diff options
Diffstat (limited to '25319-8.txt')
| -rw-r--r-- | 25319-8.txt | 4449 |
1 files changed, 4449 insertions, 0 deletions
diff --git a/25319-8.txt b/25319-8.txt new file mode 100644 index 0000000..a789126 --- /dev/null +++ b/25319-8.txt @@ -0,0 +1,4449 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Ongelikte Beer, by Jack London + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Ongelikte Beer + +Author: Jack London + +Translator: Anna Maria van Gogh-Kaulbach + +Release Date: May 3, 2008 [EBook #25319] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ONGELIKTE BEER *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + De Ongelikte Beer + + Door + + Jack London + + Geautoriseerde vertaling van + + Anna van Gogh-Kaulbach + + + + A.W. Bruna & Zoon Uitgevers Mij. + Utrecht + + + + + + + + + + +I. + + +Sam Stubener vloog zijn mail haastig en zonder veel aandacht +door. Als "manager" van prijs-boksers was hij gewend aan een +vreemde correspondentie vol afwisseling. Iedere bokser, ieder die er +stokpaardjes over 't boksen op nahield of er op eenigerlei wijze mede +in betrekking stond, ieder uitvinder van een nieuwe methode scheen hem +een of ander denkbeeld mee te willen deelen. Van ijselijke bedreigingen +tegen zijn leven af tot zachter dreigementen, zooals een stoot midden +in zijn gezicht, van betooverde konijnenpootjes tot gelukaanbrengende +hoefijzers, van vage aanbiedingen tot het kwart millioen dollars, +aangeboden door onbekenden, die er zelf niet verantwoordelijk +voor waren, kende hij alles wat de mail hem aan verrassingen kon +brengen. Nadat hij indertijd een scheermesaanzetter had ontvangen, +gemaakt uit de huid van een gelynchten neger en een vinger, die, +verschrompeld en in de zon gedroogd, afgesneden heette te zijn van +het lijk van een blanken man, gevonden in "De Doodsvallei", was hij +van oordeel, dat de postbode hem niets meer kon brengen, waardoor hij +in verbazing geraakte. Maar dezen morgen deed hij een brief open, dien +hij een tweeden keer doorlas, in zijn zak stak en er weer uit haalde om +hem voor de derde maal te lezen. De brief droeg het poststempel van een +of ander "nooit-van-gehoord" postkantoor in Siskiyou County en luidde: + + + Waarde Sam: + + U kent mij niet, behalve bij naam. U bent na mijn tijd gekomen + en 't is al lang geleden, dat ik uitkwam. Maar geloof gerust + dat ik niet geslapen heb. Ik heb alles gevolgd op boksgebied + en ik heb u gevolgd vanaf den tijd toen Kal Aufman u den + eindstoot gaf tot aan uw uitbrengen van Nat Belson onlangs + en ik moet zeggen, dat u de slimste manager bent, die ooit + uit het gebergte naar beneden kwam. + + Ik heb u een voorstel te doen. Ik heb hier de grootste + onbekende die ooit bestaan heeft. Dit is geen bluf. 't Is + echt waar. Wat denk je van een kerel, die de weegschaal laat + doorslaan tot tweehonderd en twintig pond boks-gewicht, twee + en twintig jaar oud is en een stoot kan toebrengen, tweemaal + zoo hard als ik in mijn besten tijd? Dat is hij, mijn jongen, + de Jonge Pat Glendon: onder dien naam zal hij vechten. Ik + heb alles al voor elkaar. Het beste wat u doen kunt, is den + eersten trein den beste te pakken en hiernaar toe te komen. + + Ik heb hem opgevoed en getraind. Alles wat ik ooit in mijn + hoofd heb gehad, heb ik in het zijne gehamerd. En misschien + geloof je 't niet, maar hij heeft er nog wat bij gedaan. Hij + is een geboren bokser. Hij is een wonder wat tijd en afstand + betreft. Hij kent de seconde en de duim zonder dat hij er aan + behoeft te denken. Zijn korte stoot is beter slaapmiddel dan + de zwaaistooten van de meeste lawaaimakers. + + Spreek over "de Hoop van het Blanke Ras." Dat is hij. Kom + en overtuig u. Toen u Jeffries uitbracht was u in de wolken + over zijn jagen. Kom hier en ik zal u jagen en visschen laten + zien, waarbij uw aanwinsten voor de film geen duit waard + zijn. Ik wil dat u Jonge Pat uitbrengt. Ik kan niet meer op + reis gaan. Daarom zend ik om u. Ik was van plan hem zelf uit + te brengen. Maar dat gaat niet. Tenslotte ga ik toch binnen + niet te langen tijd het hoekje om. Er zit voor u beiden een + fortuin in, maar ik wil graag zelf het contract opmaken. + + Hoogachtend, + + Pat Glendon. + + +Stubener wist niet wat te gelooven. Op het eerste gezicht scheen +het een grap--de mannen uit de bokswereld stonden bekend als +grappenmakers--en hij trachtte in het briefje vóór hem de mooie hand +van Carbett of de forsche vriendschappelijke poot van Fitzsimmons te +ontdekken. Maar als het briefje echt was, wist hij de zaak waard om +er zijn aandacht aan te schenken. Pat Glendon was van vóór zijn tijd, +ofschoon hij, toen hij pas kwam kijken, Oude Pat eens vriendschappelijk +had zien boksen, toen Jack Dempsey voor 't eerst uitkwam. Zelfs toen +werd hij Oude Pat genoemd en was al sinds jaren niet in den ring +gekomen. Hij was vóór Sullivan uitgekomen in de oude Londensche +Prijsgevechten, ofschoon zijn laatste, al zeer verzwakte ronde +gestreden werd volgens de Regels van den Markies van Queensberry, +die toen meer en meer veld wonnen. + +Welke prijsbokser had nooit van Pat Glendon gehoord?--ofschoon er +maar weinigen meer leefden die hem in zijn fleur gezien hadden en er +zelfs niet veel meer waren, die hem ooit gezien hadden. Doch zijn +naam had een plaats gevonden in de geschiedenis van de bokssport +en geen sport-lexicon was volledig zonder dien naam. Zijn roem +was paradoxaal. Niemand werd hooger vereerd en toch was hij nooit +kampioen geweest. Hij was ongelukkig geweest en stond bekend als de +onfortuinlijke bokser. + +Viermaal was het zwaargewicht kampioenschap hem ontgaan en telkens +had hij verdiend het te winnen. Daar was het gevecht op het schip +in de Baai van San-Francisco, toen hij op het oogenblik dat hij zijn +tegenstander onder zou krijgen, zijn onderarm brak; en op het eiland +in de Theems toen hij op het laatste oogenblik vóór de vloed opkwam, +flink om zich heen stootte en een been brak, ook weer toen hij den +strijd bijna gewonnen had; in Texas ook was een nooit te vergeten dag +geweest, toen de politie juist tusschen beiden kwam op het oogenblik +dat hij zijn tegenstander stellig geklopt zou hebben. En ten slotte +was er het gevecht in het Mechanic's Pavilion in San Francisco, toen +hij van begin af in het geheim werd tegengewerkt door een schoftigen +scheidsrechter, gerugsteund door een kleine kliek van rijke lui. Pat +Glendon had geen ongelukken gehad in dezen wedstrijd, maar toen hij +zijn tegenstander neergeveld had door een rechtschen tegen de kaak en +een linkschen tegen de solar plexus werd hij door den scheidsrechter +kalmweg gediskwalificeerd wegens oneerlijk stooten. Elke getuige +van den wedstrijd, elke sportexpert en de gansche sportwereld wist +dat er geen oneerlijkheid gepleegd was. Maar als alle prijsboksers +had Pat Glendon zich er toe verbonden, zich bij de uitspraak van den +scheidsrechter neer te leggen. Pat legde er zich bij neer en nam het +geval aan als behoorende bij de rest van zijn tegenspoed. + +Dit was Pat Glendon. De vraag die Stubener bezighield was of Pat +al of niet den brief had geschreven. Hij nam den brief mee naar de +stad. Wat is er geworden van Pat Glendon? Met deze vraag begroette +hij alle sportslui dien morgen. Niemand scheen het te weten. Enkelen +dachten dat hij dood moest zijn, maar niemand wist het zeker. De +sportredacteur van een ochtendblad keek de aanteekeningen door en +kon vaststellen, dat zijn dood niet aangeteekend was. + +Het was Tim Denovan die hem op weg hielp. + +"Wel neen, hij is niet dood," zei Denovan. "Hoe zou dat kunnen? een +man van zijn maaksel, die nooit heeft gedronken of geboemeld. Hij +heeft geld verdiend, en wat meer is, hij heeft 't bewaard en op +intrest gezet! + +Hij had immers drie tapperijen tegelijk. En toen hij ze verkocht, +heeft hij er 'n hoop geld mee verdiend! Nu ik er aan denk, dat was de +laatste keer dat ik hem zag, toen ze verkocht werden. Dat is twintig +jaar en meer geleden. Zijn vrouw was juist gestorven. Ik kwam hem +tegen toen hij koers zette naar de veerboot. + +"Waar ga jij heen ouwe jongen?" vroeg ik. "Naar de bosschen," zegt +ie. Ik ga der van tusschen. Goeiendag Tim, jongen. En ik heb hem +nooit weergezien na dien dag tot nu toe. Natuurlijk is ie niet dood." + +"Je zegt, toen zijn vrouw stierf--had hij ook kinderen?" vroeg +Stubener. + +"Eén, 'n baby. Hij wiegde het in zijn armen dienzelfden dag." + +"Was 't 'n jongen?" + +"Hoe kan ik dat weten?" + +Daarna kwam Sam Stubener tot een besluit en dienzelfden avond snelde +hij in een Pullmancar, naar de wilde streek van Noord-Californië. + + + + + +II. + + +In den vroegen morgen werd Stubener in Deer Lick uit den trein gezet +en hij kon zich een uur lang loopen vervelen eer de eenige tapperij +open ging. Neen, de tapperijhouder wist niets van Pat Glendon, +had nooit van hem gehoord en als hij in deze streek was, moest hij +ergens "boven" wonen. Ook de eenige kelner had nooit van Pat Glendon +gehoord. In het hotel heerschte dezelfde onwetendheid en eerst toen +de storehouder en de postmeester er bij kwamen, vond Stubener het +spoor. O ja, Pat Glendon woonde "boven". Je nam den postwagen naar +Alpine dat was veertig mijlen ver en een houthakkerskamp. Van Alpine +reed je te paard de Antilope-Vallei door tot voorbij den zijweg naar +de Beer-kreek. Pat Glendon woonde daar ergens achter. De menschen in +Alpine wisten het wel. Ja, er was een jongen, Pat. De man van de store +had hem gezien. Hij was twee jaar geleden in Deer Lick geweest. Oude +Pat had er zich in geen vijf jaar vertoond. Hij kocht in de store +wat hij noodig had en betaalde altijd met een chèque en hij was een +vreemde oude man met wit haar. Dat was alles wat de store-houder wist, +maar de lui in Alpine zouden Sam wel verder inlichten. + +Het zag er goed uit, vond Stubener. Zonder twijfel bestond er een +jonge Pat Glendon, en ook een oude, die "boven" woonde. + +Dien nacht bracht de manager door in het houthakkerskamp in Alpine +en den volgenden morgen vroeg reed hij een bergpad door in de +Antilope-Vallei. Hij reed den zijweg af tot langs de Beer-kreek. Hij +reed den geheelen dag door de meest woeste ruwe streek, die hij ooit +gezien had en tegen zonsondergang ging hij het Pinto-Dal in langs een +pad, zoo steil en smal, dat hij er meer dan eens de voorkeur aan gaf, +af te stijgen en te loopen. + +Het was elf uur toen hij afsteeg vóór een blokhuis en verwelkomd werd +door het geblaf van twee jachthonden. + +Toen deed Pat Glendon de deur open, viel hem om den hals en nam hem +mee naar binnen. + +"Ik wist dat je komen zoudt, Sam, mijn jongen," zeide Pat, terwijl +hij rondhinkte, een vuur aanmaakte, koffie kookte en een groote +beerenbout braadde. + +"De jongen is niet thuis vanavond. Ons vleesch raakte op en hij ging +tegen zonsondergang uit om een hert te snappen. Maar ik zeg niets +meer. Wacht tot je hem ziet. Morgenochtend is hij thuis en dan kan +je hem keuren. Daar zijn de handschoenen. Maar wacht tot je hem ziet. + +Wat mij betreft, met mij is 't gedaan. Eén en tachtig aanstaande +Januari en aardig flink voor een ex-bokser. Maar ik heb mezelf nooit +weggegooid, Sam, en nooit van den nacht een dag gemaakt en de kaars +aan twèe kanten laten opbranden. Ik had een verdomd goede kaars en heb +'m goed onderhouden, dat zal je moeten toegeven als je me ziet. En +ik heb m'n jongen hetzelfde geleerd. Wat denk je van een kerel van +twee en twintig, die nooit in zijn leven een borrel heeft gedronken +of tabak geproefd? Zoo is hij. Hij is een reus en hij heeft zijn +heele leven lang geleefd met de natuur. Wacht eens tot hij je op de +hertenjacht meeneemt. Jouw hart zal uit elkaar springen terwijl hij +er niets van merkt en dan draagt hij nog de geweren en een flinke +reebok er bij. Hij is een kind van de open lucht, winter noch zomer +heeft hij onder een dek geslapen. De wereld open vóór hem, zoo heb ik +'t hem geleerd. Het eenige, wat me ongerust maakt is hoe hij 't maken +zal om in een huis te slapen en hoe hij de tabaksrook in den ring +uit zal houden. 't Is een verschrikkelijk iets, die rook als je hard +vecht en naar lucht snakt. Maar nu genoeg Sam, beste jongen. Je bent +moe en zult wel willen slapen. Wacht tot je hem ziet, dat is alles +wat ik zeg. Wacht tot je hem ziet." Maar de praatzucht van den ouden +dag was over ouden Pat gekomen en het duurde lang eer hij Stubener +vrij liet zijn oogen dicht te doen. + +"Hij kan een hert op zijn eigen beenen voorbijloopen," begon +hij opnieuw. "'t Jagers-leven is de prachtigste oefening voor de +longen. Hij kent niet veel anders, ofschoon hij nu en dan een paar +boeken heeft gelezen en zoo'n beetje verzen. Hij is heelemaal zuiver en +natuurlijk, zooals je zien zult als je hem voor je oogen krijgt. Hij +heeft de oude Iersche kracht in zich. Soms, door de manier, waarop +hij rond loopt te dwalen, maak ik me sterk, dat hij in elfen en zulk +goedje gelooft. Hij is een liefhebber van de natuur, zoo groot als +er ooit een geweest is en hij is bang voor de stad. Hij heeft er over +gelezen, maar de grootste waar hij ooit geweest is, is Deer Lick. Hij +had een hekel aan al die menschen en hij vond ervan dat ze eens flink +uitgedund moesten worden. Dat was twee jaar geleden--de eerste en de +laatste keer dat hij een locomotief en een trein gezien heeft. + +Soms denk ik, dat ik er verkeerd aan doe, hem zoo als een natuurmensch +te laten opgroeien. Het heeft hem vlugheid gegeven en stevigte en de +kracht van een wilde stier. Geen stadsmensch kan in zijn schaduw staan. + +Ik wil toegeven dat Jeffries in zijn besten tijd den jongen een +beetje zou hebben kunnen uitputten, doch ook maar een beetje. De +jongen kon hem hebben gebroken als een strootje. En hij ziet er niet +naar uit. Dat is het eeuwigdurende wonder ervan. Op het oog lijkt hij +alleen maar een mooie jonge kerel, maar 't is de kwaliteit van zijn +spieren, die anders is dan bij anderen. Maar wacht tot je hem ziet, +dat is alles wat ik zeg. + +De jongen heeft een gekke voorliefde voor bloemen en een weidje, voor +een paar pijnboomen met de maan er achter, een winderige zonsondergang +of voor de zon 's morgens vanaf den top van de Baldy. En hij is er dol +op, een kruik of zoo'n ding te teekenen, en verzen op te dreunen van +"Lucifer in de nacht," uit de verzenboeken die hij van de roodharige +schooljuffrouw heeft gekregen. Maar dat is alleen omdat hij nog jong +is. Als we hem eenmaal aan den gang hebben zal hij heelemaal voor de +sport leven; maar pas op voor de sletten, als hij pas in de stad komt +te wonen. + +'n Goed ding is, dat hij schuw is voor vrouwen. Daar zal hij de +eerste jaren geen last van hebben. Hij kan er maar niet toe komen om +die schepsels te begrijpen en hij heeft er dan ook nog maar verdomd +weinig gezien. + +'t Was de schooljuffrouw ginds uit Samson's Flat, die de verzenboel +in zijn hoofd heeft gebracht. Ze was gewoon gek op de jongen, en +hij heeft er niks van geweten. Ze was een meid met gloeiend haar, +geen bergmeisje maar van beneden uit het vlakke land--en toen de tijd +verliep was ze wanhopig en zooals ze hem naliep, was onbeschaamd. En +wat denk je dat de jongen deed toen hij 't begon te begrijpen? Hij was +zoo schuw als een wild konijn. Hij nam dekens mee en ammunitie en trok +'t bosch in. 'n Maand lang kreeg ik hem niet te zien en toen sloop hij +binnen na donker en was 's morgens weer weg. Hij wou geen oog in haar +brieven slaan. "Verbrand ze," zei hij. En ik verbrandde ze. Tweemaal +kwam ze den heelen weg van Samson's Flat hier naar toe rijden en ik +had te doen met het jonge schepseltje. Ze was gewoon hongerig naar +den jongen, dat zag je op haar gezicht. En na drie maanden gaf zij +de school er aan en ging terug naar haar eigen land en toen kwam de +jongen van zijn gezwerf terug naar huis en bleef hier weer wonen. + +Vrouwen zijn de ondergang geweest van menigen goeden bokser, maar van +hem zullen zij 't niet zijn. Hij bloost als een meisje, wanneer iets +jongs in rokken een tweede keer naar hem kijkt of de eerste keer een +beetje lang. En ze kijken allemaal naar hem. Maar als hij vecht--als +hij vecht--God, dan staat de oude wilde Ier in hem op en zet zijn +vuisten aan. Niet dat hij buiten zichzelf raakt. Dat moet je niet +in je hoofd halen. In mijn besten tijd was ik nooit zoo kalm als +hij. Ik geloof, dat 't mijn drift was, die al die ongelukken over +me bracht. Maar hij is een ijsberg. Hij is heet en koud tegelijk, +een gloeiende klomp metaal in een kast van ijs." + +Stubener was ingedommeld toen het gepraat van den ouden man hem wakker +riep. Hij luisterde doezelig. + +"Ik heb een man van hem gemaakt, bij God! ik heb een man van +hem gemaakt met die twee vuisten van hem en zijn rechtrijzende +beenen en zijn oogen die recht vooruit zien. En ik ken 't boksen +in m'n hoofd en ik heb den tijd bijgehouden en al wat er veranderd +is tegenwoordig. De bukstand? Ja, hij kent alle stijlen en alle +manieren om zich te sparen. Hij beweegt zich nooit twee duimen als +anderhalve duim genoeg is. En als hij wil, kan hij springen als een +mannetjeskangaroe. Invechten? Wacht tot je 't ziet. Hij kon best +een partij tegen Peter Jackson gebokst hebben en was Corbett in zijn +besten tijd de baas. + +Ik zeg je, ik heb 't hem allemaal geleerd tot de kleinste handgrepen +toe en hij heeft de lessen nog verbeterd. Hij is een waarachtig genie +in 't boksen. En hij heeft hier een hoop flinke bergkerels om het op +te probeeren. Ik leerde hem het fijnere en zij leerden hem den harden +stoot. Niets voorzichtigs of fijns is er aan hen. Brullende stieren +en dikke grizzly beren, dat zijn zij, die altijd willen vastgrijpen +of den ander ruw in het riet smijten. En hij speelt met hen. Man, +hoor je me?--hij speelt met hen zooals jij en ik met jonge hondjes +zouden spelen." + +Opnieuw werd Stubener wakker om den ouden man te hooren murmelen: + +"'t Grappigste is, dat hij het boksen niet ernstig neemt. 't Gaat +hem zoo gemakkelijk af dat hij denkt dat 't spel is. Maar wacht eens +tot hij een meester in 't vak geklopt heeft. Dat is alles wat ik zeg, +wacht. En je zult 't sap in die koude gomboom er uit zien spatten en +hij voert den mooisten wetenschappelijken stoot uit die je oogen ooit +gezien hebben." + +In de huiverachtige grauwte van den dageraad in de bergen werd Stubener +door ouden Pat uit zijn dekens gerold. + +"Hij komt 't pad langs," werd er heesch gefluisterd. + +"Sta op en sla voor 't eerst je oogen op den grootsten bokser die de +ring ooit gezien heeft, of in duizend jaar weer zal zien." + +De manager gluurde door de open deur terwijl hij zich den slaap uit +de zware oogen wreef en zag een jongen reus naar de open plek in +het bosch toekomen. In zijn ééne hand droeg hij een geweer, over +zijn schouder een zwaar hert, waaronder hij voortbewoog alsof het +geen gewicht had. Hij droeg een ruwe blauwe kiel en een wollen hemd, +dat openhing aan den hals. Een jas had hij niet en aan zijn voeten +droeg hij mocassins [1], in plaats van schoenen. Stubener merkte +op dat zijn gang gelijkmatig was en katachtig, zonder gedachten te +wekken aan zijn tweehonderd twintig pond gewicht, waar dat van het +hert nog bij kwam. De manager was bij den eersten blik onder den +indruk. De jonge man was zeker geweldig, maar Stubener voelde dat +er iets vreemds en ongemeens aan hem was. Hij was een nieuw type, +iets anders dan het gewone soort boksers. Hij scheen een wezen uit de +wildernis, meer een nachtelijke dwaalfiguur uit een of ander sprookje +of oude legende dan een jonge man uit de twintigste eeuw. + +Stubener ontdekte spoedig, dat de jonge Pat geen prater was. Hij +bevestigde de introductie van ouden Pat met een handdruk, maar zonder +woorden, en ging zwijgend het vuur aanmaken en voor het ontbijt +zorgen. Op zijn vaders direkte vragen antwoordde hij met een enkel +woord, zooals bijvoorbeeld toen hem gevraagd werd waar hij het hert +gesnapt had. + +"South Fork," was al wat hij antwoordde. + +"Elf mijlen de bergen in," legde de oude man met trots uit aan +Stubener, "en een pad waar je hart 't bij zou opgeven." + +Het ontbijt bestond uit zwarte koffie, zuurachtig brood, en een +geweldige hoeveelheid berenvleesch, boven het vuur geroosterd. De jonge +kerel at hier schrokkerig van en Stubener vermoedde, dat de beide +Glendons gewend waren aan een bijna uitsluitend vleesch-diëet. Oude +Pat was de eenige, die sprak, ofschoon hij eerst na afloop van den +maaltijd het onderwerp aansneed, dat hem 't naast aan 't hart lag. + +"Pat, jongen," begon hij, "je weet wie die heer is?" + +Jonge Pat knikte en wierp een vluchtigen, onderzoekenden blik op +den manager. + +"Hij zal je meenemen naar San Francisco." + +"Ik wou liever hier blijven, vader," was het antwoord. + +Stubener voelde een steek van teleurstelling. Ten slotte diende +het allemaal nergens toe. Dit was geen bokser die verlangde uit +te komen. Zijn forsche lichaamsbouw beteekende niets. 't Was niets +nieuws. 't Was een groote kerel, als gewoonlijk doorregen met vet. + +Maar de oude Keltische drift van ouden Pat laaide op en zijn stem +werd schor en gebiedend. + +"Je gaat naar de steden om te boksen, jongen. Daar heb ik je voor +getraind en je doet het." + +"All right," was het onverwachte antwoord, dat loom uit de diepe +borstkas opbromde. + +"En je vecht als de hel," voegde de oude man er bij. + +Opnieuw voelde Stubener zich teleurgesteld door het gemis aan vuur +en hartstocht in de oogen van den jongen man toen hij antwoordde: + +"All right. Wanneer gaan we?" + +"O, Sam moet eerst een beetje jagen en visschen en zich met jou meten +met de handschoenen." + +Hij keek naar Sam, die knikte. "Als je je eens uitkleedde en hem een +proefje gaf van wat je kunt." + +Een uur later zette Sam Stubener groote oogen op. Zelf ex-bokser +zwaargewicht, was hij een uitstekend beoordeelaar van boksers en hij +had er nooit een gezien die zoo voordeelig voor den dag kwam als hij +zijn kleeren uittrok. + +"Zie, hoe buigzaam hij is," zong oude Pat. "Dit is het echte. Let op +de lijn van de schouders en op zijn longen. Zuiver, alles zuiver tot +het laatste greintje. Je ziet een man voor je Sam, zooals er nooit een +geweest is. Geen spier van hem die vastzit. Geen gewichtentiller of +andere kunstenmakerij. Kijk de dikke spierbundels als slangen! zacht +en loom verloopen zij! En wacht tot je ze ziet opzwellen als een +ratelslang, gereed toe te springen. Hij is in dit gezegende oogenblik +gereed voor veertig ronden of voor honderd. Vooruit! Tijd!" + +Zij begonnen, ronden van drie minuten, met rusten van een minuut en Sam +Stubener wist dadelijk waar hij aan toe was. Hier was geen vetlaag, +geen loomheid, alleen een kalm, goedhartig spel van handschoenen en +behendige bewegingen met een plotseling spannen en een vaste scherpte +bij het toestooten, die naar hij wist alleen eigen waren aan geoefende +en talentvolle boksers. + +"Kalm aan, kalm aan," waarschuwde oude Pat. "Sam is niet meer wat +hij vroeger was." + +Dit prikkelde Sam, zooals de bedoeling was; en hij gebruikte zijn +meest beroemde handigheid en geliefkoosde stoot--een schijnbeweging +alsof hij vast wilde grijpen en een rechte stoot naar de maag. Maar +hoe snel ook uitgevoerd, jonge Pat zag den stoot aankomen, en ofschoon +deze raakte, week zijn lichaam achteruit. De tweede keer week zijn +lichaam niet. Toen de stoot aankwam, bewoog hij vooruit en draaide zijn +linkerheup naar voren om den stoot op te vangen. Het was slechts een +kwestie van een paar duim, maar de stoot werd er door gebroken. En +daarna kon Stubener doen wat hij wilde, zijn handschoen kwam niet +verder dan die heup. + +Stubener was in zijn tijd met sterke boksers in het strijdperk +getreden en had er een goeden naam weten op te houden. Maar hier +was geen kwestie van zijn naam ophouden. Jonge Pat speelde met hem +en waar hij vastgreep, deed hij Stubener zich voelen als een baby; +hij raakte hem schijnbaar steeds waar hij wilde, blokte en stootte met +meesterlijke nauwkeurigheid, terwijl hij nauwelijks op het bestaan van +den ander scheen te letten. Den halven tijd scheen jonge Pat door te +brengen met op een droomerige manier naar buiten naar het landschap +te staren. En juist hierdoor maakte Stubener een tweede fout. Hij +hield het voor een slimheid die oude Pat hem geleerd had, trachtte +met een korte armstoot aan te vallen, voelde zijn arm bliksemsnel +vast gekneld en kreeg een pijnlijken klap om beide ooren. + +"'t Instinct voor een stoot," murmelde de oude man. + +"'t Is hem niet bijgebracht, dat verzeker ik je. Hij is 'n genie. Hij +weet een stoot, zonder er naar te kijken; wanneer de stoot aankomt +en waar, de snelheid en afstand en of 't een goede is of niet. En +dat heb ik hem nooit geleerd. 't Is inspiratie. Hij is er mee geboren." + +Eens, bij 't vastgrijpen, sloeg de manager den achterkant van zijn +handschoen op den mond van jongen Pat; en er was iets oneerlijks in +de manier waarop hij het deed. Een oogenblik later, bij de volgende +greep, kreeg Sam de bovenkant van Pat's handschoen op zijn eigen +mond. Er was niets in van drift, maar de drukking, hoe loom die +ook was, bracht zijn hoofd naar achteren tot de gewrichten kraakten +en hij een oogenblik dacht dat zijn nek breken zou. Hij liet zijn +lichaam verslappen en zijn armen neervallen ten teeken dat de strijd +geëindigd was, voelde dadelijk verlichting en stond een oogenblik op +losse beenen te wankelen. + +"Hij is goed--hij is goed," hijgde hij en zijn oogen spraken de +bewondering uit, waar zijn adem voor te kort schoot. + +De oogen van ouden Pat blonken vochtig van trots en triomf. + +"En wat denk je dat er gebeuren zal als één van de gemeene lui zijn +knuisten op hem wil probeeren?" vroeg hij. + +Stubener's uitspraak luidde: "Hij zal hem doodmaken, stellig." + +"Neen, daar is hij te koelbloedig voor. Maar bezeeren zal hij hem +wel voor zijn vuilheid." + +"Laat ons het contract opmaken," zei de manager. + +"Wacht tot je heelemaal weet wat hij waard is," antwoordde de oude +Pat. "Ik wil royale bepalingen van je hebben. Ga met de jongen op +een hertenjacht over de heuvels en maak kennis met zijn longen en +zijn beenen. Dan zullen wij een stevig, goed geregeld contract maken." + +Stubener was twee dagen op de jachtpartij geweest en hij leerde alles +wat oude Pat beloofd had en meer dan dat en hij kwam terug als een +heel vermoeid en heel nederig man. De onbekendheid met de wereld van +den jongen man bracht den manager, die door de wol geverfd was, in +verbazing, maar hij had ontdekt dat de jongen zich niet voor den gek +liet houden. Ongerept als zijn geest was, onberoerd behalve door wat +zijn weinige ondervinding in het bergland hem geleerd had, gaf hij +ondanks dat bewijzen van natuurlijk intellect en scherpzinnigheid, +ver boven het middelmatige. In zekeren zin was hij een mysterie voor +Sam, die zijn volkomen gelijkmatigheid van humeur niet begreep. Niets +wond hem op of bracht hem in verwarring en zijn geduld en lijdzaamheid +waren als van geen ander. Hij vloekte nooit, zelfs niet met de luttele +flauwe krachtwoorden, die heel jonge jongens plegen te gebruiken. + +"Ik zou best kunnen vloeken als ik wou," had hij verklaard op een +vraag van zijn metgezel. "Maar ik denk niet dat ik 't ooit noodig +zal hebben. Als ik 't noodig heb, zal ik wel vloeken, denk ik." + +Oude Pat, die vast bleef bij zijn besluit, nam afscheid van hen in +het blokhuis. + +"'t Zal niet lang duren, Pat, jongen, of ik lees over je in de +couranten. Ik zou graag meegaan maar ik vrees dat ik tot m'n endje +in de bergen zal blijven." + +Toen trok de oude man den manager ter zijde en stormde bijna woest +op hem in. + +"Denk aan wat ik je allemaal van hem verteld heb. De jongen is +zuiver en hij is eerlijk. Hij weet niets van al het geknoei in de +bokswereld. Ik heb 't allemaal stil voor hem gehouden, dat zeg ik +je. Hij weet niet wat bedrog is. Hij weet alleen van de dapperheid en +het romantische en de glorie van het vechten en ik heb hem volgestopt +met verhalen over de oude helden van den ring, ofschoon dit hem maar +weinig in vuur heeft gebracht, dat weet God. Man, man, ik zeg je, dat +ik de boksberichten uit de couranten heb geknipt om ze voor hem weg +te houden--hij dacht dat ik ze noodig had voor mijn album. Hij weet +niet dat er lui zijn die afspraken maken en geld inleggen. Dus haal +hem nergens in waar het niet eerlijk toegaat. Maak den jongen niet +misselijk. Daarom heb ik die clausule in het contract gezet wanneer +het van nul en geener waarde wordt. Eén gemeenheid en het contract is +vanzelf verbroken. Geen vooraf afgesproken verdeeling van de buit; geen +geheime afspraken met de menschen van de bioscoop over den afstand. + +Der zit 'n hoop geld voor jullie allebei in. Maar speel eerlijk of +je bent alles kwijt. Begrepen?" + +"En wat je ook doet, neem je in acht voor de vrouwen," was de +afscheidswaarschuwing van ouden Pat, terwijl jonge Pat te paard zat +en plichtmatig de teugels inhield om te kunnen luisteren. "Vrouwen, +dat is dood en vervloeking, onthoud dat. Maar als je de ééne vindt, +de eenige ééne, houd haar dan vast. Die is meer waard dan roem en +geld. Maak dat je eerst zeker bent en als je zeker bent, laat haar dan +niet tusschen je vingers uitglippen. Grijp haar beet met je twee handen +en houd vast. Houd vast, al gaat de heele wereld aan flarden. Pat, +jongen, een goede vrouw is een goede vrouw. Dat is het eerste woord +en het laatste." + + + + + +III. + + +Toen hij eenmaal in San Francisco was, begonnen de moeilijkheden voor +Sam Stubener. Niet dat jonge Pat een lastig humeur had of dwars was, +zooals zijn vader had gevreesd. Integendeel, hij was verwonderlijk +zacht en vriendelijk. Maar hij had heimwee naar zijn geliefde +bergen. Daarbij was hij innerlijk ontsteld door de stad, ofschoon hij +schijnbaar onbewogen door de drukke straten liep als een roode Indiaan. + +"Ik ben hier gekomen om te boksen," begon hij toen de eerste week om +was. Waar is Jim Hanford?" Stubener floot. + +"Een eerste kampioen als hij, zou je niet aankijken," antwoordde +hij. "Ga eerst naam maken," zou hij zeggen. + +"Ik kan hem kloppen." + +"Maar dat weet het publiek niet. Als je hem klopte zou je +wereldkampioen zijn en niemand werd kampioen in zijn eersten strijd. + +"Ik wèl." + +"Maar het publiek weet dat niet, Pat. Ze zouden niet naar je komen +kijken. En 't is de menigte, die het geld binnen brengt en de gevulde +beurzen. Daarom zou Jim Hanford jou niet als tegenstander willen +hebben. Er zou niets aan zitten voor hem. Bovendien krijgt hij nu juist +drieduizend dollar per week in de vaudeville, met een contract voor +vijf en twintig weken. Denk je dat hij dat op zal geven om met een man +aan den gang te gaan van wien niemand ooit gehoord heeft? Eerst moet +je iets doen, een record maken. Je moet beginnen tegen de plaatselijke +boksertjes, waar niemand ooit van gehoord heeft--schooiertjes als +Chub Collins, Rough-House Kelly, en de Vliegende Hollander. Als je +die geklopt hebt, dan ben je nog maar één sport van de ladder op. Maar +daarna vlieg je de lucht in als een ballon." + +"Ik zal met de drie, die u opnoemt, allemaal achter elkaar in +denzelfden ring vechten," was Pat's besluit. "Maak de overeenkomst +op die manier." + +Stubener lachte. + +"Is dat niet goed? Denkt u dat ik ze niet kloppen kan?" + +"Ik weet dat je 't kunt," verzekerde Stubener. "Maar op die manier +kan geen overeenkomst gemaakt worden. Je moet tegen ieder op een +anderen tijd uitkomen. Bovendien, bedenk, dat ik alles weet van de +wedstrijden en dat ik je uitbreng. We moeten je er in werken en ik +ben mans genoeg om te weten hoe. Als wij geluk hebben, kan je in een +paar jaar bovenaan staan en kampioen zijn met een schep duiten." + +Pat zuchtte bij het vooruitzicht; toen leefde hij weer op. "En dan kan +ik mij terugtrekken en naar huis gaan naar den ouden man," zeide hij. + +Stubener was op het punt te antwoorden, maar hield zich in. Al was +dit kampioenmateriaal wat vreemd, hij vertrouwde dat het, als de top +bereikt was, in allen deele zou gelijken op al de anderen, die hem +vóór waren gegaan. Bovendien, twee jaar was nog een heel eind en er +was veel te doen in dien tusschentijd. + +Toen Pat de gewoonte begon aan te nemen, in zijn kamers op en neer +te loopen, terwijl hij eindelooze rijen boeken en romans uit de +bibliotheek las, zond Stubener hem naar buiten om in een boerderij +aan de Baai te wonen onder het waakzame oog van Spider Walsh. Na een +week fluisterde Spider, dat het karweitje dreigde te mislukken. Zijn +beschermeling was van tot het licht werd tot aan het duister weg over +de heuvels; hij zocht de stroomen af naar snoek, schoot kwartels en +konijnen, en vervolgde den éénen eenzamen, slimmen reebok, beroemd +omdat hij aan tien jagers had weten te ontsnappen, en de Spin werd +vadsig en lui terwijl zijn beschermeling in conditie bleef. + +Zooals Stubener verwacht had, werd zijn onbekende uitgelachen door +de managers van de boks-club. Waren de wouden niet vol onbekenden, +die altijd uitkwamen met 't idee dadelijk kampioen te worden? Een +inleidend partijtje, van vier ronden bijvoorbeeld--ja, daar wilden ze +wel op ingaan. Maar een ernstige match nooit. Stubener had besloten, +dat jonge Pat zijn debuut zou hebben in niets minder dan een ernstige +match, en door het prestige van zijn eigen naam kreeg hij het ten +laatste gedaan. Na lang aarzelen stemde de "Missionclub" er in toe dat +Pat Glendon vijftien ronden zou boksen met Rough-House Kelly voor een +beurs van één honderd dollars. Het was de gewoonte, dat jonge boksers +den naam aannamen van oude ring-helden, dus vermoedde niemand, dat +hij de zoon was van den grooten Pat Glendon en Stubener hield zijn +mond. Dat was een goede verrassingsbom om later te doen springen. + +Na een maand wachten kwam de avond van het gevecht. + +Stubener's angst was hevig. Zijn naam als manager stond er bij op het +spel, dat de jonge man een goed figuur zou maken en hij ontstelde, +toen hij zag hoe Pat, die vijf minuten stilletjes in een hoek zat, +zijn gezonden kleur verloor, terwijl zijn wangen ziekelijk geel-bleek +werden. + +"Moed houden jongen," zeide Stubener, hem op den schouder kloppend. "De +eerste keer in den ring is altijd vreemd en Kelly heeft er een handje +van, zijn tegenstander op hem te laten wachten, in de hoop dat hij +plankenkoorts zal krijgen." + +"Dat is 't niet," antwoordde Pat. "'t Is de tabaksrook. Daar ben ik +niet aan gewend en ik word er gewoon misselijk van." + +Zijn manager voelde een schok van verlichting. Een man, die misselijk +werd uit zenuwachtigheid, zou nooit overwinnen in 't prijs-gevecht, +al was hij ook zoo sterk als Simson. Maar tabaksrook ... daar moest +de jongen aan wennen, dat was al. + +Het binnenkomen van Jonge Pat in den ring werd in stilte aangezien, +maar toen Rough-House Kelly onder het touw doorkroop, werd hij met +luid gejuich begroet. Hij deed zijn naam geen oneer aan. + +Hij was een man met woest uitzicht, donker en harig met kolossale, +knoestige spieren, en volle tweehonderd pond gewicht. Pat keek +nieuwsgierig naar hem en werd beantwoord met een norschen blik. Nadat +beiden aan het publiek waren voorgesteld, drukten zij elkaar de +hand. En toen hunne handschoenen elkaar aanraakten, gromde Kelly iets +tusschen zijn tanden, zijn gezicht werd rood alsof hij woedend was +en hij mompelde: + +"Je hebt je zenuwen meegebracht." Hij slingerde Pat's hand ruw van +zich af en siste: "Ik zal je opvreten, schaap dat je bent!" + +Het publiek lachte om het gebaar en raadde al lachend naar wat Kelly +gezegd moest hebben. + +Toen hij, in zijn eigen hoek terug was en op den gong wachtte, keerde +Pat zich naar Stubener. + +"Waarom is hij boos op mij?" vroeg hij. + +"Hij is niet boos," antwoordde Stubener. "Zoo doet hij altijd; hij +probeert je bang te maken. Dat is een mondgevecht." + +"'t Is geen bokser," vond Pat en Stubener merkte met een snellen blik +op, dat zijne oogen even zacht blauw waren als gewoonlijk. + +"Pas op," waarschuwde de manager, toen de gong luidde voor de eerste +ronde en Pat opstond. "Hij is in staat op je af te komen als een +menscheneter." + +En als een menscheneter kwam Kelly op hem af, in wilde woede door +den ring stuivend. Pat, die op zijn loome wijze slechts een paar +passen vooruit had gedaan, nam het oogenblik waar dat de ander +aanviel, deed een zijstap en stootte zijn stijf gekromde rechterarm +op zij tegen diens kaak. Toen stond hij stil verbaasd te kijken. Het +gevecht was voorbij. Kelly was als een neergeslagen os op den grond +gevallen, en lag daar onbewegelijk terwijl de scheidsrechter, over +hem heen gebogen hardop de tien seconden telde in zijn oor, dat niet +hoorde. Toen Kelly's helpers naar hem toe kwamen om hem op te beuren, +was Pat hen vóór. + +Hij nam de zware onbewegelijke massa in zijn armen, droeg hem naar +zijn hoek en zette hem op den stoel en in de armen van zijn helpers. + +Een halve minuut later lichtte Kelly zijn hoofd op en zijne oogen +lodderden open. Hij keek versuft om zich heen en toen naar één van +zijn secondanten. + +"Wat is er gebeurd?" vroeg hij heesch. + +"Is 't dak op mij gevallen?" + + + + + +IV. + + +Als gevolg van zijn gevecht met Kelly, en hoewel de algemeene opinie +was, dat hij door een gelukkig toeval gewonnen had, werd Pat tegen +Rufe Mason uitgebracht. + +Dat had drie weken later plaats en het publiek van de Sierra Club in +Dreamland Rink zag niet precies wat er gebeurde. + +Rufe Mason was een zwaargewicht, en stond bekend voor zijn +slimheid. Toen de gong luidde voor de eerste ronde ontmoetten de +tegenstanders elkaar in het midden van den ring. + +Geen van beiden stormde in. Ook werd er geen stoot gewisseld. Zij +voelden langs elkaar heen, met gebogen armen en hunne handschoenen zoo +dicht bij elkaar dat zij elkander bijna raakten. Dat duurde misschien +vijf minuten. Toen gebeurde het en zoo haastig dat niet één onder +de honderd toeschouwers het zag. Rufe Mason deed een schijnstoot +rechts. Het was blijkbaar geen echte schijnstoot, maar een voeler, +een prikkelende dreiging van een mogelijken stoot. Op dit oogenblik +gaf Pat zijn stoot. Zij waren zoo dicht bij elkaar, dat de stoot van +nauwelijks acht duim afstand aankwam. Het was een korte stoot links +en ging vergezeld van een schouderdraai. Hij kwam recht op de punt +van de kin aan en het verbaasde publiek zag Rufe Mason's beenen onder +hem in elkaar zakken terwijl zijn lichaam op den grond zonk. Maar de +scheidsrechter had het gezien en hij kwam dadelijk naar voren om de +tien seconden te tellen. Weer droeg Pat zijn tegenstander naar zijn +hoek en het duurde tien minuten eer Rufe Mason, ondersteund door zijn +secondanten, in staat was met knikkende knieën en rollende glazige +oogen langs het verblufte, ongeloovige publiek de galerij af te loopen +naar zijn kleedkamer. + +"Geen wonder," zeide hij tot een reporter, "dat Rough-House Kelly +meende het dak op zijn hoofd te krijgen." + +Nadat Club Collins overwonnen was in de twaalfde seconde van de eerste +ronde van een vijftien-ronden-match, voelde Stubener zich gedrongen +met Pat te spreken. + +"Weet je hoe zij je nu noemen?" vroeg hij. + +Pat schudde het hoofd. + +"Eén--Stoot--Glendon." + +Pat glimlachte beleefd. 't Kon hem weinig schelen hoe hij genoemd +werd. Hij had een zekere hoeveelheid werk af te doen, dat hij moest +afmaken eer hij terug kon naar zijn bergen en hij deed het kalm af, +dat was al. + +"'t Gaat niet," ging zijn manager met onheilspellend hoofdschudden +voort. "Je kunt niet doorgaan met je tegenstanders zoo gauw neer te +stooten. Je moet hun meer tijd geven." + +"Ben ik hier dan niet om te boksen?" vroeg Pat verwonderd. + +Opnieuw schudde Stubener het hoofd. + +"Luister, Pat. Je bent sterk en moedig in het boksen. Sla niet al de +andere boksers neer. En 't is niet goed tegenover het publiek. Zij +willen wat zien voor hun geld. Bovendien zal niemand meer tegen je +willen uitkomen. Iedereen wordt afgeschrikt. En je kunt geen publiek +trekken met matches van tien minuten. Zeg zelf: zou jij een dollar +of vijf dollars betalen om tien seconden te zien boksen?" + +Pat was overtuigd en hij beloofde, zijn toekomstig publiek waar voor +hun geld te zullen geven, ofschoon hij erbij voegde, persoonlijk +liever te gaan visschen dan honderd ronden te zien boksen. + +Nog had Pat nergens werkelijk zijn bokskunst vertoond. De sportlui +uit de stad lachten als zijn naam werd genoemd. Die riep grappige +bokspartijen in het geheugen en de opmerking van Rough-House Kelly +over het dak. Niemand wist hoe Pat kon boksen. Ze hadden hem nooit +gezien. Waar was zijn adem, zijn lichaamssterkte, zijn behendigheid om +het vol te houden tegen ruwe tegenstanders in langdurigen afmattenden +kamp? Hij had niets getoond dan de kunst van een gelukkigen eindstoot +en een ontstellenden aanleg om door het toeval begunstigd te worden. + +Zoo gebeurde het, dat zijn vierde match gehouden zou worden tegen +Pete Sosso, een Portugeeschen bokser uit Butchertown, hoofdzakelijk +bekend om de verbazingwekkende slimmigheden, die hij in den ring +uithaalde. Pat trainde zich niet voor den strijd. In plaats daarvan +bracht hij een vluchtig en droevig bezoek aan de bergen om zijn vader +te begraven. Oude Pat had wel geweten, hoe het met zijn hart gesteld +was en het had hem plotseling begeven. + +Toen jonge Pat in San Francisco terug kwam, was de tijd zoo nauw +gemeten, dat hij dadelijk zijn reispak verwisselde voor zijn +bokskleeding en toen moest het publiek nog tien minuten wachten. + +"Denk er aan, geef hem een kans," waarschuwde Stubener toen hij door +de touwen kroop. Speel met hem, maar doe het in ernst. Laat hem tien +of twaalf ronden zijn gang gaan en sla hem dan neer." + +Pat gehoorzaamde de instructie en ofschoon het gemakkelijk genoeg +geweest zou zijn, Sosso dadelijk buiten gevecht te stellen, gaf het +hem, daar de ander zoo vol streken zat, handen vol werk hem zich van +'t lijf te houden zonder hem neer te slaan. Het was een mooie prestatie +en het publiek was verrukt. Sosso's aanvallen als een dwarrelwind, +zijn wilde schijnstooten, zijn instormen en terugtrekken, eischten +al Pat's kunst om zichzelf te beschermen en nog gelukte het hem niet, +geheel onbezeerd te ontsnappen. + +Stubener prees hem in de rustpoozen en alles zou goed gegaan zijn, +wanneer Sosso niet in de vierde ronde één van zijn prachtigste streken +had uitgespeeld. Pat had in een gunstig oogenblik een zijstoot tegen +Sosso's kaak gegeven, toen deze tot Pat's verbazing zijn handen liet +neervallen en achterwaarts wankelde, met rollende oogen, doorzakkende +en knikkende beenen, alsof hij bezwijmde. Pat begreep het niet! Het +was geen eindstoot geweest en toch was zijn tegenstander op het punt +op de mat te vallen. Pat liet zijn handen vallen en keek in verbazing +naar zijn wankelenden tegenstander. + +Sosso strompelde weg, viel bijna, herstelde zich en strompelde toen +weer schuins vooruit. + +Voor de eerste en de laatste maal in zijn boksersloopbaan was Pat +niet op zijn hoede. Hij ging op zij om den waggelenden man door te +laten. Terwijl hij nog strompelend liep, gaf Sosso plotseling een +rechtschen stoot. Pat kreeg hem midden op zijn kaak met een kracht, +die zijn tanden deed rammelen. + +Uit het publiek ging een gebrul van vreugde op. Maar Pat hoorde het +niet. Hij zag alleen Sosso voor zich tandeknarsend en uitdagend, in +'t minst niet bezwijmd. De slag had Pat bezeerd, doch veel meer was +hij woedend over de schurkenstreek. Al de woede, die zijn vader ooit +gevoeld had, laaide op in hem. Hij schudde zijn hoofd als om zich +te bevrijden van den schok van den slag en plantte zich vóór zijn +tegenstander. Alles gebeurde toen in één seconde. Met een schampstoot, +die zijn tegenstander uitlokte, stootte Pat de solar plexus, terwijl +hij bijna op hetzelfde oogenblik met zijn rechter een zijstoot tegen +de kaak gaf. De laatste slag belandde op Sosso's mond eer zijn lichaam +in den val op den grond sloeg. De clubdoktoren hadden een half uur +werk om hem bij te brengen. Daarna naaiden zij zijn kaak met elf +steken dicht en pakten hem in een ziekenwagen. + +"'t Spijt mij," zeide Pat tot zijn manager; "ik vrees, dat ik driftig +werd. Ik doe het nooit meer in den ring. Vader waarschuwde er mij +altijd voor. Ik wist niet dat ik zoo driftig kon worden, maar nu ik +'t weet, zal ik er voor oppassen." + +En Stubener geloofde hem. Hij kwam er langzamerhand toe, alles te +kunnen gelooven van zijn jongen beschermeling. + +"Je hebt het niet noodig je boos te maken," zeide hij; "je bent toch +altijd je tegenstander volkomen de baas." + +"Elke seconde en elken duim van de partij," gaf Pat toe. + +"En je kunt ze elk oogenblik dat je 't wilt kloppen." + +"Zeker kan ik dat. Ik wil niet bluffen. Maar ik schijn er de handigheid +voor te bezitten. Mijn oogen wijzen mij waar ik zijn moet en dan weet +ik altijd hoe ik daar moet komen, en tijd en afstand zijn mij als een +tweede natuur. Vader noemde het een gave, maar ik dacht dat hij me +vleide. Nu ik tegen deze mannen uit ben gekomen, geloof ik dat vader +gelijk had. Hij zei dat bij mij verstand en spieren samenwerkten." + +"Elke seconde en elken duim van de partij," herhaalde Stubener +peinzend. + +Pat knikte en Stubener, die vast in hem geloofde, had visioenen van +een gouden toekomst die ouden Pat uit zijn graf zouden hebben gehaald. + +"Denk er om, we moeten de menschen wat laten zien voor hun geld," zeide +hij. "Wij zullen onder elkaar bepalen, hoeveel ronden de match hebben +zal. Je volgende partij is met "Den Vliegenden Hollander." Als je +eens alle vijftien ronden afwerkte en hem in de laatste neersloeg? Dan +heb je meteen kans om te laten zien wat je kunt." + +"All right Sam," was het antwoord. + +"'t Zal een proef voor je zijn," waarschuwde Stubener. + +"Misschien lukt het je niet, hem in die laatste ronde te kloppen." + +"Luister." Pat wachtte een oogenblik om zijn belofte gewicht bij te +zetten en nam een deel van Longfellow in de hand. "Als 't mij niet +lukt, lees ik nooit meer verzen en dat zou wat zijn." + +"Voor jou wèl," riep zijn manager schaterend, "ofschoon ... wat je +in die rommel ziet ... dat gaat boven mijn verstand." + +Pat zuchtte, maar antwoordde niet. In zijn heele leven had hij maar +één mensch ontmoet, die om gedichten gaf, en dat was de roodharige +schooljuffrouw, voor wie hij naar de bosschen was gevlucht. + + + + + +V. + + +"Waar ga je naar toe?" vroeg Stubener verwonderd, terwijl hij op zijn +horloge keek. + +Pat, met zijn hand op de deurknop, bleef staan en keerde zich om. + +"Naar de Academie," zeide hij. "Daar is een professor, die vanavond +een lezing houdt over Browning en Browning is een schrijver, waar je +hulp bij noodig hebt. Soms denk ik, dat 't goed zou zijn als ik naar +de avondschool ging." + +"Maar groote goedheid, kerel!" riep de manager uit. "Je moet vanavond +uitkomen tegen den Vliegenden Hollander." + +"Dat weet ik wel. Maar ik kom geen oogenblik vroeger dan half tien +of kwart voor tienen in den ring. De lezing is om kwart over negen +afgeloopen. Als u zeker wilt zijn, kom dan even langs en neem me mee +in uw car." + +Stubener haalde met hulpeloos gebaar de schouders op. + +"U hoeft u niet ongerust te maken," verzekerde Pat. "Vader heeft +mij dikwijls gezegd, dat de ergste tijd juist was die laatste uren +vóór een match, en dat menige partij verloren werd, nadat iemand den +moed verloor in dien tijd, dat hij niets te doen had als denken en +zich angstig maken. Nu, voor mij hoeft u daarover nooit ongerust te +zijn. U moest blij zijn, dat ik naar een lezing kan gaan." + +En later op den avond, terwijl hij vijftien prachtige ronden voor zich +zag, grinnikte Stubener meer dan eens in zichzelf bij het denkbeeld, +wat het sport-publiek er wel van denken zou, als ze wisten dat de +prachtige jonge prijs-bokser zóó van een lezing over Browning in den +ring was gekomen. + +De Vliegende Hollander was een jonge Zweed, die een ongewonen +ijver voor het boksen bezat en gezegend was met een wonderlijk +uithoudingsvermogen. Hij rustte nooit, viel altijd aan en stormde +in en vocht van de ééne gongslag naar den andere. Bij de zwaaislagen +draaiden zijn armen rond als dorschvlegels, bij het invechten gaf hij +altijd schouderstooten of worstelde half en bracht stooten toe zoo +gauw hij maar een hand vrij kon krijgen. Van 't begin tot het einde +was hij een wervelwind, vandaar zijn naam. Zijn gebrek was gewis een +oordeel over tijd en afstand. Toch had hij heel wat partijen gewonnen +doordat bij de oneindige fusillade van stooten die hij toebracht, +er licht één in elk dozijn raak was. Pat, onder den strengen eisch, +zijn tegenstander niet neer te slaan, had zijn handen vol. En ofschoon +hij aan ernstig letsel ontkwam, kon hij toch niet geheel en al vrij +blijven van die eeuwig rondvliegende handschoenen. Maar 't was een +eerlijk gevecht en hij genoot ervan op zijn gemoedelijke wijze. + +"Zou je hem nu onder kunnen krijgen?" fluisterde Stubener hem in +'t oor in de minuut rust na de vijfde ronde." + +"Stellig," was Pat's antwoord. + +"Je weet, hij is nog nooit in den eindstoot neergeslagen," waarschuwde +Stubener een paar ronden later. + +"Dan ben ik bang, dat ik mijn knokkels zal moeten breken," glimlachte +Pat. "Ik weet welken stoot ik in me heb, en als ik daarmee raak, +moet er iets wijken. Als _hij_ 't niet is, dan mijn knokkels." + +"Denk je dat je er hem nu onder zoudt kunnen krijgen?" vroeg Stubener +aan het eind van de dertiende ronde. + +"Wanneer ik wil, zeg ik u." + +"Nu Pat, laat 't dan tot de vijftiende doorgaan." + +In de veertiende ronde overtrof de Vliegende Hollander zichzelf. Bij +den gongslag stormde hij door den ring naar den tegenovergestelden +hoek waar Pat langzaam op zijn beenen ging staan. Het publiek juichte, +want men wist, dat de Vliegende Hollander loskwam. Pat, die de zaak +van de grappige kant opnam, kwam op den inval, den verschrikkelijken +nooit-verslagene tegemoet te komen met een gansch lijdelijken afweer +en geen stoot toe te brengen. + +Gedurende de drie minuten wervelwind die volgden, deed hij geen stoot, +noch veinsde een stoot te zullen doen. Hij gaf een zeldzaam staal +van afweer, zijn neergebogen gezicht beschermend met zijn linker arm, +en zijn onderlichaam met zijn rechter; dan weer veranderend als het +aanvalspunt veranderde, zóó dat beide handschoenen aan weerskanten +van zijn gezicht werden gehouden of beide ellebogen en voorarmen +zijn maag beschutten; en steeds in beweging, schouderend of half +uitvallend naar zijn tegenstander om diens pogingen te verijdelen; +zelf stoote hij niet, noch dreigde te stooten, en nu en dan wankelde +hij door de kracht van de stormachtige stooten, die zijn afweer door +een duivelschen taptoe zochten te overwinnen. + +Zij, die vlak bij den ring zaten, zagen en waardeerden het, maar de +rest van het publiek stond als dol op, en brulde zijn toejuichingen +uit in de verkeerde meening dat Pat hulpeloos een verschrikkelijk pak +slaag opliep. Aan het eind van de ronde, ging het publiek zwijgend +weer zitten, terwijl Pat langzaam naar zijn hoek ging. Het was niet te +begrijpen. Hij had tot moes moeten zijn en er was hem niets overkomen. + +"Hoe krijg je hem neer?" vroeg Stubener angstig. + +"Binnen tien seconden," was Pat's geruste verzekering. "Let maar op." + +Er was niets van slimheid of streken bij. Toen de gong luidde en Pat +op zijn voeten sprong, was het hem ontwijfelbaar aan te zien dat +het hem voor de eerste maal in de partij, er om te doen was, zijn +tegenstander te kloppen. Geen enkele toeschouwer of hij begreep het en +de Vliegende Hollander las de aankondiging ook in Pats' uiterlijk en +toen zij in het midden van den ring tegenover elkaar kwamen te staan, +aarzelde hij voor 't eerst in zijn boksers-loopbaan. Gedurende een +deel van een seconde keken zij elkaar in gevechtshouding aan. Toen +sprong de Vliegende Hollander op zijn tegenstander toe en Pat, met +een op het juiste oogenblik toegebrachte rechts-zijdelingschen stoot, +deed hem neervallen in zijn sprong. + +Na dit gevecht begon Pat Glendon's vlucht naar den roem. De +sportmenschen en bladen sloegen acht op hem. Voor 't eerst was de +Vliegende Hollander neergeslagen. Zijn overwinnaar had bewezen een +heksenmeester in den afweer te zijn. Zijn vroegere overwinningen +waren geen toeval geweest. Hij had een stoot in beide handen. Reus die +hij was, zou hij 't ver brengen. De tijd was voor hem reeds voorbij, +schreef men, om zijn kracht te verspillen tegen derderangsboksers. + +Waar waren Ben Menzies, Rege Rede, Bill Tarwater en Ernest Lawson? 't +Werd tijd dat zij uitkwamen tegen dezen jongen beginner, die plotseling +getoond had een bokser te zijn waarmede te rekenen viel. Waar was +zijn manager, dat hij geen uitdagingen publiceerde? + +Toen was hij in één dag beroemd; want Stubener onthulde het geheim, +dat zijn beschermeling niemand anders was dan de zoon van Pat Glendon, +Oude Pat, den vroegeren held van den ring. "Jonge" Pat Glendon was +hij werkelijk gedoopt en sportlui en schrijvers zwermden om hem heen +om hem te bewonderen en te helpen en over hem te schrijven. + +Te beginnen met Ben Menzies en eindigend met Bill Tarwater daagde +hij de vier tweederangs-boksers uit, bevocht en versloeg hen. Om dit +te doen was hij gedwongen te reizen, daar de matches in Goldfield, +Denver, Texas en New-York plaats vonden. Om dit te volbrengen waren +maanden noodig, want de grootere matches waren niet zoo gemakkelijk te +regelen en de boksers zelf hadden meer tijd noodig om zich te trainen. + +Het tweede jaar zag hem uitkomen om het half dozijn groote boksers, +saamgegroept juist onder de zwaargewicht ladder, te bevechten en +te overwinnen. Hier op de top stond stevig geplant: "Groote" Jim +Hanford, de nooit verslagen wereld-kampioen. Hier langs de hoogste +sporten vorderde men langzamer, ofschoon Stubener onvermoeid was in +het publiceeren van uitdagingen en in het gebruiken van de critiek om +de boksers tot vechten te bewegen. Will King was in Engeland bezet +en Glendon volgde Tom Harrison halfweg de wereld rond om hem op den +boks-dag in Australië te verslaan. + +Maar de beurzen werden grooter en grooter. In plaats van een honderd +dollar, die zijn eerste gevechten hadden opgebracht, ontving hij nu +twintig tot dertig duizend dollar per gevecht, en even groote sommen +van de bioscoop-opnemers. Stubener nam zijn percenten als manager +van dit alles, volgens de bepalingen van het contract, door ouden +Pat opgemaakt en hij en Glendon waren, ondanks hun groote onkosten, +bezig rijk te worden. Dit vond zijn oorzaak, meer dan in iets anders, +in het solide leven dat zij leidden. Ze waren geen verkwisters. + +Stubener belegde zijn geld bij voorkeur in vaste goederen en zijn +bezittingen in San Francisco, bestaande uit étagewoningen en huizen met +appartementen, waren grooter dan Glendon ooit gedroomd had. Doch er was +een geheim syndicaat van gokkers die wel ten naastenbij konden raden, +hoe groot Stubeners bezittingen waren, omdat er ééne groote som na de +andere, waar Glendon nooit iets van hoorde, aan zijn manager betaald +werd door de filmopnemers. + +Stubeners gewichtigste taak was, de onschuld van zijn jongen gladiator +te behoeden. Moeielijk was dit niet. Glendon, die niets te maken had +met den zakenkant, stelde er weinig belang in. Bovendien bracht hij, +waar hij op zijn reizen ook kwam, zijn vrijen tijd door met jagen en +visschen. Hij kwam zelden in aanraking met de lui uit de sportwereld, +was buitengewoon schuw en gesloten en verkoos musea en verzenboeken +boven praatjes over sport. En aan zijn trainers en partners bij het +sparren was door den manager op het hart gedrukt, hun mond te houden +over de minste toespelingen op verdorvenheden van den ring. In elk +gevecht plaatste Stubener zich tusschen Glendon en de wereld. Hij werd +zelfs nooit geïnterviewd als in bijzijn van Stubener. Slechts ééns werd +aan Glendon een geheim aanbod gedaan. Het was vlak vóór zijn strijd +met Henderson en een aanbod van honderdduizend werd haastig gedaan in +vlug gefluisterde woorden in een hôtel-corridor. Het was gelukkig voor +den man, dat Pat zijn drift beheerschte en hem schouderophalend voorbij +liep zonder te antwoorden. Hij vertelde het aan Stubener, die zeide: + +"Het was maar gekheid, Pat. Ze probeerden je voor de mal te +houden." Hij merkte op hoe de blauwe oogen vonkten. "En misschien +erger dan dat. Als zij je hadden kunnen vangen, zou er een groot +sensatiebericht in de couranten zijn gekomen en 't was met je gedaan +geweest. Maar ik betwijfel dit. Zulke dingen gebeuren niet meer. 't +Is een legende, anders niet, die uit de vroegere geschiedenis van den +ring stamt. Vroeger werd er geknoeid maar geen bokser of manager, die +een goeden naam heeft, zou in dezen tijd zoo iets durven doen. Neen +Pat, de mannen in de bokswereld zijn even eerlijk en oprecht als +de beroeps-baseballspelers en iets eerlijkers en oprechters bestaat +er niet." + +En den geheelen tijd dat hij sprak wist Stubener, dat het aanstaande +gevecht met Henderson niet korter dan twaalf ronden zou duren--dit +ter wille van de film--en niet langer dan de veertiende ronde. En +bovendien wist hij, zoo groot was de inzet, dat Henderson zelfs +omgekocht was het niet langer dan tot de veertiende te laten duren. + +En Glendon, die er niet meer over aangesproken werd, zette de zaak +uit zijn hoofd en ging uit om den middag door de brengen met het +nemen van kleurphotografieën. + +De camera was zijn liefhebberij van den laatsten tijd. Omdat hij +van schilderijen hield, maar zelf niet schilderen kon, zocht hij +een hulpmiddel door te photografeeren. In zijn handkoffer was een +vak volgepakt met boeken over dit onderwerp en hij bracht vele uren +door in de donkere kamer om voor zichzelf proeven te nemen met de +verschillende processen. + +Nooit had er een groot bokser bestaan, die zoo los was van de +bokserswereld als hij. Omdat hij weinig wist te praten met de menschen, +die hij ontmoette, werd hij norsch en ongezellig genoemd en hieruit +ontstond een reputatie in de nieuwsbladen, die geen overdrijving was, +maar een volkomen misvatting. + +Volgens de gedrukte berichten, was zijn karakter dat van een +onspraakzame domme, ruwe kerel met spieren als een os, en een +baardeloos schrijvertje over sport gaf hem den bijnaam van "De +Ongelikte Beer". De naam sloeg in. De overige leden van de broederschap +namen hem met gejuich over en hierna verscheen Glendon's naam nooit +meer in druk zonder die bijvoeging. Dikwijls in een opschrift of onder +een photografie verscheen "De Ongelikte Beer", alleen in hoofdletters +en zonder aanhalingsteekens. De heele wereld wist wie die Beer was. Dat +maakte dat hij zich meer dan ooit in zichzelf opsloot, omdat hij een +bitter veroordeel tegen krantenmenschen koesterde. + +Wat het boksen zelf betreft, groeide zijn vroegere belangstelling +nog aan. De mannen tegen wie hij nu uitkwam, waren alles behalve +stumperts en de overwinning werd niet zoo gemakkelijk behaald. Het +waren boksers van naam en ondervinding en de eersten in den ring en +elke strijd was een probleem. Er waren gelegenheden waarbij het hem +onmogelijk bleek, hen buiten gevecht te stellen in de afgesproken +ronde. Zoo met Sulsberger, den reusachtigen Duitscher; hoe hij zich +ook inspande in de achttiende ronde, hij kreeg hem niet onder, in de +negentiende was het dezelfde geschiedenis en eerst in de twintigste +gelukte het hem door den afweer van den ander heen te breken en hem +te doen vallen. Glendon's groeiende vreugd in de bokssport bracht +ernstiger en langer training mede. + +Nooit overdrijvend en terwijl hij veel van zijn tijd doorbracht met +jagen over de heuvels, was hij practisch altijd in conditie en anders +dan bij zijn vader, werd zijn carrière niet belemmerd door ongelukkige +toevalligheden. Hij brak nooit een been of bezeerde ook maar een +knokkel. Een ding, dat Stubener met geheime vreugd opmerkte was, dat +zijn jonge bokser er niet meer van sprak, voor goed naar zijn bergen +terug te gaan als hij Jim Hanford het kampioenschap ontnomen had. + + + + + + +VI. + + +Het hoogte-punt van zijn loopbaan kwam snel naderbij. De groote +kampioen had in het publiek bekend gemaakt, dat hij bereid was tegen +Glendon uit te komen, zoo gauw deze laatste de drie of vier aspiranten +voor het kampioenschap die er tusschen stonden, overwonnen had. In zes +maanden slaagde Pat er in, Kid Mc Grath, Jack Mc Bride uit Philadelphia +te kloppen en alleen Nat Powers en Tom Cannem bleven nog over. + +En alles zou goed gegaan zijn, wanneer niet een zeker meisje uit de +voorname wereld het in haar hoofd had gekregen in de journalistiek te +gaan en wanneer Stubener niet toegestemd had in een interview met de +vrouwelijke reporter van de Courier Journal van San Francisco. Haar +werk was altijd onderteekend met den naam van Maud Sangster, en dit, +tusschen twee haakjes, was haar eigen naam. De Sangsters stonden +bekend als een rijke familie. De grondlegger van het geslacht, oude +Jacob Sangster, had zijn dekens opgenomen en was gaan werken als +knecht op een farm in het Westen. + +Hij had een onuitputtelijk borax-gebied ontdekt in Nevada en nadat +hij begonnen was het te ontginnen met behulp van muildieren, had +hij een spoorweg aangelegd voor het vervoer. Daarna had hij voor +de winst, met de borax gemaakt, honderden en duizenden vierkante +mijlen boschgrond gekocht in Californië, Oregon en Washington. Nog +later had hij de politiek gecombineerd met zaken, kocht staatslieden, +rechters en machines, en werd een held op 't gebied van gecombineerde +industrie. En daarna was hij gestorven vol eer en vol pessimisme, zijn +naam nalatend als een moddervlek, die toekomstige historieschrijvers +nog konden aandikken; tevens liet hij een paar honderd millioen na, +waar zijn vier zoons om konden kibbelen. De wettelijke, industriëele +en politieke gevechten die volgden, ergerden en vermaakten Californië +een generatie lang en bereikten hun toppunt in doodelijke haat tusschen +de vier zoons, die elkaar niet meer wilden kennen. + +De jongste, Theodore, kwam op middelbaren leeftijd tot inkeer, verkocht +zijn farms en zijn stallen met race-paarden en wierp zich in een strijd +tegen al de verderfelijke machten van zijn geboorteland, waartoe de +meeste millionairs behoorden, in een Don-Quichot-achtige poging het +te zuiveren van den smet er door den ouden Jacob Sangster opgeworpen. + +Maud Sangster was de oudste dochter van Theodore. Het geslacht der +Sangsters bracht geregeld twistzoekers voort onder de mannen en +schoonheden onder de vrouwen. En Maud was geen uitzondering op den +regel. Ook moest zij iets geërfd hebben van den lust naar avonturen, +den Sangsters eigen; want toen zij volwassen werd, had zij een +massa dingen gedaan, die voor een vrouw in haar positie niet te pas +kwamen. Eén geval uit tienduizend: zij was nog ongetrouwd gebleven. Zij +had Europa bezocht zonder een adellijk heer als echtgenoot mede +te brengen en had thuis een gansche stoet pretendenten uit haar +eigen kring afgewezen. Zij had liefhebberij in openlucht-sport: +won het tenniskampioenschap van den Staat; deed de wereld elke week +nieuwsgierig uitkijken naar nieuwe onconventioneele dingen van +haar, liep voor een weddenschap op tijd van San Mateo naar Santa +Cruz en veroorzaakte sensatie door bij een match polo te spelen in +een mannenteam. + +Onverwachts was zij zich voor kunst gaan interesseeren en hield er +een atelier op na in het Quartier Latin van San Francisco. + +Dit alles kwam er niet op aan vóór haar vaders plotselinge +bekeering. Aangelegd met een hartstochtelijk gevoel voor +onafhankelijkheid, terwijl zij nooit den man ontmoet had, aan wien +zij zich met vreugde zou onderwerpen en zij zich ergerde aan de +pretendenten naar haar hand, wees zij haar vaders bemoeiïngen +met haar manier van leven af en zette de kroon op al haar +maatschappelijke verkeerdheden door werk te gaan zoeken bij de +"Courier Journal." Begonnen met twintig dollars per week, was haar +salaris spoedig geklommen tot vijftig. Haar werk was voornamelijk +muziek-, tooneel- en kunst-critiek, ofschoon zij zich niet verheven +voelde boven gewone journalistieke artikelen, wanneer zij maar genoeg +interessants beloofden. Zoo versloeg zij het groote interview met +Morgan op een oogenblik, toen hij door een dozijn journalisten uit +New York op kleinzielige wijze bespot werd; ook daalde zij in een +duikerpak naar den bodem van den Golden Gate en vloog met Rood, +den manvogel toen hij alle records voor lang volgehouden vluchten +versloeg door Riverside te bereiken. + +Nu moet men niet denken, dat Maud Sangster een hoekige Amazone +was. Integendeel, zij was een tengere jonge vrouw van drie of vier +en twintig jaar, met grijze oogen en van middelmatige gestalte en +zij had buitengewoon kleine handen en voeten voor een vrouw, die aan +openlucht-sport deed en trouwens voor elk soort vrouw. Ook wist zij +veel beter dan de meeste sport-vrouwen liefelijk vrouwelijk te zijn. + +Het was op haar aanwijzing, dat zij van den uitgever de opdracht kreeg, +Pat Glendon te interviewen. Behalve dat zij eens Bob Fitzsimmons een +oogenblik had gezien in avondtoilet in Palace Grill, had zij nooit in +haar leven een prijs-bokser gezien. Zij was ook niet verlangend er een +te zien--ten minste zij had er niet naar verlangd totdat Jonge Pat +Glendon naar San Francisco kwam om zich te trainen voor zijn partij +met Nat Powers. Toen had zijn couranten-reputatie haar belangstelling +gewekt. De ongelikte Beer! die moest zeker de moeite waard zijn +om te zien. Uit wat zij over hem las, maakte zij op, dat hij een +man-monster moest zijn, ongelooflijk dom en met de kwaadaardigheid +en de woestheid van een beest uit de wildernis. Wel is waar bleek +dit alles niet uit de photo's, die van hem gepubliceerd werden, +maar wel bleek daaruit de reusachtige spierkracht, die verwacht kon +worden er mede samen te gaan. En zoo begaf zij zich, op het uur door +Stubener vastgesteld, en vergezeld van een photograaf voor het blad, +naar de training-appartementen in Cliff House. + +De eigenaar van de appartementen had moeite met Pat. Hij stribbelde +tegen. Met zijn ééne reusachtige been bengelend over den kant van +zijn leunstoel en Shakespeare's sonnetten op zijn knie, zat hij te +oreeren tegen de moderne vrouw. + +"Wat hebben zij met boksen te maken? vroeg hij. "Daar is haar plaats +niet. En wat weten zij ervan? De mannen zijn al slecht genoeg. Ik +ben geen heilige om aan te komen gapen. Die vrouw komt hier om zoo +iets van mij te maken. Ik heb mij nooit met de vrouwen bemoeid, die +bij de training-appartementen staan te wachten en 't kan mij niet +schelen of zij reporter is." + +"Maar zij is geen gewone reporter," wierp Stubener tegen. + +"Heb je wel eens van de Sangsters gehoord? millionairs!" Pat knikte. + +"Zij is er één van. Ze hoort tot de hoogste kringen en zoo. Als ze +wou kon ze met de Blingum's omgaan inplaats van voor haar brood te +werken. Haar oude is vijftig millioen waard zoo als hij een cent +waard is." + +"Waarom werkt zij dan aan een courant?--en neemt een of anderen armen +duivel een baantje af? + +"Zij en de oude zijn niet goed met elkaar, ze hebben ruzie gehad of +zoo iets, in den tijd toen hij San Francisco schoon begon te vegen. Zij +ging van hem weg. Dat is alles--ging uit huis en zocht een baantje. En +laat mij je één ding zeggen, Pat: ze kan Engelsch neerkrabbelen. Er +is geen pennelikker in 't land die haar aan kan als ze zich laat gaan." + +Pat begon belangstelling te toonen en Stubener sprak haastig voort. + +"Zij schrijft verzen ook--van die fijne liedjes, net als jij. Alleen +denk ik, dat de hare beter zijn, want zij heeft er eens een heel boek +vol van uitgegeven. En ze schrijft over het tooneel. Ze interviewt +elken grooten acteur, die hier op de planken komt." + +"Ik heb haar naam in de courant gezien," gaf Pat toe. + +"Natuurlijk. En 't is een eer voor je, Pat, dat zij je komt +interviewen. En 't geeft je niets geen last. Ik ben er bij en geef +zelf de meeste inlichtingen. Je weet, dat ik dat altijd gedaan heb." + +Pats oogen spraken dankbaarheid. + +"En nog iets Pat: vergeet niet, dat je je aan dat interview moèt +onderwerpen. 't Is een deel van je werk. 't Is een groote advertentie +en gratis. Wij kunnen 't niet koopen. Het interesseert de menschen, +trekt het publiek en het is het publiek, dat de groote ontvangsten +in je zak brengt." Hij zweeg en luisterde; keek op zijn horloge. "Ik +geloof, dat zij daar is. Ik zal haar wel zeggen, dat zij 't kort moet +maken; 't zal niet lang duren. In de deur keerde hij zich om. "En +wees beleefd, Pat. Houd je mond niet dicht als een klem. Praat een +beetje tegen haar als zij wat vraagt." + +Pat legde de sonnetten op tafel, nam een courant op en was schijnbaar +verdiept in den inhoud ervan, toen het tweetal de kamer binnenkwam +en hij opstond. + +De ontmoeting gaf een wederzijdschen schok. Toen de blauwe oogen de +grijze ontmoeten, was het bijna alsof de man en de vrouw triomfantelijk +elkaar iets toeriepen, alsof elk onverwachts iets had gevonden, dat +lang gezocht was. Doch dit duurde slechts een oogwenk. Ieder had in +den ander iets zoo totaal anders verwacht, dat in het volgend oogenblik +de heldere kreet van herkenning plaats maakte voor verlegenheid. + +Zooals gewoonlijk het geval is, was de vrouw de eerste, die haar +zelfbeheersching terug vond en zij deed het, zonder door eenig +uiterlijk teeken te verraden, dat zij die zelfbeheersching ooit +kwijt was geweest. Zij liep het grootste eind door van den afstand, +die hen scheidde, om bij Glendon te komen. Wat hem betreft, hij wist +nauwelijks hoe hij door de voorstelling heen stumperde. Dit was een +vrouw, een V.R.O.U.W. Hij had niet geweten, dat er zulk een wezen kon +bestaan. De weinige vrouwen, waar hij op gelet had, geleken in niets +op deze. Hij vroeg zich af, hoe het oordeel van ouden Pat over haar +geweest zou zijn, of zij de soort van vrouw was, aan wie zijn zoon zich +volgens zijn raad met beide handen vast moest klemmen. Hij bemerkte, +dat hij op een of andere wijze haar hand vasthield. Hij keek er naar, +nieuwsgierig en geboeid, verbaasd over de fijnheid ervan. + +_Zij_ daarentegen was er in geslaagd ook den naklank van dien +eersten helderen kreet tot zwijgen te brengen. Het was een vreemde +gewaarwording geweest, zich plotseling aangetrokken te voelen tot +een vreemden man: dat was al. Want was hij niet de Ongelikte Beer van +de prijsgevechten, het groote, boksende, massale mannetjes-dier, die +zijn kameraden van hetzelfde stomme soort neersloeg? Zij glimlachte +om de wijze waarop hij haar hand bleef vasthouden. + +"Ik wou mijn hand graag terug hebben, Mr. Glendon," zeide zij. "Ik +... ik heb 'm werkelijk noodig, ziet u." Hij keek haar aan zonder te +begrijpen, volgde haar blik naar de gevangen hand en liet haar los +op een plotselinge lompe manier, die hem het bloed in een duidelijk +zichtbare blos naar het gelaat dreef. + +Zij merkte den blos op en de gedachte schoot door haar hoofd dat hij +toch niet zoo'n phenomenale lomperd scheen te zijn als zij zich had +voorgesteld. Zij kon zich niet denken dat een beestmensch ergens over +zou blozen. En tevens deed het haar prettig aan, dat hem de radheid van +tong ontbrak om een verontschuldiging te mompelen. Doch de wijze waarop +hij haar met zijn oogen verslond, bracht haar in de war. Hij staarde +naar haar als in vervoering, terwijl zijn wangen àl rooder werden. + +In dien tijd had Stubener een stoel voor haar gehaald en Glendon liet +zich werktuigelijk in den zijne zakken. + +"Hij is in de beste conditie, Miss Sangster, in prachtige conditie," +zeide de manager. "Zoo is 't immers, nietwaar Pat? Je hebt je nooit +beter gevoeld?" + +De woorden hinderden Glendon. Zijn wenkbrauwen trokken zich samen +als in ergernis en hij antwoordde niet. + +"Ik heb er al lang naar uitgezien, u te ontmoeten, Mr. Glendon," +zeide Miss Sangster. "Ik heb nog nooit een vuistvechter geïnterviewd, +dus als ik niet met genoeg kennis van zaken spreek, zult u 't mij +wel willen vergeven, hoop ik." + +"Misschien zou het beter zijn, wanneer u begon met hem in actie te +zien," gaf de manager aan. "Terwijl hij zijn bokscostuum aantrekt, +kan ik u heel veel over hem vertellen--versch nieuws ook. We zullen +Walsh binnen roepen, Pat, en een paar ronden maken." + +"Daar gebeurt niets van," snauwde Pat ruw, juist op de wijze als een +Ongelikte Beer doen zou. Vooruit maar met het interview." + +Het interview begon slecht. Stubener praatte 't meest en gaf aan +waarover gesproken zou worden, hetgeen genoeg was om Maud Sangster boos +te maken, terwijl Pat uit zichzelf niets zeide. Zij bestudeerde zijn +fijngesneden gelaat, de oogen, helder blauw en ver van elkaar staande, +de goedgevormde neus, een arendsneus bijna, de vastgesloten, kuische +lippen, die iets mannelijk zachts hadden in de omgekrulde hoeken en +waar niets aan was, dat op boosaardigheid wees. Zijn uiterlijk was +bedriegelijk, besloot zij, als wat de couranten van hem vertelden, +waar was. Tevergeefs zocht zij naar kenmerken van een beestmensch. En +tevergeefs trachtte zij contact met hem te krijgen. Ten eerste wist +zij te weinig van prijsgevechten en den ring en zoodra zij haar lood +uitgooide, werd het door Stubener, die klaar stond met inlichtingen, +opgepikt. + +"'t Moet heel interessant zijn, het leven van een beroepsbokser," +zeide zij, en voegde er met een glimlach aan toe: "Ik wou, dat ik +er meer van wist. Zeg me: waarom vecht u?--O, behalve om geld. (Het +laatste tot Stubener.) Houdt u van boksen? Vuurt het u aan als u op +uw tegenstander los gaat? Ik weet niet goed, hoe ik moet uitdrukken +wat ik bedoel, dus u moet geduld met mij hebben." + +Pat en Stubener begonnen tegelijk te spreken, maar ditmaal duwde Pat +zijn manager weg. + +"Eerst gaf ik er niet om--" + +"Ja, ziet u, 't was zoo dood gemakkelijk voor hem," viel Stubener in. + +"Maar later," ging Pat voort, "toen ik tegenover de betere boksers +uitkwam, de werkelijk groote en knappe in het vak, waar mijn..." + +"Eer mee gemoeid was?" vulde zij aan. + +"Ja, dat is 't, waar mijn eer mee gemoeid was, toen ontdekte ik, dat ik +'t prettig vond--heel prettig zelfs. Ziet u, ofschoon iedere strijd +een soort van probleem voor mij is, dat ik met mijn verstand en met +mijn spieren moet uitwerken, is toch de uitslag nooit twijfelachtig +voor mij.--" + +"Hij heeft nooit een partij gebokst waarbij hij zijn tegenpartij +gewoon onderkreeg," verklaarde Stubener. + +"Hij wint altijd door den eindstoot." + +"En die zekerheid omtrent den uitslag neemt er van weg, wat ik mij +verbeeld, dat de fijnste trillingen moeten zijn," besloot Pat. + +"Misschien zul je wel wat van die trillingen voelen, als je tegen +Jim Hanford uitkomt," zei de manager. + +Pat glimlachte, maar sprak niet. + +"Vertel mij nog wat meer," verzocht zij; "meer over wat u voelt +terwijl u vecht." + +En nu bracht Pat zijn manager, Miss Sangster en zichzelf in verbazing, +door uit te barsten: + +"Ik geloof, dat ik met u niet over die dingen moest praten. 't Is +of er voor u en mij veel belangrijker dingen bestaan om over te +spreken. Ik--." + +Hij stokte plotseling, zich bewust van wat hij gezegd had, maar +onbewust waarom hij het gezegd had. + +"Ja," riep zij gretig uit. "Dat is zoo. Dat maakt een goed interview, +de ware persoonlijkheid, ziet u." + +Maar Pats tong bleef gekluisterd en Stubener dwaalde naar een +statistische vergelijking over het lichaamsgewicht en de maat van +zijn kampioen en dat van Sandow, de Terrible Turk, Jeffries en andere +sterke boksers van den laatsten tijd. Hier stelde Maud Sangster weinig +belang in en zij liet merken, dat het haar verveelde. Toevallig viel +haar oog op de Sonnetten. Zij nam het boek in de hand en keek vragend +naar Stubener. + +"Zoo is Pat," verklaarde hij. "Hij is dol op die dingen en op +kleurfotografie en kunsttentoonstellingen en zoo. Maar schrijf daar in +'s hemelsnaam niets over. Zijn reputatie zou naar de maan zijn." + +Zij keek verwijtend naar Glendon, die dadelijk verlegen werd. Zij vond +het verrukkelijk. Een schuchtere jonge man, met het lichaam van een +reus, één der koningen in het vuistvechten en die gedichten las en naar +kunsttentoonstellingen ging en proeven nam met kleurfotografie. Neen +zeker, hier was geen Ongelikte Beer. Zijn schuchterheid, begreep zij +nu, kwam voort uit fijngevoeligheid en niet uit domheid. Shakespeare's +Sonnetten! Hier was een aanleiding om verder te vragen. Maar Stubener +stal de gelegenheid weg en was alweer aan het opdreunen van zijn +eeuwige statistieken. + +Enkele minuten later en zonder dat zij er zich van bewust was, +bracht zij het zwaarste geschut in het vuur. De eerste sterke +aantrekkingskracht, die zij gevoeld had bij haar binnenkomen, begon +opnieuw te werken na de ontdekking van de Sonnetten. Zijn prachtige +lichaamsbouw, zijn knap gezicht, de kuische lippen, de heldere oogen, +het mooie voorhoofd, niet verborgen door de korte blonde kuif, de +indruk van lichamelijk welzijn en zuiverheid, die hij maakte--dit +alles en meer nog een innerlijk gevoel, trok haar tot hem zooals zij +zich nooit tot eenigen man aangetrokken had gevoeld en toch bleven in +haar hoofd de leelijke geruchten die zij den vorigen dag nog gehoord +had op het bureau van de Courier Journal. + +"U hadt gelijk," zeide zij. "Er zijn belangrijker dingen om over te +spreken. Ik heb iets in gedachte, dat ik graag door u zou opgehelderd +zien. Heeft u er op tegen?" + +Pat schudde het hoofd. + +"Als ik soms vrijpostig ben?--verschrikkelijk vrijpostig? Ik heb mannen +soms hooren spreken over bijzondere boksmatches en over de kansen van +het wedden en terwijl ik er toentertijd niet veel op lette, scheen +mij toe, hoe iedereen het er over eens was, dat er heel wat bedrog en +truc's aan die sport vastzitten. En als ik u nu bijvoorbeeld aankijk, +kan ik moeielijk begrijpen, hoe u in zulk een bedrog betrokken zoudt +kunnen zijn. Ik kan begrijpen, dat u van de sport houdt om de sport +en ook om het geld, dat ze inbrengt, maar ik begrijp niet--." + +"Er valt niets te begrijpen," viel Stubener in, terwijl om Pat's +lippen een vriendelijk lijdzame glimlach trok. "Allemaal sprookjes, +die verhalen over bedrog, over tevoren vastgestelde partijen en al +die rotrommel. Dat bestaat niet, Miss Sangster, ik verzeker het u. En +laat mij u nu eens vertellen, hoe ik Mr. Glendon ontdekt heb. 't Kwam +door een brief, dien ik van zijn vader kreeg--." + +Maar Maud Sangster weigerde, zich te laten afleiden en wendde zich +tot Pat. + +"Luister. Ik herinner mij één geval in 't bijzonder. 't Was bij een +match, die eenige maanden geleden plaats vond--ik ben de deelnemers +vergeten. Eén van de redacteuren van de Courier Journal zei aan me, +dat hij een aardig winstje zou maken. Hij _hoopte_ 't niet: hij zei, +dat hij 't _zou_ maken. Hij beweerde, dat hij op de hoogte was en +wedden zou op het aantal ronden. Hij vertelde, dat de partij bij de +negentiende zou eindigen. Dit was de avond tevoren. En den volgenden +dag riep hij triomfantelijk mijn aandacht in voor het feit, dat +de partij werkelijk bij die ronde was geëindigd. Ik dacht er toen +niets bij. Ik stelde geen belang in prijsgevechten. Maar nu doe +ik dat wel. Toentertijd scheen het precies in overeenstemming te +zijn met de vage denkbeelden, die ik over boksen had. Dus u ziet, +'t zijn toch niet allemaal sprookjes, nietwaar?" + +"Ik weet welke partij het was," zeide Glendon. "Owen en Murgweather. En +die eindigde met de negentiende ronde, Sam. En zij zegt, dat zij die +ronde den dag tevoren heeft hooren noemen. Hoe verklaar je dat, Sam? + +"Hoe verklaar je 't als een man een gelukkig lot uit de loterij +trekt?" luidde de wedervraag van den manager, terwijl hij zijn +brein scherpte om een antwoord te vinden. "Dat is juist het punt van +belang. Mannen, die training en conditie en secondanten en regels en +zulke dingen bestudeeren, raden dikwijls het aantal ronden, net zooals +er menschen zijn, die bij de wedrennen honderd tegen één zetten en +winnen. En vergeet één ding niet: tegenover elken man die wint, staat +een ander die verliest, een ander die verkeerd heeft geraden. Maud +Sangster, ik verzeker u, op mijn eer, dat bedriegen en knoeien bij +de bokssport iets is dat niet bestaat." + +"Wat denkt u er van, Mr. Glendon?" vroeg zij. + +"Net als ik," sneed Stubener het antwoord af. + +"Hij weet, dat alles wat ik zeg waar is, elk woord. Hij heeft nooit +in zijn leven anders dan een eerlijke partij gebokst. Nietwaar Pat?" + +"Ja, 't is waar," stemde Pat toe en het vreemdste scheen Maud Sangster +haar eigen overtuiging, dat hij waarheid sprak. + +Zij streek met haar hand langs haar voorhoofd alsof zij zich wilde +bevrijden van de verbijstering, die over haar denken nevelde. + +"Luister," zeide zij. "Gisterenavond vertelde dezelfde redacteur mij, +dat van een aanstaande partij alles vooruit bepaald was en precies +de ronde, waarin ze zou eindigen." + +Stubener verwachtte een uitbarsting, maar Pat's woorden maakten zijn +antwoord onnoodig. + +"Dan liegt die redacteur." Pat's stem was voor 't eerst toornig. + +"Hij loog den vorigen keer niet over die andere partij," daagde +zij uit. + +"In welke ronde zeide hij dat mijn partij met Nat Powers zou eindigen?" + +Eer zij antwoorden kon, was de manager er midden in. + +"Nonsens Pat!" riep hij. "Schei uit. Zulke praatjes loopen er +altijd. Laat het interview voortgaan." + +Glendon luisterde niet; zijn oogen, strak in die van Maud, waren niet +langer zacht blauw, maar hard en bevelend. Zij was er nu zeker van, +dat zij aan iets ontzettends had geraakt, dat alles zou verklaren, +waarover zij zich verwonderd had. Tegelijk beefde zij voor het +bevelende in zijn stem en blik. Hier was een mannelijke man, die het +leven grijpen zou en er uit zou schudden, wat hij noodig had. + +"Welke ronde noemde die redacteur?" herhaalde Glendon zijn vraag. + +"In godsnaam, Pat schei uit met die dwaasheden," viel Stubener in. + +"Ik wou, dat U mij een kans gaf om te antwoorden," sprak Maud Sangster. + +"Ik geloof, dat ik zelf wel in staat ben met Miss Sangster te spreken," +voegde Glendon er bij. "Ga jij maar weg Sam. Ga weg en kijk eens naar +de photo's." + +Gedurende een kort oogenblik van spanning keken zij elkander aan, +toen bewoog de manager langzaam in de richting van de deur, deed deze +open en keerde zijn hoofd om, om te luisteren. + +"En welke ronde noemde hij nu?" + +"Ik hoop, dat ik niets verkeerds heb gedaan," zeide zij bevend; +"maar ik weet heel zeker, dat hij de zestiende ronde noemde." + +Zij zag een trek van verbazing en woede over Glendon's gezicht +glijden en de woede en het verwijt in den blik, dien hij op zijn +manager wierp en zij wist, dat de slag raak was geweest. + +En er was reden voor zijn boosheid. Hij wist, dat hij er met Stubener +over gesproken had en dat zij overeen waren gekomen, het publiek een +goede partij voor zijn geld te geven zonder den strijd noodeloos te +verlengen en er daarom in de zestiende ronde een eind aan te maken. En +nu was hier een vrouw, van een courantenbureau, die dezelfde ronde +noemde. + +Stubener stond bleek en slap in de deur, blijkbaar had hij moeite +zich op te houden. + +"Ik zal later met je spreken," zeide Pat tot hem. "Doe de deur achter +je dicht." + +De deur werd gesloten en zij waren alleen met hun beiden. Glendon +sprak niet. Zijn gezicht droeg een sprekende uitdrukking van leed +en verslagenheid. + +"Nu?" vroeg zij. + +Hij sprong op en stak als een toren boven haar uit; toen ging hij +weer zitten en maakte zijn lippen nat met zijn tong. + +"Ik zal u één ding zeggen," sprak hij eindelijk. "De partij zal niet +met de zestiende ronde eindigen." + +Zij sprak niet, doch haar ongeloovige, fijn spottende glimlach deed +hem pijn. + +"Wacht maar af, dan zult u zien, Miss Sangster, dat die man van de +redactie het mis had." + +"U bedoelt, dat het programma veranderd zal worden?" vroeg zij +stout weg. + +Hij beefde onder de snerping harer woorden. + +"Ik ben niet gewend te liegen," zeide hij stijf, "zelfs niet tegenover +vrouwen." + +"Dat heeft u tegenover mij ook niet gedaan en u heeft ook niet +geloochend, dat het programma veranderd zal worden. Misschien ben ik +dom, Mr. Glendon, maar ik kan niet inzien wat voor verschil het maakt, +welke ronde de laatste zal zijn, zoolang dat te voren is vastgesteld +en bekend gemaakt." + +"Ik zal de ronde tegen u noemen en anders zal geen ziel ter wereld +het weten." + +Zij haalde hare schouders op en glimlachte. + +"Het klinkt voor mij precies als bij de races gebeurt. Daar worden +altijd op die manier van te voren afspraken gemaakt, ziet u. Overigens +ben ik niet zoo heel dom en ik begrijp, dat er hier iets niet in den +haak is. Waarom werd u boos toen ik de ronde noemde? Waarom was u +boos op uw manager? Waarom stuurde u hem de kamer uit?" + +Tot antwoord liep Glendon naar het raam, alsof hij naar buiten wilde +kijken, waar hij van idee veranderde en zich halverwege omkeerde; en +zij wist, zonder het te zien, dat hij haar gezicht bestudeerde. Hij +kwam terug en ging zitten. + +"U heeft gezegd, dat ik niet tegenover u gelogen heb, Miss Sangster, +en daar had u gelijk aan. Ik heb niet gelogen." + +"Hij zweeg met pijnlijk tasten naar een juiste bepaling van de +situatie. "Denkt u, dat u kunt gelooven wat ik u zeggen ga? Wilt u +het woord gelooven van een ... prijsbokser?" + +Zij knikte ernstig, keek hem recht in de oogen en was er zeker van, +dat, wat hij zou vertellen, de waarheid was. + +"Ik heb altijd eerlijk gebokst. Ik heb nooit in mijn leven een vuil +stuk geld aangeraakt of een smerige streek toegepast. + +"U heeft mij een leelijken schok gegeven met wat u vertelde. Ik weet +niet wat ik ervan denken moet. Ik heb er niet dadelijk een oordeel +over. Ik weet 't niet. Maar het ziet er leelijk uit. Dat hindert +me. Want, ziet u, Stubener en ik hebben over deze match gesproken en +tusschen ons was het uitgemaakt, dat ik de partij in de zestiende ronde +zou doen eindigen. Nu brengt u hetzelfde woord. Hoe wist de redacteur +dat? Niet van mij. Stubener moet het losgelaten hebben..., of..." + +Hij zweeg om het raadsel te overdenken. "Of die redacteur is een +gelukkige rader. Ik kan 't niet begrijpen. Ik zal mijn oogen moeten +openhouden en opletten en leeren. Elk woord, dat ik u gezegd heb, +is de waarheid en hier is mijn hand er op." + +Weer rees hij hoog op uit zijn stoel en kwam naar haar toe. Haar +kleine hand werd in zijn groote gegrepen toen zij opstond en hem +tegemoet kwam en na een eerlijken, open blik in elkanders oogen, +keken beiden onbewust naar de ineengeklemde handen. Zij voelde, +nooit zoo volkomen beseft te hebben, dat zij een vrouw was. + +Het sexe-verschil in die twee handen--de zachte en tengere vrouwenhand +en de zware gespierde van den man--was verbazend. Glendon was de +eerste die sprak. + +"Uw handje zou licht bezeerd kunnen worden," zeide hij en op hetzelfde +oogenblik voelde zij de vastheid van zijn greep bijna liefkozend +losser worden. + +Zij dacht aan de voorliefde voor reuzen van den ouden Pruisischen +koning en lachte om de ongerijmdheid van die gedachte-associatie +terwijl zij haar hand terugtrok. + +"Ik ben blij, dat u vandaag hier bent gekomen," zeide hij en sprak toen +onhandig vlug door om er een verklaring aan toe te voegen, die door +den warmen glans in zijn oogen werd weersproken. "Ik bedoel, omdat u +mij misschien de oogen hebt geopend voor het geknoei, dat er gebeurt." + +"U heeft mij verbaasd," zeide zij. "Ik dacht 't zoo algemeen bekend, +dat bij prijsboksen allerlei geknoei voorkomt, dat ik niet kan +begrijpen, hoe u, één van de voornaamste vertegenwoordigers uit die +wereld, er onkundig van kunt zijn. Ik dacht het vanzelf sprekend dat +u er alles van wist en nu heeft u mij doen gelooven, dat u er zelfs +niet van droomde. U moet anders zijn dan andere boksers." + +Hij knikte met het hoofd. + +"Dat verklaart het, denk ik. En dat komt daarvan dat ik mij apart houd +van de anderen, van de andere boksers en de managers en de sportlui. 't +Was gemakkelijk, mij een rad voor de oogen te draaien. Toch staat +'t nog aan mij, te zien of mij werkelijk een rad voor de oogen is +gedraaid of niet. Ziet u, dat moet ik zelf uitvinden." + +"En er dan verandering in brengen?" + +"Neen; dan ga ik er uit," was zijn antwoord. "Als 't niet eerlijk is, +wil ik er niets meer mee te maken hebben. En één ding is zeker: deze +aanstaande partij met Nat Powers zal niet bij de zestiende ronde uit +zijn. Als er iets waars is in die voorwetenschap van den redacteur, +komen zij allemaal bedrogen uit. Inplaats van hem in de zestiende +buiten gevecht te stellen, zal ik het gevecht door laten gaan tot in +de twintigste. U zult 't zien." + +"En mag ik het den redacteur niet vertellen?" + +Zij stond nu klaar om heen te gaan. + +"Stellig niet. Als hij er alleen naar raadt, heeft hij dezelfde +kans. Als er geknoei bij is, verdient hij zijn heele inzet te +verliezen. Dit moet een klein geheim blijven tusschen u en mij. Ik +zal u vertellen, wat ik doen zal. Ik zal u de ronde zeggen. Ik ga niet +door tot de twintigste. Ik zal Nat Powers in de achttiende neerslaan." + +"Ik zal het zelfs niet fluisteren," verzekerde zij. + +"Ik zou u graag een gunst willen vragen," zeide hij, haar +polsend. "Misschien is het een groote gunst." + +Haar gezicht sprak haar bereidwilligheid uit, alsof de gunst reeds +was toegestaan en hij ging voort: + +"Natuurlijk begrijp ik, dat u niet over dit geknoei zoudt schrijven in +het interview. Maar ik verlang meer dan dat. Ik zou willen, dat u in +'t geheel niets publiceerde." + +Even zagen hare vragende grijze oogen in de zijne; toen verwonderde +zij zich over haar eigen antwoord. + +"Goed," zeide zij. "Het zal niet gepubliceerd worden. Ik zal er geen +regel over neerschrijven." + +"Dat wist ik," zeide hij eenvoudig. + +Het eerste oogenblik was zij teleurgesteld, omdat hij haar niet +bedankte, maar het volgende was zij er blij om. Zij voelde, hoe hij +een anderen grondslag bouwde onder dit samenzijn van een uur en zij +waagde een onderzoek. + +"Hoe wist u 't?" vroeg zij. + +"Ik weet 't niet." Hij schudde het hoofd. "Ik kan er geen verklaring +van geven. Ik wist het als iets dat vanzelf sprak. 't Is mij of ik +op een of andere wijze heel veel weet omtrent u en mij." + +"Maar waarom het interview niet te publiceeren? Zooals uw manager zegt, +'t is een goede reclame." + +"Dat weet ik," antwoordde hij langzaam. Maar ik wou u niet op +die manier kennen. Ik geloof, dat het pijn zou doen als u het +publiceerde. Ik wou er niet graag aan denken, dat onze kennismaking +zakelijk was; ik zou aan ons gesprek hier willen denken als aan een +gesprek tusschen een man en een vrouw. Ik weet niet of u begrijpt +waar ik heen wil. Maar zóó voel ik het. Ik wou hier aan denken als +aan een man en een vrouw." + +Terwijl hij sprak, lag in zijn oogen heel de uitdrukking, waarmede +een man een vrouw aankijkt. Zij voelde zijn kracht en zijn overmacht +en zij voelde zich wonderlijk zwijgzaam en schuw tegenover dezen man, +die bekend stond als zwijgzaam en schuw. Stellig kon hij meer rechtuit +en overtuigender spreken dan de meeste mannen en wat haar 't sterkst +trof, was haar eigen innerlijke zekerheid, dat het van zijn kant niets +was als naïve eenvoudige openhartigheid en geen aangeleerde kunst. + +Hij bracht haar naar haar auto en deed haar opnieuw beven, toen hij +afscheid nam. Opnieuw lagen hunne handen in elkaar, terwijl hij sprak: + +"Op een of anderen dag zal ik u weerzien. Ik wil u weerzien. Ik heb +een gevoel, dat het laatste woord niet tusschen ons gesproken is." + +En terwijl de auto wegrolde, werd zij zich bewust van een vreemde +gewaarwording. Zij had hem niet voor het laatst gezien, dien geweldigen +Pat Glendon, koning der boksers en Ongelikte Beer. + +Op den terugweg naar zijn kamers, kwam Glendon zijn vertoornden +manager tegen. + +"Waarom joeg je mij de kamer uit?" vroeg Stubener. + +"'t Is uit met ons. 'n Helsche rommel heb je ervan gemaakt. Vroeger +wou je nooit een reporter alleen ontvangen en nu zal je eens wat zien +als dat interview voor den dag komt." + +Glendon, die hem met een soort koud genoegen had aangehoord, deed alsof +hij om wilde keeren en hem voorbijgaan, maar hij veranderde van idee. + +"'t Komt niet voor den dag," zeide hij. + +Stubener stond versteld. + +"Ik heb 't haar gezegd," legde Glendon uit. + +Toen barstte Stubener uit: + +"Alsof zij zoo'n sappig ding voor zich zou houden!" + +Glendon werd ijskoud en zijn stem was kort en snijdend. + +"'t Wordt niet gepubliceerd. Dat heeft zij mij gezegd. + +Er aan te twijfelen, is haar een leugenaarster te noemen." + +In zijn oogen laaide de Iersche vlam en dit tezamen met het +onwillekeurige samenklemmen van zijn hartstochtelijk gebalde handen +maakte dat Stubener, die de kracht kende van die handen en van den +man dien hij tegenover zich had, niet langer durfde twijfelen. + + + + + + +VII. + + +Stubener had er niet veel tijd voor noodig, te weten te komen, dat +Glendon het aantal ronden wilde uitbreiden, maar wat hij ook deed, +hij kreeg geen enkele aanwijzing omtrent het juiste cijfer. + +Hij verloor echter geen tijd en kwam in stilte een en ander overeen +met Nat Powers en den manager van Nat Powers. + +Powers had een trouw gevolg van gokkers en aan het weddende publiek +mocht de oogst niet ontgaan. + +Op den avond van de match maakte Maud Sangster zich schuldig aan +iets, dat meer gedurfd dan ooit tegen de conventie inging, ofschoon +er zelfs geen gefluisterd woord over naar buiten kwam om de wereld +op te doen schrikken. + +Onder bescherming van den redacteur nam zij een plaats in bij den +ring. Haar haar en het grootste deel van haar gelaat waren verborgen +onder een slappen hoed, terwijl zij een lange mannenregenjas aanhad, +die tot op haar hielen hing. Zij bleef in het dichte gedrang en werd +zoodoende niet opgemerkt; en zelfs de journalist die, op de plaats +van de pers bij den ring, vlak tegenover haar zat, herkende haar niet. + +Zooals meer en meer de gewoonte was, gingen er geen andere bokspartijen +vooraf; Maud had nauwelijks plaats genomen of luid applaus kondigde +de komst aan van Nat Powers. Hij kwam de galerij af te midden van +zijn secondanten en zij was bijna ontsteld over zijn geweldige +forschheid. Toch sprong hij zoo licht over de touwen als een man, +die half zijn gewicht had en beantwoordde met een grinnikkenden lach +de rumoerige begroeting, die uit het gansche gebouw oprees. Hij was +niet mooi. Twee ooren als bloemkoolen teekenden zijn beroep en de +woestheid die er bij behoorde, terwijl zijn gebroken neus zoo dikwijls +over zijn gezicht uitgespreid was geweest alsof hij een staal moest +geven van de dokterskunst die hem gerepareerd had. + +Een nieuwe uitbarsting kondigde de komst van Glendon aan en zij nam +hem gretig waar, terwijl hij door de touwen naar zijn hoek ging. Doch +eerst, toen de langdurige tijd van voorstellen, aankondigen en +uitdagen voorbij was, gooiden de beide mannen hunne mantels uit en +stonden tegenover elkaar in boks-kostuum. + +Van boven viel de witte glans van vele electrische lampen over hen +heen--dit ter wille van de film-opnemers; en terwijl zij naar de twee +mannen keek, die zulk een scherp contrast vormden, voelde zij Glendon +den beschaafden man en Powers den ongelikten beer. Beiden voldeden +aan die benaming--Glendon fijnbesneden van gezicht en gestalte, van +een zachte en tegelijk krachtige schoonheid, Powers bijna gelijkmatig +ruw van huid en zwaar begroeid met haar. + +Terwijl zij hun inleidenden stand innamen voor de camera's, tegenover +elkaar in bokshouding, gebeurde het, dat Glendon's blik onder de +touwen doorging en op haar gezicht bleef rusten. Ofschoon hij geen +teeken gaf, wist zij, en haar hart sprong er bij op, dat hij haar +herkend had. Het volgend oogenblik klonk de gong, de aankondiger riep: +"Vooruit!" en het gevecht begon. + +Het was een mooie strijd. Er was geen bloed, geen geknoei en beiden +waren bekwame boksers. De helft van de eerste ronde verliep met +aanvoelen, maar Maud Sangster vond het spel en de schijnstooten en +de zachte slagen met de handschoenen opwindend genoeg. Gedurende +enkele van de woestere aanvallen in een later stadium van den strijd, +was de redacteur gedwongen, haar arm aan te raken om er haar aan te +herinneren wie zij was en waar zij was. + +Powers vocht gemakkelijk en zuiver, zooals behoorde voor den held van +een half honderd ringgevechten en een bewonderende claque beklapte +elken knappen stoot van hem. + +Toch spande hij zich niet noodeloos in, behalve bij enkele vurige +aanvallen, die het publiek op deden rijzen in de verkeerde meening, +dat hij zijn tegenstander onder zou krijgen. + +Het was op zulk een oogenblik, en terwijl het aan haar ongewende +blikken ontsnapte, hoe Glendon maar juist aan een ernstige kwetsuur +ontkwam, dat de redacteur zich naar haar overboog en zeide: + +"Jonge Pat zal best winnen. Hij is een geluksvogel en ze kunnen hem +niet onderkrijgen. Maar hij wint in de zestiende, eer niet." + +"Of later?" vroeg zij. + +Zij lachte bijna om de zekerheid waarmee de ander ontkende. Zij +wist beter. + +Powers volgde de taktiek om zijn tegenstander van oogenblik tot +oogenblik en van ronde tot ronde op te jagen en Glendon nam er +genoegen mee aan dit programma mede te werken. Zijn verdediging was +bewonderenswaard en hij bracht er juist genoeg aanvalstooten in om de +belangstelling van het publiek te prikkelen. Ofschoon hij wist dat hij +voorbestemd was, te verliezen, had Powers te veel ondervinding van den +ring om te aarzelen zijn tegenstander neer te slaan als de gelegenheid +zich aanbood. Hij was te dikwijls uitgekomen als de bedrogen bedrieger +om zich te ontzien, wanneer hij er anderen in kon laten loopen. Als +hij er kans toe zag, was hij bereid den ander neer te slaan en +de gokkers te laten stikken. Dank zij slimme courantenberichten, +heerschte het denkbeeld, dat Jonge Glendon eindelijk zijn meester had +gevonden. Maar in zijn hart wist Powers, dat hij 't was, die tegenover +zijn meerdere stond. Meer dan eens bij het vlugge invechten, voelde +hij het gewicht van stooten, waarvan hij wist, dat ze met opzet niet +zwaarder aankwamen. + +Wat Glendon betreft, er waren vele oogenblikken, waarin de kleinste +vergissing in zijn oordeel hem blootgesteld zou hebben aan één der +voorhamer-stooten van zijn tegenstander, waardoor hij den strijd zou +verliezen. Doch hij bezat de bijna wonderlijke macht om precies tijd +en afstand te berekenen en zijn vertrouwen werd niet geschokt door +de vele malen, dat hij maar nauw ontkwam. Hij had nooit een partij +verloren, was nooit neergeslagen door een eindstoot en hij was altijd +zoo volkomen de meerdere geweest van elken tegenstander, dat zulk een +mogelijkheid ondenkbaar was. Aan het eind van de vijftiende ronde +waren beide mannen in goede conditie, ofschoon Powers ietwat zwaar +ademhaalde en er mannen vlak bij den ring waren, die wedden dat hij +"'t op zou geven." + +Even voordat de gong voor de zestiende ronde sloeg, fluisterde Stubener +van achteren af over Glendon heenleunend, hem in: + +"Neem je hem nu?" + +Glendon gaf zijn hoofd een duw naar achteren, schudde neen en lachte +spottend in het gespannen gezicht van zijn manager. + +Bij den gongslag voor de zestiende ronde, zag Glendon in verbazing, +hoe Powers loskwam. Van de eerste seconde af was het een stormwind +van aanvallen en Glendon had groote moeite aan ernstig letsel +te ontkomen. Hij blokte, greep vast, dook, deed zijstappen, werd +achteruit gedrongen tegen de touwen en met nieuwe aanvalstooten +ontvangen, toen hij naar het midden zocht te komen. + +Verscheidene malen gaf Powers kans op een eindstoot, maar Glendon +weigerde den bliksemsnellen stoot toe te brengen, die zijn tegenstander +zou doen neervallen. Dien stoot bewaarde hij voor twee ronden later. In +het gevecht had hij geen oogenblik zijn volle kracht ingespannen of +zoo zwaar gestooten als hij kon. + +Twee minuten lang, zonder eenige tusschenruimte, ging Powers hem met +volle kracht te lijf. Een minuut later zou de ronde voorbij zijn en het +wed-syndicaat leelijk gedupeerd. Maar die minuut zou niet komen. Zij +waren tezamen in het midden van den ring. Het was een gewone clinch +als meer in het gevecht was voorgekomen, alleen maakte Powers het +ieder oogenblik woester en ruwer. + +Glendon bracht zijn linkerhand in een zijdelingschen maar lichten +stoot tegen het gezicht van den ander. Het was een stoot, zooals hij +er al twintig in den loop van het gevecht had toegebracht. Tot zijn +verbazing zag hij Powers slap worden in zijn armen en ineenzakken +op wankelende, doorknikkende beenen, die weigerden zijn gewicht te +dragen. Hij viel met een doffen slag op den grond, rolde half op +zijn zijde en lag roerloos, met gesloten oogen. De scheidsrechter +boog over hem heen en telde luid op. + +Bij den kreet "Negen!" beefde Powers en deed een vergeefsche poging +om op te staan. + +"Tien!--en uit!" riep de scheidsrechter. + +Hij nam Glendon's hand en hield die omhoog naar het juichende +publiek, ten teeken dat hij de overwinnaar was. Voor het eerst in +zijn boksers-leven was Glendon als verbijsterd. Het was geen eindstoot +geweest. Daar kon hij zijn leven onder verwedden. Hij was niet tegen +de kaak aangekomen, maar tegen de kant van het gezicht en hij wist dat +de stoot daar had geraakt en nergens anders. Toch was de man gevallen, +had laten tellen en had 't alles prachtig gesimuleerd. Die slag op +den grond was een overtuigend meesterstuk geweest. Voor het publiek +was het ontwijfelbaar een eindstoot geweest en de films zouden den +leugen verder brengen. Ten slotte had de redacteur den juisten loop +voorspeld en er zat geknoei achter. + +Glendon schoot een vluchtigen blik door de touwen naar het gezicht +van Maud Sangster. Zij keek hem recht aan, doch hare oogen waren +koud en hard en er was noch herkenning noch eenige andere uitdrukking +in. Zelfs terwijl hij haar aankeek, wendde zij zich onverschillig af +en zeide iets tot den man naast haar. + +Power's secondanten droegen hem naar zijn hoek, in schijn een slap wrak +van een man. Glendon's secondanten kwamen naar hem toe om hem geluk te +wenschen en zijn handschoenen uit te trekken. Maar Stubener was hen +vóór. Zijn gezicht straalde, terwijl hij Glendon's rechterhandschoen +in zijn beide handen nam met den uitroep: + +"Beste jongen, Pat! Ik wist wel, dat je 't doen zoudt." + +Glendon trok zijn handschoen weg. En voor het eerst in de jaren, +dat zij samen waren geweest, hoorde zijn manager hem vloeken. + +"Je kunt naar de hel loopen," zeide hij, keerde zich om en stak +zijn handen uit naar zijn secondanten om zijn handschoenen te laten +uittrekken. + + + + + +VIII. + + +Dien avond, nadat de redacteur haar nog eens afdoende gezegd had, +dat er geen eerlijk boksen bestond onder de prijs-vechters, zat Maud +Sangster een poosje in stilte te schreien op den rand van haar bed, +werd toen boos, en ging slapen met een gevoel van ontzettende walging +van zichzelf, prijs-boksers en de wereld in het algemeen. + +Den volgenden middag begon zij een interview met Henry Addison uit +te werken, dat bestemd was, nimmer tot een einde te komen. Het was +in de aparte kamer, die haar was afgestaan op het bureau van de +Courier Journal dat _het_ gebeurde. Zij hield een oogenblik op met +schrijven om een blik te werpen op een berichtje in de middageditie, +dat Glendon uit zou komen tegen Tom Cannam, toen één van de loopjongens +een kaartje binnenbracht. Het was van Glendon. + +"Zeg, dat ik niet te spreken ben," zeide zij tot den jongen. + +In een minuut was hij terug. + +"Hij zegt, dat hij in elk geval binnenkomt, maar hij wou 't liever +met uw toestemming doen." + +"Heb je gezegd, dat ik aan 't werk was?" vroeg zij. + +"Ja, maar hij zei dat hij tòch binnenkwam." + +Zij gaf geen antwoord en de jongen ratelde voort met oogen blinkend +van bewondering voor zoo'n gewichtig bezoeker. + +"Ik ken 'm. 't Is 'n verschrikkelijke groote kerel. Als hij goed te +keer gaat, slaat hij alles op 't kantoor kort en klein. 't Is Jonge +Glendon, die gisteravond gewonnen heeft met boksen." + +"Goed dan. Breng hem binnen. Ik wou liever niet dat alles op het +bureau kort en klein geslagen werd." + +Toen Glendon binnentrad, werden geen groeten gewisseld. Zij was koud +en ongastvrij als een grauwe dag en noodigde hem niet uit te gaan +zitten of toonde niet met hare oogen hem te herkennen; zij zat half +van hem afgewend vóór haar lessenaar in afwachting dat hij zou zeggen, +waarvoor hij kwam. Hij liet niet merken, hoe deze hooghartige ontvangst +hem aandeed, maar begon dadelijk over zijn onderwerp. + +"Ik wil u spreken," zeide hij kortaf. "Die partij gisteravond, die +eindigde toch in die ronde." + +Zij haalde haar schouders op. + +"Ik wist dat dat zou gebeuren." + +"Dat wist u niet," viel hij scherp uit. "U wist 't niet. Ik wist +'t niet." + +Zij keerde zich om en keek hem aan met een gezicht alsof de zaak +haar verveelde. + +"Wat doet het er toe?" vroeg zij. "Prijs-boksen is prijs-boksen en +wij weten allemaal wat dat beteekent. De partij eindigde in de ronde, +die ik u genoemd had." + +"Dat is zoo," gaf hij toe. "Maar u wist 't niet vooruit. In de heele +wereld waren u en ik tenminste twee menschen, die wisten, dat Powers +_niet_ neergeslagen zou worden in de zestiende." + +Zij bleef zwijgen. + +"Ik zeg, dat u 't niet vooruit wist." Hij sprak op dringenden toon +en toen zij nog weigerde te spreken, deed hij een stap naar haar +toe. "Geef antwoord," gebood hij. + +Zij knikte. + +"Maar hij werd verslagen," hield zij vol. + +"Dat is niet waar. Hij was in 't geheel niet verslagen. Begrijpt u +dat? Ik zal u er alles van vertellen en u zult luisteren. Begrijpt u +dat? Ik heb u niet belogen. Ik was een dwaas en ze hielden mij voor den +gek en u met mij. U dacht, dat hij werd neergeslagen. Maar de stoot, +dien ik toebracht, was daarvoor niet zwaar genoeg. En ik raakte hem +niet eens op de goede plaats. Hij deed iedereen gelooven dat 't zoo +was. Hij simuleerde dien eindstoot." + +Hij zweeg en keek haar verwachtend aan. En op een of andere wijze +wist zij, met een schok en een trilling, dat zij hem geloofde, en zij +voelde zich doordrongen van warm geluk nu deze man, die niets voor +haar beteekende en dien zij maar tweemaal in haar leven gezien had, +in hare oogen in zijn eer hersteld was. + +"Nu?" vroeg hij en opnieuw beefde zij voor zijn dwingenden toon. + +Zij stond op en haar hand ging naar de zijne. + +"Ik geloof u," zeide zij. "En ik ben blij, héél blij." + +Haar hand werd langer vastgehouden dan zij bedoeld had. Hij keek haar +aan met glanzende oogen, waarop de hare onwillekeurig het antwoord +gaven. Nooit heeft er zoo'n man bestaan, dacht zij. Zij sloeg 't +eerst de oogen neer en de zijne volgden, zoodat, evenals den vorigen +keer, beiden keken naar de handen, die in elkaar lagen. Hij maakte +een beweging van zijn geheele lichaam in haar richting, impulsief +en onwillekeurig alsof hij haar naar zich toe wilde trekken; toen, +blijkbaar met inspanning, schokte hij terug. Zij zag het en voelde den +dwang van zijn hand toen deze haar naar zich toe wilde trekken. En +tot haar verwondering voelde zij het verlangen om toe te geven, +het bijna overweldigende verlangen om in de sterke ronding van zijn +armen te worden getrokken. En wanneer hij aangehouden had, wist +zij, dat zij niet weerstreefd zou hebben. Zij was bijna duizelig +toen hij terugschokte en met een greep van zijn vingers, die de +hare bijna verbrijzelde, haar hand liet vallen, ze wegslingerde +bijna. "God!" hijgde hij. "Je bent voor mij gemaakt." + +Hij keerde zich een weinig van haar af en wreef met zijn hand langs +zijn voorhoofd. Zij wist, dat zij hem voor altijd zou haten, wanneer +hij 't waagde, één stamelend woord van verontschuldiging of verklaring +te willen geven. Zij zonk terug in haar stoel en hij in een andere, +zoodat hij tegenover haar kwam te zitten aan den hoek van de lessenaar. + +"Ik ben gisteravond in een Turksch Bad geweest," begon hij. "Daar heb +ik een ouden afgeleefden bokser bij mij laten komen. Hij was in vroeger +dagen een vriend van mijn vader geweest. Ik wist, dat er niets was, wat +den ring betrof, dat hij niet wist en ik bracht hem aan het praten. Het +grappigste was, dat ik alle moeite had, hem ervan te overtuigen, dat +ik de dingen niet wist waar ik naar vroeg. Hij noemde mij de baby +in 't woud. En ik geloof, dat hij gelijk had. Ik ben opgegroeid in +'t woud en het woud is 't eenige, waar ik iets van weet. + +Nu dan, ik kreeg gisteravond mijn opvoeding van dien ouden man. De +ring is nog veel meer verrot dan u mij gezegd heeft. + +Het schijnt dat iedereen, die er mee in verbinding staat, meedoet +aan de knoeierijen. De opnemers, die de eerste boksverloven uitreiken +bedriegen de promotors, en de promotors, managers en boksers bedriegen +elkander en het publiek. Er bestaat een heel systeem voor aan den +éénen kant en aan den anderen kant is er altijd--weet u wat "the +double cross" is? [2] (Zij knikte.) "Nu 't schijnt dat zij geen kans +voorbij laten gaan om elkander "the double cross" te geven. + +De vuiligheid, die de man mij vertelde, benam mij den adem. En ik +ben er al jaren midden in geweest zonder er iets van te weten. Ik +was werkelijk de baby in 't woud. + +Maar nu zie ik hoe ze mij zoo voor den gek konden houden. Ik was +zoo gemaakt, dat niemand mij onder kon krijgen. Ik was bestemd +om te winnen en dank zij Stubener werd al het geknoei van mij +gehouden. Vanmorgen klampte ik Spider Walsh aan en bracht hem aan 't +praten. Hij was mijn eerste trainer, ziet u en hij volgde Stubener's +instructies. Zij hielden mij onwetend. Bovendien ging ik niet om met +de sportwereld. Ik bracht mijn tijd door met jagen en visschen en +proeven nemen met cameras' en zoo. Weet u hoe Walsh en Stubener mij +onder elkaar noemden?--de Maagd. Dat heb ik pas vanmorgen van Walsh +gehoord en 't was of hij me een kies trok. En ze hadden gelijk. Ik +was een onschuldig lammetje. + +En Stubener gebruikte mij ook voor 't geknoei, maar ik wist er niets +van. Ik kan 't nu overzien en begrijpen hoe het in zijn werk ging. Maar +ziet u, ik stelde niet genoeg belang in de wedstrijden om achterdochtig +te zijn. Ik was geboren met een goed lichaam en een koel hoofd, +ik werd buiten grootgebracht en ik werd onderwezen door mijn vader, +die meer van boksen wist dan eenig ander mensch, levend of dood. Het +was te gemakkelijk. De ring nam mij niet heelemaal in beslag. Er was +nooit twijfel aan den uitslag. Maar nu heb ik er genoeg van." + +Zij wees op het bericht, waarin zijn match niet Tom Cannam werd +aangekondigd. + +"Dat is Stubener's werk," verklaarde hij. "'t Is al maanden geleden +besloten. Maar dat kan mij niet schelen. Ik ga naar de bergen. Ik +ben er uitgegaan." + +Zij keek naar het onafgemaakte interview op den lessenaar en zuchtte. + +"Mannen zijn toch heerschers," zeide zij. "Meesters van het +bestaan. Zij doen wat zij willen.--" + +"Naar wat ik gehoord heb," viel hij in, "heeft u ook tamelijk wel +gedaan wat u wilde. En dat is één van de deugden waarom ik van u +houd. En wat mij sterk getroffen heeft van het begin af, is, dat u +en ik elkander begrijpen." + +Hij brak af en keek haar aan met glanzende oogen. + +"De ring heeft toch één ding voor mij gedaan," ging hij voort. "Ik +leerde er u door kennen. En als je die ééne vrouw vindt, dan is er +maar één ding te doen. Haar in je beide handen te nemen en niet los +te laten. Kom, laat ons naar de bergen gaan." + +Het kwam plotseling, als een donderslag, en toch voelde zij, het +verwacht te hebben. Haar hart sprong op, zoodat zij op een vreemde +heerlijke manier bijna stikte. Dit ten minste was de wraak van een +eenvoudig, oorspronkelijk mensch. En toch scheen het een droom. Zulke +dingen gebeurden niet in moderne couranten-bureaux. Liefde werd niet op +die wijze gemaakt; zóó gebeurde het alleen op het tooneel of in romans. + +Hij was opgestaan en stak haar beide handen toe. + +"Ik durf niet," zeide zij fluisterend, half tot zichzelf. "Ik durf +niet." + +En dadelijk werd zij pijnlijk getroffen door de minachting die door +zijne oogen flitste, maar die terstond veranderde in klaarblijkelijke +ongeloovigheid. + +"U zoudt iets niet durven wat u wilt?" sprak hij. "Ik ken dat. 't Is +geen kwestie van durven maar van willen. + +Wil je?" + +Zij was opgestaan en stond nu te wankelen als in een droom. Het +flitste door haar brein of dit hypnotisme kon wezen. Zij had er +behoefte aan, om zich heen te zien naar de bekende voorwerpen in de +kamer, ten einde zichzelf met de werkelijkheid te identifiëeren, +maar zij kon haar oogen niet afwenden van de zijne. En zij sprak niet. + +Hij was naast haar komen staan. Zijn hand lag op haar arm en zij leunde +onwillekeurig tegen hem aan. Het was alles een deel van haar droom en +er viel niets meer voor haar te vragen. Het was de groote durf. Hij had +gelijk. Zij kon durven wat zij wilde en zij wilde. Hij hielp haar in +haar mantel. Zij duwde de hoedespelden door haar haar. En op hetzelfde +oogenblik dat zij er aan dacht, zag zij zichzelf naast hem de open +deur uitgaan. De "Vlucht van de Hertogen" en "Het Standbeeld en het +borstbeeld" schoot haar door 't hoofd. Toen dacht zij aan "Waring." + +"Wat is er van Waring geworden?" mompelde zij. + +"Over land gereisd of over zee?" mompelde hij terug. + +En dit ingaan op haar volkomen overbodige aanhaling, klonk haar als +een rechtvaardiging voor de dwaasheid die zij doen ging. + +Bij den ingang van het gebouw stak hij zijn hand op om een taxi aan +te roepen, maar werd tegengehouden doordat zij zijn arm aanraakte. + +"Waar gaan we heen?" vroeg zij zacht als een ademtocht. + +"Naar de Ferry-boot. We hebben juist tijd om den trein naar Sacramento +te halen." + +"Maar ik kan zóó niet gaan," wierp zij tegen. "Ik ... ik heb niet +eens een schoonen zakdoek bij me." + +Eer hij antwoordde, stak hij opnieuw zijn hand op. + +"Je kunt in Sacramento inkoopen doen. Wij trouwen daar en pakken +de nachttrein naar het noorden. Ik zal alles telegrafisch vanuit de +trein in orde maken." + +Terwijl de cab voorreed, keek zij snel om zich heen naar de welbekende +straat en de welbekende menschen, toen met iets als angst in Glendon's +gezicht. + +"Ik weet niets van je," zeide zij. + +"Wij weten alles van elkaar," was zijn antwoord. + +Zij voelde, hoe zijn armen haar omvatten en steunden en zette haar +voet op de treeplank. Het volgend oogenblik was het portier gesloten, +hij zat naast haar en de cab reed Market Street uit. Hij legde zijn +arm om haar heen, trok haar dichter naar zich toe en kuste haar. Toen +zij hem weer in het gezicht keek, was zij er zeker van, dat het door +een lichten blos werd gekleurd. + +"Ik ... ik heb gehoord, dat kussen een kunst is," stamelde hij. "Ik +weet er zelf niets van, maar ik zal het leeren. Zie je, jij bent de +eerste vrouw, die ik ooit gekust heb." + + + + + + +IX. + + +Waar een getande rotspunt uitrijst boven het wijde maagdelijke woud, +zaten een man en een vrouw en rustten. Beneden hen aan den boschrand, +waren twee paarden vastgemaakt. Achter elk zadel lagen een paar kleine +zadeltasschen. De boomen waren als één reusachtige massa. Honderden +voeten oprijzend in de lucht, besloegen zij van acht tot tien en +twaalf voet in diameter. Verscheidene waren nog veel dikker. Den +geheelen morgen hadden zij zich voortgewerkt langs het pad door dit +onafgebroken woud en deze rotspunt was de eerste plaats, waar zij +uit het woud konden komen om het woud te zien. + +Beneden hen en in de verte, zoo ver zij zien konden, lag keten +na keten van bergen in purperen nevel gehuld. Er was geen einde +aan de rijen. Zij rezen de één na de ander op tot aan de flauwe, +verre horizon, waar zij wegwaasden met een vage belofte van zich nog +oneindig veel verder uit te strekken. Er waren geen open plekken in +het woud; ten noorden, ten zuiden, ten oosten en ten westen, ongerept, +onafgebroken, bedekte het 't land met zijn machtigen groei. + +Zij rustten en lieten hunne oogen genieten van het vergezicht, +haar hand omsloten door één van de zijne; want dit waren hunne +wittebroodsweken en dit waren de roode wouden van Mendocino. Dwars door +het woud waren zij van Shasta gekomen, met paarden en zadeltasschen, +langs de wildernis van het kustland, en zij hadden geen ander plan dan +om verder te rijden tot hun een ander plan in het hoofd kwam. Zij waren +grof gekleed; zij in khaki, vuil door de reis; hij in kiel en wollen +sporthemd. Het laatste hing open aan zijn door de zon verbranden hals +en met zijn reusachtige gestalte scheen hij een geschikte metgezel +voor de woudreuzen, terwijl aan haar, als zijn gezellin, niets op te +merken viel als geluk. + +"Nu, Groote Man," zeide zij, zich op haar elleboog heffend om hem te +kunnen aankijken, "'t is nog heerlijker dan je beloofd hebt. En wij +trekken er samen door heen." + +"En er is nog heel wat meer in de wereld, waar wij samen doorheen +zullen trekken," antwoordde hij, zijn houding zóó ver veranderd, +dat hij haar hand tusschen zijn beide handen kon houden. + +"Maar niet, eer wij hier klaar mee zijn," sprak zij. + +"'t Lijkt mij of ik nooit genoeg van de groote wouden zal krijgen +... en van jou." + +Hij ging zonder moeite in zittende houding over en nam haar in +zijn armen. + +"O, liefste," fluisterde zij. "En ik had alle hoop opgegeven zoo'n +liefste te vinden." + +"En ik hoopte er heelemaal niet op. Ik moet altijd geweten hebben, +dat ik jou eens vinden zou. Ben je daar blij om?" + +Haar antwoord was een zachte druk, waar haar hand op zijn nek rustte +en minuten lang keken zij uit over de groote wouden en droomden. + +"Je weet wel, dat ik je verteld heb, hoe ik wegliep voor die +schooljuffrouw met rood haar?" Dat was voor 't eerst, dat ik dit +land zag. Ik was te voet, maar veertig of vijftig mijlen per dag was +kinderspel voor mij. Ik was net een Indiaan. Toen dacht ik niet aan +jou. Wild was vrij schaars in de roode wouden, maar er waren veel +mooie forellen. Toen heb ik op deze rotsen gekampeerd. Ik droomde +niet dat ik hier nog eens met jou zou komen, met JOU!" + +"En dat je bokskampioen zoudt zijn er bij," voegde zij er achter. + +"Neen; daar dacht ik in 't geheel niet aan. Vader had mij altijd +gezegd, dat ik het worden zou, dus ik beschouwde het als zeker. Je +ziet, hij was heel wijs. Hij was een groot man." + +"Maar hij heeft niet gedacht, dat je weer uit den ring zou gaan." + +"Dat weet ik niet. Hij was zoo bezorgd om het geknoei voor mij +verborgen te houden, dat ik vermoed hoe hij er bang voor was. Ik heb +je verteld van het contract met Stubener. Vader zette er die clausule +in over geknoei. Eén oneerlijkheid, van mijn manager en het contract +was verbroken." + +"En toch ga je nog tegen die Tom Cannam vechten. Is het de moeite +wel waard?" + +Hij keek haar vluchtig aan. + +"Wou je liever, dat ik het niet deed?" + +"Liefste, ik wil, dat je alles zult doen wat je wilt." + +Zoo sprak zij en terwijl de woorden nog naklonken in hare ooren, +verwonderde zij er zich in stilte over, dat _zij_, lang niet de minst +eigenzinnige en onafhankelijke onder de eigenzinnige en onafhankelijke +afstammelingen der Sangsters, ze had gesproken. Toch wist zij, dat +zij de waarheid waren en was er blij om. + +"'t Zal een grap zijn," zeide hij. + +"Maar ik begrijp al de grappige bijzonderheden er niet van." + +"Ik heb ze nog niet uitgewerkt. Daar kun jij me bij helpen. In de +eerste plaats zal ik Stubener en het syndicaat van gokkers "het +dubbele kruis" geven. Dat is een deel van de grap. Ik zal Cannam in +de eerste ronde "leggen". Voor 't eerst zal ik werkelijk boos zijn +als ik vecht. Die arme Tom Cannam, die even gemeen is als de rest, +zal het voornaamste slachtoffer zijn. Zie je, ik ben van plan in den +ring een speech te houden. 't Is ongewoon, maar het zal een succes +zijn, want ik ga het publiek alles vertellen van de geheimen der +bokssport. 't Is een mooie sport, maar zij maken er een zaak van en +dat heeft 't bedorven. Maar nu begin ik de speech tegen jou te houden +inplaats van in den ring." + +"Ik wou, dat ik er bij kon zijn om het te hooren," zeide zij. + +Hij keek haar aan en overlegde. + +"Dat zou ik ook graag willen. Maar het zal zeker een ruwe boel +worden. 't Is niet vooruit te zeggen wat er gebeuren zal, als ik mijn +programma begin af te werken. Maar ik kom dadelijk naar je toe als +het afgeloopen is. En het zal de laatste verschijning zijn van Jonge +Glendon in den ring, in welken ring ook." + +"Maar liefste, je hebt nog nooit in je leven een toespraak gehouden," +wierp zij op. "'t Kon wel mislukken." + +Hij schudde stellig het hoofd. + +"Ik ben een Ier," hernam hij, "en is er ooit een Ier geweest, die +niet kon spreken?" Hij hield op en lachte vroolijk. "Stubener denkt, +dat ik gek ben. Hij zegt, dat een man zich niets als last op den +hals haalt door een huwelijk. Hij weet nogal wat af van het huwelijk +of van mij of van jou of van iets behalve vaste goederen en vooruit +vastgestelde bokspartijen. Maar ik zal hem dien avond aan de kaak +stellen dien armen Tom ook. Ik heb heusch medelijden met Tom." + +"Mijn lieve Ongelikte Beer gaat zich hoogst ongelikt en hoogst +beerachtig gedragen, vrees ik," fluisterde zij. + +Hij lachte. + +"Ik ga er ten minste een flinken gooi naar doen. Beslist mijn laatste +optreden, weet je. En dan is 't jou, jou. Maar als je dat laatste +optreden niet wilt, spreek dan maar één woord." + +"Natuurlijk wil ik het wèl, Groote Man. Ik houd van mijn Grooten Man +om hemzelf en om zichzelf te zijn, moet hij zichzelf zijn. Als jij +dit wilt, dan wil ik het voor jou en voor mijzelf ook. Veronderstel +eens, dat ik naar het tooneel wilde of naar de Zuidzee of naar den +Noordpool." + +Hij antwoordde langzaam, bijna plechtig. + +"Dan zou ik zeggen: vooruit. Omdat jij _jij_ bent en jezelf moet zijn +en doen moet wat je wilt. Ik houd van je omdat jij _jij_ bent." + +"En wij zijn een mal paar verliefden," zeide zij toen zijn armen haar +los lieten. + +"Is het niet groot?" riep hij uit. + +Hij stond op, mat de zon met zijne oogen, en strekte zijn hand uit +over de dichte wouden, die de aaneengesloten, purperen heuvelketenen +bedekten. + +"We moeten daar ergens gaan slapen. Het is dertig mijlen naar de +dichtbij gelegen kampplaats." + + + + + +X. + + +Wie, van al de sportlui, die er bij tegenwoordig waren, zal ooit +den gedenkwaardigen avond vergeten in de Golden Gate Arena, toen +Jonge Glendon, Tom Cannam en zelfs een grooteren dan Tom Cannam, tot +zwijgen bracht; toen hij het talrijke publiek, dat op het punt stond +in getier los te breken, een uur lang geboeid hield, en achter elkaar +de afzetterijen aan den dag bracht van de promotors en de managers; de +eigenaars der gebouwen, en de contractmakers in staat van beschuldiging +stelde, en de geheele bokssport vrijwel uit elkaar rafelde. + +Het was een volkomen verrassing. Zelfs Stubener had niet het flauwste +vermoeden van wat gebeuren zou. + +Het was waar, dat Pat Glendon obstinaat was geweest na die kwestie +met Nat Powers, en weggeloopen was en getrouwd; maar dat alles was +voorbij. Jonge Pat had gedaan, wat te verwachten was, hij had de +onvermijdelijke knoeierijen van den ring geslikt en was er nu in +teruggekomen. + +De Golden Gate Arena was nieuw. Dit was de eerste match, die er +gehouden werd en het was het grootste gebouw van dat soort, dat ooit in +San Francisco was opgericht. Er waren vijfentwintighonderd zitplaatsen +en elke plaats was ingenomen. Sportlui waren uit de geheele wereld +komen aanreizen om er bij tegenwoordig te zijn, en zij hadden vijftig +dollars betaald voor hunne plaatsen bij den ring. De goedkoopste +plaats in 't huis was voor vijf dollar verkocht. + +De oude bekende uitbarsting van applaus klonk op, toen Billy Morgan, +de veteraan onder de aankondigers, door de touwen kroop en zijn grijze +hoofd ontblootte. Toen hij zijn mond opendeed om te spreken, deed +zich dichtbij hem een luid gekraak hooren en verscheidene rijen lage +banken vielen in elkaar. Het gekraak van de banken en het uitbundige +gelach gaf den dienstdoenden inspecteur van politie aanleiding, één +van zijn onder-inspecteurs aan te kijken met opgetrokken wenkbrauwen, +ten teeken dat zij hun handen vol zouden hebben en een drukken avond. + +Eén voor één, verwelkomd door luidruchtig applaus, kropen zeven dappere +oude helden van den ring door de touwen om voorgesteld te worden. Het +waren allemaal vroegere zwaargewicht-wereldkampioenen. Billy Morgan +deed elke voorstelling aan het publiek vergezeld gaan van een prijzend +zinnetje. De één werd genoemd als "John Eerlijk" en "Oude Getrouwe" +een ander was "de eerlijkste twee-vuisten bokser, die ooit in den ring +was geweest." En van anderen: "de held van honderd gevechten en nooit +één verloren en nooit gelegd"; "de meest sportieve van de oude garde"; +"de eenige, die altijd terugkwam"; "de grootste strijder van allen" +en "de hardste noot in den ring om te kraken." + +Dit alles nam tijd in beslag. Van elk hunner werd een toespraakje +verwacht en zij mompelden en fluisterden in antwoord met een blos van +trots en angstig bevende stemmen. De langste speech was die van den +"Oude Getrouwe" en deze duurde bijna een minuut. De ring liep vol met +beroemdheden, met worstelkampioenen, beroemde trainers en veteranen +onder de tijd-opnemers en scheidsrechters. Licht- en middel-gewichten +dromden samen. Iedereen scheen iedereen uit te dagen. Nat Powers was er +en vroeg een revanche-match met Jonge Glendon en zoo deden al de andere +stralende sterren, die door Glendon in de schaduw waren gesteld. Ook +daagden zij allen Jim Hanford uit, en deze moest van zijn kant daar +iets tegenover stellen, wat daarin bestond, dat hij de volgende partij +zou boksen met den overwinnaar in de match, die stond te gebeuren. Het +publiek kwam dadelijk in beweging om den overwinnaar te noemen; +de helft schreeuwde woest: "Glendon" en de andere helft "Cannam". Te +midden van dit pandemonium zakte opnieuw een rij zitplaatsen in elkaar +en er vonden een half dozijn vechtpartijen plaats tusschen bedrogen +houders van kaarten en de opzichters, die een vetten oogst hadden +binnengehaald. De hoofdinspecteur van de politie zond een depêche +naar het bureau met de details voor het politie-rapport. + +Het publiek had het naar zijn zin. Toen Cannam en Glendon de ring +binnen kwamen, geleek de Arena een nationaal politieke vergadering. Elk +werd volle vijf minuten lang toegejuicht. De ring was nu vrij. Glendon +zat in zijn hoek, omringd van zijn secondanten. Als gewoonlijk stond +Stubener achter hem. Cannam werd het eerst voorgesteld en nadat +hij gebogen had en geknikt, was hij gedwongen om de kreten met een +toespraak te beantwoorden. Hij stamelde en stokte, maar slaagde er +ten slotte in, eenige zinnen te bedenken. + +"Ik ben er trotsch op vanavond hier te zijn," zeide hij en terwijl het +applaus donderde, vond hij tijd op een nieuw idee te komen. "Ik heb +eerlijk gevochten. Ik heb mijn leven lang eerlijk gevochten. Niemand +kan dat tegenspreken. En ik zal vanavond mijn best doen." + +Luide kreten weerklonken, als: "Dat's best Tom!" "Dat weten +wij!" "Goede jongen, Tom!" "Jij bent de man om 't er vanavond goed +af te brengen!" + +Toen kwam de beurt aan Glendon. Van hem werd eveneens een toespraak +gevraagd, ofschoon het een ding zonder weergâ was in den ring, dat één +der hoofdpersonen een toesprak hield. Billy Morgan stak zijn hand op +om stilte te verkrijgen en Glendon begon met heldere, krachtige stem: + +"Iedereen heeft gezegd dat zij trotsch waren hier vanavond te zijn," +sprak hij. "Dat ben ik niet." Het publiek schrikte op en hij wachtte +lang genoeg om het tot stilte te doen komen. + +"Ik ben niet trotsch op mijn gezelschap. U wilt een toespraak. Ik +zal u een echte geven. Dit is mijn laatste match. Na vanavond ga ik +voorgoed heen uit den ring. Waarom? Ik heb 't u reeds gezegd. Ik houd +niet van mijn gezelschap. De prijsring is zoo bedorven, dat ieder, +die er bij betrokken is, zoo verdraaid wordt als een kurketrekker. De +ring is verrot tot in zijn hart, vanaf de kleine clubs, waar de +beroepsboksers zich oefenen, tot de zaak van heden avond." + +Op dit oogenblik barstte het zachte gemompel van verwondering, dat +opgestegen was, uit in een geloei. Er werd luidop gesist en gefloten +en velen begonnen te schreeuwen: "Ga door met het gevecht!" "We +willen boksen zien!" "Waarom vecht je niet?" Glendon wachtte even en +merkte op, dat de voornaamste rustverstoorders bij den ring promotors +waren en managers en boksers. Tevergeefs spande hij zich in om zich +verstaanbaar te maken. Het gehoor was verdeeld, de helft schreeuwde: +"Vechten!" en de andere helft: "Spreken! Spreken!" + +Tien minuten vergingen onder hopeloos lawaai. Stubener, de +scheidsrechter, de eigenaar van de arena en de promotor van de match +verzochten Glendon, door te gaan met de match. Toen hij weigerde, +verklaarde de scheidsrechter, dat hij de partij ten gunste van Cannam +zou verklaren, daar Glendon niet vocht. + +"Dat kan je niet doen," hernam Glendon. "Ik zal je voor alle +rechtbanken vervolgen, als je zoo iets probeert en ik durf je niet +beloven, dat dit publiek je levend weg zal laten gaan als je het +de partij ontneemt. Bovendien, ik zal boksen. Maar eer ik dit doe, +wil ik mijn toespraak beëindigen." + +"Maar het is tegen de regels," protesteerde de scheidsrechter. + +"Volstrekt niet. Er staat geen woord in de regels tegen het houden +van toespraken. Elke zwaargewicht-bokser heeft hier vanavond een +speech afgestoken." + +"Een paar woorden maar," schreeuwde de promotor in Glendon's oor. "Maar +jij houdt een lezing." + +"Er staat niets in de regels tegen lezingen," antwoordde Glendon. "En +nu, kerels, ga uit de ring of ik gooi er jullie uit." + +De promotor werd rood van woede en onder tegenspartelen, bij zijn kraag +gegrepen en over te touwen gezet. Hij was een forsche man, maar Glendon +had het zóó gemakkelijk gedaan met één hand, dat het publiek wild werd +van genot. De kreten om een toespraak groeiden in kracht. Stubener en +de eigenaar bliezen wijzelijk den aftocht. Glendon stak zijn handen op +om verstaan te worden, waarop zij, die om een gevecht riepen, hunne +pogingen verdubbelden. Twee of drie banken zakten in en degenen, die +op die manier hun plaats verloren, verergerden het tumult door allen +tegelijk naar de banken, die nog goed waren, toe te vliegen en zich +tusschen de menschen dáár in te wringen, terwijl zij, die daar achter +zaten en den ring niet konden zien, hun toeraasden te gaan zitten. + +Glendon liep naar de touwen en sprak den inspecteur van de politie +aan. Hij was gedwongen naar hem over te buigen en in zijn oor te +schreeuwen. + +"Als ik mijn toespraak niet houd," zeide hij, "zullen de menschen de +boel in mekaar slaan. Als ze losbreken, kunt u ze niet tegenhouden, +dat weet u. Dus u moet mij helpen. U houdt den ring vrij en ik zal +het publiek tot stilte brengen." + +Hij ging terug naar het midden van den ring en stak opnieuw zijn +handen omhoog. + +"Wilt u dat ik spreek?" schreeuwde hij met geweldige stem. + +Honderden bij den ring verstonden het en riepen: "Ja!" + +"Laat dan iedereen, die hooren wil, den levenmaker naast hem tot +zwijgen brengen!" + +De raad werd opgevolgd, zoodat zijn stem, toen hij de woorden +herhaalde, verder doordrong. Nog eens en nog eens schreeuwde hij het, +en langzamerhand, zône na zône, drong de stilte door vanuit den ring, +vergezeld door een gesmoorden ondertoon van gesis en geduw en getwist, +als de luidruchtigen door hun buren tot zwijgen werden gebracht. Bijna +was alle lawaai onderdrukt, toen een rij zitplaatsen bij den ring +inzakte. Dit werd begroet met nieuw brullend gelach, dat vanzelf +wegstierf, zoodat een zachte stem, ver weg, duidelijk hoorbaar was, +toen zij riep: "Ga voort Glendon! We luisteren!" + +Glendon bezat als Kelt de intuïtieve kennis van de psychologie der +menigte. Hij wist dat, wat vijf minuten tevoren een groote onordelijke +bende was geweest, nu als in zijn hand was en om het effect te +vergrooten, wachtte hij een oogenblik alsof hij nadacht. Maar het +wachten duurde juist lang genoeg en geen seconde te lang. + +Dertig seconden lang heerschte volmaakte stilte, en in de stemming +hing iets als angst. Juist toen de eerste zwakke teekenen van onrust +zijn oor bereikten, begon hij te spreken. + +"Als ik uitgesproken heb," zeide hij, "zal ik boksen. Ik beloof u, dat +het een echte match zal zijn, één van de weinige echte matches die u +ooit gezien heeft. Ik zal mijn tegenstander in den kortst mogelijken +tijd leggen. Billy Morgan zal u, als hij voor 't laatst aankondigt, +vertellen, dat het een match wordt van vijf en veertig ronden. Laat +mij u zeggen, dat het dichter bij vijf en veertig seconden zal zijn. + +Toen ik in de rede werd gevallen, was ik bezig te vertellen, dat de +ring rot is. Dat is zoo, van top tot teen. Hij is ingericht om er +zaken mee te doen en u weet allen wat zaken zijn. Dat zegt genoeg. U +zijt de stumperts, ieder van u, die er niets uit haalt. Waarom vallen +de banken vanavond in? Bedrog. Evenals de bokssport waren zij gebouwd +om er zaken mee te doen." Hij hield nu zijn gehoor vaster dan ooit +in de hand en hij wist het. + +"Drie menschen worden op twee plaatsen gestopt. Dit zie ik overal. Wat +beteekent dat? Bedrog. De opzichters krijgen geen loon. Men verwacht +van hen dat zij het publiek zullen afzetten. Alweer zaken. U +betaalt. Natuurlijk betaalt u. Hoe worden de verlofpapieren om te +boksen verkregen? Door bedrog. En laat u mij nu eens vragen: als +de mannen die banken maakten knoeien, als de opzichters knoeien, +als de autoriteiten knoeien, waarom zouden dan zij die hooger in de +bokssport staan niet knoeien? Dat doen zij. En u betaalt. + +En laat mij u zeggen, dat het niet de schuld is van de boksers. Zij +zetten de matches niet op touw. Dat doen de promotors en de managers; +dat zijn de zakenlui. De boksers zijn alleen maar boksers. Zij beginnen +heel eerlijk, maar de managers en promotors dwingen hen mee te doen of +zij gooien hen er uit. Er zijn eerlijke boksers geweest. En er zijn +er nog enkelen, maar die verdienen gewoonlijk niet veel. Ik denk, +dat er ook wel eerlijke managers zijn geweest. De mijne is zoo wat +de beste van het zoodje. Maar vraag hem eens, hoe hij zoo dik in de +vaste goederen en étage-woningen komt te zitten." Hier begon zijn +stem te verdrinken in het rumoer. + +"Laat iedereen, die hooren wil, zijn buurman's mond dicht +houden!" raadde Glendon. + +Opnieuw, als het gegrom van de branding, klonk een geluid van smakkende +lippen en stompen en gekibbel en het huis werd stil. + +"Waarom legt elke bokser er den nadruk op, altijd eerlijk gevochten +te hebben?" Waarom worden zij "John Eerlijk" en "Bills Eerlijk" en +"Blackmiths Eerlijk" enzoovoort genoemd? Is het u nooit opgevallen, +dat zij ergens bang voor schijnen te zijn? Als een man naar je toekomt, +al schreeuwend dat hij eerlijk is, dan krijg je achterdocht. Maar +als een prijsbokser hetzelfde liedje voor u zingt dan neemt u dat aan. + +Laat de beste bokser winnen! Hoe dikwijls heb je dat Billy Morgan +hooren zeggen! Laat mij u zeggen, dat de beste bokser niet zoo heel +dikwijls wint en dat, als hij wint, het gewoonlijk voor hem zoo +beschikt is. De meeste gevechten in ernst, waar u van gehoord heeft +of die u gezien heeft, waren ook van te voren opgezet. Het is een +programma. Alles is vooruit vastgesteld. Denkt u, dat de promotors +en managers het voor hun pleizier doen? Volstrekt niet. Het zijn +zakenmenschen." + +Tom, Dick en Harry zijn drie boksers, Dick is de beste. Dat kon +hij in twee matches bewijzen. Maar wat gebeurt er? Tom slaat +Harry. Dick slaat Tom. Harry slaat Dick. Niets bewezen. Dan komen +de revanche-matches. Harry slaat Tom, Tom slaat Dick, Dick slaat +Harry. Niets bewezen. Dan probeeren zij 't nog eens?. Dick stoot flink +toe. Zegt dat hij op de eerste plaats wil komen. Dus slaat Dick, +Tom en Dick slaat Harry. Acht partijen om te bewijzen, dat Dick de +beste is, waar twee hadden volstaan. Alles vooruit klaargemaakt. Een +programma. En u betaalt er voor en als uw banken in elkaar vallen, +nemen de opzichters u uw plaats af. + +'t Is een mooie sport als het maar eerlijk ging. De boksers zouden +wel eerlijk zijn als zij maar konden. Maar het geknoei is te erg, +als een handjevol mannen bij drie matches driekwart millioen dollars +kunnen verdeelen." + +Een wilde uitbarsting van lawaai dwong hem te zwijgen. + +Te midden van het mengelmoes van kreten, die door het gansche gebouw +weerklonken, kon hij enkele onderscheiden als: "Welke millioen +dollars?" "Welke drie matches?" "Zeg op!" "Ga voort!" Ook was er +gesis en gefluit en kreten van: "Smerige leugenaar! Baantjesjager!" + +"Wilt u hooren?" schreeuwde Glendon. "Bewaar dan de orde." + +Opnieuw verkreeg hij de indrukwekkende halve minuut van stilte. + +"Wat zal Jim Hanford doen? Wat is het programma dat zijn menschen en +de mijne opmaakten? Zij weten, dat ik hem de baas ben. Hij weet, +dat ik hem de baas ben. Ik kan hem in één partij leggen. Maar +hij is wereldkampioen. Als ik mij niet schik naar het programma, +krijg ik nooit een kans om tegen hem uit te komen. Het programma +vraagt drie partijen. Ik zal de eerste winnen. 't Zal in Nevada +plaats hebben als er in San Francisco geen gelegenheid voor is. Wij +zullen er een eerlijke partij van maken. Om ze eerlijk te doen zijn, +legt ieder van ons twintig duizend in. 't Is echt geld, maar 't is +geen echte inleg. Elk van ons krijgt zijn eigen inleg stiekem weer +terug. Hetzelfde met de beurs. We deelen hem eerlijk, ofschoon het +in de oogen van het publiek gaat tusschen vijf en dertig en vijf +en zestig. De beurs, de films, de advertenties en al het andere dat +hangen blijft, is geen cent minder dan tweehonderdvijftig duizend. + +Wij verdeelen dat en gaan aan het werk voor de revanche-match. Hanford +wint en wij gaan opnieuw aan het verdeelen. Dan komt de derde +partij; ik win, waar ik volkomen het recht toe heb; en wij hebben +het boks-publiek driekwart millioen uit den zak geslagen. Zóó is +het programma, maar het is vuil geld. En daarom ga ik vanavond uit +den ring." + +Op dit oogenblik stootte Jim Hanford een politieagent op zij, zoodat +hij tusschen het publiek viel, en wrong zijn kolossale lichaam door +de touwen heen, brullend: + +"'t Is een leugen!" + +Als een woedende stier stormde hij op Glendon in, die terugsprong en +toen, inplaats van den stoot af te wachten, behendig wegdook. Niet +in staat zich in te houden, stoof de zware man voort tegen te +touwen. Terug gegooid door het terugspringen ervan, keerde hij +zich om om opnieuw in te stormen, toen Glendon hem raakte. Glendon, +kalm, helderziende, mat precies den afstand naar de kaak van zijn +tegenstander en voor 't eerst in zijn loopbaan als bokser, stootte +hij met volle kracht. Al zijn kracht, alle latente kracht trok zich +samen in die ééne harde uitbarsting van spierkracht. + +Hanford hing dood in de lucht, in zoover als bewusteloosheid op dood +gelijkt. Wat hem betrof, staakte hij het gevecht op het oogenblik toen +hij met Glendon's vuist in aanraking kwam. Zijn voeten gingen van den +grond en hij hing in de lucht tot hij het bovenste touw raakte. Zijn +kolossale lichaam spartelde er tegenaan, boog in het midden door +en viel door de touwen heen buiten den ring en op de hoofden van de +mannen op de pers-plaatsen. + +Het publiek barstte los. Het had al meer gezien dan waarvoor +het betaald had, want de groote Jim Hanford, de wereldkampioen, +was verslagen. Het was niet officieël, maar het was met één stoot +gebeurd. Nooit was er zoo'n avond geweest in vuistvechtersland. Glendon +keek verdrietig naar zijn bezeerde knokkels, blikte even tusschen de +touwen door naar de plaats, waar Hanford wankelend te land was gekomen +en stak zijn handen omhoog. Hij had zijn recht om gehoord te worden, +bevochten en het publiek werd stil. + +"Toen ik begon te boksen," zeide hij, "noemde men mij "Eén Stoot +Glendon". U heeft een oogenblik geleden dien stoot gezien. Die +kende ik altijd. Ik liep op mijn tegenstander toe en sloeg hem neer, +ofschoon ik altijd zorgde niet met alle kracht te stooten. Toen werd +ik opgevoed. Mijn manager zeide, dat het niet eerlijk was tegenover +het publiek. Hij raadde mij, langere partijen te maken, zoodat +het publiek wat te zien kreeg voor zijn geld. Ik was een dwaas, een +onnoozel schaap. Ik was een groene jongen uit de bergen. Moge God mij +bewaren. Ik nam het als waarheid aan. Mijn manager besprak gewoonlijk +met mij, in welke ronde ik mijn man leggen zou. Dan bracht hij het +over aan het gok-syndicaat en het gok-syndicaat maakte er gebruik +van. Natuurlijk betaalden zij. Maar om één ding ben ik blij. Ik +heb nooit een cent van het geld aangeraakt. Zij durfden het mij +niet aanbieden, omdat zij wisten, dat het voor mij dan uit was met +de matches. + +U herinnert u mijn match met Nat Powers. Ik heb hem niet verslagen. Ik +had achterdocht gekregen. Dus maakte de bende het met hem in orde. Ik +wist er niets van. Ik was van plan de partij een paar ronden over +de zestiende heen te laten duren. De laatste stoot in de zestiende +gooide hem niet om. Maar hij speelde toch den verslagene en hield +jullie allemaal voor den gek." + +"En vanavond?" riep een stem. "Is dat een afspraak?" + +"Ja," was Glendon's antwoord. "Waarop wed het syndicaat? Dat Cannam +het tot de veertiende zal houden." + +Gehuil en gesis klonk. Voor 't laatst hield Glendon zijn hand op +om stilte. + +"Ik ben bijna klaar. Maar ik wil u nog één ding zeggen. Het syndicaat +heeft een strop vanavond. Dit zal een eerlijke partij zijn. Tom +Cannam zal het niet tot de veertiende ronde houden. Hij zal 't niet +één ronde houden." + +Cannam sprong op in zijn hoek en riep woedend uit: "Dat kan je niet! Er +leeft geen mensch die mij in één ronde klopt!" + +Glendon lette niet op hem en ging voort: + +"Eens in mijn leven heb ik nu met al mijn kracht gestooten. U heeft +dat een oogenblik geleden gezien toen ik Hanford sloeg. Vanavond zal +ik voor de tweede maal met alle kracht stooten--dat is te zeggen, +als Cannam niet nu dadelijk door de touwen springt en er vandoor +gaat. En nu ben ik klaar." + +Hij ging naar zijn hoek en stak zijn handen uit voor de +handschoenen. In den tegenovergestelden hoek zat Cannam te razen, +terwijl zijn secondanten tevergeefs trachtten hem tot kalmte +te brengen. Ten laatste slaagde Billy Morgan er in, de laatste +aankondiging van den strijd te doen hooren. + +"Dit zal een gevecht zijn van vijf en veertig ronden," schreeuwde +hij. "Regels van de Marquess of Queensbury! En moge de beste bokser +winnen! Vooruit!" + +De gong sloeg. De beide mannen kwamen naar voren. Glendon stak zijn +rechterhand uit voor den gewonen handdruk, maar Cannam weigerde ze +met een boos hoofdschudden. Tot algemeene verbazing viel hij niet +aan. Woedend als hij was, vocht hij toch voorzichtig; zijn gewonde +trots dwong hem, alle krachten in te spannen om het de ronde uit +te houden. Verscheidene malen stootte hij toe, doch hij stootte +behoedzaam en vergat een oogenblik af te weren. Glendon joeg hem op +door den ring, steeds vooruit dringend met het onbarmhartige gestamp +van zijn linkervoet. Doch hij stootte niet en beproefde ook niet te +stooten. Hij liet zelfs zijn handen neerhangen langs zijn zijden en +joeg den ander op zonder zich te verdedigen, waarmee hij een poging +deed hem te lokken. Cannam grijnsde uitdagend maar zag er van af, +voordeel te trekken uit de dus geboden kans. + +Twee minuten gingen voorbij en toen kwam er een verandering over +Glendon. In elke spier, in elken trek van zijn gezicht sprak hij uit, +dat het oogenblik voor hem was gekomen om zijn tegenstander onder +te krijgen. + +Het was een daad en het werd goed gedaan. Hij scheen een ding van +staal geworden, hard en onmeedoogend als staal. Cannam reageerde er +op door zijn omzichtigheid te verdubbelen. Glendon werkte hem vlug +in een hoek en hield hem daar onder bewaking. Nog stootte hij niet, +noch poogde te stooten en de onzekerheid werd pijnlijk aan Cannam's +kant. Tevergeefs trachtte hij zich uit den hoek te werken, terwijl +hij niet besluiten kon op zijn tegenstander in te stormen en een +poging te doen dezen vast te grijpen. + +Toen kwam het--een snelle reeks van eenvoudige schijnstooten +als spierschichten. Cannam werd er duizelig van. En het publiek +eveneens. Geen twee van de toeschouwers waren het er later over eens, +wat er gebeurd was. Cannam ontdook één schijnstoot en bracht tegelijk +zijn handen naar zijn gezicht om een nieuwen schijnstoot naar zijn +kaak af te weren. + +Hij trachtte ook zijn beenen van positie te doen veranderen. Getuigen, +die vlak bij den ring zaten, zwoeren, dat zij Glendon een stoot +zagen toebrengen vanuit zijn linkerheup terwijl hij vooruitsprong +als een tijger om zijn lichaamsgewicht er aan toe te voegen. Ware +dat als het wil, de slag raakte Cannam op de punt van zijn kin in +het oogenblik, toen hij van positie veranderde. En evenals Hanford, +hing hij bewusteloos in de lucht eer hij tegen de touwen aansloeg en +er doorheen viel op de hoofden van de verslaggevers. + +Wat er daarna in de Golden Gate Arena gebeurde, konden geen kolommen +in de dagbladen voldoende beschrijven. De politie hield den ring vrij, +maar de Arena kon zij niet redden. Het was geen wanorde, het was een +orgie. Geen bank werd op zijn plaats gelaten. Met alle kracht duwend +en dringend, om balken en planken machtig te worden, sloeg de menigte +alles in de groote zaal kort en klein. Prijsboksers zochten bescherming +bij de politie, doch er waren niet genoeg agenten om hen naar buiten +te geleiden, en boksers, managers en promotors werden afgeranseld en +geslagen. Alleen Jim Hanford werd gespaard. Die genade werd hem betoond +ter wille van zijn vreeselijk gezwollen kaak. Toen de menigte eindelijk +uit het gebouw was gedreven, viel zij buiten aan op een nieuwe auto van +zevenduizend dollar, die aan een welbekende bokspromotor toebehoorde +en vernielde de car tot een hoopje oud roest en brandhout. + +Glendon, die zich niet kon kleeden te midden van de ruïne der +kleedkamers, bereikte zijn auto nog in bokscostuum in een badmantel +gewikkeld, maar slaagde er niet in te ontsnappen. Door de macht van +het aantal hield de menigte zijn machine tegen. De politie had het +te druk om hem ter hulp te komen en eindelijk werd er een compromis +gesloten, waarbij de car voort mocht gaan in wandelpas, en begeleid +door vijf duizend lawaaiende opgewonden schreeuwers. + +Het was middernacht toen deze storm over Union Square heenstreek naar +St. Francis. Kreten om een speech klonken op en ofschoon hij voor den +ingang van het hôtel was gekomen, werd Glendon vriendelijk verhinderd +te ontsnappen. Hij trachtte zelfs er uit te springen op de hoofden van +de opgewondenen, maar zijn voeten raakten de straat niet. Op hoofden en +schouders, omklemd en opgetild door iedere hand, die zijn lichaam kon +bereiken, ging hij door de lucht terug naar zijn machine. Toen hield +hij zijn speech en Maud Glendon, die uit een bovenraam neerkeek op haar +jongen Herkules, staande op de bank van de automobiel, wist, zooals +zij 't altijd had geweten, dat hij het meende, wanneer hij herhaalde, +zijn laatste partij gebokst te hebben en voorgoed uit den ring te gaan. + + + +EINDE. + + + + + + + + + +JACHT OP EEN MAMMOUTH + +Door Jack London. + + +Laat ik beginnen met te vertellen dat ik niet voor hem in sta. Ik +kan niet zeggen dat zijne verhalen waar zijn en ook wil ik er niet +verantwoordelijk voor wezen. Let wel, ik maak bij het begin dit +voorbehoud als wachter voor mijn eigen rechtschapenheid. Ik bezit een +zekere vaste eenvoudige positie en een vrouw; en voor de goede naam +van de maatschappij die mijn bestaan eert met zijn goedkeuring en +ter wille van haar voorspoed en de mijne, kan ik niet dezelfde kansen +loopen van vroeger, noch mogelijkheden scheppen met de onverschillige +zorgeloosheid de jeugd eigen. Dus ik herhaal ik sta niet voor hem in, +voor deze Nimrod, deze machtige jager, deze huiselijke, blauwoogige, +sproeterige Thomas Stevens. + +Nu ik recht heb gedaan aan me zelf en aan alle mogelijke olijftakken +met welke mijne vrouw mij in de toekomst plezier zal hebben me te +vereeren, kan ik mededeelzaam zijn. + +Ik zal de verhalen mij door Thomas Stevens verteld niet beoordeelen, +en ik zal geen oordeel vellen. + +En waarom zal ik geen oordeel vellen? Omdat ik er geen heb. Lang heb +ik gewikt en gewogen doch geen enkele maal waren mijne beslissingen +dezelfde. Waarom? Omdat Thomas Stevens een grooter man is dan ik. Als +ik de waarheid heb verteld, goed; als ik onwaarheid heb verteld, om 't +even. Want wie kan het bewijzen? of wie het tegendeel? Ik oordeel niet, +terwijl ongeloovigen kunnen doen als ik deed--zoek Thomas Stevens op +en bespreek met hem de verschillende voorvallen welke, als het geluk +dient, ik vertellen zal. Waar hij te vinden is? De aanwijzigingen zijn +eenvoudig: ergens tusschen 53° N. breedte en de Noordpool en verder +op het meest wildrijke jachtveld tusschen de oostkust van Siberië en +uiterste Labrador. Dat hij daar ergens is, daar geef ik mijn woord +op van eerlijk man die gewoon is eerlijk te leven en recht te spreken. + +Thomas Stevens kan verbazend gespeeld hebben met de waarheid, 't is +mogelijk, doch toen wij elkaar voor 't eerst ontmoeten (dit moet ik +even aanstippen), dwaalde hij in mijn kampement op een oogenblik +dat ik mezelf duizend mijl wegdacht van de uiterste wachtpost van +het beschaafde gebied. Op den aanblik van zijn menschelijk gezicht, +het eerste in eenzame lange maanden, had ik op kunnen springen en +had ik hem in mijn armen kunnen drukken (hoewel ik geen mensch ben +van uiterlijk vertoon), maar hem scheen zijn bezoek het meest gewone +gebeuren onder de zon. Hij slenterde eenvoudig binnen de lichtcirkel +van mijn kampvuur, schopte mijn sneeuwschoenen naar eene zijde en een +paar honden naar den anderen kant en maakte zoo voor zich zelf ruimte +bij het vuur. Hij zei dat hij even aankwam om een beetje soda en om +te zien of ik wat fatsoenlijke tabak voor hem had. Hij scharrelde +een oude pijp op, stopte die met bijzondere zorg en zonder blikken +of blozen schudde hij de helft van mijn tabakzak in de zijne. Ja, +de tabak was goed. Hij zuchtte met de zelfgenoegzaamheid van den +eerlijken mensch en zoog letterlijk de rook van de knetterende +geele blaadjes, en het deed mijn rookers hart goed hem zoo bezig te +zien. Jager? Wevervanger? Goudzoeker? Onverschillig haalde hij de +schouders op, neen; alleen maar wat rondscharrelen. Hij was eenige +tijd geleden van het groot Slavenmeer gekomen en was van plan over +te steken naar de Yukon. De postbeambte te Koshim had hem verteld +van de ontdekkingen aan de Klondike en hij was van plan daar eens +te gaan kijken. Ik bemerkte dat hij over de Klondike in de taal +van de Poolstreken sprak als van de Rendier rivier; een van zelf +ingenomenheid sprekende gewoonte, welke de Ouderen gebruiken tegenover +de "che-cha-quos" (nieuwelingen) en tegenover alle groenen in 't +algemeen. Maar hij deed het zoo naïf en zoo als vanzelf sprekend, dat +het niet wondde en ik vergaf het hem dan ook. Ook dacht hij er over, +vertelde hij, voor hij de vlakte naar de Yukon overstak even aan te +gaan op 't Fort de Goede Hoop. + +Nu is 't naar 't Fort de Goede Hoop een lange reis om en nabij +de Poolcirkel, in een gebied waar maar weinig menschen ooit zijn +geweest; en wanneer een onbekende, rare kerel uit de lucht komt +vallen bij je kampvuur en spreekt over "rondscharrelen" en een +"uitstapje" wordt het hoogtijd op te staan en je droombeeld van je +af te schudden. Daarom keek ik rond zag de pijnboomen en de varens, +ik zag mijne zakken met voedsel, de camera, de adem van de honden en +boven het licht van de aurora in een lange streek van het Zuid-Oosten +naar het Noord-Westen. Ik rilde. De nacht van het Noordland heeft iets +tooverachtigs, dat iemand bekruipt als de koorts uit een moeras. Daarna +keek ik naar mijne sneeuwschoenen, welke overelkaar heen lagen zooals +hij ze geschopt had. Ook keek ik naar mijn tabakzak. Op zijn minst +de helft was er uit. Dat deed de deur dicht. Ik droomde niet. + +Gek geworden door ontbering, dacht ik terwijl ik de man strak aankeek, +een van die wilde gelukzoekers ver verdwaald en dwalende als een +verloren ziel over groote uitgestrektheden en onbekende diepten. Best, +laat hem begaan tot wellicht hij zijne zinnen weer bij elkaar zou +scharrelen. + +Dus liet ik hem praten en 't duurde niet lang of ik stond verbaasd, +want hij sprak over het groote wild en over hare gewoonten. Hij had +gejaagd op de Siberische wolf van West Alaska en op gemzen in de Rocky +Mountains. Hij beweerde te weten waar de laatste buffels leefden, +dat hij de caribou had nagejaagd toen ze nog rondtrokken in kudden +van honderd duizend, en dat hij geslapen had op de Great Barrens +terwijl hij het muskusdier vervolgde. + +En ik veranderde mijn oordeel (voor 't eerst, doch niet voor de laatste +maal) en geloofde hem geheel. Waarom ik het deed, weet ik niet, doch +ik voelde mij gedwongen hem het verhaal te vertellen van een man die +zoo lang in de Poolstreken had rondgedwaald dat hij waarheid niet +meer van verdichtsel wist te onderscheiden. Het was een verhaal van +een grooten beer, die de steile hellingen van St. Elias bewoonde doch +nooit afdaalde tot den vlakken grond. Nu schiep God dit beest zoo, +als bewoner der berghellingen, dat de pooten aan de eene zijde een +voet langer waren dan die aan den anderen kant. Iedereen zal toegeven +dat dit buitengewoon gemakkelijk was voor het dier. Ik vertelde +het verhaal alsof ik er zelf op had gejaagd, beschreef de omgeving, +gaf het de noodige bijzonderheden en verwachtte dat mijn toehoorder +verstomd zou staan door mijn verhaal. + +Doch dit was geenszins het geval. Had hij aan mijne woorden getwijfeld +dan zou ik hem zulks vergeven hebben. Had hij gezegd dat het niet +gevaarlijk was op zoo'n beest te jagen door de onmogelijkheid voor +het dier om om te draaien en den anderen kant uit te gaan--had hij +dit gedaan zeg ik, dan had ik hem sportief de hand gedrukt. Maar hij +deed het niet. Hij snifte, keek me aan en snifte nog eens; trok daarna +hard aan zijn pijp duwde een voet op mijn schoot en verzocht mij zijn +schoeisel te bekijken. Het was een "mucluc" van het Inmuit model, +dichtgenaaid met pezen. Maar het was het vel zelf dat opviel. Omdat +het een halve duim dik was, dacht ik eerst aan walrus vel; maar daar +had het niets van, want geen walrus droeg ooit zooveel haar. Aan +de kanten en aan de enkels was het haar vrijwel geheel weggeschuurd +door de sneeuw en kreupelhout, doch bij de knie en op meer beschermde +plaatsen was het hard, vuil zwart en erg dik. Ik scheidde het met +moeite en zocht onder het dikke haar naar het fijne bont dat bij +alle dieren uit de noordelijke streken te vinden is maar in dit geval +was er geen spoor van te bekennen. Dit gemis werd echter ruimschoots +vergoed door de lengte van het haar. Waarlijk, de plukken welke het +gebruik hadden overleefd waren wel anderhalve decimeter lang. + +Ik keek den man aan terwijl hij zijn voet weg trok en me vroeg: "Had +jouw St. Elias-beer zoo'n vacht." Ik knikte van neen. "Noch eenig +ander levend wezen heeft zoo'n vacht," zei ik beslist. De dichtheid +en de lengte van het haar brachten me in de war. + +"Dat" zei hij, en hij deed dit zonder blikken of blozen, "dat kwam +van een Mammouth." + +"Nonsens!" schreeuwde ik, want ik kon het protest van mijn ongeloof +niet onderdrukken. "De Mammouth, beste vriend, verdween lang lang +geleden van deze aardbodem. Wij weten het dat die dieren eens moeten +hebben geleefd door de fossielen welke zijn opgegraven, en door een +bevroren geraamte dat de Siberische zon heeft te voorschijn gesmolten +uit een gletscher maar ook weten we dat er geen meer bestaan. Onze +ontdekkingsreizigers..." + +Bij dit laatste woord viel hij me ongeduldig in de reden. "Jullie +ontdekkers? Pfh! Zwakkelingen. Laten we over hen niet meer +spreken. Maar vertel me. Gij mensch, wat weet je van de mammouth en +zijn leefwijze. Zonder twijfel leidde dit tot een verhaal van hem, en +daarom zette ik me schrap door mijn geheugen bij elkaar te schrapen +om alles te kunnen opdisschen wat ik over dit onderwerp wist. Om +te beginnen, bracht ik te berde dat het dier pre-historisch was +en haalde al mijne bewijzen aan om dit te bevestigen. Ik noemde de +Siberische zandvlakten die vol zaten met mammouth beenderen, sprak +van de groote hoeveelheden fossiel ivoor dat door de Alaska Handel +maatschappij van de Inmiets werd gekocht: en verklaarde dat ik zelf +in de Klondyke-kreeken uit den bodem beenderen had opgegraven van twee +meter grootte. "Allemaal fossielen" besloot ik "gevonden in aardlagen +onnoemelijke eeuwen oud." "Ik herinnerde me toen ik een kind was" +Thomas Stevens snifte (hij had een ergelijke manier van sniffen) +"dat ik eens een versteende watermeloen zag. Bestaan er daarom geen +watermeloenen of verbeelden de menschen die ze kweeken alleen maar +dat het watermeloenen zijn?" "Maar hoe zouden die beesten zich nu nog +kunnen voeden," verweerde ik me. Moeder aarde moet toch voedsel in +enorme hoeveelheden voortbrengen om zulke monsterachtige schepsels +te onderhouden. Nergens in de heele poolstreek is de grond zóó +vruchtbaar. Ergo, de Mammouth kan niet bestaan." + +"Ik vergeef je je onwetendheid omtrent vele dingen van het Noorderland, +want je bent jong en hebt weinig gereisd; maar toch moet ik je één +ding toegeven. De mammouth bestaat niet meer. Hoe of ik dat weet? Ik +zelf doodde de laatste met mijn eigen rechterhand." + +Zoo sprak Nimrod, de machtige Jager. Ik gooide een brandend stuk +hout naar de honden en verzocht hen hun heiligschendend gehuil te +staken en wachtte. Ongetwijfeld zou deze leugenaar van buitengewone +bekwaamheid zijn mond openen en me mijn verhaal van de St. Elias +beer betaald zetten. + +"Het kwam zoo," begon hij ten laatste, nadat de eerbiedige stilte +lang genoeg geduurd had. "Ik kampeerde eens--" + +"Waar?" viel ik in de rede. + +Hij wuifde met zijn hand vaag in de richting noord-oost, waar een +onbekend land zich uitstrekte in welk uitgestrektheid zich nog +slechts weinig mannen hadden begeven en waaruit er nog minder waren +teruggekeerd. + +"Ik kampeerde eens met Klooch. Klooch was een van die mooie kleine +kamooks als er maar weinigen in het gareel hebben geloopen. Haar vader +was een volbloed Malemut uit Russisch Pastilik aan de Bering zee, +en ik fokte haar met kennis van zaken uit een groote reuzenhond van +het Hudsonbaai ras. Ik zeg je, man, ze was een prachtcombinatie. En +nog geloof ik dat ze jongen moest van een geheel wilde wolf uit +de bosschen--, grijs en met sterke pooten met geweldige longen en +een onmetelijk uithoudingsvermogen. Zeg! Heb je ooit van zoo iets +gehoord? Het was nieuw ras dat ik aan 't fokken was en ik kon groote +dingen verwachten. + +"Zooals ik zei, ze bracht de jongen voorspoedig ter wereld. Ik +zat op mijn hurken gebogen over het jonge goedje--zeven stevige +blinde scharrelaars--toen van achter me plotseling een vreeselijk +trompetgeschal kwam als van een olifant begeleid door het kraken +van takken en jonge boomen. Er kwam een wervelwind en ik was +half opgestaan toen ik voorover op mijn gezicht werd gesmeten. Op +hetzelfde oogenblik hoorde ik Kooch zuchten als een man die een stomp +in zijn maag krijgt. Je kunt snappen dat ik stil bleef liggen, maar +ik draaide mijn hoofd om, en zag een reuzengevaarte boven mijn hoofd +zweven. Daarna kwam gelukkig de blauwe lucht weer in 't gezicht en ik +stond op. Een harige vleeschberg verdween juist in het kreupelbosch +op de grens van de open plek waar ik mijn kamp had opgeslagen. Ik zag +zijn achter gedeelte voor een oogenblik, met een stijven staart, zoo +dik als mijn lichaam, recht achteruit staande. Het volgend oogenblik +was er nog slechts een groot gat in het dichte bosch, doch nog steeds +hoorde ik het lawaai als van snel wegstervende tornado, het kreupelhout +kraakte en boomen knapten af en vielen om. + +"Ik greep rond me heen om mijn geweer. Het had naast me gelegen op +den grond met den loop tegen een blok hout; maar de kolf was gebroken, +de loop krom en de grendel was in duizend stukken. Toen zocht ik naar +het nest honden en--en wat denk je?" + +Ik schudde mijn hoofd. + +"Mijn ziel mag in duizend hellen braden als er nog iets van over +was! Klooch, de zeven stevige blinde jongen--weg, heelemaal weg. Waar +ze gelegen had was een slijmerige bloederige kuil in den zachten bodem, +een meter in diameter en aan de kanten een beetje haar." + +Ik paste een meter af in de sneeuw, trok er een cirkel rond en keek +Nimrod aan. + +"Het monster was tien meter lang en zeven hoog" antwoordde hij "en zijn +tanden waren zes meter lang. Ik kon mijne oogen niet gelooven, noch dat +ik het beleefd had. Maar als mijn verstand mij parten speelde dan was +er toch een gebroken geweer en een gat in het bosch. En bovendien was +er--of liever er was geen Klooch en geen jongen. Kerel, het maakt me +helsch wanneer ik er nog aan denk. Klooch! Een tweede Eva! De moeder +van een nieuw ras! En plotseling komt een woest lollende mammouth +als een tweede zondvloed en veegt ze met wortel en tak schoon van +de aardbodem! Verwondert het je dat de met bloed doortrokken grond +aan God om wraak schreeuwde? Of dat ik mijn handbijl opnam en het +monster narende?" + +"De handbijl?" riep ik uit, buiten mij zelf van verbazing. "De handbijl +en een groote mammouth, tien meter lang, zeven meter--." + +Nimrod grinnikte zacht. "Wat zeg je ervan hé," schreeuwde hij. "Is +het niet Munichhausen? Ik heb er zelf ook dikwijls om gelachen, maar +op dat oogenblik was het geen aardigheid, ik was gek van woede, om +mijn geweer en Klooch. Denk eens aan, kerel! Een nieuw ras nog niet +erkend en in het stamboek opgenomen en van de aardbodem gevaagd voor +het de oogen had geopend! Enfin, 't is niet anders. Het leven is vol +teleurstellingen en dat is goed ook. Vleesch smaakt het lekkerste na +een hongersnood en een bed is het zachtste na een zwaren tocht. + +"Zooals ik zei, ik rende het beest na met mijn handbijl en volgde hem +op den voet de vallei in; maar toen hij zich omdraaide en terug rende +naar de opening moest ik buiten adem achterblijven. Over eten gesproken +is het misschien wel goed dat ik even stop om een en ander uit te +leggen. Daar in die buurt te midden van de bergen is een buitengewoon +eigenaardige natuur en grondgesteldheid. Daar zijn alsmaar kleine +valleien die allemaal op elkaar lijken als erwten in een zaak en +allen ingesloten door steile hooge rotswanden. En aan het laagste +gedeelte zijn steeds kleine openingen waar de gletschers zich een +weg hebben gebaand. De eenige manier om in de vallei te komen is door +deze openingen en ze zijn allen nauw en sommigen bijzonder nauw. En +voedsel--je hebt zeker weleens rondgescharreld op de van regenwater +doortrokken eilanden van de Alaska kust, daar ik kan zien dat je een +reiziger bent. En je weet hoe de boel daar groeit--groot en sappig +en wild. Wel, zoo was het ook in die valleien. Vette, rijke bodem, +met varens en gras en die dingen met bladen die boven mijn hoofd +uitstaken. 't Regende drie dagen van de vier gedurende den zomer; +en voer erin genoeg voor duizend mammouths, om niet te spreken van +het kleine wild voor ons menschen. Maar om terug te komen op mijn +verhaal. Beneden in het lage gedeelte van de vallei raakte ik buiten +adem en ik gaf het op. Ik begon na te denken, want toen ik niet meer +kon werd ik al woester en woester en ik wist dat ik nooit meer tot +rust zou komen, voor ik Mammouth vleesch gegeten had. En ik wist ook +dat ik dat niet krijgen zou dan na een geweldig gevecht. Nu was de +mond van de vallei erg nauw en de wanden bijzonder steil. Hoog boven +me lag een groot rotsblok op de rand van den rotswand. Het woog zeker +een paar honderd ton en balanceerde boven de opening op haar smalle +zijde. Dat was juist wat ik hebben moest. Ik liep terug naar mijn kamp, +de vallei in de gaten houdende zoodat het monster niet ontsnappen +kon en haalde mijne patronen. Zonder geweer kon ik daar toch niets +mee doen en daarom opende ik de hulzen, legde het kruit onder de rots +en bracht het door een brandend touwtje tot ontploffing. Ontploffen +deed het niet hard maar het blok schudde, wankelde lui en plofte naar +beneden juist in de opening tusschen de rotswanden, met ruimte genoeg +voor het beekje om rustig door te kabbelen. Nu had ik hem te pakken." + +"Maar hoe had je hem dan te pakken?" vroeg ik verbaasd. "Wie heeft +ooit gehoord van een man die een mammouth doodde met een handbijl? of +met wat ook?" + +"Maar man, heb ik je dan niet reeds gezegd dat ik gek was van +woede?" antwoordde Nimrod met een zweem van ongeduld. "Absoluut gek, +door Klooch en het geweer. En bovendien, was ik niet een jager? En +was dit geen nieuw en ongewoon wild? Een handbijl? Pfh! Die had ik +niet eens noodig. Luister en je zult hooren van een jacht zooals er +wellicht gebeurd zijn toen de wereld pas bestond en holbewoners op +jacht gingen met steenen bijlen. Daarmee had ik het ook kunnen doen. Is +het geen feit dat een man een hond of paard dood kan loopen? Dat hij +ze uit kan putten door zijn volhouden?" + +Ik knikte. + +"Wel nu dan?" + +Daar ging me een licht op en ik verzocht hem verder te vertellen. + +"Mijn vallei was misschien een vijf mijl in 't rond. De mond was +dicht. Er was geen enkele uitweg. Die mammouth was een schuw beest +en ik had hem in mijn macht. Ik zette hem weer na, joeg hem op met +steenen en liet hem drie keer de vallei rondhollen voor ik wat ging +eten. Snap je? Het was een manége! Een man en een mammouth! Een +hypodroom, met de zon, de maan en de sterren als jury! + +"Ik had er twee maanden voor noodig, maar ik deed het. En dat is +geen ophakkerij. Ik liet hem maar rondhollen, ik had de binnencirkel +onder 't loopen gedroogd vleesch en bessen etend en zoo nu en dan +een tukje pakkend. Natuurlijk werd het dier soms wanhopig en kwam +op me af. Maar dan rende ik naar den moerassigen grond van de beek +en sprak de banvloek uit over hem en zijn nageslacht en tartte hem +bij me te komen, maar het dier was te slim om zich in het moeras te +begeven. Eens sloot hij me in tusschen de rotsen en ik krabbelde +buiten zijn bereik in een diep hol en wachtte. Als hij met zijn +slurf naar mij tastte sloeg ik er op met mijn handbijl tot hij het +ding terug trok met een geschreeuw dat hooren en zien je verging, +zoo woest was hij. Hij wist dat hij me had en toch niet had en dat +maakte hem razend. Maar 't was een slimmerd. Hij wist dat hij zelf +veilig was zoo lang hij me in 't hol hield en hij besloot me erin +te houden. En hij had groot gelijk alleen had hij buiten den waard +gerekend. Op die plaats was voedsel noch water dus kon hij onmogelijk +het beleg volhouden. Uren lang stond hij voor de opening, een oogje op +mij houdend en onderwijl met zijne reuzen ooren de muskieten verjagend. + +Maar dan beving hem de dorst en begon hij te razen en te brullen tot +de grond ervan dreunde me uitmakend voor alles wat leelijk was. Dit +deed hij om me bang te maken, natuurlijk; en als hij dan dacht dat +ik genoeg onder den indruk was, scharrelde hij zachtjes achteruit en +trachtte de kreek te bereiken. Soms liet ik hem gaan tot hij bijna +bij het water was--het was maar een paar honderd meter--en dan kwam ik +naar buiten en hij weer gauw terug, log waggelend als een lawine. Toen +ik dit een paar maal gedaan had veranderde hij zijn taktiek, zonder +een waarschuwing rende hij weg, zoo hard hij kon naar het water er op +rekenende heen en terug te zijn voor ik gevlucht was. Op het laatst +echter vloekte hij me op een afschuwelijke manier uit, brak het beleg +op en ging vast besloten naar het water. + +Dit was de eenige keer dat hij me in het nauw bracht--drie dagen aan +een stuk--maar na dien, stond het hypodroom nooit stil. Rond, rond en +rond als een zesdaagsche voor mijn pleizier, want hij had er nooit +pleizier in. Mijn kleeren scheurden aan flarden maar ik stopte geen +enkele maal om ze te herstellen, tot op het laatst ik naakt rondliep, +met niets dan mijn oude handbijl in de eene hand en een steen in +de andere. Werkelijk, ik stopte nooit dan alleen om wat te slapen +tusschen de rotsen wat hooger op. Wat de Mammouth betreft, die werd +magerder en magerder--viel zeker een paar ton af--en zoo zenuwachtig +als een schooljuffrouw die is blijven zitten. Wanneer ik naar hem +toe kwam en een schreeuw gaf of hem van ver met een kei naar zijn kop +gooide, sprong hij op als een bang veulen en beefde over zijn geheele +lichaam. Dan begon hij weer rond te rennen met zijn slurf en staart in +de lucht, zijn kop over een schouder en met haat spuwende oogen en de +manier waarop hij dan tekeer ging tegen mij was afschuwelijk. Het was +een buitengewoon immoreel beest, een moordenaar en een godslasteraar. + +"Maar op het laatst staakte hij zijn kabaal en begon te jammeren en +huilen als een klein kind. Hij raakte buiten zichzelf en hij werd een +beverige geleiberg van ellende. Hij kreeg last van hartkloppingen en +wankelde heen en weer als een dronken man en dan viel hij en schaafde +het vel van zijne knieën. Dan begon hij weer te jammeren maar aldoor +voort strompelend. O, kerel de goden zelf zouden over hem geweend +hebben en jijzelf en iedereen. Het was jammerlijk, het was zoo'n +zielige vertooning, maar ik versteende mijn hart en liet hem slechts +harder loopen. Ten laatste putte ik hem geheel uit en hij viel neer, +geheel op, met gebroken hart, hongerig en dorstig. Toen ik bemerkte +dat hij zich niet meer verroeren kon, sneed ik zijn hielpezen door en +besteedde het grootste gedeelte van den dag met op hem in te hakken met +mijn handbijl, tot ik diep genoeg in zijn lichaam was doorgedrongen om +hem dood te maken. Tien meter lang was het dier en zeven hoog en een +man kon een kooi spannen tusschen zijne slagtanden en er lekker in +slapen. Hoewel ik al zijn vet uit hem had gejaagd, was hij toch goed +eetbaar en zijn vier pooten zouden gebraden een man wel een jaar eten +genoeg hebben verschaft. Ik bracht den geheelen winter bij hem door. + +"En waar is die vallei?" vroeg ik. + +Hij wuifde met zijn hand naar het noord-oosten en zei: "Je tabak is +goed. Een goed deel er van heb ik nu in mijn eigen tabakszak maar +de herinnering eraan zal ik tot mijn dood bij me dragen. Ten teeken +van mijn waardeering en in ruil voor de moccasins aan jouw voeten, +geef ik je deze muclucs ten geschenke. Zij zullen je doen gedenken +Klooch en de zeven blinde jongen. Zij zijn ook souvenirs van een +onvergelijkelijke gebeurtenis in de geschiedenis, namelijk van de +verdelging van het oudste en het jongste ras op aarde. En hun grootste +verdienste is dat zij onverslijtbaar zijn." + +Het schoeisel verwisseld hebbend klopte hij de asch uit zijn pijp, +greep mijn hand ter afscheid en verdween door de sneeuw. Met betrekking +tot dit verhaal, voor hetwelk ik de verantwoordelijkheid niet draag +raad ik de ongeloovigen aan een bezoek te brengen aan het Smithsonian +Instituut. Wanneer zij de vereischte geloofsbrieven meebrengen en +niet in de vacantietijd komen, zullen zij zonder twijfel worden +toegelaten bij Professor Dolvidson. De muclucs zijn in zijn bezit en +hij zal bevestigen niet de wijze waarop zij verkregen zijn, maar het +materiaal van hetwelk zij zijn samengesteld. Wanneer hij verklaart +dat zij gemaakt zijn van Mammouth huid, aanvaart de geheele geleerde +wereld zijn oordeel. + +En wat wilt gij meer? + + + + + + + + +EEN DRANK UIT DE POOLSTREKEN + +Door Jack London. + + +Thomas Steven's waarheidsliefde mag niet te doorgronden zijn en zijn +verbeeldingskracht die van gewone menschen tot de macht maar het +moet gezegd worden dat hij nooit iets vertelde dat gebrandmerkt kon +worden als een besliste leugen ... Hij kan met de waarschijnlijkheid +gespeeld hebben en zich bewogen hebben op de grens van het mogelijke, +maar in geen van zijne verhalen piepte de machine. Dat hij de +Poolstreken kende als een boek, zal niemand ontkennen. Dat hij een +groot reiziger was en onnoemelijk veel onbekende tochten had gemaakt, +konden velen bevestigen. Buiten hetgeen ik persoonlijk van hem wist, +kende ik mannen die hem overal hadden ontmoet, maar meestal in het +hooge verlaten Noorden. + +Daar was Johnson, de agent van de Hudsonbaai maatschappij, die +hem gehuisvest had in een factorij in Labrador tot zijne honden op +kracht waren gekomen en hij weer in staat was verder te trekken. Dan +Mc. Mahon, agent van de Alaska Handel maatschappij, die hem ontmoet had +in Dutch haven en later tusschen de Alentian eilanden groep. Het was +buiten twijfel dat hij als gids gediend had bij de eerste expedities +uitgerust door de Vereenigde Staten en de geschiedenis bevestigt dat +hij in een zelfde hoedanigheid de Western Union diende bij de poging +om door Trans Alaska en Siberië een telegraaflijn aan te leggen naar +Europa. Verder was er Joe Lamson, de walvischvaarder, die toen hij +met zijn schip in de mond van de Mackenzie rivier vastgevroren zat, +een bezoek van Stevens kreeg op zoek naar tabak. + +Dit laatste bewijst de identiteit van Thomas Stevens afdoende. Zijn +zoeken naar tabak was eeuwigdurend en onvermoeid. Voor we goed met +elkaar bekend raakten leerde ik reeds hem te verwelkomen met de eene +hand en hem mijn tabakszak te geven met de andere. Maar de avond dat +ik hem ontmoette in de kroeg van John O'brien te Dawson had hij zich +gehuld in een wolk rook van een vijftig dollarcent sigaar, en in plaats +van mijn tabakszak vroeg hij om mijn zak met stofgoud. We stonden +bij een faro tafel en onmiddellijk wierp hij de zak op de hoogste +kaart. "Vijftig" zei hij en de croupier knikte. De hoogste kaart werd +gekeerd en hij gaf me mijn zak terug en trok me naar de weegschaal, +waar de weger hem onverschillig vijftig dollar in stofgoud uitwoog. + +"En nu geef ik een rondje," zei hij en later bij den toonbank terwijl +hij zijn glas neerzette. "Dit doet me denken aan een brouwsel dat ik in +Tarratat maakte. Neen, je weet niet waar dat is en 't staat ook niet +op de kaart. Maar 't is aan de kust van de Gazee, niet meer dan een +paar honderd mijl van het Amerikaansche grensgebied en daar wonen een +paar honderd ongeloovige zielen, die onder elkaar trouwen en tusschen +beiden doodgaan. Ontdekkingsreizigers hebben ze vergeten en je zult +ze ook niet vinden in de volkstelling van 1890. Een walvischvaarder +leed daar eens schipbreuk doch de bemanning die over het ijs het land +bereikte trok naar het zuiden en liet nooit weer iets van zich hooren. + +"Maar 't was een heerlijke drank die wij daar maakten Moosu en ik," +voegde hij er even later met een zucht bij. + +Ik wist dat er groote daden achter die zucht verborgen waren en daarom +trok ik hem in een hoek tusschen een roulet tafel en een pokerpartijtje +en wachtte tot zijn tong zou ontdooien. + +"Een ding had ik tegen Moosu," begon hij, zijn hoofd meewarig +schuddend, "een ding en ook slechts een. Hij was een Indiaan uit +Chippeway, maar het beroerde was dat hij wel eens gehoord had van de +"Schrift". Hij was een kampgenoot geweest met een Fransch Canadeesche +afvallige die theologie gestudeerd had. Moosu had nooit christelijkheid +in de praktijk gezien en zijn hoofd was volgestampt met mirakels, +gevechten en biechten en van alles waarvan hij niets begreep. Voor de +rest was hij van een goed soort, handig onderweg of bij het kampvuur. + +"We hadden een zwaren tijd achter den rug en waren er slecht aan +toe, en uitgeput toen we Tarratat aandeden. We hadden onze geheele +uitrusting met honden en al in een sneeuwstorm verloren, onze magen +kleefden aan onze ruggegraat en onze kleeren hingen als vodden aan ons +lijf, toen we het dorp binnen strompelden. Ze waren niet erg verwonderd +ons te zien van wege de bemanning van den walvischvaarder--en gaven +ons de beroerdste hut in het dorp om in te verblijven, en de slechtste +restjes om van te leven. Wat me direkt opviel was dat ze ons geheel +aan ons zelf overlieten. Maar Moosu legde het me uit. Hij zei dat de +medicijnman jaloersch was en dat hij zijn volk den raad had gegeven +zich niet met ons in te laten. Van het weinige dat hij vroeger van +de zeelui gezien had, had hij geleerd dat wij van een sterker en +ontwikkelder ras waren dan hij zelf. + +"Deze menschen hebben een wet" zei Moosu, "die vleesch wil eten +moet jagen. Wij zijn onbekend, meester, met de wapens van dit land; +wij kunnen geen boog spannen noch een speer werpen zooals zij dat +kunnen. Daarom hebben de medicijnman en Tummasook, het opperhoofd, de +koppen bij elkaar gestoken en zij hebben uitgemaakt dat wij de vrouwen +en kinderen zullen helpen in het binnensleepen van het gejaagde vleesch +en in het voorzien van de jagers van alles wat ze noodig hebben." + +"En dit is onrechtvaardig," antwoordde ik, "want wij zijn betere +menschen, Moosu, dan deze lui, die in onwetendheid leven. Bovendien +moeten we uitrusten en aansterken want de weg naar het Zuiden is lang +en op dien weg kunnen zwakkelingen niet voortkomen." "Maar wij hebben +niets," merkte hij op terwijl hij rondkeek langs de verrotte wanden +van de hut, de viese lucht van het oude walrusvleesch met hetwelk +we ons maal hadden gedaan nog in zijn neus. "En op dit eten kunnen +we niet leven. We hebben niets dan de flesch met cognac dat ons niet +vullen kan, dus moeten we ons wel buigen onder het juk en houthakkers +en waterdragers worden. En er zijn hier goede dingen waarvan we niets +krijgen. Ja, meester, mijn neus heeft me nooit bedrogen en ik heb +hem gevolgd naar geheime bergplaatsen en tusschen de balen bont in +de hutten. Goeden voorraad bemachtigden de menschen hier van de arme +walvischvaarders en die heele voorraad is slechts verdeeld onder een +paar menschen. De vrouw Itukuk, die aan 't eind van het dorp woont +naast de hut van het opperhoofd heeft veel meel en suiker en ik heb +gezien dat ze haar gezicht had ingesmeerd met stroop. En in de hut +van het opperhoofd Tummasook is thee. En de medicijnman heeft twee +kisten tabak. En wat hebben wij? Niets! Niets!" + +Maar ik was sprakeloos door wat hij zei over tabak en antwoordde niet. + +Doch Moosu begon uit zich zelf op nieuw. + +"En daar is Fukeliketa, de dochter van een groot jager, een welgesteld +man. Een aardig meisje, ja een heel lief meisje. Dien nacht lag ik te +peinzen terwijl Moosu snorkte, want ik kon de gedachte niet verdragen +dat de tabak zoo dicht bij was en ik ze toch niet kon rooken. Het was +waar, wat Moosu gezegd had, wij bezaten niets. Maar het werd me helder +en toen het morgen was zei ik tegen hem: "Ga, zooals je dat kunt, +stilletjes het dorp in en breng een been voor me mee, gebogen als de +hals van een gans en hol. Loop kalm rond maar kijk goed uit waar de +potten en pannen en 't kookgerei opgeborgen is. En onthoudt dat ik +het verstand heb van het blanke ras en doe wat ik je bevolen heb." + +"Toen hij weg was plaatste ik de lamp met walvisch-olie in 't midden +van de hut en legde de slaapdekens in een hoek om meer ruimte te +hebben. Daarna maakte ik den loop van zijn geweer los en legde het bij +de hand. Voorts maakte ik kaarspitten van het katoen dat de vrouwen +uit het dorp sponnen. Toen hij terug kwam, had hij het been bij zich +en vertelde mij dat in de hut van Tummassook een groote oliekan en +een grooten koperen ketel stond. Daarop gaf ik hem een pluimpje en +zei dat we den nacht af moesten wachten. + +"Het opperhoofd heeft een koperen ketel en een oliekan" zei ik, +terwijl ik Moosu een grooten steen in de hand gaf. "Het dorp is in +rust en het is donker. Kruip nu stil in de hut van het opperhoofd +en sla hem zoo hard je kunt met den steen op zijn maag. En moge de +gedachte aan het vleesch en al het goede voedsel dat ons in volgende +dagen wacht je kracht geven. Er zal een groote opschudding zijn en +het dorp zal op stelten staan. Maar wees niet bang en zorg dat je +niet ontdekt wordt. En als de vrouw Ipsukuk, dat is de vrouw die haar +gezicht met stroop insmeert, in je buurt komt, sla dan haar ook en +doe dat bij allen die provisie hebben. Dan moet je zelf gaan gillen +van pijn en kermend op den grond vallen ten teeken dat ook jij door +de nachtmerrie bezocht bent. En op die manier zullen wij in het bezit +komen van al de provisies en van de tabak en jij van Tukeliketa dat +zoo'n lief meisje is." + +"Toen hij vertrokken was wachtte ik geduldig in de hut en de tabak was +al dicht onder mijn bereik. Plotseling klonk een gejammer en gehuil +door de lucht. Ik nam mijn flesch cognac en rende naar buiten. Er was +een verbazend tumult en een vreeselijk gejammer onder de vrouwen en de +schrik was ieder om het lijf geslagen. Tummassook en de vrouw Ipsukuk +rolden op den grond van pijn en behalve die twee nog verschillende +anderen waaronder Moosu. Ik duwde ieder op zij die in den weg kwam en +bracht den hals van de flesch aan de lippen van Moosu. En direkt was +hij beter en staakte zijn gejammer, waarop iedereen direkt om de flesch +begon te schreeuwen. Maar ik begon eerst te onderhandelen en voor zij +proefden had ik Tummassook zijn ketel en kan afhandig gemaakt en had +ik Ipsukuk beroofd van haar suiker en stroop en de andere lijdenden +van een goed deel van hun meel. De medicijnman gluurde valsch naar het +volk rond mij, hoewel hij zijn verbazing moeilijk verbergen kon. Maar +ik hield het hoofd hoog en Moosu grinnikte stiekum terwijl hij me +naar onze hut volgde. + +Daar zette ik mij aan het werk. In de koperen ketel van Tummassook +mengde ik drie liter meel met vijf liter stroop en hierbij voegde +ik twintig liter water. Vervolgens plaatste ik de ketel bij de lamp, +om het op te lossen en te laten trekken. Moosu begon te begrijpen en +zei dat mijn wijsheid alle begrip te boven ging, dat ze grooter was +dan die van Salomon, die een wijs man moest zijn geweest. De oliekan +zette ik boven de lamp en aan zijn tuit bevestigde ik het kromme +been. Ik zond Moosu op zoek naar ijs, terwijl ik de loop van het +geweer verbond met het been, in 't midden van den loop stapelde ik +het ijs dat Moosu gehaald had en aan 't eind van den loop plaatste +ik een kleine ijzeren pot. Toen het brouwsel sterk genoeg was en +dat duurde twee volle dagen, vulde ik de oliekan ermee en stak de +kaarspitten aan. Toen alles gereed was, zei ik tot Moosu: "Ga naar +het opperhoofd en zend hem mijne groeten en vraag hem in mijn hut +met mij en de Goden den nacht te komen doorbrengen. + +Het brouwsel was gezellig aan het pruttelen toen zij naar binnen +kropen en ik hoopte maar steeds ijs om de loop. Uit het ondereind +druppelde langzaam de drank in de ijzeren pot. Maar ze hadden het +nooit gezien en grinnikten zenuwachtig toen ik begon te vertellen +van de goede eigenschappen van den drank. Terwijl ik praatte zag ik +den jaloerschen blik in de oogen van den medicijnman en daarom zette +ik hem toen ik gereed was naast Tummassook en Ipsukuk. Daarna gaf +ik hun te drinken en hunne oogen schoten vol tranen en hunne magen +verwarmden, tot ze ten laatste niet meer bang waren doch gretig om +meer vroegen. En toen ik ze goed aan den gang had, wendde ik me tot +de anderen. Tummassook begon op te snijden over een ijsbeer die hij +eens gedood had en in het vuur van zijn verhaal sloeg hij bijna zijn +oom dood. Maar niemand lette daarop. De vrouw Ipsukuk begon te huilen +om een zoon lang geleden in het ijs verloren en de medicijnman sloeg +aan het voorspellen en waarzeggen. Zoo ging het voort en voor den +morgen lagen ze allemaal op den grond, vast in slaap met de Goden. + +Het verhaal vertelt zichzelf, nietwaar? Het nieuws van den tooverdrank +verspreidde zich spoedig. Het was te grootsch voor woorden. De tong +kon slechts een tiende verhalen van de mirakels die het te weeg +bracht. Het stilde pijn, verzachtte verdriet, riep oude herinneringen +doode gezichten en vergeten droomen terug. Het was een vuur dat door +het bloed kookte en toch niet brandde. + +Het sterkte het hart en maakten de gebruikers bovenmenschelijke +wezens. Het openbaarde de toekomst en gaf visioenen. Het was doorkneed +van wijsheid en openbaarde geheimen. Er was geen eind aan alles wat +het kon doen en het duurde dan ook niet lang of iedereen smeekte er +om te mogen slapen met de Goden. Zij droegen hun warmste bont aan, +hunne sterkste honden, hun lekkerste vleesch; maar ik verkocht de +drank in kleine hoeveelheden, en slechts zij kregen ervan die meel, +stroop en suiker brachten. En zoo'n toevloed ervan kwam binnen dat +ik Moosu order gaf een schuur te bouwen om alles in te bergen want +er was spoedig geen plaats meer in de hut. Er gingen geen drie dagen +voorbij of Tummassook was bankroet. De medicijnman die er voor gezorgd +had dat hij na den eersten nacht nooit meer dan half dronken werd, +hield me goed in de gaten en hield dit een week lang vol. Maar na +tien dagen had ook de vrouw Ipsukuk haar provisie uitgeput en ging +verzwakt en wankelend naar haar hut. + +Moosu echter klaagde: "O, meester," zei hij, we zijn nu in 't bezit van +stroop en meel en suiker, doch onze hut is er niet beter op geworden, +onze kleeren zijn dun en onze slaapdekens uitgerafeld. Mijn maag roept +om vleesch en om thee zooals Tummassook drinkt en ik verlang zoo naar +de tabak van Neewak, den medicijnman die plannen smeedt om ons te +vernietigen. Ik heb meel om ziek van te worden en suiker en stroop +in overvloed maar het hart van Moosu is bedroefd en zijn bed leeg." + +"Zwijg!" antwoordde ik, "jij bent een stommeling en een idioot. Houdt +je bedaard en wacht en we krijgen alles, want als je niet wachten +kunt krijgen we weinig en loopt ten slotte alles mis. Jij bent een +kind in de wijsheid der blanken. Houdt je mond en kijk uit en ik zal +je laten zien hoe mijn rasgenooten doen, en hoe ze zich daarmee rijk +maken. Dat noemen zij "zaken doen" en wat weet jij van zaken?" + +Doch den volgenden dag kwam hij buiten adem binnen: "O, meester, +in de hut van den medicijnman zijn vreemde dingen gebeurd; we zijn +verloren en we hebben nog geen warme kleeren noch tabak en dat komt +door uw begeerigheid naar meel en stroop. Ga zelf kijken terwijl ik +bij de kokerij blijf." + +Zoo ging ik naar de hut van Neewak, en werkelijk, hij had zelf ook +een brouwerij gemaakt, mooi nagemaakt naar de mijne. En toen hij me +zag kon hij zijn vreugde moeilijk verbergen. Want hij was een slimmerd +en zijn slaap met de goden in mijn hut was niet diep geweest. + +Ik was echter niet van mijn stuk gebracht, want ik wist wat ik wist en +toen ik terug was in mijn hut zei ik tegen Moosu: "Gelukkig bestaat +onder dit volk het eigendomsrecht hoewel zij spaarzaam gezegend zijn +met menschelijke instellingen. En door deze achting voor persoonlijk +eigendom zullen jij en ik dik worden en verder zullen we hun kennis +laten maken met nieuwe instellingen die andere volken met groote +toewijding en lijden uitgewerkt hebben." + +Doch Moosu snapte het maar half, tot de medicijnman de hut binnenkwam +met bliksemende oogen en met een dreigende stem me vroeg met hem +te onderhandelen. + +"Want zie je," riep hij, "er is geen meel en stroop meer in het heele +dorp. Alles heb je met schrapende hand van mijn volk afgetrocheld, die +met de goden hebben geslapen en die nu niets meer hebben dan een zwaar +hoofd en zwakke knieën en een dorst die ze niet kunnen lesschen. Dit +is niet goed en ik ben machtig onder hen; daarom is het je geraden +met mij te handelen, evenals je met hun hebt gedaan om meel en stroop. + +En ik antwoordde: "Dit is goede praat en je bent een wijs man. Wij +zullen zaken doen. Voor dit beetje meel en stroop krijg ik twee +pakken tabak." + +Moosu kreunde en toen de koop gesloten was en de medicijnman +vertrokken, barstte hij los: + +"Ziet u wel, door uw gekheid zijn we nu verloren! Neewak maakt uw drank +nu zelf en als de tijd daar is zal hij zijn volk gelasten slechts van +zijn drank te drinken. En zoo worden wij uitgeschakeld en wordt onze +drank waardeloos en blijft onze hut armoedig, het bed van Moosu koud +en leeg! + +En ik antwoordde: "Bij God kerel je bent een stommeling en je vader +voor jou en je kinderen na jou, tot de laatste generatie. Jouw +wijsheid is erger dan heelemaal geen en je oogen blind voor zaken +doen, van welke ik sprak en van welke je niets weet. Ga zoon van +duizend idioten en drink van den drank die Neeman brouwt in zijn hut +en dank de Goden dat de wijsheid van een blanke maakt dat je op een +zacht bed zult kunnen slapen. Ga! en wanneer je geproefd hebt kom dan +terug, kom met den smaak van het goed op je tong opdat ik weet wat het +is. En twee dagen later zond Neewa invitaties rond om in zijn hut te +komen. Moosu ging, doch ik bleef achter, de hut vol rook van de tabak +van den medicijnman; want de zaken waren slap dien avond en niemand +kwam in mijn hut behalve Angeit een jeugdig jager die vertrouwen +in mij had. Later op den avond kwam Moosu terug, zijn stem dik van +'t grinneken en zijn oogen stralend van pleizier. "U is een groot +man!" zei hij, "een groot man meester en dank zij uw grootheid zult u +Moosu uw dienaar niet hard vallen, die dikwijls twijfelt en die niet +begrijpen kan." + +"En waarom dat? vroeg ik. "Heb je te veel gedronken? En slapen ze +vast in de hut van Neewak, de medicijnman?" + +"Neen, ze zijn boos en opgeblazen en het opperhoofd Tummassook +heeft Neewak bijna gekeeld en bij het gebeente van zijn voorzaten +gezworen hem niet weer aan te kijken. Want hoort! Ik ging naar de +hut en het brouwsel pruttelde en borrelde en de stoom kwam uit de +tuit als de stoom van uw brouwsel en evenals bij u kwam onder uit +de pijp vloeistof en werd opgevangen in een pot. En Neewak liet ons +drinken en brr, het was niet als uw drank want het beet niet op de +tong noch prikkelde de oogen, want het was water. Zoo dronken we, +en we dronken te veel en toch zaten we met koude harten. En Neewak +was verstomd en een donkere wolk kwam over zijn gezicht. En hij nam +Tummassook en Ipsukuk terzijde en verzocht hun te drinken, als maar +te drinken. En zij dronken en dronken en dronken doch ze bleven stil, +tot Tummassook woedend opstond en zijn bont en thee terug eischte, +die hij vooruit had betaald. En Ipsukuk verhief schril en boos haar +stem en iedereen vroeg zijne goederen terug. + +"Hondsvot denk je dat ik een walvisch ben?" vroeg Tummassook, het +vel voor de ingang van de hut op zij schuivend, zijn gezicht blauw +van ingehouden toorn. "Waarom heb je me als een vischblaas gevuld met +water tot barstens toe, totdat ik bijna niet meer loopen kan door het +gewicht dat ik in me heb. Ik heb gedronken als nooit te voren en toch +is mijn oog helder, mijne beenen sterk, mijn hand vast." + +"De medicijnman kan ons niet met de Goden laten slapen" klaagde het +volk dat op dit oogenblik onze hut binnen kwam, "slechts in uw hut +kan dat gebeuren." + +Ik lachte in mijn vuistje op dit bericht en deelde drank uit en maakte +mijne gasten vroolijk. Want in het meel dat ik Neewak verhandeld had, +mengde ik een goede dosis soda, die ik van de vrouw Ipsukuk gekregen +had. Hoe kon dan ook zijn brouwsel verhitten. terwijl de soda de +drank verzachte? Of hoe kon zijn drank wijndrank zijn als het niet +kon gisten? + +Hierna werden we overladen met allerlei provisie. We hadden een +ontelbare hoeveelheid vellen, al de thee van het opperhoofd en een +geweldige hoeveelheid vleesch. Eens op een dag verhaalde Moosu ten +mijnen behoeve de geschiedenis van Josef in Egypte, maar dat bracht +mij op een idée en spoedig was de halve bevolking druk aan 't werk om +vleeschkisten voor me te maken. En van al hun jachtbuit kreeg ik het +leeuwenaandeel en dat pakte ik in. Maar Moosu zat ook niet stil. Hij +maakte een spel kaarten uit boombast en leerde Neewak pandoeren. Ook +den vader van Tukelikete wijdde hij in. En op een goeden dag trouwde +hij haar en den volgenden dag trok hij in de hut van den medicijnman, +de mooiste hut van het dorp. De val van Neewak was volkomen, want +hij verloor alles wat hij bezat, zijne trommels van walrusvel, +zijne toovermiddelen, alles. En op het laatst werd hij houthakker en +waterdrager voor Moosu. + +En Moosu maakte zich zelf tot medicijnman en hoogepriester en uit +zijn "Heilige Schrift" schiep hij nieuwe Goden en liet hij voor dezen +nieuwe altaren bouwen. + +Ik vond het uitstekend want het leek mij goed dat kerk en staat hand +in hand gingen, en ik had zekere plannen betreffende den staat. Alles +ging zooals ik had gedacht. Het goede humeur en lachende gezichten +waren uit het dorp verdwenen. + +De menschen werden ontevreden en lui. Den ganschen dag en nacht werd +er gevochten en gekibbeld. De kaarten van Moosu werden nagemaakt en +de jagers begonnen onder elkaar te kaarten. + +Tummassook ranselde zijn vrouw af en op zijn beurt deed zijn zwager het +hem en maakte het opperhoofd voor zijn volk tot schande. Natuurlijk +kwam er door al de uitspattingen niets van den jacht en er ontstond +hongersnood. De nachten waren lang en donker en zonder vleesch +konden ze geen drank koopen, en daarom begonnen de menschen over hun +opperhoofd te mopperen. Hierom was het mij te doen geweest en toen ze +hongerig genoeg waren, riep ik het volk bijeen, hield een lange rede, +poseerde als weldoener en gaf de uitgehongerden te eten. + +Moosu hield ook een toespraak en door het verstrekken van voedsel +werd ik tot opperhoofd uitgeroepen. Moosu die het hoofd van de kerk +was doopte mij met vischtraan en daarna schonk ik drank uit en er +werd gefeest tot laat in den nacht. + +"Zoo zie je, dat ik op een troon heb gezeten, den purperen mantel heb +gedragen en geregeerd heb over een volk. En nog zou ik koning zijn, +als de tabak niet was op geraakt en als Moosu een grooter domoor en een +minder groote schavuit was geweest. Want hij had een oogje op Esanetuk, +de oudste dochter van Tummassook, en ik weigerde mijn toestemming. + +"O, broeder," zei hij, "je sprak over een plan om nieuwe instellingen +in te voeren onder het volk en ik heb geluisterd en ben wijzer +geworden door uwe woorden. Gij regeert bij de gratie Gods en bij de +gratie Gods zal ik trouwen." + +Het viel me op dat hij me met "broeder" aansprak en dat maakte me +boos en daarom bleef ik op mijn stuk staan. Maar hij beriep zich op +het volk, hield drie dagen achtereen godsdienstoefeningen waarbij de +geheele bevolking tegenwoordig was en daarna, na een dialoog met God, +voerde hij polygamie in bij enkel besluit. Maar hij was een slimmerd +want hij regelde het aantal vrouwen, die iemand bezitten mocht, +naar den rijkdom, aangezien hij boven alle anderen gezegend was met +goederen. Ik kon niet anders dan hem bewonderen hoewel het duidelijk +was dat zijn macht hem het hoofd op hol had gebracht en hij was dan +ook niet tevreden voor alle macht en alle rijkdom in zijn handen waren. + +Hij zwelde op van trotsch, vergat dat ik hem in zijn positie had +gebracht en maakte toebereidselen om mij van mijn troon te stooten. Nu +trok ik, door mijn drankverkoop een goed inkomen in vleesch en andere +provisie, waarin ik hem niet meer liet deelen. Maar hij wist raad en +kwam op zekeren dag aan met een belasting op het bezit en op alles +waarvan hij maar ooit in zijn leven had gehoord. Ook dit duldde ik +zonder tegenspreken, maar toen hij een inkomstenbelasting wilde gaan +invoeren protesteerde ik omdat ik wel begreep wat zijn bedoeling +was. Daarop riep hij het volk bijeen om te beslissen, en deze uit +afgunst op mijn groot inkomen en zelf reeds zoo zwaar belast gaven +hem gelijk. + +"Waarom zouden wij betalen en gij niet?" riepen zij. Spreekt niet +de stem van God door Moosu, de opperpriester? Ik moest toegeven maar +tegelijkertijd verhoogde ik de prijs van den drank en daarop verhoogde +hij de inkomstenbelasting. + +Van dit oogenblik af was het openlijk tot oorlog gekomen. Ik stookte +Neewak en Tummassook op, hun wijzende op hunne traditioneele rechten, +doch Moosu won hun aan zijn zijde door het priesterschap af te +kondigen waarbij hij aan de twee hooge ambten gaf. Alles ging voor hem +gemakkelijk en daar schuilde mijn fout, ik had opperpriester moeten +worden en hem opperhoofd laten worden; doch ik zag liet te laat in +en in den twist tusschen geestelijke en wereldrijke macht moest ik +het onderspit delven. Er brak twist en tweedracht uit doch deze was +spoedig beslecht, het volk herinnerde zich dat Moosu mij op den troon +had gezet en het was hun duidelijk dat de oorsprong van mijn macht +lag niet bij mij, doch bij Moosu. Slechts enkelen bleven mij trouw, +van welke Angeit de voornaamste was; terwijl Moozu de grootste aanhang +had en bovendien praatjes rond strooide dat ik van plan was hem zijn +macht te ontnemen en met niet echte Goden een nieuwe godsdienst wilde +stichten. En hierin was de slimme schavuit me voor, want het was +werkelijk mijne bedoeling mijn wereldlijke macht eraan te geven en +geest tegen geest de zaak te doen uitmaken. Daarom maakte hij het volk +bang met de boosaardigheid van mijne goden, waarvan de God Biz-e-Nass +de voornaamste was en sloeg me mijn heele plan uit de handen. + +Nu gebeurde het dat ik me aangetrokken gevoelde tot Klutktu, +de jongste dochter van Tummassook en ik was haar ook niet geheel +onverschillig. Daarom begon ik te onderhandelen doch het gewezen +opperhoofd weigerde botweg, nadat ik de koopsom betaald had en vertelde +me dat hij haar hield voor Moosu. Dit was te bar en ik had het plan +naar zijn hut te gaan en hem af te ranselen toen ik me herinnerde +dat mijn tabak haast op was en daarom nam ik de zaak lachend op. Den +volgenden dag hield Moosu een rede en vertelde het mirakel van het +brood en de visch, doch ik begreep dat zijn geheele toespraak sloeg +op het vleesch dat in mijne kisten gepakt was. Ook het volk begreep +zijn bedoeling en daar hij hun niet beval op jacht te gaan, bleven +de meesten thuis en slechts een paar cariboes en ander wild werden +binnen gebracht. + +Maar ik had ook een plan, daar ik bemerkte dat niet alleen de tabak +doch ook het meel en de stroop bijna op waren. Bovendien rekende ik +het tot mijn plicht om de wijsheid van het blanke ras te toonen en +Moosu een gevoelige les te geven, die opgeblazen was van de macht +die ik hem gegeven had. Dien nacht ging ik naar de vleeschkisten +en werkte hard en het viel den volgenden dag op dat de honden van +het dorp erg lui en slaperig waren. Niemand koesterde argwaan en zoo +werkte ik elken nacht, de honden werden vetter en vetter en het volk +steeds magerder. Zij begonnen te mopperen en vroegen de vervulling +van hetgeen Moosu voorspeld had, maar Moosu suste hun en wachtte tot +hun honger nog grooter zou zijn, daar hij geen flauw vermoeden had +van de kool die ik bezig was hem te stoven. + +Toen alles op was zond ik Angeit en mijn andere getrouwen, die ik in +'t geheim steeds te eten had gegeven rond om een vergadering bijeen te +roepen. Het volk kwam voor mijn hut, waarachter de hoog opgestapelde +kisten vleesch zichtbaar waren. Moosu kwam ook en nam plaats tegenover +mij, begrijpende dat ik iets wilde uithalen doch vast besloten mij +te overwinnen. Doch ik stond op en begroette hem ten aanschouwen van +het geheele volk. + +"O, Moosu, gij, die door God gezegend zijt," begon ik, "zult wel +verwonderd zijn dat ik het volk hier te zamen heb geroepen en zonder +twijfel zult gij scherpe woorden van mij verwachten. Maar dat zal +niet zoo zijn. Er is gezegd dat zij welke de Goden vernietigen willen +eerst gek gemaakt worden. En ik ben gek gemaakt. Ik heb u trachten te +weerstaan, geschimpt op uwe macht en allerlei slechtheden begaan. Doch +van nacht had ik een visioen en ik heb ingezien hoe slecht en verkeerd +ik deed. En gij stondt daar als een schitterende ster en in mijn +hart erkende ik uw grootheid. Ik zag alles duidelijk. Ik wist dat +wanneer gij sprak, God toeluisterde. En ik besefte dat welke goede +daden ik ook verricht heb, ik deze verrichtte bij de gratie van God +en de gratie van Moosu. + +"Ja, kinderen," riep ik, mij tot het volk wendend, "wat ik goed gedaan +heb, dat deed ik op raad van Moosu. Als ik naar hem luisterde ging +alles voorspoedig, wanneer ik mijne ooren sloot en mijn eigen zin +deed ging alles verkeerd. Hij was het die me den raad gaf vleesch +op te slaan en, in tijden van honger, de hongerigen voedde. Bij de +gratie van hem werd ik tot opperhoofd uitverkoren. En wat deed ik +als opperhoofd? Laat ik het u vertellen. Ik deed niets. De macht had +me in de war gebracht, en ik vond mezelf grooter dan Moosu en daar +heb ik nu berouw van. Mijn regeeren was verkeerd en de Goden zijn +boos. Gij allen vergaat van de honger, de moeders hebben geen melk, +en de kleine kinderen jammeren den geheelen nacht. En ik, die me +tegen Moosu heb gekeerd, weet niet hoe aan voedsel te komen." + +Het volk knikte en lachte en stak hunne hoofden bij elkaar en ik +begreep dat ze fluisterden over het verhaal van het brood en de +visch. Daarom ging ik vlug voort: "Ik zag mijn onwijsheid in en de +wijsheid van Moosu. Ik zag mijn onbekwaamheid en de bekwaamheid van +Moosu. En daarom beken ik, nu ik niet meer gek ben, dat ik geheel +verkeerd gehandeld heb. Ik sloeg ongerechte blikken op Kluktu en zij +was bestemd voor Moosu. En is ze niet van mij, daar ik toch Tummassook +de koopsom betaalde? Maar ik ben haar onwaardig en zij zal gaan van +de hut van haar vader naar de hut van Moosu. Kan de maan schijnen in +het schijnsel van de zon? Doch Tummassook kan zijne goederen behouden +en zij zal een gift zijn aan Moosu, die door de Goden als haar Heer +bestemd is. + +En omdat ik mijn rijkdom verkeerd heb gebruikt, en als boetedoening +geef ik de oliekan aan Moosu en ook de koperen ketel en de +geweerloop. Dan kan ik geen bezittingen meer naar me toehalen en als ge +behoefte hebt aan drank zal hij het je geven en je niet bestelen. Want +hij is een groot man en God spreekt door zijn mond. Mijn hart is week +en ik heb mijn berouw erkend. Ik, die een ezel ben en de zoon van +ezels; ik, die de slaaf ben van de slechte God Biz-e-Nass; ik, die +uwe hongerige leege magen zie en niet weet hoe ze te vullen, waarom +zal ik uw opperhoofd zijn en me boven u verheffen en regeeren tot uwe +vernietiging? Waarom zou ik dat doen? Maar Moosu, die opperpriester +is en die wijzer is dan wie ook, is zoo geschapen dat hij met zachte +rechtvaardige hand kan regeeren. En omdat de dingen gebeurd zijn als +ik heb gezegd, doe ik afstand van den troon ten behoeve van Moosu +die alleen weet hoe u te voeden terwijl er geen vleesch is in het land. + +Hierop was er een uitbundig handgeklap en het volk riep: "Kloshe, +kloshe!" dat goed beteekent. Ik had de verbazing gezien in de oogen +van Moosu, want hij begreep er niets van en vreesde de wijsheid van +den blanke. + +Ik had al zijne wenschen voorkomen en zelfs meer, en terwijl ik daar +stond, me zelf ontdaan van alle macht, begreep hij dat hij het volk +niet tegen me op moest hitsen. + +Voor zij uit elkaar gingen zei ik dat, terwijl het brouwtoestel +voor Moosu was, alle beschikbare drank door mij aan het volk werd +gegeven. Moosu trachtte dit te voorkomen want nooit hadden wij +toegestaan dat er meer dan een handje vol tegelijk dronken waren, +doch zij riepen: "Kloshe, kloshe!" en begonnen feest te vieren voor +mijn deur. En terwijl ze buiten luidruchtig werden van den drank die +naar hun hoofd steeg, hield ik binnen krijgsraad met Angeit en de +andere getrouwen. Ik zei hun wat ze te doen hadden en zegde hun voor +wat ze moesten vertellen. Daarna pakte ik ongemerkt mijne biezen en +bleef op een afgesproken plaats in het bosch wachten waar reeds twee +goed beladen sleden, met de beste honden bespannen, gereed stonden. + +De lente was op komst en dus was het de beste tijd om naar het +zuiden te trekken. Bovendien was de tabak op. Daar wachtte ik, want +ik had niets te vreezen. Mochten ze me vervolgen, dan waren toch +hunne honden te vet om me in te halen en zij zelf te zwak. Dronken +als ze waren, konden ze ook niet hard vooruit komen. Eerst kwam een +boodschapper vertellen dat er eene groote opschudding in het dorp was +en dat niemand wist wat hij deed. Allen waren dronken en er was aan +vechten geen gebrek. De tweede berichtte dat hij, zooals ik bevolen +had, de menschen herinnerd had aan de goede tijd van vroeger. Vrouw +Ipsukuk beweent haar verloren rijkdom en Tummassook verbeeldt zich +weer opperhoofd te zijn en het volk is hongerig en trekt woedend rond. + +De derde vertelde dat Neewak het altaar van Moosu tegen den grond had +gegooid en een godsdienstoefening ging houden voor de vroeger geëerde +goden. En het heele volk herinnert zich de overvloed van vroeger. Eerst +vocht Esauetuk met Kluktu en daarna beide tegen Tukeliketa, en toen +vielen de drie vrouwen samen Moosu aan en gooiden hem uit zijn eigen +hut waarop hij door het volk bespot werd omdat hij zijne vrouwen niet +baas kon. + +Tenlaatste kwam Angeit vertellen dat Moosu in het nauw zat. Ze +begonnen met om eten te roepen en vroegen de vervulling van zijn +voorspelling hun vleesch te geven. Daarom verzocht hij stilte en +bracht de hongerigen bij uwe vleeschkisten. En hij verzocht te kisten +te openen en het vleesch rond te deelen. Maar och, alle kisten waren +leeg. Er was geen vleesch. Zij stonden sprakeloos daar het volk bang +was en in de stilte sprak ik "Moosu waar is het vleesch? We weten dat +er vleesch was. Hebben wij het wild niet zelf geschoten en het vleesch +hier naar toe gesleept. En niemand heeft er van gegeten. Waar is het +vleesch, Moosu? Gij hebt het gehoor van God. Waar is het vleesch?" + +Het volk schreeuwde en brulde om het vleesch. En zij staken de hoofden +bijeen en waren bang. Daarom begaf ik me tusschen hen net zoo lang +angstig sprekend over de geheimzinnige verdwijning van het vleesch, +over de dooden die verrezen en kwaad deden tot alle het uitgilden +van vrees en als bange kinderen zich tegen elkaar aandrongen. + +Neewak hield een toespraak waarin hij alle schuld gaf aan Moosu. Toen +hij geeindigd was ontstond er een groot tumult en ieder haalde zijne +wapens voor den dag. Maar Moosu rende naar zijn hut en daar hij niet +dronken was zooals de anderen, konden ze hem niet inhalen en toen ik +weg ging werd hij in zijn hut belegerd." + +Ik beval Angeit terug te gaan met een leege slede en de honden en +zei hem onverwacht voor het volk het in de gaten had Moosu uit zijn +hut te halen, op de slee te gooien en hem bij me te brengen. + +Ik wachtte tot Angeit terug kwam met Moosu op de slee en ik zag aan de +krabbels welke hij op zijn gezicht had dat zijne vrouwen hem geducht +te pakken hadden gehad. Zoo gauw hij me zag viel hij voor me op de +knieen, terwijl hij om vergiffenis smeekte. Ik pakte hem beet, gooide +hem voorover op de slee en nam de hondenzweep in mijn hand. Toen kreeg +hij een pak slaag en bij elken slag vertelde ik hem waarvoor hij dien +kreeg. Deze voor je algeheele ongehoorzaamheid! En deze voor al je +ongehoorzaamheden! En deze voor Esauetuk en deze voor het heil van +je ziel. Ik sloeg net zoo lang tot ik er moe van was en schopte hem +toen van de slee af en beval hem vooruit te gaan om de sneeuw plat +te trappen. + +Thomas Stevens glimlachte rustig terwijl hij zijn vijfde sigaar +aanstak en kringetjes naar de zoldering blies. + +"Maar hoe is het afgeloopen met het volk van Tattarat?" vroeg ik. "Een +beetje onmenschelijk, niet? om hen in hongersnood achter te laten?" + +Doch hij antwoordde lachend tusschen twee kringetjes door "waren er +dan niet de vette honden?" + + + + + + + + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Zware schoenen zooals de Indianen dragen. + +[2] "The double cross" een onvertaalbare uitdrukking, die zooveel +beteekent als "de bedrogen bedrieger." (vert.) + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Ongelikte Beer, by Jack London + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ONGELIKTE BEER *** + +***** This file should be named 25319-8.txt or 25319-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/5/3/1/25319/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
