diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 25257-8.txt | 1712 | ||||
| -rw-r--r-- | 25257-8.zip | bin | 0 -> 37858 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h.zip | bin | 0 -> 818995 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h/25257-h.htm | 2137 | ||||
| -rw-r--r-- | 25257-h/images/id1909-169.gif | bin | 0 -> 2461 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h/images/p1909-169.jpg | bin | 0 -> 113227 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h/images/p1909-172.jpg | bin | 0 -> 103056 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h/images/p1909-173-1.jpg | bin | 0 -> 71977 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h/images/p1909-173-2.jpg | bin | 0 -> 68463 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h/images/p1909-176.jpg | bin | 0 -> 70864 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h/images/p1909-177.jpg | bin | 0 -> 96968 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h/images/p1909-180.jpg | bin | 0 -> 92746 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h/images/p1909-181.jpg | bin | 0 -> 98528 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 25257-h/images/p1909-184.jpg | bin | 0 -> 58650 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
17 files changed, 3865 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/25257-8.txt b/25257-8.txt new file mode 100644 index 0000000..84e76d2 --- /dev/null +++ b/25257-8.txt @@ -0,0 +1,1712 @@ +The Project Gutenberg EBook of Op den Tarn, by M. Mendell + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Op den Tarn + De Aarde en haar Volken, 1909 + +Author: M. Mendell + +Release Date: April 30, 2008 [EBook #25257] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP DEN TARN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + +OP DEN TARN. + +Door M. Mendell. + + + +De lijn Clermont-Nîmes is een van de meest kunstige werkstukken op +het gebied van spoorwegaanleg. Van Langeac tot Alais, een afstand +van 154 K.M., telt, wie er 't noodige geduld voor heeft, 98 tunnels +en 46 viaducten. Hieruit kan men reeds afleiden, hoe geaccidenteerd +het terrein is. En werkelijk, de trein wringt zich als 't ware +door bergen en over afgronden, om de nauwe vallei van de Allier +te kunnen houden. Bijna overal is die vallei woest en verlaten, +hetgeen een sterk contrast oplevert met het eerste deel van den +weg, van Clermont tot Langeac. Daar heeft men voortdurend het groen +geblokte Auvergnelandschap voor zich met zijn dichtbegroeide Puy's en +goed verzorgde akkers. Na Langeac ontwaart het oog slechts blokken, +rotsen, afgescheurd en afgevreten door het water, dat diep beneden, +bijna onder den trein, bruisend voorbijstroomt. De spoorbaan kruipt +maar aldoor uit en in en langs den rotswand, zich door het ravijn +stroomopwaarts windend. + +Wij verlieten den trein in La Bastide; de zijlijn, die wij daarna +volgden, bracht ons naar een streek van gansch andere natuur, namelijk +naar de plateaux der Cevennen, met hun zeer arme bevolking, doch +rijkelijk natuurschoon; naar een land van grotten en onderaardsche +rivieren en meren, een cañongebied, een natuurmuseum voor archeologen. + +Om eenigszins een voorstelling van dit deel der Cevennen te geven, +roep ik uw verbeelding te hulp. Verbeeldt u dan een kolossaal breeden +tafelberg 800 tot 1200 M. boven den zeespiegel en stelt u daarbij voor, +dat het bovenvlak bestaat uit heuveltjes en dalen, zooals de Veluwe +ze heeft, doch ook, als de berg zelve, geheel van steen. Voorziet in +uw gedachten nog de geheele massa van barsten, als een uitgedroogde +stopverfberg ze zou bezitten, en het fantasiebeeld is klaar. + +De scheuren in het plateau zijn ongeveer 500 M. diep; er zouden dus +zes Westertorens [1] in op elkaar gezet moeten worden, voordat iemand, +die op het bovenste haantje zat, zijn blikken over het plateau zou +kunnen laten weiden. De breedte varieert van 1 tot 5 K.M. Door deze +insnijdingen stroomen riviertjes. De groote massieve blokken, een soort +eilanden, doordat ze aan alle kanten door deze scheuren ingesloten +worden, heeten causses, in het landsdialect caous. Reeds de naam wijst +de geologische gesteldheid aan. Hij staat in verband met 't Latijnsche +woord "calx", welks accusatief "calcem" het grondwoord is van ons +kalk. De scheuren noemt men cañons, eigenlijk een Spaansch woord, +dat "buis" of "kanaal" beteekent. Van de grootste causses noem ik de +Causse de Sauveterre, de vruchtbaarste van alle, voorzoover er bij +deze steenvlakten van vruchtbaarheid sprake kan zijn; verder de Causse +Méjean, de onvruchtbaarste en de hoogste tevens; eindelijk de Causse +Noire, de kleinste, doch voor den toerist de eigenaardigste; ten slotte +de Larzac, de grootste, die meer dan 1000 K.M.2 oppervlakte heeft. + +Wij Nederlanders kunnen ons, zonder deze groote steenen tafels gezien +te hebben, moeilijk een begrip vormen van de woeste doodschheid die +er heerscht: geen water, geen boomen, bijna geen menschen. En welk +een klimaat! De beste schildering gaf Reclus, de groote geograaf, +die in een zijner werken schreef: + +"Te veel zon, wanneer de causse laag is; te veel sneeuw, wanneer zij +hoog is; altijd en overal een scherpen wind, die het alleenstaande, +armzalige boompje ter aarde wringt; in plaats van meren poelen, voor +een rivier een halsbrekend gat; de rotsachtige weiden kaal geschoren +door dunharige schapen; steenachtige gerst- en havervelden, hier en +daar aardappelen, hoogst zelden koren; wijnstokken, wanneer de hoogte +het niet verbiedt; een rood- of witgekleurden bodem, die met steen +begint en met steen eindigt en waar de rotspieken uit omhoog steken; +keien met de hand opgeraapt eeuwen en eeuwen door en losjes opgestapeld +tot muurtjes, om het land er van te zuiveren en tevens afscheidingen +te maken tusschen de verschillende bezittingen; op elkaar gehoopte +steenen heuvels bijna; plaatsen, als hadden millioenen voorbijgangers +ieder daar hun steen neergeworpen als getuigenis en veroordeeling +van een misdaad, of als ter herinnering aan een slachtoffer; hier en +daar een pijnboom, een eik, een struik, als treurig overblijfsel van +voormalige wouden; talrijke dolmens, die herinneren aan verdwenen +rassen. De Caussenaar alleen kan de causse liefhebben, maar ieder +ander aanschouwt toch verrukt de geweldig diepe valleien, die deze +reusachtige acropolis doorsnijden en omringen. + +"Afdalende van het plateau langs geitenpaden in den rand van den +afgrond, verwisselt men plotseling het ingedroogde rotsblok voor +groenende weiden, den uitgestrekten, treurigen, somberen horizon voor +heerlijke stukjes lucht en aarde. Bovenop de steenen tafel wind, koude, +naaktheid, armoede, leelijkheid en leegte--want zeer weinig dorpjes +verlevendigen deze plateaux--; beneden in de boomgaarden is warmte, +vroolijkheid en overvloed. + +"Het ongelooflijk scherpe contrast, dat eenige cañons met hunne causses +maken, is een van de zeldzame schoonheden van het mooie Frankrijk!" + +Wat zou ik hieraan kunnen toevoegen? Deze aanhaling spreekt voor zich +zelf. Wij hebben een tocht te voet en per wagen over een causse, +bovendien per bark op de rivier de Tarn door een cañon gemaakt en +vonden deze beschrijving volkomen juist. De overgang van de causse +naar de vallei is imposant, het contrast niet te beschrijven. + +Van Mende gingen wij te voet naar St. Enimie, om een juist beeld +te bekomen van een causse; 't is een afstand van 28 K.M. langs een +goeden weg, die dwars over de Causse de Sauveterre leidt. Men moest +jaarlijks een aantal Nederlandsche boeren hierheen zenden om hun het +noodelooze klagen af te leeren; zij zouden zich millionnairs voelen +tegenover den armen Caussenaar. + +Het is onbegrijpelijk, dat die menschen nog moeite doen hier iets te +telen. Wij zagen havervelden in den oogsttijd, halmen 20 c.M. hoog, +tusschen de halmen afstanden van minstens 10 c.M. Om dat te oogsten, +werd er met het houweel de grond omgewerkt, werden er eeuwenlang de +keien uitgehaald, zooals de steenhoopen langs de velden aantoonen,--en +dan is dat hun oogst! Arme Caussenaar! + +Urenlang liepen wij door deze woeste streek, links en rechts keien, +vóór ons keien, achter ons keien. Nu en dan zulke dunne dwerghaver- +of gerstvelden, steeds door een uit opgestapelde steenen ontstanen +rand omgeven; hier en daar in een kuil, beschut tegen den wind +een aardappelveldje; nergens water, geen woning, geen levende +ziel. Eindelijk.... Sauveterre, een dorpje van slechts enkele huizen, +met groote schaapskooien; de keien om ons heen dienden hier om die +woningen te bouwen, zoodat de huizen er verre van frisch uitzien, +integendeel bruin, vaal en somber. Maar daar kijkt een dorstige +wandelaar niet het eerst naar. Dat merkten wij dan ook eerst +later, toen we, op ons gemak uitrustend, de omgeving behoorlijk +opnamen. Ons eerste werk was geweest de herberg op te sporen, hetgeen +vergemakkelijkt werd doordat de postwagen, die ons achteropgereden was, +daar stilhield. Anders geloof ik niet onze herberg zoo gemakkelijk +ontdekt te hebben; er was geen enkele aanduiding en de 10 of 15 huizen, +waaruit het dorp bestaat, zijn uiterlijk zonder eenig onderscheid. + +Wij kwamen juist bijtijds en hebben spaarzaam mee mogen genieten +van het weinige water, dat de herbergier nog in zijn regenwaterput +had. Sedert drie maanden had het op de causse niet geregend en het +drinkwater raakte op. Zijn plan was den volgenden dag een vaatje +vol te halen in St. Enimie, een tiental kilometers verder, in het +dal. Daarvoor ging hij de paarden van zijn buurman te leen vragen. Op +mijn vraag, of hij zelf geen trekdieren had, vertelde hij mij, +dat hij wel een paar trekossen had, maar dat een trekos geen vracht +tegen een steilen bergwand kan optrekken. De weg naar St. Enimie is +n.l. zeer steil; dat merkten wij zelf later. Maar dat zoo'n flink +gebouwde werkos, die veel zwaarder vrachten trekt dan een paard, +geen klein vaatje water naar boven kan brengen, wat een paard met +gemak doet, dat was toch iets nieuws voor ons en wij hebben daarom, +telkens wanneer wij trekossen ontmoetten, aandachtig hun lichaamsbouw +bekeken om het waardoor te weten te komen. Doch 't is gebleken, +dat wij niet sterk genoeg in de vergelijkende anatomie waren om dit +raadsel op te lossen, en de boeren, die wij er naar vroegen, gaven +ons in hun dialect antwoord met voor ons onverstaanbare vakwoorden, +zoodat wij maar heel ernstig knikten ten bewijze het begrepen te +hebben, maar overigens even wijs waren als te voren. + +Van het dorpje Sauveterre leidde de weg nog eenige kilometers over de +vlakte tot het plaatsje Le Bac, een gehucht met een viertal huizen; +daar begint het ravijn, dat afdaalt naar St. Enimie. + +In 1793, toen de hervormers in Frankrijk alles van naam deden +veranderen, werd St. Enimie "Puits-Roc", de Rotsput, gedoopt. Werkelijk +een eenig juiste naam voor dit plaatsje, dat ligt in een onvergetelijke +omlijsting. Van den Tarn ziet men het zilverige water ergens als onder +een rots uitkomend en verderop als onder een andere rots verdwijnend; +slechts een klein deel van de rivier is zichtbaar. Wáár de opening van +het dal is, waaruit zij komt, is niet te zien; de rotsen sluiten zich +daar schijnbaar aaneen. Hoe het dal verder loopt, is ook onzichtbaar; +ook daar schijnen de Causse de Sauveterre en de Causse Méjean aan +elkaar gegroeid. + +Wij daalden den zigzag loopenden, doch toch nog steilen weg af, die +onder ons in de diepte schijnt weg te zinken. Het lijkt alsof men zoo +met één stap op het dak van een der huizen kan komen; bij elke bocht, +wanneer men het stuk muur, waarlangs men daalt, hooger en hooger boven +zich ziet oprijzen, denkt men, dat men er is; de weg evenwel slingert +zich steeds verder; telkens een scherpe hoek en weer een eind weg. Bij +iederen draai schijnen de rotswanden mee te draaien, waardoor het oog, +dat urenlang over de vlakte getuurd heeft, verward raakt. + +Halverwege de helling komen wij langs steil tegen de rots aangelegde +boom- en wijngaarden, hangende tuinen, die wij met bewondering en +eerbied bekijken; immers, het beetje aarde, dat daar vruchten draagt, +is beneden schepje voor schepje in zakken gedaan en op het hoofd van +den eigenaar naar boven gedragen. Van vader op zoon, jaren en jaren +door, werd zóó de aarde hier aangevoerd, waardoor een boomgaard kon +worden aangelegd. + +Het gelukkige, in alle opzichten dubbel en dwars verdiende gevolg is, +dat nu de amandelteelt een belangrijke bron van inkomsten is voor de +circa 1000 inwoners van St. Enimie. + +Welk verschil met bovenop de Causse. Daar steenen en graan +van 20 c.M. hoogte; hier weelderige wijngaarden, perziken- en +amandelboomgaarden! + +Aanvankelijk koesterden wij het plan te voet den cañon van den Tarn te +volgen, doch de weg, welken wij daartoe zouden hebben moeten volgen, +is nog niet geheel gereed, en, voorzooverre hij gereed is, nog niet +voldoende platgetreden, zoodat hij voor voetgangers zeer vermoeiend +is. De meest gebruikelijke weg voor toeristen is de rivier zelf. Ons +Hollanders trok een watertocht natuurlijk onmiddellijk aan. Naar den +nieuwen weg keken wij dus maar niet meer om. De noodige afspraken +waren spoedig gemaakt en den volgenden ochtend in de vroegte, toen +wij verder wilden, lag een bark gereed om ons op te nemen. Daarop +begon onze verrukkelijke boottocht. + +Deze barken zijn heel eenvoudige visschersvaartuigen, plat van bodem, +van achteren vierkant, van voren iets smaller en schuin oploopend; +de onderkant wordt beschermd door ijzeren richels en spijkers met +groote koppen; een bankje, over de twee rechtopstaande kanten gelegd, +dient den reizigers tot zitplaats. De bestuurders staan, één voor, +één achter, en stooten de bark met een stok vooruit. De schuitjes +hebben een diepgang van slechts enkele centimeters, hoogstens 5; ze +kunnen niet meer dan 7 personen, de bootslieden inbegrepen, bevatten. + +De barken moeten wel een zeer geringen diepgang hebben, omdat de +Tarn zeer ondiep is en veel stroomversnellingen heeft; daarom is ook +de beschreven vorm noodig; geen ander model schuit zou hier over de +ondiepten heenkomen. + +Onwillekeurig dachten wij bij het instappen aan de groote Rijnbooten +en moesten hartelijk lachen bij die vergelijking. + +Een van de bootslieden toeterde even op een groote schelp, een sein +voor de landslui om hen te wijzen op de gelegenheid om een eindweegs +mee te varen als de boot langs hun akker gaat, een signaal, dat uit +de verte van de bergmuren terugechode en ons eenigszins in de stemming +bracht voor de poëtische vaart op den Tarn. + +Daar niemand gehoor gaf aan de roepstem, zetten de bootslui zich +schrap en duwden de bark af; zachtkens gleden wij voorwaarts, recht +op den rotsmuur aan; dan een stoot met den boom--en wij gingen den +hoek om. Wij keken om: St. Enimie was verdwenen en wij dreven in een +nauw dal, dat aan alle zijden ingesloten is door wanden, 500 M. hoog. + +Zoo is onze verdere 30 K.M. lange weg naar Le Rozier. Zacht en kalm, +in een heerlijke stilte, glijden wij over het doorzichtige water, +waarin de forellen geluidloos heen en weer schieten. De oevers rijzen +groen uit het water omhoog en gaan over in steile, hooge borstweringen +met kanteelen, die zich in de rivier spiegelen. + +De bootslui, lenig en sterk, spannen hun spieren om de bark, die nu +en dan door den stroom meegesleept wordt, tegen te houden. Alleen +het knarsen van hun stooten op het grint verstoort de stilte. Hier +en daar knarst de boot zelf over den rivierbodem, om plotseling +weer meegesleurd te worden door een versnelling op een plaats, waar +rotsblokken het water den doorgang belemmeren. Nooit komen wij daar +doorheen, meenen we. De bootsman staat voorop, zijn stok gereed; +wij raken de rots bijna; daar ploft de stok neer, een duw, en wij +schieten er om heen! Gevaar is er bij deze vaart niet, het water is +zeer ondiep; slechts hier en daar zijn diepe gaten. De bootslui varen +bovendien van jongsaf op de rivier en kennen bijna ieder steentje, +ja, zij weten zelfs bij elken rivierstand--die verandert bij dezen +bergstroom n.l. dikwijls--precies de plaats te treffen, waar zij +hun stok moeten inplanten om een in den weg liggende rots voorbij +te komen. Zij staan dan ook rustig te wachten, terwijl de reiziger +denkt te pletter te loopen, tot de plaats, waar zij snel hun boom +neerploffen en de bark met een flinken duw afzetten. + +Wanneer men bij de eerste versnellingen hun rust en kalmte van +beweging ziet en daarbij bedenkt, dat zij, jaar op jaar, dag in dag +uit, steeds hetzelfde doen, dan verdwijnt ieder gevoel van bangheid, +wanneer dit soms mocht opkomen. + +De betrekkelijk groote niveau-verandering van den Tarn op den weg naar +Le Rozier veroorzaakt de versnellingen, welke het boottochtje hoogst +interessant maken en menig spannend oogenblik den reiziger bezorgen. + +Achter ons sluit de vooruitspringende Causse Méjean den Tarn geheel af; +voor ons rijzen de rotsen van Conroc onmiddellijk uit het water omhoog; +rechts schuiven langzaam de Egouttiers, rotsen vol gaten, waaruit +voortdurend water sijpelt, ons voorbij; links slingert zich een weg +naar boven; en dáár, rechts, die roode rotsrichel, is de nieuwe weg +van St. Enimie naar Le Rozier. Deze nieuwe weg strekt den ingenieurs +tot eer. Hoe moeilijk is het niet met dynamiet een weg te banen door +deze woeste vallei, zonder het karakter van het landschap te veranderen +of haar schoonheid te vernietigen! Door de opeenhoopingen van rotsen +een weg te boren en de rivier in al haar grillige bochten te volgen, +was op zich zelf reeds een verre van gemakkelijke taak. Zij hebben +hun taak zóó opgevat, dat, wanneer over eenige jaren de rotsen, die +zij hebben laten springen, door sneeuw, regen en wind de kleur van +de omringende rotsen zullen aangenomen hebben, de weg van de rivier +af niet te zien zal zijn. Eere hun navolgingswaardig streven! + +Wij komen voorbij de Rocher du Gouffre, waar de bark een oogenblik +onbeweeglijk schijnt te blijven liggen op het hier tamelijk breede, +groenachtige water; dan plotseling pakt haar een stroomversnelling, +die ons meesleurt naar den rechtopstaanden rotsmuur. De bootsman +vóór, kaarsrechtopachtgevend, waakt over ons. Eén stoot met zijn stok +tegen den dreigenden muur en het broze vaartuig zwenkt, om langzaam +verder te glijden. Recht voor ons rijzen de muren als een hemelhoog +vestingwerk op en schijnen als een onoverkomelijke hinderpaal ons den +weg te willen versperren. Daar aan den voet, als een groene poort van +den burcht, ligt St. Chély. De bootsman grijpt zijn schelp en stoot +eenige tonen uit, die schel weerklinken tusschen de hooge muren en +lang blijven nagalmen. Wij naderen het plaatsje. + +Als een groen eiland ligt het in die woeste omgeving. Een brug +met slanken boog verbindt het met den tegenoverliggenden oever, +waar een weg voert naar de weinige eenzame dorpjes op de Causse +de Sauveterre. Geheel gelegen in de schaduw van oude olmen, is +St. Chély een oase in de woestijn. Even hebben we er den tijd de +eenige bezienswaardigheid te gaan kijken; 't is de grot Cénarète, +waaruit een krachtige bron water naar den Tarn stuwt. Deze bron vormt +in de grot zelf een onderaardsch meertje, 30 M. lang, 5 M. breed +en 6 M. diep; prachtige stalactieten hangen van het 6 à 8 M. hooge +gewelf. In 1888 heeft de heer E. A. Martel, die de meeste grotten +in dit deel der Cevennen onderzocht heeft, geprobeerd verder in de +grot door te dringen met behulp van een opvouwbare roeiboot, doch +hij moest zijn poging opgeven; de spleet, waaruit het water naar het +meertje vloeit, werd op geringen afstand van haar einde te nauw en +verhinderde daardoor het voortgaan. De ingang van de grot, een zaal +van 15 M. hoogte en 15 M. breedte, is gedeeltelijk ingericht als +kapel voor de H. Maagd; het overschietende deel gebruikt de molenaar +van St. Chély als kelder. Gemoedelijker kan het bijna niet! + +In St. Chély verwisselen wij van bark en bootslieden. Iedere groep +bootslieden bevaart nl. slechts een deel van de rivier, daar het +moeilijk is de barken weer stroomopwaarts te brengen. Zij hebben als +ze 2 uur lang de rivier afgezakt zijn, 5 uur noodig om weer thuis +te komen; daarom verwisselt men op den afstand van 35 K.M. viermaal +van bark. + +Wij steken weder van wal en zeer spoedig sluit zich de muur weer +achter ons; St. Chély is verdwenen. + +Weldra zien we, tegen den rotsmuur aangebouwd, een klein dorpje, +Pougnadoires, een plaatsje, dat binnen niet al te langen tijd +verdwijnen zal. De rotswand boven het dorp is gespleten en dreigt neer +te vallen; het mooie Pougnadoires, dat daar nu zoo rustig tusschen +zijn hoogopgaande boomen ligt, is onherroepelijk veroordeeld. Alles wat +beproefd is om het vallen van de rots te verhinderen, lilliputterswerk +om een reus tegen te houden, is vergeefsch. + +Iets verderop zien we een menigte openingen, ingangen van holen, +waarvan enkele door menschen bewoond zijn. Zij deden ons denken aan de +rotswoningen te Geulhem; doch hier zijn de woningen fantastischer. De +ingang van zoo'n hol is afgesloten door een soort huisgevel met ramen; +het dak is vooruitgebouwd als een luifel, half rots, half bijgewerkt +met platte steenscherven. De rook ontsnapt bovenuit door een zwart +geworden spleet. Deze woningen bevinden zich 100 M. boven den nieuwen +weg, welke langs den Tarn gemaakt is. Vroeger leefde in die holen de +beer van den oertijd, van welken men nog herhaaldelijk beenderen vindt; +later dienden zij den voorhistorischen mensch tot verblijfplaats, +zooals de gevonden vuursteen bewijst; heden zijn ze betrokken door +Fransche staatsburgers, door citoyens! Boven hen wonen de raven en +kraaien, die zich in kleinere, hooger gelegen holen genesteld hebben. + +Wij naderen een scherpen hoek van de rivier en wij keeren ons om, +ten einde een laatsten blik te slaan op het panorama achter ons. Als +we den blik weer stroomafwaarts laten gaan, is plotseling het décor +veranderd. Spoedig zullen we het Château de la Caze bereiken, dat +eensklaps te voorschijn gekomen is. + +Dit kasteel, omringd door hoogopgaand geboomte, hangt als het ware +aan de rots en spiegelt zich in de hier 100 M. breede en 20 M. diepe +rivier. Achter en iets boven het kasteel ontspringt een beekje, +dat zich in den Tarn stort. Beneden voor het kasteel bruist een +stroomversnelling, boven dreigen de rotsen zich neder te werpen en +al het lager gelegene te verpletteren. Het kasteel zelf ligt daar +rustig en sterk met zijn vier hoektorens en zijn wachttoren boven den +ingang, een vesting als 't ware om rotsen en water in toom te houden, +om natuurkrachten te beheerschen. + +Vroeger, vertelde de bootsman, zag het er erg vervallen uit, doch +sinds kort heeft een maatschappij het laten restaureeren en tot +hôtel inrichten. + +Die oude edellieden verstonden het toch maar, mooie plekjes voor hun +burcht uit te kiezen. Is het gezicht van af de rivier op het kasteel +grootsch en indrukwekkend, de kijk van uit het kasteel op de rivier is +onvergetelijk. Eigenlijk zijn de twee zoo verschillende vergezichten +niet vergelijkbaar. Waar het eerste u toont de macht van den mensch, +zich opwerpend als waker over en beheerscher van de woeste krachten +der natuur, doet het tweede u gevoelen de kleinheid en nietigheid +van den mensch tegenover het groote en machtige waarmee de natuur +hem omsluit, en inzien, dat hij slechts leeft en werkt bij hare genade. + +Verder op wordt het landschap nog grootscher. Zacht in ons bootje +voortglijdend, zien we het dal zich beneden verbreeden en boven +vernauwen. De rotsmuren welven zich aan weerszijden over de rivier, +zoodat wij soms de rotsen als een dak boven ons hebben. De opening +boven is geen kilometer breed; rechts bereikt de wand een hoogte +van 530, links van 470 M. En daartusschen schuiven wij in ons nietig +bootje verder, wij, heele kleine wezentjes van nog geen 2 meter hoog! + +Van het eene plateau naar het andere reikt de menschelijke stem, +zonder dat zij zich uitermate behoeft te verheffen. Twee herders, +die een wandeling van minstens een uur of vier zouden moeten maken +om elkaar de hand te drukken, kunnen gemakkelijk een praatje houden. + +Een scherpe punt steekt vooruit. Aan haar voet moet het dorpje La +Malène (= leelijk gat) liggen, een halteplaats. Met groote vreugde +werd dit rustpunt begroet. Onze maag was ondanks het genot van +zooveel natuurschoon dezelfde gebleven; dus waren na een vaart +van 5 uren de forellen, schaapscôteletten en de traditioneele kip +(in Frankrijk krijgt men bijna bij elken maaltijd kip of "poularde") +hoogst welkom. Toen wij La Malène verlieten en verder voeren, heb ik +dan ook zitten piekeren over de vraagpunten, wat beter voor den mensch +is, een mooi panorama of een flinke lunch, en of men natuurschoon +volkomener geniet met een leege dan wel met een volle maag. Ik voor +mij prefereer een volle maag; dichters en schilders misschien niet? + +Van La Malène tot Pas de Soucy vloeit de Tarn door de indrukwekkendste, +meest grootsche passages. Wij voeren om de hooge rots De Montesquieu +heen, een zonderling afgerafelde en verweerde steenmassa. Op een +soort plateau op den top staan nog enkele overblijfselen van een uit +de 12de eeuw dagteekenend slot, gebouwd als een arendsnest bijna 300 +M. recht boven den Tarn. Eeuwen lang is het reeds verlaten. De heeren +De Montesquieu du Tarn verlieten het tegen het begin der 16de eeuw, +om een nieuw kasteel te stichten in La Malène. + +De bootsman wees ons een grot, welker ingang iets lager dan de ruïne +zichtbaar is en die in verbinding stond met het kasteel. Hij vertelde +daarna de geschiedenis van de laatste barones De Montesquieu du Tarn. + +Tijdens de revolutie, in 1793, ging La Malène in de vlammen op en +vluchtte de oude 70-jarige blinde weduwe, geholpen door een herder en +een vertrouwden bediende, naar de ruïne en verborg zich in de grot, +die toen nog van uit de ruïne te bereiken was. De herder bracht haar +maandenlang, ondanks den moeilijken, gevaarvollen weg, dagelijks +het noodige eten. Door een valsch alarm misleid, vreesde hij dat +de schuilplaats ontdekt was en bracht 's nachts de oude vrouw twee +kilometers verder in een andere grot, die op het water uitkomt. Elk +spoor werd daardoor uitgewischt. Zij liet op het signaal van den +herder, wanneer hij het voedsel bracht, een touwladder af in de rivier, +welke zij weer optrok na zijn vertrek. Zoo leefde deze energieke +vrouw negen lange maanden eenzaam in een vochtig hol. Zij werd ondanks +dit alles 90 jaar, zag alle kinderen en kleinkinderen verdwijnen, en +moest ver verwijderde verwanten laten komen om de familiegoederen, +die haar door de regeering teruggegeven waren bij de Restauratie, +aan hen over te dragen. + +Iets verder wees de bootsman ons een grot, waarin in 1793 eenige +priesters, die zich daar verscholen hadden, vermoord werden. + +Na die grot neemt de cañon een majestueus karakter aan; het is +onmogelijk de grillige vormen van de door weer en wind uitgevreten en +verwrongen opeenstapeling van rotsen weer te geven in woorden. Twee +gehuchten, Colonel rechts, Ganjac links, schijnen ongenaakbaar voor +menschen, alleen te bereiken door de roofvogels, die met breeden +vleugelslag boven den cañon zweven. Toch wonen daar, ver van het +gedruisch der groote steden, menschen, gelukkig en tevreden. Met een +hoogmoedigen glimlach zien ze, een oogenblikje uitrustend van hun +zwaren, vermoeienden veldarbeid, de barkjes na met stadsmenschen, die +diep beneden hen voorbijvaren. Deze twee gehuchtjes liggen daar als +schildwachten aan den ingang van het Détroit, het nauwste deel van het +Tarndal, waar wij zachtjes onder de overhangende muren door glijden. + +Machtig en grootsch is nu de cañon, waar wij doorvaren. De onderste, +100 M. hooge, rotsen staan links en rechts loodrecht in de rivier; +de hoogerop iets terugwijkende wanden der beide causses stijgen steil +500 M. in de lucht, waar hun door de zonnestralen rood gekleurde, +verbrokkelde randen en punten prachtig afsteken tegen den diep blauwen +hemel. Boven is de afstand ongeveer 1000 M., beneden iets minder. Hier +ziet men duidelijk, hoe de rivier eeuwen door gestreden heeft tegen +de geweldige steenen gevaarten, die haar omknellen. Meters diep heeft +zij den steen uitgeschuurd, het schuursel medevoerend, zoodat wij, +deze uitholling doorvarend, de blauwe luchtstrook boven ons zien +verdwijnen en plaats maken voor een rotsdak. Links en rechts bemerkt +men telkens weer nieuwe holen en grotten. Naar het midden van den +stroom teruggekeerd, ziet men, scherp zich afteekenend tegen de smalle +luchtstrook, hoog boven zich, langzaam en statig eenige gieren zweven, +die in deze woeste streken nestelen. Hoe klein voelt de mensch zich +bij deze overweldigende natuurtafereelen! + +Reizigers, die den nieuwen weg volgen, krijgen deze heerlijke passage +niet te zien. Men heeft den weg hier over de rotsen gevoerd om het +natuurschoon geen afbreuk te doen, zoodat het mooiste gedeelte van de +geheele reis hun ontgaat. Wij betreurden het dan ook niet, de rivier +tot weg gekozen te hebben. + +Als om het oog afwisseling te bieden, schenken de rotsen na het +Détroit een menigte kleine verrassingen, welke ons door den bootsman +gewezen werden. + +Een rotspoort in de rivier gelijkt op de beroemde Presbischthor in de +Sächsische Schweiz, is evenwel kleiner. Zoo zijn er meer treffende +overeenkomsten tusschen de dalen van Elbe en Tarn, maar hoeveel +grootscher en indrukwekkender is de Tarn! + +Iets verder een groote, ronde rots; ze schijnt de beeltenis van +Lodewijk XIV met pruik en hoed; in de punten er omheen, zou men +hofdames met sleepjaponnen en magistraten in toga's kunnen zien; +daartoe behoort echter wel wat veel verbeeldingskracht en een zeer +goeden wil. Anders is het bij de volgende fantasie, de "cour des +moines" genaamd. Hier staan werkelijk eenige monniken in een kring, +de kappen over het hoofd. Duidelijk hebben de rotsen menschengezichten +met baarden. + +De bootslieden wisselen snel eenige woorden in het voor ons schier +onverstaanbare dialect, dat wat gelijkt op Spaansch doordat de +uitgang -os heel druk gebruikt wordt. Wij naderen een maalstroom; +een paar krachtige stooten brengen ons er spoedig doorheen. Deze +maalstroom heeft in den zomer bij lagen rivierstand niets te beduiden +en verdwijnt bijna, doch in het voorjaar, wanneer de rivier wast +door het toevloeiende smeltwater der op de causses gevallen sneeuw, +moeten de visschers oppassen; in het Détroit stijgt de waterspiegel +soms meer dan 20 M. Dan zit er een andere vaart in het water, waarop +wij nu zoo kalm en vreedzaam verder drijven. + +Weinige oogenblikken later beginnen de muren terug te wijken. Wij +komen in het Cirque des Baumes, een circusdal, zooals men er in de +Pyreneeën zoovele vindt. + +Deze kolossale arena meet boven aan den rand 5 K.M. in doorsnede, +beneden 3 K.M. De rotsen bieden een schakeering van kleuren en tinten, +waarin het rood overheerscht, terwijl wit, zwart, blauw, grijs en geel +daar doorheen spelen. Op sommige plaatsen plekken zich tusschen de +rotsen opgeschoten struiken donkergroen af te midden van het weelderige +kleurenspel. Tegen de zijwanden klimmen de rotsen trapsgewijze 500 +M. omhoog tot den rand van de causse; de zonderlingste vormen nemen zij +aan, verweerd als ze zijn door regen, zon en vorst. Ook het water van +den Tarn heeft zijn invloed doen gelden in den tijd, toen het volgens +de geologen hier een meer vormde. De rotsen lijken op kasteelen, +torens, bogen, bastions, kathedralen, obelisken, pyramides; onder het +spel van licht en schaduw, van tint en lijn, veranderen zij voortdurend +van voorkomen; dat alles werkt mede om één grootsch geheel te vormen, +dat nooit door dichter of schilder zal kunnen weergegeven worden. Hoe +geblaseerd men ook moge zijn, hier dwingt de natuur bewondering af! + +Hoog op een soort plateau staat een kleine kapel tegen den rotsmuur +geleund; hierheen gaan de Caussenaars ter bedevaart om genezing te +zoeken voor oogziekten. Dan laten ze zich de oogen wasschen met water +uit de bron, die naast de kapel ontspringt. + +Iets hoogerop (370 M. boven den Tarn) is de ingang van een groote +grot. In 1888 heeft de heer E. A. Martel o. a. ook deze grot, +die vooral uit geologisch oogpunt zeer merkwaardig is, geheel +bezocht en er 9 verticale putten ontdekt van 8 tot 30 M. diepte, +die alle in een onderaardsch meer eindigen. Hij liet zich daartoe, +schrijlings op een dikken tak gezeten, door 5 sterke Caussenaars aan +een touw afzakken. Men moet wel den moed bewonderen van een man, +die, aan een touw hangend, zich in de donkere ruimte laat zakken, +in een gat, waarvan hij de diepte niet kent; het minste verzuim van +den kant zijner medewerkers kon hem het leven kosten! + +Voor gewone toeristen is de grot niet bijzonder merkwaardig, al acht +ieder geoloog een bezoek loonend. Toch is het interessant voor den +reiziger, wanneer hij den steilen muur bekijkt, te weten, dat daar +achter zooveel mysterie schuilt. De tegenwoordigheid van een meertje +op die plaats is op zich zelf reeds geschikt de hoogste verwondering +op te wekken. 90 M. diep in een grot en 190 M. onder het plateau +der Causse de Sauveterre, dat wekt geen verbazing; maar 280 M. boven +het niveau van den Tarn, dat schijnt ons in strijd met alle vroeger +geleerde wetten van communiceerende vaten. + +De bootsman laat ons niet den tijd te peinzen over de mogelijke +oorzaak. Hij vraagt ons te raden, hoe wij nu verder zullen varen. 't +Is een raadsel. + +Ons schijnt het toe, dat de reusachtige arena aan alle zijden door +ongeveer even hooge muren is ingesloten. Rechts, meenen wij te zullen +moeten gaan. Mis! de rivier maakt een scherpe bocht naar links. Ieder +reiziger, hooren wij, raadt hier verkeerd. Zelfs de doorgang, waardoor +wij het dal invoeren, is zonder aanduiding van onzen leidsman niet +terug te vinden. + +Wij glijden zachtjes den hoek om en meteen is het geheele Cirque des +Baumes aan ons gezicht onttrokken; langzaam naderen wij de derde zeer +merkwaardige passage, de Pas de Soucy. + +De rivier wordt geheel versperd door een chaos van reusachtige +blokken, in 't honderd op en door elkaar geworpen. Verder varen is +hier een onmogelijkheid en wij stappen dus aan wal. Alvorens van +ons afscheid te nemen, wijzen de bootslieden ons eenige bijzonder +sterk vooroverhellende rotsen: de Sourde, een reusachtige, zich aan +zoekende blikken van zelf opdringende steenmassa; en de Aiguille, +een 80 M. hooge, geheel alleenstaande spitse punt. Nog een andere rots +trekt bijzonder onze aandacht; 't is een bisschop met een mijter op, +die zegenend de hand uitstrekt over het dal. + +Een verschrikkelijke catastrophe moet hier plaats gehad hebben; geheele +rotsmuren zijn in de rivier neergestort, zoodat het water bruisend en +schuimend zich een weg moet zoeken door spleetjes en gaatjes. Vooral +in het voorjaar, als de sneeuw smelt, moet het hier zeer onstuimig +toegaan; in den zomer echter verdwijnt de rivier bijna geheel en kan +men haar schier droogvoets oversteken. Borrelend en kokend herneemt +zij 400 M. verder haar bovengrondschen loop. + +Verschillende legenden zijn in omloop betreffende de oorzaak dezer +verwoesting van het stroombed. Een van de aardigste is wel die van +de Heilige Enimie, welke ik in het kort zal trachten weer te geven: + +De vestiging van de H. Enimie te Burle had den duivel totaal uit +zijn humeur gebracht. In deze nogal ongeloovige streek, waar hij in +de vele holen en grotten even zoovele gemakkelijke wegen van en naar +de hel had, had hij vrijwel kunnen doen en laten, wat hij wilde. Dat +was nu uit. Hij trachtte daarom de heilige te verleiden, maar dat +gelukte hem niet. Toen probeerde hij het met de nonnetjes, die danig +in de war raakten. De heilige Enimie begreep eindelijk, waardoor +zulk een wanorde in haar klooster werd teweeggebracht en verkreeg +toen na langdurig en vurig bidden de macht den duivel te ketenen, +wanneer hij weer in het klooster zou willen binnensluipen. Maar +moeilijk was het, dan den slimmerd te pakken te krijgen! Op een +goeden dag werd hij ontdekt en vluchtte daarop langs den Tarn. De +H. Enimie joeg hem na. De jacht was lang en afmattend, want Satan +kende alle hoekjes en gaatjes op een prik. Eindelijk kwamen vervolgde +en vervolgster in het Cirque des Baumes. Daar woonde in een grot de +heilige Ilère, de biechtvader van St. Enimie. Dezen was reeds vroeger +order gegeven zijn biechtelinge behulpzaam te zijn. De duivel, die +dit wist, maakte zich heel klein om minder in het oog te vallen, +en daar juist de H. Ilère in het gebed verzonken was, zag en hoorde +deze niets. Hijgende en uitgeput bleef St. Enimie aan den ingang van +het dal staan; de duivel zou haar ontgaan, want hij was reeds vlak +bij de plaats, waar de Tarn buitengewoon diep was door een ravijn, +dat zich daar onder water uitstrekte en waarin hij zich gemakkelijk +kon laten neerzinken om van daar naar de hel te ontsnappen. + +St. Enimie viel op de knieën en geheel haar machtig geloof uitte +zich in den kreet: "Te hulp, bergen, houdt hem tegen!" Al de rotsen +vielen voorover, maar de duivel, sterk en vlug, weerstond of ontweek de +kleinere rotsblokken en zijn voet bereikte reeds den bodem der diepte, +waardoor hij ontkomen wilde, toen de rots Sourde over hem heen viel. De +Aiguille, door haar lengte niet zoo vlug kunnende vooroverkomen, riep +haar toe: "Hebt gij mij noodig, zuster?" Waarop de Sourde antwoordde: +"Onnoodig; hij kan niet meer weg!" De H. Enimie hoorde dit en zag den +duivel gevangen. Zij wenkte de rotsen maar te blijven staan. Deze +verstijfden in hun val en staan daar nu nog voorovergebogen. De +rotsblokken, die den Tarn versperren, zijn die van de Sourde. De duivel +heeft evenwel een taai leven en is zeer sterk. Hij wrong zich los, +ondanks het gewicht van de Sourde, en sloeg, alvorens te ontsnappen, +in zijn razende woede met zijn bebloede hand tegen de rots, zoodat +een roode handafdruk in den steen achterbleef. Dit teeken aan den +voet van de Sourde is bij een groote overstrooming in 1875 verdwenen, +doch de rotsen hellen nog voorover en de Tarn wordt nog altijd versperd +door rotsblokken. + +De geologen zijn het er in het algemeen over eens, dat hier twee +steenstortingen hebben plaats gehad, de eene in lang vervlogen, +de andere in dichterbij gelegen tijd. Vermoed wordt, dat de tweede +een gevolg is geweest van de groote aardbeving in het jaar 580, die +reusachtige verwoestingen moet hebben aangericht in de Pyreneeën +en de omliggende landen. Dat zou, als 't waar is, overeenstemmen +met den tijd, waarin St. Enimie en St. Ilère waarschijnlijk geleefd +hebben. Men heeft dan de legende van deze heiligen in verband gebracht +met een catastrophe, die een geweldigen indruk op de bevolking moet +hebben gemaakt. + +Een wagentje, dat speciaal voor de toeristen op en neer rijdt, brengt +ons langs den chaos eenige kilometers verder naar het plaatsje Les +Vignes, waar de Tarn weer bevaarbaar wordt. + +Van Les Vignes voeren weder een weg rechts en een weg links naar en +over de causses; 't schijnt hier reeds van oudsher een druk gebruikt +overgangspunt en dus een middelpunt van verkeer geweest te zijn, +hetgeen de vele dolmens aantoonen en de talrijke vroeger bewoonde +grotten, waarin zeer vele voorhistorische voorwerpen gevonden werden. + +Van Les Vignes naar Le Rozier, het eindpunt onzer bootvaart, behoeft +men met de bark slechts twee uren, doch de rivier stroomt zoo snel +en heeft zoovele groote versnellingen, dat de arme bootslieden acht +uren noodig hebben om hun leege bark naar Les Vignes terug te sleepen. + +Bij ons vertrek uit Les Vignes was de lucht reeds een weinig betrokken +en vreesden de bootslieden voor onweer. En jawel, wij waren nog geen +10 minuten onderweg, of daar begon het. Wij vonden het geen onaardige +afwisseling, want de vaart kreeg nu iets avontuurlijks. De onweders +zijn in deze streek meestal kort van duur, maar ongemeen hevig, en +gaan vergezeld van zware slagregens. Bij reizen in bergstreken moet +men er op gewapend zijn, en zoo hadden wij dus ook onze voor water +ondoordringbare capes bij ons. Onze bootslieden waren zoo goed als +onmiddellijk drijfnat. + +Het dal is nu wat breeder dan meer stroomopwaarts, en ofschoon er +eenige merkwaardige rotspartijen zijn, die ons door den neerslaanden +regen ontgingen, is dit deel der vallei niet zoo grootsch als het +Détroit met het Cirque des Baumes en de Pas de Soucy. Daar staat +tegenover, dat hier de rivier vaker versperd is door rotsblokken en +meer versnellingen vormt, waaronder er zijn, die zelfs zeer moeilijk +gepasseerd kunnen worden, en die dan ook van de bootslieden langjarige +ervaring en groote voorzichtigheid eischen. Kantelt de bark, wat enkele +keeren door onnoodig angstmisbaar van dames wel gebeurt, dan komt men +er af met een flink voetbad, want juist op de plaatsen, die den schrik +wekken, is de rivier zeer ondiep. Maar, zooals gezegd, ongelukken +komen maar heel enkele keeren voor. De bootslieden, die op dit deel der +rivier bijna allen eigenlijk visscher van beroep zijn, zijn verbazend +handig, lenig en sterk, en--zij kènnen de rivier. Zij waarschuwen +telkenmale, wanneer er een grootere versnelling te passeeren is. Men +bemerkt dit bovendien zelf reeds op een aanmerkelijken afstand door +het tegen de rotsen wild opschuimen en uit elkaar stuiven der golven. + +Ons verging het hooren en het zien. Boven ons zigzagde onophoudelijk de +bliksem door de lucht en onafgebroken rolde en ratelde de donder door +het dal. Om ons woelde en spatte het opgezweepte water van den Tarn, +terwijl kletterend de regen bij stralen neerviel. In de versnellingen +spatte het schuimende water ons om de ooren. De bootslieden hijgden en +zwoegden en waren een en al aandacht; de regen verblindde hen; toch +geen enkele misstoot. Nu links een stoot, dan rechts een ruk, daarop +bogen beiden naar één kant over; de bark schoot met den opgewipten kant +over een rots heen. Bij elke versnelling kregen wij golfjes water over; +de regen deed er het zijne bij en wij zagen weldra onze handtasschen in +de boot ronddrijven. Onze voeten stonden een hand breed in het water; +wij bemerkten het niet; ondanks onze capes waren wij over ons geheele +lichaam kletsnat. + +De voorman greep een hoosblok en begon het water over boord +te hoozen. Eensklaps moest hij zijn schepper laten varen +(letterlijk!) om vlug zijn stok te grijpen; wij naderden weder een +versnelling. Hijgende vroeg hij mij, of ik hoozen kon. "Jawel," +zei ik en greep de schep. "Blijf zitten," klonk er tot antwoord, +"of wij gaan om!" Juist schoten wij zigzag tusschen in de versnelling +liggende blokken door. "Nu kunt U even uw gang gaan." Dan hoosde ik; +nu en dan kwam kort en krachtig een bevel om te zitten en dan plakte +ik weer neer op de natte bank, om even later opnieuw te hoozen. + +Het mooiste deel van den cañon genoten wij bij helderen zonneschijn, +zoodat wij het in zijn onvergetelijke kleurenpracht konden +bewonderen. Hier, waar het water het moeilijkst en wildst is, +troffen wij daarentegen juist onstuimig weer, een weer als waren +alle elementen tegelijk in opstand gekomen. Feitelijk hadden wij het +niet beter kunnen treffen, al was het gevolg ook, dat wij druipnat +aankwamen in het Grand Hôtel du Rozier, dat prachtig gelegen is met +een terras aan den oever van den Tarn. + +Bij het afscheidnemen merkte een van de bootslieden op, dat wij +niet voor den eersten keer uit varen waren geweest. "Nu, dat zou +ik ook meenen," antwoordde ik, "wij zijn ook uit het waterland." Ik +vertelde hem toen een en ander over ons land, waar wij bijna overal +water hebben, de huizen op palen bouwen en waar enkele deelen onder +den zeespiegel liggen, enz. Daar zette hij groote oogen van op. Maar +toch, zij hadden aan het water uitscheppen wel gemerkt, dat het niet +voor den eersten keer was, dat ik een hoosblok hanteerde; meestal +kregen zij Parijzenaars in hun boot en dan waren vooral de dames +altijd zeer lastig door haar mallen angst. Ook hadden zij wel eens +Engelschen gehad, maar met die was het ook geen gezellige vaart, +omdat zij doorgaans geen Fransch verstonden. + +Zoo zijn zij allen, de visschers van den Tarn; op het eerste gezicht +lijken zij bromberen, even ontoegankelijk als hun rotsen; weet men +echter het gesprek te leiden, dan komen zij los en verstaan het, +door het aanwijzen van merkwaardige punten en door het vertellen van +boeiende verhaaltjes en legenden, den tijd te korten. Over het algemeen +spreken zij een goed en duidelijk Fransch, zoodat vreemdelingen hen +gemakkelijk kunnen verstaan. Alleen onder elkaar bedienen zij zich +van hun dialect, wat zij nog zooveel mogelijk in tegenwoordigheid van +reizigers uit beleefdheid vermijden, omdat, zooals een der bootslieden +mij vertelde, er wel eens toeristen zijn, die zich aan 't gebruik +van het dialect ergeren, meenende dat er over hen gesproken wordt. + +Zooals ik reeds opmerkte, hadden de bootslieden voor het laatste +traject, dat men in 2 uur aflegt, 8 uur noodig om weer stroomopwaarts +te komen; één van hen moest dan bij iedere versnelling te water +gaan om de boot te trekken. Dit hebben zij nu sinds kort veranderd; +de voortschrijdende beschaving heeft ook hier reeds haar invloed +uitgeoefend. Zij vereenigden zich namelijk en hebben in Le Rozier een +soort kraan gebouwd. Nu lichten zij heel eenvoudig hun bark op een +gereedstaanden wagen en laten dezen door een flink stel paarden naar +Les Vignes trekken. Zij zelf peddelen op de fiets er achteraan en zijn +nu in een uurtje thuis. Mogelijk is dit geworden bij de openstelling +van den nieuwen weg, die zeker nog wel meer veranderingen in deze +streek zal teweegbrengen. + +Le Rozier en het daar tegenoverliggende Peyreleau liggen aan de +samenvloeiing van Jonte en Tarn. Veel water vloeit er hier niet in +den hoofdstroom, want de Jonte is 's zomers bijna droog. Hier komen +drie causses bij elkaar: de Causse de Sauveterre, de Causse Méjean en +de Causse Noire. De laatste wordt aldus genoemd naar de hooge denne- +en pijnboomen, waarmede haar hellingen begroeid zijn en die er een +somber aanzien aan geven. + +Le Rozier ligt zoo mooi en het Grand Hôtel, een goed ingericht modern +hôtel, ligt zoo rustig en kalm aan de rivier, dat wij den lust niet +konden weerstaan er een dagje te blijven uitrusten; de uitkijkjes +van het hôtelterras zijn zoo verrukkelijk, dat wij ons zelven niet +behoefden te beklagen over het door den staat onzer kleeding eenigszins +gedwongen oponthoud. + +Den volgenden ochtend maakten wij een tochtje naar het plateau +van de Causse Noire; het was wel niet precies, wat men uitrusten +noemt, die 400 M. naar boven, maar wij kwamen er toch op, al was het +voetpad steil en slecht. Het uitzicht van den rand loonde rijkelijk +de moeite. Wij overzagen het laatste gedeelte van de rivier, dat +wij bevaren hadden, van het Cirque des Baumes tot aan Le Rozier, +en rechts den 20 K.M. langen, kronkelenden cañon van de Jonte. Om +ons heen en aan de overzijden der valleien weer de platte, akelige +verlaten steenvlakten! + +Des middags gingen we er weer op uit; met in het hôtel geleende hengels +op de forellenvangst. Nu moet ik even eerlijk bekennen, dat wij nog +nooit op forellen gevischt hadden, ja, heelemaal niet veel aan visschen +deden. In Parijs heeft men daartoe niet zoo de gelegenheid. Maar wij +brachten toch een prettigen middag door. Een paar uur lang klauterden +wij onder struiken door van steen op steen om ten slotte thuis te komen +met acht heel kleine vischjes, niet grooter dan spieringen. Evenwel, +wij hadden de groote forellen gezien, en dat telt toch ook mee! + +Den volgenden morgen vertrokken wij met den Alpenzak op den rug door +de vallei der Jonte naar Meyrueis. Veel loopen of wandelen schijnen +de menschen hier niet te doen; of zij zien de stadsmenschen voor zeer +zwak aan. Ten minste men verwonderde zich algemeen er over, dat wij 20 +K.M. wilden loopen. Geen inwoner zou dat doen, al is hij nog zoo arm; +hij neemt de diligence; de toeristen huren een rijtuig. Het beviel +onzen hôtelier dan ook in 't geheel niet, dat wij te voet gingen; +hôtelier en wagenverhuurder was hier, als op zoovele andere plaatsen, +één. + +Ook onze Alpenzakken trokken groote belangstelling. Deze voor den +toerist zoo gemakkelijke transportmiddelen--voor de hoogstnoodige +bagage en eenigen mondvoorraad--schenen hier onbekend te zijn, +en wij zagen menigen glimlach, waaraan wij ons natuurlijk niet in +'t minste stoorden. Misschien komt het, doordat men hier het klimaat +te warm acht voor voettochten; die worden hier niet gemaakt zooals +in Zwitserland en in de Fransche Alpen, doch--menigmaal heb ik het +daar heel wat warmer gehad. + +Onze overige bagage hadden wij met de diligence vooruitgezonden. + +Het dal van de Jonte is regelmatiger dan dat van den Tarn, ook minder +woest; doch daarentegen komen hier de prachtige kleurschakeeringen +beter uit. + +Wij passeerden verschillende bijzonder mooie rotsgroepen, waarvan de +St. Gervais het sterkst onze aandacht trok. Reeds in de verte zagen +wij de rots als een reusachtig rond kasteel in het dal vooruitsteken; +dichterbij gekomen bemerkten wij, dat deze 300 M. hooge top door +een ravijn bijna geheel van de Causse Méjean gescheiden is en dus +als een geweldige toren zich uit het dal verheft. De acht huizen van +het gehucht Douze liggen nietig en klein aan den voet. Boven op het +platform staat een oude kapel, omgeven door het eenvoudige kerkhof +van Douze. + +De bewoners van dit plaatsje brengen hun dooden langs het moeilijke +voetpad, dat zich langs de rots omhoog windt, in een zak naar boven, +om daar gekist en aan de aarde toevertrouwd te worden. + +Ook deze kapel is een bedevaartplaats. Daarheen trekken op den +19en Juni alle boeren uit de omliggende gemeenten; de herders op +de beide causses drijven hun kudden tot aan den rand van het plateau +tegenover de kapel; en de priester, staande op het hoogste punt van den +St. Gervais, leest een plechtige mis, sprenkelt met den wijwaterkwast +naar de vier hemelstreken en smeekt de zegeningen des Hemels af over +menschen, dieren en gewassen. + +Over het algemeen is de bevolking van deze streken nogal vasthoudend +aan oude gebruiken en gewoonten; en daarbij tamelijk bijgeloovig. Deze +bijgeloovigheid vindt haar oorzaak voornamelijk in het karakter +van het land; bovenal boezemen de talrijke mysterieuse "Avens" +den Caussenaar vrees in, een vrees, die leidt tot bijgeloof van +allerlei aard. Een "Aven" is een geheimzinnig, duister gat in den +grond, waaraan de boeren 500 M. en meer diepte toeschrijven. Daar +de plateaux voor het grootste gedeelte uit een kalkformatie bestaan, +zijn ze inwendig voorzien van grotten, kanalen en meren; 't hemelwater +dringt door 't poreuze gesteente heen en holt dit uit, ook al doordat +kalk in koolzuurhoudend water, dus in regenwater, oplost. De door het +regenwater gevormde onderaardsche stroomen en plassen geven hun teveel +aan de door de dalen stroomende rivieren af door middel van openingen +(bronnen) in de zijwanden der causses. Nu is in den loop der eeuwen +menig grotgewelf, dat zich niet diep onder de oppervlakte van het +plateau bevond, ingestort, waardoor een geheimzinnig, duister gat +ontstond. Die gaten noemt men "Avens". + +Over deze avens hadden wij menigmaal iets gelezen en ook op onze +reis verscheidene keeren hooren spreken, zoodat wij besloten bij den +molen Sourbette, waar een voetpad naar boven leidt, onzen weg verder +over een causse te nemen, om eenige van die donkere gaten van nabij +te bekijken. De eerste aven, waar wij aankwamen, was de Aven Armand, +in 1897 door den heer E. A. Martel onderzocht. De opening van zulk een +zwart gat van 10 tot 15 M. doorsnede maakt iemand werkelijk angstig +en men moet verbazend voorzichtig zijn niet op losliggende steenen +te stappen; men zou met steenen en al in de diepte storten en te +pletter vallen: de schacht gaat 75 M. loodrecht naar beneden. Men +is van plan deze aven voor toeristen toegankelijk te maken. Er moet +zich een grotzaal in bevinden, die alle beschrijving te boven gaat, +een zaal, zooals geen tot nu toe bekende grot bezit. Men vond er een +woud van meer dan 400 rechtopstaande fantastisch gevormde stalagmieten +van 1 tot 30 M. hoogte, een woud als 't ware van versteende palmen, +hetwelk men met recht "het maagdelijk woud" heeft genoemd. + +Wij konden alleen nog maar den ingang zien en begrepen best, dat de +onontwikkelde Caussenaar zijn vrees voor die geheimzinnige gaten niet +kan afschudden. Zij spreken dan ook met eerbied en diepe bewondering +over den heer Martel, die in meer dan honderd van deze avens is +neergedaald; bijna iedereen kent hem. + +Zeer interessant en onderhoudend zijn de beschrijvingen door +hem in zijn werken, vooral in die over de Cevennen, van zijn +onderzoekingstochten gegeven. Hij vertelt daarin, hoe hij met zijn +neef Gaupillat en eenige vertrouwde, moedige helpers van gehucht naar +gehucht over de causses heen en weer trok. Zij vormden een complete +karavaan met hun wagens met 500 M. kabel, touwladders, hijschblokken, +windassen, bokken, telephoon, apparaten voor magnesium- en electrisch +licht, hun twee opvouwbare roeibooten, een volledige inrichting voor +kampement met veldkeuken, voor topographie en photographie. Men vroeg +hem dan ook wel eens, of hij met een circus reisde; in Millau noemde +men hem "de Meneer, die voor de gaten reist." Eens smeekte hem een +troepje oude boerinnen, die bij de toebereidselen voor een neerdaling +stonden toe te kijken, er toch van af te zien. Toen hij desondanks toch +order gaf hem neer te laten, maakten zij een kruis en riepen hem toe: +"Je komt er wel in, maar nooit zul je er weer uitkomen." + +Zeer groote moeite kostte het hem flinke, degelijke mannen te krijgen +om een handje te helpen en desnoods mee neer te dalen. + +Een stevige wandeling bracht ons naar een andere aven, de Hure. Hier +was de opening anders dan bij de Armand. Wij kwamen aan een gewone +holopening in een plooi van het terrein. Dit hol voorzichtig een +meter of wat binnengaande, stonden wij aan den rand van de eigenlijke +aven. Steenen, welke wij daarin gooiden, kaatsten met veel geraas +van wand tot wand. Het eind van den val konden wij niet hooren; +het geluid stierf zacht weg. + +De boeren beweren, dat deze put 500 M. diepte heeft en op water +uitkomt; zij verbeelden zich verder, dat dit water uitloopt in +het meertje van de grot Cénarète bij St. Chély, waarover ik reeds +schreef. Dat zou een heel eind weg zijn. De heer Martel, die ook hier +afgedaald is, constateerde slechts 150 M. (toch nog een aardig gaatje) +en stuitte werkelijk op water. Of dit in verbinding staat met het +meertje Cénarète is moeilijk uit te maken. + +Een overoude legende toont aan, dat reeds in vroeger eeuwen de boeren +vermoedden, dat deze avens in verbinding staan met de bronnen, die +zich aan de zijwanden der causses bevinden. + +Eens liet een jonge herder zijn zweep in de aven de Hure vallen en +zijn moeder, die aan de andere zijde van de causse aan den oever van +een beekje woonde, vond eenige dagen later de zweep in dat beekje +terug. De jongen beloofde haar langs den zelfden weg een schaap te +sturen. Dit schaap spartelde op den rand van den afgrond tegen, wat +ten gevolge had, dat de herder zijn evenwicht verloor en zelf naar +beneden stortte. In plaats van het beloofde schaap vond de moeder +het lijk van haar zoon! + +Ik moet eerlijk bekennen, dat de avens een angstwekkenden indruk op +mij gemaakt hebben. Den nacht na de bezichtiging werd ik door een +akeligen droom gekweld en zelfs nu nog krijg ik bij de gedachte aan +die duistere, diepe gaten weer kippevel. + +De Hure is niet ontstaan door instorting; hier heeft in den loop der +eeuwen het afstroomende water zich een weg gebaand en daardoor dezen +enormen put geboord. Op die wijze zijn vele andere avens ook gevormd, +welke dus te vergelijken zijn met de zoo bekende "orgelpijpen" uit +den St. Pietersberg bij Maastricht. De andere ontstonden, als ik +reeds zeide, door instorting van een daaronderliggend grotgewelf. + +Over de causse vervolgden wij onzen weg naar Meyrueis. 't Is de Causse +de Méjean, nog woester dan de Causse de Sauveterre, en er groeit +nog minder. Hier kan men eerst recht zien, wat het uitroeien van +bosschen tot gevolgen kan hebben. Vroeger moet deze streek tamelijk +dicht bevolkt geweest zijn; dat bewijzen de gevonden grotwoningen, +de dolmens en de vele ruïnes uit den tijd der Romeinen. Nu zijn de +causses bijna verlaten; zij konden haar bevolking niet meer voeden, +niet het minst doordat het verdwijnen der bosschen het klimaat ruwer +deed worden. De onvruchtbaarheid neemt op de causses, die gezamenlijk +een oppervlakte bezitten van ongeveer een half millioen hectaren, +zelfs van jaar tot jaar toe. En nu nog verkoopen de boeren op de +causses uit winstbejag de weinige boomen, die er zijn, voor de +luttele som van een of twee franken per stuk, terwijl het ongeveer +van honderd tot twee honderd jaar duurt voor hier een nieuwe boom +volwassen is. Wel tracht de staat nieuwe bosschen aan te planten, +doch de geiten richten telkens groote verwoestingen aan in de jonge +aanplantingen. De domheid der inwoners vooral dus heeft deze streek, +derhalve hen zelf, tot armoede gedoemd. + +Door het beklimmen en overschrijden der causse hadden wij een grooten +omweg gemaakt en de wandeling tot een marsch van 30 K. M. doen +worden. Vermoeid, invermoeid kwamen wij te Meyrueis aan. Daar zouden +we overnachten om den volgenden ochtend op te breken naar de beroemde +grot van Dargilan. Hadden wij onzen weg niet over de Causse Méjean +genomen, dan zouden wij deze grot voorbijgekomen zijn. Wij wilden +evenwel voor het bezoek, èn omdat het zeer vermoeiend is, èn omdat +het een uur of vijf vergt, een afzonderlijken dag nemen en hadden +daarom besloten eerst naar Meyrueis te gaan. + +Den volgenden morgen togen wij vroegtijdig op weg naar de grot, +welke op de Causse Noire aan den rand van de vallei der Jonte op 6 +K. M. afstand van Meyrueis gelegen is. De ingang bevindt zich 270 +M. boven de rivieroppervlakte. Op een eigenaardige wijze werd zij in +1880 ontdekt. + +Een herder zag een vos in een gat verdwijnen en wilde trachten het +beest te vangen door het hol uit te rooken. Reintje kwam niet weer te +voorschijn. De herder doofde toen zijn vuur, maakte de opening van het +gat breeder en kroop in het nauwe gangetje; doch verschrikt keerde hij +terug; hij was in een reusachtige donkere ruimte terechtgekomen. Zoo +werd de prachtig-mooie Dargilan-grot gevonden. + +Niemand durfde zich in de donkere spelonk verder te wagen dan tot in +de eerste zaal. Tot weer de heer Martel er bij kwam met zijn volledig +materiaal en den ontdekkingstocht voortzette. Aan hem dus danken de +toeristen een van de mooiste grotten, die bekend zijn. + +Bij den ingang kleedden wij ons in een witlinnen pak, hetwelk ons +verstrekt werd om het bederven van de kleeren te voorkomen. Als +monniken, ieder met een kaars in de hand, traden wij achter onzen +leidsman de donkere ruimte binnen. + +Bijna onmiddellijk bij den ingang splitst de grot zich in twee +deelen; wij bezochten in den voormiddag de eene helft en de rest des +namiddags. Het eerste, wat ons trof, was de mooie zachte ivoorkleur +der druipsteenen. Hier zijn deze niet door walmende fakkels met een +zwarte roetlaag overdekt, zooals in het grootste gedeelte der grot +van Han, waar enkel in de nieuw ontdekte zalen alleen electrisch +licht geschenen heeft. In de grot van Dargilan lichten de gidsen +bij met magnesiumdraad, dat weldra vervangen zal worden door een +electrische installatie. Doch Keulen en Aken zijn niet op één dag +gebouwd; voorloopig moet er nog hard gewerkt worden om den toerist +de vermoeiende passages te vergemakkelijken door het plaatsen van +ijzeren laddertjes, leuningen, handvatten, enz. + +Van de Groote Zaal aan den ingang, die 120 bij 60 en 35 M. hoog is, +daalt men langs een natuurlijke trap van stalagmieten, de Kristallen +Trap, af in de Schildpadzaal, zoo genoemd naar een op zoo'n dier +gelijkende steenmassa; deze zaal vormt nagenoeg een voortzetting van +de Groote Zaal. Hier heeft men echter het reuzengewelf 70 M. boven +zich. Ze is een van de vijf grootste grotzalen der wereld. Buitengewoon +mooie stalagmieten en stalactieten vormen de twintig grootere en +kleinere gewelven, waarin ze den grooten koepel verdeeld hebben. + +Tot de meest bezienswaardige zalen behooren de 30 M. hooge zaal der +Moskee met haar ragfijne minaret, en bovenal de Kerkzaal, waarin +een woud van slanke kolommen met kruisbogen, hoogaltaar, orgels, +koren en tribunes, alles in ivoor gebeeldhouwd. Door tegen eenige +der neerhangende kolommen te kloppen, liet de gids ons een heerlijk +klokkenspel hooren. Zware, zuivere tonen dreunden door de ruimte om +over te gaan in het hooge geklep van het angelusklokje, dat langzaam +als in de verte wegstierf. De illusie is zoo goed als volkomen; +men krijgt de neiging het hoofd te ontblooten. + +Dan nog de zaal van den Waterval, zoo genoemd naar een schijnbaar +boven een afgrond tot ijs gestolde vallende watermassa; een fijn +geciseleerde lustre hangt er aan het 40 M. hooge gewelf. Wanneer daar +electrische lampjes tusschen hangen, welke schitterende lichteffecten +zal hier dan de doorzichtige druipsteen veroorzaken! Enkele kaarsen +gaven er ons een flauw idee van. + +Maar dit alles wordt nog overtroffen, wanneer plotseling het +magnesiumlicht opflitst en de Torenspits uit het donker oprijst. Een +20 M. hooge alleenstaande stalagmiet! De natuur heeft hier een heerlijk +kunstwerk geschapen. Hoe fier staat deze kunstig uitgesneden, als kant +opengewerkte en doorzichtige toren, scherp afstekend tegen den donkeren +achtergrond. Verrukt blijft men dit zeldzame natuurwonder aanstaren, +'t Gezicht er van zou alleen reeds opwegen tegen alle vermoeienis. En +moe waren wij. Niet alleen van het klimmen en dalen, ook van het vele +schoon, dat te genieten viel. + +Een uur of vijf steen op, steen af, nu een helling, waar men +afdaalt langs ijzeren pennen, dan weer ladders, hier en daar op +handen en voeten door gaten en scheuren, langs en over afgronden, +die bij klaarlichten dag zouden doen terugdeinzen, en voortdurend een +glibberige bodem; 't is geen kleinigheid, maar--men gaat niet voor +zijn gemak op reis. Verwonderen zal het wel niet, dat toeristen met +een flink embonpoint zich met een bezoek aan de Groote Zaal moeten +tevreden stellen; die is breed genoeg, een goede 60 M.; voor de +overige zalen is een niet te groote omvang en eenige turnvaardigheid +gewenscht. Toen wij deze opmerking maakten, antwoordde onze gids, +toch heel graag onhandige bezoekers te vergezellen. Onze vragende +gezichten deden hem er aan toevoegen: "Zij geven groote fooien, te +grooter, naarmate wij meer hulp moeten verleenen. Zij tellen voor +ons meest dubbel." Gelijk had hij! + +Dit bezoek aan de grot van Dargilan was een van de prettigste dagen +van onze reis. Tusschen de beide tochten in gebruikten wij de lunch in +het houten paviljoentje, dat op den alleruitersten rand van de causse +staat. Boven onze verwachting was het eten uitstekend. Men diende +ons een dejeuner voor, dat menig eerste klasse prijzen rekenend hôtel +in Nederland nimmer op tafel ziet. En dat in een klein houten hutje, +eenzaam en verlaten, hoog in de lucht. + +Hoe gezellig hebben wij daar zitten babbelen met de gidsen, hoog en +droog boven de stille vallei der Jonte. Hoe onderhoudend waren hun +verhalen over tochten met den heer Martel, over hun wederwaardigheden +en doorleefde angstige oogenblikken. Ernstig peinzend dwaalden dan +hun blikken over de Causse Méjean, als wilden zij door de steenen +heen zien om de daaronder verborgen geheimen te doorvorschen. De +heer Martel heeft van deze eenvoudige mijnwerkers--'s winters werken +zij in de kolenmijnen bij Alais en Décazeville--hartstochtelijke +natuuronderzoekers gemaakt. Zij vermoeden, dat in de grot van +Dargilan nog veel meer gangen en zalen te ontdekken zijn, wanneer +men op de juiste plaats door den wand breekt. Ik merkte op, dat dan +het bezoek nog langer zou duren. O, aan den toerist dachten zij niet, +de natuuronderzoeker en -bewonderaar sprak. + +Zij wezen ons aan de overzijde der vallei in den wand van de Causse +Méjean de opening van de op wetenschappelijk gebied zoo bekende +grot Nabrigas. Uit de overblijfselen daar gevonden heeft men kunnen +bewijzen, dat de primitieve mensch hier al leefde in den tijd van +den holenbeer en zich toen reeds bediende van aarden vaatwerken. Die +ontdekking heeft indertijd heel wat opschudding in de geleerde wereld +teweeggebracht. + +Onze Nederlandsche taal konden de gidsen niet thuisbrengen. Zij +vertelden ons er over geredetwist te hebben wat voor landslui wij +toch wel zouden zijn; de een wilde ons Engelsch hebben, de ander +Duitsch, tot zij het er zoo half en half over eens geworden waren, +dat wij Russen moesten zijn. + +Hollanders kwamen hier ook nooit. Vóór ons had dit jaar slechts +één Hollander de grot bezocht, de eenige, dien zij zich herinneren +konden. Nu zullen er, zonder dat zij het wisten, wel meer geweest zijn, +maar dan toch zeer weinige. Daarom hoop ik, dat dit schrijven er toe +moge bijdragen, dat zich meer Nederlanders in deze streek zullen wagen; +want werkelijk, een bezoek is de moeite en de kosten overwaard. + +Onze landslui zijn toch niet bang voor het Fransch? Of wel? Gaan zij +daarom liever steeds naar Duitschland, waar zij zich kunnen redden met +bijv. "halten sie mein reissakkie es vast?" Dat is toch niet zoo. De +meeste Nederlanders leeren Fransch van af hun 7de of 8ste jaar; de +grammatica komt er wel goed in; daaraan ligt het dus niet; alleen +de praktijk ontbreekt. Welnu, waarom dan niet eens ter afwisseling +hierheen getrokken? Men leert andere zeden en gewoonten kennen in +een mooi land, want Frankrijk is mooi, en men oefent zich tevens in +het spreken der taal. + +Na nogmaals in Meyrueis overnacht te hebben, vertrokken wij den +volgenden dag zeer vroeg in den morgen per wagen, om over den Mont +Aigoual Le Vigan te bereiken, een plaatsje, dat aan het spoor +ligt. Onderweg wilden wij een blik werpen op het onderaardsche +riviertje Bonheur. + +De weg slingert zich omhoog door een dichtbegroeide vallei, waar +de dauwdroppels op takken en bladeren in de schuin door het groen +brekende zonnestralen schitterden als diamanten. De zon verjoeg den +nevel uit het dal der Buhézon, een stroompje, dat zich bij Meyrueis +met de Jonte vereenigt. Het poëtisch gelegen kasteel Roquedol werd +een oogenblik zichtbaar in zijn donkergroene omlijsting. + +Welk een verschil met de cañons van den Tarn en der Jonte! Hier is +alles groen. Ook is het landschap levendiger. Wij ontmoetten weder +stevige koeien, die zich op haar gemak te goed deden aan malsch +gras. In de streek, waar wij doorgetrokken waren, hadden wij alleen +schapen gezien, zoekende naar tusschen de rotsen opschietende magere +sprietjes. + +Nu schenen ons de Cevennen zoo verlaten en zoo onherbergzaam toe, dat +wij bijna een onbillijk oordeel velden, vergetend voor een oogwenk, +hoeveel natuurschoon wij genoten hadden. + +De koetsier hield even stil om ons de gelegenheid te schenken een +grootsch panorama te aanschouwen, 't Was of alles nog eens aan ons +voorbijtrok: St. Enimie in de diepte, onze bootvaart op den Tarn, +het Château de la Caze, het Détroit, het Cirque des Baumes, de Pas de +Soucy, de cañon der Jonte, de geheimzinnige avens en het heerlijke +tooverpaleis van Dargilan. Toen viel de vergelijking gunstiger voor +de Cevennen uit, want van dit alles spraken de naakte causses, die +wij gingen verlaten. Zullen wij ze ooit terug zien? + +Maar we moesten verder. Korten tijd later kwamen we aan Bout de Cote, +waar een wegwijzer ons aanwees, waar wij ons bevonden, en ook ons tot +spoed aanmaande. We waren op 1100 M. hoogte, 13 K. M. nog van Camprieu, +20 K. M. van den Aigoual en 51 K. M. van Le Vigan, het eindpunt van +den rit, verwijderd. + +Langzaam stijgt de weg langs de flanken van den berg Parc aux Loups, +die de geheele streek als overheerscht. Hier heeft de staat grooter +voldoening van haar aanplantingen; de rotsen zijn weer bedekt met +bosschen, waar vroeger kale ravijnen waren; volgens het zeggen van +onzen koetsier zijn aldus 500 H. A. rots in boschgrond herschapen. + +In Camprieu gekomen, gingen wij te voet het riviertje Bonheur, dat +van den Mont Aigoual komt, in zijn merkwaardigen loop volgen. + +Ik sprak er boven reeds van, hoe het water op de causses geweldige +putten, de avens, heeft te voorschijn geroepen, en hoe de heer Martel +pogingen in het werk gesteld heeft, aan te toonen, dat deze avens +ondergrondsch in verbinding staan met de in de dalen uitloopende +bronnen. Slechts in één geval heeft hem dit mogen gelukken en wel +bij de Bonheur. + +Vroeger stortte dit bergstroompje zich over den rand van het plateau +in een ravijn, dáár door zijn onstuimig water uitgeknaagd; in den +loop der eeuwen boorde het zich een weg door het gesteente en verdween +onder den grond om 700 M. verder, doch 90 M. lager, in het ravijn te +voorschijn te komen en tusschen diens nauwe rotswanden in wilde vaart +zijn weg te vervolgen naar het dal, onderweg talrijke watervallen +vormend, die met zulk een oorverdoovend geloei neerstorten, dat men +hier den stroom Bramabiau, d.w.z. loeiende stier, genoemd heeft. + +Tusschen de plaats, waar de Bonheur in den grond verdwijnt, en die, +waar de Bramabiau er uit te voorschijn komt, vormt de stroom in +de onderaardsche gewelven zeven watervallen, waardoor het groote +niveauverschil van 90 M. op den geringen afstand van 700 M. verklaard +wordt. + +De gids leidde ons eerst door een horizontalen tunnel, die bij +den ingang begint, een tunnel, zoo regelmatig als ware hij door +menschenhanden gemaakt; die heeft echter zijn ontstaan aan het water +te danken, dat vroeger hier door moet hebben gestroomd. Na ongeveer +100 M. afgelegd te hebben, zagen wij de Bonheur onder onze voeten +verdwijnen in gaten en spleten, waarin geen mensch haar kan volgen. Na +een omweg gemaakt te hebben door eenige parallel met het stroompje +loopende gangen, die het water in vroeger tijden hier uitgehold heeft, +vonden wij haar terug; wij bevonden ons toen boven den eersten (van +den ingang af te tellen) waterval, welke 4 à 5 M. hoog is. + +Verder doordringen schijnt onmogelijk; het water vervolgt +zijn weg door een 1 à 3 M. breede bedding met glad gepolijste +wanden. Volgens den gids is de nauwe spleet 50 M. hoog. En daar zijn +menschen doorgetrokken! Maar hoe? De eersten waren--dient het nog +vermeld?--de heer Martel met drie zijner makkers. Hoe zij daar zonder +eenig hulpmiddel doorheen gekomen zijn, is ons een raadsel. De gids +verhaalde, dat zij alle werktuigen, zooals ladders, opvouwbare boot, +telefoon, enz. moesten achterlaten, en dat zij, zich met de nagels +aan den rechten gladden rotswand vastklemmend, het lichaam tegen +den anderen muur gedrukt, zijdelings vooruitschoven, gebruik makend +van elke oneffenheid, hoe gering ook, der wanden; of wel schrijlings +met tegen iederen wand een voet. Dan weer werkten zij zich zwemmend +voorwaarts. Dat alles gebeurde in de diepste duisternis, druipnat, +met een kaars, die natuurlijk ieder oogenblik uitdoofde, tusschen de +tanden, terwijl zij elkander slechts met moeite konden verstaan door +het onafgebroken geraas dat de watervallen tusschen deze overwelfde +muren veroorzaken. + +Na dit groepje stoutmoedige mannen hebben nog eenige anderen, +onder welke ook onze gids, hetzelfde waagstuk volbracht. Wij echter +moesten rechtsomkeert maken en stonden spoedig weer in den helderen, +warmen zonneschijn. Dat deed ons goed. Maar wij hadden slechts het +begin van de onderaardsche rivier gezien; dus nu naar het eind en de +zon weer voor een poosje vaarwel gezegd. Een kortstondige wandeling +bracht ons aan de Bramabiau, waarvan nu behoorlijk is vastgesteld, +dat zij eigenlijk Bonheur moest heeten, al werd het reeds lang vermoed, +doch die haar eigenaardigen naam behouden heeft. + +Van dezen kant konden wij stroomopwaarts komen tot den 5en waterval, +van waar wij bij den schijn van het magnesiumlicht in de verte den +4en konden zien. Van de zeven die er zijn, kan de toerist er dus vijf +bewonderen; de twee overige blijven verborgen in de duisternis der +diepe nauwe spleet. + +Men is bezig kapitaal bijeen te brengen om de geheele onderaardsche +rivier voor toeristen toegankelijk te maken; dit schijnt echter niet +heel vlot te gaan, wat jammer genoeg is. + +Ofschoon het frissche neervallende water tot langer oponthoud noodde, +konden wij niet te lang aan de Bramabiau vertoeven, daar wij moesten +trachten tegen den middag op den Aigoual te zijn. Dus maar weer op weg! + +Een uur later hield onze wagen stil voor de houtvesterswoning op den +top van de Sérreyrède (1290 M.), gelegen juist op de waterscheiding +tusschen de stroomgebieden van den Atlantischen Oceaan en van de +Middellandsche Zee. De regendruppels, die broederlijk te zamen op +het dak van deze woning neervallen, worden hier onherroepelijk van +elkaar gescheiden; door de linkerdakgoot vervolgen zij hun weg naar +de Middellandsche Zee, door de rechter naar den Oceaan. + +Het uitzicht was hier niet volkomen; alleen naar het Oosten hadden +wij een prachtig vergezicht over de diepe vallei van Vallerangue +met de daarin stroomende Hérault, welke op den Aigoual ontspringt; +naar het Westen over de geheele Causse Noire. + +Te voet beklommen wij een tamelijk steil voetpad, dat naar den top +van den Aigoual leidt, waar wij hijgend en bezweet in de nabijheid van +het observatorium aankwamen. Gelukkig blies boven een frissche wind; +anders zou het zuidelijke zonnetje ons zeker te machtig geworden +zijn. We bevonden ons nu op een der hoogste toppen der Cevennen, +1567 M. boven de zee en genoten er een verrukkelijk vergezicht. Het +eerste wat den blik trok was heel in de verte de Middellandsche +Zee. Het azuren hemelgewelf smolt er samen met het donkerblauwe water, +waarin de kust van Languedoc afhangt als franje van Kaap d'Agde tot de +binnenzeeën van la Camargue. Het geheele landschap Languedoc breidde +zich voor ons uit met zijn steden en dorpjes, zijn rivieren, beken +en plassen. Een weinig naar het Oosten rijst de alleenstaande berg +Saint Loup als een reusachtige mijlpaal op uit de vlakte. Meer naar +het Westen, doch ook aan den Zuidkant, zagen wij de zeven toppen van +den Camigou en de keten der Pyreneeën. Naar het Noorden en Westen +rijen zich de causses als groote steenen tafels aan elkander; in +het Oosten verheft zich na de sombere Cevennenketen het vulkanische +berglandschap, waar de Ardèche met haar talrijke zijstroompjes zich +door het bazalt wringt en waarachter aan de overzijde van het Rhônedal +het kale massief van den Mont Ventoux (waaiberg) zich vertoont. Aan +den horizon glooien zacht de Zee-Alpen weg in zee. + +Na vijf dagen schier rusteloos rondtrekken van het eene natuurwonder +naar het andere, kregen wij van den Aigoual uit als een indrukwekkende +slotapotheose het geheel te overzien, als moest ons daar een laatste +overweldigende indruk medegegeven worden op onzen verderen weg. + +Wij verfrischten ons in het paviljoen, dat de Alpenclub hier opgericht +heeft, en bezichtigden vluchtig het Observatorium, dat hier sedert +een tiental jaren storm en regen, sneeuw en zuiderzon trotseert. Dit +groote steenen gebouw, 30 M. lang en 15 M. breed, met een toren van 17 +M. hoogte, die in een platform eindigt, staat in directe telegraphische +verbinding met het plaatsje Vallerangue en in telephonische met het +houtvestershuis op den Sérreyrède. Gelijkvloers bevindt zich een +groote, zindelijke slaapzaal, waar toeristen à 3 francs de persoon +kunnen overnachten om den zonsopgang te bewonderen. Ook in het refuge +van de Alpenclub, een heel eenvoudig houten paviljoentje, dat met +zes stevige kettingen aan de rots geankerd is, bestaat gelegenheid +om te overnachten, doch het Observatorium is beter ingericht. + +Na een zeer mooien, doch langen rit bereikten wij Le Vigan, waar de +trein ons opnam om ons naar het door zijn oude Romeinsche bouwwerken +zoo bekende Nîmes te brengen. In den trein rekenden wij uit, dat het +pas acht dagen geleden was, dat wij Parijs verlieten; 't scheen ons +haast ongelooflijk toe. Achteraf leken ze even zooveel weken. + +Het deel der Cevennen, dat wij bezochten en dat ik hier trachtte +te beschrijven,is niet het eenige gedeelte van de streek, dat een +bezoek waardig is. Integendeel; er zijn vele zulke mooie tochten te +maken. Deze bergen bezitten niet de grandiooze schoonheid der Alpen +met hun eeuwige sneeuw en ijs; zij bereiken niet de majestueuse +hoogte der Pyreneeën, welker toppen fier oprijzen in het heldere +licht van den Spaanschen hemel. Zij zijn van een geheel ander genre; +zij hebben andere indrukwekkende schoonheden, die noch de Alpen, +noch de Pyreneeën u aanbieden. + +Zijt gij na een bezoek aan de Cevennen niet voldaan, welnu, weinige +uren sporens naar het Zuiden brengen u naar de Pyreneeën, waar het +grootsche circusdal van Gavarnie, evenals de cañon van den Tarn een van +Frankrijks zeven groote natuur wonderen, u dagen, zelfs weken lang zal +kunnen boeien. Welke de andere vijf zijn, hoor ik u vragen. Het zijn: +de Falaises aan de kust van Normandië bij Etretat; het amphitheater +van la Bérarde-en-Oisans in de Alpen van Dauphiné; het massief van +den Mont-Blanc; de omstreken van Cannes en het Estefelgebergte met +hun zee- en Alpenpanorama's; en ten slotte de reede van Toulon. + +Doch daarover misschien een volgende keer! + + Parijs, September 1906. + + + +AANTEEKENING + + +[1] Kerktoren in Amsterdam; 85 M. hoog. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Op den Tarn, by M. Mendell + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP DEN TARN *** + +***** This file should be named 25257-8.txt or 25257-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/5/2/5/25257/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/25257-8.zip b/25257-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9b0edf1 --- /dev/null +++ b/25257-8.zip diff --git a/25257-h.zip b/25257-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..380e2e4 --- /dev/null +++ b/25257-h.zip diff --git a/25257-h/25257-h.htm b/25257-h/25257-h.htm new file mode 100644 index 0000000..11e8335 --- /dev/null +++ b/25257-h/25257-h.htm @@ -0,0 +1,2137 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>Op den Tarn</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="M. Mendell"> +<meta name="DC.Creator" content="M. Mendell"> +<meta name="DC.Title" content="Op den Tarn"> +<meta name="DC.Date" content="#####"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> +/* Standard CSS stylesheet */ + + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} + +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} + +.index +{ +font-size: 80%; +} + +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} + +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} + +h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; + +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} + +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} + + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} + +.epigraph .bibl +{ +text-align: right; +} + +.epigraph .poem +{ +margin-left: 0; +} + +.epigraph .line +{ +margin-left: 0; +text-indent: 0; +} + +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} + + +.red +{ +color: red; +} + +.displayfootnote +{ +display: none; +} + +div.footnotes +{ +margin-top: 1em; +padding: 0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align:left; +width:2em; +} + +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ +font-size: 80%; +} + + +.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum, .flushright +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + + +.caps +{ +text-transform:uppercase; +} + +.fraktur +{ +font-family: 'Walbaum-Fraktur'; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} + +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} + +.poem +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + +ul { list-style-type: disc; } +ol { list-style-type: decimal; } +ol.AL { list-style-type: lower-alpha; } +ol.AU { list-style-type: upper-alpha; } +ol.RU { list-style-type: upper-roman; } +ol.RL { list-style-type: lower-roman; } +.lsoff { list-style-type: none; } + +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } + + + + + +/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml +" */ + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + +p.dropcap:first-letter +{ +color: #001FA4; +font-weight: bold; +} + + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Op den Tarn, by M. Mendell + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Op den Tarn + De Aarde en haar Volken, 1909 + +Author: M. Mendell + +Release Date: April 30, 2008 [EBook #25257] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP DEN TARN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="body"> +<div class="div1"><a id="d0e84"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e84">169</a>]</span><h2 class="normal">Op den Tarn.</h2> +<p class="byline">Door M. Mendell.</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-169.jpg" alt="La Malène." width="720" height="578"><p class="figureHead">La Malène.</p> +<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">“Sites et Monument” du Touring Club de France</span>. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p style="
 background: url(images/id1909-169.gif) no-repeat top left;
 
 padding-top: 60px;
 "><span style="
 float: left;
 width: 95px;
 height: 90px;
 background: url(images/id1909-169.gif) no-repeat;
 
 background-position: 0px -60px;
 
 text-align: right;
 color: white;
 ">D</span>e lijn Clermont-Nîmes is een van de meest kunstige werkstukken op het gebied van spoorwegaanleg. Van Langeac tot Alais, een +afstand van 154 K.M., telt, wie er ’t noodige geduld voor heeft, 98 tunnels en 46 viaducten. Hieruit kan men reeds afleiden, +hoe geaccidenteerd het terrein is. En werkelijk, de trein wringt zich als ’t ware door bergen en over afgronden, om de nauwe +vallei van de Allier te kunnen houden. Bijna overal is die vallei woest en verlaten, hetgeen een sterk contrast oplevert met +het eerste deel van den weg, van Clermont tot Langeac. Daar heeft men voortdurend het groen geblokte Auvergnelandschap voor +zich met zijn dichtbegroeide Puy’s en goed verzorgde akkers. Na Langeac ontwaart het oog slechts blokken, rotsen, afgescheurd +en afgevreten door het water, dat diep beneden, bijna onder den trein, bruisend voorbijstroomt. De spoorbaan kruipt maar aldoor +uit en in en langs den rotswand, zich door het ravijn stroomopwaarts windend. + +</p> +<p>Wij verlieten den trein in La Bastide; de zijlijn, die wij daarna volgden, bracht ons naar een streek van gansch andere natuur, +namelijk naar de plateaux der Cevennen, met hun zeer arme bevolking, doch rijkelijk natuurschoon; naar een land van grotten +en onderaardsche rivieren en meren, een cañongebied, een natuurmuseum voor archeologen. + +</p> +<p>Om eenigszins een voorstelling van dit deel der Cevennen te geven, roep ik uw verbeelding te hulp. Verbeeldt u dan een kolossaal +breeden tafelberg 800 tot 1200 M. boven den zeespiegel en stelt u daarbij voor, dat het bovenvlak bestaat uit heuveltjes en +dalen, zooals de Veluwe ze heeft, doch ook, als de <a id="d0e105"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e105">170</a>]</span>berg zelve, geheel van steen. Voorziet in uw gedachten nog de geheele massa van barsten, als een uitgedroogde stopverfberg +ze zou bezitten, en het fantasiebeeld is klaar. + +</p> +<p>De scheuren in het plateau zijn ongeveer 500 M. diep; er zouden dus zes Westertorens<a id="d0e109src" href="#d0e109" class="noteref">1</a> in op elkaar gezet moeten worden, voordat iemand, die op het bovenste haantje zat, zijn blikken over het plateau zou kunnen +laten weiden. De breedte varieert van 1 tot 5 K.M. Door deze insnijdingen stroomen riviertjes. De groote massieve blokken, +een soort eilanden, doordat ze aan alle kanten door deze scheuren ingesloten worden, heeten causses, in het landsdialect caous. +Reeds de naam wijst de geologische gesteldheid aan. Hij staat in verband met ’t Latijnsche woord “calx”, welks accusatief +“calcem” het grondwoord is van ons kalk. De scheuren noemt men cañons, eigenlijk een Spaansch woord, dat “buis” of “kanaal” +beteekent. Van de grootste causses noem ik de Causse de Sauveterre, de vruchtbaarste van alle, voorzoover er bij deze steenvlakten +van vruchtbaarheid sprake kan zijn; verder de Causse Méjean, de onvruchtbaarste en de hoogste tevens; eindelijk de Causse +Noire, de kleinste, doch voor den toerist de eigenaardigste; ten slotte de Larzac, de grootste, die meer dan 1000 K.M.<sup>2</sup> oppervlakte heeft. + +</p> +<p>Wij Nederlanders kunnen ons, zonder deze groote steenen tafels gezien te hebben, moeilijk een begrip vormen van de woeste +doodschheid die er heerscht: geen water, geen boomen, bijna geen menschen. En welk een klimaat! De beste schildering gaf Reclus, +de groote geograaf, die in een zijner werken schreef: + +</p> +<p>“Te veel zon, wanneer de causse laag is; te veel sneeuw, wanneer zij hoog is; altijd en overal een scherpen wind, die het +alleenstaande, armzalige boompje ter aarde wringt; in plaats van meren poelen, voor een rivier een halsbrekend gat; de rotsachtige +weiden kaal geschoren door dunharige schapen; steenachtige gerst- en havervelden, hier en daar aardappelen, hoogst zelden +koren; wijnstokken, wanneer de hoogte het niet verbiedt; een rood- of witgekleurden bodem, die met steen begint en met steen +eindigt en waar de rotspieken uit omhoog steken; keien met de hand opgeraapt eeuwen en eeuwen door en losjes opgestapeld tot +muurtjes, om het land er van te zuiveren en tevens afscheidingen te maken tusschen de verschillende bezittingen; op elkaar +gehoopte steenen heuvels bijna; plaatsen, als hadden millioenen voorbijgangers ieder daar hun steen neergeworpen als getuigenis +en veroordeeling van een misdaad, of als ter herinnering aan een slachtoffer; hier en daar een pijnboom, een eik, een struik, +als treurig overblijfsel van voormalige wouden; talrijke dolmens, die herinneren aan verdwenen rassen. De Caussenaar alleen +kan de causse liefhebben, maar ieder ander aanschouwt toch verrukt de geweldig diepe valleien, die deze reusachtige acropolis +doorsnijden en omringen. + +</p> +<p>“Afdalende van het plateau langs geitenpaden in den rand van den afgrond, verwisselt men plotseling het ingedroogde rotsblok +voor groenende weiden, den uitgestrekten, treurigen, somberen horizon voor heerlijke stukjes lucht en aarde. Bovenop de steenen +tafel wind, koude, naaktheid, armoede, leelijkheid en leegte—want zeer weinig dorpjes verlevendigen deze plateaux—; beneden +in de boomgaarden is warmte, vroolijkheid en overvloed. + +</p> +<p>“Het ongelooflijk scherpe contrast, dat eenige cañons met hunne causses maken, is een van de zeldzame schoonheden van het +mooie Frankrijk!” + +</p> +<p>Wat zou ik hieraan kunnen toevoegen? Deze aanhaling spreekt voor zich zelf. Wij hebben een tocht te voet en per wagen over +een causse, bovendien per bark op de rivier de Tarn door een cañon gemaakt en vonden deze beschrijving volkomen juist. De +overgang van de causse naar de vallei is imposant, het contrast niet te beschrijven. + +</p> +<p>Van Mende gingen wij te voet naar St. Enimie, om een juist beeld te bekomen van een causse; ’t is een afstand van 28 K.M. +langs een goeden weg, die dwars over de Causse de Sauveterre leidt. Men moest jaarlijks een aantal Nederlandsche boeren hierheen +zenden om hun het noodelooze klagen af te leeren; zij zouden zich millionnairs voelen tegenover den armen Caussenaar. + +</p> +<p>Het is onbegrijpelijk, dat die menschen nog moeite doen hier iets te telen. Wij zagen havervelden in den oogsttijd, halmen +20 c.M. hoog, tusschen de halmen afstanden van minstens 10 c.M. Om dat te oogsten, werd er met het houweel de grond omgewerkt, +werden er eeuwenlang de keien uitgehaald, zooals de steenhoopen langs de velden aantoonen,—en dan is dat hun oogst! Arme Caussenaar! + +</p> +<p>Urenlang liepen wij door deze woeste streek, links en rechts keien, vóór ons keien, achter ons keien. Nu en dan zulke dunne +dwerghaver- of gerstvelden, steeds door een uit opgestapelde steenen ontstanen rand omgeven; hier en daar in een kuil, beschut +tegen den wind een aardappelveldje; nergens water, geen woning, geen levende ziel. Eindelijk.... Sauveterre, een dorpje van +slechts enkele huizen, met groote schaapskooien; de keien om ons heen dienden hier om die woningen te bouwen, zoodat de huizen +er verre van frisch uitzien, integendeel bruin, vaal en somber. Maar daar kijkt een dorstige wandelaar niet het eerst naar. +Dat merkten wij dan ook eerst later, toen we, op ons gemak uitrustend, de omgeving behoorlijk opnamen. Ons eerste werk was +geweest de herberg op te sporen, hetgeen vergemakkelijkt werd doordat de postwagen, die ons achteropgereden was, daar stilhield. +Anders geloof ik niet onze herberg zoo gemakkelijk ontdekt te hebben; er was geen enkele aanduiding en de 10 of 15 huizen, +waaruit het dorp bestaat, zijn uiterlijk zonder eenig onderscheid. + +</p> +<p>Wij kwamen juist bijtijds en hebben spaarzaam mee mogen genieten van het weinige water, dat de herbergier nog in zijn regenwaterput +had. Sedert drie maanden had het op de causse niet geregend en het drinkwater raakte op. Zijn plan was den volgenden dag een +vaatje vol te halen in St. Enimie, een tiental kilometers verder, in het dal. Daarvoor ging hij de paarden van zijn buurman +te leen vragen. Op mijn vraag, of hij zelf geen trekdieren had, vertelde hij mij, dat hij wel een paar trekossen had, maar +dat een trekos geen vracht tegen een steilen <a id="d0e133"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e133">171</a>]</span>bergwand kan optrekken. De weg naar St. Enimie is n.l. zeer steil; dat merkten wij zelf later. Maar dat zoo’n flink gebouwde +werkos, die veel zwaarder vrachten trekt dan een paard, geen klein vaatje water naar boven kan brengen, wat een paard met +gemak doet, dat was toch iets nieuws voor ons en wij hebben daarom, telkens wanneer wij trekossen ontmoetten, aandachtig hun +lichaamsbouw bekeken om het waardoor te weten te komen. Doch ’t is gebleken, dat wij niet sterk genoeg in de vergelijkende +anatomie waren om dit raadsel op te lossen, en de boeren, die wij er naar vroegen, gaven ons in hun dialect antwoord met voor +ons onverstaanbare vakwoorden, zoodat wij maar heel ernstig knikten ten bewijze het begrepen te hebben, maar overigens even +wijs waren als te voren. + +</p> +<p>Van het dorpje Sauveterre leidde de weg nog eenige kilometers over de vlakte tot het plaatsje Le Bac, een gehucht met een +viertal huizen; daar begint het ravijn, dat afdaalt naar St. Enimie. + +</p> +<p>In 1793, toen de hervormers in Frankrijk alles van naam deden veranderen, werd St. Enimie “Puits-Roc”, de Rotsput, gedoopt. +Werkelijk een eenig juiste naam voor dit plaatsje, dat ligt in een onvergetelijke omlijsting. Van den Tarn ziet men het zilverige +water ergens als onder een rots uitkomend en verderop als onder een andere rots verdwijnend; slechts een klein deel van de +rivier is zichtbaar. Wáár de opening van het dal is, waaruit zij komt, is niet te zien; de rotsen sluiten zich daar schijnbaar +aaneen. Hoe het dal verder loopt, is ook onzichtbaar; ook daar schijnen de Causse de Sauveterre en de Causse Méjean aan elkaar +gegroeid. + +</p> +<p>Wij daalden den zigzag loopenden, doch toch nog steilen weg af, die onder ons in de diepte schijnt weg te zinken. Het lijkt +alsof men zoo met één stap op het dak van een der huizen kan komen; bij elke bocht, wanneer men het stuk muur, waarlangs men +daalt, hooger en hooger boven zich ziet oprijzen, denkt men, dat men er is; de weg evenwel slingert zich steeds verder; telkens +een scherpe hoek en weer een eind weg. Bij iederen draai schijnen de rotswanden mee te draaien, waardoor het oog, dat urenlang +over de vlakte getuurd heeft, verward raakt. + +</p> +<p>Halverwege de helling komen wij langs steil tegen de rots aangelegde boom- en wijngaarden, hangende tuinen, die wij met bewondering +en eerbied bekijken; immers, het beetje aarde, dat daar vruchten draagt, is beneden schepje voor schepje in zakken gedaan +en op het hoofd van den eigenaar naar boven gedragen. Van vader op zoon, jaren en jaren door, werd zóó de aarde hier aangevoerd, +waardoor een boomgaard kon worden aangelegd. + +</p> +<p>Het gelukkige, in alle opzichten dubbel en dwars verdiende gevolg is, dat nu de amandelteelt een belangrijke bron van inkomsten +is voor de circa 1000 inwoners van St. Enimie. + +</p> +<p>Welk verschil met bovenop de Causse. Daar steenen en graan van 20 c.M. hoogte; hier weelderige wijngaarden, perziken- en amandelboomgaarden! + +</p> +<p>Aanvankelijk koesterden wij het plan te voet den cañon van den Tarn te volgen, doch de weg, welken wij daartoe zouden hebben +moeten volgen, is nog niet geheel gereed, en, voorzooverre hij gereed is, nog niet voldoende platgetreden, zoodat hij voor +voetgangers zeer vermoeiend is. De meest gebruikelijke weg voor toeristen is de rivier zelf. Ons Hollanders trok een watertocht +natuurlijk onmiddellijk aan. Naar den nieuwen weg keken wij dus maar niet meer om. De noodige afspraken waren spoedig gemaakt +en den volgenden ochtend in de vroegte, toen wij verder wilden, lag een bark gereed om ons op te nemen. Daarop begon onze +verrukkelijke boottocht. + +</p> +<p>Deze barken zijn heel eenvoudige visschersvaartuigen, plat van bodem, van achteren vierkant, van voren iets smaller en schuin +oploopend; de onderkant wordt beschermd door ijzeren richels en spijkers met groote koppen; een bankje, over de twee rechtopstaande +kanten gelegd, dient den reizigers tot zitplaats. De bestuurders staan, één voor, één achter, en stooten de bark met een stok +vooruit. De schuitjes hebben een diepgang van slechts enkele centimeters, hoogstens 5; ze kunnen niet meer dan 7 personen, +de bootslieden inbegrepen, bevatten. + +</p> +<p>De barken moeten wel een zeer geringen diepgang hebben, omdat de Tarn zeer ondiep is en veel stroomversnellingen heeft; daarom +is ook de beschreven vorm noodig; geen ander model schuit zou hier over de ondiepten heenkomen. + +</p> +<p>Onwillekeurig dachten wij bij het instappen aan de groote Rijnbooten en moesten hartelijk lachen bij die vergelijking. + +</p> +<p>Een van de bootslieden toeterde even op een groote schelp, een sein voor de landslui om hen te wijzen op de gelegenheid om +een eindweegs mee te varen als de boot langs hun akker gaat, een signaal, dat uit de verte van de bergmuren terugechode en +ons eenigszins in de stemming bracht voor de poëtische vaart op den Tarn. + +</p> +<p>Daar niemand gehoor gaf aan de roepstem, zetten de bootslui zich schrap en duwden de bark af; zachtkens gleden wij voorwaarts, +recht op den rotsmuur aan; dan een stoot met den boom—en wij gingen den hoek om. Wij keken om: St. Enimie was verdwenen en +wij dreven in een nauw dal, dat aan alle zijden ingesloten is door wanden, 500 M. hoog. + +</p> +<p>Zoo is onze verdere 30 K.M. lange weg naar Le Rozier. Zacht en kalm, in een heerlijke stilte, glijden wij over het doorzichtige +water, waarin de forellen geluidloos heen en weer schieten. De oevers rijzen groen uit het water omhoog en gaan over in steile, +hooge borstweringen met kanteelen, die zich in de rivier spiegelen. + +</p> +<p>De bootslui, lenig en sterk, spannen hun spieren om de bark, die nu en dan door den stroom meegesleept wordt, tegen te houden. +Alleen het knarsen van hun stooten op het grint verstoort de stilte. Hier en daar knarst de boot zelf over den rivierbodem, +om plotseling weer meegesleurd te worden door een versnelling op een plaats, waar rotsblokken het water den doorgang belemmeren. +Nooit komen wij daar doorheen, meenen we. De bootsman staat voorop, zijn stok gereed; wij raken de rots bijna; daar ploft +de stok neer, een duw, en wij schieten er om heen! Gevaar is er bij deze vaart niet, het water is zeer ondiep; slechts hier +en daar zijn diepe gaten. De bootslui varen bovendien van jongsaf op <a id="d0e163"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e163">172</a>]</span>de rivier en kennen bijna ieder steentje, ja, zij weten zelfs bij elken rivierstand—die verandert bij dezen bergstroom n.l. +dikwijls—precies de plaats te treffen, waar zij hun stok moeten inplanten om een in den weg liggende rots voorbij te komen. +Zij staan dan ook rustig te wachten, terwijl de reiziger denkt te pletter te loopen, tot de plaats, waar zij snel hun boom +neerploffen en de bark met een flinken duw afzetten. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-172.jpg" alt="De Tarn boven St. Enimie." width="578" height="720"><p class="figureHead">De Tarn boven St. Enimie.</p> +<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">“Sites et Monuments” du Touring Club de France</span>. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Wanneer men bij de eerste versnellingen hun rust en kalmte van beweging ziet en daarbij bedenkt, dat zij, jaar op jaar, dag +in dag uit, steeds hetzelfde doen, dan verdwijnt ieder gevoel van bangheid, wanneer dit soms mocht opkomen. + +</p> +<p>De betrekkelijk groote niveau-verandering van den Tarn op den weg naar Le Rozier veroorzaakt de versnellingen, welke het boottochtje +hoogst interessant maken en menig spannend oogenblik den reiziger bezorgen. + +</p> +<p>Achter ons sluit de vooruitspringende Causse Méjean den Tarn geheel af; voor ons rijzen de rotsen van Conroc onmiddellijk +uit het water omhoog; rechts schuiven langzaam de Egouttiers, rotsen vol gaten, waaruit voortdurend water sijpelt, ons voorbij; +links slingert zich een weg naar boven; en dáár, rechts, die roode rotsrichel, is de nieuwe weg van St. Enimie naar Le Rozier. +Deze nieuwe weg strekt den ingenieurs tot eer. Hoe moeilijk is het niet met dynamiet een weg te banen door deze woeste vallei, +zonder het karakter van het landschap te veranderen of haar schoonheid te vernietigen! Door de opeenhoopingen van rotsen een +weg te boren en de rivier in al haar grillige bochten te volgen, was op zich zelf reeds een verre van gemakkelijke taak. Zij +hebben hun taak zóó opgevat, dat, wanneer over eenige jaren de rotsen, die zij hebben laten springen, door sneeuw, regen en +wind de kleur van de omringende rotsen zullen aangenomen hebben, de weg van de rivier af niet te zien zal zijn. Eere hun navolgingswaardig +streven! + +</p> +<p>Wij komen voorbij de Rocher du Gouffre, waar de bark een oogenblik onbeweeglijk schijnt te blijven liggen op het hier tamelijk +breede, groenachtige water; dan plotseling pakt haar een stroomversnelling, die ons meesleurt naar den rechtopstaanden rotsmuur. +De bootsman vóór, kaarsrechtopachtgevend, waakt over ons. Eén stoot met zijn stok tegen den dreigenden muur en het broze vaartuig +zwenkt, om langzaam verder te glijden. Recht voor ons rijzen de muren als een hemelhoog vestingwerk op en schijnen als een +onoverkomelijke hinderpaal ons den weg te willen versperren. Daar aan den voet, als een groene poort van den burcht, ligt +St. Chély. De bootsman grijpt zijn schelp en stoot eenige tonen uit, die schel weerklinken tusschen de hooge muren en lang +blijven nagalmen. Wij naderen het plaatsje. + +</p> +<p>Als een groen eiland ligt het in die woeste omgeving. Een brug met slanken boog verbindt het met den tegenoverliggenden oever, +waar een weg voert naar de weinige eenzame dorpjes op de Causse de Sauveterre. Geheel gelegen in de schaduw van oude <a id="d0e185"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e185">173</a>]</span>olmen, is St. Chély een oase in de woestijn. Even hebben we er den tijd de eenige bezienswaardigheid te gaan kijken; ’t is +de grot Cénarète, waaruit een krachtige bron water naar den Tarn stuwt. Deze bron vormt in de grot zelf een onderaardsch meertje, +30 M. lang, 5 M. breed en 6 M. diep; prachtige stalactieten hangen van het 6 à 8 M. hooge gewelf. In 1888 heeft de heer E. +A. Martel, die de meeste grotten in dit deel der Cevennen onderzocht heeft, geprobeerd verder in de grot door te dringen met +behulp van een opvouwbare roeiboot, doch hij moest zijn poging opgeven; de spleet, waaruit het water naar het meertje vloeit, +werd op geringen afstand van haar einde te nauw en verhinderde daardoor het voortgaan. De ingang van de grot, een zaal van +15 M. hoogte en 15 M. breedte, is gedeeltelijk ingericht als kapel voor de H. Maagd; het overschietende deel gebruikt de molenaar +van St. Chély als kelder. Gemoedelijker kan het bijna niet! + +</p> +<p>In St. Chély verwisselen wij van bark en bootslieden. Iedere groep bootslieden bevaart nl. slechts een deel van de rivier, +daar het moeilijk is de barken weer stroomopwaarts te brengen. Zij hebben als ze 2 uur lang de rivier afgezakt zijn, 5 uur +noodig om weer thuis te komen; daarom verwisselt men op den afstand van 35 K.M. viermaal van bark. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-173-1.jpg" alt="Chateau de la Caze." width="574" height="456"><p class="figureHead">Chateau de la Caze.</p> +<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">“Sites et Monuments” du Touring Club de France</span>. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Wij steken weder van wal en zeer spoedig sluit zich de muur weer achter ons; St. Chély is verdwenen. + +</p> +<p>Weldra zien we, tegen den rotsmuur aangebouwd, een klein dorpje, Pougnadoires, een plaatsje, dat binnen niet al te langen +tijd verdwijnen zal. De rotswand boven het dorp is gespleten en dreigt neer te vallen; het mooie Pougnadoires, dat daar nu +zoo rustig tusschen zijn hoogopgaande boomen ligt, is onherroepelijk veroordeeld. Alles wat beproefd is om het vallen van +de rots te verhinderen, lilliputterswerk om een reus tegen te houden, is vergeefsch. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-173-2.jpg" alt="Saint-Chély-du-Tarn." width="571" height="456"><p class="figureHead">Saint-Chély-du-Tarn.</p> +<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">“Sites et Monuments” du Touring Club de France</span>. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Iets verderop zien we een menigte openingen, ingangen van holen, waarvan enkele door menschen bewoond zijn. Zij deden ons +denken aan de rotswoningen te Geulhem; doch hier zijn de woningen fantastischer. De ingang van zoo’n hol is afgesloten door +een soort huisgevel met ramen; het dak is vooruitgebouwd als een luifel, half rots, half bijgewerkt met platte steenscherven. +De rook ontsnapt bovenuit door een zwart geworden spleet. Deze woningen bevinden zich 100 M. boven den nieuwen weg, welke +langs den Tarn gemaakt is. Vroeger leefde in die holen de beer van den oertijd, van welken men nog herhaaldelijk beenderen +vindt; later dienden zij den voorhistorischen mensch tot verblijfplaats, zooals de gevonden vuursteen bewijst; heden zijn +ze betrokken door Fransche staatsburgers, door citoyens! Boven hen wonen de raven en kraaien, die zich in kleinere, hooger +gelegen holen genesteld hebben. + +</p> +<p>Wij naderen een scherpen hoek van de rivier en wij keeren ons om, ten einde een laatsten blik te slaan op het panorama achter +ons. Als we den blik weer stroomafwaarts laten gaan, is <a id="d0e217"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e217">174</a>]</span>plotseling het décor veranderd. Spoedig zullen we het Château de la Caze bereiken, dat eensklaps te voorschijn gekomen is. + +</p> +<p>Dit kasteel, omringd door hoogopgaand geboomte, hangt als het ware aan de rots en spiegelt zich in de hier 100 M. breede en +20 M. diepe rivier. Achter en iets boven het kasteel ontspringt een beekje, dat zich in den Tarn stort. Beneden voor het kasteel +bruist een stroomversnelling, boven dreigen de rotsen zich neder te werpen en al het lager gelegene te verpletteren. Het kasteel +zelf ligt daar rustig en sterk met zijn vier hoektorens en zijn wachttoren boven den ingang, een vesting als ’t ware om rotsen +en water in toom te houden, om natuurkrachten te beheerschen. + +</p> +<p>Vroeger, vertelde de bootsman, zag het er erg vervallen uit, doch sinds kort heeft een maatschappij het laten restaureeren +en tot hôtel inrichten. + +</p> +<p>Die oude edellieden verstonden het toch maar, mooie plekjes voor hun burcht uit te kiezen. Is het gezicht van af de rivier +op het kasteel grootsch en indrukwekkend, de kijk van uit het kasteel op de rivier is onvergetelijk. Eigenlijk zijn de twee +zoo verschillende vergezichten niet vergelijkbaar. Waar het eerste u toont de macht van den mensch, zich opwerpend als waker +over en beheerscher van de woeste krachten der natuur, doet het tweede u gevoelen de kleinheid en nietigheid van den mensch +tegenover het groote en machtige waarmee de natuur hem omsluit, en inzien, dat hij slechts leeft en werkt bij hare genade. + +</p> +<p>Verder op wordt het landschap nog grootscher. Zacht in ons bootje voortglijdend, zien we het dal zich beneden verbreeden en +boven vernauwen. De rotsmuren welven zich aan weerszijden over de rivier, zoodat wij soms de rotsen als een dak boven ons +hebben. De opening boven is geen kilometer breed; rechts bereikt de wand een hoogte van 530, links van 470 M. En daartusschen +schuiven wij in ons nietig bootje verder, wij, heele kleine wezentjes van nog geen 2 meter hoog! + +</p> +<p>Van het eene plateau naar het andere reikt de menschelijke stem, zonder dat zij zich uitermate behoeft te verheffen. Twee +herders, die een wandeling van minstens een uur of vier zouden moeten maken om elkaar de hand te drukken, kunnen gemakkelijk +een praatje houden. + +</p> +<p>Een scherpe punt steekt vooruit. Aan haar voet moet het dorpje La Malène (= leelijk gat) liggen, een halteplaats. Met groote +vreugde werd dit rustpunt begroet. Onze maag was ondanks het genot van zooveel natuurschoon dezelfde gebleven; dus waren na +een vaart van 5 uren de forellen, schaapscôteletten en de traditioneele kip (in Frankrijk krijgt men bijna bij elken maaltijd +kip of “poularde”) hoogst welkom. Toen wij La Malène verlieten en verder voeren, heb ik dan ook zitten piekeren over de vraagpunten, +wat beter voor den mensch is, een mooi panorama of een flinke lunch, en of men natuurschoon volkomener geniet met een leege +dan wel met een volle maag. Ik voor mij prefereer een volle maag; dichters en schilders misschien niet? + +</p> +<p>Van La Malène tot Pas de Soucy vloeit de Tarn door de indrukwekkendste, meest grootsche passages. Wij voeren om de hooge rots +De Montesquieu heen, een zonderling afgerafelde en verweerde steenmassa. Op een soort plateau op den top staan nog enkele +overblijfselen van een uit de 12<sup>de</sup> eeuw dagteekenend slot, gebouwd als een arendsnest bijna 300 M. recht boven den Tarn. Eeuwen lang is het reeds verlaten. +De heeren De Montesquieu du Tarn verlieten het tegen het begin der 16de eeuw, om een nieuw kasteel te stichten in La Malène. + +</p> +<p>De bootsman wees ons een grot, welker ingang iets lager dan de ruïne zichtbaar is en die in verbinding stond met het kasteel. +Hij vertelde daarna de geschiedenis van de laatste barones De Montesquieu du Tarn. + +</p> +<p>Tijdens de revolutie, in 1793, ging La Malène in de vlammen op en vluchtte de oude 70-jarige blinde weduwe, geholpen door +een herder en een vertrouwden bediende, naar de ruïne en verborg zich in de grot, die toen nog van uit de ruïne te bereiken +was. De herder bracht haar maandenlang, ondanks den moeilijken, gevaarvollen weg, dagelijks het noodige eten. Door een valsch +alarm misleid, vreesde hij dat de schuilplaats ontdekt was en bracht ’s nachts de oude vrouw twee kilometers verder in een +andere grot, die op het water uitkomt. Elk spoor werd daardoor uitgewischt. Zij liet op het signaal van den herder, wanneer +hij het voedsel bracht, een touwladder af in de rivier, welke zij weer optrok na zijn vertrek. Zoo leefde deze energieke vrouw +negen lange maanden eenzaam in een vochtig hol. Zij werd ondanks dit alles 90 jaar, zag alle kinderen en kleinkinderen verdwijnen, +en moest ver verwijderde verwanten laten komen om de familiegoederen, die haar door de regeering teruggegeven waren bij de +Restauratie, aan hen over te dragen. + +</p> +<p>Iets verder wees de bootsman ons een grot, waarin in 1793 eenige priesters, die zich daar verscholen hadden, vermoord werden. + +</p> +<p>Na die grot neemt de cañon een majestueus karakter aan; het is onmogelijk de grillige vormen van de door weer en wind uitgevreten +en verwrongen opeenstapeling van rotsen weer te geven in woorden. Twee gehuchten, Colonel rechts, Ganjac links, schijnen ongenaakbaar +voor menschen, alleen te bereiken door de roofvogels, die met breeden vleugelslag boven den cañon zweven. Toch wonen daar, +ver van het gedruisch der groote steden, menschen, gelukkig en tevreden. Met een hoogmoedigen glimlach zien ze, een oogenblikje +uitrustend van hun zwaren, vermoeienden veldarbeid, de barkjes na met stadsmenschen, die diep beneden hen voorbijvaren. Deze +twee gehuchtjes liggen daar als schildwachten aan den ingang van het Détroit, het nauwste deel van het Tarndal, waar wij zachtjes +onder de overhangende muren door glijden. + +</p> +<p>Machtig en grootsch is nu de cañon, waar wij doorvaren. De onderste, 100 M. hooge, rotsen staan links en rechts loodrecht +in de rivier; de hoogerop iets terugwijkende wanden der beide causses stijgen steil 500 M. in de lucht, waar hun door de zonnestralen +rood gekleurde, verbrokkelde randen en punten prachtig afsteken tegen den diep blauwen hemel. Boven is de afstand ongeveer +1000 M., beneden iets minder. Hier ziet men duidelijk, hoe de rivier eeuwen <a id="d0e246"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e246">175</a>]</span>door gestreden heeft tegen de geweldige steenen gevaarten, die haar omknellen. Meters diep heeft zij den steen uitgeschuurd, +het schuursel medevoerend, zoodat wij, deze uitholling doorvarend, de blauwe luchtstrook boven ons zien verdwijnen en plaats +maken voor een rotsdak. Links en rechts bemerkt men telkens weer nieuwe holen en grotten. Naar het midden van den stroom teruggekeerd, +ziet men, scherp zich afteekenend tegen de smalle luchtstrook, hoog boven zich, langzaam en statig eenige gieren zweven, die +in deze woeste streken nestelen. Hoe klein voelt de mensch zich bij deze overweldigende natuurtafereelen! + +</p> +<p>Reizigers, die den nieuwen weg volgen, krijgen deze heerlijke passage niet te zien. Men heeft den weg hier over de rotsen +gevoerd om het natuurschoon geen afbreuk te doen, zoodat het mooiste gedeelte van de geheele reis hun ontgaat. Wij betreurden +het dan ook niet, de rivier tot weg gekozen te hebben. + +</p> +<p>Als om het oog afwisseling te bieden, schenken de rotsen na het Détroit een menigte kleine verrassingen, welke ons door den +bootsman gewezen werden. + +</p> +<p>Een rotspoort in de rivier gelijkt op de beroemde Presbischthor in de Sächsische Schweiz, is evenwel kleiner. Zoo zijn er +meer treffende overeenkomsten tusschen de dalen van Elbe en Tarn, maar hoeveel grootscher en indrukwekkender is de Tarn! + +</p> +<p>Iets verder een groote, ronde rots; ze schijnt de beeltenis van Lodewijk XIV met pruik en hoed; in de punten er omheen, zou +men hofdames met sleepjaponnen en magistraten in toga’s kunnen zien; daartoe behoort echter wel wat veel verbeeldingskracht +en een zeer goeden wil. Anders is het bij de volgende fantasie, de “<span lang="fr">cour des moines</span>” genaamd. Hier staan werkelijk eenige monniken in een kring, de kappen over het hoofd. Duidelijk hebben de rotsen menschengezichten +met baarden. + +</p> +<p>De bootslieden wisselen snel eenige woorden in het voor ons schier onverstaanbare dialect, dat wat gelijkt op Spaansch doordat +de uitgang -os heel druk gebruikt wordt. Wij naderen een maalstroom; een paar krachtige stooten brengen ons er spoedig doorheen. +Deze maalstroom heeft in den zomer bij lagen rivierstand niets te beduiden en verdwijnt bijna, doch in het voorjaar, wanneer +de rivier wast door het toevloeiende smeltwater der op de causses gevallen sneeuw, moeten de visschers oppassen; in het Détroit +stijgt de waterspiegel soms meer dan 20 M. Dan zit er een andere vaart in het water, waarop wij nu zoo kalm en vreedzaam verder +drijven. + +</p> +<p>Weinige oogenblikken later beginnen de muren terug te wijken. Wij komen in het Cirque des Baumes, een circusdal, zooals men +er in de Pyreneeën zoovele vindt. + +</p> +<p>Deze kolossale arena meet boven aan den rand 5 K.M. in doorsnede, beneden 3 K.M. De rotsen bieden een schakeering van kleuren +en tinten, waarin het rood overheerscht, terwijl wit, zwart, blauw, grijs en geel daar doorheen spelen. Op sommige plaatsen +plekken zich tusschen de rotsen opgeschoten struiken donkergroen af te midden van het weelderige kleurenspel. Tegen de zijwanden +klimmen de rotsen trapsgewijze 500 M. omhoog tot den rand van de causse; de zonderlingste vormen nemen zij aan, verweerd als +ze zijn door regen, zon en vorst. Ook het water van den Tarn heeft zijn invloed doen gelden in den tijd, toen het volgens +de geologen hier een meer vormde. De rotsen lijken op kasteelen, torens, bogen, bastions, kathedralen, obelisken, pyramides; +onder het spel van licht en schaduw, van tint en lijn, veranderen zij voortdurend van voorkomen; dat alles werkt mede om één +grootsch geheel te vormen, dat nooit door dichter of schilder zal kunnen weergegeven worden. Hoe geblaseerd men ook moge zijn, +hier dwingt de natuur bewondering af! + +</p> +<p>Hoog op een soort plateau staat een kleine kapel tegen den rotsmuur geleund; hierheen gaan de Caussenaars ter bedevaart om +genezing te zoeken voor oogziekten. Dan laten ze zich de oogen wasschen met water uit de bron, die naast de kapel ontspringt. + +</p> +<p>Iets hoogerop (370 M. boven den Tarn) is de ingang van een groote grot. In 1888 heeft de heer E. A. Martel o. a. ook deze +grot, die vooral uit geologisch oogpunt zeer merkwaardig is, geheel bezocht en er 9 verticale putten ontdekt van 8 tot 30 +M. diepte, die alle in een onderaardsch meer eindigen. Hij liet zich daartoe, schrijlings op een dikken tak gezeten, door +5 sterke Caussenaars aan een touw afzakken. Men moet wel den moed bewonderen van een man, die, aan een touw hangend, zich +in de donkere ruimte laat zakken, in een gat, waarvan hij de diepte niet kent; het minste verzuim van den kant zijner medewerkers +kon hem het leven kosten! + +</p> +<p>Voor gewone toeristen is de grot niet bijzonder merkwaardig, al acht ieder geoloog een bezoek loonend. Toch is het interessant +voor den reiziger, wanneer hij den steilen muur bekijkt, te weten, dat daar achter zooveel mysterie schuilt. De tegenwoordigheid +van een meertje op die plaats is op zich zelf reeds geschikt de hoogste verwondering op te wekken. 90 M. diep in een grot +en 190 M. onder het plateau der Causse de Sauveterre, dat wekt geen verbazing; maar 280 M. boven het niveau van den Tarn, +dat schijnt ons in strijd met alle vroeger geleerde wetten van communiceerende vaten. + +</p> +<p>De bootsman laat ons niet den tijd te peinzen over de mogelijke oorzaak. Hij vraagt ons te raden, hoe wij nu verder zullen +varen. ’t Is een raadsel. + +</p> +<p>Ons schijnt het toe, dat de reusachtige arena aan alle zijden door ongeveer even hooge muren is ingesloten. Rechts, meenen +wij te zullen moeten gaan. Mis! de rivier maakt een scherpe bocht naar links. Ieder reiziger, hooren wij, raadt hier verkeerd. +Zelfs de doorgang, waardoor wij het dal invoeren, is zonder aanduiding van onzen leidsman niet terug te vinden. + +</p> +<p>Wij glijden zachtjes den hoek om en meteen is het geheele Cirque des Baumes aan ons gezicht onttrokken; langzaam naderen wij +de derde zeer merkwaardige passage, de Pas de Soucy. + +</p> +<p>De rivier wordt geheel versperd door een chaos van reusachtige blokken, in ’t honderd op en door elkaar geworpen. Verder varen +is hier een onmogelijkheid en wij stappen dus aan wal. Alvorens van ons afscheid te nemen, wijzen de bootslieden ons eenige +bijzonder sterk vooroverhellende rotsen: de Sourde, een reusachtige, zich aan zoekende blikken van zelf opdringende steenmassa; +en de Aiguille, een 80 M. hooge, geheel alleenstaande spitse punt. Nog <a id="d0e279"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e279">176</a>]</span>een andere rots trekt bijzonder onze aandacht; ’t is een bisschop met een mijter op, die zegenend de hand uitstrekt over het +dal. + +</p> +<p>Een verschrikkelijke catastrophe moet hier plaats gehad hebben; geheele rotsmuren zijn in de rivier neergestort, zoodat het +water bruisend en schuimend zich een weg moet zoeken door spleetjes en gaatjes. Vooral in het voorjaar, als de sneeuw smelt, +moet het hier zeer onstuimig toegaan; in den zomer echter verdwijnt de rivier bijna geheel en kan men haar schier droogvoets +oversteken. Borrelend en kokend herneemt zij 400 M. verder haar bovengrondschen loop. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-176.jpg" alt="Cirque des Baumes." width="578" height="465"><p class="figureHead">Cirque des Baumes.</p> +<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">“Sites et Monuments” du Touring Club de France</span>. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Verschillende legenden zijn in omloop betreffende de oorzaak dezer verwoesting van het stroombed. Een van de aardigste is +wel die van de Heilige Enimie, welke ik in het kort zal trachten weer te geven: + +</p> +<p>De vestiging van de H. Enimie te Burle had den duivel totaal uit zijn humeur gebracht. In deze nogal ongeloovige streek, waar +hij in de vele holen en grotten even zoovele gemakkelijke wegen van en naar de hel had, had hij vrijwel kunnen doen en laten, +wat hij wilde. Dat was nu uit. Hij trachtte daarom de heilige te verleiden, maar dat gelukte hem niet. Toen probeerde hij +het met de nonnetjes, die danig in de war raakten. De heilige Enimie begreep eindelijk, waardoor zulk een wanorde in haar +klooster werd teweeggebracht en verkreeg toen na langdurig en vurig bidden de macht den duivel te ketenen, wanneer hij weer +in het klooster zou willen binnensluipen. Maar moeilijk was het, dan den slimmerd te pakken te krijgen! Op een goeden dag +werd hij ontdekt en vluchtte daarop langs den Tarn. De H. Enimie joeg hem na. De jacht was lang en afmattend, want Satan kende +alle hoekjes en gaatjes op een prik. Eindelijk kwamen vervolgde en vervolgster in het <span lang="fr">Cirque des Baumes</span>. Daar woonde in een grot de heilige Ilère, de biechtvader van St. Enimie. Dezen was reeds vroeger order gegeven zijn biechtelinge +behulpzaam te zijn. De duivel, die dit wist, maakte zich heel klein om minder in het oog te vallen, en daar juist de H. Ilère +in het gebed verzonken was, zag en hoorde deze niets. Hijgende en uitgeput bleef St. Enimie aan den ingang van het dal staan; +de duivel zou haar ontgaan, want hij was reeds vlak bij de plaats, waar de Tarn buitengewoon diep was door een ravijn, dat +zich daar onder water uitstrekte en waarin hij zich gemakkelijk kon laten neerzinken om van daar naar de hel te ontsnappen. + +</p> +<p>St. Enimie viel op de knieën en geheel haar machtig geloof uitte zich in den kreet: “Te hulp, bergen, houdt hem tegen!” Al +de rotsen vielen voorover, maar de duivel, sterk en vlug, weerstond of ontweek de kleinere rotsblokken en zijn voet bereikte +reeds den bodem der diepte, waardoor hij ontkomen wilde, toen de rots Sourde over hem heen viel. De Aiguille, door haar lengte +niet zoo vlug kunnende vooroverkomen, riep haar toe: “Hebt gij mij noodig, zuster?” Waarop de Sourde antwoordde: “Onnoodig; +hij kan niet meer weg!” De H. Enimie hoorde dit en zag den duivel gevangen. Zij wenkte de rotsen maar te blijven staan. Deze +verstijfden in hun val en staan daar nu nog voorovergebogen. De rotsblokken, die den Tarn versperren, zijn die van de Sourde. +De duivel heeft evenwel een taai leven en is zeer sterk. Hij wrong zich los, ondanks het gewicht van de Sourde, en sloeg, +alvorens te ontsnappen, in zijn razende woede met zijn bebloede hand tegen de rots, zoodat een roode handafdruk in den steen +achterbleef. Dit teeken aan den voet van de Sourde is bij een groote overstrooming in 1875 verdwenen, doch de rotsen hellen +nog voorover en de Tarn wordt nog altijd versperd door rotsblokken. + +</p> +<p>De geologen zijn het er in het algemeen over eens, dat hier twee steenstortingen hebben plaats gehad, de eene in lang vervlogen, +de andere in dichterbij gelegen tijd. Vermoed wordt, dat de tweede een gevolg is geweest van de groote aardbeving in het jaar +580, die reusachtige verwoestingen moet hebben aangericht in de Pyreneeën en de omliggende landen. Dat zou, als ’t waar is, +overeenstemmen met den tijd, waarin St. Enimie en St. Ilère waarschijnlijk geleefd hebben. Men heeft dan de legende van deze +heiligen in verband gebracht met een catastrophe, die een geweldigen indruk op de bevolking moet hebben gemaakt. + +</p> +<p>Een wagentje, dat speciaal voor de toeristen op en neer rijdt, brengt ons langs den chaos eenige kilometers verder naar het +plaatsje Les Vignes, waar de Tarn weer bevaarbaar wordt. + + +<a id="d0e306"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e306">177</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-177.jpg" alt="Het dal van de Jonte bij Peyreleau." width="720" height="552"><p class="figureHead">Het dal van de Jonte bij Peyreleau.</p> +<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">“Sites et Monuments” du Touring Club de France</span>. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Van Les Vignes voeren weder een weg rechts en een weg links naar en over de causses; ’t schijnt hier reeds van oudsher een +druk gebruikt overgangspunt en dus een middelpunt van verkeer geweest te zijn, hetgeen de vele dolmens aantoonen en de talrijke +vroeger bewoonde grotten, waarin zeer vele voorhistorische voorwerpen gevonden werden. + +</p> +<p>Van Les Vignes naar Le Rozier, het eindpunt onzer bootvaart, behoeft men met de bark slechts twee uren, doch de rivier stroomt +zoo snel en heeft zoovele groote versnellingen, dat de arme bootslieden acht uren noodig hebben om hun leege bark naar Les +Vignes terug te sleepen. + +</p> +<p>Bij ons vertrek uit Les Vignes was de lucht reeds een weinig betrokken en vreesden de bootslieden voor onweer. En jawel, wij +waren nog geen 10 minuten onderweg, of daar begon het. Wij vonden het geen onaardige afwisseling, want de vaart kreeg nu iets +avontuurlijks. De onweders zijn in deze streek meestal kort van duur, maar ongemeen hevig, en gaan vergezeld van zware slagregens. +Bij reizen in bergstreken moet men er op gewapend zijn, en zoo hadden wij dus ook onze voor water ondoordringbare capes bij +ons. Onze bootslieden waren zoo goed als onmiddellijk drijfnat. + +</p> +<p>Het dal is nu wat breeder dan meer stroomopwaarts, en ofschoon er eenige merkwaardige rotspartijen zijn, die ons door den +neerslaanden regen ontgingen, is dit deel der vallei niet zoo grootsch als het Détroit met het <span lang="fr">Cirque des Baumes</span> en de <span lang="fr">Pas de Soucy</span>. Daar staat tegenover, dat hier de rivier vaker versperd is door rotsblokken en meer versnellingen vormt, waaronder er zijn, +die zelfs zeer moeilijk gepasseerd kunnen worden, en die dan ook van de bootslieden langjarige ervaring en groote voorzichtigheid +eischen. Kantelt de bark, wat enkele keeren door onnoodig angstmisbaar van dames wel gebeurt, dan komt men er af met een flink +voetbad, want juist op de plaatsen, die den schrik wekken, is de rivier zeer ondiep. Maar, zooals gezegd, ongelukken komen +maar heel enkele keeren voor. De bootslieden, die op dit deel der rivier bijna allen eigenlijk visscher van beroep zijn, zijn +verbazend handig, lenig en sterk, en—zij kènnen de rivier. Zij waarschuwen telkenmale, wanneer er een grootere versnelling +te passeeren is. Men bemerkt dit bovendien zelf reeds op een aanmerkelijken afstand door het tegen de rotsen wild opschuimen +en uit elkaar stuiven der golven. +<a id="d0e331"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e331">178</a>]</span></p> +<p>Ons verging het hooren en het zien. Boven ons zigzagde onophoudelijk de bliksem door de lucht en onafgebroken rolde en ratelde +de donder door het dal. Om ons woelde en spatte het opgezweepte water van den Tarn, terwijl kletterend de regen bij stralen +neerviel. In de versnellingen spatte het schuimende water ons om de ooren. De bootslieden hijgden en zwoegden en waren een +en al aandacht; de regen verblindde hen; toch geen enkele misstoot. Nu links een stoot, dan rechts een ruk, daarop bogen beiden +naar één kant over; de bark schoot met den opgewipten kant over een rots heen. Bij elke versnelling kregen wij golfjes water +over; de regen deed er het zijne bij en wij zagen weldra onze handtasschen in de boot ronddrijven. Onze voeten stonden een +hand breed in het water; wij bemerkten het niet; ondanks onze capes waren wij over ons geheele lichaam kletsnat. + +</p> +<p>De voorman greep een hoosblok en begon het water over boord te hoozen. Eensklaps moest hij zijn schepper laten varen (letterlijk!) +om vlug zijn stok te grijpen; wij naderden weder een versnelling. Hijgende vroeg hij mij, of ik hoozen kon. “Jawel,” zei ik +en greep de schep. “Blijf zitten,” klonk er tot antwoord, “of wij gaan om!” Juist schoten wij zigzag tusschen in de versnelling +liggende blokken door. “Nu kunt U even uw gang gaan.” Dan hoosde ik; nu en dan kwam kort en krachtig een bevel om te zitten +en dan plakte ik weer neer op de natte bank, om even later opnieuw te hoozen. + +</p> +<p>Het mooiste deel van den cañon genoten wij bij helderen zonneschijn, zoodat wij het in zijn onvergetelijke kleurenpracht konden +bewonderen. Hier, waar het water het moeilijkst en wildst is, troffen wij daarentegen juist onstuimig weer, een weer als waren +alle elementen tegelijk in opstand gekomen. Feitelijk hadden wij het niet beter kunnen treffen, al was het gevolg ook, dat +wij druipnat aankwamen in het Grand Hôtel du Rozier, dat prachtig gelegen is met een terras aan den oever van den Tarn. + +</p> +<p>Bij het afscheidnemen merkte een van de bootslieden op, dat wij niet voor den eersten keer uit varen waren geweest. “Nu, dat +zou ik ook meenen,” antwoordde ik, “wij zijn ook uit het waterland.” Ik vertelde hem toen een en ander over ons land, waar +wij bijna overal water hebben, de huizen op palen bouwen en waar enkele deelen onder den zeespiegel liggen, enz. Daar zette +hij groote oogen van op. Maar toch, zij hadden aan het water uitscheppen wel gemerkt, dat het niet voor den eersten keer was, +dat ik een hoosblok hanteerde; meestal kregen zij Parijzenaars in hun boot en dan waren vooral de dames altijd zeer lastig +door haar mallen angst. Ook hadden zij wel eens Engelschen gehad, maar met die was het ook geen gezellige vaart, omdat zij +doorgaans geen Fransch verstonden. + +</p> +<p>Zoo zijn zij allen, de visschers van den Tarn; op het eerste gezicht lijken zij bromberen, even ontoegankelijk als hun rotsen; +weet men echter het gesprek te leiden, dan komen zij los en verstaan het, door het aanwijzen van merkwaardige punten en door +het vertellen van boeiende verhaaltjes en legenden, den tijd te korten. Over het algemeen spreken zij een goed en duidelijk +Fransch, zoodat vreemdelingen hen gemakkelijk kunnen verstaan. Alleen onder elkaar bedienen zij zich van hun dialect, wat +zij nog zooveel mogelijk in tegenwoordigheid van reizigers uit beleefdheid vermijden, omdat, zooals een der bootslieden mij +vertelde, er wel eens toeristen zijn, die zich aan ’t gebruik van het dialect ergeren, meenende dat er over hen gesproken +wordt. + +</p> +<p>Zooals ik reeds opmerkte, hadden de bootslieden voor het laatste traject, dat men in 2 uur aflegt, 8 uur noodig om weer stroomopwaarts +te komen; één van hen moest dan bij iedere versnelling te water gaan om de boot te trekken. Dit hebben zij nu sinds kort veranderd; +de voortschrijdende beschaving heeft ook hier reeds haar invloed uitgeoefend. Zij vereenigden zich namelijk en hebben in Le +Rozier een soort kraan gebouwd. Nu lichten zij heel eenvoudig hun bark op een gereedstaanden wagen en laten dezen door een +flink stel paarden naar Les Vignes trekken. Zij zelf peddelen op de fiets er achteraan en zijn nu in een uurtje thuis. Mogelijk +is dit geworden bij de openstelling van den nieuwen weg, die zeker nog wel meer veranderingen in deze streek zal teweegbrengen. + +</p> +<p>Le Rozier en het daar tegenoverliggende Peyreleau liggen aan de samenvloeiing van Jonte en Tarn. Veel water vloeit er hier +niet in den hoofdstroom, want de Jonte is ’s zomers bijna droog. Hier komen drie causses bij elkaar: de Causse de Sauveterre, +de Causse Méjean en de Causse Noire. De laatste wordt aldus genoemd naar de hooge denne- en pijnboomen, waarmede haar hellingen +begroeid zijn en die er een somber aanzien aan geven. + +</p> +<p>Le Rozier ligt zoo mooi en het Grand Hôtel, een goed ingericht modern hôtel, ligt zoo rustig en kalm aan de rivier, dat wij +den lust niet konden weerstaan er een dagje te blijven uitrusten; de uitkijkjes van het hôtelterras zijn zoo verrukkelijk, +dat wij ons zelven niet behoefden te beklagen over het door den staat onzer kleeding eenigszins gedwongen oponthoud. + +</p> +<p>Den volgenden ochtend maakten wij een tochtje naar het plateau van de Causse Noire; het was wel niet precies, wat men uitrusten +noemt, die 400 M. naar boven, maar wij kwamen er toch op, al was het voetpad steil en slecht. Het uitzicht van den rand loonde +rijkelijk de moeite. Wij overzagen het laatste gedeelte van de rivier, dat wij bevaren hadden, van het Cirque des Baumes tot +aan Le Rozier, en rechts den 20 K.M. langen, kronkelenden cañon van de Jonte. Om ons heen en aan de overzijden der valleien +weer de platte, akelige verlaten steenvlakten! + +</p> +<p>Des middags gingen we er weer op uit; met in het hôtel geleende hengels op de forellenvangst. Nu moet ik even eerlijk bekennen, +dat wij nog nooit op forellen gevischt hadden, ja, heelemaal niet veel aan visschen deden. In Parijs heeft men daartoe niet +zoo de gelegenheid. Maar wij brachten toch een prettigen middag door. Een paar uur lang klauterden wij onder struiken door +van steen op steen om ten slotte thuis te komen met acht heel kleine vischjes, niet grooter dan spieringen. Evenwel, wij hadden +de groote forellen gezien, en dat telt toch ook mee! + +</p> +<p>Den volgenden morgen vertrokken wij met den Alpenzak op den rug door de vallei der Jonte naar Meyrueis. Veel loopen of wandelen +schijnen de menschen hier niet te doen; of zij zien de stadsmenschen <a id="d0e354"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e354">179</a>]</span>voor zeer zwak aan. Ten minste men verwonderde zich algemeen er over, dat wij 20 K.M. wilden loopen. Geen inwoner zou dat +doen, al is hij nog zoo arm; hij neemt de diligence; de toeristen huren een rijtuig. Het beviel onzen hôtelier dan ook in +’t geheel niet, dat wij te voet gingen; hôtelier en wagenverhuurder was hier, als op zoovele andere plaatsen, één. + +</p> +<p>Ook onze Alpenzakken trokken groote belangstelling. Deze voor den toerist zoo gemakkelijke transportmiddelen—voor de hoogstnoodige +bagage en eenigen mondvoorraad—schenen hier onbekend te zijn, en wij zagen menigen glimlach, waaraan wij ons natuurlijk niet +in ’t minste stoorden. Misschien komt het, doordat men hier het klimaat te warm acht voor voettochten; die worden hier niet +gemaakt zooals in Zwitserland en in de Fransche Alpen, doch—menigmaal heb ik het daar heel wat warmer gehad. + +</p> +<p>Onze overige bagage hadden wij met de diligence vooruitgezonden. + +</p> +<p>Het dal van de Jonte is regelmatiger dan dat van den Tarn, ook minder woest; doch daarentegen komen hier de prachtige kleurschakeeringen +beter uit. + +</p> +<p>Wij passeerden verschillende bijzonder mooie rotsgroepen, waarvan de St. Gervais het sterkst onze aandacht trok. Reeds in +de verte zagen wij de rots als een reusachtig rond kasteel in het dal vooruitsteken; dichterbij gekomen bemerkten wij, dat +deze 300 M. hooge top door een ravijn bijna geheel van de Causse Méjean gescheiden is en dus als een geweldige toren zich +uit het dal verheft. De acht huizen van het gehucht Douze liggen nietig en klein aan den voet. Boven op het platform staat +een oude kapel, omgeven door het eenvoudige kerkhof van Douze. + +</p> +<p>De bewoners van dit plaatsje brengen hun dooden langs het moeilijke voetpad, dat zich langs de rots omhoog windt, in een zak +naar boven, om daar gekist en aan de aarde toevertrouwd te worden. + +</p> +<p>Ook deze kapel is een bedevaartplaats. Daarheen trekken op den 19en Juni alle boeren uit de omliggende gemeenten; de herders +op de beide causses drijven hun kudden tot aan den rand van het plateau tegenover de kapel; en de priester, staande op het +hoogste punt van den St. Gervais, leest een plechtige mis, sprenkelt met den wijwaterkwast naar de vier hemelstreken en smeekt +de zegeningen des Hemels af over menschen, dieren en gewassen. + +</p> +<p>Over het algemeen is de bevolking van deze streken nogal vasthoudend aan oude gebruiken en gewoonten; en daarbij tamelijk +bijgeloovig. Deze bijgeloovigheid vindt haar oorzaak voornamelijk in het karakter van het land; bovenal boezemen de talrijke +mysterieuse “Avens” den Caussenaar vrees in, een vrees, die leidt tot bijgeloof van allerlei aard. Een “Aven” is een geheimzinnig, +duister gat in den grond, waaraan de boeren 500 M. en meer diepte toeschrijven. Daar de plateaux voor het grootste gedeelte +uit een kalkformatie bestaan, zijn ze inwendig voorzien van grotten, kanalen en meren; ’t hemelwater dringt door ’t poreuze +gesteente heen en holt dit uit, ook al doordat kalk in koolzuurhoudend water, dus in regenwater, oplost. De door het regenwater +gevormde onderaardsche stroomen en plassen geven hun teveel aan de door de dalen stroomende rivieren af door middel van openingen +(bronnen) in de zijwanden der causses. Nu is in den loop der eeuwen menig grotgewelf, dat zich niet diep onder de oppervlakte +van het plateau bevond, ingestort, waardoor een geheimzinnig, duister gat ontstond. Die gaten noemt men “Avens”. + +</p> +<p>Over deze avens hadden wij menigmaal iets gelezen en ook op onze reis verscheidene keeren hooren spreken, zoodat wij besloten +bij den molen Sourbette, waar een voetpad naar boven leidt, onzen weg verder over een causse te nemen, om eenige van die donkere +gaten van nabij te bekijken. De eerste aven, waar wij aankwamen, was de Aven Armand, in 1897 door den heer E. A. Martel onderzocht. +De opening van zulk een zwart gat van 10 tot 15 M. doorsnede maakt iemand werkelijk angstig en men moet verbazend voorzichtig +zijn niet op losliggende steenen te stappen; men zou met steenen en al in de diepte storten en te pletter vallen: de schacht +gaat 75 M. loodrecht naar beneden. Men is van plan deze aven voor toeristen toegankelijk te maken. Er moet zich een grotzaal +in bevinden, die alle beschrijving te boven gaat, een zaal, zooals geen tot nu toe bekende grot bezit. Men vond er een woud +van meer dan 400 rechtopstaande fantastisch gevormde stalagmieten van 1 tot 30 M. hoogte, een woud als ’t ware van versteende +palmen, hetwelk men met recht “het maagdelijk woud” heeft genoemd. + +</p> +<p>Wij konden alleen nog maar den ingang zien en begrepen best, dat de onontwikkelde Caussenaar zijn vrees voor die geheimzinnige +gaten niet kan afschudden. Zij spreken dan ook met eerbied en diepe bewondering over den heer Martel, die in meer dan honderd +van deze avens is neergedaald; bijna iedereen kent hem. + +</p> +<p>Zeer interessant en onderhoudend zijn de beschrijvingen door hem in zijn werken, vooral in die over de Cevennen, van zijn +onderzoekingstochten gegeven. Hij vertelt daarin, hoe hij met zijn neef Gaupillat en eenige vertrouwde, moedige helpers van +gehucht naar gehucht over de causses heen en weer trok. Zij vormden een complete karavaan met hun wagens met 500 M. kabel, +touwladders, hijschblokken, windassen, bokken, telephoon, apparaten voor magnesium- en electrisch licht, hun twee opvouwbare +roeibooten, een volledige inrichting voor kampement met veldkeuken, voor topographie en photographie. Men vroeg hem dan ook +wel eens, of hij met een circus reisde; in Millau noemde men hem “de Meneer, die voor de gaten reist.” Eens smeekte hem een +troepje oude boerinnen, die bij de toebereidselen voor een neerdaling stonden toe te kijken, er toch van af te zien. Toen +hij desondanks toch order gaf hem neer te laten, maakten zij een kruis en riepen hem toe: “Je komt er wel in, maar nooit zul +je er weer uitkomen.” + +</p> +<p>Zeer groote moeite kostte het hem flinke, degelijke mannen te krijgen om een handje te helpen en desnoods mee neer te dalen. + +</p> +<p>Een stevige wandeling bracht ons naar een andere aven, de Hure. Hier was de opening anders dan bij de Armand. Wij kwamen aan +een gewone holopening in een plooi van het terrein. Dit hol voorzichtig een meter of wat binnengaande, stonden wij aan den +<a id="d0e380"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e380">180</a>]</span>rand van de eigenlijke aven. Steenen, welke wij daarin gooiden, kaatsten met veel geraas van wand tot wand. Het eind van den +val konden wij niet hooren; het geluid stierf zacht weg. + +</p> +<p>De boeren beweren, dat deze put 500 M. diepte heeft en op water uitkomt; zij verbeelden zich verder, dat dit water uitloopt +in het meertje van de grot Cénarète bij St. Chély, waarover ik reeds schreef. Dat zou een heel eind weg zijn. De heer Martel, +die ook hier afgedaald is, constateerde slechts 150 M. (toch nog een aardig gaatje) en stuitte werkelijk op water. Of dit +in verbinding staat met het meertje Cénarète is moeilijk uit te maken. + +</p> +<p>Een overoude legende toont aan, dat reeds in vroeger eeuwen de boeren vermoedden, dat deze avens in verbinding staan met de +bronnen, die zich aan de zijwanden der causses bevinden. + +</p> +<p>Eens liet een jonge herder zijn zweep in de aven de Hure vallen en zijn moeder, die aan de andere zijde van de causse aan +den oever van een beekje woonde, vond eenige dagen later de zweep in dat beekje terug. De jongen beloofde haar langs den zelfden +weg een schaap te sturen. Dit schaap spartelde op den rand van den afgrond tegen, wat ten gevolge had, dat de herder zijn +evenwicht verloor en zelf naar beneden stortte. In plaats van het beloofde schaap vond de moeder het lijk van haar zoon! + +</p> +<p>Ik moet eerlijk bekennen, dat de avens een angstwekkenden indruk op mij gemaakt hebben. Den nacht na de bezichtiging werd +ik door een akeligen droom gekweld en zelfs nu nog krijg ik bij de gedachte aan die duistere, diepe gaten weer kippevel. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 504px"><img border="0" src="images/p1909-180.jpg" alt="De klokkentoren in de Dargilangrot." width="504" height="720"><p class="figureHead">De klokkentoren in de Dargilangrot.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De Hure is niet ontstaan door instorting; hier heeft in den loop der eeuwen het afstroomende water zich een weg gebaand en +daardoor dezen enormen put geboord. Op die wijze zijn vele andere avens ook gevormd, welke dus te vergelijken zijn met de +zoo bekende “orgelpijpen” uit den St. Pietersberg bij Maastricht. De andere ontstonden, als ik reeds zeide, door instorting +van een daaronderliggend grotgewelf. + +</p> +<p>Over de causse vervolgden wij onzen weg naar Meyrueis. ’t Is de Causse de Méjean, nog woester dan de Causse de Sauveterre, +en er groeit nog minder. Hier kan men eerst recht zien, wat het uitroeien van bosschen tot gevolgen kan hebben. Vroeger moet +deze streek tamelijk dicht bevolkt geweest zijn; dat bewijzen de gevonden grotwoningen, de dolmens en de vele ruïnes uit den +tijd der Romeinen. Nu zijn de causses bijna verlaten; zij konden haar bevolking niet meer voeden, niet het minst doordat het +verdwijnen der bosschen het klimaat ruwer deed worden. De onvruchtbaarheid neemt op de causses, die gezamenlijk een oppervlakte +bezitten van ongeveer een half millioen hectaren, zelfs van jaar tot jaar toe. En nu nog verkoopen de boeren op de causses +uit winstbejag de weinige boomen, die er zijn, voor de luttele som van een of twee franken per stuk, terwijl het ongeveer +van honderd tot twee honderd jaar duurt voor hier een nieuwe boom volwassen is. Wel tracht de staat nieuwe bosschen aan te +planten, doch de geiten richten telkens groote verwoestingen aan in de jonge aanplantingen. De domheid der inwoners vooral +dus heeft deze streek, derhalve hen zelf, tot armoede gedoemd. + +</p> +<p>Door het beklimmen en overschrijden der causse hadden wij een grooten omweg gemaakt en de wandeling tot een marsch van 30 +K. M. doen worden. Vermoeid, invermoeid kwamen wij te Meyrueis aan. Daar zouden we overnachten om den volgenden ochtend op +te breken naar de beroemde grot van Dargilan. Hadden wij onzen weg niet over de Causse Méjean genomen, dan zouden wij deze +grot voorbijgekomen zijn. Wij wilden evenwel voor het bezoek, èn omdat het zeer vermoeiend is, èn omdat het een uur of vijf +vergt, een afzonderlijken dag nemen en hadden daarom besloten eerst naar Meyrueis te gaan. +<a id="d0e401"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e401">181</a>]</span></p> +<p>Den volgenden morgen togen wij vroegtijdig op weg naar de grot, welke op de Causse Noire aan den rand van de vallei der Jonte +op 6 K. M. afstand van Meyrueis gelegen is. De ingang bevindt zich 270 M. boven de rivieroppervlakte. Op een eigenaardige +wijze werd zij in 1880 ontdekt. + +</p> +<p>Een herder zag een vos in een gat verdwijnen en wilde trachten het beest te vangen door het hol uit te rooken. Reintje kwam +niet weer te voorschijn. De herder doofde toen zijn vuur, maakte de opening van het gat breeder en kroop in het nauwe gangetje; +doch verschrikt keerde hij terug; hij was in een reusachtige donkere ruimte terechtgekomen. Zoo werd de prachtig-mooie Dargilan-grot +gevonden. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-181.jpg" alt="Uitgang van de grot van Bramabiau." width="720" height="579"><p class="figureHead">Uitgang van de grot van Bramabiau.</p> +<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">“Sites et Monuments” du Touring Club de France</span>. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Niemand durfde zich in de donkere spelonk verder te wagen dan tot in de eerste zaal. Tot weer de heer Martel er bij kwam met +zijn volledig materiaal en den ontdekkingstocht voortzette. Aan hem dus danken de toeristen een van de mooiste grotten, die +bekend zijn. + +</p> +<p>Bij den ingang kleedden wij ons in een witlinnen pak, hetwelk ons verstrekt werd om het bederven van de kleeren te voorkomen. +Als monniken, ieder met een kaars in de hand, traden wij achter onzen leidsman de donkere ruimte binnen. + +</p> +<p>Bijna onmiddellijk bij den ingang splitst de grot zich in twee deelen; wij bezochten in den voormiddag de eene helft en de +rest des namiddags. Het eerste, wat ons trof, was de mooie zachte ivoorkleur der druipsteenen. Hier zijn deze niet door walmende +fakkels met een zwarte roetlaag overdekt, zooals in het grootste gedeelte der grot van Han, waar enkel in de nieuw ontdekte +zalen alleen electrisch licht geschenen heeft. In de grot van Dargilan lichten de gidsen bij met magnesiumdraad, dat weldra +vervangen zal worden door een electrische installatie. Doch Keulen en Aken zijn niet op één dag gebouwd; voorloopig moet er +nog hard gewerkt worden om den toerist de vermoeiende passages te vergemakkelijken door het plaatsen van ijzeren laddertjes, +leuningen, handvatten, enz. + +</p> +<p>Van de Groote Zaal aan den ingang, die 120 bij 60 en 35 M. hoog is, daalt men langs een natuurlijke trap van stalagmieten, +de Kristallen Trap, af in de Schildpadzaal, zoo genoemd naar een op zoo’n dier gelijkende steenmassa; deze zaal vormt nagenoeg +een voortzetting van de Groote Zaal. Hier heeft men echter het reuzengewelf 70 M. boven zich. Ze is een van de vijf grootste +grotzalen der wereld. Buitengewoon mooie stalagmieten en stalactieten vormen de twintig grootere en kleinere gewelven, waarin +ze den grooten koepel verdeeld hebben. +<a id="d0e424"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e424">182</a>]</span></p> +<p>Tot de meest bezienswaardige zalen behooren de 30 M. hooge zaal der Moskee met haar ragfijne minaret, en bovenal de Kerkzaal, +waarin een woud van slanke kolommen met kruisbogen, hoogaltaar, orgels, koren en tribunes, alles in ivoor gebeeldhouwd. Door +tegen eenige der neerhangende kolommen te kloppen, liet de gids ons een heerlijk klokkenspel hooren. Zware, zuivere tonen +dreunden door de ruimte om over te gaan in het hooge geklep van het angelusklokje, dat langzaam als in de verte wegstierf. +De illusie is zoo goed als volkomen; men krijgt de neiging het hoofd te ontblooten. + +</p> +<p>Dan nog de zaal van den Waterval, zoo genoemd naar een schijnbaar boven een afgrond tot ijs gestolde vallende watermassa; +een fijn geciseleerde lustre hangt er aan het 40 M. hooge gewelf. Wanneer daar electrische lampjes tusschen hangen, welke +schitterende lichteffecten zal hier dan de doorzichtige druipsteen veroorzaken! Enkele kaarsen gaven er ons een flauw idee +van. + +</p> +<p>Maar dit alles wordt nog overtroffen, wanneer plotseling het magnesiumlicht opflitst en de Torenspits uit het donker oprijst. +Een 20 M. hooge alleenstaande stalagmiet! De natuur heeft hier een heerlijk kunstwerk geschapen. Hoe fier staat deze kunstig +uitgesneden, als kant opengewerkte en doorzichtige toren, scherp afstekend tegen den donkeren achtergrond. Verrukt blijft +men dit zeldzame natuurwonder aanstaren, ’t Gezicht er van zou alleen reeds opwegen tegen alle vermoeienis. En moe waren wij. +Niet alleen van het klimmen en dalen, ook van het vele schoon, dat te genieten viel. + +</p> +<p>Een uur of vijf steen op, steen af, nu een helling, waar men afdaalt langs ijzeren pennen, dan weer ladders, hier en daar +op handen en voeten door gaten en scheuren, langs en over afgronden, die bij klaarlichten dag zouden doen terugdeinzen, en +voortdurend een glibberige bodem; ’t is geen kleinigheid, maar—men gaat niet voor zijn gemak op reis. Verwonderen zal het +wel niet, dat toeristen met een flink embonpoint zich met een bezoek aan de Groote Zaal moeten tevreden stellen; die is breed +genoeg, een goede 60 M.; voor de overige zalen is een niet te groote omvang en eenige turnvaardigheid gewenscht. Toen wij +deze opmerking maakten, antwoordde onze gids, toch heel graag onhandige bezoekers te vergezellen. Onze vragende gezichten +deden hem er aan toevoegen: “Zij geven groote fooien, te grooter, naarmate wij meer hulp moeten verleenen. Zij tellen voor +ons meest dubbel.” Gelijk had hij! + +</p> +<p>Dit bezoek aan de grot van Dargilan was een van de prettigste dagen van onze reis. Tusschen de beide tochten in gebruikten +wij de lunch in het houten paviljoentje, dat op den alleruitersten rand van de causse staat. Boven onze verwachting was het +eten uitstekend. Men diende ons een dejeuner voor, dat menig eerste klasse prijzen rekenend hôtel in Nederland nimmer op tafel +ziet. En dat in een klein houten hutje, eenzaam en verlaten, hoog in de lucht. + +</p> +<p>Hoe gezellig hebben wij daar zitten babbelen met de gidsen, hoog en droog boven de stille vallei der Jonte. Hoe onderhoudend +waren hun verhalen over tochten met den heer Martel, over hun wederwaardigheden en doorleefde angstige oogenblikken. Ernstig +peinzend dwaalden dan hun blikken over de Causse Méjean, als wilden zij door de steenen heen zien om de daaronder verborgen +geheimen te doorvorschen. De heer Martel heeft van deze <span id="d0e437" class="corr" title="Bron: eenvondige">eenvoudige</span> mijnwerkers—’s winters werken zij in de kolenmijnen bij Alais en Décazeville—hartstochtelijke natuuronderzoekers gemaakt. +Zij vermoeden, dat in de grot van Dargilan nog veel meer gangen en zalen te ontdekken zijn, wanneer men op de juiste plaats +door den wand breekt. Ik merkte op, dat dan het bezoek nog langer zou duren. O, aan den toerist dachten zij niet, de natuuronderzoeker +en -bewonderaar sprak. + +</p> +<p>Zij wezen ons aan de overzijde der vallei in den wand van de Causse Méjean de opening van de op wetenschappelijk gebied zoo +bekende grot Nabrigas. Uit de overblijfselen daar gevonden heeft men kunnen bewijzen, dat de primitieve mensch hier al leefde +in den tijd van den holenbeer en zich toen reeds bediende van aarden vaatwerken. Die ontdekking heeft indertijd heel wat opschudding +in de geleerde wereld teweeggebracht. + +</p> +<p>Onze Nederlandsche taal konden de gidsen niet thuisbrengen. Zij vertelden ons er over geredetwist te hebben wat voor landslui +wij toch wel zouden zijn; de een wilde ons Engelsch hebben, de ander Duitsch, tot zij het er zoo half en half over eens geworden +waren, dat wij Russen moesten zijn. + +</p> +<p>Hollanders kwamen hier ook nooit. Vóór ons had dit jaar slechts één Hollander de grot bezocht, de eenige, dien zij zich herinneren +konden. Nu zullen er, zonder dat zij het wisten, wel meer geweest zijn, maar dan toch zeer weinige. Daarom hoop ik, dat dit +schrijven er toe moge bijdragen, dat zich meer Nederlanders in deze streek zullen wagen; want werkelijk, een bezoek is de +moeite en de kosten overwaard. + +</p> +<p>Onze landslui zijn toch niet bang voor het Fransch? Of wel? Gaan zij daarom liever steeds naar Duitschland, waar zij zich +kunnen redden met bijv. “halten sie mein reissakkie es vast?” Dat is toch niet zoo. De meeste Nederlanders leeren Fransch +van af hun 7de of 8ste jaar; de grammatica komt er wel goed in; daaraan ligt het dus niet; alleen de praktijk ontbreekt. Welnu, +waarom dan niet eens ter afwisseling hierheen getrokken? Men leert andere zeden en gewoonten kennen in een mooi land, want +Frankrijk is mooi, en men oefent zich tevens in het spreken der taal. + +</p> +<p>Na nogmaals in Meyrueis overnacht te hebben, vertrokken wij den volgenden dag zeer vroeg in den morgen per wagen, om over +den Mont Aigoual Le Vigan te bereiken, een plaatsje, dat aan het spoor ligt. Onderweg wilden wij een blik werpen op het onderaardsche +riviertje Bonheur. + +</p> +<p>De weg slingert zich omhoog door een dichtbegroeide vallei, waar de dauwdroppels op takken en bladeren in de schuin door het +groen brekende zonnestralen schitterden als diamanten. De zon verjoeg den nevel uit het dal der Buhézon, een stroompje, dat +zich bij Meyrueis met de Jonte vereenigt. Het poëtisch gelegen kasteel Roquedol werd een oogenblik zichtbaar in zijn donkergroene +omlijsting. + +</p> +<p>Welk een verschil met de cañons van den Tarn en der Jonte! Hier is alles groen. Ook is het landschap levendiger. Wij ontmoetten +weder stevige <a id="d0e454"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e454">183</a>]</span>koeien, die zich op haar gemak te goed deden aan malsch gras. In de streek, waar wij doorgetrokken waren, hadden wij alleen +schapen gezien, zoekende naar tusschen de rotsen opschietende magere sprietjes. + +</p> +<p>Nu schenen ons de Cevennen zoo verlaten en zoo onherbergzaam toe, dat wij bijna een onbillijk oordeel velden, vergetend voor +een oogwenk, hoeveel natuurschoon wij genoten hadden. + +</p> +<p>De koetsier hield even stil om ons de gelegenheid te schenken een grootsch panorama te aanschouwen, ’t Was of alles nog eens +aan ons voorbijtrok: St. Enimie in de diepte, onze bootvaart op den Tarn, het Château de la Caze, het Détroit, het Cirque +des Baumes, de Pas de Soucy, de cañon der Jonte, de geheimzinnige avens en het heerlijke tooverpaleis van Dargilan. Toen viel +de vergelijking gunstiger voor de Cevennen uit, want van dit alles spraken de naakte causses, die wij gingen verlaten. Zullen +wij ze ooit terug zien? + +</p> +<p>Maar we moesten verder. Korten tijd later kwamen we aan Bout de Cote, waar een wegwijzer ons aanwees, waar wij ons bevonden, +en ook ons tot spoed aanmaande. We waren op 1100 M. hoogte, 13 K. M. nog van Camprieu, 20 K. M. van den Aigoual en 51 K. M. +van Le Vigan, het eindpunt van den rit, verwijderd. + +</p> +<p>Langzaam stijgt de weg langs de flanken van den berg Parc aux Loups, die de geheele streek als overheerscht. Hier heeft de +staat grooter voldoening van haar aanplantingen; de rotsen zijn weer bedekt met bosschen, waar vroeger kale ravijnen waren; +volgens het zeggen van onzen koetsier zijn aldus 500 H. A. rots in boschgrond herschapen. + +</p> +<p>In Camprieu gekomen, gingen wij te voet het riviertje Bonheur, dat van den Mont Aigoual komt, in zijn merkwaardigen loop volgen. + +</p> +<p>Ik sprak er boven reeds van, hoe het water op de causses geweldige putten, de avens, heeft te voorschijn geroepen, en hoe +de heer Martel pogingen in het werk gesteld heeft, aan te toonen, dat deze avens ondergrondsch in verbinding staan met de +in de dalen uitloopende bronnen. Slechts in één geval heeft hem dit mogen gelukken en wel bij de Bonheur. + +</p> +<p>Vroeger stortte dit bergstroompje zich over den rand van het plateau in een ravijn, dáár door zijn onstuimig water uitgeknaagd; +in den loop der eeuwen boorde het zich een weg door het gesteente en verdween onder den grond om 700 M. verder, doch 90 M. +lager, in het ravijn te voorschijn te komen en tusschen diens nauwe rotswanden in wilde vaart zijn weg te vervolgen naar het +dal, onderweg talrijke watervallen vormend, die met zulk een oorverdoovend geloei neerstorten, dat men hier den stroom Bramabiau, +d.w.z. loeiende stier, genoemd heeft. + +</p> +<p>Tusschen de plaats, waar de Bonheur in den grond verdwijnt, en die, waar de Bramabiau er uit te voorschijn komt, vormt de +stroom in de onderaardsche gewelven zeven watervallen, waardoor het groote niveauverschil van 90 M. op den geringen afstand +van 700 M. verklaard wordt. + +</p> +<p>De gids leidde ons eerst door een horizontalen tunnel, die bij den ingang begint, een tunnel, zoo regelmatig als ware hij +door menschenhanden gemaakt; die heeft echter zijn ontstaan aan het water te danken, dat vroeger hier door moet hebben gestroomd. +Na ongeveer 100 M. afgelegd te hebben, zagen wij de Bonheur onder onze voeten verdwijnen in gaten en spleten, waarin geen +mensch haar kan volgen. Na een omweg gemaakt te hebben door eenige parallel met het stroompje loopende gangen, die het water +in vroeger tijden hier uitgehold heeft, vonden wij haar terug; wij bevonden ons toen boven den eersten (van den ingang af +te tellen) waterval, welke 4 à 5 M. hoog is. + +</p> +<p>Verder doordringen schijnt onmogelijk; het water vervolgt zijn weg door een 1 à 3 M. breede bedding met glad gepolijste wanden. +Volgens den gids is de nauwe spleet 50 M. hoog. En daar zijn menschen doorgetrokken! Maar hoe? De eersten waren—dient het +nog vermeld?—de heer Martel met drie zijner makkers. Hoe zij daar zonder eenig hulpmiddel doorheen gekomen zijn, is ons een +raadsel. De gids verhaalde, dat zij alle werktuigen, zooals ladders, opvouwbare boot, telefoon, enz. moesten achterlaten, +en dat zij, zich met de nagels aan den rechten gladden rotswand vastklemmend, het lichaam tegen den anderen muur gedrukt, +zijdelings vooruitschoven, gebruik makend van elke oneffenheid, hoe gering ook, der wanden; of wel schrijlings met tegen iederen +wand een voet. Dan weer werkten zij zich zwemmend voorwaarts. Dat alles gebeurde in de diepste duisternis, druipnat, met een +kaars, die natuurlijk ieder oogenblik uitdoofde, tusschen de tanden, terwijl zij elkander slechts met moeite konden verstaan +door het onafgebroken geraas dat de watervallen tusschen deze overwelfde muren veroorzaken. + +</p> +<p>Na dit groepje stoutmoedige mannen hebben nog eenige anderen, onder welke ook onze gids, hetzelfde waagstuk volbracht. Wij +echter moesten rechtsomkeert maken en stonden spoedig weer in den helderen, warmen zonneschijn. Dat deed ons goed. Maar wij +hadden slechts het begin van de onderaardsche rivier gezien; dus nu naar het eind en de zon weer voor een poosje vaarwel gezegd. +Een kortstondige wandeling bracht ons aan de Bramabiau, waarvan nu behoorlijk is vastgesteld, dat zij eigenlijk Bonheur moest +heeten, al werd het reeds lang vermoed, doch die haar eigenaardigen naam behouden heeft. + +</p> +<p>Van dezen kant konden wij stroomopwaarts komen tot den 5en waterval, van waar wij bij den schijn van het magnesiumlicht in +de verte den 4en konden zien. Van de zeven die er zijn, kan de toerist er dus vijf bewonderen; de twee overige blijven verborgen +in de duisternis der diepe nauwe spleet. + +</p> +<p>Men is bezig kapitaal bijeen te brengen om de geheele onderaardsche rivier voor toeristen toegankelijk te maken; dit schijnt +echter niet heel vlot te gaan, wat jammer genoeg is. + +</p> +<p>Ofschoon het frissche neervallende water tot langer oponthoud noodde, konden wij niet te lang aan de Bramabiau vertoeven, +daar wij moesten trachten tegen den middag op den Aigoual te zijn. Dus maar weer op weg! + +</p> +<p>Een uur later hield onze wagen stil voor de houtvesterswoning op den top van de Sérreyrède (1290 M.), gelegen juist op de +waterscheiding tusschen de stroomgebieden van den Atlantischen Oceaan en van <a id="d0e486"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e486">184</a>]</span>de Middellandsche Zee. De regendruppels, die broederlijk te zamen op het dak van deze woning neervallen, worden hier onherroepelijk +van elkaar gescheiden; door de linkerdakgoot vervolgen zij hun weg naar de Middellandsche Zee, door de rechter naar den Oceaan. + +</p> +<p>Het uitzicht was hier niet volkomen; alleen naar het Oosten hadden wij een prachtig vergezicht over de diepe vallei van Vallerangue +met de daarin stroomende Hérault, welke op den Aigoual ontspringt; naar het Westen over de geheele Causse Noire. + +</p> +<p>Te voet beklommen wij een tamelijk steil voetpad, dat naar den top van den Aigoual leidt, waar wij hijgend en bezweet in de +nabijheid van het observatorium aankwamen. Gelukkig blies boven een frissche wind; anders zou het zuidelijke zonnetje ons +zeker te machtig geworden zijn. We bevonden ons nu op een der hoogste toppen der Cevennen, 1567 M. boven de zee en genoten +er een verrukkelijk vergezicht. Het eerste wat den blik trok was heel in de verte de Middellandsche Zee. Het azuren hemelgewelf +smolt er samen met het donkerblauwe water, waarin de kust van Languedoc afhangt als franje van Kaap d’Agde tot de binnenzeeën +van la Camargue. Het geheele landschap Languedoc breidde zich voor ons uit met zijn steden en dorpjes, zijn rivieren, beken +en plassen. Een weinig naar het Oosten rijst de alleenstaande berg Saint Loup als een reusachtige mijlpaal op uit de vlakte. +Meer naar het Westen, doch ook aan den Zuidkant, zagen wij de zeven toppen van den Camigou en de keten der Pyreneeën. Naar +het Noorden en Westen rijen zich de causses als groote steenen tafels aan elkander; in het Oosten verheft zich na de sombere +Cevennenketen het vulkanische berglandschap, waar de Ardèche met haar talrijke zijstroompjes zich door het bazalt wringt en +waarachter aan de overzijde van het Rhônedal het kale massief van den Mont Ventoux (waaiberg) zich vertoont. Aan den horizon +glooien zacht de Zee-Alpen weg in zee. + +</p> +<p>Na vijf dagen schier rusteloos rondtrekken van het eene natuurwonder naar het andere, kregen wij van den Aigoual uit als een +indrukwekkende slotapotheose het geheel te overzien, als moest ons daar een laatste overweldigende indruk medegegeven worden +op onzen verderen weg. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-184.jpg" alt="Gezicht van af den Mont Aigoual." width="574" height="416"><p class="figureHead">Gezicht van af den Mont Aigoual.</p> +<p>Naar een photografie <span id="d0e500" class="corr" title="Bron: ontleen">ontleend</span> aan <span lang="fr">“Sites <span id="d0e505" class="corr" title="Bron: e">et</span> Monuments” du Touring Club de France</span><span id="d0e508" class="corr" title="Niet in bron">.</span></p> +</div><p> + + +</p> +<p>Wij verfrischten ons in het paviljoen, dat de Alpenclub hier opgericht heeft, en bezichtigden vluchtig het Observatorium, +dat hier sedert een tiental jaren storm en regen, sneeuw en zuiderzon trotseert. Dit groote steenen gebouw, 30 M. lang en +15 M. breed, met een toren van 17 M. hoogte, die in een platform eindigt, staat in directe telegraphische verbinding met het +plaatsje Vallerangue en in telephonische met het houtvestershuis op den Sérreyrède. Gelijkvloers bevindt zich een groote, +zindelijke slaapzaal, waar toeristen à 3 francs de persoon kunnen overnachten om den zonsopgang te bewonderen. Ook in het +refuge van de Alpenclub, een heel eenvoudig houten paviljoentje, dat met zes stevige kettingen aan de rots geankerd is, bestaat +gelegenheid om te overnachten, doch het Observatorium is beter ingericht. + +</p> +<p>Na een zeer mooien, doch langen rit bereikten wij Le Vigan, waar de trein ons opnam om ons naar het door zijn oude Romeinsche +bouwwerken zoo bekende Nîmes te brengen. In den trein rekenden wij uit, dat het pas acht dagen geleden was, dat wij Parijs +verlieten; ’t scheen ons haast ongelooflijk toe. Achteraf leken ze even zooveel weken. + +</p> +<p>Het deel der Cevennen, dat wij bezochten en dat ik hier trachtte te beschrijven,is niet het eenige gedeelte van de streek, +dat een bezoek waardig is. Integendeel; er zijn vele zulke mooie tochten te maken. Deze bergen bezitten niet de grandiooze +schoonheid der Alpen met hun eeuwige sneeuw en ijs; zij bereiken niet de majestueuse hoogte der Pyreneeën, welker toppen fier +oprijzen in het heldere licht van den Spaanschen hemel. Zij zijn van een geheel ander genre; zij hebben andere indrukwekkende +schoonheden, die noch de Alpen, noch de Pyreneeën u aanbieden. + +</p> +<p>Zijt gij na een bezoek aan de Cevennen niet voldaan, welnu, weinige uren sporens naar het Zuiden brengen u naar de Pyreneeën, +waar het grootsche circusdal van Gavarnie, evenals de cañon van den Tarn een van Frankrijks zeven groote natuur wonderen, +u dagen, zelfs weken lang zal kunnen boeien. Welke de andere vijf zijn, hoor ik u vragen. Het zijn: de Falaises aan de kust +van Normandië bij Etretat; het amphitheater van la Bérarde-en-Oisans in de Alpen van Dauphiné; het massief van den Mont-Blanc; +de omstreken van Cannes en het Estefelgebergte met hun zee- en Alpenpanorama’s; en ten slotte de reede van Toulon. + +</p> +<p>Doch daarover misschien een volgende keer! + +</p> +<p class="alignright">Parijs, September 1906. + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e109" href="#d0e109src" class="noteref">1</a></span> Kerktoren in Amsterdam; 85 M. hoog. +</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Beschikbaarheid</h3> +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give +it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<h3>Codering</h3> +<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde +van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn +gemarkeerd met het corr-element. + +</p> +<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste +dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens. + +</p> +<h3>Documentgeschiedenis</h3> +<ol class="lsoff"> +<li>30-APR-2008 begonnen. + +</li> +</ol> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%"> +<tr> +<th>Plaats</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e437">Bladzijde 182</a></td> +<td width="40%">eenvondige</td> +<td width="40%">eenvoudige</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e500">Bladzijde 184</a></td> +<td width="40%">ontleen</td> +<td width="40%">ontleend</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e505">Bladzijde 184</a></td> +<td width="40%">e</td> +<td width="40%">et</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e508">Bladzijde 184</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Op den Tarn, by M. Mendell + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP DEN TARN *** + +***** This file should be named 25257-h.htm or 25257-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/5/2/5/25257/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/25257-h/images/id1909-169.gif b/25257-h/images/id1909-169.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c7b7181 --- /dev/null +++ b/25257-h/images/id1909-169.gif diff --git a/25257-h/images/p1909-169.jpg b/25257-h/images/p1909-169.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..660045e --- /dev/null +++ b/25257-h/images/p1909-169.jpg diff --git a/25257-h/images/p1909-172.jpg b/25257-h/images/p1909-172.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1f5e4b4 --- /dev/null +++ b/25257-h/images/p1909-172.jpg diff --git a/25257-h/images/p1909-173-1.jpg b/25257-h/images/p1909-173-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..54f2e16 --- /dev/null +++ b/25257-h/images/p1909-173-1.jpg diff --git a/25257-h/images/p1909-173-2.jpg b/25257-h/images/p1909-173-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e0ec3ad --- /dev/null +++ b/25257-h/images/p1909-173-2.jpg diff --git a/25257-h/images/p1909-176.jpg b/25257-h/images/p1909-176.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9268ca9 --- /dev/null +++ b/25257-h/images/p1909-176.jpg diff --git a/25257-h/images/p1909-177.jpg b/25257-h/images/p1909-177.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..80af3f4 --- /dev/null +++ b/25257-h/images/p1909-177.jpg diff --git a/25257-h/images/p1909-180.jpg b/25257-h/images/p1909-180.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8fbf2fe --- /dev/null +++ b/25257-h/images/p1909-180.jpg diff --git a/25257-h/images/p1909-181.jpg b/25257-h/images/p1909-181.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..22fbb6c --- /dev/null +++ b/25257-h/images/p1909-181.jpg diff --git a/25257-h/images/p1909-184.jpg b/25257-h/images/p1909-184.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4d34744 --- /dev/null +++ b/25257-h/images/p1909-184.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..1b92d69 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #25257 (https://www.gutenberg.org/ebooks/25257) |
