summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/25841-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '25841-8.txt')
-rw-r--r--25841-8.txt5851
1 files changed, 5851 insertions, 0 deletions
diff --git a/25841-8.txt b/25841-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..0e790de
--- /dev/null
+++ b/25841-8.txt
@@ -0,0 +1,5851 @@
+The Project Gutenberg EBook of Het Esperanto in Twintig Lessen, by A. Blok
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Het Esperanto in Twintig Lessen
+
+Author: A. Blok
+
+Release Date: June 19, 2008 [EBook #25841]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN ***
+
+
+
+
+Produced by David Starner, Jeroen Hellingman, and the
+Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Het Esperanto
+ In
+ Twintig Lessen
+
+
+ Bewerkt voor zelfonderricht cursus- en schoolgebruik
+
+ Door A. Blok, Rotterdam.
+
+
+ Achtste druk.
+
+ Frateco
+
+ Rotterdam W. Zwagers
+
+
+
+
+
+
+
+Voorwoord.
+
+_"De ondervinding is de beste leermeesteres"._
+
+Dit spreekwoord is niet te onpas bij het samenstellen van een
+Esperanto-leerboek. Waar tot nog toe voor cursuslessen dikwijls het
+leerboekje van den _Heer WITTERIJCK_ _"Esperanto in 10 lessen"_, als
+het geschikst daarvoor, werd gebruikt, heeft de ondervinding geleerd,
+dat dit boekje, ofschoon volledig, te beknopt is, waardoor velen,
+die met ijver de studie van het Esperanto begonnen, spoedig deze ook
+weer staakten. De hoofdoorzaak hiervan is te vinden in het feit,
+dat het meerendeel der Esperanto-leerende menigte de schooljaren
+reeds geruimen tijd achter den rug heeft en dientengevolge de zoo
+hoognoodige Nederlandsche taalregels vergeten is.
+
+Dit heeft mij op het denkbeeld gebracht, te trachten deze oorzaak weg
+te nemen, door aan de hand van WITTERIJCK'S "Leerboekje in 10 lessen"
+een uitgebreider samen te stellen in 20 lessen, waarin de leerling,
+behalve over het Esperanto, ook een onmisbaar klein overzicht van de
+Nederlandsche taal krijgt, en niet geheel zal behoeven te steunen
+op datgene, wat de onderwijzer tijdens de lessen ervan vertelt,
+wat grootendeels toch weer vergeten wordt.
+
+Moge dit werkje een gunstig onthaal vinden bij onderwijzers en
+leerlingen en daardoor krachtig medewerken tot groei en bloei van de
+wereldhulptaal _Esperanto_.
+
+
+A. Blok.
+
+Rotterdam, Nov. 1912.
+
+
+
+
+
+
+Bij den Tweeden Druk.
+
+
+Gaarne voldeed ik aan het verzoek van den Uitgever, om een tweede
+druk van mijn leerboekje in gereedheid te brengen.
+
+Dankbaar heb ik van de op- en aanmerkingen mijner geestverwanten
+gebruik gemaakt en hier en daar een kleine wijziging of aanvulling
+aangebracht, welke door gebruikers van den 1en druk met geringe moeite
+in den tekst bijgeschreven kunnen worden.
+
+Ik hoop en vertrouw dat deze tweede druk een even gunstig onthaal zal
+vinden als de eerste, welke getoond heeft in eene behoefte te hebben
+voorzien, daar zij reeds in één jaar uitverkocht is.
+
+
+A. B.
+
+Rotterdam, Jan. 1914.
+
+
+
+Bij den Vierden Druk.
+
+Aangenaam is het mij te kunnen constateeren, dat van mijn leerboekje
+een veelvuldig gebruik is gemaakt, daar reeds weer een nieuwe druk
+moet worden opgelegd. Met het oog op de vele in gebruik zijnde
+boeken van den 2en en 3en druk en daar het niet noodig is gebleken
+dat ingrijpende veranderingen moesten worden aangebracht, is deze
+oplaag behoudens een paar kleine wijzigingen geheel gelijk aan de
+voorgaande zoodat ze beiden tegelijk kunnen gebruikt worden.
+
+Tevens heb ik als leesoefening nog een verhaaltje ingelascht.
+
+
+A. B.
+
+Rotterdam, Nov. 1916.
+
+
+
+
+
+
+Bij den Zevenden Druk.
+
+Deze druk is gelijk aan den vorigen.
+
+
+A. B.
+
+Rotterdam, Oct. 1920.
+
+
+
+
+
+
+
+Het Esperanto in twintig lessen.
+
+Het Alphabet.
+
+
+ Vorm Naam Uitspraak.
+
+ A a a als de lange _a_ in _dagen_.
+ B b bo als in 't Nederlandsch.
+ C c co als _ts_ in plaa_ts_en.
+ Cx cx cxo als _tsj_ in 't Nederlandsch.
+ D d do als in 't Nederlandsch.
+ E e e als de lange _e_ in _beer_.
+ F f fo als in 't Nederlandsch.
+ G g go als een zachte _k_ met keelgeluid in
+ _zakdoek_.
+ Gx gx gxo als _dzj_ in 't Nederlandsch.
+ H h ho als in 't Nederlandsch.
+ Hx hx hxo als _ch_ in _lachen_.
+ I i i als de lange _i_ in _titel_.
+ J j jo als in 't Nederlandsch.
+ Jx jx jxo als _zj_ in 't Nederlandsch.
+ K k ko als in 't Nederlandsch.
+ L l lo idem.
+ M m mo idem.
+ N n no idem.
+ O o o als de lange _o_ in _oor_.
+ P p po als in 't Nederlandsch.
+ R r ro idem.
+ S s so idem.
+ Sx sx sxo als _sj_ in 't Nederlandsch _sjouwen_.
+ T t to als in 't Nederlandsch.
+ U u u als _oe_ in _koe_, _goed_.
+ V v vo als _w_ ongeveer in 't Nederlandsch.
+ Z z zo als in 't Nederlandsch.
+ Aux, tweeklank, als _au_ in 't Nederlandsch _pauw_.
+ Eux, idem als _eeu_ idem _spreeuw_.
+
+
+Zooals men ziet mist het Esperanto Alphabet de letters _ij_, _q_, _w_,
+_x_ en _y_, welke niet gebruikt worden, doch heeft het méér de letters:
+
+
+ cx in cxevalo, spreek uit tsjeewaaloo.
+ gx in gxardeno, spreek uit dzjaardeenoo.
+ hx in hxemio, spreek uit cheemieoo.
+ jx in jxauxdo, spreek uit zjaauwdoo.
+ sx in sxerci spreek uit sjeertsie.
+
+
+Esperanto is phonetisch, d.w.z. iedere letter heeft haar eigen bepaalde
+klank en wordt dus door slechts één letterteeken voorgesteld.
+
+De klinkers _a_, _e_, _i_ en _o_ worden dus altijd uitgesproken met
+zachtlangen klank, bijv.: aglo, spreek uit aagloo = arend; eble,
+spreek uit eeblee = mogelijk; vintro, spreek uit wientroo = winter;
+ovo, spreek uit oowoo = ei; terwijl _u_ den oe-klank heeft als bulo,
+spreek uit boeloo = bol.
+
+Aanmerking: In 't gebruik worden deze klanken in gesloten lettergrepen
+iets korter uitgesproken en komen dan overeen met de uitspraak in
+onze woorden _pad_, _pet_, _pit_ en _pot_.
+
+De klemtoon valt altijd op den vóórlaatsten lettergreep, bijv.:
+_pa_tro = vader; cxe_va_lo = paard; so_i_fo = dorst; ho_di_aux = heden.
+
+Bij samengestelde woorden valt de klemtoon op elken vóórlaatsten
+lettergreep van de samenstellende deelen, bijv. kura_cist_ed_zi_no =
+de vrouw van een geneesheer.
+
+Het afbreken van woorden aan het eind van een regel kan naar willekeur
+geschieden, doch de ondervinding beveelt aan, de woorden alléén
+af te breken na'n woorddeel, dus bijv. na het stamwoord of na de
+samenstellende deelen, bijv.: esper-anto, pa-rol-an-ta, ferm-il-aro.
+
+
+
+
+CHAPTER 1
+
+Eerste Les.
+
+
+
+Het Lidwoord.
+
+Het eenige _lidwoord_ in 't Esperanto is _la_, onverschillig voor
+welk geslacht of getal: la patro = de vader, la patrino = de moeder,
+la infano = het kind, la patroj = de vaders.
+
+Ons onbepaald lidwoord een ('n) blijft onvertaald, dus: een of 'n
+vader = patro, een of 'n kind = infano.
+
+Aanmerking: In gedichten ter verkrijging van de dichtmaat en soms
+wel in de schrijftaal, wordt ook wel l' gebruikt, doch in het laatste
+geval maar alléén na voorzetsels met een klinker op 't eind.
+
+
+
+Het Zelfstandig Naamwoord.
+
+Een _zelfstandig naamwoord_ (z.n.w.) is de naam van een werkelijke
+zelfstandigheid of van datgene, wat als een zelfstandigheid wordt
+voorgesteld.
+
+Al zulke woorden eindigen in 't Esperanto op _o_, als: tablo = tafel,
+patro = vader, rimedo = middel, espero = hoop.
+
+Het meervoud wordt gevormd door toevoeging van _j_ achter den uitgang
+_o_, als tabloj = tafels, patroj = vaders, rimedoj = middelen,
+infanoj = kinderen.
+
+
+
+
+Het Bijvoeglijk Naamwoord.
+
+
+Het _bijvoeglijk naamwoord_ (bijv. n.w.) drukt een hoedanigheid of
+een kenmerk van een zelfstandigheid uit en gaat in 't Esperanto altijd
+uit op _a_.
+
+Het krijgt tevens dezelfde uitgangen als het z.n.w., bijv.: bona
+patro = een goed vader, bonaj patroj = goede vaders, bela arbo =
+een mooie boom, belaj arboj = mooie boomen.
+
+
+
+Het Werkwoord.
+
+Een _werkwoord_ (w.w.) is een woord, dat 'n werking, handeling
+enz. uitdrukt, als: loopen, ontvangen, schrijven.
+
+_Wij liepen_ komt van _loopen_. _Hij ontving_ komt van
+_ontvangen_. _Hij had geschreven_ komt van _schrijven_.
+
+Deze vormen _loopen_, _ontvangen_, _schrijven_, waarbij alleen de
+werking wordt uitgedrukt, zonder dat feitelijk eene werking verricht
+wordt, noemt men de _onbepaalde wijs_ van 'n werkwoord. Deze onbepaalde
+wijs gaat in het Esperanto altijd uit op _i_.
+
+De _tegenwoordige tijd_ der _aantoonende wijs_ (welke later zal
+verklaard worden) eindigt voor alle personen, zoowel enkel- als
+meervoud, op _as_, bijv.: la knabo batas = de knaap slaat, la knaboj
+batas = de knapen slaan.
+
+
+
+
+Het Bijwoord.
+
+Zooals een _bijv. n.w._ een bijzonderheid aanduidt van een
+_zelfst. n.w._, zoo duidt een _bijwoord_ 'n bijzonderheid aan van
+'n _werkwoord_ en gaat altijd uit op _e_.
+
+Het heeft niet, zooals een bijv. n.w., een meervoudsuitgang, bijv.:
+kanti = zingen, bele kanti = mooi zingen, kuri = loopen, rapide kuri =
+vlug loopen.
+
+Een bijwoord kan ook een bepaling zijn van 'n bijv. n.w. of van een
+ander bijwoord, doch nooit van 'n zelfst. n.w., bijv.; even mooi
+zingen = same bele kanti.
+
+
+Woordvorming.
+
+Het Esperanto bestaat uit ± 2000 stamwoorden, welke voor het meerendeel
+zijn genomen uit de moderne talen, en waarvan de andere woorden
+gevormd worden.
+
+Voor de woordvorming bedient men zich in 't Esperanto van _voor-_
+en _achtervoegsels_. In iedere les zullen hiervan een paar behandeld
+worden. Als eersten volgen hier:
+
+_Het voorvoegsel_ _mal-_ _en het achtervoegsel_ _-in_.
+
+_Mal_ drukt uit het tegenovergestelde van wat het stamwoord zegt,
+bijv.: bona = goed, malbona = slecht; bela = mooi, malbela = leelijk;
+juna = jong, maljuna = oud; amiko = vriend, malamiko = vijand.
+
+_In_(o) duidt het vrouwelijk geslacht aan van het stamwoord, bijv.:
+patro = vader, patrino = moeder, frato = broeder, fratino = zuster.
+
+
+
+
+Leer de volgende woordjes van buiten:
+
+
+ familio familie
+ avo grootvader
+ patro vader
+ filo zoon
+ frato broeder
+ nepo kleinzoon
+ onklo oom
+ nevo neef (kind v. broer of zuster)
+ kuzo neef (kind v. oom of tante)
+ fiancxo verloofde
+ edzo echtgenoot
+ viro man
+ homo mensch
+ sinjoro mijnheer, heer
+ knabo knaap, jongen
+ frauxlo jongman
+ infano kind
+ parenco bloedverwant
+ societo gezelschap
+ amiko vriend
+ najbaro buurman
+ servisto dienaar, bediende, knecht
+ azeno ezel
+ granda groot
+ bona goed
+ juna jong
+ gaja vroolijk
+ felicxa gelukkig
+ kontenta tevreden
+ esti zijn
+ povi kunnen
+ legi lezen
+ skribi schrijven
+ devi moeten
+ veni komen
+ kanti zingen
+ ludi spelen
+ kuri loopen
+ al naar, aan
+ en in
+ sur op
+ sub onder
+ de van
+ kun met
+ dum gedurende, terwijl
+ kaj en
+
+
+
+Vertaling:
+
+Patrino, filino, frauxlino, avino, nepino, onklino, edzino, virino,
+patroj, filoj, infanoj, patra, patrina, infana, malkontenta.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Verloofde (vr.), oud, slecht, mevrouw, leelijk, nicht, juffrouw,
+droevig, tante, meisje, buurvrouw, ongelukkig, klein.
+
+
+Vertaling:
+
+La edzo legas, la edzino skribas. La infano ludas kaj kuras. La kuzino
+kantas bele. La bona patrino. La frauxlino skribas al la amikino. La
+amikino estas malgaja. La juna frauxlino ludas kun la infanoj de la
+najbaro. La knabo estas malkontenta. La avo skribas al la amiko. La
+avo kuras. La juna infano estas malgranda. La amiko skribas bele. La
+maljuna viro estas malfelicxa. La malbona najbaro kuras kun la juna
+infano de la nevo. En la familio estas maljuna avo kaj juna knabino. La
+felicxaj knaboj kantas, dum la malgajaj amikoj skribas.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+De knaap speelt. De jonge vriendin zingt. De goede tante leest. De
+juffrouw schrijft. Het kind is tevreden. De nicht speelt en de neef
+zingt. De vader schrijft aan den zoon. De zuster van de vriendin. De
+tante van den buurman. De goede grootmoeder van het jonge kind. De
+broeder van den jongen buurman is gelukkig. De familie is groot. De
+vader is gelukkig en tevreden. De vrouw zingt vroolijk, terwijl de
+man schrijft. De bloedverwanten komen. Het kleine meisje loopt naar
+de moeder. De dochter van den buurman is een tevreden en gelukkig
+kind. Een man en eene vrouw zijn menschen.
+
+
+
+
+
+CHAPTER 2
+
+Tweede Les.
+
+
+
+Persoonlijke Voornaamwoorden.
+
+_Persoonlijke Voornaamwoorden_ zijn die woorden, die in de plaats komen
+van persoons-, dier- of zaaknamen. Zij noemen de zelfstandigheden niet,
+doch duiden die slechts aan. Het zijn de volgende:
+
+
+ Enkelvoud 1e persoon mi = ik, mij.
+ 2e persoon ci = jij, jou.
+ 3e persoon li = hij, hem.
+ 3e persoon sxi = zij, haar.
+ 3e persoon gxi = het (alleen voor zaken
+ en dieren of personen, waarvan het geslacht onbekend is).
+
+ Meervoud 1e persoon ni = wij, ons.
+ 2e persoon vi = gij, u.
+ 3e persoon ili = zij (voor alle geslachten).
+
+
+Verder heeft men het _onbepaalde_ en onveranderlijke voornaamwoord
+_oni_ = men, en een _wederkeerig_ voornaamwoord _si_ = zich; beiden
+voor den 3en persoon.
+
+Aanmerking: _ci_ = jij wordt zelden gebruikt; meestal gebruikt men
+den beleefdheidsvorm _vi_ ook in het enkelvoud.
+
+
+
+De ontkenning.
+
+Om een ontkenning uit te drukken gebruikt men in het Esperanto
+het woordje _ne_, dat _neen_ of _niet_ beteekent. Dit wordt altijd
+vóór het werkwoord geplaatst, dus niet zooals in 't Nederlandsch,
+waar dit dikwijls achteraan komt, bijv.: ik loop niet = mi ne kuras;
+de knaap leert niet = la knabo ne lernas.
+
+
+
+
+Vragende Zinnen.
+
+Vragende zinnen worden gevormd, door het woordje _cxu_ vóór aan
+den bevestigenden zin te plaatsen, dus ook weer niet zooals in 't
+Nederlandsch door omzetting van den bevestigenden zin, bijv.:
+
+
+ _bevestigend_: de vader komt = la patro venas.
+ _vragend_: komt de vader? = cxu la patro venas?
+
+
+Bij zinnen, welke reeds met een vragend woord beginnen, is _cxu_
+natuurlijk overbodig; bijv. zinnen, die beginnen met de vragende
+woorden _wie_, _wat_, _welke_, _hoe_, _wanneer_, _waar_.
+
+
+ Bijv.: Wie loopt daar? = Kiu kuras tie?
+ Waar zijt gij? = Kie vi estas?
+
+
+Voorvoegsels _bo-_ en _ge-_.
+
+_Bo-_ duidt aan verwantschap door het huwelijk, bijv.: patro = vader,
+bopatro = schoonvader; frato = broeder, bofrato = schoonbroeder
+of zwager.
+
+_Ge-_ vereenigt de twee natuurlijke geslachten, bijv.: patro = vader,
+gepatroj = vader en moeder of ouders; frato = broeder, gefratoj =
+broeder en zuster. De j van gepatroj en gefratoj duidt het meervoud
+aan.
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ hundo hond
+ kato kat
+ cxevalo paard
+ bovo rund
+ birdo vogel
+ koko haan
+ floro bloem
+ arbo boom
+ sxtono steen
+ sablo zand
+ gxardeno tuin
+ kampo veld, land
+ vilagxo dorp
+ provinco provincie
+ urbo stad
+ vetero weder (z.n.w.)
+ varma warm
+ kara lief, dierbaar, duur
+ afabla beminnelijk, vriendelijk
+ sola alleen
+ fari doen, maken
+ kreski groeien
+ flugi vliegen
+ tiu die, dat (aanw. v.n.w.)
+ tiu-cxi deze, dit (aanw. v.n.w.)
+ tio dat (zelfst.)
+ kiu? wie?
+ kio? wat?
+ kia? welk?
+ kiel? hoe?
+ cxe bij
+ sed maar
+ jes ja
+ ne neen, niet
+ nun nu
+ cxiam altijd
+ ankoraux nog
+ ankaux ook
+ hodiaux heden, vandaag
+ baldaux spoedig
+ ho! o! oh!
+ cxu duidt vragende zinnen aan; heeft geen bepaalde
+ beteekenis.
+
+
+
+Vertaling:
+
+Bopatrino, bofilino, bofratino, geonkloj, geknaboj, geedzoj,
+gefiancxoj, gesinjoroj, gepatra, kokino, bovino, malkara, malafabla,
+malvarma.
+
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Schoonzoon, schoonvader, dienstbode, schoonbroeder, ontevreden,
+bloedverwanten, kleinkinderen, grootouders, jongens en meisjes,
+jongelieden.
+
+
+
+Vertaling:
+
+La onklinoj legas kaj la infanoj ludas kun la hundo kaj la kato. La
+urbo estas granda kaj bela. La vilagxo estas malgranda. La gxardeno ne
+estas granda kaj bela. En la gxardeno kreskas belaj floroj kaj grandaj
+arboj. En la urbo estas gxardeno. La birdoj flugas en la gxardenoj kaj
+kantas sur la arboj. La vetero estas bela kaj varma. La cxevalo estas
+sur la kampo. La kato kaj la hundo kuras en la gxardeno. La vetero ne
+estas varma hodiaux. La knabo ne legas sed skribas. Me venas de la
+avo kaj mi kuras al la frato. Li estas en la gxardeno. Vi ne estas
+granda sed vi estas malgranda. Tiu cxi hundo estas granda. Tiu homo
+estas felicxa. Kiu estas felicxa? Kiu kuras en la gxardeno? Kia infano
+ludas kontente? Kio estas sur la sablo? Kiel estas la vetero? Cxu la
+infano ludas kaj kuras? Cxu la familio estas granda?
+
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+In de stad zijn groote tuinen. In den tuin van de stad groeien schoone
+bloemen en vliegen vroolijke vogels. Het kind speelt met den hond en de
+kat. De grootouders zijn gelukkig en tevreden. De kleinkinderen zijn
+nog jong. De lieve ooms en tantes. De verloofden zijn op het veld. De
+jongens en meisjes zijn niet droevig maar vroolijk. De dienstbode is
+niet gelukkig. De hond is een vriend van den mensch. De kat is niet
+groot maar klein. De paarden en de koeien loopen in het veld. De
+vogel vliegt. De haan kan ook vliegen [1] maar niet zingen. Schoone
+bloemen en boomen groeien in den stadstuin. Het dorp is niet groot
+maar mooi. Het weder is heden koud en slecht. Is de moeder jong
+en schoon? Is het weder heden niet slecht? Zijn de kinderen van de
+buurvrouw lief? Is zij alleen in den tuin? Zingen wij mooi? Deze kat
+en die hond zijn van de buurvrouw. Dat kan niet. Wie is tevreden? Welke
+jongen speelt in den tuin? Wat is schoon? Hoe zingt de vogel?
+
+
+
+
+
+CHAPTER 3
+
+Derde Les.
+
+
+Naamvallen.
+
+In onze taal onderscheidt men 4 naamvallen. Naar gelang van den dienst,
+dien het woord in den zin verricht, zegt men dat het voorkomt in den
+1en, 2en, 3en of 4en naamval.
+
+Zoo staat het _onderwerp_, wat in een zin datgene is, dat de handeling
+verricht, in den _1_en naamval en het _lijdend voorwerp_, wat datgene
+is, dat de handeling, door het onderwerp verricht, lijdt of ondergaat,
+in den _4_en naamval.
+
+Deze 1e en 4e naamvalsvorm worden in het Esperanto gebruikt; de 2e
+en 3e naamval kunnen steeds omschreven worden, de 2e naamval door
+het voorzetsel _de_ en de 3e naamval door het voorzetsel _al_.
+
+Ook in 't Nederlandsch kan de 2e naamval omschreven worden met _van_
+en de 3e naamval met _aan_.
+
+Verder heeft een zin altijd een werkwoord (het _gezegde_) en kan hij
+ook verschillende bepalingen (van tijd, plaats, wijze enz.) hebben.
+
+De 4 naamvallen, welke dus een zelfst.n.w. kan hebben, noemt men de
+_verbuiging der zelfst. n.w._
+
+Hieronder volgt voor elk der Nederlandsche geslachten een verbuiging:
+
+
+Mannelijk.
+
+ _Enkelvoud._ _Meervoud._
+
+1e. de vader la patro de vaders la patroj
+2e. des vaders of de la patro der vaders of de la patroj
+ van den vader van de vaders
+3e. den vader of al la patro den vaders of al la patroj
+ aan den vader aan de vaders
+4e. den vader la patron de vaders la patrojn
+
+
+Vrouwelijk.
+
+ _Enkelvoud._ _Meervoud._
+
+1e. de moeder la patrino de moeders la patrinoj
+2e. der moeder of de la patrino der moeders of de la patrinoj
+ van de moeder van de moeders
+3e. den moeder of al la patrino den moeders of al la patrinoj
+ aan de moeder aan de moeders
+4e. de moeder la patrinon de moeders la patrinojn
+
+
+Onzijdig.
+
+ _Enkelvoud._ _Meervoud._
+
+1e. het kind la infano de kinderen la infanoj
+2e. des kinds of de la infano der kinderen of de la infanoj
+ van het kind van de kinderen
+3e. het kind of al la infano den kinderen of al la infanoj
+ aan het kind aan de kinderen
+4e. het kind la infanon de kinderen la infanojn
+
+
+Men kan elken zin gaan verdeelen--wat men ontleden noemt--in de
+bovenstaande naamvallen en bepalingen, bijv.: De zoon des vaders geeft
+den jongen een appel = La filo de la patro donas al la knabo pomon.
+
+Deze zin wordt aldus ontleed: de zoon = la filo = onderwerp of 1e
+naamval; des vaders (van den vader) = de la patro (duidt op bezit van
+iets) = 2e naamval; geeft = donas (tegenwoordige tijd van 't werkwoord
+geven) = gezegde; den jongen (aan den jongen) = al la knabo (overgang
+van 'n handeling op 'n anderen persoon) = 3e naamval; een appel =
+pomon = lijdend voorwerp of 4e naamval.
+
+
+
+Bijstellingen.
+
+In 't Esperanto hebben _bijstellingen_ denzelfden naamval als het
+zelfst. n.w. waarbij ze behooren, bijv.: Ik ga naar mijn vriend,
+den dokter = Mi iras al mia amiko, la kuracisto. Ik zie mijn vriend,
+den dokter = Mi vidas mian amikon, la kuraciston.
+
+Wanneer men iemand aanspreekt, blijft de bijstelling in den 1en
+naamval, bijv.: Kom, ik wacht u, mijn lieve jongen = Venu, mi atendas
+vin, mia kara knabo.
+
+
+
+Het lijdend voorwerp.
+
+Aangezien in 't Esperanto veel vrijheid wordt gelaten in den
+zinsbouw en het lidwoord _la_ altijd onveranderd blijft, zou het
+kunnen gebeuren, dat men tenslotte niet meer wist wat onderwerp en
+wat voorwerp in 'n Esperanto-zin was.
+
+Ter vermijding hiervan krijgt het voorwerp (4e naamval) wat we
+lijdend voorwerp noemen, omdat het de handeling lijdt of ondergaat,
+als uitgang de letter _n_.
+
+Vertaalt men dus: _De man slaat den jongen_, dan kan men dit op de
+volgende manieren doen:
+
+La viro batas la knabo_n_, óf La viro la knabo_n_ batas, La knabo_n_
+batas la viro, óf La knabo_n_ la viro batas.
+
+Men verliest in deze 4 vertalingen _noch_ het onderwerp _noch_ het
+voorwerp uit het oog.
+
+Moest men evenwel vertalen: La viro batas la knabo, òf La knabo
+batas la viro, dan kon in beide vertalingen zoowel de jongen als de
+man slaan.
+
+Veelal wordt in 't Esperanto de 3e naamval vertaald gelijk de 4e
+naamval en dus niet omschreven met het voorzetsel _al_, b.v.: Ik
+schrijf hem = Mi skribas lin of Mi skribas al li.
+
+Dit is evenwel niet geoorloofd, wanneer er een lijdend voorwerp bij
+het werkwoord behoort. Alsdan moet de 3e naamval omschreven worden,
+b.v.: Ik schrijf hem een brief = Mi skribas al li leteron.
+
+
+
+
+Achtervoegsels _et_ en _eg_.
+
+
+_Et_ vormt verkleinwoorden, bijv.: knabo = jongen, knabeto = jongetje;
+filino = dochter, filineto = dochtertje; arbo = boom, arbeto = boompje;
+flugi = vliegen, flugeti = fladderen.
+
+_Eg_ vormt vergrootingen, bijv.: pluvo = regen, pluvego = stortregen;
+bela = schoon, belega = prachtig.
+
+Het achtervoegsel _eg_ bij zelfst. n.w. heeft ongeveer dezelfde
+beteekenis als in 't Nederlandsch de uitdrukking _zeer groot_, bijv.:
+nazo = neus, nazego = zeer groote neus; kapo = hoofd, kapego = zeer
+groot hoofd.
+
+
+
+N.B. In 't Esperanto wordt de grootte in onderstaande volgorde en
+wijze uitgedrukt:
+
+zeer groote boom = arbego, groote boom = granda arbo, boom = arbo;
+
+kleine boom = malgranda arbo, zeer kleine boom of boompje = arbeto.
+
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ korpo lichaam
+ hauxto huid (vel)
+ viando vleesch
+ parto deel
+ osto been (algem.)
+ sango bloed
+ kapo hoofd
+ haro haar
+ vizagxo wezen (gelaat)
+ mieno gelaat (de trekken)
+ brovo wenkbrauw
+ frunto voorhoofd
+ okulo oog
+ orelo oor
+ vango wang
+ nazo neus
+ busxo mond
+ lipo lip
+ dento tand
+ lango tong
+ rozo roos
+ rapida vlug
+ blanka wit
+ nigra zwart
+ bruna bruin
+ rugxa rood
+ verda groen
+ flava geel
+ blua blauw
+ pala bleek
+ blinda blind
+ surda doof
+ havi hebben
+ rimarki bemerken
+ vidi zien
+ auxdi hooren
+ auxskulti luisteren
+ flari ruiken
+ gustumi proeven, smaken
+ iri gaan
+ diri zeggen
+ ke dat (voegw.)
+ se indien
+ aux of
+ nur slechts, maar
+ ofte dikwijls
+ tro te, te veel
+ ecx zelfs (bijw.)
+ per door middel van, met
+
+
+
+Vertaling:
+
+Fileto, infaneto, hundego, birdeto, gxardeneto, grandega, boneta,
+belega, malbelega, flugeti, oreleto, okulego.
+
+
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Dochtertje, hondje, zeer groote tuin, zeer goed, wimpers (oogharen),
+snor (lipharen), mondje, zeer groote tanden, zeer kleine tong, neusje.
+
+
+
+
+Vertaling:
+
+La avo estas surda. La vizagxo de la frauxlino estas pala; sxi havas
+brunajn okulojn kaj rugxajn harojn. La cxevalo de la onklo estas granda
+kaj bruna, gxi kuras tre bone. La vetero estas hodiaux malvarmega. Mi
+venas de la avo kaj mi nun iras al la frato. Kiu diras, ke la vetero
+estas bela? Kia birdo ne povas kanti? La bela birdeto, kiun la knabo
+havas, kantas belege. Mi auxdas per la oreloj; mi flaras per la
+nazo. Malgrandaj infanoj havas nazetojn. Mi havas okulojn en la kapo.
+
+
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+De oude grootvader en de jonge kleinzoon gaan naar de stad. De dochter
+van den buurman zingt prachtig. Het paard loopt zeer vlug. De kat en
+de hond zijn geen goede vrienden. Wij hebben prachtig witte, gele
+en roode rozen in den tuin. Wie loopt snel in den tuin? Het kleine
+meisje heeft bruine oogen en zwarte haren. Het kind bemerkt, dat het
+niet alleen is. De wangen van het meisje zijn rood. De zwarte oogen
+van dien man zijn leelijk. Wie heeft roode haren? Hij heeft bruine
+tanden in den mond. Hij is blind en kan ook niet loopen. De bek van
+het paard is zeer groot. Het bloed is in het lichaam en is rood. Op
+het gelaat ziet men de wenkbrauwen. Een deel van het lichaam bestaat
+uit (konsistas el) beenderen.
+
+
+
+
+
+
+CHAPTER 4
+
+Vierde Les.
+
+
+
+Bezittelijke Voornaamwoorden.
+
+De _bezittelijke voornaamwoorden_ drukken, zooals de naam reeds
+aanduidt, een bepaling van een bezitting uit en worden gevormd van
+de _persoonlijke_ voornaamwoorden door achtervoeging van _a_ achter
+die v.n.w.
+
+De uitgang _a_ duidt tevens ook aan, dat ze een bijvoeglijk karakter
+hebben en dus bij zelfst. n.w. gebruikt worden. Het zijn: _mia_,
+_cia_, _lia_, _sxia_, _gxia_, _nia_, _via_ en _ilia_.
+
+Ze volgen ook, evenals de bijv. n.w., het zelfst. n.w. in meervouds-
+en voorwerpsuitgang.
+
+Verder heeft men het bezittelijk bijv. v.n.w. _sia_, dat alleen
+dàn gebruikt wordt vóór het naamwoord, indien de bezitting aan het
+onderwerp van den zin toegekend wordt.
+
+Voorbeelden:
+
+De moeder vergeet _haar_ boek (haar eigen) = La patrino forgesas
+sian libron.
+
+De moeder vergeet _haar_ boek (van haar dochter) = La patrino forgesas
+sxian libron.
+
+De man werkt in _zijn_ tuin (zijn eigen) = La viro laboras en sia
+gxardeno.
+
+De man werkt in _zijn_ tuin (van zijn zoon) = La viro laboras en
+lia gxardeno.
+
+De jongens spelen met _hunne_ honden (hun eigen) = La knaboj ludas
+kun siaj hundoj.
+
+De jongens spelen met _hunne_ honden (van hun buren) = La knaboj
+ludas kun iliaj hundoj.
+
+Zij ziet de kat en _haar_ oogen (haar eigen) = Sxi vidas la katon
+kaj siajn okulojn.
+
+Zij ziet de kat en _haar_ oogen (van de kat) = Sxi vidas la katon
+kaj gxiajn okulojn.
+
+
+
+Men gebruikt dus _sia_ alleen dàn, wanneer men in het Nederlandsch de
+woordjes _zijn_, _haar_, _hun_ of _hunne_ kan vervangen door _zijn
+eigen_, _haar eigen_, _hun eigen_ of _hunne eigene_. In alle andere
+gevallen gebruikt men voor den 3en persoon:
+
+
+ _lia_ voor mannelijk enkelv. persoonsnamen;
+ _sxia_ voor vrouwelijk enkelv. persoonsnamen;
+ _gxia_ voor dieren of zaken enkelvoud;
+ _ilia_ voor alle gevallen voor het meervoud.
+
+
+Men moet hierbij wel bedenken, dat _sia_ steeds het onderwerp van
+denzelfden zin als bezitter aanwijst. Het mag dus niet gebruikt
+worden, als een deel van het onderwerp zelf of als het onderwerp van
+een anderen zin, bijv.:
+
+De vader en zijn (eigen) zoon komen = La patro kaj lia filo
+venas. Hierbij is het een gedeelte van 't onderwerp.
+
+De vader is hier; zijn (eigen) zoon komt ook spoedig hier = La patro
+estas tie-cxi; lia filo ankaux baldaux venos1 tie-cxi. Hierbij is
+_lia filo_ het onderwerp van een anderen zin en mag daarom niet met
+sia vertaald worden.
+
+
+
+Vervolg voorwerps n.
+
+
+Behalve het reeds genoemde lijdend voorwerp krijgen ook nog een _n_:
+
+1e. De naam der _plaats_, naar welke de handeling gericht is, bijv.:
+Ik ga naar Brussel = Mi iras Bruselon.
+
+2e. De bepaling van _tijd_ en _de datum_, bijv.: Hij komt Donderdag =
+Li venos [2] jxauxdon. Hij komt den 6en April = Li venos1 la sesan
+tagon de aprilo.
+
+Aanmerking: Het woord tagon wordt meestal weggelaten. Is deze bepaling
+van tijd of datum het onderwerp van 'n zin, dan vervalt natuurlijk
+de _n_, bijv.: La sesa tago de aprilo estos1 bela tago.
+
+3e. De bepaling, die den _duur_ eener handeling aanduidt, bijv.:
+Ik blijf drie dagen = Mi restas tri tagojn.
+
+4e. De bepaling van _maat_, _prijs_ of _gewicht_, bijv.: Het boek
+kost drie gulden = La libro kostas 3 guldenojn. De toren is 50 meter
+hoog = La turo estas alta 50 metrojn. Dat brood weegt 2 pond = Tiu
+pano pezas 2 funtojn.
+
+Aanmerking: In deze 4 bovengenoemde gevallen is men evenwel niet
+verplicht den uitgang _n_ te gebruiken, omdat deze uitdrukkingen door
+een voorzetsel kunnen omschreven worden en men na een voorzetsel geen
+_n_ plaatst. Men kan dus ook zeggen:
+
+1. Mi iras _al_ Bruselo.
+
+2. Li venos _je_ jxauxdo. Li venos _je_ la sesa de aprilo.
+
+3. Mi restas _dum_ tri tagoj.
+
+4. La libro kostas _po_ tri guldenoj. La turo estas alta _je_ 50
+metroj. Tiu pano pezas _po_ 2 funtoj.
+
+Alleen dàn voegt men na een voorzetsel een _n_ achter het zelfst. n.w.,
+als er in den zin eene beweging wordt aangeduid in de richting naar
+het doel en deze richting niet altijd dadelijk duidelijk is, bijv.: _de
+kat springt op de tafel_ wordt vertaald: La kato saltas sur la tablo.
+
+Nu heeft deze zin twee beteekenissen, n.l. dat de kat op de tafel is
+en daarop rondspringt, òf dat de kat van den grond op de tafel springt
+en dus in dezen zin een richting aanwezig is. Zonder de richtings _n_
+zou verwarring kunnen ontstaan en schrijft men dus voor het laatste
+geval: La kato saltas sur la tablo_n_.
+
+Alleen achter de voorzetsels al = _naar_ en gxis = _tot_ wordt nimmer
+een richtings _n_ geplaatst, aangezien deze voorzetsels reeds voldoende
+een richting aangeven.
+
+Aangezien de voorzetsels _de_ en _el_ nooit eene richting náár iets
+kunnen aanduiden, worden zij ook nimmer door de richtings _n_ gevolgd.
+
+
+
+Achtervoegsels _an_ en _id_.
+
+
+_An_(o) duidt aan een bewoner, aanhanger, genoot of lid, bijv.:
+Parizo = Parijs, Parizano = Parijzenaar; Kristo = Christus, Kristano =
+Christen; domo = huis, domano = huisgenoot; klubo = klub, klubano =
+lid der klub.
+
+_Id_(o) duidt den afstammeling of het jong aan, bijv.: regxo = koning,
+regxido = prins (vorstenzoon); cxevalo = paard, cxevalido = veulen;
+koko = haan, kokido = kuiken.
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ mentono kin
+ kolo hals
+ membro lid
+ sxultro schouder
+ brako arm
+ mano hand
+ fingro vinger
+ ungo nagel
+ laringo strottenhoofd
+ brusto borst
+ koro hart
+ flanko zijde
+ ventro buik
+ kruro been
+ genuo knie
+ piedo voet
+ sento zintuig (gevoel)
+ parolo spraak
+ vocxo stem
+ koloro kleur
+ princo prins
+ muta stom
+ lama lam
+ kripla kreupel
+ forta sterk
+ longa lang
+ vera waar
+ diversa verscheiden
+ multaj _of_
+ multe da veel
+ lauxte luid
+ dekstre rechts (bijw.)
+ palpi voelen, tasten
+ tusxi raken
+ ridi lachen
+ kisi kussen
+ kredi gelooven
+ marsxi gaan (stappen)
+ unu een
+ du twee
+ kvin vijf
+ kiom (da) hoeveel
+ por teneinde, voor, om te
+ pro van, door, wegens
+
+
+
+Vertaling:
+
+Urbano, provincano, varmega, malvarmega, kapego, nazego, manego,
+vilagxano, malforta, fortega, malrapida, mallonga, malvera, mallauxte,
+rideti, ridegi, bovido, regxido.
+
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Handje, klauw, poot, spreken, rechtsche, linksche, weinig, baard
+(wangharen), kalf, kuiken, veulen, prinses.
+
+
+
+Vertaling:
+
+La maljuna virino estas blinda kaj iras kun sia nepo. La avo skribas
+al siaj parencoj, ke ili devas veni. La vilagxano iras al la urbo. La
+patrino parolas gaje kun sia amikino, kaj la infanoj ludas kontente
+kun la hundo kaj la kato. Nia korpo konsistas el la kapo, la trunko
+(romp) kaj la membroj. Ni havas du okulojn por vidi, unu nazon por
+flari, unu busxon por paroli kaj du orelojn por auxdi. En nia busxo
+ni havas dentojn kaj langon. La birdego havas ungegojn. Ni havas la
+koron en la brusto, maldekstre. Tiu malfelicxa knabo estas kripla,
+li ne bone povas marsxi. La koloro de miaj haroj estas nigra. La
+rugxa koloro de la haroj ne cxiam estas malbela. Sur la verda kampo
+kuras multaj cxevaloj. La knabineto kuras rapide al sia patrino kaj
+kisas sxin. La infanoj de la najbaro iras ofte al la urbo. Viaj vangoj
+estas rugxaj; cxu tio estas pro la malvarmo? La sxtono havas multajn
+belegajn kolorojn. Kiom estas du kaj kvin?
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+De zoon is met zijn vrienden in den tuin van den buurman. Ik geloof
+niet, dat de zoon van den buurman gelukkig is. Hij is bleek en zijn
+gelaat is droevig. De moeder leest en het jonge meisje luistert naar
+haar lieve stem. Wij hebben 4 ledematen: 2 armen en 2 beenen. Wij zien
+met de oogen en ruiken met den neus. Deze jongen kan niet spreken,
+hij is stom. Menschen, die niet kunnen spreken en ook niet kunnen
+hooren, zijn doofstom. De kleur van zijn wenkbrauwen is zwart en van
+zijn snor wit. Hunne grootouders zijn zeer oud. In den tuin groeien
+vele bloemen. Wij gaan den tuin in. De tante kust haar nichtje en het
+kindje schaterlacht. De blinde menschen kunnen lezen door middel van
+het gevoel. Haar oom en zijn vrouw (echtgenoote) spreken met mijn
+grootvader en zijn vriend. Mijn vriend is in den tuin, maar ik zie
+hem niet. Mijne moeder is eene vriendin van uwe tante.
+
+
+
+
+
+CHAPTER 5
+
+Vijfde Les.
+
+
+
+De Telwoorden.
+
+
+De _telwoorden_ worden onderscheiden in:
+
+1. _Hoofdtelwoorden_, welke zijn: _nulo_ = 0, _unu_ = 1, _du_ = 2,
+_tri_ = 3, _kvar_ = 4, _kvin_ = 5, _ses_ = 6, _sep_ = 7, _ok_ = 8,
+_naux_ = 9, _dek_ = 10, _cent_ = 100 en _mil_ = 1000. Deze getallen
+zijn onveranderlijk.
+
+Met deze hoofdtelwoorden worden alle andere gemaakt, bijv.: 11 =
+10 en 1 = dek-unu, 15 = dek-kvin, 20 = 2 x 10 = dudek, 30 = tridek,
+125 is 100 en 20 en 5 = cent dudek-kvin, 2345 = 2000 en 300 en 40 en
+5 = dumil tricent kvardek-kvin.
+
+Komt aan het eind van een getal 'n hoofdtelwoord te staan, dan wordt
+dit met het voorgaande verbonden door een streepje. Dit streepje kan
+weggelaten worden, doch de woorden mogen nimmer aaneen geschreven
+worden, bijv.: 25 = dudek-kvin òf dudek kvin.
+
+Worden de hoofdtelwoorden als _verzamelnamen_ gebruikt, dan krijgen
+ze den uitgang _o_, bijv.: eenheid = unuo, tweetal = duo, drietal =
+trio, dozijn = dekduo, duizendtal = milo.
+
+Wanneer deze zelfstandig gebruikte hoofdtelwoorden aan een zelfstandig
+n.w. voorafgaan, dan worden ze steeds gevolgd door het woordje _da_,
+bijv.: een dozijn vorken = dekduo da forkoj.
+
+2. _Rangtelwoorden_, welke _bijvoeglijk_ gebruikt den uitgang _a_
+en _bijwoordelijk_ gebruikt den uitgang _e_ hebben.
+
+Bijvoeglijk gebruikt duiden ze een volgorde van iets aan, bijv.:
+Januaro estas la unua monato kaj decembro la dekdua = Januari is de
+eerste maand en December de twaalfde.
+
+Bijwoordelijk gebruikt geven ze een opsomming aan, bijv.: La libro
+ne placxas al mi, unue gxi estas tro granda, due gxi estas malbela
+kaj trie, gxi ne estas Esperanta libro = Het boek bevalt mij niet,
+ten eerste is het te groot, ten tweede is het lelijk en ten derde is
+het geen Esperanto boek.
+
+3. _Breukgetallen_, welke een gedeelte van een eenheid aangeven. Zij
+worden aangeduid door twee getallen naast elkander, gescheiden
+door een streepje. Het eerste getal noemt men _teller_ en het tweede
+_noemer_. De noemer noemt het aantal gelijke deelen, waarin het geheel
+is verdeeld en de teller noemt het aantal dier deelen.
+
+Ze worden in 't Esperanto gevormd van de hoofdtelwoorden door
+toevoeging van het achtervoegsel _on_, met _o_ als uitgang voor
+zelfst. n.w., _a_ voor bijv. n.w. en _e_ voor bijwoorden, bijv.:
+1/2 = duono, 1/6 = sesono, 5/8 = kvin okonoj, 9/12 = naux dekduonoj.
+
+Zooals men uit de voorbeelden ziet wordt de teller, wanneer hij 1
+is, niet genoemd. Is de teller meer dan 1, dan krijgt de noemer den
+meervoudsuitgang.
+
+4. _Vermenigvuldiggetallen_, welke gevormd worden door het
+achtervoegsel _obl_ met den uitgang _o_, _a_ of _e_, naar gelang ze
+zelfstandig, bijvoeglijk of bijwoordelijk gebruikt worden, bijv.: Het
+drievoud van twee is zes = La trioblo de du estas ses. Een dubbele tong
+= duobla lango. Ik moet driedubbel betalen = Mi devas pagi trioble.
+
+_Herhalingsgetallen_ maakt men met het woordje _foje_, wat _maal_
+of _keer_ beteekent, bijv.: eenmaal = unufoje, tweemaal = dufoje, enz.
+
+5. _Verzamelende telwoorden_, welke gemaakt worden met het
+achtervoegsel _op_, bijv.; met z'n vieren = kvarope; met z'n zessen =
+sesope; zij komen met z'n achten = ili venas okope.
+
+Er bestaat verschil tusschen de zinnen: _Zij loopen met z'n vieren_
+en _Zij loopen met vieren (vier aan vier)_. In het eerste geval zijn
+er slechts vier en vertaalt men volgens bovenstaande: _Ili marsxas
+kvarope_. In het tweede geval loopen ze bijv. in rijen van vier en
+gebruikt men bij de vertaling het woordje _po_: _Ili marsxas po kvar_.
+
+Het woordje _po_, dat een voorzetsel is, wordt ook geplaatst vóór een
+bepaling van maat, prijs of gewicht en wil dan zeggen, dat die maat,
+prijs of gewicht slechts op één persoon of voorwerp betrekking heeft
+en kan in 't Nederlandsch omschreven worden door de woordjes _ieder_,
+_elk_ of _per stuk_, bijv.:
+
+La pomoj kostas po du cendoj = De appels kosten 2 centen (per stuk).
+
+La infanoj ricevas po du pomoj = De kinderen ontvangen 2 appels
+(elk of ieder).
+
+La cxevaloj havas po kvar piedoj = De paarden hebben vier pooten (elk).
+
+Eenige voorbeelden van _vermenigvuldiging, deeling, optelling en
+aftrekking_.
+
+
+ 2 × 3 = 6 du foje tri estas ses.
+ duoble tri estas ses.
+ du foje tri faras ses.
+ duoble tri faras ses.
+
+ 1/2 × 1/3 = 1/6 duono foje triono estas sesono.
+ duono foje triono faras sesono_n_.
+
+ 2/5 × 3/4 = 6/20 du kvinonoj foje tri kvaronoj estas ses
+ dudekonoj.
+ du kvinonoj foje tri kvaronoj faras ses
+ dudekonoj_n_.
+
+
+Men ziet hieruit dus, dat na het w.w. _fari_ de 4e naamval volgt en
+na het w.w. _esti_ de 1e naamval.
+
+
+ 8 ÷ 2 = 4 ok dividita per du faras kvar.
+ ok dividita per du estas kvar.
+
+ 3 + 4 = 7 tri kaj kvar estas sep.
+ tri kaj kvar faras sep.
+
+ 6 - 3 = 3 ses malpli tri estas tri _òf_
+ ses sen tri estas tri.
+
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ vivo leven
+ morto dood
+ dormo slaap
+ vekigxo ontwaking
+ songxo droom
+ febro koorts
+ doloro pijn
+ mezo midden
+ metro meter
+ polico politie
+ turo toren
+ cxirkauxmano armband
+ lasta laatste
+ trankvila rustig, gerust
+ alta hoog
+ sana gezond
+ eterna eeuwig
+ nova nieuw
+ doni geven
+ meti stellen, plaatsen
+ mezuri meten
+ trovi vinden
+ lacigi vermoeien
+ naskigxi geboren worden
+ kuraci heelen, genezen
+ farti varen (welvaren)
+ interne inwendig
+ ekstere uitwendig
+ supre boven
+ cxirkaux rond, rondom
+ almenaux ten minste
+ tre zeer
+ je voorzetsel met onbepaalde beteekenis
+
+
+
+Vertaling:
+
+Malsana, malsano, malsaneta, dormegi, kapdoloroj, dormeti, policano,
+naskigxo, malalta, malnova, malsupre.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Met z'n zessen, met z'n achten, met z'n vieren, vier aan vier, twee
+aan twee, ongesteldheid, 2/5, 3/7, 7/10, 9/20, 1/9, 3/100, 28/400.
+
+
+Vertaling:
+
+La homo havas dek fingrojn. Duoble tri faras ses. Mi havas du
+guldenojn, sxi havas la duoblon. Ni venas okope. Kvardek-ses kaj
+kvindek-du faras nauxdek-ok. Hodiaux estas la naskigxtago de mia
+patrino. La turo de nia urbo estas alta sesdek-kvar metrojn. Sxi ne
+estas malsana sed sxi havas ofte kapdolorojn. Cxu vi diras la veron? La
+cxevalo havas grandan cxevalidon. Sesmil kvarcent kvindek-tri. Ducent
+sesdek-ok. Ili faras tion sesfoje. Sesoble ok faras kvardek-ok. Kvin
+nauxonoj kaj tri nauxonoj estas ok nauxonoj. Mi vidas tri arbojn,
+unue mi vidas grandan arbon, due mi vidas arbegon, kaj trie mi vidas
+arbeton.
+
+
+Vertaal in Esperanto: (Alle cijfers in woorden schrijven.)
+
+Hoeveel is 5 × 13? Dat is 65. 5 × 6 = 30; 25 is 1/4 van 100. Zij komen
+met hun zessen. Dit paard kost 300 gulden. Bij het ontwaken hoor ik
+de vogels op de boomen. De armband van uwe zuster is zeer mooi. 4258;
+392; 8643; 928; 98. Ik zie vele menschen. Duizenden menschen spreken
+reeds het Esperanto. Het is vandaag (heden) koud. Nu zegt hij mij
+de waarheid. Zij droomt een schoone droom. De dienstbode plaatst de
+bloemen op de tafel. Hoe vaart u? Ik maak (het) zeer goed. 9 × 6 =
+54; 12 is de helft van 24. Zij komen met z'n zessen. De kinderen
+loopen vier aan vier. Ik ben de eerste en hij is de derde. Hij moet
+dubbel betalen.
+
+
+
+
+
+CHAPTER 6
+
+Zesde Les.
+
+
+
+De Tijd, de Datum, de Ouderdom.
+
+Ter aanduiding van _den tijd_ heeft het Esperanto verschillende vormen.
+
+De Nederlandsche zin _Het is 3 uur_, vertaalt men: Estas la tria
+horo. 't Woordje _het_ wordt niet vertaald, terwijl men het woord
+_horo_ gewoonlijk weg laat en dus alleen schrijft: Estas la tria.
+
+Om nu in 't Esperanto te zeggen, dat het 3.15 uur is, kan men de
+volgende manieren volgen:
+
+1e. kan men zeggen, dat reeds 15 minuten of een kwartier van het vierde
+uur zijn verloopen, dus: Estas kvarono de la kvara, wat woordelijk
+beteekent: Het is een vierde van het vierde;
+
+2e. kan men zeggen, dat het is 3 uur en een kwartier, dus: Estas la
+tria kaj kvarono;
+
+3e. kan men zeggen, dat het een kwartier over of na het derde uur is,
+dus: Estas kvarono post la tria;
+
+4e. kan men zeggen, dat het is 3 kwartier vóór het vierde uur, dus:
+Estas tri kvaronoj antaux la kvara.
+
+De manieren onder 1 en 3 worden meestal gebruikt.
+
+Het voorzetsel _om_ vóór het uur wordt vertaald door _je_, bijv.:
+om 2 uur = je la dua; om kwart over 2 = je kvarono de la tria.
+
+Het is 2.20 n.m. (namiddag) zou volgens de 4 bovenstaande manieren
+vertaald worden:
+
+
+ Estas dudek minutoj de la tria posttagmeze.
+ Estas la dua kaj dudek minutoj posttagmeze.
+ Estas dudek minutoj post la dua posttagmeze.
+ Estas kvardek minutoj antaux la tria posttagmeze.
+
+
+_Den datum_ kan men op tweeërlei manier aanduiden. Vraagt men bijv.:
+_Welke datum is het heden?_ dan kan men dit vertalen door: Kiu dato
+estas hodiaux _en_ Kiun daton ni havas hodiaux.
+
+In het eerste geval is _kiu dato_ het _onderwerp_ en in het tweede
+geval het _lijdend voorwerp_ van den zin (zie de _n_).
+
+Het antwoord op bovenstaande vraag kan dan zijn bijv.: Hodiaux estas
+la kvara de auxgusto, _òf_ Hodiaux ni havas la kvaran de auxgusto.
+
+Tusschen het _getal_ en de _maand_ krijgt men altijd het woordje _de_,
+wat als voorzetsel geen _n_ na zich heeft.
+
+_Hoe oud zijt gij?_ wordt vertaald alsof er stond: _Welken leeftijd
+hebt gij?_ en wordt dus: Kian agxon vi havas?
+
+Het antwoord kan ook weer op twee manieren gegeven worden, bijv.:
+_Ik ben 10 jaar_ wordt vertaald door: Mi havas dek jarojn, wat
+woordelijk beteekent: _Ik heb 10 jaren_, of door: Mi estas dekjara,
+wat woordelijk beteekent: _Ik ben 10-jarig_.
+
+
+
+Achtervoegsels _ajx_ en _ec_.
+
+
+_Ajx_(o) duidt _concrete zaken_ aan, die de eigenschap _bezitten_
+door het grondwoord uitgedrukt.
+
+Concreet is datgene wat door de zintuigen kan worden waargenomen,
+bijv.: mola = zacht, molajxo = zachtheid (zachte deel van fruit bijv.);
+amiko = vriend, amikajxo = vriendschapsbetuiging.
+
+In 't algemeen kan men dit achtervoegsel omschrijven door het
+Nederlandsche _iets dat .... is_, bijv.: bela = schoon, belajxo =
+iets dat schoon is; kreski = groeien, kreskajxo = iets dat gegroeid is
+(gewas, plant).
+
+_Ec_(o) vormt _abstracte woorden_, die de eigenschap _bedoelen_
+door het grondwoord uitgedrukt.
+
+Abstract is datgene, dat niet met de zintuigen kan worden waargenomen,
+bijv.: frato = broeder, frateco = broederschap; sana = gezond, saneco
+= gezondheid.
+
+De meeste woorden op _ec_ gaan in 't Nederlandsch op _heid_ of _schap_
+uit, doch geen enkele heeft een meervoudsvorm.
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ tempo tijd
+ momento oogenblik
+ horo uur
+ minuto minuut
+ sekundo seconde
+ tago dag
+ nokto nacht
+ mateno morgen (ochtend)
+ vespero avond
+ semajno week
+ lundo Maandag
+ mardo Dinsdag
+ merkredo Woensdag
+ jxauxdo Donderdag
+ vendredo Vrijdag
+ sabato Zaterdag
+ dimancxo Zondag
+ monato maand
+ januaro Januari
+ februaro Februari
+ marto Maart
+ aprilo April
+ majo Mei
+ junio Juni
+ julio Juli
+ auxgusto Augustus
+ septembro September
+ oktobro October
+ novembro November
+ decembro December
+ jaro jaar
+ sezono jaargetijde
+ printempo lente
+ somero zomer
+ auxtuno herfst
+ vintro winter
+ dato datum
+ agxo ouderdom, leeftijd
+ matura rijp
+ pura zuiver
+ agrabla aangenaam
+ grava belangrijk, ernstig
+ fortika vast, stevig
+ forta kloek, sterk, machtig
+ labori werken
+ dormi slapen
+ ami beminnen, houden van
+ rigardi kijken
+ plori weenen
+ malvarmumi een verkoudheid vatten
+ kosti kosten
+ kompari vergelijken
+ morgaux morgen (dag)
+ hieraux gisteren
+ frue vroeg
+ foje eens, keer
+ jam reeds
+
+
+
+Vertaling:
+
+Tage, nokte, tagmezo, saneco, malsaneco, eterneco, novajxo, matureco,
+malpura, malpurajxo, centjaro, blankajxo, vereco, infaneco, parenceco,
+amikajxo, boneco, beleco, bovajxo, kokajxo, estajxo.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Mannelijkheid, vriendschap, iets schoons, gewas (iets dat groeit),
+geschrift, gezang, hoeveelste, kinderachtigheid, jonkheid, oudheid,
+slechtheid, koude, ontevredenheid, zwakheid, vlugheid, ongerust,
+zuiverheid, oppervlakte (wat van boven is), omstreken, broederschap,
+vroolijkheid, gerustheid, binnenste (wat waar te nemen is).
+
+
+Vertaling:
+
+La semajno havas 7 tagojn. Mia fratino havas 19 jarojn (aux Mia
+fratino estas 19 jara). Hodiaux estas merkredo. 100 jaroj estas
+centjaro aux jarcento. Kiun daton ni havas hodiaux? Kiu tago estos
+morgaux? Hodiaux ni havas la dekan (tagon) de la monato. Unu monato
+estas dekduono de jaro. Unu tago estas tricent sesdek kvinono de
+jaro. Kioma horo estas nun? Estas la dua; kvarono de la tria; kvarono
+post la dua; duono de la tria; tri kvaronoj de la tria; tri kvaronoj
+post la sesa; kvarono antaux la sepa. Kian agxon vi havas? Bonan
+tagon, bonan vesperon. Januaro estas la unua monato de la jaro kaj
+decembro la dekdua. Nokte la policanoj en Parizo iras duope. Somere
+je la tagmezo estas ofte tre varma. La kiso estas amikajxo. Mi amas
+la cxirkauxajxojn de tiu urbo. Ni komparas la belecon de la printempo
+kun tiu de la auxtuno.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Een dag is het zevende deel van een week. Hoe laat (om welk uur) komt
+(venos) uw zuster? Den 13en Augustus kom (venos) ik bij u en blijf
+(restos) 3 dagen. Den hoeveelsten is het vandaag? (vertaal als: Welken
+datum hebben wij vandaag?) Hoe oud is uw broeder? Hij is 16 jaar. De
+vriendschapsbetuigingen van dien man zijn onwaar. De jonkheid is
+altijd gelukkig en vroolijk. De rustigheid van de omstreken van deze
+stad is zeer aangenaam in den zomer. De oppervlakte van dien steen
+is wit. Des daags moeten wij werken, 's nachts kunnen wij slapen. 's
+Zomers is het weder dikwijls zeer warm, in den winter zeer koud. Het
+is vandaag te koud voor (laux) het seizoen. In den zomer zijn de
+boomen groen. De 31e December is de laatste dag van het jaar. Een
+uur heeft 60 minuten en een minuut heeft 60 seconden.
+
+_Opmerking_: Waar wij den tegenw. tijd van een werkwoord gebruiken,
+terwijl we over een handeling of werking in de toekomst spreken,
+gebruikt men in 't Esperanto den toek. tijd, bijv: Ik kom morgen =
+Mi venos morgaux.
+
+
+
+
+
+CHAPTER 7
+
+Zevende Les.
+
+
+
+De Werkwoorden.
+
+In de 1e les hebben we de _onbepaalde wijs_ der werkwoorden reeds
+geleerd; deze gaat altijd uit op _i_.
+
+Ook kennen, we reeds den _tegenwoordigen tijd_, welke uitgaat op _as_.
+
+Dit noemen we de tegenwoordige tijd van de _aantoonende wijs_, omdat
+deze een handeling aanduidt, die werkelijk geschiedt. Is een handeling
+voorbij of afgeloopen, dan noemt men dit den _verleden tijd_ en moet
+een handeling nog geschieden, dan heet dit de _toekomende tijd._
+
+De verleden tijd gaat in Esperanto altijd uit op _is_.
+
+De tegenwoordig toekomende tijd gaat altijd uit op _os_.
+
+De verleden toekomende tijd of voorwaardelijke wijs, welke een
+voorwaarde aanduidt, gaat uit op _us_.
+
+De _gebiedende wijs_, welke een bevel, wensch, wil, begeerte,
+noodzakelijkheid, verdienste of verplichting uitdrukt, gaat uit op _u_.
+
+Deze uitgangen zijn voor alle personen enkel- en meervoud altijd
+dezelfde.
+
+Vervoegen we dus het werkwoord _lerni_ = leeren, dan krijgen we de
+onderstaande vormen:
+
+_Onbepaalde wijs_: lerni = leeren.
+
+_Aantoonende wijs, tegenwoordige tijd_:
+
+
+ mi lernas = ik leer;
+ vi lernas = gij leert;
+ li, sxi, gxi, oni lernas = hij, zij, het, men leert;
+ ni lernas = wij leeren;
+ vi lernas = gij leert;
+ ili lernas = zij leeren.
+
+
+_Aantoonende wijs, verleden tijd_:
+
+
+ mi lernis = ik leerde of ik heb geleerd;
+ vi lernis = gij leerdet of gij hebt geleerd;
+li, sxi, gxi, oni lernis = hij, zij, het, men leerde of heeft geleerd;
+ ni lernis = wij leerden of wij hebben geleerd;
+ vi lernis = gij leerdet of gij hebt geleerd;
+ ili lernis = zij leerden of zij hebben geleerd.
+
+
+_Aantoonende wijs, tegenwoordig toekomende tijd_:
+
+
+ mi lernos = ik zal leeren;
+ vi lernos = gij zult leeren;
+ li, sxi, gxi, oni lernos = hij, zij, het, men zal leeren;
+ ni lernos = wij zullen leeren;
+ vi lernos = gij zult leeren;
+ ili lernos = zij zullen leeren.
+
+
+_Verleden toekomende tijd_, of _voorwaardelijke wijs_:
+
+
+ mi lernus = ik zou leeren;
+ vi lernus = gij zoudt leeren;
+ li, sxi, gxi, oni lernus = hij, zij, het, men zou leeren;
+ ni lernus = wij zouden leeren;
+ vi lernus = gij zoudt leeren;
+ ili lernus = zij zouden leeren.
+
+
+_Gebiedende wijs_.
+
+
+ lernu = leer;
+ vi lernu = leert;
+ ni lernu = laten wij leeren.
+
+
+Zooals men bemerkt, kan de verleden tijd der aant. wijs _ik heb
+geleerd_, juist vertaald worden als _ik leerde_. Denk in 't vervolg
+altijd hieraan, dat in 't Esperanto het werkwoord _hebben_ als
+_hulpwerkwoord_ niet bestaat.
+
+Het _eenige hulpwerkwoord_ in 't Esperanto is _esti_ = zijn.
+
+
+
+Achtervoegsels _ar_, _er_ en _ej_.
+
+
+_Ar_(o) vormt verzamelwoorden, d.w.z. woorden, die een verzameling
+uitdrukken van een aantal gelijknamige voorwerpen, die tezamen een
+nieuwe eenheid vormen, bijv.: arbo = boom, arbaro = woud, bosch; homo =
+mensch, homaro = menschdom, menigte; monto = berg, montaro = gebergte.
+
+_Er_(o) duidt het kleinste samenstellende deel van een eenheid aan,
+bijv.: sablo = zand, sablero = zandkorrel; fajro = vuur, fajrero =
+vonk; polvo = stof, polvero = stofdeeltje.
+
+_Ej_(o) duidt aan de plaats, die bestemd is voor datgene, wat door
+het grondwoord uitgedrukt wordt, bijv.: kuiri = koken, kuirejo =
+keuken (plaats waar gekookt wordt); baki = bakken, bakejo = bakkerij
+(plaats waar gebakken wordt); pregxi = bidden, pregxejo = kerk (plaats
+waar gebeden wordt); lerni = leeren, lernejo = school (plaats waar
+geleerd wordt).
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ domo huis
+ kastelo kasteel
+ muro muur
+ tegmento dak
+ korto open plaats
+ kelo kelder
+ etagxo verdieping
+ balkono balkon
+ sxtupo trede
+ cxambro kamer
+ plafono plafond
+ planko vloer
+ pordo deur
+ fenestro venster
+ seruro slot
+ sxlosilo sleutel
+ salono zaal
+ tapisxo tapijt
+ kurteno gordijn
+ kuseno kussen
+ meblo meubel
+ tablo tafel
+ segxo stoel
+ kanapo rustbank, canapé
+ benko bank
+ lito bed
+ matraco matras
+ lulilo wieg
+ sxranko kast
+ komodo ladekast
+ tirkesto lade
+ kameno schoorsteen, haard
+ fajro vuur
+ tubo buis, pijp
+ spegulo spiegel
+ tualeto opschik, toilet
+ loko plaats
+ mono geld
+ hajlo hagel
+ mastro meester (v. h. huis)
+ strato straat
+ tero aarde
+ plezuro vermaak
+ vasta uitgestrekt, groot
+ largxa breed
+ proksima dichtbij
+ ricxa rijk
+ oportuna gemakkelijk
+ necesa noodig
+ ekzisti bestaan
+ konsisti el bestaan uit
+ konstrui bouwen
+ detrui verwoesten, verdelgen
+ logxi wonen
+ kusxi liggen
+ fermi sluiten
+ sxlosi sluiten (met sleutel)
+ eniri binnengaan
+ eliri uitgaan
+ supreniri naar boven gaan
+ trovigxi zich bevinden
+ stari staan
+ kuiri koken
+ voli willen
+ hejti warmen
+ bruli branden
+ mangxi eten
+ lavi wasschen
+ bani baden
+ viziti bezoeken
+ akcepti aannemen
+ manki ontbreken
+ prunti leenen
+ kies wiens, waarvan
+ tie daar (waar men is)
+ tien daar (waar men gaat)
+ tie-cxi hier
+ hejme thuis
+ el uit
+ gxis tot
+ inter in, onder, tusschen
+ apud bij
+ pro wegens, door, ter wille van
+ pri nopens, omtrent, met betrekking tot
+ post na
+ cxar want, omdat, daar
+ do dus
+ nek ... nek noch ... noch
+ ne ... plu niet ... meer
+
+
+
+Vertaling:
+
+Homaro, arbaro, ostaro, hundejo, meblaro, fajrero, tualetejo, monero,
+logxejo, enirejo, elirejo, pregxejo, mangxajxo, mangxejo, mallargxa,
+malproksima, malricxa, dometo, cxambreto, skribocxambro, dormocxambro,
+kastelano, supro, necesajxo, vasteco, oportuneco, pordego, sxtonego,
+spegulego, dentdoloroj.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Badkamer, hagelsteen, trap, gebit, zandkorrel, speelplaats, onderste
+verdieping, tusschenverdieping, ontsluiten, naar beneden gaan, wiegje,
+armstoel (groote stoel), waschgelegenheid.
+
+
+Vertaling:
+
+Hodiaux estas merkredo, hieraux estis mardo, morgaux estos
+jxauxdo. Hieraux mi vizitis vian patrinon kaj morgaux mi vizitos
+la mian. Via nevino diris, ke sxi venus hieraux, sed mi ne vidis
+sxin. Mi vidas la knabon, kiu ludas sur la sablo. La knabino kisis
+sian patrinon. Mia amikino venos morgaux. Iliaj geavoj logxis en
+la dometo, kiun vi vidas tie. La enirejo de la domo ne estas tre
+largxa. Mia frato konstruis tiun cxi domon. Se la vetero estus
+bela, ni elirus. Kiu logxas tie-cxi? Morgaux ni havos la dekduan de
+februaro. Mi malfermis la fenestron. Mi volis sxlosi la pordon, sed mi
+ne havis sxlosilon. Mi vidis nek mian onklon nek mian onklinon. Metu
+la segxon apud la tablon. Sxlosu la pordon kaj fermu la fenestron. Mi
+skribus longan leteron al vi. Ni eniru la cxambron. Kies estas tiu
+letero? Estas la mia. Sur la tegmentoj ni vidas kamentubojn. En la
+vilagxo ne malproksime de mia urbo logxas mia amikino; mi iros tien
+la postmorgauxan tagon. Donu al mi nur unu monereton. La meblaro de
+tiu cxi cxambro estas malnova.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+De ouders en de bloedverwanten kwamen om 8 uur. Wij zullen morgen om
+tien uur bij u zijn. Wie woont hier? Van wien is dit huis? Van mijne
+zuster. Zij komen spoedig, zij zullen met hun vijven zijn. Geef den
+sleutel aan uw zuster, zij moet hedenavond de deur sluiten. Wascht uwe
+handen, ze zijn vuil. De trap van ons huis is zeer hoog en smal. Ons
+gebit bestaat uit 32 tanden. De kinderen speelden tot 10 uur op de
+speelplaats en gingen toen (tiam) naar binnen. Daar het heden zeer
+warm is, zal ik de vensters openen. Er stond een groote stoel voor
+(antaux) het venster. Indien ik kan, zal ik u morgen om half zes
+bezoeken. Zullen uw zuster en haar vriendin ook komen? Ja, zij zullen
+reeds om 5 uur komen. Indien ik om half zes nog niet bij u ben, dan
+zal ik ook niet meer komen. Dr. Zamenhof werd geboren in het jaar 1859.
+
+
+
+CHAPTER 8
+
+Achtste Les.
+
+
+
+Voorzetsels.
+
+De _voorzetsels_ drukken verschillende betrekkingen uit tusschen
+twee zelfstandigheden. Dit kunnen betrekkingen zijn van tijd, plaats,
+oorzaak, bezit, enz.
+
+De voornaamste voorzetsels zijn:
+
+
+ al naar, aan
+ en in
+ el uit
+ ekster buiten
+ super boven
+ sur op
+ sub onder
+ antaux vóór
+ post na, achter
+ apud bij (in de nabijheid)
+ cxe bij (ten huize van)
+ inter tusschen, onder
+ cirkaux rondom, omstreeks
+ kontraux tegen, tegenover
+ anstataux in plaats van
+ kun met, mede, te zamen met
+ sen zonder
+ per door, door middel van, met behulp van, met
+ pri nopens, over, met betrekking tot
+ por voor (doel), ten behoeve van, om te
+ pro voor (reden), wegens, ter wille van
+ de van
+ da van
+ laux volgens, naar
+ malgraux niettegenstaande
+ dum gedurende, terwijl
+ preter voorbij
+ krom uitgezonderd, behalve
+ gxis tot
+ tra door, dwarsdoor
+ trans over, aan gene zijde van
+ po naar verhouding van, per stuk
+ je verschillende beteekenis
+
+
+Woorden door een voorzetsel vooraf gegaan, krijgen geen _n_ zoo ze
+geen richting uitdrukken.
+
+Indien het moeielijk valt het juist vereischte voorzetsel te kiezen,
+bezigt men het voorzetsel _je_, dat een onbepaalde beteekenis heeft. De
+voorzetsels worden in 't Esperanto niet zooals in 't Nederlandsch
+met onjuiste beteekenis gebruikt. 't Esperanto gebruikt slechts de
+voorzetsels in de beteekenis welke ze werkelijk hebben.
+
+De uitdrukking _op Maandag_ mag dus niet vertaald worden door _sur
+lundo_, maar door _je lundo_. Evenzoo _om zes uur_ wordt _je la
+sesa horo_.
+
+Na een _hoeveelheid_ gebruikt men het voorzetsel _da_, bijv.: botelo
+da vino = een flesch wijn; kilogramo da viando = een kilogram vleesch.
+
+Men lette op het verschil tusschen _botelo_ _da_ _vino_ en _botelo_
+_de_ _vino_. Het eerste beteekent _een flesch wijn_ en het tweede
+beteekent _een wijnflesch_.
+
+Wanneer het Nederl. voorzetsel _van_ de beteekenis heeft van _uit_,
+dan wordt dit in 't Esperanto vertaald door _el_, bijv.: Eén van
+mijn broeders = Unu el miaj fratoj. Indien het aanduidt uit welke
+stof iets gemaakt is, of uit welke stof iets bestaat dan wordt het
+eveneens vertaald door _el_, bijv.: Het huis is van steen = La domo
+estas el sxtono.
+
+_Achtervoegsels_ _estr_, _ist_ _en_ _il_.
+
+_Estr_(o) duidt dengene aan die het hoofd, de chef of de leider is
+van hetgeen het grondwoord uitdrukt, bijv.:
+
+
+ sxipo = schip, sxipestro = schipper of kapitein.
+ lernejo = school, lernejestro = hoofd der school.
+ urbo = stad, urbestro = burgemeester (van een stad).
+ vilagxo = dorp, vilagxestro = burgemeester (van een dorp).
+
+
+_Ist_(o) duidt den persoon aan, die het beroep, het ambacht of de
+dagelijksche bezigheid uitoefent, door het grondwoord bedoeld, bijv.:
+
+
+ boto = laars, botisto = laarzenmaker.
+ instrui = onderwijzen, instruisto = onderwijzer.
+ pordo = deur, pordisto = portier.
+ porti = dragen, portisto = drager.
+
+
+_Il_(o) duidt het werktuig aan waarmede men datgene doet, wat het
+grondwoord uitdrukt, bijv.:
+
+
+ haki = hakken, hakilo = hakmes, bijl.
+ trancxi = snijden, trancxilo = mes.
+ flugi = vliegen, flugilo = vleugel.
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ objekto voorwerp
+ afero zaak
+ forno oven, kachel, fornuis
+ poto pot
+ pato pan
+ kaldrono ketel
+ kaserolo stoofpan
+ krucxo kruik
+ pleto schaal
+ plado schotel
+ supujo soepkom
+ telero bord
+ forko vork
+ kulero lepel
+ kesto kist
+ funto pond
+ akra scherp
+ plata vlak, effen, plat
+ plena vol
+ kapabla bekwaam
+ utila nuttig
+ resti blijven
+ balai vegen
+ sxoveli scheppen
+ trancxi snijden
+ tondi knippen
+ haki hakken
+ segi zagen
+ falcxi maaien
+ kudri naaien
+ gladi strijken
+ pezi wegen (zwaar zijn) onoverg.
+ pesi wegen (gewicht bepalen) overg.
+ pentri schilderen
+ skulpti beeldhouwen
+ desegni teekenen
+ gliti glijden
+ tiri trekken
+ preni nemen
+ lasi laten
+ teni houden
+ kovri bedekken
+
+
+
+Vertaling:
+
+Gxardenisto, ludilo, flugilo, policestro, balailo, sxovelilo,
+trancxilo, tondilo, hakilo, glitiloj, malakra, malplena, malutila,
+utilajxo, utileco, kapableco, mangxilaro, skribilaro, desegnajxo,
+skulptajxo, pentrajxo, florpoto, anstatauxi, balaajxo.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Burgemeester (hoofd eener stad), maatstok, geneesheer, kamermeisje,
+slotenmaker, meubelmaker, kok, keukenmeid, keukenbeheerder, zaag,
+zeis, naald, naaister, strijkijzer, strijkster, gewicht, zwaar
+(veel wegend), schilder, beeldhouwer, tang (om te nemen), heft (om
+te houden), deksel, ontblooten.
+
+
+Vertaling:
+
+La trancxilo trancxas bone, cxar gxi estas akra. Antaux du tagoj mi
+vizitis vian patrinon, kaj mia vizito faris al sxi plezuron. Cxu vi
+jam trovis vian teleron? Tiu afero ne tusxas min. La birdo flugis
+en la cxambron, kiam mi malfermis la pordon. Nun gxi flugas en la
+cxambro. Kien (waarheen) vi iras? Mi iras en la gxardenon. Mi metis la
+manon sur la tablon. Mi volis havi dekduon da ovoj. La trancxilo estis
+tre malakra, mi ne povis trancxi per gxi la viandon. La skribilaro
+estas sur la skribotablo. La servistino metis la mangxilaron antaux
+mi sur la tablon. Mi gratulis mian kuzinon je la naskigxtago de sxia
+patrino. La infanistino eniris kun la infanoj en la gxardenon. Je
+malbela vetero oni povas facile malvarmumi. La hundo trakuris la
+straton. Kiam la gxardenisto eniris la gxardenon, li vidis grandan
+hundon, kiu ludis kun la infano de sia mastro. Tiu ludilo kostas
+du guldenojn. La birdoj flugas per la flugiloj. La malricxa virino
+demandis por paroli kun li. Mi balais la malpurajxojn sur la planko,
+kaj nun mi lavos la mangxilaron. La tondisto tondis miajn harojn per
+la tondilo. Kiam ni vizitis la urbon, ni vidis belajn pentrajxojn. La
+juna servistino anstatauxos la maljunan, kiu estas nun tro maljuna
+por labori.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+De burgemeester van onze stad gaat 's zomers gedurende 3 weken
+naar het buitenland. De maatstok, welke ik u gegeven heb, heb ik
+niet meer gezien. De geneesheer zeide mij, dat mijn vader zeer
+ernstig ziek was (estas) en dat hij geen twee dagen meer zou leven
+(vivos). Het kamermeisje zal om 2 uur het middageten op de tafel
+zetten. De keukenmeid kookt het eten op het fornuis in de keuken. Het
+gewicht van deze koe is 500 pond. De schilder, die het landhuis van
+mijn oom wil schilderen, kwam gisteravond met den laatsten trein. De
+broeder van den schilder is een bekwaam beeldhouwer. De kat sprong op
+de tafel en at van het eten dat de meid daar plaatste. Morgen zullen
+wij met ons zessen uit de stad gaan. Wij zullen om 7 uur ontbijten en
+na het ontbijt naar mijn familie buiten gaan en daar den geheelen dag
+blijven. Indien het weêr niet goed zou zijn, zouden wij ook gedurende
+den nacht kunnen blijven. Ik hoop dat het weêr (of weder) goed blijft.
+
+
+
+
+
+CHAPTER 9
+
+Negende Les.
+
+
+
+Trappen van vergelijking.
+
+Men kan personen, voorwerpen, enz. met elkaar vergelijken en dan kan
+men hebben:
+
+1e. dat de personen enz. aan elkaar _gelijk_ zijn. Men noemt dit de
+_vergelijking van gelijkheid_ en drukt dit in 't Esperanto uit door
+de woorden _tiel ... kiel_ = (even) zoo ... als, bijv.: Li estas tiel
+granda kiel mi = Hij is (even) zoo groot als ik.
+
+Verder kan men de volgende vergelijkingen nog hebben: _Zulk een_
+groot huis _als_ dit is, heb ik nog nooit gezien = _Tian_ grandan
+domon, _kia_ estas tiu cxi, mi ankoraux neniam vidis. Drink _zooveel_
+water _als_ gij wilt = Trinku _tiom_ da akvo, _kiom_ vi volas.
+
+2e. dat een persoon enz. een eigenschap in _meerdere_ of _mindere mate_
+bezit dan een ander.
+
+Men noemt dit de _vergelijking van ongelijkheid_ of de _vergrootende
+trap_, welke wordt gevormd door de woorden _pli ... ol_ = meer ... dan,
+en _malpli ... ol_ = minder ... dan; bijv.; Hij is grooter (meer groot)
+dan ik = Li estas pli granda ol mi. Hij is minder groot dan ik = Li
+estas malpli granda ol mi. Zegt men evenwel: Hij is kleiner dan ik, dan
+vertaalt men: Hij is meer klein dan ik = Li estas pli malgranda ol mi.
+
+3e. dat een persoon enz. onder een aantal een eigenschap in de _hoogste
+mate_ bezit, of wel een eigenschap bezit, die de eigenschappen van
+een aantal anderen overtreft. Dit noemt men de _overtreffende trap_
+en wel de _betrekkelijk overtreffende trap_, omdat die slechts
+betrekking heeft op een bepaald aantal en wordt gevormd door de
+woordjes _la plej ... el_ = het meest ... van, of _la malplej ... el_
+= het minst ... van; bijv.: Mijn broeder is de grootste van ons =
+Mia frato estas la plej granda el ni.
+
+Zooals men ziet moeten hiervoor minstens 3 personen, voorwerpen
+enz. zijn, anders zou men kunnen volstaan met den _vergrootenden
+trap_. Wordt dus in 't Hollandsch de overtreffende trap gebruikt en
+heeft de vergelijking plaats tusschen 2 personen of zaken, dan wordt
+in het Esperanto steeds de vergrootende trap gebruikt, bijv.:
+
+Van mijn twee broeders is Piet de grootste = El miaj du fratoj Petro
+estas la pli granda.
+
+Indien de overtreffende trap een bijwoordelijke beteekenis heeft,
+dan wordt 't lidwoord _het_ niet vertaald, bijv.:
+
+Hij schrijft het mooist = Li skribas plej bele.
+
+De _volstrekt overtreffende trap_ wordt gevormd door middel van de
+woorden _tre_ (zeer) en _kiel eble plej_ = zoo ... mogelijk, bijv.:
+Mia fratino estas tre bela = Mijne zuster is zeer mooi. Mia frato
+kuras kiel eble plej rapide = Mijn broeder loopt zoo vlug mogelijk.
+
+
+
+
+Achtervoegsels _ing_ en _uj_.
+
+
+_Ing_(o) duidt het voorwerp aan, waarin men gewoonlijk de zaak,
+door het grondwoord uitgedrukt, steekt of plaatst. Woorden op _ingo_
+vormen die voorwerpen, welke slechts één ding tegelijk, en dan nog maar
+voor een gedeelte, kunnen bevatten, bijv.: plumo = pen, plumingo =
+penhouder; kandelo = kaars, kandelingo = blaker, kandelaar; fingro =
+vinger, fingringo = vingerhoed.
+
+_Uj_(o) duidt het voorwerp aan, dat datgene inhoudt of draagt,
+door het stamwoord uitgedrukt, bijv.: sukero = suiker, sukerujo =
+suikerpot; plumo = pen, plumujo = pennedoosje; pomo = appel, pomujo =
+appelboom; Belgo = Belg, Belgujo = België.
+
+Aanmerking: Bij namen van boomen gebruikt men ook wel het woord _arbo_,
+bijv.: appelboom = pomujo of pomarbo; pereboom = pirujo of pirarbo.
+
+Bij de vorming van landsnamen gebruikt men ook veel het woord
+_lando_, bijv.: België = Belgujo of Belglando; Frankrijk = Francujo
+of Franclando.
+
+Alléén _Holland_, _Groenland_, _IJsland_ en _Finland_ moeten worden
+vertaald _Holando_, _Grenlando_, _Islando_ en _Finlando_, en daarom
+ook _Hollander_, _Groenlander_, _IJslander_ en _Finlander_ door
+_Holandano_, _Grenlandano_, _Islandano_ en _Finlandano_.
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ botelo flesch
+ karafo karaf
+ korko kurk
+ glaso glas
+ kaliko beker, kelk
+ taso kop
+ barelo vat, ton
+ vazo vaas
+ kuvo kuip
+ sitelo emmer
+ skatolo doos
+ sako zak
+ lampo lamp
+ lanterno lantaarn
+ kandelo kaars
+ horlogxo uurwerk
+ martelo hamer
+ najlo spijker
+ pinglo speld
+ sxrauxbo schroef
+ ligno hout
+ karbo kool (brandstof)
+ gaso gas
+ alumeto lucifer
+ porko varken
+ sxafo schaap
+ pano brood
+ salo zout
+ ovo ei
+ sukero suiker
+ pipro peper
+ bombono lekkernij
+ butero boter
+ cigaro sigaar
+ cigaredo sigaret
+ lerta behendig
+ estimata geacht
+ tuta geheel
+ sata verzadigd
+ dolcxa zoet
+ avara gierig
+ porti dragen
+ komenci beginnen
+ fini eindigen
+ difekti beschadigen
+ ekbruligi ontsteken, aansteken, aanmaken
+ estingi uitdooven
+ bezoni noodig hebben
+ peti verzoeken
+ deziri begeeren, wenschen, verlangen
+ respekti eerbiedigen
+ saluti groeten
+ trinki drinken
+ nutri voeden
+ perdi verliezen
+ precipe vooral
+ suficxe genoeg
+ cetere overigens
+ subite schielijk, plotseling
+ nu nu, wel
+ ve helaas
+
+
+
+Vertaling:
+
+Karbujo, panujo, supujo, ovingo, ovujo, pirujo, bombonujo, sukerujo,
+salujo, piprujo, buterujo, cigaringo, cigarujo, malfresxa, malsata,
+malavara, ovajxo, sxafajxo, sxafidajxo, sukerajxo, porkido, trinkajxo,
+dolcxajxo, nutrajxo, salero, korktirilo, lignejo, karbero, lerteco,
+mallerta, lavvazo, skatoleto.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Varkenshok, kolenhok, kolenbak, houtloods, suikergoed, bakker,
+vaderland, kandelaar, vingerhoed, appelboom, sigarettenpijpje, honger,
+varkensvleesch, haardos, jager, stijgbeugel (voor den voet), geldbeurs.
+
+
+Vertaling:
+
+En la komenco de la printempo la tago estas tiel longa kiel la
+nokto. Somere la tago estas pli longa ol la nokto, do la nokto estas
+malpli longa ol la tago. La 21a de junio estas la plej longa tago. Vi
+estas granda, via frato estas pli granda ol vi, sed mi estas la plej
+granda el ni. Mi kuris rapide, mia frato kuris pli rapide kaj mia
+amiko kuris kiel eble plej rapide. Du homoj povas pli multe fari ol
+unu. Mi metis la panon en la panujon. La mangxilaro estas jam sur la
+tablo, ankaux la salujo, la piprujo kaj la buterujo. Cxu vi havas
+vian cigarujon cxe vi? Mi volis fumi sed mi vidas ke mi ne havas
+cigarojn cxe mi. Cxu ne estas ankoraux tempo por la tagmangxo? Mi
+estas tre malsata, mi mangxos pli ol hieraux. Ni tagmangxos hodiaux
+je duono de la sesa. La kuvo estas pli granda ol la sitelo. La domo
+de mia frato estas la plej alta el cxiuj domoj en la strato.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Zij zette de flesch en het glas op de tafel. Deze tafel is grooter dan
+die van mijn broeder. Dit gebouw is hoog, de kerk is hooger, maar de
+toren is het hoogst. Van mijne broeders ben ik de grootste. Wat loopt
+het snelst? Ik verlangde den hamer en hij gaf mij de tang. Zoudt gij
+mij uw mes willen geven, want het is scherper dan het mijne. Het weêr
+was zoo slecht, dat ik niet kon komen. Zij schrijft mooi, uw zuster
+schrijft minder mooi, maar uwe vriendin schrijft het minst mooi. Gij
+loopt vlugger dan uw zuster. De jager ging in den vroegen morgen het
+bosch in. Ik heb mijn geldbeurs verloren. Ik schroefde het deksel
+van de kist. Gisteren was het weder schooner dan nu. Geef mij dien
+vingerhoed. Ik heb hem niet gezien. Hij ging in de houtloods en nam
+hout mee om het fornuis aan te maken. Ik waschte mijn handen beter
+dan gij. Het paard loopt het vlugst. Wanneer hebben wij den laatsten
+dag van de maand?
+
+
+
+
+
+CHAPTER 10
+
+Tiende Les.
+
+
+
+Deelwoorden.
+
+_Deelwoorden_ zijn van werkwoorden afgeleid en stellen de werking
+voor als een voorbijgaande eigenschap of toestand.
+
+De Nederlandsche taal heeft 2 deelwoorden en wel het _tegenwoordig
+deelwoord_, dat de werking of handeling voorstelt als nog voortdurende
+en het _verleden deelwoord_, dat de werking voorstelt als afgeloopen.
+
+Het _tegenw. deelwoord_ eindigt in 't Nederlandsch op _d_ en het
+_verl. deelwoord_ begint meestal met _ge_, als: loopen, loopend,
+geloopen; leeren, leerend, geleerd; slaan, slaand, geslagen; zien,
+ziend, gezien; vernemen, vernemend, vernomen; begeeren, begeerend,
+begeerd.
+
+'t Esperanto nu heeft, behalve een tegenw. en een verl. deelwoord,
+ook nog een _toekomend deelwoord_, wat wij omschrijven met het woord
+_zullende_ vóór het werkwoord, bijv.: zullende loopen, zullende leeren,
+zullende slaan enz.
+
+Verder worden deze 3 deelwoorden onderscheiden in _bedrijvende_
+en _lijdende_ deelwoorden.
+
+_Bedrijvende deelwoorden_ hebben altijd betrekking op den persoon,
+die de werking verricht en worden gevormd van de werkwoorden, door
+achter den stam te voegen:
+
+
+ voor den _tegenw. tijd_ de uitgang _anta_;
+ voor den _verl. tijd_ de uitgang _inta_;
+ voor den _toek. tijd_ de uitgang _onta_.
+
+
+_Lijdende deelwoorden_ hebben altijd betrekking op den persoon of de
+zaak, die de handeling lijdt of ondergaat en worden gevormd van de
+werkwoorden, door achter den stam te voegen:
+
+
+ voor den _tegenw. tijd_ de uitgang _ata_;
+ voor den _verl. tijd_ de uitgang _ita_;
+ voor den _toek. tijd_ de uitgang _ota_.
+
+
+Let wel op de overeenkomst van de uitgangen der _deelwoorden_ met
+die van de reeds geleerde uitgangen der _werkwoorden_, n.l.:
+
+
+ tegenw. tijd uitg. _a_s, tegenw. deelw. uitg. _a_nta of _a_ta;
+ verl. tijd uitg. _i_s, verl. deelw. uitg. _i_nta of _i_ta;
+ toek. tijd uitg. _o_s, toek. deelw. uitg. _o_nta of _o_ta.
+
+
+Hieronder volgen de verschillende deelwoorden van het werkwoord _bati_
+met de Nederlandsche beteekenis:
+
+
+ bati = slaan;
+ batanta = slaande;
+ batinta = geslagen hebbende;
+ batonta = zullende slaan;
+ batata = geslagen wordende;
+ batita = geslagen zijnde;
+ batota = zullende geslagen worden.
+
+
+Deelwoorden hebben den _bijvoeglijken_ uitgang _a_ als ze
+op zelfst. n.w. of voornaamwoorden betrekking hebben,
+bijv.:
+
+
+ la falanta sxtono = de vallende steen;
+ la falinta sxtono = de gevallen steen;
+ la falonta sxtono = de steen, die vallen zal;
+ la batata knabo = de geslagen wordende jongen (de jongen, die
+ geslagen wordt);
+ la batita knabo = de geslagen zijnde jongen (de jongen, die
+ geslagen werd);
+ la batota knabo = de jongen, die geslagen zal worden.
+
+
+Deelwoorden kunnen ook _zelfst n.w._ worden en krijgen dan den
+uitgang _o_. Deze zelfst. n.w. duiden tevens aan of de persoon,
+die genoemd wordt, bezig is de handeling te verrichten (_anto_), of
+hij de handeling reeds verricht heeft (_into_) of dat hij deze nog
+verrichten moet (_onto_). Voor den lijdenden vorm zijn deze uitgangen
+resp. _ato_, _ito_ en _oto_, bijv.:
+
+
+ savanto = iemand die redt, dus 'n redder;
+ savinto = iemand die gered heeft;
+ savonto = iemand die zal redden;
+ savato = iemand die gered wordt;
+ savito = iemand die gered is;
+ savoto = iemand die gered zal worden.
+
+
+Aanmerking: Men verwarre de beteekenis van den uitgang _anto_ niet
+met dien van het achtervoegsel _isto_. Waar _isto_ een beroep of een
+ambacht te kennen geeft, duidt _anto_ slechts een persoon aan, die
+een werking of handeling verricht, zonder daarvan een beroep te maken.
+
+Vergelijk: skrib_isto_ = beroepsschrijver, skrib_anto_ = iemand die
+schrijft; kant_isto_ = beroepszanger, kant_anto_ = iemand die zingt;
+hak_isto_ = (hout)hakker van beroep, hak_anto_ = iemand die hakt.
+
+Verder kunnen deelwoorden _bijwoordelijk_ gebruikt worden (met
+uitgang _e_) als ze te kennen moeten geven, dat de handeling, die ze
+uitdrukken, een andere handeling vergezelde, voorafging of volgde,
+bijv.:
+
+La virino laboras kant_ante_ = de vrouw werkt (al)
+zingende (terwijl zij zingt).
+
+Trov_inte_ pomon, mi gxin mangxis = Een appel gevonden hebbend,
+at ik hem op.
+
+Skrib_onte_ mi prenis mian plumingon = Zullende schrijven nam ik
+mijn penhouder.
+
+Vok_ate_, la knabo estis en la gxardeno = De knaap, geroepen wordende,
+was in den tuin. (_Toen de knaap geroepen werd, was hij in den tuin_).
+
+Vok_ite_, la knabo tuj venis = geroepen geworden zijnde, kwam de knaap
+dadelijk. (_Toen de knaap geroepen geworden was, kwam hij dadelijk_).
+
+Vok_ote_, la knabo estis jam en la cxambro = Geroepen zullende worden,
+was de knaap reeds in de kamer. (_Toen de knaap geroepen zou worden,
+was hij reeds in de kamer_).
+
+Wanneer achter de w.w. _zien_, _hooren_, _voelen_, _vinden_
+enz. (waarnemingswerkwoorden) in denzelfden volzin een ander werkwoord
+volgt, dat in den Nederl. zin in de onbepaalde wijs staat, moet dit in
+'t Esperanto als _deelwoord_ gebruikt worden, bijv.:
+
+
+ Ik zag het paard vallen = Mi vidis la cxevalon falantan.
+ Wij hoorden hem spreken = Ni auxdis lin parolantan.
+ Ik voel den regen vallen = Mi sentas la pluvon falantan.
+
+
+Het brengt eenige moeilijkheid mede of achter dit deelwoord een _n_
+geplaatst moet worden of niet.
+
+Neemt men nu eens het voorbeeld:
+
+Ik zag het paard vallen.
+
+Legt men nu den klemtoon op zàg, dan wil het zeggen:
+
+Ik zàg het paard, dat viel.
+
+Legt men den klemtoon op vàllen, dan wil het zeggen:
+
+Ik zag dat het paard viél.
+
+In de eerste beteekenis wordt het vertaald met een _n_, dus: Mi
+vidis la cxevalon falantan, in de tweede beteekenis zonder _n_, dus:
+Mi vidis la cxevalon falanta.
+
+Zooals men dus ziet, wordt het deelwoord gebruikt met een _n_, wanneer
+het aangeeft den toestand, waarin, of de omstandigheid, waaronder de
+persoon of zaak verkeert. Zonder _n_, wanneer men speciaal de werking
+aan wil duiden, die de persoon of zaak verricht. Inplaats van het
+deelwoord zonder _n_ mag men ook de onbepaalde wijs gebruiken. Bijv.:
+Ik zag hem loopen = Mi vidis lin kuranta, of Mi vidis lin kuri.
+
+De beteekenis is dan dus: ik zag, dat hij liép.
+
+
+
+Achtervoegsels _ul_ en _ad_.
+
+
+_Ul_(o) duidt personen aan die het kenmerk bezitten door het grondwoord
+uitgedrukt, bijv.:
+
+
+ juna = jong, junulo = jongeling.
+ maljuna = oud, maljunulo = grijsaard,
+ kontraux = tegen, kontrauxulo = tegenstander.
+
+
+Somtijds heeft _ulo_ ook betrekking op dieren en heel zelden op
+voorwerpen, bijv.:
+
+
+ piedo = voet, kvarpiedulo = viervoetig dier.
+ korno = hoorn, kornulo = hoorndier.
+ masto = mast, dumastulo = tweemaster.
+
+
+_Ad_(i of o) drukt uit dat de werking niet als een voorbijgaande, maar
+als een voortdurende handeling of als een toestand moet worden gedacht,
+bijv.: paroli = spreken, paroladi = voortdurend spreken (redeneeren),
+parolado = redevoering; movi = bewegen, movadi = voortdurend bewegen,
+movado = beweging; progresi = vorderen, progresadi = voortdurend
+vorderen, progresado = vooruitgang.
+
+Wanneer de onbepaalde wijs van een werkwoord in 't Nederl. als een
+zelfst. n.w. gebruikt wordt, dan wordt dit gewoonlijk in 't Esperanto
+vertaald door achter den stam van het werkwoord _ado_ te plaatsen,
+bijv.: Het drinken van zuiver water is gezond = La trinkado de pura
+akvo estas saniga.
+
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ pano brood
+ bulko broodje, kadetje
+ tritiko tarwe
+ faruno meel (bloem)
+ pasto deeg
+ supo soep
+ kapro geit
+ sxinko ham
+ lardo spek
+ ansero gans
+ anaso eend
+ meleagro kalkoen
+ kuniklo konijn
+ leporo haas
+ fisxo visch
+ besto dier, beest
+ haringo haring
+ salmo zalm
+ sardelo sardine
+ ezoko snoek
+ legomo groente
+ sxanco kans
+ fresxa versch
+ ranca rans
+ franca fransch
+ flandra vlaamsch
+ mordi bijten
+ sorbi slorpen
+ soifi dorst hebben
+ drinki overmatig drinken
+ fumi rooken
+ baki bakken
+ boli koken
+ friti bakken (braden)
+ rosti roosteren
+ cxasi jagen
+ sxteli stelen
+ diferenci verschillen
+ tamen nochtans, evenwel
+ uzi gebruiken
+ tremi beven
+ verki schrijven (v. boeken)
+
+
+
+
+Vertaling:
+
+Junulo, maljunulo, junulino, belulino, felicxulo, malfelicxulo,
+blindulo, ricxulo, malricxulo, avarulo, cxasajxo, terpomo, drinkejo,
+panisto, sxtelisto, policejo, kantado, ridado, dormado, parolado,
+uzado.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Lieveling, een doove, een slechtaard, jager, drank, drinkebroer,
+zoetigheid (iets zoets), een rooker, een schrijver, zanger, redder,
+dief, tarwekorrel, varkensvleesch.
+
+
+Vertaling:
+
+Mi mangxis la rostitan panon. El la junuloj de mia vilagxo, la
+filo de la meblisto estas la plej bela. La maljunulo ekglitis,
+falis teren, kaj bela knabino helpis lin. La blindulo trovas la
+vojon per la palpo. Mi trovis lin dormantan sur la kanapo. Mi
+vidis sitelon starantan en la kuirejo. Mi vidis lin parolantan en
+la cxambro. Salutante li foriris. Kiam mi skribas leteron, mi estas
+skribanto kaj kiam mi verkas libron, mi estas verkisto. Mi ne povis
+legi la skribitan leteron. La batota knabo estis en la gxardeno. Mia
+en Roterdamo logxanta amiko vizitos min morgaux. La konstruita domo
+estas tre bela. La konstruota domo estos tre alta. La segxo staris
+antaux la fermita fenestro. Oni povas diri: "mi soifas" kaj ankaux
+"mi havas soifon". Knabineto, tremanta pro malvarmo, kuris sur la
+strato. La parolonto venos en la urbon morgaux je la sepa vespere.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Ik hoorde haar zingen (vertaal zingende) in den salon van mijne
+tante. Ik zie het kind spelen (vertaal spelende). De redder loopt
+met den geredde. Het brood in de broodbak is niet versch, het is
+oudbakken. Etende menschen spreken niet veel, slapende menschen
+spreken nog minder. Op de straat gekomen zijnde, zag ik een vrouw,
+weenende van de koude. Een bijtende hond. De beminnende moeder loopt
+met het beminde kind. Groetende kwam hij binnen. De jonge man en de
+jonge vrouw zijn op het veld, spelende met de kinderen. De ooms en
+tantes waren in den tuin en spraken over het mooie weder. Zingende
+kinderen zijn vroolijke kinderen. Brood is een voedsel voor mensch
+en dier. Hij zal veel geld geven aan de arme kinderen van de groote
+stad. Wie heeft den man zien loopen? Wie hoorde den jongen lachen? De
+redevoering was kort maar krachtig. Het voortdurend gezang van mijn
+buurman, den geheelen dag van den morgen tot den avond, is niet zeer
+aangenaam voor den hoorder.
+
+
+
+
+
+CHAPTER 11
+
+Elfde Les.
+
+
+Samengestelde Tijden.
+
+Tot hiertoe hebben we geleerd de werkwoordelijke uitgangen _as_, _is_,
+_os_ en _us_. Dit noemt men de uitgangen der _enkelvoudige tijden_.
+
+Er zijn ook nog _samengestelde tijden_.
+
+De samengestelde tijden worden gevormd door verbinding van het
+hulpwerkwoord _esti_ in de enkelvoudige tijden, met de deelwoorden.
+
+Aanmerking: Daar de Nederlandsche taal twee hulpwerkwoorden van
+tijd heeft, n.l. _zijn_ = esti en _hebben_ = havi, is men zeer
+dikwijls geneigd ook in 't Esperanto _havi_ als hulpwerkwoord te
+beschouwen. Wees dus op uw hoede en gebruik, ook al staat in het
+Nederl. het werkwoord hebben in verband met een ander werkwoord,
+steeds het hulpwerkwoord _esti_ = zijn.
+
+Zeg ik bijv.: _ik eet_ = mi mangxas, dan ben ik bezig met eten, dus:
+_ik ben etende_ = mi estas mangxanta.
+
+Zeg ik: _ik at_ of _ik heb gegeten_ = mi mangxis, dan zegt dit,
+dat ik nu klaar ben met eten. Gebruikt men nu in 't Nederlandsch
+het hulp w.w. zijn, dan wordt het: _ik ben gegeten hebbende_ = mi
+estas mangxinta.
+
+Zeg ik nu: ik had gegeten, dan zegt dit dat ik op zeker tijdstip, dat
+voorbij is, reeds klaar was met eten, dus: _ik was gegeten hebbende_
+= mi estis mangxinta.
+
+In dit laatste geval hebben we dus feitelijk een dubbelen verleden
+tijd, want ik spreek over iets in 't verleden, hetgeen toen al verleden
+was, zooals:
+
+Toen hij gisteren bij mij kwam, had ik reeds gegeten = Kiam li hieraux
+venis cxe mi, mi jam estis mangxinta.
+
+Ik vertel dus heden, dat hij gisteren bij mij kwam, en dat ik toen
+reeds klaar was met eten.
+
+Voor zulke gevallen (dus voor de voltooid verleden tijd) moet men in
+'t Esperanto steeds de samengestelde tijden gebruiken.
+
+De voltooid tegenwoordige tijd (ik heb gegeten = mi estas mangxinta)
+moet alleen dan in den samengestelden tijd gebruikt worden, wanneer
+men speciaal te kennen wil geven dat een handeling reeds gebeurd is,
+bijv.: Leeft hij nog? = Cxu li vivas ankoraux? Neen, hij is gestorven =
+Ne, li estas mortinta.
+
+Deze zelfde regel kan ook in 't Nederl. toegepast worden. Ik kan
+evengoed zeggen: Ik at gisteren bij mijn oom, als: ik heb gisteren bij
+mijn oom gegeten. Hiervoor gebruikt men dus in 't Esperanto zooveel
+mogelijk den enkelvoudigen tijd.
+
+Hieronder volgen de samengestelde tijden van het werkw. lauxdi =
+prijzen.
+
+
+_Bedrijvenden vorm._
+
+ mi estas ik ben
+ vi estis lauxdanta gij waart prijzende.
+ li estos hij zal zijn
+ sxi estus zij zou zijn
+
+ mi estas ik ben
+ vi estis lauxdinta gij waart geprezen hebbende.
+ li estos hij zal zijn
+ sxi estus zij zou zijn
+
+ mi estas ik ben
+ vi estis lauxdonta gij waart zullende prijzen
+ li estos hij zal zijn of op 't punt van
+ sxi estus zij zou zijn te prijzen.
+
+
+_Lijdenden vorm._
+
+ esti lauxdata = geprezen wordende.
+ esti lauxdita = geprezen zijn.
+ esti lauxdota = op 't punt van geprezen te worden of
+ zullende geprezen worden.
+ estu lauxdata = word geprezen.
+ weest geprezen wordende.
+ estu lauxdita = wees geprezen.
+ weest geprezen geworden zijnde.
+ estu lauxdota = wees geprezen zullende worden.
+ wees op 't punt van geprezen te worden.
+ estante lauxdata = wordende geprezen.
+ estante lauxdita = zijnde geprezen.
+ estante lauxdota = op 't punt zijnde van geprezen te worden.
+
+
+ mi estas ik word
+ vi estis lauxdata gij werd geprezen.
+ li estos hij zal worden
+ sxi estus zij zou worden
+
+ mi estas ik ben
+ vi estis lauxdita gij waart geprezen geworden.
+ li estos hij zal zijn
+ sxi estus zij zou zijn
+
+ mi estas ik ben
+ vi estis lauxdota gij waart op 't punt van
+ li estos hij zal zijn geprezen te worden.
+ sxi estus zij zou zijn
+
+
+Daar de deelwoorden in de samengestelde tijden altijd _bijvoeglijk_
+gebruikt zijn, krijgen ze in het meervoud ook den meervoudsuitgang.
+
+Het kan ook voorkomen, dat in 't Nederlandsch de enkelvoudige tijd
+gebruikt wordt, waarvoor in 't Esperanto de samengestelde tijd gebruikt
+moet worden.
+
+Wanneer bijv. in één zin twee handelingen verricht worden, waarvan
+de eene reeds aan den gang was, toen de andere begon, dan moet de
+handeling, die reeds aan den gang was, in den samengestelden tijd
+gebruikt worden, bijv.:
+
+Ik las een boek, toen hij mij riep = Mi estis leganta libron, kiam
+li vokis min.
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ asparago asperge
+ brasiko kool
+ salato salade
+ lentoj linzen
+ bulbo ui
+ frukto vrucht
+ citrono citroen
+ kuko koek
+ piro peer
+ cxerizo kers
+ frago aardbei
+ frambo framboos
+ daktilo dadel
+ nukso noot (in't algemeen)
+ juglando noot (okkernoot)
+ avelo hazelnoot
+ peco stuk
+ mielo honig
+ oleo olie
+ vinagro azijn
+ mustardo mosterd
+ lakto melk
+ servico servies
+ fromagxo kaas
+ kafo koffie
+ teo thee
+ cxokolado chocolade
+ akvo water
+ vino wijn
+ biero bier
+ brando brandewijn
+ pipo pijp
+ objekto voorwerp
+ estonteco toekomst
+ linio lijn, linie
+ loterio loterij
+ ondo golf
+ tendo tent
+ antauxdiri voorspellen
+ malfrui laat komen
+ fabriki vervaardigen
+ sveni bezwijmen
+ sopiri zuchten
+ heredi erven
+ dika dik
+ rekta recht
+ sen zonder
+ jen estas hier is
+
+
+
+
+Vertaling:
+
+Laktujo, laktejo, pirujo, peceto, pipego, antauxdiro, senharulo,
+sopiro, heredajxo, heredanto, kafejo, kafujo, kafopoto, sxafido,
+malrekta, maldika.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Koffiehuis, bierhuis, kerseboom, theebus, theepot, voortdurend zuchten,
+kaaspakhuis, sigarettenpijpje, ontbijt, middagmaal, avondmaal, iemand
+die altijd laat komt, iemand die dik is.
+
+
+Vertaling:
+
+La infano estas kisanta la patrinon. La infano estas kisata de
+la patrino. La knabo estis batanta la hundeton. La hundeto estis
+batata de la knabo. Li estos leganta mian leteron. Tiu letero estos
+legata de sxi. La knabino estas skribinta leteron al sia avino. Mi
+estas skribonta. Mi estas amata de mia patrino. Vi estas vidita en
+la gxardeno de mia najbaro. Tiu cxi domo estas konstruata de mia
+frato. La fenestro estis fermita longe, sed mi malfermis gxin. La
+tuta planko estis kovrita de malpurajxoj. Mi estis skribonta longan
+leteron al vi, sed mi ne havis tempon. Kiam ni eliris la pregxejon,
+ni estis vidataj de nia najbaro. Mi estas balainta la malpurajxojn
+sur la planko kaj nun mi lavos la mangxilaron. La policestro estis
+elironta, kiam malricxa virino demandis por paroli kun li.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Zoudt gij mij uw mes willen geven, want het is scherper dan het
+mijne. Water is de beste en gezondste drank. Het weêr was zoo slecht,
+dat ik niet komen kon. Uwe zuster zou niet zoo vroeg aangekomen zijn
+als gij, indien zij niet vroeger vertrokken was dan gij. In den tuin
+van mijn buurman staan vele appel- en pereboomen; zij dragen veel
+vruchten, welke spoedig rijp zullen zijn. Zeg aan de dienstbode, dat
+zij de theepot en het servies in den tuin brengt (portu). Wij kunnen
+met het schoone weêr thee drinken in den tuin. Indien gij hongerig
+zijt, hier is kalfsvleesch, groenten en aardappelen; eet zooveel (tiom,
+kiom) gij wilt. Mijn dorst is grooter dan mijn honger. Hebt gij dorst,
+hier is water, bier en wijn. Toen ik gisteren thuis kwam bemerkte ik,
+dat ik mijn geldbeurs had verloren. Hebt gij ook gehoord of (cxu) ze
+gevonden is (geworden). Ik kan het u niet zeggen, maar ga naar het
+politiebureau en zeg het aan den politiebeambte, die daar is. Daar
+ik hard geloopen had, was ik zeer vermoeid.
+
+
+
+
+
+CHAPTER 12
+
+Twaalfde Les.
+
+
+Onpersoonlijke Werkwoorden.
+
+_Onpersoonlijke werkwoorden_ noemen een werking, die aan geen persoon
+of zaak wordt toegeschreven; zij geven alleen het bestaan, het plaats
+vinden van de werking te kennen, zonder te vermelden wie de werking
+verricht.
+
+De woordjes _het_, _'t_ of _er_ die er vóór staan, worden niet
+vertaald, bijv.: het regent = pluvas, 't hagelt = hajlas, het stormt
+= ventegas.
+
+Het deelwoord van onpers. w.w. neemt den _bijwoordelijken_ vorm aan,
+bijv.: estis pluvinte = het had geregend.
+
+Ook in andere volzinnen bezigt men den bijwoordelijken vorm, als het
+onpers. w.w. geen betrekking heeft op een zelfst. n.w., bijv.:
+
+
+ Het is gevaarlijk = estas dangxere.
+ het is noodig = estas necese.
+ het is warm = estas varme.
+
+
+Het woordje _er_ in uitdrukkingen als: _er is_, _er was_, _er zijn_,
+_er waren_, enz., wordt niet vertaald en wordt dus alleen _estas_,
+_estis_ enz.
+
+
+
+Achtervoegsels _ig_ en _igx_.
+
+_Ig_(i) beteekent iets of iemand in den toestand brengen door het
+grondwoord uitgedrukt, bijv.:
+
+
+ bruli = branden, bruligi = doen branden.
+ varma = warm, varmigi = warm maken.
+ granda = groot, grandigi = groot maken.
+ fali = vallen, faligi = laten of doen vallen.
+
+
+Aanmerking: Men zij voorzichtig met de vertaling van het werkwoord
+laten = lasi.
+
+Laten heeft twee beteekenissen n.l. een waarin geen verandering in
+den toestand gebracht wordt en een waarin wel verandering in den
+toestand gebracht wordt.
+
+In het eerste geval vertaalt men lasi en in het tweede geval wordt
+_laten_ samengesmolten met het bijbehoorende werkwoord door hierbij
+het achtervoegsel _ig_ te gebruiken.
+
+Bijv.: Laat de dokter komen, wordt vertaald (zonder verandering van
+den toestand) Lasu veni la kuraciston, en (met verandering van den
+toestand) Venigu la kuraciston.
+
+Verder wordt in de Ned. taal de aanvoegende wijs (welke de handeling
+voorstelt als gewenscht, uitgang _u_) veelvuldig uitgedrukt met
+het werkwoord _laten_. Dit laten mag nooit vertaald worden met het
+Esperanto werkwoord _lasi_ daar n.l. een verandering in den toestand
+wordt gebracht, bijv.:
+
+
+ laat ons leeren = ni lernu.
+ laat ons gaan = ni iru.
+ laat ons beginnen = ni komencu.
+
+
+_Igx_(i) beteekent worden, zich maken, of in den toestand komen,
+wat het grondwoord uitdrukt, bijv.:
+
+
+ pala = bleek, paligxi = bleek worden.
+ sidi = zitten, sidigxi = zich nederzetten, gaan zitten.
+ fari = doen (maken), farigxi = worden, ontstaan, zich
+ tot .... maken.
+
+
+
+Wederkeerige of Terugwerkende Werkwoorden.
+
+Dit zijn werkwoorden, die een _wederkeerigheid_ of _terugwerking_
+aanduiden en waarbij het _onderwerp_ van den zin tevens het _voorwerp_
+der handeling is.
+
+Deze werkwoorden worden in 't Esperanto in 3 groepen verdeeld, n.l.:
+
+1e. Werkwoorden, die de wederkeerigheid in zich sluiten,
+
+
+ bijv.: gxoji = zich verheugen, mi gxojas = ik verheug mij.
+ enui = zich vervelen, mi enuas = ik verveel mij.
+ kutimi = zich gewennen, mi kutimas = ik gewen mij.
+ imagi = zich verbeelden, mi imagas = ik verbeeld mij.
+ erari = zich vergissen, mi eraras = ik vergis mij.
+ vengxi = zich wreken, mi vengxas = ik wreek mij.
+ konduti = zich gedragen, mi kondutas = ik gedraag mij.
+ memori = zich herinneren, mi memoras = ik herinner mij.
+
+
+2e. Werkwoorden, die een handeling uitdrukken, die men zichzelf of
+een ander kan doen ondergaan, bijv.: lavi = wasschen (men kan zichzelf
+en een ander wasschen).
+
+De wederkeerigheid wordt uitgedrukt door de pers. voornaamwoorden in
+den lijdenden vorm, dus met _n_, bijv.:
+
+
+ mi lavas min = ik wasch mij.
+ li lavas sin = hij wascht zich (vergelijk 4e les).
+ ni lavas nin = wij wasschen ons.
+
+
+3e. Werkwoorden, waarbij het onderwerp door de werking, die het
+werkwoord voorstelt, in een bepaalden toestand komt, dat het wordt
+(_igxas_) wat het grondwoord te kennen geeft. In dit geval gebruikt
+men het achtervoegsel _igx_, bijv.:
+
+
+ zich nederzetten = sidigxi (in zittenden toestand komen).
+ zich nederleggen = kusxigxi (in liggenden toestand komen).
+ zich buigen = klinigxi (in gebogen toestand komen).
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ vesto kleedingstuk
+ vesxto mouwvest, vest
+ jako jas
+ pantalono broek
+ gamasxo slobkous
+ robo kleed, japon
+ jupo rok
+ mantelo mantel
+ surtuto overjas
+ sxtrumpo kous
+ sxuo schoen
+ kravato halsdoek, das
+ cxemizo hemd
+ maniko mouw
+ manumo manchet
+ kolumo halsband
+ sxtofo stof
+ tolo linnen
+ tuko zakdoek, doek
+ ganto handschoen
+ kufo muts
+ soldato soldaat
+ cxapelo hoed
+ posxo zak
+ brava dapper
+ simila gelijkend
+ preta gereed
+ gxentila beleefd
+ cxarma bevallig
+ acxeti koopen
+ pagi betalen
+ levi opheffen
+ butonumi toeknoopen
+ kombi kammen
+ ornami versieren
+ konsumi verbruiken
+ naski baren
+ scii weten
+ malgraux niettegenstaande
+ preskaux bijna
+ aparte ter zijde, afzonderlijk
+ kaj tiel plu (k. t. p.) en zoo voort, enz.
+ jen estas zie hier, hier is, hier zijn
+
+
+
+Vertaling:
+
+Grandigxi, pligrandigxi, plibonigi, junigxi, plijunigxi, paligxi,
+rapidigxi, naskigxi, devigi, farigxi, purigi, dikigxi, maldikigxi,
+interesigxi, sciigi.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Neusdoek, grooter maken, tevreden stellen, geruststellen, ongerust
+worden, rijk worden, beleefdheid, schoenmaker, versiersel, verbruik,
+handschoenendoos, een dapper mensch, jong maken, jonger maken, oud
+maken, ouder maken.
+
+
+Vertaling:
+
+La belaj vestoj ne estas bonaj por vi, vi malpurigos ilin en unu
+tago. Matene, mi vekigxas je la sepa. Tiu cxapelo plijunigas vin
+kelkajn jarojn. Via kantado malsanigos min. Kiam mia amikino auxdis, ke
+sxia patrino estas tre malsana, sxi paligxis kaj rapidigxis hejmen. Se
+vi ne estis devigita por eliri, mi kredas ke vi cxiam restus hejme
+kaj vi bone scias, ke la kuracisto estas dirinta, ke vi devas eliri
+almenaux dum unu horo. Mi kredas ke la vivado sur la kampo sanigas
+vin, vi dikigxas kaj via vizagxo ne estas plu pala. Mia posxhorlogxo
+estas pli bela ol la via, cxar la mia estas pli nova ol la via, sed
+mi kredas ke la via estas pli forta ol la mia. Mi gxojas pri via
+felicxo. Mi lavas min en la lavvazo. Sxi lavis sian infanon en la
+kuvo. Mi kutimis mangxi tre malmulte. Vi treege dikigxas. Vi ne plu
+povas iri tra la pordo. Mi prenis mian surtuton kaj mi foriris. Mi
+sidigxis sur la segxon, starantan apud la pordo.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+De laarzenmaker maakt schoenen en laarzen. Hij wordt soldaat. In
+ons land bevinden zich geen bergen, maar slechts heuvels. In den zak
+van mijn broek draag ik een geldbeurs en in den zak van mijn overjas
+draag ik een portefeuille (paperujon). In mijn schrijftafel bevinden
+zich vier laden. In plaats van koffie gaf hij mij thee. De hoorders
+verlieten (forlasi) de zaal. Hij liet den geneesheer komen. De
+versiering van de kamer was zeer mooi. De kamer zal vergroot
+worden. Hij wascht zich zonder water. Mijn overjas heeft me rijk
+gemaakt. De gierigaard is rijk geworden door gierigheid. De geslagen
+kinderen weenen. Mijn broek is te lang. Ik breng mijn schoenen naar
+den schoenmaker. Een dapper mensch is een dappere. Hare handschoenen
+zijn vuil, zij moet ze wasschen. Een mantel is een kleedingstuk voor
+vrouwen en meisjes. Ik had mijn manchet verloren, maar ik heb ze
+gevonden in den kist met gereedschappen. Ik zag een zeer groote stad,
+waarin zich aanhangers van onze vijanden bevonden. De 20ste Februari
+is de een en vijftigste dag van het jaar. Hij las: "ten vierde, de
+vogel vloog over het veld". Al sprekende ging hij zitten. Hij sprak
+over een nieuwe taal.
+
+
+
+
+
+CHAPTER 13
+
+Dertiende Les.
+
+
+
+Korelativoj.
+
+De op achterin bijgevoegde tabel genoemde woordjes zijn verschillende
+soorten van _voornaamwoorden_ of _bijwoorden_, die dienen als
+_vragende v.n.w._, _bezittelijke v.n.w._, _vragende bijwoorden_
+enz. Deze woordjes noemt men _korelativoj_.
+
+De bovenste rij van de tabel, dus _ia_, _io_, _iu_, _ie_, _ial_,
+_iam_, _iel_, _iom_ en _ies_ noemt men de _grondwoorden_ waarvan de
+andere gevormd worden. Ze worden in onbepaalde beteekenis gebruikt.
+
+
+ Die welke beginnen met _k_ zijn vragend;
+ Die welke beginnen met _t_ zijn aanwijzend;
+ Die welke beginnen met _cx_ zijn alles omvattend;
+ Die welke beginnen met _nen_ zijn ontkennend.
+
+
+De korelativoj op _ia_ en _iu_ kunnen den meervoudsuitgang hebben,
+terwijl _ia_, _iu_, _io_ en _ie_ een _n_ na zich kunnen krijgen.
+
+Eenige korelativoj worden ook wel _zelfstandig_ of _bijvoeglijk_
+gebruikt, bijv.:
+
+la kialo = het waarom; kioma = hoeveelste.
+
+
+
+Korelativoj op ia en io.
+
+_Korelativoj_ op _ia_ zijn bijvoeglijk en bepalen iets omtrent de
+hoedanigheid of de soort.
+
+_Ia_ = de een of andere, een zekere, eenigerlei, bijv.:
+
+Ian tagon mi donos al vi la monon = De een of andere dag zal ik u
+het geld geven.
+
+Li acxetis iajn nuksojn = Hij kocht de een of andere soort noten.
+
+_Kia_ = welke, wat voor een, welke soort van, bijv.:
+
+Kiajn nuksojn vi preferas? = Welke (soort van) noten verkiest gij?
+
+_Tia_ = zoodanig, dusdanig, dergelijk, zulk een, zulk een soort, bijv.:
+
+Tia cxapelo kostas kvin guldenojn = Zoo'n (zulk een) hoed kost
+vijf gulden.
+
+_Cxia_ = elke soort van, iedere soort, elk, ieder, bijv.:
+
+Cxia persono bezonas monon = Elk mensch heeft geld noodig.
+
+_Nenia_ = geen enkele soort van, geen enkel, bijv.:
+
+Li konas nenian floron = Hij kent geen enkele (soort van) bloem.
+
+_Korelativoj_ op _io_ zijn zelfstandig en worden alleen voor zaken
+gebruikt. Ze hebben dan ook nooit een zelfst. n.w. achter zich.
+
+_Io_ = iets, het een of ander, bijv.:
+
+Io kusxis sur la tablo = Iets lag op de tafel.
+
+Mi vidis ion = Ik zag iets.
+
+_Kio_ = wat? (vragend voornaamwoord) bijv.:
+
+Kio povas mangxi? = Wat kan eten?
+
+Kion vi vidas? = Wat ziet gij?
+
+_Tio_ = dat.
+
+Tio estas bela = Dat is mooi.
+
+Mi vidis tion = Ik zag dat.
+
+_Tio cxi_ of _cxi tio_ = dit (in de nabijheid) bijv.:
+
+Tio cxi devas esti bona = Dit moet goed zijn.
+
+Mi portos tion cxi = Ik zal dit dragen.
+
+_Cxio_ = alles, alle, elk ding, bijv.:
+
+Cxio estas en la butiko = Alles is in den winkel.
+
+Li scias cxion = Hij weet alles.
+
+_Nenio_ = niets, niet een enkel ding, bijv.:
+
+Nenio falis = Niets viel.
+
+Mi auxdis nenion = Ik hoorde niets.
+
+
+
+
+Achtervoegsels _em_ en _ebl_.
+
+_Em_(a) vormt woorden, die de neiging uitdrukken tot hetgeen het
+grondwoord (meestal een werkwoord) uitdrukt, of de gewoonte van de
+hoedanigheid, in het grondwoord gelegen, bijv.:
+
+
+ kredi = gelooven, kredema = lichtgeloovig.
+ mensogi = liegen, mensogema = leugenachtig.
+ babili = babbelen, babilema = babbelachtig.
+
+
+_Ebl_(a) drukt de mogelijkheid uit van hetgeen het grondwoord (altijd
+een werkwoord) beduidt, bijv.:
+
+
+ vidi = zien, videbla = zichtbaar.
+ legi = lezen, legebla = leesbaar.
+ auxdi = hooren, auxdebla = hoorbaar.
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ butono knoop
+ broso borstel
+ sapo zeep
+ juvelo juweel
+ rubando lint
+ galono boordsel
+ punto kant
+ kotono katoen
+ lano wol
+ silko zijde
+ veluro fluweel
+ argxento zilver
+ oro goud
+ bastono stok
+ ombrelo regenscherm
+ magazeno magazijn
+ butiko winkel
+ bazaro bazar
+ lukso pracht
+ truo gat
+ speco soort
+ elefanto olifant
+ spongo spons
+ brocxo borstspeld
+ ringo ring
+ cxeno ketting
+ galosxo overschoen
+ cxifono vod, lor
+ fadeno draad
+ difekta beschadigd
+ delikata fijn, teeder
+ eleganta sierlijk
+ simpla eenvoudig
+ falsa valsch, vervalscht
+ ebla mogelijk
+ aminda beminnelijk
+ sindona dienstwillig
+ kompreni begrijpen, verstaan
+ interesi aanbelangen
+ intenci voornemens zijn
+ preferi verkiezen
+ sxangxi ruilen, verwisselen
+ jxuri zweren, eed doen
+ alia andere
+ cetera overige
+ kelka,
+ kelke da eenige
+ multa,
+ multe da veel
+ malmulta,
+ malmulte da weinig
+ tuta gansch
+ kiu ajn wie het ook zij
+
+
+
+
+Vertaling:
+
+Eble, juvelisto, cxenero, cxifonisto, cxifonujo, lana, kombilo,
+levilo, gxentilajxo, edzigxo, posxhorlogxo, falsisto, legebla, kredema,
+kredebla, dormema, trinkebla, drinkema, pagebla, uzebla, preferebla.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Zilvergeld, eenvoudigheid, jonge olifant, knoopsgat, school, leerling,
+schoolhoofd, onderwijzer, portefeuille, inktkoker, leerboek, leesboek,
+verstaanbaar, leerzaam, schrijver, werkzaam.
+
+
+Vertaling:
+
+Cxu vi auxdis jam ion pri tia afero? Ne, mi auxdis ankoraux nenion,
+sed se mi auxdos ion, mi sciigos tion al vi. Mi donos al vi cxion,
+kion mi havas. Kiam (toen) mi estis en la urbo, mi vidis en la butiko
+de la juvelisto tiajn belajn cxirkauxmanojn, ke mi eniris la butikon,
+kaj volis scii, kion ili kostis, sed mi povis acxeti nenian. Io
+estas sub la tablo. Estas tempo por cxio. Kio estas tio cxi, kion mi
+vidos? Nenio estas preta; tio estas malagrabla. Estis ia truo en mia
+posxo, cxar mi perdis mian monujon. Kia lukso estas en la salono de
+la ricxulo. En la butiko mi acxetis pluvombrelon. Mi sciigis tion al
+vi. Donu ian fadenon al mi. Mi havas nenian argxentmonon cxe mi. Apud
+la silko kusxas la kotona rubando.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Iets ligt op de tafel. Hij hoorde iets. Een kat liep in de kamer. Een
+of andere vogel zat op den toren. Wat schoon is moet eenvoudig
+zijn. Dat, wat gebeurde, was goed. De arme knapen konden niets geven
+aan den armen grijsaard. Welke (wat voor soort) kant hebt gij aan uwe
+japon? Wat zegt gij? Welk meisje is ongelukkig? Dat is niet waar. Welke
+noten eet gij? Hij kent geen enkele soort menschen. In allerlei (soort)
+steden bevinden zich dergelijke menschen. Welken ouderdom hebt gij? Ik
+had iets gezien, maar ik wist niet wat. Ik zou dit gelezen hebben,
+maar ik had geen tijd. Neem de zeep uit het zeepbakje en wasch uwe
+handen. De ketting was van goud en de borstspeld van zilver. De gouden
+borstspeld is mooier dan de zilveren. Leg de borstel in de kast en
+knoop je jas toe.
+
+
+
+
+
+
+CHAPTER 14
+
+Veertiende Les.
+
+
+
+Korelativoj op iu en ie.
+
+
+_Korelativoj_ op _iu_ kunnen zoowel voor personen als voor zaken
+gebruikt worden. In het eerste geval kunnen ze _bijvoeglijk_
+en _zelfstandig_ gebruikt worden, en in het tweede geval alleen
+_bijvoeglijk_.
+
+_Iu_ = iemand, eenig, de een of andere persoon of zaak bijv.:
+
+Iu estas en la cxambro = Iemand is in de kamer.
+
+Iu viro estas en la cxambro = Een zekere man is in de kamer.
+
+Mi vidis iun = Ik zag iemand.
+
+Iu libro estas sur la tablo = Een zeker boek is op de tafel.
+
+_Kiu_ = wie of welk (vragend), bijv.:
+
+Kiu kuras en la cxambro? = Wie loopt in de kamer?
+
+Kiu viro kuras en la cxambro? = Welke man loopt in de kamer?
+
+Kiun vi vidas? = Wien ziet gij?
+
+Kiujn librojn li acxetas? = Welke boeken koopt hij?
+
+_Kiu_ = die, welke, dat (betrekkelijk) bijv.:
+
+La viro, kiu marsxas en la strato, estas maljuna = De man, die in de
+straat loopt, is oud.
+
+La viro, kiun mi vidas, estas maljuna = De man, dien ik zie, is oud.
+
+La libroj, kiujn mi legas, estas belaj = De boeken, welke ik lees,
+zijn mooi.
+
+_Tiu_ = die, dat, diegene, bijv.:
+
+Tiu (viro) sidas sur la segxo = Die (man) zit op de stoel.
+
+Tiu libro kusxas sur la segxo = Dat boek ligt op de stoel.
+
+Li legas tiujn librojn = Hij leest die boeken.
+
+_Tiu cxi_ of _Cxi tiu_ = deze of dit (in de nabijheid) bijv.:
+
+Tiu cxi (virino) estas en la domo = Deze (vrouw) is in het huis.
+
+Tiu cxi krajono kusxas sur la tablo = Dit potlood ligt op de tafel.
+
+Mi acxetas tiujn cxi pomojn = Ik koop deze appelen.
+
+_Cxiu_ = ieder, iedereen, elk een.
+
+Cxiu (infano) ludas = Elk (kind) speelt.
+
+Cxiun libron li havas = Elk boek heeft hij.
+
+Mi vidis cxiujn = Ik zag allen.
+
+_Neniu_ = niemand, geen, geen enkele, bijv.:
+
+Neniu estas en la domo = Niemand is in het huis.
+
+Li vidis neniun infanon = Hij zag geen enkel kind.
+
+Vi legas neniun libron = Gij leest geen enkel boek.
+
+_Korelativoj_ op _ie_ zijn plaats bepalende bijwoorden.
+
+_Ie_ = ergens, op de een of andere plaats, bijv.:
+
+Li devas esti ie = Hij moet ergens zijn.
+
+Ili marsxas ien = Zij loopen ergens heen.
+
+_Kie_ = waar, op welke plaats (vragend), bijv.:
+
+Kie vi logxas? = Waar woont gij?
+
+Kien vi iras? = Waarheen gaat gij?
+
+_Kie_ = waar (betrekkelijk), bijv.:
+
+Tie, kien ni iros, staras bela domo = Daar, waar wij heen gaan,
+staat een mooi huis.
+
+_Tie_ = daar, op die plaats, ginds, bijv.:
+
+Tie staras sxranko = Daar staat een kast.
+
+Cxu vi iras tien? = Gaat gij daarheen?
+
+_Tie cxi_ of _cxi tie_ = hier, bijv.:
+
+Cxi tie kusxas la libro = Hier ligt het boek.
+
+Venu tien cxi = Kom hier.
+
+_Cxie_ = overal, op alle plaatsen, bijv.:
+
+Cxie mi auxdis birdojn = Overal hoorde ik vogels.
+
+Ni iras cxien = Wij gaan overal heen.
+
+_Nenie_ = nergens, op geen enkele plaats, bijv.:
+
+Nenie mi vidas segxon = Nergens zie ik een stoel.
+
+Ni iras nenien = Wij gaan nergens heen.
+
+
+
+Achtervoegsel _ind_ en voorvoegsel _dis_.
+
+
+_Ind_(a) beteekent waardig van wat het grondwoord uitdrukt, bijv.:
+
+
+ kredi = gelooven, kredinda = geloofwaardig.
+ bedauxri = beklagen, bedauxrinda = beklagenswaardig.
+
+
+_Dis-_ beduidt verdeeling of verspreiding, bijv.:
+
+
+ semi = zaaien, dissemi = rondzaaien (naar alle kanten
+ zaaien.)
+ kuri = loopen, diskuri = uiteenloopen.
+
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ laboro werk
+ klaso klasse
+ kajero schrijfboek
+ papero papier
+ folio blad
+ plumo pen
+ inko inkt
+ krajono potlood
+ libro boek
+ pagxo bladzijde
+ leciono les
+ progreso vooruitgang
+ apatio onverschilligheid
+ fervoro ijver
+ piedpilko voetbal
+ muso muis
+ energio karaktersterkte
+ ordo orde
+ babili babbelen
+ lingvo taal
+ litero letter
+ letero brief
+ bileto briefje
+ adreso adres
+ justa oprecht, rechtvaardig, juist
+ partia partijdig
+ facila gemakkelijk
+ korekta nauwkeurig
+ atenta aandachtig
+ inteligenta vernuftig
+ severa streng
+ nagxi zwemmen
+ forveturi vertrekken (van treinen)
+ renkonti ontmoeten
+ koni kennen
+ lerni leeren
+ instrui onderwijzen
+ elparoli uitspreken
+ indulgi toegeven, ontzien, voorzichtig zijn met
+ memori zich herinneren
+ forgesi vergeten
+ pensi denken
+ opinii van meening zijn, denken
+ imagi zich inbeelden
+ sxanceli wankelen
+ obei gehoorzamen
+ klopodi trachten
+ peni pogen
+ erari zich vergissen, missen
+ petoli stoeien
+ presi drukken
+ bindi binden
+ observi waarnemen
+ veturi rijden
+ tauxgi deugen
+ boji blaffen
+ depost sinds
+
+
+
+Vertaling:
+
+Vidinda, akceptebla, dezirinda, respektinda, respektebla, acxetebla,
+acxetema, preferinda, observebla, malfacila, malatenta, malobei,
+malfervoro, atenteco, skribajxo, adresaro, bindisto, presilo,
+memorinda, disiri, disdoni, diskuri, dissendi, dissemi.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Vergeetachtig, vergetenswaardig, onvergetelijk, denker, leugenachtig,
+wetenswaardig, adresseeren, werkman, penhouder, de onderwezen wordende,
+papiermand, inktkoker, gemakkelijkheid, iets gemakkelijks, uitstrooien.
+
+
+Vertaling:
+
+Cxu iu el vi scias la vojon? Iu persono devas scii tion. Prenu iun
+libron kaj legu. Li vidis iun en la gxardeno de nia najbaro. Kiu
+logxas en Roterdamo? Kiu birdo ne povas kanti? Kiu estas tiu granda
+monumento? Glaso de vino estas glaso en kiu antauxe sin trovis vino,
+aux kiun oni uzas por vino; glaso da vino estas glaso plena je vino. La
+domo en kiu ni trovigxas, estas konstruita en 1750. Ie en la arbaro
+logxis maljunulo. Kie via frato logxas? Antauxe li logxis tie sed
+nun li logxas tie cxi. Kien vi metis la sxlosilon? Sxi diris al mi
+kiu kaj kie li estas. Kiu estas la monto, kiun mi vidas tie? Tie, kie
+vi logxas, mi ankaux volus logxi. Kia estas la nomo de tiu, kiu vin
+sendis tien? Cxiu homo povas erari. Cxiu mezuras la aliajn per sia
+mezurilo. Cxiu por si, Dio por cxiuj. Cxie kaj cxiam esperantistoj
+estas amikoj. Dum la leciono ne estas permesate al vi rigardi
+cxien. Neniu estis vidinta la infanon. Neniuj homoj estis ankoraux
+sur la strato. Nenie mi vidis mian plumingon. Cxu vi memoras ke mi
+diris al vi: "iru nenien"?
+
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Heeft iemand mijn potlood gezien? Niemand zag het sinds
+gisteren. Vandaag ga ik nergens heen. Mijn hoed ligt ergens. Wie kent
+niet het schoone boek? Hij, die tevreden is, is gelukkig. Die jongens,
+welke deze appels stalen, gingen daarheen. Een blad papier uit dit
+schrijfboek. Vandaag ontmoet ik u overal. Kan iemand mij zeggen, hoe
+laat de laatste trein naar Z. vertrekt? Iedereen kan u dat zeggen. Daar
+ik niets van uw bezoek wist, zult gij u tevreden moeten stellen met
+ons eenvoudig middagmaal. Wat schoon is moet eenvoudig zijn. Daar het
+avond werd en mijne zuster nog niet thuis was, werden wij ongerust. De
+salon in het huis van mijn rijken buurman was prachtig versierd ter
+gelegenheid van (okaze de) het huwelijk van zijn dochter. De een
+zei dit, de andere zei dat. Waar woont hij? Waarheen brengt gij dat
+boek? Wij gaan daarheen. Wij gaan overal heen. Wij gaan nergens heen.
+
+
+
+
+
+CHAPTER 15
+
+Vijftiende Les.
+
+
+
+Korelativoj op ial en iam.
+
+
+_Korelativoj_ op _ial_ duiden reden of oorzaak aan.
+
+_Ial_ = ergens om, om de een of andere reden, bijv.:
+
+Li ne povis veni ial = Hij kon om de een of andere reden niet komen.
+
+_Kial_ = waarom, om welke reden, bijv.:
+
+Kial li estis en la urbo? = Waarom was hij in de stad?
+
+_Tial_ = daarom, om die reden, bijv.:
+
+Tial mi venis = Daarom kwam ik.
+
+_Cxial_ = overal om, om elke reden, bijv.:
+
+La knabo ridis cxial = De jongen lachte overal om.
+
+_Nenial_ = nergens om, om geen enkele reden, bijv.:
+
+Mi iras hejmen nenial = Ik ga nergens om naar huis.
+
+
+_Korelativoj_ op _iam_ hebben betrekking op den tijd.
+
+_Iam_ = eens, ooit, op zekeren tijd, op een of anderen tijd, bijv.:
+
+Mi venos vidi iam = ik zal eens komen zien.
+
+_Kiam_ = wanneer, op welken tijd, bijv.:
+
+Kiam vi venos? = Wanneer komt gij?
+
+_Kiam_ = toen, in de beteekenis van als, wanneer, zoodra, bijv.:
+
+Kiam li venis, li estis bonvena = Toen hij kwam, was hij welkom.
+
+Ni estis elirontaj, kiam li alvenis = Wij zouden uitgaan, toen
+hij kwam.
+
+_Tiam_ = dan, toen, op dien tijd, destijds, bijv.:
+
+Tiam estis tempo por foriri = Dan was het tijd om te vertrekken.
+
+_Cxiam_ = altijd, ten allen tijde, steeds, bijv.:
+
+Li laboras cxiam = Hij werkt altijd.
+
+_Neniam_ = nooit, nimmer, op geen enkel oogenblik, bijv.:
+
+Li venas neniam = Hij komt nooit.
+
+
+
+Voorvoegsels _ek-_ en _re-_.
+
+
+_Ek-_ duidt een werking aan, die aanvangt of van korten duur is, bijv.:
+
+
+ dormi = slapen, ekdormi = inslapen.
+ kanti = zingen, ekkanti = aanheffen, beginnen te zingen.
+ krii = roepen, ekkrio = uitroep.
+
+
+_Re-_ duidt een herhaling der handeling aan, bijv.:
+
+
+ vidi = zien, revidi = herzien.
+ veni = komen, reveni = opnieuw komen.
+ trovi = vinden, retrovi = opnieuw vinden, weervinden.
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ koverto omslag
+ historio geschiedenis
+ fabelo vertelling
+ fablo fabel
+ verso vers
+ poeto dichter
+ poezio dichtkunst
+ teatro schouwburg
+ dramo drama
+ verko werk (letterkundig)
+ muziko muziek
+ kolego ambtgenoot
+ majstro meester (in zijn kunst)
+ profesoro leeraar
+ spirito geest
+ animo ziel
+ prudento rede, verstand
+ kapabla bekwaam
+ diligenta vlijtig
+ sagxa wijs
+ severa streng
+ antikva oud, antiek
+ admono vermaning
+ dubi twijfelen
+ konsili aanraden
+ demandi vragen
+ respondi antwoorden
+ silenti stilzwijgen
+ mensogi liegen
+ prepari bereiden
+ montri toonen, aanwijzen
+ rakonti vertellen
+ kalkuli rekenen
+ konduti zich gedragen
+ rekompenci beloonen
+ lauxdi prijzen, loven
+ admiri bewonderen
+ puni straffen
+ ordoni gebieden
+ parkere van buiten
+ vane tevergeefs
+ okaze toevallig
+ prosperi bloeien, gelukken, slagen
+ aroganta aanmatigend
+ perfidi verraden
+ vitrokahelo glasruit
+ kapti vangen
+ okaze de ter gelegenheid van
+
+
+
+
+Vertaling:
+
+Reveni, revidi, rediri, retrovi, ekkanti, ekgliti, ekbruligi, ekkoni,
+rekoni, ekdormi, resendi, verkajxo, verkisto, muzikanto, mensogulo,
+maldiligenta, sagxulo, represi, ekpensi, ekkomenci, rekomenci.
+
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Bewonderenswaardig, lovenswaardig, strafbaar, berekenbaar, pennedoosje,
+vertaler, begrijpelijk, gedicht, vertelling, begrijpelijk maken,
+wijzer, bezienswaardigheid, omstreken, bezoeker.
+
+
+
+Vertaling:
+
+Vivis iam regxo, kiu havis du filojn. Kien vi iros morgaux? Kial
+vi plendas, vi devas esti gaja, cxar vi estas sana kaj ricxa, kaj
+tamen vi cxiam estas malgaja. Mi neniam vidis ankoraux tiajn belajn
+cxirkauxajxojn. Morgaux mi iros al amiko kiu logxas en domo ie sur la
+kampo, apud mia naskigxurbo. Kial vi do foriras? La infaneto ploradis
+ial, sed la patrino ne sciis kial kaj ne povis trovi la kialon. Kiam
+mia amikino auxdis, ke sxi povas foriri, sxi rapidigxis hejmen. De
+tiam ili estas amikoj. Kiam vi vizitos vian fraton, tiam salutu lin de
+mi. En la tiama tempo mi vizitis Parizon cxiujare. Dek cigaroj kostas
+tridek cendojn, tial unu cigaro kostas tri cendojn. Tiu malsanulo
+cxial estas malkontenta. Mi cxiam levigxas tre frue. Vi cxiam estas
+malkontenta; vi cxiam deziras ion multe pli belan. Mi cxiam iras al
+la teatro. La infanoj ridas cxial. En tiu cxambro mi vidis nenian
+pentrajxon. Malesperu neniam. Mi neniam vidis ion de via laboro. Mi
+nenial forlasos vin. La knabo batis sian fratinon nenial. La forkurinta
+infano nenie estis videbla.
+
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Eens zag ik een groote stad, waarin altijd groene boomen
+stonden. Waarom deedt gij dat? Komt gij ergens om (om een of andere
+reden)? Neen, ik kom nergens om. Wanneer men iets doen moet, wil
+men gaarne het waarom weten. Daarom (om die reden) kwam ik gisteren
+niet. Gij moet niet overal om lachen. Gij deedt beter nergens aan te
+denken. Wanneer ik u de geschiedenis zal verteld hebben, dan zult
+gij begrijpen, waarom hij dat deed. Zaagt gij ooit zulke schoone
+omstreken? Neen, ik ben nog nooit in Amsterdam geweest. Zijt gij ooit
+gestraft geworden? Muziek is altijd aangenaam als ze goed is. Toen
+ik was ingeslapen, begon ik te droomen. Zij heffen een lied aan. Na
+langen tijd sliep ik in en droomde een schoonen droom. Herinnert gij
+u nog den dag, dat gij den eersten keer naar school gingt? Die dag is
+niet licht te vergeten (onvergetelijk). De onderwijzer staat voor de
+klasse en gebiedt den kinderen, dat zij zullen zwijgen (silentu). Het
+onderwijs begint. Indien de leerlingen zeer vlijtig zijn geweest,
+zal de onderwijzer hun een mooie geschiedenis vertellen. Hebt gij
+uw portefeuille verloren? Ik heb er een gevonden. U spreekt dat
+woord niet goed uit. Toon mij uw hand en ik zal u zeggen wie gij
+zijt. Verstaat gij mij? Neen, mijnheer, ik heb u niet verstaan. Ik
+moet hem bewonderen. Hij liegt alsof het gedrukt is. Antwoord,
+wanneer men u iets vraagt. De leerlingen waren zeer vlijtig.
+
+
+
+Lees- en Vertaaloefening:
+
+
+MALFELICxA KOMERCISTO.
+
+Juna homo, kiu en sia urbo havis nenian okupon, venis Londonon por
+sercxi helpon cxe unu sia parenco. Tiu cxi lasta donis al li kelkan
+nombron da cxapoj kaj konsilis al li stari sur la strato kaj vendi
+ilin. Gxoja, ke li nun povos iom perlabori, la junulo prenis la
+cxapojn kaj iris kun ili sur unu homplenan straton kaj sidigxis en
+unu oportuna anguleto. Vespere li revenas al la parenco, kaj tiu cxi
+demandas: Nu, cxu vi multe vendis? Ha, malgaje respondas la junulo,
+ecx unu cxapon mi ne vendis! Cxu vi al neniu proponis? kion do vi
+faris la tutan tagon? Mi tenis la cxapojn bone kasxitajn en mia korbo,
+por ke la polvo ilin ne malbonigu, sed proponi al iu mi ne trovis
+okazon en la dauxro de la tuta tago, cxar el la granda amaso da homoj,
+kiuj pasis antaux mi, cxiuj havis jam cxapojn sur la kapoj.
+
+(_El Fundamenta Krestomatio._)
+
+
+
+
+
+CHAPTER 16
+
+Zestiende Les.
+
+
+
+Korelativoj op iel en iom.
+
+
+_Korelativoj_ op _iel_ duiden de manier of wijze aan.
+
+_Iel_ = op de een of andere wijze, bijv.:
+
+Iel li devis trovi laboron = Op de een of andere manier moest hij
+werk vinden.
+
+_Kiel_ = hoe, op welke manier (vragend), bijv.:
+
+Kiel vi fartas? = Hoe vaart u?
+
+_Kiel_ = als, zooals (betrekkelijk), bijv.:
+
+Diru gxin, kiel vi volas = Zeg het, zooals gij wilt.
+
+_Tiel_ = zoo, op die manier, derwijze, bijv.:
+
+Tiel vi devas uzi la plumon = Zoo moet gij de pen gebruiken.
+
+_Cxiel_ = op elke manier of wijze, bijv.:
+
+Li povas skribi cxiel = Hij kan op elke manier schrijven.
+
+_Neniel_ = geenszins, op geen enkele manier, in 't geheel niet, bijv.:
+
+Mi povis skribi al li neniel = Ik kon hem op geen enkele manier (in
+'t geheel niet) schrijven.
+
+_Korelativoj_ op _iom_ hebben betrekking op de hoeveelheid en worden
+gevolgd door _da_ indien zij een zelfst-n.w. voorafgaan.
+
+_Iom_ = wat, een beetje, een weinig, bijv.:
+
+Pruntu al mi iom da mono = Leen mij een weinig geld.
+
+_Kiom_ = hoeveel, welke hoeveelheid (vragend), bijv.:
+
+Kiom da mono vi havas? = Hoeveel geld hebt gij?
+
+_Kiom_ = als (betrekkelijk), bijv.:
+
+Diru al mi tiom, kiom vi scias = Zeg mij zooveel, als gij weet.
+
+_Tiom_ = zooveel, zulk een hoeveelheid, bijv.:
+
+Li havas tiom da mono = Hij heeft zooveel geld.
+
+_Cxiom_ = alles, de gansche hoeveelheid, bijv.:
+
+Li donis cxiom = Hij gaf alles (van hetgeen hij had).
+
+_Neniom_ = niets, niemendal, bijv.:
+
+Estis neniom de la meblaro en la domo = Er was niets van de meubelen
+in huis.
+
+
+
+Het achtervoegsel _um_.
+
+
+Het achtervoegsel _um_ heeft geen vaste beteekenis, en het verdient
+daarom aanbeveling de onderstaande woorden, welke de meest voorkomende
+met _um_ zijn, uit het hoofd te leeren.
+
+
+ aerumi = luchten.
+ akvumi = drenken, bevochtigen.
+ amindumi = het hof maken.
+ argxentumi = verzilveren.
+ brulumo = ontvlamming, ontsteking.
+ busxumi = muilbanden, busxumo = muilband.
+ butonumi = toeknoopen.
+ cerbumi = malen, tobben.
+ datumi = dateeren, dagteekenen.
+ gustumi = proeven.
+ kalkanumo = hak (van een schoen), kiel (van een schip).
+ kolumo = boord, kraag.
+ komunumo = gemeente.
+ krucumi = kruisigen.
+ kulerumi = opscheppen.
+ laktumo = hom (afgeroomde melk).
+ lotumi = verloten.
+ malvarmumi = kouvatten, malvarmumo = verkoudheid.
+ manumo = manchet.
+ martelumi = behameren.
+ mastrumi = huishouden.
+ nazumo = lorgnet, knijpbril.
+ ombrumi = beschaduwen.
+ orumi = vergulden.
+ palpebrumi = lonken, knipoogen.
+ parazitumi = schuimen, klaploopen.
+ partumo = breuk of deel (wiskunde).
+ pensiumi = pensioneeren.
+ plenumi = vervullen.
+ proksimume = ongeveer.
+ sapumi = inzeepen.
+ serpentumi = zich kronkelen.
+ ventumi = waaien (met waaier), ventumilo = waaier.
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ scienco wetenschap
+ arto kunst
+ gusto smaak, neiging
+ religio godsdienst
+ pacienco geduld
+ pasio drift, hartstocht
+ kolero gramschap, woede
+ timo vrees
+ humoro gemoedsgesteldheid, luim
+ pastro priester
+ almozo aalmoes
+ tombo graf
+ legxo wet
+ rajto recht
+ paco vrede
+ komerco handel
+ potenca machtig
+ fiera trotsch
+ modesta zedig
+ jxaluza afgunstig
+ egala gelijk
+ efektiva wezenlijk, werkelijk
+ agi handelen
+ bapti doopen
+ beni zegenen
+ pregxi bidden (tot God)
+ permesi toestaan
+ saluti groeten
+ voki roepen
+ prezenti aanbieden
+ danci dansen
+ jugxi oordeelen
+ savi redden
+ pafi schieten
+ inviti uitnoodigen
+ konduki geleiden
+ gardi bewaken
+ festi feestvieren
+ kondamni veroordeelen
+ militi strijden
+ vundi kwetsen
+
+
+
+Vertaling:
+
+Dancejo, fiereco, militisto, militistaro, gardisto, pafilo, tombejo,
+malpermesi, singardema, ekpafi, devo, komercisto, jxaluzeco, almozulo,
+modesteco, saluto, kondukanto, kondamnato, milito.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Rechter, verhinderen, gerechtsgebouw, gerechtshof, kunstenaar, feest,
+humorist, handelbaar, geestigheid, vreedzaam, kwetsbaar, kanon, salvo
+(aanhoudend schieten), schutter, schietbaan.
+
+
+Vertaling:
+
+Iel mi perdis mian posxtrancxilon. Kial vi ne respondas? respondu
+iel. Li estas iom fiera. La kafo estas iom tro malvarma. Cxu vi volas
+doni al mi iom da akvo? Iel vi devas devigi tiun malobean knabon. Cxu
+mi povas iel servi al vi? Kiel estas la vetero? Kiel mia bofrato
+rakontis tion al mi, tiel gxi estas. Mi ne scias kiel min savi. Kiom
+da pomoj vi volas havi? Je kioma horo vi deziras ke la servisto veku
+vin? Donu tiom, kiom estas necesa. Via onklo estas tiel malavara kiel
+afabla. Tiel perdi la tempon estas malagrable. Malfortuloj cxiel devas
+vivi singardeme. Li volas vendi al mi cxiom. Mi mendis tagmangxon kaj
+formangxis cxiom. Li neniel atendis auxdi tian belan historion. Li
+skribis malbonege, oni neniel povas legi lian leteron. Mi komprenis
+nenion el tio, kion li diris. Kiu volas havi cxiom, ofte akiras
+neniom. Hieraux ni estas vidintaj la vidindajxojn de via urbo. Tiu akvo
+ne estas trinkebla, gxi estas malpura. Mia frato estas tre kredema,
+li kredas cxion, kion oni rakontas al li. Kiun libron vi preferas,
+tiun kun la verda koverto aux tiun-cxi kun la rugxa koverto? Mi
+preferas la verdan ol la rugxan.
+
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Heb een weinig geduld. Op de een of andere manier moet gij ons
+helpen. Hij vertelde mij hoe trotsch zij was. Ik weet zelf niet hoe
+er over (over het) te denken. Hoeveel tijd hebt gij noodig om naar de
+stad te gaan? Op welke manier lezen blinde menschen? Zoo te handelen is
+zeer onvoorzichtig. Zooveel wijn kan ik niet drinken. Geef mij evenveel
+melk als koffie. Geef mij alles wat drinkbaar is. Hij heeft al (de
+gansche hoeveelheid) het geld. Esperantisten helpen elkander op elke
+manier. Wij hebben dat heelemaal niet (in 't geheel niet) noodig. Gij
+behoeft u geenszins te verontrusten. De zieke heeft gedurende twee
+dagen niets gegeten. Gelooft gij, dat hij niets geen geld bij zich
+heeft? Toen ik uw brief ontving, deelde ik alles aan mijn vriend mede,
+maar hij heeft mij nog niets geantwoord. Hebt gij uw lees- en rekenboek
+bij u? Neen, ik heb ze vergeten. Gij zijt zeer vergeetachtig. Hij
+is afgunstig op uw vooruitgang. De priester zegende de menigte. Gij
+handelt tegen den godsdienst door zoo te spreken. Hartstocht is een
+slechte eigenschap. Geduld is zulk een groote schat.
+
+
+
+Lees- en Vertaaloefening:
+
+
+ANEKDOTO DE SWIFT.
+
+Kiam Swift prenadis novajn servantinojn, li cxiam diradis al ili,
+ke ili en lia domo devas antaux cxio observadi du aferojn: unue,
+fermi post si la pordon, kiam ili venas en cxambron, kaj due--denove
+fermi la pordon, kiam ili eliras. Unu fojon unu servantino petis
+de li la permeson iri al la festo de edzigxo de sxia fratino. Tre
+volonte, diris Swift, mi ecx donos al vi cxevalon kaj servanton por
+akompani, kaj vi povas ambaux kune veturi. Tute ekster si de gxojo,
+la servantino, elirante, lasis la pordon ne fermita. Kvaronon da
+horo post ilia forveturo Swift ordonis seli alian cxevalon kaj sendis
+sur gxi rapide alian servanton kun la ordono revenigi ilin. Tiu cxi
+trovis ilin en la mezo de vojo, kaj cxu ili volus aux ne--ili devis
+veturi returne. Tute depremita, la knabino eniris en la cxambron
+de sia sinjoro kaj demandis, kion li ordonos. Nenion pli ol nur ke
+vi fermu post vi la pordon, li diris kaj lasis sxin post tio cxi
+denove forveturi.
+
+(_El Fundamenta Krestomatio._)
+
+
+
+
+
+CHAPTER 17
+
+Zeventiende Les.
+
+
+
+Korelativoj op ies.
+
+_Korelativoj_ op _ies_ geven een bezit te kennen.
+
+_Ies_ = iemands, bijv.:
+
+Ies cxapelo falis en la akvon = Iemands hoed viel in het water.
+
+_Kies_ = wiens (vragend), bijv.:
+
+Kies cxapelo estas tiu? = Wiens hoed is dat?
+
+_Kies_ = wiens, wier (betrekkelijk), bijv.:
+
+La knabo, kies libro kusxas tie cxi, estas malsana = De knaap, wiens
+boek hier ligt, is ziek.
+
+_Ties_ = diens, dier, bijv.:
+
+Ties laboro estas la plej bela = Diens werk is 't mooist.
+
+_Cxies_ = ieders, elks, van ieder, bijv.:
+
+Li prenis cxies proprajxon = Hij nam ieders eigendom.
+
+_Nenies_ = niemands, van niemand, bijv.:
+
+Mi bezonas nenies helpon = Ik heb niemands hulp noodig.
+
+
+
+Het voorvoegsel _fi_ en het achtervoegsel _acx_.
+
+
+Deze geven beiden een minachtende beteekenis aan het stamwoord,
+waarvan _fi_ op de innerlijke en _acx_ op de uiterlijke eigenschap
+doelt, bijv.:
+
+
+ ficxevalo = paard met streken, cxevalacxo = knol.
+ fiviro = man met slechte eigenschappen, viracxo = vent, kerel.
+ fivirino = vrouw met slechte eigenschappen, virinacxo = wijf.
+
+
+_Het achtervoegsel_ _cxj_(o) dient om verkleinende, liefkoozende
+mannelijke persoonsnamen te vormen; men voegt den uitgang na den 2en
+tot den 5en letter van den naam, bijv.: Mihxaelo = Michiel, Micxjo
+= Michieltje.
+
+
+ Petro = Pieter, Pecxjo = Pietje.
+
+
+_Het achtervoegsel_ _nj_(o) wordt gebruikt op dezelfde wijze als
+_cxj_(o), doch dient voor vrouwelijke persoonsnamen, bijv.:
+
+
+ Mario = Marie, Manjo = Marietje.
+ Emilino = Emilia, Eminjo = Emilietje.
+
+
+De uitdrukking _Mosxto_ is een beleefdheidstitel, die dient voor alle
+Nederlandsche titels, als: _Majesteit_, _Heiligheid_, _Excellentie_,
+_WelEdele_, _WelEdelGestrenge_, _Hoogedelgeboren_, enz. Wanneer de
+waardigheid van den te noemen persoon het woord _Mosxto_ voorafgaat,
+dan neemt die waardigheid den vorm van het bijv. n.w. aan, bijv.:
+
+
+ Zijne Majesteit de Koning = Lia regxa Mosxto.
+ Zijne Excellentie Graaf.... = Lia grafa Mosxto....
+ Zijne Heiligheid de Paus = Lia papa Mosxto.
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ industrio nijverheid
+ posxto brievenpost
+ signo teeken
+ stacio station
+ raso geslacht
+ gento volksstam
+ regxo koning
+ regno staat
+ bieno goed, landgoed
+ opinio meening
+ perfekta volmaakt
+ libera vrij
+ prava wie gelijk heeft
+ certa zeker
+ sama zelfde
+ sendi zenden
+ donaci schenken (een geschenk doen)
+ ricevi ontvangen
+ gajni winnen
+ akiri verkrijgen
+ mezuri meten
+ ofendi beleedigen
+ plendi zich beklagen
+ bedauxri betreuren
+ aparteni toebehooren
+ posedi bezitten
+ malprava wie ongelijk heeft
+ decidi besluiten, beslissen
+ danki bedanken
+ cxagreni verdrieten
+ enui zich vervelen
+ amuzi vermaken
+ sin amuzi zich vermaken
+ dauxri duren
+ resti blijven
+ cxesi ophouden
+ jxeti werpen
+ peli wegjagen, weg zenden
+ sxajni schijnen, blijken
+ gratuli gelukwenschen
+ envii benijden
+ helpi helpen
+ zorgi zorgen
+ supre omhoog
+ malsupre omlaag
+ tuj dadelijk
+ jxus juist
+ preskaux bijna
+ sendube ongetwijfeld
+ adiaux vaarwel
+ precipe vooral
+ suficxe genoeg
+ tro te, teveel
+ jen ... jen nu eens ... dan weer
+ ju pli ... des pli hoe meer ... des te meer
+
+
+
+
+Vertaling:
+
+Ekplendi, posedajxo, posxtisto, ekjxeti, mallibera, libereco,
+regxino, regnano, malliberejo, domacxo, parolacxi, fikomercajxo,
+hundacxo, skribacxi, fiinfano, disflugi, deflugi, forflugi, deiri,
+disiri, foriri.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Gevangene, gevangenschap, gelukwensch, bedelaar, vreesachtig, bang
+maken, dankbaar, beklagenswaardig, betreurenswaardig, benijdenswaardig,
+uitstrooien (werpen naar alle kanten), terugroepen, overdenken,
+welvaren, kunstmatig, beginnen te lachen, beginnen te weenen, beginnen
+te klagen.
+
+
+Vertaling:
+
+Ies perdo ne estas cxiam ies gajno. Cxies ideo estas diversa. Kies
+plumon vi uzis? Nenies, (gxi) estas mia. Ties opinio ne multe
+valoras. Cxu estas ies tiu cxi pinglo? Cxu tiuj estas la gepatroj,
+kies infanoj ludas kun la viaj? La mono ne estas ties, kiu gxin
+trovas. Cxies traduko estis bona. Mi estas nenies malamiko. La
+fervoraj infanoj estos rekompencataj, sed la malfervoraj infanoj
+estos punataj. Cxu vi scias kie estas la adresaro de Roterdamo? En
+mia libertempo de la antauxa jaro mi vizitis la plej sudan (zuidelijk)
+parton de nia lando, kaj admiris la belan pejzagxon (landschap). Li ne
+povas kompreni min aux ne volas kompreni min. Kiam ni estis revidintaj
+nian fraton, ni estis tre felicxaj, ke li estas en tia bonfarto. Cxar
+mi ne volis akcepti rekompencon pro mia konsilo, mi resendis al li la
+donacojn. Nenio estas perfekta. Mi tute ne estas certa, cxu vi estas
+prava. Vi estas malprava. La verda stelo estas signo de Esperanto.
+
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Iemands hoed viel in het water. Is dit paard van iemand? Van wien is
+dit papier? De vrouw, wier zoon viel, is ongelukkig. De man, wiens
+kind in het water viel, sprong van de brug. De moeder zeide: Wie
+niet wil gehoorzamen, diens straf zal groot zijn. Wees niet allemans
+vriend. Over deze zaak wil ik gaarne ieders meening hooren. Niemands
+hoed lag meer op de tafel. Ik heb niemands hulp noodig. Waar
+hebt gij mijn penhouder gelegd? Ik legde hem juist bij het overige
+schrijfgereedschap. Kan iemand mij zeggen, wie gelijk heeft? Het boek,
+dat mijn vriend geschreven heeft, is waardig gelezen te worden. Hij
+kon niet komen wegens zijn werk. Wij hebben alle bezienswaardigheden
+van Amsterdam bezocht. De kinderen houden niet van stil zijn en
+zitten, maar loopen en stoeien gaarne den ganschen dag. Ik ben niet
+zoo lichtgeloovig uwe leugenachtige woorden te gelooven, en ik raad
+u aan nooit meer over die zaak te spreken, want gij zoudt u vele
+vijanden maken. Ter gelegenheid van den verjaardag harer moeder leerde
+mijn nichtje een versje van buiten. Het geschenk van den koning was
+prachtig. Waarom draagt gij niet allen hetzelfde teeken?
+
+
+
+Lees- en Vertaaloefening:
+
+
+SEVERA BIBLIOTEKISTO.
+
+Cxiu el la regimentoj, kiuj staras en Parizo, posedas propran
+bibliotekon, kies gardisto estas ordinare ia maljuna sub-oficiro, kiu
+estas multe pli kompetenta en aferoj militaj, ol en literaturo. Unu
+leuxtenanto de la maristaro sendis unu fojon en tian bibliotekon sian
+servanton kun la komisio, ke li alportu al li el la biblioteko la 9an
+volumon de la vortaro de Larousse (kun la literoj I. J. K.). Post unu
+horo la soldato alportas al li la volumon unuan, raportante al li,
+ke la bibliotekisto ne povis doni la nauxan volumon al persono, kiu
+ne legis la ok unuajn, kaj ke, traleginte tiujn cxi, la leuxtenanto
+ricevos tion, kion li deziras.
+
+(_El Fundamenta Krestomatio._)
+
+
+
+
+
+CHAPTER 18
+
+Achttiende Les.
+
+
+
+Voegwoorden.
+
+
+De _voegwoorden_ dienen, om zinnen of zinsdeelen met elkander te
+verbinden en duiden meestal eenigermate de betrekking aan, die er
+tusschen de zinnen bestaat.
+
+De voornaamste voegwoorden zijn:
+
+
+ kaj = en.
+ ke = dat.
+ se = indien (voorwaardelijk).
+ cxu = of, indien (twijfelend, onrechtstreeksche
+ vraag).
+ cxar = want, aangezien, daar.
+ tial-ke = omdat, doordat.
+ por ke = opdat.
+ gxis = totdat.
+ dum = terwijl.
+ almenaux = tenminste.
+ sekve = dus, bijgevolg.
+ do = dus.
+ kontrauxe = daarentegen.
+ kvankam = alhoewel, ofschoon.
+ kvazaux _of_
+ kiel se = alsof.
+ cxu ... cxu = hetzij (dat) .... hetzij (dat).
+ kiam = toen.
+ tuj kiam = zoodra.
+ laux tio se = volgens dat, naar gelang.
+ antaux ol = vooraleer, alvorens, vóórdat.
+ anstataux = inplaats van
+ se ne ke = tenzij.
+ esceptinte ke = behalve dat.
+ malgraux ke = ondanks, niettegenstaande.
+ tamen = nochtans, evenwel, toch.
+ sed = maar, echter.
+
+
+
+De voegwoorden worden gevolgd:
+
+_a._ door de _aantoonende wijs_, wanneer de werking als _zeker_
+wordt voorgesteld, bijv.:
+
+Kvankam li estas malsana = Ofschoon hij ziek is.
+
+_b._ door de _voorwaardelijke wijs_, wanneer de werking als
+_verondersteld_ of _voorwaardelijk_ opgegeven wordt, bijv.:
+
+Se vi estus malsana, mi irus al vi = Indien gij ziek waart, zou ik
+naar u gaan.
+
+_c._ door de _aanvoegende wijs_ (die den vorm heeft van de gebiedende
+wijs), wanneer de werking als _doel_ voorgesteld wordt, bijv.:
+
+Ordonu ke li venu = Gebied dat hij kome.
+
+Estas necese ke li iru = Het is noodig dat hij ga.
+
+_Anstataux_ en _por_ worden altijd gevolgd door de _onbepaalde wijs_,
+bijv.:
+
+Anstataux babiladi, laboru = Inplaats van te babbelen, werk.
+
+Mi venas por vidi = Ik kom om te zien.
+
+_Antaux ol_ kan gevolgd worden door de _onbep. wijs_, en door de
+_aant. wijs_, bijv.:
+
+Antaux ol foriri, li diris: = Alvorens weg te gaan, zei hij:
+
+Antaux ol li foriris, li diris: = Alvorens hij weg ging, zei hij:
+
+_Se_ wordt gevolgd door de _voorwaardelijke wijs_, wanneer men
+zich bevindt voor een twijfelachtige zaak, afhangende van een
+veronderstelling of voorwaarde, bijv.:
+
+Se vi volus, vi estus felicxa = Indien gij wildet, zoudt gij gelukkig
+zijn.
+
+_Por ke_ wordt altijd gevolgd door de _aanvoegende wijs_, bijv.:
+Por ke oni rekompencu vin, konvenas, ke vi gxin meritu = Opdat men
+u beloone, betaamt het, dat gij het verdient.
+
+_Ke_ wordt gevolgd door de _aanvoegende wijs_, wanneer de werking
+of de toestand afhangt van _een bede_, _den wil_, _de begeerte_,
+_de noodzakelijkheid_, _de betamelijkheid_ of _de verdienste_, door
+het voorafgaande w. w. uitgedrukt, bijv.:
+
+Vi meritas, ke oni pendigu vin = Gij verdient, dat men u ophange.
+
+Aanmerking: De voegwoorden, evenals de betrekkelijke voornaamwoorden,
+worden altijd door een komma voorafgegaan. Het is in 't Esperanto
+regel, in den zin een komma te plaatsen, waar die ook in 't
+Nederlandsch voorkomt.
+
+Wanneer het voorzetsel _zonder_ gevolgd wordt door de onbepaalde wijs,
+dan wordt het vertaald door _ne_ met het deelwoord, bijv.:
+
+Zonder te groeten ging hij heen = Ne salutante, li foriris.
+
+Uitdrukkingen met _dan ook_, zooals: _wie dan ook_, _wat dan ook_,
+_waar dan ook_, worden vertaald door _ajn_, bijv.:
+
+Kiu ajn faros gxin = Wie het (dan) ook zal doen.
+
+Kion ajn vi faros = Wat gij (dan) ook zult doen.
+
+Kie ajn vi estos = Waar gij (dan) ook zult zijn.
+
+_Voorvoegsels_ _pra-_ en _eks-_.
+
+_Pra-_ heeft een oorsprong aangevende beteekenis, meestal betrekking
+hebbend op vervlogen tijden. Het kan beteekenen oer-, voor-, oud-
+en achter-, bijv.:
+
+pratempo = oertijd; pragepatroj = voorouders; pranepo =
+achterkleinzoon; praonklino = oudtante.
+
+_Eks-_ beteekent voormalig, gewezen, oud, ex, bijv.:
+
+
+ ekskapitano = voormalig kapitein.
+ eksinstruisto = gewezen onderwijzer.
+ eksmembro = oudlid.
+ eksministro = exminister.
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ Dio God
+ universo heelal
+ globo aardbol
+ mondo wereld
+ naturo natuur
+ astro hemellichaam
+ suno zon
+ radio straal
+ lumo licht
+ luno maan
+ stelo ster
+ cxielo hemel
+ aero lucht
+ horizonto gezichtseinder horizon
+ temperaturo luchtsgesteldheid
+ frosto vorst
+ negxo sneeuw
+ glacio ijs
+ nubo wolk
+ nebulo nevel, mist
+ fulmo weerlicht
+ vento wind
+ maro zee
+ lago meer
+ bordo oever, boord
+ insulo eiland
+ monto berg
+ valo dal, vallei
+ fonto fontein, bron
+ rivero rivier
+ konko schelp
+ greno graan of koren
+ ponto brug
+ vojo weg, baan
+ dezerto woestijn
+ trajno trein
+ besto dier, beest
+ leono leeuw
+ tigro tijger
+ lupo wolf
+ vulpo vos
+ azeno ezel
+ aglo arend
+ korvo raaf
+ alauxdo leeuwerik
+ papago papegaai
+ rano kikvorsch
+ vermo worm
+ serpento slang
+ insekto insect
+ abelo bij (insect)
+ araneo spin
+ formiko mier
+ musxo vlieg
+ papilio vlinder
+ promeni wandelen
+ fali vallen
+ droni verdrinken
+ parfumi welriekend maken, parfumeeren
+ penetri doordringen
+ dangxere gevaarlijk
+ for ver, weg
+ nepenetrebla ondoordringbaar
+
+
+
+
+Vertaling:
+
+Eksurbestro, praavo, praarbaro, praa, eksoficiro, malluma, malseka,
+leonino, tigrino, azenino, lageto, rivereto, bestego, insulano,
+montano, leonido, azenido, stelaro, negxero, glaciejo, glaciajxo,
+glaciigi, insularo.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Aanhoudende vorst, licht maken, donker maken, donker worden, waterval,
+stralen (w.w.), lichtstraal, beginnen te vriezen, slangenbeet,
+boekwinkel, boekhandelaar, adresseeren, afzender, slijpen (scherp
+maken), slijpsteen, mogelijk maken.
+
+
+Vertaling:
+
+Se li scius, ke mi estas tie cxi, li tuj venus al mi. Ordonu al li,
+ke li ne parolu. Se la lernanto scius bone sian lecionon, la instruisto
+lin ne punus. Estas necese, ke li venu. Kiam vi ekparolis, ni atendis
+auxdi ion novan, sed baldaux ni rimarkis ke ni trompigxis. Li foriris,
+ne salutante. Permesu, ke mi diru tiun malagrablan veron. Mi deziras
+ke vi tuj respondu. Antaux ol ekparoli, oni devas pripensi. Ni revenos
+de la urbo je la sesa. Por ke mi auxdu viajn vortojn, estas necese
+ke vi rediru ilin. Ne vidinte mian amikinon dum kvar jaroj, mi ne
+rekonis sxin. Gardu, infanoj, ekkriis la patrino, tie estas granda
+hundo, kiu mordos vin. Mi neniam permesos, ke vi eliros ankoraux tiel
+malfrue. Estas via devo ke vi restu hejme, kaj gardu la infanojn. Kiam
+la gardisto venis en la plej malproksima parto de la gxardeno, li
+auxdis ion, sed vidante nenion, li foriris. Kian ajn libron vi legas,
+legu atente. Vi devas foriri kien ajn. Li devas fari tion kiel ajn. Ne
+estas permesate diri gxin al kiu ajn. Donu al mi ion, kion ajn.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Opdat gij morgen niet te laat zult komen voor den eersten trein, zal
+ik u om 5 uur wekken. De arme vrouw, die uit honger een brood stal,
+werd door den rechter niet veroordeeld. De gevangene bracht den
+tijd van zijn gevangenschap door met lezen (lezende). Ik kon niet
+verhinderen, dat mijn broeder u beleedigde, maar gij zijt zelf de
+oorzaak daarvan. Ik deed den kunstenaar mijn hartelijke gelukwenschen
+en hij accepteerde ze vriendelijk. Wij geven niet aan bedelaars,
+die aan de deur komen. Indien men oud wordt, heeft men gaarne een
+vreedzaam tehuis. Ik ben u zeer dankbaar voor het geschenk, dat gij
+mij met mijn verjaardag hebt geschonken. Het is betreurenswaardig,
+dat gij zooveel uitgaat en zoo weinig aan uw werk denkt. Overdenk
+toch, dat gij nu den ouderdom hebt, op welken men het gemakkelijkst
+leert. Hij strooide de graankorrels naar alle kanten uit. Wilt gij de
+dienstbode nog eens roepen, het is noodig, dat ik haar iets beveel. Ik
+verzoek u dit te doen, hoe dan ook. Gij kunt het in de kamer zetten,
+waar dan ook. Een van u moet het gedaan hebben, wie dan ook. Gij moet
+uit den salon gaan, waarheen dan ook. Zoodra het kleine meisje haar
+vader zag aankomen, begon het te lachen.
+
+
+
+Lees- en Vertaaloefening:
+
+
+MIRINDAJxOJ.
+
+Okaze kunvenis kvar sinjoroj, grandaj majstroj kaj amantoj de
+mensogado. Longan tempon ili sidis silente, fine unu diras:--Cxu
+vi auxdis, kian sukceson havis Aramburo? Mi mem vidis, ke en la
+teatro estis tiel malvaste, ke oni ne povis aplauxdi en horizontala
+direkto, sed aplauxdis en vertikala.--Tre povas esti, diris la dua;
+kaj mi unu fojon estis en teatro, kaj prezentu al vi, tie estis tiel
+plenege, ke oni ne povis ridi en horizontala direkto, sed ridis en
+vertikala....--Cxio cxi estas malvera diris la tria; sed jen mi, kiam
+mi estis en Afriko, vidis negron tiel nigran, ke oni bezonis, por
+lin rigardi, ekbruligi kandelon.--Nu, tio cxi ankaux estas malvera,
+diris la kvara; sed jen mi, kiam mi estis en Anglujo, mi vidis tie
+maldikan frauxlinon, ke sxi bezonis du fojojn eniri la cxambron,
+por ke oni povu sxin rimarki.
+
+(_El Fundamenta Krestomatio_).
+
+
+
+
+
+CHAPTER 19
+
+Negentiende Les.
+
+
+
+Nog iets over het gebruik van voor- en achtervoegsels.
+
+
+Vóór- en achtervoegsels kunnen ook op zichzelf gebezigd worden, bijv.:
+
+ilo = werktuig; aro = verzameling; ano = lid; inda = waardig.
+
+Vóór- en achtervoegsels kunnen samen verbonden worden en dan nieuwe
+woorden vormen, bijv.:
+
+ilaro = gereedschap; ebligi = mogelijk maken; disigi = scheiden;
+fiigxi = zich verachtelijk maken; inaro = vrouwenschaar.
+
+Bij gebruik van _meerdere voorvoegsels tegelijk_ neme men in acht,
+dat het voorvoegsel, op welks beteekenis de nadruk moet gelegd
+worden, _vooraan_ moet staan, bijv.: bogepatroj = schoonouders, in
+tegenstelling met natuurlijke ouders, terwijl gebopatroj beteekent:
+schoonvader en schoonmoeder samen.
+
+Bij gebruik van _meerdere achtervoegsels tegelijk_ neme men in acht,
+dat het achtervoegsel, op welks beteekenis de nadruk valt, aan het
+_eind_ van het samengestelde woord komt, bijv.:
+
+arbareto = klein bosch.
+
+arbetaro = een bosch van kleine boomen.
+
+
+
+
+Bijvoeglijk naamwoord.
+
+
+Het bijv. n.w. kan in 't Esperanto zoowel vóór als achter het
+zelfst. n.w. geplaatst worden. Men kan dus evengoed zeggen:
+
+La viro batas la knabon malfelicxan, als
+
+La viro batas la malfelicxan knabon.
+
+Het bijvoeglijk n.w. volgt het zelfst. n.w. in getal en naamval en
+noemt men zoo'n bijv. n.w. _attributief_ gebruikt.
+
+Het bijv. n.w. kan ook _praedicatief_ gebruikt worden en dan krijgt
+het _wel_ den meervouds-, doch _niet_ den 4en naamvalsuitgang. Het
+wordt dan _altijd_ achter het zelfst. n.w. geplaatst, bijv.:
+
+La viro batas la knabon malfelicxa = De man slaat den jongen ongelukkig
+(d.w.z. dat hij ongelukkig wordt).
+
+Men krijgt dus de twee volgende vormen:
+
+Mi trovas la vinon bon_an_ = ik vind den goeden wijn.
+
+Mi trovas la vinon bon_a_ = ik vind den wijn goed (dat de wijn
+goed is).
+
+Wanneer een praedicatief gebruikt bijv. n.w. geen betrekking heeft
+op een zelfst. n.w. of een pers. v.n.w., doch op een werkwoord in
+de onbepaalde wijs of op een geheelen volzin, dan wordt het in 't
+Esperanto vertaald door een bijwoord, bijv.:
+
+Hier te staan is zeer gevaarlijk.
+
+Stari tie cxi estas tre dangxere.
+
+Het is goed dat gij komt.
+
+Estas bone, ke vi venas.
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ herbo gras
+ radiko wortel
+ brancxo tak
+ burgxono bot, knop
+ kverko eik
+ abio spar
+ nesto nest
+ arko boog
+ fero ijzer
+ vagono wagon
+ seka droog
+ klara klaar, helder
+ brila schitterend
+ ebena glad, effen, plat
+ profunda diep
+ fluida vloeibaar
+ krei scheppen
+ tondri donderen
+ flui vloeien
+ blovi blazen
+ amelo stijfsel
+ nacio natie, volksstam
+ gazeto krant
+ regularo reglement
+ kreto krijt
+ akno puist, pukkel
+ digo dijk, dam, wal
+ placo plein
+ monumento gedenkteeken
+ sentauxga ondeugend
+ valori waard zijn, geldig zijn
+ barakti trappelen, spartelen
+ ponardo dolk
+ tabulo schoolbord
+ ardeztabulo lei
+ vanta ijdel
+ taksi schatten, waardeeren
+ disciplo leerling, volgeling
+ fundo bodem
+ sekreto geheim
+ insulti beleedigen
+ apopleksio beroerte
+ signifi beteekenen
+ reciproke wederkeerig
+ hoko haak, angel
+ peni trachten
+ frost-sentema kouwelijk
+ komforto gerief, gemak
+ medalo medalje
+ kinino kinine
+ difekta defect
+ pilolo pil
+ frazo volzin
+ cxarlatano kwakzalver
+ sxmiri smeeren
+ dorloti vertroetelen
+ krocxi aanhaken, ophangen
+ supozi veronderstellen
+ raboti schaven
+ gvidi leiden
+ logi lokken
+ trafi treffen
+
+
+
+Vertaling:
+
+Malklareco, profundeco, profundegajxo, monteto, herbejo, aglonesto,
+vagonaro, universestro, maristo, maristaro, fervojo, blovilo, arego,
+geanaroj, malebligi, malsanetulo, malsanuleto, lauxdindulino, paletigi,
+videbleco, pruvebleco, bedauxrindege.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Vloeibaar maken, vloeibaar worden, duidelijk maken, verklaarbaar,
+vloeibaar te maken, schepper, beginnen te waaien, beginnen te donderen,
+weerschijn, schietboog, wegblazen, opvroolijken (vroolijk maken),
+de Esperantistenschaar, ziekenhuis, opnieuw vijand worden, opnieuw
+ziek worden.
+
+
+Vertaling:
+
+Promenante sur la strato, mi falis. La falinta viro ne povis sin
+levi. La pasinta tempo neniam revenos. La policanoj kondukis la
+malliberulojn tra la stratoj. Vidante ke pluvegis ni kunprenis niajn
+pluvombrelojn. Salutinte la gesinjorojn, ni foriris. Ridetante li
+salutis min. Dirinte tion, li foriris el la cxambro. Kiam lernanto
+finis la studadon de Esperanto, venas al li la demando: Kian utilon
+havas por mi Esperanto? Pro la nebulo ni ne povis iri antauxen, sen
+timo fali en profundegajxon. Elirinte la domon, ni vidis ke la vetero
+estis tre malbela, blovegis kaj negxis, kaj la stratoj estis tre
+malpuraj kaj glataj. Hieraux estis jam mallume je la kvara, la negxo
+ekfalis kaj ekblovegis. Akvo estas klara fluidajxo. Vidinte la leonon
+kaj la tigron, la infano ekploris. Fermu la fenestron, cxar estas tre
+malvarme kaj mi estas tre frost-sentema. La sentauxga knabo prenis
+pecon da kreto kaj skribis sur la dorso de la maljunulo. La monumento
+staris sur la placo, kontraux la digo. En la lernejo vi povas trovi
+tabulon kaj ardeztabulojn. Li havas grandan aknon en la mezo de sia
+vizagxo. La cxarlatano diris ke la sxmirajxo, kiun li vendis, estis
+bona cxial. Li batis la cxevalon kripla. Li kolorigos la pordon verda.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+De aanhoudende vorst en de strenge koude dwingen ons thuis te
+blijven. Laten wij naar huis gaan, het wordt reeds donker. In den
+zomer, bij groote hitte en droogte, zien wij dikwijls, dat sommige
+riviertjes geheel droog zijn. Voor het raam van den boekhandelaar zagen
+wij verscheidene Esperantowerken en wij haastten ons den winkel binnen
+te gaan en er eenige te koopen. Gij adresseert dien brief niet goed. De
+persoon, aan wien gij schrijft, woont niet meer in die straat, daar
+hij verhuisd is. Hij zal de groene deur verven. Doe uw werk goed. Hij
+vond den weg goed. Het is noodig, dat de bediende de messen slijpt,
+want ze zijn zeer bot. Gij hebt gelijk, hij zou het gisteren reeds
+gedaan hebben, maar de slijpsteen was defect. Het is jammer, dat het
+slechte weer en de vuile weg het ons onmogelijk maken, om naar u toe te
+komen, want wij zouden gaarne het feest bijgewoond hebben. In de diepte
+van de zee liggen prachtige schelpen. De verschrikkelijke afgrond
+was zoo diep, dat wij den bodem niet konden zien. Ik veronderstel,
+dat gij weet wat het waard is. Een beroerte had hem getroffen. De
+timmerman schaaft het hout, totdat het glad is als een spiegel.
+
+
+
+Lees- en Vertaaloefening:
+
+
+LA KULERETO.
+
+En bona restoracio estas granda amaso da homoj, kiuj mangxas kaj
+trinkas. Apud du tabletoj, proksime de la enirejo, sidas du sinjoroj,
+unu jam nejuna kun friponeta vizagxo; antaux li sur la tablo staras
+malplena glaseto kaj telero kun duono da pantrancxo kun sxinko; la
+dua--juna homo, dande vestita, videble jxus sidigxinta apud la tableto;
+li detiris siajn sxamajn gantojn kaj disbutonumas la superveston. La
+nejuna sinjoro legas gazeton kaj de post gxi li de tempo al tempo
+cxirkauxrigardas la publikon.--Servanto! vokas la juna dando: tason
+da kafo kaj pastecxeton! Post kelkaj minutoj la servanto alportis. La
+juna homo komencas trinki la kafon, rigardas cxirkauxen sur cxiuj
+flankoj kaj subite kasxas la kulereton de sia kafo en la posxon. Tion
+cxi rimarkis la maljuna sinjoro. Li vokas la servanton. Tiu cxi aperas.
+
+_Dauxrigota._
+
+
+
+
+
+CHAPTER 20
+
+Twintigste Les.
+
+
+_Eenige nieuwe voor- en achtervoegsels._
+
+Uit de "Internacia Scienca Revuo" van December 1910 blijkt, dat de
+commissie voor het samenstellen van wetenschappelijke en technische
+woorden, de navolgende nieuwe voor- en achtervoegsels heeft aangenomen,
+n.l.:
+
+
+Het _voorvoegsel_ _hiper-_.
+
+Het hiermede samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent: doen op
+de uiterste, meest werkzame manier datgene, wat door het grondwoord
+wordt uitgedrukt, bijv.:
+
+saturi = verzadigen, hipersaturi = oververzadigen.
+
+flui = vloeien, hiperflui = overvloeien.
+
+
+Het _voorvoegsel_ _mis-_.
+
+Het hiermede samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent: slecht,
+verkeerd of bij vergissing doen datgene, wat het grondwoord aanduidt,
+bijv.:
+
+kompreni = verstaan, miskompreni = misverstaan.
+
+kunigi = verbinden, miskunigi = verkeerd verbinden.
+
+
+Het _voorvoegsel_ _retro-_.
+
+Het met _retro_ samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent het doen
+eener handeling of beweging, tegengesteld aan die, welke door het
+grondwoord wordt uitgedrukt, bijv.:
+
+iri = gaan, retroiri = teruggaan.
+
+doni = geven, retrodoni = teruggeven.
+
+Dit voorvoegsel is gemaakt ter voorkoming van verwarring met het
+voorvoegsel _re_, wat beteekent: opnieuw de handeling verrichten in
+het grondwoord uitgedrukt.
+
+
+Het _achtervoegsel_ _iv_.
+
+Het met _iv_ samengestelde woord (_bijv. n.w._) beteekent dat datgene,
+wat er nader door omschreven wordt, in staat is de handeling tot
+stand te brengen, door het grondwoord (altijd bedrijvend werkwoord)
+aangeduid, bijv.:
+
+konduki = geleiden, kondukiva = geleidend.
+
+izoli = isoleeren, izoliva = isoleerend.
+
+
+Het _achtervoegsel_ _iz_.
+
+Het hiermede samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent: (in
+werkelijkheid) insmeeren met, inwrijven met, voorzien van, bijv.:
+
+gudro = teer, gudrizi = teeren.
+
+oleo = olie, oleizi = olieën.
+
+In de figuurlijke beteekenis dient men evenwel het achtervoegsel _um_
+te gebruiken.
+
+
+Het _achtervoegsel_ _oid_.
+
+Het hiermede samengestelde woord (_bijv. n.w._) drukt uit dat datgene,
+wat omschreven wordt, een overeenkomstige vorm of aanzien van het
+grondwoord vertoont, bijv.:
+
+sfero = bol, sferoida = bolvormig.
+
+arbo = boom, arboida = op een boom gelijkend.
+
+
+Het _achtervoegsel_ _oz_.
+
+Het met _oz_ samengestelde woord (_bijv n.w._) beteekent dat datgene,
+wat er door uitgedrukt wordt, een zoodanige hoeveelheid bevat der
+stof, door het grondwoord aangeduid, dat daardoor de eigenschap of
+het aanzien verandert, bijv.:
+
+sxtono = steen, sxtonoza = steenhoudend.
+
+kalko = kalk, kalkoza = kalkhoudend.
+
+fero = ijzer, feroza = ijzerhoudend.
+
+
+
+Leer van buiten:
+
+
+ raso ras
+ rizo rijst
+ pelvo bekken, schaal, kom
+ metio ambacht, beroep
+ fenomeno verschijnsel
+ betulo berk
+ fantomo spook
+ cinamo kaneel
+ kavo kuil, holte
+ kliento klant
+ roso dauw
+ gazo gaas
+ vesperto vleermuis
+ falko valk
+ ehxo echo
+ simio aap
+ kalkano hiel
+ pensio pensioen
+ tombo graf
+ temo onderwerp
+ rimeno riem (leer)
+ apetito eetlust
+ deserto dessert, nagerecht
+ farmo hoeve
+ krepusko schemering
+ brido toom, teugel
+ fripono schurk
+ bukedo ruiker, bouquet
+ koto slijk, vuil
+ sxlimo modder
+ kulo mug
+ pugno vuist
+ limo grens
+ vipo zweep
+ aviatoro vliegenier
+ vosto staart
+ pecxo pek
+ bruto vee
+ celo doel
+ pasero musch
+ fazeolo boon
+ trabo balk
+ akcepti ontvangen
+ streko streep
+ leuxtenanto luitenant
+ modesta bescheiden
+ scivolema nieuwsgierig
+ nuntempe thans
+ freneza krankzinnig, gek
+ nuda naakt, bloot
+ griza grijs
+ nei ontkennen
+ cxarpenti timmeren
+ inciti prikkelen, tergen
+ sufoki verstikken
+ turmenti kwellen, pijnigen, martelen
+ vagi zwerven
+ bucxi slachten
+ fandi smelten, gieten
+ forgxi smeden
+ apogi leunen
+ tedi vervelen
+ civilizi beschaven
+ sonori klinken
+ fajli vijlen
+ pumpi pompen
+ plugi ploegen
+ linii linieeren
+ nomi noemen
+ kribri ziften, zeven
+ filtri filtreeren
+ erpi eggen
+ superi overtreffen
+ sveni bezwijmen
+ halti stilhouden, ophouden
+ grimpi klimmen
+ visxi vegen, wisschen
+ fosi graven
+ miksi mengen
+ enhavi bevatten
+ arogi aanmatigen
+
+
+
+Vertaling:
+
+Parfumisto, aera, brilo, brili, fluidajxo, fulmotondro, duoninsulo,
+cxielarko, sunkusxigxo, duonfrato, forgxisto, oroza, argxentoza,
+hipervarmigi, brulebla, bruliva, salizi, misauxdi, simioida, inferoida,
+retrodoni.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Vergulden, teruggaan, terugzenden, opnieuw zenden, terugbetalen,
+opnieuw betalen, zich belachelijk maken, een klein hongerig meisje,
+beschaving, krankzinnigheid, vervelend, schurkenstreek, muggebeet,
+bescheidenheid, ambachtsman.
+
+
+Vertaling:
+
+La patro dividis inter ili cxion, kion li posedis. Sxi metis glacion
+en mian glason. Mi jxus ricevis leteron de mia familio, kiu petas,
+ke mi tuj revenu hejmen. Sur la sxtuparon, kovritan per irtapisxo,
+la servistino faligis la malpuran akvon. Kvazaux morta sxi falis
+teren. En somero la salmoj nagxas en la riverojn; post kelkaj semajnoj
+ili renagxas en la maron. Ili foriris dum la suno jxetis sian lastan
+radiaron sur la kamparon. Laboradu, la laboro donas la plej certan
+renton. Sxi gajnis suficxe por vivi per kudrado, lavado aux ia alia
+laborado. Simio estas tre scivolema kaj gxi faras cxion, kion gxi
+vidas. Ne turmento viajn instruistojn, sed klopodu, kontentigi ilin
+per via laborado. En Hxindujo estas mangxata multe da rizo. Por jugxi
+juste, oni devas scii gxuste, kio okazis. La trompisto logis multe
+da klientoj, cxar li logxis en belega domo. Tiu malsagxa knabo metis
+pecon da pecxo en sian posxon. La hundeto kuris tien kaj reen (af
+en aan). Sxi rakontis la sekreton al unu el siaj fratinoj kaj tiam
+mi baldaux sciigxis. Oni devas aerumi, cxar oni preskaux sufokigxas
+tie cxi pro la fumo.
+
+
+Vertaal in Esperanto:
+
+Door kouvatten heeft zij haar stem verloren. Hij is een vervelende
+vent. De man zeept zijn gezicht in en scheert zich daarna. Wilt gij mij
+uw manchetknoopen laten zien? Ik verzocht eenigerlei opheldering. Zeep
+zal een neger niet wit maken. Laat Johan komen om mijn koffer te
+dragen. Men richtte in het park een standbeeld van den koning op. Om
+de bloemen te plukken, bukte hij zich voorover. Een driedubbele draad
+zal niet spoedig breken (vaneenscheuren). De arbeid maakt de menschen
+moede en de menschen, die werken, worden moede. Het meisje maakte hare
+wangen wit met krijt. Niet alle menschen hebben een edel karakter. Alle
+personen, die willen, kunnen zonder betaling binnengaan. Zwitserland
+zal altijd het mooiste land van Europa blijven. De vrouw zei, dat zij
+voorheen drie kinderen had, en nu geen enkel meer. Hij keek achterom
+en zag niemand. Als men tot hiertoe Esperanto geleerd heeft, moet
+men ook verder studeeren. Denk er om dat de examens voor Esperanto
+jaarlijks moeilijker worden.
+
+
+
+
+Lees- en Vertaaloefening:
+
+
+LA KULERETO.
+
+(Dauxro kaj fino).
+
+Tason da kafo kaj pastecxeton! La postulitajxo estas alportita. La
+sinjoro mangxas.--Se vi volas, mi montros al vi jxonglon, li diras
+al la servanto, alvokinte lin. La servanto ridetas.--Rigardu: cxu tio
+cxi estas kulereto?--Jes, sinjoro.--Kie do gxi estas nun? demandis la
+sinjoro, rapide kasxante la kulereton en la posxon.--En via posxo.--Ne,
+ne en la mia, sed en la posxo de tiu cxi juna sinjoro. La servanto,
+senvole returnas sin al la dando. Tiu cxi suprensaltas.--Volu,
+sinjoro, elpreni la kulereton el via posxo, turnas sin al li la
+nejuna homo. Vole-ne-vole la dando ensxovas la manon en la posxon
+kaj eltiras la kulereton.--Nu, vi estas vera jxonglisto, li rimarkas
+konfuzite.--Jes. Prenu por la kafo; la brando estas pagita, diras la
+jxonglisto, jxetante moneron sur la tablon, kaj forigxas, akompanata
+per salutoj de la mirigita servanto kaj forportante la kasxitan
+kulereton.
+
+(_El Fundamenta Krestomatio._)
+
+
+
+
+
+
+
+
+Verkortingen.
+
+
+
+ e. = ekzemple = bijvoorbeeld.
+ k. a. = kaj aliaj = en anderen.
+ k. c. = kaj ceteraj = en overige.
+ k. s. = kaj similaj = en dergelijke.
+ i. a. = inter alie = onder anderen.
+ k. sekv. = kaj sekvantaj = en volgende.
+ k. t. p. = kaj tiel plu = en zoo voort, enz.
+ t. e. = tio estas = dat wil zeggen.
+ Do. = doktoro = dokter.
+ Fino. = frauxlino = mejuffrouw.
+ Po. = profesoro = professor.
+ So. = sinjoro = mijnheer.
+ Sino. = sinjorino = mevrouw.
+
+
+
+
+
+
+
+Herhalings-Oefeningen.
+
+
+
+1.
+
+Toen de politie kwam, gingen de menschen uiteen. Hij sprong op, hief
+een lied aan en liep weg. Ik zal dadelijk terugkomen. Het kind is bezig
+haar moeder te kussen. Hij doodde twee vijanden. Hij vulde het huis
+met rook. Het huis werd vol rook. De zeelucht maakt mij gezond. Ik
+moet hier weer genezen. Het stormde den geheelen nacht. Een vonk kan
+gevaarlijk zijn. Goede vriendschap is zeer aangenaam. Noch ik, noch
+hij heeft het gezien. De eetschaal was ledig. Dat boek is niet waard
+om gelezen te worden. Zijne woorden waren niet te begrijpen. Wees
+niet zoo vergeetachtig. Het zwaard moet in de schede zijn. Hebt
+gij dat ooit gehoord? Neen, nog nooit. Ik spreek van het kind. Het
+kind heeft zijn pen verloren. Haar vader is gestorven. Hebt gij een
+grooten hond en heeft hij mooie ooren? Opdat gij de kinderen niet
+zult wakker maken, is het noodig, dat gij niet zoo babbelt. Een
+honderdtal kinderen zijn in den tuin. 3 × 3 = 9, 3/4 × 3/4 = 9/16,
+1/3 × 1/3 = 1/9. Hoe laat is het? Half tien. Van die twee broeders
+is hij de grootste. Hij is de beste van al mijn vrienden. Dit huis
+is van steen gebouwd. De portier opende de deur voor mij. Gisteren
+werd de bedrieger bedrogen. De cursus zal 5 maanden duren. Verleden
+Zondag heeft hij mij bezocht. Het adresboek van Rotterdam is groot.
+
+
+
+2.
+
+Het boek, dat hier ligt, behoort aan mijn broeder, die nu ziek is. Ik
+heb hem nog niet gezien, maar hij zal spoedig komen. Waar gaat gij
+heen? De suikerpot is op de tafel, maar er is geen suiker in. Het
+wordt reeds avond en het weer is koud; laten wij naar binnen gaan. De
+zon begon reeds onder te gaan, maar het was nog zeer warm. Het werk
+maakte mij moede, daarom ging ik spoedig naar bed. Het feest begon,
+zoodra het bestuur aangekomen was. Hij woont tegenover de kerk in
+een groot huis. Volgens mijne meening is het wonen hier gezond; een
+ziek mensch kan hier spoedig gezond worden. Ongeveer de helft van de
+vogels stierf van de koude; de overigen vlogen naar het Zuiden. De
+gierigaard vreest steeds, dat men zijne bezittingen zal stelen. De
+molenaar is een vriend van den wind, doch te veel wind is niet goed
+voor den molen. De oogarts is uit de stad; indien gij geholpen wilt
+worden, moet gij naar een anderen dokter gaan. Die man is 60 jaar
+oud, maar hij ziet er uit als een persoon van 40 jaar. Gij doet zeer
+verstandig, door zoo te handelen. Ik zal onderzoeken, wie van u allen
+dit gedaan heeft. Hij is een vriend van mij, daarom mag hij elken
+dag komen. Hij glimlachte, terwijl hij mij een hand gaf. Het aantal
+menschen, dat kan zwemmen, is zeer groot.
+
+
+
+3.
+
+Het is noodig, dat gij vlugger loopt, anders zult gij veel te laat op
+uw werk aankomen. Met de eene hand wees hij naar mij, terwijl hij de
+andere hand in den zak stak (metis). Eén van u allen heeft het gezegd,
+dat is zeker; nu zal ik moeten onderzoeken wie het gezegd heeft en
+dus de zondaar is. Een kers is een lekkere vrucht; het is jammer,
+dat men ze het geheele jaar niet kan koopen. Een pereboom is een
+boom, waaraan peren groeien. Mijn inktkoker brak in drie stukken en
+al de inkt viel op het boek. Zij verzorgt hare kinderen niet goed;
+de andere vrouw zorgt beter voor hare kinderen. Ik ben reeds dikwijls
+in Amsterdam geweest; het aantal malen is niet te raden. Hij verzekerde
+ons, dat alles, wat hij zei, de zuivere waarheid was, maar het was niet
+te bewijzen. Het is niet te wenschen, dat hij vóór 6 uur thuis komt,
+want zijn middagmaal moet nog klaar gemaakt worden. Door het slechte
+weer kon ik u niet vroeger bezoeken. Het geleende geld stelde mij in
+staat, zulke groote inkoopen te doen. Ik ben u dankbaar voor de hulp,
+welke gij mij gegeven hebt. De president van Frankrijk heeft verleden
+jaar ons land bezocht. Ik schreef aan den WelEd. Heer J. P. te Z.,
+alwaar ook mijn broeder woont. Ik weet niet of gij dat moet doen
+of ik. Of het morgen mooi weer is, of dat het regent, ik ga toch
+uit. Hij viel dood op den grond; wij droegen hem weg en waarschuwden
+zijne ouders. Zonder om te kijken, liep hij mij voorbij. Nieuwsgierige
+menschen kijken dikwijls om.
+
+
+
+
+
+4.
+
+Ik heb onder die menschen alles verdeeld, wat ik bezat. Oude menschen
+zijn zeer veranderlijk; zij willen nu eens dit, dan weer dat. De zieke
+was gedurende den geheelen dag omgeven door de geheele familie. Hoe
+minder geld hij heeft, hoe minder hij drinkt. Deze menschen wonen
+reeds drie jaar in een huis van steen. Heeft hij geen gelijk? Neen? In
+hoeverre heeft hij ongelijk? Van wien is deze beurs? Van niemand of
+van ieder? Voor den misdadiger staan overal netten, maar de hoofdzaak
+(cxefafero) is, hem er in te vangen. Het glas brak in vier stukken. Dat
+paard zal niet vlugger loopen, hoeveel gij het ook slaat. Evenals
+ik, heeft ook hij zijne gebreken, maar zij zijn niet te zien;
+evenwel zij zijn niet te wenschen. Wat 'n reus! Zóó groot ben ik
+niet. Dat is niet wenschelijk. Ik vrees, dat een of ander ongeluk
+hem overkomen is. Eenige uren geleden zag ik iemand op de straat; nu
+zie ik niemand meer. Bij slecht weêr zou men thuis moeten blijven,
+doch een politieagent kan dat niet doen. Dat is ongelukkig genoeg,
+want daardoor vatten zij dikwijls kou. Het hoofd van onze school is
+een zeer streng mensch, doch hij heeft goede eigenschappen en dat is
+te prijzen. Deze scheepskapitein drinkt veel brandewijn; hij houdt
+niet van koffie. Leer deze heele les van buiten. Ik eisch, dat gij
+vroeger naar uw werk gaat. Geef mij s.v.p. een geldstuk, opdat ik
+brood kan koopen en geen honger behoef te lijden. Ik gaf hem een korf
+vol mooie peren. Ik zal het hem zeggen, zoodra ik hem zie. Er valt
+een zandkorrel in mijn oog; met een beetje water kan hij er uit.
+
+
+
+5.
+
+De koningin kwam het eerst aan. Haar geheele gevolg zou den volgenden
+dag komen. Hare Majesteit de koningin groette een ieder beleefd en
+ook zij werd door een ieder beleefd gegroet. De nieuwgekozene gaf een
+feestmaal. De hond leschte (trankviligi) zijn dorst, maar hij bleef nog
+zeer warm en moede. Leer deze les van buiten, opdat gij geene fouten
+zult maken. De kerk staat in het midden van het dorp. Zij is lid van
+de Roomsch-Katholieke kerk (eklezio). Behalve vijf gulden betalen,
+moest hij ook nog vijf dagen in de gevangenis doorbrengen. Toen ik
+het boek gelezen had, bracht ik het weg. Deze man is arm; zijn zoon
+is nog armer en zijn neef is de armste van alle familieleden. Toen ik
+naar buiten ging, zag ik, dat het weêr mooi was. Verstandige menschen
+zeggen steeds de waarheid, maar moeten ook kunnen zwijgen. Zij moeten
+alleen dán spreken wanneer het noodig is, want het is dikwijls noodig,
+dat men zwijgt. Zenuwachtige menschen zeggen nu eens veel te veel,
+dan weer kunnen ze geen enkel woord uitspreken. Indien het noodig
+mocht zijn, zoo ben ik steeds bereid u te helpen. Toen ik hem een
+gulden gegeven had, ging hij naar huis, dus, toen hij van mij een
+gulden ontvangen had, zag ik hem niet weer. Er zijn menschen in
+deze wereld, die nooit tevreden zijn; hoeveel men hun ook geeft,
+zij klagen steeds. Allerlei menschen gingen naar het feest, zoowel
+arme als rijke. Ik keek naar boven en zag drie vogels, welke boven
+op het dak zaten, terwijl vier vogels over het dak vlogen.
+
+
+
+6.
+
+Overal zocht ik een rijtuig, doch nergens zag ik er een. Wat voor
+belooning moet ik hem geven? Wiens mes dit is, diens vriend ben ik. Het
+kind wilde niet gehoorzamen, daarom werd het gestraft. Men kan dat
+doen zonder iemands toestemming. De burgemeester van onze stad heeft
+ons gisteren bezocht. Die man is zeer medelijdend, hij geeft altijd
+aan arme menschen. Dat bevel is niet uitvoerbaar (te doen). Alles,
+wat gij zegt, is belachelijk. Halverwege bemerkte ik, dat ik geen
+geld bij mij had. Beveel haar, dat zij stil is. Dien hond te slaan
+is een kinderachtigheid en bedenk, dat ik niet van schurkenstreken
+(schurk = fripono) houd. Het kind werd rood van schaamte. Een mensen,
+dien men veel laat werken, wordt moede. Het fleschje brak, maar het
+water bleef er in. Laat Jan komen om mijn koffer te dragen. Gij handelt
+in strijd met uw plicht. Ik zal wachten tot zij gezongen hebben. Het
+kind wierp eenige steentjes in het water. Gij zult berouw hebben
+over die zaak. De bliksem trof het kasteel, welks toren direct in
+brand vloog. In het jaar 2000 zal de wereld vergaan (perei). Morgen om
+2.45 n.m. ga ik weg. Tien gedeeld door vijf is twee. Het is mooi weêr;
+zouden wij gaan wandelen? Neen laten wij rijden. Ik heb teveel broeders
+en zusters. Vandaag is het Vrijdag en morgen is het Zaterdag. Deze
+hond is niet te vertrouwen, hij bijt spoedig.
+
+
+
+7.
+
+Hoe minder hij arbeidt, zooveel te luier wordt hij. Waarom weet ik
+niet, maar toch lacht gij ergens om. Ik heb liever een glas wijn dan
+een wijnglas. Hij stond boven op den berg en keek naar beneden op het
+veld. Men hinderde mij zóó, dat ik mijn werk slecht maakte. De vader
+en zijn zoon gingen samen naar de kerk. Ik scheurde den brief aan
+stukken en strooide de stukken in alle hoeken van de kamer rond. Hij
+zeide dat hij mij niet gezien had, maar men kan hem slecht gelooven;
+men zegt dat hij een echte leugenaar is. Eerst ging ik naar Parijs,
+daarna naar Berlijn en eindelijk naar Antwerpen, doch nergens vond
+ik het verlorene terug. Als ik u morgen terug zie, zal ik zeer blij
+zijn, want het meest houd ik van oude goede vrienden. Door het lage
+water konden de schepen niet varen, de stuurlieden werden ontslagen
+en het overige scheepsvolk ontving pensioen. Gij allen zult getuigen
+zijn van de gebeurtenis, die plaats zal vinden (1 woord). Dat gezegde
+deed mij blozen, maar ik word niet gauw bang en liep niet weg. In
+hoeverre hij die belooning verdient, weet ik niet, maar ik verzeker u
+dat hij veel werkt, verbazend veel. Hij, die niet werkt, zal ook niet
+eten. Ik weet niet welke van die twee jongens de oudste is, maar ik
+geloof dat de grootste de jongste is. Het is mij onmogelijk, op zoo'n
+papier goed te schrijven, maar ik zal mijn best doen, opdat ik mij
+niet over mijn schrift behoef te schamen, en de menschen niet zullen
+zeggen: wat een slecht schrift (1 woord). Dat, wat mij niet raakt,
+zal mij niet ongerust maken. De man met wiens automobiel de dieven
+vluchtten, is nu gestorven; de misdadigers hadden hem bijna vermoord.
+
+
+
+8.
+
+Deze portier is een zeer sterke man; zijn voorganger was zeer zwak;
+ik zag hem eens vechten; hij viel op den grond en brak zijn been. De
+mijnwerkers moeten veel werken; schaapherders en politieagenten bijna
+nooit. Eene koe loopt vlug, een paard loopt vlugger, doch een hond
+loopt het vlugst. Nadat zij de appels gestolen hadden, gingen zij naar
+huis; zonder iets aan hunne ouders te zeggen, gingen zij naar bed,
+sliepen spoedig in en bleven rustig slapen tot 7 uur den volgenden
+morgen. Nadat het den halven dag had geregend, helderde de lucht
+op, de zon kwam te voorschijn en het weêr werd prachtig. Heden las
+ik een mooie vertaling van den brand te Scheveningen. De schrijver
+was verrukt over het prachtige gezicht, dat hij 's morgens aan het
+strand (vert. zeeoever) genoot en over het nog veel mooiere gezicht,
+dat hij 's avonds gedurende den brand waarnam. Weet gij wel, hoe
+laat het reeds is? Het is al kwart voor acht en de muziek begint
+om kwart over acht. Laten wij ons dus haasten, want ik verlang,
+dat gij het hoort. Toen ik het boek gelezen had, gaf ik het aan
+mijn zwager. Vroeger waren de menschen veel sterker dan in den
+tegenwoordigen tijd. Ik wensch, dat gij vroeger naar uw werk gaat; gij
+zijt altijd laat. Onze vroegere hoofdonderwijzer is nu hoofd der school
+in mijn geboorteplaats. In mijn tuin groeit een groote verscheidenheid
+van bloemen, maar de mooiste van allen is de roos. Vriendschap is zeer
+aangenaam, maar door een zoogenaamden vriend met een stok geslagen te
+worden, is geen bewijs van vriendschap. Hij is een groote schreeuwer;
+het schijnt, dat hij denkt, dat alle menschen doof zijn. Deze man heeft
+mooie appelboomen, maar indien gij iets moois wilt zien, ga naar mijn
+buurman, die heeft veel moois in den tuin. Om met een weegschaal te
+kunnen wegen, moet men gewichten hebben, opdat men het gewicht van
+een voorwerp kan bepalen.
+
+
+
+9.
+
+Ik zag eens een armen man. Al zijn kleeren waren versleten (verslijten
+= eluzi). Wat hij sprak kon niemand verstaan. Van overal kwamen
+kinderen aangeloopen om zoo'n vreemden man te zien. Ieder kind wilde
+hem het beste zien en gebruikte allerlei middelen, de anderen weg te
+drukken. Hij begon weer iets te spreken, maar daar hij te zacht sprak,
+kon men niets hooren. Iemand van de politie liep naar hem toe en vroeg
+hem, wie hij was, van waar hij kwam, hoe hij heette, wiens onderdaan
+hij was, waarom hij niet beter gekleed was, hoeveel kinderen hij had,
+wat zijn beroep was en wanneer hij hierheen gekomen was. De man keek
+den politieagent flink in de oogen en zei toen in het Esperanto: Ik
+spreek slechts de Spaansche taal en een weinig Esperanto. Gelukkig,
+zei de politieman, dat laatste spreek ik ook. Toen begon hij Esperanto
+te spreken en vroeg alles nog eens. Wat een geluk is dat voor mij,
+zeide de arme man; ergens ver van mijn vaderland met iemand te kunnen
+spreken. Daar, zeide hij, steeds wijzende naar het Zuiden, ligt mijn
+vaderland, mijn Spanje. Overal ben ik al geweest, doch nergens en
+nog nooit in zulke droevige omstandigheden als hier. Ik heb veel
+geld bij mij; ik zal u alles geven, zoodat ik niets overhoud. Zoo
+arm als gij misschien denkt, ben ik niet, doch ik heb een voorgevoel
+(antauxsento) dat men mij om de een of andere reden het geld zal
+ontrooven (forrabi). Op de een of andere manier zal men misschien
+trachten dit te doen. Ik ben echter niemands vijand, ik heb totaal
+geen vijand, daarom kan het gebeuren, dat men mij heelemaal geen
+kwaad doet. Maar ik zal uwe vragen beantwoorden.
+
+Ik ben een spaansch hoveling. Gij kent koning Alfonso? Nu, diens
+onderdaan ben ik. Om geen enkele reden zal ik voor u de waarheid
+verzwijgen. Ik had een of andere boodschap voor den koning van
+Denemarken. Wegens de spoorwegstaking kon ik Madrid op geen enkele
+manier verlaten en op last van den koning moest ik op elke manier
+trachten, Madrid te verlaten. Ik deed mijn best, want de koning wordt
+overal direct boos om, en ik moest een geldzending overbrengen. Ik
+verliet Madrid door middel van een luchtballon (aerostato), hopende
+te kunnen landen (surterigxi) daar, waar geen staking heerschte. Ik
+nam geen voedsel mee en droeg mijn beste kleeren. De ballon daalde
+niet, voordat ik deze stad bereikte. Ginds nabij dat kleine huis
+ben ik geland. De menschen beroofden mij van al mijn kleeren en
+gaven mij deze vodden terug en ook het geld. Daarom heb ik zooveel
+geld bij mij. Ik verzeker u, ik ben een ieders vriend en wil niets
+kwaads doen. Mag ik om iemands hulp verzoeken? Natuurlijk, zeide de
+politieman en leidde den man, die beefde van koude, honger en dorst,
+naar het politiebureau, waar men voor alles zorgde.
+
+
+
+
+10.
+
+Toen wij het huis bereikt hadden gingen wij naar binnen. Aan den boom
+had hij een touw gebonden. Hij was door het leven wakker geworden. De
+verwelkte bloemen liggen in den tuin (verwelken = velki). Zijn
+gezicht was rood geworden van schaamte. Hij had den drank vervloekt
+door te zeggen: "Vervloekte drank" (vervloeken = malbeni). Het blad
+(tabulo) van de tafel was geheel gebarsten. Ik had hem om 5 uur
+gewekt. Eindelijk was het huis bereikt. De geel geworden bladeren
+lagen op den grond. Hij was door het leven wakker gemaakt. Ik zou
+de vloer aangeveegd hebben, indien hij niet zoo bedekt geweest was
+met zand. Ik zou niet zoo dik geworden zijn, indien ik niet zoo veel
+geld verdiende. Gisteren zag ik mijn ouden buurman nog; die was zeer
+oud geworden. Dit huis is gebouwd in het jaar 1910; mijn broer zou
+het gebouwd hebben, maar werd ziek en het duurde te lang eer hij weer
+gezond werd. Zonder aan zijn kinderen te denken, ging hij in de herberg
+en dronk zooveel, tot hij dronken was. Daar ik hem niet gezien had,
+wist ik daar niets van. Ofschoon het weinig geregend had, waren de
+rivieren goed bevaarbaar. Men zegt dat in het buitenland hongersnood
+(malsatego) heerscht, maar ik heb daarvan niets gelezen. Evenwel,
+ik zou het ook niet gelezen kunnen hebben, want ik moet de courant
+nog ontvangen. De meeren in Holland zijn bijna allen drooggemaakt
+(senakvigi); maar toen de menschen ze drooggemaakt hadden, kon het
+land nog niet dadelijk bewerkt worden.
+
+
+
+
+
+
+ESPERANTO-EXAMENS 11 OCTOBER 1916.
+
+Opgave Examen A.
+
+
+_Ter vertaling_:
+
+
+ 1. Als de kat ziek was, zou ze niet eten.
+ 2. Uw huis is zeer oud, verkoop het.
+ 3. Een viertal musschen zat op het dak.
+ 4. Zij zeide het haar tweemaal.
+ 5. In den herfst is het niet meer zoo warm als in den zomer.
+ 6. Gij moet dat zoo goed mogelijk doen.
+ 7. De soldaten marcheerden zingende door het dorp.
+ 8. Vele gewonden sterven, verlaten op het veld.
+ 9. Een mes snijdt goed als het scherp is.
+ 10. Maria is de oudste van zijne zusters.
+ 11. Des morgens verschijnt de zon opnieuw.
+ 12. Ik herinner mij den naam van die bloem niet.
+ 13. De kat sprong van den stoel op de tafel.
+ 14. Wij reden (te paard) door een bosch waar de takken
+ voortdurend onze schouders raakten en de vogeltjes
+ voortdurend zongen tusschen de groene bladeren.
+ 15. Mijn dochtertje had een gulden gespaard.
+ 16. Te veel zout bederft het eten.
+ 17. Het geheugen verzwakt als men oud wordt.
+ 18. Die daad is zeer te betreuren.
+ 19. Zijn slecht schrift is niet te lezen.
+ 20. Hare voorouders leefden in Engeland.
+
+
+
+
+
+
+OVERZICHT KORELATIVOJ.
+
+
++--------------+-----------------------------------------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+
+| | KUNNEN VERANDEREN: | | | | | | Bezitter of |
+| |-----------------------------------------------| Plaats. | Reden | | Manier | | eigenaar. |
+| | Soort. | Onbenoemd | Bepaalde | | of | Tijd. | of | Hoeveelheid. | (Persoon of |
+| | Hoedanigheid. | ding. | persoon | | oorzaak. | | wijze. | | zaak). |
+| | | | of zaak. | | | | | | |
++--------------+---------------+---------------+---------------+---------------|---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+
+| | Ia | Io | Iu | Ie | Ial | Iam | Iel | Iom | Ies |
+|Grondwoorden. | de (het) een | iets, | iemand, | ergens, | ergens om, | eens, ooit, | op de een of | wat, | iemands, |
+| | of andere, | het een of | eenig, | op de een of | om de een of | op zekeren | andere wijze | 'n beetje, | van den een |
+| | een zekere, | het ander. | de een of | andere plaats.| andere reden. | tijd, op de | | een weinig, | of ander, |
+| | eenigerlei. | | andere persoon| | | een of andere | | iets. | van iets. |
+| | | | of zaak. | | | tijd. | | | |
+| | | | | | | | | | |
+| | Kia | Kio | Kiu | Kie | Kial | Kiam | Kiel | Kiom | Kies |
+|Vragend. | welke, | wat. | wie, die, | waar, | waarom, | wanneer, | hoe, op welke | hoeveel, | wiens, |
+|Betrekkelijk. | wat voor een, | | welke, dat, | op welke | om welke | op welke tijd,| manier, | welke | wier, |
+|Uitroepend. | welke soort | | dewelke. | plaats. | reden. | toen, als, | hoedanig, | hoeveelheid | van wie, |
+| | van. | | | | | zoodra. | als, zooals. | als. | welks. |
+| | | | | | | | | | |
+| | Tia | Tio | Tiu | Tie | Tial | Tiam | Tiel | Tiom | Ties |
+| | zoodanig, | dat. | die, dat, | daar, ginds, | daarom, | dan, toen, | zoo, | zooveel, | diens, |
+|Aanwijzend. | dusdanig, | | diegene. | op die plaats.| om die reden. | op dien tijd, | op die manier,| zulk een | dier, |
+| | dergelijk, | | | | | destijds. | derwijze. | hoeveelheid. | van die, |
+| | zulk een, | Tio cxi | Tiu cxi | Tie cxi | | | | | deszelfs. |
+| |zulk een soort.| dit. | dit. | hier. | | | | | |
+| | | | | | | | | | |
+| | Cxia | Cxio | Cxiu | Cxie | Cxial | Cxiam | Cxiel | Cxiom | Cxies |
+|Verdeelend. |elke soort van,| alles, | ieder, | overal, | overal om, | altijd, | op elke manier| alles, | ieders, |
+|Alles | iedere soort, | alle, | iedereen, | op alle | om elke reden.| ten allen | of wijze. | de gansche | elks, |
+|omvattend. | elk, | elk ding. | elk een. | plaatsen. | | tijde, steeds.| | hoeveelheid. | van ieder. |
+| | ieder. | | | | | | | | |
+| | | | | | Nenial | Neniam | Neniel | Neniom | Nenies |
+| | Nenia | Nenio | Neniu | Nenie | nergens om, | nooit, | geenszins, | niets, | niemands, |
+| | geen enkele | niets, | niemand, | nergens, | om geen | nimmer, | op geen enkele| niemendal. | van niemand. |
+|Ontkennend. | soort van, | niet een enkel| geen, |op geen enkele | enkele reden. | op geen enkel | manier, | | |
+| | geen enkel, | ding. | geen enkele. | plaats. | | oogenblik. | in 't geheel | | |
+| | geenerlei. | | | | | | niet. | | |
++--------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Evenals in 't Nederlandsch in _hij kan vliegen_, _hij wil
+schrijven_ de tijdvorm in slechts één werkwoord wordt uitgedrukt,
+gebeurt dit ook in 't Esperanto, dus _li povas flugi_, _li volas
+skribi_.
+
+[2] De uitgang _os_ wordt later verklaard.
+
+
+
+
+
+
+
+UITGAVEN VAN W. ZWAGERS TE ROTTERDAM.
+
+
+
+ESPERANTO-UITGAVEN.
+
+_A. BLOK._ HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN, bewerkt voor
+Zelfonderricht. Cursus en Schoolgebruik, _zevende druk_ ing. f
+ 1.10. gecart. f 1.65.
+
+_A. BLOK._ SLEUTEL OP HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN, ten behoeve
+van Zelfstudeerenden en Onderwijzers in Esperanto, _derde druk_
+f 0.50.
+
+_A. BLOK._ ESPERANTO-ZAKWOORDENBOEKJE.
+
+Esperanto-Nederl. en Nederl.-Esperanto f 0.55.
+
+Een populaire uitgave, waarin men de meest gebruikt wordende woorden
+en uitdrukkingen kan vinden. Het leent zich uitnemend om steeds bij
+zich te dragen.
+
+_MERKURIO_ (Rotterd. Esp.-Vereen.) HANDELSBRIEVENBOEK
+ESPERANTO-NEDERLANDSCH f 1.20.
+
+Voor _Vereenigingen_ gelden tevens de getalsprijzen: bij 5 ex. f 1.-,
+10 ex. f 0.90, 25 ex. f 0.85, 50 ex. f 0.80 per ex.
+
+Leden van Vereenigingen kunnen dus dit uitnemende boekwerk, waar
+alle soorten brieven, ook voor _particulier gebruik_, in voorkomen,
+bij gezamenlijke bestelling voor een beduldend lageren prijs bekomen.
+
+WAAR FAALT HET PLAN DER PACIFISTEN?
+
+Esperanto, fundament voor wereldvrede? 10 ct.
+
+
+
+UITGAVEN VAN W. ZWAGERS TE ROTTERDAM.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Het Esperanto in Twintig Lessen, by A. Blok
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN ***
+
+***** This file should be named 25841-8.txt or 25841-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/5/8/4/25841/
+
+Produced by David Starner, Jeroen Hellingman, and the
+Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.