diff options
Diffstat (limited to '25841-8.txt')
| -rw-r--r-- | 25841-8.txt | 5851 |
1 files changed, 5851 insertions, 0 deletions
diff --git a/25841-8.txt b/25841-8.txt new file mode 100644 index 0000000..0e790de --- /dev/null +++ b/25841-8.txt @@ -0,0 +1,5851 @@ +The Project Gutenberg EBook of Het Esperanto in Twintig Lessen, by A. Blok + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Het Esperanto in Twintig Lessen + +Author: A. Blok + +Release Date: June 19, 2008 [EBook #25841] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN *** + + + + +Produced by David Starner, Jeroen Hellingman, and the +Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net + + + + + + + + + Het Esperanto + In + Twintig Lessen + + + Bewerkt voor zelfonderricht cursus- en schoolgebruik + + Door A. Blok, Rotterdam. + + + Achtste druk. + + Frateco + + Rotterdam W. Zwagers + + + + + + + +Voorwoord. + +_"De ondervinding is de beste leermeesteres"._ + +Dit spreekwoord is niet te onpas bij het samenstellen van een +Esperanto-leerboek. Waar tot nog toe voor cursuslessen dikwijls het +leerboekje van den _Heer WITTERIJCK_ _"Esperanto in 10 lessen"_, als +het geschikst daarvoor, werd gebruikt, heeft de ondervinding geleerd, +dat dit boekje, ofschoon volledig, te beknopt is, waardoor velen, +die met ijver de studie van het Esperanto begonnen, spoedig deze ook +weer staakten. De hoofdoorzaak hiervan is te vinden in het feit, +dat het meerendeel der Esperanto-leerende menigte de schooljaren +reeds geruimen tijd achter den rug heeft en dientengevolge de zoo +hoognoodige Nederlandsche taalregels vergeten is. + +Dit heeft mij op het denkbeeld gebracht, te trachten deze oorzaak weg +te nemen, door aan de hand van WITTERIJCK'S "Leerboekje in 10 lessen" +een uitgebreider samen te stellen in 20 lessen, waarin de leerling, +behalve over het Esperanto, ook een onmisbaar klein overzicht van de +Nederlandsche taal krijgt, en niet geheel zal behoeven te steunen +op datgene, wat de onderwijzer tijdens de lessen ervan vertelt, +wat grootendeels toch weer vergeten wordt. + +Moge dit werkje een gunstig onthaal vinden bij onderwijzers en +leerlingen en daardoor krachtig medewerken tot groei en bloei van de +wereldhulptaal _Esperanto_. + + +A. Blok. + +Rotterdam, Nov. 1912. + + + + + + +Bij den Tweeden Druk. + + +Gaarne voldeed ik aan het verzoek van den Uitgever, om een tweede +druk van mijn leerboekje in gereedheid te brengen. + +Dankbaar heb ik van de op- en aanmerkingen mijner geestverwanten +gebruik gemaakt en hier en daar een kleine wijziging of aanvulling +aangebracht, welke door gebruikers van den 1en druk met geringe moeite +in den tekst bijgeschreven kunnen worden. + +Ik hoop en vertrouw dat deze tweede druk een even gunstig onthaal zal +vinden als de eerste, welke getoond heeft in eene behoefte te hebben +voorzien, daar zij reeds in één jaar uitverkocht is. + + +A. B. + +Rotterdam, Jan. 1914. + + + +Bij den Vierden Druk. + +Aangenaam is het mij te kunnen constateeren, dat van mijn leerboekje +een veelvuldig gebruik is gemaakt, daar reeds weer een nieuwe druk +moet worden opgelegd. Met het oog op de vele in gebruik zijnde +boeken van den 2en en 3en druk en daar het niet noodig is gebleken +dat ingrijpende veranderingen moesten worden aangebracht, is deze +oplaag behoudens een paar kleine wijzigingen geheel gelijk aan de +voorgaande zoodat ze beiden tegelijk kunnen gebruikt worden. + +Tevens heb ik als leesoefening nog een verhaaltje ingelascht. + + +A. B. + +Rotterdam, Nov. 1916. + + + + + + +Bij den Zevenden Druk. + +Deze druk is gelijk aan den vorigen. + + +A. B. + +Rotterdam, Oct. 1920. + + + + + + + +Het Esperanto in twintig lessen. + +Het Alphabet. + + + Vorm Naam Uitspraak. + + A a a als de lange _a_ in _dagen_. + B b bo als in 't Nederlandsch. + C c co als _ts_ in plaa_ts_en. + Cx cx cxo als _tsj_ in 't Nederlandsch. + D d do als in 't Nederlandsch. + E e e als de lange _e_ in _beer_. + F f fo als in 't Nederlandsch. + G g go als een zachte _k_ met keelgeluid in + _zakdoek_. + Gx gx gxo als _dzj_ in 't Nederlandsch. + H h ho als in 't Nederlandsch. + Hx hx hxo als _ch_ in _lachen_. + I i i als de lange _i_ in _titel_. + J j jo als in 't Nederlandsch. + Jx jx jxo als _zj_ in 't Nederlandsch. + K k ko als in 't Nederlandsch. + L l lo idem. + M m mo idem. + N n no idem. + O o o als de lange _o_ in _oor_. + P p po als in 't Nederlandsch. + R r ro idem. + S s so idem. + Sx sx sxo als _sj_ in 't Nederlandsch _sjouwen_. + T t to als in 't Nederlandsch. + U u u als _oe_ in _koe_, _goed_. + V v vo als _w_ ongeveer in 't Nederlandsch. + Z z zo als in 't Nederlandsch. + Aux, tweeklank, als _au_ in 't Nederlandsch _pauw_. + Eux, idem als _eeu_ idem _spreeuw_. + + +Zooals men ziet mist het Esperanto Alphabet de letters _ij_, _q_, _w_, +_x_ en _y_, welke niet gebruikt worden, doch heeft het méér de letters: + + + cx in cxevalo, spreek uit tsjeewaaloo. + gx in gxardeno, spreek uit dzjaardeenoo. + hx in hxemio, spreek uit cheemieoo. + jx in jxauxdo, spreek uit zjaauwdoo. + sx in sxerci spreek uit sjeertsie. + + +Esperanto is phonetisch, d.w.z. iedere letter heeft haar eigen bepaalde +klank en wordt dus door slechts één letterteeken voorgesteld. + +De klinkers _a_, _e_, _i_ en _o_ worden dus altijd uitgesproken met +zachtlangen klank, bijv.: aglo, spreek uit aagloo = arend; eble, +spreek uit eeblee = mogelijk; vintro, spreek uit wientroo = winter; +ovo, spreek uit oowoo = ei; terwijl _u_ den oe-klank heeft als bulo, +spreek uit boeloo = bol. + +Aanmerking: In 't gebruik worden deze klanken in gesloten lettergrepen +iets korter uitgesproken en komen dan overeen met de uitspraak in +onze woorden _pad_, _pet_, _pit_ en _pot_. + +De klemtoon valt altijd op den vóórlaatsten lettergreep, bijv.: +_pa_tro = vader; cxe_va_lo = paard; so_i_fo = dorst; ho_di_aux = heden. + +Bij samengestelde woorden valt de klemtoon op elken vóórlaatsten +lettergreep van de samenstellende deelen, bijv. kura_cist_ed_zi_no = +de vrouw van een geneesheer. + +Het afbreken van woorden aan het eind van een regel kan naar willekeur +geschieden, doch de ondervinding beveelt aan, de woorden alléén +af te breken na'n woorddeel, dus bijv. na het stamwoord of na de +samenstellende deelen, bijv.: esper-anto, pa-rol-an-ta, ferm-il-aro. + + + + +CHAPTER 1 + +Eerste Les. + + + +Het Lidwoord. + +Het eenige _lidwoord_ in 't Esperanto is _la_, onverschillig voor +welk geslacht of getal: la patro = de vader, la patrino = de moeder, +la infano = het kind, la patroj = de vaders. + +Ons onbepaald lidwoord een ('n) blijft onvertaald, dus: een of 'n +vader = patro, een of 'n kind = infano. + +Aanmerking: In gedichten ter verkrijging van de dichtmaat en soms +wel in de schrijftaal, wordt ook wel l' gebruikt, doch in het laatste +geval maar alléén na voorzetsels met een klinker op 't eind. + + + +Het Zelfstandig Naamwoord. + +Een _zelfstandig naamwoord_ (z.n.w.) is de naam van een werkelijke +zelfstandigheid of van datgene, wat als een zelfstandigheid wordt +voorgesteld. + +Al zulke woorden eindigen in 't Esperanto op _o_, als: tablo = tafel, +patro = vader, rimedo = middel, espero = hoop. + +Het meervoud wordt gevormd door toevoeging van _j_ achter den uitgang +_o_, als tabloj = tafels, patroj = vaders, rimedoj = middelen, +infanoj = kinderen. + + + + +Het Bijvoeglijk Naamwoord. + + +Het _bijvoeglijk naamwoord_ (bijv. n.w.) drukt een hoedanigheid of +een kenmerk van een zelfstandigheid uit en gaat in 't Esperanto altijd +uit op _a_. + +Het krijgt tevens dezelfde uitgangen als het z.n.w., bijv.: bona +patro = een goed vader, bonaj patroj = goede vaders, bela arbo = +een mooie boom, belaj arboj = mooie boomen. + + + +Het Werkwoord. + +Een _werkwoord_ (w.w.) is een woord, dat 'n werking, handeling +enz. uitdrukt, als: loopen, ontvangen, schrijven. + +_Wij liepen_ komt van _loopen_. _Hij ontving_ komt van +_ontvangen_. _Hij had geschreven_ komt van _schrijven_. + +Deze vormen _loopen_, _ontvangen_, _schrijven_, waarbij alleen de +werking wordt uitgedrukt, zonder dat feitelijk eene werking verricht +wordt, noemt men de _onbepaalde wijs_ van 'n werkwoord. Deze onbepaalde +wijs gaat in het Esperanto altijd uit op _i_. + +De _tegenwoordige tijd_ der _aantoonende wijs_ (welke later zal +verklaard worden) eindigt voor alle personen, zoowel enkel- als +meervoud, op _as_, bijv.: la knabo batas = de knaap slaat, la knaboj +batas = de knapen slaan. + + + + +Het Bijwoord. + +Zooals een _bijv. n.w._ een bijzonderheid aanduidt van een +_zelfst. n.w._, zoo duidt een _bijwoord_ 'n bijzonderheid aan van +'n _werkwoord_ en gaat altijd uit op _e_. + +Het heeft niet, zooals een bijv. n.w., een meervoudsuitgang, bijv.: +kanti = zingen, bele kanti = mooi zingen, kuri = loopen, rapide kuri = +vlug loopen. + +Een bijwoord kan ook een bepaling zijn van 'n bijv. n.w. of van een +ander bijwoord, doch nooit van 'n zelfst. n.w., bijv.; even mooi +zingen = same bele kanti. + + +Woordvorming. + +Het Esperanto bestaat uit ± 2000 stamwoorden, welke voor het meerendeel +zijn genomen uit de moderne talen, en waarvan de andere woorden +gevormd worden. + +Voor de woordvorming bedient men zich in 't Esperanto van _voor-_ +en _achtervoegsels_. In iedere les zullen hiervan een paar behandeld +worden. Als eersten volgen hier: + +_Het voorvoegsel_ _mal-_ _en het achtervoegsel_ _-in_. + +_Mal_ drukt uit het tegenovergestelde van wat het stamwoord zegt, +bijv.: bona = goed, malbona = slecht; bela = mooi, malbela = leelijk; +juna = jong, maljuna = oud; amiko = vriend, malamiko = vijand. + +_In_(o) duidt het vrouwelijk geslacht aan van het stamwoord, bijv.: +patro = vader, patrino = moeder, frato = broeder, fratino = zuster. + + + + +Leer de volgende woordjes van buiten: + + + familio familie + avo grootvader + patro vader + filo zoon + frato broeder + nepo kleinzoon + onklo oom + nevo neef (kind v. broer of zuster) + kuzo neef (kind v. oom of tante) + fiancxo verloofde + edzo echtgenoot + viro man + homo mensch + sinjoro mijnheer, heer + knabo knaap, jongen + frauxlo jongman + infano kind + parenco bloedverwant + societo gezelschap + amiko vriend + najbaro buurman + servisto dienaar, bediende, knecht + azeno ezel + granda groot + bona goed + juna jong + gaja vroolijk + felicxa gelukkig + kontenta tevreden + esti zijn + povi kunnen + legi lezen + skribi schrijven + devi moeten + veni komen + kanti zingen + ludi spelen + kuri loopen + al naar, aan + en in + sur op + sub onder + de van + kun met + dum gedurende, terwijl + kaj en + + + +Vertaling: + +Patrino, filino, frauxlino, avino, nepino, onklino, edzino, virino, +patroj, filoj, infanoj, patra, patrina, infana, malkontenta. + + +Vertaal in Esperanto: + +Verloofde (vr.), oud, slecht, mevrouw, leelijk, nicht, juffrouw, +droevig, tante, meisje, buurvrouw, ongelukkig, klein. + + +Vertaling: + +La edzo legas, la edzino skribas. La infano ludas kaj kuras. La kuzino +kantas bele. La bona patrino. La frauxlino skribas al la amikino. La +amikino estas malgaja. La juna frauxlino ludas kun la infanoj de la +najbaro. La knabo estas malkontenta. La avo skribas al la amiko. La +avo kuras. La juna infano estas malgranda. La amiko skribas bele. La +maljuna viro estas malfelicxa. La malbona najbaro kuras kun la juna +infano de la nevo. En la familio estas maljuna avo kaj juna knabino. La +felicxaj knaboj kantas, dum la malgajaj amikoj skribas. + + +Vertaal in Esperanto: + +De knaap speelt. De jonge vriendin zingt. De goede tante leest. De +juffrouw schrijft. Het kind is tevreden. De nicht speelt en de neef +zingt. De vader schrijft aan den zoon. De zuster van de vriendin. De +tante van den buurman. De goede grootmoeder van het jonge kind. De +broeder van den jongen buurman is gelukkig. De familie is groot. De +vader is gelukkig en tevreden. De vrouw zingt vroolijk, terwijl de +man schrijft. De bloedverwanten komen. Het kleine meisje loopt naar +de moeder. De dochter van den buurman is een tevreden en gelukkig +kind. Een man en eene vrouw zijn menschen. + + + + + +CHAPTER 2 + +Tweede Les. + + + +Persoonlijke Voornaamwoorden. + +_Persoonlijke Voornaamwoorden_ zijn die woorden, die in de plaats komen +van persoons-, dier- of zaaknamen. Zij noemen de zelfstandigheden niet, +doch duiden die slechts aan. Het zijn de volgende: + + + Enkelvoud 1e persoon mi = ik, mij. + 2e persoon ci = jij, jou. + 3e persoon li = hij, hem. + 3e persoon sxi = zij, haar. + 3e persoon gxi = het (alleen voor zaken + en dieren of personen, waarvan het geslacht onbekend is). + + Meervoud 1e persoon ni = wij, ons. + 2e persoon vi = gij, u. + 3e persoon ili = zij (voor alle geslachten). + + +Verder heeft men het _onbepaalde_ en onveranderlijke voornaamwoord +_oni_ = men, en een _wederkeerig_ voornaamwoord _si_ = zich; beiden +voor den 3en persoon. + +Aanmerking: _ci_ = jij wordt zelden gebruikt; meestal gebruikt men +den beleefdheidsvorm _vi_ ook in het enkelvoud. + + + +De ontkenning. + +Om een ontkenning uit te drukken gebruikt men in het Esperanto +het woordje _ne_, dat _neen_ of _niet_ beteekent. Dit wordt altijd +vóór het werkwoord geplaatst, dus niet zooals in 't Nederlandsch, +waar dit dikwijls achteraan komt, bijv.: ik loop niet = mi ne kuras; +de knaap leert niet = la knabo ne lernas. + + + + +Vragende Zinnen. + +Vragende zinnen worden gevormd, door het woordje _cxu_ vóór aan +den bevestigenden zin te plaatsen, dus ook weer niet zooals in 't +Nederlandsch door omzetting van den bevestigenden zin, bijv.: + + + _bevestigend_: de vader komt = la patro venas. + _vragend_: komt de vader? = cxu la patro venas? + + +Bij zinnen, welke reeds met een vragend woord beginnen, is _cxu_ +natuurlijk overbodig; bijv. zinnen, die beginnen met de vragende +woorden _wie_, _wat_, _welke_, _hoe_, _wanneer_, _waar_. + + + Bijv.: Wie loopt daar? = Kiu kuras tie? + Waar zijt gij? = Kie vi estas? + + +Voorvoegsels _bo-_ en _ge-_. + +_Bo-_ duidt aan verwantschap door het huwelijk, bijv.: patro = vader, +bopatro = schoonvader; frato = broeder, bofrato = schoonbroeder +of zwager. + +_Ge-_ vereenigt de twee natuurlijke geslachten, bijv.: patro = vader, +gepatroj = vader en moeder of ouders; frato = broeder, gefratoj = +broeder en zuster. De j van gepatroj en gefratoj duidt het meervoud +aan. + + +Leer van buiten: + + + hundo hond + kato kat + cxevalo paard + bovo rund + birdo vogel + koko haan + floro bloem + arbo boom + sxtono steen + sablo zand + gxardeno tuin + kampo veld, land + vilagxo dorp + provinco provincie + urbo stad + vetero weder (z.n.w.) + varma warm + kara lief, dierbaar, duur + afabla beminnelijk, vriendelijk + sola alleen + fari doen, maken + kreski groeien + flugi vliegen + tiu die, dat (aanw. v.n.w.) + tiu-cxi deze, dit (aanw. v.n.w.) + tio dat (zelfst.) + kiu? wie? + kio? wat? + kia? welk? + kiel? hoe? + cxe bij + sed maar + jes ja + ne neen, niet + nun nu + cxiam altijd + ankoraux nog + ankaux ook + hodiaux heden, vandaag + baldaux spoedig + ho! o! oh! + cxu duidt vragende zinnen aan; heeft geen bepaalde + beteekenis. + + + +Vertaling: + +Bopatrino, bofilino, bofratino, geonkloj, geknaboj, geedzoj, +gefiancxoj, gesinjoroj, gepatra, kokino, bovino, malkara, malafabla, +malvarma. + + + +Vertaal in Esperanto: + +Schoonzoon, schoonvader, dienstbode, schoonbroeder, ontevreden, +bloedverwanten, kleinkinderen, grootouders, jongens en meisjes, +jongelieden. + + + +Vertaling: + +La onklinoj legas kaj la infanoj ludas kun la hundo kaj la kato. La +urbo estas granda kaj bela. La vilagxo estas malgranda. La gxardeno ne +estas granda kaj bela. En la gxardeno kreskas belaj floroj kaj grandaj +arboj. En la urbo estas gxardeno. La birdoj flugas en la gxardenoj kaj +kantas sur la arboj. La vetero estas bela kaj varma. La cxevalo estas +sur la kampo. La kato kaj la hundo kuras en la gxardeno. La vetero ne +estas varma hodiaux. La knabo ne legas sed skribas. Me venas de la +avo kaj mi kuras al la frato. Li estas en la gxardeno. Vi ne estas +granda sed vi estas malgranda. Tiu cxi hundo estas granda. Tiu homo +estas felicxa. Kiu estas felicxa? Kiu kuras en la gxardeno? Kia infano +ludas kontente? Kio estas sur la sablo? Kiel estas la vetero? Cxu la +infano ludas kaj kuras? Cxu la familio estas granda? + + + +Vertaal in Esperanto: + +In de stad zijn groote tuinen. In den tuin van de stad groeien schoone +bloemen en vliegen vroolijke vogels. Het kind speelt met den hond en de +kat. De grootouders zijn gelukkig en tevreden. De kleinkinderen zijn +nog jong. De lieve ooms en tantes. De verloofden zijn op het veld. De +jongens en meisjes zijn niet droevig maar vroolijk. De dienstbode is +niet gelukkig. De hond is een vriend van den mensch. De kat is niet +groot maar klein. De paarden en de koeien loopen in het veld. De +vogel vliegt. De haan kan ook vliegen [1] maar niet zingen. Schoone +bloemen en boomen groeien in den stadstuin. Het dorp is niet groot +maar mooi. Het weder is heden koud en slecht. Is de moeder jong +en schoon? Is het weder heden niet slecht? Zijn de kinderen van de +buurvrouw lief? Is zij alleen in den tuin? Zingen wij mooi? Deze kat +en die hond zijn van de buurvrouw. Dat kan niet. Wie is tevreden? Welke +jongen speelt in den tuin? Wat is schoon? Hoe zingt de vogel? + + + + + +CHAPTER 3 + +Derde Les. + + +Naamvallen. + +In onze taal onderscheidt men 4 naamvallen. Naar gelang van den dienst, +dien het woord in den zin verricht, zegt men dat het voorkomt in den +1en, 2en, 3en of 4en naamval. + +Zoo staat het _onderwerp_, wat in een zin datgene is, dat de handeling +verricht, in den _1_en naamval en het _lijdend voorwerp_, wat datgene +is, dat de handeling, door het onderwerp verricht, lijdt of ondergaat, +in den _4_en naamval. + +Deze 1e en 4e naamvalsvorm worden in het Esperanto gebruikt; de 2e +en 3e naamval kunnen steeds omschreven worden, de 2e naamval door +het voorzetsel _de_ en de 3e naamval door het voorzetsel _al_. + +Ook in 't Nederlandsch kan de 2e naamval omschreven worden met _van_ +en de 3e naamval met _aan_. + +Verder heeft een zin altijd een werkwoord (het _gezegde_) en kan hij +ook verschillende bepalingen (van tijd, plaats, wijze enz.) hebben. + +De 4 naamvallen, welke dus een zelfst.n.w. kan hebben, noemt men de +_verbuiging der zelfst. n.w._ + +Hieronder volgt voor elk der Nederlandsche geslachten een verbuiging: + + +Mannelijk. + + _Enkelvoud._ _Meervoud._ + +1e. de vader la patro de vaders la patroj +2e. des vaders of de la patro der vaders of de la patroj + van den vader van de vaders +3e. den vader of al la patro den vaders of al la patroj + aan den vader aan de vaders +4e. den vader la patron de vaders la patrojn + + +Vrouwelijk. + + _Enkelvoud._ _Meervoud._ + +1e. de moeder la patrino de moeders la patrinoj +2e. der moeder of de la patrino der moeders of de la patrinoj + van de moeder van de moeders +3e. den moeder of al la patrino den moeders of al la patrinoj + aan de moeder aan de moeders +4e. de moeder la patrinon de moeders la patrinojn + + +Onzijdig. + + _Enkelvoud._ _Meervoud._ + +1e. het kind la infano de kinderen la infanoj +2e. des kinds of de la infano der kinderen of de la infanoj + van het kind van de kinderen +3e. het kind of al la infano den kinderen of al la infanoj + aan het kind aan de kinderen +4e. het kind la infanon de kinderen la infanojn + + +Men kan elken zin gaan verdeelen--wat men ontleden noemt--in de +bovenstaande naamvallen en bepalingen, bijv.: De zoon des vaders geeft +den jongen een appel = La filo de la patro donas al la knabo pomon. + +Deze zin wordt aldus ontleed: de zoon = la filo = onderwerp of 1e +naamval; des vaders (van den vader) = de la patro (duidt op bezit van +iets) = 2e naamval; geeft = donas (tegenwoordige tijd van 't werkwoord +geven) = gezegde; den jongen (aan den jongen) = al la knabo (overgang +van 'n handeling op 'n anderen persoon) = 3e naamval; een appel = +pomon = lijdend voorwerp of 4e naamval. + + + +Bijstellingen. + +In 't Esperanto hebben _bijstellingen_ denzelfden naamval als het +zelfst. n.w. waarbij ze behooren, bijv.: Ik ga naar mijn vriend, +den dokter = Mi iras al mia amiko, la kuracisto. Ik zie mijn vriend, +den dokter = Mi vidas mian amikon, la kuraciston. + +Wanneer men iemand aanspreekt, blijft de bijstelling in den 1en +naamval, bijv.: Kom, ik wacht u, mijn lieve jongen = Venu, mi atendas +vin, mia kara knabo. + + + +Het lijdend voorwerp. + +Aangezien in 't Esperanto veel vrijheid wordt gelaten in den +zinsbouw en het lidwoord _la_ altijd onveranderd blijft, zou het +kunnen gebeuren, dat men tenslotte niet meer wist wat onderwerp en +wat voorwerp in 'n Esperanto-zin was. + +Ter vermijding hiervan krijgt het voorwerp (4e naamval) wat we +lijdend voorwerp noemen, omdat het de handeling lijdt of ondergaat, +als uitgang de letter _n_. + +Vertaalt men dus: _De man slaat den jongen_, dan kan men dit op de +volgende manieren doen: + +La viro batas la knabo_n_, óf La viro la knabo_n_ batas, La knabo_n_ +batas la viro, óf La knabo_n_ la viro batas. + +Men verliest in deze 4 vertalingen _noch_ het onderwerp _noch_ het +voorwerp uit het oog. + +Moest men evenwel vertalen: La viro batas la knabo, òf La knabo +batas la viro, dan kon in beide vertalingen zoowel de jongen als de +man slaan. + +Veelal wordt in 't Esperanto de 3e naamval vertaald gelijk de 4e +naamval en dus niet omschreven met het voorzetsel _al_, b.v.: Ik +schrijf hem = Mi skribas lin of Mi skribas al li. + +Dit is evenwel niet geoorloofd, wanneer er een lijdend voorwerp bij +het werkwoord behoort. Alsdan moet de 3e naamval omschreven worden, +b.v.: Ik schrijf hem een brief = Mi skribas al li leteron. + + + + +Achtervoegsels _et_ en _eg_. + + +_Et_ vormt verkleinwoorden, bijv.: knabo = jongen, knabeto = jongetje; +filino = dochter, filineto = dochtertje; arbo = boom, arbeto = boompje; +flugi = vliegen, flugeti = fladderen. + +_Eg_ vormt vergrootingen, bijv.: pluvo = regen, pluvego = stortregen; +bela = schoon, belega = prachtig. + +Het achtervoegsel _eg_ bij zelfst. n.w. heeft ongeveer dezelfde +beteekenis als in 't Nederlandsch de uitdrukking _zeer groot_, bijv.: +nazo = neus, nazego = zeer groote neus; kapo = hoofd, kapego = zeer +groot hoofd. + + + +N.B. In 't Esperanto wordt de grootte in onderstaande volgorde en +wijze uitgedrukt: + +zeer groote boom = arbego, groote boom = granda arbo, boom = arbo; + +kleine boom = malgranda arbo, zeer kleine boom of boompje = arbeto. + + + + +Leer van buiten: + + + korpo lichaam + hauxto huid (vel) + viando vleesch + parto deel + osto been (algem.) + sango bloed + kapo hoofd + haro haar + vizagxo wezen (gelaat) + mieno gelaat (de trekken) + brovo wenkbrauw + frunto voorhoofd + okulo oog + orelo oor + vango wang + nazo neus + busxo mond + lipo lip + dento tand + lango tong + rozo roos + rapida vlug + blanka wit + nigra zwart + bruna bruin + rugxa rood + verda groen + flava geel + blua blauw + pala bleek + blinda blind + surda doof + havi hebben + rimarki bemerken + vidi zien + auxdi hooren + auxskulti luisteren + flari ruiken + gustumi proeven, smaken + iri gaan + diri zeggen + ke dat (voegw.) + se indien + aux of + nur slechts, maar + ofte dikwijls + tro te, te veel + ecx zelfs (bijw.) + per door middel van, met + + + +Vertaling: + +Fileto, infaneto, hundego, birdeto, gxardeneto, grandega, boneta, +belega, malbelega, flugeti, oreleto, okulego. + + + + +Vertaal in Esperanto: + +Dochtertje, hondje, zeer groote tuin, zeer goed, wimpers (oogharen), +snor (lipharen), mondje, zeer groote tanden, zeer kleine tong, neusje. + + + + +Vertaling: + +La avo estas surda. La vizagxo de la frauxlino estas pala; sxi havas +brunajn okulojn kaj rugxajn harojn. La cxevalo de la onklo estas granda +kaj bruna, gxi kuras tre bone. La vetero estas hodiaux malvarmega. Mi +venas de la avo kaj mi nun iras al la frato. Kiu diras, ke la vetero +estas bela? Kia birdo ne povas kanti? La bela birdeto, kiun la knabo +havas, kantas belege. Mi auxdas per la oreloj; mi flaras per la +nazo. Malgrandaj infanoj havas nazetojn. Mi havas okulojn en la kapo. + + + + +Vertaal in Esperanto: + +De oude grootvader en de jonge kleinzoon gaan naar de stad. De dochter +van den buurman zingt prachtig. Het paard loopt zeer vlug. De kat en +de hond zijn geen goede vrienden. Wij hebben prachtig witte, gele +en roode rozen in den tuin. Wie loopt snel in den tuin? Het kleine +meisje heeft bruine oogen en zwarte haren. Het kind bemerkt, dat het +niet alleen is. De wangen van het meisje zijn rood. De zwarte oogen +van dien man zijn leelijk. Wie heeft roode haren? Hij heeft bruine +tanden in den mond. Hij is blind en kan ook niet loopen. De bek van +het paard is zeer groot. Het bloed is in het lichaam en is rood. Op +het gelaat ziet men de wenkbrauwen. Een deel van het lichaam bestaat +uit (konsistas el) beenderen. + + + + + + +CHAPTER 4 + +Vierde Les. + + + +Bezittelijke Voornaamwoorden. + +De _bezittelijke voornaamwoorden_ drukken, zooals de naam reeds +aanduidt, een bepaling van een bezitting uit en worden gevormd van +de _persoonlijke_ voornaamwoorden door achtervoeging van _a_ achter +die v.n.w. + +De uitgang _a_ duidt tevens ook aan, dat ze een bijvoeglijk karakter +hebben en dus bij zelfst. n.w. gebruikt worden. Het zijn: _mia_, +_cia_, _lia_, _sxia_, _gxia_, _nia_, _via_ en _ilia_. + +Ze volgen ook, evenals de bijv. n.w., het zelfst. n.w. in meervouds- +en voorwerpsuitgang. + +Verder heeft men het bezittelijk bijv. v.n.w. _sia_, dat alleen +dàn gebruikt wordt vóór het naamwoord, indien de bezitting aan het +onderwerp van den zin toegekend wordt. + +Voorbeelden: + +De moeder vergeet _haar_ boek (haar eigen) = La patrino forgesas +sian libron. + +De moeder vergeet _haar_ boek (van haar dochter) = La patrino forgesas +sxian libron. + +De man werkt in _zijn_ tuin (zijn eigen) = La viro laboras en sia +gxardeno. + +De man werkt in _zijn_ tuin (van zijn zoon) = La viro laboras en +lia gxardeno. + +De jongens spelen met _hunne_ honden (hun eigen) = La knaboj ludas +kun siaj hundoj. + +De jongens spelen met _hunne_ honden (van hun buren) = La knaboj +ludas kun iliaj hundoj. + +Zij ziet de kat en _haar_ oogen (haar eigen) = Sxi vidas la katon +kaj siajn okulojn. + +Zij ziet de kat en _haar_ oogen (van de kat) = Sxi vidas la katon +kaj gxiajn okulojn. + + + +Men gebruikt dus _sia_ alleen dàn, wanneer men in het Nederlandsch de +woordjes _zijn_, _haar_, _hun_ of _hunne_ kan vervangen door _zijn +eigen_, _haar eigen_, _hun eigen_ of _hunne eigene_. In alle andere +gevallen gebruikt men voor den 3en persoon: + + + _lia_ voor mannelijk enkelv. persoonsnamen; + _sxia_ voor vrouwelijk enkelv. persoonsnamen; + _gxia_ voor dieren of zaken enkelvoud; + _ilia_ voor alle gevallen voor het meervoud. + + +Men moet hierbij wel bedenken, dat _sia_ steeds het onderwerp van +denzelfden zin als bezitter aanwijst. Het mag dus niet gebruikt +worden, als een deel van het onderwerp zelf of als het onderwerp van +een anderen zin, bijv.: + +De vader en zijn (eigen) zoon komen = La patro kaj lia filo +venas. Hierbij is het een gedeelte van 't onderwerp. + +De vader is hier; zijn (eigen) zoon komt ook spoedig hier = La patro +estas tie-cxi; lia filo ankaux baldaux venos1 tie-cxi. Hierbij is +_lia filo_ het onderwerp van een anderen zin en mag daarom niet met +sia vertaald worden. + + + +Vervolg voorwerps n. + + +Behalve het reeds genoemde lijdend voorwerp krijgen ook nog een _n_: + +1e. De naam der _plaats_, naar welke de handeling gericht is, bijv.: +Ik ga naar Brussel = Mi iras Bruselon. + +2e. De bepaling van _tijd_ en _de datum_, bijv.: Hij komt Donderdag = +Li venos [2] jxauxdon. Hij komt den 6en April = Li venos1 la sesan +tagon de aprilo. + +Aanmerking: Het woord tagon wordt meestal weggelaten. Is deze bepaling +van tijd of datum het onderwerp van 'n zin, dan vervalt natuurlijk +de _n_, bijv.: La sesa tago de aprilo estos1 bela tago. + +3e. De bepaling, die den _duur_ eener handeling aanduidt, bijv.: +Ik blijf drie dagen = Mi restas tri tagojn. + +4e. De bepaling van _maat_, _prijs_ of _gewicht_, bijv.: Het boek +kost drie gulden = La libro kostas 3 guldenojn. De toren is 50 meter +hoog = La turo estas alta 50 metrojn. Dat brood weegt 2 pond = Tiu +pano pezas 2 funtojn. + +Aanmerking: In deze 4 bovengenoemde gevallen is men evenwel niet +verplicht den uitgang _n_ te gebruiken, omdat deze uitdrukkingen door +een voorzetsel kunnen omschreven worden en men na een voorzetsel geen +_n_ plaatst. Men kan dus ook zeggen: + +1. Mi iras _al_ Bruselo. + +2. Li venos _je_ jxauxdo. Li venos _je_ la sesa de aprilo. + +3. Mi restas _dum_ tri tagoj. + +4. La libro kostas _po_ tri guldenoj. La turo estas alta _je_ 50 +metroj. Tiu pano pezas _po_ 2 funtoj. + +Alleen dàn voegt men na een voorzetsel een _n_ achter het zelfst. n.w., +als er in den zin eene beweging wordt aangeduid in de richting naar +het doel en deze richting niet altijd dadelijk duidelijk is, bijv.: _de +kat springt op de tafel_ wordt vertaald: La kato saltas sur la tablo. + +Nu heeft deze zin twee beteekenissen, n.l. dat de kat op de tafel is +en daarop rondspringt, òf dat de kat van den grond op de tafel springt +en dus in dezen zin een richting aanwezig is. Zonder de richtings _n_ +zou verwarring kunnen ontstaan en schrijft men dus voor het laatste +geval: La kato saltas sur la tablo_n_. + +Alleen achter de voorzetsels al = _naar_ en gxis = _tot_ wordt nimmer +een richtings _n_ geplaatst, aangezien deze voorzetsels reeds voldoende +een richting aangeven. + +Aangezien de voorzetsels _de_ en _el_ nooit eene richting náár iets +kunnen aanduiden, worden zij ook nimmer door de richtings _n_ gevolgd. + + + +Achtervoegsels _an_ en _id_. + + +_An_(o) duidt aan een bewoner, aanhanger, genoot of lid, bijv.: +Parizo = Parijs, Parizano = Parijzenaar; Kristo = Christus, Kristano = +Christen; domo = huis, domano = huisgenoot; klubo = klub, klubano = +lid der klub. + +_Id_(o) duidt den afstammeling of het jong aan, bijv.: regxo = koning, +regxido = prins (vorstenzoon); cxevalo = paard, cxevalido = veulen; +koko = haan, kokido = kuiken. + + + +Leer van buiten: + + + mentono kin + kolo hals + membro lid + sxultro schouder + brako arm + mano hand + fingro vinger + ungo nagel + laringo strottenhoofd + brusto borst + koro hart + flanko zijde + ventro buik + kruro been + genuo knie + piedo voet + sento zintuig (gevoel) + parolo spraak + vocxo stem + koloro kleur + princo prins + muta stom + lama lam + kripla kreupel + forta sterk + longa lang + vera waar + diversa verscheiden + multaj _of_ + multe da veel + lauxte luid + dekstre rechts (bijw.) + palpi voelen, tasten + tusxi raken + ridi lachen + kisi kussen + kredi gelooven + marsxi gaan (stappen) + unu een + du twee + kvin vijf + kiom (da) hoeveel + por teneinde, voor, om te + pro van, door, wegens + + + +Vertaling: + +Urbano, provincano, varmega, malvarmega, kapego, nazego, manego, +vilagxano, malforta, fortega, malrapida, mallonga, malvera, mallauxte, +rideti, ridegi, bovido, regxido. + + + +Vertaal in Esperanto: + +Handje, klauw, poot, spreken, rechtsche, linksche, weinig, baard +(wangharen), kalf, kuiken, veulen, prinses. + + + +Vertaling: + +La maljuna virino estas blinda kaj iras kun sia nepo. La avo skribas +al siaj parencoj, ke ili devas veni. La vilagxano iras al la urbo. La +patrino parolas gaje kun sia amikino, kaj la infanoj ludas kontente +kun la hundo kaj la kato. Nia korpo konsistas el la kapo, la trunko +(romp) kaj la membroj. Ni havas du okulojn por vidi, unu nazon por +flari, unu busxon por paroli kaj du orelojn por auxdi. En nia busxo +ni havas dentojn kaj langon. La birdego havas ungegojn. Ni havas la +koron en la brusto, maldekstre. Tiu malfelicxa knabo estas kripla, +li ne bone povas marsxi. La koloro de miaj haroj estas nigra. La +rugxa koloro de la haroj ne cxiam estas malbela. Sur la verda kampo +kuras multaj cxevaloj. La knabineto kuras rapide al sia patrino kaj +kisas sxin. La infanoj de la najbaro iras ofte al la urbo. Viaj vangoj +estas rugxaj; cxu tio estas pro la malvarmo? La sxtono havas multajn +belegajn kolorojn. Kiom estas du kaj kvin? + + +Vertaal in Esperanto: + +De zoon is met zijn vrienden in den tuin van den buurman. Ik geloof +niet, dat de zoon van den buurman gelukkig is. Hij is bleek en zijn +gelaat is droevig. De moeder leest en het jonge meisje luistert naar +haar lieve stem. Wij hebben 4 ledematen: 2 armen en 2 beenen. Wij zien +met de oogen en ruiken met den neus. Deze jongen kan niet spreken, +hij is stom. Menschen, die niet kunnen spreken en ook niet kunnen +hooren, zijn doofstom. De kleur van zijn wenkbrauwen is zwart en van +zijn snor wit. Hunne grootouders zijn zeer oud. In den tuin groeien +vele bloemen. Wij gaan den tuin in. De tante kust haar nichtje en het +kindje schaterlacht. De blinde menschen kunnen lezen door middel van +het gevoel. Haar oom en zijn vrouw (echtgenoote) spreken met mijn +grootvader en zijn vriend. Mijn vriend is in den tuin, maar ik zie +hem niet. Mijne moeder is eene vriendin van uwe tante. + + + + + +CHAPTER 5 + +Vijfde Les. + + + +De Telwoorden. + + +De _telwoorden_ worden onderscheiden in: + +1. _Hoofdtelwoorden_, welke zijn: _nulo_ = 0, _unu_ = 1, _du_ = 2, +_tri_ = 3, _kvar_ = 4, _kvin_ = 5, _ses_ = 6, _sep_ = 7, _ok_ = 8, +_naux_ = 9, _dek_ = 10, _cent_ = 100 en _mil_ = 1000. Deze getallen +zijn onveranderlijk. + +Met deze hoofdtelwoorden worden alle andere gemaakt, bijv.: 11 = +10 en 1 = dek-unu, 15 = dek-kvin, 20 = 2 x 10 = dudek, 30 = tridek, +125 is 100 en 20 en 5 = cent dudek-kvin, 2345 = 2000 en 300 en 40 en +5 = dumil tricent kvardek-kvin. + +Komt aan het eind van een getal 'n hoofdtelwoord te staan, dan wordt +dit met het voorgaande verbonden door een streepje. Dit streepje kan +weggelaten worden, doch de woorden mogen nimmer aaneen geschreven +worden, bijv.: 25 = dudek-kvin òf dudek kvin. + +Worden de hoofdtelwoorden als _verzamelnamen_ gebruikt, dan krijgen +ze den uitgang _o_, bijv.: eenheid = unuo, tweetal = duo, drietal = +trio, dozijn = dekduo, duizendtal = milo. + +Wanneer deze zelfstandig gebruikte hoofdtelwoorden aan een zelfstandig +n.w. voorafgaan, dan worden ze steeds gevolgd door het woordje _da_, +bijv.: een dozijn vorken = dekduo da forkoj. + +2. _Rangtelwoorden_, welke _bijvoeglijk_ gebruikt den uitgang _a_ +en _bijwoordelijk_ gebruikt den uitgang _e_ hebben. + +Bijvoeglijk gebruikt duiden ze een volgorde van iets aan, bijv.: +Januaro estas la unua monato kaj decembro la dekdua = Januari is de +eerste maand en December de twaalfde. + +Bijwoordelijk gebruikt geven ze een opsomming aan, bijv.: La libro +ne placxas al mi, unue gxi estas tro granda, due gxi estas malbela +kaj trie, gxi ne estas Esperanta libro = Het boek bevalt mij niet, +ten eerste is het te groot, ten tweede is het lelijk en ten derde is +het geen Esperanto boek. + +3. _Breukgetallen_, welke een gedeelte van een eenheid aangeven. Zij +worden aangeduid door twee getallen naast elkander, gescheiden +door een streepje. Het eerste getal noemt men _teller_ en het tweede +_noemer_. De noemer noemt het aantal gelijke deelen, waarin het geheel +is verdeeld en de teller noemt het aantal dier deelen. + +Ze worden in 't Esperanto gevormd van de hoofdtelwoorden door +toevoeging van het achtervoegsel _on_, met _o_ als uitgang voor +zelfst. n.w., _a_ voor bijv. n.w. en _e_ voor bijwoorden, bijv.: +1/2 = duono, 1/6 = sesono, 5/8 = kvin okonoj, 9/12 = naux dekduonoj. + +Zooals men uit de voorbeelden ziet wordt de teller, wanneer hij 1 +is, niet genoemd. Is de teller meer dan 1, dan krijgt de noemer den +meervoudsuitgang. + +4. _Vermenigvuldiggetallen_, welke gevormd worden door het +achtervoegsel _obl_ met den uitgang _o_, _a_ of _e_, naar gelang ze +zelfstandig, bijvoeglijk of bijwoordelijk gebruikt worden, bijv.: Het +drievoud van twee is zes = La trioblo de du estas ses. Een dubbele tong += duobla lango. Ik moet driedubbel betalen = Mi devas pagi trioble. + +_Herhalingsgetallen_ maakt men met het woordje _foje_, wat _maal_ +of _keer_ beteekent, bijv.: eenmaal = unufoje, tweemaal = dufoje, enz. + +5. _Verzamelende telwoorden_, welke gemaakt worden met het +achtervoegsel _op_, bijv.; met z'n vieren = kvarope; met z'n zessen = +sesope; zij komen met z'n achten = ili venas okope. + +Er bestaat verschil tusschen de zinnen: _Zij loopen met z'n vieren_ +en _Zij loopen met vieren (vier aan vier)_. In het eerste geval zijn +er slechts vier en vertaalt men volgens bovenstaande: _Ili marsxas +kvarope_. In het tweede geval loopen ze bijv. in rijen van vier en +gebruikt men bij de vertaling het woordje _po_: _Ili marsxas po kvar_. + +Het woordje _po_, dat een voorzetsel is, wordt ook geplaatst vóór een +bepaling van maat, prijs of gewicht en wil dan zeggen, dat die maat, +prijs of gewicht slechts op één persoon of voorwerp betrekking heeft +en kan in 't Nederlandsch omschreven worden door de woordjes _ieder_, +_elk_ of _per stuk_, bijv.: + +La pomoj kostas po du cendoj = De appels kosten 2 centen (per stuk). + +La infanoj ricevas po du pomoj = De kinderen ontvangen 2 appels +(elk of ieder). + +La cxevaloj havas po kvar piedoj = De paarden hebben vier pooten (elk). + +Eenige voorbeelden van _vermenigvuldiging, deeling, optelling en +aftrekking_. + + + 2 × 3 = 6 du foje tri estas ses. + duoble tri estas ses. + du foje tri faras ses. + duoble tri faras ses. + + 1/2 × 1/3 = 1/6 duono foje triono estas sesono. + duono foje triono faras sesono_n_. + + 2/5 × 3/4 = 6/20 du kvinonoj foje tri kvaronoj estas ses + dudekonoj. + du kvinonoj foje tri kvaronoj faras ses + dudekonoj_n_. + + +Men ziet hieruit dus, dat na het w.w. _fari_ de 4e naamval volgt en +na het w.w. _esti_ de 1e naamval. + + + 8 ÷ 2 = 4 ok dividita per du faras kvar. + ok dividita per du estas kvar. + + 3 + 4 = 7 tri kaj kvar estas sep. + tri kaj kvar faras sep. + + 6 - 3 = 3 ses malpli tri estas tri _òf_ + ses sen tri estas tri. + + + + +Leer van buiten: + + + vivo leven + morto dood + dormo slaap + vekigxo ontwaking + songxo droom + febro koorts + doloro pijn + mezo midden + metro meter + polico politie + turo toren + cxirkauxmano armband + lasta laatste + trankvila rustig, gerust + alta hoog + sana gezond + eterna eeuwig + nova nieuw + doni geven + meti stellen, plaatsen + mezuri meten + trovi vinden + lacigi vermoeien + naskigxi geboren worden + kuraci heelen, genezen + farti varen (welvaren) + interne inwendig + ekstere uitwendig + supre boven + cxirkaux rond, rondom + almenaux ten minste + tre zeer + je voorzetsel met onbepaalde beteekenis + + + +Vertaling: + +Malsana, malsano, malsaneta, dormegi, kapdoloroj, dormeti, policano, +naskigxo, malalta, malnova, malsupre. + + +Vertaal in Esperanto: + +Met z'n zessen, met z'n achten, met z'n vieren, vier aan vier, twee +aan twee, ongesteldheid, 2/5, 3/7, 7/10, 9/20, 1/9, 3/100, 28/400. + + +Vertaling: + +La homo havas dek fingrojn. Duoble tri faras ses. Mi havas du +guldenojn, sxi havas la duoblon. Ni venas okope. Kvardek-ses kaj +kvindek-du faras nauxdek-ok. Hodiaux estas la naskigxtago de mia +patrino. La turo de nia urbo estas alta sesdek-kvar metrojn. Sxi ne +estas malsana sed sxi havas ofte kapdolorojn. Cxu vi diras la veron? La +cxevalo havas grandan cxevalidon. Sesmil kvarcent kvindek-tri. Ducent +sesdek-ok. Ili faras tion sesfoje. Sesoble ok faras kvardek-ok. Kvin +nauxonoj kaj tri nauxonoj estas ok nauxonoj. Mi vidas tri arbojn, +unue mi vidas grandan arbon, due mi vidas arbegon, kaj trie mi vidas +arbeton. + + +Vertaal in Esperanto: (Alle cijfers in woorden schrijven.) + +Hoeveel is 5 × 13? Dat is 65. 5 × 6 = 30; 25 is 1/4 van 100. Zij komen +met hun zessen. Dit paard kost 300 gulden. Bij het ontwaken hoor ik +de vogels op de boomen. De armband van uwe zuster is zeer mooi. 4258; +392; 8643; 928; 98. Ik zie vele menschen. Duizenden menschen spreken +reeds het Esperanto. Het is vandaag (heden) koud. Nu zegt hij mij +de waarheid. Zij droomt een schoone droom. De dienstbode plaatst de +bloemen op de tafel. Hoe vaart u? Ik maak (het) zeer goed. 9 × 6 = +54; 12 is de helft van 24. Zij komen met z'n zessen. De kinderen +loopen vier aan vier. Ik ben de eerste en hij is de derde. Hij moet +dubbel betalen. + + + + + +CHAPTER 6 + +Zesde Les. + + + +De Tijd, de Datum, de Ouderdom. + +Ter aanduiding van _den tijd_ heeft het Esperanto verschillende vormen. + +De Nederlandsche zin _Het is 3 uur_, vertaalt men: Estas la tria +horo. 't Woordje _het_ wordt niet vertaald, terwijl men het woord +_horo_ gewoonlijk weg laat en dus alleen schrijft: Estas la tria. + +Om nu in 't Esperanto te zeggen, dat het 3.15 uur is, kan men de +volgende manieren volgen: + +1e. kan men zeggen, dat reeds 15 minuten of een kwartier van het vierde +uur zijn verloopen, dus: Estas kvarono de la kvara, wat woordelijk +beteekent: Het is een vierde van het vierde; + +2e. kan men zeggen, dat het is 3 uur en een kwartier, dus: Estas la +tria kaj kvarono; + +3e. kan men zeggen, dat het een kwartier over of na het derde uur is, +dus: Estas kvarono post la tria; + +4e. kan men zeggen, dat het is 3 kwartier vóór het vierde uur, dus: +Estas tri kvaronoj antaux la kvara. + +De manieren onder 1 en 3 worden meestal gebruikt. + +Het voorzetsel _om_ vóór het uur wordt vertaald door _je_, bijv.: +om 2 uur = je la dua; om kwart over 2 = je kvarono de la tria. + +Het is 2.20 n.m. (namiddag) zou volgens de 4 bovenstaande manieren +vertaald worden: + + + Estas dudek minutoj de la tria posttagmeze. + Estas la dua kaj dudek minutoj posttagmeze. + Estas dudek minutoj post la dua posttagmeze. + Estas kvardek minutoj antaux la tria posttagmeze. + + +_Den datum_ kan men op tweeërlei manier aanduiden. Vraagt men bijv.: +_Welke datum is het heden?_ dan kan men dit vertalen door: Kiu dato +estas hodiaux _en_ Kiun daton ni havas hodiaux. + +In het eerste geval is _kiu dato_ het _onderwerp_ en in het tweede +geval het _lijdend voorwerp_ van den zin (zie de _n_). + +Het antwoord op bovenstaande vraag kan dan zijn bijv.: Hodiaux estas +la kvara de auxgusto, _òf_ Hodiaux ni havas la kvaran de auxgusto. + +Tusschen het _getal_ en de _maand_ krijgt men altijd het woordje _de_, +wat als voorzetsel geen _n_ na zich heeft. + +_Hoe oud zijt gij?_ wordt vertaald alsof er stond: _Welken leeftijd +hebt gij?_ en wordt dus: Kian agxon vi havas? + +Het antwoord kan ook weer op twee manieren gegeven worden, bijv.: +_Ik ben 10 jaar_ wordt vertaald door: Mi havas dek jarojn, wat +woordelijk beteekent: _Ik heb 10 jaren_, of door: Mi estas dekjara, +wat woordelijk beteekent: _Ik ben 10-jarig_. + + + +Achtervoegsels _ajx_ en _ec_. + + +_Ajx_(o) duidt _concrete zaken_ aan, die de eigenschap _bezitten_ +door het grondwoord uitgedrukt. + +Concreet is datgene wat door de zintuigen kan worden waargenomen, +bijv.: mola = zacht, molajxo = zachtheid (zachte deel van fruit bijv.); +amiko = vriend, amikajxo = vriendschapsbetuiging. + +In 't algemeen kan men dit achtervoegsel omschrijven door het +Nederlandsche _iets dat .... is_, bijv.: bela = schoon, belajxo = +iets dat schoon is; kreski = groeien, kreskajxo = iets dat gegroeid is +(gewas, plant). + +_Ec_(o) vormt _abstracte woorden_, die de eigenschap _bedoelen_ +door het grondwoord uitgedrukt. + +Abstract is datgene, dat niet met de zintuigen kan worden waargenomen, +bijv.: frato = broeder, frateco = broederschap; sana = gezond, saneco += gezondheid. + +De meeste woorden op _ec_ gaan in 't Nederlandsch op _heid_ of _schap_ +uit, doch geen enkele heeft een meervoudsvorm. + + +Leer van buiten: + + + tempo tijd + momento oogenblik + horo uur + minuto minuut + sekundo seconde + tago dag + nokto nacht + mateno morgen (ochtend) + vespero avond + semajno week + lundo Maandag + mardo Dinsdag + merkredo Woensdag + jxauxdo Donderdag + vendredo Vrijdag + sabato Zaterdag + dimancxo Zondag + monato maand + januaro Januari + februaro Februari + marto Maart + aprilo April + majo Mei + junio Juni + julio Juli + auxgusto Augustus + septembro September + oktobro October + novembro November + decembro December + jaro jaar + sezono jaargetijde + printempo lente + somero zomer + auxtuno herfst + vintro winter + dato datum + agxo ouderdom, leeftijd + matura rijp + pura zuiver + agrabla aangenaam + grava belangrijk, ernstig + fortika vast, stevig + forta kloek, sterk, machtig + labori werken + dormi slapen + ami beminnen, houden van + rigardi kijken + plori weenen + malvarmumi een verkoudheid vatten + kosti kosten + kompari vergelijken + morgaux morgen (dag) + hieraux gisteren + frue vroeg + foje eens, keer + jam reeds + + + +Vertaling: + +Tage, nokte, tagmezo, saneco, malsaneco, eterneco, novajxo, matureco, +malpura, malpurajxo, centjaro, blankajxo, vereco, infaneco, parenceco, +amikajxo, boneco, beleco, bovajxo, kokajxo, estajxo. + + +Vertaal in Esperanto: + +Mannelijkheid, vriendschap, iets schoons, gewas (iets dat groeit), +geschrift, gezang, hoeveelste, kinderachtigheid, jonkheid, oudheid, +slechtheid, koude, ontevredenheid, zwakheid, vlugheid, ongerust, +zuiverheid, oppervlakte (wat van boven is), omstreken, broederschap, +vroolijkheid, gerustheid, binnenste (wat waar te nemen is). + + +Vertaling: + +La semajno havas 7 tagojn. Mia fratino havas 19 jarojn (aux Mia +fratino estas 19 jara). Hodiaux estas merkredo. 100 jaroj estas +centjaro aux jarcento. Kiun daton ni havas hodiaux? Kiu tago estos +morgaux? Hodiaux ni havas la dekan (tagon) de la monato. Unu monato +estas dekduono de jaro. Unu tago estas tricent sesdek kvinono de +jaro. Kioma horo estas nun? Estas la dua; kvarono de la tria; kvarono +post la dua; duono de la tria; tri kvaronoj de la tria; tri kvaronoj +post la sesa; kvarono antaux la sepa. Kian agxon vi havas? Bonan +tagon, bonan vesperon. Januaro estas la unua monato de la jaro kaj +decembro la dekdua. Nokte la policanoj en Parizo iras duope. Somere +je la tagmezo estas ofte tre varma. La kiso estas amikajxo. Mi amas +la cxirkauxajxojn de tiu urbo. Ni komparas la belecon de la printempo +kun tiu de la auxtuno. + + +Vertaal in Esperanto: + +Een dag is het zevende deel van een week. Hoe laat (om welk uur) komt +(venos) uw zuster? Den 13en Augustus kom (venos) ik bij u en blijf +(restos) 3 dagen. Den hoeveelsten is het vandaag? (vertaal als: Welken +datum hebben wij vandaag?) Hoe oud is uw broeder? Hij is 16 jaar. De +vriendschapsbetuigingen van dien man zijn onwaar. De jonkheid is +altijd gelukkig en vroolijk. De rustigheid van de omstreken van deze +stad is zeer aangenaam in den zomer. De oppervlakte van dien steen +is wit. Des daags moeten wij werken, 's nachts kunnen wij slapen. 's +Zomers is het weder dikwijls zeer warm, in den winter zeer koud. Het +is vandaag te koud voor (laux) het seizoen. In den zomer zijn de +boomen groen. De 31e December is de laatste dag van het jaar. Een +uur heeft 60 minuten en een minuut heeft 60 seconden. + +_Opmerking_: Waar wij den tegenw. tijd van een werkwoord gebruiken, +terwijl we over een handeling of werking in de toekomst spreken, +gebruikt men in 't Esperanto den toek. tijd, bijv: Ik kom morgen = +Mi venos morgaux. + + + + + +CHAPTER 7 + +Zevende Les. + + + +De Werkwoorden. + +In de 1e les hebben we de _onbepaalde wijs_ der werkwoorden reeds +geleerd; deze gaat altijd uit op _i_. + +Ook kennen, we reeds den _tegenwoordigen tijd_, welke uitgaat op _as_. + +Dit noemen we de tegenwoordige tijd van de _aantoonende wijs_, omdat +deze een handeling aanduidt, die werkelijk geschiedt. Is een handeling +voorbij of afgeloopen, dan noemt men dit den _verleden tijd_ en moet +een handeling nog geschieden, dan heet dit de _toekomende tijd._ + +De verleden tijd gaat in Esperanto altijd uit op _is_. + +De tegenwoordig toekomende tijd gaat altijd uit op _os_. + +De verleden toekomende tijd of voorwaardelijke wijs, welke een +voorwaarde aanduidt, gaat uit op _us_. + +De _gebiedende wijs_, welke een bevel, wensch, wil, begeerte, +noodzakelijkheid, verdienste of verplichting uitdrukt, gaat uit op _u_. + +Deze uitgangen zijn voor alle personen enkel- en meervoud altijd +dezelfde. + +Vervoegen we dus het werkwoord _lerni_ = leeren, dan krijgen we de +onderstaande vormen: + +_Onbepaalde wijs_: lerni = leeren. + +_Aantoonende wijs, tegenwoordige tijd_: + + + mi lernas = ik leer; + vi lernas = gij leert; + li, sxi, gxi, oni lernas = hij, zij, het, men leert; + ni lernas = wij leeren; + vi lernas = gij leert; + ili lernas = zij leeren. + + +_Aantoonende wijs, verleden tijd_: + + + mi lernis = ik leerde of ik heb geleerd; + vi lernis = gij leerdet of gij hebt geleerd; +li, sxi, gxi, oni lernis = hij, zij, het, men leerde of heeft geleerd; + ni lernis = wij leerden of wij hebben geleerd; + vi lernis = gij leerdet of gij hebt geleerd; + ili lernis = zij leerden of zij hebben geleerd. + + +_Aantoonende wijs, tegenwoordig toekomende tijd_: + + + mi lernos = ik zal leeren; + vi lernos = gij zult leeren; + li, sxi, gxi, oni lernos = hij, zij, het, men zal leeren; + ni lernos = wij zullen leeren; + vi lernos = gij zult leeren; + ili lernos = zij zullen leeren. + + +_Verleden toekomende tijd_, of _voorwaardelijke wijs_: + + + mi lernus = ik zou leeren; + vi lernus = gij zoudt leeren; + li, sxi, gxi, oni lernus = hij, zij, het, men zou leeren; + ni lernus = wij zouden leeren; + vi lernus = gij zoudt leeren; + ili lernus = zij zouden leeren. + + +_Gebiedende wijs_. + + + lernu = leer; + vi lernu = leert; + ni lernu = laten wij leeren. + + +Zooals men bemerkt, kan de verleden tijd der aant. wijs _ik heb +geleerd_, juist vertaald worden als _ik leerde_. Denk in 't vervolg +altijd hieraan, dat in 't Esperanto het werkwoord _hebben_ als +_hulpwerkwoord_ niet bestaat. + +Het _eenige hulpwerkwoord_ in 't Esperanto is _esti_ = zijn. + + + +Achtervoegsels _ar_, _er_ en _ej_. + + +_Ar_(o) vormt verzamelwoorden, d.w.z. woorden, die een verzameling +uitdrukken van een aantal gelijknamige voorwerpen, die tezamen een +nieuwe eenheid vormen, bijv.: arbo = boom, arbaro = woud, bosch; homo = +mensch, homaro = menschdom, menigte; monto = berg, montaro = gebergte. + +_Er_(o) duidt het kleinste samenstellende deel van een eenheid aan, +bijv.: sablo = zand, sablero = zandkorrel; fajro = vuur, fajrero = +vonk; polvo = stof, polvero = stofdeeltje. + +_Ej_(o) duidt aan de plaats, die bestemd is voor datgene, wat door +het grondwoord uitgedrukt wordt, bijv.: kuiri = koken, kuirejo = +keuken (plaats waar gekookt wordt); baki = bakken, bakejo = bakkerij +(plaats waar gebakken wordt); pregxi = bidden, pregxejo = kerk (plaats +waar gebeden wordt); lerni = leeren, lernejo = school (plaats waar +geleerd wordt). + + + +Leer van buiten: + + + domo huis + kastelo kasteel + muro muur + tegmento dak + korto open plaats + kelo kelder + etagxo verdieping + balkono balkon + sxtupo trede + cxambro kamer + plafono plafond + planko vloer + pordo deur + fenestro venster + seruro slot + sxlosilo sleutel + salono zaal + tapisxo tapijt + kurteno gordijn + kuseno kussen + meblo meubel + tablo tafel + segxo stoel + kanapo rustbank, canapé + benko bank + lito bed + matraco matras + lulilo wieg + sxranko kast + komodo ladekast + tirkesto lade + kameno schoorsteen, haard + fajro vuur + tubo buis, pijp + spegulo spiegel + tualeto opschik, toilet + loko plaats + mono geld + hajlo hagel + mastro meester (v. h. huis) + strato straat + tero aarde + plezuro vermaak + vasta uitgestrekt, groot + largxa breed + proksima dichtbij + ricxa rijk + oportuna gemakkelijk + necesa noodig + ekzisti bestaan + konsisti el bestaan uit + konstrui bouwen + detrui verwoesten, verdelgen + logxi wonen + kusxi liggen + fermi sluiten + sxlosi sluiten (met sleutel) + eniri binnengaan + eliri uitgaan + supreniri naar boven gaan + trovigxi zich bevinden + stari staan + kuiri koken + voli willen + hejti warmen + bruli branden + mangxi eten + lavi wasschen + bani baden + viziti bezoeken + akcepti aannemen + manki ontbreken + prunti leenen + kies wiens, waarvan + tie daar (waar men is) + tien daar (waar men gaat) + tie-cxi hier + hejme thuis + el uit + gxis tot + inter in, onder, tusschen + apud bij + pro wegens, door, ter wille van + pri nopens, omtrent, met betrekking tot + post na + cxar want, omdat, daar + do dus + nek ... nek noch ... noch + ne ... plu niet ... meer + + + +Vertaling: + +Homaro, arbaro, ostaro, hundejo, meblaro, fajrero, tualetejo, monero, +logxejo, enirejo, elirejo, pregxejo, mangxajxo, mangxejo, mallargxa, +malproksima, malricxa, dometo, cxambreto, skribocxambro, dormocxambro, +kastelano, supro, necesajxo, vasteco, oportuneco, pordego, sxtonego, +spegulego, dentdoloroj. + + +Vertaal in Esperanto: + +Badkamer, hagelsteen, trap, gebit, zandkorrel, speelplaats, onderste +verdieping, tusschenverdieping, ontsluiten, naar beneden gaan, wiegje, +armstoel (groote stoel), waschgelegenheid. + + +Vertaling: + +Hodiaux estas merkredo, hieraux estis mardo, morgaux estos +jxauxdo. Hieraux mi vizitis vian patrinon kaj morgaux mi vizitos +la mian. Via nevino diris, ke sxi venus hieraux, sed mi ne vidis +sxin. Mi vidas la knabon, kiu ludas sur la sablo. La knabino kisis +sian patrinon. Mia amikino venos morgaux. Iliaj geavoj logxis en +la dometo, kiun vi vidas tie. La enirejo de la domo ne estas tre +largxa. Mia frato konstruis tiun cxi domon. Se la vetero estus +bela, ni elirus. Kiu logxas tie-cxi? Morgaux ni havos la dekduan de +februaro. Mi malfermis la fenestron. Mi volis sxlosi la pordon, sed mi +ne havis sxlosilon. Mi vidis nek mian onklon nek mian onklinon. Metu +la segxon apud la tablon. Sxlosu la pordon kaj fermu la fenestron. Mi +skribus longan leteron al vi. Ni eniru la cxambron. Kies estas tiu +letero? Estas la mia. Sur la tegmentoj ni vidas kamentubojn. En la +vilagxo ne malproksime de mia urbo logxas mia amikino; mi iros tien +la postmorgauxan tagon. Donu al mi nur unu monereton. La meblaro de +tiu cxi cxambro estas malnova. + + +Vertaal in Esperanto: + +De ouders en de bloedverwanten kwamen om 8 uur. Wij zullen morgen om +tien uur bij u zijn. Wie woont hier? Van wien is dit huis? Van mijne +zuster. Zij komen spoedig, zij zullen met hun vijven zijn. Geef den +sleutel aan uw zuster, zij moet hedenavond de deur sluiten. Wascht uwe +handen, ze zijn vuil. De trap van ons huis is zeer hoog en smal. Ons +gebit bestaat uit 32 tanden. De kinderen speelden tot 10 uur op de +speelplaats en gingen toen (tiam) naar binnen. Daar het heden zeer +warm is, zal ik de vensters openen. Er stond een groote stoel voor +(antaux) het venster. Indien ik kan, zal ik u morgen om half zes +bezoeken. Zullen uw zuster en haar vriendin ook komen? Ja, zij zullen +reeds om 5 uur komen. Indien ik om half zes nog niet bij u ben, dan +zal ik ook niet meer komen. Dr. Zamenhof werd geboren in het jaar 1859. + + + +CHAPTER 8 + +Achtste Les. + + + +Voorzetsels. + +De _voorzetsels_ drukken verschillende betrekkingen uit tusschen +twee zelfstandigheden. Dit kunnen betrekkingen zijn van tijd, plaats, +oorzaak, bezit, enz. + +De voornaamste voorzetsels zijn: + + + al naar, aan + en in + el uit + ekster buiten + super boven + sur op + sub onder + antaux vóór + post na, achter + apud bij (in de nabijheid) + cxe bij (ten huize van) + inter tusschen, onder + cirkaux rondom, omstreeks + kontraux tegen, tegenover + anstataux in plaats van + kun met, mede, te zamen met + sen zonder + per door, door middel van, met behulp van, met + pri nopens, over, met betrekking tot + por voor (doel), ten behoeve van, om te + pro voor (reden), wegens, ter wille van + de van + da van + laux volgens, naar + malgraux niettegenstaande + dum gedurende, terwijl + preter voorbij + krom uitgezonderd, behalve + gxis tot + tra door, dwarsdoor + trans over, aan gene zijde van + po naar verhouding van, per stuk + je verschillende beteekenis + + +Woorden door een voorzetsel vooraf gegaan, krijgen geen _n_ zoo ze +geen richting uitdrukken. + +Indien het moeielijk valt het juist vereischte voorzetsel te kiezen, +bezigt men het voorzetsel _je_, dat een onbepaalde beteekenis heeft. De +voorzetsels worden in 't Esperanto niet zooals in 't Nederlandsch +met onjuiste beteekenis gebruikt. 't Esperanto gebruikt slechts de +voorzetsels in de beteekenis welke ze werkelijk hebben. + +De uitdrukking _op Maandag_ mag dus niet vertaald worden door _sur +lundo_, maar door _je lundo_. Evenzoo _om zes uur_ wordt _je la +sesa horo_. + +Na een _hoeveelheid_ gebruikt men het voorzetsel _da_, bijv.: botelo +da vino = een flesch wijn; kilogramo da viando = een kilogram vleesch. + +Men lette op het verschil tusschen _botelo_ _da_ _vino_ en _botelo_ +_de_ _vino_. Het eerste beteekent _een flesch wijn_ en het tweede +beteekent _een wijnflesch_. + +Wanneer het Nederl. voorzetsel _van_ de beteekenis heeft van _uit_, +dan wordt dit in 't Esperanto vertaald door _el_, bijv.: Eén van +mijn broeders = Unu el miaj fratoj. Indien het aanduidt uit welke +stof iets gemaakt is, of uit welke stof iets bestaat dan wordt het +eveneens vertaald door _el_, bijv.: Het huis is van steen = La domo +estas el sxtono. + +_Achtervoegsels_ _estr_, _ist_ _en_ _il_. + +_Estr_(o) duidt dengene aan die het hoofd, de chef of de leider is +van hetgeen het grondwoord uitdrukt, bijv.: + + + sxipo = schip, sxipestro = schipper of kapitein. + lernejo = school, lernejestro = hoofd der school. + urbo = stad, urbestro = burgemeester (van een stad). + vilagxo = dorp, vilagxestro = burgemeester (van een dorp). + + +_Ist_(o) duidt den persoon aan, die het beroep, het ambacht of de +dagelijksche bezigheid uitoefent, door het grondwoord bedoeld, bijv.: + + + boto = laars, botisto = laarzenmaker. + instrui = onderwijzen, instruisto = onderwijzer. + pordo = deur, pordisto = portier. + porti = dragen, portisto = drager. + + +_Il_(o) duidt het werktuig aan waarmede men datgene doet, wat het +grondwoord uitdrukt, bijv.: + + + haki = hakken, hakilo = hakmes, bijl. + trancxi = snijden, trancxilo = mes. + flugi = vliegen, flugilo = vleugel. + + + +Leer van buiten: + + + objekto voorwerp + afero zaak + forno oven, kachel, fornuis + poto pot + pato pan + kaldrono ketel + kaserolo stoofpan + krucxo kruik + pleto schaal + plado schotel + supujo soepkom + telero bord + forko vork + kulero lepel + kesto kist + funto pond + akra scherp + plata vlak, effen, plat + plena vol + kapabla bekwaam + utila nuttig + resti blijven + balai vegen + sxoveli scheppen + trancxi snijden + tondi knippen + haki hakken + segi zagen + falcxi maaien + kudri naaien + gladi strijken + pezi wegen (zwaar zijn) onoverg. + pesi wegen (gewicht bepalen) overg. + pentri schilderen + skulpti beeldhouwen + desegni teekenen + gliti glijden + tiri trekken + preni nemen + lasi laten + teni houden + kovri bedekken + + + +Vertaling: + +Gxardenisto, ludilo, flugilo, policestro, balailo, sxovelilo, +trancxilo, tondilo, hakilo, glitiloj, malakra, malplena, malutila, +utilajxo, utileco, kapableco, mangxilaro, skribilaro, desegnajxo, +skulptajxo, pentrajxo, florpoto, anstatauxi, balaajxo. + + +Vertaal in Esperanto: + +Burgemeester (hoofd eener stad), maatstok, geneesheer, kamermeisje, +slotenmaker, meubelmaker, kok, keukenmeid, keukenbeheerder, zaag, +zeis, naald, naaister, strijkijzer, strijkster, gewicht, zwaar +(veel wegend), schilder, beeldhouwer, tang (om te nemen), heft (om +te houden), deksel, ontblooten. + + +Vertaling: + +La trancxilo trancxas bone, cxar gxi estas akra. Antaux du tagoj mi +vizitis vian patrinon, kaj mia vizito faris al sxi plezuron. Cxu vi +jam trovis vian teleron? Tiu afero ne tusxas min. La birdo flugis +en la cxambron, kiam mi malfermis la pordon. Nun gxi flugas en la +cxambro. Kien (waarheen) vi iras? Mi iras en la gxardenon. Mi metis la +manon sur la tablon. Mi volis havi dekduon da ovoj. La trancxilo estis +tre malakra, mi ne povis trancxi per gxi la viandon. La skribilaro +estas sur la skribotablo. La servistino metis la mangxilaron antaux +mi sur la tablon. Mi gratulis mian kuzinon je la naskigxtago de sxia +patrino. La infanistino eniris kun la infanoj en la gxardenon. Je +malbela vetero oni povas facile malvarmumi. La hundo trakuris la +straton. Kiam la gxardenisto eniris la gxardenon, li vidis grandan +hundon, kiu ludis kun la infano de sia mastro. Tiu ludilo kostas +du guldenojn. La birdoj flugas per la flugiloj. La malricxa virino +demandis por paroli kun li. Mi balais la malpurajxojn sur la planko, +kaj nun mi lavos la mangxilaron. La tondisto tondis miajn harojn per +la tondilo. Kiam ni vizitis la urbon, ni vidis belajn pentrajxojn. La +juna servistino anstatauxos la maljunan, kiu estas nun tro maljuna +por labori. + + +Vertaal in Esperanto: + +De burgemeester van onze stad gaat 's zomers gedurende 3 weken +naar het buitenland. De maatstok, welke ik u gegeven heb, heb ik +niet meer gezien. De geneesheer zeide mij, dat mijn vader zeer +ernstig ziek was (estas) en dat hij geen twee dagen meer zou leven +(vivos). Het kamermeisje zal om 2 uur het middageten op de tafel +zetten. De keukenmeid kookt het eten op het fornuis in de keuken. Het +gewicht van deze koe is 500 pond. De schilder, die het landhuis van +mijn oom wil schilderen, kwam gisteravond met den laatsten trein. De +broeder van den schilder is een bekwaam beeldhouwer. De kat sprong op +de tafel en at van het eten dat de meid daar plaatste. Morgen zullen +wij met ons zessen uit de stad gaan. Wij zullen om 7 uur ontbijten en +na het ontbijt naar mijn familie buiten gaan en daar den geheelen dag +blijven. Indien het weêr niet goed zou zijn, zouden wij ook gedurende +den nacht kunnen blijven. Ik hoop dat het weêr (of weder) goed blijft. + + + + + +CHAPTER 9 + +Negende Les. + + + +Trappen van vergelijking. + +Men kan personen, voorwerpen, enz. met elkaar vergelijken en dan kan +men hebben: + +1e. dat de personen enz. aan elkaar _gelijk_ zijn. Men noemt dit de +_vergelijking van gelijkheid_ en drukt dit in 't Esperanto uit door +de woorden _tiel ... kiel_ = (even) zoo ... als, bijv.: Li estas tiel +granda kiel mi = Hij is (even) zoo groot als ik. + +Verder kan men de volgende vergelijkingen nog hebben: _Zulk een_ +groot huis _als_ dit is, heb ik nog nooit gezien = _Tian_ grandan +domon, _kia_ estas tiu cxi, mi ankoraux neniam vidis. Drink _zooveel_ +water _als_ gij wilt = Trinku _tiom_ da akvo, _kiom_ vi volas. + +2e. dat een persoon enz. een eigenschap in _meerdere_ of _mindere mate_ +bezit dan een ander. + +Men noemt dit de _vergelijking van ongelijkheid_ of de _vergrootende +trap_, welke wordt gevormd door de woorden _pli ... ol_ = meer ... dan, +en _malpli ... ol_ = minder ... dan; bijv.; Hij is grooter (meer groot) +dan ik = Li estas pli granda ol mi. Hij is minder groot dan ik = Li +estas malpli granda ol mi. Zegt men evenwel: Hij is kleiner dan ik, dan +vertaalt men: Hij is meer klein dan ik = Li estas pli malgranda ol mi. + +3e. dat een persoon enz. onder een aantal een eigenschap in de _hoogste +mate_ bezit, of wel een eigenschap bezit, die de eigenschappen van +een aantal anderen overtreft. Dit noemt men de _overtreffende trap_ +en wel de _betrekkelijk overtreffende trap_, omdat die slechts +betrekking heeft op een bepaald aantal en wordt gevormd door de +woordjes _la plej ... el_ = het meest ... van, of _la malplej ... el_ += het minst ... van; bijv.: Mijn broeder is de grootste van ons = +Mia frato estas la plej granda el ni. + +Zooals men ziet moeten hiervoor minstens 3 personen, voorwerpen +enz. zijn, anders zou men kunnen volstaan met den _vergrootenden +trap_. Wordt dus in 't Hollandsch de overtreffende trap gebruikt en +heeft de vergelijking plaats tusschen 2 personen of zaken, dan wordt +in het Esperanto steeds de vergrootende trap gebruikt, bijv.: + +Van mijn twee broeders is Piet de grootste = El miaj du fratoj Petro +estas la pli granda. + +Indien de overtreffende trap een bijwoordelijke beteekenis heeft, +dan wordt 't lidwoord _het_ niet vertaald, bijv.: + +Hij schrijft het mooist = Li skribas plej bele. + +De _volstrekt overtreffende trap_ wordt gevormd door middel van de +woorden _tre_ (zeer) en _kiel eble plej_ = zoo ... mogelijk, bijv.: +Mia fratino estas tre bela = Mijne zuster is zeer mooi. Mia frato +kuras kiel eble plej rapide = Mijn broeder loopt zoo vlug mogelijk. + + + + +Achtervoegsels _ing_ en _uj_. + + +_Ing_(o) duidt het voorwerp aan, waarin men gewoonlijk de zaak, +door het grondwoord uitgedrukt, steekt of plaatst. Woorden op _ingo_ +vormen die voorwerpen, welke slechts één ding tegelijk, en dan nog maar +voor een gedeelte, kunnen bevatten, bijv.: plumo = pen, plumingo = +penhouder; kandelo = kaars, kandelingo = blaker, kandelaar; fingro = +vinger, fingringo = vingerhoed. + +_Uj_(o) duidt het voorwerp aan, dat datgene inhoudt of draagt, +door het stamwoord uitgedrukt, bijv.: sukero = suiker, sukerujo = +suikerpot; plumo = pen, plumujo = pennedoosje; pomo = appel, pomujo = +appelboom; Belgo = Belg, Belgujo = België. + +Aanmerking: Bij namen van boomen gebruikt men ook wel het woord _arbo_, +bijv.: appelboom = pomujo of pomarbo; pereboom = pirujo of pirarbo. + +Bij de vorming van landsnamen gebruikt men ook veel het woord +_lando_, bijv.: België = Belgujo of Belglando; Frankrijk = Francujo +of Franclando. + +Alléén _Holland_, _Groenland_, _IJsland_ en _Finland_ moeten worden +vertaald _Holando_, _Grenlando_, _Islando_ en _Finlando_, en daarom +ook _Hollander_, _Groenlander_, _IJslander_ en _Finlander_ door +_Holandano_, _Grenlandano_, _Islandano_ en _Finlandano_. + + +Leer van buiten: + + + botelo flesch + karafo karaf + korko kurk + glaso glas + kaliko beker, kelk + taso kop + barelo vat, ton + vazo vaas + kuvo kuip + sitelo emmer + skatolo doos + sako zak + lampo lamp + lanterno lantaarn + kandelo kaars + horlogxo uurwerk + martelo hamer + najlo spijker + pinglo speld + sxrauxbo schroef + ligno hout + karbo kool (brandstof) + gaso gas + alumeto lucifer + porko varken + sxafo schaap + pano brood + salo zout + ovo ei + sukero suiker + pipro peper + bombono lekkernij + butero boter + cigaro sigaar + cigaredo sigaret + lerta behendig + estimata geacht + tuta geheel + sata verzadigd + dolcxa zoet + avara gierig + porti dragen + komenci beginnen + fini eindigen + difekti beschadigen + ekbruligi ontsteken, aansteken, aanmaken + estingi uitdooven + bezoni noodig hebben + peti verzoeken + deziri begeeren, wenschen, verlangen + respekti eerbiedigen + saluti groeten + trinki drinken + nutri voeden + perdi verliezen + precipe vooral + suficxe genoeg + cetere overigens + subite schielijk, plotseling + nu nu, wel + ve helaas + + + +Vertaling: + +Karbujo, panujo, supujo, ovingo, ovujo, pirujo, bombonujo, sukerujo, +salujo, piprujo, buterujo, cigaringo, cigarujo, malfresxa, malsata, +malavara, ovajxo, sxafajxo, sxafidajxo, sukerajxo, porkido, trinkajxo, +dolcxajxo, nutrajxo, salero, korktirilo, lignejo, karbero, lerteco, +mallerta, lavvazo, skatoleto. + + +Vertaal in Esperanto: + +Varkenshok, kolenhok, kolenbak, houtloods, suikergoed, bakker, +vaderland, kandelaar, vingerhoed, appelboom, sigarettenpijpje, honger, +varkensvleesch, haardos, jager, stijgbeugel (voor den voet), geldbeurs. + + +Vertaling: + +En la komenco de la printempo la tago estas tiel longa kiel la +nokto. Somere la tago estas pli longa ol la nokto, do la nokto estas +malpli longa ol la tago. La 21a de junio estas la plej longa tago. Vi +estas granda, via frato estas pli granda ol vi, sed mi estas la plej +granda el ni. Mi kuris rapide, mia frato kuris pli rapide kaj mia +amiko kuris kiel eble plej rapide. Du homoj povas pli multe fari ol +unu. Mi metis la panon en la panujon. La mangxilaro estas jam sur la +tablo, ankaux la salujo, la piprujo kaj la buterujo. Cxu vi havas +vian cigarujon cxe vi? Mi volis fumi sed mi vidas ke mi ne havas +cigarojn cxe mi. Cxu ne estas ankoraux tempo por la tagmangxo? Mi +estas tre malsata, mi mangxos pli ol hieraux. Ni tagmangxos hodiaux +je duono de la sesa. La kuvo estas pli granda ol la sitelo. La domo +de mia frato estas la plej alta el cxiuj domoj en la strato. + + +Vertaal in Esperanto: + +Zij zette de flesch en het glas op de tafel. Deze tafel is grooter dan +die van mijn broeder. Dit gebouw is hoog, de kerk is hooger, maar de +toren is het hoogst. Van mijne broeders ben ik de grootste. Wat loopt +het snelst? Ik verlangde den hamer en hij gaf mij de tang. Zoudt gij +mij uw mes willen geven, want het is scherper dan het mijne. Het weêr +was zoo slecht, dat ik niet kon komen. Zij schrijft mooi, uw zuster +schrijft minder mooi, maar uwe vriendin schrijft het minst mooi. Gij +loopt vlugger dan uw zuster. De jager ging in den vroegen morgen het +bosch in. Ik heb mijn geldbeurs verloren. Ik schroefde het deksel +van de kist. Gisteren was het weder schooner dan nu. Geef mij dien +vingerhoed. Ik heb hem niet gezien. Hij ging in de houtloods en nam +hout mee om het fornuis aan te maken. Ik waschte mijn handen beter +dan gij. Het paard loopt het vlugst. Wanneer hebben wij den laatsten +dag van de maand? + + + + + +CHAPTER 10 + +Tiende Les. + + + +Deelwoorden. + +_Deelwoorden_ zijn van werkwoorden afgeleid en stellen de werking +voor als een voorbijgaande eigenschap of toestand. + +De Nederlandsche taal heeft 2 deelwoorden en wel het _tegenwoordig +deelwoord_, dat de werking of handeling voorstelt als nog voortdurende +en het _verleden deelwoord_, dat de werking voorstelt als afgeloopen. + +Het _tegenw. deelwoord_ eindigt in 't Nederlandsch op _d_ en het +_verl. deelwoord_ begint meestal met _ge_, als: loopen, loopend, +geloopen; leeren, leerend, geleerd; slaan, slaand, geslagen; zien, +ziend, gezien; vernemen, vernemend, vernomen; begeeren, begeerend, +begeerd. + +'t Esperanto nu heeft, behalve een tegenw. en een verl. deelwoord, +ook nog een _toekomend deelwoord_, wat wij omschrijven met het woord +_zullende_ vóór het werkwoord, bijv.: zullende loopen, zullende leeren, +zullende slaan enz. + +Verder worden deze 3 deelwoorden onderscheiden in _bedrijvende_ +en _lijdende_ deelwoorden. + +_Bedrijvende deelwoorden_ hebben altijd betrekking op den persoon, +die de werking verricht en worden gevormd van de werkwoorden, door +achter den stam te voegen: + + + voor den _tegenw. tijd_ de uitgang _anta_; + voor den _verl. tijd_ de uitgang _inta_; + voor den _toek. tijd_ de uitgang _onta_. + + +_Lijdende deelwoorden_ hebben altijd betrekking op den persoon of de +zaak, die de handeling lijdt of ondergaat en worden gevormd van de +werkwoorden, door achter den stam te voegen: + + + voor den _tegenw. tijd_ de uitgang _ata_; + voor den _verl. tijd_ de uitgang _ita_; + voor den _toek. tijd_ de uitgang _ota_. + + +Let wel op de overeenkomst van de uitgangen der _deelwoorden_ met +die van de reeds geleerde uitgangen der _werkwoorden_, n.l.: + + + tegenw. tijd uitg. _a_s, tegenw. deelw. uitg. _a_nta of _a_ta; + verl. tijd uitg. _i_s, verl. deelw. uitg. _i_nta of _i_ta; + toek. tijd uitg. _o_s, toek. deelw. uitg. _o_nta of _o_ta. + + +Hieronder volgen de verschillende deelwoorden van het werkwoord _bati_ +met de Nederlandsche beteekenis: + + + bati = slaan; + batanta = slaande; + batinta = geslagen hebbende; + batonta = zullende slaan; + batata = geslagen wordende; + batita = geslagen zijnde; + batota = zullende geslagen worden. + + +Deelwoorden hebben den _bijvoeglijken_ uitgang _a_ als ze +op zelfst. n.w. of voornaamwoorden betrekking hebben, +bijv.: + + + la falanta sxtono = de vallende steen; + la falinta sxtono = de gevallen steen; + la falonta sxtono = de steen, die vallen zal; + la batata knabo = de geslagen wordende jongen (de jongen, die + geslagen wordt); + la batita knabo = de geslagen zijnde jongen (de jongen, die + geslagen werd); + la batota knabo = de jongen, die geslagen zal worden. + + +Deelwoorden kunnen ook _zelfst n.w._ worden en krijgen dan den +uitgang _o_. Deze zelfst. n.w. duiden tevens aan of de persoon, +die genoemd wordt, bezig is de handeling te verrichten (_anto_), of +hij de handeling reeds verricht heeft (_into_) of dat hij deze nog +verrichten moet (_onto_). Voor den lijdenden vorm zijn deze uitgangen +resp. _ato_, _ito_ en _oto_, bijv.: + + + savanto = iemand die redt, dus 'n redder; + savinto = iemand die gered heeft; + savonto = iemand die zal redden; + savato = iemand die gered wordt; + savito = iemand die gered is; + savoto = iemand die gered zal worden. + + +Aanmerking: Men verwarre de beteekenis van den uitgang _anto_ niet +met dien van het achtervoegsel _isto_. Waar _isto_ een beroep of een +ambacht te kennen geeft, duidt _anto_ slechts een persoon aan, die +een werking of handeling verricht, zonder daarvan een beroep te maken. + +Vergelijk: skrib_isto_ = beroepsschrijver, skrib_anto_ = iemand die +schrijft; kant_isto_ = beroepszanger, kant_anto_ = iemand die zingt; +hak_isto_ = (hout)hakker van beroep, hak_anto_ = iemand die hakt. + +Verder kunnen deelwoorden _bijwoordelijk_ gebruikt worden (met +uitgang _e_) als ze te kennen moeten geven, dat de handeling, die ze +uitdrukken, een andere handeling vergezelde, voorafging of volgde, +bijv.: + +La virino laboras kant_ante_ = de vrouw werkt (al) +zingende (terwijl zij zingt). + +Trov_inte_ pomon, mi gxin mangxis = Een appel gevonden hebbend, +at ik hem op. + +Skrib_onte_ mi prenis mian plumingon = Zullende schrijven nam ik +mijn penhouder. + +Vok_ate_, la knabo estis en la gxardeno = De knaap, geroepen wordende, +was in den tuin. (_Toen de knaap geroepen werd, was hij in den tuin_). + +Vok_ite_, la knabo tuj venis = geroepen geworden zijnde, kwam de knaap +dadelijk. (_Toen de knaap geroepen geworden was, kwam hij dadelijk_). + +Vok_ote_, la knabo estis jam en la cxambro = Geroepen zullende worden, +was de knaap reeds in de kamer. (_Toen de knaap geroepen zou worden, +was hij reeds in de kamer_). + +Wanneer achter de w.w. _zien_, _hooren_, _voelen_, _vinden_ +enz. (waarnemingswerkwoorden) in denzelfden volzin een ander werkwoord +volgt, dat in den Nederl. zin in de onbepaalde wijs staat, moet dit in +'t Esperanto als _deelwoord_ gebruikt worden, bijv.: + + + Ik zag het paard vallen = Mi vidis la cxevalon falantan. + Wij hoorden hem spreken = Ni auxdis lin parolantan. + Ik voel den regen vallen = Mi sentas la pluvon falantan. + + +Het brengt eenige moeilijkheid mede of achter dit deelwoord een _n_ +geplaatst moet worden of niet. + +Neemt men nu eens het voorbeeld: + +Ik zag het paard vallen. + +Legt men nu den klemtoon op zàg, dan wil het zeggen: + +Ik zàg het paard, dat viel. + +Legt men den klemtoon op vàllen, dan wil het zeggen: + +Ik zag dat het paard viél. + +In de eerste beteekenis wordt het vertaald met een _n_, dus: Mi +vidis la cxevalon falantan, in de tweede beteekenis zonder _n_, dus: +Mi vidis la cxevalon falanta. + +Zooals men dus ziet, wordt het deelwoord gebruikt met een _n_, wanneer +het aangeeft den toestand, waarin, of de omstandigheid, waaronder de +persoon of zaak verkeert. Zonder _n_, wanneer men speciaal de werking +aan wil duiden, die de persoon of zaak verricht. Inplaats van het +deelwoord zonder _n_ mag men ook de onbepaalde wijs gebruiken. Bijv.: +Ik zag hem loopen = Mi vidis lin kuranta, of Mi vidis lin kuri. + +De beteekenis is dan dus: ik zag, dat hij liép. + + + +Achtervoegsels _ul_ en _ad_. + + +_Ul_(o) duidt personen aan die het kenmerk bezitten door het grondwoord +uitgedrukt, bijv.: + + + juna = jong, junulo = jongeling. + maljuna = oud, maljunulo = grijsaard, + kontraux = tegen, kontrauxulo = tegenstander. + + +Somtijds heeft _ulo_ ook betrekking op dieren en heel zelden op +voorwerpen, bijv.: + + + piedo = voet, kvarpiedulo = viervoetig dier. + korno = hoorn, kornulo = hoorndier. + masto = mast, dumastulo = tweemaster. + + +_Ad_(i of o) drukt uit dat de werking niet als een voorbijgaande, maar +als een voortdurende handeling of als een toestand moet worden gedacht, +bijv.: paroli = spreken, paroladi = voortdurend spreken (redeneeren), +parolado = redevoering; movi = bewegen, movadi = voortdurend bewegen, +movado = beweging; progresi = vorderen, progresadi = voortdurend +vorderen, progresado = vooruitgang. + +Wanneer de onbepaalde wijs van een werkwoord in 't Nederl. als een +zelfst. n.w. gebruikt wordt, dan wordt dit gewoonlijk in 't Esperanto +vertaald door achter den stam van het werkwoord _ado_ te plaatsen, +bijv.: Het drinken van zuiver water is gezond = La trinkado de pura +akvo estas saniga. + + + + +Leer van buiten: + + + pano brood + bulko broodje, kadetje + tritiko tarwe + faruno meel (bloem) + pasto deeg + supo soep + kapro geit + sxinko ham + lardo spek + ansero gans + anaso eend + meleagro kalkoen + kuniklo konijn + leporo haas + fisxo visch + besto dier, beest + haringo haring + salmo zalm + sardelo sardine + ezoko snoek + legomo groente + sxanco kans + fresxa versch + ranca rans + franca fransch + flandra vlaamsch + mordi bijten + sorbi slorpen + soifi dorst hebben + drinki overmatig drinken + fumi rooken + baki bakken + boli koken + friti bakken (braden) + rosti roosteren + cxasi jagen + sxteli stelen + diferenci verschillen + tamen nochtans, evenwel + uzi gebruiken + tremi beven + verki schrijven (v. boeken) + + + + +Vertaling: + +Junulo, maljunulo, junulino, belulino, felicxulo, malfelicxulo, +blindulo, ricxulo, malricxulo, avarulo, cxasajxo, terpomo, drinkejo, +panisto, sxtelisto, policejo, kantado, ridado, dormado, parolado, +uzado. + + +Vertaal in Esperanto: + +Lieveling, een doove, een slechtaard, jager, drank, drinkebroer, +zoetigheid (iets zoets), een rooker, een schrijver, zanger, redder, +dief, tarwekorrel, varkensvleesch. + + +Vertaling: + +Mi mangxis la rostitan panon. El la junuloj de mia vilagxo, la +filo de la meblisto estas la plej bela. La maljunulo ekglitis, +falis teren, kaj bela knabino helpis lin. La blindulo trovas la +vojon per la palpo. Mi trovis lin dormantan sur la kanapo. Mi +vidis sitelon starantan en la kuirejo. Mi vidis lin parolantan en +la cxambro. Salutante li foriris. Kiam mi skribas leteron, mi estas +skribanto kaj kiam mi verkas libron, mi estas verkisto. Mi ne povis +legi la skribitan leteron. La batota knabo estis en la gxardeno. Mia +en Roterdamo logxanta amiko vizitos min morgaux. La konstruita domo +estas tre bela. La konstruota domo estos tre alta. La segxo staris +antaux la fermita fenestro. Oni povas diri: "mi soifas" kaj ankaux +"mi havas soifon". Knabineto, tremanta pro malvarmo, kuris sur la +strato. La parolonto venos en la urbon morgaux je la sepa vespere. + + +Vertaal in Esperanto: + +Ik hoorde haar zingen (vertaal zingende) in den salon van mijne +tante. Ik zie het kind spelen (vertaal spelende). De redder loopt +met den geredde. Het brood in de broodbak is niet versch, het is +oudbakken. Etende menschen spreken niet veel, slapende menschen +spreken nog minder. Op de straat gekomen zijnde, zag ik een vrouw, +weenende van de koude. Een bijtende hond. De beminnende moeder loopt +met het beminde kind. Groetende kwam hij binnen. De jonge man en de +jonge vrouw zijn op het veld, spelende met de kinderen. De ooms en +tantes waren in den tuin en spraken over het mooie weder. Zingende +kinderen zijn vroolijke kinderen. Brood is een voedsel voor mensch +en dier. Hij zal veel geld geven aan de arme kinderen van de groote +stad. Wie heeft den man zien loopen? Wie hoorde den jongen lachen? De +redevoering was kort maar krachtig. Het voortdurend gezang van mijn +buurman, den geheelen dag van den morgen tot den avond, is niet zeer +aangenaam voor den hoorder. + + + + + +CHAPTER 11 + +Elfde Les. + + +Samengestelde Tijden. + +Tot hiertoe hebben we geleerd de werkwoordelijke uitgangen _as_, _is_, +_os_ en _us_. Dit noemt men de uitgangen der _enkelvoudige tijden_. + +Er zijn ook nog _samengestelde tijden_. + +De samengestelde tijden worden gevormd door verbinding van het +hulpwerkwoord _esti_ in de enkelvoudige tijden, met de deelwoorden. + +Aanmerking: Daar de Nederlandsche taal twee hulpwerkwoorden van +tijd heeft, n.l. _zijn_ = esti en _hebben_ = havi, is men zeer +dikwijls geneigd ook in 't Esperanto _havi_ als hulpwerkwoord te +beschouwen. Wees dus op uw hoede en gebruik, ook al staat in het +Nederl. het werkwoord hebben in verband met een ander werkwoord, +steeds het hulpwerkwoord _esti_ = zijn. + +Zeg ik bijv.: _ik eet_ = mi mangxas, dan ben ik bezig met eten, dus: +_ik ben etende_ = mi estas mangxanta. + +Zeg ik: _ik at_ of _ik heb gegeten_ = mi mangxis, dan zegt dit, +dat ik nu klaar ben met eten. Gebruikt men nu in 't Nederlandsch +het hulp w.w. zijn, dan wordt het: _ik ben gegeten hebbende_ = mi +estas mangxinta. + +Zeg ik nu: ik had gegeten, dan zegt dit dat ik op zeker tijdstip, dat +voorbij is, reeds klaar was met eten, dus: _ik was gegeten hebbende_ += mi estis mangxinta. + +In dit laatste geval hebben we dus feitelijk een dubbelen verleden +tijd, want ik spreek over iets in 't verleden, hetgeen toen al verleden +was, zooals: + +Toen hij gisteren bij mij kwam, had ik reeds gegeten = Kiam li hieraux +venis cxe mi, mi jam estis mangxinta. + +Ik vertel dus heden, dat hij gisteren bij mij kwam, en dat ik toen +reeds klaar was met eten. + +Voor zulke gevallen (dus voor de voltooid verleden tijd) moet men in +'t Esperanto steeds de samengestelde tijden gebruiken. + +De voltooid tegenwoordige tijd (ik heb gegeten = mi estas mangxinta) +moet alleen dan in den samengestelden tijd gebruikt worden, wanneer +men speciaal te kennen wil geven dat een handeling reeds gebeurd is, +bijv.: Leeft hij nog? = Cxu li vivas ankoraux? Neen, hij is gestorven = +Ne, li estas mortinta. + +Deze zelfde regel kan ook in 't Nederl. toegepast worden. Ik kan +evengoed zeggen: Ik at gisteren bij mijn oom, als: ik heb gisteren bij +mijn oom gegeten. Hiervoor gebruikt men dus in 't Esperanto zooveel +mogelijk den enkelvoudigen tijd. + +Hieronder volgen de samengestelde tijden van het werkw. lauxdi = +prijzen. + + +_Bedrijvenden vorm._ + + mi estas ik ben + vi estis lauxdanta gij waart prijzende. + li estos hij zal zijn + sxi estus zij zou zijn + + mi estas ik ben + vi estis lauxdinta gij waart geprezen hebbende. + li estos hij zal zijn + sxi estus zij zou zijn + + mi estas ik ben + vi estis lauxdonta gij waart zullende prijzen + li estos hij zal zijn of op 't punt van + sxi estus zij zou zijn te prijzen. + + +_Lijdenden vorm._ + + esti lauxdata = geprezen wordende. + esti lauxdita = geprezen zijn. + esti lauxdota = op 't punt van geprezen te worden of + zullende geprezen worden. + estu lauxdata = word geprezen. + weest geprezen wordende. + estu lauxdita = wees geprezen. + weest geprezen geworden zijnde. + estu lauxdota = wees geprezen zullende worden. + wees op 't punt van geprezen te worden. + estante lauxdata = wordende geprezen. + estante lauxdita = zijnde geprezen. + estante lauxdota = op 't punt zijnde van geprezen te worden. + + + mi estas ik word + vi estis lauxdata gij werd geprezen. + li estos hij zal worden + sxi estus zij zou worden + + mi estas ik ben + vi estis lauxdita gij waart geprezen geworden. + li estos hij zal zijn + sxi estus zij zou zijn + + mi estas ik ben + vi estis lauxdota gij waart op 't punt van + li estos hij zal zijn geprezen te worden. + sxi estus zij zou zijn + + +Daar de deelwoorden in de samengestelde tijden altijd _bijvoeglijk_ +gebruikt zijn, krijgen ze in het meervoud ook den meervoudsuitgang. + +Het kan ook voorkomen, dat in 't Nederlandsch de enkelvoudige tijd +gebruikt wordt, waarvoor in 't Esperanto de samengestelde tijd gebruikt +moet worden. + +Wanneer bijv. in één zin twee handelingen verricht worden, waarvan +de eene reeds aan den gang was, toen de andere begon, dan moet de +handeling, die reeds aan den gang was, in den samengestelden tijd +gebruikt worden, bijv.: + +Ik las een boek, toen hij mij riep = Mi estis leganta libron, kiam +li vokis min. + + +Leer van buiten: + + + asparago asperge + brasiko kool + salato salade + lentoj linzen + bulbo ui + frukto vrucht + citrono citroen + kuko koek + piro peer + cxerizo kers + frago aardbei + frambo framboos + daktilo dadel + nukso noot (in't algemeen) + juglando noot (okkernoot) + avelo hazelnoot + peco stuk + mielo honig + oleo olie + vinagro azijn + mustardo mosterd + lakto melk + servico servies + fromagxo kaas + kafo koffie + teo thee + cxokolado chocolade + akvo water + vino wijn + biero bier + brando brandewijn + pipo pijp + objekto voorwerp + estonteco toekomst + linio lijn, linie + loterio loterij + ondo golf + tendo tent + antauxdiri voorspellen + malfrui laat komen + fabriki vervaardigen + sveni bezwijmen + sopiri zuchten + heredi erven + dika dik + rekta recht + sen zonder + jen estas hier is + + + + +Vertaling: + +Laktujo, laktejo, pirujo, peceto, pipego, antauxdiro, senharulo, +sopiro, heredajxo, heredanto, kafejo, kafujo, kafopoto, sxafido, +malrekta, maldika. + + +Vertaal in Esperanto: + +Koffiehuis, bierhuis, kerseboom, theebus, theepot, voortdurend zuchten, +kaaspakhuis, sigarettenpijpje, ontbijt, middagmaal, avondmaal, iemand +die altijd laat komt, iemand die dik is. + + +Vertaling: + +La infano estas kisanta la patrinon. La infano estas kisata de +la patrino. La knabo estis batanta la hundeton. La hundeto estis +batata de la knabo. Li estos leganta mian leteron. Tiu letero estos +legata de sxi. La knabino estas skribinta leteron al sia avino. Mi +estas skribonta. Mi estas amata de mia patrino. Vi estas vidita en +la gxardeno de mia najbaro. Tiu cxi domo estas konstruata de mia +frato. La fenestro estis fermita longe, sed mi malfermis gxin. La +tuta planko estis kovrita de malpurajxoj. Mi estis skribonta longan +leteron al vi, sed mi ne havis tempon. Kiam ni eliris la pregxejon, +ni estis vidataj de nia najbaro. Mi estas balainta la malpurajxojn +sur la planko kaj nun mi lavos la mangxilaron. La policestro estis +elironta, kiam malricxa virino demandis por paroli kun li. + + +Vertaal in Esperanto: + +Zoudt gij mij uw mes willen geven, want het is scherper dan het +mijne. Water is de beste en gezondste drank. Het weêr was zoo slecht, +dat ik niet komen kon. Uwe zuster zou niet zoo vroeg aangekomen zijn +als gij, indien zij niet vroeger vertrokken was dan gij. In den tuin +van mijn buurman staan vele appel- en pereboomen; zij dragen veel +vruchten, welke spoedig rijp zullen zijn. Zeg aan de dienstbode, dat +zij de theepot en het servies in den tuin brengt (portu). Wij kunnen +met het schoone weêr thee drinken in den tuin. Indien gij hongerig +zijt, hier is kalfsvleesch, groenten en aardappelen; eet zooveel (tiom, +kiom) gij wilt. Mijn dorst is grooter dan mijn honger. Hebt gij dorst, +hier is water, bier en wijn. Toen ik gisteren thuis kwam bemerkte ik, +dat ik mijn geldbeurs had verloren. Hebt gij ook gehoord of (cxu) ze +gevonden is (geworden). Ik kan het u niet zeggen, maar ga naar het +politiebureau en zeg het aan den politiebeambte, die daar is. Daar +ik hard geloopen had, was ik zeer vermoeid. + + + + + +CHAPTER 12 + +Twaalfde Les. + + +Onpersoonlijke Werkwoorden. + +_Onpersoonlijke werkwoorden_ noemen een werking, die aan geen persoon +of zaak wordt toegeschreven; zij geven alleen het bestaan, het plaats +vinden van de werking te kennen, zonder te vermelden wie de werking +verricht. + +De woordjes _het_, _'t_ of _er_ die er vóór staan, worden niet +vertaald, bijv.: het regent = pluvas, 't hagelt = hajlas, het stormt += ventegas. + +Het deelwoord van onpers. w.w. neemt den _bijwoordelijken_ vorm aan, +bijv.: estis pluvinte = het had geregend. + +Ook in andere volzinnen bezigt men den bijwoordelijken vorm, als het +onpers. w.w. geen betrekking heeft op een zelfst. n.w., bijv.: + + + Het is gevaarlijk = estas dangxere. + het is noodig = estas necese. + het is warm = estas varme. + + +Het woordje _er_ in uitdrukkingen als: _er is_, _er was_, _er zijn_, +_er waren_, enz., wordt niet vertaald en wordt dus alleen _estas_, +_estis_ enz. + + + +Achtervoegsels _ig_ en _igx_. + +_Ig_(i) beteekent iets of iemand in den toestand brengen door het +grondwoord uitgedrukt, bijv.: + + + bruli = branden, bruligi = doen branden. + varma = warm, varmigi = warm maken. + granda = groot, grandigi = groot maken. + fali = vallen, faligi = laten of doen vallen. + + +Aanmerking: Men zij voorzichtig met de vertaling van het werkwoord +laten = lasi. + +Laten heeft twee beteekenissen n.l. een waarin geen verandering in +den toestand gebracht wordt en een waarin wel verandering in den +toestand gebracht wordt. + +In het eerste geval vertaalt men lasi en in het tweede geval wordt +_laten_ samengesmolten met het bijbehoorende werkwoord door hierbij +het achtervoegsel _ig_ te gebruiken. + +Bijv.: Laat de dokter komen, wordt vertaald (zonder verandering van +den toestand) Lasu veni la kuraciston, en (met verandering van den +toestand) Venigu la kuraciston. + +Verder wordt in de Ned. taal de aanvoegende wijs (welke de handeling +voorstelt als gewenscht, uitgang _u_) veelvuldig uitgedrukt met +het werkwoord _laten_. Dit laten mag nooit vertaald worden met het +Esperanto werkwoord _lasi_ daar n.l. een verandering in den toestand +wordt gebracht, bijv.: + + + laat ons leeren = ni lernu. + laat ons gaan = ni iru. + laat ons beginnen = ni komencu. + + +_Igx_(i) beteekent worden, zich maken, of in den toestand komen, +wat het grondwoord uitdrukt, bijv.: + + + pala = bleek, paligxi = bleek worden. + sidi = zitten, sidigxi = zich nederzetten, gaan zitten. + fari = doen (maken), farigxi = worden, ontstaan, zich + tot .... maken. + + + +Wederkeerige of Terugwerkende Werkwoorden. + +Dit zijn werkwoorden, die een _wederkeerigheid_ of _terugwerking_ +aanduiden en waarbij het _onderwerp_ van den zin tevens het _voorwerp_ +der handeling is. + +Deze werkwoorden worden in 't Esperanto in 3 groepen verdeeld, n.l.: + +1e. Werkwoorden, die de wederkeerigheid in zich sluiten, + + + bijv.: gxoji = zich verheugen, mi gxojas = ik verheug mij. + enui = zich vervelen, mi enuas = ik verveel mij. + kutimi = zich gewennen, mi kutimas = ik gewen mij. + imagi = zich verbeelden, mi imagas = ik verbeeld mij. + erari = zich vergissen, mi eraras = ik vergis mij. + vengxi = zich wreken, mi vengxas = ik wreek mij. + konduti = zich gedragen, mi kondutas = ik gedraag mij. + memori = zich herinneren, mi memoras = ik herinner mij. + + +2e. Werkwoorden, die een handeling uitdrukken, die men zichzelf of +een ander kan doen ondergaan, bijv.: lavi = wasschen (men kan zichzelf +en een ander wasschen). + +De wederkeerigheid wordt uitgedrukt door de pers. voornaamwoorden in +den lijdenden vorm, dus met _n_, bijv.: + + + mi lavas min = ik wasch mij. + li lavas sin = hij wascht zich (vergelijk 4e les). + ni lavas nin = wij wasschen ons. + + +3e. Werkwoorden, waarbij het onderwerp door de werking, die het +werkwoord voorstelt, in een bepaalden toestand komt, dat het wordt +(_igxas_) wat het grondwoord te kennen geeft. In dit geval gebruikt +men het achtervoegsel _igx_, bijv.: + + + zich nederzetten = sidigxi (in zittenden toestand komen). + zich nederleggen = kusxigxi (in liggenden toestand komen). + zich buigen = klinigxi (in gebogen toestand komen). + + + +Leer van buiten: + + + vesto kleedingstuk + vesxto mouwvest, vest + jako jas + pantalono broek + gamasxo slobkous + robo kleed, japon + jupo rok + mantelo mantel + surtuto overjas + sxtrumpo kous + sxuo schoen + kravato halsdoek, das + cxemizo hemd + maniko mouw + manumo manchet + kolumo halsband + sxtofo stof + tolo linnen + tuko zakdoek, doek + ganto handschoen + kufo muts + soldato soldaat + cxapelo hoed + posxo zak + brava dapper + simila gelijkend + preta gereed + gxentila beleefd + cxarma bevallig + acxeti koopen + pagi betalen + levi opheffen + butonumi toeknoopen + kombi kammen + ornami versieren + konsumi verbruiken + naski baren + scii weten + malgraux niettegenstaande + preskaux bijna + aparte ter zijde, afzonderlijk + kaj tiel plu (k. t. p.) en zoo voort, enz. + jen estas zie hier, hier is, hier zijn + + + +Vertaling: + +Grandigxi, pligrandigxi, plibonigi, junigxi, plijunigxi, paligxi, +rapidigxi, naskigxi, devigi, farigxi, purigi, dikigxi, maldikigxi, +interesigxi, sciigi. + + +Vertaal in Esperanto: + +Neusdoek, grooter maken, tevreden stellen, geruststellen, ongerust +worden, rijk worden, beleefdheid, schoenmaker, versiersel, verbruik, +handschoenendoos, een dapper mensch, jong maken, jonger maken, oud +maken, ouder maken. + + +Vertaling: + +La belaj vestoj ne estas bonaj por vi, vi malpurigos ilin en unu +tago. Matene, mi vekigxas je la sepa. Tiu cxapelo plijunigas vin +kelkajn jarojn. Via kantado malsanigos min. Kiam mia amikino auxdis, ke +sxia patrino estas tre malsana, sxi paligxis kaj rapidigxis hejmen. Se +vi ne estis devigita por eliri, mi kredas ke vi cxiam restus hejme +kaj vi bone scias, ke la kuracisto estas dirinta, ke vi devas eliri +almenaux dum unu horo. Mi kredas ke la vivado sur la kampo sanigas +vin, vi dikigxas kaj via vizagxo ne estas plu pala. Mia posxhorlogxo +estas pli bela ol la via, cxar la mia estas pli nova ol la via, sed +mi kredas ke la via estas pli forta ol la mia. Mi gxojas pri via +felicxo. Mi lavas min en la lavvazo. Sxi lavis sian infanon en la +kuvo. Mi kutimis mangxi tre malmulte. Vi treege dikigxas. Vi ne plu +povas iri tra la pordo. Mi prenis mian surtuton kaj mi foriris. Mi +sidigxis sur la segxon, starantan apud la pordo. + + +Vertaal in Esperanto: + +De laarzenmaker maakt schoenen en laarzen. Hij wordt soldaat. In +ons land bevinden zich geen bergen, maar slechts heuvels. In den zak +van mijn broek draag ik een geldbeurs en in den zak van mijn overjas +draag ik een portefeuille (paperujon). In mijn schrijftafel bevinden +zich vier laden. In plaats van koffie gaf hij mij thee. De hoorders +verlieten (forlasi) de zaal. Hij liet den geneesheer komen. De +versiering van de kamer was zeer mooi. De kamer zal vergroot +worden. Hij wascht zich zonder water. Mijn overjas heeft me rijk +gemaakt. De gierigaard is rijk geworden door gierigheid. De geslagen +kinderen weenen. Mijn broek is te lang. Ik breng mijn schoenen naar +den schoenmaker. Een dapper mensch is een dappere. Hare handschoenen +zijn vuil, zij moet ze wasschen. Een mantel is een kleedingstuk voor +vrouwen en meisjes. Ik had mijn manchet verloren, maar ik heb ze +gevonden in den kist met gereedschappen. Ik zag een zeer groote stad, +waarin zich aanhangers van onze vijanden bevonden. De 20ste Februari +is de een en vijftigste dag van het jaar. Hij las: "ten vierde, de +vogel vloog over het veld". Al sprekende ging hij zitten. Hij sprak +over een nieuwe taal. + + + + + +CHAPTER 13 + +Dertiende Les. + + + +Korelativoj. + +De op achterin bijgevoegde tabel genoemde woordjes zijn verschillende +soorten van _voornaamwoorden_ of _bijwoorden_, die dienen als +_vragende v.n.w._, _bezittelijke v.n.w._, _vragende bijwoorden_ +enz. Deze woordjes noemt men _korelativoj_. + +De bovenste rij van de tabel, dus _ia_, _io_, _iu_, _ie_, _ial_, +_iam_, _iel_, _iom_ en _ies_ noemt men de _grondwoorden_ waarvan de +andere gevormd worden. Ze worden in onbepaalde beteekenis gebruikt. + + + Die welke beginnen met _k_ zijn vragend; + Die welke beginnen met _t_ zijn aanwijzend; + Die welke beginnen met _cx_ zijn alles omvattend; + Die welke beginnen met _nen_ zijn ontkennend. + + +De korelativoj op _ia_ en _iu_ kunnen den meervoudsuitgang hebben, +terwijl _ia_, _iu_, _io_ en _ie_ een _n_ na zich kunnen krijgen. + +Eenige korelativoj worden ook wel _zelfstandig_ of _bijvoeglijk_ +gebruikt, bijv.: + +la kialo = het waarom; kioma = hoeveelste. + + + +Korelativoj op ia en io. + +_Korelativoj_ op _ia_ zijn bijvoeglijk en bepalen iets omtrent de +hoedanigheid of de soort. + +_Ia_ = de een of andere, een zekere, eenigerlei, bijv.: + +Ian tagon mi donos al vi la monon = De een of andere dag zal ik u +het geld geven. + +Li acxetis iajn nuksojn = Hij kocht de een of andere soort noten. + +_Kia_ = welke, wat voor een, welke soort van, bijv.: + +Kiajn nuksojn vi preferas? = Welke (soort van) noten verkiest gij? + +_Tia_ = zoodanig, dusdanig, dergelijk, zulk een, zulk een soort, bijv.: + +Tia cxapelo kostas kvin guldenojn = Zoo'n (zulk een) hoed kost +vijf gulden. + +_Cxia_ = elke soort van, iedere soort, elk, ieder, bijv.: + +Cxia persono bezonas monon = Elk mensch heeft geld noodig. + +_Nenia_ = geen enkele soort van, geen enkel, bijv.: + +Li konas nenian floron = Hij kent geen enkele (soort van) bloem. + +_Korelativoj_ op _io_ zijn zelfstandig en worden alleen voor zaken +gebruikt. Ze hebben dan ook nooit een zelfst. n.w. achter zich. + +_Io_ = iets, het een of ander, bijv.: + +Io kusxis sur la tablo = Iets lag op de tafel. + +Mi vidis ion = Ik zag iets. + +_Kio_ = wat? (vragend voornaamwoord) bijv.: + +Kio povas mangxi? = Wat kan eten? + +Kion vi vidas? = Wat ziet gij? + +_Tio_ = dat. + +Tio estas bela = Dat is mooi. + +Mi vidis tion = Ik zag dat. + +_Tio cxi_ of _cxi tio_ = dit (in de nabijheid) bijv.: + +Tio cxi devas esti bona = Dit moet goed zijn. + +Mi portos tion cxi = Ik zal dit dragen. + +_Cxio_ = alles, alle, elk ding, bijv.: + +Cxio estas en la butiko = Alles is in den winkel. + +Li scias cxion = Hij weet alles. + +_Nenio_ = niets, niet een enkel ding, bijv.: + +Nenio falis = Niets viel. + +Mi auxdis nenion = Ik hoorde niets. + + + + +Achtervoegsels _em_ en _ebl_. + +_Em_(a) vormt woorden, die de neiging uitdrukken tot hetgeen het +grondwoord (meestal een werkwoord) uitdrukt, of de gewoonte van de +hoedanigheid, in het grondwoord gelegen, bijv.: + + + kredi = gelooven, kredema = lichtgeloovig. + mensogi = liegen, mensogema = leugenachtig. + babili = babbelen, babilema = babbelachtig. + + +_Ebl_(a) drukt de mogelijkheid uit van hetgeen het grondwoord (altijd +een werkwoord) beduidt, bijv.: + + + vidi = zien, videbla = zichtbaar. + legi = lezen, legebla = leesbaar. + auxdi = hooren, auxdebla = hoorbaar. + + + +Leer van buiten: + + + butono knoop + broso borstel + sapo zeep + juvelo juweel + rubando lint + galono boordsel + punto kant + kotono katoen + lano wol + silko zijde + veluro fluweel + argxento zilver + oro goud + bastono stok + ombrelo regenscherm + magazeno magazijn + butiko winkel + bazaro bazar + lukso pracht + truo gat + speco soort + elefanto olifant + spongo spons + brocxo borstspeld + ringo ring + cxeno ketting + galosxo overschoen + cxifono vod, lor + fadeno draad + difekta beschadigd + delikata fijn, teeder + eleganta sierlijk + simpla eenvoudig + falsa valsch, vervalscht + ebla mogelijk + aminda beminnelijk + sindona dienstwillig + kompreni begrijpen, verstaan + interesi aanbelangen + intenci voornemens zijn + preferi verkiezen + sxangxi ruilen, verwisselen + jxuri zweren, eed doen + alia andere + cetera overige + kelka, + kelke da eenige + multa, + multe da veel + malmulta, + malmulte da weinig + tuta gansch + kiu ajn wie het ook zij + + + + +Vertaling: + +Eble, juvelisto, cxenero, cxifonisto, cxifonujo, lana, kombilo, +levilo, gxentilajxo, edzigxo, posxhorlogxo, falsisto, legebla, kredema, +kredebla, dormema, trinkebla, drinkema, pagebla, uzebla, preferebla. + + +Vertaal in Esperanto: + +Zilvergeld, eenvoudigheid, jonge olifant, knoopsgat, school, leerling, +schoolhoofd, onderwijzer, portefeuille, inktkoker, leerboek, leesboek, +verstaanbaar, leerzaam, schrijver, werkzaam. + + +Vertaling: + +Cxu vi auxdis jam ion pri tia afero? Ne, mi auxdis ankoraux nenion, +sed se mi auxdos ion, mi sciigos tion al vi. Mi donos al vi cxion, +kion mi havas. Kiam (toen) mi estis en la urbo, mi vidis en la butiko +de la juvelisto tiajn belajn cxirkauxmanojn, ke mi eniris la butikon, +kaj volis scii, kion ili kostis, sed mi povis acxeti nenian. Io +estas sub la tablo. Estas tempo por cxio. Kio estas tio cxi, kion mi +vidos? Nenio estas preta; tio estas malagrabla. Estis ia truo en mia +posxo, cxar mi perdis mian monujon. Kia lukso estas en la salono de +la ricxulo. En la butiko mi acxetis pluvombrelon. Mi sciigis tion al +vi. Donu ian fadenon al mi. Mi havas nenian argxentmonon cxe mi. Apud +la silko kusxas la kotona rubando. + + +Vertaal in Esperanto: + +Iets ligt op de tafel. Hij hoorde iets. Een kat liep in de kamer. Een +of andere vogel zat op den toren. Wat schoon is moet eenvoudig +zijn. Dat, wat gebeurde, was goed. De arme knapen konden niets geven +aan den armen grijsaard. Welke (wat voor soort) kant hebt gij aan uwe +japon? Wat zegt gij? Welk meisje is ongelukkig? Dat is niet waar. Welke +noten eet gij? Hij kent geen enkele soort menschen. In allerlei (soort) +steden bevinden zich dergelijke menschen. Welken ouderdom hebt gij? Ik +had iets gezien, maar ik wist niet wat. Ik zou dit gelezen hebben, +maar ik had geen tijd. Neem de zeep uit het zeepbakje en wasch uwe +handen. De ketting was van goud en de borstspeld van zilver. De gouden +borstspeld is mooier dan de zilveren. Leg de borstel in de kast en +knoop je jas toe. + + + + + + +CHAPTER 14 + +Veertiende Les. + + + +Korelativoj op iu en ie. + + +_Korelativoj_ op _iu_ kunnen zoowel voor personen als voor zaken +gebruikt worden. In het eerste geval kunnen ze _bijvoeglijk_ +en _zelfstandig_ gebruikt worden, en in het tweede geval alleen +_bijvoeglijk_. + +_Iu_ = iemand, eenig, de een of andere persoon of zaak bijv.: + +Iu estas en la cxambro = Iemand is in de kamer. + +Iu viro estas en la cxambro = Een zekere man is in de kamer. + +Mi vidis iun = Ik zag iemand. + +Iu libro estas sur la tablo = Een zeker boek is op de tafel. + +_Kiu_ = wie of welk (vragend), bijv.: + +Kiu kuras en la cxambro? = Wie loopt in de kamer? + +Kiu viro kuras en la cxambro? = Welke man loopt in de kamer? + +Kiun vi vidas? = Wien ziet gij? + +Kiujn librojn li acxetas? = Welke boeken koopt hij? + +_Kiu_ = die, welke, dat (betrekkelijk) bijv.: + +La viro, kiu marsxas en la strato, estas maljuna = De man, die in de +straat loopt, is oud. + +La viro, kiun mi vidas, estas maljuna = De man, dien ik zie, is oud. + +La libroj, kiujn mi legas, estas belaj = De boeken, welke ik lees, +zijn mooi. + +_Tiu_ = die, dat, diegene, bijv.: + +Tiu (viro) sidas sur la segxo = Die (man) zit op de stoel. + +Tiu libro kusxas sur la segxo = Dat boek ligt op de stoel. + +Li legas tiujn librojn = Hij leest die boeken. + +_Tiu cxi_ of _Cxi tiu_ = deze of dit (in de nabijheid) bijv.: + +Tiu cxi (virino) estas en la domo = Deze (vrouw) is in het huis. + +Tiu cxi krajono kusxas sur la tablo = Dit potlood ligt op de tafel. + +Mi acxetas tiujn cxi pomojn = Ik koop deze appelen. + +_Cxiu_ = ieder, iedereen, elk een. + +Cxiu (infano) ludas = Elk (kind) speelt. + +Cxiun libron li havas = Elk boek heeft hij. + +Mi vidis cxiujn = Ik zag allen. + +_Neniu_ = niemand, geen, geen enkele, bijv.: + +Neniu estas en la domo = Niemand is in het huis. + +Li vidis neniun infanon = Hij zag geen enkel kind. + +Vi legas neniun libron = Gij leest geen enkel boek. + +_Korelativoj_ op _ie_ zijn plaats bepalende bijwoorden. + +_Ie_ = ergens, op de een of andere plaats, bijv.: + +Li devas esti ie = Hij moet ergens zijn. + +Ili marsxas ien = Zij loopen ergens heen. + +_Kie_ = waar, op welke plaats (vragend), bijv.: + +Kie vi logxas? = Waar woont gij? + +Kien vi iras? = Waarheen gaat gij? + +_Kie_ = waar (betrekkelijk), bijv.: + +Tie, kien ni iros, staras bela domo = Daar, waar wij heen gaan, +staat een mooi huis. + +_Tie_ = daar, op die plaats, ginds, bijv.: + +Tie staras sxranko = Daar staat een kast. + +Cxu vi iras tien? = Gaat gij daarheen? + +_Tie cxi_ of _cxi tie_ = hier, bijv.: + +Cxi tie kusxas la libro = Hier ligt het boek. + +Venu tien cxi = Kom hier. + +_Cxie_ = overal, op alle plaatsen, bijv.: + +Cxie mi auxdis birdojn = Overal hoorde ik vogels. + +Ni iras cxien = Wij gaan overal heen. + +_Nenie_ = nergens, op geen enkele plaats, bijv.: + +Nenie mi vidas segxon = Nergens zie ik een stoel. + +Ni iras nenien = Wij gaan nergens heen. + + + +Achtervoegsel _ind_ en voorvoegsel _dis_. + + +_Ind_(a) beteekent waardig van wat het grondwoord uitdrukt, bijv.: + + + kredi = gelooven, kredinda = geloofwaardig. + bedauxri = beklagen, bedauxrinda = beklagenswaardig. + + +_Dis-_ beduidt verdeeling of verspreiding, bijv.: + + + semi = zaaien, dissemi = rondzaaien (naar alle kanten + zaaien.) + kuri = loopen, diskuri = uiteenloopen. + + + + +Leer van buiten: + + + laboro werk + klaso klasse + kajero schrijfboek + papero papier + folio blad + plumo pen + inko inkt + krajono potlood + libro boek + pagxo bladzijde + leciono les + progreso vooruitgang + apatio onverschilligheid + fervoro ijver + piedpilko voetbal + muso muis + energio karaktersterkte + ordo orde + babili babbelen + lingvo taal + litero letter + letero brief + bileto briefje + adreso adres + justa oprecht, rechtvaardig, juist + partia partijdig + facila gemakkelijk + korekta nauwkeurig + atenta aandachtig + inteligenta vernuftig + severa streng + nagxi zwemmen + forveturi vertrekken (van treinen) + renkonti ontmoeten + koni kennen + lerni leeren + instrui onderwijzen + elparoli uitspreken + indulgi toegeven, ontzien, voorzichtig zijn met + memori zich herinneren + forgesi vergeten + pensi denken + opinii van meening zijn, denken + imagi zich inbeelden + sxanceli wankelen + obei gehoorzamen + klopodi trachten + peni pogen + erari zich vergissen, missen + petoli stoeien + presi drukken + bindi binden + observi waarnemen + veturi rijden + tauxgi deugen + boji blaffen + depost sinds + + + +Vertaling: + +Vidinda, akceptebla, dezirinda, respektinda, respektebla, acxetebla, +acxetema, preferinda, observebla, malfacila, malatenta, malobei, +malfervoro, atenteco, skribajxo, adresaro, bindisto, presilo, +memorinda, disiri, disdoni, diskuri, dissendi, dissemi. + + +Vertaal in Esperanto: + +Vergeetachtig, vergetenswaardig, onvergetelijk, denker, leugenachtig, +wetenswaardig, adresseeren, werkman, penhouder, de onderwezen wordende, +papiermand, inktkoker, gemakkelijkheid, iets gemakkelijks, uitstrooien. + + +Vertaling: + +Cxu iu el vi scias la vojon? Iu persono devas scii tion. Prenu iun +libron kaj legu. Li vidis iun en la gxardeno de nia najbaro. Kiu +logxas en Roterdamo? Kiu birdo ne povas kanti? Kiu estas tiu granda +monumento? Glaso de vino estas glaso en kiu antauxe sin trovis vino, +aux kiun oni uzas por vino; glaso da vino estas glaso plena je vino. La +domo en kiu ni trovigxas, estas konstruita en 1750. Ie en la arbaro +logxis maljunulo. Kie via frato logxas? Antauxe li logxis tie sed +nun li logxas tie cxi. Kien vi metis la sxlosilon? Sxi diris al mi +kiu kaj kie li estas. Kiu estas la monto, kiun mi vidas tie? Tie, kie +vi logxas, mi ankaux volus logxi. Kia estas la nomo de tiu, kiu vin +sendis tien? Cxiu homo povas erari. Cxiu mezuras la aliajn per sia +mezurilo. Cxiu por si, Dio por cxiuj. Cxie kaj cxiam esperantistoj +estas amikoj. Dum la leciono ne estas permesate al vi rigardi +cxien. Neniu estis vidinta la infanon. Neniuj homoj estis ankoraux +sur la strato. Nenie mi vidis mian plumingon. Cxu vi memoras ke mi +diris al vi: "iru nenien"? + + + +Vertaal in Esperanto: + +Heeft iemand mijn potlood gezien? Niemand zag het sinds +gisteren. Vandaag ga ik nergens heen. Mijn hoed ligt ergens. Wie kent +niet het schoone boek? Hij, die tevreden is, is gelukkig. Die jongens, +welke deze appels stalen, gingen daarheen. Een blad papier uit dit +schrijfboek. Vandaag ontmoet ik u overal. Kan iemand mij zeggen, hoe +laat de laatste trein naar Z. vertrekt? Iedereen kan u dat zeggen. Daar +ik niets van uw bezoek wist, zult gij u tevreden moeten stellen met +ons eenvoudig middagmaal. Wat schoon is moet eenvoudig zijn. Daar het +avond werd en mijne zuster nog niet thuis was, werden wij ongerust. De +salon in het huis van mijn rijken buurman was prachtig versierd ter +gelegenheid van (okaze de) het huwelijk van zijn dochter. De een +zei dit, de andere zei dat. Waar woont hij? Waarheen brengt gij dat +boek? Wij gaan daarheen. Wij gaan overal heen. Wij gaan nergens heen. + + + + + +CHAPTER 15 + +Vijftiende Les. + + + +Korelativoj op ial en iam. + + +_Korelativoj_ op _ial_ duiden reden of oorzaak aan. + +_Ial_ = ergens om, om de een of andere reden, bijv.: + +Li ne povis veni ial = Hij kon om de een of andere reden niet komen. + +_Kial_ = waarom, om welke reden, bijv.: + +Kial li estis en la urbo? = Waarom was hij in de stad? + +_Tial_ = daarom, om die reden, bijv.: + +Tial mi venis = Daarom kwam ik. + +_Cxial_ = overal om, om elke reden, bijv.: + +La knabo ridis cxial = De jongen lachte overal om. + +_Nenial_ = nergens om, om geen enkele reden, bijv.: + +Mi iras hejmen nenial = Ik ga nergens om naar huis. + + +_Korelativoj_ op _iam_ hebben betrekking op den tijd. + +_Iam_ = eens, ooit, op zekeren tijd, op een of anderen tijd, bijv.: + +Mi venos vidi iam = ik zal eens komen zien. + +_Kiam_ = wanneer, op welken tijd, bijv.: + +Kiam vi venos? = Wanneer komt gij? + +_Kiam_ = toen, in de beteekenis van als, wanneer, zoodra, bijv.: + +Kiam li venis, li estis bonvena = Toen hij kwam, was hij welkom. + +Ni estis elirontaj, kiam li alvenis = Wij zouden uitgaan, toen +hij kwam. + +_Tiam_ = dan, toen, op dien tijd, destijds, bijv.: + +Tiam estis tempo por foriri = Dan was het tijd om te vertrekken. + +_Cxiam_ = altijd, ten allen tijde, steeds, bijv.: + +Li laboras cxiam = Hij werkt altijd. + +_Neniam_ = nooit, nimmer, op geen enkel oogenblik, bijv.: + +Li venas neniam = Hij komt nooit. + + + +Voorvoegsels _ek-_ en _re-_. + + +_Ek-_ duidt een werking aan, die aanvangt of van korten duur is, bijv.: + + + dormi = slapen, ekdormi = inslapen. + kanti = zingen, ekkanti = aanheffen, beginnen te zingen. + krii = roepen, ekkrio = uitroep. + + +_Re-_ duidt een herhaling der handeling aan, bijv.: + + + vidi = zien, revidi = herzien. + veni = komen, reveni = opnieuw komen. + trovi = vinden, retrovi = opnieuw vinden, weervinden. + + + +Leer van buiten: + + + koverto omslag + historio geschiedenis + fabelo vertelling + fablo fabel + verso vers + poeto dichter + poezio dichtkunst + teatro schouwburg + dramo drama + verko werk (letterkundig) + muziko muziek + kolego ambtgenoot + majstro meester (in zijn kunst) + profesoro leeraar + spirito geest + animo ziel + prudento rede, verstand + kapabla bekwaam + diligenta vlijtig + sagxa wijs + severa streng + antikva oud, antiek + admono vermaning + dubi twijfelen + konsili aanraden + demandi vragen + respondi antwoorden + silenti stilzwijgen + mensogi liegen + prepari bereiden + montri toonen, aanwijzen + rakonti vertellen + kalkuli rekenen + konduti zich gedragen + rekompenci beloonen + lauxdi prijzen, loven + admiri bewonderen + puni straffen + ordoni gebieden + parkere van buiten + vane tevergeefs + okaze toevallig + prosperi bloeien, gelukken, slagen + aroganta aanmatigend + perfidi verraden + vitrokahelo glasruit + kapti vangen + okaze de ter gelegenheid van + + + + +Vertaling: + +Reveni, revidi, rediri, retrovi, ekkanti, ekgliti, ekbruligi, ekkoni, +rekoni, ekdormi, resendi, verkajxo, verkisto, muzikanto, mensogulo, +maldiligenta, sagxulo, represi, ekpensi, ekkomenci, rekomenci. + + + +Vertaal in Esperanto: + +Bewonderenswaardig, lovenswaardig, strafbaar, berekenbaar, pennedoosje, +vertaler, begrijpelijk, gedicht, vertelling, begrijpelijk maken, +wijzer, bezienswaardigheid, omstreken, bezoeker. + + + +Vertaling: + +Vivis iam regxo, kiu havis du filojn. Kien vi iros morgaux? Kial +vi plendas, vi devas esti gaja, cxar vi estas sana kaj ricxa, kaj +tamen vi cxiam estas malgaja. Mi neniam vidis ankoraux tiajn belajn +cxirkauxajxojn. Morgaux mi iros al amiko kiu logxas en domo ie sur la +kampo, apud mia naskigxurbo. Kial vi do foriras? La infaneto ploradis +ial, sed la patrino ne sciis kial kaj ne povis trovi la kialon. Kiam +mia amikino auxdis, ke sxi povas foriri, sxi rapidigxis hejmen. De +tiam ili estas amikoj. Kiam vi vizitos vian fraton, tiam salutu lin de +mi. En la tiama tempo mi vizitis Parizon cxiujare. Dek cigaroj kostas +tridek cendojn, tial unu cigaro kostas tri cendojn. Tiu malsanulo +cxial estas malkontenta. Mi cxiam levigxas tre frue. Vi cxiam estas +malkontenta; vi cxiam deziras ion multe pli belan. Mi cxiam iras al +la teatro. La infanoj ridas cxial. En tiu cxambro mi vidis nenian +pentrajxon. Malesperu neniam. Mi neniam vidis ion de via laboro. Mi +nenial forlasos vin. La knabo batis sian fratinon nenial. La forkurinta +infano nenie estis videbla. + + + +Vertaal in Esperanto: + +Eens zag ik een groote stad, waarin altijd groene boomen +stonden. Waarom deedt gij dat? Komt gij ergens om (om een of andere +reden)? Neen, ik kom nergens om. Wanneer men iets doen moet, wil +men gaarne het waarom weten. Daarom (om die reden) kwam ik gisteren +niet. Gij moet niet overal om lachen. Gij deedt beter nergens aan te +denken. Wanneer ik u de geschiedenis zal verteld hebben, dan zult +gij begrijpen, waarom hij dat deed. Zaagt gij ooit zulke schoone +omstreken? Neen, ik ben nog nooit in Amsterdam geweest. Zijt gij ooit +gestraft geworden? Muziek is altijd aangenaam als ze goed is. Toen +ik was ingeslapen, begon ik te droomen. Zij heffen een lied aan. Na +langen tijd sliep ik in en droomde een schoonen droom. Herinnert gij +u nog den dag, dat gij den eersten keer naar school gingt? Die dag is +niet licht te vergeten (onvergetelijk). De onderwijzer staat voor de +klasse en gebiedt den kinderen, dat zij zullen zwijgen (silentu). Het +onderwijs begint. Indien de leerlingen zeer vlijtig zijn geweest, +zal de onderwijzer hun een mooie geschiedenis vertellen. Hebt gij +uw portefeuille verloren? Ik heb er een gevonden. U spreekt dat +woord niet goed uit. Toon mij uw hand en ik zal u zeggen wie gij +zijt. Verstaat gij mij? Neen, mijnheer, ik heb u niet verstaan. Ik +moet hem bewonderen. Hij liegt alsof het gedrukt is. Antwoord, +wanneer men u iets vraagt. De leerlingen waren zeer vlijtig. + + + +Lees- en Vertaaloefening: + + +MALFELICxA KOMERCISTO. + +Juna homo, kiu en sia urbo havis nenian okupon, venis Londonon por +sercxi helpon cxe unu sia parenco. Tiu cxi lasta donis al li kelkan +nombron da cxapoj kaj konsilis al li stari sur la strato kaj vendi +ilin. Gxoja, ke li nun povos iom perlabori, la junulo prenis la +cxapojn kaj iris kun ili sur unu homplenan straton kaj sidigxis en +unu oportuna anguleto. Vespere li revenas al la parenco, kaj tiu cxi +demandas: Nu, cxu vi multe vendis? Ha, malgaje respondas la junulo, +ecx unu cxapon mi ne vendis! Cxu vi al neniu proponis? kion do vi +faris la tutan tagon? Mi tenis la cxapojn bone kasxitajn en mia korbo, +por ke la polvo ilin ne malbonigu, sed proponi al iu mi ne trovis +okazon en la dauxro de la tuta tago, cxar el la granda amaso da homoj, +kiuj pasis antaux mi, cxiuj havis jam cxapojn sur la kapoj. + +(_El Fundamenta Krestomatio._) + + + + + +CHAPTER 16 + +Zestiende Les. + + + +Korelativoj op iel en iom. + + +_Korelativoj_ op _iel_ duiden de manier of wijze aan. + +_Iel_ = op de een of andere wijze, bijv.: + +Iel li devis trovi laboron = Op de een of andere manier moest hij +werk vinden. + +_Kiel_ = hoe, op welke manier (vragend), bijv.: + +Kiel vi fartas? = Hoe vaart u? + +_Kiel_ = als, zooals (betrekkelijk), bijv.: + +Diru gxin, kiel vi volas = Zeg het, zooals gij wilt. + +_Tiel_ = zoo, op die manier, derwijze, bijv.: + +Tiel vi devas uzi la plumon = Zoo moet gij de pen gebruiken. + +_Cxiel_ = op elke manier of wijze, bijv.: + +Li povas skribi cxiel = Hij kan op elke manier schrijven. + +_Neniel_ = geenszins, op geen enkele manier, in 't geheel niet, bijv.: + +Mi povis skribi al li neniel = Ik kon hem op geen enkele manier (in +'t geheel niet) schrijven. + +_Korelativoj_ op _iom_ hebben betrekking op de hoeveelheid en worden +gevolgd door _da_ indien zij een zelfst-n.w. voorafgaan. + +_Iom_ = wat, een beetje, een weinig, bijv.: + +Pruntu al mi iom da mono = Leen mij een weinig geld. + +_Kiom_ = hoeveel, welke hoeveelheid (vragend), bijv.: + +Kiom da mono vi havas? = Hoeveel geld hebt gij? + +_Kiom_ = als (betrekkelijk), bijv.: + +Diru al mi tiom, kiom vi scias = Zeg mij zooveel, als gij weet. + +_Tiom_ = zooveel, zulk een hoeveelheid, bijv.: + +Li havas tiom da mono = Hij heeft zooveel geld. + +_Cxiom_ = alles, de gansche hoeveelheid, bijv.: + +Li donis cxiom = Hij gaf alles (van hetgeen hij had). + +_Neniom_ = niets, niemendal, bijv.: + +Estis neniom de la meblaro en la domo = Er was niets van de meubelen +in huis. + + + +Het achtervoegsel _um_. + + +Het achtervoegsel _um_ heeft geen vaste beteekenis, en het verdient +daarom aanbeveling de onderstaande woorden, welke de meest voorkomende +met _um_ zijn, uit het hoofd te leeren. + + + aerumi = luchten. + akvumi = drenken, bevochtigen. + amindumi = het hof maken. + argxentumi = verzilveren. + brulumo = ontvlamming, ontsteking. + busxumi = muilbanden, busxumo = muilband. + butonumi = toeknoopen. + cerbumi = malen, tobben. + datumi = dateeren, dagteekenen. + gustumi = proeven. + kalkanumo = hak (van een schoen), kiel (van een schip). + kolumo = boord, kraag. + komunumo = gemeente. + krucumi = kruisigen. + kulerumi = opscheppen. + laktumo = hom (afgeroomde melk). + lotumi = verloten. + malvarmumi = kouvatten, malvarmumo = verkoudheid. + manumo = manchet. + martelumi = behameren. + mastrumi = huishouden. + nazumo = lorgnet, knijpbril. + ombrumi = beschaduwen. + orumi = vergulden. + palpebrumi = lonken, knipoogen. + parazitumi = schuimen, klaploopen. + partumo = breuk of deel (wiskunde). + pensiumi = pensioneeren. + plenumi = vervullen. + proksimume = ongeveer. + sapumi = inzeepen. + serpentumi = zich kronkelen. + ventumi = waaien (met waaier), ventumilo = waaier. + + +Leer van buiten: + + + scienco wetenschap + arto kunst + gusto smaak, neiging + religio godsdienst + pacienco geduld + pasio drift, hartstocht + kolero gramschap, woede + timo vrees + humoro gemoedsgesteldheid, luim + pastro priester + almozo aalmoes + tombo graf + legxo wet + rajto recht + paco vrede + komerco handel + potenca machtig + fiera trotsch + modesta zedig + jxaluza afgunstig + egala gelijk + efektiva wezenlijk, werkelijk + agi handelen + bapti doopen + beni zegenen + pregxi bidden (tot God) + permesi toestaan + saluti groeten + voki roepen + prezenti aanbieden + danci dansen + jugxi oordeelen + savi redden + pafi schieten + inviti uitnoodigen + konduki geleiden + gardi bewaken + festi feestvieren + kondamni veroordeelen + militi strijden + vundi kwetsen + + + +Vertaling: + +Dancejo, fiereco, militisto, militistaro, gardisto, pafilo, tombejo, +malpermesi, singardema, ekpafi, devo, komercisto, jxaluzeco, almozulo, +modesteco, saluto, kondukanto, kondamnato, milito. + + +Vertaal in Esperanto: + +Rechter, verhinderen, gerechtsgebouw, gerechtshof, kunstenaar, feest, +humorist, handelbaar, geestigheid, vreedzaam, kwetsbaar, kanon, salvo +(aanhoudend schieten), schutter, schietbaan. + + +Vertaling: + +Iel mi perdis mian posxtrancxilon. Kial vi ne respondas? respondu +iel. Li estas iom fiera. La kafo estas iom tro malvarma. Cxu vi volas +doni al mi iom da akvo? Iel vi devas devigi tiun malobean knabon. Cxu +mi povas iel servi al vi? Kiel estas la vetero? Kiel mia bofrato +rakontis tion al mi, tiel gxi estas. Mi ne scias kiel min savi. Kiom +da pomoj vi volas havi? Je kioma horo vi deziras ke la servisto veku +vin? Donu tiom, kiom estas necesa. Via onklo estas tiel malavara kiel +afabla. Tiel perdi la tempon estas malagrable. Malfortuloj cxiel devas +vivi singardeme. Li volas vendi al mi cxiom. Mi mendis tagmangxon kaj +formangxis cxiom. Li neniel atendis auxdi tian belan historion. Li +skribis malbonege, oni neniel povas legi lian leteron. Mi komprenis +nenion el tio, kion li diris. Kiu volas havi cxiom, ofte akiras +neniom. Hieraux ni estas vidintaj la vidindajxojn de via urbo. Tiu akvo +ne estas trinkebla, gxi estas malpura. Mia frato estas tre kredema, +li kredas cxion, kion oni rakontas al li. Kiun libron vi preferas, +tiun kun la verda koverto aux tiun-cxi kun la rugxa koverto? Mi +preferas la verdan ol la rugxan. + + + +Vertaal in Esperanto: + +Heb een weinig geduld. Op de een of andere manier moet gij ons +helpen. Hij vertelde mij hoe trotsch zij was. Ik weet zelf niet hoe +er over (over het) te denken. Hoeveel tijd hebt gij noodig om naar de +stad te gaan? Op welke manier lezen blinde menschen? Zoo te handelen is +zeer onvoorzichtig. Zooveel wijn kan ik niet drinken. Geef mij evenveel +melk als koffie. Geef mij alles wat drinkbaar is. Hij heeft al (de +gansche hoeveelheid) het geld. Esperantisten helpen elkander op elke +manier. Wij hebben dat heelemaal niet (in 't geheel niet) noodig. Gij +behoeft u geenszins te verontrusten. De zieke heeft gedurende twee +dagen niets gegeten. Gelooft gij, dat hij niets geen geld bij zich +heeft? Toen ik uw brief ontving, deelde ik alles aan mijn vriend mede, +maar hij heeft mij nog niets geantwoord. Hebt gij uw lees- en rekenboek +bij u? Neen, ik heb ze vergeten. Gij zijt zeer vergeetachtig. Hij +is afgunstig op uw vooruitgang. De priester zegende de menigte. Gij +handelt tegen den godsdienst door zoo te spreken. Hartstocht is een +slechte eigenschap. Geduld is zulk een groote schat. + + + +Lees- en Vertaaloefening: + + +ANEKDOTO DE SWIFT. + +Kiam Swift prenadis novajn servantinojn, li cxiam diradis al ili, +ke ili en lia domo devas antaux cxio observadi du aferojn: unue, +fermi post si la pordon, kiam ili venas en cxambron, kaj due--denove +fermi la pordon, kiam ili eliras. Unu fojon unu servantino petis +de li la permeson iri al la festo de edzigxo de sxia fratino. Tre +volonte, diris Swift, mi ecx donos al vi cxevalon kaj servanton por +akompani, kaj vi povas ambaux kune veturi. Tute ekster si de gxojo, +la servantino, elirante, lasis la pordon ne fermita. Kvaronon da +horo post ilia forveturo Swift ordonis seli alian cxevalon kaj sendis +sur gxi rapide alian servanton kun la ordono revenigi ilin. Tiu cxi +trovis ilin en la mezo de vojo, kaj cxu ili volus aux ne--ili devis +veturi returne. Tute depremita, la knabino eniris en la cxambron +de sia sinjoro kaj demandis, kion li ordonos. Nenion pli ol nur ke +vi fermu post vi la pordon, li diris kaj lasis sxin post tio cxi +denove forveturi. + +(_El Fundamenta Krestomatio._) + + + + + +CHAPTER 17 + +Zeventiende Les. + + + +Korelativoj op ies. + +_Korelativoj_ op _ies_ geven een bezit te kennen. + +_Ies_ = iemands, bijv.: + +Ies cxapelo falis en la akvon = Iemands hoed viel in het water. + +_Kies_ = wiens (vragend), bijv.: + +Kies cxapelo estas tiu? = Wiens hoed is dat? + +_Kies_ = wiens, wier (betrekkelijk), bijv.: + +La knabo, kies libro kusxas tie cxi, estas malsana = De knaap, wiens +boek hier ligt, is ziek. + +_Ties_ = diens, dier, bijv.: + +Ties laboro estas la plej bela = Diens werk is 't mooist. + +_Cxies_ = ieders, elks, van ieder, bijv.: + +Li prenis cxies proprajxon = Hij nam ieders eigendom. + +_Nenies_ = niemands, van niemand, bijv.: + +Mi bezonas nenies helpon = Ik heb niemands hulp noodig. + + + +Het voorvoegsel _fi_ en het achtervoegsel _acx_. + + +Deze geven beiden een minachtende beteekenis aan het stamwoord, +waarvan _fi_ op de innerlijke en _acx_ op de uiterlijke eigenschap +doelt, bijv.: + + + ficxevalo = paard met streken, cxevalacxo = knol. + fiviro = man met slechte eigenschappen, viracxo = vent, kerel. + fivirino = vrouw met slechte eigenschappen, virinacxo = wijf. + + +_Het achtervoegsel_ _cxj_(o) dient om verkleinende, liefkoozende +mannelijke persoonsnamen te vormen; men voegt den uitgang na den 2en +tot den 5en letter van den naam, bijv.: Mihxaelo = Michiel, Micxjo += Michieltje. + + + Petro = Pieter, Pecxjo = Pietje. + + +_Het achtervoegsel_ _nj_(o) wordt gebruikt op dezelfde wijze als +_cxj_(o), doch dient voor vrouwelijke persoonsnamen, bijv.: + + + Mario = Marie, Manjo = Marietje. + Emilino = Emilia, Eminjo = Emilietje. + + +De uitdrukking _Mosxto_ is een beleefdheidstitel, die dient voor alle +Nederlandsche titels, als: _Majesteit_, _Heiligheid_, _Excellentie_, +_WelEdele_, _WelEdelGestrenge_, _Hoogedelgeboren_, enz. Wanneer de +waardigheid van den te noemen persoon het woord _Mosxto_ voorafgaat, +dan neemt die waardigheid den vorm van het bijv. n.w. aan, bijv.: + + + Zijne Majesteit de Koning = Lia regxa Mosxto. + Zijne Excellentie Graaf.... = Lia grafa Mosxto.... + Zijne Heiligheid de Paus = Lia papa Mosxto. + + + +Leer van buiten: + + + industrio nijverheid + posxto brievenpost + signo teeken + stacio station + raso geslacht + gento volksstam + regxo koning + regno staat + bieno goed, landgoed + opinio meening + perfekta volmaakt + libera vrij + prava wie gelijk heeft + certa zeker + sama zelfde + sendi zenden + donaci schenken (een geschenk doen) + ricevi ontvangen + gajni winnen + akiri verkrijgen + mezuri meten + ofendi beleedigen + plendi zich beklagen + bedauxri betreuren + aparteni toebehooren + posedi bezitten + malprava wie ongelijk heeft + decidi besluiten, beslissen + danki bedanken + cxagreni verdrieten + enui zich vervelen + amuzi vermaken + sin amuzi zich vermaken + dauxri duren + resti blijven + cxesi ophouden + jxeti werpen + peli wegjagen, weg zenden + sxajni schijnen, blijken + gratuli gelukwenschen + envii benijden + helpi helpen + zorgi zorgen + supre omhoog + malsupre omlaag + tuj dadelijk + jxus juist + preskaux bijna + sendube ongetwijfeld + adiaux vaarwel + precipe vooral + suficxe genoeg + tro te, teveel + jen ... jen nu eens ... dan weer + ju pli ... des pli hoe meer ... des te meer + + + + +Vertaling: + +Ekplendi, posedajxo, posxtisto, ekjxeti, mallibera, libereco, +regxino, regnano, malliberejo, domacxo, parolacxi, fikomercajxo, +hundacxo, skribacxi, fiinfano, disflugi, deflugi, forflugi, deiri, +disiri, foriri. + + +Vertaal in Esperanto: + +Gevangene, gevangenschap, gelukwensch, bedelaar, vreesachtig, bang +maken, dankbaar, beklagenswaardig, betreurenswaardig, benijdenswaardig, +uitstrooien (werpen naar alle kanten), terugroepen, overdenken, +welvaren, kunstmatig, beginnen te lachen, beginnen te weenen, beginnen +te klagen. + + +Vertaling: + +Ies perdo ne estas cxiam ies gajno. Cxies ideo estas diversa. Kies +plumon vi uzis? Nenies, (gxi) estas mia. Ties opinio ne multe +valoras. Cxu estas ies tiu cxi pinglo? Cxu tiuj estas la gepatroj, +kies infanoj ludas kun la viaj? La mono ne estas ties, kiu gxin +trovas. Cxies traduko estis bona. Mi estas nenies malamiko. La +fervoraj infanoj estos rekompencataj, sed la malfervoraj infanoj +estos punataj. Cxu vi scias kie estas la adresaro de Roterdamo? En +mia libertempo de la antauxa jaro mi vizitis la plej sudan (zuidelijk) +parton de nia lando, kaj admiris la belan pejzagxon (landschap). Li ne +povas kompreni min aux ne volas kompreni min. Kiam ni estis revidintaj +nian fraton, ni estis tre felicxaj, ke li estas en tia bonfarto. Cxar +mi ne volis akcepti rekompencon pro mia konsilo, mi resendis al li la +donacojn. Nenio estas perfekta. Mi tute ne estas certa, cxu vi estas +prava. Vi estas malprava. La verda stelo estas signo de Esperanto. + + + +Vertaal in Esperanto: + +Iemands hoed viel in het water. Is dit paard van iemand? Van wien is +dit papier? De vrouw, wier zoon viel, is ongelukkig. De man, wiens +kind in het water viel, sprong van de brug. De moeder zeide: Wie +niet wil gehoorzamen, diens straf zal groot zijn. Wees niet allemans +vriend. Over deze zaak wil ik gaarne ieders meening hooren. Niemands +hoed lag meer op de tafel. Ik heb niemands hulp noodig. Waar +hebt gij mijn penhouder gelegd? Ik legde hem juist bij het overige +schrijfgereedschap. Kan iemand mij zeggen, wie gelijk heeft? Het boek, +dat mijn vriend geschreven heeft, is waardig gelezen te worden. Hij +kon niet komen wegens zijn werk. Wij hebben alle bezienswaardigheden +van Amsterdam bezocht. De kinderen houden niet van stil zijn en +zitten, maar loopen en stoeien gaarne den ganschen dag. Ik ben niet +zoo lichtgeloovig uwe leugenachtige woorden te gelooven, en ik raad +u aan nooit meer over die zaak te spreken, want gij zoudt u vele +vijanden maken. Ter gelegenheid van den verjaardag harer moeder leerde +mijn nichtje een versje van buiten. Het geschenk van den koning was +prachtig. Waarom draagt gij niet allen hetzelfde teeken? + + + +Lees- en Vertaaloefening: + + +SEVERA BIBLIOTEKISTO. + +Cxiu el la regimentoj, kiuj staras en Parizo, posedas propran +bibliotekon, kies gardisto estas ordinare ia maljuna sub-oficiro, kiu +estas multe pli kompetenta en aferoj militaj, ol en literaturo. Unu +leuxtenanto de la maristaro sendis unu fojon en tian bibliotekon sian +servanton kun la komisio, ke li alportu al li el la biblioteko la 9an +volumon de la vortaro de Larousse (kun la literoj I. J. K.). Post unu +horo la soldato alportas al li la volumon unuan, raportante al li, +ke la bibliotekisto ne povis doni la nauxan volumon al persono, kiu +ne legis la ok unuajn, kaj ke, traleginte tiujn cxi, la leuxtenanto +ricevos tion, kion li deziras. + +(_El Fundamenta Krestomatio._) + + + + + +CHAPTER 18 + +Achttiende Les. + + + +Voegwoorden. + + +De _voegwoorden_ dienen, om zinnen of zinsdeelen met elkander te +verbinden en duiden meestal eenigermate de betrekking aan, die er +tusschen de zinnen bestaat. + +De voornaamste voegwoorden zijn: + + + kaj = en. + ke = dat. + se = indien (voorwaardelijk). + cxu = of, indien (twijfelend, onrechtstreeksche + vraag). + cxar = want, aangezien, daar. + tial-ke = omdat, doordat. + por ke = opdat. + gxis = totdat. + dum = terwijl. + almenaux = tenminste. + sekve = dus, bijgevolg. + do = dus. + kontrauxe = daarentegen. + kvankam = alhoewel, ofschoon. + kvazaux _of_ + kiel se = alsof. + cxu ... cxu = hetzij (dat) .... hetzij (dat). + kiam = toen. + tuj kiam = zoodra. + laux tio se = volgens dat, naar gelang. + antaux ol = vooraleer, alvorens, vóórdat. + anstataux = inplaats van + se ne ke = tenzij. + esceptinte ke = behalve dat. + malgraux ke = ondanks, niettegenstaande. + tamen = nochtans, evenwel, toch. + sed = maar, echter. + + + +De voegwoorden worden gevolgd: + +_a._ door de _aantoonende wijs_, wanneer de werking als _zeker_ +wordt voorgesteld, bijv.: + +Kvankam li estas malsana = Ofschoon hij ziek is. + +_b._ door de _voorwaardelijke wijs_, wanneer de werking als +_verondersteld_ of _voorwaardelijk_ opgegeven wordt, bijv.: + +Se vi estus malsana, mi irus al vi = Indien gij ziek waart, zou ik +naar u gaan. + +_c._ door de _aanvoegende wijs_ (die den vorm heeft van de gebiedende +wijs), wanneer de werking als _doel_ voorgesteld wordt, bijv.: + +Ordonu ke li venu = Gebied dat hij kome. + +Estas necese ke li iru = Het is noodig dat hij ga. + +_Anstataux_ en _por_ worden altijd gevolgd door de _onbepaalde wijs_, +bijv.: + +Anstataux babiladi, laboru = Inplaats van te babbelen, werk. + +Mi venas por vidi = Ik kom om te zien. + +_Antaux ol_ kan gevolgd worden door de _onbep. wijs_, en door de +_aant. wijs_, bijv.: + +Antaux ol foriri, li diris: = Alvorens weg te gaan, zei hij: + +Antaux ol li foriris, li diris: = Alvorens hij weg ging, zei hij: + +_Se_ wordt gevolgd door de _voorwaardelijke wijs_, wanneer men +zich bevindt voor een twijfelachtige zaak, afhangende van een +veronderstelling of voorwaarde, bijv.: + +Se vi volus, vi estus felicxa = Indien gij wildet, zoudt gij gelukkig +zijn. + +_Por ke_ wordt altijd gevolgd door de _aanvoegende wijs_, bijv.: +Por ke oni rekompencu vin, konvenas, ke vi gxin meritu = Opdat men +u beloone, betaamt het, dat gij het verdient. + +_Ke_ wordt gevolgd door de _aanvoegende wijs_, wanneer de werking +of de toestand afhangt van _een bede_, _den wil_, _de begeerte_, +_de noodzakelijkheid_, _de betamelijkheid_ of _de verdienste_, door +het voorafgaande w. w. uitgedrukt, bijv.: + +Vi meritas, ke oni pendigu vin = Gij verdient, dat men u ophange. + +Aanmerking: De voegwoorden, evenals de betrekkelijke voornaamwoorden, +worden altijd door een komma voorafgegaan. Het is in 't Esperanto +regel, in den zin een komma te plaatsen, waar die ook in 't +Nederlandsch voorkomt. + +Wanneer het voorzetsel _zonder_ gevolgd wordt door de onbepaalde wijs, +dan wordt het vertaald door _ne_ met het deelwoord, bijv.: + +Zonder te groeten ging hij heen = Ne salutante, li foriris. + +Uitdrukkingen met _dan ook_, zooals: _wie dan ook_, _wat dan ook_, +_waar dan ook_, worden vertaald door _ajn_, bijv.: + +Kiu ajn faros gxin = Wie het (dan) ook zal doen. + +Kion ajn vi faros = Wat gij (dan) ook zult doen. + +Kie ajn vi estos = Waar gij (dan) ook zult zijn. + +_Voorvoegsels_ _pra-_ en _eks-_. + +_Pra-_ heeft een oorsprong aangevende beteekenis, meestal betrekking +hebbend op vervlogen tijden. Het kan beteekenen oer-, voor-, oud- +en achter-, bijv.: + +pratempo = oertijd; pragepatroj = voorouders; pranepo = +achterkleinzoon; praonklino = oudtante. + +_Eks-_ beteekent voormalig, gewezen, oud, ex, bijv.: + + + ekskapitano = voormalig kapitein. + eksinstruisto = gewezen onderwijzer. + eksmembro = oudlid. + eksministro = exminister. + + + +Leer van buiten: + + + Dio God + universo heelal + globo aardbol + mondo wereld + naturo natuur + astro hemellichaam + suno zon + radio straal + lumo licht + luno maan + stelo ster + cxielo hemel + aero lucht + horizonto gezichtseinder horizon + temperaturo luchtsgesteldheid + frosto vorst + negxo sneeuw + glacio ijs + nubo wolk + nebulo nevel, mist + fulmo weerlicht + vento wind + maro zee + lago meer + bordo oever, boord + insulo eiland + monto berg + valo dal, vallei + fonto fontein, bron + rivero rivier + konko schelp + greno graan of koren + ponto brug + vojo weg, baan + dezerto woestijn + trajno trein + besto dier, beest + leono leeuw + tigro tijger + lupo wolf + vulpo vos + azeno ezel + aglo arend + korvo raaf + alauxdo leeuwerik + papago papegaai + rano kikvorsch + vermo worm + serpento slang + insekto insect + abelo bij (insect) + araneo spin + formiko mier + musxo vlieg + papilio vlinder + promeni wandelen + fali vallen + droni verdrinken + parfumi welriekend maken, parfumeeren + penetri doordringen + dangxere gevaarlijk + for ver, weg + nepenetrebla ondoordringbaar + + + + +Vertaling: + +Eksurbestro, praavo, praarbaro, praa, eksoficiro, malluma, malseka, +leonino, tigrino, azenino, lageto, rivereto, bestego, insulano, +montano, leonido, azenido, stelaro, negxero, glaciejo, glaciajxo, +glaciigi, insularo. + + +Vertaal in Esperanto: + +Aanhoudende vorst, licht maken, donker maken, donker worden, waterval, +stralen (w.w.), lichtstraal, beginnen te vriezen, slangenbeet, +boekwinkel, boekhandelaar, adresseeren, afzender, slijpen (scherp +maken), slijpsteen, mogelijk maken. + + +Vertaling: + +Se li scius, ke mi estas tie cxi, li tuj venus al mi. Ordonu al li, +ke li ne parolu. Se la lernanto scius bone sian lecionon, la instruisto +lin ne punus. Estas necese, ke li venu. Kiam vi ekparolis, ni atendis +auxdi ion novan, sed baldaux ni rimarkis ke ni trompigxis. Li foriris, +ne salutante. Permesu, ke mi diru tiun malagrablan veron. Mi deziras +ke vi tuj respondu. Antaux ol ekparoli, oni devas pripensi. Ni revenos +de la urbo je la sesa. Por ke mi auxdu viajn vortojn, estas necese +ke vi rediru ilin. Ne vidinte mian amikinon dum kvar jaroj, mi ne +rekonis sxin. Gardu, infanoj, ekkriis la patrino, tie estas granda +hundo, kiu mordos vin. Mi neniam permesos, ke vi eliros ankoraux tiel +malfrue. Estas via devo ke vi restu hejme, kaj gardu la infanojn. Kiam +la gardisto venis en la plej malproksima parto de la gxardeno, li +auxdis ion, sed vidante nenion, li foriris. Kian ajn libron vi legas, +legu atente. Vi devas foriri kien ajn. Li devas fari tion kiel ajn. Ne +estas permesate diri gxin al kiu ajn. Donu al mi ion, kion ajn. + + +Vertaal in Esperanto: + +Opdat gij morgen niet te laat zult komen voor den eersten trein, zal +ik u om 5 uur wekken. De arme vrouw, die uit honger een brood stal, +werd door den rechter niet veroordeeld. De gevangene bracht den +tijd van zijn gevangenschap door met lezen (lezende). Ik kon niet +verhinderen, dat mijn broeder u beleedigde, maar gij zijt zelf de +oorzaak daarvan. Ik deed den kunstenaar mijn hartelijke gelukwenschen +en hij accepteerde ze vriendelijk. Wij geven niet aan bedelaars, +die aan de deur komen. Indien men oud wordt, heeft men gaarne een +vreedzaam tehuis. Ik ben u zeer dankbaar voor het geschenk, dat gij +mij met mijn verjaardag hebt geschonken. Het is betreurenswaardig, +dat gij zooveel uitgaat en zoo weinig aan uw werk denkt. Overdenk +toch, dat gij nu den ouderdom hebt, op welken men het gemakkelijkst +leert. Hij strooide de graankorrels naar alle kanten uit. Wilt gij de +dienstbode nog eens roepen, het is noodig, dat ik haar iets beveel. Ik +verzoek u dit te doen, hoe dan ook. Gij kunt het in de kamer zetten, +waar dan ook. Een van u moet het gedaan hebben, wie dan ook. Gij moet +uit den salon gaan, waarheen dan ook. Zoodra het kleine meisje haar +vader zag aankomen, begon het te lachen. + + + +Lees- en Vertaaloefening: + + +MIRINDAJxOJ. + +Okaze kunvenis kvar sinjoroj, grandaj majstroj kaj amantoj de +mensogado. Longan tempon ili sidis silente, fine unu diras:--Cxu +vi auxdis, kian sukceson havis Aramburo? Mi mem vidis, ke en la +teatro estis tiel malvaste, ke oni ne povis aplauxdi en horizontala +direkto, sed aplauxdis en vertikala.--Tre povas esti, diris la dua; +kaj mi unu fojon estis en teatro, kaj prezentu al vi, tie estis tiel +plenege, ke oni ne povis ridi en horizontala direkto, sed ridis en +vertikala....--Cxio cxi estas malvera diris la tria; sed jen mi, kiam +mi estis en Afriko, vidis negron tiel nigran, ke oni bezonis, por +lin rigardi, ekbruligi kandelon.--Nu, tio cxi ankaux estas malvera, +diris la kvara; sed jen mi, kiam mi estis en Anglujo, mi vidis tie +maldikan frauxlinon, ke sxi bezonis du fojojn eniri la cxambron, +por ke oni povu sxin rimarki. + +(_El Fundamenta Krestomatio_). + + + + + +CHAPTER 19 + +Negentiende Les. + + + +Nog iets over het gebruik van voor- en achtervoegsels. + + +Vóór- en achtervoegsels kunnen ook op zichzelf gebezigd worden, bijv.: + +ilo = werktuig; aro = verzameling; ano = lid; inda = waardig. + +Vóór- en achtervoegsels kunnen samen verbonden worden en dan nieuwe +woorden vormen, bijv.: + +ilaro = gereedschap; ebligi = mogelijk maken; disigi = scheiden; +fiigxi = zich verachtelijk maken; inaro = vrouwenschaar. + +Bij gebruik van _meerdere voorvoegsels tegelijk_ neme men in acht, +dat het voorvoegsel, op welks beteekenis de nadruk moet gelegd +worden, _vooraan_ moet staan, bijv.: bogepatroj = schoonouders, in +tegenstelling met natuurlijke ouders, terwijl gebopatroj beteekent: +schoonvader en schoonmoeder samen. + +Bij gebruik van _meerdere achtervoegsels tegelijk_ neme men in acht, +dat het achtervoegsel, op welks beteekenis de nadruk valt, aan het +_eind_ van het samengestelde woord komt, bijv.: + +arbareto = klein bosch. + +arbetaro = een bosch van kleine boomen. + + + + +Bijvoeglijk naamwoord. + + +Het bijv. n.w. kan in 't Esperanto zoowel vóór als achter het +zelfst. n.w. geplaatst worden. Men kan dus evengoed zeggen: + +La viro batas la knabon malfelicxan, als + +La viro batas la malfelicxan knabon. + +Het bijvoeglijk n.w. volgt het zelfst. n.w. in getal en naamval en +noemt men zoo'n bijv. n.w. _attributief_ gebruikt. + +Het bijv. n.w. kan ook _praedicatief_ gebruikt worden en dan krijgt +het _wel_ den meervouds-, doch _niet_ den 4en naamvalsuitgang. Het +wordt dan _altijd_ achter het zelfst. n.w. geplaatst, bijv.: + +La viro batas la knabon malfelicxa = De man slaat den jongen ongelukkig +(d.w.z. dat hij ongelukkig wordt). + +Men krijgt dus de twee volgende vormen: + +Mi trovas la vinon bon_an_ = ik vind den goeden wijn. + +Mi trovas la vinon bon_a_ = ik vind den wijn goed (dat de wijn +goed is). + +Wanneer een praedicatief gebruikt bijv. n.w. geen betrekking heeft +op een zelfst. n.w. of een pers. v.n.w., doch op een werkwoord in +de onbepaalde wijs of op een geheelen volzin, dan wordt het in 't +Esperanto vertaald door een bijwoord, bijv.: + +Hier te staan is zeer gevaarlijk. + +Stari tie cxi estas tre dangxere. + +Het is goed dat gij komt. + +Estas bone, ke vi venas. + + + +Leer van buiten: + + + herbo gras + radiko wortel + brancxo tak + burgxono bot, knop + kverko eik + abio spar + nesto nest + arko boog + fero ijzer + vagono wagon + seka droog + klara klaar, helder + brila schitterend + ebena glad, effen, plat + profunda diep + fluida vloeibaar + krei scheppen + tondri donderen + flui vloeien + blovi blazen + amelo stijfsel + nacio natie, volksstam + gazeto krant + regularo reglement + kreto krijt + akno puist, pukkel + digo dijk, dam, wal + placo plein + monumento gedenkteeken + sentauxga ondeugend + valori waard zijn, geldig zijn + barakti trappelen, spartelen + ponardo dolk + tabulo schoolbord + ardeztabulo lei + vanta ijdel + taksi schatten, waardeeren + disciplo leerling, volgeling + fundo bodem + sekreto geheim + insulti beleedigen + apopleksio beroerte + signifi beteekenen + reciproke wederkeerig + hoko haak, angel + peni trachten + frost-sentema kouwelijk + komforto gerief, gemak + medalo medalje + kinino kinine + difekta defect + pilolo pil + frazo volzin + cxarlatano kwakzalver + sxmiri smeeren + dorloti vertroetelen + krocxi aanhaken, ophangen + supozi veronderstellen + raboti schaven + gvidi leiden + logi lokken + trafi treffen + + + +Vertaling: + +Malklareco, profundeco, profundegajxo, monteto, herbejo, aglonesto, +vagonaro, universestro, maristo, maristaro, fervojo, blovilo, arego, +geanaroj, malebligi, malsanetulo, malsanuleto, lauxdindulino, paletigi, +videbleco, pruvebleco, bedauxrindege. + + +Vertaal in Esperanto: + +Vloeibaar maken, vloeibaar worden, duidelijk maken, verklaarbaar, +vloeibaar te maken, schepper, beginnen te waaien, beginnen te donderen, +weerschijn, schietboog, wegblazen, opvroolijken (vroolijk maken), +de Esperantistenschaar, ziekenhuis, opnieuw vijand worden, opnieuw +ziek worden. + + +Vertaling: + +Promenante sur la strato, mi falis. La falinta viro ne povis sin +levi. La pasinta tempo neniam revenos. La policanoj kondukis la +malliberulojn tra la stratoj. Vidante ke pluvegis ni kunprenis niajn +pluvombrelojn. Salutinte la gesinjorojn, ni foriris. Ridetante li +salutis min. Dirinte tion, li foriris el la cxambro. Kiam lernanto +finis la studadon de Esperanto, venas al li la demando: Kian utilon +havas por mi Esperanto? Pro la nebulo ni ne povis iri antauxen, sen +timo fali en profundegajxon. Elirinte la domon, ni vidis ke la vetero +estis tre malbela, blovegis kaj negxis, kaj la stratoj estis tre +malpuraj kaj glataj. Hieraux estis jam mallume je la kvara, la negxo +ekfalis kaj ekblovegis. Akvo estas klara fluidajxo. Vidinte la leonon +kaj la tigron, la infano ekploris. Fermu la fenestron, cxar estas tre +malvarme kaj mi estas tre frost-sentema. La sentauxga knabo prenis +pecon da kreto kaj skribis sur la dorso de la maljunulo. La monumento +staris sur la placo, kontraux la digo. En la lernejo vi povas trovi +tabulon kaj ardeztabulojn. Li havas grandan aknon en la mezo de sia +vizagxo. La cxarlatano diris ke la sxmirajxo, kiun li vendis, estis +bona cxial. Li batis la cxevalon kripla. Li kolorigos la pordon verda. + + +Vertaal in Esperanto: + +De aanhoudende vorst en de strenge koude dwingen ons thuis te +blijven. Laten wij naar huis gaan, het wordt reeds donker. In den +zomer, bij groote hitte en droogte, zien wij dikwijls, dat sommige +riviertjes geheel droog zijn. Voor het raam van den boekhandelaar zagen +wij verscheidene Esperantowerken en wij haastten ons den winkel binnen +te gaan en er eenige te koopen. Gij adresseert dien brief niet goed. De +persoon, aan wien gij schrijft, woont niet meer in die straat, daar +hij verhuisd is. Hij zal de groene deur verven. Doe uw werk goed. Hij +vond den weg goed. Het is noodig, dat de bediende de messen slijpt, +want ze zijn zeer bot. Gij hebt gelijk, hij zou het gisteren reeds +gedaan hebben, maar de slijpsteen was defect. Het is jammer, dat het +slechte weer en de vuile weg het ons onmogelijk maken, om naar u toe te +komen, want wij zouden gaarne het feest bijgewoond hebben. In de diepte +van de zee liggen prachtige schelpen. De verschrikkelijke afgrond +was zoo diep, dat wij den bodem niet konden zien. Ik veronderstel, +dat gij weet wat het waard is. Een beroerte had hem getroffen. De +timmerman schaaft het hout, totdat het glad is als een spiegel. + + + +Lees- en Vertaaloefening: + + +LA KULERETO. + +En bona restoracio estas granda amaso da homoj, kiuj mangxas kaj +trinkas. Apud du tabletoj, proksime de la enirejo, sidas du sinjoroj, +unu jam nejuna kun friponeta vizagxo; antaux li sur la tablo staras +malplena glaseto kaj telero kun duono da pantrancxo kun sxinko; la +dua--juna homo, dande vestita, videble jxus sidigxinta apud la tableto; +li detiris siajn sxamajn gantojn kaj disbutonumas la superveston. La +nejuna sinjoro legas gazeton kaj de post gxi li de tempo al tempo +cxirkauxrigardas la publikon.--Servanto! vokas la juna dando: tason +da kafo kaj pastecxeton! Post kelkaj minutoj la servanto alportis. La +juna homo komencas trinki la kafon, rigardas cxirkauxen sur cxiuj +flankoj kaj subite kasxas la kulereton de sia kafo en la posxon. Tion +cxi rimarkis la maljuna sinjoro. Li vokas la servanton. Tiu cxi aperas. + +_Dauxrigota._ + + + + + +CHAPTER 20 + +Twintigste Les. + + +_Eenige nieuwe voor- en achtervoegsels._ + +Uit de "Internacia Scienca Revuo" van December 1910 blijkt, dat de +commissie voor het samenstellen van wetenschappelijke en technische +woorden, de navolgende nieuwe voor- en achtervoegsels heeft aangenomen, +n.l.: + + +Het _voorvoegsel_ _hiper-_. + +Het hiermede samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent: doen op +de uiterste, meest werkzame manier datgene, wat door het grondwoord +wordt uitgedrukt, bijv.: + +saturi = verzadigen, hipersaturi = oververzadigen. + +flui = vloeien, hiperflui = overvloeien. + + +Het _voorvoegsel_ _mis-_. + +Het hiermede samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent: slecht, +verkeerd of bij vergissing doen datgene, wat het grondwoord aanduidt, +bijv.: + +kompreni = verstaan, miskompreni = misverstaan. + +kunigi = verbinden, miskunigi = verkeerd verbinden. + + +Het _voorvoegsel_ _retro-_. + +Het met _retro_ samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent het doen +eener handeling of beweging, tegengesteld aan die, welke door het +grondwoord wordt uitgedrukt, bijv.: + +iri = gaan, retroiri = teruggaan. + +doni = geven, retrodoni = teruggeven. + +Dit voorvoegsel is gemaakt ter voorkoming van verwarring met het +voorvoegsel _re_, wat beteekent: opnieuw de handeling verrichten in +het grondwoord uitgedrukt. + + +Het _achtervoegsel_ _iv_. + +Het met _iv_ samengestelde woord (_bijv. n.w._) beteekent dat datgene, +wat er nader door omschreven wordt, in staat is de handeling tot +stand te brengen, door het grondwoord (altijd bedrijvend werkwoord) +aangeduid, bijv.: + +konduki = geleiden, kondukiva = geleidend. + +izoli = isoleeren, izoliva = isoleerend. + + +Het _achtervoegsel_ _iz_. + +Het hiermede samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent: (in +werkelijkheid) insmeeren met, inwrijven met, voorzien van, bijv.: + +gudro = teer, gudrizi = teeren. + +oleo = olie, oleizi = olieën. + +In de figuurlijke beteekenis dient men evenwel het achtervoegsel _um_ +te gebruiken. + + +Het _achtervoegsel_ _oid_. + +Het hiermede samengestelde woord (_bijv. n.w._) drukt uit dat datgene, +wat omschreven wordt, een overeenkomstige vorm of aanzien van het +grondwoord vertoont, bijv.: + +sfero = bol, sferoida = bolvormig. + +arbo = boom, arboida = op een boom gelijkend. + + +Het _achtervoegsel_ _oz_. + +Het met _oz_ samengestelde woord (_bijv n.w._) beteekent dat datgene, +wat er door uitgedrukt wordt, een zoodanige hoeveelheid bevat der +stof, door het grondwoord aangeduid, dat daardoor de eigenschap of +het aanzien verandert, bijv.: + +sxtono = steen, sxtonoza = steenhoudend. + +kalko = kalk, kalkoza = kalkhoudend. + +fero = ijzer, feroza = ijzerhoudend. + + + +Leer van buiten: + + + raso ras + rizo rijst + pelvo bekken, schaal, kom + metio ambacht, beroep + fenomeno verschijnsel + betulo berk + fantomo spook + cinamo kaneel + kavo kuil, holte + kliento klant + roso dauw + gazo gaas + vesperto vleermuis + falko valk + ehxo echo + simio aap + kalkano hiel + pensio pensioen + tombo graf + temo onderwerp + rimeno riem (leer) + apetito eetlust + deserto dessert, nagerecht + farmo hoeve + krepusko schemering + brido toom, teugel + fripono schurk + bukedo ruiker, bouquet + koto slijk, vuil + sxlimo modder + kulo mug + pugno vuist + limo grens + vipo zweep + aviatoro vliegenier + vosto staart + pecxo pek + bruto vee + celo doel + pasero musch + fazeolo boon + trabo balk + akcepti ontvangen + streko streep + leuxtenanto luitenant + modesta bescheiden + scivolema nieuwsgierig + nuntempe thans + freneza krankzinnig, gek + nuda naakt, bloot + griza grijs + nei ontkennen + cxarpenti timmeren + inciti prikkelen, tergen + sufoki verstikken + turmenti kwellen, pijnigen, martelen + vagi zwerven + bucxi slachten + fandi smelten, gieten + forgxi smeden + apogi leunen + tedi vervelen + civilizi beschaven + sonori klinken + fajli vijlen + pumpi pompen + plugi ploegen + linii linieeren + nomi noemen + kribri ziften, zeven + filtri filtreeren + erpi eggen + superi overtreffen + sveni bezwijmen + halti stilhouden, ophouden + grimpi klimmen + visxi vegen, wisschen + fosi graven + miksi mengen + enhavi bevatten + arogi aanmatigen + + + +Vertaling: + +Parfumisto, aera, brilo, brili, fluidajxo, fulmotondro, duoninsulo, +cxielarko, sunkusxigxo, duonfrato, forgxisto, oroza, argxentoza, +hipervarmigi, brulebla, bruliva, salizi, misauxdi, simioida, inferoida, +retrodoni. + + +Vertaal in Esperanto: + +Vergulden, teruggaan, terugzenden, opnieuw zenden, terugbetalen, +opnieuw betalen, zich belachelijk maken, een klein hongerig meisje, +beschaving, krankzinnigheid, vervelend, schurkenstreek, muggebeet, +bescheidenheid, ambachtsman. + + +Vertaling: + +La patro dividis inter ili cxion, kion li posedis. Sxi metis glacion +en mian glason. Mi jxus ricevis leteron de mia familio, kiu petas, +ke mi tuj revenu hejmen. Sur la sxtuparon, kovritan per irtapisxo, +la servistino faligis la malpuran akvon. Kvazaux morta sxi falis +teren. En somero la salmoj nagxas en la riverojn; post kelkaj semajnoj +ili renagxas en la maron. Ili foriris dum la suno jxetis sian lastan +radiaron sur la kamparon. Laboradu, la laboro donas la plej certan +renton. Sxi gajnis suficxe por vivi per kudrado, lavado aux ia alia +laborado. Simio estas tre scivolema kaj gxi faras cxion, kion gxi +vidas. Ne turmento viajn instruistojn, sed klopodu, kontentigi ilin +per via laborado. En Hxindujo estas mangxata multe da rizo. Por jugxi +juste, oni devas scii gxuste, kio okazis. La trompisto logis multe +da klientoj, cxar li logxis en belega domo. Tiu malsagxa knabo metis +pecon da pecxo en sian posxon. La hundeto kuris tien kaj reen (af +en aan). Sxi rakontis la sekreton al unu el siaj fratinoj kaj tiam +mi baldaux sciigxis. Oni devas aerumi, cxar oni preskaux sufokigxas +tie cxi pro la fumo. + + +Vertaal in Esperanto: + +Door kouvatten heeft zij haar stem verloren. Hij is een vervelende +vent. De man zeept zijn gezicht in en scheert zich daarna. Wilt gij mij +uw manchetknoopen laten zien? Ik verzocht eenigerlei opheldering. Zeep +zal een neger niet wit maken. Laat Johan komen om mijn koffer te +dragen. Men richtte in het park een standbeeld van den koning op. Om +de bloemen te plukken, bukte hij zich voorover. Een driedubbele draad +zal niet spoedig breken (vaneenscheuren). De arbeid maakt de menschen +moede en de menschen, die werken, worden moede. Het meisje maakte hare +wangen wit met krijt. Niet alle menschen hebben een edel karakter. Alle +personen, die willen, kunnen zonder betaling binnengaan. Zwitserland +zal altijd het mooiste land van Europa blijven. De vrouw zei, dat zij +voorheen drie kinderen had, en nu geen enkel meer. Hij keek achterom +en zag niemand. Als men tot hiertoe Esperanto geleerd heeft, moet +men ook verder studeeren. Denk er om dat de examens voor Esperanto +jaarlijks moeilijker worden. + + + + +Lees- en Vertaaloefening: + + +LA KULERETO. + +(Dauxro kaj fino). + +Tason da kafo kaj pastecxeton! La postulitajxo estas alportita. La +sinjoro mangxas.--Se vi volas, mi montros al vi jxonglon, li diras +al la servanto, alvokinte lin. La servanto ridetas.--Rigardu: cxu tio +cxi estas kulereto?--Jes, sinjoro.--Kie do gxi estas nun? demandis la +sinjoro, rapide kasxante la kulereton en la posxon.--En via posxo.--Ne, +ne en la mia, sed en la posxo de tiu cxi juna sinjoro. La servanto, +senvole returnas sin al la dando. Tiu cxi suprensaltas.--Volu, +sinjoro, elpreni la kulereton el via posxo, turnas sin al li la +nejuna homo. Vole-ne-vole la dando ensxovas la manon en la posxon +kaj eltiras la kulereton.--Nu, vi estas vera jxonglisto, li rimarkas +konfuzite.--Jes. Prenu por la kafo; la brando estas pagita, diras la +jxonglisto, jxetante moneron sur la tablon, kaj forigxas, akompanata +per salutoj de la mirigita servanto kaj forportante la kasxitan +kulereton. + +(_El Fundamenta Krestomatio._) + + + + + + + + +Verkortingen. + + + + e. = ekzemple = bijvoorbeeld. + k. a. = kaj aliaj = en anderen. + k. c. = kaj ceteraj = en overige. + k. s. = kaj similaj = en dergelijke. + i. a. = inter alie = onder anderen. + k. sekv. = kaj sekvantaj = en volgende. + k. t. p. = kaj tiel plu = en zoo voort, enz. + t. e. = tio estas = dat wil zeggen. + Do. = doktoro = dokter. + Fino. = frauxlino = mejuffrouw. + Po. = profesoro = professor. + So. = sinjoro = mijnheer. + Sino. = sinjorino = mevrouw. + + + + + + + +Herhalings-Oefeningen. + + + +1. + +Toen de politie kwam, gingen de menschen uiteen. Hij sprong op, hief +een lied aan en liep weg. Ik zal dadelijk terugkomen. Het kind is bezig +haar moeder te kussen. Hij doodde twee vijanden. Hij vulde het huis +met rook. Het huis werd vol rook. De zeelucht maakt mij gezond. Ik +moet hier weer genezen. Het stormde den geheelen nacht. Een vonk kan +gevaarlijk zijn. Goede vriendschap is zeer aangenaam. Noch ik, noch +hij heeft het gezien. De eetschaal was ledig. Dat boek is niet waard +om gelezen te worden. Zijne woorden waren niet te begrijpen. Wees +niet zoo vergeetachtig. Het zwaard moet in de schede zijn. Hebt +gij dat ooit gehoord? Neen, nog nooit. Ik spreek van het kind. Het +kind heeft zijn pen verloren. Haar vader is gestorven. Hebt gij een +grooten hond en heeft hij mooie ooren? Opdat gij de kinderen niet +zult wakker maken, is het noodig, dat gij niet zoo babbelt. Een +honderdtal kinderen zijn in den tuin. 3 × 3 = 9, 3/4 × 3/4 = 9/16, +1/3 × 1/3 = 1/9. Hoe laat is het? Half tien. Van die twee broeders +is hij de grootste. Hij is de beste van al mijn vrienden. Dit huis +is van steen gebouwd. De portier opende de deur voor mij. Gisteren +werd de bedrieger bedrogen. De cursus zal 5 maanden duren. Verleden +Zondag heeft hij mij bezocht. Het adresboek van Rotterdam is groot. + + + +2. + +Het boek, dat hier ligt, behoort aan mijn broeder, die nu ziek is. Ik +heb hem nog niet gezien, maar hij zal spoedig komen. Waar gaat gij +heen? De suikerpot is op de tafel, maar er is geen suiker in. Het +wordt reeds avond en het weer is koud; laten wij naar binnen gaan. De +zon begon reeds onder te gaan, maar het was nog zeer warm. Het werk +maakte mij moede, daarom ging ik spoedig naar bed. Het feest begon, +zoodra het bestuur aangekomen was. Hij woont tegenover de kerk in +een groot huis. Volgens mijne meening is het wonen hier gezond; een +ziek mensch kan hier spoedig gezond worden. Ongeveer de helft van de +vogels stierf van de koude; de overigen vlogen naar het Zuiden. De +gierigaard vreest steeds, dat men zijne bezittingen zal stelen. De +molenaar is een vriend van den wind, doch te veel wind is niet goed +voor den molen. De oogarts is uit de stad; indien gij geholpen wilt +worden, moet gij naar een anderen dokter gaan. Die man is 60 jaar +oud, maar hij ziet er uit als een persoon van 40 jaar. Gij doet zeer +verstandig, door zoo te handelen. Ik zal onderzoeken, wie van u allen +dit gedaan heeft. Hij is een vriend van mij, daarom mag hij elken +dag komen. Hij glimlachte, terwijl hij mij een hand gaf. Het aantal +menschen, dat kan zwemmen, is zeer groot. + + + +3. + +Het is noodig, dat gij vlugger loopt, anders zult gij veel te laat op +uw werk aankomen. Met de eene hand wees hij naar mij, terwijl hij de +andere hand in den zak stak (metis). Eén van u allen heeft het gezegd, +dat is zeker; nu zal ik moeten onderzoeken wie het gezegd heeft en +dus de zondaar is. Een kers is een lekkere vrucht; het is jammer, +dat men ze het geheele jaar niet kan koopen. Een pereboom is een +boom, waaraan peren groeien. Mijn inktkoker brak in drie stukken en +al de inkt viel op het boek. Zij verzorgt hare kinderen niet goed; +de andere vrouw zorgt beter voor hare kinderen. Ik ben reeds dikwijls +in Amsterdam geweest; het aantal malen is niet te raden. Hij verzekerde +ons, dat alles, wat hij zei, de zuivere waarheid was, maar het was niet +te bewijzen. Het is niet te wenschen, dat hij vóór 6 uur thuis komt, +want zijn middagmaal moet nog klaar gemaakt worden. Door het slechte +weer kon ik u niet vroeger bezoeken. Het geleende geld stelde mij in +staat, zulke groote inkoopen te doen. Ik ben u dankbaar voor de hulp, +welke gij mij gegeven hebt. De president van Frankrijk heeft verleden +jaar ons land bezocht. Ik schreef aan den WelEd. Heer J. P. te Z., +alwaar ook mijn broeder woont. Ik weet niet of gij dat moet doen +of ik. Of het morgen mooi weer is, of dat het regent, ik ga toch +uit. Hij viel dood op den grond; wij droegen hem weg en waarschuwden +zijne ouders. Zonder om te kijken, liep hij mij voorbij. Nieuwsgierige +menschen kijken dikwijls om. + + + + + +4. + +Ik heb onder die menschen alles verdeeld, wat ik bezat. Oude menschen +zijn zeer veranderlijk; zij willen nu eens dit, dan weer dat. De zieke +was gedurende den geheelen dag omgeven door de geheele familie. Hoe +minder geld hij heeft, hoe minder hij drinkt. Deze menschen wonen +reeds drie jaar in een huis van steen. Heeft hij geen gelijk? Neen? In +hoeverre heeft hij ongelijk? Van wien is deze beurs? Van niemand of +van ieder? Voor den misdadiger staan overal netten, maar de hoofdzaak +(cxefafero) is, hem er in te vangen. Het glas brak in vier stukken. Dat +paard zal niet vlugger loopen, hoeveel gij het ook slaat. Evenals +ik, heeft ook hij zijne gebreken, maar zij zijn niet te zien; +evenwel zij zijn niet te wenschen. Wat 'n reus! Zóó groot ben ik +niet. Dat is niet wenschelijk. Ik vrees, dat een of ander ongeluk +hem overkomen is. Eenige uren geleden zag ik iemand op de straat; nu +zie ik niemand meer. Bij slecht weêr zou men thuis moeten blijven, +doch een politieagent kan dat niet doen. Dat is ongelukkig genoeg, +want daardoor vatten zij dikwijls kou. Het hoofd van onze school is +een zeer streng mensch, doch hij heeft goede eigenschappen en dat is +te prijzen. Deze scheepskapitein drinkt veel brandewijn; hij houdt +niet van koffie. Leer deze heele les van buiten. Ik eisch, dat gij +vroeger naar uw werk gaat. Geef mij s.v.p. een geldstuk, opdat ik +brood kan koopen en geen honger behoef te lijden. Ik gaf hem een korf +vol mooie peren. Ik zal het hem zeggen, zoodra ik hem zie. Er valt +een zandkorrel in mijn oog; met een beetje water kan hij er uit. + + + +5. + +De koningin kwam het eerst aan. Haar geheele gevolg zou den volgenden +dag komen. Hare Majesteit de koningin groette een ieder beleefd en +ook zij werd door een ieder beleefd gegroet. De nieuwgekozene gaf een +feestmaal. De hond leschte (trankviligi) zijn dorst, maar hij bleef nog +zeer warm en moede. Leer deze les van buiten, opdat gij geene fouten +zult maken. De kerk staat in het midden van het dorp. Zij is lid van +de Roomsch-Katholieke kerk (eklezio). Behalve vijf gulden betalen, +moest hij ook nog vijf dagen in de gevangenis doorbrengen. Toen ik +het boek gelezen had, bracht ik het weg. Deze man is arm; zijn zoon +is nog armer en zijn neef is de armste van alle familieleden. Toen ik +naar buiten ging, zag ik, dat het weêr mooi was. Verstandige menschen +zeggen steeds de waarheid, maar moeten ook kunnen zwijgen. Zij moeten +alleen dán spreken wanneer het noodig is, want het is dikwijls noodig, +dat men zwijgt. Zenuwachtige menschen zeggen nu eens veel te veel, +dan weer kunnen ze geen enkel woord uitspreken. Indien het noodig +mocht zijn, zoo ben ik steeds bereid u te helpen. Toen ik hem een +gulden gegeven had, ging hij naar huis, dus, toen hij van mij een +gulden ontvangen had, zag ik hem niet weer. Er zijn menschen in +deze wereld, die nooit tevreden zijn; hoeveel men hun ook geeft, +zij klagen steeds. Allerlei menschen gingen naar het feest, zoowel +arme als rijke. Ik keek naar boven en zag drie vogels, welke boven +op het dak zaten, terwijl vier vogels over het dak vlogen. + + + +6. + +Overal zocht ik een rijtuig, doch nergens zag ik er een. Wat voor +belooning moet ik hem geven? Wiens mes dit is, diens vriend ben ik. Het +kind wilde niet gehoorzamen, daarom werd het gestraft. Men kan dat +doen zonder iemands toestemming. De burgemeester van onze stad heeft +ons gisteren bezocht. Die man is zeer medelijdend, hij geeft altijd +aan arme menschen. Dat bevel is niet uitvoerbaar (te doen). Alles, +wat gij zegt, is belachelijk. Halverwege bemerkte ik, dat ik geen +geld bij mij had. Beveel haar, dat zij stil is. Dien hond te slaan +is een kinderachtigheid en bedenk, dat ik niet van schurkenstreken +(schurk = fripono) houd. Het kind werd rood van schaamte. Een mensen, +dien men veel laat werken, wordt moede. Het fleschje brak, maar het +water bleef er in. Laat Jan komen om mijn koffer te dragen. Gij handelt +in strijd met uw plicht. Ik zal wachten tot zij gezongen hebben. Het +kind wierp eenige steentjes in het water. Gij zult berouw hebben +over die zaak. De bliksem trof het kasteel, welks toren direct in +brand vloog. In het jaar 2000 zal de wereld vergaan (perei). Morgen om +2.45 n.m. ga ik weg. Tien gedeeld door vijf is twee. Het is mooi weêr; +zouden wij gaan wandelen? Neen laten wij rijden. Ik heb teveel broeders +en zusters. Vandaag is het Vrijdag en morgen is het Zaterdag. Deze +hond is niet te vertrouwen, hij bijt spoedig. + + + +7. + +Hoe minder hij arbeidt, zooveel te luier wordt hij. Waarom weet ik +niet, maar toch lacht gij ergens om. Ik heb liever een glas wijn dan +een wijnglas. Hij stond boven op den berg en keek naar beneden op het +veld. Men hinderde mij zóó, dat ik mijn werk slecht maakte. De vader +en zijn zoon gingen samen naar de kerk. Ik scheurde den brief aan +stukken en strooide de stukken in alle hoeken van de kamer rond. Hij +zeide dat hij mij niet gezien had, maar men kan hem slecht gelooven; +men zegt dat hij een echte leugenaar is. Eerst ging ik naar Parijs, +daarna naar Berlijn en eindelijk naar Antwerpen, doch nergens vond +ik het verlorene terug. Als ik u morgen terug zie, zal ik zeer blij +zijn, want het meest houd ik van oude goede vrienden. Door het lage +water konden de schepen niet varen, de stuurlieden werden ontslagen +en het overige scheepsvolk ontving pensioen. Gij allen zult getuigen +zijn van de gebeurtenis, die plaats zal vinden (1 woord). Dat gezegde +deed mij blozen, maar ik word niet gauw bang en liep niet weg. In +hoeverre hij die belooning verdient, weet ik niet, maar ik verzeker u +dat hij veel werkt, verbazend veel. Hij, die niet werkt, zal ook niet +eten. Ik weet niet welke van die twee jongens de oudste is, maar ik +geloof dat de grootste de jongste is. Het is mij onmogelijk, op zoo'n +papier goed te schrijven, maar ik zal mijn best doen, opdat ik mij +niet over mijn schrift behoef te schamen, en de menschen niet zullen +zeggen: wat een slecht schrift (1 woord). Dat, wat mij niet raakt, +zal mij niet ongerust maken. De man met wiens automobiel de dieven +vluchtten, is nu gestorven; de misdadigers hadden hem bijna vermoord. + + + +8. + +Deze portier is een zeer sterke man; zijn voorganger was zeer zwak; +ik zag hem eens vechten; hij viel op den grond en brak zijn been. De +mijnwerkers moeten veel werken; schaapherders en politieagenten bijna +nooit. Eene koe loopt vlug, een paard loopt vlugger, doch een hond +loopt het vlugst. Nadat zij de appels gestolen hadden, gingen zij naar +huis; zonder iets aan hunne ouders te zeggen, gingen zij naar bed, +sliepen spoedig in en bleven rustig slapen tot 7 uur den volgenden +morgen. Nadat het den halven dag had geregend, helderde de lucht +op, de zon kwam te voorschijn en het weêr werd prachtig. Heden las +ik een mooie vertaling van den brand te Scheveningen. De schrijver +was verrukt over het prachtige gezicht, dat hij 's morgens aan het +strand (vert. zeeoever) genoot en over het nog veel mooiere gezicht, +dat hij 's avonds gedurende den brand waarnam. Weet gij wel, hoe +laat het reeds is? Het is al kwart voor acht en de muziek begint +om kwart over acht. Laten wij ons dus haasten, want ik verlang, +dat gij het hoort. Toen ik het boek gelezen had, gaf ik het aan +mijn zwager. Vroeger waren de menschen veel sterker dan in den +tegenwoordigen tijd. Ik wensch, dat gij vroeger naar uw werk gaat; gij +zijt altijd laat. Onze vroegere hoofdonderwijzer is nu hoofd der school +in mijn geboorteplaats. In mijn tuin groeit een groote verscheidenheid +van bloemen, maar de mooiste van allen is de roos. Vriendschap is zeer +aangenaam, maar door een zoogenaamden vriend met een stok geslagen te +worden, is geen bewijs van vriendschap. Hij is een groote schreeuwer; +het schijnt, dat hij denkt, dat alle menschen doof zijn. Deze man heeft +mooie appelboomen, maar indien gij iets moois wilt zien, ga naar mijn +buurman, die heeft veel moois in den tuin. Om met een weegschaal te +kunnen wegen, moet men gewichten hebben, opdat men het gewicht van +een voorwerp kan bepalen. + + + +9. + +Ik zag eens een armen man. Al zijn kleeren waren versleten (verslijten += eluzi). Wat hij sprak kon niemand verstaan. Van overal kwamen +kinderen aangeloopen om zoo'n vreemden man te zien. Ieder kind wilde +hem het beste zien en gebruikte allerlei middelen, de anderen weg te +drukken. Hij begon weer iets te spreken, maar daar hij te zacht sprak, +kon men niets hooren. Iemand van de politie liep naar hem toe en vroeg +hem, wie hij was, van waar hij kwam, hoe hij heette, wiens onderdaan +hij was, waarom hij niet beter gekleed was, hoeveel kinderen hij had, +wat zijn beroep was en wanneer hij hierheen gekomen was. De man keek +den politieagent flink in de oogen en zei toen in het Esperanto: Ik +spreek slechts de Spaansche taal en een weinig Esperanto. Gelukkig, +zei de politieman, dat laatste spreek ik ook. Toen begon hij Esperanto +te spreken en vroeg alles nog eens. Wat een geluk is dat voor mij, +zeide de arme man; ergens ver van mijn vaderland met iemand te kunnen +spreken. Daar, zeide hij, steeds wijzende naar het Zuiden, ligt mijn +vaderland, mijn Spanje. Overal ben ik al geweest, doch nergens en +nog nooit in zulke droevige omstandigheden als hier. Ik heb veel +geld bij mij; ik zal u alles geven, zoodat ik niets overhoud. Zoo +arm als gij misschien denkt, ben ik niet, doch ik heb een voorgevoel +(antauxsento) dat men mij om de een of andere reden het geld zal +ontrooven (forrabi). Op de een of andere manier zal men misschien +trachten dit te doen. Ik ben echter niemands vijand, ik heb totaal +geen vijand, daarom kan het gebeuren, dat men mij heelemaal geen +kwaad doet. Maar ik zal uwe vragen beantwoorden. + +Ik ben een spaansch hoveling. Gij kent koning Alfonso? Nu, diens +onderdaan ben ik. Om geen enkele reden zal ik voor u de waarheid +verzwijgen. Ik had een of andere boodschap voor den koning van +Denemarken. Wegens de spoorwegstaking kon ik Madrid op geen enkele +manier verlaten en op last van den koning moest ik op elke manier +trachten, Madrid te verlaten. Ik deed mijn best, want de koning wordt +overal direct boos om, en ik moest een geldzending overbrengen. Ik +verliet Madrid door middel van een luchtballon (aerostato), hopende +te kunnen landen (surterigxi) daar, waar geen staking heerschte. Ik +nam geen voedsel mee en droeg mijn beste kleeren. De ballon daalde +niet, voordat ik deze stad bereikte. Ginds nabij dat kleine huis +ben ik geland. De menschen beroofden mij van al mijn kleeren en +gaven mij deze vodden terug en ook het geld. Daarom heb ik zooveel +geld bij mij. Ik verzeker u, ik ben een ieders vriend en wil niets +kwaads doen. Mag ik om iemands hulp verzoeken? Natuurlijk, zeide de +politieman en leidde den man, die beefde van koude, honger en dorst, +naar het politiebureau, waar men voor alles zorgde. + + + + +10. + +Toen wij het huis bereikt hadden gingen wij naar binnen. Aan den boom +had hij een touw gebonden. Hij was door het leven wakker geworden. De +verwelkte bloemen liggen in den tuin (verwelken = velki). Zijn +gezicht was rood geworden van schaamte. Hij had den drank vervloekt +door te zeggen: "Vervloekte drank" (vervloeken = malbeni). Het blad +(tabulo) van de tafel was geheel gebarsten. Ik had hem om 5 uur +gewekt. Eindelijk was het huis bereikt. De geel geworden bladeren +lagen op den grond. Hij was door het leven wakker gemaakt. Ik zou +de vloer aangeveegd hebben, indien hij niet zoo bedekt geweest was +met zand. Ik zou niet zoo dik geworden zijn, indien ik niet zoo veel +geld verdiende. Gisteren zag ik mijn ouden buurman nog; die was zeer +oud geworden. Dit huis is gebouwd in het jaar 1910; mijn broer zou +het gebouwd hebben, maar werd ziek en het duurde te lang eer hij weer +gezond werd. Zonder aan zijn kinderen te denken, ging hij in de herberg +en dronk zooveel, tot hij dronken was. Daar ik hem niet gezien had, +wist ik daar niets van. Ofschoon het weinig geregend had, waren de +rivieren goed bevaarbaar. Men zegt dat in het buitenland hongersnood +(malsatego) heerscht, maar ik heb daarvan niets gelezen. Evenwel, +ik zou het ook niet gelezen kunnen hebben, want ik moet de courant +nog ontvangen. De meeren in Holland zijn bijna allen drooggemaakt +(senakvigi); maar toen de menschen ze drooggemaakt hadden, kon het +land nog niet dadelijk bewerkt worden. + + + + + + +ESPERANTO-EXAMENS 11 OCTOBER 1916. + +Opgave Examen A. + + +_Ter vertaling_: + + + 1. Als de kat ziek was, zou ze niet eten. + 2. Uw huis is zeer oud, verkoop het. + 3. Een viertal musschen zat op het dak. + 4. Zij zeide het haar tweemaal. + 5. In den herfst is het niet meer zoo warm als in den zomer. + 6. Gij moet dat zoo goed mogelijk doen. + 7. De soldaten marcheerden zingende door het dorp. + 8. Vele gewonden sterven, verlaten op het veld. + 9. Een mes snijdt goed als het scherp is. + 10. Maria is de oudste van zijne zusters. + 11. Des morgens verschijnt de zon opnieuw. + 12. Ik herinner mij den naam van die bloem niet. + 13. De kat sprong van den stoel op de tafel. + 14. Wij reden (te paard) door een bosch waar de takken + voortdurend onze schouders raakten en de vogeltjes + voortdurend zongen tusschen de groene bladeren. + 15. Mijn dochtertje had een gulden gespaard. + 16. Te veel zout bederft het eten. + 17. Het geheugen verzwakt als men oud wordt. + 18. Die daad is zeer te betreuren. + 19. Zijn slecht schrift is niet te lezen. + 20. Hare voorouders leefden in Engeland. + + + + + + +OVERZICHT KORELATIVOJ. + + ++--------------+-----------------------------------------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+ +| | KUNNEN VERANDEREN: | | | | | | Bezitter of | +| |-----------------------------------------------| Plaats. | Reden | | Manier | | eigenaar. | +| | Soort. | Onbenoemd | Bepaalde | | of | Tijd. | of | Hoeveelheid. | (Persoon of | +| | Hoedanigheid. | ding. | persoon | | oorzaak. | | wijze. | | zaak). | +| | | | of zaak. | | | | | | | ++--------------+---------------+---------------+---------------+---------------|---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+ +| | Ia | Io | Iu | Ie | Ial | Iam | Iel | Iom | Ies | +|Grondwoorden. | de (het) een | iets, | iemand, | ergens, | ergens om, | eens, ooit, | op de een of | wat, | iemands, | +| | of andere, | het een of | eenig, | op de een of | om de een of | op zekeren | andere wijze | 'n beetje, | van den een | +| | een zekere, | het ander. | de een of | andere plaats.| andere reden. | tijd, op de | | een weinig, | of ander, | +| | eenigerlei. | | andere persoon| | | een of andere | | iets. | van iets. | +| | | | of zaak. | | | tijd. | | | | +| | | | | | | | | | | +| | Kia | Kio | Kiu | Kie | Kial | Kiam | Kiel | Kiom | Kies | +|Vragend. | welke, | wat. | wie, die, | waar, | waarom, | wanneer, | hoe, op welke | hoeveel, | wiens, | +|Betrekkelijk. | wat voor een, | | welke, dat, | op welke | om welke | op welke tijd,| manier, | welke | wier, | +|Uitroepend. | welke soort | | dewelke. | plaats. | reden. | toen, als, | hoedanig, | hoeveelheid | van wie, | +| | van. | | | | | zoodra. | als, zooals. | als. | welks. | +| | | | | | | | | | | +| | Tia | Tio | Tiu | Tie | Tial | Tiam | Tiel | Tiom | Ties | +| | zoodanig, | dat. | die, dat, | daar, ginds, | daarom, | dan, toen, | zoo, | zooveel, | diens, | +|Aanwijzend. | dusdanig, | | diegene. | op die plaats.| om die reden. | op dien tijd, | op die manier,| zulk een | dier, | +| | dergelijk, | | | | | destijds. | derwijze. | hoeveelheid. | van die, | +| | zulk een, | Tio cxi | Tiu cxi | Tie cxi | | | | | deszelfs. | +| |zulk een soort.| dit. | dit. | hier. | | | | | | +| | | | | | | | | | | +| | Cxia | Cxio | Cxiu | Cxie | Cxial | Cxiam | Cxiel | Cxiom | Cxies | +|Verdeelend. |elke soort van,| alles, | ieder, | overal, | overal om, | altijd, | op elke manier| alles, | ieders, | +|Alles | iedere soort, | alle, | iedereen, | op alle | om elke reden.| ten allen | of wijze. | de gansche | elks, | +|omvattend. | elk, | elk ding. | elk een. | plaatsen. | | tijde, steeds.| | hoeveelheid. | van ieder. | +| | ieder. | | | | | | | | | +| | | | | | Nenial | Neniam | Neniel | Neniom | Nenies | +| | Nenia | Nenio | Neniu | Nenie | nergens om, | nooit, | geenszins, | niets, | niemands, | +| | geen enkele | niets, | niemand, | nergens, | om geen | nimmer, | op geen enkele| niemendal. | van niemand. | +|Ontkennend. | soort van, | niet een enkel| geen, |op geen enkele | enkele reden. | op geen enkel | manier, | | | +| | geen enkel, | ding. | geen enkele. | plaats. | | oogenblik. | in 't geheel | | | +| | geenerlei. | | | | | | niet. | | | ++--------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+ + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Evenals in 't Nederlandsch in _hij kan vliegen_, _hij wil +schrijven_ de tijdvorm in slechts één werkwoord wordt uitgedrukt, +gebeurt dit ook in 't Esperanto, dus _li povas flugi_, _li volas +skribi_. + +[2] De uitgang _os_ wordt later verklaard. + + + + + + + +UITGAVEN VAN W. ZWAGERS TE ROTTERDAM. + + + +ESPERANTO-UITGAVEN. + +_A. BLOK._ HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN, bewerkt voor +Zelfonderricht. Cursus en Schoolgebruik, _zevende druk_ ing. f + 1.10. gecart. f 1.65. + +_A. BLOK._ SLEUTEL OP HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN, ten behoeve +van Zelfstudeerenden en Onderwijzers in Esperanto, _derde druk_ +f 0.50. + +_A. BLOK._ ESPERANTO-ZAKWOORDENBOEKJE. + +Esperanto-Nederl. en Nederl.-Esperanto f 0.55. + +Een populaire uitgave, waarin men de meest gebruikt wordende woorden +en uitdrukkingen kan vinden. Het leent zich uitnemend om steeds bij +zich te dragen. + +_MERKURIO_ (Rotterd. Esp.-Vereen.) HANDELSBRIEVENBOEK +ESPERANTO-NEDERLANDSCH f 1.20. + +Voor _Vereenigingen_ gelden tevens de getalsprijzen: bij 5 ex. f 1.-, +10 ex. f 0.90, 25 ex. f 0.85, 50 ex. f 0.80 per ex. + +Leden van Vereenigingen kunnen dus dit uitnemende boekwerk, waar +alle soorten brieven, ook voor _particulier gebruik_, in voorkomen, +bij gezamenlijke bestelling voor een beduldend lageren prijs bekomen. + +WAAR FAALT HET PLAN DER PACIFISTEN? + +Esperanto, fundament voor wereldvrede? 10 ct. + + + +UITGAVEN VAN W. ZWAGERS TE ROTTERDAM. + + + + + + + + + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Het Esperanto in Twintig Lessen, by A. Blok + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN *** + +***** This file should be named 25841-8.txt or 25841-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/5/8/4/25841/ + +Produced by David Starner, Jeroen Hellingman, and the +Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
