diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:19:32 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:19:32 -0700 |
| commit | 2670485a886ce9c3b4cceaabc7b8a70fdffcaf4a (patch) | |
| tree | 53d563e23708acdf00748dd9f606cb381abb9a6a /25946-8.txt | |
Diffstat (limited to '25946-8.txt')
| -rw-r--r-- | 25946-8.txt | 14316 |
1 files changed, 14316 insertions, 0 deletions
diff --git a/25946-8.txt b/25946-8.txt new file mode 100644 index 0000000..1f999ad --- /dev/null +++ b/25946-8.txt @@ -0,0 +1,14316 @@ +The Project Gutenberg EBook of Gevoel en verstand, by Jane Austen + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Gevoel en verstand + +Author: Jane Austen + +Translator: Gonne Van Uildriks + +Release Date: July 1, 2008 [EBook #25946] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEVOEL EN VERSTAND *** + + + + +Produced by Branko Collin, Jeroen Hellingman, and the +Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net + + + + + + + + + Wereldbibliotheek + + Onder leiding van L. Simons + + Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur--Amsterdam + + + + + Jane Austen's Roman + + Gevoel en Verstand + + Vertaald door G. van Uildriks + + 1922 + + + + + Gedrukt ter Drukkerij van de Wereldbibliotheek + + + + + +JANE AUSTEN (1775-1817) + + +Voor allen, die over uitgevers en publiek te klagen hebben, is deze +schrijfster, tijdgenoote van onze Betje Wolff en Aagje Deken, een +troostend voorbeeld, mits zij een even zuiver talent hebben als deze +Engelsche domineesdochter, die in het dorpje Steventon in Hampshire +geboren en getogen werd, en er haar eerste 26 jaren sleet. Want haar +eerste twee romans, _Pride and Prejudice_ en het hier in Nederlandsche +vertaling aangebodene _Sense and Sensibility_ schreef zij tusschen de +jaren 1796 en '98, maar kon er eerst in 1811 en 1813 een uitgever voor +vinden. Nog een derden roman had zij inmiddels geschreven _Northanger +Abbey_, en toen, ontmoedigd(?) de pen maar laten rusten. + +Doch toen eindelijk haar twee oudste romans verschenen waren, duurde +het niet lang of onder de schrijvers van haar tijd werd haar werk +geprezen en gretig gelezen (éen van hen heeft later bekend, een +harer boeken 17 maal te hebben gelezen!) en nadat tusschen 1811 en +'16 zij nog drie romans bij de drie oudere gevoegd had (_Mansfield +Park_, _Emma_ en _Persuasion_) kon zij over haar roep gerust zijn. De +beroemde en gretig gelezen schrijfsters van haar tijd zijn vergeten; +haar werk leeft nog, even frisch als toen het geboren werd. + +Zijn groote eigenschap is de fijne ironische observatie van het +burgerlijk leven van haar tijd en haar vermogen dit zonder eenigen +romantischen kunstgreep boeiend te maken. Haar menschen en haar +omgeving leven voor ons in een volkomen zuiverheid, en in haar +tijd, waarin men alles romantiseerde, kwam dit als een zoo groote +verrassing, dat zelfs de romantische grootmeester Walter Scott er haar +met ijver om prees. Er is weinig Engelsch werk, dat ons zoo aandoet +om zijn verwantschap met den geest van onze eigen Nederlandsche +letterkundige kunst als het hare. De geestigheid van Betje Wolff is +guller en meesleepender, maar Jane Austens werk staat zuiverder in +zijn afwezigheid van alle sentimentaliteit. Als teekenaressen van de +burgerklasse uit haar eigen omgeving wedijveren beiden, zonder dat +men een van beiden den eerepalm zou durven toekennen boven de andere. + +"Haar fijne toets" en ondeugendheid van beschrijving zullen, naar +wij vertrouwen, ook onze lezers waardeeren, in de voortreffelijke +vertaling van Mevr. Van Uildriks, die tot ons leedwezen, de uitgaaf +niet meer mocht beleven. + + + Redactie W.B. + + + + + + + +HOOFDSTUK I + + +De familie Dashwood was lang gevestigd geweest in Sussex. Hun +grondbezit was uitgestrekt, en zij plachten verblijf te houden te +Norland Park, in het middenpunt van hun bezittingen gelegen, waar zij +gedurende vele geslachten een leven hadden geleid, achtenswaardig +genoeg om den algemeenen goeden dunk te winnen van hunne kennissen +in den omtrek. + +De overleden eigenaar van het goed was een ongetrouwd man, die +een zeer hoogen leeftijd bereikte, en die gedurende vele jaren van +zijn leven een getrouwe gezellin en huishoudster had gehad in zijne +zuster. Doch haar dood, die tien jaren voor zijn eigen overlijden +plaats had, veroorzaakte een groote verandering in zijn omgeving; want +ter vervulling van haar gemis, vroeg en ontving hij in zijn huis het +gezin van zijn neef, den Heer Henry Dashwood, den wettigen erfgenaam +van de bezitting Norland, en den persoon, aan wien hij voornemens was, +het goed na te laten. In het gezelschap van zijn neef en nicht en +hunne kinderen sleet de oude heer genoeglijke dagen. Zijn gehechtheid +aan hen allen nam toe. De voortdurende tegemoetkoming van den Heer en +Mevrouw Dashwood aan zijne wenschen, die niet enkel uit eigenbelang +voortsproot, maar evenzeer uit goedhartigheid, schonk hem in ieder +opzicht het gemak en behagen, dat hij in zijn hoogen ouderdom nog +kon genieten, en de vroolijkheid der kinderen bracht in zijn leven +een element van opgewektheid. + +Uit een vorig huwelijk had de Heer Henry Dashwood een zoon; van zijn +tegenwoordige vrouw drie dochters. De zoon, een flinke, achtenswaardige +jonge man, zag zijn toekomst ruim verzekerd door het fortuin van +zijne moeder, dat aanzienlijk was geweest, en waarvan de helft bij +zijn meerderjarig-wording aan hem verviel. Door zijn eigen huwelijk, +dat spoedig daarna plaats had, werd zijn rijkdom nog vermeerderd. Voor +hem was dus het toekomstig bezit van Norland van niet zoo ingrijpend +belang als voor zijn zusters; want haar fortuin kon, buiten 't geen +haar ten deel kon vallen wanneer haar vader het goed erfde, slechts +gering zijn. Haar moeder bezat niets, en haar vader kon slechts +zevenduizend pond zijn eigendom noemen; want de andere helft van +het fortuin zijner eerste vrouw was eveneens op haar kind vastgezet, +en hij had er slechts het vruchtgebruik van. + +De oude heer stierf; zijn testament werd voorgelezen, en baarde, als +bijna ieder testament, evenveel teleurstelling als voldoening. Hij +was niet zoo onrechtvaardig noch zoo ondankbaar om zijn bezitting +_niet_ aan zijn neef na te laten, doch hij liet hem het goed na, op +voorwaarden die de helft der waarde van het erfdeel te niet deden. De +Heer Dashwood had het bezit ervan gewenscht, meer terwille van zijn +vrouw en dochters, dan voor zichzelf of zijn zoon; maar aan zijn +zoon en zijn kleinzoon, een kind van vier jaar, werd het toegewezen, +op een wijze, die hem volkomen de macht ontnam om de toekomst te +verzekeren van degenen die hem het liefst waren, en die het meest zulk +een verzekering behoefden, 't zij door een hypotheek op het goed, +of door verkoop van zijn waardevolle bosschen. Op alles werd beslag +gelegd ten behoeve van het kind, dat bij bezoeken, nu en dan met zijn +vader en moeder te Norland gebracht, zóózeer de genegenheid van zijn +oudoom had weten te winnen, door aanvalligheden, ver van ongewoon bij +kinderen van twee of drie jaar, als: onbeholpen spraak, een ernstig +verlangen om zijn eigen wil door te zetten, veel guitenstreken en +verbazend veel drukte, dat hiertegen de waarde van al de bewijzen van +aanhankelijkheid, die hij jarenlang van zijne nicht en hare dochters +had ontvangen niet kon opwegen. Zijn bedoeling was echter niet, +onvriendelijk te zijn, en als een bewijs van zijn genegenheid voor +de drie meisjes liet hij aan ieder van haar duizend pond na. + +De Heer Dashwood was eerst bitter teleurgesteld; maar zijn aard was +vroolijk en geneigd tot opgewektheid; hij had alle reden nog te hopen +op een lang leven, waarin hij door zuinig te zijn, een aanzienlijke +som kon besparen uit de opbrengst van een goed, dat reeds groot +was, en vatbaar voor bijna onmiddellijke verbetering. Doch het +fortuin, dat zoo laat gekomen was, bleef slechts een jaar in zijn +bezit. Langer overleefde hij zijn oom niet, en tien duizend pond, +de pas ontvangen legaten medegerekend, was al wat voor zijne weduwe +en dochters overbleef. + +Zoodra men wist dat hij in gevaar was, werd om zijn zoon gezonden, en +hem beval de heer Dashwood, met al de kracht en den aandrang waartoe +zijn ziekte hem nog vermocht te bewegen, de belangen aan van zijn +stiefmoeder en zijne zusters. + +De Heer John Dashwood bezat niet het sterke gevoel van de overige +leden der familie; doch hij was getroffen door eene aanbeveling van +dien aard op zulk een tijdstip; en hij beloofde alles te doen wat in +zijn macht stond om tot haar verzorging bij te dragen. Zijn vader was +door die verzekering gerustgesteld; en de Heer John Dashwood had daarna +nog ruim tijd om te overwegen hoe veel hij in alle voorzichtigheid +bij machte zou kunnen zijn voor haar te doen. + +Hij was geen slechtgeaarde jonge man; tenzij het slecht geaard ware, +ietwat onhartelijk en nog al zelfzuchtig te zijn; hij stond over +'t algemeen zeer in aanzien; want hij gedroeg zich juist zooals het +behoorde in de vervulling van zijn gewone verplichtingen. Had hij een +beminnelijkere vrouw getrouwd, dan zou hij misschien nog meer gezien +hebben kunnen zijn, dan hij reeds was; hij zou dan zelfs misschien +zelf beminnelijk hebben kunnen worden; want hij was heel jong toen hij +trouwde en hij hield veel van zijn vrouw. Maar Mevrouw John Dashwood +was een sterk overdreven caricatuur van hem zelf; nog meer bekrompen +en zelfzuchtig. + +Toen hij zijn vader die belofte deed, stelde hij zich inwendig voor, +het fortuin van zijn zusters te vermeerderen, door haar ieder een +duizend pond te schenken. Hij dacht toen werkelijk dat hij daartoe +in staat zou zijn. 't Vooruitzicht op vierduizend pond jaarlijks, +toegevoegd aan zijn tegenwoordig inkomen, behalve de andere helft van +zijn moeder's fortuin, verwarmde zijn hart, en deed hem zich in staat +gevoelen, edelmoedig te zijn: "Ja, hij zou ze drie duizend pond geven; +dat was ruim en royaal! Het zou voldoende zijn om ze geheel onbezorgd +te doen leven. Drie duizend pond! Hij kon die aanzienlijke som wel +missen, zonder veel bezwaar. Hij dacht er den geheelen dag aan, +en vele dagen achtereen, en hij had er geen berouw van." + +Zoodra de begrafenis van zijn vader was afgeloopen, kwam Mevrouw John +Dashwood met haar kind en hun bedienden; zonder aan haar schoonmoeder +eenig bericht te hebben gezonden van haar voornemen. Niemand kon haar +recht om te komen betwisten; het huis behoorde aan haar echtgenoot, +van het oogenblik af dat zijn vader overleed; maar dat maakte het +onkiesche van haar gedrag des te meer voelbaar, en zou voor een +vrouw in Mevrouw Dashwood's omstandigheden, met slechts alledaagsche +gevoelens, hoogst onaangenaam zijn geweest; doch _haar_ geest was +doordrongen van een zóó sterk gevoel van eer, een zoo romantische +edelmoedigheid, dat elke overtreding van dezen aard, door wien ook +begaan, of van wien ook ondervonden, voor haar een bron was van +onveranderlijken afkeer. Mevrouw John Dashwood was nooit met zeer +gunstige oogen geschouwd door eenig lid van haar man's familie, +maar zij had tot nu toe geen gelegenheid gehad, hun te toonen, hoe +weinig zij bij haar optreden eens anders gevoelens ontzag, wanneer +het zoo in haar kraam te pas kwam. Zoo pijnlijk griefde Mevrouw +Dashwood dit onbeminnelijk gedrag, en zoo hartgrondig verachtte zij +haar schoondochter wegens haar houding, dat zij bij de aankomst van +de laatste het huis voorgoed zou hebben verlaten, wanneer niet de +smeekingen van haar oudste dochter haar hadden bewogen eerst nog +eens na te denken over de gepastheid van zulk een vertrek, en haar +eigen teedere liefde voor alle drie hare kinderen haar later had +doen besluiten te blijven, en om harentwil een breuk met haar broeder +te vermijden. + +Elinor, deze oudste dochter, wier raadgeving zoo doeltreffend was, +bezat een mate van doordringend begrip en een helderheid van oordeel, +die haar recht gaven, hoewel zij nog slechts negentien jaar was, als +haar moeder's raadgeefster op te treden, en haar in staat stelden, +menigmaal tot hun aller voordeel, haar overwicht te doen gelden +tegenover Mevrouw Dashwood's levendigen en voortvarenden aard, die +haar licht tot onvoorzichtigheid had kunnen verleiden. Zij had een +warm hart, haar aard was liefderijk, en haar gevoelens waren sterk; +doch zij wist ze te beheerschen; dit was een kennis, die haar moeder +nog te verwerven had, en die een harer zusters besloten had, zich +nimmer te laten bijbrengen. + +Marianne's vermogens waren in menig opzicht, aan die van Elinor +gelijkwaardig. Zij was verstandig en vlug van begrip; maar in alles +heftig; haar verdriet, haar vreugde kenden geen matiging. Zij was +edelmoedig, beminnelijk, boeiend; ze was alles, behalve voorzichtig. De +gelijkenis tusschen haar en hare moeder was opvallend groot. + +Elinor zag, niet zonder zorg, die overmaat van gevoeligheid bij +haar zuster; doch door Mevrouw Dashwood werd deze gewaardeerd en +aangewakkerd. Zij versterkten thans elkander in de heftigheid van +hare smart. De hartverscheurende droefheid, die haar in het begin +overweldigde, werd opzettelijk hernieuwd, gezocht, telkens en telkens +weder opgewekt. Zij gaven zichzelf geheel over aan haar verdriet, +trachtten meerder leed te putten uit elke overweging, die daartoe +kon bijdragen, en schenen vastbesloten ook in de toekomst voor troost +ontoegankelijk te blijven. Ook Elinor was diep terneergeslagen; maar +zij kon ertegen strijden. Zij kon zich inspannen. Zij kon overleg +plegen met haar broeder; kon haar schoonzuster ontvangen bij haar +komst en haar de noodige beleefdheid bewijzen; ook kon zij ernaar +streven haar moeder op te wekken tot een dergelijke krachtsinspanning +en haar aan te sporen tot een dergelijke verdraagzaamheid. + +Margaret, de andere zuster, was een blijgezind, goedaardig meisje; +maar daar zij reeds vrij wat van Marianne's romantische neigingen +had overgenomen, zonder juist veel van haar verstand te bezitten, +beloofde zij thans, nu ze dertien was, niet, op lateren leeftijd de +gelijke van hare zusters te zullen worden. + + + + + + +HOOFDSTUK II + + +Mevrouw John Dashwood nam thans hare plaats in als vrouw des huizes +te Norland, en haar schoonmoeder en zusters werden tot de positie +van gasten teruggebracht. Als zoodanig echter behandelde zij hen kalm +beleefd, en haar man bewees hun zooveel vriendelijkheid, als hij kon +gevoelen voor iemand, behalve zichzelf, zijn vrouw en hun kind. Hij +wilde hen, werkelijk met eenigen aandrang, overhalen om Norland als +hun tehuis te beschouwen, en daar geen ander plan Mevrouw Dashwood +zoo verkieselijk scheen, als daar te blijven tot zij een huis in de +buurt had kunnen vinden, werd zijn uitnoodiging aangenomen. + +Te blijven op een plek, waar alles haar aan vroegere vreugde +herinnerde, was juist wat strookte met haar aard. In tijden van +blijdschap kon geen geaardheid opgewekter zijn dan de hare, of in +grootere mate die optimistische verwachting van geluk koesteren, +die het geluk zelf is. Doch in hare smart liet zij zich eveneens +door haar verbeelding medevoeren, even ver van alle vertroosting, +als in haar vreugde van storende pijn. + +Mevrouw John Dashwood keurde volstrekt niet goed, wat haar man +voornemens was te doen ten behoeve van zijne zusters. Drieduizend pond +af te nemen van het fortuin van hun kleinen jongen zou gelijk staan +met hem tot de verschrikkelijkste armoede te doen vervallen. Zij +raadde hem aan, nog eens na te denken over de zaak. Hoe kon hij 't +voor zichzelf verantwoorden, zijn kind, zijn eenig kind nog wel, +van zulk een groote som te berooven? En met welk recht konden de +dames Dashwood, die slechts bloedverwanten waren van ééne zijde, +'t geen zij als in 't geheel geen verwantschap beschouwde, aanspraak +maken op zulk een groote som als bewijs van zijn edelmoedigheid? Dat +wist toch iedereen, hoe niemand ooit genegenheid verwachtte tusschen +kinderen van eenig man, uit verschillende huwelijken, en waarom zou +hij zichzelf, en hun armen kleinen Harry, ruïneeren, door al zijn +geld weg te geven aan zijn half zusters? + +"'t Was vader's laatste verzoek aan mij," antwoordde haar man "dat +ik zijn weduwe en dochters zou bijstaan." + +"Hij zal wel niet hebben geweten wat hij zei, denk ik; tien tegen +een dat hij in de war was op dat oogenblik. Als hij bij zijn verstand +geweest was, zou hij er niet aan hebben gedacht zoo iets vreemds te +doen, je te vragen je halve fortuin weg te geven ten nadeele van je +eigen kind." + +"Hij eischte immers ook geen bepaalde som, beste Fanny, hij verzocht +mij alleen, in algemeene termen, om hen bij te staan en hunne +omstandigheden gemakkelijker te maken, dan in zijn vermogen was, te +doen. 't Was misschien beter geweest, als hij 't maar geheel aan mij +had overgelaten. Hij kon moeilijk veronderstellen, dat ik mij niet +om hen zou bekommeren. Maar daar hij die belofte van mij vergde, +kon ik al niet anders dan haar afleggen; ten minste, toen dacht ik +er zoo over. De belofte werd dus gegeven en moet worden vervuld. Iets +moet er voor hen worden gedaan, wanneer ze van Norland vertrekken en +gaan wonen in hun nieuw tehuis". + +"Nu ja, goed; _laat_ er iets voor hen gedaan worden; maar dan behoeft +dat _iets_ niet juist drieduizend pond te zijn. Je moet niet vergeten," +voegde zij erbij, "dat je het geld niet kunt terugkrijgen, wanneer +je 't eens hebt afgestaan. Je zusters zullen trouwen, en dan is het +voor goed weg. Als het nu nog ooit aan onzen armen kleinen jongen +kon worden teruggegeven..." + +"O, zeker," zei haar man heel ernstig, "dat zou een groot verschil +maken. Er kan een tijd komen, waarin Harry er spijt van heeft, dat +zulk een groote som werd weggeschonken. Als hij bijvoorbeeld een +groot gezin had, dan zou het een welkome vermeerdering zijn." + +"Natuurlijk, dat spreekt vanzelf." + +"Misschien was het dan voor alle betrokken partijen beter als we de +som tot op de helft verminderden. Vijfhonderd pond zou een ontzaglijke +vermeerdering van hun fortuin beteekenen." + +"O, maar meer dan ze in de verste verte konden verwachten! Welke broer +ter wereld zou ook maar half zooveel doen voor zijn zusters, zelfs +als ze _werkelijk_ zijn zusters waren! Maar zooals hier--halfzusters +maar!--Je bent nu eenmaal zoo edelmoedig van aard!" + +"Ik zou niet graag schriel willen zijn," was zijn antwoord. "Men doet +bij zulke gelegenheden liever te veel dan te weinig. Niemand kan ten +minste denken, dat ik niet genoeg voor hen heb gedaan; zelve zouden +ze moeilijk meer kunnen verwachten." + +"Ja, wat _zij_ verwachten, wie zal dàt zeggen," vond mevrouw; +"maar hun verwachtingen gaan ons niet aan; de vraag is, wat jij je +veroorloven kunt te doen." + +"Precies, en mij dunkt, dat ik mij kan veroorloven hun elk vijfhonderd +pond te geven. Zooals 't nu staat, zonder eenige toevoeging van mij, +zullen zij bij hun moeder's dood ieder meer dan drieduizend pond +bezitten, een zeer voldoende som voor een jonge vrouw." + +"Dat is het _zeker_; en wèl beschouwd, dunkt mij, dat ze in 't +geheel geen toevoeging noodig hebben. Tienduizend pond zullen onder +hen verdeeld worden. Als ze trouwen, dan doen ze stellig een goede +partij, en trouwen ze niet, dan kunnen ze met elkaar ruim leven van +de rente van tienduizend pond." + +"Dat is zéér waar; en daarom weet ik niet, of het over 't geheel niet +raadzamer zou zijn, iets te doen voor hun moeder, gedurende haar leven, +dan voor hen; zooiets als een jaargeld, bedoel ik. Mijn zusters zouden +daarvan evengoed voordeel trekken als zij zelve. Met honderd pond in +'t jaar zouden ze 't samen heel goed kunnen hebben." + +Zijn vrouw aarzelde echter een weinig, tot dit plan haar toestemming +te verleenen. + +"Natuurlijk," zei ze, "dat is wel beter, dan afstand te doen van +vijftienhonderd pond ineens. Máár--als Mevrouw Dashwood nog vijftien +jaar blijft leven, dan zijn wij 't kind van de rekening." + +"Vijftien jaar! maar Fanny, zóó oud wordt ze niet half." + +"Dat denk ik ook niet; maar let eens op, als menschen een jaargeld +krijgen, dan leven ze maar altijd door; en zij is zoo dik en gezond, +en nog maar even in de veertig. Een jaargeld is werkelijk geen gekheid, +'t komt geregeld ieder jaar weer terug, en men kan er niet afkomen. Je +weet niet wat je begint. Ik heb heel wat ondervinding van dien last +met jaargelden; want mijn moeder had, als een blok aan haar been, +volgens vader's testament, er drie uit te betalen aan oude, afgedankte +dienstboden, en je kunt je niet voorstellen hoe onaangenaam ze dat +vond. Tweemaal in 't jaar moest dat geld worden uitbetaald, en dan +hadt je nog den last om 't hun te doen toekomen; en toen 't heette, +dat een van hen was gestorven, bleek het later, dat daar niets van +aan was. Mijn moeder kreeg er zoo recht genoeg van. 't Was of haar +inkomen haar niet behoorde, zei ze, met die voortdurende eischen, +die aan haar werden gesteld; en 't was des te onaardiger van vader, +omdat overigens het geld geheel en al moeder's eigendom was, zonder +eenige voorwaarde. Dat heeft me zoo'n afkeer gegeven van jaargelden, +dat ik in geen geval mij zelf zou willen dwingen tot de verplichting +er ooit een uit te betalen, voor geen geld van de wereld." + +"Het _is_ ook bijzonder onaangenaam," antwoordde de Heer Dashwood, +"die soort van jaarlijksche inkomstenvermindering te moeten +ondergaan. Zooals je moeder terecht zegt, op die manier is iemands +fortuin zijn eigendom niet. Verplicht te zijn tot geregelde betaling +van zoo'n som op elken betaaldag, is alles behalve prettig; 't beneemt +iemand zijn gevoel van onafhankelijkheid." + +"Zeer zeker; en per slot krijgt men er geen dank voor. Zij denken +dat ze zeker zijn van hun geld; je doet niet meer dan ze verwachten, +en dankbaar zijn ze in 't minst niet. Als ik in je plaats was, dan zou +ik, wàt ik ook deed, geheel uit eigen vrijen wil doen; ik zou mij niet +willen binden, door een jaarlijksche toelage. Er kunnen jaren komen, +waarin 't ons heel slecht past om honderd, of zelfs vijftig pond te +missen van wat we noodig hebben voor eigen uitgaven." + +"Mij dunkt, dat je gelijk hebt, beste; 't zal beter zijn, als er +geen sprake is van een jaargeld in dit geval; wàt ik hun dan ook +bij gelegenheid eens zal geven, zal hen veel meer helpen dan een +jaarlijksche toelage; want ze zouden alleen maar op veel grooter voet +gaan leven, als ze zeker waren van een grooter inkomen, en zoodoende +zouden ze aan 't eind van 't jaar geen cent rijker zijn erdoor. Dat +zal stellig de beste manier zijn. Met een cadeautje van vijftig pond +zoo af en toe zullen ze nooit om geld verlegen zijn, en ik geloof +dat ik op die wijze ten volle de belofte aan mijn vader nakom." + +"Ja, zeker doe je dat. Eigenlijk, om je de waarheid te zeggen, ben +ik inwendig overtuigd, dat je vader in 't geheel niet bedoeld heeft, +dat je hun geld zoudt geven. Ik geloof stellig, die hulp, die hij op +het oog had, was niet anders, dan wat men natuurlijk van je zou mogen +verwachten; zooals bijvoorbeeld naar een geschikt huisje voor hen +uit te zien, hen te helpen bij 't verhuizen, en hun nu en dan eens +wat visch of wild te zenden, al naar 't seizoen. Ik durf wel wedden +dat hij niets meer dan dat bedoelde; en 't zou dan toch ook al héél +vreemd en onredelijk zijn geweest als dat wèl zoo was. Want bedenk +toch eens, man, hoe ruim en royaal je stiefmoeder en haar dochters +kunnen leven van de rente van zevenduizend pond, behalve die duizend +pond, die de meisjes ieder bezitten, en die hun elk vijftig pond in +'t jaar opbrengen, waarvan ze natuurlijk hun moeder voor kost en +inwoning zullen betalen. Alles met elkaar gerekend zullen ze samen +vijfhonderd pond hebben in 't jaar, en wat ter wereld kunnen vier +vrouwen meer begeeren? Ze zullen zoo goedkoop leven! Hun huishouden zal +letterlijk niets kosten. Ze zullen geen rijtuig houden, geen paarden, +en bijna geen dienstboden; ze zullen geen menschen zien, en dus in +'t geheel geen onkosten hebben! Denk eens, hoe ruim ze zich zullen +kunnen bewegen! Vijfhonderd pond in 't jaar! Bepaald, ik kan mij niet +voorstellen hoe ze ook maar de helft ervan zullen uitgeven, en dat +ze van jou nog meer zouden krijgen, is te gek om aan te denken. Ze +zullen vrij wat eerder in staat zijn om iets te geven aan _jou_." + +"Ja, 't is waar," zei de Heer Dashwood; "je hebt groot gelijk. Vader +kan niets meer hebben bedoeld met zijn verzoek aan mij, dan wat je +zegt. Ik begrijp dat nu volkomen, en ik zal mijn belofte getrouw +vervullen door bewijzen van vriendelijkheid en hulp in den geest +zooals jij dat aangaf. Als moeder een ander huis gaat betrekken, +dan zal ik met genoegen mijn diensten aanbieden, om haar te helpen +zooveel in mijn vermogen is. Een of andere kleine attentie, een nieuw +meubelstuk of zoo, zal dan ook wel te pas komen." + +"O jawel," zei Mevrouw John Dashwood. "Mààr, één ding mag je daarbij +wèl in aanmerking nemen. Toen je vader en moeder naar Norland +verhuisden, werden wel de meubels van Stanhill verkocht; maar al het +porselein, zilver en linnen werden meegenomen, en zijn nu nagelaten +aan je moeder. Daardoor zal haar huis bijna geheel en al ingericht +zijn, zoodra ze 't gaat bewonen." + +"Dat legt gewicht in de schaal, zeer zeker. Een waardevol bezit!--Een +gedeelte van dat zilver zou buitengewoon goed te pas zijn gekomen +ter aanvulling van onzen eigen voorraad." + +"Ja, en 't ontbijtservies is oneindig mooier dan 't geen hier in huis +behoort. Veel te mooi, naar _mijn_ idee, voor welk huis ook, waarin +_zij_ ooit kunnen wonen. Maar dat is nu eenmaal niet anders. Je vader +dacht alleen aan _hen_. En dàt moet ik zeggen: je behoeft hem niet zoo +bijzonder dankbaar te zijn, of zijn wenschen zoo stipt na te komen; +want we weten best, dat hij, als hij maar kòn, bijna alles aan _hen_ +zou hebben nagelaten." + +Dàt argument was onweerlegbaar. Het verleende zijn plannen de +vastheid, die er te voren aan ontbrak, en ten slotte besloot hij, +dat het volkomen onnoodig, zoo niet bepaald ongepast zou zijn, meer +te doen voor de weduwe en kinderen van zijn vader, dan hun als goeden +buren de soort van attenties te bewijzen, waarop zijn eigen vrouw +hem gewezen had. + + + + + + +HOOFDSTUK III + + +Mevrouw Dashwood bleef verscheiden maanden te Norland; niet omdat zij +ongeneigd was te vertrekken, nadat het gezicht van elke welbekende +plek niet langer de heftige gemoedsbeweging veroorzaakte, die het een +tijdlang had opgewekt; want toen haar veerkracht terugkeerde, en haar +geest weer in staat was tot eenige andere krachtinspanning dan die +van hare droefheid te verlevendigen door weemoedige herinneringen, +verlangde zij sterk naar het vertrek, en was onvermoeid in haar +pogingen een geschikte woning te vinden in de buurt van Norland; +want zich ver van die geliefde plek te verwijderen scheen haar +onmogelijk. Maar zij kon geen verblijfplaats ontdekken die voldeed +aan haar eischen op 't punt van behagen en gemak, en die tevens +de goedkeuring wegdroeg van haar voorzichtige oudste dochter, wier +gezonder oordeel verschillende huizen, waarmee haar moeder zeer was +ingenomen, als te groot voor hun inkomen, verwierp. + +Mevrouw Dashwood had door haar man de plechtige belofte vernomen, +hem door zijn zoon te haren behoeve gedaan, en welke zijn laatsten +gedachten hier op aarde troost had geschonken. Zij twijfelde +evenmin aan de oprechtheid van die verzekering, als haar man zelf +had gedaan, en ter wille van hare dochters schonk de gedachte eraan +haar voldoening; hoewel zij, wat haarzelve betrof, overtuigd was, dat +een veel geringere som dan zevenduizend pond voldoende zou zijn om +haar een ruim bestaan te verschaffen. Ook terwille van hun broeder, +terwille van zijn eigen hart verheugde zij zich; en zij verweet +zichzelve, dat zij vroeger zijn verdienste geen recht had laten +weervaren, toen zij hem niet in staat achtte tot edelmoedigheid. Zijn +voorkomend gedrag jegens haar en zijne zusters overtuigde haar, dat +hun welzijn hem ter harte ging, en langen tijd vertrouwde zij vast +op zijn vrijgevige bedoelingen. + +De minachting, die zij reeds aan 't begin hunner kennismaking gevoeld +had voor haar schoondochter, werd zeer versterkt door de diepere kennis +van haar karakter, die een verblijf van een half jaar in haar gezin +haar deed verwerven, en misschien zouden, ondanks alle bedenkingen, +ingegeven door beleefdheid en moederlijke genegenheid van de zijde der +oudere dame, die twee het onmogelijk hebben bevonden het zoolang met +elkander uit te houden, wanneer niet eene bijzondere omstandigheid +in de oogen van Mevrouw Dashwood, het steeds meer verkieselijk had +doen schijnen, dat haar dochter vooreerst te Norland zou blijven. + +Die omstandigheid was een toenemende wederzijdsche genegenheid +tusschen haar oudste meisje en den broeder van Mevrouw John Dashwood, +een beschaafden en beminnelijken jongen man, dien zij hadden leeren +kennen kort na zijn zuster's komst te Norland, en die sedert dien +tijd veel bij hen aan huis kwam. + +Sommige moeders zouden dien vertrouwelijken omgang hebben aangemoedigd +uit eigenbelang; want Edward Ferrars was de oudste zoon van een man, +die schatrijk was gestorven; en andere zouden dien hebben tegengegaan +uit voorzichtigheid; want op een geringe som na, hing zijn geheele +fortuin af van het testament zijner moeder. Doch Mevrouw Dashwood +liet zich door geen dier beide opvattingen beïnvloeden. Voor haar +was het genoeg, dat hij een aangenamen indruk maakte, dat hij hare +dochter liefhad, en dat Elinor die voorkeur beantwoordde. Het zou in +strijd zijn geweest met al haar beginselen, dat verschil in fortuin +eenig paar gescheiden zou kunnen houden, dat door gelijkgestemdheid +zich tot elkaar voelde aangetrokken; en dat Elinor's verdienste niet +zou worden gewaardeerd door ieder die haar kende, dat ging boven haar +begrip. Edward Ferrars bezat overigens, om zich hunne goede meening +te verwerven, geen bijzondere gaven, wat zijn persoon of optreden +betrof. Bijzonder knap van uiterlijk was hij niet, en zijn manieren +werden eerst aangenaam als hij zich op zijn gemak gevoelde. Hij +was te verlegen om goed tot zijn recht te komen; maar als hij zijn +aangeboren bedeesdheid had overwonnen, leverde zijn gedrag in elk +opzicht de bewijzen van een openhartige en warme natuur. Zijn verstand +was goed, en zijne opvoeding had het degelijk geoefend. Doch noch +door zijn aanleg, noch door zijne neigingen was hij geschikt, de +wenschen te vervullen van zijne moeder en zuster, die verlangden hem +te zien uitblinken--als--zij wisten zelven eigenlijk niet wat. Zij +wilden dat hij een goed figuur zou slaan in de wereld op de eene of +andere manier. Zijn moeder begeerde dat hij belang zou stellen in +politiek, dat hij lid van het parlement zou worden, of in aanraking +zou komen met sommigen der groote mannen van zijn tijd. Dat wenschte +Mevrouw John Dashwood eveneens; doch voorloopig, tot een van die +hoogere zegeningen hem zou kunnen ten deel vallen, zou háár eerzucht +tevreden gesteld zijn, als zij hem in een eigen barouchette had kunnen +zien rijden. Maar Edward's neigingen gingen niet uit naar groote +mannen of barouchettes. Al zijn wenschen hadden tot hun middenpunt +huiselijke gezelligheid en de rust van het gezinsleven. Gelukkig had +hij een jongeren broeder, van wien meer te verwachten viel. Edward was +reeds meerdere weken bij hen gelogeerd geweest, eer Mevrouw Dashwood +eigenlijk goed op hem lette; want zij was in die dagen zóó bedroefd, +dat zij voor hare omgeving in 't geheel geen oog had. Zij zag alleen, +dat hij rustig was en zich achteraf hield, en dat beviel haar in +hem. Hij verstoorde haar diepe verslagenheid van geest niet door te +onpas gesprekken te beginnen. Zij kreeg voor 't eerst aanleiding +om op hem te letten en nog gunstiger over hem te gaan denken door +eene opmerking, die Elinor op zekeren dag toevallig maakte over het +verschil tusschen hem en zijn zuster. Die tegenstelling was voor haar +moeder de allerwelsprekendste aanbeveling. "O, dat is genoeg," zei ze; +"wanneer je Zegt, dat hij niet op Fanny lijkt, dan is dat al genoeg +voor mij. Dat sluit alles in wat beminnelijk is. Nu houd ik al veel +van hem." + +"Ik denk wel dat u hem graag zult mogen lijden," zei Elinor, "als u +hem beter leert kennen." + +"Mogen lijden!" antwoordde haar moeder, met een glimlach. "Ik voor +mij kan geen gevoel van waardeering koesteren dat beneden warme +genegenheid blijft." + +"U zoudt achting voor hem kunnen voelen." + +"Ik heb nooit geweten wat het was, achting en liefde van elkander +te scheiden." + +Mevrouw Dashwood gaf zich nu moeite, hem nader te leeren kennen. Zij +bezat innemende manieren, en zette hem spoedig op zijn gemak. Vlug +genoeg zag zij zijn verdiensten in; haar overtuiging dat hij Elinor +genegen was, verhoogde misschien haar doorzicht; maar zij was van zijn +innerlijke waarde ten stelligste overtuigd, en zelfs dat bedaarde in +zijn houding, dat indruischte tegen al haar overgeleverde begrippen +omtrent de wijze waarop een jonge man zich behoorde voor te doen, +bleef niet meer zoo oninteressant, nu zij wist dat hij een warm hart +had en een liefhebbenden aard. + +Niet zoodra had zij de eerste aanduiding van verliefdheid bespeurd +in zijn houding jegens Elinor, of zij beschouwde hun ernstige +genegenheid als een uitgemaakte zaak, en zag hun huwelijk, als +binnenkort aanstaande, met blijdschap tegemoet. + +"Over een paar maanden, Marianne," zei ze, "zal Elinor waarschijnlijk +al haar eigen thuis hebben gevonden. Wij zullen haar missen; maar +zij zal gelukkig zijn." + +"O mama! hoe zullen we 't zonder haar stellen?" + +"Lieve kind, men kan het haast geen scheiding noemen. We zullen +maar een paar mijlen van elkaar af wonen, en elkaar iederen dag +ontmoeten. Je krijgt nu een broer,--een echten, hartelijken broer. Van +Edward's goede hart heb ik de hoogste verwachtingen. Maar je kijkt +ernstig, Marianne; heb je iets aan te merken op je zuster's keuze?" + +"Misschien," zei Marianne, "mag ik mij er wel een weinigje over +verwonderen. Edward is heel aardig, en ik houd ook veel van hem. Maar +toch, hij is niet de soort van jonge man... er ontbreekt hem iets, +zijn persoonlijkheid is niet opvallend--hij heeft niets van de bekoring +die ik dacht, dat moest uitgaan van een man, die mijn zuster's ernstige +genegenheid kon winnen. Er is in zijn oogen niets van dien geest, van +dat vuur, dat zoowel deugd als intellectueele begaafdheid verraadt. En +dan bovendien nog, mama, ik ben bang dat hij eigenlijk geen goeden +smaak heeft. Om muziek schijnt hij weinig te geven, en al bewondert +hij nog zoozeer Elinor's teekeningen, 't is niet de bewondering +van iemand, die hun waarde beoordeelen kan. Men kan duidelijk zien, +al neemt hij ook gedurig notitie van haar als ze aan het teekenen +is, dat hij er eigenlijk in 't geheel geen verstand van heeft. Hij +bewondert als minnaar, niet als een kenner. Om mij te voldoen, zouden +die beide eigenschappen vereenigd moeten zijn. Ik zou niet gelukkig +kunnen zijn met een man, wiens smaak niet in elk opzicht met den mijne +overeenkwam. Hij zou in al mijn gevoelens moeten kunnen komen, dezelfde +boeken, dezelfde muziek zouden ons beiden moeten bekoren. O mama, wat +was Edward's houding mat en flauw en lauw, toen hij ons gisterenavond +voorlas! Ik vond het verschrikkelijk voor Elinor. Maar zij verdroeg het +met de grootste kalmte; 't scheen wel of ze 't niet eens opmerkte. Ik +kon haast niet op mijn stoel blijven zitten. Die prachtige verzen, die +mij dikwijls zoo woest opgewonden hebben gemaakt, te hooren voordragen +met zoo'n onverzettelijke kalmte, zoo'n akelige onverschilligheid!" + +"Als het eenvoudig en vloeiend proza was geweest, dat zou hij stellig +meer tot zijn recht hebben doen komen. Ik dacht het al; maar jij +_moest_ hem juist Cowper geven." + +"Ja, ziet u, mama--als Cowper hem nog niet in vuur brengt!--maar we +moeten bedenken, dat smaken verschillen. Elinor's gevoelens zijn niet +de mijne; daarom kan zij zooiets over 't hoofd zien, en gelukkig +met hem worden. Maar 't zou _mijn_ hart hebben gebroken, als ik +van hem hield, om hem te hooren lezen met zóó weinig gevoel. Mama, +hoe meer ik de wereld leer kennen, des te vaster ben ik overtuigd, +dat ik nooit een man zal ontmoeten, dien ik werkelijk liefhebben +kan. Ik stel zulke hooge eischen! Hij moet al de deugden van Edward +bezitten, en zijn persoon en manieren moeten zijn goedheid alle +denkbare bekoring verleenen." + +"Vergeet niet, kindje, dat je nog geen zeventien bent. 't Is nog te +vroeg om aan dat geluk te wanhopen. Waarom zou het je minder goed gaan +in dat opzicht dan je moeder? In één enkel opzicht alleen, Marianne, +hoop ik, dat je lot van het hare verschillen zal." + + + + + + +HOOFDSTUK IV + + +Wat is het toch jammer, Elinor," zei Marianne, "dat Edward geen +plezier in teekenen heeft." + +"Geen pleizier in teekenen?" antwoordde Elinor; "waarom dacht je +dat? Hij teekent zelf niet; dat is waar; maar hij ziet heel graag, +dat anderen ermee bezig zijn, en ik verzeker je, dat het hem volstrekt +niet ontbreekt aan aangeboren smaak, hoewel hij geen gelegenheid heeft +gehad om dien te ontwikkelen. Als hij ooit was begonnen het te leeren, +dan geloof ik, dat hij heel goed zou hebben geteekend. Hij wantrouwt +zóózeer zijn eigen oordeel in zulke dingen; dat hij nooit graag zijn +meening uitspreekt over een schilderij of teekening; maar hij heeft +dien natuurlijken eenvoud en zuiverheid van smaak, die hem in den +regel juist den rechten weg wijzen." + +Marianne was bang haar te kwetsen en zweeg verder over dit onderwerp; +maar de soort van waardeering, die Elinor in hem beweerde te +bespeuren bij 't zien van teekeningen, door anderen vervaardigd, +geleek alles behalve op die opgewonden verrukking, die, in háár oogen, +alleen waard was, smaak genoemd te worden. Toch, al glimlachte zij +inwendig over dat wanbegrip, zij had eerbied voor haar zuster om de +blinde partijdigheid voor Edward, waaruit het voortsproot. "Ik hoop, +Marianne," ging Elinor voort, "dat je hem niet beschouwt als iemand, +die in 't algemeen weinig smaak heeft. Ik ben ook haast wel zeker, +dat dit niet het geval is, want je houding tegenover hem is hartelijk +en vertrouwelijk, en als je er zóó over dacht, dan weet ik wel, +dat je hem niet eens beleefd zoudt behandelen." + +Marianne wist niet recht wat ze zou zeggen. Zij wilde in geen geval +haar zuster grieven, en toch was het onmogelijk, te zeggen wat ze +niet meende. Op 't laatst antwoordde ze: + +"Je moet het me niet kwalijk nemen, Elinor, als mijn lof van hem niet +in elk opzicht overeenstemt met de overtuiging, die jij koestert +omtrent zijn verdiensten. Ik heb niet zooveel gelegenheid gehad om +van zijn meer intieme geestesrichting, zijn neigingen en zijn smaak +op de hoogte te komen als jij; maar ik ben één en al bewondering voor +zijn goedheid en zijn verstand. Hij is in mijn oogen zoo degelijk èn +beminnelijk als iemand maar zijn kan." + +"Nu," zei Elinor glimlachend, "zijn beste vrienden zouden niet +onvoldaan kunnen zijn met zulk een loftuiting. Mij dunkt, met méér +warmte hadt je je moeilijk kunnen uitdrukken." + +Marianne was blij, dat haar zuster zoo gemakkelijk bleek te voldoen. + +"Zijn verstand en zijn goedheid," ging Elinor voort, "kan dunkt mij, +niemand in twijfel trekken, die hem dikwijls genoeg heeft ontmoet +om een ongedwongen gesprek met hem te kunnen voeren. De helderheid +van zijn begrip en de uitnemendheid zijner beginselen blijven alleen +maar verborgen door die verlegenheid die hem zoo dikwijls tot zwijgen +noopt. Je weet genoeg van hem om zijn degelijken eigenschappen recht +te doen weervaren. Maar omtrent zijn meer intieme geestesrichting, +zooals je dat noemt, heb jij door toevallige omstandigheden minder +ervaren dan ik zelve. Hij en ik waren meermalen haast uitsluitend op +elkaar aangewezen, terwijl jij in beslag genomen werdt door moeder, +aan wie je al je liefdevolle aandacht wijdde. Ik was veel met hem +samen, ik verdiepte mij in zijn gevoelens, en vernam zijn meening +over onderwerpen van letterkunde en smaak; en over 't geheel +durf ik stellig te beweren, dat zijn geest zeer ontwikkeld is; +zijn vermogen om literatuur te genieten buitengewoon groot, zijn +verbeelding levendig, zijn opmerkingsgave juist en scherp, en zijn +smaak verfijnd en zuiver. Zijn begaafdheden in ieder opzicht vallen bij +nadere kennismaking evenzeer mee als zijn wijze van optreden en zijn +persoon. Op het eerste gezicht heeft hij waarlijk niets opvallends, +en uiterlijk kan men hem moeilijk een knap man noemen, eer men heeft +gelet op de uitdrukking van zijn oogen, die bijzonder aantrekkelijk +zijn, en iets liefs en goeds in zijn gezicht. Nu ken ik hem zóó goed, +dat ik hem werkelijk mooi vind, of ten minste bijna. Hoe denkt jij +erover, Marianne?" + +"Ik zal hem ook wel gauw mooi vinden, Elinor, al doe ik dat nu nog +niet. Als je mij zegt, dat ik van hem mag houden als een broer, +dan zal ik evenmin iets onvolmaakts zien in zijn gezicht, als nu +in zijn hart." Elinor schrikte bij die woorden, en 't speet haar, +dat ze zich onwillekeurig had laten verleiden, met zooveel warmte +van hem te spreken. Zij gevoelde wel, dat ze Edward bijzonder hoog +schatte. Ze geloofde dat die waardeering wederkeerig was; maar zij +had méér zekerheid noodig, indien Marianne's overtuiging omtrent +hun wederzijdsche genegenheid haar aangenaam zou zijn. Ze wist, als +Marianne en haar moeder één oogenblik iets gisten, dan waren ze in +'t volgende er zeker van;--dat bij haar beide wenschen hopen was, +en hoop gelijk stond met verwachting. Zij poogde haar zuster den +werkelijken stand van zaken te verklaren. + +"Ik wil niet ontkennen," zei ze; "dat ik hem bijzonder hoog stel,--dat +ik hem de grootste achting toedraag, en hem graag mag lijden." + +Marianne barstte verontwaardigd uit: + +"Achting toedragen! Mogen lijden! O Elinor, wat ben je koel! Erger +dan koel! Je schaamt je om anders te schijnen. Als je die woorden +nog weer durft noemen, dan ga ik zóó de kamer uit." + +Elinor kon niet nalaten te lachen. "Wees niet boos," zei ze, "en wees +maar zeker, dat ik je niet wilde grieven, door zoo kalm over mijn eigen +gevoelens te spreken. Geloof dan, dat ze sterker zijn dan ik beweerde; +geloof dat ze zóó zijn, als zijn verdiensten en het vermoeden van--de +hoop op zijn genegenheid voor mij, mij toestaan ze te koesteren, +zonder onvoorzichtigheid of dwaze inbeelding. Maar meer dan dat mag +je _niet_ gelooven. Ik ben volstrekt niet zeker van zijn gevoelens +jegens mij. Er zijn oogenblikken, waarop hun diepte twijfelachtig +schijnt, en eer zijn gemoedsgesteldheid mij volkomen is geopenbaard, +kan het je niet verwonderen als ik alles wensch te vermijden wat mijn +eigen voorkeur kan aanwakkeren, door die gewichtiger te achten of te +doen voorkomen dan zij is. In mijn hart gevoel ik weinig,--ik mag wel +zeggen bijna géén twijfel aan zijn genegenheid. Maar er zijn andere +dingen, behalve zijn neiging, die in aanmerking komen. Hij is volstrekt +niet onafhankelijk. Hoe zijn moeder werkelijk is, dat kunnen wij niet +weten; maar te oordeelen naar Fanny's uitlatingen nu en dan over haar +gedrag en haar meeningen, hebben wij ons nooit voorgesteld dat zij +heel beminnelijk zou zijn; en ik zou mij al zeer moeten vergissen, +als Edward zelf niet heel goed wist, dat hem veel moeilijkheden in +den weg zouden staan, als hij wenschte, een vrouw te trouwen, die +niet òf een groot fortuin bezat, of van zeer voorname afkomst was." + +Marianne was verbaasd, toen ze bemerkte, hoezeer haar moeder en +zijzelf in hun verbeelding de werkelijkheid hadden voorbij gestreefd. + +"Dus ben je wezenlijk niet met hem geëngageerd", zei ze. "Maar 't zal +toch stellig gauw gebeuren. Dat uitstel bezorgt ons in elk geval twee +voordeelen. Ik zal je zoo gauw niet verliezen, en Edward zal des te +beter gelegenheid hebben, om dien aangeboren smaak voor je geliefkoosde +bezigheid verder aan te kweeken, die toch zoo onontbeerlijk is voor +je toekomstig geluk. O! als je groote begaafdheid hem nog eens zóó +kon prikkelen en aanmoedigen, dat hij zelf nog teekenen leerde; +wat zou dàt heerlijk zijn!" + +Elinor had aan haar zuster gezegd, wat zij werkelijk meende. Zij kon +haar neiging tot Edward niet in zulk een gunstig licht beschouwen als +Marianne had gedaan. Er was af en toe een gebrek aan opgewektheid +in hem te bespeuren, dat, zoo het al geen onverschilligheid liet +doorschemeren, toch wees op iets, dat bijna even weinig goeds +beloofde. Twijfel aan haar genegenheid zou, bijaldien deze door hem +werd gekoesterd, niet meer dan onrust in hem behoeven te wekken. Het +was niet waarschijnlijk dat twijfel de oorzaak zou zijn van de +neerslachtigheid, die hem meermalen scheen te drukken. Een meer +gegronde reden ervoor zou kunnen bestaan in zijn afhankelijke positie +die hem belette aan zijne neiging toe te geven. Zij wist, dat zijne +moeder noch zorg droeg, hem voor het oogenblik een aangenaam tehuis +te verschaffen, noch hem de zekerheid wilde schenken, dat hij zelf +zich een gelukkig thuis zou mogen scheppen, zonder zich angstvallig +te schikken naar haar inzichten omtrent zijn maatschappelijken +vooruitgang. Daar zij dat alles wist, was het Elinor onmogelijk, +gerust te zijn op dit punt. Zij rekende er volstrekt niet op, dat zijn +genegenheid voor haar den doorslag zou geven; iets dat haar moeder en +zuster stellig verwachtten. Integendeel, hoe langer hun omgang duurde, +des te meer ging zij twijfelen aan den aard van zijn gevoel; en soms, +gedurende enkele minuten, die pijn deden, geloofde zij, dat het niet +meer dan vriendschap was. + +Doch, wáár dan ook de grenzen mochten zijn van dat gevoel, het was +voldoende om zijn zuster, toen zij het bespeurde, ongerust te maken, +en meteen (zooals bij haar iets van zelf sprekends was) uiterst +onbeleefd. Zij greep de eerste de beste gelegenheid aan om haar +schoonmoeder over het geval te onderhouden, en vertelde haar met +zooveel nadruk van haar broeder's mooie vooruitzichten; van Mevrouw +Ferrars' vast besluit dat haar beide zoons een goede partij zouden +doen, en van het gevaar dat jonge dames liepen, die probeerden hem +_in te palmen_; dat Mevrouw Dashwood noch kon doen alsof zij haar +niet begreep, noch zich dwingen om kalm te blijven. Zij gaf haar +een antwoord, dat duidelijk haar minachting deed blijken, en verliet +dadelijk de kamer, vastbesloten dat, ondanks allen last en onkosten +die zulk een onverwacht vertrek insloot, haar lieve Elinor geen week +langer zou blootgesteld zijn aan zulke kwaadaardige toespelingen. + +Terwijl zij in deze gemoedsgesteldheid verkeerde, werd haar over +de post een brief bezorgd, die een voorstel inhield, dat juist nu +bijzonder gelegen kwam. Het was een aanbieding, tegen een geringe +vergoeding, van een klein huis, dat toebehoorde aan een bloedverwant +van haar, een gezien grondbezitter in Devonshire. De brief was +van dezen heer zelf, en geschreven in een oprechten geest van +vriendschappelijke tegemoetkoming. Hij had gehoord, dat zij naar +een woning zocht, en hoewel het huis, dat hij haar thans aanbood, +slechts een eenvoudig landhuisje was, verzekerde hij haar, dat +alles eraan zou worden gedaan, wat noodig bleek, als de ligging en +omgeving haar aanstonden. Hij drong er ernstig op aan, na haar nadere +bijzonderheden omtrent huis en tuin te hebben medegedeeld, dat zij met +hare dochters naar Barton Park zou komen, zijn eigen woonverblijf, +van waaruit zij zich dan zelve kon vergewissen, of Barton Cottage, +want de huizen lagen in dezelfde gemeente, door eenige verandering +voor haar geschikt zou kunnen worden gemaakt. Hij scheen er werkelijk +op gesteld, hun een dienst te bewijzen, en de geheele toon van zijn +brief was zoo vriendelijk, dat zijne nicht zich niet anders dan +aangenaam erdoor getroffen kon gevoelen; te meer op dit oogenblik, +nu zij pijnlijk gegriefd was door het onhartelijk en ongevoelig +gedrag harer nadere familieleden. Tijd voor overleg of navraag had +zij niet noodig. Onder het lezen stond haar besluit reeds vast. De +ligging van Barton, in een graafschap, zoo ver verwijderd van Sussex +als Devonshire, die slechts een paar uur te voren een beletsel zou +zijn geweest, voldoende om op te wegen tegen elk denkbaar voordeel +dat de plaats aanbood, was thans haar voornaamste aanbeveling. Uit +de buurt te geraken van Norland was nu niet langer een ramp; het was +het doel van een vurig verlangen; het was een zegen, vergeleken bij de +ellende van nog langer de gast te zijn van haar schoondochter; en voor +altijd te vertrekken van die geliefde plek zou minder pijnlijk zijn +dan er te wonen, of er een bezoek te brengen, zoolang zulk eene vrouw +er meesteres was. Zij schreef onmiddellijk aan Sir John Middleton, +om haar dank te betuigen voor zijn vriendelijkheid, en hem mede te +deelen dat zij zijn voorstel aannam, en haastte zich daarna, beide +brieven aan hare dochters te laten zien, om zeker te zijn van hare +goedkeuring, eer haar antwoord werd verzonden. + +Elinor had altijd gedacht, dat het verstandiger zou zijn, als zij +zich vestigden op eenigen afstand van Norland, dan vlak in de buurt +van hunne tegenwoordige kennissen. In _dat_ opzicht bestond dus +voor haar geen reden, zich te verzetten tegen haar moeder's plan +om te verhuizen naar Devonshire. Ook het huis, zooals Sir John +Middleton het had beschreven, was zoo bescheiden van afmetingen, +en de huurprijs zoo bijzonder laag, dat zij in beide opzichten geen +recht had tot het opperen van eenig bezwaar; en zoo kwam het, dat +zij, hoewel het plan voor haar verbeelding weinig bekoorlijks had, +en het haar verder van Norland verwijderde dan zij wel wenschte, +geen poging deed om haar moeder te ontraden, den brief te verzenden, +waarin zij hare toestemming gaf. + + + + + + +HOOFDSTUK V + + +Zoodra haar antwoord was verzonden, gunde Mevrouw Dashwood zich het +genoegen, haar stiefzoon en zijn vrouw mee te deelen, dat zij een huis +had gevonden, en hen niet langer zou lastig vallen dan noodig was, +totdat alles in gereedheid was gebracht om het te betrekken. Zij +vernamen het bericht niet zonder verrassing. Mevrouw John Dashwood +zei niets; doch haar echtgenoot gaf beleefd zijn hoop te kennen, +dat zij niet ver van Norland wonen zou. + +Het was haar een groote voldoening te kunnen antwoorden, dat zij naar +Devonshire ging. Toen Edward dit hoorde, keerde hij zich haastig +naar haar om, en herhaalde, op een toon van verwondering en spijt, +die voor haar geen verklaring behoefde: "Naar Devonshire! Gaat u +werkelijk dáárheen? Zoo ver van hier? En naar welk gedeelte dan?" + +Zij beschreef de ligging van het nieuwe huis. Het was een kleine vier +mijlen ten Noorden van Exeter. + +"Het is maar een landhuisje," ging zij voort; "maar ik hoop er velen +van mijn vrienden te zullen ontvangen. Er kunnen gemakkelijk een +paar kamers worden aangebouwd; en als mijn kennissen er geen bezwaar +in zien, zoo ver te reizen om mij op te zoeken, dan zal ik dat zeer +zeker evenmin hebben om hen te herbergen." + +Zij besloot met een zeer vriendelijke uitnoodiging aan den Heer en +Mevrouw Dashwood om haar te Barton te bezoeken, en tot Edward richtte +zij die met nog meer hartelijkheid. Hoewel het onlangs met haar +schoondochter gevoerde gesprek haar had doen besluiten niet langer te +Norland te blijven dan onvermijdelijk was, het had niet den minsten +indruk op haar gemaakt in dàt opzicht, waarom het voornamelijk was +begonnen. Het was thans zoomin als vroeger haar bedoeling, Edward en +Elinor van elkaar te scheiden; en zij wenschte Mevrouw John Dashwood, +door deze opzettelijk tot haar broeder gerichte uitnoodiging, duidelijk +te toonen, hoe zij zich in 't minst niet bekommerde om het afkeurend +oordeel der laatste over deze verbintenis. + +De Heer John Dashwood verzekerde zijne moeder herhaalde malen, +hoe bijzonder het hem speet, dat zij een huis had gekozen, zóó ver +van Norland, dat hij haar met het vervoer van haar meubels niet van +dienst kon zijn. Hij voelde bij deze gelegenheid werkelijk eenige +gewetensknaging; want het eenig hulpbetoon, waartoe hij de vervulling +van de belofte aan zijn vader had beperkt, werd door deze schikking +feitelijk onuitvoerbaar. De verhuisboedel werd met de boot verzonden, +en bestond hoofdzakelijk uit huishoudlinnen, zilver, porselein en +boeken, benevens een mooie piano van Marianne. Mevrouw John Dashwood +zag de kisten met een zucht verdwijnen; zij kon niet nalaten het bitter +grievend te vinden, dat Mevrouw Dashwood, wier inkomen zoo gering was, +vergeleken bij het hare, toch nog enkele mooie meubels bezat. + +Mevrouw Dashwood huurde het huis voor een jaar; het was geheel +gemeubileerd, en zij kon het dadelijk betrekken. Aan geen van +beide zijden deed zich eenig bezwaar op bij de overeenkomst, en +zij wachtte slechts tot haar goed te Norland was gepakt en zij +haar toekomstig huishouden eenigszins geregeld had, eer zij naar +het Westen vertrok. Daar zij bijzonder vlug was in 't uitvoeren van +alles wat haar ter harte ging, nam dit niet veel tijd. De paarden, +die haar man haar had nagelaten, waren kort na zijn dood verkocht, +en daar zich thans een gelegenheid aanbood, haar rijtuig van de hand +te doen, stemde zij, op het ernstig aandringen harer oudste dochter, +erin toe, dit ook te verkoopen. Voor het gemak van haar kinderen zou +zij het liever hebben gehouden, als zij met haar eigen wenschen te rade +ging; maar Elinor's voorzichtigheid behield de overhand. Hare wijsheid +was het ook, die het getal hunner dienstboden beperkte tot drie--twee +meisjes en een knecht, die zij gemakkelijk konden vinden onder degenen, +die vroeger tot hun dienstpersoneel te Norland hadden behoord. + +De knecht en een van de dienstmeisjes werden dadelijk naar +Devonshire gezonden om het huis in orde te brengen tegen de komst +hunner meesteres; want daar Mevrouw Dashwood Lady Middleton in het +geheel niet kende, wilde zij liever aanstonds naar haar huisje gaan, +dan op Barton Park te logeeren, en zij vertrouwde zoo vast op Sir +John's omschrijving van het huis, dat zij niet eens nieuwsgierig +was, het zelf eens van nabij te zien, eer zij er haar intrek ging +nemen. Haar verlangen om Norland te verlaten werd voor vermindering +gevrijwaard door de blijkbare voldoening van hare schoondochter in +'t vooruitzicht van haar vertrek; eene voldoening, die slechts flauw +te verbergen werd gepoogd, door een koeltjes gedaan voorstel om dat +vertrek nog een weinig uit te stellen. Thans was de tijd gekomen dat de +belofte van haar stiefzoon, aan zijn vader gedaan, op het meest gepaste +oogenblik had kunnen vervuld worden. Daar hij verzuimd had het te doen, +toen hij het goed in bezit nam, kon hun vertrek uit zijn huis als het +meest geschikte tijdstip voor die vervulling worden aangemerkt. Doch +Mevrouw Dashwood begon in den laatsten tijd alle verwachtingen van +dien aard te laten varen en de overtuiging te koesteren, die zij +afleidde uit zijn algemeene opmerkingen in het gesprek, dat zijn +hulp zich niet verder uitstrekte dan de zes maanden huisvesting, +die hij hun had verleend te Norland. Hij praatte zooveel over de +toenemende duurte van het huishouden, en de aanhoudende onvoorziene +eischen aan zijn beurs, waaraan iemand van eenig aanzien in de wereld +was blootgesteld, dat het haast scheen, alsof hij eerder zelf geld +noodig had, dan dat hij eenig plan koesterde om het weg te schenken. + +Reeds een paar weken na den dag, waarop Sir John Middleton's eerste +brief te Norland werd ontvangen, was alles zoover gereed in hun +toekomstig verblijf, dat Mevrouw Dashwood en hare dochters de reis +erheen konden ondernemen. + +Vele tranen werden door hen gestort bij hun laatst vaarwel aan de plek, +die zij zoozeer hadden liefgehad. "Lief, lief Norland!" zei Marianne, +toen zij alleen rondom het huis zwierf, den laatsten avond: "wanneer +zal ik ophouden u te betreuren!--Wanneer zal ik geleerd hebben, mij +ergens anders thuis te gevoelen? Ach, gelukkig huis! kondt ge maar +weten hoe ik lijd, terwijl ik u aanschouw van deze plek, vanwaar ik +u misschien nooit meer zien zal!--En gij, welbekende boomen!--maar +gij zult hetzelfde blijven.--Geen blad zal verwelken omdat wij zijn +heengegaan, geen twijgje zal ophouden zich te bewegen, ofschoon wij +het niet meer kunnen aanzien! Neen; gij blijft dezelfde; onbewust +van de blijdschap of de treurigheid die gij wekt, en ongevoelig voor +eenige verandering in degenen, die wandelen onder uw schaduwrijk +loover! Maar wie blijft hier over om van u te genieten?"-- + + + + + + +HOOFDSTUK VI + + +Het eerste gedeelte van de reis werd afgelegd in een al te treurige +stemming, om anders dan vervelend en onaangenaam te zijn. Doch toen zij +het eind ervan naderden, won hun belangstelling in het voorkomen van de +streek, waar zij thans zouden wonen, het van hunne neerslachtigheid, +en het uitzicht op Barton Valley stemde hen bijna vroolijk. Het was +een mooie, vruchtbare plek, met veel bosschen en weiland. Na den loop +van het dal meer dan een mijl lang gevolgd te hebben, kwamen zij aan +hun eigen huis. Een klein omheind grasveld was al wat er bij behoorde +aan de voorzijde, en een eenvoudig hekje verleende hun toegang. + +Als huis beschouwd, was Barton Cottage, hoewel klein, toch geriefelijk +en beknopt; maar als landelijk buitenhuisje liet het te wenschen +over; daar het regelmatig van bouw en met pannen gedekt was, +terwijl noch de luiken groen waren geverfd, noch de muren begroeid +met kamperfoelie. Een smalle gang leidde recht door het huis naar +den daarachter gelegen tuin. Ter weerszijden van de voordeur was +een zitkamer van ruim vijf meter in het vierkant; daarachter lagen +de keuken met bijkeukens, en de trap. Verder waren er nog vier +slaapvertrekken en twee zolderkamers. Het was nog niet zeer lang +geleden gebouwd en goed onderhouden. Vergeleken bij Norland was het +wel héél nederig en klein!--doch de tranen, door die herinnering te +voorschijn geroepen bij hun binnentreden, waren spoedig gedroogd. De +blijdschap van de dienstboden over hunne komst vroolijkte hen een +weinig op, en ieder besloot terwille van de anderen zich verheugd +te toonen. Het was in 't begin van September; de mooiste tijd van +het jaar, en door de omgeving voor het eerst te zien bij goed weer, +ontvingen zij een gunstigen indruk, die belangrijk medewerkte om +hun blijvende goede meening er omtrent te bevestigen. Het huis was +aangenaam gelegen. Vlak er achter, en op geringen afstand aan beide +zijden, rezen hooge heuvels op; sommige vrij en open, met glooiende +hellingen, andere bebouwd en bedekt met bosch. Het dorp Barton lag +grootendeels op een dier heuvels, en leverde een aardig uitkijkje van +uit de vensters van het huis. Aan de voorzijde was het uitzicht ruimer; +men overzag van hier de geheele vallei, en zelfs een gedeelte van de +streek die eraan grensde. De heuvels, die het huisje omringden, sloten +het dal aan die zijde af; onder een anderen naam en in een andere +richting vertakte het zich weer, waar twee der hoogste samenkwamen. + +Over de grootte van het huis en over de meubileering was Mevrouw +Dashwood over 't geheel wel voldaan; want ofschoon haar vorige +levenswijze menige toevoeging aan het meubilair onontbeerlijk deed +schijnen, juist in dat aanschaffen en verfraaien had zij veel plezier; +en voor het oogenblik had zij genoeg gereed geld, om zich alles te +kunnen veroorloven wat vereischt werd, om haar vertrekken smaakvol +in te richten. "Wat het huis zelf betreft," zeide zij, "het is te +klein voor ons gezin; maar we kunnen ons voorloopig er vrij goed in +bewegen, en het is nu te laat in het jaar om verbeteringen aan te +brengen. Misschien kunnen we in 't voorjaar, als ik ruim bij kas ben, +zooals ik wel denk dat 't geval zal zijn, aan bouwen gaan denken. De +voorkamers zijn beide te klein voor het aantal gasten, dat ik hier +dikwijls hoop bijeen te zien, en ik denk erover om de gang met de eene +kamer te laten samenvallen, en misschien ook nog een gedeelte van +de andere, zoodat de overblijvende ruimte als vestibule kan dienen; +als daar dan een nieuwe salon wordt aangebouwd, wat gemakkelijk kan, +met nog een slaap- en zolderkamer erboven, dan wordt het werkelijk een +gezellig huisje. Als de trap nu maar mooier was. Maar men kan niet +alles verwachten; hoewel ik denk dat het niet moeilijk zou zijn die +te verbreeden. Ik zal eens zien hoe florissant het er uitziet met mijn +financiën in het voorjaar, en daarvan onze bouwplannen laten afhangen." + +Intusschen waren zij, totdat al die veranderingen zouden worden +bekostigd uit wat er gespaard kon worden op een inkomen van vijfhonderd +pond, door iemand, die nooit in haar leven sparen geleerd had, wel +zoo wijs om tevreden te zijn met het huis zooals het was, en ieder +van haar was druk bezig haar eigen zaakjes in orde te brengen, en te +pogen zich tusschen haar boeken en andere bezittingen een klein eigen +thuis te vormen. Marianne's piano werd uitgepakt en op de geschiktste +plaats gezet, en Elinor's teekeningen werden aan den wand gehangen +van hun zitkamer. + +In deze en dergelijke bezigheden werden zij den volgenden dag spoedig +na het ontbijt reeds gestoord door de komst van den huiseigenaar, +die hen kwam opzoeken om hen welkom te heeten te Baron en om hun +alles aan te bieden, wat _zijn_ huis en tuin opleverden, en waaraan +in de hunne voorloopig misschien gebrek was. Sir John Middleton was +een knap man van omstreeks veertig jaar. Hij was vroeger wel eens +te Stanhill gelogeerd geweest; maar dat was te lang geleden, dan dat +zijne nichtjes zich hem nog konden herinneren. Hij had een vroolijk, +vriendelijk gezicht, en zijn manieren waren even hartelijk als de +toon van zijn brief. Hun komst scheen hem werkelijk veel plezier te +doen en hun welzijn ging hem blijkbaar oprecht ter harte. Hij had +het druk over zijn welgemeenden wensch naar een prettigen gezelligen +omgang onder elkaar, en drong er zoo gul op aan, dat zij elken dag +op Barton Park zouden komen dineeren tot hun huis beter op orde +was, dat zij hem zijn dringend aanhouden niet kwalijk nemen konden, +zelfs waar het de grenzen der beleefdheid bijna overschreed. Zijn +vriendelijkheid bleef niet beperkt tot woorden; want nog geen uur +nadat hij was heengegaan kwam er een groote mand vol groente en fruit +van het Park; nog eer de dag voorbij was, gevolgd door een bezending +gevogelte. Hij verkoos volstrekt al hun brieven voor hen af te halen +en op de post te bezorgen, en wilde zich het genoegen niet laten +ontzeggen, hun elken dag zijn courant te sturen. + +Lady Middleton had door haar man een beleefde boodschap laten +zenden, waarin zij haar voornemen te kennen gaf, Mevrouw Dashwood een +bezoek te brengen, zoodra zij zeker was, dat dit haar geen last zou +veroorzaken, en daar die boodschap met een even beleefde uitnoodiging +werd beantwoord, werd de bewuste dame reeds den volgenden dag aan +hen voorgesteld. + +Zij waren natuurlijk zeer benieuwd iemand te leeren kennen, van wie +veel van hun genoegen te Barton zou afhangen; en het bevredigde +hun gespannen verwachtingen, te zien, dat zij er zeer elegant +uitzag. Lady Middleton was niet ouder dan zes- of zeven en twintig; +haar gezicht was knap; haar figuur imposant en forsch, en zij bewoog +zich gemakkelijk. Haar manieren bezaten al de bevalligheid, die +haar echtgenoot miste. Maar zij zouden toch hebben gewonnen door een +weinigje van zijn rondborstigheid en warmte, en haar bezoek duurde lang +genoeg om hun aanvankelijke bewondering eenigszins te doen verminderen, +toen zij bespeurden dat zij, ofschoon zeer beschaafde vormen bezittend, +teruggetrokken en koel was, en niets ten beste had te geven dan de +meest banale vragen en opmerkingen. + +Aan conversatie was overigens geen gebrek; want Sir John was uiterst +spraakzaam; en Lady Middleton had de wijze voorzorg genomen, haar +oudste kind mede te brengen, een mooi jongetje van omstreeks zes jaar; +zoodat er altijd één onderwerp overbleef, waartoe de dames in geval +van nood hare toevlucht konden nemen; want zij moesten natuurlijk +informeeren naar zijn naam en leeftijd, zijn aardig gezichtje +bewonderen, en hem vragen doen, die zijn moeder voor hem beantwoordde, +terwijl hij zich aan haar vastklemde en zijn hoofdje liet hangen, tot +groote verbazing van zijn mama, die niet kon begrijpen, waarom hij zoo +verlegen was in gezelschap, daar hij leven genoeg kon maken tehuis. Bij +elk officieel bezoek moest er eigenlijk een kind van de partij zijn, +bij wijze van reserve-onderwerp van gesprek. In het onderhavige geval +werden tien minuten besteed aan de vraag of de jongen het meest op zijn +vader of op zijn moeder geleek, en wààrin de bijzondere gelijkenis +op beiden bestond; want natuurlijk verschilden allen van meening, +en ieder was over de zienswijze der anderen zeer verbaasd. + +Weldra zouden de Dashwoods gelegenheid krijgen om ook over de andere +kinderen van meening te wisselen; daar Sir John niet wilde heengaan, +eer zij hem hadden beloofd den volgenden dag te komen eten op het Park. + + + + + + +HOOFDSTUK VII + + +Barton Park was ongeveer een halve mijl van hun huis gelegen. De dames +waren er langs gekomen op hun weg door het dal; maar van uit Barton +Cottage kon men het goed niet zien liggen, daar een vooruitstekende +heuvel het vrije uitzicht erop belette. Het huis was groot en mooi; +en de Middletons wisten in hun levenswijze gastvrijheid te paren aan +weeldevertoon. De eerste schonk voldoening aan Sir John, het tweede +aan zijne echtgenoote. Zij waren bijna nooit zonder logeergasten, en +zij zagen meer menschen van allerlei slag, dan eenige andere familie +in den omtrek. Voor beider geluk was dit noodzakelijk; want hoezeer +zij ook verschilden in hun geaardheid en hun wijze van optreden, +zij geleken sterk op elkander in dat volslagen gebrek aan talent en +smaak, dat hunne bezigheden, buiten die, welke samenhingen met het +gezelschapsleven, binnen een zeer engen kring beperkte. Sir John +was liefhebber van sport, Lady Middleton was moeder. Hij jaagde en +schoot; zij verwende haar kinderen; en op die genoegens waren zij, wat +henzelf betrof, aangewezen. Lady Middleton had dit op haar man vóór, +dat zij hare kinderen het geheele jaar door kon bederven, terwijl Sir +John's zelfstandige bedrijvigheid slechts de helft van dien tijd in +beslag nam. Een aanhoudend "bezet zijn," echter, in hun eigen huis +en daarbuiten, vulde alle leemten aan van natuur en opvoeding; hield +Sir John in een goed humeur, en schonk zijn vrouw gelegenheid uit te +blinken door haar beschaafde omgangsvormen. Lady Middleton was zeer +trotsch op de onberispelijkheid van haar diners, en op de geheele +inrichting van haar huishouding, en uit die soort van ijdelheid +sproot haar grootste genoegen voort in de partijen, die zij plachten +te geven. Maar Sir John's behagen in gezelligen omgang was èchter; +hij deed niets liever dan meer jongelui om zich heen verzamelen, dan +zijn huis bergen kon, en hoe meer leven ze maakten, hoe beter het hem +aanstond. Hij was een zegen voor de heele jeugd in den omtrek; want +in den zomer beraamde hij altoos uitstapjes, waarbij in de open lucht +veel koude kip en ham werd verorberd, en in den winter was het aantal +danspartijen dat hij gaf, voldoende om elke jonge dame te bevredigen, +die niet leed aan den onverzadelijken danshonger der vijftienjarigen. + +De komst van een nieuwe familie in den omtrek was voor hem altijd een +groot genoegen, en hij was in ieder opzicht verrukt van de bewoners, +die hij voor zijn huisje te Barton gewonnen had. De meisjes Dashwood +waren jong, mooi, en eenvoudig. Dat was genoeg om zijn goede meening +te verwerven, want eenvoudigheid was al wat een mooi meisje behoefde, +om haar geest even bekoorlijk te doen zijn als haar persoon. Zijn +welwillende inborst deed hem een genoegen erin vinden juist hun +van dienst te zijn, wier omstandigheden, vergeleken bij vroeger, als +betrekkelijk minder gunstig mochten beschouwd worden. Hij smaakte dus, +door zijnen nichten vriendelijkheid te bewijzen, de oprechte voldoening +van een goed hart; en dat hij een gezin, uit enkel vrouwen bestaande, +in zijn huisje had geïnstalleerd, bevredigde hem in zijn kwaliteit +van jachtliefhebber; want een beoefenaar van die sport moge dan al +enkel dien leden zijner eigen sekse achting toedragen, die eveneens +jagers zijn, hij zal niet licht verlangen hen aan te moedigen in hun +liefhebberij, door hun een vaste woonplaats te verschaffen op zijn +eigen grondgebied. + +Mevrouw Dashwood en hare dochters werden reeds aan de voordeur door +Sir John begroet, die hen met ongekunstelde hartelijkheid welkom +heette op Barton Park, en terwijl hij hen naar den salon geleidde, +den jongen dames opnieuw zijn spijt betuigde, zooals hij den dag te +voren ook reeds had gedaan, dat hij geen aardige jongelui had kunnen +inviteeren, om kennis met hen te maken. Ze zouden, behalve hemzelf, +hier maar één heer aantreffen; een goeden vriend van hem, die bij hen +logeerde, maar die noch heel jong, noch heel vroolijk was. Hij hoopte +dat zij het met hun klein kringetje zouden voor lief nemen, en kon hun +verzekeren, dat het nooit weer zoo zou treffen. Hij had dien morgen +verschillende families opgezocht, in de hoop om het aantal gasten met +enkele te vermeerderen; maar het was lichte maan; en dan had iedereen +invitaties te kust en te keur. Gelukkig was Lady Middleton's moeder +voor een uurtje aangekomen, en daar zij een heel vroolijke en lieve +vrouw was, hoopte hij, dat de jonge dames zich niet zoo erg zouden +vervelen als zij nu wel moesten verwachten. De jonge dames, zoowel +als hare moeder, waren volkomen tevreden met het vooruitzicht twee +geheel onbekenden te zullen ontmoeten, en verlangden niet naar meer. + +Mevrouw Jennings, Lady Middleton's moeder, was een guitige, vroolijke, +dikke, bejaarde dame, die veel praatte, blijkbaar pleizier in haar +leven had, en wier beschaving wel iets te wenschen overliet. Zij deed +niets dan grappen maken en lachen, en had eer het diner was afgeloopen, +al veel geestigheden ten beste gegeven over het onderwerp minnaars en +echtgenooten; zij hoopte dat de meisjes haar harten niet in Sussex +hadden achtergelaten, en beweerde dat ze hen zag blozen, of ze dat +deden of niet. Marianne ergerde zich terwille van haar zuster, en +keek naar Elinor, om te zien hoe zij zich hield onder die plagerij, +met een bezorgdheid, die Elinor veel meer pijn deed, dan Mevrouw +Jennings' banale aardigheden haar hadden kunnen veroorzaken. + +Kolonel Brandon, de vriend van Sir John, scheen, naar zijn manier van +doen te oordeelen, al even weinig geschikt om diens vriend te zijn, +als Lady Middleton paste als zijn vrouw, of Mevrouw Jennings als Lady +Middleton's moeder. Hij was ernstig en stil. Zijn uiterlijk was echter +niet afstootend; hoewel hij in de oogen van Marianne en Margaret een +echte oude vrijer was, die de vijf en dertig al achter den rug had; +maar al was hij dan niet bepaald mooi, hij had een verstandig gezicht, +en bijzonder aangename en beschaafde manieren. + +Er was niemand onder het gezelschap, die de Dashwoods bijzonder +aantrok; maar de koele onbeduidendheid van Lady Middleton was zoo +buitengewoon afstootend, dat daarbij vergeleken de ernst van Kolonel +Brandon en zelfs de luidruchtige vroolijkheid van Sir John en zijn +schoonmoeder bijna boeiend mochten genoemd worden. Lady Middleton +scheen eerst op dreef te komen, toen aan het dessert haar vier drukke +kinderen binnenkwamen, die op haar hingen, haar kleeren bedierven en +verder elk gesprek onmogelijk maakten, dat niet henzelf betrof. Toen +het later in den avond bleek, dat Marianne aan muziek deed, werd haar +verzocht om iets vóór te spelen. De piano werd opengesloten, ieder +maakte zich gereed om verrukt te zijn, en Marianne, die heel goed zong, +nam op hun verzoek de meeste liederen door, die Lady Middleton bij +haar huwelijk in de familie had meegebracht, en die misschien al dien +tijd onaangeroerd op de piano hadden gelegen; want de bewuste dame +had ter eere van die heugelijke gebeurtenis de muziek laten varen, +hoewel zij, naar haar moeder beweerde, prachtig te spelen placht, +en er, volgens haar eigen verklaring veel van hield. + +Marianne's voordrachten werden zeer toegejuicht. Sir John betuigde +even luidruchtig zijn bewondering aan 't slot van elk lied, als hij +gepraat had met de anderen, zoolang het duurde. Lady Middleton riep +hem herhaaldelijk tot de orde; kon maar niet begrijpen, hoe iemands +aandacht één oogenblik van muziek kon afdwalen, en vroeg Marianne een +geliefdkoosd lied van haar te zingen, dat de laatste juist geëindigd +had. Kolonel Brandon was de eenige van het gezelschap, die haar +aanhoorde zonder nu juist zoo verrukt te schijnen. Het eenig compliment +dat hij haar maakte was zijn aandachtig luisteren; en zij voelde +bij die gelegenheid een eerbied voor hem, waarop de anderen waarlijk +alle aanspraak hadden verloren, door dat zonder eenige schaamte aan +den dag leggen van hun gebrek aan smaak. Zijn genoegen in muziek, +hoewel niet in de verte gelijkend op de enthousiaste verrukking, die +zij alleen als gelijkwaardig kon beschouwen aan haar eigen gevoel, +viel te waardeeren, wanneer men het vergeleek bij de afgrijselijke +ongevoeligheid van de anderen, en zij was redelijk genoeg, om toe +te geven dat een man van vijf en dertig jaar allicht te oud was +geworden om nog vatbaar te zijn voor intense gemoedsbeweging of een +verfijnd vermogen tot genieten. Zij was volkomen bereid, den kolonel +te beschouwen met al de toegevendheid voor zijn gevorderden leeftijd, +die haar menschelijk rechtvaardigheidsgevoel van haar eischte. + + + + + + +HOOFDSTUK VIII + + +Mevrouw Jennings was een weduwe, met een ruim inkomen. Zij had slechts +twee dochters, die ze beiden tot haar voldoening, een goed huwelijk had +doen sluiten, en zij had dus thans niet anders meer te doen dan alle +andere menschen onder elkaar uit te huwelijken. Tot het bevorderen van +dit doel was zij ijverig werkzaam, zooveel in haar vermogen was, en +liet geen gelegenheid voorbijgaan om huwelijken te beramen tusschen +alle jongelieden die zij kende. Zij was merkwaardig vlug in het +ontdekken van genegenheden, en had meermalen 't genoegen gesmaakt, +den blos van gevleide ijdelheid eener jonge dame te voorschijn te +roepen, door toespelingen op den indruk, door haar op dezen of genen +heer gemaakt; en die soort van scherpzinnigheid stelde haar in staat, +al spoedig na haar aankomst te Barton met beslistheid te verklaren, +dat Kolonel Brandon heel erg verliefd was op Marianne Dashwood. Zij +had er al eenig vermoeden van, den allereersten avond dat ze elkaar +ontmoetten, omdat hij zoo aandachtig naar haar zingen had geluisterd; +en toen de Middletons het bezoek beantwoordden, door bij Mevrouw +Dashwood te komen eten, werd dat vermoeden bewaarheid, want hij was +weer één en al oor. Het moest wel. Ze was er stellig zeker van. Ze +pasten uitmuntend bij elkaar, want _hij_ was rijk, en _zij_ was +mooi. Mevrouw Jennings was al verlangend geweest om Kolonel Brandon +gelukkig getrouwd te zien, van 't oogenblik af, dat zij hem door Sir +John had leeren kennen; en zij bezorgde altoos graag aan ieder mooi +meisje een goeden man. + +Voor haar zelf was hieraan een niet gering onmiddellijk voordeel +verbonden. Want het leverde haar stof tot onuitputtelijke grappen op +hunne kosten. Op Barton Park lachte zij om den kolonel, en in Barton +Cottage om Marianne. Den eersten liet haar scherts, waarschijnlijk, +wat hèm betrof, volkomen onverschillig; voor de laatste bleef zij in +'t begin totaal onbegrijpelijk, en toen zij eindelijk de bedoeling +had gevat, wist ze niet recht, of ze zou lachen om de dwaasheid van +die voorstelling, of boos worden om de onbescheidenheid ervan; want +zij beschouwde het als een hartelooze bespotting van des kolonels +gevorderden leeftijd en zijn beklagenswaardigen staat van ongetrouwd +oud heer. + +Mevrouw Dashwood, voor wie een man, die vijf jaar jonger was dan +zijzelve, moeilijk zóó stokoud kon zijn, als hij toe scheen aan de +jeugdige verbeelding harer dochter, trachtte Mevrouw Jennings te +zuiveren van de verdenking, dat zij hem om zijn hoogen leeftijd had +willen bespotten. + +"Maar mama, u kunt de dwaasheid van die beschuldiging toch niet +ontkennen, al gelooft u, dat ze niet opzettelijk kwaad bedoeld +was. Kolonel Brandon is jonger dan Mevrouw Jennings, dat is waar; maar +hij is oud genoeg om _mijn_ vader te zijn, en als hij ooit levendig +genoeg geweest is om verliefd te wezen, dan moet hij nu toch veel te +oud zijn geworden voor eenige gewaarwording van dien aard. 't Is àl +te belachelijk! Wanneer zal iemand toch bewaard blijven voor zulke +geestigheden, als zijn ouderdom en de gebreken ervan hem niet eens +meer beschermen?" + +"Gebreken!" zei Elinor; "noem je Kolonel Brandon misschien +gebrekkig? Ik kan me wel voorstellen, dat hij in jouw oogen heel +wat ouder lijkt dan in die van moeder; maar je kunt je toch moeilijk +wijsmaken, dat hij 't gebruik van zijn ledematen mist?" + +"Hoorde je hem dan niet klagen over rheumatiek? En is dat niet de +meest voorkomende kwaal van den ouderdom?" + +"Mijn lieve kind," zei haar moeder lachend, "op die manier moet +je wel aanhoudend beangst zijn over _mijn_ verval van krachten, en +'t moet je wel een wonder schijnen, dat ik den hoogen leeftijd van +veertig jaren heb mogen bereiken." + +"Mama, dat is nu niet eerlijk tegenover mij. Ik weet best, dat Kolonel +Brandon nog niet zoo oud is, dat zijn vrienden moeten vreezen hem te +verliezen door den eisch der natuur. Hij kan nog wel twintig jaar +leven. Maar als men vijf en dertig is, komt men voor trouwen niet +meer in aanmerking." + +"Misschien," zei Elinor, "moesten vijf en dertig en zeventien maar +liever niet samengaan, als er van trouwen sprake is. Maar als het +toevallig zoo eens uitkwam, dat een vrouw op zeven en twintig jarigen +leeftijd nog ongetrouwd was gebleven, dan dunkt mij niet, dat het voor +een huwelijk tusschen _haar_ en Kolonel Brandon een beletsel zou zijn, +dat hij vijf en dertig is." + +"Een vrouw van zeven en twintig jaar," zei Marianne, na een oogenblik +zwijgens, "kan onmogelijk meer hopen liefde te gevoelen of in te +boezemen; en als zij geen aangenaam thuis heeft, of weinig geld, dan +kan ik mij voorstellen, dat zij de taak van een verpleegster gelaten +zou aanvaarden, terwille van haar verzekerde toekomst en gevestigde +positie als getrouwde vrouw. Als hij zulk een vrouw trouwde, dan +zou daar niets ongepasts in zijn. Een verdrag, aangegaan tot beider +voordeel, terwijl de wereld zou zijn tevredengesteld. In mijn oogen zou +het in 't geheel geen huwelijk zijn, maar dat doet er natuurlijk niet +toe. Voor mij zou het een handelsovereenkomst schijnen, waarbij beide +partijen zichzelf wenschten te bevoordeelen, ten koste der andere." + +"Ik weet het wel, 't is onmogelijk," antwoordde Elinor, "je te +overtuigen, dat een vrouw van zeven en twintig voor een man van vijf +en dertig ook maar iets kan voelen, dat genoeg op liefde lijkt, om +haar hem tot een wenschelijk levensgezel te doen verkiezen. Maar +ik kom er toch tegenop, dat je Kolonel Brandon en zijn vrouw tot +voortdurende opsluiting in een ziekenkamer zoudt willen veroordeelen; +alleen maar, omdat hij gisteren (op een erg kouden, vochtigen dag) +een beetje klaagde over wat rheumatiek in zijn eenen schouder." + +"Maar hij had het over flanellen vesten," zei Marianne; "en voor mij +is een flanellen vest onvermijdelijk verbonden aan pijnen, zinkingen, +rheumatiek en alle soorten van kwalen, waar mee oude en zwakke menschen +behept zijn." + +"Had hij maar hevige koorts gehad, dan zou je niet half zoo +verachtelijk op hem hebben neergezien. Beken 't maar, Marianne, is er +niet iets buitengewoon interessants voor je in de gloeiende wangen, +holle oogen, en gejaagden pols van een koortslijder?" + +Kort daarna, toen Elinor uit de kamer was gegaan, zei Marianne: +"Mama, van ziekte gesproken; ik ben op dat punt ongerust, ik zal +'t u maar eerlijk zeggen. Ik geloof stellig, dat het met Edward +Ferrars niet in orde is. We zijn hier nu al haast veertien dagen, +en nog komt hij niet. Ongesteldheid alleen kan de oorzaak zijn van +dat allervreemdste uitstel. Wat kan hem anders te Norland terughouden?" + +"Hadt je dan verwacht, dat hij zóó gauw zou komen?" zei Mevrouw +Dashwood. "Ik niet. Integendeel, zoo ik al eenige bezorgdheid op +dat punt heb gekoesterd, dan was dat, wanneer ik mij herinnerde, hoe +hij soms opvallend weinig opgewektheid of genoegen toonde, wanneer +ik erover sprak, dat hij ons in Barton zou bezoeken. Geloof je, +dat Elinor hem nu al verwacht?" + +"Ik heb er nooit met haar over gesproken; maar natuurlijk doet ze dat." + +"Daarin zou je je wel kunnen vergissen; want toen ik gisteren +iets tegen haar zei over 't plaatsen van een nieuwen haard in de +logeerkamer, vond ze, dat daar niet bepaald haast bij was; want het +was niet waarschijnlijk, dat die kamer vooreerst gebruikt zou worden." + +"Hoe vreemd toch! Wat zou het beduiden? Maar hun geheele houding +tegenover elkaar vond ik onverklaarbaar in den laatsten tijd. Wat +namen ze koel en bedaard afscheid! Wat hadden ze elkaar weinig +te zeggen op den laatsten avond van hun samenzijn! Edward nam van +Elinor niet anders afscheid dan van mij; 't was alsof een hartelijk +gezinde broer ons beiden het beste wenschte. Tweemaal heb ik hen den +laatsten morgen met opzet alleen gelaten, en beide keeren ging hij, +zonder de minste reden, na mij de kamer uit. En Elinor schreide niet, +zooals ik, toen ze Norland èn Edward verliet. Zelfs nu verliest zij +nooit haar zelfbeheersching. Wanneer is zij ooit terneergeslagen +of droefgeestig? Wanneer tracht zij het gezelschap van vreemden +te vermijden, of schijnt in hunne tegenwoordigheid rusteloos en +onvoldaan?" + + + + + + +HOOFDSTUK IX + + +De Dashwoods hadden zich thans te Barton behagelijk ingericht. Met het +huis en den tuin, zoowel als de geheele omgeving, waren zij vertrouwd +geraakt, en de geregelde dagelijksche bezigheden, die de helft der +bekoring van Norland hadden uitgemaakt, werden hervat, met veel meer +genoegen, dan zij er ooit meer te Norland in hadden gevonden sedert +den dood van hun vader. Sir John Middleton, die hen in de eerste +paar weken elken dag kwam opzoeken, en die niet gewend was tehuis +veel bedrijvigheid te zien, kon niet nalaten zijn verwondering te +uiten over het feit, dat hij hen altijd druk met iets bezig vond. + +Veel bezoek, behalve dan vanuit Barton Park, ontvingen zij niet; +want ondanks Sir Johns dringende aanmaning om toch overal in den +omtrek kennis te maken, en zijn herhaalde verzekering, dat zijn +rijtuig ten allen tijde ter hunner beschikking stond, overwon Mevrouw +Dashwood's onafhankelijkheidsgevoel haar wensch naar gezelligen +omgang voor hare kinderen, en zij bleef bij haar vast besluit om +geen families te bezoeken, die te veraf woonden, om ze wandelende te +bereiken. Er vielen slechts weinige in die termen; en niet eens alle +waren bereikbaar. Op ongeveer anderhalve mijl afstand van hun huisje, +in de smalle slingerende vallei van Allenham, die zich, zooals boven +werd omschreven, uit het dal van Barton vertakte, hadden de meisjes +op een harer eerste wandelingen een oud, en deftig uitziend heerenhuis +ontdekt, waaraan hun verbeelding iets aantrekkelijks verleende, omdat +het hen aan Norland deed denken, zoodat zij het wel gaarne nader +hadden willen leeren kennen. Doch zij vernamen, bij verdere navraag, +dat de eigenares, een bejaarde en zeer achtenswaardige vrouw, helaas +te ziekelijk was om in gezelschap te verkeeren, en nooit uitging. + +Aan mooie wandelingen was in den omtrek waarlijk geen gebrek. De +hooge heuvelhellingen, die hen van uit elk venster van hun huisje +schenen uit te noodigen, om het verrukkelijk genot te smaken van de +zuivere lucht op hunne toppen, vormden een aangename afwisseling, +wanneer het in de dalen daarbeneden te modderig was, om van hunne +grootere schoonheden te genieten, en naar een dier heuvels richtten +Marianne en Margaret op een gedenkwaardigen morgen hare schreden, +verlokt door een glimp van zonneschijn in een buiïge lucht, en niet +langer bij machte, de strikte opsluiting te verdragen, waartoe de +aanhoudende regen van de twee vorige dagen hen had veroordeeld. Het +weer was niet uitlokkend genoeg om de beide anderen te bewegen, boek +en penseel neer te leggen, ondanks Marianne's verzekering, dat het +een prachtige dag beloofde te worden, en dat elke dreigende wolk van +hun heuvels zou optrekken; dus togen de beide meisjes er samen op uit. + +Vroolijk klommen zij den heuvel op, zich verheugend in elk stukje +blauwe lucht, dat hun doorzicht bewees, en toen de opwekkende vlagen +van een sterke Zuid-Westerbries hun in het gezicht woeien, beklaagden +zij haar moeder en Elinor om de vreesachtigheid, die haar had belet, +deze heerlijke gewaarwordingen te deelen. "Is er wel _iets_ zoo zalig +in de wereld als dit?" zei Marianne. "Margaret, een paar uur op zijn +minst zal onze wandeling duren." + +Daarmee was Margaret het eens, en zij liepen voort tegen den wind in, +dien zij lachend van pret nog een twintig minuten weerstand boden, +toen plotseling de wolken zich samenpakten boven hun hoofd, en een +felle slagregen hun vlak in 't gezicht joeg. Verdrietig en verrast +moesten ze wel, tegen hun zin, omkeeren, want er was geen schuilplaats +naderbij dan hun eigen huis. Een troost bleef hun echter over, die +in dezen uitersten nood het aangewezen middel tot uitkomst scheen; +zij mochten nu, zoo hard ze maar konden, de steile helling van den +heuvel afhollen, die rechtstreeks naar hun tuinhekje leidde. + +Ze namen haar vaart. Marianne bleef eerst vooraan; maar een misstap +deed haar struikelen, en Margaret, niet in staat op te houden, om haar +zuster te helpen, werd onvrijwillig voortgedreven, en kwam behouden +beneden aan den voet. + +Een heer, die een geweer droeg, kwam met twee spelende jachthonden +juist den heuvel op, en was vlak bij Marianne, toen zij viel. Hij +legde zijn geweer neer, en schoot toe om haar te helpen. Zij was half +opgestaan maar had door den val haar voet verstuikt en kon er bijna +niet op staande blijven. De vreemde heer bood aan haar behulpzaam +te zijn, en toen hij bemerkte, dat zij uit zedigheid weigerde, +wat haar toestand noodzakelijk maakte, nam hij haar zonder woorden +te verspillen in zijn armen, en droeg haar den heuvel af. Den tuin +doorgaande, waarvan Margaret het hek had opengelaten, bracht hij haar +in het huis, waar Margaret juist was aangekomen, en liet haar niet los, +eer hij haar op een stoel in de huiskamer had neergezet. + +Elinor en haar moeder stonden verbaasd op, toen zij binnenkwamen, +en terwijl beider blik op hem bleef rusten met blijkbare verbazing, +niet zonder geheime bewondering, door zijn voorkomen gewekt, +verontschuldigde hij zijn indringen, door de oorzaak ervan te +verklaren, op zulk een vrijmoedigen en innemenden toon, dat zijn +buitengewoon knap uiterlijk aan stem en uitdrukking nog grootere +bekoring ontleende. Zelfs al was hij oud, leelijk en grof geweest, dan +nog zou hij Mevrouw Dashwood's dankbare welwillendheid hebben gewonnen +door elk hulpbetoon, aan haar kind verleend, maar de invloed van jeugd, +schoonheid en distinctie schonk aan zijn daad een belangwekkendheid, +die haar trof tot in het diepst van haar gemoed. Zij betuigde hem +meermalen haar innigen dank, en vroeg hem met de innemendheid, die haar +eigen was, of hij niet wilde plaats nemen. Dit deed hij liever niet, +daar hij vuil en nat was. Daarop vroeg Mevrouw Dashwood, aan wien zij +dank was verschuldigd. Zijn naam, antwoordde hij, was Willoughby, en +op het oogenblik was hij gelogeerd te Allenham, vanwaar hij hoopte, +dat zij hem zou willen toestaan haar morgen een bezoek te brengen, +om te vernemen hoe Mejuffrouw Dashwood het maakte. Dat verlof werd +hem gaarne geschonken, en daarop vertrok hij, interessanter nog in +haar oogen dan te voren, midden in een zware regenbui. + +Zijn mannelijke schoonheid en de ongemeene losheid waarmede hij zich +bewoog, vormden aanstonds het onderwerp van hun aller bewonderende +gesprekken, en de vroolijkheid, waartoe zijn galante houding jegens +Marianne aanleiding gaf, kreeg een zeer bijzonder tintje door zijn +aantrekkelijk uiterlijk. Marianne zelf had hem minder goed opgenomen +dan de anderen, want de verwarring, die haar diep had doen blozen, +toen hij haar optilde, had het haar bijna onmogelijk gemaakt, hem te +durven aanzien, nadat zij het huis waren binnengetreden. Doch zij had +genoeg van hem gezien om met de bewondering der anderen in te stemmen, +met de warmte, die altoos eigen was aan haar lof. + +Zijn houding en voorkomen waren juist zooals haar verbeelding haar +den held van een harer geliefkoosde romans afschilderde; en in dat +zonder bedenken haar in huis dragen lag iets van snelle beradenheid, +dat in haar oogen de handeling tot iets zeer bijzonders stempelde. Alle +omstandigheden, hem betreffende, waren even interessant. Zijn naam had +een goeden klank, hij logeerde in een aardig hun welbekend plaatsje, +en zij was het al spoedig met zich zelf eens, dat van alle mannelijke +kleedij een jachtcostuum het meest flatteerde. Haar verbeelding +werd steeds bezig gehouden; ze was vervuld van blijde gedachten, +en de pijn van den verstuikten enkel werd niet geteld. + +Sir John kwam hen opzoeken, zoodra de volgende opklaring van 't +weer dien morgen hem toeliet uit te gaan, en na het verslag van +Marianne's ongeval werd hem dringend gevraagd of hij ook een heer +kende te Allenham, die Willoughby heette. + +"Willoughby?" riep Sir John: "wel, wel, is _die_ hier buiten? Dat +is goed nieuws; ik rijd er morgen heen en vraag hem voor Donderdag +ten eten." + +"Ken je hem dan?" vroeg Mevrouw Dashwood. + +"Kennen? ja zeker! Hij komt hier elk jaar." + +"En wat voor een soort man is hij wel?" + +"De beste jongen van de wereld; dat kan ik je verzekeren. Een +uitmuntend jager, en in 't rijden heeft hij in Engeland zijn gelijke +niet." + +"En is _dat_ al wat u te zijnen gunste kan aanvoeren?" riep Marianne +verontwaardigd. "Maar hoe is hij wel in den intiemen omgang? Waarmee +houdt hij zich bezig, heeft hij talenten, een genialen aanleg?" + +Sir John wist niet recht wat hij dáárop zou zeggen. + +"Ja," zei hij, "om de waarheid te zeggen, op _die_ punten weet ik +niet veel van hem af. Maar 't is een gezellige vroolijke kerel, en +hij heeft den mooisten jachthond dien ik ooit heb gezien. Een zwart +teefje. Had hij haar bij zich vandaag?" Maar Marianne kon hem evenmin +inlichten omtrent de kleur van 's heeren Willoughby's hond, als hij +haar de schakeeringen van diens geest vermocht te omschrijven. "Maar +wie is hij eigenlijk?" vroeg Elinor. "Waar komt hij vandaan? Heeft +hij in Allenham een eigen huis?" + +Op die punten kon Sir John hun meer betrouwbare inlichtingen +verschaffen, en hij vertelde hun, dat de Heer Willoughby hier in de +buurt geen eigendom bezat; en dat hij hier alleen vertoefde, als hij +de oude dame kwam bezoeken op Allenham Court, die een bloedverwante +van hem was, en wier bezittingen hij zou erven; terwijl hij erbij +voegde: "Ja, ja, hij is de moeite waard om te veroveren, dat kan +ik je verzekeren, Elinor; hij heeft nog een mooie buitenplaats in +Somersetshire ook; als ik je was, ik stond hem niet af aan mijn +jongere zuster, al rolde ze van nog zooveel heuvels af. Marianne +moet niet denken dat alle heeren alleen om háár komen. Brandon zal +jaloersch zijn, als ze niet oppast." + +"Ik geloof niet," zei Mevrouw Dashwood, met een oolijk lachje, "dat +de Heer Willoughby last zal hebben van pogingen van een van _mijne_ +dochters om hem te veroveren, zooals je dat noemt. In _die_ richting +is hun opvoeding niet geleid geworden. Mannen behoeven voor _ons_ +niet bang te zijn, al zijn ze ook nog zoo rijk. Maar ik ben blij, +te hooren dat hij van goede familie is, en iemand, met wien men niet +ongaarne zou kennismaken." + +"Ja, 't is een beste kerel, voor zoover ik weet," herhaalde +Sir John. "'t Vorig jaar, met Kerstmis, bij gelegenheid van een +danspartijtje bij ons op het Park, heeft hij gedanst van acht uur tot +'s morgens vier, aan één stuk door, zonder te gaan zitten." + +"Och, werkelijk?" riep Marianne met schitterende oogen, "en danste +hij mooi, met vuur en overgave?" + +"Ja, en om acht uur was hij alweer bij de hand, om mee uit te rijden +op de jacht." + +"Dáar houd ik nu van; zóo moeten jongelui zijn. Zóo vurig in al wat +ze doen, dat ze niet willen weten van matiging, en geen vermoeidheid +bespeuren." + +"Jawel, jawel, ik zie 't al aankomen," zei Sir John. "Ik weet wel, +hoe 't zal gaan. Je hebt nu een goed oogje op hèm; voor dien armen +Brandon is de kans verkeken." + +"Dàt is een uitdrukking," zei Marianne met grooten nadruk, "waaraan +ik een verschrikkelijken hekel heb. Ik verfoei al die banale pogingen +om grappig te zijn, en "een oogje op iemand hebben," of "een conquête +maken" kan ik 't allerminst uitstaan. Ze spruiten voort uit een ruwe en +bekrompen opvatting, en zoo al er ooit een zweem van puntige raakheid +was in die zegswijzen, dan heeft de tijd die nu toch reeds lang te +niet gedaan." + +Sir John begreep niet veel van die terechtwijzing; maar hij lachte even +hartelijk, alsof hij dat wèl deed, en zei: "O, kom; aan conquête's zal +'t jou niet ontbreken; is het de een niet, dan is het de ander. Die +arme Brandon! hij is tot over de ooren verliefd, en dat _die_ een +goede vangst zou zijn, dàt kan ik je verzekeren, vallen en enkeltjes +verstuiken, of niet." + + + + + + +HOOFDSTUK X + + +Marianne's levensredder, zooals Margaret, meer sierlijk dan juist, +zich uitdrukkend, den Heer Willoughby betitelde, kwam reeds vroeg +den volgenden morgen zich persoonlijk van den goeden afloop van +het ongeval overtuigen. Mevrouw Dashwood ontving hem met nog iets +meer dan beleefdheid, met een vriendelijkheid, waartoe Sir John's +mededeelingen en haar eigen dankbaarheid haar aandreven; en al wat +voorviel gedurende zijn bezoek werkte mede om hem een hoogen dunk te +doen opvatten van de verstandelijke ontwikkeling, de fijne beschaving, +de wederkeerige genegenheid en het huiselijk behagen van het gezin, +dat hij door een toeval had keren kennen. Omtrent de uiterlijke +bekoorlijkheden der jonge dames behoefde geen tweede ontmoeting hem +vollediger zekerheid te verschaffen. + +Elinor zag er wat teer uit; maar had geregelde trekken, en een +bijzonder lief figuurtje. Marianne was mooier. Misschien iets minder +welgebouwd dan haar zuster, viel zij door haar lengte meer op dan +deze, en haar gezichtje was zóó bekoorlijk, dat men, door haar met de +gewone overdrijving van banale loftuigingen "een schoonheid" te noemen, +der waarheid minder te kort deed, dan gewoonlijk geschiedt. Haar tint +was zeer donker, maar het doorschijnend zuivere van haar fijne huid +deed haar schitterenden blos des te meer uitkomen, hare trekken waren +welbesneden, haar glimlach was bekoorlijk en innemend, en haar oogen, +die zeer donker waren, tintelden van een leven, een geest, een vuur, +die men niet kon aanschouwen zonder in verrukking te geraken. Hun +uitdrukking bleef aanvankelijk tegenover Willoughby eenigszins +ingehouden, tengevolge van de verlegenheid, door de herinnering aan +zijn hulp opnieuw gewekt. Doch toen dat voorbijging, toen zij haar +rustige zelfbezinning herkreeg,--toen zij zag, dat hun bezoeker aan +zijn volmaakte wellevendheid zoowel openhartigheid als levendige +vroolijkheid paarde, en vooral toen zij hem hoorde verklaren, dat +hij een hartstochtelijk liefhebber was van dansen en muziek, gaf +haar blik een onmiskenbaar welgevallen te kennen, dat haar voor den +verderen duur van het bezoek zijn onverdeelde aandacht verzekerde. + +Het was voldoende, een harer geliefkoosde uitspanningen aan te roeren, +om haar aan het praten te brengen. Zij kòn niet zwijgen, wanneer +die onderwerpen ter sprake kwamen, en verlegenheid of terughouding +bestonden daarbij voor haar niet. Zij ontdekten al spoedig, dat +de liefhebberij voor dansen en muziek door beiden werd gedeeld, en +voortsproot uit een algeheele overstemming van hun oordeel omtrent +al wat met die genoegens in verband stond. Hierdoor aangemoedigd +tot een nader onderzoek naar zijne opvattingen, begon zij hem te +ondervragen op het punt van literatuur; haar geliefkoosde schrijvers +werden opgenoemd en besproken met een zoo geestdriftige verrukking, +dat een jong mensch van vijf en twintig jaar wel uiterst ongevoelig +moest zijn geweest, zoo hij niet onmiddellijk overtuigd ware geworden +van de voortreffelijkheid hunner werken, al had hij ze van te voren +nooit ingezien. Hun smaken kwamen merkwaardig overeen. Dezelfde +boeken, dezelfde bladzijden erin werden door hen om het vurigst +bewonderd,--en zoo er al eenig verschil van meening bestond, eenige +tegenwerping werd geopperd, dan duurde dit toch slechts zóólang tot +de welsprekendheid harer argumenten en de schittering in haar oogen +het pleit hadden beslecht. Hij was het eens met al haar beslissende +uitspraken, stemde in met al haar verrukte ontboezemingen, en lang +vóór zijn bezoek was geëindigd, waren zij reeds zoo vertrouwelijk in +gesprek alsof zij elkander jaren hadden gekend. + +"Nu Marianne," zei Elinor, zoodra hij was heengegaan; "mij dunkt dat +je dezen éénen morgen goed gebruikt hebt. Op bijna elk belangrijk +punt heb je Mijnheer Willoughby's meening weten in te winnen. Je hebt +gehoord, hoe hij denkt over Cowper en Scott; je bent zeker, dat hij hun +schoonheden naar behooren weet te waardeeren, en je hebt de stellige +overtuiging verkregen, dat hij voor Pope niet méér gevoelt, dan hij +met fatsoen niet laten kan. Maar hoe zal die omgang lang kunnen duren, +als ieder onderwerp van gesprek met zoo verbijsterende vlugheid wordt +afgehandeld? Je zult over al je stokpaardjes gauw zijn uitgepraat. Bij +een volgend bezoek zal hij voldoende gelegenheid krijgen om zijn +gevoelens te uiten over schilderachtig natuurschoon en tweede +huwelijken, en dan blijft er niets meer voor je te vragen over..." + +"Elinor," riep Marianne; "is dàt nu eerlijk; is dat nu waar? Heb ik +zóó weinig oorspronkelijke denkbeelden?--Maar ik weet wel, wat je +bedoelt. Ik was te veel op mijn gemak, te vroolijk, te openhartig. Ik +heb gezondigd tegen alle banale welvoegelijkheids-begrippen. Ik was +oprecht en open, waar ik terughoudend, saai, vervelend en huichelachtig +had moeten zijn. Wanneer ik alleen maar over 't weer en de wegen had +gesproken, wanneer ik eens in de tien minuten mijn mond had opengedaan, +dan zou dit verwijt mij zijn bespaard gebleven. + +"Lieve kind," zei haar moeder; "je moet het Elinor niet kwalijk +nemen;--ze zei het maar voor de grap. Ik zou zelf boos op haar worden, +als ze 't over zich kon verkrijgen, je het genoegen te bederven van +je gesprekken met onzen nieuwen vriend."--Marianne's ergernis was in +een oogwenk geweken. + +Willoughby van zijn kant bewees, door zijn blijkbaar verlangen om den +pas begonnen omgang geregeld voort te zetten, ten duidelijkste hoeveel +behagen hij erin schiep. Hij kwam thans iederen dag. In het begin +kon de vraag hoe het Marianne ging, als voorwendsel dienen; doch de +met den dag toenemende vriendelijkheid, waarmede hij werd ontvangen +maakte zulk een voorwendsel overbodig, reeds eer het onmogelijk had +kunnen dienst doen, door Marianne's volkomen herstel. Zij moest een +paar dagen thuisblijven; doch nooit was eenig huisarrest haar minder +onaangenaam geweest. Willoughby was een jonge man met een helder hoofd, +een levendige verbeelding, een opgewekte natuur en iets openhartigs +en vriendelijks in zijn optreden. Hij was als voorbestemd om juist +Marianne's hart te winnen; want aan al die gaven paarde hij niet +slechts een innemend uiterlijk, doch tevens een natuurlijke vurigheid +van geest, die thans door háár voorbeeld werd gewekt en aangespoord, en +die hem meer dan eenige andere eigenschap haar genegenheid deed winnen. + +Met hem samen te zijn werd van lieverlede haar allergrootst +genoegen. Zij lazen, zij praatten, zij zongen met elkaar: hij was zeer +muzikaal, en hij las voor met al het gevoel en het vuur, waaraan het +Edward helaas had ontbroken. + +In Mevrouw Dashwood's oogen was hij even volmaakt als in die van +Marianne; en Elinor vond niets op hem aan te merken, behalve een +neiging, waarin hij sterk op haar zuster geleek en die deze dan ook +bijzonder behaagde, van bij alle voorkomende gelegenheden veel te +ronduit zijn meening te zeggen, zonder daarbij rekening te houden met +personen en omstandigheden. Door dat overijld oordeelen en zijn oordeel +uitspreken over anderen, door de wellevendheid in een grooteren kring +te laten achterstaan bij het genoegen van zich onverdeeld te wijden aan +de uitverkorene zijns harten, en door een zeker luchtig verwaarloozen +van maatschappelijke omgangsvormen, gaf hij blijk van een gebrek +aan voorzichtigheid, dat Elinor niet kon goedkeuren, ondanks al wat +Marianne en hij hadden aan te voeren ten gunste van hunne opvatting. + +Marianne begon nu te bespeuren dat de vrees om nooit een man te zullen +ontmoeten, die haar ideaal van volmaaktheid nabij kwam, een vrees, +die haar zoo wanhopig had gemaakt, toen zij nog maar pas zestien +jaar was, voorbarig en ongerechtvaardigd was geweest. Willoughby was +al wat haar verbeelding haar in die droeve ure had voorgespiegeld, +en thans, in zooveel blijdere dagen, even bereid en gereed om haar +hart te winnen; zijn gedrag toch bewees, dat zijn verlangens in dat +opzicht even ernstig gemeend waren, als zijn vermogen om liefde in +te boezemen krachtig was. + +Ook haar moeder, in wier geest het vooruitzicht van zijn toekomstigen +rijkdom geen enkele berekenende gedachte aan een huwelijk had gewekt, +begon, eer een week was voorbijgegaan, daarop te hopen en het te +verwachten; in stilte wenschte zij zichzelve dan ook reeds geluk met +twee zulke schoonzoons als Edward en Willoughby. + +Kolonel Brandon's belangstelling in Marianne, die zijn vrienden +reeds zoo spoedig hadden opgemerkt, werd thans eerst duidelijk +voor Elinor; nu de anderen er niet meer op letten. Hun aandacht en +hun geestigheden kozen zich thans zijn gelukkigen mededinger tot +doelwit, en de plagerijen, waaraan de Kolonel had blootgestaan, eer +hij eenige voorkeur had doen blijken, hielden op, toen zijn gevoelens +met meer recht de spotternij hadden kunnen uitlokken, die gevoeligheid +maar al te dikwijls pleegt te treffen. Elinor moest, haars ondanks, +wel gelooven, dat de gevoelens, welke Mevrouw Jennings hem te haren +opzichte had toegeschreven, hem thans werkelijk werden ingeboezemd +door hare zuster, en dat, al mocht een algemeene overeenstemming +tusschen beider karaktertrekken de neiging van Willoughby in de +hand werken, een even opvallende tegenstelling in aard en aanleg +geen beletsel was voor Kolonel Brandon's genegenheid. Zij zag het +met leedwezen; want wat kon een stille man van vijf en dertig hopen, +naast en tegenover een vijf en twintigjarige, die een en al vuur en +leven was? En daar zij zelfs niet kon wenschen, dat zijn verlangen +vervuld zou worden, hoopte zij van harte, dat hij onverschillig +mocht zijn. Zij hield van hem;--ondanks zijn ernst en terughouding +wekte hij hare belangstelling. Ofschoon zoo ernstig, was hij zacht +en vriendelijk in den omgang, en zijn teruggetrokken houding scheen +veeleer het gevolg van gedruktheid, dan van een zwaarmoedigen en +somberen aard. Sir John had zich wel eens iets laten ontvallen over +door hem ondervonden grieven en teleurstellingen, welke haar vermoeden +dat hij ongelukkig was, bevestigden, en zij beschouwde hem met +eerbied en medelijden. Misschien beklaagde en waardeerde zij hem des +te meer omdat hij weinig in tel was bij Willoughby en Marianne, die, +bevooroordeeld tegenover iemand, noch jong, noch opgewekt van aard, +zich schenen te hebben voorgenomen, zijn verdienste te onderschatten. + +"Brandon is nu zoo iemand," zei Willoughby eens, toen zij samen over +hem spraken, "die door ieder wordt geprezen, en om wien niemand geeft; +die steeds met blijdschap wordt begroet; maar wien iedereen vergeet +aan te spreken." + +"Dat is nu juist de indruk, dien hij ook maakt op mij," riep Marianne. + +"Daar behoef je je niet op te verheffen," zei Elinor; "want het is van +jullie allebei onrechtvaardig. Hij wordt ten zeerste gewaardeerd door +de familie op Barton Park, en ik zelf zie hem nooit, zonder bepaald +moeite te doen met hem een gesprek te voeren." + +"Dat u hem de hand boven 't hoofd houdt," antwoordde Willoughby, +"spreekt te zijnen gunste; maar die waardeering van de anderen is op +zichzelf al een blaam. Wie zou de schande willen verdragen van zich +geprezen te zien door dames als Lady Middleton en Mevrouw Jennings, +die door ieder ander met de meest volkomen onverschilligheid worden +beschouwd?" + +"Maar misschien weegt de afkeuring van menschen als u en Marianne wel +op tegen de waardeering van Lady Middleton en haar moeder. Als haar +lof blaam is, dan kan jelui blaam wel als lof worden aangemerkt; +want hun gemis van doorzicht is volstrekt niet grooter dan jelui +vooroordeel en onbillijkheid." + +"Waar het geldt uw beschermeling te verdedigen, wordt u zelfs scherp." + +"Mijn beschermeling, zooals u hem noemt, is een verstandig man, en +tot verstand voel ik mij altijd aangetrokken. Ja Marianne, zelfs in +een man tusschen de dertig en veertig. Hij heeft veel van de wereld +gezien; lang in het buitenland vertoefd; hij houdt van lezen en is +gewend, na te denken. Ik heb ondervonden, dat hij in staat was, mij +omtrent allerlei onderwerpen voor te lichten, en hij heeft altoos +mijn vragen beantwoord met de bereidwilligheid van een beschaafd en +goedhartig man." + +"Nu ja," riep Marianne op minachtenden toon, "hij heeft je verteld +dat in Oost-Indië het klimaat erg warm is, en dat de muskieten er +lastig zijn." + +"Dat _zou_ hij mij allicht verteld hebben, als ik hem ernaar had +gevraagd; maar toevallig waren dat punten, waaromtrent ik reeds eerder +zekerheid had verkregen." + +"Misschien," zei Willoughby, "strekten zijn waarnemingen zich wel +uit tot nabobs, rijk versierde mooren, en palankijnen." + +"Ik durf wel zeggen, dat _zijn_ waarnemingen verder reikten dan uw +doorzicht. Maar wat hebt u eigenlijk op hem tegen?" + +"Ik hèb niets op hem tegen. Integendeel, ik beschouw hem als een zeer +achtenswaardig man, die door ieder geroemd wordt, en van wien niemand +notitie neemt; iemand die meer geld heeft, dan hij kan uitgeven; meer +tijd, dan hij behoorlijk weet te gebruiken, en twee nieuwe pakken in +het jaar." + +"En voeg er dan nog bij," riep Marianne, "dat hij noch geniaal, noch +artistiek, noch geestig is. Dat het zijn geest ontbreekt aan leven, +zijn gevoel aan vuur, en zijn stem aan uitdrukking." + +"Je beslissend oordeel over zijn onvolmaaktheden is zoo veelomvattend," +antwoordde Elinor, "en zoo zeer gekleurd door je eigen verbeelding, +dat de lof, dien ik hem vermag te schenken, daarbij vergeleken +koel en onbeteekenend schijnt. Ik kan alleen verklaren, dat hij een +verstandig man is, beschaafd, ontwikkeld, vriendelijk in den omgang, +en naar het mij voorkomt, iemand met een goed hart." + +"Juffrouw Dashwood," riep Willoughby; "u behandelt mij heel onaardig. U +tracht mij door redeneering te ontwapenen, en mij te overtuigen, tegen +mijn zin. Maar het helpt u niets. U zult mij even koppig vinden als +u listig bent. Voor mijn ongunstige meening omtrent Kolonel Brandon +bestaan drie afdoende redenen: hij heeft voorspeld, dat het zou gaan +regenen, terwijl ik op mooi weer hoopte; hij heeft aanmerkingen gemaakt +op den bouw van mijn rijtuig, en ik kan hem niet overhalen mijn bruine +merrie te koopen. Als het u echter eenige voldoening kan schenken, +te vernemen, dat ik zijn karakter in elk ander opzicht onberispelijk +vind, dan ben ik bereid, dat te erkennen. En als belooning voor die +erkentenis, die niet anders dan een weinig pijnlijk voor mij kan zijn, +moogt u mij het voorrecht niet ontzeggen, hem nog evenmin te kunnen +uitstaan als voorheen." + + + + + + +HOOFDSTUK XI + + +Mevrouw Dashwood en hare dochters hadden zich weinig voorgesteld, toen +zij pas in Devonshire waren komen wonen, dat de verplichtingen van den +gezelligen omgang al spoedig zooveel van hun tijd zouden in beslag +nemen, of dat zij zoo herhaaldelijk uitnoodigingen en zoo geregeld +bezoeken zouden ontvangen, dat hun zeer weinig vrije tijd overbleef +voor ernstiger bezigheid. Toch was dit het geval. Toen Marianne +hersteld was, werden de plannen voor feestelijkheden in zijn eigen +huis en daarbuiten, die Sir John reeds lang had beraamd, werkelijk +ten uitvoer gebracht. De danspartijen op het Park namen een aanvang, +en boottochtjes werden gemaakt, zoo dikwijls een buiige Octobermaand +dat toeliet. Bij alle bijeenkomsten van dien aard was Willoughby van de +partij, en de luchtige en gemakkelijke toon, die natuurlijk heerschte +bij dergelijke gelegenheden, was juist erop berekend, om de toenemende +vertrouwelijkheid van zijn omgang met de Dashwoods te bevorderen, om +hem gelegenheid te schenken, Marianne in al haar lieftalligheid gade +te slaan; om steeds duidelijker zijn levendige bewondering te doen +blijken; en om door haar houding hem de stelligste verzekering te doen +ontvangen van haar genegenheid. Elinor kon zich niet verwonderen over +hun wederkeerige neiging. Zij wenschte alleen, dat deze minder openlijk +werd aan den dag gelegd, en een paar malen waagde zij het werkelijk, +Marianne de gewenschtheid van eenige zelfbeheersching onder het oog +te brengen. Maar Marianne verfoeide al wat naar verbergen zweemde, +waar openbaren niets waarlijk oneervols insloot, en opzettelijk +gevoelens te bedwingen, die op zich zelf niet afkeurenswaardig waren, +scheen haar niet alleen een onnoodige poging, maar een schandelijke +onderwerping van de rede aan banale en onjuiste opvattingen. + +Willoughby dacht er eveneens over, en hun gedrag legde, ten allen +tijde, van hunne meeningen het trouwste getuigenis af. + +In zijn tegenwoordigheid had zij voor niemand oog dan hèm. Al wat hij +deed, was goed. Al wat hij zei, was geestig. Als de avondjes op het +Park werden besloten met een spelletje kaart, dan bedierf hij zijn +eigen kansen en die van alle anderen, om haar de troeven in handen te +spelen. Wanneer de avond met dansen werd doorgebracht, dansten zij de +helft van den tijd met elkaar; en als ze gedurende een paar dansen +volstrekt moesten scheiden, stonden ze samen te praten, en zeiden +tegen anderen geen woord. Ze werden natuurlijk geducht uitgelachen +om hun gedrag; maar het scheen wel of spotternij hen niet beschamen, +en ternauwernood ergeren kon. + +Mevrouw Dashwood nam zoo hartelijk en levendig deel in al hun +gevoelens, dat zij onmogelijk geneigd kon zijn, paal en perk te stellen +aan dit overdreven vertoon. Voor haar was dat slechts het natuurlijk +gevolg van een sterke genegenheid in een jongen en vurigen geest. + +Het was een gelukkige tijd voor Marianne. Zij hing met haar geheele +hart aan Willoughby, en het sterke verlangen naar Norland, dat zij uit +Sussex had medegebracht werd, meer dan zij ooit mogelijk had geacht, +verzacht door de bekoring die zijn gezelschap verleende aan haar +tegenwoordige omgeving. + +Elinor was niet zoo blij gestemd. Haar hart was niet zoo rustig, haar +genoegen in hun vermaken niet zoo onvermengd. Zij had geen vriend +en metgezel aangetroffen, die haar kon vergoeden wat zij achterliet, +en haar kon leeren, minder dan ooit met weemoed aan Norland terug te +denken. Noch Lady Middleton, noch Mevrouw Jennings konden met haar +de gesprekken voeren, die zij miste; hoewel de laatste onuitputtelijk +spraakzaam was, en van den beginne af een voorliefde voor Elinor had +doen blijken, die haar het leeuwendeel van de mededeelingen dier +dame bezorgde. Zij had haar eigen levensgeschiedenis reeds drie +of vier malen aan Elinor verteld, en als Elinor's geheugen bestand +was geweest tegen de zware eischen, die dit leerzaam verhaal eraan +stelde, dan had zij reeds aan het begin hunner kennismaking op de +hoogte kunnen zijn van de geringste bijzonderheden omtrent de laatste +ziekte van den Heer Jennings en wat hij gezegd had tegen zijn vrouw +een paar minuten voor hij stierf. Lady Middleton was alleen in zooverre +aangenamer gezelschap dan haar moeder dat zij beter zwijgen kon. Doch +Elinor had haar niet lang behoeven gade te slaan, om te bespeuren, dat +haar terughouding eenvoudig een zekere uiterlijke trage onbewogenheid +was, die met verstand niets had te maken. Tegenover haar man en haar +moeder was zij precies dezelfde als tegenover hen, en intimiteit kon +men dus van haar verwachten noch verlangen. Zij had nooit iets te +vertellen, dat zij niet den vorigen dag ook reeds had gezegd. Haar +onbeduidendheid bleef zich altijd gelijk; want zelfs haar stemming +was onveranderlijk dezelfde; en hoewel zij er niets tegen had, +dat haar man buitenpartijen gaf, zoolang alles in de puntjes was, +en haar beide oudste kinderen haar mochten gezelschap houden, zij +scheen er nooit meer pleizier in te hebben, dan zij thuis evengoed +zou hebben gevonden;--en zoo weinig droeg hare tegenwoordigheid bij +tot het genoegen der anderen, door eenige deelname in hun gesprek, +dat zij somtijds alleen herinnerd werden aan hare tegenwoordigheid +door haar bezorgdheid over haar lastige jongens. + +Onder al haar nieuwe kennissen vond Elinor slechts in Kolonel Brandon +iemand, die ook maar eenigszins kon aanspraak maken op eerbied +voor zijn gaven en op vriendschappelijke belangstelling, of wiens +gezelschap haar aangenaam was. Willoughby kwam niet in aanmerking. Zij +bewonderde hem en was hem welgezind, ja zusterlijk genegen; maar hij +was verliefd; hij wijdde zich uitsluitend aan Marianne, en een veel +minder aantrekkelijke persoonlijkheid zou aangenamer in den omgang +hebben kunnen zijn. Kolonel Brandon had, jammer genoeg voor hem, geen +dergelijke aanmoediging ontvangen om aan Marianne al zijn gedachten +te wijden, en in zijn gesprekken met Elinor vond hij den grootsten +troost over de volkomen onverschilligheid van haar zuster. + +Elinor's medelijden met hem groeide nog aan, toen zij reden kreeg te +vermoeden, dat hij de smart van teleurgestelde liefde reeds eerder +had leeren kennen. Dit vermoeden werd gewekt door enkele woorden, +die hij zich liet ontvallen op een avond te Barton Park, toen zij +met beider goedvinden waren gaan zitten, terwijl de anderen aan het +dansen waren. Zijn blik bleef een poos gevestigd op Marianne, en na +eenigen tijd te hebben gezwegen, zeide hij met een flauwen glimlach: +"Ik meen te hebben begrepen, dat uw zuster aan een genegenheid, +die niet de eerste is, hare goedkeuring niet kan schenken." + +"Neen," antwoordde Elinor; "zij heeft merkwaardig romantische +denkbeelden." + +"Of liever gezegd, zij beschouwt zulk een genegenheid als ondenkbaar, +geloof ik." + +"Ik geloof ook, dat zij er zoo over denkt. Doch hoe ze dat kan doen, +zonder als 't ware een blaam te werpen op het karakter van haar vader, +die zelf twee vrouwen heeft gehad, dat begrijp ik niet. Maar over een +paar jaren zullen haar meeningen wel gevestigd zijn op den redelijken +grondslag van gezond verstand en onbevooroordeelde waarneming; en +dan zullen zij gemakkelijker zijn te bepalen en te rechtvaardigen, +dan het thans iemand, behalve haarzelve, mogelijk is te doen." + +"Zoo zal het waarschijnlijk wel gaan," was zijn antwoord; "en toch is +er iets zoo beminnelijks in de vooroordeelen van een jeugdigen geest, +dat het ons leed doet, ze te zien vervangen door ruimere opvattingen." + +"Dàt ben ik niet met u eens," zeide Elinor. "Aan zulke gevoelens +als die van Marianne zijn nadeelen verbonden, die al de bekoring +van geestdrift en gemis van wereldwijsheid niet kan vergoeden. Haar +opvattingen leiden alle in de noodlottige richting, die geen rekening +verkiest te houden met maatschappelijk fatsoen; en in een vermeerdering +van haar wereld- en menschenkennis zie ik voor haar het grootste heil." + +Na een korte stilte hervatte hij het gesprek, door te vragen: "Maakt uw +zuster in het geheel geen onderscheid in haar bezwaren tegen een tweede +liefde, of is dat vergrijp in ieder even misdadig te achten? Moeten +zij, die in hun eerste keuze zijn teleurgesteld, 't zij door de ontrouw +van het voorwerp ervan, 't zij door den ongelukkigen samenloop der +omstandigheden, nu ook verder hun leven lang onverschillig blijven?" + +"Zóó precies ben ik werkelijk niet op de hoogte van haar beginselen op +dit punt. Ik weet alleen, dat ik haar nog nimmer heb hooren toegeven, +dat eenige tweede genegenheid vergefelijk zou kunnen zijn." + +"Dàt kan," zei hij, "niet altijd zoo blijven; doch een omkeer, +een algeheele verandering van inzicht... neen, neen, die is niet +wenschelijk,--want wanneer de romantische kiesche denkbeelden van +een jeugdigen geest door de werkelijkheid worden teruggedrongen, +hoe dikwijls maken zij dan plaats voor opvattingen, die maar al te +gangbaar zijn, en maar al te gevaarlijk. Ik spreek uit ervaring. Ik +heb eens een dame gekend die wat aard en aanleg betrof, zeer +veel op uwe zuster geleek, die dacht en oordeelde als zij, doch +die door een gedwongen verandering... door een opeenvolging van +noodlottige omstandigheden..." Hier zweeg hij plotseling; scheen +te denken dat hij te veel had gezegd, en wekte door de uitdrukking +van zijn gelaat in Elinor vermoedens, die zij anders allicht niet +zou hebben gekoesterd. De dame van wie hij sprak zou waarschijnlijk +haar achterdocht niet hebben gaande gemaakt, zoo hij Elinor niet +had overtuigd, dat haar aangelegenheden niet over zijne lippen +behoorden te komen. Thans echter was er geen sterke inspanning der +verbeeldingskracht noodig om zijn aandoening in verband te brengen +met de teedere herinnering aan een vroegere genegenheid. Elinor +raadde niet méér. Doch Marianne, in hare plaats, zou zich daarmede +niet vergenoegd hebben. De geheele geschiedenis zou weldra door haar +levendige verbeelding in elkaar zijn gezet, en uitgewerkt tot een +allerdroevigst verhaal van jammerlijk ongelukkige liefde. + + + + + + +HOOFDSTUK XII + + +Toen Elinor en Marianne den volgenden morgen samen wandelden, +vertelde de laatste aan hare zuster een nieuwtje, dat deze, ondanks +al wat zij reeds had ervaren omtrent Marianne's onvoorzichtigheid en +onnadenkendheid, verbaasde, door een zóó treffend bewijs te leveren +van die beide eigenschappen. Marianne vertelde haar verrukt, dat +Willoughby haar een paard had ten geschenke gegeven, een van de door +hem zelf gefokte paarden op zijn landgoed in Somersetshire, dat juist +geschikt was, om door eene dame te worden bereden. Zonder te bedenken, +dat het niet in haar moeders bedoeling lag paarden te houden,--dat +zij, indien zij al op dat besluit wilde terugkomen, terwille van dit +geschenk, een ander paard moest koopen voor een knecht, dien knecht +moest huren om het te berijden, en ten slotte nog een stal moest laten +bouwen om beide onder dak te brengen,--had zij zonder eenige aarzeling +het aanbod aangenomen, en vertelde haar zuster ervan met de grootste +opgetogenheid. "Hij is voornemens zijn bediende dadelijk ervoor naar +Somersetshire te zenden", voegde zij erbij, "en als het komt, gaan we +iederen dag rijden. Jij mag het ook gebruiken. Stel je toch eens voor, +Elinor, hoe zalig het zijn zal, in galop over onze heuvels te snellen." + +Wel zéér ongeneigd was zij, te ontwaken uit dien geluksdroom, +zich te laten overtuigen van al de pijnlijke, maar noodzakelijke +bijkomstigheden, aan de zaak verbonden, en een tijdlang weigerde zij +koppig, ze in te zien. Een bediende meer zou zooveel niet kosten; mama +zou daar stellig niet op tegen hebben, voor hem was trouwens elk paard +goed genoeg; hij kon er altijd wel een krijgen van Het Park; en wat den +stal betrof, een klein schuurtje zou immers voldoende zijn. Eindelijk +waagde Elinor de vraag te opperen, of het wel gepast zou zijn, zulk +een geschenk aan te nemen van iemand, dien zij nog zoo weinig, of +althans zoo kort, kende.--Dat ging te ver. "Je vergist je, Elinor," +zei ze met nadruk, "als je meent dat ik Willoughby maar oppervlakkig +ken. Ik heb nog niet lang met hem omgegaan, maar kennen doe ik hem +beter dan iemand anders ter wereld, behalve jou en mama. Tijd noch +gelegenheid zijn noodig om vertrouwelijkheid te doen ontstaan;--dat +doet alleen natuurlijke neiging. Sommige menschen zouden elkaar in +zeven jaar niet leeren kennen, en voor anderen zijn zeven dagen meer +dan genoeg. Ik zou 't meer ongepast van mijzelf vinden, als ik van +mijn broer een paard aannam, dan van Willoughby. Van John weet ik +zoogoed als niets af, hoewel we jaren onder een dak gewoond hebben; +maar mijn oordeel over Willoughby staat reeds lang vast." + +Elinor vond het maar 't verstandigst, dat punt niet meer aan te +roeren. Zij kende haar zusters aard. Tegenstand in zulk een teere +aangelegenheid zou haar des te koppiger doen volharden in haar eigen +meening. Doch door een beroep op haar genegenheid voor hare moeder, +door haar voor te stellen, hoe die toegevende moeder zichzelve in +ongelegenheid zou moeten brengen, als zij (zooals te verwachten viel) +zou toestemmen in die uitbreiding van hun personeel, werd Marianne +tenslotte gekalmeerd; en zij beloofde, haar moeder niet tot zoo +onverstandige toegevendheid te zullen verleiden door te spreken +over het voorstel, en den eersten keer dat zij Willoughby weer zou +ontmoeten, hem te zeggen, dat zij verplicht was, het af te wijzen. + +Zij hield haar woord, en toen Willoughby hen nog dien zelfden +dag kwam bezoeken, hoorde Elinor hoe zij op zachten toon hem hare +teleurstelling te kennen gaf, omdat zij zich verplicht zag, zijn +geschenk te weigeren. De redenen voor haar veranderd inzicht werden +hem tevens medegedeeld, en zij maakten een nader aandringen van zijne +zijde onmogelijk. Het was echter duidelijk blijkbaar, dat het hem +zeer speet; en nadat hij dit met nadruk had betuigd, liet hij er +op denzelfden gedempten toon op volgen: "Maar Marianne, het paard +blijft toch je eigendom, al kun je het nu niet gebruiken. Ik bewaar +het slechts zoolang tot je het komt opeischen. Als je Barton verlaat, +om in een eigen thuis je eigen huishouding te beginnen, dan zal Queen +Mab je ontvangen." + +Elinor hoorde hem dit alles zeggen; en uit al zijn woorden, uit zijn +uitdrukking terwijl hij ze sprak, en uit het feit dat hij haar zuster +bij haar voornaam noemde, bleek haar oogenblikkelijk de onmiskenbaar +innige vertrouwelijkheid, de rechtstreeksche bedoeling, die niet den +minsten twijfel lieten aan hun onderlinge verstandhouding. Van dat +oogenblik af stond het voor haar vast, dat zij in stilte verloofd +waren, en die overtuiging wekte in haar geene andere reden tot +verwondering, dan deze, dat zulk een openhartig paar de ontdekking +van het geheim, door haar, of wie ook van hun vrienden, aan het toeval +overliet. Den volgenden dag vertelde Margaret haar iets, dat de zaak +in een nog helderder daglicht plaatste. Willoughby had den vorigen +avond bij hen doorgebracht, en toen Margaret een poos met hem en +Marianne alleen in de huiskamer was gebleven, had zij gelegenheid +gehad tot waarnemingen, die zij met een allergewichtigst gezicht aan +haar oudste zuster kwam berichten, zoodra zij samen alleen waren. + +"O Elinor!" riep zij; "ik heb je een groot geheim te vertellen, +over Marianne. Ik geloof stellig, dat ze nu heel gauw gaat trouwen +met Mijnheer Willoughby." + +"Dat heb je nu al bijna iederen dag gezegd, antwoordde Elinor, +"sedert ze elkaar voor 't eerst op High-Church Down ontmoetten; en +toen ze elkaar nog geen week kenden, was je al zeker, dat Marianne +zijn portret in haar medaillon droeg, tot het uitkwam dat het een +miniatuur-portretje van onzen oudoom was." + +"O, maar dit is heel iets anders. Nu gaan ze stellig gauw trouwen, +want hij heeft een lok van haar haar." + +"Pas maar op, Margaret. Misschien is dàt nu weer een haarlok van +_zijn_ oudoom." + +"Neen werkelijk, Elinor; 't is van Marianne. Ik weet het stellig; +want ik zag hem het afknippen. Gisterenavond na de thee, toen jij en +mama uit de kamer waren gegaan, zaten ze druk samen te praten en te +fluisteren, en hij scheen haar telkens iets te vragen; en ten laatste +nam hij haar schaar, en knipte een lange krul van haar haar af, want +ze had het loshangen; en toen kuste hij het, en vouwde 't in een stuk +wit papier en legde dat in zijn notitieboek." + +Deze bijzonderheden, uit zoo betrouwbare bron, kon Elinor niet +weigeren te gelooven, en zij was daartoe te minder geneigd, wijl het +voorgevallene volkomen in overeenstemming scheen met wat zijzelve +gehoord en gezien had. + +Margaret gaf van haar schranderheid niet altijd blijk op de wijze, +die haar zuster het best kon behagen. Toen Mevrouw Jennings haar op +een avond te Barton Park dringend vroeg om toch eens te vertellen, +welke jonge man bij Elinor het hoogst stond aangeschreven, iets, +waarnaar zij reeds lang fel nieuwsgierig was, keek Margaret haar zuster +eens aan en zei: "Ik mag het zeker niet vertellen; of wèl, Elinor?" + +Daarom moest natuurlijk iedereen lachen, en Elinor lachte zoogoed +mogelijk mee. Maar het kostte haar moeite. Zij wist maar al te goed, +dat Margaret iemand op het oog had, wiens naam zij niet kon verdragen +van nu af aan geregeld te moeten hooren, als Mevrouw Jennings met +haar grappen begon. + +Marianne had oprecht medelijden met haar; maar zij maakte de zaak +eer erger dan beter, door met een hooge kleur en op driftigen toon +tegen Margaret te zeggen: "Vergeet niet dat je dingen, waarvan je +niet zeker bent, niet moogt oververtellen." + +"'t _Zijn_ geen dingen, waarvan ik niet zeker ben," zei Margaret; +"je hebt het mij zelf verteld." + +De vroolijkheid van 't gezelschap werd hierdoor nog verhoogd, en +Margaret werd dringend verzocht, nog iets meer los te laten. + +"Och toe, Margaret, vertel het ons nu maar," zei Mevrouw Jennings. "Hoe +heet die mijnheer?" + +"Ik mag 't niet zeggen, mevrouw. Maar ik weet het wèl; en waar hij is, +dat weet ik ook." + +"Ja, dat kunnen we wel raden, in zijn eigen huis, te Norland, +natuurlijk. Ik wed dat het de dominé is." + +"Neen, dàt is hij niet. Hij is in 't geheel niets." + +"Margaret," zei Marianne, erg boos nu, "je weet best, dat je dit +alles maar uit den duim zuigt, en dat er niet eens zoo iemand bestaat." + +"O, dan is hij zeker voor kort overleden, Marianne; want dat er zoo +iemand bestaan hééft, dat weet ik wel zeker, en zijn naam begint met +een F." + +Innig dankbaar was Elinor, dat Lady Middleton op dat oogenblik de +opmerking maakte, "dat het geducht hard regende," hoewel zij die +opzettelijke onderbreking van het gesprek minder toeschreef aan eenig +medegevoel voor háár, dan aan den afkeer der gastvrouw van zulke +grove scherts, waarin haar moeder en haar man nu eenmaal behagen +hadden. Het door haar ingeleide onderwerp werd aanstonds opgevat +door Kolonel Brandon, die bij alle voorkomende gelegenheden anderer +gevoelens placht te ontzien; en beiden hadden elkaar over den regen +veel te vertellen. Willoughby opende de piano en vroeg Marianne, iets +voor te spelen, en bij die onderscheiden pogingen van verschillenden +der aanwezigen, om van het onderwerp af te stappen, kwam het gelukkig +tot rust. Maar Elinor bekwam niet zoo snel van den schrik, dien het +haar had veroorzaakt. + +Er werd dien avond een plan beraamd om den volgenden dag een fraai +buitengoed te gaan bezichtigen, dat omstreeks twaalf mijlen van +Barton verwijderd lag, en toebehoorde aan een schoonbroeder van +Kolonel Brandon, zonder wiens geleide het niet te zien was, daar de +eigenaar, die buitenslands vertoefde, op dat punt strikte orders had +gegeven. Het park en de omgeving werden als bijzonder mooi geroemd, +en Sir John, die luide hun lof verkondigde, kon er in elk geval goed +over oordeelen, want hij had, in de laatste tien jaar, minstens +tweemaal elken zomer tochtjes erheen georganiseerd. Bij het park +behoorde een uitgestrekt meer, waarop des middags zou worden gezeild; +proviand werd medegenomen, er werden alleén open rijtuigen gebruikt, +en het beloofde een recht genoegelijke buitenpartij te zullen worden. + +Enkelen onder het gezelschap vonden het een ietwat gewaagd plan, +om dezen tijd van het jaar, terwijl het de laatste veertien dagen +elken dag had geregend, en Mevrouw Dashwood, die reeds verkouden was, +liet zich door Elinor overreden om thuis te blijven. + + + + + + +HOOFDSTUK XIII + + +Het voorgenomen tochtje naar Whitwell liep heel anders af, dan Elinor +had verwacht. Zij had erop gerekend bang op het water, doornat en +doodmoe te te zullen zijn; maar het kwam nog ongelukkiger uit; want +zij gingen in het geheel niet. + +Om tien uur waren allen vergaderd op het Park, waar zij zouden +ontbijten. Het weer liet zich vrij goed aanzien, schoon het den +geheelen nacht had geregend; want de wolken dreven uiteen, en meermalen +vertoonde zich even de zon. Allen waren vroolijk en opgewekt, blij in +'t vooruitzicht van een prettigen dag, en vast voornemens hun pleizier +niet te laten bederven door een weinig ongemak of tegenspoed. Aan het +ontbijt werden de brieven binnengebracht. Een ervan was voor Kolonel +Brandon;--hij nam den brief aan, keek naar het adres, verschoot van +kleur, en ging meteen de kamer uit. + +"Wat scheelt Brandon?" vroeg Sir John. + +Niemand kon het hem zeggen. + +"Ik hoop dat hij geen slechte tijding heeft gekregen," zei Lady +Middleton. "Het moet wel iets bijzonders zijn, dat Kolonel Brandon +zoo plotseling van mijn ontbijttafel doet opstaan." + +Na een minuut of vijf kwam hij terug. + +"Toch geen slecht nieuws, Kolonel?" vroeg Mevrouw Jennings, toen +hij binnentrad. + +"O neen, mevrouw; in 't geheel niet." + +"Kwam de brief uit Avignon? Ik hoop toch, dat uwe zuster niet erger +is geworden?" + +"Neen, mevrouw. De brief kwam uit Londen, 't was over zaken; anders +niet." + +"Maar hoe kon het handschrift u zoo van streek brengen, als het niets +dan een brief over zaken was? Neen, neen, Kolonel, zoo komt u er niet +af; vertel ons nu maar de waarheid." + +"Maar moeder," zei Lady Middleton; "bedenk toch wat u zegt." + +"Misschien hebt u bericht gekregen, dat uw nichtje Fanny getrouwd +is?" zei Mevrouw Jennings, zonder acht te slaan op haar dochters +vermaning. + +"Neen, dat was het ook niet." + +"Nu, dàn weet ik, van wie de brief was. En ik hoop dat zij het +goed maakt." + +"Wie bedoelt u, mevrouw?" zei hij, met ietwat verhoogde kleur. + +"O, u weet best wie ik bedoel." + +"Het spijt mij wel zéér, mevrouw," hernam hij, zich tot Lady Middleton +wendend, "dat ik juist vandaag dien brief moest ontvangen; want +hij handelt over zaken, die mijn onmiddellijk vertrek naar Londen +noodzakelijk maken." + +"Naar Londen!" riep Mevrouw Jennings. ""Wat kunt u om dezen tijd van +het jaar in de stad hebben te doen? + +"Ik zelf verlies veel erdoor," ging hij voort, "daar ik van zulk +aangenaam gezelschap moet afscheid nemen, doch het spijt mij te meer, +omdat ik vrees, u zonder mijne tegenwoordigheid geen toegang tot +Whitwell te kunnen verschaffen." + +Dat was een slag voor hen allen! + +"Maar als u een briefje aan de huishoudster schreef, Mijnheer Brandon," +zei Marianne haastig; "zou dat niet voldoende zijn?" + +Hij schudde het hoofd. + +"We gaan toch," zei Sir John. "Het mag niet afspringen, nu we er bijna +zijn nog wel. Er zit niet anders op, Brandon, dan dat je morgen naar +de stad gaat." + +"Ik wenschte wel dat het zoo gemakkelijk geschikt kon worden. Maar +ik kan mijn reis waarlijk geen dag uitstellen." + +"Als u ons maar wilde vertellen, wat die zaak eigenlijk _is_," +zei Mevrouw Jennings; "dan konden wij er over oordeelen, of het kon +uitgesteld worden of niet." + +"Het zou geen zes uren verschil maken," zei Willoughby, "als u de +reis uitstelde tot we terug waren." + +"Ik mag geen _uur_ verliezen." + +Elinor hoorde, hoe Willoughby zachtjes tegen Marianne zei: "Er zijn +van die menschen die een hekel hebben aan buitenpartijen. Brandon +behoort er ook toe. Hij was zeker bang om kou te vatten, en bedacht +er deze uitvlucht op, om eraf te komen. Ik durf er vijftig guinea's +op verwedden, dat hij dien brief zelf geschreven heeft." + +"Natuurlijk," antwoordde Marianne. + +"Men kan je niet overhalen om van meening te veranderen, Brandon; dat +weet ik van ouds," zei Sir John; "als je eenmaal een voornemen hebt +opgevat. Maar ik blijf nog hopen, dat je je zult bedenken. Vergeet +niet, dat de beide dames Carey ervoor van Newton zijn gekomen, dat +de drie dames Dashwood ervoor van huis zijn komen wandelen, en dat +Mijnheer Willoughby twee uur vroeger dan gewoonlijk is opgestaan, +alles om dat uitstapje naar Whitwell." + +Kolonel Brandon betuigde opnieuw zijn spijt, dat hij het gezelschap +moest teleurstellen, maar verklaarde tevens, dat dit onvermijdelijk +was. + +"Nu, wanneer kom je dan terug?" + +"Ik hoop dat we u hier weer te Barton zullen mogen verwelkomen," voegde +Lady Middleton erbij, "zoodra u weer uit Londen kunt vertrekken; +we moeten het uitstapje naar Whitwell dan maar uitstellen tot uw +terugkomst." + +"Dat is heel vriendelijk van u. Maar het is zóó onzeker, wanneer +het mij mogelijk zal zijn terug te keeren, dat ik daaromtrent geen +afspraak durf maken." + +"O, maar terugkomen moet en zàl hij," riep Sir John. "Als hij aan +'t eind van de week niet weer hier is, ga ik hem halen." + +"Ja, doe dat," zei Mevrouw Jennings; "dan kom je misschien erachter, +wat die zaak toch zijn mag." + +"Neen, ik begeer mijn neus niet in andermans-zaken te steken; 't zal +wel iets zijn, waarvoor hij zich schaamt." + +Een bediende kwam zeggen, dat de paarden van den Kolonel gereed waren. + +"Je gaat toch niet te paard naar de stad?" vroeg Sir John. + +"Neen,--niet verder dan tot Honiton. En dan met de postkoets." + +"Nu, als je besloten bent te gaan, goede reis dan. Maar ik zou mij +liever nog eens bedenken." + +"Ik verzeker je, dat het mij niet mogelijk is." + +Hij nam afscheid van het geheele gezelschap. + +"Is er geen kans, dat ik u en uw zusters dezen winter in de stad zal +ontmoeten, Juffrouw Dashwood?" + +"Ik vrees van niet." + +"Dan moet ik afscheid van u nemen voor langer dan mij lief is." + +Voor Marianne boog hij alleen, zonder iets te zeggen. + +"Kom, Kolonel," zei Mevrouw Jennings, "laat ons nu nog eer u heengaat, +hooren wat er achter zit." + +Hij zei haar beleefd goedendag en ging, vergezeld door Sir John de +kamer uit. + +De klachten en verzuchtingen, die de hoffelijkheid tot nu toe had +weerhouden, barstten van alle zijden los, en zij waren het steeds +weer op nieuw met elkaar eens, dat het afschuwelijk ergerlijk was, +zoo te worden teleurgesteld. + +"Nu met dat al, ik kan 't je wel vertellen, wat dat voor zaken zijn", +zei Mevrouw Jennings zegevierend. + +"Weet u het, mevrouw?" zeiden bijna allen tegelijk. + +"Ja, 't is natuurlijk iets met Juffrouw Williams." + +"En wie is Juffrouw Williams?" vroeg Marianne. + +"Wat? Weet je niet wie Juffrouw Williams is? Je hebt toch stellig al +van haar gehoord? Zij is een bloedverwante van den Kolonel, lieve kind, +heel na verwant. We zullen maar niet zeggen, hoe na, om den jongen +dames geen aanstoot te geven." Iets zachter zei ze tegen Elinor: +"Ze is zijn natuurlijke dochter." + +"Is het waar?" + +"O ja; en ze lijkt sprekend op hem. Ik wed dat de Kolonel haar al +zijn geld nalaat." + +Toen Sir John terugkwam, stemde hij van harte in met aller uitingen +van spijt over het gebeurde; maar besloot met te zeggen, dat zij nu +eenmaal allen bijeen waren, en iets moesten doen om de vroolijkheid +erin te houden; en na eenig overleg werd men het eens, al mocht de ware +vroolijkheid dan ook alleen in Whitwell te vinden zijn geweest, een +rijtoer in de omstreken hun althans een behoorlijke mate van voldoening +zou verschaffen. De rijtuigen kwamen voor; dat van Willoughby was het +eerste, en Marianne had er nog nooit zoo gelukkig uitgezien, als toen +zij instapte. Hij reed snel het park door; ze waren spoedig uit het +gezicht, en niemand kreeg hen meer te zien tot ze weer kwamen opdagen, +niet eer alle anderen reeds weer waren teruggekeerd. Ze waren beiden +verrukt over hun rit; maar zeiden alleen dat zij zich aan de boschpaden +hadden gehouden, terwijl de anderen de heuvels waren opgegaan. + +Er was afgesproken, dat 's avonds zou worden gedanst, en dat ieder zoo +vroolijk zou zijn als de dag lang was. Aan het diner kwamen nog eenige +Carey's, en zij hadden het genoegen met zijn twintigen aan tafel te +zitten, 't geen Sir John veel voldoening schonk. Willoughby nam als +gewoonlijk plaats tusschen de beide oudste dames Dashwood. Mevrouw +Jennings zat aan Elinor's rechterhand, en zij hadden nog niet lang aan +tafel gezeten toen zij, zich achter haar en Willoughby naar Marianne +overbuigend, zeide, luid genoeg dat beiden het konden hooren: "Al ben +je nòg zoo loos, ik heb je gesnapt. Ik weet, waar je van morgen geweest +bent." Marianne kreeg een kleur en zei haastig: "Waar dan?" "Wist u +niet," zei Willoughby, "dat we een toertje hadden gedaan samen?" + +"Ja, ja, mijnheer Durf-al, dat wist ik heel goed, en ik had het erop +gezet, uit te vinden, wáárheen dat toertje geweest was. Ik hoop dat +je huis naar je zin was, Marianne. 't Is verbazend groot, en als ik +je daar kom bezoeken, dan denk ik wel, dat je 't nieuw zult hebben +gemeubileerd; want dat had het al noodig toen ik het zag, zes jaar +geleden." + +Marianne keek voor zich, verward en verlegen. + +Mevrouw Jennings lachte hartelijk, en Elinor hoorde nu, dat zij, vast +besloten erachter te komen waar zij geweest waren, Willoughby's knecht +had laten uitvragen door haar eigen kamenier, en langs dien weg was +gewaar geworden, dat zij naar Allenham waren geweest, daar geruimen +tijd hadden gewandeld in den tuin, en het geheele huis bezichtigd. + +Elinor kon bijna niet gelooven, dat dit waar kon zijn, want het leek +al zeer onwaarschijnlijk, dat Willoughby zou voorstellen, of Marianne +erin toestemmen, het huis binnen te gaan, terwijl Mevrouw Smith er +vertoefde, die Marianne volkomen vreemd was. + +Zoodra zij de eetkamer verlieten, vroeg Elinor haar zuster wat ervan +aan was, en vernam tot haar groote verbazing, dat al wat Mevrouw +Jennings had verteld de zuivere waarheid was geweest. Marianne was +zelfs heel boos, dat zij eraan getwijfeld had. + +"Waarom toch zou je denken, Elinor, dat we _niet_ daarheen waren +gegaan, of _niet_ het huis hadden bekeken? Heb je dan niet dikwijls +zelf gewenscht, dat te kunnen doen?" + +"Ja Marianne, maar niet wanneer Mevrouw Smith thuis was, en zonder +ander gezelschap dan Mijnheer Willoughby." + +"Mijnheer Willoughby is nu eenmaal de eenige persoon, die het recht +heeft, om dat huis te laten zien, en daar er in zijn rijtuig maar +plaats was voor twee konden wij onmogelijk anderen meenemen. 't Was +de prettigste dag, dien ik in mijn leven heb doorgebracht." + +"Ik vrees," zei Elinor, "dat genoegen en gepastheid niet altijd +onvermijdelijk samengaan." + +"Integendeel, juist dat genoegen bewijst zijn eigen onschuld; als er +werkelijk iets ongepasts was in wat ik deed, dan zou ik dat voortdurend +gevoeld hebben; want we weten het altijd als we iets verkeerds doen, +en met dàt besef kon ik geen pleizier hebben gehad." + +"Maar, Marianne, begin je ook nu nog niet te twijfelen, of je gedrag +wel was zooals het behoorde, nu het je reeds zulke uiterst onbescheiden +opmerkingen heeft op den hals gehaald?" + +"Als Mevrouw Jennings' onbescheiden opmerkingen tot bewijs moeten +dienen van onbehoorlijk gedrag, dan doen wij allen ons heele leven lang +niet anders dan overtredingen begaan in dat opzicht. Ik geef evenmin +om haar afkeuring, als ik zou hechten aan haar lof. Ik zie niet in, +dat ik iets verkeerds heb gedaan, door in den tuin van Mevrouw Smith +te wandelen, of haar huis te bezien. Beiden zullen eenmaal toebehooren +aan Mijnheer Willoughby, en..." + +"Al zouden ze eenmaal aan jezelf toebehooren, Marianne, dan hadt je +nog geen recht, te doen wat je deedt." + +Zij bloosde bij die toespeling, doch het was duidelijk te zien, dat +deze haar wel behaagde; en na een minuut of tien ernstig te hebben +nagedacht, kwam ze bij haar zuster terug, en zei vriendelijk en +vroolijk: "Misschien _was_ het wel een beetje ondoordacht van mij, +Elinor, om mee naar Allenham te gaan; maar Mijnheer Willoughby was +er zoo bijzonder op gesteld, mij het buitengoed te vertoonen; en +het huis is bijzonder mooi. Boven is er een allerliefste zitkamer, +juist de goede grootte, voor dagelijksch gebruik, en met nieuwe +meubels zou die verrukkelijk kunnen worden. Het is een hoek-vertrek, +met ramen aan twee zijden. Aan den eenen kant heeft men het uitzicht +over het grasveld achter het huis, op een prachtig bosch, tegen een +helling gelegen, en aan den anderen op de kerk en het dorp, met die +mooie, streng omlijnde heuvels er achter, die we zoo dikwijls hebben +bewonderd. Ik zag het niet eens op zijn best; want de meubels waren +allertreurigst,--maar als het nieuw werd ingericht... Willoughby zegt, +dat het met een uitgaaf van een paar honderd pond een van de mooiste +zomerverblijven in Engeland zou kunnen worden." + +Als Elinor naar haar had kunnen luisteren, zonder door de anderen +gestoord te worden, dan zou ze alle kamers van het huis met evenveel +genoegen hebben beschreven. + + + + + + +HOOFDSTUK XIV + + +De onverwachte afloop van Kolonel Brandon's bezoek te Barton Park, +en zijn volharding in het verbergen van de oorzaak ervan hielden +Mevrouw Jennings twee of drie dagen bezig, en vervulden haar met +nieuwsgierige verbazing; zij verbaasde zich trouwens druk, zooals +ieder wel moet doen, die levendig belangstelt in al het doen en laten +van zijn kennissen. Zij bleef zich maar voortdurend afvragen, wat toch +wel de reden had kunnen zijn; geloofde stellig dat hij slechte tijding +had gekregen, en peinsde over allerlei rampen, die hem hadden kunnen +treffen, met het vaste besluit, dat hij niet allen ontsnappen zou. + +"'t Is bepaald iets héél treurigs," zei ze. "Ik zag 't aan zijn +gezicht. Die arme man! Ik vrees dat het met zijn geldzaken niet in orde +is. Dat landgoed te Delaford heette niet meer dan tweeduizend in het +jaar op te brengen, en zijn broer liet het in een treurigen toestand +achter. Hij zal bepaald hebben moeten overkomen voor geldzaken; want +wat kan 't anders zijn? Ik ben benieuwd of 't waar is. Ik zou er +alles voor over hebben om erachter te komen. Misschien is het tòch +iets met Juffrouw Williams,--ja, dat zal het bepaald geweest zijn, +want hij keek zoo verlegen, toen ik haar naam noemde. Misschien ligt +ze ziek in Londen; dat is héél waarschijnlijk, want ik meen gehoord te +hebben, dat ze zwak van gestel is. Ik durf er alles om verwedden, dat +het Juffrouw Williams betrof. 't Is niet te verwachten eigenlijk, dat +hij _nu_ in geldverlegenheid zou zijn; want hij is heel voorzichtig, +en dat goed van hem zal nu wel vrij zijn van schulden. Wàt het toch +zijn kan! Misschien is zijn zuster te Avignon erger geworden en heeft +hem gevraagd om over te komen. Men zou het haast denken, door die haast +die hij maakte om weg te komen. Nu, ik hoop van harte, dat hij al dat +verdriet gauw te boven komt en een goede vrouw krijgt op den koop toe." + +Zoo bleef Mevrouw Jennings praten en benieuwd zijn; haar vermoedens +wisselden met elke nieuwe gissing, en alle schenen beurtelings +even waarschijnlijk. Hoewel het welzijn van Kolonel Brandon Elinor +werkelijk ter harte ging, kon zij zich niet zóó uitermate verbazen +over zijn plotseling vertrek, als Mevrouw Jennings van haar verlangde; +want behalve dat die omstandigheid haar niet gewichtig genoeg scheen, +om zulk een onuitputtelijke verwondering en zulk een verscheidenheid +van gissingen te rechtvaardigen, haar eigen bevreemding werd door iets +anders gewekt. Die bevreemding gold het onverklaarbaar stilzwijgen van +haar zuster en Willoughby omtrent een onderwerp, welks belangrijkheid +in aller oogen hun niet kon ontgaan. Naarmate dit zwijgen duurde, +scheen het van dag tot dag vreemder en minder in overeenstemming +met beider gezindheid. Waarom zij niet openlijk zouden erkennen, +tegenover haar moeder en haarzelve, wat hun houding tegenover +elkander voortdurend bewees, kon Elinor zich niet voorstellen. Dat +zij niet onmiddellijk konden trouwen, begreep zij zeer goed; want +hoewel Willoughby onafhankelijk was, bestond er toch geen reden om +hem zeer vermogend te achten. Sir John schatte de opbrengst van zijn +bezitting op zes of zevenhonderd pond in het jaar; maar hij leefde +op een voet, waarvoor dat inkomen nauwelijks toereikend kon zijn, +en had zich dikwijls zelf beklaagd over zijn armoede. Doch voor +de vreemde geheimzinnigheid, die zij in acht namen betreffende hun +verloving, een geheimzinnig doen, dat feitelijk niets verborg, kon +zij geen reden vinden; en het was zoo volkomen in tegenspraak met hun +algemeene opvatting en handelwijze, dat zij soms begon te twijfelen +of zij wel werkelijk verloofd waren; en die twijfel was voldoende +om haar te weerhouden van een rechtstreeksche vraag, tot Marianne +gericht. Niets kon duidelijker blijk geven van oprechte genegenheid +voor hen allen dan Willoughby's gedrag. Tegenover Marianne was het +vol van die uitsluitende teederheid, die het hart van een minnaar +vermag te schenken, en de overige leden van het gezin werden door +hem behandeld met de hartelijke voorkomendheid van een zoon en een +broeder. Hun huisje scheen hij te beschouwen en lief te hebben als +een eigen thuis; hij bracht bij hen veel meer van zijn tijd door dan +te Allenham; en als geen gezellige bijeenkomst hen allen vergaderde +te Barton Park, dan richtte hij zijn geregelden morgenrit bijna zonder +uitzondering dáárheen, waar hij het overige gedeelte van den dag sleet +aan Marianne's zijde, met zijn geliefkoosden jachthond aan hare voeten. + +Op een zekeren avond, ongeveer een week nadat Kolonel Brandon naar +Londen was vertrokken, scheen zijn hart meer dan ooit open te staan +voor alle gevoelens, die hem innig deden hechten aan de omringende +omgeving, en toen Mevrouw Dashwood toevallig melding maakte van haar +voornemen om het huisje in het voorjaar te laten opknappen, verzette +hij zich met nadruk tegen elke verandering van een verblijf, dat zijn +genegenheid hem eens voor al volmaakt had doen schijnen. + +"Wat!" riep hij uit, "verbeteringen aanbrengen in dit aardige +huisje? Neen--daartoe geef _ik_ nooit mijn toestemming. Geen steen +moet aan zijn muren, geen duim aan zijn afmetingen worden toegevoegd, +als u mijn gevoelens wenscht te ontzien." + +"Wees maar niet bang," zei Elinor; "er gebeurt niets van; want mama +zal nooit geld genoeg hebben om het te durven ondernemen." + +"Daar ben ik blij om," riep hij uit. "'t Was beter dat uw moeder altoos +arm bleef, als zij haar rijkdom niet beter dan zóó wist te gebruiken." + +"Dank voor dien wensch, Willoughby," zei Mevrouw Dashwood. "Maar +je moogt gerust gelooven, dat ik nooit eenig gevoel van gehechtheid +aan deze plek, gekoesterd door wien ook, dien ik liefheb, zou willen +kwetsen, terwille van alle verbeteringen ter wereld. Vertrouw maar +stellig, dat ik, al hield ik ook nog zulk een groote som over bij +'t opmaken van mijn budget in het voorjaar, die liever ongebruikt +zou laten liggen, dan erover te beschikken op een wijze, die je zoo +zou grieven. Maar ben je werkelijk zóó aan dit huis gehecht, dat je +er geen gebreken in kunt zien?" + +"Ja waarlijk," zei hij. "In mijn oogen is het volmaakt. Méér dan +dat; ik beschouw het als het eenig verblijf, waarin voor mij geluk +denkbaar is, en als ik rijk was, dan liet ik dadelijk Combe afbreken, +en opnieuw bouwen als de getrouwe kopie van dit landhuisje." + +"Met een smalle donkere trap en een rookenden keukenschoorsteen," +zei Elinor. + +"Ja zeker," riep hij, even opgewonden als te voren, "met al wat er +bij behoort; in geen enkel opzicht, 't zij gunstig of _on_gunstig, +moest ook maar de geringste afwijking zijn te bespeuren. Dan, en dàn +alleen, onder zulk een dak, zou ik misschien te Combe even gelukkig +zijn, als ik te Barton geweest ben." + +"Ik durf wel hopen," antwoordde Elinor, "dat je, ook ondanks het +bezwaar van ruimere kamers en een breedere trap, later je eigen huis +even onverbeterlijk zult gaan vinden, als thans het onze." + +"Zeer zeker zijn er omstandigheden," zeide Willoughby, "waaronder +het mij zeer dierbaar zou kunnen worden, doch dit huis zal altoos +één recht op mijne genegenheid kunnen doen gelden, waarin geen ander +verblijf ooit deelen kan." + +Mevrouw Dashwood wierp een verheugden blik naar Marianne, wier mooie +oogen Willoughby aanzagen met een uitdrukking, die duidelijk te kennen +gaf, hoe goed zij hem begreep. + +"Hoe menigmaal wenschte ik," ging hij voort, "toen ik, nu een jaar +geleden, te Allenham logeerde, dat Barton Cottage toch bewoond mocht +worden! Ik kwam er nooit voorbij, zonder de ligging te bewonderen, +en spijt te gevoelen, dat niemand daarvan genoot. Hoe weinig dacht +ik toen, dat het eerste, wat Mevrouw Smith mij zou mededeelen, toen +ik weer in deze streek terugkwam, het nieuws zou zijn, dat Barton +Cottage was verhuurd! en ik voelde dadelijk een zekere voldoening en +belangstelling bij dat bericht, die ik slechts kan toeschrijven aan +een soort voorgevoel van het geluk, dat mij ten deel zou vallen door +die gebeurtenis. Zou dat niet de reden geweest zijn, Marianne?" liet +hij er, zachter tot haar sprekend, op volgen. Daarop ging hij luider +voort: "En _dit_ huis zoudt u willen bederven, Mevrouw? U zoudt het +zijn eenvoud willen ontnemen door een denkbeeldige verfraaiing? en +deze dierbare huiskamer, waarin onze kennismaking begon, en waarin wij +zoovele gelukkige uren tezamen hebben doorgebracht, zoudt u willen +vernederen tot den staat van een gewonen toegang, zoodat iedere +binnentredende zich haasten zou, het vertrek te verlaten, dat tot nu +toe meer ware gezelligheid en behagen in zich omsloten hield, dan enige +zaal van indrukwekkende afmetingen ons ooit zou kunnen aanbieden?" + +Mevrouw Dashwood verzekerde hem opnieuw dat geenerlei verandering +van dien aard zou worden ondernomen. + +"Dat is lief van u," antwoordde hij met warmte. "Uwe belofte stelt +mij gerust. Strek uwe goedheid nog een weinig verder uit, en u zult +mij gelukkig maken. Beloof mij, dat niet alleen uw huis zal blijven +zooals het is; maar dat ik u en de uwen even onveranderd zal blijven +vinden als uwe woning, en dat u mij steeds zult beschouwen met die +vriendelijke gezindheid, die u en uwe geheele omgeving mij zoo dierbaar +worden deed." + +Die belofte werd gaarne gegeven, en Willoughby's stemming gedurende +den geheelen avond legde getuigenis af van zijn genegenheid en zijn +geluk. "Zullen we je morgenmiddag aan tafel zien?" vroeg Mevrouw +Dashwood bij het afscheid. "Ik reken niet op een morgenbezoek; want +wij moeten naar Barton Park wandelen, om een visite te maken bij +Lady Middleton." + +Hij beloofde om vier uur bij hen te zullen zijn. + + + + + + +HOOFDSTUK XV + + +Het bezoek van Mevrouw Dashwood bij Lady Middleton had den volgenden +dag plaats, en twee van hare dochters vergezelden haar; doch Marianne +wilde liever niet medegaan, en verontschuldigde zich op grond van +een onbeduidend voorwendsel. Haar moeder, die hier uit opmaakte, dat +Willoughby den avond te voren beloofd had, haar te zullen opzoeken +gedurende hunne afwezigheid, had er niets op tegen, dat zij tehuis +bleef. + +Bij hun terugkomst van Barton Park zagen zij Willoughby's rijtuig en +zijn bediende vóór het huis staan wachten, en Mevrouw Dashwood begreep, +dat haar vermoeden bewaarheid was. Tot dusver ging alles, zooals zij +verwacht had; maar toen zij het huis binnentrad, aanschouwde zij, wat +geen vooruitziende schranderheid haar had kunnen doen voorzien. Juist +toen zij de voordeur ingingen, zagen zij Marianne haastig uit de +huiskamer komen, blijkbaar bitter bedroefd, met haar zakdoek voor +de oogen, en zonder op hen te letten, de trap oploopen. Verwonderd +en verschrikt gingen zij aanstonds de kamer binnen, die zij pas +verlaten had, en vonden er niemand dan Willoughby, die tegen den +schoorsteenmantel geleund stond, met den rug naar hen toegekeerd. Hij +wendde zich om, toen zij binnenkwamen, en zijn gelaat vertoonde ten +duidelijkste de sporen eener even heftige aandoening, als die, welke +Marianne had overmeesterd. + +"Scheelt haar iets?" riep Mevrouw Dashwood reeds op den drempel; +"is zij niet wel?" + +"Ik hoop het niet," antwoordde hij, met een poging om vroolijk te +kijken, en na een oogenblik liet hij er met een gedwongen glimlach +op volgen: "Het zou zoo vreemd niet zijn, wanneer ikzelf mij onwel +gevoelde; want ik ga op het oogenblik gebukt onder een grievende +teleurstelling!" + +"Teleurstelling!" + +"Ja; want het is mij niet mogelijk, mij te houden aan onze +afspraak. Mevrouw Smith heeft van morgen het overwicht van haar rijkdom +doen gelden tegenover een armen afhankelijken bloedverwant door mij +voor zaken naar Londen te zenden. Ik heb zooeven mijn opdrachten +in ontvangst genomen, en Allenham vaarwel gezegd; en bij wijze van +vertroosting ben ik nu komen afscheid nemen van u." + +"Naar Londen!--en ga je vandaag nog?" + +"'t Is bijna reeds mijn tijd." + +"Dat treft wel ongelukkig. Maar je moet doen, wat Mevrouw Smith +verlangt;--en haar opdracht zal je toch, hoop ik, niet lang van ons +verwijderd houden." + +Hij kreeg een kleur, terwijl hij antwoordde: "U bent wel vriendelijk, +maar het is niet mijn bedoeling, zoo spoedig terug te keeren naar +Devonshire. Mijn bezoeken bij Mevrouw Smith worden nooit herhaald +binnen het jaar." + +"En is Mevrouw Smith dan je eenige vriendin? Is Allenham het +eenige huis hier in de buurt, waar je welkom zoudt zijn? Foei, +Willoughby. Acht je je verplicht een uitnoodiging van mijne zijde af +te wachten?" + +Hij bloosde nog dieper, en zei alleen met neergeslagen oogen: +"U bent waarlijk te goed." + +Mevrouw Dashwood zag Elinor verbaasd aan. Elinor was niet minder +verwonderd. Een korte poos bewaarden allen het stilzwijgen. Mevrouw +Dashwood was de eerste, die sprak. + +"Ik kan alleen herhalen, mijn waarde Willoughby," zeide zij, "dat ge +altijd welkom zult zijn in Barton Cottage; want ik wil niet aandringen +op uw spoedige terugkomst hier; daar ge zelf alleen kunt beoordeelen, +in hoeverre die Mevrouw Smith aangenaam zou zijn; en op dat punt +ben ik evenmin geneigd uw oordeel te wantrouwen, als ik gezind ben +twijfel te koesteren omtrent uw eigen wenschen." + +"Voorloopig," antwoordde Willoughby verward, "zijn mijn verplichtingen +van dien aard... dat... ik durf niet hopen..." + +Hij zweeg. Mevrouw Dashwood kon van verbazing geen woorden vinden, +en weer volgde er stilte. Willoughby verbrak het zwijgen door met een +flauwen glimlach te zeggen: "'t Is dwaasheid, nog langer zoo te blijven +dralen. Ik wil mijzelf niet verder kwellen, door een samenzijn met +vrienden, in wier gezelschap ik thans onmogelijk behagen scheppen kan." + +Hij nam haastig van hen allen afscheid en verliet het vertrek. Zij +zagen hem in zijn rijtuig stappen en een oogenblik later verdween +het uit hun gezicht. Mevrouw Dashwood was te bewogen om haar gevoel +in woorden te uiten, en ging de kamer uit, om in eenzaamheid zich +over te geven aan de gevoelens van droefheid en zorg, veroorzaakt +door dit plotseling vertrek. + +Elinor was niet minder ongerust dan haar moeder. Het daareven gebeurde +vervulde haar met angst en wantrouwen. Willoughby's houding bij het +afscheid, zijn verwarring en zijn voorgewende vroolijkheid maar vooral +zijn blijkbare ongeneigdheid om haar moeders uitnoodiging aan te nemen, +een terughouding, zóó vreemd in een minnaar,--in iemand als hij, dat +alles wekte in de hoogste mate haar bezorgdheid. Het eene oogenblik +vreesde zij, dat van zijn kant nooit eenig ernstig plan had bestaan; +en dan weer dacht zij, dat tusschen hem en haar zuster misschien +iets onaangenaams was voorgevallen; Marianne's droefheid, toen zij +uit de kamer kwam, had zéér goed het gevolg van een heftigen twist +kunnen zijn; en toch wanneer zij bedacht, hoe Marianne hem liefhad, +scheen twist tusschen hen haar bijna iets onmogelijks. + +Doch onder welke omstandigheden dan ook hunne scheiding mocht hebben +plaats gehad; aan de diepe droefheid van haar zuster viel niet te +twijfelen, en zij dacht met innig medelijden aan de heftige smart, +waarin Marianne zeer waarschijnlijk thans niet slechts verlichting +zocht en vond, doch die zij het haar plicht zou achten aan te wakkeren +en te verlevendigen. + +Na een half uurtje kwam haar moeder terug, en hoewel haar oogen +beschreid waren, keek zij toch niet bedrukt. + +"Nu is onze beste Willoughby al een paar mijlen ver van Barton, +Elinor," zei ze, terwijl zij haar werk opnam en ging zitten; "en met +welk een bezwaard gemoed is hij op reis gegaan!" + +"'t Is alles even vreemd. Zoo plotseling vertrokken! Het schijnt wel +het werk van één oogenblik. Wat was hij gisteravond nog gelukkig in +ons bijzijn, en zoo hartelijk, zoo vroolijk!--En nu, na slechts tien +minuten voorbereiding, is hij weg--niet voornemens terug te keeren? Er +moet meer zijn voorgevallen dan hij ons heeft willen bekennen. Hij +sprak niet als anders; hij was zichzelf niet. _U_ moet dat verschil +even goed hebben opgemerkt als ik. Wat kan het zijn? Een twist tusschen +hen beiden? Waarom zou hij anders zoo ongeneigd zijn gebleken om uwe +uitnoodiging aan te nemen?" + +"'t Was niet, omdat hij het niet wenschte, Elinor! Dàt zag ik duidelijk +genoeg. Het stond niet in zijn macht. Ik heb over alles goed nagedacht, +dat verzeker ik je, en ik begrijp nu volkomen alles, wat mij eerst +even vreemd scheen als jou." + +"Werkelijk, mama?" + +"Ja. _Ik_ voor mij ben tot een heel bevredigende slotsom gekomen;--maar +jij, Elinor, die bij voorkeur twijfelt, als je daar kans toe +ziet... _jou_ zal die niet voldoen, dat weet ik wel; al zal je _mijn_ +vertrouwen erin niet kunnen wegpraten. Ik ben vast overtuigd, dat +Mevrouw Smith zijn genegenheid voor Marianne vermoedt; dat zij die +afkeurt--misschien omdat zij andere plannen met hem heeft en daarom +erop gesteld is, hem uit den weg te krijgen; die zaak, die hij +voor haar moet regelen en waarvoor ze hem wegzendt, is natuurlijk +maar een voorwendsel, dat zij bedacht heeft. Zoo stel ik mij het +gebeurde voor. Daarbij komt dit: hij _weet_, dat zij die verbintenis +niet goedkeurt; hij durft haar dus op het oogenblik niet bekennen, +dat hij met Marianne is verloofd, en in zijn afhankelijke positie, +voelt hij zich verplicht, op haar plannen in te gaan, en Devonshire +voor eenigen tijd te verlaten. Ik weet het wel, je zult zeggen: +dat alles kàn, en kan óók _niet_ gebeurd zijn; maar ik luister naar +géén tegenwerping eer je mij een andere manier aan de hand doet, om +de zaak zóó gunstig uit te leggen. En wat heb je daar nu op te zeggen?" + +"Niets, mama; want u hebt mijn antwoord reeds vooraf verwacht en +uitgesproken." + +"Dus je zoudt gezegd hebben: het kan evengoed _niet_ als wèl zoo zijn +geweest. O Elinor, wat zijn je gevoelens toch onbegrijpelijk! Je +zoudt liever kwaad gelooven dan goed. Je zoudt liever _zoeken_ +naar verdriet voor Marianne, en schuld van dien armen Willoughby, +dan naar verontschuldiging voor zijn gedrag. Je _verkiest_ hem nu +eenmaal schuldig te achten omdat hij bij het afscheid van ons niet +zoo hartelijk scheen als gewoonlijk. En is er dan geen verschooning te +vinden in een zekere verstrooidheid en neerslachtigheid, veroorzaakt +door de pas ondervonden teleurstelling? Zal geen enkele mogelijkheid +overwogen mogen worden, enkel en alleen omdat zij geen zekerheid +is? Zijn wij niets verplicht aan den man, dien wij om zoo goede +reden liefhebben, en die ons niet de geringste aanleiding gaf tot +verdenking? Mag dan de mogelijkheid niet worden aangenomen van +beweegredenen, volkomen gegrond op zich zelf, doch die voorloopig +onvermijdelijk verborgen moeten blijven? En, wat is het, per slot +van rekening, waarvan je hem verdenkt?" + +"Dat kan ik u eigenlijk zelf niet zeggen. Maar het vermoeden van +iets onaangenaams is 't onvermijdelijk gevolg van een verandering, +zooals wij die daareven in hem hebben waargenomen. Er is echter +veel waars in wat u zegt omtrent de overwegingen te zijnen gunste, +die wij moeten laten gelden, en ik wensch werkelijk eerlijk te zijn +in mijn oordeel over iedereen. Willoughby kàn ongetwijfeld zeer +voldoende redenen hebben voor zijn gedrag, en ik hoop, dat dit het +geval is. Maar het zou toch meer iets voor hem zijn geweest, die +openlijk te erkennen. Geheimzinnigheid mag raadzaam zijn; maar ik +kan niet nalaten mij te verwonderen, dat juist hij die betracht." + +"Je moogt hem geen verwijt maken van ontrouw aan zichzelf, waar die +afwijking noodzakelijk is. Maar je geeft dus werkelijk toe, dat ik +gelijk had, in wat ik tot zijn verdediging aanvoerde?--daar ben ik +blij om--dan gaat hij vrij uit." + +Niet geheel en al. Het kan raadzaam zijn, hun verloving--(àls ze +verloofd zijn,)--geheim te houden voor Mevrouw Smith,--en als dat +het geval is, dan is het natuurlijk zéér noodig, dat Willoughby thans +slechts zelden in Devonshire gezien wordt. Maar dit is nog geen reden +om die verloving te verbergen voor òns." + +"Verbergen voor òns? maar lieve kind, beschuldig je Willoughby +en Marianne van achterhoudendheid op dat punt? Dàt is wel vreemd, +terwijl je blikken hun dag aan dag een verwijt maakten van hun gebrek +aan voorzichtigheid." + +"Van hun genegenheid heb ik geen bewijs meer noodig," zei Elinor, +"maar van hun verloofd zijn wèl." + +"Ik ben omtrent beide punten volkomen gerust." + +"En toch is er door geen van hen beiden één woord tegenover u gerept +van dat onderwerp." + +"Ik had geen woorden noodig; hun daden spraken voor mij duidelijk +genoeg. Bewees niet zijn houding jegens Marianne en ons allen, +in de laatste weken, dat hij haar liefhad en als zijn aanstaande +vrouw beschouwde, en dat hij ons de genegenheid toedroeg die men +koestert voor zijn naaste verwanten? Hebben wij elkaar niet volkomen +begrepen? Vroeg hij niet dagelijks mijne toestemming, door zijn blik, +zijn houding, zijn oplettende en eerbiedige voorkomendheid? Mijn beste +Elinor, is het mogelijk dat je hun verloving in twijfel trekt? Hoe +kon die gedachte bij je opkomen? Hoe kan je veronderstellen, dat +Willoughby, overtuigd als hij moet zijn van je zuster's liefde, +haar zou verlaten, voor maanden achtereen misschien, zonder haar zijn +gevoel te openbaren;--dat ze zouden scheiden zonder elkaar wederzijdsch +vertrouwen te hebben geschonken?" + +"Ik geef toe," antwoordde Elinor, "dat alle omstandigheden, op één na, +spreken ten gunste van hun verloving; maar die ééne is het volslagen +stilzwijgen, door beiden daaromtrent bewaard, en voor mij weegt die +eene tegen bijna alle andere op." + +"Wat is dat vreemd. Je moet wel slecht over Willoughby denken, wanneer +je, na al wat tusschen hen is voorgevallen, nog kunt twijfelen aan +den aard van hun onderlinge verhouding. Dus hij sou al dien tijd +tegenover je zuster een rol hebben gespeeld? Denk je dat hij in zijn +hart onverschillig haar is?" + +"Neen, dat kàn ik niet denken. Hij moet haar liefhebben, en dat doet +hij; daaraan twijfel ik niet". + +"Een vreemd soort van teederheid is dat dan toch, die hem toestaat +haar te verlaten, zoo onverschillig, zoo onbezorgd omtrent de toekomst, +als je denkt, dat hij doet." + +"U moet niet vergeten, mama, dat ik de zaak nooit als zeker +beschouwde. Ik beken, dat ik wel eens twijfel heb gekoesterd. Die +twijfel is echter reeds verminderd en zal misschien spoedig geheel +verdwijnen. Als het blijkt, dat zij in briefwisseling zijn, dan ben +ik niet bang meer." + +"Je bent wèl toegevend, moet ik zeggen! Als je hen voor het +altaar zaagt staan, dan zou je nog denken, dat ze _misschien_ +wel gingen trouwen. 't Is een leelijke trek in je.--Maar zulke +bewijzen heb _ik_ niet noodig. In mijn oogen is er niets gebeurd, +dat twijfel rechtvaardigde; tot verbergen werd geen poging gedaan; +alles ging volkomen open en zonder terughouding in zijn werk. Aan +je zuster's wenschen kan je niet twijfelen. 't Is dus Willoughby, +dien je verdenkt. En waarom? Is hij niet gevoelig en een man van +eer? Gaf hij ons door onstandvastigheid reden tot zorg en vrees? Zou +hij bedriegelijk kunnen zijn?" + +"Ik geloof van niet; ik geloof van niet," riep Elinor. "Ik houd van +Willoughby; ik houd oprecht van hem; en twijfel aan de zuiverheid van +zijn karakter doet mijzelve niet minder pijn dan u. Tegen mijn wil is +die twijfel gerezen, en ik wil dat gevoel niet aanmoedigen. Ik beken, +dat ik schrikte van morgen, door die verandering in zijn houding; hij +sprak niet zooals van hem te verwachten viel, en bleef onhartelijk +tegenover uw vriendelijkheid. Maar dat alles laat zich verklaren +door de omstandigheden, die u als waar veronderstelt. Hij had pas +afscheid genomen van Marianne, had haar zien gaan, wanhopig bedroefd; +en als hij zich verplicht achtte, uit vrees Mevrouw Smith te ergeren, +de verleiding te weerstaan om hier spoedig terug te keeren, terwijl hij +toch wist, door het weigeren van uwe uitnoodiging, door te zeggen dat +hij voor langen tijd afscheid nam, tegenover ons gezin den schijn op +zich te laden van illoyaal en zonderling gedrag, dan had hij waarlijk +wel reden verlegen en verward te zijn. Onder die omstandigheden zou een +eenvoudige en openhartige uiteenzetting van zijn moeilijkheden hem meer +tot eer hebben gestrekt, en mijns inziens meer hebben gestrookt met +zijn aard en aanleg; maar ik zal niemand zijn gedrag verwijten, wegens +zoo enghartige redenen als een verschil in zienswijze met mijzelve, +of eene afwijking van wat _ik_ als goed en redelijk beschouw." + +"Nu spreek je, zooals het behoort. Willoughby verdient waarlijk niet +beschouwd te worden met achterdocht. Al kennen _wij_ hem nog niet lang; +hij is hier geen vreemdeling; en wie heeft ooit iets te zijnen nadeele +gezegd? Hadden zijn omstandigheden hem veroorloofd, zelfstandig op te +treden en onmiddellijk te huwen, dan had het vreemd kunnen schijnen, +dat hij ons verliet, zonder mij alles thans reeds te bekennen; doch +dit is niet het geval. Het is een verloving, die in sommige opzichten +geen voorspoedig begin heeft gehad, want de tijd van hun huwelijk is +onzeker en veraf; zoodat dan ook stilzwijgen omtrent de zaak, thans, +voor zoover het mogelijk is, zeer raadzaam is geworden." + +Hier werden zij gestoord door Margaret, die binnenkwam; en Elinor +had thans gelegenheid, na te denken over haar moeder's opvattingen; +te erkennen dat vele van haar vermoedens gegrond schenen, en te hopen, +dat alle zouden bewaarheid worden. Zij zagen Marianne niet eer het tijd +was om te eten, en zij zonder een woord te zeggen de kamer binnenkwam +en aan tafel ging zitten. Haar oogen waren rood en gezwollen, en het +scheen alsof zij slechts met moeite hare tranen weerhield. Zij vermeed +hun aller blikken, kon noch eten, noch spreken, en toen haar moeder +na eenigen tijd zwijgend en met innig medelijden haar hand drukte, +bezweek haar geringe kracht geheel--zij barstte in tranen uit en +verliet het vertrek. + +Deze diepe verslagenheid van geest bleef den geheelen avond +voortduren. Zij had geen macht over zichzelve, wijl die macht door +haar niet werd begeerd. Bij de geringste opmerking over iets, dat met +Willoughby in verband stond werd zij overweldigd door hare droefheid, +en ofschoon haar moeder en zusters hun uiterste best deden om haar +te ontzien, het was onmogelijk, tenzij ze een volstrekt stilzwijgen +wilden bewaren, elk onderwerp te vermijden, dat voor haar gevoel op +hem betrekking had. + + + + + + +HOOFDSTUK XVI + + +Marianne zou het onvergefelijk van zichzelve hebben gevonden, +als ze had kunnen slapen, den eersten nacht na het afscheid van +Willoughby. Ze zou den anderen den volgenden morgen niet zonder +schaamte in het gezicht hebben durven zien, als ze niet bij het opstaan +grooter behoefte had gehad aan rust, dan toen ze ging liggen. Maar de +gevoelens, die haar in zelfbedwang schande deden zien, bewaarden haar +voor het gevaar, zich die schande op den hals te halen. Zij lag den +geheelen nacht wakker, en _bijna_ den geheelen nacht schreide zij. Ze +stond met hoofdpijn op, kon niet spreken en weigerde iets te eten; +deed dus haar moeder en zusters onophoudelijk verdriet en verzette +zich tegen elke poging van hunne zijde om haar te troosten. Haar +gevoeligheid was waarlijk niet machteloos! + +Na het ontbijt ging zij alleen wandelen, en zwierf bijna den geheelen +morgen rond in de omstreken van Allenham, zwelgend in herinneringen aan +verloren geluk, en zich onder tranen beklagend over den tegenwoordigen +tegenspoed. + +Ook den avond sleet zij in algeheele overgave aan haar gevoel. Zij +speelde al de geliefkoosde liederen over, die zij Willoughby placht +voor te spelen, iedere melodie, waarin hun stemmen zoo dikwijls hadden +samengeklonken, en zat voor de piano te staren naar de muziek, die +hij voor haar had gecopieerd, tot haar hart zoo overstelpt was van +verdriet, dat zij niet treuriger kòn worden; en iederen dag schonk zij +op die wijze nieuw voedsel aan hare smart. Uren aaneen zat zij voor +de piano beurtelings te zingen en te schreien, en dikwijls werd haar +stem geheel door tranen verstikt. Ook in haar boeken, zoowel als in +muziek, zocht zij met voorliefde de rampzaligheid die de tegenstelling +tusschen voorheen en thans haar onvermijdelijk moest doen gevoelen. Zij +las niets anders, dan wat zij samen te lezen plachten. + +Zóó heftige smart kon niet van eindeloozen duur zijn, na eenige dagen +verflauwde zij tot kalmer neerslachtigheid; doch de reeds genoemde +bezigheden, die zij dagelijks hervatte; haar eenzame wandelingen +en stille overpeinzingen leidden ook thans bijwijlen tot hevige +uitbarstingen van verdriet. + +Van Willoughby kwam geen brief, en Marianne scheen dien ook niet te +verwachten. Haar moeder was verwonderd, en Elinor maakte zich opnieuw +ongerust. Maar Mevrouw Dashwood had altijd verklaringen bij de hand, +wanneer ze die behoefde, die althans haarzelve tevreden stelden. + +"Je weet wel, Elinor," zei ze, "hoe dikwijls Sir John onze brieven +van de post haalt en ze voor ons bezorgt. We zijn het nu eens, dat +de zaak liever niet ruchtbaar moet worden, en we moeten erkennen dat +dit onmogelijk zou zijn, als Sir John hunne brieven over en weer in +handen kreeg." + +Elinor kon dit niet tegenspreken, en zij trachtte die beweegreden +voldoende te achten ter verklaring van hun stilzwijgen. + +Er was echter één middel om achter den waren staat van zaken te komen, +en alle geheimzinnigheid te verbannen, zóó recht op het doel afgaand, +zoo eenvoudig, en naar hare meening zoo verkieselijk, dat zij niet +kon nalaten, haar moeder dit aan de hand te doen. + +"Waarom vraagt u Marianne niet zelf," zei zij, "of ze al of niet met +Willoughby verloofd is? Van u, haar moeder, die zoo vriendelijk en +toegevend voor haar is, kan die vraag haar niet grieven. 't Zou het +natuurlijk uitvloeisel zijn van uw genegenheid voor haar. Zij placht +één en al openhartigheid te zijn, tegenover u vooral." + +"Die vraag zou ik haar nooit willen doen; in geen geval. Neem +eens voor een oogenblik aan, dat zij niet verloofd waren, hoeveel +verdriet zou ik haar dan doen door dat uitvragen. 't Zou in elk +geval heel weinig edelmoedig zijn. Ik zou nooit meer haar vertrouwen +verdienen, wanneer ik haar wilde dwingen tot een bekentenis van 't +geen voorloopig niemand nog mag weten. Ik ken Marianne door en door; +ik weet hoeveel zij van mij houdt, en dat ik niet de laatste zal zijn, +die de toedracht der zaak vernemen zal, wanneer de omstandigheden die +kennisgeving raadzaam doen achten. Ik zou nooit willen pogen iemands +vertrouwen af te dwingen; het allerminst dat van mijn eigen kind, +omdat haar plichtgevoel haar mogelijk zou weerhouden, dat vertrouwen +te weigeren, waar zij het liever niet geschonken had." + +Elinor vond, met het oog op haar zuster's jeugd, deze opvatting +overdreven; en drong nog nader bij haar moeder aan; doch te +vergeefs; gezond verstand, natuurlijke bezorgdheid, vanzelfsprekende +voorzichtigheid, alles moest achterstaan bij Mevrouw Dashwood's +romantisch overdreven fijn gevoel. + +Meerdere dagen verliepen, eer Willoughby's naam door een der +leden van het gezin in Marianne's tegenwoordigheid werd genoemd; +Sir John en Mevrouw Jennings achtten zich tot die kieschheid niet +verplicht, en hun geestigheden vermeerderden de pijn van menig +pijnlijk oogenblik;--doch op zekeren avond zeide Mevrouw Dashwood, +toen zij toevallig een deeltje van Shakespeare opnam: + +"We hebben Hamlet nog niet uitgelezen, Marianne, onze beste Willoughby +ging heen, eer we 't hadden geëindigd. We zullen het wegleggen, +en als hij terugkomt... Maar het zal misschien maanden duren, eer +dàt gebeurt." + +"Maanden?" riep Marianne, zeer verwonderd. "O neen,--weken zelfs niet!" + +Mevrouw Dashwood had reeds berouw van haar gezegde, doch het deed +Elinor genoegen, daar het Marianne een antwoord had ontlokt, dat +haar volkomen vertrouwen in Willoughby uitdrukte, en haar voorkennis +omtrent zijn plannen verried. + +Op zekeren morgen, een week ongeveer na zijn vertrek, haalden +hare zusters Marianne over, hen te vergezellen op hun dagelijksche +wandeling, inplaats van alleen rond te zwerven. Tot nu toe had zij op +die eenzame tochten angstvallig alle gezelschap vermeden. Als haar +zusters plan hadden de heuvels te beklimmen, dan sloop zij naar het +bosch; spraken zij van het dal, dan klom Marianne langs de steilste +paden, en zij was nooit ergens te vinden, wanneer de anderen gereed +waren om uit te gaan. Ten laatste echter werd er beslag op haar +gelegd door Elinor, die deze voortdurende afzondering zeer verkeerd +achtte. Zij wandelden langs den weg: door het dal, meestal zwijgend; +want Marianne's _geest_ liet zich niet dwingen, en Elinor, tevreden +nu zij in een opzicht haar zin had gekregen, wilde thans niet méér +beproeven. Voorbij den ingang van het dal, waar het landschap, ofschoon +nog schilderachtig en afwisselend, minder bergachtig werd en ruimer +uitzicht verleende, konden zij een groot deel overzien van den weg, +waarlangs zij voor de eerste maal naar Barton waren gekomen; en toen +zij deze plek hadden bereikt, bleven zij staan, om rond te zien en +het uitzicht te genieten over de vlakte, die zij van uit hun huisje in +de verte konden onderscheiden, thans vanuit een punt, tot waar hunne +wandelingen zich toevallig nog niet eerder hadden uitgestrekt. Onder +de voorwerpen, die het landschap stoffeerden, bespeurden zij spoedig +een, dat zich bewoog; het was een man te paard, die naderbij kwam. Na +een paar minuten zagen zij, dat het een heer was, en een oogenblik +later riep Marianne vol verrukking: "Hij is het; o zeker!--ik weet +dat hij het is!" en zij wilde hem reeds tegemoetsnellen, toen Elinor +haastig zeide: "Werkelijk Marianne, je vergist je. Het is Willoughby +niet. Deze man is zoo groot niet als hij, en heeft een andere houding." + +"O jawel, jawel," riep Marianne, "hij is het; 't is zijn figuur, +zijn jas, zijn paard. Ik wist wel, dat hij gauw zou komen." + +Ze liep onder het spreken haastig verder; en Elinor versnelde eveneens +haar schreden, om Marianne bij te houden, daar zij bijna zeker was, +dat het Willoughby niet kon zijn, en zij haar zuster's gedrag niet +wilde laten in 't oog vallen. Weldra waren zij geen dertig meter meer +van den vreemden heer verwijderd. Marianne keek nogmaals op; haar hart +ontzonk haar; zij keerde zich om en liep haastig terug; doch tegelijk +met de stemmen harer zusters, die haar toeriepen stil te staan, +hoorde zij een derde, bijna even welbekend als die van Willoughby, +hetzelfde verzoek tot haar richten, en toen zij zich verbaasd op +nieuw omwendde, herkende en begroette zij Edward Ferrars. Hij was de +eenige persoon ter wereld, wien zij op dat oogenblik kon vergeven, +dat hij niet Willoughby was; de eenige die haar een glimlach had kunnen +ontlokken. Zij drong haar tranen terug om hem toe te lachen, en vergat +een oogenblik haar eigen teleurstelling voor haar zuster's blijdschap. + +Hij stapte af, liet zijn paard aan zijn rijknecht over, en wandelde met +hen terug naar Barton, waar hij hun een bezoek wilde komen brengen. Hij +werd door allen verwelkomd met de grootste hartelijkheid; vooral door +Marianne, die nog levendiger voldoening liet blijken over zijn komst +dan Elinor zelve. In Marianne's oogen scheen de begroeting tusschen +Edward en haar zuster slechts de voortzetting van die onverklaarbaar +koele houding, die zij hen te Norland reeds zoo dikwijls tegenover +elkaar had zien in acht nemen. Vooral van Edward's zijde ontbrak aan +die begroeting al wat een minnaar bij zulk een gelegenheid door blikken +of woorden had moeten aan den dag leggen. Hij was verlegen, scheen +niet eens blijde, hen te zien, keek noch verheugd, noch vroolijk, +zei bijna niet anders dan wat hem gevraagd werd, en liet tegenover +Elinor geen spoor van bijzondere genegenheid blijken. Marianne keek +en luisterde met toenemende verbazing. Ze begon bijna een hekel aan +Edward te krijgen, en ten slotte eindigde die opwelling, zooals elk +gevoel bij haar moest eindigen, met een terugkeer in gedachten tot +Willoughby, wiens gedrag dan ook wel een opvallende tegenstelling +vormde met dat van zijn uitverkoren aanstaanden schoonbroeder. + +Na het korte stilzwijgen, dat volgde op de eerste verbaasde +begroetingen en vragen over en weer, vroeg Marianne aan Edward of hij +rechtstreeks uit Londen kwam. Neen, hij was reeds veertien dagen in +Devonshire geweest. + +"Veertien dagen!" herhaalde zij, verwonderd, dat hij zoolang had +kunnen vertoeven in hetzelfde graafschap als Elinor, zonder haar te +komen opzoeken. Hij keek verlegen en bedrukt, terwijl hij antwoordde, +dat hij bij kennissen had gelogeerd in de buurt van Plymouth. + +"Ben je nog voor kort in Sussex geweest?" vroeg Elinor. + +"Een maand geleden ongeveer was ik nog te Norland." + +"En hoe ziet ons dierbaar Norland er wel uit?" riep Marianne. + +"Ons dierbaar Norland," zei Elinor, "zal er wel uitzien, zooals +gewoonlijk om dezen tijd van het jaar; de bosschen en de wegen bedekt +door een dichte laag dorre bladeren." + +"O," riep Marianne, "met welke gevoelens van zielsverrukking zag +ik ze vroeger niet vallen! Wat was het zalig, als de wind ze op +mijn wandelingen in dichte vlagen om mij heen deed dwarrelen! Welke +gevoelens wekten zij niet, in vereeniging met het jaargetij, met de +geheele atmosfeer! Nu is er niemand, die acht op hen slaat. Ze worden +beschouwd als een last, haastig weggeveegd, en zooveel mogelijk aan +het gezicht onttrokken." + +"Niet iedereen," zei Elinor, "is zóó verrukt van dorre bladeren +als jij." + +"Neen, mijn gevoelens worden niet dikwijls gedeeld, niet dikwijls +begrepen. _Soms_ echter wèl." + +Zij verzonk een korte poos in gepeins; doch zei, zich als 't ware +daaruit losrukkend, terwijl zij Edward op het landschap wees: "Zie, +Edward; dit is nu de vallei van Barton. Kijk nu dien kant eens uit, +en blijf dan bedaard, als je kunt. Zie je die heuvels? Heb je ooit zoo +iets prachtigs gezien? Links ligt Barton Park, tusschen die bosschen en +dat struikgewas. Je kunt den zijgevel van het huis onderscheiden. En +daar, aan den voet van dien laatsten heuvel, die zoo statig zich +verheft, ligt ons huisje." + +"'t Is een mooie streek," gaf hij ten antwoord; "maar die laag gelegen +gedeelten zullen 's winters wel erg modderig zijn." + +"Hoe kan je nu denken aan modder, terwijl je zulke dingen voor +oogen hebt?" + +"Omdat ik, onder meer, één buitengewoon modderig laantje voor mijn +oogen zie." + +"Vreemd toch!" zei Marianne tot zichzelf, onder 't voortwandelen. + +"Heb je aardige buren hier? Zijn de Middleton's prettige menschen?" + +"Neen, volstrekt niet," zei Marianne; "we hadden 't niet ongelukkiger +kunnen treffen." + +"Maar, Marianne," riep haar zuster; "hoe kan je dat zeggen? Hoe kan +je zoo onrechtvaardig zijn? Het is een heel aardige familie, Edward, +en ze zijn voor ons allervriendelijkst geweest. Heb je dan vergeten, +Marianne, hoeveel prettige dagen we aan hen te danken hadden?" + +"Neen," zei Marianne iets zachter, "en hoeveel onaangename oogenblikken +evenmin." + +Elinor hield zich alsof zij het niet hoorde, en zich thans tot hun +gast wendend, poogde zij iets als een geregeld gesprek met hem gaande +te houden door te vertellen van hun nieuwe huis, de inrichting ervan, +en zoo meer, waardoor ze hem althans enkele vragen en opmerkingen +ontlokte. Zijn koelheid en terughouding kwetsten haar diep; zij was +geërgerd en bijna boos; doch met het vaste voornemen haar gedrag +jegens hem liever in overeenstemming te brengen met het verleden, +dan met zijn houding van nu, vermeed zij elk vertoon van ergernis of +ongenoegen en behandelde hem, zooals zij oordeelde, dat hij, wegens +hun familiebetrekking, behoorde behandeld te worden. + + + + + + +HOOFDSTUK XVII + + +Mevrouw Dashwood was slechts een oogenblik verrast, toen zij hem zag; +want in haar oogen was zijn komst te Barton de natuurlijkste zaak +van de wereld. Haar blijde en hartelijke welkomstbetuigingen duurden +langer dan haar verwondering. Hij werd door haar allervriendelijkst +ontvangen; zijn verlegenheid, koelheid, en terughouding bleken niet +bestand tegen zulk een begroeting. Zij waren reeds aan het wankelen +gebracht, eer hij het huis binnentrad, en namen de wijk voor Mevrouw +Dashwood's innemende manieren. Werkelijk kon iemand moeilijk verliefd +zijn op eene harer dochters, zonder die liefde ook tot háár uit te +strekken; en Elinor zag hem tot haar blijdschap spoedig weer de oude +worden. Zijn genegenheid voor hen allen scheen weer op te leven, en +men kon voelen dat hij belangstelde in hun welvaren. Opgewekt was +hij echter niet; hij vond het huis mooi; bewonderde het uitzicht, +was voorkomend en vriendelijk; maar de ware vroolijkheid ontbrak. Zij +merkten het allen op, en Mevrouw Dashwood, die het toeschreef aan +zijn moeder's gemis van vrijgevigheid, ging aan tafel zitten met een +gevoel van ergernis over alle zelfzuchtige ouders. + +"Welke vooruitzichten heeft Mevrouw Ferrars tegenwoordig voor je op het +oog, Edward?" vroeg zij, toen zij na het eten rondom het vuur zaten; +"moet je nog steeds een groot redenaar worden, tegen je zin?" + +"Neen. Ik hoop dat moeder nu wel overtuigd is, dat ik voor het openbare +leven evenmin talent als neiging bezit." + +"Maar hoe moet je roem dan worden gevestigd? Want beroemd moet je +worden, als je de familie zult tevredenstellen; en zonder neiging +tot uiterlijk vertoon, zonder behoefte aan omgang met vreemden, +zonder beroep, en zonder zelfvertrouwen, zou je dat wel moeilijk +kunnen blijken." + +"Ik zal 't maar niet beproeven. Ik koester geen wensch om mij te +onderscheiden, en ik heb alle reden te hopen, dat ik dat nooit zal +doen. Den hemel zij dank, dat men mij genialiteit en welsprekendheid +niet kan afdwingen." + +"Ik weet het wel, je hebt geen eerzucht. Je wenschen zijn alle even +gematigd." + +"Even gematigd als die van andere menschen ook, zou ik denken. Ik +wensch, juist als ieder ander, volkomen gelukkig te zijn; maar, +precies als die anderen, op mijn eigen manier. In beroemdheid zal ik +geen geluk vinden." + +"Geen wonder!" riep Marianne. "Wat heeft rijkdom of grootheid met +geluk te maken!" + +"Grootheid maar weinig," zei Elinor; "rijkdom heel veel." + +"O Elinor, schaam je! Geld geeft alleen dáár geluk, waar het in niets +anders te vinden is. Buiten zekere bescheiden grenzen, kan het geen +werkelijke voldoening schenken, voor zoover het de aanspraken geldt +van ons eigen ik." + +"Misschien blijken we het ten slotte toch nog eens," zei Elinor +glimlachend. "Ik wed dat _jouw_ bescheiden grenzen en _mijn_ rijkdom +heel veel op elkaar gelijken, en daarzonder, dat geven we elkaar toe, +zouden we, zooals de wereld nu eenmaal is, alles ontberen, wat ons +uiterlijk gemak en behagen kan verschaffen. Jij vat de zaak alleen +wat breeder op dan ik. Kom er maar mee voor den dag; wat zijn je +'bescheiden grenzen?'" + +"Een achttienhonderd of tweeduizend pond in het jaar; _meer_ dan +ook niet." + +Elinor lachte. "_Twee_ duizend pond in het jaar! Voor mij is _een_ +al rijkdom. Dat had ik wel gedacht." + +"Maar tweeduizend pond is werkelijk een heel bescheiden inkomen," +zei Marianne. "Met minder kan een gezin toch wel haast niet toe. Ik +vind niet dat ik buitensporige eischen stel. Een voldoende aantal +bedienden; een rijtuig, twee misschien, en jachtpaarden kan men niet +houden, als men met minder dan dat moet rondkomen." + +Weer glimlachte Elinor, toen zij haar zuster zoo nauwkeurig hun +toekomstige uitgaven te Combe Magna hoorde beschrijven. + +"Jachtpaarden!" herhaalde Edward.--"Maar waarom moet je jachtpaarden +erop nahouden? Iedereen jaagt toch niet." + +Marianne kreeg een kleur, en zei "De meeste menschen wèl." + +"Ik wou," zei Margaret, een nieuw onderwerp op het tapijt brengend, +"dat iemand ons één voor één een groot fortuin present gaf." + +"O, als dàt kon gebeuren!" riep Marianne, terwijl haar oogen +schitterden van opgewondenheid, en haar wangen gloeiden van blijdschap +over dat denkbeeldig geluk. + +"Met dien wensch kunnen we ons zeker allen vereenigen," zei Elinor, +"ondanks de geringe bevrediging, die rijkdom vermag te schenken." + +"Wat zou ik blij zijn," riep Margaret uit. "Ik ben benieuwd wat ik +er wel mee zou doen." + +Marianne keek, alsof dàt punt voor haar aan geen twijfel onderhevig +was. + +"Ik zou niet weten, hoe ik een groot fortuin moest besteden," zei +Mevrouw Dashwood, "als mijn kinderen alle drie reeds rijk waren zonder +mijn hulp." + +"U moest dan maar beginnen met de voorgenomen verbeteringen van dit +huis," merkte Elinor op; "dan zou die moeilijkheid gauw zijn uit den +weg geruimd." + +"Wat zouden er dàn uitgebreide bestellingen worden gedaan in Londen," +zei Edward, "door alle leden van het gezin! Wat een blijde dag voor +boek- en muziekhandelaars en voor kunstkoopers! Elinor zou hun de +vrije hand laten, en zich al de fraaiste nieuwste etsen en plaatwerken +laten zenden;--en Marianne, ik ken haar royale opvattingen, er zou geen +muziek genoeg in Londen zijn om haar te voldoen. En boeken!--Thomson, +Cowper, Scott,--ze zou ze allen weer op nieuw aanschaffen, ze zou alle +exemplaren opkoopen, wed ik, om te verhinderen, dat ze in onwaardige +handen geraakten, en ze zou alle boeken willen hebben, waarin oude, +kronkelig vergroeide boomen worden bewonderd. Is het zoo niet, +Marianne? Wees niet boos als ik een beetje ondeugend ben. Maar ik +wou je eens laten zien, dat ik onze oude twistgesprekken nog niet +had vergeten." + +"Ik wil graag aan 't verleden herinnerd worden, Edward,--herinneringen, +'t zij ze treurig of vroolijk zijn, roep ik gaarne op, en je kunt +mij nooit grieven door te spreken over vroegere tijden. Je hebt +juist geraden, hoe ik mijn geld besteden zou; een gedeelte ervan, +mijn gereed geld tenminste, zou stellig dienen tot aanvulling van +mijn verzameling boeken en muziek." + +"En 't kapitaal zou worden belegd in lijfrenten voor de schrijvers, +of hunne erfgenamen." + +"Neen, Edward, daar zou ik iets anders mee hebben te doen." + +"Misschien zou je 't uitloven als belooning voor den persoon, die het +best in een geschrift je geliefkoosden stelregel wist te verdedigen, +dat niemand meer dan eenmaal in zijn leven verliefd kan zijn, want +op dat punt is je meening zeker nog onveranderd?" + +"Natuurlijk. Als men eenmaal zoo oud is als ik, dan is ons oordeel +tamelijk gevestigd. 't Is niet waarschijnlijk, dat ik nu nog iets +zou zien of hooren, dat mij van meening veranderen deed." + +"Je ziet wel, Marianne staat nog even vast op haar stuk," zei Elinor, +"ze is nog steeds dezelfde." + +"Ze is alleen wat ernstiger geworden dan vroeger." + +"Dat mag _jij_ me niet verwijten, Edward," zei Marianne. "Je bent +zelf ook zoo heel vroolijk niet". + +"Waarom denk je dat?" antwoordde hij, met een zucht. "Maar vroolijkheid +lag nooit in mijn aard." + +"In Marianne's aard evenmin, dunkt mij," zei Elinor. "Zij is niet +wat ik een levendig, opgewekt meisje zou noemen; ze is heel ernstig +en vol vuur bij al wat ze doet;--ze spreekt soms veel, en altoos met +overtuiging;--maar eigenlijk vroolijk is ze bijna nooit." + +"Ik geloof dat je gelijk hebt," antwoordde hij, "en toch heb ik haar +altoos als een druk, levendig meisje beschouwd." + +"Op dergelijke vergissingen heb ik mijzelve dikwijls betrapt," zei +Elinor, "op een volkomen verkeerd begrijpen van iemands karakter in een +of ander opzicht; door mij te verbeelden dat de menschen vroolijker +of ernstiger, of verstandiger of dommer waren, dan ze feitelijk +zijn, en ik kan zelf niet zeggen waarom, of waaruit die vergissing +voortsproot. Soms laat men zich beïnvloeden door wat ze zeggen omtrent +zichzelf, en heel dikwijls door wat anderen van hen vertellen, zonder +zich den tijd te gunnen tot wikken en wegen eer men oordeelt." + +"Maar ik dacht dat het juist goed was, Elinor," zei Marianne, "zich +geheel en al te laten leiden door het oordeel van anderen. Ik dacht +dat wij alleen meeningen mochten vormen, om ze te onderwerpen aan +die van onze buren. Dat is altijd je leer geweest." + +"Neen, nooit, Marianne. Mijn bedoeling is nooit geweest dat het begrip +zich onderwerpen zou. Al wat ik ooit heb willen gewijzigd zien, was +het gedrag. Je moet mij niet verkeerd begrijpen. Ik beken, dat ik +dikwijls heb gewenscht, je onze kennissen over 't algemeen met meer +voorkomendheid te zien behandelen, maar heb ik je ooit aangeraden hun +gevoelens over te nemen, of je in gewichtige dingen te laten leiden +door hun oordeel?" + +"Het is je dus niet gelukt, je zuster over te halen tot je zienswijze +op 't punt van de burgerlijke beleefdheid," zei Edward tot Elinor. "Heb +je niets gewonnen?" + +"Integendeel," antwoordde Elinor, terwijl ze Marianne veelbeteekenend +aanzag. + +"In theorie," zei Edward, "sta ik geheel aan jouw kant, maar ik vrees +dat ik in de praktijk op je zuster gelijk. Ik wensch nooit aanstoot te +geven; maar ik ben zoo belachelijk verlegen, dat ik dikwijls lomp lijk, +terwijl ik alleen word belemmerd door mijn aangeboren onhandigheid. Ik +heb mij wel eens verbeeld dat ik zeker door de natuur voorbestemd was +om bij voorkeur in onbeschaafd gezelschap te verkeeren, zoo weinig +voel ik mij op mijn gemak onder lieden uit hoogeren stand, wanneer +ze mij vreemd zijn." + +"Marianne kan voor haar nalatigheid in dat opzicht niet bepaald +verlegenheid als verontschuldiging aanvoeren," zei Elinor. + +"Zij kent haar eigen waarde te goed, om valsche schaamte te gevoelen," +antwoordde Edward. "Verlegenheid is alleen het gevolg van een zeker +minderheidsbesef in een of ander opzicht. Als ik mijzelf kon wijsmaken, +dat ik mij gemakkelijk en luchtig bewoog, dan zou ik niet verlegen +zijn." + +"Maar terughoudend zou je altijd blijven," zei Marianne, "en dat is +nog erger." + +Edward zette groote oogen op--"Terughoudend? Ben ik terughoudend, +Marianne?" + +"Ja, heel erg." + +"Ik begrijp je niet," antwoordde hij, met een hoogen +blos.--"Terughoudend!--hoe dan? in welk opzicht? Wat had ik je dan +moeten vertellen? Wat vermoedde je dan?" + +Elinor keek vreemd op, toen zij hem zoo ontroerd zag; maar zei, om +het gesprek een schertsende wending te geven: "Je kent mijn zuster +toch genoeg om te begrijpen wat ze bedoelt? Je weet immers wel dat +zij ieder terughoudend noemt, die niet even snel spreekt, en al wat +zij mooi vindt niet even verrukt bewondert als zij zelf?" + +Edward gaf geen antwoord. Hij werd weer juist zoo ernstig en nadenkend +als in het begin, en bleef langen tijd stil en afgetrokken. + + + + + + +HOOFDSTUK XVIII + + +Elinor maakte zich over de neerslachtigheid van haar vriend ernstig +ongerust. Zijn bezoek verschafte haar slechts een zeer beperkt +genoegen, nu hij zelf er blijkbaar slechts ten halve van genieten +kon. Het was duidelijk merkbaar dat hij zich ongelukkig voelde; zij +wenschte wel, dat hij haar even duidelijk de genegenheid liet blijken, +die zij eenmaal vast vertrouwde hem te hebben ingeboezemd; doch tot +nog toe scheen het zeer onzeker, dat die voorkeur was blijven bestaan, +en zijn teruggetrokken houding tegenover haar sprak het ééne oogenblik +tegen, wat een bezielde blik in het vorige verried. + +Hij kwam den volgenden morgen bij haar en Marianne in de eetkamer, eer +de anderen beneden waren; en Marianne, die altijd gaarne bereid was, +waar zij kon, hun geluk te bevorderen, liet hen spoedig alleen. Doch +eer zij halverwege de trap was opgegaan, hoorde zij dat de kamerdeur +werd geopend, en zag tot haar verbazing Edward zelf op den drempel +staan. + +"Ik ga naar het dorp om naar mijn paarden te zien," zei hij, "nu je +toch nog niet gaat ontbijten; ik kom dadelijk terug." + +Toen Edward zich weer bij hen voegde, sprak hij opnieuw zijn +bewondering over de omgeving uit; hij had op zijn wandeling naar +het dorp vele punten in de vallei op hun mooist gezien; en van uit +het dorp zelf, dat veel hooger gelegen was dan hun huisje, had men +een ruim uitzicht over de geheele streek, dat hem buitengemeen had +getroffen. Dit was een onderwerp, waaraan Marianne gaarne haar aandacht +schonk, en reeds begon zij te vertellen van haar eigen bewondering +voor het landschap, en hem meer in bijzonderheden te vragen naar 't +geen hem het meest was opgevallen, toen Edward haar in de rede viel +door te zeggen: "Vraag nu niet te veel dóór, Marianne; je weet, ik heb +van schilderachtigheid geen verstand, en ik zal je stellig ergeren +door mijn onkunde en gebrek aan smaak, als we tot bijzonderheden +afdalen. Ik noem bergen steil, die jij grootsch zoudt noemen, ik +vind vormen vreemd en wanstaltig, die mij moesten verrukken door +hun grillige woestheid, en ik zeg, dat ik voorwerpen op een afstand +niet kan onderscheiden, terwijl ze volgens jou slechts vaag zouden +schemeren door de wazige zachtheid van een nevelige atmosfeer. Je +moet maar tevreden zijn met de soort van bewondering, die ik eerlijk +aan den dag kan leggen. Ik vind dit een mooie streek,--de bergen +zijn steil; in de bosschen groeit zwaar geboomte, en het dal ziet er +gezellig en welvarend uit, met sappige weilanden, waartusschen goed +onderhouden boerderijen verspreid liggen. Het is juist, wat ik versta +onder een mooie streek, omdat hier schoonheid en nut vereenigd zijn +te vinden--en ik geloof graag, dat het ook wel schilderachtig zal +zijn, omdat jij het bewondert; ik kan mij gemakkelijk voorstellen, +dat er heel wat rotsen en uitstekende punten in te vinden zijn, +begroeid met grauw mos en verwilderd struikgewas, maar die maken op +mij geen indruk. Schilderachtigheid is aan mij niet besteed." + +"Ik vrees, dat het maar al te waar is," zei Marianne; "maar waarom +vind je 't noodig, je daarop te beroemen?" + +"Ik zou haast denken," zei Elinor, "dat Edward in de ééne affectatie +vervalt, om de andere te vermijden. Omdat hij meent, dat veel menschen +méér bewondering beweren te gevoelen voor de schoonheden der natuur +dan ze werkelijk doen, en een afkeer heeft van die aanstellerij, +stelt hij zich zelf aan, alsof hij onverschilliger was en minder +bevoegd tot oordeelen in dezen, dan feitelijk het geval is. Hij is +kieskeurig, en verkiest zich aan te stellen op zijn eigen manier." + +"'t Is wèl waar," zei Marianne, "dat bewondering van natuurschoon tot +een goedkoope napraterij is geworden. Iedereen beweert nu even fijn te +voelen en poogt even sierlijk dat gevoel uit te drukken als degene, +die het eerst de schoonheid van het schilderachtige onder woorden +bracht. Ik verfoei iedere soort van jargon, en het is wel gebeurd, +dat ik mijn gevoelens maar vóór mij hield, omdat ik geen woorden kon +vinden om ze in uit te drukken, dan door 't gebruik van versleten +phrasen, die zin en beteekenis hadden verloren door hun banaliteit." + +"Ik ben overtuigd," zei Edward, "dat jij werkelijk de verrukking +_gevoelt_ over een mooi vergezicht, die je _beweert_ te voelen. Maar +van den anderen kant moet je zuster _mij_ nu weer niet méér laten +voelen dan ik _beweer_. Ik houd óók van mooie vergezichten, maar +niet op grond van hun schilderachtigheid. Ik houd _niet_ van kromme, +verdraaide, half vergane boomen; ik vind ze veel mooier als ze +recht en hoog zijn en door en door gezond. Ik houd óók niet van +havelooze, vervallen hutjes. En ik heb géén pleizier in brandnetels, +of distels, of heide en brem. Ik zie vrij wat liever een genoegelijk +boerderijtje dan een uitkijk-toren, en een groepje netgekleede, +tevreden dorpsbewoners behaagt mij meer dan de schilderachtige +bandieten van de wereld konden doen." + +Marianne keek Edward verbaasd, en haar zuster medelijdend aan.--Elinor +lachte maar eens. + +Ze gingen niet verder door op dat onderwerp, en Marianne bleef +nadenkend zwijgen, tot een nieuw voorwerp plotseling haar aandacht +trok. Zij zat naast Edward, en toen hij zijn theekopje van Mevrouw +Dashwood aannam, bewoog hij zijn hand zoo vlak voor haar oogen, +dat haar een ring opviel, met een haarvlechtje in het midden, die +hij aan den vinger droeg. + +"Vroeger heb ik je nooit een ring zien dragen, Edward", riep +zij. "Is dat Fanny's haar? Ik herinner mij, dat zij beloofde 't je +te geven. Maar ik dacht, dat zij een donkerder tint van haar had." + +Marianne zei, zonder na te denken, wat in haar opkwam,--maar toen ze +zag, hoe pijnlijk Edward was getroffen, gevoelde zij een ergernis over +haar onbedachtzaamheid, die de zijne nog ver overtrof. Hij kleurde +tot over de ooren, en zei, met een vluchtigen blik naar Elinor: "Ja, +het is mijn zuster's haar. De kleur verandert altijd een beetje, +als het in goud gevat is." + +Elinor ving zijn blik op, en keek ook niet onbevangen. Evengoed als +Marianne, geloofde zij onmiddellijk, dat het haar eigen haar moest +zijn; het eenige verschil tusschen beider gevolgtrekkingen was dit: +dat Marianne het beschouwde als een vrijwillig geschenk van haar +zuster; terwijl Elinor overtuigd was, dat hij het had bemachtigd door +diefstal of langs een anderen weg, zonder hare voorkennis. Zij was +echter niet gezind, dit als een beleediging te beschouwen, en hield +zich alsof het voorgevallene haar aandacht was ontgaan, door dadelijk +over iets anders te spreken; terwijl ze zich in stilte voornam van nu +af elke gelegenheid aan te grijpen om het haar van nabij te bezien, +en zich de onomstootelijke zekerheid te verschaffen, dat het precies +de kleur van haar eigen was. + +Edward bleef nog geruimen tijd niet op zijn gemak, en verviel later +weer in een van zijn langdurige vlagen van afgetrokkenheid. Hij was den +geheelen morgen bijzonder ernstig gestemd. Marianne verweet zichzelve +heftig wat ze had gezegd; maar ze zou eerder bereid zijn geweest, +zich haar misslag te vergeven, als ze geweten had, hoe weinig ergernis +die in haar zuster had gewekt. + +Reeds voor den middag kregen zij bezoek van Sir John en Mevrouw +Jennings, die hadden gehoord dat er een heer op Barton Cottage +logeerde, en den gast eens kwamen opnemen. Met de hulp van zijn +schoonmoeder kwam Sir John er al spoedig achter, dat de naam Ferrars +met een _F_ begon, en die ontdekking was voldoende, om een toekomstige +mijn van geestigheden ten koste van de verliefde Elinor te doen leggen, +waarvan de losbarsting alleen door hun kortstondige bekendheid met +Edward vooralsnog kon worden verhinderd. Nu echter reeds werd haar +door enkele uiterst veelzeggende blikken te kennen gegeven tot hoever +hun doorzicht, gegrond op Margaret's inlichtingen, wel reikte. + +Sir John kwam nooit bij de Dashwoods, zonder hen òf ten eten te vragen +voor den volgenden dag, òf op de thee, nog den zelfden avond. Bij deze +gelegenheid en tot meerder genoegen van den gast, tot wiens vermaak +hij zich verplicht voelde het zijne bij te dragen, inviteerde hij +hen voor beiden tegelijk. + +"Jelui _moet_ van avond bij ons theedrinken," zei hij, "want we +zijn heelemaal onder ons;--en morgen mag je niet weigeren bij ons te +dineeren, want het is een groote partij". Mevrouw Jennings vond dit +ook volstrekt noodzakelijk. "En wie weet, of het dan niet tot een +dansje komt," zei ze. "Dat zal jou aanstaan, Marianne." + +"Dansen?" riep Marianne. "Hoe kan dat nu! Wie danst er dan?" + +"Wie? Nu, jelui zelf, en de Careys, en Whitakers dan toch? O, je dacht, +dat niemand meer dansen kon, nu zeker iemand is heengegaan?" + +"Ik wou om een lief ding," riep Sir John, "dat Willoughby weer kon +meedoen." + +Toen hij Marianne hierop zag blozen, kreeg Edward achterdocht. "Wie +is die Willoughby?" vroeg hij zachtjes aan Elinor, die naast hem zat. + +Zij antwoordde vluchtig. Marianne's gezicht gaf veel meer te +kennen. Edward zag genoeg, om niet alleen de bedoeling der anderen +te vatten, maar ook uitdrukkingen van Marianne, waarover hij zich +verwonderd had, verklaard te zien, en toen het bezoek vertrokken was, +ging hij aanstonds naar haar toe en zei fluisterend: "Ik ben aan +'t raden geweest. Zal ik je eens vertellen, wat ik denk?" + +"Wat bedoel je?" + +"Zal ik 't maar zeggen?" + +"Ja zeker." + +"Ik denk... dat Mijnheer Willoughby wel eens op de jacht gaat." + +Marianne was verrast en verlegen; maar zij kon toch niet nalaten +te glimlachen om zijn stille guitigheid, en zei, na een oogenblik +zwijgens: "O Edward! Hoe kon je... Maar er zal, hoop ik, eens een +tijd komen... Ik weet zeker, dat je van hem houden zult." + +"Daar twijfel ik niet aan," antwoordde hij, wel eenigszins verwonderd +over haar ernst, en de warmte waarmee ze sprak; want als hij niet +had gedacht, dat het maar een grap was, waarmee haar kennissen haar +plaagden, naar aanleiding van een vluchtige gecharmeerdheid tusschen +haar en dien Mijnheer Willoughby, dan zou hij niet hebben gewaagd, +erop te zinspelen. + + + + + + +HOOFDSTUK XIX + + +Edward bleef een week te Barton; Mevrouw Dashwood drong er zeer op +aan, dat hij langer zou blijven; doch hij scheen, alsof zelfkwelling +zijn eenig doel was, vast besloten om juist te vertrekken, nu hij +het meest van het bijzijn zijner vriendinnen genoot. In de laatste +twee of drie dagen was zijn stemming, ofschoon nog zeer afwisselend, +toch aanmerkelijk verbeterd; hij begon zich meer en meer te hechten +aan het huis en de omgeving, sprak nooit van vertrekken zonder +een diepen zucht,--gaf te kennen dat hij over zijn tijd vrijelijk +kon beschikken,--wist zelfs nog niet recht, waarheen hij zou gaan, +als hij hen verliet; maar toch, vertrekken _moest_ hij. Nog nooit +had hem een week zoo kort geschenen;--hij kon niet gelooven dat het +alweer voorbij was. Dat zei hij herhaaldelijk, en nog meer liet hij +zich ontvallen, dat wees op een omkeer in zijn gevoelens, en met zijn +daden in tegenspraak was. Hij vond het in Norland niets prettig; aan +de stad had hij een hekel; maar òf naar Norland, òf naar Londen moest +hij gaan. Hij waardeerde hun hartelijkheid meer dan iets ter wereld, +en hij kende geen grooter genoegen dan met hen samen te zijn. Toch +moest hij hen na een week reeds verlaten, tegen zijn eigen en hun +aller wensch, en terwijl hij aan geen tijd gebonden was. + +Elinor weet al wat zonderling scheen in zijn handelwijze aan zijn +moeder, en het was een geluk voor haar, dat hij een moeder had, +van wier karakter zij zoo weinig afwist, dat het als doorgaande +verontschuldiging kon gelden voor al wat er vreemds was in het +gedrag van haar zoon. Maar hoezeer zij zich ook teleurgesteld en +gegriefd gevoelde, ja somtijds geërgerd door zijn onzekere houding +tegenover haar, zij bleef toch over het geheel ten volle bereid om +al zijn handelingen te beschouwen met die eerlijke toegevendheid +en onpartijdige ruimheid van oordeel, die haar, met vrij wat meer +moeite, door haar moeder indertijd waren afgedwongen ten behoeve van +Willoughby. Zijn gebrek aan opgewektheid, aan openhartigheid, en aan +vastheid in zijn optreden, werden maar steeds weer toegeschreven aan +zijn behoefte aan onafhankelijkheid en zijn nauwkeuriger bekendheid +met Mevrouw Ferrars' beschikkingen en plannen. De korte duur van zijn +bezoek, zijn volharden bij zijn voornemen nu reeds te vertrekken, ook +dit alles sproot voort uit dat zelfde geweld aandoen van zijn neiging, +de zelfde onvermijdelijke noodzakelijkheid om zijn moeder voorloopig +te ontzien. De oude, diep gewortelde tweespalt tusschen plicht en +neiging, het verzet van het kind, in opstand tegen ouderlijk gezag, +was van alles de oorzaak. Wel gaarne zou zij hebben geweten, wanneer +deze moeilijkheden zouden zijn uit den weg geruimd, deze tegenstand +overwonnen,--wanneer Mevrouw Ferrars tot andere gedachten zou komen, +en haar zoon de vrijheid zou laten, zijn geluk te vinden. Doch zij +werd wel gedwongen, die ijdele wenschen te laten varen, en troost te +zoeken in haar hernieuwd vertrouwen op Edward's genegenheid, in de +herinnering aan elk getuigenis daarvan, door woord of blik, die hem +te Barton ontsnapten, en vooral in dat vleiend bewijs van zijn trouw, +dat hij voortdurend aan zijn vinger droeg. + +"Mij dunkt, Edward," zei Mevrouw Dashwood, toen zij den laatsten +morgen aan het ontbijt zaten, "dat je gelukkiger zoudt zijn, als je +een beroep hadt, dat je tijd in beslag nam, en richting gaf aan je +plannen en handelingen. Voor je vrienden zou daaraan allicht eenig +bezwaar zijn verbonden; je zoudt niet in staat zijn, zooveel tijd aan +hen te wijden als thans. Maar," voegde zij er met een glimlach bij, +"in één opzicht zou het toch een direct voordeel voor je zijn; je +zoudt dan weten, wáárheen te gaan, wanneer je hen verliet." + +"Ik verzeker u," antwoordde hij, "dat ik de waarheid van 't geen u +zegt, reeds lang heb ingezien. Het was, en is, en zal waarschijnlijk +altijd voor mij een groot ongeluk zijn, dat ik geen noodzakelijke +bezigheid heb, die mij in beslag neemt, geen beroep, dat mijn krachten +vergt en mij in staat stelt, mij ook maar eenigszins onafhankelijk +te voelen. Maar het ongeluk wilde, dat mijn eigen kieskeurigheid en +die mijner vrienden mij gemaakt hebben tot wat ik ben, een werkeloos, +hulpeloos wezen. Wij konden het nooit eens worden over de keuze van +een beroep. Ik gaf altoos de voorkeur aan den geestelijken stand, en +dat doe ik nog. Maar dat vond mijn familie niet wereldsch genoeg. Zij +wilden dat ik militair zou worden. Dat was nu weer veel te wereldsch +voor mij. In de rechten studeeren, nu, dat was althans deftig genoeg +naar hun zin; veel jongelui, die kamers hadden in den Temple, maakten +een goed figuur in de eerste kringen, en reden rond in karretjes, +die 't bekijken waard waren. Maar ik voelde niets voor de rechten, +zelfs niet voor die weinig diepgaande studie van de wet, die mijn +familie op het oog had en goedkeurde. De marine was uit het oogpunt van +"stand" wel aan te bevelen; maar toen de vraag mij werd voorgelegd, +was ik al te oud om daar nog mee te beginnen,--en ten slotte, nu +het eenmaal niet noodig was, dat ik een beroep koos, nu ik even goed +vertooning kon maken en geld uitgeven zònder een rooden rok als mèt +dat aanhangsel, werd ten slotte verklaard, dat leegloopen voor mij de +voordeeligste en meest eervolle bezigheid zou zijn, en een jongmensch +van achttien jaar is in den regel niet zoo ernstig gesteld op werk, +dat hij zich zal verzetten tegen het dringend verzoek zijner vrienden +om niets uit te voeren. Ik werd dus ingeschreven te Oxford, en heb +sedert geluierd naar den eisch." + +"En naar ik vermoed, zal 't gevolg hiervan zijn," zeide Mevrouw +Dashwood, "nu gebleken is, dat ledigheid je eigen geluk niet heeft +bevorderd, dat je zoons zullen worden opgeleid voor alle mogelijke +vakken, bezigheden, ambten en beroepen, die iemand ter wereld beoefenen +of waarnemen kan." + +"Zij zullen worden opgevoed op een wijze," zeide hij op ernstigen toon, +"die hen zoo weinig mogelijk doet gelijken op mijzelf, in gevoelens, +in daden, in omstandigheden, in alles." + +"Kom, kom, dat is nu maar een ontboezeming, die rechtstreeks voortkomt +uit je zwartgallige stemming, Edward. Je bent zwaarmoedig, en denkt +dat ieder, die anders is dan jezelf, gelukkig moet zijn. Vergeet niet, +dat het verdriet over een afscheid van goede vrienden door iedereen +nu en dan wordt gevoeld, afgezien van opvoeding of plaats in de +maatschappij. Je moogt je eigen geluk niet miskennen. Wat je noodig +hebt is geduld--of noem het liever bij een aantrekkelijker naam; +spreek van hoop. Je moeder zal je mettertijd die onafhankelijkheid +verzekeren, waarnaar je zoozeer verlangt; dat is haar plicht, en zij +zàl, zij moet binnenkort, ook ter wille van háár geluk, verhinderen, +dat je geheele jeugd wordt gesleten in onvruchtbare ontevredenheid. Wat +brengen misschien niet een paar maanden te weeg!" + +"Ik zou wel eens willen weten," antwoordde Edward, "welk goeds zelfs +een groot aantal maanden voor mij zou kunnen uitwerken." + +Al deelde zijn neerslachtige stemming zich niet mede aan Mevrouw +Dashwood, zijn zwaarmoedigheid maakte het afscheid, dat spoedig +hierna volgde, voor hen allen des te pijnlijker, en liet in Elinor een +gevoel van onrust achter, dat zij eerst na verloop van tijd en niet +zonder moeite vermocht meester te worden. Doch daar zij zich vast had +voorgenomen het te onderdrukken, en te zorgen dat zij niet méér dan +een der overige leden van het gezin zou schijnen te lijden onder zijn +afwezigheid, koos zij niet het middel, door Marianne bij een dergelijke +gelegenheid zoo zorgvuldig aangewend ter bevordering en bestendiging +van hare smart, door bij voorkeur stilte, eenzaamheid en lediggang +te zoeken. Even verschillend als beider doel waren hun middelen, +en evenzeer geschikt tot het bevorderen van ieders bijzonder oogmerk. + +Elinor ging, zoodra hij was heengegaan, aan haar teekentafel zitten, +bleef den geheelen dag druk bezig; zocht noch vermeed zijn naam te +noemen, scheen bijna niet minder belang te stellen dan anders in +hun aller aangelegenheden, en zoo zij al door dit gedrag haar eigen +verdriet niet kon verzachten, het werd er althans niet onnoodig +door verzwaard, en zij bespaarde haar moeder en zusters veel +zorg omtrent haar gemoedsgesteldheid. Een dergelijk gedrag, zoo +lijnrecht in tegenstelling met het hare, scheen Marianne volstrekt +niet verdienstelijk, zoomin als haar eigen houding haar verkeerd had +toegeschenen. De vraag omtrent zelfbeheersching loste zij bijzonder +gemakkelijk op;--waren onze neigingen sterk, dan was zelfzucht +onmogelijk; waren zij gematigd, dan stak er geen verdienste in. Dat +haar zuster's neigingen gematigd _waren_, waagde zij niet te ontkennen, +al gaf zij het niet zonder schaamte toe; en de kracht harer eigene +bewees zij wel zéér duidelijk, door die zuster, ondanks deze pijnlijk +grievende overtuiging, nog steeds te blijven achten en liefhebben. + +Al zonderde zij zich dus niet af van de anderen; al zocht zij +niet om hen te vermijden, hardnekkig de eenzaamheid buitenshuis, +en lag zij niet den geheelen nacht wakker om te kunnen nadenken, +Elinor ondervond, dat iedere dag haar voldoende gelegenheid schonk +om te denken aan Edward en aan Edward's gedrag, met alle mogelijke +gevoelens, die haar verschillende stemmingen op verschillende tijden +in haar konden verwekken;--met teederheid, medelijden, instemming, +afkeuring en twijfel. Er waren oogenblikken in overvloed, waarin, +zoo al niet door de afwezigheid van haar moeder en zuster, dan toch +wegens den aard hunner bezigheden, gesprekken waren uitgesloten, en zij +evengoed alleen had kunnen zijn. Het stond haar geest onvermijdelijk +vrij om te denken; haar gedachten konden niet elders met geweld worden +vastgehouden, en verleden en toekomst in verband met een zoo gewichtige +aangelegenheid, moesten zich wel aan haar opdringen, haar aandacht in +beslag nemen, en zich geheel en al meester maken van haar herinnering, +haar gepeinzen en haar verbeelding. + +Uit zulk een droomerij werd zij, toen zij, op een morgen kort na +Edward's vertrek, aan haar teekentafel zat opgeschrikt door de komst +van bezoek. Zij was toevallig geheel alleen. Het dichtvallen van +het hekje aan den ingang van het grasveld voor hun huis deed haar +uit het venster kijken, en zij zag verscheiden personen, die recht +op hun deur kwamen aanwandelen. Daaronder bevonden zich Sir John en +Lady Middleton met Mevrouw Jennings; maar zij zag bovendien nog twee +anderen, een haar geheel onbekende heer en dame. Zij zat dicht bij +het venster, en zoodra Sir John haar in het oog kreeg, liet hij de +plichtpleging van aan de deur kloppen aan het gezelschap over, stapte +over het gras, en noodzaakte haar, het venster te openen om met hem +te spreken, ofschoon de afstand tusschen de deur en het venster zoo +gering was, dat men moeilijk op de eene plek een woord kon zeggen, +dat op de andere niet werd verstaan. + +"Kijk eens," zei hij, "we hebben je vreemde gasten meegebracht. Wat +zeg je wel van hen?" + +"Pas op! ze zullen u hooren." + +"O, dat is niets, 't Zijn de Palmers maar. Charlotte ziet er +alleraardigst uit, hoor. Je kunt haar zien, als je dezen kant +uitkijkt." + +Daar Elinor zeker wist, dat zij Charlotte over een paar minuten +zou zien, zonder zoo onbescheiden te zijn, waagde zij het, zich te +verontschuldigen. + +"Waar is Marianne? Weggeloopen omdat ze ons zag aan komen? De piano +staat open, zie ik." + +"Ik geloof, dat zij is gaan wandelen." + +Hier voegde Mevrouw Jennings zich bij hen, die geen geduld had te +wachten tot de deur openging, en volstrekt moest vertellen wat _zij_ +op het hart had. Zij kwam met veel drukte naar het raam stappen. + +"Hoe maak je 't, kind? en hoe gaat het met Mevrouw Dashwood? En waar +zijn je zusters? Wel, wel, heel alleen! je zult blij zijn, dat er +iemand komt om je gezelschap te houden. Ik heb mijn anderen schoonzoon +en mijn dochter meegebracht om kennis met je te maken. Verbeeld je, +dat ze zoo onverwacht zijn gekomen! Ik dacht al dat ik een rijtuig +hoorde, toen we gisteravond aan de thee zaten; maar ik had geen flauw +idee dat zij 't konden zijn. Ik dacht maar niet anders of Kolonel +Brandon was teruggekomen, en ik zei nog tegen Sir John: "Mij dunkt, +ik hoor een rijtuig, dat is bepaald Kolonel Brandon, die terug is..." + +Elinor moest zich midden in haar verhaal omkeeren om het overige +gezelschap te ontvangen; Lady Middleton stelde de beide vreemden voor; +Mevrouw Dashwood en Margaret kwamen meteen beneden, en allen gingen +zitten om elkaar eens op te nemen, terwijl Mevrouw Jennings met haar +verhaal voortging, onder de wandeling door de gang naar de zitkamer, +ditmaal tegen Sir John. + +Mevrouw Palmer was een paar jaar jonger dan Lady Middleton, en in elk +opzicht geheel verschillend van haar zuster. Zij was klein en vrij +gezet, en had een allerliefst gezichtje, dat de meest opgeruimde +uitdrukking vertoonde, die men zich kon voorstellen. Haar manieren +waren bij lange na niet zoo bevallig; maar zij was oneindig meer +innemend. Zij kwam glimlachend binnen--glimlachte zoo lang het +bezoek duurde, behalve wanneer ze luid lachte, en glimlachte nog, +toen ze vertrok. Haar echtgenoot was een ernstig uitziende jonge man +van vijf- of zes en twintig jaar, die een meer gedistingeerden en +ook een meer verstandigen indruk maakte dan zijn vrouw, maar minder +geneigd scheen te behagen, of behagen te laten blijken. Hij kwam de +kamer in met iets zeer zelfbewust in zijn houding, boog even voor de +dames zonder een woord te spreken, en nadat hij haar en het vertrek +met een vluchtigen blik had opgenomen, nam hij een courant van de +tafel, en bleef daarin lezen, zoolang het bezoek duurde. Mevrouw +Palmer daarentegen, die door de natuur was begiftigd met een aanleg +om in alle omstandigheden beleefd en verheugd te zijn, zat nog niet +op haar stoel of zij barstte los in uitroepen van bewondering over +de kamer en al wat zich erin bevond. + +"O, wat een verrukkelijke kamer is dit! Ik heb nooit zoo iets +beeldigs gezien! Hoe vindt u toch wel, mama, dat verschil bij de +vorige maal, dat ik hier was! Ik heb het altijd zoo'n aardig huisje +gevonden, mevrouw (tot mevrouw Dashwood), maar u hebt het zoo beeldig +gemaakt! Kijk toch eens, hoe verrukkelijk! Wat zou ik zelf graag +zoo'n huis hebben. Jij ook niet, man?" + +De heer Palmer gaf geen antwoord, en sloeg zijn oogen zelfs niet op +van de courant. + +"Mijnheer Palmer hoort mij niet," zei ze lachend. "Dat doet hij wel +meer, soms. Zoo grappig!" + +Die opvatting was voor Mevrouw Dashwood iets nieuws; zij was nooit +gewend geweest in iemands onachtzaamheid iets geestigs te vinden en +zij kon niet nalaten hen beiden ietwat verwonderd aan te zien. + +Mevrouw Jennings praatte intusschen door, zoo hard ze maar kon, en +ging voort met haar verslag van hun verrassing den vorigen avond, +bij 't zien van haar kinderen, zonder ophouden, tot het verhaal was +uitverteld. Mevrouw Palmer lachte hartelijk bij de herinnering aan +aller verbazing, en allen verhaalden, tot twee of driemaal toe, dat +het een alleraardigste verrassing was geweest. "Je begrijpt, hoe blij +we allen waren hen te zien," voegde Mevrouw Jennings erbij, terwijl +ze zich naar Elinor vooroverboog, en zachter sprak, alsof niemand het +mocht hooren, hoewel de anderen aan de overzij van het vertrek waren +gezeten; "maar met dat al had ik toch wel gewild, dat ze niet zoo'n +haast hadden gemaakt, en niet zulk een lange reis hadden gedaan want +ze gingen over Londen, voor zaken die ze daar hadden af te doen; omdat +het voor háár" (veelbeteekenend knikkend en naar haar dochter wijzend) +"eigenlijk verkeerd is in haar positie, weet je. Ik wou hebben dat +ze van morgen zou thuis blijven en rusten; maar ze wou volstrekt mee; +ze verlangde zoo, jelui allen te zien!" + +Mevrouw Palmer lachte, en zei dat het haar geen kwaad zou doen. + +"Ze verwacht in Februari haar bevalling," ging Mevrouw Jennings voort. + +Lady Middleton kon dat gepraat niet langer aanhooren, en gaf zich +dus de moeite aan den Heer Palmer te vragen of hij veel nieuws vond +in de courant. + +"Neen, in 't geheel niets," zei hij, en las verder. + +"Daar komt Marianne aan," riep Sir John. "Palmer, nu zal je een +reusachtig mooi meisje zien." + +Hij ging dadelijk in de gang, deed zelf de voordeur open en bracht +haar in de kamer. Mevrouw Jennings vroeg haar, zoodra ze haar zag, of +ze niet naar Allenham was geweest; en Mevrouw Palmer lachte hartelijk +om die vraag, om te laten blijken, dat zij het wel begreep. De Heer +Palmer keek op toen zij binnen kwam, staarde haar een paar minuten +aan, en wijdde zich daarop weer aan zijn courant. Mevrouw Palmer kreeg +nu de teekeningen in het oog, die aan den wand hingen. Zij stond op, +om ze nader te bezien. "Och, hoe mooi! Prachtig vind ik ze! Kijkt u +toch eens, mama, is dat niet snoezig? Beeldig zijn ze, ik zou er uren +naar kunnen kijken." Daarop ging ze weer zitten en vergat meteen, +dat er zooiets als schilderijen de kamer waren. + +Toen Lady Middleton opstond om heen te gaan, deed de Heer Palmer +eveneens, legde de courant neer, rekte zich eens uit en keek allen +beurtelings aan. + +"Heb je een dutje gedaan, schat?" zei zijn vrouw lachend. + +Hij gaf haar geen antwoord, en zei alleen, na het vertrek nog eens te +hebben opgenomen, dat het erg laag van verdieping en dat de zoldering +scheef liep. Daarop maakte hij zijn buiging en trok met de anderen af. + +Sir John had hen allen dringend verzocht, den volgenden dag op het +Park te komen doorbrengen. Mevrouw Dashwood, die niet verkoos drukker +gebruik te maken van hun gastvrijheid dan zij deden van de hare, +bedankte zeer bepaald, wat haarzelve betrof; haar dochters konden doen +zooals zij goedvonden. Maar zij waren niet nieuwsgierig te zien hoe de +Heer en Mevrouw Palmer hun middagmaal gebruikten, en eenig genoegen +was in ander opzicht niet van hen te wachten. Zij poogden zich dus +eveneens te verontschuldigen; het weer was ongestadig en voorspelde +niet veel goeds. Maar Sir John liet zich niet afschepen,--ze zouden +met het rijtuig worden afgehaald, en ze moesten komen. Lady Middleton, +die bij hun moeder niet verder aandrong, deed dit wèl bij hen. Mevrouw +Jennings en Mevrouw Palmer stemden in met haar dringend verzoek, +allen schenen evenzeer erop gesteld, niet _en famille_ te dineeren, +en de jonge dames moesten wel toegeven. + +"Waarom vragen ze ons eigenlijk?" zei Marianne, zoodra ze weg waren, +"'t Heet dat de huurprijs van dit huisje laag is; maar 't komt ons +toch al heel onvoordeelig uit, wanneer we op Barton Park moeten eten +bij alle gelegenheden, dat er iemand logeert, bij hen of bij ons." + +"'t Is nog evengoed hun bedoeling, beleefd en vriendelijk voor ons te +zijn met hun herhaalde uitnoodigingen," zei Elinor, "als het dat was +een paar weken geleden. Als hun avondpartijtjes nu vervelend en saai +zijn, dan ligt die verandering niet aan hèn. Dat verschil moeten we +ergens anders zoeken." + + + + + + +HOOFDSTUK XX + + +Toen de dames Dashwood den volgenden dag den salon te Barton +Park binnen traden door de ééne deur, kwam Mevrouw Palmer haastig +binnenloopen door de andere, even vergenoegd en vroolijk als den dag +te voren. Zij schudde hun allen hartelijk de hand, en was verrukt +over het weerzien. + +"Ik ben zoo blij, dat u gekomen bent!" zei ze, terwijl ze plaats nam +tusschen Elinor en Marianne; "want 't is zulk slecht weer, ik was bang +dat u niet kwam; en dat zou ellendig zijn geweest; want morgen gaan +we weg. Dat moet wel, omdat we de volgende week de Westons te logeeren +krijgen, weet u? De heele reis kwam zoo ineens op; ik wist van niets, +tot het rijtuig voorkwam, en toen eerst vroeg mijnheer Palmer mij of +ik meeging naar Barton. Hij is altijd zoo grappig! Hij vertelt mij +nooit iets! Het spijt mij zoo, dat we niet langer kunnen blijven; +maar we zullen elkaar gauw weer ontmoeten, hoop ik, in de stad." + +Zij waren verplicht haar het ongegronde dier verwachting te doen +inzien. + +"Gaat u niet naar de stad?" riep Mevrouw Palmer lachend, "dat zou mij +erg tegenvallen. Ik zou juist een geschikt huis voor u kunnen huren +vlak naast het onze, in Hanover Square. Och, u _moet_ komen. Ik zal +met het grootste pleizier met u uitgaan, tot aan mijn bevalling, +als Mevrouw Dashwood liever niet onder de menschen komt." + +Zij bedankten haar voor haar welwillendheid; maar waren verplicht al +haar smeekingen te weerstaan. + +"Och toe, lieve schat", riep Mevrouw Palmer haar man toe die op dat +oogenblik de kamer inkwam, "help mij toch de dames Dashwood overhalen +om dezen winter naar de stad te gaan." + +Haar lieve schat gaf geen antwoord, en begon, na vluchtig voor de +dames te hebben gebogen, te klagen over het weer. "Afgrijselijk is +het hier!" zei hij. "Zulk weer maakt dat men aan alles en iedereen +een hekel krijgt. Binnen is 't al even vervelend als buiten met dien +regen. Men komt ertoe, zijn kennissen te verfoeien. Wat bezielt Sir +John, er geen biljart op na te houden? Er zijn maar weinig menschen, +die weten wat behagelijkheid is. Sir John en het weer zijn allebei +even onhebbelijk." + +Langzaam aan kwamen nu ook de anderen binnen. + +"Ik ben bang, dat Marianne vandaag niet zooals gewoonlijk een wandeling +naar Allenham heeft kunnen doen," zei Sir John. + +Marianne keek zeer ernstig en gaf geen antwoord. + +"O, houdt u zich voor ons maar zoo dom niet," zei Mevrouw Palmer; +"want wij weten er alles van; en ik bewonder uw goeden smaak, want +ik vind hem ook een bijzonder knappen man. Wij wonen niet zoo ver +van hem af,--niet meer dan een mijl of tien, geloof ik." + +"Zeg maar liever dertig!" zei haar man. + +"O, nu, dat maakt niet veel verschil. Ik ben nooit in het huis geweest; +maar ik heb gehoord, dat het mooi is, en aardig gelegen." + +"'t Ellendigste nest, dat ik ooit heb gezien," zei de Heer Palmer. + +Marianne bewaarde een strak stilzwijgen, hoewel men aan haar gezicht +kon zien, hoe zeer zij belangstelde in 't geen gezegd werd. + +"Is het zoo leelijk?" ging Mevrouw Palmer voort;--"dan is het zeker +een ander buitengoed, dat zoo mooi was, denk ik." + +Toen zij in de eetkamer aan tafel zaten, merkte Sir John tot zijn spijt +op, dat ze maar met hun achten waren. "Lieve," zei hij tot zijn vrouw, +"wat is dat nu vervelend, dat we maar met zoo weinig zijn. Waarom +vroeg je de Gilberts niet, of ze vandaag konden komen?" + +"Ik heb je immers gezegd, man, toen je mij erover sprak, dat het niet +ging. Ze hebben 't laatst bij ons gedineerd." + +"Wij zouden ons aan zulke plichtplegingen weinig storen," zei Mevrouw +Jennings tegen Sir John. + +"Dat zou dan heel ongemanierd van u zijn," merkte de Heer Palmer op. + +"Je spreekt iedereen tegen, manlief," zei zijn vrouw, lachend als +gewoonlijk. "Weet je wel dat je erg onbeleefd bent?" + +"Ik wist niet, dat ik iemand tegensprak, toen ik je moeder ongemanierd +noemde." + +"O, mij mag je gerust uitschelden," zei de goedgeluimde oude dame. "Je +hebt Charlotte nu eenmaal van mij overgenomen, en je kunt haar niet +teruggeven. Dus in dat opzicht ben ik je de baas." + +Charlotte lachte hartelijk om het denkbeeld, dat haar man haar niet +kon kwijtraken, en zei triomfantelijk, dat het haar niets kon schelen, +al was hij nog zoo onaardig, ze moesten nu eenmaal samen het leven +door. Het was werkelijk onmogelijk, zich iemand voor te stellen, meer +onverzettelijk in haar goed humeur en onwankelbare vroolijkheid, dan +Mevrouw Palmer. De met opzet ten toon gespreide onverschilligheid, +lompheid en ontevredenheid van haar man hinderden haar volstrekt +niet, en als hij haar berispte of onaangenaamheden zei, vond zij dat +uiterst vermakelijk. + +Mijnheer Palmer is toch zóó grappig!" fluisterde zij Elinor in, +"Hij is altijd uit zijn humeur." + +Elinor was, bij nadere beschouwing, ongeneigd, te gelooven, +dat hij zoo echt en van nature kwaadaardig en lomp was, als hij +zich voordeed. Misschien had zijn humeur een beetje geleden door +het besef, dat hij, zooals velen van zijn sekse, gedreven door een +onverklaarbare voorliefde voor schoonheid, de echtgenoot was geworden +van een buitengewoon domme vrouw;--maar zij wist wel, die soort van +vergissing werd te algemeen begaan, dan dat een verstandig man dit +als een blijvende grief zou kunnen beschouwen. Het was meer een wensch +om zich te onderscheiden, geloofde zij, die ten grondslag lag aan de +minachtende wijze waarop hij iedereen behandelde, en alles afkeurde +wat hem onder de oogen kwam. Het was het verlangen zijn meerderheid +boven anderen te doen gelden. De beweegreden was te algemeen om +verwondering te wekken; maar de gebezigde middelen, al beantwoordden +zij dan ook aan het doel, door zijn meerderheid te bewijzen op het +punt van onhebbelijk gedrag, konden bezwaarlijk in iemand, behalve +zijn vrouw, genegenheid voor hem wekken. "Lieve Juffrouw Dashwood," +begon Mevrouw Palmer iets later, "ik heb aan u en uw zuster een groote +gunst te vragen. Zoudt u met Kerstmis een poosje te Cleveland willen +komen logeeren? Toe, doet u dat,--en komt u dan als de Westons bij ons +zijn. U kunt u niet voorstellen, hoe heerlijk ik dat zou vinden. 't +Zou bepaald verrukkelijk zijn!--Zou jij ook niet dolgraag willen, +man, dat de dames Dashwood bij ons te Cleveland kwamen?" + +"Natuurlijk," antwoordde hij spottend,--"ik kwam naar Devonshire met +geen ander doel." + +"Ziet u wel," zei zijn vrouw; "Mijnheer Palmer rekent er op, dat u +komt; nu kunt u niet weigeren." + +Doch beiden bedankten haastig en met nadruk voor hare uitnoodiging. + +"O, maar u _moet_ en u _zult_ komen. Ik weet stellig, dat u 't heel +gezellig zult vinden. De Westons zijn er ook, en 't zal verrukkelijk +zijn. U weet niet, wat een aardig buitentje Cleveland is, en 't is +er nu zoo vroolijk. Want Mijnheer Palmer reist overal in de buurt +rond, om stemmen te winnen tegen de verkiezingen, en dan komen er +zooveel menschen dineeren, die ik in 't geheel niet ken; dat is +alleraardigst. Maar het is voor hem wel héél vermoeiend, die arme +jongen, want hij moet zich dan wel aangenaam maken bij iedereen." + +Elinor kon haar gezicht bijna niet in bedwang houden, toen zij toegaf, +dat die verplichting hem wel zwaar moest vallen. + +"Gezellig zal dat zijn," zei Charlotte, "als hij lid van het Parlement +is,--dunkt u niet? Wat zal ik dàn lachen! Zoo aller grappigst, dat +al zijn brieven geadresseerd zullen zijn aan een M.P. Maar hij zegt +dat hij niet van plan is ooit aan mij te schrijven. Dat verkiest hij +niet. Is 't niet, man?" + +De Heer Palmer nam geen notitie van haar vraag. + +"Hij kan schrijven niet uitstaan, weet u," ging zij voort, "dat vindt +hij een horreur, zegt hij." + +"Neen," zei de Heer Palmer, "dien onzin heb je uit _mijn_ mond niet +gehoord. Maak mij alsjeblieft niet aansprakelijk voor de manier waarop +jij met de taal omspringt." + +"Hoort u toch eens; nu ziet u, hoe grappig hij is. Zoo is hij nu +altijd. Soms zegt hij een halven dag geen woord tegen mij, en dan +komt hij op eens met iets grappigs voor den dag--het doet er niet +toe wáárover." + +Toen zij naar den salon teruggingen, verbaasde zij Elinor ten zeerste, +door haar te vragen, of zij den Heer Palmer niet een bijzonder aardigen +man vond. + +"Zeker," zei Elinor; "hij maakt een aangenamen indruk." + +"O, daar ben ik blij om. Ik dacht het wel: hij is zoo aardig, en hij +is toch zoo ingenomen met u en uw zusters; u kunt u niet voorstellen, +hoe teleurgesteld hij zal zijn, als u niet te Cleveland komt. Ik kan +maar niet begrijpen, waarom u toch bezwaar maakt." + +Elinor moest nogmaals haar verzoek afwijzen, en maakte een einde aan +dat dringend gevraag, door over iets anders te beginnen. Zij achtte +het waarschijnlijk, dat Mevrouw Palmer, die in de buurt woonde van +Willoughby, haar allicht meer bijzonderheden kon meedeelen omtrent de +wijze, waarop hij in de algemeene opinie stond aangeschreven, dan zij +had kunnen vernemen door de Middletons, die hem slechts oppervlakkig +kenden, en zij zou gaarne, van wie ook, eenige bevestiging hebben +gehoord van zijn verdienstelijke eigenschappen, die de mogelijkheid +van vrees voor Marianne had kunnen uitsluiten. Zij begon met de vraag, +of de Heer Willoughby bij hen wel eens te Cleveland kwam op bezoek, +en of zij goede bekenden van hem waren. + +"O ja zeker; ik ken hem héél goed," antwoordde Mevrouw Palmer. "Niet +dat ik hem ooit heb gesproken; maar in de stad zag ik hem overal. Hoe +'t zoo kwam weet ik niet; maar ik logeerde toevallig nooit te Barton, +als hij te Allenham was. Mama heeft hem hier vroeger eens ontmoet +maar toen logeerde ik bij mijn oom te Weymouth. Ik geloof wel, dat +we elkaar veel zouden hebben gezien in Somersetshire, als 't niet +zoo ongelukkig had getroffen, dat we nooit op denzelfden tijd buiten +waren. Hij komt weinig te Combe, geloof ik; maar al kwam hij er nog +zoo dikwijls, dan denk ik toch niet, dat Mijnheer Palmer hem zou gaan +opzoeken; want hij heeft andere meeningen in de politiek, weet u, en +'t is ook zoo geducht ver weg. Ik weet best, waarom u naar hem vraagt; +uw zuster gaat met hem trouwen. Daar ben ik verbazend blij om; want +dan wordt ze mijn buurvrouw." + +"Werkelijk," zei Elinor, "u weet veel meer van de zaak af dan ik, +wanneer u reden hebt, dat huwelijk te verwachten." + +"O, doet u nu niet, alsof 't niet waar is, want u weet wel, dat +iedereen er den mond vol van heeft. Nu pas in de stad heb ik het nog +weer gehoord." + +"Maar, Mevrouw Palmer!" + +"Wezenlijk, op mijn woord van eer. Maandagmorgen in Bond Street, +juist voor we weggingen kwam ik Kolonel Brandon tegen, en hij vertelde +'t me dadelijk." + +"U doet me verbaasd staan. Kolonel Brandon zou 't u verteld hebben? U +vergist u bepaald. Iets van dien aard mee te deelen aan iemand, die +er geen belang in kon stellen, zelfs al was het waar, dat is niet, +wat ik van Kolonel Brandon zou verwachten." + +"'t Was toch werkelijk, zooals ik u zeg, en ik zal u vertellen hoe 't +zoo kwam. Toen we hem tegenkwamen, keerde hij om, en liep met ons mee, +en we begonnen te praten over mijn broer en zuster en zoo meer, en ik +zei tegen hem: "Ik hoor, Kolonel, dat Barton Cottage nieuwe bewoners +heeft gekregen, en mama schrijft mij, dat de meisjes heel mooi zijn, en +een van hen gaat trouwen met den Heer Willoughby, van Combe Magna. Is +dat waar? U kunt het natuurlijk weten; want u komt pas uit Devonshire." + +"En wat zei de Kolonel toen?" + +"O--hij zei niet veel; maar hij keek, alsof hij wel wist, dat het +waar was; dus van dat oogenblik af was ik er zeker van. Ik vind het +verrukkelijk, dol! Wanneer gaan ze trouwen?" + +"Kolonel Brandon maakte het goed, hoop ik?" + +"O ja, best; en hij was één en al lof over u; hij deed maar niets +dan allerlei moois van u vertellen." + +"Zijn goede meening is mij veel waard. Hij is een man zooals er +weinigen zijn, dunkt mij, en alleraangenaamst in den omgang." + +"Dat vind ik ook.--'t Is zoo'n allerliefste man;--Zoo jammer eigenlijk, +dat hij zoo ernstig en zoo vervelend is. Mama zegt, dat _hij_ ook +verliefd was op uw zuster. Ik verzeker u, dat is een groot compliment, +want hij wordt haast nooit verliefd op iemand." + +"Kent men in uw omgeving te Somersetshire den Heer Willoughby over +'t algemeen goed?" vroeg Elinor. + +"O ja, héél goed;--dat is te zeggen, ik geloof niet dat veel menschen +hem kennen, omdat Combe Magna zoo ver uit de buurt is; maar iedereen +vindt hem een aangenaam mensch. Niemand is zoo algemeen bemind als +Mijnheer Willoughby, wáár hij ook komt, dat moet u maar eens aan uw +zuster vertellen. Ze mag van geluk spreken, hoor, dat ze hem krijgt; +maar hij van zijn kant nog wel meer; want zij is zoo mooi en zoo lief, +dat voor haar niets te goed is. Maar eigenlijk vind ik u haast niet +minder mooi dan haar; want ik vind u allebei snoezig; en dat vindt +Mijnheer Palmer ook, al konden we hem er gisteravond niet toe krijgen, +het toe te geven." + +Mevrouw Palmer's inlichtingen omtrent Willoughby waren niet bepaald +waardevol; maar elk getuigenis te zijnen gunste, hoe gering ook, +deed Elinor genoegen. + +"Ik ben zoo blij, dat we elkaar nu eindelijk hebben leeren kennen," +ging Charlotte voort. "En nu hoop ik dat we altijd goede vrienden +zullen blijven. U weet niet, hoe ik verlangde, u te zien. 't Is zoo +heerlijk, dat u nu in dat huisje woont! 't Kon niet heerlijker! En dat +uw zuster nu zoo'n goed huwelijk doet. Ik hoop dat u dikwijls te Combe +Magna komt logeeren. Ieder zegt, dat het een beeldig buitengoed is." + +"U hebt Kolonel Brandon al lang gekend, niet waar?" + +"O ja, heel lang al; sedert mijn zuster trouwde. Hij was een van Sir +John's beste vrienden. Ik geloof," voegde zij er iets zachter bij, +"dat hij blij zou geweest zijn, als hij mij had kunnen krijgen. Sir +John en mijn zuster hadden 't graag gezien. Maar mama vond hem voor +mij geen geschikte partij; anders zou Sir John het aan den Kolonel +hebben gezegd, en dan zouden we dadelijk getrouwd zijn." + +"Wist Kolonel Brandon dan niet te voren van dat voorstel van Sir John +aan uw moeder? Had hij nooit te kennen gegeven, dat hij genegenheid +voor u gevoelde?" + +"O neen; maar als mama er niets tegen had gehad, dan geloof ik stellig, +dat hij dolgraag had gewild. Hij had mij toen nog maar een paar maal +gezien; want ik was nog niet van de kostschool thuisgekomen. Maar +ik ben veel gelukkiger, zooals 't nu is. Mijnheer Palmer is juist de +soort van man, die bij mij past." + + + + + + +HOOFDSTUK XXI + + +Den volgenden dag keerden de Palmers naar Cleveland terug, en aan +de beide families te Barton werd het weer overgelaten, elkander +te vermaken. Dat duurde echter niet lang; Elinor had nauwelijks de +laatste bezoekers uit haar hoofd gezet,--was nauwelijks bekomen van +haar verwondering over Charlotte's vermogen om tevreden te zijn zonder +oorzaak, over het komediespel van den Heer Palmer, dat zijn betere +eigenschappen verborg, en over het vreemde gebrek aan natuurlijke +overeenstemming, dat dikwijls bestond tusschen man en vrouw, of Sir +John's en Mevrouw Jennings' nooit verflauwende ijver in het bevorderen +van den gezelligen omgang verschafte haar reeds weder nieuwe kennissen, +ter uiterlijke en innerlijke waarneming. Op een uitstapje naar Exeter +hadden zij op een zekeren morgen twee jonge dames ontmoet, die tot +Mevrouw Jennings' voldoening verre familie van haar bleken te zijn, +en dit was voor Sir John voldoende om hen dadelijk op Barton Park +te logeeren te vragen, zoodra haar bezigheden te Exeter haar dat +zouden veroorloven. De bezigheden te Exeter werden zonder bedenken +verschoven voor zulk een uitnoodiging, en Lady Middleton was bij +Sir John's terugkomst niet weinig verschrikt door het bericht, dat +zij binnenkort een bezoek kon verwachten van twee meisjes, die zij +nooit in haar leven had gezien, en van wie zij volstrekt niet wist +of zij welgemanierd,--of zelfs maar dragelijk fatsoenlijk waren; +want aan de beweringen van haar man en haar moeder te dien opzichte +hechtte zij niet de minste waarde. Dat zij familie van haar waren, +maakte het nog des te erger; en Mevrouw Jennings' pogingen om haar te +troosten berustten dan ook op zeer onvoldoende gronden, wanneer zij +haar dochter voorhield, dat het er niets toe deed of die meisjes wat +meer of minder deftig waren, daar nichtjes onder elkaar het daarmee +zoo nauw niet behoorden te nemen. Daar hun komst nu echter niet meer +viel te verhinderen, schikte Lady Middleton zich in het geval met al de +wijsgeerigheid van een welopgevoede vrouw, en vergenoegde zich ermee, +haar echtgenoot ongeveer vijf of zesmaal per dag naar aanleiding van +het gebeurde eenige zacht verwijtende opmerkingen toe te voegen. + +De jonge dames verschenen, en zagen er volstrekt niet burgerlijk +of ouderwetsch uit. Ze waren keurig gekleed, hadden zeer beleefde +manieren, waren verrukt van het huis, dweepten met de inrichting, en +toevallig waren ze zóó dol op kinderen, dat ze reeds Lady Middleton's +sympathie hadden verworven, eer ze nog een uur op het Park waren +geweest. Zij verklaarde dat ze hen werkelijk heel aardige meisjes +vond, 't geen voor haar gelijkstond met geestdriftige bewondering. Sir +John's vertrouwen in zijn eigen oordeel werd door dien levendigen lof +ten zeerste versterkt, en hij toog onmiddellijk naar Barton Cottage, +om aan de dames Dashwood te vertellen, dat de Steele's waren gekomen, +en hun te verzekeren dat het allerliefste meisjes waren. Uit die +aanbeveling viel echter niet veel op te maken; Elinor wist nu al dat +"allerliefste meisjes" waren te vinden in elk plaatsje in Engeland, +en dat die uitdrukking elke denkbare verscheidenheid van gestalte, +gelaat, gemoedsaard en begrip omvatte. Sir John wilde de geheele +familie op staanden voet mee laten terugwandelen naar het Park, om +zijn gasten te zien. Goedaardige, menschlievende man! Het viel hem +zwaar, zelfs een nicht in den derden graad voor zich alleen te houden. + +"Toe kom nu mee," zei hij, "om mij pleizier te doen;--je _moet_ +komen,--ik laat je niet los.--Je zult eens zien, hoe aardig je ze +zult vinden. Lucy is een reusachtig knap meisje, en zoo vroolijk +en lief! De kinderen zijn niet van haar af te slaan, alsof ze een +oude bekende was. En allebei verlangen ze verbazend jelui te zien, +want ze hebben in Exeter gehoord, dat jelui de mooiste meisjes van +de wereld waart; en ik heb hun gezegd dat dat de zuivere waarheid is, +en nog een heeleboel meer. Je zult verrukt van hen zijn, dat weet ik +zeker. Ze hadden de heele koets vol speelgoed voor de kinderen. Hoe kan +je nu zoo onaardig zijn, om niet te komen! 't Zijn toch ook nichtjes +van jelui, in zekeren zin. Jelui bent nichtjes van _mij_, en _zij_ +van mijn vrouw; dus je bent familie van elkaar." + +Maar Sir John kreeg zijn zin niet. Hij kreeg niet anders dan de +belofte, dat ze over een paar dagen een bezoek zouden komen brengen +op het Park, en trok af, verbaasd over hun onverschilligheid, om naar +huis te wandelen, en opnieuw tegen de dames Steele uit te weiden over +hunne bekoorlijkheden, zooals hij tegenover hen den lof der dames +Steele had uitgebazuind. + +Toen het beloofde bezoek op het Park en dus ook hun voorstelling +aan de jonge dames plaats had, vonden zij aan het uiterlijk van de +oudste, die bijna dertig was, en een leelijk, en daarbij niet eens +verstandig gezicht had, niets te bewonderen; maar zij moesten toegeven +dat de andere, die niet meer dan twee- of drie en twintig kon zijn, +werkelijk mooi mocht genoemd worden; ze had welbesneden trekken, +een levendigen vluggen oogopslag, en iets modieus in haar voorkomen, +dat wel geen natuurlijke losheid of bevalligheid kon vergoeden, +maar haar toch een zekere distinctie verleende. Hun manieren waren +bijzonder beleefd en voorkomend, en Elinor moest al spoedig erkennen, +dat het hun niet ontbrak aan een zeker soort van verstand, toen zij +zag met welk een aanhoudende en welberekende beminnelijkheid zij zich +wisten aangenaam te maken bij Lady Middleton. Over haar kinderen waren +zij in één voortdurende verrukking, verkondigden luide den lof van hun +schoonheid, gaven zich moeite om hun gunst te winnen, en willigden hun +grilligste wenschen in; terwijl ze al den tijd, dien de voldoening +aan dezen dringenden eisch der beleefdheid hun overliet, besteedden +aan het bewonderen van alles wat Lady Middleton deed, wanneer zij +toevallig eens met iets bezig was, of aan het naknippen van het +patroon eener sierlijke nieuwe japon, die zij haar den dag te voren +hadden zien dragen, en waarin hare verschijning hun onuitputtelijke +uitingen van bewonderende verrukking had ontlokt. Gelukkig voor +hen, die door middel van dergelijke zwakheden plegen te vleien, is +iedere liefhebbende moeder, hoezeer ook, waar het den lof van haar +kinderen geldt, het onverzadelijkste aller schepselen, tevens op +dat punt het meest lichtgeloovige; haar eischen zijn buitensporig, +doch uiterst gemakkelijk te voldoen, en de alle perken te buiten +gaande minzaamheid en geduld, door de dames Steele jegens haar +kroost aan den dag gelegd, wekten in Lady Middleton niet de minste +verwondering of achterdocht. Met moederlijke ingenomenheid beschouwde +zij al de brutale vrijpostigheden en ondeugende streken, die haar +nichten zich goedschiks lieten welgevallen. Zij keek toe, terwijl +de strikken uit hun ceintuur werden getrokken, hun haar in wanorde +werd gebracht, hun werktaschjes werden geplunderd en hun mesjes en +scharen geroofd, en zij twijfelde niet, of het gesmaakte genoegen +daarbij was wederkeerig. Zij vond het alleen maar verwonderlijk, +dat Elinor en Marianne er zoo bedaard bij konden blijven zitten, +zonder hun verlangen te uiten om te deelen in de pret. + +"John is vandaag door 't dolle heen!" zei ze, toen hij Juffrouw +Steele haar zakdoek afnam en dien uit het raam gooide.--"Hij zit +vol guitenstreken!" + +En toen kort daarop haar tweede zoontje zijn nicht allerpijnlijkst +in den vinger kneep, merkte zij met innige voldoening op, dat William +zoo speelsch was. + +"En hier hebben we mijn lieve kleine Annemarie", voegde zij erbij, +het kleine meisje van drie jaar liefkoozend, dat zich een paar minuten +achtereen had stilgehouden: "Die is altijd zoo zacht en stil,--het +rustigste kindje dat men zich kan voorstellen!" + +Doch daar het ongeluk wilde, dat bij deze uitingen van teederheid een +speld in mama's kapsel het kind even in den hals schramde, barstte het +voorbeeldig stille schepseltje los in zulke oorverdoovende kreten, +dat geen spreekwoordelijk luidruchtig creatuur het haar verbeteren +kon. Haar moeder's ontzetting, hoe hevig ook, werd nog overtroffen door +den schrik en de bezorgdheid der dames Steele en alle drie namen in +dien uitersten nood hun toevlucht tot elk middel dat de liefde slechts +kon uitdenken om de folteringen der kleine lijderes te verzachten. Zij +werd op haar moeders schoot gezet en overladen met kussen, terwijl +de eene juffrouw Steele bij haar neerknielde om de wond te betten +met lavendelwater, en de andere haar mond vol suikerboonen stopte. Nu +zij haar tranen zoo rijkelijk beloond zag, was het kind wel zoo wijs +om niet op te houden met schreeuwen. Ze bleef uit alle macht huilen +en snikken, schopte haar beide broertjes, toen ze haar te na kwamen, +en hun aller vereende pogingen om haar tot bedaren te brengen bleven +vruchteloos, tot Lady Middleton zich gelukkig herinnerde, dat bij een +dergelijk ongeval in de vorige week een lepel abrikozengelei gunstig +had gewerkt ter verzachting van een buil op het voorhoofd; en daar, bij +het voorstel om tegen deze ongelukkige schram dezelfde remedie toe te +dienen, het doordringend geschreeuw der jonge dame door een korte pauze +werd onderbroken, bestond de gegronde hoop, dat het geneesmiddel niet +zou worden verworpen. Zij werd dus in haar moeders armen weggedragen, +op zoek naar de heilzame medicijn, en daar de twee jongens, hoewel +hun moeder hen dringend verzocht in de kamer te blijven, volstrekt +wilden meegaan, bleven de vier jonge dames achter in een atmosfeer +van kalmte, die het vertrek sedert vele uren niet meer had gekend. + +"Dat arme schepseltje!" zei Juffrouw Steele, zoodra zij waren +heengegaan. "Het had wel héél erg kunnen afloopen." + +"Maar ik begrijp toch eigenlijk niet hòe," riep Marianne, "tenzij dan +misschien onder geheel andere omstandigheden. Op deze manier plegen de +menschen altijd bezorgheid te vermeerderen, terwijl er voor werkelijke +zorg geen reden is." + +"Wat is Lady Middleton toch een allerliefste vrouw," zei Lucy Steele. + +Marianne zweeg; zij kon onmogelijk zeggen wat ze niet meende, al gold +het de onbeteekendste kleinigheid, en dus werd altoos aan Elinor +de taak overgelaten, onwaarheid te spreken, wanneer de beleefdheid +dat vereischte. Ze deed haar best, nu dit van haar gevergd werd, +door Lady Middleton te prijzen met meer warmte, dan zij gevoelde, +hoewel met vrij wat minder geestdrift dan Juffrouw Lucy. + +"En Sir John ook," riep de oudste zuster "wat is dat een aardige man!" + +Ook hier werd Juffrouw Dashwood's lof, die eenvoudig was en +onopgesmukt, geuit zonder den minsten _éclat_. Zij merkte alleen op, +dat hij bijzonder vroolijk en vriendelijk van aard was. + +"En wat hebben ze allerliefste kinderen! Ik heb nog nooit zulke mooie +kinderen gezien! Ik ben nu al doodelijk van ze; trouwens ik ben altijd +gek op kinderen geweest." + +"Dat wil ik graag gelooven," zei Elinor met een glimlach, "te oordeelen +naar wat ik van morgen heb bijgewoond." + +"Het komt mij zoo voor, zei Lucy, "dat u de kleine Middletons nog al +verwend vindt; misschien worden ze dat ook wel, meer dan goed voor hen +is, maar het is zoo natuurlijk van Lady Middleton; en wat mij betreft, +ik zie graag kinderen waar een beetje leven en vroolijkheid inzit; +ik kan ze niet uitstaan, als ze bedaard en stil zijn." + +"Ik moet eerlijk bekennen," antwoordde Elinor, "dat ik te Barton Park +mij nooit geneigd voel, aan stille en bedaarde kinderen anders dan +met voorliefde te denken." + +Op dit gezegde volgde een korte stilte, het eerst verbroken door +Juffrouw Steele, die bijzonder spraakzaam scheen, en nu vrij onverwacht +begon: + +"En hoe vindt u Devonshire nu wel, Juffrouw Dashwood? Het zal u wel +hebben gespeten, uit Sussex weg te gaan." + +Ietwat verbaasd over die vraag, of althans over den gemeenzamen toon, +waarop ze geuit werd, antwoordde Elinor bevestigend. + +"Norland is een héél erg mooi buitengoed, is 't niet?" liet Juffrouw +Steele hierop volgen. + +"Sir John bewonderde het ten minste zéér," zei Lucy, die scheen te +vinden dat haar zuster's vrijmoedigheid wel eenige verontschuldiging +behoefde. + +"Ik denk, dat ieder die het goed ooit zag, het wel _moet_ bewonderen," +antwoordde Elinor, "hoewel het niet waarschijnlijk is, dat anderen +de schoonheden ervan zóó kunnen waardeeren, als wij doen." + +"En hadt u daar veel knappe cavaliers? Hier in deze buurt zullen +er wel zooveel niet zijn; ik voor mij vind ze altoos een groote +aanwinst overal." + +"Maar waarom dacht je eigenlijk," zei Lucy, zich blijkbaar schamend +voor haar zuster, "dat er minder knappe jongelui zouden zijn in +Devonshire dan in Sussex?" + +"Welneen, lieve kind, dat zeg ik ook immers niet. In Exeter zijn +tenminste cavaliers genoeg, maar hoe kan ik nu weten of er in Norland +ook aardige heeren zijn? Ik was alleen maar bang, dat de dames Dashwood +het in Barton saai zouden vinden, als ze daar niet zooveel galante +cavaliers hadden als vroeger. Maar misschien geven de jonge dames wel +niet om heeren, en kunnen ze het evengoed stellen zonder hen. Ik voor +mijn part, ik mag ze graag lijden, als ze ten minste netjes gekleed +zijn en zich aardig voordoen. Ik kan ze niet uitstaan als ze slordig +en vuil voor den dag komen. Daar heb je nu Meneer Rose in Exeter, +een heele heer, als je hem zoo ziet, bepaald fatterig; hij is klerk +bij Meneer Simpson, weet u, en toch, als je hem 's morgens tegenkomt, +dan ziet hij er ontoonbaar uit. Uw broer was vóór zijn trouwen zeker +ook een echte dandy, Juffrouw Dashwood, omdat hij zoo rijk was?" + +"Ik zou 't u werkelijk niet kunnen zeggen," antwoordde Elinor; +"omdat ik niet precies begrijp wat u bedoelt. Maar dàt weet ik wel, +wat hij indertijd is geweest vóór zijn trouwen, dat is hij nu nog; +want hij is in 't minst niet veranderd." + +"O heden, neen; getrouwde lui zijn nooit galante cavaliers meer; +die hebben wel wat anders te doen." + +"Hè, Anne," riep haar zuster; "jij praat ook over niets anders dan +heeren; Juffrouw Dashwood zal gaan meenen dat je nergens anders aan +denkt." En om het gesprek een andere wending te geven, begon zij haar +bewondering te uiten van het huis en meubels. + +Dit staaltje van de conversatie der dames Steele was voldoende. De +onbeschaafde vrijpostigheid en mallepraat van de oudste lieten van +haar geen goeds meer verwachten, en daar Elinor, ondanks de schoonheid +en het schrander voorkomen der jongere zuster maar al te goed haar +gemis van ware beschaving en eenvoud doorzag, vertrok zij, zonder in +het minst te verlangen, hen nader te leeren kennen. + +Zoo dachten de dames Steele er niet over. Zij waren uit Exeter gekomen +met een behoorlijke hoeveelheid bewondering, ten dienste van Sir John +Middleton, zijn gezin en zijn geheele familie, en uit dien ruimen +voorraad deelden zij kwistig mede aan zijn schoone nichten, die +zij voor de mooiste, bevalligste, talentvolste en liefste meisjes +verklaarden, die ze ooit hadden gezien, en die zij hartgrondig +verlangden, nader te leeren kennen. Die nadere kennismaking was, +zooals Elinor spoedig ontdekte, hun onvermijdelijk lot; want daar Sir +John geheel en al op de hand der dames Steele was, bleek hunne partij +te sterk voor verzet van de andere zijde, en zij moesten zich dus +schikken in de soort van intimiteit, die bestaat in het bijna iederen +dag een paar uur samen in de zelfde kamer zitten. Meer kon Sir John +niet doen; maar hij zag ook niet in, dat meer dan dat kon verlangd +worden; naar zijne meening beteekende samenzijn vertrouwelijkheid, +en zoolang zijn geregelde plannetjes om hen met elkaar in aanraking +te brengen, maar slaagden, twijfelde hij geen oogenblik of zij waren +gezworen vriendinnen. + +Om hem recht te laten weervaren, hij deed wat in zijn vermogen was, +om hen tot openhartigheid aan te sporen, door de dames Steele op de +hoogte te brengen van al wat hij maar wist of kon vermoeden omtrent de +meest kiesche aangelegenheden, waarin zijne nichtjes waren betrokken, +en Elinor had hen nog geen tweemaal ontmoet, of de oudste van het +tweetal wenschte haar reeds geluk met het feit, dat haar zuster +'t zoo getroffen had, door sinds haar komst te Barton een knappen +galant te veroveren. + +"'t Is toch maar een mooi ding, een meisje zoo vroeg al getrouwd +te hebben," zei ze, "en ik hoor dat hij een echte dandy is, en een +verschrikkelijk knap gezicht heeft. Ik hoop dat u het ook zoo goed +zult treffen; maar misschien hebt u al een vriend achter de hand." + +Elinor kon moeilijk verwachten, dat Sir John schroomvalliger zou +zijn in de uiting van zijn vermoedens omtrent haar genegenheid +voor Edward, dan hij zich getoond had, waar het Marianne betrof; +van de beide geestigheden genoot de eerste, als nieuwer, en nog +speling voor gissingen overlatend, zelfs zijn voorkeur; en sedert +Edward's bezoek hadden zij nooit samen aan tafel gezeten, zonder +dat hij een dronk wijdde aan haar liefsten hartewensch, vergezeld +van zooveel beteekenende blikken, en zooveel knikjes en knipoogjes, +dat hij de algemeene aandacht op haar vestigde. Ook de letter F. werd +daarbij steeds druk besproken, en was de bron gebleken van zulk een +onuitputtelijken voorraad grappen, dat Elinor geëindigd was met er +voor goed de geestigste letter van het alphabet in te zien. + +Zooals zij reeds vermoedde, werden de dames Steele bij voorkeur +op de bewuste aardigheden vergast, en zij wekten in de oudste een +nieuwsgierig verlangen om den naam te vernemen van den heer, op wien +hier gezinspeeld werd, een verlangen, dat, brutaal aan den dag gelegd, +volkomen strookte met haar algemeene indringende onbescheidenheid +in het uitvorschen van hun familieaangelegenheden. Maar Sir John +had niet lang pleizier in het prikkelen der door hemzelf gewekte +nieuwsgierigheid; want hij vond minstens evenveel behagen in het noemen +van den bewusten naam, als Juffrouw Steele in het vernemen ervan. "Zijn +naam is Ferrars," zei hij, duidelijk verstaanbaar fluisterend; +"maar vertel het vooral niet verder, want het is een groot geheim." + +"Ferrars!" herhaalde Juffrouw Steele; "is mijnheer Ferrars de +gelukkige? Wel, wel, de broer van uw schoonzuster, Juffrouw +Dashwood? nu, dat is een aardig jongmensch; ik ken hem heel goed." + +"Hoe kan je nu zooiets zeggen, Anne?" riep Lucy, die geregeld haar +zuster's opmerkingen te verbeteren placht. "Al hebben we hem nu een +paar maal bij onzen oom aan huis ontmoet, daarom behoef je nog niet +te zeggen, dat we hem heel goed kennen." + +Elinor hoorde alles oplettend en zeer verwonderd aan. Wie was die +oom? waar woonde hij? hoe hadden zij elkander leeren kennen? Zij +wenschte van harte dat het gesprek over dit onderwerp mocht worden +voortgezet, al verkoos zij niet, zich erin te mengen; maar er werd +niet verder over gesproken, en voor het eerst in haar leven vond zij +Mevrouw Jennings niet nieuwsgierig genoeg naar onbeduidende nieuwtjes, +noch voldoende bereidvaardig tot het mededeelen ervan. De manier +waarop Juffrouw Steele van Edward had gesproken vermeerderde haar +nieuwsgierigheid; zij meende er iets onwelwillends in te bespeuren, +dat het vermoeden wekte, als zou de spreekster iets ten nadeele van +hem weten, of zich verbeelden te weten. Doch haar nieuwsgierigheid +bleef onvoldaan; want Juffrouw Steele liet den naam Ferrars verder +onopgemerkt voorbijgaan, ook toen Sir John er nogmaals op zinspeelde +en dien zelfs openlijk uitsprak. + + + + + + +HOOFDSTUK XXII + + +Marianne, die nooit veel verdraagzaamheid toonde tegenover iets, +dat maar op lompheid, grofheid, gebrek aan geestesgaven, of zelfs +op eenige afwijking van haar eigen smaak geleek, was juist nu, +in háár gemoedstoestand, bijzonder ongeneigd om in de dames Steele +behagen te scheppen, of hun tegemoetkomende houding door de hare +aan te moedigen; en aan haar onveranderlijke koelheid jegens hen, +die elke poging tot vertrouwelijkheid van hunne zijde terugwees, +schreef Elinor hoofdzakelijk de voorkeur voor haarzelve toe, die al +spoedig ten duidelijkste bleek uit beider gedrag; het meest nog uit +dat van Lucy, die geen gelegenheid liet voorbijgaan om een gesprek +met haar aan te knoopen, of pogingen te doen tot toenadering door +vrijmoedige en openhartige mededeeling van hare gevoelens. + +Lucy was van nature schrander; haar opmerkingen waren dikwijls juist +en vermakelijk, en als gezelschap voor een half uurtje vond Elinor +haar soms niet onaangenaam; doch haar vermogens waren niet ontwikkeld +door opvoeding; zij was onwetend, had niets gelezen, en haar gemis van +alle geestelijke vorming, haar onkunde in de meest alledaagsche zaken +konden niet voor Elinor verborgen blijven, ondanks Lucy's onvermoeide +pogingen om zich van haar beste zijde te laten kennen. Elinor zag, en +beklaagde in haar de verwaarloozing van gaven, die onder zorgvuldige +leiding achting hadden kunnen verwerven; doch zij zag tevens, met vrij +wat minder hartelijk medegevoel, het volslagen gebrek aan kieschheid, +aan rechtschapenheid, aan fiere zuiverheid van inborst, dat sprak +uit al haar beleefdheden, haar opdringende dienstvaardigheid, haar +vleierij te Barton Park, en zij kon geen duurzame voldoening vinden +in het samenzijn met iemand, die onoprechtheid paarde aan onkunde, +wier gebrek aan ontwikkeling elk onderhoud op een voet van gelijkheid +onmogelijk maakte, en wier gedrag jegens anderen ieder vertoon van +belangstelling of eerbied tegenover haarzelve volkomen waardeloos +deed schijnen. + +"U zult het misschien een vreemde vraag vinden," zei Lucy, toen zij op +zekeren dag samen van het Park naar Barton Cottage wandelden,--"maar +kent u persoonlijk uw schoonzuster's mama, Mevrouw Ferrars?" + +Elinor _vond_ die vraag zeer vreemd, en de uitdrukking van haar gelaat +gaf dit duidelijk te kennen, terwijl zij antwoordde, dat zij Mevrouw +Ferrars nooit had ontmoet. + +"Och kom," zei Lucy; "dat verwondert mij; ik dacht, dat u haar te +Norland wel eens zoudt hebben gesproken. Dan kunt u mij zeker ook +niet zeggen, wat voor een soort van vrouw zij eigenlijk is?" + +"Neen," antwoordde Elinor, voorzichtig in het uiten van haar werkelijke +meening omtrent Edward's moeder, en niet verlangend te bevredigen wat +haar onbescheiden nieuwsgierigheid scheen: "ik weet niets van haar af." + +"Ik begrijp wel, dat u het heel raar van mij vindt, zoo naar haar +te vragen," zei Lucy, terwijl zij Elinor onder het spreken oplettend +aanzag; "maar er zouden redenen kunnen zijn... ik wilde dat ik durfde +wagen... In elk geval, hoop ik toch, dat u, mij niet ten onrechte +van grove onbescheidenheid zult beschuldigen." + +Elinor gaf een beleefd antwoord, en zij wandelden een paar minuten +zwijgend verder. Dat zwijgen werd verbroken door Lucy, die het +onderwerp hervatte door ietwat aarzelend te zeggen: + +"Ik kan niet hebben, dat u mij van ongepaste nieuwsgierigheid verdenkt; +ik zou liever ik weet niet wat doen, dan zóó beschouwd te worden door +iemand, wier goede meening mij zooveel waard is als de uwe! En ik weet +stellig, dat ik in 't minst niet bang zou zijn om _u_ te vertrouwen; +ik zou juist heel blij zijn, als u mij kondt raden, hoe te handelen, +in mijn moeilijke omstandigheden; maar het is _nu_ niet noodig, +om u lastig te vallen. Het spijt mij, dat u Mevrouw Ferrars niet kent." + +"Mij spijt het ook, dat dit het geval is," zei Elinor zeer verbaasd, +"temeer als het voor _u_ van eenig belang kon zijn, mijn meening +over haar te vernemen. Maar om u de waarheid te zeggen, ik had nooit +begrepen, dat u, hoe dan ook, in aanraking waart geweest met de +familie, en daarom moet ik bekennen dat ik wel eenigszins verwonderd +ben over uw ernstige navraag omtrent haar karakter." + +"Dat wil ik graag gelooven, en _mij_ verwondert dat volstrekt +niet. Maar als ik u alles mocht vertellen, dan zoudt u het niet meer +zoo vreemd vinden. Op het oogenblik is Mevrouw Ferrars voor mij een +totaal onbekende; maar er kàn een tijd komen--hoe spoedig dat zal +zijn, hangt van haarzelve af--dat wij in zeer nauwe betrekking tot +elkaar komen te staan." + +Zij sloeg terwijl ze sprak de oogen neer, met beminnelijke +verlegenheid, doch niet zonder één zijdelingschen blik naar haar +gezellin, om de uitwerking van het gezegde bij deze waar te nemen. + +"Maar wat bedoelt u toch?" riep Elinor. "Kent u Mijnheer Robert +Ferrars dan? Is het mogelijk dat u met hèm...?" En zij verheugde zich +allesbehalve bij het denkbeeld zulk een schoonzuster te krijgen. + +"Neen," zei Lucy, "niet met mijnheer _Robert_ Ferrars,--hèm heb ik +nooit in mijn leven gezien, maar,"--en zij zag Elinor strak aan,--"met +zijn ouderen broeder." + +Wat gevoelde Elinor op dat oogenblik? Een verbazing, die even pijnlijk +zou zijn geweest, als zij sterk was, zo zij niet onmiddellijk ware +vergezeld gegaan van een volslagen ongeloof in die verzekering. Zij +wendde zich tot Lucy, zwijgend en verwonderd, niet bij machte de +reden of het doel van die verklaring te gissen; en hoewel zij eerst +bloosde en daarna bleek werd, schonk haar ongeloovigheid haar kracht, +en zij was niet bang, dat haar zenuwen haar parten zouden spelen, +of dat zij flauw zou vallen. + +"Geen wonder dat u verbaasd staat," ging Lucy voort; "want natuurlijk +hadt u er niet het flauwste vermoeden van; hij zal er wel geen woord +over hebben losgelaten tegen u of uw familie; want het moest altijd +een diep geheim blijven en ik weet wel, dat ik het tot nu toe ook +trouw heb bewaard. Niemand van mijn familie weet het, behalve Anne, +en ik zou het u nooit hebben verteld, als ik niet zóó zeker was +geweest, dat ik mij op uw stilzwijgen kon verlaten; ik vond alleen, +dat mijn vele vragen naar Mevrouw Ferrars zulk een vreemden indruk op +u moesten maken, en het was noodig dat ik u mijn gedrag verklaarde. Ik +geloof niet, dat Mijnheer Ferrars boos zal kunnen zijn, als hij hoort, +dat ik u in vertrouwen heb genomen; want ik weet, dat hij uw geheele +familie bijzonder hoog stelt, en u en de beide andere dames Dashwood +beschouwt als zijn eigen zusters."-- + +Hierna zweeg zij, en ook Elinor bleef een oogenblik stil. Haar +verbazing over hetgeen zij hoorde was eerst te groot om zich in woorden +te uiten; maar ten slotte zeide zij, zich dwingend tot spreken, en +voorzichtig spreken, met een kalmte, die tamelijk wel haar verrassing +en angst verborg: "Mag ik vragen of uwe verloving reeds lang geleden +heeft plaats gehad?" + +"We zijn al vier jaar geëngageerd." + +"Vier jaar?" + +"Ja." + +Hoe ontdaan zij zich ook voelde, Elinor kon het nòg niet gelooven. + +"Ik wist niet eens," zei ze, "dat u hem kende, eer ik het onlangs +gewaar werd." + +"En toch kennen we elkaar al sedert jaren. Hij is een tijdlang bij +mijn oom in huis geweest, weet u." + +"Uw oom?" + +"Ja, Mijnheer Pratt. Hebt u hem nooit hooren spreken van Mijnheer +Pratt?" + +"O ja, nu herinner ik het mij," zei Elinor, met een inspanning van +haar geheugen, die haar zwaarder viel, naarmate haar ontroering toenam. + +"Hij is vier jaar onder de leiding geweest van mijn oom, die te +Longstaple woont, dicht bij Plymouth. Dáár is onze kennismaking +begonnen; want mijn zuster en ik logeerden dikwijls bij mijn oom, en +daar zijn we geëngageerd geraakt; een jaar nadat hij van school was +gegaan; maar hij kwam daarna nog geregeld bij ons. Ik was er niets +op gesteld de verloving aan te gaan, buiten weten van zijn moeder en +zonder haar goedkeuring; dat kunt u wel denken; maar ik was te jong en +ik hield te veel van hem, om zoo voorzichtig te zijn als ik eigenlijk +moest. Al kent u hem niet zóó goed als ik, Juffrouw Dashwood, u hebt +lang genoeg met hem omgegaan om te begrijpen, dat hij juist de man is, +om de oprechte genegenheid eener vrouw te winnen." + +"Zeker," antwoordde Elinor, zonder te weten wat zij zeide; doch +na een oogenblik nadenken liet zij erop volgen, stelliger dan ooit +overtuigd van Edward's waarheidsliefde en zijn genegenheid, tegenover +de valschheid van dit meisje: "Geëngageerd met mijnheer Edward +Ferrars,--ik moet bekennen, wat u mij daar vertelt verrast zij zóózeer, +dat... werkelijk, neemt u 't me niet kwalijk, maar er is stellig een +vergissing in 't spel, een naams- of persoonsverwisseling. Wij kunnen +niet denzelfden heer Ferrars bedoelen." + +"We bedoelen geen ander dan hem," riep Lucy glimlachend. "Mijnheer +Edward Ferrars, de oudste zoon van den Heer Ferrars van Park Street; +en de broer van uw schoonzuster, Mevrouw John Dashwood, is de persoon, +dien ik op het oog heb; u zult wel willen toegeven, dat _ik_ mij +wel niet zal kunnen vergissen in den naam van den man, van wien mijn +geheele geluk afhankelijk is." + +"'t Is wel vreemd," zei Elinor, met een gevoel van pijnlijke +verwarring, "dat ik hem nooit zelfs uw naam heb hooren noemen." + +"Neen; als men de omstandigheden in aanmerking neemt, was dat +volstrekt zoo vreemd niet. Vóór alles moesten we zorgen de zaak +geheim te houden. U wist van mij of mijn familie niets af; daarom +was er nooit eenige _aanleiding_ om mijn naam te noemen, en daar +hij altijd erg bang was, dat zijn zuster er iets van zou vermoeden, +was _dat_ op zich zelf al reden genoeg om dat niet te doen." Weer +zweeg zij.--Elinor's zekerheid begon haar te begeven maar haar +zelfbeheersching begaf haar niet. + +"U bent dus vier jaar al verloofd geweest," zei ze met vaste stem. + +"Ja, en de hemel weet, hoeveel langer we nog zullen moeten +wachten. Arme Edward; hij wordt er moedeloos onder." Terwijl ze een +klein miniatuurportret uit haar zak haalde, voegde zij erbij: "Als +u zoo goed wilt zijn, dit portret eens te bekijken, dan zult u zien +dat van een vergissing geen sprake kan zijn. Hij ziet er werkelijk +knapper uit dan hier, vind ik; maar u kunt duidelijk genoeg zien, +wien het moet voorstellen. Ik heb het al drie jaar in mijn bezit." + +Terwijl ze sprak, gaf ze Elinor het portretje in handen, en toen deze +het had bekeken, kon zij, hoezeer ook haar vrees voor een overhaaste +gevolgtrekking en haar wensch om bedrog te ontdekken haar noopten tot +het laatste toe in haar geest een plaats voor twijfel in te ruimen, +niet langer betwijfelen, dat zij Edward's gezicht voor zich zag. Zij +gaf het oogenblikkelijk terug, terwijl zij de gelijkenis erkende. + +"Ik heb hem nooit mijn portret ervoor in ruil kunnen geven," ging +Lucy voort, "en dat spijt mij geducht; want hij was er altijd zoo +op gesteld het te hebben. Maar ik ben van plan het te laten maken, +zoodra de gelegenheid zich voordoet." + +"Daar hebt u gelijk in," antwoordde Elinor bedaard. Zij liepen een +poosje zwijgend verder. Lucy was de eerste die sprak. + +"Ik twijfel er hoegenaamd niet aan," zei ze, "of u zult dit geheim +trouw bewaren; omdat u wel zult begrijpen van hoeveel belang het +voor ons is, dat het zijn moeder niet ter oore komt; want zij zou +het stellig wel niet goedkeuren. Ik heb geen geld te wachten, en ik +geloof dat zij verschrikkelijk trotsch is." + +"Het is zeker waar, dat ik uw vertrouwen niet gezocht heb," zeide +Elinor; "maar u verwacht niet te veel van mij, wanneer u meent u op +mij te kunnen verlaten. Uw geheim is bij mij veilig; maar vergeef +mij, zoo ik eenige verwondering waag te uiten over de onnoodigheid +van deze mededeeling. U moet toch althans gevoeld hebben, dat mijne +bekendheid ermede niet kon bijdragen tot de veiligheid van dat geheim." + +Zij zag Lucy ernstig aan, terwijl zij dit zeide, in de hoop nog iets te +ontdekken in de uitdrukking van haar gelaat,--misschien de onwaarheid +van het meeste dat zij tot nu toe gezegd had; maar op Lucy's gezicht +vertoonde zich geen verandering. + +"Ik was al bang," zei ze, "dat u het nogal vrijpostig van mij zou +vinden, dat ik u dit alles vertelde. 't Is waar, ik ken u nog niet +lang, persoonlijk ten minste, maar uit beschrijvingen heb ik u en uw +familie al héél lang gekend, en zoodra ik u zag, kreeg ik bijna 't +gevoel alsof wij oude vrienden waren. En bovendien, in dit geval vond +ik werkelijk, dat ik verplicht was, u eenige uitlegging te geven, nadat +ik u zoo had uitgevraagd over Edward's moeder, en het is zoo ellendig, +dat ik niemand heb, wie ik om raad kan vragen. Anne is de eenige, +die er van afweet, en die weet niet wat ze zeggen of zwijgen moet; +ze doet mij meer kwaad dan goed trouwens, want ik ben altijd bang +dat ze alles verraden zal. Ze kàn haar tong niet in bedwang houden; +dat hebt u wel gemerkt, en verleden was ik doodsbang, toen ze Sir John +Edward's naam noemde, dat ze alles in eens zou uitflappen. U kunt u +niet voorstellen wat ik er al niet door moet uitstaan, op allerlei +manieren. Soms begrijp ik niet dat ik nog leef, na al wat ik in de +laatste vier jaar om Edward's wil heb moeten lijden. Altijd hangen en +verlangen, en die onzekerheid, en dat we elkaar zoo zelden zien,--niet +meer dan een paar maal in 't jaar kunnen we elkaar ontmoeten. 't +Verwondert mij soms werkelijk, dat mijn hart niet gebroken is." Zij +haalde haar zakdoek voor den dag; maar Elinor voelde zich niet juist +bewogen tot medelijden, "Soms," ging Lucy voort, nadat ze haar oogen +had afgedroogd, "soms denk ik wel eens, of 't niet beter zou zijn +voor ons allebei, als we de verloving maar verbraken." Terwijl ze +dit zeide, zag ze Elinor recht in de oogen. "Maar dàn weer heb ik +geen moed, ertoe te besluiten. Ik kan de gedachte niet verdragen, +hem zoo ongelukkig te maken als ik weet dat hij zijn zou, wanneer ik +daarover begon. En ook voor mijzelf--terwijl ik hem zoo liefheb--ik +geloof niet dat ik er den moed toe zou hebben. Wat zoudt u mij raden +te doen in dit geval, Juffrouw Dashwood? Wat zoudt u zelf doen?" + +"Neemt u mij niet kwalijk," zei Elinor, verschrikt door die vraag, +"maar ik kan u in deze omstandigheden geen raad geven. Dat moet +overgelaten blijven aan uw eigen inzicht." + +"'t Spreekt van zelf," ging Lucy voort, na een paar minuten waarin +beiden hadden gezwegen, "dat zijn moeder op den langen duur toch +voor hem zal moeten zorgen op de eene of andere manier; maar die +arme Edward ziet alles zoo somber in! Vondt u hem niet vreeselijk +neerslachtig toen hij te Barton was? Hij voelde zich zoo ellendig +toen hij uit Longstaple wegging, om naar u toe te gaan, ik was bang +dat u meenen zou, dat hij bepaald ziek was." + +"Kwam hij dan van uw oom, toen hij ons een bezoek bracht?" + +"Ja, hij had veertien dagen bij ons gelogeerd. Dacht u dan, dat hij +rechtstreeks uit Londen kwam?" + +"Neen" antwoordde Elinor, pijnlijk gevoelig voor elke nieuwe +bijzonderheid, die sprak ten gunste van Lucy's waarheidsliefde. "Ik +herinner mij nu, hoe hij ons vertelde, dat hij veertien dagen bij +kennissen te Plymouth had doorgebracht." Zij herinnerde zich tevens, +hoe vreemd zij het toen gevonden had, dat hij zich niets meer omtrent +die kennissen had laten ontvallen, dat hij zelfs omtrent hun naam +een volstrekt stilzwijgen had bewaard. + +"Vondt u hem niet treurig terneergeslagen?" herhaalde Lucy. + +"O ja, zeker; vooral toen hij pas bij ons was." + +"Ik drong erop aan, dat hij zich ertegen zou verzetten, uit vrees +dat u zoudt vermoeden hoe de zaak stond; maar het maakte hem zoo +melancholiek, dat hij niet meer dan veertien dagen bij ons kon blijven, +en dat hij mijn verdriet ook moest aanzien. Arme jongen!--ik vrees +dat het nog altijd hetzelfde met hem is; want hij schrijft zoo +gedrukt. Even voor ik uit Exeter vertrok, kreeg ik nog een brief +van hem;" hierbij haalde zij een brief uit haar zak en liet Elinor +vluchtig het adres zien. "U kent natuurlijk zijn handschrift; 't is een +mooie hand; maar dit is niet zoo goed geschreven als gewoonlijk. Hij +was stellig moe, want hij had juist een groot vel aan mij zoo dicht +mogelijk volgeschreven." + +Elinor zag, dat het zijn hand _was_, en zij kon niet langer +twijfelen. Het portret, zoo had zij zichzelve nog vergund te gelooven, +kon door toeval in Lucy's bezit zijn geraakt; het behoefde haar niet +door Edward te zijn geschonken; maar een briefwisseling tusschen hen +kon alleen plaats hebben, wanneer zij feitelijk verloofd waren, kon +door niets anders worden gewettigd;--bijna begaf haar een oogenblik +alle kracht; haar hart ontzonk haar, en zij kon ternauwernood staande +blijven; doch het was dringend noodig dat zij zich vermande, en +zóó vastberaden verzette zij zich tegen den beklemmenden druk van +haar gevoelens, dat zij spoedig, en voorloopig volkomen, zichzelve +meester bleef. + +"Dat we elkaar kunnen schrijven," zei Lucy, den brief weer in haar +zak stekend, "is onze eenige troost, wanneer we zoo lang gescheiden +moeten zijn. Ja, _ik_ vind dan nog bovendien troost in zijn portret; +maar die arme Edward bezit dàt zelfs niet. Als hij mijn portret +maar had, zegt hij, dan zou hij zich beter kunnen schikken. Toen hij +laatst te Longstaple was, heb ik hem een lok van mijn haar gegeven, +in een ring gevat, en dat troostte hem wel een weinig, zei hij; maar +het stond toch niet gelijk met een portret. Misschien hebt u wel op +dien ring gelet, toen hij bij u was?" + +"Ja, die is mij opgevallen," zei Elinor; en de bedaarde klank van +haar stem verborg een gemoedsbeweging, een radelooze smart, heviger +dan zij ooit te voren gevoeld had. Zij was verpletterd; ontdaan; zij +begreep _niets_ meer. Gelukkig voor haar waren zij nu aan hun huis +gekomen, en het gesprek kon niet verder worden voortgezet. Nadat de +dames Steele nog een poosje bij hen gebleven waren, keerden zij naar +het Park terug, en nu eerst stond het Elinor vrij, na te denken en +zich diep bedroefd te gevoelen. + + + + + + +HOOFDSTUK XXIII + + +Hoe weinig Elinor ook in het algemeen waagde te bouwen op Lucy's +waarheidlievende gezindheid, bij ernstig nadenken was het haar +onmogelijk, Lucy in dit geval van bedrog te verdenken, terwijl +geenerlei verleiding kon aansprakelijk gesteld worden voor de +dwaasheid, een dergelijke leugen te verzinnen. Wat Lucy voor waar had +verklaard, kon, neen durfde Elinor niet langer betwijfelen, gesteund +als die verklaring werd door zulk een menigte van waarschijnlijkheden +en bewijzen, en door niets weersproken dan door haar eigen wensch. De +gelegenheid tot kennismaking ten huize van den Heer Pratt vormde een +grondslag voor al het overige, zoowel onbetwistbaar als onrustbarend, +en Edward's bezoek in de buurt van Plymouth, zijn droefgeestige +stemming, zijn onvoldaanheid over zijne vooruitzichten, zijn onzekere +houding tegenover haarzelve, de nauwkeurige bekendheid van de dames +Steele met Norland en hun familie-relaties, die haar dikwijls had +bevreemd, het portret, de brief, de ring, dit alles tezamen genomen +vormde een aaneenschakeling van bezwarende getuigenissen, die ten +eenenmale de vrees te niet deed, hem ten onrechte te veroordeelen, +en die duidelijk in het licht stelde, als een feit, door geen +partijdigheid te verbloemen, dat hij haarzelve slecht behandeld +had. Haar afkeer van zulk een gedrag, haar verontwaardiging, dat zij +daarvan het slachtoffer was geworden, deden haar een tijdlang enkel +voor zichzelve gevoelen; doch spoedig kwamen andere gedachten, andere +beschouwingen bij haar op. Had Edward haar met opzet misleid? Had +hij voor haar een genegenheid geveinsd, die hij niet gevoelde? Was +zijne verloving met Lucy eene verbintenis van het hart? Neen, wat het +ook ooit mocht geweest zijn, dat het dit thans nog was, kon zij niet +gelooven. Zijn genegenheid gold haar, en haar alléén. Daarin kon zij +zich niet vergissen. Haar moeder, haar zusters, Fanny, allen hadden te +Norland begrepen hoe hij haar waardeerde; het was geen begoocheling +van haar eigen ijdelheid. Hij had haar lief; dat was zeker. Hoezeer +verzachtte die overtuiging haar gemoed! Hoeveel bewoog zij haar niet +te vergeven! Het was verkeerd, zeer verkeerd van hem geweest te Norland +te blijven, nadat zij voor het eerst gevoelde, hoe haar invloed op hem +grooter was dan die behoorde te zijn. In dàt opzicht was hij niet te +verdedigen; maar zoo hij haar al kwaad had gedaan, hoeveel meer kwaad +deed hij zichzelf! Mocht háár toestand dan al beklagenswaard genoemd +worden, de zijne was hopeloos. Zijn onbedachtzaamheid had háár een +tijdlang ongelukkig doen zijn; doch hemzelf scheen zij voor altoos +de kans op geluk te hebben benomen. _Zij_ zou na verloop van tijd +misschien haar rust herwinnen; doch _hij_, hoe zag hij de toekomst +in? Zou hij ooit ook maar dragelijk gelukkig kunnen zijn met Lucy +Steele? Zou hij, zijn genegenheid voor haarzelve nog daargelaten, met +zijn rechtschapen gemoed, zijn kiesch gevoel en ontwikkelden geest, +tevreden kunnen zijn met een vrouw als zij, onwetend, onbetrouwbaar +en zelfzuchtig? + +De jeugdige verliefdheid van een jongen van negentien had hem +natuurlijk verblind voor alles, behalve haar schoonheid en haar +oppervlakkige goedhartigheid; maar de vier volgende jaren,--jaren die, +bij redelijk gebruik, zooveel bijdragen tot de vorming van het begrip, +moesten zijn oogen hebben geopend voor de leemten in hare opvoeding; +terwijl zij in dat zelfde tijdsverloop door het samenzijn met personen +van geringe ontwikkeling en het najagen van luchthartig vermaak, +misschien den eenvoud had verloren, die eertijds hare schoonheid +meerdere bekoring kon hebben verleend. + +En indien, gesteld al dat hij haarzelve had willen huwen, de +moeilijkheden, hem door zijn moeder in den weg gelegd, reeds groot +hadden geschenen, hoeveel grooter zouden zij thans niet zijn, nu +het voorwerp zijner keuze ongetwijfeld van minder goede familie en +waarschijnlijk minder gefortuneerd was dan zijzelve! Die moeilijkheden +zouden allicht, nu zijn hart reeds zoozeer van Lucy was vervreemd, +zijn geduld niet zeer zwaar op de proef stellen; doch hoe droevig +was niet de toestand van hem, in wien de verwachting van tegenstand +en onhartelijkheid van de zijde zijner naaste verwanten niet anders +dan een gevoel van verlichting wekken kon! + +Naarmate deze overwegingen zich in pijnigende opeenvolging aan haar +opdrongen, golden hare tranen meer hèm, dan haar eigen smart. Gesteund +door de overtuiging, dat zij haar tegenwoordige droefenis niet aan +zich zelve had te wijten, en getroost in het geloof, dat Edward niets +had gedaan om hare achting te verbeuren, meende zij zelfs nu, onder +de eerste felle pijn na den zwaren slag, zichzelve genoeg te kunnen +beheerschen, om bij haar moeder en zusters ook niet het geringste +vermoeden van de waarheid te laten opkomen. En zóó wel bleek zij in +staat aan haar eigen verwachting te beantwoorden, dat niemand, toen zij +met de anderen aan tafel ging, twee uren slechts na de verijdeling van +al haar vurigste verlangens, uit het voorkomen der beide zusters zou +hebben afgeleid dat Elinor in stilte treurde over beletselen, die haar +voor altijd moesten gescheiden houden van het voorwerp harer liefde, +terwijl Marianne zich inwendig vermeide in de volmaaktheid van den +man, wiens geheele hart zij onverdeeld waande te bezitten, en dien +zij verwachtte te zien in ieder rijtuig dat hun huis voorbijreed. + +De noodzakelijkheid, voor haar moeder en Marianne te verbergen, wat +haar in vertrouwen was medegedeeld, verzwaarde Elinor's lijden niet, +al werd zij erdoor gedwongen tot voortdurende inspanning. Integendeel, +het was haar een verlichting voor hen te kunnen verzwijgen wat hun +zooveel verdriet zou doen en tevens zich verschoond te zien van het +aanhooren hunner veroordeeling van Edward, die waarschijnlijk zou +voortspruiten uit overmaat van partijdige genegenheid voor haarzelve, +doch die thans méér zou zijn, dan zij verdragen kon. + +Zij wist, aan hun raadgevingen of hun gesprekken kon zij geen steun +ontleenen; hun medegevoel en hun verdriet zouden haar smart nog +vermeerderen; terwijl haar zelfbedwang noch door hun voorbeeld, +noch door hun lof zou worden aangemoedigd. Zij was krachtiger +alleen, en haar eigen rustig inzicht hield haar zóó wel staande, +dat haar vastheid zoo ongeschokt, haar vertoon van opgewektheid zoo +onveranderlijk bleef, als mogelijk was na het bitter leed, dat haar +zoo grievend en nog maar zoo kort geleden had getroffen. + +Hoeveel pijn haar ook dat eerste gesprek met Lucy over het onderwerp +had veroorzaakt, zij verlangde weldra ernstig, en om meer dan eene +reden, het te hervatten. Zij verlangde vele bijzonderheden omtrent hun +verloving nogmaals te hooren, zij wenschte duidelijker te begrijpen, +wat Lucy inderdaad voor Edward gevoelde, of er eenige oprechtheid +was in haar verklaring, dat zij hem innig liefhad, en vóór alles +wenschte zij Lucy te overtuigen, door haar bereidwilligheid om weer +over de zaak te beginnen, en haar kalmte bij het bespreken ervan, +dat hare belangstelling een louter vriendschappelijke was, 't geen +zij vreesde door haar onwillekeurige gemoedsbeweging dien morgen van +hun gesprek, althans twijfelachtig te hebben doen schijnen. Dat Lucy +geneigd was, jaloersch van haar te zijn, scheen zeer waarschijnlijk; +het bleek duidelijk dat Edward haar steeds ten zeerste had geprezen, +niet alleen uit Lucy's bewering, maar uit het feit, dat de laatste het +waagde, haar, na zoo korte kennismaking, een geheim toe te vertrouwen, +blijkbaar en volgens haar eigen getuigenis, van het grootste +gewicht. En zelfs de schertsende toespelingen van Sir John konden niet +zonder invloed zijn gebleven. Trouwens, terwijl Elinor inwendig zoo +stellig verzekerd bleef, dat Edward haar werkelijk liefhad, behoefde +zij zich niet in gissingen omtrent waarschijnlijkheden te verdiepen, +om het zeer natuurlijk te achten, dat Lucy jaloersch zou zijn, en dat +zij dit was, bewees haar vertrouwelijke mededeeling zelf. Welke andere +reden kon er bestaan voor de onthulling van het geheim, dan dat Elinor +erdoor zou worden verwittigd van Lucy's recht, de eerste aanspraak +op Edward te mogen doen gelden, en begrijpen zou, dat zij hem voor +het vervolg diende te vermijden? Het viel haar niet moeilijk, althans +zóóveel van de bedoelingen harer mededingster te vatten, en terwijl zij +vast besloten was, zich jegens haar te gedragen volgens elk beginsel, +dat eer en eerlijkheid haar voorschreef, haar eigen liefde voor Edward +te bestrijden en hem zoo weinig mogelijk te ontmoeten, zij kon zich +de voldoening niet ontzeggen, althans een poging te doen om Lucy te +overtuigen, dat haar hart niet gewond was. En daar zij thans niets +pijnlijkers meer omtrent dit onderwerp kon vernemen, dan wat haar +reeds was medegedeeld, wantrouwde zij ook haar eigen vermogen niet, +om een herhaling van alle bijzonderheden met kalmte aan te hooren. + +Maar eene gelegenheid hiertoe kon niet onmiddellijk of naar believen +worden gevonden, hoewel Lucy even zeer als zijzelve geneigd was, van +de eerste de beste gebruik te maken; want het weer was niet dikwijls +mooi genoeg voor een gezamenlijke wandeling, waarbij zij zich het +gemakkelijkst van de anderen konden afzonderen, en hoewel zij elkander +bijna om den anderen avond, meestal op het Park, of anders in hun +huisje ontmoetten, was er geen sprake van dat die samenkomsten plaats +hadden met het doel eenig geregeld gesprek te voeren. Die gedachte +kwam bij Sir John of Lady Middleton zelfs niet op; en daardoor werd +den gasten zeer weinig tijd gelaten voor een algemeen gesprek, en +voor een tête à tête in het geheel niet. Zij kwamen bijeen om met +elkaar te eten, te drinken en luidruchtig vroolijk te zijn, bij kaart- +of pandspel, of eenig ander vermaak, dat genoeg leven maakte. Reeds +een paar malen hadden dergelijke gezellige bijeenkomsten plaats gehad, +zonder Elinor eenige gelegenheid te bieden tot een afzonderlijk gesprek +met Lucy, toen Sir John op een morgen naar Barton Cottage kwam, om hen +te verzoeken, of zij uit menschlievendheid met hen allen dien dag bij +Lady Middleton wilden komen eten, daar hij een vergadering van zijn +club te Exeter moest bijwonen, en zij dus anders geheel alleen zou +zijn met haar moeder en de beide dames Steele. Elinor, die begreep, +dat zij beter kans had, haar doel te bereiken in een gezelschap, +zooals dit waarschijnlijk zou zijn, vrijer in hun bewegingen onder +elkaar onder de rustige en beschaafde leiding van Lady Middleton, +dan wanneer haar echtgenoot hen allen vereenigde tot dat ééne doel, +veel leven maken, nam de uitnoodiging dadelijk aan; Margaret was, +met haar moeder's goedvinden, eveneens bereid te komen, en Marianne, +ofschoon steeds ongeneigd aan deze bijeenkomsten deel te nemen, +liet zich door haar moeder, die niet kon verdragen, dat zij zich +onttrok aan elke gelegenheid tot onschuldig vermaak, overhalen om +insgelijks te gaan. De jonge dames gingen dus alle drie, en Lady +Middleton werd gelukkig bewaard voor de ontzettende verlatenheid, die +haar bedreigd had. De vervelendheid van de visite was volkomen zooals +Elinor reeds had verwacht; zij leverde niet het minste onvoorziene, +in gedachte noch uitdrukking, en niets kon onbelangrijker zijn dan het +geheele gesprek dat gevoerd werd in eetkamer en salon; naar de laatste +gingen de kinderen mede; en zoolang zij daar bleven was zij te vast +overtuigd van de onmogelijkheid om Lucy's aandacht te vergen, dan dat +zij daartoe een poging zou hebben aangewend. De kleinen gingen heen +toen het theegoed werd weggebracht; daarop kwamen de speeltafeltjes +voor den dag, en Elinor begon zich reeds met verwondering af te vragen, +hoe zij ooit de hoop had kunnen koesteren, op het Park tijd te vinden +voor eenig gesprek. Allen stonden op, om straks een gemeenschappelijk +kaartspelletje te beginnen. + +"Ik ben blij," zei Lady Middleton tot Lucy, "dat je van avond niet dat +mandje voor ons lieve Annemarietje gaat afmaken; want ik geloof stellig +dat het verkeerd voor je oogen zou zijn met dat fijne zilverdraad te +werken bij kaarslicht. We zullen wel iets vinden om het lieve kind +te troosten morgen over haar teleurstelling; ik hoop dat ze 't zich +niet te erg zal aantrekken." + +Die lichte aanwijzing was voldoende; Lucy was onmiddellijk op haar +hoede en antwoordde: "Neen, neen, u hebt het mis; ik wachtte alleen +maar om te weten, of u mij ook noodig hadt bij uw spelletje, anders +was ik al aan het werk geweest. Ik zou voor geen geld van de wereld +het lieve engeltje teleurstellen; en als u mij nu liever aan de +speeltafel zet, dan maak ik het mandje af na het souper." + +"'t Is heel vriendelijk van je, ik hoop dat je niet je oogen ermee +zult bederven; wil je dan wel bellen om meer kaarsen? Mijn lieve +kleintje zou wèl bitter teleurgesteld zijn, als het mandje morgen +niet af was; want ik zei haar wel, dat het stellig niet klaar kwam, +maar zij rekent erop, dat dit wèl gebeurt." + +Lucy zette dadelijk haar werktafeltje naast zich neer en ging weer +zitten, zoo vergenoegd en ijverig, alsof ze toonen wilde, dat ze geen +grooter genot kon smaken dan een mandje van zilverdraad te vlechten +voor een bedorven kind. + +Lady Middleton stelde den anderen een spelletje casino voor. Niemand +maakte eenige tegenwerping behalve Marianne, die met haar gewone +veronachtzaming van beleefde omgangsvormen, uitriep: "U wilt wel +zoo goed zijn, _mij_ te verontschuldigen; ik heb een hekel aan +kaartspelen, zooals u weet. Ik ga maar eens aan de piano; ik heb +er nog niet op gespeeld sedert die 't laatst gestemd is." En zonder +verdere plichtplegingen keerde zij zich om en stapte op de piano af. + +Lady Middleton keek, alsof zij den hemel dankte, dat _zij_ nooit iets +zóó onbeleefds had gezegd. + +"U weet wel, mevrouw, Marianne kan nooit lang van haar dierbaar +instrument afblijven," zei Elinor, met een poging om Marianne's +vergrijp weer goed te maken, "en dat verwondert mij niet, want uw +piano is de mooiste van toon, die ik ooit heb gehoord." + +De vijf andere dames zouden nu hun kaarten ter hand nemen. + +"Misschien," ging Elinor voort, "zou ik, wanneer ik toevallig mocht +uitvallen, juffrouw Lucy wel kunnen helpen; want er is nog zooveel +aan het mandje te doen, dat zij, wanneer ze het alleen zou ondernemen, +'t onmogelijk van avond zou kunnen afkrijgen. Ik vind het prettig werk; +als zij mij wil toestaan, eraan mee te doen?" + +"O ja," riep Lucy; "daarmee zoudt u mij een grooten dienst bewijzen; +want ik zie wel, dat er nog méér aan te doen valt, dan ik had +gedacht, en 't zou toch te erg zijn, die lieve Annemarie te moeten +teleurstellen." + +"Och, _dat_ zou verschrikkelijk zijn," zei de oudste Juffrouw +Steele. "Dat lieve schatje, ik ben zoo dol op haar!" + +"'t Is heel vriendelijk van je," zei Lady Middleton tegen Elinor, +"en omdat je 't werk bepaald prettig vindt, kan 't je misschien +niet schelen om dit spelletje over te slaan, of wil je liever eerst +nog meedoen?" + +Elinor maakte met genoegen gebruik van het eerste voorstel, en +zoodoende, met een weinigje van die handigheid, die Marianne steeds +versmaadde in praktijk te brengen, kreeg zij haar eigen zin, terwijl ze +meteen Lady Middleton pleizier deed. Lucy maakte bereidwillig plaats +voor haar, en de twee bevallige mededingsters zaten dus naast elkaar +aan de zelfde tafel, in de grootste eendracht bezig aan de voltooiing +van een gemeenschappelijk werk. De piano, waarbij Marianne, verdiept +in haar eigen muziek en haar eigen gedachten, reeds vergeten had, +dat er iemand in het vertrek was behalve zijzelve, stond gelukkig zoo +dicht bij hen, dat Elinor thans, onder de bescherming van haar luide +klanken, geloofde, dat zij veilig het belangwekkende onderwerp kon +aanroeren, zonder de kans te loopen, dat men hen aan de speeltafel +zou kunnen verstaan. + + + + + + +HOOFDSTUK XXIV + + +Op vasten, ofschoon voorzichtig ingehouden toon, begon Elinor: + +"Ik zou het vertrouwen, dat u in mij hebt gesteld, niet verdienen, +als ik niet wenschte dat het blijvend mocht zijn, of verder geen +belangstelling toonde in de zaak, die het betrof. Daarom wil ik mij +niet verontschuldigen, wanneer ik deze opnieuw ter sprake breng." + +"Ik dank u zeer," riep Lucy hartelijk, "dat u het ijs hebt gebroken; +dat verlicht mij bepaald; want ik was werkelijk bang, dat ik u op +de eene of andere manier had beleedigd door wat ik u dien Maandag +heb verteld." + +"Beleedigd? Hoe kon u dat denken? geloof mij," en Elinor sprak deze +woorden in volkomen oprechtheid, "niets kon minder in mijn bedoeling +hebben gelegen, dan u aanleiding te geven tot dat vermoeden. Welke +beweegreden zou u tot dat vertrouwen hebben kunnen drijven, die niet +voor mij zoowel eervol als vleiend was?" + +"En toch kan ik u naar waarheid zeggen," antwoordde Lucy, met een +veelbeteekenenden blik uit haar kleine scherpe oogen, "het kwam +mij voor, alsof er in uw houding iets zoo koels en afkeurends was, +dat ik mij volstrekt niet op mijn gemak gevoelde. Ik dacht stellig, +dat u boos op mij waart, en ik heb het mijzelf voortdurend verweten, +dat ik zoo vrijpostig geweest was, u met mijn aangelegenheden lastig +te vallen. Maar ik ben heel blij, te merken, dat ik het mij alleen +maar heb verbeeld, en dat u mijn gedrag niet afkeurt. Als u wist, +hoe het mij troost geeft, mijn hart uit te storten, door tegen u +te spreken over 't geen mij elk oogenblik van mijn leven vervult, +dan zou uw medelijden u al het andere doen over 't hoofd zien; daar +ben ik zeker van." + +"Ik geloof gaarne, dat het een groote verlichting voor u was, mij +van uw omstandigheden op de hoogte te brengen, en u kunt er zeker van +zijn, dat u nooit reden zult hebben, dat te berouwen. Uw toestand is +zeer zeker beklagenswaardig; van alle zijden doen zich, naar het mij +voorkomt, moeilijkheden voor u op, en u zult al uw wederkeerige liefde +noodig hebben, om u daaronder staande te houden. De heer Ferrars is, +naar ik meen, geheel afhankelijk van zijne moeder." + +"Hij bezit zelf maar tweeduizend pond; het zou dwaasheid zijn, dáárop +te trouwen, hoewel ik voor mij zonder eenige klacht elk vooruitzicht +op meer zou kunnen laten varen. Ik ben altijd gewoon geweest aan een +zeer klein inkomen, en zou voor hem mij dapper verzetten tegen de +ergste armoede, maar ik heb hem te lief, om hem door mijn zelfzucht +misschien te berooven van al wat zijn moeder hem zou kunnen schenken, +wanneer hij huwde naar haar wensch. Wij moeten wachten, misschien +wel jaren lang. Met bijna elken anderen man ter wereld zou dat een +beangstigend vooruitzicht zijn; maar Edward's genegenheid en trouw +kan niets mij ontnemen, dat weet ik." + +"Die overtuiging moet voor u alles zijn, en zij vindt ongetwijfeld +steun in dat zelfde vertrouwen op de uwe. Wanneer de innigheid van +uw wederkeerige liefde was verminderd, zooals bij veel menschen en +onder vele omstandigheden natuurlijk zou zijn geweest tijdens een +verloving van vier jaren, dàn zoudt u waarlijk te beklagen zijn." + +Hier zag Lucy op; doch Elinor droeg zorg, haar gelaat vrij te houden +van elke uitdrukking, die in haar woorden een zweem van achterdocht +kon doen vermoeden. + +"Edward's liefde," zei Lucy, "is tamelijk wel op de proef gesteld door +onze lange, zeer lange scheiding sedert het begin onzer verloving, +en zij heeft die proef zoo goed doorstaan, dat het onvergefelijk van +mij zou zijn, haar nu te wantrouwen. Ik durf gerust zeggen, dat hij +mij van den beginne niet één oogenblik reden tot bezorgdheid gaf in +dat opzicht." + +Elinor wist niet recht of ze zou glimlachen of zuchten bij die +verzekering. + +Lucy ging voort: "Ik ben van nature trouwens nogal jaloersch aangelegd, +en door ons verschil in stand, doordat hij zooveel meer in de wereld +verkeerde dan ik en door ons voortdurend gescheiden zijn, was ik +genoeg tot achterdocht geneigd, om dadelijk achter de waarheid te zijn +gekomen, als er ook maar de geringste verandering in zijn houding +jegens mij was te bespeuren geweest, wanneer we elkaar ontmoetten, +of wanneer hij een neerslachtigheid had getoond, die ik niet kon +verklaren, of als hij meer over ééne dame had gesproken dan over +anderen, of in eenig opzicht zich minder gelukkig scheen te gevoelen +te Longstaple dan hij vroeger placht. Ik wil niet zeggen, dat ik over +'t algemeen zoo bijzonder nauwlettend of scherpziende ben, maar in +dit geval weet ik wel, dat ik mij niet zou laten misleiden." + +"Dat is nu alles," dacht Elinor, "goed en wel; maar wij laten ons +geen van beiden door die praatjes foppen." + +"Maar wat zijn nu," zei ze na een kort stilzwijgen, "uw plannen? Of +hebt u geen ander vooruitzicht dan te wachten tot Mevrouw Ferrars +komt te overlijden, 't geen een treurige en bezwaarlijk te wenschen +oplossing zou zijn? Heeft haar zoon besloten, zich liever hierin +te schikken, liever de langdurige kwelling te verdragen van de vele +jaren van onzekerheid, die u wellicht te wachten staan, dan de kans +te loopen, zich een tijdlang haar ongenoegen op den hals te halen +door de waarheid te bekennen?" + +"Als we maar zeker wisten, dat het voor een tijdlang zou zijn! Maar +Mevrouw Ferrars is een zeer koppige en trotsche vrouw, en zou +waarschijnlijk in haar eerste vlaag van drift, wanneer zij het hoorde, +alles aan Robert nalaten. Dat denkbeeld doet mij, om Edward's wil, +huiverig worden voor alle overhaasting." + +"Toch ook ter wille van uzelve, anders zou uwe belangeloosheid de +grenzen van het waarschijnlijke te buiten gaan." + +Lucy keek Elinor aan, en zweeg. + +"Kent u den heer Robert Ferrars?" vroeg Elinor. + +"In 't geheel niet--ik heb hem nooit gezien; maar ik geloof, dat hij in +'t minst niet op zijn broer gelijkt,--hij is dom en verbazend ijdel, +een echte fat." + +"Een echte fat!" herhaalde haar zuster, die bij een plotselinge +pauze in Marianne's muziek, de laatste woorden had opgevangen. "O, +ze zijn natuurlijk aan 't praten over hun uitverkoren cavaliers." + +"Neen, Anne," riep Lucy, "dat heb je mis; onze uitverkoren cavaliers +zijn _geen_ fatten." + +"Ik weet ten minste wel, dat Elinor's vriend dat niet is," zei Mevrouw +Jennings, hartelijk lachend; "want dàt is een van de bescheidenste, +beminnelijkste jongelui die ik ooit heb ontmoet. Maar die Lucy is +zulk een loos klein ding, dat niemand er achter kan komen van wien +zij wel houdt." + +"O," riep de oudste Juffrouw Steele, terwijl ze met een +veelbeteekenenden blik naar hen omzag, "ik wed dat Lucy's vriend +precies even bescheiden en beminnelijk is als die van Juffrouw +Dashwood." + +Elinor kreeg haars ondanks een kleur. Lucy beet zich op de lippen +en wierp haar zuster een boozen blik toe. Allen bleven een tijdlang +zwijgen. Lucy verbrak de stilte, door iets zachter te zeggen, hoewel +Marianne hun op dat oogenblik de prachtige bescherming verleende van +een schitterend pianoconcert: + +"Ik zal u eerlijk vertellen van een plan, dat onlangs bij mij is +opgekomen, om de zaak voortgang te doen krijgen; ik ben trouwens wel +verplicht u in 't geheim in te wijden, omdat u zelf erbij betrokken +bent. Mij dunkt, u kent Edward genoeg om te weten, dat hij aan den +geestelijken stand de voorkeur geeft boven elk ander beroep. Nu is +mijn plan, dat hij zoo spoedig mogelijk moet zorgen, als geestelijke +te worden aangesteld, en dan zou, op uwe voorspraak, die u stellig +wel zoudt willen aanwenden uit vriendschap voor hem en, hoop ik, +ook een weinig voor mij, uw broeder allicht zijn te bewegen, hem de +predikantsplaats te Norland te verschaffen; ik hoor, dat deze goed +wordt bezoldigd, en dat de tegenwoordige predikant het wel niet lang +meer maken zal. Dan zouden we genoeg hebben om te trouwen, en het +overige konden we dan overlaten aan den tijd en het gunstig toeval." + +"Het zou mij altijd aangenaam zijn," antwoordde Elinor, "een bewijs +te leveren van mijn achting en vriendschap voor den Heer Ferrars; +maar ziet u niet in, dat mijn voorspraak in dezen geheel overbodig +zou zijn? Hij is de broeder van Mevrouw John Dashwood,--_dat_ is voor +haar echtgenoot aanbeveling genoeg." + +"Maar Mevrouw John Dashwood zou het in 't geheel niet goedkeuren dat +Edward predikant werd." + +"Dàn vermoed ik, dat mijn voorspraak weinig zou baten." Hier zwegen +beiden geruimen tijd. Eindelijk zei Lucy met een diepen zucht: + +"Ik geloof dat het 't verstandigst zou zijn, een einde te maken aan +de zaak, door de verloving te verbreken. We zijn zoo van alle zijden +omringd door moeilijkheden, dat we ten slotte misschien gelukkiger +erdoor zouden worden, al hadden we dan ook een tijdlang verdriet. Maar +u wilt mij geen raad geven, Juffrouw Dashwood?" + +"Neen," antwoordde Elinor, met een glimlach, die zeer onrustige +gevoelens verborg, "in een dergelijke aangelegenheid wil ik dat zeer +zeker niet. U weet heel goed, dat mijne meening bij u geen gewicht in +de schaal zou leggen, tenzij ze overeenstemde met uw eigen wenschen." + +"U doet mij werkelijk onrecht," zei Lucy met veel vertoon van +waardigheid, "ik ken niemand, wier oordeel ik zóó op prijs stel als +het uwe; en ik geloof waarlijk, dat ik, wanneer u tegen mij zei: +"Ik raad u ten sterkste aan, uw verloving met Edward Ferrars te +verbreken; het zal uw beider geluk bevorderen," ertoe zou kunnen +besluiten, dat onmiddellijk te doen." + +Elinor bloosde voor de onoprechtheid van Edward's aanstaande vrouw, +en antwoordde: "Dit vleiend oordeel zou mij huiverig doen worden, +mijn meening omtrent de zaak te uiten, indien ik die al gevormd +had. Het kent veel te veel waarde toe aan mijn invloed; de macht, +twee menschen, die zoo teeder aan elkander gehecht zijn, te scheiden, +is te groot voor den onbevooroordeelden toeschouwer." + +"'t Is juist _omdat_ u een onbevooroordeeld toeschouwster bent," +zei Lucy, ietwat geërgerd, en met bijzonderen nadruk op de laatste +woorden, "dat uw oordeel mij met recht zooveel waard is. Als men kon +veronderstellen, dat u in eenig opzicht zoudt worden beïnvloed door +uw eigen gevoelens, dan zou uw meening al van zeer weinig beteekenis +zijn." + +Elinor vond het 't verstandigst om hierop niet te antwoorden, +uit vrees dat zij elkander zouden uitlokken tot een weinig gepaste +vermeerdering van hun reeds vrij ver gaande openhartigheid, en zij +was reeds ten deele besloten het onderwerp nooit meer aan te roeren. + +Dus volgde wederom na Lucy's woorden een minutenlange stilte, en weer +was Lucy de eerste die ze verbrak. + +"Komt u dezen winter ook naar Londen, Juffrouw Dashwood?" vroeg zij, +met haar gewone kalme zelfverzekerdheid. + +"Neen, in geen geval." + +"Dat spijt mij," gaf Lucy ten antwoord, terwijl haar oogen schitterden +van blijdschap over die mededeeling, "'t zou zoo aardig geweest zijn, +u daar te ontmoeten! Maar ik denk, dat u toch wel zult gaan, per slot +van rekening. Uw broer en zuster zullen u wel te logeeren vragen." + +"Toch zal ik hun uitnoodiging niet kunnen aannemen, wanneer ze +dat doen." + +"Wat is dat nu jammer! Ik had er vast op gerekend, u daar weer +te zien. Anne en ik gaan in 't laatst van Januari logeeren bij +familie van ons, die al jaren er op aandringt dat we hen eens moeten +bezoeken. Maar ik ga alleen om Edward te ontmoeten. Hij komt er in +Februari; anders zou Londen niets aantrekkelijks voor mij hebben; +daar is mijn stemming niet naar." + +Elinor werd spoedig aan de speeltafel geroepen, nu het eerste spelletje +geëindigd was, en het vertrouwelijk onderhoud der twee dames was dus +afgeloopen; iets, waarin beiden zonder aarzeling berustten; want van +weerskanten was er niets gezegd, dat hun wederzijdschen afkeer van +elkaar verminderen kon, en Elinor ging aan de speeltafel zitten met +de droevige overtuiging, dat Edward niet alleen geen liefde gevoelde +voor het wezen dat zijn vrouw zou worden, maar dat zelfs de kans op een +dragelijk gelukkig huwelijk, die een oprechte genegenheid van _hare_ +zijde zou hebben gewaarborgd, hem was ontzegd; want alleen eigenbelang +kon een vrouw nopen, een man te houden aan een verbintenis, waarvan +zij zoo blijkbaar begreep, dat hij haar moede was. + +Van nu af werd het onderwerp door Elinor nooit meer aangeroerd, +en wanneer Lucy erover begon, die zelden een gelegenheid liet +voorbijgaan, om het op het tapijt te brengen, en ijverig zorg droeg, +haar vertrouwelinge vol blijdschap de komst te berichten van elken +brief, dien zij van Edward ontving, behandelde Elinor het met kalmte +en voorzichtigheid, en stapte ervan af, zoodra de beleefdheid dit +toeliet, want zij vond zulke gesprekken voor Lucy een genoegen, +dat deze niet verdiende, en voor zichzelve achtte zij ze gevaarlijk. + +Het bezoek van de dames Steele te Barton Park werd van veel langeren +duur dan oorspronkelijk bedoeld was bij de eerste uitnoodiging. Ze +wisten zich steeds meer bemind te maken; men kon hen niet meer missen; +Sir John wilde van heengaan niet hooren, en ondanks de vele en lang +van te voren gemaakte afspraken te Exeter, ondanks de volstrekte +noodzakelijkheid van hun terugkeer, om daaraan onverwijld te voldoen, +die aan het eind van iedere week tot een dringende verplichting +aangroeide, lieten zij zich overhalen om bijna twee maanden op het Park +te blijven en een ijverig aandeel te nemen in de gebruikelijke viering +van dat feest, waarvan de luister noodzakelijk schijnt te moeten worden +verhoogd door een ongewoon groot aantal danspartijen en gastmalen. + + + + + + +HOOFDSTUK XXV + + +Hoewel Mevrouw Jennings gewoon was, een groot deel van het jaar door +te brengen ten huize van hare kinderen en vrienden, was zij toch niet +zonder een eigen vaste woonplaats. Sedert den dood van haar echtgenoot, +die een voorspoedigen handel placht te drijven in een minder sierlijke +wijk, had zij des winters geregeld een huis bewoond in een der straten +in den omtrek van Portman Square. Aan dat tehuis begon zij, toen de +maand Januari naderde, weer eens te denken, en op zekeren dag vroeg +zij de beide oudste dames Dashwood zonder eenige voorbereiding en voor +hen geheel onverwacht, of zij haar daarheen wilden vergezellen. Elinor, +die niet aanstonds bespeurde, hoe Marianne door haar wisselende kleur +en gespannen blik verried, dat het plan haar niet onverschillig was, +sloeg dadelijk dankbaar, maar beslist de uitnoodiging voor hen beiden +af, in de meening, dat zij het op dit punt volkomen eens waren. De +reden, welke zij aanvoerde was hun stellig besluit, hun moeder niet +om dezen tijd van het jaar te willen alleen laten. Mevrouw Jennings +scheen min of meer verwonderd over die weigering, en herhaalde hare +vraag onmiddellijk. + +"O lieve deugd; ik weet zeker, dat je mama je heel goed kan missen; +en ik _hoop_ toch, dat je mij 't pleizier zult doen; want ik ben +er nu eenmaal erg op gesteld. Denk maar niet, dat je 't mij lastig +zult maken, want ik maak volstrekt geen omslag voor jelui. Betty +zal alleen met de postkoets moeten reizen, en dàt is nu de heele +wereld niet. Wij gaan dan met ons drieën in mijn rijtuig; en wanneer +jelui in de stad niet overal met mij mee wilt gaan, dan is dat niets, +want dan kun je altijd gaan met eene van mijn dochters. Ik wed dat je +moeder er niets op tegen heeft; want ik heb het zoo gelukkig getroffen +met mijn beide kinderen, zoo goed bezorgd, nietwaar? dat ze mij de +aangewezen persoon zal vinden om jelui onder mijn hoede te nemen, +en als niet één van jelui beiden ten minste een goed huwelijk doet, +eer ik je weer aflever, dan zal het mijn schuld niet zijn. Ik zal +een goed woordje voor jelui doen bij de heeren, daar kan je op aan." + +"'t Komt mij voor," zei Sir John, "dat Marianne niets op het plan +zou tegen hebben, als haar zuster ook van de partij wilde zijn. 't +Is ook wel wat erg, dat zij niet eens een pleiziertje mag hebben, +omdat Elinor het niet wenscht. Ik zou u raden om maar met u beitjes +naar de stad te trekken, als u genoeg krijgt van Barton, en er Elinor +niets van te vertellen." + +"Ja, kijk eens," riep Mevrouw Jennings, "ik zou verbazend in mijn +schik zijn met Marianne's gezelschap, of Elinor meegaat of niet, +maar hoe meer zielen hoe meer vreugd, zeg ik altijd, en ik dacht, +dat het gezelliger voor hen was samen te zijn; want als ik hen dan +verveel, kunnen ze samen praten, en mij nog eens uitlachen achter +mijn rug. Maar een van beiden moet ik hebben, als ik ze allebei niet +krijgen kan. Wel lieve deugd, hoe zou ik het uithouden in mijn eentje, +terwijl ik tot aan dezen winter toe altijd Charlotte bij mij had. Kom +Marianne, laten wij nu maar zeggen dat de zaak beklonken is, en als +Elinor zich dan nog bedenkt over een tijdje, des te beter." + +"Ik dank u, mevrouw, ik dank u hartelijk," zei Marianne met nadruk; +"ik kan u niet genoeg danken, voor uwe uitnoodiging, en ik zou innig +gelukkig zijn, ja, zoo gelukkig als ik met mogelijkheid zijn kàn, +wanneer ik die mocht aannemen. Maar moeder, onze lieve beste moeder, +ik weet, dat Elinor gelijk heeft in 't geen zij zeide, en als zij +door onze afwezigheid verdriet of zorg moest hebben... Neen, neen, +niets zou mij kunnen verleiden om haar alleen te laten. Het mag, +en het moet geen strijd kosten." + +Mevrouw Jennings herhaalde haar verzekering dat Mevrouw Dashwood hen +best kon missen; en Elinor, die thans haar zuster begreep, en zag hoe +haar verlangen om Willoughby weer te ontmoeten, haar voor al wat daar +buiten lag, bijna onverschillig deed worden, verzette zich niet langer +rechtstreeks tegen het plan, en wilde alleen de beslissing overlaten +aan hare moeder, van wie zij echter niet verwachtte veel steun te +zullen ontvangen bij haar poging tot verhindering van een bezoek, +dat zij voor Marianne verkeerd achtte, en dat zij voor zichzelf om +bijzondere redenen liever vermeed. Wat Marianne ook mocht verlangen, +haar moeder zou altijd bereid zijn, haar wenschen in te willigen; +zij mocht niet verwachten, Mevrouw Dashwood te kunnen bewegen tot +voorzichtigheid in eene zaak waaromtrent zij nooit bij machte was +geweest haar wantrouwen in te boezemen, en de reden voor haar eigen +ongeneigdheid naar Londen te gaan, kon zij niet openlijk zeggen. Dat +Marianne, veeleischend als zij was, en maar al te goed bekend met +Mevrouw Jennings' eigenaardigheden, die telkens opnieuw haar afkeer +wekten, elke onaangenaamheid van dien aard kon over het hoofd zien, +geheel uit het oog kon verliezen wat haar prikkelbare gevoeligheid +het meest moest kwetsen, door het najagen van dat ééne doel, was een +zóó sterksprekend, overtuigend bewijs, hoe uitsluitend dat doel haar +vervulde, als Elinor, zelfs na al wat er was voorgevallen, niet had +kunnen verwachten. + +Toen Mevrouw Dashwood van de uitnoodiging hoorde, wilde zij, +stellig overtuigd als zij was dat zulk een uitstapje haar dochters +veel genoegen zou verschaffen, en ondanks Marianne's betuigingen van +aanhankelijkheid wel bespeurend, hoe haar hart eraan hing, volstrekt +niet, dat deze om _harentwil_ zou worden afgeslagen; zij rustte +niet eer beiden beloofd hadden te zullen gaan, en begon aanstonds +met haar gewone opgewektheid, een menigte voordeelen op te sommen, +die uit deze scheiding voor hen allen zouden voortvloeien. + +"Ik vind het een uitmuntend plan," riep zij; "het is juist naar mijn +zin. 't Zal voor Margaret en mij even goed zijn als voor jelui. Als +de Middletons dan ook weg zijn, kunnen we ons zoo rustig en gezellig +bezighouden met onze boeken en muziek! Als je dan terugkomt, +zul je Margaret zoo vooruitgegaan vinden! En ik heb een plannetje +gemaakt om jelui slaapkamers te veranderen, dat nu ook kan worden +uitgevoerd zonder iemand last te veroorzaken. Het is bepaald héél +goed, dat je eens naar de stad gaat, ik vind dat iedere jonge dame +van jelui positie in de wereld, het Londensche leven en de Londensche +vermaken behoort te leeren kennen. Je zult onder de hoede zijn van +een moederlijke goedhartige vrouw, op wier vriendelijkheid voor jelui +ik kan rekenen. Waarschijnlijk zul je ook je broer ontmoeten, en wat +ook zijn gebreken mogen zijn, of die van zijn vrouw, als ik bedenk, +wiens zoon hij is, dan kan ik niet goed hebben, dat jelui zoo heel +en al van elkaar zoudt vervreemden." + +"Hoewel u, als gewoonlijk alleen bedacht op ons genoegen," zei Elinor, +"alle bezwaren tegen het plan, die bij u opkwamen, hebt weggeredeneerd, +is er toch nog één beletsel, dat naar 't mij voorkomt, niet zoo +gemakkelijk kan worden terzij geschoven." + +Marianne's gezicht betrok. + +"Wat gaat mijn lieve voorzichtige Elinor ons nu onder het oog +brengen?" zei Mevrouw Dashwood. "Welk geducht bezwaar komt zij +opperen? Over de kosten wil ik geen enkel woord hooren." + +"Mijn bezwaar is dit: al heb ik op Mevrouw Jennings' hart niets aan +te merken, zij is toch geen vrouw, in wier gezelschap wij genoegen +vinden, of wier bescherming voor ons eenige waarde heeft." + +"Dat is wèl waar," antwoordde haar moeder; "maar op háár gezelschap, +zonder dat van anderen, zul je heel weinig zijn aangewezen, en in +'t publiek vertoon je je toch bijna altijd met Lady Middleton." + +"Al zou Elinor zich door haar afkeer van Mevrouw Jennings laten bewegen +om weg te blijven," zei Marianne, "dan behoeft dat nog geene reden +te zijn, waarom _ik_ zou bedanken voor hare uitnoodiging. Voor mij +bestaan die bezwaren niet, en ik weet weet zeker, dat het mij heel +weinig moeite zal kosten, dergelijke onaangenaamheden te verdragen." + +Elinor kon niet nalaten te glimlachen over dit vertoon van +onverschilligheid voor de eigenaardigheden van iemand, jegens wie +zij Marianne dikwijls slechts met moeite had kunnen overhalen, een +dragelijk beleefde houding aan te nemen, en nam zich in stilte voor, +zoo haar zuster erbij bleef, te willen gaan, haar in elk geval te +vergezellen; daar zij het niet goedkeurde, dat het Marianne zou +vrijstaan, geheel naar eigen inzicht te handelen, noch ook, dat +Mevrouw Jennings, op het punt van huiselijke gezelligheid, volkomen +aan Marianne's genade zou zijn overgeleverd. Zij verzoende zich +te gemakkelijker met deze beslissing, toen zij bedacht, dat Edward +Ferrars, volgens Lucy's mededeeling, niet vóór Februari in de stad zou +komen, en dat hun bezoek vóór dien tijd wel zou kunnen zijn afgeloopen, +ook zonder dat het opvallend werd bekort. + +"Jelui moet _allebei_ gaan," zei Mevrouw Dashwood; "die bezwaren +zijn pure onzin. Je zult het alleraardigst vinden, in Londen te zijn; +vooral met je beiden; en als Elinor zich ooit wilde verwaardigen, zich +genoegen van iets voor te stellen, dan zou ze het nu om verschillende +redenen wel mogen verwachten; misschien zou ze zich dan wel verheugen +op een nadere kennismaking met de familie van haar schoonzuster." + +Elinor had dikwijls verlangd naar eene gelegenheid, waarbij zij zou +kunnen trachten, haar moeder's stellig vertrouwen in de genegenheid +tusschen Edward en haarzelve aan het wankelen te brengen, opdat de +schok haar minder hevig zou treffen, wanneer de geheele waarheid +werd geopenbaard. en bij deze woorden dwong zij zichzelve, hoewel met +weinig hoop op eenig gunstig gevolg, tot een begin van uitvoering van +dit plan, door zoo kalm mogelijk te zeggen: "Ik houd veel van Edward +Ferrars, en 't zal mij altijd genoegen doen, hem te ontmoeten; maar +wat de overige familieleden betreft, 't is mij volkomen onverschillig, +of ik ze ooit zal leeren kennen." + +Mevrouw Dashwood glimlachte en gaf geen antwoord. Marianne keek +verwonderd op, en Elinor begreep, dat zij even goed had kunnen zwijgen. + +Er waren thans niet veel besprekingen meer noodig, eer het vaststond, +dat de uitnoodiging met genoegen zou worden aangenomen. Mevrouw +Jennings ontving dat bericht met uitbundige vreugde, en veel +betuigingen van vriendelijkheid en goede zorg; zij was trouwens niet +de eenige, die zich erover verblijdde. Sir John was verrukt; want voor +een man, die niets zoozeer vreesde als de eenzaamheid, beteekende +de vermeerdering van Londen's aantal inwoners met twee toch altijd +iets. Zelfs Lady Middleton gaf zich de moeite, haar ingenomenheid met +het plan te betuigen, 't geen voor haar een heel ding was; en wat de +dames Steele betrof, vooral Lucy, zij waren nog nooit in haar leven +zoo blij geweest, als bij het hooren van dit bericht. + +Elinor voegde zich in de schikking, die in strijd was met haar eigen +wenschen, met minder tegenzin dan zij verwacht had. Wat haarzelve +betrof, het was haar thans onverschillig of zij naar de stad ging of +niet; en toen zij zag, hoe hartelijk haar moeder zich verheugde over +het plan, hoe haar zuster in blik, stem en houding haar blijdschap +verried, hoe zij al haar oude levendigheid en meer dan haar vroegere +vroolijkheid erdoor had herwonnen, kon zij over de oorzaak dier +verandering niet onvoldaan zijn, en bestreed haar neiging tot +bezorgdheid over de gevolgen ervan.-- + +Marianne's blijdschap was bijna te groot om te kunnen doorgaan voor +geluk; zoo gejaagd en onrustig was zij, en zoo verlangend om te +vertrekken. Slechts haar ongeneigdheid om haar moeder te verlaten, +kon haar eenigszins tot kalmte stemmen, en bij het afscheid ging haar +verdriet alle perken te buiten. Haar moeder toonde zich weinig minder +bedroefd, en Elinor was de eenige van de drie, die in deze scheiding +nog niet juist een vaarwel voor eeuwig scheen te zien. + +Zij vertrokken in de eerste week van Januari. De Middletons wilden +ongeveer een week later gaan. De dames Steele bleven vooreerst nog +op het Park, en zouden eerst met de overige familie vertrekken. + + + + + + +HOOFDSTUK XXVI + + +Elinor kon, toen zij eenmaal met Mevrouw Jennings in het rijtuig was +gezeten, aan 't begin van de reis naar Londen, onder hare bescherming, +en als haar gast, niet nalaten zich te verbazen over haar eigen +toestand; zoo kort hadden zij deze dame nog maar gekend; zoo weinig +pasten zij bij haar in leeftijd en geaardheid, en zoovele bezwaren +tegen dezen stap had zij nog slechts een paar dagen te voren gemeend +te moeten aanvoeren! Doch die bezwaren waren alle overwonnen of op +zij gezet door Marianne en hare moeder, met die gelukkige en jeugdige +geestdrift, die beiden in gelijke mate bezielde, en Elinor kon, ondanks +haar telkens terugkeerenden twijfel aan Willoughby's standvastigheid, +de verwachtingsvolle verrukking, die Marianne's ziel vervulde, +en straalde uit haar blik, niet aanschouwen, zonder te gevoelen, +hoe kleurloos daarbij vergeleken haar eigen vooruitzichten schenen, +hoe vreugdeloos haar eigen gemoedsstemming was, en hoe gaarne zij +zelfs in die zorgwekkende onzekerheid van Marianne's toestand zou +hebben willen deelen, om althans hetzelfde bezielende doel voor +oogen te hebben, de zelfde mogelijkheid tot verwezenlijking harer +hoop.--Binnen korten, zéér korten tijd echter zou thans blijken, wat +Willoughby's bedoelingen waren; naar alle waarschijnlijkheid was hij +reeds in de stad. Marianne's verlangen om te gaan bewees, hoe vast +zij erop rekende, hem daar te ontmoeten. En Elinor was vastbesloten, +niet alleen alles gewaar te worden, zoo door eigen waarneming als +door mededeelingen van anderen, wat een nieuw licht kon werpen op zijn +karakter, maar ook zijn houding tegenover haar zuster zoo nauwlettend +gade te slaan, dat zij, eer die beiden elkaar meermalen hadden ontmoet, +zich zekerheid zou hebben verschaft omtrent de vraag, wie hij was, +en wat hij wilde. Mocht de uitslag van hare waarnemingen ongunstig +zijn, dan was zij voornemens, in elk geval haar zuster de oogen te +openen; zoo niet, dan zou zij haar kracht op andere wijze moeten +inspannen,--zij zou dan moeten pogen, elke zelfzuchtige vergelijking +te vermijden, en alle droefheid te verbannen, die haar voldoening +over Marianne's geluk verminderen kon. + +Drie dagen duurde de reis, en Marianne's gedrag gedurende dien tijd +was een merkwaardig staaltje van 't geen voor het vervolg, op het punt +van inschikkelijkheid en voorkomendheid jegens Mevrouw Jennings van +haar te wachten viel. Bijna voortdurend zat zij zwijgend in gedachten +verzonken, zonder ooit uit zichzelve een woord te spreken, tenzij +de schilderachtige schoonheid van de omgeving haar een uitroep van +verrukking ontlokte, die uitsluitend tot haar zuster gericht was. Om +haar gedrag goed te maken, aanvaardde Elinor dus onmiddellijk de taak +der beleefdheid, die zij zichzelve reeds had opgedragen; gedroeg zich +tegenover Mevrouw Jennings met de grootste voorkomendheid, praatte en +lachte met haar, en luisterde zoo goed zij kon naar haar verhalen; +terwijl Mevrouw Jennings van haar kant beiden allervriendelijkst +behandelde, zooveel in haar vermogen was zorgde voor hun gemak en +genoegen, en alleen maar betreurde, dat zij hen in de hotels hun +eigen maaltijden niet kon laten kiezen, en hun met geen mogelijkheid +de bekentenis kon afpersen, of zij de voorkeur gaven aan zalm boven +kabeljauw, of aan gekookte kip boven kalfscoteletten. Zij kwamen +den derden dag om drie uur in Londen aan, blijde niet langer in een +rijtuig te zijn opgesloten na zulk een lange reis, en zich bij voorbaat +verheugend op de behagelijkheid van een helder brandend haardvuur. + +Het huis was mooi, en mooi ingericht, en de jonge dames werden +aanstonds naar een zeer gezellige eigen zitkamer gebracht. Het was +vroeger Charlotte's kamer geweest, en boven den schoorsteenmantel +hing nog een landschap in gekleurde zijde, door haar geborduurd, als +een bewijs dat zij niet zonder resultaat zeven jaren in een deftige +Londensche kostschool had doorgebracht. Daar zij eerst twee uren na +hun aankomst zouden dineeren, besloot Elinor in dien tusschentijd aan +haar moeder te schrijven, en ging zitten om haar brief te beginnen. Een +oogenblik later volgde Marianne haar voorbeeld. + +"_Ik_ schrijf naar huis, Marianne," zei Elinor, "zou jij niet liever +nog een paar dagen wachten met een brief?" + +"Ik schrijf niet aan moeder," antwoordde Marianne haastig, alsof zij +wenschte verder navragen te vermijden. + +Elinor zei niets meer; zij begreep dadelijk, dat Marianne aan niemand +anders kon schrijven dan aan Willoughby, en even onmiddellijk leidde +zij hieruit af, dat die twee, al verkozen zij nu eenmaal geheimzinnig +te doen, in elk geval verloofd moesten zijn. Die overtuiging, ofschoon +niet volkomen bevredigend, schonk haar toch genoegen, en zij ging +iets opgewekter voort met haar brief. Die van Marianne was in een +paar minuten gereed; het kon niet meer dan een kort briefje zijn; +zij vouwde, verzegelde en adresseerde het in groote haast. Elinor +meende een groote W. te onderscheiden in het adres; maar zoodra het +geschreven was, vroeg Marianne reeds aan den bediende die op haar +bellen verscheen, den brief voor haar op de post te bezorgen, zoodat +alles in een oogwenk was beslist. + +Marianne bleef nog steeds bijna overdreven vroolijk, maar er was iets +gejaagds in haar manier van zijn, dat haar zuster belette zich over +haar opgewektheid te verheugen; en die gejaagdheid nam toe, naarmate +de avond verstreek. Zij had in 't geheel geen eetlust, en toen zij +naar den salon waren teruggegaan, scheen zij angstig te luisteren +naar het geluid van ieder rijtuig. + +Elinor was uiterst dankbaar, dat Mevrouw Jennings, die veel in haar +eigen kamer bezig was, weinig bespeurde van 't geen er voorviel. Het +theeservies werd binnengebracht, en reeds was Marianne meermalen +teleurgesteld geworden door een kloppen aan eene naburige deur, toen +plotseling een luide klop werd vernomen, die hun huis gold en geen +ander; daarin konden zij zich niet vergissen. Elinor dacht stellig, +dat Willoughby elk oogenblik kon binnenkomen; Marianne sprong op, +en deed een paar stappen naar de deur. Alles bleef stil; langer dan +een paar seconden kon zij dat niet verdragen; zij opende de deur, +liep een eind naar de trap, en keerde, na een oogenblik te hebben +geluisterd, in de kamer terug, zóó opgewonden, als zij slechts kon +zijn door de zekerheid, hem werkelijk te hebben gehoord. In haar +verrukking kon zij niet nalaten uit te roepen: "O Elinor, 't is waar; +het is Willoughby!" en zij scheen op het punt zich in zijn armen te +willen werpen, toen Kolonel Brandon binnentrad. + +De schok was te hevig om met kalmte te worden verdragen, en zij ging +onmiddellijk de kamer uit. Elinor was ook teleurgesteld, maar haar +genegenheid voor Kolonel Brandon deed haar zijn bezoek toch welkom +zijn, en het speet haar bijzonder, dat deze man, die zooveel van hare +zuster hield, moest bemerken, dat zij bij zijn weêrzien niets dan +verdriet en teleurstelling gevoelde. Zij bespeurde aanstonds, dat +hij het wel had opgemerkt; dat hij Marianne zelfs oplettend aanzag, +toen zij de kamer verliet, met zóóveel verwondering en spijt, dat hij +bijna vergat, wat de beleefdheid jegens haarzelve van hem vorderde. "Is +uw zuster niet wel?" vroeg hij. + +Elinor antwoordde half verlegen, half treurig, dat dit het geval +was, en sprak van hoofdpijn, gedruktheid, over-vermoeienis, en +allerlei meer, waaraan zij haar zuster's gedrag redelijkerwijze kon +toeschrijven. + +Hij hoorde haar ernstig en aandachtig aan; maar scheen zichzelf thans +weer meester, en ging niet op het onderwerp door, doch begon dadelijk +over het genoegen, dat het hem deed, hen in Londen te ontmoeten, +en deed de gewone vragen naar hunne reis, en de vrienden, die zij +hadden achtergelaten. + +Op dien kalmen en vriendelijken toon, doch zonder veel belangstelling +van weerskanten, zetten zij het gesprek voort, beiden ontstemd, en +beiden met hun gedachten elders. Elinor zou zeer gaarne hebben gevraagd +of Willoughby in de stad was; maar zij vreesde hem verdriet te doen, +door te vragen naar zijn medeminnaar, en eindelijk vroeg zij, om maar +iets te zeggen, of hij in Londen was gebleven, sedert zij elkaar het +laatst hadden gezien. "Ja," antwoordde hij, ietwat verlegen, "bijna +altijd; ik ben nog een paar malen te Delaford geweest een dag of wat, +maar ik kon onmogelijk te Barton terugkomen." + +Die woorden, en de wijze waarop hij ze zeide, brachten haar +onmiddellijk de omstandigheden voor den geest, waaronder hij hen had +verlaten; evenals de ongerustheid en de vermoedens, die zijn vertrek +bij Mevrouw Jennings had gewekt, en zij vreesde, dat zij door hare +vraag veel meer nieuwsgierigheid had laten blijken naar dit onderwerp, +dan zij ooit gevoeld had. + +Spoedig kwam nu ook Mevrouw Jennings binnen. "Wel, Kolonel," zei ze, +met haar gewone luidruchtige vroolijkheid, "ik ben reusachtig blij, +dat ik u zie,--'t spijt me, dat ik niet eerder beneden kwam,--neem het +mij niet kwalijk; maar ik moest volstrekt alles een beetje nagaan, en +orde stellen op mijn zaakjes, want ik ben lang van huis geweest en u +weet hoe dat gaat, men heeft dan van alles en nog wat te beredderen, +als men terug komt; ik heb Cartwright ook nog bij me gehad, om over +zaken te spreken. Ik ben sedert na den eten onafgebroken in touw! Maar +vertel mij eens, Kolonel, hoe hebt u dat zoo precies kunnen raden, +dat ik vandaag weer in de stad kwam?" + +"Ik hoorde het tot mijn groot genoegen van Mevrouw Palmer, bij wie +ik gedineerd heb." + +"Zoo, zoo, en hoe maken de kinderen het wel? Hoe gaat het met +Charlotte? Die zal er wel niet magerder op zijn geworden, denk ik." + +"Mevrouw Palmer maakte het, naar 't mij voorkwam, heel goed, en zij +droeg mij op, u te vertellen, dat ze u stellig morgen komt bezoeken." + +"Natuurlijk; dat dacht ik al. Wel, Kolonel, u ziet, ik heb twee jonge +dames meegebracht; dat is te zeggen, u ziet er nu maar eene van, +maar er is ook nog een andere. Uw vriendin Juffrouw Marianne is hier +ook,--daar zult u wel niet op tegen hebben. Ik weet niet wat we nu wel +zullen te doen krijgen over haar tusschen u en Mijnheer Willoughby. Ja, +ja, 't is lang niet onaardig, om jong en mooi te zijn. Nu, ik ben +ook eenmaal jong geweest; maar mooi was ik nooit--jammer genoeg +voor mij. En toch heb ik een besten man gekregen; méér kan zelfs de +grootste schoonheid niet. Hij is nu al meer dan acht jaar dood, die +goeie man. Maar, Kolonel, waar hebt u nu wel gezeten sinds we afscheid +namen? En hoe staat het met uw zaken? Kom, kom, onder vrienden behoeven +we geen geheimen te hebben voor elkaar." + +Hij beantwoordde al haar vragen met zijn gewone zachtaardigheid; +maar voldeed haar op geen enkel punt. Elinor ging nu thee zetten, +en Marianne moest wel weer binnenkomen. Kolonel Brandon was na haar +komst nadenkender en stiller dan te voren, en Mevrouw Jennings kon hem +niet bewegen, lang te blijven. Dien avond kwam er geen ander bezoek, en +de dames waren eensgezind in hun verlangen om vroeg naar bed te gaan. + +Bij het opstaan was Marianne's stemming verbeterd, en zij keek weer +vroolijk. De teleurstelling van den vorigen avond scheen vergeten door +de verwachting van wat deze dag brengen zou. Kort na het ontbijt reeds +hield Mevrouw Palmer's rijtuig voor de deur stil, en een paar minuten +later kwam zij lachend de kamer binnen, zoo verrukt hen allen weer te +zien, dat men moeilijk kon nagaan, wat haar het meest plezier deed, +haar moeder of de dames Dashwood weer te ontmoeten. Zoo verbaasd +dat ze toch naar de stad gekomen waren, hoewel ze 't eigenlijk nooit +anders verwacht had; en zoo boos, dat ze haar moeder's uitnoodiging +hadden aangenomen, na de hare te hebben geweigerd, hoewel ze 't hun +tòch nooit zou hebben vergeven als ze _niet_ gekomen waren! + +"'t Zal mijn man zooveel pleizier doen, u te zien," zei ze; "wat denkt +u wel, dat hij zei, toen hij hoorde, dat u met mama meekwam? Ik kan +'t mij op 't oogenblik niet goed meer herinneren; maar 't was iets +héél grappigs!" + +Nadat een paar uren waren gesleten met wat haar moeder "gezellig +babbelen" noemde, anders gezegd met een eindelooze reeks van vragen +naar alle mogelijke kennissen van den kant van Mevrouw Jennings, +en aanhoudend gelach zonder reden van dien van Mevrouw Palmer, +stelde de laatste voor, dat ze allen met haar zouden meegaan naar een +paar winkels, waar zij dien morgen boodschappen wilde doen; waartoe +Mevrouw Jennings en Elinor, die ook het een en ander wenschten te +koopen, gaarne bereid waren, terwijl Marianne, die eerst weigerde, +werd overgehaald om ook te gaan. + +Waarheen ze zich ook begaven, zij bleef blijkbaar aanhoudend op den +uitkijk. In Bondstreet vooral, waar zij het meest te doen hadden, +dwaalden haar blikken voortdurend rond, en welken winkel het +gezelschap ook binnenging, haar geest was nergens bij hetgeen zij +feitelijk vóór zich zag, bij al wat de aandacht der anderen boeide en +bezighield. Overal rusteloos en onvoldaan als zij was, kon haar zuster +haar nooit een oordeel ontlokken over eenige koopwaar, ook al had zij +er zelve evenveel belang bij als Elinor. Zij had nergens pleizier in; +verlangde alleen maar, weer naar huis te gaan, en kon slechts met +moeite haar ergernis bedwingen over het getreuzel van Mevrouw Palmer, +die al wat mooi, duur en nieuw was, onmiddellijk in het oog kreeg, +in haar opgewondenheid alles wilde koopen, nooit een keus kon doen, +en in verrukte weifelmoedigheid haar tijd verbeuzelde. + +De morgen was al bijna verstreken toen zij thuis kwamen; zoodra de +deur openging vloog Marianne haastig naar boven, en toen Elinor haar +gevolgd was, zag zij hoe haar zuster zich van de tafel afwendde, met +een droevig gezicht, waarop duidelijk stond te lezen, dat Willoughby +er niet geweest was. + +"Is er geen brief voor mij gekomen, nadat wij uitgingen?" zei +ze tot den bediende, die de pakjes binnenbracht. Deze antwoordde +ontkennend. "Weet je het zeker!" vroeg zij. "Heeft geen knecht of +geen kruier een briefje gebracht?" + +De knecht antwoordde dat dit niet het geval was. + +"Hoe allervreemdst," zei ze zachtjes op teleurgestelden toon, terwijl +zij naar het venster ging. + +"Ja waarlijk, wèl vreemd," herhaalde Elinor in stilte, terwijl ze haar +zuster met bezorgdheid aanzag. "Als zij niet had geweten, dat hij in +de stad was, dan zou ze niet aan hem hebben geschreven zooals ze deed; +dan had ze geschreven naar Combe Magna, en als hij in de stad _is_, +hoe zonderling dan, dat hij niet komt, en ook niet schrijft! O mijn +beste moeder, het kan niet anders dan verkeerd zijn, een dochter die +nog zoo jong is, toe te staan, zich te verloven met een man van wien +wij zoo weinig weten, en dat op zulk een twijfelachtige geheimzinnige +manier! _Ik_ verlang navraag te doen; maar hoe zal _mijn_ tusschenkomst +worden opgenomen?" + +Na eenige overweging besloot zij, wanneer deze onaangename toestand +nog eenige dagen langer mocht voortduren, haar moeder met den meesten +nadruk onder het oog te brengen, hoe noodzakelijk het was ernstig +navraag te doen. + +Mevrouw Palmer bleef bij hen eten, met twee oudere dames, +goede bekenden van Mevrouw Jennings, die zij dien morgen had +ontmoet. De eerste ging na de thee heen, om verder avondbezoeken +af te leggen, en Elinor moest haar plaats innemen met de anderen om +de whist-tafel. Marianne kon bij dergelijke gelegenheden nooit van +dienst zijn, daar zij het spel niet had willen leeren; maar al kon zij +haar tijd dus gebruiken zooals zij wilde, deze avond verschafte haar +even weinig genoegen als aan Elinor, want zij sleet dien in angstige +verwachting en grievende teleurstelling. Soms trachtte ze een paar +minuten te lezen; maar het boek werd spoedig terzijde geworpen, +en zij keerde terug tot de meer bevredigende bezigheid van de kamer +op en neer te loopen, waarbij ze telkens even bleef stilstaan, als +zij bij het venster gekomen was, in de hoop den langverwachten klop +te onderscheiden.-- + + + + + + +HOOFDSTUK XXVII + + +"Als 't nog lang zulk zacht weer blijft," zei Mevrouw Jennings den +volgenden morgen aan het ontbijt, "dan zal Sir John het niet prettig +vinden, de volgende week uit Barton weg te gaan; jagers kunnen er +slecht tegen, een dag van hun pleizier te missen. Stakkers! ik heb +altijd medelijden met hen, als dat gebeurt;--ze trekken het zich zoo +geweldig aan." + +"Dat is waar," riep Marianne op vroolijken toon, terwijl ze naar +'t venster liep, om naar de lucht te zien, "dááraan had ik niet +gedacht. Met dit weer zullen veel jachtliefhebbers buiten blijven." + +Dat was een gelukkige inval; haar vroegere opgewektheid keerde er +geheel door terug. "Voor _hen_ is het weer uitgezocht," ging ze +voort, terwijl ze met een blij gezicht aan de ontbijttafel ging +zitten. "Wat zullen ze genieten. Maar," (opnieuw ietwat angstig) +"men kan niet verwachten dat het lang zal duren. Om dezen tijd van +het jaar, en na dien aanhoudenden regen, kan het niet lang meer zoo +blijven. 't Zal wel gauw gaan vriezen, en dan zeker nog al hard. Over +een paar dagen misschien; dit bijzonder zachte weer kàn toch haast +niet langer aanhouden;--wie weet, misschien vriest het van nacht al!" + +"In elk geval," zei Elinor, die hoopte, dat Mevrouw Jennings niet +zóó duidelijk haar zuster's gedachtengang kon volgen, als zijzelve, +"denk ik, dat Sir John en Lady Middleton in het eind van de volgende +week toch wel naar de stad zullen komen." + +"Ja lieve kind, dat durf ik ook wel wedden. Mary krijgt toch altijd +haar zin." + +"En dus," raadde Elinor in stilte, "wordt er vandaag een brief +verzonden naar Combe Magna." + +Doch zóó dit al gebeurde, dan werd die brief geschreven en verzonden +met een geheimzinnigheid, die al haar oplettendheid om zich van het +feit te vergewissen, vermocht te verschalken. Wàt dan nu ook de +waarheid mocht zijn, en al was Elinor er verre van, zich in haar +hart voldaan te gevoelen, zoolang ze Marianne maar vroolijk zag, +was zijzelve niet al te zeer ongerust. En Marianne wàs vroolijk, blij +dat het weer zacht bleef, en nog blijder dat er vorst te wachten viel. + +Zij brachten den morgen door met kaartjes afgeven bij Mevrouw +Jennings' bekenden, om hen te laten weten dat zij weer in de stad +was, en Marianne deed niet anders dan letten op de windrichting, +kijken naar de wisselende lucht, en zich verbeelden, dat de atmosfeer +veranderde. "Vind je 't niet kouder dan 't van morgen was, Elinor? Ik +voel bepaald een groot verschil. Ik kan zelfs in mijn mof mijn handen +haast niet warm houden. Gister was dat toch niet zoo. De wolken +drijven ook uiteen, straks komt de zon door, en dan krijgen we een +helderen middag." + +Elinor vond het half grappig en half droevig; maar Marianne hield vol, +en zag elken avond in de helderheid van het vuur, en elken morgen in +'t voorkomen van de lucht de onmiskenbare symptomen van de naderende +vorst. + +De dames Dashwood hadden evenmin reden tot onvoldaanheid over +Mevrouw Jennings' leefwijze en haar kring van bekenden, als over haar +gedrag jegens henzelven, dat onveranderlijk vriendelijk bleef. Haar +huishouding was op ruimen en aangenamen voet ingericht, en behalve +een paar oude vrienden uit de City, die zij tot Lady Middleton's +ergernis, niet had willen laten varen, ging zij met niemand om, +aan wie zij hare jeugdige vriendinnen niet had kunnen voorstellen +zonder hare gevoelens te kwetsen. Blijde, dat alles haar in dit +opzicht althans nogal meeviel, was Elinor ten volle bereid, zich +te schikken in het gemis van werkelijk genoegen dat er voor haar te +putten viel uit de avondpartijtjes, die, 't zij tehuis of bij vreemden, +steeds aan het kaartspel waren gewijd, en haar dus weinig afleiding +verschaften. Kolonel Brandon, die een doorloopende invitatie had +ontvangen, bezocht hen bijna iederen dag; hij kwam om te kijken naar +Marianne en te praten met Elinor, die dikwijls meer genoegen vond +in een gesprek met hem, dan eenige andere der dagelijksche kleine +gebeurtenissen haar kon schenken, maar die tevens met bezorgdheid +zag, dat hij nog steeds haar zuster liefhad. Zij vreesde dat die +genegenheid sterker werd. Het deed haar verdriet te zien, hoe ernstig +hij dikwijls Marianne gadesloeg, en hij scheen bepaald nog meer +gedrukt dan te Barton. + +Omstreeks een week na hun aankomst verkregen zij de zekerheid, dat +ook Willoughby in de stad was. Toen zij terugkwamen van hun morgenrit, +lag zijn kaartje op de tafel. + +"God!" riep Marianne, "hij is hier geweest, terwijl wij uit +waren!" Elinor, die blijde was thans zeker te zijn van zijn komst in +Londen, waagde het te zeggen: "Reken er maar gerust op, dat hij morgen +weer hier komt." Doch Marianne scheen haar ternauwernood te hooren, +en liep, toen Mevrouw Jennings binnenkwam, haastig met het kostbare +kaartje weg. + +Dit voorval, dat Elinor vroolijker stemde, maakte haar zuster weer +even onrustig, ja nog gejaagder, dan zij te voren was geweest. Van dit +oogenblik af kwam zij in het geheel niet meer tot rust; het besef, +dat zij hem elk uur van den dag kòn ontmoeten, maakte dat zij tot +niets meer in staat was. Zij wilde volstrekt tehuis blijven, toen de +anderen den volgenden morgen uitgingen. + +Elinor's gedachten hielden zich voortdurend bezig met hetgeen wel in +Berkeley Street mocht voorvallen gedurende hunne afwezigheid; maar +een enkele blik naar haar zuster bij hun terugkomst was voldoende +om haar te doen begrijpen, dat Willoughby geen tweede bezoek had +afgelegd. Juist werd een briefje binnengebracht, dat de knecht op de +tafel legde. + +"Voor mij!" riep Marianne, haastig toesnellend. + +"Neen, juffrouw, 't is voor Mevrouw Jennings." + +Doch Marianne, nog niet overtuigd, nam het op. + +"Ja, 't is voor Mevrouw Jennings; hoe ergerlijk!" + +"Verwacht je dan een brief?" zei Elinor, niet bij machte langer +te zwijgen. + +"Ja... ten minste... ik dacht..." + +Na een korte stilte liet Elinor hierop volgen: "Je stelt geen +vertrouwen in mij, Marianne." + +"O, maar Elinor, dat _jij_ me dat verwijt!--jij, die in _niemand_ +vertrouwen stelt!" + +"Ik?" antwoordde Elinor half verschrikt;--"maar werkelijk, Marianne, +ik heb niets te vertellen." + +"Ik evenmin," zei Marianne met grooten nadruk; "we staan volkomen +gelijk. We hebben geen van beiden iets te vertellen; jij omdat je +niets wilt zeggen en ik omdat ik niets verberg." + +Elinor, bedroefd over die beschuldiging van terughouding, die zij niet +mocht ontzenuwen, begreep niet, hoe zij, onder deze omstandigheden, +Marianne tot meerder openhartigheid zou kunnen bewegen. Mevrouw +Jennings kwam weldra binnen en las het briefje, dat haar werd +overhandigd, hardop voor. Het was van Lady Middleton, en bevatte +behalve het bericht, dat zij den avond te voren in Conduit Street +waren aangekomen, een uitnoodiging aan haar moeder en hare nichten +om den volgenden avond bij hen door te brengen. Sir John's drukke +bezigheden, en een zware verkoudheid van haarzelve verhinderden hen, +eerst een bezoek te brengen in Berkeley Street. De uitnoodiging werd +aangenomen, maar toen het tijd was om te gaan, kostte het Elinor, +ofschoon het alleen reeds uit beleefdheid tegenover Mevrouw Jennings +volstrekt noodig was, dat zij haar beiden vergezelden bij dit bezoek, +geen geringe moeite, haar zuster te overreden om mee te gaan; want +nog steeds had zij Willoughby niet gezien, en zij bleef dus even +onverschillig voor elk vermaak buitenshuis, als ongeneigd, de kans +te loopen, dat hij weer zou komen, terwijl zij uit was. + +Elinor had opnieuw bevonden, toen de avond was verstreken, dat +iemands geaardheid, door wisseling van verblijfplaats, geen feitelijke +verandering ondergaat; want hoewel hij nog maar pas in de stad was, +had Sir John een twintigtal jongelui bij elkaar weten te krijgen, +en maakte hen gelukkig door een danspartij. Lady Middleton keurde +dit nu eigenlijk niet goed. Buiten kon zulk een impromptu-avondje +er heel goed mee door; maar in Londen, waar het er meer op aankwam, +en minder gemakkelijk viel, als onberispelijk op het punt van goede +vormen te worden beschouwd, vond zij, dat men te veel waagde, door +alleen ten pleiziere van een paar meisjes, bekend te laten worden, dat +Lady Middleton ten haren huize eene kleine danspartij had gegeven van +acht of negen paren, met twee violen, en ververschingen aan het buffet. + +De Heer en Mevrouw Palmer waren van de partij; de eerste, dien zij +sedert kun komst in de stad niet hadden gezien, daar hij den schijn van +beleefdheid jegens zijne schoonmoeder zorgvuldig vermeed, en zich dus +nooit bij haar aan huis vertoonde, gaf geen blijk hen te herkennen, +toen zij binnentraden. Hij nam hen vluchtig op, alsof hij niet wist, +wie zij waren, en knikte maar even tegen Mevrouw Jennings van de +overzij van het vertrek. Marianne liet haar blik in de kamer rondgaan, +toen zij binnentrad; het was genoeg; _hij_ was er niet--en zij ging +zitten, even ongeneigd genoegen te geven als te ontvangen. Toen ze +ongeveer een uur samen waren geweest, slenterde de Heer Palmer naar +de dames Dashwood toe, om zijn verrassing te uiten, dat hij hen hier +in de stad aantrof, hoewel Kolonel Brandon bij hem aan huis het eerst +hun komst had vernomen, en hij zelfs iets héél grappigs had gezegd, +toen hij hoorde dat die komst aanstaande was. + +"Ik dacht dat u allebei in Devonshire waart," zei hij. + +"Och, is 't waar?" antwoordde Elinor. + +"Wanneer gaat u terug naar huis?" + +"Dat weet ik niet."--En daarmee eindigde hun gesprek. Nog nooit had +Marianne zoo weinig lust gehad in dansen als dien avond, en nooit +had haar die inspanning zoo vermoeid. Zij klaagde erover, toen zij +terugkwamen in Berkeley Street. + +"O, wel ja," zei Mevrouw Jennings; "hoe dàt komt weten we allemaal +heel best, als zeker iemand er geweest was, dan hadt je niet geweten +van vermoeidheid, en om de waarheid te zeggen, 't was niet aardig van +hem, niet te komen om je te ontmoeten, terwijl hij wèl was gevraagd." + +"Gevraagd?" riep Marianne. + +"Dat vertelde mijn dochter mij; Sir John was hem vanmorgen op straat +tegengekomen." + +Marianne zeide niets, maar men kon het haar aanzien, hoe pijnlijk zij +was getroffen. Innig verlangend onder deze omstandigheden iets te doen, +dat haar zuster verlichting zou kunnen schenken, besloot Elinor den +volgenden morgen aan haar moeder te schrijven, en hoopte, door haar +bezorgd te maken over Marianne's gezondheid, die navraag te kunnen +uitlokken, welke reeds zoolang was uitgesteld; en nog dringender +scheen haar de noodzakelijkheid van dezen maatregel, toen zij den +volgenden morgen na het ontbijt bemerkte, dat Marianne weer aan het +schrijven was aan Willoughby; want zij kon niet veronderstellen dat +haar brief aan een ander was gericht. + +Kort voor den middag ging Mevrouw Jennings alleen uit, en Elinor begon +aanstonds aan haar brief; terwijl Marianne, te rusteloos om bezigheid +te zoeken, van het eene venster naar het andere liep, of in droevig +gepeins verzonken bij het vuur zat. Elinor schreef aan hare moeder +met den diepsten ernst, vertelde al wat er was gebeurd, uitte haar +vermoeden omtrent Willoughby's trouweloosheid, en drong er op aan, +dat zij van Marianne zou vergen, wat plicht en genegenheid eischten, +eene verklaring van haar werkelijke verhouding tot hem. Haar brief +was juist klaar, toen een kloppen aan de deur bezoek aankondigde, +en Kolonel Brandon werd aangediend. Marianne, die hem uit het venster +had zien aankomen, en die een afkeer had van alle gezelschap, ging de +kamer uit, eer hij binnentrad. Hij keek nog ernstiger dan gewoonlijk, +en hoewel hij zijn voldoening te kennen gaf over het feit, dat hij +Elinor alleen aantrof, alsof hij haar in het bijzonder iets had mede te +deelen, bleef hij een tijdlang zitten, zonder iets te zeggen. Elinor, +overtuigd dat hij haar iets wilde vertellen, dat haar zuster betrof, +wachtte met ongeduld tot hij zou beginnen. Het was niet de eerste maal, +dat zij dezelfde soort van zekerheid hieromtrent gevoelde; want meer +dan eens had hij, beginnende met een opmerking als: "Uw zuster ziet +er vandaag slecht uit," of "uw zuster schijnt neerslachtig gestemd," +blijkbaar op het punt gestaan om iets bijzonders omtrent haar te +vragen of mee te deelen. Na een stilte, die minutenlang aanhield, +verbrak hij het zwijgen, door haar, met bewogen stem, te vragen, +wanneer hij haar zou mogen geluk wenschen met de aanwinst van een +broeder? Elinor was op die vraag niet voorbereid, en moest, daar zij +geen antwoord klaar had, wel hare toevlucht nemen tot de eenvoudige +en voor de hand liggende weervraag: wat hij bedoelde? Hij poogde te +glimlachen, terwijl hij antwoordde: "Uw zuster's verloving met den +Heer Willoughby is een zaak van algemeene bekendheid." + +"Algemeen bekend kan de zaak niet zijn," zeide Elinor; "daar zelfs +haar eigen familie er niets van weet." + +Hij keek verwonderd, en zei: "Neemt u het mij niet kwalijk; ik +vrees, dat mijn vraag onbescheiden was; maar ik had niet kunnen +veronderstellen dat het in uwe bedoeling lag, de zaak geheim te houden, +daar zij openlijk in briefwisseling zijn, en iedereen spreekt over +hun huwelijk." + +"Hoe is dat mogelijk? Door wien kunt u erover hebben hooren spreken?" + +"Door verschillende personen,--sommigen, die u in 't geheel niet, +anderen, die u zeer goed bekend zijn; Mevrouw Jennings, Mevrouw Palmer, +en de Middletons. Nog zou ik het misschien niet hebben geloofd,--want +waar wij weinig geneigd zijn ons te laten overtuigen, vinden wij altijd +iets dat onzen twijfel steun verleent,--wanneer ik niet toevallig +vandaag, toen de knecht mij binnenliet, een brief had gezien, dien +hij in de hand hield, geadresseerd aan den Heer Willoughby, in uw +zuster's handschrift. Ik kwam, om u ernaar te vragen; maar ik kreeg +reeds zekerheid, eer ik de vraag kon doen. Is alles dus beslist? Is +het onmogelijk, om... Maar ik heb geen recht, en ik zou geen kans +hebben te slagen.--Vergeef mij, juffrouw Dashwood. Ik geloof, dat +ik verkeerd deed, zooveel te zeggen; maar ik weet bijna niet wat te +doen, en in uwe voorzichtigheid stel ik het volste vertrouwen. Zeg +mij, dat alles onomstootelijk vaststaat, dat geen poging... dat in +een woord verzwijgen, indien verzwijgen mogelijk is, het eenige is, +dat mij overblijft." + +Zijne woorden, die Elinor opvatte als een rechtstreeksche bekentenis +van zijn liefde voor hare zuster, ontroerden haar zeer. Zij was +niet dadelijk in staat, iets te zeggen, en zelfs toen zij zich had +hersteld, overlegde zij nog een oogenblik bij zichzelve, wat het +beste zou zijn, hierop te antwoorden. De werkelijke staat van zaken +tusschen Willoughby en haar zuster was haar zoo weinig helder, dat +zij, bij een poging om dien te verklaren, allicht evenzeer moest +vreezen te veel als te weinig te zeggen. Toch, daar zij overtuigd +was, dat Marianne's liefde voor Willoughby geen hoop op vervulling +van Kolonel Brandon's wensch overliet, wáártoe die liefde ook mocht +leiden, en zij tevens erop bedacht was, Marianne's gedrag te vrijwaren +voor een ongunstige beoordeeling, vond zij het, na eenig bedenken, +het verstandigste en het beste, om meer te zeggen, dan zij feitelijk +wist, of geloofde. Zij gaf toe, dat zij, hoewel zelve nooit door +hen ingelicht omtrent hunne eigenlijke verhouding tot elkander, geen +twijfel koesterde aan hun wederzijdsche genegenheid, en dat het haar +niet verwonderde te hooren van hunne briefwisseling. + +Hij hoorde haar stil en aandachtig aan, en stond, toen zij ophield +met spreken, onmiddellijk op, terwijl hij op diepbewogen toon zeide: +"Uw zuster wensch ik alle geluk, dat zich laat denken; voor Willoughby +hoop ik, dat hij zal trachten haar waardig te zijn." Daarop nam hij +afscheid en vertrok. + +Dit gesprek liet bij Elinor geen rustiger gevoelens achter, die haar +pijnlijke onzekerheid omtrent andere punten hadden kunnen verminderen; +integendeel, een droevige indruk bleef haar bij van Kolonel Brandon's +verdriet, terwijl haar vurig verlangen naar eene ontknooping, die +dat verdriet slechts kon verergeren, haar zelfs belette, te wenschen, +het gelenigd te zien. + + + + + + +HOOFDSTUK XXVIII + + +Gedurende de drie of vier volgende dagen viel niets voor, dat Elinor +spijt had kunnen doen gevoelen, omdat zij zich tot hare moeder +gewend had, want Willoughby kwam noch schreef. Aan het eind van dit +tijdsverloop hadden zij afgesproken Lady Middleton te vergezellen naar +eene partij, waarheen Mevrouw Jennings verhinderd was te gaan, door +ongesteldheid van hare jongste dochter; en voor deze partij maakte +Marianne, diep terneergeslagen, onverschillig voor haar uiterlijk +voorkomen, en in eene stemming waarin het haar volkomen hetzelfde was, +of zij ging of thuis bleef, zich gereed, zonder één hoopvollen blik, +ééne uiting van blijdschap. Na de thee zat zij bij het vuur in den +salon, tot het oogenblik van Lady Middleton's komst, zonder van +haar stoel op te staan of van houding te veranderen, verzonken in +haar eigen gedachten en onbewust van haar zusters tegenwoordigheid; +en toen hun tenslotte gezegd werd, dat Lady Middleton's rijtuig voor +de deur op hen wachtte, schrikte zij op, alsof zij had vergeten, +dat zij zouden worden afgehaald. + +Zij kwamen op tijd ter bestemder plaatse, stapten uit, zoodra de lange +rij van rijtuigen vóór hen daartoe gelegenheid bood, gingen de trap +op, hoorden hunne namen, met luider stem aangekondigd, van het eene +portaal naar het andere galmen en traden een schitterend verlicht +vertrek binnen, vol gasten, en onverdragelijk warm. Toen zij aan den +eisch der beleefdheid hadden voldaan door hun buiging te maken voor +de dame des huizes, werd hun vergund zich onder het gezelschap te +mengen en hun aandeel te dragen van de hitte en de benauwdheid, die +noodzakelijk door hunne komst nog moesten worden vermeerderd. Nadat +er een tijdlang weinig gezegd en nog minder gedaan was, nam Lady +Middleton plaats aan de speeltafel, en daar Marianne geen lust had +om rond te loopen, gingen zij en Elinor, die gelukkig stoelen hadden +kunnen bemachtigen, niet ver van de tafel zitten. + +Dit had nog niet lang geduurd, toen Elinor op eenigen afstand van +hen Willoughby zag staan, in ernstig gesprek met eene zeer modieus +uitziende jonge dame. Hun blikken ontmoetten elkaar, en hij boog, +doch zonder haar aan te spreken of een poging te doen, om Marianne te +naderen, ofschoon hij haar wel _moest_ zien; en daarop zette hij zijn +gesprek met dezelfde dame voort. Elinor wendde zich onwillekeurig +tot Marianne om te zien, of zij niets had opgemerkt. Juist op +dat oogenblik kreeg zij hem in het oog; haar gezicht straalde +van plotselinge verrukking, en zij zou naar hem toegesneld zijn, +als haar zuster haar niet had vastgegrepen. "O Elinor!" riep ze; +"daar is hij--daar is hij! O, waarom ziet hij niet naar mij? Waarom +kan ik niet met hem spreken?" + +"Ik bid je, ik smeek je, wees bedaard," zeide Elinor, "en laat niet +iedereen merken, wat in je omgaat. Misschien heeft hij je nog niet +gezien." + +Dit was meer, dan zij zelve kon gelooven; en bedaard blijven op zulk +een oogenblik ging niet alleen Marianne's krachten te boven; maar +zij wilde dat niet eens. Iedere trek van haar gelaat verried haar +martelend ongeduld. Eindelijk keerde hij zich nogmaals om, en zag +hen beiden aan; zij sprong op en stak hem de hand toe, terwijl zij +op hartelijken toon zijn naam noemde. Hij kwam nader, en terwijl hij +zich meer tot Elinor wendde dan tot Marianne, wier blik hij vermeed, +en wier houding hij niet scheen te willen opmerken, vroeg bij vluchtig +en gehaast naar Mevrouw Dashwood, en hoe lang zij reeds in de stad +waren. Zijn houding deed Elinor al haar tegenwoordigheid van geest +verliezen; zij kon geen woord uitbrengen. Doch haar zuster's gevoel +vond onmiddellijk uiting. Een donkere blos kleurde haar gelaat, +en zij riep uit op een toon, die de hevigste ontroering verried: +"Goede God, Willoughby, wat beteekent dit! Heb je mijn brieven niet +ontvangen? Wil je mij geen hand geven?" + +Toen kon hij het niet meer vermijden; maar hare aanraking scheen +hem onaangenaam te zijn, en hij liet onmiddellijk hare hand los. Al +dien tijd deed hij zichtbaar moeite om bedaard te blijven. Elinor +lette op zijn gezicht, en zag dat zijn uitdrukking kalmer werd. Na +een oogenblik van stilte zei hij rustig: "Den vorigen Dinsdag heb +ik een bezoek gebracht in Berkeley Street; het speet mij zeer u en +Mevrouw Jennings niet thuis te treffen. Mijn kaartje is, hoop ik, +niet verloren geraakt?" + +"Maar heb je mijn brieven dan niet ontvangen?" riep Marianne, +doodelijk beangst. "Het moet een vergissing zijn--een afschuwelijke +vergissing. Wat beteekent dit toch? Zeg het mij, Willoughby, zeg mij, +om 's hemelswil, wat is er toch gebeurd?" + +Hij gaf geen antwoord; maar werd bleek en scheen opnieuw gedwongen; +doch alsof hij, aangespoord door een blik van de jonge dame met wie +hij te voren had gesproken, gevoelde dat onmiddellijk zelfbedwang werd +vereischt, vermande hij zich opnieuw, zei snel: "Ja, het bericht van +uw komst in de stad, dat u zoo vriendelijk waart, mij te zenden, heb ik +het genoegen gehad te ontvangen," keerde zich daarop met een vluchtige +buiging haastig om, en voegde zich weer bij zijne vriendin. Marianne, +doodsbleek en niet in staat zich staande te houden, liet zich in haar +stoel vallen, en Elinor, elk oogenblik vreezend dat zij een flauwte +zou krijgen, trachtte haar voor onbescheiden blikken te beschermen, +terwijl zij haar verfrischte met lavendelwater. + +"Ga naar hem toe, Elinor," zei zij, zoodra ze spreken kon, "en +dwing hem, bij mij te komen. Zeg hem, dat ik hem moet zien,--dat ik +hem dadelijk moet spreken. Ik kan het niet uithouden--ik zal geen +oogenblik rust hebben, eer dit alles is verklaard,--het moet een of +ander afschuwelijk misverstand zijn. O, ga nu toch naar hem toe." + +"Hoe is dat nu mogelijk? Neen, liefste Marianne, je moet wachten. Dit +is de plaats niet voor uitleggingen. Wacht nu alleen maar tot morgen." + +Zij kon haar slechts met moeite weerhouden, hem zelf te gaan +opzoeken; en het bleek onmogelijk, haar te bewegen, haar ontroering te +bedwingen,--althans in schijn bedaard, te wachten, tot zij hem meer +ongehinderd kon spreken, en met meer kans te worden aangehoord; want +Marianne ging onophoudelijk voort, met zachte stem uiting te geven +aan haar gevoelens van wanhoop, door smartelijke uitroepen. Weldra +zag Elinor dat Willoughby de kamer verliet door de deur dichtbij de +trap, en terwijl zij Marianne vertelde dat hij weg was, bracht zij haar +onder het oog, dat de onmogelijkheid om hem dezen avond nog te spreken, +haar te meer reden gaf, thans kalm te zijn. Marianne vroeg dadelijk, +of haar zuster Lady Middleton wilde smeeken, hen naar huis te brengen; +zij voelde zich te ellendig om een minuut langer te blijven. + +Toen Lady Middleton hoorde dat Marianne niet wel was, liet haar +beleefdheid, hoewel zij verdiept was in haar kaartspel, niet toe, dat +zij zich een oogenblik tegen Marianne's wensch tot heengaan verzette, +zij gaf dus haar kaarten aan een vriendin; en zij vertrokken zoodra +hun rijtuig voorkwam. Op den terugweg naar Berkeley Street werd bijna +geen woord gesproken. Marianne leed in stilte, te beklemd voor tranen +zelfs; doch daar Mevrouw Jennings gelukkig nog niet te huis was, konden +zij dadelijk naar hun eigen kamer gaan, waar zij door 't gebruik van +hertshoorn eenigszins bijkwam. Zij was spoedig ontkleed en in bed, +en daar zij liefst alleen scheen te zijn, ging haar zuster heen en +had al den tijd, terwijl zij wachtte op Mevrouw Jennings' terugkomst, +te denken over hetgeen achter hen lag. + +Dat er een bepaalde verbintenis van een of anderen aard tusschen +Willoughby en Marianne had bestaan, kon zij niet betwijfelen; en dat +Willoughby deze moede was, scheen eveneens duidelijk; want hoe Marianne +ook nog bleef voortgaan voedsel te geven aan haar eigen wenschen, +_zij_ kon zulk een gedrag niet toeschrijven aan een vergissing, of +eenig misverstand. Niets dan een volkomen omkeer in zijn gevoelens +kon het verklaren. Haar verontwaardiging zou nog sterker geweest +zijn dan zij reeds was, wanneer zij niet getuige was geweest van +zijn verlegenheid, die scheen aan te duiden, dat hij zich bewust was +van zijn eigen wangedrag, en haar belette hem voor zoo gewetenloos +te houden, dat hij van den beginne met haar zuster's liefde een +roekeloos spel had gedreven, zonder eenig voornemen, dat navraag +velen kon. Afwezigheid kon zijn liefde hebben doen verflauwen, en +redenen van eigenbelang mochten hem hebben doen besluiten haar te +overwinnen; maar dat zulk een liefde eenmaal had bestaan, daaraan +twijfelde zij niet. Wat Marianne betrof, aan het verdriet dat deze +ongelukkige ontmoeting haar had veroorzaakt, en het nog erger leed, +dat haar, als het waarschijnlijk gevolg ervan, te wachten stond, kon +zij niet denken zonder de innigste bezorgdheid. Hierbij vergeleken +scheen haar eigen toestand haar minder treurig, want zoolang zij +Edward slechts evenzeer kon _achten_ als voorheen, zou zij zich in +den geest steeds getroost gevoelen, ook al bleven zij in de toekomst +gescheiden. Doch hier schenen alle omstandigheden, die een dergelijk +lijden konden verergeren, zich te vereenigen, om Marianne's smart te +vermeerderen over hare scheiding van Willoughby voor altoos,--over +het onmiddellijk en onherroepelijk afbreken van hun omgang. + + + + + + +HOOFDSTUK XXIX + + +Eer het kamermeisje den volgenden morgen het vuur in hun haard had +aangelegd, of de zon eenige kracht had gewonnen aan het begin van den +kouden, somberen Januaridag, lag Marianne, slechts half gekleed, op de +knieën bij de vensterbank te schrijven, terwille van het weinigje licht +dat naar binnen viel, zoo snel als haar aanhoudend vloeiende tranen +het haar vergunden. Elinor, door haar zenuwachtig snikken uit den +slaap gewekt, zag haar in die houding, en zei, na het een korte poos +zwijgend en angstig te hebben aangezien, op een toon, waarin al haar +zachte meewarigheid zich uitsprak: "Marianne, mag ik een vraag doen?" + +"Neen, Elinor," antwoordde zij; "vraag maar niets; je zult spoedig +alles weten." + +De soort van wanhopige kalmte, waarmede die woorden werden geuit, +duurde niet langer dan het oogenblik waarin ze werden uitgesproken, +en werd onmiddellijk gevolgd door een nieuwe uitbarsting van heftige +droefheid. Het duurde eenigen tijd eer zij kon voortgaan met haar +brief, en de telkens herhaalde vlagen van smart die haar noodzaakten +bij tusschenpoozen de pen neer te leggen, bewezen duidelijk genoeg, +dat zij besefte, hoe meer dan waarschijnlijk het was, dat zij voor +de laatste maal schreef aan Willoughby. + +Elinor bewees haar elke kalme en onopvallende vriendelijkheid, die in +haar vermogen was; en zij zou gaarne gepoogd hebben haar nog meer te +troosten en tot bedaren te brengen, als Marianne haar niet gesmeekt +had, met al den aandrang van iemand, wier zenuwen tot het uiterste +zijn geprikkeld, in geen geval een woord tegen haar te zeggen. Onder +die omstandigheden was het beter voor beiden, niet lang achtereen +samen te zijn; en Marianne's rusteloosheid belette haar niet alleen, +ook maar een oogenblik in de kamer te blijven, nadat zij zich gekleed +had; doch deed haar, die tegelijk behoefte had aan eenzaamheid en +voortdurende verandering van plaats, tot aan het ontbijt door het +huis zwerven, terwijl zij elke ontmoeting ontweek. + +Aan het ontbijt at zij niets, en deed ook geen poging iets te eten; +zoodat Elinor's aandacht slechts gericht kon zijn op één doel: niet +bij haar aandringen, niet haar beklagen, niet op haar letten, doch +alleen maar trachten te zorgen, dat Mevrouw Jennings enkel notitie +nam van haarzelf. + +Daar Mevrouw Jennings graag en goed ontbeet, duurde de maaltijd lang, +en zij gingen juist, na afloop ervan, aan de gemeenschappelijke +werktafel zitten, toen Marianne een brief werd overhandigd, dien +zij haastig aannam, en waarmede zij, plotseling doodsbleek wordend, +onmiddellijk de kamer uitliep. Elinor, die hieruit even stellig +opmaakte, alsof zij het adres had gezien, dat de brief van Willoughby +kwam, voelde zich op eens zóó zenuwachtig worden, dat zij haar hoofd +bijna niet kon ophouden, en beefde zoo erg, dat zij vreesde, Mevrouw +Jennings' aandacht ditmaal niet te kunnen ontgaan. Het goede mensch +zag echter niet anders, dan dat Marianne een brief van Willoughby +had gekregen, 't geen zij uitermate grappig vond, en als zoodanig +behandelde, door lachend haar hoop te uiten, dat er goed nieuws in +stond. Zij was veel te druk bezig met het meten der draden wol, +waarvan zij een haardkleedje knoopte, om iets te bespeuren van +Elinor's ontroering; en zoodra Marianne was heengegaan, praatte zij +kalmpjes door: "Ik kan je verzekeren, dat ik nog nooit in mijn leven +een meisje zoo tot over de ooren verliefd heb gezien. De mijnen waren +niet half zoo erg, en die stelden zich toch óók mal aan; maar die +Marianne is letterlijk op haar hoofd gezet. Ik hoop van harte, dat +hij haar niet lang meer laat wachten, want 't is treurig om te zien, +zoo ellendig ziet zij eruit. Wanneer gaan ze nu trouwen?" + +Hoewel Elinor nooit zóó weinig lust tot spreken had gevoeld als op +dat oogenblik, dwong zij zichzelf tot een antwoord op dien uitval, +en zei met een poging om te glimlachen: "Hebt u zich dat werkelijk in +het hoofd gehaald, mevrouw, dat mijn zuster met den Heer Willoughby +verloofd is? Ik dacht dat het maar een grap was; maar zulk een ernstige +vraag schijnt méér te beteekenen, en dus moet ik u verzoeken, dat +denkbeeld eens voor al te laten varen. Ik verzeker u, dat niets mij +zoozeer zou verwonderen, als een kennisgeving van hun voorgenomen +huwelijk." + +"O foei, foei, Elinor! Hoe kun je nu toch zóó praten! Weten we dan +niet allemaal, dat ze 't al lang eens zijn,--dat ze tot over de ooren +verliefd op elkaar waren van 't oogenblik af dat ze elkaar voor 't +eerst hadden gezien? Heb ik ze dan niet samen onder mijn oogen gehad +in Devonshire, den lieven langen dag, en dagen achtereen? En wist +ik niet heel goed, dat je zuster met mij mee wilde naar de stad, +om haar uitzet al vast te kiezen? Neen, neen, gekheid; dat gaat +zoomaar niet. Je denkt zeker, omdat je zelf zoo weinig loslaat, +dat een ander zijn oogen in den zak heeft, maar ik verzeker je, dat +lijkt er niet naar; want 't is in de heele stad bekend, al ik weet +niet hoe lang. Ik vertel het aan iedereen, en Charlotte ook." + +"Werkelijk, Mevrouw," zei Elinor zeer ernstig; "u vergist u. Het +zou waarlijk zeer onwelwillend van u zijn, als u dat gerucht hielp +verspreiden, en u zult dat nog eenmaal zelve inzien, al gelooft u +mij nu niet." Mevrouw Jennings lachte weer; doch Elinor had geen moed +om nog meer te zeggen; en verlangend om in elk geval nu te weten wat +Willoughby geschreven had, liep zij haastig naar hun kamer, waar zij, +toen ze de deur opende, Marianne op haar bed zag liggen, bijna tot +stikkens toe benauwd door hare smart, met een brief in haar hand, +terwijl twee of drie andere naast haar lagen. Elinor kwam nader, +doch zonder een woord te spreken; zij ging op het bed zitten, nam +Marianne's hand, kuste die een paar malen met de grootste innigheid, +en liet zich toen eindelijk gaan in een uitbarsting van tranen, +in den beginne bijna niet minder hevig dan Marianne's ontzettende +smart. Hoewel de laatste niet kon spreken, scheen zij de teederheid +van Elinor's medegevoel wel volkomen te beseffen, en nadat zij een +poos zoo samen hadden toegegeven aan hunne droefheid, gaf zij Elinor +al de brieven in handen, verborg daarop haar gezicht in haar zakdoek +en kermde luide als van ondragelijke pijn. Elinor, die wist dat zulk +verdriet, droevig als het was om te aanschouwen, zijn natuurlijke +uiting moest vinden, bleef bij haar zitten, tot die buitensporige +droefheidsvlaag eenigszins had uitgewoed, en nam daarna in spanning +Willoughby's brief op, waarin zij het volgende las: + + + "Bondstreet Januari. + + Geachte Mejuffrouw, + + Uw geëerd schrijven, waarvoor ik u mijn dank betuig, heb + ik zooeven in goede orde ontvangen. Het spijt mij zeer, zoo + er in mijn gedrag van gisterenavond iets viel op te merken, + dat uwe goedkeuring niet heeft mogen wegdragen, en ofschoon + ik volstrekt niet kan gissen, in welk opzicht ik de fout + begaan heb, u aanleiding te geven tot ongenoegen, vraag ik + u vergeving voor 't geen ik u verzeker, dat van mijne zijde + zonder eenig opzet is geschied. Aan mijne vroegere kennismaking + met uwe familie in Devonshire zal ik nooit anders dan met + dankbaarheid en genoegen terugdenken, en ik vlei mij, dat deze + gevoelens niet zullen worden verstoord door eenige vergissing, + of misverstaan van mijne handelwijze, uwerzijds. Ik koester + voor uwe geheele familie de meeste hoogachting, doch zoo ik, + tot mijn spijt, u aanleiding mocht hebben gegeven, te gelooven, + dat ik méér gevoelde, dan ik werkelijk deed, of bedoelde + aan den dag te leggen, dan zal ik mijzelf moeten verwijten, + in mijne uitingen van die hoogachting niet omzichtiger te + zijn geweest. Dat ik ooit méér zou hebben bedoeld, zult u + als iets onmogelijks verwerpen, wanneer u verneemt, dat ik + mijne genegenheid reeds lang elders had verpand, en slechts + weinige weken zullen verloopen, eer die trouwbelofte wordt + vervuld. Ongaarne voldoe ik aan uw bevel, de brieven terug te + zenden, die ik van u mocht ontvangen, benevens de haarlok, die + gij wel zoo goed hebt willen zijn, mij vrijwillig te schenken. + + Geloof mij intusschen, geachte Mejuffrouw, + + Uw gehoorzamen dienaar + John Willoughby." + + +Elinor's verontwaardiging bij het lezen van dezen brief laat zich +gemakkelijk voorstellen. Hoezeer ook overtuigd, eer zij begon te +lezen, dat de brief de bekentenis zou behelzen van zijn ontrouw, +en hunne scheiding voor altoos zou bevestigen, zij had zich niet +kunnen voorstellen, dat die bekentenis in zulke bewoordingen zou +zijn vervat! En evenmin kon zij Willoughby in staat hebben geacht +zoo totaal af te wijken van elk betoon van kieschheid of eergevoel, +van alle betamelijkheid als man van de wereld zelfs, om een brief +te kunnen schrijven, zoo onbeschaamd wreedaardig; een brief, die, +inplaats van zijn wensch om te worden vrijgelaten te doen vergezeld +gaan van eenige betuiging van leedwezen, zelfs geen trouwbreuk erkende, +geen meer dan gewone genegenheid toegaf,--een brief, waarin iedere +regel een beleediging bevatte, en die den schrijver deed kennen als +een toonbeeld van verharde gewetenloosheid. Zij zat er een poos over +te denken met verontwaardigde verbazing, en las den brief nogmaals en +nogmaals over; doch bij elke nieuwe lezing nam haar afschuw van den +man toe; en zoo verbitterd waren haar gevoelens jegens hem, dat zij +niet wilde wagen ze uit te spreken, om Marianne niet nog dieper te +kwetsen, door de verbreking van dezen band te beschouwen, niet als +een verlies van eenig mogelijk heil; doch als een ontsnapping aan +die vreeselijkste en onherstelbaarste aller rampen, eene verbintenis +voor het leven met een gewetenloozen man,--als de gelukkigste aller +bevrijdingen, de grootste zegening, die haar ooit ten deel viel. + +Terwijl zij zoo ernstig zat na te denken over den inhoud van den brief, +over de verdorvenheid van den geest, die deze woorden had kunnen +ingeven, en waarschijnlijk over den zoo oneindig verschillenden geest +van een geheel anderen persoon, die met deze zaak in geen ander verband +stond, dan dat, hetwelk haar hart hem toekende met alles wat in en om +haar voorviel, vergat Elinor het tegenwoordig lijden harer zuster, +vergat, dat er nog drie ongelezen brieven op haar schoot lagen, en +vergat zoo volkomen, hoe lang zij reeds in de kamer was geweest, dat +zij, bij het hooren naderen van een rijtuig naar het venster gaande, +om te zien wie hen op dat ongewoon vroege uur kwam bezoeken, zeer +verbaasd was, Mevrouw Jenning's eigen rijtuig te zien, waarvan zij +wist, dat het niet voor één uur was besteld. Vastbesloten, Marianne +niet alleen te laten, hoewel wanhopend aan de mogelijkheid, thans +iets te kunnen bijdragen tot hare verlichting, ging zij haastig naar +beneden, om zich bij Mevrouw Jennings te verontschuldigen, dat zij niet +kon medegaan, omdat haar zuster ongesteld was. Mevrouw Jennings nam +het excuus, terwijl zij over de reden ervoor haar goedhartige spijt +betuigde, gereedelijk aan, en Elinor keerde, na haar veilig te hebben +zien wegrijden, terug naar Marianne, die juist van het bed trachtte +op te staan, en die zij gelukkig nog bijtijds kon beletten neer te +vallen, zwak en duizelig als zij was, door langdurig gemis van rust en +behoorlijke voeding; want zij had dagen achtereen bijna niet gegeten, +en in geen nachten een rustigen slaap gekend; en thans, nu zij niet +langer werd opgehouden door de koorstachtige spanning der onzekerheid, +deden de gevolgen zich gevoelen door hoofdpijn, een verzwakte maag, +en algemeene zenuwslapte. Een glas wijn, dat Elinor dadelijk voor haar +ging halen, deed haar goed, en eindelijk was zij in staat, eenigermate +haar waardeering van Elinor's goedheid te uiten, door te zeggen: + +"Arme Elinor! Wat doe ik je een verdriet!" + +"Ik wilde alleen maar," antwoordde haar zuster, "dat ik iets kòn +uitrichten, om je te troosten en goed te doen." + +Dit was, zooals trouwens àlles zou zijn geweest, te veel voor Marianne, +die nog slechts uit het diepst van haar gefolterd hart kon uitroepen: +"O Elinor, ik ben wèl ongelukkig!" eer haar stem geheel door tranen +werd verstikt. + +Elinor kon het niet langer zwijgend aanzien, dit weerloos zich laten +medesleepen door onstuimige smart. + +"Mijn lieve Marianne, doe toch je best," riep zij, "wanneer je +niet jezelve wilt martelen, èn allen, die je liefhebben. Denk aan +moeder; denk aan háár verdriet over je lijden, je moet je inspannen, +om harentwil." + +"Ik kàn niet, ik kàn niet, riep Marianne; "ga dan, laat mij maar +alleen, als ik je verdriet doe; laat mij aan mijn lot over, haat mij, +vergeet mij; maar pijnig mij zoo niet! O, 't is wel gemakkelijk als +men zelf geen verdriet heeft, te praten van inspannen! _Jij_ bent +gelukkig, Elinor, _jij_ kunt je niet voorstellen, hoe ik lijd!" + +"Noem je _mij_ gelukkig, Marianne? O, als je eens _wist_! En denk je, +dat ik gelukkig kan zijn, terwijl ik je zóó bedroefd moet zien?" + +"Vergeef mij, vergeet mij," riep Marianne, haar armen om haar zuster's +hals slaande; "ik weet _hoe_ je met mij medegevoelt, ik weet welk een +liefderijk hart je bezit, maar toch ben je--ja, je mòet gelukkig zijn; +Edward heeft je lief;--en wàt, o wàt kan zulk een geheel vernietigen?" + +"Vele, zéér vele omstandigheden," zeide Elinor met diepen ernst. + +"Neen, neen, neen," riep Marianne heftig; "hij heeft jou lief, en +niemand anders. Je _kunt_ geen verdriet hebben." + +"Ik kan geen blijdschap gevoelen, zoolang ik je zóó zie." + +"Je zult mij nooit meer anders zien. _Mijne_ smart kan door niets +verzacht worden." + +"Dat mag je niet zeggen, Marianne. Heb je dan geen afleiding, geen +vrienden? Is er geen vertroosting denkbaar voor je verlies? Hoe +zwaar je lijden thans ook is, bedenk, wat je zoudt geleden hebben, +als het nog langer had geduurd, eer je zijn waren aard ontdekte,--als +je verloving maandenlang slepende was gebleven, zooals licht had +kunnen gebeuren, eer hij er een eind aan maakte. Elke nieuwe dag van +noodlottig vertrouwen van jouw kant zou den slag te zwaarder hebben +doen treffen." + +"Verloving?" riep Marianne; "maar wij waren niet verloofd." + +"Niet verloofd?" + +"Neen, hij is niet zóó slecht als je denkt. Hij heeft zijn woord +tegenover mij niet gebroken." + +"Maar hij heeft je toch gezegd, dat hij je liefhad?' + +"Ja... neen... nooit met ronde woorden. Iederen dag liet hij +het duidelijk blijken; maar tot een bepaalde verklaring kwam het +nooit! Soms dàcht ik, dat het daartoe was gekomen,--maar het wàs +zoo niet." + +"En toch schreef je aan hem!" + +"Ja--kon dat verkeerd zijn, na al wat er gebeurd was? Maar ik kan er +niet over spreken." + +Elinor zeide niets meer; maar nam de drie brieven op, waarnaar zij nu +veel meer benieuwd was dan te voren, en las ze een voor een dóór. Het +eerste briefje, dat haar zuster had verzonden bij hun aankomst in de +stad, luidde als volgt: + + + "Berkeley Street, Januari. + + Hoe zal het je verrassen, Willoughby, dit briefje te + ontvangen! En ik denk dat je nog iets meer dan verrassing + zult gevoelen, wanneer je weet, dat ik in de stad ben. De + gelegenheid om hierheen te reizen, al was het met Mevrouw + Jennings, was een verleiding, die we niet konden weerstaan. Ik + hoop dat mijn schrijven je vroeg genoeg bereikt, om je + van avond hier te kunnen zien, maar ik zal er niet op + rekenen. Morgen verwacht ik je in elk geval. Dus tot ziens. + M.D." + + +In haar tweeden brief, den morgen na de danspartij bij de Middletons, +schreef zij: + + + "Ik kan je niet zeggen, hoe het mij spijt, dat je ons + eergisteren niet hebt thuisgetroffen, en hoe het mij verwonderd + heeft, geen antwoord te ontvangen op een briefje, dat ik je + meer dan een week geleden geschreven heb. Elken dag, van uur + tot uur, verwachtte ik iets van je te hooren, en nog eerder + je te zien. Kom ons nu toch vooral zoo spoedig mogelijk + opzoeken en verklaar mij dan de reden van dat vergeefsche + wachten. 't Zal misschien beter zijn, iets vroeger te komen; + want om één uur zijn we meestal uit. Gisteravond waren we op + een danspartijtje bij Lady Middleton. Ik hoorde dat jij ook + gevraagd waart. Maar kan dat wel waar zijn? Je moet wel zeer + zijn veranderd sedert ons afscheid, als dat het geval was, + en je toch niet bent gekomen. Maar ik wil die mogelijkheid + niet eens veronderstellen, en ik hoop dat je mij spoedig in + eigen persoon het tegendeel zult komen verzekeren." + + M. D." + + +De inhoud van haar laatste schrijven luidde: + + + "Wat moet ik uit je houding van gisteravond afleiden, + Willoughby? Nogmaals vraag ik je om eene verklaring + ervan. Ik was op het punt je te begroeten met een + blijdschap, die natuurlijk was, na onze lange scheiding, + met de vertrouwelijkheid, waartoe onze intieme omgang te + Barton mij het recht scheen te verleenen, en hoe werd ik + teruggestooten! Ik heb een ellendigen nacht doorgebracht, + steeds pogend een gedrag te verontschuldigen, dat bijna niet + anders dan beleedigend mag genoemd worden; maar al ben ik + er niet in geslaagd eenige redelijke verontschuldiging te + vinden voor je houding, ik blijf toch bereid, te vernemen, + welke verdediging je kunt aanvoeren voor je gedrag. Misschien + heb je, door misverstand of boos opzet, iets omtrent mij + gehoord, waardoor je een minder goede meening omtrent mij + hebt opgevat. Zeg mij dan wat dat is, verklaar de reden, + waarom je zóó handelde, en wanneer ik je dan voldoening + heb kunnen schenken, zal ik zelve zijn voldaan. Bitter + zou het mij grieven, kwaad van je te denken; maar wanneer + ik daartoe zal moeten worden genoodzaakt; wanneer ik moet + vernemen, dat je niet degene waart, voor wien wij je tot + nog toe hebben gehouden, dat je schijnbare genegenheid voor + ons allen onoprecht was, dat je gedrag jegens mij slechts + misleiding ten doel had;--laat dit dan zoo spoedig mogelijk + worden uitgesproken. Op het oogenblik verkeer ik in een + treurig geslingerden toestand; ik wensch je vrij te spreken; + maar zekerheid, hoe dan ook, zal rust zijn, vergeleken bij + wat ik thans lijd. Wanneer je gevoelens niet langer zijn + als voorheen, verwacht ik dat je mijn brieven terugzendt, + met de lok van mijn haar, die in je bezit is. M. D." + + +Dat brieven als deze, zoo vol van genegenheid en vertrouwen, zóó +hadden kunnen worden beantwoord, zou Elinor, om Willoughby te sparen, +ongaarne hebben geloofd. Maar haar afkeuring van zijn gedrag verblindde +haar niet voor het ongepaste in het feit van Marianne's schrijven zelf; +en in stilte betreurde zij de onvoorzichtigheid, die gewaagd had, zich +dergelijke ongevraagde uitingen van teederheid te laten ontvallen, +geenszins gewaarborgd door het vroeger voorgevallene, en door de +uitkomst op de meest verpletterende wijze gelogenstraft; toen Marianne, +ziende dat zij de brieven had gelezen, opmerkte, dat er niets in stond, +dan wat ieder ander in haar omstandigheden zou geschreven hebben. + +"Ik voelde mijzelve," voegde zij erbij, "even plechtig aan hem +verbonden, alsof de wet onze verbintenis bezegeld had." + +"Dat geloof ik graag," zei Elinor, "maar hij dacht er ongelukkig zoo +niet over." + +"Dat deed hij wèl, Elinor--weken achtereen heeft hij dat gevoeld. Ik +weet het stellig. Wàt hem nu ook heeft doen veranderen (en dat +kan niet anders zijn dan de vuigste verdachtmaking, tegen mij +aangewend), eens was ik hem zoo dierbaar als mijn eigen hart slechts +kon verlangen. Hoe vurig heeft hij mij gesmeekt om die haarlok, +die hij thans zoo onverschillig kan teruggeven! Als je toen zijn +blik en houding hadt gezien, zijn stem hadt kunnen hooren! Heb je +dien laatsten avond van ons samenzijn vergeten, in Barton? En dien +morgen van het afscheid! Toen hij mij zeide, dat het weken zou kunnen +duren, eer we elkaar weerzagen--zijn verdriet--zal ik het ooit kunnen +vergeten?" Een oogenblik kon zij niet voortgaan met spreken; doch +toen hare ontroering was bedaard, voegde zij erbij, op vasteren toon: + +"Elinor, ik ben wreed behandeld; maar niet door Willoughby." + +"Maar lieve Marianne; door wien anders? Wie kan hem tegen je hebben +opgezet?" + +"De geheele wereld, eerder dan zijn eigen hart. Ik zou eerder gelooven +dat al mijn bekenden hadden samengespannen, om mij in zijn oogen te +vernederen, dan zijn natuur in staat te achten tot een dusdanige +wreedheid. Die vrouw, waarover hij schrijft, wie ze dan ook moge +zijn,--of... ja, ieder, behalve jij, mijn beste zuster, mama en Edward, +kan zoo hardvochtig wreed zijn geweest, mij te belasteren. Is er, +behalve jelui drieën, een schepsel ter wereld, dat ik niet eerder +van kwaad zou verdenken dan Willoughby, wiens hart ik zóó wel ken?" + +Elinor wilde niet met haar redetwisten, en antwoordde alleen: "Wie +je dan ook zoo verfoeilijk vijandig gezind mochten zijn, beroof hen +van hun kwaadaardige zegepraal, mijn lieve zuster, door te toonen, +hoe fier de bewustheid van eigen onschuld en goede bedoelingen je het +hoofd omhoog doet heffen. 't Is een gegronde en prijzenswaardige trots, +die dergelijke kwaadwilligheid weet te weerstaan." + +"Neen, neen," riep Marianne, "verdriet als het kent geen trots. Ieder +mag weten, dat ik ongelukkig ben. Laat de geheele wereld den triomf +genieten, mij zoo te zien. Elinor, Elinor, zij die weinig lijden, mogen +zoo trotsch en onafhankelijk zijn als ze willen--mogen beleedigingen +weerstaan, vernederende kwelling vergelden,--ik kan het niet. Ik moet +voelen--ik moet lijden--laat dan genieten van eigen zelfbewustzijn, +wie het vermag." + +"Maar om moeder's, om mijnentwil..." + +"Zou ik meer doen, dan voor mijzelve. Toch, gelukkig te schijnen, +wanneer ik mij zoo wanhopig voel... O, wie kan dat verlangen?" + +Weer zwegen beiden. Elinor bleef voortdurend, diep in gedachten, +heen en weer wandelen van den haard naar het venster, van het venster +naar den haard, zonder te bespeuren dat die haard warmte gaf, of dat +zij voorwerpen kon onderscheiden buiten dat venster; en Marianne, +op het voeteneind van het ledikant gezeten, met haar hoofd tegen +een der stijlen geleund, nam weer Willoughby's brief op, herlas +huiverend iederen zin, en riep uit: "Het is te veel! O Willoughby, +Willoughby, kon je _dit_ schrijven? Het is wreed--wreed; niets kan je +vrijspreken. Neen, Elinor, niets. Wat hij ook voor kwaad van mij mocht +hebben gehoord, had hij niet moeten aarzelen, eer hij daaraan geloof +sloeg? Had hij het mij niet moeten vertellen, mij in staat stellen +mij zelve vrij te pleiten? "De haarlok" (las zij uit den brief) "die +gij wel zoo goed hebt willen zijn, mij vrijwillig te schenken"--dat +is onvergefelijk. Willoughby, waar was je hart, toen je die woorden +schreef? O, de hardvochtigheid van die beleediging!--Elinor, is er +eenige rechtvaardiging te vinden van zijn gedrag?" + +"Neen, Marianne; geen enkele." + +"En toch, deze vrouw,--wie weet hoe listig zij geweest is--hoe lang +van te voren zij haar plannen had beraamd, en hoe behendig zij ze +heeft weten uit te voeren! Wie is zij?--Wie kan ze zijn? Wie beschreef +hij ooit onder de dames van zijn kennis als jong en aantrekkelijk? O +niemand, niemand--tegen mij sprak hij over mijzelve alleen." + +Weer volgde een poos van stilte; Marianne was heftig +bewogen;--eindelijk zei ze: + +"Elinor, ik moet naar huis. Ik moet mama gaan troosten. Kunnen we +morgen niet gaan?" + +"Morgen, Marianne?" + +"Ja; waarom zou ik hier blijven? Ik kwam alleen om Willoughby;--en +wie geeft hier nu om mij? Wie draagt mij een goed hart toe?" + +"Het zou onmogelijk zijn, morgen al te gaan. We zijn Mevrouw +Jennings meer dan beleefdheid verschuldigd, en de eenvoudigste +beleefdheidsregelen zouden zulk een overhaast vertrek verbieden." + +"Nu, dan een paar dagen nog; maar ik kan hier niet lang meer +blijven; ik kan de vragen en opmerkingen van al die menschen niet +verdragen. De Middletons en de Palmer's--hoe zal ik hun medelijden +kunnen verduren? Medelijden van een vrouw als Lady Middleton!--O... wat +zou _hij_ daarvan zeggen!" + +Elinor gaf haar den raad, weer te gaan liggen, en een oogenblik +deed zij dat ook; maar zij kon in geen enkele houding rust vinden +en in haar pijnigende gejaagdheid naar lichaam en geest bleef zij +voortdurend in beweging, tot zij zoo zenuwachtig werd, dat haar zuster +haar slechts met moeite in bed kon houden, en een oogenblik bang was, +dat zij vreemde hulp zou moeten inroepen. Een paar lavendeltabletten, +die Elinor haar eindelijk overreedde, in te nemen, kalmeerden haar +een weinig, en daarna bleef zij, tot Mevrouw Jennings terugkwam, +stil en zonder zich meer te bewegen, op het bed liggen. + + + + + + +HOOFDSTUK XXX + + +Mevrouw Jennings ging bij haar terugkomst dadelijk naar hun zitkamer, +en zonder te wachten tot haar kloppen was beantwoord, opende zij de +deur en stapte binnen met een blik vol oprechte meewarigheid. + +"Hoe staat het ermee, mijn kind?" zeide zij, met innig medelijden in +haar stem tegen Marianne, die zonder een poging tot antwoorden haar +gezicht afwendde. "Hoe is 't met haar, Elinor? Arm kind! ze ziet er +erg slecht uit. Geen wonder. Ja, 't is maar al te waar. Hij gaat al +heel gauw trouwen--ellendige kerel! Bij mij heeft hij 't voor goed +verbruid. Mevrouw Taylor vertelde 't mij, een half uur geleden, en +zij had het van een intieme vriendin van Juffrouw Grey zelf, anders +had ik 't stellig niet geloofd, en ik had een gevoel of ik door den +grond ging. Nu, zei ik, ik kan alleen maar zeggen, als 't waar is, +dat hij een jonge dame die ik ken, allerschandelijkst heeft behandeld, +en ik hoop van harte, dat hij met die vrouw géén leven zal hebben. Dat +zal ik altijd zeggen, lieve kind, daar kun je op aan. Ik heb er geen +begrip van, dat mannen zóó kunnen te werk gaan, en als ik hem ooit +weer zie, dan krijgt hij van mij een schrobbeering die hem heugen +zal. Maar er blijft een troost, mijn lieve Marianne, hij is niet de +eenige jonge man in de wereld, die de moeite waard is, en met je +mooie gezichtje zal 't jou aan bewonderaars nooit ontbreken. Och, +dat arme kind, ik zal haar maar niet langer lastig vallen; beter +dat ze maar eens flink uitschreit, eens voor al. Van avond komen de +Parry's en de Sanderson's gelukkig, dat zal haar een beetje afleiden." + +Daarop ging zij op de teenen de kamer uit, alsof zij bang was, dat +harde geluiden het verdriet van haar logéetje konden verergeren. + +Marianne besloot, tot haar zuster's verwondering, wel mee aan tafel te +gaan. Elinor ried het haar eerder af. Maar neen, "ze zou naar beneden +gaan; ze kon het best verdragen, en dan werd er minder drukte om +haar gemaakt." Elinor, blijde dat zij zich een oogenblik door zulk +een beweegreden liet leiden, al geloofde zij niet dat zij tot het +einde toe aan tafel zou kunnen blijven, zei maar niets meer, hielp +haar kleeding zoo goed zij kon in orde brengen, terwijl Marianne te +bed lag, en stond gereed om haar naar de eetkamer te brengen, zoodra +zij aan tafel werden geroepen. + +Toen zij eenmaal beneden was, zag zij er wel heel slecht uit; maar at +meer en was kalmer dan haar zuster verwacht had. Als zij een poging +had gedaan te spreken, of als zij al Mevrouw Jennings' goedbedoelde, +maar weinig tactvolle attenties had opgemerkt, dan zou die kalmte niet +hebben kunnen bewaard blijven; doch geen woord kwam over haar lippen, +en zij was zoo in gedachten verdiept, dat zij niets bespeurde van al +wat om haar heen voorviel. + +Elinor, die Mevrouw Jennings' vriendelijkheid waardeerde, al waren +de uitingen er van dikwijls hinderlijk en soms haast belachelijk, +bewees haar den dank, en beantwoordde de beleefdheid, die haar zuster +zelve niet bewijzen of beantwoorden kon. Hun goede vriendin zag dat +Marianne ongelukkig was, en had een gevoel, dat al wat haar minder +ongelukkig kon maken, haar nu rechtens toekwam. Zij behandelde haar +dus met al de toegevende verteedering, die ouders jegens een geliefd +kind aan den dag leggen op een laatsten vacantiedag. Marianne moest op +het warmste plaatsje bij den haard zitten; haar eetlust moest worden +opgewekt door de fijnste lekkernijen die maar konden worden opgedischt, +en alle nieuwtjes van den dag moesten ter harer afleiding dienen. Als +Elinor in haar zuster's droevig gezicht niet een beletsel voor alle +vroolijkheid had gezien, zou zij zich een weinig hebben vermaakt +over Mevrouw Jennings' pogingen om teleurstelling in de liefde te +verzachten door een keur van zoetigheden en olijven, en een helder +brandend vuur. Zoodra echter door dat herhaalde aandringen het besef +van dit alles tot Marianne doordrong, kon zij niet langer blijven. Met +een heftigen uitroep van smart, en haar zuster een wenk gevend, +haar niet te volgen, stond zij haastig op, en snelde de kamer uit. + +"Arm schepsel!" riep Mevrouw Jennings, toen zij was heengegaan, "wat +doet het mij verdriet haar zoo te zien! Kijk toch eens, nu heeft ze +niet eens haar wijn opgedronken! En de geconfijte kersen ook laten +liggen! Och Heere, er is niets aan haar besteed. Als ik maar wist, +waar ze veel van hield, ik zou er de halve stad voor laten afloopen. + +Daar kan ik nu met geen mogelijkheid inkomen, dat een man een aardig +meisje zóó behandelen kan! Maar als er aan den eenen kant een hoop +geld zit, en zoo goed als niets aan den anderen, och lieve deugd, +dan geven ze om die dingen niet meer..." + +"Is die dame,--die Juffrouw--Grey noemde u haar, meen ik,--dan +zoo rijk?" + +"Vijftig duizend pond, kind. Heb je haar wel eens gezien? Een knap +meisje, elegant, zeggen ze; maar niet mooi. Haar tante herinner ik mij +best, Biddy Henshawe; die is met een schatrijken man getrouwd. Maar +de heele familie zit er warmpjes in. Vijftig duizend pond, en naar +ik hoor komt het hem uitmuntend te pas; want ze zeggen, dat hij +er leelijk vóór staat. Geen wonder, met dat rennen en rossen en die +jachtpaarden! Och ja, praten helpt niet veel; maar als een jongmensch, +'t doet er niet toe wie, een aardig meisje 't hof maakt, en belooft +haar te trouwen, dan gaat het niet aan, zijn woord te breken, omdat +hij arm wordt, en er een rijkere juffer een oogje op hem heeft. Waarom +verkoopt hij niet, als 't zoover komt, zijn paarden, verhuurt zijn +huis, schaft zijn bedienden af, en begint van meet af aan, op een +andere manier? Ik wed, dat Marianne graag had willen wachten, tot de +zaak er beter voor stond. Maar dat is tegenwoordig geen mode meer; de +jongelui van onze dagen geven nooit iets op, waarin ze plezier hebben. + +"Weet u ook iets meer van die Juffrouw Grey? Moet zij een lief +meisje zijn?" + +"Ik heb nooit kwaad van haar hooren zeggen; eigenlijk heb ik haast +nooit over haar hooren spreken, behalve dat Mevrouw Taylor van morgen +zei, dat Juffrouw Walker eens had laten doorschemeren, dat ze dacht, +dat Mijnheer en Mevrouw Ellison het niet kwaad zouden vinden, als +Juffrouw Grey maar trouwde; want zij en Mevrouw Ellison konden niet +met elkaar overweg." + +"En wie zijn de Ellisons?" + +"Hij is haar voogd, kindje. Maar ze is nu meerderjarig, en mag zelf +kiezen, en 't is een mooie keuze, die ze heeft gedaan!--Kijk nu eens +aan," (na een oogenblik zwijgens) "daar is nu je arme zuster naar +haar kamer gegaan, om in haar eentje te zitten jammeren. Zou er niets +te bedenken zijn, waarmee we haar pleizier kunnen doen? Arm kind, 't +lijkt zoo onhartelijk, haar alleen te laten. Nu, straks komen er een +paar kennissen; dat leidt toch een beetje af. Wat zullen we spelen? Ze +heeft een hekel aan whist; maar is er geen gezelschapsspelletje, +waar ze graag aan meedoet?" + +"Lieve mevrouw, het is werkelijk niet noodig, dat u zich zooveel +moeite geeft. Ik denk niet, dat Marianne vanavond weer beneden zal +komen. Als ik kan, zal ik haar bepraten om vroeg naar bed te gaan; +want zij heeft stellig rust noodig." + +"Ja, dat geloof ik ook; dat zal 't beste voor haar zijn. Laat ze maar +zeggen wat ze nog wil gebruiken, en dan naar bed gaan. Och heere, geen +wonder, dat ze er de laatste weken zoo slecht en zoo treurig uitzag, +want al dien tijd zal haar dit wel boven 't hoofd hebben gehangen. En +nu heeft die brief vandaag er een eind aan gemaakt. Arm kind! Als ik +'t maar geweten had; ik zou er haar voor geen geld van de wereld mee +geplaagd hebben. Maar hoe kon ik het raden, zeg nu eens zelf. Ik dacht +dat het maar een gewoon minnebriefje was, en jongemeisjes laten zich +daar graag een beetje mee plagen. Och, och, wat zal 't Sir John en +mijn dochters spijten, als ze 't hooren! Als ik niet zoo in de war +geweest was, had ik best even op weg naar huis in Conduit Street +kunnen aangaan en 't hun vertellen. Maar ik spreek hen morgen wel." + +"Het zal wel niet noodig zijn, denk ik, dat u Mevrouw Palmer en Sir +John waarschuwt, nooit den naam van den Heer Willoughby te noemen, of +te zinspelen op het gebeurde, in tegenwoordigheid van mijn zuster. Hun +eigen goed hart zal hen wel doen inzien, hoe waarlijk wreed het zou +zijn, ten aanhoore van Marianne te laten blijken, dat zij er iets van +weten, en hoe minder er ooit over wordt gesproken tegen mijzelve, +des te liever zal het ook mij zijn, zooals u, lieve mevrouw, licht +zult begrijpen." + +"O lieve deugd, ja, dat begrijp ik best. Het moet verschrikkelijk voor +je zijn het gepraat erover aan te hooren, en wat je zuster betreft, +ik zou voor geen geld van de wereld tegen haar een woord erover +zeggen. Je hebt het wel gemerkt; van middag aan tafel deed ik het +ook niet. En dat zouden Sir John en mijn dochters evenmin; want ze +zijn allen heel oplettend en kiesch,--vooral wanneer ik hen nog eens +waarschuw, zooals ik stellig zal doen. Ik vind altijd, hoe minder er +over zulke dingen wordt gepraat, hoe beter, en des te gauwer is 't +weer voorbij en vergeten. En heb je ooit gezien, dat praten ook maar +'t geringste goed deed?" + +"In dit geval kan het alleen maar kwaad doen;--meer nog misschien +dan in vele dergelijke; want hiermede gingen omstandigheden gepaard, +die het voor alle betrokken partijen hoogst ongewenscht doen zijn, +dat de zaak zoo in 't publiek zou worden besproken. In zóóver moet ik +den Heer Willoughby recht laten weervaren;--hij heeft geen bepaalde +verloving verbroken met mijn zuster." + +"Máár, lieve kind! Probeer maar niet, hem te verdedigen. Geen bepaalde +verloving! nu vraag ik je, nadat hij haar Allenham House van binnen +en van buiten heeft laten zien, en de kamers al had uitgekozen, +waarin ze later zouden wonen!" + +Elinor kon, ter wille van haar zuster, niet verder op het onderwerp +doorgaan, en zij hoopte, dat dit niet van haar mocht geëischt +worden, om Willoughby te sparen; want door een openbaring van de +volle waarheid had Marianne veel te verliezen, terwijl hij er slechts +weinig bij winnen kon. Nadat beiden een poosje hadden gezwegen, begon +Mevrouw Jennings opnieuw, met al de opgewektheid, die haar van nature +eigen was: + +"Nu, lieve kind, 't is een waar woord, van die slechte wind, want +voor Kolonel Brandon is het zooveel te beter. Hij krijgt haar per +slot toch nog; ja ja, dat zul je zien. Let maar eens op, of ze niet +getrouwd zijn eer 't weer zomer is. Och och, wat zal hij blij zijn met +dit nieuwtje. Ik hoop, dat hij komt van avond. 't Zal voor je zuster +in elk opzicht een betere partij zijn. Tweeduizend pond in 't jaar, +zonder schulden of eenig bezwaar;--behalve dan dat dochtertje,--ja, +dat vergat ik; maar dat kan ergens in de leer worden gedaan tegen een +geringe vergoeding,--en wat doet dàt er nu toe? Delaford is een mooi +landgoed, dat kan ik je verzekeren; zoo'n ouderwetsche genoegelijke +buitenplaats, met allerlei gerief en gezelligheden; heel en al +afgesloten door hooge tuinmuren, die begroeid zijn met allerheerlijkste +vruchten, en in een hoek een pracht van een moerbeienboom! Och, och, +wat hebben Charlotte en ik ons genoegen gegeten, dien eenen keer, dat +we er waren! Dan is er een duiventil, een paar aardige vischvijvers, +een mooie waterpartij, alles wat men maar kan wenschen; en daarbij +ligt het heel dicht bij de kerk, en maar een minuut of vijf van den +grooten weg; dus je behoeft je nooit te vervelen, want als je gaat +zitten in een hoog-gelegen taxis-prieel achter 't huis, dan kun je al +de rijtuigen zien, die voorbijkomen. O, 't is een heerlijk huis! De +slager vlak bij, in het dorp, en de pastorie om zoo te zeggen, naast +de deur. Naar _mijn_ zin, duizend maal mooier dan Barton Park, waar +ze hun vleesch drie mijlen ver uit de buurt moeten laten halen, en +geen buren hebben, dichterbij dan je moeder. Nu, ik zal den Kolonel +eens opvroolijken, zoo gauw als ik kan. De een zijn dood is den +ander zijn brood; dat is nu niet anders. Als 't ons nu maar lukt, +om haar Willoughby uit het hoofd te zetten!" + +"Ja, als ons _dat_ gelukt, mevrouw," zei Elinor, "dan zullen we er +wel komen, mèt of zonder Kolonel Brandon." Meteen stond zij op en ging +heen, om Marianne op te zoeken, die zij, zooals ze verwachtte, in hun +eigen kamer, zwijgend en bedroefd, bij de smeulende overblijfselen +vond zitten van een klein vuurtje, het eenige dat licht gaf in de +kamer, tot Elinor binnenkwam. + +"Laat mij liever alleen," was al wat deze van Marianne kreeg te hooren. + +"Ik zal je alleen laten," zei Elinor, "als je naar bed wilt gaan." + +Eerst weigerde zij; door haar ongedurige smart tot onredelijk verzet +gedreven. Doch haar zuster's ernstige, hoewel zachte overreding deed +haar weldra gewillig toegeven; Elinor zag haar het pijnlijke hoofd +op het kussen leggen, en bleef wachten tot Marianne, naar zij hoopte, +op den goeden weg was om een weinig rust te genieten. + +In den salon, waarheen zij zich daarna had begeven, kwam Mevrouw +Jennings weldra bij haar, met een vol wijnglas in de hand. + +"Lieve kind," zei ze, "ik bedacht daar juist, dat ik een paar +flesschen van den besten ouden Malaga-wijn in huis heb, dien je ooit +hebt geproefd,--en nu breng ik je een glas voor je zuster. Zooveel +als mijn arme man daarvan hield. Als hij weer eens geplaagd werd door +een van zijn aanvallen van jicht-koliek, dan zei hij, dat niets ter +wereld hem zoo kon opknappen. Toe, breng dat nu eens aan Marianne." + +"Lieve mevrouw," zei Elinor, glimlachend over het verschil van +de kwalen, waarvoor de medicijn werd aanbevolen: "Wat is u toch +vriendelijk! Maar Marianne is juist naar bed gegaan, en nu, hoop ik, +bijna in slaap; en daar ik geloof, dat niets haar zooveel goed kan doen +als rust, wil ik, als u 't goedvindt, den wijn zelf wel opdrinken." + +Hoewel het Mevrouw Jennings speet, dat zij er niet vijf minuten eerder +mee was gekomen, had zij vrede met deze schikking, en terwijl Elinor +haar glas uitdronk, dacht zij, ofschoon de goede uitwerking van het +vocht in een geval van jichtkoliek voor haar op het oogenblik van +minder belang was, dat zijn genezend vermogen bij teleurgestelde +liefde met evenveel recht mocht beproefd worden door haar als door +hare zuster. + +Kolonel Brandon kwam binnen terwijl zij aan de thee zaten, en uit +de wijze waarop hij in de kamer rondzag naar Marianne, leidde Elinor +aanstonds af, dat hij haar noch verwachtte, noch wenschte daar te zien, +en dat hij reeds op de hoogte was van de oorzaak harer afwezigheid. + +Dezelfde gedachte scheen Mevrouw Jennings niet te zijn ingevallen; +want kort na zijn komst liep zij naar de theetafel, waarbij Elinor +gezeten was, en fluisterde: "De Kolonel kijkt even ernstig als altoos; +zie je wel? Hij weet nog niets; vertel jij het hem maar, lieve." + +Een poosje later nam hij een stoel vlak bij haar, en vroeg, met een +uitdrukking, die haar de stellige zekerheid schonk, dat hij alles wist, +naar hare zuster. + +"Marianne is niet wel," zeide zij. "Zij was den geheelen dag reeds +ongesteld, en we hebben haar overgehaald, naar bed te gaan." + +"Misschien," antwoordde hij aarzelend, "is het dus waar, wat ik +van morgen hoorde,--misschien is er meer waarheid in, dan ik eerst +mogelijk had geacht." + +"Wat hebt u gehoord?" + +"Dat iemand, van wien ik reden had, te denken,--of liever, dat een man, +die ik _wist_ dat verloofd was,--maar hoe moet ik het u vertellen? Als +u het reeds weet, zooals u natuurlijk doet, dan wilt u mij dat wel +besparen." + +"U bedoelt," antwoordde Elinor met gedwongen kalmte, "het huwelijk van +den Heer Willoughby met Mejuffrouw Grey. Ja, wij weten nu alles. Dit +schijnt een dag te zijn geweest van algemeene opheldering; want van +morgen pas hebben wij er voor het eerst van gehoord. De Heer Willoughby +is moeilijk te doorzien! Waar hebt u het vernomen?" + +"In een boekwinkel in Pall Mall, waar ik iets had te doen. Twee dames +wachtten er op hun rijtuig, en de eene deed aan de andere een verslag +van het voorgenomen huwelijk, waarbij zij zich zoo weinig moeite +gaf, haar stem te dempen, dat ik alles wel moest verstaan. De naam +Willoughby, John Willoughby, herhaaldelijk genoemd, trok het eerst +mijn aandacht, en daarop volgde de stellige verzekering, dat zijn +huwelijk met Mejuffrouw Grey dan nu eindelijk vaststond,--het behoefde +niet langer te worden geheimgehouden--het zou zelfs binnen een paar +weken worden voltrokken, en er werden nog vele bijzonderheden aan +toegevoegd omtrent de voorbereiding en zoo meer. Een ding herinner +ik mij in 't bijzonder, omdat het mij nog duidelijker deed blijken, +wie de bedoelde persoon was;--na de huwelijksvoltrekking zouden zij +naar Combe Magna gaan, zijn landgoed in Somersetshire. U kunt u mijn +verbazing voorstellen! Maar 't zou onmogelijk zijn, te beschrijven +wat ik gevoelde. De spraakzame dame, hoorde ik bij navraag, want ik +bleef in den winkel, tot zij waren vertrokken, was een zekere Mevrouw +Ellison, en dat is de naam, zooals ik later vernam, van Juffrouw +Grey's voogd." + +"Dat is waar. Maar hebt u ook gehoord, dat Juffrouw Grey vijftigduizend +pond bezit? Zoo ergens, dan kunnen we dáárin de verklaring vinden." + +"Dat kan wel zijn; maar Willoughby is in staat... ten minste ik +denk..." hij zweeg een oogenblik, en voegde er toen bij met een +stem, die van zich zelve niet zeker scheen: "En uw zuster... hoe +vatte zij..." + +"Zij heeft het zich ontzaglijk aangetrokken. Ik kan alleen maar hopen, +dat haar hevige smart naar verhouding kort zal duren. Het wàs, en +het _is_ een zware beproeving. Tot gisteren nog, geloof ik, heeft zij +nooit aan zijn genegenheid getwijfeld, en zelfs nù, misschien... maar +ik voor mij ben bijna overtuigd, dat hij haar nooit werkelijk heeft +liefgehad. Hij is zeer onoprecht geweest! en in sommige opzichten +schijnt het, dat hij van nature hardvochtig is." + +"Ja waarlijk," zeide Kolonel Brandon; "dat is hij! Maar uw zuster +denkt--ik meen dat u zeide--zij ziet de zaak anders in dan u?" + +"U kent haar geaardheid, en u kunt wel begrijpen, hoe bereid zij is, +hem nog in 't gelijk te stellen, als zij dat kon." + +Hij gaf geen antwoord, en toen kort daarop het theeservies werd +weggenomen en de speeltafeltjes werden klaargezet, moesten zij het +onderwerp natuurlijk laten varen. Mevrouw Jennings, die met genoegen +naar hen had zitten kijken, terwijl zij aan het praten waren, en die +verwacht had, de uitwerking van Elinor's mededeeling, onmiddellijk +bij Kolonel Brandon te zullen waarnemen in een onstuimige blijdschap, +zooals die gepast zou hebben bij een man in den bloei der jeugd vol +hoop, en vol geluk, zag hem tot haar verbazing den geheelen avond +diep ernstig blijven, en nog meer nadenkend dan gewoonlijk. + + + + + + +HOOFDSTUK XXXI + + +Na een nacht, waarin zij meer had geslapen, dan zij verwachtte, werd +Marianne den volgenden morgen wakker met het zelfde bewustzijn van +bitter leed, waarmede zij de oogen had gesloten. + +Elinor spoorde haar zooveel mogelijk aan tot uiting van 't geen zij +gevoelde; en vóór het ontbijt reeds hadden zij alles weer lang en +breed besproken; met dezelfde stellige overtuiging en welgemeende +raadgevingen van Elinor's kant, en dezelfde heftige gevoelens en +wisselende meeningen van Marianne's zijde als te voren. Nu eens +beschouwde zij Willoughby als even ongelukkig en even schuldeloos als +zichzelve, en dan weer ontviel haar elke troost door de onmogelijkheid +hem van schuld vrij te pleiten. Het eene oogenblik was het haar +totaal onverschillig of de geheele wereld wist van haar verdriet; +in het andere wilde zij zich voor goed uit die wereld terugtrekken; +en een minuut later meende zij haar krachtig weerstand te kunnen +bieden. In één opzicht bleef zij, als het erop aankwam, zichzelve +gelijk, in het vermijden namelijk, als het eenigszins mogelijk was, +van Mevrouw Jennings' gezelschap, en in een volhardend stilzwijgen, +zoolang zij verplicht was dat te verdragen. Haar hart weigerde +eenvoudig verstokt, te gelooven, dat Mevrouw Jennings zich met iets +als medelijden kon indenken in haar verdriet. + +"Neen, neen, neen; dat kàn niet," riep zij uit; "zij kàn niet +voelen. Haar vriendelijkheid is niet sympathie; haar goedhartigheid +is niet teederheid. Al wat zij begeert is een onderwerp voor praatjes, +en ze houdt nu alleen maar van mij, omdat ik haar dat verschaf." + +Ook zonder deze uitingen was Elinor reeds genoegzaam overtuigd van +de onbillijkheid in haar oordeel over anderen, waartoe haar zuster +dikwijls werd verleid door de prikkelbare verfijning van haar eigen +geest, en het overdreven gewicht dat zij hechtte aan de kiesche +vooroordeelen van een sterk ontwikkeld gevoelsleven en de bekoring van +uiterlijke wellevendheid. Zooals het meerendeel der menschen, indien +althans het meerendeel zoowel goed als begaafd is, was Marianne, +met uitmuntende vermogens en een uitmuntenden gemoedsaard, noch +redelijk, noch volkomen eerlijk te noemen. Zij verwachtte dat anderen +de zelfde meeningen en gevoelens als zij zelve zouden koesteren, en +zij beoordeelde hunne beweegredenen naar de onmiddellijke uitwerking +hunner handelingen op haarzelve. Zoo viel er thans, terwijl de zusters +na het ontbijt samen op hun kamer waren, weer iets voor, dat Marianne +een nog geringeren dunk deed opvatten van Mevrouw Jennings' goede hart, +omdat het, door haar eigen zwakheid, toevallig een bron van nieuw +leed voor haarzelve bleek, hoewel Mevrouw Jennings in dezen slechts +werd bewogen door een opwelling van de hartelijkste welgezindheid. + +Met een brief in haar uitgestrekte hand, en vroolijk glimlachend, +in de overtuiging dat zij troost kwam brengen, trad zij hun kamer +binnen, met de woorden: "Nu, kindje, nu breng ik je toch iets, dat +je stellig goed zal doen." + +Marianne had reeds genoeg gehoord. In een oogwenk schilderde haar +verbeelding haar een brief van Willoughby, vol teederheid en berouw, +al het gebeurde verklarend, bevredigend, overtuigend; onmiddellijk +gevolgd door Willoughby zelf, die de kamer haastig kwam binnensnellen, +om aan hare voeten door zijn welsprekende blikken te bevestigen wat +zijn brief haar verzekerde. Dat werk van één oogenblik werd door +het volgende vernietigd. Het handschrift van haar moeder, tot nog toe +nimmer onwelkom, lag vóór haar, en in de scherpte dezer teleurstelling, +volgend op eene verrukking, die méér was dan hoop, had zij een gevoel, +alsof zij tot op dit oogenblik nog niet geleden had. + +De wreedheid van Mevrouw Jennings zou door geen woorden, waarover +zij beschikte in haar meest welsprekende oogenblikken, kunnen zijn +uitgedrukt, en thans kon zij haar enkel beschuldigen door de tranen, +die haar met hartstochtelijke heftigheid uit de oogen stroomden--een +beschuldiging, die echter het voorwerp ervan zóó volkomen ontging, +dat zij, na veel betuigingen van medelijden, heenging, nog steeds +verwijzend naar den brief, die ongetwijfeld troost zou schenken. Doch +de brief bracht weinig troost, toen zij voldoende bedaard was, om dien +te kunnen lezen. Iedere bladzijde was vol van Willoughby. Haar moeder, +nog steeds in de meening, dat zij verloofd was, en even vast als +altijd bouwend op zijn trouw, was door Elinor's vraag slechts bewogen, +Marianne te smeeken om grootere openhartigheid jegens hen beiden, +en zij deed dit met zooveel teederheid jegens haar, zoo oprechte +genegenheid voor Willoughby, en een zoo stellige verzekerdheid +van hun toekomstig geluk in en door elkander, dat Marianne onder +het lezen het uitsnikte van duldelooze pijn. Al haar ongeduldig +verlangen om weer thuis te zijn keerde thans terug; haar moeder was +haar dierbaarder dan ooit,--dierbaarder juist door dat overdreven, +schoon misplaatst vertrouwen in Willoughby, en zij drong onstuimig aan +op hun vertrek. Elinor, zelf niet in staat te beslissen, of het beter +voor Marianne zou zijn, te Londen te blijven of naar Barton te gaan, +kon geen anderen raad geven, dan geduld te oefenen tot zij wisten, +wat hun moeder wenschte, en ten slotte verkreeg zij haar zuster's +toestemming, te wachten, tot die wensch hun bekend zou zijn. + +Mevrouw Jennings liet hen vroeger dan gewoonlijk alleen; want zij had +geen rust eer de Middletons en de Palmers in haar verdriet zouden +kunnen deelen; zij weigerde beslist, toen Elinor aanbood haar te +vergezellen, en ging dien morgen alleen uit. Elinor ging met een +bezwaard gemoed, wetend dat haar mededeeling verdriet zou veroorzaken, +en uit Marianne's brief wel bespeurend, hoe weinig zij erin geslaagd +was, op dit verdriet eenigermate voor te bereiden, aan haar moeder +zitten schrijven, wat er gebeurd was, en haar vragen, wat hun verder +te doen stond; terwijl Marianne, die na Mevrouw Jennings' vertrek +in den salon was gekomen, bij de tafel ging zitten, waaraan Elinor +schreef, ziende naar het voortbewegen van haar pen, haar beklagend +om de moeilijkheid van zulk een taak, en nog inniger bedroefd om den +indruk, dien het schrijven moest wekken bij hare moeder. + +Zoo hadden zij ongeveer een kwartier samen gezeten, toen Marianne, +wier zenuwen geen onverwacht geluid konden verdragen, opschrikte door +een kloppen aan de voordeur. + +"Wie kan daar zijn?" riep Elinor, "Zoo vroeg al! Ik dacht, dat we _nu_ +toch veilig waren." + +Marianne ging naar het venster. + +"'t Is Kolonel Brandon!" zei ze geërgerd. "Voor hèm zijn we nooit +veilig." + +"Hij zal niet boven komen, nu Mevrouw Jennings uit is." + +"Dáár reken ik niet op," zei Marianne, naar haar eigen kamer +gaande. "Een man die met zijn eigen tijd geen raad weet, ziet er geen +bezwaar in, beslag te leggen op dien van een ander." + +Het bleek dat haar gissing juist was geweest, hoewel gegrond op een +onbillijke en onware voorstelling; want Kolonel Brandon kwàm binnen; +en Elinor die overtuigd was, dat bezorgdheid over Marianne hem hierheen +voerde, en die bezorgdheid zag in zijn onrustigen en treurigen blik, +en hoorde in zijn angstige, doch korte vraag naar haar, kon het haar +zuster niet vergeven, dat zij hem zoo gering schatte. + +"Ik ontmoette Mevrouw Jennings in Bond Street," zeide hij na de eerste +begroeting, "en zij spoorde mij aan, hierheen te gaan. Ik liet mij +te eerder daartoe aansporen, omdat ik het waarschijnlijk achtte, +dat ik u hier alleen zou vinden, wat ik ten zeerste verlangde. Mijn +bedoeling,--mijn wensch--mijn eenige wensch, naar ik hoop en geloof, +is deze,--mede te werken om troost te schenken,--neen, ik moet niet +zeggen troost,--althans geen onmiddellijke troost,--maar overtuiging, +een vaste overtuiging, en zekerheid voor uw zuster's gemoed. Mijn +genegenheid voor haar, voor uzelve, voor uwe moeder,--wilt u mij +toestaan deze te bewijzen, door u het een en ander mede te deelen, +dat door niets dan een zéér oprechte genegenheid,--niets dan een +innigen wensch om mij nuttig te maken... ik geloof, dat ik in mijn +recht ben;--doch is er niet eenige reden, te vreezen dat ik ongelijk +heb; daar ik vele uren heb moeten doorbrengen met pogingen om mijzelf +te rechtvaardigen?..." Hij zweeg. + +"Ik begrijp u wel," zeide Elinor, "U hebt mij iets te vertellen +omtrent den Heer Willoughby, dat een helderder licht zal werpen op +diens karakter. U zult daardoor Marianne den grootsten vriendendienst +bewijzen. _Mijne_ dankbaarheid wint u onmiddellijk door elke +mededeeling van dien aard; de hare zult u mettertijd daardoor +verwerven. Ik vraag u dringend, ik bid u, zeg mij wat het is." + +"Dat zal ik, en om kort te zijn, toen ik Barton in October +verliet... maar zóó zult u het niet begrijpen. Ik moet verder +teruggaan. U zult mij een zeer onhandig spreker vinden, juffrouw +Dashwood; ik weet haast niet, waar te beginnen. Ik geloof, dat het +noodig zal zijn, in 't kort een en ander van mijzelf te vertellen, +en dàt verslag zàl kort zijn. Dàt onderwerp," voegde hij erbij met +een zwaren zucht "lokt niet uit tot bijzondere uitvoerigheid." + +Hij wachtte een oogenblik, om zijn gedachten te verzamelen, en ging +toen, nogmaals zuchtend, voort: "Waarschijnlijk herinnert u zich in +het geheel niet meer een gesprek (het is moeilijk te veronderstellen, +dat het eenigen indruk op u zou maken)--een gesprek tusschen ons +op zekeren avond te Barton Park--het was bij gelegenheid van een +danspartij,--waarin ik zinspeelde op een dame, die ik vroeger had +gekend, en die in menig opzicht op uwe zuster Marianne geleek." + +"Welzeker," antwoordde Elinor, "ik herinner het mij zéér goed." Het +scheen hem genoegen te doen, dit te hooren, en hij ging voort. + +"Als ik mij niet laat misleiden door de onzekerheid, de partijdigheid +eener teedere herinnering, dan bestaat tusschen hen beiden een +sterke gelijkenis, zoowel innerlijk als uiterlijk,--dezelfde warmte +van hart, dezelfde vurigheid van verbeelding en geest. Deze dame +was eene mijner naaste bloedverwanten, reeds jong wees geworden, +en onder de voogdijschap van mijn vader geplaatst. Wij waren bijna +even oud, en van jongsaf speelgenooten en vrienden. Ik kan mij den +tijd niet herinneren, waarin ik Eliza niet liefhad; en toen wij +ouder werden, was mijn genegenheid voor haar zoo innig, dat u, die +mij beoordeelt naar mijn tegenwoordigen triesten en vreugdeloozen +ernst, mij wellicht niet tot zulk een sterk gevoel in staat zoudt +kunnen achten. Haar liefde voor mij was, geloof ik, vurig als die +van uwe zuster voor den Heer Willoughby, en niet minder ongelukkig, +al was het door eene andere oorzaak. Toen zij zeventien jaren was, +moest ik haar voor altijd verliezen. Zij trouwde--werd tegen haar zin +uitgehuwelijkt aan mijn broeder. Haar fortuin was aanzienlijk en ons +familiegoed stak diep in schulden. Dat is alles, vrees ik, wat gezegd +kan worden ter vergoelijking van het gedrag van hem, die haar oom +en voogd was. Mijn broeder verdiende haar niet; hij had haar zelfs +niet lief. Ik had gehoopt, dat haar genegenheid voor mij haar onder +alle moeilijkheden zou staande houden, en een tijdlang was dit ook +zoo;--doch op den duur kon haar standvastigheid geen weerstand bieden +aan de smart die zij moest verduren; want zij werd zeer hard behandeld, +en hoewel zij mij had beloofd, dat niets... maar hoe ongeregeld is +mijn verhaal! Ik heb u nog niet verteld, hoe het zoover kwam. Slechts +enkele uren voor wij te zamen wilden vluchten naar Schotland, werden +wij verraden door het bedrog of de domheid van de kamenier mijner +nicht. Ik werd verbannen naar het huis van een zeer veraf wonenden +bloedverwant en haar werd alle vrijheid, alle omgang, elk vermaak +ontzegd, tot mijn vader zijn zin had gekregen. Ik had te veel op haar +kracht vertrouwd, en de slag trof mij zwaar;--doch als haar huwelijk +gelukkig was geweest, dan had ik mij, zoo jong als ik toen was, er +na eenige maanden mede moeten verzoenen; of ik had het althans nu +niet behoeven te betreuren. Maar dat was niet het geval. Mijn broeder +had haar niet lief; hij jaagde ongeoorloofde genoegens na, en van den +beginne af heeft hij haar hard behandeld. Maar al te natuurlijk waren +de gevolgen van die behandeling, in hun uitwerking op een geest, zoo +jong, zoo levendig, zoo onervaren als die van Mevrouw Brandon. In het +begin droeg zij gelaten haar ellende, en het zou gelukkig zijn geweest, +zoo zij gestorven ware, eer zij de droefheid verwon, die de herinnering +aan mij in haar placht te wekken. Maar is het vreemd, dat zij ten val +werd gebracht, met een echtgenoot, die haar uitlokte tot ontrouw, en +zonder één vriend, die haar raden of weerhouden kon? (want mijn vader +stierf een paar maanden na hun huwelijk, en ik was met mijn regiment +in Indië). Was ik in Engeland gebleven, misschien... doch ik meende +beider geluk te bevorderen door haar voor lange jaren te verlaten, +en met dat doel had ik om overplaatsing verzocht. De schok, dien +ik ondervond bij het vernemen van haar huwelijk," ging hij voort, +met een stem, die zijn heftige ontroering verried, "was gering, +was niets,--vergeleken bij wat ik voelde, toen ik twee jaren later +hoorde, dat zij gescheiden was. Dàt was het, dat mij zoo somber deed +worden--zelfs nu is de herinnering aan wat ik geleden heb..." Hij kon +niet voortgaan, stond haastig op, diep aangedaan door zijn verhaal, +en nog meer door zijn smartelijke ontroering, kon niet spreken. Hij +zag, hoe bewogen zij was, vatte hare hand, drukte die en kuste ze +met dankbaren eerbied. Na nog een paar minuten, waarin hij zich in +stilte vermande, kon hij bedaarder voortgaan. + +"Drie jaren bijna waren verstreken na die droeve dagen, eer ik naar +Engeland terugkeerde. Mijn eerste gedachte, bij mijne aankomst, +was natuurlijk, haar te zoeken; maar de pogingen daartoe waren zoo +vruchteloos als diep bedroevend. Ik kon niet ontdekken, wat er van +haar was geworden, nadat zij door haar eersten verleider was verlaten, +en er bestond alle reden, te vreezen, dat zij steeds dieper gezonken en +tot een leven van zonde vervallen was. Het jaargeld, haar door de wet +toegezegd, was niet evenredig aan haar fortuin, noch voldoende voor +haar behoorlijk onderhoud, en ik vernam van mijn broeder, dat eenige +maanden geleden het recht om het in ontvangst te nemen aan een ander +was afgestaan. Hij vermoedde, en kon dat vermoeden kalm uitspreken, +dat haar verkwisting en hieruit voortvloeiende armoede haar hadden +genoodzaakt, het op te geven om voorloopig uit den dringendsten +nood te geraken. Eindelijk echter, toen ik reeds zes maanden in +Engeland was geweest, heb ik haar tòch gevonden. Uit gehechtheid +aan een vroegeren bediende, die in het ongeluk was geraakt, zocht +ik dezen man op in een schuldgevangenis, waar hij wegens schulden in +hechtenis werd gehouden, en hier in dat zelfde huis, en in dergelijke +omstandigheden, trof ik haar aan, mijn ongelukkige pleegzuster. Zoo +veranderd--zoo vervallen--zoo uitgeteerd door hevig lijden naar +lichaam en ziel! Ternauwernood kon ik gelooven, dat dit droeve, +door ziekte ondermijnde schepsel eens het beminnelijke, bloeiende, +gezonde meisje was geweest, waarmede ik gedweept had, Hoe ik leed, +toen ik haar zóó moest aanschouwen--maar ik heb het recht niet uw +gevoelens te kwetsen door te pogen dat te beschrijven--ik deed u +reeds te veel verdriet. Dat zij, het bleek maar al te duidelijk, +in het laatste stadium van de tering was, schonk mij,--ja in deze +omstandigheden moest het mij troost schenken. Haar bood het leven +niets meer, dan tijd zich beter voor te bereiden op den dood, en +deze werd haar geschonken. Ik zorgde dat zij goed werd gehuisvest, en +zorgvuldig verpleegd; ik bezocht haar iederen dag, zoolang haar korte +leven nog moest duren; ik was bij haar in haar laatste oogenblikken." + +Weer zweeg hij, om zijn aandoening meester te worden, en Elinor uitte +haar gevoel in een uitroep vol van het teederste medelijden met het +lot zijner beklagenswaardige vriendin. + +"Het zal uwe zuster, hoop ik, niet kunnen kwetsen," zeide hij, "dat +ik mij verbeeldde, een zekere gelijkenis te zien tusschen haar en +mijne arme, onteerde bloedverwante. Hun lot, hunne ervaringen kunnen +niet dezelfde zijn, en had de van nature beminnelijke geaardheid +der laatste steun ontvangen door een krachtiger wil of door een +gelukkiger huwelijk, dan zou zij alles hebben kunnen zijn, wat uwe +zuster in de toekomst belooft te worden.--Doch waartoe leidt dit +alles? Het schijnt alsof ik u voor niets heb bedroefd. Ach,--een +onderwerp als dit,--veertien jaren onaangeroerd gebleven--het is +gevaarlijk het zelfs maar ter sprake te brengen! Maar ik _wil_ +geregelder verhalen--beknopter zijn. Zij vertrouwde aan mijne zorg +haar eenig kindje, een meisje, de vrucht van hare eerste schuldige +verbintenis, dat toen omstreeks drie jaren oud was. Zij had het kind +lief, en het was altijd bij haar gebleven. Voor mij was deze opdracht +waardevol en kostbaar, en gaarne zou ik mij ervan hebben gekweten in +den meest volledigen zin, door zelf te waken over hare opvoeding, +indien de omstandigheden dit hadden veroorloofd; maar ik had geen +gezin, geen tehuis; en dus werd mijn kleine Eliza naar eene school +gebracht. Ik ging haar bezoeken, zoo dikwijls ik kon, en na den dood +van mijn broeder omstreeks vijf jaar geleden, waardoor ik eigenaar +werd van ons familiegoed, kwam zij dikwijls bij mij te Delaford. Het +heette, dat zij verre familie van mij was; maar ik weet zeer goed, dat +men in 't algemeen mij verdacht van een veel nadere verwantschap. Nu +drie jaar geleden (zij was toen veertien) nam ik haar van school, om +haar onder de hoede te plaatsen van eene zeer achtenswaardige dame +in Dorsetshire, die zich belast had met de opvoeding van nog vier +of vijf andere meisjes van denzelfden leeftijd, en gedurende twee +jaren had ik alle reden om tevreden te zijn met deze schikking. Doch +in Februari van het vorige jaar, nu bijna een jaar geleden, was zij +plotseling verdwenen. Ik had haar toegestaan (onvoorzichtig, zooals +later bleek) op haar dringend verlangen, naar Bath te gaan met eene +harer vriendinnen, die haar zieken vader daar moest verplegen. Ik +wist dat hij een goede man was, en had ook een gunstige meening +opgevat omtrent zijne dochter, beter dan zij verdiende; want in +haar koppige en onverstandige zucht tot geheimhouding, wilde zij +ons niets vertellen, en geen enkele inlichting verstrekken, ofschoon +zij stellig alles wist. Haar vader zelf, een goedhartige, maar ver +van scherpziende man, kon mij werkelijk niets mededeelen; want hij +was aan huis gebonden geweest, terwijl de meisjes alleen in de stad +zwierven, en kennis maakten met wie ze verkozen; en hij poogde mij te +overtuigen, even stellig als hij zelf daarvan doordrongen was, dat +zijne dochter niets van de zaak afwist. Om kort te gaan, ik vernam +niets dan dat zij weg was, al het overige bleef onzeker, acht volle +maanden lang. Wat ik dacht, wat ik vreesde, kunt u zich voorstellen, +en hoe ik leed, eveneens." + +"O!" riep Elinor, "is het mogelijk! Kon Willoughby..." + +"Het eerste bericht van haar, dat ik ontving," ging hij voort, +"bereikte mij in een brief van haarzelve in October l.l. Deze werd +mij uit Delaford opgezonden, en ik ontving dien juist op den morgen +van ons voorgenomen tochtje naar Whitwell. Dat was de reden van +mijn plotseling vertrek uit Barton, dat toen iedereen, zooals ik +wel begreep, zeer vreemd voorkwam, en dat sommigen mij, geloof ik, +kwalijk hebben genomen. Weinig vermoedde de Heer Willoughby, denk +ik, toen zijn blikken mij mijne onbeleefdheid verweten, omdat ik +het voorgenomen uitstapje bedierf, dat mijne hulp werd ingeroepen +door iemand, die hij tot armoede en ellende had doen vervallen; +maar wat zou het hebben gebaat, _indien_ hij het wist? Zou hij zich +minder vroolijk of gelukkig hebben gevoeld door den glimlach van uw +zuster? Neen; want hij had reeds gedaan, wat geen man zou _kunnen_ +doen, die voor anderen kan gevoelen. Hij had het jonge, ónschuldige +meisje, dat hij had verleid, achtergelaten in een wanhopigen toestand, +zonder behoorlijk tehuis, zonder hulp, zonder vrienden, zonder haar +zijn adres op te geven! Hij verliet haar met de belofte te zullen +terugkeeren; hij kwam niet terug, schreef niet, verleende geen hulp." + +"Dat is beneden alles!" riep Elinor uit. + +"Thans kent u zijn waren aard;--verkwistend, losbandig, en erger +dan dat. Denk eens wat ik, dit alles wetend, zooals ik het reeds +wekenlang geweten heb, moest gevoelen, toen ik zag, dat uwe zuster hem +nog steeds liefhad, en toen ik hoorde, dat zij met hem ging trouwen; +wat ik gevoelde om u aller wil. Toen ik de vorige week kwam en u alleen +vond, was ik vastbesloten, de waarheid te vernemen, ofschoon nog niet +zeker, wàt te doen, wanneer ik die vernomen hàd. Mijn gedrag moet u +toen vreemd zijn voorgekomen; doch nu zult u het begrijpen. U allen +zoo misleid te weten; uw zuster te zien... maar wat kon ik doen? Ik +had geen hoop, dat mijn tusschenkomst iets zou baten, en soms dacht ik, +dat uw zuster's invloed hem nog ten goede zou kunnen bewegen. Doch wie +zal zeggen, na deze schandelijke behandeling, wat hij wellicht met haar +heeft voorgehad? Wat ook zijn bedoelingen mogen geweest zijn, zij kan +nu, en zàl ongetwijfeld later, haar eigen toestand met dankbaarheid +beschouwen, wanneer zij dien vergelijkt met het lijden mijner arme +Eliza; wanneer zij denkt aan de treurige, hopelooze omstandigheden, +waarin dit arme meisje verkeert, en zich haar voorstelt, hem even +innig, ook thans nog, liefhebbend als zij zelve en daarbij gekweld +door een zelfverwijt dat van levenslangen duur zal zijn. Stellig +zal die vergelijking haar ten goede komen. Zij zal gevoelen dat haar +eigen leed als niets is. Het vond zijn oorsprong in geen wangedrag, +en kan geen blaam op haar werpen. Integendeel, ieder die te voren +haar vriend was, wordt het thans des te meer. Medelijden met haar +verdriet, en eerbied voor de kracht, waarmede zij het draagt, moeten +elke genegenheid versterken. Ik laat echter aan uw eigen oordeel over, +wat u haar wilt mededeelen van 't geen ik u verteld heb. U weet het +best wat de uitwerking ervan zal zijn; doch als ik niet oprecht en +uit den grond van mijn hart had geloofd, dat het haar ten goede zou +kunnen komen, haar droefheid zou kunnen doen verminderen, dan zou ik +mijzelf niet hebben veroorloofd, u lastig te vallen met dit relaas +van mijn treurige familie-omstandigheden; met een verhaal, dat den +schijn zou kunnen wekken, alsof ik mijzelf ten koste van anderen had +willen verheffen." + +Elinor betuigde hem met ernstigen nadruk dank voor deze woorden, en +verzekerde hem, dat zij voor Marianne van zijne mededeeling werkelijk +veel goeds verwachtte. "Haar pogingen om hem vrij te spreken," zeide +zij, "deden mij het allermeest verdriet; want zij doen haar meer kwaad +dan de stelligste overtuiging van zijn onwaardigheid. Nu geloof ik, +dat zij, hoewel ze in het begin erdoor zal lijden, spoedig veel meer +getroost zal zijn.--Hebt u", ging zij na een kort stilzwijgen voort, +"den Heer Willoughby nog weer ontmoet sedert uw vertrek uit Barton?" + +"Ja," antwoordde hij ernstig, "eenmaal. Eene ontmoeting was +onvermijdelijk." + +Elinor, verschrikt door zijn toon, zag hem angstig aan, en zeide: +"Wat? hebt u met hem..." + +"Er was geen andere uitweg. Eliza had mij, hoewel zeer ongaarne, den +naam van haar minnaar bekend; en toen hij naar de stad terugkeerde, +veertien dagen later dan ik, hebben wij geduelleerd; hij om zich te +verdedigen, ik om zijn gedrag te straffen. Wij werden geen van beiden +gewond, en dus is de zaak niet ruchtbaar geworden." + +Elinor zuchtte over de gewaande noodzakelijkheid van zulk een +handelwijze; doch zij waagde niet tegenover een man en een militair, +hare afkeuring ervan te uiten. + +"Zoo droevig" zeide Kolonel Brandon, na een poos van zwijgen, "was +de gelijkenis tusschen het lot van moeder en dochter! en zóó ben ik +tekort geschoten in de mij toevertrouwde taak!" + +"Is zij nog in de stad?" + +"Neen, zoodra zij hersteld was na haar bevalling, die aanstaande was +toen ik haar vond, heb ik haar met het kind naar buiten gezonden, +en daar zal zij blijven." Toen hij zich spoedig daarna herinnerde, +dat hij Elinor misschien belette zich bij haar zuster te voegen, +nam hij afscheid, en na nogmaals haar erkentelijke dankbetuiging te +hebben ontvangen, verliet hij haar, vervuld van medelijden en achting +voor hem. + + + + + + +HOOFDSTUK XXXII + + +Toen de bijzonderheden van dit gesprek door Elinor aan hare zuster +werden medegedeeld, zooals spoedig gebeurde, was hunne uitwerking niet +volkomen zooals de eerste zich die had voorgesteld. Niet dat Marianne +in eenig opzicht aan de waarheid van het verhaalde scheen te twijfelen; +want Zij hoorde alles aan met stille en onderworpen aandacht, uitte +geen tegenwerping, noch eenige opmerking zelfs; trachtte Willoughby +niet te rechtvaardigen, en scheen door haar tranen te toonen, hoezeer +zij gevoelde, dat dit onmogelijk was. Maar hoewel dit gedrag Elinor +de zekerheid schonk, dat de overtuiging omtrent zijn schuld thans +werkelijk tot haar was doorgedrongen, hoewel zij met voldoening de +uitwerking ervan waarnam, door te zien, hoe Marianne niet langer +Kolonel Brandon vermeed bij zijn bezoeken, hoe zij tot hem sprak, +zelfs uit eigen beweging, met een soort van medelijdenden eerbied, +en hoewel zij zag dat Marianne's zenuwgestel minder heftig geprikkeld +scheen, zij vond hare treurigheid niet verminderd. Haar geest wàs thans +tot rust gekomen; doch het was de rust der diepste verslagenheid. Het +verlies, van alle vertrouwen in Willoughby's zedelijk karakter trof +haar nog zwaarder dan het verlies van zijn liefde had kunnen doen; +het feit dat hij een jong meisje had verleid en verlaten, de ellende +van dat arme kind, en de twijfel, welke plannen hij wellicht omtrent +haarzelve had gekoesterd, dit alles had zulk een neerdrukkenden +invloed op haar geest, dat zij niet van zich kon verkrijgen, zelfs +tegen Elinor te spreken over 't geen zij gevoelde, en dat stille +verzinken in haar verdriet bedroefde haar zuster meer dan de meest +openhartige en herhaalde uiting ervan had kunnen doen. + +De weergave der gevoelens en uitingen van Mevrouw Dashwood, bij +het ontvangen en beantwoorden van Elinor's brief, zou slechts eene +herhaling zijn van 't geen haar dochters reeds gevoeld en gezegd +hadden; teleurstelling, bijna niet minder smartelijk dan die van +Marianne; verontwaardiging, nog grooter dan die van Elinor. In +haar lange en snel op elkaar volgende brieven kwam al wat zij +leed en dacht tot uiting; zij waren vol angstige bezorgdheid over +Marianne, en smeekten haar, geestkracht te toonen onder dezen zwaren +slag. Inderdaad, wèl zwaar moest de ramp zijn, die Marianne had +getroffen, waar haar moeder spreken kon van geestkracht. Wel zéér +pijnlijk en vernederend moest de oorzaak zijn eener droefgeestigheid, +waaraan _zij_ niet kon wenschen, haar te zien toegeven!... + +In tegenspraak met haar persoonlijken wensch, achtte Mevrouw Dashwood +het beter voor Marianne, thans overal elders liever te zijn, dan juist +te Barton, waar al wat zij zag, het verleden op de levendigste en +pijnlijkste wijze moest terugroepen, door haar aanhoudend Willoughby +voor den geest te brengen, zooals zij hem daar steeds had gezien. Zij +raadde hare dochters dus aan, het bezoek bij Mevrouw Jennings +vooral niet te bekorten, dat, ofschoon geen bepaalde afspraak was +gemaakt, toch naar aller meening minstens vijf of zes weken had +zullen duren. Afwisseling, zoo in bezigheid als in vooruitzichten +en gezelschap, waaraan het haar te Barton zou ontbreken, was hier +onvermijdelijk, en zou, naar zij hoopte, Marianne soms toch nog +kunnen bewegen tot eenige belangstelling in dingen buiten haarzelve, +en zelfs tot deelname in eenig vermaak, hoezeer die beide mogelijkheden +thans nog door haar mochten verworpen worden. Voor het gevaar, dat zij +Willoughby weer zou kunnen zien, achtte haar moeder haar in de stad +althans even veilig als buiten; daar allen, die zich haar vrienden +noemden, thans niet meer met hem wilden omgaan. Met voorbedachten rade +zouden zij elkander nooit ontmoeten; door onvoorzichtigheid zouden +zij geen kans loopen, te worden blootgesteld aan een verrassing; +en het toeval kon in het gewoel van Londen hun minder licht parten +spelen dan zelfs in het afgelegen Barton, waar het hem plotseling +voor haar oogen kon doen staan, wanneer hij het bezoek bracht te +Allenham bij gelegenheid van zijn huwelijk, dat Mevrouw Dashwood, +door het aanvankelijk als iets waarschijnlijks te beschouwen, thans +was begonnen te verwachten als een stellige zekerheid. + +Zij had nog eene andere reden voor den wensch, dat hare kinderen +zouden blijven, waar zij waren; uit een brief van haar stiefzoon had +zij vernomen, dat hij en zijn vrouw vóór half Februari in de stad +zouden zijn; en zij vond het goed, dat zij nu en dan met hun broeder +in aanraking zouden komen. + +Marianne had beloofd, zich door haar moeder's oordeel te laten leiden, +en zij schikte zich dus ernaar zonder tegenstreven, hoewel het geheel +verschillend bleek van wat zij wenschte en verwachtte; hoewel zij +het beschouwde als ten eenenmale onjuist, en gegrond op een verkeerde +zienswijze, terwijl het door een langer verblijf te Londen van haar +te eischen, haar beroofde van de eenig mogelijke verzachting van haar +ellende, het innig meegevoel harer moeder, en haar de straf oplegde +van een gezelschap en eene omgeving, waarin zij nooit een oogenblik +rust zou kunnen genieten. Doch het was voor haar een groote troost, +dat wat háár kwaad berokkende, tengoede zou komen aan hare zuster; +en Elinor, van haar kant, vermoedende, dat het niet in haar macht zou +staan, Edward geheel te vermijden, troostte zich door te bedenken, +dat hun langer verblijf, hoewel niet bevorderlijk voor haar eigen +geluk, voor Marianne beter zou zijn dan onmiddellijk naar Devonshire +terug te keeren. + +Haar zorg om haar zuster te vrijwaren voor het hooren noemen van +Willoughby's naam, was niet vergeefsch geweest. Zonder het zelve te +weten, plukte Marianne de vruchten ervan, want noch Mevrouw Jennings, +noch Sir John, noch zelfs Mevrouw Palmer, spraken ooit over hem in haar +bijzijn. Elinor wenschte wel dat zij de zelfde omzichtigheid tegenover +haar hadden willen in acht nemen; maar dàt was onmogelijk, en zij moest +dag aan dag luisteren naar de uitingen van hun aller verontwaardiging. + +Sir John kon niet begrijpen, hoe zoo iets mogelijk was geweest. "Een +man, van wien hij alle reden had gehad niets dan goeds te +verwachten! De beste kerel van de wereld! In heel Engeland geloofde +hij niet dat zulk een goed ruiter te vinden was! 't Was onverklaarbaar, +die geschiedenis. Hij mocht voor zijn part naar den duivel loopen. Hij +zou van zijn leven geen woord meer met hem wisselen, wáár hij hem ook +ontmoette! Neen, al was 't op de grens van zijn eigen jachtgebied en +al zouden ze er twee uur naast elkaar moeten staan wachten. Zulk een +schurk van een kerel, zulk een bedriegelijke schavuit! Den laatsten +keer dat hij hem sprak, had hij hem nog een van Folly's jongen +aangeboden, en nu kwam het hierop neer!" + +Mevrouw Palmer was al even boos, op haar manier. Zij wilde hem van nu +af aan _niet_ meer kennen, en ze was wàt blij, dat ze nooit kennis met +hem had gemaakt. Ze wenschte van harte dat Combe Magna niet zoo dicht +bij Cleveland was gelegen; maar 't was toch zoo erg niet, omdat het +veel te veraf was, om er een bezoek te brengen; ze had zoo'n hekel +aan hem, dat ze vast van plan was, nooit weer zijn naam te noemen, +en ze zou aan ieder, die ze zag vertellen, hoe weinig hij deugde. + +Verder toonde Mevrouw Palmer haar meegevoel, door alle bijzonderheden +uit te visschen, die ze kon te weten komen omtrent het aanstaande +huwelijk, en die aan Elinor mee te deelen. Al spoedig wist ze bij +welken rijtuigmaker het nieuwe rijtuig was besteld; door welken +schilder het portret van den Heer Willoughby werd vervaardigd, en +in welken winkel Juffrouw Grey's trousseau was uitgestald. Lady +Middleton's kalme en beleefde onverschilligheid was voor Elinor +een ware verlichting, gedrukt als zij soms was door de luidruchtige +vriendelijkheid der anderen. Het was haar een groote troost, te weten +dat althans ééne persoon in hun vriendenkring géén belang in hen +stelde; een troost, zeker te zijn, dat die eene haar zou ontmoeten +zonder de geringste nieuwsgierigheid te toonen naar bijzonderheden, +of eenige bezorgdheid aan den dag te leggen omtrent haar zuster's +gezondheidstoestand. + +Elke eigenschap wordt somtijds, door de omstandigheden van het +oogenblik verheven, tot meer dan haar werkelijke waarde; en soms +werd zij zóó geplaagd door die opdringende meewarigheid, dat zij +ertoe kwam, goede manieren als meer onontbeerlijk te gaan beschouwen +voor haar gemoedsrust, dan goedhartigheid. Lady Middleton gaf haar +bevindingen omtrent de zaak omstreeks eenmaal per dag, (of als het +onderwerp herhaaldelijk ter sprake kwam, tweemalen) te kennen, door te +zeggen: "'t Is bepaald ongehoord!"--en met behulp dezer aanhoudend, +doch gemakkelijk werkende veiligheidsklep kon zij niet slechts +van den beginne de dames Dashwood ontmoeten zonder de geringste +aandoening; doch al spoedig ook hen ontvangen zonder zich van de +geheele geschiedenis een woord te herinneren; en na op deze wijze de +waardigheid harer eigen sekse te hebben opgehouden, en haar besliste +afkeuring te hebben geuit van de fouten der andere, vond zij, dat het +haar thans vrijstond, eens te denken aan de samenstelling harer eigen +avondpartijen, en besloot dus (hoewel tegen den zin van Sir John) +om, zoodra Mevrouw Willoughby getrouwd was, een kaartje bij haar +af te geven, daar zij door haar huwelijk zoowel tot de deftige als +vermogende kringen behooren zou. + +Kolonel Brandon's kiesche en onopvallende deelneming was Elinor nooit +onwelkom. Hij had zich ten volle het voorrecht waardig gemaakt, +haar zuster's teleurstelling vertrouwelijk met haar te bespreken, +door den vriendschappelijken ijver, waarmede hij had gepoogd, +deze te verzachten, en zij spraken thans altijd met elkaar zonder +terughouding. Het meest werd hij beloond voor de moeite, die het +hem moest hebben gekost, het oude verdriet en de nieuwe vernedering +te openbaren, door den medelijdenden blik, dien Marianne somtijds op +hem liet rusten, en de zachtheid van haar stem, wanneer zij (wat niet +dikwijls gebeurde) verplicht was, of zichzelve ertoe kon brengen, het +woord tot hem te richten. _Die_ teekenen schonken hem de zekerheid, +dat zijne bemoeiingen een gunstigen invloed hadden uitgeoefend op +hare gezindheid te zijnen opzichte; en _zij_ gaven Elinor hoop, dat +deze gunstige gezindheid mettertijd nog zou toenemen; maar Mevrouw +Jennings, die van dit alles niets afwist,--die alleen maar zag, +dat de Kolonel nog steeds even ernstig bleef, en wel wist, dat zij +hem nooit zou kunnen overhalen zelf het aanzoek te doen, en evenmin, +om die taak aan háár op te dragen,--begon na een paar dagen te denken, +dat het huwelijk toch allicht eerder in 't najaar dan in den voorzomer +zou plaats hebben, en geloofde aan 't eind van de week, dat er in +'t geheel niets van kwam. De goede verstandhouding tusschen den +Kolonel en Elinor scheen veeleer te doen vermoeden, dat ten slotte +de begeerlijke moerbeienboom, de waterpartij en het taxis-prieel háár +zouden ten deel vallen; en aan den Heer Ferrars had Mevrouw Jennings +in den laatsten tijd in 't geheel niet meer gedacht. + +In 't begin van Februari, nog geen veertien dagen na de ontvangst +van Willoughby's brief, werd Elinor de pijnlijke taak opgelegd, +haar zuster mede te deelen, dat hij gehuwd was. Zij had gezorgd, +bericht te ontvangen, zoodra de plechtigheid was voltrokken, daar +zij niet wilde, dat Marianne de tijding het eerst zou vernemen uit de +courant, die zij elken morgen met blijkbare spanning inzag. Marianne +ontving het bericht met vastberaden kalmte, maakte geene opmerking, +en schreide zelfs niet in het begin; doch na eenigen tijd kon zij +hare tranen niet meer bedwingen, en zij was verder dien dag in een +weinig minder beklagenswaardigen toestand, dan toen zij voor het +eerst vernam, dat wat thans gebeurd was, te wachten stond. + +De Willoughby's vertrokken dadelijk na hun huwelijk; en Elinor hoopte, +nu er geen gevaar meer bestond, dat zij een van beiden zou zien, +haar zuster, die na den eersten slag nog steeds was thuis gebleven, +over te halen, om langzamerhand weer meer uit te gaan, zooals +vroeger. Omstreeks dezen tijd kwamen de dames Steele, die reeds +een poosje waren gelogeerd bij hun neef in Bartlett's Buildings, +Holborn, zich weer vertoonen bij hun deftiger verwanten in Conduit +en Berkeley Street; en zij werden door allen bijzonder hartelijk +ontvangen. Elinor alleen was niet blijde hen te zien. Hun aanwezigheid +was haar altoos onaangenaam, en zij wist bijna niet, hoe zich met de +noodige beleefdheid te gedragen, bij Lucy's overstelpende verrukking, +omdat zij haar _nog_ in de stad aantrof. + +"'t Zou mij héél erg hebben teleurgesteld, als ik u niet _nog_ hier +had ontmoet," zei ze herhaalde malen met sterken nadruk op het woordje +"nog". Maar ik had het altijd wel gedacht. Ik wist haast wel zeker, +dat u nog zoo gauw niet uit Londen zoudt heengaan; hoewel u mij te +Barton vertelde, weet u nog wel? dat u niet langer zoudt blijven dan +een maand. Ik dacht toen al, dat u wel van plan zoudt veranderen, +als 't er op aankwam. Het zou ook zoo jammer zijn geweest, weg te +gaan eer uw broer en zuster kwamen. En nù zult u _stellig_ wel geen +haast maken. Het doet mij verbazend veel pleizier dat u uw woord niet +gehouden hebt." + +Elinor begreep haar volkomen, en had al haar zelfbeheersching noodig, +om te doen alsof dit niet het geval was. + +"Wel, meisjes," zei Mevrouw Jennings, "en hoe hebben jelui de reis +gemaakt?" + +"Niet met den omnibus, hoor," zei Juffrouw Anne haastig en verheugd; +"we hadden een postkoets, en een galanten cavalier op den koop +toe. Dr. Davies moest naar de stad, en dus vonden we 't wel geschikt om +met hem partij te maken, en samen met de postkoets te reizen; hij was +héél royaal, en betaalde wel tien of twaalf shillings meer dan wij." + +"O, o!" riep Mevrouw Jennings, "zoo mag ik het hooren! en ik wed, +dat de dokter ongetrouwd is." + +"Kijk nu weer," zei Juffrouw Steele, gemaakt lachend, "iedereen +plaagt mij zoo met dien dokter, en ik begrijp niet waarom. Mijn +nichtjes zeggen, dat ik bepaald een verovering heb gemaakt; maar _ik_ +denk in 't geheel niet aan hem. "Anne, daar komt je vriend aan," +zei mijn nichtje laatst, toen ze hem de straat zag oversteken naar +ons huis. "Vriend! 't is wat moois!" zei ik; "ik weet niet eens wat +je bedoelt. De dokter _is_ geen vriend van mij." + +"Jawel, jawel, dat is alles nu heel aardig; maar praatjes vullen geen +gaatjes;--ik zie 't al; de dokter is de man." + +"Neen, werkelijk!" antwoordde haar nicht met gemaakten ernst, "ik hoop +toch, dat u het zult tegenspreken, als u er ooit over hoort praten." + +Mevrouw Jennings gaf haar aanstonds de geruststellende verzekering, +dat zij dit zeer stellig _niet_ van plan was, en Juffrouw Steele's +geluk was nu volmaakt. + +"U gaat zeker bij uw broer en zuster logeeren, Juffrouw Dashwood, +als ze in de stad komen," zei Lucy, die na een poos haar vijandige +toespelingen te hebben gestaakt, zich op nieuw gereedmaakte tot +den aanval. + +"Neen, dat denk ik niet." + +"O wel ja, natuurlijk doet u dat." + +Elinor wilde haar door verder tegenspreken niet haar zin geven. + +"'t Is toch maar prettig, dat Mevrouw Dashwood u allebei zóó lang +kan missen!" + +"Zóó lang?" kwam Mevrouw Jennings tusschenbeiden. "En ze zijn pas +hier!" + +Lucy was tot zwijgen gebracht. + +"'t Spijt mij, dat we uw zuster niet zien, Juffrouw Dashwood", zei +Anne. "Jammer, dat ze niet wel is"; want Marianne was bij hun komst +naar haar kamer gegaan. + +"Dank u; 't zal mijn zuster ook spijten, dat ze niet 't genoegen heeft +gehad u te zien; maar zij heeft in den laatsten tijd veel last van +zenuwhoofdpijn, die haar ongeschikt maakt om bezoek te ontvangen of +met iemand te spreken." + +"Och, dat treft wèl ongelukkig!--maar zulke oude vriendinnen als Lucy +en ik!--_ons_ kon ze toch wel ontvangen, dunkt mij, en we zullen geen +woord zeggen." + +Elinor, steeds uiterst beleefd, ging op dit voorstel niet in. Haar +zuster zou misschien te bed liggen, of half ontkleed zijn, en daarom +niet kunnen beneden komen. + +"O, dàt doet er niets toe," riep Juffrouw Steele; "we kunnen evengoed +háár gaan opzoeken." + +Elinor begon deze brutaliteit toch wat erg te vinden, zelfs voor háár +verdraagzaamheid; maar de moeite er paal en perk aan te stellen werd +haar bespaard door Lucy's scherpe terechtwijzing, die ook in dit geval, +zooals meermalen, hoewel niet bevorderlijk voor de lieftalligheid der +eene zuster, toch den goeden dienst bewees, de lompheid der andere +eenigszins binnen de perken te houden. + + + + + + +HOOFDSTUK XXXIII + + +Na eenig tegenstribbelen gaf Marianne gehoor aan haar zuster's +dringend verzoek, en stemde op zekeren morgen erin toe, een half +uurtje met haar en Mevrouw Jennings uit te gaan. Zij stelde echter +de voorwaarde, dat zij geen bezoeken zou behoeven te maken, en wilde +alleen meegaan naar den winkel van Gray in Sackville Street, waar +Elinor het een en ander had te bespreken in verband met den ruil van +enkele ouderwetsche kostbaarheden van hare moeder. Toen zij voor de +deur van den juwelier stilhielden, herinnerde Mevrouw Jennings zich, +dat aan het andere einde van de straat eene dame woonde, die zij +volstrekt moest bezoeken, en daar zij bij Gray niets te doen had, +werd afgesproken dat zij haar visite zou maken, terwijl hare logées +hun zaken afdeden, om hen later weer af te halen. + +Toen de dames Dashwood boven kwamen, bemerkten zij, dat reeds +verscheiden personen hen waren vóór geweest, en geen der bedienden +hun op het oogenblik kon te woord staan; zij waren dus wel genoodzaakt +te wachten. Al wat zij konden doen, was, aan den hoek te gaan zitten +van de toonbank, waar zij het eerst kans hadden, aan de beurt te +zullen komen; hier stond slechts één heer, en waarschijnlijk hoopte +Elinor, dat hij uit beleefdheid een weinig haast zou maken. Maar de +nauwlettendheid van zijn scherpen blik, en de keurigheid van zijn +smaak schenen het van zijn beleefdheid te winnen. Hij bestelde een +tandenstoker-étui, voor eigen gebruik, en eer hij tot een beslissing +was gekomen omtrent de grootte, het model en de versiering van het +voorwerp,--die tenslotte, nadat hij alle tandenstoker-étuis in den +winkel had bekeken en bepraat, bleven overgelaten aan zijn eigen +vindingrijke fantasie,--had hij geen gelegenheid, zich tegenover +de dames op andere wijze verdienstelijk te maken, dan door hen +drie of viermaal zéér onbescheiden op te nemen; eene attentie, die +Elinor voorgoed de herinnering deed behouden aan een persoon en een +gezicht, uitmuntend door de meest treffende, aangeboren en kernachtige +onbeduidendheid; hoewel het jongemensch naar de allerlaatste mode +was uitgedost. + +Marianne bleven de onaangename gevoelens van minachting en ergernis +bespaard, gewekt door dat brutale opnemen van hun gezichten, en door +het ingebeelde air, waarmee hij de verschillende onvolmaaktheden +der verschillende tandenstoker-étuis critiseerde, die hem werden +voorgelegd; daar zij van dit alles niets bespeurde; zij kon evengoed +zich in haar gedachten verdiepen en onbewust blijven van 't geen +rondom haar voorviel, in den juwelierswinkel als in haar eigen +slaapkamer thuis. Eindelijk kwam de zaak in orde. Het ivoor, het +goud en de parelen kregen elk de hun aangewezen bestemming, en nadat +de jonge man den laatsten dag had genoemd, dien hij dacht te kunnen +doorleven zonder zijn étui, en op zijn gemak zijn handschoenen had +aangetrokken, wierp hij den dames Dashwood nogmaals een blik toe, die +eer bewondering scheen te eischen dan uit te drukken, en stapte heen, +in al de glorie van echte inbeelding en voorgewende onverschilligheid. + +Elinor zorgde ervoor, thans onmiddellijk te worden geholpen, en zij +was bijna klaar, toen een andere heer naast haar kwam staan. Zij keek +hem even aan, en zag tot haar verwondering, dat het haar broeder was. + +Hun hartelijkheid en de blijdschap over deze ontmoeting waren juist +voldoende om hier in den winkel een zeer goeden indruk teweeg te +brengen. John Dashwood vond het heel aardig, zijn zusters eens weer +te zien; hun beiden deed het werkelijk genoegen, en naar hun moeder +vroeg hij met eerbiedige belangstelling. + +Elinor hoorde, dat hij en Fanny al twee dagen in de stad waren. "Ik +zou je graag gisteren zijn komen opzoeken," zei hij, "maar dat ging +nu eenmaal niet, omdat Harry volstrekt den dierentuin moest zien, +en verder brachten we den dag door bij Mevrouw Ferrars. Harry vond +het prachtig. Van morgen was ik wéér stellig van plan je een bezoek +te brengen, als ik een half uurtje vrij had, maar er is altijd zóóveel +te doen, als men pas in de stad komt! Ik moet hier een zegel bestellen +voor Fanny. Maar morgen denk ik bepaald naar Berkeley Street te gaan, +en meteen kennis te maken met je vriendin Mevrouw Jennings. Ik hoor +dat zij zeer vermogend is. En aan de Middletons moet je mij ook +voorstellen. Daar zij familie zijn van mijn stiefmoeder, zal 't mij +genoegen doen hen te leeren kennen. Ik hoor, dat ze daarbuiten goede +buren voor je zijn." + +"O ja, uitmuntend. Hun welwillendheid in ieder opzicht, hun hartelijke +vriendschappelijkheid zijn met geen woorden uit te drukken." + +"Het doet mij oprecht genoegen dat te hooren; daar ben ik bepaald +blij om. Maar zoo behoort het ook; het zijn menschen van fortuin; +ze zijn familie van je; en men kon met recht verwachten, dat +ze door beleefdheid en voorkomendheid je leven zouden pogen te +veraangenamen. En je hebt het dus zeer naar je zin in je huisje, +en verder niets te wenschen. Edward had er ons niets dan goeds van +te vertellen; hij zei, het was in zijn soort volmaakt en jelui hadt +er allen evenveel pleizier in. 't Was ons een groote voldoening, +dat te hooren, zooals je wel begrijpen zult." + +Elinor schaamde zich een beetje over haar broeder, en het speet haar +niet, dat zij een antwoord kon achterwege laten; daar Mevrouw Jennings' +knecht kwam zeggen, dat het rijtuig wachtte. + +De Heer Dashwood ging met hen mee naar beneden, werd bij het portier +van het rijtuig aan Mevrouw Jennings voorgesteld, en nam afscheid, +na nogmaals de hoop te hebben uitgedrukt, dat hij hen den volgenden +dag zou kunnen bezoeken. + +Het bezoek had dan ook werkelijk plaats. Hij bracht een zoogenaamde +verontschuldiging over van hun schoonzuster, dat zij niet meekwam; +"maar zij werd zoo in beslag genomen door haar moeder, dat ze +werkelijk geen tijd had om ergens heen te gaan." Mevrouw Jennings +verzekerde hem echter dadelijk, dat zij het daarmee zoo nauw niet nam; +ze waren toch allen familie van elkaar in zekeren zin, en zij zou +in elk geval spoedig Mevrouw John Dashwood bezoeken en haar zusters +meebrengen. Tegen Elinor en Marianne was hij, ofschoon niet uitbundig, +toch zeer vriendelijk; Mevrouw Jennings behandelde hij uiterst beleefd, +en toen Kolonel Brandon kort na hem verscheen, keek hij hem aan +met een nieuwsgierige belangstelling, die zijn bereidwilligheid liet +doorschemeren, ook tegen hèm beleefd te zijn, als hij maar eerst wist, +dat hij rijk was. Toen hij er een half uurtje had gezeten, vroeg hij +of Elinor met hem naar Conduit Street wilde wandelen, om hem aan Sir +John en Lady Middleton voor te stellen. Het was bijzonder mooi weer, +en zij stemde hier gaarne in toe. Zoodra ze buitenshuis waren, begon +hij te vragen. + +"Wie is Kolonel Brandon? Is hij rijk?" + +"Ja; hij heeft een mooie bezitting in Dorsetshire." + +"Daar ben ik blij om. Hij maakt een zeer gunstigen indruk en ik +geloof, Elinor, dat ik je mag gelukwenschen met het vooruitzicht op +een goede positie." + +"Mij gelukwenschen?--wat bedoel je, John?" + +"Hij houdt van je. Ik heb scherp opgelet, en ik ben er zeker +van. Hoeveel inkomen heeft hij?" + +"Ik geloof omstreeks tweeduizend pond in het jaar." + +"Tweeduizend pond in het jaar,"... en met een soort van stuipachtige +poging tot edelmoedige geestdrift voegde hij erbij: "Elinor, uit den +grond van mijn hart zou ik wenschen, voor jou, dat het _tweemaal_ +zooveel was." + +"Dat geloof ik graag," antwoordde Elinor; "maar ik weet wel zeker, dat +Kolonel Brandon in de verste verte niet wenscht, met _mij_ te trouwen." + +"Je vergist je, Elinor; je vergist je bepaald. Met een klein beetje +moeite van jouw kant zou 't gelukken. Misschien staat zijn besluit +nog niet vast; dat je weinig bezit kan een beletsel voor hem zijn; +mogelijk raden zijn vrienden het hem allen af. Maar zoo enkele kleine +attenties en aanmoedigingen, die het dames zoo gemakkelijk valt te +bewijzen, brengen de zaak in orde, eer hij het weet. En er kan geen +reden bestaan, waarom je 't niet zou beproeven, hem te winnen. 't +Is niet te denken, dat een vroegere genegenheid van jouw kant... je +weet nu eenmaal, wat dàt betreft, daarvan kan geen sprake zijn; +de bezwaren zijn onoverkomelijk--en je bent te verstandig om dat +niet in te zien. Kolonel Brandon wordt de man, en 't zal aan mij +niet liggen, als hij niet ingenomen is met jou en je familie. Dàt +is nu een huwelijk, dat iedereen zal aanstaan.--Ik zal 't je maar +zeggen,"--hier begon hij gewichtig te fluisteren,--"het zal voor +_alle partijen_ bepaald een uitkomst zijn." Zich bedenkend, voegde +hij erbij: "Dat wil zeggen... ik bedoel... al je vrienden verlangen +natuurlijk oprecht om je gelukkig getrouwd te zien; Fanny vooral, +want zij meent het goed met je, werkelijk. En haar moeder ook; +Mevrouw Ferrars is een heel goedhartige vrouw; ik geloof stellig, +dat het haar veel pleizier zou doen, ze heeft nog pas zoo iets gezegd." + +Elinor verwaardigde zich niet, hierop te antwoorden. + +"Het zou wèl toevallig zijn," ging hij voort, "bepaald grappig, als +Fanny's broer en _mijn_ zuster op den zelfden tijd in 't huwelijk +traden. En 't kan toch licht gebeuren." + +"Gaat Edward Ferrars dan trouwen?" zei Elinor bedaard. + +"Het staat nog niet vast; maar er is wel sprake van. Hij heeft een +moeder zooals er geen tweede bestaat. Mevrouw Ferrars zal hem met de +grootste vrijgevigheid behandelen en hem een vast inkomen verzekeren +van duizend pond jaarlijks, als dit huwelijk doorgaat. _Zij_ is een +Morton, de eenige dochter van den overleden Lord Morton, en zij bezit +dertigduizend pond,--van beide zijden is de verbintenis zeer gewenscht, +en ik twijfel geen oogenblik of die zaak komt wel in orde. Duizend +pond in 't jaar is geen kleinigheid voor een moeder, om voor goed af +te staan; maar Mevrouw Ferrars heeft een nobele natuur. Om je nog een +voorbeeld te noemen van haar royaliteit; toen we nu onlangs in de stad +kwamen, heeft ze, omdat ze wel wist dat we niet ruim bij kas waren, +Fanny een presentje toegestopt van tweehonderd pond. En dat kwam ons +uitnemend te pas; want het is duur leven hier in de stad." Hij wachtte +op een betuiging van instemming en medelijden, en zij dwong zichzelf, +te zeggen: + +"Je zult zoowel in de stad als buiten veel uitgaven hebben; maar je +inkomen is ook groot." + +"Niet zoo groot, durf ik wel zeggen als veel menschen meenen. Ik +wil overigens niet klagen, natuurlijk; het is in elk geval zéér +voldoende, en zal, hoop ik, mettertijd grooter worden. Het omheinen +van Norland Common, waarmee we nu bezig zijn, verslindt ontzaglijk +veel geld. En ik heb in dit laatste halfjaar ook nog een aankoop +gedaan--East Kingham Farm, je herinnert je die boerderij wel, waar +de oude Gibson woonde. Die landerijen kwamen mij in elk opzicht zoo +uitmuntend van pas, ze sloten zoo onmiddellijk aan bij mijn eigendom, +dat ik het als mijn plicht beschouwde, ze te koopen. Ik had het niet +met mijn geweten kunnen overeenbrengen, ze in andere handen te laten +vallen. Voor iets goeds moet men ook wat overhebben; en het _heeft_ +mij geld gekost, dat is zeker." + +"Meer dan je denkt, dat het bezit werkelijk en op zich zelf waard was?" + +"Och, dat wil ik niet zeggen. Ik had het den volgenden dag kunnen +verkoopen voor méér dan ik had betaald; maar wat de koopsom betrof, +daarmee had ik wel heel ongelukkig kunnen treffen; de koersen stonden +toen juist zoo laag, dat ik bepaald met groot verlies effecten zou +hebben moeten verkoopen, als ik niet toevallig bij mijn bankier over +de benoodigde som had kunnen beschikken." + +Elinor glimlachte even. + +"Nog meer groote en onvermijdelijke uitgaven hebben we gehad toen +we pas te Norland waren gekomen. Zooals je weet, had vader al het +goed van Stanhill, dat meegenomen was naar Norland, aan je moeder +nagelaten. Daarover wil ik mij niet beklagen; verre van daar; hij +had het volste recht over zijn eigendom te beschikken zooals hij +verkoos. Maar wij hebben dientengevolge veel linnengoed, porselein, +enz. moeten aanschaffen, ter vervanging van 't geen werd weggenomen. Je +kunt wel begrijpen, dat we, na al die onkosten, nu volstrekt niet +rijk kunnen genoemd worden, en dat Mevrouw Ferrars' vriendelijkheid +ons bijzonder welkom is." + +"Zeker," zei Elinor; "en ik hoop dat je met haar bijstand nog eenmaal +zoover zult komen, dat je ruim en royaal leven kunt." + +"Met een paar jaar zal het er méér naar gaan lijken," antwoordde +hij met onverstoorbaren ernst; "maar er blijft vooreerst nog veel te +doen. Er is nog niet eens begonnen met den bouw van Fanny's oranjerie, +en van den bloemtuin is enkel het plan ontworpen." + +"Waar komt die oranjerie?" + +"Op het heuveltje achter het huis. De oude noteboomen zijn alle +omgehakt, om ruimte te maken. Van uit het park gezien zal dat mooie +gebouw een goed figuur maken, en de bloemtuin komt er vlak vóór, +tegen de helling. We hebben al de oude meidoorns opgeruimd, die daar +verspreid op den heuvel groeiden." + +Elinor hield haar spijt en haar afkeuring voor zich, en was maar +blijde, dat Marianne er niet bij was, om zich mèt haar te ergeren. + +Nu hij genoeg had gezegd, om zijn armoede in een helder licht te +stellen, en de verplichting te ontgaan, bij zijn volgend bezoek aan den +juwelier voor ieder van zijn zusters een paar oorbelletjes te koopen, +begon hij aan vroolijker dingen te denken, en Elinor geluk te wenschen, +dat ze een vriendin had als Mevrouw Jennings. "Dat is bepaald iemand, +die men op prijs moet stellen. Haar huis, haar manier van leven, +alles wijst op een uiterst ruim inkomen, en de kennismaking met haar +is niet alleen tot nu toe je van zeer groot nut geweest; maar kan +later werkelijk voordeel voor je afwerpen. Dat ze jelui hier heeft te +logeeren gevraagd, bewijst wel, hoe goed ze je gezind is; werkelijk, +ik zie daarin een zoo sprekend bewijs van haar genegenheid, dat jelui +naar alle waarschijnlijkheid bij haar overlijden wel niet zult worden +vergeten. Zij zal heel wat nalaten, denk ik..." + +"Ik zou eerder denken, in 't geheel niets; zij heeft enkel het +vruchtgebruik van het kapitaal, dat haar kinderen zullen erven." + +"Maar het spreekt toch van zelf, dat zij niet haar geheele inkomen +verteert. Dàt doet toch haast niemand, die zijn verstand gebruikt; +en met hetgeen ze spaart, kan zij doen wat ze wil." + +"En lijkt het je niet meer dan waarschijnlijk, dat ze dat aan haar +dochters zal nalaten dan aan ons?" + +"Haar dochters zijn beiden rijk getrouwd; ik zie dus niet in, +waarom zij juist het eerst aan hèn zou denken. _Mij_ dunkt juist, +dat zij, door zooveel notitie van jelui te nemen, en je op deze wijze +te behandelen, jelui een soort van recht heeft gegeven om voor de +toekomst iets van haar te verwachten, dat een vrouw, die nauwgezet van +geweten is, stellig zal moeten erkennen. Haar houding tegenover jelui +is wel zoo vriendelijk mogelijk, en zij kan moeilijk zóó ver gaan in +dit opzicht, zonder te begrijpen, welke verwachtingen zij wekt." + +"Gééne, bij hen, die de zaak het allereerst aangaat. Werkelijk, John, +je bezorgdheid voor ons welzijn en onzen voorspoed gaat verder dan +noodig is." + +"'t Is waar," zei hij, blijkbaar tot nadenken gebracht, "de mensch +heeft weinig, zéér weinig in zijn macht. Maar lieve Elinor, wat scheelt +Marianne toch?--Ze ziet er bijzonder slecht uit, heeft haar frissche +kleur verloren, en is bepaald mager geworden. Is zij ziek?" + +"Ze is niet heel wel; ze heeft al een paar weken last van haar +zenuwen." + +"Dat is jammer. Op haar leeftijd doet ziekte alle frischheid verloren +gaan. Háár bloei heeft maar kort geduurd. In September nog was ze +een van de mooiste meisjes, die ik kende, met veel aantrekkelijks +voor mannen. Juist de soort van schoonheid die hun bevalt. Ik weet +nog, hoe Fanny altijd zei, dat _zij_ eerder en beter zou trouwen dan +jij,--niet dat ze van jou niet véél zou houden,--maar ze dacht dat nu +zoo. En toch zal ze zien, dat ze zich vergist heeft. 't Is de vraag of +Marianne _nu_ een man kan krijgen met meer dan vijf- of zeshonderd in +'t jaar op zijn meest, en 't zou mij niets verwonderen, als jij het +niet beter treft. Dorsetshire! Ik ken Dorsetshire zoo goed als niet; +maar ik zou het bijzonder gaarne nader leeren kennen, Elinor; en ik +durf wel zeggen, dat Fanny en ik daar je eerste en recht verheugde +logeergasten zullen zijn." + +Elinor trachtte hem met den meesten nadruk te overtuigen, dat er +van een huwelijk tusschen haar en Kolonel Brandon niets zou komen; +maar hij had te veel pleizier in die verwachting om haar te kunnen +opgeven; en hij was vastbesloten, den Kolonel nader te leeren kennen, +en zijn uiterste best te doen, dat huwelijk tot stand te brengen. Hij +had juist genoeg berouw over het feit, dat hijzelf niets voor zijn +zusters had gedaan, om uit alle macht te verlangen, dat anderen des +te meer voor hen zouden doen, en een huwelijksaanzoek van Kolonel +Brandon, of een legaat van Mevrouw Jennings, waren de eenvoudigste +middelen om zijn eigen nalatigheid te vergoeden.... + +Zij troffen Lady Middleton gelukkig thuis, en Sir John kwam binnen, +eer hun bezoek was afgeloopen. Er werden van weerskanten veel minzame +beleefdheidsbetuigingen gewisseld. Sir John was altoos bereid met +iedereen veel op te hebben; en hoewel de Heer Dashwood van paarden +niet veel scheen te weten, vond hij hem al spoedig een besten kerel; +terwijl Lady Middleton oordeelde, dat hij er gedistingeerd genoeg +uitzag, om de kennismaking de moeite waard te achten; en de Heer +Dashwood zelf vertrok verrukt van allebei. + +"Ik zal er Fanny niets dan goeds van kunnen vertellen," zei hij tegen +zijn zuster, onder het terugwandelen, "Lady Middleton is werkelijk +een charmante vrouw; iemand, met wie Fanny blij zal zijn, kennis te +maken. En Mevrouw Jennings weet zich ook bijzonder goed voor te doen, +al is ze niet zoo elegant als haar dochter. Je schoonzuster behoeft +er geen bezwaar in te zien, háár ook te bezoeken; wat tot nu toe, +om de waarheid te zeggen, wel een beetje 't geval was, en niet zonder +reden; want we wisten alleen, dat Mevrouw Jennings de weduwe was van +een man, die zijn geld had verdiend op een nog al obscure manier; en +Fanny en Mevrouw Ferrars hielden stijf en strak vol, dat noch zij, +noch haar dochters in de termen vielen om met iemand als Fanny te +kunnen omgaan. Maar nu kan ik haar omtrent beiden op de meest afdoende +wijze geruststellen." + + + + + + +HOOFDSTUK XXXIV + + +Mevrouw John Dashwood had zooveel vertrouwen in haar man's oordeel, +dat zij den volgenden dag zoowel Mevrouw Jennings als haar dochter +een bezoek ging brengen; en zij zag dat vertrouwen beloond door de +ontdekking, dat zelfs de eerste, dat mensch, bij wie hare zusters +logeerden, haar omgang niet onwaardig scheen, terwijl zij Lady +Middleton een van de liefste vrouwen vond, die zij ooit had ontmoet! + +Lady Middleton was precies even ingenomen met Mevrouw Dashwood. Van +weerskanten was hier een soort koele zelfzucht, die beiden zich tot +elkaar aangetrokken deed gevoelen, en zij stemden volkomen overeen +in de geestelooze vormelijkheid van hun gedrag, en een totaal gemis +van begrijpend inzicht. Dezelfde houding echter, die Mevrouw John +Dashwood de goede meening van Lady Middleton deed verwerven, beviel +Mevrouw Jennings in 't geheel niet; _zij_ kreeg alleen den indruk van +een nuffig vrouwtje met stijve manieren, dat haar schoonzusters zonder +een spoor van hartelijkheid begroette en hun niets te vertellen had; +want van het kwartiertje, dat zij in Berkeley Street bleef, zat zij +stellig zeven minuten zonder een woord te zeggen. + +Elinor had heel graag willen weten, ofschoon zij er niet naar verkoos +te vragen, of Edward al in de stad was; maar niets zou Fanny hebben +kunnen bewegen vrijwillig zijn naam in haar bijzijn te noemen, eer zij +haar kon vertellen, dat zijn huwelijk met Juffrouw Morton vaststond, +of totdat haar man's verwachtingen omtrent Kolonel Brandon waren +vervuld; want zij verdacht hen ervan nog steeds zooveel van elkander +te houden, dat zij bij alle gelegenheden niet ijverig genoeg konden +worden gescheiden gehouden, door woord en door daad. De inlichting +echter, die _zij_ niet verkoos te verstrekken, gewerd Elinor al +spoedig uit een andere bron. Lucy kwam haar medelijden inroepen, +omdat zij Edward niet kon ontmoeten, hoewel hij tegelijk met den Heer +en Mevrouw Dashwood in de stad gekomen was. Hij durfde uit vrees voor +ontdekking niet naar Bartlett's Buildings gaan, en hoewel zij beiden +onuitsprekelijk verlangden elkaar te zien, was schrijven het eenige +dat hun voorloopig overbleef. + +Zeer spoedig verschafte Edward zelf hun de zekerheid dat hij +in de stad was, door tweemaal een bezoek te brengen in Berkeley +Street. Tweemaal vonden zij zijn kaartje, toen zij van hun morgenritje +terugkwamen. Elinor was blijde dat hij er geweest was, en nog +blijder, dat zij hem niet had behoeven te zien. De Dashwoods waren +zoo uitermate ingenomen met de Middletons, dat zij, die overigens +aan geven niet gewend waren, nu toch eens besloten een diner te +geven te hunner eere, en zij vroegen hen dus al spoedig te dineeren +in Harley Street, waar zij voor drie maanden een zeer geschikt huis +hadden gehuurd. Hun zusters en Mevrouw Jennings werden ook gevraagd, +en John Dashwood zorgde ervoor dat Kolonel Brandon eveneens van de +partij zou zijn. De laatste, die gaarne overal kwam, waar hij de dames +Dashwood kon ontmoeten, beantwoordde zijne overstelpende beleefdheid +met eenige verwondering, maar met veel meer genoegen. Zij zouden +dan nu Mevrouw Ferrars leeren kennen; maar Elinor kon niet gewaar +worden of haar beide zoons ook waren gevraagd. De verwachting echter, +háár te zullen zien, was voldoende om haar belangstelling te wekken; +want al kon zij nu Edward's moeder ontmoeten zonder het gevoel van +angst, dat vroeger met die voorstelling had moeten gepaard gaan; al +bleef het haar thans volkomen onverschillig, welken indruk zij op de +oude dame zou maken; haar wensch om in Mevrouw Ferrars' gezelschap +te zijn, haar nieuwsgierigheid om te weten hoe zij nu eigenlijk was, +bleven even sterk als voorheen. + +De spanning, waarmede zij de partij tegemoet zag, werd spoedig daarna +nog verhoogd op een wijze, niet zoozeer aangenaam als wel prikkelend, +door het bericht dat de dames Steele eveneens waren uitgenoodigd. + +Zoo goed stonden zij bij Lady Middleton aangeschreven; zoozeer +hadden zij zich door hun vleierij in haar gunst weten te dringen, +dat zij, hoewel Lucy _niet_ gedistingeerd, en haar zuster zelfs niet +recht vertoonbaar was, evenzeer bereid bleek als Sir John om hen +een paar weken in Conduit Street te logeeren te vragen; en het trof +toevallig de dames Steele als zéér geschikt, zoodra zij hoorden van +de uitnoodiging der Dashwoods, hun bezoek aan te kondigen een paar +dagen vóór de bewuste partij. + +Hun aanspraak op de beleefdheid van Mevrouw John Dashwood, als de +nichten van den heer, die jaren geleden met de opvoeding van haar +broer belast was, zou hun overigens allicht geen plaatsje aan haar +disch hebben kunnen verschaffen; doch als de gasten van Lady Middleton +moesten zij haar welkom zijn, en Lucy, die al zoo lang gewenscht had, +de familie persoonlijk te leeren kennen, van naderbij hun karakters te +beschouwen in verband met haar eigen moeilijkheden, en gelegenheid te +vinden tot een poging om hun gunst te winnen, was zelden in haar leven +zóó gelukkig geweest, als bij het ontvangen van Mevrouw John Dashwood's +invitatiekaart. Elinor ging het juist andersom. Zij begon dadelijk te +bedenken, dat Edward, die bij zijn moeder gelogeerd was, mèt haar zou +worden geïnviteerd op een partij, gegeven door zijn zuster, en hem voor +de eerste maal te ontmoeten, na al wat er gebeurd was, in gezelschap +van Lucy!--Zij begreep bijna niet, hoe zij dàt zou verdragen! + +Misschien was die vrees wel niet volkomen redelijk, en in elk geval +bleek zij geheel ongegrond. Zij werd echter verdreven, niet zoozeer +door haar eigen rustig nadenken, als door de minzaamheid van Lucy, +die meende, dat zij Elinor bitter teleurstelde, toen zij haar kwam +vertellen, dat Edward Dinsdag in géén geval zou kunnen komen; en zelfs +hoopte haar nog dieper te grieven, door het zoo voor te stellen, +alsof hij zich gedrongen zag, weg te blijven met het oog op zijn +vurige genegenheid, die hij niet zou kunnen verbergen, wanneer zij +samen in gezelschap waren. + +De gewichtige Dinsdag brak aan, waarop beide jonge dames zouden worden +voorgesteld aan de geduchte schoonmoeder _in spe_. + +"Beklaag mij toch, mijn beste Juffrouw Dashwood!" zei Lucy, terwijl +ze samen de trap opgingen,--want de Middletons kwamen bijna tegelijk +met Mevrouw Jennings, en zij volgden met elkander den bediende naar +den salon.--"Niemand dan u kan hier met mij meegevoelen. Ik kan haast +niet op mijn beenen staan. Ontzettend!--Over een minuut zal ik háár +zien, van wie al mijn geluk afhankelijk is,--háár, die mijn moeder +zal worden!"... + +Elinor had haar oogenblikkelijk verlichting kunnen verschaffen, +door de mogelijkheid op te werpen, dat het veeleer de moeder van +Juffrouw Morton, dan de hare zou zijn, die zij op het punt waren te +aanschouwen; maar inplaats van dat te doen, verzekerde zij haar, +volkomen oprecht, dat zij haar inderdaad beklaagde,--tot groote +verbazing van Lucy, die, hoewel zelve alles behalve op haar gemak, +toch hoopte, door Elinor te worden beschouwd met niet te onderdrukken +afgunst. Mevrouw Ferrars was een kleine magere vrouw; met een stijfheid +in haar houding, die aan strakheid, en een ernst in haar uitdrukking, +die aan bitsheid grensde. Haar tint was vaal, en hare trekken waren, +hoewel niet grof, zonder schoonheid, en van nature onbewogen, doch een +gelukkig toeval had gewild, dat de strenge frons van haar voorhoofd +haar gelaat vrijwaarde voor de blaam van volkomen onbeduidendheid, +door het krachtig te stempelen met het merk van boosaardigheid en +trots. Zij was niet zeer spraakzaam; daar zij, anders dan de meeste +menschen, haar woorden in verhouding placht te brengen tot het aantal +harer denkbeelden, en van de paar korte zinnetjes, die zij zich +liet ontvallen, was er geen enkele gericht tot Juffrouw Dashwood, +die zij opnam met het vastgewortelde voornemen, haar in elk geval +niet aantrekkelijk te vinden. + +_Nu_ kon dit gedrag Elinor geen verdriet doen. Een paar maanden +geleden zou het haar diep hebben gegriefd; doch het stond thans +niet in Mevrouw Ferrars' macht, haar ermede te hinderen; en het +verschil met haar houding tegenover de dames Steele--een verschil, +dat blijkbaar moest dienen om háár te meer te vernederen,--vermaakte +haar zelfs een weinig. Zij kon niet nalaten te glimlachen bij het +zien van de beminnelijkheid, door moeder en dochter ten toon gespreid +tegenover iemand,--want Lucy werd met bijzondere onderscheiding +behandeld,--die zij, wanneer ze evengoed op de hoogte waren geweest +als zijzelve, liever zouden hebben willen vernielen; terwijl zij, die +betrekkelijk machteloos was tegenover hen, erbij zat, en opzettelijk +door beiden werd veronachtzaamd. Maar terwijl zij glimlachte over +die vriendelijkheid aan het verkeerde adres, kon zij niet nalaten, +denkend aan de dwaze kleingeestigheid, waaruit deze voortsproot, +en lettend op den pijnlijken ijver, waarmede de dames Steele zich +bevlijtigden om in de gunst te blijven, hen alle vier uit den grond +van haar hart te verachten. + +Lucy was in één verrukking over de onderscheiding, die haar te +beurt viel; en haar zuster was overal in de wolken, waar ze maar +met Dr. Davies werd geplaagd. Het diner was deftig, de bedienden +talrijk, en alles verried Mevrouw's neiging tot vertooning maken, en +Mijnheer's bereidwilligheid om aan die neiging te voldoen. Ondanks +de verbetering en vergrooting van Norland en ten spijt van het +dreigend gevaar, dat de eigenaar van het goed had geloopen, een +paar duizend pond kwijt te raken door te verkoopen met verlies, +vertoonde zich nergens een spoor van de behoeftigheid, die hij had +gepoogd, als het gevolg hiervan voor te stellen; armoede viel hier +geenszins te bespeuren, tenzij in het gehalte van het gesprek, dat +dan ook bedenkelijk te wenschen overliet. John Dashwood had nooit +veel te vertellen, dat de moeite van het aanhooren waard was, en +zijn vrouw nog minder. Hierdoor echter kon hen in 't bijzonder geen +blaam treffen, want in het zelfde geval verkeerden de meesten hunner +gasten, die bijna allen den druk ondervonden van de eene of andere der +voornaamste beletselen om zich aangenaam te maken,--gemis van verstand, +'t zij natuurlijk of verhelderd door ontwikkeling, gemis van gratie, +gemis van vroolijkheid, en gemis van geest. + +Toen de dames na het diner naar den salon terugkeerden, bleek die +armoede duidelijker dan te voren; want de heeren hàdden dan toch +eenige afwisseling gebracht in het gesprek,--in zooverre het liep over +politiek, land-ontginning en paardrijden,--maar daarmee was het nu +uit, en slechts één onderwerp hield de dames bezig, tot de koffie werd +gepresenteerd, nl. het verschil in lengte tusschen Harry Dashwood, en +Lady Middleton's tweede zoontje William, die ongeveer even oud waren. + +Waren beide kinderen in de kamer geweest, dan zou de vraag tè +gemakkelijk zijn beslist, door ze eenvoudig te meten; doch daar Harry +alleen tegenwoordig was, bleef het van beide zijden bij gissingen, +terwijl ieder het recht had op zijn stuk te blijven staan, en zijne +meening tot in het oneindige te herhalen. + +De partijen waren verdeeld in dezer voege: + +De beide moeders, hoewel ieder voor zich overtuigd, dat haar eigen +jongen de grootste was, gaven uit beleefdheid de eer aan den ander. + +De beide grootmoeders, niet minder partijdig, doch meer oprecht, +namen het even ernstig op voor hun eigen nakomelingen. + +Lucy, die bijna niet wist, wie van de beide mama's het liefste te +behagen, vond beide jongens buitengewoon groot voor hun leeftijd, +en kon maar niet begrijpen dat er een zweem verschil tusschen hen +bestond, en Juffrouw Steele wist zich nog handiger te redden, door +in een adem den een, zoowel als den ander den grootste te noemen. + +Elinor, die eenmaal de meening had uitgesproken, dat zij William voor +grooter hield, waardoor ze Mevrouw Ferrars beleedigde, en Fanny nog +erger, vond het niet noodig, verder vol te houden, en toen Marianne +naar de hare werd gevraagd, maakte zij hen allen met elkaar boos, +door te zeggen, dat zij er geene meening op nahield in dezen, omdat +zij nooit veel op de kinderen had gelet. Eer zij Norland verliet, had +Elinor voor haar schoonzuster een paar mooie schermpjes geschilderd, +die thans waren omlijst en als versiering dienden van den salon te +Londen; en toen John Dashwood ze in het oog kreeg, nadat hij met de +andere heeren weer binnen was gekomen, overhandigde hij ze beleefd +aan Kolonel Brandon, om ze door hem te laten bewonderen. + +"Die heeft mijn oudste zuster geschilderd," zei hij, "ik denk dat u, +als man van smaak, ze wel mooi zult vinden. Ik weet niet, of u al meer +van haar tekeningen hebt gezien; maar over 't algemeen beschouwt men +haar als zeer talentvol." + +De Kolonel zeide, dat men hem volstrekt niet als een kenner moest +beschouwen; doch bewonderde de schermpjes, zooals hij alles zou +bewonderd hebben, wat door Juffrouw Dashwood was geschilderd; en daar +de anderen nu natuurlijk nieuwsgierig werden, gingen zij van hand +tot hand. Mevrouw Ferrars, die niet wist dat ze Elinor's werk waren, +bood ze zelve ter beschouwing aan, en nadat ze het vleiend getuigenis +van Lady Middleton's goedkeuring hadden mogen verwerven, gaf Fanny ze +nogmaals aan haar moeder, met de mededeeling, dat Juffrouw Dashwood +ze geschilderd had. + +"O zoo..." zei Mevrouw Ferrars,--"heel aardig," en gaf ze aan haar +dochter terug, zonder er zelfs naar te kijken. + +Misschien dacht Fanny even, dat haar moeder nu toch wat àl te onbeleefd +werd,--want zij kreeg een kleur en zei: "Allerliefst, vindt u niet, +mama?" Doch waarschijnlijk overviel haar nu weer de angst, dat zij +zelve al te beleefd en voorkomend was geweest, want zij voegde erbij: +"Vindt u niet, dat er iets in is van Juffrouw Morton's manier van +schilderen? _Zij_ schildert prachtig. Wat is dat laatste landschap +van haar mooi!" + +"Ja, bijzonder. Maar _zij_ doet àlles goed." + +Dit kon Marianne niet verdragen. Zij had al een geduchten hekel aan +Mevrouw Ferrars, en die onnoodige lof, een ander toegezwaaid, ten koste +van Elinor, lokte haar uit, hoewel zij volstrekt niet kon gissen, wat +er eigenlijk hoofdzakelijk mee bedoeld werd, om haastig en geërgerd +te zeggen: "Een eigenaardige manier om de dingen te bewonderen! Wat +kan ons die Juffrouw Morton nu schelen? Háár kennen we niet, _wij_ +hebben het nu over Elinor!" + +Met die woorden nam ze haar schoonzuster de schermpjes af, om ze +zelve te bewonderen, zooals ze verdienden bewonderd te worden. + +Mevrouw Ferrars keek geducht boos, richtte zich nog stijver op, en zei +met vernietigende bitsheid: "Juffrouw Morton is Lord Morton's dochter." + +Fanny keek ook verontwaardigd, en haar man was doodelijk verschrikt +door zijn zuster's vrijmoedigheid. Elinor trok zich Marianne's +heftigen uitval veel meer aan, dan 't geen er aanleiding toe had +gegeven; doch Kolonel Brandon's blik die op Marianne bleef rusten, +verried, hoe hij er alleen in had gezien, wat er beminnelijks in was, +de warme genegenheid, die niet kon verdragen, een zuster ook maar in +het minst verongelijkt te zien. + +Marianne's gevoel sleepte haar nog verder mede. De beleedigende +koelheid van Mevrouw Ferrars' houding tegenover haar zuster deed haar +voor Elinor moeilijkheden en verdrietelijkheden voorzien, waarvoor +haar eigen diepgewond gemoed wel angstig moest terugdeinzen, en in +een opwelling van innig meegevoel, ging zij een oogenblik later naar +haar zuster en zei zacht en snel, terwijl zij haar arm om Elinor's +hals sloeg, met de wang tegen de hare: "Lieve beste Elinor, trek het +je maar niet aan. Laten ze _jou_ niet ongelukkig maken." + +Meer kon zij niet zeggen; zij was te zeer aangedaan; en haar gelaat +tegen Elinor's schouder verbergend, barstte zij in tranen uit. Aller +aandacht was op haar gevestigd, en bijna allen hadden medelijden met +haar. Kolonel Brandon stond op en ging naar hen toe, zonder te weten +wat hij deed. Mevrouw Jennings reikte dadelijk met een hartelijk +begrijpend "Och, dat arme kind!" haar reukfleschje, en Sir John +was zoo woedend op de persoon die aanleiding had gegeven tot deze +zenuwaandoening dat hij dadelijk naast Lucy Steele kwam zitten en +haar fluisterend van de geheele treurige toedracht der zaak op de +hoogte bracht. + +Na een paar minuten had Marianne zich echter voldoende hersteld, +om een einde te maken aan de drukte en weer te gaan zitten, hoewel +zij den geheelen verderen avond onder den indruk bleef van hetgeen +was voorgevallen. + +"Die arme Marianne!" zei haar broer zachtjes tegen Kolonel Brandon, +zoodra het hem gelukte, diens aandacht te trekken, "ze is lang niet +zoo gezond als haar zuster,--erg zenuwachtig,--ze is veel zwakker van +gestel dan Elinor; en men moet toegeven, dat het ook wel hard is voor +een jong meisje, dat vroeger héél mooi is geweest, haar schoonheid +te verliezen. U zoudt het misschien niet gelooven; maar een paar +maanden geleden nog wàs Marianne bijzonder mooi--bepaald even knap +als Elinor. En nu, zooals u ziet, is daar niets meer van over." + + + + + + +HOOFDSTUK XXXV + + +Elinor's verlangen om Mevrouw Ferrars te zien was nu voldaan. Het +was haar gebleken dat deze vrouw alle eigenschappen bezat, die +een verderen omgang tusschen beide families niet wenschelijk deden +schijnen. Zij had genoeg gezien van haar trots, haar kleingeestigheid +en haar onverzettelijke vooringenomenheid tegen haarzelve, om al de +bezwaren te begrijpen, die een verloving zouden hebben bedorven en +een huwelijk verhinderd tusschen Edward en haar, zoo hij overigens al +vrij ware geweest; en zij had welhaast genoeg opgemerkt, om dankbaar +te zijn op zichzelf, dat één gewichtiger beletsel haar vrijwaarde +voor de kwelling der vele andere, welke Mevrouw Ferrars had kunnen +uitdenken; voor eenige afhankelijkheid van hare luimen, of eenige +bezorgheid omtrent hare goede meening. Of althans besloot zij, zoo +ze zich al niet ten volle kon verheugen over het feit, dat Edward +aan Lucy gebonden was, dat zij zich daarover had _moeten_ verheugen, +wanneer Lucy beminnelijker was geweest. + +Zij verbaasde zich erover, dat Lucy zoo in de wolken kon zijn over +Mevrouw Ferrars' beleefdheid; dat zij zich zóó kon laten verblinden +door haar eigenbelang en ijdelheid, om de attenties, die haar toch +enkel werden bewezen, omdat zij _niet_ Elinor was, als een hulde +aan haarzelve op te vatten,--en om bemoediging te putten uit een +voorkeur, die haar slechts geschonken werd, zoolang haar werkelijke +verhouding tot hen allen hun onbekend bleef. Dàt Lucy verrukt was, +hadden niet alleen haar blikken verraden op den avond van de partij; +maar zij kwam het den volgenden morgen nog eens persoonlijk verklaren; +toen Lady Middleton haar, op haar uitdrukkelijk verlangen, in Berkeley +Street liet uitstappen, in de hoop, Elinor alleen te vinden, om haar +te kunnen vertellen, hoe gelukkig zij zich gevoelde. + +Het toeval bleek haar gunstig gezind; want kort na dat zij gekomen +was, werd Mevrouw Jennings door een boodschap van Mevrouw Palmer +weggeroepen. + +"Mijn beste vriendin," riep Lucy, zoodra zij alleen waren: "ik +moest u eens komen vertellen, hoe blijde ik ben. Kon er wel iets +vleiender geweest zijn, dan de manier waarop Mevrouw Ferrars mij +gisteren behandelde? Ze was werkelijk allervriendelijkst! U weet, +hoe ik er tegen opzag, haar te ontmoeten; maar van 't oogenblik af, +dat ik aan haar werd voorgesteld, gedroeg ze zich jegens mij met een +voorkomendheid, die bepaald deed blijken, dat ze bijzonder met mij +was ingenomen. Vondt u dat ook niet? U hebt het zelf alles bijgewoond, +en viel het u ook niet op?" + +"Zeker; ze ontving u heel beleefd." + +"Beleefd?--Zag u alleen beleefdheid in haar houding? Nu, ik dan +vrij wat méér--een vriendelijkheid, die aan niemand anders dan +mij werd bewezen! Niets trotsch, niets uit de hoogte; en uw zuster +eveneens,--een en al beminnelijkheid en tegemoetkoming!" + +Elinor wilde over iets anders gaan spreken; maar Lucy liet niet los, +eer zij had toegegeven, dat er reden bestond voor haar blijdschap, +en Elinor was gedwongen nog iets te zeggen. + +"Als zij geweten hadden van uw verloving," zeide zij, "dan zou hun +houding tegenover u ongetwijfeld zéér vleiend zijn geweest; maar nu +dit niet het geval was..." + +"Dat dacht ik al, dat u dat zoudt zeggen," antwoordde Lucy snel; +"maar er was niet de minste reden, waarom Mevrouw Ferrars zich met +mij ingenomen zou toonen, als ze dat niet wàs,--en dat ze van mij +houdt is de hoofdzaak. Neen, u zult me mijn voldoening niet kunnen +ontnemen. Ik geloof stellig, dat alles best zal afloopen, en dat er, +vergeleken bij 't geen ik mij had voorgesteld, in 't geheel geen +moeilijkheden zullen zijn. Mevrouw Ferrars is een allerliefste vrouw, +en uw zuster ook. Ze zijn allebei even aardig!--'t verwondert mij, dat +u ons nooit verteld hebt, wat een lieve vrouw Mevrouw Dashwood was!" + +Hierop had Elinor niets te antwoorden, en zij deed daar toe ook +geen moeite. + +"Is u niet wel, Juffrouw Dashwood?--u lijkt zoo gedrukt, en u zegt +niets,--er scheelt bepaald iets aan." + +"O neen, ik voel mij volkomen wèl." + +"Daar ben ik blij om; maar u ziet er niet naar uit. Wat zou 't me +spijten, als _u_ ziek werdt--u, die mijn beste en eenige toevlucht +bent geweest! Ik weet waarlijk niet, wat ik zou zijn begonnen zonder +uw vriendschap!" + +Elinor trachtte iets beleefds te antwoorden, ofschoon zij vreesde, +dat het haar slecht gelukte. Het scheen Lucy echter te bevredigen, +want zij ging voort: "Ja, ik weet, dat u oprecht voor mij gevoelt, en +na Edward's liefde, is dat mijn grootste troost. Die arme Edward! Maar +nu treft het in een opzicht gelukkig,--we kunnen elkaar nu ontmoeten, +en vrij dikwijls zelfs, want Lady Middleton is verrukt van Mevrouw +Dashwood; dus zullen we, denk ik, wel veel in Harley Street zijn, en +Edward is bijna den heelen dag bij zijn zuster;--bovendien bezoeken +Lady Middleton en Mevrouw Ferrars elkaar nu ook, en Mevrouw Ferrars +en uw zuster waren beiden zoo vriendelijk, meermalen te zeggen, dat +het hun altijd genoegen zou doen, mij te zien. Zulke allerliefste +menschen!--als u ooit aan uw zuster vertelt, hoe ik over haar denk, +dan kunt u niet te veel goeds zeggen." + +Elinor verkoos haar echter geen hoop te geven, dat zij dit aan haar +zuster zou overbrengen. Lucy ging voort: + +"Ik zou 't stellig onmiddellijk hebben opgemerkt, als Mevrouw Ferrars +iets tegen mij had gehad. Wanneer ze bij voorbeeld, alleen maar +stijfjes voor mij had gebogen zonder een woord te zeggen, en later +in 't geheel geen notitie van mij had genomen, en mij nooit eens +vriendelijk had aangezien,--u weet wel, hoe ik bedoel,--als ik op die +manier op een afstand was gehouden, dan zou ik alles hebben opgegeven +en heel en al wanhopig zijn geweest. Dàt zou ik niet hebben kunnen +verdragen. Want _als_ zij iets tegen iemand heeft, dàn meent zij het, +dat weet ik." + +Elinor behoefde deze uiting van beleefde zegepraal niet te +beantwoorden; want de deur werd geopend, de knecht diende den Heer +Ferrars aan, en Edward stapte meteen de kamer in. + +Het was een allerpijnlijkst oogenblik; en ieders gelaat gaf dit +duidelijk te kennen. Zij sloegen alle drie een dwaas figuur, en Edward +scheen evenveel lust te hebben het vertrek weer te verlaten, als naar +binnen te gaan. Juist _die_ ontmoeting, in haar onaangenaamsten vorm, +had thans tusschen hen plaats, die ieder van hen het liefst had willen +vermijden; ze waren niet alleen met hun drieën samen maar misten +daarbij de afleiding door ander gezelschap. De dames herstelden +zich het eerst. Het lag niet op Lucy's weg, zich op den voorgrond +te stellen, en het geheim moest zoogenaamd blijven bewaard. Zij kon +haar teedere gezindheid dus slechts door blikken uitdrukken, en na +hem met een enkel woord te hebben begroet, zeide zij niets meer. + +Maar Elinor had méér te doen; en zóó gaarne wilde zij dat _goed_ +doen, om zijnent- en om harentwil, dat zij zichzelve, na een oogenblik +van krachtige inspanning wist te dwingen hem te verwelkomen met een +blik en een houding, die bijna open, bijna natuurlijk waren; en dit +nog meer werden na een tweede heldhaftige poging. Zij wilde zich, +zoomin door Lucy's tegenwoordigheid als door het bewustzijn van eenig +haar aangedaan onrecht, laten weerhouden, om hem te zeggen, dat zij +blijde was hem te zien, en hoe het haar had gespeten, dat zij uit was, +toen hij reeds eerder een bezoek had gebracht in Berkeley Street. Zij +wilde hem, uit vrees voor Lucy's waakzamen blik, niet die beleefdheid +onthouden, welke zij hem, als vriend en bijna een lid hunner familie, +verschuldigd was, hoewel zij spoedig bespeurde, dat Lucy scherp op +haar lette. + +Haar rustige houding gaf Edward iets meer zekerheid; en hij had +thans moed genoeg om te gaan zitten, maar zijn verlegenheid overtrof +die der dames op een wijze, die in zijne omstandigheden, zooal +niet door zijne sekse, verschoonbaar kon worden geacht; want zijn +hart was niet zoo onverschillig als dat van Lucy, en zijn geweten +niet zoo volkomen zuiver als dat van Elinor. Lucy scheen zich, met +een vertoon van zedige bedaardheid, niet geroepen te gevoelen, het +hare te doen om de anderen op hun gemak te zetten, en verkoos geen +woord te zeggen; zoodat bijna alles, wat er gezegd wèrd, uitging van +Elinor, die uit eigen beweging alle inlichtingen verstrekte omtrent +hun moeder's gezondheid, hun reis naar de stad, enz. waarnaar Edward +_niet_ vroeg, zooals hij behoorde te doen. Nog verder ging zij in +haar pogingen; want weldra voelde zij zich zóó heldhaftig gezind, +dat zij besloot, onder het voorwendsel, Marianne te gaan halen, +de beide anderen alleen te laten; 't geen ze ook werkelijk deed, en +dat wel op de meest loyale wijze; want zij bleef, met grootmoedige +dapperheid, een paar minuten heen en weer drentelen op het portaal, +eer zij naar haar zuster ging. Toen dat echter gebeurd was, had Edward +voor liefdesbetuigingen geen tijd meer; want Marianne vloog in haar +blijdschap onmiddellijk naar beneden en den salon binnen. Als al haar +gevoelens, was haar vreugde, hem weer te zien, levendig op zichzelf, +en levendig uitgedrukt. Zij kwam hem te gemoet met uitgestrekte hand, +en in haar stem den klank van zusterlijke genegenheid. + +"Beste Edward!" riep ze, "wat ben ik blij je te zien! Dit zou bijna +alles weer goedmaken!" + +Edward trachtte haar vriendelijkheid te beantwoorden, zooals zij +verdiende; maar in tegenwoordigheid der anderen durfde hij niet +half zeggen, wat hij werkelijk gevoelde. Zij gingen weer zitten, +en eenige oogenblikken bleven allen zwijgen; terwijl Marianne met +zichtbaar teeder welgevallen van Edward naar Elinor keek, en alleen +maar betreurde, dat hun blijdschap in elkander's bijzijn werd bedorven +door Lucy's onwelkome tegenwoordigheid. Edward was de eerste, die +sprak; hij merkte op, dat Marianne er minder goed uitzag, en gaf zijn +vrees te kennen, dat het verblijf te Londen haar niet goed bekwam. + +"O, denk maar niet aan mij!" antwoordde zij, met opgewekten nadruk, +hoewel haar oogen vol tranen stonden, "maak je over _mijn_ gezondheid +niet bezorgd. Elinor maakt het goed, zooals je ziet. Dat moet voor +ons beiden voldoende zijn." + +Deze opmerking droeg er niet toe bij, Edward en Elinor kalmer te +stemmen, en nog minder om haar de welwillende gezindheid te verwerven +van Lucy, die Marianne allesbehalve vriendelijk aanzag. + +"Bevalt Londen je goed?" vroeg Edward, om toch maar iets te zeggen, +dat een ander onderwerp van gesprek aan de hand kon doen. + +"Neen, volstrekt niet. Ik had mij er veel genoegen van voorgesteld; +maar dat heb ik er niet gevonden. Dit weerzien van jou, Edward, is +de eenige blijdschap, die 't mij heeft gebracht; en jij bent gelukkig +nog altijd dezelfde!" + +Zij zweeg--en ook de anderen bleven zwijgen. "Mij dunkt, Elinor," +ging Marianne voort, "we moesten Edward vragen om voor ons te zorgen +als we weer naar Barton teruggaan. Over een paar weken zal dat wel +gebeuren, en ik denk dat Edward er wel niet op tegen zal hebben, +die opdracht te aanvaarden." + +De arme Edward prevelde iets, dat niemand verstond, misschien hij zelf +ook niet. Maar Marianne, die zag, dat hij zenuwachtig was, en licht +geneigd was, de oorzaak hiervoor te zoeken in 't geen haar 't best +behaagde, scheen volkomen voldaan en sprak spoedig over iets anders. + +"O Edward, wat hebben we gisteren een dag gehad, in Harley Street! Zóó +vervelend; zoo ontzaglijk vervelend! Maar dááromtrent heb ik je veel +te vertellen, dat ik nu niet zeggen kan." + +Met zoo bewonderenswaardige omzichtigheid verschoof zij de mededeeling, +dat zij hun wederzijdsche bloedverwanten onaangenamer had gevonden +dan ooit, en in 't bijzonder aan zijn moeder een hekel had, tot later, +wanneer er gelegenheid zou zijn voor een vertrouwelijk gesprek. + +"Maar waarom was jij er niet, Edward?--Waarom was je niet gekomen?" + +"Ik had iets anders te doen." + +"Iets anders?--Maar wat kon dat zijn, terwijl je je beste vrienden +hadt kunnen ontmoeten?" + +"U denkt zeker, juffrouw Marianne," riep Lucy, de gelegenheid +aangrijpend om wraak te nemen, "dat jongelui zich nooit bekommeren +om hun verplichtingen, als ze niet van plan zijn, die na te komen, +in 't klein, zoowel als in 't groot." + +Elinor was ernstig boos; maar Marianne scheen de hatelijkheid niet +te willen opmerken, want zij antwoordde bedaard: + +"Neen, tòch niet; want in ernst, ik ben overtuigd, dat alleen +nauwgezetheid van geweten Edward verhinderde naar Harley Street +te gaan. En ik geloof stellig, dat hij van alle menschen het +allerkwetsbaarste geweten heeft, het meest nauwgezet elke verplichting +nakomt, hoe gering die ook zij, en hoe ook in tegenspraak met zijn +belang of genoegen. Hij is meer bevreesd om anderen verdriet te doen, +om verwachtingen teleur te stellen, minder in staat tot zelfzuchtige +bedoelingen, dan iemand, dien ik ooit heb ontmoet. Het _is_ zoo, +Edward, en ik _wil_ het zeggen. Wat! zou jij je nooit mogen hooren +prijzen? Dan zou je mijn vriend niet kunnen zijn, want zij, wien ik +liefde en achting toedraag, moeten zich ook mijn openhartigen lof +laten welgevallen." + +De soort van lof, in dit geval door haar toegekend, paste echter zoo +buitengewoon slecht bij de gevoelens van twee harer toehoorders, +en scheen Edward zoo weinig voldoening te verschaffen, dat hij al +heel spoedig opstond om heen te gaan. + +"Ga je nu al?" zei Marianne; "maar beste Edward, dat kan toch niet." + +En hem terzijde nemend, fluisterde zij hem toe, dat Lucy stellig +niet lang meer kon blijven. Doch zelfs deze aansporing baatte niet; +hij _moest_ weg, en Lucy, die gewacht zou hebben, al had zijn bezoek +twee uren geduurd, nam spoedig daarna ook afscheid. + +"Wat doet ze hier toch zoo dikwijls?" zei Marianne, toen zij was +heengegaan. "Kon ze niet begrijpen, dat we haar graag kwijt waren? Zoo +vervelend voor Edward!" + +"Och, waarom?--we zijn allen vrienden van hem; en Lucy heeft hem +'t langst gekend. 't Is heel natuurlijk, dat hij haar even graag +ontmoet als ons." + +Marianne zag haar ernstig aan en zei: "Je weet, Elinor, dat ik deze +soort van redeneeringen niet kan verdragen. Als je alleen maar hoopt, +tegenspraak uit te lokken, zooals ik wel vermoeden moet, dat het geval +is, dan behoor je toch te bedenken, dat ik de laatste persoon ben, van +wie je die verwachten kunt. Ik wil mij niet verlagen tot die komedie, +mij beweringen te laten afpersen, die volkomen overbodig zijn." + +Daarop ging zij de kamer uit, en Elinor durfde haar niet volgen om +de zaak uit te leggen, want gebonden als zij was door haar belofte +van geheimhouding tegenover Lucy, kon zij Marianne niets mededeelen, +dat haar overtuigen kon; en al zouden de gevolgen van Marianne's +onwetendheid in dezen ook nog zoo onaangenaam kunnen zijn, zij +was verplicht ze te dragen. Al wat zij kon hopen, was, dat Edward +niet dikwijls haar en zichzelf zou blootstellen aan de pijnlijke +gewaarwordingen, veroorzaakt door Marianne's misplaatste geestdrift, +of tot eene herhaling van de vele smartelijke gevoelens, die zijn +laatste bezoek had gewekt--en zij had alle reden, dit te verwachten. + + + + + + +HOOFDSTUK XXXVI + + +Eenige dagen na deze ontmoeting verkondigden de nieuwsbladen der wereld +de tijding, dat de echtgenoote van den Heer Thomas Palmer voorspoedig +was bevallen van een zoon; een zeer belangwekkend en verblijdend +bericht, althans voor alle intieme bekenden, die erop waren voorbereid. + +Deze gebeurtenis, zoo hoogst gewichtig voor Mevrouw Jennings' +levensvreugde, bracht een tijdelijke wijziging in hare tijdverdeeling, +en oefende eveneens invloed uit op het doen en laten harer jeugdige +vriendinnen; want daar zij liefst zooveel mogelijk bij Charlotte +wilde zijn, ging zij daar elken morgen heen, zoodra zij gekleed was, +en kwam eerst laat in den avond terug; terwijl de dames Dashwood, op +het dringend verzoek van de Middletons, den geheelen dag doorbrachten +in Conduit Street. Zij zouden het zelven veel gemakkelijker hebben +gevonden, ten minste des morgens tehuis te blijven; maar die wensch +kon niet tegen den zin van alle anderen worden doorgedreven. Hun tijd +werd dus ter beschikking gesteld van Lady Middleton en de beide dames +Steele, die feitelijk hun gezelschap bitter weinig op prijs stelden, +maar het des te ijveriger beweerden te zoeken. + +Zij waren te verstandig om aangenaam gezelschap te zijn voor de eerste, +en door de beide anderen werden zij met een afgunstig oog beschouwd, +als indringsters op hun terrein, die deelden in de vriendelijkheid, +welke zij voor zich alleen in beslag dachten te nemen. Hoewel niets +beleefder kon zijn dan Lady Middleton's houding tegenover Elinor en +Marianne, hield zij toch in het geheel niet van hen. Daar zij noch +haar, noch hare kinderen vleiden, kon zij niet gelooven, dat zij +goedhartig waren; en omdat ze veel van lezen hielden, verbeeldde +zij zich, dat ze satiriek waren; zonder misschien precies te weten +wat satiriek zijn beduidde; maar dàt deed er minder toe. Het was +een gebruikelijke afkeuring, en 't kon geen kwaad, dat het eens +werd gezegd. + +Hunne tegenwoordigheid legde beiden haar en Lucy een zekeren +dwang op. Zij hinderden de eene in haar laten, en de andere in haar +doen. Lady Middleton schaamde zich voor hen, dat ze niets uitvoerde, +en Lucy was bang, dat ze haar zouden minachten om de vleierij, +die zij anders vol zelfvoldoening placht toe te dienen. Juffrouw +Anne werd het minst van streek gebracht door hun bijzijn, en het +stond in hun macht, haar geheel ermee te verzoenen. Als een van hen +beiden haar maar eens volledig en tot in de kleinste bijzonderheden +had ingelicht omtrent die geschiedenis tusschen Marianne en den Heer +Willoughby, dan zou ze zich ruim beloond hebben geacht voor 't gemis +van het warmste plaatsje bij den haard na den eten, dat zij na hunne +komst had moeten afstaan. Maar deze tegemoetkoming werd haar niet +bewezen, en al liet zij zich meermalen tegenover Elinor uitroepen +van medelijden met hare zuster ontvallen, of al hield ze ten aanhoore +van Marianne herhaaldelijk beschouwingen over de wispelturigheid van +galante cavaliers, zij bereikte er niet anders mee, dan dat de eerste +onverschillig en de laatste met minachtenden afkeer haar aanzag. En met +nog veel geringere moeite hadden ze haar vriendschap kunnen winnen. Als +ze haar toch maar eens hadden geplaagd met den dokter! Doch zij waren +al even weinig als de anderen gezind haar hierin ter wille te zijn, +en als Sir John niet thuis kwam dineeren, moest zij soms een geheelen +dag doorbrengen zonder andere grappen te hooren over dat onderwerp, +dan die, waarmee ze zich zelve placht te vermaken. + +Van al die afgunst en ontevredenheid echter bleef Mevrouw Jennings +zoo totaal onkundig, dat zij het verrukkelijk voor de meisjes vond +om zooveel samen te zijn; en in den regel haar logéetjes elken +avond gelukwenschte dat ze alweer een dag aan 't gezelschap van een +saaie oude vrouw waren ontsnapt. Zij kwam wel eens met hen bij Sir +John, en sprak ze ook wel in haar eigen huis; maar waar het ook +mocht zijn, zij was altijd in haar nopjes, verrukt en gewichtig, +Charlotte's welbevinden toeschrijvend aan háár goede zorgen, en steeds +bereid tot een zoo nauwkeurige en uitvoerige beschrijving van haar +gezondheidstoestand, als alleen Juffrouw Steele nieuwsgierig genoeg was +te verlangen. _Een_ ding hinderde haar toch, en daarover beklaagde zij +zich dan ook elken dag. De Heer Palmer hield zich aan de algemeene, +doch onvaderlijke uitspraak zijner sekse, dat alle kleine kinderen +precies eender zijn; en hoewel zij op verschillende tijden duidelijk +de meest treffende gelijkenis kon zien tusschen dit kleine ding en +al zijn bloedverwanten van beide zijden, zij kòn zijn vader daarvan +maar niet overtuigen; zij kòn hem niet overhalen te gelooven, dat het +er niet precies zoo uitzag als elke baby van den zelfden leeftijd; +en zelfs tot de eenvoudige verklaring, dat het 't mooiste kindje van +de wereld was, bleek hij niet bereid. + + + +Thans moet ik melding maken van een ongeluk, dat omstreeks dezen tijd +aan Mevrouw John Dashwood overkwam. Toevallig was, bij gelegenheid +van het bezoek harer zusters met Mevrouw Jennings in Harley +Street, eene harer vriendinnen haar een visite komen maken,--op +zichzelf geen gebeurtenis, waaruit eenig kwaad voor haar zou kunnen +voortspruiten. Doch zoolang de verbeelding van andere menschen hen +kan meesleepen tot het maken van verkeerde gevolgtrekkingen omtrent +ons gedrag, die zij daarenboven afleiden uit oppervlakkige gegevens, +kan ons geluk niet anders dan tot op zekere hoogte van het toeval +afhankelijk zijn. In het onderhavige geval had de laatst-gekomen +dame haar verbeelding vergund, zich zoover te begeven buiten de +perken van waarheid en waarschijnlijkheid, dat zij, enkel bij het +hooren noemen van den naam der dames Dashwood, en begrijpende dat +zij de zusters van den Heer Dashwood waren, onmiddellijk hieruit +had afgeleid, dat zij logeerden in Harley Street; en als gevolg van +dit misverstand verschenen een paar dagen later invitatie-kaarten, +zoo voor hen als voor hun broer en zuster, om hen uit te noodigen op +een muziek-avond te hunnen huize. Ten gevolge waarvan wederom Mevrouw +John Dashwood zich genoodzaakt zag niet alleen tot den buitengewoon +lastigen maatregel, de dames Dashwood met haar rijtuig te laten +afhalen; maar, wat erger was, zich de onaangename verplichting zag +opgelegd, hen althans schijnbaar voorkomend te behandelen,--en wie +kon zeggen, of ze er nu niet op zouden gaan rekenen, een tweeden +keer met haar uit te gaan. Het stond wel is waar altijd nog in haar +macht, hen teleur te stellen. Maar dat zou niet voldoende zijn; want +als de menschen vast voornemens zijn zich te gedragen op een wijze, +waarvan ze 't verkeerde zelf inzien, zijn ze tòch beleedigd, als +anderen iets beters van hen verwachten. Marianne was er van lieverlede +reeds weer zóó aan gewend geraakt, iederen dag uit te gaan, dat het +haar onverschillig was geworden, of zij ging of niet, en zij maakte +zich rustig en werktuigelijk gereed voor elke avondpartij, hoewel +zonder ooit eenig genoegen van een dier uitgangen te verwachten, en +dikwijls zelfs tot op het laatste oogenblik niet wetend, bij wie ze +eigenlijk gevraagd was. Voor haar kleeding en haar uiterlijk was zij +zoo volkomen onverschillig geworden, dat zij er onder het kleeden niet +half zooveel aandacht aan wijdde, als haar ten deel viel van Juffrouw +Anne's zijde in de eerste vijf minuten van hun samenzijn. _Haar_ +nauwlettende opmerkzaamheid en nieuwsgierigen blik ontging niets; +zij zag alles, vroeg naar alles, had geen rust eer ze wist wat elk +onderdeel van Marianne's toilet gekost had; was van het aantal harer +japonnen beter op de hoogte dan Marianne zelf, en hoopte nog eenmaal, +eer zij weer afscheid namen, te zullen ontdekken, hoeveel waschgeld +zij per week betaalde, en hoeveel haar kleedgeld per jaar bedroeg. + +Gewoonlijk werd de lompheid van dat brutale uitvragen zoogenaamd +weer goedgemaakt door een compliment, dat, hoewel bedoeld als een +soort belooning, door Marianne als de verregaandste onbeschaamdheid +werd beschouwd; want na een verhoor te hebben ondergaan omtrent den +prijs en het patroon van haar japon, de kleur van haar schoenen en +de wijze waarop haar haar was opgemaakt, wist zij van te voren, hoe +ze nu te hooren zou krijgen, "dat ze er gerust waar piekfijn uitzag, +en een hoop harten zou veroveren." + +Met een dergelijke aanmoediging werd zij ook bij deze gelegenheid +verwezen naar haar broeder's rijtuig, dat geen vijf minuten aan hun +deur had behoeven te wachten; eene nauwgezetheid, weinig gewaardeerd +door hun schoonzuster, die reeds eerder naar het huis van haar +vriendin was gegaan, en hoopte op eenige vertraging van hunne zijde, +ten ongerieve van haarzelve of haren koetsier. + +Veel vermeldenswaardigs viel er dien avond niet voor. Op dit, zooals op +andere muziekpartijtjes, was een zeker aantal gasten bijeenverzameld, +dat werkelijk genoot van de uitvoering, en een veel grooter aantal +andere, die er niets om gaven; en de medewerkenden zelf waren zooals +gewoonlijk, volgens hun eigen oordeel, en dat hunner intieme vrienden +de voortreffelijkste amateurs van heel Engeland. + +Daar Elinor noch muzikaal was, noch voorgaf het te zijn, zag zij +er geen bezwaar in, haar oogen eens af te wenden van den vleugel, +wanneer zij daar lust in had, en zonder zich te laten intimideeren +door de aanwezigheid van harp en violoncel, haar blik naar believen +te laten rusten op eenig ander voorwerp in het vertrek. + +Bij een van die uitstapjes viel haar oog op een groepje jongelui, +waaronder zij hetzelfde jongemensch bespeurde, dat bij den juwelier de +voordracht over tandenstoker-étuis had gehouden. Weldra zag zij hem +naar haar kijken, terwijl hij vertrouwelijk stond te praten met haar +broeder; en zij nam zich juist voor aan John te vragen, wie hij was, +toen zij samen naar haar toekwamen, en de Heer Dashwood hem aan haar +voorstelde als den Heer Robert Ferrars. + +Hij sprak haar aan met luchtige beleefdheid, en boog, met een grappige +hoofdwending, die haar even duidelijk als woorden hadden kunnen doen, +liet bespeuren, dat hij wel waarlijk de ingebeelde fat was, dien +Lucy haar had beschreven. 't Zou gelukkig voor haar zijn geweest, +als haar genegenheid voor Edward minder had afgehangen van zijn +eigen verdiensten, dan van die zijner naaste familieleden. Want dan +zou zijn broeders buiging hebben voltooid, wat de booze blikken van +zijn moeder en zuster hadden begonnen. Maar terwijl zij zich verbaasde +over het verschil tusschen de twee jongelieden, bleek het haar, dat de +leeghoofdigheid en ijdelheid van den een haar waarlijk geen geringeren +dunk deden opvatten omtrent de bescheidenheid en degelijkheid van +den ander. Hoe het _kwam_, dat zij zoo verschilden, legde Robert zelf +haar uit in het kwartiertje, dat hij met haar praatte; want sprekend +over zijn broeder, en betreurend dat zijn verregaande _gaucherie_ hem, +naar hij dacht, belette den omgang van zijn standgenooten te zoeken, +meende hij, met oprechte welwillendheid, die linkschheid niet zoozeer +te moeten toeschrijven aan eenig natuurlijk gebrek, als wel aan de +ongelukkige omstandigheid, dat Edward privaat-onderricht had genoten; +terwijl hijzelf, hoewel allicht van nature en feitelijk niet zoo +bijzonder veel meer begaafd dan zijn broeder, alleen aan het voorrecht +eener opvoeding in een openbare school te danken had, dat hij zich +in de wereld wist te bewegen zoo goed als de beste. "Bepaald," voegde +hij erbij, "ik geloof dat het alleen daaraan ligt, en dat zeg ik zoo +dikwijls tegen mijn moeder, als zij erover aan het tobben is. "Mama," +zeg ik dan, "zet u dat nu uit het hoofd. De zaak is _nu_ niet meer te +verhelpen, en 't is heel en al uw eigen schuld. Waarom liet u zich +ook overhalen door mijn oom, Sir Robert, om tegen uw eigen beter +weten in Edward privaat-onderwijs te laten geven, juist in de jaren, +die er het meest op aankwamen? Hadt u hem naar Westminster laten gaan, +zooals mij, inplaats van hem bij den Heer Pratt in den kost te doen, +dan zoudt u dit alles hebben voorkomen." In dat licht heb ik de zaak +altijd beschouwd, en mijn moeder ziet nu ook zelve haar vergissing +wel in." + +Elinor wilde hem niet tegenspreken, want hoe zij ook in 't algemeen +mocht denken over de voordeelen eener opvoeding in een der groote +openbare scholen, aan Edward's verblijf in het gezin van den Heer +Pratt kon zij niet met voldoening terugdenken. + +"U woont in Devonshire, niet waar?" was zijn volgende opmerking, +"in een landhuisje, dicht bij Dawlish." + +Elinor bracht hem op de hoogte omtrent de plaats waar hun huis gelegen +was, en het scheen hem te verbazen, dat iemand in Devonshire kon wonen, +en tòch niet in de buurt van Dawlish. Hun soort van verblijfplaats +droeg echter zijn welwillende goedkeuring weg. + +"Ik voor mij," zei hij, "houd bijzonder van landhuisjes; ze zijn +meestal gezellig, en zien er aardig uit. Ik verzeker u, als ik er +het geld voor had, dan kocht ik een stukje grond, en liet er zelf +een bouwen, in de buurt van Londen, zoodat ik er heen kon rijden +wanneer ik verkoos, en er een paar vrienden vragen, om samen ervan te +genieten. Ik raad iedereen aan, die bouwen wil, om met een landhuisje +te beginnen. Onlangs kwam mijn vriend Lord Courtland bij mij, om mij +om raad te vragen, en legde me drie verschillende ontwerpen voor +van Bonomi. Ik moest beslissen, welk het beste was. "Mijn waarde +Courtland," zei ik, zonder mij te bedenken, en ik wierp ze alle drie +in het vuur, "neem ze geen van alle, maar bouw een landhuisje, en +anders niet." En daar zal het nu wel op uitloopen.--Er zijn menschen, +die denken, dat er met een landhuisje weinig valt te beginnen, dat +er niet genoeg ruimte is; maar dat is allemaal gekheid. De vorige +maand logeerde ik bij goede vrienden, de Elliott's, in de buurt +van Dartford. Lady Elliott wilde een danspartij geven. "Maar hoe +kan dat nu?" zei ze; "mijn beste Ferrars, zeg me toch eens, hoe ik +dat moet aanleggen. In dit huisje is geen enkele kamer groot genoeg +voor tien paren, en waar moeten we soupeeren?"--_Ik_ zag dadelijk, +dat het héél goed ging; en ik zei: "Mijn waarde Lady Elliott, tobt u +dáár niet over. In de eetkamer kunnen met gemak achttien paren ruimte +vinden, speeltafeltjes worden geplaatst in den grooten salon; in de +bibliotheek kunt u thee en andere ververschingen laten presenteeren, +en in den kleinen salon zet u het souper klaar." Lady Elliott was +verrukt over mijn plan. We hebben de eetkamer gemeten, en 't bleek dat +er precies plaats was voor achttien paren; zoodat alles juist werd +geschikt volgens mijn idee. U ziet dus wel, wanneer men maar weet, +hoe men moet te werk gaan, dan kan men 't in een landhuisje even goed +en genoegelijk hebben, als in een ruim en deftig heerenhuis." + +Elinor gaf hem maar gelijk, want zij vond niet, dat hij verdiende +als redelijk mensch op redelijke gronden te worden tegengesproken. + +Daar John Dashwood evenmin pleizier had in muziek als zijn oudste +zuster, kon hij eveneens zijn gedachten naar believen bij iets +anders bepalen, en in den loop van den avond viel hem iets in, +dat hij bij zijn thuiskomst aan zijn vrouw meedeelde, in de hoop +dat het hare goedkeuring zou wegdragen. De vergissing van Mevrouw +Dennison, die zijne zusters als zijn logeergasten had beschouwd, +had hem op het denkbeeld gebracht, of het misschien ook gepast zou +zijn, hen werkelijk te logeeren te vragen, zoolang Mevrouw Jennings +zooveel tijd buitenshuis doorbracht. Veel onkosten zou 't hun niet +veroorzaken; veel last evenmin, en het was dan toch eene attentie, +die zijn teergevoelig geweten hem als noodzakelijk deed beschouwen, ter +volkomen kwijting van de belofte, tegenover zijn vader afgelegd. Fanny +schrikte van het voorstel. + +"Ik zie niet in, hoe dat zal gaan," zei ze, "zonder onbeleefd te +zijn jegens Lady Middleton; want ze zijn elken dag bij háár; anders +zou ik het met pleizier doen. Je weet wel, dat ik altijd bereid ben, +hun wáár ik kan, een beleefdheid te bewijzen, zooals ik door dezen +uitgang van avond weer heb getoond. Maar ze zijn de gasten van Lady +Middleton. Kan ik haar nu wel van hen berooven?" + +Haar echtgenoot vond, in alle bescheidenheid, hare tegenwerping toch +eigenlijk niet afdoende. Zij hadden nu al een week op deze wijze +gelogeerd in Conduit Street, en het zou Lady Middleton stellig niet +hinderen, wanneer zij hetzelfde aantal dagen doorbrachten bij hun +eigen naaste familie. + +Fanny zweeg een oogenblik, en zei toen, met nog grooteren nadruk: +"Beste man, als het maar kon, zou ik niets liever doen. Maar ik had +juist bij mij zelf overlegd, dat we de meisjes Steele een paar dagen +te logeeren moesten vragen. Dat zijn heel geschikte, aardige meisjes; +en ik vind, dat we 't eigenlijk wel verplicht zijn, omdat hun oom zich +zooveel moeite heeft gegeven met Edward. Dan kunnen we je zusters 't +volgend jaar vragen; maar de dames Steele komen misschien dan niet weer +in de stad. Je zult ze stellig héél aardig vinden; trouwens ik weet, +dat je dat nu al doet; evenals mama, en Harry mag ze zoo graag lijden!" + +De Heer Dashwood was overtuigd. Hij zag dadelijk in, dat het noodig +was, de dames Steele te inviteeren; en zijn geweten werd gerustgesteld +door het besluit, zijn zusters te vragen in het volgend jaar. In stilte +vermoedde hij wel, dat de uitnoodiging een jaar later overbodig zou +zijn; want dan kwam Elinor natuurlijk als Kolonel Brandon's vrouw, +en Marianne als de gast van dàt echtpaar. + +Fanny, blij over die onverwachte uitkomst, en trotsch op de handigheid +waarmee ze zich had weten te redden, schreef den volgenden morgen +aan Lucy, om haar en hare zuster een paar dagen in Harley Street te +logeeren te vragen, zoodra Lady Middleton hen kon missen. Dat was +voldoende om Lucy waarlijk en met reden tevreden te doen zijn. Het +scheen wel, of Mevrouw Dashwood haar plannen in de hand werkte, +alsof zij dezelfde hoop koesterde als zij, en háár geluk wilde +bevorderen! Zulk een gelegenheid om met Edward èn zijn familie samen +te zijn, was voor haar van het allergrootste belang, en zulk eene +uitnoodiging vond zij wel buitengewoon vleiend! Het was een voorrecht, +dat zij niet dankbaar genoeg kon erkennen en niet spoedig genoeg zich +ten nutte maken; en het bezoek bij Lady Middleton, waarvan de duur +te voren niet was bepaald, bleek plotseling over twee dagen aan zijn +afgesproken einde te zullen zijn gekomen. + +Toen het briefje, tien minuten nadat het was ontvangen, aan Elinor +werd vertoond, deed het haar voor de eerste maal, eenigszins +deelen in Lucy's verwachtingen; want zulk een ongewoon bewijs van +vriendelijkheid, na zóó korte kennismaking, scheen te duiden op +een welgezindheid, die haar oorsprong vond in méér dan louter +kwaadwilligheid jegens haarzelve, en misschien op den duur en +met wat behendigheid kon worden aangewend om Lucy's verlangens te +vervullen. Haar vleierij had Lady Middleton's trots reeds doen buigen, +en haar den weg gebaand naar het moeilijk toegankelijk hart van +Mevrouw John Dashwood; uitwerkselen, die nog grootere mogelijkheden +deden verwachten. + +De dames Steele vertrokken naar Harley Street, en al wat Elinor +ter oore kwam omtrent hun invloed daar aan huis, droeg ertoe bij +haar verwachting te versterken. Sir John, die hen meermalen ging +opzoeken, bracht verhalen mee omtrent de gunst waarin zij stonden, +die ieder versteld deden staan. Mevrouw Dashwood had nog nooit in haar +leven zulke lieve meisjes ontmoet; ze had hun ieder een naaldenboekje +gegeven, het werk van een of anderen vreemden vluchteling; zij noemde +Lucy bij haar voornaam, en zij wist niet, hoe zij het ooit zonder +hen zou stellen. + + + + + + +HOOFDSTUK XXXVII + + +Na een paar weken was Mevrouw Palmer zóó wel, dat haar moeder het +niet meer noodig vond, zich geheel en al aan haar te wijden; zij +bezocht haar dan nu ook slechts eens of tweemalen per dag en keerde +terug naar haar eigen huis en tot haar oude gewoonten; waarbij zij +de dames Dashwood zeer bereid vond, deze te deelen, zooals zij dat +reeds vroeger hadden gedaan. + +Den derden of vierden morgen nadat zij het oude leventje in Berkeley +Street hadden hervat, kwam Mevrouw Jennings, bij haar terugkomst van +het gewone bezoek aan Mevrouw Palmer, den salon binnen, waar Elinor +alleen zat, met zulk een haast, en zulk een vertoon van gewicht, +dat Elinor zich reeds op iets heel bijzonders voorbereidde; maar +zonder haar tijd te gunnen tot méér dan die eene gedachte, begon +haar gastvrouw deze aanstonds te rechtvaardigen door te zeggen: +"Mijn lieve Elinor! heb je 't nieuws al gehoord?" + +"Neen, mevrouw. Wat is het dan?" + +"O, zoo vreemd! Ik zal je alles vertellen. Toen ik bij mijn dochter +kwam, was Charlotte doodelijk ongerust over 't kind. Ze dacht dat het +erg ziek was;--'t schreide, 't was lastig, en 't had uitslag overal. Ik +ging gauw kijken, en ik zei: Lieve kind, zei ik; dat is niets; een +beetje roos, en dat zei de baker ook. Maar Charlotte had er geen rust +bij; dus werd Dr. Donovan gehaald; en hij was gelukkig juist thuis +gekomen uit Harley Street, dus liep hij even bij ons aan, en zoodra hij +'t kind zag zei hij ook net als wij, dat het een beetje roos was in +het tandvleesch, en toen was Charlotte gerust. En juist toen hij wou +heen gaan, kwam 't mij zoo in de gedachte, ik weet niet hoe 't zoo was, +maar 't viel mij zoo in, om hem te vragen of hij ook iets nieuws had te +vertellen. Nu, toen lachte hij zoo'n beetje, en trok een gek gezicht, +en keek dan weer ernstig, en scheen wel iets bijzonders te weten, en +eindelijk zei hij zachtjes: "Als de jonge dames die bij u logeeren, +misschien ongunstige berichten mochten hooren omtrent hun zuster's +ongesteldheid, dan wil ik nu maar vast tot hun geruststelling zeggen, +dat er geen reden bestaat tot bezorgdheid; het zal, denk ik, met +Mevrouw Dashwood wel goed afloopen, daar ben ik niet bang voor." + +"Wat? is Fanny ziek?" + +"Precies wat ik zelf zei, kind. "Heden", zei ik, "is Mevrouw Dashwood +ziek?"--Dus toen kreeg ik alles te hooren, en naar ik wèl heb begrepen, +komt het hierop neer: Mijnheer Edward Ferrars, dat zelfde jongemensch +met wien ik jou wel eens geplaagd heb (ik ben intusschen maar blij, +nu 't zoo uitkomt, dat dààr niets van aan was) die Mijnheer Edward +Ferrars dan schijnt al langer dan een jaar verloofd te zijn geweest +met mijn nichtje Lucy!--Wat zeg je dáárvan, kind. En geen mensch, die +er van wist dan Anne! Zou je zooiets hebben kunnen gelooven?--Dat ze +van elkaar houden is zoo'n wonder niet; maar dat het zóóver tusschen +hen was gekomen, en niemand er op verdacht was! _Dat_ is vreemd!--ik +heb ze nooit samen gezien,--anders had ik het natuurlijk gauw in +de gaten gehad. Nu, het werd dan diep geheim gehouden, uit vrees +voor Mevrouw Ferrars, en noch zij, noch je broer en zuster hadden +'t flauwste vermoeden ervan,--tot dat Anne, die een goed schepsel is, +zooals je weet, maar de wijsheid niet in pacht heeft, er van morgen +op eens mee voor den dag kwam. "Kom," denkt ze bij zichzelf, "ze +zijn allemaal zóó dol op Lucy, ze hebben er bepaald niets op tegen," +en zóó loopt ze naar je zuster, die in haar eentje aan haar handwerk +zit, en weinig wist, wat haar boven 't hoofd hing,--want ze had geen +vijf minuten te voren tegen je broer gezegd, dat zij van plan was, +het klaar te spelen tusschen Edward en een andere dame, de dochter +van een Lord... dat weet ik niet meer, hoe die heette. Dus je kunt +denken wat een slag dit was voor haar ijdelheid en haar trots. Ze +kreeg het verschrikkelijk op de zenuwen en gilde zoo hard, dat je +broer het beneden hoorde; die zat in zijn kamer, van plan een brief +te schrijven aan zijn rentmeester. Hij vloog naar boven; en toen werd +het daar een scène van belang, want Lucy was er ook op afgekomen, +weinig vermoedende, wat er gaande was. Dat arme schepsel! háár beklaag +ik. Ze hebben haar ook niet mooi behandeld, moet ik zeggen; want je +zuster schold haar uit voor al wat leelijk was; en al heel gauw viel +Lucy flauw. Anne viel op de knieën en schreide allerjammerlijkst, en +je broer liep de kamer rond en wist niet, wat te beginnen. Mevrouw +Dashwood riep maar, dat ze geen minuut langer in haar huis mochten +blijven, en toen moest je broer óók wel voor haar op de knieën vallen, +om haar te bewegen, hen te laten blijven, tot ze hun goed hadden +gepakt. Toen kreeg ze weer een zenuwtoeval, en hij werd zoo bang, +dat hij Dr. Donovan liet halen, en Dr. Donovan had hen met elkaar +gevonden in zóó'n toestand. Het rijtuig stond al klaar om mijn arme +nichten weg te brengen, ze stapten juist in, toen hij wegging; Lucy +kon bijna niet loopen, zei hij, en Anne was haast even erg. Ik kan +'t niet uitstaan van je zuster, en ik hoop van harte dat ze toch +een paar worden, tegen haar zin. Och, och, wat zal die arme Edward +wel zeggen als hij ervan hoort! Dat zijn meisje zoo minachtend wordt +behandeld! want ze zeggen dat hij dol op haar is, en geen wonder. 't +Zou mij niet verwonderen, als hij er half razend door wordt, en dat +dacht Dr. Donovan ook. We hebben er samen lang en breed over gepraat, +en het trof gelukkig, dat hij weer terugging naar Harley Street, +om bij de hand te zijn, wanneer ze 't vertelden aan Mevrouw Ferrars; +want die werd gehaald, zoodra mijn nichtjes het huis uit waren; en +je zuster wist vooruit, dat zij 't óók op de zenuwen zou krijgen; +nu, dat gun ik haar graag. Ik heb met geen van beiden een ziertje +medelijden. Daar heb ik geen begrip van, hoe de menschen zoo'n drukte +kunnen maken over geld en voornaamheid. Ik zie volstrekt niet in, +waarom Mijnheer Edward en Lucy niet zouden kunnen trouwen; want +Mevrouw Ferrars kan haar zoon genoeg meegeven, en al heeft Lucy zoo +goed als niets, ze weet beter dan de meesten met weinig rond te komen; +en als Mevrouw Ferrars hem maar vijfhonderd pond in 't jaar wou geven, +dan zou zij ermee voor den dag komen, als een ander met achthonderd +zou doen. Wat zouden ze 't niet genoeglijk kunnen hebben samen, in +zoo'n soort huisje als dat van jelui,--of een beetje grooter--met twee +dienstmeisjes en twee knechts; en ik zou ze dadelijk een kamermeisje +kunnen bezorgen, denk ik, want de zuster van mijn Betty zoekt een +dienst, en die zou juist voor hen passen." + +Hier hield Mevrouw Jennings een oogenblik op, en daar Elinor tijd +genoeg had gehad, haar gedachten te verzamelen, was zij in staat, juist +dàt antwoord te geven, en precies díe opmerkingen te maken, die in dit +geval als voor de hand liggend mochten worden beschouwd. Al blijde, +te bespeuren, dat zij niet werd verdacht van eenige buitengewone +belangstelling, en dat Mevrouw Jennings (zooals zij reeds dikwijls +had gehoopt in den laatsten tijd) al lang niet meer in de meening +verkeerde, dat zij iets gevoelde voor Edward; maar vooral blij, omdat +Marianne niet in de kamer was, kon zij zeer goed, zonder verlegenheid +te toonen, over de zaak spreken, en een, naar zij meende, onpartijdig +oordeel uiten over het gedrag van allen, die erbij waren betrokken. + +Zij kon bijna niet uitmaken, wat zij zelve verwachtte dat deze +gebeurtenis ten gevolge zou hebben;--hoewel zij zich ernstig trachtte +te verzetten tegen het denkbeeld, dat de zaak bij mogelijkheid op iets +anders kon uitloopen dan het huwelijk van Edward en Lucy. Wat Mevrouw +Ferrars zou zeggen en doen, scheen wel allesbehalve twijfelachtig; +maar zij was er toch benieuwd naar, en nog veel meer benieuwd, hoe +Edward zelf zich zou gedragen. Met hèm had zij medelijden;--met Lucy +heel weinig, en dat weinigje riep ze met moeite te voorschijn;--met +de anderen in 't geheel niet. + +Daar Mevrouw Jennings over niets anders kon praten, zag Elinor +spoedig in, dat Marianne op de bespreking van de zaak moest worden +voorbereid. Er viel geen tijd te verliezen; zij moest op de hoogte +worden gebracht, de volle waarheid vernemen, en leeren, erover te +hooren spreken door anderen, zonder te laten merken, dat zij bedroefd +was om hare zuster, of verontwaardigd over Edward's gedrag. + +Het was een pijnlijke taak voor Elinor. Zij moest haar zuster ontnemen, +wat zij werkelijk als Marianne's grootsten troost beschouwde,--moest +haar dingen omtrent Edward vertellen, die zij vreesde, dat hem +voor altoos haar goede meening zouden doen verliezen, en zij zou +Marianne door de gelijkenis van beider omstandigheden, die haar wel +treffend moest schijnen, al haar eigen teleurstelling opnieuw doen +gevoelen. Doch hoe onwelkom die taak ook mocht zijn, zij moest vervuld +worden, en Elinor haastte zich te doen, wat haar te doen stond. + +Allerminst wenschte zij, lang stil te staan bij haar eigen gevoelens +of het te doen voorkomen, alsof zij zwaar verdriet had, behalve dan in +zooverre, als het zelfbedwang, dat zij zich had opgelegd, sedert zij +voor het eerst Edward's verloving vernam, voor Marianne eenigermate +eene aansporing kon zijn, dit ook van hare zijde te betrachten. Zij +vertelde alles duidelijk en eenvoudig; en ofschoon niet onbewogen, liet +zij zich toch geenszins vervoeren tot heftige aandoening of onstuimige +smart. _Deze_ bleven overgelaten aan haar die luisterde; want Marianne +hoorde haar aan met ontzetting, en schreide bitter. Elinor scheen de +troosteres te moeten zijn van anderen, zoowel in haar eigen verdriet, +als in het hunne, en bereidwillig bood zij al de geruststelling aan, +die zij kon schenken, door de verzekering, dat zij zelve nu volkomen +kalm was, en door haar ernstige voorspraak van Edward, dien zij +vrijpleitte van alle schuld, behalve onvoorzichtigheid. + +Doch een tijdlang wilde Marianne noch het een, noch het ander +gelooven. Edward scheen wel een andere Willoughby, en als Elinor +toegaf, zooals ze _deed_, dat zij hem innig had liefgehad, kon zij +dan minder gevoelen dan Marianne zelve? Wat Lucy Steele betrof, +zij beschouwde haar als zoo volkomen onaantrekkelijk, zoo absoluut +ongeschikt om de liefde van een verstandig man te winnen, dat zij +aan een vroegere genegenheid van Edward voor Lucy eerst niet wilde +gelooven, en hem die in geen geval vergeven kon. Zij wilde zelfs +niet inzien, dat zooiets natuurlijk had kunnen zijn; en Elinor gaf +het maar op, en liet haar bij hare meening, totdat die overtuiging +haar zou zijn bijgebracht door het eenige, dat haar overtuigen kòn, +eene grootere mate van menschenkennis. + +Haar eerste mededeeling had zich niet verder uitgestrekt dan tot +het feit van de verloving en den duur ervan. Daarop was Marianne's +gevoel tusschenbeide gekomen en had een einde gemaakt aan allen +geregelden samenhang. Een tijdlang rustte op Elinor de taak, haar +droefheid te doen bedaren, haar ongerustheid te doen verminderen en +haar verontwaardiging te bestrijden. De eerste vraag van Marianne's +kant, die tot verdere bijzonderheden leidde, was: + +"Hoe lang heb je dit al geweten, Elinor? Heeft hij het je geschreven?" + +"Ik wist het al vier maanden. Toen Lucy pas te Barton was gekomen, +in November, vertelde ze mij in vertrouwen, dat ze verloofd was." + +Bij deze woorden drukten Marianne's oogen de verwondering uit, die +haar lippen niet konden uitspreken. Na een oogenblik van zwijgende +verbazing, riep ze: + +"Vier maanden?--Heb je dit vier maanden lang geweten?" + +Elinor antwoordde bevestigend. + +"Dus... terwijl je deelde in al mijn verdriet, hadt je _dit_ op het +hart? En ik maakte je er een verwijt van, dat je gelukkig waart!" + +"Het zou niet goed voor je zijn geweest, toen te weten, hoe zeer het +tegendeel bij mij 't geval was." + +"Vier maanden!" riep Marianne nogmaals. "En zoo kalm, zoo vroolijk! Wat +stelde je daartoe in staat?" + +"Het gevoel, dat ik mijn plicht deed. Mijn belofte aan Lucy verplichtte +mij tot geheimhouding. Ik moest dus om harentwil vermijden, ook maar +een zweem van de waarheid te doen vermoeden, en bij mijn familie +en goede vrienden mocht ik geen bezorgdheid wekken, die ik niet bij +machte zou zijn te verdrijven." + +Marianne scheen diep getroffen. + +"Ik heb dikwijls verlangd, jou en moeder alles duidelijk te maken," +voegde Elinor erbij, "en een paar malen beproefde ik dat zelfs;--maar +zonder het in mij gestelde vertrouwen te verraden, had ik je nooit +kunnen overtuigen." + +"Vier maanden!--en toch hadt je hem lief!" + +"Ja. Maar ik had niet hem alléén lief,--en zoolang het geluk van +anderen mij ter harte ging, was ik blijde, hun de wetenschap te +kunnen besparen van wat ik gevoelde. Nu kan ik eraan denken en +erover spreken zonder heftige aandoening. Ik zou niet willen dat je +om mijnentwille verdriet hadt, want feitelijk heb ik zelf nu géén +verdriet meer. Ik heb veel dingen, die mij steun geven. Ik ben mij +niet bewust, mij te hebben blootgesteld aan deze teleurstelling door +eigen onvoorzichtigheid, en ik heb die zooveel mogelijk gedragen +zonder anderen erin te laten deelen. Ik kan in gemoede verklaren +dat Edward zich niet heeft misdragen. Ik hoop, dat hij gelukkig zal +worden, en ik weet zóó zeker, dat hij altoos zijn plicht zal doen, +dat hij het ten slotte worden zàl, al mag hij nu ook nog een weinig +bedroefd zijn. Verstand heeft Lucy genoeg, en dat is een grondslag, +waarop zich veel goeds laat bouwen. En dan, Marianne, wel beschouwd, +ondanks al wat er betooverends moge zijn in de voorstelling van ééne +duurzame getrouwe genegenheid, ondanks al dat roemen in een geluk, +dat uitsluitend afhankelijk is van één bepaalden persoon, het is +ons niet beschoren,--het is niet geoorloofd,--het is niet mogelijk, +dat dit waarheid zij. Edward zal trouwen met Lucy; hij zal trouwen +met een vrouw, die, wat uiterlijk en verstand betreft, de meerdere +is van de helft harer seksegenooten, en tijd en gewoonte zullen hem +leeren vergeten, dat hij ooit eene andere als de meerdere van háár +heeft beschouwd." + +"Als je er zóó over denkt," zei Marianne, "als het verlies van wat +je het hoogst schatte, zóó gemakkelijk kan worden vergoed door iets +anders, dan zijn je vastberadenheid en je zelfbedwang misschien een +beetje minder verwonderlijk te achten. Althans meer binnen 't bereik +van mijn begrip." + +"Ik weet, wat je zeggen wilt. Je gelooft niet, dat ik ooit veel +gevoeld kan hebben. Vier maanden, Marianne, ben ik van dit alles +vervuld geweest, zonder dat het mij vrijstond, er met één sterveling +over te spreken; begrijpende, dat het jou en moeder bitter verdriet +moest doen, wanneer je het te weten kwaamt, en toch niet in staat, +je er ook maar in 't minst op voor te bereiden. Het werd mij verteld; +het werd mij, om zoo te zeggen, opgedrongen door de persoon zelve, +wier vroegere verbintenis al mijn verwachtingen neersloeg; en verteld, +naar het mij voorkwam, met zegevierenden trots. Háár achterdocht +dus moest ik ontwapenen, door onverschillig te schijnen voor wat +mij het allerdiepst ter harte ging. En dat gebeurde niet éénmaal; +nogmaals en nogmaals moest ik de uitingen aanhooren van haar hoop +en haar verrukking. Ik heb beseft, dat ik voor altijd van Edward +gescheiden zou zijn, zonder te weten van ééne omstandigheid, welke +mij die verbintenis minder wenschelijk had kunnen doen schijnen. Hij +heeft zich noch onwaardig betoond, noch onverschillig te mijnen +opzichte. Ik heb het hoofd moeten bieden aan de onheusche bejegening +van zijn zuster en de beleedigende houding zijner moeder, en de straf +moeten ondergaan voor eene genegenheid, waarvan ik de vreugde gemist +had. En dat alles is gebeurd in dagen, die, zooals je maar al te goed +weet, nog andere droefheid brachten. Wanneer je mij tot éénig gevoel +in staat acht, waarlijk, dan mag je veronderstellen, dat ik _thans_ +geleden heb. De kalmte, waarmede ik nu van mijzelf verkregen heb, de +zaak te beschouwen, de troostgronden, die ik bereid was te erkennen, +zijn de vrucht geweest van aanhoudende en smartelijke inspanning;--zij +meldden zich niet vrijwillig aan; zij kwamen aanvankelijk mij geen +verlichting brengen,--neen, Marianne. Toen--wanneer mij geen belofte +het zwijgen had opgelegd, zou mij _toen_ misschien niets, zelfs +niet wat ik mijn liefsten vrienden verschuldigd was, hebben kunnen +weerhouden openlijk te toonen, dat ik mij _diep_ ongelukkig gevoelde." + +Marianne had niets meer in te brengen. + +"O Elinor," riep ze, "je maakt, dat ik voor altijd een hekel +zal hebben aan mijzelf! Wat ben ik barbaarsch wreed tegenover je +geweest!--tegenover jou, die mijn eenige troost waart, die mij trouw +bijstondt in al mijn ellende, die alleen om mij scheent te lijden! Is +dat mijn dank? Is dat mijn eenige vergelding? Ik heb je verdienste +trachten te verkleinen, omdat zij _mijn_ tekortkoming aan het licht +brengt." + +Op die bekentenis volgden de teederste liefkoozingen. In de +gemoedsstemming, waarin ze thans verkeerde, kon Elinor zonder moeite +elke belofte van haar vergen, die haar gewenscht voorkwam; en op haar +verzoek nam Marianne zich vast voor, niemand over de zaak te spreken +met den geringsten schijn van bitterheid;--als zij Lucy ontmoette, +geen de minste toename van haar afkeer te doen blijken, en zelfs +Edward, mocht het toeval hen doen samenkomen, niet minder hartelijk te +begroeten, dan zij vroeger placht te doen. Het waren zware eischen, +die hier werden ingewilligd; maar als Marianne besefte, dat zij een +ander onrecht had gedaan, kende haar bereidvaardigheid om het weer +goed te maken, geen grenzen. + +Zij vervulde haar belofte van voorzichtig te zullen zijn, op een +wijze, die bewondering verdiende. Zij luisterde zonder blozen of +verbleeken naar al wat Mevrouw Jennings over het onderwerp te zeggen +had, verschilde geen enkele maal met haar van meening, en zei tot +driemaal toe: "Ja, mevrouw." Bij het aanhooren van Lucy's lof ging +zij alleen op een anderen stoel zitten, en toen Mevrouw Jennings het +had over Edward's genegenheid, kostte haar dat enkel een zenuwachtige +kramptrekking in haar keel. Deze aan het heldhaftige grenzende houding +van hare zuster gaf Elinor een gevoel, alsof zijzelve nu wel tot +àlles in staat was. + +Den volgenden morgen werd die heldhaftigheid nog verder op de proef +gesteld door een bezoek van hun broeder, die met een diep ernstig +gezicht de treurige geschiedenis kwam vertellen en berichten, hoe +het ging met zijn vrouw. + +"Je hebt zeker al gehoord," zei hij plechtig, toen hij had plaats +genomen, "van de alleronaangenaamste ontdekking, die gisteren bij +ons aan huis heeft plaats gehad." + +Zij gaven allen door blikken hun toestemming te kennen; voor woorden +scheen het oogenblik te onheilvol. + +"Je schoonzuster," ging hij voort, "heeft het zich ontzaglijk +aangetrokken. Mevrouw Ferrars ook,--we waren allen in een rampzaligen +toestand; maar ik durf toch hopen, dat we den storm weerstand zullen +bieden, zonder dat een van ons totaal bezwijkt. Die arme Fanny; +gisteren had zij het den geheelen dag op de zenuwen. Maar ik wilde +jelui niet al te ongerust maken. Donovan zegt, dat er geen reden is, +iets ernstigs te vreezen; haar gestel is sterk, en haar geestkracht +stelt haar in staat, het ergste te dragen. Met engelengeduld heeft +zij alles verduurd! Zij zegt, dat ze van niemand ooit meer iets goeds +zal verwachten; en geen wonder, na zoo te zijn bedrogen!--zulk een +verregaande ondankbaarheid te hebben ondervonden, als vergelding +van zooveel vriendelijkheid, zulk vertrouwen. Uit pure, oprechte +goedhartigheid had ze die meisjes te logeeren gevraagd, enkel omdat +ze vond, dat hun wel eenige attentie mocht worden bewezen; ze waren +aardig, wisten zich goed voor te doen, en zouden prettig gezelschap +voor ons zijn; want anders zouden we allebei stellig liever jou en +Marianne gevraagd hebben, terwijl je lieve gastvrouw zich wijdde +aan haar dochter. En dan op deze wijze te worden beloond! "Ik wou +om een lief ding," zegt Fanny met haar natuurlijke hartelijkheid, +"dat we je zusters maar hadden gevraagd, inplaats van hen." + +Hier wachtte hij even, om bedankt te worden, en toen dat gebeurd was, +praatte hij door. + +"Wat dit arme Mevrouw Ferrars uitstond, toen ze 't van Fanny het eerst +kreeg te hooren, is met geen woorden te omschrijven. Terwijl zij in +haar trouwe genegenheid, zulk een uiterst wenschelijke verbintenis voor +hem had weten voor te bereiden, kon men toch niet veronderstellen, dat +hij al dien tijd in 't geheim met iemand anders was verloofd!--dat +vermoeden kòn eenvoudig niet bij haar opkomen. Wanneer ze hem +al verdacht van eenige bijzondere voorkeur, dan was het toch niet +_hierheen_, dat die verdenking zich richtte. "_Daar_," zei ze, "dacht +ik nu toch, dat geen gevaar was te duchten." Zij was letterlijk ten +einde raad. We overlegden samen, wat nu te doen stond, en ten laatste +besloot zij, Edward bij zich te laten komen. Hij kwam dan ook. Wat +toen volgde, verhaal ik ongaarne. Al wat Mevrouw Ferrars kon zeggen, +om hem te bewegen de verloving te verbreken, terwijl zij toch werd +bijgestaan, zooals je kunt begrijpen, door mijn redeneering en Fanny's +smeekbeden, het baatte niets. Plicht, genegenheid, alles verloor +hij uit het oog. Ik had nooit gedacht, dat Edward zoo stijfkoppig, +zoo ongevoelig kon zijn. Zijn moeder deelde hem mede, wat haar plan +was, als hij trouwde met Juffrouw Morton; ze zei dat ze hem hun +bezitting in Norfolk zou schenken, die zonder grondbelasting ruim +duizend pond in het jaar opbrengt; ze bood zelfs aan, toen het begon +te spannen, zijn inkomen op twaalfhonderd te brengen terwijl zij aan +den anderen kant, als hij deze ongepaste verbintenis wilde doorzetten, +hem wees op de onvermijdelijke armoede, waartoe dit huwelijk hem zou +veroordeelen. Zijn eigen tweeduizend pond zouden alles zijn wat hij +bezat, verklaarde zij; zij wilde hem nooit weerzien, en zóó weinig +zou zij gezind zijn, hem den geringsten steun te verleenen, dat zij, +wanneer hij een beroep zou kiezen, om in zijn onderhoud te voorzien, +alles zou doen wat in haar macht stond, om te beletten, dat hij +vooruit kwam." + +Hier sloeg Marianne, wier verontwaardiging thans haar hoogtepunt +had bereikt, de handen ineen en riep: "Goede hemel! kan zoo iets +mogelijk zijn?" + +"Je moogt je waarlijk wèl verbazen, Marianne," antwoordde haar broeder, +"over een onverzettelijkheid, die zulke argumenten kon weerstaan. Je +uitroep is zeer natuurlijk." + +Marianne wilde heftig antwoorden; maar zij herinnerde zich haar +belofte en hield zich in. + +"Alles echter," ging hij voort, "werd te vergeefs hem +voorgehouden. Edward zei heel weinig, maar dat weinige op den meest +beslisten toon. Niets zou hem bewegen, zijn verloving te verbreken. Hij +hield zich aan zijn gegeven woord, het mocht dan kosten wat het wilde." + +"Dan heeft hij gehandeld," riep Mevrouw Jennings, die zich niet langer +kon stilhouden, met rondborstige oprechtheid uit, "als een eerlijk +man. Neem mij niet kwalijk, mijnheer Dashwood, maar als hij zich anders +had gedragen, dan zou ik hem een schurk hebben genoemd. Ik ben ook +eenigszins bij de zaak betrokken, zoo goed als u; want Lucy Steele is +mijn nichtje, en ik geloof, dat er geen beter meisje in de wereld is +te vinden, géén, die 't zoo goed waard is, een besten man te krijgen." + +John Dashwood was zeer verbaasd; maar hij had een kalme geaardheid, +zou niet licht aanstoot nemen, en wenschte niemand te beleedigen, +vooral niet iemand met geld. Hij antwoordde dus, zonder eenige ergernis +te laten blijken. + +"Ik zou in geen geval oneerbiedig willen spreken van iemand die +familie is van u, mevrouw. Ik wil gaarne gelooven, dat Juffrouw +Steele een zeer verdienstelijke jonge dame is, maar in dit geval +kan toch van een engagement geen sprake zijn. En dat zij zich in 't +geheim heeft verloofd met een jongen man, die aan de zorg van haar +oom was toevertrouwd, den zoon nog wel van een zoo vermogende dame als +Mevrouw Ferrars, dat is toch op zich zelf wel een beetje vreemd. Maar +het spreekt vanzelf, dat ik geen ongunstig oordeel vel over 't gedrag +van iemand, die door u wordt gewaardeerd, Mevrouw Jennings. We hopen +allen dat zij gelukkig zal worden, en Mevrouw Ferrars' houding is +in alle opzichten zóó geweest, als men van elke goede moeder, die +zich van haar plicht bewust is, in hare omstandigheden zou verwacht +hebben. Zij heeft zich waardig en grootmoedig gedragen. Edward heeft +zijn eigen lot gekozen, en ik vrees dat het niet gelukkig zal zijn." + +Marianne gaf met een zucht die zelfde vrees te kennen; en Elinor's +hart bloedde bij de gedachte aan Edward's gevoelens, terwijl hij +zijn moeder's bedreigingen trotseerde voor een vrouw, die hem niet +kon beloonen. + +"En hoe," zei Mevrouw Jennings, "liep het toen af?" + +"Helaas, mevrouw, het kwam tot een treurige breuk tusschen beiden; +Edward werd door zijn moeder voor goed uit haar huis gezonden. Gisteren +is hij vertrokken; waarheen weet ik niet, en ook niet, of hij nog in +de stad is; want _wij_ kunnen natuurlijk geen navraag doen." + +"Die arme jongen; en wat moet er nu van hem worden?" + +"Zegt u dat wèl, mevrouw! 't Is droevig om aan te denken. Gewend aan +'t vooruitzicht van eenmaal schatrijk te zullen worden! Ik kan mij +geen beklagenswaardiger toestand voorstellen. De rente van tweeduizend +pond--hoe kàn iemand daarvan leven!--en als daarbij dan nog moet worden +bedacht, dat hij door zijn eigen dwaasheid zich de kans liet ontgaan +binnen drie maanden een inkomen te bezitten van tweeduizend vijfhonderd +pond in het jaar (want Juffrouw Morton bezit dertigduizend),--ik kan +mij geen bedroevender omstandigheden denken. We moeten allen met hem +meegevoelen; te meer, daar we geheel onmachtig zijn, hem te helpen." + +"Arme jongen!" riep Mevrouw Jennings, "ik weet wel, dat hij in +mijn huis gerust mag komen slapen en eten, en dat zou ik hem zeker +vertellen, als ik hem zag! 't Is niet zooals 't hoort, dat hij nu +zich zelf moet bedruipen, en logeeren op kamers, of in hôtels." + +Elinor bedankte haar in haar hart voor die vriendelijke gevoelens +jegens Edward, al kon zij niet nalaten te glimlachen om den vorm, +waarin deze werden uitgedrukt. + +"Als hij maar even goed voor zich zelf had willen zorgen," zei John +Dashwood, "als al zijn vrienden geneigd waren voor hèm te doen, +dan zou hij nu zijn natuurlijke positie hebben ingenomen, en aan +niets gebrek hebben gehad. Maar zooals het nu is, kan niemand hem +helpen. En nog iets hangt hem boven het hoofd, wel haast het ergste +van alles--zijn moeder heeft besloten,--en ik vind dat zeer natuurlijk +van haar,--nu al dadelijk _die_ bezitting aan Robert te schenken, +die van Edward had kunnen zijn, als hij zich naar haar voorwaarden +had willen schikken. Toen ik haar van morgen verliet, was zij bezig, +met haar zaakwaarnemer hierover te spreken." + +"Nu," zei Mevrouw Jennings, "dat is nu háár wijze van wraaknemen. Ieder +doet dat op zijn eigen manier. De mijne zou het, dunkt mij, niet +zijn, den eenen zoon onafhankelijk te maken, omdat de andere mij +had geërgerd." + +Marianne stond op en ging de kamer uit. + +"Wat kan meer verbittering wekken in iemands gemoed", ging John voort, +"dan zijn jongeren broeder in 't bezit te zien van een goed, dat _zijn_ +eigendom had kunnen zijn? Arme Edward, ik beklaag hem van harte." + +Na nog een paar minuten te hebben gewijd aan dergelijke ontboezemingen, +nam hij afscheid, en vertrok met de herhaalde verzekering aan zijn +zusters, dat Fanny's ongesteldheid niet van ernstigen aard was, +en dat zij zich dus niet ongerust behoefden te maken. De drie dames +bleven achter, volkomen eensgezind in hun gevoelens ditmaal, althans +wat het gedrag betrof van Mevrouw Ferrars, de Dashwoods en Edward. + +Marianne's verontwaardiging barstte los, zoodra hij de kamer uit was, +en daar haar heftigheid het voor Elinor onmogelijk, en voor Mevrouw +Jennings onnoodig maakte, terughouding te betrachten, gaven zij +eendrachtig en met groote levendigheid uiting aan hun afkeuring van +het drietal. + + + + + + +HOOFDSTUK XXXVIII + + +Mevrouw Jennings prees Edward's gedrag met groote warmte, maar alleen +Elinor en Marianne beseften de ware verdienste ervan. _Zij_ alleen +wisten, hoe weinig hem verlokte tot ongehoorzaamheid, en hoe gering +de troost was, die hem overbleef, bij het verlies van vrienden en +fortuin, buiten de zekerheid, goed te hebben gehandeld. Elinor was +vervuld van blijden trots om zijn rechtschapenheid, en Marianne +vergaf hem al zijn wandaden uit medelijden met zijn straf. Maar +hoewel, na deze openlijke ontdekking, het oude vertrouwen tusschen +hen was teruggekeerd, was dit toch niet een onderwerp, waarover zij +gaarne spraken, als zij alleen waren. Elinor vermeed het uit beginsel, +daar het door Marianne's al te vurige, al te stellige verzekeringen, +licht kon leiden tot een te aanhoudend verwijlen van haar gedachten +bij de voorstelling van Edward's blijvende genegenheid voor haarzelve, +welke zij liever van zich wilde afzetten; en Marianne ontzonk spoedig +de moed, als zij poogde te spreken over een onderwerp, dat haar altijd +een ontevreden gevoel gaf met zichzelve, door de vergelijking, die het +wel moest oproepen tusschen Elinor's gedrag en het hare. Het treffende +van die vergelijking gevoelde zij ten volle; doch dit noopte haar +thans niet tot inspanning, zooals hare zuster had gehoopt; het ging +gepaard met de pijn van een aanhoudend zelfverwijt, waarin zij bitter +betreurde zich te voren nooit te hebben ingespannen; doch het bracht +enkel de kwelling mede van berouw, zonder hoop op verbetering. Haar +geest was zoozeer verslapt, dat zij het nog steeds onmogelijk waande, +haar kracht te beproeven, en daardoor te meer ontmoedigd werd. + +In de eerstvolgende paar dagen vernamen zij niets nieuws, noch uit +Harley Street, noch uit Bartlett's Buildings. Maar hoewel zij reeds +zooveel van de zaak wisten, dat Mevrouw Jennings genoeg te doen zou +hebben gehad met het verder verbreiden van die kennis, zonder naar +meer te verlangen, had zij dadelijk besloten, zoodra ze kon, haar +nichten een bezoek te brengen, om hen te troosten en navraag te doen, +en alleen een grootere toeloop van bezoek dan gewoonlijk had haar +verhinderd dat plan ten uitvoer te brengen. + +De derde dag nadat het bericht hun ter oore was gekomen, was een +prachtige Zondag, die velen uitlokte tot een bezoek aan Kensington +Gardens, hoewel het nog slechts de tweede week was van Maart. Tot die +bezoekers behoorden ook Mevrouw Jennings en Elinor; doch Marianne, +die wist, dat de Willoughby's weer in de stad waren, en altijd bang +was, hen te ontmoeten, wilde liever thuisblijven dan zich vertoonen +op een plaats, waar zooveel menschen bijeen kwamen. + +Een goede kennis van Mevrouw Jennings voegde zich bij hen, zoodra +zij het hek waren binnengegaan, en het speet Elinor niet, dat +zij hun gezelschap bleef houden, en druk doorpraatte met Mevrouw +Jennings, zoodat zij zelve rustig kon nadenken. De Willoughby's zag +zij niet; Edward evenmin; en een tijdlang vertoonde zich niemand, +die om eenige reden, 't zij van ernstigen of vroolijken aard, haar +belangstelling kon wekken. Eindelijk echter werd zij, tot haar +verwondering, aangesproken door de oudste Juffrouw Steele, die, +hoewel een weinig verlegen kijkend, toch haar genoegen te kennen gaf, +hen te zien, en, aangemoedigd door Mevrouw Jennings' buitengewone +vriendelijkheid, haar eigen gezelschap een poosje verliet, om zich +bij hen te voegen. Mevrouw Jennings fluisterde Elinor haastig toe: +"Zie, dat je alles te weten komt, kind. Ze vertelt je, wat je wilt, +als je maar vraagt. Je ziet wel, ik moet bij Mevrouw Clarke blijven." + +Het trof gelukkig voor Mevrouw Jennings' nieuwsgierigheid, en die +van Elinor eveneens, dat Anne alles wel wilde vertellen, _zonder_ +gevraagd te worden; want anders hadden zij niets vernomen. + +"Ik ben zoo blij, dat ik u hier tref," zei Juffrouw Steele, haar +vertrouwelijk in den arm nemend; "want ik verlangde juist erg om u +eens te spreken"; en met zachtere stem voegde zij erbij: "Mevrouw +Jennings heeft zeker al alles gehoord. Is ze boos?" + +"Op u, geloof ik, in 't geheel niet." + +"Dat treft. En Lady Middleton, is _die_ boos?" + +"Dat lijkt mij haast niet mogelijk." + +"Wat ben ik dáár blij om! Och lieve deugd, wat heb ik al niet +uitgestaan! Ik heb Lucy nog nooit van mijn leven zóó woedend gezien. Ze +hield bij hoog en laag vol, dat ze nooit weer een hoed voor mij +zou opmaken, of wàt ook voor mij doen, zoolang ze leefde; maar 't +is nu al weer bijgetrokken en we zijn weer beste maatjes. Zie eens, +dien strik op mijn hoed heeft zij gemaakt; gisteravond heeft ze er +de veer op gezet. Kijk, nu lacht u óók alweer om mij. Maar waarom +zou ik geen rose mogen dragen! _Ik_ kan toch niet helpen, dat het +de lievelingskleur van den dokter is. Ik zou 't waarlijk niet hebben +geweten, dat hij aan die kleur boven alle andere de voorkeur geeft, +als hij 't niet zelf gezegd had. Mijn nichtjes hebben me toch zóó +geplaagd! Ik zeg wel eens, ik weet niet, waar ik mijn gezicht zal +bergen, wanneer zij beginnen." + +Zij was afgedwaald tot een onderwerp, waarover Elinor niets had te +zeggen, en vond het dus geraden, tot het eerste terug te keeren. + +"Hoor eens, Juffrouw Dashwood," zei ze zegevierend, "de menschen mogen +nu zeggen wat ze willen, van dat Mijnheer Ferrars beweerd had, dat +hij Lucy niet wou hebben; maar daar is niets van aan, hoor; en 't is +schande, dat er zulke leelijke praatjes worden rondgestrooid. Wàt Lucy +zelf er ook van vond, andere menschen hadden volstrekt niet noodig, +dat maar zoo voor waar aan te nemen." + +"Ik heb in de verste verte niets van dien aard gehoord," zei Elinor, +"dat kan ik u verzekeren." + +"O zoo! niet? Maar 't _werd_ toch verteld; dat weet ik zeker, en +door verschillende menschen; want Juffrouw Godby had tegen Juffrouw +Sparks gezegd, dat niemand die bij zijn verstand was, kon verwachten, +dat Mijnheer Ferrars iemand als Juffrouw Morton, die dertig duizend +pond meebrengt, zou laten loopen voor Lucy Steele, die geen cent +bezat; en dat hoorde ik van Juffrouw Sparks zelf. Mijn neef Richard +zei trouwens ook al, als 't er zóó voor stond, dan was hij bang, +dat Mijnheer Ferrars ons liet zitten, en toen Edward zich in geen +drie dagen bij ons vertoonde, wist ik zelf niet, wat ik ervan moest +denken; ik geloof dat Lucy in haar hart ook alles al had opgegeven; +want we gingen Woensdag weg bij uw broer, en Donderdag, Vrijdag en +Zaterdag kregen we hem niet te zien, en we wisten ook niet, wat er +met hem gebeurd was. Eenmaal dacht Lucy erover, hem te schrijven; +maar dat kon ze toen toch weer niet van zichzelf verkrijgen. Nu, maar +van morgen is hij dan toch gekomen, juist toen wij thuiskwamen uit de +kerk; en toen kregen we alles te hooren, dat hij Woensdag in Harley +Street had moeten komen, en hoe zijn moeder en allemaal hem hadden +willen bepraten, en dat hij ronduit had gezegd, hij hield van niemand +dan Lucy, en hij wou Lucy hebben, en geen ander. En dat hij er zoo +ellendig over geweest was, dat hij, zóó als hij uit zijn moeders huis +kwam, te paard was gesprongen en de stad uit was gereden, ik weet niet +meer waarheen; en dat hij den heelen Donderdag en Vrijdag daar ergens +in een logement was gebleven, om zich eroverheen te zetten. En toen hij +alles nog eens weer goed overdacht had, zei hij, leek het hem zoo, nu +hij geen geld had en niets in de wereld bezat, dat het tegenover haar +niet goed zou zijn, als hij haar gebonden hield door die verloving, +omdat zij erbij zou verliezen; want hij bezat niets dan tweeduizend +pond en kon niets meer verwachten; en als hij predikant zou worden, +waar hij over dacht, dan werd hij toch maar hulpprediker vooreerst, +en hoe zouden ze dan moeten rondkomen?--Hij vond dat voor haar een +te treurig vooruitzicht, en hij vroeg haar, als ze ook maar in 't +minst ertoe geneigd was, er een eind aan te maken; en dan zou hij +wel voor zichzelf zien, hoe hij er kwam. Dat hoorde ik hem alles +duidelijk zeggen. En 't was enkel om háár, en voor haar bestwil, +dat hij een woord zei over afmaken, niet om hemzelf. Ik verzeker u +heilig, dat hij zich geen woord liet ontvallen van dat hij genoeg +van haar had, of dat hij liever met Juffrouw Morton zou trouwen, of +zoo iets. Maar natuurlijk, Lucy wou van dat alles niets hooren, dat +zei ze hem dadelijk (met nog een heelen omhaal van verliefde praatjes +en zoo--och, u weet wel, dat kan je zoo niet oververtellen); ze zei, +ze dacht er niet over om het af te maken, want ze kon met hem best +van een klein inkomen leven, en hoe weinig hij ook bezat, ze zou blij +zijn als ze 't kreeg, of zoo iets, dat kan u zich wel voorstellen. Nu: +toen was hij in de wolken natuurlijk, en praatte erover wat ze nu +zouden beginnen, en ze spraken af, dat hij zoo gauw mogelijk zou zien +de wijding als geestelijke te ontvangen, en dat ze zouden wachten met +trouwen tot hij als predikant zou worden aangesteld. Toen kon ik niet +méér hooren, want mijn nichtje riep van beneden, dat Mevrouw Richardson +een van ons beiden in haar koets mee naar Kensington Gardens wou nemen; +dus moest ik wel in de kamer gaan en hen storen, om Lucy te vragen, +of zij misschien wou gaan; maar zij wou Edward niet alleen laten; +dus liep ik gauw naar boven om een paar zijden kousen aan te trekken, +en nu ben ik hier met de Richardsons." + +"Ik begrijp niet, wat u bedoelt met "hen storen," zei Elinor; +"u waart toch met hen in de zelfde kamer, niet waar?" + +"Welnee! hoe komt u erbij?--Heere, Juffrouw Dashwood, denkt u, dat +zulke verliefde lui vrijen, waar anderen bij zijn? O foei, neen; +ik dacht, dat u wel beter wist!" (Hierbij lachte ze gemaakt). "Neen, +neen, ze zaten samen in den salon, en ik hoorde alles, omdat ik aan +de deur stond te luisteren." + +"Maar hebt u dan nu," riep Elinor, "voor mij herhaald, wat u zelf hebt +gehoord door te luisteren aan de deur? Het spijt mij wel zeer, dat ik +dit niet eerder heb geweten; want ik zou stellig hebben geweigerd, +uit uw mond bijzonderheden te vernemen, die u zelve niet behoordet +te weten. Hoe kondt u zoo oneerlijk zijn tegenover uw zuster?" + +"Och kom, wat doet dàt er nu toe! Ik stond alleen maar bij de deur, +en ik hoorde wat ik kon opvangen. Ik weet zeker dat Lucy tegenover +mij precies 't zelfde zou hebben gedaan, want een jaar of wat geleden, +toen ik altijd geheimen had met Martha Sharpe, vond zij er niets in, +zich in de kast te verstoppen, of onder den schoorsteen, om af te +luisteren wat wij elkaar vertelden." + +Elinor poogde over iets anders te spreken; maar Juffrouw Steele +kon geen twee minuten afblijven van het onderwerp dat haar op dit +oogenblik vervulde. + +"Edward sprak ervan, gauw naar Oxford te gaan," zei ze; "maar vooreerst +logeert hij in Pall Mall, no. 14. Wat een akelig mensch toch, die +moeder van hem! En uw broer en zuster waren ook lang niet aardig! Maar +tegen _u_ wil ik van hen geen kwaad zeggen; ze stuurden ons toch nog +naar huis in hun eigen rijtuig; dat was meer dan ik verwachtte. _Ik_ +was maar bang, dat uw zuster ons naar die mooie naaldenboekjes zou +vragen, die ze ons voor een paar dagen had gegeven; maar niemand zei +er iets van, en ik stopte 't mijne weg. Edward zegt, dat hij nu een +poos in Oxford moet werken; dus daar blijft hij nu een tijdje, en +zoo gauw hij dan maar een bisschop kan vinden, wordt hij gewijd. Ik +ben benieuwd in welke plaats hij dan wordt aangesteld!--O jé, (hier +begon zij te giegelen) "ik wed, dat ik weet wat mijn nichtjes zullen +zeggen, als ze ervan hooren. Dan willen ze, dat ik aan den dokter +zal schrijven, om voor Edward een goed woordje te doen. Dat weet ik +stellig; maar ik zou 't niet doen, al was 't ook nòg zoo. "Verbeeld +je," zal ik tegen hen zeggen, "ik begrijp niet, waar jelui 't vandaan +haalt. _Ik_ aan den dokter schrijven, stel je voor!" + +"Nu," zei Elinor, "'t is altijd goed, op alles te zijn voorbereid. Uw +antwoord hebt u ten minste klaar." + +Juffrouw Steele wilde verder doorgaan op dat onderwerp; maar daar +zij haar eigen gezelschap nu zag aankomen, scheen iets anders haar +meer dringend. + +"O jé, daar komen de Richardsons aan. Ik had u nog een heeleboel te +zeggen; maar ik mag ze niet langer in den steek laten. 't Zijn deftige +lui, hoor. Hij verdient geld als water, en ze hebben eigen rijtuig. Ik +heb nu geen tijd om 't Mevrouw Jennings zelf te vertellen, maar zegt +u haar maar, dat ik blij ben, dat ze niet boos op ons is, en Lady +Middleton ook niet; en als u en uw zuster misschien eens zoudt moeten +weggaan, en Mevrouw Jennings graag wat gezelschap heeft, dan zouden +wij met pleizier bij haar komen, zoolang ze maar wil. Ik denk niet, +dat Lady Middleton ons ditmaal nog wéér verzoeken zal. Nu, tot ziens; +'t spijt mij dat Juffrouw Marianne niet hier was. U wilt haar wel van +mij groeten. Heden--hebt u die dunne japon met de moesjes aan?--was +u niet bang dat het goed zou scheuren?"-- + +Met die bezorgde vraag nam zij afscheid; want zij had nog slechts +even den tijd om Mevrouw Jennings goeden dag te zeggen, eer +Mevrouw Richardson haar kwam afhalen, en Elinor bleef achter met +de wetenschap van 't een en ander, dat haar stof tot nadenken gaf, +hoewel zij weinig meer vernomen had, dan 't geen zij reeds in stilte +zelve voorzien en overlegd had. Edward's huwelijk met Lucy stond even +vast, en het tijdstip der voltrekking ervan bleef even onzeker, als +zij verwacht had;--alles hing af, precies zooals zij had gedacht, van +de mogelijkheid, dat hem een predikantsplaats zou worden aangeboden; +iets, waarop voorloopig niet de minste kans bestond. + +Zoodra ze weer in het rijtuig zaten, wilde Mevrouw Jennings alles +hooren; maar daar Elinor zoo min mogelijk dingen wilde verder +vertellen, die, om te beginnen, door ongeoorloofde middelen te harer +kennis waren gekomen, beperkte zij zich tot de korte mededeeling van +die bijzonderheden, welke zij begreep, dat Lucy, terwille van haar +eigen waardigheid, gaarne algemeen bekend zou zien. Zij had niet anders +te berichten dan het voortduren van de verloving, en de middelen die +zouden worden aangewend om het einde ervan te bespoedigen; 't geen +Mevrouw Jennings het zeer natuurlijke antwoord ontlokte: "Wachten tot +hij een predikantsplaats krijgt--ja, dat weten we allemaal wel, waarop +_dat_ uitloopt;--dat houden ze een jaar vol, en als ze dan zien dat +het niets helpt, nemen ze een betrekking voor lief als hulpprediker, +en dan moeten ze 't stellen met vijftig pond in 't jaar, de rente van +zijn tweeduizend pond, en het beetje, dat Mijnheer Steele en Mijnheer +Pratt haar kunnen afstaan. Dan komt er ieder jaar een kind! en och, +och, wat zullen ze zich moeten behelpen!--ik moet eens zien, wat ik +hun kan geven voor 't inrichten van hun huisje. En gisteren praatte ik +nog van twee meisjes en twee knechts! 't lijkt er niet naar.--Neen, +ze moeten een flinke werkster hebben.--Betty's zuster zou hun _nu_ +niet meer passen." + +Den volgenden morgen bracht de post Elinor een brief van Lucy +zelf. Zij schreef: + + + Bartlett's Buildings, Maart. + + Ik hoop dat mijn waarde Juffrouw Dashwood mij niet kwalijk + zal nemen, dat ik zoo vrij ben aan haar te schrijven; + maar ik weet dat uw vriendschap voor mij de reden zal zijn, + dat het u genoegen doet zooveel goeds te hooren van mij en + mijn beste Edward, na al 't verdriet dat we in den laatsten + tijd hebben doorgemaakt, en wil ik daarom niet doorgaan met + verontschuldigen, maar verder vermelden dat wij, hoewel + we beiden veel hebben geleden, nu goddank allebei gezond + en wel zijn, en zoo gelukkig, als wij steeds moeten zijn in + elkanders liefde. Wij hebben zware beproevingen en vervolgingen + doorstaan; maar mogen ons toch tevens dankbaar verheugen in + 't bezit van vele vrienden, uzelf niet in de laatste plaats, + wier groote vriendelijkheid ik altoos dankbaar zal gedenken, + en Edward ook, die ik het verteld heb. Het zal u pleizier + doen te hooren, en de lieve Mevrouw Jennings ook, dat ik + gisteren twee gelukkige uren met hem doorbracht; hij wilde + niet hooren van een scheiding tusschen ons, hoewel ik, zooals + ik dacht dat mijn plicht was, er ernstig bij hem op aandrong, + uit voorzichtigheid, en zou meteen afscheid van hem hebben + genomen voorgoed, als hij erin had toegestemd; maar hij zei, + dàt nooit; hij gaf niet om zijn moeder's boosheid, zoolang hij + mijn liefde bezat; onze vooruitzichten zijn niet schitterend, + maar wij moeten wachten en het beste hopen; hij zal spoedig + de wijding ontvangen, en als u ooit in de gelegenheid komt, + hem aan te bevelen aan iemand, die een predikantsplaats heeft + te vergeven, zoo zult u ons wel niet vergeten, en weet ik wel + zeker dat de lieve mevrouw Jennings een goed woordje voor + ons zal doen bij Sir John, of Mijnheer Palmer, of wie ook, + die ons op de eene of andere manier helpen kan.--Die arme Anne + heeft wel erg verkeerd gedaan; maar zij deed het om bestwil, + en zeg ik dus maar niets; hoop, dat Mevrouw Jennings niet + tegen de moeite zal opzien om ons eens te bezoeken als zij + dezen kant uitkomt, we zouden 't erg vriendelijk vinden, en + mijn nichtjes zouden haar erg graag leeren kennen. Het papier + is bijna vol, en blijf ik, met veel dankbare en eerbiedige + groeten aan haar en aan Sir John en Lady Middleton, en de + lieve kinderen, als u ze ziet, en veel complimenten aan + Juffrouw Marianne de uwe, enz." + + +Zoodra Elinor den brief had gelezen, gaf zij dien, zooals zij begreep, +dat de bedoeling der schrijfster was geweest, aan Mevrouw Jennings, die +het schrijven hardop voorlas, met vele uitroepen van voldoening en lof. + +"Aardig gezegd!--wat schrijft ze goed!--ja zeker, dat was best, +hem vrij te laten, als hij 't wenschte. Net iets voor Lucy.--Arm +kind, ik wou dat ik hem een predikantsplaats _kon_ bezorgen, 'k zou +'t graag doen.--"De lieve mevrouw Jennings," zegt ze, zie je wel? Ze +is een best meisje, met een hart van goud.--'t Is bepaald mooi. Ze kan +'t maar aardig zeggen.--Ja stellig ga ik haar eens gauw opzoeken.--Wat +is ze oplettend, ze denkt aan iedereen!--Dank je wel, kind, dat je +hem mij hebt laten lezen. 't Is een echt _mooie_ brief, die Lucy's +hoofd en hart tot eer strekt." + + + + + + +HOOFDSTUK XXXIX + + +De dames Dashwood waren nu reeds ruim twee maanden in de stad +geweest, en met iederen dag groeide Marianne's verlangen aan, om te +vertrekken. Zij snakte naar de buitenlucht, de vrijheid, de rust van +het landleven, en verbeeldde zich, als zij ergens tot kalmte kon komen, +dat het in Barton moest zijn. Elinor was bijna niet minder verlangend +dan zijzelve om te gaan, en slechts in zooverre minder geneigd om het +plan aanstonds ten uitvoer te brengen, als zij de bezwaren inzag, +verbonden aan zulk een lange reis, die Marianne niet verkoos in +aanmerking te nemen. Zij begon echter thans ernstig te denken over +het vertrek, en zij had haar wensch reeds te kennen gegeven aan haar +vriendelijke gastvrouw, die zich met al haar hartelijke welsprekendheid +ertegen verzette, toen een plan werd geopperd, dat, hoewel het hen +nog een paar weken langer van huis zou doen blijven, Elinor toch +verkieselijker scheen dan eenig ander. De Palmers zouden in het +laatst van Maart naar Cleveland vertrekken, voor de Paaschvacantie, en +Mevrouw Jennings werd mèt haar beide vriendinnen, allerhartelijkst door +Charlotte uitgenoodigd, met hen mede te gaan. Dit zou op zichzelf niet +voldoende zijn geweest om Elinor's schroomvalligheid te overwinnen; +doch het verzoek werd zoo beleefd en dringend ondersteund door den +Heer Palmer, wiens houding tegenover hen zeer was verbeterd, sedert +hij wist van haar zuster's teleurstelling, dat zij de uitnoodiging +met genoegen aannam. Toen zij het aan Marianne vertelde, was het +eerste antwoord, dat zij ontving, niet zeer gunstig. + +"Naar Cleveland!" riep zij zenuwachtig. "Neen, dáár kan ik niet +heengaan." + +"Je vergeet," zei Elinor op zachten toon, "dat het niet zoo +dichtbij... dat het niet in de buurt is van..." + +"Maar 't is in Somersetshire,--ik kàn niet naar Somersetshire +gaan.--Daar, waar ik eenmaal hoopte te komen... Neen, Elinor, dat +kan je van mij niet verwachten." + +Elinor wilde maar niet met haar redeneeren over de verplichting, +zulke gevoelens te bestrijden; zij trachtte ze alleen tegen te gaan, +door te werken op andere, en bracht haar dus onder het oog, dat deze +maatregel het tijdstip van háár terugkeer naar haar lieve moeder, +die zij zoo verlangde weer te zien, veel nader zou brengen, en wel op +een meer gemakkelijke en verkieselijke wijze, dan eenig ander plan zou +kunnen doen; misschien zonder veel langer uitstel. Van Cleveland, dat +een paar mijlen van Bristol was gelegen, duurde de reis naar Barton +niet langer dan één dag; hoewel dan een langen dag reizens, en hun +eigen knecht kon hen daar gemakkelijk komen afhalen. Daar zij wel niet +langer dan een week te Cleveland zouden behoeven te logeeren, konden +zij nu reeds over ruim drie weken weer thuis zijn. Daar Marianne's +liefde voor haar moeder oprecht was, behaalde zij, zonder veel moeite, +de overwinning over de denkbeeldige bezwaren, door haar opgeworpen. + +Mevrouw Jennings was het gezelschap harer gasten zoo weinig moede, dat +zij er ernstig bij hen op aandrong weer met haar terug te keeren van +Cleveland. Elinor was haar dankbaar voor haar vriendelijkheid; maar +het voorstel kon hun plan niet doen veranderen; en nadat hun moeder +gaarne hare instemming ermede had te kennen gegeven, werd alles voor +de terugreis, zooveel doenlijk was, in gereedheid gebracht. Marianne +vond eenige verlichting in het opmaken van eene lijst der uren, +die haar nog scheidden van Barton. + +"Ach, Kolonel, ik weet niet, wat u en ik zullen beginnen zonder de +dames Dashwood," zei Mevrouw Jennings, toen kolonel Brandon haar +voor het eerst bezocht, nadat hun vertrek was bepaald,--"ze zijn +vast van plan van de Palmers naar huis te gaan; wat zullen wij het +dan eenzaam hebben, als ik terugkom! We zullen elkaar zitten aan te +gapen als twee kikkers op een kluitje." + +Misschien hoopte Mevrouw Jennings door die levendige voorstelling +van hun toekomstige verveling, hem uit te lokken tot het aanzoek, +dat hem aan die verveling zou kunnen doen ontsnappen,--en als +dit zoo was, dan kreeg zij iets later goede reden om te denken, +dat haar doel was bereikt; want toen Elinor naar het venster ging, +om met meer juistheid de afmetingen na te gaan van eene plaat, die +zij voor haar vriendin wilde copieeren, volgde hij haar, blijkbaar +met een bijzondere bedoeling, en bleef een tijdlang met haar in +gesprek. De uitwerking daarvan op Elinor kon haar aandacht niet +ontgaan; want ofschoon zij te veel eergevoel bezat om te luisteren, +en zelfs opzettelijk, om _niet_ te hooren, haar plaats had verlaten, +om dicht bij de piano te gaan zitten, waarop Marianne speelde, zij +moest wel zien, dat Elinor bleek werd, zenuwachtige spanning liet +blijken en te veel aandacht schonk aan 't geen hij zeide, om met +hare bezigheid voort te gaan. Wat haar hoop nog meer aanmoedigde, +waren enkele woorden van den Kolonel, die haar oor bereikten in een +tusschenpoos, waarin Marianne naar een nieuw stuk zocht, en waaruit +bleek, dat hij zich scheen te verontschuldigen over den slechten +toestand, waarin zijn huis verkeerde. Nu viel aan de zaak niet meer te +twijfelen. Zij vond het wel vreemd, dat hij dit noodig achtte,--maar +dacht, dat het zeker wel zoo zou hooren. Wat Elinor hierop antwoordde +kon zij niet verstaan; maar uit de beweging harer lippen leidde zij +af, dat zij dàt geen overwegend bezwaar vond; en Mevrouw Jennings +prees haar in stilte om haar eerlijkheid. Daarop praatten ze nog +een paar minuten door, zonder dat zij een woord verstond, totdat +een tweede welkome pauze in Marianne's spel haar gelegenheid schonk, +den Kolonel met zijn bedaarde stem te hooren zeggen: + +"Ik vrees ten minste dat het niet zeer spoedig kan plaats hebben." + +Verbaasd en bijna geërgerd over deze in den mond van een minnaar +weinig passende woorden, had zij bijna hardop gezegd: "Lieve deugd, +wat kan er nu tegen zijn?"--maar zij hield zich nog bijtijds in, +en vergenoegde zich met de in stilte gemaakte opmerking: "Dàt is +al heel raar! Hij behoeft waarlijk niet te wachten tot hij de jaren +heeft"... Deze neiging tot uitstel van des Kolonels kant scheen echter +zijne uitverkorene volstrekt niet te beleedigen of te grieven; want +toen zij kort daarna hun gesprek afbraken en uiteengingen, hoorde +Mevrouw Jennings Elinor duidelijk zeggen, op een toon, waarin haar +oprechtheid doorklonk: "Ik zal u hiervoor altijd van harte dankbaar +zijn." Mevrouw Jennings vond die dankbaarheid allerliefst van haar, +en verbaasde zich alleen, dat de Kolonel, na zulk eene uiting, in +staat was, zooals hij thans deed, doodbedaard afscheid te nemen, en +heen te gaan, zonder haar zelfs te antwoorden!--Zij had niet gedacht, +dat haar oude vriend zulk een onverschillig minnaar zou zijn. Wat +werkelijk tusschen hen voorviel was het volgende: "Ik heb gehoord", +zeide hij op medelijdenden toon, "van het onrecht, uw vriend den Heer +Ferrars door zijn familie aangedaan; want als ik wèl heb begrepen, +is hij door hen voorgoed verstooten, omdat hij zijne verloving met +een goed en achtenswaardig meisje niet wilde verbreken. Heeft men +mij wèl ingelicht?--Is dit werkelijk het geval?" + +Elinor antwoordde bevestigend. + +"De wreedheid, de onverstandige wreedheid," zeide hij met diepgevoelde +verontwaardiging, "van zulk een poging om twee jongelieden, die +elkander reeds lang hebben liefgehad, te scheiden, is ontzettend; +Mevrouw Ferrars weet niet wat zij doet,--waartoe zij haar zoon wellicht +drijven zal. Ik heb den Heer Ferrars een paar malen in Harley Street +ontmoet, en hij maakte op mij een zeer aangenamen indruk. Hij is niet +iemand met wien men binnen korten tijd vertrouwelijk bekend kan zijn; +maar ik weet thans toch genoeg van hem om hem persoonlijk alle goeds +te wenschen, te meer nog, omdat hij een vriend van u is. Ik hoorde +dat hij zich voorbereidt voor het predikambt. Wilt u zoo goed zijn +hem mede te deelen, dat de predikantsplaats te Delaford, die juist, +naar ik vandaag vernam, is vrijgekomen, hem wordt aangeboden, als hij +geneigd is ze te aanvaarden,--en dááraan valt in zijn omstandigheden +nu wel allerminst te twijfelen; ik wilde alleen wel, dat hij beter +bezoldigd werd. De vorige predikant verdiende, naar ik meen, niet meer +dan twee honderd pond in het jaar, en ofschoon die som stellig nog +wel iets verhoogd kan worden, vrees ik toch, dat die verhooging niet +zooveel zal bedragen, dat hij er eenigszins ruim van leven kan. In +elk geval echter doet het mij groot genoegen hem in dezen van dienst +te kunnen zijn. Dat wilt u hem zeker wel vertellen." + +Elinor's verbazing over deze opdracht kon moeilijk grooter zijn +geweest, als de Kolonel haar werkelijk zijn hand had aangeboden. Zulk +een aanbieding, die zij een paar dagen geleden nog als iets had +beschouwd, waarop voor Edward niet te hopen viel, stelde hem nu reeds +in staat, te trouwen;--en _haar_ viel, onder alle lieden ter wereld, +de taak ten deel, hem die gave over te brengen!--Zij gevoelde werkelijk +de aandoening, die Mevrouw Jennings had toegeschreven aan eene geheel +andere oorzaak;--maar welke andere gevoelens, minder zuiver en minder +bevredigend, zich in die aandoening mochten mengen, haar achting voor +de algemeene menschlievendheid en haar dankbaarheid voor de bijzondere +vriendschap, welke Kolonel Brandon bewogen tot deze handeling, +waren diepgevoeld, en werden met warmte uitgedrukt. Zij dankte hem +van ganscher harte, sprak van Edward's beginselen en karakter met den +lof, dien zij wist, dat ze verdienden, en beloofde zich met genoegen +van de opdracht te zullen kwijten, als hij waarlijk wenschte zulk een +aangename taak aan een ander over te dragen. Intusschen kon zij niet +nalaten te denken, dat niemand deze zoo goed zou kunnen vervullen +als hijzelf. Het was een plicht, waarvan zij, ongeneigd als zij was, +Edward pijn te doen, door hem van háár eenig gunstbewijs te doen +ontvangen, zich zeer gaarne had willen ontheven zien;--doch Kolonel +Brandon, die zich eveneens uit kiesche terughoudendheid eraan onttrok, +scheen zoozeer erop gesteld, dat zij de brengster der goede tijding +zou zijn, dat zij in geen geval langer wilde blijven weigeren. Edward +was, naar zij meende, nog in de stad, en van Juffrouw Steele had zij +zijn adres vernomen. Zij kon dus beloven, hem nog in den loop van den +dag het bericht te zullen doen toekomen. Toen dit was afgesproken, gaf +kolonel Brandon zijn genoegen te kennen over het feit, dat hij zulk een +achtenswaardigen en beminnelijken buurman kreeg, en bij die gelegenheid +uitte hij zijn spijt, dat de pastorie klein en niet heel mooi was; +een bezwaar, dat Elinor, zooals Mevrouw Jennings goed had gezien, +al heel licht telde, ten minste wat de grootte van het huisje betrof. + +"Dat het huis klein is," zei ze, "zal, dunkt mij, voor hen niet +hinderlijk zijn; want het is dan in overeenstemming met het aantal +bewoners en met hun inkomen." + +De Kolonel bespeurde hierdoor tot zijn verwondering, dat _zij_ hun +huwelijk als het onvermijdelijk gevolg van deze aanbieding beschouwde; +hij had het niet mogelijk geacht, dat de predikantsplaats te Delaford +genoeg zou opbrengen, om iemand, gewend aan een levenswijze als de +zijne, in staat te stellen tot het waagstuk, een huwelijk aan te +gaan,--en hij bracht die meening onder woorden. + +"In die kleine pastorie en met dat beperkte inkomen kàn de Heer Ferrars +alleen als vrijgezel eenigszins behoorlijk leven;--erop trouwen kan +hij niet. Het spijt mij, dat ik niet meer voor hem kan doen; maar +verder reikt mijn invloed niet. Als het echter, door eenig onvoorzien +toeval, ooit in mijn macht mocht staan, hem verder van dienst te zijn, +dan moest ik al geheel anders over hem zijn gaan denken dan ik nu doe, +wanneer ik ook dan niet even bereid zou zijn, hem hulp te verleenen, +als ik oprecht wensch, dat nu te kunnen doen. Wat ik thans voor hem doe +is van geringe beteekenis, daar het hem zoo weinig nader brengt tot +hetgeen zijn eerst en eenig oogmerk moet zijn ter bereiking van zijn +geluk. Zijn huwelijk moet vooreerst nog een toekomstdroom blijven;--ik +vrees ten minste, dat het niet zeer spoedig kan plaats hebben." + +Dit waren de woorden, die, daar zij verkeerd werden begrepen, met +recht kwetsend schenen voor Mevrouw Jennings' kiesch gevoel; doch na +dit getrouw verslag van 't geen werkelijk voorviel tusschen Kolonel +Brandon en Elinor, toen zij bij het venster stonden, kon allicht +de dankbaarheid, door de laatste bij het afscheid uitgedrukt, over +'t geheel evengoed zijn gewekt door, en behoefde in geen andere +bewoordingen te zijn vervat geworden na een huwelijksaanzoek. + + + + + + +HOOFDSTUK XL + + +Nu, Elinor", zei Mevrouw Jennings met een veelzeggenden glimlach, +zoodra de Kolonel was vertrokken, "ik vraag je maar niet, wat Kolonel +Brandon je had te vertellen; want al deed ik, op mijn woord van eer, +mijn best om er niets van te hooren, ik ving toch, zonder dat ik er +iets aan kon doen, genoeg op om te begrijpen, waarover het ging. Ik +moet je zeggen, dat ik er van harte blij om ben, en ik wensch je +oprecht geluk ermee." + +"Dank u, mevrouw," zei Elinor. "Het verheugt mij ook innig, en ik ben +werkelijk getroffen door Kolonel Brandon's goedheid. Er zijn niet veel +menschen, die gehandeld zouden hebben als hij. Zoo vol meegevoel zijn +er maar weinigen! 't Heeft mij meer verwonderd, dan ik kan zeggen." + +"Lieve kind, je bent wel heel bescheiden! Mij verwondert het in +'t minst niet; want ik heb in den laatsten tijd dikwijls gedacht, +dat niets zoo waarschijnlijk was als dit." + +"U leidde dat oordeel af uit wat u wist van Kolonel Brandon's +edelmoedig karakter; maar u kon niet voorzien, dat de gelegenheid +zich zoo spoedig zou aanbieden." + +"Gelegenheid," herhaalde Mevrouw Jennings, "och, wat dàt betreft, als +zoo'n plan eenmaal vaststaat bij een man, dan vindt hij, hoe dan ook, +de gelegenheid gauw genoeg. Nu, lieve kind, ik zeg nog eens, ik ben er +hartelijk blijde om, en als er ooit een gelukkig paar is geweest in de +wereld, dan weet ik nu wèl, wáár ik dat binnenkort zal kunnen vinden." + +"U wilt het zeker te Delaford komen zoeken," zei Elinor met een +flauwen glimlach. + +"Ja zeker, kind; dat ben ik stellig van plan. En dat het huis niet goed +genoeg zou zijn, ik weet niet, wat de Kolonel dáármee kan bedoelen; +want ik zou niet weten, wat erop viel aan te merken." + +"Hij zei, dat er in lang niets aan gedaan was." + +"Nu, wiens schuld is dat? waarom laat hij het dan niet opknappen--wie +zou het ànders doen dan hij?" + +Zij werden gestoord door de komst van den bediende, die kwam zeggen, +dat het rijtuig vóór was, en Mevrouw Jennings zei, vlug opstaande: +"Nu moet ik al weg, kind, eer we nog half erover zijn uitgepraat. Van +avond kunnen we 't in elk geval nog eens overdoen; want we zijn onder +ons. Ik vraag je maar niet om mee te gaan, want ik denk dat je te +veel hiermee vervuld zult zijn, om nu graag vreemden te spreken; +en je zult wel verlangen, het aan je zuster te vertellen." + +Marianne was de kamer uitgegaan, eer hun gesprek begon. + +"Zeker, Mevrouw, ik zal 't aan Marianne zeggen; maar vooreerst spreek +ik er nog met niemand anders over." + +"O, heel goed," zei Mevrouw Jennings, ietwat teleurgesteld. "Dus +dan mag ik het nog niet aan Lucy vertellen; want ik dacht erover, +naar Holborn te gaan vandaag." + +"Neen, mevrouw, zelfs niet aan Lucy. Een dag uitstel maakt weinig +verschil; en mij dunkt dat er niet met anderen over moet worden +gesproken, eer ik aan den Heer Ferrars geschreven heb. Dat zal ik nu +aanstonds doen. Het komt er voor hem op aan, geen tijd te verliezen, +want hij zal natuurlijk nog veel te doen hebben, met het oog op zijn +aanstelling, als predikant." + +Nu begreep Mevrouw Jennings er niets meer van. Waarom er zoo'n haast +bij was, dat de Heer Ferrars op de hoogte zou worden gebracht, was haar +eerst niet recht duidelijk. Maar na een oogenblik nadenken ging haar +een licht op, en zij riep uit: "Aha! nu begrijp ik je. Op Mijnheer +Ferrars is de keus gevallen. Kom, dat is aardig. Ja natuurlijk, +eerst moet hij predikant zijn, en ik ben blij, dat je al zoover heen +bent met je plannen. Maar kind, is dit nu toch eigenlijk niet wat +vreemd? Moest de Kolonel hem dat zelf niet schrijven? Mij dunkt, +dat is toch meer _zijn_ werk." + +Elinor begreep niet precies, wat Mevrouw Jennings bedoelde met haar +eerste woorden; maar vond navragen niet de moeite waard, en antwoordde +dus alleen op haar laatste opmerking. + +"Kolonel Brandon is zóó fijngevoelig, dat hij het liefst aan een +ander overlaat, den Heer Ferrars omtrent zijn voornemen op de hoogte +te brengen." + +"En dus moet _jij_ dat nu wel doen. Dat is toch een vreemd soort van +fijngevoeligheid, dunkt mij!--Maar ik wil je niet storen." (Zij zag +dat Elinor haar schrijfgereedschap klaarlegde). "Je kunt zelf alles +'t beste beoordeelen. Adieu, lieve kind. Sedert Charlotte's bevalling +is er niets gebeurd, dat mij zooveel pleizier deed." Zij ging, maar +kwam een oogenblik later terug. + +"Ik dacht daarjuist aan Betty's zuster, kindje. Ik zou blij zijn voor +haar, als ze zoo'n goeden dienst kreeg. Maar of ze geschikt is voor +kamenier, dat weet ik niet. Als kamermeisje voldoet ze uitmuntend, +en ze kan goed met de naald terecht. Nu, dat kan je nog wel eens op +je gemak overleggen." + +"Zeker, mevrouw," antwoordde Elinor, die niet veel hoorde van Mevrouw +Jennings' gepraat, en meer verlangde alleen te zijn dan te weten, +waarover zij het had. Hoe te beginnen--welke woorden te bezigen +in haar briefje aan Edward, daarop kwam het voor haar nu aan. Hun +bijzondere omstandigheden maakten datgene moeilijk, wat voor een +ander de gemakkelijkste zaak van de wereld zou zijn geweest; maar +zij vreesde evenzeer te veel, als te weinig te zeggen, en zat met de +pen in de hand te overwegen, hoe zij zich zou uitdrukken, tot er een +einde kwam aan haar aarzelen, doordat Edward zelf binnentrad. + +Hij had Mevrouw Jennings aan de deur ontmoet, toen zij in haar rijtuig +wilde stappen, terwijl hij zijn afscheidsbezoek kwam brengen; en na +zich te hebben verontschuldigd, omdat zij niet met hem mee terugging, +had zij hem doen besluiten, naar boven te gaan, door te zeggen, dat +Juffrouw Dashwood alleen was, en hem gaarne wilde spreken, daar zij +hem iets van gewicht had mee te deelen. + +Elinor had juist, midden in haar weifelingen, zichzelve met +dankbaarheid voorgehouden, dat een brief, hoe moeilijk het ook +mocht zijn, de juiste woorden ervoor te vinden, toch verre te +verkiezen was boven eene mondelinge mededeeling van het bericht, +toen de bezoeker binnentrad, die haar noodzaakte tot deze nog veel +grootere inspanning. Zij was zeer verwonderd en verward, toen hij daar +zoo plotseling voor haar stond. Sedert zijn engagement publiek was +geworden, had zij hem nog niet gezien; dus ook niet, sedert hij wist, +dat zij ervan had vernomen; en dit alles, gepaard met het bewustzijn +van 't geen zij daareven had gedacht, en wat zij hem had te vertellen, +maakte haar in de eerste paar minuten geheel van streek. + +Hij was ook alles behalve op zijn gemak, en zij gingen beiden zitten +in een toestand van verlegenheid, die niet veel goeds beloofde. Of +hij haar bij het binnenkomen om verschooning had gevraagd, dat hij +haar zoo onverwacht kwam overvallen, herinnerde hij zich niet meer; +maar voor alle zekerheid verontschuldigde hij zich behoorlijk, zoodra +hij iets kon zeggen, nadat hij had plaatsgenomen. + +"Mevrouw Jennings vertelde mij," zei hij, "dat je mij wenschte te +spreken; tenminste dat meende ik te begrijpen;--anders zou ik je +stellig niet zoo zijn komen overvallen; hoewel het mij toch ook erg +zou hebben gespeten, uit Londen weg te gaan, zonder jelui beiden nog +eens te zien; vooral omdat het nog al eenigen tijd zal duren... omdat +het niet waarschijnlijk is, dat ik spoedig het genoegen zal hebben, +je weer te ontmoeten. Ik ga morgen naar Oxford." + +"Je zoudt toch niet zijn vertrokken," zei Elinor, zichzelve nu weer +meester en vastbesloten, zoo spoedig mogelijk datgene af te doen, +waartegen zij zoo opzag, "zonder onze goede wenschen te ontvangen, +ook al hadden we je die niet persoonlijk kunnen doen toekomen. Het +was waar, wat Mevrouw Jennings je heeft gezegd. Ik heb je iets van +belang mee te deelen, dat ik je juist wilde melden in een brief. Een +zeer aangename taak is mij opgedragen," ging zij, ietwat sneller +ademhalend dan gewoonlijk, voort: "Kolonel Brandon, die nog pas tien +minuten geleden hier was, heeft mij verzocht, je te zeggen, dat hij, +wetende van je plan om predikant te worden, je met groot genoegen +de standplaats te Delaford aanbiedt, die juist is vrijgekomen, en +alleen maar wenschte, dat zij beter bezoldigd mocht worden. Laat +mij je gelukwenschen met zulk een achtenswaardigen en verstandigen +vriend, en mèt hem den wensch uitspreken, dat het traktement--omstreeks +tweehonderd pond in het jaar,--grooter mocht zijn, zoodat het je beter +in staat zou kunnen stellen om te... dat het meer kon worden dan een +tijdelijke tegemoetkoming... dat het in één woord de hoop zou kunnen +verwezenlijken op een toekomstig geluk." + +Daar Edward zelf niet kon zeggen, wat hij gevoelde, mag men niet +verwachten, dat een ander het voor hem kan doen. Zijn blikken +drukten al de verbazing uit, die dat onverwachte, ongedachte bericht +onvermijdelijk moest wekken; maar hij zei niets anders dan: "Kolonel +Brandon!" + +"Ja," ging Elinor voort; met meer kalmte, nu het ergste voorbij was: +"Kolonel Brandon wilde hierdoor een blijk geven van zijn oprechte +spijt over hetgeen onlangs is voorgevallen,--van zijn medegevoel met de +pijnlijke positie, waarin je bent geplaatst door het onverantwoordelijk +gedrag van je familie; een medegevoel, dat door Marianne, mijzelf +en al je vrienden wordt gedeeld; en eveneens van zijn hoogachting +voor je karakter en van zijn bijzondere waardeering van je houding +in dit geval." + +"Dat Kolonel Brandon _mij_ die gunst bewijst! Hoe is dat mogelijk?" + +"De onhartelijkheid van je bloedverwanten doet je verbaasd staan, +nog ergens vriendschap te ondervinden." + +"Neen," antwoordde hij, plotseling tot zich zelf komend, "niet waar ik +die aantref in jou; want ik weet het wel, aan jou, aan je goedheid, +heb ik alles te danken. Ik voel het;--ik zou 't uitdrukken als ik +kon,--maar je weet wel, ik ben niet welsprekend." + +"Je vergist je geheel en al. Ik verzeker je, dat je dit alles alleen, +of ten minste bijna alleen, hebt te danken aan je eigen verdienste, +en aan Kolonel Brandon's juiste waardeering ervan. Ik heb er niet +de hand in gehad. Ik wist zelfs niet, tot ik hoorde van zijn plan, +dat er een vacature was; en het was ook nooit bij mij opgekomen, +dat hij een predikantsplaats had te vergeven. Uit vriendschap voor +mij en mijn familie kàn hij misschien... of hééft hij, dat weet ik, +nog meer genoegen in het bewijzen van deze gunst; maar ik verzeker je, +aan mijne voorspraak heb je niets te danken." + +Waarheidsliefde verplichtte haar, een gering aandeel in de handeling +te erkennen; maar zij was zoo ongenegen, als Edward's weldoenster op +te treden, dat zij dit slechts aarzelend deed; 't geen waarschijnlijk +ertoe bijdroeg, het vermoeden bij hem te bevestigen, dat daareven in +zijn geest was opgekomen. Een korten tijd zat hij diep in gedachten, +nadat Elinor had opgehouden te spreken; en eindelijk zeide hij, +met merkbare inspanning: + +"Kolonel Brandon schijnt een zeer edelaardig en achtenswaardig +mensch. Ik heb hem altoos als zoodanig hooren roemen, en ik weet, dat +je broer hem zeer hoog stelt. Hij is ongetwijfeld een verstandig man, +en hij heeft bijzonder aangename manieren." + +"Zeker," antwoordde Elinor, "ik geloof dat je bij een nadere +kennismaking al wat je omtrent hem gehoord hebt, als waarheid zult +erkennen; en daar je in elkaars onmiddellijke nabijheid zult wonen, +(want ik meen dat de pastorie vlak bij het heerenhuis is gelegen), +treft het wel bijzonder gelukkig, dat hij werkelijk zoo _is_." + +Edward antwoordde niet; maar toen zij haar hoofd afwendde, wierp +hij haar een blik toe, zoo ernstig, zoo veelbeteekenend en zoo +droefgeestig, dat zij er duidelijk in had kunnen lezen, hoezeer hij +wenschte, dat de afstand tusschen de pastorie en het heerenhuis veel +grooter had mogen zijn. + +"Kolonel Brandon woont, geloof ik, in St. James's Street," zei hij +een oogenblik later, terwijl hij opstond. + +Elinor noemde het nummer van zijn huis. + +"Dan moet ik nu gauw weg, om hem den dank te betuigen, dien jij niet +van mij wilt aannemen; om hem te verzekeren, dat hij mij waarlijk +zéér gelukkig heeft gemaakt." + +Elinor drong niet aan, dat hij zou blijven, en zij scheidden, van +háár kant met de nadrukkelijke verzekering, dat zij, onder alle +lotswisselingen, die hem mochten ten deel vallen, zich steeds zou +verheugen in zijn geluk; van den zijnen met een poging veeleer tot +het beantwoorden van dien welgemeenden wensch, dan het vermogen dien +uit te drukken. "Als ik hem weerzie," zeide Elinor bij zichzelve, toen +de deur zich achter hem sloot, "dan zal het zijn als de man van Lucy." + +En met dat gelukkig vooruitzicht ging zij zitten, om zich het verleden +voor den geest te roepen, zich de woorden te herinneren, door Edward +gesproken, en te pogen al zijn gevoelens te begrijpen; terwijl zij +natuurlijk over de hare onvoldaan was. + +Toen Mevrouw Jennings thuiskwam, was zij, ofschoon ze menschen had +ontmoet, die ze nog nooit had gesproken, en van wie ze dus veel +te vertellen had, toch zoo uitsluitend vervuld van het gewichtige +geheim, haar toevertrouwd, dat zij erover begon, zoodra Elinor zich +vertoonde. "Nu, kind," riep zij uit, "ik heb den jongen man maar naar +boven gestuurd. Was dat niet goed?--Hij maakte zeker geen bezwaar.--Had +hij niets tegen op het voorstel?" + +"Neen mevrouw, _dat_ was niet waarschijnlijk." + +"En wanneer zou hij dan nu klaar kunnen zijn? Want dáárvan schijnt +alles af te hangen." + +"Ik weet niet genoeg omtrent die formaliteiten," zei Elinor, "om te +durven zeggen, hoeveel tijd, of welke mate van voorbereiding daartoe +wordt vereischt; maar ik denk dat hij over twee of drie maanden wel +beroepbaar zal zijn." + +"Twee of drie maanden?" riep Mevrouw Jennings. "Wel lieve deugd, kind; +wat praat je daar kalm over; en kan de Kolonel zoo lang wachten? Goeie +hemel; daar zou _ik_ geen geduld voor hebben, dat weet ik wèl. En +al wil men dien armen Mijnheer Ferrars nu nog zoo graag een dienst +bewijzen, twee of drie maanden op hèm te wachten, dàt dunkt mij toch +niet de moeite waard. Er kon toch licht iemand anders worden gevonden, +die 't even goed kon doen; een predikant, die al is aangesteld." + +"Maar lieve mevrouw", zei Elinor; "waar denkt u aan? 't Is immers +alléén Kolonel Brandon's bedoeling om den Heer Ferrars te helpen." + +"Maar kind, je wilt me toch niet wijsmaken, dat de Kolonel alleen +met jou gaat trouwen, om den Heer Ferrars dat buitenkansje van tien +guineas te bezorgen?" + +Nu kon het misverstand niet langer voortduren; en de verklaring, +die onmiddellijk volgde, vermaakte beiden niet weinig; zonder dat een +van hen er feitelijk bij verloor; want Mevrouw Jennings verwisselde +slechts ééne bron van uitgelaten vroolijkheid voor eene andere, en +behoefde daarbij toch haar verwachting van het heugelijk nieuws niet +op te geven. + +"O ja, de pastorie is maar klein," zei ze, toen ze van haar eerste +uitbarsting van verbazing en pret was bekomen, "en dáár zal allicht +nog al wat aan zijn op te knappen; maar iemand verontschuldigingen te +hooren maken, zooals ik meende, over een huis, met als ik 't wel heb, +beneden vijf zitkamers en gelegenheid om vijftien logeergasten te +bergen, zooals de huishoudster mij vertelde!--En dat tegen jou, die +gewend was aan Barton Cottage! Dat was toch àl te gek.--Maar kindje, +we moeten den Kolonel een beetje aansporen om wat te doen aan die +pastorie, en 't wat gezellig te maken, tegen dat Lucy komt." + +"Kolonel Brandon scheen 't niet mogelijk te achten, dat ze zouden +kunnen trouwen op het traktement, dat Edward zou ontvangen." + +"Kolonel Brandon weet er niets van, lieve kind; omdat hij zelf +tweeduizend pond in 't jaar heeft, meent hij, dat geen mensch kan +trouwen op minder. Geloof maar wat ik je zeg, als we tijd van leven +hebben, dan kom ik logeeren in de pastorie te Delaford vóór de maand +September achter den rug is, en als Lucy er niet is, dan zie je mij +er niet, dat begrijp je." + +Elinor was het volkomen met haar eens, het was niet waarschijnlijk, +dat zij langer zouden wachten. + + + + + + +HOOFDSTUK XLI + + +Toen Edward Kolonel Brandon zijn dank had betuigd, ging hij Lucy +deelgenoote maken van zijn geluk; en toen hij Bartlett's Buildings +bereikte, was zijn blijdschap reeds zoo toegenomen, dat zij Mevrouw +Jennings, die haar den volgenden dag kwam gelukwenschen, kon +verzekeren, dat zij hem nog nooit in haar leven zoo verrukt had gezien. + +Háár blijdschap en verrukking bleken althans duidelijk genoeg, en +zij verheugde zich mèt Mevrouw Jennings in de voorstelling, dat zij +samen gezellig in de pastorie te Delaford zouden zitten, eer de maand +September was verstreken. Zoo weinig schroomvallig betoonde zij zich +daarbij in het openlijk de eer geven aan Elinor van 't geen Edward +bleef toeschrijven aan háár invloed, dat zij met dankbare hartelijkheid +sprak van hare vriendschap voor hen beiden; gereed was te erkennen, +dat zij aan háár alles waren verplicht, en openlijk verklaarde, dat +gééne poging tot bevordering van hun geluk, van Juffrouw Dashwood's +kant, haar ooit zou verwonderen, 't zij nu of later; want zij was vast +overtuigd, dat zij in staat was het onmogelijke te doen voor iemand, +dien zij oprecht waardeerde. Wat Kolonel Brandon betrof, zij was niet +alleen bereid hem te vereeren als een heilige; maar ook zeer bezorgd, +dat hij in alle wereldsche aangelegenheden de eer zou ontvangen, +die hem toekwam; zij wenschte van harte, dat zijn bezitting hem méér +dan ooit zou opbrengen, en nam zich in stilte voor te Delaford, waar +zij maar eenigszins daartoe kans zag, zich het gebruik te verzekeren +van zijn bedienden, zijn rijtuig, zijn koeien en zijn hoenderpark. + +Sedert John Dashwood's bezoek in Berkeley Street was nu reeds een week +verloopen, en daar zij na dien tijd, behalve een mondelinge navraag, +geen notitie meer hadden genomen van zijn vrouw's ongesteldheid, begon +Elinor het noodig te achten, haar een bezoek te brengen. Dit was een +verplichting, waartoe zij zelve niet alleen weinig aandrang gevoelde, +maar die bovendien geen steun ontving door den bijval van haar beide +huisgenooten. Marianne weigerde niet alleen zeer stellig, zelve te +gaan; maar wilde volstrekt haar zuster van dat bezoek terughouden; +en hoewel Mevrouw Jennings' rijtuig ten allen tijde tot Elinor's +dienst stond, had zijzelve zulk een hekel aan Mevrouw John Dashwood, +dat noch haar nieuwsgierigheid om te zien, hoe zij zich hield na +de onlangs gedane ontdekking, noch haar groote lust om haar eens de +waarheid te zeggen en het voor Edward op te nemen, haar konden bewegen, +den tegenzin in haar gezelschap te overwinnen. Het gevolg hiervan was, +dat Elinor alleen het bezoek ging afleggen, waartoe niemand minder lust +gevoelde dan zij, en de kans ging loopen op een tête-à-tête met iemand, +die geen der anderen reden had met zóóveel afkeer te beschouwen. + +Mevrouw Dashwood had belet; maar eer het rijtuig nog kon omkeeren, kwam +haar man toevallig de deur uit. Hij gaf zijn blijdschap te kennen, +Elinor te zien, vertelde, dat hij juist naar Berkeley Street had +willen gaan, en vroeg haar, binnen te komen; het zou Fanny pleizier +doen haar weer eens te spreken. + +Zij gingen de trap op, en naar den salon, waar niemand zich vertoonde. + +"Fanny is zeker in haar eigen kamer," zei hij, "ik zal straks +naar haar toegaan; want zij heeft er natuurlijk in 't minst niet +op tegen om je te zien;--integendeel.--_Nu_ vooral kan er niets +meer... maar in elk geval, jij en Marianne stondt altijd hoog bij +haar aangeschreven. Waarom is Marianne niet meegekomen?" + +Elinor verontschuldigde haar zoo goed zij kon. + +"Ik ben er niet rouwig om, dat ik je alleen spreek," zei hij, +"want ik heb je veel te vertellen. Die predikantsplaats van Kolonel +Brandon... kan dat waar zijn?--heeft hij die werkelijk aan Edward +gegeven? Ik hoorde het gisteren bij toeval, en wilde juist je gaan +opzoeken, om er meer van te vernemen." + +"'t Is werkelijk waar.--Kolonel Brandon heeft de predikantsplaats te +Delaford aan Edward geschonken." + +"Dus tòch!--Dat is toch verbazingwekkend!--geen +familiebetrekking,--geen andere relatie!... en dat terwijl zulke +plaatsen nu juist hooge prijzen opbrengen; hoeveel was deze waard?" + +"Ongeveer tweehonderd pond." + +"Nu goed,--en voor de voorkeur alleen voor die vacature,--gesteld dat +de vorige predikant oud en ziekelijk was, en spoedig zijn ambt had +moeten neerleggen,--had hij stellig wel een veertienhonderd pond kunnen +krijgen. Hoe kwam het, dat hij dat niet al lang had in orde gebracht, +vóór deze laatste predikant was overleden?--_Nu_ zou het natuurlijk te +laat zijn voor een verkoop;--maar zulk een verstandig man als Kolonel +Brandon!--hoe is 't mogelijk, dat hij zoo weinig vooruitziende is, in +zulk een natuurlijke, van zelf sprekende zaak. Nu, het bewijst alweer, +dat bijna ieder mensch in zeker opzicht inconsequent is. Maar nu ik +het goed bedenk, zal de zaak hoogst waarschijnlijk _deze_ zijn. Edward +treedt zoolang als plaatsvervanger op, tot de persoon aan wien de +Kolonel de voorkeur door verkoop heeft afgestaan, oud genoeg is, om het +ambt waar te nemen.--Ja, ja, zóó zal 't zijn; daar ben ik zeker van." + +Elinor sprak dit echter met den meesten nadruk tegen, en toen zij +verteld had, dat zijzelve op verzoek van den Kolonel zijn aanbod +aan Edward had overgebracht, en dus op de hoogte was van de wijze, +waarop het was gegeven en aanvaard, moest hij wel gelooven op gezag. + +"'t Is wèl merkwaardig!"--riep hij uit, na haar te hebben +aangehoord,--"wat kan toch de beweegreden van den Kolonel zijn +geweest?" + +"Een heel eenvoudige--Edward een dienst te bewijzen." + +"Nu, ik moet zeggen, wat voor een man Kolonel Brandon dan ook is, +Edward heeft het getroffen! Spreek er overigens maar niet over tegen +Fanny; want hoewel ik het haar heb meegedeeld, en zij het nog al goed +opnam, ze heeft niet graag, dat erover wordt gepraat." + +Elinor had eenige moeite, de opmerking te weerhouden, dat Fanny allicht +met gelatenheid zou hebben kunnen verdragen, haar broeder's inkomen +vermeerderd te zien op een wijze, die noch haar, noch haar kind bij +mogelijkheid zou kunnen benadeelen. + +"Mevrouw Ferrars," voegde hij erbij, op den zachteren toon, die bij +het gewicht van dit onderwerp paste, "weet er op het oogenblik nog +niets van, en ik geloof dat het raadzaam is, het zoo lang mogelijk +voor haar geheim te houden. Als het huwelijk wordt voltrokken, vrees +ik, dat zij alles zal moeten hooren." + +"Maar waarom zouden zulke voorzorgen moeten worden in acht genomen? 't +Is niet te verwachten, dat Mevrouw Ferrars de geringste voldoening +kan vinden in de zekerheid, dat haar zoon genoeg heeft om van +te leven;--dàt staat in elk geval vast; maar waarom zou men, +na de wijze waarop zij zich heeft gedragen, éénig gevoel bij haar +veronderstellen? Ze heeft afgedaan met haar zoon; ze heeft hem voor +altoos verstooten, en gezorgd, dat allen, op wie zij eenigen invloed +had, dat eveneens deden. Nu ze dàt eenmaal heeft gedaan, kan men +zich toch niet voorstellen, dat ze nog vatbaar zou zijn voor eenigen +indruk van smart of vreugde, òm of dóór hèm;--zij kàn geen belang +stellen in iets, wat hem aangaat. Zij zal toch niet zoo zwak zijn, +ouderlijke bezorgdheid te gevoelen voor een kind, terwijl zij den +troost zijner genegenheid moedwillig heeft verworpen?" + +"Zeker, Elinor," zei John; "je redeneering is zeer juist; maar zij +berust op onbekendheid met de menschelijke natuur. Geloof maar gerust, +als dat ongelukkige huwelijk van Edward plaats heeft, dan voelt zijn +moeder dat even diep, alsof zij hem nooit had verstooten; en daarom +moet elke omstandigheid, die deze verschrikkelijke ramp kan verhaasten, +zoo lang mogelijk voor haar verborgen worden gehouden. Mevrouw Ferrars +kan nooit vergeten, dat Edward haar zoon is." + +"Hoe is het mogelijk?--ik zou zeggen, dat ze 't zich _nu_ al bijna +niet meer herinnert." + +"Je doet haar schromelijk onrecht. Mevrouw Ferrars is een van de +meest liefhebbende moeders, die er bestaan." + +Elinor zweeg. + +"We denken er _nu_ over," zeide de Heer Dashwood na een korte stilte, +"om _Robert_ met Juffrouw Morton te laten trouwen." + +Elinor, die niet kon nalaten te glimlachen om de ernstige en +beslissende gewichtigheid van haar broeder's toon, zei bedaard; +"Met de keuze der dame wordt dus geen rekening gehouden." + +"Keuze?--Hoe bedoel je?" + +"Ik bedoel, dat het, naar je manier van spreken te oordeelen, voor +Juffrouw Morton hetzelfde moet zijn, of ze met Edward of met Robert +trouwt." + +"Natuurlijk; dat maakt ook geen verschil; want Robert zal nu feitelijk +en in elk opzicht als de oudste zoon worden beschouwd; en wat het +overige aangaat, ze zijn beiden heel aardige jongelui,--ik zie niet +in dat de een hooger staat dan de ander."-- + +Elinor zeide niets meer en ook John bleef een poos zwijgen. Aan +'t slot van zijn overpeinzingen nam hij zijn zuster vriendelijk bij +de hand en fluisterde bijna plechtig: "Een ding, zusjelief, kan ik +je verzekeren, en ik wil het je zeggen, omdat ik weet dat het je +genoegen zal doen. Ik heb alle reden te denken--ja, ik weet het uit +de beste bron, anders zou ik 't niet oververtellen, want dàn zou +het heel verkeerd zijn er over te spreken--maar ik heb het uit de +allereerste hand--niet dat ik het door Mevrouw Ferrars zelve hoorde +zeggen, maar haar dochter zei het, en van háár heb ik 't gehoord--dat, +om kort te gaan, welke bezwaren er ook mochten hebben bestaan tegen een +zekere... een zekere verbintenis,--je begrijpt wat ik bedoel,--_die_ +haar toch oneindig liever zou geweest zijn, en haar niet half zoo zou +hebben geërgerd als _dit_. Het verheugde mij bijzonder, te hooren, +dat Mevrouw Ferrars er zóó over dacht,--'t is voor ons allen aangenaam +dit te weten, dat begrijp je. "'t Zou van twee kwaden verreweg het +minste zijn geweest," zei ze, "en ze zou blij zijn, als ze zich _nu_ +had te schikken in niets ergers dan dàt. Trouwens,--daarvan is nu geen +sprake, niet waar? daarover wordt geen woord meer gerept, en we denken +er niet meer aan; die genegenheid trouwens--dat was nooit--dat is nu +voorbij. Maar ik vond, dat ik 't je toch moest vertellen; omdat ik +begreep, dat het je veel pleizier moest doen. Reden tot spijt heb je +overigens niet, mijn beste Elinor. Je zult het stellig nog heel goed +treffen, evengoed, of beter misschien, als men alles in aanmerking +neemt. Heb je Kolonel Brandon voor kort nog gesproken?" + +Elinor had genoeg gehoord, zooal niet om haar ijdelheid te vleien en +haar eigendunk te streelen, dan toch om haar zenuwen te prikkelen en +haar gedachten te vervullen; en daarom was zij blijde, dat haar de +verplichting werd bespaard, zelf nog meer te zeggen, zoowel als de +kans, nog meer van haar broeder te vernemen, doordat Robert Ferrars +binnentrad. Na een oogenblik met hem te hebben gepraat, ging John +Dashwood zich herinneren, dat Fanny nog steeds niet wist van haar +zuster's bezoek, de kamer uit, om haar te halen; en Elinor bleef +achter, om nader kennis te maken met Robert, die door de luchtige +zorgeloosheid en de tevreden zelfvoldaanheid van zijn optreden, +terwijl hem een zoo onrechtmatig groot aandeel werd geschonken in zijn +moeder's liefde en haar gunstbewijzen ten nadeele van zijn verbannen +broeder, een voorkeur, slechts verdiend door zijn eigen losbandig +leven, in tegenstelling met Edward's onkreukbare rechtschapenheid, +de ongunstige meening bevestigde, die zij reeds had opgevat omtrent +zijn gaven van hoofd en hart. Zij waren nog geen twee minuten alleen +gebleven, of hij begon al over Edward te spreken; want hij had ook +van de predikantsplaats gehoord, en was zeer benieuwd er meer van +te vernemen. Elinor herhaalde de bijzonderheden, die zij aan John +had medegedeeld, en hun uitwerking op Robert was, hoewel weer op een +andere manier, niet minder treffend, dan bij haar broeder 't geval was +geweest. Hij lachte uitbundig. Het denkbeeld, dat Edward predikant +zou worden en wonen in een kleine pastorie, vermaakte hem ongemeen, +en toen zijn verbeelding hem daarbij Edward nog afschilderde in een +wit koorhemd, de huwelijksaankondiging aflezend van John Smith en +Mary Brown, kon hij zich onmogelijk iets grappigers voorstellen. + +Terwijl Elinor, zwijgend en onverstoorbaar ernstig, wachtte tot dat +dwaze gelach zou ophouden, kon zij niet nalaten, in den blik, dien zij +op hem liet rusten, al de minachting aan den dag te leggen, die zij +gevoelde. Die blik was in zóóverre welbesteed, dat hij háár verlichting +schonk, terwijl _hij_ er in 't minst niet door werd getroffen. Het +was geen berisping van hare zijde, die zijn geestigheid in wijsheid +deed verkeeren; doch zijn eigen oprecht gevoel. + +"We beschouwen 't nu als een grap," zei hij eindelijk, het gemaakte +gelach stakend, waarmee hij zijn eerste uitbarsting van vroolijkheid +nog eenigen tijd had verlengd,--"maar, in ernst, het is waarlijk geen +gekheid. Die arme Edward; het is uit met hem, voor goed. 't Spijt me +ontzettend voor hem,--want hij is een beste jongen; zoo goed als er +geen tweede bestaat misschien. U moet hem niet beoordeelen, Juffrouw +Dashwood, naar het weinigje dat _u_ van hem weet. Arme kerel! Zijn +manieren zijn nu niet juist wat men een aanbeveling zou kunnen +noemen. Maar niet ieder wordt geboren met dezelfde gaven,--denzelfden +natuurlijken aanleg in dat opzicht. Die stakker--als men hem in een +vreemd gezelschap zag,--'t was om medelijden mee te hebben! Maar op +mijn woord van eer, ik houd hem voor een van de beste menschen die +ik ken, en ik kan u naar waarheid verzekeren, dat ik nog nooit in +mijn leven zoo heb opgekeken, als toen deze geschiedenis aan 't licht +kwam. Ik kon 't niet gelooven. Mama was de eerste die 't mij vertelde, +en ik zei dadelijk, (want ik wist onmiddellijk wat mij te doen stond): +"Mama, ik weet niet, wat _u_ van plan bent; maar wat _mij_ betreft, +als Edward met dit meisje trouwt, dan ziet hij mij nooit weerom!" Dat +zei ik, zoodra ik 't hoorde;--ik kon mijn ooren niet gelooven! 't +Was bepaald kwetsend voor mijn gevoel!--Arme Edward, hij heeft zich +totaal te gronde gericht,--geen fatsoenlijk mensch zal ooit weer met +hem willen omgaan; maar zooals ik dadelijk tegen mijn moeder zei, +'t verwondert me niets; na die opvoeding, die hij heeft gehad, kon men +niet anders verwachten. Mijn goeie moeder was half gek van boosheid." + +"Hebt u zijn meisje wel eens ontmoet?" + +"Ja, eenmaal; toen ze hier logeerde. Ik liep toevallig even aan; +maar ik zag genoeg, om te weten wie ik voorhad. Een gewoon, stijf +burgermeisje, provinciaal, ongracieus, en niet eens wat je mooi +noemt. Ik kan me haar nog precies voorstellen. Juist het soort +van meisje, door wie Edward zich licht zou laten inpalmen. Ik bood +dadelijk aan, toen mijn moeder 't mij vertelde, om zelf eens met hem +te praten, en hem te bewegen, van dat huwelijk af te zien; maar _toen_ +was het al te laat, dat zag ik in; want jammer genoeg was ik er in +'t begin niet bij geweest, en wist van niets af, eer de breuk met +mijn moeder een voldongen feit was, waarna het niet op mijn weg lag, +tusschenbeide te komen, dat begrijpt u. Maar had ik het een paar +uur vroeger vernomen, dan geloof ik stellig, dat er nog wel iets +op te vinden was geweest. Ik zou Edward met den meesten nadruk mijn +meening hebben te kennen gegeven. "Beste jongen," zou ik hebben gezegd, +"bedenk wat je doet. Je verlaagt je door een dergelijke verbintenis, +die door je geheele familie wordt afgekeurd." Ik kan niet nalaten te +denken, dat er nog wel iets aan te doen zou geweest zijn. Maar nu is +het te laat. Hij zal moeten hongerlijden; dat staat vast; feitelijk +en letterlijk hongerlijden." + +Hij had die overtuiging juist met de grootste kalmte uitgesproken, +toen de komst van Mevrouw John Dashwood een einde maakte aan hun +gesprek. Maar hoewel zij nooit over de zaak sprak met anderen +dan haar eigen familieleden, bespeurde Elinor den invloed ervan +op haar geest, in den zweem van verlegenheid, die zich op haar +gezicht vertoonde bij het binnentreden, en in een poging tot iets +als vriendelijkheid jegens haarzelve in hare houding. Zij ging zelfs +zoo ver, haar spijt te betuigen, dat Elinor en haar zuster reeds zoo +spoedig zouden vertrekken, daar zij had gehoopt, hen nog dikwijls +te zien, eene uiting, door haar man, die haar had binnengebracht, en +verteerderd naar haar luisterde, blijkbaar beschouwd als een bewijs +van allerbeminnelijkste hartelijkheid. + + + + + + +HOOFDSTUK XLII + + +Nog één kort bezoek in Harley Street, waarbij Elinor haar broeder's +gelukwenschen ontving, omdat zij op deze wijze zonder onkosten een +gedeelte van de reis naar Barton konden afleggen, en omdat Kolonel +Brandon hen over eenige dagen naar Cleveland zou volgen, besloot den +omgang van broeder en zusters in de stad; en een vluchtige uitnoodiging +van Fanny om te Norland te komen, als zij ooit eens in de buurt waren, +wel de minst waarschijnlijke gebeurtenis, die zich denken liet, +benevens een iets hartelijker, doch in stilte geuite verzekering van +John aan Elinor, dat hij niet in gebreke zou blijven haar te Delaford +te bezoeken, was alles wat een toekomstige ontmoeting buiten Londen +mocht doen verwachten. + +Zij vond iets grappigs in de opmerking, dat al haar vrienden haar +volstrekt naar Delaford wilden zenden, een plaats waar zij nu wel +het allerminst zou wenschen te wonen, of zelfs een bezoek te brengen; +want niet alleen werd het door haar broeder en Mevrouw Jennings als +haar toekomstig tehuis beschouwd; maar zelfs Lucy drong er bij het +afscheid op aan, dat zij haar daar toch eens moest opzoeken. + +Op een der eerste dagen van April, en tamelijk vroeg op den dag, +begaven zich de twee families, uit Hanover Square en uit Berkeley +Street, elk afzonderlijk op weg, om elkaar op een afgesproken plaats +te ontmoeten. Voor 't gemak van Charlotte met haar kind zouden zij +meer dan twee dagen onderweg blijven, en de Heer Palmer, die met +Kolonel Brandon iets vlugger reisde, zou zich spoedig na hun aankomst +te Cleveland bij hen voegen. + +Hoe weinig gelukkige uren Marianne ook in Londen had doorgebracht, +en hoezeer zij ook reeds geruimen tijd verlangde de stad te verlaten, +zij kon, nu het zoover was, het huis niet vaarwelzeggen, waarin zij +voor het laatst zich had gevleid met de hoop en het vertrouwen op +Willoughby, die thans voor altijd waren vervlogen, zonder diepe smart +te gevoelen. En evenmin kon zij heengaan van de plek, waar Willoughby +thans achterbleef, vervuld van nieuwe plannen en nieuwe verplichtingen, +waarin _zij_ niet mocht deelen, zonder vele tranen te storten. + +Elinor's voldoening, nu het oogenblik van vertrekken aanbrak, was +minder twijfelachtig. Voor haar was er geen voorwerp, waarbij haar +gedachten konden verwijlen in droeve mijmerij; geen sterveling liet +zij achter van wien ze 't een oogenblik zou betreuren, als zij hem +nooit weer ontmoette; ze was blijde, eindelijk verlost te worden van +Lucy's drukkende vriendschap; dankbaar, haar zuster te kunnen meenemen, +zonder dat deze Willoughby sedert zijn huwelijk had ontmoet; en zij +zag met hoopvolle verwachting uit naar 't geen een paar maanden van +kalmte te Barton zouden bewerken, ter verbetering van Marianne's +gemoedsrust en ter bevestiging van de hare. De reis liep zonder +ongevallen af. De tweede dag bracht hen in het dierbare, of verboden +land, zooals Marianne beurtelings in haar verbeelding het graafschap +Somerset placht te noemen; en vóór de derde morgen was verstreken, +hadden zij Cleveland bereikt. + +Cleveland was een groot huis, in modernen stijl gebouwd, en op een +hellend grasveld gelegen. Een park bezat het niet; maar de tuinen +waren uitgestrekt, en zooals alle dergelijke fraaie buitenplaatsen, +had het een open plantsoen en begroeide boschpartijen; een effen +kiezelpad, omzoomd door heesters, leidde naar den voorgevel; het +grasveld voor het huis was beplant met verspreid geboomte; het huis +zelf ging schuil onder sparren, eschdoorns en acacia's, en achter +een dichte haag, waartusschen hooge Lombardische populieren groeiden, +lagen de gebouwen voor het dienstpersoneel en de stallen. + +Marianne trad het huis binnen, diep ontroerd door de gedachte, +dat zij slechts tachtig mijlen van Barton, en geen dertig van Combe +Magna was verwijderd; en eer zij vijf minuten binnen zijn muren had +vertoefd, terwijl de anderen Charlotte hielpen, om haar kindje aan +de huishoudster te vertoonen, liep zij weer heen en sloop door de +slingerpaden van het plantsoen, dat reeds groen begon te worden, +naar een hooggelegen plek, vanwaar zij, uit een Grieksch tempeltje, +haar blik kon laten zwerven over een uitgestrekt landschap naar +het Zuid-Oosten, met welgevallen het oog laten rusten op de verst +verwijderde heuvelrij aan den gezichtseinder, en zich verbeelden, +dat zij van hun top Combe Magna zou kunnen zien. + +In zulke oogenblikken van zalig, van onwaardeerbaar lijden verheugde +zij zich onder heete tranen, te Cleveland te zijn, en toen zij langs +een anderen weg naar het huis terugkeerde, met het gelukkig gevoel +weer landelijke vrijheid te kunnen smaken, van plek tot plek te +kunnen zwerven in ongestoorde, genotvolle eenzaamheid, besloot zij, +zoolang zij bij de Palmers zou zijn, bijna ieder uur van iederen dag +te genieten van zulke eenzame zwerftochten. + +Zij kwam juist bij tijds terug, om zich bij de anderen te voegen, die +het huis verlieten, om de onmiddellijke omgeving eens in oogenschouw +te nemen, en de morgen werd verder aangenaam gesleten met een +wandeling door den moestuin, waar zij de bloesems bewonderden der +langs de muren geleide vruchtboomen, en luisterden naar de klachten +van den tuinman over de vorst, met een kijkje in de oranjerie, +waar het verlies van haar fraaiste planten, die onvoorzichtig waren +blootgesteld, en geleden hadden door de langdurige koude, Charlotte +alweer aan het lachen bracht, en met een bezoek aan het hoenderpark, +waar zij nieuwe stof tot vroolijkheid vond in de teleurgestelde +verwachtingen van het meisje dat er toezicht hield, wegens kippen, +die haar nesten in den steek lieten, of door een vos werden gestolen, +of wegens de groote sterfte onder een veelbelovend broedsel. De +morgen was mooi en droog, en Marianne had bij haar plannen om zich +hier buiten bezig te houden niet gerekend op verandering van weer, +zoolang zij te Cleveland logeerde. Het verraste haar dus niet weinig, +dat een gestadige slagregen haar verhinderde na den eten weer uit te +gaan. Zij had zich een wandeling in de schemering voorgesteld naar den +Griekschen tempel, en misschien nog verder, en een koude of vochtige +avond zou haar daarvan niet hebben teruggehouden; maar een zwaren en +aanhoudenden slagregen kon zelfs _zij_ niet beschouwen als geschikt +of aangenaam wandelweer. + +Het gezelschap was klein, en de uren gingen rustig voorbij. Mevrouw +Palmer had haar kindje, en Mevrouw Jennings haar handwerk; ze praatten +over de vrienden die ze hadden achtergelaten; regelden Lady Middleton's +gezelschapsavonden, en waren benieuwd of de Heer Palmer en Kolonel +Brandon het dien avond verder zouden brengen dan tot Reading. Elinor +nam deel in hun gesprek, hoewel het haar weinig boeide, en Marianne, +die in ieder huis als bij instinct den weg naar de bibliotheek wist +te vinden, hoezeer die ook overigens door het gezin werd vermeden, +zorgde wel, dat zij spoedig een boek in handen had. Mevrouw Palmer deed +van haar kant, in haar onveranderlijke en welgezinde opgeruimdheid, al +wat zij kon, om hen te doen gevoelen, dat zij hier welkom waren. Haar +oprechte hartelijkheid vergoedde ruimschoots de onnadenkendheid en +het gebrek aan tact, die haar dikwijls deden te kort schieten in +uiterlijke beleefdheid; haar vriendelijkheid, nog te bekoorlijker +door haar lief gezichtje, nam voor haar in; haar dwaasheid, hoezeer +ook in het oog vallend, was niet afstootend, daar zij niet gepaard +ging met inbeelding; en Elinor had haar alles kunnen vergeven, +behalve haar gelach. + +De twee heeren kwamen den volgenden dag bij tijds om deel te nemen aan +het zeer verlate middagmaal. Zij vormden een prettige aanwinst voor +het gezelschap en brachten een welkome afwisseling in het gesprek, +dat na een langen regenachtigen morgen in ietwat kwijnenden toestand +verkeerde. + +Elinor had den Heer Palmer zoo zelden ontmoet, en bij die enkele +gelegenheden zijn houding tegenover haar en hare zuster zoo +verschillend bevonden, dat zij zich niet recht kon voorstellen, +hoe hij eigenlijk zou zijn in zijn eigen huiselijken kring. Hij +bleek nu toch tegenover zijn gasten voorkomend genoeg, en slechts +nu en dan lomp tegen zijn vrouw en haar moeder; hij kon, zooals zij +thans bespeurde, zeer goed aangenaam in gezelschap zijn, en werd +daarin slechts verhinderd door een overwegende neiging om zich even +ver verheven boven alle andere menschen te achten, als hij zich den +meerdere gevoelde van Mevrouw Jennings en Charlotte. Voor het overige +vertoonde hij in zijn karakter en gewoonten, voor zoover Elinor +kon nagaan, geen enkelen ongewonen trek, zijn sekse en leeftijd in +aanmerking genomen. Hij was kieskeurig op zijn maaltijden, niet precies +op zijn tijd, hij hield veel van zijn kind, hoewel hij deed als of het +hem niet schelen kon, en hij sleet des morgens met biljartspelen den +tijd, dien hij aan zijn zaken had behooren te wijden. Zij mocht hem +echter over 't geheel wel lijden; veel beter dan zij had verwacht; +en in haar hart speet het haar niet, dat zij niet beter over hem +denken kon; dat zij door de waarneming van zijn verfijnde genotzucht, +zijn egoïsme en zijn eigenwaan ertoe gebracht werd met welbehagen +te verwijlen bij de herinnering aan Edward's edelmoedigen aard, +zijn eenvoudige neigingen en schuchtere fijngevoeligheid. + +Van Edward, of althans het een en ander, hem betreffende, hoorde zij +nu door Kolonel Brandon, die onlangs naar Dorsetshire was geweest, +en die aan haar, als de belanglooze vriendin van den Heer Ferrars, +en de vriendelijke vertrouwde van hemzelf, veel vertelde van de +pastorie te Delaford, waarvan hij de gebreken omschreef, terwijl hij +meteen vermeldde, hoe hij daarin verbetering dacht te brengen. Zijn +houding tegenover haar, zoowel in dezen als in alle andere opzichten, +zijn zichtbare blijdschap haar weer te zien, na een afwezigheid van +slechts tien dagen, het blijkbare genoegen dat hij scheen te vinden +in hun gesprekken, en het gezag dat hij toekende aan haar oordeel, +deden Mevrouw Jennings' verzekerdheid van zijn liefde voor haar niet +onnatuurlijk schijnen, en zouden wellicht voldoende geweest zijn, +ook bij haarzelve dat vermoeden te wekken, wanneer zij niet nog steeds +Marianne als degene had beschouwd, aan wie hij van den beginne zijne +voorkeur had geschonken. Maar inderdaad was die gedachte nooit bij +haar opgekomen, tenzij dan door Mevrouw Jennings' opmerkingen, en zij +kon niet nalaten zichzelve voor de meest scherpziende te houden van +hen beiden; _zij_ lette op zijn oogen, terwijl Mevrouw Jennings enkel +aandacht schonk aan zijn gedrag, en terwijl de angstige bezorgdheid +in zijn blik, nu Marianne in haar hoofd en keel het begin van een +zware verkoudheid gevoelde, volkomen aan zijn gastvrouw ontging, +omdat hij die bezorgdheid niet onder woorden bracht, zag zij er de +licht gewekte vrees en de noodelooze beduchtheid in van een minnaar. + +Twee heerlijke schemeravond-wandelingen, niet slechts op de droge +kiezelpaden van het plantsoen, maar in de meest afgelegen gedeelten van +den tuin en de omgeving, waar nog iets restte van de ongerepte natuur, +waar de boomen het oudst waren en het gras heel lang en heel nat was, +hadden,--in vereeniging met de nog grooter onvoorzichtigheid van +haar natte kousen en schoenen aan te houden--Marianne zulk een hevige +verkoudheid bezorgd, dat zij, ofschoon zij er een paar dagen geen acht +op sloeg, of bij navraag ontkende, door toenemende ongesteldheid zich +weldra het voorwerp zag van aller medelijden, en zelve moest erkennen, +dat zij ziek was. Geneesmiddelen werden van alle zijden aanbevolen, +en zooals gewoonlijk, alle verworpen. Hoewel loom en koortsig, met +pijn in alle leden, en gekweld door hoest en keelpijn, meende zij dat +een goede nachtrust haar volkomen zou genezen, en slechts met moeite +kon Elinor van haar gedaan krijgen, dat zij, bij het naar bed gaan, +een paar van de eenvoudigste huismiddeltjes wilde aanwenden. + + + + + + +HOOFDSTUK XLIII + + +Marianne stond den volgenden morgen op haar gewonen tijd op; antwoordde +op elke vraag, dat zij zich beter gevoelde, en trachtte te bewijzen, +dat dit het geval was, door ook haar gewone bezigheden ter hand te +nemen. Maar de dag, dien zij doorbracht met zitten huiveren bij het +vuur, een boek in de hand, waarin zij niet lezen kon, op de sofa +liggen, leverde geen treffend bewijs van die beterschap, en toen +zij eindelijk, steeds meer ongesteld, vroeg naar bed ging, verbaasde +Kolonel Brandon zich over de kalmte van haar zuster, die, hoewel zij +Marianne tegen den zin der zieke den geheelen dag had verzorgd en +opgepast, en haar gedwongen had, des avonds medicijnen te gebruiken, +evenals Marianne zelve vertrouwde op de goede uitwerking van den slaap, +dien zij als zeker beschouwde, en niet in ernst ongerust was. + +Een zeer onrustige en koortsige nacht stelde echter beider +verwachtingen te leur; en toen Marianne, die volstrekt had willen +opstaan, toegaf, dat zij zich niet in staat gevoelde op te zitten, +en uit zich zelve weer naar bed ging, volgde Elinor gaarne Mevrouw +Jennings' raad, den plattelandsheelmeester te laten halen, die in de +buurt van de Palmers woonde. + +Hij kwam en onderzocht de patiënte; en hoewel hij Elinor poogde te +bemoedigen door de verzekering dat haar zuster binnen eenige dagen +hersteld zou kunnen zijn, liet hij zich toch het woord "besmetting" +ontvallen, waardoor Mevrouw Palmer dadelijk zeer bezorgd over +haar kindje werd. Mevrouw Jennings, die van den beginne, meer dan +Elinor, Marianne's ongesteldheid als ernstig had beschouwd, keek zeer +bedenkelijk, toen zij hoorde wat de Heer Harris had gezegd; zij vond +Charlotte's angst en bezorgdheid zeer gegrond, en drong erop aan, dat +zij onmiddellijk met het kind zou vertrekken; terwijl de Heer Palmer, +hoewel hij hun vrees overdreven achtte, aan de angstige smeekingen van +vrouw geen weerstand kon bieden. Er werd dus besloten, dat zij dadelijk +zou gaan, en een uur na het bezoek van den Heer Harris vertrok zij, met +haar kleinen jongen en het kindermeisje, naar een bloedverwant van den +Heer Palmer, die een paar mijlen aan den anderen kant van Bath woonde; +terwijl haar man, op haar dringend verzoek, beloofde haar over eenige +dagen te zullen volgen, en zij bijna evenzeer erop gesteld was, haar +moeder ook daarheen mee te nemen. Mevrouw Jennings echter verklaarde, +met een innige goedhartigheid, die Elinor werkelijk liefde voor haar +deed opvatten, dat zij Cleveland niet zou verlaten, zoolang Marianne +ziek bleef, en dat zij wilde trachten door haar eigen oplettende zorg +de moeder te vervangen, aan wie zij haar had ontnomen; en Elinor +vond in haar ten allen tijde eene ijverige en gewillige helpster, +gaarne bereid, haar moeite en vermoeienis te deelen, en wier ervaring +op het punt van ziekenverpleging haar dikwijls van groot nut was. + +De arme Marianne, mat en gedrukt door haar ziektetoestand, en +zich nu wel zeer ongesteld gevoelend, kon niet langer hopen, dat +zij den volgenden dag beter zou zijn; en de gedachte aan 't geen +die dag haar zou gebracht hebben, wanneer deze ongelukkige ziekte +niet tusschenbeide was gekomen, verscherpte elke pijn; want morgen +zouden zij de thuisreis hebben aanvaard, vergezeld door een knecht +van Mevrouw Jennings, zoodat zij in den loop van den daaropvolgenden +dag hun moeder zouden zijn komen verrassen. De weinige woorden die +zij sprak, uitten enkel haar beklag over dit onvermijdelijk uitstel; +hoewel Elinor haar poogde op te beuren en te doen gelooven, zooals zij +_toen_ werkelijk zelve geloofde, dat dit uitstel slechts kort zou zijn. + +De volgende dag bracht weinig of geen verandering in den toestand der +zieke; beter was zij in elk geval niet; maar men kon haar, behalve +dan in zooverre geen beterschap viel te bespeuren, toch ook niet erger +noemen. Hun gezelschap werd thans nog kleiner; want de Heer Palmer liet +zich, hoewel hij weinig lust had om te gaan, en dat zoowel uit ware +menschelijkheid en goedhartigheid, als uit ongeneigdheid, den schijn +op zich te laden van door zijn vrouw's angst te zijn aangestoken, +ten slotte door Kolonel Brandon overreden, zijn belofte van haar te +zullen volgen gestand te doen, en terwijl hij zich gereedmaakte voor +de reis, begon Kolonel Brandon, wien dit heel wat meer inspanning +kostte, ervan te praten, ook te willen vertrekken. Hier kwam Mevrouw +Jennings' goedigheid hun allen buitengewoon te pas; want om den +Kolonel nu weg te zenden, terwijl zijn lieve vriendin zoo bezorgd +was over hare zuster, zou hen allebei, dacht zij, van allen troost +berooven; dus vertelde zij hem maar dadelijk, dat zij zelve hem hier +te Cleveland volstrekt noodig had; dat hij 's avonds haar partijtje +piquet met haar moest spelen, als Elinor boven bleef bij haar zuster, +en zoo meer; en zoo dringend verzocht zij hem te blijven, dat hij, +die zijn eigen liefsten hartewensch vervulde, wanneer hij toegaf, +zich zelfs in schijn niet lang tegen haar verlangen kon verzetten; +temeer daar Mevrouw Jennings' verzoek ijverig werd ondersteund door +den Heer Palmer, die verlichting scheen te vinden in het besef, dat +hij iemand achterliet, zoo uitnemend geschikt om Juffrouw Dashwood +in geval van nood met raad en daad bij te staan. + +Marianne vernam natuurlijk niets van al deze schikkingen. Zij wist +niet, dat zij de bewoners van Cleveland uit hun huis had verjaagd, +pas zeven dagen na hunne terugkomst. Het verwonderde haar volstrekt +niet, dat Mevrouw Palmer zich nooit vertoonde, en daar het haar +evenmin speet, sprak zij in 't geheel niet van hare gastvrouw. Twee +dagen verliepen na het vertrek van den Heer Palmer, en haar toestand +bleef nagenoeg dezelfde. De Heer Harris die elken dag kwam, sprak nog +steeds vol vertrouwen van een spoedig herstel, en Elinor bleef ook +hoopvol gestemd; doch de anderen waren veel minder optimistisch in +hunne verwachtingen. Mevrouw Jennings had zich van den beginne in het +hoofd gezet, dat Marianne er nooit weer bovenop zou komen, en Kolonel +Brandon, die niet veel anders had te doen dan Mevrouw Jennings' +sombere voorspellingen aan te hooren, was niet in de stemming om +hun invloed te weerstaan. Hij trachtte door redeneering de vrees te +onderdrukken, die het andersluidend oordeel van den heelmeester als +dwaasheid scheen te stempelen; doch de vele uren van den dag, die +hij in eenzaamheid doorbracht waren maar al te bevorderlijk voor de +toelating van allerlei treurige gedachten, en hij kon de overtuiging +niet van zich afzetten, dat hij Marianne niet zou weerzien. + +Toen de derde morgen was aangebroken, scheen het echter, alsof +beiden de toekomst te donker hadden ingezien; want toen de Heer +Harris kwam, vond hij de patiënte aanmerkelijk beter. De pols was +veel sterker en alle verschijnselen waren gunstiger dan bij zijn +vorig bezoek. Elinor, wier blijde hoop ten volle werd bevestigd, +was een en al vroolijkheid; zij verheugde zich, in haar brieven aan +haar moeder meer haar eigen oordeel te hebben gevolgd dan dat harer +vrienden; want zij had volstrekt geen ophef gemaakt van de lichte +ongesteldheid, die hen vooreerst nog te Cleveland deed blijven, en +bijna den dag reeds bepaald, waarop Marianne op reis zou kunnen gaan. + +Doch de dag eindigde niet zoo gunstig als hij was begonnen. Tegen +den avond werd Marianne weer erger; zij gevoelde zich meer afgemat, +rusteloos en gejaagd dan te voren. Haar zuster, nog altijd hoopvol, +was geneigd die verandering toe te schrijven aan de vermoeienis van +het opzitten, terwijl haar bed werd opgemaakt; en na haar zorgvuldig de +voorgeschreven medicijnen te hebben ingegeven, zag zij haar eindelijk +indommelen, en hoopte dat de rust haar goed zou doen. Zij bleef, hoewel +niet zoo rustig als Elinor wenschte, geruimen tijd doorslapen; en +daar Elinor de uitwerking van dien slaap gaarne zelf wilde waarnemen, +besloot zij, bij haar te blijven opzitten, tot zij wakker werd. + +Mevrouw Jennings, die niets wist van de verandering in den toestand +der zieke, ging ongewoon vroeg naar bed; haar kamenier, die mede hielp +verplegen, gebruikte haar avondeten in de kamer der huishoudster, +en Elinor bleef met Marianne alleen. + +Steeds onrustiger werd de slaap der zieke, en haar zuster, die den +blik niet van haar afwendde, wenschte bijna, nu zij haar voortdurend +van houding zag veranderen, en de herhaalde, vage klachten hoorde, +die haar lippen ontsnapten, dat zij haar mocht wekken uit een zoo +weinig verkwikkende sluimering; toen Marianne, plotseling wakker +schrikkend door een toevallig geluid in huis, overeind vloog, en +koortsachtig opgewonden uitriep: "Komt Mama nu?" + +"Nog niet," antwoordde Elinor, terwijl zij, zonder te laten merken +hoe zij geschrikt was, Marianne hielp, weer te gaan liggen; "maar +zij zal nu, hoop ik, spoedig komen. Het is een heel eind, van hier +naar Barton; dat weet je wel." + +"Maar ze moet niet over Londen gaan," riep Marianne, op denzelfden +gejaagden toon. "Als ze naar Londen gaat, dan zal ik haar niet +meer zien." + +Elinor bespeurde tot haar grooten schrik, dat zij niet volkomen bij +kennis was, en voelde haar pols, terwijl zij trachtte haar tot bedaren +te brengen. De polsslag was zwakker en sneller dan ooit, en daar +Marianne nog steeds verward over mama bleef praten, werd Elinor zóó +ongerust, dat zij besloot, dadelijk den Heer Harris te laten halen, +en een bode naar Barton te zenden om hare moeder. Kolonel Brandon te +raadplegen over de beste wijze, waarop dit zou kunnen gebeuren, was de +gedachte onmiddellijk volgend op het genomen besluit, en zoodra zij +de kamenier had gebeld, om haar plaats bij hare zuster in te nemen, +ging zij haastig naar beneden naar den salon, waar zij wist, dat hij +gewoonlijk, op een nog veel later uur dan thans, was te vinden. + +Voor aarzelen was het de tijd niet. Wat zij vreesde en wat haar +bezwaarde werd hem in enkele woorden medegedeeld. Hij had niet +genoeg moed, noch vertrouwen, tot een poging zelfs, om haar vrees +te verdrijven; zwijgend en treurig hoorde hij haar aan; doch haar +moeilijkheden werden onmiddellijk uit den weg geruimd; want met een +bereidwilligheid, die deed vermoeden, dat hij reeds bij voorbaat had +gerekend op deze gelegenheid om van dienst te zijn, bood hij zich +aan als den boodschapper, die Mevrouw Dashwood zou gaan halen. Elinor +maakte geene tegenwerping, die niet gemakkelijk werd overwonnen. Zij +dankte hem in enkele, innig gevoelde woorden, en terwijl hij zijn +knecht haastig heenzond, om den Heer Harris te waarschuwen, en +onmiddellijk postpaarden te bestellen, schreef zij een kort briefje +aan hare moeder. Hoe dankbaar verheugde zij zich op dat oogenblik in +het bezit van een vriend als Kolonel Brandon!--van een leidsman voor +hare moeder, wiens oordeel haar zou voorlichten, wiens hulp haar rust +zou schenken, en wiens vriendschap haar zou troosten!--Voor zoover +de schok van zulk een tijding voor haar kòn worden verzacht, zouden +zijn aanwezigheid, zijn gedrag, zijn gereede hulp daartoe bijdragen. + +_Hij_ intusschen handelde, wàt hij ook mocht gevoelen, met al de +beradenheid van een rustigen geest, deed al het noodige met de +uiterste snelheid, en berekende nauwkeurig het tijdstip, waarop zij +zijne terugkomst mocht verwachten. Geen oogenblik ging verloren door +eenig oponthoud. De paarden kwamen nog eerder dan zij hadden verwacht, +en Kolonel Brandon stapte haastig in het rijtuig, terwijl hij haar +alleen met een diep-ernstigen blik de hand drukte, en enkele woorden +sprak, te zacht dan dat zij ze kon verstaan. Het was nu omstreeks +twaalf uur, en zij ging terug naar haar zuster's kamer, om te wachten +op de komst van den Heer Harris, en verder dien nacht bij haar te +waken. Voor beiden was het een lijdensnacht. Uur na uur verstreek, +onder slapelooze pijn en koortsig ijlen van Marianne, onder kwellenden +angst van Elinor, eer de Heer Harris kwam. De overmaat der eenmaal +gewekte vrees deed haar boeten voor al haar vroegere kalmte, en het +meisje, dat met haar waakte, (want zij wilde Mevrouw Jennings niet +laten roepen), pijnigde haar te meer door zinspelingen op 't geen +haar meesteres altijd wel had gedacht. + +Marianne's gedachten dwaalden nog steeds, bij tusschenpoozen en +onsamenhangend, naar hare moeder; en telkens als zij haar naam noemde, +kromp het hart van de arme Elinor ineen, die, zichzelve verwijtend, +dat zij zoovele dagen van ziekte zoo licht had geteld, en snakkend naar +eenige onmiddellijke verlichting, zich verbeeldde, dat alle hulp wel +spoedig te vergeefsch zou zijn; dat alles te lang was uitgesteld, en +zich haar bedroefde moeder voorstelde, telaat komend om haar geliefd +kind nog in leven, of nog bij haar bewustzijn te vinden. + +Zij was op het punt, nogmaals om den Heer Harris te zenden, of +als _hij_ niet kon komen, anderen raad in te winnen, toen hij +eindelijk,--het was reeds over vijf geworden,--verscheen. Zijn +oordeel maakte gelukkig zijn late komst eenigszins goed; want hoewel +hij erkende, dat er een zeer onverwachte en ongunstige verandering +in den toestand der zieke was ingetreden, hij zag nog geen werkelijk +gevaar, en sprak over de goede verwachting, die hij had van eene nieuwe +behandelingswijze, met zooveel vertrouwen, dat Elinor zich eenigermate +gerustgesteld gevoelde. Hij beloofde over een uur of vier te zullen +terugkomen en verliet zoowel de zieke als haar bezorgde verpleegster +kalmer dan hij beiden had aangetroffen. + +Met oprechte meewarigheid, en vele verwijten, omdat hare hulp niet +was ingeroepen, vernam Mevrouw Jennings des morgens, wat er gebeurd +was. Haar vroegere vrees, thans en met meer reden, opnieuw gewekt, deed +haar omtrent den afloop geen twijfel koesteren, en hoewel zij poogde, +Elinor woorden van troost toe te spreken, haar stellige overtuiging +omtrent het gevaar, waarin Marianne verkeerde, liet haar niet toe, +den troost der hoop te verleenen. Het deed haar innig verdriet. Het +snelle verval, de vroege dood van een zoo jong en schoon meisje als +Marianne zouden het medelijden hebben gewekt zelfs van wie haar minder +na stond. Doch er was meer, dat haar recht gaf op Mevrouw Jennings' +meegevoel. Drie maanden was zij dagelijks met haar in aanraking +geweest, ook thans nog bleef zij aan hare zorg toevertrouwd; +zij wist dat Marianne groot onrecht was geschied; dat zij lang en +veel had geleden. Het verdriet harer zuster, van wie zij bijzonder +veel hield, moest zij ook aanzien; en wat hunne moeder betrof, als +mevrouw Jennings bedacht, dat Marianne waarschijnlijk voor haar was, +wat Charlotte was voor haarzelve, dan leed zij in waarheid de smart +dier andere moeder mede. + +De Heer Harris bracht zijn tweede bezoek precies op tijd; doch zag +zijn hoop op een goeden uitslag teleurgesteld. Zijne medicijnen +hadden niet geholpen;--de koorts nam nog niet af, en Marianne +bleef,--rustiger, doch niet bij kennis,--in een toestand van doffe +bewusteloosheid. Elinor, onmiddellijk onder den indruk van zijn vrees, +en erger nog, stelde voor, andere hulp in te roepen. Doch hij achtte +dit niet noodig; hij wilde nog een nieuwe behandeling beproeven, op +welke uitwerking hij bijna evenveel vertrouwen had als op de vorige, +en hij nam afscheid met bemoedigende verzekeringen, die Elinor +aanhoorde, zonder dat zij doordrongen tot haar hart. Zij was kalm; +behalve wanneer zij aan hare moeder dacht; doch zij had bijna geen +hoop meer; en zoo bleef zij tot twaalf uur bij haar zuster's bed +zitten, terwijl haar gedachten van de eene treurige voorstelling, van +den eenen lijdenden vriend naar den anderen zwierven, en zij bijna +tot wanhoop werd gedreven door het gepraat van Mevrouw Jennings, +die onomwonden uitsprak, dat zij de hevigheid en gevaarlijkheid van +dezen ziekte-aanval toeschreef aan de vele voorafgegane weken van +ongesteldheid, veroorzaakt door Marianne's teleurstelling. Elinor +gevoelde maar al te zeer, hoe gegrond deze veronderstelling was, +en dit stemde haar des te droeviger. + +Omstreeks twaalf uur echter begon zij,--maar met een schroomvalligheid, +eene vrees voor teleurstelling, die haar eenigen tijd deden zwijgen, +zelfs tegenover haar vriendin,--zich te verbeelden, te hopen, dat +zij een geringe verbetering bespeurde in haar zuster's polsslag;--zij +wachtte, zag toe, voelde nogmaals en nogmaals, en eindelijk waagde zij, +met een ontroering, moeilijker te verbergen achter uitwendige kalmte +dan al het voorgaand verdriet, hare hoop uit te spreken. Hoewel Mevrouw +Jennings eveneens moest erkennen, dat er een tijdelijke verbetering te +bespeuren viel, trachtte zij haar vriendin te ontraden, die verbetering +als blijvend te beschouwen; en Elinor, langdurig verwijlend bij elke +ingeving van wantrouwen, hield zich zelve voor, dat zij niet mòcht +hopen. Doch het was te laat. De hoop had zich reeds toegang gebaand, +en deelend in al haar angstige bewogenheid, boog Elinor zich over haar +zuster, om te wachten op... zij wist zelve bijna niet wàt. Een half +uur verstreek, en nog mocht zij zich verblijden over het gunstig +teeken. Andere voegden zich daarbij, om het te bevestigen. Haar +ademhaling, haar huid, haar lippen, in alles zag Elinor sporen van +beterschap, en Marianne zag haar aan met een rustigen, schoon matten +blik. Tusschen hoop en vrees, die zich gelijkelijk van haar meester +maakten, had zij geen oogenblik rust, tot om vier uur de Heer Harris +kwam, die haar door zijn stellige verzekering, en door zijn gelukwensch +met een beterschap, welke zijn verwachting overtrof, zoowel vertrouwen +als kalmte schonk en bewoog tot tranen van vreugde. + +Marianne was in elk opzicht oneindig beter, en hij verklaarde haar +thans geheel buiten gevaar. Mevrouw Jennings, misschien voldaan, +nu haar sombere voorgevoelens althans gedeeltelijk waren bewaarheid +door den pas uitgestanen angst, begon te denken, dat hij wel gelijk +zou hebben, en gaf met ongeveinsde blijdschap, en al spoedig met +onmiskenbare vroolijkheid, te kennen dat ook zij geloofde in een +volkomen herstel. + +Vroolijkheid kon Elinor niet aan den dag leggen. Haar vreugde was van +anderen aard en leidde het allerminst tot blijdschaps-uiting. Marianne +te zien teruggegeven aan het leven, gezondheid, haar vrienden en +hare liefhebbende moeder, was een denkbeeld, dat haar hart vervulde +met een gewaarwording van innige bevrediging; dat het deed zwellen +van vurige dankbaarheid;--doch dat gevoel vertolkte zich door geen +uiterlijk vreugdebetoon, geen woorden, geen glimlach. In Elinor's +binnenste was slechts plaats voor stille, sterke voldoening. + +Zij bleef dien namiddag bijna voortdurend aan haar zuster's zijde, elke +vrees bedarend, elke vraag van haar verzwakten geest beantwoordend, tot +alle hulp bereid, en lettend op elken blik, op iedere ademhaling. De +mogelijkheid van instorting kwam haar natuurlijk nu en dan herinneren +aan 't geen het zeggen wilde, angst te gevoelen;--maar toen zij +bij herhaald, nauwkeurig onderzoek, bespeurde dat alle teekenen +van beterschap aanhielden, toen zij Marianne om zes uur in een +rustigen, vasten en oogenschijnlijk verkwikkenden slaap zag vallen, +legde zij elken twijfel het zwijgen op. De tijd naderde thans, dat +Kolonel Brandon kon worden terugverwacht. Om tien uur, dacht zij, +of althans niet veel later, zou voor haar moeder een einde komen aan +de vreeselijke onzekerheid, waarin zij thans naar hen op weg was. En +de Kolonel ook!--misschien weinig minder te beklagen dan zij!--O, hoe +langzaam verstreek de tijd, die hen nog in onwetendheid bleef houden! + +Om zeven uur ging zij, toen Marianne nog steeds rustig doorsliep, naar +den salon, om met Mevrouw Jennings thee te drinken. Aan het ontbijt had +zij door haar angst, en aan het diner door de plotselinge bevrijding +ervan, niet veel gegeten,--en dus was haar deze maaltijd, waaraan +zij met zulk een tevreden gevoel deelnam, bijzonder welkom. Mevrouw +Jennings wilde haar na de thee overhalen om nog wat te rusten eer +haar moeder kwam, _zij_ zou dan hare plaats bij Marianne innemen; +maar Elinor voelde op dat oogenblik noch vermoeienis, noch behoefte +aan slaap, en zij wilde volstrekt niet langer dan noodig was, van haar +zuster wegblijven. Nadat Mevrouw Jennings dus met haar was meegegaan +naar de ziekenkamer, om zelf te zien, dat alles goed bleef gaan, liet +zij haar daar alleen met hare taak en hare gedachten, en ging naar +haar eigen kamer, om brieven te schrijven, eer zij zich ter rust begaf. + +De avond was koud en stormachtig. De wind joeg in vlagen rondom +het huis en de regen sloeg tegen de vensters; maar Elinor in wier +binnenste alles blijdschap was, deerde het niet. Marianne sliep +door elke stormvlaag heen,--en de reizigers--hun wachtte de rijkste +belooning voor alle tegenwoordig ongerief. + +De klok sloeg acht uur. Had het tien geslagen, dan zou Elinor stellig +gemeend hebben, dat zij op dat oogenblik een rijtuig hoorde naderkomen, +en zo zeker geloofde zij het werkelijk gehoord te hebben, dat zij, +al scheen het _bijna_ onmogelijk, hun komst nu reeds te verwachten, +naar de aangrenzende kleedkamer ging, en een der luiken opende, om zich +van de waarheid te vergewissen. Zij zag dadelijk, dat haar ooren haar +niet hadden bedrogen, toen zij het licht van twee rijtuiglantaarns +bespeurde. Bij hun onzeker schijnsel meende zij te zien, dat het +voertuig met vier paarden was bespannen; waaruit zij niet slechts +afleidde, in hoe groote ongerustheid haar arme moeder moest hebben +verkeerd; doch 't geen tevens de onverwachte snelheid verklaarde, +waarmede de reis volbracht was. Nog nooit in haar leven had Elinor het +zoo moeilijk bevonden, kalm te zijn, als op dat oogenblik. Het besef +van wat haar moeder moest gevoelen, terwijl het rijtuig voor de deur +stilhield,--van haar twijfel--haar vrees--haar wanhoop misschien!--en +wat _zij_ daarop te zeggen had!--met dàt besef was het onmogelijk, +kalm te zijn. Het eenige wat haar te doen stond, was haast te maken; +en zoodra zij Mevrouw Jennings' kamenier bij haar zuster had geroepen, +snelde zij de trap af. + +Toen zij een afgesloten gang doorliep, hoorde zij aan de voetstappen +in de vestibule, dat zij het huis reeds waren binnengegaan. Haastig +liep zij naar den salon,--trad binnen,--en stond tegenover Willoughby. + + + + + + +HOOFDSTUK XLIV + + +Elinor, die met een blik vol ontzetting terugdeinsde toen zij hem zag, +gaf gehoor aan eene natuurlijke opwelling, toen zij zich omkeerde, +om de kamer te verlaten, en zij legde de hand reeds op den deurknop, +toen zij werd teruggehouden, doordat hij haastig nadertrad, en op +eer bevelenden dan verzoekenden toon zeide: + +"Juffrouw Dashwood, blijf!--een half uur,--tien minuten, ik smeek u +er om." + +"Neen mijnheer," zeide zij vastberaden; "ik blijf hier niet. U kunt +om _mij_ niet gekomen zijn. De bedienden hebben zeker vergeten u te +zeggen, dat de Heer Palmer niet thuis is." + +"Al hadden ze mij verteld," riep hij heftig, "dat de Heer Palmer +en zijn geheele familie naar den duivel waren, dan zou mij dat niet +hebben bewogen, heen te gaan! Ik kom hier om u te spreken, u alleen." + +"Mij!"--riep zij, ten hoogste verbaasd,--"welnu, zeg het dan vlug,--en +als u kunt, met minder heftigheid." + +"Gaat u zitten; dan zal ik aan beide voorwaarden voldoen." + +Zij aarzelde; zij wist niet, hoe te handelen. Het ging haar door +het hoofd, dat Kolonel Brandon hem hier bij zijn aankomst zou +kunnen vinden. Maar zij had beloofd, hem aan te hooren, en zoowel +nieuwsgierigheid als die verplichting drongen haar te blijven. Na +een oogenblik nadenken echter kwam zij tot het besluit, dat +voorzichtigheid haast gebood, die door haar bereidwilligheid het +beste werd bevorderd. Zij ging dus zwijgend naar de tafel en nam +plaats. Hij ging op den stoel tegenover haar zitten, en een halve +minuut bleven beiden zwijgen. + +"Wees zoo goed te zeggen, wat u te zeggen hebt, mijnheer," zeide +Elinor ongeduldig,--"ik heb geen tijd te verliezen." + +Hij zat in diepe gedachten verzonken, en scheen haar niet te hooren. + +"Uwe zuster," zei hij een oogenblik later,--"is buiten gevaar. Ik +hoorde het van den knecht.--Goddank!--Maar is het waar?--is het +werkelijk waar?"-- + +Elinor wilde niet antwoorden. Hij herhaalde de vraag met nog meer +aandrang. + +"Om Godswil, zeg het mij, is het gevaar geweken, of niet?" + +"Wij hopen het." + +Hij stond op, en liep door de kamer. + +"Had ik dit een half uur geleden geweten... Maar nu ik eenmaal hier +bèn," ging hij met gedwongen levendigheid voort, terwijl hij weer ging +zitten, "wat komt het er nu op aan?--Laat ons nog eenmaal,--misschien +voor de laatste maal, Juffrouw Dashwood,--samen vroolijk zijn. Zeg +mij eens eerlijk,"--een donkerder tint kleurde zijn wangen, "waarvoor +houdt u mij, voor een schurk, of voor een gek?" + +Elinor zag hem met steeds meer verbazing aan. Zij begon te denken, +dat hij beschonken moest zijn; zij kon het vreemde bezoek en zijn +zonderlinge houding op geen andere wijze verklaren; en onder dien +indruk stond zij onmiddellijk op, met de woorden: + +"Mijnheer Willoughby, ik raad u aan, nu naar Combe terug te keeren. Ik +heb geen tijd, om langer te blijven. Wàt u mij ook hebt te zeggen, +morgen zult u het u beter herinneren, en het beter kunnen verklaren." + +"Ik begrijp u," antwoordde hij met een veelbeteekenenden glimlach, +op volkomen kalmen toon. "O ja, ik ben dronken. Dat glas bier bij +mijn koud vleesch in Marlborough was voldoende om mij van de wijs +te brengen." + +"In Marlborough?" riep Elinor, die steeds minder begreep wat hij +toch wilde. + +"Ja, ik ben van morgen om acht uur uit Londen vertrokken, en in de +eenige tien minuten, die ik sinds dat vertrek buiten mijn rijtuig +doorbracht, heb ik iets gebruikt te Marlborough." + +Zijn bedaarde wijze van spreken en de vastheid van zijn blik +overtuigden Elinor, dat het geen dronkenschap was, die hem hier bracht, +welke onvergefelijke dwaasheid hem dan ook naar Cleveland mocht hebben +gedreven. Na een oogenblik nadenken zeide zij: "Mijnheer Willoughby, +u behoordet te begrijpen, wat _ik_ zeer stellig gevoel, dat, na 't +geen er gebeurd is, uwe komst hier op deze wijze, en dit met geweld +u aan mij opdringen, wel zéér noodig verontschuldiging eischen. Wat +is uwe bedoeling?" + +"Mijn bedoeling is," zeide hij met ernstigen nadruk, "als ik +kàn, te bewerken, dat u mij _iets_ minder zult verafschuwen dan u +thans doet. Mijn bedoeling is, althans eenige verschooning, eenige +verklaring aan te bieden van het verleden,--mijn geheele hart voor u +open te leggen, en u te overtuigen dat ik, hoewel altoos kortzichtig, +niet altoos slecht ben geweest,--om althans iets als vergiffenis te +verkrijgen van Ma..., van uwe zuster." + +"Is dat de werkelijke reden van uw komst?" + +"Dat zweer ik u,"--antwoordde hij, met een warmte, die haar aan den +Willoughby van vroeger levendig herinnerde, en haar noopte, haars +ondanks te gelooven aan zijn oprechtheid. + +"Wanneer dat alles is, dan kunt u reeds voldaan zijn; want Marianne +vergeeft u--hééft u reeds lang vergeven." + +"Is dat waar?"--riep hij, met die zelfde ontroering in zijn stem.--"Dan +heeft zij mij vergeven, eer het daartoe de tijd was. Maar zij zal +mij nogmaals vergeven, en met grondiger reden daartoe. Wilt u mij +_nu_ aanhooren?" + +Elinor boog toestemmend het hoofd. + +"Ik weet niet," zeide hij, na een poos van stilte, afwachtend van háár +kant, nadenkend van den zijnen--"hoe _u_ mijn gedrag tegenover uwe +zuster hebt verklaard, of welke duivelsche beweegreden u mij moogt +hebben toegeschreven. Misschien zult u hierna niet eens veel beter +over mij denken; maar het is de moeite waard, het te beproeven, +en u zult alles vernemen. Toen ik voor het eerst uw familie van +nabij leerde kennen, had ik geen ander plan, geene andere bedoeling +met dien omgang, dan mijn tijd aangenaam door te brengen, zoolang +ik in Devonshire moest blijven; aangenamer dan ik ooit te voren had +gedaan. Uw zuster's bekoorlijkheid en haar ongewone gaven moesten mij +wel aantrekken, en haar houding jegens mij, bijna van den beginne, was +zóó... Verwonderlijk, wanneer ik bedenk, wat die was, en hoe _zij_ was, +dat mijn hart zoo gevoelloos heeft kunnen zijn!--Doch ik moet bekennen, +in het begin werd alleen mijn ijdelheid erdoor gevleid. Onverschillig +voor haar geluk, alleen denkend aan mijn eigen genoegen, geheel onder +den invloed van gevoelens, waardoor ik te zeer gewend was mij te laten +beheerschen, trachtte ik, door elk middel dat mij ten dienste stond, +beminnelijk te schijnen in haar oogen, zonder het minste voornemen, +haar genegenheid te beantwoorden." + +Hier wierp Elinor hem een blik toe vol verontwaardigde minachting, +en viel hem in de rede door te zeggen: + +"Het is werkelijk niet de moeite waard, mijnheer Willoughby, dat +u nog langer blijft vertellen, of ik naar u luisteren. Wat zou er +kunnen volgen, na zulk een begin? Laat mij niet méér hooren over dit +pijnlijke onderwerp." + +"Ik wil, dat u alles zult aanhooren," was zijn antwoord. "Mijn fortuin +was nooit aanzienlijk, en ik was altoos verkwistend geweest, altoos +gewend om te gaan met lieden, die meer inkomen hadden dan ikzelf. Met +ieder jaar, sedert ik meerderjarig was geworden, en reeds eerder, +geloof ik, waren mijn schulden toegenomen, en hoewel de dood van mijn +oude nicht, Mevrouw Smith, mij daarvan zou bevrijden, had ik, daar op +die gebeurtenis niet viel te rekenen, en zij nog lang leven kon, reeds +eenigen tijd het voornemen opgevat, weer in beteren doen te geraken +door een rijke vrouw te trouwen. Aan eene verloving met uwe zuster +viel dus niet te denken; en met een lage, zelfzuchtige wreedheid, +die geen verontwaardigde, minachtende blik, zelfs van u, juffrouw +Dashwood, genoeg kan afkeuren,--ging ik voort, zooals ik was begonnen, +pogend haar genegenheid te winnen, zonder eenig voornemen, die te +beantwoorden. Een ding echter mag te mijnen gunste worden aangevoerd, +zelfs in dien verfoeilijken toestand van zelfzuchtige ijdelheid +besefte ik niet den omvang van het misdrijf dat ik wilde begaan, +omdat ik _toen_ niet wist wat het zeggen wil, lief te hebben. Heb ik +dat ooit geweten?--Wel mag dat worden betwijfeld; want zou ik, zoo ik +waarlijk bemind had, mijn gevoel hebben opgeofferd aan ijdelheid, aan +hebzucht--of wat erger was, het hare hebben prijsgegeven?--Toch heb +ik dat gedaan. Om eene betrekkelijke armoede te vermijden, die haar +liefde en haar bijzijn van alle bitterheid zouden hebben ontdaan, +heb ik, door mij rijkdom te verwerven, alles verloren, wat dien +rijkdom tot een zegen zou kunnen doen zijn." + +"U hebt dus," zeide Elinor, ietwat verzacht, "een tijdlang geloofd, +dat u waarlijk genegenheid voor haar gevoelde." + +"Zooveel beminnelijkheid te weerstaan, gevoelloos te blijven voor +zooveel teederheid!--is er wel een man ter wereld, die daartoe in staat +zou zijn geweest?--Ja, van lieverlede, onmerkbaar bijna, maar zeker, +nam mijn gehechtheid aan haar toe, en de gelukkigste uren van mijn +leven waren die, welke ik sleet in haar bijzijn, als ik gevoelde, dat +mijn bedoelingen eerlijk waren, en mijn genegenheid zuiver. En toch, +zelfs _toen_, terwijl ik stellig voornemens was, haar ten huwelijk +te vragen, stelde ik op onvergefelijke wijze van dag tot dag uit, +gevolg te geven aan dit plan uit schroom, een verloving aan te gaan +in mijne benarde omstandigheden. Ik wil hier niet wijzen op--noch +aan u overlaten dat voor _mij_ te doen,--de dwaasheid, en erger dan +dwaasheid, terug te schrikken voor het verpanden van mijn trouw, +waar mijn eer mij reeds had gebonden. De uitkomst heeft bewezen, dat +ik een listige gek ben geweest, die met groote omzichtigheid zich de +mogelijkheid wilde voorbehouden, voor altijd verachtelijk en ongelukkig +te worden. Ten laatste echter stond mijn besluit vast, en ik had mij +voorgenomen, zoodra ik haar alleen kon spreken, de oprechtheid te +bewijzen der hulde, die ik haar voortdurend had toegebracht, en haar +openlijk de liefde te verklaren, die ik zoo duidelijk en opzettelijk +reeds had aan den dag gelegd. Doch in het tijdsverloop van enkele +uren, die nog moesten verstrijken, eer ik gelegenheid kon vinden +haar onder vier oogen te spreken,--gebeurde iets... iets ongelukkigs, +dat mijn plannen verijdelde, en mij tevens alle rust ontnam. Er werd +iets ontdekt..." (hier aarzelde hij, en sloeg de oogen neer). "Mevrouw +Smith had op de eene of andere wijze vernomen, ik denk door een verren +bloedverwant, wiens belang medebracht, mij van haar gunst te berooven, +van eene zaak, eene verbintenis... doch ik behoef mij niet nader te +verklaren," voegde hij erbij, met verhoogde kleur en haar aanziende +met een vragenden blik, "uwe bijzondere vertrouwelijkheid met... u +zult waarschijnlijk de geheele geschiedenis reeds hebben vernomen." + +"Dat heb ik," antwoordde Elinor, eveneens blozend, en opnieuw haar +hart verhardend tegen eenige opwelling van medelijden met hem. "Ik +weet dat alles. En hoe u ook maar een zweem van uw schuld in die +treurige zaak zult kunnen wegredeneeren, gaat mijn bevatting te boven." + +"Bedenk," riep Willoughby, "van wien u het verhaal hebt gehoord. Kon +het onpartijdig zijn? Ik erken, dat ik haar omstandigheden en haar +jeugd had moeten ontzien. Ik wil mij niet van schuld vrijpleiten, +doch evenmin kan ik u in de meening laten verkeeren, dat ik niets +te mijner verdediging heb aan te voeren; dat zij onberispelijk was, +omdat haar onrecht werd aangedaan, of dat, wijl ik losbandig was, +zij een heilige moest zijn. Als de onstuimigheid van haar hartstocht, +de zwakheid van haar geestvermogens... maar verdedigen wil ik mij +niet. Haar liefde voor mij had beter verdiend, en dikwijls herinner +ik mij, met diep zelfverwijt, de teederheid, die voor zeer korten +tijd vermocht een dergelijk gevoel in mij te wekken. Ik wenschte van +ganscher harte dat dit nooit was geschied. Maar ik heb anderen dan +haar kwaad gedaan; en ééne heb ik kwaad gedaan, wier liefde voor mij +(mag ik het zeggen?) niet minder innig was dan de hare, en die naar +den geest... o, hoe oneindig veel hooger stond dan zij!" + +"Maar uwe onverschilligheid voor dat ongelukkige meisje,--ik moet het +zeggen, hoezeer mij het bespreken van zulk een onderwerp ook tegen de +borst stuit--uwe onverschilligheid maakt uwe hartelooze veronachtzaming +niet goed. U moogt niet denken, dat eenige zwakheid, eenig natuurlijk +gebrek aan begrip van haar kant eene verontschuldiging zou kunnen +zijn voor de lichtzinnige wreedheid, door u zoo duidelijk aan den dag +gelegd. U moet hebben geweten, dat zij, terwijl u in Devonshire reeds +weer nieuwe genoegens vondt, nieuwe plannen maaktet, altoos vroolijk, +altoos welgemoed, intusschen bitter gebrek leed." + +"Ik verzeker u, ik wist dat _niet_," antwoordde hij met nadruk; +"ik herinnerde mij niet, dat ik verzuimd had, haar mijn adres op te +geven; en als zij haar verstand gebruikt had, zou ze 't licht hebben +kunnen uitvinden." + +"Maar gaat u voort: wat zeide dan nu Mevrouw Smith?" + +"Zij kwam dadelijk met hare beschuldiging voor den dag; en dat ik +beschaamd was, behoef ik niet te zeggen. Haar strenge zedelijkheid, +haar vormelijke begrippen, haar gebrek aan wereldkennis,--alles had ik +tegen mij. Het feit zelf kon ik niet ontkennen, en elke poging het te +verzachten, was vergeefsch. Zij was toch al reeds geneigd, geloof ik, +mijn zedelijk gedrag over 't geheel te wantrouwen, en daarbij was +zij ontevreden, omdat ik, bij dit bezoek, al zeer weinig aandacht, +en zeer weinig tijd aan háár had geschonken. Het kwam dan ook tusschen +ons tot een volslagen breuk. Op ééne wijze slechts had ik mij kunnen +redden. Bij haar nauwgezette opvattingen van zedelijkheid bood de +goede vrouw aan, het verleden te vergeven, als ik met Eliza wilde +trouwen. Dat ging niet--en zij ontzei mij van nu af hare gunst en +hare gastvrijheid. Op den avond na dit gesprek,--ik zou den volgenden +morgen vertrekken,--overwoog ik mijn toekomstig gedrag. De strijd was +zwaar,--doch te spoedig gestreden. Mijn liefde voor Marianne, mijn +stellige verzekerdheid van haar gehechtheid aan mij,--al die gevoelens +waren niet bij machte, op te wegen tegen de vrees voor armoede of +de verkeerde denkbeelden te overwinnen omtrent de onmisbaarheid van +rijkdom, die ik van nature geneigd was, te koesteren, en die mijn +omgang met verkwistende vrienden had versterkt. Ik wist, dat ik op +de toestemming mijner tegenwoordige vrouw kon rekenen, wanneer ik +haar ten huwelijk vroeg, en ik maakte mijzelf wijs, dat mij, uit +voorzichtigheid, niet anders overbleef. Nog een zware taak wachtte +mij, eer ik Devonshire kon verlaten; ik had beloofd, dien dag bij u +te zullen dineeren; er was dus eenige verontschuldiging noodig voor +het verbreken dier belofte. Of ik deze schriftelijk zou afleggen, +of persoonlijk zou komen brengen, was een punt, waarover ik het +langen tijd niet met mijzelf kon eens worden. Marianne weer te zien, +zou ontzettend zijn, en ik twijfelde zelfs, of ik, als ik haar zag, +bij mijn besluit kon volharden. Op dat punt echter onderschatte ik +mijn krachten, zooals uit het gebeurde is gebleken; want ik ging; ik +zag haar; zag hoe zij leed, en verliet haar in haar lijden;--verliet +haar, hopende haar nooit weer te zien." + +"Waarom bracht u dat bezoek, Mijnheer Willoughby?" zeide Elinor +verwijtend; "een brief zou volkomen afdoende zijn geweest. Waarom +was het noodig, zelf te gaan?" + +"Mijn trots gedoogde niet anders. Ik verkoos niet, heen te gaan op +een wijze, die u, of de andere kennissen in de omtrek, zou kunnen +doen gissen, wat tusschen mij en Mevrouw Smith was voorgevallen, +en daarom besloot ik, op weg naar Honiton, bij uw huis stil te +houden. Vreeselijk was het voor mij, uwe lieve zuster te zien, en +wat de zaak nog moeilijker maakte, ik trof haar alleen. U waart +allen uitgegaan, waarheen weet ik niet. Den avond te voren had +ik haar verlaten, zoo stellig, zoo vast besloten in mijn hart, te +doen wat goed was! Binnen weinige uren zou zij voor altoos aan mij +verbonden zijn geweest; en ik weet nog, hoe gelukkig, hoe verheugd +ik mij gevoelde, toen ik van uw huisje naar Allenham wandelde, +tevreden over mijzelf, jegens ieder welgezind! Doch bij dat laatste +vriendschappelijke onderhoud naderde ik haar met een schuldgevoel, +dat mij het vermogen tot veinzen bijna benam. Haar smart, haar +teleurstelling, haar diepe verslagenheid, toen ik haar zeide, dat +ik zoo plotseling uit Devonshire moest vertrekken,--ik vergeet het +nooit; en daarbij haar volkomen geloof, haar vertrouwen in mij! O God, +wat een hardvochtige schurk was ik toen!" + +Beiden zwegen een poos. Elinor sprak het eerst. + +"Zei u toen, dat u spoedig zoudt terugkeeren?" + +"Ik weet niet, wat ik haar zeide," antwoordde hij ongeduldig; "minder, +in elk geval, dan het verleden haar recht gaf, te verwachten, en +waarschijnlijk veel meer dan de toekomst in vervulling bracht. Ik +kan er niet aan denken,--ik wil dat niet. Daarna kwam uwe goede +moeder, om mij nog verder te pijnigen met haar vriendelijkheid en +haar vertrouwen. Dat hééft mij gepijnigd, Goddank. Ik voelde mij +ellendig. Juffrouw Dashwood, u kunt u niet voorstellen, hoe het mij +goed doet, te denken aan wat ik geleden heb. Zoo bitter verwijt ik +mij mijn eigen domme, schurkachtige dwaasheid, dat al het verdriet, +dat ik mij er vroeger door heb berokkend, mij nu een bron van +trots en blijdschap is. Nu dan, ik ging; ik verliet allen, die ik +liefhad, en ging naar hen, wien ik, op zijn best, onverschillig +was. Mijn reis naar de stad,--met mijn eigen paarden, en dus zoo +langzaam,--geen sterveling om meer te spreken,--mijn eigen gedachten +zoo vroolijk,--mijne vooruitzichten zoo uitlokkend!--den terugblik +naar Barton zoo bevredigend!--o, het was een onvergetelijke tocht." + +Hij zweeg. + +"En is dat alles?" zeide Elinor, die ofschoon zij medelijden met hem +had, verlangde, dat hij zou vertrekken. + +"Alles? neen!--hebt u vergeten wat er in Londen voorviel? Die +schandelijke brief! Heeft zij hem u laten lezen?"-- + +"Ja; ik las alle brieven, die werden gewisseld." + +"Toen ik haar eerste briefje ontving (dadelijk, want ik was al dien +tijd in de stad) was mijn gevoel zooals men dat gewoonlijk uitdrukt, +niet onder woorden te brengen; eenvoudiger gezegd,--misschien +te eenvoudig om ontroering te wekken,--ik was pijnlijk, zéér +pijnlijk getroffen. Elke regel, ieder woord was--om de afgezaagde +vergelijking te bezigen, die de lieve schrijfster, zoo zij hier ware, +zou verbieden,--een dolksteek in mijn hart. Het bericht, dat Marianne +in de stad was, trof mij, in die zelfde taal uitgedrukt, als een +donderslag. Donderslagen en dolksteken!--hoe zou ze mij de les hebben +gelezen!--haar smaak, haar oordeel,--ik geloof dat ze mij beter bekend +zijn dan mijn eigen meeningen, en zéér zeker zijn ze mij liever." + +Elinor's gemoed, waarin vele wisselingen hadden plaats gegrepen +in den loop van dit zonderlinge gesprek, was thans weer verzacht; +maar toch achtte zij het haar plicht, dergelijke denkbeelden in hem +te bestrijden. + +"Dit is niet goed, mijnheer Willoughby. Bedenk, dat u getrouwd +bent. Vertel mij alleen, wat u in ernst noodig acht, dat ik zal +vernemen." + +"Toen Marianne's briefje mij de zekerheid schonk, dat ik haar nog +even dierbaar was als vroeger, dat zij ondanks de vele, vele weken, +sedert onze scheiding verloopen, nog even trouw was aan haar eigen +gevoelens en nog even vertrouwend op de standvastigheid van de mijne, +ontwaakte in mij het berouw. Ik zeg: ontwaakte; want de tijd en +Londen, bezigheid en ijdel vermaak hadden het, in zekeren zin, doen +insluimeren, en ik was langzamerhand een waarlijk verharde booswicht +geworden, mij verbeeldend, dat ik haar onverschillig was, en mij +inpratend, dat ik ook voor haar niets meer gevoelde; ik beschouwde +inwendig onze vroegere genegenheid als een voorbijgaand, vluchtig +minnarijtje, haalde de schouders erover op, om mij zelf dat diets te +maken, en bracht elk verwijt tot zwijgen, verwon elk gewetensbezwaar, +door in stilte nu en dan te zeggen: "Ik zal blij zijn, wanneer ik +hoor, dat ze een goed huwelijk heeft gedaan."--Doch dat briefje +leerde mij mijzelf beter kennen. Ik gevoelde, dat ik haar oneindig +liever had dan eenige vrouw ter wereld, en dat ik haar schandelijk +behandelde. Doch juist toen was tusschen Juffrouw Grey en mij alles +beslist. Terugtrekken was onmogelijk. Al wat mij stond te doen, was, +u beiden te vermijden. Ik antwoordde Marianne niet, om geene verdere +mededeeling van haar uit te lokken; en een tijdlang was ik zelfs +niet voornemens, een bezoek te brengen in Berkeley Street; maar daar +ik het tenslotte verstandiger vond, de houding aan te nemen van een +onverschilligen, gewonen bekende, wachtte ik op zekeren morgen tot +ik u allen had zien uitgaan, en gaf daarna mijn kaartje af."-- + +"Zaagt u ons uitgaan?" + +"Ja zeker. U zoudt verwonderd zijn, als u wist, hoe dikwijls ik u +bespiedde, hoe licht ik u had kunnen ontmoeten. Ik ben menigmaal een +winkel binnengegaan, om niet door u te worden gezien, als uw rijtuig +voorbijreed. Er ging bijna geen dag voorbij, waarop ik niet uit mijn +kamer in Bond Street een van u allen in 't voorbijgaan zag, en niets +dan voortdurende waakzaamheid van mijne zijde, de onveranderlijke +wensch om mij niet aan u te vertoonen had ons zoolang gescheiden +kunnen houden. Ik vermeed de Middletons zooveel mogelijk, evenals +alle anderen, die wellicht gemeenschappelijke bekenden hadden kunnen +zijn. Daar ik niet wist, dat zij in de stad waren, ontmoette ik hen +bij Sir John, den eersten dag nadat ze waren aangekomen, geloof ik, +en den volgenden dag bracht ik dat bezoek bij Mevrouw Jennings. Hij +vroeg mij op een partij, een danspartij bij hem aan huis dien +avond. Al had hij mij _niet_ verteld, om mij over te halen, dat u +en uwe zuster er ook zouden zijn, dan zou ik daarop toch te stellig +hebben gerekend, om mijzelf in zijne buurt te wagen. Den volgenden +morgen kreeg ik weer een briefje van Marianne,--nog steeds hartelijk, +open, eenvoudig, vertrouwend, --al wat _mijn_ gedrag verfoeilijk kon +doen schijnen. Ik kon er niet op antwoorden. Ik beproefde het, maar +kon geen woorden vinden. Doch ik dacht aan haar, geloof ik, op elk +uur van den dag. Wanneer _u_ mij kunt beklagen, Juffrouw Dashwood, +beklaag dan den toestand, waarin ik mij _toen_ bevond. Terwijl mijn +hoofd en hart vol waren van uwe zuster, moest ik tegenover eene +andere vrouw de rol van den gelukkigen minnaar spelen! Die drie +of vier weken waren het ergst van alles. En ten laatste, ik behoef +het u niet te zeggen, _moest_ ik u ontmoeten; en hoe fraai was mijn +houding!--Wàt een avond was dat! Marianne aan den eenen kant, even +schoon als altoos, mij bij mijn naam noemend op zùlk een toon!--o God, +haar hand naar mij uitstekend, mij een verklaring vragend van mijn +gedrag, terwijl die betooverende oogen met zoo sprekende bezorgheid +op mijn gelaat gevestigd waren!--en Sophia, razend van jaloezie, +aan den anderen, met een gezicht als... Laat ik daarvan zwijgen; +het is nu voorbij. Zulk een avond! Zoodra ik kon, vluchtte ik heen +van u allen, doch niet eer ik Marianne's lief gezicht doodsbleek +had zien worden. Dàt was de laatste, laatste blik dien ik van haar +opving,--de laatste dien ik op haar wierp. Ontzettende aanblik! Toch, +toen ik mij haar vandaag als stervende voorstelde, was het in zekeren +zin een troost voor mij, te denken, dat ik wist, hoe zij zich zou +vertoonen aan hen, die haar voor het laatst aanschouwden in deze +wereld. Ik zag haar voor mij, aanhoudend vóór mij, op weg hierheen +met dien zelfden blik, diezelfde lijkkleur." + +Er volgde een korte stilte, waarin beiden nadachten. Willoughby, +het eerst uit zijn overpeinzingen opschrikkend, verbrak het zwijgen, +door te zeggen: + +"Laat ik nu gaan. Uwe zuster is dus werkelijk beter, werkelijk +buiten gevaar." + +"Dat is ons stellig verzekerd." + +"En uwe arme moeder!--die zoo dweepte met Marianne!" + +"Maar die brief, mijnheer Willoughby, uw eigen brief; hebt u daarover +niets te zeggen?" + +"Ja, ja; veel zelfs. U weet, uw zuster schreef mij nog eenmaal, +den volgenden morgen. Wat zij zeide, hebt u gezien. Ik ontbeet +bij de Ellison's, en haar brief werd mij daar, met andere, +overhandigd. Toevallig viel Sophia's oog erop, eer ik hem zag, en +het formaat, de fraaiheid van het papier, het handschrift, alles +wekte onmiddellijk haar achterdocht. Er was haar reeds iets ter oore +gekomen van mijne genegenheid voor eene jonge dame in Devonshire, en +wat den vorigen avond onder haar oogen was voorgevallen, had haar doen +zien, wie die jonge dame was, en haar jaloezie nog verergerd. Met een +voorgewende luchtige speelschheid, zoo aantrekkelijk in eene vrouw, +die men waarlijk liefheeft, opende zij den brief zelf, en las den +inhoud. Zij kreeg voor die onbescheidenheid haar verdiende loon. Wat +zij las, deed haar verdriet. Haar verdriet had ik gemakkelijk kunnen +verdragen; maar haar drift, haar woede... in elk geval moest ik ze +doen bedaren. En wat zegt u nu wel van mijn vrouw's stijl,--was de +brief niet kiesch, teeder, met vrouwelijk fijn gevoel geschreven?" + +"Uw vrouw?--De brief was van uw eigen hand." + +"Ja; maar mij kwam alleen de verdienste toe, die zinnen, die ik mij +schaamde, te onderteekenen, slaafsch te hebben nageschreven. Het +origineel was haar eigen vinding; haar eigen beminnelijke gedachten, +zoo lieftallig onder woorden gebracht. Maar wat kon ik doen?--wij +waren verloofd: alles werd in gereedheid gebracht; de dag was bijna +bepaald; --doch neen, ik spreek onzin. Gereedheid!--dag bepalen! In +ronde woorden gezegd, ik had haar geld noodig, en in omstandigheden +als de mijne zou ik alles hebben gedaan om een breuk te voorkomen. En +wat deed het er trouwens toe, in welke bewoordingen mijn antwoord was +ingekleed? Het zou het oordeel van Marianne en hare vrienden omtrent +mijn karakter niet veranderen. Dat zou toch altijd hetzelfde zijn. Ik +moest openlijk erkennen, dat ik een schurk was, en of ik dat nu deed +met mooie praatjes of zonder omwegen, maakte weinig verschil. "Zij +zullen tòch nooit weer goed over mij denken," zeide ik tot mijzelf; +"hun omgang is mij voor altoos ontzegd; nu reeds houden ze mij voor +een gewetenloozen kerel, en na dien brief zullen ze mij bovendien +als een lompen vlegel beschouwen." Zóó redeneerde ik, terwijl ik, +met een soort roekelooze onverschilligheid, de woorden van mijn vrouw +naschreef, en de laatste herinneringen aan Marianne prijsgaf. Haar drie +briefjes,--ik had ze alle drie in mijn portefeuille, helaas! anders +zou ik ontkend hebben, dat ze bestonden, en ze voor altoos hebben +bewaard; ik werd gedwongen ze af te geven zonder er zelfs een kus op +te drukken. En de haarlok, die ik altoos bij mij droeg, in die zelfde +portefeuille, door mijn vrouw in haar kwaadaardige drift nauwkeurig +doorzocht,--de dierbare haarlok,--alles,--ieder aandenken werd mij +met geweld ontnomen." + +"Dit is slecht, Mijnheer Willoughby; dit is zeer verkeerd van u," zeide +Elinor, terwijl hare stem, haars ondanks, ontroering en medelijden +verried, "zóó moogt u niet spreken, noch van Mevrouw Willoughby, +noch van mijne zuster. U hebt uwe eigen keuze gevolgd. Zij werd u +niet opgedrongen. Uwe vrouw heeft recht op uwe beleefdheid, op uwe +achting dan toch. Zij moet iets voor u gevoelen; anders had zij u niet +getrouwd. Door haar onvriendelijk te behandelen, of met minachting +over haar te spreken, maakt u tegenover Marianne niets goed; en +evenmin kan het, dunkt mij, uw eigen geweten verlichten." + +"Spreek mij niet van mijne vrouw," zei hij met een zwaren zucht. "Zij +verdient uw meelijden niet. Zij wist, dat ik haar niet liefhad, +toen wij huwden. En zoo zijn wij dan getrouwd, en gingen naar Combe +Magna om gelukkig te zijn, en keerden terug naar de stad om ons te +vermaken.--En hebt u nu medelijden met mij, Juffrouw Dashwood? Of is +al wat ik u zeide te vergeefs gezegd? Ben ik--al is het ook maar een +zweem--minder schuldig in uwe oogen dan te voren? Niet altijd waren +mijn bedoelingen slecht. Heb ik door deze verklaring mijn schuld +althans gedeeltelijk doen verminderen?" + +"Ja; u hebt die wel degelijk verlicht--een weinig, ten minste. U +hebt getoond, dat u, over 't geheel, minder slecht waart, dan ik +mij u voorstelde. U hebt getoond, dat uw hart minder, veel minder +verdorven was. Maar toch,--als ik denk aan het verdriet, dat door u +is veroorzaakt,--ik weet bijna niet, wat nòg erger had kunnen zijn." + +"Wilt u nog eens herhalen voor uwe zuster, als zij hersteld is, wat +ik u heb gezegd? Laat ook zij een weinig beter over mij denken, zoowel +als u. U zegt, dat zij mij reeds vergeven heeft. Laat mij althans mij +mogen verbeelden, dat een beter inzicht in mijn gemoedsgesteldheid +en mijn tegenwoordige gevoelens haar eene meer vrijwillige, meer +natuurlijke, meer zachtaardige, minder hooghartige vergiffenis zal +ontlokken. Spreek haar van mijn ellende en mijn berouw; zeg haar dat +mijn hart haar nimmer ontrouw was, en zeg zoo u dat wilt, dat zij op +dit oogenblik mij dierbaarder is dan ooit." + +"Ik zal haar alles zeggen, wat noodig is, om u, als men het zoo +noemen mag, te rechtvaardigen. Maar u hebt mij nog niet verklaard, +waarom u juist nu kwaamt, en hoe u hebt vernomen, dat zij ziek was." + +"Gisteravond, in den foyer van Drury Lane, stond ik plotseling voor Sir +John Middleton, en toen hij zag, dat ik het was, sprak hij mij aan, +voor de eerste maal in deze twee maanden. Dat hij mij sedert mijn +huwelijk den rug toekeerde, had mij niet in het minst verwonderd, +noch geërgerd. Nu echter kon de goedige, eerlijke, domme man, diep +verontwaardigd jegens mij, en vol medelijden met uwe zuster, de +verzoeking niet weerstaan, mij mede te deelen, wat hij wist dat mij +diep had _moeten_ treffen, al zal hij wel niet gedacht hebben, dat het +dit waarlijk deed. Hij zei dus, zoo kortaf als hem mogelijk was, dat +Marianne Dashwood op sterven lag te Cleveland,--dien morgen hadden zij +uit een brief van Mevrouw Jennings gehoord van het dreigend gevaar, +waarin zij verkeerde,--de Palmers waren uit vrees voor besmetting +vertrokken, en zoo voort. Ik was te zeer getroffen, om den schijn aan +te nemen van ongevoeligheid, zelfs tegenover den weinig scherpzienden +Sir John. Zijn hart werd verzacht bij het zien van mijn lijden; en +zijn afkeer van mij was bij het afscheid zoo verminderd, dat hij mij +bijna hartelijk de hand schudde, en mij herinnerde aan een vroeger +gedane belofte omtrent een jongen jachthond. Wat ik gevoelde, toen +ik hoorde dat uwe zuster stervende was, stervend met de gedachte, +dat ik de moedwilligste booswicht ter wereld was geweest, mij +verachtend en hatend in haar laatste oogenblikken,--want welke +afschuwelijke bedoelingen kon men mij niet hebben toegeschreven? Ik +wist dat één persoon mij zou afschilderen als tot alles in staat. Het +was ontzettend! Spoedig stond mijn besluit vast, en om acht uur van +morgen stapte ik in mijn rijtuig. Nu weet u alles."-- + +Elinor gaf geen antwoord. Terwijl zij zweeg, verwijlden hare +gedachten bij de onherstelbare schade, die een te vroeg verkregen +onafhankelijkheid, en de daarmede gepaard gaande gewoonten van +lediggang, verkwisting en losbandigheid, had berokkend aan den geest, +het karakter, het geluk van een man, die reeds zoozeer bevoorrecht +door zijn persoonlijkheid en zijn vele gaven, een van nature open en +eerlijken aard, en een gevoelig, voor liefde vatbaar gemoed bezat. De +wereld had hem verkwistend en ijdel doen worden; verkwisting en +ijdelheid maakten hem harteloos en zelfzuchtig. De ijdelheid, +die ten koste van een ander haar eigen schuldige triomfen najoeg, +had geleid tot eene oprechte genegenheid, welke door verkwisting, of +althans de daaruit voortvloeiende vrees voor armoede had moeten worden +opgeofferd. Elke schuldige neiging had, hem drijvend tot het kwade, +hem eveneens gedreven naar zijne straf. De genegenheid, waaraan hij +zich schijnbaar had ontrukt, in tegenspraak met zijn eer, zijn gevoel, +zijn eigen hoogere belangen, beheerschte thans, nu zij niet langer +geoorloofd was, al zijn gedachten; en de verbintenis, ter wille +waarvan hij zoo roekeloos haar zuster in het ongeluk had gestort, +beloofde voor hemzelf een bron te worden van nimmer te verzachten +ellende. Uit deze en dergelijke gepeinzen werd zij na enkele minuten +gewekt door Willoughby, die, zich oprichtend uit een niet minder +droevige mijmering, aanstalten maakte om te vertrekken, terwijl hij +zeide: "Wat geeft het, of ik hier al langer blijf; ik moet gaan." + +"Gaat u terug naar de stad?" + +"Neen; naar Combe Magna. Ik heb daar 't een en ander te doen; over +een paar dagen ga ik weer naar Londen. Adieu." + +Hij stak haar de hand toe. Zij kon niet weigeren hem de hare te reiken, +die hij hartelijk drukte. + +"En dus denkt u nu werkelijk beter over mij?" zei hij, terwijl hij +haar hand losliet, en tegen den schoorsteen mantel leunde, alsof hij +vergat, dat hij had willen gaan. Elinor verzekerde hem, dat dit zoo +was; dat zij hem vergaf, beklaagde, het beste wenschte,--gaarne zou +zien dat hij gelukkig werd,--en zij voegde er eenige zachtzinnige +raadgevingen aan toe omtrent de gedragswijze, die het best dat geluk +zou bevorderen. Zijn antwoord was niet zeer bemoedigend. + +"Wat dat betreft," zei hij, "ik moet maar zien, hoe ik mij door de +wereld sla. Van huiselijk geluk is geen sprake. Zoo ik echter mag +gelooven, dat u en de uwen belang stellen in mijn lot en mijne +handelingen, dan zou dat een middel kunnen zijn... het zou mij +nopen tot voorzichtigheid... het zou althans iets zijn om voor te +leven. Marianne is in elk geval voor goed voor mij verloren. Zelfs +al gaf mij eenig gelukkig toeval de vrijheid terug..." + +Elinor legde hem met een blik vol verwijt het zwijgen op. + +"Nu dan," zeide hij; "nogmaals adieu. Ik ga heen, en zal van nu af +aan slechts één ding met angst verwachten." + +"Wat bedoelt u?" + +"Uw zuster's huwelijk." + +"Dat is niet goed. Zij kan nooit méér voor u verloren zijn, dan zij +thans is." + +"Maar een ander zal haar winnen. En als die ander de man zou zijn, dien +ik het allerminst zou kunnen verdragen... Maar ik wil mij zelf niet +berooven van uwe medelijdende welgezindheid, door te toonen, dat ik +hèm het minst kan vergeven, dien ik het diepst beleedigd heb.--Vaarwel, +het ga u goed!" En met die woorden liep hij haastig de kamer uit. + + + + + + +HOOFDSTUK XLV + + +Nog eenigen tijd nadat hij haar had verlaten, nadat het geluid van +zijn rijtuig was weggestorven zelfs, bleef Elinor te zeer onder den +indruk van vele gedachten, op zichzelve van zeer uiteenloopenden aard, +doch alle leidend tot droefheid als eenige uitkomst, om zelfs aan +haar zuster te denken. + +Willoughby,--de man dien zij nog slechts een half uur geleden had +verfoeid als een nietswaardige,--Willoughby wekte, ondanks al zijn +gebreken, een zoo innig medelijden met de smart, door die gebreken +veroorzaakt, dat de gedachte, hem voor altoos uitgesloten te weten +buiten hunnen kring, haar vervulde met een teederheid en een weemoed, +veel meer in overeenstemming (zooals zij spoedig voor zichzelve +erkende) met zijn verlangen, dan met zijn verdiensten. Zij gevoelde +dat zijn invloed op haar denkwijze versterkt was door omstandigheden, +die redelijkerwijze geen gewicht in de schaal moesten leggen; door de +ongewone aantrekkelijkheid van zijn persoon; door zijn openhartige, +bezielde, levendige wijze van zich te uiten, die op zichzelf toch +niets verdienstelijks insloot, en door die nog steeds zoo vurige +liefde voor Marianne, waaraan hij zelfs niet mocht toegeven zonder +schuld op zich te laden.--Zij gevoelde dat dit zoo was, lang, lang +eer zijn invloed op haar was verflauwd. + +Toen zij eindelijk terugkeerde naar de van niets bewuste Marianne, +werd haar zuster juist wakker, verkwikt, zooals zij gehoopt had, door +dien langen en rustigen slaap.--Elinor's hart was vol. Het verleden, +het tegenwoordige, de toekomst,--Willoughby's bezoek, Marianne's +redding, en haar moeder's verwachte komst,--alles tezamen maakte haar +te rusteloos en gejaagd om een spoor van vermoeidheid te gevoelen, +en zij was alleen maar bang, dat zij zich tegenover Marianne zou +verraden.--Er werd haar echter weinig tijd gelaten voor het koesteren +van die vrees; want nog geen half uur na Willoughby's vertrek deed het +geluid van een ander rijtuig haar opnieuw naar beneden snellen. Vol +verlangen om hare moeder elk onnoodig oogenblik van folterende +onzekerheid te besparen, liep zij haastig naar de vestibule, en was +juist bij tijds aan de voordeur, om haar moeder te ontvangen en te +steunen, toen zij binnentrad. + +Mevrouw Dashwood, wier angst, toen zij het huis naderden, haar +bijna overtuigd deed zijn, dat Marianne niet meer in leven was, +kon geen woord uitbrengen om naar haar te vragen; kon zelfs Elinor +niet begroeten, die echter zonder te wachten op groet of vraag, haar +onmiddellijk de zaligste verlichting schonk;--en haar moeder, die deze +met de haar eigen geestdrift ontving, was in een oogwenk evenzeer +overstelpt door haar vreugde, als zij het te voren was geweest door +hare vrees. Zij werd, ondersteund door haar dochter en haren vriend, +naar den salon gebracht, waar zij onder tranen van blijdschap, nog +steeds niet bij machte te spreken, Elinor meermalen omhelsde, zich +nu en dan van haar afwendend om Kolonel Brandon de hand te drukken, +met een blik, die zoowel haar dank uitdrukte, als hare overtuiging, +dat hij ten volle deelde in de blijdschap van het oogenblik. Dat deed +hij, doch onder een stilzwijgen, nog dieper dan het hare. + +Zoodra Mevrouw Dashwood zich hersteld had, was haar eerste verlangen, +Marianne te zien; en enkele minuten later was zij bij haar geliefd +kind, haar dierbaarder geworden dan ooit na lange scheiding, +ongeluk en gevaar. Elinor's blijdschap bij het zien van wat beiden +bij die ontmoeting gevoelden, werd alleen verminderd door de vrees, +dat Marianne nu niet meer zou kunnen slapen; doch Mevrouw Dashwood +kon kalm, kon zelfs voorzichtig zijn, waar het behoud van haar +kind op het spel stond; en Marianne, tevreden in het besef van +haar moeder's nabijheid, en wel wetende, dat zij te zwak was om te +spreken, onderwierp zich gaarne aan den eisch van stilte en rust, +waarop al hare verpleegsters aandrongen. Mevrouw Dashwood wilde +volstrekt dien nacht bij haar blijven waken, en Elinor begaf zich, op +haar moeder's dringenden wensch, ter rust. Maar die rust, welke één +volkomen slapelooze nacht en vele uren van uitputtenden angst toch +zoo noodig deden schijnen, bleef uit door den geprikkelden toestand +harer zenuwen. Willoughby, "die arme Willoughby," zooals zij hem nu +wel wilde noemen, was voortdurend in hare gedachten; voor niets ter +wereld had zij zijn poging om zich te rechtvaardigen willen missen, +en nu eens verweet zij zich, om zich daarna weer vrij te pleiten, +dat zij hem te voren zoo hard had beoordeeld. Doch haar belofte om +het aan hare zuster mede te deelen, bleef steeds pijnlijk. Zij zag +er tegenop, die te vervullen; vreesde voor de uitwerking ervan op +Marianne, twijfelde, of zij, na die verklaring, ooit met een ander +gelukkig zou kunnen zijn; en wenschte een oogenblik, dat Willoughby +weduwnaar mocht worden; toen zij echter weer aan Kolonel Brandon dacht, +berispte zij zichzelve, gevoelde dat van _zijn_ lijden en _zijne_ +trouw haar zuster de belooning moest zijn, veeleer dan voor die van +zijn medeminnaar, en verlangde in het minst niet meer naar den dood +van Mevrouw Willoughby. + +De schrik over Kolonel Brandon's komst te Barton was voor Mevrouw +Dashwood verzacht door haar eigen reeds lang gekoesterde bezorgdheid; +want zij was zoo ongerust over Marianne, dat zij reeds besloten had, +dien zelfden dag naar Cleveland te vertrekken, zonder nader bericht +af te wachten; en zij had haar reis reeds zoover voorbereid, eer +hij kwam, dat zij juist op dat oogenblik de Carey's verwachtte, die +Margaret zouden komen afhalen, daar hare moeder haar niet aan eene +mogelijke besmetting wilde blootstellen. + +Marianne's beterschap nam met den dag toe, en Mevrouw Dashwood bewees +door haar van blijdschap stralenden blik en haar onveranderlijke +opgewektheid, dat zij zich, zooals zij herhaaldelijk verklaarde, +de gelukkigste vrouw ter wereld achtte. Elinor kon die bewering niet +aanhooren, noch de duidelijke bewijzen ervan aanschouwen, zonder zich +nu en dan af te vragen, of haar moeder wel ooit aan Edward dacht. Maar +Mevrouw Dashwood, vertrouwend op de kalme gematigdheid, waarmede Elinor +had geschreven over haar eigen teleurstelling, kon in de overmaat +harer vreugde slechts denken aan 't geen hare blijdschap verhoogen zou. + +Marianne was haar teruggegeven, na een gevaar, waaraan, zooals +zij thans begon in te zien, zij zelve had geholpen haar bloot te +stellen, toen zij haar uit gebrek aan inzicht, aanmoedigde in haar +noodlottige genegenheid voor Willoughby; en thans vond zij in haar +herstel nog eene andere reden tot vreugde, waaraan Elinor niet had +gedacht. Deze werd haar medegedeeld, zoodra zij gelegenheid vonden +tot een vertrouwelijk onderhoud. + +"Eindelijk zijn we dan alleen," zeide hare moeder. "Mijn lieve Elinor; +je weet nog niet, hoe gelukkig ik ben. Kolonel Brandon heeft Marianne +lief; hij heeft het mij zelf gezegd." + +Haar dochter, die zich beurtelings blijde en bedroefd, verrast en +niet verrast gevoelde, was een en al zwijgende aandacht. + +"Als ik niet wist, Elinor, dat je altijd anders bent dan ik, dan zou +ik mij verbazen over je kalmte bij dit bericht. Als ik mijn gezin een +groot geluk had mogen toewenschen, dan zou ik het allerliefst hebben +gezien, dat Kolonel Brandon met een van jelui tweeën trouwde. En ik +geloof dat Marianne nog het gelukkigst met hem zal zijn." + +Elinor had wel lust te vragen waarom; daar zij begreep dat de reden +niet gegrond kon zijn op eenige onpartijdige beschouwing van hun +leeftijd, karakter, of gevoelens;--doch haar moeder liet zich bij +al wat haar ter harte ging, door haar verbeelding meesleepen, en dus +glimlachte zij slechts, en liet de vraag achterwege. + +"Gisteren onder de reis heeft hij zijn geheele hart voor mij +uitgestort. Het kwam onverwacht, geheel zonder opzet. Ik kon, zooals +je wel kunt nagaan, over niets spreken dan mijn kind;--hij kon zijn +smart niet verbergen; ik zag dat die de mijne evenaarde, en hij, +mogelijk denkend, dat louter vriendschap, in onzen nuchteren tijd, +die innige sympathie niet kon rechtvaardigen,--of liever in het +geheel niet denkend misschien,--toegevend aan den onweerstaanbaren +drang van zijn gevoel, openbaarde mij zijne ernstige, teedere, +trouwe genegenheid voor Marianne. Hij heeft haar liefgehad, Elinor, +van het eerste oogenblik, dat hij haar zag." + +Elinor begreep wel, dat zij noch Kolonel Brandon's woorden, noch zijne +ware uitingen te hooren kreeg, doch de natuurlijke verfraaiing ervan +door haar moeder's levendige verbeelding, die alles naar believen +inrichtte zooals dat haarzelve het aangenaamst was. + +"Zijn liefde voor haar, zoo oneindig hooger staande dan iets, dat +Willoughby ooit gevoelde, of veinsde te gevoelen, daar zij veel +inniger was, veel oprechter, of standvastiger--hoe zullen wij het +noemen?--bleef onveranderd, terwijl hij wist van de ongelukkige +genegenheid onzer lieve Marianne voor dien slechten man, en geheel +onzelfzuchtig, zonder de minste hoop te koesteren, had hij haar met +een ander gelukkig kunnen zien! Zulk een edel karakter! Zoo openhartig; +zoo oprecht!--in hèm kan men zich niet vergissen." + +"Dat Kolonel Brandon een buitengewoon goed mensch is," zei Elinor, +"wordt door ieder erkend." + +"Dat weet ik," gaf haar moeder ernstig ten antwoord, "anders zou +_ik_ de laatste zijn, om na zulk een waarschuwing, een dergelijke +genegenheid aan te moedigen, of mij daarover te verheugen. Maar dat +hij mij kwam afhalen, zooals hij deed, met die gereede, bereidwillige +vriendschap, bewijst al genoeg, dat hij een van de beste menschen +ter wereld is." + +"De roep, die uitgaat van zijn goedheid," antwoordde Elinor, "berust +niet op ééne enkele vriendelijke daad, waartoe, ook zonder eenige +algemeen menschelijke beweegreden, zijn liefde voor Marianne hem +zou hebben aangedreven. Mevrouw Jennings en de Middletons hebben hem +lang en van nabij gekend; zij dragen hem liefde zoowel als achting +toe; ook ik, hoewel ik hem eerst voor kort leerde kennen, weet veel +van wat hem aangaat; en _ik_ waardeer en acht hem zóó hoog, dat ik, +wanneer Marianne met hem gelukkig kan zijn, even geneigd ben als u, +deze verbintenis te beschouwen als het grootste geluk, dat ons kon +ten deel vallen. Welk antwoord hebt u hem gegeven? Zeide u hem, +dat hij hoop mocht koesteren?" + +"Och, mijn kind, ik kon toen noch hem, noch mijzelve vleien met +hoop. Marianne kon op dat oogenblik wel stervende zijn. Maar hij vroeg +ook niet om hoop of bemoediging. Het was eene onwillekeurige uiting +van vertrouwen, een niet te weerhouden zielsuitstorting tegenover +eene vriendin, wier bijzijn hem rust schonk,--geen vraag, gericht +tot eene moeder. Toch zei ik wèl na eenigen tijd, want eerst was ik +te zeer overweldigd door mijn aandoening, dat wanneer zij, zooals ik +hoopte en vertrouwde, in leven bleef, het mijn grootste geluk zou zijn, +hen gehuwd te zien, en sedert onze komst hier, sedert onze gelukkige +zekerheid, heb ik hem dit nogmaals uitdrukkelijk herhaald, en hem naar +mijn beste vermogen moed ingesproken. De tijd, een weinig tijds zelfs, +zei ik hem, zal alles bewerken;--Marianne's hart kan niet voor altoos +en te vergeefs geschonken zijn aan een man als Willoughby. Zijn eigen +verdienste zal het hem spoedig doen winnen." + +"Te oordeelen naar de stemming van den Kolonel, bent u er niet in +geslaagd, hem even hoopvolle verwachtingen te doen koesteren." + +"Neen. Hij houdt Marianne's genegenheid voor zoo diepgeworteld, dat +zij eerst na zéér langen tijd zal kunnen veranderen, en zelfs al was +haar hart volkomen vrij, dan is hij nog te bescheiden, om te gelooven, +dat hij, bij zulk een verschil in leeftijd en geaardheid, ooit haar +liefde zou kunnen winnen. Maar dáárin vergist hij zich. Dat verschil +in leeftijd is juist groot genoeg, om in zijn voordeel te zijn; om +zijn karakter en beginselen vastheid te hebben geschonken, en wat zijn +geaardheid betreft, hij is juist de soort van man om je zuster gelukkig +te maken; daar ben ik zeker van. Zijn voorkomen, zijn manieren, +alles heeft hij vóór. Ik ben niet verblind door partijdigheid; zoo +knap als Willoughby is hij niet; dat is waar; maar daarentegen heeft +hij iets veel aantrekkelijkers. Er was altijd iets in Willoughby's +oogen nu en dan, dat mij niet aanstond; dat herinner je je wel." + +Elinor herinnerde zich dat _niet_; maar haar moeder ging voort, +zonder haar antwoord af te wachten: "En zijn manieren, het geheele +optreden van den Kolonel, vind ik niet alleen aangenamer dan dat +van Willoughby; maar ik weet stellig, dat ook Marianne zich op den +duur er meer toe aangetrokken zal gevoelen. Zijn zachtaardigheid, +zijn echte beminnelijkheid jegens anderen, en zijn mannelijke, +natuurlijke eenvoudigheid zijn veel meer in overeenstemming met haar +waren aard, dan de dikwijls gekunstelde levendigheid van Willoughby, +die ook wel eens te onpas kwam. Ik voor mij geloof stellig al was +Willoughby werkelijk zoo beminnelijk gebleken, als hij getoond heeft +het tegendeel te zijn, dan zou Marianne nòg met _hem_ niet zoo gelukkig +zijn geworden, als ze zijn zal met Kolonel Brandon." + +Zij zweeg. Haar dochter was het niet geheel met haar eens; doch dat +meeningsverschil werd niet geuit en kon dus geen aanstoot geven. + +"Te Delaford zal ik haar gemakkelijk kunnen bereiken", voegde Mevrouw +Dashwood erbij, "zelfs als ik te Barton blijf; en heel waarschijnlijk, +(want ik hoor dat het een groot dorp is)--ja, natuurlijk, _stellig_ +is er wel een of ander klein huisje of landhuisje in de buurt, dat +even geschikt voor ons zou zijn als Barton Cottage." + +Arme Elinor! alweer een nieuw plan om haar naar Delaford te doen +verhuizen! maar zij hield zich goed. + +"En dan zijn fortuin! op mijn leeftijd denkt iedereen dááraan toch ook, +niet waar? en hoewel ik niet weet, en ook niet wensch te weten, hoeveel +hij bezit, ik denk toch wel dat het aanzienlijk mag genoemd worden." + +Hier werden zij gestoord door de komst van een derde, en Elinor ging +heen, om alles in eenzaamheid te overdenken, haar vriend het beste +te wenschen, en toch tegelijkertijd eene opwelling van medelijden te +gevoelen met Willoughby. + + + + + + +HOOFDSTUK XLVI + + +Marianne's ziekte had haar natuurlijk sterk aangegrepen, doch niet +lang genoeg geduurd om haar herstel te vertragen, en met medewerking +van haar jeugd, haar van nature sterk gestel en haar moeder's +bijzijn, was zij weldra zoo veel beter, dat zij vier dagen na haar +moeder's aankomst, kon worden overgebracht naar Mevrouw Palmer's +kleedkamer. Hier verzocht zij uit eigen beweging, dat Kolonel Brandon +haar zou komen bezoeken, daar zij ongeduldig verlangde, hem te danken, +omdat hij hare moeder had gehaald. + +Zijne ontroering, toen hij de kamer binnentrad, haar zoo veranderd +zag, en de vermagerde hand drukte, die zij hem dadelijk toestak, deed +Elinor vermoeden, dat die aandoening haar oorsprong vond in méér dan +zijne liefde voor Marianne, of het besef, dat anderen hiervan wisten, +en spoedig bespeurde zij in zijn droefgeestigen blik en wisselende +gelaatskleur, terwijl hij hare zuster aanzag, dat waarschijnlijk de +levendige herinnering aan vele treurige tooneelen uit het verleden +bij hem was wakker geroepen, door die gelijkenis tusschen Marianne en +Eliza, waarvan hij reeds melding had gemaakt, en die thans nog werd +verhoogd door de bleeke tint, de ingezonken oogen, de liggende houding +der nog zwakke herstellende, zoowel als haar innige erkentelijkheid +voor haar in 't bijzonder bewezen goedheid. + +Mevrouw Dashwood, niet minder oplettend dan hare dochter waarnemend +hetgeen hier voorviel, doch onder den invloed van geheel andere +gedachten, en zich dus ook een geheel ander beeld vormend uit die +waarneming, zag niets in des Kolonels houding, dan 't geen zij het +gevolg achtte van zeer eenvoudige en vanzelfsprekende gewaarwordingen, +terwijl zij zich verbeeldde, te bespeuren dat in Marianne's handelingen +en woorden reeds iets meer doorschemerde dan dankbaarheid. + +Toen nog een paar dagen waren verstreken, en Marianne met iederen dag +zichtbaar sterker werd, begon Mevrouw Dashwood, zoowel op aandringen +harer dochters, als gedreven door haar eigen wensch, ervan te spreken, +naar Barton terug te keeren. Van _hare_ maatregelen hingen die harer +beide vrienden af; Mevrouw Jennings kon Cleveland niet verlaten, +zoolang de Dashwoods er logeerden, en op aller verlangen werd Kolonel +Brandon spoedig overgehaald, zijn verblijf aldaar als even vast, +zooal niet als even onmisbaar te beschouwen. Geholpen door Mevrouw +Jennings, wist hij Mevrouw Dashwood te bewegen, gebruik te maken van +het aanbod van zijn rijtuig op de terugreis, dat haar zieke dochter +meer gemak zou kunnen bieden, en daarvoor beloofde hij, toegevend +aan het eenparig verzoek van Mevrouw Dashwood en Mevrouw Jennings, +wier bereidwillige goedhartigheid haar noopte, hartelijk en gastvrij +te zijn voor anderen zoowel als voor zichzelve, dat hij met genoegen +haar over een paar weken te Barton Cottage zou komen opzoeken. + +De dag van hun afscheid en vertrek brak aan; en na een lang en +hartelijk vaarwel aan Mevrouw Jennings, waarin zij uiting gaf aan al de +innige dankbaarheid, den eerbied en de vriendschappelijke gevoelens, +die zij te meer zich bewust was verschuldigd te zijn, door het +stille besef van vroegere tekortkoming,--terwijl zij Kolonel Brandon +goeden dag zeide als een vertrouwden vriend,--werd Marianne door +hem zorgvuldig in het rijtuig geholpen, waarin hij volstrekt wilde, +dat zij minstens de helft der ruimte in beslag nam. Daarna volgden +Mevrouw Dashwood en Elinor, en de anderen bleven achter, om te spreken +over de reizigers, en zich mistroostig te voelen in hun verlatenheid; +totdat Mevrouw Jennings geroepen werd voor een ritje, waarbij zij +zich met het gepraat van haar kamenier kon troosten over 't verlies +harer jonge vriendinnen; terwijl Kolonel Brandon dadelijk daarna +in eenzaamheid zijns weegs ging naar Delaford. De Dashwoods bleven +twee dagen onderweg, en Marianne verdroeg de reis zonder al te groote +vermoeienis. Al wat de meest dienstvaardige genegenheid, de ijverigste +zorg konden doen om haar gemak te verschaffen, was de taak van haar +beide oplettende gezellinnen, en beiden zagen zich beloond door haar +lichamelijk welbevinden en de kalmte van haar geest. Voor Elinor was +het vooral bevredigend, die laatste bijzonderheid op te merken. Zij, +die haar weken achtereen aanhoudend had zien lijden, gepijnigd door +een zielsverdriet, dat zij den moed niet had te openbaren, noch de +kracht om te verbergen, zag thans, met een blijdschap, die geen ander +in zoo hooge mate kon gevoelen, een blijkbare gemoedsrust, die, daar +zij de uitkomst was, naar zij geloofde, van ernstig nadenken, haar +zuster ten slotte tot tevredenheid en ware vroolijkheid zou leiden. + +Wel werd Marianne, toen zij Barton naderden, en het landschap +terugzagen, waarin aan elk veld, aan iederen boom eenige bijzondere en +pijnlijke herinnering verbonden was, stil en nadenkend; zij wendde haar +gelaat af en zat ernstig uit het venster te staren. Hier echter vond +Elinor reden tot verwondering, noch afkeuring, en toen zij, Marianne +uit het rijtuig helpend, zag, dat deze geschreid had, zag zij slechts +eene ontroering, te natuurlijk, om iets minder teeders dan medelijden +te wekken, en welke eer lof verdiende, wijl zij zich zoo onopvallend +vermocht te uiten. In haar geheele verdere houding bespeurde zij +de richting van een geest, die gewekt is tot redelijke inspanning; +want zoodra zij de huiskamer binnentraden, zag Marianne om zich heen, +met een vastberaden blik, alsof zij besloten had, zich dadelijk te +gewennen aan het gezicht van ieder voorwerp, waarmede de herinnering +aan Willoughby was verbonden. Zij sprak weinig; maar al wat zij zeide, +had de bedoeling, vroolijk te zijn; en hoewel haar somtijds een zucht +ontsnapte, gleed deze niet over haar lippen, zonder dat zij dien +door een glimlach had vergoed. Na den eten wilde zij haar piano eens +probeeren. Zij ging erheen: doch de muziek, waarop het eerst haar oog +viel, was eene opera, die Willoughby haar had gezonden, en die enkele +hunner geliefkoosde duetten bevatte; terwijl op het schutblad haar +naam door zijne hand geschreven stond. Dat ging niet.--Zij schudde +haar hoofd, legde de muziek terzijde, liet even de vingers over de +toetsen glijden, zeide, dat haar vingers te zwak geworden waren, +en sloot het instrument; terwijl zij echter haar stellig voornemen +te kennen gaf, in 't vervolg hard te zullen studeeren. + +Den volgenden morgen was nog geen vermindering te bespeuren van al deze +gunstige verschijnselen. Integendeel, naar lichaam en geest verkwikt +door de rust, verried zij in blik en stem meer echte opgewektheid, +zag met blijdschap Margaret's terugkomst tegemoet, en sprak van +hun genoeglijk kringetje dat dan weer als van ouds samen zou zijn, +van hun verschillende bezigheden en hun vroolijk gezelschap, als het +eenig geluk, dat wenschenswaard mocht genoemd worden, + +"Als het weer gestadig wordt, en ik weer even sterk ben als vroeger," +zei ze, "dan gaan we samen elken dag lange wandelingen doen. We +zullen naar de boerderij gaan aan den rand van de heide, en zien hoe +de kinderen het maken; we zullen een wandeling doen naar Sir John's +nieuwe aanplantingen te Barton Cross en Abbeyland; en dikwijls zullen +we een tochtje doen naar de bouwvallen van de abdij, en trachten de +grondvesten na te speuren, zoover als men zegt, dat ze eenmaal zich +uitstrekten. Ik denk dat we 't heerlijk zullen hebben. Ik weet, dat +de zomer genoeglijk zal voorbijgaan. Ik wil nooit later dan om zes +uur opstaan, en tusschen 't ontbijt en het eten zal ik elk oogenblik +besteden aan muziek en lectuur. Ik heb mijn plannen al gemaakt, +en ben vast voornemens nu eens ernstig aan de studie te gaan. Onze +eigen bibliotheek ken ik te goed om er anders dan voor louter +genoegen gebruik van te maken. Maar op het Park zijn veel boeken, +die de moeite wel waard zijn, en andere, nieuwere werken weet ik, +die ik van Kolonel Brandon kan leenen. Als ik maar zes uur per dag +aan lezen besteed, dan kan ik in een jaar veel leeren, waarvan de +kennis mij nu nog ontbreekt." + +Elinor had eerbied voor een voornemen, dat uit zulke edele bedoelingen +voortsproot; hoewel zij glimlachte, nu zij dezelfde vurige verbeelding, +die haar vervoerd had tot het uiterste in haar matte traagheid en +zelfzuchtig beklag, thans aan het werk zag bij het overdrijven van een +plan, dat toch verstandige bezigheid en deugdzame zelfbeheersching +beoogde. Haar glimlach maakte echter plaats voor een zucht, toen +zij zich herinnerde, dat hare belofte aan Willoughby nog niet was +vervuld; en zij vreesde, dat hare mededeeling Marianne weer met +onrust zou vervullen, en althans voorloopig dit goede vooruitzicht +van bedrijvige kalmte zou bederven. Daar zij dus geneigd was tot het +verschuiven van dat ongewenschte oogenblik, besloot zij, te wachten +tot haar zuster's gezondheid zich volkomen zou hebben hersteld, +eer zij het deed aanbreken. Doch dit besluit werd slechts genomen, +om te worden verijdeld. + +Marianne was reeds twee of drie dagen thuis geweest eer het weer mooi +genoeg was, om toe te laten, dat eene herstellende zieke als zij zich +buiten waagde. Eindelijk echter kwam een zachte, uitlokkende morgen; +uitlokkend genoeg, om den wensch der dochter, zoowel als het vertrouwen +der moeder te rechtvaardigen, en Marianne, steunend op Elinor's arm, +kreeg vergunning te wandelen zoolang zij zich niet vermoeid gevoelde, +in de laan voor hun huis. + +De zusters begaven zich op weg, zoo langzaam als Marianne's zwakte, +sedert haar ziekte nog niet op deze wijze op de proef gesteld, +vereischte,--en zij waren slechts zoover voorbij het huis gekomen dat +zij het volle gezicht konden hebben op den heuvel, den gewichtigen +heuvel, achter hun huisje gelegen, toen Marianne, die stilstond om +in die richting te zien, bedaard zeide: + +"Dáár,--kijk, dáár op die plek,"--(zij wees ernaar met haar vinger,) +"was het, dat ik viel; en daar heb ik voor 't eerst Willoughby gezien." + +Hare stem werd zachter bij het noemen van dien naam; doch iets +levendiger voegde zij erbij: + +"Ik ben blijde, nu ik bemerk, dat ik de plek met zoo weinig +hartzeer kan terugzien!--Zullen wij ooit over dat onderwerp spreken, +Elinor?" liet zij er aarzelend op volgen. "Of zou het verkeerd zijn? Ik +_kan_ er nu over spreken, hoop ik, zooals ik behoor te doen." + +Elinor moedigde haar vol teederheid aan, zich uit te spreken. + +"Betreuren," zei Marianne, "neen, wat hèm betreft, doe ik dat niet. Ik +wil nu niet spreken van wat ik vroeger voor hem placht te gevoelen, +maar van wat ik thans voel. Zooals het nu is--als ik maar één ding +zeker wist--als ik mocht denken, dat hij niet _altoos_ een rol speelde, +mij niet _altoos_ bedroog;--en vooral, als ik de zekerheid had, dat +hij nooit zóó verdorven was geweest, als ik mij soms heb voorgesteld, +sedert ik wist van dat arme meisje..." + +Zij zweeg. Elinor ving met blijdschap haar woorden op, en bewaarde +ze in haar hart, terwijl zij antwoordde: + +"Als je dat zeker wist, dan zou je dat rust geven, geloof je." + +"Ja. Mijn gemoedsvrede is er in dubbelen zin bij betrokken;--want +het is niet alleen afschuwelijk, iemand, die voor ons geweest is wat +_hij_ was voor _mij_, te verdenken van zulke plannen; maar wat moet +ik mijzelve wel toeschijnen? Wàt anders, in mijn omstandigheden, +dan een onvoorzichtigheid, waarover ik mij diep heb te schamen, +kon mij blootstellen aan..." + +"Hoe zou jij zijn gedrag wel verklaren?" vroeg haar zuster. + +"Ik zou hem beschouwen als... o, hoe gaarne zou ik dat doen... alleen +lichtzinnig,--heel, heel erg lichtzinnig." + +Elinor zweeg. Inwendig overlegde zij, wat het beste zou zijn; nu +aanstonds met haar verhaal te beginnen, of het uit te stellen, tot +Marianne sterker was;--en een paar minuten wandelden zij zwijgend +verder. + +"Ik wensch hem niet te veel goeds," zei Marianne eindelijk met een +zucht, "als ik hem toewensch, dat zijn stille overdenkingen niet +droeviger mogen zijn dan de mijne. Hij zal er genoeg verdriet door +hebben." + +"Vergelijk je je eigen gedrag met het zijne?" + +"Neen. Ik vergelijk het, met 't geen het had behooren te zijn; ik +vergelijk het met dat van jou." + +"Onze omstandigheden geleken niet veel op elkaar." + +"Ze geleken meer op elkaar dan ons gedrag. Mijn liefste Elinor, +verdedig niet uit vriendelijkheid, wat ik weet dat je helder oordeel +moet afkeuren. Mijn ziekte heeft mij aan het denken gebracht--heeft +mij den tijd en de kalmte geschonken, die noodig zijn voor ernstigen +inkeer tot zichzelf. Lang eer ik weer sterk genoeg was om te spreken, +was ik tot nadenken uitmuntend in staat. Ik beschouwde het verleden; +ik zag mijn eigen gedrag, sedert onze eerste kennismaking met hem +in den vorigen herfst, als eene aaneenschakeling van handelingen, +onvoorzichtig tegenover mijzelve, en jegens anderen liefdeloos. Ik zag, +dat mijn eigen gevoelens mijn lijden hadden voorbereid, en dat mijn +gebrek aan draagkracht mij bijna had ten grave gebracht. Ik wist zeer +goed, dat ik mij mijne ziekte zelve had op den hals gehaald, door mijne +gezondheid te verwaarloozen op een wijze, waarvan ik zelfs toen reeds +het verkeerde inzag. Als ik gestorven was, zou het door zelfmoord +zijn geweest. Van het gevaar was ik mij niet bewust, eer het reeds +was geweken; maar ik verbaas mij over mijn herstel, met gevoelens, +zooals deze overdenkingen in mij wekken;--ik verbaas mij, dat niet +de vurigheid van mijn wensch om te blijven leven, tijd te hebben om +berouw te toonen tegenover God, en u allen, mij heeft gedood. Was +ik gestorven, hoe diep verslagen zou ik je dan hebben achtergelaten, +mijn trouwe verpleegster, vriendin en zuster! die al de verdrietige +zelfzuchtigheid van mijn laatste levensdagen hadt gekend, voor wie +het verzet in mijn hart niet was verborgen gebleven!--Hoe zou ik +geleefd hebben in je herinnering!--En moeder! Hoe hadt je haar kunnen +troosten!--Ik kan niet uitdrukken, hoe ik mijzelf verfoeide. Wáárheen +ik zag in het verleden, overal drong zich een verwaarloosde plicht +aan mij op, of een onbestreden neiging. Ieder scheen door mij te +kort gedaan. De onuitputtelijke goedheid van Mevrouw Jennings had +ik vergolden met ondankbare minachting. Tegenover de Middletons, +de Palmers, de Steeles, tegen al onze oppervlakkige bekenden zelfs, +was ik lomp en onrechtvaardig geweest; ik had hun verdiensten niet +willen inzien, en werd geprikkeld juist door hun voorkomendheid. Aan +John, aan Fanny,--ja zelfs aan hen, al verdienen ze weinig,--had ik +niet gegeven wat hun toekwam. Maar jou vooral, meer nog dan moeder, +had ik onrecht aangedaan. Ik, en ik alleen, wist, wat omging in je +hart en, hoe je hebt geleden;--en toch, waartoe bewoog dit mij?--tot +geen medelijden, dat voor of mijzelve eenige waarde had. Je voorbeeld +had ik voor oogen, doch waartoe was het mij nut? Schonk ik meer +aandacht aan jou en 't geen je aangenaam kon zijn? Trachtte ik je +verdraagzaamheid na te volgen, of je te ontheffen van zelfbedwang, +door mijn aandeel te dragen in de verplichtingen, je opgelegd door +algemeene welwillendheid of bijzondere reden tot dankbetoon, die je +tot nog toe steeds alleen hadt moeten vervullen? Neen;--evengoed toen +ik wist, dat je ongelukkig waart, als toen ik je nog tevreden waande, +weigerde ik elke inspanning, die plicht of vriendschap van mij eischte; +zag bijna niet in, dat er andere smart kòn bestaan dan de mijne; +treurde enkel om dàt hart, dat mij verlaten en bitter gegriefd had, +en liet toe, dat jij, voor wie ik onbegrensde genegenheid heette te +koesteren, om mijnentwille ongelukkig waart." + +Hier eindigde de heftige vloed van verwijten, tegen haarzelve gericht, +en Elinor, innig verlangend haar gerust te stellen, ofschoon te eerlijk +om haar te vleien, schonk haar gaarne den lof en de instemming, die +haar openhartigheid en haar berouw ten volle verdienden. Marianne +drukte haar hand en antwoordde: + +"Je bent wel goed. De toekomst alleen kan bewijzen dat ik waarheid +spreek. Mijn plan is gevormd; en als ik bij machte ben, mij daaraan te +houden, dan zullen mijn gevoelens worden beheerscht en mijn grillig +humeur verbeterd. Zij zullen niet langer anderen tot last zijn, en +mijzelve tot een kwelling. Ik wil van nu af aan slechts leven voor +mijn familiekring. Jij, moeder en Margaret moeten voortaan voor mij +de geheele wereld zijn; al mijn liefde zal tusschen jelui worden +verdeeld. Nooit zal ik weer de geringste neiging gevoelen om jelui +en mijn eigen thuis te verlaten, en als ik mij in het gezelschap van +anderen begeef, dan zal dat alleen zijn, om te toonen, dat mijn geest +nederiger, mijn hart beter is geworden, en dat ik met zachtheid en +geduld beleefdheidvormen kan in acht nemen en de kleinere plichten des +levens vervullen. Wat Willoughby betreft, het zou vruchteloos zijn, +te zeggen, dat ik hem spoedig, dat ik hem ooit zal vergeten. De +herinnering aan hem kan door geen verandering van omstandigheden +of van zienswijze worden uitgewischt. Doch zij zal worden geregeld, +worden in toom gehouden, door godsdienst, door rede, door voortdurende +bezigheid." + +Zij zweeg een oogenblik, en voegde erbij, met zachtere stem: "Als +ik slechts kon weten, wat in _zijn_ hart is omgegaan, dan zou alles +gemakkelijk worden." + +Elinor, die thans reeds eenigen tijd had overwogen, of het al dan +niet geraden ware, spoedig te wagen aan haar verhaal te beginnen, +zonder nader tot eenige beslissing te geraken, hoorde dit; en daar zij +begreep, dat snel beraad alles moest doen, waar nadenken niet baatte, +kwam zij al spoedig met de feiten voor den dag. + +Zij deed haar verhaal, naar zij hoopte, met omzichtigheid, bereidde de +gretige luisterende voorzichtig voor; vertelde eenvoudig en eerlijk +de hoofdzaken, waarop Willoughby zijne verdediging had gegrond; liet +zijn berouw recht weervaren, en verzachtte alleen de betuigingen +zijner voortdurende genegenheid. + +Marianne sprak geen woord; zij beefde; hare oogen bleven op den grond +gevestigd, en uit hare lippen week het weinigje kleur, dat hare ziekte +erin had overgelaten. Duizend vragen rezen op in haar binnenste, +doch zij durfde geene enkele ervan uiten. Ademloos begeerig ving zij +ieder woord op; zonder dat zij het wist, drukte hare hand vaster die +harer zuster, en tranen stroomden over hare wangen. + +Elinor, vreezend dat zij vermoeid was, liet haar terugkeeren, en tot +zij de deur van hun huisje bereikten, sprak zij, wel begrijpend, hoe +groot Marianne's nieuwsgierigheid moest zijn, ofschoon geen vraag deze +onder woorden mocht brengen, van niets anders dan Willoughby en hun +beider onderhoud, terwijl zij zorg droeg, de geringste bijzonderheden +van woord en blik te vermelden, waar zij veilig in bijzonderheden +treden kòn. Zoodra zij het huis waren binnengegaan, liet Marianne met +een dankbaren kus, terwijl zij onder tranen slechts de woorden kon +uitbrengen: "Zeg het aan mama," hare zuster alleen, en ging langzaam +de trap op. Elinor wilde niet pogen, eene eenzaamheid te storen, zoo +natuurlijk gewenscht als de thans gezochte afzondering, en terwijl zij +in haar geest reeds angstig de mogelijke gevolgen overwoog, en besloot, +het onderwerp te hervatten, indien Marianne in gebreke bleef dit te +doen, trad zij de huiskamer binnen, om Marianne's daareven gegeven +opdracht te vervullen. + + + + + + +HOOFDSTUK XLVII + + +Mevrouw Dashwood hoorde niet zonder ontroering de verdediging aan van +haar voormaligen gunsteling. Het verheugde haar, hem gedeeltelijk van +de hem ten laste gelegde schuld gezuiverd te zien, zij beklaagde hem, +en wenschte, dat hij gelukkig mocht worden. Doch de gevoelens van +voorheen konden niet worden teruggeroepen. Niets kon hem aan Marianne +hergeven met onverbroken trouw,--met onbezoedeld karakter. Niets +kon het besef vernietigen van 't geen de laatste had geleden door +zijn toedoen; noch de schuld uitwisschen van zijn gedrag jegens +Eliza. Niets kon hem dus haar vroegere achting doen herwinnen, +noch afbreuk doen aan hare voorkeur voor Kolonel Brandon.--Had +Mevrouw Dashwood, evenals hare dochter, Willoughby's verhaal van +hemzelf gehoord, was zij getuige geweest van zijne droefheid, en +had zij den invloed ondergaan van zijn gelaat en zijne wijze van +zich te uiten, dan zou waarschijnlijk haar medelijden grooter zijn +geweest. Doch Elinor vermocht, noch wenschte, door haar nauwkeurige +uiteenzetting, in anderen die gevoelens te wekken, welke in den aanvang +bij haarzelve waren wakker geroepen. Door nadenken was haar oordeel +beradener geworden, haar eigen beschouwing van Willoughby's verdienste +gematigder; zij wenschte dus enkel de eenvoudige waarheid te verklaren, +en slechts die feiten te openbaren, welke in overeenstemming waren +met zijn karakter, zonder eenige opsiering door teedere gevoelens, +welke de verbeelding op een dwaalspoor brachten. + +Toen zij des avonds bij elkaar zaten, begon Marianne uit eigen +beweging weer over hem te spreken; doch dat dit niet zonder moeite +geschiedde, bewees het rustelooze, weinig kalme van de houding, +waarin zij eenigen tijd van te voren had zitten nadenken, zoowel +als de blos, die hare wangen kleurde, toen zij begon te spreken, +en de onvaste klank harer stem. + +"Ik wilde u beiden gaarne verzekeren," zeide zij, "dat ik alles +inzie,--zooals gij dat het liefst zoudt wenschen." + +Mevrouw Dashwood had haar dadelijk met eenige teedere woorden willen +geruststellen; doch Elinor, die werkelijk verlangde, haar zuster's +onbevooroordeelde meening te vernemen, legde haar met een dringenden +wenk het zwijgen op. Marianne ging langzaam voort: + +"Het is mij een groote verlichting,--wat Elinor mij van morgen +vertelde,--ik heb nu precies gehoord, wat ik wenschte te weten." + +Een korte poos had zij hare stem niet in de macht; doch zich +herstellend, voegde zij met meer kalmte erbij: "Ik ben nu geheel +voldaan. Ik verlang geene verandering. Ik zou nooit gelukkig met hem +hebben kunnen zijn, nadat ik dit alles had vernomen, zooals vroeger +of later had moeten gebeuren. Ik zou geen vertrouwen, geen achting +hebben kunnen gevoelen. Niets zou dit voor mijn gevoel hebben kunnen +uitwisschen." + +"Dat weet ik,--dat weet ik, riep hare moeder. "Gelukkig met een +losbandigen man? Met iemand, die zóó zich had vergrepen jegens +onzen liefsten vriend, die de beste van alle mannen is? Neen, het +hart van mijne Marianne kon door zulk een man niet gelukkig gemaakt +worden! Haar geweten, haar nauwgezet geweten zou alles hebben gevoeld, +wat haar echtgenoot had behooren te voelen."-- + +Marianne zuchtte, en herhaalde: "Ik wensch geene verandering." + +"Je beschouwt de zaak," zeide Elinor, "juist zooals een zuiver +gemoed en een klaar begrip haar moeten beschouwen, en ik denk dat +je, evenzeer als ik, niet slechts in deze, maar in menige andere +omstandigheid, reden vindt tot de overtuiging, dat je huwelijk je +veel onvermijdelijk verdriet en teleurstelling zou hebben berokkend; +waarbij je slechts weinig steun zoudt hebben gevonden in eene +genegenheid, die van zijne zijde veel minder betrouwbaar was. Als je +getrouwd waart, zou je altijd arm zijn gebleven. Zijne neiging tot +verkwisting heeft hij zelf toegegeven, en zijn geheele gedrag bewijst, +hoe zelfverloochening een woord is, dat ternauwernood door hem wordt +begrepen. Zijne eischen, gevoegd bij jouw onervarenheid, en dat met +een klein, zeer klein inkomen, zouden oorzaak zijn geworden van een +verdriet, dat niet minder kwellend zou zijn geweest, wijl je het van +te voren hadt kunnen beseffen, noch voorzien. Je eigen eergevoel en +eerlijkheid zouden je, dat weet ik, als de toestand je helder werd, +gedreven hebben tot het betrachten van de grootst mogelijke zuinigheid, +en misschien zou dat je vergund zijn geworden, zoolang je spaarzaamheid +alleen je eigen genoegens besnoeide; maar verder... en hoe weinig +hadt je met den besten wil alléén kunnen doen, om den ondergang te +verhoeden, die reeds vóór je huwelijk was begonnen?... verder, zoo je +hadt gepoogd, met hoeveel recht ook, paal en perk te stellen aan zijn +uitspattingen, was het dan niet te vreezen, dat je, wel verre van +de overhand te behouden op een inborst, zelfzuchtig genoeg om dien +toestand te kunnen verdragen, je eigen invloed op zijn gemoed zoudt +hebben verloren, en hem de verbintenis zoudt hebben doen betreuren, +die hem in zulke moeilijkheden had gewikkeld?" + +Marianne's lippen beefden, en zij herhaalde het woord "zelfzuchtig?", +op een toon, alsof zij wilde zeggen: "Dus je denkt werkelijk, dat +hij zelfzuchtig is?" + +"Zijn geheele gedrag," antwoordde Elinor, "van 't begin tot het einde, +is alleen op zelfzucht gegrond. Het was zelfzucht, die hem het eerst +deed spelen met je gevoelens; die later, toen zijne eigene erbij waren +betrokken, hem de bekentenis ervan deed verschuiven, en die hem ten +slotte Barton verlaten deed. Zijn eigen genoegen en zijn eigen gemak +bepaalden zijn gedragslijn bij iedere gelegenheid." + +"Dat is wel waar. _Mijn_ geluk had hij nooit op het oog." + +"En thans," ging Elinor voort, "betreurt hij, wat hij gedaan +heeft. Waarom betreurt hij dat? Omdat hij bemerkt, dat zijne +handelwijze niet aan haar doel heeft beantwoord. Zij heeft +hem niet gelukkig gemaakt. Hij verkeert niet meer in geldelijke +verlegenheid,--van die zijde kan hem nu geen kwaad meer deren, hij +bedenkt nu alleen, dat hij eene vrouw heeft getrouwd, die minder +aangenaam in den omgang is dan jij. Maar volgt daaruit nu, dat hij, +als hij met jou gehuwd was, gelukkig zou zijn geweest? Er zouden andere +bezwaren zijn gerezen. Dan zou hij hebben geleden onder het geldgebrek, +dat hij, nu het geweken is, als niets beschouwt. Hij zou een vrouw +hebben gehad, over wier geaardheid hij zich niet kon beklagen; +maar hij zou altijd behoeftig zijn gebleven,--altijd arm; en hij +zou waarschijnlijk spoedig hebben geleerd, de tallooze voorrechten, +verbonden aan het bezit van een door geen schuld bezwaard goed en +een ruim inkomen, van veel meer gewicht te achten, zelfs voor zijn +huiselijk geluk, dan iets zoo onbeteekenends als de geaardheid zijner +echtgenoote." + +"Daaraan twijfel ik niet," zeide Marianne, "en ik heb niets te +betreuren; niets dan mijn eigen dwaasheid." + +"Zeg liever: "de onvoorzichtigheid van mijne moeder," mijn kind," +zeide Mevrouw Dashwood; "op háár komt de schuld neer." + +Marianne wilde haar niet laten voortgaan, en Elinor, tevreden, +nu beiden hun eigen dwaling hadden ingezien, wilde liever eene +beschouwing van het verleden vermijden, die hare zuster droefgeestig +zou kunnen stemmen; zij ging dus dadelijk voort, zich bepalend tot +het eerste onderwerp: + +"Eene slotsom kan, dunkt mij, worden getrokken uit al het +gebeurde,--dat al Willoughby's moeilijkheden hun oorsprong vonden +in zijn eerste vergrijp jegens de deugd; in zijn gedrag tegenover +Eliza Williams. Die misdaad is de oorzaak geweest van al wat volgde, +en van zijne tegenwoordige onvoldaanheid." + +Marianne beaamde die opmerking ten volle, en hare moeder knoopte +er eene beschouwing aan vast, van het onrecht, Kolonel Brandon +aangedaan, en diens verdiensten, voorgedragen met al de warmte, +waartoe vriendschap en hare bijzondere bedoelingen haar slechts konden +vervoeren. Haar dochter gaf echter niet den indruk, alsof zij er veel +van had gehoord. + +Elinor zag, zooals zij reeds verwacht had, dat Marianne in de +eerstvolgende twee of drie dagen, niet als te voren in kracht bleef +toenemen; doch daar haar besluit even vast stond, en zij haar best +bleef doen, zich vroolijk en tevreden te toonen, mocht hare zuster +gerust vertrouwen op de goede uitwerking van den tijd ter herstel +van hare gezondheid. + +Margaret kwam terug, en het gezin was nu weer vereend; opnieuw waren +zij rustig samen in hun huisje, en indien al niet zoo druk bezig +met hun gewone studies, als toen zij pas te Barton kwamen, althans +voornemens, ze in het vervolg met ijver voort te zetten. + +Elinor begon sterk te verlangen naar eenig bericht over Edward. Sedert +haar vertrek uit Londen had zij niets van hem vernomen; niets +nieuws omtrent zijne plannen, en zelfs omtrent zijne tegenwoordige +verblijfplaats verkeerde zij in onzekerheid. + +Ten gevolge van Marianne's ziekte waren tusschen haar en haar broeder +eenige brieven gewisseld, en in John's eersten brief kwam deze zin +voor: "Van onzen ongelukkigen Edward weten we niets, en we kunnen geen +navraag doen naar zulk een verboden onderwerp; maar we vermoeden, dat +hij nog te Oxford is,"--'t geen het eenige bericht omtrent Edward was, +dat de briefwisseling haar verschafte; daar zijn naam in de volgende +brieven zelfs niet werd genoemd. Lang echter zou zij niet veroordeeld +blijven, in onwetendheid te verkeeren omtrent zijn doen en laten. + +Hun huisknecht was op zekeren morgen naar Exeter geweest, en toen hij, +bij het tafeldienen, de vragen van zijne meesteres omtrent den uitslag +van zijne opdracht had beantwoord, voegde hij uit eigen beweging erbij: + +"U weet zeker al, Mevrouw, dat Mijnheer Ferrars getrouwd is?" + +Marianne schrikte hevig, zag Elinor verbleeken, viel zenuwachtig +snikkend achterover in haar stoel. Mevrouw Dashwood, wier blik, +terwijl zij de vraag van den knecht beantwoordde, instinctmatig +dezelfde richting volgde, ontstelde, toen zij aan Elinor's gelaat +zag, hoe diep deze was getroffen, en een oogenblik later wist zij, +evenzeer verontrust door Marianne's toestand, waarlijk niet, wie van +hare kinderen het meest hare hulp behoefde. + +De knecht, die alleen zag, dat Juffrouw Marianne onwel werd, was +zoo verstandig een van de dienstmeisjes te roepen, die haar, door +Mevrouw Dashwood geholpen, naar de andere kamer bracht. Marianne +herstelde zich reeds, en hare moeder kon haar overlaten aan de zorg +van Margaret en de kamenier, om terug te keeren naar Elinor, die, +hoewel nog zeer onder den indruk, in zooverre haar zenuwen en hare +stem weer meester was, dat zij aan Thomas kon vragen, van wie hij die +tijding had vernomen. Mevrouw Dashwood onthief haar dadelijk van die +taak, en Elinor werd dus, zonder eenige inspanning van hare zijde, +voldoende op de hoogte gebracht. + +"Wie heeft je verteld, Thomas, dat Mijnheer Ferrars was getrouwd?"-- + +"Ik zag Mijnheer Ferrars zelf, Mevrouw, van morgen te Exeter, +met zijn vrouw, juffrouw Steele, zooals ze dan vroeger heette. Ze +zaten in een koets, die stil stond voor de New London Inn, toen ik +daar een brief kwam bezorgen van Sally op het Park, Voor haar broer +die er postillon is. Ik keek toevallig op, toen ik langs de koets +kwam, en ik zag dadelijk, dat het de jongste juffrouw Steele was; +dus nam ik mijn hoed af, en zij kende mij nog, en riep mij; en ze +vroeg naar u, Mevrouw, en de jonge dames, vooral Juffrouw Marianne, +en of ik de groeten wilde doen van haar en Mijnheer Ferrars; hun beider +hartelijke groeten, en dat het hun zoo speet, dat ze geen tijd hadden, +u te komen opzoeken, maar ze hadden zoo'n haast om verder te komen, +want ze gingen nog verder op reis voor een tijdje,--maar in elk geval, +als ze terugkwamen, dan zouden ze u stellig een bezoek brengen." + +"En ze zei, dat ze getrouwd was, Thomas?" + +"Ja, Mevrouw; ze lachte, en zei dat ze van naam was veranderd, +sedert ze 't laatst hier in de buurt was. Ze was altoos heel aardig +en spraakzaam, en had voor ieder een vriendelijk woord. Dus was ik +maar zoo vrij, haar geluk te wenschen." + +"Zat Mijnheer Ferrars met haar in het rijtuig?" + +"Ja, Mevrouw. Ik kon hem nog juist zien, hij leunde achterover; maar +hij keek niet op;--mijnheer was nooit iemand, die veel pleizier in +praten had." + +Elinor begreep maar al te goed, dat hij zich op den achtergrond had +gehouden, en Mevrouw Dashwood nam vermoedelijk dezelfde verklaring +aan voor zijne houding. + +"Zat er anders niemand in het rijtuig?" + +"Neen, Mevrouw, zij met hen beiden; anders niet." + +"Weet je ook, waar ze vandaan kwamen?" + +"Ze kwamen zóó uit Londen, zei Juffrouw Lucy,--Mevrouw Ferrars, +bedoel ik." + +"En gingen ze verder naar 't Westen?" + +"Ja, Mevrouw; maar niet voor lang. Ze zouden gauw terugkomen, en dan +kwamen ze u stellig opzoeken." + +Mevrouw Dashwood zag hare dochter aan; maar Elinor begreep wel, +dat ze hen niet behoefde te verwachten. Die boodschap was weer juist +iets voor Lucy; zij wist wel zeker, dat Edward zich bij hen niet zou +vertoonen. Zachtjes zei ze tegen hare moeder, dat ze waarschijnlijk +naar den Heer Pratt gingen, in de buurt van Plymouth. + +Thomas had blijkbaar niets meer te vertellen. Elinor keek, alsof ze +nog meer wenschte te hooren. + +"Zag je hen wegrijden, eer je heenging?" + +"Neen, Mevrouw, de paarden werden juist buiten gebracht; maar ik kon +niet langer wachten; ik was bang, dat het te laat werd." + +"Zag Mevrouw Ferrars er goed uit?" + +"Ja, Mevrouw; ze zei dat ze 't best maakte; ze was altoos een knappe +jonge dame, vond ik;--en ze leek erg in haar schik." + +Mevrouw Dashwood wist geen nieuwe vragen meer te bedenken, en Thomas +kon spoedig heengaan, met het tafellaken, dat nu even overbodig was +geworden als hijzelf. Marianne had reeds laten zeggen, dat zij niets +meer wilde gebruiken; Mevrouw Dashwood en Elinor waren ook hun eetlust +kwijt, en Margaret mocht nog van geluk spreken, dat zij, ondanks al +de onrust, die hare zusters in den laatsten tijd hadden uitgestaan, +ondanks zooveel reden tot nalatigheid op het punt van geregelde +maaltijden, nog nooit te voren haar middagmaal had moeten missen. + +Toen het dessert en de wijn waren binnengebracht en Mevrouw Dashwood +en Elinor alleen waren, bleven zij langen tijd zwijgen, verzonken in +gelijksoortige gepeinzen. Mevrouw Dashwood waagde geene opmerking, en +beproefde evenmin troost te bieden. Zij begreep nu, dat zij zich had +vergist, toen zij vertrouwde op de wijze waarop Elinor zich voordeed, +en zag thans zeer goed in, dat alles in der tijd met opzet was +verzacht, om hare droefheid niet te vermeerderen, terwijl zij reeds +zooveel had te lijden om Marianne. Zij begreep, dat hare dochter, +door zoo zorgvuldig haar gevoel te sparen, haar ertoe had gebracht, +de genegenheid, die zij eens zoo wel had begrepen, van veel minder +beteekenis te achten dan zij vroeger placht te gelooven, of dan deze +thans bleek te zijn. Zij vreesde, dat zij, in dien waan verkeerend, +onrechtvaardig, onachtzaam, ja bijna onvriendelijk was geweest jegens +hare Elinor; dat Marianne's leed, omdat het meer openlijk werd erkend, +zich meer onmiddellijk aan haar opdrong, te veel beslag had gelegd op +hare teederheid, en haar ertoe had gebracht, te vergeten, hoe zij in +Elinor eene dochter bezat, die misschien evenveel had te dragen, en dat +wel met geringer besef van eigen schuld, en met meerder geestkracht. + + + + + + +HOOFDSTUK XLVIII + + +Elinor bespeurde thans hoe groot het verschil is tusschen het +verwachten van eene onaangename gebeurtenis, hoe stellig wij ons ook +van hare komst overtuigd weten te houden, en volkomen zekerheid. Zij +bespeurde nu, dat zij, haars ondanks, altoos nog, zoolang Edward +ongetrouwd bleef, eenige hoop had blijven koesteren, dat er iets mocht +gebeuren, 't geen zijn huwelijk met Lucy verhinderen zou; dat òf een +door hemzelf genomen besluit, òf de tusschenkomst van vrienden, òf +eenige meer verkieselijke gelegenheid om de toekomst der jonge dame +te verzekeren, had mogen bijdragen tot de bevordering van hun aller +geluk. Maar nu was hij getrouwd, en zij laakte haar hart wegens die +geheime vleitaal, welke de smart dezer tijding zoo zeer had verscherpt. + +Dat hij zoo spoedig getrouwd was, eer hij, naar zij meende, +de wijding had kunnen ontvangen, en bijgevolg eer hij beroepen +had kunnen worden, verwonderde haar eerst een weinig. Maar zij zag +weldra in, hoe waarschijnlijk het was, dat Lucy, in haar baatzuchtige +bezorgdheid, in haar haast om hem te winnen, alles over het hoofd zou +zien behalve het gevaar, verbonden aan uitstel. Zij waren getrouwd; +in de stad getrouwd, en thans haastig op weg naar Lucy's oom. Wat +zou Edward hebben gevoeld, toen hij nog geen vier mijlen van Barton +was verwijderd; toen hij haar moeder's knecht zag; toen hij Lucy's +boodschap aanhoorde! + +Zij zouden zeker spoedig, dacht zij, nu gaan wonen te +Delaford,--Delaford, die plaats, waarin zoovele redenen haar noopten, +belang te stellen, die zij wenschte te kennen, en toch verlangde +te vermijden. Zij zag ze vóór zich in hun pastorie; zag Lucy als +de ijverige bekwame huishoudster, die den wensch naar uiterlijk +weeldevertoon wist te paren met de uiterste spaarzaamheid, zich +schamend, zoo iemand maar de helft van hare zuinigheidsmaatregelen +had kunnen vermoeden;--onophoudelijk bedacht op haar eigen belang, +pogend in de gunst te geraken bij Kolonel Brandon, bij Mevrouw +Jennings, en bij alle vermogende vrienden. Hoe zij Edward zag, wist +zij zelve niet, en evenmin, hoe zij hem wenschte te zien; gelukkig +of ongelukkig,--niets kon haar behagen;--van iedere voorstelling, +die ze zich van hem maakte, wendde zij het hoofd af. + +Elinor bleef nog hopen, dat een van hunne kennissen in Londen hun +zou schrijven, om het nieuws te berichten en verdere bijzonderheden +te vermelden; maar de eene dag na de andere ging voorbij, zonder +brief of tijding. Hoewel zij niet precies wist, aan wien de schuld te +geven, ergerde zij zich over alle afwezige vrienden. Ze waren allen +vergeetachtig, of lui. + +"Wanneer schrijft u aan Kolonel Brandon, moeder?" was de vraag, +die voortsproot uit haar ongeduldig verlangen, dat er toch iets +gebeuren mocht. + +"Ik schreef hem de vorige week, lieve, en ik verwacht nog eerder hem +te zien, dan van hem te hooren. Ik drong er zeer op aan, dat hij zou +komen, en 't zou mij niet verwonderen, als we hem vandaag of morgen +zagen binnenstappen." + +Dat was toch iets gewonnen; iets om tegemoet te zien. Kolonel Brandon +moest het een of ander hebben te vertellen. + +Pas had zij dit voor zichzelve vastgesteld, toen de verschijning van +een ruiter haar de oogen naar het venster deed richten. Hij hield stil +bij hun hek. Het was een heer; het zou Kolonel Brandon zijn. Nu zou +ze meer hooren, en gespannen verwachting deed haar beven. Maar--het +was niet Kolonel Brandon, zijn figuur niet; zijn lengte niet. Als +zooiets nu mogelijk was, dan zou zij zeggen, dat het Edward moest +zijn. Zij keek opnieuw. Hij was juist afgestegen;--zij kon zich niet +vergissen; het was Edward. Ze verwijderde zich van het venster en ging +zitten. "Hij komt van den Heer Pratt hierheen, om ons te bezoeken. Ik +_wil_ kalm zijn; ik _wil_ mij beheerschen." + +Op dat oogenblik bespeurde zij, dat de anderen ook hunne vergissing +hadden bemerkt. Zij zag haar moeder en Marianne verbleeken, naar haar +zien, en elkander iets toefluisteren. Ze zou alles hebben gegeven, +om te kunnen spreken, om hen te doen begrijpen, hoe zij hoopte, dat +hun houding geen koelheid, geen onverschilligheid zou aan den dag +leggen; maar zij kon geen woord uitbrengen, en moest alles overlaten +aan hun eigen gevoel van tact. Geen enkel woord werd tusschen +hen gewisseld. Zij wachtten zwijgend, tot de bezoeker verschijnen +zou. Zijn voetstappen klonken op het grintpad; daarna in de gang, +en een oogenblik later stond hij voor hen. + +Zijn gelaat drukte bij het binnenkomen geen al te groote blijdschap +uit; zelfs niet voor Elinor. Hij zag bleek van zenuwachtigheid, en +keek alsof hij bevreesd was voor de te verwachten ontvangst, en zich +bewust, dat deze niet vriendelijk kon zijn. Mevrouw Dashwood echter, +zich voegend, naar zij geloofde, naar den wensch van hare dochter, +door wie zij zich, in hare verteederde gezindheid, in alles wilde +laten leiden, begroette hem met een ietwat gedwongen minzaamheid, +gaf hem de hand en wenschte hem geluk. Hij kleurde en stotterde iets +onverstaanbaars. Elinor's lippen bewogen gelijktijdig met die harer +moeder, en toen het ogenblik van handelen was verstreken, wenschte +zij, dat zij hem ook de hand gegeven had. Maar nu was het te laat, en +met een uitdrukking, die zij haar best deed onbevangen te doen zijn, +ging zij weer zitten, en praatte over het weer. + +Marianne had zich zoo ver mogelijk teruggetrokken, om hare droefheid +te verbergen, en Margaret, die wel iets, maar niet alles van de zaak +begreep, vond het raadzaam, een waardige houding aan te nemen; zij +ging dus zoo ver mogelijk van hen af zitten, en bewaarde een strak +stilzwijgen. + +Toen Elinor klaar was met haar blijdschapsbetuigingen over het mooie +droge weer, volgde er eene onheilspellende stilte. Deze werd verbroken +door Mevrouw Dashwood, die zich verplicht achtte, te hopen, dat Mevrouw +Ferrars het goed maakte. Hij gaf haastig een bevestigend antwoord. + +Nieuwe stilte. + +Al haar krachten verzamelend, hoewel bang voor 't geluid van haar +eigen stem, zei Elinor: "Is Mevrouw Ferrars te Longstaple?" + +"Longstaple?" antwoordde hij verwonderd. "Neen, mijn moeder is in +de stad." + +"Ik bedoelde eigenlijk," zei Elinor, een handwerk van de tafel +opnemend, "Mevrouw _Edward_ Ferrars." Zij durfde niet opzien; maar +hare moeder en Marianne zagen hem beiden aan. Hij kleurde, scheen +verlegen, keek twijfelachtig, en zei na eenige aarzeling: "Misschien +bedoel je... mijn broer... je bedoelt zeker Mevrouw... Mevrouw Robert +Ferrars." + +"Mevrouw Robert Ferrars?"--herhaalden Marianne en hare moeder op een +toon van de uiterste verbazing, en hoewel Elinor niet kon spreken, +zagen hare oogen hem aan met de zelfde ongeduldige verwondering. Hij +stond van zijn stoel op en liep naar het venster, blijkbaar omdat +hij niet wist, wat te beginnen; hij nam een schaartje in étui op, +dat er lag, en terwijl hij zoowel het schaartje als het étui bedierf, +door het laatste onder het spreken in stukjes te knippen, zeide hij, +op gejaagde toon: + +"U weet zeker niet,--u hebt misschien niet gehoord, dat mijn broer +onlangs is getrouwd met... met de jongste... met juffrouw Lucy Steele." + +Zijne woorden werden met onuitsprekelijke verbazing herhaald door +allen, behalve Elinor, die met het hoofd over haar werk zat gebogen, +zóó zenuwachtig, dat zij bijna niet wist, waar zij was. + +"Ja," zei hij, "ze zijn de vorige week getrouwd, en logeeren nu +te Dawlish." + +Elinor kon niet langer blijven zitten. Zij liep bijna op een draf de +kamer uit, en zoodra de deur was gesloten, barstte zij uit in een +stroom van blijde tranen, die zij dacht, dat vooreerst niet zouden +kunnen ophouden te vloeien. Edward, die tot nu toe naar alles had +gekeken behalve naar haar, zag haar wegvluchten, en zag ook,--of +hoorde zelfs,--hare ontroering; want dadelijk daarna verzonk hij +in een gepeins, dat geene opmerking, geen vraag, geen vriendelijke +toespraak van Mevrouw Dashwood scheen te kunnen verstoren, en eindelijk +ging hij, zonder een woord te zeggen, de kamer uit en wandelde den +weg op, naar het dorp, de anderen uiterst verbaasd en nieuwsgierig +achterlatend over zulk een wonderlijke en snelle verandering in +zijne omstandigheden,--zonder eenig ander middel om die verbaasde +nieuwsgierigheid te bevredigen, dan hun eigen gissingen. + + + + + + +HOOFDSTUK XLIX + + +Hoe onverklaarbaar echter ook de omstandigheden, waaronder zijn +bevrijding had plaatsgegrepen, der geheele familie mochten voorkomen, +het stond vast, dat Edward vrij was, en tot welk doel die vrijheid +zou worden aangewend, konden allen gemakkelijk voorzien; want na +de zegeningen te hebben ervaren van ééne onvoorzichtige verloving, +aangegaan zonder zijn moeder's toestemming, zooals hij reeds meer +dan vier jaren had gedaan, kon er, na de verbreking van deze, niet +anders van hem worden verwacht, dan dat hij onmiddellijk eene andere +verbintenis zou sluiten. + +Het doel van zijn bezoek te Barton was eenvoudig genoeg. Hij wilde +niets anders, dan Elinor ten huwelijk vragen, en in aanmerking genomen +dat hij op dit punt niet geheel onervaren was, kon het vreemd schijnen, +dat hij zich thans zoo weinig op zijn gemak gevoelde, en zooveel +behoefte had aan bemoediging en frissche lucht. + +Hoe spoedig hij echter, al wandelende, tot een genoegzaam vast +besluit was gekomen, hoe dra de gelegenheid zich voordeed om het +ten uitvoer te brengen, op welke wijze hij zich uitdrukte, en +hoe hij werd ontvangen, behoeft niet in bijzonderheden te worden +vermeld. Wij kunnen volstaan met te zeggen, dat hij, toen zij samen +om vier uur aan tafel gingen, omstreeks drie uren na zijne aankomst, +zijn verloofde had gewonnen, haar moeder's toestemming had verworven, +en zich, niet slechts met de verrukte overdrijving van den minnaar, +maar in waarheid en werkelijkheid een der gelukkigste menschen ter +wereld voelde. Waarlijk, hij mocht zich buitengewoon bevoorrecht +achten. Zijn hart mocht zwellen, zijn geest zich verheffen met meer dan +den natuurlijken trots van beantwoorde liefde. Hij zag zich bevrijd, +en zonder het minste zelfverwijt, van banden, die hem lang een bron van +kwelling waren geweest, van eene vrouw, die hij reeds lang niet meer +liefhad, en plotseling verzekerd van het bezit eener andere, waaraan +hij bijna niet anders dan met wanhoop had kunnen denken, zoodra hij +was begonnen het te beschouwen als het doel van zijn verlangen. Niet +van uit twijfel en onzekerheid, doch van uit de diepste ellende ging +hij over tot het geluk;--en die verandering uitte zich onomwonden, +in zulk een echte, natuurlijk opwellende, dankbare vroolijkheid, +als zijn vrienden nog nimmer bij hem hadden waargenomen. + +Zijn hart stond nu open voor Elinor; al zijne zwakheden en dwalingen +werden gebiecht, en zijne eerste, jongensachtige verliefdheid op +Lucy werd beschouwd met al de philosofische waardigheid van den vier +en twintigjarige. + +"Het was van mijn kant een dwaze, lichtzinnige neiging," zeide hij, +"'t gevolg van gebrek aan wereldkennis en gemis van bezigheid. Had +mijn moeder mij werkzaam laten zijn in eenig beroep, toen ik op mijn +achttiende jaar aan de zorg van den Heer Pratt werd onttrokken, +dan denk ik, neen, dan weet ik stellig, dat het nooit zou zijn +gebeurd; want hoewel ik Longstaple verliet met wat ik toen als eene +onoverwinnelijke neiging beschouwde voor zijne nicht, ik zou toch, +wanneer ik toen eenige bezigheid had gehad, eenig doel, dat mijn tijd +in beslag nam en mij enkele maanden van haar verwijderd hield, zeer +spoedig die gewaande genegenheid zijn te boven gekomen; vooral door +mij meer onder vreemden te bewegen, zooals ik in dat geval had moeten +doen. Maar inplaats van iets te doen te krijgen,--in plaats dat eenig +beroep voor mij werd gekozen, of eene eigen keuze mij werd vergund, +kwam ik terug bij mijn familie om totaal leeg te loopen, en het eerste +jaar na mijn thuiskomst had ik zelfs niet die zoogenaamde bezigheid, +die het verblijf aan de universiteit mij zou hebben verschaft; +want ik werd niet ingeschreven te Oxford, eer ik negentien jaar was +geworden. Ik had dus niets ter wereld te doen, dan mij te verbeelden, +dat ik verliefd was, en daar moeder mijn verblijf tehuis niet in +elk opzicht aangenaam maakte,--daar ik geen vriend of kameraad vond +in mijn broeder, en ongeneigd was, nieuwe kennissen te zoeken, was +het niet onnatuurlijk, dat ik veel naar Longstaple ging, waar ik mij +altijd thuis gevoelde, en zeker was, hartelijk te worden verwelkomd; +zoodoende bracht ik het grootste deel van mijn tijd daar door, tusschen +mijn achttiende en negentiende jaar. Lucy scheen toen zoo beminnelijk +en voorkomend als iemand maar zijn kon. Mooi was zij ook;--ten minste +_toen_ vond ik dat; en ik had zoo weinig omgegaan met andere vrouwen, +dat ik geen vergelijkingen kon maken, en geen gebreken zien. Alles in +aanmerking genomen, hoop ik dus, dat onze verloving, hoe onverstandig +die ook was, en sedert in elk opzicht is gebleken, toentertijd toch +geen onnatuurlijke of onverschoonbaar dwaze daad is geweest." + +De verandering, die enkele uren hadden bewerkstelligd in den geest +en de gemoedsstemming der Dashwoods was zoo groot, dat zij allen, en +niet zonder voldoening, een slapeloozen nacht tegemoet zagen. Mevrouw +Dashwood, te gelukkig om kalm te zijn, wist niet hoe Edward genoeg +te waardeeren, noch Elinor te prijzen;--hoe dankbaar genoeg te zijn +voor zijn bevrijding zonder zijn fijngevoeligheid te kwetsen;--noch +hoe zij hun tegelijkertijd gelegenheid zou schenken tot ongedwongen +onderling gesprek, en tevens, zooals zij dat wenschte, zou kunnen +genieten van beider aanblik en gezelschap. + +Marianne kon hare vreugde slechts uiten door tranen. Vergelijkingen +drongen zich aan haar op; weemoedige herinneringen kwamen oprijzen; +en hare blijdschap, hoewel oprecht als haar zusterlijke liefde, was +er eene, die haar noch opgewekt, noch spraakzaam vermocht te doen zijn. + +Doch Elinor, hoe _hare_ gevoelens te beschrijven? Van af het oogenblik, +waarop zij vernam, dat Lucy met een ander was gehuwd, dat Edward +vrij was, tot aan dat, waarin hij de hoop in vervulling deed gaan, +zoo plotseling daarop gevolgd, was zij beurtelings alles geweest, +behalve kalm. Doch toen dat tweede oogenblik voorbij was,--toen +zij elken twijfel, alle bezorgdheid voelde wijken,--toen zij haar +toestand vergeleek bij wat die nog zoo kort geleden was geweest,--toen +zij hem, met behoud van zijne eer, zag ontslagen van zijn vroegere +verbintenis,--zag, hoe hij aanstonds gebruikmaakte van die bevrijding, +door zich tot haar zelve te wenden, en de bekentenis af te leggen +van eene liefde, zoo teeder en trouw als zij die altoos geloofd +had te zijn,--toen was zij bezwaard, ja overstelpt door haar eigen +geluksgevoel, en hoezeer ook des menschen geest gelukkigerwijze +geneigd is, zich gemakkelijk te gewennen aan elke verandering ten +goede, toch moesten meerdere uren verloopen eer haar gemoed zijne +kalmte herkreeg, haar hart eenigermate tot rust kwam. + +Edward moest nu minstens een week te Barton blijven; want van welke +andere verplichtingen hij zich ook had te kwijten, het was onmogelijk, +dat een korter tijdsverloop dan eene week zou worden gewijd aan het +genot van Elinor's gezelschap; of voldoende had kunnen zijn om de +helft te zeggen van 't geen er te zeggen viel over verleden, heden en +toekomst; want hoewel in een paar uren van volijverig en onverpoosd +gesprek meer onderwerpen kunnen worden behandeld, dan feitelijk aan +twee redelijke wezens gemeenschappelijk belang kunnen inboezemen, bij +gelieven is het toch anders gesteld. Tusschen hen is geen onderwerp +afgehandeld, wordt geene mededeeling zelfs als gedaan beschouwd, +wanneer zij niet minstens twintigmaal herhaald is. + +Lucy's huwelijk, een bron van eindelooze en verklaarbare verbazing voor +hen allen, vormde natuurlijk een der eerste onderwerpen van gesprek +tusschen de gelieven, en Elinor's bijzondere bekendheid met de beide +partijen deed het in hare oogen in elk opzicht een der zonderlingste +en onverklaarbaarste gebeurtenissen schijnen, die haar ooit waren ter +oore gekomen. Hoe zij met elkaar in aanraking waren gekomen, en welke +aantrekkingskracht Robert had verleid tot een huwelijk met een meisje, +van wier schoonheid zij hem zelve zonder eenige bewondering had hooren +spreken, een meisje nog wel, dat reeds verloofd was met zijn broeder, +en om wier wil die broeder door zijn familie was verstooten,--het ging +haar begrip te boven. Haar eigen hart vond in het gebeurde reden tot +groote blijdschap; haar verbeelding trof het als iets belachelijks; +doch voor haar verstand, haar oordeel bleef het een onopgelost raadsel. + +Edward kon slechts pogen het te verklaren door de onderstelling, dat +na eene eerste toevallige ontmoeting de ijdelheid van den een zoozeer +gestreeld was door de vleierij der andere, dat hieruit van lieverlede +al het overige was gevolgd. Elinor herinnerde zich, wat Robert haar in +Harley Street had verteld aangaande zijne meening omtrent hetgeen zijne +bemiddeling in zijn broeder's aangelegenheid zou hebben uitgewerkt, zoo +hij bijtijds ware tusschenbeide gekomen. Zij vertelde dit aan Edward. + +"Dàt was wel juist iets voor Robert," merkte hij dadelijk op. "En +dàt," voegde hij erbij, "heeft hij misschien in het hoofd gehad, +toen zij elkaar voor 't eerst ontmoetten. Terwijl Lucy mogelijk +in 't begin alleen erop bedacht was, zijn voorspraak te mijnen +gunste te winnen. Later kunnen toen wel andere plannen bij hen zijn +opgekomen." Hoelang die verstandhouding tusschen hen had bestaan, +kon hij echter evenmin uitmaken als zijzelve; want te Oxford, waar +hij bij voorkeur was gebleven sedert zijn vertrek uit Londen, had hij +geen ander bericht omtrent haar kunnen ontvangen dan door haarzelve, +en tot het allerlaatst waren hare brieven noch in aantal, noch in +hartelijkheid verminderd. Geen de minste achterdocht was dus bij hem +gerezen, om hem voor te bereiden op hetgeen gebeuren ging, en toen +het hem ten slotte geheel onverwacht werd geopenbaard door een brief +van Lucy zelve, was hij een tijdlang half verbijsterd geweest, dacht +hij, door verbazing, ontzetting en vreugde over zulk een ongedachte +verlossing. Hij liet Elinor den brief lezen.-- + + + "Geachte Heer. + + Daar ik zeer wel weet, dat ik reeds lang niet meer uwe liefde + bezit, acht ik mij gerechtigd, de mijne aan een ander te + schenken, en twijfel ik niet, of ik zal zoo gelukkig met hem + worden als ik eens had gedacht te zullen zijn met u; maar ik + acht het beneden mij, de hand aan te nemen van hem, wiens hart + aan eene andere behoort. Ik wensch u oprecht geluk met uwe + keuze, en zal het mijne schuld niet zijn, als wij niet steeds + goede vrienden blijven, zooals nu ook behoorlijk is, daar wij + naaste verwanten worden. Ik mag gerust zeggen, dat ik u geen + kwaad hart toedraag, en ik weet wel, dat gij te edelmoedig + zijt om ons te willen benadeelen. Uw broeder heeft mijn geheele + hart gewonnen, en daar wij zonder elkander niet konden leven, + zijn wij zooeven in den echt verbonden, en thans op weg naar + Dawlish voor een paar weken, waarnaar uw broeder zeer verlangt; + maar meende ik u eerst deze paar regels te moeten schrijven, + en blijf steeds gaarne, u van harte alle goeds wenschend, + + uwe vriendin en zuster + Lucy Ferrars. + + +Ik heb al uwe brieven verbrand, en zal uw portret bij de eerstvolgende +gelegenheid terugzenden. Verscheur als 't u blieft mijn gekrabbel; +den ring met mijn haar moogt ge gerust behouden." + +Elinor las den brief, en gaf dien zonder iets te zeggen terug. + +"Ik zal maar niet vragen wat je denkt van den stijl," zei Edward. "Ik +had voor geen geld van de wereld gewild vroeger, dat een brief van +haar onder je oogen was gekomen. 't Is al erg genoeg als eene zuster +zoo schrijft; maar je eigen vrouw! Hoe dikwijls kreeg ik een kleur +van schaamte bij 't lezen van haar brieven; en ik geloof wel, te mogen +zeggen, dat sedert het eerste half jaar van die dwaze... geschiedenis, +dit de eerste brief is geweest, dien ik van haar ontving, waarvan de +inhoud de stijlfouten eenigszins vergoedde." + +"Hoe het dan ook zoover is gekomen," zeide Elinor na een poos +van stilte, "getrouwd _zijn_ ze nu. En je moeder heeft zich hare +verdiende straf op den hals gehaald. De onafhankelijkheid, die zij +Robert verzekerde, uit verbittering jegens jou, heeft hem in staat +gesteld, zijn eigen keuze te volgen, en door hem die duizend pond +in het jaar te schenken, heeft zij feitelijk bewerkt, dat de eene +zoon het plan volvoerde, wegens welks beraming zij den anderen had +onterfd. Het zal haar wel niet minder grieven, denk ik, dat Robert +met Lucy is getrouwd, dan dat jij haar tot vrouw hadt gekregen." + +"Het grieft haar dieper; want van Robert hield zij altoos het +meest. Het grieft haar dieper; maar om diezelfde reden zal ze hem +veel eerder vergiffenis schenken." + +Hoe de zaken op het oogenblik tusschen hen stonden, wist Edward niet; +want hij had nog met geen zijner familieleden gepoogd in verbinding te +treden. Nog geen vierentwintig uren na de komst van Lucy's brief had +hij Oxford verlaten; en met slechts één doel voor oogen, de naaste +weg naar Barton, had hij nog geen tijd gehad, eenig voornemen op te +vatten, dat niet met dien weg in het nauwste verband stond. Hij kon +niets doen, eer hij wist, hoe Elinor over zijn lot zou beslissen, +en uit de snelheid, waarmede hij die beslissing zocht, mocht men +opmaken,--ondanks de jaloezie, waarmede hij eenmaal aan Kolonel +Brandon had gedacht,--ondanks zijn bescheiden meening omtrent zijn +eigen verdiensten, en de beleefdheid, die hem van zijn twijfel deed +spreken, dat hij over 't geheel op geen al te wreedaardige ontvangst +had gerekend. Hij behoorde echter te beweren, dat hij dit wèl had +gedaan, en hij zeide dit dan ook, zooals het betaamde. Wat hij een +jaar later omtrent dit onderwerp zou hebben te vertellen, laat ik +over aan de verbeelding van echtelieden. + +Dat Lucy stellig bedoeld had, hem te bedriegen, en hem, met eene +uiting van boosaardigen triomf in hare opdracht aan Thomas, zijn +afscheid te geven, was Elinor volkomen duidelijk; en Edward zelf, die +haar karakter thans goed doorzag, gaf onbewimpeld te kennen, dat hij +haar, in hare roekelooze boosaardigheid, tot het allerlaagste in staat +achtte. Hoewel hem de oogen reeds lang waren opengegaan, zelfs eer hij +Elinor leerde kennen, voor hare onwetendheid en het gemis van ruimheid +in sommige harer opvattingen, had hij dit alles aan haar gebrekkige +opvoeding geweten, en totdat hij haar laatsten brief ontving, had +hij altoos gedacht, dat zij een welmeenend, goedhartig meisje was, +en dat zij voor hem eene oprechte genegenheid koesterde. Niets dan +deze overtuiging kon hem hebben belet, een einde te maken aan eene +verloving, die lang eer de ontdekking ervan hem blootstelde aan zijn +moeder's toorn, een aanhoudende oorzaak van onrust en verdriet voor +hem was geweest. + +"Ik achtte het mijn plicht," zeide hij, "afgezien van mijn eigen +gevoelens, haar de keus te laten, of zij de verloving wilde verbreken, +of niet, toen ik door mijne moeder werd verstooten, en het scheen, +alsof ik in de wereld stond zonder een enkelen vriend, die mij had +kunnen bijstaan. Hoe kon ik, in zulke omstandigheden, waarin niets +verlokkends gelegen scheen voor de hebzucht of de ijdelheid van +eenig menschelijk wezen, veronderstellen, toen zij zoo ernstig en +hartelijk er op aandrong, mijn lot te deelen, hoe het ook mocht zijn, +dat iets anders dan de meest onbaatzuchtige genegenheid haar daartoe +noopte? En zelfs nu kan ik niet begrijpen, door welke beweegreden +zij werd gedreven, of welk gewaand voordeel zij erin zag, gebonden te +zijn aan een man, voor wien zij geen spoor van liefde gevoelde, en die +slechts tweeduizend pond zijn eigendom kon noemen. Zij kon niet vooruit +weten, dat Kolonel Brandon mij eene predikantsplaats zou bezorgen." + +"Neen; maar zij geloofde allicht, dat er iets gebeuren kon in je +voordeel; dat je eigen familie ten slotte zou toegeven. En in elk +geval verloor zij er niets bij, als zij de verloving liet voortduren; +want zij heeft bewezen, dat deze haar noch in hare neigingen, noch +in hare daden belemmerde. De relatie was zeer zeker waardevol, en +verschafte haar waarschijnlijk eenig aanzien onder hare vrienden, +en als zich niets voordeeligers opdeed, was het beter voor haar, +met jou te trouwen dan ongehuwd te blijven." + +Het sprak van zelf, dat Edward aanstonds inzag, hoe niets natuurlijker +kon zijn geweest dan Lucy's gedrag, en niets meer verklaarbaar, +dan de beweegreden, die haar ertoe had gedreven. + +Elinor berispte hem, streng, als dames steeds eene onvoorzichtigheid +berispen, die voor haarzelve vleiend is, omdat hij zooveel tijd bij +hen te Norland had doorgebracht, toen hij zich toch bewust moest zijn +geweest van zijn eigen ontrouw. + +"Je gedrag was werkelijk zeer verkeerd," zeide zij; "omdat, mijn eigen +overtuiging nu nog daargelaten, onze verwanten er allen aanleiding in +vonden, zich te verbeelden en te verwachten, wat in de omstandigheden, +waarin je _toen_ verkeerde, nooit gebeuren kon." + +Het eenige wat hij hiertegen kon inbrengen was, dat hij zijn eigen +hart niet had gekend, en te veel gewicht had gehecht aan de bindende +kracht van zijne verloving. + +"Ik was onnoozel genoeg, om te gelooven, dat er, daar ik mijne trouw +aan eene andere had verpand, geen gevaar was te duchten van ons beider +samenzijn; en dat het besef, dat ik verloofd was, mijn hart even +veilig en ongerept zou doen blijven, als mijne eer. Ik voelde, dat ik +je bewonderde; maar ik zeide tot mijzelf, dat het enkel vriendschap +was, en totdat ik vergelijkingen begon te maken tusschen jou en Lucy, +wist ik niet, hoever het reeds met mij was gekomen. Daarna geloof ik +wel, dat ik verkeerd deed door zoo dikwijls in Sussex te vertoeven, +en de argumenten, waarmede ik mijzelf poogde te overtuigen dat +hierin geen kwaad stak, kwamen op niet veel beters neer dan dit: +"Ik ben de eenige, die gevaar loopt; ik doe niemand kwaad dan mijzelf." + +Elinor glimlachte, en schudde haar hoofd. + +Edward hoorde met genoegen, dat Kolonel Brandon te Barton werd +verwacht; daar hij werkelijk niet alleen wenschte, hem beter te leeren +kennen; maar ook, om gelegenheid te vinden, hem te overtuigen, dat hij +niet afkeerig was van de predikantsplaats te Delaford. "Terwijl thans," +zeide hij, "na de weinig beminnelijke wijze, waarop ik mijn dank bij +die gelegenheid heb uitgesproken, de Kolonel wel zou kunnen denken, +dat ik hem die aanbieding nooit heb kunnen vergeven." Nu was hij er +zelf verbaasd over, dat hij Delaford nog niet had bezocht. Maar hij +had zoo weinig belang gesteld in de zaak, dat hij al zijne kennis +omtrent het huis, den tuin en den bouwgrond, de grootte der gemeente, +den toestand van het land, en de opbrengst der tienden, te danken +had aan Elinor zelve, die er door Kolonel Brandon zooveel van had +vernomen, en daarbij zoo aandachtig had geluisterd, dat zij thans +volkomen op de hoogte was. + +Eene vraag bleef hierna slechts onbeslist tusschen hen; eene +moeilijkheid viel nog slechts te overwinnen. Zij waren tezamengebracht +door wederzijdsche genegenheid, met de hartelijkste goedkeuring +hunner waarachtige vrienden; hunne innig vertrouwde bekendheid met +elkander scheen hun geluk te waarborgen, en zij verlangden nu alleen +het noodige om van te leven. + +Edward bezat tweeduizend pond, en Elinor duizend, hetgeen met de +predikantsplaats te Delaford, alles was, wat zij hun eigendom konden +noemen; want het was niet mogelijk, dat Mevrouw Dashwood hun iets zou +afstaan, en zij waren geen van beiden verliefd genoeg, om te denken +dat driehonderdvijftig pond in het jaar hun een behagelijk bestaan +zou verschaffen. + +Edward liet nog niet alle hoop varen op eene gunstige verandering +in zijne moeder te zijnen opzichte, en hierop rekende hij, wat de +rest van hun inkomen betrof. Elinor echter vertrouwde hierop niet; +want daar Edward nog steeds met Juffrouw Morton zou kunnen trouwen, +en Mevrouw Ferrars, op haar vleiende manier, het slechts voor een +geringer kwaad had verklaard, als hij háár, inplaats van Lucy Steele +had gekozen, vreesde zij, dat Robert's vergrijp tot niets anders zou +dienen, dan om Fanny te verrijken. Omstreeks vier dagen na Edward's +komst verscheen Kolonel Brandon, om Mevrouw Dashwood's voldoening te +volmaken, en haar het trotsche gevoel te schenken, voor de eerste maal +sedert zij te Barton woonde, van meer gasten te hebben, dan zij in haar +huis bergen kon. Edward mocht zijn recht als eerstgekomene doen gelden, +en dus wandelde Kolonel Brandon iederen avond naar zijn oud kwartier +op Het Park, vanwaar hij gewoonlijk 's morgens terugkeerde, vroeg +genoeg om het tête-à-tête der gelieven te storen, voor het ontbijt. + +Een verblijf van drie weken te Delaford, waar hij, althans in de +avonduren, weinig anders te doen had, dan de ongunstige verhouding +na te rekenen tusschen zes en dertig en zeventien, deed hem naar +Barton komen in eene stemming, die, ondanks Marianne's merkbaar +verbeterden gezondheidstoestand, haar hartelijke verwelkoming, en de +bemoedigende verzekeringen van hare moeder, nog steeds niet vroolijk +kon worden genoemd. Onder zulke vrienden echter, en bij zooveel +voorkomendheid leefde hij werkelijk op. Nog had hij niets vernomen +van Lucy's huwelijk; hij wist niets van 't geen er gebeurd was, +en dus gaven de eerste uren van zijn bezoek ruim stof tot aanhooren +en zich verbazen. Alles werd hem door Mevrouw Dashwood verklaard, +en hij verheugde zich te meer over 't geen hij voor den Heer Ferrars +had gedaan, nu het ten slotte bleek, dat hij Elinor's belang daardoor +had bevorderd. + +Het zou onnoodig zijn, te zeggen, dat met de nadere kennismaking +de wederzijdsche waardeering der beide heeren gelijken tred hield; +want het had moeilijk anders kunnen zijn. Hunne overeenstemming in +zuivere beginselen en helder oordeel, in geaardheid en denkwijze, +zou waarschijnlijk voldoende zijn geweest om hen vriendschap te doen +sluiten, zonder dat eenige andere aantrekking daartoe medewerkte; maar +dat zij hun liefde hadden geschonken aan twee zusters, en twee zusters +die veel van elkaar hielden, deed onvermijdelijk en onmiddellijk de +wederzijdsche genegenheid ontstaan, die anders misschien zou hebben +gewacht op de uitwerking van den tijd, en rijper nadenken. + +De brieven uit de stad, die eenige dagen tevoren iedere zenuw +in Elinor's lichaam zouden hebben doen trillen van verrukking, +kwamen nu aan; om te worden gelezen met meer vroolijkheid dan +ontroering. Mevrouw Jennings schreef, om het wonderlijke bericht te +vertellen, haar eerlijke verontwaardiging te uiten jegens het meisje +dat zoo grillig haar minnaar verwierp, en al haar medelijden uit +te storten over dien armen Mijnheer Edward, die naar zij stellig +geloofde, gedweept had met dat ondeugende ding, en nu, naar zij +hoorde, diep wanhopig te Oxford zat. "Ik moet zeggen," ging ze voort, +"het was buitengewoon slim overlegd; want nog geen twee dagen te voren +had Lucy mij opgezocht, en zat een paar uren bij mij te praten. Geen +mensch, die er iets van vermoedde; zelfs Anne niet, die arme ziel, +die den volgenden dag schreiende bij mij kwam, doodsbang voor Mevrouw +Ferrars en omdat ze niet wist, hoe naar Plymouth te komen; want het +blijkt, dat Lucy eer ze wegging om te trouwen, al Anne's geld had +geleend; zeker om er vertooning mee te maken, en die arme Anne had +geen zeven shillings in haar beurs;--ik gaf haar met pleizier vijf +guineas, om naar Exeter te reizen, waar ze een week of drie vier bij +Mevrouw Burgess dacht te logeeren, natuurlijk in de hoop, zooals ik +haar al zei, den dokter daar weer te ontmoeten. En ik moet zeggen, +die onaardigheid van Lucy, om haar niet mee in het rijtuig te nemen, +vind ik het ergst van alles. Arme Mijnheer Edward! Ik kan hem niet +uit mijn hoofd zetten; maar jelui moet hem naar Barton halen; en dan +moet Marianne beproeven hem te troosten." + +De Heer Dashwood schreef in ernstiger trant. Mevrouw Ferrars was +de ongelukkigste van alle vrouwen--de arme Fanny had door hare +gevoeligheid onbeschrijfelijke kwellingen verduurd--en hij beschouwde +het als eene reden tot dankbare verwondering, dat beiden na zulk een +slag nog in leven waren gebleven. Robert's vergrijp was onvergefelijk; +maar Lucy had zich oneindig erger misdragen. Beider naam mocht ten +aanhoore van Mevrouw Ferrars niet meer worden genoemd, en zelfs al zou +zij er later toe kunnen komen, haar zoon te vergeven, zijne vrouw zou +nooit als hare dochter worden erkend; noch vergunning verkrijgen, zich +in hare tegenwoordigheid te vertoonen. De geheimzinnigheid, die zij bij +alles hadden in acht genomen, werd zeer terecht aangemerkt als eene +omstandigheid, die hunne misdaad ontzaglijk verzwaarde; want wanneer +de anderen eenig vermoeden hadden opgevat van 't geen er gaande was, +dan waren er maatregelen genomen om het huwelijk te beletten, en hij +vroeg Elinor in gemoede, of zij het niet met hem betreurde, dat Lucy's +verloving met Edward niet liever was doorgegaan, dan dat zij op deze +wijze nog meer onheil had gesticht in hun familie. Hij ging voort: + +"Mevrouw Ferrars heeft nog nooit Edward's naam genoemd, 't geen ons +niet verwondert; maar tot onze verbazing heeft zij geen woord van +hem vernomen bij deze gelegenheid. Misschien is zijn zwijgen toe te +schrijven aan de vrees, haar te beleedigen, en ik zal hem dus een wenk +geven, in een brief naar Oxford, dat zijn zuster en ik beiden denken, +dat een schrijven van hem, waarin hij op betamelijke wijze blijk geeft +van eene onderworpen gezindheid (geadresseerd aan Fanny bijvoorbeeld, +en door haar vertoond aan hare moeder) mogelijk in goede aarde zou +vallen; want wij weten allen, welk een teeder hart Mevrouw Ferrars +bezit, en dat zij niets zoozeer wenscht, als met hare kinderen in +goede verstandhouding te leven." + +Deze zinsnede was van gewicht, zoo voor Edward's vooruitzichten als +zijn gedrag. Hij werd erdoor bewogen een poging te doen tot verzoening, +al was het dan niet precies op de wijze, door hun broeder en zuster +aangegeven. + +"Een schrijven waarin ik op betamelijke wijze blijk geef van een +onderwerpen gezindheid!" herhaalde hij; "zouden ze vinden, dat +_ik_ moeder vergiffenis moet vragen voor Robert's ondankbaarheid +jegens háár, en oneerlijkheid tegenover _mij_?--Ik bèn niet gezind +mij te onderwerpen; het gebeurde heeft mij noch nederig gestemd, +noch berouwvol. Alleen maar zeer gelukkig; en dat vindt zij van +geen belang. Ik zie de betamelijkheid van onderwerping niet in, +in mijn geval." + +"Je moogt toch stellig om vergeving vragen," zeide Elinor, "omdat je +haar verdriet hebt gedaan; en ik zou denken, dat je nù wel zoo ver +mocht gaan, eenige spijt te toonen, dat je ooit de verloving hebt +aangegaan, die je moeder's toorn heeft opgewekt." + +Hij gaf toe, dat hij dit wel zou kunnen doen. + +"En als ze je heeft vergeven, dan zou een weinigje nederigheid je +wel passen, wanneer je haar vertelt van een tweede verloving, in hare +oogen haast even onvoorzichtig als de eerste." + +Daartegen had hij niets in te brengen; maar het denkbeeld van +een onderworpen brief stond hem nog steeds niet aan; en om het +hem gemakkelijker te maken, daar hij veel eerder bereid scheen, +mondeling zoete broodjes te bakken, dan op papier, werd er besloten +dat hij, inplaats van aan Fanny te schrijven, naar Londen zou gaan, +en persoonlijk haar tusschenkomst te zijnen behoeve zou verzoeken. + +"En als ze werkelijk hun best doen," zei Marianne in haar nieuwe +rol van onpartijdige toeschouwster, "om een verzoening tot stand +te brengen, dan vind ik van nu af zelfs in John en Fanny nog wel +iets goeds." + +Toen Kolonel Brandon's bezoek na een dag of vier was afgeloopen, +vertrokken de beide heeren samen uit Barton. Zij zouden eerst +naar Delaford gaan, opdat Edward zijn toekomstig tehuis zou kunnen +in oogenschouw nemen, en met zijn beschermer en vriend zou kunnen +overleggen, welke verbeteringen nog vielen aan te brengen; en na een +paar dagen, te Delaford doorgebracht, zou hij verder doorreizen naar +de stad. + + + + + + +HOOFDSTUK L + + +Na eene behoorlijke mate van tegenstand van Mevrouw Ferrars' zijde, +juist heftig en langdurig genoeg, om haar te vrijwaren voor het +verwijt, dat zij blijkbaar altijd vreesde, zich te zien toevoegen, +het verwijt van al te groote beminnelijkheid, werd Edward in hare +tegenwoordigheid toegelaten, en wederom als haar zoon erkend. Er +hadden in den laatsten tijd veel wisselingen plaats gehad in haar +familiekring. Vele jaren lang had zij twee zonen bezeten; doch het +misdrijf en de daarop volgende doodverklaring van Edward had haar een +paar weken geleden van den eenen beroofd; een dergelijke doodverklaring +van Robert had haar een volle veertien dagen kinderloos gelaten, +en nu zij Edward weer in 't leven had teruggeroepen, was zij weer +een zoon rijk. + +Hoewel hem het aanzijn nu weder was vergund, gevoelde hij zich voor +'t vervolg nog niet volkomen zeker van zijn bestaan, eer hij kennis had +gegeven van zijne nieuwe verloving; want hij vreesde, dat de openbaring +van die omstandigheid eene onverwachte verandering in zijn gestel +zou bewerken, en hem even plotseling als te voren aan het leven zou +ontrukken. Met angstige voorzichtigheid onthulde hij dus het geheim, +en hij werd aangehoord met meer kalmte dan hij verwacht had. In +het begin poogde Mevrouw Ferrars hem door redeneering te bewegen, +van het huwelijk met Juffrouw Dashwood af te zien, waarbij zij zich +van elk argument bediende, dat zij kon uitdenken. Zij hield hem voor, +dat hij in Juffrouw Morton eene vrouw zou bezitten van hoogeren rang en +met meer fortuin, en zette haar bewering klem bij, door de opmerking, +dat Juffrouw Morton de dochter was van een edelman, en dertig duizend +pond bezat; terwijl Juffrouw Dashwood slechts de dochter was van een +gewonen grondbezitter, die niet meer dan drieduizend zijn eigendom +had kunnen noemen; doch toen zij bespeurde, dat hij, ofschoon volkomen +de waarheid harer beweringen erkennend, volstrekt niet gezind bleek, +zich door haar oordeel te laten leiden, achtte zij het, door ervaring +wijzer geworden, het verstandigst om toe te geven,--en dus gaf zij, +na de zaak zoo onaangenaam lang te hebben verschoven, als zij vond, +dat hare waardigheid eischte, en als noodig was om elke gedachte aan +eenige welgezindheid van haar kant uit te sluiten, hare toestemming +tot het huwelijk van Edward en Elinor. + +Wat zij zich zou voornemen te doen, in verband met eene bijdrage +tot hun inkomen, moest daarna worden overwogen; en thans bleek +het duidelijk, dat Edward, hoewel vooralsnog haar eenige zoon, toch +volstrekt niet als haar oudste werd beschouwd; want terwijl Robert voor +goed in 't bezit bleef van zijne duizend pond in het jaar, werd er +niet het minste bezwaar geopperd tegen Edward's aanvaarding van eene +predikantsplaats, terwille van hoogstens een tweehonderdvijftig pond, +en evenmin werd eenige belofte afgelegd, 't zij voor nu of later, +behalve dan de tienduizend pond, die ook Fanny mee ten huwelijk +had gekregen. + +Naar Edward's en Elinor's meening was het echter genoeg; meer zelfs dan +zij verwachtten; en Mevrouw Ferrars zelve scheen, door hare onhandige +verontschuldigingen, de eenige persoon, die verwonderd was, dat zij +niet meer gegeven had. + +Nu zij dus zeker waren van een inkomen, dat ruim voldoende zou zijn +voor hunne behoeften, viel er op niets meer te wachten, nadat Edward +beroepen was, dan dat het huis gereed zou zijn, waarin Kolonel +Brandon, die er veel genoegen in vond, het Elinor naar den zin te +maken, allerlei verbeteringen liet aanbrengen; en nadat zij een poos +op de voltooiing daarvan hadden gewacht, en als gewoonlijk zich +hadden moeten schikken in eindelooze teleurstellingen en uitstel, +door de onverklaarbare langzaamheid der werklieden, was het, ook als +gewoonlijk, Elinor, die het eerst zoo stellige besluit, om niet te +trouwen eer alles gereed was, liet varen; en de huwelijksplechtigheid +werd voltrokken in het kerkje te Barton, in 't begin van den herfst. + +De eerste maand na hun huwelijk brachten zij door bij hun vriend +op het Heerenhuis te Delaford, waar zij het oog konden houden op de +verbouwing der pastorie, en steeds bij de hand waren, om alles naar hun +zin in te richten; zij konden behangselpapieren kiezen, plannen maken +voor een plantsoen, en zelfs in gedachten een oprijlaan aanleggen. De +voorspellingen van Mevrouw Jennings, ofschoon ietwat dooreengehaspeld, +gingen over 't geheel toch nog in vervulling, want zij kon Edward +en zijn vrouw in hun pastorie opzoeken eer de maand September was +verstreken, en zij mocht Elinor en haar man, naar zij oprecht geloofde, +als een der gelukkigste echtparen ter wereld beschouwen. Er bleef hun +ook werkelijk niets te wenschen over, dan het huwelijk van Kolonel +Brandon en Marianne, en nog wat beter weidegrond voor hun koeien. + +Toen hun huis in orde was, kwamen bijna al hunne familieleden en +kennissen hen bezoeken. Mevrouw Ferrars kwam het geluk in oogenschouw +nemen tot hetwelk zij zich bijna schaamde, hare goedkeuring te hebben +verleend, en zelfs de Dashwoods zetten zich te hunner eer over de +onkosten van de reis uit Sussex heen. + +"Ik wil niet beweren, dat ik teleurgesteld ben, zusjelief," zei +John, toen zij samen op een morgen voor het hek van Delaford House +op en neer wandelden;--"dàt zou te veel gezegd zijn; want zooals +het nu is, mag men je stellig eene der gelukkigste jonge vrouwen +ter wereld noemen. Maar ik moet bekennen, 't zou mij veel genoegen +doen, als Kolonel Brandon mijn broeder werd. Deze bezitting hier, +zijn landgoed, zijn huis, alles zoo deftig, en keurig onderhouden; en +zijn bosschen! Ik heb nergens in Dorsetshire zulk timmerhout gezien +als hier in het bosch van Delaford!--En al is nu misschien Marianne +niet precies de persoon, die hem zou kunnen bekoren, het komt mij toch +raadzaam voor, haar nu veel bij je te logeeren te vragen. Want daar +Kolonel Brandon blijkbaar veel thuis is, kan niemand zeggen, wat er zou +kunnen gebeuren,--natuurlijk, als twee menschen elkaar dikwijls zien, +en weinig vreemden ontmoeten--het zal bovendien altoos in je macht +staan haar op het gunstigst te doen uitkomen en zoo... mij dunkt, je +mocht haar de gelegenheid wel gunnen... je begrijpt, wat ik bedoel."-- + +Doch ofschoon Mevrouw Ferrars hen dan al kwam bezoeken, en hen steeds +behandelde met een zeker vertoon van quasi-genegenheid, zij behoefden +zich niet de beleediging te laten welgevallen van haar werkelijke gunst +en voorkeur. Deze waren voorbehouden voor Robert, om zijn dwaasheid, +en voor zijne vrouw, om haar listig gedrag, en zij hadden ze zich +reeds weten te verwerven, eer vele maanden waren verstreken. De +baatzuchtige scherpziendheid van Lucy, die Robert eerst in de val had +doen loopen, werkte hoofdzakelijk mede, om hem daaruit te verlossen; +want haar eerbiedige onderdanigheid, haar ijver in het bewijzen van +attenties en haar eindelooze vleierijen verzoenden, zoodra zij maar +de geringste gelegenheid vond, haar kunsten in praktijk te brengen, +Mevrouw Ferrars met zijn keuze, en brachten hem opnieuw, evenzeer +als vroeger, bij haar in de gunst. + +Lucy's geheele gedrag in de zaak, en de goede uitslag waarmede het +werd bekroond, mag dus als een zeer bemoedigend voorbeeld worden +aangevoerd, om aan te toonen, wat een ernstig en onverdroten najagen +van eigen belang, hoezeer ook in zijn voortgang schijnbaar belemmerd, +kan uitwerken ter bereiking van alle denkbare voordeel, met geene +andere opoffering dan die van tijd en geweten. Toen Robert haar +voor het eerst poogde te leeren kennen, en haar een bezoek bracht +in Bartlett's Buildings, geschiedde dit slechts met de bedoeling, +hem door zijn broeder toegeschreven. Hij wilde niet anders, dan haar +overhalen, van de verloving af te zien, en daar hiertoe niets in den +weg stond dan hun beider genegenheid, verwachtte hij natuurlijk dat +de zaak in orde zou komen, als hij haar maar een paar maal onder vier +oogen gesproken had. Op dat punt echter, en dàt alleen, vergiste hij +zich; want hoewel Lucy hem spoedig hoop gaf, dat zijn welsprekendheid +haar ten langen leste wel zou overtuigen, er was altijd weer een +nieuw bezoek en een nieuw gesprek noodig om die overtuiging te +vestigen. Bij het afscheid bleven er altijd nog eenige twijfelingen +in haar gemoed, die slechts konden worden opgeheven door een half +uurtje vertrouwelijk onderhoud met hemzelf. Op die wijze wist zij +zijn geregelde bezoeken te doen voortduren, en geleidelijk volgde +daaruit het overige. Inplaats van over Edward, begon hun gesprek +langzamerhand te loopen over Robert alleen, een onderwerp waarover +hij altijd meer te vertellen had dan over eenig ander, en waarin zij +al spoedig eene belangstelling liet blijken, die de zijne evenaarde, +zoodat het beiden weldra duidelijk werd, hoe hij geheel en al de plaats +van zijn broeder had ingenomen. Hij was trotsch op zijn verovering, +trotsch omdat hij Edward had gefopt, en bovenal trotsch, omdat hij in +'t geheim was gehuwd, zonder zijn moeder's toestemming. Wat hierna +gevolgd was, weten wij. Zij brachten een paar zeer gelukkige maanden +door te Dawlish; want zij kon nu veel verwanten en oude kennissen +uit de hoogte behandelen, en hij teekende meerdere plannen voor +allerprachtigste landhuizen, en toen zij van daar terugkeerden +naar de stad, verwierven zij Mevrouw Ferrars' vergiffenis, door het +eenvoudige middel, er om te vragen, dat op Lucy's aanraden werd te +baat genomen. Die vergiffenis strekte zich, billijkerwijze, in den +beginne slechts uit tot Robert alleen; Lucy, die tegenover zijne +moeder geene verplichtingen had, en daarin dus ook niet had kunnen +te kort schieten, bleef nog een paar weken langer in ongenade. Doch +volharding in onderworpen gedrag, en boodschappen, waarin zij de +schuld voor Roberts vergrijp op zich nam, zoowel als dankbetuigingen +voor de onvriendelijkheid, waarmede zij werd behandeld, verwierven +haar mettertijd toch een zeker betoon van trotsche neerbuigendheid, +dat haar overstelpt deed zijn van dankbaarheid voor die hooge gunst, +en dat haar spoedig daarna met rassche schreden deed naderen tot het +toppunt van genegenheid en invloed. Mevrouw Ferrars begon Lucy even +noodig te hebben als Robert en Fanny, en terwijl het Edward nooit van +harte werd vergeven, dat hij eenmaal voornemens was geweest, met haar +te trouwen, en Elinor, hoewel door fortuin en geboorte haar meerdere, +nog altijd als eene indringster werd beschouwd, zag _zij_ zich in +elk opzicht behandeld als een begunstigde dochter, en openlijk als +zoodanig erkend. Zij vestigden zich in de stad, kregen van Mevrouw +Ferrars eene ruime toelage, gingen zeer vriendschappelijk om met de +Dashwoods, en afgezien van de uitbarstingen van nijd en afgunst, +die voortdurend plaats hadden tusschen Fanny en Lucy, en waarin +hunne echtgenooten natuurlijk ook werden betrokken, zoowel als van +de veelvuldige huiselijke oneenigheden tusschen Robert en Lucy zelf, +kon de natuurlijke harmonie waarin zij allen met elkander leefden, +niet worden overtroffen. Wat Edward had gedaan om zijn rechten +als oudste zoon te verbeuren, zou voor menigeen zeker een raadsel +zijn geweest, en wat Robert had in 't werk gesteld om dat zelfde +recht te winnen, scheen nog veel moeilijker te verklaren. Het was +echter eene schikking, die door hare gevolgen, zooal niet door hare +oorzaak, werd gerechtvaardigd; want nooit viel er iets te bespeuren in +Robert's levenswijze of in zijne uitingen van eenige neiging, zich te +beklagen over de grootte van zijn inkomen, in zooverre zijn broeder te +weinig, en hemzelf te veel werd toebedeeld;--en als men Edward mocht +beoordeelen naar de nauwgezette wijze, waarop hij in elk opzicht zijne +plichten vervulde, naar zijne toenemende gehechtheid aan zijne vrouw +en zijn tehuis, en naar de gestadige opgewektheid van zijne stemming, +dan mocht men veronderstellen, dat hij niet minder tevreden was met +zijn lot, en even weinig verlangde naar eenige verandering. + +Elinor's huwelijk verwijderde haar zoo weinig van haar familie, als +slechts mogelijk was, zonder het huisje te Barton geheel overbodig +te doen worden; want haar moeder en zusters brachten meer dan de +helft van hun tijd bij haar door. Mevrouw Dashwood had zoowel haar +belang als haar genoegen op het oog, bij die veelvuldige bezoeken +te Delaford; want haar wensch om Marianne en Kolonel Brandon met +elkaar in aanraking te brengen, was bijna niet minder ernstig gemeend, +schoon minder baatzuchtig, dan het verlangen, door John in dit opzicht +geuit. Het was thans haar lievelingsplan geworden. Hoezeer zij ook +het gezelschap harer dochter waardeerde, zij wenschte niets zoozeer, +als het voortdurend genot ervan aan haren hooggeschatten vriend af te +staan; en Marianne als meesteres van het Heerenhuis te zien optreden, +was evenzeer de wensch van Edward en Elinor. Zij allen gevoelden +sterk het lijden van hun vriend en hun eigen verplichtingen, en met +algemeene toestemming zou Marianne daarvoor de belooning zijn. Met +zulk een bondgenootschap tegenover zich,--bij zoo beproefde ervaring +van zijn goedheid,--met de overtuiging van zijne teedere gehechtheid +aan haarzelve, die ten laatste, schoon lang nadat zij voor ieder ander +duidelijk was gebleken, zich ook aan haar opdrong,--wat kon zij doen? + +Eene zonderlinge lotsbestemming viel Marianne Dashwood ten deel. Zij +was bestemd, de onjuistheid van haar eigen meeningen te ontdekken, en +te handelen in tegenspraak met haar meest geliefkoosde stelregels. Zij +was bestemd, eene neiging te overwinnen, ontstaan op den rijpen +leeftijd van zeventien jaren, en met geene andere gevoelens dan die +van hoogachting en warme vriendschap vrijwillig hare hand te schenken +aan een ander!--en die andere daarbij een man, die niet minder dan +zij had geleden door eene vroegere genegenheid,--dien zij twee jaar +geleden als te oud had beschouwd om te trouwen,--en die nog steeds, uit +voorzorg voor zijn gezondheid, zijn heil zocht in een flanellen vest! + +Zoo echter gebeurde het. Inplaats van te bezwijken als slachtoffer van +een onweerstaanbaren hartstocht, zooals zij eens zich had gevleid dat +haar lot zou zijn, inplaats zelfs van voor altijd bij hare moeder te +blijven, en haar eenig genoegen te vinden in afzondering en studie, +zooals zij later, tot kalmer en gematigder inzicht gekomen, had +besloten,--zag zij zichzelve op haar negentiende jaar het lijdzaam +voorwerp eener nieuwe genegenheid, geplaatst voor nieuwe plichten, +in een nieuw tehuis, als echtgenoote, als hoofd van een gezin en +beschermvrouw eener gemeente. + +Kolonel Brandon was thans zoo gelukkig als allen, die het meest van hem +hielden, geloofden, dat hij verdiende te zijn; in Marianne vond hij +troost voor alle geleden verdriet; haar genegenheid haar gezelschap +schonken zijn geest de levendigheid, zijn stemming de opgewektheid +van voorheen; en dat Marianne haar geluk vond in het bevorderen +van het zijne, was de verblijdende overtuiging, die door al haar +opmerkzame vrienden werd gedeeld. Ten halve beminnen kon Marianne +nooit; en binnenkort behoorde haar geheele hart zoo onverdeeld aan +haren echtgenoot, als zij het eens aan Willoughby had geschonken. + +Willoughby kon haar huwelijk niet vernemen zonder een grievend +gevoel van smart, en zijne straf werd spoedig daarna voltooid door +de vrijwillige vergiffenis van Mevrouw Smith, die, daar zij als de +reden van hare verzachte gezindheid opgaf, dat hij een huwelijk met +eene vrouw van karakter had gesloten, hem met recht deed vermoeden, +dat hij, door zich tegenover Marianne eervol te gedragen, gelukkig +èn rijk had kunnen zijn. + +Dat zijn berouw over een wangedrag, 't welk op deze wijze zijn eigen +straf medebracht, oprecht was, behoeft niet te worden betwijfeld, en +evenmin, dat hij langen tijd aan Kolonel Brandon dacht met afgunst, +en aan Marianne met weemoedig verlangen. Maar dat hij voor altoos +ontroostbaar was,--dat hij de maatschappij ontvluchtte, dat hij +van nu af aan tot diepe zwaarmoedigheid verviel, of stierf aan een +gebroken hart, moet men niet met zekerheid verwachten,--want van dat +alles deed hij niets. Hij bleef in leven; vond bezigheid; en niet +zelden genoegen daarin. Zijn vrouw was niet altoos uit haar humeur, +en zijn tehuis niet altoos ongezellig. Bij zijn liefhebberij in het +fokken van paarden en honden en andere soorten van sport, viel hem +nog eene niet geringe mate van huiselijk geluk ten deel. + +Voor Marianne echter behield hij,--hoewel hij de onbeleefdheid had +begaan, haar verlies te overleven,--altijd die besliste voorkeur, +die hem belang deed stellen in al wat haar wedervoer, en haar voor hem +tot den geheimen standaard maakte van alle vrouwelijke volkomenheid; +en menige veelbelovende schoonheid werd door hem in latere jaren met +geringschatting beschouwd, daar zij de vergelijking niet kon doorstaan +met Mevrouw Brandon. + +Mevrouw Dashwood was verstandig genoeg, om in haar huisje te blijven, +zonder eene poging te doen tot verhuizen naar Delaford, en toen +Marianne haar werd ontnomen, was Margaret, gelukkig voor Sir John en +Mevrouw Jennings, oud genoeg geworden, om gevoegelijk op danspartijen +te kunnen worden gevraagd, en om het niet al te ongerijmd te doen +schijnen, als zij geplaagd werd met een minnaar. + +Tusschen Barton en Delaford had dat aanhoudend levendig verkeer +plaats, dat sterke familiegehechtheid uiteraard moest bevorderen, +en onder Elinor's en Marianne's verdiensten en voorrechten mocht +als niet de geringste worden aangemerkt, dat zij, hoewel zusters, +en bijna wonend onder 't bereik van elkanders blik, konden leven, +zonder welven in onmin te geraken, of verkoeling te weeg te brengen +tusschen hare echtgenooten. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Gevoel en verstand, by Jane Austen + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEVOEL EN VERSTAND *** + +***** This file should be named 25946-8.txt or 25946-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/5/9/4/25946/ + +Produced by Branko Collin, Jeroen Hellingman, and the +Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
