summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/25319-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '25319-8.txt')
-rw-r--r--25319-8.txt4449
1 files changed, 4449 insertions, 0 deletions
diff --git a/25319-8.txt b/25319-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..a789126
--- /dev/null
+++ b/25319-8.txt
@@ -0,0 +1,4449 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Ongelikte Beer, by Jack London
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Ongelikte Beer
+
+Author: Jack London
+
+Translator: Anna Maria van Gogh-Kaulbach
+
+Release Date: May 3, 2008 [EBook #25319]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ONGELIKTE BEER ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ De Ongelikte Beer
+
+ Door
+
+ Jack London
+
+ Geautoriseerde vertaling van
+
+ Anna van Gogh-Kaulbach
+
+
+
+ A.W. Bruna & Zoon Uitgevers Mij.
+ Utrecht
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+I.
+
+
+Sam Stubener vloog zijn mail haastig en zonder veel aandacht
+door. Als "manager" van prijs-boksers was hij gewend aan een
+vreemde correspondentie vol afwisseling. Iedere bokser, ieder die er
+stokpaardjes over 't boksen op nahield of er op eenigerlei wijze mede
+in betrekking stond, ieder uitvinder van een nieuwe methode scheen hem
+een of ander denkbeeld mee te willen deelen. Van ijselijke bedreigingen
+tegen zijn leven af tot zachter dreigementen, zooals een stoot midden
+in zijn gezicht, van betooverde konijnenpootjes tot gelukaanbrengende
+hoefijzers, van vage aanbiedingen tot het kwart millioen dollars,
+aangeboden door onbekenden, die er zelf niet verantwoordelijk
+voor waren, kende hij alles wat de mail hem aan verrassingen kon
+brengen. Nadat hij indertijd een scheermesaanzetter had ontvangen,
+gemaakt uit de huid van een gelynchten neger en een vinger, die,
+verschrompeld en in de zon gedroogd, afgesneden heette te zijn van
+het lijk van een blanken man, gevonden in "De Doodsvallei", was hij
+van oordeel, dat de postbode hem niets meer kon brengen, waardoor hij
+in verbazing geraakte. Maar dezen morgen deed hij een brief open, dien
+hij een tweeden keer doorlas, in zijn zak stak en er weer uit haalde om
+hem voor de derde maal te lezen. De brief droeg het poststempel van een
+of ander "nooit-van-gehoord" postkantoor in Siskiyou County en luidde:
+
+
+ Waarde Sam:
+
+ U kent mij niet, behalve bij naam. U bent na mijn tijd gekomen
+ en 't is al lang geleden, dat ik uitkwam. Maar geloof gerust
+ dat ik niet geslapen heb. Ik heb alles gevolgd op boksgebied
+ en ik heb u gevolgd vanaf den tijd toen Kal Aufman u den
+ eindstoot gaf tot aan uw uitbrengen van Nat Belson onlangs
+ en ik moet zeggen, dat u de slimste manager bent, die ooit
+ uit het gebergte naar beneden kwam.
+
+ Ik heb u een voorstel te doen. Ik heb hier de grootste
+ onbekende die ooit bestaan heeft. Dit is geen bluf. 't Is
+ echt waar. Wat denk je van een kerel, die de weegschaal laat
+ doorslaan tot tweehonderd en twintig pond boks-gewicht, twee
+ en twintig jaar oud is en een stoot kan toebrengen, tweemaal
+ zoo hard als ik in mijn besten tijd? Dat is hij, mijn jongen,
+ de Jonge Pat Glendon: onder dien naam zal hij vechten. Ik
+ heb alles al voor elkaar. Het beste wat u doen kunt, is den
+ eersten trein den beste te pakken en hiernaar toe te komen.
+
+ Ik heb hem opgevoed en getraind. Alles wat ik ooit in mijn
+ hoofd heb gehad, heb ik in het zijne gehamerd. En misschien
+ geloof je 't niet, maar hij heeft er nog wat bij gedaan. Hij
+ is een geboren bokser. Hij is een wonder wat tijd en afstand
+ betreft. Hij kent de seconde en de duim zonder dat hij er aan
+ behoeft te denken. Zijn korte stoot is beter slaapmiddel dan
+ de zwaaistooten van de meeste lawaaimakers.
+
+ Spreek over "de Hoop van het Blanke Ras." Dat is hij. Kom
+ en overtuig u. Toen u Jeffries uitbracht was u in de wolken
+ over zijn jagen. Kom hier en ik zal u jagen en visschen laten
+ zien, waarbij uw aanwinsten voor de film geen duit waard
+ zijn. Ik wil dat u Jonge Pat uitbrengt. Ik kan niet meer op
+ reis gaan. Daarom zend ik om u. Ik was van plan hem zelf uit
+ te brengen. Maar dat gaat niet. Tenslotte ga ik toch binnen
+ niet te langen tijd het hoekje om. Er zit voor u beiden een
+ fortuin in, maar ik wil graag zelf het contract opmaken.
+
+ Hoogachtend,
+
+ Pat Glendon.
+
+
+Stubener wist niet wat te gelooven. Op het eerste gezicht scheen
+het een grap--de mannen uit de bokswereld stonden bekend als
+grappenmakers--en hij trachtte in het briefje vóór hem de mooie hand
+van Carbett of de forsche vriendschappelijke poot van Fitzsimmons te
+ontdekken. Maar als het briefje echt was, wist hij de zaak waard om
+er zijn aandacht aan te schenken. Pat Glendon was van vóór zijn tijd,
+ofschoon hij, toen hij pas kwam kijken, Oude Pat eens vriendschappelijk
+had zien boksen, toen Jack Dempsey voor 't eerst uitkwam. Zelfs toen
+werd hij Oude Pat genoemd en was al sinds jaren niet in den ring
+gekomen. Hij was vóór Sullivan uitgekomen in de oude Londensche
+Prijsgevechten, ofschoon zijn laatste, al zeer verzwakte ronde
+gestreden werd volgens de Regels van den Markies van Queensberry,
+die toen meer en meer veld wonnen.
+
+Welke prijsbokser had nooit van Pat Glendon gehoord?--ofschoon er
+maar weinigen meer leefden die hem in zijn fleur gezien hadden en er
+zelfs niet veel meer waren, die hem ooit gezien hadden. Doch zijn
+naam had een plaats gevonden in de geschiedenis van de bokssport
+en geen sport-lexicon was volledig zonder dien naam. Zijn roem
+was paradoxaal. Niemand werd hooger vereerd en toch was hij nooit
+kampioen geweest. Hij was ongelukkig geweest en stond bekend als de
+onfortuinlijke bokser.
+
+Viermaal was het zwaargewicht kampioenschap hem ontgaan en telkens
+had hij verdiend het te winnen. Daar was het gevecht op het schip
+in de Baai van San-Francisco, toen hij op het oogenblik dat hij zijn
+tegenstander onder zou krijgen, zijn onderarm brak; en op het eiland
+in de Theems toen hij op het laatste oogenblik vóór de vloed opkwam,
+flink om zich heen stootte en een been brak, ook weer toen hij den
+strijd bijna gewonnen had; in Texas ook was een nooit te vergeten dag
+geweest, toen de politie juist tusschen beiden kwam op het oogenblik
+dat hij zijn tegenstander stellig geklopt zou hebben. En ten slotte
+was er het gevecht in het Mechanic's Pavilion in San Francisco, toen
+hij van begin af in het geheim werd tegengewerkt door een schoftigen
+scheidsrechter, gerugsteund door een kleine kliek van rijke lui. Pat
+Glendon had geen ongelukken gehad in dezen wedstrijd, maar toen hij
+zijn tegenstander neergeveld had door een rechtschen tegen de kaak en
+een linkschen tegen de solar plexus werd hij door den scheidsrechter
+kalmweg gediskwalificeerd wegens oneerlijk stooten. Elke getuige
+van den wedstrijd, elke sportexpert en de gansche sportwereld wist
+dat er geen oneerlijkheid gepleegd was. Maar als alle prijsboksers
+had Pat Glendon zich er toe verbonden, zich bij de uitspraak van den
+scheidsrechter neer te leggen. Pat legde er zich bij neer en nam het
+geval aan als behoorende bij de rest van zijn tegenspoed.
+
+Dit was Pat Glendon. De vraag die Stubener bezighield was of Pat
+al of niet den brief had geschreven. Hij nam den brief mee naar de
+stad. Wat is er geworden van Pat Glendon? Met deze vraag begroette
+hij alle sportslui dien morgen. Niemand scheen het te weten. Enkelen
+dachten dat hij dood moest zijn, maar niemand wist het zeker. De
+sportredacteur van een ochtendblad keek de aanteekeningen door en
+kon vaststellen, dat zijn dood niet aangeteekend was.
+
+Het was Tim Denovan die hem op weg hielp.
+
+"Wel neen, hij is niet dood," zei Denovan. "Hoe zou dat kunnen? een
+man van zijn maaksel, die nooit heeft gedronken of geboemeld. Hij
+heeft geld verdiend, en wat meer is, hij heeft 't bewaard en op
+intrest gezet!
+
+Hij had immers drie tapperijen tegelijk. En toen hij ze verkocht,
+heeft hij er 'n hoop geld mee verdiend! Nu ik er aan denk, dat was de
+laatste keer dat ik hem zag, toen ze verkocht werden. Dat is twintig
+jaar en meer geleden. Zijn vrouw was juist gestorven. Ik kwam hem
+tegen toen hij koers zette naar de veerboot.
+
+"Waar ga jij heen ouwe jongen?" vroeg ik. "Naar de bosschen," zegt
+ie. Ik ga der van tusschen. Goeiendag Tim, jongen. En ik heb hem
+nooit weergezien na dien dag tot nu toe. Natuurlijk is ie niet dood."
+
+"Je zegt, toen zijn vrouw stierf--had hij ook kinderen?" vroeg
+Stubener.
+
+"Eén, 'n baby. Hij wiegde het in zijn armen dienzelfden dag."
+
+"Was 't 'n jongen?"
+
+"Hoe kan ik dat weten?"
+
+Daarna kwam Sam Stubener tot een besluit en dienzelfden avond snelde
+hij in een Pullmancar, naar de wilde streek van Noord-Californië.
+
+
+
+
+
+II.
+
+
+In den vroegen morgen werd Stubener in Deer Lick uit den trein gezet
+en hij kon zich een uur lang loopen vervelen eer de eenige tapperij
+open ging. Neen, de tapperijhouder wist niets van Pat Glendon,
+had nooit van hem gehoord en als hij in deze streek was, moest hij
+ergens "boven" wonen. Ook de eenige kelner had nooit van Pat Glendon
+gehoord. In het hotel heerschte dezelfde onwetendheid en eerst toen
+de storehouder en de postmeester er bij kwamen, vond Stubener het
+spoor. O ja, Pat Glendon woonde "boven". Je nam den postwagen naar
+Alpine dat was veertig mijlen ver en een houthakkerskamp. Van Alpine
+reed je te paard de Antilope-Vallei door tot voorbij den zijweg naar
+de Beer-kreek. Pat Glendon woonde daar ergens achter. De menschen in
+Alpine wisten het wel. Ja, er was een jongen, Pat. De man van de store
+had hem gezien. Hij was twee jaar geleden in Deer Lick geweest. Oude
+Pat had er zich in geen vijf jaar vertoond. Hij kocht in de store
+wat hij noodig had en betaalde altijd met een chèque en hij was een
+vreemde oude man met wit haar. Dat was alles wat de store-houder wist,
+maar de lui in Alpine zouden Sam wel verder inlichten.
+
+Het zag er goed uit, vond Stubener. Zonder twijfel bestond er een
+jonge Pat Glendon, en ook een oude, die "boven" woonde.
+
+Dien nacht bracht de manager door in het houthakkerskamp in Alpine
+en den volgenden morgen vroeg reed hij een bergpad door in de
+Antilope-Vallei. Hij reed den zijweg af tot langs de Beer-kreek. Hij
+reed den geheelen dag door de meest woeste ruwe streek, die hij ooit
+gezien had en tegen zonsondergang ging hij het Pinto-Dal in langs een
+pad, zoo steil en smal, dat hij er meer dan eens de voorkeur aan gaf,
+af te stijgen en te loopen.
+
+Het was elf uur toen hij afsteeg vóór een blokhuis en verwelkomd werd
+door het geblaf van twee jachthonden.
+
+Toen deed Pat Glendon de deur open, viel hem om den hals en nam hem
+mee naar binnen.
+
+"Ik wist dat je komen zoudt, Sam, mijn jongen," zeide Pat, terwijl
+hij rondhinkte, een vuur aanmaakte, koffie kookte en een groote
+beerenbout braadde.
+
+"De jongen is niet thuis vanavond. Ons vleesch raakte op en hij ging
+tegen zonsondergang uit om een hert te snappen. Maar ik zeg niets
+meer. Wacht tot je hem ziet. Morgenochtend is hij thuis en dan kan
+je hem keuren. Daar zijn de handschoenen. Maar wacht tot je hem ziet.
+
+Wat mij betreft, met mij is 't gedaan. Eén en tachtig aanstaande
+Januari en aardig flink voor een ex-bokser. Maar ik heb mezelf nooit
+weggegooid, Sam, en nooit van den nacht een dag gemaakt en de kaars
+aan twèe kanten laten opbranden. Ik had een verdomd goede kaars en heb
+'m goed onderhouden, dat zal je moeten toegeven als je me ziet. En
+ik heb m'n jongen hetzelfde geleerd. Wat denk je van een kerel van
+twee en twintig, die nooit in zijn leven een borrel heeft gedronken
+of tabak geproefd? Zoo is hij. Hij is een reus en hij heeft zijn
+heele leven lang geleefd met de natuur. Wacht eens tot hij je op de
+hertenjacht meeneemt. Jouw hart zal uit elkaar springen terwijl hij
+er niets van merkt en dan draagt hij nog de geweren en een flinke
+reebok er bij. Hij is een kind van de open lucht, winter noch zomer
+heeft hij onder een dek geslapen. De wereld open vóór hem, zoo heb ik
+'t hem geleerd. Het eenige, wat me ongerust maakt is hoe hij 't maken
+zal om in een huis te slapen en hoe hij de tabaksrook in den ring
+uit zal houden. 't Is een verschrikkelijk iets, die rook als je hard
+vecht en naar lucht snakt. Maar nu genoeg Sam, beste jongen. Je bent
+moe en zult wel willen slapen. Wacht tot je hem ziet, dat is alles
+wat ik zeg. Wacht tot je hem ziet." Maar de praatzucht van den ouden
+dag was over ouden Pat gekomen en het duurde lang eer hij Stubener
+vrij liet zijn oogen dicht te doen.
+
+"Hij kan een hert op zijn eigen beenen voorbijloopen," begon
+hij opnieuw. "'t Jagers-leven is de prachtigste oefening voor de
+longen. Hij kent niet veel anders, ofschoon hij nu en dan een paar
+boeken heeft gelezen en zoo'n beetje verzen. Hij is heelemaal zuiver en
+natuurlijk, zooals je zien zult als je hem voor je oogen krijgt. Hij
+heeft de oude Iersche kracht in zich. Soms, door de manier, waarop
+hij rond loopt te dwalen, maak ik me sterk, dat hij in elfen en zulk
+goedje gelooft. Hij is een liefhebber van de natuur, zoo groot als
+er ooit een geweest is en hij is bang voor de stad. Hij heeft er over
+gelezen, maar de grootste waar hij ooit geweest is, is Deer Lick. Hij
+had een hekel aan al die menschen en hij vond ervan dat ze eens flink
+uitgedund moesten worden. Dat was twee jaar geleden--de eerste en de
+laatste keer dat hij een locomotief en een trein gezien heeft.
+
+Soms denk ik, dat ik er verkeerd aan doe, hem zoo als een natuurmensch
+te laten opgroeien. Het heeft hem vlugheid gegeven en stevigte en de
+kracht van een wilde stier. Geen stadsmensch kan in zijn schaduw staan.
+
+Ik wil toegeven dat Jeffries in zijn besten tijd den jongen een
+beetje zou hebben kunnen uitputten, doch ook maar een beetje. De
+jongen kon hem hebben gebroken als een strootje. En hij ziet er niet
+naar uit. Dat is het eeuwigdurende wonder ervan. Op het oog lijkt hij
+alleen maar een mooie jonge kerel, maar 't is de kwaliteit van zijn
+spieren, die anders is dan bij anderen. Maar wacht tot je hem ziet,
+dat is alles wat ik zeg.
+
+De jongen heeft een gekke voorliefde voor bloemen en een weidje, voor
+een paar pijnboomen met de maan er achter, een winderige zonsondergang
+of voor de zon 's morgens vanaf den top van de Baldy. En hij is er dol
+op, een kruik of zoo'n ding te teekenen, en verzen op te dreunen van
+"Lucifer in de nacht," uit de verzenboeken die hij van de roodharige
+schooljuffrouw heeft gekregen. Maar dat is alleen omdat hij nog jong
+is. Als we hem eenmaal aan den gang hebben zal hij heelemaal voor de
+sport leven; maar pas op voor de sletten, als hij pas in de stad komt
+te wonen.
+
+'n Goed ding is, dat hij schuw is voor vrouwen. Daar zal hij de
+eerste jaren geen last van hebben. Hij kan er maar niet toe komen om
+die schepsels te begrijpen en hij heeft er dan ook nog maar verdomd
+weinig gezien.
+
+'t Was de schooljuffrouw ginds uit Samson's Flat, die de verzenboel
+in zijn hoofd heeft gebracht. Ze was gewoon gek op de jongen, en
+hij heeft er niks van geweten. Ze was een meid met gloeiend haar,
+geen bergmeisje maar van beneden uit het vlakke land--en toen de tijd
+verliep was ze wanhopig en zooals ze hem naliep, was onbeschaamd. En
+wat denk je dat de jongen deed toen hij 't begon te begrijpen? Hij was
+zoo schuw als een wild konijn. Hij nam dekens mee en ammunitie en trok
+'t bosch in. 'n Maand lang kreeg ik hem niet te zien en toen sloop hij
+binnen na donker en was 's morgens weer weg. Hij wou geen oog in haar
+brieven slaan. "Verbrand ze," zei hij. En ik verbrandde ze. Tweemaal
+kwam ze den heelen weg van Samson's Flat hier naar toe rijden en ik
+had te doen met het jonge schepseltje. Ze was gewoon hongerig naar
+den jongen, dat zag je op haar gezicht. En na drie maanden gaf zij
+de school er aan en ging terug naar haar eigen land en toen kwam de
+jongen van zijn gezwerf terug naar huis en bleef hier weer wonen.
+
+Vrouwen zijn de ondergang geweest van menigen goeden bokser, maar van
+hem zullen zij 't niet zijn. Hij bloost als een meisje, wanneer iets
+jongs in rokken een tweede keer naar hem kijkt of de eerste keer een
+beetje lang. En ze kijken allemaal naar hem. Maar als hij vecht--als
+hij vecht--God, dan staat de oude wilde Ier in hem op en zet zijn
+vuisten aan. Niet dat hij buiten zichzelf raakt. Dat moet je niet
+in je hoofd halen. In mijn besten tijd was ik nooit zoo kalm als
+hij. Ik geloof, dat 't mijn drift was, die al die ongelukken over
+me bracht. Maar hij is een ijsberg. Hij is heet en koud tegelijk,
+een gloeiende klomp metaal in een kast van ijs."
+
+Stubener was ingedommeld toen het gepraat van den ouden man hem wakker
+riep. Hij luisterde doezelig.
+
+"Ik heb een man van hem gemaakt, bij God! ik heb een man van
+hem gemaakt met die twee vuisten van hem en zijn rechtrijzende
+beenen en zijn oogen die recht vooruit zien. En ik ken 't boksen
+in m'n hoofd en ik heb den tijd bijgehouden en al wat er veranderd
+is tegenwoordig. De bukstand? Ja, hij kent alle stijlen en alle
+manieren om zich te sparen. Hij beweegt zich nooit twee duimen als
+anderhalve duim genoeg is. En als hij wil, kan hij springen als een
+mannetjeskangaroe. Invechten? Wacht tot je 't ziet. Hij kon best
+een partij tegen Peter Jackson gebokst hebben en was Corbett in zijn
+besten tijd de baas.
+
+Ik zeg je, ik heb 't hem allemaal geleerd tot de kleinste handgrepen
+toe en hij heeft de lessen nog verbeterd. Hij is een waarachtig genie
+in 't boksen. En hij heeft hier een hoop flinke bergkerels om het op
+te probeeren. Ik leerde hem het fijnere en zij leerden hem den harden
+stoot. Niets voorzichtigs of fijns is er aan hen. Brullende stieren
+en dikke grizzly beren, dat zijn zij, die altijd willen vastgrijpen
+of den ander ruw in het riet smijten. En hij speelt met hen. Man,
+hoor je me?--hij speelt met hen zooals jij en ik met jonge hondjes
+zouden spelen."
+
+Opnieuw werd Stubener wakker om den ouden man te hooren murmelen:
+
+"'t Grappigste is, dat hij het boksen niet ernstig neemt. 't Gaat
+hem zoo gemakkelijk af dat hij denkt dat 't spel is. Maar wacht eens
+tot hij een meester in 't vak geklopt heeft. Dat is alles wat ik zeg,
+wacht. En je zult 't sap in die koude gomboom er uit zien spatten en
+hij voert den mooisten wetenschappelijken stoot uit die je oogen ooit
+gezien hebben."
+
+In de huiverachtige grauwte van den dageraad in de bergen werd Stubener
+door ouden Pat uit zijn dekens gerold.
+
+"Hij komt 't pad langs," werd er heesch gefluisterd.
+
+"Sta op en sla voor 't eerst je oogen op den grootsten bokser die de
+ring ooit gezien heeft, of in duizend jaar weer zal zien."
+
+De manager gluurde door de open deur terwijl hij zich den slaap uit
+de zware oogen wreef en zag een jongen reus naar de open plek in
+het bosch toekomen. In zijn ééne hand droeg hij een geweer, over
+zijn schouder een zwaar hert, waaronder hij voortbewoog alsof het
+geen gewicht had. Hij droeg een ruwe blauwe kiel en een wollen hemd,
+dat openhing aan den hals. Een jas had hij niet en aan zijn voeten
+droeg hij mocassins [1], in plaats van schoenen. Stubener merkte
+op dat zijn gang gelijkmatig was en katachtig, zonder gedachten te
+wekken aan zijn tweehonderd twintig pond gewicht, waar dat van het
+hert nog bij kwam. De manager was bij den eersten blik onder den
+indruk. De jonge man was zeker geweldig, maar Stubener voelde dat
+er iets vreemds en ongemeens aan hem was. Hij was een nieuw type,
+iets anders dan het gewone soort boksers. Hij scheen een wezen uit de
+wildernis, meer een nachtelijke dwaalfiguur uit een of ander sprookje
+of oude legende dan een jonge man uit de twintigste eeuw.
+
+Stubener ontdekte spoedig, dat de jonge Pat geen prater was. Hij
+bevestigde de introductie van ouden Pat met een handdruk, maar zonder
+woorden, en ging zwijgend het vuur aanmaken en voor het ontbijt
+zorgen. Op zijn vaders direkte vragen antwoordde hij met een enkel
+woord, zooals bijvoorbeeld toen hem gevraagd werd waar hij het hert
+gesnapt had.
+
+"South Fork," was al wat hij antwoordde.
+
+"Elf mijlen de bergen in," legde de oude man met trots uit aan
+Stubener, "en een pad waar je hart 't bij zou opgeven."
+
+Het ontbijt bestond uit zwarte koffie, zuurachtig brood, en een
+geweldige hoeveelheid berenvleesch, boven het vuur geroosterd. De jonge
+kerel at hier schrokkerig van en Stubener vermoedde, dat de beide
+Glendons gewend waren aan een bijna uitsluitend vleesch-diëet. Oude
+Pat was de eenige, die sprak, ofschoon hij eerst na afloop van den
+maaltijd het onderwerp aansneed, dat hem 't naast aan 't hart lag.
+
+"Pat, jongen," begon hij, "je weet wie die heer is?"
+
+Jonge Pat knikte en wierp een vluchtigen, onderzoekenden blik op
+den manager.
+
+"Hij zal je meenemen naar San Francisco."
+
+"Ik wou liever hier blijven, vader," was het antwoord.
+
+Stubener voelde een steek van teleurstelling. Ten slotte diende
+het allemaal nergens toe. Dit was geen bokser die verlangde uit
+te komen. Zijn forsche lichaamsbouw beteekende niets. 't Was niets
+nieuws. 't Was een groote kerel, als gewoonlijk doorregen met vet.
+
+Maar de oude Keltische drift van ouden Pat laaide op en zijn stem
+werd schor en gebiedend.
+
+"Je gaat naar de steden om te boksen, jongen. Daar heb ik je voor
+getraind en je doet het."
+
+"All right," was het onverwachte antwoord, dat loom uit de diepe
+borstkas opbromde.
+
+"En je vecht als de hel," voegde de oude man er bij.
+
+Opnieuw voelde Stubener zich teleurgesteld door het gemis aan vuur
+en hartstocht in de oogen van den jongen man toen hij antwoordde:
+
+"All right. Wanneer gaan we?"
+
+"O, Sam moet eerst een beetje jagen en visschen en zich met jou meten
+met de handschoenen."
+
+Hij keek naar Sam, die knikte. "Als je je eens uitkleedde en hem een
+proefje gaf van wat je kunt."
+
+Een uur later zette Sam Stubener groote oogen op. Zelf ex-bokser
+zwaargewicht, was hij een uitstekend beoordeelaar van boksers en hij
+had er nooit een gezien die zoo voordeelig voor den dag kwam als hij
+zijn kleeren uittrok.
+
+"Zie, hoe buigzaam hij is," zong oude Pat. "Dit is het echte. Let op
+de lijn van de schouders en op zijn longen. Zuiver, alles zuiver tot
+het laatste greintje. Je ziet een man voor je Sam, zooals er nooit een
+geweest is. Geen spier van hem die vastzit. Geen gewichtentiller of
+andere kunstenmakerij. Kijk de dikke spierbundels als slangen! zacht
+en loom verloopen zij! En wacht tot je ze ziet opzwellen als een
+ratelslang, gereed toe te springen. Hij is in dit gezegende oogenblik
+gereed voor veertig ronden of voor honderd. Vooruit! Tijd!"
+
+Zij begonnen, ronden van drie minuten, met rusten van een minuut en Sam
+Stubener wist dadelijk waar hij aan toe was. Hier was geen vetlaag,
+geen loomheid, alleen een kalm, goedhartig spel van handschoenen en
+behendige bewegingen met een plotseling spannen en een vaste scherpte
+bij het toestooten, die naar hij wist alleen eigen waren aan geoefende
+en talentvolle boksers.
+
+"Kalm aan, kalm aan," waarschuwde oude Pat. "Sam is niet meer wat
+hij vroeger was."
+
+Dit prikkelde Sam, zooals de bedoeling was; en hij gebruikte zijn
+meest beroemde handigheid en geliefkoosde stoot--een schijnbeweging
+alsof hij vast wilde grijpen en een rechte stoot naar de maag. Maar
+hoe snel ook uitgevoerd, jonge Pat zag den stoot aankomen, en ofschoon
+deze raakte, week zijn lichaam achteruit. De tweede keer week zijn
+lichaam niet. Toen de stoot aankwam, bewoog hij vooruit en draaide zijn
+linkerheup naar voren om den stoot op te vangen. Het was slechts een
+kwestie van een paar duim, maar de stoot werd er door gebroken. En
+daarna kon Stubener doen wat hij wilde, zijn handschoen kwam niet
+verder dan die heup.
+
+Stubener was in zijn tijd met sterke boksers in het strijdperk
+getreden en had er een goeden naam weten op te houden. Maar hier
+was geen kwestie van zijn naam ophouden. Jonge Pat speelde met hem
+en waar hij vastgreep, deed hij Stubener zich voelen als een baby;
+hij raakte hem schijnbaar steeds waar hij wilde, blokte en stootte met
+meesterlijke nauwkeurigheid, terwijl hij nauwelijks op het bestaan van
+den ander scheen te letten. Den halven tijd scheen jonge Pat door te
+brengen met op een droomerige manier naar buiten naar het landschap
+te staren. En juist hierdoor maakte Stubener een tweede fout. Hij
+hield het voor een slimheid die oude Pat hem geleerd had, trachtte
+met een korte armstoot aan te vallen, voelde zijn arm bliksemsnel
+vast gekneld en kreeg een pijnlijken klap om beide ooren.
+
+"'t Instinct voor een stoot," murmelde de oude man.
+
+"'t Is hem niet bijgebracht, dat verzeker ik je. Hij is 'n genie. Hij
+weet een stoot, zonder er naar te kijken; wanneer de stoot aankomt
+en waar, de snelheid en afstand en of 't een goede is of niet. En
+dat heb ik hem nooit geleerd. 't Is inspiratie. Hij is er mee geboren."
+
+Eens, bij 't vastgrijpen, sloeg de manager den achterkant van zijn
+handschoen op den mond van jongen Pat; en er was iets oneerlijks in
+de manier waarop hij het deed. Een oogenblik later, bij de volgende
+greep, kreeg Sam de bovenkant van Pat's handschoen op zijn eigen
+mond. Er was niets in van drift, maar de drukking, hoe loom die
+ook was, bracht zijn hoofd naar achteren tot de gewrichten kraakten
+en hij een oogenblik dacht dat zijn nek breken zou. Hij liet zijn
+lichaam verslappen en zijn armen neervallen ten teeken dat de strijd
+geëindigd was, voelde dadelijk verlichting en stond een oogenblik op
+losse beenen te wankelen.
+
+"Hij is goed--hij is goed," hijgde hij en zijn oogen spraken de
+bewondering uit, waar zijn adem voor te kort schoot.
+
+De oogen van ouden Pat blonken vochtig van trots en triomf.
+
+"En wat denk je dat er gebeuren zal als één van de gemeene lui zijn
+knuisten op hem wil probeeren?" vroeg hij.
+
+Stubener's uitspraak luidde: "Hij zal hem doodmaken, stellig."
+
+"Neen, daar is hij te koelbloedig voor. Maar bezeeren zal hij hem
+wel voor zijn vuilheid."
+
+"Laat ons het contract opmaken," zei de manager.
+
+"Wacht tot je heelemaal weet wat hij waard is," antwoordde de oude
+Pat. "Ik wil royale bepalingen van je hebben. Ga met de jongen op
+een hertenjacht over de heuvels en maak kennis met zijn longen en
+zijn beenen. Dan zullen wij een stevig, goed geregeld contract maken."
+
+Stubener was twee dagen op de jachtpartij geweest en hij leerde alles
+wat oude Pat beloofd had en meer dan dat en hij kwam terug als een
+heel vermoeid en heel nederig man. De onbekendheid met de wereld van
+den jongen man bracht den manager, die door de wol geverfd was, in
+verbazing, maar hij had ontdekt dat de jongen zich niet voor den gek
+liet houden. Ongerept als zijn geest was, onberoerd behalve door wat
+zijn weinige ondervinding in het bergland hem geleerd had, gaf hij
+ondanks dat bewijzen van natuurlijk intellect en scherpzinnigheid,
+ver boven het middelmatige. In zekeren zin was hij een mysterie voor
+Sam, die zijn volkomen gelijkmatigheid van humeur niet begreep. Niets
+wond hem op of bracht hem in verwarring en zijn geduld en lijdzaamheid
+waren als van geen ander. Hij vloekte nooit, zelfs niet met de luttele
+flauwe krachtwoorden, die heel jonge jongens plegen te gebruiken.
+
+"Ik zou best kunnen vloeken als ik wou," had hij verklaard op een
+vraag van zijn metgezel. "Maar ik denk niet dat ik 't ooit noodig
+zal hebben. Als ik 't noodig heb, zal ik wel vloeken, denk ik."
+
+Oude Pat, die vast bleef bij zijn besluit, nam afscheid van hen in
+het blokhuis.
+
+"'t Zal niet lang duren, Pat, jongen, of ik lees over je in de
+couranten. Ik zou graag meegaan maar ik vrees dat ik tot m'n endje
+in de bergen zal blijven."
+
+Toen trok de oude man den manager ter zijde en stormde bijna woest
+op hem in.
+
+"Denk aan wat ik je allemaal van hem verteld heb. De jongen is
+zuiver en hij is eerlijk. Hij weet niets van al het geknoei in de
+bokswereld. Ik heb 't allemaal stil voor hem gehouden, dat zeg ik
+je. Hij weet niet wat bedrog is. Hij weet alleen van de dapperheid en
+het romantische en de glorie van het vechten en ik heb hem volgestopt
+met verhalen over de oude helden van den ring, ofschoon dit hem maar
+weinig in vuur heeft gebracht, dat weet God. Man, man, ik zeg je, dat
+ik de boksberichten uit de couranten heb geknipt om ze voor hem weg
+te houden--hij dacht dat ik ze noodig had voor mijn album. Hij weet
+niet dat er lui zijn die afspraken maken en geld inleggen. Dus haal
+hem nergens in waar het niet eerlijk toegaat. Maak den jongen niet
+misselijk. Daarom heb ik die clausule in het contract gezet wanneer
+het van nul en geener waarde wordt. Eén gemeenheid en het contract is
+vanzelf verbroken. Geen vooraf afgesproken verdeeling van de buit; geen
+geheime afspraken met de menschen van de bioscoop over den afstand.
+
+Der zit 'n hoop geld voor jullie allebei in. Maar speel eerlijk of
+je bent alles kwijt. Begrepen?"
+
+"En wat je ook doet, neem je in acht voor de vrouwen," was de
+afscheidswaarschuwing van ouden Pat, terwijl jonge Pat te paard zat
+en plichtmatig de teugels inhield om te kunnen luisteren. "Vrouwen,
+dat is dood en vervloeking, onthoud dat. Maar als je de ééne vindt,
+de eenige ééne, houd haar dan vast. Die is meer waard dan roem en
+geld. Maak dat je eerst zeker bent en als je zeker bent, laat haar dan
+niet tusschen je vingers uitglippen. Grijp haar beet met je twee handen
+en houd vast. Houd vast, al gaat de heele wereld aan flarden. Pat,
+jongen, een goede vrouw is een goede vrouw. Dat is het eerste woord
+en het laatste."
+
+
+
+
+
+III.
+
+
+Toen hij eenmaal in San Francisco was, begonnen de moeilijkheden voor
+Sam Stubener. Niet dat jonge Pat een lastig humeur had of dwars was,
+zooals zijn vader had gevreesd. Integendeel, hij was verwonderlijk
+zacht en vriendelijk. Maar hij had heimwee naar zijn geliefde
+bergen. Daarbij was hij innerlijk ontsteld door de stad, ofschoon hij
+schijnbaar onbewogen door de drukke straten liep als een roode Indiaan.
+
+"Ik ben hier gekomen om te boksen," begon hij toen de eerste week om
+was. Waar is Jim Hanford?" Stubener floot.
+
+"Een eerste kampioen als hij, zou je niet aankijken," antwoordde
+hij. "Ga eerst naam maken," zou hij zeggen.
+
+"Ik kan hem kloppen."
+
+"Maar dat weet het publiek niet. Als je hem klopte zou je
+wereldkampioen zijn en niemand werd kampioen in zijn eersten strijd.
+
+"Ik wèl."
+
+"Maar het publiek weet dat niet, Pat. Ze zouden niet naar je komen
+kijken. En 't is de menigte, die het geld binnen brengt en de gevulde
+beurzen. Daarom zou Jim Hanford jou niet als tegenstander willen
+hebben. Er zou niets aan zitten voor hem. Bovendien krijgt hij nu juist
+drieduizend dollar per week in de vaudeville, met een contract voor
+vijf en twintig weken. Denk je dat hij dat op zal geven om met een man
+aan den gang te gaan van wien niemand ooit gehoord heeft? Eerst moet
+je iets doen, een record maken. Je moet beginnen tegen de plaatselijke
+boksertjes, waar niemand ooit van gehoord heeft--schooiertjes als
+Chub Collins, Rough-House Kelly, en de Vliegende Hollander. Als je
+die geklopt hebt, dan ben je nog maar één sport van de ladder op. Maar
+daarna vlieg je de lucht in als een ballon."
+
+"Ik zal met de drie, die u opnoemt, allemaal achter elkaar in
+denzelfden ring vechten," was Pat's besluit. "Maak de overeenkomst
+op die manier."
+
+Stubener lachte.
+
+"Is dat niet goed? Denkt u dat ik ze niet kloppen kan?"
+
+"Ik weet dat je 't kunt," verzekerde Stubener. "Maar op die manier
+kan geen overeenkomst gemaakt worden. Je moet tegen ieder op een
+anderen tijd uitkomen. Bovendien, bedenk, dat ik alles weet van de
+wedstrijden en dat ik je uitbreng. We moeten je er in werken en ik
+ben mans genoeg om te weten hoe. Als wij geluk hebben, kan je in een
+paar jaar bovenaan staan en kampioen zijn met een schep duiten."
+
+Pat zuchtte bij het vooruitzicht; toen leefde hij weer op. "En dan kan
+ik mij terugtrekken en naar huis gaan naar den ouden man," zeide hij.
+
+Stubener was op het punt te antwoorden, maar hield zich in. Al was
+dit kampioenmateriaal wat vreemd, hij vertrouwde dat het, als de top
+bereikt was, in allen deele zou gelijken op al de anderen, die hem
+vóór waren gegaan. Bovendien, twee jaar was nog een heel eind en er
+was veel te doen in dien tusschentijd.
+
+Toen Pat de gewoonte begon aan te nemen, in zijn kamers op en neer
+te loopen, terwijl hij eindelooze rijen boeken en romans uit de
+bibliotheek las, zond Stubener hem naar buiten om in een boerderij
+aan de Baai te wonen onder het waakzame oog van Spider Walsh. Na een
+week fluisterde Spider, dat het karweitje dreigde te mislukken. Zijn
+beschermeling was van tot het licht werd tot aan het duister weg over
+de heuvels; hij zocht de stroomen af naar snoek, schoot kwartels en
+konijnen, en vervolgde den éénen eenzamen, slimmen reebok, beroemd
+omdat hij aan tien jagers had weten te ontsnappen, en de Spin werd
+vadsig en lui terwijl zijn beschermeling in conditie bleef.
+
+Zooals Stubener verwacht had, werd zijn onbekende uitgelachen door
+de managers van de boks-club. Waren de wouden niet vol onbekenden,
+die altijd uitkwamen met 't idee dadelijk kampioen te worden? Een
+inleidend partijtje, van vier ronden bijvoorbeeld--ja, daar wilden ze
+wel op ingaan. Maar een ernstige match nooit. Stubener had besloten,
+dat jonge Pat zijn debuut zou hebben in niets minder dan een ernstige
+match, en door het prestige van zijn eigen naam kreeg hij het ten
+laatste gedaan. Na lang aarzelen stemde de "Missionclub" er in toe dat
+Pat Glendon vijftien ronden zou boksen met Rough-House Kelly voor een
+beurs van één honderd dollars. Het was de gewoonte, dat jonge boksers
+den naam aannamen van oude ring-helden, dus vermoedde niemand, dat
+hij de zoon was van den grooten Pat Glendon en Stubener hield zijn
+mond. Dat was een goede verrassingsbom om later te doen springen.
+
+Na een maand wachten kwam de avond van het gevecht.
+
+Stubener's angst was hevig. Zijn naam als manager stond er bij op het
+spel, dat de jonge man een goed figuur zou maken en hij ontstelde,
+toen hij zag hoe Pat, die vijf minuten stilletjes in een hoek zat,
+zijn gezonden kleur verloor, terwijl zijn wangen ziekelijk geel-bleek
+werden.
+
+"Moed houden jongen," zeide Stubener, hem op den schouder kloppend. "De
+eerste keer in den ring is altijd vreemd en Kelly heeft er een handje
+van, zijn tegenstander op hem te laten wachten, in de hoop dat hij
+plankenkoorts zal krijgen."
+
+"Dat is 't niet," antwoordde Pat. "'t Is de tabaksrook. Daar ben ik
+niet aan gewend en ik word er gewoon misselijk van."
+
+Zijn manager voelde een schok van verlichting. Een man, die misselijk
+werd uit zenuwachtigheid, zou nooit overwinnen in 't prijs-gevecht,
+al was hij ook zoo sterk als Simson. Maar tabaksrook ... daar moest
+de jongen aan wennen, dat was al.
+
+Het binnenkomen van Jonge Pat in den ring werd in stilte aangezien,
+maar toen Rough-House Kelly onder het touw doorkroop, werd hij met
+luid gejuich begroet. Hij deed zijn naam geen oneer aan.
+
+Hij was een man met woest uitzicht, donker en harig met kolossale,
+knoestige spieren, en volle tweehonderd pond gewicht. Pat keek
+nieuwsgierig naar hem en werd beantwoord met een norschen blik. Nadat
+beiden aan het publiek waren voorgesteld, drukten zij elkaar de
+hand. En toen hunne handschoenen elkaar aanraakten, gromde Kelly iets
+tusschen zijn tanden, zijn gezicht werd rood alsof hij woedend was
+en hij mompelde:
+
+"Je hebt je zenuwen meegebracht." Hij slingerde Pat's hand ruw van
+zich af en siste: "Ik zal je opvreten, schaap dat je bent!"
+
+Het publiek lachte om het gebaar en raadde al lachend naar wat Kelly
+gezegd moest hebben.
+
+Toen hij, in zijn eigen hoek terug was en op den gong wachtte, keerde
+Pat zich naar Stubener.
+
+"Waarom is hij boos op mij?" vroeg hij.
+
+"Hij is niet boos," antwoordde Stubener. "Zoo doet hij altijd; hij
+probeert je bang te maken. Dat is een mondgevecht."
+
+"'t Is geen bokser," vond Pat en Stubener merkte met een snellen blik
+op, dat zijne oogen even zacht blauw waren als gewoonlijk.
+
+"Pas op," waarschuwde de manager, toen de gong luidde voor de eerste
+ronde en Pat opstond. "Hij is in staat op je af te komen als een
+menscheneter."
+
+En als een menscheneter kwam Kelly op hem af, in wilde woede door
+den ring stuivend. Pat, die op zijn loome wijze slechts een paar
+passen vooruit had gedaan, nam het oogenblik waar dat de ander
+aanviel, deed een zijstap en stootte zijn stijf gekromde rechterarm
+op zij tegen diens kaak. Toen stond hij stil verbaasd te kijken. Het
+gevecht was voorbij. Kelly was als een neergeslagen os op den grond
+gevallen, en lag daar onbewegelijk terwijl de scheidsrechter, over
+hem heen gebogen hardop de tien seconden telde in zijn oor, dat niet
+hoorde. Toen Kelly's helpers naar hem toe kwamen om hem op te beuren,
+was Pat hen vóór.
+
+Hij nam de zware onbewegelijke massa in zijn armen, droeg hem naar
+zijn hoek en zette hem op den stoel en in de armen van zijn helpers.
+
+Een halve minuut later lichtte Kelly zijn hoofd op en zijne oogen
+lodderden open. Hij keek versuft om zich heen en toen naar één van
+zijn secondanten.
+
+"Wat is er gebeurd?" vroeg hij heesch.
+
+"Is 't dak op mij gevallen?"
+
+
+
+
+
+IV.
+
+
+Als gevolg van zijn gevecht met Kelly, en hoewel de algemeene opinie
+was, dat hij door een gelukkig toeval gewonnen had, werd Pat tegen
+Rufe Mason uitgebracht.
+
+Dat had drie weken later plaats en het publiek van de Sierra Club in
+Dreamland Rink zag niet precies wat er gebeurde.
+
+Rufe Mason was een zwaargewicht, en stond bekend voor zijn
+slimheid. Toen de gong luidde voor de eerste ronde ontmoetten de
+tegenstanders elkaar in het midden van den ring.
+
+Geen van beiden stormde in. Ook werd er geen stoot gewisseld. Zij
+voelden langs elkaar heen, met gebogen armen en hunne handschoenen zoo
+dicht bij elkaar dat zij elkander bijna raakten. Dat duurde misschien
+vijf minuten. Toen gebeurde het en zoo haastig dat niet één onder
+de honderd toeschouwers het zag. Rufe Mason deed een schijnstoot
+rechts. Het was blijkbaar geen echte schijnstoot, maar een voeler,
+een prikkelende dreiging van een mogelijken stoot. Op dit oogenblik
+gaf Pat zijn stoot. Zij waren zoo dicht bij elkaar, dat de stoot van
+nauwelijks acht duim afstand aankwam. Het was een korte stoot links
+en ging vergezeld van een schouderdraai. Hij kwam recht op de punt
+van de kin aan en het verbaasde publiek zag Rufe Mason's beenen onder
+hem in elkaar zakken terwijl zijn lichaam op den grond zonk. Maar de
+scheidsrechter had het gezien en hij kwam dadelijk naar voren om de
+tien seconden te tellen. Weer droeg Pat zijn tegenstander naar zijn
+hoek en het duurde tien minuten eer Rufe Mason, ondersteund door zijn
+secondanten, in staat was met knikkende knieën en rollende glazige
+oogen langs het verblufte, ongeloovige publiek de galerij af te loopen
+naar zijn kleedkamer.
+
+"Geen wonder," zeide hij tot een reporter, "dat Rough-House Kelly
+meende het dak op zijn hoofd te krijgen."
+
+Nadat Club Collins overwonnen was in de twaalfde seconde van de eerste
+ronde van een vijftien-ronden-match, voelde Stubener zich gedrongen
+met Pat te spreken.
+
+"Weet je hoe zij je nu noemen?" vroeg hij.
+
+Pat schudde het hoofd.
+
+"Eén--Stoot--Glendon."
+
+Pat glimlachte beleefd. 't Kon hem weinig schelen hoe hij genoemd
+werd. Hij had een zekere hoeveelheid werk af te doen, dat hij moest
+afmaken eer hij terug kon naar zijn bergen en hij deed het kalm af,
+dat was al.
+
+"'t Gaat niet," ging zijn manager met onheilspellend hoofdschudden
+voort. "Je kunt niet doorgaan met je tegenstanders zoo gauw neer te
+stooten. Je moet hun meer tijd geven."
+
+"Ben ik hier dan niet om te boksen?" vroeg Pat verwonderd.
+
+Opnieuw schudde Stubener het hoofd.
+
+"Luister, Pat. Je bent sterk en moedig in het boksen. Sla niet al de
+andere boksers neer. En 't is niet goed tegenover het publiek. Zij
+willen wat zien voor hun geld. Bovendien zal niemand meer tegen je
+willen uitkomen. Iedereen wordt afgeschrikt. En je kunt geen publiek
+trekken met matches van tien minuten. Zeg zelf: zou jij een dollar
+of vijf dollars betalen om tien seconden te zien boksen?"
+
+Pat was overtuigd en hij beloofde, zijn toekomstig publiek waar voor
+hun geld te zullen geven, ofschoon hij erbij voegde, persoonlijk
+liever te gaan visschen dan honderd ronden te zien boksen.
+
+Nog had Pat nergens werkelijk zijn bokskunst vertoond. De sportlui
+uit de stad lachten als zijn naam werd genoemd. Die riep grappige
+bokspartijen in het geheugen en de opmerking van Rough-House Kelly
+over het dak. Niemand wist hoe Pat kon boksen. Ze hadden hem nooit
+gezien. Waar was zijn adem, zijn lichaamssterkte, zijn behendigheid om
+het vol te houden tegen ruwe tegenstanders in langdurigen afmattenden
+kamp? Hij had niets getoond dan de kunst van een gelukkigen eindstoot
+en een ontstellenden aanleg om door het toeval begunstigd te worden.
+
+Zoo gebeurde het, dat zijn vierde match gehouden zou worden tegen
+Pete Sosso, een Portugeeschen bokser uit Butchertown, hoofdzakelijk
+bekend om de verbazingwekkende slimmigheden, die hij in den ring
+uithaalde. Pat trainde zich niet voor den strijd. In plaats daarvan
+bracht hij een vluchtig en droevig bezoek aan de bergen om zijn vader
+te begraven. Oude Pat had wel geweten, hoe het met zijn hart gesteld
+was en het had hem plotseling begeven.
+
+Toen jonge Pat in San Francisco terug kwam, was de tijd zoo nauw
+gemeten, dat hij dadelijk zijn reispak verwisselde voor zijn
+bokskleeding en toen moest het publiek nog tien minuten wachten.
+
+"Denk er aan, geef hem een kans," waarschuwde Stubener toen hij door
+de touwen kroop. Speel met hem, maar doe het in ernst. Laat hem tien
+of twaalf ronden zijn gang gaan en sla hem dan neer."
+
+Pat gehoorzaamde de instructie en ofschoon het gemakkelijk genoeg
+geweest zou zijn, Sosso dadelijk buiten gevecht te stellen, gaf het
+hem, daar de ander zoo vol streken zat, handen vol werk hem zich van
+'t lijf te houden zonder hem neer te slaan. Het was een mooie prestatie
+en het publiek was verrukt. Sosso's aanvallen als een dwarrelwind,
+zijn wilde schijnstooten, zijn instormen en terugtrekken, eischten
+al Pat's kunst om zichzelf te beschermen en nog gelukte het hem niet,
+geheel onbezeerd te ontsnappen.
+
+Stubener prees hem in de rustpoozen en alles zou goed gegaan zijn,
+wanneer Sosso niet in de vierde ronde één van zijn prachtigste streken
+had uitgespeeld. Pat had in een gunstig oogenblik een zijstoot tegen
+Sosso's kaak gegeven, toen deze tot Pat's verbazing zijn handen liet
+neervallen en achterwaarts wankelde, met rollende oogen, doorzakkende
+en knikkende beenen, alsof hij bezwijmde. Pat begreep het niet! Het
+was geen eindstoot geweest en toch was zijn tegenstander op het punt
+op de mat te vallen. Pat liet zijn handen vallen en keek in verbazing
+naar zijn wankelenden tegenstander.
+
+Sosso strompelde weg, viel bijna, herstelde zich en strompelde toen
+weer schuins vooruit.
+
+Voor de eerste en de laatste maal in zijn boksersloopbaan was Pat
+niet op zijn hoede. Hij ging op zij om den waggelenden man door te
+laten. Terwijl hij nog strompelend liep, gaf Sosso plotseling een
+rechtschen stoot. Pat kreeg hem midden op zijn kaak met een kracht,
+die zijn tanden deed rammelen.
+
+Uit het publiek ging een gebrul van vreugde op. Maar Pat hoorde het
+niet. Hij zag alleen Sosso voor zich tandeknarsend en uitdagend, in
+'t minst niet bezwijmd. De slag had Pat bezeerd, doch veel meer was
+hij woedend over de schurkenstreek. Al de woede, die zijn vader ooit
+gevoeld had, laaide op in hem. Hij schudde zijn hoofd als om zich
+te bevrijden van den schok van den slag en plantte zich vóór zijn
+tegenstander. Alles gebeurde toen in één seconde. Met een schampstoot,
+die zijn tegenstander uitlokte, stootte Pat de solar plexus, terwijl
+hij bijna op hetzelfde oogenblik met zijn rechter een zijstoot tegen
+de kaak gaf. De laatste slag belandde op Sosso's mond eer zijn lichaam
+in den val op den grond sloeg. De clubdoktoren hadden een half uur
+werk om hem bij te brengen. Daarna naaiden zij zijn kaak met elf
+steken dicht en pakten hem in een ziekenwagen.
+
+"'t Spijt mij," zeide Pat tot zijn manager; "ik vrees, dat ik driftig
+werd. Ik doe het nooit meer in den ring. Vader waarschuwde er mij
+altijd voor. Ik wist niet dat ik zoo driftig kon worden, maar nu ik
+'t weet, zal ik er voor oppassen."
+
+En Stubener geloofde hem. Hij kwam er langzamerhand toe, alles te
+kunnen gelooven van zijn jongen beschermeling.
+
+"Je hebt het niet noodig je boos te maken," zeide hij; "je bent toch
+altijd je tegenstander volkomen de baas."
+
+"Elke seconde en elken duim van de partij," gaf Pat toe.
+
+"En je kunt ze elk oogenblik dat je 't wilt kloppen."
+
+"Zeker kan ik dat. Ik wil niet bluffen. Maar ik schijn er de handigheid
+voor te bezitten. Mijn oogen wijzen mij waar ik zijn moet en dan weet
+ik altijd hoe ik daar moet komen, en tijd en afstand zijn mij als een
+tweede natuur. Vader noemde het een gave, maar ik dacht dat hij me
+vleide. Nu ik tegen deze mannen uit ben gekomen, geloof ik dat vader
+gelijk had. Hij zei dat bij mij verstand en spieren samenwerkten."
+
+"Elke seconde en elken duim van de partij," herhaalde Stubener
+peinzend.
+
+Pat knikte en Stubener, die vast in hem geloofde, had visioenen van
+een gouden toekomst die ouden Pat uit zijn graf zouden hebben gehaald.
+
+"Denk er om, we moeten de menschen wat laten zien voor hun geld," zeide
+hij. "Wij zullen onder elkaar bepalen, hoeveel ronden de match hebben
+zal. Je volgende partij is met "Den Vliegenden Hollander." Als je
+eens alle vijftien ronden afwerkte en hem in de laatste neersloeg? Dan
+heb je meteen kans om te laten zien wat je kunt."
+
+"All right Sam," was het antwoord.
+
+"'t Zal een proef voor je zijn," waarschuwde Stubener.
+
+"Misschien lukt het je niet, hem in die laatste ronde te kloppen."
+
+"Luister." Pat wachtte een oogenblik om zijn belofte gewicht bij te
+zetten en nam een deel van Longfellow in de hand. "Als 't mij niet
+lukt, lees ik nooit meer verzen en dat zou wat zijn."
+
+"Voor jou wèl," riep zijn manager schaterend, "ofschoon ... wat je
+in die rommel ziet ... dat gaat boven mijn verstand."
+
+Pat zuchtte, maar antwoordde niet. In zijn heele leven had hij maar
+één mensch ontmoet, die om gedichten gaf, en dat was de roodharige
+schooljuffrouw, voor wie hij naar de bosschen was gevlucht.
+
+
+
+
+
+V.
+
+
+"Waar ga je naar toe?" vroeg Stubener verwonderd, terwijl hij op zijn
+horloge keek.
+
+Pat, met zijn hand op de deurknop, bleef staan en keerde zich om.
+
+"Naar de Academie," zeide hij. "Daar is een professor, die vanavond
+een lezing houdt over Browning en Browning is een schrijver, waar je
+hulp bij noodig hebt. Soms denk ik, dat 't goed zou zijn als ik naar
+de avondschool ging."
+
+"Maar groote goedheid, kerel!" riep de manager uit. "Je moet vanavond
+uitkomen tegen den Vliegenden Hollander."
+
+"Dat weet ik wel. Maar ik kom geen oogenblik vroeger dan half tien
+of kwart voor tienen in den ring. De lezing is om kwart over negen
+afgeloopen. Als u zeker wilt zijn, kom dan even langs en neem me mee
+in uw car."
+
+Stubener haalde met hulpeloos gebaar de schouders op.
+
+"U hoeft u niet ongerust te maken," verzekerde Pat. "Vader heeft
+mij dikwijls gezegd, dat de ergste tijd juist was die laatste uren
+vóór een match, en dat menige partij verloren werd, nadat iemand den
+moed verloor in dien tijd, dat hij niets te doen had als denken en
+zich angstig maken. Nu, voor mij hoeft u daarover nooit ongerust te
+zijn. U moest blij zijn, dat ik naar een lezing kan gaan."
+
+En later op den avond, terwijl hij vijftien prachtige ronden voor zich
+zag, grinnikte Stubener meer dan eens in zichzelf bij het denkbeeld,
+wat het sport-publiek er wel van denken zou, als ze wisten dat de
+prachtige jonge prijs-bokser zóó van een lezing over Browning in den
+ring was gekomen.
+
+De Vliegende Hollander was een jonge Zweed, die een ongewonen
+ijver voor het boksen bezat en gezegend was met een wonderlijk
+uithoudingsvermogen. Hij rustte nooit, viel altijd aan en stormde
+in en vocht van de ééne gongslag naar den andere. Bij de zwaaislagen
+draaiden zijn armen rond als dorschvlegels, bij het invechten gaf hij
+altijd schouderstooten of worstelde half en bracht stooten toe zoo
+gauw hij maar een hand vrij kon krijgen. Van 't begin tot het einde
+was hij een wervelwind, vandaar zijn naam. Zijn gebrek was gewis een
+oordeel over tijd en afstand. Toch had hij heel wat partijen gewonnen
+doordat bij de oneindige fusillade van stooten die hij toebracht,
+er licht één in elk dozijn raak was. Pat, onder den strengen eisch,
+zijn tegenstander niet neer te slaan, had zijn handen vol. En ofschoon
+hij aan ernstig letsel ontkwam, kon hij toch niet geheel en al vrij
+blijven van die eeuwig rondvliegende handschoenen. Maar 't was een
+eerlijk gevecht en hij genoot ervan op zijn gemoedelijke wijze.
+
+"Zou je hem nu onder kunnen krijgen?" fluisterde Stubener hem in
+'t oor in de minuut rust na de vijfde ronde."
+
+"Stellig," was Pat's antwoord.
+
+"Je weet, hij is nog nooit in den eindstoot neergeslagen," waarschuwde
+Stubener een paar ronden later.
+
+"Dan ben ik bang, dat ik mijn knokkels zal moeten breken," glimlachte
+Pat. "Ik weet welken stoot ik in me heb, en als ik daarmee raak,
+moet er iets wijken. Als _hij_ 't niet is, dan mijn knokkels."
+
+"Denk je dat je er hem nu onder zoudt kunnen krijgen?" vroeg Stubener
+aan het eind van de dertiende ronde.
+
+"Wanneer ik wil, zeg ik u."
+
+"Nu Pat, laat 't dan tot de vijftiende doorgaan."
+
+In de veertiende ronde overtrof de Vliegende Hollander zichzelf. Bij
+den gongslag stormde hij door den ring naar den tegenovergestelden
+hoek waar Pat langzaam op zijn beenen ging staan. Het publiek juichte,
+want men wist, dat de Vliegende Hollander loskwam. Pat, die de zaak
+van de grappige kant opnam, kwam op den inval, den verschrikkelijken
+nooit-verslagene tegemoet te komen met een gansch lijdelijken afweer
+en geen stoot toe te brengen.
+
+Gedurende de drie minuten wervelwind die volgden, deed hij geen stoot,
+noch veinsde een stoot te zullen doen. Hij gaf een zeldzaam staal
+van afweer, zijn neergebogen gezicht beschermend met zijn linker arm,
+en zijn onderlichaam met zijn rechter; dan weer veranderend als het
+aanvalspunt veranderde, zóó dat beide handschoenen aan weerskanten
+van zijn gezicht werden gehouden of beide ellebogen en voorarmen
+zijn maag beschutten; en steeds in beweging, schouderend of half
+uitvallend naar zijn tegenstander om diens pogingen te verijdelen;
+zelf stoote hij niet, noch dreigde te stooten, en nu en dan wankelde
+hij door de kracht van de stormachtige stooten, die zijn afweer door
+een duivelschen taptoe zochten te overwinnen.
+
+Zij, die vlak bij den ring zaten, zagen en waardeerden het, maar de
+rest van het publiek stond als dol op, en brulde zijn toejuichingen
+uit in de verkeerde meening dat Pat hulpeloos een verschrikkelijk pak
+slaag opliep. Aan het eind van de ronde, ging het publiek zwijgend
+weer zitten, terwijl Pat langzaam naar zijn hoek ging. Het was niet te
+begrijpen. Hij had tot moes moeten zijn en er was hem niets overkomen.
+
+"Hoe krijg je hem neer?" vroeg Stubener angstig.
+
+"Binnen tien seconden," was Pat's geruste verzekering. "Let maar op."
+
+Er was niets van slimheid of streken bij. Toen de gong luidde en Pat
+op zijn voeten sprong, was het hem ontwijfelbaar aan te zien dat
+het hem voor de eerste maal in de partij, er om te doen was, zijn
+tegenstander te kloppen. Geen enkele toeschouwer of hij begreep het en
+de Vliegende Hollander las de aankondiging ook in Pats' uiterlijk en
+toen zij in het midden van den ring tegenover elkaar kwamen te staan,
+aarzelde hij voor 't eerst in zijn boksers-loopbaan. Gedurende een
+deel van een seconde keken zij elkaar in gevechtshouding aan. Toen
+sprong de Vliegende Hollander op zijn tegenstander toe en Pat, met
+een op het juiste oogenblik toegebrachte rechts-zijdelingschen stoot,
+deed hem neervallen in zijn sprong.
+
+Na dit gevecht begon Pat Glendon's vlucht naar den roem. De
+sportmenschen en bladen sloegen acht op hem. Voor 't eerst was de
+Vliegende Hollander neergeslagen. Zijn overwinnaar had bewezen een
+heksenmeester in den afweer te zijn. Zijn vroegere overwinningen
+waren geen toeval geweest. Hij had een stoot in beide handen. Reus die
+hij was, zou hij 't ver brengen. De tijd was voor hem reeds voorbij,
+schreef men, om zijn kracht te verspillen tegen derderangsboksers.
+
+Waar waren Ben Menzies, Rege Rede, Bill Tarwater en Ernest Lawson? 't
+Werd tijd dat zij uitkwamen tegen dezen jongen beginner, die plotseling
+getoond had een bokser te zijn waarmede te rekenen viel. Waar was
+zijn manager, dat hij geen uitdagingen publiceerde?
+
+Toen was hij in één dag beroemd; want Stubener onthulde het geheim,
+dat zijn beschermeling niemand anders was dan de zoon van Pat Glendon,
+Oude Pat, den vroegeren held van den ring. "Jonge" Pat Glendon was
+hij werkelijk gedoopt en sportlui en schrijvers zwermden om hem heen
+om hem te bewonderen en te helpen en over hem te schrijven.
+
+Te beginnen met Ben Menzies en eindigend met Bill Tarwater daagde
+hij de vier tweederangs-boksers uit, bevocht en versloeg hen. Om dit
+te doen was hij gedwongen te reizen, daar de matches in Goldfield,
+Denver, Texas en New-York plaats vonden. Om dit te volbrengen waren
+maanden noodig, want de grootere matches waren niet zoo gemakkelijk te
+regelen en de boksers zelf hadden meer tijd noodig om zich te trainen.
+
+Het tweede jaar zag hem uitkomen om het half dozijn groote boksers,
+saamgegroept juist onder de zwaargewicht ladder, te bevechten en
+te overwinnen. Hier op de top stond stevig geplant: "Groote" Jim
+Hanford, de nooit verslagen wereld-kampioen. Hier langs de hoogste
+sporten vorderde men langzamer, ofschoon Stubener onvermoeid was in
+het publiceeren van uitdagingen en in het gebruiken van de critiek om
+de boksers tot vechten te bewegen. Will King was in Engeland bezet
+en Glendon volgde Tom Harrison halfweg de wereld rond om hem op den
+boks-dag in Australië te verslaan.
+
+Maar de beurzen werden grooter en grooter. In plaats van een honderd
+dollar, die zijn eerste gevechten hadden opgebracht, ontving hij nu
+twintig tot dertig duizend dollar per gevecht, en even groote sommen
+van de bioscoop-opnemers. Stubener nam zijn percenten als manager
+van dit alles, volgens de bepalingen van het contract, door ouden
+Pat opgemaakt en hij en Glendon waren, ondanks hun groote onkosten,
+bezig rijk te worden. Dit vond zijn oorzaak, meer dan in iets anders,
+in het solide leven dat zij leidden. Ze waren geen verkwisters.
+
+Stubener belegde zijn geld bij voorkeur in vaste goederen en zijn
+bezittingen in San Francisco, bestaande uit étagewoningen en huizen met
+appartementen, waren grooter dan Glendon ooit gedroomd had. Doch er was
+een geheim syndicaat van gokkers die wel ten naastenbij konden raden,
+hoe groot Stubeners bezittingen waren, omdat er ééne groote som na de
+andere, waar Glendon nooit iets van hoorde, aan zijn manager betaald
+werd door de filmopnemers.
+
+Stubeners gewichtigste taak was, de onschuld van zijn jongen gladiator
+te behoeden. Moeielijk was dit niet. Glendon, die niets te maken had
+met den zakenkant, stelde er weinig belang in. Bovendien bracht hij,
+waar hij op zijn reizen ook kwam, zijn vrijen tijd door met jagen en
+visschen. Hij kwam zelden in aanraking met de lui uit de sportwereld,
+was buitengewoon schuw en gesloten en verkoos musea en verzenboeken
+boven praatjes over sport. En aan zijn trainers en partners bij het
+sparren was door den manager op het hart gedrukt, hun mond te houden
+over de minste toespelingen op verdorvenheden van den ring. In elk
+gevecht plaatste Stubener zich tusschen Glendon en de wereld. Hij werd
+zelfs nooit geïnterviewd als in bijzijn van Stubener. Slechts ééns werd
+aan Glendon een geheim aanbod gedaan. Het was vlak vóór zijn strijd
+met Henderson en een aanbod van honderdduizend werd haastig gedaan in
+vlug gefluisterde woorden in een hôtel-corridor. Het was gelukkig voor
+den man, dat Pat zijn drift beheerschte en hem schouderophalend voorbij
+liep zonder te antwoorden. Hij vertelde het aan Stubener, die zeide:
+
+"Het was maar gekheid, Pat. Ze probeerden je voor de mal te
+houden." Hij merkte op hoe de blauwe oogen vonkten. "En misschien
+erger dan dat. Als zij je hadden kunnen vangen, zou er een groot
+sensatiebericht in de couranten zijn gekomen en 't was met je gedaan
+geweest. Maar ik betwijfel dit. Zulke dingen gebeuren niet meer. 't
+Is een legende, anders niet, die uit de vroegere geschiedenis van den
+ring stamt. Vroeger werd er geknoeid maar geen bokser of manager, die
+een goeden naam heeft, zou in dezen tijd zoo iets durven doen. Neen
+Pat, de mannen in de bokswereld zijn even eerlijk en oprecht als
+de beroeps-baseballspelers en iets eerlijkers en oprechters bestaat
+er niet."
+
+En den geheelen tijd dat hij sprak wist Stubener, dat het aanstaande
+gevecht met Henderson niet korter dan twaalf ronden zou duren--dit
+ter wille van de film--en niet langer dan de veertiende ronde. En
+bovendien wist hij, zoo groot was de inzet, dat Henderson zelfs
+omgekocht was het niet langer dan tot de veertiende te laten duren.
+
+En Glendon, die er niet meer over aangesproken werd, zette de zaak
+uit zijn hoofd en ging uit om den middag door de brengen met het
+nemen van kleurphotografieën.
+
+De camera was zijn liefhebberij van den laatsten tijd. Omdat hij
+van schilderijen hield, maar zelf niet schilderen kon, zocht hij
+een hulpmiddel door te photografeeren. In zijn handkoffer was een
+vak volgepakt met boeken over dit onderwerp en hij bracht vele uren
+door in de donkere kamer om voor zichzelf proeven te nemen met de
+verschillende processen.
+
+Nooit had er een groot bokser bestaan, die zoo los was van de
+bokserswereld als hij. Omdat hij weinig wist te praten met de menschen,
+die hij ontmoette, werd hij norsch en ongezellig genoemd en hieruit
+ontstond een reputatie in de nieuwsbladen, die geen overdrijving was,
+maar een volkomen misvatting.
+
+Volgens de gedrukte berichten, was zijn karakter dat van een
+onspraakzame domme, ruwe kerel met spieren als een os, en een
+baardeloos schrijvertje over sport gaf hem den bijnaam van "De
+Ongelikte Beer". De naam sloeg in. De overige leden van de broederschap
+namen hem met gejuich over en hierna verscheen Glendon's naam nooit
+meer in druk zonder die bijvoeging. Dikwijls in een opschrift of onder
+een photografie verscheen "De Ongelikte Beer", alleen in hoofdletters
+en zonder aanhalingsteekens. De heele wereld wist wie die Beer was. Dat
+maakte dat hij zich meer dan ooit in zichzelf opsloot, omdat hij een
+bitter veroordeel tegen krantenmenschen koesterde.
+
+Wat het boksen zelf betreft, groeide zijn vroegere belangstelling
+nog aan. De mannen tegen wie hij nu uitkwam, waren alles behalve
+stumperts en de overwinning werd niet zoo gemakkelijk behaald. Het
+waren boksers van naam en ondervinding en de eersten in den ring en
+elke strijd was een probleem. Er waren gelegenheden waarbij het hem
+onmogelijk bleek, hen buiten gevecht te stellen in de afgesproken
+ronde. Zoo met Sulsberger, den reusachtigen Duitscher; hoe hij zich
+ook inspande in de achttiende ronde, hij kreeg hem niet onder, in de
+negentiende was het dezelfde geschiedenis en eerst in de twintigste
+gelukte het hem door den afweer van den ander heen te breken en hem
+te doen vallen. Glendon's groeiende vreugd in de bokssport bracht
+ernstiger en langer training mede.
+
+Nooit overdrijvend en terwijl hij veel van zijn tijd doorbracht met
+jagen over de heuvels, was hij practisch altijd in conditie en anders
+dan bij zijn vader, werd zijn carrière niet belemmerd door ongelukkige
+toevalligheden. Hij brak nooit een been of bezeerde ook maar een
+knokkel. Een ding, dat Stubener met geheime vreugd opmerkte was, dat
+zijn jonge bokser er niet meer van sprak, voor goed naar zijn bergen
+terug te gaan als hij Jim Hanford het kampioenschap ontnomen had.
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+
+Het hoogte-punt van zijn loopbaan kwam snel naderbij. De groote
+kampioen had in het publiek bekend gemaakt, dat hij bereid was tegen
+Glendon uit te komen, zoo gauw deze laatste de drie of vier aspiranten
+voor het kampioenschap die er tusschen stonden, overwonnen had. In zes
+maanden slaagde Pat er in, Kid Mc Grath, Jack Mc Bride uit Philadelphia
+te kloppen en alleen Nat Powers en Tom Cannem bleven nog over.
+
+En alles zou goed gegaan zijn, wanneer niet een zeker meisje uit de
+voorname wereld het in haar hoofd had gekregen in de journalistiek te
+gaan en wanneer Stubener niet toegestemd had in een interview met de
+vrouwelijke reporter van de Courier Journal van San Francisco. Haar
+werk was altijd onderteekend met den naam van Maud Sangster, en dit,
+tusschen twee haakjes, was haar eigen naam. De Sangsters stonden
+bekend als een rijke familie. De grondlegger van het geslacht, oude
+Jacob Sangster, had zijn dekens opgenomen en was gaan werken als
+knecht op een farm in het Westen.
+
+Hij had een onuitputtelijk borax-gebied ontdekt in Nevada en nadat
+hij begonnen was het te ontginnen met behulp van muildieren, had
+hij een spoorweg aangelegd voor het vervoer. Daarna had hij voor
+de winst, met de borax gemaakt, honderden en duizenden vierkante
+mijlen boschgrond gekocht in Californië, Oregon en Washington. Nog
+later had hij de politiek gecombineerd met zaken, kocht staatslieden,
+rechters en machines, en werd een held op 't gebied van gecombineerde
+industrie. En daarna was hij gestorven vol eer en vol pessimisme, zijn
+naam nalatend als een moddervlek, die toekomstige historieschrijvers
+nog konden aandikken; tevens liet hij een paar honderd millioen na,
+waar zijn vier zoons om konden kibbelen. De wettelijke, industriëele
+en politieke gevechten die volgden, ergerden en vermaakten Californië
+een generatie lang en bereikten hun toppunt in doodelijke haat tusschen
+de vier zoons, die elkaar niet meer wilden kennen.
+
+De jongste, Theodore, kwam op middelbaren leeftijd tot inkeer, verkocht
+zijn farms en zijn stallen met race-paarden en wierp zich in een strijd
+tegen al de verderfelijke machten van zijn geboorteland, waartoe de
+meeste millionairs behoorden, in een Don-Quichot-achtige poging het
+te zuiveren van den smet er door den ouden Jacob Sangster opgeworpen.
+
+Maud Sangster was de oudste dochter van Theodore. Het geslacht der
+Sangsters bracht geregeld twistzoekers voort onder de mannen en
+schoonheden onder de vrouwen. En Maud was geen uitzondering op den
+regel. Ook moest zij iets geërfd hebben van den lust naar avonturen,
+den Sangsters eigen; want toen zij volwassen werd, had zij een
+massa dingen gedaan, die voor een vrouw in haar positie niet te pas
+kwamen. Eén geval uit tienduizend: zij was nog ongetrouwd gebleven. Zij
+had Europa bezocht zonder een adellijk heer als echtgenoot mede
+te brengen en had thuis een gansche stoet pretendenten uit haar
+eigen kring afgewezen. Zij had liefhebberij in openlucht-sport:
+won het tenniskampioenschap van den Staat; deed de wereld elke week
+nieuwsgierig uitkijken naar nieuwe onconventioneele dingen van
+haar, liep voor een weddenschap op tijd van San Mateo naar Santa
+Cruz en veroorzaakte sensatie door bij een match polo te spelen in
+een mannenteam.
+
+Onverwachts was zij zich voor kunst gaan interesseeren en hield er
+een atelier op na in het Quartier Latin van San Francisco.
+
+Dit alles kwam er niet op aan vóór haar vaders plotselinge
+bekeering. Aangelegd met een hartstochtelijk gevoel voor
+onafhankelijkheid, terwijl zij nooit den man ontmoet had, aan wien
+zij zich met vreugde zou onderwerpen en zij zich ergerde aan de
+pretendenten naar haar hand, wees zij haar vaders bemoeiïngen
+met haar manier van leven af en zette de kroon op al haar
+maatschappelijke verkeerdheden door werk te gaan zoeken bij de
+"Courier Journal." Begonnen met twintig dollars per week, was haar
+salaris spoedig geklommen tot vijftig. Haar werk was voornamelijk
+muziek-, tooneel- en kunst-critiek, ofschoon zij zich niet verheven
+voelde boven gewone journalistieke artikelen, wanneer zij maar genoeg
+interessants beloofden. Zoo versloeg zij het groote interview met
+Morgan op een oogenblik, toen hij door een dozijn journalisten uit
+New York op kleinzielige wijze bespot werd; ook daalde zij in een
+duikerpak naar den bodem van den Golden Gate en vloog met Rood,
+den manvogel toen hij alle records voor lang volgehouden vluchten
+versloeg door Riverside te bereiken.
+
+Nu moet men niet denken, dat Maud Sangster een hoekige Amazone
+was. Integendeel, zij was een tengere jonge vrouw van drie of vier
+en twintig jaar, met grijze oogen en van middelmatige gestalte en
+zij had buitengewoon kleine handen en voeten voor een vrouw, die aan
+openlucht-sport deed en trouwens voor elk soort vrouw. Ook wist zij
+veel beter dan de meeste sport-vrouwen liefelijk vrouwelijk te zijn.
+
+Het was op haar aanwijzing, dat zij van den uitgever de opdracht kreeg,
+Pat Glendon te interviewen. Behalve dat zij eens Bob Fitzsimmons een
+oogenblik had gezien in avondtoilet in Palace Grill, had zij nooit in
+haar leven een prijs-bokser gezien. Zij was ook niet verlangend er een
+te zien--ten minste zij had er niet naar verlangd totdat Jonge Pat
+Glendon naar San Francisco kwam om zich te trainen voor zijn partij
+met Nat Powers. Toen had zijn couranten-reputatie haar belangstelling
+gewekt. De ongelikte Beer! die moest zeker de moeite waard zijn
+om te zien. Uit wat zij over hem las, maakte zij op, dat hij een
+man-monster moest zijn, ongelooflijk dom en met de kwaadaardigheid
+en de woestheid van een beest uit de wildernis. Wel is waar bleek
+dit alles niet uit de photo's, die van hem gepubliceerd werden,
+maar wel bleek daaruit de reusachtige spierkracht, die verwacht kon
+worden er mede samen te gaan. En zoo begaf zij zich, op het uur door
+Stubener vastgesteld, en vergezeld van een photograaf voor het blad,
+naar de training-appartementen in Cliff House.
+
+De eigenaar van de appartementen had moeite met Pat. Hij stribbelde
+tegen. Met zijn ééne reusachtige been bengelend over den kant van
+zijn leunstoel en Shakespeare's sonnetten op zijn knie, zat hij te
+oreeren tegen de moderne vrouw.
+
+"Wat hebben zij met boksen te maken? vroeg hij. "Daar is haar plaats
+niet. En wat weten zij ervan? De mannen zijn al slecht genoeg. Ik
+ben geen heilige om aan te komen gapen. Die vrouw komt hier om zoo
+iets van mij te maken. Ik heb mij nooit met de vrouwen bemoeid, die
+bij de training-appartementen staan te wachten en 't kan mij niet
+schelen of zij reporter is."
+
+"Maar zij is geen gewone reporter," wierp Stubener tegen.
+
+"Heb je wel eens van de Sangsters gehoord? millionairs!" Pat knikte.
+
+"Zij is er één van. Ze hoort tot de hoogste kringen en zoo. Als ze
+wou kon ze met de Blingum's omgaan inplaats van voor haar brood te
+werken. Haar oude is vijftig millioen waard zoo als hij een cent
+waard is."
+
+"Waarom werkt zij dan aan een courant?--en neemt een of anderen armen
+duivel een baantje af?
+
+"Zij en de oude zijn niet goed met elkaar, ze hebben ruzie gehad of
+zoo iets, in den tijd toen hij San Francisco schoon begon te vegen. Zij
+ging van hem weg. Dat is alles--ging uit huis en zocht een baantje. En
+laat mij je één ding zeggen, Pat: ze kan Engelsch neerkrabbelen. Er
+is geen pennelikker in 't land die haar aan kan als ze zich laat gaan."
+
+Pat begon belangstelling te toonen en Stubener sprak haastig voort.
+
+"Zij schrijft verzen ook--van die fijne liedjes, net als jij. Alleen
+denk ik, dat de hare beter zijn, want zij heeft er eens een heel boek
+vol van uitgegeven. En ze schrijft over het tooneel. Ze interviewt
+elken grooten acteur, die hier op de planken komt."
+
+"Ik heb haar naam in de courant gezien," gaf Pat toe.
+
+"Natuurlijk. En 't is een eer voor je, Pat, dat zij je komt
+interviewen. En 't geeft je niets geen last. Ik ben er bij en geef
+zelf de meeste inlichtingen. Je weet, dat ik dat altijd gedaan heb."
+
+Pats oogen spraken dankbaarheid.
+
+"En nog iets Pat: vergeet niet, dat je je aan dat interview moèt
+onderwerpen. 't Is een deel van je werk. 't Is een groote advertentie
+en gratis. Wij kunnen 't niet koopen. Het interesseert de menschen,
+trekt het publiek en het is het publiek, dat de groote ontvangsten
+in je zak brengt." Hij zweeg en luisterde; keek op zijn horloge. "Ik
+geloof, dat zij daar is. Ik zal haar wel zeggen, dat zij 't kort moet
+maken; 't zal niet lang duren. In de deur keerde hij zich om. "En
+wees beleefd, Pat. Houd je mond niet dicht als een klem. Praat een
+beetje tegen haar als zij wat vraagt."
+
+Pat legde de sonnetten op tafel, nam een courant op en was schijnbaar
+verdiept in den inhoud ervan, toen het tweetal de kamer binnenkwam
+en hij opstond.
+
+De ontmoeting gaf een wederzijdschen schok. Toen de blauwe oogen de
+grijze ontmoeten, was het bijna alsof de man en de vrouw triomfantelijk
+elkaar iets toeriepen, alsof elk onverwachts iets had gevonden, dat
+lang gezocht was. Doch dit duurde slechts een oogwenk. Ieder had in
+den ander iets zoo totaal anders verwacht, dat in het volgend oogenblik
+de heldere kreet van herkenning plaats maakte voor verlegenheid.
+
+Zooals gewoonlijk het geval is, was de vrouw de eerste, die haar
+zelfbeheersching terug vond en zij deed het, zonder door eenig
+uiterlijk teeken te verraden, dat zij die zelfbeheersching ooit
+kwijt was geweest. Zij liep het grootste eind door van den afstand,
+die hen scheidde, om bij Glendon te komen. Wat hem betreft, hij wist
+nauwelijks hoe hij door de voorstelling heen stumperde. Dit was een
+vrouw, een V.R.O.U.W. Hij had niet geweten, dat er zulk een wezen kon
+bestaan. De weinige vrouwen, waar hij op gelet had, geleken in niets
+op deze. Hij vroeg zich af, hoe het oordeel van ouden Pat over haar
+geweest zou zijn, of zij de soort van vrouw was, aan wie zijn zoon zich
+volgens zijn raad met beide handen vast moest klemmen. Hij bemerkte,
+dat hij op een of andere wijze haar hand vasthield. Hij keek er naar,
+nieuwsgierig en geboeid, verbaasd over de fijnheid ervan.
+
+_Zij_ daarentegen was er in geslaagd ook den naklank van dien
+eersten helderen kreet tot zwijgen te brengen. Het was een vreemde
+gewaarwording geweest, zich plotseling aangetrokken te voelen tot
+een vreemden man: dat was al. Want was hij niet de Ongelikte Beer van
+de prijsgevechten, het groote, boksende, massale mannetjes-dier, die
+zijn kameraden van hetzelfde stomme soort neersloeg? Zij glimlachte
+om de wijze waarop hij haar hand bleef vasthouden.
+
+"Ik wou mijn hand graag terug hebben, Mr. Glendon," zeide zij. "Ik
+... ik heb 'm werkelijk noodig, ziet u." Hij keek haar aan zonder te
+begrijpen, volgde haar blik naar de gevangen hand en liet haar los
+op een plotselinge lompe manier, die hem het bloed in een duidelijk
+zichtbare blos naar het gelaat dreef.
+
+Zij merkte den blos op en de gedachte schoot door haar hoofd dat hij
+toch niet zoo'n phenomenale lomperd scheen te zijn als zij zich had
+voorgesteld. Zij kon zich niet denken dat een beestmensch ergens over
+zou blozen. En tevens deed het haar prettig aan, dat hem de radheid van
+tong ontbrak om een verontschuldiging te mompelen. Doch de wijze waarop
+hij haar met zijn oogen verslond, bracht haar in de war. Hij staarde
+naar haar als in vervoering, terwijl zijn wangen àl rooder werden.
+
+In dien tijd had Stubener een stoel voor haar gehaald en Glendon liet
+zich werktuigelijk in den zijne zakken.
+
+"Hij is in de beste conditie, Miss Sangster, in prachtige conditie,"
+zeide de manager. "Zoo is 't immers, nietwaar Pat? Je hebt je nooit
+beter gevoeld?"
+
+De woorden hinderden Glendon. Zijn wenkbrauwen trokken zich samen
+als in ergernis en hij antwoordde niet.
+
+"Ik heb er al lang naar uitgezien, u te ontmoeten, Mr. Glendon,"
+zeide Miss Sangster. "Ik heb nog nooit een vuistvechter geïnterviewd,
+dus als ik niet met genoeg kennis van zaken spreek, zult u 't mij
+wel willen vergeven, hoop ik."
+
+"Misschien zou het beter zijn, wanneer u begon met hem in actie te
+zien," gaf de manager aan. "Terwijl hij zijn bokscostuum aantrekt,
+kan ik u heel veel over hem vertellen--versch nieuws ook. We zullen
+Walsh binnen roepen, Pat, en een paar ronden maken."
+
+"Daar gebeurt niets van," snauwde Pat ruw, juist op de wijze als een
+Ongelikte Beer doen zou. Vooruit maar met het interview."
+
+Het interview begon slecht. Stubener praatte 't meest en gaf aan
+waarover gesproken zou worden, hetgeen genoeg was om Maud Sangster boos
+te maken, terwijl Pat uit zichzelf niets zeide. Zij bestudeerde zijn
+fijngesneden gelaat, de oogen, helder blauw en ver van elkaar staande,
+de goedgevormde neus, een arendsneus bijna, de vastgesloten, kuische
+lippen, die iets mannelijk zachts hadden in de omgekrulde hoeken en
+waar niets aan was, dat op boosaardigheid wees. Zijn uiterlijk was
+bedriegelijk, besloot zij, als wat de couranten van hem vertelden,
+waar was. Tevergeefs zocht zij naar kenmerken van een beestmensch. En
+tevergeefs trachtte zij contact met hem te krijgen. Ten eerste wist
+zij te weinig van prijsgevechten en den ring en zoodra zij haar lood
+uitgooide, werd het door Stubener, die klaar stond met inlichtingen,
+opgepikt.
+
+"'t Moet heel interessant zijn, het leven van een beroepsbokser,"
+zeide zij, en voegde er met een glimlach aan toe: "Ik wou, dat ik
+er meer van wist. Zeg me: waarom vecht u?--O, behalve om geld. (Het
+laatste tot Stubener.) Houdt u van boksen? Vuurt het u aan als u op
+uw tegenstander los gaat? Ik weet niet goed, hoe ik moet uitdrukken
+wat ik bedoel, dus u moet geduld met mij hebben."
+
+Pat en Stubener begonnen tegelijk te spreken, maar ditmaal duwde Pat
+zijn manager weg.
+
+"Eerst gaf ik er niet om--"
+
+"Ja, ziet u, 't was zoo dood gemakkelijk voor hem," viel Stubener in.
+
+"Maar later," ging Pat voort, "toen ik tegenover de betere boksers
+uitkwam, de werkelijk groote en knappe in het vak, waar mijn..."
+
+"Eer mee gemoeid was?" vulde zij aan.
+
+"Ja, dat is 't, waar mijn eer mee gemoeid was, toen ontdekte ik, dat ik
+'t prettig vond--heel prettig zelfs. Ziet u, ofschoon iedere strijd
+een soort van probleem voor mij is, dat ik met mijn verstand en met
+mijn spieren moet uitwerken, is toch de uitslag nooit twijfelachtig
+voor mij.--"
+
+"Hij heeft nooit een partij gebokst waarbij hij zijn tegenpartij
+gewoon onderkreeg," verklaarde Stubener.
+
+"Hij wint altijd door den eindstoot."
+
+"En die zekerheid omtrent den uitslag neemt er van weg, wat ik mij
+verbeeld, dat de fijnste trillingen moeten zijn," besloot Pat.
+
+"Misschien zul je wel wat van die trillingen voelen, als je tegen
+Jim Hanford uitkomt," zei de manager.
+
+Pat glimlachte, maar sprak niet.
+
+"Vertel mij nog wat meer," verzocht zij; "meer over wat u voelt
+terwijl u vecht."
+
+En nu bracht Pat zijn manager, Miss Sangster en zichzelf in verbazing,
+door uit te barsten:
+
+"Ik geloof, dat ik met u niet over die dingen moest praten. 't Is
+of er voor u en mij veel belangrijker dingen bestaan om over te
+spreken. Ik--."
+
+Hij stokte plotseling, zich bewust van wat hij gezegd had, maar
+onbewust waarom hij het gezegd had.
+
+"Ja," riep zij gretig uit. "Dat is zoo. Dat maakt een goed interview,
+de ware persoonlijkheid, ziet u."
+
+Maar Pats tong bleef gekluisterd en Stubener dwaalde naar een
+statistische vergelijking over het lichaamsgewicht en de maat van
+zijn kampioen en dat van Sandow, de Terrible Turk, Jeffries en andere
+sterke boksers van den laatsten tijd. Hier stelde Maud Sangster weinig
+belang in en zij liet merken, dat het haar verveelde. Toevallig viel
+haar oog op de Sonnetten. Zij nam het boek in de hand en keek vragend
+naar Stubener.
+
+"Zoo is Pat," verklaarde hij. "Hij is dol op die dingen en op
+kleurfotografie en kunsttentoonstellingen en zoo. Maar schrijf daar in
+'s hemelsnaam niets over. Zijn reputatie zou naar de maan zijn."
+
+Zij keek verwijtend naar Glendon, die dadelijk verlegen werd. Zij vond
+het verrukkelijk. Een schuchtere jonge man, met het lichaam van een
+reus, één der koningen in het vuistvechten en die gedichten las en naar
+kunsttentoonstellingen ging en proeven nam met kleurfotografie. Neen
+zeker, hier was geen Ongelikte Beer. Zijn schuchterheid, begreep zij
+nu, kwam voort uit fijngevoeligheid en niet uit domheid. Shakespeare's
+Sonnetten! Hier was een aanleiding om verder te vragen. Maar Stubener
+stal de gelegenheid weg en was alweer aan het opdreunen van zijn
+eeuwige statistieken.
+
+Enkele minuten later en zonder dat zij er zich van bewust was,
+bracht zij het zwaarste geschut in het vuur. De eerste sterke
+aantrekkingskracht, die zij gevoeld had bij haar binnenkomen, begon
+opnieuw te werken na de ontdekking van de Sonnetten. Zijn prachtige
+lichaamsbouw, zijn knap gezicht, de kuische lippen, de heldere oogen,
+het mooie voorhoofd, niet verborgen door de korte blonde kuif, de
+indruk van lichamelijk welzijn en zuiverheid, die hij maakte--dit
+alles en meer nog een innerlijk gevoel, trok haar tot hem zooals zij
+zich nooit tot eenigen man aangetrokken had gevoeld en toch bleven in
+haar hoofd de leelijke geruchten die zij den vorigen dag nog gehoord
+had op het bureau van de Courier Journal.
+
+"U hadt gelijk," zeide zij. "Er zijn belangrijker dingen om over te
+spreken. Ik heb iets in gedachte, dat ik graag door u zou opgehelderd
+zien. Heeft u er op tegen?"
+
+Pat schudde het hoofd.
+
+"Als ik soms vrijpostig ben?--verschrikkelijk vrijpostig? Ik heb mannen
+soms hooren spreken over bijzondere boksmatches en over de kansen van
+het wedden en terwijl ik er toentertijd niet veel op lette, scheen
+mij toe, hoe iedereen het er over eens was, dat er heel wat bedrog en
+truc's aan die sport vastzitten. En als ik u nu bijvoorbeeld aankijk,
+kan ik moeielijk begrijpen, hoe u in zulk een bedrog betrokken zoudt
+kunnen zijn. Ik kan begrijpen, dat u van de sport houdt om de sport
+en ook om het geld, dat ze inbrengt, maar ik begrijp niet--."
+
+"Er valt niets te begrijpen," viel Stubener in, terwijl om Pat's
+lippen een vriendelijk lijdzame glimlach trok. "Allemaal sprookjes,
+die verhalen over bedrog, over tevoren vastgestelde partijen en al
+die rotrommel. Dat bestaat niet, Miss Sangster, ik verzeker het u. En
+laat mij u nu eens vertellen, hoe ik Mr. Glendon ontdekt heb. 't Kwam
+door een brief, dien ik van zijn vader kreeg--."
+
+Maar Maud Sangster weigerde, zich te laten afleiden en wendde zich
+tot Pat.
+
+"Luister. Ik herinner mij één geval in 't bijzonder. 't Was bij een
+match, die eenige maanden geleden plaats vond--ik ben de deelnemers
+vergeten. Eén van de redacteuren van de Courier Journal zei aan me,
+dat hij een aardig winstje zou maken. Hij _hoopte_ 't niet: hij zei,
+dat hij 't _zou_ maken. Hij beweerde, dat hij op de hoogte was en
+wedden zou op het aantal ronden. Hij vertelde, dat de partij bij de
+negentiende zou eindigen. Dit was de avond tevoren. En den volgenden
+dag riep hij triomfantelijk mijn aandacht in voor het feit, dat
+de partij werkelijk bij die ronde was geëindigd. Ik dacht er toen
+niets bij. Ik stelde geen belang in prijsgevechten. Maar nu doe
+ik dat wel. Toentertijd scheen het precies in overeenstemming te
+zijn met de vage denkbeelden, die ik over boksen had. Dus u ziet,
+'t zijn toch niet allemaal sprookjes, nietwaar?"
+
+"Ik weet welke partij het was," zeide Glendon. "Owen en Murgweather. En
+die eindigde met de negentiende ronde, Sam. En zij zegt, dat zij die
+ronde den dag tevoren heeft hooren noemen. Hoe verklaar je dat, Sam?
+
+"Hoe verklaar je 't als een man een gelukkig lot uit de loterij
+trekt?" luidde de wedervraag van den manager, terwijl hij zijn
+brein scherpte om een antwoord te vinden. "Dat is juist het punt van
+belang. Mannen, die training en conditie en secondanten en regels en
+zulke dingen bestudeeren, raden dikwijls het aantal ronden, net zooals
+er menschen zijn, die bij de wedrennen honderd tegen één zetten en
+winnen. En vergeet één ding niet: tegenover elken man die wint, staat
+een ander die verliest, een ander die verkeerd heeft geraden. Maud
+Sangster, ik verzeker u, op mijn eer, dat bedriegen en knoeien bij
+de bokssport iets is dat niet bestaat."
+
+"Wat denkt u er van, Mr. Glendon?" vroeg zij.
+
+"Net als ik," sneed Stubener het antwoord af.
+
+"Hij weet, dat alles wat ik zeg waar is, elk woord. Hij heeft nooit
+in zijn leven anders dan een eerlijke partij gebokst. Nietwaar Pat?"
+
+"Ja, 't is waar," stemde Pat toe en het vreemdste scheen Maud Sangster
+haar eigen overtuiging, dat hij waarheid sprak.
+
+Zij streek met haar hand langs haar voorhoofd alsof zij zich wilde
+bevrijden van de verbijstering, die over haar denken nevelde.
+
+"Luister," zeide zij. "Gisterenavond vertelde dezelfde redacteur mij,
+dat van een aanstaande partij alles vooruit bepaald was en precies
+de ronde, waarin ze zou eindigen."
+
+Stubener verwachtte een uitbarsting, maar Pat's woorden maakten zijn
+antwoord onnoodig.
+
+"Dan liegt die redacteur." Pat's stem was voor 't eerst toornig.
+
+"Hij loog den vorigen keer niet over die andere partij," daagde
+zij uit.
+
+"In welke ronde zeide hij dat mijn partij met Nat Powers zou eindigen?"
+
+Eer zij antwoorden kon, was de manager er midden in.
+
+"Nonsens Pat!" riep hij. "Schei uit. Zulke praatjes loopen er
+altijd. Laat het interview voortgaan."
+
+Glendon luisterde niet; zijn oogen, strak in die van Maud, waren niet
+langer zacht blauw, maar hard en bevelend. Zij was er nu zeker van,
+dat zij aan iets ontzettends had geraakt, dat alles zou verklaren,
+waarover zij zich verwonderd had. Tegelijk beefde zij voor het
+bevelende in zijn stem en blik. Hier was een mannelijke man, die het
+leven grijpen zou en er uit zou schudden, wat hij noodig had.
+
+"Welke ronde noemde die redacteur?" herhaalde Glendon zijn vraag.
+
+"In godsnaam, Pat schei uit met die dwaasheden," viel Stubener in.
+
+"Ik wou, dat U mij een kans gaf om te antwoorden," sprak Maud Sangster.
+
+"Ik geloof, dat ik zelf wel in staat ben met Miss Sangster te spreken,"
+voegde Glendon er bij. "Ga jij maar weg Sam. Ga weg en kijk eens naar
+de photo's."
+
+Gedurende een kort oogenblik van spanning keken zij elkander aan,
+toen bewoog de manager langzaam in de richting van de deur, deed deze
+open en keerde zijn hoofd om, om te luisteren.
+
+"En welke ronde noemde hij nu?"
+
+"Ik hoop, dat ik niets verkeerds heb gedaan," zeide zij bevend;
+"maar ik weet heel zeker, dat hij de zestiende ronde noemde."
+
+Zij zag een trek van verbazing en woede over Glendon's gezicht
+glijden en de woede en het verwijt in den blik, dien hij op zijn
+manager wierp en zij wist, dat de slag raak was geweest.
+
+En er was reden voor zijn boosheid. Hij wist, dat hij er met Stubener
+over gesproken had en dat zij overeen waren gekomen, het publiek een
+goede partij voor zijn geld te geven zonder den strijd noodeloos te
+verlengen en er daarom in de zestiende ronde een eind aan te maken. En
+nu was hier een vrouw, van een courantenbureau, die dezelfde ronde
+noemde.
+
+Stubener stond bleek en slap in de deur, blijkbaar had hij moeite
+zich op te houden.
+
+"Ik zal later met je spreken," zeide Pat tot hem. "Doe de deur achter
+je dicht."
+
+De deur werd gesloten en zij waren alleen met hun beiden. Glendon
+sprak niet. Zijn gezicht droeg een sprekende uitdrukking van leed
+en verslagenheid.
+
+"Nu?" vroeg zij.
+
+Hij sprong op en stak als een toren boven haar uit; toen ging hij
+weer zitten en maakte zijn lippen nat met zijn tong.
+
+"Ik zal u één ding zeggen," sprak hij eindelijk. "De partij zal niet
+met de zestiende ronde eindigen."
+
+Zij sprak niet, doch haar ongeloovige, fijn spottende glimlach deed
+hem pijn.
+
+"Wacht maar af, dan zult u zien, Miss Sangster, dat die man van de
+redactie het mis had."
+
+"U bedoelt, dat het programma veranderd zal worden?" vroeg zij
+stout weg.
+
+Hij beefde onder de snerping harer woorden.
+
+"Ik ben niet gewend te liegen," zeide hij stijf, "zelfs niet tegenover
+vrouwen."
+
+"Dat heeft u tegenover mij ook niet gedaan en u heeft ook niet
+geloochend, dat het programma veranderd zal worden. Misschien ben ik
+dom, Mr. Glendon, maar ik kan niet inzien wat voor verschil het maakt,
+welke ronde de laatste zal zijn, zoolang dat te voren is vastgesteld
+en bekend gemaakt."
+
+"Ik zal de ronde tegen u noemen en anders zal geen ziel ter wereld
+het weten."
+
+Zij haalde hare schouders op en glimlachte.
+
+"Het klinkt voor mij precies als bij de races gebeurt. Daar worden
+altijd op die manier van te voren afspraken gemaakt, ziet u. Overigens
+ben ik niet zoo heel dom en ik begrijp, dat er hier iets niet in den
+haak is. Waarom werd u boos toen ik de ronde noemde? Waarom was u
+boos op uw manager? Waarom stuurde u hem de kamer uit?"
+
+Tot antwoord liep Glendon naar het raam, alsof hij naar buiten wilde
+kijken, waar hij van idee veranderde en zich halverwege omkeerde; en
+zij wist, zonder het te zien, dat hij haar gezicht bestudeerde. Hij
+kwam terug en ging zitten.
+
+"U heeft gezegd, dat ik niet tegenover u gelogen heb, Miss Sangster,
+en daar had u gelijk aan. Ik heb niet gelogen."
+
+"Hij zweeg met pijnlijk tasten naar een juiste bepaling van de
+situatie. "Denkt u, dat u kunt gelooven wat ik u zeggen ga? Wilt u
+het woord gelooven van een ... prijsbokser?"
+
+Zij knikte ernstig, keek hem recht in de oogen en was er zeker van,
+dat, wat hij zou vertellen, de waarheid was.
+
+"Ik heb altijd eerlijk gebokst. Ik heb nooit in mijn leven een vuil
+stuk geld aangeraakt of een smerige streek toegepast.
+
+"U heeft mij een leelijken schok gegeven met wat u vertelde. Ik weet
+niet wat ik ervan denken moet. Ik heb er niet dadelijk een oordeel
+over. Ik weet 't niet. Maar het ziet er leelijk uit. Dat hindert
+me. Want, ziet u, Stubener en ik hebben over deze match gesproken en
+tusschen ons was het uitgemaakt, dat ik de partij in de zestiende ronde
+zou doen eindigen. Nu brengt u hetzelfde woord. Hoe wist de redacteur
+dat? Niet van mij. Stubener moet het losgelaten hebben..., of..."
+
+Hij zweeg om het raadsel te overdenken. "Of die redacteur is een
+gelukkige rader. Ik kan 't niet begrijpen. Ik zal mijn oogen moeten
+openhouden en opletten en leeren. Elk woord, dat ik u gezegd heb,
+is de waarheid en hier is mijn hand er op."
+
+Weer rees hij hoog op uit zijn stoel en kwam naar haar toe. Haar
+kleine hand werd in zijn groote gegrepen toen zij opstond en hem
+tegemoet kwam en na een eerlijken, open blik in elkanders oogen,
+keken beiden onbewust naar de ineengeklemde handen. Zij voelde,
+nooit zoo volkomen beseft te hebben, dat zij een vrouw was.
+
+Het sexe-verschil in die twee handen--de zachte en tengere vrouwenhand
+en de zware gespierde van den man--was verbazend. Glendon was de
+eerste die sprak.
+
+"Uw handje zou licht bezeerd kunnen worden," zeide hij en op hetzelfde
+oogenblik voelde zij de vastheid van zijn greep bijna liefkozend
+losser worden.
+
+Zij dacht aan de voorliefde voor reuzen van den ouden Pruisischen
+koning en lachte om de ongerijmdheid van die gedachte-associatie
+terwijl zij haar hand terugtrok.
+
+"Ik ben blij, dat u vandaag hier bent gekomen," zeide hij en sprak toen
+onhandig vlug door om er een verklaring aan toe te voegen, die door
+den warmen glans in zijn oogen werd weersproken. "Ik bedoel, omdat u
+mij misschien de oogen hebt geopend voor het geknoei, dat er gebeurt."
+
+"U heeft mij verbaasd," zeide zij. "Ik dacht 't zoo algemeen bekend,
+dat bij prijsboksen allerlei geknoei voorkomt, dat ik niet kan
+begrijpen, hoe u, één van de voornaamste vertegenwoordigers uit die
+wereld, er onkundig van kunt zijn. Ik dacht het vanzelf sprekend dat
+u er alles van wist en nu heeft u mij doen gelooven, dat u er zelfs
+niet van droomde. U moet anders zijn dan andere boksers."
+
+Hij knikte met het hoofd.
+
+"Dat verklaart het, denk ik. En dat komt daarvan dat ik mij apart houd
+van de anderen, van de andere boksers en de managers en de sportlui. 't
+Was gemakkelijk, mij een rad voor de oogen te draaien. Toch staat
+'t nog aan mij, te zien of mij werkelijk een rad voor de oogen is
+gedraaid of niet. Ziet u, dat moet ik zelf uitvinden."
+
+"En er dan verandering in brengen?"
+
+"Neen; dan ga ik er uit," was zijn antwoord. "Als 't niet eerlijk is,
+wil ik er niets meer mee te maken hebben. En één ding is zeker: deze
+aanstaande partij met Nat Powers zal niet bij de zestiende ronde uit
+zijn. Als er iets waars is in die voorwetenschap van den redacteur,
+komen zij allemaal bedrogen uit. Inplaats van hem in de zestiende
+buiten gevecht te stellen, zal ik het gevecht door laten gaan tot in
+de twintigste. U zult 't zien."
+
+"En mag ik het den redacteur niet vertellen?"
+
+Zij stond nu klaar om heen te gaan.
+
+"Stellig niet. Als hij er alleen naar raadt, heeft hij dezelfde
+kans. Als er geknoei bij is, verdient hij zijn heele inzet te
+verliezen. Dit moet een klein geheim blijven tusschen u en mij. Ik
+zal u vertellen, wat ik doen zal. Ik zal u de ronde zeggen. Ik ga niet
+door tot de twintigste. Ik zal Nat Powers in de achttiende neerslaan."
+
+"Ik zal het zelfs niet fluisteren," verzekerde zij.
+
+"Ik zou u graag een gunst willen vragen," zeide hij, haar
+polsend. "Misschien is het een groote gunst."
+
+Haar gezicht sprak haar bereidwilligheid uit, alsof de gunst reeds
+was toegestaan en hij ging voort:
+
+"Natuurlijk begrijp ik, dat u niet over dit geknoei zoudt schrijven in
+het interview. Maar ik verlang meer dan dat. Ik zou willen, dat u in
+'t geheel niets publiceerde."
+
+Even zagen hare vragende grijze oogen in de zijne; toen verwonderde
+zij zich over haar eigen antwoord.
+
+"Goed," zeide zij. "Het zal niet gepubliceerd worden. Ik zal er geen
+regel over neerschrijven."
+
+"Dat wist ik," zeide hij eenvoudig.
+
+Het eerste oogenblik was zij teleurgesteld, omdat hij haar niet
+bedankte, maar het volgende was zij er blij om. Zij voelde, hoe hij
+een anderen grondslag bouwde onder dit samenzijn van een uur en zij
+waagde een onderzoek.
+
+"Hoe wist u 't?" vroeg zij.
+
+"Ik weet 't niet." Hij schudde het hoofd. "Ik kan er geen verklaring
+van geven. Ik wist het als iets dat vanzelf sprak. 't Is mij of ik
+op een of andere wijze heel veel weet omtrent u en mij."
+
+"Maar waarom het interview niet te publiceeren? Zooals uw manager zegt,
+'t is een goede reclame."
+
+"Dat weet ik," antwoordde hij langzaam. Maar ik wou u niet op
+die manier kennen. Ik geloof, dat het pijn zou doen als u het
+publiceerde. Ik wou er niet graag aan denken, dat onze kennismaking
+zakelijk was; ik zou aan ons gesprek hier willen denken als aan een
+gesprek tusschen een man en een vrouw. Ik weet niet of u begrijpt
+waar ik heen wil. Maar zóó voel ik het. Ik wou hier aan denken als
+aan een man en een vrouw."
+
+Terwijl hij sprak, lag in zijn oogen heel de uitdrukking, waarmede
+een man een vrouw aankijkt. Zij voelde zijn kracht en zijn overmacht
+en zij voelde zich wonderlijk zwijgzaam en schuw tegenover dezen man,
+die bekend stond als zwijgzaam en schuw. Stellig kon hij meer rechtuit
+en overtuigender spreken dan de meeste mannen en wat haar 't sterkst
+trof, was haar eigen innerlijke zekerheid, dat het van zijn kant niets
+was als naïve eenvoudige openhartigheid en geen aangeleerde kunst.
+
+Hij bracht haar naar haar auto en deed haar opnieuw beven, toen hij
+afscheid nam. Opnieuw lagen hunne handen in elkaar, terwijl hij sprak:
+
+"Op een of anderen dag zal ik u weerzien. Ik wil u weerzien. Ik heb
+een gevoel, dat het laatste woord niet tusschen ons gesproken is."
+
+En terwijl de auto wegrolde, werd zij zich bewust van een vreemde
+gewaarwording. Zij had hem niet voor het laatst gezien, dien geweldigen
+Pat Glendon, koning der boksers en Ongelikte Beer.
+
+Op den terugweg naar zijn kamers, kwam Glendon zijn vertoornden
+manager tegen.
+
+"Waarom joeg je mij de kamer uit?" vroeg Stubener.
+
+"'t Is uit met ons. 'n Helsche rommel heb je ervan gemaakt. Vroeger
+wou je nooit een reporter alleen ontvangen en nu zal je eens wat zien
+als dat interview voor den dag komt."
+
+Glendon, die hem met een soort koud genoegen had aangehoord, deed alsof
+hij om wilde keeren en hem voorbijgaan, maar hij veranderde van idee.
+
+"'t Komt niet voor den dag," zeide hij.
+
+Stubener stond versteld.
+
+"Ik heb 't haar gezegd," legde Glendon uit.
+
+Toen barstte Stubener uit:
+
+"Alsof zij zoo'n sappig ding voor zich zou houden!"
+
+Glendon werd ijskoud en zijn stem was kort en snijdend.
+
+"'t Wordt niet gepubliceerd. Dat heeft zij mij gezegd.
+
+Er aan te twijfelen, is haar een leugenaarster te noemen."
+
+In zijn oogen laaide de Iersche vlam en dit tezamen met het
+onwillekeurige samenklemmen van zijn hartstochtelijk gebalde handen
+maakte dat Stubener, die de kracht kende van die handen en van den
+man dien hij tegenover zich had, niet langer durfde twijfelen.
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+
+Stubener had er niet veel tijd voor noodig, te weten te komen, dat
+Glendon het aantal ronden wilde uitbreiden, maar wat hij ook deed,
+hij kreeg geen enkele aanwijzing omtrent het juiste cijfer.
+
+Hij verloor echter geen tijd en kwam in stilte een en ander overeen
+met Nat Powers en den manager van Nat Powers.
+
+Powers had een trouw gevolg van gokkers en aan het weddende publiek
+mocht de oogst niet ontgaan.
+
+Op den avond van de match maakte Maud Sangster zich schuldig aan
+iets, dat meer gedurfd dan ooit tegen de conventie inging, ofschoon
+er zelfs geen gefluisterd woord over naar buiten kwam om de wereld
+op te doen schrikken.
+
+Onder bescherming van den redacteur nam zij een plaats in bij den
+ring. Haar haar en het grootste deel van haar gelaat waren verborgen
+onder een slappen hoed, terwijl zij een lange mannenregenjas aanhad,
+die tot op haar hielen hing. Zij bleef in het dichte gedrang en werd
+zoodoende niet opgemerkt; en zelfs de journalist die, op de plaats
+van de pers bij den ring, vlak tegenover haar zat, herkende haar niet.
+
+Zooals meer en meer de gewoonte was, gingen er geen andere bokspartijen
+vooraf; Maud had nauwelijks plaats genomen of luid applaus kondigde
+de komst aan van Nat Powers. Hij kwam de galerij af te midden van
+zijn secondanten en zij was bijna ontsteld over zijn geweldige
+forschheid. Toch sprong hij zoo licht over de touwen als een man,
+die half zijn gewicht had en beantwoordde met een grinnikkenden lach
+de rumoerige begroeting, die uit het gansche gebouw oprees. Hij was
+niet mooi. Twee ooren als bloemkoolen teekenden zijn beroep en de
+woestheid die er bij behoorde, terwijl zijn gebroken neus zoo dikwijls
+over zijn gezicht uitgespreid was geweest alsof hij een staal moest
+geven van de dokterskunst die hem gerepareerd had.
+
+Een nieuwe uitbarsting kondigde de komst van Glendon aan en zij nam
+hem gretig waar, terwijl hij door de touwen naar zijn hoek ging. Doch
+eerst, toen de langdurige tijd van voorstellen, aankondigen en
+uitdagen voorbij was, gooiden de beide mannen hunne mantels uit en
+stonden tegenover elkaar in boks-kostuum.
+
+Van boven viel de witte glans van vele electrische lampen over hen
+heen--dit ter wille van de film-opnemers; en terwijl zij naar de twee
+mannen keek, die zulk een scherp contrast vormden, voelde zij Glendon
+den beschaafden man en Powers den ongelikten beer. Beiden voldeden
+aan die benaming--Glendon fijnbesneden van gezicht en gestalte, van
+een zachte en tegelijk krachtige schoonheid, Powers bijna gelijkmatig
+ruw van huid en zwaar begroeid met haar.
+
+Terwijl zij hun inleidenden stand innamen voor de camera's, tegenover
+elkaar in bokshouding, gebeurde het, dat Glendon's blik onder de
+touwen doorging en op haar gezicht bleef rusten. Ofschoon hij geen
+teeken gaf, wist zij, en haar hart sprong er bij op, dat hij haar
+herkend had. Het volgend oogenblik klonk de gong, de aankondiger riep:
+"Vooruit!" en het gevecht begon.
+
+Het was een mooie strijd. Er was geen bloed, geen geknoei en beiden
+waren bekwame boksers. De helft van de eerste ronde verliep met
+aanvoelen, maar Maud Sangster vond het spel en de schijnstooten en
+de zachte slagen met de handschoenen opwindend genoeg. Gedurende
+enkele van de woestere aanvallen in een later stadium van den strijd,
+was de redacteur gedwongen, haar arm aan te raken om er haar aan te
+herinneren wie zij was en waar zij was.
+
+Powers vocht gemakkelijk en zuiver, zooals behoorde voor den held van
+een half honderd ringgevechten en een bewonderende claque beklapte
+elken knappen stoot van hem.
+
+Toch spande hij zich niet noodeloos in, behalve bij enkele vurige
+aanvallen, die het publiek op deden rijzen in de verkeerde meening,
+dat hij zijn tegenstander onder zou krijgen.
+
+Het was op zulk een oogenblik, en terwijl het aan haar ongewende
+blikken ontsnapte, hoe Glendon maar juist aan een ernstige kwetsuur
+ontkwam, dat de redacteur zich naar haar overboog en zeide:
+
+"Jonge Pat zal best winnen. Hij is een geluksvogel en ze kunnen hem
+niet onderkrijgen. Maar hij wint in de zestiende, eer niet."
+
+"Of later?" vroeg zij.
+
+Zij lachte bijna om de zekerheid waarmee de ander ontkende. Zij
+wist beter.
+
+Powers volgde de taktiek om zijn tegenstander van oogenblik tot
+oogenblik en van ronde tot ronde op te jagen en Glendon nam er
+genoegen mee aan dit programma mede te werken. Zijn verdediging was
+bewonderenswaard en hij bracht er juist genoeg aanvalstooten in om de
+belangstelling van het publiek te prikkelen. Ofschoon hij wist dat hij
+voorbestemd was, te verliezen, had Powers te veel ondervinding van den
+ring om te aarzelen zijn tegenstander neer te slaan als de gelegenheid
+zich aanbood. Hij was te dikwijls uitgekomen als de bedrogen bedrieger
+om zich te ontzien, wanneer hij er anderen in kon laten loopen. Als
+hij er kans toe zag, was hij bereid den ander neer te slaan en
+de gokkers te laten stikken. Dank zij slimme courantenberichten,
+heerschte het denkbeeld, dat Jonge Glendon eindelijk zijn meester had
+gevonden. Maar in zijn hart wist Powers, dat hij 't was, die tegenover
+zijn meerdere stond. Meer dan eens bij het vlugge invechten, voelde
+hij het gewicht van stooten, waarvan hij wist, dat ze met opzet niet
+zwaarder aankwamen.
+
+Wat Glendon betreft, er waren vele oogenblikken, waarin de kleinste
+vergissing in zijn oordeel hem blootgesteld zou hebben aan één der
+voorhamer-stooten van zijn tegenstander, waardoor hij den strijd zou
+verliezen. Doch hij bezat de bijna wonderlijke macht om precies tijd
+en afstand te berekenen en zijn vertrouwen werd niet geschokt door
+de vele malen, dat hij maar nauw ontkwam. Hij had nooit een partij
+verloren, was nooit neergeslagen door een eindstoot en hij was altijd
+zoo volkomen de meerdere geweest van elken tegenstander, dat zulk een
+mogelijkheid ondenkbaar was. Aan het eind van de vijftiende ronde
+waren beide mannen in goede conditie, ofschoon Powers ietwat zwaar
+ademhaalde en er mannen vlak bij den ring waren, die wedden dat hij
+"'t op zou geven."
+
+Even voordat de gong voor de zestiende ronde sloeg, fluisterde Stubener
+van achteren af over Glendon heenleunend, hem in:
+
+"Neem je hem nu?"
+
+Glendon gaf zijn hoofd een duw naar achteren, schudde neen en lachte
+spottend in het gespannen gezicht van zijn manager.
+
+Bij den gongslag voor de zestiende ronde, zag Glendon in verbazing,
+hoe Powers loskwam. Van de eerste seconde af was het een stormwind
+van aanvallen en Glendon had groote moeite aan ernstig letsel
+te ontkomen. Hij blokte, greep vast, dook, deed zijstappen, werd
+achteruit gedrongen tegen de touwen en met nieuwe aanvalstooten
+ontvangen, toen hij naar het midden zocht te komen.
+
+Verscheidene malen gaf Powers kans op een eindstoot, maar Glendon
+weigerde den bliksemsnellen stoot toe te brengen, die zijn tegenstander
+zou doen neervallen. Dien stoot bewaarde hij voor twee ronden later. In
+het gevecht had hij geen oogenblik zijn volle kracht ingespannen of
+zoo zwaar gestooten als hij kon.
+
+Twee minuten lang, zonder eenige tusschenruimte, ging Powers hem met
+volle kracht te lijf. Een minuut later zou de ronde voorbij zijn en het
+wed-syndicaat leelijk gedupeerd. Maar die minuut zou niet komen. Zij
+waren tezamen in het midden van den ring. Het was een gewone clinch
+als meer in het gevecht was voorgekomen, alleen maakte Powers het
+ieder oogenblik woester en ruwer.
+
+Glendon bracht zijn linkerhand in een zijdelingschen maar lichten
+stoot tegen het gezicht van den ander. Het was een stoot, zooals hij
+er al twintig in den loop van het gevecht had toegebracht. Tot zijn
+verbazing zag hij Powers slap worden in zijn armen en ineenzakken
+op wankelende, doorknikkende beenen, die weigerden zijn gewicht te
+dragen. Hij viel met een doffen slag op den grond, rolde half op
+zijn zijde en lag roerloos, met gesloten oogen. De scheidsrechter
+boog over hem heen en telde luid op.
+
+Bij den kreet "Negen!" beefde Powers en deed een vergeefsche poging
+om op te staan.
+
+"Tien!--en uit!" riep de scheidsrechter.
+
+Hij nam Glendon's hand en hield die omhoog naar het juichende
+publiek, ten teeken dat hij de overwinnaar was. Voor het eerst in
+zijn boksers-leven was Glendon als verbijsterd. Het was geen eindstoot
+geweest. Daar kon hij zijn leven onder verwedden. Hij was niet tegen
+de kaak aangekomen, maar tegen de kant van het gezicht en hij wist dat
+de stoot daar had geraakt en nergens anders. Toch was de man gevallen,
+had laten tellen en had 't alles prachtig gesimuleerd. Die slag op
+den grond was een overtuigend meesterstuk geweest. Voor het publiek
+was het ontwijfelbaar een eindstoot geweest en de films zouden den
+leugen verder brengen. Ten slotte had de redacteur den juisten loop
+voorspeld en er zat geknoei achter.
+
+Glendon schoot een vluchtigen blik door de touwen naar het gezicht
+van Maud Sangster. Zij keek hem recht aan, doch hare oogen waren
+koud en hard en er was noch herkenning noch eenige andere uitdrukking
+in. Zelfs terwijl hij haar aankeek, wendde zij zich onverschillig af
+en zeide iets tot den man naast haar.
+
+Power's secondanten droegen hem naar zijn hoek, in schijn een slap wrak
+van een man. Glendon's secondanten kwamen naar hem toe om hem geluk te
+wenschen en zijn handschoenen uit te trekken. Maar Stubener was hen
+vóór. Zijn gezicht straalde, terwijl hij Glendon's rechterhandschoen
+in zijn beide handen nam met den uitroep:
+
+"Beste jongen, Pat! Ik wist wel, dat je 't doen zoudt."
+
+Glendon trok zijn handschoen weg. En voor het eerst in de jaren,
+dat zij samen waren geweest, hoorde zijn manager hem vloeken.
+
+"Je kunt naar de hel loopen," zeide hij, keerde zich om en stak
+zijn handen uit naar zijn secondanten om zijn handschoenen te laten
+uittrekken.
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+
+Dien avond, nadat de redacteur haar nog eens afdoende gezegd had,
+dat er geen eerlijk boksen bestond onder de prijs-vechters, zat Maud
+Sangster een poosje in stilte te schreien op den rand van haar bed,
+werd toen boos, en ging slapen met een gevoel van ontzettende walging
+van zichzelf, prijs-boksers en de wereld in het algemeen.
+
+Den volgenden middag begon zij een interview met Henry Addison uit
+te werken, dat bestemd was, nimmer tot een einde te komen. Het was
+in de aparte kamer, die haar was afgestaan op het bureau van de
+Courier Journal dat _het_ gebeurde. Zij hield een oogenblik op met
+schrijven om een blik te werpen op een berichtje in de middageditie,
+dat Glendon uit zou komen tegen Tom Cannam, toen één van de loopjongens
+een kaartje binnenbracht. Het was van Glendon.
+
+"Zeg, dat ik niet te spreken ben," zeide zij tot den jongen.
+
+In een minuut was hij terug.
+
+"Hij zegt, dat hij in elk geval binnenkomt, maar hij wou 't liever
+met uw toestemming doen."
+
+"Heb je gezegd, dat ik aan 't werk was?" vroeg zij.
+
+"Ja, maar hij zei dat hij tòch binnenkwam."
+
+Zij gaf geen antwoord en de jongen ratelde voort met oogen blinkend
+van bewondering voor zoo'n gewichtig bezoeker.
+
+"Ik ken 'm. 't Is 'n verschrikkelijke groote kerel. Als hij goed te
+keer gaat, slaat hij alles op 't kantoor kort en klein. 't Is Jonge
+Glendon, die gisteravond gewonnen heeft met boksen."
+
+"Goed dan. Breng hem binnen. Ik wou liever niet dat alles op het
+bureau kort en klein geslagen werd."
+
+Toen Glendon binnentrad, werden geen groeten gewisseld. Zij was koud
+en ongastvrij als een grauwe dag en noodigde hem niet uit te gaan
+zitten of toonde niet met hare oogen hem te herkennen; zij zat half
+van hem afgewend vóór haar lessenaar in afwachting dat hij zou zeggen,
+waarvoor hij kwam. Hij liet niet merken, hoe deze hooghartige ontvangst
+hem aandeed, maar begon dadelijk over zijn onderwerp.
+
+"Ik wil u spreken," zeide hij kortaf. "Die partij gisteravond, die
+eindigde toch in die ronde."
+
+Zij haalde haar schouders op.
+
+"Ik wist dat dat zou gebeuren."
+
+"Dat wist u niet," viel hij scherp uit. "U wist 't niet. Ik wist
+'t niet."
+
+Zij keerde zich om en keek hem aan met een gezicht alsof de zaak
+haar verveelde.
+
+"Wat doet het er toe?" vroeg zij. "Prijs-boksen is prijs-boksen en
+wij weten allemaal wat dat beteekent. De partij eindigde in de ronde,
+die ik u genoemd had."
+
+"Dat is zoo," gaf hij toe. "Maar u wist 't niet vooruit. In de heele
+wereld waren u en ik tenminste twee menschen, die wisten, dat Powers
+_niet_ neergeslagen zou worden in de zestiende."
+
+Zij bleef zwijgen.
+
+"Ik zeg, dat u 't niet vooruit wist." Hij sprak op dringenden toon
+en toen zij nog weigerde te spreken, deed hij een stap naar haar
+toe. "Geef antwoord," gebood hij.
+
+Zij knikte.
+
+"Maar hij werd verslagen," hield zij vol.
+
+"Dat is niet waar. Hij was in 't geheel niet verslagen. Begrijpt u
+dat? Ik zal u er alles van vertellen en u zult luisteren. Begrijpt u
+dat? Ik heb u niet belogen. Ik was een dwaas en ze hielden mij voor den
+gek en u met mij. U dacht, dat hij werd neergeslagen. Maar de stoot,
+dien ik toebracht, was daarvoor niet zwaar genoeg. En ik raakte hem
+niet eens op de goede plaats. Hij deed iedereen gelooven dat 't zoo
+was. Hij simuleerde dien eindstoot."
+
+Hij zweeg en keek haar verwachtend aan. En op een of andere wijze
+wist zij, met een schok en een trilling, dat zij hem geloofde, en zij
+voelde zich doordrongen van warm geluk nu deze man, die niets voor
+haar beteekende en dien zij maar tweemaal in haar leven gezien had,
+in hare oogen in zijn eer hersteld was.
+
+"Nu?" vroeg hij en opnieuw beefde zij voor zijn dwingenden toon.
+
+Zij stond op en haar hand ging naar de zijne.
+
+"Ik geloof u," zeide zij. "En ik ben blij, héél blij."
+
+Haar hand werd langer vastgehouden dan zij bedoeld had. Hij keek haar
+aan met glanzende oogen, waarop de hare onwillekeurig het antwoord
+gaven. Nooit heeft er zoo'n man bestaan, dacht zij. Zij sloeg 't
+eerst de oogen neer en de zijne volgden, zoodat, evenals den vorigen
+keer, beiden keken naar de handen, die in elkaar lagen. Hij maakte
+een beweging van zijn geheele lichaam in haar richting, impulsief
+en onwillekeurig alsof hij haar naar zich toe wilde trekken; toen,
+blijkbaar met inspanning, schokte hij terug. Zij zag het en voelde den
+dwang van zijn hand toen deze haar naar zich toe wilde trekken. En
+tot haar verwondering voelde zij het verlangen om toe te geven,
+het bijna overweldigende verlangen om in de sterke ronding van zijn
+armen te worden getrokken. En wanneer hij aangehouden had, wist
+zij, dat zij niet weerstreefd zou hebben. Zij was bijna duizelig
+toen hij terugschokte en met een greep van zijn vingers, die de
+hare bijna verbrijzelde, haar hand liet vallen, ze wegslingerde
+bijna. "God!" hijgde hij. "Je bent voor mij gemaakt."
+
+Hij keerde zich een weinig van haar af en wreef met zijn hand langs
+zijn voorhoofd. Zij wist, dat zij hem voor altijd zou haten, wanneer
+hij 't waagde, één stamelend woord van verontschuldiging of verklaring
+te willen geven. Zij zonk terug in haar stoel en hij in een andere,
+zoodat hij tegenover haar kwam te zitten aan den hoek van de lessenaar.
+
+"Ik ben gisteravond in een Turksch Bad geweest," begon hij. "Daar heb
+ik een ouden afgeleefden bokser bij mij laten komen. Hij was in vroeger
+dagen een vriend van mijn vader geweest. Ik wist, dat er niets was, wat
+den ring betrof, dat hij niet wist en ik bracht hem aan het praten. Het
+grappigste was, dat ik alle moeite had, hem ervan te overtuigen, dat
+ik de dingen niet wist waar ik naar vroeg. Hij noemde mij de baby
+in 't woud. En ik geloof, dat hij gelijk had. Ik ben opgegroeid in
+'t woud en het woud is 't eenige, waar ik iets van weet.
+
+Nu dan, ik kreeg gisteravond mijn opvoeding van dien ouden man. De
+ring is nog veel meer verrot dan u mij gezegd heeft.
+
+Het schijnt dat iedereen, die er mee in verbinding staat, meedoet
+aan de knoeierijen. De opnemers, die de eerste boksverloven uitreiken
+bedriegen de promotors, en de promotors, managers en boksers bedriegen
+elkander en het publiek. Er bestaat een heel systeem voor aan den
+éénen kant en aan den anderen kant is er altijd--weet u wat "the
+double cross" is? [2] (Zij knikte.) "Nu 't schijnt dat zij geen kans
+voorbij laten gaan om elkander "the double cross" te geven.
+
+De vuiligheid, die de man mij vertelde, benam mij den adem. En ik
+ben er al jaren midden in geweest zonder er iets van te weten. Ik
+was werkelijk de baby in 't woud.
+
+Maar nu zie ik hoe ze mij zoo voor den gek konden houden. Ik was
+zoo gemaakt, dat niemand mij onder kon krijgen. Ik was bestemd
+om te winnen en dank zij Stubener werd al het geknoei van mij
+gehouden. Vanmorgen klampte ik Spider Walsh aan en bracht hem aan 't
+praten. Hij was mijn eerste trainer, ziet u en hij volgde Stubener's
+instructies. Zij hielden mij onwetend. Bovendien ging ik niet om met
+de sportwereld. Ik bracht mijn tijd door met jagen en visschen en
+proeven nemen met cameras' en zoo. Weet u hoe Walsh en Stubener mij
+onder elkaar noemden?--de Maagd. Dat heb ik pas vanmorgen van Walsh
+gehoord en 't was of hij me een kies trok. En ze hadden gelijk. Ik
+was een onschuldig lammetje.
+
+En Stubener gebruikte mij ook voor 't geknoei, maar ik wist er niets
+van. Ik kan 't nu overzien en begrijpen hoe het in zijn werk ging. Maar
+ziet u, ik stelde niet genoeg belang in de wedstrijden om achterdochtig
+te zijn. Ik was geboren met een goed lichaam en een koel hoofd,
+ik werd buiten grootgebracht en ik werd onderwezen door mijn vader,
+die meer van boksen wist dan eenig ander mensch, levend of dood. Het
+was te gemakkelijk. De ring nam mij niet heelemaal in beslag. Er was
+nooit twijfel aan den uitslag. Maar nu heb ik er genoeg van."
+
+Zij wees op het bericht, waarin zijn match niet Tom Cannam werd
+aangekondigd.
+
+"Dat is Stubener's werk," verklaarde hij. "'t Is al maanden geleden
+besloten. Maar dat kan mij niet schelen. Ik ga naar de bergen. Ik
+ben er uitgegaan."
+
+Zij keek naar het onafgemaakte interview op den lessenaar en zuchtte.
+
+"Mannen zijn toch heerschers," zeide zij. "Meesters van het
+bestaan. Zij doen wat zij willen.--"
+
+"Naar wat ik gehoord heb," viel hij in, "heeft u ook tamelijk wel
+gedaan wat u wilde. En dat is één van de deugden waarom ik van u
+houd. En wat mij sterk getroffen heeft van het begin af, is, dat u
+en ik elkander begrijpen."
+
+Hij brak af en keek haar aan met glanzende oogen.
+
+"De ring heeft toch één ding voor mij gedaan," ging hij voort. "Ik
+leerde er u door kennen. En als je die ééne vrouw vindt, dan is er
+maar één ding te doen. Haar in je beide handen te nemen en niet los
+te laten. Kom, laat ons naar de bergen gaan."
+
+Het kwam plotseling, als een donderslag, en toch voelde zij, het
+verwacht te hebben. Haar hart sprong op, zoodat zij op een vreemde
+heerlijke manier bijna stikte. Dit ten minste was de wraak van een
+eenvoudig, oorspronkelijk mensch. En toch scheen het een droom. Zulke
+dingen gebeurden niet in moderne couranten-bureaux. Liefde werd niet op
+die wijze gemaakt; zóó gebeurde het alleen op het tooneel of in romans.
+
+Hij was opgestaan en stak haar beide handen toe.
+
+"Ik durf niet," zeide zij fluisterend, half tot zichzelf. "Ik durf
+niet."
+
+En dadelijk werd zij pijnlijk getroffen door de minachting die door
+zijne oogen flitste, maar die terstond veranderde in klaarblijkelijke
+ongeloovigheid.
+
+"U zoudt iets niet durven wat u wilt?" sprak hij. "Ik ken dat. 't Is
+geen kwestie van durven maar van willen.
+
+Wil je?"
+
+Zij was opgestaan en stond nu te wankelen als in een droom. Het
+flitste door haar brein of dit hypnotisme kon wezen. Zij had er
+behoefte aan, om zich heen te zien naar de bekende voorwerpen in de
+kamer, ten einde zichzelf met de werkelijkheid te identifiëeren,
+maar zij kon haar oogen niet afwenden van de zijne. En zij sprak niet.
+
+Hij was naast haar komen staan. Zijn hand lag op haar arm en zij leunde
+onwillekeurig tegen hem aan. Het was alles een deel van haar droom en
+er viel niets meer voor haar te vragen. Het was de groote durf. Hij had
+gelijk. Zij kon durven wat zij wilde en zij wilde. Hij hielp haar in
+haar mantel. Zij duwde de hoedespelden door haar haar. En op hetzelfde
+oogenblik dat zij er aan dacht, zag zij zichzelf naast hem de open
+deur uitgaan. De "Vlucht van de Hertogen" en "Het Standbeeld en het
+borstbeeld" schoot haar door 't hoofd. Toen dacht zij aan "Waring."
+
+"Wat is er van Waring geworden?" mompelde zij.
+
+"Over land gereisd of over zee?" mompelde hij terug.
+
+En dit ingaan op haar volkomen overbodige aanhaling, klonk haar als
+een rechtvaardiging voor de dwaasheid die zij doen ging.
+
+Bij den ingang van het gebouw stak hij zijn hand op om een taxi aan
+te roepen, maar werd tegengehouden doordat zij zijn arm aanraakte.
+
+"Waar gaan we heen?" vroeg zij zacht als een ademtocht.
+
+"Naar de Ferry-boot. We hebben juist tijd om den trein naar Sacramento
+te halen."
+
+"Maar ik kan zóó niet gaan," wierp zij tegen. "Ik ... ik heb niet
+eens een schoonen zakdoek bij me."
+
+Eer hij antwoordde, stak hij opnieuw zijn hand op.
+
+"Je kunt in Sacramento inkoopen doen. Wij trouwen daar en pakken
+de nachttrein naar het noorden. Ik zal alles telegrafisch vanuit de
+trein in orde maken."
+
+Terwijl de cab voorreed, keek zij snel om zich heen naar de welbekende
+straat en de welbekende menschen, toen met iets als angst in Glendon's
+gezicht.
+
+"Ik weet niets van je," zeide zij.
+
+"Wij weten alles van elkaar," was zijn antwoord.
+
+Zij voelde, hoe zijn armen haar omvatten en steunden en zette haar
+voet op de treeplank. Het volgend oogenblik was het portier gesloten,
+hij zat naast haar en de cab reed Market Street uit. Hij legde zijn
+arm om haar heen, trok haar dichter naar zich toe en kuste haar. Toen
+zij hem weer in het gezicht keek, was zij er zeker van, dat het door
+een lichten blos werd gekleurd.
+
+"Ik ... ik heb gehoord, dat kussen een kunst is," stamelde hij. "Ik
+weet er zelf niets van, maar ik zal het leeren. Zie je, jij bent de
+eerste vrouw, die ik ooit gekust heb."
+
+
+
+
+
+
+IX.
+
+
+Waar een getande rotspunt uitrijst boven het wijde maagdelijke woud,
+zaten een man en een vrouw en rustten. Beneden hen aan den boschrand,
+waren twee paarden vastgemaakt. Achter elk zadel lagen een paar kleine
+zadeltasschen. De boomen waren als één reusachtige massa. Honderden
+voeten oprijzend in de lucht, besloegen zij van acht tot tien en
+twaalf voet in diameter. Verscheidene waren nog veel dikker. Den
+geheelen morgen hadden zij zich voortgewerkt langs het pad door dit
+onafgebroken woud en deze rotspunt was de eerste plaats, waar zij
+uit het woud konden komen om het woud te zien.
+
+Beneden hen en in de verte, zoo ver zij zien konden, lag keten
+na keten van bergen in purperen nevel gehuld. Er was geen einde
+aan de rijen. Zij rezen de één na de ander op tot aan de flauwe,
+verre horizon, waar zij wegwaasden met een vage belofte van zich nog
+oneindig veel verder uit te strekken. Er waren geen open plekken in
+het woud; ten noorden, ten zuiden, ten oosten en ten westen, ongerept,
+onafgebroken, bedekte het 't land met zijn machtigen groei.
+
+Zij rustten en lieten hunne oogen genieten van het vergezicht,
+haar hand omsloten door één van de zijne; want dit waren hunne
+wittebroodsweken en dit waren de roode wouden van Mendocino. Dwars door
+het woud waren zij van Shasta gekomen, met paarden en zadeltasschen,
+langs de wildernis van het kustland, en zij hadden geen ander plan dan
+om verder te rijden tot hun een ander plan in het hoofd kwam. Zij waren
+grof gekleed; zij in khaki, vuil door de reis; hij in kiel en wollen
+sporthemd. Het laatste hing open aan zijn door de zon verbranden hals
+en met zijn reusachtige gestalte scheen hij een geschikte metgezel
+voor de woudreuzen, terwijl aan haar, als zijn gezellin, niets op te
+merken viel als geluk.
+
+"Nu, Groote Man," zeide zij, zich op haar elleboog heffend om hem te
+kunnen aankijken, "'t is nog heerlijker dan je beloofd hebt. En wij
+trekken er samen door heen."
+
+"En er is nog heel wat meer in de wereld, waar wij samen doorheen
+zullen trekken," antwoordde hij, zijn houding zóó ver veranderd,
+dat hij haar hand tusschen zijn beide handen kon houden.
+
+"Maar niet, eer wij hier klaar mee zijn," sprak zij.
+
+"'t Lijkt mij of ik nooit genoeg van de groote wouden zal krijgen
+... en van jou."
+
+Hij ging zonder moeite in zittende houding over en nam haar in
+zijn armen.
+
+"O, liefste," fluisterde zij. "En ik had alle hoop opgegeven zoo'n
+liefste te vinden."
+
+"En ik hoopte er heelemaal niet op. Ik moet altijd geweten hebben,
+dat ik jou eens vinden zou. Ben je daar blij om?"
+
+Haar antwoord was een zachte druk, waar haar hand op zijn nek rustte
+en minuten lang keken zij uit over de groote wouden en droomden.
+
+"Je weet wel, dat ik je verteld heb, hoe ik wegliep voor die
+schooljuffrouw met rood haar?" Dat was voor 't eerst, dat ik dit
+land zag. Ik was te voet, maar veertig of vijftig mijlen per dag was
+kinderspel voor mij. Ik was net een Indiaan. Toen dacht ik niet aan
+jou. Wild was vrij schaars in de roode wouden, maar er waren veel
+mooie forellen. Toen heb ik op deze rotsen gekampeerd. Ik droomde
+niet dat ik hier nog eens met jou zou komen, met JOU!"
+
+"En dat je bokskampioen zoudt zijn er bij," voegde zij er achter.
+
+"Neen; daar dacht ik in 't geheel niet aan. Vader had mij altijd
+gezegd, dat ik het worden zou, dus ik beschouwde het als zeker. Je
+ziet, hij was heel wijs. Hij was een groot man."
+
+"Maar hij heeft niet gedacht, dat je weer uit den ring zou gaan."
+
+"Dat weet ik niet. Hij was zoo bezorgd om het geknoei voor mij
+verborgen te houden, dat ik vermoed hoe hij er bang voor was. Ik heb
+je verteld van het contract met Stubener. Vader zette er die clausule
+in over geknoei. Eén oneerlijkheid, van mijn manager en het contract
+was verbroken."
+
+"En toch ga je nog tegen die Tom Cannam vechten. Is het de moeite
+wel waard?"
+
+Hij keek haar vluchtig aan.
+
+"Wou je liever, dat ik het niet deed?"
+
+"Liefste, ik wil, dat je alles zult doen wat je wilt."
+
+Zoo sprak zij en terwijl de woorden nog naklonken in hare ooren,
+verwonderde zij er zich in stilte over, dat _zij_, lang niet de minst
+eigenzinnige en onafhankelijke onder de eigenzinnige en onafhankelijke
+afstammelingen der Sangsters, ze had gesproken. Toch wist zij, dat
+zij de waarheid waren en was er blij om.
+
+"'t Zal een grap zijn," zeide hij.
+
+"Maar ik begrijp al de grappige bijzonderheden er niet van."
+
+"Ik heb ze nog niet uitgewerkt. Daar kun jij me bij helpen. In de
+eerste plaats zal ik Stubener en het syndicaat van gokkers "het
+dubbele kruis" geven. Dat is een deel van de grap. Ik zal Cannam in
+de eerste ronde "leggen". Voor 't eerst zal ik werkelijk boos zijn
+als ik vecht. Die arme Tom Cannam, die even gemeen is als de rest,
+zal het voornaamste slachtoffer zijn. Zie je, ik ben van plan in den
+ring een speech te houden. 't Is ongewoon, maar het zal een succes
+zijn, want ik ga het publiek alles vertellen van de geheimen der
+bokssport. 't Is een mooie sport, maar zij maken er een zaak van en
+dat heeft 't bedorven. Maar nu begin ik de speech tegen jou te houden
+inplaats van in den ring."
+
+"Ik wou, dat ik er bij kon zijn om het te hooren," zeide zij.
+
+Hij keek haar aan en overlegde.
+
+"Dat zou ik ook graag willen. Maar het zal zeker een ruwe boel
+worden. 't Is niet vooruit te zeggen wat er gebeuren zal, als ik mijn
+programma begin af te werken. Maar ik kom dadelijk naar je toe als
+het afgeloopen is. En het zal de laatste verschijning zijn van Jonge
+Glendon in den ring, in welken ring ook."
+
+"Maar liefste, je hebt nog nooit in je leven een toespraak gehouden,"
+wierp zij op. "'t Kon wel mislukken."
+
+Hij schudde stellig het hoofd.
+
+"Ik ben een Ier," hernam hij, "en is er ooit een Ier geweest, die
+niet kon spreken?" Hij hield op en lachte vroolijk. "Stubener denkt,
+dat ik gek ben. Hij zegt, dat een man zich niets als last op den
+hals haalt door een huwelijk. Hij weet nogal wat af van het huwelijk
+of van mij of van jou of van iets behalve vaste goederen en vooruit
+vastgestelde bokspartijen. Maar ik zal hem dien avond aan de kaak
+stellen dien armen Tom ook. Ik heb heusch medelijden met Tom."
+
+"Mijn lieve Ongelikte Beer gaat zich hoogst ongelikt en hoogst
+beerachtig gedragen, vrees ik," fluisterde zij.
+
+Hij lachte.
+
+"Ik ga er ten minste een flinken gooi naar doen. Beslist mijn laatste
+optreden, weet je. En dan is 't jou, jou. Maar als je dat laatste
+optreden niet wilt, spreek dan maar één woord."
+
+"Natuurlijk wil ik het wèl, Groote Man. Ik houd van mijn Grooten Man
+om hemzelf en om zichzelf te zijn, moet hij zichzelf zijn. Als jij
+dit wilt, dan wil ik het voor jou en voor mijzelf ook. Veronderstel
+eens, dat ik naar het tooneel wilde of naar de Zuidzee of naar den
+Noordpool."
+
+Hij antwoordde langzaam, bijna plechtig.
+
+"Dan zou ik zeggen: vooruit. Omdat jij _jij_ bent en jezelf moet zijn
+en doen moet wat je wilt. Ik houd van je omdat jij _jij_ bent."
+
+"En wij zijn een mal paar verliefden," zeide zij toen zijn armen haar
+los lieten.
+
+"Is het niet groot?" riep hij uit.
+
+Hij stond op, mat de zon met zijne oogen, en strekte zijn hand uit
+over de dichte wouden, die de aaneengesloten, purperen heuvelketenen
+bedekten.
+
+"We moeten daar ergens gaan slapen. Het is dertig mijlen naar de
+dichtbij gelegen kampplaats."
+
+
+
+
+
+X.
+
+
+Wie, van al de sportlui, die er bij tegenwoordig waren, zal ooit
+den gedenkwaardigen avond vergeten in de Golden Gate Arena, toen
+Jonge Glendon, Tom Cannam en zelfs een grooteren dan Tom Cannam, tot
+zwijgen bracht; toen hij het talrijke publiek, dat op het punt stond
+in getier los te breken, een uur lang geboeid hield, en achter elkaar
+de afzetterijen aan den dag bracht van de promotors en de managers; de
+eigenaars der gebouwen, en de contractmakers in staat van beschuldiging
+stelde, en de geheele bokssport vrijwel uit elkaar rafelde.
+
+Het was een volkomen verrassing. Zelfs Stubener had niet het flauwste
+vermoeden van wat gebeuren zou.
+
+Het was waar, dat Pat Glendon obstinaat was geweest na die kwestie
+met Nat Powers, en weggeloopen was en getrouwd; maar dat alles was
+voorbij. Jonge Pat had gedaan, wat te verwachten was, hij had de
+onvermijdelijke knoeierijen van den ring geslikt en was er nu in
+teruggekomen.
+
+De Golden Gate Arena was nieuw. Dit was de eerste match, die er
+gehouden werd en het was het grootste gebouw van dat soort, dat ooit in
+San Francisco was opgericht. Er waren vijfentwintighonderd zitplaatsen
+en elke plaats was ingenomen. Sportlui waren uit de geheele wereld
+komen aanreizen om er bij tegenwoordig te zijn, en zij hadden vijftig
+dollars betaald voor hunne plaatsen bij den ring. De goedkoopste
+plaats in 't huis was voor vijf dollar verkocht.
+
+De oude bekende uitbarsting van applaus klonk op, toen Billy Morgan,
+de veteraan onder de aankondigers, door de touwen kroop en zijn grijze
+hoofd ontblootte. Toen hij zijn mond opendeed om te spreken, deed
+zich dichtbij hem een luid gekraak hooren en verscheidene rijen lage
+banken vielen in elkaar. Het gekraak van de banken en het uitbundige
+gelach gaf den dienstdoenden inspecteur van politie aanleiding, één
+van zijn onder-inspecteurs aan te kijken met opgetrokken wenkbrauwen,
+ten teeken dat zij hun handen vol zouden hebben en een drukken avond.
+
+Eén voor één, verwelkomd door luidruchtig applaus, kropen zeven dappere
+oude helden van den ring door de touwen om voorgesteld te worden. Het
+waren allemaal vroegere zwaargewicht-wereldkampioenen. Billy Morgan
+deed elke voorstelling aan het publiek vergezeld gaan van een prijzend
+zinnetje. De één werd genoemd als "John Eerlijk" en "Oude Getrouwe"
+een ander was "de eerlijkste twee-vuisten bokser, die ooit in den ring
+was geweest." En van anderen: "de held van honderd gevechten en nooit
+één verloren en nooit gelegd"; "de meest sportieve van de oude garde";
+"de eenige, die altijd terugkwam"; "de grootste strijder van allen"
+en "de hardste noot in den ring om te kraken."
+
+Dit alles nam tijd in beslag. Van elk hunner werd een toespraakje
+verwacht en zij mompelden en fluisterden in antwoord met een blos van
+trots en angstig bevende stemmen. De langste speech was die van den
+"Oude Getrouwe" en deze duurde bijna een minuut. De ring liep vol met
+beroemdheden, met worstelkampioenen, beroemde trainers en veteranen
+onder de tijd-opnemers en scheidsrechters. Licht- en middel-gewichten
+dromden samen. Iedereen scheen iedereen uit te dagen. Nat Powers was er
+en vroeg een revanche-match met Jonge Glendon en zoo deden al de andere
+stralende sterren, die door Glendon in de schaduw waren gesteld. Ook
+daagden zij allen Jim Hanford uit, en deze moest van zijn kant daar
+iets tegenover stellen, wat daarin bestond, dat hij de volgende partij
+zou boksen met den overwinnaar in de match, die stond te gebeuren. Het
+publiek kwam dadelijk in beweging om den overwinnaar te noemen;
+de helft schreeuwde woest: "Glendon" en de andere helft "Cannam". Te
+midden van dit pandemonium zakte opnieuw een rij zitplaatsen in elkaar
+en er vonden een half dozijn vechtpartijen plaats tusschen bedrogen
+houders van kaarten en de opzichters, die een vetten oogst hadden
+binnengehaald. De hoofdinspecteur van de politie zond een depêche
+naar het bureau met de details voor het politie-rapport.
+
+Het publiek had het naar zijn zin. Toen Cannam en Glendon de ring
+binnen kwamen, geleek de Arena een nationaal politieke vergadering. Elk
+werd volle vijf minuten lang toegejuicht. De ring was nu vrij. Glendon
+zat in zijn hoek, omringd van zijn secondanten. Als gewoonlijk stond
+Stubener achter hem. Cannam werd het eerst voorgesteld en nadat
+hij gebogen had en geknikt, was hij gedwongen om de kreten met een
+toespraak te beantwoorden. Hij stamelde en stokte, maar slaagde er
+ten slotte in, eenige zinnen te bedenken.
+
+"Ik ben er trotsch op vanavond hier te zijn," zeide hij en terwijl het
+applaus donderde, vond hij tijd op een nieuw idee te komen. "Ik heb
+eerlijk gevochten. Ik heb mijn leven lang eerlijk gevochten. Niemand
+kan dat tegenspreken. En ik zal vanavond mijn best doen."
+
+Luide kreten weerklonken, als: "Dat's best Tom!" "Dat weten
+wij!" "Goede jongen, Tom!" "Jij bent de man om 't er vanavond goed
+af te brengen!"
+
+Toen kwam de beurt aan Glendon. Van hem werd eveneens een toespraak
+gevraagd, ofschoon het een ding zonder weergâ was in den ring, dat één
+der hoofdpersonen een toesprak hield. Billy Morgan stak zijn hand op
+om stilte te verkrijgen en Glendon begon met heldere, krachtige stem:
+
+"Iedereen heeft gezegd dat zij trotsch waren hier vanavond te zijn,"
+sprak hij. "Dat ben ik niet." Het publiek schrikte op en hij wachtte
+lang genoeg om het tot stilte te doen komen.
+
+"Ik ben niet trotsch op mijn gezelschap. U wilt een toespraak. Ik
+zal u een echte geven. Dit is mijn laatste match. Na vanavond ga ik
+voorgoed heen uit den ring. Waarom? Ik heb 't u reeds gezegd. Ik houd
+niet van mijn gezelschap. De prijsring is zoo bedorven, dat ieder,
+die er bij betrokken is, zoo verdraaid wordt als een kurketrekker. De
+ring is verrot tot in zijn hart, vanaf de kleine clubs, waar de
+beroepsboksers zich oefenen, tot de zaak van heden avond."
+
+Op dit oogenblik barstte het zachte gemompel van verwondering, dat
+opgestegen was, uit in een geloei. Er werd luidop gesist en gefloten
+en velen begonnen te schreeuwen: "Ga door met het gevecht!" "We
+willen boksen zien!" "Waarom vecht je niet?" Glendon wachtte even en
+merkte op, dat de voornaamste rustverstoorders bij den ring promotors
+waren en managers en boksers. Tevergeefs spande hij zich in om zich
+verstaanbaar te maken. Het gehoor was verdeeld, de helft schreeuwde:
+"Vechten!" en de andere helft: "Spreken! Spreken!"
+
+Tien minuten vergingen onder hopeloos lawaai. Stubener, de
+scheidsrechter, de eigenaar van de arena en de promotor van de match
+verzochten Glendon, door te gaan met de match. Toen hij weigerde,
+verklaarde de scheidsrechter, dat hij de partij ten gunste van Cannam
+zou verklaren, daar Glendon niet vocht.
+
+"Dat kan je niet doen," hernam Glendon. "Ik zal je voor alle
+rechtbanken vervolgen, als je zoo iets probeert en ik durf je niet
+beloven, dat dit publiek je levend weg zal laten gaan als je het
+de partij ontneemt. Bovendien, ik zal boksen. Maar eer ik dit doe,
+wil ik mijn toespraak beëindigen."
+
+"Maar het is tegen de regels," protesteerde de scheidsrechter.
+
+"Volstrekt niet. Er staat geen woord in de regels tegen het houden
+van toespraken. Elke zwaargewicht-bokser heeft hier vanavond een
+speech afgestoken."
+
+"Een paar woorden maar," schreeuwde de promotor in Glendon's oor. "Maar
+jij houdt een lezing."
+
+"Er staat niets in de regels tegen lezingen," antwoordde Glendon. "En
+nu, kerels, ga uit de ring of ik gooi er jullie uit."
+
+De promotor werd rood van woede en onder tegenspartelen, bij zijn kraag
+gegrepen en over te touwen gezet. Hij was een forsche man, maar Glendon
+had het zóó gemakkelijk gedaan met één hand, dat het publiek wild werd
+van genot. De kreten om een toespraak groeiden in kracht. Stubener en
+de eigenaar bliezen wijzelijk den aftocht. Glendon stak zijn handen op
+om verstaan te worden, waarop zij, die om een gevecht riepen, hunne
+pogingen verdubbelden. Twee of drie banken zakten in en degenen, die
+op die manier hun plaats verloren, verergerden het tumult door allen
+tegelijk naar de banken, die nog goed waren, toe te vliegen en zich
+tusschen de menschen dáár in te wringen, terwijl zij, die daar achter
+zaten en den ring niet konden zien, hun toeraasden te gaan zitten.
+
+Glendon liep naar de touwen en sprak den inspecteur van de politie
+aan. Hij was gedwongen naar hem over te buigen en in zijn oor te
+schreeuwen.
+
+"Als ik mijn toespraak niet houd," zeide hij, "zullen de menschen de
+boel in mekaar slaan. Als ze losbreken, kunt u ze niet tegenhouden,
+dat weet u. Dus u moet mij helpen. U houdt den ring vrij en ik zal
+het publiek tot stilte brengen."
+
+Hij ging terug naar het midden van den ring en stak opnieuw zijn
+handen omhoog.
+
+"Wilt u dat ik spreek?" schreeuwde hij met geweldige stem.
+
+Honderden bij den ring verstonden het en riepen: "Ja!"
+
+"Laat dan iedereen, die hooren wil, den levenmaker naast hem tot
+zwijgen brengen!"
+
+De raad werd opgevolgd, zoodat zijn stem, toen hij de woorden
+herhaalde, verder doordrong. Nog eens en nog eens schreeuwde hij het,
+en langzamerhand, zône na zône, drong de stilte door vanuit den ring,
+vergezeld door een gesmoorden ondertoon van gesis en geduw en getwist,
+als de luidruchtigen door hun buren tot zwijgen werden gebracht. Bijna
+was alle lawaai onderdrukt, toen een rij zitplaatsen bij den ring
+inzakte. Dit werd begroet met nieuw brullend gelach, dat vanzelf
+wegstierf, zoodat een zachte stem, ver weg, duidelijk hoorbaar was,
+toen zij riep: "Ga voort Glendon! We luisteren!"
+
+Glendon bezat als Kelt de intuïtieve kennis van de psychologie der
+menigte. Hij wist dat, wat vijf minuten tevoren een groote onordelijke
+bende was geweest, nu als in zijn hand was en om het effect te
+vergrooten, wachtte hij een oogenblik alsof hij nadacht. Maar het
+wachten duurde juist lang genoeg en geen seconde te lang.
+
+Dertig seconden lang heerschte volmaakte stilte, en in de stemming
+hing iets als angst. Juist toen de eerste zwakke teekenen van onrust
+zijn oor bereikten, begon hij te spreken.
+
+"Als ik uitgesproken heb," zeide hij, "zal ik boksen. Ik beloof u, dat
+het een echte match zal zijn, één van de weinige echte matches die u
+ooit gezien heeft. Ik zal mijn tegenstander in den kortst mogelijken
+tijd leggen. Billy Morgan zal u, als hij voor 't laatst aankondigt,
+vertellen, dat het een match wordt van vijf en veertig ronden. Laat
+mij u zeggen, dat het dichter bij vijf en veertig seconden zal zijn.
+
+Toen ik in de rede werd gevallen, was ik bezig te vertellen, dat de
+ring rot is. Dat is zoo, van top tot teen. Hij is ingericht om er
+zaken mee te doen en u weet allen wat zaken zijn. Dat zegt genoeg. U
+zijt de stumperts, ieder van u, die er niets uit haalt. Waarom vallen
+de banken vanavond in? Bedrog. Evenals de bokssport waren zij gebouwd
+om er zaken mee te doen." Hij hield nu zijn gehoor vaster dan ooit
+in de hand en hij wist het.
+
+"Drie menschen worden op twee plaatsen gestopt. Dit zie ik overal. Wat
+beteekent dat? Bedrog. De opzichters krijgen geen loon. Men verwacht
+van hen dat zij het publiek zullen afzetten. Alweer zaken. U
+betaalt. Natuurlijk betaalt u. Hoe worden de verlofpapieren om te
+boksen verkregen? Door bedrog. En laat u mij nu eens vragen: als
+de mannen die banken maakten knoeien, als de opzichters knoeien,
+als de autoriteiten knoeien, waarom zouden dan zij die hooger in de
+bokssport staan niet knoeien? Dat doen zij. En u betaalt.
+
+En laat mij u zeggen, dat het niet de schuld is van de boksers. Zij
+zetten de matches niet op touw. Dat doen de promotors en de managers;
+dat zijn de zakenlui. De boksers zijn alleen maar boksers. Zij beginnen
+heel eerlijk, maar de managers en promotors dwingen hen mee te doen of
+zij gooien hen er uit. Er zijn eerlijke boksers geweest. En er zijn
+er nog enkelen, maar die verdienen gewoonlijk niet veel. Ik denk,
+dat er ook wel eerlijke managers zijn geweest. De mijne is zoo wat
+de beste van het zoodje. Maar vraag hem eens, hoe hij zoo dik in de
+vaste goederen en étage-woningen komt te zitten." Hier begon zijn
+stem te verdrinken in het rumoer.
+
+"Laat iedereen, die hooren wil, zijn buurman's mond dicht
+houden!" raadde Glendon.
+
+Opnieuw, als het gegrom van de branding, klonk een geluid van smakkende
+lippen en stompen en gekibbel en het huis werd stil.
+
+"Waarom legt elke bokser er den nadruk op, altijd eerlijk gevochten
+te hebben?" Waarom worden zij "John Eerlijk" en "Bills Eerlijk" en
+"Blackmiths Eerlijk" enzoovoort genoemd? Is het u nooit opgevallen,
+dat zij ergens bang voor schijnen te zijn? Als een man naar je toekomt,
+al schreeuwend dat hij eerlijk is, dan krijg je achterdocht. Maar
+als een prijsbokser hetzelfde liedje voor u zingt dan neemt u dat aan.
+
+Laat de beste bokser winnen! Hoe dikwijls heb je dat Billy Morgan
+hooren zeggen! Laat mij u zeggen, dat de beste bokser niet zoo heel
+dikwijls wint en dat, als hij wint, het gewoonlijk voor hem zoo
+beschikt is. De meeste gevechten in ernst, waar u van gehoord heeft
+of die u gezien heeft, waren ook van te voren opgezet. Het is een
+programma. Alles is vooruit vastgesteld. Denkt u, dat de promotors
+en managers het voor hun pleizier doen? Volstrekt niet. Het zijn
+zakenmenschen."
+
+Tom, Dick en Harry zijn drie boksers, Dick is de beste. Dat kon
+hij in twee matches bewijzen. Maar wat gebeurt er? Tom slaat
+Harry. Dick slaat Tom. Harry slaat Dick. Niets bewezen. Dan komen
+de revanche-matches. Harry slaat Tom, Tom slaat Dick, Dick slaat
+Harry. Niets bewezen. Dan probeeren zij 't nog eens?. Dick stoot flink
+toe. Zegt dat hij op de eerste plaats wil komen. Dus slaat Dick,
+Tom en Dick slaat Harry. Acht partijen om te bewijzen, dat Dick de
+beste is, waar twee hadden volstaan. Alles vooruit klaargemaakt. Een
+programma. En u betaalt er voor en als uw banken in elkaar vallen,
+nemen de opzichters u uw plaats af.
+
+'t Is een mooie sport als het maar eerlijk ging. De boksers zouden
+wel eerlijk zijn als zij maar konden. Maar het geknoei is te erg,
+als een handjevol mannen bij drie matches driekwart millioen dollars
+kunnen verdeelen."
+
+Een wilde uitbarsting van lawaai dwong hem te zwijgen.
+
+Te midden van het mengelmoes van kreten, die door het gansche gebouw
+weerklonken, kon hij enkele onderscheiden als: "Welke millioen
+dollars?" "Welke drie matches?" "Zeg op!" "Ga voort!" Ook was er
+gesis en gefluit en kreten van: "Smerige leugenaar! Baantjesjager!"
+
+"Wilt u hooren?" schreeuwde Glendon. "Bewaar dan de orde."
+
+Opnieuw verkreeg hij de indrukwekkende halve minuut van stilte.
+
+"Wat zal Jim Hanford doen? Wat is het programma dat zijn menschen en
+de mijne opmaakten? Zij weten, dat ik hem de baas ben. Hij weet,
+dat ik hem de baas ben. Ik kan hem in één partij leggen. Maar
+hij is wereldkampioen. Als ik mij niet schik naar het programma,
+krijg ik nooit een kans om tegen hem uit te komen. Het programma
+vraagt drie partijen. Ik zal de eerste winnen. 't Zal in Nevada
+plaats hebben als er in San Francisco geen gelegenheid voor is. Wij
+zullen er een eerlijke partij van maken. Om ze eerlijk te doen zijn,
+legt ieder van ons twintig duizend in. 't Is echt geld, maar 't is
+geen echte inleg. Elk van ons krijgt zijn eigen inleg stiekem weer
+terug. Hetzelfde met de beurs. We deelen hem eerlijk, ofschoon het
+in de oogen van het publiek gaat tusschen vijf en dertig en vijf
+en zestig. De beurs, de films, de advertenties en al het andere dat
+hangen blijft, is geen cent minder dan tweehonderdvijftig duizend.
+
+Wij verdeelen dat en gaan aan het werk voor de revanche-match. Hanford
+wint en wij gaan opnieuw aan het verdeelen. Dan komt de derde
+partij; ik win, waar ik volkomen het recht toe heb; en wij hebben
+het boks-publiek driekwart millioen uit den zak geslagen. Zóó is
+het programma, maar het is vuil geld. En daarom ga ik vanavond uit
+den ring."
+
+Op dit oogenblik stootte Jim Hanford een politieagent op zij, zoodat
+hij tusschen het publiek viel, en wrong zijn kolossale lichaam door
+de touwen heen, brullend:
+
+"'t Is een leugen!"
+
+Als een woedende stier stormde hij op Glendon in, die terugsprong en
+toen, inplaats van den stoot af te wachten, behendig wegdook. Niet
+in staat zich in te houden, stoof de zware man voort tegen te
+touwen. Terug gegooid door het terugspringen ervan, keerde hij
+zich om om opnieuw in te stormen, toen Glendon hem raakte. Glendon,
+kalm, helderziende, mat precies den afstand naar de kaak van zijn
+tegenstander en voor 't eerst in zijn loopbaan als bokser, stootte
+hij met volle kracht. Al zijn kracht, alle latente kracht trok zich
+samen in die ééne harde uitbarsting van spierkracht.
+
+Hanford hing dood in de lucht, in zoover als bewusteloosheid op dood
+gelijkt. Wat hem betrof, staakte hij het gevecht op het oogenblik toen
+hij met Glendon's vuist in aanraking kwam. Zijn voeten gingen van den
+grond en hij hing in de lucht tot hij het bovenste touw raakte. Zijn
+kolossale lichaam spartelde er tegenaan, boog in het midden door
+en viel door de touwen heen buiten den ring en op de hoofden van de
+mannen op de pers-plaatsen.
+
+Het publiek barstte los. Het had al meer gezien dan waarvoor
+het betaald had, want de groote Jim Hanford, de wereldkampioen,
+was verslagen. Het was niet officieël, maar het was met één stoot
+gebeurd. Nooit was er zoo'n avond geweest in vuistvechtersland. Glendon
+keek verdrietig naar zijn bezeerde knokkels, blikte even tusschen de
+touwen door naar de plaats, waar Hanford wankelend te land was gekomen
+en stak zijn handen omhoog. Hij had zijn recht om gehoord te worden,
+bevochten en het publiek werd stil.
+
+"Toen ik begon te boksen," zeide hij, "noemde men mij "Eén Stoot
+Glendon". U heeft een oogenblik geleden dien stoot gezien. Die
+kende ik altijd. Ik liep op mijn tegenstander toe en sloeg hem neer,
+ofschoon ik altijd zorgde niet met alle kracht te stooten. Toen werd
+ik opgevoed. Mijn manager zeide, dat het niet eerlijk was tegenover
+het publiek. Hij raadde mij, langere partijen te maken, zoodat
+het publiek wat te zien kreeg voor zijn geld. Ik was een dwaas, een
+onnoozel schaap. Ik was een groene jongen uit de bergen. Moge God mij
+bewaren. Ik nam het als waarheid aan. Mijn manager besprak gewoonlijk
+met mij, in welke ronde ik mijn man leggen zou. Dan bracht hij het
+over aan het gok-syndicaat en het gok-syndicaat maakte er gebruik
+van. Natuurlijk betaalden zij. Maar om één ding ben ik blij. Ik
+heb nooit een cent van het geld aangeraakt. Zij durfden het mij
+niet aanbieden, omdat zij wisten, dat het voor mij dan uit was met
+de matches.
+
+U herinnert u mijn match met Nat Powers. Ik heb hem niet verslagen. Ik
+had achterdocht gekregen. Dus maakte de bende het met hem in orde. Ik
+wist er niets van. Ik was van plan de partij een paar ronden over
+de zestiende heen te laten duren. De laatste stoot in de zestiende
+gooide hem niet om. Maar hij speelde toch den verslagene en hield
+jullie allemaal voor den gek."
+
+"En vanavond?" riep een stem. "Is dat een afspraak?"
+
+"Ja," was Glendon's antwoord. "Waarop wed het syndicaat? Dat Cannam
+het tot de veertiende zal houden."
+
+Gehuil en gesis klonk. Voor 't laatst hield Glendon zijn hand op
+om stilte.
+
+"Ik ben bijna klaar. Maar ik wil u nog één ding zeggen. Het syndicaat
+heeft een strop vanavond. Dit zal een eerlijke partij zijn. Tom
+Cannam zal het niet tot de veertiende ronde houden. Hij zal 't niet
+één ronde houden."
+
+Cannam sprong op in zijn hoek en riep woedend uit: "Dat kan je niet! Er
+leeft geen mensch die mij in één ronde klopt!"
+
+Glendon lette niet op hem en ging voort:
+
+"Eens in mijn leven heb ik nu met al mijn kracht gestooten. U heeft
+dat een oogenblik geleden gezien toen ik Hanford sloeg. Vanavond zal
+ik voor de tweede maal met alle kracht stooten--dat is te zeggen,
+als Cannam niet nu dadelijk door de touwen springt en er vandoor
+gaat. En nu ben ik klaar."
+
+Hij ging naar zijn hoek en stak zijn handen uit voor de
+handschoenen. In den tegenovergestelden hoek zat Cannam te razen,
+terwijl zijn secondanten tevergeefs trachtten hem tot kalmte
+te brengen. Ten laatste slaagde Billy Morgan er in, de laatste
+aankondiging van den strijd te doen hooren.
+
+"Dit zal een gevecht zijn van vijf en veertig ronden," schreeuwde
+hij. "Regels van de Marquess of Queensbury! En moge de beste bokser
+winnen! Vooruit!"
+
+De gong sloeg. De beide mannen kwamen naar voren. Glendon stak zijn
+rechterhand uit voor den gewonen handdruk, maar Cannam weigerde ze
+met een boos hoofdschudden. Tot algemeene verbazing viel hij niet
+aan. Woedend als hij was, vocht hij toch voorzichtig; zijn gewonde
+trots dwong hem, alle krachten in te spannen om het de ronde uit
+te houden. Verscheidene malen stootte hij toe, doch hij stootte
+behoedzaam en vergat een oogenblik af te weren. Glendon joeg hem op
+door den ring, steeds vooruit dringend met het onbarmhartige gestamp
+van zijn linkervoet. Doch hij stootte niet en beproefde ook niet te
+stooten. Hij liet zelfs zijn handen neerhangen langs zijn zijden en
+joeg den ander op zonder zich te verdedigen, waarmee hij een poging
+deed hem te lokken. Cannam grijnsde uitdagend maar zag er van af,
+voordeel te trekken uit de dus geboden kans.
+
+Twee minuten gingen voorbij en toen kwam er een verandering over
+Glendon. In elke spier, in elken trek van zijn gezicht sprak hij uit,
+dat het oogenblik voor hem was gekomen om zijn tegenstander onder
+te krijgen.
+
+Het was een daad en het werd goed gedaan. Hij scheen een ding van
+staal geworden, hard en onmeedoogend als staal. Cannam reageerde er
+op door zijn omzichtigheid te verdubbelen. Glendon werkte hem vlug
+in een hoek en hield hem daar onder bewaking. Nog stootte hij niet,
+noch poogde te stooten en de onzekerheid werd pijnlijk aan Cannam's
+kant. Tevergeefs trachtte hij zich uit den hoek te werken, terwijl
+hij niet besluiten kon op zijn tegenstander in te stormen en een
+poging te doen dezen vast te grijpen.
+
+Toen kwam het--een snelle reeks van eenvoudige schijnstooten
+als spierschichten. Cannam werd er duizelig van. En het publiek
+eveneens. Geen twee van de toeschouwers waren het er later over eens,
+wat er gebeurd was. Cannam ontdook één schijnstoot en bracht tegelijk
+zijn handen naar zijn gezicht om een nieuwen schijnstoot naar zijn
+kaak af te weren.
+
+Hij trachtte ook zijn beenen van positie te doen veranderen. Getuigen,
+die vlak bij den ring zaten, zwoeren, dat zij Glendon een stoot
+zagen toebrengen vanuit zijn linkerheup terwijl hij vooruitsprong
+als een tijger om zijn lichaamsgewicht er aan toe te voegen. Ware
+dat als het wil, de slag raakte Cannam op de punt van zijn kin in
+het oogenblik, toen hij van positie veranderde. En evenals Hanford,
+hing hij bewusteloos in de lucht eer hij tegen de touwen aansloeg en
+er doorheen viel op de hoofden van de verslaggevers.
+
+Wat er daarna in de Golden Gate Arena gebeurde, konden geen kolommen
+in de dagbladen voldoende beschrijven. De politie hield den ring vrij,
+maar de Arena kon zij niet redden. Het was geen wanorde, het was een
+orgie. Geen bank werd op zijn plaats gelaten. Met alle kracht duwend
+en dringend, om balken en planken machtig te worden, sloeg de menigte
+alles in de groote zaal kort en klein. Prijsboksers zochten bescherming
+bij de politie, doch er waren niet genoeg agenten om hen naar buiten
+te geleiden, en boksers, managers en promotors werden afgeranseld en
+geslagen. Alleen Jim Hanford werd gespaard. Die genade werd hem betoond
+ter wille van zijn vreeselijk gezwollen kaak. Toen de menigte eindelijk
+uit het gebouw was gedreven, viel zij buiten aan op een nieuwe auto van
+zevenduizend dollar, die aan een welbekende bokspromotor toebehoorde
+en vernielde de car tot een hoopje oud roest en brandhout.
+
+Glendon, die zich niet kon kleeden te midden van de ruïne der
+kleedkamers, bereikte zijn auto nog in bokscostuum in een badmantel
+gewikkeld, maar slaagde er niet in te ontsnappen. Door de macht van
+het aantal hield de menigte zijn machine tegen. De politie had het
+te druk om hem ter hulp te komen en eindelijk werd er een compromis
+gesloten, waarbij de car voort mocht gaan in wandelpas, en begeleid
+door vijf duizend lawaaiende opgewonden schreeuwers.
+
+Het was middernacht toen deze storm over Union Square heenstreek naar
+St. Francis. Kreten om een speech klonken op en ofschoon hij voor den
+ingang van het hôtel was gekomen, werd Glendon vriendelijk verhinderd
+te ontsnappen. Hij trachtte zelfs er uit te springen op de hoofden van
+de opgewondenen, maar zijn voeten raakten de straat niet. Op hoofden en
+schouders, omklemd en opgetild door iedere hand, die zijn lichaam kon
+bereiken, ging hij door de lucht terug naar zijn machine. Toen hield
+hij zijn speech en Maud Glendon, die uit een bovenraam neerkeek op haar
+jongen Herkules, staande op de bank van de automobiel, wist, zooals
+zij 't altijd had geweten, dat hij het meende, wanneer hij herhaalde,
+zijn laatste partij gebokst te hebben en voorgoed uit den ring te gaan.
+
+
+
+EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+JACHT OP EEN MAMMOUTH
+
+Door Jack London.
+
+
+Laat ik beginnen met te vertellen dat ik niet voor hem in sta. Ik
+kan niet zeggen dat zijne verhalen waar zijn en ook wil ik er niet
+verantwoordelijk voor wezen. Let wel, ik maak bij het begin dit
+voorbehoud als wachter voor mijn eigen rechtschapenheid. Ik bezit een
+zekere vaste eenvoudige positie en een vrouw; en voor de goede naam
+van de maatschappij die mijn bestaan eert met zijn goedkeuring en
+ter wille van haar voorspoed en de mijne, kan ik niet dezelfde kansen
+loopen van vroeger, noch mogelijkheden scheppen met de onverschillige
+zorgeloosheid de jeugd eigen. Dus ik herhaal ik sta niet voor hem in,
+voor deze Nimrod, deze machtige jager, deze huiselijke, blauwoogige,
+sproeterige Thomas Stevens.
+
+Nu ik recht heb gedaan aan me zelf en aan alle mogelijke olijftakken
+met welke mijne vrouw mij in de toekomst plezier zal hebben me te
+vereeren, kan ik mededeelzaam zijn.
+
+Ik zal de verhalen mij door Thomas Stevens verteld niet beoordeelen,
+en ik zal geen oordeel vellen.
+
+En waarom zal ik geen oordeel vellen? Omdat ik er geen heb. Lang heb
+ik gewikt en gewogen doch geen enkele maal waren mijne beslissingen
+dezelfde. Waarom? Omdat Thomas Stevens een grooter man is dan ik. Als
+ik de waarheid heb verteld, goed; als ik onwaarheid heb verteld, om 't
+even. Want wie kan het bewijzen? of wie het tegendeel? Ik oordeel niet,
+terwijl ongeloovigen kunnen doen als ik deed--zoek Thomas Stevens op
+en bespreek met hem de verschillende voorvallen welke, als het geluk
+dient, ik vertellen zal. Waar hij te vinden is? De aanwijzigingen zijn
+eenvoudig: ergens tusschen 53° N. breedte en de Noordpool en verder
+op het meest wildrijke jachtveld tusschen de oostkust van Siberië en
+uiterste Labrador. Dat hij daar ergens is, daar geef ik mijn woord
+op van eerlijk man die gewoon is eerlijk te leven en recht te spreken.
+
+Thomas Stevens kan verbazend gespeeld hebben met de waarheid, 't is
+mogelijk, doch toen wij elkaar voor 't eerst ontmoeten (dit moet ik
+even aanstippen), dwaalde hij in mijn kampement op een oogenblik
+dat ik mezelf duizend mijl wegdacht van de uiterste wachtpost van
+het beschaafde gebied. Op den aanblik van zijn menschelijk gezicht,
+het eerste in eenzame lange maanden, had ik op kunnen springen en
+had ik hem in mijn armen kunnen drukken (hoewel ik geen mensch ben
+van uiterlijk vertoon), maar hem scheen zijn bezoek het meest gewone
+gebeuren onder de zon. Hij slenterde eenvoudig binnen de lichtcirkel
+van mijn kampvuur, schopte mijn sneeuwschoenen naar eene zijde en een
+paar honden naar den anderen kant en maakte zoo voor zich zelf ruimte
+bij het vuur. Hij zei dat hij even aankwam om een beetje soda en om
+te zien of ik wat fatsoenlijke tabak voor hem had. Hij scharrelde
+een oude pijp op, stopte die met bijzondere zorg en zonder blikken
+of blozen schudde hij de helft van mijn tabakzak in de zijne. Ja,
+de tabak was goed. Hij zuchtte met de zelfgenoegzaamheid van den
+eerlijken mensch en zoog letterlijk de rook van de knetterende
+geele blaadjes, en het deed mijn rookers hart goed hem zoo bezig te
+zien. Jager? Wevervanger? Goudzoeker? Onverschillig haalde hij de
+schouders op, neen; alleen maar wat rondscharrelen. Hij was eenige
+tijd geleden van het groot Slavenmeer gekomen en was van plan over
+te steken naar de Yukon. De postbeambte te Koshim had hem verteld
+van de ontdekkingen aan de Klondike en hij was van plan daar eens
+te gaan kijken. Ik bemerkte dat hij over de Klondike in de taal
+van de Poolstreken sprak als van de Rendier rivier; een van zelf
+ingenomenheid sprekende gewoonte, welke de Ouderen gebruiken tegenover
+de "che-cha-quos" (nieuwelingen) en tegenover alle groenen in 't
+algemeen. Maar hij deed het zoo naïf en zoo als vanzelf sprekend, dat
+het niet wondde en ik vergaf het hem dan ook. Ook dacht hij er over,
+vertelde hij, voor hij de vlakte naar de Yukon overstak even aan te
+gaan op 't Fort de Goede Hoop.
+
+Nu is 't naar 't Fort de Goede Hoop een lange reis om en nabij
+de Poolcirkel, in een gebied waar maar weinig menschen ooit zijn
+geweest; en wanneer een onbekende, rare kerel uit de lucht komt
+vallen bij je kampvuur en spreekt over "rondscharrelen" en een
+"uitstapje" wordt het hoogtijd op te staan en je droombeeld van je
+af te schudden. Daarom keek ik rond zag de pijnboomen en de varens,
+ik zag mijne zakken met voedsel, de camera, de adem van de honden en
+boven het licht van de aurora in een lange streek van het Zuid-Oosten
+naar het Noord-Westen. Ik rilde. De nacht van het Noordland heeft iets
+tooverachtigs, dat iemand bekruipt als de koorts uit een moeras. Daarna
+keek ik naar mijne sneeuwschoenen, welke overelkaar heen lagen zooals
+hij ze geschopt had. Ook keek ik naar mijn tabakzak. Op zijn minst
+de helft was er uit. Dat deed de deur dicht. Ik droomde niet.
+
+Gek geworden door ontbering, dacht ik terwijl ik de man strak aankeek,
+een van die wilde gelukzoekers ver verdwaald en dwalende als een
+verloren ziel over groote uitgestrektheden en onbekende diepten. Best,
+laat hem begaan tot wellicht hij zijne zinnen weer bij elkaar zou
+scharrelen.
+
+Dus liet ik hem praten en 't duurde niet lang of ik stond verbaasd,
+want hij sprak over het groote wild en over hare gewoonten. Hij had
+gejaagd op de Siberische wolf van West Alaska en op gemzen in de Rocky
+Mountains. Hij beweerde te weten waar de laatste buffels leefden,
+dat hij de caribou had nagejaagd toen ze nog rondtrokken in kudden
+van honderd duizend, en dat hij geslapen had op de Great Barrens
+terwijl hij het muskusdier vervolgde.
+
+En ik veranderde mijn oordeel (voor 't eerst, doch niet voor de laatste
+maal) en geloofde hem geheel. Waarom ik het deed, weet ik niet, doch
+ik voelde mij gedwongen hem het verhaal te vertellen van een man die
+zoo lang in de Poolstreken had rondgedwaald dat hij waarheid niet
+meer van verdichtsel wist te onderscheiden. Het was een verhaal van
+een grooten beer, die de steile hellingen van St. Elias bewoonde doch
+nooit afdaalde tot den vlakken grond. Nu schiep God dit beest zoo,
+als bewoner der berghellingen, dat de pooten aan de eene zijde een
+voet langer waren dan die aan den anderen kant. Iedereen zal toegeven
+dat dit buitengewoon gemakkelijk was voor het dier. Ik vertelde
+het verhaal alsof ik er zelf op had gejaagd, beschreef de omgeving,
+gaf het de noodige bijzonderheden en verwachtte dat mijn toehoorder
+verstomd zou staan door mijn verhaal.
+
+Doch dit was geenszins het geval. Had hij aan mijne woorden getwijfeld
+dan zou ik hem zulks vergeven hebben. Had hij gezegd dat het niet
+gevaarlijk was op zoo'n beest te jagen door de onmogelijkheid voor
+het dier om om te draaien en den anderen kant uit te gaan--had hij
+dit gedaan zeg ik, dan had ik hem sportief de hand gedrukt. Maar hij
+deed het niet. Hij snifte, keek me aan en snifte nog eens; trok daarna
+hard aan zijn pijp duwde een voet op mijn schoot en verzocht mij zijn
+schoeisel te bekijken. Het was een "mucluc" van het Inmuit model,
+dichtgenaaid met pezen. Maar het was het vel zelf dat opviel. Omdat
+het een halve duim dik was, dacht ik eerst aan walrus vel; maar daar
+had het niets van, want geen walrus droeg ooit zooveel haar. Aan
+de kanten en aan de enkels was het haar vrijwel geheel weggeschuurd
+door de sneeuw en kreupelhout, doch bij de knie en op meer beschermde
+plaatsen was het hard, vuil zwart en erg dik. Ik scheidde het met
+moeite en zocht onder het dikke haar naar het fijne bont dat bij
+alle dieren uit de noordelijke streken te vinden is maar in dit geval
+was er geen spoor van te bekennen. Dit gemis werd echter ruimschoots
+vergoed door de lengte van het haar. Waarlijk, de plukken welke het
+gebruik hadden overleefd waren wel anderhalve decimeter lang.
+
+Ik keek den man aan terwijl hij zijn voet weg trok en me vroeg: "Had
+jouw St. Elias-beer zoo'n vacht." Ik knikte van neen. "Noch eenig
+ander levend wezen heeft zoo'n vacht," zei ik beslist. De dichtheid
+en de lengte van het haar brachten me in de war.
+
+"Dat" zei hij, en hij deed dit zonder blikken of blozen, "dat kwam
+van een Mammouth."
+
+"Nonsens!" schreeuwde ik, want ik kon het protest van mijn ongeloof
+niet onderdrukken. "De Mammouth, beste vriend, verdween lang lang
+geleden van deze aardbodem. Wij weten het dat die dieren eens moeten
+hebben geleefd door de fossielen welke zijn opgegraven, en door een
+bevroren geraamte dat de Siberische zon heeft te voorschijn gesmolten
+uit een gletscher maar ook weten we dat er geen meer bestaan. Onze
+ontdekkingsreizigers..."
+
+Bij dit laatste woord viel hij me ongeduldig in de reden. "Jullie
+ontdekkers? Pfh! Zwakkelingen. Laten we over hen niet meer
+spreken. Maar vertel me. Gij mensch, wat weet je van de mammouth en
+zijn leefwijze. Zonder twijfel leidde dit tot een verhaal van hem, en
+daarom zette ik me schrap door mijn geheugen bij elkaar te schrapen
+om alles te kunnen opdisschen wat ik over dit onderwerp wist. Om
+te beginnen, bracht ik te berde dat het dier pre-historisch was
+en haalde al mijne bewijzen aan om dit te bevestigen. Ik noemde de
+Siberische zandvlakten die vol zaten met mammouth beenderen, sprak
+van de groote hoeveelheden fossiel ivoor dat door de Alaska Handel
+maatschappij van de Inmiets werd gekocht: en verklaarde dat ik zelf
+in de Klondyke-kreeken uit den bodem beenderen had opgegraven van twee
+meter grootte. "Allemaal fossielen" besloot ik "gevonden in aardlagen
+onnoemelijke eeuwen oud." "Ik herinnerde me toen ik een kind was"
+Thomas Stevens snifte (hij had een ergelijke manier van sniffen)
+"dat ik eens een versteende watermeloen zag. Bestaan er daarom geen
+watermeloenen of verbeelden de menschen die ze kweeken alleen maar
+dat het watermeloenen zijn?" "Maar hoe zouden die beesten zich nu nog
+kunnen voeden," verweerde ik me. Moeder aarde moet toch voedsel in
+enorme hoeveelheden voortbrengen om zulke monsterachtige schepsels
+te onderhouden. Nergens in de heele poolstreek is de grond zóó
+vruchtbaar. Ergo, de Mammouth kan niet bestaan."
+
+"Ik vergeef je je onwetendheid omtrent vele dingen van het Noorderland,
+want je bent jong en hebt weinig gereisd; maar toch moet ik je één
+ding toegeven. De mammouth bestaat niet meer. Hoe of ik dat weet? Ik
+zelf doodde de laatste met mijn eigen rechterhand."
+
+Zoo sprak Nimrod, de machtige Jager. Ik gooide een brandend stuk
+hout naar de honden en verzocht hen hun heiligschendend gehuil te
+staken en wachtte. Ongetwijfeld zou deze leugenaar van buitengewone
+bekwaamheid zijn mond openen en me mijn verhaal van de St. Elias
+beer betaald zetten.
+
+"Het kwam zoo," begon hij ten laatste, nadat de eerbiedige stilte
+lang genoeg geduurd had. "Ik kampeerde eens--"
+
+"Waar?" viel ik in de rede.
+
+Hij wuifde met zijn hand vaag in de richting noord-oost, waar een
+onbekend land zich uitstrekte in welk uitgestrektheid zich nog
+slechts weinig mannen hadden begeven en waaruit er nog minder waren
+teruggekeerd.
+
+"Ik kampeerde eens met Klooch. Klooch was een van die mooie kleine
+kamooks als er maar weinigen in het gareel hebben geloopen. Haar vader
+was een volbloed Malemut uit Russisch Pastilik aan de Bering zee,
+en ik fokte haar met kennis van zaken uit een groote reuzenhond van
+het Hudsonbaai ras. Ik zeg je, man, ze was een prachtcombinatie. En
+nog geloof ik dat ze jongen moest van een geheel wilde wolf uit
+de bosschen--, grijs en met sterke pooten met geweldige longen en
+een onmetelijk uithoudingsvermogen. Zeg! Heb je ooit van zoo iets
+gehoord? Het was nieuw ras dat ik aan 't fokken was en ik kon groote
+dingen verwachten.
+
+"Zooals ik zei, ze bracht de jongen voorspoedig ter wereld. Ik
+zat op mijn hurken gebogen over het jonge goedje--zeven stevige
+blinde scharrelaars--toen van achter me plotseling een vreeselijk
+trompetgeschal kwam als van een olifant begeleid door het kraken
+van takken en jonge boomen. Er kwam een wervelwind en ik was
+half opgestaan toen ik voorover op mijn gezicht werd gesmeten. Op
+hetzelfde oogenblik hoorde ik Kooch zuchten als een man die een stomp
+in zijn maag krijgt. Je kunt snappen dat ik stil bleef liggen, maar
+ik draaide mijn hoofd om, en zag een reuzengevaarte boven mijn hoofd
+zweven. Daarna kwam gelukkig de blauwe lucht weer in 't gezicht en ik
+stond op. Een harige vleeschberg verdween juist in het kreupelbosch
+op de grens van de open plek waar ik mijn kamp had opgeslagen. Ik zag
+zijn achter gedeelte voor een oogenblik, met een stijven staart, zoo
+dik als mijn lichaam, recht achteruit staande. Het volgend oogenblik
+was er nog slechts een groot gat in het dichte bosch, doch nog steeds
+hoorde ik het lawaai als van snel wegstervende tornado, het kreupelhout
+kraakte en boomen knapten af en vielen om.
+
+"Ik greep rond me heen om mijn geweer. Het had naast me gelegen op
+den grond met den loop tegen een blok hout; maar de kolf was gebroken,
+de loop krom en de grendel was in duizend stukken. Toen zocht ik naar
+het nest honden en--en wat denk je?"
+
+Ik schudde mijn hoofd.
+
+"Mijn ziel mag in duizend hellen braden als er nog iets van over
+was! Klooch, de zeven stevige blinde jongen--weg, heelemaal weg. Waar
+ze gelegen had was een slijmerige bloederige kuil in den zachten bodem,
+een meter in diameter en aan de kanten een beetje haar."
+
+Ik paste een meter af in de sneeuw, trok er een cirkel rond en keek
+Nimrod aan.
+
+"Het monster was tien meter lang en zeven hoog" antwoordde hij "en zijn
+tanden waren zes meter lang. Ik kon mijne oogen niet gelooven, noch dat
+ik het beleefd had. Maar als mijn verstand mij parten speelde dan was
+er toch een gebroken geweer en een gat in het bosch. En bovendien was
+er--of liever er was geen Klooch en geen jongen. Kerel, het maakt me
+helsch wanneer ik er nog aan denk. Klooch! Een tweede Eva! De moeder
+van een nieuw ras! En plotseling komt een woest lollende mammouth
+als een tweede zondvloed en veegt ze met wortel en tak schoon van
+de aardbodem! Verwondert het je dat de met bloed doortrokken grond
+aan God om wraak schreeuwde? Of dat ik mijn handbijl opnam en het
+monster narende?"
+
+"De handbijl?" riep ik uit, buiten mij zelf van verbazing. "De handbijl
+en een groote mammouth, tien meter lang, zeven meter--."
+
+Nimrod grinnikte zacht. "Wat zeg je ervan hé," schreeuwde hij. "Is
+het niet Munichhausen? Ik heb er zelf ook dikwijls om gelachen, maar
+op dat oogenblik was het geen aardigheid, ik was gek van woede, om
+mijn geweer en Klooch. Denk eens aan, kerel! Een nieuw ras nog niet
+erkend en in het stamboek opgenomen en van de aardbodem gevaagd voor
+het de oogen had geopend! Enfin, 't is niet anders. Het leven is vol
+teleurstellingen en dat is goed ook. Vleesch smaakt het lekkerste na
+een hongersnood en een bed is het zachtste na een zwaren tocht.
+
+"Zooals ik zei, ik rende het beest na met mijn handbijl en volgde hem
+op den voet de vallei in; maar toen hij zich omdraaide en terug rende
+naar de opening moest ik buiten adem achterblijven. Over eten gesproken
+is het misschien wel goed dat ik even stop om een en ander uit te
+leggen. Daar in die buurt te midden van de bergen is een buitengewoon
+eigenaardige natuur en grondgesteldheid. Daar zijn alsmaar kleine
+valleien die allemaal op elkaar lijken als erwten in een zaak en
+allen ingesloten door steile hooge rotswanden. En aan het laagste
+gedeelte zijn steeds kleine openingen waar de gletschers zich een
+weg hebben gebaand. De eenige manier om in de vallei te komen is door
+deze openingen en ze zijn allen nauw en sommigen bijzonder nauw. En
+voedsel--je hebt zeker weleens rondgescharreld op de van regenwater
+doortrokken eilanden van de Alaska kust, daar ik kan zien dat je een
+reiziger bent. En je weet hoe de boel daar groeit--groot en sappig
+en wild. Wel, zoo was het ook in die valleien. Vette, rijke bodem,
+met varens en gras en die dingen met bladen die boven mijn hoofd
+uitstaken. 't Regende drie dagen van de vier gedurende den zomer;
+en voer erin genoeg voor duizend mammouths, om niet te spreken van
+het kleine wild voor ons menschen. Maar om terug te komen op mijn
+verhaal. Beneden in het lage gedeelte van de vallei raakte ik buiten
+adem en ik gaf het op. Ik begon na te denken, want toen ik niet meer
+kon werd ik al woester en woester en ik wist dat ik nooit meer tot
+rust zou komen, voor ik Mammouth vleesch gegeten had. En ik wist ook
+dat ik dat niet krijgen zou dan na een geweldig gevecht. Nu was de
+mond van de vallei erg nauw en de wanden bijzonder steil. Hoog boven
+me lag een groot rotsblok op de rand van den rotswand. Het woog zeker
+een paar honderd ton en balanceerde boven de opening op haar smalle
+zijde. Dat was juist wat ik hebben moest. Ik liep terug naar mijn kamp,
+de vallei in de gaten houdende zoodat het monster niet ontsnappen
+kon en haalde mijne patronen. Zonder geweer kon ik daar toch niets
+mee doen en daarom opende ik de hulzen, legde het kruit onder de rots
+en bracht het door een brandend touwtje tot ontploffing. Ontploffen
+deed het niet hard maar het blok schudde, wankelde lui en plofte naar
+beneden juist in de opening tusschen de rotswanden, met ruimte genoeg
+voor het beekje om rustig door te kabbelen. Nu had ik hem te pakken."
+
+"Maar hoe had je hem dan te pakken?" vroeg ik verbaasd. "Wie heeft
+ooit gehoord van een man die een mammouth doodde met een handbijl? of
+met wat ook?"
+
+"Maar man, heb ik je dan niet reeds gezegd dat ik gek was van
+woede?" antwoordde Nimrod met een zweem van ongeduld. "Absoluut gek,
+door Klooch en het geweer. En bovendien, was ik niet een jager? En
+was dit geen nieuw en ongewoon wild? Een handbijl? Pfh! Die had ik
+niet eens noodig. Luister en je zult hooren van een jacht zooals er
+wellicht gebeurd zijn toen de wereld pas bestond en holbewoners op
+jacht gingen met steenen bijlen. Daarmee had ik het ook kunnen doen. Is
+het geen feit dat een man een hond of paard dood kan loopen? Dat hij
+ze uit kan putten door zijn volhouden?"
+
+Ik knikte.
+
+"Wel nu dan?"
+
+Daar ging me een licht op en ik verzocht hem verder te vertellen.
+
+"Mijn vallei was misschien een vijf mijl in 't rond. De mond was
+dicht. Er was geen enkele uitweg. Die mammouth was een schuw beest
+en ik had hem in mijn macht. Ik zette hem weer na, joeg hem op met
+steenen en liet hem drie keer de vallei rondhollen voor ik wat ging
+eten. Snap je? Het was een manége! Een man en een mammouth! Een
+hypodroom, met de zon, de maan en de sterren als jury!
+
+"Ik had er twee maanden voor noodig, maar ik deed het. En dat is
+geen ophakkerij. Ik liet hem maar rondhollen, ik had de binnencirkel
+onder 't loopen gedroogd vleesch en bessen etend en zoo nu en dan
+een tukje pakkend. Natuurlijk werd het dier soms wanhopig en kwam
+op me af. Maar dan rende ik naar den moerassigen grond van de beek
+en sprak de banvloek uit over hem en zijn nageslacht en tartte hem
+bij me te komen, maar het dier was te slim om zich in het moeras te
+begeven. Eens sloot hij me in tusschen de rotsen en ik krabbelde
+buiten zijn bereik in een diep hol en wachtte. Als hij met zijn
+slurf naar mij tastte sloeg ik er op met mijn handbijl tot hij het
+ding terug trok met een geschreeuw dat hooren en zien je verging,
+zoo woest was hij. Hij wist dat hij me had en toch niet had en dat
+maakte hem razend. Maar 't was een slimmerd. Hij wist dat hij zelf
+veilig was zoo lang hij me in 't hol hield en hij besloot me erin
+te houden. En hij had groot gelijk alleen had hij buiten den waard
+gerekend. Op die plaats was voedsel noch water dus kon hij onmogelijk
+het beleg volhouden. Uren lang stond hij voor de opening, een oogje op
+mij houdend en onderwijl met zijne reuzen ooren de muskieten verjagend.
+
+Maar dan beving hem de dorst en begon hij te razen en te brullen tot
+de grond ervan dreunde me uitmakend voor alles wat leelijk was. Dit
+deed hij om me bang te maken, natuurlijk; en als hij dan dacht dat
+ik genoeg onder den indruk was, scharrelde hij zachtjes achteruit en
+trachtte de kreek te bereiken. Soms liet ik hem gaan tot hij bijna
+bij het water was--het was maar een paar honderd meter--en dan kwam ik
+naar buiten en hij weer gauw terug, log waggelend als een lawine. Toen
+ik dit een paar maal gedaan had veranderde hij zijn taktiek, zonder
+een waarschuwing rende hij weg, zoo hard hij kon naar het water er op
+rekenende heen en terug te zijn voor ik gevlucht was. Op het laatst
+echter vloekte hij me op een afschuwelijke manier uit, brak het beleg
+op en ging vast besloten naar het water.
+
+Dit was de eenige keer dat hij me in het nauw bracht--drie dagen aan
+een stuk--maar na dien, stond het hypodroom nooit stil. Rond, rond en
+rond als een zesdaagsche voor mijn pleizier, want hij had er nooit
+pleizier in. Mijn kleeren scheurden aan flarden maar ik stopte geen
+enkele maal om ze te herstellen, tot op het laatst ik naakt rondliep,
+met niets dan mijn oude handbijl in de eene hand en een steen in
+de andere. Werkelijk, ik stopte nooit dan alleen om wat te slapen
+tusschen de rotsen wat hooger op. Wat de Mammouth betreft, die werd
+magerder en magerder--viel zeker een paar ton af--en zoo zenuwachtig
+als een schooljuffrouw die is blijven zitten. Wanneer ik naar hem
+toe kwam en een schreeuw gaf of hem van ver met een kei naar zijn kop
+gooide, sprong hij op als een bang veulen en beefde over zijn geheele
+lichaam. Dan begon hij weer rond te rennen met zijn slurf en staart in
+de lucht, zijn kop over een schouder en met haat spuwende oogen en de
+manier waarop hij dan tekeer ging tegen mij was afschuwelijk. Het was
+een buitengewoon immoreel beest, een moordenaar en een godslasteraar.
+
+"Maar op het laatst staakte hij zijn kabaal en begon te jammeren en
+huilen als een klein kind. Hij raakte buiten zichzelf en hij werd een
+beverige geleiberg van ellende. Hij kreeg last van hartkloppingen en
+wankelde heen en weer als een dronken man en dan viel hij en schaafde
+het vel van zijne knieën. Dan begon hij weer te jammeren maar aldoor
+voort strompelend. O, kerel de goden zelf zouden over hem geweend
+hebben en jijzelf en iedereen. Het was jammerlijk, het was zoo'n
+zielige vertooning, maar ik versteende mijn hart en liet hem slechts
+harder loopen. Ten laatste putte ik hem geheel uit en hij viel neer,
+geheel op, met gebroken hart, hongerig en dorstig. Toen ik bemerkte
+dat hij zich niet meer verroeren kon, sneed ik zijn hielpezen door en
+besteedde het grootste gedeelte van den dag met op hem in te hakken met
+mijn handbijl, tot ik diep genoeg in zijn lichaam was doorgedrongen om
+hem dood te maken. Tien meter lang was het dier en zeven hoog en een
+man kon een kooi spannen tusschen zijne slagtanden en er lekker in
+slapen. Hoewel ik al zijn vet uit hem had gejaagd, was hij toch goed
+eetbaar en zijn vier pooten zouden gebraden een man wel een jaar eten
+genoeg hebben verschaft. Ik bracht den geheelen winter bij hem door.
+
+"En waar is die vallei?" vroeg ik.
+
+Hij wuifde met zijn hand naar het noord-oosten en zei: "Je tabak is
+goed. Een goed deel er van heb ik nu in mijn eigen tabakszak maar
+de herinnering eraan zal ik tot mijn dood bij me dragen. Ten teeken
+van mijn waardeering en in ruil voor de moccasins aan jouw voeten,
+geef ik je deze muclucs ten geschenke. Zij zullen je doen gedenken
+Klooch en de zeven blinde jongen. Zij zijn ook souvenirs van een
+onvergelijkelijke gebeurtenis in de geschiedenis, namelijk van de
+verdelging van het oudste en het jongste ras op aarde. En hun grootste
+verdienste is dat zij onverslijtbaar zijn."
+
+Het schoeisel verwisseld hebbend klopte hij de asch uit zijn pijp,
+greep mijn hand ter afscheid en verdween door de sneeuw. Met betrekking
+tot dit verhaal, voor hetwelk ik de verantwoordelijkheid niet draag
+raad ik de ongeloovigen aan een bezoek te brengen aan het Smithsonian
+Instituut. Wanneer zij de vereischte geloofsbrieven meebrengen en
+niet in de vacantietijd komen, zullen zij zonder twijfel worden
+toegelaten bij Professor Dolvidson. De muclucs zijn in zijn bezit en
+hij zal bevestigen niet de wijze waarop zij verkregen zijn, maar het
+materiaal van hetwelk zij zijn samengesteld. Wanneer hij verklaart
+dat zij gemaakt zijn van Mammouth huid, aanvaart de geheele geleerde
+wereld zijn oordeel.
+
+En wat wilt gij meer?
+
+
+
+
+
+
+
+
+EEN DRANK UIT DE POOLSTREKEN
+
+Door Jack London.
+
+
+Thomas Steven's waarheidsliefde mag niet te doorgronden zijn en zijn
+verbeeldingskracht die van gewone menschen tot de macht maar het
+moet gezegd worden dat hij nooit iets vertelde dat gebrandmerkt kon
+worden als een besliste leugen ... Hij kan met de waarschijnlijkheid
+gespeeld hebben en zich bewogen hebben op de grens van het mogelijke,
+maar in geen van zijne verhalen piepte de machine. Dat hij de
+Poolstreken kende als een boek, zal niemand ontkennen. Dat hij een
+groot reiziger was en onnoemelijk veel onbekende tochten had gemaakt,
+konden velen bevestigen. Buiten hetgeen ik persoonlijk van hem wist,
+kende ik mannen die hem overal hadden ontmoet, maar meestal in het
+hooge verlaten Noorden.
+
+Daar was Johnson, de agent van de Hudsonbaai maatschappij, die
+hem gehuisvest had in een factorij in Labrador tot zijne honden op
+kracht waren gekomen en hij weer in staat was verder te trekken. Dan
+Mc. Mahon, agent van de Alaska Handel maatschappij, die hem ontmoet had
+in Dutch haven en later tusschen de Alentian eilanden groep. Het was
+buiten twijfel dat hij als gids gediend had bij de eerste expedities
+uitgerust door de Vereenigde Staten en de geschiedenis bevestigt dat
+hij in een zelfde hoedanigheid de Western Union diende bij de poging
+om door Trans Alaska en Siberië een telegraaflijn aan te leggen naar
+Europa. Verder was er Joe Lamson, de walvischvaarder, die toen hij
+met zijn schip in de mond van de Mackenzie rivier vastgevroren zat,
+een bezoek van Stevens kreeg op zoek naar tabak.
+
+Dit laatste bewijst de identiteit van Thomas Stevens afdoende. Zijn
+zoeken naar tabak was eeuwigdurend en onvermoeid. Voor we goed met
+elkaar bekend raakten leerde ik reeds hem te verwelkomen met de eene
+hand en hem mijn tabakszak te geven met de andere. Maar de avond dat
+ik hem ontmoette in de kroeg van John O'brien te Dawson had hij zich
+gehuld in een wolk rook van een vijftig dollarcent sigaar, en in plaats
+van mijn tabakszak vroeg hij om mijn zak met stofgoud. We stonden
+bij een faro tafel en onmiddellijk wierp hij de zak op de hoogste
+kaart. "Vijftig" zei hij en de croupier knikte. De hoogste kaart werd
+gekeerd en hij gaf me mijn zak terug en trok me naar de weegschaal,
+waar de weger hem onverschillig vijftig dollar in stofgoud uitwoog.
+
+"En nu geef ik een rondje," zei hij en later bij den toonbank terwijl
+hij zijn glas neerzette. "Dit doet me denken aan een brouwsel dat ik in
+Tarratat maakte. Neen, je weet niet waar dat is en 't staat ook niet
+op de kaart. Maar 't is aan de kust van de Gazee, niet meer dan een
+paar honderd mijl van het Amerikaansche grensgebied en daar wonen een
+paar honderd ongeloovige zielen, die onder elkaar trouwen en tusschen
+beiden doodgaan. Ontdekkingsreizigers hebben ze vergeten en je zult
+ze ook niet vinden in de volkstelling van 1890. Een walvischvaarder
+leed daar eens schipbreuk doch de bemanning die over het ijs het land
+bereikte trok naar het zuiden en liet nooit weer iets van zich hooren.
+
+"Maar 't was een heerlijke drank die wij daar maakten Moosu en ik,"
+voegde hij er even later met een zucht bij.
+
+Ik wist dat er groote daden achter die zucht verborgen waren en daarom
+trok ik hem in een hoek tusschen een roulet tafel en een pokerpartijtje
+en wachtte tot zijn tong zou ontdooien.
+
+"Een ding had ik tegen Moosu," begon hij, zijn hoofd meewarig
+schuddend, "een ding en ook slechts een. Hij was een Indiaan uit
+Chippeway, maar het beroerde was dat hij wel eens gehoord had van de
+"Schrift". Hij was een kampgenoot geweest met een Fransch Canadeesche
+afvallige die theologie gestudeerd had. Moosu had nooit christelijkheid
+in de praktijk gezien en zijn hoofd was volgestampt met mirakels,
+gevechten en biechten en van alles waarvan hij niets begreep. Voor de
+rest was hij van een goed soort, handig onderweg of bij het kampvuur.
+
+"We hadden een zwaren tijd achter den rug en waren er slecht aan
+toe, en uitgeput toen we Tarratat aandeden. We hadden onze geheele
+uitrusting met honden en al in een sneeuwstorm verloren, onze magen
+kleefden aan onze ruggegraat en onze kleeren hingen als vodden aan ons
+lijf, toen we het dorp binnen strompelden. Ze waren niet erg verwonderd
+ons te zien van wege de bemanning van den walvischvaarder--en gaven
+ons de beroerdste hut in het dorp om in te verblijven, en de slechtste
+restjes om van te leven. Wat me direkt opviel was dat ze ons geheel
+aan ons zelf overlieten. Maar Moosu legde het me uit. Hij zei dat de
+medicijnman jaloersch was en dat hij zijn volk den raad had gegeven
+zich niet met ons in te laten. Van het weinige dat hij vroeger van
+de zeelui gezien had, had hij geleerd dat wij van een sterker en
+ontwikkelder ras waren dan hij zelf.
+
+"Deze menschen hebben een wet" zei Moosu, "die vleesch wil eten
+moet jagen. Wij zijn onbekend, meester, met de wapens van dit land;
+wij kunnen geen boog spannen noch een speer werpen zooals zij dat
+kunnen. Daarom hebben de medicijnman en Tummasook, het opperhoofd, de
+koppen bij elkaar gestoken en zij hebben uitgemaakt dat wij de vrouwen
+en kinderen zullen helpen in het binnensleepen van het gejaagde vleesch
+en in het voorzien van de jagers van alles wat ze noodig hebben."
+
+"En dit is onrechtvaardig," antwoordde ik, "want wij zijn betere
+menschen, Moosu, dan deze lui, die in onwetendheid leven. Bovendien
+moeten we uitrusten en aansterken want de weg naar het Zuiden is lang
+en op dien weg kunnen zwakkelingen niet voortkomen." "Maar wij hebben
+niets," merkte hij op terwijl hij rondkeek langs de verrotte wanden
+van de hut, de viese lucht van het oude walrusvleesch met hetwelk
+we ons maal hadden gedaan nog in zijn neus. "En op dit eten kunnen
+we niet leven. We hebben niets dan de flesch met cognac dat ons niet
+vullen kan, dus moeten we ons wel buigen onder het juk en houthakkers
+en waterdragers worden. En er zijn hier goede dingen waarvan we niets
+krijgen. Ja, meester, mijn neus heeft me nooit bedrogen en ik heb
+hem gevolgd naar geheime bergplaatsen en tusschen de balen bont in
+de hutten. Goeden voorraad bemachtigden de menschen hier van de arme
+walvischvaarders en die heele voorraad is slechts verdeeld onder een
+paar menschen. De vrouw Itukuk, die aan 't eind van het dorp woont
+naast de hut van het opperhoofd heeft veel meel en suiker en ik heb
+gezien dat ze haar gezicht had ingesmeerd met stroop. En in de hut
+van het opperhoofd Tummasook is thee. En de medicijnman heeft twee
+kisten tabak. En wat hebben wij? Niets! Niets!"
+
+Maar ik was sprakeloos door wat hij zei over tabak en antwoordde niet.
+
+Doch Moosu begon uit zich zelf op nieuw.
+
+"En daar is Fukeliketa, de dochter van een groot jager, een welgesteld
+man. Een aardig meisje, ja een heel lief meisje. Dien nacht lag ik te
+peinzen terwijl Moosu snorkte, want ik kon de gedachte niet verdragen
+dat de tabak zoo dicht bij was en ik ze toch niet kon rooken. Het was
+waar, wat Moosu gezegd had, wij bezaten niets. Maar het werd me helder
+en toen het morgen was zei ik tegen hem: "Ga, zooals je dat kunt,
+stilletjes het dorp in en breng een been voor me mee, gebogen als de
+hals van een gans en hol. Loop kalm rond maar kijk goed uit waar de
+potten en pannen en 't kookgerei opgeborgen is. En onthoudt dat ik
+het verstand heb van het blanke ras en doe wat ik je bevolen heb."
+
+"Toen hij weg was plaatste ik de lamp met walvisch-olie in 't midden
+van de hut en legde de slaapdekens in een hoek om meer ruimte te
+hebben. Daarna maakte ik den loop van zijn geweer los en legde het bij
+de hand. Voorts maakte ik kaarspitten van het katoen dat de vrouwen
+uit het dorp sponnen. Toen hij terug kwam, had hij het been bij zich
+en vertelde mij dat in de hut van Tummassook een groote oliekan en
+een grooten koperen ketel stond. Daarop gaf ik hem een pluimpje en
+zei dat we den nacht af moesten wachten.
+
+"Het opperhoofd heeft een koperen ketel en een oliekan" zei ik,
+terwijl ik Moosu een grooten steen in de hand gaf. "Het dorp is in
+rust en het is donker. Kruip nu stil in de hut van het opperhoofd
+en sla hem zoo hard je kunt met den steen op zijn maag. En moge de
+gedachte aan het vleesch en al het goede voedsel dat ons in volgende
+dagen wacht je kracht geven. Er zal een groote opschudding zijn en
+het dorp zal op stelten staan. Maar wees niet bang en zorg dat je
+niet ontdekt wordt. En als de vrouw Ipsukuk, dat is de vrouw die haar
+gezicht met stroop insmeert, in je buurt komt, sla dan haar ook en
+doe dat bij allen die provisie hebben. Dan moet je zelf gaan gillen
+van pijn en kermend op den grond vallen ten teeken dat ook jij door
+de nachtmerrie bezocht bent. En op die manier zullen wij in het bezit
+komen van al de provisies en van de tabak en jij van Tukeliketa dat
+zoo'n lief meisje is."
+
+"Toen hij vertrokken was wachtte ik geduldig in de hut en de tabak was
+al dicht onder mijn bereik. Plotseling klonk een gejammer en gehuil
+door de lucht. Ik nam mijn flesch cognac en rende naar buiten. Er was
+een verbazend tumult en een vreeselijk gejammer onder de vrouwen en de
+schrik was ieder om het lijf geslagen. Tummassook en de vrouw Ipsukuk
+rolden op den grond van pijn en behalve die twee nog verschillende
+anderen waaronder Moosu. Ik duwde ieder op zij die in den weg kwam en
+bracht den hals van de flesch aan de lippen van Moosu. En direkt was
+hij beter en staakte zijn gejammer, waarop iedereen direkt om de flesch
+begon te schreeuwen. Maar ik begon eerst te onderhandelen en voor zij
+proefden had ik Tummassook zijn ketel en kan afhandig gemaakt en had
+ik Ipsukuk beroofd van haar suiker en stroop en de andere lijdenden
+van een goed deel van hun meel. De medicijnman gluurde valsch naar het
+volk rond mij, hoewel hij zijn verbazing moeilijk verbergen kon. Maar
+ik hield het hoofd hoog en Moosu grinnikte stiekum terwijl hij me
+naar onze hut volgde.
+
+Daar zette ik mij aan het werk. In de koperen ketel van Tummassook
+mengde ik drie liter meel met vijf liter stroop en hierbij voegde
+ik twintig liter water. Vervolgens plaatste ik de ketel bij de lamp,
+om het op te lossen en te laten trekken. Moosu begon te begrijpen en
+zei dat mijn wijsheid alle begrip te boven ging, dat ze grooter was
+dan die van Salomon, die een wijs man moest zijn geweest. De oliekan
+zette ik boven de lamp en aan zijn tuit bevestigde ik het kromme
+been. Ik zond Moosu op zoek naar ijs, terwijl ik de loop van het
+geweer verbond met het been, in 't midden van den loop stapelde ik
+het ijs dat Moosu gehaald had en aan 't eind van den loop plaatste
+ik een kleine ijzeren pot. Toen het brouwsel sterk genoeg was en
+dat duurde twee volle dagen, vulde ik de oliekan ermee en stak de
+kaarspitten aan. Toen alles gereed was, zei ik tot Moosu: "Ga naar
+het opperhoofd en zend hem mijne groeten en vraag hem in mijn hut
+met mij en de Goden den nacht te komen doorbrengen.
+
+Het brouwsel was gezellig aan het pruttelen toen zij naar binnen
+kropen en ik hoopte maar steeds ijs om de loop. Uit het ondereind
+druppelde langzaam de drank in de ijzeren pot. Maar ze hadden het
+nooit gezien en grinnikten zenuwachtig toen ik begon te vertellen
+van de goede eigenschappen van den drank. Terwijl ik praatte zag ik
+den jaloerschen blik in de oogen van den medicijnman en daarom zette
+ik hem toen ik gereed was naast Tummassook en Ipsukuk. Daarna gaf
+ik hun te drinken en hunne oogen schoten vol tranen en hunne magen
+verwarmden, tot ze ten laatste niet meer bang waren doch gretig om
+meer vroegen. En toen ik ze goed aan den gang had, wendde ik me tot
+de anderen. Tummassook begon op te snijden over een ijsbeer die hij
+eens gedood had en in het vuur van zijn verhaal sloeg hij bijna zijn
+oom dood. Maar niemand lette daarop. De vrouw Ipsukuk begon te huilen
+om een zoon lang geleden in het ijs verloren en de medicijnman sloeg
+aan het voorspellen en waarzeggen. Zoo ging het voort en voor den
+morgen lagen ze allemaal op den grond, vast in slaap met de Goden.
+
+Het verhaal vertelt zichzelf, nietwaar? Het nieuws van den tooverdrank
+verspreidde zich spoedig. Het was te grootsch voor woorden. De tong
+kon slechts een tiende verhalen van de mirakels die het te weeg
+bracht. Het stilde pijn, verzachtte verdriet, riep oude herinneringen
+doode gezichten en vergeten droomen terug. Het was een vuur dat door
+het bloed kookte en toch niet brandde.
+
+Het sterkte het hart en maakten de gebruikers bovenmenschelijke
+wezens. Het openbaarde de toekomst en gaf visioenen. Het was doorkneed
+van wijsheid en openbaarde geheimen. Er was geen eind aan alles wat
+het kon doen en het duurde dan ook niet lang of iedereen smeekte er
+om te mogen slapen met de Goden. Zij droegen hun warmste bont aan,
+hunne sterkste honden, hun lekkerste vleesch; maar ik verkocht de
+drank in kleine hoeveelheden, en slechts zij kregen ervan die meel,
+stroop en suiker brachten. En zoo'n toevloed ervan kwam binnen dat
+ik Moosu order gaf een schuur te bouwen om alles in te bergen want
+er was spoedig geen plaats meer in de hut. Er gingen geen drie dagen
+voorbij of Tummassook was bankroet. De medicijnman die er voor gezorgd
+had dat hij na den eersten nacht nooit meer dan half dronken werd,
+hield me goed in de gaten en hield dit een week lang vol. Maar na
+tien dagen had ook de vrouw Ipsukuk haar provisie uitgeput en ging
+verzwakt en wankelend naar haar hut.
+
+Moosu echter klaagde: "O, meester," zei hij, we zijn nu in 't bezit van
+stroop en meel en suiker, doch onze hut is er niet beter op geworden,
+onze kleeren zijn dun en onze slaapdekens uitgerafeld. Mijn maag roept
+om vleesch en om thee zooals Tummassook drinkt en ik verlang zoo naar
+de tabak van Neewak, den medicijnman die plannen smeedt om ons te
+vernietigen. Ik heb meel om ziek van te worden en suiker en stroop
+in overvloed maar het hart van Moosu is bedroefd en zijn bed leeg."
+
+"Zwijg!" antwoordde ik, "jij bent een stommeling en een idioot. Houdt
+je bedaard en wacht en we krijgen alles, want als je niet wachten
+kunt krijgen we weinig en loopt ten slotte alles mis. Jij bent een
+kind in de wijsheid der blanken. Houdt je mond en kijk uit en ik zal
+je laten zien hoe mijn rasgenooten doen, en hoe ze zich daarmee rijk
+maken. Dat noemen zij "zaken doen" en wat weet jij van zaken?"
+
+Doch den volgenden dag kwam hij buiten adem binnen: "O, meester,
+in de hut van den medicijnman zijn vreemde dingen gebeurd; we zijn
+verloren en we hebben nog geen warme kleeren noch tabak en dat komt
+door uw begeerigheid naar meel en stroop. Ga zelf kijken terwijl ik
+bij de kokerij blijf."
+
+Zoo ging ik naar de hut van Neewak, en werkelijk, hij had zelf ook
+een brouwerij gemaakt, mooi nagemaakt naar de mijne. En toen hij me
+zag kon hij zijn vreugde moeilijk verbergen. Want hij was een slimmerd
+en zijn slaap met de goden in mijn hut was niet diep geweest.
+
+Ik was echter niet van mijn stuk gebracht, want ik wist wat ik wist en
+toen ik terug was in mijn hut zei ik tegen Moosu: "Gelukkig bestaat
+onder dit volk het eigendomsrecht hoewel zij spaarzaam gezegend zijn
+met menschelijke instellingen. En door deze achting voor persoonlijk
+eigendom zullen jij en ik dik worden en verder zullen we hun kennis
+laten maken met nieuwe instellingen die andere volken met groote
+toewijding en lijden uitgewerkt hebben."
+
+Doch Moosu snapte het maar half, tot de medicijnman de hut binnenkwam
+met bliksemende oogen en met een dreigende stem me vroeg met hem
+te onderhandelen.
+
+"Want zie je," riep hij, "er is geen meel en stroop meer in het heele
+dorp. Alles heb je met schrapende hand van mijn volk afgetrocheld, die
+met de goden hebben geslapen en die nu niets meer hebben dan een zwaar
+hoofd en zwakke knieën en een dorst die ze niet kunnen lesschen. Dit
+is niet goed en ik ben machtig onder hen; daarom is het je geraden
+met mij te handelen, evenals je met hun hebt gedaan om meel en stroop.
+
+En ik antwoordde: "Dit is goede praat en je bent een wijs man. Wij
+zullen zaken doen. Voor dit beetje meel en stroop krijg ik twee
+pakken tabak."
+
+Moosu kreunde en toen de koop gesloten was en de medicijnman
+vertrokken, barstte hij los:
+
+"Ziet u wel, door uw gekheid zijn we nu verloren! Neewak maakt uw drank
+nu zelf en als de tijd daar is zal hij zijn volk gelasten slechts van
+zijn drank te drinken. En zoo worden wij uitgeschakeld en wordt onze
+drank waardeloos en blijft onze hut armoedig, het bed van Moosu koud
+en leeg!
+
+En ik antwoordde: "Bij God kerel je bent een stommeling en je vader
+voor jou en je kinderen na jou, tot de laatste generatie. Jouw
+wijsheid is erger dan heelemaal geen en je oogen blind voor zaken
+doen, van welke ik sprak en van welke je niets weet. Ga zoon van
+duizend idioten en drink van den drank die Neeman brouwt in zijn hut
+en dank de Goden dat de wijsheid van een blanke maakt dat je op een
+zacht bed zult kunnen slapen. Ga! en wanneer je geproefd hebt kom dan
+terug, kom met den smaak van het goed op je tong opdat ik weet wat het
+is. En twee dagen later zond Neewa invitaties rond om in zijn hut te
+komen. Moosu ging, doch ik bleef achter, de hut vol rook van de tabak
+van den medicijnman; want de zaken waren slap dien avond en niemand
+kwam in mijn hut behalve Angeit een jeugdig jager die vertrouwen
+in mij had. Later op den avond kwam Moosu terug, zijn stem dik van
+'t grinneken en zijn oogen stralend van pleizier. "U is een groot
+man!" zei hij, "een groot man meester en dank zij uw grootheid zult u
+Moosu uw dienaar niet hard vallen, die dikwijls twijfelt en die niet
+begrijpen kan."
+
+"En waarom dat? vroeg ik. "Heb je te veel gedronken? En slapen ze
+vast in de hut van Neewak, de medicijnman?"
+
+"Neen, ze zijn boos en opgeblazen en het opperhoofd Tummassook
+heeft Neewak bijna gekeeld en bij het gebeente van zijn voorzaten
+gezworen hem niet weer aan te kijken. Want hoort! Ik ging naar de
+hut en het brouwsel pruttelde en borrelde en de stoom kwam uit de
+tuit als de stoom van uw brouwsel en evenals bij u kwam onder uit
+de pijp vloeistof en werd opgevangen in een pot. En Neewak liet ons
+drinken en brr, het was niet als uw drank want het beet niet op de
+tong noch prikkelde de oogen, want het was water. Zoo dronken we,
+en we dronken te veel en toch zaten we met koude harten. En Neewak
+was verstomd en een donkere wolk kwam over zijn gezicht. En hij nam
+Tummassook en Ipsukuk terzijde en verzocht hun te drinken, als maar
+te drinken. En zij dronken en dronken en dronken doch ze bleven stil,
+tot Tummassook woedend opstond en zijn bont en thee terug eischte,
+die hij vooruit had betaald. En Ipsukuk verhief schril en boos haar
+stem en iedereen vroeg zijne goederen terug.
+
+"Hondsvot denk je dat ik een walvisch ben?" vroeg Tummassook, het
+vel voor de ingang van de hut op zij schuivend, zijn gezicht blauw
+van ingehouden toorn. "Waarom heb je me als een vischblaas gevuld met
+water tot barstens toe, totdat ik bijna niet meer loopen kan door het
+gewicht dat ik in me heb. Ik heb gedronken als nooit te voren en toch
+is mijn oog helder, mijne beenen sterk, mijn hand vast."
+
+"De medicijnman kan ons niet met de Goden laten slapen" klaagde het
+volk dat op dit oogenblik onze hut binnen kwam, "slechts in uw hut
+kan dat gebeuren."
+
+Ik lachte in mijn vuistje op dit bericht en deelde drank uit en maakte
+mijne gasten vroolijk. Want in het meel dat ik Neewak verhandeld had,
+mengde ik een goede dosis soda, die ik van de vrouw Ipsukuk gekregen
+had. Hoe kon dan ook zijn brouwsel verhitten. terwijl de soda de
+drank verzachte? Of hoe kon zijn drank wijndrank zijn als het niet
+kon gisten?
+
+Hierna werden we overladen met allerlei provisie. We hadden een
+ontelbare hoeveelheid vellen, al de thee van het opperhoofd en een
+geweldige hoeveelheid vleesch. Eens op een dag verhaalde Moosu ten
+mijnen behoeve de geschiedenis van Josef in Egypte, maar dat bracht
+mij op een idée en spoedig was de halve bevolking druk aan 't werk om
+vleeschkisten voor me te maken. En van al hun jachtbuit kreeg ik het
+leeuwenaandeel en dat pakte ik in. Maar Moosu zat ook niet stil. Hij
+maakte een spel kaarten uit boombast en leerde Neewak pandoeren. Ook
+den vader van Tukelikete wijdde hij in. En op een goeden dag trouwde
+hij haar en den volgenden dag trok hij in de hut van den medicijnman,
+de mooiste hut van het dorp. De val van Neewak was volkomen, want
+hij verloor alles wat hij bezat, zijne trommels van walrusvel,
+zijne toovermiddelen, alles. En op het laatst werd hij houthakker en
+waterdrager voor Moosu.
+
+En Moosu maakte zich zelf tot medicijnman en hoogepriester en uit
+zijn "Heilige Schrift" schiep hij nieuwe Goden en liet hij voor dezen
+nieuwe altaren bouwen.
+
+Ik vond het uitstekend want het leek mij goed dat kerk en staat hand
+in hand gingen, en ik had zekere plannen betreffende den staat. Alles
+ging zooals ik had gedacht. Het goede humeur en lachende gezichten
+waren uit het dorp verdwenen.
+
+De menschen werden ontevreden en lui. Den ganschen dag en nacht werd
+er gevochten en gekibbeld. De kaarten van Moosu werden nagemaakt en
+de jagers begonnen onder elkaar te kaarten.
+
+Tummassook ranselde zijn vrouw af en op zijn beurt deed zijn zwager het
+hem en maakte het opperhoofd voor zijn volk tot schande. Natuurlijk
+kwam er door al de uitspattingen niets van den jacht en er ontstond
+hongersnood. De nachten waren lang en donker en zonder vleesch
+konden ze geen drank koopen, en daarom begonnen de menschen over hun
+opperhoofd te mopperen. Hierom was het mij te doen geweest en toen ze
+hongerig genoeg waren, riep ik het volk bijeen, hield een lange rede,
+poseerde als weldoener en gaf de uitgehongerden te eten.
+
+Moosu hield ook een toespraak en door het verstrekken van voedsel
+werd ik tot opperhoofd uitgeroepen. Moosu die het hoofd van de kerk
+was doopte mij met vischtraan en daarna schonk ik drank uit en er
+werd gefeest tot laat in den nacht.
+
+"Zoo zie je, dat ik op een troon heb gezeten, den purperen mantel heb
+gedragen en geregeerd heb over een volk. En nog zou ik koning zijn,
+als de tabak niet was op geraakt en als Moosu een grooter domoor en een
+minder groote schavuit was geweest. Want hij had een oogje op Esanetuk,
+de oudste dochter van Tummassook, en ik weigerde mijn toestemming.
+
+"O, broeder," zei hij, "je sprak over een plan om nieuwe instellingen
+in te voeren onder het volk en ik heb geluisterd en ben wijzer
+geworden door uwe woorden. Gij regeert bij de gratie Gods en bij de
+gratie Gods zal ik trouwen."
+
+Het viel me op dat hij me met "broeder" aansprak en dat maakte me
+boos en daarom bleef ik op mijn stuk staan. Maar hij beriep zich op
+het volk, hield drie dagen achtereen godsdienstoefeningen waarbij de
+geheele bevolking tegenwoordig was en daarna, na een dialoog met God,
+voerde hij polygamie in bij enkel besluit. Maar hij was een slimmerd
+want hij regelde het aantal vrouwen, die iemand bezitten mocht,
+naar den rijkdom, aangezien hij boven alle anderen gezegend was met
+goederen. Ik kon niet anders dan hem bewonderen hoewel het duidelijk
+was dat zijn macht hem het hoofd op hol had gebracht en hij was dan
+ook niet tevreden voor alle macht en alle rijkdom in zijn handen waren.
+
+Hij zwelde op van trotsch, vergat dat ik hem in zijn positie had
+gebracht en maakte toebereidselen om mij van mijn troon te stooten. Nu
+trok ik, door mijn drankverkoop een goed inkomen in vleesch en andere
+provisie, waarin ik hem niet meer liet deelen. Maar hij wist raad en
+kwam op zekeren dag aan met een belasting op het bezit en op alles
+waarvan hij maar ooit in zijn leven had gehoord. Ook dit duldde ik
+zonder tegenspreken, maar toen hij een inkomstenbelasting wilde gaan
+invoeren protesteerde ik omdat ik wel begreep wat zijn bedoeling
+was. Daarop riep hij het volk bijeen om te beslissen, en deze uit
+afgunst op mijn groot inkomen en zelf reeds zoo zwaar belast gaven
+hem gelijk.
+
+"Waarom zouden wij betalen en gij niet?" riepen zij. Spreekt niet
+de stem van God door Moosu, de opperpriester? Ik moest toegeven maar
+tegelijkertijd verhoogde ik de prijs van den drank en daarop verhoogde
+hij de inkomstenbelasting.
+
+Van dit oogenblik af was het openlijk tot oorlog gekomen. Ik stookte
+Neewak en Tummassook op, hun wijzende op hunne traditioneele rechten,
+doch Moosu won hun aan zijn zijde door het priesterschap af te
+kondigen waarbij hij aan de twee hooge ambten gaf. Alles ging voor hem
+gemakkelijk en daar schuilde mijn fout, ik had opperpriester moeten
+worden en hem opperhoofd laten worden; doch ik zag liet te laat in
+en in den twist tusschen geestelijke en wereldrijke macht moest ik
+het onderspit delven. Er brak twist en tweedracht uit doch deze was
+spoedig beslecht, het volk herinnerde zich dat Moosu mij op den troon
+had gezet en het was hun duidelijk dat de oorsprong van mijn macht
+lag niet bij mij, doch bij Moosu. Slechts enkelen bleven mij trouw,
+van welke Angeit de voornaamste was; terwijl Moozu de grootste aanhang
+had en bovendien praatjes rond strooide dat ik van plan was hem zijn
+macht te ontnemen en met niet echte Goden een nieuwe godsdienst wilde
+stichten. En hierin was de slimme schavuit me voor, want het was
+werkelijk mijne bedoeling mijn wereldlijke macht eraan te geven en
+geest tegen geest de zaak te doen uitmaken. Daarom maakte hij het volk
+bang met de boosaardigheid van mijne goden, waarvan de God Biz-e-Nass
+de voornaamste was en sloeg me mijn heele plan uit de handen.
+
+Nu gebeurde het dat ik me aangetrokken gevoelde tot Klutktu,
+de jongste dochter van Tummassook en ik was haar ook niet geheel
+onverschillig. Daarom begon ik te onderhandelen doch het gewezen
+opperhoofd weigerde botweg, nadat ik de koopsom betaald had en vertelde
+me dat hij haar hield voor Moosu. Dit was te bar en ik had het plan
+naar zijn hut te gaan en hem af te ranselen toen ik me herinnerde
+dat mijn tabak haast op was en daarom nam ik de zaak lachend op. Den
+volgenden dag hield Moosu een rede en vertelde het mirakel van het
+brood en de visch, doch ik begreep dat zijn geheele toespraak sloeg
+op het vleesch dat in mijne kisten gepakt was. Ook het volk begreep
+zijn bedoeling en daar hij hun niet beval op jacht te gaan, bleven
+de meesten thuis en slechts een paar cariboes en ander wild werden
+binnen gebracht.
+
+Maar ik had ook een plan, daar ik bemerkte dat niet alleen de tabak
+doch ook het meel en de stroop bijna op waren. Bovendien rekende ik
+het tot mijn plicht om de wijsheid van het blanke ras te toonen en
+Moosu een gevoelige les te geven, die opgeblazen was van de macht
+die ik hem gegeven had. Dien nacht ging ik naar de vleeschkisten
+en werkte hard en het viel den volgenden dag op dat de honden van
+het dorp erg lui en slaperig waren. Niemand koesterde argwaan en zoo
+werkte ik elken nacht, de honden werden vetter en vetter en het volk
+steeds magerder. Zij begonnen te mopperen en vroegen de vervulling
+van hetgeen Moosu voorspeld had, maar Moosu suste hun en wachtte tot
+hun honger nog grooter zou zijn, daar hij geen flauw vermoeden had
+van de kool die ik bezig was hem te stoven.
+
+Toen alles op was zond ik Angeit en mijn andere getrouwen, die ik in
+'t geheim steeds te eten had gegeven rond om een vergadering bijeen te
+roepen. Het volk kwam voor mijn hut, waarachter de hoog opgestapelde
+kisten vleesch zichtbaar waren. Moosu kwam ook en nam plaats tegenover
+mij, begrijpende dat ik iets wilde uithalen doch vast besloten mij
+te overwinnen. Doch ik stond op en begroette hem ten aanschouwen van
+het geheele volk.
+
+"O, Moosu, gij, die door God gezegend zijt," begon ik, "zult wel
+verwonderd zijn dat ik het volk hier te zamen heb geroepen en zonder
+twijfel zult gij scherpe woorden van mij verwachten. Maar dat zal
+niet zoo zijn. Er is gezegd dat zij welke de Goden vernietigen willen
+eerst gek gemaakt worden. En ik ben gek gemaakt. Ik heb u trachten te
+weerstaan, geschimpt op uwe macht en allerlei slechtheden begaan. Doch
+van nacht had ik een visioen en ik heb ingezien hoe slecht en verkeerd
+ik deed. En gij stondt daar als een schitterende ster en in mijn
+hart erkende ik uw grootheid. Ik zag alles duidelijk. Ik wist dat
+wanneer gij sprak, God toeluisterde. En ik besefte dat welke goede
+daden ik ook verricht heb, ik deze verrichtte bij de gratie van God
+en de gratie van Moosu.
+
+"Ja, kinderen," riep ik, mij tot het volk wendend, "wat ik goed gedaan
+heb, dat deed ik op raad van Moosu. Als ik naar hem luisterde ging
+alles voorspoedig, wanneer ik mijne ooren sloot en mijn eigen zin
+deed ging alles verkeerd. Hij was het die me den raad gaf vleesch
+op te slaan en, in tijden van honger, de hongerigen voedde. Bij de
+gratie van hem werd ik tot opperhoofd uitverkoren. En wat deed ik
+als opperhoofd? Laat ik het u vertellen. Ik deed niets. De macht had
+me in de war gebracht, en ik vond mezelf grooter dan Moosu en daar
+heb ik nu berouw van. Mijn regeeren was verkeerd en de Goden zijn
+boos. Gij allen vergaat van de honger, de moeders hebben geen melk,
+en de kleine kinderen jammeren den geheelen nacht. En ik, die me
+tegen Moosu heb gekeerd, weet niet hoe aan voedsel te komen."
+
+Het volk knikte en lachte en stak hunne hoofden bij elkaar en ik
+begreep dat ze fluisterden over het verhaal van het brood en de
+visch. Daarom ging ik vlug voort: "Ik zag mijn onwijsheid in en de
+wijsheid van Moosu. Ik zag mijn onbekwaamheid en de bekwaamheid van
+Moosu. En daarom beken ik, nu ik niet meer gek ben, dat ik geheel
+verkeerd gehandeld heb. Ik sloeg ongerechte blikken op Kluktu en zij
+was bestemd voor Moosu. En is ze niet van mij, daar ik toch Tummassook
+de koopsom betaalde? Maar ik ben haar onwaardig en zij zal gaan van
+de hut van haar vader naar de hut van Moosu. Kan de maan schijnen in
+het schijnsel van de zon? Doch Tummassook kan zijne goederen behouden
+en zij zal een gift zijn aan Moosu, die door de Goden als haar Heer
+bestemd is.
+
+En omdat ik mijn rijkdom verkeerd heb gebruikt, en als boetedoening
+geef ik de oliekan aan Moosu en ook de koperen ketel en de
+geweerloop. Dan kan ik geen bezittingen meer naar me toehalen en als ge
+behoefte hebt aan drank zal hij het je geven en je niet bestelen. Want
+hij is een groot man en God spreekt door zijn mond. Mijn hart is week
+en ik heb mijn berouw erkend. Ik, die een ezel ben en de zoon van
+ezels; ik, die de slaaf ben van de slechte God Biz-e-Nass; ik, die
+uwe hongerige leege magen zie en niet weet hoe ze te vullen, waarom
+zal ik uw opperhoofd zijn en me boven u verheffen en regeeren tot uwe
+vernietiging? Waarom zou ik dat doen? Maar Moosu, die opperpriester
+is en die wijzer is dan wie ook, is zoo geschapen dat hij met zachte
+rechtvaardige hand kan regeeren. En omdat de dingen gebeurd zijn als
+ik heb gezegd, doe ik afstand van den troon ten behoeve van Moosu
+die alleen weet hoe u te voeden terwijl er geen vleesch is in het land.
+
+Hierop was er een uitbundig handgeklap en het volk riep: "Kloshe,
+kloshe!" dat goed beteekent. Ik had de verbazing gezien in de oogen
+van Moosu, want hij begreep er niets van en vreesde de wijsheid van
+den blanke.
+
+Ik had al zijne wenschen voorkomen en zelfs meer, en terwijl ik daar
+stond, me zelf ontdaan van alle macht, begreep hij dat hij het volk
+niet tegen me op moest hitsen.
+
+Voor zij uit elkaar gingen zei ik dat, terwijl het brouwtoestel
+voor Moosu was, alle beschikbare drank door mij aan het volk werd
+gegeven. Moosu trachtte dit te voorkomen want nooit hadden wij
+toegestaan dat er meer dan een handje vol tegelijk dronken waren,
+doch zij riepen: "Kloshe, kloshe!" en begonnen feest te vieren voor
+mijn deur. En terwijl ze buiten luidruchtig werden van den drank die
+naar hun hoofd steeg, hield ik binnen krijgsraad met Angeit en de
+andere getrouwen. Ik zei hun wat ze te doen hadden en zegde hun voor
+wat ze moesten vertellen. Daarna pakte ik ongemerkt mijne biezen en
+bleef op een afgesproken plaats in het bosch wachten waar reeds twee
+goed beladen sleden, met de beste honden bespannen, gereed stonden.
+
+De lente was op komst en dus was het de beste tijd om naar het
+zuiden te trekken. Bovendien was de tabak op. Daar wachtte ik, want
+ik had niets te vreezen. Mochten ze me vervolgen, dan waren toch
+hunne honden te vet om me in te halen en zij zelf te zwak. Dronken
+als ze waren, konden ze ook niet hard vooruit komen. Eerst kwam een
+boodschapper vertellen dat er eene groote opschudding in het dorp was
+en dat niemand wist wat hij deed. Allen waren dronken en er was aan
+vechten geen gebrek. De tweede berichtte dat hij, zooals ik bevolen
+had, de menschen herinnerd had aan de goede tijd van vroeger. Vrouw
+Ipsukuk beweent haar verloren rijkdom en Tummassook verbeeldt zich
+weer opperhoofd te zijn en het volk is hongerig en trekt woedend rond.
+
+De derde vertelde dat Neewak het altaar van Moosu tegen den grond had
+gegooid en een godsdienstoefening ging houden voor de vroeger geëerde
+goden. En het heele volk herinnert zich de overvloed van vroeger. Eerst
+vocht Esauetuk met Kluktu en daarna beide tegen Tukeliketa, en toen
+vielen de drie vrouwen samen Moosu aan en gooiden hem uit zijn eigen
+hut waarop hij door het volk bespot werd omdat hij zijne vrouwen niet
+baas kon.
+
+Tenlaatste kwam Angeit vertellen dat Moosu in het nauw zat. Ze
+begonnen met om eten te roepen en vroegen de vervulling van zijn
+voorspelling hun vleesch te geven. Daarom verzocht hij stilte en
+bracht de hongerigen bij uwe vleeschkisten. En hij verzocht te kisten
+te openen en het vleesch rond te deelen. Maar och, alle kisten waren
+leeg. Er was geen vleesch. Zij stonden sprakeloos daar het volk bang
+was en in de stilte sprak ik "Moosu waar is het vleesch? We weten dat
+er vleesch was. Hebben wij het wild niet zelf geschoten en het vleesch
+hier naar toe gesleept. En niemand heeft er van gegeten. Waar is het
+vleesch, Moosu? Gij hebt het gehoor van God. Waar is het vleesch?"
+
+Het volk schreeuwde en brulde om het vleesch. En zij staken de hoofden
+bijeen en waren bang. Daarom begaf ik me tusschen hen net zoo lang
+angstig sprekend over de geheimzinnige verdwijning van het vleesch,
+over de dooden die verrezen en kwaad deden tot alle het uitgilden
+van vrees en als bange kinderen zich tegen elkaar aandrongen.
+
+Neewak hield een toespraak waarin hij alle schuld gaf aan Moosu. Toen
+hij geeindigd was ontstond er een groot tumult en ieder haalde zijne
+wapens voor den dag. Maar Moosu rende naar zijn hut en daar hij niet
+dronken was zooals de anderen, konden ze hem niet inhalen en toen ik
+weg ging werd hij in zijn hut belegerd."
+
+Ik beval Angeit terug te gaan met een leege slede en de honden en
+zei hem onverwacht voor het volk het in de gaten had Moosu uit zijn
+hut te halen, op de slee te gooien en hem bij me te brengen.
+
+Ik wachtte tot Angeit terug kwam met Moosu op de slee en ik zag aan de
+krabbels welke hij op zijn gezicht had dat zijne vrouwen hem geducht
+te pakken hadden gehad. Zoo gauw hij me zag viel hij voor me op de
+knieen, terwijl hij om vergiffenis smeekte. Ik pakte hem beet, gooide
+hem voorover op de slee en nam de hondenzweep in mijn hand. Toen kreeg
+hij een pak slaag en bij elken slag vertelde ik hem waarvoor hij dien
+kreeg. Deze voor je algeheele ongehoorzaamheid! En deze voor al je
+ongehoorzaamheden! En deze voor Esauetuk en deze voor het heil van
+je ziel. Ik sloeg net zoo lang tot ik er moe van was en schopte hem
+toen van de slee af en beval hem vooruit te gaan om de sneeuw plat
+te trappen.
+
+Thomas Stevens glimlachte rustig terwijl hij zijn vijfde sigaar
+aanstak en kringetjes naar de zoldering blies.
+
+"Maar hoe is het afgeloopen met het volk van Tattarat?" vroeg ik. "Een
+beetje onmenschelijk, niet? om hen in hongersnood achter te laten?"
+
+Doch hij antwoordde lachend tusschen twee kringetjes door "waren er
+dan niet de vette honden?"
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Zware schoenen zooals de Indianen dragen.
+
+[2] "The double cross" een onvertaalbare uitdrukking, die zooveel
+beteekent als "de bedrogen bedrieger." (vert.)
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Ongelikte Beer, by Jack London
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ONGELIKTE BEER ***
+
+***** This file should be named 25319-8.txt or 25319-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/5/3/1/25319/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.