summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/25946-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:19:32 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:19:32 -0700
commit2670485a886ce9c3b4cceaabc7b8a70fdffcaf4a (patch)
tree53d563e23708acdf00748dd9f606cb381abb9a6a /25946-8.txt
initial commit of ebook 25946HEADmain
Diffstat (limited to '25946-8.txt')
-rw-r--r--25946-8.txt14316
1 files changed, 14316 insertions, 0 deletions
diff --git a/25946-8.txt b/25946-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..1f999ad
--- /dev/null
+++ b/25946-8.txt
@@ -0,0 +1,14316 @@
+The Project Gutenberg EBook of Gevoel en verstand, by Jane Austen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Gevoel en verstand
+
+Author: Jane Austen
+
+Translator: Gonne Van Uildriks
+
+Release Date: July 1, 2008 [EBook #25946]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEVOEL EN VERSTAND ***
+
+
+
+
+Produced by Branko Collin, Jeroen Hellingman, and the
+Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Wereldbibliotheek
+
+ Onder leiding van L. Simons
+
+ Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur--Amsterdam
+
+
+
+
+ Jane Austen's Roman
+
+ Gevoel en Verstand
+
+ Vertaald door G. van Uildriks
+
+ 1922
+
+
+
+
+ Gedrukt ter Drukkerij van de Wereldbibliotheek
+
+
+
+
+
+JANE AUSTEN (1775-1817)
+
+
+Voor allen, die over uitgevers en publiek te klagen hebben, is deze
+schrijfster, tijdgenoote van onze Betje Wolff en Aagje Deken, een
+troostend voorbeeld, mits zij een even zuiver talent hebben als deze
+Engelsche domineesdochter, die in het dorpje Steventon in Hampshire
+geboren en getogen werd, en er haar eerste 26 jaren sleet. Want haar
+eerste twee romans, _Pride and Prejudice_ en het hier in Nederlandsche
+vertaling aangebodene _Sense and Sensibility_ schreef zij tusschen de
+jaren 1796 en '98, maar kon er eerst in 1811 en 1813 een uitgever voor
+vinden. Nog een derden roman had zij inmiddels geschreven _Northanger
+Abbey_, en toen, ontmoedigd(?) de pen maar laten rusten.
+
+Doch toen eindelijk haar twee oudste romans verschenen waren, duurde
+het niet lang of onder de schrijvers van haar tijd werd haar werk
+geprezen en gretig gelezen (éen van hen heeft later bekend, een
+harer boeken 17 maal te hebben gelezen!) en nadat tusschen 1811 en
+'16 zij nog drie romans bij de drie oudere gevoegd had (_Mansfield
+Park_, _Emma_ en _Persuasion_) kon zij over haar roep gerust zijn. De
+beroemde en gretig gelezen schrijfsters van haar tijd zijn vergeten;
+haar werk leeft nog, even frisch als toen het geboren werd.
+
+Zijn groote eigenschap is de fijne ironische observatie van het
+burgerlijk leven van haar tijd en haar vermogen dit zonder eenigen
+romantischen kunstgreep boeiend te maken. Haar menschen en haar
+omgeving leven voor ons in een volkomen zuiverheid, en in haar
+tijd, waarin men alles romantiseerde, kwam dit als een zoo groote
+verrassing, dat zelfs de romantische grootmeester Walter Scott er haar
+met ijver om prees. Er is weinig Engelsch werk, dat ons zoo aandoet
+om zijn verwantschap met den geest van onze eigen Nederlandsche
+letterkundige kunst als het hare. De geestigheid van Betje Wolff is
+guller en meesleepender, maar Jane Austens werk staat zuiverder in
+zijn afwezigheid van alle sentimentaliteit. Als teekenaressen van de
+burgerklasse uit haar eigen omgeving wedijveren beiden, zonder dat
+men een van beiden den eerepalm zou durven toekennen boven de andere.
+
+"Haar fijne toets" en ondeugendheid van beschrijving zullen, naar
+wij vertrouwen, ook onze lezers waardeeren, in de voortreffelijke
+vertaling van Mevr. Van Uildriks, die tot ons leedwezen, de uitgaaf
+niet meer mocht beleven.
+
+
+ Redactie W.B.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I
+
+
+De familie Dashwood was lang gevestigd geweest in Sussex. Hun
+grondbezit was uitgestrekt, en zij plachten verblijf te houden te
+Norland Park, in het middenpunt van hun bezittingen gelegen, waar zij
+gedurende vele geslachten een leven hadden geleid, achtenswaardig
+genoeg om den algemeenen goeden dunk te winnen van hunne kennissen
+in den omtrek.
+
+De overleden eigenaar van het goed was een ongetrouwd man, die
+een zeer hoogen leeftijd bereikte, en die gedurende vele jaren van
+zijn leven een getrouwe gezellin en huishoudster had gehad in zijne
+zuster. Doch haar dood, die tien jaren voor zijn eigen overlijden
+plaats had, veroorzaakte een groote verandering in zijn omgeving; want
+ter vervulling van haar gemis, vroeg en ontving hij in zijn huis het
+gezin van zijn neef, den Heer Henry Dashwood, den wettigen erfgenaam
+van de bezitting Norland, en den persoon, aan wien hij voornemens was,
+het goed na te laten. In het gezelschap van zijn neef en nicht en
+hunne kinderen sleet de oude heer genoeglijke dagen. Zijn gehechtheid
+aan hen allen nam toe. De voortdurende tegemoetkoming van den Heer en
+Mevrouw Dashwood aan zijne wenschen, die niet enkel uit eigenbelang
+voortsproot, maar evenzeer uit goedhartigheid, schonk hem in ieder
+opzicht het gemak en behagen, dat hij in zijn hoogen ouderdom nog
+kon genieten, en de vroolijkheid der kinderen bracht in zijn leven
+een element van opgewektheid.
+
+Uit een vorig huwelijk had de Heer Henry Dashwood een zoon; van zijn
+tegenwoordige vrouw drie dochters. De zoon, een flinke, achtenswaardige
+jonge man, zag zijn toekomst ruim verzekerd door het fortuin van
+zijne moeder, dat aanzienlijk was geweest, en waarvan de helft bij
+zijn meerderjarig-wording aan hem verviel. Door zijn eigen huwelijk,
+dat spoedig daarna plaats had, werd zijn rijkdom nog vermeerderd. Voor
+hem was dus het toekomstig bezit van Norland van niet zoo ingrijpend
+belang als voor zijn zusters; want haar fortuin kon, buiten 't geen
+haar ten deel kon vallen wanneer haar vader het goed erfde, slechts
+gering zijn. Haar moeder bezat niets, en haar vader kon slechts
+zevenduizend pond zijn eigendom noemen; want de andere helft van
+het fortuin zijner eerste vrouw was eveneens op haar kind vastgezet,
+en hij had er slechts het vruchtgebruik van.
+
+De oude heer stierf; zijn testament werd voorgelezen, en baarde, als
+bijna ieder testament, evenveel teleurstelling als voldoening. Hij
+was niet zoo onrechtvaardig noch zoo ondankbaar om zijn bezitting
+_niet_ aan zijn neef na te laten, doch hij liet hem het goed na, op
+voorwaarden die de helft der waarde van het erfdeel te niet deden. De
+Heer Dashwood had het bezit ervan gewenscht, meer terwille van zijn
+vrouw en dochters, dan voor zichzelf of zijn zoon; maar aan zijn
+zoon en zijn kleinzoon, een kind van vier jaar, werd het toegewezen,
+op een wijze, die hem volkomen de macht ontnam om de toekomst te
+verzekeren van degenen die hem het liefst waren, en die het meest zulk
+een verzekering behoefden, 't zij door een hypotheek op het goed,
+of door verkoop van zijn waardevolle bosschen. Op alles werd beslag
+gelegd ten behoeve van het kind, dat bij bezoeken, nu en dan met zijn
+vader en moeder te Norland gebracht, zóózeer de genegenheid van zijn
+oudoom had weten te winnen, door aanvalligheden, ver van ongewoon bij
+kinderen van twee of drie jaar, als: onbeholpen spraak, een ernstig
+verlangen om zijn eigen wil door te zetten, veel guitenstreken en
+verbazend veel drukte, dat hiertegen de waarde van al de bewijzen van
+aanhankelijkheid, die hij jarenlang van zijne nicht en hare dochters
+had ontvangen niet kon opwegen. Zijn bedoeling was echter niet,
+onvriendelijk te zijn, en als een bewijs van zijn genegenheid voor
+de drie meisjes liet hij aan ieder van haar duizend pond na.
+
+De Heer Dashwood was eerst bitter teleurgesteld; maar zijn aard was
+vroolijk en geneigd tot opgewektheid; hij had alle reden nog te hopen
+op een lang leven, waarin hij door zuinig te zijn, een aanzienlijke
+som kon besparen uit de opbrengst van een goed, dat reeds groot
+was, en vatbaar voor bijna onmiddellijke verbetering. Doch het
+fortuin, dat zoo laat gekomen was, bleef slechts een jaar in zijn
+bezit. Langer overleefde hij zijn oom niet, en tien duizend pond,
+de pas ontvangen legaten medegerekend, was al wat voor zijne weduwe
+en dochters overbleef.
+
+Zoodra men wist dat hij in gevaar was, werd om zijn zoon gezonden, en
+hem beval de heer Dashwood, met al de kracht en den aandrang waartoe
+zijn ziekte hem nog vermocht te bewegen, de belangen aan van zijn
+stiefmoeder en zijne zusters.
+
+De Heer John Dashwood bezat niet het sterke gevoel van de overige
+leden der familie; doch hij was getroffen door eene aanbeveling van
+dien aard op zulk een tijdstip; en hij beloofde alles te doen wat in
+zijn macht stond om tot haar verzorging bij te dragen. Zijn vader was
+door die verzekering gerustgesteld; en de Heer John Dashwood had daarna
+nog ruim tijd om te overwegen hoe veel hij in alle voorzichtigheid
+bij machte zou kunnen zijn voor haar te doen.
+
+Hij was geen slechtgeaarde jonge man; tenzij het slecht geaard ware,
+ietwat onhartelijk en nog al zelfzuchtig te zijn; hij stond over
+'t algemeen zeer in aanzien; want hij gedroeg zich juist zooals het
+behoorde in de vervulling van zijn gewone verplichtingen. Had hij een
+beminnelijkere vrouw getrouwd, dan zou hij misschien nog meer gezien
+hebben kunnen zijn, dan hij reeds was; hij zou dan zelfs misschien
+zelf beminnelijk hebben kunnen worden; want hij was heel jong toen hij
+trouwde en hij hield veel van zijn vrouw. Maar Mevrouw John Dashwood
+was een sterk overdreven caricatuur van hem zelf; nog meer bekrompen
+en zelfzuchtig.
+
+Toen hij zijn vader die belofte deed, stelde hij zich inwendig voor,
+het fortuin van zijn zusters te vermeerderen, door haar ieder een
+duizend pond te schenken. Hij dacht toen werkelijk dat hij daartoe
+in staat zou zijn. 't Vooruitzicht op vierduizend pond jaarlijks,
+toegevoegd aan zijn tegenwoordig inkomen, behalve de andere helft van
+zijn moeder's fortuin, verwarmde zijn hart, en deed hem zich in staat
+gevoelen, edelmoedig te zijn: "Ja, hij zou ze drie duizend pond geven;
+dat was ruim en royaal! Het zou voldoende zijn om ze geheel onbezorgd
+te doen leven. Drie duizend pond! Hij kon die aanzienlijke som wel
+missen, zonder veel bezwaar. Hij dacht er den geheelen dag aan,
+en vele dagen achtereen, en hij had er geen berouw van."
+
+Zoodra de begrafenis van zijn vader was afgeloopen, kwam Mevrouw John
+Dashwood met haar kind en hun bedienden; zonder aan haar schoonmoeder
+eenig bericht te hebben gezonden van haar voornemen. Niemand kon haar
+recht om te komen betwisten; het huis behoorde aan haar echtgenoot,
+van het oogenblik af dat zijn vader overleed; maar dat maakte het
+onkiesche van haar gedrag des te meer voelbaar, en zou voor een
+vrouw in Mevrouw Dashwood's omstandigheden, met slechts alledaagsche
+gevoelens, hoogst onaangenaam zijn geweest; doch _haar_ geest was
+doordrongen van een zóó sterk gevoel van eer, een zoo romantische
+edelmoedigheid, dat elke overtreding van dezen aard, door wien ook
+begaan, of van wien ook ondervonden, voor haar een bron was van
+onveranderlijken afkeer. Mevrouw John Dashwood was nooit met zeer
+gunstige oogen geschouwd door eenig lid van haar man's familie,
+maar zij had tot nu toe geen gelegenheid gehad, hun te toonen, hoe
+weinig zij bij haar optreden eens anders gevoelens ontzag, wanneer
+het zoo in haar kraam te pas kwam. Zoo pijnlijk griefde Mevrouw
+Dashwood dit onbeminnelijk gedrag, en zoo hartgrondig verachtte zij
+haar schoondochter wegens haar houding, dat zij bij de aankomst van
+de laatste het huis voorgoed zou hebben verlaten, wanneer niet de
+smeekingen van haar oudste dochter haar hadden bewogen eerst nog
+eens na te denken over de gepastheid van zulk een vertrek, en haar
+eigen teedere liefde voor alle drie hare kinderen haar later had
+doen besluiten te blijven, en om harentwil een breuk met haar broeder
+te vermijden.
+
+Elinor, deze oudste dochter, wier raadgeving zoo doeltreffend was,
+bezat een mate van doordringend begrip en een helderheid van oordeel,
+die haar recht gaven, hoewel zij nog slechts negentien jaar was, als
+haar moeder's raadgeefster op te treden, en haar in staat stelden,
+menigmaal tot hun aller voordeel, haar overwicht te doen gelden
+tegenover Mevrouw Dashwood's levendigen en voortvarenden aard, die
+haar licht tot onvoorzichtigheid had kunnen verleiden. Zij had een
+warm hart, haar aard was liefderijk, en haar gevoelens waren sterk;
+doch zij wist ze te beheerschen; dit was een kennis, die haar moeder
+nog te verwerven had, en die een harer zusters besloten had, zich
+nimmer te laten bijbrengen.
+
+Marianne's vermogens waren in menig opzicht, aan die van Elinor
+gelijkwaardig. Zij was verstandig en vlug van begrip; maar in alles
+heftig; haar verdriet, haar vreugde kenden geen matiging. Zij was
+edelmoedig, beminnelijk, boeiend; ze was alles, behalve voorzichtig. De
+gelijkenis tusschen haar en hare moeder was opvallend groot.
+
+Elinor zag, niet zonder zorg, die overmaat van gevoeligheid bij
+haar zuster; doch door Mevrouw Dashwood werd deze gewaardeerd en
+aangewakkerd. Zij versterkten thans elkander in de heftigheid van
+hare smart. De hartverscheurende droefheid, die haar in het begin
+overweldigde, werd opzettelijk hernieuwd, gezocht, telkens en telkens
+weder opgewekt. Zij gaven zichzelf geheel over aan haar verdriet,
+trachtten meerder leed te putten uit elke overweging, die daartoe
+kon bijdragen, en schenen vastbesloten ook in de toekomst voor troost
+ontoegankelijk te blijven. Ook Elinor was diep terneergeslagen; maar
+zij kon ertegen strijden. Zij kon zich inspannen. Zij kon overleg
+plegen met haar broeder; kon haar schoonzuster ontvangen bij haar
+komst en haar de noodige beleefdheid bewijzen; ook kon zij ernaar
+streven haar moeder op te wekken tot een dergelijke krachtsinspanning
+en haar aan te sporen tot een dergelijke verdraagzaamheid.
+
+Margaret, de andere zuster, was een blijgezind, goedaardig meisje;
+maar daar zij reeds vrij wat van Marianne's romantische neigingen
+had overgenomen, zonder juist veel van haar verstand te bezitten,
+beloofde zij thans, nu ze dertien was, niet, op lateren leeftijd de
+gelijke van hare zusters te zullen worden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II
+
+
+Mevrouw John Dashwood nam thans hare plaats in als vrouw des huizes
+te Norland, en haar schoonmoeder en zusters werden tot de positie
+van gasten teruggebracht. Als zoodanig echter behandelde zij hen kalm
+beleefd, en haar man bewees hun zooveel vriendelijkheid, als hij kon
+gevoelen voor iemand, behalve zichzelf, zijn vrouw en hun kind. Hij
+wilde hen, werkelijk met eenigen aandrang, overhalen om Norland als
+hun tehuis te beschouwen, en daar geen ander plan Mevrouw Dashwood
+zoo verkieselijk scheen, als daar te blijven tot zij een huis in de
+buurt had kunnen vinden, werd zijn uitnoodiging aangenomen.
+
+Te blijven op een plek, waar alles haar aan vroegere vreugde
+herinnerde, was juist wat strookte met haar aard. In tijden van
+blijdschap kon geen geaardheid opgewekter zijn dan de hare, of in
+grootere mate die optimistische verwachting van geluk koesteren,
+die het geluk zelf is. Doch in hare smart liet zij zich eveneens
+door haar verbeelding medevoeren, even ver van alle vertroosting,
+als in haar vreugde van storende pijn.
+
+Mevrouw John Dashwood keurde volstrekt niet goed, wat haar man
+voornemens was te doen ten behoeve van zijne zusters. Drieduizend pond
+af te nemen van het fortuin van hun kleinen jongen zou gelijk staan
+met hem tot de verschrikkelijkste armoede te doen vervallen. Zij
+raadde hem aan, nog eens na te denken over de zaak. Hoe kon hij 't
+voor zichzelf verantwoorden, zijn kind, zijn eenig kind nog wel,
+van zulk een groote som te berooven? En met welk recht konden de
+dames Dashwood, die slechts bloedverwanten waren van ééne zijde,
+'t geen zij als in 't geheel geen verwantschap beschouwde, aanspraak
+maken op zulk een groote som als bewijs van zijn edelmoedigheid? Dat
+wist toch iedereen, hoe niemand ooit genegenheid verwachtte tusschen
+kinderen van eenig man, uit verschillende huwelijken, en waarom zou
+hij zichzelf, en hun armen kleinen Harry, ruïneeren, door al zijn
+geld weg te geven aan zijn half zusters?
+
+"'t Was vader's laatste verzoek aan mij," antwoordde haar man "dat
+ik zijn weduwe en dochters zou bijstaan."
+
+"Hij zal wel niet hebben geweten wat hij zei, denk ik; tien tegen
+een dat hij in de war was op dat oogenblik. Als hij bij zijn verstand
+geweest was, zou hij er niet aan hebben gedacht zoo iets vreemds te
+doen, je te vragen je halve fortuin weg te geven ten nadeele van je
+eigen kind."
+
+"Hij eischte immers ook geen bepaalde som, beste Fanny, hij verzocht
+mij alleen, in algemeene termen, om hen bij te staan en hunne
+omstandigheden gemakkelijker te maken, dan in zijn vermogen was, te
+doen. 't Was misschien beter geweest, als hij 't maar geheel aan mij
+had overgelaten. Hij kon moeilijk veronderstellen, dat ik mij niet
+om hen zou bekommeren. Maar daar hij die belofte van mij vergde,
+kon ik al niet anders dan haar afleggen; ten minste, toen dacht ik
+er zoo over. De belofte werd dus gegeven en moet worden vervuld. Iets
+moet er voor hen worden gedaan, wanneer ze van Norland vertrekken en
+gaan wonen in hun nieuw tehuis".
+
+"Nu ja, goed; _laat_ er iets voor hen gedaan worden; maar dan behoeft
+dat _iets_ niet juist drieduizend pond te zijn. Je moet niet vergeten,"
+voegde zij erbij, "dat je het geld niet kunt terugkrijgen, wanneer
+je 't eens hebt afgestaan. Je zusters zullen trouwen, en dan is het
+voor goed weg. Als het nu nog ooit aan onzen armen kleinen jongen
+kon worden teruggegeven..."
+
+"O, zeker," zei haar man heel ernstig, "dat zou een groot verschil
+maken. Er kan een tijd komen, waarin Harry er spijt van heeft, dat
+zulk een groote som werd weggeschonken. Als hij bijvoorbeeld een
+groot gezin had, dan zou het een welkome vermeerdering zijn."
+
+"Natuurlijk, dat spreekt vanzelf."
+
+"Misschien was het dan voor alle betrokken partijen beter als we de
+som tot op de helft verminderden. Vijfhonderd pond zou een ontzaglijke
+vermeerdering van hun fortuin beteekenen."
+
+"O, maar meer dan ze in de verste verte konden verwachten! Welke broer
+ter wereld zou ook maar half zooveel doen voor zijn zusters, zelfs
+als ze _werkelijk_ zijn zusters waren! Maar zooals hier--halfzusters
+maar!--Je bent nu eenmaal zoo edelmoedig van aard!"
+
+"Ik zou niet graag schriel willen zijn," was zijn antwoord. "Men doet
+bij zulke gelegenheden liever te veel dan te weinig. Niemand kan ten
+minste denken, dat ik niet genoeg voor hen heb gedaan; zelve zouden
+ze moeilijk meer kunnen verwachten."
+
+"Ja, wat _zij_ verwachten, wie zal dàt zeggen," vond mevrouw;
+"maar hun verwachtingen gaan ons niet aan; de vraag is, wat jij je
+veroorloven kunt te doen."
+
+"Precies, en mij dunkt, dat ik mij kan veroorloven hun elk vijfhonderd
+pond te geven. Zooals 't nu staat, zonder eenige toevoeging van mij,
+zullen zij bij hun moeder's dood ieder meer dan drieduizend pond
+bezitten, een zeer voldoende som voor een jonge vrouw."
+
+"Dat is het _zeker_; en wèl beschouwd, dunkt mij, dat ze in 't
+geheel geen toevoeging noodig hebben. Tienduizend pond zullen onder
+hen verdeeld worden. Als ze trouwen, dan doen ze stellig een goede
+partij, en trouwen ze niet, dan kunnen ze met elkaar ruim leven van
+de rente van tienduizend pond."
+
+"Dat is zéér waar; en daarom weet ik niet, of het over 't geheel niet
+raadzamer zou zijn, iets te doen voor hun moeder, gedurende haar leven,
+dan voor hen; zooiets als een jaargeld, bedoel ik. Mijn zusters zouden
+daarvan evengoed voordeel trekken als zij zelve. Met honderd pond in
+'t jaar zouden ze 't samen heel goed kunnen hebben."
+
+Zijn vrouw aarzelde echter een weinig, tot dit plan haar toestemming
+te verleenen.
+
+"Natuurlijk," zei ze, "dat is wel beter, dan afstand te doen van
+vijftienhonderd pond ineens. Máár--als Mevrouw Dashwood nog vijftien
+jaar blijft leven, dan zijn wij 't kind van de rekening."
+
+"Vijftien jaar! maar Fanny, zóó oud wordt ze niet half."
+
+"Dat denk ik ook niet; maar let eens op, als menschen een jaargeld
+krijgen, dan leven ze maar altijd door; en zij is zoo dik en gezond,
+en nog maar even in de veertig. Een jaargeld is werkelijk geen gekheid,
+'t komt geregeld ieder jaar weer terug, en men kan er niet afkomen. Je
+weet niet wat je begint. Ik heb heel wat ondervinding van dien last
+met jaargelden; want mijn moeder had, als een blok aan haar been,
+volgens vader's testament, er drie uit te betalen aan oude, afgedankte
+dienstboden, en je kunt je niet voorstellen hoe onaangenaam ze dat
+vond. Tweemaal in 't jaar moest dat geld worden uitbetaald, en dan
+hadt je nog den last om 't hun te doen toekomen; en toen 't heette,
+dat een van hen was gestorven, bleek het later, dat daar niets van
+aan was. Mijn moeder kreeg er zoo recht genoeg van. 't Was of haar
+inkomen haar niet behoorde, zei ze, met die voortdurende eischen,
+die aan haar werden gesteld; en 't was des te onaardiger van vader,
+omdat overigens het geld geheel en al moeder's eigendom was, zonder
+eenige voorwaarde. Dat heeft me zoo'n afkeer gegeven van jaargelden,
+dat ik in geen geval mij zelf zou willen dwingen tot de verplichting
+er ooit een uit te betalen, voor geen geld van de wereld."
+
+"Het _is_ ook bijzonder onaangenaam," antwoordde de Heer Dashwood,
+"die soort van jaarlijksche inkomstenvermindering te moeten
+ondergaan. Zooals je moeder terecht zegt, op die manier is iemands
+fortuin zijn eigendom niet. Verplicht te zijn tot geregelde betaling
+van zoo'n som op elken betaaldag, is alles behalve prettig; 't beneemt
+iemand zijn gevoel van onafhankelijkheid."
+
+"Zeer zeker; en per slot krijgt men er geen dank voor. Zij denken
+dat ze zeker zijn van hun geld; je doet niet meer dan ze verwachten,
+en dankbaar zijn ze in 't minst niet. Als ik in je plaats was, dan zou
+ik, wàt ik ook deed, geheel uit eigen vrijen wil doen; ik zou mij niet
+willen binden, door een jaarlijksche toelage. Er kunnen jaren komen,
+waarin 't ons heel slecht past om honderd, of zelfs vijftig pond te
+missen van wat we noodig hebben voor eigen uitgaven."
+
+"Mij dunkt, dat je gelijk hebt, beste; 't zal beter zijn, als er
+geen sprake is van een jaargeld in dit geval; wàt ik hun dan ook
+bij gelegenheid eens zal geven, zal hen veel meer helpen dan een
+jaarlijksche toelage; want ze zouden alleen maar op veel grooter voet
+gaan leven, als ze zeker waren van een grooter inkomen, en zoodoende
+zouden ze aan 't eind van 't jaar geen cent rijker zijn erdoor. Dat
+zal stellig de beste manier zijn. Met een cadeautje van vijftig pond
+zoo af en toe zullen ze nooit om geld verlegen zijn, en ik geloof
+dat ik op die wijze ten volle de belofte aan mijn vader nakom."
+
+"Ja, zeker doe je dat. Eigenlijk, om je de waarheid te zeggen, ben
+ik inwendig overtuigd, dat je vader in 't geheel niet bedoeld heeft,
+dat je hun geld zoudt geven. Ik geloof stellig, die hulp, die hij op
+het oog had, was niet anders, dan wat men natuurlijk van je zou mogen
+verwachten; zooals bijvoorbeeld naar een geschikt huisje voor hen
+uit te zien, hen te helpen bij 't verhuizen, en hun nu en dan eens
+wat visch of wild te zenden, al naar 't seizoen. Ik durf wel wedden
+dat hij niets meer dan dat bedoelde; en 't zou dan toch ook al héél
+vreemd en onredelijk zijn geweest als dat wèl zoo was. Want bedenk
+toch eens, man, hoe ruim en royaal je stiefmoeder en haar dochters
+kunnen leven van de rente van zevenduizend pond, behalve die duizend
+pond, die de meisjes ieder bezitten, en die hun elk vijftig pond in
+'t jaar opbrengen, waarvan ze natuurlijk hun moeder voor kost en
+inwoning zullen betalen. Alles met elkaar gerekend zullen ze samen
+vijfhonderd pond hebben in 't jaar, en wat ter wereld kunnen vier
+vrouwen meer begeeren? Ze zullen zoo goedkoop leven! Hun huishouden zal
+letterlijk niets kosten. Ze zullen geen rijtuig houden, geen paarden,
+en bijna geen dienstboden; ze zullen geen menschen zien, en dus in
+'t geheel geen onkosten hebben! Denk eens, hoe ruim ze zich zullen
+kunnen bewegen! Vijfhonderd pond in 't jaar! Bepaald, ik kan mij niet
+voorstellen hoe ze ook maar de helft ervan zullen uitgeven, en dat
+ze van jou nog meer zouden krijgen, is te gek om aan te denken. Ze
+zullen vrij wat eerder in staat zijn om iets te geven aan _jou_."
+
+"Ja, 't is waar," zei de Heer Dashwood; "je hebt groot gelijk. Vader
+kan niets meer hebben bedoeld met zijn verzoek aan mij, dan wat je
+zegt. Ik begrijp dat nu volkomen, en ik zal mijn belofte getrouw
+vervullen door bewijzen van vriendelijkheid en hulp in den geest
+zooals jij dat aangaf. Als moeder een ander huis gaat betrekken,
+dan zal ik met genoegen mijn diensten aanbieden, om haar te helpen
+zooveel in mijn vermogen is. Een of andere kleine attentie, een nieuw
+meubelstuk of zoo, zal dan ook wel te pas komen."
+
+"O jawel," zei Mevrouw John Dashwood. "Mààr, één ding mag je daarbij
+wèl in aanmerking nemen. Toen je vader en moeder naar Norland
+verhuisden, werden wel de meubels van Stanhill verkocht; maar al het
+porselein, zilver en linnen werden meegenomen, en zijn nu nagelaten
+aan je moeder. Daardoor zal haar huis bijna geheel en al ingericht
+zijn, zoodra ze 't gaat bewonen."
+
+"Dat legt gewicht in de schaal, zeer zeker. Een waardevol bezit!--Een
+gedeelte van dat zilver zou buitengewoon goed te pas zijn gekomen
+ter aanvulling van onzen eigen voorraad."
+
+"Ja, en 't ontbijtservies is oneindig mooier dan 't geen hier in huis
+behoort. Veel te mooi, naar _mijn_ idee, voor welk huis ook, waarin
+_zij_ ooit kunnen wonen. Maar dat is nu eenmaal niet anders. Je vader
+dacht alleen aan _hen_. En dàt moet ik zeggen: je behoeft hem niet zoo
+bijzonder dankbaar te zijn, of zijn wenschen zoo stipt na te komen;
+want we weten best, dat hij, als hij maar kòn, bijna alles aan _hen_
+zou hebben nagelaten."
+
+Dàt argument was onweerlegbaar. Het verleende zijn plannen de
+vastheid, die er te voren aan ontbrak, en ten slotte besloot hij,
+dat het volkomen onnoodig, zoo niet bepaald ongepast zou zijn, meer
+te doen voor de weduwe en kinderen van zijn vader, dan hun als goeden
+buren de soort van attenties te bewijzen, waarop zijn eigen vrouw
+hem gewezen had.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III
+
+
+Mevrouw Dashwood bleef verscheiden maanden te Norland; niet omdat zij
+ongeneigd was te vertrekken, nadat het gezicht van elke welbekende
+plek niet langer de heftige gemoedsbeweging veroorzaakte, die het een
+tijdlang had opgewekt; want toen haar veerkracht terugkeerde, en haar
+geest weer in staat was tot eenige andere krachtinspanning dan die
+van hare droefheid te verlevendigen door weemoedige herinneringen,
+verlangde zij sterk naar het vertrek, en was onvermoeid in haar
+pogingen een geschikte woning te vinden in de buurt van Norland;
+want zich ver van die geliefde plek te verwijderen scheen haar
+onmogelijk. Maar zij kon geen verblijfplaats ontdekken die voldeed
+aan haar eischen op 't punt van behagen en gemak, en die tevens
+de goedkeuring wegdroeg van haar voorzichtige oudste dochter, wier
+gezonder oordeel verschillende huizen, waarmee haar moeder zeer was
+ingenomen, als te groot voor hun inkomen, verwierp.
+
+Mevrouw Dashwood had door haar man de plechtige belofte vernomen,
+hem door zijn zoon te haren behoeve gedaan, en welke zijn laatsten
+gedachten hier op aarde troost had geschonken. Zij twijfelde
+evenmin aan de oprechtheid van die verzekering, als haar man zelf
+had gedaan, en ter wille van hare dochters schonk de gedachte eraan
+haar voldoening; hoewel zij, wat haarzelve betrof, overtuigd was, dat
+een veel geringere som dan zevenduizend pond voldoende zou zijn om
+haar een ruim bestaan te verschaffen. Ook terwille van hun broeder,
+terwille van zijn eigen hart verheugde zij zich; en zij verweet
+zichzelve, dat zij vroeger zijn verdienste geen recht had laten
+weervaren, toen zij hem niet in staat achtte tot edelmoedigheid. Zijn
+voorkomend gedrag jegens haar en zijne zusters overtuigde haar, dat
+hun welzijn hem ter harte ging, en langen tijd vertrouwde zij vast
+op zijn vrijgevige bedoelingen.
+
+De minachting, die zij reeds aan 't begin hunner kennismaking gevoeld
+had voor haar schoondochter, werd zeer versterkt door de diepere kennis
+van haar karakter, die een verblijf van een half jaar in haar gezin
+haar deed verwerven, en misschien zouden, ondanks alle bedenkingen,
+ingegeven door beleefdheid en moederlijke genegenheid van de zijde der
+oudere dame, die twee het onmogelijk hebben bevonden het zoolang met
+elkander uit te houden, wanneer niet eene bijzondere omstandigheid
+in de oogen van Mevrouw Dashwood, het steeds meer verkieselijk had
+doen schijnen, dat haar dochter vooreerst te Norland zou blijven.
+
+Die omstandigheid was een toenemende wederzijdsche genegenheid
+tusschen haar oudste meisje en den broeder van Mevrouw John Dashwood,
+een beschaafden en beminnelijken jongen man, dien zij hadden leeren
+kennen kort na zijn zuster's komst te Norland, en die sedert dien
+tijd veel bij hen aan huis kwam.
+
+Sommige moeders zouden dien vertrouwelijken omgang hebben aangemoedigd
+uit eigenbelang; want Edward Ferrars was de oudste zoon van een man,
+die schatrijk was gestorven; en andere zouden dien hebben tegengegaan
+uit voorzichtigheid; want op een geringe som na, hing zijn geheele
+fortuin af van het testament zijner moeder. Doch Mevrouw Dashwood
+liet zich door geen dier beide opvattingen beïnvloeden. Voor haar
+was het genoeg, dat hij een aangenamen indruk maakte, dat hij hare
+dochter liefhad, en dat Elinor die voorkeur beantwoordde. Het zou in
+strijd zijn geweest met al haar beginselen, dat verschil in fortuin
+eenig paar gescheiden zou kunnen houden, dat door gelijkgestemdheid
+zich tot elkaar voelde aangetrokken; en dat Elinor's verdienste niet
+zou worden gewaardeerd door ieder die haar kende, dat ging boven haar
+begrip. Edward Ferrars bezat overigens, om zich hunne goede meening
+te verwerven, geen bijzondere gaven, wat zijn persoon of optreden
+betrof. Bijzonder knap van uiterlijk was hij niet, en zijn manieren
+werden eerst aangenaam als hij zich op zijn gemak gevoelde. Hij
+was te verlegen om goed tot zijn recht te komen; maar als hij zijn
+aangeboren bedeesdheid had overwonnen, leverde zijn gedrag in elk
+opzicht de bewijzen van een openhartige en warme natuur. Zijn verstand
+was goed, en zijne opvoeding had het degelijk geoefend. Doch noch
+door zijn aanleg, noch door zijne neigingen was hij geschikt, de
+wenschen te vervullen van zijne moeder en zuster, die verlangden hem
+te zien uitblinken--als--zij wisten zelven eigenlijk niet wat. Zij
+wilden dat hij een goed figuur zou slaan in de wereld op de eene of
+andere manier. Zijn moeder begeerde dat hij belang zou stellen in
+politiek, dat hij lid van het parlement zou worden, of in aanraking
+zou komen met sommigen der groote mannen van zijn tijd. Dat wenschte
+Mevrouw John Dashwood eveneens; doch voorloopig, tot een van die
+hoogere zegeningen hem zou kunnen ten deel vallen, zou háár eerzucht
+tevreden gesteld zijn, als zij hem in een eigen barouchette had kunnen
+zien rijden. Maar Edward's neigingen gingen niet uit naar groote
+mannen of barouchettes. Al zijn wenschen hadden tot hun middenpunt
+huiselijke gezelligheid en de rust van het gezinsleven. Gelukkig had
+hij een jongeren broeder, van wien meer te verwachten viel. Edward was
+reeds meerdere weken bij hen gelogeerd geweest, eer Mevrouw Dashwood
+eigenlijk goed op hem lette; want zij was in die dagen zóó bedroefd,
+dat zij voor hare omgeving in 't geheel geen oog had. Zij zag alleen,
+dat hij rustig was en zich achteraf hield, en dat beviel haar in
+hem. Hij verstoorde haar diepe verslagenheid van geest niet door te
+onpas gesprekken te beginnen. Zij kreeg voor 't eerst aanleiding
+om op hem te letten en nog gunstiger over hem te gaan denken door
+eene opmerking, die Elinor op zekeren dag toevallig maakte over het
+verschil tusschen hem en zijn zuster. Die tegenstelling was voor haar
+moeder de allerwelsprekendste aanbeveling. "O, dat is genoeg," zei ze;
+"wanneer je Zegt, dat hij niet op Fanny lijkt, dan is dat al genoeg
+voor mij. Dat sluit alles in wat beminnelijk is. Nu houd ik al veel
+van hem."
+
+"Ik denk wel dat u hem graag zult mogen lijden," zei Elinor, "als u
+hem beter leert kennen."
+
+"Mogen lijden!" antwoordde haar moeder, met een glimlach. "Ik voor
+mij kan geen gevoel van waardeering koesteren dat beneden warme
+genegenheid blijft."
+
+"U zoudt achting voor hem kunnen voelen."
+
+"Ik heb nooit geweten wat het was, achting en liefde van elkander
+te scheiden."
+
+Mevrouw Dashwood gaf zich nu moeite, hem nader te leeren kennen. Zij
+bezat innemende manieren, en zette hem spoedig op zijn gemak. Vlug
+genoeg zag zij zijn verdiensten in; haar overtuiging dat hij Elinor
+genegen was, verhoogde misschien haar doorzicht; maar zij was van zijn
+innerlijke waarde ten stelligste overtuigd, en zelfs dat bedaarde in
+zijn houding, dat indruischte tegen al haar overgeleverde begrippen
+omtrent de wijze waarop een jonge man zich behoorde voor te doen,
+bleef niet meer zoo oninteressant, nu zij wist dat hij een warm hart
+had en een liefhebbenden aard.
+
+Niet zoodra had zij de eerste aanduiding van verliefdheid bespeurd
+in zijn houding jegens Elinor, of zij beschouwde hun ernstige
+genegenheid als een uitgemaakte zaak, en zag hun huwelijk, als
+binnenkort aanstaande, met blijdschap tegemoet.
+
+"Over een paar maanden, Marianne," zei ze, "zal Elinor waarschijnlijk
+al haar eigen thuis hebben gevonden. Wij zullen haar missen; maar
+zij zal gelukkig zijn."
+
+"O mama! hoe zullen we 't zonder haar stellen?"
+
+"Lieve kind, men kan het haast geen scheiding noemen. We zullen
+maar een paar mijlen van elkaar af wonen, en elkaar iederen dag
+ontmoeten. Je krijgt nu een broer,--een echten, hartelijken broer. Van
+Edward's goede hart heb ik de hoogste verwachtingen. Maar je kijkt
+ernstig, Marianne; heb je iets aan te merken op je zuster's keuze?"
+
+"Misschien," zei Marianne, "mag ik mij er wel een weinigje over
+verwonderen. Edward is heel aardig, en ik houd ook veel van hem. Maar
+toch, hij is niet de soort van jonge man... er ontbreekt hem iets,
+zijn persoonlijkheid is niet opvallend--hij heeft niets van de bekoring
+die ik dacht, dat moest uitgaan van een man, die mijn zuster's ernstige
+genegenheid kon winnen. Er is in zijn oogen niets van dien geest, van
+dat vuur, dat zoowel deugd als intellectueele begaafdheid verraadt. En
+dan bovendien nog, mama, ik ben bang dat hij eigenlijk geen goeden
+smaak heeft. Om muziek schijnt hij weinig te geven, en al bewondert
+hij nog zoozeer Elinor's teekeningen, 't is niet de bewondering
+van iemand, die hun waarde beoordeelen kan. Men kan duidelijk zien,
+al neemt hij ook gedurig notitie van haar als ze aan het teekenen
+is, dat hij er eigenlijk in 't geheel geen verstand van heeft. Hij
+bewondert als minnaar, niet als een kenner. Om mij te voldoen, zouden
+die beide eigenschappen vereenigd moeten zijn. Ik zou niet gelukkig
+kunnen zijn met een man, wiens smaak niet in elk opzicht met den mijne
+overeenkwam. Hij zou in al mijn gevoelens moeten kunnen komen, dezelfde
+boeken, dezelfde muziek zouden ons beiden moeten bekoren. O mama, wat
+was Edward's houding mat en flauw en lauw, toen hij ons gisterenavond
+voorlas! Ik vond het verschrikkelijk voor Elinor. Maar zij verdroeg het
+met de grootste kalmte; 't scheen wel of ze 't niet eens opmerkte. Ik
+kon haast niet op mijn stoel blijven zitten. Die prachtige verzen, die
+mij dikwijls zoo woest opgewonden hebben gemaakt, te hooren voordragen
+met zoo'n onverzettelijke kalmte, zoo'n akelige onverschilligheid!"
+
+"Als het eenvoudig en vloeiend proza was geweest, dat zou hij stellig
+meer tot zijn recht hebben doen komen. Ik dacht het al; maar jij
+_moest_ hem juist Cowper geven."
+
+"Ja, ziet u, mama--als Cowper hem nog niet in vuur brengt!--maar we
+moeten bedenken, dat smaken verschillen. Elinor's gevoelens zijn niet
+de mijne; daarom kan zij zooiets over 't hoofd zien, en gelukkig
+met hem worden. Maar 't zou _mijn_ hart hebben gebroken, als ik
+van hem hield, om hem te hooren lezen met zóó weinig gevoel. Mama,
+hoe meer ik de wereld leer kennen, des te vaster ben ik overtuigd,
+dat ik nooit een man zal ontmoeten, dien ik werkelijk liefhebben
+kan. Ik stel zulke hooge eischen! Hij moet al de deugden van Edward
+bezitten, en zijn persoon en manieren moeten zijn goedheid alle
+denkbare bekoring verleenen."
+
+"Vergeet niet, kindje, dat je nog geen zeventien bent. 't Is nog te
+vroeg om aan dat geluk te wanhopen. Waarom zou het je minder goed gaan
+in dat opzicht dan je moeder? In één enkel opzicht alleen, Marianne,
+hoop ik, dat je lot van het hare verschillen zal."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV
+
+
+Wat is het toch jammer, Elinor," zei Marianne, "dat Edward geen
+plezier in teekenen heeft."
+
+"Geen pleizier in teekenen?" antwoordde Elinor; "waarom dacht je
+dat? Hij teekent zelf niet; dat is waar; maar hij ziet heel graag,
+dat anderen ermee bezig zijn, en ik verzeker je, dat het hem volstrekt
+niet ontbreekt aan aangeboren smaak, hoewel hij geen gelegenheid heeft
+gehad om dien te ontwikkelen. Als hij ooit was begonnen het te leeren,
+dan geloof ik, dat hij heel goed zou hebben geteekend. Hij wantrouwt
+zóózeer zijn eigen oordeel in zulke dingen; dat hij nooit graag zijn
+meening uitspreekt over een schilderij of teekening; maar hij heeft
+dien natuurlijken eenvoud en zuiverheid van smaak, die hem in den
+regel juist den rechten weg wijzen."
+
+Marianne was bang haar te kwetsen en zweeg verder over dit onderwerp;
+maar de soort van waardeering, die Elinor in hem beweerde te
+bespeuren bij 't zien van teekeningen, door anderen vervaardigd,
+geleek alles behalve op die opgewonden verrukking, die, in háár oogen,
+alleen waard was, smaak genoemd te worden. Toch, al glimlachte zij
+inwendig over dat wanbegrip, zij had eerbied voor haar zuster om de
+blinde partijdigheid voor Edward, waaruit het voortsproot. "Ik hoop,
+Marianne," ging Elinor voort, "dat je hem niet beschouwt als iemand,
+die in 't algemeen weinig smaak heeft. Ik ben ook haast wel zeker,
+dat dit niet het geval is, want je houding tegenover hem is hartelijk
+en vertrouwelijk, en als je er zóó over dacht, dan weet ik wel,
+dat je hem niet eens beleefd zoudt behandelen."
+
+Marianne wist niet recht wat ze zou zeggen. Zij wilde in geen geval
+haar zuster grieven, en toch was het onmogelijk, te zeggen wat ze
+niet meende. Op 't laatst antwoordde ze:
+
+"Je moet het me niet kwalijk nemen, Elinor, als mijn lof van hem niet
+in elk opzicht overeenstemt met de overtuiging, die jij koestert
+omtrent zijn verdiensten. Ik heb niet zooveel gelegenheid gehad om
+van zijn meer intieme geestesrichting, zijn neigingen en zijn smaak
+op de hoogte te komen als jij; maar ik ben één en al bewondering voor
+zijn goedheid en zijn verstand. Hij is in mijn oogen zoo degelijk èn
+beminnelijk als iemand maar zijn kan."
+
+"Nu," zei Elinor glimlachend, "zijn beste vrienden zouden niet
+onvoldaan kunnen zijn met zulk een loftuiting. Mij dunkt, met méér
+warmte hadt je je moeilijk kunnen uitdrukken."
+
+Marianne was blij, dat haar zuster zoo gemakkelijk bleek te voldoen.
+
+"Zijn verstand en zijn goedheid," ging Elinor voort, "kan dunkt mij,
+niemand in twijfel trekken, die hem dikwijls genoeg heeft ontmoet
+om een ongedwongen gesprek met hem te kunnen voeren. De helderheid
+van zijn begrip en de uitnemendheid zijner beginselen blijven alleen
+maar verborgen door die verlegenheid die hem zoo dikwijls tot zwijgen
+noopt. Je weet genoeg van hem om zijn degelijken eigenschappen recht
+te doen weervaren. Maar omtrent zijn meer intieme geestesrichting,
+zooals je dat noemt, heb jij door toevallige omstandigheden minder
+ervaren dan ik zelve. Hij en ik waren meermalen haast uitsluitend op
+elkaar aangewezen, terwijl jij in beslag genomen werdt door moeder,
+aan wie je al je liefdevolle aandacht wijdde. Ik was veel met hem
+samen, ik verdiepte mij in zijn gevoelens, en vernam zijn meening
+over onderwerpen van letterkunde en smaak; en over 't geheel
+durf ik stellig te beweren, dat zijn geest zeer ontwikkeld is;
+zijn vermogen om literatuur te genieten buitengewoon groot, zijn
+verbeelding levendig, zijn opmerkingsgave juist en scherp, en zijn
+smaak verfijnd en zuiver. Zijn begaafdheden in ieder opzicht vallen bij
+nadere kennismaking evenzeer mee als zijn wijze van optreden en zijn
+persoon. Op het eerste gezicht heeft hij waarlijk niets opvallends,
+en uiterlijk kan men hem moeilijk een knap man noemen, eer men heeft
+gelet op de uitdrukking van zijn oogen, die bijzonder aantrekkelijk
+zijn, en iets liefs en goeds in zijn gezicht. Nu ken ik hem zóó goed,
+dat ik hem werkelijk mooi vind, of ten minste bijna. Hoe denkt jij
+erover, Marianne?"
+
+"Ik zal hem ook wel gauw mooi vinden, Elinor, al doe ik dat nu nog
+niet. Als je mij zegt, dat ik van hem mag houden als een broer,
+dan zal ik evenmin iets onvolmaakts zien in zijn gezicht, als nu
+in zijn hart." Elinor schrikte bij die woorden, en 't speet haar,
+dat ze zich onwillekeurig had laten verleiden, met zooveel warmte
+van hem te spreken. Zij gevoelde wel, dat ze Edward bijzonder hoog
+schatte. Ze geloofde dat die waardeering wederkeerig was; maar zij
+had méér zekerheid noodig, indien Marianne's overtuiging omtrent
+hun wederzijdsche genegenheid haar aangenaam zou zijn. Ze wist, als
+Marianne en haar moeder één oogenblik iets gisten, dan waren ze in
+'t volgende er zeker van;--dat bij haar beide wenschen hopen was,
+en hoop gelijk stond met verwachting. Zij poogde haar zuster den
+werkelijken stand van zaken te verklaren.
+
+"Ik wil niet ontkennen," zei ze; "dat ik hem bijzonder hoog stel,--dat
+ik hem de grootste achting toedraag, en hem graag mag lijden."
+
+Marianne barstte verontwaardigd uit:
+
+"Achting toedragen! Mogen lijden! O Elinor, wat ben je koel! Erger
+dan koel! Je schaamt je om anders te schijnen. Als je die woorden
+nog weer durft noemen, dan ga ik zóó de kamer uit."
+
+Elinor kon niet nalaten te lachen. "Wees niet boos," zei ze, "en wees
+maar zeker, dat ik je niet wilde grieven, door zoo kalm over mijn eigen
+gevoelens te spreken. Geloof dan, dat ze sterker zijn dan ik beweerde;
+geloof dat ze zóó zijn, als zijn verdiensten en het vermoeden van--de
+hoop op zijn genegenheid voor mij, mij toestaan ze te koesteren,
+zonder onvoorzichtigheid of dwaze inbeelding. Maar meer dan dat mag
+je _niet_ gelooven. Ik ben volstrekt niet zeker van zijn gevoelens
+jegens mij. Er zijn oogenblikken, waarop hun diepte twijfelachtig
+schijnt, en eer zijn gemoedsgesteldheid mij volkomen is geopenbaard,
+kan het je niet verwonderen als ik alles wensch te vermijden wat mijn
+eigen voorkeur kan aanwakkeren, door die gewichtiger te achten of te
+doen voorkomen dan zij is. In mijn hart gevoel ik weinig,--ik mag wel
+zeggen bijna géén twijfel aan zijn genegenheid. Maar er zijn andere
+dingen, behalve zijn neiging, die in aanmerking komen. Hij is volstrekt
+niet onafhankelijk. Hoe zijn moeder werkelijk is, dat kunnen wij niet
+weten; maar te oordeelen naar Fanny's uitlatingen nu en dan over haar
+gedrag en haar meeningen, hebben wij ons nooit voorgesteld dat zij
+heel beminnelijk zou zijn; en ik zou mij al zeer moeten vergissen,
+als Edward zelf niet heel goed wist, dat hem veel moeilijkheden in
+den weg zouden staan, als hij wenschte, een vrouw te trouwen, die
+niet òf een groot fortuin bezat, of van zeer voorname afkomst was."
+
+Marianne was verbaasd, toen ze bemerkte, hoezeer haar moeder en
+zijzelf in hun verbeelding de werkelijkheid hadden voorbij gestreefd.
+
+"Dus ben je wezenlijk niet met hem geëngageerd", zei ze. "Maar 't zal
+toch stellig gauw gebeuren. Dat uitstel bezorgt ons in elk geval twee
+voordeelen. Ik zal je zoo gauw niet verliezen, en Edward zal des te
+beter gelegenheid hebben, om dien aangeboren smaak voor je geliefkoosde
+bezigheid verder aan te kweeken, die toch zoo onontbeerlijk is voor
+je toekomstig geluk. O! als je groote begaafdheid hem nog eens zóó
+kon prikkelen en aanmoedigen, dat hij zelf nog teekenen leerde;
+wat zou dàt heerlijk zijn!"
+
+Elinor had aan haar zuster gezegd, wat zij werkelijk meende. Zij kon
+haar neiging tot Edward niet in zulk een gunstig licht beschouwen als
+Marianne had gedaan. Er was af en toe een gebrek aan opgewektheid
+in hem te bespeuren, dat, zoo het al geen onverschilligheid liet
+doorschemeren, toch wees op iets, dat bijna even weinig goeds
+beloofde. Twijfel aan haar genegenheid zou, bijaldien deze door hem
+werd gekoesterd, niet meer dan onrust in hem behoeven te wekken. Het
+was niet waarschijnlijk dat twijfel de oorzaak zou zijn van de
+neerslachtigheid, die hem meermalen scheen te drukken. Een meer
+gegronde reden ervoor zou kunnen bestaan in zijn afhankelijke positie
+die hem belette aan zijne neiging toe te geven. Zij wist, dat zijne
+moeder noch zorg droeg, hem voor het oogenblik een aangenaam tehuis
+te verschaffen, noch hem de zekerheid wilde schenken, dat hij zelf
+zich een gelukkig thuis zou mogen scheppen, zonder zich angstvallig
+te schikken naar haar inzichten omtrent zijn maatschappelijken
+vooruitgang. Daar zij dat alles wist, was het Elinor onmogelijk,
+gerust te zijn op dit punt. Zij rekende er volstrekt niet op, dat zijn
+genegenheid voor haar den doorslag zou geven; iets dat haar moeder en
+zuster stellig verwachtten. Integendeel, hoe langer hun omgang duurde,
+des te meer ging zij twijfelen aan den aard van zijn gevoel; en soms,
+gedurende enkele minuten, die pijn deden, geloofde zij, dat het niet
+meer dan vriendschap was.
+
+Doch, wáár dan ook de grenzen mochten zijn van dat gevoel, het was
+voldoende om zijn zuster, toen zij het bespeurde, ongerust te maken,
+en meteen (zooals bij haar iets van zelf sprekends was) uiterst
+onbeleefd. Zij greep de eerste de beste gelegenheid aan om haar
+schoonmoeder over het geval te onderhouden, en vertelde haar met
+zooveel nadruk van haar broeder's mooie vooruitzichten; van Mevrouw
+Ferrars' vast besluit dat haar beide zoons een goede partij zouden
+doen, en van het gevaar dat jonge dames liepen, die probeerden hem
+_in te palmen_; dat Mevrouw Dashwood noch kon doen alsof zij haar
+niet begreep, noch zich dwingen om kalm te blijven. Zij gaf haar
+een antwoord, dat duidelijk haar minachting deed blijken, en verliet
+dadelijk de kamer, vastbesloten dat, ondanks allen last en onkosten
+die zulk een onverwacht vertrek insloot, haar lieve Elinor geen week
+langer zou blootgesteld zijn aan zulke kwaadaardige toespelingen.
+
+Terwijl zij in deze gemoedsgesteldheid verkeerde, werd haar over
+de post een brief bezorgd, die een voorstel inhield, dat juist nu
+bijzonder gelegen kwam. Het was een aanbieding, tegen een geringe
+vergoeding, van een klein huis, dat toebehoorde aan een bloedverwant
+van haar, een gezien grondbezitter in Devonshire. De brief was
+van dezen heer zelf, en geschreven in een oprechten geest van
+vriendschappelijke tegemoetkoming. Hij had gehoord, dat zij naar
+een woning zocht, en hoewel het huis, dat hij haar thans aanbood,
+slechts een eenvoudig landhuisje was, verzekerde hij haar, dat
+alles eraan zou worden gedaan, wat noodig bleek, als de ligging en
+omgeving haar aanstonden. Hij drong er ernstig op aan, na haar nadere
+bijzonderheden omtrent huis en tuin te hebben medegedeeld, dat zij met
+hare dochters naar Barton Park zou komen, zijn eigen woonverblijf,
+van waaruit zij zich dan zelve kon vergewissen, of Barton Cottage,
+want de huizen lagen in dezelfde gemeente, door eenige verandering
+voor haar geschikt zou kunnen worden gemaakt. Hij scheen er werkelijk
+op gesteld, hun een dienst te bewijzen, en de geheele toon van zijn
+brief was zoo vriendelijk, dat zijne nicht zich niet anders dan
+aangenaam erdoor getroffen kon gevoelen; te meer op dit oogenblik,
+nu zij pijnlijk gegriefd was door het onhartelijk en ongevoelig
+gedrag harer nadere familieleden. Tijd voor overleg of navraag had
+zij niet noodig. Onder het lezen stond haar besluit reeds vast. De
+ligging van Barton, in een graafschap, zoo ver verwijderd van Sussex
+als Devonshire, die slechts een paar uur te voren een beletsel zou
+zijn geweest, voldoende om op te wegen tegen elk denkbaar voordeel
+dat de plaats aanbood, was thans haar voornaamste aanbeveling. Uit
+de buurt te geraken van Norland was nu niet langer een ramp; het was
+het doel van een vurig verlangen; het was een zegen, vergeleken bij de
+ellende van nog langer de gast te zijn van haar schoondochter; en voor
+altijd te vertrekken van die geliefde plek zou minder pijnlijk zijn
+dan er te wonen, of er een bezoek te brengen, zoolang zulk eene vrouw
+er meesteres was. Zij schreef onmiddellijk aan Sir John Middleton,
+om haar dank te betuigen voor zijn vriendelijkheid, en hem mede te
+deelen dat zij zijn voorstel aannam, en haastte zich daarna, beide
+brieven aan hare dochters te laten zien, om zeker te zijn van hare
+goedkeuring, eer haar antwoord werd verzonden.
+
+Elinor had altijd gedacht, dat het verstandiger zou zijn, als zij
+zich vestigden op eenigen afstand van Norland, dan vlak in de buurt
+van hunne tegenwoordige kennissen. In _dat_ opzicht bestond dus
+voor haar geen reden, zich te verzetten tegen haar moeder's plan
+om te verhuizen naar Devonshire. Ook het huis, zooals Sir John
+Middleton het had beschreven, was zoo bescheiden van afmetingen,
+en de huurprijs zoo bijzonder laag, dat zij in beide opzichten geen
+recht had tot het opperen van eenig bezwaar; en zoo kwam het, dat
+zij, hoewel het plan voor haar verbeelding weinig bekoorlijks had,
+en het haar verder van Norland verwijderde dan zij wel wenschte,
+geen poging deed om haar moeder te ontraden, den brief te verzenden,
+waarin zij hare toestemming gaf.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V
+
+
+Zoodra haar antwoord was verzonden, gunde Mevrouw Dashwood zich het
+genoegen, haar stiefzoon en zijn vrouw mee te deelen, dat zij een huis
+had gevonden, en hen niet langer zou lastig vallen dan noodig was,
+totdat alles in gereedheid was gebracht om het te betrekken. Zij
+vernamen het bericht niet zonder verrassing. Mevrouw John Dashwood
+zei niets; doch haar echtgenoot gaf beleefd zijn hoop te kennen,
+dat zij niet ver van Norland wonen zou.
+
+Het was haar een groote voldoening te kunnen antwoorden, dat zij naar
+Devonshire ging. Toen Edward dit hoorde, keerde hij zich haastig
+naar haar om, en herhaalde, op een toon van verwondering en spijt,
+die voor haar geen verklaring behoefde: "Naar Devonshire! Gaat u
+werkelijk dáárheen? Zoo ver van hier? En naar welk gedeelte dan?"
+
+Zij beschreef de ligging van het nieuwe huis. Het was een kleine vier
+mijlen ten Noorden van Exeter.
+
+"Het is maar een landhuisje," ging zij voort; "maar ik hoop er velen
+van mijn vrienden te zullen ontvangen. Er kunnen gemakkelijk een
+paar kamers worden aangebouwd; en als mijn kennissen er geen bezwaar
+in zien, zoo ver te reizen om mij op te zoeken, dan zal ik dat zeer
+zeker evenmin hebben om hen te herbergen."
+
+Zij besloot met een zeer vriendelijke uitnoodiging aan den Heer en
+Mevrouw Dashwood om haar te Barton te bezoeken, en tot Edward richtte
+zij die met nog meer hartelijkheid. Hoewel het onlangs met haar
+schoondochter gevoerde gesprek haar had doen besluiten niet langer te
+Norland te blijven dan onvermijdelijk was, het had niet den minsten
+indruk op haar gemaakt in dàt opzicht, waarom het voornamelijk was
+begonnen. Het was thans zoomin als vroeger haar bedoeling, Edward en
+Elinor van elkaar te scheiden; en zij wenschte Mevrouw John Dashwood,
+door deze opzettelijk tot haar broeder gerichte uitnoodiging, duidelijk
+te toonen, hoe zij zich in 't minst niet bekommerde om het afkeurend
+oordeel der laatste over deze verbintenis.
+
+De Heer John Dashwood verzekerde zijne moeder herhaalde malen,
+hoe bijzonder het hem speet, dat zij een huis had gekozen, zóó ver
+van Norland, dat hij haar met het vervoer van haar meubels niet van
+dienst kon zijn. Hij voelde bij deze gelegenheid werkelijk eenige
+gewetensknaging; want het eenig hulpbetoon, waartoe hij de vervulling
+van de belofte aan zijn vader had beperkt, werd door deze schikking
+feitelijk onuitvoerbaar. De verhuisboedel werd met de boot verzonden,
+en bestond hoofdzakelijk uit huishoudlinnen, zilver, porselein en
+boeken, benevens een mooie piano van Marianne. Mevrouw John Dashwood
+zag de kisten met een zucht verdwijnen; zij kon niet nalaten het bitter
+grievend te vinden, dat Mevrouw Dashwood, wier inkomen zoo gering was,
+vergeleken bij het hare, toch nog enkele mooie meubels bezat.
+
+Mevrouw Dashwood huurde het huis voor een jaar; het was geheel
+gemeubileerd, en zij kon het dadelijk betrekken. Aan geen van
+beide zijden deed zich eenig bezwaar op bij de overeenkomst, en
+zij wachtte slechts tot haar goed te Norland was gepakt en zij
+haar toekomstig huishouden eenigszins geregeld had, eer zij naar
+het Westen vertrok. Daar zij bijzonder vlug was in 't uitvoeren van
+alles wat haar ter harte ging, nam dit niet veel tijd. De paarden,
+die haar man haar had nagelaten, waren kort na zijn dood verkocht,
+en daar zich thans een gelegenheid aanbood, haar rijtuig van de hand
+te doen, stemde zij, op het ernstig aandringen harer oudste dochter,
+erin toe, dit ook te verkoopen. Voor het gemak van haar kinderen zou
+zij het liever hebben gehouden, als zij met haar eigen wenschen te rade
+ging; maar Elinor's voorzichtigheid behield de overhand. Hare wijsheid
+was het ook, die het getal hunner dienstboden beperkte tot drie--twee
+meisjes en een knecht, die zij gemakkelijk konden vinden onder degenen,
+die vroeger tot hun dienstpersoneel te Norland hadden behoord.
+
+De knecht en een van de dienstmeisjes werden dadelijk naar
+Devonshire gezonden om het huis in orde te brengen tegen de komst
+hunner meesteres; want daar Mevrouw Dashwood Lady Middleton in het
+geheel niet kende, wilde zij liever aanstonds naar haar huisje gaan,
+dan op Barton Park te logeeren, en zij vertrouwde zoo vast op Sir
+John's omschrijving van het huis, dat zij niet eens nieuwsgierig
+was, het zelf eens van nabij te zien, eer zij er haar intrek ging
+nemen. Haar verlangen om Norland te verlaten werd voor vermindering
+gevrijwaard door de blijkbare voldoening van hare schoondochter in
+'t vooruitzicht van haar vertrek; eene voldoening, die slechts flauw
+te verbergen werd gepoogd, door een koeltjes gedaan voorstel om dat
+vertrek nog een weinig uit te stellen. Thans was de tijd gekomen dat de
+belofte van haar stiefzoon, aan zijn vader gedaan, op het meest gepaste
+oogenblik had kunnen vervuld worden. Daar hij verzuimd had het te doen,
+toen hij het goed in bezit nam, kon hun vertrek uit zijn huis als het
+meest geschikte tijdstip voor die vervulling worden aangemerkt. Doch
+Mevrouw Dashwood begon in den laatsten tijd alle verwachtingen van
+dien aard te laten varen en de overtuiging te koesteren, die zij
+afleidde uit zijn algemeene opmerkingen in het gesprek, dat zijn
+hulp zich niet verder uitstrekte dan de zes maanden huisvesting,
+die hij hun had verleend te Norland. Hij praatte zooveel over de
+toenemende duurte van het huishouden, en de aanhoudende onvoorziene
+eischen aan zijn beurs, waaraan iemand van eenig aanzien in de wereld
+was blootgesteld, dat het haast scheen, alsof hij eerder zelf geld
+noodig had, dan dat hij eenig plan koesterde om het weg te schenken.
+
+Reeds een paar weken na den dag, waarop Sir John Middleton's eerste
+brief te Norland werd ontvangen, was alles zoover gereed in hun
+toekomstig verblijf, dat Mevrouw Dashwood en hare dochters de reis
+erheen konden ondernemen.
+
+Vele tranen werden door hen gestort bij hun laatst vaarwel aan de plek,
+die zij zoozeer hadden liefgehad. "Lief, lief Norland!" zei Marianne,
+toen zij alleen rondom het huis zwierf, den laatsten avond: "wanneer
+zal ik ophouden u te betreuren!--Wanneer zal ik geleerd hebben, mij
+ergens anders thuis te gevoelen? Ach, gelukkig huis! kondt ge maar
+weten hoe ik lijd, terwijl ik u aanschouw van deze plek, vanwaar ik
+u misschien nooit meer zien zal!--En gij, welbekende boomen!--maar
+gij zult hetzelfde blijven.--Geen blad zal verwelken omdat wij zijn
+heengegaan, geen twijgje zal ophouden zich te bewegen, ofschoon wij
+het niet meer kunnen aanzien! Neen; gij blijft dezelfde; onbewust
+van de blijdschap of de treurigheid die gij wekt, en ongevoelig voor
+eenige verandering in degenen, die wandelen onder uw schaduwrijk
+loover! Maar wie blijft hier over om van u te genieten?"--
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI
+
+
+Het eerste gedeelte van de reis werd afgelegd in een al te treurige
+stemming, om anders dan vervelend en onaangenaam te zijn. Doch toen zij
+het eind ervan naderden, won hun belangstelling in het voorkomen van de
+streek, waar zij thans zouden wonen, het van hunne neerslachtigheid,
+en het uitzicht op Barton Valley stemde hen bijna vroolijk. Het was
+een mooie, vruchtbare plek, met veel bosschen en weiland. Na den loop
+van het dal meer dan een mijl lang gevolgd te hebben, kwamen zij aan
+hun eigen huis. Een klein omheind grasveld was al wat er bij behoorde
+aan de voorzijde, en een eenvoudig hekje verleende hun toegang.
+
+Als huis beschouwd, was Barton Cottage, hoewel klein, toch geriefelijk
+en beknopt; maar als landelijk buitenhuisje liet het te wenschen
+over; daar het regelmatig van bouw en met pannen gedekt was,
+terwijl noch de luiken groen waren geverfd, noch de muren begroeid
+met kamperfoelie. Een smalle gang leidde recht door het huis naar
+den daarachter gelegen tuin. Ter weerszijden van de voordeur was
+een zitkamer van ruim vijf meter in het vierkant; daarachter lagen
+de keuken met bijkeukens, en de trap. Verder waren er nog vier
+slaapvertrekken en twee zolderkamers. Het was nog niet zeer lang
+geleden gebouwd en goed onderhouden. Vergeleken bij Norland was het
+wel héél nederig en klein!--doch de tranen, door die herinnering te
+voorschijn geroepen bij hun binnentreden, waren spoedig gedroogd. De
+blijdschap van de dienstboden over hunne komst vroolijkte hen een
+weinig op, en ieder besloot terwille van de anderen zich verheugd
+te toonen. Het was in 't begin van September; de mooiste tijd van
+het jaar, en door de omgeving voor het eerst te zien bij goed weer,
+ontvingen zij een gunstigen indruk, die belangrijk medewerkte om
+hun blijvende goede meening er omtrent te bevestigen. Het huis was
+aangenaam gelegen. Vlak er achter, en op geringen afstand aan beide
+zijden, rezen hooge heuvels op; sommige vrij en open, met glooiende
+hellingen, andere bebouwd en bedekt met bosch. Het dorp Barton lag
+grootendeels op een dier heuvels, en leverde een aardig uitkijkje van
+uit de vensters van het huis. Aan de voorzijde was het uitzicht ruimer;
+men overzag van hier de geheele vallei, en zelfs een gedeelte van de
+streek die eraan grensde. De heuvels, die het huisje omringden, sloten
+het dal aan die zijde af; onder een anderen naam en in een andere
+richting vertakte het zich weer, waar twee der hoogste samenkwamen.
+
+Over de grootte van het huis en over de meubileering was Mevrouw
+Dashwood over 't geheel wel voldaan; want ofschoon haar vorige
+levenswijze menige toevoeging aan het meubilair onontbeerlijk deed
+schijnen, juist in dat aanschaffen en verfraaien had zij veel plezier;
+en voor het oogenblik had zij genoeg gereed geld, om zich alles te
+kunnen veroorloven wat vereischt werd, om haar vertrekken smaakvol
+in te richten. "Wat het huis zelf betreft," zeide zij, "het is te
+klein voor ons gezin; maar we kunnen ons voorloopig er vrij goed in
+bewegen, en het is nu te laat in het jaar om verbeteringen aan te
+brengen. Misschien kunnen we in 't voorjaar, als ik ruim bij kas ben,
+zooals ik wel denk dat 't geval zal zijn, aan bouwen gaan denken. De
+voorkamers zijn beide te klein voor het aantal gasten, dat ik hier
+dikwijls hoop bijeen te zien, en ik denk erover om de gang met de eene
+kamer te laten samenvallen, en misschien ook nog een gedeelte van
+de andere, zoodat de overblijvende ruimte als vestibule kan dienen;
+als daar dan een nieuwe salon wordt aangebouwd, wat gemakkelijk kan,
+met nog een slaap- en zolderkamer erboven, dan wordt het werkelijk een
+gezellig huisje. Als de trap nu maar mooier was. Maar men kan niet
+alles verwachten; hoewel ik denk dat het niet moeilijk zou zijn die
+te verbreeden. Ik zal eens zien hoe florissant het er uitziet met mijn
+financiën in het voorjaar, en daarvan onze bouwplannen laten afhangen."
+
+Intusschen waren zij, totdat al die veranderingen zouden worden
+bekostigd uit wat er gespaard kon worden op een inkomen van vijfhonderd
+pond, door iemand, die nooit in haar leven sparen geleerd had, wel
+zoo wijs om tevreden te zijn met het huis zooals het was, en ieder
+van haar was druk bezig haar eigen zaakjes in orde te brengen, en te
+pogen zich tusschen haar boeken en andere bezittingen een klein eigen
+thuis te vormen. Marianne's piano werd uitgepakt en op de geschiktste
+plaats gezet, en Elinor's teekeningen werden aan den wand gehangen
+van hun zitkamer.
+
+In deze en dergelijke bezigheden werden zij den volgenden dag spoedig
+na het ontbijt reeds gestoord door de komst van den huiseigenaar,
+die hen kwam opzoeken om hen welkom te heeten te Baron en om hun
+alles aan te bieden, wat _zijn_ huis en tuin opleverden, en waaraan
+in de hunne voorloopig misschien gebrek was. Sir John Middleton was
+een knap man van omstreeks veertig jaar. Hij was vroeger wel eens
+te Stanhill gelogeerd geweest; maar dat was te lang geleden, dan dat
+zijne nichtjes zich hem nog konden herinneren. Hij had een vroolijk,
+vriendelijk gezicht, en zijn manieren waren even hartelijk als de
+toon van zijn brief. Hun komst scheen hem werkelijk veel plezier te
+doen en hun welzijn ging hem blijkbaar oprecht ter harte. Hij had
+het druk over zijn welgemeenden wensch naar een prettigen gezelligen
+omgang onder elkaar, en drong er zoo gul op aan, dat zij elken dag
+op Barton Park zouden komen dineeren tot hun huis beter op orde
+was, dat zij hem zijn dringend aanhouden niet kwalijk nemen konden,
+zelfs waar het de grenzen der beleefdheid bijna overschreed. Zijn
+vriendelijkheid bleef niet beperkt tot woorden; want nog geen uur
+nadat hij was heengegaan kwam er een groote mand vol groente en fruit
+van het Park; nog eer de dag voorbij was, gevolgd door een bezending
+gevogelte. Hij verkoos volstrekt al hun brieven voor hen af te halen
+en op de post te bezorgen, en wilde zich het genoegen niet laten
+ontzeggen, hun elken dag zijn courant te sturen.
+
+Lady Middleton had door haar man een beleefde boodschap laten
+zenden, waarin zij haar voornemen te kennen gaf, Mevrouw Dashwood een
+bezoek te brengen, zoodra zij zeker was, dat dit haar geen last zou
+veroorzaken, en daar die boodschap met een even beleefde uitnoodiging
+werd beantwoord, werd de bewuste dame reeds den volgenden dag aan
+hen voorgesteld.
+
+Zij waren natuurlijk zeer benieuwd iemand te leeren kennen, van wie
+veel van hun genoegen te Barton zou afhangen; en het bevredigde
+hun gespannen verwachtingen, te zien, dat zij er zeer elegant
+uitzag. Lady Middleton was niet ouder dan zes- of zeven en twintig;
+haar gezicht was knap; haar figuur imposant en forsch, en zij bewoog
+zich gemakkelijk. Haar manieren bezaten al de bevalligheid, die
+haar echtgenoot miste. Maar zij zouden toch hebben gewonnen door een
+weinigje van zijn rondborstigheid en warmte, en haar bezoek duurde lang
+genoeg om hun aanvankelijke bewondering eenigszins te doen verminderen,
+toen zij bespeurden dat zij, ofschoon zeer beschaafde vormen bezittend,
+teruggetrokken en koel was, en niets ten beste had te geven dan de
+meest banale vragen en opmerkingen.
+
+Aan conversatie was overigens geen gebrek; want Sir John was uiterst
+spraakzaam; en Lady Middleton had de wijze voorzorg genomen, haar
+oudste kind mede te brengen, een mooi jongetje van omstreeks zes jaar;
+zoodat er altijd één onderwerp overbleef, waartoe de dames in geval
+van nood hare toevlucht konden nemen; want zij moesten natuurlijk
+informeeren naar zijn naam en leeftijd, zijn aardig gezichtje
+bewonderen, en hem vragen doen, die zijn moeder voor hem beantwoordde,
+terwijl hij zich aan haar vastklemde en zijn hoofdje liet hangen, tot
+groote verbazing van zijn mama, die niet kon begrijpen, waarom hij zoo
+verlegen was in gezelschap, daar hij leven genoeg kon maken tehuis. Bij
+elk officieel bezoek moest er eigenlijk een kind van de partij zijn,
+bij wijze van reserve-onderwerp van gesprek. In het onderhavige geval
+werden tien minuten besteed aan de vraag of de jongen het meest op zijn
+vader of op zijn moeder geleek, en wààrin de bijzondere gelijkenis
+op beiden bestond; want natuurlijk verschilden allen van meening,
+en ieder was over de zienswijze der anderen zeer verbaasd.
+
+Weldra zouden de Dashwoods gelegenheid krijgen om ook over de andere
+kinderen van meening te wisselen; daar Sir John niet wilde heengaan,
+eer zij hem hadden beloofd den volgenden dag te komen eten op het Park.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII
+
+
+Barton Park was ongeveer een halve mijl van hun huis gelegen. De dames
+waren er langs gekomen op hun weg door het dal; maar van uit Barton
+Cottage kon men het goed niet zien liggen, daar een vooruitstekende
+heuvel het vrije uitzicht erop belette. Het huis was groot en mooi;
+en de Middletons wisten in hun levenswijze gastvrijheid te paren aan
+weeldevertoon. De eerste schonk voldoening aan Sir John, het tweede
+aan zijne echtgenoote. Zij waren bijna nooit zonder logeergasten, en
+zij zagen meer menschen van allerlei slag, dan eenige andere familie
+in den omtrek. Voor beider geluk was dit noodzakelijk; want hoezeer
+zij ook verschilden in hun geaardheid en hun wijze van optreden,
+zij geleken sterk op elkander in dat volslagen gebrek aan talent en
+smaak, dat hunne bezigheden, buiten die, welke samenhingen met het
+gezelschapsleven, binnen een zeer engen kring beperkte. Sir John
+was liefhebber van sport, Lady Middleton was moeder. Hij jaagde en
+schoot; zij verwende haar kinderen; en op die genoegens waren zij, wat
+henzelf betrof, aangewezen. Lady Middleton had dit op haar man vóór,
+dat zij hare kinderen het geheele jaar door kon bederven, terwijl Sir
+John's zelfstandige bedrijvigheid slechts de helft van dien tijd in
+beslag nam. Een aanhoudend "bezet zijn," echter, in hun eigen huis
+en daarbuiten, vulde alle leemten aan van natuur en opvoeding; hield
+Sir John in een goed humeur, en schonk zijn vrouw gelegenheid uit te
+blinken door haar beschaafde omgangsvormen. Lady Middleton was zeer
+trotsch op de onberispelijkheid van haar diners, en op de geheele
+inrichting van haar huishouding, en uit die soort van ijdelheid
+sproot haar grootste genoegen voort in de partijen, die zij plachten
+te geven. Maar Sir John's behagen in gezelligen omgang was èchter;
+hij deed niets liever dan meer jongelui om zich heen verzamelen, dan
+zijn huis bergen kon, en hoe meer leven ze maakten, hoe beter het hem
+aanstond. Hij was een zegen voor de heele jeugd in den omtrek; want
+in den zomer beraamde hij altoos uitstapjes, waarbij in de open lucht
+veel koude kip en ham werd verorberd, en in den winter was het aantal
+danspartijen dat hij gaf, voldoende om elke jonge dame te bevredigen,
+die niet leed aan den onverzadelijken danshonger der vijftienjarigen.
+
+De komst van een nieuwe familie in den omtrek was voor hem altijd een
+groot genoegen, en hij was in ieder opzicht verrukt van de bewoners,
+die hij voor zijn huisje te Barton gewonnen had. De meisjes Dashwood
+waren jong, mooi, en eenvoudig. Dat was genoeg om zijn goede meening
+te verwerven, want eenvoudigheid was al wat een mooi meisje behoefde,
+om haar geest even bekoorlijk te doen zijn als haar persoon. Zijn
+welwillende inborst deed hem een genoegen erin vinden juist hun
+van dienst te zijn, wier omstandigheden, vergeleken bij vroeger, als
+betrekkelijk minder gunstig mochten beschouwd worden. Hij smaakte dus,
+door zijnen nichten vriendelijkheid te bewijzen, de oprechte voldoening
+van een goed hart; en dat hij een gezin, uit enkel vrouwen bestaande,
+in zijn huisje had geïnstalleerd, bevredigde hem in zijn kwaliteit
+van jachtliefhebber; want een beoefenaar van die sport moge dan al
+enkel dien leden zijner eigen sekse achting toedragen, die eveneens
+jagers zijn, hij zal niet licht verlangen hen aan te moedigen in hun
+liefhebberij, door hun een vaste woonplaats te verschaffen op zijn
+eigen grondgebied.
+
+Mevrouw Dashwood en hare dochters werden reeds aan de voordeur door
+Sir John begroet, die hen met ongekunstelde hartelijkheid welkom
+heette op Barton Park, en terwijl hij hen naar den salon geleidde,
+den jongen dames opnieuw zijn spijt betuigde, zooals hij den dag te
+voren ook reeds had gedaan, dat hij geen aardige jongelui had kunnen
+inviteeren, om kennis met hen te maken. Ze zouden, behalve hemzelf,
+hier maar één heer aantreffen; een goeden vriend van hem, die bij hen
+logeerde, maar die noch heel jong, noch heel vroolijk was. Hij hoopte
+dat zij het met hun klein kringetje zouden voor lief nemen, en kon hun
+verzekeren, dat het nooit weer zoo zou treffen. Hij had dien morgen
+verschillende families opgezocht, in de hoop om het aantal gasten met
+enkele te vermeerderen; maar het was lichte maan; en dan had iedereen
+invitaties te kust en te keur. Gelukkig was Lady Middleton's moeder
+voor een uurtje aangekomen, en daar zij een heel vroolijke en lieve
+vrouw was, hoopte hij, dat de jonge dames zich niet zoo erg zouden
+vervelen als zij nu wel moesten verwachten. De jonge dames, zoowel
+als hare moeder, waren volkomen tevreden met het vooruitzicht twee
+geheel onbekenden te zullen ontmoeten, en verlangden niet naar meer.
+
+Mevrouw Jennings, Lady Middleton's moeder, was een guitige, vroolijke,
+dikke, bejaarde dame, die veel praatte, blijkbaar pleizier in haar
+leven had, en wier beschaving wel iets te wenschen overliet. Zij deed
+niets dan grappen maken en lachen, en had eer het diner was afgeloopen,
+al veel geestigheden ten beste gegeven over het onderwerp minnaars en
+echtgenooten; zij hoopte dat de meisjes haar harten niet in Sussex
+hadden achtergelaten, en beweerde dat ze hen zag blozen, of ze dat
+deden of niet. Marianne ergerde zich terwille van haar zuster, en
+keek naar Elinor, om te zien hoe zij zich hield onder die plagerij,
+met een bezorgdheid, die Elinor veel meer pijn deed, dan Mevrouw
+Jennings' banale aardigheden haar hadden kunnen veroorzaken.
+
+Kolonel Brandon, de vriend van Sir John, scheen, naar zijn manier van
+doen te oordeelen, al even weinig geschikt om diens vriend te zijn,
+als Lady Middleton paste als zijn vrouw, of Mevrouw Jennings als Lady
+Middleton's moeder. Hij was ernstig en stil. Zijn uiterlijk was echter
+niet afstootend; hoewel hij in de oogen van Marianne en Margaret een
+echte oude vrijer was, die de vijf en dertig al achter den rug had;
+maar al was hij dan niet bepaald mooi, hij had een verstandig gezicht,
+en bijzonder aangename en beschaafde manieren.
+
+Er was niemand onder het gezelschap, die de Dashwoods bijzonder
+aantrok; maar de koele onbeduidendheid van Lady Middleton was zoo
+buitengewoon afstootend, dat daarbij vergeleken de ernst van Kolonel
+Brandon en zelfs de luidruchtige vroolijkheid van Sir John en zijn
+schoonmoeder bijna boeiend mochten genoemd worden. Lady Middleton
+scheen eerst op dreef te komen, toen aan het dessert haar vier drukke
+kinderen binnenkwamen, die op haar hingen, haar kleeren bedierven en
+verder elk gesprek onmogelijk maakten, dat niet henzelf betrof. Toen
+het later in den avond bleek, dat Marianne aan muziek deed, werd haar
+verzocht om iets vóór te spelen. De piano werd opengesloten, ieder
+maakte zich gereed om verrukt te zijn, en Marianne, die heel goed zong,
+nam op hun verzoek de meeste liederen door, die Lady Middleton bij
+haar huwelijk in de familie had meegebracht, en die misschien al dien
+tijd onaangeroerd op de piano hadden gelegen; want de bewuste dame
+had ter eere van die heugelijke gebeurtenis de muziek laten varen,
+hoewel zij, naar haar moeder beweerde, prachtig te spelen placht,
+en er, volgens haar eigen verklaring veel van hield.
+
+Marianne's voordrachten werden zeer toegejuicht. Sir John betuigde
+even luidruchtig zijn bewondering aan 't slot van elk lied, als hij
+gepraat had met de anderen, zoolang het duurde. Lady Middleton riep
+hem herhaaldelijk tot de orde; kon maar niet begrijpen, hoe iemands
+aandacht één oogenblik van muziek kon afdwalen, en vroeg Marianne een
+geliefdkoosd lied van haar te zingen, dat de laatste juist geëindigd
+had. Kolonel Brandon was de eenige van het gezelschap, die haar
+aanhoorde zonder nu juist zoo verrukt te schijnen. Het eenig compliment
+dat hij haar maakte was zijn aandachtig luisteren; en zij voelde
+bij die gelegenheid een eerbied voor hem, waarop de anderen waarlijk
+alle aanspraak hadden verloren, door dat zonder eenige schaamte aan
+den dag leggen van hun gebrek aan smaak. Zijn genoegen in muziek,
+hoewel niet in de verte gelijkend op de enthousiaste verrukking, die
+zij alleen als gelijkwaardig kon beschouwen aan haar eigen gevoel,
+viel te waardeeren, wanneer men het vergeleek bij de afgrijselijke
+ongevoeligheid van de anderen, en zij was redelijk genoeg, om toe
+te geven dat een man van vijf en dertig jaar allicht te oud was
+geworden om nog vatbaar te zijn voor intense gemoedsbeweging of een
+verfijnd vermogen tot genieten. Zij was volkomen bereid, den kolonel
+te beschouwen met al de toegevendheid voor zijn gevorderden leeftijd,
+die haar menschelijk rechtvaardigheidsgevoel van haar eischte.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII
+
+
+Mevrouw Jennings was een weduwe, met een ruim inkomen. Zij had slechts
+twee dochters, die ze beiden tot haar voldoening, een goed huwelijk had
+doen sluiten, en zij had dus thans niet anders meer te doen dan alle
+andere menschen onder elkaar uit te huwelijken. Tot het bevorderen van
+dit doel was zij ijverig werkzaam, zooveel in haar vermogen was, en
+liet geen gelegenheid voorbijgaan om huwelijken te beramen tusschen
+alle jongelieden die zij kende. Zij was merkwaardig vlug in het
+ontdekken van genegenheden, en had meermalen 't genoegen gesmaakt,
+den blos van gevleide ijdelheid eener jonge dame te voorschijn te
+roepen, door toespelingen op den indruk, door haar op dezen of genen
+heer gemaakt; en die soort van scherpzinnigheid stelde haar in staat,
+al spoedig na haar aankomst te Barton met beslistheid te verklaren,
+dat Kolonel Brandon heel erg verliefd was op Marianne Dashwood. Zij
+had er al eenig vermoeden van, den allereersten avond dat ze elkaar
+ontmoetten, omdat hij zoo aandachtig naar haar zingen had geluisterd;
+en toen de Middletons het bezoek beantwoordden, door bij Mevrouw
+Dashwood te komen eten, werd dat vermoeden bewaarheid, want hij was
+weer één en al oor. Het moest wel. Ze was er stellig zeker van. Ze
+pasten uitmuntend bij elkaar, want _hij_ was rijk, en _zij_ was
+mooi. Mevrouw Jennings was al verlangend geweest om Kolonel Brandon
+gelukkig getrouwd te zien, van 't oogenblik af, dat zij hem door Sir
+John had leeren kennen; en zij bezorgde altoos graag aan ieder mooi
+meisje een goeden man.
+
+Voor haar zelf was hieraan een niet gering onmiddellijk voordeel
+verbonden. Want het leverde haar stof tot onuitputtelijke grappen op
+hunne kosten. Op Barton Park lachte zij om den kolonel, en in Barton
+Cottage om Marianne. Den eersten liet haar scherts, waarschijnlijk,
+wat hèm betrof, volkomen onverschillig; voor de laatste bleef zij in
+'t begin totaal onbegrijpelijk, en toen zij eindelijk de bedoeling
+had gevat, wist ze niet recht, of ze zou lachen om de dwaasheid van
+die voorstelling, of boos worden om de onbescheidenheid ervan; want
+zij beschouwde het als een hartelooze bespotting van des kolonels
+gevorderden leeftijd en zijn beklagenswaardigen staat van ongetrouwd
+oud heer.
+
+Mevrouw Dashwood, voor wie een man, die vijf jaar jonger was dan
+zijzelve, moeilijk zóó stokoud kon zijn, als hij toe scheen aan de
+jeugdige verbeelding harer dochter, trachtte Mevrouw Jennings te
+zuiveren van de verdenking, dat zij hem om zijn hoogen leeftijd had
+willen bespotten.
+
+"Maar mama, u kunt de dwaasheid van die beschuldiging toch niet
+ontkennen, al gelooft u, dat ze niet opzettelijk kwaad bedoeld
+was. Kolonel Brandon is jonger dan Mevrouw Jennings, dat is waar; maar
+hij is oud genoeg om _mijn_ vader te zijn, en als hij ooit levendig
+genoeg geweest is om verliefd te wezen, dan moet hij nu toch veel te
+oud zijn geworden voor eenige gewaarwording van dien aard. 't Is àl
+te belachelijk! Wanneer zal iemand toch bewaard blijven voor zulke
+geestigheden, als zijn ouderdom en de gebreken ervan hem niet eens
+meer beschermen?"
+
+"Gebreken!" zei Elinor; "noem je Kolonel Brandon misschien
+gebrekkig? Ik kan me wel voorstellen, dat hij in jouw oogen heel
+wat ouder lijkt dan in die van moeder; maar je kunt je toch moeilijk
+wijsmaken, dat hij 't gebruik van zijn ledematen mist?"
+
+"Hoorde je hem dan niet klagen over rheumatiek? En is dat niet de
+meest voorkomende kwaal van den ouderdom?"
+
+"Mijn lieve kind," zei haar moeder lachend, "op die manier moet
+je wel aanhoudend beangst zijn over _mijn_ verval van krachten, en
+'t moet je wel een wonder schijnen, dat ik den hoogen leeftijd van
+veertig jaren heb mogen bereiken."
+
+"Mama, dat is nu niet eerlijk tegenover mij. Ik weet best, dat Kolonel
+Brandon nog niet zoo oud is, dat zijn vrienden moeten vreezen hem te
+verliezen door den eisch der natuur. Hij kan nog wel twintig jaar
+leven. Maar als men vijf en dertig is, komt men voor trouwen niet
+meer in aanmerking."
+
+"Misschien," zei Elinor, "moesten vijf en dertig en zeventien maar
+liever niet samengaan, als er van trouwen sprake is. Maar als het
+toevallig zoo eens uitkwam, dat een vrouw op zeven en twintig jarigen
+leeftijd nog ongetrouwd was gebleven, dan dunkt mij niet, dat het voor
+een huwelijk tusschen _haar_ en Kolonel Brandon een beletsel zou zijn,
+dat hij vijf en dertig is."
+
+"Een vrouw van zeven en twintig jaar," zei Marianne, na een oogenblik
+zwijgens, "kan onmogelijk meer hopen liefde te gevoelen of in te
+boezemen; en als zij geen aangenaam thuis heeft, of weinig geld, dan
+kan ik mij voorstellen, dat zij de taak van een verpleegster gelaten
+zou aanvaarden, terwille van haar verzekerde toekomst en gevestigde
+positie als getrouwde vrouw. Als hij zulk een vrouw trouwde, dan
+zou daar niets ongepasts in zijn. Een verdrag, aangegaan tot beider
+voordeel, terwijl de wereld zou zijn tevredengesteld. In mijn oogen zou
+het in 't geheel geen huwelijk zijn, maar dat doet er natuurlijk niet
+toe. Voor mij zou het een handelsovereenkomst schijnen, waarbij beide
+partijen zichzelf wenschten te bevoordeelen, ten koste der andere."
+
+"Ik weet het wel, 't is onmogelijk," antwoordde Elinor, "je te
+overtuigen, dat een vrouw van zeven en twintig voor een man van vijf
+en dertig ook maar iets kan voelen, dat genoeg op liefde lijkt, om
+haar hem tot een wenschelijk levensgezel te doen verkiezen. Maar
+ik kom er toch tegenop, dat je Kolonel Brandon en zijn vrouw tot
+voortdurende opsluiting in een ziekenkamer zoudt willen veroordeelen;
+alleen maar, omdat hij gisteren (op een erg kouden, vochtigen dag)
+een beetje klaagde over wat rheumatiek in zijn eenen schouder."
+
+"Maar hij had het over flanellen vesten," zei Marianne; "en voor mij
+is een flanellen vest onvermijdelijk verbonden aan pijnen, zinkingen,
+rheumatiek en alle soorten van kwalen, waar mee oude en zwakke menschen
+behept zijn."
+
+"Had hij maar hevige koorts gehad, dan zou je niet half zoo
+verachtelijk op hem hebben neergezien. Beken 't maar, Marianne, is er
+niet iets buitengewoon interessants voor je in de gloeiende wangen,
+holle oogen, en gejaagden pols van een koortslijder?"
+
+Kort daarna, toen Elinor uit de kamer was gegaan, zei Marianne:
+"Mama, van ziekte gesproken; ik ben op dat punt ongerust, ik zal
+'t u maar eerlijk zeggen. Ik geloof stellig, dat het met Edward
+Ferrars niet in orde is. We zijn hier nu al haast veertien dagen,
+en nog komt hij niet. Ongesteldheid alleen kan de oorzaak zijn van
+dat allervreemdste uitstel. Wat kan hem anders te Norland terughouden?"
+
+"Hadt je dan verwacht, dat hij zóó gauw zou komen?" zei Mevrouw
+Dashwood. "Ik niet. Integendeel, zoo ik al eenige bezorgdheid op
+dat punt heb gekoesterd, dan was dat, wanneer ik mij herinnerde, hoe
+hij soms opvallend weinig opgewektheid of genoegen toonde, wanneer
+ik erover sprak, dat hij ons in Barton zou bezoeken. Geloof je,
+dat Elinor hem nu al verwacht?"
+
+"Ik heb er nooit met haar over gesproken; maar natuurlijk doet ze dat."
+
+"Daarin zou je je wel kunnen vergissen; want toen ik gisteren
+iets tegen haar zei over 't plaatsen van een nieuwen haard in de
+logeerkamer, vond ze, dat daar niet bepaald haast bij was; want het
+was niet waarschijnlijk, dat die kamer vooreerst gebruikt zou worden."
+
+"Hoe vreemd toch! Wat zou het beduiden? Maar hun geheele houding
+tegenover elkaar vond ik onverklaarbaar in den laatsten tijd. Wat
+namen ze koel en bedaard afscheid! Wat hadden ze elkaar weinig
+te zeggen op den laatsten avond van hun samenzijn! Edward nam van
+Elinor niet anders afscheid dan van mij; 't was alsof een hartelijk
+gezinde broer ons beiden het beste wenschte. Tweemaal heb ik hen den
+laatsten morgen met opzet alleen gelaten, en beide keeren ging hij,
+zonder de minste reden, na mij de kamer uit. En Elinor schreide niet,
+zooals ik, toen ze Norland èn Edward verliet. Zelfs nu verliest zij
+nooit haar zelfbeheersching. Wanneer is zij ooit terneergeslagen
+of droefgeestig? Wanneer tracht zij het gezelschap van vreemden
+te vermijden, of schijnt in hunne tegenwoordigheid rusteloos en
+onvoldaan?"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX
+
+
+De Dashwoods hadden zich thans te Barton behagelijk ingericht. Met het
+huis en den tuin, zoowel als de geheele omgeving, waren zij vertrouwd
+geraakt, en de geregelde dagelijksche bezigheden, die de helft der
+bekoring van Norland hadden uitgemaakt, werden hervat, met veel meer
+genoegen, dan zij er ooit meer te Norland in hadden gevonden sedert
+den dood van hun vader. Sir John Middleton, die hen in de eerste
+paar weken elken dag kwam opzoeken, en die niet gewend was tehuis
+veel bedrijvigheid te zien, kon niet nalaten zijn verwondering te
+uiten over het feit, dat hij hen altijd druk met iets bezig vond.
+
+Veel bezoek, behalve dan vanuit Barton Park, ontvingen zij niet;
+want ondanks Sir Johns dringende aanmaning om toch overal in den
+omtrek kennis te maken, en zijn herhaalde verzekering, dat zijn
+rijtuig ten allen tijde ter hunner beschikking stond, overwon Mevrouw
+Dashwood's onafhankelijkheidsgevoel haar wensch naar gezelligen
+omgang voor hare kinderen, en zij bleef bij haar vast besluit om
+geen families te bezoeken, die te veraf woonden, om ze wandelende te
+bereiken. Er vielen slechts weinige in die termen; en niet eens alle
+waren bereikbaar. Op ongeveer anderhalve mijl afstand van hun huisje,
+in de smalle slingerende vallei van Allenham, die zich, zooals boven
+werd omschreven, uit het dal van Barton vertakte, hadden de meisjes
+op een harer eerste wandelingen een oud, en deftig uitziend heerenhuis
+ontdekt, waaraan hun verbeelding iets aantrekkelijks verleende, omdat
+het hen aan Norland deed denken, zoodat zij het wel gaarne nader
+hadden willen leeren kennen. Doch zij vernamen, bij verdere navraag,
+dat de eigenares, een bejaarde en zeer achtenswaardige vrouw, helaas
+te ziekelijk was om in gezelschap te verkeeren, en nooit uitging.
+
+Aan mooie wandelingen was in den omtrek waarlijk geen gebrek. De
+hooge heuvelhellingen, die hen van uit elk venster van hun huisje
+schenen uit te noodigen, om het verrukkelijk genot te smaken van de
+zuivere lucht op hunne toppen, vormden een aangename afwisseling,
+wanneer het in de dalen daarbeneden te modderig was, om van hunne
+grootere schoonheden te genieten, en naar een dier heuvels richtten
+Marianne en Margaret op een gedenkwaardigen morgen hare schreden,
+verlokt door een glimp van zonneschijn in een buiïge lucht, en niet
+langer bij machte, de strikte opsluiting te verdragen, waartoe de
+aanhoudende regen van de twee vorige dagen hen had veroordeeld. Het
+weer was niet uitlokkend genoeg om de beide anderen te bewegen, boek
+en penseel neer te leggen, ondanks Marianne's verzekering, dat het
+een prachtige dag beloofde te worden, en dat elke dreigende wolk van
+hun heuvels zou optrekken; dus togen de beide meisjes er samen op uit.
+
+Vroolijk klommen zij den heuvel op, zich verheugend in elk stukje
+blauwe lucht, dat hun doorzicht bewees, en toen de opwekkende vlagen
+van een sterke Zuid-Westerbries hun in het gezicht woeien, beklaagden
+zij haar moeder en Elinor om de vreesachtigheid, die haar had belet,
+deze heerlijke gewaarwordingen te deelen. "Is er wel _iets_ zoo zalig
+in de wereld als dit?" zei Marianne. "Margaret, een paar uur op zijn
+minst zal onze wandeling duren."
+
+Daarmee was Margaret het eens, en zij liepen voort tegen den wind in,
+dien zij lachend van pret nog een twintig minuten weerstand boden,
+toen plotseling de wolken zich samenpakten boven hun hoofd, en een
+felle slagregen hun vlak in 't gezicht joeg. Verdrietig en verrast
+moesten ze wel, tegen hun zin, omkeeren, want er was geen schuilplaats
+naderbij dan hun eigen huis. Een troost bleef hun echter over, die
+in dezen uitersten nood het aangewezen middel tot uitkomst scheen;
+zij mochten nu, zoo hard ze maar konden, de steile helling van den
+heuvel afhollen, die rechtstreeks naar hun tuinhekje leidde.
+
+Ze namen haar vaart. Marianne bleef eerst vooraan; maar een misstap
+deed haar struikelen, en Margaret, niet in staat op te houden, om haar
+zuster te helpen, werd onvrijwillig voortgedreven, en kwam behouden
+beneden aan den voet.
+
+Een heer, die een geweer droeg, kwam met twee spelende jachthonden
+juist den heuvel op, en was vlak bij Marianne, toen zij viel. Hij
+legde zijn geweer neer, en schoot toe om haar te helpen. Zij was half
+opgestaan maar had door den val haar voet verstuikt en kon er bijna
+niet op staande blijven. De vreemde heer bood aan haar behulpzaam
+te zijn, en toen hij bemerkte, dat zij uit zedigheid weigerde,
+wat haar toestand noodzakelijk maakte, nam hij haar zonder woorden
+te verspillen in zijn armen, en droeg haar den heuvel af. Den tuin
+doorgaande, waarvan Margaret het hek had opengelaten, bracht hij haar
+in het huis, waar Margaret juist was aangekomen, en liet haar niet los,
+eer hij haar op een stoel in de huiskamer had neergezet.
+
+Elinor en haar moeder stonden verbaasd op, toen zij binnenkwamen,
+en terwijl beider blik op hem bleef rusten met blijkbare verbazing,
+niet zonder geheime bewondering, door zijn voorkomen gewekt,
+verontschuldigde hij zijn indringen, door de oorzaak ervan te
+verklaren, op zulk een vrijmoedigen en innemenden toon, dat zijn
+buitengewoon knap uiterlijk aan stem en uitdrukking nog grootere
+bekoring ontleende. Zelfs al was hij oud, leelijk en grof geweest, dan
+nog zou hij Mevrouw Dashwood's dankbare welwillendheid hebben gewonnen
+door elk hulpbetoon, aan haar kind verleend, maar de invloed van jeugd,
+schoonheid en distinctie schonk aan zijn daad een belangwekkendheid,
+die haar trof tot in het diepst van haar gemoed. Zij betuigde hem
+meermalen haar innigen dank, en vroeg hem met de innemendheid, die haar
+eigen was, of hij niet wilde plaats nemen. Dit deed hij liever niet,
+daar hij vuil en nat was. Daarop vroeg Mevrouw Dashwood, aan wien zij
+dank was verschuldigd. Zijn naam, antwoordde hij, was Willoughby, en
+op het oogenblik was hij gelogeerd te Allenham, vanwaar hij hoopte,
+dat zij hem zou willen toestaan haar morgen een bezoek te brengen,
+om te vernemen hoe Mejuffrouw Dashwood het maakte. Dat verlof werd
+hem gaarne geschonken, en daarop vertrok hij, interessanter nog in
+haar oogen dan te voren, midden in een zware regenbui.
+
+Zijn mannelijke schoonheid en de ongemeene losheid waarmede hij zich
+bewoog, vormden aanstonds het onderwerp van hun aller bewonderende
+gesprekken, en de vroolijkheid, waartoe zijn galante houding jegens
+Marianne aanleiding gaf, kreeg een zeer bijzonder tintje door zijn
+aantrekkelijk uiterlijk. Marianne zelf had hem minder goed opgenomen
+dan de anderen, want de verwarring, die haar diep had doen blozen,
+toen hij haar optilde, had het haar bijna onmogelijk gemaakt, hem te
+durven aanzien, nadat zij het huis waren binnengetreden. Doch zij had
+genoeg van hem gezien om met de bewondering der anderen in te stemmen,
+met de warmte, die altoos eigen was aan haar lof.
+
+Zijn houding en voorkomen waren juist zooals haar verbeelding haar
+den held van een harer geliefkoosde romans afschilderde; en in dat
+zonder bedenken haar in huis dragen lag iets van snelle beradenheid,
+dat in haar oogen de handeling tot iets zeer bijzonders stempelde. Alle
+omstandigheden, hem betreffende, waren even interessant. Zijn naam had
+een goeden klank, hij logeerde in een aardig hun welbekend plaatsje,
+en zij was het al spoedig met zich zelf eens, dat van alle mannelijke
+kleedij een jachtcostuum het meest flatteerde. Haar verbeelding
+werd steeds bezig gehouden; ze was vervuld van blijde gedachten,
+en de pijn van den verstuikten enkel werd niet geteld.
+
+Sir John kwam hen opzoeken, zoodra de volgende opklaring van 't
+weer dien morgen hem toeliet uit te gaan, en na het verslag van
+Marianne's ongeval werd hem dringend gevraagd of hij ook een heer
+kende te Allenham, die Willoughby heette.
+
+"Willoughby?" riep Sir John: "wel, wel, is _die_ hier buiten? Dat
+is goed nieuws; ik rijd er morgen heen en vraag hem voor Donderdag
+ten eten."
+
+"Ken je hem dan?" vroeg Mevrouw Dashwood.
+
+"Kennen? ja zeker! Hij komt hier elk jaar."
+
+"En wat voor een soort man is hij wel?"
+
+"De beste jongen van de wereld; dat kan ik je verzekeren. Een
+uitmuntend jager, en in 't rijden heeft hij in Engeland zijn gelijke
+niet."
+
+"En is _dat_ al wat u te zijnen gunste kan aanvoeren?" riep Marianne
+verontwaardigd. "Maar hoe is hij wel in den intiemen omgang? Waarmee
+houdt hij zich bezig, heeft hij talenten, een genialen aanleg?"
+
+Sir John wist niet recht wat hij dáárop zou zeggen.
+
+"Ja," zei hij, "om de waarheid te zeggen, op _die_ punten weet ik
+niet veel van hem af. Maar 't is een gezellige vroolijke kerel, en
+hij heeft den mooisten jachthond dien ik ooit heb gezien. Een zwart
+teefje. Had hij haar bij zich vandaag?" Maar Marianne kon hem evenmin
+inlichten omtrent de kleur van 's heeren Willoughby's hond, als hij
+haar de schakeeringen van diens geest vermocht te omschrijven. "Maar
+wie is hij eigenlijk?" vroeg Elinor. "Waar komt hij vandaan? Heeft
+hij in Allenham een eigen huis?"
+
+Op die punten kon Sir John hun meer betrouwbare inlichtingen
+verschaffen, en hij vertelde hun, dat de Heer Willoughby hier in de
+buurt geen eigendom bezat; en dat hij hier alleen vertoefde, als hij
+de oude dame kwam bezoeken op Allenham Court, die een bloedverwante
+van hem was, en wier bezittingen hij zou erven; terwijl hij erbij
+voegde: "Ja, ja, hij is de moeite waard om te veroveren, dat kan
+ik je verzekeren, Elinor; hij heeft nog een mooie buitenplaats in
+Somersetshire ook; als ik je was, ik stond hem niet af aan mijn
+jongere zuster, al rolde ze van nog zooveel heuvels af. Marianne
+moet niet denken dat alle heeren alleen om háár komen. Brandon zal
+jaloersch zijn, als ze niet oppast."
+
+"Ik geloof niet," zei Mevrouw Dashwood, met een oolijk lachje, "dat
+de Heer Willoughby last zal hebben van pogingen van een van _mijne_
+dochters om hem te veroveren, zooals je dat noemt. In _die_ richting
+is hun opvoeding niet geleid geworden. Mannen behoeven voor _ons_
+niet bang te zijn, al zijn ze ook nog zoo rijk. Maar ik ben blij,
+te hooren dat hij van goede familie is, en iemand, met wien men niet
+ongaarne zou kennismaken."
+
+"Ja, 't is een beste kerel, voor zoover ik weet," herhaalde
+Sir John. "'t Vorig jaar, met Kerstmis, bij gelegenheid van een
+danspartijtje bij ons op het Park, heeft hij gedanst van acht uur tot
+'s morgens vier, aan één stuk door, zonder te gaan zitten."
+
+"Och, werkelijk?" riep Marianne met schitterende oogen, "en danste
+hij mooi, met vuur en overgave?"
+
+"Ja, en om acht uur was hij alweer bij de hand, om mee uit te rijden
+op de jacht."
+
+"Dáar houd ik nu van; zóo moeten jongelui zijn. Zóo vurig in al wat
+ze doen, dat ze niet willen weten van matiging, en geen vermoeidheid
+bespeuren."
+
+"Jawel, jawel, ik zie 't al aankomen," zei Sir John. "Ik weet wel,
+hoe 't zal gaan. Je hebt nu een goed oogje op hèm; voor dien armen
+Brandon is de kans verkeken."
+
+"Dàt is een uitdrukking," zei Marianne met grooten nadruk, "waaraan
+ik een verschrikkelijken hekel heb. Ik verfoei al die banale pogingen
+om grappig te zijn, en "een oogje op iemand hebben," of "een conquête
+maken" kan ik 't allerminst uitstaan. Ze spruiten voort uit een ruwe en
+bekrompen opvatting, en zoo al er ooit een zweem van puntige raakheid
+was in die zegswijzen, dan heeft de tijd die nu toch reeds lang te
+niet gedaan."
+
+Sir John begreep niet veel van die terechtwijzing; maar hij lachte even
+hartelijk, alsof hij dat wèl deed, en zei: "O, kom; aan conquête's zal
+'t jou niet ontbreken; is het de een niet, dan is het de ander. Die
+arme Brandon! hij is tot over de ooren verliefd, en dat _die_ een
+goede vangst zou zijn, dàt kan ik je verzekeren, vallen en enkeltjes
+verstuiken, of niet."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X
+
+
+Marianne's levensredder, zooals Margaret, meer sierlijk dan juist,
+zich uitdrukkend, den Heer Willoughby betitelde, kwam reeds vroeg
+den volgenden morgen zich persoonlijk van den goeden afloop van
+het ongeval overtuigen. Mevrouw Dashwood ontving hem met nog iets
+meer dan beleefdheid, met een vriendelijkheid, waartoe Sir John's
+mededeelingen en haar eigen dankbaarheid haar aandreven; en al wat
+voorviel gedurende zijn bezoek werkte mede om hem een hoogen dunk te
+doen opvatten van de verstandelijke ontwikkeling, de fijne beschaving,
+de wederkeerige genegenheid en het huiselijk behagen van het gezin,
+dat hij door een toeval had keren kennen. Omtrent de uiterlijke
+bekoorlijkheden der jonge dames behoefde geen tweede ontmoeting hem
+vollediger zekerheid te verschaffen.
+
+Elinor zag er wat teer uit; maar had geregelde trekken, en een
+bijzonder lief figuurtje. Marianne was mooier. Misschien iets minder
+welgebouwd dan haar zuster, viel zij door haar lengte meer op dan
+deze, en haar gezichtje was zóó bekoorlijk, dat men, door haar met de
+gewone overdrijving van banale loftuigingen "een schoonheid" te noemen,
+der waarheid minder te kort deed, dan gewoonlijk geschiedt. Haar tint
+was zeer donker, maar het doorschijnend zuivere van haar fijne huid
+deed haar schitterenden blos des te meer uitkomen, hare trekken waren
+welbesneden, haar glimlach was bekoorlijk en innemend, en haar oogen,
+die zeer donker waren, tintelden van een leven, een geest, een vuur,
+die men niet kon aanschouwen zonder in verrukking te geraken. Hun
+uitdrukking bleef aanvankelijk tegenover Willoughby eenigszins
+ingehouden, tengevolge van de verlegenheid, door de herinnering aan
+zijn hulp opnieuw gewekt. Doch toen dat voorbijging, toen zij haar
+rustige zelfbezinning herkreeg,--toen zij zag, dat hun bezoeker aan
+zijn volmaakte wellevendheid zoowel openhartigheid als levendige
+vroolijkheid paarde, en vooral toen zij hem hoorde verklaren, dat
+hij een hartstochtelijk liefhebber was van dansen en muziek, gaf
+haar blik een onmiskenbaar welgevallen te kennen, dat haar voor den
+verderen duur van het bezoek zijn onverdeelde aandacht verzekerde.
+
+Het was voldoende, een harer geliefkoosde uitspanningen aan te roeren,
+om haar aan het praten te brengen. Zij kòn niet zwijgen, wanneer
+die onderwerpen ter sprake kwamen, en verlegenheid of terughouding
+bestonden daarbij voor haar niet. Zij ontdekten al spoedig, dat
+de liefhebberij voor dansen en muziek door beiden werd gedeeld, en
+voortsproot uit een algeheele overstemming van hun oordeel omtrent
+al wat met die genoegens in verband stond. Hierdoor aangemoedigd
+tot een nader onderzoek naar zijne opvattingen, begon zij hem te
+ondervragen op het punt van literatuur; haar geliefkoosde schrijvers
+werden opgenoemd en besproken met een zoo geestdriftige verrukking,
+dat een jong mensch van vijf en twintig jaar wel uiterst ongevoelig
+moest zijn geweest, zoo hij niet onmiddellijk overtuigd ware geworden
+van de voortreffelijkheid hunner werken, al had hij ze van te voren
+nooit ingezien. Hun smaken kwamen merkwaardig overeen. Dezelfde
+boeken, dezelfde bladzijden erin werden door hen om het vurigst
+bewonderd,--en zoo er al eenig verschil van meening bestond, eenige
+tegenwerping werd geopperd, dan duurde dit toch slechts zóólang tot
+de welsprekendheid harer argumenten en de schittering in haar oogen
+het pleit hadden beslecht. Hij was het eens met al haar beslissende
+uitspraken, stemde in met al haar verrukte ontboezemingen, en lang
+vóór zijn bezoek was geëindigd, waren zij reeds zoo vertrouwelijk in
+gesprek alsof zij elkander jaren hadden gekend.
+
+"Nu Marianne," zei Elinor, zoodra hij was heengegaan; "mij dunkt dat
+je dezen éénen morgen goed gebruikt hebt. Op bijna elk belangrijk
+punt heb je Mijnheer Willoughby's meening weten in te winnen. Je hebt
+gehoord, hoe hij denkt over Cowper en Scott; je bent zeker, dat hij hun
+schoonheden naar behooren weet te waardeeren, en je hebt de stellige
+overtuiging verkregen, dat hij voor Pope niet méér gevoelt, dan hij
+met fatsoen niet laten kan. Maar hoe zal die omgang lang kunnen duren,
+als ieder onderwerp van gesprek met zoo verbijsterende vlugheid wordt
+afgehandeld? Je zult over al je stokpaardjes gauw zijn uitgepraat. Bij
+een volgend bezoek zal hij voldoende gelegenheid krijgen om zijn
+gevoelens te uiten over schilderachtig natuurschoon en tweede
+huwelijken, en dan blijft er niets meer voor je te vragen over..."
+
+"Elinor," riep Marianne; "is dàt nu eerlijk; is dat nu waar? Heb ik
+zóó weinig oorspronkelijke denkbeelden?--Maar ik weet wel, wat je
+bedoelt. Ik was te veel op mijn gemak, te vroolijk, te openhartig. Ik
+heb gezondigd tegen alle banale welvoegelijkheids-begrippen. Ik was
+oprecht en open, waar ik terughoudend, saai, vervelend en huichelachtig
+had moeten zijn. Wanneer ik alleen maar over 't weer en de wegen had
+gesproken, wanneer ik eens in de tien minuten mijn mond had opengedaan,
+dan zou dit verwijt mij zijn bespaard gebleven.
+
+"Lieve kind," zei haar moeder; "je moet het Elinor niet kwalijk
+nemen;--ze zei het maar voor de grap. Ik zou zelf boos op haar worden,
+als ze 't over zich kon verkrijgen, je het genoegen te bederven van
+je gesprekken met onzen nieuwen vriend."--Marianne's ergernis was in
+een oogwenk geweken.
+
+Willoughby van zijn kant bewees, door zijn blijkbaar verlangen om den
+pas begonnen omgang geregeld voort te zetten, ten duidelijkste hoeveel
+behagen hij erin schiep. Hij kwam thans iederen dag. In het begin
+kon de vraag hoe het Marianne ging, als voorwendsel dienen; doch de
+met den dag toenemende vriendelijkheid, waarmede hij werd ontvangen
+maakte zulk een voorwendsel overbodig, reeds eer het onmogelijk had
+kunnen dienst doen, door Marianne's volkomen herstel. Zij moest een
+paar dagen thuisblijven; doch nooit was eenig huisarrest haar minder
+onaangenaam geweest. Willoughby was een jonge man met een helder hoofd,
+een levendige verbeelding, een opgewekte natuur en iets openhartigs
+en vriendelijks in zijn optreden. Hij was als voorbestemd om juist
+Marianne's hart te winnen; want aan al die gaven paarde hij niet
+slechts een innemend uiterlijk, doch tevens een natuurlijke vurigheid
+van geest, die thans door háár voorbeeld werd gewekt en aangespoord, en
+die hem meer dan eenige andere eigenschap haar genegenheid deed winnen.
+
+Met hem samen te zijn werd van lieverlede haar allergrootst
+genoegen. Zij lazen, zij praatten, zij zongen met elkaar: hij was zeer
+muzikaal, en hij las voor met al het gevoel en het vuur, waaraan het
+Edward helaas had ontbroken.
+
+In Mevrouw Dashwood's oogen was hij even volmaakt als in die van
+Marianne; en Elinor vond niets op hem aan te merken, behalve een
+neiging, waarin hij sterk op haar zuster geleek en die deze dan ook
+bijzonder behaagde, van bij alle voorkomende gelegenheden veel te
+ronduit zijn meening te zeggen, zonder daarbij rekening te houden met
+personen en omstandigheden. Door dat overijld oordeelen en zijn oordeel
+uitspreken over anderen, door de wellevendheid in een grooteren kring
+te laten achterstaan bij het genoegen van zich onverdeeld te wijden aan
+de uitverkorene zijns harten, en door een zeker luchtig verwaarloozen
+van maatschappelijke omgangsvormen, gaf hij blijk van een gebrek
+aan voorzichtigheid, dat Elinor niet kon goedkeuren, ondanks al wat
+Marianne en hij hadden aan te voeren ten gunste van hunne opvatting.
+
+Marianne begon nu te bespeuren dat de vrees om nooit een man te zullen
+ontmoeten, die haar ideaal van volmaaktheid nabij kwam, een vrees,
+die haar zoo wanhopig had gemaakt, toen zij nog maar pas zestien
+jaar was, voorbarig en ongerechtvaardigd was geweest. Willoughby was
+al wat haar verbeelding haar in die droeve ure had voorgespiegeld,
+en thans, in zooveel blijdere dagen, even bereid en gereed om haar
+hart te winnen; zijn gedrag toch bewees, dat zijn verlangens in dat
+opzicht even ernstig gemeend waren, als zijn vermogen om liefde in
+te boezemen krachtig was.
+
+Ook haar moeder, in wier geest het vooruitzicht van zijn toekomstigen
+rijkdom geen enkele berekenende gedachte aan een huwelijk had gewekt,
+begon, eer een week was voorbijgegaan, daarop te hopen en het te
+verwachten; in stilte wenschte zij zichzelve dan ook reeds geluk met
+twee zulke schoonzoons als Edward en Willoughby.
+
+Kolonel Brandon's belangstelling in Marianne, die zijn vrienden
+reeds zoo spoedig hadden opgemerkt, werd thans eerst duidelijk
+voor Elinor; nu de anderen er niet meer op letten. Hun aandacht en
+hun geestigheden kozen zich thans zijn gelukkigen mededinger tot
+doelwit, en de plagerijen, waaraan de Kolonel had blootgestaan, eer
+hij eenige voorkeur had doen blijken, hielden op, toen zijn gevoelens
+met meer recht de spotternij hadden kunnen uitlokken, die gevoeligheid
+maar al te dikwijls pleegt te treffen. Elinor moest, haars ondanks,
+wel gelooven, dat de gevoelens, welke Mevrouw Jennings hem te haren
+opzichte had toegeschreven, hem thans werkelijk werden ingeboezemd
+door hare zuster, en dat, al mocht een algemeene overeenstemming
+tusschen beider karaktertrekken de neiging van Willoughby in de
+hand werken, een even opvallende tegenstelling in aard en aanleg
+geen beletsel was voor Kolonel Brandon's genegenheid. Zij zag het
+met leedwezen; want wat kon een stille man van vijf en dertig hopen,
+naast en tegenover een vijf en twintigjarige, die een en al vuur en
+leven was? En daar zij zelfs niet kon wenschen, dat zijn verlangen
+vervuld zou worden, hoopte zij van harte, dat hij onverschillig
+mocht zijn. Zij hield van hem;--ondanks zijn ernst en terughouding
+wekte hij hare belangstelling. Ofschoon zoo ernstig, was hij zacht
+en vriendelijk in den omgang, en zijn teruggetrokken houding scheen
+veeleer het gevolg van gedruktheid, dan van een zwaarmoedigen en
+somberen aard. Sir John had zich wel eens iets laten ontvallen over
+door hem ondervonden grieven en teleurstellingen, welke haar vermoeden
+dat hij ongelukkig was, bevestigden, en zij beschouwde hem met
+eerbied en medelijden. Misschien beklaagde en waardeerde zij hem des
+te meer omdat hij weinig in tel was bij Willoughby en Marianne, die,
+bevooroordeeld tegenover iemand, noch jong, noch opgewekt van aard,
+zich schenen te hebben voorgenomen, zijn verdienste te onderschatten.
+
+"Brandon is nu zoo iemand," zei Willoughby eens, toen zij samen over
+hem spraken, "die door ieder wordt geprezen, en om wien niemand geeft;
+die steeds met blijdschap wordt begroet; maar wien iedereen vergeet
+aan te spreken."
+
+"Dat is nu juist de indruk, dien hij ook maakt op mij," riep Marianne.
+
+"Daar behoef je je niet op te verheffen," zei Elinor; "want het is van
+jullie allebei onrechtvaardig. Hij wordt ten zeerste gewaardeerd door
+de familie op Barton Park, en ik zelf zie hem nooit, zonder bepaald
+moeite te doen met hem een gesprek te voeren."
+
+"Dat u hem de hand boven 't hoofd houdt," antwoordde Willoughby,
+"spreekt te zijnen gunste; maar die waardeering van de anderen is op
+zichzelf al een blaam. Wie zou de schande willen verdragen van zich
+geprezen te zien door dames als Lady Middleton en Mevrouw Jennings,
+die door ieder ander met de meest volkomen onverschilligheid worden
+beschouwd?"
+
+"Maar misschien weegt de afkeuring van menschen als u en Marianne wel
+op tegen de waardeering van Lady Middleton en haar moeder. Als haar
+lof blaam is, dan kan jelui blaam wel als lof worden aangemerkt;
+want hun gemis van doorzicht is volstrekt niet grooter dan jelui
+vooroordeel en onbillijkheid."
+
+"Waar het geldt uw beschermeling te verdedigen, wordt u zelfs scherp."
+
+"Mijn beschermeling, zooals u hem noemt, is een verstandig man, en
+tot verstand voel ik mij altijd aangetrokken. Ja Marianne, zelfs in
+een man tusschen de dertig en veertig. Hij heeft veel van de wereld
+gezien; lang in het buitenland vertoefd; hij houdt van lezen en is
+gewend, na te denken. Ik heb ondervonden, dat hij in staat was, mij
+omtrent allerlei onderwerpen voor te lichten, en hij heeft altoos
+mijn vragen beantwoord met de bereidwilligheid van een beschaafd en
+goedhartig man."
+
+"Nu ja," riep Marianne op minachtenden toon, "hij heeft je verteld
+dat in Oost-Indië het klimaat erg warm is, en dat de muskieten er
+lastig zijn."
+
+"Dat _zou_ hij mij allicht verteld hebben, als ik hem ernaar had
+gevraagd; maar toevallig waren dat punten, waaromtrent ik reeds eerder
+zekerheid had verkregen."
+
+"Misschien," zei Willoughby, "strekten zijn waarnemingen zich wel
+uit tot nabobs, rijk versierde mooren, en palankijnen."
+
+"Ik durf wel zeggen, dat _zijn_ waarnemingen verder reikten dan uw
+doorzicht. Maar wat hebt u eigenlijk op hem tegen?"
+
+"Ik hèb niets op hem tegen. Integendeel, ik beschouw hem als een zeer
+achtenswaardig man, die door ieder geroemd wordt, en van wien niemand
+notitie neemt; iemand die meer geld heeft, dan hij kan uitgeven; meer
+tijd, dan hij behoorlijk weet te gebruiken, en twee nieuwe pakken in
+het jaar."
+
+"En voeg er dan nog bij," riep Marianne, "dat hij noch geniaal, noch
+artistiek, noch geestig is. Dat het zijn geest ontbreekt aan leven,
+zijn gevoel aan vuur, en zijn stem aan uitdrukking."
+
+"Je beslissend oordeel over zijn onvolmaaktheden is zoo veelomvattend,"
+antwoordde Elinor, "en zoo zeer gekleurd door je eigen verbeelding,
+dat de lof, dien ik hem vermag te schenken, daarbij vergeleken
+koel en onbeteekenend schijnt. Ik kan alleen verklaren, dat hij een
+verstandig man is, beschaafd, ontwikkeld, vriendelijk in den omgang,
+en naar het mij voorkomt, iemand met een goed hart."
+
+"Juffrouw Dashwood," riep Willoughby; "u behandelt mij heel onaardig. U
+tracht mij door redeneering te ontwapenen, en mij te overtuigen, tegen
+mijn zin. Maar het helpt u niets. U zult mij even koppig vinden als
+u listig bent. Voor mijn ongunstige meening omtrent Kolonel Brandon
+bestaan drie afdoende redenen: hij heeft voorspeld, dat het zou gaan
+regenen, terwijl ik op mooi weer hoopte; hij heeft aanmerkingen gemaakt
+op den bouw van mijn rijtuig, en ik kan hem niet overhalen mijn bruine
+merrie te koopen. Als het u echter eenige voldoening kan schenken,
+te vernemen, dat ik zijn karakter in elk ander opzicht onberispelijk
+vind, dan ben ik bereid, dat te erkennen. En als belooning voor die
+erkentenis, die niet anders dan een weinig pijnlijk voor mij kan zijn,
+moogt u mij het voorrecht niet ontzeggen, hem nog evenmin te kunnen
+uitstaan als voorheen."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI
+
+
+Mevrouw Dashwood en hare dochters hadden zich weinig voorgesteld, toen
+zij pas in Devonshire waren komen wonen, dat de verplichtingen van den
+gezelligen omgang al spoedig zooveel van hun tijd zouden in beslag
+nemen, of dat zij zoo herhaaldelijk uitnoodigingen en zoo geregeld
+bezoeken zouden ontvangen, dat hun zeer weinig vrije tijd overbleef
+voor ernstiger bezigheid. Toch was dit het geval. Toen Marianne
+hersteld was, werden de plannen voor feestelijkheden in zijn eigen
+huis en daarbuiten, die Sir John reeds lang had beraamd, werkelijk
+ten uitvoer gebracht. De danspartijen op het Park namen een aanvang,
+en boottochtjes werden gemaakt, zoo dikwijls een buiige Octobermaand
+dat toeliet. Bij alle bijeenkomsten van dien aard was Willoughby van de
+partij, en de luchtige en gemakkelijke toon, die natuurlijk heerschte
+bij dergelijke gelegenheden, was juist erop berekend, om de toenemende
+vertrouwelijkheid van zijn omgang met de Dashwoods te bevorderen, om
+hem gelegenheid te schenken, Marianne in al haar lieftalligheid gade
+te slaan; om steeds duidelijker zijn levendige bewondering te doen
+blijken; en om door haar houding hem de stelligste verzekering te doen
+ontvangen van haar genegenheid. Elinor kon zich niet verwonderen over
+hun wederkeerige neiging. Zij wenschte alleen, dat deze minder openlijk
+werd aan den dag gelegd, en een paar malen waagde zij het werkelijk,
+Marianne de gewenschtheid van eenige zelfbeheersching onder het oog
+te brengen. Maar Marianne verfoeide al wat naar verbergen zweemde,
+waar openbaren niets waarlijk oneervols insloot, en opzettelijk
+gevoelens te bedwingen, die op zich zelf niet afkeurenswaardig waren,
+scheen haar niet alleen een onnoodige poging, maar een schandelijke
+onderwerping van de rede aan banale en onjuiste opvattingen.
+
+Willoughby dacht er eveneens over, en hun gedrag legde, ten allen
+tijde, van hunne meeningen het trouwste getuigenis af.
+
+In zijn tegenwoordigheid had zij voor niemand oog dan hèm. Al wat hij
+deed, was goed. Al wat hij zei, was geestig. Als de avondjes op het
+Park werden besloten met een spelletje kaart, dan bedierf hij zijn
+eigen kansen en die van alle anderen, om haar de troeven in handen te
+spelen. Wanneer de avond met dansen werd doorgebracht, dansten zij de
+helft van den tijd met elkaar; en als ze gedurende een paar dansen
+volstrekt moesten scheiden, stonden ze samen te praten, en zeiden
+tegen anderen geen woord. Ze werden natuurlijk geducht uitgelachen
+om hun gedrag; maar het scheen wel of spotternij hen niet beschamen,
+en ternauwernood ergeren kon.
+
+Mevrouw Dashwood nam zoo hartelijk en levendig deel in al hun
+gevoelens, dat zij onmogelijk geneigd kon zijn, paal en perk te stellen
+aan dit overdreven vertoon. Voor haar was dat slechts het natuurlijk
+gevolg van een sterke genegenheid in een jongen en vurigen geest.
+
+Het was een gelukkige tijd voor Marianne. Zij hing met haar geheele
+hart aan Willoughby, en het sterke verlangen naar Norland, dat zij uit
+Sussex had medegebracht werd, meer dan zij ooit mogelijk had geacht,
+verzacht door de bekoring die zijn gezelschap verleende aan haar
+tegenwoordige omgeving.
+
+Elinor was niet zoo blij gestemd. Haar hart was niet zoo rustig, haar
+genoegen in hun vermaken niet zoo onvermengd. Zij had geen vriend
+en metgezel aangetroffen, die haar kon vergoeden wat zij achterliet,
+en haar kon leeren, minder dan ooit met weemoed aan Norland terug te
+denken. Noch Lady Middleton, noch Mevrouw Jennings konden met haar
+de gesprekken voeren, die zij miste; hoewel de laatste onuitputtelijk
+spraakzaam was, en van den beginne af een voorliefde voor Elinor had
+doen blijken, die haar het leeuwendeel van de mededeelingen dier
+dame bezorgde. Zij had haar eigen levensgeschiedenis reeds drie
+of vier malen aan Elinor verteld, en als Elinor's geheugen bestand
+was geweest tegen de zware eischen, die dit leerzaam verhaal eraan
+stelde, dan had zij reeds aan het begin hunner kennismaking op de
+hoogte kunnen zijn van de geringste bijzonderheden omtrent de laatste
+ziekte van den Heer Jennings en wat hij gezegd had tegen zijn vrouw
+een paar minuten voor hij stierf. Lady Middleton was alleen in zooverre
+aangenamer gezelschap dan haar moeder dat zij beter zwijgen kon. Doch
+Elinor had haar niet lang behoeven gade te slaan, om te bespeuren, dat
+haar terughouding eenvoudig een zekere uiterlijke trage onbewogenheid
+was, die met verstand niets had te maken. Tegenover haar man en haar
+moeder was zij precies dezelfde als tegenover hen, en intimiteit kon
+men dus van haar verwachten noch verlangen. Zij had nooit iets te
+vertellen, dat zij niet den vorigen dag ook reeds had gezegd. Haar
+onbeduidendheid bleef zich altijd gelijk; want zelfs haar stemming
+was onveranderlijk dezelfde; en hoewel zij er niets tegen had,
+dat haar man buitenpartijen gaf, zoolang alles in de puntjes was,
+en haar beide oudste kinderen haar mochten gezelschap houden, zij
+scheen er nooit meer pleizier in te hebben, dan zij thuis evengoed
+zou hebben gevonden;--en zoo weinig droeg hare tegenwoordigheid bij
+tot het genoegen der anderen, door eenige deelname in hun gesprek,
+dat zij somtijds alleen herinnerd werden aan hare tegenwoordigheid
+door haar bezorgdheid over haar lastige jongens.
+
+Onder al haar nieuwe kennissen vond Elinor slechts in Kolonel Brandon
+iemand, die ook maar eenigszins kon aanspraak maken op eerbied
+voor zijn gaven en op vriendschappelijke belangstelling, of wiens
+gezelschap haar aangenaam was. Willoughby kwam niet in aanmerking. Zij
+bewonderde hem en was hem welgezind, ja zusterlijk genegen; maar hij
+was verliefd; hij wijdde zich uitsluitend aan Marianne, en een veel
+minder aantrekkelijke persoonlijkheid zou aangenamer in den omgang
+hebben kunnen zijn. Kolonel Brandon had, jammer genoeg voor hem, geen
+dergelijke aanmoediging ontvangen om aan Marianne al zijn gedachten
+te wijden, en in zijn gesprekken met Elinor vond hij den grootsten
+troost over de volkomen onverschilligheid van haar zuster.
+
+Elinor's medelijden met hem groeide nog aan, toen zij reden kreeg te
+vermoeden, dat hij de smart van teleurgestelde liefde reeds eerder
+had leeren kennen. Dit vermoeden werd gewekt door enkele woorden,
+die hij zich liet ontvallen op een avond te Barton Park, toen zij
+met beider goedvinden waren gaan zitten, terwijl de anderen aan het
+dansen waren. Zijn blik bleef een poos gevestigd op Marianne, en na
+eenigen tijd te hebben gezwegen, zeide hij met een flauwen glimlach:
+"Ik meen te hebben begrepen, dat uw zuster aan een genegenheid,
+die niet de eerste is, hare goedkeuring niet kan schenken."
+
+"Neen," antwoordde Elinor; "zij heeft merkwaardig romantische
+denkbeelden."
+
+"Of liever gezegd, zij beschouwt zulk een genegenheid als ondenkbaar,
+geloof ik."
+
+"Ik geloof ook, dat zij er zoo over denkt. Doch hoe ze dat kan doen,
+zonder als 't ware een blaam te werpen op het karakter van haar vader,
+die zelf twee vrouwen heeft gehad, dat begrijp ik niet. Maar over een
+paar jaren zullen haar meeningen wel gevestigd zijn op den redelijken
+grondslag van gezond verstand en onbevooroordeelde waarneming; en
+dan zullen zij gemakkelijker zijn te bepalen en te rechtvaardigen,
+dan het thans iemand, behalve haarzelve, mogelijk is te doen."
+
+"Zoo zal het waarschijnlijk wel gaan," was zijn antwoord; "en toch is
+er iets zoo beminnelijks in de vooroordeelen van een jeugdigen geest,
+dat het ons leed doet, ze te zien vervangen door ruimere opvattingen."
+
+"Dàt ben ik niet met u eens," zeide Elinor. "Aan zulke gevoelens
+als die van Marianne zijn nadeelen verbonden, die al de bekoring
+van geestdrift en gemis van wereldwijsheid niet kan vergoeden. Haar
+opvattingen leiden alle in de noodlottige richting, die geen rekening
+verkiest te houden met maatschappelijk fatsoen; en in een vermeerdering
+van haar wereld- en menschenkennis zie ik voor haar het grootste heil."
+
+Na een korte stilte hervatte hij het gesprek, door te vragen: "Maakt uw
+zuster in het geheel geen onderscheid in haar bezwaren tegen een tweede
+liefde, of is dat vergrijp in ieder even misdadig te achten? Moeten
+zij, die in hun eerste keuze zijn teleurgesteld, 't zij door de ontrouw
+van het voorwerp ervan, 't zij door den ongelukkigen samenloop der
+omstandigheden, nu ook verder hun leven lang onverschillig blijven?"
+
+"Zóó precies ben ik werkelijk niet op de hoogte van haar beginselen op
+dit punt. Ik weet alleen, dat ik haar nog nimmer heb hooren toegeven,
+dat eenige tweede genegenheid vergefelijk zou kunnen zijn."
+
+"Dàt kan," zei hij, "niet altijd zoo blijven; doch een omkeer,
+een algeheele verandering van inzicht... neen, neen, die is niet
+wenschelijk,--want wanneer de romantische kiesche denkbeelden van
+een jeugdigen geest door de werkelijkheid worden teruggedrongen,
+hoe dikwijls maken zij dan plaats voor opvattingen, die maar al te
+gangbaar zijn, en maar al te gevaarlijk. Ik spreek uit ervaring. Ik
+heb eens een dame gekend die wat aard en aanleg betrof, zeer
+veel op uwe zuster geleek, die dacht en oordeelde als zij, doch
+die door een gedwongen verandering... door een opeenvolging van
+noodlottige omstandigheden..." Hier zweeg hij plotseling; scheen
+te denken dat hij te veel had gezegd, en wekte door de uitdrukking
+van zijn gelaat in Elinor vermoedens, die zij anders allicht niet
+zou hebben gekoesterd. De dame van wie hij sprak zou waarschijnlijk
+haar achterdocht niet hebben gaande gemaakt, zoo hij Elinor niet
+had overtuigd, dat haar aangelegenheden niet over zijne lippen
+behoorden te komen. Thans echter was er geen sterke inspanning der
+verbeeldingskracht noodig om zijn aandoening in verband te brengen
+met de teedere herinnering aan een vroegere genegenheid. Elinor
+raadde niet méér. Doch Marianne, in hare plaats, zou zich daarmede
+niet vergenoegd hebben. De geheele geschiedenis zou weldra door haar
+levendige verbeelding in elkaar zijn gezet, en uitgewerkt tot een
+allerdroevigst verhaal van jammerlijk ongelukkige liefde.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII
+
+
+Toen Elinor en Marianne den volgenden morgen samen wandelden,
+vertelde de laatste aan hare zuster een nieuwtje, dat deze, ondanks
+al wat zij reeds had ervaren omtrent Marianne's onvoorzichtigheid en
+onnadenkendheid, verbaasde, door een zóó treffend bewijs te leveren
+van die beide eigenschappen. Marianne vertelde haar verrukt, dat
+Willoughby haar een paard had ten geschenke gegeven, een van de door
+hem zelf gefokte paarden op zijn landgoed in Somersetshire, dat juist
+geschikt was, om door eene dame te worden bereden. Zonder te bedenken,
+dat het niet in haar moeders bedoeling lag paarden te houden,--dat
+zij, indien zij al op dat besluit wilde terugkomen, terwille van dit
+geschenk, een ander paard moest koopen voor een knecht, dien knecht
+moest huren om het te berijden, en ten slotte nog een stal moest laten
+bouwen om beide onder dak te brengen,--had zij zonder eenige aarzeling
+het aanbod aangenomen, en vertelde haar zuster ervan met de grootste
+opgetogenheid. "Hij is voornemens zijn bediende dadelijk ervoor naar
+Somersetshire te zenden", voegde zij erbij, "en als het komt, gaan we
+iederen dag rijden. Jij mag het ook gebruiken. Stel je toch eens voor,
+Elinor, hoe zalig het zijn zal, in galop over onze heuvels te snellen."
+
+Wel zéér ongeneigd was zij, te ontwaken uit dien geluksdroom,
+zich te laten overtuigen van al de pijnlijke, maar noodzakelijke
+bijkomstigheden, aan de zaak verbonden, en een tijdlang weigerde zij
+koppig, ze in te zien. Een bediende meer zou zooveel niet kosten; mama
+zou daar stellig niet op tegen hebben, voor hem was trouwens elk paard
+goed genoeg; hij kon er altijd wel een krijgen van Het Park; en wat den
+stal betrof, een klein schuurtje zou immers voldoende zijn. Eindelijk
+waagde Elinor de vraag te opperen, of het wel gepast zou zijn, zulk
+een geschenk aan te nemen van iemand, dien zij nog zoo weinig, of
+althans zoo kort, kende.--Dat ging te ver. "Je vergist je, Elinor,"
+zei ze met nadruk, "als je meent dat ik Willoughby maar oppervlakkig
+ken. Ik heb nog niet lang met hem omgegaan, maar kennen doe ik hem
+beter dan iemand anders ter wereld, behalve jou en mama. Tijd noch
+gelegenheid zijn noodig om vertrouwelijkheid te doen ontstaan;--dat
+doet alleen natuurlijke neiging. Sommige menschen zouden elkaar in
+zeven jaar niet leeren kennen, en voor anderen zijn zeven dagen meer
+dan genoeg. Ik zou 't meer ongepast van mijzelf vinden, als ik van
+mijn broer een paard aannam, dan van Willoughby. Van John weet ik
+zoogoed als niets af, hoewel we jaren onder een dak gewoond hebben;
+maar mijn oordeel over Willoughby staat reeds lang vast."
+
+Elinor vond het maar 't verstandigst, dat punt niet meer aan te
+roeren. Zij kende haar zusters aard. Tegenstand in zulk een teere
+aangelegenheid zou haar des te koppiger doen volharden in haar eigen
+meening. Doch door een beroep op haar genegenheid voor hare moeder,
+door haar voor te stellen, hoe die toegevende moeder zichzelve in
+ongelegenheid zou moeten brengen, als zij (zooals te verwachten viel)
+zou toestemmen in die uitbreiding van hun personeel, werd Marianne
+tenslotte gekalmeerd; en zij beloofde, haar moeder niet tot zoo
+onverstandige toegevendheid te zullen verleiden door te spreken
+over het voorstel, en den eersten keer dat zij Willoughby weer zou
+ontmoeten, hem te zeggen, dat zij verplicht was, het af te wijzen.
+
+Zij hield haar woord, en toen Willoughby hen nog dien zelfden
+dag kwam bezoeken, hoorde Elinor hoe zij op zachten toon hem hare
+teleurstelling te kennen gaf, omdat zij zich verplicht zag, zijn
+geschenk te weigeren. De redenen voor haar veranderd inzicht werden
+hem tevens medegedeeld, en zij maakten een nader aandringen van zijne
+zijde onmogelijk. Het was echter duidelijk blijkbaar, dat het hem
+zeer speet; en nadat hij dit met nadruk had betuigd, liet hij er
+op denzelfden gedempten toon op volgen: "Maar Marianne, het paard
+blijft toch je eigendom, al kun je het nu niet gebruiken. Ik bewaar
+het slechts zoolang tot je het komt opeischen. Als je Barton verlaat,
+om in een eigen thuis je eigen huishouding te beginnen, dan zal Queen
+Mab je ontvangen."
+
+Elinor hoorde hem dit alles zeggen; en uit al zijn woorden, uit zijn
+uitdrukking terwijl hij ze sprak, en uit het feit dat hij haar zuster
+bij haar voornaam noemde, bleek haar oogenblikkelijk de onmiskenbaar
+innige vertrouwelijkheid, de rechtstreeksche bedoeling, die niet den
+minsten twijfel lieten aan hun onderlinge verstandhouding. Van dat
+oogenblik af stond het voor haar vast, dat zij in stilte verloofd
+waren, en die overtuiging wekte in haar geene andere reden tot
+verwondering, dan deze, dat zulk een openhartig paar de ontdekking
+van het geheim, door haar, of wie ook van hun vrienden, aan het toeval
+overliet. Den volgenden dag vertelde Margaret haar iets, dat de zaak
+in een nog helderder daglicht plaatste. Willoughby had den vorigen
+avond bij hen doorgebracht, en toen Margaret een poos met hem en
+Marianne alleen in de huiskamer was gebleven, had zij gelegenheid
+gehad tot waarnemingen, die zij met een allergewichtigst gezicht aan
+haar oudste zuster kwam berichten, zoodra zij samen alleen waren.
+
+"O Elinor!" riep zij; "ik heb je een groot geheim te vertellen,
+over Marianne. Ik geloof stellig, dat ze nu heel gauw gaat trouwen
+met Mijnheer Willoughby."
+
+"Dat heb je nu al bijna iederen dag gezegd, antwoordde Elinor,
+"sedert ze elkaar voor 't eerst op High-Church Down ontmoetten; en
+toen ze elkaar nog geen week kenden, was je al zeker, dat Marianne
+zijn portret in haar medaillon droeg, tot het uitkwam dat het een
+miniatuur-portretje van onzen oudoom was."
+
+"O, maar dit is heel iets anders. Nu gaan ze stellig gauw trouwen,
+want hij heeft een lok van haar haar."
+
+"Pas maar op, Margaret. Misschien is dàt nu weer een haarlok van
+_zijn_ oudoom."
+
+"Neen werkelijk, Elinor; 't is van Marianne. Ik weet het stellig;
+want ik zag hem het afknippen. Gisterenavond na de thee, toen jij en
+mama uit de kamer waren gegaan, zaten ze druk samen te praten en te
+fluisteren, en hij scheen haar telkens iets te vragen; en ten laatste
+nam hij haar schaar, en knipte een lange krul van haar haar af, want
+ze had het loshangen; en toen kuste hij het, en vouwde 't in een stuk
+wit papier en legde dat in zijn notitieboek."
+
+Deze bijzonderheden, uit zoo betrouwbare bron, kon Elinor niet
+weigeren te gelooven, en zij was daartoe te minder geneigd, wijl het
+voorgevallene volkomen in overeenstemming scheen met wat zijzelve
+gehoord en gezien had.
+
+Margaret gaf van haar schranderheid niet altijd blijk op de wijze,
+die haar zuster het best kon behagen. Toen Mevrouw Jennings haar op
+een avond te Barton Park dringend vroeg om toch eens te vertellen,
+welke jonge man bij Elinor het hoogst stond aangeschreven, iets,
+waarnaar zij reeds lang fel nieuwsgierig was, keek Margaret haar zuster
+eens aan en zei: "Ik mag het zeker niet vertellen; of wèl, Elinor?"
+
+Daarom moest natuurlijk iedereen lachen, en Elinor lachte zoogoed
+mogelijk mee. Maar het kostte haar moeite. Zij wist maar al te goed,
+dat Margaret iemand op het oog had, wiens naam zij niet kon verdragen
+van nu af aan geregeld te moeten hooren, als Mevrouw Jennings met
+haar grappen begon.
+
+Marianne had oprecht medelijden met haar; maar zij maakte de zaak
+eer erger dan beter, door met een hooge kleur en op driftigen toon
+tegen Margaret te zeggen: "Vergeet niet dat je dingen, waarvan je
+niet zeker bent, niet moogt oververtellen."
+
+"'t _Zijn_ geen dingen, waarvan ik niet zeker ben," zei Margaret;
+"je hebt het mij zelf verteld."
+
+De vroolijkheid van 't gezelschap werd hierdoor nog verhoogd, en
+Margaret werd dringend verzocht, nog iets meer los te laten.
+
+"Och toe, Margaret, vertel het ons nu maar," zei Mevrouw Jennings. "Hoe
+heet die mijnheer?"
+
+"Ik mag 't niet zeggen, mevrouw. Maar ik weet het wèl; en waar hij is,
+dat weet ik ook."
+
+"Ja, dat kunnen we wel raden, in zijn eigen huis, te Norland,
+natuurlijk. Ik wed dat het de dominé is."
+
+"Neen, dàt is hij niet. Hij is in 't geheel niets."
+
+"Margaret," zei Marianne, erg boos nu, "je weet best, dat je dit
+alles maar uit den duim zuigt, en dat er niet eens zoo iemand bestaat."
+
+"O, dan is hij zeker voor kort overleden, Marianne; want dat er zoo
+iemand bestaan hééft, dat weet ik wel zeker, en zijn naam begint met
+een F."
+
+Innig dankbaar was Elinor, dat Lady Middleton op dat oogenblik de
+opmerking maakte, "dat het geducht hard regende," hoewel zij die
+opzettelijke onderbreking van het gesprek minder toeschreef aan eenig
+medegevoel voor háár, dan aan den afkeer der gastvrouw van zulke
+grove scherts, waarin haar moeder en haar man nu eenmaal behagen
+hadden. Het door haar ingeleide onderwerp werd aanstonds opgevat
+door Kolonel Brandon, die bij alle voorkomende gelegenheden anderer
+gevoelens placht te ontzien; en beiden hadden elkaar over den regen
+veel te vertellen. Willoughby opende de piano en vroeg Marianne, iets
+voor te spelen, en bij die onderscheiden pogingen van verschillenden
+der aanwezigen, om van het onderwerp af te stappen, kwam het gelukkig
+tot rust. Maar Elinor bekwam niet zoo snel van den schrik, dien het
+haar had veroorzaakt.
+
+Er werd dien avond een plan beraamd om den volgenden dag een fraai
+buitengoed te gaan bezichtigen, dat omstreeks twaalf mijlen van
+Barton verwijderd lag, en toebehoorde aan een schoonbroeder van
+Kolonel Brandon, zonder wiens geleide het niet te zien was, daar de
+eigenaar, die buitenslands vertoefde, op dat punt strikte orders had
+gegeven. Het park en de omgeving werden als bijzonder mooi geroemd,
+en Sir John, die luide hun lof verkondigde, kon er in elk geval goed
+over oordeelen, want hij had, in de laatste tien jaar, minstens
+tweemaal elken zomer tochtjes erheen georganiseerd. Bij het park
+behoorde een uitgestrekt meer, waarop des middags zou worden gezeild;
+proviand werd medegenomen, er werden alleén open rijtuigen gebruikt,
+en het beloofde een recht genoegelijke buitenpartij te zullen worden.
+
+Enkelen onder het gezelschap vonden het een ietwat gewaagd plan,
+om dezen tijd van het jaar, terwijl het de laatste veertien dagen
+elken dag had geregend, en Mevrouw Dashwood, die reeds verkouden was,
+liet zich door Elinor overreden om thuis te blijven.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII
+
+
+Het voorgenomen tochtje naar Whitwell liep heel anders af, dan Elinor
+had verwacht. Zij had erop gerekend bang op het water, doornat en
+doodmoe te te zullen zijn; maar het kwam nog ongelukkiger uit; want
+zij gingen in het geheel niet.
+
+Om tien uur waren allen vergaderd op het Park, waar zij zouden
+ontbijten. Het weer liet zich vrij goed aanzien, schoon het den
+geheelen nacht had geregend; want de wolken dreven uiteen, en meermalen
+vertoonde zich even de zon. Allen waren vroolijk en opgewekt, blij in
+'t vooruitzicht van een prettigen dag, en vast voornemens hun pleizier
+niet te laten bederven door een weinig ongemak of tegenspoed. Aan het
+ontbijt werden de brieven binnengebracht. Een ervan was voor Kolonel
+Brandon;--hij nam den brief aan, keek naar het adres, verschoot van
+kleur, en ging meteen de kamer uit.
+
+"Wat scheelt Brandon?" vroeg Sir John.
+
+Niemand kon het hem zeggen.
+
+"Ik hoop dat hij geen slechte tijding heeft gekregen," zei Lady
+Middleton. "Het moet wel iets bijzonders zijn, dat Kolonel Brandon
+zoo plotseling van mijn ontbijttafel doet opstaan."
+
+Na een minuut of vijf kwam hij terug.
+
+"Toch geen slecht nieuws, Kolonel?" vroeg Mevrouw Jennings, toen
+hij binnentrad.
+
+"O neen, mevrouw; in 't geheel niet."
+
+"Kwam de brief uit Avignon? Ik hoop toch, dat uwe zuster niet erger
+is geworden?"
+
+"Neen, mevrouw. De brief kwam uit Londen, 't was over zaken; anders
+niet."
+
+"Maar hoe kon het handschrift u zoo van streek brengen, als het niets
+dan een brief over zaken was? Neen, neen, Kolonel, zoo komt u er niet
+af; vertel ons nu maar de waarheid."
+
+"Maar moeder," zei Lady Middleton; "bedenk toch wat u zegt."
+
+"Misschien hebt u bericht gekregen, dat uw nichtje Fanny getrouwd
+is?" zei Mevrouw Jennings, zonder acht te slaan op haar dochters
+vermaning.
+
+"Neen, dat was het ook niet."
+
+"Nu, dàn weet ik, van wie de brief was. En ik hoop dat zij het
+goed maakt."
+
+"Wie bedoelt u, mevrouw?" zei hij, met ietwat verhoogde kleur.
+
+"O, u weet best wie ik bedoel."
+
+"Het spijt mij wel zéér, mevrouw," hernam hij, zich tot Lady Middleton
+wendend, "dat ik juist vandaag dien brief moest ontvangen; want
+hij handelt over zaken, die mijn onmiddellijk vertrek naar Londen
+noodzakelijk maken."
+
+"Naar Londen!" riep Mevrouw Jennings. ""Wat kunt u om dezen tijd van
+het jaar in de stad hebben te doen?
+
+"Ik zelf verlies veel erdoor," ging hij voort, "daar ik van zulk
+aangenaam gezelschap moet afscheid nemen, doch het spijt mij te meer,
+omdat ik vrees, u zonder mijne tegenwoordigheid geen toegang tot
+Whitwell te kunnen verschaffen."
+
+Dat was een slag voor hen allen!
+
+"Maar als u een briefje aan de huishoudster schreef, Mijnheer Brandon,"
+zei Marianne haastig; "zou dat niet voldoende zijn?"
+
+Hij schudde het hoofd.
+
+"We gaan toch," zei Sir John. "Het mag niet afspringen, nu we er bijna
+zijn nog wel. Er zit niet anders op, Brandon, dan dat je morgen naar
+de stad gaat."
+
+"Ik wenschte wel dat het zoo gemakkelijk geschikt kon worden. Maar
+ik kan mijn reis waarlijk geen dag uitstellen."
+
+"Als u ons maar wilde vertellen, wat die zaak eigenlijk _is_,"
+zei Mevrouw Jennings; "dan konden wij er over oordeelen, of het kon
+uitgesteld worden of niet."
+
+"Het zou geen zes uren verschil maken," zei Willoughby, "als u de
+reis uitstelde tot we terug waren."
+
+"Ik mag geen _uur_ verliezen."
+
+Elinor hoorde, hoe Willoughby zachtjes tegen Marianne zei: "Er zijn
+van die menschen die een hekel hebben aan buitenpartijen. Brandon
+behoort er ook toe. Hij was zeker bang om kou te vatten, en bedacht
+er deze uitvlucht op, om eraf te komen. Ik durf er vijftig guinea's
+op verwedden, dat hij dien brief zelf geschreven heeft."
+
+"Natuurlijk," antwoordde Marianne.
+
+"Men kan je niet overhalen om van meening te veranderen, Brandon; dat
+weet ik van ouds," zei Sir John; "als je eenmaal een voornemen hebt
+opgevat. Maar ik blijf nog hopen, dat je je zult bedenken. Vergeet
+niet, dat de beide dames Carey ervoor van Newton zijn gekomen, dat
+de drie dames Dashwood ervoor van huis zijn komen wandelen, en dat
+Mijnheer Willoughby twee uur vroeger dan gewoonlijk is opgestaan,
+alles om dat uitstapje naar Whitwell."
+
+Kolonel Brandon betuigde opnieuw zijn spijt, dat hij het gezelschap
+moest teleurstellen, maar verklaarde tevens, dat dit onvermijdelijk
+was.
+
+"Nu, wanneer kom je dan terug?"
+
+"Ik hoop dat we u hier weer te Barton zullen mogen verwelkomen," voegde
+Lady Middleton erbij, "zoodra u weer uit Londen kunt vertrekken;
+we moeten het uitstapje naar Whitwell dan maar uitstellen tot uw
+terugkomst."
+
+"Dat is heel vriendelijk van u. Maar het is zóó onzeker, wanneer
+het mij mogelijk zal zijn terug te keeren, dat ik daaromtrent geen
+afspraak durf maken."
+
+"O, maar terugkomen moet en zàl hij," riep Sir John. "Als hij aan
+'t eind van de week niet weer hier is, ga ik hem halen."
+
+"Ja, doe dat," zei Mevrouw Jennings; "dan kom je misschien erachter,
+wat die zaak toch zijn mag."
+
+"Neen, ik begeer mijn neus niet in andermans-zaken te steken; 't zal
+wel iets zijn, waarvoor hij zich schaamt."
+
+Een bediende kwam zeggen, dat de paarden van den Kolonel gereed waren.
+
+"Je gaat toch niet te paard naar de stad?" vroeg Sir John.
+
+"Neen,--niet verder dan tot Honiton. En dan met de postkoets."
+
+"Nu, als je besloten bent te gaan, goede reis dan. Maar ik zou mij
+liever nog eens bedenken."
+
+"Ik verzeker je, dat het mij niet mogelijk is."
+
+Hij nam afscheid van het geheele gezelschap.
+
+"Is er geen kans, dat ik u en uw zusters dezen winter in de stad zal
+ontmoeten, Juffrouw Dashwood?"
+
+"Ik vrees van niet."
+
+"Dan moet ik afscheid van u nemen voor langer dan mij lief is."
+
+Voor Marianne boog hij alleen, zonder iets te zeggen.
+
+"Kom, Kolonel," zei Mevrouw Jennings, "laat ons nu nog eer u heengaat,
+hooren wat er achter zit."
+
+Hij zei haar beleefd goedendag en ging, vergezeld door Sir John de
+kamer uit.
+
+De klachten en verzuchtingen, die de hoffelijkheid tot nu toe had
+weerhouden, barstten van alle zijden los, en zij waren het steeds
+weer op nieuw met elkaar eens, dat het afschuwelijk ergerlijk was,
+zoo te worden teleurgesteld.
+
+"Nu met dat al, ik kan 't je wel vertellen, wat dat voor zaken zijn",
+zei Mevrouw Jennings zegevierend.
+
+"Weet u het, mevrouw?" zeiden bijna allen tegelijk.
+
+"Ja, 't is natuurlijk iets met Juffrouw Williams."
+
+"En wie is Juffrouw Williams?" vroeg Marianne.
+
+"Wat? Weet je niet wie Juffrouw Williams is? Je hebt toch stellig al
+van haar gehoord? Zij is een bloedverwante van den Kolonel, lieve kind,
+heel na verwant. We zullen maar niet zeggen, hoe na, om den jongen
+dames geen aanstoot te geven." Iets zachter zei ze tegen Elinor:
+"Ze is zijn natuurlijke dochter."
+
+"Is het waar?"
+
+"O ja; en ze lijkt sprekend op hem. Ik wed dat de Kolonel haar al
+zijn geld nalaat."
+
+Toen Sir John terugkwam, stemde hij van harte in met aller uitingen
+van spijt over het gebeurde; maar besloot met te zeggen, dat zij nu
+eenmaal allen bijeen waren, en iets moesten doen om de vroolijkheid
+erin te houden; en na eenig overleg werd men het eens, al mocht de ware
+vroolijkheid dan ook alleen in Whitwell te vinden zijn geweest, een
+rijtoer in de omstreken hun althans een behoorlijke mate van voldoening
+zou verschaffen. De rijtuigen kwamen voor; dat van Willoughby was het
+eerste, en Marianne had er nog nooit zoo gelukkig uitgezien, als toen
+zij instapte. Hij reed snel het park door; ze waren spoedig uit het
+gezicht, en niemand kreeg hen meer te zien tot ze weer kwamen opdagen,
+niet eer alle anderen reeds weer waren teruggekeerd. Ze waren beiden
+verrukt over hun rit; maar zeiden alleen dat zij zich aan de boschpaden
+hadden gehouden, terwijl de anderen de heuvels waren opgegaan.
+
+Er was afgesproken, dat 's avonds zou worden gedanst, en dat ieder zoo
+vroolijk zou zijn als de dag lang was. Aan het diner kwamen nog eenige
+Carey's, en zij hadden het genoegen met zijn twintigen aan tafel te
+zitten, 't geen Sir John veel voldoening schonk. Willoughby nam als
+gewoonlijk plaats tusschen de beide oudste dames Dashwood. Mevrouw
+Jennings zat aan Elinor's rechterhand, en zij hadden nog niet lang aan
+tafel gezeten toen zij, zich achter haar en Willoughby naar Marianne
+overbuigend, zeide, luid genoeg dat beiden het konden hooren: "Al ben
+je nòg zoo loos, ik heb je gesnapt. Ik weet, waar je van morgen geweest
+bent." Marianne kreeg een kleur en zei haastig: "Waar dan?" "Wist u
+niet," zei Willoughby, "dat we een toertje hadden gedaan samen?"
+
+"Ja, ja, mijnheer Durf-al, dat wist ik heel goed, en ik had het erop
+gezet, uit te vinden, wáárheen dat toertje geweest was. Ik hoop dat
+je huis naar je zin was, Marianne. 't Is verbazend groot, en als ik
+je daar kom bezoeken, dan denk ik wel, dat je 't nieuw zult hebben
+gemeubileerd; want dat had het al noodig toen ik het zag, zes jaar
+geleden."
+
+Marianne keek voor zich, verward en verlegen.
+
+Mevrouw Jennings lachte hartelijk, en Elinor hoorde nu, dat zij, vast
+besloten erachter te komen waar zij geweest waren, Willoughby's knecht
+had laten uitvragen door haar eigen kamenier, en langs dien weg was
+gewaar geworden, dat zij naar Allenham waren geweest, daar geruimen
+tijd hadden gewandeld in den tuin, en het geheele huis bezichtigd.
+
+Elinor kon bijna niet gelooven, dat dit waar kon zijn, want het leek
+al zeer onwaarschijnlijk, dat Willoughby zou voorstellen, of Marianne
+erin toestemmen, het huis binnen te gaan, terwijl Mevrouw Smith er
+vertoefde, die Marianne volkomen vreemd was.
+
+Zoodra zij de eetkamer verlieten, vroeg Elinor haar zuster wat ervan
+aan was, en vernam tot haar groote verbazing, dat al wat Mevrouw
+Jennings had verteld de zuivere waarheid was geweest. Marianne was
+zelfs heel boos, dat zij eraan getwijfeld had.
+
+"Waarom toch zou je denken, Elinor, dat we _niet_ daarheen waren
+gegaan, of _niet_ het huis hadden bekeken? Heb je dan niet dikwijls
+zelf gewenscht, dat te kunnen doen?"
+
+"Ja Marianne, maar niet wanneer Mevrouw Smith thuis was, en zonder
+ander gezelschap dan Mijnheer Willoughby."
+
+"Mijnheer Willoughby is nu eenmaal de eenige persoon, die het recht
+heeft, om dat huis te laten zien, en daar er in zijn rijtuig maar
+plaats was voor twee konden wij onmogelijk anderen meenemen. 't Was
+de prettigste dag, dien ik in mijn leven heb doorgebracht."
+
+"Ik vrees," zei Elinor, "dat genoegen en gepastheid niet altijd
+onvermijdelijk samengaan."
+
+"Integendeel, juist dat genoegen bewijst zijn eigen onschuld; als er
+werkelijk iets ongepasts was in wat ik deed, dan zou ik dat voortdurend
+gevoeld hebben; want we weten het altijd als we iets verkeerds doen,
+en met dàt besef kon ik geen pleizier hebben gehad."
+
+"Maar, Marianne, begin je ook nu nog niet te twijfelen, of je gedrag
+wel was zooals het behoorde, nu het je reeds zulke uiterst onbescheiden
+opmerkingen heeft op den hals gehaald?"
+
+"Als Mevrouw Jennings' onbescheiden opmerkingen tot bewijs moeten
+dienen van onbehoorlijk gedrag, dan doen wij allen ons heele leven lang
+niet anders dan overtredingen begaan in dat opzicht. Ik geef evenmin
+om haar afkeuring, als ik zou hechten aan haar lof. Ik zie niet in,
+dat ik iets verkeerds heb gedaan, door in den tuin van Mevrouw Smith
+te wandelen, of haar huis te bezien. Beiden zullen eenmaal toebehooren
+aan Mijnheer Willoughby, en..."
+
+"Al zouden ze eenmaal aan jezelf toebehooren, Marianne, dan hadt je
+nog geen recht, te doen wat je deedt."
+
+Zij bloosde bij die toespeling, doch het was duidelijk te zien, dat
+deze haar wel behaagde; en na een minuut of tien ernstig te hebben
+nagedacht, kwam ze bij haar zuster terug, en zei vriendelijk en
+vroolijk: "Misschien _was_ het wel een beetje ondoordacht van mij,
+Elinor, om mee naar Allenham te gaan; maar Mijnheer Willoughby was
+er zoo bijzonder op gesteld, mij het buitengoed te vertoonen; en
+het huis is bijzonder mooi. Boven is er een allerliefste zitkamer,
+juist de goede grootte, voor dagelijksch gebruik, en met nieuwe
+meubels zou die verrukkelijk kunnen worden. Het is een hoek-vertrek,
+met ramen aan twee zijden. Aan den eenen kant heeft men het uitzicht
+over het grasveld achter het huis, op een prachtig bosch, tegen een
+helling gelegen, en aan den anderen op de kerk en het dorp, met die
+mooie, streng omlijnde heuvels er achter, die we zoo dikwijls hebben
+bewonderd. Ik zag het niet eens op zijn best; want de meubels waren
+allertreurigst,--maar als het nieuw werd ingericht... Willoughby zegt,
+dat het met een uitgaaf van een paar honderd pond een van de mooiste
+zomerverblijven in Engeland zou kunnen worden."
+
+Als Elinor naar haar had kunnen luisteren, zonder door de anderen
+gestoord te worden, dan zou ze alle kamers van het huis met evenveel
+genoegen hebben beschreven.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV
+
+
+De onverwachte afloop van Kolonel Brandon's bezoek te Barton Park,
+en zijn volharding in het verbergen van de oorzaak ervan hielden
+Mevrouw Jennings twee of drie dagen bezig, en vervulden haar met
+nieuwsgierige verbazing; zij verbaasde zich trouwens druk, zooals
+ieder wel moet doen, die levendig belangstelt in al het doen en laten
+van zijn kennissen. Zij bleef zich maar voortdurend afvragen, wat toch
+wel de reden had kunnen zijn; geloofde stellig dat hij slechte tijding
+had gekregen, en peinsde over allerlei rampen, die hem hadden kunnen
+treffen, met het vaste besluit, dat hij niet allen ontsnappen zou.
+
+"'t Is bepaald iets héél treurigs," zei ze. "Ik zag 't aan zijn
+gezicht. Die arme man! Ik vrees dat het met zijn geldzaken niet in orde
+is. Dat landgoed te Delaford heette niet meer dan tweeduizend in het
+jaar op te brengen, en zijn broer liet het in een treurigen toestand
+achter. Hij zal bepaald hebben moeten overkomen voor geldzaken; want
+wat kan 't anders zijn? Ik ben benieuwd of 't waar is. Ik zou er
+alles voor over hebben om erachter te komen. Misschien is het tòch
+iets met Juffrouw Williams,--ja, dat zal het bepaald geweest zijn,
+want hij keek zoo verlegen, toen ik haar naam noemde. Misschien ligt
+ze ziek in Londen; dat is héél waarschijnlijk, want ik meen gehoord te
+hebben, dat ze zwak van gestel is. Ik durf er alles om verwedden, dat
+het Juffrouw Williams betrof. 't Is niet te verwachten eigenlijk, dat
+hij _nu_ in geldverlegenheid zou zijn; want hij is heel voorzichtig,
+en dat goed van hem zal nu wel vrij zijn van schulden. Wàt het toch
+zijn kan! Misschien is zijn zuster te Avignon erger geworden en heeft
+hem gevraagd om over te komen. Men zou het haast denken, door die haast
+die hij maakte om weg te komen. Nu, ik hoop van harte, dat hij al dat
+verdriet gauw te boven komt en een goede vrouw krijgt op den koop toe."
+
+Zoo bleef Mevrouw Jennings praten en benieuwd zijn; haar vermoedens
+wisselden met elke nieuwe gissing, en alle schenen beurtelings
+even waarschijnlijk. Hoewel het welzijn van Kolonel Brandon Elinor
+werkelijk ter harte ging, kon zij zich niet zóó uitermate verbazen
+over zijn plotseling vertrek, als Mevrouw Jennings van haar verlangde;
+want behalve dat die omstandigheid haar niet gewichtig genoeg scheen,
+om zulk een onuitputtelijke verwondering en zulk een verscheidenheid
+van gissingen te rechtvaardigen, haar eigen bevreemding werd door iets
+anders gewekt. Die bevreemding gold het onverklaarbaar stilzwijgen van
+haar zuster en Willoughby omtrent een onderwerp, welks belangrijkheid
+in aller oogen hun niet kon ontgaan. Naarmate dit zwijgen duurde,
+scheen het van dag tot dag vreemder en minder in overeenstemming
+met beider gezindheid. Waarom zij niet openlijk zouden erkennen,
+tegenover haar moeder en haarzelve, wat hun houding tegenover
+elkander voortdurend bewees, kon Elinor zich niet voorstellen. Dat
+zij niet onmiddellijk konden trouwen, begreep zij zeer goed; want
+hoewel Willoughby onafhankelijk was, bestond er toch geen reden om
+hem zeer vermogend te achten. Sir John schatte de opbrengst van zijn
+bezitting op zes of zevenhonderd pond in het jaar; maar hij leefde
+op een voet, waarvoor dat inkomen nauwelijks toereikend kon zijn,
+en had zich dikwijls zelf beklaagd over zijn armoede. Doch voor
+de vreemde geheimzinnigheid, die zij in acht namen betreffende hun
+verloving, een geheimzinnig doen, dat feitelijk niets verborg, kon
+zij geen reden vinden; en het was zoo volkomen in tegenspraak met hun
+algemeene opvatting en handelwijze, dat zij soms begon te twijfelen
+of zij wel werkelijk verloofd waren; en die twijfel was voldoende
+om haar te weerhouden van een rechtstreeksche vraag, tot Marianne
+gericht. Niets kon duidelijker blijk geven van oprechte genegenheid
+voor hen allen dan Willoughby's gedrag. Tegenover Marianne was het
+vol van die uitsluitende teederheid, die het hart van een minnaar
+vermag te schenken, en de overige leden van het gezin werden door
+hem behandeld met de hartelijke voorkomendheid van een zoon en een
+broeder. Hun huisje scheen hij te beschouwen en lief te hebben als
+een eigen thuis; hij bracht bij hen veel meer van zijn tijd door dan
+te Allenham; en als geen gezellige bijeenkomst hen allen vergaderde
+te Barton Park, dan richtte hij zijn geregelden morgenrit bijna zonder
+uitzondering dáárheen, waar hij het overige gedeelte van den dag sleet
+aan Marianne's zijde, met zijn geliefkoosden jachthond aan hare voeten.
+
+Op een zekeren avond, ongeveer een week nadat Kolonel Brandon naar
+Londen was vertrokken, scheen zijn hart meer dan ooit open te staan
+voor alle gevoelens, die hem innig deden hechten aan de omringende
+omgeving, en toen Mevrouw Dashwood toevallig melding maakte van haar
+voornemen om het huisje in het voorjaar te laten opknappen, verzette
+hij zich met nadruk tegen elke verandering van een verblijf, dat zijn
+genegenheid hem eens voor al volmaakt had doen schijnen.
+
+"Wat!" riep hij uit, "verbeteringen aanbrengen in dit aardige
+huisje? Neen--daartoe geef _ik_ nooit mijn toestemming. Geen steen
+moet aan zijn muren, geen duim aan zijn afmetingen worden toegevoegd,
+als u mijn gevoelens wenscht te ontzien."
+
+"Wees maar niet bang," zei Elinor; "er gebeurt niets van; want mama
+zal nooit geld genoeg hebben om het te durven ondernemen."
+
+"Daar ben ik blij om," riep hij uit. "'t Was beter dat uw moeder altoos
+arm bleef, als zij haar rijkdom niet beter dan zóó wist te gebruiken."
+
+"Dank voor dien wensch, Willoughby," zei Mevrouw Dashwood. "Maar
+je moogt gerust gelooven, dat ik nooit eenig gevoel van gehechtheid
+aan deze plek, gekoesterd door wien ook, dien ik liefheb, zou willen
+kwetsen, terwille van alle verbeteringen ter wereld. Vertrouw maar
+stellig, dat ik, al hield ik ook nog zulk een groote som over bij
+'t opmaken van mijn budget in het voorjaar, die liever ongebruikt
+zou laten liggen, dan erover te beschikken op een wijze, die je zoo
+zou grieven. Maar ben je werkelijk zóó aan dit huis gehecht, dat je
+er geen gebreken in kunt zien?"
+
+"Ja waarlijk," zei hij. "In mijn oogen is het volmaakt. Méér dan
+dat; ik beschouw het als het eenig verblijf, waarin voor mij geluk
+denkbaar is, en als ik rijk was, dan liet ik dadelijk Combe afbreken,
+en opnieuw bouwen als de getrouwe kopie van dit landhuisje."
+
+"Met een smalle donkere trap en een rookenden keukenschoorsteen,"
+zei Elinor.
+
+"Ja zeker," riep hij, even opgewonden als te voren, "met al wat er
+bij behoort; in geen enkel opzicht, 't zij gunstig of _on_gunstig,
+moest ook maar de geringste afwijking zijn te bespeuren. Dan, en dàn
+alleen, onder zulk een dak, zou ik misschien te Combe even gelukkig
+zijn, als ik te Barton geweest ben."
+
+"Ik durf wel hopen," antwoordde Elinor, "dat je, ook ondanks het
+bezwaar van ruimere kamers en een breedere trap, later je eigen huis
+even onverbeterlijk zult gaan vinden, als thans het onze."
+
+"Zeer zeker zijn er omstandigheden," zeide Willoughby, "waaronder
+het mij zeer dierbaar zou kunnen worden, doch dit huis zal altoos
+één recht op mijne genegenheid kunnen doen gelden, waarin geen ander
+verblijf ooit deelen kan."
+
+Mevrouw Dashwood wierp een verheugden blik naar Marianne, wier mooie
+oogen Willoughby aanzagen met een uitdrukking, die duidelijk te kennen
+gaf, hoe goed zij hem begreep.
+
+"Hoe menigmaal wenschte ik," ging hij voort, "toen ik, nu een jaar
+geleden, te Allenham logeerde, dat Barton Cottage toch bewoond mocht
+worden! Ik kwam er nooit voorbij, zonder de ligging te bewonderen,
+en spijt te gevoelen, dat niemand daarvan genoot. Hoe weinig dacht
+ik toen, dat het eerste, wat Mevrouw Smith mij zou mededeelen, toen
+ik weer in deze streek terugkwam, het nieuws zou zijn, dat Barton
+Cottage was verhuurd! en ik voelde dadelijk een zekere voldoening en
+belangstelling bij dat bericht, die ik slechts kan toeschrijven aan
+een soort voorgevoel van het geluk, dat mij ten deel zou vallen door
+die gebeurtenis. Zou dat niet de reden geweest zijn, Marianne?" liet
+hij er, zachter tot haar sprekend, op volgen. Daarop ging hij luider
+voort: "En _dit_ huis zoudt u willen bederven, Mevrouw? U zoudt het
+zijn eenvoud willen ontnemen door een denkbeeldige verfraaiing? en
+deze dierbare huiskamer, waarin onze kennismaking begon, en waarin wij
+zoovele gelukkige uren tezamen hebben doorgebracht, zoudt u willen
+vernederen tot den staat van een gewonen toegang, zoodat iedere
+binnentredende zich haasten zou, het vertrek te verlaten, dat tot nu
+toe meer ware gezelligheid en behagen in zich omsloten hield, dan enige
+zaal van indrukwekkende afmetingen ons ooit zou kunnen aanbieden?"
+
+Mevrouw Dashwood verzekerde hem opnieuw dat geenerlei verandering
+van dien aard zou worden ondernomen.
+
+"Dat is lief van u," antwoordde hij met warmte. "Uwe belofte stelt
+mij gerust. Strek uwe goedheid nog een weinig verder uit, en u zult
+mij gelukkig maken. Beloof mij, dat niet alleen uw huis zal blijven
+zooals het is; maar dat ik u en de uwen even onveranderd zal blijven
+vinden als uwe woning, en dat u mij steeds zult beschouwen met die
+vriendelijke gezindheid, die u en uwe geheele omgeving mij zoo dierbaar
+worden deed."
+
+Die belofte werd gaarne gegeven, en Willoughby's stemming gedurende
+den geheelen avond legde getuigenis af van zijn genegenheid en zijn
+geluk. "Zullen we je morgenmiddag aan tafel zien?" vroeg Mevrouw
+Dashwood bij het afscheid. "Ik reken niet op een morgenbezoek; want
+wij moeten naar Barton Park wandelen, om een visite te maken bij
+Lady Middleton."
+
+Hij beloofde om vier uur bij hen te zullen zijn.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XV
+
+
+Het bezoek van Mevrouw Dashwood bij Lady Middleton had den volgenden
+dag plaats, en twee van hare dochters vergezelden haar; doch Marianne
+wilde liever niet medegaan, en verontschuldigde zich op grond van
+een onbeduidend voorwendsel. Haar moeder, die hier uit opmaakte, dat
+Willoughby den avond te voren beloofd had, haar te zullen opzoeken
+gedurende hunne afwezigheid, had er niets op tegen, dat zij tehuis
+bleef.
+
+Bij hun terugkomst van Barton Park zagen zij Willoughby's rijtuig en
+zijn bediende vóór het huis staan wachten, en Mevrouw Dashwood begreep,
+dat haar vermoeden bewaarheid was. Tot dusver ging alles, zooals zij
+verwacht had; maar toen zij het huis binnentrad, aanschouwde zij, wat
+geen vooruitziende schranderheid haar had kunnen doen voorzien. Juist
+toen zij de voordeur ingingen, zagen zij Marianne haastig uit de
+huiskamer komen, blijkbaar bitter bedroefd, met haar zakdoek voor
+de oogen, en zonder op hen te letten, de trap oploopen. Verwonderd
+en verschrikt gingen zij aanstonds de kamer binnen, die zij pas
+verlaten had, en vonden er niemand dan Willoughby, die tegen den
+schoorsteenmantel geleund stond, met den rug naar hen toegekeerd. Hij
+wendde zich om, toen zij binnenkwamen, en zijn gelaat vertoonde ten
+duidelijkste de sporen eener even heftige aandoening, als die, welke
+Marianne had overmeesterd.
+
+"Scheelt haar iets?" riep Mevrouw Dashwood reeds op den drempel;
+"is zij niet wel?"
+
+"Ik hoop het niet," antwoordde hij, met een poging om vroolijk te
+kijken, en na een oogenblik liet hij er met een gedwongen glimlach
+op volgen: "Het zou zoo vreemd niet zijn, wanneer ikzelf mij onwel
+gevoelde; want ik ga op het oogenblik gebukt onder een grievende
+teleurstelling!"
+
+"Teleurstelling!"
+
+"Ja; want het is mij niet mogelijk, mij te houden aan onze
+afspraak. Mevrouw Smith heeft van morgen het overwicht van haar rijkdom
+doen gelden tegenover een armen afhankelijken bloedverwant door mij
+voor zaken naar Londen te zenden. Ik heb zooeven mijn opdrachten
+in ontvangst genomen, en Allenham vaarwel gezegd; en bij wijze van
+vertroosting ben ik nu komen afscheid nemen van u."
+
+"Naar Londen!--en ga je vandaag nog?"
+
+"'t Is bijna reeds mijn tijd."
+
+"Dat treft wel ongelukkig. Maar je moet doen, wat Mevrouw Smith
+verlangt;--en haar opdracht zal je toch, hoop ik, niet lang van ons
+verwijderd houden."
+
+Hij kreeg een kleur, terwijl hij antwoordde: "U bent wel vriendelijk,
+maar het is niet mijn bedoeling, zoo spoedig terug te keeren naar
+Devonshire. Mijn bezoeken bij Mevrouw Smith worden nooit herhaald
+binnen het jaar."
+
+"En is Mevrouw Smith dan je eenige vriendin? Is Allenham het
+eenige huis hier in de buurt, waar je welkom zoudt zijn? Foei,
+Willoughby. Acht je je verplicht een uitnoodiging van mijne zijde af
+te wachten?"
+
+Hij bloosde nog dieper, en zei alleen met neergeslagen oogen:
+"U bent waarlijk te goed."
+
+Mevrouw Dashwood zag Elinor verbaasd aan. Elinor was niet minder
+verwonderd. Een korte poos bewaarden allen het stilzwijgen. Mevrouw
+Dashwood was de eerste, die sprak.
+
+"Ik kan alleen herhalen, mijn waarde Willoughby," zeide zij, "dat ge
+altijd welkom zult zijn in Barton Cottage; want ik wil niet aandringen
+op uw spoedige terugkomst hier; daar ge zelf alleen kunt beoordeelen,
+in hoeverre die Mevrouw Smith aangenaam zou zijn; en op dat punt
+ben ik evenmin geneigd uw oordeel te wantrouwen, als ik gezind ben
+twijfel te koesteren omtrent uw eigen wenschen."
+
+"Voorloopig," antwoordde Willoughby verward, "zijn mijn verplichtingen
+van dien aard... dat... ik durf niet hopen..."
+
+Hij zweeg. Mevrouw Dashwood kon van verbazing geen woorden vinden,
+en weer volgde er stilte. Willoughby verbrak het zwijgen door met een
+flauwen glimlach te zeggen: "'t Is dwaasheid, nog langer zoo te blijven
+dralen. Ik wil mijzelf niet verder kwellen, door een samenzijn met
+vrienden, in wier gezelschap ik thans onmogelijk behagen scheppen kan."
+
+Hij nam haastig van hen allen afscheid en verliet het vertrek. Zij
+zagen hem in zijn rijtuig stappen en een oogenblik later verdween
+het uit hun gezicht. Mevrouw Dashwood was te bewogen om haar gevoel
+in woorden te uiten, en ging de kamer uit, om in eenzaamheid zich
+over te geven aan de gevoelens van droefheid en zorg, veroorzaakt
+door dit plotseling vertrek.
+
+Elinor was niet minder ongerust dan haar moeder. Het daareven gebeurde
+vervulde haar met angst en wantrouwen. Willoughby's houding bij het
+afscheid, zijn verwarring en zijn voorgewende vroolijkheid maar vooral
+zijn blijkbare ongeneigdheid om haar moeders uitnoodiging aan te nemen,
+een terughouding, zóó vreemd in een minnaar,--in iemand als hij, dat
+alles wekte in de hoogste mate haar bezorgdheid. Het eene oogenblik
+vreesde zij, dat van zijn kant nooit eenig ernstig plan had bestaan;
+en dan weer dacht zij, dat tusschen hem en haar zuster misschien
+iets onaangenaams was voorgevallen; Marianne's droefheid, toen zij
+uit de kamer kwam, had zéér goed het gevolg van een heftigen twist
+kunnen zijn; en toch wanneer zij bedacht, hoe Marianne hem liefhad,
+scheen twist tusschen hen haar bijna iets onmogelijks.
+
+Doch onder welke omstandigheden dan ook hunne scheiding mocht hebben
+plaats gehad; aan de diepe droefheid van haar zuster viel niet te
+twijfelen, en zij dacht met innig medelijden aan de heftige smart,
+waarin Marianne zeer waarschijnlijk thans niet slechts verlichting
+zocht en vond, doch die zij het haar plicht zou achten aan te wakkeren
+en te verlevendigen.
+
+Na een half uurtje kwam haar moeder terug, en hoewel haar oogen
+beschreid waren, keek zij toch niet bedrukt.
+
+"Nu is onze beste Willoughby al een paar mijlen ver van Barton,
+Elinor," zei ze, terwijl zij haar werk opnam en ging zitten; "en met
+welk een bezwaard gemoed is hij op reis gegaan!"
+
+"'t Is alles even vreemd. Zoo plotseling vertrokken! Het schijnt wel
+het werk van één oogenblik. Wat was hij gisteravond nog gelukkig in
+ons bijzijn, en zoo hartelijk, zoo vroolijk!--En nu, na slechts tien
+minuten voorbereiding, is hij weg--niet voornemens terug te keeren? Er
+moet meer zijn voorgevallen dan hij ons heeft willen bekennen. Hij
+sprak niet als anders; hij was zichzelf niet. _U_ moet dat verschil
+even goed hebben opgemerkt als ik. Wat kan het zijn? Een twist tusschen
+hen beiden? Waarom zou hij anders zoo ongeneigd zijn gebleken om uwe
+uitnoodiging aan te nemen?"
+
+"'t Was niet, omdat hij het niet wenschte, Elinor! Dàt zag ik duidelijk
+genoeg. Het stond niet in zijn macht. Ik heb over alles goed nagedacht,
+dat verzeker ik je, en ik begrijp nu volkomen alles, wat mij eerst
+even vreemd scheen als jou."
+
+"Werkelijk, mama?"
+
+"Ja. _Ik_ voor mij ben tot een heel bevredigende slotsom gekomen;--maar
+jij, Elinor, die bij voorkeur twijfelt, als je daar kans toe
+ziet... _jou_ zal die niet voldoen, dat weet ik wel; al zal je _mijn_
+vertrouwen erin niet kunnen wegpraten. Ik ben vast overtuigd, dat
+Mevrouw Smith zijn genegenheid voor Marianne vermoedt; dat zij die
+afkeurt--misschien omdat zij andere plannen met hem heeft en daarom
+erop gesteld is, hem uit den weg te krijgen; die zaak, die hij
+voor haar moet regelen en waarvoor ze hem wegzendt, is natuurlijk
+maar een voorwendsel, dat zij bedacht heeft. Zoo stel ik mij het
+gebeurde voor. Daarbij komt dit: hij _weet_, dat zij die verbintenis
+niet goedkeurt; hij durft haar dus op het oogenblik niet bekennen,
+dat hij met Marianne is verloofd, en in zijn afhankelijke positie,
+voelt hij zich verplicht, op haar plannen in te gaan, en Devonshire
+voor eenigen tijd te verlaten. Ik weet het wel, je zult zeggen:
+dat alles kàn, en kan óók _niet_ gebeurd zijn; maar ik luister naar
+géén tegenwerping eer je mij een andere manier aan de hand doet, om
+de zaak zóó gunstig uit te leggen. En wat heb je daar nu op te zeggen?"
+
+"Niets, mama; want u hebt mijn antwoord reeds vooraf verwacht en
+uitgesproken."
+
+"Dus je zoudt gezegd hebben: het kan evengoed _niet_ als wèl zoo zijn
+geweest. O Elinor, wat zijn je gevoelens toch onbegrijpelijk! Je
+zoudt liever kwaad gelooven dan goed. Je zoudt liever _zoeken_
+naar verdriet voor Marianne, en schuld van dien armen Willoughby,
+dan naar verontschuldiging voor zijn gedrag. Je _verkiest_ hem nu
+eenmaal schuldig te achten omdat hij bij het afscheid van ons niet
+zoo hartelijk scheen als gewoonlijk. En is er dan geen verschooning te
+vinden in een zekere verstrooidheid en neerslachtigheid, veroorzaakt
+door de pas ondervonden teleurstelling? Zal geen enkele mogelijkheid
+overwogen mogen worden, enkel en alleen omdat zij geen zekerheid
+is? Zijn wij niets verplicht aan den man, dien wij om zoo goede
+reden liefhebben, en die ons niet de geringste aanleiding gaf tot
+verdenking? Mag dan de mogelijkheid niet worden aangenomen van
+beweegredenen, volkomen gegrond op zich zelf, doch die voorloopig
+onvermijdelijk verborgen moeten blijven? En, wat is het, per slot
+van rekening, waarvan je hem verdenkt?"
+
+"Dat kan ik u eigenlijk zelf niet zeggen. Maar het vermoeden van
+iets onaangenaams is 't onvermijdelijk gevolg van een verandering,
+zooals wij die daareven in hem hebben waargenomen. Er is echter
+veel waars in wat u zegt omtrent de overwegingen te zijnen gunste,
+die wij moeten laten gelden, en ik wensch werkelijk eerlijk te zijn
+in mijn oordeel over iedereen. Willoughby kàn ongetwijfeld zeer
+voldoende redenen hebben voor zijn gedrag, en ik hoop, dat dit het
+geval is. Maar het zou toch meer iets voor hem zijn geweest, die
+openlijk te erkennen. Geheimzinnigheid mag raadzaam zijn; maar ik
+kan niet nalaten mij te verwonderen, dat juist hij die betracht."
+
+"Je moogt hem geen verwijt maken van ontrouw aan zichzelf, waar die
+afwijking noodzakelijk is. Maar je geeft dus werkelijk toe, dat ik
+gelijk had, in wat ik tot zijn verdediging aanvoerde?--daar ben ik
+blij om--dan gaat hij vrij uit."
+
+Niet geheel en al. Het kan raadzaam zijn, hun verloving--(àls ze
+verloofd zijn,)--geheim te houden voor Mevrouw Smith,--en als dat
+het geval is, dan is het natuurlijk zéér noodig, dat Willoughby thans
+slechts zelden in Devonshire gezien wordt. Maar dit is nog geen reden
+om die verloving te verbergen voor òns."
+
+"Verbergen voor òns? maar lieve kind, beschuldig je Willoughby
+en Marianne van achterhoudendheid op dat punt? Dàt is wel vreemd,
+terwijl je blikken hun dag aan dag een verwijt maakten van hun gebrek
+aan voorzichtigheid."
+
+"Van hun genegenheid heb ik geen bewijs meer noodig," zei Elinor,
+"maar van hun verloofd zijn wèl."
+
+"Ik ben omtrent beide punten volkomen gerust."
+
+"En toch is er door geen van hen beiden één woord tegenover u gerept
+van dat onderwerp."
+
+"Ik had geen woorden noodig; hun daden spraken voor mij duidelijk
+genoeg. Bewees niet zijn houding jegens Marianne en ons allen,
+in de laatste weken, dat hij haar liefhad en als zijn aanstaande
+vrouw beschouwde, en dat hij ons de genegenheid toedroeg die men
+koestert voor zijn naaste verwanten? Hebben wij elkaar niet volkomen
+begrepen? Vroeg hij niet dagelijks mijne toestemming, door zijn blik,
+zijn houding, zijn oplettende en eerbiedige voorkomendheid? Mijn beste
+Elinor, is het mogelijk dat je hun verloving in twijfel trekt? Hoe
+kon die gedachte bij je opkomen? Hoe kan je veronderstellen, dat
+Willoughby, overtuigd als hij moet zijn van je zuster's liefde,
+haar zou verlaten, voor maanden achtereen misschien, zonder haar zijn
+gevoel te openbaren;--dat ze zouden scheiden zonder elkaar wederzijdsch
+vertrouwen te hebben geschonken?"
+
+"Ik geef toe," antwoordde Elinor, "dat alle omstandigheden, op één na,
+spreken ten gunste van hun verloving; maar die ééne is het volslagen
+stilzwijgen, door beiden daaromtrent bewaard, en voor mij weegt die
+eene tegen bijna alle andere op."
+
+"Wat is dat vreemd. Je moet wel slecht over Willoughby denken, wanneer
+je, na al wat tusschen hen is voorgevallen, nog kunt twijfelen aan
+den aard van hun onderlinge verhouding. Dus hij sou al dien tijd
+tegenover je zuster een rol hebben gespeeld? Denk je dat hij in zijn
+hart onverschillig haar is?"
+
+"Neen, dat kàn ik niet denken. Hij moet haar liefhebben, en dat doet
+hij; daaraan twijfel ik niet".
+
+"Een vreemd soort van teederheid is dat dan toch, die hem toestaat
+haar te verlaten, zoo onverschillig, zoo onbezorgd omtrent de toekomst,
+als je denkt, dat hij doet."
+
+"U moet niet vergeten, mama, dat ik de zaak nooit als zeker
+beschouwde. Ik beken, dat ik wel eens twijfel heb gekoesterd. Die
+twijfel is echter reeds verminderd en zal misschien spoedig geheel
+verdwijnen. Als het blijkt, dat zij in briefwisseling zijn, dan ben
+ik niet bang meer."
+
+"Je bent wèl toegevend, moet ik zeggen! Als je hen voor het
+altaar zaagt staan, dan zou je nog denken, dat ze _misschien_
+wel gingen trouwen. 't Is een leelijke trek in je.--Maar zulke
+bewijzen heb _ik_ niet noodig. In mijn oogen is er niets gebeurd,
+dat twijfel rechtvaardigde; tot verbergen werd geen poging gedaan;
+alles ging volkomen open en zonder terughouding in zijn werk. Aan
+je zuster's wenschen kan je niet twijfelen. 't Is dus Willoughby,
+dien je verdenkt. En waarom? Is hij niet gevoelig en een man van
+eer? Gaf hij ons door onstandvastigheid reden tot zorg en vrees? Zou
+hij bedriegelijk kunnen zijn?"
+
+"Ik geloof van niet; ik geloof van niet," riep Elinor. "Ik houd van
+Willoughby; ik houd oprecht van hem; en twijfel aan de zuiverheid van
+zijn karakter doet mijzelve niet minder pijn dan u. Tegen mijn wil is
+die twijfel gerezen, en ik wil dat gevoel niet aanmoedigen. Ik beken,
+dat ik schrikte van morgen, door die verandering in zijn houding; hij
+sprak niet zooals van hem te verwachten viel, en bleef onhartelijk
+tegenover uw vriendelijkheid. Maar dat alles laat zich verklaren
+door de omstandigheden, die u als waar veronderstelt. Hij had pas
+afscheid genomen van Marianne, had haar zien gaan, wanhopig bedroefd;
+en als hij zich verplicht achtte, uit vrees Mevrouw Smith te ergeren,
+de verleiding te weerstaan om hier spoedig terug te keeren, terwijl hij
+toch wist, door het weigeren van uwe uitnoodiging, door te zeggen dat
+hij voor langen tijd afscheid nam, tegenover ons gezin den schijn op
+zich te laden van illoyaal en zonderling gedrag, dan had hij waarlijk
+wel reden verlegen en verward te zijn. Onder die omstandigheden zou een
+eenvoudige en openhartige uiteenzetting van zijn moeilijkheden hem meer
+tot eer hebben gestrekt, en mijns inziens meer hebben gestrookt met
+zijn aard en aanleg; maar ik zal niemand zijn gedrag verwijten, wegens
+zoo enghartige redenen als een verschil in zienswijze met mijzelve,
+of eene afwijking van wat _ik_ als goed en redelijk beschouw."
+
+"Nu spreek je, zooals het behoort. Willoughby verdient waarlijk niet
+beschouwd te worden met achterdocht. Al kennen _wij_ hem nog niet lang;
+hij is hier geen vreemdeling; en wie heeft ooit iets te zijnen nadeele
+gezegd? Hadden zijn omstandigheden hem veroorloofd, zelfstandig op te
+treden en onmiddellijk te huwen, dan had het vreemd kunnen schijnen,
+dat hij ons verliet, zonder mij alles thans reeds te bekennen; doch
+dit is niet het geval. Het is een verloving, die in sommige opzichten
+geen voorspoedig begin heeft gehad, want de tijd van hun huwelijk is
+onzeker en veraf; zoodat dan ook stilzwijgen omtrent de zaak, thans,
+voor zoover het mogelijk is, zeer raadzaam is geworden."
+
+Hier werden zij gestoord door Margaret, die binnenkwam; en Elinor
+had thans gelegenheid, na te denken over haar moeder's opvattingen;
+te erkennen dat vele van haar vermoedens gegrond schenen, en te hopen,
+dat alle zouden bewaarheid worden. Zij zagen Marianne niet eer het tijd
+was om te eten, en zij zonder een woord te zeggen de kamer binnenkwam
+en aan tafel ging zitten. Haar oogen waren rood en gezwollen, en het
+scheen alsof zij slechts met moeite hare tranen weerhield. Zij vermeed
+hun aller blikken, kon noch eten, noch spreken, en toen haar moeder
+na eenigen tijd zwijgend en met innig medelijden haar hand drukte,
+bezweek haar geringe kracht geheel--zij barstte in tranen uit en
+verliet het vertrek.
+
+Deze diepe verslagenheid van geest bleef den geheelen avond
+voortduren. Zij had geen macht over zichzelve, wijl die macht door
+haar niet werd begeerd. Bij de geringste opmerking over iets, dat met
+Willoughby in verband stond werd zij overweldigd door hare droefheid,
+en ofschoon haar moeder en zusters hun uiterste best deden om haar
+te ontzien, het was onmogelijk, tenzij ze een volstrekt stilzwijgen
+wilden bewaren, elk onderwerp te vermijden, dat voor haar gevoel op
+hem betrekking had.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVI
+
+
+Marianne zou het onvergefelijk van zichzelve hebben gevonden,
+als ze had kunnen slapen, den eersten nacht na het afscheid van
+Willoughby. Ze zou den anderen den volgenden morgen niet zonder
+schaamte in het gezicht hebben durven zien, als ze niet bij het opstaan
+grooter behoefte had gehad aan rust, dan toen ze ging liggen. Maar de
+gevoelens, die haar in zelfbedwang schande deden zien, bewaarden haar
+voor het gevaar, zich die schande op den hals te halen. Zij lag den
+geheelen nacht wakker, en _bijna_ den geheelen nacht schreide zij. Ze
+stond met hoofdpijn op, kon niet spreken en weigerde iets te eten;
+deed dus haar moeder en zusters onophoudelijk verdriet en verzette
+zich tegen elke poging van hunne zijde om haar te troosten. Haar
+gevoeligheid was waarlijk niet machteloos!
+
+Na het ontbijt ging zij alleen wandelen, en zwierf bijna den geheelen
+morgen rond in de omstreken van Allenham, zwelgend in herinneringen aan
+verloren geluk, en zich onder tranen beklagend over den tegenwoordigen
+tegenspoed.
+
+Ook den avond sleet zij in algeheele overgave aan haar gevoel. Zij
+speelde al de geliefkoosde liederen over, die zij Willoughby placht
+voor te spelen, iedere melodie, waarin hun stemmen zoo dikwijls hadden
+samengeklonken, en zat voor de piano te staren naar de muziek, die
+hij voor haar had gecopieerd, tot haar hart zoo overstelpt was van
+verdriet, dat zij niet treuriger kòn worden; en iederen dag schonk zij
+op die wijze nieuw voedsel aan hare smart. Uren aaneen zat zij voor
+de piano beurtelings te zingen en te schreien, en dikwijls werd haar
+stem geheel door tranen verstikt. Ook in haar boeken, zoowel als in
+muziek, zocht zij met voorliefde de rampzaligheid die de tegenstelling
+tusschen voorheen en thans haar onvermijdelijk moest doen gevoelen. Zij
+las niets anders, dan wat zij samen te lezen plachten.
+
+Zóó heftige smart kon niet van eindeloozen duur zijn, na eenige dagen
+verflauwde zij tot kalmer neerslachtigheid; doch de reeds genoemde
+bezigheden, die zij dagelijks hervatte; haar eenzame wandelingen
+en stille overpeinzingen leidden ook thans bijwijlen tot hevige
+uitbarstingen van verdriet.
+
+Van Willoughby kwam geen brief, en Marianne scheen dien ook niet te
+verwachten. Haar moeder was verwonderd, en Elinor maakte zich opnieuw
+ongerust. Maar Mevrouw Dashwood had altijd verklaringen bij de hand,
+wanneer ze die behoefde, die althans haarzelve tevreden stelden.
+
+"Je weet wel, Elinor," zei ze, "hoe dikwijls Sir John onze brieven
+van de post haalt en ze voor ons bezorgt. We zijn het nu eens, dat
+de zaak liever niet ruchtbaar moet worden, en we moeten erkennen dat
+dit onmogelijk zou zijn, als Sir John hunne brieven over en weer in
+handen kreeg."
+
+Elinor kon dit niet tegenspreken, en zij trachtte die beweegreden
+voldoende te achten ter verklaring van hun stilzwijgen.
+
+Er was echter één middel om achter den waren staat van zaken te komen,
+en alle geheimzinnigheid te verbannen, zóó recht op het doel afgaand,
+zoo eenvoudig, en naar hare meening zoo verkieselijk, dat zij niet
+kon nalaten, haar moeder dit aan de hand te doen.
+
+"Waarom vraagt u Marianne niet zelf," zei zij, "of ze al of niet met
+Willoughby verloofd is? Van u, haar moeder, die zoo vriendelijk en
+toegevend voor haar is, kan die vraag haar niet grieven. 't Zou het
+natuurlijk uitvloeisel zijn van uw genegenheid voor haar. Zij placht
+één en al openhartigheid te zijn, tegenover u vooral."
+
+"Die vraag zou ik haar nooit willen doen; in geen geval. Neem
+eens voor een oogenblik aan, dat zij niet verloofd waren, hoeveel
+verdriet zou ik haar dan doen door dat uitvragen. 't Zou in elk
+geval heel weinig edelmoedig zijn. Ik zou nooit meer haar vertrouwen
+verdienen, wanneer ik haar wilde dwingen tot een bekentenis van 't
+geen voorloopig niemand nog mag weten. Ik ken Marianne door en door;
+ik weet hoeveel zij van mij houdt, en dat ik niet de laatste zal zijn,
+die de toedracht der zaak vernemen zal, wanneer de omstandigheden die
+kennisgeving raadzaam doen achten. Ik zou nooit willen pogen iemands
+vertrouwen af te dwingen; het allerminst dat van mijn eigen kind,
+omdat haar plichtgevoel haar mogelijk zou weerhouden, dat vertrouwen
+te weigeren, waar zij het liever niet geschonken had."
+
+Elinor vond, met het oog op haar zuster's jeugd, deze opvatting
+overdreven; en drong nog nader bij haar moeder aan; doch te
+vergeefs; gezond verstand, natuurlijke bezorgdheid, vanzelfsprekende
+voorzichtigheid, alles moest achterstaan bij Mevrouw Dashwood's
+romantisch overdreven fijn gevoel.
+
+Meerdere dagen verliepen, eer Willoughby's naam door een der
+leden van het gezin in Marianne's tegenwoordigheid werd genoemd;
+Sir John en Mevrouw Jennings achtten zich tot die kieschheid niet
+verplicht, en hun geestigheden vermeerderden de pijn van menig
+pijnlijk oogenblik;--doch op zekeren avond zeide Mevrouw Dashwood,
+toen zij toevallig een deeltje van Shakespeare opnam:
+
+"We hebben Hamlet nog niet uitgelezen, Marianne, onze beste Willoughby
+ging heen, eer we 't hadden geëindigd. We zullen het wegleggen,
+en als hij terugkomt... Maar het zal misschien maanden duren, eer
+dàt gebeurt."
+
+"Maanden?" riep Marianne, zeer verwonderd. "O neen,--weken zelfs niet!"
+
+Mevrouw Dashwood had reeds berouw van haar gezegde, doch het deed
+Elinor genoegen, daar het Marianne een antwoord had ontlokt, dat
+haar volkomen vertrouwen in Willoughby uitdrukte, en haar voorkennis
+omtrent zijn plannen verried.
+
+Op zekeren morgen, een week ongeveer na zijn vertrek, haalden
+hare zusters Marianne over, hen te vergezellen op hun dagelijksche
+wandeling, inplaats van alleen rond te zwerven. Tot nu toe had zij op
+die eenzame tochten angstvallig alle gezelschap vermeden. Als haar
+zusters plan hadden de heuvels te beklimmen, dan sloop zij naar het
+bosch; spraken zij van het dal, dan klom Marianne langs de steilste
+paden, en zij was nooit ergens te vinden, wanneer de anderen gereed
+waren om uit te gaan. Ten laatste echter werd er beslag op haar
+gelegd door Elinor, die deze voortdurende afzondering zeer verkeerd
+achtte. Zij wandelden langs den weg: door het dal, meestal zwijgend;
+want Marianne's _geest_ liet zich niet dwingen, en Elinor, tevreden
+nu zij in een opzicht haar zin had gekregen, wilde thans niet méér
+beproeven. Voorbij den ingang van het dal, waar het landschap, ofschoon
+nog schilderachtig en afwisselend, minder bergachtig werd en ruimer
+uitzicht verleende, konden zij een groot deel overzien van den weg,
+waarlangs zij voor de eerste maal naar Barton waren gekomen; en toen
+zij deze plek hadden bereikt, bleven zij staan, om rond te zien en
+het uitzicht te genieten over de vlakte, die zij van uit hun huisje in
+de verte konden onderscheiden, thans vanuit een punt, tot waar hunne
+wandelingen zich toevallig nog niet eerder hadden uitgestrekt. Onder
+de voorwerpen, die het landschap stoffeerden, bespeurden zij spoedig
+een, dat zich bewoog; het was een man te paard, die naderbij kwam. Na
+een paar minuten zagen zij, dat het een heer was, en een oogenblik
+later riep Marianne vol verrukking: "Hij is het; o zeker!--ik weet
+dat hij het is!" en zij wilde hem reeds tegemoetsnellen, toen Elinor
+haastig zeide: "Werkelijk Marianne, je vergist je. Het is Willoughby
+niet. Deze man is zoo groot niet als hij, en heeft een andere houding."
+
+"O jawel, jawel," riep Marianne, "hij is het; 't is zijn figuur,
+zijn jas, zijn paard. Ik wist wel, dat hij gauw zou komen."
+
+Ze liep onder het spreken haastig verder; en Elinor versnelde eveneens
+haar schreden, om Marianne bij te houden, daar zij bijna zeker was,
+dat het Willoughby niet kon zijn, en zij haar zuster's gedrag niet
+wilde laten in 't oog vallen. Weldra waren zij geen dertig meter meer
+van den vreemden heer verwijderd. Marianne keek nogmaals op; haar hart
+ontzonk haar; zij keerde zich om en liep haastig terug; doch tegelijk
+met de stemmen harer zusters, die haar toeriepen stil te staan,
+hoorde zij een derde, bijna even welbekend als die van Willoughby,
+hetzelfde verzoek tot haar richten, en toen zij zich verbaasd op
+nieuw omwendde, herkende en begroette zij Edward Ferrars. Hij was de
+eenige persoon ter wereld, wien zij op dat oogenblik kon vergeven,
+dat hij niet Willoughby was; de eenige die haar een glimlach had kunnen
+ontlokken. Zij drong haar tranen terug om hem toe te lachen, en vergat
+een oogenblik haar eigen teleurstelling voor haar zuster's blijdschap.
+
+Hij stapte af, liet zijn paard aan zijn rijknecht over, en wandelde met
+hen terug naar Barton, waar hij hun een bezoek wilde komen brengen. Hij
+werd door allen verwelkomd met de grootste hartelijkheid; vooral door
+Marianne, die nog levendiger voldoening liet blijken over zijn komst
+dan Elinor zelve. In Marianne's oogen scheen de begroeting tusschen
+Edward en haar zuster slechts de voortzetting van die onverklaarbaar
+koele houding, die zij hen te Norland reeds zoo dikwijls tegenover
+elkaar had zien in acht nemen. Vooral van Edward's zijde ontbrak aan
+die begroeting al wat een minnaar bij zulk een gelegenheid door blikken
+of woorden had moeten aan den dag leggen. Hij was verlegen, scheen
+niet eens blijde, hen te zien, keek noch verheugd, noch vroolijk,
+zei bijna niet anders dan wat hem gevraagd werd, en liet tegenover
+Elinor geen spoor van bijzondere genegenheid blijken. Marianne keek
+en luisterde met toenemende verbazing. Ze begon bijna een hekel aan
+Edward te krijgen, en ten slotte eindigde die opwelling, zooals elk
+gevoel bij haar moest eindigen, met een terugkeer in gedachten tot
+Willoughby, wiens gedrag dan ook wel een opvallende tegenstelling
+vormde met dat van zijn uitverkoren aanstaanden schoonbroeder.
+
+Na het korte stilzwijgen, dat volgde op de eerste verbaasde
+begroetingen en vragen over en weer, vroeg Marianne aan Edward of hij
+rechtstreeks uit Londen kwam. Neen, hij was reeds veertien dagen in
+Devonshire geweest.
+
+"Veertien dagen!" herhaalde zij, verwonderd, dat hij zoolang had
+kunnen vertoeven in hetzelfde graafschap als Elinor, zonder haar te
+komen opzoeken. Hij keek verlegen en bedrukt, terwijl hij antwoordde,
+dat hij bij kennissen had gelogeerd in de buurt van Plymouth.
+
+"Ben je nog voor kort in Sussex geweest?" vroeg Elinor.
+
+"Een maand geleden ongeveer was ik nog te Norland."
+
+"En hoe ziet ons dierbaar Norland er wel uit?" riep Marianne.
+
+"Ons dierbaar Norland," zei Elinor, "zal er wel uitzien, zooals
+gewoonlijk om dezen tijd van het jaar; de bosschen en de wegen bedekt
+door een dichte laag dorre bladeren."
+
+"O," riep Marianne, "met welke gevoelens van zielsverrukking zag
+ik ze vroeger niet vallen! Wat was het zalig, als de wind ze op
+mijn wandelingen in dichte vlagen om mij heen deed dwarrelen! Welke
+gevoelens wekten zij niet, in vereeniging met het jaargetij, met de
+geheele atmosfeer! Nu is er niemand, die acht op hen slaat. Ze worden
+beschouwd als een last, haastig weggeveegd, en zooveel mogelijk aan
+het gezicht onttrokken."
+
+"Niet iedereen," zei Elinor, "is zóó verrukt van dorre bladeren
+als jij."
+
+"Neen, mijn gevoelens worden niet dikwijls gedeeld, niet dikwijls
+begrepen. _Soms_ echter wèl."
+
+Zij verzonk een korte poos in gepeins; doch zei, zich als 't ware
+daaruit losrukkend, terwijl zij Edward op het landschap wees: "Zie,
+Edward; dit is nu de vallei van Barton. Kijk nu dien kant eens uit,
+en blijf dan bedaard, als je kunt. Zie je die heuvels? Heb je ooit zoo
+iets prachtigs gezien? Links ligt Barton Park, tusschen die bosschen en
+dat struikgewas. Je kunt den zijgevel van het huis onderscheiden. En
+daar, aan den voet van dien laatsten heuvel, die zoo statig zich
+verheft, ligt ons huisje."
+
+"'t Is een mooie streek," gaf hij ten antwoord; "maar die laag gelegen
+gedeelten zullen 's winters wel erg modderig zijn."
+
+"Hoe kan je nu denken aan modder, terwijl je zulke dingen voor
+oogen hebt?"
+
+"Omdat ik, onder meer, één buitengewoon modderig laantje voor mijn
+oogen zie."
+
+"Vreemd toch!" zei Marianne tot zichzelf, onder 't voortwandelen.
+
+"Heb je aardige buren hier? Zijn de Middleton's prettige menschen?"
+
+"Neen, volstrekt niet," zei Marianne; "we hadden 't niet ongelukkiger
+kunnen treffen."
+
+"Maar, Marianne," riep haar zuster; "hoe kan je dat zeggen? Hoe kan
+je zoo onrechtvaardig zijn? Het is een heel aardige familie, Edward,
+en ze zijn voor ons allervriendelijkst geweest. Heb je dan vergeten,
+Marianne, hoeveel prettige dagen we aan hen te danken hadden?"
+
+"Neen," zei Marianne iets zachter, "en hoeveel onaangename oogenblikken
+evenmin."
+
+Elinor hield zich alsof zij het niet hoorde, en zich thans tot hun
+gast wendend, poogde zij iets als een geregeld gesprek met hem gaande
+te houden door te vertellen van hun nieuwe huis, de inrichting ervan,
+en zoo meer, waardoor ze hem althans enkele vragen en opmerkingen
+ontlokte. Zijn koelheid en terughouding kwetsten haar diep; zij was
+geërgerd en bijna boos; doch met het vaste voornemen haar gedrag
+jegens hem liever in overeenstemming te brengen met het verleden,
+dan met zijn houding van nu, vermeed zij elk vertoon van ergernis of
+ongenoegen en behandelde hem, zooals zij oordeelde, dat hij, wegens
+hun familiebetrekking, behoorde behandeld te worden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVII
+
+
+Mevrouw Dashwood was slechts een oogenblik verrast, toen zij hem zag;
+want in haar oogen was zijn komst te Barton de natuurlijkste zaak
+van de wereld. Haar blijde en hartelijke welkomstbetuigingen duurden
+langer dan haar verwondering. Hij werd door haar allervriendelijkst
+ontvangen; zijn verlegenheid, koelheid, en terughouding bleken niet
+bestand tegen zulk een begroeting. Zij waren reeds aan het wankelen
+gebracht, eer hij het huis binnentrad, en namen de wijk voor Mevrouw
+Dashwood's innemende manieren. Werkelijk kon iemand moeilijk verliefd
+zijn op eene harer dochters, zonder die liefde ook tot háár uit te
+strekken; en Elinor zag hem tot haar blijdschap spoedig weer de oude
+worden. Zijn genegenheid voor hen allen scheen weer op te leven, en
+men kon voelen dat hij belangstelde in hun welvaren. Opgewekt was
+hij echter niet; hij vond het huis mooi; bewonderde het uitzicht,
+was voorkomend en vriendelijk; maar de ware vroolijkheid ontbrak. Zij
+merkten het allen op, en Mevrouw Dashwood, die het toeschreef aan
+zijn moeder's gemis van vrijgevigheid, ging aan tafel zitten met een
+gevoel van ergernis over alle zelfzuchtige ouders.
+
+"Welke vooruitzichten heeft Mevrouw Ferrars tegenwoordig voor je op het
+oog, Edward?" vroeg zij, toen zij na het eten rondom het vuur zaten;
+"moet je nog steeds een groot redenaar worden, tegen je zin?"
+
+"Neen. Ik hoop dat moeder nu wel overtuigd is, dat ik voor het openbare
+leven evenmin talent als neiging bezit."
+
+"Maar hoe moet je roem dan worden gevestigd? Want beroemd moet je
+worden, als je de familie zult tevredenstellen; en zonder neiging
+tot uiterlijk vertoon, zonder behoefte aan omgang met vreemden,
+zonder beroep, en zonder zelfvertrouwen, zou je dat wel moeilijk
+kunnen blijken."
+
+"Ik zal 't maar niet beproeven. Ik koester geen wensch om mij te
+onderscheiden, en ik heb alle reden te hopen, dat ik dat nooit zal
+doen. Den hemel zij dank, dat men mij genialiteit en welsprekendheid
+niet kan afdwingen."
+
+"Ik weet het wel, je hebt geen eerzucht. Je wenschen zijn alle even
+gematigd."
+
+"Even gematigd als die van andere menschen ook, zou ik denken. Ik
+wensch, juist als ieder ander, volkomen gelukkig te zijn; maar,
+precies als die anderen, op mijn eigen manier. In beroemdheid zal ik
+geen geluk vinden."
+
+"Geen wonder!" riep Marianne. "Wat heeft rijkdom of grootheid met
+geluk te maken!"
+
+"Grootheid maar weinig," zei Elinor; "rijkdom heel veel."
+
+"O Elinor, schaam je! Geld geeft alleen dáár geluk, waar het in niets
+anders te vinden is. Buiten zekere bescheiden grenzen, kan het geen
+werkelijke voldoening schenken, voor zoover het de aanspraken geldt
+van ons eigen ik."
+
+"Misschien blijken we het ten slotte toch nog eens," zei Elinor
+glimlachend. "Ik wed dat _jouw_ bescheiden grenzen en _mijn_ rijkdom
+heel veel op elkaar gelijken, en daarzonder, dat geven we elkaar toe,
+zouden we, zooals de wereld nu eenmaal is, alles ontberen, wat ons
+uiterlijk gemak en behagen kan verschaffen. Jij vat de zaak alleen
+wat breeder op dan ik. Kom er maar mee voor den dag; wat zijn je
+'bescheiden grenzen?'"
+
+"Een achttienhonderd of tweeduizend pond in het jaar; _meer_ dan
+ook niet."
+
+Elinor lachte. "_Twee_ duizend pond in het jaar! Voor mij is _een_
+al rijkdom. Dat had ik wel gedacht."
+
+"Maar tweeduizend pond is werkelijk een heel bescheiden inkomen,"
+zei Marianne. "Met minder kan een gezin toch wel haast niet toe. Ik
+vind niet dat ik buitensporige eischen stel. Een voldoende aantal
+bedienden; een rijtuig, twee misschien, en jachtpaarden kan men niet
+houden, als men met minder dan dat moet rondkomen."
+
+Weer glimlachte Elinor, toen zij haar zuster zoo nauwkeurig hun
+toekomstige uitgaven te Combe Magna hoorde beschrijven.
+
+"Jachtpaarden!" herhaalde Edward.--"Maar waarom moet je jachtpaarden
+erop nahouden? Iedereen jaagt toch niet."
+
+Marianne kreeg een kleur, en zei "De meeste menschen wèl."
+
+"Ik wou," zei Margaret, een nieuw onderwerp op het tapijt brengend,
+"dat iemand ons één voor één een groot fortuin present gaf."
+
+"O, als dàt kon gebeuren!" riep Marianne, terwijl haar oogen
+schitterden van opgewondenheid, en haar wangen gloeiden van blijdschap
+over dat denkbeeldig geluk.
+
+"Met dien wensch kunnen we ons zeker allen vereenigen," zei Elinor,
+"ondanks de geringe bevrediging, die rijkdom vermag te schenken."
+
+"Wat zou ik blij zijn," riep Margaret uit. "Ik ben benieuwd wat ik
+er wel mee zou doen."
+
+Marianne keek, alsof dàt punt voor haar aan geen twijfel onderhevig
+was.
+
+"Ik zou niet weten, hoe ik een groot fortuin moest besteden," zei
+Mevrouw Dashwood, "als mijn kinderen alle drie reeds rijk waren zonder
+mijn hulp."
+
+"U moest dan maar beginnen met de voorgenomen verbeteringen van dit
+huis," merkte Elinor op; "dan zou die moeilijkheid gauw zijn uit den
+weg geruimd."
+
+"Wat zouden er dàn uitgebreide bestellingen worden gedaan in Londen,"
+zei Edward, "door alle leden van het gezin! Wat een blijde dag voor
+boek- en muziekhandelaars en voor kunstkoopers! Elinor zou hun de
+vrije hand laten, en zich al de fraaiste nieuwste etsen en plaatwerken
+laten zenden;--en Marianne, ik ken haar royale opvattingen, er zou geen
+muziek genoeg in Londen zijn om haar te voldoen. En boeken!--Thomson,
+Cowper, Scott,--ze zou ze allen weer op nieuw aanschaffen, ze zou alle
+exemplaren opkoopen, wed ik, om te verhinderen, dat ze in onwaardige
+handen geraakten, en ze zou alle boeken willen hebben, waarin oude,
+kronkelig vergroeide boomen worden bewonderd. Is het zoo niet,
+Marianne? Wees niet boos als ik een beetje ondeugend ben. Maar ik
+wou je eens laten zien, dat ik onze oude twistgesprekken nog niet
+had vergeten."
+
+"Ik wil graag aan 't verleden herinnerd worden, Edward,--herinneringen,
+'t zij ze treurig of vroolijk zijn, roep ik gaarne op, en je kunt
+mij nooit grieven door te spreken over vroegere tijden. Je hebt
+juist geraden, hoe ik mijn geld besteden zou; een gedeelte ervan,
+mijn gereed geld tenminste, zou stellig dienen tot aanvulling van
+mijn verzameling boeken en muziek."
+
+"En 't kapitaal zou worden belegd in lijfrenten voor de schrijvers,
+of hunne erfgenamen."
+
+"Neen, Edward, daar zou ik iets anders mee hebben te doen."
+
+"Misschien zou je 't uitloven als belooning voor den persoon, die het
+best in een geschrift je geliefkoosden stelregel wist te verdedigen,
+dat niemand meer dan eenmaal in zijn leven verliefd kan zijn, want
+op dat punt is je meening zeker nog onveranderd?"
+
+"Natuurlijk. Als men eenmaal zoo oud is als ik, dan is ons oordeel
+tamelijk gevestigd. 't Is niet waarschijnlijk, dat ik nu nog iets
+zou zien of hooren, dat mij van meening veranderen deed."
+
+"Je ziet wel, Marianne staat nog even vast op haar stuk," zei Elinor,
+"ze is nog steeds dezelfde."
+
+"Ze is alleen wat ernstiger geworden dan vroeger."
+
+"Dat mag _jij_ me niet verwijten, Edward," zei Marianne. "Je bent
+zelf ook zoo heel vroolijk niet".
+
+"Waarom denk je dat?" antwoordde hij, met een zucht. "Maar vroolijkheid
+lag nooit in mijn aard."
+
+"In Marianne's aard evenmin, dunkt mij," zei Elinor. "Zij is niet
+wat ik een levendig, opgewekt meisje zou noemen; ze is heel ernstig
+en vol vuur bij al wat ze doet;--ze spreekt soms veel, en altoos met
+overtuiging;--maar eigenlijk vroolijk is ze bijna nooit."
+
+"Ik geloof dat je gelijk hebt," antwoordde hij, "en toch heb ik haar
+altoos als een druk, levendig meisje beschouwd."
+
+"Op dergelijke vergissingen heb ik mijzelve dikwijls betrapt," zei
+Elinor, "op een volkomen verkeerd begrijpen van iemands karakter in een
+of ander opzicht; door mij te verbeelden dat de menschen vroolijker
+of ernstiger, of verstandiger of dommer waren, dan ze feitelijk
+zijn, en ik kan zelf niet zeggen waarom, of waaruit die vergissing
+voortsproot. Soms laat men zich beïnvloeden door wat ze zeggen omtrent
+zichzelf, en heel dikwijls door wat anderen van hen vertellen, zonder
+zich den tijd te gunnen tot wikken en wegen eer men oordeelt."
+
+"Maar ik dacht dat het juist goed was, Elinor," zei Marianne, "zich
+geheel en al te laten leiden door het oordeel van anderen. Ik dacht
+dat wij alleen meeningen mochten vormen, om ze te onderwerpen aan
+die van onze buren. Dat is altijd je leer geweest."
+
+"Neen, nooit, Marianne. Mijn bedoeling is nooit geweest dat het begrip
+zich onderwerpen zou. Al wat ik ooit heb willen gewijzigd zien, was
+het gedrag. Je moet mij niet verkeerd begrijpen. Ik beken, dat ik
+dikwijls heb gewenscht, je onze kennissen over 't algemeen met meer
+voorkomendheid te zien behandelen, maar heb ik je ooit aangeraden hun
+gevoelens over te nemen, of je in gewichtige dingen te laten leiden
+door hun oordeel?"
+
+"Het is je dus niet gelukt, je zuster over te halen tot je zienswijze
+op 't punt van de burgerlijke beleefdheid," zei Edward tot Elinor. "Heb
+je niets gewonnen?"
+
+"Integendeel," antwoordde Elinor, terwijl ze Marianne veelbeteekenend
+aanzag.
+
+"In theorie," zei Edward, "sta ik geheel aan jouw kant, maar ik vrees
+dat ik in de praktijk op je zuster gelijk. Ik wensch nooit aanstoot te
+geven; maar ik ben zoo belachelijk verlegen, dat ik dikwijls lomp lijk,
+terwijl ik alleen word belemmerd door mijn aangeboren onhandigheid. Ik
+heb mij wel eens verbeeld dat ik zeker door de natuur voorbestemd was
+om bij voorkeur in onbeschaafd gezelschap te verkeeren, zoo weinig
+voel ik mij op mijn gemak onder lieden uit hoogeren stand, wanneer
+ze mij vreemd zijn."
+
+"Marianne kan voor haar nalatigheid in dat opzicht niet bepaald
+verlegenheid als verontschuldiging aanvoeren," zei Elinor.
+
+"Zij kent haar eigen waarde te goed, om valsche schaamte te gevoelen,"
+antwoordde Edward. "Verlegenheid is alleen het gevolg van een zeker
+minderheidsbesef in een of ander opzicht. Als ik mijzelf kon wijsmaken,
+dat ik mij gemakkelijk en luchtig bewoog, dan zou ik niet verlegen
+zijn."
+
+"Maar terughoudend zou je altijd blijven," zei Marianne, "en dat is
+nog erger."
+
+Edward zette groote oogen op--"Terughoudend? Ben ik terughoudend,
+Marianne?"
+
+"Ja, heel erg."
+
+"Ik begrijp je niet," antwoordde hij, met een hoogen
+blos.--"Terughoudend!--hoe dan? in welk opzicht? Wat had ik je dan
+moeten vertellen? Wat vermoedde je dan?"
+
+Elinor keek vreemd op, toen zij hem zoo ontroerd zag; maar zei, om
+het gesprek een schertsende wending te geven: "Je kent mijn zuster
+toch genoeg om te begrijpen wat ze bedoelt? Je weet immers wel dat
+zij ieder terughoudend noemt, die niet even snel spreekt, en al wat
+zij mooi vindt niet even verrukt bewondert als zij zelf?"
+
+Edward gaf geen antwoord. Hij werd weer juist zoo ernstig en nadenkend
+als in het begin, en bleef langen tijd stil en afgetrokken.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVIII
+
+
+Elinor maakte zich over de neerslachtigheid van haar vriend ernstig
+ongerust. Zijn bezoek verschafte haar slechts een zeer beperkt
+genoegen, nu hij zelf er blijkbaar slechts ten halve van genieten
+kon. Het was duidelijk merkbaar dat hij zich ongelukkig voelde; zij
+wenschte wel, dat hij haar even duidelijk de genegenheid liet blijken,
+die zij eenmaal vast vertrouwde hem te hebben ingeboezemd; doch tot
+nog toe scheen het zeer onzeker, dat die voorkeur was blijven bestaan,
+en zijn teruggetrokken houding tegenover haar sprak het ééne oogenblik
+tegen, wat een bezielde blik in het vorige verried.
+
+Hij kwam den volgenden morgen bij haar en Marianne in de eetkamer, eer
+de anderen beneden waren; en Marianne, die altijd gaarne bereid was,
+waar zij kon, hun geluk te bevorderen, liet hen spoedig alleen. Doch
+eer zij halverwege de trap was opgegaan, hoorde zij dat de kamerdeur
+werd geopend, en zag tot haar verbazing Edward zelf op den drempel
+staan.
+
+"Ik ga naar het dorp om naar mijn paarden te zien," zei hij, "nu je
+toch nog niet gaat ontbijten; ik kom dadelijk terug."
+
+Toen Edward zich weer bij hen voegde, sprak hij opnieuw zijn
+bewondering over de omgeving uit; hij had op zijn wandeling naar
+het dorp vele punten in de vallei op hun mooist gezien; en van uit
+het dorp zelf, dat veel hooger gelegen was dan hun huisje, had men
+een ruim uitzicht over de geheele streek, dat hem buitengemeen had
+getroffen. Dit was een onderwerp, waaraan Marianne gaarne haar aandacht
+schonk, en reeds begon zij te vertellen van haar eigen bewondering
+voor het landschap, en hem meer in bijzonderheden te vragen naar 't
+geen hem het meest was opgevallen, toen Edward haar in de rede viel
+door te zeggen: "Vraag nu niet te veel dóór, Marianne; je weet, ik heb
+van schilderachtigheid geen verstand, en ik zal je stellig ergeren
+door mijn onkunde en gebrek aan smaak, als we tot bijzonderheden
+afdalen. Ik noem bergen steil, die jij grootsch zoudt noemen, ik
+vind vormen vreemd en wanstaltig, die mij moesten verrukken door
+hun grillige woestheid, en ik zeg, dat ik voorwerpen op een afstand
+niet kan onderscheiden, terwijl ze volgens jou slechts vaag zouden
+schemeren door de wazige zachtheid van een nevelige atmosfeer. Je
+moet maar tevreden zijn met de soort van bewondering, die ik eerlijk
+aan den dag kan leggen. Ik vind dit een mooie streek,--de bergen
+zijn steil; in de bosschen groeit zwaar geboomte, en het dal ziet er
+gezellig en welvarend uit, met sappige weilanden, waartusschen goed
+onderhouden boerderijen verspreid liggen. Het is juist, wat ik versta
+onder een mooie streek, omdat hier schoonheid en nut vereenigd zijn
+te vinden--en ik geloof graag, dat het ook wel schilderachtig zal
+zijn, omdat jij het bewondert; ik kan mij gemakkelijk voorstellen,
+dat er heel wat rotsen en uitstekende punten in te vinden zijn,
+begroeid met grauw mos en verwilderd struikgewas, maar die maken op
+mij geen indruk. Schilderachtigheid is aan mij niet besteed."
+
+"Ik vrees, dat het maar al te waar is," zei Marianne; "maar waarom
+vind je 't noodig, je daarop te beroemen?"
+
+"Ik zou haast denken," zei Elinor, "dat Edward in de ééne affectatie
+vervalt, om de andere te vermijden. Omdat hij meent, dat veel menschen
+méér bewondering beweren te gevoelen voor de schoonheden der natuur
+dan ze werkelijk doen, en een afkeer heeft van die aanstellerij,
+stelt hij zich zelf aan, alsof hij onverschilliger was en minder
+bevoegd tot oordeelen in dezen, dan feitelijk het geval is. Hij is
+kieskeurig, en verkiest zich aan te stellen op zijn eigen manier."
+
+"'t Is wèl waar," zei Marianne, "dat bewondering van natuurschoon tot
+een goedkoope napraterij is geworden. Iedereen beweert nu even fijn te
+voelen en poogt even sierlijk dat gevoel uit te drukken als degene,
+die het eerst de schoonheid van het schilderachtige onder woorden
+bracht. Ik verfoei iedere soort van jargon, en het is wel gebeurd,
+dat ik mijn gevoelens maar vóór mij hield, omdat ik geen woorden kon
+vinden om ze in uit te drukken, dan door 't gebruik van versleten
+phrasen, die zin en beteekenis hadden verloren door hun banaliteit."
+
+"Ik ben overtuigd," zei Edward, "dat jij werkelijk de verrukking
+_gevoelt_ over een mooi vergezicht, die je _beweert_ te voelen. Maar
+van den anderen kant moet je zuster _mij_ nu weer niet méér laten
+voelen dan ik _beweer_. Ik houd óók van mooie vergezichten, maar
+niet op grond van hun schilderachtigheid. Ik houd _niet_ van kromme,
+verdraaide, half vergane boomen; ik vind ze veel mooier als ze
+recht en hoog zijn en door en door gezond. Ik houd óók niet van
+havelooze, vervallen hutjes. En ik heb géén pleizier in brandnetels,
+of distels, of heide en brem. Ik zie vrij wat liever een genoegelijk
+boerderijtje dan een uitkijk-toren, en een groepje netgekleede,
+tevreden dorpsbewoners behaagt mij meer dan de schilderachtige
+bandieten van de wereld konden doen."
+
+Marianne keek Edward verbaasd, en haar zuster medelijdend aan.--Elinor
+lachte maar eens.
+
+Ze gingen niet verder door op dat onderwerp, en Marianne bleef
+nadenkend zwijgen, tot een nieuw voorwerp plotseling haar aandacht
+trok. Zij zat naast Edward, en toen hij zijn theekopje van Mevrouw
+Dashwood aannam, bewoog hij zijn hand zoo vlak voor haar oogen,
+dat haar een ring opviel, met een haarvlechtje in het midden, die
+hij aan den vinger droeg.
+
+"Vroeger heb ik je nooit een ring zien dragen, Edward", riep
+zij. "Is dat Fanny's haar? Ik herinner mij, dat zij beloofde 't je
+te geven. Maar ik dacht, dat zij een donkerder tint van haar had."
+
+Marianne zei, zonder na te denken, wat in haar opkwam,--maar toen ze
+zag, hoe pijnlijk Edward was getroffen, gevoelde zij een ergernis over
+haar onbedachtzaamheid, die de zijne nog ver overtrof. Hij kleurde
+tot over de ooren, en zei, met een vluchtigen blik naar Elinor: "Ja,
+het is mijn zuster's haar. De kleur verandert altijd een beetje,
+als het in goud gevat is."
+
+Elinor ving zijn blik op, en keek ook niet onbevangen. Evengoed als
+Marianne, geloofde zij onmiddellijk, dat het haar eigen haar moest
+zijn; het eenige verschil tusschen beider gevolgtrekkingen was dit:
+dat Marianne het beschouwde als een vrijwillig geschenk van haar
+zuster; terwijl Elinor overtuigd was, dat hij het had bemachtigd door
+diefstal of langs een anderen weg, zonder hare voorkennis. Zij was
+echter niet gezind, dit als een beleediging te beschouwen, en hield
+zich alsof het voorgevallene haar aandacht was ontgaan, door dadelijk
+over iets anders te spreken; terwijl ze zich in stilte voornam van nu
+af elke gelegenheid aan te grijpen om het haar van nabij te bezien,
+en zich de onomstootelijke zekerheid te verschaffen, dat het precies
+de kleur van haar eigen was.
+
+Edward bleef nog geruimen tijd niet op zijn gemak, en verviel later
+weer in een van zijn langdurige vlagen van afgetrokkenheid. Hij was den
+geheelen morgen bijzonder ernstig gestemd. Marianne verweet zichzelve
+heftig wat ze had gezegd; maar ze zou eerder bereid zijn geweest,
+zich haar misslag te vergeven, als ze geweten had, hoe weinig ergernis
+die in haar zuster had gewekt.
+
+Reeds voor den middag kregen zij bezoek van Sir John en Mevrouw
+Jennings, die hadden gehoord dat er een heer op Barton Cottage
+logeerde, en den gast eens kwamen opnemen. Met de hulp van zijn
+schoonmoeder kwam Sir John er al spoedig achter, dat de naam Ferrars
+met een _F_ begon, en die ontdekking was voldoende, om een toekomstige
+mijn van geestigheden ten koste van de verliefde Elinor te doen leggen,
+waarvan de losbarsting alleen door hun kortstondige bekendheid met
+Edward vooralsnog kon worden verhinderd. Nu echter reeds werd haar
+door enkele uiterst veelzeggende blikken te kennen gegeven tot hoever
+hun doorzicht, gegrond op Margaret's inlichtingen, wel reikte.
+
+Sir John kwam nooit bij de Dashwoods, zonder hen òf ten eten te vragen
+voor den volgenden dag, òf op de thee, nog den zelfden avond. Bij deze
+gelegenheid en tot meerder genoegen van den gast, tot wiens vermaak
+hij zich verplicht voelde het zijne bij te dragen, inviteerde hij
+hen voor beiden tegelijk.
+
+"Jelui _moet_ van avond bij ons theedrinken," zei hij, "want we
+zijn heelemaal onder ons;--en morgen mag je niet weigeren bij ons te
+dineeren, want het is een groote partij". Mevrouw Jennings vond dit
+ook volstrekt noodzakelijk. "En wie weet, of het dan niet tot een
+dansje komt," zei ze. "Dat zal jou aanstaan, Marianne."
+
+"Dansen?" riep Marianne. "Hoe kan dat nu! Wie danst er dan?"
+
+"Wie? Nu, jelui zelf, en de Careys, en Whitakers dan toch? O, je dacht,
+dat niemand meer dansen kon, nu zeker iemand is heengegaan?"
+
+"Ik wou om een lief ding," riep Sir John, "dat Willoughby weer kon
+meedoen."
+
+Toen hij Marianne hierop zag blozen, kreeg Edward achterdocht. "Wie
+is die Willoughby?" vroeg hij zachtjes aan Elinor, die naast hem zat.
+
+Zij antwoordde vluchtig. Marianne's gezicht gaf veel meer te
+kennen. Edward zag genoeg, om niet alleen de bedoeling der anderen
+te vatten, maar ook uitdrukkingen van Marianne, waarover hij zich
+verwonderd had, verklaard te zien, en toen het bezoek vertrokken was,
+ging hij aanstonds naar haar toe en zei fluisterend: "Ik ben aan
+'t raden geweest. Zal ik je eens vertellen, wat ik denk?"
+
+"Wat bedoel je?"
+
+"Zal ik 't maar zeggen?"
+
+"Ja zeker."
+
+"Ik denk... dat Mijnheer Willoughby wel eens op de jacht gaat."
+
+Marianne was verrast en verlegen; maar zij kon toch niet nalaten
+te glimlachen om zijn stille guitigheid, en zei, na een oogenblik
+zwijgens: "O Edward! Hoe kon je... Maar er zal, hoop ik, eens een
+tijd komen... Ik weet zeker, dat je van hem houden zult."
+
+"Daar twijfel ik niet aan," antwoordde hij, wel eenigszins verwonderd
+over haar ernst, en de warmte waarmee ze sprak; want als hij niet
+had gedacht, dat het maar een grap was, waarmee haar kennissen haar
+plaagden, naar aanleiding van een vluchtige gecharmeerdheid tusschen
+haar en dien Mijnheer Willoughby, dan zou hij niet hebben gewaagd,
+erop te zinspelen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIX
+
+
+Edward bleef een week te Barton; Mevrouw Dashwood drong er zeer op
+aan, dat hij langer zou blijven; doch hij scheen, alsof zelfkwelling
+zijn eenig doel was, vast besloten om juist te vertrekken, nu hij
+het meest van het bijzijn zijner vriendinnen genoot. In de laatste
+twee of drie dagen was zijn stemming, ofschoon nog zeer afwisselend,
+toch aanmerkelijk verbeterd; hij begon zich meer en meer te hechten
+aan het huis en de omgeving, sprak nooit van vertrekken zonder
+een diepen zucht,--gaf te kennen dat hij over zijn tijd vrijelijk
+kon beschikken,--wist zelfs nog niet recht, waarheen hij zou gaan,
+als hij hen verliet; maar toch, vertrekken _moest_ hij. Nog nooit
+had hem een week zoo kort geschenen;--hij kon niet gelooven dat het
+alweer voorbij was. Dat zei hij herhaaldelijk, en nog meer liet hij
+zich ontvallen, dat wees op een omkeer in zijn gevoelens, en met zijn
+daden in tegenspraak was. Hij vond het in Norland niets prettig; aan
+de stad had hij een hekel; maar òf naar Norland, òf naar Londen moest
+hij gaan. Hij waardeerde hun hartelijkheid meer dan iets ter wereld,
+en hij kende geen grooter genoegen dan met hen samen te zijn. Toch
+moest hij hen na een week reeds verlaten, tegen zijn eigen en hun
+aller wensch, en terwijl hij aan geen tijd gebonden was.
+
+Elinor weet al wat zonderling scheen in zijn handelwijze aan zijn
+moeder, en het was een geluk voor haar, dat hij een moeder had,
+van wier karakter zij zoo weinig afwist, dat het als doorgaande
+verontschuldiging kon gelden voor al wat er vreemds was in het
+gedrag van haar zoon. Maar hoezeer zij zich ook teleurgesteld en
+gegriefd gevoelde, ja somtijds geërgerd door zijn onzekere houding
+tegenover haar, zij bleef toch over het geheel ten volle bereid om
+al zijn handelingen te beschouwen met die eerlijke toegevendheid
+en onpartijdige ruimheid van oordeel, die haar, met vrij wat meer
+moeite, door haar moeder indertijd waren afgedwongen ten behoeve van
+Willoughby. Zijn gebrek aan opgewektheid, aan openhartigheid, en aan
+vastheid in zijn optreden, werden maar steeds weer toegeschreven aan
+zijn behoefte aan onafhankelijkheid en zijn nauwkeuriger bekendheid
+met Mevrouw Ferrars' beschikkingen en plannen. De korte duur van zijn
+bezoek, zijn volharden bij zijn voornemen nu reeds te vertrekken, ook
+dit alles sproot voort uit dat zelfde geweld aandoen van zijn neiging,
+de zelfde onvermijdelijke noodzakelijkheid om zijn moeder voorloopig
+te ontzien. De oude, diep gewortelde tweespalt tusschen plicht en
+neiging, het verzet van het kind, in opstand tegen ouderlijk gezag,
+was van alles de oorzaak. Wel gaarne zou zij hebben geweten, wanneer
+deze moeilijkheden zouden zijn uit den weg geruimd, deze tegenstand
+overwonnen,--wanneer Mevrouw Ferrars tot andere gedachten zou komen,
+en haar zoon de vrijheid zou laten, zijn geluk te vinden. Doch zij
+werd wel gedwongen, die ijdele wenschen te laten varen, en troost te
+zoeken in haar hernieuwd vertrouwen op Edward's genegenheid, in de
+herinnering aan elk getuigenis daarvan, door woord of blik, die hem
+te Barton ontsnapten, en vooral in dat vleiend bewijs van zijn trouw,
+dat hij voortdurend aan zijn vinger droeg.
+
+"Mij dunkt, Edward," zei Mevrouw Dashwood, toen zij den laatsten
+morgen aan het ontbijt zaten, "dat je gelukkiger zoudt zijn, als je
+een beroep hadt, dat je tijd in beslag nam, en richting gaf aan je
+plannen en handelingen. Voor je vrienden zou daaraan allicht eenig
+bezwaar zijn verbonden; je zoudt niet in staat zijn, zooveel tijd aan
+hen te wijden als thans. Maar," voegde zij er met een glimlach bij,
+"in één opzicht zou het toch een direct voordeel voor je zijn; je
+zoudt dan weten, wáárheen te gaan, wanneer je hen verliet."
+
+"Ik verzeker u," antwoordde hij, "dat ik de waarheid van 't geen u
+zegt, reeds lang heb ingezien. Het was, en is, en zal waarschijnlijk
+altijd voor mij een groot ongeluk zijn, dat ik geen noodzakelijke
+bezigheid heb, die mij in beslag neemt, geen beroep, dat mijn krachten
+vergt en mij in staat stelt, mij ook maar eenigszins onafhankelijk
+te voelen. Maar het ongeluk wilde, dat mijn eigen kieskeurigheid en
+die mijner vrienden mij gemaakt hebben tot wat ik ben, een werkeloos,
+hulpeloos wezen. Wij konden het nooit eens worden over de keuze van
+een beroep. Ik gaf altoos de voorkeur aan den geestelijken stand, en
+dat doe ik nog. Maar dat vond mijn familie niet wereldsch genoeg. Zij
+wilden dat ik militair zou worden. Dat was nu weer veel te wereldsch
+voor mij. In de rechten studeeren, nu, dat was althans deftig genoeg
+naar hun zin; veel jongelui, die kamers hadden in den Temple, maakten
+een goed figuur in de eerste kringen, en reden rond in karretjes,
+die 't bekijken waard waren. Maar ik voelde niets voor de rechten,
+zelfs niet voor die weinig diepgaande studie van de wet, die mijn
+familie op het oog had en goedkeurde. De marine was uit het oogpunt van
+"stand" wel aan te bevelen; maar toen de vraag mij werd voorgelegd,
+was ik al te oud om daar nog mee te beginnen,--en ten slotte, nu
+het eenmaal niet noodig was, dat ik een beroep koos, nu ik even goed
+vertooning kon maken en geld uitgeven zònder een rooden rok als mèt
+dat aanhangsel, werd ten slotte verklaard, dat leegloopen voor mij de
+voordeeligste en meest eervolle bezigheid zou zijn, en een jongmensch
+van achttien jaar is in den regel niet zoo ernstig gesteld op werk,
+dat hij zich zal verzetten tegen het dringend verzoek zijner vrienden
+om niets uit te voeren. Ik werd dus ingeschreven te Oxford, en heb
+sedert geluierd naar den eisch."
+
+"En naar ik vermoed, zal 't gevolg hiervan zijn," zeide Mevrouw
+Dashwood, "nu gebleken is, dat ledigheid je eigen geluk niet heeft
+bevorderd, dat je zoons zullen worden opgeleid voor alle mogelijke
+vakken, bezigheden, ambten en beroepen, die iemand ter wereld beoefenen
+of waarnemen kan."
+
+"Zij zullen worden opgevoed op een wijze," zeide hij op ernstigen toon,
+"die hen zoo weinig mogelijk doet gelijken op mijzelf, in gevoelens,
+in daden, in omstandigheden, in alles."
+
+"Kom, kom, dat is nu maar een ontboezeming, die rechtstreeks voortkomt
+uit je zwartgallige stemming, Edward. Je bent zwaarmoedig, en denkt
+dat ieder, die anders is dan jezelf, gelukkig moet zijn. Vergeet niet,
+dat het verdriet over een afscheid van goede vrienden door iedereen
+nu en dan wordt gevoeld, afgezien van opvoeding of plaats in de
+maatschappij. Je moogt je eigen geluk niet miskennen. Wat je noodig
+hebt is geduld--of noem het liever bij een aantrekkelijker naam;
+spreek van hoop. Je moeder zal je mettertijd die onafhankelijkheid
+verzekeren, waarnaar je zoozeer verlangt; dat is haar plicht, en zij
+zàl, zij moet binnenkort, ook ter wille van háár geluk, verhinderen,
+dat je geheele jeugd wordt gesleten in onvruchtbare ontevredenheid. Wat
+brengen misschien niet een paar maanden te weeg!"
+
+"Ik zou wel eens willen weten," antwoordde Edward, "welk goeds zelfs
+een groot aantal maanden voor mij zou kunnen uitwerken."
+
+Al deelde zijn neerslachtige stemming zich niet mede aan Mevrouw
+Dashwood, zijn zwaarmoedigheid maakte het afscheid, dat spoedig
+hierna volgde, voor hen allen des te pijnlijker, en liet in Elinor een
+gevoel van onrust achter, dat zij eerst na verloop van tijd en niet
+zonder moeite vermocht meester te worden. Doch daar zij zich vast had
+voorgenomen het te onderdrukken, en te zorgen dat zij niet méér dan
+een der overige leden van het gezin zou schijnen te lijden onder zijn
+afwezigheid, koos zij niet het middel, door Marianne bij een dergelijke
+gelegenheid zoo zorgvuldig aangewend ter bevordering en bestendiging
+van hare smart, door bij voorkeur stilte, eenzaamheid en lediggang
+te zoeken. Even verschillend als beider doel waren hun middelen,
+en evenzeer geschikt tot het bevorderen van ieders bijzonder oogmerk.
+
+Elinor ging, zoodra hij was heengegaan, aan haar teekentafel zitten,
+bleef den geheelen dag druk bezig; zocht noch vermeed zijn naam te
+noemen, scheen bijna niet minder belang te stellen dan anders in
+hun aller aangelegenheden, en zoo zij al door dit gedrag haar eigen
+verdriet niet kon verzachten, het werd er althans niet onnoodig
+door verzwaard, en zij bespaarde haar moeder en zusters veel
+zorg omtrent haar gemoedsgesteldheid. Een dergelijk gedrag, zoo
+lijnrecht in tegenstelling met het hare, scheen Marianne volstrekt
+niet verdienstelijk, zoomin als haar eigen houding haar verkeerd had
+toegeschenen. De vraag omtrent zelfbeheersching loste zij bijzonder
+gemakkelijk op;--waren onze neigingen sterk, dan was zelfzucht
+onmogelijk; waren zij gematigd, dan stak er geen verdienste in. Dat
+haar zuster's neigingen gematigd _waren_, waagde zij niet te ontkennen,
+al gaf zij het niet zonder schaamte toe; en de kracht harer eigene
+bewees zij wel zéér duidelijk, door die zuster, ondanks deze pijnlijk
+grievende overtuiging, nog steeds te blijven achten en liefhebben.
+
+Al zonderde zij zich dus niet af van de anderen; al zocht zij
+niet om hen te vermijden, hardnekkig de eenzaamheid buitenshuis,
+en lag zij niet den geheelen nacht wakker om te kunnen nadenken,
+Elinor ondervond, dat iedere dag haar voldoende gelegenheid schonk
+om te denken aan Edward en aan Edward's gedrag, met alle mogelijke
+gevoelens, die haar verschillende stemmingen op verschillende tijden
+in haar konden verwekken;--met teederheid, medelijden, instemming,
+afkeuring en twijfel. Er waren oogenblikken in overvloed, waarin,
+zoo al niet door de afwezigheid van haar moeder en zuster, dan toch
+wegens den aard hunner bezigheden, gesprekken waren uitgesloten, en zij
+evengoed alleen had kunnen zijn. Het stond haar geest onvermijdelijk
+vrij om te denken; haar gedachten konden niet elders met geweld worden
+vastgehouden, en verleden en toekomst in verband met een zoo gewichtige
+aangelegenheid, moesten zich wel aan haar opdringen, haar aandacht in
+beslag nemen, en zich geheel en al meester maken van haar herinnering,
+haar gepeinzen en haar verbeelding.
+
+Uit zulk een droomerij werd zij, toen zij, op een morgen kort na
+Edward's vertrek, aan haar teekentafel zat opgeschrikt door de komst
+van bezoek. Zij was toevallig geheel alleen. Het dichtvallen van
+het hekje aan den ingang van het grasveld voor hun huis deed haar
+uit het venster kijken, en zij zag verscheiden personen, die recht
+op hun deur kwamen aanwandelen. Daaronder bevonden zich Sir John en
+Lady Middleton met Mevrouw Jennings; maar zij zag bovendien nog twee
+anderen, een haar geheel onbekende heer en dame. Zij zat dicht bij
+het venster, en zoodra Sir John haar in het oog kreeg, liet hij de
+plichtpleging van aan de deur kloppen aan het gezelschap over, stapte
+over het gras, en noodzaakte haar, het venster te openen om met hem
+te spreken, ofschoon de afstand tusschen de deur en het venster zoo
+gering was, dat men moeilijk op de eene plek een woord kon zeggen,
+dat op de andere niet werd verstaan.
+
+"Kijk eens," zei hij, "we hebben je vreemde gasten meegebracht. Wat
+zeg je wel van hen?"
+
+"Pas op! ze zullen u hooren."
+
+"O, dat is niets, 't Zijn de Palmers maar. Charlotte ziet er
+alleraardigst uit, hoor. Je kunt haar zien, als je dezen kant
+uitkijkt."
+
+Daar Elinor zeker wist, dat zij Charlotte over een paar minuten
+zou zien, zonder zoo onbescheiden te zijn, waagde zij het, zich te
+verontschuldigen.
+
+"Waar is Marianne? Weggeloopen omdat ze ons zag aan komen? De piano
+staat open, zie ik."
+
+"Ik geloof, dat zij is gaan wandelen."
+
+Hier voegde Mevrouw Jennings zich bij hen, die geen geduld had te
+wachten tot de deur openging, en volstrekt moest vertellen wat _zij_
+op het hart had. Zij kwam met veel drukte naar het raam stappen.
+
+"Hoe maak je 't, kind? en hoe gaat het met Mevrouw Dashwood? En waar
+zijn je zusters? Wel, wel, heel alleen! je zult blij zijn, dat er
+iemand komt om je gezelschap te houden. Ik heb mijn anderen schoonzoon
+en mijn dochter meegebracht om kennis met je te maken. Verbeeld je,
+dat ze zoo onverwacht zijn gekomen! Ik dacht al dat ik een rijtuig
+hoorde, toen we gisteravond aan de thee zaten; maar ik had geen flauw
+idee dat zij 't konden zijn. Ik dacht maar niet anders of Kolonel
+Brandon was teruggekomen, en ik zei nog tegen Sir John: "Mij dunkt,
+ik hoor een rijtuig, dat is bepaald Kolonel Brandon, die terug is..."
+
+Elinor moest zich midden in haar verhaal omkeeren om het overige
+gezelschap te ontvangen; Lady Middleton stelde de beide vreemden voor;
+Mevrouw Dashwood en Margaret kwamen meteen beneden, en allen gingen
+zitten om elkaar eens op te nemen, terwijl Mevrouw Jennings met haar
+verhaal voortging, onder de wandeling door de gang naar de zitkamer,
+ditmaal tegen Sir John.
+
+Mevrouw Palmer was een paar jaar jonger dan Lady Middleton, en in elk
+opzicht geheel verschillend van haar zuster. Zij was klein en vrij
+gezet, en had een allerliefst gezichtje, dat de meest opgeruimde
+uitdrukking vertoonde, die men zich kon voorstellen. Haar manieren
+waren bij lange na niet zoo bevallig; maar zij was oneindig meer
+innemend. Zij kwam glimlachend binnen--glimlachte zoo lang het
+bezoek duurde, behalve wanneer ze luid lachte, en glimlachte nog,
+toen ze vertrok. Haar echtgenoot was een ernstig uitziende jonge man
+van vijf- of zes en twintig jaar, die een meer gedistingeerden en
+ook een meer verstandigen indruk maakte dan zijn vrouw, maar minder
+geneigd scheen te behagen, of behagen te laten blijken. Hij kwam de
+kamer in met iets zeer zelfbewust in zijn houding, boog even voor de
+dames zonder een woord te spreken, en nadat hij haar en het vertrek
+met een vluchtigen blik had opgenomen, nam hij een courant van de
+tafel, en bleef daarin lezen, zoolang het bezoek duurde. Mevrouw
+Palmer daarentegen, die door de natuur was begiftigd met een aanleg
+om in alle omstandigheden beleefd en verheugd te zijn, zat nog niet
+op haar stoel of zij barstte los in uitroepen van bewondering over
+de kamer en al wat zich erin bevond.
+
+"O, wat een verrukkelijke kamer is dit! Ik heb nooit zoo iets
+beeldigs gezien! Hoe vindt u toch wel, mama, dat verschil bij de
+vorige maal, dat ik hier was! Ik heb het altijd zoo'n aardig huisje
+gevonden, mevrouw (tot mevrouw Dashwood), maar u hebt het zoo beeldig
+gemaakt! Kijk toch eens, hoe verrukkelijk! Wat zou ik zelf graag
+zoo'n huis hebben. Jij ook niet, man?"
+
+De heer Palmer gaf geen antwoord, en sloeg zijn oogen zelfs niet op
+van de courant.
+
+"Mijnheer Palmer hoort mij niet," zei ze lachend. "Dat doet hij wel
+meer, soms. Zoo grappig!"
+
+Die opvatting was voor Mevrouw Dashwood iets nieuws; zij was nooit
+gewend geweest in iemands onachtzaamheid iets geestigs te vinden en
+zij kon niet nalaten hen beiden ietwat verwonderd aan te zien.
+
+Mevrouw Jennings praatte intusschen door, zoo hard ze maar kon, en
+ging voort met haar verslag van hun verrassing den vorigen avond,
+bij 't zien van haar kinderen, zonder ophouden, tot het verhaal was
+uitverteld. Mevrouw Palmer lachte hartelijk bij de herinnering aan
+aller verbazing, en allen verhaalden, tot twee of driemaal toe, dat
+het een alleraardigste verrassing was geweest. "Je begrijpt, hoe blij
+we allen waren hen te zien," voegde Mevrouw Jennings erbij, terwijl
+ze zich naar Elinor vooroverboog, en zachter sprak, alsof niemand het
+mocht hooren, hoewel de anderen aan de overzij van het vertrek waren
+gezeten; "maar met dat al had ik toch wel gewild, dat ze niet zoo'n
+haast hadden gemaakt, en niet zulk een lange reis hadden gedaan want
+ze gingen over Londen, voor zaken die ze daar hadden af te doen; omdat
+het voor háár" (veelbeteekenend knikkend en naar haar dochter wijzend)
+"eigenlijk verkeerd is in haar positie, weet je. Ik wou hebben dat
+ze van morgen zou thuis blijven en rusten; maar ze wou volstrekt mee;
+ze verlangde zoo, jelui allen te zien!"
+
+Mevrouw Palmer lachte, en zei dat het haar geen kwaad zou doen.
+
+"Ze verwacht in Februari haar bevalling," ging Mevrouw Jennings voort.
+
+Lady Middleton kon dat gepraat niet langer aanhooren, en gaf zich
+dus de moeite aan den Heer Palmer te vragen of hij veel nieuws vond
+in de courant.
+
+"Neen, in 't geheel niets," zei hij, en las verder.
+
+"Daar komt Marianne aan," riep Sir John. "Palmer, nu zal je een
+reusachtig mooi meisje zien."
+
+Hij ging dadelijk in de gang, deed zelf de voordeur open en bracht
+haar in de kamer. Mevrouw Jennings vroeg haar, zoodra ze haar zag, of
+ze niet naar Allenham was geweest; en Mevrouw Palmer lachte hartelijk
+om die vraag, om te laten blijken, dat zij het wel begreep. De Heer
+Palmer keek op toen zij binnen kwam, staarde haar een paar minuten
+aan, en wijdde zich daarop weer aan zijn courant. Mevrouw Palmer kreeg
+nu de teekeningen in het oog, die aan den wand hingen. Zij stond op,
+om ze nader te bezien. "Och, hoe mooi! Prachtig vind ik ze! Kijkt u
+toch eens, mama, is dat niet snoezig? Beeldig zijn ze, ik zou er uren
+naar kunnen kijken." Daarop ging ze weer zitten en vergat meteen,
+dat er zooiets als schilderijen de kamer waren.
+
+Toen Lady Middleton opstond om heen te gaan, deed de Heer Palmer
+eveneens, legde de courant neer, rekte zich eens uit en keek allen
+beurtelings aan.
+
+"Heb je een dutje gedaan, schat?" zei zijn vrouw lachend.
+
+Hij gaf haar geen antwoord, en zei alleen, na het vertrek nog eens te
+hebben opgenomen, dat het erg laag van verdieping en dat de zoldering
+scheef liep. Daarop maakte hij zijn buiging en trok met de anderen af.
+
+Sir John had hen allen dringend verzocht, den volgenden dag op het
+Park te komen doorbrengen. Mevrouw Dashwood, die niet verkoos drukker
+gebruik te maken van hun gastvrijheid dan zij deden van de hare,
+bedankte zeer bepaald, wat haarzelve betrof; haar dochters konden doen
+zooals zij goedvonden. Maar zij waren niet nieuwsgierig te zien hoe de
+Heer en Mevrouw Palmer hun middagmaal gebruikten, en eenig genoegen
+was in ander opzicht niet van hen te wachten. Zij poogden zich dus
+eveneens te verontschuldigen; het weer was ongestadig en voorspelde
+niet veel goeds. Maar Sir John liet zich niet afschepen,--ze zouden
+met het rijtuig worden afgehaald, en ze moesten komen. Lady Middleton,
+die bij hun moeder niet verder aandrong, deed dit wèl bij hen. Mevrouw
+Jennings en Mevrouw Palmer stemden in met haar dringend verzoek,
+allen schenen evenzeer erop gesteld, niet _en famille_ te dineeren,
+en de jonge dames moesten wel toegeven.
+
+"Waarom vragen ze ons eigenlijk?" zei Marianne, zoodra ze weg waren,
+"'t Heet dat de huurprijs van dit huisje laag is; maar 't komt ons
+toch al heel onvoordeelig uit, wanneer we op Barton Park moeten eten
+bij alle gelegenheden, dat er iemand logeert, bij hen of bij ons."
+
+"'t Is nog evengoed hun bedoeling, beleefd en vriendelijk voor ons te
+zijn met hun herhaalde uitnoodigingen," zei Elinor, "als het dat was
+een paar weken geleden. Als hun avondpartijtjes nu vervelend en saai
+zijn, dan ligt die verandering niet aan hèn. Dat verschil moeten we
+ergens anders zoeken."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XX
+
+
+Toen de dames Dashwood den volgenden dag den salon te Barton
+Park binnen traden door de ééne deur, kwam Mevrouw Palmer haastig
+binnenloopen door de andere, even vergenoegd en vroolijk als den dag
+te voren. Zij schudde hun allen hartelijk de hand, en was verrukt
+over het weerzien.
+
+"Ik ben zoo blij, dat u gekomen bent!" zei ze, terwijl ze plaats nam
+tusschen Elinor en Marianne; "want 't is zulk slecht weer, ik was bang
+dat u niet kwam; en dat zou ellendig zijn geweest; want morgen gaan
+we weg. Dat moet wel, omdat we de volgende week de Westons te logeeren
+krijgen, weet u? De heele reis kwam zoo ineens op; ik wist van niets,
+tot het rijtuig voorkwam, en toen eerst vroeg mijnheer Palmer mij of
+ik meeging naar Barton. Hij is altijd zoo grappig! Hij vertelt mij
+nooit iets! Het spijt mij zoo, dat we niet langer kunnen blijven;
+maar we zullen elkaar gauw weer ontmoeten, hoop ik, in de stad."
+
+Zij waren verplicht haar het ongegronde dier verwachting te doen
+inzien.
+
+"Gaat u niet naar de stad?" riep Mevrouw Palmer lachend, "dat zou mij
+erg tegenvallen. Ik zou juist een geschikt huis voor u kunnen huren
+vlak naast het onze, in Hanover Square. Och, u _moet_ komen. Ik zal
+met het grootste pleizier met u uitgaan, tot aan mijn bevalling,
+als Mevrouw Dashwood liever niet onder de menschen komt."
+
+Zij bedankten haar voor haar welwillendheid; maar waren verplicht al
+haar smeekingen te weerstaan.
+
+"Och toe, lieve schat", riep Mevrouw Palmer haar man toe die op dat
+oogenblik de kamer inkwam, "help mij toch de dames Dashwood overhalen
+om dezen winter naar de stad te gaan."
+
+Haar lieve schat gaf geen antwoord, en begon, na vluchtig voor de
+dames te hebben gebogen, te klagen over het weer. "Afgrijselijk is
+het hier!" zei hij. "Zulk weer maakt dat men aan alles en iedereen
+een hekel krijgt. Binnen is 't al even vervelend als buiten met dien
+regen. Men komt ertoe, zijn kennissen te verfoeien. Wat bezielt Sir
+John, er geen biljart op na te houden? Er zijn maar weinig menschen,
+die weten wat behagelijkheid is. Sir John en het weer zijn allebei
+even onhebbelijk."
+
+Langzaam aan kwamen nu ook de anderen binnen.
+
+"Ik ben bang, dat Marianne vandaag niet zooals gewoonlijk een wandeling
+naar Allenham heeft kunnen doen," zei Sir John.
+
+Marianne keek zeer ernstig en gaf geen antwoord.
+
+"O, houdt u zich voor ons maar zoo dom niet," zei Mevrouw Palmer;
+"want wij weten er alles van; en ik bewonder uw goeden smaak, want
+ik vind hem ook een bijzonder knappen man. Wij wonen niet zoo ver
+van hem af,--niet meer dan een mijl of tien, geloof ik."
+
+"Zeg maar liever dertig!" zei haar man.
+
+"O, nu, dat maakt niet veel verschil. Ik ben nooit in het huis geweest;
+maar ik heb gehoord, dat het mooi is, en aardig gelegen."
+
+"'t Ellendigste nest, dat ik ooit heb gezien," zei de Heer Palmer.
+
+Marianne bewaarde een strak stilzwijgen, hoewel men aan haar gezicht
+kon zien, hoe zeer zij belangstelde in 't geen gezegd werd.
+
+"Is het zoo leelijk?" ging Mevrouw Palmer voort;--"dan is het zeker
+een ander buitengoed, dat zoo mooi was, denk ik."
+
+Toen zij in de eetkamer aan tafel zaten, merkte Sir John tot zijn spijt
+op, dat ze maar met hun achten waren. "Lieve," zei hij tot zijn vrouw,
+"wat is dat nu vervelend, dat we maar met zoo weinig zijn. Waarom
+vroeg je de Gilberts niet, of ze vandaag konden komen?"
+
+"Ik heb je immers gezegd, man, toen je mij erover sprak, dat het niet
+ging. Ze hebben 't laatst bij ons gedineerd."
+
+"Wij zouden ons aan zulke plichtplegingen weinig storen," zei Mevrouw
+Jennings tegen Sir John.
+
+"Dat zou dan heel ongemanierd van u zijn," merkte de Heer Palmer op.
+
+"Je spreekt iedereen tegen, manlief," zei zijn vrouw, lachend als
+gewoonlijk. "Weet je wel dat je erg onbeleefd bent?"
+
+"Ik wist niet, dat ik iemand tegensprak, toen ik je moeder ongemanierd
+noemde."
+
+"O, mij mag je gerust uitschelden," zei de goedgeluimde oude dame. "Je
+hebt Charlotte nu eenmaal van mij overgenomen, en je kunt haar niet
+teruggeven. Dus in dat opzicht ben ik je de baas."
+
+Charlotte lachte hartelijk om het denkbeeld, dat haar man haar niet
+kon kwijtraken, en zei triomfantelijk, dat het haar niets kon schelen,
+al was hij nog zoo onaardig, ze moesten nu eenmaal samen het leven
+door. Het was werkelijk onmogelijk, zich iemand voor te stellen, meer
+onverzettelijk in haar goed humeur en onwankelbare vroolijkheid, dan
+Mevrouw Palmer. De met opzet ten toon gespreide onverschilligheid,
+lompheid en ontevredenheid van haar man hinderden haar volstrekt
+niet, en als hij haar berispte of onaangenaamheden zei, vond zij dat
+uiterst vermakelijk.
+
+Mijnheer Palmer is toch zóó grappig!" fluisterde zij Elinor in,
+"Hij is altijd uit zijn humeur."
+
+Elinor was, bij nadere beschouwing, ongeneigd, te gelooven,
+dat hij zoo echt en van nature kwaadaardig en lomp was, als hij
+zich voordeed. Misschien had zijn humeur een beetje geleden door
+het besef, dat hij, zooals velen van zijn sekse, gedreven door een
+onverklaarbare voorliefde voor schoonheid, de echtgenoot was geworden
+van een buitengewoon domme vrouw;--maar zij wist wel, die soort van
+vergissing werd te algemeen begaan, dan dat een verstandig man dit
+als een blijvende grief zou kunnen beschouwen. Het was meer een wensch
+om zich te onderscheiden, geloofde zij, die ten grondslag lag aan de
+minachtende wijze waarop hij iedereen behandelde, en alles afkeurde
+wat hem onder de oogen kwam. Het was het verlangen zijn meerderheid
+boven anderen te doen gelden. De beweegreden was te algemeen om
+verwondering te wekken; maar de gebezigde middelen, al beantwoordden
+zij dan ook aan het doel, door zijn meerderheid te bewijzen op het
+punt van onhebbelijk gedrag, konden bezwaarlijk in iemand, behalve
+zijn vrouw, genegenheid voor hem wekken. "Lieve Juffrouw Dashwood,"
+begon Mevrouw Palmer iets later, "ik heb aan u en uw zuster een groote
+gunst te vragen. Zoudt u met Kerstmis een poosje te Cleveland willen
+komen logeeren? Toe, doet u dat,--en komt u dan als de Westons bij ons
+zijn. U kunt u niet voorstellen, hoe heerlijk ik dat zou vinden. 't
+Zou bepaald verrukkelijk zijn!--Zou jij ook niet dolgraag willen,
+man, dat de dames Dashwood bij ons te Cleveland kwamen?"
+
+"Natuurlijk," antwoordde hij spottend,--"ik kwam naar Devonshire met
+geen ander doel."
+
+"Ziet u wel," zei zijn vrouw; "Mijnheer Palmer rekent er op, dat u
+komt; nu kunt u niet weigeren."
+
+Doch beiden bedankten haastig en met nadruk voor hare uitnoodiging.
+
+"O, maar u _moet_ en u _zult_ komen. Ik weet stellig, dat u 't heel
+gezellig zult vinden. De Westons zijn er ook, en 't zal verrukkelijk
+zijn. U weet niet, wat een aardig buitentje Cleveland is, en 't is
+er nu zoo vroolijk. Want Mijnheer Palmer reist overal in de buurt
+rond, om stemmen te winnen tegen de verkiezingen, en dan komen er
+zooveel menschen dineeren, die ik in 't geheel niet ken; dat is
+alleraardigst. Maar het is voor hem wel héél vermoeiend, die arme
+jongen, want hij moet zich dan wel aangenaam maken bij iedereen."
+
+Elinor kon haar gezicht bijna niet in bedwang houden, toen zij toegaf,
+dat die verplichting hem wel zwaar moest vallen.
+
+"Gezellig zal dat zijn," zei Charlotte, "als hij lid van het Parlement
+is,--dunkt u niet? Wat zal ik dàn lachen! Zoo aller grappigst, dat
+al zijn brieven geadresseerd zullen zijn aan een M.P. Maar hij zegt
+dat hij niet van plan is ooit aan mij te schrijven. Dat verkiest hij
+niet. Is 't niet, man?"
+
+De Heer Palmer nam geen notitie van haar vraag.
+
+"Hij kan schrijven niet uitstaan, weet u," ging zij voort, "dat vindt
+hij een horreur, zegt hij."
+
+"Neen," zei de Heer Palmer, "dien onzin heb je uit _mijn_ mond niet
+gehoord. Maak mij alsjeblieft niet aansprakelijk voor de manier waarop
+jij met de taal omspringt."
+
+"Hoort u toch eens; nu ziet u, hoe grappig hij is. Zoo is hij nu
+altijd. Soms zegt hij een halven dag geen woord tegen mij, en dan
+komt hij op eens met iets grappigs voor den dag--het doet er niet
+toe wáárover."
+
+Toen zij naar den salon teruggingen, verbaasde zij Elinor ten zeerste,
+door haar te vragen, of zij den Heer Palmer niet een bijzonder aardigen
+man vond.
+
+"Zeker," zei Elinor; "hij maakt een aangenamen indruk."
+
+"O, daar ben ik blij om. Ik dacht het wel: hij is zoo aardig, en hij
+is toch zoo ingenomen met u en uw zusters; u kunt u niet voorstellen,
+hoe teleurgesteld hij zal zijn, als u niet te Cleveland komt. Ik kan
+maar niet begrijpen, waarom u toch bezwaar maakt."
+
+Elinor moest nogmaals haar verzoek afwijzen, en maakte een einde aan
+dat dringend gevraag, door over iets anders te beginnen. Zij achtte
+het waarschijnlijk, dat Mevrouw Palmer, die in de buurt woonde van
+Willoughby, haar allicht meer bijzonderheden kon meedeelen omtrent de
+wijze, waarop hij in de algemeene opinie stond aangeschreven, dan zij
+had kunnen vernemen door de Middletons, die hem slechts oppervlakkig
+kenden, en zij zou gaarne, van wie ook, eenige bevestiging hebben
+gehoord van zijn verdienstelijke eigenschappen, die de mogelijkheid
+van vrees voor Marianne had kunnen uitsluiten. Zij begon met de vraag,
+of de Heer Willoughby bij hen wel eens te Cleveland kwam op bezoek,
+en of zij goede bekenden van hem waren.
+
+"O ja zeker; ik ken hem héél goed," antwoordde Mevrouw Palmer. "Niet
+dat ik hem ooit heb gesproken; maar in de stad zag ik hem overal. Hoe
+'t zoo kwam weet ik niet; maar ik logeerde toevallig nooit te Barton,
+als hij te Allenham was. Mama heeft hem hier vroeger eens ontmoet
+maar toen logeerde ik bij mijn oom te Weymouth. Ik geloof wel, dat
+we elkaar veel zouden hebben gezien in Somersetshire, als 't niet
+zoo ongelukkig had getroffen, dat we nooit op denzelfden tijd buiten
+waren. Hij komt weinig te Combe, geloof ik; maar al kwam hij er nog
+zoo dikwijls, dan denk ik toch niet, dat Mijnheer Palmer hem zou gaan
+opzoeken; want hij heeft andere meeningen in de politiek, weet u, en
+'t is ook zoo geducht ver weg. Ik weet best, waarom u naar hem vraagt;
+uw zuster gaat met hem trouwen. Daar ben ik verbazend blij om; want
+dan wordt ze mijn buurvrouw."
+
+"Werkelijk," zei Elinor, "u weet veel meer van de zaak af dan ik,
+wanneer u reden hebt, dat huwelijk te verwachten."
+
+"O, doet u nu niet, alsof 't niet waar is, want u weet wel, dat
+iedereen er den mond vol van heeft. Nu pas in de stad heb ik het nog
+weer gehoord."
+
+"Maar, Mevrouw Palmer!"
+
+"Wezenlijk, op mijn woord van eer. Maandagmorgen in Bond Street,
+juist voor we weggingen kwam ik Kolonel Brandon tegen, en hij vertelde
+'t me dadelijk."
+
+"U doet me verbaasd staan. Kolonel Brandon zou 't u verteld hebben? U
+vergist u bepaald. Iets van dien aard mee te deelen aan iemand, die
+er geen belang in kon stellen, zelfs al was het waar, dat is niet,
+wat ik van Kolonel Brandon zou verwachten."
+
+"'t Was toch werkelijk, zooals ik u zeg, en ik zal u vertellen hoe 't
+zoo kwam. Toen we hem tegenkwamen, keerde hij om, en liep met ons mee,
+en we begonnen te praten over mijn broer en zuster en zoo meer, en ik
+zei tegen hem: "Ik hoor, Kolonel, dat Barton Cottage nieuwe bewoners
+heeft gekregen, en mama schrijft mij, dat de meisjes heel mooi zijn, en
+een van hen gaat trouwen met den Heer Willoughby, van Combe Magna. Is
+dat waar? U kunt het natuurlijk weten; want u komt pas uit Devonshire."
+
+"En wat zei de Kolonel toen?"
+
+"O--hij zei niet veel; maar hij keek, alsof hij wel wist, dat het
+waar was; dus van dat oogenblik af was ik er zeker van. Ik vind het
+verrukkelijk, dol! Wanneer gaan ze trouwen?"
+
+"Kolonel Brandon maakte het goed, hoop ik?"
+
+"O ja, best; en hij was één en al lof over u; hij deed maar niets
+dan allerlei moois van u vertellen."
+
+"Zijn goede meening is mij veel waard. Hij is een man zooals er
+weinigen zijn, dunkt mij, en alleraangenaamst in den omgang."
+
+"Dat vind ik ook.--'t Is zoo'n allerliefste man;--Zoo jammer eigenlijk,
+dat hij zoo ernstig en zoo vervelend is. Mama zegt, dat _hij_ ook
+verliefd was op uw zuster. Ik verzeker u, dat is een groot compliment,
+want hij wordt haast nooit verliefd op iemand."
+
+"Kent men in uw omgeving te Somersetshire den Heer Willoughby over
+'t algemeen goed?" vroeg Elinor.
+
+"O ja, héél goed;--dat is te zeggen, ik geloof niet dat veel menschen
+hem kennen, omdat Combe Magna zoo ver uit de buurt is; maar iedereen
+vindt hem een aangenaam mensch. Niemand is zoo algemeen bemind als
+Mijnheer Willoughby, wáár hij ook komt, dat moet u maar eens aan uw
+zuster vertellen. Ze mag van geluk spreken, hoor, dat ze hem krijgt;
+maar hij van zijn kant nog wel meer; want zij is zoo mooi en zoo lief,
+dat voor haar niets te goed is. Maar eigenlijk vind ik u haast niet
+minder mooi dan haar; want ik vind u allebei snoezig; en dat vindt
+Mijnheer Palmer ook, al konden we hem er gisteravond niet toe krijgen,
+het toe te geven."
+
+Mevrouw Palmer's inlichtingen omtrent Willoughby waren niet bepaald
+waardevol; maar elk getuigenis te zijnen gunste, hoe gering ook,
+deed Elinor genoegen.
+
+"Ik ben zoo blij, dat we elkaar nu eindelijk hebben leeren kennen,"
+ging Charlotte voort. "En nu hoop ik dat we altijd goede vrienden
+zullen blijven. U weet niet, hoe ik verlangde, u te zien. 't Is zoo
+heerlijk, dat u nu in dat huisje woont! 't Kon niet heerlijker! En dat
+uw zuster nu zoo'n goed huwelijk doet. Ik hoop dat u dikwijls te Combe
+Magna komt logeeren. Ieder zegt, dat het een beeldig buitengoed is."
+
+"U hebt Kolonel Brandon al lang gekend, niet waar?"
+
+"O ja, heel lang al; sedert mijn zuster trouwde. Hij was een van Sir
+John's beste vrienden. Ik geloof," voegde zij er iets zachter bij,
+"dat hij blij zou geweest zijn, als hij mij had kunnen krijgen. Sir
+John en mijn zuster hadden 't graag gezien. Maar mama vond hem voor
+mij geen geschikte partij; anders zou Sir John het aan den Kolonel
+hebben gezegd, en dan zouden we dadelijk getrouwd zijn."
+
+"Wist Kolonel Brandon dan niet te voren van dat voorstel van Sir John
+aan uw moeder? Had hij nooit te kennen gegeven, dat hij genegenheid
+voor u gevoelde?"
+
+"O neen; maar als mama er niets tegen had gehad, dan geloof ik stellig,
+dat hij dolgraag had gewild. Hij had mij toen nog maar een paar maal
+gezien; want ik was nog niet van de kostschool thuisgekomen. Maar
+ik ben veel gelukkiger, zooals 't nu is. Mijnheer Palmer is juist de
+soort van man, die bij mij past."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXI
+
+
+Den volgenden dag keerden de Palmers naar Cleveland terug, en aan
+de beide families te Barton werd het weer overgelaten, elkander
+te vermaken. Dat duurde echter niet lang; Elinor had nauwelijks de
+laatste bezoekers uit haar hoofd gezet,--was nauwelijks bekomen van
+haar verwondering over Charlotte's vermogen om tevreden te zijn zonder
+oorzaak, over het komediespel van den Heer Palmer, dat zijn betere
+eigenschappen verborg, en over het vreemde gebrek aan natuurlijke
+overeenstemming, dat dikwijls bestond tusschen man en vrouw, of Sir
+John's en Mevrouw Jennings' nooit verflauwende ijver in het bevorderen
+van den gezelligen omgang verschafte haar reeds weder nieuwe kennissen,
+ter uiterlijke en innerlijke waarneming. Op een uitstapje naar Exeter
+hadden zij op een zekeren morgen twee jonge dames ontmoet, die tot
+Mevrouw Jennings' voldoening verre familie van haar bleken te zijn,
+en dit was voor Sir John voldoende om hen dadelijk op Barton Park
+te logeeren te vragen, zoodra haar bezigheden te Exeter haar dat
+zouden veroorloven. De bezigheden te Exeter werden zonder bedenken
+verschoven voor zulk een uitnoodiging, en Lady Middleton was bij
+Sir John's terugkomst niet weinig verschrikt door het bericht, dat
+zij binnenkort een bezoek kon verwachten van twee meisjes, die zij
+nooit in haar leven had gezien, en van wie zij volstrekt niet wist
+of zij welgemanierd,--of zelfs maar dragelijk fatsoenlijk waren;
+want aan de beweringen van haar man en haar moeder te dien opzichte
+hechtte zij niet de minste waarde. Dat zij familie van haar waren,
+maakte het nog des te erger; en Mevrouw Jennings' pogingen om haar te
+troosten berustten dan ook op zeer onvoldoende gronden, wanneer zij
+haar dochter voorhield, dat het er niets toe deed of die meisjes wat
+meer of minder deftig waren, daar nichtjes onder elkaar het daarmee
+zoo nauw niet behoorden te nemen. Daar hun komst nu echter niet meer
+viel te verhinderen, schikte Lady Middleton zich in het geval met al de
+wijsgeerigheid van een welopgevoede vrouw, en vergenoegde zich ermee,
+haar echtgenoot ongeveer vijf of zesmaal per dag naar aanleiding van
+het gebeurde eenige zacht verwijtende opmerkingen toe te voegen.
+
+De jonge dames verschenen, en zagen er volstrekt niet burgerlijk
+of ouderwetsch uit. Ze waren keurig gekleed, hadden zeer beleefde
+manieren, waren verrukt van het huis, dweepten met de inrichting, en
+toevallig waren ze zóó dol op kinderen, dat ze reeds Lady Middleton's
+sympathie hadden verworven, eer ze nog een uur op het Park waren
+geweest. Zij verklaarde dat ze hen werkelijk heel aardige meisjes
+vond, 't geen voor haar gelijkstond met geestdriftige bewondering. Sir
+John's vertrouwen in zijn eigen oordeel werd door dien levendigen lof
+ten zeerste versterkt, en hij toog onmiddellijk naar Barton Cottage,
+om aan de dames Dashwood te vertellen, dat de Steele's waren gekomen,
+en hun te verzekeren dat het allerliefste meisjes waren. Uit die
+aanbeveling viel echter niet veel op te maken; Elinor wist nu al dat
+"allerliefste meisjes" waren te vinden in elk plaatsje in Engeland,
+en dat die uitdrukking elke denkbare verscheidenheid van gestalte,
+gelaat, gemoedsaard en begrip omvatte. Sir John wilde de geheele
+familie op staanden voet mee laten terugwandelen naar het Park, om
+zijn gasten te zien. Goedaardige, menschlievende man! Het viel hem
+zwaar, zelfs een nicht in den derden graad voor zich alleen te houden.
+
+"Toe kom nu mee," zei hij, "om mij pleizier te doen;--je _moet_
+komen,--ik laat je niet los.--Je zult eens zien, hoe aardig je ze
+zult vinden. Lucy is een reusachtig knap meisje, en zoo vroolijk
+en lief! De kinderen zijn niet van haar af te slaan, alsof ze een
+oude bekende was. En allebei verlangen ze verbazend jelui te zien,
+want ze hebben in Exeter gehoord, dat jelui de mooiste meisjes van
+de wereld waart; en ik heb hun gezegd dat dat de zuivere waarheid is,
+en nog een heeleboel meer. Je zult verrukt van hen zijn, dat weet ik
+zeker. Ze hadden de heele koets vol speelgoed voor de kinderen. Hoe kan
+je nu zoo onaardig zijn, om niet te komen! 't Zijn toch ook nichtjes
+van jelui, in zekeren zin. Jelui bent nichtjes van _mij_, en _zij_
+van mijn vrouw; dus je bent familie van elkaar."
+
+Maar Sir John kreeg zijn zin niet. Hij kreeg niet anders dan de
+belofte, dat ze over een paar dagen een bezoek zouden komen brengen
+op het Park, en trok af, verbaasd over hun onverschilligheid, om naar
+huis te wandelen, en opnieuw tegen de dames Steele uit te weiden over
+hunne bekoorlijkheden, zooals hij tegenover hen den lof der dames
+Steele had uitgebazuind.
+
+Toen het beloofde bezoek op het Park en dus ook hun voorstelling
+aan de jonge dames plaats had, vonden zij aan het uiterlijk van de
+oudste, die bijna dertig was, en een leelijk, en daarbij niet eens
+verstandig gezicht had, niets te bewonderen; maar zij moesten toegeven
+dat de andere, die niet meer dan twee- of drie en twintig kon zijn,
+werkelijk mooi mocht genoemd worden; ze had welbesneden trekken,
+een levendigen vluggen oogopslag, en iets modieus in haar voorkomen,
+dat wel geen natuurlijke losheid of bevalligheid kon vergoeden,
+maar haar toch een zekere distinctie verleende. Hun manieren waren
+bijzonder beleefd en voorkomend, en Elinor moest al spoedig erkennen,
+dat het hun niet ontbrak aan een zeker soort van verstand, toen zij
+zag met welk een aanhoudende en welberekende beminnelijkheid zij zich
+wisten aangenaam te maken bij Lady Middleton. Over haar kinderen waren
+zij in één voortdurende verrukking, verkondigden luide den lof van hun
+schoonheid, gaven zich moeite om hun gunst te winnen, en willigden hun
+grilligste wenschen in; terwijl ze al den tijd, dien de voldoening
+aan dezen dringenden eisch der beleefdheid hun overliet, besteedden
+aan het bewonderen van alles wat Lady Middleton deed, wanneer zij
+toevallig eens met iets bezig was, of aan het naknippen van het
+patroon eener sierlijke nieuwe japon, die zij haar den dag te voren
+hadden zien dragen, en waarin hare verschijning hun onuitputtelijke
+uitingen van bewonderende verrukking had ontlokt. Gelukkig voor
+hen, die door middel van dergelijke zwakheden plegen te vleien, is
+iedere liefhebbende moeder, hoezeer ook, waar het den lof van haar
+kinderen geldt, het onverzadelijkste aller schepselen, tevens op
+dat punt het meest lichtgeloovige; haar eischen zijn buitensporig,
+doch uiterst gemakkelijk te voldoen, en de alle perken te buiten
+gaande minzaamheid en geduld, door de dames Steele jegens haar
+kroost aan den dag gelegd, wekten in Lady Middleton niet de minste
+verwondering of achterdocht. Met moederlijke ingenomenheid beschouwde
+zij al de brutale vrijpostigheden en ondeugende streken, die haar
+nichten zich goedschiks lieten welgevallen. Zij keek toe, terwijl
+de strikken uit hun ceintuur werden getrokken, hun haar in wanorde
+werd gebracht, hun werktaschjes werden geplunderd en hun mesjes en
+scharen geroofd, en zij twijfelde niet, of het gesmaakte genoegen
+daarbij was wederkeerig. Zij vond het alleen maar verwonderlijk,
+dat Elinor en Marianne er zoo bedaard bij konden blijven zitten,
+zonder hun verlangen te uiten om te deelen in de pret.
+
+"John is vandaag door 't dolle heen!" zei ze, toen hij Juffrouw
+Steele haar zakdoek afnam en dien uit het raam gooide.--"Hij zit
+vol guitenstreken!"
+
+En toen kort daarop haar tweede zoontje zijn nicht allerpijnlijkst
+in den vinger kneep, merkte zij met innige voldoening op, dat William
+zoo speelsch was.
+
+"En hier hebben we mijn lieve kleine Annemarie", voegde zij erbij,
+het kleine meisje van drie jaar liefkoozend, dat zich een paar minuten
+achtereen had stilgehouden: "Die is altijd zoo zacht en stil,--het
+rustigste kindje dat men zich kan voorstellen!"
+
+Doch daar het ongeluk wilde, dat bij deze uitingen van teederheid een
+speld in mama's kapsel het kind even in den hals schramde, barstte het
+voorbeeldig stille schepseltje los in zulke oorverdoovende kreten,
+dat geen spreekwoordelijk luidruchtig creatuur het haar verbeteren
+kon. Haar moeder's ontzetting, hoe hevig ook, werd nog overtroffen door
+den schrik en de bezorgdheid der dames Steele en alle drie namen in
+dien uitersten nood hun toevlucht tot elk middel dat de liefde slechts
+kon uitdenken om de folteringen der kleine lijderes te verzachten. Zij
+werd op haar moeders schoot gezet en overladen met kussen, terwijl
+de eene juffrouw Steele bij haar neerknielde om de wond te betten
+met lavendelwater, en de andere haar mond vol suikerboonen stopte. Nu
+zij haar tranen zoo rijkelijk beloond zag, was het kind wel zoo wijs
+om niet op te houden met schreeuwen. Ze bleef uit alle macht huilen
+en snikken, schopte haar beide broertjes, toen ze haar te na kwamen,
+en hun aller vereende pogingen om haar tot bedaren te brengen bleven
+vruchteloos, tot Lady Middleton zich gelukkig herinnerde, dat bij een
+dergelijk ongeval in de vorige week een lepel abrikozengelei gunstig
+had gewerkt ter verzachting van een buil op het voorhoofd; en daar, bij
+het voorstel om tegen deze ongelukkige schram dezelfde remedie toe te
+dienen, het doordringend geschreeuw der jonge dame door een korte pauze
+werd onderbroken, bestond de gegronde hoop, dat het geneesmiddel niet
+zou worden verworpen. Zij werd dus in haar moeders armen weggedragen,
+op zoek naar de heilzame medicijn, en daar de twee jongens, hoewel
+hun moeder hen dringend verzocht in de kamer te blijven, volstrekt
+wilden meegaan, bleven de vier jonge dames achter in een atmosfeer
+van kalmte, die het vertrek sedert vele uren niet meer had gekend.
+
+"Dat arme schepseltje!" zei Juffrouw Steele, zoodra zij waren
+heengegaan. "Het had wel héél erg kunnen afloopen."
+
+"Maar ik begrijp toch eigenlijk niet hòe," riep Marianne, "tenzij dan
+misschien onder geheel andere omstandigheden. Op deze manier plegen de
+menschen altijd bezorgheid te vermeerderen, terwijl er voor werkelijke
+zorg geen reden is."
+
+"Wat is Lady Middleton toch een allerliefste vrouw," zei Lucy Steele.
+
+Marianne zweeg; zij kon onmogelijk zeggen wat ze niet meende, al gold
+het de onbeteekendste kleinigheid, en dus werd altoos aan Elinor
+de taak overgelaten, onwaarheid te spreken, wanneer de beleefdheid
+dat vereischte. Ze deed haar best, nu dit van haar gevergd werd,
+door Lady Middleton te prijzen met meer warmte, dan zij gevoelde,
+hoewel met vrij wat minder geestdrift dan Juffrouw Lucy.
+
+"En Sir John ook," riep de oudste zuster "wat is dat een aardige man!"
+
+Ook hier werd Juffrouw Dashwood's lof, die eenvoudig was en
+onopgesmukt, geuit zonder den minsten _éclat_. Zij merkte alleen op,
+dat hij bijzonder vroolijk en vriendelijk van aard was.
+
+"En wat hebben ze allerliefste kinderen! Ik heb nog nooit zulke mooie
+kinderen gezien! Ik ben nu al doodelijk van ze; trouwens ik ben altijd
+gek op kinderen geweest."
+
+"Dat wil ik graag gelooven," zei Elinor met een glimlach, "te oordeelen
+naar wat ik van morgen heb bijgewoond."
+
+"Het komt mij zoo voor, zei Lucy, "dat u de kleine Middletons nog al
+verwend vindt; misschien worden ze dat ook wel, meer dan goed voor hen
+is, maar het is zoo natuurlijk van Lady Middleton; en wat mij betreft,
+ik zie graag kinderen waar een beetje leven en vroolijkheid inzit;
+ik kan ze niet uitstaan, als ze bedaard en stil zijn."
+
+"Ik moet eerlijk bekennen," antwoordde Elinor, "dat ik te Barton Park
+mij nooit geneigd voel, aan stille en bedaarde kinderen anders dan
+met voorliefde te denken."
+
+Op dit gezegde volgde een korte stilte, het eerst verbroken door
+Juffrouw Steele, die bijzonder spraakzaam scheen, en nu vrij onverwacht
+begon:
+
+"En hoe vindt u Devonshire nu wel, Juffrouw Dashwood? Het zal u wel
+hebben gespeten, uit Sussex weg te gaan."
+
+Ietwat verbaasd over die vraag, of althans over den gemeenzamen toon,
+waarop ze geuit werd, antwoordde Elinor bevestigend.
+
+"Norland is een héél erg mooi buitengoed, is 't niet?" liet Juffrouw
+Steele hierop volgen.
+
+"Sir John bewonderde het ten minste zéér," zei Lucy, die scheen te
+vinden dat haar zuster's vrijmoedigheid wel eenige verontschuldiging
+behoefde.
+
+"Ik denk, dat ieder die het goed ooit zag, het wel _moet_ bewonderen,"
+antwoordde Elinor, "hoewel het niet waarschijnlijk is, dat anderen
+de schoonheden ervan zóó kunnen waardeeren, als wij doen."
+
+"En hadt u daar veel knappe cavaliers? Hier in deze buurt zullen
+er wel zooveel niet zijn; ik voor mij vind ze altoos een groote
+aanwinst overal."
+
+"Maar waarom dacht je eigenlijk," zei Lucy, zich blijkbaar schamend
+voor haar zuster, "dat er minder knappe jongelui zouden zijn in
+Devonshire dan in Sussex?"
+
+"Welneen, lieve kind, dat zeg ik ook immers niet. In Exeter zijn
+tenminste cavaliers genoeg, maar hoe kan ik nu weten of er in Norland
+ook aardige heeren zijn? Ik was alleen maar bang, dat de dames Dashwood
+het in Barton saai zouden vinden, als ze daar niet zooveel galante
+cavaliers hadden als vroeger. Maar misschien geven de jonge dames wel
+niet om heeren, en kunnen ze het evengoed stellen zonder hen. Ik voor
+mijn part, ik mag ze graag lijden, als ze ten minste netjes gekleed
+zijn en zich aardig voordoen. Ik kan ze niet uitstaan als ze slordig
+en vuil voor den dag komen. Daar heb je nu Meneer Rose in Exeter,
+een heele heer, als je hem zoo ziet, bepaald fatterig; hij is klerk
+bij Meneer Simpson, weet u, en toch, als je hem 's morgens tegenkomt,
+dan ziet hij er ontoonbaar uit. Uw broer was vóór zijn trouwen zeker
+ook een echte dandy, Juffrouw Dashwood, omdat hij zoo rijk was?"
+
+"Ik zou 't u werkelijk niet kunnen zeggen," antwoordde Elinor;
+"omdat ik niet precies begrijp wat u bedoelt. Maar dàt weet ik wel,
+wat hij indertijd is geweest vóór zijn trouwen, dat is hij nu nog;
+want hij is in 't minst niet veranderd."
+
+"O heden, neen; getrouwde lui zijn nooit galante cavaliers meer;
+die hebben wel wat anders te doen."
+
+"Hè, Anne," riep haar zuster; "jij praat ook over niets anders dan
+heeren; Juffrouw Dashwood zal gaan meenen dat je nergens anders aan
+denkt." En om het gesprek een andere wending te geven, begon zij haar
+bewondering te uiten van het huis en meubels.
+
+Dit staaltje van de conversatie der dames Steele was voldoende. De
+onbeschaafde vrijpostigheid en mallepraat van de oudste lieten van
+haar geen goeds meer verwachten, en daar Elinor, ondanks de schoonheid
+en het schrander voorkomen der jongere zuster maar al te goed haar
+gemis van ware beschaving en eenvoud doorzag, vertrok zij, zonder in
+het minst te verlangen, hen nader te leeren kennen.
+
+Zoo dachten de dames Steele er niet over. Zij waren uit Exeter gekomen
+met een behoorlijke hoeveelheid bewondering, ten dienste van Sir John
+Middleton, zijn gezin en zijn geheele familie, en uit dien ruimen
+voorraad deelden zij kwistig mede aan zijn schoone nichten, die
+zij voor de mooiste, bevalligste, talentvolste en liefste meisjes
+verklaarden, die ze ooit hadden gezien, en die zij hartgrondig
+verlangden, nader te leeren kennen. Die nadere kennismaking was,
+zooals Elinor spoedig ontdekte, hun onvermijdelijk lot; want daar Sir
+John geheel en al op de hand der dames Steele was, bleek hunne partij
+te sterk voor verzet van de andere zijde, en zij moesten zich dus
+schikken in de soort van intimiteit, die bestaat in het bijna iederen
+dag een paar uur samen in de zelfde kamer zitten. Meer kon Sir John
+niet doen; maar hij zag ook niet in, dat meer dan dat kon verlangd
+worden; naar zijne meening beteekende samenzijn vertrouwelijkheid,
+en zoolang zijn geregelde plannetjes om hen met elkaar in aanraking
+te brengen, maar slaagden, twijfelde hij geen oogenblik of zij waren
+gezworen vriendinnen.
+
+Om hem recht te laten weervaren, hij deed wat in zijn vermogen was,
+om hen tot openhartigheid aan te sporen, door de dames Steele op de
+hoogte te brengen van al wat hij maar wist of kon vermoeden omtrent de
+meest kiesche aangelegenheden, waarin zijne nichtjes waren betrokken,
+en Elinor had hen nog geen tweemaal ontmoet, of de oudste van het
+tweetal wenschte haar reeds geluk met het feit, dat haar zuster
+'t zoo getroffen had, door sinds haar komst te Barton een knappen
+galant te veroveren.
+
+"'t Is toch maar een mooi ding, een meisje zoo vroeg al getrouwd
+te hebben," zei ze, "en ik hoor dat hij een echte dandy is, en een
+verschrikkelijk knap gezicht heeft. Ik hoop dat u het ook zoo goed
+zult treffen; maar misschien hebt u al een vriend achter de hand."
+
+Elinor kon moeilijk verwachten, dat Sir John schroomvalliger zou
+zijn in de uiting van zijn vermoedens omtrent haar genegenheid
+voor Edward, dan hij zich getoond had, waar het Marianne betrof;
+van de beide geestigheden genoot de eerste, als nieuwer, en nog
+speling voor gissingen overlatend, zelfs zijn voorkeur; en sedert
+Edward's bezoek hadden zij nooit samen aan tafel gezeten, zonder
+dat hij een dronk wijdde aan haar liefsten hartewensch, vergezeld
+van zooveel beteekenende blikken, en zooveel knikjes en knipoogjes,
+dat hij de algemeene aandacht op haar vestigde. Ook de letter F. werd
+daarbij steeds druk besproken, en was de bron gebleken van zulk een
+onuitputtelijken voorraad grappen, dat Elinor geëindigd was met er
+voor goed de geestigste letter van het alphabet in te zien.
+
+Zooals zij reeds vermoedde, werden de dames Steele bij voorkeur
+op de bewuste aardigheden vergast, en zij wekten in de oudste een
+nieuwsgierig verlangen om den naam te vernemen van den heer, op wien
+hier gezinspeeld werd, een verlangen, dat, brutaal aan den dag gelegd,
+volkomen strookte met haar algemeene indringende onbescheidenheid
+in het uitvorschen van hun familieaangelegenheden. Maar Sir John
+had niet lang pleizier in het prikkelen der door hemzelf gewekte
+nieuwsgierigheid; want hij vond minstens evenveel behagen in het noemen
+van den bewusten naam, als Juffrouw Steele in het vernemen ervan. "Zijn
+naam is Ferrars," zei hij, duidelijk verstaanbaar fluisterend;
+"maar vertel het vooral niet verder, want het is een groot geheim."
+
+"Ferrars!" herhaalde Juffrouw Steele; "is mijnheer Ferrars de
+gelukkige? Wel, wel, de broer van uw schoonzuster, Juffrouw
+Dashwood? nu, dat is een aardig jongmensch; ik ken hem heel goed."
+
+"Hoe kan je nu zooiets zeggen, Anne?" riep Lucy, die geregeld haar
+zuster's opmerkingen te verbeteren placht. "Al hebben we hem nu een
+paar maal bij onzen oom aan huis ontmoet, daarom behoef je nog niet
+te zeggen, dat we hem heel goed kennen."
+
+Elinor hoorde alles oplettend en zeer verwonderd aan. Wie was die
+oom? waar woonde hij? hoe hadden zij elkander leeren kennen? Zij
+wenschte van harte dat het gesprek over dit onderwerp mocht worden
+voortgezet, al verkoos zij niet, zich erin te mengen; maar er werd
+niet verder over gesproken, en voor het eerst in haar leven vond zij
+Mevrouw Jennings niet nieuwsgierig genoeg naar onbeduidende nieuwtjes,
+noch voldoende bereidvaardig tot het mededeelen ervan. De manier
+waarop Juffrouw Steele van Edward had gesproken vermeerderde haar
+nieuwsgierigheid; zij meende er iets onwelwillends in te bespeuren,
+dat het vermoeden wekte, als zou de spreekster iets ten nadeele van
+hem weten, of zich verbeelden te weten. Doch haar nieuwsgierigheid
+bleef onvoldaan; want Juffrouw Steele liet den naam Ferrars verder
+onopgemerkt voorbijgaan, ook toen Sir John er nogmaals op zinspeelde
+en dien zelfs openlijk uitsprak.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXII
+
+
+Marianne, die nooit veel verdraagzaamheid toonde tegenover iets,
+dat maar op lompheid, grofheid, gebrek aan geestesgaven, of zelfs
+op eenige afwijking van haar eigen smaak geleek, was juist nu,
+in háár gemoedstoestand, bijzonder ongeneigd om in de dames Steele
+behagen te scheppen, of hun tegemoetkomende houding door de hare
+aan te moedigen; en aan haar onveranderlijke koelheid jegens hen,
+die elke poging tot vertrouwelijkheid van hunne zijde terugwees,
+schreef Elinor hoofdzakelijk de voorkeur voor haarzelve toe, die al
+spoedig ten duidelijkste bleek uit beider gedrag; het meest nog uit
+dat van Lucy, die geen gelegenheid liet voorbijgaan om een gesprek
+met haar aan te knoopen, of pogingen te doen tot toenadering door
+vrijmoedige en openhartige mededeeling van hare gevoelens.
+
+Lucy was van nature schrander; haar opmerkingen waren dikwijls juist
+en vermakelijk, en als gezelschap voor een half uurtje vond Elinor
+haar soms niet onaangenaam; doch haar vermogens waren niet ontwikkeld
+door opvoeding; zij was onwetend, had niets gelezen, en haar gemis van
+alle geestelijke vorming, haar onkunde in de meest alledaagsche zaken
+konden niet voor Elinor verborgen blijven, ondanks Lucy's onvermoeide
+pogingen om zich van haar beste zijde te laten kennen. Elinor zag, en
+beklaagde in haar de verwaarloozing van gaven, die onder zorgvuldige
+leiding achting hadden kunnen verwerven; doch zij zag tevens, met vrij
+wat minder hartelijk medegevoel, het volslagen gebrek aan kieschheid,
+aan rechtschapenheid, aan fiere zuiverheid van inborst, dat sprak
+uit al haar beleefdheden, haar opdringende dienstvaardigheid, haar
+vleierij te Barton Park, en zij kon geen duurzame voldoening vinden
+in het samenzijn met iemand, die onoprechtheid paarde aan onkunde,
+wier gebrek aan ontwikkeling elk onderhoud op een voet van gelijkheid
+onmogelijk maakte, en wier gedrag jegens anderen ieder vertoon van
+belangstelling of eerbied tegenover haarzelve volkomen waardeloos
+deed schijnen.
+
+"U zult het misschien een vreemde vraag vinden," zei Lucy, toen zij op
+zekeren dag samen van het Park naar Barton Cottage wandelden,--"maar
+kent u persoonlijk uw schoonzuster's mama, Mevrouw Ferrars?"
+
+Elinor _vond_ die vraag zeer vreemd, en de uitdrukking van haar gelaat
+gaf dit duidelijk te kennen, terwijl zij antwoordde, dat zij Mevrouw
+Ferrars nooit had ontmoet.
+
+"Och kom," zei Lucy; "dat verwondert mij; ik dacht, dat u haar te
+Norland wel eens zoudt hebben gesproken. Dan kunt u mij zeker ook
+niet zeggen, wat voor een soort van vrouw zij eigenlijk is?"
+
+"Neen," antwoordde Elinor, voorzichtig in het uiten van haar werkelijke
+meening omtrent Edward's moeder, en niet verlangend te bevredigen wat
+haar onbescheiden nieuwsgierigheid scheen: "ik weet niets van haar af."
+
+"Ik begrijp wel, dat u het heel raar van mij vindt, zoo naar haar
+te vragen," zei Lucy, terwijl zij Elinor onder het spreken oplettend
+aanzag; "maar er zouden redenen kunnen zijn... ik wilde dat ik durfde
+wagen... In elk geval, hoop ik toch, dat u, mij niet ten onrechte
+van grove onbescheidenheid zult beschuldigen."
+
+Elinor gaf een beleefd antwoord, en zij wandelden een paar minuten
+zwijgend verder. Dat zwijgen werd verbroken door Lucy, die het
+onderwerp hervatte door ietwat aarzelend te zeggen:
+
+"Ik kan niet hebben, dat u mij van ongepaste nieuwsgierigheid verdenkt;
+ik zou liever ik weet niet wat doen, dan zóó beschouwd te worden door
+iemand, wier goede meening mij zooveel waard is als de uwe! En ik weet
+stellig, dat ik in 't minst niet bang zou zijn om _u_ te vertrouwen;
+ik zou juist heel blij zijn, als u mij kondt raden, hoe te handelen,
+in mijn moeilijke omstandigheden; maar het is _nu_ niet noodig,
+om u lastig te vallen. Het spijt mij, dat u Mevrouw Ferrars niet kent."
+
+"Mij spijt het ook, dat dit het geval is," zei Elinor zeer verbaasd,
+"temeer als het voor _u_ van eenig belang kon zijn, mijn meening
+over haar te vernemen. Maar om u de waarheid te zeggen, ik had nooit
+begrepen, dat u, hoe dan ook, in aanraking waart geweest met de
+familie, en daarom moet ik bekennen dat ik wel eenigszins verwonderd
+ben over uw ernstige navraag omtrent haar karakter."
+
+"Dat wil ik graag gelooven, en _mij_ verwondert dat volstrekt
+niet. Maar als ik u alles mocht vertellen, dan zoudt u het niet meer
+zoo vreemd vinden. Op het oogenblik is Mevrouw Ferrars voor mij een
+totaal onbekende; maar er kàn een tijd komen--hoe spoedig dat zal
+zijn, hangt van haarzelve af--dat wij in zeer nauwe betrekking tot
+elkaar komen te staan."
+
+Zij sloeg terwijl ze sprak de oogen neer, met beminnelijke
+verlegenheid, doch niet zonder één zijdelingschen blik naar haar
+gezellin, om de uitwerking van het gezegde bij deze waar te nemen.
+
+"Maar wat bedoelt u toch?" riep Elinor. "Kent u Mijnheer Robert
+Ferrars dan? Is het mogelijk dat u met hèm...?" En zij verheugde zich
+allesbehalve bij het denkbeeld zulk een schoonzuster te krijgen.
+
+"Neen," zei Lucy, "niet met mijnheer _Robert_ Ferrars,--hèm heb ik
+nooit in mijn leven gezien, maar,"--en zij zag Elinor strak aan,--"met
+zijn ouderen broeder."
+
+Wat gevoelde Elinor op dat oogenblik? Een verbazing, die even pijnlijk
+zou zijn geweest, als zij sterk was, zo zij niet onmiddellijk ware
+vergezeld gegaan van een volslagen ongeloof in die verzekering. Zij
+wendde zich tot Lucy, zwijgend en verwonderd, niet bij machte de
+reden of het doel van die verklaring te gissen; en hoewel zij eerst
+bloosde en daarna bleek werd, schonk haar ongeloovigheid haar kracht,
+en zij was niet bang, dat haar zenuwen haar parten zouden spelen,
+of dat zij flauw zou vallen.
+
+"Geen wonder dat u verbaasd staat," ging Lucy voort; "want natuurlijk
+hadt u er niet het flauwste vermoeden van; hij zal er wel geen woord
+over hebben losgelaten tegen u of uw familie; want het moest altijd
+een diep geheim blijven en ik weet wel, dat ik het tot nu toe ook
+trouw heb bewaard. Niemand van mijn familie weet het, behalve Anne,
+en ik zou het u nooit hebben verteld, als ik niet zóó zeker was
+geweest, dat ik mij op uw stilzwijgen kon verlaten; ik vond alleen,
+dat mijn vele vragen naar Mevrouw Ferrars zulk een vreemden indruk op
+u moesten maken, en het was noodig dat ik u mijn gedrag verklaarde. Ik
+geloof niet, dat Mijnheer Ferrars boos zal kunnen zijn, als hij hoort,
+dat ik u in vertrouwen heb genomen; want ik weet, dat hij uw geheele
+familie bijzonder hoog stelt, en u en de beide andere dames Dashwood
+beschouwt als zijn eigen zusters."--
+
+Hierna zweeg zij, en ook Elinor bleef een oogenblik stil. Haar
+verbazing over hetgeen zij hoorde was eerst te groot om zich in woorden
+te uiten; maar ten slotte zeide zij, zich dwingend tot spreken, en
+voorzichtig spreken, met een kalmte, die tamelijk wel haar verrassing
+en angst verborg: "Mag ik vragen of uwe verloving reeds lang geleden
+heeft plaats gehad?"
+
+"We zijn al vier jaar geëngageerd."
+
+"Vier jaar?"
+
+"Ja."
+
+Hoe ontdaan zij zich ook voelde, Elinor kon het nòg niet gelooven.
+
+"Ik wist niet eens," zei ze, "dat u hem kende, eer ik het onlangs
+gewaar werd."
+
+"En toch kennen we elkaar al sedert jaren. Hij is een tijdlang bij
+mijn oom in huis geweest, weet u."
+
+"Uw oom?"
+
+"Ja, Mijnheer Pratt. Hebt u hem nooit hooren spreken van Mijnheer
+Pratt?"
+
+"O ja, nu herinner ik het mij," zei Elinor, met een inspanning van
+haar geheugen, die haar zwaarder viel, naarmate haar ontroering toenam.
+
+"Hij is vier jaar onder de leiding geweest van mijn oom, die te
+Longstaple woont, dicht bij Plymouth. Dáár is onze kennismaking
+begonnen; want mijn zuster en ik logeerden dikwijls bij mijn oom, en
+daar zijn we geëngageerd geraakt; een jaar nadat hij van school was
+gegaan; maar hij kwam daarna nog geregeld bij ons. Ik was er niets
+op gesteld de verloving aan te gaan, buiten weten van zijn moeder en
+zonder haar goedkeuring; dat kunt u wel denken; maar ik was te jong en
+ik hield te veel van hem, om zoo voorzichtig te zijn als ik eigenlijk
+moest. Al kent u hem niet zóó goed als ik, Juffrouw Dashwood, u hebt
+lang genoeg met hem omgegaan om te begrijpen, dat hij juist de man is,
+om de oprechte genegenheid eener vrouw te winnen."
+
+"Zeker," antwoordde Elinor, zonder te weten wat zij zeide; doch
+na een oogenblik nadenken liet zij erop volgen, stelliger dan ooit
+overtuigd van Edward's waarheidsliefde en zijn genegenheid, tegenover
+de valschheid van dit meisje: "Geëngageerd met mijnheer Edward
+Ferrars,--ik moet bekennen, wat u mij daar vertelt verrast zij zóózeer,
+dat... werkelijk, neemt u 't me niet kwalijk, maar er is stellig een
+vergissing in 't spel, een naams- of persoonsverwisseling. Wij kunnen
+niet denzelfden heer Ferrars bedoelen."
+
+"We bedoelen geen ander dan hem," riep Lucy glimlachend. "Mijnheer
+Edward Ferrars, de oudste zoon van den Heer Ferrars van Park Street;
+en de broer van uw schoonzuster, Mevrouw John Dashwood, is de persoon,
+dien ik op het oog heb; u zult wel willen toegeven, dat _ik_ mij
+wel niet zal kunnen vergissen in den naam van den man, van wien mijn
+geheele geluk afhankelijk is."
+
+"'t Is wel vreemd," zei Elinor, met een gevoel van pijnlijke
+verwarring, "dat ik hem nooit zelfs uw naam heb hooren noemen."
+
+"Neen; als men de omstandigheden in aanmerking neemt, was dat
+volstrekt zoo vreemd niet. Vóór alles moesten we zorgen de zaak
+geheim te houden. U wist van mij of mijn familie niets af; daarom
+was er nooit eenige _aanleiding_ om mijn naam te noemen, en daar
+hij altijd erg bang was, dat zijn zuster er iets van zou vermoeden,
+was _dat_ op zich zelf al reden genoeg om dat niet te doen." Weer
+zweeg zij.--Elinor's zekerheid begon haar te begeven maar haar
+zelfbeheersching begaf haar niet.
+
+"U bent dus vier jaar al verloofd geweest," zei ze met vaste stem.
+
+"Ja, en de hemel weet, hoeveel langer we nog zullen moeten
+wachten. Arme Edward; hij wordt er moedeloos onder." Terwijl ze een
+klein miniatuurportret uit haar zak haalde, voegde zij erbij: "Als
+u zoo goed wilt zijn, dit portret eens te bekijken, dan zult u zien
+dat van een vergissing geen sprake kan zijn. Hij ziet er werkelijk
+knapper uit dan hier, vind ik; maar u kunt duidelijk genoeg zien,
+wien het moet voorstellen. Ik heb het al drie jaar in mijn bezit."
+
+Terwijl ze sprak, gaf ze Elinor het portretje in handen, en toen deze
+het had bekeken, kon zij, hoezeer ook haar vrees voor een overhaaste
+gevolgtrekking en haar wensch om bedrog te ontdekken haar noopten tot
+het laatste toe in haar geest een plaats voor twijfel in te ruimen,
+niet langer betwijfelen, dat zij Edward's gezicht voor zich zag. Zij
+gaf het oogenblikkelijk terug, terwijl zij de gelijkenis erkende.
+
+"Ik heb hem nooit mijn portret ervoor in ruil kunnen geven," ging
+Lucy voort, "en dat spijt mij geducht; want hij was er altijd zoo
+op gesteld het te hebben. Maar ik ben van plan het te laten maken,
+zoodra de gelegenheid zich voordoet."
+
+"Daar hebt u gelijk in," antwoordde Elinor bedaard. Zij liepen een
+poosje zwijgend verder. Lucy was de eerste die sprak.
+
+"Ik twijfel er hoegenaamd niet aan," zei ze, "of u zult dit geheim
+trouw bewaren; omdat u wel zult begrijpen van hoeveel belang het
+voor ons is, dat het zijn moeder niet ter oore komt; want zij zou
+het stellig wel niet goedkeuren. Ik heb geen geld te wachten, en ik
+geloof dat zij verschrikkelijk trotsch is."
+
+"Het is zeker waar, dat ik uw vertrouwen niet gezocht heb," zeide
+Elinor; "maar u verwacht niet te veel van mij, wanneer u meent u op
+mij te kunnen verlaten. Uw geheim is bij mij veilig; maar vergeef
+mij, zoo ik eenige verwondering waag te uiten over de onnoodigheid
+van deze mededeeling. U moet toch althans gevoeld hebben, dat mijne
+bekendheid ermede niet kon bijdragen tot de veiligheid van dat geheim."
+
+Zij zag Lucy ernstig aan, terwijl zij dit zeide, in de hoop nog iets te
+ontdekken in de uitdrukking van haar gelaat,--misschien de onwaarheid
+van het meeste dat zij tot nu toe gezegd had; maar op Lucy's gezicht
+vertoonde zich geen verandering.
+
+"Ik was al bang," zei ze, "dat u het nogal vrijpostig van mij zou
+vinden, dat ik u dit alles vertelde. 't Is waar, ik ken u nog niet
+lang, persoonlijk ten minste, maar uit beschrijvingen heb ik u en uw
+familie al héél lang gekend, en zoodra ik u zag, kreeg ik bijna 't
+gevoel alsof wij oude vrienden waren. En bovendien, in dit geval vond
+ik werkelijk, dat ik verplicht was, u eenige uitlegging te geven, nadat
+ik u zoo had uitgevraagd over Edward's moeder, en het is zoo ellendig,
+dat ik niemand heb, wie ik om raad kan vragen. Anne is de eenige,
+die er van afweet, en die weet niet wat ze zeggen of zwijgen moet;
+ze doet mij meer kwaad dan goed trouwens, want ik ben altijd bang
+dat ze alles verraden zal. Ze kàn haar tong niet in bedwang houden;
+dat hebt u wel gemerkt, en verleden was ik doodsbang, toen ze Sir John
+Edward's naam noemde, dat ze alles in eens zou uitflappen. U kunt u
+niet voorstellen wat ik er al niet door moet uitstaan, op allerlei
+manieren. Soms begrijp ik niet dat ik nog leef, na al wat ik in de
+laatste vier jaar om Edward's wil heb moeten lijden. Altijd hangen en
+verlangen, en die onzekerheid, en dat we elkaar zoo zelden zien,--niet
+meer dan een paar maal in 't jaar kunnen we elkaar ontmoeten. 't
+Verwondert mij soms werkelijk, dat mijn hart niet gebroken is." Zij
+haalde haar zakdoek voor den dag; maar Elinor voelde zich niet juist
+bewogen tot medelijden, "Soms," ging Lucy voort, nadat ze haar oogen
+had afgedroogd, "soms denk ik wel eens, of 't niet beter zou zijn
+voor ons allebei, als we de verloving maar verbraken." Terwijl ze
+dit zeide, zag ze Elinor recht in de oogen. "Maar dàn weer heb ik
+geen moed, ertoe te besluiten. Ik kan de gedachte niet verdragen,
+hem zoo ongelukkig te maken als ik weet dat hij zijn zou, wanneer ik
+daarover begon. En ook voor mijzelf--terwijl ik hem zoo liefheb--ik
+geloof niet dat ik er den moed toe zou hebben. Wat zoudt u mij raden
+te doen in dit geval, Juffrouw Dashwood? Wat zoudt u zelf doen?"
+
+"Neemt u mij niet kwalijk," zei Elinor, verschrikt door die vraag,
+"maar ik kan u in deze omstandigheden geen raad geven. Dat moet
+overgelaten blijven aan uw eigen inzicht."
+
+"'t Spreekt van zelf," ging Lucy voort, na een paar minuten waarin
+beiden hadden gezwegen, "dat zijn moeder op den langen duur toch
+voor hem zal moeten zorgen op de eene of andere manier; maar die
+arme Edward ziet alles zoo somber in! Vondt u hem niet vreeselijk
+neerslachtig toen hij te Barton was? Hij voelde zich zoo ellendig
+toen hij uit Longstaple wegging, om naar u toe te gaan, ik was bang
+dat u meenen zou, dat hij bepaald ziek was."
+
+"Kwam hij dan van uw oom, toen hij ons een bezoek bracht?"
+
+"Ja, hij had veertien dagen bij ons gelogeerd. Dacht u dan, dat hij
+rechtstreeks uit Londen kwam?"
+
+"Neen" antwoordde Elinor, pijnlijk gevoelig voor elke nieuwe
+bijzonderheid, die sprak ten gunste van Lucy's waarheidsliefde. "Ik
+herinner mij nu, hoe hij ons vertelde, dat hij veertien dagen bij
+kennissen te Plymouth had doorgebracht." Zij herinnerde zich tevens,
+hoe vreemd zij het toen gevonden had, dat hij zich niets meer omtrent
+die kennissen had laten ontvallen, dat hij zelfs omtrent hun naam
+een volstrekt stilzwijgen had bewaard.
+
+"Vondt u hem niet treurig terneergeslagen?" herhaalde Lucy.
+
+"O ja, zeker; vooral toen hij pas bij ons was."
+
+"Ik drong erop aan, dat hij zich ertegen zou verzetten, uit vrees
+dat u zoudt vermoeden hoe de zaak stond; maar het maakte hem zoo
+melancholiek, dat hij niet meer dan veertien dagen bij ons kon blijven,
+en dat hij mijn verdriet ook moest aanzien. Arme jongen!--ik vrees
+dat het nog altijd hetzelfde met hem is; want hij schrijft zoo
+gedrukt. Even voor ik uit Exeter vertrok, kreeg ik nog een brief
+van hem;" hierbij haalde zij een brief uit haar zak en liet Elinor
+vluchtig het adres zien. "U kent natuurlijk zijn handschrift; 't is een
+mooie hand; maar dit is niet zoo goed geschreven als gewoonlijk. Hij
+was stellig moe, want hij had juist een groot vel aan mij zoo dicht
+mogelijk volgeschreven."
+
+Elinor zag, dat het zijn hand _was_, en zij kon niet langer
+twijfelen. Het portret, zoo had zij zichzelve nog vergund te gelooven,
+kon door toeval in Lucy's bezit zijn geraakt; het behoefde haar niet
+door Edward te zijn geschonken; maar een briefwisseling tusschen hen
+kon alleen plaats hebben, wanneer zij feitelijk verloofd waren, kon
+door niets anders worden gewettigd;--bijna begaf haar een oogenblik
+alle kracht; haar hart ontzonk haar, en zij kon ternauwernood staande
+blijven; doch het was dringend noodig dat zij zich vermande, en
+zóó vastberaden verzette zij zich tegen den beklemmenden druk van
+haar gevoelens, dat zij spoedig, en voorloopig volkomen, zichzelve
+meester bleef.
+
+"Dat we elkaar kunnen schrijven," zei Lucy, den brief weer in haar
+zak stekend, "is onze eenige troost, wanneer we zoo lang gescheiden
+moeten zijn. Ja, _ik_ vind dan nog bovendien troost in zijn portret;
+maar die arme Edward bezit dàt zelfs niet. Als hij mijn portret
+maar had, zegt hij, dan zou hij zich beter kunnen schikken. Toen hij
+laatst te Longstaple was, heb ik hem een lok van mijn haar gegeven,
+in een ring gevat, en dat troostte hem wel een weinig, zei hij; maar
+het stond toch niet gelijk met een portret. Misschien hebt u wel op
+dien ring gelet, toen hij bij u was?"
+
+"Ja, die is mij opgevallen," zei Elinor; en de bedaarde klank van
+haar stem verborg een gemoedsbeweging, een radelooze smart, heviger
+dan zij ooit te voren gevoeld had. Zij was verpletterd; ontdaan; zij
+begreep _niets_ meer. Gelukkig voor haar waren zij nu aan hun huis
+gekomen, en het gesprek kon niet verder worden voortgezet. Nadat de
+dames Steele nog een poosje bij hen gebleven waren, keerden zij naar
+het Park terug, en nu eerst stond het Elinor vrij, na te denken en
+zich diep bedroefd te gevoelen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXIII
+
+
+Hoe weinig Elinor ook in het algemeen waagde te bouwen op Lucy's
+waarheidlievende gezindheid, bij ernstig nadenken was het haar
+onmogelijk, Lucy in dit geval van bedrog te verdenken, terwijl
+geenerlei verleiding kon aansprakelijk gesteld worden voor de
+dwaasheid, een dergelijke leugen te verzinnen. Wat Lucy voor waar had
+verklaard, kon, neen durfde Elinor niet langer betwijfelen, gesteund
+als die verklaring werd door zulk een menigte van waarschijnlijkheden
+en bewijzen, en door niets weersproken dan door haar eigen wensch. De
+gelegenheid tot kennismaking ten huize van den Heer Pratt vormde een
+grondslag voor al het overige, zoowel onbetwistbaar als onrustbarend,
+en Edward's bezoek in de buurt van Plymouth, zijn droefgeestige
+stemming, zijn onvoldaanheid over zijne vooruitzichten, zijn onzekere
+houding tegenover haarzelve, de nauwkeurige bekendheid van de dames
+Steele met Norland en hun familie-relaties, die haar dikwijls had
+bevreemd, het portret, de brief, de ring, dit alles tezamen genomen
+vormde een aaneenschakeling van bezwarende getuigenissen, die ten
+eenenmale de vrees te niet deed, hem ten onrechte te veroordeelen,
+en die duidelijk in het licht stelde, als een feit, door geen
+partijdigheid te verbloemen, dat hij haarzelve slecht behandeld
+had. Haar afkeer van zulk een gedrag, haar verontwaardiging, dat zij
+daarvan het slachtoffer was geworden, deden haar een tijdlang enkel
+voor zichzelve gevoelen; doch spoedig kwamen andere gedachten, andere
+beschouwingen bij haar op. Had Edward haar met opzet misleid? Had
+hij voor haar een genegenheid geveinsd, die hij niet gevoelde? Was
+zijne verloving met Lucy eene verbintenis van het hart? Neen, wat het
+ook ooit mocht geweest zijn, dat het dit thans nog was, kon zij niet
+gelooven. Zijn genegenheid gold haar, en haar alléén. Daarin kon zij
+zich niet vergissen. Haar moeder, haar zusters, Fanny, allen hadden te
+Norland begrepen hoe hij haar waardeerde; het was geen begoocheling
+van haar eigen ijdelheid. Hij had haar lief; dat was zeker. Hoezeer
+verzachtte die overtuiging haar gemoed! Hoeveel bewoog zij haar niet
+te vergeven! Het was verkeerd, zeer verkeerd van hem geweest te Norland
+te blijven, nadat zij voor het eerst gevoelde, hoe haar invloed op hem
+grooter was dan die behoorde te zijn. In dàt opzicht was hij niet te
+verdedigen; maar zoo hij haar al kwaad had gedaan, hoeveel meer kwaad
+deed hij zichzelf! Mocht háár toestand dan al beklagenswaard genoemd
+worden, de zijne was hopeloos. Zijn onbedachtzaamheid had háár een
+tijdlang ongelukkig doen zijn; doch hemzelf scheen zij voor altoos
+de kans op geluk te hebben benomen. _Zij_ zou na verloop van tijd
+misschien haar rust herwinnen; doch _hij_, hoe zag hij de toekomst
+in? Zou hij ooit ook maar dragelijk gelukkig kunnen zijn met Lucy
+Steele? Zou hij, zijn genegenheid voor haarzelve nog daargelaten, met
+zijn rechtschapen gemoed, zijn kiesch gevoel en ontwikkelden geest,
+tevreden kunnen zijn met een vrouw als zij, onwetend, onbetrouwbaar
+en zelfzuchtig?
+
+De jeugdige verliefdheid van een jongen van negentien had hem
+natuurlijk verblind voor alles, behalve haar schoonheid en haar
+oppervlakkige goedhartigheid; maar de vier volgende jaren,--jaren die,
+bij redelijk gebruik, zooveel bijdragen tot de vorming van het begrip,
+moesten zijn oogen hebben geopend voor de leemten in hare opvoeding;
+terwijl zij in dat zelfde tijdsverloop door het samenzijn met personen
+van geringe ontwikkeling en het najagen van luchthartig vermaak,
+misschien den eenvoud had verloren, die eertijds hare schoonheid
+meerdere bekoring kon hebben verleend.
+
+En indien, gesteld al dat hij haarzelve had willen huwen, de
+moeilijkheden, hem door zijn moeder in den weg gelegd, reeds groot
+hadden geschenen, hoeveel grooter zouden zij thans niet zijn, nu
+het voorwerp zijner keuze ongetwijfeld van minder goede familie en
+waarschijnlijk minder gefortuneerd was dan zijzelve! Die moeilijkheden
+zouden allicht, nu zijn hart reeds zoozeer van Lucy was vervreemd,
+zijn geduld niet zeer zwaar op de proef stellen; doch hoe droevig
+was niet de toestand van hem, in wien de verwachting van tegenstand
+en onhartelijkheid van de zijde zijner naaste verwanten niet anders
+dan een gevoel van verlichting wekken kon!
+
+Naarmate deze overwegingen zich in pijnigende opeenvolging aan haar
+opdrongen, golden hare tranen meer hèm, dan haar eigen smart. Gesteund
+door de overtuiging, dat zij haar tegenwoordige droefenis niet aan
+zich zelve had te wijten, en getroost in het geloof, dat Edward niets
+had gedaan om hare achting te verbeuren, meende zij zelfs nu, onder
+de eerste felle pijn na den zwaren slag, zichzelve genoeg te kunnen
+beheerschen, om bij haar moeder en zusters ook niet het geringste
+vermoeden van de waarheid te laten opkomen. En zóó wel bleek zij in
+staat aan haar eigen verwachting te beantwoorden, dat niemand, toen zij
+met de anderen aan tafel ging, twee uren slechts na de verijdeling van
+al haar vurigste verlangens, uit het voorkomen der beide zusters zou
+hebben afgeleid dat Elinor in stilte treurde over beletselen, die haar
+voor altijd moesten gescheiden houden van het voorwerp harer liefde,
+terwijl Marianne zich inwendig vermeide in de volmaaktheid van den
+man, wiens geheele hart zij onverdeeld waande te bezitten, en dien
+zij verwachtte te zien in ieder rijtuig dat hun huis voorbijreed.
+
+De noodzakelijkheid, voor haar moeder en Marianne te verbergen, wat
+haar in vertrouwen was medegedeeld, verzwaarde Elinor's lijden niet,
+al werd zij erdoor gedwongen tot voortdurende inspanning. Integendeel,
+het was haar een verlichting voor hen te kunnen verzwijgen wat hun
+zooveel verdriet zou doen en tevens zich verschoond te zien van het
+aanhooren hunner veroordeeling van Edward, die waarschijnlijk zou
+voortspruiten uit overmaat van partijdige genegenheid voor haarzelve,
+doch die thans méér zou zijn, dan zij verdragen kon.
+
+Zij wist, aan hun raadgevingen of hun gesprekken kon zij geen steun
+ontleenen; hun medegevoel en hun verdriet zouden haar smart nog
+vermeerderen; terwijl haar zelfbedwang noch door hun voorbeeld,
+noch door hun lof zou worden aangemoedigd. Zij was krachtiger
+alleen, en haar eigen rustig inzicht hield haar zóó wel staande,
+dat haar vastheid zoo ongeschokt, haar vertoon van opgewektheid zoo
+onveranderlijk bleef, als mogelijk was na het bitter leed, dat haar
+zoo grievend en nog maar zoo kort geleden had getroffen.
+
+Hoeveel pijn haar ook dat eerste gesprek met Lucy over het onderwerp
+had veroorzaakt, zij verlangde weldra ernstig, en om meer dan eene
+reden, het te hervatten. Zij verlangde vele bijzonderheden omtrent hun
+verloving nogmaals te hooren, zij wenschte duidelijker te begrijpen,
+wat Lucy inderdaad voor Edward gevoelde, of er eenige oprechtheid
+was in haar verklaring, dat zij hem innig liefhad, en vóór alles
+wenschte zij Lucy te overtuigen, door haar bereidwilligheid om weer
+over de zaak te beginnen, en haar kalmte bij het bespreken ervan,
+dat hare belangstelling een louter vriendschappelijke was, 't geen
+zij vreesde door haar onwillekeurige gemoedsbeweging dien morgen van
+hun gesprek, althans twijfelachtig te hebben doen schijnen. Dat Lucy
+geneigd was, jaloersch van haar te zijn, scheen zeer waarschijnlijk;
+het bleek duidelijk dat Edward haar steeds ten zeerste had geprezen,
+niet alleen uit Lucy's bewering, maar uit het feit, dat de laatste het
+waagde, haar, na zoo korte kennismaking, een geheim toe te vertrouwen,
+blijkbaar en volgens haar eigen getuigenis, van het grootste
+gewicht. En zelfs de schertsende toespelingen van Sir John konden niet
+zonder invloed zijn gebleven. Trouwens, terwijl Elinor inwendig zoo
+stellig verzekerd bleef, dat Edward haar werkelijk liefhad, behoefde
+zij zich niet in gissingen omtrent waarschijnlijkheden te verdiepen,
+om het zeer natuurlijk te achten, dat Lucy jaloersch zou zijn, en dat
+zij dit was, bewees haar vertrouwelijke mededeeling zelf. Welke andere
+reden kon er bestaan voor de onthulling van het geheim, dan dat Elinor
+erdoor zou worden verwittigd van Lucy's recht, de eerste aanspraak
+op Edward te mogen doen gelden, en begrijpen zou, dat zij hem voor
+het vervolg diende te vermijden? Het viel haar niet moeilijk, althans
+zóóveel van de bedoelingen harer mededingster te vatten, en terwijl zij
+vast besloten was, zich jegens haar te gedragen volgens elk beginsel,
+dat eer en eerlijkheid haar voorschreef, haar eigen liefde voor Edward
+te bestrijden en hem zoo weinig mogelijk te ontmoeten, zij kon zich
+de voldoening niet ontzeggen, althans een poging te doen om Lucy te
+overtuigen, dat haar hart niet gewond was. En daar zij thans niets
+pijnlijkers meer omtrent dit onderwerp kon vernemen, dan wat haar
+reeds was medegedeeld, wantrouwde zij ook haar eigen vermogen niet,
+om een herhaling van alle bijzonderheden met kalmte aan te hooren.
+
+Maar eene gelegenheid hiertoe kon niet onmiddellijk of naar believen
+worden gevonden, hoewel Lucy even zeer als zijzelve geneigd was, van
+de eerste de beste gebruik te maken; want het weer was niet dikwijls
+mooi genoeg voor een gezamenlijke wandeling, waarbij zij zich het
+gemakkelijkst van de anderen konden afzonderen, en hoewel zij elkander
+bijna om den anderen avond, meestal op het Park, of anders in hun
+huisje ontmoetten, was er geen sprake van dat die samenkomsten plaats
+hadden met het doel eenig geregeld gesprek te voeren. Die gedachte
+kwam bij Sir John of Lady Middleton zelfs niet op; en daardoor werd
+den gasten zeer weinig tijd gelaten voor een algemeen gesprek, en
+voor een tête à tête in het geheel niet. Zij kwamen bijeen om met
+elkaar te eten, te drinken en luidruchtig vroolijk te zijn, bij kaart-
+of pandspel, of eenig ander vermaak, dat genoeg leven maakte. Reeds
+een paar malen hadden dergelijke gezellige bijeenkomsten plaats gehad,
+zonder Elinor eenige gelegenheid te bieden tot een afzonderlijk gesprek
+met Lucy, toen Sir John op een morgen naar Barton Cottage kwam, om hen
+te verzoeken, of zij uit menschlievendheid met hen allen dien dag bij
+Lady Middleton wilden komen eten, daar hij een vergadering van zijn
+club te Exeter moest bijwonen, en zij dus anders geheel alleen zou
+zijn met haar moeder en de beide dames Steele. Elinor, die begreep,
+dat zij beter kans had, haar doel te bereiken in een gezelschap,
+zooals dit waarschijnlijk zou zijn, vrijer in hun bewegingen onder
+elkaar onder de rustige en beschaafde leiding van Lady Middleton,
+dan wanneer haar echtgenoot hen allen vereenigde tot dat ééne doel,
+veel leven maken, nam de uitnoodiging dadelijk aan; Margaret was,
+met haar moeder's goedvinden, eveneens bereid te komen, en Marianne,
+ofschoon steeds ongeneigd aan deze bijeenkomsten deel te nemen,
+liet zich door haar moeder, die niet kon verdragen, dat zij zich
+onttrok aan elke gelegenheid tot onschuldig vermaak, overhalen om
+insgelijks te gaan. De jonge dames gingen dus alle drie, en Lady
+Middleton werd gelukkig bewaard voor de ontzettende verlatenheid, die
+haar bedreigd had. De vervelendheid van de visite was volkomen zooals
+Elinor reeds had verwacht; zij leverde niet het minste onvoorziene,
+in gedachte noch uitdrukking, en niets kon onbelangrijker zijn dan het
+geheele gesprek dat gevoerd werd in eetkamer en salon; naar de laatste
+gingen de kinderen mede; en zoolang zij daar bleven was zij te vast
+overtuigd van de onmogelijkheid om Lucy's aandacht te vergen, dan dat
+zij daartoe een poging zou hebben aangewend. De kleinen gingen heen
+toen het theegoed werd weggebracht; daarop kwamen de speeltafeltjes
+voor den dag, en Elinor begon zich reeds met verwondering af te vragen,
+hoe zij ooit de hoop had kunnen koesteren, op het Park tijd te vinden
+voor eenig gesprek. Allen stonden op, om straks een gemeenschappelijk
+kaartspelletje te beginnen.
+
+"Ik ben blij," zei Lady Middleton tot Lucy, "dat je van avond niet dat
+mandje voor ons lieve Annemarietje gaat afmaken; want ik geloof stellig
+dat het verkeerd voor je oogen zou zijn met dat fijne zilverdraad te
+werken bij kaarslicht. We zullen wel iets vinden om het lieve kind
+te troosten morgen over haar teleurstelling; ik hoop dat ze 't zich
+niet te erg zal aantrekken."
+
+Die lichte aanwijzing was voldoende; Lucy was onmiddellijk op haar
+hoede en antwoordde: "Neen, neen, u hebt het mis; ik wachtte alleen
+maar om te weten, of u mij ook noodig hadt bij uw spelletje, anders
+was ik al aan het werk geweest. Ik zou voor geen geld van de wereld
+het lieve engeltje teleurstellen; en als u mij nu liever aan de
+speeltafel zet, dan maak ik het mandje af na het souper."
+
+"'t Is heel vriendelijk van je, ik hoop dat je niet je oogen ermee
+zult bederven; wil je dan wel bellen om meer kaarsen? Mijn lieve
+kleintje zou wèl bitter teleurgesteld zijn, als het mandje morgen
+niet af was; want ik zei haar wel, dat het stellig niet klaar kwam,
+maar zij rekent erop, dat dit wèl gebeurt."
+
+Lucy zette dadelijk haar werktafeltje naast zich neer en ging weer
+zitten, zoo vergenoegd en ijverig, alsof ze toonen wilde, dat ze geen
+grooter genot kon smaken dan een mandje van zilverdraad te vlechten
+voor een bedorven kind.
+
+Lady Middleton stelde den anderen een spelletje casino voor. Niemand
+maakte eenige tegenwerping behalve Marianne, die met haar gewone
+veronachtzaming van beleefde omgangsvormen, uitriep: "U wilt wel
+zoo goed zijn, _mij_ te verontschuldigen; ik heb een hekel aan
+kaartspelen, zooals u weet. Ik ga maar eens aan de piano; ik heb
+er nog niet op gespeeld sedert die 't laatst gestemd is." En zonder
+verdere plichtplegingen keerde zij zich om en stapte op de piano af.
+
+Lady Middleton keek, alsof zij den hemel dankte, dat _zij_ nooit iets
+zóó onbeleefds had gezegd.
+
+"U weet wel, mevrouw, Marianne kan nooit lang van haar dierbaar
+instrument afblijven," zei Elinor, met een poging om Marianne's
+vergrijp weer goed te maken, "en dat verwondert mij niet, want uw
+piano is de mooiste van toon, die ik ooit heb gehoord."
+
+De vijf andere dames zouden nu hun kaarten ter hand nemen.
+
+"Misschien," ging Elinor voort, "zou ik, wanneer ik toevallig mocht
+uitvallen, juffrouw Lucy wel kunnen helpen; want er is nog zooveel
+aan het mandje te doen, dat zij, wanneer ze het alleen zou ondernemen,
+'t onmogelijk van avond zou kunnen afkrijgen. Ik vind het prettig werk;
+als zij mij wil toestaan, eraan mee te doen?"
+
+"O ja," riep Lucy; "daarmee zoudt u mij een grooten dienst bewijzen;
+want ik zie wel, dat er nog méér aan te doen valt, dan ik had
+gedacht, en 't zou toch te erg zijn, die lieve Annemarie te moeten
+teleurstellen."
+
+"Och, _dat_ zou verschrikkelijk zijn," zei de oudste Juffrouw
+Steele. "Dat lieve schatje, ik ben zoo dol op haar!"
+
+"'t Is heel vriendelijk van je," zei Lady Middleton tegen Elinor,
+"en omdat je 't werk bepaald prettig vindt, kan 't je misschien
+niet schelen om dit spelletje over te slaan, of wil je liever eerst
+nog meedoen?"
+
+Elinor maakte met genoegen gebruik van het eerste voorstel, en
+zoodoende, met een weinigje van die handigheid, die Marianne steeds
+versmaadde in praktijk te brengen, kreeg zij haar eigen zin, terwijl ze
+meteen Lady Middleton pleizier deed. Lucy maakte bereidwillig plaats
+voor haar, en de twee bevallige mededingsters zaten dus naast elkaar
+aan de zelfde tafel, in de grootste eendracht bezig aan de voltooiing
+van een gemeenschappelijk werk. De piano, waarbij Marianne, verdiept
+in haar eigen muziek en haar eigen gedachten, reeds vergeten had,
+dat er iemand in het vertrek was behalve zijzelve, stond gelukkig zoo
+dicht bij hen, dat Elinor thans, onder de bescherming van haar luide
+klanken, geloofde, dat zij veilig het belangwekkende onderwerp kon
+aanroeren, zonder de kans te loopen, dat men hen aan de speeltafel
+zou kunnen verstaan.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXIV
+
+
+Op vasten, ofschoon voorzichtig ingehouden toon, begon Elinor:
+
+"Ik zou het vertrouwen, dat u in mij hebt gesteld, niet verdienen,
+als ik niet wenschte dat het blijvend mocht zijn, of verder geen
+belangstelling toonde in de zaak, die het betrof. Daarom wil ik mij
+niet verontschuldigen, wanneer ik deze opnieuw ter sprake breng."
+
+"Ik dank u zeer," riep Lucy hartelijk, "dat u het ijs hebt gebroken;
+dat verlicht mij bepaald; want ik was werkelijk bang, dat ik u op
+de eene of andere manier had beleedigd door wat ik u dien Maandag
+heb verteld."
+
+"Beleedigd? Hoe kon u dat denken? geloof mij," en Elinor sprak deze
+woorden in volkomen oprechtheid, "niets kon minder in mijn bedoeling
+hebben gelegen, dan u aanleiding te geven tot dat vermoeden. Welke
+beweegreden zou u tot dat vertrouwen hebben kunnen drijven, die niet
+voor mij zoowel eervol als vleiend was?"
+
+"En toch kan ik u naar waarheid zeggen," antwoordde Lucy, met een
+veelbeteekenenden blik uit haar kleine scherpe oogen, "het kwam
+mij voor, alsof er in uw houding iets zoo koels en afkeurends was,
+dat ik mij volstrekt niet op mijn gemak gevoelde. Ik dacht stellig,
+dat u boos op mij waart, en ik heb het mijzelf voortdurend verweten,
+dat ik zoo vrijpostig geweest was, u met mijn aangelegenheden lastig
+te vallen. Maar ik ben heel blij, te merken, dat ik het mij alleen
+maar heb verbeeld, en dat u mijn gedrag niet afkeurt. Als u wist,
+hoe het mij troost geeft, mijn hart uit te storten, door tegen u
+te spreken over 't geen mij elk oogenblik van mijn leven vervult,
+dan zou uw medelijden u al het andere doen over 't hoofd zien; daar
+ben ik zeker van."
+
+"Ik geloof gaarne, dat het een groote verlichting voor u was, mij
+van uw omstandigheden op de hoogte te brengen, en u kunt er zeker van
+zijn, dat u nooit reden zult hebben, dat te berouwen. Uw toestand is
+zeer zeker beklagenswaardig; van alle zijden doen zich, naar het mij
+voorkomt, moeilijkheden voor u op, en u zult al uw wederkeerige liefde
+noodig hebben, om u daaronder staande te houden. De heer Ferrars is,
+naar ik meen, geheel afhankelijk van zijne moeder."
+
+"Hij bezit zelf maar tweeduizend pond; het zou dwaasheid zijn, dáárop
+te trouwen, hoewel ik voor mij zonder eenige klacht elk vooruitzicht
+op meer zou kunnen laten varen. Ik ben altijd gewoon geweest aan een
+zeer klein inkomen, en zou voor hem mij dapper verzetten tegen de
+ergste armoede, maar ik heb hem te lief, om hem door mijn zelfzucht
+misschien te berooven van al wat zijn moeder hem zou kunnen schenken,
+wanneer hij huwde naar haar wensch. Wij moeten wachten, misschien
+wel jaren lang. Met bijna elken anderen man ter wereld zou dat een
+beangstigend vooruitzicht zijn; maar Edward's genegenheid en trouw
+kan niets mij ontnemen, dat weet ik."
+
+"Die overtuiging moet voor u alles zijn, en zij vindt ongetwijfeld
+steun in dat zelfde vertrouwen op de uwe. Wanneer de innigheid van
+uw wederkeerige liefde was verminderd, zooals bij veel menschen en
+onder vele omstandigheden natuurlijk zou zijn geweest tijdens een
+verloving van vier jaren, dàn zoudt u waarlijk te beklagen zijn."
+
+Hier zag Lucy op; doch Elinor droeg zorg, haar gelaat vrij te houden
+van elke uitdrukking, die in haar woorden een zweem van achterdocht
+kon doen vermoeden.
+
+"Edward's liefde," zei Lucy, "is tamelijk wel op de proef gesteld door
+onze lange, zeer lange scheiding sedert het begin onzer verloving,
+en zij heeft die proef zoo goed doorstaan, dat het onvergefelijk van
+mij zou zijn, haar nu te wantrouwen. Ik durf gerust zeggen, dat hij
+mij van den beginne niet één oogenblik reden tot bezorgdheid gaf in
+dat opzicht."
+
+Elinor wist niet recht of ze zou glimlachen of zuchten bij die
+verzekering.
+
+Lucy ging voort: "Ik ben van nature trouwens nogal jaloersch aangelegd,
+en door ons verschil in stand, doordat hij zooveel meer in de wereld
+verkeerde dan ik en door ons voortdurend gescheiden zijn, was ik
+genoeg tot achterdocht geneigd, om dadelijk achter de waarheid te zijn
+gekomen, als er ook maar de geringste verandering in zijn houding
+jegens mij was te bespeuren geweest, wanneer we elkaar ontmoetten,
+of wanneer hij een neerslachtigheid had getoond, die ik niet kon
+verklaren, of als hij meer over ééne dame had gesproken dan over
+anderen, of in eenig opzicht zich minder gelukkig scheen te gevoelen
+te Longstaple dan hij vroeger placht. Ik wil niet zeggen, dat ik over
+'t algemeen zoo bijzonder nauwlettend of scherpziende ben, maar in
+dit geval weet ik wel, dat ik mij niet zou laten misleiden."
+
+"Dat is nu alles," dacht Elinor, "goed en wel; maar wij laten ons
+geen van beiden door die praatjes foppen."
+
+"Maar wat zijn nu," zei ze na een kort stilzwijgen, "uw plannen? Of
+hebt u geen ander vooruitzicht dan te wachten tot Mevrouw Ferrars
+komt te overlijden, 't geen een treurige en bezwaarlijk te wenschen
+oplossing zou zijn? Heeft haar zoon besloten, zich liever hierin
+te schikken, liever de langdurige kwelling te verdragen van de vele
+jaren van onzekerheid, die u wellicht te wachten staan, dan de kans
+te loopen, zich een tijdlang haar ongenoegen op den hals te halen
+door de waarheid te bekennen?"
+
+"Als we maar zeker wisten, dat het voor een tijdlang zou zijn! Maar
+Mevrouw Ferrars is een zeer koppige en trotsche vrouw, en zou
+waarschijnlijk in haar eerste vlaag van drift, wanneer zij het hoorde,
+alles aan Robert nalaten. Dat denkbeeld doet mij, om Edward's wil,
+huiverig worden voor alle overhaasting."
+
+"Toch ook ter wille van uzelve, anders zou uwe belangeloosheid de
+grenzen van het waarschijnlijke te buiten gaan."
+
+Lucy keek Elinor aan, en zweeg.
+
+"Kent u den heer Robert Ferrars?" vroeg Elinor.
+
+"In 't geheel niet--ik heb hem nooit gezien; maar ik geloof, dat hij in
+'t minst niet op zijn broer gelijkt,--hij is dom en verbazend ijdel,
+een echte fat."
+
+"Een echte fat!" herhaalde haar zuster, die bij een plotselinge
+pauze in Marianne's muziek, de laatste woorden had opgevangen. "O,
+ze zijn natuurlijk aan 't praten over hun uitverkoren cavaliers."
+
+"Neen, Anne," riep Lucy, "dat heb je mis; onze uitverkoren cavaliers
+zijn _geen_ fatten."
+
+"Ik weet ten minste wel, dat Elinor's vriend dat niet is," zei Mevrouw
+Jennings, hartelijk lachend; "want dàt is een van de bescheidenste,
+beminnelijkste jongelui die ik ooit heb ontmoet. Maar die Lucy is
+zulk een loos klein ding, dat niemand er achter kan komen van wien
+zij wel houdt."
+
+"O," riep de oudste Juffrouw Steele, terwijl ze met een
+veelbeteekenenden blik naar hen omzag, "ik wed dat Lucy's vriend
+precies even bescheiden en beminnelijk is als die van Juffrouw
+Dashwood."
+
+Elinor kreeg haars ondanks een kleur. Lucy beet zich op de lippen
+en wierp haar zuster een boozen blik toe. Allen bleven een tijdlang
+zwijgen. Lucy verbrak de stilte, door iets zachter te zeggen, hoewel
+Marianne hun op dat oogenblik de prachtige bescherming verleende van
+een schitterend pianoconcert:
+
+"Ik zal u eerlijk vertellen van een plan, dat onlangs bij mij is
+opgekomen, om de zaak voortgang te doen krijgen; ik ben trouwens wel
+verplicht u in 't geheim in te wijden, omdat u zelf erbij betrokken
+bent. Mij dunkt, u kent Edward genoeg om te weten, dat hij aan den
+geestelijken stand de voorkeur geeft boven elk ander beroep. Nu is
+mijn plan, dat hij zoo spoedig mogelijk moet zorgen, als geestelijke
+te worden aangesteld, en dan zou, op uwe voorspraak, die u stellig
+wel zoudt willen aanwenden uit vriendschap voor hem en, hoop ik,
+ook een weinig voor mij, uw broeder allicht zijn te bewegen, hem de
+predikantsplaats te Norland te verschaffen; ik hoor, dat deze goed
+wordt bezoldigd, en dat de tegenwoordige predikant het wel niet lang
+meer maken zal. Dan zouden we genoeg hebben om te trouwen, en het
+overige konden we dan overlaten aan den tijd en het gunstig toeval."
+
+"Het zou mij altijd aangenaam zijn," antwoordde Elinor, "een bewijs
+te leveren van mijn achting en vriendschap voor den Heer Ferrars;
+maar ziet u niet in, dat mijn voorspraak in dezen geheel overbodig
+zou zijn? Hij is de broeder van Mevrouw John Dashwood,--_dat_ is voor
+haar echtgenoot aanbeveling genoeg."
+
+"Maar Mevrouw John Dashwood zou het in 't geheel niet goedkeuren dat
+Edward predikant werd."
+
+"Dàn vermoed ik, dat mijn voorspraak weinig zou baten." Hier zwegen
+beiden geruimen tijd. Eindelijk zei Lucy met een diepen zucht:
+
+"Ik geloof dat het 't verstandigst zou zijn, een einde te maken aan
+de zaak, door de verloving te verbreken. We zijn zoo van alle zijden
+omringd door moeilijkheden, dat we ten slotte misschien gelukkiger
+erdoor zouden worden, al hadden we dan ook een tijdlang verdriet. Maar
+u wilt mij geen raad geven, Juffrouw Dashwood?"
+
+"Neen," antwoordde Elinor, met een glimlach, die zeer onrustige
+gevoelens verborg, "in een dergelijke aangelegenheid wil ik dat zeer
+zeker niet. U weet heel goed, dat mijne meening bij u geen gewicht in
+de schaal zou leggen, tenzij ze overeenstemde met uw eigen wenschen."
+
+"U doet mij werkelijk onrecht," zei Lucy met veel vertoon van
+waardigheid, "ik ken niemand, wier oordeel ik zóó op prijs stel als
+het uwe; en ik geloof waarlijk, dat ik, wanneer u tegen mij zei:
+"Ik raad u ten sterkste aan, uw verloving met Edward Ferrars te
+verbreken; het zal uw beider geluk bevorderen," ertoe zou kunnen
+besluiten, dat onmiddellijk te doen."
+
+Elinor bloosde voor de onoprechtheid van Edward's aanstaande vrouw,
+en antwoordde: "Dit vleiend oordeel zou mij huiverig doen worden,
+mijn meening omtrent de zaak te uiten, indien ik die al gevormd
+had. Het kent veel te veel waarde toe aan mijn invloed; de macht,
+twee menschen, die zoo teeder aan elkander gehecht zijn, te scheiden,
+is te groot voor den onbevooroordeelden toeschouwer."
+
+"'t Is juist _omdat_ u een onbevooroordeeld toeschouwster bent,"
+zei Lucy, ietwat geërgerd, en met bijzonderen nadruk op de laatste
+woorden, "dat uw oordeel mij met recht zooveel waard is. Als men kon
+veronderstellen, dat u in eenig opzicht zoudt worden beïnvloed door
+uw eigen gevoelens, dan zou uw meening al van zeer weinig beteekenis
+zijn."
+
+Elinor vond het 't verstandigst om hierop niet te antwoorden,
+uit vrees dat zij elkander zouden uitlokken tot een weinig gepaste
+vermeerdering van hun reeds vrij ver gaande openhartigheid, en zij
+was reeds ten deele besloten het onderwerp nooit meer aan te roeren.
+
+Dus volgde wederom na Lucy's woorden een minutenlange stilte, en weer
+was Lucy de eerste die ze verbrak.
+
+"Komt u dezen winter ook naar Londen, Juffrouw Dashwood?" vroeg zij,
+met haar gewone kalme zelfverzekerdheid.
+
+"Neen, in geen geval."
+
+"Dat spijt mij," gaf Lucy ten antwoord, terwijl haar oogen schitterden
+van blijdschap over die mededeeling, "'t zou zoo aardig geweest zijn,
+u daar te ontmoeten! Maar ik denk, dat u toch wel zult gaan, per slot
+van rekening. Uw broer en zuster zullen u wel te logeeren vragen."
+
+"Toch zal ik hun uitnoodiging niet kunnen aannemen, wanneer ze
+dat doen."
+
+"Wat is dat nu jammer! Ik had er vast op gerekend, u daar weer
+te zien. Anne en ik gaan in 't laatst van Januari logeeren bij
+familie van ons, die al jaren er op aandringt dat we hen eens moeten
+bezoeken. Maar ik ga alleen om Edward te ontmoeten. Hij komt er in
+Februari; anders zou Londen niets aantrekkelijks voor mij hebben;
+daar is mijn stemming niet naar."
+
+Elinor werd spoedig aan de speeltafel geroepen, nu het eerste spelletje
+geëindigd was, en het vertrouwelijk onderhoud der twee dames was dus
+afgeloopen; iets, waarin beiden zonder aarzeling berustten; want van
+weerskanten was er niets gezegd, dat hun wederzijdschen afkeer van
+elkaar verminderen kon, en Elinor ging aan de speeltafel zitten met
+de droevige overtuiging, dat Edward niet alleen geen liefde gevoelde
+voor het wezen dat zijn vrouw zou worden, maar dat zelfs de kans op een
+dragelijk gelukkig huwelijk, die een oprechte genegenheid van _hare_
+zijde zou hebben gewaarborgd, hem was ontzegd; want alleen eigenbelang
+kon een vrouw nopen, een man te houden aan een verbintenis, waarvan
+zij zoo blijkbaar begreep, dat hij haar moede was.
+
+Van nu af werd het onderwerp door Elinor nooit meer aangeroerd,
+en wanneer Lucy erover begon, die zelden een gelegenheid liet
+voorbijgaan, om het op het tapijt te brengen, en ijverig zorg droeg,
+haar vertrouwelinge vol blijdschap de komst te berichten van elken
+brief, dien zij van Edward ontving, behandelde Elinor het met kalmte
+en voorzichtigheid, en stapte ervan af, zoodra de beleefdheid dit
+toeliet, want zij vond zulke gesprekken voor Lucy een genoegen,
+dat deze niet verdiende, en voor zichzelve achtte zij ze gevaarlijk.
+
+Het bezoek van de dames Steele te Barton Park werd van veel langeren
+duur dan oorspronkelijk bedoeld was bij de eerste uitnoodiging. Ze
+wisten zich steeds meer bemind te maken; men kon hen niet meer missen;
+Sir John wilde van heengaan niet hooren, en ondanks de vele en lang
+van te voren gemaakte afspraken te Exeter, ondanks de volstrekte
+noodzakelijkheid van hun terugkeer, om daaraan onverwijld te voldoen,
+die aan het eind van iedere week tot een dringende verplichting
+aangroeide, lieten zij zich overhalen om bijna twee maanden op het Park
+te blijven en een ijverig aandeel te nemen in de gebruikelijke viering
+van dat feest, waarvan de luister noodzakelijk schijnt te moeten worden
+verhoogd door een ongewoon groot aantal danspartijen en gastmalen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXV
+
+
+Hoewel Mevrouw Jennings gewoon was, een groot deel van het jaar door
+te brengen ten huize van hare kinderen en vrienden, was zij toch niet
+zonder een eigen vaste woonplaats. Sedert den dood van haar echtgenoot,
+die een voorspoedigen handel placht te drijven in een minder sierlijke
+wijk, had zij des winters geregeld een huis bewoond in een der straten
+in den omtrek van Portman Square. Aan dat tehuis begon zij, toen de
+maand Januari naderde, weer eens te denken, en op zekeren dag vroeg
+zij de beide oudste dames Dashwood zonder eenige voorbereiding en voor
+hen geheel onverwacht, of zij haar daarheen wilden vergezellen. Elinor,
+die niet aanstonds bespeurde, hoe Marianne door haar wisselende kleur
+en gespannen blik verried, dat het plan haar niet onverschillig was,
+sloeg dadelijk dankbaar, maar beslist de uitnoodiging voor hen beiden
+af, in de meening, dat zij het op dit punt volkomen eens waren. De
+reden, welke zij aanvoerde was hun stellig besluit, hun moeder niet
+om dezen tijd van het jaar te willen alleen laten. Mevrouw Jennings
+scheen min of meer verwonderd over die weigering, en herhaalde hare
+vraag onmiddellijk.
+
+"O lieve deugd; ik weet zeker, dat je mama je heel goed kan missen;
+en ik _hoop_ toch, dat je mij 't pleizier zult doen; want ik ben
+er nu eenmaal erg op gesteld. Denk maar niet, dat je 't mij lastig
+zult maken, want ik maak volstrekt geen omslag voor jelui. Betty
+zal alleen met de postkoets moeten reizen, en dàt is nu de heele
+wereld niet. Wij gaan dan met ons drieën in mijn rijtuig; en wanneer
+jelui in de stad niet overal met mij mee wilt gaan, dan is dat niets,
+want dan kun je altijd gaan met eene van mijn dochters. Ik wed dat je
+moeder er niets op tegen heeft; want ik heb het zoo gelukkig getroffen
+met mijn beide kinderen, zoo goed bezorgd, nietwaar? dat ze mij de
+aangewezen persoon zal vinden om jelui onder mijn hoede te nemen,
+en als niet één van jelui beiden ten minste een goed huwelijk doet,
+eer ik je weer aflever, dan zal het mijn schuld niet zijn. Ik zal
+een goed woordje voor jelui doen bij de heeren, daar kan je op aan."
+
+"'t Komt mij voor," zei Sir John, "dat Marianne niets op het plan
+zou tegen hebben, als haar zuster ook van de partij wilde zijn. 't
+Is ook wel wat erg, dat zij niet eens een pleiziertje mag hebben,
+omdat Elinor het niet wenscht. Ik zou u raden om maar met u beitjes
+naar de stad te trekken, als u genoeg krijgt van Barton, en er Elinor
+niets van te vertellen."
+
+"Ja, kijk eens," riep Mevrouw Jennings, "ik zou verbazend in mijn
+schik zijn met Marianne's gezelschap, of Elinor meegaat of niet,
+maar hoe meer zielen hoe meer vreugd, zeg ik altijd, en ik dacht,
+dat het gezelliger voor hen was samen te zijn; want als ik hen dan
+verveel, kunnen ze samen praten, en mij nog eens uitlachen achter
+mijn rug. Maar een van beiden moet ik hebben, als ik ze allebei niet
+krijgen kan. Wel lieve deugd, hoe zou ik het uithouden in mijn eentje,
+terwijl ik tot aan dezen winter toe altijd Charlotte bij mij had. Kom
+Marianne, laten wij nu maar zeggen dat de zaak beklonken is, en als
+Elinor zich dan nog bedenkt over een tijdje, des te beter."
+
+"Ik dank u, mevrouw, ik dank u hartelijk," zei Marianne met nadruk;
+"ik kan u niet genoeg danken, voor uwe uitnoodiging, en ik zou innig
+gelukkig zijn, ja, zoo gelukkig als ik met mogelijkheid zijn kàn,
+wanneer ik die mocht aannemen. Maar moeder, onze lieve beste moeder,
+ik weet, dat Elinor gelijk heeft in 't geen zij zeide, en als zij
+door onze afwezigheid verdriet of zorg moest hebben... Neen, neen,
+niets zou mij kunnen verleiden om haar alleen te laten. Het mag,
+en het moet geen strijd kosten."
+
+Mevrouw Jennings herhaalde haar verzekering dat Mevrouw Dashwood hen
+best kon missen; en Elinor, die thans haar zuster begreep, en zag hoe
+haar verlangen om Willoughby weer te ontmoeten, haar voor al wat daar
+buiten lag, bijna onverschillig deed worden, verzette zich niet langer
+rechtstreeks tegen het plan, en wilde alleen de beslissing overlaten
+aan hare moeder, van wie zij echter niet verwachtte veel steun te
+zullen ontvangen bij haar poging tot verhindering van een bezoek,
+dat zij voor Marianne verkeerd achtte, en dat zij voor zichzelf om
+bijzondere redenen liever vermeed. Wat Marianne ook mocht verlangen,
+haar moeder zou altijd bereid zijn, haar wenschen in te willigen;
+zij mocht niet verwachten, Mevrouw Dashwood te kunnen bewegen tot
+voorzichtigheid in eene zaak waaromtrent zij nooit bij machte was
+geweest haar wantrouwen in te boezemen, en de reden voor haar eigen
+ongeneigdheid naar Londen te gaan, kon zij niet openlijk zeggen. Dat
+Marianne, veeleischend als zij was, en maar al te goed bekend met
+Mevrouw Jennings' eigenaardigheden, die telkens opnieuw haar afkeer
+wekten, elke onaangenaamheid van dien aard kon over het hoofd zien,
+geheel uit het oog kon verliezen wat haar prikkelbare gevoeligheid
+het meest moest kwetsen, door het najagen van dat ééne doel, was een
+zóó sterksprekend, overtuigend bewijs, hoe uitsluitend dat doel haar
+vervulde, als Elinor, zelfs na al wat er was voorgevallen, niet had
+kunnen verwachten.
+
+Toen Mevrouw Dashwood van de uitnoodiging hoorde, wilde zij,
+stellig overtuigd als zij was dat zulk een uitstapje haar dochters
+veel genoegen zou verschaffen, en ondanks Marianne's betuigingen van
+aanhankelijkheid wel bespeurend, hoe haar hart eraan hing, volstrekt
+niet, dat deze om _harentwil_ zou worden afgeslagen; zij rustte
+niet eer beiden beloofd hadden te zullen gaan, en begon aanstonds
+met haar gewone opgewektheid, een menigte voordeelen op te sommen,
+die uit deze scheiding voor hen allen zouden voortvloeien.
+
+"Ik vind het een uitmuntend plan," riep zij; "het is juist naar mijn
+zin. 't Zal voor Margaret en mij even goed zijn als voor jelui. Als
+de Middletons dan ook weg zijn, kunnen we ons zoo rustig en gezellig
+bezighouden met onze boeken en muziek! Als je dan terugkomt,
+zul je Margaret zoo vooruitgegaan vinden! En ik heb een plannetje
+gemaakt om jelui slaapkamers te veranderen, dat nu ook kan worden
+uitgevoerd zonder iemand last te veroorzaken. Het is bepaald héél
+goed, dat je eens naar de stad gaat, ik vind dat iedere jonge dame
+van jelui positie in de wereld, het Londensche leven en de Londensche
+vermaken behoort te leeren kennen. Je zult onder de hoede zijn van
+een moederlijke goedhartige vrouw, op wier vriendelijkheid voor jelui
+ik kan rekenen. Waarschijnlijk zul je ook je broer ontmoeten, en wat
+ook zijn gebreken mogen zijn, of die van zijn vrouw, als ik bedenk,
+wiens zoon hij is, dan kan ik niet goed hebben, dat jelui zoo heel
+en al van elkaar zoudt vervreemden."
+
+"Hoewel u, als gewoonlijk alleen bedacht op ons genoegen," zei Elinor,
+"alle bezwaren tegen het plan, die bij u opkwamen, hebt weggeredeneerd,
+is er toch nog één beletsel, dat naar 't mij voorkomt, niet zoo
+gemakkelijk kan worden terzij geschoven."
+
+Marianne's gezicht betrok.
+
+"Wat gaat mijn lieve voorzichtige Elinor ons nu onder het oog
+brengen?" zei Mevrouw Dashwood. "Welk geducht bezwaar komt zij
+opperen? Over de kosten wil ik geen enkel woord hooren."
+
+"Mijn bezwaar is dit: al heb ik op Mevrouw Jennings' hart niets aan
+te merken, zij is toch geen vrouw, in wier gezelschap wij genoegen
+vinden, of wier bescherming voor ons eenige waarde heeft."
+
+"Dat is wèl waar," antwoordde haar moeder; "maar op háár gezelschap,
+zonder dat van anderen, zul je heel weinig zijn aangewezen, en in
+'t publiek vertoon je je toch bijna altijd met Lady Middleton."
+
+"Al zou Elinor zich door haar afkeer van Mevrouw Jennings laten bewegen
+om weg te blijven," zei Marianne, "dan behoeft dat nog geene reden
+te zijn, waarom _ik_ zou bedanken voor hare uitnoodiging. Voor mij
+bestaan die bezwaren niet, en ik weet weet zeker, dat het mij heel
+weinig moeite zal kosten, dergelijke onaangenaamheden te verdragen."
+
+Elinor kon niet nalaten te glimlachen over dit vertoon van
+onverschilligheid voor de eigenaardigheden van iemand, jegens wie
+zij Marianne dikwijls slechts met moeite had kunnen overhalen, een
+dragelijk beleefde houding aan te nemen, en nam zich in stilte voor,
+zoo haar zuster erbij bleef, te willen gaan, haar in elk geval te
+vergezellen; daar zij het niet goedkeurde, dat het Marianne zou
+vrijstaan, geheel naar eigen inzicht te handelen, noch ook, dat
+Mevrouw Jennings, op het punt van huiselijke gezelligheid, volkomen
+aan Marianne's genade zou zijn overgeleverd. Zij verzoende zich
+te gemakkelijker met deze beslissing, toen zij bedacht, dat Edward
+Ferrars, volgens Lucy's mededeeling, niet vóór Februari in de stad zou
+komen, en dat hun bezoek vóór dien tijd wel zou kunnen zijn afgeloopen,
+ook zonder dat het opvallend werd bekort.
+
+"Jelui moet _allebei_ gaan," zei Mevrouw Dashwood; "die bezwaren
+zijn pure onzin. Je zult het alleraardigst vinden, in Londen te zijn;
+vooral met je beiden; en als Elinor zich ooit wilde verwaardigen, zich
+genoegen van iets voor te stellen, dan zou ze het nu om verschillende
+redenen wel mogen verwachten; misschien zou ze zich dan wel verheugen
+op een nadere kennismaking met de familie van haar schoonzuster."
+
+Elinor had dikwijls verlangd naar eene gelegenheid, waarbij zij zou
+kunnen trachten, haar moeder's stellig vertrouwen in de genegenheid
+tusschen Edward en haarzelve aan het wankelen te brengen, opdat de
+schok haar minder hevig zou treffen, wanneer de geheele waarheid
+werd geopenbaard. en bij deze woorden dwong zij zichzelve, hoewel met
+weinig hoop op eenig gunstig gevolg, tot een begin van uitvoering van
+dit plan, door zoo kalm mogelijk te zeggen: "Ik houd veel van Edward
+Ferrars, en 't zal mij altijd genoegen doen, hem te ontmoeten; maar
+wat de overige familieleden betreft, 't is mij volkomen onverschillig,
+of ik ze ooit zal leeren kennen."
+
+Mevrouw Dashwood glimlachte en gaf geen antwoord. Marianne keek
+verwonderd op, en Elinor begreep, dat zij even goed had kunnen zwijgen.
+
+Er waren thans niet veel besprekingen meer noodig, eer het vaststond,
+dat de uitnoodiging met genoegen zou worden aangenomen. Mevrouw
+Jennings ontving dat bericht met uitbundige vreugde, en veel
+betuigingen van vriendelijkheid en goede zorg; zij was trouwens niet
+de eenige, die zich erover verblijdde. Sir John was verrukt; want voor
+een man, die niets zoozeer vreesde als de eenzaamheid, beteekende
+de vermeerdering van Londen's aantal inwoners met twee toch altijd
+iets. Zelfs Lady Middleton gaf zich de moeite, haar ingenomenheid met
+het plan te betuigen, 't geen voor haar een heel ding was; en wat de
+dames Steele betrof, vooral Lucy, zij waren nog nooit in haar leven
+zoo blij geweest, als bij het hooren van dit bericht.
+
+Elinor voegde zich in de schikking, die in strijd was met haar eigen
+wenschen, met minder tegenzin dan zij verwacht had. Wat haarzelve
+betrof, het was haar thans onverschillig of zij naar de stad ging of
+niet; en toen zij zag, hoe hartelijk haar moeder zich verheugde over
+het plan, hoe haar zuster in blik, stem en houding haar blijdschap
+verried, hoe zij al haar oude levendigheid en meer dan haar vroegere
+vroolijkheid erdoor had herwonnen, kon zij over de oorzaak dier
+verandering niet onvoldaan zijn, en bestreed haar neiging tot
+bezorgdheid over de gevolgen ervan.--
+
+Marianne's blijdschap was bijna te groot om te kunnen doorgaan voor
+geluk; zoo gejaagd en onrustig was zij, en zoo verlangend om te
+vertrekken. Slechts haar ongeneigdheid om haar moeder te verlaten,
+kon haar eenigszins tot kalmte stemmen, en bij het afscheid ging haar
+verdriet alle perken te buiten. Haar moeder toonde zich weinig minder
+bedroefd, en Elinor was de eenige van de drie, die in deze scheiding
+nog niet juist een vaarwel voor eeuwig scheen te zien.
+
+Zij vertrokken in de eerste week van Januari. De Middletons wilden
+ongeveer een week later gaan. De dames Steele bleven vooreerst nog
+op het Park, en zouden eerst met de overige familie vertrekken.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXVI
+
+
+Elinor kon, toen zij eenmaal met Mevrouw Jennings in het rijtuig was
+gezeten, aan 't begin van de reis naar Londen, onder hare bescherming,
+en als haar gast, niet nalaten zich te verbazen over haar eigen
+toestand; zoo kort hadden zij deze dame nog maar gekend; zoo weinig
+pasten zij bij haar in leeftijd en geaardheid, en zoovele bezwaren
+tegen dezen stap had zij nog slechts een paar dagen te voren gemeend
+te moeten aanvoeren! Doch die bezwaren waren alle overwonnen of op
+zij gezet door Marianne en hare moeder, met die gelukkige en jeugdige
+geestdrift, die beiden in gelijke mate bezielde, en Elinor kon, ondanks
+haar telkens terugkeerenden twijfel aan Willoughby's standvastigheid,
+de verwachtingsvolle verrukking, die Marianne's ziel vervulde,
+en straalde uit haar blik, niet aanschouwen, zonder te gevoelen,
+hoe kleurloos daarbij vergeleken haar eigen vooruitzichten schenen,
+hoe vreugdeloos haar eigen gemoedsstemming was, en hoe gaarne zij
+zelfs in die zorgwekkende onzekerheid van Marianne's toestand zou
+hebben willen deelen, om althans hetzelfde bezielende doel voor
+oogen te hebben, de zelfde mogelijkheid tot verwezenlijking harer
+hoop.--Binnen korten, zéér korten tijd echter zou thans blijken, wat
+Willoughby's bedoelingen waren; naar alle waarschijnlijkheid was hij
+reeds in de stad. Marianne's verlangen om te gaan bewees, hoe vast
+zij erop rekende, hem daar te ontmoeten. En Elinor was vastbesloten,
+niet alleen alles gewaar te worden, zoo door eigen waarneming als
+door mededeelingen van anderen, wat een nieuw licht kon werpen op zijn
+karakter, maar ook zijn houding tegenover haar zuster zoo nauwlettend
+gade te slaan, dat zij, eer die beiden elkaar meermalen hadden ontmoet,
+zich zekerheid zou hebben verschaft omtrent de vraag, wie hij was,
+en wat hij wilde. Mocht de uitslag van hare waarnemingen ongunstig
+zijn, dan was zij voornemens, in elk geval haar zuster de oogen te
+openen; zoo niet, dan zou zij haar kracht op andere wijze moeten
+inspannen,--zij zou dan moeten pogen, elke zelfzuchtige vergelijking
+te vermijden, en alle droefheid te verbannen, die haar voldoening
+over Marianne's geluk verminderen kon.
+
+Drie dagen duurde de reis, en Marianne's gedrag gedurende dien tijd
+was een merkwaardig staaltje van 't geen voor het vervolg, op het punt
+van inschikkelijkheid en voorkomendheid jegens Mevrouw Jennings van
+haar te wachten viel. Bijna voortdurend zat zij zwijgend in gedachten
+verzonken, zonder ooit uit zichzelve een woord te spreken, tenzij
+de schilderachtige schoonheid van de omgeving haar een uitroep van
+verrukking ontlokte, die uitsluitend tot haar zuster gericht was. Om
+haar gedrag goed te maken, aanvaardde Elinor dus onmiddellijk de taak
+der beleefdheid, die zij zichzelve reeds had opgedragen; gedroeg zich
+tegenover Mevrouw Jennings met de grootste voorkomendheid, praatte en
+lachte met haar, en luisterde zoo goed zij kon naar haar verhalen;
+terwijl Mevrouw Jennings van haar kant beiden allervriendelijkst
+behandelde, zooveel in haar vermogen was zorgde voor hun gemak en
+genoegen, en alleen maar betreurde, dat zij hen in de hotels hun
+eigen maaltijden niet kon laten kiezen, en hun met geen mogelijkheid
+de bekentenis kon afpersen, of zij de voorkeur gaven aan zalm boven
+kabeljauw, of aan gekookte kip boven kalfscoteletten. Zij kwamen
+den derden dag om drie uur in Londen aan, blijde niet langer in een
+rijtuig te zijn opgesloten na zulk een lange reis, en zich bij voorbaat
+verheugend op de behagelijkheid van een helder brandend haardvuur.
+
+Het huis was mooi, en mooi ingericht, en de jonge dames werden
+aanstonds naar een zeer gezellige eigen zitkamer gebracht. Het was
+vroeger Charlotte's kamer geweest, en boven den schoorsteenmantel
+hing nog een landschap in gekleurde zijde, door haar geborduurd, als
+een bewijs dat zij niet zonder resultaat zeven jaren in een deftige
+Londensche kostschool had doorgebracht. Daar zij eerst twee uren na
+hun aankomst zouden dineeren, besloot Elinor in dien tusschentijd aan
+haar moeder te schrijven, en ging zitten om haar brief te beginnen. Een
+oogenblik later volgde Marianne haar voorbeeld.
+
+"_Ik_ schrijf naar huis, Marianne," zei Elinor, "zou jij niet liever
+nog een paar dagen wachten met een brief?"
+
+"Ik schrijf niet aan moeder," antwoordde Marianne haastig, alsof zij
+wenschte verder navragen te vermijden.
+
+Elinor zei niets meer; zij begreep dadelijk, dat Marianne aan niemand
+anders kon schrijven dan aan Willoughby, en even onmiddellijk leidde
+zij hieruit af, dat die twee, al verkozen zij nu eenmaal geheimzinnig
+te doen, in elk geval verloofd moesten zijn. Die overtuiging, ofschoon
+niet volkomen bevredigend, schonk haar toch genoegen, en zij ging
+iets opgewekter voort met haar brief. Die van Marianne was in een
+paar minuten gereed; het kon niet meer dan een kort briefje zijn;
+zij vouwde, verzegelde en adresseerde het in groote haast. Elinor
+meende een groote W. te onderscheiden in het adres; maar zoodra het
+geschreven was, vroeg Marianne reeds aan den bediende die op haar
+bellen verscheen, den brief voor haar op de post te bezorgen, zoodat
+alles in een oogwenk was beslist.
+
+Marianne bleef nog steeds bijna overdreven vroolijk, maar er was iets
+gejaagds in haar manier van zijn, dat haar zuster belette zich over
+haar opgewektheid te verheugen; en die gejaagdheid nam toe, naarmate
+de avond verstreek. Zij had in 't geheel geen eetlust, en toen zij
+naar den salon waren teruggegaan, scheen zij angstig te luisteren
+naar het geluid van ieder rijtuig.
+
+Elinor was uiterst dankbaar, dat Mevrouw Jennings, die veel in haar
+eigen kamer bezig was, weinig bespeurde van 't geen er voorviel. Het
+theeservies werd binnengebracht, en reeds was Marianne meermalen
+teleurgesteld geworden door een kloppen aan eene naburige deur, toen
+plotseling een luide klop werd vernomen, die hun huis gold en geen
+ander; daarin konden zij zich niet vergissen. Elinor dacht stellig,
+dat Willoughby elk oogenblik kon binnenkomen; Marianne sprong op,
+en deed een paar stappen naar de deur. Alles bleef stil; langer dan
+een paar seconden kon zij dat niet verdragen; zij opende de deur,
+liep een eind naar de trap, en keerde, na een oogenblik te hebben
+geluisterd, in de kamer terug, zóó opgewonden, als zij slechts kon
+zijn door de zekerheid, hem werkelijk te hebben gehoord. In haar
+verrukking kon zij niet nalaten uit te roepen: "O Elinor, 't is waar;
+het is Willoughby!" en zij scheen op het punt zich in zijn armen te
+willen werpen, toen Kolonel Brandon binnentrad.
+
+De schok was te hevig om met kalmte te worden verdragen, en zij ging
+onmiddellijk de kamer uit. Elinor was ook teleurgesteld, maar haar
+genegenheid voor Kolonel Brandon deed haar zijn bezoek toch welkom
+zijn, en het speet haar bijzonder, dat deze man, die zooveel van hare
+zuster hield, moest bemerken, dat zij bij zijn weêrzien niets dan
+verdriet en teleurstelling gevoelde. Zij bespeurde aanstonds, dat
+hij het wel had opgemerkt; dat hij Marianne zelfs oplettend aanzag,
+toen zij de kamer verliet, met zóóveel verwondering en spijt, dat hij
+bijna vergat, wat de beleefdheid jegens haarzelve van hem vorderde. "Is
+uw zuster niet wel?" vroeg hij.
+
+Elinor antwoordde half verlegen, half treurig, dat dit het geval
+was, en sprak van hoofdpijn, gedruktheid, over-vermoeienis, en
+allerlei meer, waaraan zij haar zuster's gedrag redelijkerwijze kon
+toeschrijven.
+
+Hij hoorde haar ernstig en aandachtig aan; maar scheen zichzelf thans
+weer meester, en ging niet op het onderwerp door, doch begon dadelijk
+over het genoegen, dat het hem deed, hen in Londen te ontmoeten,
+en deed de gewone vragen naar hunne reis, en de vrienden, die zij
+hadden achtergelaten.
+
+Op dien kalmen en vriendelijken toon, doch zonder veel belangstelling
+van weerskanten, zetten zij het gesprek voort, beiden ontstemd, en
+beiden met hun gedachten elders. Elinor zou zeer gaarne hebben gevraagd
+of Willoughby in de stad was; maar zij vreesde hem verdriet te doen,
+door te vragen naar zijn medeminnaar, en eindelijk vroeg zij, om maar
+iets te zeggen, of hij in Londen was gebleven, sedert zij elkaar het
+laatst hadden gezien. "Ja," antwoordde hij, ietwat verlegen, "bijna
+altijd; ik ben nog een paar malen te Delaford geweest een dag of wat,
+maar ik kon onmogelijk te Barton terugkomen."
+
+Die woorden, en de wijze waarop hij ze zeide, brachten haar
+onmiddellijk de omstandigheden voor den geest, waaronder hij hen had
+verlaten; evenals de ongerustheid en de vermoedens, die zijn vertrek
+bij Mevrouw Jennings had gewekt, en zij vreesde, dat zij door hare
+vraag veel meer nieuwsgierigheid had laten blijken naar dit onderwerp,
+dan zij ooit gevoeld had.
+
+Spoedig kwam nu ook Mevrouw Jennings binnen. "Wel, Kolonel," zei ze,
+met haar gewone luidruchtige vroolijkheid, "ik ben reusachtig blij,
+dat ik u zie,--'t spijt me, dat ik niet eerder beneden kwam,--neem het
+mij niet kwalijk; maar ik moest volstrekt alles een beetje nagaan, en
+orde stellen op mijn zaakjes, want ik ben lang van huis geweest en u
+weet hoe dat gaat, men heeft dan van alles en nog wat te beredderen,
+als men terug komt; ik heb Cartwright ook nog bij me gehad, om over
+zaken te spreken. Ik ben sedert na den eten onafgebroken in touw! Maar
+vertel mij eens, Kolonel, hoe hebt u dat zoo precies kunnen raden,
+dat ik vandaag weer in de stad kwam?"
+
+"Ik hoorde het tot mijn groot genoegen van Mevrouw Palmer, bij wie
+ik gedineerd heb."
+
+"Zoo, zoo, en hoe maken de kinderen het wel? Hoe gaat het met
+Charlotte? Die zal er wel niet magerder op zijn geworden, denk ik."
+
+"Mevrouw Palmer maakte het, naar 't mij voorkwam, heel goed, en zij
+droeg mij op, u te vertellen, dat ze u stellig morgen komt bezoeken."
+
+"Natuurlijk; dat dacht ik al. Wel, Kolonel, u ziet, ik heb twee jonge
+dames meegebracht; dat is te zeggen, u ziet er nu maar eene van,
+maar er is ook nog een andere. Uw vriendin Juffrouw Marianne is hier
+ook,--daar zult u wel niet op tegen hebben. Ik weet niet wat we nu wel
+zullen te doen krijgen over haar tusschen u en Mijnheer Willoughby. Ja,
+ja, 't is lang niet onaardig, om jong en mooi te zijn. Nu, ik ben
+ook eenmaal jong geweest; maar mooi was ik nooit--jammer genoeg
+voor mij. En toch heb ik een besten man gekregen; méér kan zelfs de
+grootste schoonheid niet. Hij is nu al meer dan acht jaar dood, die
+goeie man. Maar, Kolonel, waar hebt u nu wel gezeten sinds we afscheid
+namen? En hoe staat het met uw zaken? Kom, kom, onder vrienden behoeven
+we geen geheimen te hebben voor elkaar."
+
+Hij beantwoordde al haar vragen met zijn gewone zachtaardigheid;
+maar voldeed haar op geen enkel punt. Elinor ging nu thee zetten,
+en Marianne moest wel weer binnenkomen. Kolonel Brandon was na haar
+komst nadenkender en stiller dan te voren, en Mevrouw Jennings kon hem
+niet bewegen, lang te blijven. Dien avond kwam er geen ander bezoek, en
+de dames waren eensgezind in hun verlangen om vroeg naar bed te gaan.
+
+Bij het opstaan was Marianne's stemming verbeterd, en zij keek weer
+vroolijk. De teleurstelling van den vorigen avond scheen vergeten door
+de verwachting van wat deze dag brengen zou. Kort na het ontbijt reeds
+hield Mevrouw Palmer's rijtuig voor de deur stil, en een paar minuten
+later kwam zij lachend de kamer binnen, zoo verrukt hen allen weer te
+zien, dat men moeilijk kon nagaan, wat haar het meest plezier deed,
+haar moeder of de dames Dashwood weer te ontmoeten. Zoo verbaasd
+dat ze toch naar de stad gekomen waren, hoewel ze 't eigenlijk nooit
+anders verwacht had; en zoo boos, dat ze haar moeder's uitnoodiging
+hadden aangenomen, na de hare te hebben geweigerd, hoewel ze 't hun
+tòch nooit zou hebben vergeven als ze _niet_ gekomen waren!
+
+"'t Zal mijn man zooveel pleizier doen, u te zien," zei ze; "wat denkt
+u wel, dat hij zei, toen hij hoorde, dat u met mama meekwam? Ik kan
+'t mij op 't oogenblik niet goed meer herinneren; maar 't was iets
+héél grappigs!"
+
+Nadat een paar uren waren gesleten met wat haar moeder "gezellig
+babbelen" noemde, anders gezegd met een eindelooze reeks van vragen
+naar alle mogelijke kennissen van den kant van Mevrouw Jennings,
+en aanhoudend gelach zonder reden van dien van Mevrouw Palmer,
+stelde de laatste voor, dat ze allen met haar zouden meegaan naar een
+paar winkels, waar zij dien morgen boodschappen wilde doen; waartoe
+Mevrouw Jennings en Elinor, die ook het een en ander wenschten te
+koopen, gaarne bereid waren, terwijl Marianne, die eerst weigerde,
+werd overgehaald om ook te gaan.
+
+Waarheen ze zich ook begaven, zij bleef blijkbaar aanhoudend op den
+uitkijk. In Bondstreet vooral, waar zij het meest te doen hadden,
+dwaalden haar blikken voortdurend rond, en welken winkel het
+gezelschap ook binnenging, haar geest was nergens bij hetgeen zij
+feitelijk vóór zich zag, bij al wat de aandacht der anderen boeide en
+bezighield. Overal rusteloos en onvoldaan als zij was, kon haar zuster
+haar nooit een oordeel ontlokken over eenige koopwaar, ook al had zij
+er zelve evenveel belang bij als Elinor. Zij had nergens pleizier in;
+verlangde alleen maar, weer naar huis te gaan, en kon slechts met
+moeite haar ergernis bedwingen over het getreuzel van Mevrouw Palmer,
+die al wat mooi, duur en nieuw was, onmiddellijk in het oog kreeg,
+in haar opgewondenheid alles wilde koopen, nooit een keus kon doen,
+en in verrukte weifelmoedigheid haar tijd verbeuzelde.
+
+De morgen was al bijna verstreken toen zij thuis kwamen; zoodra de
+deur openging vloog Marianne haastig naar boven, en toen Elinor haar
+gevolgd was, zag zij hoe haar zuster zich van de tafel afwendde, met
+een droevig gezicht, waarop duidelijk stond te lezen, dat Willoughby
+er niet geweest was.
+
+"Is er geen brief voor mij gekomen, nadat wij uitgingen?" zei
+ze tot den bediende, die de pakjes binnenbracht. Deze antwoordde
+ontkennend. "Weet je het zeker!" vroeg zij. "Heeft geen knecht of
+geen kruier een briefje gebracht?"
+
+De knecht antwoordde dat dit niet het geval was.
+
+"Hoe allervreemdst," zei ze zachtjes op teleurgestelden toon, terwijl
+zij naar het venster ging.
+
+"Ja waarlijk, wèl vreemd," herhaalde Elinor in stilte, terwijl ze haar
+zuster met bezorgdheid aanzag. "Als zij niet had geweten, dat hij in
+de stad was, dan zou ze niet aan hem hebben geschreven zooals ze deed;
+dan had ze geschreven naar Combe Magna, en als hij in de stad _is_,
+hoe zonderling dan, dat hij niet komt, en ook niet schrijft! O mijn
+beste moeder, het kan niet anders dan verkeerd zijn, een dochter die
+nog zoo jong is, toe te staan, zich te verloven met een man van wien
+wij zoo weinig weten, en dat op zulk een twijfelachtige geheimzinnige
+manier! _Ik_ verlang navraag te doen; maar hoe zal _mijn_ tusschenkomst
+worden opgenomen?"
+
+Na eenige overweging besloot zij, wanneer deze onaangename toestand
+nog eenige dagen langer mocht voortduren, haar moeder met den meesten
+nadruk onder het oog te brengen, hoe noodzakelijk het was ernstig
+navraag te doen.
+
+Mevrouw Palmer bleef bij hen eten, met twee oudere dames,
+goede bekenden van Mevrouw Jennings, die zij dien morgen had
+ontmoet. De eerste ging na de thee heen, om verder avondbezoeken
+af te leggen, en Elinor moest haar plaats innemen met de anderen om
+de whist-tafel. Marianne kon bij dergelijke gelegenheden nooit van
+dienst zijn, daar zij het spel niet had willen leeren; maar al kon zij
+haar tijd dus gebruiken zooals zij wilde, deze avond verschafte haar
+even weinig genoegen als aan Elinor, want zij sleet dien in angstige
+verwachting en grievende teleurstelling. Soms trachtte ze een paar
+minuten te lezen; maar het boek werd spoedig terzijde geworpen,
+en zij keerde terug tot de meer bevredigende bezigheid van de kamer
+op en neer te loopen, waarbij ze telkens even bleef stilstaan, als
+zij bij het venster gekomen was, in de hoop den langverwachten klop
+te onderscheiden.--
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXVII
+
+
+"Als 't nog lang zulk zacht weer blijft," zei Mevrouw Jennings den
+volgenden morgen aan het ontbijt, "dan zal Sir John het niet prettig
+vinden, de volgende week uit Barton weg te gaan; jagers kunnen er
+slecht tegen, een dag van hun pleizier te missen. Stakkers! ik heb
+altijd medelijden met hen, als dat gebeurt;--ze trekken het zich zoo
+geweldig aan."
+
+"Dat is waar," riep Marianne op vroolijken toon, terwijl ze naar
+'t venster liep, om naar de lucht te zien, "dááraan had ik niet
+gedacht. Met dit weer zullen veel jachtliefhebbers buiten blijven."
+
+Dat was een gelukkige inval; haar vroegere opgewektheid keerde er
+geheel door terug. "Voor _hen_ is het weer uitgezocht," ging ze
+voort, terwijl ze met een blij gezicht aan de ontbijttafel ging
+zitten. "Wat zullen ze genieten. Maar," (opnieuw ietwat angstig)
+"men kan niet verwachten dat het lang zal duren. Om dezen tijd van
+het jaar, en na dien aanhoudenden regen, kan het niet lang meer zoo
+blijven. 't Zal wel gauw gaan vriezen, en dan zeker nog al hard. Over
+een paar dagen misschien; dit bijzonder zachte weer kàn toch haast
+niet langer aanhouden;--wie weet, misschien vriest het van nacht al!"
+
+"In elk geval," zei Elinor, die hoopte, dat Mevrouw Jennings niet
+zóó duidelijk haar zuster's gedachtengang kon volgen, als zijzelve,
+"denk ik, dat Sir John en Lady Middleton in het eind van de volgende
+week toch wel naar de stad zullen komen."
+
+"Ja lieve kind, dat durf ik ook wel wedden. Mary krijgt toch altijd
+haar zin."
+
+"En dus," raadde Elinor in stilte, "wordt er vandaag een brief
+verzonden naar Combe Magna."
+
+Doch zóó dit al gebeurde, dan werd die brief geschreven en verzonden
+met een geheimzinnigheid, die al haar oplettendheid om zich van het
+feit te vergewissen, vermocht te verschalken. Wàt dan nu ook de
+waarheid mocht zijn, en al was Elinor er verre van, zich in haar
+hart voldaan te gevoelen, zoolang ze Marianne maar vroolijk zag,
+was zijzelve niet al te zeer ongerust. En Marianne wàs vroolijk, blij
+dat het weer zacht bleef, en nog blijder dat er vorst te wachten viel.
+
+Zij brachten den morgen door met kaartjes afgeven bij Mevrouw
+Jennings' bekenden, om hen te laten weten dat zij weer in de stad
+was, en Marianne deed niet anders dan letten op de windrichting,
+kijken naar de wisselende lucht, en zich verbeelden, dat de atmosfeer
+veranderde. "Vind je 't niet kouder dan 't van morgen was, Elinor? Ik
+voel bepaald een groot verschil. Ik kan zelfs in mijn mof mijn handen
+haast niet warm houden. Gister was dat toch niet zoo. De wolken
+drijven ook uiteen, straks komt de zon door, en dan krijgen we een
+helderen middag."
+
+Elinor vond het half grappig en half droevig; maar Marianne hield vol,
+en zag elken avond in de helderheid van het vuur, en elken morgen in
+'t voorkomen van de lucht de onmiskenbare symptomen van de naderende
+vorst.
+
+De dames Dashwood hadden evenmin reden tot onvoldaanheid over
+Mevrouw Jennings' leefwijze en haar kring van bekenden, als over haar
+gedrag jegens henzelven, dat onveranderlijk vriendelijk bleef. Haar
+huishouding was op ruimen en aangenamen voet ingericht, en behalve
+een paar oude vrienden uit de City, die zij tot Lady Middleton's
+ergernis, niet had willen laten varen, ging zij met niemand om,
+aan wie zij hare jeugdige vriendinnen niet had kunnen voorstellen
+zonder hare gevoelens te kwetsen. Blijde, dat alles haar in dit
+opzicht althans nogal meeviel, was Elinor ten volle bereid, zich
+te schikken in het gemis van werkelijk genoegen dat er voor haar te
+putten viel uit de avondpartijtjes, die, 't zij tehuis of bij vreemden,
+steeds aan het kaartspel waren gewijd, en haar dus weinig afleiding
+verschaften. Kolonel Brandon, die een doorloopende invitatie had
+ontvangen, bezocht hen bijna iederen dag; hij kwam om te kijken naar
+Marianne en te praten met Elinor, die dikwijls meer genoegen vond
+in een gesprek met hem, dan eenige andere der dagelijksche kleine
+gebeurtenissen haar kon schenken, maar die tevens met bezorgdheid
+zag, dat hij nog steeds haar zuster liefhad. Zij vreesde dat die
+genegenheid sterker werd. Het deed haar verdriet te zien, hoe ernstig
+hij dikwijls Marianne gadesloeg, en hij scheen bepaald nog meer
+gedrukt dan te Barton.
+
+Omstreeks een week na hun aankomst verkregen zij de zekerheid, dat
+ook Willoughby in de stad was. Toen zij terugkwamen van hun morgenrit,
+lag zijn kaartje op de tafel.
+
+"God!" riep Marianne, "hij is hier geweest, terwijl wij uit
+waren!" Elinor, die blijde was thans zeker te zijn van zijn komst in
+Londen, waagde het te zeggen: "Reken er maar gerust op, dat hij morgen
+weer hier komt." Doch Marianne scheen haar ternauwernood te hooren,
+en liep, toen Mevrouw Jennings binnenkwam, haastig met het kostbare
+kaartje weg.
+
+Dit voorval, dat Elinor vroolijker stemde, maakte haar zuster weer
+even onrustig, ja nog gejaagder, dan zij te voren was geweest. Van dit
+oogenblik af kwam zij in het geheel niet meer tot rust; het besef,
+dat zij hem elk uur van den dag kòn ontmoeten, maakte dat zij tot
+niets meer in staat was. Zij wilde volstrekt tehuis blijven, toen de
+anderen den volgenden morgen uitgingen.
+
+Elinor's gedachten hielden zich voortdurend bezig met hetgeen wel in
+Berkeley Street mocht voorvallen gedurende hunne afwezigheid; maar
+een enkele blik naar haar zuster bij hun terugkomst was voldoende
+om haar te doen begrijpen, dat Willoughby geen tweede bezoek had
+afgelegd. Juist werd een briefje binnengebracht, dat de knecht op de
+tafel legde.
+
+"Voor mij!" riep Marianne, haastig toesnellend.
+
+"Neen, juffrouw, 't is voor Mevrouw Jennings."
+
+Doch Marianne, nog niet overtuigd, nam het op.
+
+"Ja, 't is voor Mevrouw Jennings; hoe ergerlijk!"
+
+"Verwacht je dan een brief?" zei Elinor, niet bij machte langer
+te zwijgen.
+
+"Ja... ten minste... ik dacht..."
+
+Na een korte stilte liet Elinor hierop volgen: "Je stelt geen
+vertrouwen in mij, Marianne."
+
+"O, maar Elinor, dat _jij_ me dat verwijt!--jij, die in _niemand_
+vertrouwen stelt!"
+
+"Ik?" antwoordde Elinor half verschrikt;--"maar werkelijk, Marianne,
+ik heb niets te vertellen."
+
+"Ik evenmin," zei Marianne met grooten nadruk; "we staan volkomen
+gelijk. We hebben geen van beiden iets te vertellen; jij omdat je
+niets wilt zeggen en ik omdat ik niets verberg."
+
+Elinor, bedroefd over die beschuldiging van terughouding, die zij niet
+mocht ontzenuwen, begreep niet, hoe zij, onder deze omstandigheden,
+Marianne tot meerder openhartigheid zou kunnen bewegen. Mevrouw
+Jennings kwam weldra binnen en las het briefje, dat haar werd
+overhandigd, hardop voor. Het was van Lady Middleton, en bevatte
+behalve het bericht, dat zij den avond te voren in Conduit Street
+waren aangekomen, een uitnoodiging aan haar moeder en hare nichten
+om den volgenden avond bij hen door te brengen. Sir John's drukke
+bezigheden, en een zware verkoudheid van haarzelve verhinderden hen,
+eerst een bezoek te brengen in Berkeley Street. De uitnoodiging werd
+aangenomen, maar toen het tijd was om te gaan, kostte het Elinor,
+ofschoon het alleen reeds uit beleefdheid tegenover Mevrouw Jennings
+volstrekt noodig was, dat zij haar beiden vergezelden bij dit bezoek,
+geen geringe moeite, haar zuster te overreden om mee te gaan; want
+nog steeds had zij Willoughby niet gezien, en zij bleef dus even
+onverschillig voor elk vermaak buitenshuis, als ongeneigd, de kans
+te loopen, dat hij weer zou komen, terwijl zij uit was.
+
+Elinor had opnieuw bevonden, toen de avond was verstreken, dat
+iemands geaardheid, door wisseling van verblijfplaats, geen feitelijke
+verandering ondergaat; want hoewel hij nog maar pas in de stad was,
+had Sir John een twintigtal jongelui bij elkaar weten te krijgen,
+en maakte hen gelukkig door een danspartij. Lady Middleton keurde
+dit nu eigenlijk niet goed. Buiten kon zulk een impromptu-avondje
+er heel goed mee door; maar in Londen, waar het er meer op aankwam,
+en minder gemakkelijk viel, als onberispelijk op het punt van goede
+vormen te worden beschouwd, vond zij, dat men te veel waagde, door
+alleen ten pleiziere van een paar meisjes, bekend te laten worden, dat
+Lady Middleton ten haren huize eene kleine danspartij had gegeven van
+acht of negen paren, met twee violen, en ververschingen aan het buffet.
+
+De Heer en Mevrouw Palmer waren van de partij; de eerste, dien zij
+sedert kun komst in de stad niet hadden gezien, daar hij den schijn van
+beleefdheid jegens zijne schoonmoeder zorgvuldig vermeed, en zich dus
+nooit bij haar aan huis vertoonde, gaf geen blijk hen te herkennen,
+toen zij binnentraden. Hij nam hen vluchtig op, alsof hij niet wist,
+wie zij waren, en knikte maar even tegen Mevrouw Jennings van de
+overzij van het vertrek. Marianne liet haar blik in de kamer rondgaan,
+toen zij binnentrad; het was genoeg; _hij_ was er niet--en zij ging
+zitten, even ongeneigd genoegen te geven als te ontvangen. Toen ze
+ongeveer een uur samen waren geweest, slenterde de Heer Palmer naar
+de dames Dashwood toe, om zijn verrassing te uiten, dat hij hen hier
+in de stad aantrof, hoewel Kolonel Brandon bij hem aan huis het eerst
+hun komst had vernomen, en hij zelfs iets héél grappigs had gezegd,
+toen hij hoorde dat die komst aanstaande was.
+
+"Ik dacht dat u allebei in Devonshire waart," zei hij.
+
+"Och, is 't waar?" antwoordde Elinor.
+
+"Wanneer gaat u terug naar huis?"
+
+"Dat weet ik niet."--En daarmee eindigde hun gesprek. Nog nooit had
+Marianne zoo weinig lust gehad in dansen als dien avond, en nooit
+had haar die inspanning zoo vermoeid. Zij klaagde erover, toen zij
+terugkwamen in Berkeley Street.
+
+"O, wel ja," zei Mevrouw Jennings; "hoe dàt komt weten we allemaal
+heel best, als zeker iemand er geweest was, dan hadt je niet geweten
+van vermoeidheid, en om de waarheid te zeggen, 't was niet aardig van
+hem, niet te komen om je te ontmoeten, terwijl hij wèl was gevraagd."
+
+"Gevraagd?" riep Marianne.
+
+"Dat vertelde mijn dochter mij; Sir John was hem vanmorgen op straat
+tegengekomen."
+
+Marianne zeide niets, maar men kon het haar aanzien, hoe pijnlijk zij
+was getroffen. Innig verlangend onder deze omstandigheden iets te doen,
+dat haar zuster verlichting zou kunnen schenken, besloot Elinor den
+volgenden morgen aan haar moeder te schrijven, en hoopte, door haar
+bezorgd te maken over Marianne's gezondheid, die navraag te kunnen
+uitlokken, welke reeds zoolang was uitgesteld; en nog dringender
+scheen haar de noodzakelijkheid van dezen maatregel, toen zij den
+volgenden morgen na het ontbijt bemerkte, dat Marianne weer aan het
+schrijven was aan Willoughby; want zij kon niet veronderstellen dat
+haar brief aan een ander was gericht.
+
+Kort voor den middag ging Mevrouw Jennings alleen uit, en Elinor begon
+aanstonds aan haar brief; terwijl Marianne, te rusteloos om bezigheid
+te zoeken, van het eene venster naar het andere liep, of in droevig
+gepeins verzonken bij het vuur zat. Elinor schreef aan hare moeder
+met den diepsten ernst, vertelde al wat er was gebeurd, uitte haar
+vermoeden omtrent Willoughby's trouweloosheid, en drong er op aan,
+dat zij van Marianne zou vergen, wat plicht en genegenheid eischten,
+eene verklaring van haar werkelijke verhouding tot hem. Haar brief
+was juist klaar, toen een kloppen aan de deur bezoek aankondigde,
+en Kolonel Brandon werd aangediend. Marianne, die hem uit het venster
+had zien aankomen, en die een afkeer had van alle gezelschap, ging de
+kamer uit, eer hij binnentrad. Hij keek nog ernstiger dan gewoonlijk,
+en hoewel hij zijn voldoening te kennen gaf over het feit, dat hij
+Elinor alleen aantrof, alsof hij haar in het bijzonder iets had mede te
+deelen, bleef hij een tijdlang zitten, zonder iets te zeggen. Elinor,
+overtuigd dat hij haar iets wilde vertellen, dat haar zuster betrof,
+wachtte met ongeduld tot hij zou beginnen. Het was niet de eerste maal,
+dat zij dezelfde soort van zekerheid hieromtrent gevoelde; want meer
+dan eens had hij, beginnende met een opmerking als: "Uw zuster ziet
+er vandaag slecht uit," of "uw zuster schijnt neerslachtig gestemd,"
+blijkbaar op het punt gestaan om iets bijzonders omtrent haar te
+vragen of mee te deelen. Na een stilte, die minutenlang aanhield,
+verbrak hij het zwijgen, door haar, met bewogen stem, te vragen,
+wanneer hij haar zou mogen geluk wenschen met de aanwinst van een
+broeder? Elinor was op die vraag niet voorbereid, en moest, daar zij
+geen antwoord klaar had, wel hare toevlucht nemen tot de eenvoudige
+en voor de hand liggende weervraag: wat hij bedoelde? Hij poogde te
+glimlachen, terwijl hij antwoordde: "Uw zuster's verloving met den
+Heer Willoughby is een zaak van algemeene bekendheid."
+
+"Algemeen bekend kan de zaak niet zijn," zeide Elinor; "daar zelfs
+haar eigen familie er niets van weet."
+
+Hij keek verwonderd, en zei: "Neemt u het mij niet kwalijk; ik
+vrees, dat mijn vraag onbescheiden was; maar ik had niet kunnen
+veronderstellen dat het in uwe bedoeling lag, de zaak geheim te houden,
+daar zij openlijk in briefwisseling zijn, en iedereen spreekt over
+hun huwelijk."
+
+"Hoe is dat mogelijk? Door wien kunt u erover hebben hooren spreken?"
+
+"Door verschillende personen,--sommigen, die u in 't geheel niet,
+anderen, die u zeer goed bekend zijn; Mevrouw Jennings, Mevrouw Palmer,
+en de Middletons. Nog zou ik het misschien niet hebben geloofd,--want
+waar wij weinig geneigd zijn ons te laten overtuigen, vinden wij altijd
+iets dat onzen twijfel steun verleent,--wanneer ik niet toevallig
+vandaag, toen de knecht mij binnenliet, een brief had gezien, dien
+hij in de hand hield, geadresseerd aan den Heer Willoughby, in uw
+zuster's handschrift. Ik kwam, om u ernaar te vragen; maar ik kreeg
+reeds zekerheid, eer ik de vraag kon doen. Is alles dus beslist? Is
+het onmogelijk, om... Maar ik heb geen recht, en ik zou geen kans
+hebben te slagen.--Vergeef mij, juffrouw Dashwood. Ik geloof, dat
+ik verkeerd deed, zooveel te zeggen; maar ik weet bijna niet wat te
+doen, en in uwe voorzichtigheid stel ik het volste vertrouwen. Zeg
+mij, dat alles onomstootelijk vaststaat, dat geen poging... dat in
+een woord verzwijgen, indien verzwijgen mogelijk is, het eenige is,
+dat mij overblijft."
+
+Zijne woorden, die Elinor opvatte als een rechtstreeksche bekentenis
+van zijn liefde voor hare zuster, ontroerden haar zeer. Zij was
+niet dadelijk in staat, iets te zeggen, en zelfs toen zij zich had
+hersteld, overlegde zij nog een oogenblik bij zichzelve, wat het
+beste zou zijn, hierop te antwoorden. De werkelijke staat van zaken
+tusschen Willoughby en haar zuster was haar zoo weinig helder, dat
+zij, bij een poging om dien te verklaren, allicht evenzeer moest
+vreezen te veel als te weinig te zeggen. Toch, daar zij overtuigd
+was, dat Marianne's liefde voor Willoughby geen hoop op vervulling
+van Kolonel Brandon's wensch overliet, wáártoe die liefde ook mocht
+leiden, en zij tevens erop bedacht was, Marianne's gedrag te vrijwaren
+voor een ongunstige beoordeeling, vond zij het, na eenig bedenken,
+het verstandigste en het beste, om meer te zeggen, dan zij feitelijk
+wist, of geloofde. Zij gaf toe, dat zij, hoewel zelve nooit door
+hen ingelicht omtrent hunne eigenlijke verhouding tot elkander, geen
+twijfel koesterde aan hun wederzijdsche genegenheid, en dat het haar
+niet verwonderde te hooren van hunne briefwisseling.
+
+Hij hoorde haar stil en aandachtig aan, en stond, toen zij ophield
+met spreken, onmiddellijk op, terwijl hij op diepbewogen toon zeide:
+"Uw zuster wensch ik alle geluk, dat zich laat denken; voor Willoughby
+hoop ik, dat hij zal trachten haar waardig te zijn." Daarop nam hij
+afscheid en vertrok.
+
+Dit gesprek liet bij Elinor geen rustiger gevoelens achter, die haar
+pijnlijke onzekerheid omtrent andere punten hadden kunnen verminderen;
+integendeel, een droevige indruk bleef haar bij van Kolonel Brandon's
+verdriet, terwijl haar vurig verlangen naar eene ontknooping, die
+dat verdriet slechts kon verergeren, haar zelfs belette, te wenschen,
+het gelenigd te zien.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXVIII
+
+
+Gedurende de drie of vier volgende dagen viel niets voor, dat Elinor
+spijt had kunnen doen gevoelen, omdat zij zich tot hare moeder
+gewend had, want Willoughby kwam noch schreef. Aan het eind van dit
+tijdsverloop hadden zij afgesproken Lady Middleton te vergezellen naar
+eene partij, waarheen Mevrouw Jennings verhinderd was te gaan, door
+ongesteldheid van hare jongste dochter; en voor deze partij maakte
+Marianne, diep terneergeslagen, onverschillig voor haar uiterlijk
+voorkomen, en in eene stemming waarin het haar volkomen hetzelfde was,
+of zij ging of thuis bleef, zich gereed, zonder één hoopvollen blik,
+ééne uiting van blijdschap. Na de thee zat zij bij het vuur in den
+salon, tot het oogenblik van Lady Middleton's komst, zonder van
+haar stoel op te staan of van houding te veranderen, verzonken in
+haar eigen gedachten en onbewust van haar zusters tegenwoordigheid;
+en toen hun tenslotte gezegd werd, dat Lady Middleton's rijtuig voor
+de deur op hen wachtte, schrikte zij op, alsof zij had vergeten,
+dat zij zouden worden afgehaald.
+
+Zij kwamen op tijd ter bestemder plaatse, stapten uit, zoodra de lange
+rij van rijtuigen vóór hen daartoe gelegenheid bood, gingen de trap
+op, hoorden hunne namen, met luider stem aangekondigd, van het eene
+portaal naar het andere galmen en traden een schitterend verlicht
+vertrek binnen, vol gasten, en onverdragelijk warm. Toen zij aan den
+eisch der beleefdheid hadden voldaan door hun buiging te maken voor
+de dame des huizes, werd hun vergund zich onder het gezelschap te
+mengen en hun aandeel te dragen van de hitte en de benauwdheid, die
+noodzakelijk door hunne komst nog moesten worden vermeerderd. Nadat
+er een tijdlang weinig gezegd en nog minder gedaan was, nam Lady
+Middleton plaats aan de speeltafel, en daar Marianne geen lust had
+om rond te loopen, gingen zij en Elinor, die gelukkig stoelen hadden
+kunnen bemachtigen, niet ver van de tafel zitten.
+
+Dit had nog niet lang geduurd, toen Elinor op eenigen afstand van
+hen Willoughby zag staan, in ernstig gesprek met eene zeer modieus
+uitziende jonge dame. Hun blikken ontmoetten elkaar, en hij boog,
+doch zonder haar aan te spreken of een poging te doen, om Marianne te
+naderen, ofschoon hij haar wel _moest_ zien; en daarop zette hij zijn
+gesprek met dezelfde dame voort. Elinor wendde zich onwillekeurig
+tot Marianne om te zien, of zij niets had opgemerkt. Juist op
+dat oogenblik kreeg zij hem in het oog; haar gezicht straalde
+van plotselinge verrukking, en zij zou naar hem toegesneld zijn,
+als haar zuster haar niet had vastgegrepen. "O Elinor!" riep ze;
+"daar is hij--daar is hij! O, waarom ziet hij niet naar mij? Waarom
+kan ik niet met hem spreken?"
+
+"Ik bid je, ik smeek je, wees bedaard," zeide Elinor, "en laat niet
+iedereen merken, wat in je omgaat. Misschien heeft hij je nog niet
+gezien."
+
+Dit was meer, dan zij zelve kon gelooven; en bedaard blijven op zulk
+een oogenblik ging niet alleen Marianne's krachten te boven; maar
+zij wilde dat niet eens. Iedere trek van haar gelaat verried haar
+martelend ongeduld. Eindelijk keerde hij zich nogmaals om, en zag
+hen beiden aan; zij sprong op en stak hem de hand toe, terwijl zij
+op hartelijken toon zijn naam noemde. Hij kwam nader, en terwijl hij
+zich meer tot Elinor wendde dan tot Marianne, wier blik hij vermeed,
+en wier houding hij niet scheen te willen opmerken, vroeg bij vluchtig
+en gehaast naar Mevrouw Dashwood, en hoe lang zij reeds in de stad
+waren. Zijn houding deed Elinor al haar tegenwoordigheid van geest
+verliezen; zij kon geen woord uitbrengen. Doch haar zuster's gevoel
+vond onmiddellijk uiting. Een donkere blos kleurde haar gelaat,
+en zij riep uit op een toon, die de hevigste ontroering verried:
+"Goede God, Willoughby, wat beteekent dit! Heb je mijn brieven niet
+ontvangen? Wil je mij geen hand geven?"
+
+Toen kon hij het niet meer vermijden; maar hare aanraking scheen
+hem onaangenaam te zijn, en hij liet onmiddellijk hare hand los. Al
+dien tijd deed hij zichtbaar moeite om bedaard te blijven. Elinor
+lette op zijn gezicht, en zag dat zijn uitdrukking kalmer werd. Na
+een oogenblik van stilte zei hij rustig: "Den vorigen Dinsdag heb
+ik een bezoek gebracht in Berkeley Street; het speet mij zeer u en
+Mevrouw Jennings niet thuis te treffen. Mijn kaartje is, hoop ik,
+niet verloren geraakt?"
+
+"Maar heb je mijn brieven dan niet ontvangen?" riep Marianne,
+doodelijk beangst. "Het moet een vergissing zijn--een afschuwelijke
+vergissing. Wat beteekent dit toch? Zeg het mij, Willoughby, zeg mij,
+om 's hemelswil, wat is er toch gebeurd?"
+
+Hij gaf geen antwoord; maar werd bleek en scheen opnieuw gedwongen;
+doch alsof hij, aangespoord door een blik van de jonge dame met wie
+hij te voren had gesproken, gevoelde dat onmiddellijk zelfbedwang werd
+vereischt, vermande hij zich opnieuw, zei snel: "Ja, het bericht van
+uw komst in de stad, dat u zoo vriendelijk waart, mij te zenden, heb ik
+het genoegen gehad te ontvangen," keerde zich daarop met een vluchtige
+buiging haastig om, en voegde zich weer bij zijne vriendin. Marianne,
+doodsbleek en niet in staat zich staande te houden, liet zich in haar
+stoel vallen, en Elinor, elk oogenblik vreezend dat zij een flauwte
+zou krijgen, trachtte haar voor onbescheiden blikken te beschermen,
+terwijl zij haar verfrischte met lavendelwater.
+
+"Ga naar hem toe, Elinor," zei zij, zoodra ze spreken kon, "en
+dwing hem, bij mij te komen. Zeg hem, dat ik hem moet zien,--dat ik
+hem dadelijk moet spreken. Ik kan het niet uithouden--ik zal geen
+oogenblik rust hebben, eer dit alles is verklaard,--het moet een of
+ander afschuwelijk misverstand zijn. O, ga nu toch naar hem toe."
+
+"Hoe is dat nu mogelijk? Neen, liefste Marianne, je moet wachten. Dit
+is de plaats niet voor uitleggingen. Wacht nu alleen maar tot morgen."
+
+Zij kon haar slechts met moeite weerhouden, hem zelf te gaan
+opzoeken; en het bleek onmogelijk, haar te bewegen, haar ontroering te
+bedwingen,--althans in schijn bedaard, te wachten, tot zij hem meer
+ongehinderd kon spreken, en met meer kans te worden aangehoord; want
+Marianne ging onophoudelijk voort, met zachte stem uiting te geven
+aan haar gevoelens van wanhoop, door smartelijke uitroepen. Weldra
+zag Elinor dat Willoughby de kamer verliet door de deur dichtbij de
+trap, en terwijl zij Marianne vertelde dat hij weg was, bracht zij haar
+onder het oog, dat de onmogelijkheid om hem dezen avond nog te spreken,
+haar te meer reden gaf, thans kalm te zijn. Marianne vroeg dadelijk,
+of haar zuster Lady Middleton wilde smeeken, hen naar huis te brengen;
+zij voelde zich te ellendig om een minuut langer te blijven.
+
+Toen Lady Middleton hoorde dat Marianne niet wel was, liet haar
+beleefdheid, hoewel zij verdiept was in haar kaartspel, niet toe, dat
+zij zich een oogenblik tegen Marianne's wensch tot heengaan verzette,
+zij gaf dus haar kaarten aan een vriendin; en zij vertrokken zoodra
+hun rijtuig voorkwam. Op den terugweg naar Berkeley Street werd bijna
+geen woord gesproken. Marianne leed in stilte, te beklemd voor tranen
+zelfs; doch daar Mevrouw Jennings gelukkig nog niet te huis was, konden
+zij dadelijk naar hun eigen kamer gaan, waar zij door 't gebruik van
+hertshoorn eenigszins bijkwam. Zij was spoedig ontkleed en in bed,
+en daar zij liefst alleen scheen te zijn, ging haar zuster heen en
+had al den tijd, terwijl zij wachtte op Mevrouw Jennings' terugkomst,
+te denken over hetgeen achter hen lag.
+
+Dat er een bepaalde verbintenis van een of anderen aard tusschen
+Willoughby en Marianne had bestaan, kon zij niet betwijfelen; en dat
+Willoughby deze moede was, scheen eveneens duidelijk; want hoe Marianne
+ook nog bleef voortgaan voedsel te geven aan haar eigen wenschen,
+_zij_ kon zulk een gedrag niet toeschrijven aan een vergissing, of
+eenig misverstand. Niets dan een volkomen omkeer in zijn gevoelens
+kon het verklaren. Haar verontwaardiging zou nog sterker geweest
+zijn dan zij reeds was, wanneer zij niet getuige was geweest van
+zijn verlegenheid, die scheen aan te duiden, dat hij zich bewust was
+van zijn eigen wangedrag, en haar belette hem voor zoo gewetenloos
+te houden, dat hij van den beginne met haar zuster's liefde een
+roekeloos spel had gedreven, zonder eenig voornemen, dat navraag
+velen kon. Afwezigheid kon zijn liefde hebben doen verflauwen, en
+redenen van eigenbelang mochten hem hebben doen besluiten haar te
+overwinnen; maar dat zulk een liefde eenmaal had bestaan, daaraan
+twijfelde zij niet. Wat Marianne betrof, aan het verdriet dat deze
+ongelukkige ontmoeting haar had veroorzaakt, en het nog erger leed,
+dat haar, als het waarschijnlijk gevolg ervan, te wachten stond, kon
+zij niet denken zonder de innigste bezorgdheid. Hierbij vergeleken
+scheen haar eigen toestand haar minder treurig, want zoolang zij
+Edward slechts evenzeer kon _achten_ als voorheen, zou zij zich in
+den geest steeds getroost gevoelen, ook al bleven zij in de toekomst
+gescheiden. Doch hier schenen alle omstandigheden, die een dergelijk
+lijden konden verergeren, zich te vereenigen, om Marianne's smart te
+vermeerderen over hare scheiding van Willoughby voor altoos,--over
+het onmiddellijk en onherroepelijk afbreken van hun omgang.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXIX
+
+
+Eer het kamermeisje den volgenden morgen het vuur in hun haard had
+aangelegd, of de zon eenige kracht had gewonnen aan het begin van den
+kouden, somberen Januaridag, lag Marianne, slechts half gekleed, op de
+knieën bij de vensterbank te schrijven, terwille van het weinigje licht
+dat naar binnen viel, zoo snel als haar aanhoudend vloeiende tranen
+het haar vergunden. Elinor, door haar zenuwachtig snikken uit den
+slaap gewekt, zag haar in die houding, en zei, na het een korte poos
+zwijgend en angstig te hebben aangezien, op een toon, waarin al haar
+zachte meewarigheid zich uitsprak: "Marianne, mag ik een vraag doen?"
+
+"Neen, Elinor," antwoordde zij; "vraag maar niets; je zult spoedig
+alles weten."
+
+De soort van wanhopige kalmte, waarmede die woorden werden geuit,
+duurde niet langer dan het oogenblik waarin ze werden uitgesproken,
+en werd onmiddellijk gevolgd door een nieuwe uitbarsting van heftige
+droefheid. Het duurde eenigen tijd eer zij kon voortgaan met haar
+brief, en de telkens herhaalde vlagen van smart die haar noodzaakten
+bij tusschenpoozen de pen neer te leggen, bewezen duidelijk genoeg,
+dat zij besefte, hoe meer dan waarschijnlijk het was, dat zij voor
+de laatste maal schreef aan Willoughby.
+
+Elinor bewees haar elke kalme en onopvallende vriendelijkheid, die in
+haar vermogen was; en zij zou gaarne gepoogd hebben haar nog meer te
+troosten en tot bedaren te brengen, als Marianne haar niet gesmeekt
+had, met al den aandrang van iemand, wier zenuwen tot het uiterste
+zijn geprikkeld, in geen geval een woord tegen haar te zeggen. Onder
+die omstandigheden was het beter voor beiden, niet lang achtereen
+samen te zijn; en Marianne's rusteloosheid belette haar niet alleen,
+ook maar een oogenblik in de kamer te blijven, nadat zij zich gekleed
+had; doch deed haar, die tegelijk behoefte had aan eenzaamheid en
+voortdurende verandering van plaats, tot aan het ontbijt door het
+huis zwerven, terwijl zij elke ontmoeting ontweek.
+
+Aan het ontbijt at zij niets, en deed ook geen poging iets te eten;
+zoodat Elinor's aandacht slechts gericht kon zijn op één doel: niet
+bij haar aandringen, niet haar beklagen, niet op haar letten, doch
+alleen maar trachten te zorgen, dat Mevrouw Jennings enkel notitie
+nam van haarzelf.
+
+Daar Mevrouw Jennings graag en goed ontbeet, duurde de maaltijd lang,
+en zij gingen juist, na afloop ervan, aan de gemeenschappelijke
+werktafel zitten, toen Marianne een brief werd overhandigd, dien
+zij haastig aannam, en waarmede zij, plotseling doodsbleek wordend,
+onmiddellijk de kamer uitliep. Elinor, die hieruit even stellig
+opmaakte, alsof zij het adres had gezien, dat de brief van Willoughby
+kwam, voelde zich op eens zóó zenuwachtig worden, dat zij haar hoofd
+bijna niet kon ophouden, en beefde zoo erg, dat zij vreesde, Mevrouw
+Jennings' aandacht ditmaal niet te kunnen ontgaan. Het goede mensch
+zag echter niet anders, dan dat Marianne een brief van Willoughby
+had gekregen, 't geen zij uitermate grappig vond, en als zoodanig
+behandelde, door lachend haar hoop te uiten, dat er goed nieuws in
+stond. Zij was veel te druk bezig met het meten der draden wol,
+waarvan zij een haardkleedje knoopte, om iets te bespeuren van
+Elinor's ontroering; en zoodra Marianne was heengegaan, praatte zij
+kalmpjes door: "Ik kan je verzekeren, dat ik nog nooit in mijn leven
+een meisje zoo tot over de ooren verliefd heb gezien. De mijnen waren
+niet half zoo erg, en die stelden zich toch óók mal aan; maar die
+Marianne is letterlijk op haar hoofd gezet. Ik hoop van harte, dat
+hij haar niet lang meer laat wachten, want 't is treurig om te zien,
+zoo ellendig ziet zij eruit. Wanneer gaan ze nu trouwen?"
+
+Hoewel Elinor nooit zóó weinig lust tot spreken had gevoeld als op
+dat oogenblik, dwong zij zichzelf tot een antwoord op dien uitval,
+en zei met een poging om te glimlachen: "Hebt u zich dat werkelijk in
+het hoofd gehaald, mevrouw, dat mijn zuster met den Heer Willoughby
+verloofd is? Ik dacht dat het maar een grap was; maar zulk een ernstige
+vraag schijnt méér te beteekenen, en dus moet ik u verzoeken, dat
+denkbeeld eens voor al te laten varen. Ik verzeker u, dat niets mij
+zoozeer zou verwonderen, als een kennisgeving van hun voorgenomen
+huwelijk."
+
+"O foei, foei, Elinor! Hoe kun je nu toch zóó praten! Weten we dan
+niet allemaal, dat ze 't al lang eens zijn,--dat ze tot over de ooren
+verliefd op elkaar waren van 't oogenblik af dat ze elkaar voor 't
+eerst hadden gezien? Heb ik ze dan niet samen onder mijn oogen gehad
+in Devonshire, den lieven langen dag, en dagen achtereen? En wist
+ik niet heel goed, dat je zuster met mij mee wilde naar de stad,
+om haar uitzet al vast te kiezen? Neen, neen, gekheid; dat gaat
+zoomaar niet. Je denkt zeker, omdat je zelf zoo weinig loslaat,
+dat een ander zijn oogen in den zak heeft, maar ik verzeker je, dat
+lijkt er niet naar; want 't is in de heele stad bekend, al ik weet
+niet hoe lang. Ik vertel het aan iedereen, en Charlotte ook."
+
+"Werkelijk, Mevrouw," zei Elinor zeer ernstig; "u vergist u. Het
+zou waarlijk zeer onwelwillend van u zijn, als u dat gerucht hielp
+verspreiden, en u zult dat nog eenmaal zelve inzien, al gelooft u
+mij nu niet." Mevrouw Jennings lachte weer; doch Elinor had geen moed
+om nog meer te zeggen; en verlangend om in elk geval nu te weten wat
+Willoughby geschreven had, liep zij haastig naar hun kamer, waar zij,
+toen ze de deur opende, Marianne op haar bed zag liggen, bijna tot
+stikkens toe benauwd door hare smart, met een brief in haar hand,
+terwijl twee of drie andere naast haar lagen. Elinor kwam nader,
+doch zonder een woord te spreken; zij ging op het bed zitten, nam
+Marianne's hand, kuste die een paar malen met de grootste innigheid,
+en liet zich toen eindelijk gaan in een uitbarsting van tranen,
+in den beginne bijna niet minder hevig dan Marianne's ontzettende
+smart. Hoewel de laatste niet kon spreken, scheen zij de teederheid
+van Elinor's medegevoel wel volkomen te beseffen, en nadat zij een
+poos zoo samen hadden toegegeven aan hunne droefheid, gaf zij Elinor
+al de brieven in handen, verborg daarop haar gezicht in haar zakdoek
+en kermde luide als van ondragelijke pijn. Elinor, die wist dat zulk
+verdriet, droevig als het was om te aanschouwen, zijn natuurlijke
+uiting moest vinden, bleef bij haar zitten, tot die buitensporige
+droefheidsvlaag eenigszins had uitgewoed, en nam daarna in spanning
+Willoughby's brief op, waarin zij het volgende las:
+
+
+ "Bondstreet Januari.
+
+ Geachte Mejuffrouw,
+
+ Uw geëerd schrijven, waarvoor ik u mijn dank betuig, heb
+ ik zooeven in goede orde ontvangen. Het spijt mij zeer, zoo
+ er in mijn gedrag van gisterenavond iets viel op te merken,
+ dat uwe goedkeuring niet heeft mogen wegdragen, en ofschoon
+ ik volstrekt niet kan gissen, in welk opzicht ik de fout
+ begaan heb, u aanleiding te geven tot ongenoegen, vraag ik
+ u vergeving voor 't geen ik u verzeker, dat van mijne zijde
+ zonder eenig opzet is geschied. Aan mijne vroegere kennismaking
+ met uwe familie in Devonshire zal ik nooit anders dan met
+ dankbaarheid en genoegen terugdenken, en ik vlei mij, dat deze
+ gevoelens niet zullen worden verstoord door eenige vergissing,
+ of misverstaan van mijne handelwijze, uwerzijds. Ik koester
+ voor uwe geheele familie de meeste hoogachting, doch zoo ik,
+ tot mijn spijt, u aanleiding mocht hebben gegeven, te gelooven,
+ dat ik méér gevoelde, dan ik werkelijk deed, of bedoelde
+ aan den dag te leggen, dan zal ik mijzelf moeten verwijten,
+ in mijne uitingen van die hoogachting niet omzichtiger te
+ zijn geweest. Dat ik ooit méér zou hebben bedoeld, zult u
+ als iets onmogelijks verwerpen, wanneer u verneemt, dat ik
+ mijne genegenheid reeds lang elders had verpand, en slechts
+ weinige weken zullen verloopen, eer die trouwbelofte wordt
+ vervuld. Ongaarne voldoe ik aan uw bevel, de brieven terug te
+ zenden, die ik van u mocht ontvangen, benevens de haarlok, die
+ gij wel zoo goed hebt willen zijn, mij vrijwillig te schenken.
+
+ Geloof mij intusschen, geachte Mejuffrouw,
+
+ Uw gehoorzamen dienaar
+ John Willoughby."
+
+
+Elinor's verontwaardiging bij het lezen van dezen brief laat zich
+gemakkelijk voorstellen. Hoezeer ook overtuigd, eer zij begon te
+lezen, dat de brief de bekentenis zou behelzen van zijn ontrouw,
+en hunne scheiding voor altoos zou bevestigen, zij had zich niet
+kunnen voorstellen, dat die bekentenis in zulke bewoordingen zou
+zijn vervat! En evenmin kon zij Willoughby in staat hebben geacht
+zoo totaal af te wijken van elk betoon van kieschheid of eergevoel,
+van alle betamelijkheid als man van de wereld zelfs, om een brief
+te kunnen schrijven, zoo onbeschaamd wreedaardig; een brief, die,
+inplaats van zijn wensch om te worden vrijgelaten te doen vergezeld
+gaan van eenige betuiging van leedwezen, zelfs geen trouwbreuk erkende,
+geen meer dan gewone genegenheid toegaf,--een brief, waarin iedere
+regel een beleediging bevatte, en die den schrijver deed kennen als
+een toonbeeld van verharde gewetenloosheid. Zij zat er een poos over
+te denken met verontwaardigde verbazing, en las den brief nogmaals en
+nogmaals over; doch bij elke nieuwe lezing nam haar afschuw van den
+man toe; en zoo verbitterd waren haar gevoelens jegens hem, dat zij
+niet wilde wagen ze uit te spreken, om Marianne niet nog dieper te
+kwetsen, door de verbreking van dezen band te beschouwen, niet als
+een verlies van eenig mogelijk heil; doch als een ontsnapping aan
+die vreeselijkste en onherstelbaarste aller rampen, eene verbintenis
+voor het leven met een gewetenloozen man,--als de gelukkigste aller
+bevrijdingen, de grootste zegening, die haar ooit ten deel viel.
+
+Terwijl zij zoo ernstig zat na te denken over den inhoud van den brief,
+over de verdorvenheid van den geest, die deze woorden had kunnen
+ingeven, en waarschijnlijk over den zoo oneindig verschillenden geest
+van een geheel anderen persoon, die met deze zaak in geen ander verband
+stond, dan dat, hetwelk haar hart hem toekende met alles wat in en om
+haar voorviel, vergat Elinor het tegenwoordig lijden harer zuster,
+vergat, dat er nog drie ongelezen brieven op haar schoot lagen, en
+vergat zoo volkomen, hoe lang zij reeds in de kamer was geweest, dat
+zij, bij het hooren naderen van een rijtuig naar het venster gaande,
+om te zien wie hen op dat ongewoon vroege uur kwam bezoeken, zeer
+verbaasd was, Mevrouw Jenning's eigen rijtuig te zien, waarvan zij
+wist, dat het niet voor één uur was besteld. Vastbesloten, Marianne
+niet alleen te laten, hoewel wanhopend aan de mogelijkheid, thans
+iets te kunnen bijdragen tot hare verlichting, ging zij haastig naar
+beneden, om zich bij Mevrouw Jennings te verontschuldigen, dat zij niet
+kon medegaan, omdat haar zuster ongesteld was. Mevrouw Jennings nam
+het excuus, terwijl zij over de reden ervoor haar goedhartige spijt
+betuigde, gereedelijk aan, en Elinor keerde, na haar veilig te hebben
+zien wegrijden, terug naar Marianne, die juist van het bed trachtte
+op te staan, en die zij gelukkig nog bijtijds kon beletten neer te
+vallen, zwak en duizelig als zij was, door langdurig gemis van rust en
+behoorlijke voeding; want zij had dagen achtereen bijna niet gegeten,
+en in geen nachten een rustigen slaap gekend; en thans, nu zij niet
+langer werd opgehouden door de koorstachtige spanning der onzekerheid,
+deden de gevolgen zich gevoelen door hoofdpijn, een verzwakte maag,
+en algemeene zenuwslapte. Een glas wijn, dat Elinor dadelijk voor haar
+ging halen, deed haar goed, en eindelijk was zij in staat, eenigermate
+haar waardeering van Elinor's goedheid te uiten, door te zeggen:
+
+"Arme Elinor! Wat doe ik je een verdriet!"
+
+"Ik wilde alleen maar," antwoordde haar zuster, "dat ik iets kòn
+uitrichten, om je te troosten en goed te doen."
+
+Dit was, zooals trouwens àlles zou zijn geweest, te veel voor Marianne,
+die nog slechts uit het diepst van haar gefolterd hart kon uitroepen:
+"O Elinor, ik ben wèl ongelukkig!" eer haar stem geheel door tranen
+werd verstikt.
+
+Elinor kon het niet langer zwijgend aanzien, dit weerloos zich laten
+medesleepen door onstuimige smart.
+
+"Mijn lieve Marianne, doe toch je best," riep zij, "wanneer je
+niet jezelve wilt martelen, èn allen, die je liefhebben. Denk aan
+moeder; denk aan háár verdriet over je lijden, je moet je inspannen,
+om harentwil."
+
+"Ik kàn niet, ik kàn niet, riep Marianne; "ga dan, laat mij maar
+alleen, als ik je verdriet doe; laat mij aan mijn lot over, haat mij,
+vergeet mij; maar pijnig mij zoo niet! O, 't is wel gemakkelijk als
+men zelf geen verdriet heeft, te praten van inspannen! _Jij_ bent
+gelukkig, Elinor, _jij_ kunt je niet voorstellen, hoe ik lijd!"
+
+"Noem je _mij_ gelukkig, Marianne? O, als je eens _wist_! En denk je,
+dat ik gelukkig kan zijn, terwijl ik je zóó bedroefd moet zien?"
+
+"Vergeef mij, vergeet mij," riep Marianne, haar armen om haar zuster's
+hals slaande; "ik weet _hoe_ je met mij medegevoelt, ik weet welk een
+liefderijk hart je bezit, maar toch ben je--ja, je mòet gelukkig zijn;
+Edward heeft je lief;--en wàt, o wàt kan zulk een geheel vernietigen?"
+
+"Vele, zéér vele omstandigheden," zeide Elinor met diepen ernst.
+
+"Neen, neen, neen," riep Marianne heftig; "hij heeft jou lief, en
+niemand anders. Je _kunt_ geen verdriet hebben."
+
+"Ik kan geen blijdschap gevoelen, zoolang ik je zóó zie."
+
+"Je zult mij nooit meer anders zien. _Mijne_ smart kan door niets
+verzacht worden."
+
+"Dat mag je niet zeggen, Marianne. Heb je dan geen afleiding, geen
+vrienden? Is er geen vertroosting denkbaar voor je verlies? Hoe
+zwaar je lijden thans ook is, bedenk, wat je zoudt geleden hebben,
+als het nog langer had geduurd, eer je zijn waren aard ontdekte,--als
+je verloving maandenlang slepende was gebleven, zooals licht had
+kunnen gebeuren, eer hij er een eind aan maakte. Elke nieuwe dag van
+noodlottig vertrouwen van jouw kant zou den slag te zwaarder hebben
+doen treffen."
+
+"Verloving?" riep Marianne; "maar wij waren niet verloofd."
+
+"Niet verloofd?"
+
+"Neen, hij is niet zóó slecht als je denkt. Hij heeft zijn woord
+tegenover mij niet gebroken."
+
+"Maar hij heeft je toch gezegd, dat hij je liefhad?'
+
+"Ja... neen... nooit met ronde woorden. Iederen dag liet hij
+het duidelijk blijken; maar tot een bepaalde verklaring kwam het
+nooit! Soms dàcht ik, dat het daartoe was gekomen,--maar het wàs
+zoo niet."
+
+"En toch schreef je aan hem!"
+
+"Ja--kon dat verkeerd zijn, na al wat er gebeurd was? Maar ik kan er
+niet over spreken."
+
+Elinor zeide niets meer; maar nam de drie brieven op, waarnaar zij nu
+veel meer benieuwd was dan te voren, en las ze een voor een dóór. Het
+eerste briefje, dat haar zuster had verzonden bij hun aankomst in de
+stad, luidde als volgt:
+
+
+ "Berkeley Street, Januari.
+
+ Hoe zal het je verrassen, Willoughby, dit briefje te
+ ontvangen! En ik denk dat je nog iets meer dan verrassing
+ zult gevoelen, wanneer je weet, dat ik in de stad ben. De
+ gelegenheid om hierheen te reizen, al was het met Mevrouw
+ Jennings, was een verleiding, die we niet konden weerstaan. Ik
+ hoop dat mijn schrijven je vroeg genoeg bereikt, om je
+ van avond hier te kunnen zien, maar ik zal er niet op
+ rekenen. Morgen verwacht ik je in elk geval. Dus tot ziens.
+ M.D."
+
+
+In haar tweeden brief, den morgen na de danspartij bij de Middletons,
+schreef zij:
+
+
+ "Ik kan je niet zeggen, hoe het mij spijt, dat je ons
+ eergisteren niet hebt thuisgetroffen, en hoe het mij verwonderd
+ heeft, geen antwoord te ontvangen op een briefje, dat ik je
+ meer dan een week geleden geschreven heb. Elken dag, van uur
+ tot uur, verwachtte ik iets van je te hooren, en nog eerder
+ je te zien. Kom ons nu toch vooral zoo spoedig mogelijk
+ opzoeken en verklaar mij dan de reden van dat vergeefsche
+ wachten. 't Zal misschien beter zijn, iets vroeger te komen;
+ want om één uur zijn we meestal uit. Gisteravond waren we op
+ een danspartijtje bij Lady Middleton. Ik hoorde dat jij ook
+ gevraagd waart. Maar kan dat wel waar zijn? Je moet wel zeer
+ zijn veranderd sedert ons afscheid, als dat het geval was,
+ en je toch niet bent gekomen. Maar ik wil die mogelijkheid
+ niet eens veronderstellen, en ik hoop dat je mij spoedig in
+ eigen persoon het tegendeel zult komen verzekeren."
+
+ M. D."
+
+
+De inhoud van haar laatste schrijven luidde:
+
+
+ "Wat moet ik uit je houding van gisteravond afleiden,
+ Willoughby? Nogmaals vraag ik je om eene verklaring
+ ervan. Ik was op het punt je te begroeten met een
+ blijdschap, die natuurlijk was, na onze lange scheiding,
+ met de vertrouwelijkheid, waartoe onze intieme omgang te
+ Barton mij het recht scheen te verleenen, en hoe werd ik
+ teruggestooten! Ik heb een ellendigen nacht doorgebracht,
+ steeds pogend een gedrag te verontschuldigen, dat bijna niet
+ anders dan beleedigend mag genoemd worden; maar al ben ik
+ er niet in geslaagd eenige redelijke verontschuldiging te
+ vinden voor je houding, ik blijf toch bereid, te vernemen,
+ welke verdediging je kunt aanvoeren voor je gedrag. Misschien
+ heb je, door misverstand of boos opzet, iets omtrent mij
+ gehoord, waardoor je een minder goede meening omtrent mij
+ hebt opgevat. Zeg mij dan wat dat is, verklaar de reden,
+ waarom je zóó handelde, en wanneer ik je dan voldoening
+ heb kunnen schenken, zal ik zelve zijn voldaan. Bitter
+ zou het mij grieven, kwaad van je te denken; maar wanneer
+ ik daartoe zal moeten worden genoodzaakt; wanneer ik moet
+ vernemen, dat je niet degene waart, voor wien wij je tot
+ nog toe hebben gehouden, dat je schijnbare genegenheid voor
+ ons allen onoprecht was, dat je gedrag jegens mij slechts
+ misleiding ten doel had;--laat dit dan zoo spoedig mogelijk
+ worden uitgesproken. Op het oogenblik verkeer ik in een
+ treurig geslingerden toestand; ik wensch je vrij te spreken;
+ maar zekerheid, hoe dan ook, zal rust zijn, vergeleken bij
+ wat ik thans lijd. Wanneer je gevoelens niet langer zijn
+ als voorheen, verwacht ik dat je mijn brieven terugzendt,
+ met de lok van mijn haar, die in je bezit is. M. D."
+
+
+Dat brieven als deze, zoo vol van genegenheid en vertrouwen, zóó
+hadden kunnen worden beantwoord, zou Elinor, om Willoughby te sparen,
+ongaarne hebben geloofd. Maar haar afkeuring van zijn gedrag verblindde
+haar niet voor het ongepaste in het feit van Marianne's schrijven zelf;
+en in stilte betreurde zij de onvoorzichtigheid, die gewaagd had, zich
+dergelijke ongevraagde uitingen van teederheid te laten ontvallen,
+geenszins gewaarborgd door het vroeger voorgevallene, en door de
+uitkomst op de meest verpletterende wijze gelogenstraft; toen Marianne,
+ziende dat zij de brieven had gelezen, opmerkte, dat er niets in stond,
+dan wat ieder ander in haar omstandigheden zou geschreven hebben.
+
+"Ik voelde mijzelve," voegde zij erbij, "even plechtig aan hem
+verbonden, alsof de wet onze verbintenis bezegeld had."
+
+"Dat geloof ik graag," zei Elinor, "maar hij dacht er ongelukkig zoo
+niet over."
+
+"Dat deed hij wèl, Elinor--weken achtereen heeft hij dat gevoeld. Ik
+weet het stellig. Wàt hem nu ook heeft doen veranderen (en dat
+kan niet anders zijn dan de vuigste verdachtmaking, tegen mij
+aangewend), eens was ik hem zoo dierbaar als mijn eigen hart slechts
+kon verlangen. Hoe vurig heeft hij mij gesmeekt om die haarlok,
+die hij thans zoo onverschillig kan teruggeven! Als je toen zijn
+blik en houding hadt gezien, zijn stem hadt kunnen hooren! Heb je
+dien laatsten avond van ons samenzijn vergeten, in Barton? En dien
+morgen van het afscheid! Toen hij mij zeide, dat het weken zou kunnen
+duren, eer we elkaar weerzagen--zijn verdriet--zal ik het ooit kunnen
+vergeten?" Een oogenblik kon zij niet voortgaan met spreken; doch
+toen hare ontroering was bedaard, voegde zij erbij, op vasteren toon:
+
+"Elinor, ik ben wreed behandeld; maar niet door Willoughby."
+
+"Maar lieve Marianne; door wien anders? Wie kan hem tegen je hebben
+opgezet?"
+
+"De geheele wereld, eerder dan zijn eigen hart. Ik zou eerder gelooven
+dat al mijn bekenden hadden samengespannen, om mij in zijn oogen te
+vernederen, dan zijn natuur in staat te achten tot een dusdanige
+wreedheid. Die vrouw, waarover hij schrijft, wie ze dan ook moge
+zijn,--of... ja, ieder, behalve jij, mijn beste zuster, mama en Edward,
+kan zoo hardvochtig wreed zijn geweest, mij te belasteren. Is er,
+behalve jelui drieën, een schepsel ter wereld, dat ik niet eerder
+van kwaad zou verdenken dan Willoughby, wiens hart ik zóó wel ken?"
+
+Elinor wilde niet met haar redetwisten, en antwoordde alleen: "Wie
+je dan ook zoo verfoeilijk vijandig gezind mochten zijn, beroof hen
+van hun kwaadaardige zegepraal, mijn lieve zuster, door te toonen,
+hoe fier de bewustheid van eigen onschuld en goede bedoelingen je het
+hoofd omhoog doet heffen. 't Is een gegronde en prijzenswaardige trots,
+die dergelijke kwaadwilligheid weet te weerstaan."
+
+"Neen, neen," riep Marianne, "verdriet als het kent geen trots. Ieder
+mag weten, dat ik ongelukkig ben. Laat de geheele wereld den triomf
+genieten, mij zoo te zien. Elinor, Elinor, zij die weinig lijden, mogen
+zoo trotsch en onafhankelijk zijn als ze willen--mogen beleedigingen
+weerstaan, vernederende kwelling vergelden,--ik kan het niet. Ik moet
+voelen--ik moet lijden--laat dan genieten van eigen zelfbewustzijn,
+wie het vermag."
+
+"Maar om moeder's, om mijnentwil..."
+
+"Zou ik meer doen, dan voor mijzelve. Toch, gelukkig te schijnen,
+wanneer ik mij zoo wanhopig voel... O, wie kan dat verlangen?"
+
+Weer zwegen beiden. Elinor bleef voortdurend, diep in gedachten,
+heen en weer wandelen van den haard naar het venster, van het venster
+naar den haard, zonder te bespeuren dat die haard warmte gaf, of dat
+zij voorwerpen kon onderscheiden buiten dat venster; en Marianne,
+op het voeteneind van het ledikant gezeten, met haar hoofd tegen
+een der stijlen geleund, nam weer Willoughby's brief op, herlas
+huiverend iederen zin, en riep uit: "Het is te veel! O Willoughby,
+Willoughby, kon je _dit_ schrijven? Het is wreed--wreed; niets kan je
+vrijspreken. Neen, Elinor, niets. Wat hij ook voor kwaad van mij mocht
+hebben gehoord, had hij niet moeten aarzelen, eer hij daaraan geloof
+sloeg? Had hij het mij niet moeten vertellen, mij in staat stellen
+mij zelve vrij te pleiten? "De haarlok" (las zij uit den brief) "die
+gij wel zoo goed hebt willen zijn, mij vrijwillig te schenken"--dat
+is onvergefelijk. Willoughby, waar was je hart, toen je die woorden
+schreef? O, de hardvochtigheid van die beleediging!--Elinor, is er
+eenige rechtvaardiging te vinden van zijn gedrag?"
+
+"Neen, Marianne; geen enkele."
+
+"En toch, deze vrouw,--wie weet hoe listig zij geweest is--hoe lang
+van te voren zij haar plannen had beraamd, en hoe behendig zij ze
+heeft weten uit te voeren! Wie is zij?--Wie kan ze zijn? Wie beschreef
+hij ooit onder de dames van zijn kennis als jong en aantrekkelijk? O
+niemand, niemand--tegen mij sprak hij over mijzelve alleen."
+
+Weer volgde een poos van stilte; Marianne was heftig
+bewogen;--eindelijk zei ze:
+
+"Elinor, ik moet naar huis. Ik moet mama gaan troosten. Kunnen we
+morgen niet gaan?"
+
+"Morgen, Marianne?"
+
+"Ja; waarom zou ik hier blijven? Ik kwam alleen om Willoughby;--en
+wie geeft hier nu om mij? Wie draagt mij een goed hart toe?"
+
+"Het zou onmogelijk zijn, morgen al te gaan. We zijn Mevrouw
+Jennings meer dan beleefdheid verschuldigd, en de eenvoudigste
+beleefdheidsregelen zouden zulk een overhaast vertrek verbieden."
+
+"Nu, dan een paar dagen nog; maar ik kan hier niet lang meer
+blijven; ik kan de vragen en opmerkingen van al die menschen niet
+verdragen. De Middletons en de Palmer's--hoe zal ik hun medelijden
+kunnen verduren? Medelijden van een vrouw als Lady Middleton!--O... wat
+zou _hij_ daarvan zeggen!"
+
+Elinor gaf haar den raad, weer te gaan liggen, en een oogenblik
+deed zij dat ook; maar zij kon in geen enkele houding rust vinden
+en in haar pijnigende gejaagdheid naar lichaam en geest bleef zij
+voortdurend in beweging, tot zij zoo zenuwachtig werd, dat haar zuster
+haar slechts met moeite in bed kon houden, en een oogenblik bang was,
+dat zij vreemde hulp zou moeten inroepen. Een paar lavendeltabletten,
+die Elinor haar eindelijk overreedde, in te nemen, kalmeerden haar
+een weinig, en daarna bleef zij, tot Mevrouw Jennings terugkwam,
+stil en zonder zich meer te bewegen, op het bed liggen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXX
+
+
+Mevrouw Jennings ging bij haar terugkomst dadelijk naar hun zitkamer,
+en zonder te wachten tot haar kloppen was beantwoord, opende zij de
+deur en stapte binnen met een blik vol oprechte meewarigheid.
+
+"Hoe staat het ermee, mijn kind?" zeide zij, met innig medelijden in
+haar stem tegen Marianne, die zonder een poging tot antwoorden haar
+gezicht afwendde. "Hoe is 't met haar, Elinor? Arm kind! ze ziet er
+erg slecht uit. Geen wonder. Ja, 't is maar al te waar. Hij gaat al
+heel gauw trouwen--ellendige kerel! Bij mij heeft hij 't voor goed
+verbruid. Mevrouw Taylor vertelde 't mij, een half uur geleden, en
+zij had het van een intieme vriendin van Juffrouw Grey zelf, anders
+had ik 't stellig niet geloofd, en ik had een gevoel of ik door den
+grond ging. Nu, zei ik, ik kan alleen maar zeggen, als 't waar is,
+dat hij een jonge dame die ik ken, allerschandelijkst heeft behandeld,
+en ik hoop van harte, dat hij met die vrouw géén leven zal hebben. Dat
+zal ik altijd zeggen, lieve kind, daar kun je op aan. Ik heb er geen
+begrip van, dat mannen zóó kunnen te werk gaan, en als ik hem ooit
+weer zie, dan krijgt hij van mij een schrobbeering die hem heugen
+zal. Maar er blijft een troost, mijn lieve Marianne, hij is niet de
+eenige jonge man in de wereld, die de moeite waard is, en met je
+mooie gezichtje zal 't jou aan bewonderaars nooit ontbreken. Och,
+dat arme kind, ik zal haar maar niet langer lastig vallen; beter
+dat ze maar eens flink uitschreit, eens voor al. Van avond komen de
+Parry's en de Sanderson's gelukkig, dat zal haar een beetje afleiden."
+
+Daarop ging zij op de teenen de kamer uit, alsof zij bang was, dat
+harde geluiden het verdriet van haar logéetje konden verergeren.
+
+Marianne besloot, tot haar zuster's verwondering, wel mee aan tafel te
+gaan. Elinor ried het haar eerder af. Maar neen, "ze zou naar beneden
+gaan; ze kon het best verdragen, en dan werd er minder drukte om
+haar gemaakt." Elinor, blijde dat zij zich een oogenblik door zulk
+een beweegreden liet leiden, al geloofde zij niet dat zij tot het
+einde toe aan tafel zou kunnen blijven, zei maar niets meer, hielp
+haar kleeding zoo goed zij kon in orde brengen, terwijl Marianne te
+bed lag, en stond gereed om haar naar de eetkamer te brengen, zoodra
+zij aan tafel werden geroepen.
+
+Toen zij eenmaal beneden was, zag zij er wel heel slecht uit; maar at
+meer en was kalmer dan haar zuster verwacht had. Als zij een poging
+had gedaan te spreken, of als zij al Mevrouw Jennings' goedbedoelde,
+maar weinig tactvolle attenties had opgemerkt, dan zou die kalmte niet
+hebben kunnen bewaard blijven; doch geen woord kwam over haar lippen,
+en zij was zoo in gedachten verdiept, dat zij niets bespeurde van al
+wat om haar heen voorviel.
+
+Elinor, die Mevrouw Jennings' vriendelijkheid waardeerde, al waren
+de uitingen er van dikwijls hinderlijk en soms haast belachelijk,
+bewees haar den dank, en beantwoordde de beleefdheid, die haar zuster
+zelve niet bewijzen of beantwoorden kon. Hun goede vriendin zag dat
+Marianne ongelukkig was, en had een gevoel, dat al wat haar minder
+ongelukkig kon maken, haar nu rechtens toekwam. Zij behandelde haar
+dus met al de toegevende verteedering, die ouders jegens een geliefd
+kind aan den dag leggen op een laatsten vacantiedag. Marianne moest op
+het warmste plaatsje bij den haard zitten; haar eetlust moest worden
+opgewekt door de fijnste lekkernijen die maar konden worden opgedischt,
+en alle nieuwtjes van den dag moesten ter harer afleiding dienen. Als
+Elinor in haar zuster's droevig gezicht niet een beletsel voor alle
+vroolijkheid had gezien, zou zij zich een weinig hebben vermaakt
+over Mevrouw Jennings' pogingen om teleurstelling in de liefde te
+verzachten door een keur van zoetigheden en olijven, en een helder
+brandend vuur. Zoodra echter door dat herhaalde aandringen het besef
+van dit alles tot Marianne doordrong, kon zij niet langer blijven. Met
+een heftigen uitroep van smart, en haar zuster een wenk gevend,
+haar niet te volgen, stond zij haastig op, en snelde de kamer uit.
+
+"Arm schepsel!" riep Mevrouw Jennings, toen zij was heengegaan, "wat
+doet het mij verdriet haar zoo te zien! Kijk toch eens, nu heeft ze
+niet eens haar wijn opgedronken! En de geconfijte kersen ook laten
+liggen! Och Heere, er is niets aan haar besteed. Als ik maar wist,
+waar ze veel van hield, ik zou er de halve stad voor laten afloopen.
+
+Daar kan ik nu met geen mogelijkheid inkomen, dat een man een aardig
+meisje zóó behandelen kan! Maar als er aan den eenen kant een hoop
+geld zit, en zoo goed als niets aan den anderen, och lieve deugd,
+dan geven ze om die dingen niet meer..."
+
+"Is die dame,--die Juffrouw--Grey noemde u haar, meen ik,--dan
+zoo rijk?"
+
+"Vijftig duizend pond, kind. Heb je haar wel eens gezien? Een knap
+meisje, elegant, zeggen ze; maar niet mooi. Haar tante herinner ik mij
+best, Biddy Henshawe; die is met een schatrijken man getrouwd. Maar
+de heele familie zit er warmpjes in. Vijftig duizend pond, en naar
+ik hoor komt het hem uitmuntend te pas; want ze zeggen, dat hij
+er leelijk vóór staat. Geen wonder, met dat rennen en rossen en die
+jachtpaarden! Och ja, praten helpt niet veel; maar als een jongmensch,
+'t doet er niet toe wie, een aardig meisje 't hof maakt, en belooft
+haar te trouwen, dan gaat het niet aan, zijn woord te breken, omdat
+hij arm wordt, en er een rijkere juffer een oogje op hem heeft. Waarom
+verkoopt hij niet, als 't zoover komt, zijn paarden, verhuurt zijn
+huis, schaft zijn bedienden af, en begint van meet af aan, op een
+andere manier? Ik wed, dat Marianne graag had willen wachten, tot de
+zaak er beter voor stond. Maar dat is tegenwoordig geen mode meer; de
+jongelui van onze dagen geven nooit iets op, waarin ze plezier hebben.
+
+"Weet u ook iets meer van die Juffrouw Grey? Moet zij een lief
+meisje zijn?"
+
+"Ik heb nooit kwaad van haar hooren zeggen; eigenlijk heb ik haast
+nooit over haar hooren spreken, behalve dat Mevrouw Taylor van morgen
+zei, dat Juffrouw Walker eens had laten doorschemeren, dat ze dacht,
+dat Mijnheer en Mevrouw Ellison het niet kwaad zouden vinden, als
+Juffrouw Grey maar trouwde; want zij en Mevrouw Ellison konden niet
+met elkaar overweg."
+
+"En wie zijn de Ellisons?"
+
+"Hij is haar voogd, kindje. Maar ze is nu meerderjarig, en mag zelf
+kiezen, en 't is een mooie keuze, die ze heeft gedaan!--Kijk nu eens
+aan," (na een oogenblik zwijgens) "daar is nu je arme zuster naar
+haar kamer gegaan, om in haar eentje te zitten jammeren. Zou er niets
+te bedenken zijn, waarmee we haar pleizier kunnen doen? Arm kind, 't
+lijkt zoo onhartelijk, haar alleen te laten. Nu, straks komen er een
+paar kennissen; dat leidt toch een beetje af. Wat zullen we spelen? Ze
+heeft een hekel aan whist; maar is er geen gezelschapsspelletje,
+waar ze graag aan meedoet?"
+
+"Lieve mevrouw, het is werkelijk niet noodig, dat u zich zooveel
+moeite geeft. Ik denk niet, dat Marianne vanavond weer beneden zal
+komen. Als ik kan, zal ik haar bepraten om vroeg naar bed te gaan;
+want zij heeft stellig rust noodig."
+
+"Ja, dat geloof ik ook; dat zal 't beste voor haar zijn. Laat ze maar
+zeggen wat ze nog wil gebruiken, en dan naar bed gaan. Och heere, geen
+wonder, dat ze er de laatste weken zoo slecht en zoo treurig uitzag,
+want al dien tijd zal haar dit wel boven 't hoofd hebben gehangen. En
+nu heeft die brief vandaag er een eind aan gemaakt. Arm kind! Als ik
+'t maar geweten had; ik zou er haar voor geen geld van de wereld mee
+geplaagd hebben. Maar hoe kon ik het raden, zeg nu eens zelf. Ik dacht
+dat het maar een gewoon minnebriefje was, en jongemeisjes laten zich
+daar graag een beetje mee plagen. Och, och, wat zal 't Sir John en
+mijn dochters spijten, als ze 't hooren! Als ik niet zoo in de war
+geweest was, had ik best even op weg naar huis in Conduit Street
+kunnen aangaan en 't hun vertellen. Maar ik spreek hen morgen wel."
+
+"Het zal wel niet noodig zijn, denk ik, dat u Mevrouw Palmer en Sir
+John waarschuwt, nooit den naam van den Heer Willoughby te noemen, of
+te zinspelen op het gebeurde, in tegenwoordigheid van mijn zuster. Hun
+eigen goed hart zal hen wel doen inzien, hoe waarlijk wreed het zou
+zijn, ten aanhoore van Marianne te laten blijken, dat zij er iets van
+weten, en hoe minder er ooit over wordt gesproken tegen mijzelve,
+des te liever zal het ook mij zijn, zooals u, lieve mevrouw, licht
+zult begrijpen."
+
+"O lieve deugd, ja, dat begrijp ik best. Het moet verschrikkelijk voor
+je zijn het gepraat erover aan te hooren, en wat je zuster betreft,
+ik zou voor geen geld van de wereld tegen haar een woord erover
+zeggen. Je hebt het wel gemerkt; van middag aan tafel deed ik het
+ook niet. En dat zouden Sir John en mijn dochters evenmin; want ze
+zijn allen heel oplettend en kiesch,--vooral wanneer ik hen nog eens
+waarschuw, zooals ik stellig zal doen. Ik vind altijd, hoe minder er
+over zulke dingen wordt gepraat, hoe beter, en des te gauwer is 't
+weer voorbij en vergeten. En heb je ooit gezien, dat praten ook maar
+'t geringste goed deed?"
+
+"In dit geval kan het alleen maar kwaad doen;--meer nog misschien
+dan in vele dergelijke; want hiermede gingen omstandigheden gepaard,
+die het voor alle betrokken partijen hoogst ongewenscht doen zijn,
+dat de zaak zoo in 't publiek zou worden besproken. In zóóver moet ik
+den Heer Willoughby recht laten weervaren;--hij heeft geen bepaalde
+verloving verbroken met mijn zuster."
+
+"Máár, lieve kind! Probeer maar niet, hem te verdedigen. Geen bepaalde
+verloving! nu vraag ik je, nadat hij haar Allenham House van binnen
+en van buiten heeft laten zien, en de kamers al had uitgekozen,
+waarin ze later zouden wonen!"
+
+Elinor kon, ter wille van haar zuster, niet verder op het onderwerp
+doorgaan, en zij hoopte, dat dit niet van haar mocht geëischt
+worden, om Willoughby te sparen; want door een openbaring van de
+volle waarheid had Marianne veel te verliezen, terwijl hij er slechts
+weinig bij winnen kon. Nadat beiden een poosje hadden gezwegen, begon
+Mevrouw Jennings opnieuw, met al de opgewektheid, die haar van nature
+eigen was:
+
+"Nu, lieve kind, 't is een waar woord, van die slechte wind, want
+voor Kolonel Brandon is het zooveel te beter. Hij krijgt haar per
+slot toch nog; ja ja, dat zul je zien. Let maar eens op, of ze niet
+getrouwd zijn eer 't weer zomer is. Och och, wat zal hij blij zijn met
+dit nieuwtje. Ik hoop, dat hij komt van avond. 't Zal voor je zuster
+in elk opzicht een betere partij zijn. Tweeduizend pond in 't jaar,
+zonder schulden of eenig bezwaar;--behalve dan dat dochtertje,--ja,
+dat vergat ik; maar dat kan ergens in de leer worden gedaan tegen een
+geringe vergoeding,--en wat doet dàt er nu toe? Delaford is een mooi
+landgoed, dat kan ik je verzekeren; zoo'n ouderwetsche genoegelijke
+buitenplaats, met allerlei gerief en gezelligheden; heel en al
+afgesloten door hooge tuinmuren, die begroeid zijn met allerheerlijkste
+vruchten, en in een hoek een pracht van een moerbeienboom! Och, och,
+wat hebben Charlotte en ik ons genoegen gegeten, dien eenen keer, dat
+we er waren! Dan is er een duiventil, een paar aardige vischvijvers,
+een mooie waterpartij, alles wat men maar kan wenschen; en daarbij
+ligt het heel dicht bij de kerk, en maar een minuut of vijf van den
+grooten weg; dus je behoeft je nooit te vervelen, want als je gaat
+zitten in een hoog-gelegen taxis-prieel achter 't huis, dan kun je al
+de rijtuigen zien, die voorbijkomen. O, 't is een heerlijk huis! De
+slager vlak bij, in het dorp, en de pastorie om zoo te zeggen, naast
+de deur. Naar _mijn_ zin, duizend maal mooier dan Barton Park, waar
+ze hun vleesch drie mijlen ver uit de buurt moeten laten halen, en
+geen buren hebben, dichterbij dan je moeder. Nu, ik zal den Kolonel
+eens opvroolijken, zoo gauw als ik kan. De een zijn dood is den
+ander zijn brood; dat is nu niet anders. Als 't ons nu maar lukt,
+om haar Willoughby uit het hoofd te zetten!"
+
+"Ja, als ons _dat_ gelukt, mevrouw," zei Elinor, "dan zullen we er
+wel komen, mèt of zonder Kolonel Brandon." Meteen stond zij op en ging
+heen, om Marianne op te zoeken, die zij, zooals ze verwachtte, in hun
+eigen kamer, zwijgend en bedroefd, bij de smeulende overblijfselen
+vond zitten van een klein vuurtje, het eenige dat licht gaf in de
+kamer, tot Elinor binnenkwam.
+
+"Laat mij liever alleen," was al wat deze van Marianne kreeg te hooren.
+
+"Ik zal je alleen laten," zei Elinor, "als je naar bed wilt gaan."
+
+Eerst weigerde zij; door haar ongedurige smart tot onredelijk verzet
+gedreven. Doch haar zuster's ernstige, hoewel zachte overreding deed
+haar weldra gewillig toegeven; Elinor zag haar het pijnlijke hoofd
+op het kussen leggen, en bleef wachten tot Marianne, naar zij hoopte,
+op den goeden weg was om een weinig rust te genieten.
+
+In den salon, waarheen zij zich daarna had begeven, kwam Mevrouw
+Jennings weldra bij haar, met een vol wijnglas in de hand.
+
+"Lieve kind," zei ze, "ik bedacht daar juist, dat ik een paar
+flesschen van den besten ouden Malaga-wijn in huis heb, dien je ooit
+hebt geproefd,--en nu breng ik je een glas voor je zuster. Zooveel
+als mijn arme man daarvan hield. Als hij weer eens geplaagd werd door
+een van zijn aanvallen van jicht-koliek, dan zei hij, dat niets ter
+wereld hem zoo kon opknappen. Toe, breng dat nu eens aan Marianne."
+
+"Lieve mevrouw," zei Elinor, glimlachend over het verschil van
+de kwalen, waarvoor de medicijn werd aanbevolen: "Wat is u toch
+vriendelijk! Maar Marianne is juist naar bed gegaan, en nu, hoop ik,
+bijna in slaap; en daar ik geloof, dat niets haar zooveel goed kan doen
+als rust, wil ik, als u 't goedvindt, den wijn zelf wel opdrinken."
+
+Hoewel het Mevrouw Jennings speet, dat zij er niet vijf minuten eerder
+mee was gekomen, had zij vrede met deze schikking, en terwijl Elinor
+haar glas uitdronk, dacht zij, ofschoon de goede uitwerking van het
+vocht in een geval van jichtkoliek voor haar op het oogenblik van
+minder belang was, dat zijn genezend vermogen bij teleurgestelde
+liefde met evenveel recht mocht beproefd worden door haar als door
+hare zuster.
+
+Kolonel Brandon kwam binnen terwijl zij aan de thee zaten, en uit
+de wijze waarop hij in de kamer rondzag naar Marianne, leidde Elinor
+aanstonds af, dat hij haar noch verwachtte, noch wenschte daar te zien,
+en dat hij reeds op de hoogte was van de oorzaak harer afwezigheid.
+
+Dezelfde gedachte scheen Mevrouw Jennings niet te zijn ingevallen;
+want kort na zijn komst liep zij naar de theetafel, waarbij Elinor
+gezeten was, en fluisterde: "De Kolonel kijkt even ernstig als altoos;
+zie je wel? Hij weet nog niets; vertel jij het hem maar, lieve."
+
+Een poosje later nam hij een stoel vlak bij haar, en vroeg, met een
+uitdrukking, die haar de stellige zekerheid schonk, dat hij alles wist,
+naar hare zuster.
+
+"Marianne is niet wel," zeide zij. "Zij was den geheelen dag reeds
+ongesteld, en we hebben haar overgehaald, naar bed te gaan."
+
+"Misschien," antwoordde hij aarzelend, "is het dus waar, wat ik
+van morgen hoorde,--misschien is er meer waarheid in, dan ik eerst
+mogelijk had geacht."
+
+"Wat hebt u gehoord?"
+
+"Dat iemand, van wien ik reden had, te denken,--of liever, dat een man,
+die ik _wist_ dat verloofd was,--maar hoe moet ik het u vertellen? Als
+u het reeds weet, zooals u natuurlijk doet, dan wilt u mij dat wel
+besparen."
+
+"U bedoelt," antwoordde Elinor met gedwongen kalmte, "het huwelijk van
+den Heer Willoughby met Mejuffrouw Grey. Ja, wij weten nu alles. Dit
+schijnt een dag te zijn geweest van algemeene opheldering; want van
+morgen pas hebben wij er voor het eerst van gehoord. De Heer Willoughby
+is moeilijk te doorzien! Waar hebt u het vernomen?"
+
+"In een boekwinkel in Pall Mall, waar ik iets had te doen. Twee dames
+wachtten er op hun rijtuig, en de eene deed aan de andere een verslag
+van het voorgenomen huwelijk, waarbij zij zich zoo weinig moeite
+gaf, haar stem te dempen, dat ik alles wel moest verstaan. De naam
+Willoughby, John Willoughby, herhaaldelijk genoemd, trok het eerst
+mijn aandacht, en daarop volgde de stellige verzekering, dat zijn
+huwelijk met Mejuffrouw Grey dan nu eindelijk vaststond,--het behoefde
+niet langer te worden geheimgehouden--het zou zelfs binnen een paar
+weken worden voltrokken, en er werden nog vele bijzonderheden aan
+toegevoegd omtrent de voorbereiding en zoo meer. Een ding herinner
+ik mij in 't bijzonder, omdat het mij nog duidelijker deed blijken,
+wie de bedoelde persoon was;--na de huwelijksvoltrekking zouden zij
+naar Combe Magna gaan, zijn landgoed in Somersetshire. U kunt u mijn
+verbazing voorstellen! Maar 't zou onmogelijk zijn, te beschrijven
+wat ik gevoelde. De spraakzame dame, hoorde ik bij navraag, want ik
+bleef in den winkel, tot zij waren vertrokken, was een zekere Mevrouw
+Ellison, en dat is de naam, zooals ik later vernam, van Juffrouw
+Grey's voogd."
+
+"Dat is waar. Maar hebt u ook gehoord, dat Juffrouw Grey vijftigduizend
+pond bezit? Zoo ergens, dan kunnen we dáárin de verklaring vinden."
+
+"Dat kan wel zijn; maar Willoughby is in staat... ten minste ik
+denk..." hij zweeg een oogenblik, en voegde er toen bij met een
+stem, die van zich zelve niet zeker scheen: "En uw zuster... hoe
+vatte zij..."
+
+"Zij heeft het zich ontzaglijk aangetrokken. Ik kan alleen maar hopen,
+dat haar hevige smart naar verhouding kort zal duren. Het wàs, en
+het _is_ een zware beproeving. Tot gisteren nog, geloof ik, heeft zij
+nooit aan zijn genegenheid getwijfeld, en zelfs nù, misschien... maar
+ik voor mij ben bijna overtuigd, dat hij haar nooit werkelijk heeft
+liefgehad. Hij is zeer onoprecht geweest! en in sommige opzichten
+schijnt het, dat hij van nature hardvochtig is."
+
+"Ja waarlijk," zeide Kolonel Brandon; "dat is hij! Maar uw zuster
+denkt--ik meen dat u zeide--zij ziet de zaak anders in dan u?"
+
+"U kent haar geaardheid, en u kunt wel begrijpen, hoe bereid zij is,
+hem nog in 't gelijk te stellen, als zij dat kon."
+
+Hij gaf geen antwoord, en toen kort daarop het theeservies werd
+weggenomen en de speeltafeltjes werden klaargezet, moesten zij het
+onderwerp natuurlijk laten varen. Mevrouw Jennings, die met genoegen
+naar hen had zitten kijken, terwijl zij aan het praten waren, en die
+verwacht had, de uitwerking van Elinor's mededeeling, onmiddellijk
+bij Kolonel Brandon te zullen waarnemen in een onstuimige blijdschap,
+zooals die gepast zou hebben bij een man in den bloei der jeugd vol
+hoop, en vol geluk, zag hem tot haar verbazing den geheelen avond
+diep ernstig blijven, en nog meer nadenkend dan gewoonlijk.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXXI
+
+
+Na een nacht, waarin zij meer had geslapen, dan zij verwachtte, werd
+Marianne den volgenden morgen wakker met het zelfde bewustzijn van
+bitter leed, waarmede zij de oogen had gesloten.
+
+Elinor spoorde haar zooveel mogelijk aan tot uiting van 't geen zij
+gevoelde; en vóór het ontbijt reeds hadden zij alles weer lang en
+breed besproken; met dezelfde stellige overtuiging en welgemeende
+raadgevingen van Elinor's kant, en dezelfde heftige gevoelens en
+wisselende meeningen van Marianne's zijde als te voren. Nu eens
+beschouwde zij Willoughby als even ongelukkig en even schuldeloos als
+zichzelve, en dan weer ontviel haar elke troost door de onmogelijkheid
+hem van schuld vrij te pleiten. Het eene oogenblik was het haar
+totaal onverschillig of de geheele wereld wist van haar verdriet;
+in het andere wilde zij zich voor goed uit die wereld terugtrekken;
+en een minuut later meende zij haar krachtig weerstand te kunnen
+bieden. In één opzicht bleef zij, als het erop aankwam, zichzelve
+gelijk, in het vermijden namelijk, als het eenigszins mogelijk was,
+van Mevrouw Jennings' gezelschap, en in een volhardend stilzwijgen,
+zoolang zij verplicht was dat te verdragen. Haar hart weigerde
+eenvoudig verstokt, te gelooven, dat Mevrouw Jennings zich met iets
+als medelijden kon indenken in haar verdriet.
+
+"Neen, neen, neen; dat kàn niet," riep zij uit; "zij kàn niet
+voelen. Haar vriendelijkheid is niet sympathie; haar goedhartigheid
+is niet teederheid. Al wat zij begeert is een onderwerp voor praatjes,
+en ze houdt nu alleen maar van mij, omdat ik haar dat verschaf."
+
+Ook zonder deze uitingen was Elinor reeds genoegzaam overtuigd van
+de onbillijkheid in haar oordeel over anderen, waartoe haar zuster
+dikwijls werd verleid door de prikkelbare verfijning van haar eigen
+geest, en het overdreven gewicht dat zij hechtte aan de kiesche
+vooroordeelen van een sterk ontwikkeld gevoelsleven en de bekoring van
+uiterlijke wellevendheid. Zooals het meerendeel der menschen, indien
+althans het meerendeel zoowel goed als begaafd is, was Marianne,
+met uitmuntende vermogens en een uitmuntenden gemoedsaard, noch
+redelijk, noch volkomen eerlijk te noemen. Zij verwachtte dat anderen
+de zelfde meeningen en gevoelens als zij zelve zouden koesteren, en
+zij beoordeelde hunne beweegredenen naar de onmiddellijke uitwerking
+hunner handelingen op haarzelve. Zoo viel er thans, terwijl de zusters
+na het ontbijt samen op hun kamer waren, weer iets voor, dat Marianne
+een nog geringeren dunk deed opvatten van Mevrouw Jennings' goede hart,
+omdat het, door haar eigen zwakheid, toevallig een bron van nieuw
+leed voor haarzelve bleek, hoewel Mevrouw Jennings in dezen slechts
+werd bewogen door een opwelling van de hartelijkste welgezindheid.
+
+Met een brief in haar uitgestrekte hand, en vroolijk glimlachend,
+in de overtuiging dat zij troost kwam brengen, trad zij hun kamer
+binnen, met de woorden: "Nu, kindje, nu breng ik je toch iets, dat
+je stellig goed zal doen."
+
+Marianne had reeds genoeg gehoord. In een oogwenk schilderde haar
+verbeelding haar een brief van Willoughby, vol teederheid en berouw,
+al het gebeurde verklarend, bevredigend, overtuigend; onmiddellijk
+gevolgd door Willoughby zelf, die de kamer haastig kwam binnensnellen,
+om aan hare voeten door zijn welsprekende blikken te bevestigen wat
+zijn brief haar verzekerde. Dat werk van één oogenblik werd door
+het volgende vernietigd. Het handschrift van haar moeder, tot nog toe
+nimmer onwelkom, lag vóór haar, en in de scherpte dezer teleurstelling,
+volgend op eene verrukking, die méér was dan hoop, had zij een gevoel,
+alsof zij tot op dit oogenblik nog niet geleden had.
+
+De wreedheid van Mevrouw Jennings zou door geen woorden, waarover
+zij beschikte in haar meest welsprekende oogenblikken, kunnen zijn
+uitgedrukt, en thans kon zij haar enkel beschuldigen door de tranen,
+die haar met hartstochtelijke heftigheid uit de oogen stroomden--een
+beschuldiging, die echter het voorwerp ervan zóó volkomen ontging,
+dat zij, na veel betuigingen van medelijden, heenging, nog steeds
+verwijzend naar den brief, die ongetwijfeld troost zou schenken. Doch
+de brief bracht weinig troost, toen zij voldoende bedaard was, om dien
+te kunnen lezen. Iedere bladzijde was vol van Willoughby. Haar moeder,
+nog steeds in de meening, dat zij verloofd was, en even vast als
+altijd bouwend op zijn trouw, was door Elinor's vraag slechts bewogen,
+Marianne te smeeken om grootere openhartigheid jegens hen beiden,
+en zij deed dit met zooveel teederheid jegens haar, zoo oprechte
+genegenheid voor Willoughby, en een zoo stellige verzekerdheid
+van hun toekomstig geluk in en door elkander, dat Marianne onder
+het lezen het uitsnikte van duldelooze pijn. Al haar ongeduldig
+verlangen om weer thuis te zijn keerde thans terug; haar moeder was
+haar dierbaarder dan ooit,--dierbaarder juist door dat overdreven,
+schoon misplaatst vertrouwen in Willoughby, en zij drong onstuimig aan
+op hun vertrek. Elinor, zelf niet in staat te beslissen, of het beter
+voor Marianne zou zijn, te Londen te blijven of naar Barton te gaan,
+kon geen anderen raad geven, dan geduld te oefenen tot zij wisten,
+wat hun moeder wenschte, en ten slotte verkreeg zij haar zuster's
+toestemming, te wachten, tot die wensch hun bekend zou zijn.
+
+Mevrouw Jennings liet hen vroeger dan gewoonlijk alleen; want zij had
+geen rust eer de Middletons en de Palmers in haar verdriet zouden
+kunnen deelen; zij weigerde beslist, toen Elinor aanbood haar te
+vergezellen, en ging dien morgen alleen uit. Elinor ging met een
+bezwaard gemoed, wetend dat haar mededeeling verdriet zou veroorzaken,
+en uit Marianne's brief wel bespeurend, hoe weinig zij erin geslaagd
+was, op dit verdriet eenigermate voor te bereiden, aan haar moeder
+zitten schrijven, wat er gebeurd was, en haar vragen, wat hun verder
+te doen stond; terwijl Marianne, die na Mevrouw Jennings' vertrek
+in den salon was gekomen, bij de tafel ging zitten, waaraan Elinor
+schreef, ziende naar het voortbewegen van haar pen, haar beklagend
+om de moeilijkheid van zulk een taak, en nog inniger bedroefd om den
+indruk, dien het schrijven moest wekken bij hare moeder.
+
+Zoo hadden zij ongeveer een kwartier samen gezeten, toen Marianne,
+wier zenuwen geen onverwacht geluid konden verdragen, opschrikte door
+een kloppen aan de voordeur.
+
+"Wie kan daar zijn?" riep Elinor, "Zoo vroeg al! Ik dacht, dat we _nu_
+toch veilig waren."
+
+Marianne ging naar het venster.
+
+"'t Is Kolonel Brandon!" zei ze geërgerd. "Voor hèm zijn we nooit
+veilig."
+
+"Hij zal niet boven komen, nu Mevrouw Jennings uit is."
+
+"Dáár reken ik niet op," zei Marianne, naar haar eigen kamer
+gaande. "Een man die met zijn eigen tijd geen raad weet, ziet er geen
+bezwaar in, beslag te leggen op dien van een ander."
+
+Het bleek dat haar gissing juist was geweest, hoewel gegrond op een
+onbillijke en onware voorstelling; want Kolonel Brandon kwàm binnen;
+en Elinor die overtuigd was, dat bezorgdheid over Marianne hem hierheen
+voerde, en die bezorgdheid zag in zijn onrustigen en treurigen blik,
+en hoorde in zijn angstige, doch korte vraag naar haar, kon het haar
+zuster niet vergeven, dat zij hem zoo gering schatte.
+
+"Ik ontmoette Mevrouw Jennings in Bond Street," zeide hij na de eerste
+begroeting, "en zij spoorde mij aan, hierheen te gaan. Ik liet mij
+te eerder daartoe aansporen, omdat ik het waarschijnlijk achtte,
+dat ik u hier alleen zou vinden, wat ik ten zeerste verlangde. Mijn
+bedoeling,--mijn wensch--mijn eenige wensch, naar ik hoop en geloof,
+is deze,--mede te werken om troost te schenken,--neen, ik moet niet
+zeggen troost,--althans geen onmiddellijke troost,--maar overtuiging,
+een vaste overtuiging, en zekerheid voor uw zuster's gemoed. Mijn
+genegenheid voor haar, voor uzelve, voor uwe moeder,--wilt u mij
+toestaan deze te bewijzen, door u het een en ander mede te deelen,
+dat door niets dan een zéér oprechte genegenheid,--niets dan een
+innigen wensch om mij nuttig te maken... ik geloof, dat ik in mijn
+recht ben;--doch is er niet eenige reden, te vreezen dat ik ongelijk
+heb; daar ik vele uren heb moeten doorbrengen met pogingen om mijzelf
+te rechtvaardigen?..." Hij zweeg.
+
+"Ik begrijp u wel," zeide Elinor, "U hebt mij iets te vertellen
+omtrent den Heer Willoughby, dat een helderder licht zal werpen op
+diens karakter. U zult daardoor Marianne den grootsten vriendendienst
+bewijzen. _Mijne_ dankbaarheid wint u onmiddellijk door elke
+mededeeling van dien aard; de hare zult u mettertijd daardoor
+verwerven. Ik vraag u dringend, ik bid u, zeg mij wat het is."
+
+"Dat zal ik, en om kort te zijn, toen ik Barton in October
+verliet... maar zóó zult u het niet begrijpen. Ik moet verder
+teruggaan. U zult mij een zeer onhandig spreker vinden, juffrouw
+Dashwood; ik weet haast niet, waar te beginnen. Ik geloof, dat het
+noodig zal zijn, in 't kort een en ander van mijzelf te vertellen,
+en dàt verslag zàl kort zijn. Dàt onderwerp," voegde hij erbij met
+een zwaren zucht "lokt niet uit tot bijzondere uitvoerigheid."
+
+Hij wachtte een oogenblik, om zijn gedachten te verzamelen, en ging
+toen, nogmaals zuchtend, voort: "Waarschijnlijk herinnert u zich in
+het geheel niet meer een gesprek (het is moeilijk te veronderstellen,
+dat het eenigen indruk op u zou maken)--een gesprek tusschen ons
+op zekeren avond te Barton Park--het was bij gelegenheid van een
+danspartij,--waarin ik zinspeelde op een dame, die ik vroeger had
+gekend, en die in menig opzicht op uwe zuster Marianne geleek."
+
+"Welzeker," antwoordde Elinor, "ik herinner het mij zéér goed." Het
+scheen hem genoegen te doen, dit te hooren, en hij ging voort.
+
+"Als ik mij niet laat misleiden door de onzekerheid, de partijdigheid
+eener teedere herinnering, dan bestaat tusschen hen beiden een
+sterke gelijkenis, zoowel innerlijk als uiterlijk,--dezelfde warmte
+van hart, dezelfde vurigheid van verbeelding en geest. Deze dame
+was eene mijner naaste bloedverwanten, reeds jong wees geworden,
+en onder de voogdijschap van mijn vader geplaatst. Wij waren bijna
+even oud, en van jongsaf speelgenooten en vrienden. Ik kan mij den
+tijd niet herinneren, waarin ik Eliza niet liefhad; en toen wij
+ouder werden, was mijn genegenheid voor haar zoo innig, dat u, die
+mij beoordeelt naar mijn tegenwoordigen triesten en vreugdeloozen
+ernst, mij wellicht niet tot zulk een sterk gevoel in staat zoudt
+kunnen achten. Haar liefde voor mij was, geloof ik, vurig als die
+van uwe zuster voor den Heer Willoughby, en niet minder ongelukkig,
+al was het door eene andere oorzaak. Toen zij zeventien jaren was,
+moest ik haar voor altijd verliezen. Zij trouwde--werd tegen haar zin
+uitgehuwelijkt aan mijn broeder. Haar fortuin was aanzienlijk en ons
+familiegoed stak diep in schulden. Dat is alles, vrees ik, wat gezegd
+kan worden ter vergoelijking van het gedrag van hem, die haar oom
+en voogd was. Mijn broeder verdiende haar niet; hij had haar zelfs
+niet lief. Ik had gehoopt, dat haar genegenheid voor mij haar onder
+alle moeilijkheden zou staande houden, en een tijdlang was dit ook
+zoo;--doch op den duur kon haar standvastigheid geen weerstand bieden
+aan de smart die zij moest verduren; want zij werd zeer hard behandeld,
+en hoewel zij mij had beloofd, dat niets... maar hoe ongeregeld is
+mijn verhaal! Ik heb u nog niet verteld, hoe het zoover kwam. Slechts
+enkele uren voor wij te zamen wilden vluchten naar Schotland, werden
+wij verraden door het bedrog of de domheid van de kamenier mijner
+nicht. Ik werd verbannen naar het huis van een zeer veraf wonenden
+bloedverwant en haar werd alle vrijheid, alle omgang, elk vermaak
+ontzegd, tot mijn vader zijn zin had gekregen. Ik had te veel op haar
+kracht vertrouwd, en de slag trof mij zwaar;--doch als haar huwelijk
+gelukkig was geweest, dan had ik mij, zoo jong als ik toen was, er
+na eenige maanden mede moeten verzoenen; of ik had het althans nu
+niet behoeven te betreuren. Maar dat was niet het geval. Mijn broeder
+had haar niet lief; hij jaagde ongeoorloofde genoegens na, en van den
+beginne af heeft hij haar hard behandeld. Maar al te natuurlijk waren
+de gevolgen van die behandeling, in hun uitwerking op een geest, zoo
+jong, zoo levendig, zoo onervaren als die van Mevrouw Brandon. In het
+begin droeg zij gelaten haar ellende, en het zou gelukkig zijn geweest,
+zoo zij gestorven ware, eer zij de droefheid verwon, die de herinnering
+aan mij in haar placht te wekken. Maar is het vreemd, dat zij ten val
+werd gebracht, met een echtgenoot, die haar uitlokte tot ontrouw, en
+zonder één vriend, die haar raden of weerhouden kon? (want mijn vader
+stierf een paar maanden na hun huwelijk, en ik was met mijn regiment
+in Indië). Was ik in Engeland gebleven, misschien... doch ik meende
+beider geluk te bevorderen door haar voor lange jaren te verlaten,
+en met dat doel had ik om overplaatsing verzocht. De schok, dien
+ik ondervond bij het vernemen van haar huwelijk," ging hij voort,
+met een stem, die zijn heftige ontroering verried, "was gering,
+was niets,--vergeleken bij wat ik voelde, toen ik twee jaren later
+hoorde, dat zij gescheiden was. Dàt was het, dat mij zoo somber deed
+worden--zelfs nu is de herinnering aan wat ik geleden heb..." Hij kon
+niet voortgaan, stond haastig op, diep aangedaan door zijn verhaal,
+en nog meer door zijn smartelijke ontroering, kon niet spreken. Hij
+zag, hoe bewogen zij was, vatte hare hand, drukte die en kuste ze
+met dankbaren eerbied. Na nog een paar minuten, waarin hij zich in
+stilte vermande, kon hij bedaarder voortgaan.
+
+"Drie jaren bijna waren verstreken na die droeve dagen, eer ik naar
+Engeland terugkeerde. Mijn eerste gedachte, bij mijne aankomst,
+was natuurlijk, haar te zoeken; maar de pogingen daartoe waren zoo
+vruchteloos als diep bedroevend. Ik kon niet ontdekken, wat er van
+haar was geworden, nadat zij door haar eersten verleider was verlaten,
+en er bestond alle reden, te vreezen, dat zij steeds dieper gezonken en
+tot een leven van zonde vervallen was. Het jaargeld, haar door de wet
+toegezegd, was niet evenredig aan haar fortuin, noch voldoende voor
+haar behoorlijk onderhoud, en ik vernam van mijn broeder, dat eenige
+maanden geleden het recht om het in ontvangst te nemen aan een ander
+was afgestaan. Hij vermoedde, en kon dat vermoeden kalm uitspreken,
+dat haar verkwisting en hieruit voortvloeiende armoede haar hadden
+genoodzaakt, het op te geven om voorloopig uit den dringendsten
+nood te geraken. Eindelijk echter, toen ik reeds zes maanden in
+Engeland was geweest, heb ik haar tòch gevonden. Uit gehechtheid
+aan een vroegeren bediende, die in het ongeluk was geraakt, zocht
+ik dezen man op in een schuldgevangenis, waar hij wegens schulden in
+hechtenis werd gehouden, en hier in dat zelfde huis, en in dergelijke
+omstandigheden, trof ik haar aan, mijn ongelukkige pleegzuster. Zoo
+veranderd--zoo vervallen--zoo uitgeteerd door hevig lijden naar
+lichaam en ziel! Ternauwernood kon ik gelooven, dat dit droeve,
+door ziekte ondermijnde schepsel eens het beminnelijke, bloeiende,
+gezonde meisje was geweest, waarmede ik gedweept had, Hoe ik leed,
+toen ik haar zóó moest aanschouwen--maar ik heb het recht niet uw
+gevoelens te kwetsen door te pogen dat te beschrijven--ik deed u
+reeds te veel verdriet. Dat zij, het bleek maar al te duidelijk,
+in het laatste stadium van de tering was, schonk mij,--ja in deze
+omstandigheden moest het mij troost schenken. Haar bood het leven
+niets meer, dan tijd zich beter voor te bereiden op den dood, en
+deze werd haar geschonken. Ik zorgde dat zij goed werd gehuisvest, en
+zorgvuldig verpleegd; ik bezocht haar iederen dag, zoolang haar korte
+leven nog moest duren; ik was bij haar in haar laatste oogenblikken."
+
+Weer zweeg hij, om zijn aandoening meester te worden, en Elinor uitte
+haar gevoel in een uitroep vol van het teederste medelijden met het
+lot zijner beklagenswaardige vriendin.
+
+"Het zal uwe zuster, hoop ik, niet kunnen kwetsen," zeide hij, "dat
+ik mij verbeeldde, een zekere gelijkenis te zien tusschen haar en
+mijne arme, onteerde bloedverwante. Hun lot, hunne ervaringen kunnen
+niet dezelfde zijn, en had de van nature beminnelijke geaardheid
+der laatste steun ontvangen door een krachtiger wil of door een
+gelukkiger huwelijk, dan zou zij alles hebben kunnen zijn, wat uwe
+zuster in de toekomst belooft te worden.--Doch waartoe leidt dit
+alles? Het schijnt alsof ik u voor niets heb bedroefd. Ach,--een
+onderwerp als dit,--veertien jaren onaangeroerd gebleven--het is
+gevaarlijk het zelfs maar ter sprake te brengen! Maar ik _wil_
+geregelder verhalen--beknopter zijn. Zij vertrouwde aan mijne zorg
+haar eenig kindje, een meisje, de vrucht van hare eerste schuldige
+verbintenis, dat toen omstreeks drie jaren oud was. Zij had het kind
+lief, en het was altijd bij haar gebleven. Voor mij was deze opdracht
+waardevol en kostbaar, en gaarne zou ik mij ervan hebben gekweten in
+den meest volledigen zin, door zelf te waken over hare opvoeding,
+indien de omstandigheden dit hadden veroorloofd; maar ik had geen
+gezin, geen tehuis; en dus werd mijn kleine Eliza naar eene school
+gebracht. Ik ging haar bezoeken, zoo dikwijls ik kon, en na den dood
+van mijn broeder omstreeks vijf jaar geleden, waardoor ik eigenaar
+werd van ons familiegoed, kwam zij dikwijls bij mij te Delaford. Het
+heette, dat zij verre familie van mij was; maar ik weet zeer goed, dat
+men in 't algemeen mij verdacht van een veel nadere verwantschap. Nu
+drie jaar geleden (zij was toen veertien) nam ik haar van school, om
+haar onder de hoede te plaatsen van eene zeer achtenswaardige dame
+in Dorsetshire, die zich belast had met de opvoeding van nog vier
+of vijf andere meisjes van denzelfden leeftijd, en gedurende twee
+jaren had ik alle reden om tevreden te zijn met deze schikking. Doch
+in Februari van het vorige jaar, nu bijna een jaar geleden, was zij
+plotseling verdwenen. Ik had haar toegestaan (onvoorzichtig, zooals
+later bleek) op haar dringend verlangen, naar Bath te gaan met eene
+harer vriendinnen, die haar zieken vader daar moest verplegen. Ik
+wist dat hij een goede man was, en had ook een gunstige meening
+opgevat omtrent zijne dochter, beter dan zij verdiende; want in
+haar koppige en onverstandige zucht tot geheimhouding, wilde zij
+ons niets vertellen, en geen enkele inlichting verstrekken, ofschoon
+zij stellig alles wist. Haar vader zelf, een goedhartige, maar ver
+van scherpziende man, kon mij werkelijk niets mededeelen; want hij
+was aan huis gebonden geweest, terwijl de meisjes alleen in de stad
+zwierven, en kennis maakten met wie ze verkozen; en hij poogde mij te
+overtuigen, even stellig als hij zelf daarvan doordrongen was, dat
+zijne dochter niets van de zaak afwist. Om kort te gaan, ik vernam
+niets dan dat zij weg was, al het overige bleef onzeker, acht volle
+maanden lang. Wat ik dacht, wat ik vreesde, kunt u zich voorstellen,
+en hoe ik leed, eveneens."
+
+"O!" riep Elinor, "is het mogelijk! Kon Willoughby..."
+
+"Het eerste bericht van haar, dat ik ontving," ging hij voort,
+"bereikte mij in een brief van haarzelve in October l.l. Deze werd
+mij uit Delaford opgezonden, en ik ontving dien juist op den morgen
+van ons voorgenomen tochtje naar Whitwell. Dat was de reden van
+mijn plotseling vertrek uit Barton, dat toen iedereen, zooals ik
+wel begreep, zeer vreemd voorkwam, en dat sommigen mij, geloof ik,
+kwalijk hebben genomen. Weinig vermoedde de Heer Willoughby, denk
+ik, toen zijn blikken mij mijne onbeleefdheid verweten, omdat ik
+het voorgenomen uitstapje bedierf, dat mijne hulp werd ingeroepen
+door iemand, die hij tot armoede en ellende had doen vervallen;
+maar wat zou het hebben gebaat, _indien_ hij het wist? Zou hij zich
+minder vroolijk of gelukkig hebben gevoeld door den glimlach van uw
+zuster? Neen; want hij had reeds gedaan, wat geen man zou _kunnen_
+doen, die voor anderen kan gevoelen. Hij had het jonge, ónschuldige
+meisje, dat hij had verleid, achtergelaten in een wanhopigen toestand,
+zonder behoorlijk tehuis, zonder hulp, zonder vrienden, zonder haar
+zijn adres op te geven! Hij verliet haar met de belofte te zullen
+terugkeeren; hij kwam niet terug, schreef niet, verleende geen hulp."
+
+"Dat is beneden alles!" riep Elinor uit.
+
+"Thans kent u zijn waren aard;--verkwistend, losbandig, en erger
+dan dat. Denk eens wat ik, dit alles wetend, zooals ik het reeds
+wekenlang geweten heb, moest gevoelen, toen ik zag, dat uwe zuster hem
+nog steeds liefhad, en toen ik hoorde, dat zij met hem ging trouwen;
+wat ik gevoelde om u aller wil. Toen ik de vorige week kwam en u alleen
+vond, was ik vastbesloten, de waarheid te vernemen, ofschoon nog niet
+zeker, wàt te doen, wanneer ik die vernomen hàd. Mijn gedrag moet u
+toen vreemd zijn voorgekomen; doch nu zult u het begrijpen. U allen
+zoo misleid te weten; uw zuster te zien... maar wat kon ik doen? Ik
+had geen hoop, dat mijn tusschenkomst iets zou baten, en soms dacht ik,
+dat uw zuster's invloed hem nog ten goede zou kunnen bewegen. Doch wie
+zal zeggen, na deze schandelijke behandeling, wat hij wellicht met haar
+heeft voorgehad? Wat ook zijn bedoelingen mogen geweest zijn, zij kan
+nu, en zàl ongetwijfeld later, haar eigen toestand met dankbaarheid
+beschouwen, wanneer zij dien vergelijkt met het lijden mijner arme
+Eliza; wanneer zij denkt aan de treurige, hopelooze omstandigheden,
+waarin dit arme meisje verkeert, en zich haar voorstelt, hem even
+innig, ook thans nog, liefhebbend als zij zelve en daarbij gekweld
+door een zelfverwijt dat van levenslangen duur zal zijn. Stellig
+zal die vergelijking haar ten goede komen. Zij zal gevoelen dat haar
+eigen leed als niets is. Het vond zijn oorsprong in geen wangedrag,
+en kan geen blaam op haar werpen. Integendeel, ieder die te voren
+haar vriend was, wordt het thans des te meer. Medelijden met haar
+verdriet, en eerbied voor de kracht, waarmede zij het draagt, moeten
+elke genegenheid versterken. Ik laat echter aan uw eigen oordeel over,
+wat u haar wilt mededeelen van 't geen ik u verteld heb. U weet het
+best wat de uitwerking ervan zal zijn; doch als ik niet oprecht en
+uit den grond van mijn hart had geloofd, dat het haar ten goede zou
+kunnen komen, haar droefheid zou kunnen doen verminderen, dan zou ik
+mijzelf niet hebben veroorloofd, u lastig te vallen met dit relaas
+van mijn treurige familie-omstandigheden; met een verhaal, dat den
+schijn zou kunnen wekken, alsof ik mijzelf ten koste van anderen had
+willen verheffen."
+
+Elinor betuigde hem met ernstigen nadruk dank voor deze woorden, en
+verzekerde hem, dat zij voor Marianne van zijne mededeeling werkelijk
+veel goeds verwachtte. "Haar pogingen om hem vrij te spreken," zeide
+zij, "deden mij het allermeest verdriet; want zij doen haar meer kwaad
+dan de stelligste overtuiging van zijn onwaardigheid. Nu geloof ik,
+dat zij, hoewel ze in het begin erdoor zal lijden, spoedig veel meer
+getroost zal zijn.--Hebt u", ging zij na een kort stilzwijgen voort,
+"den Heer Willoughby nog weer ontmoet sedert uw vertrek uit Barton?"
+
+"Ja," antwoordde hij ernstig, "eenmaal. Eene ontmoeting was
+onvermijdelijk."
+
+Elinor, verschrikt door zijn toon, zag hem angstig aan, en zeide:
+"Wat? hebt u met hem..."
+
+"Er was geen andere uitweg. Eliza had mij, hoewel zeer ongaarne, den
+naam van haar minnaar bekend; en toen hij naar de stad terugkeerde,
+veertien dagen later dan ik, hebben wij geduelleerd; hij om zich te
+verdedigen, ik om zijn gedrag te straffen. Wij werden geen van beiden
+gewond, en dus is de zaak niet ruchtbaar geworden."
+
+Elinor zuchtte over de gewaande noodzakelijkheid van zulk een
+handelwijze; doch zij waagde niet tegenover een man en een militair,
+hare afkeuring ervan te uiten.
+
+"Zoo droevig" zeide Kolonel Brandon, na een poos van zwijgen, "was
+de gelijkenis tusschen het lot van moeder en dochter! en zóó ben ik
+tekort geschoten in de mij toevertrouwde taak!"
+
+"Is zij nog in de stad?"
+
+"Neen, zoodra zij hersteld was na haar bevalling, die aanstaande was
+toen ik haar vond, heb ik haar met het kind naar buiten gezonden,
+en daar zal zij blijven." Toen hij zich spoedig daarna herinnerde,
+dat hij Elinor misschien belette zich bij haar zuster te voegen,
+nam hij afscheid, en na nogmaals haar erkentelijke dankbetuiging te
+hebben ontvangen, verliet hij haar, vervuld van medelijden en achting
+voor hem.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXXII
+
+
+Toen de bijzonderheden van dit gesprek door Elinor aan hare zuster
+werden medegedeeld, zooals spoedig gebeurde, was hunne uitwerking niet
+volkomen zooals de eerste zich die had voorgesteld. Niet dat Marianne
+in eenig opzicht aan de waarheid van het verhaalde scheen te twijfelen;
+want Zij hoorde alles aan met stille en onderworpen aandacht, uitte
+geen tegenwerping, noch eenige opmerking zelfs; trachtte Willoughby
+niet te rechtvaardigen, en scheen door haar tranen te toonen, hoezeer
+zij gevoelde, dat dit onmogelijk was. Maar hoewel dit gedrag Elinor
+de zekerheid schonk, dat de overtuiging omtrent zijn schuld thans
+werkelijk tot haar was doorgedrongen, hoewel zij met voldoening de
+uitwerking ervan waarnam, door te zien, hoe Marianne niet langer
+Kolonel Brandon vermeed bij zijn bezoeken, hoe zij tot hem sprak,
+zelfs uit eigen beweging, met een soort van medelijdenden eerbied,
+en hoewel zij zag dat Marianne's zenuwgestel minder heftig geprikkeld
+scheen, zij vond hare treurigheid niet verminderd. Haar geest wàs thans
+tot rust gekomen; doch het was de rust der diepste verslagenheid. Het
+verlies, van alle vertrouwen in Willoughby's zedelijk karakter trof
+haar nog zwaarder dan het verlies van zijn liefde had kunnen doen;
+het feit dat hij een jong meisje had verleid en verlaten, de ellende
+van dat arme kind, en de twijfel, welke plannen hij wellicht omtrent
+haarzelve had gekoesterd, dit alles had zulk een neerdrukkenden
+invloed op haar geest, dat zij niet van zich kon verkrijgen, zelfs
+tegen Elinor te spreken over 't geen zij gevoelde, en dat stille
+verzinken in haar verdriet bedroefde haar zuster meer dan de meest
+openhartige en herhaalde uiting ervan had kunnen doen.
+
+De weergave der gevoelens en uitingen van Mevrouw Dashwood, bij
+het ontvangen en beantwoorden van Elinor's brief, zou slechts eene
+herhaling zijn van 't geen haar dochters reeds gevoeld en gezegd
+hadden; teleurstelling, bijna niet minder smartelijk dan die van
+Marianne; verontwaardiging, nog grooter dan die van Elinor. In
+haar lange en snel op elkaar volgende brieven kwam al wat zij
+leed en dacht tot uiting; zij waren vol angstige bezorgdheid over
+Marianne, en smeekten haar, geestkracht te toonen onder dezen zwaren
+slag. Inderdaad, wèl zwaar moest de ramp zijn, die Marianne had
+getroffen, waar haar moeder spreken kon van geestkracht. Wel zéér
+pijnlijk en vernederend moest de oorzaak zijn eener droefgeestigheid,
+waaraan _zij_ niet kon wenschen, haar te zien toegeven!...
+
+In tegenspraak met haar persoonlijken wensch, achtte Mevrouw Dashwood
+het beter voor Marianne, thans overal elders liever te zijn, dan juist
+te Barton, waar al wat zij zag, het verleden op de levendigste en
+pijnlijkste wijze moest terugroepen, door haar aanhoudend Willoughby
+voor den geest te brengen, zooals zij hem daar steeds had gezien. Zij
+raadde hare dochters dus aan, het bezoek bij Mevrouw Jennings
+vooral niet te bekorten, dat, ofschoon geen bepaalde afspraak was
+gemaakt, toch naar aller meening minstens vijf of zes weken had
+zullen duren. Afwisseling, zoo in bezigheid als in vooruitzichten
+en gezelschap, waaraan het haar te Barton zou ontbreken, was hier
+onvermijdelijk, en zou, naar zij hoopte, Marianne soms toch nog
+kunnen bewegen tot eenige belangstelling in dingen buiten haarzelve,
+en zelfs tot deelname in eenig vermaak, hoezeer die beide mogelijkheden
+thans nog door haar mochten verworpen worden. Voor het gevaar, dat zij
+Willoughby weer zou kunnen zien, achtte haar moeder haar in de stad
+althans even veilig als buiten; daar allen, die zich haar vrienden
+noemden, thans niet meer met hem wilden omgaan. Met voorbedachten rade
+zouden zij elkander nooit ontmoeten; door onvoorzichtigheid zouden
+zij geen kans loopen, te worden blootgesteld aan een verrassing;
+en het toeval kon in het gewoel van Londen hun minder licht parten
+spelen dan zelfs in het afgelegen Barton, waar het hem plotseling
+voor haar oogen kon doen staan, wanneer hij het bezoek bracht te
+Allenham bij gelegenheid van zijn huwelijk, dat Mevrouw Dashwood,
+door het aanvankelijk als iets waarschijnlijks te beschouwen, thans
+was begonnen te verwachten als een stellige zekerheid.
+
+Zij had nog eene andere reden voor den wensch, dat hare kinderen
+zouden blijven, waar zij waren; uit een brief van haar stiefzoon had
+zij vernomen, dat hij en zijn vrouw vóór half Februari in de stad
+zouden zijn; en zij vond het goed, dat zij nu en dan met hun broeder
+in aanraking zouden komen.
+
+Marianne had beloofd, zich door haar moeder's oordeel te laten leiden,
+en zij schikte zich dus ernaar zonder tegenstreven, hoewel het geheel
+verschillend bleek van wat zij wenschte en verwachtte; hoewel zij
+het beschouwde als ten eenenmale onjuist, en gegrond op een verkeerde
+zienswijze, terwijl het door een langer verblijf te Londen van haar
+te eischen, haar beroofde van de eenig mogelijke verzachting van haar
+ellende, het innig meegevoel harer moeder, en haar de straf oplegde
+van een gezelschap en eene omgeving, waarin zij nooit een oogenblik
+rust zou kunnen genieten. Doch het was voor haar een groote troost,
+dat wat háár kwaad berokkende, tengoede zou komen aan hare zuster;
+en Elinor, van haar kant, vermoedende, dat het niet in haar macht zou
+staan, Edward geheel te vermijden, troostte zich door te bedenken,
+dat hun langer verblijf, hoewel niet bevorderlijk voor haar eigen
+geluk, voor Marianne beter zou zijn dan onmiddellijk naar Devonshire
+terug te keeren.
+
+Haar zorg om haar zuster te vrijwaren voor het hooren noemen van
+Willoughby's naam, was niet vergeefsch geweest. Zonder het zelve te
+weten, plukte Marianne de vruchten ervan, want noch Mevrouw Jennings,
+noch Sir John, noch zelfs Mevrouw Palmer, spraken ooit over hem in haar
+bijzijn. Elinor wenschte wel dat zij de zelfde omzichtigheid tegenover
+haar hadden willen in acht nemen; maar dàt was onmogelijk, en zij moest
+dag aan dag luisteren naar de uitingen van hun aller verontwaardiging.
+
+Sir John kon niet begrijpen, hoe zoo iets mogelijk was geweest. "Een
+man, van wien hij alle reden had gehad niets dan goeds te
+verwachten! De beste kerel van de wereld! In heel Engeland geloofde
+hij niet dat zulk een goed ruiter te vinden was! 't Was onverklaarbaar,
+die geschiedenis. Hij mocht voor zijn part naar den duivel loopen. Hij
+zou van zijn leven geen woord meer met hem wisselen, wáár hij hem ook
+ontmoette! Neen, al was 't op de grens van zijn eigen jachtgebied en
+al zouden ze er twee uur naast elkaar moeten staan wachten. Zulk een
+schurk van een kerel, zulk een bedriegelijke schavuit! Den laatsten
+keer dat hij hem sprak, had hij hem nog een van Folly's jongen
+aangeboden, en nu kwam het hierop neer!"
+
+Mevrouw Palmer was al even boos, op haar manier. Zij wilde hem van nu
+af aan _niet_ meer kennen, en ze was wàt blij, dat ze nooit kennis met
+hem had gemaakt. Ze wenschte van harte dat Combe Magna niet zoo dicht
+bij Cleveland was gelegen; maar 't was toch zoo erg niet, omdat het
+veel te veraf was, om er een bezoek te brengen; ze had zoo'n hekel
+aan hem, dat ze vast van plan was, nooit weer zijn naam te noemen,
+en ze zou aan ieder, die ze zag vertellen, hoe weinig hij deugde.
+
+Verder toonde Mevrouw Palmer haar meegevoel, door alle bijzonderheden
+uit te visschen, die ze kon te weten komen omtrent het aanstaande
+huwelijk, en die aan Elinor mee te deelen. Al spoedig wist ze bij
+welken rijtuigmaker het nieuwe rijtuig was besteld; door welken
+schilder het portret van den Heer Willoughby werd vervaardigd, en
+in welken winkel Juffrouw Grey's trousseau was uitgestald. Lady
+Middleton's kalme en beleefde onverschilligheid was voor Elinor
+een ware verlichting, gedrukt als zij soms was door de luidruchtige
+vriendelijkheid der anderen. Het was haar een groote troost, te weten
+dat althans ééne persoon in hun vriendenkring géén belang in hen
+stelde; een troost, zeker te zijn, dat die eene haar zou ontmoeten
+zonder de geringste nieuwsgierigheid te toonen naar bijzonderheden,
+of eenige bezorgdheid aan den dag te leggen omtrent haar zuster's
+gezondheidstoestand.
+
+Elke eigenschap wordt somtijds, door de omstandigheden van het
+oogenblik verheven, tot meer dan haar werkelijke waarde; en soms
+werd zij zóó geplaagd door die opdringende meewarigheid, dat zij
+ertoe kwam, goede manieren als meer onontbeerlijk te gaan beschouwen
+voor haar gemoedsrust, dan goedhartigheid. Lady Middleton gaf haar
+bevindingen omtrent de zaak omstreeks eenmaal per dag, (of als het
+onderwerp herhaaldelijk ter sprake kwam, tweemalen) te kennen, door te
+zeggen: "'t Is bepaald ongehoord!"--en met behulp dezer aanhoudend,
+doch gemakkelijk werkende veiligheidsklep kon zij niet slechts
+van den beginne de dames Dashwood ontmoeten zonder de geringste
+aandoening; doch al spoedig ook hen ontvangen zonder zich van de
+geheele geschiedenis een woord te herinneren; en na op deze wijze de
+waardigheid harer eigen sekse te hebben opgehouden, en haar besliste
+afkeuring te hebben geuit van de fouten der andere, vond zij, dat het
+haar thans vrijstond, eens te denken aan de samenstelling harer eigen
+avondpartijen, en besloot dus (hoewel tegen den zin van Sir John)
+om, zoodra Mevrouw Willoughby getrouwd was, een kaartje bij haar
+af te geven, daar zij door haar huwelijk zoowel tot de deftige als
+vermogende kringen behooren zou.
+
+Kolonel Brandon's kiesche en onopvallende deelneming was Elinor nooit
+onwelkom. Hij had zich ten volle het voorrecht waardig gemaakt,
+haar zuster's teleurstelling vertrouwelijk met haar te bespreken,
+door den vriendschappelijken ijver, waarmede hij had gepoogd,
+deze te verzachten, en zij spraken thans altijd met elkaar zonder
+terughouding. Het meest werd hij beloond voor de moeite, die het
+hem moest hebben gekost, het oude verdriet en de nieuwe vernedering
+te openbaren, door den medelijdenden blik, dien Marianne somtijds op
+hem liet rusten, en de zachtheid van haar stem, wanneer zij (wat niet
+dikwijls gebeurde) verplicht was, of zichzelve ertoe kon brengen, het
+woord tot hem te richten. _Die_ teekenen schonken hem de zekerheid,
+dat zijne bemoeiingen een gunstigen invloed hadden uitgeoefend op
+hare gezindheid te zijnen opzichte; en _zij_ gaven Elinor hoop, dat
+deze gunstige gezindheid mettertijd nog zou toenemen; maar Mevrouw
+Jennings, die van dit alles niets afwist,--die alleen maar zag,
+dat de Kolonel nog steeds even ernstig bleef, en wel wist, dat zij
+hem nooit zou kunnen overhalen zelf het aanzoek te doen, en evenmin,
+om die taak aan háár op te dragen,--begon na een paar dagen te denken,
+dat het huwelijk toch allicht eerder in 't najaar dan in den voorzomer
+zou plaats hebben, en geloofde aan 't eind van de week, dat er in
+'t geheel niets van kwam. De goede verstandhouding tusschen den
+Kolonel en Elinor scheen veeleer te doen vermoeden, dat ten slotte
+de begeerlijke moerbeienboom, de waterpartij en het taxis-prieel háár
+zouden ten deel vallen; en aan den Heer Ferrars had Mevrouw Jennings
+in den laatsten tijd in 't geheel niet meer gedacht.
+
+In 't begin van Februari, nog geen veertien dagen na de ontvangst
+van Willoughby's brief, werd Elinor de pijnlijke taak opgelegd,
+haar zuster mede te deelen, dat hij gehuwd was. Zij had gezorgd,
+bericht te ontvangen, zoodra de plechtigheid was voltrokken, daar
+zij niet wilde, dat Marianne de tijding het eerst zou vernemen uit de
+courant, die zij elken morgen met blijkbare spanning inzag. Marianne
+ontving het bericht met vastberaden kalmte, maakte geene opmerking,
+en schreide zelfs niet in het begin; doch na eenigen tijd kon zij
+hare tranen niet meer bedwingen, en zij was verder dien dag in een
+weinig minder beklagenswaardigen toestand, dan toen zij voor het
+eerst vernam, dat wat thans gebeurd was, te wachten stond.
+
+De Willoughby's vertrokken dadelijk na hun huwelijk; en Elinor hoopte,
+nu er geen gevaar meer bestond, dat zij een van beiden zou zien,
+haar zuster, die na den eersten slag nog steeds was thuis gebleven,
+over te halen, om langzamerhand weer meer uit te gaan, zooals
+vroeger. Omstreeks dezen tijd kwamen de dames Steele, die reeds
+een poosje waren gelogeerd bij hun neef in Bartlett's Buildings,
+Holborn, zich weer vertoonen bij hun deftiger verwanten in Conduit
+en Berkeley Street; en zij werden door allen bijzonder hartelijk
+ontvangen. Elinor alleen was niet blijde hen te zien. Hun aanwezigheid
+was haar altoos onaangenaam, en zij wist bijna niet, hoe zich met de
+noodige beleefdheid te gedragen, bij Lucy's overstelpende verrukking,
+omdat zij haar _nog_ in de stad aantrof.
+
+"'t Zou mij héél erg hebben teleurgesteld, als ik u niet _nog_ hier
+had ontmoet," zei ze herhaalde malen met sterken nadruk op het woordje
+"nog". Maar ik had het altijd wel gedacht. Ik wist haast wel zeker,
+dat u nog zoo gauw niet uit Londen zoudt heengaan; hoewel u mij te
+Barton vertelde, weet u nog wel? dat u niet langer zoudt blijven dan
+een maand. Ik dacht toen al, dat u wel van plan zoudt veranderen,
+als 't er op aankwam. Het zou ook zoo jammer zijn geweest, weg te
+gaan eer uw broer en zuster kwamen. En nù zult u _stellig_ wel geen
+haast maken. Het doet mij verbazend veel pleizier dat u uw woord niet
+gehouden hebt."
+
+Elinor begreep haar volkomen, en had al haar zelfbeheersching noodig,
+om te doen alsof dit niet het geval was.
+
+"Wel, meisjes," zei Mevrouw Jennings, "en hoe hebben jelui de reis
+gemaakt?"
+
+"Niet met den omnibus, hoor," zei Juffrouw Anne haastig en verheugd;
+"we hadden een postkoets, en een galanten cavalier op den koop
+toe. Dr. Davies moest naar de stad, en dus vonden we 't wel geschikt om
+met hem partij te maken, en samen met de postkoets te reizen; hij was
+héél royaal, en betaalde wel tien of twaalf shillings meer dan wij."
+
+"O, o!" riep Mevrouw Jennings, "zoo mag ik het hooren! en ik wed,
+dat de dokter ongetrouwd is."
+
+"Kijk nu weer," zei Juffrouw Steele, gemaakt lachend, "iedereen
+plaagt mij zoo met dien dokter, en ik begrijp niet waarom. Mijn
+nichtjes zeggen, dat ik bepaald een verovering heb gemaakt; maar _ik_
+denk in 't geheel niet aan hem. "Anne, daar komt je vriend aan,"
+zei mijn nichtje laatst, toen ze hem de straat zag oversteken naar
+ons huis. "Vriend! 't is wat moois!" zei ik; "ik weet niet eens wat
+je bedoelt. De dokter _is_ geen vriend van mij."
+
+"Jawel, jawel, dat is alles nu heel aardig; maar praatjes vullen geen
+gaatjes;--ik zie 't al; de dokter is de man."
+
+"Neen, werkelijk!" antwoordde haar nicht met gemaakten ernst, "ik hoop
+toch, dat u het zult tegenspreken, als u er ooit over hoort praten."
+
+Mevrouw Jennings gaf haar aanstonds de geruststellende verzekering,
+dat zij dit zeer stellig _niet_ van plan was, en Juffrouw Steele's
+geluk was nu volmaakt.
+
+"U gaat zeker bij uw broer en zuster logeeren, Juffrouw Dashwood,
+als ze in de stad komen," zei Lucy, die na een poos haar vijandige
+toespelingen te hebben gestaakt, zich op nieuw gereedmaakte tot
+den aanval.
+
+"Neen, dat denk ik niet."
+
+"O wel ja, natuurlijk doet u dat."
+
+Elinor wilde haar door verder tegenspreken niet haar zin geven.
+
+"'t Is toch maar prettig, dat Mevrouw Dashwood u allebei zóó lang
+kan missen!"
+
+"Zóó lang?" kwam Mevrouw Jennings tusschenbeiden. "En ze zijn pas
+hier!"
+
+Lucy was tot zwijgen gebracht.
+
+"'t Spijt mij, dat we uw zuster niet zien, Juffrouw Dashwood", zei
+Anne. "Jammer, dat ze niet wel is"; want Marianne was bij hun komst
+naar haar kamer gegaan.
+
+"Dank u; 't zal mijn zuster ook spijten, dat ze niet 't genoegen heeft
+gehad u te zien; maar zij heeft in den laatsten tijd veel last van
+zenuwhoofdpijn, die haar ongeschikt maakt om bezoek te ontvangen of
+met iemand te spreken."
+
+"Och, dat treft wèl ongelukkig!--maar zulke oude vriendinnen als Lucy
+en ik!--_ons_ kon ze toch wel ontvangen, dunkt mij, en we zullen geen
+woord zeggen."
+
+Elinor, steeds uiterst beleefd, ging op dit voorstel niet in. Haar
+zuster zou misschien te bed liggen, of half ontkleed zijn, en daarom
+niet kunnen beneden komen.
+
+"O, dàt doet er niets toe," riep Juffrouw Steele; "we kunnen evengoed
+háár gaan opzoeken."
+
+Elinor begon deze brutaliteit toch wat erg te vinden, zelfs voor háár
+verdraagzaamheid; maar de moeite er paal en perk aan te stellen werd
+haar bespaard door Lucy's scherpe terechtwijzing, die ook in dit geval,
+zooals meermalen, hoewel niet bevorderlijk voor de lieftalligheid der
+eene zuster, toch den goeden dienst bewees, de lompheid der andere
+eenigszins binnen de perken te houden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXXIII
+
+
+Na eenig tegenstribbelen gaf Marianne gehoor aan haar zuster's
+dringend verzoek, en stemde op zekeren morgen erin toe, een half
+uurtje met haar en Mevrouw Jennings uit te gaan. Zij stelde echter
+de voorwaarde, dat zij geen bezoeken zou behoeven te maken, en wilde
+alleen meegaan naar den winkel van Gray in Sackville Street, waar
+Elinor het een en ander had te bespreken in verband met den ruil van
+enkele ouderwetsche kostbaarheden van hare moeder. Toen zij voor de
+deur van den juwelier stilhielden, herinnerde Mevrouw Jennings zich,
+dat aan het andere einde van de straat eene dame woonde, die zij
+volstrekt moest bezoeken, en daar zij bij Gray niets te doen had,
+werd afgesproken dat zij haar visite zou maken, terwijl hare logées
+hun zaken afdeden, om hen later weer af te halen.
+
+Toen de dames Dashwood boven kwamen, bemerkten zij, dat reeds
+verscheiden personen hen waren vóór geweest, en geen der bedienden
+hun op het oogenblik kon te woord staan; zij waren dus wel genoodzaakt
+te wachten. Al wat zij konden doen, was, aan den hoek te gaan zitten
+van de toonbank, waar zij het eerst kans hadden, aan de beurt te
+zullen komen; hier stond slechts één heer, en waarschijnlijk hoopte
+Elinor, dat hij uit beleefdheid een weinig haast zou maken. Maar de
+nauwlettendheid van zijn scherpen blik, en de keurigheid van zijn
+smaak schenen het van zijn beleefdheid te winnen. Hij bestelde een
+tandenstoker-étui, voor eigen gebruik, en eer hij tot een beslissing
+was gekomen omtrent de grootte, het model en de versiering van het
+voorwerp,--die tenslotte, nadat hij alle tandenstoker-étuis in den
+winkel had bekeken en bepraat, bleven overgelaten aan zijn eigen
+vindingrijke fantasie,--had hij geen gelegenheid, zich tegenover
+de dames op andere wijze verdienstelijk te maken, dan door hen
+drie of viermaal zéér onbescheiden op te nemen; eene attentie, die
+Elinor voorgoed de herinnering deed behouden aan een persoon en een
+gezicht, uitmuntend door de meest treffende, aangeboren en kernachtige
+onbeduidendheid; hoewel het jongemensch naar de allerlaatste mode
+was uitgedost.
+
+Marianne bleven de onaangename gevoelens van minachting en ergernis
+bespaard, gewekt door dat brutale opnemen van hun gezichten, en door
+het ingebeelde air, waarmee hij de verschillende onvolmaaktheden
+der verschillende tandenstoker-étuis critiseerde, die hem werden
+voorgelegd; daar zij van dit alles niets bespeurde; zij kon evengoed
+zich in haar gedachten verdiepen en onbewust blijven van 't geen
+rondom haar voorviel, in den juwelierswinkel als in haar eigen
+slaapkamer thuis. Eindelijk kwam de zaak in orde. Het ivoor, het
+goud en de parelen kregen elk de hun aangewezen bestemming, en nadat
+de jonge man den laatsten dag had genoemd, dien hij dacht te kunnen
+doorleven zonder zijn étui, en op zijn gemak zijn handschoenen had
+aangetrokken, wierp hij den dames Dashwood nogmaals een blik toe, die
+eer bewondering scheen te eischen dan uit te drukken, en stapte heen,
+in al de glorie van echte inbeelding en voorgewende onverschilligheid.
+
+Elinor zorgde ervoor, thans onmiddellijk te worden geholpen, en zij
+was bijna klaar, toen een andere heer naast haar kwam staan. Zij keek
+hem even aan, en zag tot haar verwondering, dat het haar broeder was.
+
+Hun hartelijkheid en de blijdschap over deze ontmoeting waren juist
+voldoende om hier in den winkel een zeer goeden indruk teweeg te
+brengen. John Dashwood vond het heel aardig, zijn zusters eens weer
+te zien; hun beiden deed het werkelijk genoegen, en naar hun moeder
+vroeg hij met eerbiedige belangstelling.
+
+Elinor hoorde, dat hij en Fanny al twee dagen in de stad waren. "Ik
+zou je graag gisteren zijn komen opzoeken," zei hij, "maar dat ging
+nu eenmaal niet, omdat Harry volstrekt den dierentuin moest zien,
+en verder brachten we den dag door bij Mevrouw Ferrars. Harry vond
+het prachtig. Van morgen was ik wéér stellig van plan je een bezoek
+te brengen, als ik een half uurtje vrij had, maar er is altijd zóóveel
+te doen, als men pas in de stad komt! Ik moet hier een zegel bestellen
+voor Fanny. Maar morgen denk ik bepaald naar Berkeley Street te gaan,
+en meteen kennis te maken met je vriendin Mevrouw Jennings. Ik hoor
+dat zij zeer vermogend is. En aan de Middletons moet je mij ook
+voorstellen. Daar zij familie zijn van mijn stiefmoeder, zal 't mij
+genoegen doen hen te leeren kennen. Ik hoor, dat ze daarbuiten goede
+buren voor je zijn."
+
+"O ja, uitmuntend. Hun welwillendheid in ieder opzicht, hun hartelijke
+vriendschappelijkheid zijn met geen woorden uit te drukken."
+
+"Het doet mij oprecht genoegen dat te hooren; daar ben ik bepaald
+blij om. Maar zoo behoort het ook; het zijn menschen van fortuin;
+ze zijn familie van je; en men kon met recht verwachten, dat
+ze door beleefdheid en voorkomendheid je leven zouden pogen te
+veraangenamen. En je hebt het dus zeer naar je zin in je huisje,
+en verder niets te wenschen. Edward had er ons niets dan goeds van
+te vertellen; hij zei, het was in zijn soort volmaakt en jelui hadt
+er allen evenveel pleizier in. 't Was ons een groote voldoening,
+dat te hooren, zooals je wel begrijpen zult."
+
+Elinor schaamde zich een beetje over haar broeder, en het speet haar
+niet, dat zij een antwoord kon achterwege laten; daar Mevrouw Jennings'
+knecht kwam zeggen, dat het rijtuig wachtte.
+
+De Heer Dashwood ging met hen mee naar beneden, werd bij het portier
+van het rijtuig aan Mevrouw Jennings voorgesteld, en nam afscheid,
+na nogmaals de hoop te hebben uitgedrukt, dat hij hen den volgenden
+dag zou kunnen bezoeken.
+
+Het bezoek had dan ook werkelijk plaats. Hij bracht een zoogenaamde
+verontschuldiging over van hun schoonzuster, dat zij niet meekwam;
+"maar zij werd zoo in beslag genomen door haar moeder, dat ze
+werkelijk geen tijd had om ergens heen te gaan." Mevrouw Jennings
+verzekerde hem echter dadelijk, dat zij het daarmee zoo nauw niet nam;
+ze waren toch allen familie van elkaar in zekeren zin, en zij zou
+in elk geval spoedig Mevrouw John Dashwood bezoeken en haar zusters
+meebrengen. Tegen Elinor en Marianne was hij, ofschoon niet uitbundig,
+toch zeer vriendelijk; Mevrouw Jennings behandelde hij uiterst beleefd,
+en toen Kolonel Brandon kort na hem verscheen, keek hij hem aan
+met een nieuwsgierige belangstelling, die zijn bereidwilligheid liet
+doorschemeren, ook tegen hèm beleefd te zijn, als hij maar eerst wist,
+dat hij rijk was. Toen hij er een half uurtje had gezeten, vroeg hij
+of Elinor met hem naar Conduit Street wilde wandelen, om hem aan Sir
+John en Lady Middleton voor te stellen. Het was bijzonder mooi weer,
+en zij stemde hier gaarne in toe. Zoodra ze buitenshuis waren, begon
+hij te vragen.
+
+"Wie is Kolonel Brandon? Is hij rijk?"
+
+"Ja; hij heeft een mooie bezitting in Dorsetshire."
+
+"Daar ben ik blij om. Hij maakt een zeer gunstigen indruk en ik
+geloof, Elinor, dat ik je mag gelukwenschen met het vooruitzicht op
+een goede positie."
+
+"Mij gelukwenschen?--wat bedoel je, John?"
+
+"Hij houdt van je. Ik heb scherp opgelet, en ik ben er zeker
+van. Hoeveel inkomen heeft hij?"
+
+"Ik geloof omstreeks tweeduizend pond in het jaar."
+
+"Tweeduizend pond in het jaar,"... en met een soort van stuipachtige
+poging tot edelmoedige geestdrift voegde hij erbij: "Elinor, uit den
+grond van mijn hart zou ik wenschen, voor jou, dat het _tweemaal_
+zooveel was."
+
+"Dat geloof ik graag," antwoordde Elinor; "maar ik weet wel zeker, dat
+Kolonel Brandon in de verste verte niet wenscht, met _mij_ te trouwen."
+
+"Je vergist je, Elinor; je vergist je bepaald. Met een klein beetje
+moeite van jouw kant zou 't gelukken. Misschien staat zijn besluit
+nog niet vast; dat je weinig bezit kan een beletsel voor hem zijn;
+mogelijk raden zijn vrienden het hem allen af. Maar zoo enkele kleine
+attenties en aanmoedigingen, die het dames zoo gemakkelijk valt te
+bewijzen, brengen de zaak in orde, eer hij het weet. En er kan geen
+reden bestaan, waarom je 't niet zou beproeven, hem te winnen. 't
+Is niet te denken, dat een vroegere genegenheid van jouw kant... je
+weet nu eenmaal, wat dàt betreft, daarvan kan geen sprake zijn;
+de bezwaren zijn onoverkomelijk--en je bent te verstandig om dat
+niet in te zien. Kolonel Brandon wordt de man, en 't zal aan mij
+niet liggen, als hij niet ingenomen is met jou en je familie. Dàt
+is nu een huwelijk, dat iedereen zal aanstaan.--Ik zal 't je maar
+zeggen,"--hier begon hij gewichtig te fluisteren,--"het zal voor
+_alle partijen_ bepaald een uitkomst zijn." Zich bedenkend, voegde
+hij erbij: "Dat wil zeggen... ik bedoel... al je vrienden verlangen
+natuurlijk oprecht om je gelukkig getrouwd te zien; Fanny vooral,
+want zij meent het goed met je, werkelijk. En haar moeder ook;
+Mevrouw Ferrars is een heel goedhartige vrouw; ik geloof stellig,
+dat het haar veel pleizier zou doen, ze heeft nog pas zoo iets gezegd."
+
+Elinor verwaardigde zich niet, hierop te antwoorden.
+
+"Het zou wèl toevallig zijn," ging hij voort, "bepaald grappig, als
+Fanny's broer en _mijn_ zuster op den zelfden tijd in 't huwelijk
+traden. En 't kan toch licht gebeuren."
+
+"Gaat Edward Ferrars dan trouwen?" zei Elinor bedaard.
+
+"Het staat nog niet vast; maar er is wel sprake van. Hij heeft een
+moeder zooals er geen tweede bestaat. Mevrouw Ferrars zal hem met de
+grootste vrijgevigheid behandelen en hem een vast inkomen verzekeren
+van duizend pond jaarlijks, als dit huwelijk doorgaat. _Zij_ is een
+Morton, de eenige dochter van den overleden Lord Morton, en zij bezit
+dertigduizend pond,--van beide zijden is de verbintenis zeer gewenscht,
+en ik twijfel geen oogenblik of die zaak komt wel in orde. Duizend
+pond in 't jaar is geen kleinigheid voor een moeder, om voor goed af
+te staan; maar Mevrouw Ferrars heeft een nobele natuur. Om je nog een
+voorbeeld te noemen van haar royaliteit; toen we nu onlangs in de stad
+kwamen, heeft ze, omdat ze wel wist dat we niet ruim bij kas waren,
+Fanny een presentje toegestopt van tweehonderd pond. En dat kwam ons
+uitnemend te pas; want het is duur leven hier in de stad." Hij wachtte
+op een betuiging van instemming en medelijden, en zij dwong zichzelf,
+te zeggen:
+
+"Je zult zoowel in de stad als buiten veel uitgaven hebben; maar je
+inkomen is ook groot."
+
+"Niet zoo groot, durf ik wel zeggen als veel menschen meenen. Ik
+wil overigens niet klagen, natuurlijk; het is in elk geval zéér
+voldoende, en zal, hoop ik, mettertijd grooter worden. Het omheinen
+van Norland Common, waarmee we nu bezig zijn, verslindt ontzaglijk
+veel geld. En ik heb in dit laatste halfjaar ook nog een aankoop
+gedaan--East Kingham Farm, je herinnert je die boerderij wel, waar
+de oude Gibson woonde. Die landerijen kwamen mij in elk opzicht zoo
+uitmuntend van pas, ze sloten zoo onmiddellijk aan bij mijn eigendom,
+dat ik het als mijn plicht beschouwde, ze te koopen. Ik had het niet
+met mijn geweten kunnen overeenbrengen, ze in andere handen te laten
+vallen. Voor iets goeds moet men ook wat overhebben; en het _heeft_
+mij geld gekost, dat is zeker."
+
+"Meer dan je denkt, dat het bezit werkelijk en op zich zelf waard was?"
+
+"Och, dat wil ik niet zeggen. Ik had het den volgenden dag kunnen
+verkoopen voor méér dan ik had betaald; maar wat de koopsom betrof,
+daarmee had ik wel heel ongelukkig kunnen treffen; de koersen stonden
+toen juist zoo laag, dat ik bepaald met groot verlies effecten zou
+hebben moeten verkoopen, als ik niet toevallig bij mijn bankier over
+de benoodigde som had kunnen beschikken."
+
+Elinor glimlachte even.
+
+"Nog meer groote en onvermijdelijke uitgaven hebben we gehad toen
+we pas te Norland waren gekomen. Zooals je weet, had vader al het
+goed van Stanhill, dat meegenomen was naar Norland, aan je moeder
+nagelaten. Daarover wil ik mij niet beklagen; verre van daar; hij
+had het volste recht over zijn eigendom te beschikken zooals hij
+verkoos. Maar wij hebben dientengevolge veel linnengoed, porselein,
+enz. moeten aanschaffen, ter vervanging van 't geen werd weggenomen. Je
+kunt wel begrijpen, dat we, na al die onkosten, nu volstrekt niet
+rijk kunnen genoemd worden, en dat Mevrouw Ferrars' vriendelijkheid
+ons bijzonder welkom is."
+
+"Zeker," zei Elinor; "en ik hoop dat je met haar bijstand nog eenmaal
+zoover zult komen, dat je ruim en royaal leven kunt."
+
+"Met een paar jaar zal het er méér naar gaan lijken," antwoordde
+hij met onverstoorbaren ernst; "maar er blijft vooreerst nog veel te
+doen. Er is nog niet eens begonnen met den bouw van Fanny's oranjerie,
+en van den bloemtuin is enkel het plan ontworpen."
+
+"Waar komt die oranjerie?"
+
+"Op het heuveltje achter het huis. De oude noteboomen zijn alle
+omgehakt, om ruimte te maken. Van uit het park gezien zal dat mooie
+gebouw een goed figuur maken, en de bloemtuin komt er vlak vóór,
+tegen de helling. We hebben al de oude meidoorns opgeruimd, die daar
+verspreid op den heuvel groeiden."
+
+Elinor hield haar spijt en haar afkeuring voor zich, en was maar
+blijde, dat Marianne er niet bij was, om zich mèt haar te ergeren.
+
+Nu hij genoeg had gezegd, om zijn armoede in een helder licht te
+stellen, en de verplichting te ontgaan, bij zijn volgend bezoek aan den
+juwelier voor ieder van zijn zusters een paar oorbelletjes te koopen,
+begon hij aan vroolijker dingen te denken, en Elinor geluk te wenschen,
+dat ze een vriendin had als Mevrouw Jennings. "Dat is bepaald iemand,
+die men op prijs moet stellen. Haar huis, haar manier van leven,
+alles wijst op een uiterst ruim inkomen, en de kennismaking met haar
+is niet alleen tot nu toe je van zeer groot nut geweest; maar kan
+later werkelijk voordeel voor je afwerpen. Dat ze jelui hier heeft te
+logeeren gevraagd, bewijst wel, hoe goed ze je gezind is; werkelijk,
+ik zie daarin een zoo sprekend bewijs van haar genegenheid, dat jelui
+naar alle waarschijnlijkheid bij haar overlijden wel niet zult worden
+vergeten. Zij zal heel wat nalaten, denk ik..."
+
+"Ik zou eerder denken, in 't geheel niets; zij heeft enkel het
+vruchtgebruik van het kapitaal, dat haar kinderen zullen erven."
+
+"Maar het spreekt toch van zelf, dat zij niet haar geheele inkomen
+verteert. Dàt doet toch haast niemand, die zijn verstand gebruikt;
+en met hetgeen ze spaart, kan zij doen wat ze wil."
+
+"En lijkt het je niet meer dan waarschijnlijk, dat ze dat aan haar
+dochters zal nalaten dan aan ons?"
+
+"Haar dochters zijn beiden rijk getrouwd; ik zie dus niet in,
+waarom zij juist het eerst aan hèn zou denken. _Mij_ dunkt juist,
+dat zij, door zooveel notitie van jelui te nemen, en je op deze wijze
+te behandelen, jelui een soort van recht heeft gegeven om voor de
+toekomst iets van haar te verwachten, dat een vrouw, die nauwgezet van
+geweten is, stellig zal moeten erkennen. Haar houding tegenover jelui
+is wel zoo vriendelijk mogelijk, en zij kan moeilijk zóó ver gaan in
+dit opzicht, zonder te begrijpen, welke verwachtingen zij wekt."
+
+"Gééne, bij hen, die de zaak het allereerst aangaat. Werkelijk, John,
+je bezorgdheid voor ons welzijn en onzen voorspoed gaat verder dan
+noodig is."
+
+"'t Is waar," zei hij, blijkbaar tot nadenken gebracht, "de mensch
+heeft weinig, zéér weinig in zijn macht. Maar lieve Elinor, wat scheelt
+Marianne toch?--Ze ziet er bijzonder slecht uit, heeft haar frissche
+kleur verloren, en is bepaald mager geworden. Is zij ziek?"
+
+"Ze is niet heel wel; ze heeft al een paar weken last van haar
+zenuwen."
+
+"Dat is jammer. Op haar leeftijd doet ziekte alle frischheid verloren
+gaan. Háár bloei heeft maar kort geduurd. In September nog was ze
+een van de mooiste meisjes, die ik kende, met veel aantrekkelijks
+voor mannen. Juist de soort van schoonheid die hun bevalt. Ik weet
+nog, hoe Fanny altijd zei, dat _zij_ eerder en beter zou trouwen dan
+jij,--niet dat ze van jou niet véél zou houden,--maar ze dacht dat nu
+zoo. En toch zal ze zien, dat ze zich vergist heeft. 't Is de vraag of
+Marianne _nu_ een man kan krijgen met meer dan vijf- of zeshonderd in
+'t jaar op zijn meest, en 't zou mij niets verwonderen, als jij het
+niet beter treft. Dorsetshire! Ik ken Dorsetshire zoo goed als niet;
+maar ik zou het bijzonder gaarne nader leeren kennen, Elinor; en ik
+durf wel zeggen, dat Fanny en ik daar je eerste en recht verheugde
+logeergasten zullen zijn."
+
+Elinor trachtte hem met den meesten nadruk te overtuigen, dat er
+van een huwelijk tusschen haar en Kolonel Brandon niets zou komen;
+maar hij had te veel pleizier in die verwachting om haar te kunnen
+opgeven; en hij was vastbesloten, den Kolonel nader te leeren kennen,
+en zijn uiterste best te doen, dat huwelijk tot stand te brengen. Hij
+had juist genoeg berouw over het feit, dat hijzelf niets voor zijn
+zusters had gedaan, om uit alle macht te verlangen, dat anderen des
+te meer voor hen zouden doen, en een huwelijksaanzoek van Kolonel
+Brandon, of een legaat van Mevrouw Jennings, waren de eenvoudigste
+middelen om zijn eigen nalatigheid te vergoeden....
+
+Zij troffen Lady Middleton gelukkig thuis, en Sir John kwam binnen,
+eer hun bezoek was afgeloopen. Er werden van weerskanten veel minzame
+beleefdheidsbetuigingen gewisseld. Sir John was altoos bereid met
+iedereen veel op te hebben; en hoewel de Heer Dashwood van paarden
+niet veel scheen te weten, vond hij hem al spoedig een besten kerel;
+terwijl Lady Middleton oordeelde, dat hij er gedistingeerd genoeg
+uitzag, om de kennismaking de moeite waard te achten; en de Heer
+Dashwood zelf vertrok verrukt van allebei.
+
+"Ik zal er Fanny niets dan goeds van kunnen vertellen," zei hij tegen
+zijn zuster, onder het terugwandelen, "Lady Middleton is werkelijk
+een charmante vrouw; iemand, met wie Fanny blij zal zijn, kennis te
+maken. En Mevrouw Jennings weet zich ook bijzonder goed voor te doen,
+al is ze niet zoo elegant als haar dochter. Je schoonzuster behoeft
+er geen bezwaar in te zien, háár ook te bezoeken; wat tot nu toe,
+om de waarheid te zeggen, wel een beetje 't geval was, en niet zonder
+reden; want we wisten alleen, dat Mevrouw Jennings de weduwe was van
+een man, die zijn geld had verdiend op een nog al obscure manier; en
+Fanny en Mevrouw Ferrars hielden stijf en strak vol, dat noch zij,
+noch haar dochters in de termen vielen om met iemand als Fanny te
+kunnen omgaan. Maar nu kan ik haar omtrent beiden op de meest afdoende
+wijze geruststellen."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXXIV
+
+
+Mevrouw John Dashwood had zooveel vertrouwen in haar man's oordeel,
+dat zij den volgenden dag zoowel Mevrouw Jennings als haar dochter
+een bezoek ging brengen; en zij zag dat vertrouwen beloond door de
+ontdekking, dat zelfs de eerste, dat mensch, bij wie hare zusters
+logeerden, haar omgang niet onwaardig scheen, terwijl zij Lady
+Middleton een van de liefste vrouwen vond, die zij ooit had ontmoet!
+
+Lady Middleton was precies even ingenomen met Mevrouw Dashwood. Van
+weerskanten was hier een soort koele zelfzucht, die beiden zich tot
+elkaar aangetrokken deed gevoelen, en zij stemden volkomen overeen
+in de geestelooze vormelijkheid van hun gedrag, en een totaal gemis
+van begrijpend inzicht. Dezelfde houding echter, die Mevrouw John
+Dashwood de goede meening van Lady Middleton deed verwerven, beviel
+Mevrouw Jennings in 't geheel niet; _zij_ kreeg alleen den indruk van
+een nuffig vrouwtje met stijve manieren, dat haar schoonzusters zonder
+een spoor van hartelijkheid begroette en hun niets te vertellen had;
+want van het kwartiertje, dat zij in Berkeley Street bleef, zat zij
+stellig zeven minuten zonder een woord te zeggen.
+
+Elinor had heel graag willen weten, ofschoon zij er niet naar verkoos
+te vragen, of Edward al in de stad was; maar niets zou Fanny hebben
+kunnen bewegen vrijwillig zijn naam in haar bijzijn te noemen, eer zij
+haar kon vertellen, dat zijn huwelijk met Juffrouw Morton vaststond,
+of totdat haar man's verwachtingen omtrent Kolonel Brandon waren
+vervuld; want zij verdacht hen ervan nog steeds zooveel van elkander
+te houden, dat zij bij alle gelegenheden niet ijverig genoeg konden
+worden gescheiden gehouden, door woord en door daad. De inlichting
+echter, die _zij_ niet verkoos te verstrekken, gewerd Elinor al
+spoedig uit een andere bron. Lucy kwam haar medelijden inroepen,
+omdat zij Edward niet kon ontmoeten, hoewel hij tegelijk met den Heer
+en Mevrouw Dashwood in de stad gekomen was. Hij durfde uit vrees voor
+ontdekking niet naar Bartlett's Buildings gaan, en hoewel zij beiden
+onuitsprekelijk verlangden elkaar te zien, was schrijven het eenige
+dat hun voorloopig overbleef.
+
+Zeer spoedig verschafte Edward zelf hun de zekerheid dat hij
+in de stad was, door tweemaal een bezoek te brengen in Berkeley
+Street. Tweemaal vonden zij zijn kaartje, toen zij van hun morgenritje
+terugkwamen. Elinor was blijde dat hij er geweest was, en nog
+blijder, dat zij hem niet had behoeven te zien. De Dashwoods waren
+zoo uitermate ingenomen met de Middletons, dat zij, die overigens
+aan geven niet gewend waren, nu toch eens besloten een diner te
+geven te hunner eere, en zij vroegen hen dus al spoedig te dineeren
+in Harley Street, waar zij voor drie maanden een zeer geschikt huis
+hadden gehuurd. Hun zusters en Mevrouw Jennings werden ook gevraagd,
+en John Dashwood zorgde ervoor dat Kolonel Brandon eveneens van de
+partij zou zijn. De laatste, die gaarne overal kwam, waar hij de dames
+Dashwood kon ontmoeten, beantwoordde zijne overstelpende beleefdheid
+met eenige verwondering, maar met veel meer genoegen. Zij zouden
+dan nu Mevrouw Ferrars leeren kennen; maar Elinor kon niet gewaar
+worden of haar beide zoons ook waren gevraagd. De verwachting echter,
+háár te zullen zien, was voldoende om haar belangstelling te wekken;
+want al kon zij nu Edward's moeder ontmoeten zonder het gevoel van
+angst, dat vroeger met die voorstelling had moeten gepaard gaan; al
+bleef het haar thans volkomen onverschillig, welken indruk zij op de
+oude dame zou maken; haar wensch om in Mevrouw Ferrars' gezelschap
+te zijn, haar nieuwsgierigheid om te weten hoe zij nu eigenlijk was,
+bleven even sterk als voorheen.
+
+De spanning, waarmede zij de partij tegemoet zag, werd spoedig daarna
+nog verhoogd op een wijze, niet zoozeer aangenaam als wel prikkelend,
+door het bericht dat de dames Steele eveneens waren uitgenoodigd.
+
+Zoo goed stonden zij bij Lady Middleton aangeschreven; zoozeer
+hadden zij zich door hun vleierij in haar gunst weten te dringen,
+dat zij, hoewel Lucy _niet_ gedistingeerd, en haar zuster zelfs niet
+recht vertoonbaar was, evenzeer bereid bleek als Sir John om hen
+een paar weken in Conduit Street te logeeren te vragen; en het trof
+toevallig de dames Steele als zéér geschikt, zoodra zij hoorden van
+de uitnoodiging der Dashwoods, hun bezoek aan te kondigen een paar
+dagen vóór de bewuste partij.
+
+Hun aanspraak op de beleefdheid van Mevrouw John Dashwood, als de
+nichten van den heer, die jaren geleden met de opvoeding van haar
+broer belast was, zou hun overigens allicht geen plaatsje aan haar
+disch hebben kunnen verschaffen; doch als de gasten van Lady Middleton
+moesten zij haar welkom zijn, en Lucy, die al zoo lang gewenscht had,
+de familie persoonlijk te leeren kennen, van naderbij hun karakters te
+beschouwen in verband met haar eigen moeilijkheden, en gelegenheid te
+vinden tot een poging om hun gunst te winnen, was zelden in haar leven
+zóó gelukkig geweest, als bij het ontvangen van Mevrouw John Dashwood's
+invitatiekaart. Elinor ging het juist andersom. Zij begon dadelijk te
+bedenken, dat Edward, die bij zijn moeder gelogeerd was, mèt haar zou
+worden geïnviteerd op een partij, gegeven door zijn zuster, en hem voor
+de eerste maal te ontmoeten, na al wat er gebeurd was, in gezelschap
+van Lucy!--Zij begreep bijna niet, hoe zij dàt zou verdragen!
+
+Misschien was die vrees wel niet volkomen redelijk, en in elk geval
+bleek zij geheel ongegrond. Zij werd echter verdreven, niet zoozeer
+door haar eigen rustig nadenken, als door de minzaamheid van Lucy,
+die meende, dat zij Elinor bitter teleurstelde, toen zij haar kwam
+vertellen, dat Edward Dinsdag in géén geval zou kunnen komen; en zelfs
+hoopte haar nog dieper te grieven, door het zoo voor te stellen,
+alsof hij zich gedrongen zag, weg te blijven met het oog op zijn
+vurige genegenheid, die hij niet zou kunnen verbergen, wanneer zij
+samen in gezelschap waren.
+
+De gewichtige Dinsdag brak aan, waarop beide jonge dames zouden worden
+voorgesteld aan de geduchte schoonmoeder _in spe_.
+
+"Beklaag mij toch, mijn beste Juffrouw Dashwood!" zei Lucy, terwijl
+ze samen de trap opgingen,--want de Middletons kwamen bijna tegelijk
+met Mevrouw Jennings, en zij volgden met elkander den bediende naar
+den salon.--"Niemand dan u kan hier met mij meegevoelen. Ik kan haast
+niet op mijn beenen staan. Ontzettend!--Over een minuut zal ik háár
+zien, van wie al mijn geluk afhankelijk is,--háár, die mijn moeder
+zal worden!"...
+
+Elinor had haar oogenblikkelijk verlichting kunnen verschaffen,
+door de mogelijkheid op te werpen, dat het veeleer de moeder van
+Juffrouw Morton, dan de hare zou zijn, die zij op het punt waren te
+aanschouwen; maar inplaats van dat te doen, verzekerde zij haar,
+volkomen oprecht, dat zij haar inderdaad beklaagde,--tot groote
+verbazing van Lucy, die, hoewel zelve alles behalve op haar gemak,
+toch hoopte, door Elinor te worden beschouwd met niet te onderdrukken
+afgunst. Mevrouw Ferrars was een kleine magere vrouw; met een stijfheid
+in haar houding, die aan strakheid, en een ernst in haar uitdrukking,
+die aan bitsheid grensde. Haar tint was vaal, en hare trekken waren,
+hoewel niet grof, zonder schoonheid, en van nature onbewogen, doch een
+gelukkig toeval had gewild, dat de strenge frons van haar voorhoofd
+haar gelaat vrijwaarde voor de blaam van volkomen onbeduidendheid,
+door het krachtig te stempelen met het merk van boosaardigheid en
+trots. Zij was niet zeer spraakzaam; daar zij, anders dan de meeste
+menschen, haar woorden in verhouding placht te brengen tot het aantal
+harer denkbeelden, en van de paar korte zinnetjes, die zij zich
+liet ontvallen, was er geen enkele gericht tot Juffrouw Dashwood,
+die zij opnam met het vastgewortelde voornemen, haar in elk geval
+niet aantrekkelijk te vinden.
+
+_Nu_ kon dit gedrag Elinor geen verdriet doen. Een paar maanden
+geleden zou het haar diep hebben gegriefd; doch het stond thans
+niet in Mevrouw Ferrars' macht, haar ermede te hinderen; en het
+verschil met haar houding tegenover de dames Steele--een verschil,
+dat blijkbaar moest dienen om háár te meer te vernederen,--vermaakte
+haar zelfs een weinig. Zij kon niet nalaten te glimlachen bij het
+zien van de beminnelijkheid, door moeder en dochter ten toon gespreid
+tegenover iemand,--want Lucy werd met bijzondere onderscheiding
+behandeld,--die zij, wanneer ze evengoed op de hoogte waren geweest
+als zijzelve, liever zouden hebben willen vernielen; terwijl zij, die
+betrekkelijk machteloos was tegenover hen, erbij zat, en opzettelijk
+door beiden werd veronachtzaamd. Maar terwijl zij glimlachte over
+die vriendelijkheid aan het verkeerde adres, kon zij niet nalaten,
+denkend aan de dwaze kleingeestigheid, waaruit deze voortsproot,
+en lettend op den pijnlijken ijver, waarmede de dames Steele zich
+bevlijtigden om in de gunst te blijven, hen alle vier uit den grond
+van haar hart te verachten.
+
+Lucy was in één verrukking over de onderscheiding, die haar te
+beurt viel; en haar zuster was overal in de wolken, waar ze maar
+met Dr. Davies werd geplaagd. Het diner was deftig, de bedienden
+talrijk, en alles verried Mevrouw's neiging tot vertooning maken, en
+Mijnheer's bereidwilligheid om aan die neiging te voldoen. Ondanks
+de verbetering en vergrooting van Norland en ten spijt van het
+dreigend gevaar, dat de eigenaar van het goed had geloopen, een
+paar duizend pond kwijt te raken door te verkoopen met verlies,
+vertoonde zich nergens een spoor van de behoeftigheid, die hij had
+gepoogd, als het gevolg hiervan voor te stellen; armoede viel hier
+geenszins te bespeuren, tenzij in het gehalte van het gesprek, dat
+dan ook bedenkelijk te wenschen overliet. John Dashwood had nooit
+veel te vertellen, dat de moeite van het aanhooren waard was, en
+zijn vrouw nog minder. Hierdoor echter kon hen in 't bijzonder geen
+blaam treffen, want in het zelfde geval verkeerden de meesten hunner
+gasten, die bijna allen den druk ondervonden van de eene of andere der
+voornaamste beletselen om zich aangenaam te maken,--gemis van verstand,
+'t zij natuurlijk of verhelderd door ontwikkeling, gemis van gratie,
+gemis van vroolijkheid, en gemis van geest.
+
+Toen de dames na het diner naar den salon terugkeerden, bleek die
+armoede duidelijker dan te voren; want de heeren hàdden dan toch
+eenige afwisseling gebracht in het gesprek,--in zooverre het liep over
+politiek, land-ontginning en paardrijden,--maar daarmee was het nu
+uit, en slechts één onderwerp hield de dames bezig, tot de koffie werd
+gepresenteerd, nl. het verschil in lengte tusschen Harry Dashwood, en
+Lady Middleton's tweede zoontje William, die ongeveer even oud waren.
+
+Waren beide kinderen in de kamer geweest, dan zou de vraag tè
+gemakkelijk zijn beslist, door ze eenvoudig te meten; doch daar Harry
+alleen tegenwoordig was, bleef het van beide zijden bij gissingen,
+terwijl ieder het recht had op zijn stuk te blijven staan, en zijne
+meening tot in het oneindige te herhalen.
+
+De partijen waren verdeeld in dezer voege:
+
+De beide moeders, hoewel ieder voor zich overtuigd, dat haar eigen
+jongen de grootste was, gaven uit beleefdheid de eer aan den ander.
+
+De beide grootmoeders, niet minder partijdig, doch meer oprecht,
+namen het even ernstig op voor hun eigen nakomelingen.
+
+Lucy, die bijna niet wist, wie van de beide mama's het liefste te
+behagen, vond beide jongens buitengewoon groot voor hun leeftijd,
+en kon maar niet begrijpen dat er een zweem verschil tusschen hen
+bestond, en Juffrouw Steele wist zich nog handiger te redden, door
+in een adem den een, zoowel als den ander den grootste te noemen.
+
+Elinor, die eenmaal de meening had uitgesproken, dat zij William voor
+grooter hield, waardoor ze Mevrouw Ferrars beleedigde, en Fanny nog
+erger, vond het niet noodig, verder vol te houden, en toen Marianne
+naar de hare werd gevraagd, maakte zij hen allen met elkaar boos,
+door te zeggen, dat zij er geene meening op nahield in dezen, omdat
+zij nooit veel op de kinderen had gelet. Eer zij Norland verliet, had
+Elinor voor haar schoonzuster een paar mooie schermpjes geschilderd,
+die thans waren omlijst en als versiering dienden van den salon te
+Londen; en toen John Dashwood ze in het oog kreeg, nadat hij met de
+andere heeren weer binnen was gekomen, overhandigde hij ze beleefd
+aan Kolonel Brandon, om ze door hem te laten bewonderen.
+
+"Die heeft mijn oudste zuster geschilderd," zei hij, "ik denk dat u,
+als man van smaak, ze wel mooi zult vinden. Ik weet niet, of u al meer
+van haar tekeningen hebt gezien; maar over 't algemeen beschouwt men
+haar als zeer talentvol."
+
+De Kolonel zeide, dat men hem volstrekt niet als een kenner moest
+beschouwen; doch bewonderde de schermpjes, zooals hij alles zou
+bewonderd hebben, wat door Juffrouw Dashwood was geschilderd; en daar
+de anderen nu natuurlijk nieuwsgierig werden, gingen zij van hand
+tot hand. Mevrouw Ferrars, die niet wist dat ze Elinor's werk waren,
+bood ze zelve ter beschouwing aan, en nadat ze het vleiend getuigenis
+van Lady Middleton's goedkeuring hadden mogen verwerven, gaf Fanny ze
+nogmaals aan haar moeder, met de mededeeling, dat Juffrouw Dashwood
+ze geschilderd had.
+
+"O zoo..." zei Mevrouw Ferrars,--"heel aardig," en gaf ze aan haar
+dochter terug, zonder er zelfs naar te kijken.
+
+Misschien dacht Fanny even, dat haar moeder nu toch wat àl te onbeleefd
+werd,--want zij kreeg een kleur en zei: "Allerliefst, vindt u niet,
+mama?" Doch waarschijnlijk overviel haar nu weer de angst, dat zij
+zelve al te beleefd en voorkomend was geweest, want zij voegde erbij:
+"Vindt u niet, dat er iets in is van Juffrouw Morton's manier van
+schilderen? _Zij_ schildert prachtig. Wat is dat laatste landschap
+van haar mooi!"
+
+"Ja, bijzonder. Maar _zij_ doet àlles goed."
+
+Dit kon Marianne niet verdragen. Zij had al een geduchten hekel aan
+Mevrouw Ferrars, en die onnoodige lof, een ander toegezwaaid, ten koste
+van Elinor, lokte haar uit, hoewel zij volstrekt niet kon gissen, wat
+er eigenlijk hoofdzakelijk mee bedoeld werd, om haastig en geërgerd
+te zeggen: "Een eigenaardige manier om de dingen te bewonderen! Wat
+kan ons die Juffrouw Morton nu schelen? Háár kennen we niet, _wij_
+hebben het nu over Elinor!"
+
+Met die woorden nam ze haar schoonzuster de schermpjes af, om ze
+zelve te bewonderen, zooals ze verdienden bewonderd te worden.
+
+Mevrouw Ferrars keek geducht boos, richtte zich nog stijver op, en zei
+met vernietigende bitsheid: "Juffrouw Morton is Lord Morton's dochter."
+
+Fanny keek ook verontwaardigd, en haar man was doodelijk verschrikt
+door zijn zuster's vrijmoedigheid. Elinor trok zich Marianne's
+heftigen uitval veel meer aan, dan 't geen er aanleiding toe had
+gegeven; doch Kolonel Brandon's blik die op Marianne bleef rusten,
+verried, hoe hij er alleen in had gezien, wat er beminnelijks in was,
+de warme genegenheid, die niet kon verdragen, een zuster ook maar in
+het minst verongelijkt te zien.
+
+Marianne's gevoel sleepte haar nog verder mede. De beleedigende
+koelheid van Mevrouw Ferrars' houding tegenover haar zuster deed haar
+voor Elinor moeilijkheden en verdrietelijkheden voorzien, waarvoor
+haar eigen diepgewond gemoed wel angstig moest terugdeinzen, en in
+een opwelling van innig meegevoel, ging zij een oogenblik later naar
+haar zuster en zei zacht en snel, terwijl zij haar arm om Elinor's
+hals sloeg, met de wang tegen de hare: "Lieve beste Elinor, trek het
+je maar niet aan. Laten ze _jou_ niet ongelukkig maken."
+
+Meer kon zij niet zeggen; zij was te zeer aangedaan; en haar gelaat
+tegen Elinor's schouder verbergend, barstte zij in tranen uit. Aller
+aandacht was op haar gevestigd, en bijna allen hadden medelijden met
+haar. Kolonel Brandon stond op en ging naar hen toe, zonder te weten
+wat hij deed. Mevrouw Jennings reikte dadelijk met een hartelijk
+begrijpend "Och, dat arme kind!" haar reukfleschje, en Sir John
+was zoo woedend op de persoon die aanleiding had gegeven tot deze
+zenuwaandoening dat hij dadelijk naast Lucy Steele kwam zitten en
+haar fluisterend van de geheele treurige toedracht der zaak op de
+hoogte bracht.
+
+Na een paar minuten had Marianne zich echter voldoende hersteld,
+om een einde te maken aan de drukte en weer te gaan zitten, hoewel
+zij den geheelen verderen avond onder den indruk bleef van hetgeen
+was voorgevallen.
+
+"Die arme Marianne!" zei haar broer zachtjes tegen Kolonel Brandon,
+zoodra het hem gelukte, diens aandacht te trekken, "ze is lang niet
+zoo gezond als haar zuster,--erg zenuwachtig,--ze is veel zwakker van
+gestel dan Elinor; en men moet toegeven, dat het ook wel hard is voor
+een jong meisje, dat vroeger héél mooi is geweest, haar schoonheid
+te verliezen. U zoudt het misschien niet gelooven; maar een paar
+maanden geleden nog wàs Marianne bijzonder mooi--bepaald even knap
+als Elinor. En nu, zooals u ziet, is daar niets meer van over."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXXV
+
+
+Elinor's verlangen om Mevrouw Ferrars te zien was nu voldaan. Het
+was haar gebleken dat deze vrouw alle eigenschappen bezat, die
+een verderen omgang tusschen beide families niet wenschelijk deden
+schijnen. Zij had genoeg gezien van haar trots, haar kleingeestigheid
+en haar onverzettelijke vooringenomenheid tegen haarzelve, om al de
+bezwaren te begrijpen, die een verloving zouden hebben bedorven en
+een huwelijk verhinderd tusschen Edward en haar, zoo hij overigens al
+vrij ware geweest; en zij had welhaast genoeg opgemerkt, om dankbaar
+te zijn op zichzelf, dat één gewichtiger beletsel haar vrijwaarde
+voor de kwelling der vele andere, welke Mevrouw Ferrars had kunnen
+uitdenken; voor eenige afhankelijkheid van hare luimen, of eenige
+bezorgheid omtrent hare goede meening. Of althans besloot zij, zoo
+ze zich al niet ten volle kon verheugen over het feit, dat Edward
+aan Lucy gebonden was, dat zij zich daarover had _moeten_ verheugen,
+wanneer Lucy beminnelijker was geweest.
+
+Zij verbaasde zich erover, dat Lucy zoo in de wolken kon zijn over
+Mevrouw Ferrars' beleefdheid; dat zij zich zóó kon laten verblinden
+door haar eigenbelang en ijdelheid, om de attenties, die haar toch
+enkel werden bewezen, omdat zij _niet_ Elinor was, als een hulde
+aan haarzelve op te vatten,--en om bemoediging te putten uit een
+voorkeur, die haar slechts geschonken werd, zoolang haar werkelijke
+verhouding tot hen allen hun onbekend bleef. Dàt Lucy verrukt was,
+hadden niet alleen haar blikken verraden op den avond van de partij;
+maar zij kwam het den volgenden morgen nog eens persoonlijk verklaren;
+toen Lady Middleton haar, op haar uitdrukkelijk verlangen, in Berkeley
+Street liet uitstappen, in de hoop, Elinor alleen te vinden, om haar
+te kunnen vertellen, hoe gelukkig zij zich gevoelde.
+
+Het toeval bleek haar gunstig gezind; want kort na dat zij gekomen
+was, werd Mevrouw Jennings door een boodschap van Mevrouw Palmer
+weggeroepen.
+
+"Mijn beste vriendin," riep Lucy, zoodra zij alleen waren: "ik
+moest u eens komen vertellen, hoe blijde ik ben. Kon er wel iets
+vleiender geweest zijn, dan de manier waarop Mevrouw Ferrars mij
+gisteren behandelde? Ze was werkelijk allervriendelijkst! U weet,
+hoe ik er tegen opzag, haar te ontmoeten; maar van 't oogenblik af,
+dat ik aan haar werd voorgesteld, gedroeg ze zich jegens mij met een
+voorkomendheid, die bepaald deed blijken, dat ze bijzonder met mij
+was ingenomen. Vondt u dat ook niet? U hebt het zelf alles bijgewoond,
+en viel het u ook niet op?"
+
+"Zeker; ze ontving u heel beleefd."
+
+"Beleefd?--Zag u alleen beleefdheid in haar houding? Nu, ik dan
+vrij wat méér--een vriendelijkheid, die aan niemand anders dan
+mij werd bewezen! Niets trotsch, niets uit de hoogte; en uw zuster
+eveneens,--een en al beminnelijkheid en tegemoetkoming!"
+
+Elinor wilde over iets anders gaan spreken; maar Lucy liet niet los,
+eer zij had toegegeven, dat er reden bestond voor haar blijdschap,
+en Elinor was gedwongen nog iets te zeggen.
+
+"Als zij geweten hadden van uw verloving," zeide zij, "dan zou hun
+houding tegenover u ongetwijfeld zéér vleiend zijn geweest; maar nu
+dit niet het geval was..."
+
+"Dat dacht ik al, dat u dat zoudt zeggen," antwoordde Lucy snel;
+"maar er was niet de minste reden, waarom Mevrouw Ferrars zich met
+mij ingenomen zou toonen, als ze dat niet wàs,--en dat ze van mij
+houdt is de hoofdzaak. Neen, u zult me mijn voldoening niet kunnen
+ontnemen. Ik geloof stellig, dat alles best zal afloopen, en dat er,
+vergeleken bij 't geen ik mij had voorgesteld, in 't geheel geen
+moeilijkheden zullen zijn. Mevrouw Ferrars is een allerliefste vrouw,
+en uw zuster ook. Ze zijn allebei even aardig!--'t verwondert mij, dat
+u ons nooit verteld hebt, wat een lieve vrouw Mevrouw Dashwood was!"
+
+Hierop had Elinor niets te antwoorden, en zij deed daar toe ook
+geen moeite.
+
+"Is u niet wel, Juffrouw Dashwood?--u lijkt zoo gedrukt, en u zegt
+niets,--er scheelt bepaald iets aan."
+
+"O neen, ik voel mij volkomen wèl."
+
+"Daar ben ik blij om; maar u ziet er niet naar uit. Wat zou 't me
+spijten, als _u_ ziek werdt--u, die mijn beste en eenige toevlucht
+bent geweest! Ik weet waarlijk niet, wat ik zou zijn begonnen zonder
+uw vriendschap!"
+
+Elinor trachtte iets beleefds te antwoorden, ofschoon zij vreesde,
+dat het haar slecht gelukte. Het scheen Lucy echter te bevredigen,
+want zij ging voort: "Ja, ik weet, dat u oprecht voor mij gevoelt, en
+na Edward's liefde, is dat mijn grootste troost. Die arme Edward! Maar
+nu treft het in een opzicht gelukkig,--we kunnen elkaar nu ontmoeten,
+en vrij dikwijls zelfs, want Lady Middleton is verrukt van Mevrouw
+Dashwood; dus zullen we, denk ik, wel veel in Harley Street zijn, en
+Edward is bijna den heelen dag bij zijn zuster;--bovendien bezoeken
+Lady Middleton en Mevrouw Ferrars elkaar nu ook, en Mevrouw Ferrars
+en uw zuster waren beiden zoo vriendelijk, meermalen te zeggen, dat
+het hun altijd genoegen zou doen, mij te zien. Zulke allerliefste
+menschen!--als u ooit aan uw zuster vertelt, hoe ik over haar denk,
+dan kunt u niet te veel goeds zeggen."
+
+Elinor verkoos haar echter geen hoop te geven, dat zij dit aan haar
+zuster zou overbrengen. Lucy ging voort:
+
+"Ik zou 't stellig onmiddellijk hebben opgemerkt, als Mevrouw Ferrars
+iets tegen mij had gehad. Wanneer ze bij voorbeeld, alleen maar
+stijfjes voor mij had gebogen zonder een woord te zeggen, en later
+in 't geheel geen notitie van mij had genomen, en mij nooit eens
+vriendelijk had aangezien,--u weet wel, hoe ik bedoel,--als ik op die
+manier op een afstand was gehouden, dan zou ik alles hebben opgegeven
+en heel en al wanhopig zijn geweest. Dàt zou ik niet hebben kunnen
+verdragen. Want _als_ zij iets tegen iemand heeft, dàn meent zij het,
+dat weet ik."
+
+Elinor behoefde deze uiting van beleefde zegepraal niet te
+beantwoorden; want de deur werd geopend, de knecht diende den Heer
+Ferrars aan, en Edward stapte meteen de kamer in.
+
+Het was een allerpijnlijkst oogenblik; en ieders gelaat gaf dit
+duidelijk te kennen. Zij sloegen alle drie een dwaas figuur, en Edward
+scheen evenveel lust te hebben het vertrek weer te verlaten, als naar
+binnen te gaan. Juist _die_ ontmoeting, in haar onaangenaamsten vorm,
+had thans tusschen hen plaats, die ieder van hen het liefst had willen
+vermijden; ze waren niet alleen met hun drieën samen maar misten
+daarbij de afleiding door ander gezelschap. De dames herstelden
+zich het eerst. Het lag niet op Lucy's weg, zich op den voorgrond
+te stellen, en het geheim moest zoogenaamd blijven bewaard. Zij kon
+haar teedere gezindheid dus slechts door blikken uitdrukken, en na
+hem met een enkel woord te hebben begroet, zeide zij niets meer.
+
+Maar Elinor had méér te doen; en zóó gaarne wilde zij dat _goed_
+doen, om zijnent- en om harentwil, dat zij zichzelve, na een oogenblik
+van krachtige inspanning wist te dwingen hem te verwelkomen met een
+blik en een houding, die bijna open, bijna natuurlijk waren; en dit
+nog meer werden na een tweede heldhaftige poging. Zij wilde zich,
+zoomin door Lucy's tegenwoordigheid als door het bewustzijn van eenig
+haar aangedaan onrecht, laten weerhouden, om hem te zeggen, dat zij
+blijde was hem te zien, en hoe het haar had gespeten, dat zij uit was,
+toen hij reeds eerder een bezoek had gebracht in Berkeley Street. Zij
+wilde hem, uit vrees voor Lucy's waakzamen blik, niet die beleefdheid
+onthouden, welke zij hem, als vriend en bijna een lid hunner familie,
+verschuldigd was, hoewel zij spoedig bespeurde, dat Lucy scherp op
+haar lette.
+
+Haar rustige houding gaf Edward iets meer zekerheid; en hij had
+thans moed genoeg om te gaan zitten, maar zijn verlegenheid overtrof
+die der dames op een wijze, die in zijne omstandigheden, zooal
+niet door zijne sekse, verschoonbaar kon worden geacht; want zijn
+hart was niet zoo onverschillig als dat van Lucy, en zijn geweten
+niet zoo volkomen zuiver als dat van Elinor. Lucy scheen zich, met
+een vertoon van zedige bedaardheid, niet geroepen te gevoelen, het
+hare te doen om de anderen op hun gemak te zetten, en verkoos geen
+woord te zeggen; zoodat bijna alles, wat er gezegd wèrd, uitging van
+Elinor, die uit eigen beweging alle inlichtingen verstrekte omtrent
+hun moeder's gezondheid, hun reis naar de stad, enz. waarnaar Edward
+_niet_ vroeg, zooals hij behoorde te doen. Nog verder ging zij in
+haar pogingen; want weldra voelde zij zich zóó heldhaftig gezind,
+dat zij besloot, onder het voorwendsel, Marianne te gaan halen,
+de beide anderen alleen te laten; 't geen ze ook werkelijk deed, en
+dat wel op de meest loyale wijze; want zij bleef, met grootmoedige
+dapperheid, een paar minuten heen en weer drentelen op het portaal,
+eer zij naar haar zuster ging. Toen dat echter gebeurd was, had Edward
+voor liefdesbetuigingen geen tijd meer; want Marianne vloog in haar
+blijdschap onmiddellijk naar beneden en den salon binnen. Als al haar
+gevoelens, was haar vreugde, hem weer te zien, levendig op zichzelf,
+en levendig uitgedrukt. Zij kwam hem te gemoet met uitgestrekte hand,
+en in haar stem den klank van zusterlijke genegenheid.
+
+"Beste Edward!" riep ze, "wat ben ik blij je te zien! Dit zou bijna
+alles weer goedmaken!"
+
+Edward trachtte haar vriendelijkheid te beantwoorden, zooals zij
+verdiende; maar in tegenwoordigheid der anderen durfde hij niet
+half zeggen, wat hij werkelijk gevoelde. Zij gingen weer zitten,
+en eenige oogenblikken bleven allen zwijgen; terwijl Marianne met
+zichtbaar teeder welgevallen van Edward naar Elinor keek, en alleen
+maar betreurde, dat hun blijdschap in elkander's bijzijn werd bedorven
+door Lucy's onwelkome tegenwoordigheid. Edward was de eerste, die
+sprak; hij merkte op, dat Marianne er minder goed uitzag, en gaf zijn
+vrees te kennen, dat het verblijf te Londen haar niet goed bekwam.
+
+"O, denk maar niet aan mij!" antwoordde zij, met opgewekten nadruk,
+hoewel haar oogen vol tranen stonden, "maak je over _mijn_ gezondheid
+niet bezorgd. Elinor maakt het goed, zooals je ziet. Dat moet voor
+ons beiden voldoende zijn."
+
+Deze opmerking droeg er niet toe bij, Edward en Elinor kalmer te
+stemmen, en nog minder om haar de welwillende gezindheid te verwerven
+van Lucy, die Marianne allesbehalve vriendelijk aanzag.
+
+"Bevalt Londen je goed?" vroeg Edward, om toch maar iets te zeggen,
+dat een ander onderwerp van gesprek aan de hand kon doen.
+
+"Neen, volstrekt niet. Ik had mij er veel genoegen van voorgesteld;
+maar dat heb ik er niet gevonden. Dit weerzien van jou, Edward, is
+de eenige blijdschap, die 't mij heeft gebracht; en jij bent gelukkig
+nog altijd dezelfde!"
+
+Zij zweeg--en ook de anderen bleven zwijgen. "Mij dunkt, Elinor,"
+ging Marianne voort, "we moesten Edward vragen om voor ons te zorgen
+als we weer naar Barton teruggaan. Over een paar weken zal dat wel
+gebeuren, en ik denk dat Edward er wel niet op tegen zal hebben,
+die opdracht te aanvaarden."
+
+De arme Edward prevelde iets, dat niemand verstond, misschien hij zelf
+ook niet. Maar Marianne, die zag, dat hij zenuwachtig was, en licht
+geneigd was, de oorzaak hiervoor te zoeken in 't geen haar 't best
+behaagde, scheen volkomen voldaan en sprak spoedig over iets anders.
+
+"O Edward, wat hebben we gisteren een dag gehad, in Harley Street! Zóó
+vervelend; zoo ontzaglijk vervelend! Maar dááromtrent heb ik je veel
+te vertellen, dat ik nu niet zeggen kan."
+
+Met zoo bewonderenswaardige omzichtigheid verschoof zij de mededeeling,
+dat zij hun wederzijdsche bloedverwanten onaangenamer had gevonden
+dan ooit, en in 't bijzonder aan zijn moeder een hekel had, tot later,
+wanneer er gelegenheid zou zijn voor een vertrouwelijk gesprek.
+
+"Maar waarom was jij er niet, Edward?--Waarom was je niet gekomen?"
+
+"Ik had iets anders te doen."
+
+"Iets anders?--Maar wat kon dat zijn, terwijl je je beste vrienden
+hadt kunnen ontmoeten?"
+
+"U denkt zeker, juffrouw Marianne," riep Lucy, de gelegenheid
+aangrijpend om wraak te nemen, "dat jongelui zich nooit bekommeren
+om hun verplichtingen, als ze niet van plan zijn, die na te komen,
+in 't klein, zoowel als in 't groot."
+
+Elinor was ernstig boos; maar Marianne scheen de hatelijkheid niet
+te willen opmerken, want zij antwoordde bedaard:
+
+"Neen, tòch niet; want in ernst, ik ben overtuigd, dat alleen
+nauwgezetheid van geweten Edward verhinderde naar Harley Street
+te gaan. En ik geloof stellig, dat hij van alle menschen het
+allerkwetsbaarste geweten heeft, het meest nauwgezet elke verplichting
+nakomt, hoe gering die ook zij, en hoe ook in tegenspraak met zijn
+belang of genoegen. Hij is meer bevreesd om anderen verdriet te doen,
+om verwachtingen teleur te stellen, minder in staat tot zelfzuchtige
+bedoelingen, dan iemand, dien ik ooit heb ontmoet. Het _is_ zoo,
+Edward, en ik _wil_ het zeggen. Wat! zou jij je nooit mogen hooren
+prijzen? Dan zou je mijn vriend niet kunnen zijn, want zij, wien ik
+liefde en achting toedraag, moeten zich ook mijn openhartigen lof
+laten welgevallen."
+
+De soort van lof, in dit geval door haar toegekend, paste echter zoo
+buitengewoon slecht bij de gevoelens van twee harer toehoorders,
+en scheen Edward zoo weinig voldoening te verschaffen, dat hij al
+heel spoedig opstond om heen te gaan.
+
+"Ga je nu al?" zei Marianne; "maar beste Edward, dat kan toch niet."
+
+En hem terzijde nemend, fluisterde zij hem toe, dat Lucy stellig
+niet lang meer kon blijven. Doch zelfs deze aansporing baatte niet;
+hij _moest_ weg, en Lucy, die gewacht zou hebben, al had zijn bezoek
+twee uren geduurd, nam spoedig daarna ook afscheid.
+
+"Wat doet ze hier toch zoo dikwijls?" zei Marianne, toen zij was
+heengegaan. "Kon ze niet begrijpen, dat we haar graag kwijt waren? Zoo
+vervelend voor Edward!"
+
+"Och, waarom?--we zijn allen vrienden van hem; en Lucy heeft hem
+'t langst gekend. 't Is heel natuurlijk, dat hij haar even graag
+ontmoet als ons."
+
+Marianne zag haar ernstig aan en zei: "Je weet, Elinor, dat ik deze
+soort van redeneeringen niet kan verdragen. Als je alleen maar hoopt,
+tegenspraak uit te lokken, zooals ik wel vermoeden moet, dat het geval
+is, dan behoor je toch te bedenken, dat ik de laatste persoon ben, van
+wie je die verwachten kunt. Ik wil mij niet verlagen tot die komedie,
+mij beweringen te laten afpersen, die volkomen overbodig zijn."
+
+Daarop ging zij de kamer uit, en Elinor durfde haar niet volgen om
+de zaak uit te leggen, want gebonden als zij was door haar belofte
+van geheimhouding tegenover Lucy, kon zij Marianne niets mededeelen,
+dat haar overtuigen kon; en al zouden de gevolgen van Marianne's
+onwetendheid in dezen ook nog zoo onaangenaam kunnen zijn, zij
+was verplicht ze te dragen. Al wat zij kon hopen, was, dat Edward
+niet dikwijls haar en zichzelf zou blootstellen aan de pijnlijke
+gewaarwordingen, veroorzaakt door Marianne's misplaatste geestdrift,
+of tot eene herhaling van de vele smartelijke gevoelens, die zijn
+laatste bezoek had gewekt--en zij had alle reden, dit te verwachten.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXXVI
+
+
+Eenige dagen na deze ontmoeting verkondigden de nieuwsbladen der wereld
+de tijding, dat de echtgenoote van den Heer Thomas Palmer voorspoedig
+was bevallen van een zoon; een zeer belangwekkend en verblijdend
+bericht, althans voor alle intieme bekenden, die erop waren voorbereid.
+
+Deze gebeurtenis, zoo hoogst gewichtig voor Mevrouw Jennings'
+levensvreugde, bracht een tijdelijke wijziging in hare tijdverdeeling,
+en oefende eveneens invloed uit op het doen en laten harer jeugdige
+vriendinnen; want daar zij liefst zooveel mogelijk bij Charlotte
+wilde zijn, ging zij daar elken morgen heen, zoodra zij gekleed was,
+en kwam eerst laat in den avond terug; terwijl de dames Dashwood, op
+het dringend verzoek van de Middletons, den geheelen dag doorbrachten
+in Conduit Street. Zij zouden het zelven veel gemakkelijker hebben
+gevonden, ten minste des morgens tehuis te blijven; maar die wensch
+kon niet tegen den zin van alle anderen worden doorgedreven. Hun tijd
+werd dus ter beschikking gesteld van Lady Middleton en de beide dames
+Steele, die feitelijk hun gezelschap bitter weinig op prijs stelden,
+maar het des te ijveriger beweerden te zoeken.
+
+Zij waren te verstandig om aangenaam gezelschap te zijn voor de eerste,
+en door de beide anderen werden zij met een afgunstig oog beschouwd,
+als indringsters op hun terrein, die deelden in de vriendelijkheid,
+welke zij voor zich alleen in beslag dachten te nemen. Hoewel niets
+beleefder kon zijn dan Lady Middleton's houding tegenover Elinor en
+Marianne, hield zij toch in het geheel niet van hen. Daar zij noch
+haar, noch hare kinderen vleiden, kon zij niet gelooven, dat zij
+goedhartig waren; en omdat ze veel van lezen hielden, verbeeldde
+zij zich, dat ze satiriek waren; zonder misschien precies te weten
+wat satiriek zijn beduidde; maar dàt deed er minder toe. Het was
+een gebruikelijke afkeuring, en 't kon geen kwaad, dat het eens
+werd gezegd.
+
+Hunne tegenwoordigheid legde beiden haar en Lucy een zekeren
+dwang op. Zij hinderden de eene in haar laten, en de andere in haar
+doen. Lady Middleton schaamde zich voor hen, dat ze niets uitvoerde,
+en Lucy was bang, dat ze haar zouden minachten om de vleierij,
+die zij anders vol zelfvoldoening placht toe te dienen. Juffrouw
+Anne werd het minst van streek gebracht door hun bijzijn, en het
+stond in hun macht, haar geheel ermee te verzoenen. Als een van hen
+beiden haar maar eens volledig en tot in de kleinste bijzonderheden
+had ingelicht omtrent die geschiedenis tusschen Marianne en den Heer
+Willoughby, dan zou ze zich ruim beloond hebben geacht voor 't gemis
+van het warmste plaatsje bij den haard na den eten, dat zij na hunne
+komst had moeten afstaan. Maar deze tegemoetkoming werd haar niet
+bewezen, en al liet zij zich meermalen tegenover Elinor uitroepen
+van medelijden met hare zuster ontvallen, of al hield ze ten aanhoore
+van Marianne herhaaldelijk beschouwingen over de wispelturigheid van
+galante cavaliers, zij bereikte er niet anders mee, dan dat de eerste
+onverschillig en de laatste met minachtenden afkeer haar aanzag. En met
+nog veel geringere moeite hadden ze haar vriendschap kunnen winnen. Als
+ze haar toch maar eens hadden geplaagd met den dokter! Doch zij waren
+al even weinig als de anderen gezind haar hierin ter wille te zijn,
+en als Sir John niet thuis kwam dineeren, moest zij soms een geheelen
+dag doorbrengen zonder andere grappen te hooren over dat onderwerp,
+dan die, waarmee ze zich zelve placht te vermaken.
+
+Van al die afgunst en ontevredenheid echter bleef Mevrouw Jennings
+zoo totaal onkundig, dat zij het verrukkelijk voor de meisjes vond
+om zooveel samen te zijn; en in den regel haar logéetjes elken
+avond gelukwenschte dat ze alweer een dag aan 't gezelschap van een
+saaie oude vrouw waren ontsnapt. Zij kwam wel eens met hen bij Sir
+John, en sprak ze ook wel in haar eigen huis; maar waar het ook
+mocht zijn, zij was altijd in haar nopjes, verrukt en gewichtig,
+Charlotte's welbevinden toeschrijvend aan háár goede zorgen, en steeds
+bereid tot een zoo nauwkeurige en uitvoerige beschrijving van haar
+gezondheidstoestand, als alleen Juffrouw Steele nieuwsgierig genoeg was
+te verlangen. _Een_ ding hinderde haar toch, en daarover beklaagde zij
+zich dan ook elken dag. De Heer Palmer hield zich aan de algemeene,
+doch onvaderlijke uitspraak zijner sekse, dat alle kleine kinderen
+precies eender zijn; en hoewel zij op verschillende tijden duidelijk
+de meest treffende gelijkenis kon zien tusschen dit kleine ding en
+al zijn bloedverwanten van beide zijden, zij kòn zijn vader daarvan
+maar niet overtuigen; zij kòn hem niet overhalen te gelooven, dat het
+er niet precies zoo uitzag als elke baby van den zelfden leeftijd;
+en zelfs tot de eenvoudige verklaring, dat het 't mooiste kindje van
+de wereld was, bleek hij niet bereid.
+
+
+
+Thans moet ik melding maken van een ongeluk, dat omstreeks dezen tijd
+aan Mevrouw John Dashwood overkwam. Toevallig was, bij gelegenheid
+van het bezoek harer zusters met Mevrouw Jennings in Harley
+Street, eene harer vriendinnen haar een visite komen maken,--op
+zichzelf geen gebeurtenis, waaruit eenig kwaad voor haar zou kunnen
+voortspruiten. Doch zoolang de verbeelding van andere menschen hen
+kan meesleepen tot het maken van verkeerde gevolgtrekkingen omtrent
+ons gedrag, die zij daarenboven afleiden uit oppervlakkige gegevens,
+kan ons geluk niet anders dan tot op zekere hoogte van het toeval
+afhankelijk zijn. In het onderhavige geval had de laatst-gekomen
+dame haar verbeelding vergund, zich zoover te begeven buiten de
+perken van waarheid en waarschijnlijkheid, dat zij, enkel bij het
+hooren noemen van den naam der dames Dashwood, en begrijpende dat
+zij de zusters van den Heer Dashwood waren, onmiddellijk hieruit
+had afgeleid, dat zij logeerden in Harley Street; en als gevolg van
+dit misverstand verschenen een paar dagen later invitatie-kaarten,
+zoo voor hen als voor hun broer en zuster, om hen uit te noodigen op
+een muziek-avond te hunnen huize. Ten gevolge waarvan wederom Mevrouw
+John Dashwood zich genoodzaakt zag niet alleen tot den buitengewoon
+lastigen maatregel, de dames Dashwood met haar rijtuig te laten
+afhalen; maar, wat erger was, zich de onaangename verplichting zag
+opgelegd, hen althans schijnbaar voorkomend te behandelen,--en wie
+kon zeggen, of ze er nu niet op zouden gaan rekenen, een tweeden
+keer met haar uit te gaan. Het stond wel is waar altijd nog in haar
+macht, hen teleur te stellen. Maar dat zou niet voldoende zijn; want
+als de menschen vast voornemens zijn zich te gedragen op een wijze,
+waarvan ze 't verkeerde zelf inzien, zijn ze tòch beleedigd, als
+anderen iets beters van hen verwachten. Marianne was er van lieverlede
+reeds weer zóó aan gewend geraakt, iederen dag uit te gaan, dat het
+haar onverschillig was geworden, of zij ging of niet, en zij maakte
+zich rustig en werktuigelijk gereed voor elke avondpartij, hoewel
+zonder ooit eenig genoegen van een dier uitgangen te verwachten, en
+dikwijls zelfs tot op het laatste oogenblik niet wetend, bij wie ze
+eigenlijk gevraagd was. Voor haar kleeding en haar uiterlijk was zij
+zoo volkomen onverschillig geworden, dat zij er onder het kleeden niet
+half zooveel aandacht aan wijdde, als haar ten deel viel van Juffrouw
+Anne's zijde in de eerste vijf minuten van hun samenzijn. _Haar_
+nauwlettende opmerkzaamheid en nieuwsgierigen blik ontging niets;
+zij zag alles, vroeg naar alles, had geen rust eer ze wist wat elk
+onderdeel van Marianne's toilet gekost had; was van het aantal harer
+japonnen beter op de hoogte dan Marianne zelf, en hoopte nog eenmaal,
+eer zij weer afscheid namen, te zullen ontdekken, hoeveel waschgeld
+zij per week betaalde, en hoeveel haar kleedgeld per jaar bedroeg.
+
+Gewoonlijk werd de lompheid van dat brutale uitvragen zoogenaamd
+weer goedgemaakt door een compliment, dat, hoewel bedoeld als een
+soort belooning, door Marianne als de verregaandste onbeschaamdheid
+werd beschouwd; want na een verhoor te hebben ondergaan omtrent den
+prijs en het patroon van haar japon, de kleur van haar schoenen en
+de wijze waarop haar haar was opgemaakt, wist zij van te voren, hoe
+ze nu te hooren zou krijgen, "dat ze er gerust waar piekfijn uitzag,
+en een hoop harten zou veroveren."
+
+Met een dergelijke aanmoediging werd zij ook bij deze gelegenheid
+verwezen naar haar broeder's rijtuig, dat geen vijf minuten aan hun
+deur had behoeven te wachten; eene nauwgezetheid, weinig gewaardeerd
+door hun schoonzuster, die reeds eerder naar het huis van haar
+vriendin was gegaan, en hoopte op eenige vertraging van hunne zijde,
+ten ongerieve van haarzelve of haren koetsier.
+
+Veel vermeldenswaardigs viel er dien avond niet voor. Op dit, zooals op
+andere muziekpartijtjes, was een zeker aantal gasten bijeenverzameld,
+dat werkelijk genoot van de uitvoering, en een veel grooter aantal
+andere, die er niets om gaven; en de medewerkenden zelf waren zooals
+gewoonlijk, volgens hun eigen oordeel, en dat hunner intieme vrienden
+de voortreffelijkste amateurs van heel Engeland.
+
+Daar Elinor noch muzikaal was, noch voorgaf het te zijn, zag zij
+er geen bezwaar in, haar oogen eens af te wenden van den vleugel,
+wanneer zij daar lust in had, en zonder zich te laten intimideeren
+door de aanwezigheid van harp en violoncel, haar blik naar believen
+te laten rusten op eenig ander voorwerp in het vertrek.
+
+Bij een van die uitstapjes viel haar oog op een groepje jongelui,
+waaronder zij hetzelfde jongemensch bespeurde, dat bij den juwelier de
+voordracht over tandenstoker-étuis had gehouden. Weldra zag zij hem
+naar haar kijken, terwijl hij vertrouwelijk stond te praten met haar
+broeder; en zij nam zich juist voor aan John te vragen, wie hij was,
+toen zij samen naar haar toekwamen, en de Heer Dashwood hem aan haar
+voorstelde als den Heer Robert Ferrars.
+
+Hij sprak haar aan met luchtige beleefdheid, en boog, met een grappige
+hoofdwending, die haar even duidelijk als woorden hadden kunnen doen,
+liet bespeuren, dat hij wel waarlijk de ingebeelde fat was, dien
+Lucy haar had beschreven. 't Zou gelukkig voor haar zijn geweest,
+als haar genegenheid voor Edward minder had afgehangen van zijn
+eigen verdiensten, dan van die zijner naaste familieleden. Want dan
+zou zijn broeders buiging hebben voltooid, wat de booze blikken van
+zijn moeder en zuster hadden begonnen. Maar terwijl zij zich verbaasde
+over het verschil tusschen de twee jongelieden, bleek het haar, dat de
+leeghoofdigheid en ijdelheid van den een haar waarlijk geen geringeren
+dunk deden opvatten omtrent de bescheidenheid en degelijkheid van
+den ander. Hoe het _kwam_, dat zij zoo verschilden, legde Robert zelf
+haar uit in het kwartiertje, dat hij met haar praatte; want sprekend
+over zijn broeder, en betreurend dat zijn verregaande _gaucherie_ hem,
+naar hij dacht, belette den omgang van zijn standgenooten te zoeken,
+meende hij, met oprechte welwillendheid, die linkschheid niet zoozeer
+te moeten toeschrijven aan eenig natuurlijk gebrek, als wel aan de
+ongelukkige omstandigheid, dat Edward privaat-onderricht had genoten;
+terwijl hijzelf, hoewel allicht van nature en feitelijk niet zoo
+bijzonder veel meer begaafd dan zijn broeder, alleen aan het voorrecht
+eener opvoeding in een openbare school te danken had, dat hij zich
+in de wereld wist te bewegen zoo goed als de beste. "Bepaald," voegde
+hij erbij, "ik geloof dat het alleen daaraan ligt, en dat zeg ik zoo
+dikwijls tegen mijn moeder, als zij erover aan het tobben is. "Mama,"
+zeg ik dan, "zet u dat nu uit het hoofd. De zaak is _nu_ niet meer te
+verhelpen, en 't is heel en al uw eigen schuld. Waarom liet u zich
+ook overhalen door mijn oom, Sir Robert, om tegen uw eigen beter
+weten in Edward privaat-onderwijs te laten geven, juist in de jaren,
+die er het meest op aankwamen? Hadt u hem naar Westminster laten gaan,
+zooals mij, inplaats van hem bij den Heer Pratt in den kost te doen,
+dan zoudt u dit alles hebben voorkomen." In dat licht heb ik de zaak
+altijd beschouwd, en mijn moeder ziet nu ook zelve haar vergissing
+wel in."
+
+Elinor wilde hem niet tegenspreken, want hoe zij ook in 't algemeen
+mocht denken over de voordeelen eener opvoeding in een der groote
+openbare scholen, aan Edward's verblijf in het gezin van den Heer
+Pratt kon zij niet met voldoening terugdenken.
+
+"U woont in Devonshire, niet waar?" was zijn volgende opmerking,
+"in een landhuisje, dicht bij Dawlish."
+
+Elinor bracht hem op de hoogte omtrent de plaats waar hun huis gelegen
+was, en het scheen hem te verbazen, dat iemand in Devonshire kon wonen,
+en tòch niet in de buurt van Dawlish. Hun soort van verblijfplaats
+droeg echter zijn welwillende goedkeuring weg.
+
+"Ik voor mij," zei hij, "houd bijzonder van landhuisjes; ze zijn
+meestal gezellig, en zien er aardig uit. Ik verzeker u, als ik er
+het geld voor had, dan kocht ik een stukje grond, en liet er zelf
+een bouwen, in de buurt van Londen, zoodat ik er heen kon rijden
+wanneer ik verkoos, en er een paar vrienden vragen, om samen ervan te
+genieten. Ik raad iedereen aan, die bouwen wil, om met een landhuisje
+te beginnen. Onlangs kwam mijn vriend Lord Courtland bij mij, om mij
+om raad te vragen, en legde me drie verschillende ontwerpen voor
+van Bonomi. Ik moest beslissen, welk het beste was. "Mijn waarde
+Courtland," zei ik, zonder mij te bedenken, en ik wierp ze alle drie
+in het vuur, "neem ze geen van alle, maar bouw een landhuisje, en
+anders niet." En daar zal het nu wel op uitloopen.--Er zijn menschen,
+die denken, dat er met een landhuisje weinig valt te beginnen, dat
+er niet genoeg ruimte is; maar dat is allemaal gekheid. De vorige
+maand logeerde ik bij goede vrienden, de Elliott's, in de buurt
+van Dartford. Lady Elliott wilde een danspartij geven. "Maar hoe
+kan dat nu?" zei ze; "mijn beste Ferrars, zeg me toch eens, hoe ik
+dat moet aanleggen. In dit huisje is geen enkele kamer groot genoeg
+voor tien paren, en waar moeten we soupeeren?"--_Ik_ zag dadelijk,
+dat het héél goed ging; en ik zei: "Mijn waarde Lady Elliott, tobt u
+dáár niet over. In de eetkamer kunnen met gemak achttien paren ruimte
+vinden, speeltafeltjes worden geplaatst in den grooten salon; in de
+bibliotheek kunt u thee en andere ververschingen laten presenteeren,
+en in den kleinen salon zet u het souper klaar." Lady Elliott was
+verrukt over mijn plan. We hebben de eetkamer gemeten, en 't bleek dat
+er precies plaats was voor achttien paren; zoodat alles juist werd
+geschikt volgens mijn idee. U ziet dus wel, wanneer men maar weet,
+hoe men moet te werk gaan, dan kan men 't in een landhuisje even goed
+en genoegelijk hebben, als in een ruim en deftig heerenhuis."
+
+Elinor gaf hem maar gelijk, want zij vond niet, dat hij verdiende
+als redelijk mensch op redelijke gronden te worden tegengesproken.
+
+Daar John Dashwood evenmin pleizier had in muziek als zijn oudste
+zuster, kon hij eveneens zijn gedachten naar believen bij iets
+anders bepalen, en in den loop van den avond viel hem iets in,
+dat hij bij zijn thuiskomst aan zijn vrouw meedeelde, in de hoop
+dat het hare goedkeuring zou wegdragen. De vergissing van Mevrouw
+Dennison, die zijne zusters als zijn logeergasten had beschouwd,
+had hem op het denkbeeld gebracht, of het misschien ook gepast zou
+zijn, hen werkelijk te logeeren te vragen, zoolang Mevrouw Jennings
+zooveel tijd buitenshuis doorbracht. Veel onkosten zou 't hun niet
+veroorzaken; veel last evenmin, en het was dan toch eene attentie,
+die zijn teergevoelig geweten hem als noodzakelijk deed beschouwen, ter
+volkomen kwijting van de belofte, tegenover zijn vader afgelegd. Fanny
+schrikte van het voorstel.
+
+"Ik zie niet in, hoe dat zal gaan," zei ze, "zonder onbeleefd te
+zijn jegens Lady Middleton; want ze zijn elken dag bij háár; anders
+zou ik het met pleizier doen. Je weet wel, dat ik altijd bereid ben,
+hun wáár ik kan, een beleefdheid te bewijzen, zooals ik door dezen
+uitgang van avond weer heb getoond. Maar ze zijn de gasten van Lady
+Middleton. Kan ik haar nu wel van hen berooven?"
+
+Haar echtgenoot vond, in alle bescheidenheid, hare tegenwerping toch
+eigenlijk niet afdoende. Zij hadden nu al een week op deze wijze
+gelogeerd in Conduit Street, en het zou Lady Middleton stellig niet
+hinderen, wanneer zij hetzelfde aantal dagen doorbrachten bij hun
+eigen naaste familie.
+
+Fanny zweeg een oogenblik, en zei toen, met nog grooteren nadruk:
+"Beste man, als het maar kon, zou ik niets liever doen. Maar ik had
+juist bij mij zelf overlegd, dat we de meisjes Steele een paar dagen
+te logeeren moesten vragen. Dat zijn heel geschikte, aardige meisjes;
+en ik vind, dat we 't eigenlijk wel verplicht zijn, omdat hun oom zich
+zooveel moeite heeft gegeven met Edward. Dan kunnen we je zusters 't
+volgend jaar vragen; maar de dames Steele komen misschien dan niet weer
+in de stad. Je zult ze stellig héél aardig vinden; trouwens ik weet,
+dat je dat nu al doet; evenals mama, en Harry mag ze zoo graag lijden!"
+
+De Heer Dashwood was overtuigd. Hij zag dadelijk in, dat het noodig
+was, de dames Steele te inviteeren; en zijn geweten werd gerustgesteld
+door het besluit, zijn zusters te vragen in het volgend jaar. In stilte
+vermoedde hij wel, dat de uitnoodiging een jaar later overbodig zou
+zijn; want dan kwam Elinor natuurlijk als Kolonel Brandon's vrouw,
+en Marianne als de gast van dàt echtpaar.
+
+Fanny, blij over die onverwachte uitkomst, en trotsch op de handigheid
+waarmee ze zich had weten te redden, schreef den volgenden morgen
+aan Lucy, om haar en hare zuster een paar dagen in Harley Street te
+logeeren te vragen, zoodra Lady Middleton hen kon missen. Dat was
+voldoende om Lucy waarlijk en met reden tevreden te doen zijn. Het
+scheen wel, of Mevrouw Dashwood haar plannen in de hand werkte,
+alsof zij dezelfde hoop koesterde als zij, en háár geluk wilde
+bevorderen! Zulk een gelegenheid om met Edward èn zijn familie samen
+te zijn, was voor haar van het allergrootste belang, en zulk eene
+uitnoodiging vond zij wel buitengewoon vleiend! Het was een voorrecht,
+dat zij niet dankbaar genoeg kon erkennen en niet spoedig genoeg zich
+ten nutte maken; en het bezoek bij Lady Middleton, waarvan de duur
+te voren niet was bepaald, bleek plotseling over twee dagen aan zijn
+afgesproken einde te zullen zijn gekomen.
+
+Toen het briefje, tien minuten nadat het was ontvangen, aan Elinor
+werd vertoond, deed het haar voor de eerste maal, eenigszins
+deelen in Lucy's verwachtingen; want zulk een ongewoon bewijs van
+vriendelijkheid, na zóó korte kennismaking, scheen te duiden op
+een welgezindheid, die haar oorsprong vond in méér dan louter
+kwaadwilligheid jegens haarzelve, en misschien op den duur en
+met wat behendigheid kon worden aangewend om Lucy's verlangens te
+vervullen. Haar vleierij had Lady Middleton's trots reeds doen buigen,
+en haar den weg gebaand naar het moeilijk toegankelijk hart van
+Mevrouw John Dashwood; uitwerkselen, die nog grootere mogelijkheden
+deden verwachten.
+
+De dames Steele vertrokken naar Harley Street, en al wat Elinor
+ter oore kwam omtrent hun invloed daar aan huis, droeg ertoe bij
+haar verwachting te versterken. Sir John, die hen meermalen ging
+opzoeken, bracht verhalen mee omtrent de gunst waarin zij stonden,
+die ieder versteld deden staan. Mevrouw Dashwood had nog nooit in haar
+leven zulke lieve meisjes ontmoet; ze had hun ieder een naaldenboekje
+gegeven, het werk van een of anderen vreemden vluchteling; zij noemde
+Lucy bij haar voornaam, en zij wist niet, hoe zij het ooit zonder
+hen zou stellen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXXVII
+
+
+Na een paar weken was Mevrouw Palmer zóó wel, dat haar moeder het
+niet meer noodig vond, zich geheel en al aan haar te wijden; zij
+bezocht haar dan nu ook slechts eens of tweemalen per dag en keerde
+terug naar haar eigen huis en tot haar oude gewoonten; waarbij zij
+de dames Dashwood zeer bereid vond, deze te deelen, zooals zij dat
+reeds vroeger hadden gedaan.
+
+Den derden of vierden morgen nadat zij het oude leventje in Berkeley
+Street hadden hervat, kwam Mevrouw Jennings, bij haar terugkomst van
+het gewone bezoek aan Mevrouw Palmer, den salon binnen, waar Elinor
+alleen zat, met zulk een haast, en zulk een vertoon van gewicht,
+dat Elinor zich reeds op iets heel bijzonders voorbereidde; maar
+zonder haar tijd te gunnen tot méér dan die eene gedachte, begon
+haar gastvrouw deze aanstonds te rechtvaardigen door te zeggen:
+"Mijn lieve Elinor! heb je 't nieuws al gehoord?"
+
+"Neen, mevrouw. Wat is het dan?"
+
+"O, zoo vreemd! Ik zal je alles vertellen. Toen ik bij mijn dochter
+kwam, was Charlotte doodelijk ongerust over 't kind. Ze dacht dat het
+erg ziek was;--'t schreide, 't was lastig, en 't had uitslag overal. Ik
+ging gauw kijken, en ik zei: Lieve kind, zei ik; dat is niets; een
+beetje roos, en dat zei de baker ook. Maar Charlotte had er geen rust
+bij; dus werd Dr. Donovan gehaald; en hij was gelukkig juist thuis
+gekomen uit Harley Street, dus liep hij even bij ons aan, en zoodra hij
+'t kind zag zei hij ook net als wij, dat het een beetje roos was in
+het tandvleesch, en toen was Charlotte gerust. En juist toen hij wou
+heen gaan, kwam 't mij zoo in de gedachte, ik weet niet hoe 't zoo was,
+maar 't viel mij zoo in, om hem te vragen of hij ook iets nieuws had te
+vertellen. Nu, toen lachte hij zoo'n beetje, en trok een gek gezicht,
+en keek dan weer ernstig, en scheen wel iets bijzonders te weten, en
+eindelijk zei hij zachtjes: "Als de jonge dames die bij u logeeren,
+misschien ongunstige berichten mochten hooren omtrent hun zuster's
+ongesteldheid, dan wil ik nu maar vast tot hun geruststelling zeggen,
+dat er geen reden bestaat tot bezorgdheid; het zal, denk ik, met
+Mevrouw Dashwood wel goed afloopen, daar ben ik niet bang voor."
+
+"Wat? is Fanny ziek?"
+
+"Precies wat ik zelf zei, kind. "Heden", zei ik, "is Mevrouw Dashwood
+ziek?"--Dus toen kreeg ik alles te hooren, en naar ik wèl heb begrepen,
+komt het hierop neer: Mijnheer Edward Ferrars, dat zelfde jongemensch
+met wien ik jou wel eens geplaagd heb (ik ben intusschen maar blij,
+nu 't zoo uitkomt, dat dààr niets van aan was) die Mijnheer Edward
+Ferrars dan schijnt al langer dan een jaar verloofd te zijn geweest
+met mijn nichtje Lucy!--Wat zeg je dáárvan, kind. En geen mensch, die
+er van wist dan Anne! Zou je zooiets hebben kunnen gelooven?--Dat ze
+van elkaar houden is zoo'n wonder niet; maar dat het zóóver tusschen
+hen was gekomen, en niemand er op verdacht was! _Dat_ is vreemd!--ik
+heb ze nooit samen gezien,--anders had ik het natuurlijk gauw in
+de gaten gehad. Nu, het werd dan diep geheim gehouden, uit vrees
+voor Mevrouw Ferrars, en noch zij, noch je broer en zuster hadden
+'t flauwste vermoeden ervan,--tot dat Anne, die een goed schepsel is,
+zooals je weet, maar de wijsheid niet in pacht heeft, er van morgen
+op eens mee voor den dag kwam. "Kom," denkt ze bij zichzelf, "ze
+zijn allemaal zóó dol op Lucy, ze hebben er bepaald niets op tegen,"
+en zóó loopt ze naar je zuster, die in haar eentje aan haar handwerk
+zit, en weinig wist, wat haar boven 't hoofd hing,--want ze had geen
+vijf minuten te voren tegen je broer gezegd, dat zij van plan was,
+het klaar te spelen tusschen Edward en een andere dame, de dochter
+van een Lord... dat weet ik niet meer, hoe die heette. Dus je kunt
+denken wat een slag dit was voor haar ijdelheid en haar trots. Ze
+kreeg het verschrikkelijk op de zenuwen en gilde zoo hard, dat je
+broer het beneden hoorde; die zat in zijn kamer, van plan een brief
+te schrijven aan zijn rentmeester. Hij vloog naar boven; en toen werd
+het daar een scène van belang, want Lucy was er ook op afgekomen,
+weinig vermoedende, wat er gaande was. Dat arme schepsel! háár beklaag
+ik. Ze hebben haar ook niet mooi behandeld, moet ik zeggen; want je
+zuster schold haar uit voor al wat leelijk was; en al heel gauw viel
+Lucy flauw. Anne viel op de knieën en schreide allerjammerlijkst, en
+je broer liep de kamer rond en wist niet, wat te beginnen. Mevrouw
+Dashwood riep maar, dat ze geen minuut langer in haar huis mochten
+blijven, en toen moest je broer óók wel voor haar op de knieën vallen,
+om haar te bewegen, hen te laten blijven, tot ze hun goed hadden
+gepakt. Toen kreeg ze weer een zenuwtoeval, en hij werd zoo bang,
+dat hij Dr. Donovan liet halen, en Dr. Donovan had hen met elkaar
+gevonden in zóó'n toestand. Het rijtuig stond al klaar om mijn arme
+nichten weg te brengen, ze stapten juist in, toen hij wegging; Lucy
+kon bijna niet loopen, zei hij, en Anne was haast even erg. Ik kan
+'t niet uitstaan van je zuster, en ik hoop van harte dat ze toch
+een paar worden, tegen haar zin. Och, och, wat zal die arme Edward
+wel zeggen als hij ervan hoort! Dat zijn meisje zoo minachtend wordt
+behandeld! want ze zeggen dat hij dol op haar is, en geen wonder. 't
+Zou mij niet verwonderen, als hij er half razend door wordt, en dat
+dacht Dr. Donovan ook. We hebben er samen lang en breed over gepraat,
+en het trof gelukkig, dat hij weer terugging naar Harley Street,
+om bij de hand te zijn, wanneer ze 't vertelden aan Mevrouw Ferrars;
+want die werd gehaald, zoodra mijn nichtjes het huis uit waren; en
+je zuster wist vooruit, dat zij 't óók op de zenuwen zou krijgen;
+nu, dat gun ik haar graag. Ik heb met geen van beiden een ziertje
+medelijden. Daar heb ik geen begrip van, hoe de menschen zoo'n drukte
+kunnen maken over geld en voornaamheid. Ik zie volstrekt niet in,
+waarom Mijnheer Edward en Lucy niet zouden kunnen trouwen; want
+Mevrouw Ferrars kan haar zoon genoeg meegeven, en al heeft Lucy zoo
+goed als niets, ze weet beter dan de meesten met weinig rond te komen;
+en als Mevrouw Ferrars hem maar vijfhonderd pond in 't jaar wou geven,
+dan zou zij ermee voor den dag komen, als een ander met achthonderd
+zou doen. Wat zouden ze 't niet genoeglijk kunnen hebben samen, in
+zoo'n soort huisje als dat van jelui,--of een beetje grooter--met twee
+dienstmeisjes en twee knechts; en ik zou ze dadelijk een kamermeisje
+kunnen bezorgen, denk ik, want de zuster van mijn Betty zoekt een
+dienst, en die zou juist voor hen passen."
+
+Hier hield Mevrouw Jennings een oogenblik op, en daar Elinor tijd
+genoeg had gehad, haar gedachten te verzamelen, was zij in staat, juist
+dàt antwoord te geven, en precies díe opmerkingen te maken, die in dit
+geval als voor de hand liggend mochten worden beschouwd. Al blijde,
+te bespeuren, dat zij niet werd verdacht van eenige buitengewone
+belangstelling, en dat Mevrouw Jennings (zooals zij reeds dikwijls
+had gehoopt in den laatsten tijd) al lang niet meer in de meening
+verkeerde, dat zij iets gevoelde voor Edward; maar vooral blij, omdat
+Marianne niet in de kamer was, kon zij zeer goed, zonder verlegenheid
+te toonen, over de zaak spreken, en een, naar zij meende, onpartijdig
+oordeel uiten over het gedrag van allen, die erbij waren betrokken.
+
+Zij kon bijna niet uitmaken, wat zij zelve verwachtte dat deze
+gebeurtenis ten gevolge zou hebben;--hoewel zij zich ernstig trachtte
+te verzetten tegen het denkbeeld, dat de zaak bij mogelijkheid op iets
+anders kon uitloopen dan het huwelijk van Edward en Lucy. Wat Mevrouw
+Ferrars zou zeggen en doen, scheen wel allesbehalve twijfelachtig;
+maar zij was er toch benieuwd naar, en nog veel meer benieuwd, hoe
+Edward zelf zich zou gedragen. Met hèm had zij medelijden;--met Lucy
+heel weinig, en dat weinigje riep ze met moeite te voorschijn;--met
+de anderen in 't geheel niet.
+
+Daar Mevrouw Jennings over niets anders kon praten, zag Elinor
+spoedig in, dat Marianne op de bespreking van de zaak moest worden
+voorbereid. Er viel geen tijd te verliezen; zij moest op de hoogte
+worden gebracht, de volle waarheid vernemen, en leeren, erover te
+hooren spreken door anderen, zonder te laten merken, dat zij bedroefd
+was om hare zuster, of verontwaardigd over Edward's gedrag.
+
+Het was een pijnlijke taak voor Elinor. Zij moest haar zuster ontnemen,
+wat zij werkelijk als Marianne's grootsten troost beschouwde,--moest
+haar dingen omtrent Edward vertellen, die zij vreesde, dat hem
+voor altoos haar goede meening zouden doen verliezen, en zij zou
+Marianne door de gelijkenis van beider omstandigheden, die haar wel
+treffend moest schijnen, al haar eigen teleurstelling opnieuw doen
+gevoelen. Doch hoe onwelkom die taak ook mocht zijn, zij moest vervuld
+worden, en Elinor haastte zich te doen, wat haar te doen stond.
+
+Allerminst wenschte zij, lang stil te staan bij haar eigen gevoelens
+of het te doen voorkomen, alsof zij zwaar verdriet had, behalve dan in
+zooverre, als het zelfbedwang, dat zij zich had opgelegd, sedert zij
+voor het eerst Edward's verloving vernam, voor Marianne eenigermate
+eene aansporing kon zijn, dit ook van hare zijde te betrachten. Zij
+vertelde alles duidelijk en eenvoudig; en ofschoon niet onbewogen, liet
+zij zich toch geenszins vervoeren tot heftige aandoening of onstuimige
+smart. _Deze_ bleven overgelaten aan haar die luisterde; want Marianne
+hoorde haar aan met ontzetting, en schreide bitter. Elinor scheen de
+troosteres te moeten zijn van anderen, zoowel in haar eigen verdriet,
+als in het hunne, en bereidwillig bood zij al de geruststelling aan,
+die zij kon schenken, door de verzekering, dat zij zelve nu volkomen
+kalm was, en door haar ernstige voorspraak van Edward, dien zij
+vrijpleitte van alle schuld, behalve onvoorzichtigheid.
+
+Doch een tijdlang wilde Marianne noch het een, noch het ander
+gelooven. Edward scheen wel een andere Willoughby, en als Elinor
+toegaf, zooals ze _deed_, dat zij hem innig had liefgehad, kon zij
+dan minder gevoelen dan Marianne zelve? Wat Lucy Steele betrof,
+zij beschouwde haar als zoo volkomen onaantrekkelijk, zoo absoluut
+ongeschikt om de liefde van een verstandig man te winnen, dat zij
+aan een vroegere genegenheid van Edward voor Lucy eerst niet wilde
+gelooven, en hem die in geen geval vergeven kon. Zij wilde zelfs
+niet inzien, dat zooiets natuurlijk had kunnen zijn; en Elinor gaf
+het maar op, en liet haar bij hare meening, totdat die overtuiging
+haar zou zijn bijgebracht door het eenige, dat haar overtuigen kòn,
+eene grootere mate van menschenkennis.
+
+Haar eerste mededeeling had zich niet verder uitgestrekt dan tot
+het feit van de verloving en den duur ervan. Daarop was Marianne's
+gevoel tusschenbeide gekomen en had een einde gemaakt aan allen
+geregelden samenhang. Een tijdlang rustte op Elinor de taak, haar
+droefheid te doen bedaren, haar ongerustheid te doen verminderen en
+haar verontwaardiging te bestrijden. De eerste vraag van Marianne's
+kant, die tot verdere bijzonderheden leidde, was:
+
+"Hoe lang heb je dit al geweten, Elinor? Heeft hij het je geschreven?"
+
+"Ik wist het al vier maanden. Toen Lucy pas te Barton was gekomen,
+in November, vertelde ze mij in vertrouwen, dat ze verloofd was."
+
+Bij deze woorden drukten Marianne's oogen de verwondering uit, die
+haar lippen niet konden uitspreken. Na een oogenblik van zwijgende
+verbazing, riep ze:
+
+"Vier maanden?--Heb je dit vier maanden lang geweten?"
+
+Elinor antwoordde bevestigend.
+
+"Dus... terwijl je deelde in al mijn verdriet, hadt je _dit_ op het
+hart? En ik maakte je er een verwijt van, dat je gelukkig waart!"
+
+"Het zou niet goed voor je zijn geweest, toen te weten, hoe zeer het
+tegendeel bij mij 't geval was."
+
+"Vier maanden!" riep Marianne nogmaals. "En zoo kalm, zoo vroolijk! Wat
+stelde je daartoe in staat?"
+
+"Het gevoel, dat ik mijn plicht deed. Mijn belofte aan Lucy verplichtte
+mij tot geheimhouding. Ik moest dus om harentwil vermijden, ook maar
+een zweem van de waarheid te doen vermoeden, en bij mijn familie
+en goede vrienden mocht ik geen bezorgdheid wekken, die ik niet bij
+machte zou zijn te verdrijven."
+
+Marianne scheen diep getroffen.
+
+"Ik heb dikwijls verlangd, jou en moeder alles duidelijk te maken,"
+voegde Elinor erbij, "en een paar malen beproefde ik dat zelfs;--maar
+zonder het in mij gestelde vertrouwen te verraden, had ik je nooit
+kunnen overtuigen."
+
+"Vier maanden!--en toch hadt je hem lief!"
+
+"Ja. Maar ik had niet hem alléén lief,--en zoolang het geluk van
+anderen mij ter harte ging, was ik blijde, hun de wetenschap te
+kunnen besparen van wat ik gevoelde. Nu kan ik eraan denken en
+erover spreken zonder heftige aandoening. Ik zou niet willen dat je
+om mijnentwille verdriet hadt, want feitelijk heb ik zelf nu géén
+verdriet meer. Ik heb veel dingen, die mij steun geven. Ik ben mij
+niet bewust, mij te hebben blootgesteld aan deze teleurstelling door
+eigen onvoorzichtigheid, en ik heb die zooveel mogelijk gedragen
+zonder anderen erin te laten deelen. Ik kan in gemoede verklaren
+dat Edward zich niet heeft misdragen. Ik hoop, dat hij gelukkig zal
+worden, en ik weet zóó zeker, dat hij altoos zijn plicht zal doen,
+dat hij het ten slotte worden zàl, al mag hij nu ook nog een weinig
+bedroefd zijn. Verstand heeft Lucy genoeg, en dat is een grondslag,
+waarop zich veel goeds laat bouwen. En dan, Marianne, wel beschouwd,
+ondanks al wat er betooverends moge zijn in de voorstelling van ééne
+duurzame getrouwe genegenheid, ondanks al dat roemen in een geluk,
+dat uitsluitend afhankelijk is van één bepaalden persoon, het is
+ons niet beschoren,--het is niet geoorloofd,--het is niet mogelijk,
+dat dit waarheid zij. Edward zal trouwen met Lucy; hij zal trouwen
+met een vrouw, die, wat uiterlijk en verstand betreft, de meerdere
+is van de helft harer seksegenooten, en tijd en gewoonte zullen hem
+leeren vergeten, dat hij ooit eene andere als de meerdere van háár
+heeft beschouwd."
+
+"Als je er zóó over denkt," zei Marianne, "als het verlies van wat
+je het hoogst schatte, zóó gemakkelijk kan worden vergoed door iets
+anders, dan zijn je vastberadenheid en je zelfbedwang misschien een
+beetje minder verwonderlijk te achten. Althans meer binnen 't bereik
+van mijn begrip."
+
+"Ik weet, wat je zeggen wilt. Je gelooft niet, dat ik ooit veel
+gevoeld kan hebben. Vier maanden, Marianne, ben ik van dit alles
+vervuld geweest, zonder dat het mij vrijstond, er met één sterveling
+over te spreken; begrijpende, dat het jou en moeder bitter verdriet
+moest doen, wanneer je het te weten kwaamt, en toch niet in staat,
+je er ook maar in 't minst op voor te bereiden. Het werd mij verteld;
+het werd mij, om zoo te zeggen, opgedrongen door de persoon zelve,
+wier vroegere verbintenis al mijn verwachtingen neersloeg; en verteld,
+naar het mij voorkwam, met zegevierenden trots. Háár achterdocht
+dus moest ik ontwapenen, door onverschillig te schijnen voor wat
+mij het allerdiepst ter harte ging. En dat gebeurde niet éénmaal;
+nogmaals en nogmaals moest ik de uitingen aanhooren van haar hoop
+en haar verrukking. Ik heb beseft, dat ik voor altijd van Edward
+gescheiden zou zijn, zonder te weten van ééne omstandigheid, welke
+mij die verbintenis minder wenschelijk had kunnen doen schijnen. Hij
+heeft zich noch onwaardig betoond, noch onverschillig te mijnen
+opzichte. Ik heb het hoofd moeten bieden aan de onheusche bejegening
+van zijn zuster en de beleedigende houding zijner moeder, en de straf
+moeten ondergaan voor eene genegenheid, waarvan ik de vreugde gemist
+had. En dat alles is gebeurd in dagen, die, zooals je maar al te goed
+weet, nog andere droefheid brachten. Wanneer je mij tot éénig gevoel
+in staat acht, waarlijk, dan mag je veronderstellen, dat ik _thans_
+geleden heb. De kalmte, waarmede ik nu van mijzelf verkregen heb, de
+zaak te beschouwen, de troostgronden, die ik bereid was te erkennen,
+zijn de vrucht geweest van aanhoudende en smartelijke inspanning;--zij
+meldden zich niet vrijwillig aan; zij kwamen aanvankelijk mij geen
+verlichting brengen,--neen, Marianne. Toen--wanneer mij geen belofte
+het zwijgen had opgelegd, zou mij _toen_ misschien niets, zelfs
+niet wat ik mijn liefsten vrienden verschuldigd was, hebben kunnen
+weerhouden openlijk te toonen, dat ik mij _diep_ ongelukkig gevoelde."
+
+Marianne had niets meer in te brengen.
+
+"O Elinor," riep ze, "je maakt, dat ik voor altijd een hekel
+zal hebben aan mijzelf! Wat ben ik barbaarsch wreed tegenover je
+geweest!--tegenover jou, die mijn eenige troost waart, die mij trouw
+bijstondt in al mijn ellende, die alleen om mij scheent te lijden! Is
+dat mijn dank? Is dat mijn eenige vergelding? Ik heb je verdienste
+trachten te verkleinen, omdat zij _mijn_ tekortkoming aan het licht
+brengt."
+
+Op die bekentenis volgden de teederste liefkoozingen. In de
+gemoedsstemming, waarin ze thans verkeerde, kon Elinor zonder moeite
+elke belofte van haar vergen, die haar gewenscht voorkwam; en op haar
+verzoek nam Marianne zich vast voor, niemand over de zaak te spreken
+met den geringsten schijn van bitterheid;--als zij Lucy ontmoette,
+geen de minste toename van haar afkeer te doen blijken, en zelfs
+Edward, mocht het toeval hen doen samenkomen, niet minder hartelijk te
+begroeten, dan zij vroeger placht te doen. Het waren zware eischen,
+die hier werden ingewilligd; maar als Marianne besefte, dat zij een
+ander onrecht had gedaan, kende haar bereidvaardigheid om het weer
+goed te maken, geen grenzen.
+
+Zij vervulde haar belofte van voorzichtig te zullen zijn, op een
+wijze, die bewondering verdiende. Zij luisterde zonder blozen of
+verbleeken naar al wat Mevrouw Jennings over het onderwerp te zeggen
+had, verschilde geen enkele maal met haar van meening, en zei tot
+driemaal toe: "Ja, mevrouw." Bij het aanhooren van Lucy's lof ging
+zij alleen op een anderen stoel zitten, en toen Mevrouw Jennings het
+had over Edward's genegenheid, kostte haar dat enkel een zenuwachtige
+kramptrekking in haar keel. Deze aan het heldhaftige grenzende houding
+van hare zuster gaf Elinor een gevoel, alsof zijzelve nu wel tot
+àlles in staat was.
+
+Den volgenden morgen werd die heldhaftigheid nog verder op de proef
+gesteld door een bezoek van hun broeder, die met een diep ernstig
+gezicht de treurige geschiedenis kwam vertellen en berichten, hoe
+het ging met zijn vrouw.
+
+"Je hebt zeker al gehoord," zei hij plechtig, toen hij had plaats
+genomen, "van de alleronaangenaamste ontdekking, die gisteren bij
+ons aan huis heeft plaats gehad."
+
+Zij gaven allen door blikken hun toestemming te kennen; voor woorden
+scheen het oogenblik te onheilvol.
+
+"Je schoonzuster," ging hij voort, "heeft het zich ontzaglijk
+aangetrokken. Mevrouw Ferrars ook,--we waren allen in een rampzaligen
+toestand; maar ik durf toch hopen, dat we den storm weerstand zullen
+bieden, zonder dat een van ons totaal bezwijkt. Die arme Fanny;
+gisteren had zij het den geheelen dag op de zenuwen. Maar ik wilde
+jelui niet al te ongerust maken. Donovan zegt, dat er geen reden is,
+iets ernstigs te vreezen; haar gestel is sterk, en haar geestkracht
+stelt haar in staat, het ergste te dragen. Met engelengeduld heeft
+zij alles verduurd! Zij zegt, dat ze van niemand ooit meer iets goeds
+zal verwachten; en geen wonder, na zoo te zijn bedrogen!--zulk een
+verregaande ondankbaarheid te hebben ondervonden, als vergelding
+van zooveel vriendelijkheid, zulk vertrouwen. Uit pure, oprechte
+goedhartigheid had ze die meisjes te logeeren gevraagd, enkel omdat
+ze vond, dat hun wel eenige attentie mocht worden bewezen; ze waren
+aardig, wisten zich goed voor te doen, en zouden prettig gezelschap
+voor ons zijn; want anders zouden we allebei stellig liever jou en
+Marianne gevraagd hebben, terwijl je lieve gastvrouw zich wijdde
+aan haar dochter. En dan op deze wijze te worden beloond! "Ik wou
+om een lief ding," zegt Fanny met haar natuurlijke hartelijkheid,
+"dat we je zusters maar hadden gevraagd, inplaats van hen."
+
+Hier wachtte hij even, om bedankt te worden, en toen dat gebeurd was,
+praatte hij door.
+
+"Wat dit arme Mevrouw Ferrars uitstond, toen ze 't van Fanny het eerst
+kreeg te hooren, is met geen woorden te omschrijven. Terwijl zij in
+haar trouwe genegenheid, zulk een uiterst wenschelijke verbintenis voor
+hem had weten voor te bereiden, kon men toch niet veronderstellen, dat
+hij al dien tijd in 't geheim met iemand anders was verloofd!--dat
+vermoeden kòn eenvoudig niet bij haar opkomen. Wanneer ze hem
+al verdacht van eenige bijzondere voorkeur, dan was het toch niet
+_hierheen_, dat die verdenking zich richtte. "_Daar_," zei ze, "dacht
+ik nu toch, dat geen gevaar was te duchten." Zij was letterlijk ten
+einde raad. We overlegden samen, wat nu te doen stond, en ten laatste
+besloot zij, Edward bij zich te laten komen. Hij kwam dan ook. Wat
+toen volgde, verhaal ik ongaarne. Al wat Mevrouw Ferrars kon zeggen,
+om hem te bewegen de verloving te verbreken, terwijl zij toch werd
+bijgestaan, zooals je kunt begrijpen, door mijn redeneering en Fanny's
+smeekbeden, het baatte niets. Plicht, genegenheid, alles verloor
+hij uit het oog. Ik had nooit gedacht, dat Edward zoo stijfkoppig,
+zoo ongevoelig kon zijn. Zijn moeder deelde hem mede, wat haar plan
+was, als hij trouwde met Juffrouw Morton; ze zei dat ze hem hun
+bezitting in Norfolk zou schenken, die zonder grondbelasting ruim
+duizend pond in het jaar opbrengt; ze bood zelfs aan, toen het begon
+te spannen, zijn inkomen op twaalfhonderd te brengen terwijl zij aan
+den anderen kant, als hij deze ongepaste verbintenis wilde doorzetten,
+hem wees op de onvermijdelijke armoede, waartoe dit huwelijk hem zou
+veroordeelen. Zijn eigen tweeduizend pond zouden alles zijn wat hij
+bezat, verklaarde zij; zij wilde hem nooit weerzien, en zóó weinig
+zou zij gezind zijn, hem den geringsten steun te verleenen, dat zij,
+wanneer hij een beroep zou kiezen, om in zijn onderhoud te voorzien,
+alles zou doen wat in haar macht stond, om te beletten, dat hij
+vooruit kwam."
+
+Hier sloeg Marianne, wier verontwaardiging thans haar hoogtepunt
+had bereikt, de handen ineen en riep: "Goede hemel! kan zoo iets
+mogelijk zijn?"
+
+"Je moogt je waarlijk wèl verbazen, Marianne," antwoordde haar broeder,
+"over een onverzettelijkheid, die zulke argumenten kon weerstaan. Je
+uitroep is zeer natuurlijk."
+
+Marianne wilde heftig antwoorden; maar zij herinnerde zich haar
+belofte en hield zich in.
+
+"Alles echter," ging hij voort, "werd te vergeefs hem
+voorgehouden. Edward zei heel weinig, maar dat weinige op den meest
+beslisten toon. Niets zou hem bewegen, zijn verloving te verbreken. Hij
+hield zich aan zijn gegeven woord, het mocht dan kosten wat het wilde."
+
+"Dan heeft hij gehandeld," riep Mevrouw Jennings, die zich niet langer
+kon stilhouden, met rondborstige oprechtheid uit, "als een eerlijk
+man. Neem mij niet kwalijk, mijnheer Dashwood, maar als hij zich anders
+had gedragen, dan zou ik hem een schurk hebben genoemd. Ik ben ook
+eenigszins bij de zaak betrokken, zoo goed als u; want Lucy Steele is
+mijn nichtje, en ik geloof, dat er geen beter meisje in de wereld is
+te vinden, géén, die 't zoo goed waard is, een besten man te krijgen."
+
+John Dashwood was zeer verbaasd; maar hij had een kalme geaardheid,
+zou niet licht aanstoot nemen, en wenschte niemand te beleedigen,
+vooral niet iemand met geld. Hij antwoordde dus, zonder eenige ergernis
+te laten blijken.
+
+"Ik zou in geen geval oneerbiedig willen spreken van iemand die
+familie is van u, mevrouw. Ik wil gaarne gelooven, dat Juffrouw
+Steele een zeer verdienstelijke jonge dame is, maar in dit geval
+kan toch van een engagement geen sprake zijn. En dat zij zich in 't
+geheim heeft verloofd met een jongen man, die aan de zorg van haar
+oom was toevertrouwd, den zoon nog wel van een zoo vermogende dame als
+Mevrouw Ferrars, dat is toch op zich zelf wel een beetje vreemd. Maar
+het spreekt vanzelf, dat ik geen ongunstig oordeel vel over 't gedrag
+van iemand, die door u wordt gewaardeerd, Mevrouw Jennings. We hopen
+allen dat zij gelukkig zal worden, en Mevrouw Ferrars' houding is
+in alle opzichten zóó geweest, als men van elke goede moeder, die
+zich van haar plicht bewust is, in hare omstandigheden zou verwacht
+hebben. Zij heeft zich waardig en grootmoedig gedragen. Edward heeft
+zijn eigen lot gekozen, en ik vrees dat het niet gelukkig zal zijn."
+
+Marianne gaf met een zucht die zelfde vrees te kennen; en Elinor's
+hart bloedde bij de gedachte aan Edward's gevoelens, terwijl hij
+zijn moeder's bedreigingen trotseerde voor een vrouw, die hem niet
+kon beloonen.
+
+"En hoe," zei Mevrouw Jennings, "liep het toen af?"
+
+"Helaas, mevrouw, het kwam tot een treurige breuk tusschen beiden;
+Edward werd door zijn moeder voor goed uit haar huis gezonden. Gisteren
+is hij vertrokken; waarheen weet ik niet, en ook niet, of hij nog in
+de stad is; want _wij_ kunnen natuurlijk geen navraag doen."
+
+"Die arme jongen; en wat moet er nu van hem worden?"
+
+"Zegt u dat wèl, mevrouw! 't Is droevig om aan te denken. Gewend aan
+'t vooruitzicht van eenmaal schatrijk te zullen worden! Ik kan mij
+geen beklagenswaardiger toestand voorstellen. De rente van tweeduizend
+pond--hoe kàn iemand daarvan leven!--en als daarbij dan nog moet worden
+bedacht, dat hij door zijn eigen dwaasheid zich de kans liet ontgaan
+binnen drie maanden een inkomen te bezitten van tweeduizend vijfhonderd
+pond in het jaar (want Juffrouw Morton bezit dertigduizend),--ik kan
+mij geen bedroevender omstandigheden denken. We moeten allen met hem
+meegevoelen; te meer, daar we geheel onmachtig zijn, hem te helpen."
+
+"Arme jongen!" riep Mevrouw Jennings, "ik weet wel, dat hij in
+mijn huis gerust mag komen slapen en eten, en dat zou ik hem zeker
+vertellen, als ik hem zag! 't Is niet zooals 't hoort, dat hij nu
+zich zelf moet bedruipen, en logeeren op kamers, of in hôtels."
+
+Elinor bedankte haar in haar hart voor die vriendelijke gevoelens
+jegens Edward, al kon zij niet nalaten te glimlachen om den vorm,
+waarin deze werden uitgedrukt.
+
+"Als hij maar even goed voor zich zelf had willen zorgen," zei John
+Dashwood, "als al zijn vrienden geneigd waren voor hèm te doen,
+dan zou hij nu zijn natuurlijke positie hebben ingenomen, en aan
+niets gebrek hebben gehad. Maar zooals het nu is, kan niemand hem
+helpen. En nog iets hangt hem boven het hoofd, wel haast het ergste
+van alles--zijn moeder heeft besloten,--en ik vind dat zeer natuurlijk
+van haar,--nu al dadelijk _die_ bezitting aan Robert te schenken,
+die van Edward had kunnen zijn, als hij zich naar haar voorwaarden
+had willen schikken. Toen ik haar van morgen verliet, was zij bezig,
+met haar zaakwaarnemer hierover te spreken."
+
+"Nu," zei Mevrouw Jennings, "dat is nu háár wijze van wraaknemen. Ieder
+doet dat op zijn eigen manier. De mijne zou het, dunkt mij, niet
+zijn, den eenen zoon onafhankelijk te maken, omdat de andere mij
+had geërgerd."
+
+Marianne stond op en ging de kamer uit.
+
+"Wat kan meer verbittering wekken in iemands gemoed", ging John voort,
+"dan zijn jongeren broeder in 't bezit te zien van een goed, dat _zijn_
+eigendom had kunnen zijn? Arme Edward, ik beklaag hem van harte."
+
+Na nog een paar minuten te hebben gewijd aan dergelijke ontboezemingen,
+nam hij afscheid, en vertrok met de herhaalde verzekering aan zijn
+zusters, dat Fanny's ongesteldheid niet van ernstigen aard was,
+en dat zij zich dus niet ongerust behoefden te maken. De drie dames
+bleven achter, volkomen eensgezind in hun gevoelens ditmaal, althans
+wat het gedrag betrof van Mevrouw Ferrars, de Dashwoods en Edward.
+
+Marianne's verontwaardiging barstte los, zoodra hij de kamer uit was,
+en daar haar heftigheid het voor Elinor onmogelijk, en voor Mevrouw
+Jennings onnoodig maakte, terughouding te betrachten, gaven zij
+eendrachtig en met groote levendigheid uiting aan hun afkeuring van
+het drietal.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXXVIII
+
+
+Mevrouw Jennings prees Edward's gedrag met groote warmte, maar alleen
+Elinor en Marianne beseften de ware verdienste ervan. _Zij_ alleen
+wisten, hoe weinig hem verlokte tot ongehoorzaamheid, en hoe gering
+de troost was, die hem overbleef, bij het verlies van vrienden en
+fortuin, buiten de zekerheid, goed te hebben gehandeld. Elinor was
+vervuld van blijden trots om zijn rechtschapenheid, en Marianne
+vergaf hem al zijn wandaden uit medelijden met zijn straf. Maar
+hoewel, na deze openlijke ontdekking, het oude vertrouwen tusschen
+hen was teruggekeerd, was dit toch niet een onderwerp, waarover zij
+gaarne spraken, als zij alleen waren. Elinor vermeed het uit beginsel,
+daar het door Marianne's al te vurige, al te stellige verzekeringen,
+licht kon leiden tot een te aanhoudend verwijlen van haar gedachten
+bij de voorstelling van Edward's blijvende genegenheid voor haarzelve,
+welke zij liever van zich wilde afzetten; en Marianne ontzonk spoedig
+de moed, als zij poogde te spreken over een onderwerp, dat haar altijd
+een ontevreden gevoel gaf met zichzelve, door de vergelijking, die het
+wel moest oproepen tusschen Elinor's gedrag en het hare. Het treffende
+van die vergelijking gevoelde zij ten volle; doch dit noopte haar
+thans niet tot inspanning, zooals hare zuster had gehoopt; het ging
+gepaard met de pijn van een aanhoudend zelfverwijt, waarin zij bitter
+betreurde zich te voren nooit te hebben ingespannen; doch het bracht
+enkel de kwelling mede van berouw, zonder hoop op verbetering. Haar
+geest was zoozeer verslapt, dat zij het nog steeds onmogelijk waande,
+haar kracht te beproeven, en daardoor te meer ontmoedigd werd.
+
+In de eerstvolgende paar dagen vernamen zij niets nieuws, noch uit
+Harley Street, noch uit Bartlett's Buildings. Maar hoewel zij reeds
+zooveel van de zaak wisten, dat Mevrouw Jennings genoeg te doen zou
+hebben gehad met het verder verbreiden van die kennis, zonder naar
+meer te verlangen, had zij dadelijk besloten, zoodra ze kon, haar
+nichten een bezoek te brengen, om hen te troosten en navraag te doen,
+en alleen een grootere toeloop van bezoek dan gewoonlijk had haar
+verhinderd dat plan ten uitvoer te brengen.
+
+De derde dag nadat het bericht hun ter oore was gekomen, was een
+prachtige Zondag, die velen uitlokte tot een bezoek aan Kensington
+Gardens, hoewel het nog slechts de tweede week was van Maart. Tot die
+bezoekers behoorden ook Mevrouw Jennings en Elinor; doch Marianne,
+die wist, dat de Willoughby's weer in de stad waren, en altijd bang
+was, hen te ontmoeten, wilde liever thuisblijven dan zich vertoonen
+op een plaats, waar zooveel menschen bijeen kwamen.
+
+Een goede kennis van Mevrouw Jennings voegde zich bij hen, zoodra
+zij het hek waren binnengegaan, en het speet Elinor niet, dat
+zij hun gezelschap bleef houden, en druk doorpraatte met Mevrouw
+Jennings, zoodat zij zelve rustig kon nadenken. De Willoughby's zag
+zij niet; Edward evenmin; en een tijdlang vertoonde zich niemand,
+die om eenige reden, 't zij van ernstigen of vroolijken aard, haar
+belangstelling kon wekken. Eindelijk echter werd zij, tot haar
+verwondering, aangesproken door de oudste Juffrouw Steele, die,
+hoewel een weinig verlegen kijkend, toch haar genoegen te kennen gaf,
+hen te zien, en, aangemoedigd door Mevrouw Jennings' buitengewone
+vriendelijkheid, haar eigen gezelschap een poosje verliet, om zich
+bij hen te voegen. Mevrouw Jennings fluisterde Elinor haastig toe:
+"Zie, dat je alles te weten komt, kind. Ze vertelt je, wat je wilt,
+als je maar vraagt. Je ziet wel, ik moet bij Mevrouw Clarke blijven."
+
+Het trof gelukkig voor Mevrouw Jennings' nieuwsgierigheid, en die
+van Elinor eveneens, dat Anne alles wel wilde vertellen, _zonder_
+gevraagd te worden; want anders hadden zij niets vernomen.
+
+"Ik ben zoo blij, dat ik u hier tref," zei Juffrouw Steele, haar
+vertrouwelijk in den arm nemend; "want ik verlangde juist erg om u
+eens te spreken"; en met zachtere stem voegde zij erbij: "Mevrouw
+Jennings heeft zeker al alles gehoord. Is ze boos?"
+
+"Op u, geloof ik, in 't geheel niet."
+
+"Dat treft. En Lady Middleton, is _die_ boos?"
+
+"Dat lijkt mij haast niet mogelijk."
+
+"Wat ben ik dáár blij om! Och lieve deugd, wat heb ik al niet
+uitgestaan! Ik heb Lucy nog nooit van mijn leven zóó woedend gezien. Ze
+hield bij hoog en laag vol, dat ze nooit weer een hoed voor mij
+zou opmaken, of wàt ook voor mij doen, zoolang ze leefde; maar 't
+is nu al weer bijgetrokken en we zijn weer beste maatjes. Zie eens,
+dien strik op mijn hoed heeft zij gemaakt; gisteravond heeft ze er
+de veer op gezet. Kijk, nu lacht u óók alweer om mij. Maar waarom
+zou ik geen rose mogen dragen! _Ik_ kan toch niet helpen, dat het
+de lievelingskleur van den dokter is. Ik zou 't waarlijk niet hebben
+geweten, dat hij aan die kleur boven alle andere de voorkeur geeft,
+als hij 't niet zelf gezegd had. Mijn nichtjes hebben me toch zóó
+geplaagd! Ik zeg wel eens, ik weet niet, waar ik mijn gezicht zal
+bergen, wanneer zij beginnen."
+
+Zij was afgedwaald tot een onderwerp, waarover Elinor niets had te
+zeggen, en vond het dus geraden, tot het eerste terug te keeren.
+
+"Hoor eens, Juffrouw Dashwood," zei ze zegevierend, "de menschen mogen
+nu zeggen wat ze willen, van dat Mijnheer Ferrars beweerd had, dat
+hij Lucy niet wou hebben; maar daar is niets van aan, hoor; en 't is
+schande, dat er zulke leelijke praatjes worden rondgestrooid. Wàt Lucy
+zelf er ook van vond, andere menschen hadden volstrekt niet noodig,
+dat maar zoo voor waar aan te nemen."
+
+"Ik heb in de verste verte niets van dien aard gehoord," zei Elinor,
+"dat kan ik u verzekeren."
+
+"O zoo! niet? Maar 't _werd_ toch verteld; dat weet ik zeker, en
+door verschillende menschen; want Juffrouw Godby had tegen Juffrouw
+Sparks gezegd, dat niemand die bij zijn verstand was, kon verwachten,
+dat Mijnheer Ferrars iemand als Juffrouw Morton, die dertig duizend
+pond meebrengt, zou laten loopen voor Lucy Steele, die geen cent
+bezat; en dat hoorde ik van Juffrouw Sparks zelf. Mijn neef Richard
+zei trouwens ook al, als 't er zóó voor stond, dan was hij bang,
+dat Mijnheer Ferrars ons liet zitten, en toen Edward zich in geen
+drie dagen bij ons vertoonde, wist ik zelf niet, wat ik ervan moest
+denken; ik geloof dat Lucy in haar hart ook alles al had opgegeven;
+want we gingen Woensdag weg bij uw broer, en Donderdag, Vrijdag en
+Zaterdag kregen we hem niet te zien, en we wisten ook niet, wat er
+met hem gebeurd was. Eenmaal dacht Lucy erover, hem te schrijven;
+maar dat kon ze toen toch weer niet van zichzelf verkrijgen. Nu, maar
+van morgen is hij dan toch gekomen, juist toen wij thuiskwamen uit de
+kerk; en toen kregen we alles te hooren, dat hij Woensdag in Harley
+Street had moeten komen, en hoe zijn moeder en allemaal hem hadden
+willen bepraten, en dat hij ronduit had gezegd, hij hield van niemand
+dan Lucy, en hij wou Lucy hebben, en geen ander. En dat hij er zoo
+ellendig over geweest was, dat hij, zóó als hij uit zijn moeders huis
+kwam, te paard was gesprongen en de stad uit was gereden, ik weet niet
+meer waarheen; en dat hij den heelen Donderdag en Vrijdag daar ergens
+in een logement was gebleven, om zich eroverheen te zetten. En toen hij
+alles nog eens weer goed overdacht had, zei hij, leek het hem zoo, nu
+hij geen geld had en niets in de wereld bezat, dat het tegenover haar
+niet goed zou zijn, als hij haar gebonden hield door die verloving,
+omdat zij erbij zou verliezen; want hij bezat niets dan tweeduizend
+pond en kon niets meer verwachten; en als hij predikant zou worden,
+waar hij over dacht, dan werd hij toch maar hulpprediker vooreerst,
+en hoe zouden ze dan moeten rondkomen?--Hij vond dat voor haar een
+te treurig vooruitzicht, en hij vroeg haar, als ze ook maar in 't
+minst ertoe geneigd was, er een eind aan te maken; en dan zou hij
+wel voor zichzelf zien, hoe hij er kwam. Dat hoorde ik hem alles
+duidelijk zeggen. En 't was enkel om háár, en voor haar bestwil,
+dat hij een woord zei over afmaken, niet om hemzelf. Ik verzeker u
+heilig, dat hij zich geen woord liet ontvallen van dat hij genoeg
+van haar had, of dat hij liever met Juffrouw Morton zou trouwen, of
+zoo iets. Maar natuurlijk, Lucy wou van dat alles niets hooren, dat
+zei ze hem dadelijk (met nog een heelen omhaal van verliefde praatjes
+en zoo--och, u weet wel, dat kan je zoo niet oververtellen); ze zei,
+ze dacht er niet over om het af te maken, want ze kon met hem best
+van een klein inkomen leven, en hoe weinig hij ook bezat, ze zou blij
+zijn als ze 't kreeg, of zoo iets, dat kan u zich wel voorstellen. Nu:
+toen was hij in de wolken natuurlijk, en praatte erover wat ze nu
+zouden beginnen, en ze spraken af, dat hij zoo gauw mogelijk zou zien
+de wijding als geestelijke te ontvangen, en dat ze zouden wachten met
+trouwen tot hij als predikant zou worden aangesteld. Toen kon ik niet
+méér hooren, want mijn nichtje riep van beneden, dat Mevrouw Richardson
+een van ons beiden in haar koets mee naar Kensington Gardens wou nemen;
+dus moest ik wel in de kamer gaan en hen storen, om Lucy te vragen,
+of zij misschien wou gaan; maar zij wou Edward niet alleen laten;
+dus liep ik gauw naar boven om een paar zijden kousen aan te trekken,
+en nu ben ik hier met de Richardsons."
+
+"Ik begrijp niet, wat u bedoelt met "hen storen," zei Elinor;
+"u waart toch met hen in de zelfde kamer, niet waar?"
+
+"Welnee! hoe komt u erbij?--Heere, Juffrouw Dashwood, denkt u, dat
+zulke verliefde lui vrijen, waar anderen bij zijn? O foei, neen;
+ik dacht, dat u wel beter wist!" (Hierbij lachte ze gemaakt). "Neen,
+neen, ze zaten samen in den salon, en ik hoorde alles, omdat ik aan
+de deur stond te luisteren."
+
+"Maar hebt u dan nu," riep Elinor, "voor mij herhaald, wat u zelf hebt
+gehoord door te luisteren aan de deur? Het spijt mij wel zeer, dat ik
+dit niet eerder heb geweten; want ik zou stellig hebben geweigerd,
+uit uw mond bijzonderheden te vernemen, die u zelve niet behoordet
+te weten. Hoe kondt u zoo oneerlijk zijn tegenover uw zuster?"
+
+"Och kom, wat doet dàt er nu toe! Ik stond alleen maar bij de deur,
+en ik hoorde wat ik kon opvangen. Ik weet zeker dat Lucy tegenover
+mij precies 't zelfde zou hebben gedaan, want een jaar of wat geleden,
+toen ik altijd geheimen had met Martha Sharpe, vond zij er niets in,
+zich in de kast te verstoppen, of onder den schoorsteen, om af te
+luisteren wat wij elkaar vertelden."
+
+Elinor poogde over iets anders te spreken; maar Juffrouw Steele
+kon geen twee minuten afblijven van het onderwerp dat haar op dit
+oogenblik vervulde.
+
+"Edward sprak ervan, gauw naar Oxford te gaan," zei ze; "maar vooreerst
+logeert hij in Pall Mall, no. 14. Wat een akelig mensch toch, die
+moeder van hem! En uw broer en zuster waren ook lang niet aardig! Maar
+tegen _u_ wil ik van hen geen kwaad zeggen; ze stuurden ons toch nog
+naar huis in hun eigen rijtuig; dat was meer dan ik verwachtte. _Ik_
+was maar bang, dat uw zuster ons naar die mooie naaldenboekjes zou
+vragen, die ze ons voor een paar dagen had gegeven; maar niemand zei
+er iets van, en ik stopte 't mijne weg. Edward zegt, dat hij nu een
+poos in Oxford moet werken; dus daar blijft hij nu een tijdje, en
+zoo gauw hij dan maar een bisschop kan vinden, wordt hij gewijd. Ik
+ben benieuwd in welke plaats hij dan wordt aangesteld!--O jé, (hier
+begon zij te giegelen) "ik wed, dat ik weet wat mijn nichtjes zullen
+zeggen, als ze ervan hooren. Dan willen ze, dat ik aan den dokter
+zal schrijven, om voor Edward een goed woordje te doen. Dat weet ik
+stellig; maar ik zou 't niet doen, al was 't ook nòg zoo. "Verbeeld
+je," zal ik tegen hen zeggen, "ik begrijp niet, waar jelui 't vandaan
+haalt. _Ik_ aan den dokter schrijven, stel je voor!"
+
+"Nu," zei Elinor, "'t is altijd goed, op alles te zijn voorbereid. Uw
+antwoord hebt u ten minste klaar."
+
+Juffrouw Steele wilde verder doorgaan op dat onderwerp; maar daar
+zij haar eigen gezelschap nu zag aankomen, scheen iets anders haar
+meer dringend.
+
+"O jé, daar komen de Richardsons aan. Ik had u nog een heeleboel te
+zeggen; maar ik mag ze niet langer in den steek laten. 't Zijn deftige
+lui, hoor. Hij verdient geld als water, en ze hebben eigen rijtuig. Ik
+heb nu geen tijd om 't Mevrouw Jennings zelf te vertellen, maar zegt
+u haar maar, dat ik blij ben, dat ze niet boos op ons is, en Lady
+Middleton ook niet; en als u en uw zuster misschien eens zoudt moeten
+weggaan, en Mevrouw Jennings graag wat gezelschap heeft, dan zouden
+wij met pleizier bij haar komen, zoolang ze maar wil. Ik denk niet,
+dat Lady Middleton ons ditmaal nog wéér verzoeken zal. Nu, tot ziens;
+'t spijt mij dat Juffrouw Marianne niet hier was. U wilt haar wel van
+mij groeten. Heden--hebt u die dunne japon met de moesjes aan?--was
+u niet bang dat het goed zou scheuren?"--
+
+Met die bezorgde vraag nam zij afscheid; want zij had nog slechts
+even den tijd om Mevrouw Jennings goeden dag te zeggen, eer
+Mevrouw Richardson haar kwam afhalen, en Elinor bleef achter met
+de wetenschap van 't een en ander, dat haar stof tot nadenken gaf,
+hoewel zij weinig meer vernomen had, dan 't geen zij reeds in stilte
+zelve voorzien en overlegd had. Edward's huwelijk met Lucy stond even
+vast, en het tijdstip der voltrekking ervan bleef even onzeker, als
+zij verwacht had;--alles hing af, precies zooals zij had gedacht, van
+de mogelijkheid, dat hem een predikantsplaats zou worden aangeboden;
+iets, waarop voorloopig niet de minste kans bestond.
+
+Zoodra ze weer in het rijtuig zaten, wilde Mevrouw Jennings alles
+hooren; maar daar Elinor zoo min mogelijk dingen wilde verder
+vertellen, die, om te beginnen, door ongeoorloofde middelen te harer
+kennis waren gekomen, beperkte zij zich tot de korte mededeeling van
+die bijzonderheden, welke zij begreep, dat Lucy, terwille van haar
+eigen waardigheid, gaarne algemeen bekend zou zien. Zij had niet anders
+te berichten dan het voortduren van de verloving, en de middelen die
+zouden worden aangewend om het einde ervan te bespoedigen; 't geen
+Mevrouw Jennings het zeer natuurlijke antwoord ontlokte: "Wachten tot
+hij een predikantsplaats krijgt--ja, dat weten we allemaal wel, waarop
+_dat_ uitloopt;--dat houden ze een jaar vol, en als ze dan zien dat
+het niets helpt, nemen ze een betrekking voor lief als hulpprediker,
+en dan moeten ze 't stellen met vijftig pond in 't jaar, de rente van
+zijn tweeduizend pond, en het beetje, dat Mijnheer Steele en Mijnheer
+Pratt haar kunnen afstaan. Dan komt er ieder jaar een kind! en och,
+och, wat zullen ze zich moeten behelpen!--ik moet eens zien, wat ik
+hun kan geven voor 't inrichten van hun huisje. En gisteren praatte ik
+nog van twee meisjes en twee knechts! 't lijkt er niet naar.--Neen,
+ze moeten een flinke werkster hebben.--Betty's zuster zou hun _nu_
+niet meer passen."
+
+Den volgenden morgen bracht de post Elinor een brief van Lucy
+zelf. Zij schreef:
+
+
+ Bartlett's Buildings, Maart.
+
+ Ik hoop dat mijn waarde Juffrouw Dashwood mij niet kwalijk
+ zal nemen, dat ik zoo vrij ben aan haar te schrijven;
+ maar ik weet dat uw vriendschap voor mij de reden zal zijn,
+ dat het u genoegen doet zooveel goeds te hooren van mij en
+ mijn beste Edward, na al 't verdriet dat we in den laatsten
+ tijd hebben doorgemaakt, en wil ik daarom niet doorgaan met
+ verontschuldigen, maar verder vermelden dat wij, hoewel
+ we beiden veel hebben geleden, nu goddank allebei gezond
+ en wel zijn, en zoo gelukkig, als wij steeds moeten zijn in
+ elkanders liefde. Wij hebben zware beproevingen en vervolgingen
+ doorstaan; maar mogen ons toch tevens dankbaar verheugen in
+ 't bezit van vele vrienden, uzelf niet in de laatste plaats,
+ wier groote vriendelijkheid ik altoos dankbaar zal gedenken,
+ en Edward ook, die ik het verteld heb. Het zal u pleizier
+ doen te hooren, en de lieve Mevrouw Jennings ook, dat ik
+ gisteren twee gelukkige uren met hem doorbracht; hij wilde
+ niet hooren van een scheiding tusschen ons, hoewel ik, zooals
+ ik dacht dat mijn plicht was, er ernstig bij hem op aandrong,
+ uit voorzichtigheid, en zou meteen afscheid van hem hebben
+ genomen voorgoed, als hij erin had toegestemd; maar hij zei,
+ dàt nooit; hij gaf niet om zijn moeder's boosheid, zoolang hij
+ mijn liefde bezat; onze vooruitzichten zijn niet schitterend,
+ maar wij moeten wachten en het beste hopen; hij zal spoedig
+ de wijding ontvangen, en als u ooit in de gelegenheid komt,
+ hem aan te bevelen aan iemand, die een predikantsplaats heeft
+ te vergeven, zoo zult u ons wel niet vergeten, en weet ik wel
+ zeker dat de lieve mevrouw Jennings een goed woordje voor
+ ons zal doen bij Sir John, of Mijnheer Palmer, of wie ook,
+ die ons op de eene of andere manier helpen kan.--Die arme Anne
+ heeft wel erg verkeerd gedaan; maar zij deed het om bestwil,
+ en zeg ik dus maar niets; hoop, dat Mevrouw Jennings niet
+ tegen de moeite zal opzien om ons eens te bezoeken als zij
+ dezen kant uitkomt, we zouden 't erg vriendelijk vinden, en
+ mijn nichtjes zouden haar erg graag leeren kennen. Het papier
+ is bijna vol, en blijf ik, met veel dankbare en eerbiedige
+ groeten aan haar en aan Sir John en Lady Middleton, en de
+ lieve kinderen, als u ze ziet, en veel complimenten aan
+ Juffrouw Marianne de uwe, enz."
+
+
+Zoodra Elinor den brief had gelezen, gaf zij dien, zooals zij begreep,
+dat de bedoeling der schrijfster was geweest, aan Mevrouw Jennings, die
+het schrijven hardop voorlas, met vele uitroepen van voldoening en lof.
+
+"Aardig gezegd!--wat schrijft ze goed!--ja zeker, dat was best,
+hem vrij te laten, als hij 't wenschte. Net iets voor Lucy.--Arm
+kind, ik wou dat ik hem een predikantsplaats _kon_ bezorgen, 'k zou
+'t graag doen.--"De lieve mevrouw Jennings," zegt ze, zie je wel? Ze
+is een best meisje, met een hart van goud.--'t Is bepaald mooi. Ze kan
+'t maar aardig zeggen.--Ja stellig ga ik haar eens gauw opzoeken.--Wat
+is ze oplettend, ze denkt aan iedereen!--Dank je wel, kind, dat je
+hem mij hebt laten lezen. 't Is een echt _mooie_ brief, die Lucy's
+hoofd en hart tot eer strekt."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXXIX
+
+
+De dames Dashwood waren nu reeds ruim twee maanden in de stad
+geweest, en met iederen dag groeide Marianne's verlangen aan, om te
+vertrekken. Zij snakte naar de buitenlucht, de vrijheid, de rust van
+het landleven, en verbeeldde zich, als zij ergens tot kalmte kon komen,
+dat het in Barton moest zijn. Elinor was bijna niet minder verlangend
+dan zijzelve om te gaan, en slechts in zooverre minder geneigd om het
+plan aanstonds ten uitvoer te brengen, als zij de bezwaren inzag,
+verbonden aan zulk een lange reis, die Marianne niet verkoos in
+aanmerking te nemen. Zij begon echter thans ernstig te denken over
+het vertrek, en zij had haar wensch reeds te kennen gegeven aan haar
+vriendelijke gastvrouw, die zich met al haar hartelijke welsprekendheid
+ertegen verzette, toen een plan werd geopperd, dat, hoewel het hen
+nog een paar weken langer van huis zou doen blijven, Elinor toch
+verkieselijker scheen dan eenig ander. De Palmers zouden in het
+laatst van Maart naar Cleveland vertrekken, voor de Paaschvacantie, en
+Mevrouw Jennings werd mèt haar beide vriendinnen, allerhartelijkst door
+Charlotte uitgenoodigd, met hen mede te gaan. Dit zou op zichzelf niet
+voldoende zijn geweest om Elinor's schroomvalligheid te overwinnen;
+doch het verzoek werd zoo beleefd en dringend ondersteund door den
+Heer Palmer, wiens houding tegenover hen zeer was verbeterd, sedert
+hij wist van haar zuster's teleurstelling, dat zij de uitnoodiging
+met genoegen aannam. Toen zij het aan Marianne vertelde, was het
+eerste antwoord, dat zij ontving, niet zeer gunstig.
+
+"Naar Cleveland!" riep zij zenuwachtig. "Neen, dáár kan ik niet
+heengaan."
+
+"Je vergeet," zei Elinor op zachten toon, "dat het niet zoo
+dichtbij... dat het niet in de buurt is van..."
+
+"Maar 't is in Somersetshire,--ik kàn niet naar Somersetshire
+gaan.--Daar, waar ik eenmaal hoopte te komen... Neen, Elinor, dat
+kan je van mij niet verwachten."
+
+Elinor wilde maar niet met haar redeneeren over de verplichting,
+zulke gevoelens te bestrijden; zij trachtte ze alleen tegen te gaan,
+door te werken op andere, en bracht haar dus onder het oog, dat deze
+maatregel het tijdstip van háár terugkeer naar haar lieve moeder,
+die zij zoo verlangde weer te zien, veel nader zou brengen, en wel op
+een meer gemakkelijke en verkieselijke wijze, dan eenig ander plan zou
+kunnen doen; misschien zonder veel langer uitstel. Van Cleveland, dat
+een paar mijlen van Bristol was gelegen, duurde de reis naar Barton
+niet langer dan één dag; hoewel dan een langen dag reizens, en hun
+eigen knecht kon hen daar gemakkelijk komen afhalen. Daar zij wel niet
+langer dan een week te Cleveland zouden behoeven te logeeren, konden
+zij nu reeds over ruim drie weken weer thuis zijn. Daar Marianne's
+liefde voor haar moeder oprecht was, behaalde zij, zonder veel moeite,
+de overwinning over de denkbeeldige bezwaren, door haar opgeworpen.
+
+Mevrouw Jennings was het gezelschap harer gasten zoo weinig moede, dat
+zij er ernstig bij hen op aandrong weer met haar terug te keeren van
+Cleveland. Elinor was haar dankbaar voor haar vriendelijkheid; maar
+het voorstel kon hun plan niet doen veranderen; en nadat hun moeder
+gaarne hare instemming ermede had te kennen gegeven, werd alles voor
+de terugreis, zooveel doenlijk was, in gereedheid gebracht. Marianne
+vond eenige verlichting in het opmaken van eene lijst der uren,
+die haar nog scheidden van Barton.
+
+"Ach, Kolonel, ik weet niet, wat u en ik zullen beginnen zonder de
+dames Dashwood," zei Mevrouw Jennings, toen kolonel Brandon haar
+voor het eerst bezocht, nadat hun vertrek was bepaald,--"ze zijn
+vast van plan van de Palmers naar huis te gaan; wat zullen wij het
+dan eenzaam hebben, als ik terugkom! We zullen elkaar zitten aan te
+gapen als twee kikkers op een kluitje."
+
+Misschien hoopte Mevrouw Jennings door die levendige voorstelling
+van hun toekomstige verveling, hem uit te lokken tot het aanzoek,
+dat hem aan die verveling zou kunnen doen ontsnappen,--en als
+dit zoo was, dan kreeg zij iets later goede reden om te denken,
+dat haar doel was bereikt; want toen Elinor naar het venster ging,
+om met meer juistheid de afmetingen na te gaan van eene plaat, die
+zij voor haar vriendin wilde copieeren, volgde hij haar, blijkbaar
+met een bijzondere bedoeling, en bleef een tijdlang met haar in
+gesprek. De uitwerking daarvan op Elinor kon haar aandacht niet
+ontgaan; want ofschoon zij te veel eergevoel bezat om te luisteren,
+en zelfs opzettelijk, om _niet_ te hooren, haar plaats had verlaten,
+om dicht bij de piano te gaan zitten, waarop Marianne speelde, zij
+moest wel zien, dat Elinor bleek werd, zenuwachtige spanning liet
+blijken en te veel aandacht schonk aan 't geen hij zeide, om met
+hare bezigheid voort te gaan. Wat haar hoop nog meer aanmoedigde,
+waren enkele woorden van den Kolonel, die haar oor bereikten in een
+tusschenpoos, waarin Marianne naar een nieuw stuk zocht, en waaruit
+bleek, dat hij zich scheen te verontschuldigen over den slechten
+toestand, waarin zijn huis verkeerde. Nu viel aan de zaak niet meer te
+twijfelen. Zij vond het wel vreemd, dat hij dit noodig achtte,--maar
+dacht, dat het zeker wel zoo zou hooren. Wat Elinor hierop antwoordde
+kon zij niet verstaan; maar uit de beweging harer lippen leidde zij
+af, dat zij dàt geen overwegend bezwaar vond; en Mevrouw Jennings
+prees haar in stilte om haar eerlijkheid. Daarop praatten ze nog
+een paar minuten door, zonder dat zij een woord verstond, totdat
+een tweede welkome pauze in Marianne's spel haar gelegenheid schonk,
+den Kolonel met zijn bedaarde stem te hooren zeggen:
+
+"Ik vrees ten minste dat het niet zeer spoedig kan plaats hebben."
+
+Verbaasd en bijna geërgerd over deze in den mond van een minnaar
+weinig passende woorden, had zij bijna hardop gezegd: "Lieve deugd,
+wat kan er nu tegen zijn?"--maar zij hield zich nog bijtijds in,
+en vergenoegde zich met de in stilte gemaakte opmerking: "Dàt is
+al heel raar! Hij behoeft waarlijk niet te wachten tot hij de jaren
+heeft"... Deze neiging tot uitstel van des Kolonels kant scheen echter
+zijne uitverkorene volstrekt niet te beleedigen of te grieven; want
+toen zij kort daarna hun gesprek afbraken en uiteengingen, hoorde
+Mevrouw Jennings Elinor duidelijk zeggen, op een toon, waarin haar
+oprechtheid doorklonk: "Ik zal u hiervoor altijd van harte dankbaar
+zijn." Mevrouw Jennings vond die dankbaarheid allerliefst van haar,
+en verbaasde zich alleen, dat de Kolonel, na zulk eene uiting, in
+staat was, zooals hij thans deed, doodbedaard afscheid te nemen, en
+heen te gaan, zonder haar zelfs te antwoorden!--Zij had niet gedacht,
+dat haar oude vriend zulk een onverschillig minnaar zou zijn. Wat
+werkelijk tusschen hen voorviel was het volgende: "Ik heb gehoord",
+zeide hij op medelijdenden toon, "van het onrecht, uw vriend den Heer
+Ferrars door zijn familie aangedaan; want als ik wèl heb begrepen,
+is hij door hen voorgoed verstooten, omdat hij zijne verloving met
+een goed en achtenswaardig meisje niet wilde verbreken. Heeft men
+mij wèl ingelicht?--Is dit werkelijk het geval?"
+
+Elinor antwoordde bevestigend.
+
+"De wreedheid, de onverstandige wreedheid," zeide hij met diepgevoelde
+verontwaardiging, "van zulk een poging om twee jongelieden, die
+elkander reeds lang hebben liefgehad, te scheiden, is ontzettend;
+Mevrouw Ferrars weet niet wat zij doet,--waartoe zij haar zoon wellicht
+drijven zal. Ik heb den Heer Ferrars een paar malen in Harley Street
+ontmoet, en hij maakte op mij een zeer aangenamen indruk. Hij is niet
+iemand met wien men binnen korten tijd vertrouwelijk bekend kan zijn;
+maar ik weet thans toch genoeg van hem om hem persoonlijk alle goeds
+te wenschen, te meer nog, omdat hij een vriend van u is. Ik hoorde
+dat hij zich voorbereidt voor het predikambt. Wilt u zoo goed zijn
+hem mede te deelen, dat de predikantsplaats te Delaford, die juist,
+naar ik vandaag vernam, is vrijgekomen, hem wordt aangeboden, als hij
+geneigd is ze te aanvaarden,--en dááraan valt in zijn omstandigheden
+nu wel allerminst te twijfelen; ik wilde alleen wel, dat hij beter
+bezoldigd werd. De vorige predikant verdiende, naar ik meen, niet meer
+dan twee honderd pond in het jaar, en ofschoon die som stellig nog
+wel iets verhoogd kan worden, vrees ik toch, dat die verhooging niet
+zooveel zal bedragen, dat hij er eenigszins ruim van leven kan. In
+elk geval echter doet het mij groot genoegen hem in dezen van dienst
+te kunnen zijn. Dat wilt u hem zeker wel vertellen."
+
+Elinor's verbazing over deze opdracht kon moeilijk grooter zijn
+geweest, als de Kolonel haar werkelijk zijn hand had aangeboden. Zulk
+een aanbieding, die zij een paar dagen geleden nog als iets had
+beschouwd, waarop voor Edward niet te hopen viel, stelde hem nu reeds
+in staat, te trouwen;--en _haar_ viel, onder alle lieden ter wereld,
+de taak ten deel, hem die gave over te brengen!--Zij gevoelde werkelijk
+de aandoening, die Mevrouw Jennings had toegeschreven aan eene geheel
+andere oorzaak;--maar welke andere gevoelens, minder zuiver en minder
+bevredigend, zich in die aandoening mochten mengen, haar achting voor
+de algemeene menschlievendheid en haar dankbaarheid voor de bijzondere
+vriendschap, welke Kolonel Brandon bewogen tot deze handeling,
+waren diepgevoeld, en werden met warmte uitgedrukt. Zij dankte hem
+van ganscher harte, sprak van Edward's beginselen en karakter met den
+lof, dien zij wist, dat ze verdienden, en beloofde zich met genoegen
+van de opdracht te zullen kwijten, als hij waarlijk wenschte zulk een
+aangename taak aan een ander over te dragen. Intusschen kon zij niet
+nalaten te denken, dat niemand deze zoo goed zou kunnen vervullen
+als hijzelf. Het was een plicht, waarvan zij, ongeneigd als zij was,
+Edward pijn te doen, door hem van háár eenig gunstbewijs te doen
+ontvangen, zich zeer gaarne had willen ontheven zien;--doch Kolonel
+Brandon, die zich eveneens uit kiesche terughoudendheid eraan onttrok,
+scheen zoozeer erop gesteld, dat zij de brengster der goede tijding
+zou zijn, dat zij in geen geval langer wilde blijven weigeren. Edward
+was, naar zij meende, nog in de stad, en van Juffrouw Steele had zij
+zijn adres vernomen. Zij kon dus beloven, hem nog in den loop van den
+dag het bericht te zullen doen toekomen. Toen dit was afgesproken, gaf
+kolonel Brandon zijn genoegen te kennen over het feit, dat hij zulk een
+achtenswaardigen en beminnelijken buurman kreeg, en bij die gelegenheid
+uitte hij zijn spijt, dat de pastorie klein en niet heel mooi was;
+een bezwaar, dat Elinor, zooals Mevrouw Jennings goed had gezien,
+al heel licht telde, ten minste wat de grootte van het huisje betrof.
+
+"Dat het huis klein is," zei ze, "zal, dunkt mij, voor hen niet
+hinderlijk zijn; want het is dan in overeenstemming met het aantal
+bewoners en met hun inkomen."
+
+De Kolonel bespeurde hierdoor tot zijn verwondering, dat _zij_ hun
+huwelijk als het onvermijdelijk gevolg van deze aanbieding beschouwde;
+hij had het niet mogelijk geacht, dat de predikantsplaats te Delaford
+genoeg zou opbrengen, om iemand, gewend aan een levenswijze als de
+zijne, in staat te stellen tot het waagstuk, een huwelijk aan te
+gaan,--en hij bracht die meening onder woorden.
+
+"In die kleine pastorie en met dat beperkte inkomen kàn de Heer Ferrars
+alleen als vrijgezel eenigszins behoorlijk leven;--erop trouwen kan
+hij niet. Het spijt mij, dat ik niet meer voor hem kan doen; maar
+verder reikt mijn invloed niet. Als het echter, door eenig onvoorzien
+toeval, ooit in mijn macht mocht staan, hem verder van dienst te zijn,
+dan moest ik al geheel anders over hem zijn gaan denken dan ik nu doe,
+wanneer ik ook dan niet even bereid zou zijn, hem hulp te verleenen,
+als ik oprecht wensch, dat nu te kunnen doen. Wat ik thans voor hem doe
+is van geringe beteekenis, daar het hem zoo weinig nader brengt tot
+hetgeen zijn eerst en eenig oogmerk moet zijn ter bereiking van zijn
+geluk. Zijn huwelijk moet vooreerst nog een toekomstdroom blijven;--ik
+vrees ten minste, dat het niet zeer spoedig kan plaats hebben."
+
+Dit waren de woorden, die, daar zij verkeerd werden begrepen, met
+recht kwetsend schenen voor Mevrouw Jennings' kiesch gevoel; doch na
+dit getrouw verslag van 't geen werkelijk voorviel tusschen Kolonel
+Brandon en Elinor, toen zij bij het venster stonden, kon allicht
+de dankbaarheid, door de laatste bij het afscheid uitgedrukt, over
+'t geheel evengoed zijn gewekt door, en behoefde in geen andere
+bewoordingen te zijn vervat geworden na een huwelijksaanzoek.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XL
+
+
+Nu, Elinor", zei Mevrouw Jennings met een veelzeggenden glimlach,
+zoodra de Kolonel was vertrokken, "ik vraag je maar niet, wat Kolonel
+Brandon je had te vertellen; want al deed ik, op mijn woord van eer,
+mijn best om er niets van te hooren, ik ving toch, zonder dat ik er
+iets aan kon doen, genoeg op om te begrijpen, waarover het ging. Ik
+moet je zeggen, dat ik er van harte blij om ben, en ik wensch je
+oprecht geluk ermee."
+
+"Dank u, mevrouw," zei Elinor. "Het verheugt mij ook innig, en ik ben
+werkelijk getroffen door Kolonel Brandon's goedheid. Er zijn niet veel
+menschen, die gehandeld zouden hebben als hij. Zoo vol meegevoel zijn
+er maar weinigen! 't Heeft mij meer verwonderd, dan ik kan zeggen."
+
+"Lieve kind, je bent wel heel bescheiden! Mij verwondert het in
+'t minst niet; want ik heb in den laatsten tijd dikwijls gedacht,
+dat niets zoo waarschijnlijk was als dit."
+
+"U leidde dat oordeel af uit wat u wist van Kolonel Brandon's
+edelmoedig karakter; maar u kon niet voorzien, dat de gelegenheid
+zich zoo spoedig zou aanbieden."
+
+"Gelegenheid," herhaalde Mevrouw Jennings, "och, wat dàt betreft, als
+zoo'n plan eenmaal vaststaat bij een man, dan vindt hij, hoe dan ook,
+de gelegenheid gauw genoeg. Nu, lieve kind, ik zeg nog eens, ik ben er
+hartelijk blijde om, en als er ooit een gelukkig paar is geweest in de
+wereld, dan weet ik nu wèl, wáár ik dat binnenkort zal kunnen vinden."
+
+"U wilt het zeker te Delaford komen zoeken," zei Elinor met een
+flauwen glimlach.
+
+"Ja zeker, kind; dat ben ik stellig van plan. En dat het huis niet goed
+genoeg zou zijn, ik weet niet, wat de Kolonel dáármee kan bedoelen;
+want ik zou niet weten, wat erop viel aan te merken."
+
+"Hij zei, dat er in lang niets aan gedaan was."
+
+"Nu, wiens schuld is dat? waarom laat hij het dan niet opknappen--wie
+zou het ànders doen dan hij?"
+
+Zij werden gestoord door de komst van den bediende, die kwam zeggen,
+dat het rijtuig vóór was, en Mevrouw Jennings zei, vlug opstaande:
+"Nu moet ik al weg, kind, eer we nog half erover zijn uitgepraat. Van
+avond kunnen we 't in elk geval nog eens overdoen; want we zijn onder
+ons. Ik vraag je maar niet om mee te gaan, want ik denk dat je te
+veel hiermee vervuld zult zijn, om nu graag vreemden te spreken;
+en je zult wel verlangen, het aan je zuster te vertellen."
+
+Marianne was de kamer uitgegaan, eer hun gesprek begon.
+
+"Zeker, Mevrouw, ik zal 't aan Marianne zeggen; maar vooreerst spreek
+ik er nog met niemand anders over."
+
+"O, heel goed," zei Mevrouw Jennings, ietwat teleurgesteld. "Dus
+dan mag ik het nog niet aan Lucy vertellen; want ik dacht erover,
+naar Holborn te gaan vandaag."
+
+"Neen, mevrouw, zelfs niet aan Lucy. Een dag uitstel maakt weinig
+verschil; en mij dunkt dat er niet met anderen over moet worden
+gesproken, eer ik aan den Heer Ferrars geschreven heb. Dat zal ik nu
+aanstonds doen. Het komt er voor hem op aan, geen tijd te verliezen,
+want hij zal natuurlijk nog veel te doen hebben, met het oog op zijn
+aanstelling, als predikant."
+
+Nu begreep Mevrouw Jennings er niets meer van. Waarom er zoo'n haast
+bij was, dat de Heer Ferrars op de hoogte zou worden gebracht, was haar
+eerst niet recht duidelijk. Maar na een oogenblik nadenken ging haar
+een licht op, en zij riep uit: "Aha! nu begrijp ik je. Op Mijnheer
+Ferrars is de keus gevallen. Kom, dat is aardig. Ja natuurlijk,
+eerst moet hij predikant zijn, en ik ben blij, dat je al zoover heen
+bent met je plannen. Maar kind, is dit nu toch eigenlijk niet wat
+vreemd? Moest de Kolonel hem dat zelf niet schrijven? Mij dunkt,
+dat is toch meer _zijn_ werk."
+
+Elinor begreep niet precies, wat Mevrouw Jennings bedoelde met haar
+eerste woorden; maar vond navragen niet de moeite waard, en antwoordde
+dus alleen op haar laatste opmerking.
+
+"Kolonel Brandon is zóó fijngevoelig, dat hij het liefst aan een
+ander overlaat, den Heer Ferrars omtrent zijn voornemen op de hoogte
+te brengen."
+
+"En dus moet _jij_ dat nu wel doen. Dat is toch een vreemd soort van
+fijngevoeligheid, dunkt mij!--Maar ik wil je niet storen." (Zij zag
+dat Elinor haar schrijfgereedschap klaarlegde). "Je kunt zelf alles
+'t beste beoordeelen. Adieu, lieve kind. Sedert Charlotte's bevalling
+is er niets gebeurd, dat mij zooveel pleizier deed." Zij ging, maar
+kwam een oogenblik later terug.
+
+"Ik dacht daarjuist aan Betty's zuster, kindje. Ik zou blij zijn voor
+haar, als ze zoo'n goeden dienst kreeg. Maar of ze geschikt is voor
+kamenier, dat weet ik niet. Als kamermeisje voldoet ze uitmuntend,
+en ze kan goed met de naald terecht. Nu, dat kan je nog wel eens op
+je gemak overleggen."
+
+"Zeker, mevrouw," antwoordde Elinor, die niet veel hoorde van Mevrouw
+Jennings' gepraat, en meer verlangde alleen te zijn dan te weten,
+waarover zij het had. Hoe te beginnen--welke woorden te bezigen
+in haar briefje aan Edward, daarop kwam het voor haar nu aan. Hun
+bijzondere omstandigheden maakten datgene moeilijk, wat voor een
+ander de gemakkelijkste zaak van de wereld zou zijn geweest; maar
+zij vreesde evenzeer te veel, als te weinig te zeggen, en zat met de
+pen in de hand te overwegen, hoe zij zich zou uitdrukken, tot er een
+einde kwam aan haar aarzelen, doordat Edward zelf binnentrad.
+
+Hij had Mevrouw Jennings aan de deur ontmoet, toen zij in haar rijtuig
+wilde stappen, terwijl hij zijn afscheidsbezoek kwam brengen; en na
+zich te hebben verontschuldigd, omdat zij niet met hem mee terugging,
+had zij hem doen besluiten, naar boven te gaan, door te zeggen, dat
+Juffrouw Dashwood alleen was, en hem gaarne wilde spreken, daar zij
+hem iets van gewicht had mee te deelen.
+
+Elinor had juist, midden in haar weifelingen, zichzelve met
+dankbaarheid voorgehouden, dat een brief, hoe moeilijk het ook
+mocht zijn, de juiste woorden ervoor te vinden, toch verre te
+verkiezen was boven eene mondelinge mededeeling van het bericht,
+toen de bezoeker binnentrad, die haar noodzaakte tot deze nog veel
+grootere inspanning. Zij was zeer verwonderd en verward, toen hij daar
+zoo plotseling voor haar stond. Sedert zijn engagement publiek was
+geworden, had zij hem nog niet gezien; dus ook niet, sedert hij wist,
+dat zij ervan had vernomen; en dit alles, gepaard met het bewustzijn
+van 't geen zij daareven had gedacht, en wat zij hem had te vertellen,
+maakte haar in de eerste paar minuten geheel van streek.
+
+Hij was ook alles behalve op zijn gemak, en zij gingen beiden zitten
+in een toestand van verlegenheid, die niet veel goeds beloofde. Of
+hij haar bij het binnenkomen om verschooning had gevraagd, dat hij
+haar zoo onverwacht kwam overvallen, herinnerde hij zich niet meer;
+maar voor alle zekerheid verontschuldigde hij zich behoorlijk, zoodra
+hij iets kon zeggen, nadat hij had plaatsgenomen.
+
+"Mevrouw Jennings vertelde mij," zei hij, "dat je mij wenschte te
+spreken; tenminste dat meende ik te begrijpen;--anders zou ik je
+stellig niet zoo zijn komen overvallen; hoewel het mij toch ook erg
+zou hebben gespeten, uit Londen weg te gaan, zonder jelui beiden nog
+eens te zien; vooral omdat het nog al eenigen tijd zal duren... omdat
+het niet waarschijnlijk is, dat ik spoedig het genoegen zal hebben,
+je weer te ontmoeten. Ik ga morgen naar Oxford."
+
+"Je zoudt toch niet zijn vertrokken," zei Elinor, zichzelve nu weer
+meester en vastbesloten, zoo spoedig mogelijk datgene af te doen,
+waartegen zij zoo opzag, "zonder onze goede wenschen te ontvangen,
+ook al hadden we je die niet persoonlijk kunnen doen toekomen. Het
+was waar, wat Mevrouw Jennings je heeft gezegd. Ik heb je iets van
+belang mee te deelen, dat ik je juist wilde melden in een brief. Een
+zeer aangename taak is mij opgedragen," ging zij, ietwat sneller
+ademhalend dan gewoonlijk, voort: "Kolonel Brandon, die nog pas tien
+minuten geleden hier was, heeft mij verzocht, je te zeggen, dat hij,
+wetende van je plan om predikant te worden, je met groot genoegen
+de standplaats te Delaford aanbiedt, die juist is vrijgekomen, en
+alleen maar wenschte, dat zij beter bezoldigd mocht worden. Laat
+mij je gelukwenschen met zulk een achtenswaardigen en verstandigen
+vriend, en mèt hem den wensch uitspreken, dat het traktement--omstreeks
+tweehonderd pond in het jaar,--grooter mocht zijn, zoodat het je beter
+in staat zou kunnen stellen om te... dat het meer kon worden dan een
+tijdelijke tegemoetkoming... dat het in één woord de hoop zou kunnen
+verwezenlijken op een toekomstig geluk."
+
+Daar Edward zelf niet kon zeggen, wat hij gevoelde, mag men niet
+verwachten, dat een ander het voor hem kan doen. Zijn blikken
+drukten al de verbazing uit, die dat onverwachte, ongedachte bericht
+onvermijdelijk moest wekken; maar hij zei niets anders dan: "Kolonel
+Brandon!"
+
+"Ja," ging Elinor voort; met meer kalmte, nu het ergste voorbij was:
+"Kolonel Brandon wilde hierdoor een blijk geven van zijn oprechte
+spijt over hetgeen onlangs is voorgevallen,--van zijn medegevoel met de
+pijnlijke positie, waarin je bent geplaatst door het onverantwoordelijk
+gedrag van je familie; een medegevoel, dat door Marianne, mijzelf
+en al je vrienden wordt gedeeld; en eveneens van zijn hoogachting
+voor je karakter en van zijn bijzondere waardeering van je houding
+in dit geval."
+
+"Dat Kolonel Brandon _mij_ die gunst bewijst! Hoe is dat mogelijk?"
+
+"De onhartelijkheid van je bloedverwanten doet je verbaasd staan,
+nog ergens vriendschap te ondervinden."
+
+"Neen," antwoordde hij, plotseling tot zich zelf komend, "niet waar ik
+die aantref in jou; want ik weet het wel, aan jou, aan je goedheid,
+heb ik alles te danken. Ik voel het;--ik zou 't uitdrukken als ik
+kon,--maar je weet wel, ik ben niet welsprekend."
+
+"Je vergist je geheel en al. Ik verzeker je, dat je dit alles alleen,
+of ten minste bijna alleen, hebt te danken aan je eigen verdienste,
+en aan Kolonel Brandon's juiste waardeering ervan. Ik heb er niet
+de hand in gehad. Ik wist zelfs niet, tot ik hoorde van zijn plan,
+dat er een vacature was; en het was ook nooit bij mij opgekomen,
+dat hij een predikantsplaats had te vergeven. Uit vriendschap voor
+mij en mijn familie kàn hij misschien... of hééft hij, dat weet ik,
+nog meer genoegen in het bewijzen van deze gunst; maar ik verzeker je,
+aan mijne voorspraak heb je niets te danken."
+
+Waarheidsliefde verplichtte haar, een gering aandeel in de handeling
+te erkennen; maar zij was zoo ongenegen, als Edward's weldoenster op
+te treden, dat zij dit slechts aarzelend deed; 't geen waarschijnlijk
+ertoe bijdroeg, het vermoeden bij hem te bevestigen, dat daareven in
+zijn geest was opgekomen. Een korten tijd zat hij diep in gedachten,
+nadat Elinor had opgehouden te spreken; en eindelijk zeide hij,
+met merkbare inspanning:
+
+"Kolonel Brandon schijnt een zeer edelaardig en achtenswaardig
+mensch. Ik heb hem altoos als zoodanig hooren roemen, en ik weet, dat
+je broer hem zeer hoog stelt. Hij is ongetwijfeld een verstandig man,
+en hij heeft bijzonder aangename manieren."
+
+"Zeker," antwoordde Elinor, "ik geloof dat je bij een nadere
+kennismaking al wat je omtrent hem gehoord hebt, als waarheid zult
+erkennen; en daar je in elkaars onmiddellijke nabijheid zult wonen,
+(want ik meen dat de pastorie vlak bij het heerenhuis is gelegen),
+treft het wel bijzonder gelukkig, dat hij werkelijk zoo _is_."
+
+Edward antwoordde niet; maar toen zij haar hoofd afwendde, wierp
+hij haar een blik toe, zoo ernstig, zoo veelbeteekenend en zoo
+droefgeestig, dat zij er duidelijk in had kunnen lezen, hoezeer hij
+wenschte, dat de afstand tusschen de pastorie en het heerenhuis veel
+grooter had mogen zijn.
+
+"Kolonel Brandon woont, geloof ik, in St. James's Street," zei hij
+een oogenblik later, terwijl hij opstond.
+
+Elinor noemde het nummer van zijn huis.
+
+"Dan moet ik nu gauw weg, om hem den dank te betuigen, dien jij niet
+van mij wilt aannemen; om hem te verzekeren, dat hij mij waarlijk
+zéér gelukkig heeft gemaakt."
+
+Elinor drong niet aan, dat hij zou blijven, en zij scheidden, van
+háár kant met de nadrukkelijke verzekering, dat zij, onder alle
+lotswisselingen, die hem mochten ten deel vallen, zich steeds zou
+verheugen in zijn geluk; van den zijnen met een poging veeleer tot
+het beantwoorden van dien welgemeenden wensch, dan het vermogen dien
+uit te drukken. "Als ik hem weerzie," zeide Elinor bij zichzelve, toen
+de deur zich achter hem sloot, "dan zal het zijn als de man van Lucy."
+
+En met dat gelukkig vooruitzicht ging zij zitten, om zich het verleden
+voor den geest te roepen, zich de woorden te herinneren, door Edward
+gesproken, en te pogen al zijn gevoelens te begrijpen; terwijl zij
+natuurlijk over de hare onvoldaan was.
+
+Toen Mevrouw Jennings thuiskwam, was zij, ofschoon ze menschen had
+ontmoet, die ze nog nooit had gesproken, en van wie ze dus veel
+te vertellen had, toch zoo uitsluitend vervuld van het gewichtige
+geheim, haar toevertrouwd, dat zij erover begon, zoodra Elinor zich
+vertoonde. "Nu, kind," riep zij uit, "ik heb den jongen man maar naar
+boven gestuurd. Was dat niet goed?--Hij maakte zeker geen bezwaar.--Had
+hij niets tegen op het voorstel?"
+
+"Neen mevrouw, _dat_ was niet waarschijnlijk."
+
+"En wanneer zou hij dan nu klaar kunnen zijn? Want dáárvan schijnt
+alles af te hangen."
+
+"Ik weet niet genoeg omtrent die formaliteiten," zei Elinor, "om te
+durven zeggen, hoeveel tijd, of welke mate van voorbereiding daartoe
+wordt vereischt; maar ik denk dat hij over twee of drie maanden wel
+beroepbaar zal zijn."
+
+"Twee of drie maanden?" riep Mevrouw Jennings. "Wel lieve deugd, kind;
+wat praat je daar kalm over; en kan de Kolonel zoo lang wachten? Goeie
+hemel; daar zou _ik_ geen geduld voor hebben, dat weet ik wèl. En
+al wil men dien armen Mijnheer Ferrars nu nog zoo graag een dienst
+bewijzen, twee of drie maanden op hèm te wachten, dàt dunkt mij toch
+niet de moeite waard. Er kon toch licht iemand anders worden gevonden,
+die 't even goed kon doen; een predikant, die al is aangesteld."
+
+"Maar lieve mevrouw", zei Elinor; "waar denkt u aan? 't Is immers
+alléén Kolonel Brandon's bedoeling om den Heer Ferrars te helpen."
+
+"Maar kind, je wilt me toch niet wijsmaken, dat de Kolonel alleen
+met jou gaat trouwen, om den Heer Ferrars dat buitenkansje van tien
+guineas te bezorgen?"
+
+Nu kon het misverstand niet langer voortduren; en de verklaring,
+die onmiddellijk volgde, vermaakte beiden niet weinig; zonder dat een
+van hen er feitelijk bij verloor; want Mevrouw Jennings verwisselde
+slechts ééne bron van uitgelaten vroolijkheid voor eene andere, en
+behoefde daarbij toch haar verwachting van het heugelijk nieuws niet
+op te geven.
+
+"O ja, de pastorie is maar klein," zei ze, toen ze van haar eerste
+uitbarsting van verbazing en pret was bekomen, "en dáár zal allicht
+nog al wat aan zijn op te knappen; maar iemand verontschuldigingen te
+hooren maken, zooals ik meende, over een huis, met als ik 't wel heb,
+beneden vijf zitkamers en gelegenheid om vijftien logeergasten te
+bergen, zooals de huishoudster mij vertelde!--En dat tegen jou, die
+gewend was aan Barton Cottage! Dat was toch àl te gek.--Maar kindje,
+we moeten den Kolonel een beetje aansporen om wat te doen aan die
+pastorie, en 't wat gezellig te maken, tegen dat Lucy komt."
+
+"Kolonel Brandon scheen 't niet mogelijk te achten, dat ze zouden
+kunnen trouwen op het traktement, dat Edward zou ontvangen."
+
+"Kolonel Brandon weet er niets van, lieve kind; omdat hij zelf
+tweeduizend pond in 't jaar heeft, meent hij, dat geen mensch kan
+trouwen op minder. Geloof maar wat ik je zeg, als we tijd van leven
+hebben, dan kom ik logeeren in de pastorie te Delaford vóór de maand
+September achter den rug is, en als Lucy er niet is, dan zie je mij
+er niet, dat begrijp je."
+
+Elinor was het volkomen met haar eens, het was niet waarschijnlijk,
+dat zij langer zouden wachten.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XLI
+
+
+Toen Edward Kolonel Brandon zijn dank had betuigd, ging hij Lucy
+deelgenoote maken van zijn geluk; en toen hij Bartlett's Buildings
+bereikte, was zijn blijdschap reeds zoo toegenomen, dat zij Mevrouw
+Jennings, die haar den volgenden dag kwam gelukwenschen, kon
+verzekeren, dat zij hem nog nooit in haar leven zoo verrukt had gezien.
+
+Háár blijdschap en verrukking bleken althans duidelijk genoeg, en
+zij verheugde zich mèt Mevrouw Jennings in de voorstelling, dat zij
+samen gezellig in de pastorie te Delaford zouden zitten, eer de maand
+September was verstreken. Zoo weinig schroomvallig betoonde zij zich
+daarbij in het openlijk de eer geven aan Elinor van 't geen Edward
+bleef toeschrijven aan háár invloed, dat zij met dankbare hartelijkheid
+sprak van hare vriendschap voor hen beiden; gereed was te erkennen,
+dat zij aan háár alles waren verplicht, en openlijk verklaarde, dat
+gééne poging tot bevordering van hun geluk, van Juffrouw Dashwood's
+kant, haar ooit zou verwonderen, 't zij nu of later; want zij was vast
+overtuigd, dat zij in staat was het onmogelijke te doen voor iemand,
+dien zij oprecht waardeerde. Wat Kolonel Brandon betrof, zij was niet
+alleen bereid hem te vereeren als een heilige; maar ook zeer bezorgd,
+dat hij in alle wereldsche aangelegenheden de eer zou ontvangen,
+die hem toekwam; zij wenschte van harte, dat zijn bezitting hem méér
+dan ooit zou opbrengen, en nam zich in stilte voor te Delaford, waar
+zij maar eenigszins daartoe kans zag, zich het gebruik te verzekeren
+van zijn bedienden, zijn rijtuig, zijn koeien en zijn hoenderpark.
+
+Sedert John Dashwood's bezoek in Berkeley Street was nu reeds een week
+verloopen, en daar zij na dien tijd, behalve een mondelinge navraag,
+geen notitie meer hadden genomen van zijn vrouw's ongesteldheid, begon
+Elinor het noodig te achten, haar een bezoek te brengen. Dit was een
+verplichting, waartoe zij zelve niet alleen weinig aandrang gevoelde,
+maar die bovendien geen steun ontving door den bijval van haar beide
+huisgenooten. Marianne weigerde niet alleen zeer stellig, zelve te
+gaan; maar wilde volstrekt haar zuster van dat bezoek terughouden;
+en hoewel Mevrouw Jennings' rijtuig ten allen tijde tot Elinor's
+dienst stond, had zijzelve zulk een hekel aan Mevrouw John Dashwood,
+dat noch haar nieuwsgierigheid om te zien, hoe zij zich hield na
+de onlangs gedane ontdekking, noch haar groote lust om haar eens de
+waarheid te zeggen en het voor Edward op te nemen, haar konden bewegen,
+den tegenzin in haar gezelschap te overwinnen. Het gevolg hiervan was,
+dat Elinor alleen het bezoek ging afleggen, waartoe niemand minder lust
+gevoelde dan zij, en de kans ging loopen op een tête-à-tête met iemand,
+die geen der anderen reden had met zóóveel afkeer te beschouwen.
+
+Mevrouw Dashwood had belet; maar eer het rijtuig nog kon omkeeren, kwam
+haar man toevallig de deur uit. Hij gaf zijn blijdschap te kennen,
+Elinor te zien, vertelde, dat hij juist naar Berkeley Street had
+willen gaan, en vroeg haar, binnen te komen; het zou Fanny pleizier
+doen haar weer eens te spreken.
+
+Zij gingen de trap op, en naar den salon, waar niemand zich vertoonde.
+
+"Fanny is zeker in haar eigen kamer," zei hij, "ik zal straks
+naar haar toegaan; want zij heeft er natuurlijk in 't minst niet
+op tegen om je te zien;--integendeel.--_Nu_ vooral kan er niets
+meer... maar in elk geval, jij en Marianne stondt altijd hoog bij
+haar aangeschreven. Waarom is Marianne niet meegekomen?"
+
+Elinor verontschuldigde haar zoo goed zij kon.
+
+"Ik ben er niet rouwig om, dat ik je alleen spreek," zei hij,
+"want ik heb je veel te vertellen. Die predikantsplaats van Kolonel
+Brandon... kan dat waar zijn?--heeft hij die werkelijk aan Edward
+gegeven? Ik hoorde het gisteren bij toeval, en wilde juist je gaan
+opzoeken, om er meer van te vernemen."
+
+"'t Is werkelijk waar.--Kolonel Brandon heeft de predikantsplaats te
+Delaford aan Edward geschonken."
+
+"Dus tòch!--Dat is toch verbazingwekkend!--geen
+familiebetrekking,--geen andere relatie!... en dat terwijl zulke
+plaatsen nu juist hooge prijzen opbrengen; hoeveel was deze waard?"
+
+"Ongeveer tweehonderd pond."
+
+"Nu goed,--en voor de voorkeur alleen voor die vacature,--gesteld dat
+de vorige predikant oud en ziekelijk was, en spoedig zijn ambt had
+moeten neerleggen,--had hij stellig wel een veertienhonderd pond kunnen
+krijgen. Hoe kwam het, dat hij dat niet al lang had in orde gebracht,
+vóór deze laatste predikant was overleden?--_Nu_ zou het natuurlijk te
+laat zijn voor een verkoop;--maar zulk een verstandig man als Kolonel
+Brandon!--hoe is 't mogelijk, dat hij zoo weinig vooruitziende is, in
+zulk een natuurlijke, van zelf sprekende zaak. Nu, het bewijst alweer,
+dat bijna ieder mensch in zeker opzicht inconsequent is. Maar nu ik
+het goed bedenk, zal de zaak hoogst waarschijnlijk _deze_ zijn. Edward
+treedt zoolang als plaatsvervanger op, tot de persoon aan wien de
+Kolonel de voorkeur door verkoop heeft afgestaan, oud genoeg is, om het
+ambt waar te nemen.--Ja, ja, zóó zal 't zijn; daar ben ik zeker van."
+
+Elinor sprak dit echter met den meesten nadruk tegen, en toen zij
+verteld had, dat zijzelve op verzoek van den Kolonel zijn aanbod
+aan Edward had overgebracht, en dus op de hoogte was van de wijze,
+waarop het was gegeven en aanvaard, moest hij wel gelooven op gezag.
+
+"'t Is wèl merkwaardig!"--riep hij uit, na haar te hebben
+aangehoord,--"wat kan toch de beweegreden van den Kolonel zijn
+geweest?"
+
+"Een heel eenvoudige--Edward een dienst te bewijzen."
+
+"Nu, ik moet zeggen, wat voor een man Kolonel Brandon dan ook is,
+Edward heeft het getroffen! Spreek er overigens maar niet over tegen
+Fanny; want hoewel ik het haar heb meegedeeld, en zij het nog al goed
+opnam, ze heeft niet graag, dat erover wordt gepraat."
+
+Elinor had eenige moeite, de opmerking te weerhouden, dat Fanny allicht
+met gelatenheid zou hebben kunnen verdragen, haar broeder's inkomen
+vermeerderd te zien op een wijze, die noch haar, noch haar kind bij
+mogelijkheid zou kunnen benadeelen.
+
+"Mevrouw Ferrars," voegde hij erbij, op den zachteren toon, die bij
+het gewicht van dit onderwerp paste, "weet er op het oogenblik nog
+niets van, en ik geloof dat het raadzaam is, het zoo lang mogelijk
+voor haar geheim te houden. Als het huwelijk wordt voltrokken, vrees
+ik, dat zij alles zal moeten hooren."
+
+"Maar waarom zouden zulke voorzorgen moeten worden in acht genomen? 't
+Is niet te verwachten, dat Mevrouw Ferrars de geringste voldoening
+kan vinden in de zekerheid, dat haar zoon genoeg heeft om van
+te leven;--dàt staat in elk geval vast; maar waarom zou men,
+na de wijze waarop zij zich heeft gedragen, éénig gevoel bij haar
+veronderstellen? Ze heeft afgedaan met haar zoon; ze heeft hem voor
+altoos verstooten, en gezorgd, dat allen, op wie zij eenigen invloed
+had, dat eveneens deden. Nu ze dàt eenmaal heeft gedaan, kan men
+zich toch niet voorstellen, dat ze nog vatbaar zou zijn voor eenigen
+indruk van smart of vreugde, òm of dóór hèm;--zij kàn geen belang
+stellen in iets, wat hem aangaat. Zij zal toch niet zoo zwak zijn,
+ouderlijke bezorgdheid te gevoelen voor een kind, terwijl zij den
+troost zijner genegenheid moedwillig heeft verworpen?"
+
+"Zeker, Elinor," zei John; "je redeneering is zeer juist; maar zij
+berust op onbekendheid met de menschelijke natuur. Geloof maar gerust,
+als dat ongelukkige huwelijk van Edward plaats heeft, dan voelt zijn
+moeder dat even diep, alsof zij hem nooit had verstooten; en daarom
+moet elke omstandigheid, die deze verschrikkelijke ramp kan verhaasten,
+zoo lang mogelijk voor haar verborgen worden gehouden. Mevrouw Ferrars
+kan nooit vergeten, dat Edward haar zoon is."
+
+"Hoe is het mogelijk?--ik zou zeggen, dat ze 't zich _nu_ al bijna
+niet meer herinnert."
+
+"Je doet haar schromelijk onrecht. Mevrouw Ferrars is een van de
+meest liefhebbende moeders, die er bestaan."
+
+Elinor zweeg.
+
+"We denken er _nu_ over," zeide de Heer Dashwood na een korte stilte,
+"om _Robert_ met Juffrouw Morton te laten trouwen."
+
+Elinor, die niet kon nalaten te glimlachen om de ernstige en
+beslissende gewichtigheid van haar broeder's toon, zei bedaard;
+"Met de keuze der dame wordt dus geen rekening gehouden."
+
+"Keuze?--Hoe bedoel je?"
+
+"Ik bedoel, dat het, naar je manier van spreken te oordeelen, voor
+Juffrouw Morton hetzelfde moet zijn, of ze met Edward of met Robert
+trouwt."
+
+"Natuurlijk; dat maakt ook geen verschil; want Robert zal nu feitelijk
+en in elk opzicht als de oudste zoon worden beschouwd; en wat het
+overige aangaat, ze zijn beiden heel aardige jongelui,--ik zie niet
+in dat de een hooger staat dan de ander."--
+
+Elinor zeide niets meer en ook John bleef een poos zwijgen. Aan
+'t slot van zijn overpeinzingen nam hij zijn zuster vriendelijk bij
+de hand en fluisterde bijna plechtig: "Een ding, zusjelief, kan ik
+je verzekeren, en ik wil het je zeggen, omdat ik weet dat het je
+genoegen zal doen. Ik heb alle reden te denken--ja, ik weet het uit
+de beste bron, anders zou ik 't niet oververtellen, want dàn zou
+het heel verkeerd zijn er over te spreken--maar ik heb het uit de
+allereerste hand--niet dat ik het door Mevrouw Ferrars zelve hoorde
+zeggen, maar haar dochter zei het, en van háár heb ik 't gehoord--dat,
+om kort te gaan, welke bezwaren er ook mochten hebben bestaan tegen een
+zekere... een zekere verbintenis,--je begrijpt wat ik bedoel,--_die_
+haar toch oneindig liever zou geweest zijn, en haar niet half zoo zou
+hebben geërgerd als _dit_. Het verheugde mij bijzonder, te hooren,
+dat Mevrouw Ferrars er zóó over dacht,--'t is voor ons allen aangenaam
+dit te weten, dat begrijp je. "'t Zou van twee kwaden verreweg het
+minste zijn geweest," zei ze, "en ze zou blij zijn, als ze zich _nu_
+had te schikken in niets ergers dan dàt. Trouwens,--daarvan is nu geen
+sprake, niet waar? daarover wordt geen woord meer gerept, en we denken
+er niet meer aan; die genegenheid trouwens--dat was nooit--dat is nu
+voorbij. Maar ik vond, dat ik 't je toch moest vertellen; omdat ik
+begreep, dat het je veel pleizier moest doen. Reden tot spijt heb je
+overigens niet, mijn beste Elinor. Je zult het stellig nog heel goed
+treffen, evengoed, of beter misschien, als men alles in aanmerking
+neemt. Heb je Kolonel Brandon voor kort nog gesproken?"
+
+Elinor had genoeg gehoord, zooal niet om haar ijdelheid te vleien en
+haar eigendunk te streelen, dan toch om haar zenuwen te prikkelen en
+haar gedachten te vervullen; en daarom was zij blijde, dat haar de
+verplichting werd bespaard, zelf nog meer te zeggen, zoowel als de
+kans, nog meer van haar broeder te vernemen, doordat Robert Ferrars
+binnentrad. Na een oogenblik met hem te hebben gepraat, ging John
+Dashwood zich herinneren, dat Fanny nog steeds niet wist van haar
+zuster's bezoek, de kamer uit, om haar te halen; en Elinor bleef
+achter, om nader kennis te maken met Robert, die door de luchtige
+zorgeloosheid en de tevreden zelfvoldaanheid van zijn optreden,
+terwijl hem een zoo onrechtmatig groot aandeel werd geschonken in zijn
+moeder's liefde en haar gunstbewijzen ten nadeele van zijn verbannen
+broeder, een voorkeur, slechts verdiend door zijn eigen losbandig
+leven, in tegenstelling met Edward's onkreukbare rechtschapenheid,
+de ongunstige meening bevestigde, die zij reeds had opgevat omtrent
+zijn gaven van hoofd en hart. Zij waren nog geen twee minuten alleen
+gebleven, of hij begon al over Edward te spreken; want hij had ook
+van de predikantsplaats gehoord, en was zeer benieuwd er meer van
+te vernemen. Elinor herhaalde de bijzonderheden, die zij aan John
+had medegedeeld, en hun uitwerking op Robert was, hoewel weer op een
+andere manier, niet minder treffend, dan bij haar broeder 't geval was
+geweest. Hij lachte uitbundig. Het denkbeeld, dat Edward predikant
+zou worden en wonen in een kleine pastorie, vermaakte hem ongemeen,
+en toen zijn verbeelding hem daarbij Edward nog afschilderde in een
+wit koorhemd, de huwelijksaankondiging aflezend van John Smith en
+Mary Brown, kon hij zich onmogelijk iets grappigers voorstellen.
+
+Terwijl Elinor, zwijgend en onverstoorbaar ernstig, wachtte tot dat
+dwaze gelach zou ophouden, kon zij niet nalaten, in den blik, dien zij
+op hem liet rusten, al de minachting aan den dag te leggen, die zij
+gevoelde. Die blik was in zóóverre welbesteed, dat hij háár verlichting
+schonk, terwijl _hij_ er in 't minst niet door werd getroffen. Het
+was geen berisping van hare zijde, die zijn geestigheid in wijsheid
+deed verkeeren; doch zijn eigen oprecht gevoel.
+
+"We beschouwen 't nu als een grap," zei hij eindelijk, het gemaakte
+gelach stakend, waarmee hij zijn eerste uitbarsting van vroolijkheid
+nog eenigen tijd had verlengd,--"maar, in ernst, het is waarlijk geen
+gekheid. Die arme Edward; het is uit met hem, voor goed. 't Spijt me
+ontzettend voor hem,--want hij is een beste jongen; zoo goed als er
+geen tweede bestaat misschien. U moet hem niet beoordeelen, Juffrouw
+Dashwood, naar het weinigje dat _u_ van hem weet. Arme kerel! Zijn
+manieren zijn nu niet juist wat men een aanbeveling zou kunnen
+noemen. Maar niet ieder wordt geboren met dezelfde gaven,--denzelfden
+natuurlijken aanleg in dat opzicht. Die stakker--als men hem in een
+vreemd gezelschap zag,--'t was om medelijden mee te hebben! Maar op
+mijn woord van eer, ik houd hem voor een van de beste menschen die
+ik ken, en ik kan u naar waarheid verzekeren, dat ik nog nooit in
+mijn leven zoo heb opgekeken, als toen deze geschiedenis aan 't licht
+kwam. Ik kon 't niet gelooven. Mama was de eerste die 't mij vertelde,
+en ik zei dadelijk, (want ik wist onmiddellijk wat mij te doen stond):
+"Mama, ik weet niet, wat _u_ van plan bent; maar wat _mij_ betreft,
+als Edward met dit meisje trouwt, dan ziet hij mij nooit weerom!" Dat
+zei ik, zoodra ik 't hoorde;--ik kon mijn ooren niet gelooven! 't
+Was bepaald kwetsend voor mijn gevoel!--Arme Edward, hij heeft zich
+totaal te gronde gericht,--geen fatsoenlijk mensch zal ooit weer met
+hem willen omgaan; maar zooals ik dadelijk tegen mijn moeder zei,
+'t verwondert me niets; na die opvoeding, die hij heeft gehad, kon men
+niet anders verwachten. Mijn goeie moeder was half gek van boosheid."
+
+"Hebt u zijn meisje wel eens ontmoet?"
+
+"Ja, eenmaal; toen ze hier logeerde. Ik liep toevallig even aan;
+maar ik zag genoeg, om te weten wie ik voorhad. Een gewoon, stijf
+burgermeisje, provinciaal, ongracieus, en niet eens wat je mooi
+noemt. Ik kan me haar nog precies voorstellen. Juist het soort
+van meisje, door wie Edward zich licht zou laten inpalmen. Ik bood
+dadelijk aan, toen mijn moeder 't mij vertelde, om zelf eens met hem
+te praten, en hem te bewegen, van dat huwelijk af te zien; maar _toen_
+was het al te laat, dat zag ik in; want jammer genoeg was ik er in
+'t begin niet bij geweest, en wist van niets af, eer de breuk met
+mijn moeder een voldongen feit was, waarna het niet op mijn weg lag,
+tusschenbeide te komen, dat begrijpt u. Maar had ik het een paar
+uur vroeger vernomen, dan geloof ik stellig, dat er nog wel iets
+op te vinden was geweest. Ik zou Edward met den meesten nadruk mijn
+meening hebben te kennen gegeven. "Beste jongen," zou ik hebben gezegd,
+"bedenk wat je doet. Je verlaagt je door een dergelijke verbintenis,
+die door je geheele familie wordt afgekeurd." Ik kan niet nalaten te
+denken, dat er nog wel iets aan te doen zou geweest zijn. Maar nu is
+het te laat. Hij zal moeten hongerlijden; dat staat vast; feitelijk
+en letterlijk hongerlijden."
+
+Hij had die overtuiging juist met de grootste kalmte uitgesproken,
+toen de komst van Mevrouw John Dashwood een einde maakte aan hun
+gesprek. Maar hoewel zij nooit over de zaak sprak met anderen
+dan haar eigen familieleden, bespeurde Elinor den invloed ervan
+op haar geest, in den zweem van verlegenheid, die zich op haar
+gezicht vertoonde bij het binnentreden, en in een poging tot iets
+als vriendelijkheid jegens haarzelve in hare houding. Zij ging zelfs
+zoo ver, haar spijt te betuigen, dat Elinor en haar zuster reeds zoo
+spoedig zouden vertrekken, daar zij had gehoopt, hen nog dikwijls
+te zien, eene uiting, door haar man, die haar had binnengebracht, en
+verteerderd naar haar luisterde, blijkbaar beschouwd als een bewijs
+van allerbeminnelijkste hartelijkheid.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XLII
+
+
+Nog één kort bezoek in Harley Street, waarbij Elinor haar broeder's
+gelukwenschen ontving, omdat zij op deze wijze zonder onkosten een
+gedeelte van de reis naar Barton konden afleggen, en omdat Kolonel
+Brandon hen over eenige dagen naar Cleveland zou volgen, besloot den
+omgang van broeder en zusters in de stad; en een vluchtige uitnoodiging
+van Fanny om te Norland te komen, als zij ooit eens in de buurt waren,
+wel de minst waarschijnlijke gebeurtenis, die zich denken liet,
+benevens een iets hartelijker, doch in stilte geuite verzekering van
+John aan Elinor, dat hij niet in gebreke zou blijven haar te Delaford
+te bezoeken, was alles wat een toekomstige ontmoeting buiten Londen
+mocht doen verwachten.
+
+Zij vond iets grappigs in de opmerking, dat al haar vrienden haar
+volstrekt naar Delaford wilden zenden, een plaats waar zij nu wel
+het allerminst zou wenschen te wonen, of zelfs een bezoek te brengen;
+want niet alleen werd het door haar broeder en Mevrouw Jennings als
+haar toekomstig tehuis beschouwd; maar zelfs Lucy drong er bij het
+afscheid op aan, dat zij haar daar toch eens moest opzoeken.
+
+Op een der eerste dagen van April, en tamelijk vroeg op den dag,
+begaven zich de twee families, uit Hanover Square en uit Berkeley
+Street, elk afzonderlijk op weg, om elkaar op een afgesproken plaats
+te ontmoeten. Voor 't gemak van Charlotte met haar kind zouden zij
+meer dan twee dagen onderweg blijven, en de Heer Palmer, die met
+Kolonel Brandon iets vlugger reisde, zou zich spoedig na hun aankomst
+te Cleveland bij hen voegen.
+
+Hoe weinig gelukkige uren Marianne ook in Londen had doorgebracht,
+en hoezeer zij ook reeds geruimen tijd verlangde de stad te verlaten,
+zij kon, nu het zoover was, het huis niet vaarwelzeggen, waarin zij
+voor het laatst zich had gevleid met de hoop en het vertrouwen op
+Willoughby, die thans voor altijd waren vervlogen, zonder diepe smart
+te gevoelen. En evenmin kon zij heengaan van de plek, waar Willoughby
+thans achterbleef, vervuld van nieuwe plannen en nieuwe verplichtingen,
+waarin _zij_ niet mocht deelen, zonder vele tranen te storten.
+
+Elinor's voldoening, nu het oogenblik van vertrekken aanbrak, was
+minder twijfelachtig. Voor haar was er geen voorwerp, waarbij haar
+gedachten konden verwijlen in droeve mijmerij; geen sterveling liet
+zij achter van wien ze 't een oogenblik zou betreuren, als zij hem
+nooit weer ontmoette; ze was blijde, eindelijk verlost te worden van
+Lucy's drukkende vriendschap; dankbaar, haar zuster te kunnen meenemen,
+zonder dat deze Willoughby sedert zijn huwelijk had ontmoet; en zij
+zag met hoopvolle verwachting uit naar 't geen een paar maanden van
+kalmte te Barton zouden bewerken, ter verbetering van Marianne's
+gemoedsrust en ter bevestiging van de hare. De reis liep zonder
+ongevallen af. De tweede dag bracht hen in het dierbare, of verboden
+land, zooals Marianne beurtelings in haar verbeelding het graafschap
+Somerset placht te noemen; en vóór de derde morgen was verstreken,
+hadden zij Cleveland bereikt.
+
+Cleveland was een groot huis, in modernen stijl gebouwd, en op een
+hellend grasveld gelegen. Een park bezat het niet; maar de tuinen
+waren uitgestrekt, en zooals alle dergelijke fraaie buitenplaatsen,
+had het een open plantsoen en begroeide boschpartijen; een effen
+kiezelpad, omzoomd door heesters, leidde naar den voorgevel; het
+grasveld voor het huis was beplant met verspreid geboomte; het huis
+zelf ging schuil onder sparren, eschdoorns en acacia's, en achter
+een dichte haag, waartusschen hooge Lombardische populieren groeiden,
+lagen de gebouwen voor het dienstpersoneel en de stallen.
+
+Marianne trad het huis binnen, diep ontroerd door de gedachte,
+dat zij slechts tachtig mijlen van Barton, en geen dertig van Combe
+Magna was verwijderd; en eer zij vijf minuten binnen zijn muren had
+vertoefd, terwijl de anderen Charlotte hielpen, om haar kindje aan
+de huishoudster te vertoonen, liep zij weer heen en sloop door de
+slingerpaden van het plantsoen, dat reeds groen begon te worden,
+naar een hooggelegen plek, vanwaar zij, uit een Grieksch tempeltje,
+haar blik kon laten zwerven over een uitgestrekt landschap naar
+het Zuid-Oosten, met welgevallen het oog laten rusten op de verst
+verwijderde heuvelrij aan den gezichtseinder, en zich verbeelden,
+dat zij van hun top Combe Magna zou kunnen zien.
+
+In zulke oogenblikken van zalig, van onwaardeerbaar lijden verheugde
+zij zich onder heete tranen, te Cleveland te zijn, en toen zij langs
+een anderen weg naar het huis terugkeerde, met het gelukkig gevoel
+weer landelijke vrijheid te kunnen smaken, van plek tot plek te
+kunnen zwerven in ongestoorde, genotvolle eenzaamheid, besloot zij,
+zoolang zij bij de Palmers zou zijn, bijna ieder uur van iederen dag
+te genieten van zulke eenzame zwerftochten.
+
+Zij kwam juist bij tijds terug, om zich bij de anderen te voegen, die
+het huis verlieten, om de onmiddellijke omgeving eens in oogenschouw
+te nemen, en de morgen werd verder aangenaam gesleten met een
+wandeling door den moestuin, waar zij de bloesems bewonderden der
+langs de muren geleide vruchtboomen, en luisterden naar de klachten
+van den tuinman over de vorst, met een kijkje in de oranjerie,
+waar het verlies van haar fraaiste planten, die onvoorzichtig waren
+blootgesteld, en geleden hadden door de langdurige koude, Charlotte
+alweer aan het lachen bracht, en met een bezoek aan het hoenderpark,
+waar zij nieuwe stof tot vroolijkheid vond in de teleurgestelde
+verwachtingen van het meisje dat er toezicht hield, wegens kippen,
+die haar nesten in den steek lieten, of door een vos werden gestolen,
+of wegens de groote sterfte onder een veelbelovend broedsel. De
+morgen was mooi en droog, en Marianne had bij haar plannen om zich
+hier buiten bezig te houden niet gerekend op verandering van weer,
+zoolang zij te Cleveland logeerde. Het verraste haar dus niet weinig,
+dat een gestadige slagregen haar verhinderde na den eten weer uit te
+gaan. Zij had zich een wandeling in de schemering voorgesteld naar den
+Griekschen tempel, en misschien nog verder, en een koude of vochtige
+avond zou haar daarvan niet hebben teruggehouden; maar een zwaren en
+aanhoudenden slagregen kon zelfs _zij_ niet beschouwen als geschikt
+of aangenaam wandelweer.
+
+Het gezelschap was klein, en de uren gingen rustig voorbij. Mevrouw
+Palmer had haar kindje, en Mevrouw Jennings haar handwerk; ze praatten
+over de vrienden die ze hadden achtergelaten; regelden Lady Middleton's
+gezelschapsavonden, en waren benieuwd of de Heer Palmer en Kolonel
+Brandon het dien avond verder zouden brengen dan tot Reading. Elinor
+nam deel in hun gesprek, hoewel het haar weinig boeide, en Marianne,
+die in ieder huis als bij instinct den weg naar de bibliotheek wist
+te vinden, hoezeer die ook overigens door het gezin werd vermeden,
+zorgde wel, dat zij spoedig een boek in handen had. Mevrouw Palmer deed
+van haar kant, in haar onveranderlijke en welgezinde opgeruimdheid, al
+wat zij kon, om hen te doen gevoelen, dat zij hier welkom waren. Haar
+oprechte hartelijkheid vergoedde ruimschoots de onnadenkendheid en
+het gebrek aan tact, die haar dikwijls deden te kort schieten in
+uiterlijke beleefdheid; haar vriendelijkheid, nog te bekoorlijker
+door haar lief gezichtje, nam voor haar in; haar dwaasheid, hoezeer
+ook in het oog vallend, was niet afstootend, daar zij niet gepaard
+ging met inbeelding; en Elinor had haar alles kunnen vergeven,
+behalve haar gelach.
+
+De twee heeren kwamen den volgenden dag bij tijds om deel te nemen aan
+het zeer verlate middagmaal. Zij vormden een prettige aanwinst voor
+het gezelschap en brachten een welkome afwisseling in het gesprek,
+dat na een langen regenachtigen morgen in ietwat kwijnenden toestand
+verkeerde.
+
+Elinor had den Heer Palmer zoo zelden ontmoet, en bij die enkele
+gelegenheden zijn houding tegenover haar en hare zuster zoo
+verschillend bevonden, dat zij zich niet recht kon voorstellen,
+hoe hij eigenlijk zou zijn in zijn eigen huiselijken kring. Hij
+bleek nu toch tegenover zijn gasten voorkomend genoeg, en slechts
+nu en dan lomp tegen zijn vrouw en haar moeder; hij kon, zooals zij
+thans bespeurde, zeer goed aangenaam in gezelschap zijn, en werd
+daarin slechts verhinderd door een overwegende neiging om zich even
+ver verheven boven alle andere menschen te achten, als hij zich den
+meerdere gevoelde van Mevrouw Jennings en Charlotte. Voor het overige
+vertoonde hij in zijn karakter en gewoonten, voor zoover Elinor
+kon nagaan, geen enkelen ongewonen trek, zijn sekse en leeftijd in
+aanmerking genomen. Hij was kieskeurig op zijn maaltijden, niet precies
+op zijn tijd, hij hield veel van zijn kind, hoewel hij deed als of het
+hem niet schelen kon, en hij sleet des morgens met biljartspelen den
+tijd, dien hij aan zijn zaken had behooren te wijden. Zij mocht hem
+echter over 't geheel wel lijden; veel beter dan zij had verwacht;
+en in haar hart speet het haar niet, dat zij niet beter over hem
+denken kon; dat zij door de waarneming van zijn verfijnde genotzucht,
+zijn egoïsme en zijn eigenwaan ertoe gebracht werd met welbehagen
+te verwijlen bij de herinnering aan Edward's edelmoedigen aard,
+zijn eenvoudige neigingen en schuchtere fijngevoeligheid.
+
+Van Edward, of althans het een en ander, hem betreffende, hoorde zij
+nu door Kolonel Brandon, die onlangs naar Dorsetshire was geweest,
+en die aan haar, als de belanglooze vriendin van den Heer Ferrars,
+en de vriendelijke vertrouwde van hemzelf, veel vertelde van de
+pastorie te Delaford, waarvan hij de gebreken omschreef, terwijl hij
+meteen vermeldde, hoe hij daarin verbetering dacht te brengen. Zijn
+houding tegenover haar, zoowel in dezen als in alle andere opzichten,
+zijn zichtbare blijdschap haar weer te zien, na een afwezigheid van
+slechts tien dagen, het blijkbare genoegen dat hij scheen te vinden
+in hun gesprekken, en het gezag dat hij toekende aan haar oordeel,
+deden Mevrouw Jennings' verzekerdheid van zijn liefde voor haar niet
+onnatuurlijk schijnen, en zouden wellicht voldoende geweest zijn,
+ook bij haarzelve dat vermoeden te wekken, wanneer zij niet nog steeds
+Marianne als degene had beschouwd, aan wie hij van den beginne zijne
+voorkeur had geschonken. Maar inderdaad was die gedachte nooit bij
+haar opgekomen, tenzij dan door Mevrouw Jennings' opmerkingen, en zij
+kon niet nalaten zichzelve voor de meest scherpziende te houden van
+hen beiden; _zij_ lette op zijn oogen, terwijl Mevrouw Jennings enkel
+aandacht schonk aan zijn gedrag, en terwijl de angstige bezorgdheid
+in zijn blik, nu Marianne in haar hoofd en keel het begin van een
+zware verkoudheid gevoelde, volkomen aan zijn gastvrouw ontging,
+omdat hij die bezorgdheid niet onder woorden bracht, zag zij er de
+licht gewekte vrees en de noodelooze beduchtheid in van een minnaar.
+
+Twee heerlijke schemeravond-wandelingen, niet slechts op de droge
+kiezelpaden van het plantsoen, maar in de meest afgelegen gedeelten van
+den tuin en de omgeving, waar nog iets restte van de ongerepte natuur,
+waar de boomen het oudst waren en het gras heel lang en heel nat was,
+hadden,--in vereeniging met de nog grooter onvoorzichtigheid van
+haar natte kousen en schoenen aan te houden--Marianne zulk een hevige
+verkoudheid bezorgd, dat zij, ofschoon zij er een paar dagen geen acht
+op sloeg, of bij navraag ontkende, door toenemende ongesteldheid zich
+weldra het voorwerp zag van aller medelijden, en zelve moest erkennen,
+dat zij ziek was. Geneesmiddelen werden van alle zijden aanbevolen,
+en zooals gewoonlijk, alle verworpen. Hoewel loom en koortsig, met
+pijn in alle leden, en gekweld door hoest en keelpijn, meende zij dat
+een goede nachtrust haar volkomen zou genezen, en slechts met moeite
+kon Elinor van haar gedaan krijgen, dat zij, bij het naar bed gaan,
+een paar van de eenvoudigste huismiddeltjes wilde aanwenden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XLIII
+
+
+Marianne stond den volgenden morgen op haar gewonen tijd op; antwoordde
+op elke vraag, dat zij zich beter gevoelde, en trachtte te bewijzen,
+dat dit het geval was, door ook haar gewone bezigheden ter hand te
+nemen. Maar de dag, dien zij doorbracht met zitten huiveren bij het
+vuur, een boek in de hand, waarin zij niet lezen kon, op de sofa
+liggen, leverde geen treffend bewijs van die beterschap, en toen
+zij eindelijk, steeds meer ongesteld, vroeg naar bed ging, verbaasde
+Kolonel Brandon zich over de kalmte van haar zuster, die, hoewel zij
+Marianne tegen den zin der zieke den geheelen dag had verzorgd en
+opgepast, en haar gedwongen had, des avonds medicijnen te gebruiken,
+evenals Marianne zelve vertrouwde op de goede uitwerking van den slaap,
+dien zij als zeker beschouwde, en niet in ernst ongerust was.
+
+Een zeer onrustige en koortsige nacht stelde echter beider
+verwachtingen te leur; en toen Marianne, die volstrekt had willen
+opstaan, toegaf, dat zij zich niet in staat gevoelde op te zitten,
+en uit zich zelve weer naar bed ging, volgde Elinor gaarne Mevrouw
+Jennings' raad, den plattelandsheelmeester te laten halen, die in de
+buurt van de Palmers woonde.
+
+Hij kwam en onderzocht de patiënte; en hoewel hij Elinor poogde te
+bemoedigen door de verzekering dat haar zuster binnen eenige dagen
+hersteld zou kunnen zijn, liet hij zich toch het woord "besmetting"
+ontvallen, waardoor Mevrouw Palmer dadelijk zeer bezorgd over
+haar kindje werd. Mevrouw Jennings, die van den beginne, meer dan
+Elinor, Marianne's ongesteldheid als ernstig had beschouwd, keek zeer
+bedenkelijk, toen zij hoorde wat de Heer Harris had gezegd; zij vond
+Charlotte's angst en bezorgdheid zeer gegrond, en drong erop aan, dat
+zij onmiddellijk met het kind zou vertrekken; terwijl de Heer Palmer,
+hoewel hij hun vrees overdreven achtte, aan de angstige smeekingen van
+vrouw geen weerstand kon bieden. Er werd dus besloten, dat zij dadelijk
+zou gaan, en een uur na het bezoek van den Heer Harris vertrok zij, met
+haar kleinen jongen en het kindermeisje, naar een bloedverwant van den
+Heer Palmer, die een paar mijlen aan den anderen kant van Bath woonde;
+terwijl haar man, op haar dringend verzoek, beloofde haar over eenige
+dagen te zullen volgen, en zij bijna evenzeer erop gesteld was, haar
+moeder ook daarheen mee te nemen. Mevrouw Jennings echter verklaarde,
+met een innige goedhartigheid, die Elinor werkelijk liefde voor haar
+deed opvatten, dat zij Cleveland niet zou verlaten, zoolang Marianne
+ziek bleef, en dat zij wilde trachten door haar eigen oplettende zorg
+de moeder te vervangen, aan wie zij haar had ontnomen; en Elinor
+vond in haar ten allen tijde eene ijverige en gewillige helpster,
+gaarne bereid, haar moeite en vermoeienis te deelen, en wier ervaring
+op het punt van ziekenverpleging haar dikwijls van groot nut was.
+
+De arme Marianne, mat en gedrukt door haar ziektetoestand, en
+zich nu wel zeer ongesteld gevoelend, kon niet langer hopen, dat
+zij den volgenden dag beter zou zijn; en de gedachte aan 't geen
+die dag haar zou gebracht hebben, wanneer deze ongelukkige ziekte
+niet tusschenbeide was gekomen, verscherpte elke pijn; want morgen
+zouden zij de thuisreis hebben aanvaard, vergezeld door een knecht
+van Mevrouw Jennings, zoodat zij in den loop van den daaropvolgenden
+dag hun moeder zouden zijn komen verrassen. De weinige woorden die
+zij sprak, uitten enkel haar beklag over dit onvermijdelijk uitstel;
+hoewel Elinor haar poogde op te beuren en te doen gelooven, zooals zij
+_toen_ werkelijk zelve geloofde, dat dit uitstel slechts kort zou zijn.
+
+De volgende dag bracht weinig of geen verandering in den toestand der
+zieke; beter was zij in elk geval niet; maar men kon haar, behalve
+dan in zooverre geen beterschap viel te bespeuren, toch ook niet erger
+noemen. Hun gezelschap werd thans nog kleiner; want de Heer Palmer liet
+zich, hoewel hij weinig lust had om te gaan, en dat zoowel uit ware
+menschelijkheid en goedhartigheid, als uit ongeneigdheid, den schijn
+op zich te laden van door zijn vrouw's angst te zijn aangestoken,
+ten slotte door Kolonel Brandon overreden, zijn belofte van haar te
+zullen volgen gestand te doen, en terwijl hij zich gereedmaakte voor
+de reis, begon Kolonel Brandon, wien dit heel wat meer inspanning
+kostte, ervan te praten, ook te willen vertrekken. Hier kwam Mevrouw
+Jennings' goedigheid hun allen buitengewoon te pas; want om den
+Kolonel nu weg te zenden, terwijl zijn lieve vriendin zoo bezorgd
+was over hare zuster, zou hen allebei, dacht zij, van allen troost
+berooven; dus vertelde zij hem maar dadelijk, dat zij zelve hem hier
+te Cleveland volstrekt noodig had; dat hij 's avonds haar partijtje
+piquet met haar moest spelen, als Elinor boven bleef bij haar zuster,
+en zoo meer; en zoo dringend verzocht zij hem te blijven, dat hij,
+die zijn eigen liefsten hartewensch vervulde, wanneer hij toegaf,
+zich zelfs in schijn niet lang tegen haar verlangen kon verzetten;
+temeer daar Mevrouw Jennings' verzoek ijverig werd ondersteund door
+den Heer Palmer, die verlichting scheen te vinden in het besef, dat
+hij iemand achterliet, zoo uitnemend geschikt om Juffrouw Dashwood
+in geval van nood met raad en daad bij te staan.
+
+Marianne vernam natuurlijk niets van al deze schikkingen. Zij wist
+niet, dat zij de bewoners van Cleveland uit hun huis had verjaagd,
+pas zeven dagen na hunne terugkomst. Het verwonderde haar volstrekt
+niet, dat Mevrouw Palmer zich nooit vertoonde, en daar het haar
+evenmin speet, sprak zij in 't geheel niet van hare gastvrouw. Twee
+dagen verliepen na het vertrek van den Heer Palmer, en haar toestand
+bleef nagenoeg dezelfde. De Heer Harris die elken dag kwam, sprak nog
+steeds vol vertrouwen van een spoedig herstel, en Elinor bleef ook
+hoopvol gestemd; doch de anderen waren veel minder optimistisch in
+hunne verwachtingen. Mevrouw Jennings had zich van den beginne in het
+hoofd gezet, dat Marianne er nooit weer bovenop zou komen, en Kolonel
+Brandon, die niet veel anders had te doen dan Mevrouw Jennings'
+sombere voorspellingen aan te hooren, was niet in de stemming om
+hun invloed te weerstaan. Hij trachtte door redeneering de vrees te
+onderdrukken, die het andersluidend oordeel van den heelmeester als
+dwaasheid scheen te stempelen; doch de vele uren van den dag, die
+hij in eenzaamheid doorbracht waren maar al te bevorderlijk voor de
+toelating van allerlei treurige gedachten, en hij kon de overtuiging
+niet van zich afzetten, dat hij Marianne niet zou weerzien.
+
+Toen de derde morgen was aangebroken, scheen het echter, alsof
+beiden de toekomst te donker hadden ingezien; want toen de Heer
+Harris kwam, vond hij de patiënte aanmerkelijk beter. De pols was
+veel sterker en alle verschijnselen waren gunstiger dan bij zijn
+vorig bezoek. Elinor, wier blijde hoop ten volle werd bevestigd,
+was een en al vroolijkheid; zij verheugde zich, in haar brieven aan
+haar moeder meer haar eigen oordeel te hebben gevolgd dan dat harer
+vrienden; want zij had volstrekt geen ophef gemaakt van de lichte
+ongesteldheid, die hen vooreerst nog te Cleveland deed blijven, en
+bijna den dag reeds bepaald, waarop Marianne op reis zou kunnen gaan.
+
+Doch de dag eindigde niet zoo gunstig als hij was begonnen. Tegen
+den avond werd Marianne weer erger; zij gevoelde zich meer afgemat,
+rusteloos en gejaagd dan te voren. Haar zuster, nog altijd hoopvol,
+was geneigd die verandering toe te schrijven aan de vermoeienis van
+het opzitten, terwijl haar bed werd opgemaakt; en na haar zorgvuldig de
+voorgeschreven medicijnen te hebben ingegeven, zag zij haar eindelijk
+indommelen, en hoopte dat de rust haar goed zou doen. Zij bleef, hoewel
+niet zoo rustig als Elinor wenschte, geruimen tijd doorslapen; en
+daar Elinor de uitwerking van dien slaap gaarne zelf wilde waarnemen,
+besloot zij, bij haar te blijven opzitten, tot zij wakker werd.
+
+Mevrouw Jennings, die niets wist van de verandering in den toestand
+der zieke, ging ongewoon vroeg naar bed; haar kamenier, die mede hielp
+verplegen, gebruikte haar avondeten in de kamer der huishoudster,
+en Elinor bleef met Marianne alleen.
+
+Steeds onrustiger werd de slaap der zieke, en haar zuster, die den
+blik niet van haar afwendde, wenschte bijna, nu zij haar voortdurend
+van houding zag veranderen, en de herhaalde, vage klachten hoorde,
+die haar lippen ontsnapten, dat zij haar mocht wekken uit een zoo
+weinig verkwikkende sluimering; toen Marianne, plotseling wakker
+schrikkend door een toevallig geluid in huis, overeind vloog, en
+koortsachtig opgewonden uitriep: "Komt Mama nu?"
+
+"Nog niet," antwoordde Elinor, terwijl zij, zonder te laten merken
+hoe zij geschrikt was, Marianne hielp, weer te gaan liggen; "maar
+zij zal nu, hoop ik, spoedig komen. Het is een heel eind, van hier
+naar Barton; dat weet je wel."
+
+"Maar ze moet niet over Londen gaan," riep Marianne, op denzelfden
+gejaagden toon. "Als ze naar Londen gaat, dan zal ik haar niet
+meer zien."
+
+Elinor bespeurde tot haar grooten schrik, dat zij niet volkomen bij
+kennis was, en voelde haar pols, terwijl zij trachtte haar tot bedaren
+te brengen. De polsslag was zwakker en sneller dan ooit, en daar
+Marianne nog steeds verward over mama bleef praten, werd Elinor zóó
+ongerust, dat zij besloot, dadelijk den Heer Harris te laten halen,
+en een bode naar Barton te zenden om hare moeder. Kolonel Brandon te
+raadplegen over de beste wijze, waarop dit zou kunnen gebeuren, was de
+gedachte onmiddellijk volgend op het genomen besluit, en zoodra zij
+de kamenier had gebeld, om haar plaats bij hare zuster in te nemen,
+ging zij haastig naar beneden naar den salon, waar zij wist, dat hij
+gewoonlijk, op een nog veel later uur dan thans, was te vinden.
+
+Voor aarzelen was het de tijd niet. Wat zij vreesde en wat haar
+bezwaarde werd hem in enkele woorden medegedeeld. Hij had niet
+genoeg moed, noch vertrouwen, tot een poging zelfs, om haar vrees
+te verdrijven; zwijgend en treurig hoorde hij haar aan; doch haar
+moeilijkheden werden onmiddellijk uit den weg geruimd; want met een
+bereidwilligheid, die deed vermoeden, dat hij reeds bij voorbaat had
+gerekend op deze gelegenheid om van dienst te zijn, bood hij zich
+aan als den boodschapper, die Mevrouw Dashwood zou gaan halen. Elinor
+maakte geene tegenwerping, die niet gemakkelijk werd overwonnen. Zij
+dankte hem in enkele, innig gevoelde woorden, en terwijl hij zijn
+knecht haastig heenzond, om den Heer Harris te waarschuwen, en
+onmiddellijk postpaarden te bestellen, schreef zij een kort briefje
+aan hare moeder. Hoe dankbaar verheugde zij zich op dat oogenblik in
+het bezit van een vriend als Kolonel Brandon!--van een leidsman voor
+hare moeder, wiens oordeel haar zou voorlichten, wiens hulp haar rust
+zou schenken, en wiens vriendschap haar zou troosten!--Voor zoover
+de schok van zulk een tijding voor haar kòn worden verzacht, zouden
+zijn aanwezigheid, zijn gedrag, zijn gereede hulp daartoe bijdragen.
+
+_Hij_ intusschen handelde, wàt hij ook mocht gevoelen, met al de
+beradenheid van een rustigen geest, deed al het noodige met de
+uiterste snelheid, en berekende nauwkeurig het tijdstip, waarop zij
+zijne terugkomst mocht verwachten. Geen oogenblik ging verloren door
+eenig oponthoud. De paarden kwamen nog eerder dan zij hadden verwacht,
+en Kolonel Brandon stapte haastig in het rijtuig, terwijl hij haar
+alleen met een diep-ernstigen blik de hand drukte, en enkele woorden
+sprak, te zacht dan dat zij ze kon verstaan. Het was nu omstreeks
+twaalf uur, en zij ging terug naar haar zuster's kamer, om te wachten
+op de komst van den Heer Harris, en verder dien nacht bij haar te
+waken. Voor beiden was het een lijdensnacht. Uur na uur verstreek,
+onder slapelooze pijn en koortsig ijlen van Marianne, onder kwellenden
+angst van Elinor, eer de Heer Harris kwam. De overmaat der eenmaal
+gewekte vrees deed haar boeten voor al haar vroegere kalmte, en het
+meisje, dat met haar waakte, (want zij wilde Mevrouw Jennings niet
+laten roepen), pijnigde haar te meer door zinspelingen op 't geen
+haar meesteres altijd wel had gedacht.
+
+Marianne's gedachten dwaalden nog steeds, bij tusschenpoozen en
+onsamenhangend, naar hare moeder; en telkens als zij haar naam noemde,
+kromp het hart van de arme Elinor ineen, die, zichzelve verwijtend,
+dat zij zoovele dagen van ziekte zoo licht had geteld, en snakkend naar
+eenige onmiddellijke verlichting, zich verbeeldde, dat alle hulp wel
+spoedig te vergeefsch zou zijn; dat alles te lang was uitgesteld, en
+zich haar bedroefde moeder voorstelde, telaat komend om haar geliefd
+kind nog in leven, of nog bij haar bewustzijn te vinden.
+
+Zij was op het punt, nogmaals om den Heer Harris te zenden, of
+als _hij_ niet kon komen, anderen raad in te winnen, toen hij
+eindelijk,--het was reeds over vijf geworden,--verscheen. Zijn
+oordeel maakte gelukkig zijn late komst eenigszins goed; want hoewel
+hij erkende, dat er een zeer onverwachte en ongunstige verandering
+in den toestand der zieke was ingetreden, hij zag nog geen werkelijk
+gevaar, en sprak over de goede verwachting, die hij had van eene nieuwe
+behandelingswijze, met zooveel vertrouwen, dat Elinor zich eenigermate
+gerustgesteld gevoelde. Hij beloofde over een uur of vier te zullen
+terugkomen en verliet zoowel de zieke als haar bezorgde verpleegster
+kalmer dan hij beiden had aangetroffen.
+
+Met oprechte meewarigheid, en vele verwijten, omdat hare hulp niet
+was ingeroepen, vernam Mevrouw Jennings des morgens, wat er gebeurd
+was. Haar vroegere vrees, thans en met meer reden, opnieuw gewekt, deed
+haar omtrent den afloop geen twijfel koesteren, en hoewel zij poogde,
+Elinor woorden van troost toe te spreken, haar stellige overtuiging
+omtrent het gevaar, waarin Marianne verkeerde, liet haar niet toe,
+den troost der hoop te verleenen. Het deed haar innig verdriet. Het
+snelle verval, de vroege dood van een zoo jong en schoon meisje als
+Marianne zouden het medelijden hebben gewekt zelfs van wie haar minder
+na stond. Doch er was meer, dat haar recht gaf op Mevrouw Jennings'
+meegevoel. Drie maanden was zij dagelijks met haar in aanraking
+geweest, ook thans nog bleef zij aan hare zorg toevertrouwd;
+zij wist dat Marianne groot onrecht was geschied; dat zij lang en
+veel had geleden. Het verdriet harer zuster, van wie zij bijzonder
+veel hield, moest zij ook aanzien; en wat hunne moeder betrof, als
+mevrouw Jennings bedacht, dat Marianne waarschijnlijk voor haar was,
+wat Charlotte was voor haarzelve, dan leed zij in waarheid de smart
+dier andere moeder mede.
+
+De Heer Harris bracht zijn tweede bezoek precies op tijd; doch zag
+zijn hoop op een goeden uitslag teleurgesteld. Zijne medicijnen
+hadden niet geholpen;--de koorts nam nog niet af, en Marianne
+bleef,--rustiger, doch niet bij kennis,--in een toestand van doffe
+bewusteloosheid. Elinor, onmiddellijk onder den indruk van zijn vrees,
+en erger nog, stelde voor, andere hulp in te roepen. Doch hij achtte
+dit niet noodig; hij wilde nog een nieuwe behandeling beproeven, op
+welke uitwerking hij bijna evenveel vertrouwen had als op de vorige,
+en hij nam afscheid met bemoedigende verzekeringen, die Elinor
+aanhoorde, zonder dat zij doordrongen tot haar hart. Zij was kalm;
+behalve wanneer zij aan hare moeder dacht; doch zij had bijna geen
+hoop meer; en zoo bleef zij tot twaalf uur bij haar zuster's bed
+zitten, terwijl haar gedachten van de eene treurige voorstelling, van
+den eenen lijdenden vriend naar den anderen zwierven, en zij bijna
+tot wanhoop werd gedreven door het gepraat van Mevrouw Jennings,
+die onomwonden uitsprak, dat zij de hevigheid en gevaarlijkheid van
+dezen ziekte-aanval toeschreef aan de vele voorafgegane weken van
+ongesteldheid, veroorzaakt door Marianne's teleurstelling. Elinor
+gevoelde maar al te zeer, hoe gegrond deze veronderstelling was,
+en dit stemde haar des te droeviger.
+
+Omstreeks twaalf uur echter begon zij,--maar met een schroomvalligheid,
+eene vrees voor teleurstelling, die haar eenigen tijd deden zwijgen,
+zelfs tegenover haar vriendin,--zich te verbeelden, te hopen, dat
+zij een geringe verbetering bespeurde in haar zuster's polsslag;--zij
+wachtte, zag toe, voelde nogmaals en nogmaals, en eindelijk waagde zij,
+met een ontroering, moeilijker te verbergen achter uitwendige kalmte
+dan al het voorgaand verdriet, hare hoop uit te spreken. Hoewel Mevrouw
+Jennings eveneens moest erkennen, dat er een tijdelijke verbetering te
+bespeuren viel, trachtte zij haar vriendin te ontraden, die verbetering
+als blijvend te beschouwen; en Elinor, langdurig verwijlend bij elke
+ingeving van wantrouwen, hield zich zelve voor, dat zij niet mòcht
+hopen. Doch het was te laat. De hoop had zich reeds toegang gebaand,
+en deelend in al haar angstige bewogenheid, boog Elinor zich over haar
+zuster, om te wachten op... zij wist zelve bijna niet wàt. Een half
+uur verstreek, en nog mocht zij zich verblijden over het gunstig
+teeken. Andere voegden zich daarbij, om het te bevestigen. Haar
+ademhaling, haar huid, haar lippen, in alles zag Elinor sporen van
+beterschap, en Marianne zag haar aan met een rustigen, schoon matten
+blik. Tusschen hoop en vrees, die zich gelijkelijk van haar meester
+maakten, had zij geen oogenblik rust, tot om vier uur de Heer Harris
+kwam, die haar door zijn stellige verzekering, en door zijn gelukwensch
+met een beterschap, welke zijn verwachting overtrof, zoowel vertrouwen
+als kalmte schonk en bewoog tot tranen van vreugde.
+
+Marianne was in elk opzicht oneindig beter, en hij verklaarde haar
+thans geheel buiten gevaar. Mevrouw Jennings, misschien voldaan,
+nu haar sombere voorgevoelens althans gedeeltelijk waren bewaarheid
+door den pas uitgestanen angst, begon te denken, dat hij wel gelijk
+zou hebben, en gaf met ongeveinsde blijdschap, en al spoedig met
+onmiskenbare vroolijkheid, te kennen dat ook zij geloofde in een
+volkomen herstel.
+
+Vroolijkheid kon Elinor niet aan den dag leggen. Haar vreugde was van
+anderen aard en leidde het allerminst tot blijdschaps-uiting. Marianne
+te zien teruggegeven aan het leven, gezondheid, haar vrienden en
+hare liefhebbende moeder, was een denkbeeld, dat haar hart vervulde
+met een gewaarwording van innige bevrediging; dat het deed zwellen
+van vurige dankbaarheid;--doch dat gevoel vertolkte zich door geen
+uiterlijk vreugdebetoon, geen woorden, geen glimlach. In Elinor's
+binnenste was slechts plaats voor stille, sterke voldoening.
+
+Zij bleef dien namiddag bijna voortdurend aan haar zuster's zijde, elke
+vrees bedarend, elke vraag van haar verzwakten geest beantwoordend, tot
+alle hulp bereid, en lettend op elken blik, op iedere ademhaling. De
+mogelijkheid van instorting kwam haar natuurlijk nu en dan herinneren
+aan 't geen het zeggen wilde, angst te gevoelen;--maar toen zij
+bij herhaald, nauwkeurig onderzoek, bespeurde dat alle teekenen
+van beterschap aanhielden, toen zij Marianne om zes uur in een
+rustigen, vasten en oogenschijnlijk verkwikkenden slaap zag vallen,
+legde zij elken twijfel het zwijgen op. De tijd naderde thans, dat
+Kolonel Brandon kon worden terugverwacht. Om tien uur, dacht zij,
+of althans niet veel later, zou voor haar moeder een einde komen aan
+de vreeselijke onzekerheid, waarin zij thans naar hen op weg was. En
+de Kolonel ook!--misschien weinig minder te beklagen dan zij!--O, hoe
+langzaam verstreek de tijd, die hen nog in onwetendheid bleef houden!
+
+Om zeven uur ging zij, toen Marianne nog steeds rustig doorsliep, naar
+den salon, om met Mevrouw Jennings thee te drinken. Aan het ontbijt had
+zij door haar angst, en aan het diner door de plotselinge bevrijding
+ervan, niet veel gegeten,--en dus was haar deze maaltijd, waaraan
+zij met zulk een tevreden gevoel deelnam, bijzonder welkom. Mevrouw
+Jennings wilde haar na de thee overhalen om nog wat te rusten eer
+haar moeder kwam, _zij_ zou dan hare plaats bij Marianne innemen;
+maar Elinor voelde op dat oogenblik noch vermoeienis, noch behoefte
+aan slaap, en zij wilde volstrekt niet langer dan noodig was, van haar
+zuster wegblijven. Nadat Mevrouw Jennings dus met haar was meegegaan
+naar de ziekenkamer, om zelf te zien, dat alles goed bleef gaan, liet
+zij haar daar alleen met hare taak en hare gedachten, en ging naar
+haar eigen kamer, om brieven te schrijven, eer zij zich ter rust begaf.
+
+De avond was koud en stormachtig. De wind joeg in vlagen rondom
+het huis en de regen sloeg tegen de vensters; maar Elinor in wier
+binnenste alles blijdschap was, deerde het niet. Marianne sliep
+door elke stormvlaag heen,--en de reizigers--hun wachtte de rijkste
+belooning voor alle tegenwoordig ongerief.
+
+De klok sloeg acht uur. Had het tien geslagen, dan zou Elinor stellig
+gemeend hebben, dat zij op dat oogenblik een rijtuig hoorde naderkomen,
+en zo zeker geloofde zij het werkelijk gehoord te hebben, dat zij,
+al scheen het _bijna_ onmogelijk, hun komst nu reeds te verwachten,
+naar de aangrenzende kleedkamer ging, en een der luiken opende, om zich
+van de waarheid te vergewissen. Zij zag dadelijk, dat haar ooren haar
+niet hadden bedrogen, toen zij het licht van twee rijtuiglantaarns
+bespeurde. Bij hun onzeker schijnsel meende zij te zien, dat het
+voertuig met vier paarden was bespannen; waaruit zij niet slechts
+afleidde, in hoe groote ongerustheid haar arme moeder moest hebben
+verkeerd; doch 't geen tevens de onverwachte snelheid verklaarde,
+waarmede de reis volbracht was. Nog nooit in haar leven had Elinor het
+zoo moeilijk bevonden, kalm te zijn, als op dat oogenblik. Het besef
+van wat haar moeder moest gevoelen, terwijl het rijtuig voor de deur
+stilhield,--van haar twijfel--haar vrees--haar wanhoop misschien!--en
+wat _zij_ daarop te zeggen had!--met dàt besef was het onmogelijk,
+kalm te zijn. Het eenige wat haar te doen stond, was haast te maken;
+en zoodra zij Mevrouw Jennings' kamenier bij haar zuster had geroepen,
+snelde zij de trap af.
+
+Toen zij een afgesloten gang doorliep, hoorde zij aan de voetstappen
+in de vestibule, dat zij het huis reeds waren binnengegaan. Haastig
+liep zij naar den salon,--trad binnen,--en stond tegenover Willoughby.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XLIV
+
+
+Elinor, die met een blik vol ontzetting terugdeinsde toen zij hem zag,
+gaf gehoor aan eene natuurlijke opwelling, toen zij zich omkeerde,
+om de kamer te verlaten, en zij legde de hand reeds op den deurknop,
+toen zij werd teruggehouden, doordat hij haastig nadertrad, en op
+eer bevelenden dan verzoekenden toon zeide:
+
+"Juffrouw Dashwood, blijf!--een half uur,--tien minuten, ik smeek u
+er om."
+
+"Neen mijnheer," zeide zij vastberaden; "ik blijf hier niet. U kunt
+om _mij_ niet gekomen zijn. De bedienden hebben zeker vergeten u te
+zeggen, dat de Heer Palmer niet thuis is."
+
+"Al hadden ze mij verteld," riep hij heftig, "dat de Heer Palmer
+en zijn geheele familie naar den duivel waren, dan zou mij dat niet
+hebben bewogen, heen te gaan! Ik kom hier om u te spreken, u alleen."
+
+"Mij!"--riep zij, ten hoogste verbaasd,--"welnu, zeg het dan vlug,--en
+als u kunt, met minder heftigheid."
+
+"Gaat u zitten; dan zal ik aan beide voorwaarden voldoen."
+
+Zij aarzelde; zij wist niet, hoe te handelen. Het ging haar door
+het hoofd, dat Kolonel Brandon hem hier bij zijn aankomst zou
+kunnen vinden. Maar zij had beloofd, hem aan te hooren, en zoowel
+nieuwsgierigheid als die verplichting drongen haar te blijven. Na
+een oogenblik nadenken echter kwam zij tot het besluit, dat
+voorzichtigheid haast gebood, die door haar bereidwilligheid het
+beste werd bevorderd. Zij ging dus zwijgend naar de tafel en nam
+plaats. Hij ging op den stoel tegenover haar zitten, en een halve
+minuut bleven beiden zwijgen.
+
+"Wees zoo goed te zeggen, wat u te zeggen hebt, mijnheer," zeide
+Elinor ongeduldig,--"ik heb geen tijd te verliezen."
+
+Hij zat in diepe gedachten verzonken, en scheen haar niet te hooren.
+
+"Uwe zuster," zei hij een oogenblik later,--"is buiten gevaar. Ik
+hoorde het van den knecht.--Goddank!--Maar is het waar?--is het
+werkelijk waar?"--
+
+Elinor wilde niet antwoorden. Hij herhaalde de vraag met nog meer
+aandrang.
+
+"Om Godswil, zeg het mij, is het gevaar geweken, of niet?"
+
+"Wij hopen het."
+
+Hij stond op, en liep door de kamer.
+
+"Had ik dit een half uur geleden geweten... Maar nu ik eenmaal hier
+bèn," ging hij met gedwongen levendigheid voort, terwijl hij weer ging
+zitten, "wat komt het er nu op aan?--Laat ons nog eenmaal,--misschien
+voor de laatste maal, Juffrouw Dashwood,--samen vroolijk zijn. Zeg
+mij eens eerlijk,"--een donkerder tint kleurde zijn wangen, "waarvoor
+houdt u mij, voor een schurk, of voor een gek?"
+
+Elinor zag hem met steeds meer verbazing aan. Zij begon te denken,
+dat hij beschonken moest zijn; zij kon het vreemde bezoek en zijn
+zonderlinge houding op geen andere wijze verklaren; en onder dien
+indruk stond zij onmiddellijk op, met de woorden:
+
+"Mijnheer Willoughby, ik raad u aan, nu naar Combe terug te keeren. Ik
+heb geen tijd, om langer te blijven. Wàt u mij ook hebt te zeggen,
+morgen zult u het u beter herinneren, en het beter kunnen verklaren."
+
+"Ik begrijp u," antwoordde hij met een veelbeteekenenden glimlach,
+op volkomen kalmen toon. "O ja, ik ben dronken. Dat glas bier bij
+mijn koud vleesch in Marlborough was voldoende om mij van de wijs
+te brengen."
+
+"In Marlborough?" riep Elinor, die steeds minder begreep wat hij
+toch wilde.
+
+"Ja, ik ben van morgen om acht uur uit Londen vertrokken, en in de
+eenige tien minuten, die ik sinds dat vertrek buiten mijn rijtuig
+doorbracht, heb ik iets gebruikt te Marlborough."
+
+Zijn bedaarde wijze van spreken en de vastheid van zijn blik
+overtuigden Elinor, dat het geen dronkenschap was, die hem hier bracht,
+welke onvergefelijke dwaasheid hem dan ook naar Cleveland mocht hebben
+gedreven. Na een oogenblik nadenken zeide zij: "Mijnheer Willoughby,
+u behoordet te begrijpen, wat _ik_ zeer stellig gevoel, dat, na 't
+geen er gebeurd is, uwe komst hier op deze wijze, en dit met geweld
+u aan mij opdringen, wel zéér noodig verontschuldiging eischen. Wat
+is uwe bedoeling?"
+
+"Mijn bedoeling is," zeide hij met ernstigen nadruk, "als ik
+kàn, te bewerken, dat u mij _iets_ minder zult verafschuwen dan u
+thans doet. Mijn bedoeling is, althans eenige verschooning, eenige
+verklaring aan te bieden van het verleden,--mijn geheele hart voor u
+open te leggen, en u te overtuigen dat ik, hoewel altoos kortzichtig,
+niet altoos slecht ben geweest,--om althans iets als vergiffenis te
+verkrijgen van Ma..., van uwe zuster."
+
+"Is dat de werkelijke reden van uw komst?"
+
+"Dat zweer ik u,"--antwoordde hij, met een warmte, die haar aan den
+Willoughby van vroeger levendig herinnerde, en haar noopte, haars
+ondanks te gelooven aan zijn oprechtheid.
+
+"Wanneer dat alles is, dan kunt u reeds voldaan zijn; want Marianne
+vergeeft u--hééft u reeds lang vergeven."
+
+"Is dat waar?"--riep hij, met die zelfde ontroering in zijn stem.--"Dan
+heeft zij mij vergeven, eer het daartoe de tijd was. Maar zij zal
+mij nogmaals vergeven, en met grondiger reden daartoe. Wilt u mij
+_nu_ aanhooren?"
+
+Elinor boog toestemmend het hoofd.
+
+"Ik weet niet," zeide hij, na een poos van stilte, afwachtend van háár
+kant, nadenkend van den zijnen--"hoe _u_ mijn gedrag tegenover uwe
+zuster hebt verklaard, of welke duivelsche beweegreden u mij moogt
+hebben toegeschreven. Misschien zult u hierna niet eens veel beter
+over mij denken; maar het is de moeite waard, het te beproeven,
+en u zult alles vernemen. Toen ik voor het eerst uw familie van
+nabij leerde kennen, had ik geen ander plan, geene andere bedoeling
+met dien omgang, dan mijn tijd aangenaam door te brengen, zoolang
+ik in Devonshire moest blijven; aangenamer dan ik ooit te voren had
+gedaan. Uw zuster's bekoorlijkheid en haar ongewone gaven moesten mij
+wel aantrekken, en haar houding jegens mij, bijna van den beginne, was
+zóó... Verwonderlijk, wanneer ik bedenk, wat die was, en hoe _zij_ was,
+dat mijn hart zoo gevoelloos heeft kunnen zijn!--Doch ik moet bekennen,
+in het begin werd alleen mijn ijdelheid erdoor gevleid. Onverschillig
+voor haar geluk, alleen denkend aan mijn eigen genoegen, geheel onder
+den invloed van gevoelens, waardoor ik te zeer gewend was mij te laten
+beheerschen, trachtte ik, door elk middel dat mij ten dienste stond,
+beminnelijk te schijnen in haar oogen, zonder het minste voornemen,
+haar genegenheid te beantwoorden."
+
+Hier wierp Elinor hem een blik toe vol verontwaardigde minachting,
+en viel hem in de rede door te zeggen:
+
+"Het is werkelijk niet de moeite waard, mijnheer Willoughby, dat
+u nog langer blijft vertellen, of ik naar u luisteren. Wat zou er
+kunnen volgen, na zulk een begin? Laat mij niet méér hooren over dit
+pijnlijke onderwerp."
+
+"Ik wil, dat u alles zult aanhooren," was zijn antwoord. "Mijn fortuin
+was nooit aanzienlijk, en ik was altoos verkwistend geweest, altoos
+gewend om te gaan met lieden, die meer inkomen hadden dan ikzelf. Met
+ieder jaar, sedert ik meerderjarig was geworden, en reeds eerder,
+geloof ik, waren mijn schulden toegenomen, en hoewel de dood van mijn
+oude nicht, Mevrouw Smith, mij daarvan zou bevrijden, had ik, daar op
+die gebeurtenis niet viel te rekenen, en zij nog lang leven kon, reeds
+eenigen tijd het voornemen opgevat, weer in beteren doen te geraken
+door een rijke vrouw te trouwen. Aan eene verloving met uwe zuster
+viel dus niet te denken; en met een lage, zelfzuchtige wreedheid,
+die geen verontwaardigde, minachtende blik, zelfs van u, juffrouw
+Dashwood, genoeg kan afkeuren,--ging ik voort, zooals ik was begonnen,
+pogend haar genegenheid te winnen, zonder eenig voornemen, die te
+beantwoorden. Een ding echter mag te mijnen gunste worden aangevoerd,
+zelfs in dien verfoeilijken toestand van zelfzuchtige ijdelheid
+besefte ik niet den omvang van het misdrijf dat ik wilde begaan,
+omdat ik _toen_ niet wist wat het zeggen wil, lief te hebben. Heb ik
+dat ooit geweten?--Wel mag dat worden betwijfeld; want zou ik, zoo ik
+waarlijk bemind had, mijn gevoel hebben opgeofferd aan ijdelheid, aan
+hebzucht--of wat erger was, het hare hebben prijsgegeven?--Toch heb
+ik dat gedaan. Om eene betrekkelijke armoede te vermijden, die haar
+liefde en haar bijzijn van alle bitterheid zouden hebben ontdaan,
+heb ik, door mij rijkdom te verwerven, alles verloren, wat dien
+rijkdom tot een zegen zou kunnen doen zijn."
+
+"U hebt dus," zeide Elinor, ietwat verzacht, "een tijdlang geloofd,
+dat u waarlijk genegenheid voor haar gevoelde."
+
+"Zooveel beminnelijkheid te weerstaan, gevoelloos te blijven voor
+zooveel teederheid!--is er wel een man ter wereld, die daartoe in staat
+zou zijn geweest?--Ja, van lieverlede, onmerkbaar bijna, maar zeker,
+nam mijn gehechtheid aan haar toe, en de gelukkigste uren van mijn
+leven waren die, welke ik sleet in haar bijzijn, als ik gevoelde, dat
+mijn bedoelingen eerlijk waren, en mijn genegenheid zuiver. En toch,
+zelfs _toen_, terwijl ik stellig voornemens was, haar ten huwelijk
+te vragen, stelde ik op onvergefelijke wijze van dag tot dag uit,
+gevolg te geven aan dit plan uit schroom, een verloving aan te gaan
+in mijne benarde omstandigheden. Ik wil hier niet wijzen op--noch
+aan u overlaten dat voor _mij_ te doen,--de dwaasheid, en erger dan
+dwaasheid, terug te schrikken voor het verpanden van mijn trouw,
+waar mijn eer mij reeds had gebonden. De uitkomst heeft bewezen, dat
+ik een listige gek ben geweest, die met groote omzichtigheid zich de
+mogelijkheid wilde voorbehouden, voor altijd verachtelijk en ongelukkig
+te worden. Ten laatste echter stond mijn besluit vast, en ik had mij
+voorgenomen, zoodra ik haar alleen kon spreken, de oprechtheid te
+bewijzen der hulde, die ik haar voortdurend had toegebracht, en haar
+openlijk de liefde te verklaren, die ik zoo duidelijk en opzettelijk
+reeds had aan den dag gelegd. Doch in het tijdsverloop van enkele
+uren, die nog moesten verstrijken, eer ik gelegenheid kon vinden
+haar onder vier oogen te spreken,--gebeurde iets... iets ongelukkigs,
+dat mijn plannen verijdelde, en mij tevens alle rust ontnam. Er werd
+iets ontdekt..." (hier aarzelde hij, en sloeg de oogen neer). "Mevrouw
+Smith had op de eene of andere wijze vernomen, ik denk door een verren
+bloedverwant, wiens belang medebracht, mij van haar gunst te berooven,
+van eene zaak, eene verbintenis... doch ik behoef mij niet nader te
+verklaren," voegde hij erbij, met verhoogde kleur en haar aanziende
+met een vragenden blik, "uwe bijzondere vertrouwelijkheid met... u
+zult waarschijnlijk de geheele geschiedenis reeds hebben vernomen."
+
+"Dat heb ik," antwoordde Elinor, eveneens blozend, en opnieuw haar
+hart verhardend tegen eenige opwelling van medelijden met hem. "Ik
+weet dat alles. En hoe u ook maar een zweem van uw schuld in die
+treurige zaak zult kunnen wegredeneeren, gaat mijn bevatting te boven."
+
+"Bedenk," riep Willoughby, "van wien u het verhaal hebt gehoord. Kon
+het onpartijdig zijn? Ik erken, dat ik haar omstandigheden en haar
+jeugd had moeten ontzien. Ik wil mij niet van schuld vrijpleiten,
+doch evenmin kan ik u in de meening laten verkeeren, dat ik niets
+te mijner verdediging heb aan te voeren; dat zij onberispelijk was,
+omdat haar onrecht werd aangedaan, of dat, wijl ik losbandig was,
+zij een heilige moest zijn. Als de onstuimigheid van haar hartstocht,
+de zwakheid van haar geestvermogens... maar verdedigen wil ik mij
+niet. Haar liefde voor mij had beter verdiend, en dikwijls herinner
+ik mij, met diep zelfverwijt, de teederheid, die voor zeer korten
+tijd vermocht een dergelijk gevoel in mij te wekken. Ik wenschte van
+ganscher harte dat dit nooit was geschied. Maar ik heb anderen dan
+haar kwaad gedaan; en ééne heb ik kwaad gedaan, wier liefde voor mij
+(mag ik het zeggen?) niet minder innig was dan de hare, en die naar
+den geest... o, hoe oneindig veel hooger stond dan zij!"
+
+"Maar uwe onverschilligheid voor dat ongelukkige meisje,--ik moet het
+zeggen, hoezeer mij het bespreken van zulk een onderwerp ook tegen de
+borst stuit--uwe onverschilligheid maakt uwe hartelooze veronachtzaming
+niet goed. U moogt niet denken, dat eenige zwakheid, eenig natuurlijk
+gebrek aan begrip van haar kant eene verontschuldiging zou kunnen
+zijn voor de lichtzinnige wreedheid, door u zoo duidelijk aan den dag
+gelegd. U moet hebben geweten, dat zij, terwijl u in Devonshire reeds
+weer nieuwe genoegens vondt, nieuwe plannen maaktet, altoos vroolijk,
+altoos welgemoed, intusschen bitter gebrek leed."
+
+"Ik verzeker u, ik wist dat _niet_," antwoordde hij met nadruk;
+"ik herinnerde mij niet, dat ik verzuimd had, haar mijn adres op te
+geven; en als zij haar verstand gebruikt had, zou ze 't licht hebben
+kunnen uitvinden."
+
+"Maar gaat u voort: wat zeide dan nu Mevrouw Smith?"
+
+"Zij kwam dadelijk met hare beschuldiging voor den dag; en dat ik
+beschaamd was, behoef ik niet te zeggen. Haar strenge zedelijkheid,
+haar vormelijke begrippen, haar gebrek aan wereldkennis,--alles had ik
+tegen mij. Het feit zelf kon ik niet ontkennen, en elke poging het te
+verzachten, was vergeefsch. Zij was toch al reeds geneigd, geloof ik,
+mijn zedelijk gedrag over 't geheel te wantrouwen, en daarbij was
+zij ontevreden, omdat ik, bij dit bezoek, al zeer weinig aandacht,
+en zeer weinig tijd aan háár had geschonken. Het kwam dan ook tusschen
+ons tot een volslagen breuk. Op ééne wijze slechts had ik mij kunnen
+redden. Bij haar nauwgezette opvattingen van zedelijkheid bood de
+goede vrouw aan, het verleden te vergeven, als ik met Eliza wilde
+trouwen. Dat ging niet--en zij ontzei mij van nu af hare gunst en
+hare gastvrijheid. Op den avond na dit gesprek,--ik zou den volgenden
+morgen vertrekken,--overwoog ik mijn toekomstig gedrag. De strijd was
+zwaar,--doch te spoedig gestreden. Mijn liefde voor Marianne, mijn
+stellige verzekerdheid van haar gehechtheid aan mij,--al die gevoelens
+waren niet bij machte, op te wegen tegen de vrees voor armoede of
+de verkeerde denkbeelden te overwinnen omtrent de onmisbaarheid van
+rijkdom, die ik van nature geneigd was, te koesteren, en die mijn
+omgang met verkwistende vrienden had versterkt. Ik wist, dat ik op
+de toestemming mijner tegenwoordige vrouw kon rekenen, wanneer ik
+haar ten huwelijk vroeg, en ik maakte mijzelf wijs, dat mij, uit
+voorzichtigheid, niet anders overbleef. Nog een zware taak wachtte
+mij, eer ik Devonshire kon verlaten; ik had beloofd, dien dag bij u
+te zullen dineeren; er was dus eenige verontschuldiging noodig voor
+het verbreken dier belofte. Of ik deze schriftelijk zou afleggen,
+of persoonlijk zou komen brengen, was een punt, waarover ik het
+langen tijd niet met mijzelf kon eens worden. Marianne weer te zien,
+zou ontzettend zijn, en ik twijfelde zelfs, of ik, als ik haar zag,
+bij mijn besluit kon volharden. Op dat punt echter onderschatte ik
+mijn krachten, zooals uit het gebeurde is gebleken; want ik ging; ik
+zag haar; zag hoe zij leed, en verliet haar in haar lijden;--verliet
+haar, hopende haar nooit weer te zien."
+
+"Waarom bracht u dat bezoek, Mijnheer Willoughby?" zeide Elinor
+verwijtend; "een brief zou volkomen afdoende zijn geweest. Waarom
+was het noodig, zelf te gaan?"
+
+"Mijn trots gedoogde niet anders. Ik verkoos niet, heen te gaan op
+een wijze, die u, of de andere kennissen in de omtrek, zou kunnen
+doen gissen, wat tusschen mij en Mevrouw Smith was voorgevallen,
+en daarom besloot ik, op weg naar Honiton, bij uw huis stil te
+houden. Vreeselijk was het voor mij, uwe lieve zuster te zien, en
+wat de zaak nog moeilijker maakte, ik trof haar alleen. U waart
+allen uitgegaan, waarheen weet ik niet. Den avond te voren had
+ik haar verlaten, zoo stellig, zoo vast besloten in mijn hart, te
+doen wat goed was! Binnen weinige uren zou zij voor altoos aan mij
+verbonden zijn geweest; en ik weet nog, hoe gelukkig, hoe verheugd
+ik mij gevoelde, toen ik van uw huisje naar Allenham wandelde,
+tevreden over mijzelf, jegens ieder welgezind! Doch bij dat laatste
+vriendschappelijke onderhoud naderde ik haar met een schuldgevoel,
+dat mij het vermogen tot veinzen bijna benam. Haar smart, haar
+teleurstelling, haar diepe verslagenheid, toen ik haar zeide, dat
+ik zoo plotseling uit Devonshire moest vertrekken,--ik vergeet het
+nooit; en daarbij haar volkomen geloof, haar vertrouwen in mij! O God,
+wat een hardvochtige schurk was ik toen!"
+
+Beiden zwegen een poos. Elinor sprak het eerst.
+
+"Zei u toen, dat u spoedig zoudt terugkeeren?"
+
+"Ik weet niet, wat ik haar zeide," antwoordde hij ongeduldig; "minder,
+in elk geval, dan het verleden haar recht gaf, te verwachten, en
+waarschijnlijk veel meer dan de toekomst in vervulling bracht. Ik
+kan er niet aan denken,--ik wil dat niet. Daarna kwam uwe goede
+moeder, om mij nog verder te pijnigen met haar vriendelijkheid en
+haar vertrouwen. Dat hééft mij gepijnigd, Goddank. Ik voelde mij
+ellendig. Juffrouw Dashwood, u kunt u niet voorstellen, hoe het mij
+goed doet, te denken aan wat ik geleden heb. Zoo bitter verwijt ik
+mij mijn eigen domme, schurkachtige dwaasheid, dat al het verdriet,
+dat ik mij er vroeger door heb berokkend, mij nu een bron van
+trots en blijdschap is. Nu dan, ik ging; ik verliet allen, die ik
+liefhad, en ging naar hen, wien ik, op zijn best, onverschillig
+was. Mijn reis naar de stad,--met mijn eigen paarden, en dus zoo
+langzaam,--geen sterveling om meer te spreken,--mijn eigen gedachten
+zoo vroolijk,--mijne vooruitzichten zoo uitlokkend!--den terugblik
+naar Barton zoo bevredigend!--o, het was een onvergetelijke tocht."
+
+Hij zweeg.
+
+"En is dat alles?" zeide Elinor, die ofschoon zij medelijden met hem
+had, verlangde, dat hij zou vertrekken.
+
+"Alles? neen!--hebt u vergeten wat er in Londen voorviel? Die
+schandelijke brief! Heeft zij hem u laten lezen?"--
+
+"Ja; ik las alle brieven, die werden gewisseld."
+
+"Toen ik haar eerste briefje ontving (dadelijk, want ik was al dien
+tijd in de stad) was mijn gevoel zooals men dat gewoonlijk uitdrukt,
+niet onder woorden te brengen; eenvoudiger gezegd,--misschien
+te eenvoudig om ontroering te wekken,--ik was pijnlijk, zéér
+pijnlijk getroffen. Elke regel, ieder woord was--om de afgezaagde
+vergelijking te bezigen, die de lieve schrijfster, zoo zij hier ware,
+zou verbieden,--een dolksteek in mijn hart. Het bericht, dat Marianne
+in de stad was, trof mij, in die zelfde taal uitgedrukt, als een
+donderslag. Donderslagen en dolksteken!--hoe zou ze mij de les hebben
+gelezen!--haar smaak, haar oordeel,--ik geloof dat ze mij beter bekend
+zijn dan mijn eigen meeningen, en zéér zeker zijn ze mij liever."
+
+Elinor's gemoed, waarin vele wisselingen hadden plaats gegrepen
+in den loop van dit zonderlinge gesprek, was thans weer verzacht;
+maar toch achtte zij het haar plicht, dergelijke denkbeelden in hem
+te bestrijden.
+
+"Dit is niet goed, mijnheer Willoughby. Bedenk, dat u getrouwd
+bent. Vertel mij alleen, wat u in ernst noodig acht, dat ik zal
+vernemen."
+
+"Toen Marianne's briefje mij de zekerheid schonk, dat ik haar nog
+even dierbaar was als vroeger, dat zij ondanks de vele, vele weken,
+sedert onze scheiding verloopen, nog even trouw was aan haar eigen
+gevoelens en nog even vertrouwend op de standvastigheid van de mijne,
+ontwaakte in mij het berouw. Ik zeg: ontwaakte; want de tijd en
+Londen, bezigheid en ijdel vermaak hadden het, in zekeren zin, doen
+insluimeren, en ik was langzamerhand een waarlijk verharde booswicht
+geworden, mij verbeeldend, dat ik haar onverschillig was, en mij
+inpratend, dat ik ook voor haar niets meer gevoelde; ik beschouwde
+inwendig onze vroegere genegenheid als een voorbijgaand, vluchtig
+minnarijtje, haalde de schouders erover op, om mij zelf dat diets te
+maken, en bracht elk verwijt tot zwijgen, verwon elk gewetensbezwaar,
+door in stilte nu en dan te zeggen: "Ik zal blij zijn, wanneer ik
+hoor, dat ze een goed huwelijk heeft gedaan."--Doch dat briefje
+leerde mij mijzelf beter kennen. Ik gevoelde, dat ik haar oneindig
+liever had dan eenige vrouw ter wereld, en dat ik haar schandelijk
+behandelde. Doch juist toen was tusschen Juffrouw Grey en mij alles
+beslist. Terugtrekken was onmogelijk. Al wat mij stond te doen, was,
+u beiden te vermijden. Ik antwoordde Marianne niet, om geene verdere
+mededeeling van haar uit te lokken; en een tijdlang was ik zelfs
+niet voornemens, een bezoek te brengen in Berkeley Street; maar daar
+ik het tenslotte verstandiger vond, de houding aan te nemen van een
+onverschilligen, gewonen bekende, wachtte ik op zekeren morgen tot
+ik u allen had zien uitgaan, en gaf daarna mijn kaartje af."--
+
+"Zaagt u ons uitgaan?"
+
+"Ja zeker. U zoudt verwonderd zijn, als u wist, hoe dikwijls ik u
+bespiedde, hoe licht ik u had kunnen ontmoeten. Ik ben menigmaal een
+winkel binnengegaan, om niet door u te worden gezien, als uw rijtuig
+voorbijreed. Er ging bijna geen dag voorbij, waarop ik niet uit mijn
+kamer in Bond Street een van u allen in 't voorbijgaan zag, en niets
+dan voortdurende waakzaamheid van mijne zijde, de onveranderlijke
+wensch om mij niet aan u te vertoonen had ons zoolang gescheiden
+kunnen houden. Ik vermeed de Middletons zooveel mogelijk, evenals
+alle anderen, die wellicht gemeenschappelijke bekenden hadden kunnen
+zijn. Daar ik niet wist, dat zij in de stad waren, ontmoette ik hen
+bij Sir John, den eersten dag nadat ze waren aangekomen, geloof ik,
+en den volgenden dag bracht ik dat bezoek bij Mevrouw Jennings. Hij
+vroeg mij op een partij, een danspartij bij hem aan huis dien
+avond. Al had hij mij _niet_ verteld, om mij over te halen, dat u
+en uwe zuster er ook zouden zijn, dan zou ik daarop toch te stellig
+hebben gerekend, om mijzelf in zijne buurt te wagen. Den volgenden
+morgen kreeg ik weer een briefje van Marianne,--nog steeds hartelijk,
+open, eenvoudig, vertrouwend, --al wat _mijn_ gedrag verfoeilijk kon
+doen schijnen. Ik kon er niet op antwoorden. Ik beproefde het, maar
+kon geen woorden vinden. Doch ik dacht aan haar, geloof ik, op elk
+uur van den dag. Wanneer _u_ mij kunt beklagen, Juffrouw Dashwood,
+beklaag dan den toestand, waarin ik mij _toen_ bevond. Terwijl mijn
+hoofd en hart vol waren van uwe zuster, moest ik tegenover eene
+andere vrouw de rol van den gelukkigen minnaar spelen! Die drie
+of vier weken waren het ergst van alles. En ten laatste, ik behoef
+het u niet te zeggen, _moest_ ik u ontmoeten; en hoe fraai was mijn
+houding!--Wàt een avond was dat! Marianne aan den eenen kant, even
+schoon als altoos, mij bij mijn naam noemend op zùlk een toon!--o God,
+haar hand naar mij uitstekend, mij een verklaring vragend van mijn
+gedrag, terwijl die betooverende oogen met zoo sprekende bezorgheid
+op mijn gelaat gevestigd waren!--en Sophia, razend van jaloezie,
+aan den anderen, met een gezicht als... Laat ik daarvan zwijgen;
+het is nu voorbij. Zulk een avond! Zoodra ik kon, vluchtte ik heen
+van u allen, doch niet eer ik Marianne's lief gezicht doodsbleek
+had zien worden. Dàt was de laatste, laatste blik dien ik van haar
+opving,--de laatste dien ik op haar wierp. Ontzettende aanblik! Toch,
+toen ik mij haar vandaag als stervende voorstelde, was het in zekeren
+zin een troost voor mij, te denken, dat ik wist, hoe zij zich zou
+vertoonen aan hen, die haar voor het laatst aanschouwden in deze
+wereld. Ik zag haar voor mij, aanhoudend vóór mij, op weg hierheen
+met dien zelfden blik, diezelfde lijkkleur."
+
+Er volgde een korte stilte, waarin beiden nadachten. Willoughby,
+het eerst uit zijn overpeinzingen opschrikkend, verbrak het zwijgen,
+door te zeggen:
+
+"Laat ik nu gaan. Uwe zuster is dus werkelijk beter, werkelijk
+buiten gevaar."
+
+"Dat is ons stellig verzekerd."
+
+"En uwe arme moeder!--die zoo dweepte met Marianne!"
+
+"Maar die brief, mijnheer Willoughby, uw eigen brief; hebt u daarover
+niets te zeggen?"
+
+"Ja, ja; veel zelfs. U weet, uw zuster schreef mij nog eenmaal,
+den volgenden morgen. Wat zij zeide, hebt u gezien. Ik ontbeet
+bij de Ellison's, en haar brief werd mij daar, met andere,
+overhandigd. Toevallig viel Sophia's oog erop, eer ik hem zag, en
+het formaat, de fraaiheid van het papier, het handschrift, alles
+wekte onmiddellijk haar achterdocht. Er was haar reeds iets ter oore
+gekomen van mijne genegenheid voor eene jonge dame in Devonshire, en
+wat den vorigen avond onder haar oogen was voorgevallen, had haar doen
+zien, wie die jonge dame was, en haar jaloezie nog verergerd. Met een
+voorgewende luchtige speelschheid, zoo aantrekkelijk in eene vrouw,
+die men waarlijk liefheeft, opende zij den brief zelf, en las den
+inhoud. Zij kreeg voor die onbescheidenheid haar verdiende loon. Wat
+zij las, deed haar verdriet. Haar verdriet had ik gemakkelijk kunnen
+verdragen; maar haar drift, haar woede... in elk geval moest ik ze
+doen bedaren. En wat zegt u nu wel van mijn vrouw's stijl,--was de
+brief niet kiesch, teeder, met vrouwelijk fijn gevoel geschreven?"
+
+"Uw vrouw?--De brief was van uw eigen hand."
+
+"Ja; maar mij kwam alleen de verdienste toe, die zinnen, die ik mij
+schaamde, te onderteekenen, slaafsch te hebben nageschreven. Het
+origineel was haar eigen vinding; haar eigen beminnelijke gedachten,
+zoo lieftallig onder woorden gebracht. Maar wat kon ik doen?--wij
+waren verloofd: alles werd in gereedheid gebracht; de dag was bijna
+bepaald; --doch neen, ik spreek onzin. Gereedheid!--dag bepalen! In
+ronde woorden gezegd, ik had haar geld noodig, en in omstandigheden
+als de mijne zou ik alles hebben gedaan om een breuk te voorkomen. En
+wat deed het er trouwens toe, in welke bewoordingen mijn antwoord was
+ingekleed? Het zou het oordeel van Marianne en hare vrienden omtrent
+mijn karakter niet veranderen. Dat zou toch altijd hetzelfde zijn. Ik
+moest openlijk erkennen, dat ik een schurk was, en of ik dat nu deed
+met mooie praatjes of zonder omwegen, maakte weinig verschil. "Zij
+zullen tòch nooit weer goed over mij denken," zeide ik tot mijzelf;
+"hun omgang is mij voor altoos ontzegd; nu reeds houden ze mij voor
+een gewetenloozen kerel, en na dien brief zullen ze mij bovendien
+als een lompen vlegel beschouwen." Zóó redeneerde ik, terwijl ik,
+met een soort roekelooze onverschilligheid, de woorden van mijn vrouw
+naschreef, en de laatste herinneringen aan Marianne prijsgaf. Haar drie
+briefjes,--ik had ze alle drie in mijn portefeuille, helaas! anders
+zou ik ontkend hebben, dat ze bestonden, en ze voor altoos hebben
+bewaard; ik werd gedwongen ze af te geven zonder er zelfs een kus op
+te drukken. En de haarlok, die ik altoos bij mij droeg, in die zelfde
+portefeuille, door mijn vrouw in haar kwaadaardige drift nauwkeurig
+doorzocht,--de dierbare haarlok,--alles,--ieder aandenken werd mij
+met geweld ontnomen."
+
+"Dit is slecht, Mijnheer Willoughby; dit is zeer verkeerd van u," zeide
+Elinor, terwijl hare stem, haars ondanks, ontroering en medelijden
+verried, "zóó moogt u niet spreken, noch van Mevrouw Willoughby,
+noch van mijne zuster. U hebt uwe eigen keuze gevolgd. Zij werd u
+niet opgedrongen. Uwe vrouw heeft recht op uwe beleefdheid, op uwe
+achting dan toch. Zij moet iets voor u gevoelen; anders had zij u niet
+getrouwd. Door haar onvriendelijk te behandelen, of met minachting
+over haar te spreken, maakt u tegenover Marianne niets goed; en
+evenmin kan het, dunkt mij, uw eigen geweten verlichten."
+
+"Spreek mij niet van mijne vrouw," zei hij met een zwaren zucht. "Zij
+verdient uw meelijden niet. Zij wist, dat ik haar niet liefhad,
+toen wij huwden. En zoo zijn wij dan getrouwd, en gingen naar Combe
+Magna om gelukkig te zijn, en keerden terug naar de stad om ons te
+vermaken.--En hebt u nu medelijden met mij, Juffrouw Dashwood? Of is
+al wat ik u zeide te vergeefs gezegd? Ben ik--al is het ook maar een
+zweem--minder schuldig in uwe oogen dan te voren? Niet altijd waren
+mijn bedoelingen slecht. Heb ik door deze verklaring mijn schuld
+althans gedeeltelijk doen verminderen?"
+
+"Ja; u hebt die wel degelijk verlicht--een weinig, ten minste. U
+hebt getoond, dat u, over 't geheel, minder slecht waart, dan ik
+mij u voorstelde. U hebt getoond, dat uw hart minder, veel minder
+verdorven was. Maar toch,--als ik denk aan het verdriet, dat door u
+is veroorzaakt,--ik weet bijna niet, wat nòg erger had kunnen zijn."
+
+"Wilt u nog eens herhalen voor uwe zuster, als zij hersteld is, wat
+ik u heb gezegd? Laat ook zij een weinig beter over mij denken, zoowel
+als u. U zegt, dat zij mij reeds vergeven heeft. Laat mij althans mij
+mogen verbeelden, dat een beter inzicht in mijn gemoedsgesteldheid
+en mijn tegenwoordige gevoelens haar eene meer vrijwillige, meer
+natuurlijke, meer zachtaardige, minder hooghartige vergiffenis zal
+ontlokken. Spreek haar van mijn ellende en mijn berouw; zeg haar dat
+mijn hart haar nimmer ontrouw was, en zeg zoo u dat wilt, dat zij op
+dit oogenblik mij dierbaarder is dan ooit."
+
+"Ik zal haar alles zeggen, wat noodig is, om u, als men het zoo
+noemen mag, te rechtvaardigen. Maar u hebt mij nog niet verklaard,
+waarom u juist nu kwaamt, en hoe u hebt vernomen, dat zij ziek was."
+
+"Gisteravond, in den foyer van Drury Lane, stond ik plotseling voor Sir
+John Middleton, en toen hij zag, dat ik het was, sprak hij mij aan,
+voor de eerste maal in deze twee maanden. Dat hij mij sedert mijn
+huwelijk den rug toekeerde, had mij niet in het minst verwonderd,
+noch geërgerd. Nu echter kon de goedige, eerlijke, domme man, diep
+verontwaardigd jegens mij, en vol medelijden met uwe zuster, de
+verzoeking niet weerstaan, mij mede te deelen, wat hij wist dat mij
+diep had _moeten_ treffen, al zal hij wel niet gedacht hebben, dat het
+dit waarlijk deed. Hij zei dus, zoo kortaf als hem mogelijk was, dat
+Marianne Dashwood op sterven lag te Cleveland,--dien morgen hadden zij
+uit een brief van Mevrouw Jennings gehoord van het dreigend gevaar,
+waarin zij verkeerde,--de Palmers waren uit vrees voor besmetting
+vertrokken, en zoo voort. Ik was te zeer getroffen, om den schijn aan
+te nemen van ongevoeligheid, zelfs tegenover den weinig scherpzienden
+Sir John. Zijn hart werd verzacht bij het zien van mijn lijden; en
+zijn afkeer van mij was bij het afscheid zoo verminderd, dat hij mij
+bijna hartelijk de hand schudde, en mij herinnerde aan een vroeger
+gedane belofte omtrent een jongen jachthond. Wat ik gevoelde, toen
+ik hoorde dat uwe zuster stervende was, stervend met de gedachte,
+dat ik de moedwilligste booswicht ter wereld was geweest, mij
+verachtend en hatend in haar laatste oogenblikken,--want welke
+afschuwelijke bedoelingen kon men mij niet hebben toegeschreven? Ik
+wist dat één persoon mij zou afschilderen als tot alles in staat. Het
+was ontzettend! Spoedig stond mijn besluit vast, en om acht uur van
+morgen stapte ik in mijn rijtuig. Nu weet u alles."--
+
+Elinor gaf geen antwoord. Terwijl zij zweeg, verwijlden hare
+gedachten bij de onherstelbare schade, die een te vroeg verkregen
+onafhankelijkheid, en de daarmede gepaard gaande gewoonten van
+lediggang, verkwisting en losbandigheid, had berokkend aan den geest,
+het karakter, het geluk van een man, die reeds zoozeer bevoorrecht
+door zijn persoonlijkheid en zijn vele gaven, een van nature open en
+eerlijken aard, en een gevoelig, voor liefde vatbaar gemoed bezat. De
+wereld had hem verkwistend en ijdel doen worden; verkwisting en
+ijdelheid maakten hem harteloos en zelfzuchtig. De ijdelheid,
+die ten koste van een ander haar eigen schuldige triomfen najoeg,
+had geleid tot eene oprechte genegenheid, welke door verkwisting, of
+althans de daaruit voortvloeiende vrees voor armoede had moeten worden
+opgeofferd. Elke schuldige neiging had, hem drijvend tot het kwade,
+hem eveneens gedreven naar zijne straf. De genegenheid, waaraan hij
+zich schijnbaar had ontrukt, in tegenspraak met zijn eer, zijn gevoel,
+zijn eigen hoogere belangen, beheerschte thans, nu zij niet langer
+geoorloofd was, al zijn gedachten; en de verbintenis, ter wille
+waarvan hij zoo roekeloos haar zuster in het ongeluk had gestort,
+beloofde voor hemzelf een bron te worden van nimmer te verzachten
+ellende. Uit deze en dergelijke gepeinzen werd zij na enkele minuten
+gewekt door Willoughby, die, zich oprichtend uit een niet minder
+droevige mijmering, aanstalten maakte om te vertrekken, terwijl hij
+zeide: "Wat geeft het, of ik hier al langer blijf; ik moet gaan."
+
+"Gaat u terug naar de stad?"
+
+"Neen; naar Combe Magna. Ik heb daar 't een en ander te doen; over
+een paar dagen ga ik weer naar Londen. Adieu."
+
+Hij stak haar de hand toe. Zij kon niet weigeren hem de hare te reiken,
+die hij hartelijk drukte.
+
+"En dus denkt u nu werkelijk beter over mij?" zei hij, terwijl hij
+haar hand losliet, en tegen den schoorsteen mantel leunde, alsof hij
+vergat, dat hij had willen gaan. Elinor verzekerde hem, dat dit zoo
+was; dat zij hem vergaf, beklaagde, het beste wenschte,--gaarne zou
+zien dat hij gelukkig werd,--en zij voegde er eenige zachtzinnige
+raadgevingen aan toe omtrent de gedragswijze, die het best dat geluk
+zou bevorderen. Zijn antwoord was niet zeer bemoedigend.
+
+"Wat dat betreft," zei hij, "ik moet maar zien, hoe ik mij door de
+wereld sla. Van huiselijk geluk is geen sprake. Zoo ik echter mag
+gelooven, dat u en de uwen belang stellen in mijn lot en mijne
+handelingen, dan zou dat een middel kunnen zijn... het zou mij
+nopen tot voorzichtigheid... het zou althans iets zijn om voor te
+leven. Marianne is in elk geval voor goed voor mij verloren. Zelfs
+al gaf mij eenig gelukkig toeval de vrijheid terug..."
+
+Elinor legde hem met een blik vol verwijt het zwijgen op.
+
+"Nu dan," zeide hij; "nogmaals adieu. Ik ga heen, en zal van nu af
+aan slechts één ding met angst verwachten."
+
+"Wat bedoelt u?"
+
+"Uw zuster's huwelijk."
+
+"Dat is niet goed. Zij kan nooit méér voor u verloren zijn, dan zij
+thans is."
+
+"Maar een ander zal haar winnen. En als die ander de man zou zijn, dien
+ik het allerminst zou kunnen verdragen... Maar ik wil mij zelf niet
+berooven van uwe medelijdende welgezindheid, door te toonen, dat ik
+hèm het minst kan vergeven, dien ik het diepst beleedigd heb.--Vaarwel,
+het ga u goed!" En met die woorden liep hij haastig de kamer uit.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XLV
+
+
+Nog eenigen tijd nadat hij haar had verlaten, nadat het geluid van
+zijn rijtuig was weggestorven zelfs, bleef Elinor te zeer onder den
+indruk van vele gedachten, op zichzelve van zeer uiteenloopenden aard,
+doch alle leidend tot droefheid als eenige uitkomst, om zelfs aan
+haar zuster te denken.
+
+Willoughby,--de man dien zij nog slechts een half uur geleden had
+verfoeid als een nietswaardige,--Willoughby wekte, ondanks al zijn
+gebreken, een zoo innig medelijden met de smart, door die gebreken
+veroorzaakt, dat de gedachte, hem voor altoos uitgesloten te weten
+buiten hunnen kring, haar vervulde met een teederheid en een weemoed,
+veel meer in overeenstemming (zooals zij spoedig voor zichzelve
+erkende) met zijn verlangen, dan met zijn verdiensten. Zij gevoelde
+dat zijn invloed op haar denkwijze versterkt was door omstandigheden,
+die redelijkerwijze geen gewicht in de schaal moesten leggen; door de
+ongewone aantrekkelijkheid van zijn persoon; door zijn openhartige,
+bezielde, levendige wijze van zich te uiten, die op zichzelf toch
+niets verdienstelijks insloot, en door die nog steeds zoo vurige
+liefde voor Marianne, waaraan hij zelfs niet mocht toegeven zonder
+schuld op zich te laden.--Zij gevoelde dat dit zoo was, lang, lang
+eer zijn invloed op haar was verflauwd.
+
+Toen zij eindelijk terugkeerde naar de van niets bewuste Marianne,
+werd haar zuster juist wakker, verkwikt, zooals zij gehoopt had, door
+dien langen en rustigen slaap.--Elinor's hart was vol. Het verleden,
+het tegenwoordige, de toekomst,--Willoughby's bezoek, Marianne's
+redding, en haar moeder's verwachte komst,--alles tezamen maakte haar
+te rusteloos en gejaagd om een spoor van vermoeidheid te gevoelen,
+en zij was alleen maar bang, dat zij zich tegenover Marianne zou
+verraden.--Er werd haar echter weinig tijd gelaten voor het koesteren
+van die vrees; want nog geen half uur na Willoughby's vertrek deed het
+geluid van een ander rijtuig haar opnieuw naar beneden snellen. Vol
+verlangen om hare moeder elk onnoodig oogenblik van folterende
+onzekerheid te besparen, liep zij haastig naar de vestibule, en was
+juist bij tijds aan de voordeur, om haar moeder te ontvangen en te
+steunen, toen zij binnentrad.
+
+Mevrouw Dashwood, wier angst, toen zij het huis naderden, haar
+bijna overtuigd deed zijn, dat Marianne niet meer in leven was,
+kon geen woord uitbrengen om naar haar te vragen; kon zelfs Elinor
+niet begroeten, die echter zonder te wachten op groet of vraag, haar
+onmiddellijk de zaligste verlichting schonk;--en haar moeder, die deze
+met de haar eigen geestdrift ontving, was in een oogwenk evenzeer
+overstelpt door haar vreugde, als zij het te voren was geweest door
+hare vrees. Zij werd, ondersteund door haar dochter en haren vriend,
+naar den salon gebracht, waar zij onder tranen van blijdschap, nog
+steeds niet bij machte te spreken, Elinor meermalen omhelsde, zich
+nu en dan van haar afwendend om Kolonel Brandon de hand te drukken,
+met een blik, die zoowel haar dank uitdrukte, als hare overtuiging,
+dat hij ten volle deelde in de blijdschap van het oogenblik. Dat deed
+hij, doch onder een stilzwijgen, nog dieper dan het hare.
+
+Zoodra Mevrouw Dashwood zich hersteld had, was haar eerste verlangen,
+Marianne te zien; en enkele minuten later was zij bij haar geliefd
+kind, haar dierbaarder geworden dan ooit na lange scheiding,
+ongeluk en gevaar. Elinor's blijdschap bij het zien van wat beiden
+bij die ontmoeting gevoelden, werd alleen verminderd door de vrees,
+dat Marianne nu niet meer zou kunnen slapen; doch Mevrouw Dashwood
+kon kalm, kon zelfs voorzichtig zijn, waar het behoud van haar
+kind op het spel stond; en Marianne, tevreden in het besef van
+haar moeder's nabijheid, en wel wetende, dat zij te zwak was om te
+spreken, onderwierp zich gaarne aan den eisch van stilte en rust,
+waarop al hare verpleegsters aandrongen. Mevrouw Dashwood wilde
+volstrekt dien nacht bij haar blijven waken, en Elinor begaf zich, op
+haar moeder's dringenden wensch, ter rust. Maar die rust, welke één
+volkomen slapelooze nacht en vele uren van uitputtenden angst toch
+zoo noodig deden schijnen, bleef uit door den geprikkelden toestand
+harer zenuwen. Willoughby, "die arme Willoughby," zooals zij hem nu
+wel wilde noemen, was voortdurend in hare gedachten; voor niets ter
+wereld had zij zijn poging om zich te rechtvaardigen willen missen,
+en nu eens verweet zij zich, om zich daarna weer vrij te pleiten,
+dat zij hem te voren zoo hard had beoordeeld. Doch haar belofte om
+het aan hare zuster mede te deelen, bleef steeds pijnlijk. Zij zag
+er tegenop, die te vervullen; vreesde voor de uitwerking ervan op
+Marianne, twijfelde, of zij, na die verklaring, ooit met een ander
+gelukkig zou kunnen zijn; en wenschte een oogenblik, dat Willoughby
+weduwnaar mocht worden; toen zij echter weer aan Kolonel Brandon dacht,
+berispte zij zichzelve, gevoelde dat van _zijn_ lijden en _zijne_
+trouw haar zuster de belooning moest zijn, veeleer dan voor die van
+zijn medeminnaar, en verlangde in het minst niet meer naar den dood
+van Mevrouw Willoughby.
+
+De schrik over Kolonel Brandon's komst te Barton was voor Mevrouw
+Dashwood verzacht door haar eigen reeds lang gekoesterde bezorgdheid;
+want zij was zoo ongerust over Marianne, dat zij reeds besloten had,
+dien zelfden dag naar Cleveland te vertrekken, zonder nader bericht
+af te wachten; en zij had haar reis reeds zoover voorbereid, eer
+hij kwam, dat zij juist op dat oogenblik de Carey's verwachtte, die
+Margaret zouden komen afhalen, daar hare moeder haar niet aan eene
+mogelijke besmetting wilde blootstellen.
+
+Marianne's beterschap nam met den dag toe, en Mevrouw Dashwood bewees
+door haar van blijdschap stralenden blik en haar onveranderlijke
+opgewektheid, dat zij zich, zooals zij herhaaldelijk verklaarde,
+de gelukkigste vrouw ter wereld achtte. Elinor kon die bewering niet
+aanhooren, noch de duidelijke bewijzen ervan aanschouwen, zonder zich
+nu en dan af te vragen, of haar moeder wel ooit aan Edward dacht. Maar
+Mevrouw Dashwood, vertrouwend op de kalme gematigdheid, waarmede Elinor
+had geschreven over haar eigen teleurstelling, kon in de overmaat
+harer vreugde slechts denken aan 't geen hare blijdschap verhoogen zou.
+
+Marianne was haar teruggegeven, na een gevaar, waaraan, zooals
+zij thans begon in te zien, zij zelve had geholpen haar bloot te
+stellen, toen zij haar uit gebrek aan inzicht, aanmoedigde in haar
+noodlottige genegenheid voor Willoughby; en thans vond zij in haar
+herstel nog eene andere reden tot vreugde, waaraan Elinor niet had
+gedacht. Deze werd haar medegedeeld, zoodra zij gelegenheid vonden
+tot een vertrouwelijk onderhoud.
+
+"Eindelijk zijn we dan alleen," zeide hare moeder. "Mijn lieve Elinor;
+je weet nog niet, hoe gelukkig ik ben. Kolonel Brandon heeft Marianne
+lief; hij heeft het mij zelf gezegd."
+
+Haar dochter, die zich beurtelings blijde en bedroefd, verrast en
+niet verrast gevoelde, was een en al zwijgende aandacht.
+
+"Als ik niet wist, Elinor, dat je altijd anders bent dan ik, dan zou
+ik mij verbazen over je kalmte bij dit bericht. Als ik mijn gezin een
+groot geluk had mogen toewenschen, dan zou ik het allerliefst hebben
+gezien, dat Kolonel Brandon met een van jelui tweeën trouwde. En ik
+geloof dat Marianne nog het gelukkigst met hem zal zijn."
+
+Elinor had wel lust te vragen waarom; daar zij begreep dat de reden
+niet gegrond kon zijn op eenige onpartijdige beschouwing van hun
+leeftijd, karakter, of gevoelens;--doch haar moeder liet zich bij
+al wat haar ter harte ging, door haar verbeelding meesleepen, en dus
+glimlachte zij slechts, en liet de vraag achterwege.
+
+"Gisteren onder de reis heeft hij zijn geheele hart voor mij
+uitgestort. Het kwam onverwacht, geheel zonder opzet. Ik kon, zooals
+je wel kunt nagaan, over niets spreken dan mijn kind;--hij kon zijn
+smart niet verbergen; ik zag dat die de mijne evenaarde, en hij,
+mogelijk denkend, dat louter vriendschap, in onzen nuchteren tijd,
+die innige sympathie niet kon rechtvaardigen,--of liever in het
+geheel niet denkend misschien,--toegevend aan den onweerstaanbaren
+drang van zijn gevoel, openbaarde mij zijne ernstige, teedere,
+trouwe genegenheid voor Marianne. Hij heeft haar liefgehad, Elinor,
+van het eerste oogenblik, dat hij haar zag."
+
+Elinor begreep wel, dat zij noch Kolonel Brandon's woorden, noch zijne
+ware uitingen te hooren kreeg, doch de natuurlijke verfraaiing ervan
+door haar moeder's levendige verbeelding, die alles naar believen
+inrichtte zooals dat haarzelve het aangenaamst was.
+
+"Zijn liefde voor haar, zoo oneindig hooger staande dan iets, dat
+Willoughby ooit gevoelde, of veinsde te gevoelen, daar zij veel
+inniger was, veel oprechter, of standvastiger--hoe zullen wij het
+noemen?--bleef onveranderd, terwijl hij wist van de ongelukkige
+genegenheid onzer lieve Marianne voor dien slechten man, en geheel
+onzelfzuchtig, zonder de minste hoop te koesteren, had hij haar met
+een ander gelukkig kunnen zien! Zulk een edel karakter! Zoo openhartig;
+zoo oprecht!--in hèm kan men zich niet vergissen."
+
+"Dat Kolonel Brandon een buitengewoon goed mensch is," zei Elinor,
+"wordt door ieder erkend."
+
+"Dat weet ik," gaf haar moeder ernstig ten antwoord, "anders zou
+_ik_ de laatste zijn, om na zulk een waarschuwing, een dergelijke
+genegenheid aan te moedigen, of mij daarover te verheugen. Maar dat
+hij mij kwam afhalen, zooals hij deed, met die gereede, bereidwillige
+vriendschap, bewijst al genoeg, dat hij een van de beste menschen
+ter wereld is."
+
+"De roep, die uitgaat van zijn goedheid," antwoordde Elinor, "berust
+niet op ééne enkele vriendelijke daad, waartoe, ook zonder eenige
+algemeen menschelijke beweegreden, zijn liefde voor Marianne hem
+zou hebben aangedreven. Mevrouw Jennings en de Middletons hebben hem
+lang en van nabij gekend; zij dragen hem liefde zoowel als achting
+toe; ook ik, hoewel ik hem eerst voor kort leerde kennen, weet veel
+van wat hem aangaat; en _ik_ waardeer en acht hem zóó hoog, dat ik,
+wanneer Marianne met hem gelukkig kan zijn, even geneigd ben als u,
+deze verbintenis te beschouwen als het grootste geluk, dat ons kon
+ten deel vallen. Welk antwoord hebt u hem gegeven? Zeide u hem,
+dat hij hoop mocht koesteren?"
+
+"Och, mijn kind, ik kon toen noch hem, noch mijzelve vleien met
+hoop. Marianne kon op dat oogenblik wel stervende zijn. Maar hij vroeg
+ook niet om hoop of bemoediging. Het was eene onwillekeurige uiting
+van vertrouwen, een niet te weerhouden zielsuitstorting tegenover
+eene vriendin, wier bijzijn hem rust schonk,--geen vraag, gericht
+tot eene moeder. Toch zei ik wèl na eenigen tijd, want eerst was ik
+te zeer overweldigd door mijn aandoening, dat wanneer zij, zooals ik
+hoopte en vertrouwde, in leven bleef, het mijn grootste geluk zou zijn,
+hen gehuwd te zien, en sedert onze komst hier, sedert onze gelukkige
+zekerheid, heb ik hem dit nogmaals uitdrukkelijk herhaald, en hem naar
+mijn beste vermogen moed ingesproken. De tijd, een weinig tijds zelfs,
+zei ik hem, zal alles bewerken;--Marianne's hart kan niet voor altoos
+en te vergeefs geschonken zijn aan een man als Willoughby. Zijn eigen
+verdienste zal het hem spoedig doen winnen."
+
+"Te oordeelen naar de stemming van den Kolonel, bent u er niet in
+geslaagd, hem even hoopvolle verwachtingen te doen koesteren."
+
+"Neen. Hij houdt Marianne's genegenheid voor zoo diepgeworteld, dat
+zij eerst na zéér langen tijd zal kunnen veranderen, en zelfs al was
+haar hart volkomen vrij, dan is hij nog te bescheiden, om te gelooven,
+dat hij, bij zulk een verschil in leeftijd en geaardheid, ooit haar
+liefde zou kunnen winnen. Maar dáárin vergist hij zich. Dat verschil
+in leeftijd is juist groot genoeg, om in zijn voordeel te zijn; om
+zijn karakter en beginselen vastheid te hebben geschonken, en wat zijn
+geaardheid betreft, hij is juist de soort van man om je zuster gelukkig
+te maken; daar ben ik zeker van. Zijn voorkomen, zijn manieren,
+alles heeft hij vóór. Ik ben niet verblind door partijdigheid; zoo
+knap als Willoughby is hij niet; dat is waar; maar daarentegen heeft
+hij iets veel aantrekkelijkers. Er was altijd iets in Willoughby's
+oogen nu en dan, dat mij niet aanstond; dat herinner je je wel."
+
+Elinor herinnerde zich dat _niet_; maar haar moeder ging voort,
+zonder haar antwoord af te wachten: "En zijn manieren, het geheele
+optreden van den Kolonel, vind ik niet alleen aangenamer dan dat
+van Willoughby; maar ik weet stellig, dat ook Marianne zich op den
+duur er meer toe aangetrokken zal gevoelen. Zijn zachtaardigheid,
+zijn echte beminnelijkheid jegens anderen, en zijn mannelijke,
+natuurlijke eenvoudigheid zijn veel meer in overeenstemming met haar
+waren aard, dan de dikwijls gekunstelde levendigheid van Willoughby,
+die ook wel eens te onpas kwam. Ik voor mij geloof stellig al was
+Willoughby werkelijk zoo beminnelijk gebleken, als hij getoond heeft
+het tegendeel te zijn, dan zou Marianne nòg met _hem_ niet zoo gelukkig
+zijn geworden, als ze zijn zal met Kolonel Brandon."
+
+Zij zweeg. Haar dochter was het niet geheel met haar eens; doch dat
+meeningsverschil werd niet geuit en kon dus geen aanstoot geven.
+
+"Te Delaford zal ik haar gemakkelijk kunnen bereiken", voegde Mevrouw
+Dashwood erbij, "zelfs als ik te Barton blijf; en heel waarschijnlijk,
+(want ik hoor dat het een groot dorp is)--ja, natuurlijk, _stellig_
+is er wel een of ander klein huisje of landhuisje in de buurt, dat
+even geschikt voor ons zou zijn als Barton Cottage."
+
+Arme Elinor! alweer een nieuw plan om haar naar Delaford te doen
+verhuizen! maar zij hield zich goed.
+
+"En dan zijn fortuin! op mijn leeftijd denkt iedereen dááraan toch ook,
+niet waar? en hoewel ik niet weet, en ook niet wensch te weten, hoeveel
+hij bezit, ik denk toch wel dat het aanzienlijk mag genoemd worden."
+
+Hier werden zij gestoord door de komst van een derde, en Elinor ging
+heen, om alles in eenzaamheid te overdenken, haar vriend het beste
+te wenschen, en toch tegelijkertijd eene opwelling van medelijden te
+gevoelen met Willoughby.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XLVI
+
+
+Marianne's ziekte had haar natuurlijk sterk aangegrepen, doch niet
+lang genoeg geduurd om haar herstel te vertragen, en met medewerking
+van haar jeugd, haar van nature sterk gestel en haar moeder's
+bijzijn, was zij weldra zoo veel beter, dat zij vier dagen na haar
+moeder's aankomst, kon worden overgebracht naar Mevrouw Palmer's
+kleedkamer. Hier verzocht zij uit eigen beweging, dat Kolonel Brandon
+haar zou komen bezoeken, daar zij ongeduldig verlangde, hem te danken,
+omdat hij hare moeder had gehaald.
+
+Zijne ontroering, toen hij de kamer binnentrad, haar zoo veranderd
+zag, en de vermagerde hand drukte, die zij hem dadelijk toestak, deed
+Elinor vermoeden, dat die aandoening haar oorsprong vond in méér dan
+zijne liefde voor Marianne, of het besef, dat anderen hiervan wisten,
+en spoedig bespeurde zij in zijn droefgeestigen blik en wisselende
+gelaatskleur, terwijl hij hare zuster aanzag, dat waarschijnlijk de
+levendige herinnering aan vele treurige tooneelen uit het verleden
+bij hem was wakker geroepen, door die gelijkenis tusschen Marianne en
+Eliza, waarvan hij reeds melding had gemaakt, en die thans nog werd
+verhoogd door de bleeke tint, de ingezonken oogen, de liggende houding
+der nog zwakke herstellende, zoowel als haar innige erkentelijkheid
+voor haar in 't bijzonder bewezen goedheid.
+
+Mevrouw Dashwood, niet minder oplettend dan hare dochter waarnemend
+hetgeen hier voorviel, doch onder den invloed van geheel andere
+gedachten, en zich dus ook een geheel ander beeld vormend uit die
+waarneming, zag niets in des Kolonels houding, dan 't geen zij het
+gevolg achtte van zeer eenvoudige en vanzelfsprekende gewaarwordingen,
+terwijl zij zich verbeeldde, te bespeuren dat in Marianne's handelingen
+en woorden reeds iets meer doorschemerde dan dankbaarheid.
+
+Toen nog een paar dagen waren verstreken, en Marianne met iederen dag
+zichtbaar sterker werd, begon Mevrouw Dashwood, zoowel op aandringen
+harer dochters, als gedreven door haar eigen wensch, ervan te spreken,
+naar Barton terug te keeren. Van _hare_ maatregelen hingen die harer
+beide vrienden af; Mevrouw Jennings kon Cleveland niet verlaten,
+zoolang de Dashwoods er logeerden, en op aller verlangen werd Kolonel
+Brandon spoedig overgehaald, zijn verblijf aldaar als even vast,
+zooal niet als even onmisbaar te beschouwen. Geholpen door Mevrouw
+Jennings, wist hij Mevrouw Dashwood te bewegen, gebruik te maken van
+het aanbod van zijn rijtuig op de terugreis, dat haar zieke dochter
+meer gemak zou kunnen bieden, en daarvoor beloofde hij, toegevend
+aan het eenparig verzoek van Mevrouw Dashwood en Mevrouw Jennings,
+wier bereidwillige goedhartigheid haar noopte, hartelijk en gastvrij
+te zijn voor anderen zoowel als voor zichzelve, dat hij met genoegen
+haar over een paar weken te Barton Cottage zou komen opzoeken.
+
+De dag van hun afscheid en vertrek brak aan; en na een lang en
+hartelijk vaarwel aan Mevrouw Jennings, waarin zij uiting gaf aan al de
+innige dankbaarheid, den eerbied en de vriendschappelijke gevoelens,
+die zij te meer zich bewust was verschuldigd te zijn, door het
+stille besef van vroegere tekortkoming,--terwijl zij Kolonel Brandon
+goeden dag zeide als een vertrouwden vriend,--werd Marianne door
+hem zorgvuldig in het rijtuig geholpen, waarin hij volstrekt wilde,
+dat zij minstens de helft der ruimte in beslag nam. Daarna volgden
+Mevrouw Dashwood en Elinor, en de anderen bleven achter, om te spreken
+over de reizigers, en zich mistroostig te voelen in hun verlatenheid;
+totdat Mevrouw Jennings geroepen werd voor een ritje, waarbij zij
+zich met het gepraat van haar kamenier kon troosten over 't verlies
+harer jonge vriendinnen; terwijl Kolonel Brandon dadelijk daarna
+in eenzaamheid zijns weegs ging naar Delaford. De Dashwoods bleven
+twee dagen onderweg, en Marianne verdroeg de reis zonder al te groote
+vermoeienis. Al wat de meest dienstvaardige genegenheid, de ijverigste
+zorg konden doen om haar gemak te verschaffen, was de taak van haar
+beide oplettende gezellinnen, en beiden zagen zich beloond door haar
+lichamelijk welbevinden en de kalmte van haar geest. Voor Elinor was
+het vooral bevredigend, die laatste bijzonderheid op te merken. Zij,
+die haar weken achtereen aanhoudend had zien lijden, gepijnigd door
+een zielsverdriet, dat zij den moed niet had te openbaren, noch de
+kracht om te verbergen, zag thans, met een blijdschap, die geen ander
+in zoo hooge mate kon gevoelen, een blijkbare gemoedsrust, die, daar
+zij de uitkomst was, naar zij geloofde, van ernstig nadenken, haar
+zuster ten slotte tot tevredenheid en ware vroolijkheid zou leiden.
+
+Wel werd Marianne, toen zij Barton naderden, en het landschap
+terugzagen, waarin aan elk veld, aan iederen boom eenige bijzondere en
+pijnlijke herinnering verbonden was, stil en nadenkend; zij wendde haar
+gelaat af en zat ernstig uit het venster te staren. Hier echter vond
+Elinor reden tot verwondering, noch afkeuring, en toen zij, Marianne
+uit het rijtuig helpend, zag, dat deze geschreid had, zag zij slechts
+eene ontroering, te natuurlijk, om iets minder teeders dan medelijden
+te wekken, en welke eer lof verdiende, wijl zij zich zoo onopvallend
+vermocht te uiten. In haar geheele verdere houding bespeurde zij
+de richting van een geest, die gewekt is tot redelijke inspanning;
+want zoodra zij de huiskamer binnentraden, zag Marianne om zich heen,
+met een vastberaden blik, alsof zij besloten had, zich dadelijk te
+gewennen aan het gezicht van ieder voorwerp, waarmede de herinnering
+aan Willoughby was verbonden. Zij sprak weinig; maar al wat zij zeide,
+had de bedoeling, vroolijk te zijn; en hoewel haar somtijds een zucht
+ontsnapte, gleed deze niet over haar lippen, zonder dat zij dien
+door een glimlach had vergoed. Na den eten wilde zij haar piano eens
+probeeren. Zij ging erheen: doch de muziek, waarop het eerst haar oog
+viel, was eene opera, die Willoughby haar had gezonden, en die enkele
+hunner geliefkoosde duetten bevatte; terwijl op het schutblad haar
+naam door zijne hand geschreven stond. Dat ging niet.--Zij schudde
+haar hoofd, legde de muziek terzijde, liet even de vingers over de
+toetsen glijden, zeide, dat haar vingers te zwak geworden waren,
+en sloot het instrument; terwijl zij echter haar stellig voornemen
+te kennen gaf, in 't vervolg hard te zullen studeeren.
+
+Den volgenden morgen was nog geen vermindering te bespeuren van al deze
+gunstige verschijnselen. Integendeel, naar lichaam en geest verkwikt
+door de rust, verried zij in blik en stem meer echte opgewektheid,
+zag met blijdschap Margaret's terugkomst tegemoet, en sprak van
+hun genoeglijk kringetje dat dan weer als van ouds samen zou zijn,
+van hun verschillende bezigheden en hun vroolijk gezelschap, als het
+eenig geluk, dat wenschenswaard mocht genoemd worden,
+
+"Als het weer gestadig wordt, en ik weer even sterk ben als vroeger,"
+zei ze, "dan gaan we samen elken dag lange wandelingen doen. We
+zullen naar de boerderij gaan aan den rand van de heide, en zien hoe
+de kinderen het maken; we zullen een wandeling doen naar Sir John's
+nieuwe aanplantingen te Barton Cross en Abbeyland; en dikwijls zullen
+we een tochtje doen naar de bouwvallen van de abdij, en trachten de
+grondvesten na te speuren, zoover als men zegt, dat ze eenmaal zich
+uitstrekten. Ik denk dat we 't heerlijk zullen hebben. Ik weet, dat
+de zomer genoeglijk zal voorbijgaan. Ik wil nooit later dan om zes
+uur opstaan, en tusschen 't ontbijt en het eten zal ik elk oogenblik
+besteden aan muziek en lectuur. Ik heb mijn plannen al gemaakt,
+en ben vast voornemens nu eens ernstig aan de studie te gaan. Onze
+eigen bibliotheek ken ik te goed om er anders dan voor louter
+genoegen gebruik van te maken. Maar op het Park zijn veel boeken,
+die de moeite wel waard zijn, en andere, nieuwere werken weet ik,
+die ik van Kolonel Brandon kan leenen. Als ik maar zes uur per dag
+aan lezen besteed, dan kan ik in een jaar veel leeren, waarvan de
+kennis mij nu nog ontbreekt."
+
+Elinor had eerbied voor een voornemen, dat uit zulke edele bedoelingen
+voortsproot; hoewel zij glimlachte, nu zij dezelfde vurige verbeelding,
+die haar vervoerd had tot het uiterste in haar matte traagheid en
+zelfzuchtig beklag, thans aan het werk zag bij het overdrijven van een
+plan, dat toch verstandige bezigheid en deugdzame zelfbeheersching
+beoogde. Haar glimlach maakte echter plaats voor een zucht, toen
+zij zich herinnerde, dat hare belofte aan Willoughby nog niet was
+vervuld; en zij vreesde, dat hare mededeeling Marianne weer met
+onrust zou vervullen, en althans voorloopig dit goede vooruitzicht
+van bedrijvige kalmte zou bederven. Daar zij dus geneigd was tot het
+verschuiven van dat ongewenschte oogenblik, besloot zij, te wachten
+tot haar zuster's gezondheid zich volkomen zou hebben hersteld,
+eer zij het deed aanbreken. Doch dit besluit werd slechts genomen,
+om te worden verijdeld.
+
+Marianne was reeds twee of drie dagen thuis geweest eer het weer mooi
+genoeg was, om toe te laten, dat eene herstellende zieke als zij zich
+buiten waagde. Eindelijk echter kwam een zachte, uitlokkende morgen;
+uitlokkend genoeg, om den wensch der dochter, zoowel als het vertrouwen
+der moeder te rechtvaardigen, en Marianne, steunend op Elinor's arm,
+kreeg vergunning te wandelen zoolang zij zich niet vermoeid gevoelde,
+in de laan voor hun huis.
+
+De zusters begaven zich op weg, zoo langzaam als Marianne's zwakte,
+sedert haar ziekte nog niet op deze wijze op de proef gesteld,
+vereischte,--en zij waren slechts zoover voorbij het huis gekomen dat
+zij het volle gezicht konden hebben op den heuvel, den gewichtigen
+heuvel, achter hun huisje gelegen, toen Marianne, die stilstond om
+in die richting te zien, bedaard zeide:
+
+"Dáár,--kijk, dáár op die plek,"--(zij wees ernaar met haar vinger,)
+"was het, dat ik viel; en daar heb ik voor 't eerst Willoughby gezien."
+
+Hare stem werd zachter bij het noemen van dien naam; doch iets
+levendiger voegde zij erbij:
+
+"Ik ben blijde, nu ik bemerk, dat ik de plek met zoo weinig
+hartzeer kan terugzien!--Zullen wij ooit over dat onderwerp spreken,
+Elinor?" liet zij er aarzelend op volgen. "Of zou het verkeerd zijn? Ik
+_kan_ er nu over spreken, hoop ik, zooals ik behoor te doen."
+
+Elinor moedigde haar vol teederheid aan, zich uit te spreken.
+
+"Betreuren," zei Marianne, "neen, wat hèm betreft, doe ik dat niet. Ik
+wil nu niet spreken van wat ik vroeger voor hem placht te gevoelen,
+maar van wat ik thans voel. Zooals het nu is--als ik maar één ding
+zeker wist--als ik mocht denken, dat hij niet _altoos_ een rol speelde,
+mij niet _altoos_ bedroog;--en vooral, als ik de zekerheid had, dat
+hij nooit zóó verdorven was geweest, als ik mij soms heb voorgesteld,
+sedert ik wist van dat arme meisje..."
+
+Zij zweeg. Elinor ving met blijdschap haar woorden op, en bewaarde
+ze in haar hart, terwijl zij antwoordde:
+
+"Als je dat zeker wist, dan zou je dat rust geven, geloof je."
+
+"Ja. Mijn gemoedsvrede is er in dubbelen zin bij betrokken;--want
+het is niet alleen afschuwelijk, iemand, die voor ons geweest is wat
+_hij_ was voor _mij_, te verdenken van zulke plannen; maar wat moet
+ik mijzelve wel toeschijnen? Wàt anders, in mijn omstandigheden,
+dan een onvoorzichtigheid, waarover ik mij diep heb te schamen,
+kon mij blootstellen aan..."
+
+"Hoe zou jij zijn gedrag wel verklaren?" vroeg haar zuster.
+
+"Ik zou hem beschouwen als... o, hoe gaarne zou ik dat doen... alleen
+lichtzinnig,--heel, heel erg lichtzinnig."
+
+Elinor zweeg. Inwendig overlegde zij, wat het beste zou zijn; nu
+aanstonds met haar verhaal te beginnen, of het uit te stellen, tot
+Marianne sterker was;--en een paar minuten wandelden zij zwijgend
+verder.
+
+"Ik wensch hem niet te veel goeds," zei Marianne eindelijk met een
+zucht, "als ik hem toewensch, dat zijn stille overdenkingen niet
+droeviger mogen zijn dan de mijne. Hij zal er genoeg verdriet door
+hebben."
+
+"Vergelijk je je eigen gedrag met het zijne?"
+
+"Neen. Ik vergelijk het, met 't geen het had behooren te zijn; ik
+vergelijk het met dat van jou."
+
+"Onze omstandigheden geleken niet veel op elkaar."
+
+"Ze geleken meer op elkaar dan ons gedrag. Mijn liefste Elinor,
+verdedig niet uit vriendelijkheid, wat ik weet dat je helder oordeel
+moet afkeuren. Mijn ziekte heeft mij aan het denken gebracht--heeft
+mij den tijd en de kalmte geschonken, die noodig zijn voor ernstigen
+inkeer tot zichzelf. Lang eer ik weer sterk genoeg was om te spreken,
+was ik tot nadenken uitmuntend in staat. Ik beschouwde het verleden;
+ik zag mijn eigen gedrag, sedert onze eerste kennismaking met hem
+in den vorigen herfst, als eene aaneenschakeling van handelingen,
+onvoorzichtig tegenover mijzelve, en jegens anderen liefdeloos. Ik zag,
+dat mijn eigen gevoelens mijn lijden hadden voorbereid, en dat mijn
+gebrek aan draagkracht mij bijna had ten grave gebracht. Ik wist zeer
+goed, dat ik mij mijne ziekte zelve had op den hals gehaald, door mijne
+gezondheid te verwaarloozen op een wijze, waarvan ik zelfs toen reeds
+het verkeerde inzag. Als ik gestorven was, zou het door zelfmoord
+zijn geweest. Van het gevaar was ik mij niet bewust, eer het reeds
+was geweken; maar ik verbaas mij over mijn herstel, met gevoelens,
+zooals deze overdenkingen in mij wekken;--ik verbaas mij, dat niet
+de vurigheid van mijn wensch om te blijven leven, tijd te hebben om
+berouw te toonen tegenover God, en u allen, mij heeft gedood. Was
+ik gestorven, hoe diep verslagen zou ik je dan hebben achtergelaten,
+mijn trouwe verpleegster, vriendin en zuster! die al de verdrietige
+zelfzuchtigheid van mijn laatste levensdagen hadt gekend, voor wie
+het verzet in mijn hart niet was verborgen gebleven!--Hoe zou ik
+geleefd hebben in je herinnering!--En moeder! Hoe hadt je haar kunnen
+troosten!--Ik kan niet uitdrukken, hoe ik mijzelf verfoeide. Wáárheen
+ik zag in het verleden, overal drong zich een verwaarloosde plicht
+aan mij op, of een onbestreden neiging. Ieder scheen door mij te
+kort gedaan. De onuitputtelijke goedheid van Mevrouw Jennings had
+ik vergolden met ondankbare minachting. Tegenover de Middletons,
+de Palmers, de Steeles, tegen al onze oppervlakkige bekenden zelfs,
+was ik lomp en onrechtvaardig geweest; ik had hun verdiensten niet
+willen inzien, en werd geprikkeld juist door hun voorkomendheid. Aan
+John, aan Fanny,--ja zelfs aan hen, al verdienen ze weinig,--had ik
+niet gegeven wat hun toekwam. Maar jou vooral, meer nog dan moeder,
+had ik onrecht aangedaan. Ik, en ik alleen, wist, wat omging in je
+hart en, hoe je hebt geleden;--en toch, waartoe bewoog dit mij?--tot
+geen medelijden, dat voor of mijzelve eenige waarde had. Je voorbeeld
+had ik voor oogen, doch waartoe was het mij nut? Schonk ik meer
+aandacht aan jou en 't geen je aangenaam kon zijn? Trachtte ik je
+verdraagzaamheid na te volgen, of je te ontheffen van zelfbedwang,
+door mijn aandeel te dragen in de verplichtingen, je opgelegd door
+algemeene welwillendheid of bijzondere reden tot dankbetoon, die je
+tot nog toe steeds alleen hadt moeten vervullen? Neen;--evengoed toen
+ik wist, dat je ongelukkig waart, als toen ik je nog tevreden waande,
+weigerde ik elke inspanning, die plicht of vriendschap van mij eischte;
+zag bijna niet in, dat er andere smart kòn bestaan dan de mijne;
+treurde enkel om dàt hart, dat mij verlaten en bitter gegriefd had,
+en liet toe, dat jij, voor wie ik onbegrensde genegenheid heette te
+koesteren, om mijnentwille ongelukkig waart."
+
+Hier eindigde de heftige vloed van verwijten, tegen haarzelve gericht,
+en Elinor, innig verlangend haar gerust te stellen, ofschoon te eerlijk
+om haar te vleien, schonk haar gaarne den lof en de instemming, die
+haar openhartigheid en haar berouw ten volle verdienden. Marianne
+drukte haar hand en antwoordde:
+
+"Je bent wel goed. De toekomst alleen kan bewijzen dat ik waarheid
+spreek. Mijn plan is gevormd; en als ik bij machte ben, mij daaraan te
+houden, dan zullen mijn gevoelens worden beheerscht en mijn grillig
+humeur verbeterd. Zij zullen niet langer anderen tot last zijn, en
+mijzelve tot een kwelling. Ik wil van nu af aan slechts leven voor
+mijn familiekring. Jij, moeder en Margaret moeten voortaan voor mij
+de geheele wereld zijn; al mijn liefde zal tusschen jelui worden
+verdeeld. Nooit zal ik weer de geringste neiging gevoelen om jelui
+en mijn eigen thuis te verlaten, en als ik mij in het gezelschap van
+anderen begeef, dan zal dat alleen zijn, om te toonen, dat mijn geest
+nederiger, mijn hart beter is geworden, en dat ik met zachtheid en
+geduld beleefdheidvormen kan in acht nemen en de kleinere plichten des
+levens vervullen. Wat Willoughby betreft, het zou vruchteloos zijn,
+te zeggen, dat ik hem spoedig, dat ik hem ooit zal vergeten. De
+herinnering aan hem kan door geen verandering van omstandigheden
+of van zienswijze worden uitgewischt. Doch zij zal worden geregeld,
+worden in toom gehouden, door godsdienst, door rede, door voortdurende
+bezigheid."
+
+Zij zweeg een oogenblik, en voegde erbij, met zachtere stem: "Als
+ik slechts kon weten, wat in _zijn_ hart is omgegaan, dan zou alles
+gemakkelijk worden."
+
+Elinor, die thans reeds eenigen tijd had overwogen, of het al dan
+niet geraden ware, spoedig te wagen aan haar verhaal te beginnen,
+zonder nader tot eenige beslissing te geraken, hoorde dit; en daar zij
+begreep, dat snel beraad alles moest doen, waar nadenken niet baatte,
+kwam zij al spoedig met de feiten voor den dag.
+
+Zij deed haar verhaal, naar zij hoopte, met omzichtigheid, bereidde de
+gretige luisterende voorzichtig voor; vertelde eenvoudig en eerlijk
+de hoofdzaken, waarop Willoughby zijne verdediging had gegrond; liet
+zijn berouw recht weervaren, en verzachtte alleen de betuigingen
+zijner voortdurende genegenheid.
+
+Marianne sprak geen woord; zij beefde; hare oogen bleven op den grond
+gevestigd, en uit hare lippen week het weinigje kleur, dat hare ziekte
+erin had overgelaten. Duizend vragen rezen op in haar binnenste,
+doch zij durfde geene enkele ervan uiten. Ademloos begeerig ving zij
+ieder woord op; zonder dat zij het wist, drukte hare hand vaster die
+harer zuster, en tranen stroomden over hare wangen.
+
+Elinor, vreezend dat zij vermoeid was, liet haar terugkeeren, en tot
+zij de deur van hun huisje bereikten, sprak zij, wel begrijpend, hoe
+groot Marianne's nieuwsgierigheid moest zijn, ofschoon geen vraag deze
+onder woorden mocht brengen, van niets anders dan Willoughby en hun
+beider onderhoud, terwijl zij zorg droeg, de geringste bijzonderheden
+van woord en blik te vermelden, waar zij veilig in bijzonderheden
+treden kòn. Zoodra zij het huis waren binnengegaan, liet Marianne met
+een dankbaren kus, terwijl zij onder tranen slechts de woorden kon
+uitbrengen: "Zeg het aan mama," hare zuster alleen, en ging langzaam
+de trap op. Elinor wilde niet pogen, eene eenzaamheid te storen, zoo
+natuurlijk gewenscht als de thans gezochte afzondering, en terwijl zij
+in haar geest reeds angstig de mogelijke gevolgen overwoog, en besloot,
+het onderwerp te hervatten, indien Marianne in gebreke bleef dit te
+doen, trad zij de huiskamer binnen, om Marianne's daareven gegeven
+opdracht te vervullen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XLVII
+
+
+Mevrouw Dashwood hoorde niet zonder ontroering de verdediging aan van
+haar voormaligen gunsteling. Het verheugde haar, hem gedeeltelijk van
+de hem ten laste gelegde schuld gezuiverd te zien, zij beklaagde hem,
+en wenschte, dat hij gelukkig mocht worden. Doch de gevoelens van
+voorheen konden niet worden teruggeroepen. Niets kon hem aan Marianne
+hergeven met onverbroken trouw,--met onbezoedeld karakter. Niets
+kon het besef vernietigen van 't geen de laatste had geleden door
+zijn toedoen; noch de schuld uitwisschen van zijn gedrag jegens
+Eliza. Niets kon hem dus haar vroegere achting doen herwinnen,
+noch afbreuk doen aan hare voorkeur voor Kolonel Brandon.--Had
+Mevrouw Dashwood, evenals hare dochter, Willoughby's verhaal van
+hemzelf gehoord, was zij getuige geweest van zijne droefheid, en
+had zij den invloed ondergaan van zijn gelaat en zijne wijze van
+zich te uiten, dan zou waarschijnlijk haar medelijden grooter zijn
+geweest. Doch Elinor vermocht, noch wenschte, door haar nauwkeurige
+uiteenzetting, in anderen die gevoelens te wekken, welke in den aanvang
+bij haarzelve waren wakker geroepen. Door nadenken was haar oordeel
+beradener geworden, haar eigen beschouwing van Willoughby's verdienste
+gematigder; zij wenschte dus enkel de eenvoudige waarheid te verklaren,
+en slechts die feiten te openbaren, welke in overeenstemming waren
+met zijn karakter, zonder eenige opsiering door teedere gevoelens,
+welke de verbeelding op een dwaalspoor brachten.
+
+Toen zij des avonds bij elkaar zaten, begon Marianne uit eigen
+beweging weer over hem te spreken; doch dat dit niet zonder moeite
+geschiedde, bewees het rustelooze, weinig kalme van de houding,
+waarin zij eenigen tijd van te voren had zitten nadenken, zoowel
+als de blos, die hare wangen kleurde, toen zij begon te spreken,
+en de onvaste klank harer stem.
+
+"Ik wilde u beiden gaarne verzekeren," zeide zij, "dat ik alles
+inzie,--zooals gij dat het liefst zoudt wenschen."
+
+Mevrouw Dashwood had haar dadelijk met eenige teedere woorden willen
+geruststellen; doch Elinor, die werkelijk verlangde, haar zuster's
+onbevooroordeelde meening te vernemen, legde haar met een dringenden
+wenk het zwijgen op. Marianne ging langzaam voort:
+
+"Het is mij een groote verlichting,--wat Elinor mij van morgen
+vertelde,--ik heb nu precies gehoord, wat ik wenschte te weten."
+
+Een korte poos had zij hare stem niet in de macht; doch zich
+herstellend, voegde zij met meer kalmte erbij: "Ik ben nu geheel
+voldaan. Ik verlang geene verandering. Ik zou nooit gelukkig met hem
+hebben kunnen zijn, nadat ik dit alles had vernomen, zooals vroeger
+of later had moeten gebeuren. Ik zou geen vertrouwen, geen achting
+hebben kunnen gevoelen. Niets zou dit voor mijn gevoel hebben kunnen
+uitwisschen."
+
+"Dat weet ik,--dat weet ik, riep hare moeder. "Gelukkig met een
+losbandigen man? Met iemand, die zóó zich had vergrepen jegens
+onzen liefsten vriend, die de beste van alle mannen is? Neen, het
+hart van mijne Marianne kon door zulk een man niet gelukkig gemaakt
+worden! Haar geweten, haar nauwgezet geweten zou alles hebben gevoeld,
+wat haar echtgenoot had behooren te voelen."--
+
+Marianne zuchtte, en herhaalde: "Ik wensch geene verandering."
+
+"Je beschouwt de zaak," zeide Elinor, "juist zooals een zuiver
+gemoed en een klaar begrip haar moeten beschouwen, en ik denk dat
+je, evenzeer als ik, niet slechts in deze, maar in menige andere
+omstandigheid, reden vindt tot de overtuiging, dat je huwelijk je
+veel onvermijdelijk verdriet en teleurstelling zou hebben berokkend;
+waarbij je slechts weinig steun zoudt hebben gevonden in eene
+genegenheid, die van zijne zijde veel minder betrouwbaar was. Als je
+getrouwd waart, zou je altijd arm zijn gebleven. Zijne neiging tot
+verkwisting heeft hij zelf toegegeven, en zijn geheele gedrag bewijst,
+hoe zelfverloochening een woord is, dat ternauwernood door hem wordt
+begrepen. Zijne eischen, gevoegd bij jouw onervarenheid, en dat met
+een klein, zeer klein inkomen, zouden oorzaak zijn geworden van een
+verdriet, dat niet minder kwellend zou zijn geweest, wijl je het van
+te voren hadt kunnen beseffen, noch voorzien. Je eigen eergevoel en
+eerlijkheid zouden je, dat weet ik, als de toestand je helder werd,
+gedreven hebben tot het betrachten van de grootst mogelijke zuinigheid,
+en misschien zou dat je vergund zijn geworden, zoolang je spaarzaamheid
+alleen je eigen genoegens besnoeide; maar verder... en hoe weinig
+hadt je met den besten wil alléén kunnen doen, om den ondergang te
+verhoeden, die reeds vóór je huwelijk was begonnen?... verder, zoo je
+hadt gepoogd, met hoeveel recht ook, paal en perk te stellen aan zijn
+uitspattingen, was het dan niet te vreezen, dat je, wel verre van
+de overhand te behouden op een inborst, zelfzuchtig genoeg om dien
+toestand te kunnen verdragen, je eigen invloed op zijn gemoed zoudt
+hebben verloren, en hem de verbintenis zoudt hebben doen betreuren,
+die hem in zulke moeilijkheden had gewikkeld?"
+
+Marianne's lippen beefden, en zij herhaalde het woord "zelfzuchtig?",
+op een toon, alsof zij wilde zeggen: "Dus je denkt werkelijk, dat
+hij zelfzuchtig is?"
+
+"Zijn geheele gedrag," antwoordde Elinor, "van 't begin tot het einde,
+is alleen op zelfzucht gegrond. Het was zelfzucht, die hem het eerst
+deed spelen met je gevoelens; die later, toen zijne eigene erbij waren
+betrokken, hem de bekentenis ervan deed verschuiven, en die hem ten
+slotte Barton verlaten deed. Zijn eigen genoegen en zijn eigen gemak
+bepaalden zijn gedragslijn bij iedere gelegenheid."
+
+"Dat is wel waar. _Mijn_ geluk had hij nooit op het oog."
+
+"En thans," ging Elinor voort, "betreurt hij, wat hij gedaan
+heeft. Waarom betreurt hij dat? Omdat hij bemerkt, dat zijne
+handelwijze niet aan haar doel heeft beantwoord. Zij heeft
+hem niet gelukkig gemaakt. Hij verkeert niet meer in geldelijke
+verlegenheid,--van die zijde kan hem nu geen kwaad meer deren, hij
+bedenkt nu alleen, dat hij eene vrouw heeft getrouwd, die minder
+aangenaam in den omgang is dan jij. Maar volgt daaruit nu, dat hij,
+als hij met jou gehuwd was, gelukkig zou zijn geweest? Er zouden andere
+bezwaren zijn gerezen. Dan zou hij hebben geleden onder het geldgebrek,
+dat hij, nu het geweken is, als niets beschouwt. Hij zou een vrouw
+hebben gehad, over wier geaardheid hij zich niet kon beklagen;
+maar hij zou altijd behoeftig zijn gebleven,--altijd arm; en hij
+zou waarschijnlijk spoedig hebben geleerd, de tallooze voorrechten,
+verbonden aan het bezit van een door geen schuld bezwaard goed en
+een ruim inkomen, van veel meer gewicht te achten, zelfs voor zijn
+huiselijk geluk, dan iets zoo onbeteekenends als de geaardheid zijner
+echtgenoote."
+
+"Daaraan twijfel ik niet," zeide Marianne, "en ik heb niets te
+betreuren; niets dan mijn eigen dwaasheid."
+
+"Zeg liever: "de onvoorzichtigheid van mijne moeder," mijn kind,"
+zeide Mevrouw Dashwood; "op háár komt de schuld neer."
+
+Marianne wilde haar niet laten voortgaan, en Elinor, tevreden,
+nu beiden hun eigen dwaling hadden ingezien, wilde liever eene
+beschouwing van het verleden vermijden, die hare zuster droefgeestig
+zou kunnen stemmen; zij ging dus dadelijk voort, zich bepalend tot
+het eerste onderwerp:
+
+"Eene slotsom kan, dunkt mij, worden getrokken uit al het
+gebeurde,--dat al Willoughby's moeilijkheden hun oorsprong vonden
+in zijn eerste vergrijp jegens de deugd; in zijn gedrag tegenover
+Eliza Williams. Die misdaad is de oorzaak geweest van al wat volgde,
+en van zijne tegenwoordige onvoldaanheid."
+
+Marianne beaamde die opmerking ten volle, en hare moeder knoopte
+er eene beschouwing aan vast, van het onrecht, Kolonel Brandon
+aangedaan, en diens verdiensten, voorgedragen met al de warmte,
+waartoe vriendschap en hare bijzondere bedoelingen haar slechts konden
+vervoeren. Haar dochter gaf echter niet den indruk, alsof zij er veel
+van had gehoord.
+
+Elinor zag, zooals zij reeds verwacht had, dat Marianne in de
+eerstvolgende twee of drie dagen, niet als te voren in kracht bleef
+toenemen; doch daar haar besluit even vast stond, en zij haar best
+bleef doen, zich vroolijk en tevreden te toonen, mocht hare zuster
+gerust vertrouwen op de goede uitwerking van den tijd ter herstel
+van hare gezondheid.
+
+Margaret kwam terug, en het gezin was nu weer vereend; opnieuw waren
+zij rustig samen in hun huisje, en indien al niet zoo druk bezig
+met hun gewone studies, als toen zij pas te Barton kwamen, althans
+voornemens, ze in het vervolg met ijver voort te zetten.
+
+Elinor begon sterk te verlangen naar eenig bericht over Edward. Sedert
+haar vertrek uit Londen had zij niets van hem vernomen; niets
+nieuws omtrent zijne plannen, en zelfs omtrent zijne tegenwoordige
+verblijfplaats verkeerde zij in onzekerheid.
+
+Ten gevolge van Marianne's ziekte waren tusschen haar en haar broeder
+eenige brieven gewisseld, en in John's eersten brief kwam deze zin
+voor: "Van onzen ongelukkigen Edward weten we niets, en we kunnen geen
+navraag doen naar zulk een verboden onderwerp; maar we vermoeden, dat
+hij nog te Oxford is,"--'t geen het eenige bericht omtrent Edward was,
+dat de briefwisseling haar verschafte; daar zijn naam in de volgende
+brieven zelfs niet werd genoemd. Lang echter zou zij niet veroordeeld
+blijven, in onwetendheid te verkeeren omtrent zijn doen en laten.
+
+Hun huisknecht was op zekeren morgen naar Exeter geweest, en toen hij,
+bij het tafeldienen, de vragen van zijne meesteres omtrent den uitslag
+van zijne opdracht had beantwoord, voegde hij uit eigen beweging erbij:
+
+"U weet zeker al, Mevrouw, dat Mijnheer Ferrars getrouwd is?"
+
+Marianne schrikte hevig, zag Elinor verbleeken, viel zenuwachtig
+snikkend achterover in haar stoel. Mevrouw Dashwood, wier blik,
+terwijl zij de vraag van den knecht beantwoordde, instinctmatig
+dezelfde richting volgde, ontstelde, toen zij aan Elinor's gelaat
+zag, hoe diep deze was getroffen, en een oogenblik later wist zij,
+evenzeer verontrust door Marianne's toestand, waarlijk niet, wie van
+hare kinderen het meest hare hulp behoefde.
+
+De knecht, die alleen zag, dat Juffrouw Marianne onwel werd, was
+zoo verstandig een van de dienstmeisjes te roepen, die haar, door
+Mevrouw Dashwood geholpen, naar de andere kamer bracht. Marianne
+herstelde zich reeds, en hare moeder kon haar overlaten aan de zorg
+van Margaret en de kamenier, om terug te keeren naar Elinor, die,
+hoewel nog zeer onder den indruk, in zooverre haar zenuwen en hare
+stem weer meester was, dat zij aan Thomas kon vragen, van wie hij die
+tijding had vernomen. Mevrouw Dashwood onthief haar dadelijk van die
+taak, en Elinor werd dus, zonder eenige inspanning van hare zijde,
+voldoende op de hoogte gebracht.
+
+"Wie heeft je verteld, Thomas, dat Mijnheer Ferrars was getrouwd?"--
+
+"Ik zag Mijnheer Ferrars zelf, Mevrouw, van morgen te Exeter,
+met zijn vrouw, juffrouw Steele, zooals ze dan vroeger heette. Ze
+zaten in een koets, die stil stond voor de New London Inn, toen ik
+daar een brief kwam bezorgen van Sally op het Park, Voor haar broer
+die er postillon is. Ik keek toevallig op, toen ik langs de koets
+kwam, en ik zag dadelijk, dat het de jongste juffrouw Steele was;
+dus nam ik mijn hoed af, en zij kende mij nog, en riep mij; en ze
+vroeg naar u, Mevrouw, en de jonge dames, vooral Juffrouw Marianne,
+en of ik de groeten wilde doen van haar en Mijnheer Ferrars; hun beider
+hartelijke groeten, en dat het hun zoo speet, dat ze geen tijd hadden,
+u te komen opzoeken, maar ze hadden zoo'n haast om verder te komen,
+want ze gingen nog verder op reis voor een tijdje,--maar in elk geval,
+als ze terugkwamen, dan zouden ze u stellig een bezoek brengen."
+
+"En ze zei, dat ze getrouwd was, Thomas?"
+
+"Ja, Mevrouw; ze lachte, en zei dat ze van naam was veranderd,
+sedert ze 't laatst hier in de buurt was. Ze was altoos heel aardig
+en spraakzaam, en had voor ieder een vriendelijk woord. Dus was ik
+maar zoo vrij, haar geluk te wenschen."
+
+"Zat Mijnheer Ferrars met haar in het rijtuig?"
+
+"Ja, Mevrouw. Ik kon hem nog juist zien, hij leunde achterover; maar
+hij keek niet op;--mijnheer was nooit iemand, die veel pleizier in
+praten had."
+
+Elinor begreep maar al te goed, dat hij zich op den achtergrond had
+gehouden, en Mevrouw Dashwood nam vermoedelijk dezelfde verklaring
+aan voor zijne houding.
+
+"Zat er anders niemand in het rijtuig?"
+
+"Neen, Mevrouw, zij met hen beiden; anders niet."
+
+"Weet je ook, waar ze vandaan kwamen?"
+
+"Ze kwamen zóó uit Londen, zei Juffrouw Lucy,--Mevrouw Ferrars,
+bedoel ik."
+
+"En gingen ze verder naar 't Westen?"
+
+"Ja, Mevrouw; maar niet voor lang. Ze zouden gauw terugkomen, en dan
+kwamen ze u stellig opzoeken."
+
+Mevrouw Dashwood zag hare dochter aan; maar Elinor begreep wel,
+dat ze hen niet behoefde te verwachten. Die boodschap was weer juist
+iets voor Lucy; zij wist wel zeker, dat Edward zich bij hen niet zou
+vertoonen. Zachtjes zei ze tegen hare moeder, dat ze waarschijnlijk
+naar den Heer Pratt gingen, in de buurt van Plymouth.
+
+Thomas had blijkbaar niets meer te vertellen. Elinor keek, alsof ze
+nog meer wenschte te hooren.
+
+"Zag je hen wegrijden, eer je heenging?"
+
+"Neen, Mevrouw, de paarden werden juist buiten gebracht; maar ik kon
+niet langer wachten; ik was bang, dat het te laat werd."
+
+"Zag Mevrouw Ferrars er goed uit?"
+
+"Ja, Mevrouw; ze zei dat ze 't best maakte; ze was altoos een knappe
+jonge dame, vond ik;--en ze leek erg in haar schik."
+
+Mevrouw Dashwood wist geen nieuwe vragen meer te bedenken, en Thomas
+kon spoedig heengaan, met het tafellaken, dat nu even overbodig was
+geworden als hijzelf. Marianne had reeds laten zeggen, dat zij niets
+meer wilde gebruiken; Mevrouw Dashwood en Elinor waren ook hun eetlust
+kwijt, en Margaret mocht nog van geluk spreken, dat zij, ondanks al
+de onrust, die hare zusters in den laatsten tijd hadden uitgestaan,
+ondanks zooveel reden tot nalatigheid op het punt van geregelde
+maaltijden, nog nooit te voren haar middagmaal had moeten missen.
+
+Toen het dessert en de wijn waren binnengebracht en Mevrouw Dashwood
+en Elinor alleen waren, bleven zij langen tijd zwijgen, verzonken in
+gelijksoortige gepeinzen. Mevrouw Dashwood waagde geene opmerking, en
+beproefde evenmin troost te bieden. Zij begreep nu, dat zij zich had
+vergist, toen zij vertrouwde op de wijze waarop Elinor zich voordeed,
+en zag thans zeer goed in, dat alles in der tijd met opzet was
+verzacht, om hare droefheid niet te vermeerderen, terwijl zij reeds
+zooveel had te lijden om Marianne. Zij begreep, dat hare dochter,
+door zoo zorgvuldig haar gevoel te sparen, haar ertoe had gebracht,
+de genegenheid, die zij eens zoo wel had begrepen, van veel minder
+beteekenis te achten dan zij vroeger placht te gelooven, of dan deze
+thans bleek te zijn. Zij vreesde, dat zij, in dien waan verkeerend,
+onrechtvaardig, onachtzaam, ja bijna onvriendelijk was geweest jegens
+hare Elinor; dat Marianne's leed, omdat het meer openlijk werd erkend,
+zich meer onmiddellijk aan haar opdrong, te veel beslag had gelegd op
+hare teederheid, en haar ertoe had gebracht, te vergeten, hoe zij in
+Elinor eene dochter bezat, die misschien evenveel had te dragen, en dat
+wel met geringer besef van eigen schuld, en met meerder geestkracht.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XLVIII
+
+
+Elinor bespeurde thans hoe groot het verschil is tusschen het
+verwachten van eene onaangename gebeurtenis, hoe stellig wij ons ook
+van hare komst overtuigd weten te houden, en volkomen zekerheid. Zij
+bespeurde nu, dat zij, haars ondanks, altoos nog, zoolang Edward
+ongetrouwd bleef, eenige hoop had blijven koesteren, dat er iets mocht
+gebeuren, 't geen zijn huwelijk met Lucy verhinderen zou; dat òf een
+door hemzelf genomen besluit, òf de tusschenkomst van vrienden, òf
+eenige meer verkieselijke gelegenheid om de toekomst der jonge dame
+te verzekeren, had mogen bijdragen tot de bevordering van hun aller
+geluk. Maar nu was hij getrouwd, en zij laakte haar hart wegens die
+geheime vleitaal, welke de smart dezer tijding zoo zeer had verscherpt.
+
+Dat hij zoo spoedig getrouwd was, eer hij, naar zij meende,
+de wijding had kunnen ontvangen, en bijgevolg eer hij beroepen
+had kunnen worden, verwonderde haar eerst een weinig. Maar zij zag
+weldra in, hoe waarschijnlijk het was, dat Lucy, in haar baatzuchtige
+bezorgdheid, in haar haast om hem te winnen, alles over het hoofd zou
+zien behalve het gevaar, verbonden aan uitstel. Zij waren getrouwd;
+in de stad getrouwd, en thans haastig op weg naar Lucy's oom. Wat
+zou Edward hebben gevoeld, toen hij nog geen vier mijlen van Barton
+was verwijderd; toen hij haar moeder's knecht zag; toen hij Lucy's
+boodschap aanhoorde!
+
+Zij zouden zeker spoedig, dacht zij, nu gaan wonen te
+Delaford,--Delaford, die plaats, waarin zoovele redenen haar noopten,
+belang te stellen, die zij wenschte te kennen, en toch verlangde
+te vermijden. Zij zag ze vóór zich in hun pastorie; zag Lucy als
+de ijverige bekwame huishoudster, die den wensch naar uiterlijk
+weeldevertoon wist te paren met de uiterste spaarzaamheid, zich
+schamend, zoo iemand maar de helft van hare zuinigheidsmaatregelen
+had kunnen vermoeden;--onophoudelijk bedacht op haar eigen belang,
+pogend in de gunst te geraken bij Kolonel Brandon, bij Mevrouw
+Jennings, en bij alle vermogende vrienden. Hoe zij Edward zag, wist
+zij zelve niet, en evenmin, hoe zij hem wenschte te zien; gelukkig
+of ongelukkig,--niets kon haar behagen;--van iedere voorstelling,
+die ze zich van hem maakte, wendde zij het hoofd af.
+
+Elinor bleef nog hopen, dat een van hunne kennissen in Londen hun
+zou schrijven, om het nieuws te berichten en verdere bijzonderheden
+te vermelden; maar de eene dag na de andere ging voorbij, zonder
+brief of tijding. Hoewel zij niet precies wist, aan wien de schuld te
+geven, ergerde zij zich over alle afwezige vrienden. Ze waren allen
+vergeetachtig, of lui.
+
+"Wanneer schrijft u aan Kolonel Brandon, moeder?" was de vraag,
+die voortsproot uit haar ongeduldig verlangen, dat er toch iets
+gebeuren mocht.
+
+"Ik schreef hem de vorige week, lieve, en ik verwacht nog eerder hem
+te zien, dan van hem te hooren. Ik drong er zeer op aan, dat hij zou
+komen, en 't zou mij niet verwonderen, als we hem vandaag of morgen
+zagen binnenstappen."
+
+Dat was toch iets gewonnen; iets om tegemoet te zien. Kolonel Brandon
+moest het een of ander hebben te vertellen.
+
+Pas had zij dit voor zichzelve vastgesteld, toen de verschijning van
+een ruiter haar de oogen naar het venster deed richten. Hij hield stil
+bij hun hek. Het was een heer; het zou Kolonel Brandon zijn. Nu zou
+ze meer hooren, en gespannen verwachting deed haar beven. Maar--het
+was niet Kolonel Brandon, zijn figuur niet; zijn lengte niet. Als
+zooiets nu mogelijk was, dan zou zij zeggen, dat het Edward moest
+zijn. Zij keek opnieuw. Hij was juist afgestegen;--zij kon zich niet
+vergissen; het was Edward. Ze verwijderde zich van het venster en ging
+zitten. "Hij komt van den Heer Pratt hierheen, om ons te bezoeken. Ik
+_wil_ kalm zijn; ik _wil_ mij beheerschen."
+
+Op dat oogenblik bespeurde zij, dat de anderen ook hunne vergissing
+hadden bemerkt. Zij zag haar moeder en Marianne verbleeken, naar haar
+zien, en elkander iets toefluisteren. Ze zou alles hebben gegeven,
+om te kunnen spreken, om hen te doen begrijpen, hoe zij hoopte, dat
+hun houding geen koelheid, geen onverschilligheid zou aan den dag
+leggen; maar zij kon geen woord uitbrengen, en moest alles overlaten
+aan hun eigen gevoel van tact. Geen enkel woord werd tusschen
+hen gewisseld. Zij wachtten zwijgend, tot de bezoeker verschijnen
+zou. Zijn voetstappen klonken op het grintpad; daarna in de gang,
+en een oogenblik later stond hij voor hen.
+
+Zijn gelaat drukte bij het binnenkomen geen al te groote blijdschap
+uit; zelfs niet voor Elinor. Hij zag bleek van zenuwachtigheid, en
+keek alsof hij bevreesd was voor de te verwachten ontvangst, en zich
+bewust, dat deze niet vriendelijk kon zijn. Mevrouw Dashwood echter,
+zich voegend, naar zij geloofde, naar den wensch van hare dochter,
+door wie zij zich, in hare verteederde gezindheid, in alles wilde
+laten leiden, begroette hem met een ietwat gedwongen minzaamheid,
+gaf hem de hand en wenschte hem geluk. Hij kleurde en stotterde iets
+onverstaanbaars. Elinor's lippen bewogen gelijktijdig met die harer
+moeder, en toen het ogenblik van handelen was verstreken, wenschte
+zij, dat zij hem ook de hand gegeven had. Maar nu was het te laat, en
+met een uitdrukking, die zij haar best deed onbevangen te doen zijn,
+ging zij weer zitten, en praatte over het weer.
+
+Marianne had zich zoo ver mogelijk teruggetrokken, om hare droefheid
+te verbergen, en Margaret, die wel iets, maar niet alles van de zaak
+begreep, vond het raadzaam, een waardige houding aan te nemen; zij
+ging dus zoo ver mogelijk van hen af zitten, en bewaarde een strak
+stilzwijgen.
+
+Toen Elinor klaar was met haar blijdschapsbetuigingen over het mooie
+droge weer, volgde er eene onheilspellende stilte. Deze werd verbroken
+door Mevrouw Dashwood, die zich verplicht achtte, te hopen, dat Mevrouw
+Ferrars het goed maakte. Hij gaf haastig een bevestigend antwoord.
+
+Nieuwe stilte.
+
+Al haar krachten verzamelend, hoewel bang voor 't geluid van haar
+eigen stem, zei Elinor: "Is Mevrouw Ferrars te Longstaple?"
+
+"Longstaple?" antwoordde hij verwonderd. "Neen, mijn moeder is in
+de stad."
+
+"Ik bedoelde eigenlijk," zei Elinor, een handwerk van de tafel
+opnemend, "Mevrouw _Edward_ Ferrars." Zij durfde niet opzien; maar
+hare moeder en Marianne zagen hem beiden aan. Hij kleurde, scheen
+verlegen, keek twijfelachtig, en zei na eenige aarzeling: "Misschien
+bedoel je... mijn broer... je bedoelt zeker Mevrouw... Mevrouw Robert
+Ferrars."
+
+"Mevrouw Robert Ferrars?"--herhaalden Marianne en hare moeder op een
+toon van de uiterste verbazing, en hoewel Elinor niet kon spreken,
+zagen hare oogen hem aan met de zelfde ongeduldige verwondering. Hij
+stond van zijn stoel op en liep naar het venster, blijkbaar omdat
+hij niet wist, wat te beginnen; hij nam een schaartje in étui op,
+dat er lag, en terwijl hij zoowel het schaartje als het étui bedierf,
+door het laatste onder het spreken in stukjes te knippen, zeide hij,
+op gejaagde toon:
+
+"U weet zeker niet,--u hebt misschien niet gehoord, dat mijn broer
+onlangs is getrouwd met... met de jongste... met juffrouw Lucy Steele."
+
+Zijne woorden werden met onuitsprekelijke verbazing herhaald door
+allen, behalve Elinor, die met het hoofd over haar werk zat gebogen,
+zóó zenuwachtig, dat zij bijna niet wist, waar zij was.
+
+"Ja," zei hij, "ze zijn de vorige week getrouwd, en logeeren nu
+te Dawlish."
+
+Elinor kon niet langer blijven zitten. Zij liep bijna op een draf de
+kamer uit, en zoodra de deur was gesloten, barstte zij uit in een
+stroom van blijde tranen, die zij dacht, dat vooreerst niet zouden
+kunnen ophouden te vloeien. Edward, die tot nu toe naar alles had
+gekeken behalve naar haar, zag haar wegvluchten, en zag ook,--of
+hoorde zelfs,--hare ontroering; want dadelijk daarna verzonk hij
+in een gepeins, dat geene opmerking, geen vraag, geen vriendelijke
+toespraak van Mevrouw Dashwood scheen te kunnen verstoren, en eindelijk
+ging hij, zonder een woord te zeggen, de kamer uit en wandelde den
+weg op, naar het dorp, de anderen uiterst verbaasd en nieuwsgierig
+achterlatend over zulk een wonderlijke en snelle verandering in
+zijne omstandigheden,--zonder eenig ander middel om die verbaasde
+nieuwsgierigheid te bevredigen, dan hun eigen gissingen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XLIX
+
+
+Hoe onverklaarbaar echter ook de omstandigheden, waaronder zijn
+bevrijding had plaatsgegrepen, der geheele familie mochten voorkomen,
+het stond vast, dat Edward vrij was, en tot welk doel die vrijheid
+zou worden aangewend, konden allen gemakkelijk voorzien; want na
+de zegeningen te hebben ervaren van ééne onvoorzichtige verloving,
+aangegaan zonder zijn moeder's toestemming, zooals hij reeds meer
+dan vier jaren had gedaan, kon er, na de verbreking van deze, niet
+anders van hem worden verwacht, dan dat hij onmiddellijk eene andere
+verbintenis zou sluiten.
+
+Het doel van zijn bezoek te Barton was eenvoudig genoeg. Hij wilde
+niets anders, dan Elinor ten huwelijk vragen, en in aanmerking genomen
+dat hij op dit punt niet geheel onervaren was, kon het vreemd schijnen,
+dat hij zich thans zoo weinig op zijn gemak gevoelde, en zooveel
+behoefte had aan bemoediging en frissche lucht.
+
+Hoe spoedig hij echter, al wandelende, tot een genoegzaam vast
+besluit was gekomen, hoe dra de gelegenheid zich voordeed om het
+ten uitvoer te brengen, op welke wijze hij zich uitdrukte, en
+hoe hij werd ontvangen, behoeft niet in bijzonderheden te worden
+vermeld. Wij kunnen volstaan met te zeggen, dat hij, toen zij samen
+om vier uur aan tafel gingen, omstreeks drie uren na zijne aankomst,
+zijn verloofde had gewonnen, haar moeder's toestemming had verworven,
+en zich, niet slechts met de verrukte overdrijving van den minnaar,
+maar in waarheid en werkelijkheid een der gelukkigste menschen ter
+wereld voelde. Waarlijk, hij mocht zich buitengewoon bevoorrecht
+achten. Zijn hart mocht zwellen, zijn geest zich verheffen met meer dan
+den natuurlijken trots van beantwoorde liefde. Hij zag zich bevrijd,
+en zonder het minste zelfverwijt, van banden, die hem lang een bron van
+kwelling waren geweest, van eene vrouw, die hij reeds lang niet meer
+liefhad, en plotseling verzekerd van het bezit eener andere, waaraan
+hij bijna niet anders dan met wanhoop had kunnen denken, zoodra hij
+was begonnen het te beschouwen als het doel van zijn verlangen. Niet
+van uit twijfel en onzekerheid, doch van uit de diepste ellende ging
+hij over tot het geluk;--en die verandering uitte zich onomwonden,
+in zulk een echte, natuurlijk opwellende, dankbare vroolijkheid,
+als zijn vrienden nog nimmer bij hem hadden waargenomen.
+
+Zijn hart stond nu open voor Elinor; al zijne zwakheden en dwalingen
+werden gebiecht, en zijne eerste, jongensachtige verliefdheid op
+Lucy werd beschouwd met al de philosofische waardigheid van den vier
+en twintigjarige.
+
+"Het was van mijn kant een dwaze, lichtzinnige neiging," zeide hij,
+"'t gevolg van gebrek aan wereldkennis en gemis van bezigheid. Had
+mijn moeder mij werkzaam laten zijn in eenig beroep, toen ik op mijn
+achttiende jaar aan de zorg van den Heer Pratt werd onttrokken,
+dan denk ik, neen, dan weet ik stellig, dat het nooit zou zijn
+gebeurd; want hoewel ik Longstaple verliet met wat ik toen als eene
+onoverwinnelijke neiging beschouwde voor zijne nicht, ik zou toch,
+wanneer ik toen eenige bezigheid had gehad, eenig doel, dat mijn tijd
+in beslag nam en mij enkele maanden van haar verwijderd hield, zeer
+spoedig die gewaande genegenheid zijn te boven gekomen; vooral door
+mij meer onder vreemden te bewegen, zooals ik in dat geval had moeten
+doen. Maar inplaats van iets te doen te krijgen,--in plaats dat eenig
+beroep voor mij werd gekozen, of eene eigen keuze mij werd vergund,
+kwam ik terug bij mijn familie om totaal leeg te loopen, en het eerste
+jaar na mijn thuiskomst had ik zelfs niet die zoogenaamde bezigheid,
+die het verblijf aan de universiteit mij zou hebben verschaft;
+want ik werd niet ingeschreven te Oxford, eer ik negentien jaar was
+geworden. Ik had dus niets ter wereld te doen, dan mij te verbeelden,
+dat ik verliefd was, en daar moeder mijn verblijf tehuis niet in
+elk opzicht aangenaam maakte,--daar ik geen vriend of kameraad vond
+in mijn broeder, en ongeneigd was, nieuwe kennissen te zoeken, was
+het niet onnatuurlijk, dat ik veel naar Longstaple ging, waar ik mij
+altijd thuis gevoelde, en zeker was, hartelijk te worden verwelkomd;
+zoodoende bracht ik het grootste deel van mijn tijd daar door, tusschen
+mijn achttiende en negentiende jaar. Lucy scheen toen zoo beminnelijk
+en voorkomend als iemand maar zijn kon. Mooi was zij ook;--ten minste
+_toen_ vond ik dat; en ik had zoo weinig omgegaan met andere vrouwen,
+dat ik geen vergelijkingen kon maken, en geen gebreken zien. Alles in
+aanmerking genomen, hoop ik dus, dat onze verloving, hoe onverstandig
+die ook was, en sedert in elk opzicht is gebleken, toentertijd toch
+geen onnatuurlijke of onverschoonbaar dwaze daad is geweest."
+
+De verandering, die enkele uren hadden bewerkstelligd in den geest
+en de gemoedsstemming der Dashwoods was zoo groot, dat zij allen, en
+niet zonder voldoening, een slapeloozen nacht tegemoet zagen. Mevrouw
+Dashwood, te gelukkig om kalm te zijn, wist niet hoe Edward genoeg
+te waardeeren, noch Elinor te prijzen;--hoe dankbaar genoeg te zijn
+voor zijn bevrijding zonder zijn fijngevoeligheid te kwetsen;--noch
+hoe zij hun tegelijkertijd gelegenheid zou schenken tot ongedwongen
+onderling gesprek, en tevens, zooals zij dat wenschte, zou kunnen
+genieten van beider aanblik en gezelschap.
+
+Marianne kon hare vreugde slechts uiten door tranen. Vergelijkingen
+drongen zich aan haar op; weemoedige herinneringen kwamen oprijzen;
+en hare blijdschap, hoewel oprecht als haar zusterlijke liefde, was
+er eene, die haar noch opgewekt, noch spraakzaam vermocht te doen zijn.
+
+Doch Elinor, hoe _hare_ gevoelens te beschrijven? Van af het oogenblik,
+waarop zij vernam, dat Lucy met een ander was gehuwd, dat Edward
+vrij was, tot aan dat, waarin hij de hoop in vervulling deed gaan,
+zoo plotseling daarop gevolgd, was zij beurtelings alles geweest,
+behalve kalm. Doch toen dat tweede oogenblik voorbij was,--toen
+zij elken twijfel, alle bezorgdheid voelde wijken,--toen zij haar
+toestand vergeleek bij wat die nog zoo kort geleden was geweest,--toen
+zij hem, met behoud van zijne eer, zag ontslagen van zijn vroegere
+verbintenis,--zag, hoe hij aanstonds gebruikmaakte van die bevrijding,
+door zich tot haar zelve te wenden, en de bekentenis af te leggen
+van eene liefde, zoo teeder en trouw als zij die altoos geloofd
+had te zijn,--toen was zij bezwaard, ja overstelpt door haar eigen
+geluksgevoel, en hoezeer ook des menschen geest gelukkigerwijze
+geneigd is, zich gemakkelijk te gewennen aan elke verandering ten
+goede, toch moesten meerdere uren verloopen eer haar gemoed zijne
+kalmte herkreeg, haar hart eenigermate tot rust kwam.
+
+Edward moest nu minstens een week te Barton blijven; want van welke
+andere verplichtingen hij zich ook had te kwijten, het was onmogelijk,
+dat een korter tijdsverloop dan eene week zou worden gewijd aan het
+genot van Elinor's gezelschap; of voldoende had kunnen zijn om de
+helft te zeggen van 't geen er te zeggen viel over verleden, heden en
+toekomst; want hoewel in een paar uren van volijverig en onverpoosd
+gesprek meer onderwerpen kunnen worden behandeld, dan feitelijk aan
+twee redelijke wezens gemeenschappelijk belang kunnen inboezemen, bij
+gelieven is het toch anders gesteld. Tusschen hen is geen onderwerp
+afgehandeld, wordt geene mededeeling zelfs als gedaan beschouwd,
+wanneer zij niet minstens twintigmaal herhaald is.
+
+Lucy's huwelijk, een bron van eindelooze en verklaarbare verbazing voor
+hen allen, vormde natuurlijk een der eerste onderwerpen van gesprek
+tusschen de gelieven, en Elinor's bijzondere bekendheid met de beide
+partijen deed het in hare oogen in elk opzicht een der zonderlingste
+en onverklaarbaarste gebeurtenissen schijnen, die haar ooit waren ter
+oore gekomen. Hoe zij met elkaar in aanraking waren gekomen, en welke
+aantrekkingskracht Robert had verleid tot een huwelijk met een meisje,
+van wier schoonheid zij hem zelve zonder eenige bewondering had hooren
+spreken, een meisje nog wel, dat reeds verloofd was met zijn broeder,
+en om wier wil die broeder door zijn familie was verstooten,--het ging
+haar begrip te boven. Haar eigen hart vond in het gebeurde reden tot
+groote blijdschap; haar verbeelding trof het als iets belachelijks;
+doch voor haar verstand, haar oordeel bleef het een onopgelost raadsel.
+
+Edward kon slechts pogen het te verklaren door de onderstelling, dat
+na eene eerste toevallige ontmoeting de ijdelheid van den een zoozeer
+gestreeld was door de vleierij der andere, dat hieruit van lieverlede
+al het overige was gevolgd. Elinor herinnerde zich, wat Robert haar in
+Harley Street had verteld aangaande zijne meening omtrent hetgeen zijne
+bemiddeling in zijn broeder's aangelegenheid zou hebben uitgewerkt, zoo
+hij bijtijds ware tusschenbeide gekomen. Zij vertelde dit aan Edward.
+
+"Dàt was wel juist iets voor Robert," merkte hij dadelijk op. "En
+dàt," voegde hij erbij, "heeft hij misschien in het hoofd gehad,
+toen zij elkaar voor 't eerst ontmoetten. Terwijl Lucy mogelijk
+in 't begin alleen erop bedacht was, zijn voorspraak te mijnen
+gunste te winnen. Later kunnen toen wel andere plannen bij hen zijn
+opgekomen." Hoelang die verstandhouding tusschen hen had bestaan,
+kon hij echter evenmin uitmaken als zijzelve; want te Oxford, waar
+hij bij voorkeur was gebleven sedert zijn vertrek uit Londen, had hij
+geen ander bericht omtrent haar kunnen ontvangen dan door haarzelve,
+en tot het allerlaatst waren hare brieven noch in aantal, noch in
+hartelijkheid verminderd. Geen de minste achterdocht was dus bij hem
+gerezen, om hem voor te bereiden op hetgeen gebeuren ging, en toen
+het hem ten slotte geheel onverwacht werd geopenbaard door een brief
+van Lucy zelve, was hij een tijdlang half verbijsterd geweest, dacht
+hij, door verbazing, ontzetting en vreugde over zulk een ongedachte
+verlossing. Hij liet Elinor den brief lezen.--
+
+
+ "Geachte Heer.
+
+ Daar ik zeer wel weet, dat ik reeds lang niet meer uwe liefde
+ bezit, acht ik mij gerechtigd, de mijne aan een ander te
+ schenken, en twijfel ik niet, of ik zal zoo gelukkig met hem
+ worden als ik eens had gedacht te zullen zijn met u; maar ik
+ acht het beneden mij, de hand aan te nemen van hem, wiens hart
+ aan eene andere behoort. Ik wensch u oprecht geluk met uwe
+ keuze, en zal het mijne schuld niet zijn, als wij niet steeds
+ goede vrienden blijven, zooals nu ook behoorlijk is, daar wij
+ naaste verwanten worden. Ik mag gerust zeggen, dat ik u geen
+ kwaad hart toedraag, en ik weet wel, dat gij te edelmoedig
+ zijt om ons te willen benadeelen. Uw broeder heeft mijn geheele
+ hart gewonnen, en daar wij zonder elkander niet konden leven,
+ zijn wij zooeven in den echt verbonden, en thans op weg naar
+ Dawlish voor een paar weken, waarnaar uw broeder zeer verlangt;
+ maar meende ik u eerst deze paar regels te moeten schrijven,
+ en blijf steeds gaarne, u van harte alle goeds wenschend,
+
+ uwe vriendin en zuster
+ Lucy Ferrars.
+
+
+Ik heb al uwe brieven verbrand, en zal uw portret bij de eerstvolgende
+gelegenheid terugzenden. Verscheur als 't u blieft mijn gekrabbel;
+den ring met mijn haar moogt ge gerust behouden."
+
+Elinor las den brief, en gaf dien zonder iets te zeggen terug.
+
+"Ik zal maar niet vragen wat je denkt van den stijl," zei Edward. "Ik
+had voor geen geld van de wereld gewild vroeger, dat een brief van
+haar onder je oogen was gekomen. 't Is al erg genoeg als eene zuster
+zoo schrijft; maar je eigen vrouw! Hoe dikwijls kreeg ik een kleur
+van schaamte bij 't lezen van haar brieven; en ik geloof wel, te mogen
+zeggen, dat sedert het eerste half jaar van die dwaze... geschiedenis,
+dit de eerste brief is geweest, dien ik van haar ontving, waarvan de
+inhoud de stijlfouten eenigszins vergoedde."
+
+"Hoe het dan ook zoover is gekomen," zeide Elinor na een poos
+van stilte, "getrouwd _zijn_ ze nu. En je moeder heeft zich hare
+verdiende straf op den hals gehaald. De onafhankelijkheid, die zij
+Robert verzekerde, uit verbittering jegens jou, heeft hem in staat
+gesteld, zijn eigen keuze te volgen, en door hem die duizend pond
+in het jaar te schenken, heeft zij feitelijk bewerkt, dat de eene
+zoon het plan volvoerde, wegens welks beraming zij den anderen had
+onterfd. Het zal haar wel niet minder grieven, denk ik, dat Robert
+met Lucy is getrouwd, dan dat jij haar tot vrouw hadt gekregen."
+
+"Het grieft haar dieper; want van Robert hield zij altoos het
+meest. Het grieft haar dieper; maar om diezelfde reden zal ze hem
+veel eerder vergiffenis schenken."
+
+Hoe de zaken op het oogenblik tusschen hen stonden, wist Edward niet;
+want hij had nog met geen zijner familieleden gepoogd in verbinding te
+treden. Nog geen vierentwintig uren na de komst van Lucy's brief had
+hij Oxford verlaten; en met slechts één doel voor oogen, de naaste
+weg naar Barton, had hij nog geen tijd gehad, eenig voornemen op te
+vatten, dat niet met dien weg in het nauwste verband stond. Hij kon
+niets doen, eer hij wist, hoe Elinor over zijn lot zou beslissen,
+en uit de snelheid, waarmede hij die beslissing zocht, mocht men
+opmaken,--ondanks de jaloezie, waarmede hij eenmaal aan Kolonel
+Brandon had gedacht,--ondanks zijn bescheiden meening omtrent zijn
+eigen verdiensten, en de beleefdheid, die hem van zijn twijfel deed
+spreken, dat hij over 't geheel op geen al te wreedaardige ontvangst
+had gerekend. Hij behoorde echter te beweren, dat hij dit wèl had
+gedaan, en hij zeide dit dan ook, zooals het betaamde. Wat hij een
+jaar later omtrent dit onderwerp zou hebben te vertellen, laat ik
+over aan de verbeelding van echtelieden.
+
+Dat Lucy stellig bedoeld had, hem te bedriegen, en hem, met eene
+uiting van boosaardigen triomf in hare opdracht aan Thomas, zijn
+afscheid te geven, was Elinor volkomen duidelijk; en Edward zelf, die
+haar karakter thans goed doorzag, gaf onbewimpeld te kennen, dat hij
+haar, in hare roekelooze boosaardigheid, tot het allerlaagste in staat
+achtte. Hoewel hem de oogen reeds lang waren opengegaan, zelfs eer hij
+Elinor leerde kennen, voor hare onwetendheid en het gemis van ruimheid
+in sommige harer opvattingen, had hij dit alles aan haar gebrekkige
+opvoeding geweten, en totdat hij haar laatsten brief ontving, had
+hij altoos gedacht, dat zij een welmeenend, goedhartig meisje was,
+en dat zij voor hem eene oprechte genegenheid koesterde. Niets dan
+deze overtuiging kon hem hebben belet, een einde te maken aan eene
+verloving, die lang eer de ontdekking ervan hem blootstelde aan zijn
+moeder's toorn, een aanhoudende oorzaak van onrust en verdriet voor
+hem was geweest.
+
+"Ik achtte het mijn plicht," zeide hij, "afgezien van mijn eigen
+gevoelens, haar de keus te laten, of zij de verloving wilde verbreken,
+of niet, toen ik door mijne moeder werd verstooten, en het scheen,
+alsof ik in de wereld stond zonder een enkelen vriend, die mij had
+kunnen bijstaan. Hoe kon ik, in zulke omstandigheden, waarin niets
+verlokkends gelegen scheen voor de hebzucht of de ijdelheid van
+eenig menschelijk wezen, veronderstellen, toen zij zoo ernstig en
+hartelijk er op aandrong, mijn lot te deelen, hoe het ook mocht zijn,
+dat iets anders dan de meest onbaatzuchtige genegenheid haar daartoe
+noopte? En zelfs nu kan ik niet begrijpen, door welke beweegreden
+zij werd gedreven, of welk gewaand voordeel zij erin zag, gebonden te
+zijn aan een man, voor wien zij geen spoor van liefde gevoelde, en die
+slechts tweeduizend pond zijn eigendom kon noemen. Zij kon niet vooruit
+weten, dat Kolonel Brandon mij eene predikantsplaats zou bezorgen."
+
+"Neen; maar zij geloofde allicht, dat er iets gebeuren kon in je
+voordeel; dat je eigen familie ten slotte zou toegeven. En in elk
+geval verloor zij er niets bij, als zij de verloving liet voortduren;
+want zij heeft bewezen, dat deze haar noch in hare neigingen, noch
+in hare daden belemmerde. De relatie was zeer zeker waardevol, en
+verschafte haar waarschijnlijk eenig aanzien onder hare vrienden,
+en als zich niets voordeeligers opdeed, was het beter voor haar,
+met jou te trouwen dan ongehuwd te blijven."
+
+Het sprak van zelf, dat Edward aanstonds inzag, hoe niets natuurlijker
+kon zijn geweest dan Lucy's gedrag, en niets meer verklaarbaar,
+dan de beweegreden, die haar ertoe had gedreven.
+
+Elinor berispte hem, streng, als dames steeds eene onvoorzichtigheid
+berispen, die voor haarzelve vleiend is, omdat hij zooveel tijd bij
+hen te Norland had doorgebracht, toen hij zich toch bewust moest zijn
+geweest van zijn eigen ontrouw.
+
+"Je gedrag was werkelijk zeer verkeerd," zeide zij; "omdat, mijn eigen
+overtuiging nu nog daargelaten, onze verwanten er allen aanleiding in
+vonden, zich te verbeelden en te verwachten, wat in de omstandigheden,
+waarin je _toen_ verkeerde, nooit gebeuren kon."
+
+Het eenige wat hij hiertegen kon inbrengen was, dat hij zijn eigen
+hart niet had gekend, en te veel gewicht had gehecht aan de bindende
+kracht van zijne verloving.
+
+"Ik was onnoozel genoeg, om te gelooven, dat er, daar ik mijne trouw
+aan eene andere had verpand, geen gevaar was te duchten van ons beider
+samenzijn; en dat het besef, dat ik verloofd was, mijn hart even
+veilig en ongerept zou doen blijven, als mijne eer. Ik voelde, dat ik
+je bewonderde; maar ik zeide tot mijzelf, dat het enkel vriendschap
+was, en totdat ik vergelijkingen begon te maken tusschen jou en Lucy,
+wist ik niet, hoever het reeds met mij was gekomen. Daarna geloof ik
+wel, dat ik verkeerd deed door zoo dikwijls in Sussex te vertoeven,
+en de argumenten, waarmede ik mijzelf poogde te overtuigen dat
+hierin geen kwaad stak, kwamen op niet veel beters neer dan dit:
+"Ik ben de eenige, die gevaar loopt; ik doe niemand kwaad dan mijzelf."
+
+Elinor glimlachte, en schudde haar hoofd.
+
+Edward hoorde met genoegen, dat Kolonel Brandon te Barton werd
+verwacht; daar hij werkelijk niet alleen wenschte, hem beter te leeren
+kennen; maar ook, om gelegenheid te vinden, hem te overtuigen, dat hij
+niet afkeerig was van de predikantsplaats te Delaford. "Terwijl thans,"
+zeide hij, "na de weinig beminnelijke wijze, waarop ik mijn dank bij
+die gelegenheid heb uitgesproken, de Kolonel wel zou kunnen denken,
+dat ik hem die aanbieding nooit heb kunnen vergeven." Nu was hij er
+zelf verbaasd over, dat hij Delaford nog niet had bezocht. Maar hij
+had zoo weinig belang gesteld in de zaak, dat hij al zijne kennis
+omtrent het huis, den tuin en den bouwgrond, de grootte der gemeente,
+den toestand van het land, en de opbrengst der tienden, te danken
+had aan Elinor zelve, die er door Kolonel Brandon zooveel van had
+vernomen, en daarbij zoo aandachtig had geluisterd, dat zij thans
+volkomen op de hoogte was.
+
+Eene vraag bleef hierna slechts onbeslist tusschen hen; eene
+moeilijkheid viel nog slechts te overwinnen. Zij waren tezamengebracht
+door wederzijdsche genegenheid, met de hartelijkste goedkeuring
+hunner waarachtige vrienden; hunne innig vertrouwde bekendheid met
+elkander scheen hun geluk te waarborgen, en zij verlangden nu alleen
+het noodige om van te leven.
+
+Edward bezat tweeduizend pond, en Elinor duizend, hetgeen met de
+predikantsplaats te Delaford, alles was, wat zij hun eigendom konden
+noemen; want het was niet mogelijk, dat Mevrouw Dashwood hun iets zou
+afstaan, en zij waren geen van beiden verliefd genoeg, om te denken
+dat driehonderdvijftig pond in het jaar hun een behagelijk bestaan
+zou verschaffen.
+
+Edward liet nog niet alle hoop varen op eene gunstige verandering
+in zijne moeder te zijnen opzichte, en hierop rekende hij, wat de
+rest van hun inkomen betrof. Elinor echter vertrouwde hierop niet;
+want daar Edward nog steeds met Juffrouw Morton zou kunnen trouwen,
+en Mevrouw Ferrars, op haar vleiende manier, het slechts voor een
+geringer kwaad had verklaard, als hij háár, inplaats van Lucy Steele
+had gekozen, vreesde zij, dat Robert's vergrijp tot niets anders zou
+dienen, dan om Fanny te verrijken. Omstreeks vier dagen na Edward's
+komst verscheen Kolonel Brandon, om Mevrouw Dashwood's voldoening te
+volmaken, en haar het trotsche gevoel te schenken, voor de eerste maal
+sedert zij te Barton woonde, van meer gasten te hebben, dan zij in haar
+huis bergen kon. Edward mocht zijn recht als eerstgekomene doen gelden,
+en dus wandelde Kolonel Brandon iederen avond naar zijn oud kwartier
+op Het Park, vanwaar hij gewoonlijk 's morgens terugkeerde, vroeg
+genoeg om het tête-à-tête der gelieven te storen, voor het ontbijt.
+
+Een verblijf van drie weken te Delaford, waar hij, althans in de
+avonduren, weinig anders te doen had, dan de ongunstige verhouding
+na te rekenen tusschen zes en dertig en zeventien, deed hem naar
+Barton komen in eene stemming, die, ondanks Marianne's merkbaar
+verbeterden gezondheidstoestand, haar hartelijke verwelkoming, en de
+bemoedigende verzekeringen van hare moeder, nog steeds niet vroolijk
+kon worden genoemd. Onder zulke vrienden echter, en bij zooveel
+voorkomendheid leefde hij werkelijk op. Nog had hij niets vernomen
+van Lucy's huwelijk; hij wist niets van 't geen er gebeurd was,
+en dus gaven de eerste uren van zijn bezoek ruim stof tot aanhooren
+en zich verbazen. Alles werd hem door Mevrouw Dashwood verklaard,
+en hij verheugde zich te meer over 't geen hij voor den Heer Ferrars
+had gedaan, nu het ten slotte bleek, dat hij Elinor's belang daardoor
+had bevorderd.
+
+Het zou onnoodig zijn, te zeggen, dat met de nadere kennismaking
+de wederzijdsche waardeering der beide heeren gelijken tred hield;
+want het had moeilijk anders kunnen zijn. Hunne overeenstemming in
+zuivere beginselen en helder oordeel, in geaardheid en denkwijze,
+zou waarschijnlijk voldoende zijn geweest om hen vriendschap te doen
+sluiten, zonder dat eenige andere aantrekking daartoe medewerkte; maar
+dat zij hun liefde hadden geschonken aan twee zusters, en twee zusters
+die veel van elkaar hielden, deed onvermijdelijk en onmiddellijk de
+wederzijdsche genegenheid ontstaan, die anders misschien zou hebben
+gewacht op de uitwerking van den tijd, en rijper nadenken.
+
+De brieven uit de stad, die eenige dagen tevoren iedere zenuw
+in Elinor's lichaam zouden hebben doen trillen van verrukking,
+kwamen nu aan; om te worden gelezen met meer vroolijkheid dan
+ontroering. Mevrouw Jennings schreef, om het wonderlijke bericht te
+vertellen, haar eerlijke verontwaardiging te uiten jegens het meisje
+dat zoo grillig haar minnaar verwierp, en al haar medelijden uit
+te storten over dien armen Mijnheer Edward, die naar zij stellig
+geloofde, gedweept had met dat ondeugende ding, en nu, naar zij
+hoorde, diep wanhopig te Oxford zat. "Ik moet zeggen," ging ze voort,
+"het was buitengewoon slim overlegd; want nog geen twee dagen te voren
+had Lucy mij opgezocht, en zat een paar uren bij mij te praten. Geen
+mensch, die er iets van vermoedde; zelfs Anne niet, die arme ziel,
+die den volgenden dag schreiende bij mij kwam, doodsbang voor Mevrouw
+Ferrars en omdat ze niet wist, hoe naar Plymouth te komen; want het
+blijkt, dat Lucy eer ze wegging om te trouwen, al Anne's geld had
+geleend; zeker om er vertooning mee te maken, en die arme Anne had
+geen zeven shillings in haar beurs;--ik gaf haar met pleizier vijf
+guineas, om naar Exeter te reizen, waar ze een week of drie vier bij
+Mevrouw Burgess dacht te logeeren, natuurlijk in de hoop, zooals ik
+haar al zei, den dokter daar weer te ontmoeten. En ik moet zeggen,
+die onaardigheid van Lucy, om haar niet mee in het rijtuig te nemen,
+vind ik het ergst van alles. Arme Mijnheer Edward! Ik kan hem niet
+uit mijn hoofd zetten; maar jelui moet hem naar Barton halen; en dan
+moet Marianne beproeven hem te troosten."
+
+De Heer Dashwood schreef in ernstiger trant. Mevrouw Ferrars was
+de ongelukkigste van alle vrouwen--de arme Fanny had door hare
+gevoeligheid onbeschrijfelijke kwellingen verduurd--en hij beschouwde
+het als eene reden tot dankbare verwondering, dat beiden na zulk een
+slag nog in leven waren gebleven. Robert's vergrijp was onvergefelijk;
+maar Lucy had zich oneindig erger misdragen. Beider naam mocht ten
+aanhoore van Mevrouw Ferrars niet meer worden genoemd, en zelfs al zou
+zij er later toe kunnen komen, haar zoon te vergeven, zijne vrouw zou
+nooit als hare dochter worden erkend; noch vergunning verkrijgen, zich
+in hare tegenwoordigheid te vertoonen. De geheimzinnigheid, die zij bij
+alles hadden in acht genomen, werd zeer terecht aangemerkt als eene
+omstandigheid, die hunne misdaad ontzaglijk verzwaarde; want wanneer
+de anderen eenig vermoeden hadden opgevat van 't geen er gaande was,
+dan waren er maatregelen genomen om het huwelijk te beletten, en hij
+vroeg Elinor in gemoede, of zij het niet met hem betreurde, dat Lucy's
+verloving met Edward niet liever was doorgegaan, dan dat zij op deze
+wijze nog meer onheil had gesticht in hun familie. Hij ging voort:
+
+"Mevrouw Ferrars heeft nog nooit Edward's naam genoemd, 't geen ons
+niet verwondert; maar tot onze verbazing heeft zij geen woord van
+hem vernomen bij deze gelegenheid. Misschien is zijn zwijgen toe te
+schrijven aan de vrees, haar te beleedigen, en ik zal hem dus een wenk
+geven, in een brief naar Oxford, dat zijn zuster en ik beiden denken,
+dat een schrijven van hem, waarin hij op betamelijke wijze blijk geeft
+van eene onderworpen gezindheid (geadresseerd aan Fanny bijvoorbeeld,
+en door haar vertoond aan hare moeder) mogelijk in goede aarde zou
+vallen; want wij weten allen, welk een teeder hart Mevrouw Ferrars
+bezit, en dat zij niets zoozeer wenscht, als met hare kinderen in
+goede verstandhouding te leven."
+
+Deze zinsnede was van gewicht, zoo voor Edward's vooruitzichten als
+zijn gedrag. Hij werd erdoor bewogen een poging te doen tot verzoening,
+al was het dan niet precies op de wijze, door hun broeder en zuster
+aangegeven.
+
+"Een schrijven waarin ik op betamelijke wijze blijk geef van een
+onderwerpen gezindheid!" herhaalde hij; "zouden ze vinden, dat
+_ik_ moeder vergiffenis moet vragen voor Robert's ondankbaarheid
+jegens háár, en oneerlijkheid tegenover _mij_?--Ik bèn niet gezind
+mij te onderwerpen; het gebeurde heeft mij noch nederig gestemd,
+noch berouwvol. Alleen maar zeer gelukkig; en dat vindt zij van
+geen belang. Ik zie de betamelijkheid van onderwerping niet in,
+in mijn geval."
+
+"Je moogt toch stellig om vergeving vragen," zeide Elinor, "omdat je
+haar verdriet hebt gedaan; en ik zou denken, dat je nù wel zoo ver
+mocht gaan, eenige spijt te toonen, dat je ooit de verloving hebt
+aangegaan, die je moeder's toorn heeft opgewekt."
+
+Hij gaf toe, dat hij dit wel zou kunnen doen.
+
+"En als ze je heeft vergeven, dan zou een weinigje nederigheid je
+wel passen, wanneer je haar vertelt van een tweede verloving, in hare
+oogen haast even onvoorzichtig als de eerste."
+
+Daartegen had hij niets in te brengen; maar het denkbeeld van
+een onderworpen brief stond hem nog steeds niet aan; en om het
+hem gemakkelijker te maken, daar hij veel eerder bereid scheen,
+mondeling zoete broodjes te bakken, dan op papier, werd er besloten
+dat hij, inplaats van aan Fanny te schrijven, naar Londen zou gaan,
+en persoonlijk haar tusschenkomst te zijnen behoeve zou verzoeken.
+
+"En als ze werkelijk hun best doen," zei Marianne in haar nieuwe
+rol van onpartijdige toeschouwster, "om een verzoening tot stand
+te brengen, dan vind ik van nu af zelfs in John en Fanny nog wel
+iets goeds."
+
+Toen Kolonel Brandon's bezoek na een dag of vier was afgeloopen,
+vertrokken de beide heeren samen uit Barton. Zij zouden eerst
+naar Delaford gaan, opdat Edward zijn toekomstig tehuis zou kunnen
+in oogenschouw nemen, en met zijn beschermer en vriend zou kunnen
+overleggen, welke verbeteringen nog vielen aan te brengen; en na een
+paar dagen, te Delaford doorgebracht, zou hij verder doorreizen naar
+de stad.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK L
+
+
+Na eene behoorlijke mate van tegenstand van Mevrouw Ferrars' zijde,
+juist heftig en langdurig genoeg, om haar te vrijwaren voor het
+verwijt, dat zij blijkbaar altijd vreesde, zich te zien toevoegen,
+het verwijt van al te groote beminnelijkheid, werd Edward in hare
+tegenwoordigheid toegelaten, en wederom als haar zoon erkend. Er
+hadden in den laatsten tijd veel wisselingen plaats gehad in haar
+familiekring. Vele jaren lang had zij twee zonen bezeten; doch het
+misdrijf en de daarop volgende doodverklaring van Edward had haar een
+paar weken geleden van den eenen beroofd; een dergelijke doodverklaring
+van Robert had haar een volle veertien dagen kinderloos gelaten,
+en nu zij Edward weer in 't leven had teruggeroepen, was zij weer
+een zoon rijk.
+
+Hoewel hem het aanzijn nu weder was vergund, gevoelde hij zich voor
+'t vervolg nog niet volkomen zeker van zijn bestaan, eer hij kennis had
+gegeven van zijne nieuwe verloving; want hij vreesde, dat de openbaring
+van die omstandigheid eene onverwachte verandering in zijn gestel
+zou bewerken, en hem even plotseling als te voren aan het leven zou
+ontrukken. Met angstige voorzichtigheid onthulde hij dus het geheim,
+en hij werd aangehoord met meer kalmte dan hij verwacht had. In
+het begin poogde Mevrouw Ferrars hem door redeneering te bewegen,
+van het huwelijk met Juffrouw Dashwood af te zien, waarbij zij zich
+van elk argument bediende, dat zij kon uitdenken. Zij hield hem voor,
+dat hij in Juffrouw Morton eene vrouw zou bezitten van hoogeren rang en
+met meer fortuin, en zette haar bewering klem bij, door de opmerking,
+dat Juffrouw Morton de dochter was van een edelman, en dertig duizend
+pond bezat; terwijl Juffrouw Dashwood slechts de dochter was van een
+gewonen grondbezitter, die niet meer dan drieduizend zijn eigendom
+had kunnen noemen; doch toen zij bespeurde, dat hij, ofschoon volkomen
+de waarheid harer beweringen erkennend, volstrekt niet gezind bleek,
+zich door haar oordeel te laten leiden, achtte zij het, door ervaring
+wijzer geworden, het verstandigst om toe te geven,--en dus gaf zij,
+na de zaak zoo onaangenaam lang te hebben verschoven, als zij vond,
+dat hare waardigheid eischte, en als noodig was om elke gedachte aan
+eenige welgezindheid van haar kant uit te sluiten, hare toestemming
+tot het huwelijk van Edward en Elinor.
+
+Wat zij zich zou voornemen te doen, in verband met eene bijdrage
+tot hun inkomen, moest daarna worden overwogen; en thans bleek
+het duidelijk, dat Edward, hoewel vooralsnog haar eenige zoon, toch
+volstrekt niet als haar oudste werd beschouwd; want terwijl Robert voor
+goed in 't bezit bleef van zijne duizend pond in het jaar, werd er
+niet het minste bezwaar geopperd tegen Edward's aanvaarding van eene
+predikantsplaats, terwille van hoogstens een tweehonderdvijftig pond,
+en evenmin werd eenige belofte afgelegd, 't zij voor nu of later,
+behalve dan de tienduizend pond, die ook Fanny mee ten huwelijk
+had gekregen.
+
+Naar Edward's en Elinor's meening was het echter genoeg; meer zelfs dan
+zij verwachtten; en Mevrouw Ferrars zelve scheen, door hare onhandige
+verontschuldigingen, de eenige persoon, die verwonderd was, dat zij
+niet meer gegeven had.
+
+Nu zij dus zeker waren van een inkomen, dat ruim voldoende zou zijn
+voor hunne behoeften, viel er op niets meer te wachten, nadat Edward
+beroepen was, dan dat het huis gereed zou zijn, waarin Kolonel
+Brandon, die er veel genoegen in vond, het Elinor naar den zin te
+maken, allerlei verbeteringen liet aanbrengen; en nadat zij een poos
+op de voltooiing daarvan hadden gewacht, en als gewoonlijk zich
+hadden moeten schikken in eindelooze teleurstellingen en uitstel,
+door de onverklaarbare langzaamheid der werklieden, was het, ook als
+gewoonlijk, Elinor, die het eerst zoo stellige besluit, om niet te
+trouwen eer alles gereed was, liet varen; en de huwelijksplechtigheid
+werd voltrokken in het kerkje te Barton, in 't begin van den herfst.
+
+De eerste maand na hun huwelijk brachten zij door bij hun vriend
+op het Heerenhuis te Delaford, waar zij het oog konden houden op de
+verbouwing der pastorie, en steeds bij de hand waren, om alles naar hun
+zin in te richten; zij konden behangselpapieren kiezen, plannen maken
+voor een plantsoen, en zelfs in gedachten een oprijlaan aanleggen. De
+voorspellingen van Mevrouw Jennings, ofschoon ietwat dooreengehaspeld,
+gingen over 't geheel toch nog in vervulling, want zij kon Edward
+en zijn vrouw in hun pastorie opzoeken eer de maand September was
+verstreken, en zij mocht Elinor en haar man, naar zij oprecht geloofde,
+als een der gelukkigste echtparen ter wereld beschouwen. Er bleef hun
+ook werkelijk niets te wenschen over, dan het huwelijk van Kolonel
+Brandon en Marianne, en nog wat beter weidegrond voor hun koeien.
+
+Toen hun huis in orde was, kwamen bijna al hunne familieleden en
+kennissen hen bezoeken. Mevrouw Ferrars kwam het geluk in oogenschouw
+nemen tot hetwelk zij zich bijna schaamde, hare goedkeuring te hebben
+verleend, en zelfs de Dashwoods zetten zich te hunner eer over de
+onkosten van de reis uit Sussex heen.
+
+"Ik wil niet beweren, dat ik teleurgesteld ben, zusjelief," zei
+John, toen zij samen op een morgen voor het hek van Delaford House
+op en neer wandelden;--"dàt zou te veel gezegd zijn; want zooals
+het nu is, mag men je stellig eene der gelukkigste jonge vrouwen
+ter wereld noemen. Maar ik moet bekennen, 't zou mij veel genoegen
+doen, als Kolonel Brandon mijn broeder werd. Deze bezitting hier,
+zijn landgoed, zijn huis, alles zoo deftig, en keurig onderhouden; en
+zijn bosschen! Ik heb nergens in Dorsetshire zulk timmerhout gezien
+als hier in het bosch van Delaford!--En al is nu misschien Marianne
+niet precies de persoon, die hem zou kunnen bekoren, het komt mij toch
+raadzaam voor, haar nu veel bij je te logeeren te vragen. Want daar
+Kolonel Brandon blijkbaar veel thuis is, kan niemand zeggen, wat er zou
+kunnen gebeuren,--natuurlijk, als twee menschen elkaar dikwijls zien,
+en weinig vreemden ontmoeten--het zal bovendien altoos in je macht
+staan haar op het gunstigst te doen uitkomen en zoo... mij dunkt, je
+mocht haar de gelegenheid wel gunnen... je begrijpt, wat ik bedoel."--
+
+Doch ofschoon Mevrouw Ferrars hen dan al kwam bezoeken, en hen steeds
+behandelde met een zeker vertoon van quasi-genegenheid, zij behoefden
+zich niet de beleediging te laten welgevallen van haar werkelijke gunst
+en voorkeur. Deze waren voorbehouden voor Robert, om zijn dwaasheid,
+en voor zijne vrouw, om haar listig gedrag, en zij hadden ze zich
+reeds weten te verwerven, eer vele maanden waren verstreken. De
+baatzuchtige scherpziendheid van Lucy, die Robert eerst in de val had
+doen loopen, werkte hoofdzakelijk mede, om hem daaruit te verlossen;
+want haar eerbiedige onderdanigheid, haar ijver in het bewijzen van
+attenties en haar eindelooze vleierijen verzoenden, zoodra zij maar
+de geringste gelegenheid vond, haar kunsten in praktijk te brengen,
+Mevrouw Ferrars met zijn keuze, en brachten hem opnieuw, evenzeer
+als vroeger, bij haar in de gunst.
+
+Lucy's geheele gedrag in de zaak, en de goede uitslag waarmede het
+werd bekroond, mag dus als een zeer bemoedigend voorbeeld worden
+aangevoerd, om aan te toonen, wat een ernstig en onverdroten najagen
+van eigen belang, hoezeer ook in zijn voortgang schijnbaar belemmerd,
+kan uitwerken ter bereiking van alle denkbare voordeel, met geene
+andere opoffering dan die van tijd en geweten. Toen Robert haar
+voor het eerst poogde te leeren kennen, en haar een bezoek bracht
+in Bartlett's Buildings, geschiedde dit slechts met de bedoeling,
+hem door zijn broeder toegeschreven. Hij wilde niet anders, dan haar
+overhalen, van de verloving af te zien, en daar hiertoe niets in den
+weg stond dan hun beider genegenheid, verwachtte hij natuurlijk dat
+de zaak in orde zou komen, als hij haar maar een paar maal onder vier
+oogen gesproken had. Op dat punt echter, en dàt alleen, vergiste hij
+zich; want hoewel Lucy hem spoedig hoop gaf, dat zijn welsprekendheid
+haar ten langen leste wel zou overtuigen, er was altijd weer een
+nieuw bezoek en een nieuw gesprek noodig om die overtuiging te
+vestigen. Bij het afscheid bleven er altijd nog eenige twijfelingen
+in haar gemoed, die slechts konden worden opgeheven door een half
+uurtje vertrouwelijk onderhoud met hemzelf. Op die wijze wist zij
+zijn geregelde bezoeken te doen voortduren, en geleidelijk volgde
+daaruit het overige. Inplaats van over Edward, begon hun gesprek
+langzamerhand te loopen over Robert alleen, een onderwerp waarover
+hij altijd meer te vertellen had dan over eenig ander, en waarin zij
+al spoedig eene belangstelling liet blijken, die de zijne evenaarde,
+zoodat het beiden weldra duidelijk werd, hoe hij geheel en al de plaats
+van zijn broeder had ingenomen. Hij was trotsch op zijn verovering,
+trotsch omdat hij Edward had gefopt, en bovenal trotsch, omdat hij in
+'t geheim was gehuwd, zonder zijn moeder's toestemming. Wat hierna
+gevolgd was, weten wij. Zij brachten een paar zeer gelukkige maanden
+door te Dawlish; want zij kon nu veel verwanten en oude kennissen
+uit de hoogte behandelen, en hij teekende meerdere plannen voor
+allerprachtigste landhuizen, en toen zij van daar terugkeerden
+naar de stad, verwierven zij Mevrouw Ferrars' vergiffenis, door het
+eenvoudige middel, er om te vragen, dat op Lucy's aanraden werd te
+baat genomen. Die vergiffenis strekte zich, billijkerwijze, in den
+beginne slechts uit tot Robert alleen; Lucy, die tegenover zijne
+moeder geene verplichtingen had, en daarin dus ook niet had kunnen
+te kort schieten, bleef nog een paar weken langer in ongenade. Doch
+volharding in onderworpen gedrag, en boodschappen, waarin zij de
+schuld voor Roberts vergrijp op zich nam, zoowel als dankbetuigingen
+voor de onvriendelijkheid, waarmede zij werd behandeld, verwierven
+haar mettertijd toch een zeker betoon van trotsche neerbuigendheid,
+dat haar overstelpt deed zijn van dankbaarheid voor die hooge gunst,
+en dat haar spoedig daarna met rassche schreden deed naderen tot het
+toppunt van genegenheid en invloed. Mevrouw Ferrars begon Lucy even
+noodig te hebben als Robert en Fanny, en terwijl het Edward nooit van
+harte werd vergeven, dat hij eenmaal voornemens was geweest, met haar
+te trouwen, en Elinor, hoewel door fortuin en geboorte haar meerdere,
+nog altijd als eene indringster werd beschouwd, zag _zij_ zich in
+elk opzicht behandeld als een begunstigde dochter, en openlijk als
+zoodanig erkend. Zij vestigden zich in de stad, kregen van Mevrouw
+Ferrars eene ruime toelage, gingen zeer vriendschappelijk om met de
+Dashwoods, en afgezien van de uitbarstingen van nijd en afgunst,
+die voortdurend plaats hadden tusschen Fanny en Lucy, en waarin
+hunne echtgenooten natuurlijk ook werden betrokken, zoowel als van
+de veelvuldige huiselijke oneenigheden tusschen Robert en Lucy zelf,
+kon de natuurlijke harmonie waarin zij allen met elkander leefden,
+niet worden overtroffen. Wat Edward had gedaan om zijn rechten
+als oudste zoon te verbeuren, zou voor menigeen zeker een raadsel
+zijn geweest, en wat Robert had in 't werk gesteld om dat zelfde
+recht te winnen, scheen nog veel moeilijker te verklaren. Het was
+echter eene schikking, die door hare gevolgen, zooal niet door hare
+oorzaak, werd gerechtvaardigd; want nooit viel er iets te bespeuren in
+Robert's levenswijze of in zijne uitingen van eenige neiging, zich te
+beklagen over de grootte van zijn inkomen, in zooverre zijn broeder te
+weinig, en hemzelf te veel werd toebedeeld;--en als men Edward mocht
+beoordeelen naar de nauwgezette wijze, waarop hij in elk opzicht zijne
+plichten vervulde, naar zijne toenemende gehechtheid aan zijne vrouw
+en zijn tehuis, en naar de gestadige opgewektheid van zijne stemming,
+dan mocht men veronderstellen, dat hij niet minder tevreden was met
+zijn lot, en even weinig verlangde naar eenige verandering.
+
+Elinor's huwelijk verwijderde haar zoo weinig van haar familie, als
+slechts mogelijk was, zonder het huisje te Barton geheel overbodig
+te doen worden; want haar moeder en zusters brachten meer dan de
+helft van hun tijd bij haar door. Mevrouw Dashwood had zoowel haar
+belang als haar genoegen op het oog, bij die veelvuldige bezoeken
+te Delaford; want haar wensch om Marianne en Kolonel Brandon met
+elkaar in aanraking te brengen, was bijna niet minder ernstig gemeend,
+schoon minder baatzuchtig, dan het verlangen, door John in dit opzicht
+geuit. Het was thans haar lievelingsplan geworden. Hoezeer zij ook
+het gezelschap harer dochter waardeerde, zij wenschte niets zoozeer,
+als het voortdurend genot ervan aan haren hooggeschatten vriend af te
+staan; en Marianne als meesteres van het Heerenhuis te zien optreden,
+was evenzeer de wensch van Edward en Elinor. Zij allen gevoelden
+sterk het lijden van hun vriend en hun eigen verplichtingen, en met
+algemeene toestemming zou Marianne daarvoor de belooning zijn. Met
+zulk een bondgenootschap tegenover zich,--bij zoo beproefde ervaring
+van zijn goedheid,--met de overtuiging van zijne teedere gehechtheid
+aan haarzelve, die ten laatste, schoon lang nadat zij voor ieder ander
+duidelijk was gebleken, zich ook aan haar opdrong,--wat kon zij doen?
+
+Eene zonderlinge lotsbestemming viel Marianne Dashwood ten deel. Zij
+was bestemd, de onjuistheid van haar eigen meeningen te ontdekken, en
+te handelen in tegenspraak met haar meest geliefkoosde stelregels. Zij
+was bestemd, eene neiging te overwinnen, ontstaan op den rijpen
+leeftijd van zeventien jaren, en met geene andere gevoelens dan die
+van hoogachting en warme vriendschap vrijwillig hare hand te schenken
+aan een ander!--en die andere daarbij een man, die niet minder dan
+zij had geleden door eene vroegere genegenheid,--dien zij twee jaar
+geleden als te oud had beschouwd om te trouwen,--en die nog steeds, uit
+voorzorg voor zijn gezondheid, zijn heil zocht in een flanellen vest!
+
+Zoo echter gebeurde het. Inplaats van te bezwijken als slachtoffer van
+een onweerstaanbaren hartstocht, zooals zij eens zich had gevleid dat
+haar lot zou zijn, inplaats zelfs van voor altijd bij hare moeder te
+blijven, en haar eenig genoegen te vinden in afzondering en studie,
+zooals zij later, tot kalmer en gematigder inzicht gekomen, had
+besloten,--zag zij zichzelve op haar negentiende jaar het lijdzaam
+voorwerp eener nieuwe genegenheid, geplaatst voor nieuwe plichten,
+in een nieuw tehuis, als echtgenoote, als hoofd van een gezin en
+beschermvrouw eener gemeente.
+
+Kolonel Brandon was thans zoo gelukkig als allen, die het meest van hem
+hielden, geloofden, dat hij verdiende te zijn; in Marianne vond hij
+troost voor alle geleden verdriet; haar genegenheid haar gezelschap
+schonken zijn geest de levendigheid, zijn stemming de opgewektheid
+van voorheen; en dat Marianne haar geluk vond in het bevorderen
+van het zijne, was de verblijdende overtuiging, die door al haar
+opmerkzame vrienden werd gedeeld. Ten halve beminnen kon Marianne
+nooit; en binnenkort behoorde haar geheele hart zoo onverdeeld aan
+haren echtgenoot, als zij het eens aan Willoughby had geschonken.
+
+Willoughby kon haar huwelijk niet vernemen zonder een grievend
+gevoel van smart, en zijne straf werd spoedig daarna voltooid door
+de vrijwillige vergiffenis van Mevrouw Smith, die, daar zij als de
+reden van hare verzachte gezindheid opgaf, dat hij een huwelijk met
+eene vrouw van karakter had gesloten, hem met recht deed vermoeden,
+dat hij, door zich tegenover Marianne eervol te gedragen, gelukkig
+èn rijk had kunnen zijn.
+
+Dat zijn berouw over een wangedrag, 't welk op deze wijze zijn eigen
+straf medebracht, oprecht was, behoeft niet te worden betwijfeld, en
+evenmin, dat hij langen tijd aan Kolonel Brandon dacht met afgunst,
+en aan Marianne met weemoedig verlangen. Maar dat hij voor altoos
+ontroostbaar was,--dat hij de maatschappij ontvluchtte, dat hij
+van nu af aan tot diepe zwaarmoedigheid verviel, of stierf aan een
+gebroken hart, moet men niet met zekerheid verwachten,--want van dat
+alles deed hij niets. Hij bleef in leven; vond bezigheid; en niet
+zelden genoegen daarin. Zijn vrouw was niet altoos uit haar humeur,
+en zijn tehuis niet altoos ongezellig. Bij zijn liefhebberij in het
+fokken van paarden en honden en andere soorten van sport, viel hem
+nog eene niet geringe mate van huiselijk geluk ten deel.
+
+Voor Marianne echter behield hij,--hoewel hij de onbeleefdheid had
+begaan, haar verlies te overleven,--altijd die besliste voorkeur,
+die hem belang deed stellen in al wat haar wedervoer, en haar voor hem
+tot den geheimen standaard maakte van alle vrouwelijke volkomenheid;
+en menige veelbelovende schoonheid werd door hem in latere jaren met
+geringschatting beschouwd, daar zij de vergelijking niet kon doorstaan
+met Mevrouw Brandon.
+
+Mevrouw Dashwood was verstandig genoeg, om in haar huisje te blijven,
+zonder eene poging te doen tot verhuizen naar Delaford, en toen
+Marianne haar werd ontnomen, was Margaret, gelukkig voor Sir John en
+Mevrouw Jennings, oud genoeg geworden, om gevoegelijk op danspartijen
+te kunnen worden gevraagd, en om het niet al te ongerijmd te doen
+schijnen, als zij geplaagd werd met een minnaar.
+
+Tusschen Barton en Delaford had dat aanhoudend levendig verkeer
+plaats, dat sterke familiegehechtheid uiteraard moest bevorderen,
+en onder Elinor's en Marianne's verdiensten en voorrechten mocht
+als niet de geringste worden aangemerkt, dat zij, hoewel zusters,
+en bijna wonend onder 't bereik van elkanders blik, konden leven,
+zonder welven in onmin te geraken, of verkoeling te weeg te brengen
+tusschen hare echtgenooten.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Gevoel en verstand, by Jane Austen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEVOEL EN VERSTAND ***
+
+***** This file should be named 25946-8.txt or 25946-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/5/9/4/25946/
+
+Produced by Branko Collin, Jeroen Hellingman, and the
+Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.