;} + small h1 {font-size: 50%;} + small {font-size: 75%;} + + .pageno { /* uncomment the next line for invisible page numbers */ + /* visibility: hidden; */ + position: absolute; text-indent:0em; font-style: normal; + left: 92%; font-size: 90%; text-align: right; color: #888888; + } + .i2 {margin-left: 2em;} + .center {text-align: center; text-indent: 0em;} + .smcap {font-variant: small-caps;} +span.gesperrt {letter-spacing: 0.2em;} +span.corr {border-bottom: 1px dotted red;} +span.info {border-bottom: 1px dotted green;} + + .figcenter {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center; text-indent:0em;} + .voetnoot {margin-left: 5%; margin-right: 5%; font-size: 0.9em;} + .nootref {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;} + hr.nootlijn {width: 20%; height: 1px; text-align: left;} + + .TNbox {margin: 20% 15% 5% 15%; border: 1px solid; padding: 1em; background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 80%;} + .TNbox H1 {font-variant: small-caps;} + .TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;} + .TNbox th {text-align: left;} + .TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;} + +table {margin-left: auto; margin-right: auto;} +td.td25 {width:25%;} +td.td50 {width:50%;} + + // --> + /* XML end ]]>*/ + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Iets over de gramaticale beoefening der +Friesche taal in haar geheelen omvang, by Albertus Telting + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Iets over de gramaticale beoefening der Friesche taal in haar geheelen omvang + +Author: Albertus Telting + +Release Date: October 8, 2008 [EBook #26846] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IETS OVER DE GRAMATICALE BEOEFENING *** + + + + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net (This book was +produced from scanned images of public domain material +from the Google Print project.) + + + + + + +</pre> + + +<p><span class="pageno"><a name="p_1" id="p_1">[1]</a></span></p> + +<h1> + <span class="gesperrt"><big>IETS</big></span><br /> + <small>OVER DE</small><br /> + <big>GRAMMATICALE BEOEFENING</big><br /> + <small>DER</small><br /> + <big>FRIESCHE TAAL</big><br /> + <small>IN HAREN GEHEELEN OMVANG,</small> +</h1> + +<p class="center"><small>DOOR</small></p> + +<p class="center"><big>M<sup>r.</sup> <b>A. TELTING</b>.</big></p> + +<p class="center"> +(Voorgedragen in de Vergadering van het Provinciaal<br /> +Friesch Genootschap ter beoefening der Friesche<br /> +geschied-, oudheid- en taalkunde, gehouden<br /> +den 5den October 1840.)</p> + +<p class="figcenter"><img src="images/p01.gif" alt="" /></p> + +<p class="center"> + <small>TE</small> <span class="gesperrt"><i>WORKUM</i></span>, <small>TER</small><br /> + BOEKDRUKKERIJ VAN H. BRANDENBURGH. +</p> + +<p class="center"><span class="gesperrt">1843.</span></p> + +<p><span class="pageno"><a name="p_2" id="p_2">[2]</a></span></p> +<p> </p> + + +<p><span class="pageno"><a name="p_3" id="p_3">[3]</a></span></p> + +<h2> + <span class="gesperrt">IETS</span><br /> + <small>OVER DE</small><br /> + GRAMMATICALE BEOEFENING DER FRIESCHE TAAL<br /> + <small>IN HAREN GEHEELEN OMVANG.</small> +</h2> + +<p class="i2">Mijne Heeren! Zeer geachte Medeleden!</p> + +<p>»<b>D</b>e vierde afdeeling, voor taal- en dichtkunde +bestemd, stelt zich voor: de grammaticale beoefening +der Friesche taal, in hare volle uitgebreidheid."—Zoo +begint, M. H.! de beschrijving van +de werkzaamheden der taalkundige afdeeling in de +Wetten onzes Genootschaps, zoo als die den 26 +September 1827, nu dertien jaren geleden, waren +vastgesteld;—en die zelfde bepaling vinden wij in +de herziene Genootschapswetten van 1835 terug.</p> + +<p>Wat heeft die <i>vierde</i>, of nu, sedert 1835, <i>derde +afdeeling</i>, in dat tijdsverloop van dertien jaren, +voor de grammaticale beoefening der Friesche taal +<span class="pageno"><a name="p_4" id="p_4">[4]</a></span>gedaan? Heeft zij zich die taak met ijver aangetrokken, +is zij dat werk met moed begonnen, +heeft zij dat met volharding voortgezet, rijpen de +vruchten van haren arbeid ter volkomenheid?—Of +ging het hier als met zoo menige goede bepaling +in menig reglement in ons vaderland, dat ze wel +geschreven stond, maar niemand er verder meer +om dacht?</p> + +<p>Liefst spaar ik U en mij zelven de beantwoording +van deze vragen. Zij drongen zich aan mij op, +toen ik rondzag naar eene stof, waarover ik in +deze uwe vergadering, naar de mij door het lot +aangewezene beurt, zou mogen spreken,—toen +ik mij herinnerde, dat ik de eer heb tot de derde +afdeeling van de Werkende Leden des Genootschaps +te behooren, en bedacht, dat de behandeling van eenig +taalkundig onderwerp misschien van mij verwacht +mogt worden. Ik wil echter nu de vraag: wat de +derde afdeeling, met betrekking tot de grammaticale +beoefening der Friesche taal gedaan heeft? liever +doen plaats maken voor eene andere: wat zij +daarin zou behooren en vermogen te doen? Ik +wil het verledene laten rusten, en spreken met het +oog op de toekomst;—ik heb mij voorgesteld +twee vragen aan uwe welwillende en bescheidene +aandacht voor te dragen:</p> + +<p><a href="#antw_I" id="vraag_I"><span class="corr" id="corr1" title="Bron: 1.">I.</span></a> Wat bedoelt de bepaling in ons Reglement +met <i>grammaticale beoefening der Friesche taal in +hare volle uitgebreidheid</i>?</p> + +<p><a href="#antw_II" id="vraag_II"><span class="corr" id="corr2" title="Bron: 2.">II.</span></a> Wat kunnen en wat behooren wij, Leden +van dit Genootschap, te doen, om ons in dezen te +kwijten van onze taak?</p> + +<p>Vergezelt mij daarbij met uwe toegevendheid, +die ik zoo zeer behoeve. Al wie toch aan anderen<span class="pageno"><a name="p_5" id="p_5">[5]</a></span> +eenigen regel durft voor te stellen, behoort vooraf +wel gewikt en gewogen te hebben, of hij zelf in +staat en gezind zij, dien na te leven; en zoo iemand, +ik ben van de geringheid mijner vermogens +in dezen overtuigd. Verre zij dan van U het vermoeden, +als of ik onbescheiden genoeg zoude zijn, +om U mijne inzigten op te dringen, met de verwaande +bedoeling, om U over te halen, die met +mij te deelen. Beproeven wilde ik het slechts, of +mijne gebrekkige voorstelling zooveel vermogt, om +meer kundige liefhebbers der Friesche taal, dan ik +ben, op te wekken, om haar in hare volle uitgebreidheid, +gemeenschappelijk, grammaticaal te beoefenen.</p> + +<p><a href="#vraag_I" id="antw_I">I.</a> De eerste vraag, wier behandeling wij ons +voorgenomen hadden: Wat wordt bedoeld onder +grammaticale beoefening onzer taal in hare volle +uitgebreidheid? scheidt zich natuurlijkerwijze in +twee onderdeelen, uitgedrukt in deze twee vragen:</p> + +<p><a href="#antw_I_1" id="vraag_I_1">1.</a> Waaraan hebben wij te denken, als wij +spreken van de Friesche taal <i>in hare volle uitgebreidheid</i>?</p> + +<p><a href="#antw_I_2" id="vraag_I_2">2.</a> Wat beteekent het, die taal <i>grammaticaal te +beoefenen</i>?</p> + +<p><a href="#vraag_I_1" id="antw_I_1">1.</a> Is de Friesche taal dat dialect, hetwelk door +de landlieden in dit gewest gesproken wordt, en, +zoo men de beide <i>Stellingwerven</i> met het <i>Bildt</i> +uitzondert, de algemeene volkstaal op het platte +land van het <i>Wester-Lauwersche Friesland</i> genoemd +mag worden? dat dialect, vermengd en +verbasterd, als het ten huidigen dage is, met Hollandsche +woorden, taalvormen en spreekmanieren, +verdrongen en onder den voet getreden door de +bestuurders en leeraren des volks en der jeugd?<span class="pageno"><a name="p_6" id="p_6">[6]</a></span> +Verdient deze tongval, die als eene geringe dienstmaagd +zich schaamachtig schuil houdt, die in den +kring van meer beschaafden en aanzienlijken zich +niet durft te vertoonen, maar zelfs daar, waar +zij nog geduld wordt, zich op de aannadering van +elken stedeling, als schaamde zij zich haren boerschen +opschik, vrijwillig en onopgemerkt verwijdert,—verdient +deze den naam van <i>taal</i>, en is +zij het, wier grammaticale beoefening men van ons +verlangt?—Treurig is het gesteld, M. H.! met +dit kostelijk erfdeel onzer vaderen, de taal! Niet +te onregte vergeleek een onzer eerste Friesche vernuften<a id="FNa_1" href="#FN_1" class="nootref">[1]</a> +haar onlangs bij eenen ouden verwaterden +boomstam, die uit de opdrijvende pollen in het +waterland boven komt, en wel jaar op jaar groene +twijgen en nieuwe uitloopers geeft, doch eindelijk +wegkwijnt en sterft.—Doch de loop der gebeurtenissen +heeft het zoo gewild; met de taal der Friezen +moest het even zoo gaan als met hun afzonderlijk, +onafhankelijk volksbestaan; beide zijn naauw +aan elkander verbonden en ineen geweven, en dus +ook de lotgevallen, het verval, de ondergang van +beiden innig verknocht. Nadat de <i>Wester-Lauwersche</i> +Friezen hunne volksvrijheid verloren, en onder +het bewind van eenen vreemden, Saksischen Vorst, +vreemde wetten en nieuwe instellingen ontvangen +hadden,—vervolgens in de Nederlandsche staten +van den Bourgondischen Vorst waren ingelijfd,—en +eindelijk, na de gemeenschappelijke afwerping +dier heerschappij, met deze hunne Nederduitsche<span class="pageno"><a name="p_7" id="p_7">[7]</a></span> +bondgenooten, zich in één gemeenebest vereenigd +hadden,—was van hun onafhankelijk en eigen +volksbestaan niets dan eene schaduw overgebleven; +en hoe zoude, na de algemeene invoering van het +Nederduitsch in school en kerk, in geregtszalen en +volksvergaderingen, de Friesche taal hare waardigheid +hebben kunnen handhaven? Van lieverlede +ook uit de kringen der aanzienlijken in de grootere +steden verdrongen, werd de waan algemeen, +dat het Friesch tot schrijftaal ongeschikt, voor +de behandeling van meer verhevene en waardige +onderwerpen weinig voegde, en alleen goed genoeg +was, om in het boerebedrijf, bij het vee en den +akkerbouw, gesproken te worden. Zoo werd dan +de volkstaal inderdaad eene boerentaal, het Friesch +in dit gewest werd boerenfriesch;—alleen de inwendige +taalkundige voortreffelijkheid, die haar van +nature eigen is, bewaarde haar voor de vernedering, +van ooit in een boeren-patois te verbasteren, +en zóó roemloos onder te gaan.</p> + +<p>Mij dunkt, M. H.! ook hier mogen wij weder tusschen +taal en volkskarakter eene treffende analogie +opmerken: of hebben niet de bewoners van dit gewest, +hoezeer sinds meer dan drie eeuwen met die +der overige vereende <i>Nederlanden</i> tot één volk zamengesmolten, +niet nog veel, van alle volksgenooten +zeker het meest, van hunnen ouden kenmerkenden +aard en zeden overgehouden? En gelijk wij nu +dien fieren Frieschen geest wenschen te bewaren, te +handhaven en te veredelen, niet om aldus een +eigen volksbestaan te herkrijgen of te behouden,—eene +gedachte, die elk verstandige belagchelijk en +verwaand zoude noemen!—evenmin om ons door<span class="pageno"><a name="p_8" id="p_8">[8]</a></span> +een kwalijk begrepen provincialismus van het gemeene +vaderland af te zonderen, en binnen onze enge +gewestelijke grenzen in te sluiten,—een toeleg, +die den waren liefhebber van het vaderland even +verderfelijk moet voorkomen, als de daar lijnregt +tegen inloopende strekking, om, door wegneming +van alle individualiteit, alles te amalgameren, hem +tegen de borst is;—maar omdat die fiere geest +ons krachtig kan helpen tot vermeerdering van ons +volksgeluk, daar hij ons onze instellingen leert +waardeeren en eerbiedigen, en het goede bewaren, +dat nog in en onder ons is;—even zoo moet +ook de Friesche landtaal, die nog ten huidigen +dage onder de plattelandsbewoners eene levende taal +is, door ons worden bemind en geëerbiedigd, als +een kostelijk overblijfsel, als eene dierbare nalatenschap +van dat vrije volk, hetwelk haar eens als +volkstaal sprak, met welks aard en zeden zij op +het naauwst was verknocht, welks fieren, krachtigen +geest en zin zij in forsche, kernachtige klanken +uitdrukte. Maar noch de taal, noch het volk, +hebben wij in oorspronkelijke zuiverheid te zoeken +in deze negentiende eeuw. Wij moeten daartoe +hooger opklimmen, en dan kan ook het tegenwoordige +Landfriesch ons helpen haar te vinden.—</p> + +<p>Het Friesche volk, als door eene betooverende +aantrekking tot het water verlokt, gelijk de geleerde +<span class="smcap">Halbertsma</span> ergens schrijft<a id="FNa_2" href="#FN_2" class="nootref">[2]</a>, bewoonde de kustlanden +der <i>Duitsche zee</i>. Van ten noorden den +mond der <i>Eider</i> tot aan de <i>Elbe</i>; van de <i>Wezer</i><span class="pageno"><a name="p_9" id="p_9">[9]</a></span> +tot aan de <i>Schelde</i>, had dit uitgestrekte volk, +schoon verdeeld in onderscheidene stammen, doch +in taal, zeden en wetten één, zijne, meer dan +eenig ander Germaansch volk, gevestigde woonplaatsen. +Dáár is het, dat wij de oude onverbasterde +Friesche taal moeten zoeken. In de wetboeken der +volkstammen, grootendeels in de dertiende eeuw +opgesteld,—het <i>Asegaboek</i>, bevattende het Landregt +der Rustringer Friezen, die tusschen de <i>Jade</i> +en de <i>Wezer</i> gezeteld waren,—de <span class="info" id="info1" title="bedoeld wordt: 'Willküren der Brockmänner, eines freyen friesischen Volkes'"><i>Brocmanner +brief</i></span> en het <i>Emsiger landregt</i>, tot het landschap, +dat thans <i>Oostfriesland</i> heet, behoorende,—het +<i>Landregt van Hunsingo</i>, benevens dat van <i>Fivelingo</i> +en het <i>Oldampt</i>,—en eindelijk <i lang="fy">Der frya +Fresena freeska landrjuecht</i>, meer bekend onder +den naam van de <i>Oude Friesche wetten</i>, bevattende +de verzameling der regten, welke in de landen +van <i>Oostergoo</i> en <i>Westergoo</i> golden,—bezitten +wij de bronnen, uit welke de echte en +grondige kennis van de oude Friesche taal alleen +kan worden verkregen.</p> + +<p>Maar tot de verkrijging dier kennis kan ons ook +de naauwkeurige beschouwing van de nog levende +overblijfselen dezer taal leiden en behulpzaam zijn. +Het is niet in ons <i>Wester-Lauwersche Friesland</i> alleen, +dat de taal nog leeft, en dagelijks gesproken +wordt. Men vindt haar, hoewel sterk door het +Deensch verbasterd, nog overig in de ommestreken +van <i>Bredsted</i>, in het Hertogdom <i>Sleeswijk</i>, onder +de afstammelingen der oude <i>Noord-</i> of <i>Strand-Friezen</i>. +Dat zij in het kleine <i>Sagelterland</i>, eene door +moerassen ingesloten streek, aan den oostkant van +<i>Oostfriesland</i>, nog in groote zuiverheid bewaard<span class="pageno"><a name="p_10" id="p_10">[10]</a></span> +gebleven is, hebben de geleerde nasporingen van +twee der verdienstelijkste en taalkundigste beoefenaren +onzer grijze volksspraak onlangs aan het +licht gebragt<a id="FNa_3" href="#FN_3" class="nootref">[3]</a>. Men voege hierbij de Friesche +dialecten van <i>Schiermonnikoog</i>, van <i>Hindeloopen</i>, +en ons gewoon, ofschoon ook in fijne wijziging +van uitspraak, en verscheiden gebruik van klinkers +en medeklinkers, in verschillende streken van dit +gewest verschillend <i>Landfriesch</i>,—en men zal +wel alles hebben opgenoemd, wat van de oude +Friesche taal, in den mond van het nog levend +geslacht, is overgebleven.</p> + +<p>Die overblijfselen zijn, taalkundig, hoogst belangrijk. +Niet alleen toch, dat het voor den taalvorscher eene +hoogst aangename en leerrijke bezigheid is, om vergelijkend +na te gaan, hoe de taal, na zoo vele +eeuwen te zijn doorgegaan, hier dus, elders zoo is +vervormd, hier deze, elders gene, vreemde indrukken +en inmengselen heeft ontvangen, en op te sporen, +wat in de tegenwoordige spreektaal tot het oude, +oorspronkelijke wezen en karakter van die taal behoort, +wat daaraan vreemd is, en bij eene taalkundige +kritiek als onfriesch moet worden uitgemonsterd;—niet +alleen, dat de vergelijking der nog bestaande +dialecten behulpzaam kan zijn tot de woordvorsching, +tot de bepaling der oorspronkelijke woordvormen, +en dat zij licht verspreidt over de wetten +der klankvorming;—maar ook, en dit dient wel +in de eerste plaats in aanmerking te komen, de nog +levende dialecten zijn inderdaad het eenige middel,<span class="pageno"><a name="p_11" id="p_11">[11]</a></span> +om de kracht en beteekenis der letters, waarin +wij de oude taal geschreven vinden, met onbetwistbare +zekerheid te leeren kennen; zij bevatten +het eenige zekere middel, dat ons tot eene zekere +uitspraak leiden kan. De oudste taaloorkonden zijn +in zeer eenvoudige en weinig zamengestelde, vaak +ook bij verwante klanken elkander zonder vasten +regel verwisselende, letterteekenen opgeschreven; +de der tale kundige lezer wist, hoe hij ze moest +uitspreken; hoe zouden wij het weten, zoo de +onder ons overgeblevene volkstaal ons niet te hulp +kwam, ons niet leerde, waar wij eene vokaal rond +en vol, waar wij ze scherp of kort af, moeten +uitspreken, welke medeklinkers wij vol uit, welke, +en waar, wij ze slechts als ter loops moeten laten +hooren? En van hoeveel gewigt dit onderwijs zij, +beseft gewis ieder! Wat is toch eene taal zonder +uitspraak? Hoe zou men in het innige wezen eener +taal kunnen doordringen, als men ze zich niet +hoorbaar vermogt voor te stellen? Hoeveel taalkundig +juistere begrippen zou men zich van eene doode +taal, van het Latijn, bij voorbeeld, vormen, indien +men met de juiste uitspraak van hen, die ze spraken, +ten volle bekend ware? Welke denkbeelden +zou zich iemand van de Fransche, van de Engelsche, +of eenige andere nog levende, taal vormen, +zoo hij die wel uit eene <i>Spraakkunst</i> en <i>Woordenboek</i> +had leeren kennen, maar in hare uitspraak niet +door een deskundige ware onderwezen geworden, +en zich dus daaromtrent met de hem alleen bekende +waarde van de letterteekenen in zijne moedertaal behelpen +moest? Zouden niet louter wanklanken zijn +gehoor, ja zelfs, als hij stil voor zich zelven las, zijne<span class="pageno"><a name="p_12" id="p_12">[12]</a></span> +verbeelding pijnigen? En zouden onze oude Friesche +oorkonden liefelijker in onze ooren klinken, zoo +wij de levende dialecten niet konden raadplegen?</p> + +<p>Wij dan, die deze levende leermeesters kunnen +vragen en raadplegen, vinden ons op een, +ter verkrijging van eene innige kennis der taal, +veel gelukkiger standpunt geplaatst, dan een <span class="smcap">Wiarda</span><a id="FNa_4" href="#FN_4" class="nootref">[4]</a> +of <span class="smcap">Rask</span><a id="FNa_5" href="#FN_5" class="nootref">[5]</a>, die, het Friesch als eene lang +uitgestorvene taal beschouwende, wat de uitspraak +betreft, vaak alleen mogten gissen<a id="FNa_6" href="#FN_6" class="nootref">[6]</a>. Hetzij dan<span class="pageno"><a name="p_13" id="p_13">[13]</a></span> +verre van ons, wanneer wij de echte Friesche taal +in de oorkonden der 13de en 14de eeuwen zoeken, +dat wij daarom hare overblijfselen in de nog levende +dialecten zouden gering achten of verwaarloozen. +Integendeel willen wij die overblijfselen, +waar wij ze kunnen aantreffen, opsporen; de in +deze dialecten geschreven stukken, hoe onbelangrijk +anders van zakelijken inhoud ze ook soms mogen +wezen, zoo ze slechts met getrouwheid de taal wedergeven, +waarin zij zijn opgesteld, met zorgvuldigheid +verzamelen; in ons Landfriesch zullen wij +dan met des te grootere voldoening voor het eerst +eenen zanger ontmoeten van hooge dichterlijke +vlugt, die ons boeit mei zijne liefelijkheid, ons +verrukt door zijne stoutheid, ons treft in zijne +eenvoudigheid; doch wanneer wij de edele voortbrengselen +van <span class="smcap">Gijsbert Japix</span> dichttalent met volle +teugen genieten, dan zullen wij tevens, als bedachtzame +taalbeoefenaren, ons in acht nemen, om niet +alle door hem gebezigde woorden, ja zelfs niet al<span class="pageno"><a name="p_14" id="p_14">[14]</a></span> +zijne woordvormen, voor echt Friesch te erkennen, +maar veeleer er op bedacht zijn, de om in zijnen +tijd gangbare, nu verouderde, door hem verfrieschte, +Nederduitsche woorden op te merken en af te +zonderen; en terwijl wij de kunst bewonderen, +waarmede de Dichter getracht heeft Friesche klanken +voor het oog aanschouwelijk te maken in Nederduitsche +letterteekenen, zullen wij tevens moeten +erkennen, dat zijne spelling de Nederduitsche spelling +zijner eeuw is, zonder daarom nog gegrond +te zijn in den eigenen aard van de Friesche taal. +Ook hen zullen wij onze opmerkzaamheid niet onwaardig +keuren, die in lateren tijd, of nog heden +ten dage, hunne pen, in rijm of onrijm, aan de +Friesche taal hebben gewijd; al moge <span class="smcap">Jan Althuysen</span><a id="FNa_7" href="#FN_7" class="nootref">[7]</a> +het talent niet bezitten, om ons hart te +treffen, ja, al moesten wij hem alle aanspraak op +den naam van dichter ontzeggen, toch zullen wij +het hem dank weten, dat hij, honderd jaren na +<span class="smcap">Gijsbert</span>, ons van den toestand der volkstaal, in +zijne eeuw, een blijk heeft achtergelaten; al mogten +wij het dwaasheid achten, dat hij het gewaagd +heeft, zijne berijmde psalmen naast die van <span class="smcap">Gijsbert</span> +te doen drukken, en al scholden wij hem +gaarne de moeite kwijt, om beider werk door naamteekening +te onderscheiden<a id="FNa_8" href="#FN_8" class="nootref">[8]</a>, toch zal het ons aangenaam<span class="pageno"><a name="p_15" id="p_15">[15]</a></span> +zijn, de taalproeven uit het midden der +18de naast die uit het midden der 17de eeuw +voor oogen te mogen zien. En wat de Friesche +schrijvers van onzen tijd betreft: op hoogen +prijs schatten wij de uitnemende dichtgaven van +eenen <span class="smcap">Salverda</span><a id="FNa_9" href="#FN_9" class="nootref">[9]</a>,—welkom blijven ons de bijdragen +van menig ander, nog levend, beoefenaar +van dit dialect,—uit een taalkundig oogpunt, +hechten wij de hoogste waarde aan de lappen, uit +den snijderskorf van <span class="smcap">Gabe</span>, en aan hetgeen de verzorgers +van de nagelatene pennevruchten van +dien snedigen <i>skroor</i>, ons voorts nu en dan, als +vruchten van hun eigen genie, gunstig gelieven +mede te deelen, omdat, zonder in eenige vergelijking +tusschen de inwendige zakelijke waardij van +hun werk met dat van anderen te treden, niemand +zeker met grooter getrouwheid en juister +naauwkeurigheid de taal, de zeden, de denk- en +spreekwijze, van de hedendaagsche Friezen uitdrukt.</p> + +<p>Doch ik zal mij in deze beschouwingen niet verder +inlaten. Ik acht genoeg gezegd te hebben, +om U, M. H.! te doen gevoelen, waaraan wij, +mijns oordeels, te denken hebben, als wij spreken +van de Friesche taal <i>in hare volle uitgebreidheid</i>.</p> + +<p><a href="#vraag_I_2" id="antw_I_2">2.</a> Wij gaan dan over tot de beschouwing der +andere vraag: Wat het beteekent, die taal <i>grammaticaal</i> +te beoefenen?</p> +<p><span class="pageno"><a name="p_16" id="p_16">[16]</a></span></p> +<p>De bedoelingen, met welke eene taal beoefend wordt, +kunnen zeer onderscheiden zijn. Veelal worden talen +aangeleerd, met het oogmerk, om de boeken en geschriften, +in dezelve opgesteld, te kunnen lezen en verstaan,—om +met menschen, welke die taal spreken, +te kunnen verkeeren, en zich, zoo op reizen als in +handelsverkeer, verstaanbaar te kunnen uitdrukken. +Bij die bedoeling is de taalkennis hulpwetenschap, +de taal het middel, om een vroeger doel te bereiken. +Zoodanige wetenschap, zoo ze dien naam verdient, +kan gemeenlijk in genoegzame mate, door eene +oppervlakkige beschouwing van den aard der taal, +door eene lexicographische oefening van het geheugen +verkregen, en door lezen en omgang aangekweekt +worden, zonder dat een dieper dringen in +de wetten en regels der taal daarbij onmisbaar +vereischt wordt. Zoo zou men de Friesche taalkennis +als hulpwetenschap kunnen beoefenen, zoo +men zich daarbij eeniglijk ten doel stelde, om de +oude Friesche wetboeken, als oorkonden van oudheid +en regtskennis, te beschouwen. Anders is het +gelegen met de <i>grammaticale</i> beoefening van iedere +taal, en van de Friesche in het bijzonder. De taal +zelve is daarbij het doel der studie; de taal wordt +om haar zelfs wille beoefend, en, ofschoon men +zoo vele bijoogmerken daarbij kan toelaten, als +men zich maar gelieft voor te stellen, toch blijft +de kennis der taal het hoofddoel van den arbeid. +Die arbeid moet derhalve wetenschappelijk en stelselmatig +worden ingerigt. Vervelend zou ik voorzeker +worden, M. H.! wilde ik hier uiteen zetten, +hoedanig zulk eene stelselmatige beoefening der talen, +in al hare deelen, behoort te worden ingerigt.<span class="pageno"><a name="p_17" id="p_17">[17]</a></span> +Het is ook voor mijn oogmerk genoeg, U +op eenige belangrijke punten te wijzen, bij de +grammaticale beoefening van het Friesch, mijns +oordeels, vooral te pas komende. Indien ik mij +daarbij op kortheid bevlijtig, hoop ik van uwe +aandacht niet te veel te zullen vergen, als ik U +verzoek, ze mij daartoe eenige oogenblikken te +verleenen.</p> + +<p>Het schijnt mij dan, in de eerste plaats, noodzakelijk +toe, dat de beoefening onzer grammatica +<i>historisch</i> worde ondernomen. Uit het denkbeeld, +dat ik van den omvang der taal getracht heb te +geven, vloeit de noodzakelijkheid, altoos de belangrijkheid, +eener <i>historische</i> behandeling voort. +Het is toch niet eene, op dit punt des tijds bestaande, +regelmatige schrijftaal, wier tegenwoordigen +toestand men als een afgesloten geheel kan beschouwen +en beschrijven. Ware zij dit, dan zou +het nog steeds wetenschappelijk belangrijk zijn, +historisch te onderzoeken, hoe, langs welke wegen, +door welke veranderingen, zij tot haren tegenwoordigen +stand gekomen ware;—doch dat historisch +onderzoek zou dan niet zoo <i>volstrekt</i> noodzakelijk +zijn;—het ware dan mogelijk, van den tegenwoordigen +staat, waar ze zich in bevindt, eene +getrouwe, naauwkeurige schets te ontwerpen, welke +aan de eischen der taalkunde eenigermate zoude +kunnen voldoen. In den omvang, waarin wij U +de taal hebben voorgesteld, is dit niet wetenschappelijk +mogelijk; onze arbeid zoude eerder een +Friesch idioticon, dan eene grammatica, opleveren. +Doch van waar zullen wij dit historisch onderzoek +beginnen? Zal het genoeg zijn, op te klimmen tot<span class="pageno"><a name="p_18" id="p_18">[18]</a></span> +het begin der dertiende eeuw, om, wanneer wij +bekend zijn geworden met den toestand der taal +in dat tijdvak, de geschiedenis harer veranderingen +en afslijtingen nederwaarts, tot den tegenwoordigen +tijd, voort te zetten? Het is waar, +van vroegeren tijd, dan het begin der dertiende +eeuw, zijn geene handschriften tot ons overgebleven, +en het zou dus al ligt kunnen schijnen +een overtollige arbeid te zullen zijn, zoo wij naar +den toestand der taal in een vroeger tijdvak wilden +onderzoeken. Intusschen zouden wij toch, +door niet hooger op te klimmen, slechts de helft +harer geschiedenis gewaar worden; wij zouden onbekend +blijven met haren oorsprong, en veel +onverklaard, en als onverklaarbaar, moeten overlaten.—Het +Friesch is een tak van den grooten +Germaanschen taalstam; willen wij nu eene +innige kennis van den aard van dezen tak verkrijgen, +dan behooren wij de natuur van den stam, +waaruit hij gesproten is, te kennen. En mogt het +ons al onmogelijk zijn, tot den stam zelven op te +klimmen, dan zal toch de bekendheid met andere, +uit den zelfden stam uitgeschoten, takken, vooral +van zoodanige, die wij digter aan hunnen oorsprong +uit den gemeenen stam mogen gadeslaan, ons goede +diensten bewijzen, om tot ons oogmerk te geraken. +Wij verkeeren in het laatste geval. Of men ooit +met eenigen schijn van naauwkeurigheid de taal +zal leeren kennen, die door onze Germaansche +voorvaderen gesproken werd, eer zij zich nog in +onderscheidene dialecten verdeeld had, zullen wij +het veiligst dienen over te laten aan de vlijtige +nasporingen der geleerde mannen, welke de Indo-Germaansche<span class="pageno"><a name="p_19" id="p_19">[19]</a></span> +taalstudie tot het doel van hun leven +hebben gesteld. Doch het is ons vergund, kennis +te maken met een Germaansch dialect, het <i>Moesogothisch</i>, +waarin reeds zeer vroeg, omstreeks het +jaar 360, door <span class="smcap">Ulphilas</span>, de Evangeliën zijn overgezet, +en waarvan een goed deel ons in den <i>Codex +argenteus</i> is bewaard, en door den grooten <span class="smcap">Junius</span> +is uitgegeven. Dit kostbaar overblijfsel brengt ons +het naast tot den gemeenen stam terug.—Wij +bezitten echter nog naauwer vermaagschapte taalverwanten, +dan hen, die dit Moesogothisch gesproken +hebben. Dezen toch bewoonden, toen de +Bisschop <span class="smcap">Ulphilas</span> onder hen leefde, de landstreken +van <i>Servië</i> en <i>Bulgaria</i>, afschoon andere van +hunne stamgenooten zich reeds veel vroeger in +<i>Jutland</i> en het zuidelijk gedeelte van <i>Zweden</i> hadden +neêrgezet. Doch het is een ander volk, welligt, +ten tijde van deszelfs verblijf op het noordelijk +Germaansche kustland, één met de Friezen, en +van dezen uitgegaan, althans zeker met hen op +het allernaauwste verwant, wier taal, veel vroeger +dan de onze geschreven, ons meer dan eenige andere +kan voorlichten. Het was omstreeks het midden +van de 5de eeuw, dat dit volk <i>Engeland</i> overstroomde, +en deszelfs oude bewoners onder het juk +bragt,—en de oudste geschreven stukken in hunne +taal, sedert bekend onder den naam van de +<i>Angelsaksische</i>, klimmen op tot het laatste van +die zelfde 5de eeuw. Het is dus meer dan waarschijnlijk, +dat de Friezen, die tot deze volkplanters +in de naauwste betrekking stonden, te dier tijde, +behoudens geringe dialectsverschillen, met hen de +zelfde taal zullen hebben gesproken; en de beoefening<span class="pageno"><a name="p_20" id="p_20">[20]</a></span> +van dat oude Angelsaksisch, hetwelk zich +bovendien door eene zeer rijke literatuur aanbeveelt, +is alzoo voor de historisch-grammaticale beoefening +van het Friesch volstrekt onmisbaar.—Nog komt +bij zoodanige beoefening ook het <i>IJslandsch</i> in +aanmerking, ik bedoel die Skandinavische taal, die +onder de algemeene benaming van <i lang="da">Danske tonge</i>, +de taal was van die volkeren van het noorden, +Deenen en Noormannen, welke, door hunne veelvuldige +strooptogten, en somtijds langdurige overheersching, +op de kustlanden der Friezen eenen +zoo gewigtigen invloed oefenden, en te diepe indrukken +achterlieten, dan dat men niet ook in de taal +de sporen daarvan zou mogen opmerken<a id="FNa_10" href="#FN_10" class="nootref">[10]</a>.—En +zoo volgt dan uit het gesprokene, M. H.! dat deze +historische taalbeoefening, door ons opwaarts tot onze +taalverwanten te voeren, tevens eene <i>etymologisch-</i> +of <i>analogisch-vergelijkende</i> taalstudie met zich brengt.</p> + +<p>Doch niet alleen moeten wij opklimmen tot +de bronnen der taal, zoo wijd wij kunnen, +ook, nederdalende, behooren wij den loop des +strooms tot op onze tijden te volgen. Wanneer +wij de taal, in hare zuivere, nog weinig afgesletene, +bewerktuiging, zoo als ze in de oudste +stukken der 13de eeuw voorkomt, zullen hebben +gadegeslagen,—de waardij harer eenvoudige letterteekenen<span class="pageno"><a name="p_21" id="p_21">[21]</a></span> +zullen hebben vastgesteld,—hare regelmatige +verbuigingen toegelicht,—hare eigenaardige +woordvoeging nagegaan,—en ook haar +prosodisch deel, allitteratie en rijm, beschouwd +zullen hebben,—dan zal het de taak dezer historische +grammatica worden, om de verandering, +het verloop, de afslijting van dat alles, de vermenging +met vreemde bestanddeelen, zoo als die +van lieverlede zijn ontstaan en toegenomen, in de +taaloorkonden van latere tijden aan te wijzen, en +tot in de nog bestaande dialecten op den voet te +volgen. Zoo zal deze beschouwing tot veelsoortige +en belangrijke opmerkingen en uitkomsten kunnen +leiden. Het zal duidelijk worden, dat, sints de +taal opgehouden heeft als eene volksschrijftaal te +bestaan, ook hare ware orthographie is verloren +gegaan, en door eene, aan het taalkarakter vreemde, +spelling vervangen is, geschoeid op den leest +van de spelling van dat volk, onder hetwelk het +Friesche dialect is overgebleven. Het zal blijken, +dat, hoewel, even als in al de andere nieuwere +talen van Germaanschen oorsprong, de verbuigingsvormen +veelzijdig zijn afgesleten, en als het +ware onmerkbaar geworden, daarvan evenwel in +ons Landfriesch meer is overgebleven, dan bij eene +oppervlakkige beschouwing welligt door menig een +wordt verondersteld<a id="FNa_11" href="#FN_11" class="nootref">[11]</a>. Dan zal het bewezen worden<span class="pageno"><a name="p_22" id="p_22">[22]</a></span> +waarheid te zijn, dat, zoo men het nog onder +ons levend Friesch ontledigen kon van al deszelfs +Hollandsche inmengselen, het overblijvende +gedeelte, ondanks alle afslijting, die er heeft plaats +gehad, onmiskenbaar nog die zelfde taal is, in +welke de Friezen in de 13de eeuw hunne kernachtige +wetten hebben te boek gesteld, en dat het +daarin, voor het misschien nog veel meer afgesletene +Hollandsch, waarin toch wel ieder de taal van +<span class="smcap">Stoke</span> en <span class="smcap"><span class="corr" id="corr3" title="Maarlant">Maerlant</span></span> ontdekken zal, geenszins behoeft +onder te doen, en dus ook evenmin, als dat +Hollandsch, den naam van patois verdient.</p> + +<p>Ik gevoel, dat ik, door het gesprokene in eenige +voorbeelden meer aanschouwelijk te maken en dadelijk +toe te passen, de duidelijkheid daarvan bevorderen +zou; doch ik vermeen tevens, dat, èn +de aard van de spreekbeurt, welke ik hier vervul, +zoodanige afgetrokken grammaticale ophelderingen +verbiedt, èn dat de tijd, mij, door uwe toegevendheid +toegestaan, om te spreken, mij daarin +verhindert. Ik moet mij dus tevreden stellen met +de hoop, dat het mij gelukt moge zijn, duidelijk +genoeg te hebben voorgesteld, wat het, mijns inziens, +beteekent, de Friesche taal <i>in hare volle uitgebreidheid +grammaticaal</i> te beoefenen.</p> + +<p>Mogt ik mij met die hoop niet geheel te vergeefs +gevleid hebben, dan zouden wij nu, in de tweede +plaats, dienen over te gaan, tot het onderzoek:<span class="pageno"><a name="p_23" id="p_23">[23]</a></span></p> + +<p><a href="#vraag_II" id="antw_II">II.</a> Wat wij, Leden van dit Genootschap, kunnen +en behooren te doen, om ons te kwijten van +de taak, die wij vrijwillig hebben op ons genomen, +en wier aanvankelijke en gedeeltelijke vervulling +althans met reden van ons mag worden +verwacht?</p> + +<p>Die taak is verre van gemakkelijk, M. H.! Zij +vordert eene vrij uitgebreide, langdradige en volhardende +studie; zij vordert groote naauwkeurigheid +en veel scherpte van opmerking; eene veelzijdige +grammaticale kennis en bedrevenheid. Het is +geen arbeid voor weken of maanden, maar een +werk, dat vele jaren van inspanning vorderen zal. +Moet ons dit vooruitzigt niet afschrikken, ons, +wie het meerendeels niet gegund is, onzen tijd +onverdeeld aan de beoefening der letteren te wijden, +maar die, eerst verpligt onze krachten te +wijden aan hetgeen beroep en ambt een ieder te +doen geeft, slechts uitgespaarde uren voor de wetenschappen +mogen afzonderen? Er bestaan, dunkt mij, +twee omstandigheden, welke het gewigt van deze +bedenking eenigzins kunnen verligten. De eerste +is, dat de bedoeling onzer Genootschapsinstellingen +van zelve medebrengt, dat wij dien arbeid, voor +éénen te uitgebreid en te zwaar, onder elkanderen +mogen verdeelen; dat wij ons met de verzameling, +bijeenbrenging en bewerking der in dezen noodige +bouwstoffen gezamentlijk mogen onledig houden; +en mogt het ons niet vergund zijn, zelven het gebouw +te voltooijen, die voltooijing gerust, in het +bewustzijn van daartoe het onze te hebben bijgedragen, +aan anderen mogen overlaten. De tweede +gedachte, die onzen moed tot het opvatten dezer<span class="pageno"><a name="p_24" id="p_24">[24]</a></span> +taak mag versterken, is, dat wij niet de eersten +zullen zijn, die zich de grammaticale beoefening +van de Friesche taal zullen aantrekken, dat anderen +ons reeds in dit spoor zijn voorgegaan, en +reeds veel hebben gedaan en geleverd, dat voor +ons leerzaam, nuttig en bruikbaar kan zijn.</p> + +<p>Wij willen <a href="#antw_II_1" id="vraag_II_1">dien vóór ons gedanen arbeid vooraf +kortelijk beschouwen</a>, om na zulks <a href="#antw_II_2" id="vraag_II_2">de som te +kunnen opmaken van hetgeen ons overblijft te +doen</a>.</p> + +<p><a href="#vraag_II_1" id="antw_II_1">1.</a> Bij de beschouwing van hetgeen door anderen +vóór ons gedaan is, zullen wij voornamelijk op +zoodanige geschriften te letten hebben, die met het +kennelijk doel zijn opgesteld, om eene grammatica +te leveren, zonder echter vele andere, die tot de +grammaticale kennis der taal kunnen leiden en medewerken, +met stilzwijgen voorbij te gaan.</p> + +<p>Wanneer wij dan, met billijken eerbied voor +ouderdom van jaren, het eerst zullen noemen, die +het eerst in het licht verschenen zijn, dan dient +het allereerst gewaagd van het werk van den ouden +Grammaticus, hetwelk <span class="smcap">Gabbema</span>, in het tweede deel +zijner uitgave van <span class="smcap">Gijsbert Japix</span>, heeft opgenomen<a id="FNa_12" href="#FN_12" class="nootref">[12]</a>. +Het heeft betrekking tot het Landfriesch +uit het midden der 16de eeuw: na de formatie +van het meervoud der naamwoorden opgegeven te +hebben, beuzelt de schrijver over de geslachten en +naamvallen, wier bestaan hij, op den enkelen genitivus +na, slecht weg ontkent, alsmede over de<span class="pageno"><a name="p_25" id="p_25">[25]</a></span> +formatie van de vergelijkende trappen en de getallen +der bijvoegelijke naamwoorden, over de verkleiningsvormen, +de artikels en de telwoorden; alles +zeer kort en oppervlakkig. Hier is achter gevoegd +een brokstuk over de Friesche letters,—de schrijver +handelt over de figuur der letters, en geeft +de zonderlinge meening op, dat de Friezen eerst +Grieksche karakters gebruikt zouden hebben; van +runenschrift schijnt hij nooit iets gehoord te hebben<a id="FNa_13" href="#FN_13" class="nootref">[13]</a>; +vervolgens gaat hij de waarde der klinkers +na, en gewaagt van de diphtongen. Deze beide +stukjes zullen ons weinig leeren, misschien hebben +zij nog eenige waarde, als bevattende taalproeven, +die eene eeuw ouder zijn dan <span class="smcap">Gijsbert Japix</span>. Doch +aan deze ontbreekt het ook overigens niet. Echter +is het fragment ongetwijfeld van eene veel ervarener +hand, dan het eerste stuk, en bevat over de +uitspraak der vokalen eenige niet onbelangrijke +opmerkingen. Wij leeren er, bij voorbeeld, uit, +dat de Angelsaksische diphtong <i>eo</i>, toen dat stuk +gesteld werd, in de Friesche taal nog bloeide, zoo +als nog te <i>Hindeloopen</i>.</p> + +<p>De tweede, ons bekende, poging, om eene grammatica +te leveren, is van den geleerden <span class="smcap">Ecco Epkema</span>, +den verdienstelijken uitgever van <span class="smcap">Gijsbert +Japix</span>; doch het is er verre van daan, dat deze +zoude zijn ingerigt op den voet, dien wij ons hebben +voorgesteld; niet de Friesche taal in hare volle +uitgebreidheid, alleen het Landfriesch vinden wij<span class="pageno"><a name="p_26" id="p_26">[26]</a></span> +hier geschetst, en dan nog maar het Landfriesch, +zoo als <span class="smcap">Gijsbert Japix</span> dat schreef. De reden is +duidelijk. Als inleiding op zijn <i>Woordenboek</i> op +dien Dichter, was het geenszins zijn voornemen, +»een volledig zamenstel van spraakkunst der Landfriesche +taal te geven," hij achtte dit volstrekt +onnoodig, »daar, weinige afwijkingen uitgezonderd,"—het +zijn 's mans eigene woorden,—»de +Landfriesche taal, zoo als wij ze bij onzen Dichter +aantreffen, eene tamelijke overeenkomst heeft +met de Nederduitsche, zoo als wij dezelve bij <span class="smcap">Cats</span>, +<span class="smcap">Kamphuyzen</span>, en andere tijdgenooten van hem, +lezen." Ziet daar het standpunt, waarop <span class="smcap">Epkema</span> +stond, en waaruit men het werk van dezen geleerden +man moet beoordeelen,—meer als eene +bijdrage tot de Nederduitsche taal, dan tot de +zuiver Friesche. Zijne orthographie is dan ook even +als die van den Dichter, de Hollandsche van de +17de eeuw; al wat hij zeer uitvoerig over de letters, +klinkers, diphtongen, verdubbeling der klinkers +en over de medeklinkers schrijft, is grootendeels +Nederduitsch, enkele belangrijke opmerkingen +over de litterae prostheticae en epentheticae, of +klikletters, zoo als hij ze noemt, en over de weglating +in uitspraak, en de verwisseling der letters, +raken het Friesch meer bijzonder, en kunnen tot +ons doel gebruikt en vergeleken worden. In zijne +behandeling der naamwoorden volgt hij den ouden +Grammaticus, doch alleen, om hem telkens teregt +te wijzen. Bij de verbuigingen der naam- en +werkwoorden geeft hij ons alleen die van zijnen +Dichter op, zonder tot de oorspronkelijke vormen +op te klimmen, of, klimt hij al hooger op, dan nog<span class="pageno"><a name="p_27" id="p_27">[27]</a></span> +bepaalt hij zich tot de taal der <i>Oude Friesche wetten</i>, +als behoorende tot het dialect van ons gewest, doch +ongelukkig, onder de oude taaloorkonden van lateren +oorsprong, min zuiver, meer met Nederduitsch +vermengd, dan bij voorbeeld het oudere <i>Asegaboek</i> +en <i>Emsiger landregt</i>.—Voor zoo verre dan onze +<span class="smcap">Gijsbert Japix</span> mag gehouden worden voor den +vertegenwoordiger van den staat van het Landfriesch +dialect, zoo goed en kwaad, zuiver en vermengd, +oorspronkelijk en afgesleten, als het zich in het +midden der 17de eeuw vertoonde,—even zoo ver +mag <span class="smcap">Epkema</span> voor den naauwkeurig grammaticalen +beschrijver van dat dialect gelden, in wiens arbeid +echter de historische studie der zuiver Oud-Friesche +bronnen te veel wordt gemist.</p> + +<p>Het is voor de Friesche grammatica een onschatbaar +voorregt geweest, dat de beroemde Deensche +taalkundige <span class="smcap">Rasmus Rask</span>, door en na het schrijven +zijner <i>Angelsaksische spraakleer</i>, op het gelukkig +denkbeeld gekomen is, om ook eene <i>Friesche +spraakleer</i> zamen te stellen. Zij kwam in +1825, in het Deensch, in het licht<a id="FNa_14" href="#FN_14" class="nootref">[14]</a>, en werd in +1832, door ons geleerd Medelid den Heer <span class="smcap">Hettema</span>, +in het Nederduitsch<a id="FNa_15" href="#FN_15" class="nootref">[15]</a>, en in 1834, door Professor +Buss, te <i>Freiburg</i>, in het Hoogduitsch, overgezet +en uitgegeven<a id="FNa_16" href="#FN_16" class="nootref">[16]</a>. Dit is de eerste, en tot nog toe<span class="pageno"><a name="p_28" id="p_28">[28]</a></span> +de eenige, zuiver Friesche grammatica, welke wij +bezitten, uit de oudste schriftelijke gedenkstukken +geput. Uitvoerig behandelt deze groote taalkundige +de letters, en derzelver waarde en uitspraak, waarbij +echter valt op te merken, dat onbekendheid +met ons Landfriesch hem dikwijls heeft doen +dwalen, waar de bekendheid met dat dialect hem +gemakkelijk zou hebben te regt geholpen, en dat +hij in de vokaalspelling tot toonteekenen de toevlugt +heeft moeten nemen, welke hij eveneens, +bij veronderstelde bekendheid zijner lezers met onze +landtaal, zeer wel zoude hebben kunnen ontberen; +dat hij gedurig, tot het bepalen der klanken, +zijne toevlugt moet nemen tot het Angelsaksisch +en IJslandsch, terwijl intusschen de klankbepaling +in eerstgemelde taal, zoo als de Heer <span class="smcap">Halbertsma</span> +overtuigend heeft aangewezen<a id="FNa_17" href="#FN_17" class="nootref">[17]</a>, juist omgekeerd, +het best uit ons nog levend Friesch kan worden +opgemaakt. Omtrent de verbuigingen der naamwoorden +en werkwoorden heeft hij taalkundig-regelmatige +wetten voorgesteld, gegrond op hetgeen +hij daaromtrent in zijne <i>IJslandsche en Angelsaksische +grammatica's</i> had opgegeven, het hoofdverschil +der verbuigingen daarin zoekende, of de +woorden in eenen klinker of medeklinker eindigen,<span class="pageno"><a name="p_29" id="p_29">[29]</a></span> +of althans oorspronkelijk geëindigd hebben; de eerste +noemt hij de opene, en de tweede de geslotene +hoofdsoort (<span class="smcap">Grimm</span> noemt de <i>opene</i> van <span class="smcap">Rask</span> <i>zwakke</i>, +de <i>geslotene</i> bij <span class="smcap">Rask</span> <i>sterke</i>, <i>Recensie</i>, S. 88); +intusschen ontdekt men bij de naauwkeurige beschouwing +dezer vormleer eene zoo groote menigte uitzonderingen, +dat men aan de vastheid en waarheid +der voorgestelde regels begint te twijfelen, en het +mij althans voorkomt, dat dezelve nog wel eens +aan eene streng beproevende kritiek mogen worden +onderworpen<a id="FNa_18" href="#FN_18" class="nootref">[18]</a>. Voor het overige geeft deze spraakleer +ons eene getrouwe schets van de taal, zoo als +die in het <i>Asegaboek</i> en den <span class="info" id="info2" title="bedoeld wordt: 'Willküren der Brockmänner, eines freyen friesischen Volkes'"><i>Brokmannerbrief</i></span>, als +het oudste en zuiverste Friesch, voorkomt, met analogische +verwijzing naar het Angelsaksisch en IJslandsch, +en met aanhaling hier en daar van het +nog levende Noordfriesch; doch zij kan geene aanspraak +maken op den naam van eene historische +grammatica, waarin op alle dialecten acht geslagen, +en ook het verloop der taal aangewezen is.</p> + +<p>Eindelijk mag, bij de vermelding der grammatica's, +geenszins worden verzwegen de belangrijke +schets van het Sagelterlandsche Friesch, gevoegd bij +de <i>Reis</i> naar dat land van de Heeren <span class="smcap">Hettema</span> en +<span class="smcap">Posthumus</span>; wij worden daar op eene korte en +duidelijke wijze met dat dialect bekend gemaakt, +en deze arbeid is voldoende, om hem, die zich +<span class="pageno"><a id="p_30"></a><a name="p_31" id="p_31">[<span class="corr" id="corr4" title="Bladzijde 30 verwijderd (bladzijde 30 & 31 zijn op 1 hoofdletter na identiek">30</span> & 31]</a></span> +met eene algemeene Friesche spraakleer mogt willen +bezig houden, in staat te stellen, om van dit dialect +een noodig en nuttig gebruik te maken.</p> + +<p>Volgens schrijven van den Hoogleeraar <span class="smcap">Rask</span>, in +de <i>Voorrede</i> tot zijne <i>Spraakleer</i>, heeft de Heer +<span class="smcap">B. Bendsen</span>, te <i lang="da">Ærøskøbing</i>, met groote vlijt en +naauwkeurigheid eene uitgebreide <i><span class="info" id="info3" title="op (verwijderde) bladzijde 30 gespeld: 'spraakleer'">Spraakleer</span></i> van +het Noordfriesch verzameld; welk werk echter, zoo +veel ik weet, nog niet door den druk is gemeen +gemaakt<a id="FNa_19" href="#FN_19" class="nootref">[19]</a>.</p> + +<p>De orthographie is een belangrijk deel der grammatica. +Hoe zou ik dan, M. H.! na U de bestaande +spraakkunsten, zoo verre mij bekend, te +hebben opgenoemd, mogen nalaten, U het schoone +stukje over de spelling van den Heer <span class="smcap">Halbertsma</span> +te herinneren, geplaatst in den jaargang voor 1834 +van het <i lang="fy">Friesche Jierboeckjen</i>? Eenvoudig en +duidelijk is die poging, om den rijkdom van ons +Landfriesch in letterteekenen uit te drukken. Alle +onnutte en verwarring barende bijvoeging van veelvuldige +klinkers, waarin <span class="smcap">Gijsbert Japix</span> zich wel eens +te buiten ging, is daarbij vermeden; de letters, welke +in ieder woord, krachtens zijnen aard en grondvorm, +behooren, hoewel in de uitspraak onderdrukt<span class="pageno"><a name="p_32" id="p_32">[32]</a></span> +of weggelaten, worden daar meerendeels aan +hetzelve terug gegeven; in het kort, de taal eenparig +zoo geschreven, wordt voor den taalkundigen +Nederduitschen aanschouwer klaar en bevattelijk. +Intusschen houde men bij de groote voortreffelijkheid +dezer proeve nog steeds in het oog, dat +ook deze spelling meer op de Nederduitsche, dan +op de Oud-Friesche, gegrond is; de bedoeling van +het opstel maakte dit noodzakelijk; voor lezers, aan +de Hollandsche spelling gewoon, wenschte men +het Friesch aanschouwelijk voor te stellen, en uit +dat oogpunt beschouwd, was deze wijze van handelen +de eenige, die het doel kon doen treffen. +Vraagt men echter, of zij ook taalkundig goed te +keuren is, dan zou ik daarop geen in allen deele +toestemmend antwoord durven geven. Mogt bij de +vraag, hoe men dan tegenwoordig het Landfriesch +moet spellen, mijne geringe meening iets gelden, ik +zoude niet de spelling voorstaan, die men in het +<i>Asegaboek</i> of het <i>Emsiger landregt</i> aantreft, even +min als ik verlangen zoude, dat men het tegenwoordige +Hollandsch ging schrijven eveneens als <span class="smcap">Maerlant</span>, +<span class="smcap">van Helu</span> of <span class="smcap">Stoke</span>, in hunnen tijd deden; maar, +gelijk de Nederduitsche spelling van onzen tijd gegrond +is, altoos gegrond behoorde te zijn, op die +van deze ouden, als overeenkomstig met den aard +der taal,—zoo zou ik ook meenen, dat wij de +spelling van het Landfriesch behoorden te gronden +op de oude spellingwijze onzer voorvaderen. +Ik zoude, wilde men een voorbeeld, naar het tegenwoordige +Deensch verwijzen; die taal is eene, +hoewel verbasterde, dochter van het oude IJslandsch, +even als ons Landfriesch het is van het oud Friesch;<span class="pageno"><a name="p_33" id="p_33">[33]</a></span> +de spelling van dat IJslandsch en van ons oud +Friesch komen naauw met elkander overeen; in +uitspraak zweemt ons Landfriesch, in meer dan +een opzigt, sterk naar het tegenwoordige Deensch, +en ik zou uit dien hoofde eene proeve allerbelangrijkst +achten, die ons het Landfriesch eens in +Deensche spelling voorstelde; ik geloof dat men bevinden +zou, dat zoodanige spelling met den aard +der taal meer overeenkomstig zijn zou, dan de +thans in zwang zijnde gewijzigde Hollandsche.</p> + +<p>Doch keeren wij van deze uitweiding terug tot +de verdere vermelding van den arbeid die, reeds +vóór ons gedaan, ons tot de zamenstelling eener +grammatica zou kunnen helpen. Na de opnoeming +der grammatica's kunnen wij kort zijn. Immers, +het <i>Oud Friesch woordenboek</i> van den geleerden +<span class="smcap">Wiarda</span>, dat, hoe onvolledig ook, op sommige +artikels zeer rijk is<a id="FNa_20" href="#FN_20" class="nootref">[20]</a>,—de <i>Aanteekeningen</i> op de<span class="pageno"><a name="p_34" id="p_34">[34]</a></span> +<i>Friesche wetten</i>, door <span class="smcap">Wierdsma</span> en <span class="smcap">Brandtsma</span>, die +op het <i>Asegaboek</i>, door <span class="smcap">Wiarda</span>, op het <i>Oostfriesche +landregt</i>, door <span class="smcap">von Wicht</span>, op het <i>Emsiger +landregt</i>, door <span class="smcap">Hettema</span>,—kunnen en +behooren bij de studie van de bronnen der taal +geraadpleegd te worden. In de <i>Aanteekeningen</i> van +<span class="smcap">Hoeufft</span>, op de <i>Friesche spreekwoorden</i>, en omtrent +de naamsuitgangen van plaatsen, in het <i>Idioticon</i> +van <span class="smcap">Wassenberg</span>, en soortgelijke stukken +meer, vindt men hier en daar belangrijke opmerkingen +verspreid. Mogt een gunstige zamenloop +van omstandigheden het nog eens toelaten, dat wij +ons zouden mogen verheugen in de uitgave van +<span class="smcap">Halbertsma's</span> <i lang="la">Lexicon Frisicum</i>, wij zouden dan +eenen schat van etymologische kennis voor ons geopend +zien, waarin wij de verwantschap en geschiedenis +van elk Friesch woord zouden mogen nasporen; +thans willen wij met de schoone proeven, in +het berigt omtrent de Wachtendonksche psalmen, +ons voordeel doen, en niet ongebruikt laten, wat +die geleerde, in het <i>Voorwerk</i> voor <span class="smcap">Bosworths</span> +<i lang="en">Anglo-Saxon dictionary</i>, over de verwantschap +van die taal met de onze, gegeven heeft.</p> + +<p><a href="#vraag_II_2" id="antw_II_2">2.</a> Ziet daar dan, M. H.! het voornaamste van +hetgeen vóór ons gedaan is;—wat blijft er nu<span class="pageno"><a name="p_35" id="p_35">[35]</a></span> +voor ons te doen overig? dit was de laatste vraag, +waarbij wij ons nog moeten bepalen.</p> + +<p>Het komt mij dan bescheidenlijk voor, M. H.! +dat, na alles wat reeds voor ons gedaan is, de +grammaticale beoefening der Friesche taal in hare +volle uitgebreidheid nog steeds aanprijzing verdient, +want dat wij nog geene historische en analogische +grammatica bezitten. En het werk dat ons +te doen zoude staan, wilden wij in die behoefte +voorzien, zou dunkt mij moeten bestaan in drie +deelen; vooreerst <i>verzamelen</i>, dan <i>vergelijken</i>, en +eindelijk <i>rangschikken</i>. Wij zouden met het bepaalde +doel, om bouwstoffen tot eene grammatica +te verzamelen, moeten lezen alle taaloorkonden, +die nog voorhanden zijn, te beginnen met het +oudste; uit elk afzonderlijk moesten wij alles opteekenen, +wat tot de verbuiging der naam- en +werkwoorden en voornaamwoorden, tot het regimen +der voorzetsels, en wat dies meer zij, betrekking +heeft; die lezing zou ons tevens in de gelegenheid +stellen, om allerlei grammaticale bijzonderheden +op te merken en aan te teekenen; de aanteekeningen +uit ieder afzonderlijk werk genomen moesten +afzonderlijk gehouden, en geenszins met die uit +een ander werk vermengd worden, ten einde niet +in het gevaar te geraken, van misschien verschillende +dialecten, die zeker reeds zeer vroeg bestaan +hebben, ondereen te mengen. Dit verzamelen nu +zou een arbeid zijn, waartegen voorzeker menig +een zou terug deinzen, zoo hij dien geheel alleen +ondernemen moest; doch juist eene vereeniging als +de onze zou zulken arbeid ligter maken; wanneer, +bij voorbeeld, van drie personen, een de naamwoorden,<span class="pageno"><a name="p_36" id="p_36">[36]</a></span> +een ander de werkwoorden op zich nam, +een derde zich met de overige rededeelen bezig +hield, zou zulk eene eendragtige inspanning gemakkelijker +tot het doel leiden; op één belangrijk +punt zou bij zulk eene verdeeling, dunkt mij, gelet +moeten worden, dat namelijk diegene, welke eenmaal +met eenig bepaald rededeel belast was geworden, +zich met dat zelfde onderwerp bij voortduring +bleef belasten, tot dat al de onderscheidene voorhanden +zijnde stukken doorgelezen, en de uittreksels +uit elk derzelve verzameld waren.</p> + +<p>Als dan al de bouwstoffen uit alle nog aanwezige +oude stukken verzameld waren, dan eerst zou +het tweede deel van den arbeid, de <i>vergelijking</i>, +moeten worden ondernomen. Die vergelijking behoorde +drieledig te zijn. Vooreerst moesten de +verzamelde bouwstoffen onderling worden vergeleken, +waardoor men een zamenstel zoude verkrijgen +van de verschillende vormen, in onderscheidene +gelijktijdige, of althans in tijd weinig verschillende, +dialecten. Daarna moest die vergelijking, bij opklimming, +plaats vinden met de verwante talen, +vooral met het Angelsaksisch<span class="corr" id="corr5" title="Bron: ,">.</span> En eindelijk, in de +derde plaats, kon men overgaan tot de vergelijking +met de nog bestaande dialecten ieder afzonderlijk, +waarbij dan wel in het oog moest worden gehouden, +dat niet het Hindeloopersch met het gewoon +Landfriesch, noch dit met het Sagelterlandsch, het +Schiermonnikoogsch of het Noordfriesch vermengd, +maar elk derzelve behoorlijk onderscheiden werd. +Men zou dan voorzeker bespeuren, hoe het een +der nieuwere dialecten meer doorgaande sporen van +overeenkomst met dit onder de oudere, het andere<span class="pageno"><a name="p_37" id="p_37">[37]</a></span> +weêr met eenig ander, zou opleveren; en langs +dezen weg zou het mogelijk worden, eene volledige +Friesche spraakkunst, analogisch, historisch, en met +in acht neming der verschillende dialecten, zamen +te stellen. Dat was het derde deel, het doel van +den voorbereidenden arbeid, de <i>rangschikking</i> van +het verzamelde en vergelekene. Hier zou men nu +het werk van den geleerden <span class="smcap">Rask</span> ten grondslag +kunnen leggen. De eigen verzamelde bouwstoffen +gebruikende, zou men zijn voordeel kunnen doen +met zijne volgorde,—voor zoo verre het niet bij de +bewerking mogt blijken, dat eene afwijking +verkieslijk ware,—ook met zijne opmerkingen, en die +van anderen;—dan zou het blijken, of men in +de vormleer genoegzaam doorgaande regels zou vermogen +op te geven; of die, door <span class="smcap">Rask</span> voorgesteld, +aannemelijk zijn; dan of het misschien nog steeds +veiliger bleef, om, op het voetspoor van <span class="smcap">Grimm</span>, nog +maar alleen de voorkomende vormen als zoo vele +bestaande grammaticale facta op te geven, en den +stand der wetenschap nog niet rijp te achten voor +het bepalen van vaste vormregels. En bij dat alles +zoude men steeds elk afzonderlijk onderwerp historisch, +en, door alle dialecten heen, vergelijkend +moeten behandelen.</p> + +<p>Ziet daar, M. H.! in korte en algemeene trekken,—in +bijzonderheden toch mag ik niet treden,—U +voorgesteld, wat, naar mijne geringe +meening, door ons zou behooren te worden gedaan, +zoo wij de Friesche taal in hare volle uitgebreidheid +grammaticaal wilden beoefenen!—Het verdient +zijnen lof, zich de nog altijd schoone taal, die +in dit gewest op het platte land gesproken wordt,<span class="pageno"><a name="p_38" id="p_38">[38]</a></span> +zoodanig te hebben eigen gemaakt, dat men daarin +met sierlijkheid, regelmatigheid en naauwkeurigheid, +de pen weet te voeren;—het is hoogst +belangrijk, de regtsoorkonden onzer vrije voorvaderen +vlijtig te hebben beoefend, die te verstaan, +haren zin te vatten, en deze kennis aan regts- en +oudheidkunde dienstbaar te maken—het is nog +meer te prijzen, zoo bij die regts- en oudheidkundige +beschouwing taalkundige opmerkingen worden +gevoegd;—doch wie zich daarbij bepalen +wil, bij al den lof, die hem moge toekomen, van +hem mag nog niet gezegd worden, dat hij de taal +in hare volle uitgebreidheid grammaticaal beoefent.—</p> + +<p>Ik herhaal het, M. H.! ik wensch niemand mijne +inzigten of meeningen op te dringen, nog minder +mij diets te maken, als had ik den waren weg +tot die beoefening gevonden en aangewezen, het +allerminst U in den waan te brengen, als of ik +mij zelven bekwaam achten zou, dien weg met +standvastigen moed te bewandelen;—gelukkig +genoeg zoude ik mij achten, zoo ik door deze +pligtmatige voorlezing bij sommigen Uwer de opmerkzaamheid +mogt hebben gaande gemaakt, zoo niet +de aandacht gevestigd op een onderwerp, dat aan +de Werkende Leden der derde afdeeling, als het +hoofddoel hunner bemoeijingen, door onze wetten +is voorgesteld.</p> + +<hr class="nootlijn" /> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_1" href="#FNa_1" class="label">1</a> <span class="smcap">J. H. Halbertsma</span>, in het <i lang="fy">Foärwird</i> voor de <i lang="fy">Twigen uwt ien âlde +stamme, Dimter 1840</i>.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_2" href="#FNa_2" class="label">2</a> Op blz. XLVII der <i lang="en">Preface</i> voor Dr. <span class="smcap">J. Bosworths</span> <i lang="en">Dictionary of the +Anglo-Saxon language, Lond. 1838</i>.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_3" href="#FNa_3" class="label">3</a> Jr. Mr. <span class="smcap">M. Hettema</span> en Ds. <span class="smcap">R. R. Posthumus</span>, <i>Onze reis naar +Sagelterland, Franeker 1836.</i></p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_4" href="#FNa_4" class="label">4</a> <span lang="de"><i><span class="corr" id="corr6" title="Bron: Alt-Friesisches">Altfriesisches</span> Wörterbuch</i>, Vorrede</span>, § 33: +<span lang="de">»Dieser alten Friesischen Sprache, welche nunmehr völlig ausgestorben +ist,"</span> en § 34: <span lang="de">»Die Sprache des gemeinen Mannes, in der Niederländischen +Provinz <i>Friesland</i>, und besonders in <i>Hindelopen</i> und <i>Mulquerum</i> nennt +man die Friesische.—Ich habe mich darauf nicht einlassen können, damit +ich das Neuere nicht mit dem Alten verwechsele."</span></p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_5" href="#FNa_5" class="label">5</a> <i>Hollandsche vert. der Spraakleer</i>, blz. XVI: »Het Friesch, dat nu +bijna niet meer bestaat, en in eenige honderde jaren niet meer gesproken +is, maar alleen een aantal verwarde en strijdige mondelijke taalsoorten, +in de landschappen, welke van het Friesche volk of diens nakomelingen +bewoond worden." En blz. 7: »De uitspraak van eene uitgestorvene taal +naauwkeurig te bepalen, is wel niet zeer gemakkelijk; veel kan ons +evenwel de overeenstemming met het Noord-Friesch en Hollandsch, alsmede +het Angelsaksisch en Islandsch, met zekere waarschijnlijkheid leeren."</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_6" href="#FNa_6" class="label">6</a> Zie zulke gissingen bij <span class="smcap">Rask</span>, <i>Holl. vert.</i>, blz. 5, omtrent de +uitspraak van <i>ae</i> en <i>oe</i>,—fouten, blz. 3, <i lang="fy">makia</i>, <i lang="fy">capia</i>, lees: +<i lang="fy">makja</i>, <i lang="fy">kœpja</i>, daar <i lang="fy">ma-ki-a</i>, <i lang="fy">ca-pi-a</i>, verg. <span class="smcap">Grimm</span>, Recensie +van <span class="smcap">Rask</span>, beneden te vermelden, S. 104,—twijfelingen of <i lang="fy">ier</i>, jaar, +<i lang="fy">jér</i> of <i lang="fy">iir</i> moet gelezen worden—dadelijke fouten, blz. 3, dat de +<i>v</i>, als medeklinker tusschen twee <span class="corr" id="corr7" title="Bron: vocalen">vokalen</span>, de Nederl. en +Latijnsche <i>w</i>, niet de Hoogd. en Holl. <i>v</i> zouden zijn! Verg. <span class="smcap">Grimms</span> +<i>Recensie</i>, S. 94;—blz. 16, de <i>a</i> in <i lang="fy">cap</i>, <i lang="fy">rad</i>, <i lang="fy">dad</i>, <i lang="fy">bam</i>, tot +de doffe <i>å</i> gemaakt; (»welke woorden thans door" enz., is eene +bijvoeging van <span class="smcap">Hettema</span>. Verg. <span class="smcap">Buss</span>, <i>Hoogduitsche vertaling</i>, beneden te +vermelden, S. 29, § 13) enz. Alle welke mistastingen, bij kennis van ons +<i>levend</i> Friesch, onmogelijk geweest zouden zijn.—Zoo verkeerd is het, +van den vreemdeling het <i>onze</i> te willen leeren! Doch zoo is het dan ook +onze pligt, gelegenheid te geven, dat men niet tot den vreemdeling zijne +toevlugt behoeve te nemen.—Intusschen erkent <span class="smcap">Rask</span> het voortdurend +bestaan van Friesche dialecten, zie <span class="smcap">Buss</span>, S. 11, 12, doch zijne fout is, +dat hij ons dialect, wat de uitspraak betrof, niet kende, en ook in +allen gevalle niet genoeg gewaardeerd heeft. S. 16, <i lang="de">eine Art +Volkssprache</i>.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_7" href="#FNa_7" class="label">7</a> <i lang="fy">Friesche rymlery. Liouwerd 1755.</i></p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_8" href="#FNa_8" class="label">8</a> <span class="smcap">Jan Althuysen</span>, heeft, in het 2de deel zijner <i>Rymlery</i>, de 150 +psalmen <span class="smcap">Davids</span>, in Friesche berijming, opgenomen, doch alleen die, welke +door <span class="smcap">Gijsbert</span> waren overgeslagen, zelf berijmd, en de door dezen +berijmde, op hare plaats, tusschen de zijne in laten drukken, beider +werk door naamsonderteekeningen onderscheidende. Zoo ver het mij gelust +heeft, dit na te gaan, is <span class="smcap">Althuysen</span> getrouw gebleven aan de versmaat van +<span class="smcap">Datheen's</span> berijming, misschien om de zijne zoo voor het gezang, naar de +toen gebruikte zangwijzen, meer geschikt te maken.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_9" href="#FNa_9" class="label">9</a> <i lang="fy">Hiljuwns uwren fen <span class="smcap">J. C. P. Salverda</span>, Schoallemaester to Wons. +Ljeauwerd 1834.</i></p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_10" href="#FNa_10" class="label">10</a> Ook komt hier in aanmerking de geographische ligging der Friezen +naast de Jutten,—uit welk oogpunt men het Friesch als overgangstaal +tusschen het Saksisch en Noordsch kan beschouwen, zie <span class="smcap">Grimm</span>, <i>Recensie</i>, +S. 91. <span class="smcap">Rask</span> (<span class="smcap">Buss</span>, S. 6 seqq.), die daar echter meer het verschil dan de +overeenkomst tusschen Friesch en IJslandsch, aantoont.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_11" href="#FNa_11" class="label">11</a> Zoo is, b. v., nog de oude Friesche genitivus bij ons in bloeijend +gebruik: <i lang="fy">amme bread smekt swieter as memme koeke</i>, waarin <i lang="fy">amme</i> en +<i lang="fy">memme</i>, de nu wel verstompte, maar toch in de woordvoeging onveranderd +geblevene oude genitivi, <i lang="fy">amma</i> en <i lang="fy">memma</i> zijn. De Fries zegt niet +<i><span class="smcap">Jans</span> boek</i>, maar <i lang="fy"><span class="smcap">Janne</span> boek</i>, het boek van <span class="smcap">Jan</span>; en dit niet enkel op +het land, maar ook in die steden, waar de vreemdeling niet al, wat +eigenaardig is, geheel verdrongen heeft. Even zoo in plurali, <i lang="fy">minskene +dwaen</i>, <i lang="fy">famne</i>, voor <i lang="fy">fammene</i>, <i lang="fy">dertenheit</i>, geheel overeenkomstig het +oude <i lang="fy">Liodena werstal</i>, <i lang="fy">Fresena riuchtboek</i> enz.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_12" href="#FNa_12" class="label">12</a> <span lang="la">»Quaedam ad Grammaticam spectantia, linguam Phrysicam, et prima +elementa, ante centum quinquaginta et quod excurrit annos conscripta,"</span> +fol<span class="corr" id="corr8" title="Bron: ">.</span> 3-13: En daarachter: <span lang="la">»Fragmentum de literis Frisicis,"</span> fol. 14-21.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_13" href="#FNa_13" class="label">13</a> Ik wil niet beweren, dat de Friezen runenschrift gehad hebben, want +ik ben er nog niet van overtuigd, dat het zich laat bewijzen; doch sints +er Angelsaksische runen ontdekt zijn, is het althans niet +onwaarschijnlijk.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_14" href="#FNa_14" class="label">14</a> <i lang="da">Frisisk Sprogläre, udarbejdit efter samme Plan som den Islandske +og Angelsaksiske. Kiöbenhavn 1825.</i> Gerecenseerd door <span class="smcap">J. Grimm</span>, <span lang="de"><i>Gött. +Anz., 1826</i>, 9te-12te Stück.</span></p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_15" href="#FNa_15" class="label">15</a> Welke er wel eens iets van het zijne heeft bijgevoegd, zonder dit +te melden, zoo als mij eene vergelijking met de vertaling van Dr. <span class="smcap">Buss</span> +geleerd heeft.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_16" href="#FNa_16" class="label">16</a> <span lang="de"><i>Frisische Sprachlehre, bearbeitet nach dem nämlichen Plane, wie +die Isländische und Angelsächsische, von <span class="smcap">R. Rask</span>, aus dem Dänischen +übersetst, und mit einem Vorwort, über die Wichtigkeit des +Sprachstudiums für eine gründliche Forschung im Gebiete der Rechts- und +Staatswissenschaften begleitet</i>, von Dr. <span class="smcap">F. J. Buss</span>, Professor zu +<i>Freiburg. Freiburg 1834</i>.</span></p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_17" href="#FNa_17" class="label">17</a> In de boven aangehaalde <i lang="en">Preface</i> op Dr. <span class="smcap">Bosworths</span> <i lang="en">A.-S. +dictionary</i>.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_18" href="#FNa_18" class="label">18</a> Verg. <span class="smcap">Grimm</span>, <i>Recensie</i>, S. 99, b. v. <i>seke</i>, dat volgens <span class="smcap">Rask</span>, § +86, bij <span class="smcap">Buss</span>, p. 50 en 51 (want bij <span class="smcap">Hettema</span>, p. 47, is hier veel +uitgelaten, of elders gezet?) verbogen zou worden als <i>dede</i>, en dan in +genit. plur. hebben moest <i>deda</i>, heeft daarentegen <i>sekena</i>. Zie <span class="smcap">von +Richthofen</span>, <i>W. B.</i>, voce <i>seka</i>.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_19" href="#FNa_19" class="label">19</a> Bij deze opsomming der bestaande spraakkunsten had nog gevoegd +moeten worden <span class="smcap">L. ten Kate's</span> <i>Schetse van de Land-Vriesche dialect, +vergeleken tegen onze Nederduitsche</i>, te vinden in het I deel zijner +<i>Aanleiding</i>, blz. 699-710.—Ook had reeds <span class="smcap">J. Grimm</span>, in zijne <span lang="de"><i>Deutsche +Grammatik</i>, 2te Ausgabe</span>, het Oudfriesch vergelijkend met de verwante +taaltakken beschouwd, welke beschouwing, wat betreft de vokalen, in de +in 1840 in het licht verschenen <span lang="de">3te Ausgabe</span>, S. 402-420, aanmerkelijk is +verrijkt en uitgebreid.</p> + +<p class="voetnoot"><a id="FN_20" href="#FNa_20" class="label">20</a> Eerst na het voorlezen van dit stukje werd ik bekend gemaakt met +het <i lang="de">Glossarium der friesischen Sprache, besonders in nordfriesischer +Mundart, von <span class="smcap">N. Outzen</span>, Kopenhagen 1837</i>, uitgegeven door de +Hoogleeraren <span class="smcap">Engelstoft</span> en <span class="smcap">Molbech</span>, uit wier Voorrede ik ook toen eerst +gezien heb, dat reeds in 1817 het Koninklijk Deensch Genootschap eene +hoogst belangrijke prijsvraag had uitgeschreven, <span lang="de">»über die +Beschaffenheit und Geschichte der friesischen Sprache, ihr Verhältniss +zu den übrigen deutschen und nordischen Idiomen, ihre Mundarten und ihr +Schicksal, Ausdehnung und jetzigen Bestand auf der cimbrischen +Halbinsel,"</span> waarop echter geen voldoend antwoord schijnt te zijn +ingekomen.—Ik kon in mijne voorlezing nog geen gewag maken van het +hoogverdienstelijk <i lang="de">Altfriesisches Wörterbuch</i>, waarmede Dr. <span class="smcap">Karl</span>, +Freiherr <span class="smcap">von Richthofen</span> in 1840 de Friesche literatuur heeft verrijkt, +zeker het beste en volledigste werk van dien aard, dat tot nog toe het +licht zag, te hooger te waarderen, daar de geleerde schrijver hetzelve, +even als zijne met zoo veel arbeids verzamelde en zoo voortreffelijk +uitgegevene <i lang="de">Friesische Rechtsquellen</i> (<i lang="de">Berlin 1840</i>), slechts als +eenen noodzakelijken voorarbeid wil beschouwd hebben voor de Friesche +regtsgeschiedenis, welke hij in het licht denkt te geven.</p> + + + + +<div class="TNbox"> +<h1>Opmerkingen van de bewerker</h1> + +<p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. +Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p> + +<p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p> + +<p>De voetnoten op elke bladzijde zijn naar het eind van het boek verplaatst.</p> + +<p>De schrijver behandelt de stof in dit boek aan de hand van vragen/punten en antwoorden/uitleg. +Deze vragen en antwoorden zijn in dit eBoek aan elkaar gelinkt.</p> + +<p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien +van een <span class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</span>, +waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.</p> + +<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table> + <tbody> + <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#corr1">Bladzijde 4</a></td><td class="td25">1.</td><td class="td50">I.</td></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#corr2">Bladzijde 4</a></td><td class="td25">2.</td><td class="td50">II.</td></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#corr3">Bladzijde 22</a></td><td class="td25"><span class="smcap">Maarlant</span></td><td class="td50"><span class="smcap">Maerlant</span></td></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#corr4">Bladzijde 30</a></td><td class="td25"><i>[Hele bladzijde 30]</i></td><td class="td50"><i>[Bladzijde 30 verwijderd<br />(bladzijde 30 & 31 zijn op 1 hoofdletter na identiek)]</i></td></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#corr5">Bladzijde 36</a></td><td class="td25">,</td><td class="td50">.</td></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#corr6">Bladzijde 4 <i>(voetnoot)</i></a></td><td class="td25">Alt-Friesisches</td><td class="td50">Altfriesisches</td></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#corr7">Bladzijde 6 <i>(voetnoot)</i></a></td><td class="td25">vocalen</td><td class="td50">vokalen</td></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#corr8">Bladzijde 12 <i>(voetnoot)</i></a></td><td class="td25"><i>[Niet in bron]</i></td><td class="td50">.</td></tr> + </tbody> +</table> + +<p>Informatie ter verduidelijking:</p> +<p>Een verwijzing naar een boek is in twee verschillende vertalingen opgenomen. Aangezien beide fout lijken te zijn, +zijn deze voorzien van een <span class="info" title="Bron: dunne groene stippellijn">dunne groene stippellijn</span>, +waarbij via een zwevende pop-up de originele onvertaalde boeknaam beschikbaar is.</p> + +<table> + <tbody> + <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Extra informatie</th></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#info1">Bladzijde 9</a></td><td class="td25">Brocmanner brief</td><td class="td50">bedoeld wordt: 'Willküren der Brockmänner, eines freyen friesischen Volkes'</td></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#info2">Bladzijde 29</a></td><td class="td25">Brokmannerbrief</td><td class="td50">bedoeld wordt: 'Willküren der Brockmänner, eines freyen friesischen Volkes'</td></tr> + <tr><td class="td25"><a href="#info3">Bladzijde 31</a></td><td class="td25">Spraakleer</td><td class="td50">op (verwijderde) bladzijde 30 gespeld: 'spraakleer'</td></tr> + </tbody> +</table> +</div> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Iets over de gramaticale beoefening +der Friesche taal in haar geheelen omvang, by Albertus Telting + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IETS OVER DE GRAMATICALE BEOEFENING *** + +***** This file should be named 26846-h.htm or 26846-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/6/8/4/26846/ + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net (This book was +produced from scanned images of public domain material +from the Google Print project.) + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/26846-h/images/p01.gif b/26846-h/images/p01.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6fec31f --- /dev/null +++ b/26846-h/images/p01.gif |
