summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--25257-8.txt1712
-rw-r--r--25257-8.zipbin0 -> 37858 bytes
-rw-r--r--25257-h.zipbin0 -> 818995 bytes
-rw-r--r--25257-h/25257-h.htm2137
-rw-r--r--25257-h/images/id1909-169.gifbin0 -> 2461 bytes
-rw-r--r--25257-h/images/p1909-169.jpgbin0 -> 113227 bytes
-rw-r--r--25257-h/images/p1909-172.jpgbin0 -> 103056 bytes
-rw-r--r--25257-h/images/p1909-173-1.jpgbin0 -> 71977 bytes
-rw-r--r--25257-h/images/p1909-173-2.jpgbin0 -> 68463 bytes
-rw-r--r--25257-h/images/p1909-176.jpgbin0 -> 70864 bytes
-rw-r--r--25257-h/images/p1909-177.jpgbin0 -> 96968 bytes
-rw-r--r--25257-h/images/p1909-180.jpgbin0 -> 92746 bytes
-rw-r--r--25257-h/images/p1909-181.jpgbin0 -> 98528 bytes
-rw-r--r--25257-h/images/p1909-184.jpgbin0 -> 58650 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
17 files changed, 3865 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/25257-8.txt b/25257-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..84e76d2
--- /dev/null
+++ b/25257-8.txt
@@ -0,0 +1,1712 @@
+The Project Gutenberg EBook of Op den Tarn, by M. Mendell
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Op den Tarn
+ De Aarde en haar Volken, 1909
+
+Author: M. Mendell
+
+Release Date: April 30, 2008 [EBook #25257]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP DEN TARN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+OP DEN TARN.
+
+Door M. Mendell.
+
+
+
+De lijn Clermont-Nîmes is een van de meest kunstige werkstukken op
+het gebied van spoorwegaanleg. Van Langeac tot Alais, een afstand
+van 154 K.M., telt, wie er 't noodige geduld voor heeft, 98 tunnels
+en 46 viaducten. Hieruit kan men reeds afleiden, hoe geaccidenteerd
+het terrein is. En werkelijk, de trein wringt zich als 't ware
+door bergen en over afgronden, om de nauwe vallei van de Allier
+te kunnen houden. Bijna overal is die vallei woest en verlaten,
+hetgeen een sterk contrast oplevert met het eerste deel van den
+weg, van Clermont tot Langeac. Daar heeft men voortdurend het groen
+geblokte Auvergnelandschap voor zich met zijn dichtbegroeide Puy's en
+goed verzorgde akkers. Na Langeac ontwaart het oog slechts blokken,
+rotsen, afgescheurd en afgevreten door het water, dat diep beneden,
+bijna onder den trein, bruisend voorbijstroomt. De spoorbaan kruipt
+maar aldoor uit en in en langs den rotswand, zich door het ravijn
+stroomopwaarts windend.
+
+Wij verlieten den trein in La Bastide; de zijlijn, die wij daarna
+volgden, bracht ons naar een streek van gansch andere natuur, namelijk
+naar de plateaux der Cevennen, met hun zeer arme bevolking, doch
+rijkelijk natuurschoon; naar een land van grotten en onderaardsche
+rivieren en meren, een cañongebied, een natuurmuseum voor archeologen.
+
+Om eenigszins een voorstelling van dit deel der Cevennen te geven,
+roep ik uw verbeelding te hulp. Verbeeldt u dan een kolossaal breeden
+tafelberg 800 tot 1200 M. boven den zeespiegel en stelt u daarbij voor,
+dat het bovenvlak bestaat uit heuveltjes en dalen, zooals de Veluwe
+ze heeft, doch ook, als de berg zelve, geheel van steen. Voorziet in
+uw gedachten nog de geheele massa van barsten, als een uitgedroogde
+stopverfberg ze zou bezitten, en het fantasiebeeld is klaar.
+
+De scheuren in het plateau zijn ongeveer 500 M. diep; er zouden dus
+zes Westertorens [1] in op elkaar gezet moeten worden, voordat iemand,
+die op het bovenste haantje zat, zijn blikken over het plateau zou
+kunnen laten weiden. De breedte varieert van 1 tot 5 K.M. Door deze
+insnijdingen stroomen riviertjes. De groote massieve blokken, een soort
+eilanden, doordat ze aan alle kanten door deze scheuren ingesloten
+worden, heeten causses, in het landsdialect caous. Reeds de naam wijst
+de geologische gesteldheid aan. Hij staat in verband met 't Latijnsche
+woord "calx", welks accusatief "calcem" het grondwoord is van ons
+kalk. De scheuren noemt men cañons, eigenlijk een Spaansch woord,
+dat "buis" of "kanaal" beteekent. Van de grootste causses noem ik de
+Causse de Sauveterre, de vruchtbaarste van alle, voorzoover er bij
+deze steenvlakten van vruchtbaarheid sprake kan zijn; verder de Causse
+Méjean, de onvruchtbaarste en de hoogste tevens; eindelijk de Causse
+Noire, de kleinste, doch voor den toerist de eigenaardigste; ten slotte
+de Larzac, de grootste, die meer dan 1000 K.M.2 oppervlakte heeft.
+
+Wij Nederlanders kunnen ons, zonder deze groote steenen tafels gezien
+te hebben, moeilijk een begrip vormen van de woeste doodschheid die
+er heerscht: geen water, geen boomen, bijna geen menschen. En welk
+een klimaat! De beste schildering gaf Reclus, de groote geograaf,
+die in een zijner werken schreef:
+
+"Te veel zon, wanneer de causse laag is; te veel sneeuw, wanneer zij
+hoog is; altijd en overal een scherpen wind, die het alleenstaande,
+armzalige boompje ter aarde wringt; in plaats van meren poelen, voor
+een rivier een halsbrekend gat; de rotsachtige weiden kaal geschoren
+door dunharige schapen; steenachtige gerst- en havervelden, hier en
+daar aardappelen, hoogst zelden koren; wijnstokken, wanneer de hoogte
+het niet verbiedt; een rood- of witgekleurden bodem, die met steen
+begint en met steen eindigt en waar de rotspieken uit omhoog steken;
+keien met de hand opgeraapt eeuwen en eeuwen door en losjes opgestapeld
+tot muurtjes, om het land er van te zuiveren en tevens afscheidingen
+te maken tusschen de verschillende bezittingen; op elkaar gehoopte
+steenen heuvels bijna; plaatsen, als hadden millioenen voorbijgangers
+ieder daar hun steen neergeworpen als getuigenis en veroordeeling
+van een misdaad, of als ter herinnering aan een slachtoffer; hier en
+daar een pijnboom, een eik, een struik, als treurig overblijfsel van
+voormalige wouden; talrijke dolmens, die herinneren aan verdwenen
+rassen. De Caussenaar alleen kan de causse liefhebben, maar ieder
+ander aanschouwt toch verrukt de geweldig diepe valleien, die deze
+reusachtige acropolis doorsnijden en omringen.
+
+"Afdalende van het plateau langs geitenpaden in den rand van den
+afgrond, verwisselt men plotseling het ingedroogde rotsblok voor
+groenende weiden, den uitgestrekten, treurigen, somberen horizon voor
+heerlijke stukjes lucht en aarde. Bovenop de steenen tafel wind, koude,
+naaktheid, armoede, leelijkheid en leegte--want zeer weinig dorpjes
+verlevendigen deze plateaux--; beneden in de boomgaarden is warmte,
+vroolijkheid en overvloed.
+
+"Het ongelooflijk scherpe contrast, dat eenige cañons met hunne causses
+maken, is een van de zeldzame schoonheden van het mooie Frankrijk!"
+
+Wat zou ik hieraan kunnen toevoegen? Deze aanhaling spreekt voor zich
+zelf. Wij hebben een tocht te voet en per wagen over een causse,
+bovendien per bark op de rivier de Tarn door een cañon gemaakt en
+vonden deze beschrijving volkomen juist. De overgang van de causse
+naar de vallei is imposant, het contrast niet te beschrijven.
+
+Van Mende gingen wij te voet naar St. Enimie, om een juist beeld
+te bekomen van een causse; 't is een afstand van 28 K.M. langs een
+goeden weg, die dwars over de Causse de Sauveterre leidt. Men moest
+jaarlijks een aantal Nederlandsche boeren hierheen zenden om hun het
+noodelooze klagen af te leeren; zij zouden zich millionnairs voelen
+tegenover den armen Caussenaar.
+
+Het is onbegrijpelijk, dat die menschen nog moeite doen hier iets te
+telen. Wij zagen havervelden in den oogsttijd, halmen 20 c.M. hoog,
+tusschen de halmen afstanden van minstens 10 c.M. Om dat te oogsten,
+werd er met het houweel de grond omgewerkt, werden er eeuwenlang de
+keien uitgehaald, zooals de steenhoopen langs de velden aantoonen,--en
+dan is dat hun oogst! Arme Caussenaar!
+
+Urenlang liepen wij door deze woeste streek, links en rechts keien,
+vóór ons keien, achter ons keien. Nu en dan zulke dunne dwerghaver-
+of gerstvelden, steeds door een uit opgestapelde steenen ontstanen
+rand omgeven; hier en daar in een kuil, beschut tegen den wind
+een aardappelveldje; nergens water, geen woning, geen levende
+ziel. Eindelijk.... Sauveterre, een dorpje van slechts enkele huizen,
+met groote schaapskooien; de keien om ons heen dienden hier om die
+woningen te bouwen, zoodat de huizen er verre van frisch uitzien,
+integendeel bruin, vaal en somber. Maar daar kijkt een dorstige
+wandelaar niet het eerst naar. Dat merkten wij dan ook eerst
+later, toen we, op ons gemak uitrustend, de omgeving behoorlijk
+opnamen. Ons eerste werk was geweest de herberg op te sporen, hetgeen
+vergemakkelijkt werd doordat de postwagen, die ons achteropgereden was,
+daar stilhield. Anders geloof ik niet onze herberg zoo gemakkelijk
+ontdekt te hebben; er was geen enkele aanduiding en de 10 of 15 huizen,
+waaruit het dorp bestaat, zijn uiterlijk zonder eenig onderscheid.
+
+Wij kwamen juist bijtijds en hebben spaarzaam mee mogen genieten
+van het weinige water, dat de herbergier nog in zijn regenwaterput
+had. Sedert drie maanden had het op de causse niet geregend en het
+drinkwater raakte op. Zijn plan was den volgenden dag een vaatje
+vol te halen in St. Enimie, een tiental kilometers verder, in het
+dal. Daarvoor ging hij de paarden van zijn buurman te leen vragen. Op
+mijn vraag, of hij zelf geen trekdieren had, vertelde hij mij,
+dat hij wel een paar trekossen had, maar dat een trekos geen vracht
+tegen een steilen bergwand kan optrekken. De weg naar St. Enimie is
+n.l. zeer steil; dat merkten wij zelf later. Maar dat zoo'n flink
+gebouwde werkos, die veel zwaarder vrachten trekt dan een paard,
+geen klein vaatje water naar boven kan brengen, wat een paard met
+gemak doet, dat was toch iets nieuws voor ons en wij hebben daarom,
+telkens wanneer wij trekossen ontmoetten, aandachtig hun lichaamsbouw
+bekeken om het waardoor te weten te komen. Doch 't is gebleken,
+dat wij niet sterk genoeg in de vergelijkende anatomie waren om dit
+raadsel op te lossen, en de boeren, die wij er naar vroegen, gaven
+ons in hun dialect antwoord met voor ons onverstaanbare vakwoorden,
+zoodat wij maar heel ernstig knikten ten bewijze het begrepen te
+hebben, maar overigens even wijs waren als te voren.
+
+Van het dorpje Sauveterre leidde de weg nog eenige kilometers over de
+vlakte tot het plaatsje Le Bac, een gehucht met een viertal huizen;
+daar begint het ravijn, dat afdaalt naar St. Enimie.
+
+In 1793, toen de hervormers in Frankrijk alles van naam deden
+veranderen, werd St. Enimie "Puits-Roc", de Rotsput, gedoopt. Werkelijk
+een eenig juiste naam voor dit plaatsje, dat ligt in een onvergetelijke
+omlijsting. Van den Tarn ziet men het zilverige water ergens als onder
+een rots uitkomend en verderop als onder een andere rots verdwijnend;
+slechts een klein deel van de rivier is zichtbaar. Wáár de opening van
+het dal is, waaruit zij komt, is niet te zien; de rotsen sluiten zich
+daar schijnbaar aaneen. Hoe het dal verder loopt, is ook onzichtbaar;
+ook daar schijnen de Causse de Sauveterre en de Causse Méjean aan
+elkaar gegroeid.
+
+Wij daalden den zigzag loopenden, doch toch nog steilen weg af, die
+onder ons in de diepte schijnt weg te zinken. Het lijkt alsof men zoo
+met één stap op het dak van een der huizen kan komen; bij elke bocht,
+wanneer men het stuk muur, waarlangs men daalt, hooger en hooger boven
+zich ziet oprijzen, denkt men, dat men er is; de weg evenwel slingert
+zich steeds verder; telkens een scherpe hoek en weer een eind weg. Bij
+iederen draai schijnen de rotswanden mee te draaien, waardoor het oog,
+dat urenlang over de vlakte getuurd heeft, verward raakt.
+
+Halverwege de helling komen wij langs steil tegen de rots aangelegde
+boom- en wijngaarden, hangende tuinen, die wij met bewondering en
+eerbied bekijken; immers, het beetje aarde, dat daar vruchten draagt,
+is beneden schepje voor schepje in zakken gedaan en op het hoofd van
+den eigenaar naar boven gedragen. Van vader op zoon, jaren en jaren
+door, werd zóó de aarde hier aangevoerd, waardoor een boomgaard kon
+worden aangelegd.
+
+Het gelukkige, in alle opzichten dubbel en dwars verdiende gevolg is,
+dat nu de amandelteelt een belangrijke bron van inkomsten is voor de
+circa 1000 inwoners van St. Enimie.
+
+Welk verschil met bovenop de Causse. Daar steenen en graan
+van 20 c.M. hoogte; hier weelderige wijngaarden, perziken- en
+amandelboomgaarden!
+
+Aanvankelijk koesterden wij het plan te voet den cañon van den Tarn te
+volgen, doch de weg, welken wij daartoe zouden hebben moeten volgen,
+is nog niet geheel gereed, en, voorzooverre hij gereed is, nog niet
+voldoende platgetreden, zoodat hij voor voetgangers zeer vermoeiend
+is. De meest gebruikelijke weg voor toeristen is de rivier zelf. Ons
+Hollanders trok een watertocht natuurlijk onmiddellijk aan. Naar den
+nieuwen weg keken wij dus maar niet meer om. De noodige afspraken
+waren spoedig gemaakt en den volgenden ochtend in de vroegte, toen
+wij verder wilden, lag een bark gereed om ons op te nemen. Daarop
+begon onze verrukkelijke boottocht.
+
+Deze barken zijn heel eenvoudige visschersvaartuigen, plat van bodem,
+van achteren vierkant, van voren iets smaller en schuin oploopend;
+de onderkant wordt beschermd door ijzeren richels en spijkers met
+groote koppen; een bankje, over de twee rechtopstaande kanten gelegd,
+dient den reizigers tot zitplaats. De bestuurders staan, één voor,
+één achter, en stooten de bark met een stok vooruit. De schuitjes
+hebben een diepgang van slechts enkele centimeters, hoogstens 5; ze
+kunnen niet meer dan 7 personen, de bootslieden inbegrepen, bevatten.
+
+De barken moeten wel een zeer geringen diepgang hebben, omdat de
+Tarn zeer ondiep is en veel stroomversnellingen heeft; daarom is ook
+de beschreven vorm noodig; geen ander model schuit zou hier over de
+ondiepten heenkomen.
+
+Onwillekeurig dachten wij bij het instappen aan de groote Rijnbooten
+en moesten hartelijk lachen bij die vergelijking.
+
+Een van de bootslieden toeterde even op een groote schelp, een sein
+voor de landslui om hen te wijzen op de gelegenheid om een eindweegs
+mee te varen als de boot langs hun akker gaat, een signaal, dat uit
+de verte van de bergmuren terugechode en ons eenigszins in de stemming
+bracht voor de poëtische vaart op den Tarn.
+
+Daar niemand gehoor gaf aan de roepstem, zetten de bootslui zich
+schrap en duwden de bark af; zachtkens gleden wij voorwaarts, recht
+op den rotsmuur aan; dan een stoot met den boom--en wij gingen den
+hoek om. Wij keken om: St. Enimie was verdwenen en wij dreven in een
+nauw dal, dat aan alle zijden ingesloten is door wanden, 500 M. hoog.
+
+Zoo is onze verdere 30 K.M. lange weg naar Le Rozier. Zacht en kalm,
+in een heerlijke stilte, glijden wij over het doorzichtige water,
+waarin de forellen geluidloos heen en weer schieten. De oevers rijzen
+groen uit het water omhoog en gaan over in steile, hooge borstweringen
+met kanteelen, die zich in de rivier spiegelen.
+
+De bootslui, lenig en sterk, spannen hun spieren om de bark, die nu
+en dan door den stroom meegesleept wordt, tegen te houden. Alleen
+het knarsen van hun stooten op het grint verstoort de stilte. Hier
+en daar knarst de boot zelf over den rivierbodem, om plotseling
+weer meegesleurd te worden door een versnelling op een plaats, waar
+rotsblokken het water den doorgang belemmeren. Nooit komen wij daar
+doorheen, meenen we. De bootsman staat voorop, zijn stok gereed;
+wij raken de rots bijna; daar ploft de stok neer, een duw, en wij
+schieten er om heen! Gevaar is er bij deze vaart niet, het water is
+zeer ondiep; slechts hier en daar zijn diepe gaten. De bootslui varen
+bovendien van jongsaf op de rivier en kennen bijna ieder steentje,
+ja, zij weten zelfs bij elken rivierstand--die verandert bij dezen
+bergstroom n.l. dikwijls--precies de plaats te treffen, waar zij
+hun stok moeten inplanten om een in den weg liggende rots voorbij
+te komen. Zij staan dan ook rustig te wachten, terwijl de reiziger
+denkt te pletter te loopen, tot de plaats, waar zij snel hun boom
+neerploffen en de bark met een flinken duw afzetten.
+
+Wanneer men bij de eerste versnellingen hun rust en kalmte van
+beweging ziet en daarbij bedenkt, dat zij, jaar op jaar, dag in dag
+uit, steeds hetzelfde doen, dan verdwijnt ieder gevoel van bangheid,
+wanneer dit soms mocht opkomen.
+
+De betrekkelijk groote niveau-verandering van den Tarn op den weg naar
+Le Rozier veroorzaakt de versnellingen, welke het boottochtje hoogst
+interessant maken en menig spannend oogenblik den reiziger bezorgen.
+
+Achter ons sluit de vooruitspringende Causse Méjean den Tarn geheel af;
+voor ons rijzen de rotsen van Conroc onmiddellijk uit het water omhoog;
+rechts schuiven langzaam de Egouttiers, rotsen vol gaten, waaruit
+voortdurend water sijpelt, ons voorbij; links slingert zich een weg
+naar boven; en dáár, rechts, die roode rotsrichel, is de nieuwe weg
+van St. Enimie naar Le Rozier. Deze nieuwe weg strekt den ingenieurs
+tot eer. Hoe moeilijk is het niet met dynamiet een weg te banen door
+deze woeste vallei, zonder het karakter van het landschap te veranderen
+of haar schoonheid te vernietigen! Door de opeenhoopingen van rotsen
+een weg te boren en de rivier in al haar grillige bochten te volgen,
+was op zich zelf reeds een verre van gemakkelijke taak. Zij hebben
+hun taak zóó opgevat, dat, wanneer over eenige jaren de rotsen, die
+zij hebben laten springen, door sneeuw, regen en wind de kleur van
+de omringende rotsen zullen aangenomen hebben, de weg van de rivier
+af niet te zien zal zijn. Eere hun navolgingswaardig streven!
+
+Wij komen voorbij de Rocher du Gouffre, waar de bark een oogenblik
+onbeweeglijk schijnt te blijven liggen op het hier tamelijk breede,
+groenachtige water; dan plotseling pakt haar een stroomversnelling,
+die ons meesleurt naar den rechtopstaanden rotsmuur. De bootsman
+vóór, kaarsrechtopachtgevend, waakt over ons. Eén stoot met zijn stok
+tegen den dreigenden muur en het broze vaartuig zwenkt, om langzaam
+verder te glijden. Recht voor ons rijzen de muren als een hemelhoog
+vestingwerk op en schijnen als een onoverkomelijke hinderpaal ons den
+weg te willen versperren. Daar aan den voet, als een groene poort van
+den burcht, ligt St. Chély. De bootsman grijpt zijn schelp en stoot
+eenige tonen uit, die schel weerklinken tusschen de hooge muren en
+lang blijven nagalmen. Wij naderen het plaatsje.
+
+Als een groen eiland ligt het in die woeste omgeving. Een brug
+met slanken boog verbindt het met den tegenoverliggenden oever,
+waar een weg voert naar de weinige eenzame dorpjes op de Causse
+de Sauveterre. Geheel gelegen in de schaduw van oude olmen, is
+St. Chély een oase in de woestijn. Even hebben we er den tijd de
+eenige bezienswaardigheid te gaan kijken; 't is de grot Cénarète,
+waaruit een krachtige bron water naar den Tarn stuwt. Deze bron vormt
+in de grot zelf een onderaardsch meertje, 30 M. lang, 5 M. breed
+en 6 M. diep; prachtige stalactieten hangen van het 6 à 8 M. hooge
+gewelf. In 1888 heeft de heer E. A. Martel, die de meeste grotten
+in dit deel der Cevennen onderzocht heeft, geprobeerd verder in de
+grot door te dringen met behulp van een opvouwbare roeiboot, doch
+hij moest zijn poging opgeven; de spleet, waaruit het water naar het
+meertje vloeit, werd op geringen afstand van haar einde te nauw en
+verhinderde daardoor het voortgaan. De ingang van de grot, een zaal
+van 15 M. hoogte en 15 M. breedte, is gedeeltelijk ingericht als
+kapel voor de H. Maagd; het overschietende deel gebruikt de molenaar
+van St. Chély als kelder. Gemoedelijker kan het bijna niet!
+
+In St. Chély verwisselen wij van bark en bootslieden. Iedere groep
+bootslieden bevaart nl. slechts een deel van de rivier, daar het
+moeilijk is de barken weer stroomopwaarts te brengen. Zij hebben als
+ze 2 uur lang de rivier afgezakt zijn, 5 uur noodig om weer thuis
+te komen; daarom verwisselt men op den afstand van 35 K.M. viermaal
+van bark.
+
+Wij steken weder van wal en zeer spoedig sluit zich de muur weer
+achter ons; St. Chély is verdwenen.
+
+Weldra zien we, tegen den rotsmuur aangebouwd, een klein dorpje,
+Pougnadoires, een plaatsje, dat binnen niet al te langen tijd
+verdwijnen zal. De rotswand boven het dorp is gespleten en dreigt neer
+te vallen; het mooie Pougnadoires, dat daar nu zoo rustig tusschen
+zijn hoogopgaande boomen ligt, is onherroepelijk veroordeeld. Alles wat
+beproefd is om het vallen van de rots te verhinderen, lilliputterswerk
+om een reus tegen te houden, is vergeefsch.
+
+Iets verderop zien we een menigte openingen, ingangen van holen,
+waarvan enkele door menschen bewoond zijn. Zij deden ons denken aan de
+rotswoningen te Geulhem; doch hier zijn de woningen fantastischer. De
+ingang van zoo'n hol is afgesloten door een soort huisgevel met ramen;
+het dak is vooruitgebouwd als een luifel, half rots, half bijgewerkt
+met platte steenscherven. De rook ontsnapt bovenuit door een zwart
+geworden spleet. Deze woningen bevinden zich 100 M. boven den nieuwen
+weg, welke langs den Tarn gemaakt is. Vroeger leefde in die holen de
+beer van den oertijd, van welken men nog herhaaldelijk beenderen vindt;
+later dienden zij den voorhistorischen mensch tot verblijfplaats,
+zooals de gevonden vuursteen bewijst; heden zijn ze betrokken door
+Fransche staatsburgers, door citoyens! Boven hen wonen de raven en
+kraaien, die zich in kleinere, hooger gelegen holen genesteld hebben.
+
+Wij naderen een scherpen hoek van de rivier en wij keeren ons om,
+ten einde een laatsten blik te slaan op het panorama achter ons. Als
+we den blik weer stroomafwaarts laten gaan, is plotseling het décor
+veranderd. Spoedig zullen we het Château de la Caze bereiken, dat
+eensklaps te voorschijn gekomen is.
+
+Dit kasteel, omringd door hoogopgaand geboomte, hangt als het ware
+aan de rots en spiegelt zich in de hier 100 M. breede en 20 M. diepe
+rivier. Achter en iets boven het kasteel ontspringt een beekje,
+dat zich in den Tarn stort. Beneden voor het kasteel bruist een
+stroomversnelling, boven dreigen de rotsen zich neder te werpen en
+al het lager gelegene te verpletteren. Het kasteel zelf ligt daar
+rustig en sterk met zijn vier hoektorens en zijn wachttoren boven den
+ingang, een vesting als 't ware om rotsen en water in toom te houden,
+om natuurkrachten te beheerschen.
+
+Vroeger, vertelde de bootsman, zag het er erg vervallen uit, doch
+sinds kort heeft een maatschappij het laten restaureeren en tot
+hôtel inrichten.
+
+Die oude edellieden verstonden het toch maar, mooie plekjes voor hun
+burcht uit te kiezen. Is het gezicht van af de rivier op het kasteel
+grootsch en indrukwekkend, de kijk van uit het kasteel op de rivier is
+onvergetelijk. Eigenlijk zijn de twee zoo verschillende vergezichten
+niet vergelijkbaar. Waar het eerste u toont de macht van den mensch,
+zich opwerpend als waker over en beheerscher van de woeste krachten
+der natuur, doet het tweede u gevoelen de kleinheid en nietigheid
+van den mensch tegenover het groote en machtige waarmee de natuur
+hem omsluit, en inzien, dat hij slechts leeft en werkt bij hare genade.
+
+Verder op wordt het landschap nog grootscher. Zacht in ons bootje
+voortglijdend, zien we het dal zich beneden verbreeden en boven
+vernauwen. De rotsmuren welven zich aan weerszijden over de rivier,
+zoodat wij soms de rotsen als een dak boven ons hebben. De opening
+boven is geen kilometer breed; rechts bereikt de wand een hoogte
+van 530, links van 470 M. En daartusschen schuiven wij in ons nietig
+bootje verder, wij, heele kleine wezentjes van nog geen 2 meter hoog!
+
+Van het eene plateau naar het andere reikt de menschelijke stem,
+zonder dat zij zich uitermate behoeft te verheffen. Twee herders,
+die een wandeling van minstens een uur of vier zouden moeten maken
+om elkaar de hand te drukken, kunnen gemakkelijk een praatje houden.
+
+Een scherpe punt steekt vooruit. Aan haar voet moet het dorpje La
+Malène (= leelijk gat) liggen, een halteplaats. Met groote vreugde
+werd dit rustpunt begroet. Onze maag was ondanks het genot van
+zooveel natuurschoon dezelfde gebleven; dus waren na een vaart
+van 5 uren de forellen, schaapscôteletten en de traditioneele kip
+(in Frankrijk krijgt men bijna bij elken maaltijd kip of "poularde")
+hoogst welkom. Toen wij La Malène verlieten en verder voeren, heb ik
+dan ook zitten piekeren over de vraagpunten, wat beter voor den mensch
+is, een mooi panorama of een flinke lunch, en of men natuurschoon
+volkomener geniet met een leege dan wel met een volle maag. Ik voor
+mij prefereer een volle maag; dichters en schilders misschien niet?
+
+Van La Malène tot Pas de Soucy vloeit de Tarn door de indrukwekkendste,
+meest grootsche passages. Wij voeren om de hooge rots De Montesquieu
+heen, een zonderling afgerafelde en verweerde steenmassa. Op een
+soort plateau op den top staan nog enkele overblijfselen van een uit
+de 12de eeuw dagteekenend slot, gebouwd als een arendsnest bijna 300
+M. recht boven den Tarn. Eeuwen lang is het reeds verlaten. De heeren
+De Montesquieu du Tarn verlieten het tegen het begin der 16de eeuw,
+om een nieuw kasteel te stichten in La Malène.
+
+De bootsman wees ons een grot, welker ingang iets lager dan de ruïne
+zichtbaar is en die in verbinding stond met het kasteel. Hij vertelde
+daarna de geschiedenis van de laatste barones De Montesquieu du Tarn.
+
+Tijdens de revolutie, in 1793, ging La Malène in de vlammen op en
+vluchtte de oude 70-jarige blinde weduwe, geholpen door een herder en
+een vertrouwden bediende, naar de ruïne en verborg zich in de grot,
+die toen nog van uit de ruïne te bereiken was. De herder bracht haar
+maandenlang, ondanks den moeilijken, gevaarvollen weg, dagelijks
+het noodige eten. Door een valsch alarm misleid, vreesde hij dat
+de schuilplaats ontdekt was en bracht 's nachts de oude vrouw twee
+kilometers verder in een andere grot, die op het water uitkomt. Elk
+spoor werd daardoor uitgewischt. Zij liet op het signaal van den
+herder, wanneer hij het voedsel bracht, een touwladder af in de rivier,
+welke zij weer optrok na zijn vertrek. Zoo leefde deze energieke
+vrouw negen lange maanden eenzaam in een vochtig hol. Zij werd ondanks
+dit alles 90 jaar, zag alle kinderen en kleinkinderen verdwijnen, en
+moest ver verwijderde verwanten laten komen om de familiegoederen,
+die haar door de regeering teruggegeven waren bij de Restauratie,
+aan hen over te dragen.
+
+Iets verder wees de bootsman ons een grot, waarin in 1793 eenige
+priesters, die zich daar verscholen hadden, vermoord werden.
+
+Na die grot neemt de cañon een majestueus karakter aan; het is
+onmogelijk de grillige vormen van de door weer en wind uitgevreten en
+verwrongen opeenstapeling van rotsen weer te geven in woorden. Twee
+gehuchten, Colonel rechts, Ganjac links, schijnen ongenaakbaar voor
+menschen, alleen te bereiken door de roofvogels, die met breeden
+vleugelslag boven den cañon zweven. Toch wonen daar, ver van het
+gedruisch der groote steden, menschen, gelukkig en tevreden. Met een
+hoogmoedigen glimlach zien ze, een oogenblikje uitrustend van hun
+zwaren, vermoeienden veldarbeid, de barkjes na met stadsmenschen, die
+diep beneden hen voorbijvaren. Deze twee gehuchtjes liggen daar als
+schildwachten aan den ingang van het Détroit, het nauwste deel van het
+Tarndal, waar wij zachtjes onder de overhangende muren door glijden.
+
+Machtig en grootsch is nu de cañon, waar wij doorvaren. De onderste,
+100 M. hooge, rotsen staan links en rechts loodrecht in de rivier;
+de hoogerop iets terugwijkende wanden der beide causses stijgen steil
+500 M. in de lucht, waar hun door de zonnestralen rood gekleurde,
+verbrokkelde randen en punten prachtig afsteken tegen den diep blauwen
+hemel. Boven is de afstand ongeveer 1000 M., beneden iets minder. Hier
+ziet men duidelijk, hoe de rivier eeuwen door gestreden heeft tegen
+de geweldige steenen gevaarten, die haar omknellen. Meters diep heeft
+zij den steen uitgeschuurd, het schuursel medevoerend, zoodat wij,
+deze uitholling doorvarend, de blauwe luchtstrook boven ons zien
+verdwijnen en plaats maken voor een rotsdak. Links en rechts bemerkt
+men telkens weer nieuwe holen en grotten. Naar het midden van den
+stroom teruggekeerd, ziet men, scherp zich afteekenend tegen de smalle
+luchtstrook, hoog boven zich, langzaam en statig eenige gieren zweven,
+die in deze woeste streken nestelen. Hoe klein voelt de mensch zich
+bij deze overweldigende natuurtafereelen!
+
+Reizigers, die den nieuwen weg volgen, krijgen deze heerlijke passage
+niet te zien. Men heeft den weg hier over de rotsen gevoerd om het
+natuurschoon geen afbreuk te doen, zoodat het mooiste gedeelte van de
+geheele reis hun ontgaat. Wij betreurden het dan ook niet, de rivier
+tot weg gekozen te hebben.
+
+Als om het oog afwisseling te bieden, schenken de rotsen na het
+Détroit een menigte kleine verrassingen, welke ons door den bootsman
+gewezen werden.
+
+Een rotspoort in de rivier gelijkt op de beroemde Presbischthor in de
+Sächsische Schweiz, is evenwel kleiner. Zoo zijn er meer treffende
+overeenkomsten tusschen de dalen van Elbe en Tarn, maar hoeveel
+grootscher en indrukwekkender is de Tarn!
+
+Iets verder een groote, ronde rots; ze schijnt de beeltenis van
+Lodewijk XIV met pruik en hoed; in de punten er omheen, zou men
+hofdames met sleepjaponnen en magistraten in toga's kunnen zien;
+daartoe behoort echter wel wat veel verbeeldingskracht en een zeer
+goeden wil. Anders is het bij de volgende fantasie, de "cour des
+moines" genaamd. Hier staan werkelijk eenige monniken in een kring,
+de kappen over het hoofd. Duidelijk hebben de rotsen menschengezichten
+met baarden.
+
+De bootslieden wisselen snel eenige woorden in het voor ons schier
+onverstaanbare dialect, dat wat gelijkt op Spaansch doordat de
+uitgang -os heel druk gebruikt wordt. Wij naderen een maalstroom;
+een paar krachtige stooten brengen ons er spoedig doorheen. Deze
+maalstroom heeft in den zomer bij lagen rivierstand niets te beduiden
+en verdwijnt bijna, doch in het voorjaar, wanneer de rivier wast
+door het toevloeiende smeltwater der op de causses gevallen sneeuw,
+moeten de visschers oppassen; in het Détroit stijgt de waterspiegel
+soms meer dan 20 M. Dan zit er een andere vaart in het water, waarop
+wij nu zoo kalm en vreedzaam verder drijven.
+
+Weinige oogenblikken later beginnen de muren terug te wijken. Wij
+komen in het Cirque des Baumes, een circusdal, zooals men er in de
+Pyreneeën zoovele vindt.
+
+Deze kolossale arena meet boven aan den rand 5 K.M. in doorsnede,
+beneden 3 K.M. De rotsen bieden een schakeering van kleuren en tinten,
+waarin het rood overheerscht, terwijl wit, zwart, blauw, grijs en geel
+daar doorheen spelen. Op sommige plaatsen plekken zich tusschen de
+rotsen opgeschoten struiken donkergroen af te midden van het weelderige
+kleurenspel. Tegen de zijwanden klimmen de rotsen trapsgewijze 500
+M. omhoog tot den rand van de causse; de zonderlingste vormen nemen zij
+aan, verweerd als ze zijn door regen, zon en vorst. Ook het water van
+den Tarn heeft zijn invloed doen gelden in den tijd, toen het volgens
+de geologen hier een meer vormde. De rotsen lijken op kasteelen,
+torens, bogen, bastions, kathedralen, obelisken, pyramides; onder het
+spel van licht en schaduw, van tint en lijn, veranderen zij voortdurend
+van voorkomen; dat alles werkt mede om één grootsch geheel te vormen,
+dat nooit door dichter of schilder zal kunnen weergegeven worden. Hoe
+geblaseerd men ook moge zijn, hier dwingt de natuur bewondering af!
+
+Hoog op een soort plateau staat een kleine kapel tegen den rotsmuur
+geleund; hierheen gaan de Caussenaars ter bedevaart om genezing te
+zoeken voor oogziekten. Dan laten ze zich de oogen wasschen met water
+uit de bron, die naast de kapel ontspringt.
+
+Iets hoogerop (370 M. boven den Tarn) is de ingang van een groote
+grot. In 1888 heeft de heer E. A. Martel o. a. ook deze grot,
+die vooral uit geologisch oogpunt zeer merkwaardig is, geheel
+bezocht en er 9 verticale putten ontdekt van 8 tot 30 M. diepte,
+die alle in een onderaardsch meer eindigen. Hij liet zich daartoe,
+schrijlings op een dikken tak gezeten, door 5 sterke Caussenaars aan
+een touw afzakken. Men moet wel den moed bewonderen van een man,
+die, aan een touw hangend, zich in de donkere ruimte laat zakken,
+in een gat, waarvan hij de diepte niet kent; het minste verzuim van
+den kant zijner medewerkers kon hem het leven kosten!
+
+Voor gewone toeristen is de grot niet bijzonder merkwaardig, al acht
+ieder geoloog een bezoek loonend. Toch is het interessant voor den
+reiziger, wanneer hij den steilen muur bekijkt, te weten, dat daar
+achter zooveel mysterie schuilt. De tegenwoordigheid van een meertje
+op die plaats is op zich zelf reeds geschikt de hoogste verwondering
+op te wekken. 90 M. diep in een grot en 190 M. onder het plateau
+der Causse de Sauveterre, dat wekt geen verbazing; maar 280 M. boven
+het niveau van den Tarn, dat schijnt ons in strijd met alle vroeger
+geleerde wetten van communiceerende vaten.
+
+De bootsman laat ons niet den tijd te peinzen over de mogelijke
+oorzaak. Hij vraagt ons te raden, hoe wij nu verder zullen varen. 't
+Is een raadsel.
+
+Ons schijnt het toe, dat de reusachtige arena aan alle zijden door
+ongeveer even hooge muren is ingesloten. Rechts, meenen wij te zullen
+moeten gaan. Mis! de rivier maakt een scherpe bocht naar links. Ieder
+reiziger, hooren wij, raadt hier verkeerd. Zelfs de doorgang, waardoor
+wij het dal invoeren, is zonder aanduiding van onzen leidsman niet
+terug te vinden.
+
+Wij glijden zachtjes den hoek om en meteen is het geheele Cirque des
+Baumes aan ons gezicht onttrokken; langzaam naderen wij de derde zeer
+merkwaardige passage, de Pas de Soucy.
+
+De rivier wordt geheel versperd door een chaos van reusachtige
+blokken, in 't honderd op en door elkaar geworpen. Verder varen is
+hier een onmogelijkheid en wij stappen dus aan wal. Alvorens van
+ons afscheid te nemen, wijzen de bootslieden ons eenige bijzonder
+sterk vooroverhellende rotsen: de Sourde, een reusachtige, zich aan
+zoekende blikken van zelf opdringende steenmassa; en de Aiguille,
+een 80 M. hooge, geheel alleenstaande spitse punt. Nog een andere rots
+trekt bijzonder onze aandacht; 't is een bisschop met een mijter op,
+die zegenend de hand uitstrekt over het dal.
+
+Een verschrikkelijke catastrophe moet hier plaats gehad hebben; geheele
+rotsmuren zijn in de rivier neergestort, zoodat het water bruisend en
+schuimend zich een weg moet zoeken door spleetjes en gaatjes. Vooral
+in het voorjaar, als de sneeuw smelt, moet het hier zeer onstuimig
+toegaan; in den zomer echter verdwijnt de rivier bijna geheel en kan
+men haar schier droogvoets oversteken. Borrelend en kokend herneemt
+zij 400 M. verder haar bovengrondschen loop.
+
+Verschillende legenden zijn in omloop betreffende de oorzaak dezer
+verwoesting van het stroombed. Een van de aardigste is wel die van
+de Heilige Enimie, welke ik in het kort zal trachten weer te geven:
+
+De vestiging van de H. Enimie te Burle had den duivel totaal uit
+zijn humeur gebracht. In deze nogal ongeloovige streek, waar hij in
+de vele holen en grotten even zoovele gemakkelijke wegen van en naar
+de hel had, had hij vrijwel kunnen doen en laten, wat hij wilde. Dat
+was nu uit. Hij trachtte daarom de heilige te verleiden, maar dat
+gelukte hem niet. Toen probeerde hij het met de nonnetjes, die danig
+in de war raakten. De heilige Enimie begreep eindelijk, waardoor
+zulk een wanorde in haar klooster werd teweeggebracht en verkreeg
+toen na langdurig en vurig bidden de macht den duivel te ketenen,
+wanneer hij weer in het klooster zou willen binnensluipen. Maar
+moeilijk was het, dan den slimmerd te pakken te krijgen! Op een
+goeden dag werd hij ontdekt en vluchtte daarop langs den Tarn. De
+H. Enimie joeg hem na. De jacht was lang en afmattend, want Satan
+kende alle hoekjes en gaatjes op een prik. Eindelijk kwamen vervolgde
+en vervolgster in het Cirque des Baumes. Daar woonde in een grot de
+heilige Ilère, de biechtvader van St. Enimie. Dezen was reeds vroeger
+order gegeven zijn biechtelinge behulpzaam te zijn. De duivel, die
+dit wist, maakte zich heel klein om minder in het oog te vallen,
+en daar juist de H. Ilère in het gebed verzonken was, zag en hoorde
+deze niets. Hijgende en uitgeput bleef St. Enimie aan den ingang van
+het dal staan; de duivel zou haar ontgaan, want hij was reeds vlak
+bij de plaats, waar de Tarn buitengewoon diep was door een ravijn,
+dat zich daar onder water uitstrekte en waarin hij zich gemakkelijk
+kon laten neerzinken om van daar naar de hel te ontsnappen.
+
+St. Enimie viel op de knieën en geheel haar machtig geloof uitte
+zich in den kreet: "Te hulp, bergen, houdt hem tegen!" Al de rotsen
+vielen voorover, maar de duivel, sterk en vlug, weerstond of ontweek de
+kleinere rotsblokken en zijn voet bereikte reeds den bodem der diepte,
+waardoor hij ontkomen wilde, toen de rots Sourde over hem heen viel. De
+Aiguille, door haar lengte niet zoo vlug kunnende vooroverkomen, riep
+haar toe: "Hebt gij mij noodig, zuster?" Waarop de Sourde antwoordde:
+"Onnoodig; hij kan niet meer weg!" De H. Enimie hoorde dit en zag den
+duivel gevangen. Zij wenkte de rotsen maar te blijven staan. Deze
+verstijfden in hun val en staan daar nu nog voorovergebogen. De
+rotsblokken, die den Tarn versperren, zijn die van de Sourde. De duivel
+heeft evenwel een taai leven en is zeer sterk. Hij wrong zich los,
+ondanks het gewicht van de Sourde, en sloeg, alvorens te ontsnappen,
+in zijn razende woede met zijn bebloede hand tegen de rots, zoodat
+een roode handafdruk in den steen achterbleef. Dit teeken aan den
+voet van de Sourde is bij een groote overstrooming in 1875 verdwenen,
+doch de rotsen hellen nog voorover en de Tarn wordt nog altijd versperd
+door rotsblokken.
+
+De geologen zijn het er in het algemeen over eens, dat hier twee
+steenstortingen hebben plaats gehad, de eene in lang vervlogen,
+de andere in dichterbij gelegen tijd. Vermoed wordt, dat de tweede
+een gevolg is geweest van de groote aardbeving in het jaar 580, die
+reusachtige verwoestingen moet hebben aangericht in de Pyreneeën
+en de omliggende landen. Dat zou, als 't waar is, overeenstemmen
+met den tijd, waarin St. Enimie en St. Ilère waarschijnlijk geleefd
+hebben. Men heeft dan de legende van deze heiligen in verband gebracht
+met een catastrophe, die een geweldigen indruk op de bevolking moet
+hebben gemaakt.
+
+Een wagentje, dat speciaal voor de toeristen op en neer rijdt, brengt
+ons langs den chaos eenige kilometers verder naar het plaatsje Les
+Vignes, waar de Tarn weer bevaarbaar wordt.
+
+Van Les Vignes voeren weder een weg rechts en een weg links naar en
+over de causses; 't schijnt hier reeds van oudsher een druk gebruikt
+overgangspunt en dus een middelpunt van verkeer geweest te zijn,
+hetgeen de vele dolmens aantoonen en de talrijke vroeger bewoonde
+grotten, waarin zeer vele voorhistorische voorwerpen gevonden werden.
+
+Van Les Vignes naar Le Rozier, het eindpunt onzer bootvaart, behoeft
+men met de bark slechts twee uren, doch de rivier stroomt zoo snel
+en heeft zoovele groote versnellingen, dat de arme bootslieden acht
+uren noodig hebben om hun leege bark naar Les Vignes terug te sleepen.
+
+Bij ons vertrek uit Les Vignes was de lucht reeds een weinig betrokken
+en vreesden de bootslieden voor onweer. En jawel, wij waren nog geen
+10 minuten onderweg, of daar begon het. Wij vonden het geen onaardige
+afwisseling, want de vaart kreeg nu iets avontuurlijks. De onweders
+zijn in deze streek meestal kort van duur, maar ongemeen hevig, en
+gaan vergezeld van zware slagregens. Bij reizen in bergstreken moet
+men er op gewapend zijn, en zoo hadden wij dus ook onze voor water
+ondoordringbare capes bij ons. Onze bootslieden waren zoo goed als
+onmiddellijk drijfnat.
+
+Het dal is nu wat breeder dan meer stroomopwaarts, en ofschoon er
+eenige merkwaardige rotspartijen zijn, die ons door den neerslaanden
+regen ontgingen, is dit deel der vallei niet zoo grootsch als het
+Détroit met het Cirque des Baumes en de Pas de Soucy. Daar staat
+tegenover, dat hier de rivier vaker versperd is door rotsblokken en
+meer versnellingen vormt, waaronder er zijn, die zelfs zeer moeilijk
+gepasseerd kunnen worden, en die dan ook van de bootslieden langjarige
+ervaring en groote voorzichtigheid eischen. Kantelt de bark, wat enkele
+keeren door onnoodig angstmisbaar van dames wel gebeurt, dan komt men
+er af met een flink voetbad, want juist op de plaatsen, die den schrik
+wekken, is de rivier zeer ondiep. Maar, zooals gezegd, ongelukken
+komen maar heel enkele keeren voor. De bootslieden, die op dit deel der
+rivier bijna allen eigenlijk visscher van beroep zijn, zijn verbazend
+handig, lenig en sterk, en--zij kènnen de rivier. Zij waarschuwen
+telkenmale, wanneer er een grootere versnelling te passeeren is. Men
+bemerkt dit bovendien zelf reeds op een aanmerkelijken afstand door
+het tegen de rotsen wild opschuimen en uit elkaar stuiven der golven.
+
+Ons verging het hooren en het zien. Boven ons zigzagde onophoudelijk de
+bliksem door de lucht en onafgebroken rolde en ratelde de donder door
+het dal. Om ons woelde en spatte het opgezweepte water van den Tarn,
+terwijl kletterend de regen bij stralen neerviel. In de versnellingen
+spatte het schuimende water ons om de ooren. De bootslieden hijgden en
+zwoegden en waren een en al aandacht; de regen verblindde hen; toch
+geen enkele misstoot. Nu links een stoot, dan rechts een ruk, daarop
+bogen beiden naar één kant over; de bark schoot met den opgewipten kant
+over een rots heen. Bij elke versnelling kregen wij golfjes water over;
+de regen deed er het zijne bij en wij zagen weldra onze handtasschen in
+de boot ronddrijven. Onze voeten stonden een hand breed in het water;
+wij bemerkten het niet; ondanks onze capes waren wij over ons geheele
+lichaam kletsnat.
+
+De voorman greep een hoosblok en begon het water over boord
+te hoozen. Eensklaps moest hij zijn schepper laten varen
+(letterlijk!) om vlug zijn stok te grijpen; wij naderden weder een
+versnelling. Hijgende vroeg hij mij, of ik hoozen kon. "Jawel,"
+zei ik en greep de schep. "Blijf zitten," klonk er tot antwoord,
+"of wij gaan om!" Juist schoten wij zigzag tusschen in de versnelling
+liggende blokken door. "Nu kunt U even uw gang gaan." Dan hoosde ik;
+nu en dan kwam kort en krachtig een bevel om te zitten en dan plakte
+ik weer neer op de natte bank, om even later opnieuw te hoozen.
+
+Het mooiste deel van den cañon genoten wij bij helderen zonneschijn,
+zoodat wij het in zijn onvergetelijke kleurenpracht konden
+bewonderen. Hier, waar het water het moeilijkst en wildst is,
+troffen wij daarentegen juist onstuimig weer, een weer als waren
+alle elementen tegelijk in opstand gekomen. Feitelijk hadden wij het
+niet beter kunnen treffen, al was het gevolg ook, dat wij druipnat
+aankwamen in het Grand Hôtel du Rozier, dat prachtig gelegen is met
+een terras aan den oever van den Tarn.
+
+Bij het afscheidnemen merkte een van de bootslieden op, dat wij
+niet voor den eersten keer uit varen waren geweest. "Nu, dat zou
+ik ook meenen," antwoordde ik, "wij zijn ook uit het waterland." Ik
+vertelde hem toen een en ander over ons land, waar wij bijna overal
+water hebben, de huizen op palen bouwen en waar enkele deelen onder
+den zeespiegel liggen, enz. Daar zette hij groote oogen van op. Maar
+toch, zij hadden aan het water uitscheppen wel gemerkt, dat het niet
+voor den eersten keer was, dat ik een hoosblok hanteerde; meestal
+kregen zij Parijzenaars in hun boot en dan waren vooral de dames
+altijd zeer lastig door haar mallen angst. Ook hadden zij wel eens
+Engelschen gehad, maar met die was het ook geen gezellige vaart,
+omdat zij doorgaans geen Fransch verstonden.
+
+Zoo zijn zij allen, de visschers van den Tarn; op het eerste gezicht
+lijken zij bromberen, even ontoegankelijk als hun rotsen; weet men
+echter het gesprek te leiden, dan komen zij los en verstaan het,
+door het aanwijzen van merkwaardige punten en door het vertellen van
+boeiende verhaaltjes en legenden, den tijd te korten. Over het algemeen
+spreken zij een goed en duidelijk Fransch, zoodat vreemdelingen hen
+gemakkelijk kunnen verstaan. Alleen onder elkaar bedienen zij zich
+van hun dialect, wat zij nog zooveel mogelijk in tegenwoordigheid van
+reizigers uit beleefdheid vermijden, omdat, zooals een der bootslieden
+mij vertelde, er wel eens toeristen zijn, die zich aan 't gebruik
+van het dialect ergeren, meenende dat er over hen gesproken wordt.
+
+Zooals ik reeds opmerkte, hadden de bootslieden voor het laatste
+traject, dat men in 2 uur aflegt, 8 uur noodig om weer stroomopwaarts
+te komen; één van hen moest dan bij iedere versnelling te water
+gaan om de boot te trekken. Dit hebben zij nu sinds kort veranderd;
+de voortschrijdende beschaving heeft ook hier reeds haar invloed
+uitgeoefend. Zij vereenigden zich namelijk en hebben in Le Rozier een
+soort kraan gebouwd. Nu lichten zij heel eenvoudig hun bark op een
+gereedstaanden wagen en laten dezen door een flink stel paarden naar
+Les Vignes trekken. Zij zelf peddelen op de fiets er achteraan en zijn
+nu in een uurtje thuis. Mogelijk is dit geworden bij de openstelling
+van den nieuwen weg, die zeker nog wel meer veranderingen in deze
+streek zal teweegbrengen.
+
+Le Rozier en het daar tegenoverliggende Peyreleau liggen aan de
+samenvloeiing van Jonte en Tarn. Veel water vloeit er hier niet in
+den hoofdstroom, want de Jonte is 's zomers bijna droog. Hier komen
+drie causses bij elkaar: de Causse de Sauveterre, de Causse Méjean en
+de Causse Noire. De laatste wordt aldus genoemd naar de hooge denne-
+en pijnboomen, waarmede haar hellingen begroeid zijn en die er een
+somber aanzien aan geven.
+
+Le Rozier ligt zoo mooi en het Grand Hôtel, een goed ingericht modern
+hôtel, ligt zoo rustig en kalm aan de rivier, dat wij den lust niet
+konden weerstaan er een dagje te blijven uitrusten; de uitkijkjes
+van het hôtelterras zijn zoo verrukkelijk, dat wij ons zelven niet
+behoefden te beklagen over het door den staat onzer kleeding eenigszins
+gedwongen oponthoud.
+
+Den volgenden ochtend maakten wij een tochtje naar het plateau
+van de Causse Noire; het was wel niet precies, wat men uitrusten
+noemt, die 400 M. naar boven, maar wij kwamen er toch op, al was het
+voetpad steil en slecht. Het uitzicht van den rand loonde rijkelijk
+de moeite. Wij overzagen het laatste gedeelte van de rivier, dat
+wij bevaren hadden, van het Cirque des Baumes tot aan Le Rozier,
+en rechts den 20 K.M. langen, kronkelenden cañon van de Jonte. Om
+ons heen en aan de overzijden der valleien weer de platte, akelige
+verlaten steenvlakten!
+
+Des middags gingen we er weer op uit; met in het hôtel geleende hengels
+op de forellenvangst. Nu moet ik even eerlijk bekennen, dat wij nog
+nooit op forellen gevischt hadden, ja, heelemaal niet veel aan visschen
+deden. In Parijs heeft men daartoe niet zoo de gelegenheid. Maar wij
+brachten toch een prettigen middag door. Een paar uur lang klauterden
+wij onder struiken door van steen op steen om ten slotte thuis te komen
+met acht heel kleine vischjes, niet grooter dan spieringen. Evenwel,
+wij hadden de groote forellen gezien, en dat telt toch ook mee!
+
+Den volgenden morgen vertrokken wij met den Alpenzak op den rug door
+de vallei der Jonte naar Meyrueis. Veel loopen of wandelen schijnen
+de menschen hier niet te doen; of zij zien de stadsmenschen voor zeer
+zwak aan. Ten minste men verwonderde zich algemeen er over, dat wij 20
+K.M. wilden loopen. Geen inwoner zou dat doen, al is hij nog zoo arm;
+hij neemt de diligence; de toeristen huren een rijtuig. Het beviel
+onzen hôtelier dan ook in 't geheel niet, dat wij te voet gingen;
+hôtelier en wagenverhuurder was hier, als op zoovele andere plaatsen,
+één.
+
+Ook onze Alpenzakken trokken groote belangstelling. Deze voor den
+toerist zoo gemakkelijke transportmiddelen--voor de hoogstnoodige
+bagage en eenigen mondvoorraad--schenen hier onbekend te zijn,
+en wij zagen menigen glimlach, waaraan wij ons natuurlijk niet in
+'t minste stoorden. Misschien komt het, doordat men hier het klimaat
+te warm acht voor voettochten; die worden hier niet gemaakt zooals
+in Zwitserland en in de Fransche Alpen, doch--menigmaal heb ik het
+daar heel wat warmer gehad.
+
+Onze overige bagage hadden wij met de diligence vooruitgezonden.
+
+Het dal van de Jonte is regelmatiger dan dat van den Tarn, ook minder
+woest; doch daarentegen komen hier de prachtige kleurschakeeringen
+beter uit.
+
+Wij passeerden verschillende bijzonder mooie rotsgroepen, waarvan de
+St. Gervais het sterkst onze aandacht trok. Reeds in de verte zagen
+wij de rots als een reusachtig rond kasteel in het dal vooruitsteken;
+dichterbij gekomen bemerkten wij, dat deze 300 M. hooge top door
+een ravijn bijna geheel van de Causse Méjean gescheiden is en dus
+als een geweldige toren zich uit het dal verheft. De acht huizen van
+het gehucht Douze liggen nietig en klein aan den voet. Boven op het
+platform staat een oude kapel, omgeven door het eenvoudige kerkhof
+van Douze.
+
+De bewoners van dit plaatsje brengen hun dooden langs het moeilijke
+voetpad, dat zich langs de rots omhoog windt, in een zak naar boven,
+om daar gekist en aan de aarde toevertrouwd te worden.
+
+Ook deze kapel is een bedevaartplaats. Daarheen trekken op den
+19en Juni alle boeren uit de omliggende gemeenten; de herders op
+de beide causses drijven hun kudden tot aan den rand van het plateau
+tegenover de kapel; en de priester, staande op het hoogste punt van den
+St. Gervais, leest een plechtige mis, sprenkelt met den wijwaterkwast
+naar de vier hemelstreken en smeekt de zegeningen des Hemels af over
+menschen, dieren en gewassen.
+
+Over het algemeen is de bevolking van deze streken nogal vasthoudend
+aan oude gebruiken en gewoonten; en daarbij tamelijk bijgeloovig. Deze
+bijgeloovigheid vindt haar oorzaak voornamelijk in het karakter
+van het land; bovenal boezemen de talrijke mysterieuse "Avens"
+den Caussenaar vrees in, een vrees, die leidt tot bijgeloof van
+allerlei aard. Een "Aven" is een geheimzinnig, duister gat in den
+grond, waaraan de boeren 500 M. en meer diepte toeschrijven. Daar
+de plateaux voor het grootste gedeelte uit een kalkformatie bestaan,
+zijn ze inwendig voorzien van grotten, kanalen en meren; 't hemelwater
+dringt door 't poreuze gesteente heen en holt dit uit, ook al doordat
+kalk in koolzuurhoudend water, dus in regenwater, oplost. De door het
+regenwater gevormde onderaardsche stroomen en plassen geven hun teveel
+aan de door de dalen stroomende rivieren af door middel van openingen
+(bronnen) in de zijwanden der causses. Nu is in den loop der eeuwen
+menig grotgewelf, dat zich niet diep onder de oppervlakte van het
+plateau bevond, ingestort, waardoor een geheimzinnig, duister gat
+ontstond. Die gaten noemt men "Avens".
+
+Over deze avens hadden wij menigmaal iets gelezen en ook op onze
+reis verscheidene keeren hooren spreken, zoodat wij besloten bij den
+molen Sourbette, waar een voetpad naar boven leidt, onzen weg verder
+over een causse te nemen, om eenige van die donkere gaten van nabij
+te bekijken. De eerste aven, waar wij aankwamen, was de Aven Armand,
+in 1897 door den heer E. A. Martel onderzocht. De opening van zulk een
+zwart gat van 10 tot 15 M. doorsnede maakt iemand werkelijk angstig
+en men moet verbazend voorzichtig zijn niet op losliggende steenen
+te stappen; men zou met steenen en al in de diepte storten en te
+pletter vallen: de schacht gaat 75 M. loodrecht naar beneden. Men
+is van plan deze aven voor toeristen toegankelijk te maken. Er moet
+zich een grotzaal in bevinden, die alle beschrijving te boven gaat,
+een zaal, zooals geen tot nu toe bekende grot bezit. Men vond er een
+woud van meer dan 400 rechtopstaande fantastisch gevormde stalagmieten
+van 1 tot 30 M. hoogte, een woud als 't ware van versteende palmen,
+hetwelk men met recht "het maagdelijk woud" heeft genoemd.
+
+Wij konden alleen nog maar den ingang zien en begrepen best, dat de
+onontwikkelde Caussenaar zijn vrees voor die geheimzinnige gaten niet
+kan afschudden. Zij spreken dan ook met eerbied en diepe bewondering
+over den heer Martel, die in meer dan honderd van deze avens is
+neergedaald; bijna iedereen kent hem.
+
+Zeer interessant en onderhoudend zijn de beschrijvingen door
+hem in zijn werken, vooral in die over de Cevennen, van zijn
+onderzoekingstochten gegeven. Hij vertelt daarin, hoe hij met zijn
+neef Gaupillat en eenige vertrouwde, moedige helpers van gehucht naar
+gehucht over de causses heen en weer trok. Zij vormden een complete
+karavaan met hun wagens met 500 M. kabel, touwladders, hijschblokken,
+windassen, bokken, telephoon, apparaten voor magnesium- en electrisch
+licht, hun twee opvouwbare roeibooten, een volledige inrichting voor
+kampement met veldkeuken, voor topographie en photographie. Men vroeg
+hem dan ook wel eens, of hij met een circus reisde; in Millau noemde
+men hem "de Meneer, die voor de gaten reist." Eens smeekte hem een
+troepje oude boerinnen, die bij de toebereidselen voor een neerdaling
+stonden toe te kijken, er toch van af te zien. Toen hij desondanks toch
+order gaf hem neer te laten, maakten zij een kruis en riepen hem toe:
+"Je komt er wel in, maar nooit zul je er weer uitkomen."
+
+Zeer groote moeite kostte het hem flinke, degelijke mannen te krijgen
+om een handje te helpen en desnoods mee neer te dalen.
+
+Een stevige wandeling bracht ons naar een andere aven, de Hure. Hier
+was de opening anders dan bij de Armand. Wij kwamen aan een gewone
+holopening in een plooi van het terrein. Dit hol voorzichtig een
+meter of wat binnengaande, stonden wij aan den rand van de eigenlijke
+aven. Steenen, welke wij daarin gooiden, kaatsten met veel geraas
+van wand tot wand. Het eind van den val konden wij niet hooren;
+het geluid stierf zacht weg.
+
+De boeren beweren, dat deze put 500 M. diepte heeft en op water
+uitkomt; zij verbeelden zich verder, dat dit water uitloopt in
+het meertje van de grot Cénarète bij St. Chély, waarover ik reeds
+schreef. Dat zou een heel eind weg zijn. De heer Martel, die ook hier
+afgedaald is, constateerde slechts 150 M. (toch nog een aardig gaatje)
+en stuitte werkelijk op water. Of dit in verbinding staat met het
+meertje Cénarète is moeilijk uit te maken.
+
+Een overoude legende toont aan, dat reeds in vroeger eeuwen de boeren
+vermoedden, dat deze avens in verbinding staan met de bronnen, die
+zich aan de zijwanden der causses bevinden.
+
+Eens liet een jonge herder zijn zweep in de aven de Hure vallen en
+zijn moeder, die aan de andere zijde van de causse aan den oever van
+een beekje woonde, vond eenige dagen later de zweep in dat beekje
+terug. De jongen beloofde haar langs den zelfden weg een schaap te
+sturen. Dit schaap spartelde op den rand van den afgrond tegen, wat
+ten gevolge had, dat de herder zijn evenwicht verloor en zelf naar
+beneden stortte. In plaats van het beloofde schaap vond de moeder
+het lijk van haar zoon!
+
+Ik moet eerlijk bekennen, dat de avens een angstwekkenden indruk op
+mij gemaakt hebben. Den nacht na de bezichtiging werd ik door een
+akeligen droom gekweld en zelfs nu nog krijg ik bij de gedachte aan
+die duistere, diepe gaten weer kippevel.
+
+De Hure is niet ontstaan door instorting; hier heeft in den loop der
+eeuwen het afstroomende water zich een weg gebaand en daardoor dezen
+enormen put geboord. Op die wijze zijn vele andere avens ook gevormd,
+welke dus te vergelijken zijn met de zoo bekende "orgelpijpen" uit
+den St. Pietersberg bij Maastricht. De andere ontstonden, als ik
+reeds zeide, door instorting van een daaronderliggend grotgewelf.
+
+Over de causse vervolgden wij onzen weg naar Meyrueis. 't Is de Causse
+de Méjean, nog woester dan de Causse de Sauveterre, en er groeit
+nog minder. Hier kan men eerst recht zien, wat het uitroeien van
+bosschen tot gevolgen kan hebben. Vroeger moet deze streek tamelijk
+dicht bevolkt geweest zijn; dat bewijzen de gevonden grotwoningen,
+de dolmens en de vele ruïnes uit den tijd der Romeinen. Nu zijn de
+causses bijna verlaten; zij konden haar bevolking niet meer voeden,
+niet het minst doordat het verdwijnen der bosschen het klimaat ruwer
+deed worden. De onvruchtbaarheid neemt op de causses, die gezamenlijk
+een oppervlakte bezitten van ongeveer een half millioen hectaren,
+zelfs van jaar tot jaar toe. En nu nog verkoopen de boeren op de
+causses uit winstbejag de weinige boomen, die er zijn, voor de
+luttele som van een of twee franken per stuk, terwijl het ongeveer
+van honderd tot twee honderd jaar duurt voor hier een nieuwe boom
+volwassen is. Wel tracht de staat nieuwe bosschen aan te planten,
+doch de geiten richten telkens groote verwoestingen aan in de jonge
+aanplantingen. De domheid der inwoners vooral dus heeft deze streek,
+derhalve hen zelf, tot armoede gedoemd.
+
+Door het beklimmen en overschrijden der causse hadden wij een grooten
+omweg gemaakt en de wandeling tot een marsch van 30 K. M. doen
+worden. Vermoeid, invermoeid kwamen wij te Meyrueis aan. Daar zouden
+we overnachten om den volgenden ochtend op te breken naar de beroemde
+grot van Dargilan. Hadden wij onzen weg niet over de Causse Méjean
+genomen, dan zouden wij deze grot voorbijgekomen zijn. Wij wilden
+evenwel voor het bezoek, èn omdat het zeer vermoeiend is, èn omdat
+het een uur of vijf vergt, een afzonderlijken dag nemen en hadden
+daarom besloten eerst naar Meyrueis te gaan.
+
+Den volgenden morgen togen wij vroegtijdig op weg naar de grot,
+welke op de Causse Noire aan den rand van de vallei der Jonte op 6
+K. M. afstand van Meyrueis gelegen is. De ingang bevindt zich 270
+M. boven de rivieroppervlakte. Op een eigenaardige wijze werd zij in
+1880 ontdekt.
+
+Een herder zag een vos in een gat verdwijnen en wilde trachten het
+beest te vangen door het hol uit te rooken. Reintje kwam niet weer te
+voorschijn. De herder doofde toen zijn vuur, maakte de opening van het
+gat breeder en kroop in het nauwe gangetje; doch verschrikt keerde hij
+terug; hij was in een reusachtige donkere ruimte terechtgekomen. Zoo
+werd de prachtig-mooie Dargilan-grot gevonden.
+
+Niemand durfde zich in de donkere spelonk verder te wagen dan tot in
+de eerste zaal. Tot weer de heer Martel er bij kwam met zijn volledig
+materiaal en den ontdekkingstocht voortzette. Aan hem dus danken de
+toeristen een van de mooiste grotten, die bekend zijn.
+
+Bij den ingang kleedden wij ons in een witlinnen pak, hetwelk ons
+verstrekt werd om het bederven van de kleeren te voorkomen. Als
+monniken, ieder met een kaars in de hand, traden wij achter onzen
+leidsman de donkere ruimte binnen.
+
+Bijna onmiddellijk bij den ingang splitst de grot zich in twee
+deelen; wij bezochten in den voormiddag de eene helft en de rest des
+namiddags. Het eerste, wat ons trof, was de mooie zachte ivoorkleur
+der druipsteenen. Hier zijn deze niet door walmende fakkels met een
+zwarte roetlaag overdekt, zooals in het grootste gedeelte der grot
+van Han, waar enkel in de nieuw ontdekte zalen alleen electrisch
+licht geschenen heeft. In de grot van Dargilan lichten de gidsen
+bij met magnesiumdraad, dat weldra vervangen zal worden door een
+electrische installatie. Doch Keulen en Aken zijn niet op één dag
+gebouwd; voorloopig moet er nog hard gewerkt worden om den toerist
+de vermoeiende passages te vergemakkelijken door het plaatsen van
+ijzeren laddertjes, leuningen, handvatten, enz.
+
+Van de Groote Zaal aan den ingang, die 120 bij 60 en 35 M. hoog is,
+daalt men langs een natuurlijke trap van stalagmieten, de Kristallen
+Trap, af in de Schildpadzaal, zoo genoemd naar een op zoo'n dier
+gelijkende steenmassa; deze zaal vormt nagenoeg een voortzetting van
+de Groote Zaal. Hier heeft men echter het reuzengewelf 70 M. boven
+zich. Ze is een van de vijf grootste grotzalen der wereld. Buitengewoon
+mooie stalagmieten en stalactieten vormen de twintig grootere en
+kleinere gewelven, waarin ze den grooten koepel verdeeld hebben.
+
+Tot de meest bezienswaardige zalen behooren de 30 M. hooge zaal der
+Moskee met haar ragfijne minaret, en bovenal de Kerkzaal, waarin
+een woud van slanke kolommen met kruisbogen, hoogaltaar, orgels,
+koren en tribunes, alles in ivoor gebeeldhouwd. Door tegen eenige
+der neerhangende kolommen te kloppen, liet de gids ons een heerlijk
+klokkenspel hooren. Zware, zuivere tonen dreunden door de ruimte om
+over te gaan in het hooge geklep van het angelusklokje, dat langzaam
+als in de verte wegstierf. De illusie is zoo goed als volkomen;
+men krijgt de neiging het hoofd te ontblooten.
+
+Dan nog de zaal van den Waterval, zoo genoemd naar een schijnbaar
+boven een afgrond tot ijs gestolde vallende watermassa; een fijn
+geciseleerde lustre hangt er aan het 40 M. hooge gewelf. Wanneer daar
+electrische lampjes tusschen hangen, welke schitterende lichteffecten
+zal hier dan de doorzichtige druipsteen veroorzaken! Enkele kaarsen
+gaven er ons een flauw idee van.
+
+Maar dit alles wordt nog overtroffen, wanneer plotseling het
+magnesiumlicht opflitst en de Torenspits uit het donker oprijst. Een
+20 M. hooge alleenstaande stalagmiet! De natuur heeft hier een heerlijk
+kunstwerk geschapen. Hoe fier staat deze kunstig uitgesneden, als kant
+opengewerkte en doorzichtige toren, scherp afstekend tegen den donkeren
+achtergrond. Verrukt blijft men dit zeldzame natuurwonder aanstaren,
+'t Gezicht er van zou alleen reeds opwegen tegen alle vermoeienis. En
+moe waren wij. Niet alleen van het klimmen en dalen, ook van het vele
+schoon, dat te genieten viel.
+
+Een uur of vijf steen op, steen af, nu een helling, waar men
+afdaalt langs ijzeren pennen, dan weer ladders, hier en daar op
+handen en voeten door gaten en scheuren, langs en over afgronden,
+die bij klaarlichten dag zouden doen terugdeinzen, en voortdurend een
+glibberige bodem; 't is geen kleinigheid, maar--men gaat niet voor
+zijn gemak op reis. Verwonderen zal het wel niet, dat toeristen met
+een flink embonpoint zich met een bezoek aan de Groote Zaal moeten
+tevreden stellen; die is breed genoeg, een goede 60 M.; voor de
+overige zalen is een niet te groote omvang en eenige turnvaardigheid
+gewenscht. Toen wij deze opmerking maakten, antwoordde onze gids,
+toch heel graag onhandige bezoekers te vergezellen. Onze vragende
+gezichten deden hem er aan toevoegen: "Zij geven groote fooien, te
+grooter, naarmate wij meer hulp moeten verleenen. Zij tellen voor
+ons meest dubbel." Gelijk had hij!
+
+Dit bezoek aan de grot van Dargilan was een van de prettigste dagen
+van onze reis. Tusschen de beide tochten in gebruikten wij de lunch in
+het houten paviljoentje, dat op den alleruitersten rand van de causse
+staat. Boven onze verwachting was het eten uitstekend. Men diende
+ons een dejeuner voor, dat menig eerste klasse prijzen rekenend hôtel
+in Nederland nimmer op tafel ziet. En dat in een klein houten hutje,
+eenzaam en verlaten, hoog in de lucht.
+
+Hoe gezellig hebben wij daar zitten babbelen met de gidsen, hoog en
+droog boven de stille vallei der Jonte. Hoe onderhoudend waren hun
+verhalen over tochten met den heer Martel, over hun wederwaardigheden
+en doorleefde angstige oogenblikken. Ernstig peinzend dwaalden dan
+hun blikken over de Causse Méjean, als wilden zij door de steenen
+heen zien om de daaronder verborgen geheimen te doorvorschen. De
+heer Martel heeft van deze eenvoudige mijnwerkers--'s winters werken
+zij in de kolenmijnen bij Alais en Décazeville--hartstochtelijke
+natuuronderzoekers gemaakt. Zij vermoeden, dat in de grot van
+Dargilan nog veel meer gangen en zalen te ontdekken zijn, wanneer
+men op de juiste plaats door den wand breekt. Ik merkte op, dat dan
+het bezoek nog langer zou duren. O, aan den toerist dachten zij niet,
+de natuuronderzoeker en -bewonderaar sprak.
+
+Zij wezen ons aan de overzijde der vallei in den wand van de Causse
+Méjean de opening van de op wetenschappelijk gebied zoo bekende
+grot Nabrigas. Uit de overblijfselen daar gevonden heeft men kunnen
+bewijzen, dat de primitieve mensch hier al leefde in den tijd van
+den holenbeer en zich toen reeds bediende van aarden vaatwerken. Die
+ontdekking heeft indertijd heel wat opschudding in de geleerde wereld
+teweeggebracht.
+
+Onze Nederlandsche taal konden de gidsen niet thuisbrengen. Zij
+vertelden ons er over geredetwist te hebben wat voor landslui wij
+toch wel zouden zijn; de een wilde ons Engelsch hebben, de ander
+Duitsch, tot zij het er zoo half en half over eens geworden waren,
+dat wij Russen moesten zijn.
+
+Hollanders kwamen hier ook nooit. Vóór ons had dit jaar slechts
+één Hollander de grot bezocht, de eenige, dien zij zich herinneren
+konden. Nu zullen er, zonder dat zij het wisten, wel meer geweest zijn,
+maar dan toch zeer weinige. Daarom hoop ik, dat dit schrijven er toe
+moge bijdragen, dat zich meer Nederlanders in deze streek zullen wagen;
+want werkelijk, een bezoek is de moeite en de kosten overwaard.
+
+Onze landslui zijn toch niet bang voor het Fransch? Of wel? Gaan zij
+daarom liever steeds naar Duitschland, waar zij zich kunnen redden met
+bijv. "halten sie mein reissakkie es vast?" Dat is toch niet zoo. De
+meeste Nederlanders leeren Fransch van af hun 7de of 8ste jaar; de
+grammatica komt er wel goed in; daaraan ligt het dus niet; alleen
+de praktijk ontbreekt. Welnu, waarom dan niet eens ter afwisseling
+hierheen getrokken? Men leert andere zeden en gewoonten kennen in
+een mooi land, want Frankrijk is mooi, en men oefent zich tevens in
+het spreken der taal.
+
+Na nogmaals in Meyrueis overnacht te hebben, vertrokken wij den
+volgenden dag zeer vroeg in den morgen per wagen, om over den Mont
+Aigoual Le Vigan te bereiken, een plaatsje, dat aan het spoor
+ligt. Onderweg wilden wij een blik werpen op het onderaardsche
+riviertje Bonheur.
+
+De weg slingert zich omhoog door een dichtbegroeide vallei, waar
+de dauwdroppels op takken en bladeren in de schuin door het groen
+brekende zonnestralen schitterden als diamanten. De zon verjoeg den
+nevel uit het dal der Buhézon, een stroompje, dat zich bij Meyrueis
+met de Jonte vereenigt. Het poëtisch gelegen kasteel Roquedol werd
+een oogenblik zichtbaar in zijn donkergroene omlijsting.
+
+Welk een verschil met de cañons van den Tarn en der Jonte! Hier is
+alles groen. Ook is het landschap levendiger. Wij ontmoetten weder
+stevige koeien, die zich op haar gemak te goed deden aan malsch
+gras. In de streek, waar wij doorgetrokken waren, hadden wij alleen
+schapen gezien, zoekende naar tusschen de rotsen opschietende magere
+sprietjes.
+
+Nu schenen ons de Cevennen zoo verlaten en zoo onherbergzaam toe, dat
+wij bijna een onbillijk oordeel velden, vergetend voor een oogwenk,
+hoeveel natuurschoon wij genoten hadden.
+
+De koetsier hield even stil om ons de gelegenheid te schenken een
+grootsch panorama te aanschouwen, 't Was of alles nog eens aan ons
+voorbijtrok: St. Enimie in de diepte, onze bootvaart op den Tarn,
+het Château de la Caze, het Détroit, het Cirque des Baumes, de Pas de
+Soucy, de cañon der Jonte, de geheimzinnige avens en het heerlijke
+tooverpaleis van Dargilan. Toen viel de vergelijking gunstiger voor
+de Cevennen uit, want van dit alles spraken de naakte causses, die
+wij gingen verlaten. Zullen wij ze ooit terug zien?
+
+Maar we moesten verder. Korten tijd later kwamen we aan Bout de Cote,
+waar een wegwijzer ons aanwees, waar wij ons bevonden, en ook ons tot
+spoed aanmaande. We waren op 1100 M. hoogte, 13 K. M. nog van Camprieu,
+20 K. M. van den Aigoual en 51 K. M. van Le Vigan, het eindpunt van
+den rit, verwijderd.
+
+Langzaam stijgt de weg langs de flanken van den berg Parc aux Loups,
+die de geheele streek als overheerscht. Hier heeft de staat grooter
+voldoening van haar aanplantingen; de rotsen zijn weer bedekt met
+bosschen, waar vroeger kale ravijnen waren; volgens het zeggen van
+onzen koetsier zijn aldus 500 H. A. rots in boschgrond herschapen.
+
+In Camprieu gekomen, gingen wij te voet het riviertje Bonheur, dat
+van den Mont Aigoual komt, in zijn merkwaardigen loop volgen.
+
+Ik sprak er boven reeds van, hoe het water op de causses geweldige
+putten, de avens, heeft te voorschijn geroepen, en hoe de heer Martel
+pogingen in het werk gesteld heeft, aan te toonen, dat deze avens
+ondergrondsch in verbinding staan met de in de dalen uitloopende
+bronnen. Slechts in één geval heeft hem dit mogen gelukken en wel
+bij de Bonheur.
+
+Vroeger stortte dit bergstroompje zich over den rand van het plateau
+in een ravijn, dáár door zijn onstuimig water uitgeknaagd; in den
+loop der eeuwen boorde het zich een weg door het gesteente en verdween
+onder den grond om 700 M. verder, doch 90 M. lager, in het ravijn te
+voorschijn te komen en tusschen diens nauwe rotswanden in wilde vaart
+zijn weg te vervolgen naar het dal, onderweg talrijke watervallen
+vormend, die met zulk een oorverdoovend geloei neerstorten, dat men
+hier den stroom Bramabiau, d.w.z. loeiende stier, genoemd heeft.
+
+Tusschen de plaats, waar de Bonheur in den grond verdwijnt, en die,
+waar de Bramabiau er uit te voorschijn komt, vormt de stroom in
+de onderaardsche gewelven zeven watervallen, waardoor het groote
+niveauverschil van 90 M. op den geringen afstand van 700 M. verklaard
+wordt.
+
+De gids leidde ons eerst door een horizontalen tunnel, die bij
+den ingang begint, een tunnel, zoo regelmatig als ware hij door
+menschenhanden gemaakt; die heeft echter zijn ontstaan aan het water
+te danken, dat vroeger hier door moet hebben gestroomd. Na ongeveer
+100 M. afgelegd te hebben, zagen wij de Bonheur onder onze voeten
+verdwijnen in gaten en spleten, waarin geen mensch haar kan volgen. Na
+een omweg gemaakt te hebben door eenige parallel met het stroompje
+loopende gangen, die het water in vroeger tijden hier uitgehold heeft,
+vonden wij haar terug; wij bevonden ons toen boven den eersten (van
+den ingang af te tellen) waterval, welke 4 à 5 M. hoog is.
+
+Verder doordringen schijnt onmogelijk; het water vervolgt
+zijn weg door een 1 à 3 M. breede bedding met glad gepolijste
+wanden. Volgens den gids is de nauwe spleet 50 M. hoog. En daar zijn
+menschen doorgetrokken! Maar hoe? De eersten waren--dient het nog
+vermeld?--de heer Martel met drie zijner makkers. Hoe zij daar zonder
+eenig hulpmiddel doorheen gekomen zijn, is ons een raadsel. De gids
+verhaalde, dat zij alle werktuigen, zooals ladders, opvouwbare boot,
+telefoon, enz. moesten achterlaten, en dat zij, zich met de nagels
+aan den rechten gladden rotswand vastklemmend, het lichaam tegen
+den anderen muur gedrukt, zijdelings vooruitschoven, gebruik makend
+van elke oneffenheid, hoe gering ook, der wanden; of wel schrijlings
+met tegen iederen wand een voet. Dan weer werkten zij zich zwemmend
+voorwaarts. Dat alles gebeurde in de diepste duisternis, druipnat,
+met een kaars, die natuurlijk ieder oogenblik uitdoofde, tusschen de
+tanden, terwijl zij elkander slechts met moeite konden verstaan door
+het onafgebroken geraas dat de watervallen tusschen deze overwelfde
+muren veroorzaken.
+
+Na dit groepje stoutmoedige mannen hebben nog eenige anderen,
+onder welke ook onze gids, hetzelfde waagstuk volbracht. Wij echter
+moesten rechtsomkeert maken en stonden spoedig weer in den helderen,
+warmen zonneschijn. Dat deed ons goed. Maar wij hadden slechts het
+begin van de onderaardsche rivier gezien; dus nu naar het eind en de
+zon weer voor een poosje vaarwel gezegd. Een kortstondige wandeling
+bracht ons aan de Bramabiau, waarvan nu behoorlijk is vastgesteld,
+dat zij eigenlijk Bonheur moest heeten, al werd het reeds lang vermoed,
+doch die haar eigenaardigen naam behouden heeft.
+
+Van dezen kant konden wij stroomopwaarts komen tot den 5en waterval,
+van waar wij bij den schijn van het magnesiumlicht in de verte den
+4en konden zien. Van de zeven die er zijn, kan de toerist er dus vijf
+bewonderen; de twee overige blijven verborgen in de duisternis der
+diepe nauwe spleet.
+
+Men is bezig kapitaal bijeen te brengen om de geheele onderaardsche
+rivier voor toeristen toegankelijk te maken; dit schijnt echter niet
+heel vlot te gaan, wat jammer genoeg is.
+
+Ofschoon het frissche neervallende water tot langer oponthoud noodde,
+konden wij niet te lang aan de Bramabiau vertoeven, daar wij moesten
+trachten tegen den middag op den Aigoual te zijn. Dus maar weer op weg!
+
+Een uur later hield onze wagen stil voor de houtvesterswoning op den
+top van de Sérreyrède (1290 M.), gelegen juist op de waterscheiding
+tusschen de stroomgebieden van den Atlantischen Oceaan en van de
+Middellandsche Zee. De regendruppels, die broederlijk te zamen op
+het dak van deze woning neervallen, worden hier onherroepelijk van
+elkaar gescheiden; door de linkerdakgoot vervolgen zij hun weg naar
+de Middellandsche Zee, door de rechter naar den Oceaan.
+
+Het uitzicht was hier niet volkomen; alleen naar het Oosten hadden
+wij een prachtig vergezicht over de diepe vallei van Vallerangue
+met de daarin stroomende Hérault, welke op den Aigoual ontspringt;
+naar het Westen over de geheele Causse Noire.
+
+Te voet beklommen wij een tamelijk steil voetpad, dat naar den top
+van den Aigoual leidt, waar wij hijgend en bezweet in de nabijheid van
+het observatorium aankwamen. Gelukkig blies boven een frissche wind;
+anders zou het zuidelijke zonnetje ons zeker te machtig geworden
+zijn. We bevonden ons nu op een der hoogste toppen der Cevennen,
+1567 M. boven de zee en genoten er een verrukkelijk vergezicht. Het
+eerste wat den blik trok was heel in de verte de Middellandsche
+Zee. Het azuren hemelgewelf smolt er samen met het donkerblauwe water,
+waarin de kust van Languedoc afhangt als franje van Kaap d'Agde tot de
+binnenzeeën van la Camargue. Het geheele landschap Languedoc breidde
+zich voor ons uit met zijn steden en dorpjes, zijn rivieren, beken
+en plassen. Een weinig naar het Oosten rijst de alleenstaande berg
+Saint Loup als een reusachtige mijlpaal op uit de vlakte. Meer naar
+het Westen, doch ook aan den Zuidkant, zagen wij de zeven toppen van
+den Camigou en de keten der Pyreneeën. Naar het Noorden en Westen
+rijen zich de causses als groote steenen tafels aan elkander; in
+het Oosten verheft zich na de sombere Cevennenketen het vulkanische
+berglandschap, waar de Ardèche met haar talrijke zijstroompjes zich
+door het bazalt wringt en waarachter aan de overzijde van het Rhônedal
+het kale massief van den Mont Ventoux (waaiberg) zich vertoont. Aan
+den horizon glooien zacht de Zee-Alpen weg in zee.
+
+Na vijf dagen schier rusteloos rondtrekken van het eene natuurwonder
+naar het andere, kregen wij van den Aigoual uit als een indrukwekkende
+slotapotheose het geheel te overzien, als moest ons daar een laatste
+overweldigende indruk medegegeven worden op onzen verderen weg.
+
+Wij verfrischten ons in het paviljoen, dat de Alpenclub hier opgericht
+heeft, en bezichtigden vluchtig het Observatorium, dat hier sedert
+een tiental jaren storm en regen, sneeuw en zuiderzon trotseert. Dit
+groote steenen gebouw, 30 M. lang en 15 M. breed, met een toren van 17
+M. hoogte, die in een platform eindigt, staat in directe telegraphische
+verbinding met het plaatsje Vallerangue en in telephonische met het
+houtvestershuis op den Sérreyrède. Gelijkvloers bevindt zich een
+groote, zindelijke slaapzaal, waar toeristen à 3 francs de persoon
+kunnen overnachten om den zonsopgang te bewonderen. Ook in het refuge
+van de Alpenclub, een heel eenvoudig houten paviljoentje, dat met
+zes stevige kettingen aan de rots geankerd is, bestaat gelegenheid
+om te overnachten, doch het Observatorium is beter ingericht.
+
+Na een zeer mooien, doch langen rit bereikten wij Le Vigan, waar de
+trein ons opnam om ons naar het door zijn oude Romeinsche bouwwerken
+zoo bekende Nîmes te brengen. In den trein rekenden wij uit, dat het
+pas acht dagen geleden was, dat wij Parijs verlieten; 't scheen ons
+haast ongelooflijk toe. Achteraf leken ze even zooveel weken.
+
+Het deel der Cevennen, dat wij bezochten en dat ik hier trachtte
+te beschrijven,is niet het eenige gedeelte van de streek, dat een
+bezoek waardig is. Integendeel; er zijn vele zulke mooie tochten te
+maken. Deze bergen bezitten niet de grandiooze schoonheid der Alpen
+met hun eeuwige sneeuw en ijs; zij bereiken niet de majestueuse
+hoogte der Pyreneeën, welker toppen fier oprijzen in het heldere
+licht van den Spaanschen hemel. Zij zijn van een geheel ander genre;
+zij hebben andere indrukwekkende schoonheden, die noch de Alpen,
+noch de Pyreneeën u aanbieden.
+
+Zijt gij na een bezoek aan de Cevennen niet voldaan, welnu, weinige
+uren sporens naar het Zuiden brengen u naar de Pyreneeën, waar het
+grootsche circusdal van Gavarnie, evenals de cañon van den Tarn een van
+Frankrijks zeven groote natuur wonderen, u dagen, zelfs weken lang zal
+kunnen boeien. Welke de andere vijf zijn, hoor ik u vragen. Het zijn:
+de Falaises aan de kust van Normandië bij Etretat; het amphitheater
+van la Bérarde-en-Oisans in de Alpen van Dauphiné; het massief van
+den Mont-Blanc; de omstreken van Cannes en het Estefelgebergte met
+hun zee- en Alpenpanorama's; en ten slotte de reede van Toulon.
+
+Doch daarover misschien een volgende keer!
+
+ Parijs, September 1906.
+
+
+
+AANTEEKENING
+
+
+[1] Kerktoren in Amsterdam; 85 M. hoog.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Op den Tarn, by M. Mendell
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP DEN TARN ***
+
+***** This file should be named 25257-8.txt or 25257-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/5/2/5/25257/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/25257-8.zip b/25257-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..9b0edf1
--- /dev/null
+++ b/25257-8.zip
Binary files differ
diff --git a/25257-h.zip b/25257-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..380e2e4
--- /dev/null
+++ b/25257-h.zip
Binary files differ
diff --git a/25257-h/25257-h.htm b/25257-h/25257-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..11e8335
--- /dev/null
+++ b/25257-h/25257-h.htm
@@ -0,0 +1,2137 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>Op den Tarn</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="M. Mendell">
+<meta name="DC.Creator" content="M. Mendell">
+<meta name="DC.Title" content="Op den Tarn">
+<meta name="DC.Date" content="#####">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+/* Standard CSS stylesheet */
+
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+
+h1.docTitle
+{
+font-size:1.6em;
+line-height:2em;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size:1.1em;
+font-weight:normal;
+line-height:1.44em;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:normal;
+}
+
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left:10%;
+margin-right:10%;
+
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin:0 10% 1.58em;
+}
+
+p.line
+{
+margin:0 10%;
+}
+
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+
+
+div.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+
+.epigraph .bibl
+{
+text-align: right;
+}
+
+.epigraph .poem
+{
+margin-left: 0;
+}
+
+.epigraph .line
+{
+margin-left: 0;
+text-indent: 0;
+}
+
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+
+.leftnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+
+
+.red
+{
+color: red;
+}
+
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align:left;
+width:2em;
+}
+
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+
+.poem
+{
+margin-left:5%;
+position:relative;
+text-align:left;
+width:90%;
+}
+
+.poem h4
+{
+font-weight:normal;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left:-2.5em;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size:80%;
+margin:0 5%;
+}
+
+.poem .i0
+{
+display:block;
+margin-left:2em;
+}
+
+.poem .i1
+{
+display:block;
+margin-left:3em;
+}
+
+.poem .i2
+{
+display:block;
+margin-left:4em;
+}
+
+.poem .i3
+{
+display:block;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .i4
+{
+display:block;
+margin-left:6em;
+}
+
+.poem .i5
+{
+display:block;
+margin-left:7em;
+}
+
+.poem .i6
+{
+display:block;
+margin-left:8em;
+}
+
+.poem .i7
+{
+display:block;
+margin-left:9em;
+}
+
+.poem .i8
+{
+display:block;
+margin-left:10em;
+}
+
+.poem .i9
+{
+display:block;
+margin-left:11em;
+}
+
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+
+
+.caps
+{
+text-transform:uppercase;
+}
+
+.fraktur
+{
+font-family: 'Walbaum-Fraktur';
+}
+
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+
+h1,h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+
+h1.label,h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h5,h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+
+p,p.initial
+{
+text-indent:0;
+}
+
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+
+.poem
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+
+
+ul { list-style-type: disc; }
+ol { list-style-type: decimal; }
+ol.AL { list-style-type: lower-alpha; }
+ol.AU { list-style-type: upper-alpha; }
+ol.RU { list-style-type: upper-roman; }
+ol.RL { list-style-type: lower-roman; }
+.lsoff { list-style-type: none; }
+
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+
+
+
+
+
+/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml
+" */
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+p.dropcap:first-letter
+{
+color: #001FA4;
+font-weight: bold;
+}
+
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Op den Tarn, by M. Mendell
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Op den Tarn
+ De Aarde en haar Volken, 1909
+
+Author: M. Mendell
+
+Release Date: April 30, 2008 [EBook #25257]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP DEN TARN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="body">
+<div class="div1"><a id="d0e84"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e84">169</a>]</span><h2 class="normal">Op den Tarn.</h2>
+<p class="byline">Door M. Mendell.</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-169.jpg" alt="La Mal&egrave;ne." width="720" height="578"><p class="figureHead">La Mal&egrave;ne.</p>
+<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">&#8220;Sites et Monument&#8221; du Touring Club de France</span>.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p style="&#xA; background: url(images/id1909-169.gif) no-repeat top left;&#xA; &#xA; padding-top: 60px;&#xA; "><span style="&#xA; float: left;&#xA; width: 95px;&#xA; height: 90px;&#xA; background: url(images/id1909-169.gif) no-repeat;&#xA; &#xA; background-position: 0px -60px;&#xA; &#xA; text-align: right;&#xA; color: white;&#xA; ">D</span>e lijn Clermont-N&icirc;mes is een van de meest kunstige werkstukken op het gebied van spoorwegaanleg. Van Langeac tot Alais, een
+afstand van 154 K.M., telt, wie er &#8217;t noodige geduld voor heeft, 98 tunnels en 46 viaducten. Hieruit kan men reeds afleiden,
+hoe geaccidenteerd het terrein is. En werkelijk, de trein wringt zich als &#8217;t ware door bergen en over afgronden, om de nauwe
+vallei van de Allier te kunnen houden. Bijna overal is die vallei woest en verlaten, hetgeen een sterk contrast oplevert met
+het eerste deel van den weg, van Clermont tot Langeac. Daar heeft men voortdurend het groen geblokte Auvergnelandschap voor
+zich met zijn dichtbegroeide Puy&#8217;s en goed verzorgde akkers. Na Langeac ontwaart het oog slechts blokken, rotsen, afgescheurd
+en afgevreten door het water, dat diep beneden, bijna onder den trein, bruisend voorbijstroomt. De spoorbaan kruipt maar aldoor
+uit en in en langs den rotswand, zich door het ravijn stroomopwaarts windend.
+
+</p>
+<p>Wij verlieten den trein in La Bastide; de zijlijn, die wij daarna volgden, bracht ons naar een streek van gansch andere natuur,
+namelijk naar de plateaux der Cevennen, met hun zeer arme bevolking, doch rijkelijk natuurschoon; naar een land van grotten
+en onderaardsche rivieren en meren, een ca&ntilde;ongebied, een natuurmuseum voor archeologen.
+
+</p>
+<p>Om eenigszins een voorstelling van dit deel der Cevennen te geven, roep ik uw verbeelding te hulp. Verbeeldt u dan een kolossaal
+breeden tafelberg 800 tot 1200 M. boven den zeespiegel en stelt u daarbij voor, dat het bovenvlak bestaat uit heuveltjes en
+dalen, zooals de Veluwe ze heeft, doch ook, als de <a id="d0e105"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e105">170</a>]</span>berg zelve, geheel van steen. Voorziet in uw gedachten nog de geheele massa van barsten, als een uitgedroogde stopverfberg
+ze zou bezitten, en het fantasiebeeld is klaar.
+
+</p>
+<p>De scheuren in het plateau zijn ongeveer 500 M. diep; er zouden dus zes Westertorens<a id="d0e109src" href="#d0e109" class="noteref">1</a> in op elkaar gezet moeten worden, voordat iemand, die op het bovenste haantje zat, zijn blikken over het plateau zou kunnen
+laten weiden. De breedte varieert van 1 tot 5 K.M. Door deze insnijdingen stroomen riviertjes. De groote massieve blokken,
+een soort eilanden, doordat ze aan alle kanten door deze scheuren ingesloten worden, heeten causses, in het landsdialect caous.
+Reeds de naam wijst de geologische gesteldheid aan. Hij staat in verband met &#8217;t Latijnsche woord &#8220;calx&#8221;, welks accusatief
+&#8220;calcem&#8221; het grondwoord is van ons kalk. De scheuren noemt men ca&ntilde;ons, eigenlijk een Spaansch woord, dat &#8220;buis&#8221; of &#8220;kanaal&#8221;
+beteekent. Van de grootste causses noem ik de Causse de Sauveterre, de vruchtbaarste van alle, voorzoover er bij deze steenvlakten
+van vruchtbaarheid sprake kan zijn; verder de Causse M&eacute;jean, de onvruchtbaarste en de hoogste tevens; eindelijk de Causse
+Noire, de kleinste, doch voor den toerist de eigenaardigste; ten slotte de Larzac, de grootste, die meer dan 1000 K.M.<sup>2</sup> oppervlakte heeft.
+
+</p>
+<p>Wij Nederlanders kunnen ons, zonder deze groote steenen tafels gezien te hebben, moeilijk een begrip vormen van de woeste
+doodschheid die er heerscht: geen water, geen boomen, bijna geen menschen. En welk een klimaat! De beste schildering gaf Reclus,
+de groote geograaf, die in een zijner werken schreef:
+
+</p>
+<p>&#8220;Te veel zon, wanneer de causse laag is; te veel sneeuw, wanneer zij hoog is; altijd en overal een scherpen wind, die het
+alleenstaande, armzalige boompje ter aarde wringt; in plaats van meren poelen, voor een rivier een halsbrekend gat; de rotsachtige
+weiden kaal geschoren door dunharige schapen; steenachtige gerst- en havervelden, hier en daar aardappelen, hoogst zelden
+koren; wijnstokken, wanneer de hoogte het niet verbiedt; een rood- of witgekleurden bodem, die met steen begint en met steen
+eindigt en waar de rotspieken uit omhoog steken; keien met de hand opgeraapt eeuwen en eeuwen door en losjes opgestapeld tot
+muurtjes, om het land er van te zuiveren en tevens afscheidingen te maken tusschen de verschillende bezittingen; op elkaar
+gehoopte steenen heuvels bijna; plaatsen, als hadden millioenen voorbijgangers ieder daar hun steen neergeworpen als getuigenis
+en veroordeeling van een misdaad, of als ter herinnering aan een slachtoffer; hier en daar een pijnboom, een eik, een struik,
+als treurig overblijfsel van voormalige wouden; talrijke dolmens, die herinneren aan verdwenen rassen. De Caussenaar alleen
+kan de causse liefhebben, maar ieder ander aanschouwt toch verrukt de geweldig diepe valleien, die deze reusachtige acropolis
+doorsnijden en omringen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Afdalende van het plateau langs geitenpaden in den rand van den afgrond, verwisselt men plotseling het ingedroogde rotsblok
+voor groenende weiden, den uitgestrekten, treurigen, somberen horizon voor heerlijke stukjes lucht en aarde. Bovenop de steenen
+tafel wind, koude, naaktheid, armoede, leelijkheid en leegte&#8212;want zeer weinig dorpjes verlevendigen deze plateaux&#8212;; beneden
+in de boomgaarden is warmte, vroolijkheid en overvloed.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het ongelooflijk scherpe contrast, dat eenige ca&ntilde;ons met hunne causses maken, is een van de zeldzame schoonheden van het
+mooie Frankrijk!&#8221;
+
+</p>
+<p>Wat zou ik hieraan kunnen toevoegen? Deze aanhaling spreekt voor zich zelf. Wij hebben een tocht te voet en per wagen over
+een causse, bovendien per bark op de rivier de Tarn door een ca&ntilde;on gemaakt en vonden deze beschrijving volkomen juist. De
+overgang van de causse naar de vallei is imposant, het contrast niet te beschrijven.
+
+</p>
+<p>Van Mende gingen wij te voet naar St. Enimie, om een juist beeld te bekomen van een causse; &#8217;t is een afstand van 28 K.M.
+langs een goeden weg, die dwars over de Causse de Sauveterre leidt. Men moest jaarlijks een aantal Nederlandsche boeren hierheen
+zenden om hun het noodelooze klagen af te leeren; zij zouden zich millionnairs voelen tegenover den armen Caussenaar.
+
+</p>
+<p>Het is onbegrijpelijk, dat die menschen nog moeite doen hier iets te telen. Wij zagen havervelden in den oogsttijd, halmen
+20 c.M. hoog, tusschen de halmen afstanden van minstens 10 c.M. Om dat te oogsten, werd er met het houweel de grond omgewerkt,
+werden er eeuwenlang de keien uitgehaald, zooals de steenhoopen langs de velden aantoonen,&#8212;en dan is dat hun oogst! Arme Caussenaar!
+
+</p>
+<p>Urenlang liepen wij door deze woeste streek, links en rechts keien, v&oacute;&oacute;r ons keien, achter ons keien. Nu en dan zulke dunne
+dwerghaver- of gerstvelden, steeds door een uit opgestapelde steenen ontstanen rand omgeven; hier en daar in een kuil, beschut
+tegen den wind een aardappelveldje; nergens water, geen woning, geen levende ziel. Eindelijk.... Sauveterre, een dorpje van
+slechts enkele huizen, met groote schaapskooien; de keien om ons heen dienden hier om die woningen te bouwen, zoodat de huizen
+er verre van frisch uitzien, integendeel bruin, vaal en somber. Maar daar kijkt een dorstige wandelaar niet het eerst naar.
+Dat merkten wij dan ook eerst later, toen we, op ons gemak uitrustend, de omgeving behoorlijk opnamen. Ons eerste werk was
+geweest de herberg op te sporen, hetgeen vergemakkelijkt werd doordat de postwagen, die ons achteropgereden was, daar stilhield.
+Anders geloof ik niet onze herberg zoo gemakkelijk ontdekt te hebben; er was geen enkele aanduiding en de 10 of 15 huizen,
+waaruit het dorp bestaat, zijn uiterlijk zonder eenig onderscheid.
+
+</p>
+<p>Wij kwamen juist bijtijds en hebben spaarzaam mee mogen genieten van het weinige water, dat de herbergier nog in zijn regenwaterput
+had. Sedert drie maanden had het op de causse niet geregend en het drinkwater raakte op. Zijn plan was den volgenden dag een
+vaatje vol te halen in St. Enimie, een tiental kilometers verder, in het dal. Daarvoor ging hij de paarden van zijn buurman
+te leen vragen. Op mijn vraag, of hij zelf geen trekdieren had, vertelde hij mij, dat hij wel een paar trekossen had, maar
+dat een trekos geen vracht tegen een steilen <a id="d0e133"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e133">171</a>]</span>bergwand kan optrekken. De weg naar St. Enimie is n.l. zeer steil; dat merkten wij zelf later. Maar dat zoo&#8217;n flink gebouwde
+werkos, die veel zwaarder vrachten trekt dan een paard, geen klein vaatje water naar boven kan brengen, wat een paard met
+gemak doet, dat was toch iets nieuws voor ons en wij hebben daarom, telkens wanneer wij trekossen ontmoetten, aandachtig hun
+lichaamsbouw bekeken om het waardoor te weten te komen. Doch &#8217;t is gebleken, dat wij niet sterk genoeg in de vergelijkende
+anatomie waren om dit raadsel op te lossen, en de boeren, die wij er naar vroegen, gaven ons in hun dialect antwoord met voor
+ons onverstaanbare vakwoorden, zoodat wij maar heel ernstig knikten ten bewijze het begrepen te hebben, maar overigens even
+wijs waren als te voren.
+
+</p>
+<p>Van het dorpje Sauveterre leidde de weg nog eenige kilometers over de vlakte tot het plaatsje Le Bac, een gehucht met een
+viertal huizen; daar begint het ravijn, dat afdaalt naar St. Enimie.
+
+</p>
+<p>In 1793, toen de hervormers in Frankrijk alles van naam deden veranderen, werd St. Enimie &#8220;Puits-Roc&#8221;, de Rotsput, gedoopt.
+Werkelijk een eenig juiste naam voor dit plaatsje, dat ligt in een onvergetelijke omlijsting. Van den Tarn ziet men het zilverige
+water ergens als onder een rots uitkomend en verderop als onder een andere rots verdwijnend; slechts een klein deel van de
+rivier is zichtbaar. W&aacute;&aacute;r de opening van het dal is, waaruit zij komt, is niet te zien; de rotsen sluiten zich daar schijnbaar
+aaneen. Hoe het dal verder loopt, is ook onzichtbaar; ook daar schijnen de Causse de Sauveterre en de Causse M&eacute;jean aan elkaar
+gegroeid.
+
+</p>
+<p>Wij daalden den zigzag loopenden, doch toch nog steilen weg af, die onder ons in de diepte schijnt weg te zinken. Het lijkt
+alsof men zoo met &eacute;&eacute;n stap op het dak van een der huizen kan komen; bij elke bocht, wanneer men het stuk muur, waarlangs men
+daalt, hooger en hooger boven zich ziet oprijzen, denkt men, dat men er is; de weg evenwel slingert zich steeds verder; telkens
+een scherpe hoek en weer een eind weg. Bij iederen draai schijnen de rotswanden mee te draaien, waardoor het oog, dat urenlang
+over de vlakte getuurd heeft, verward raakt.
+
+</p>
+<p>Halverwege de helling komen wij langs steil tegen de rots aangelegde boom- en wijngaarden, hangende tuinen, die wij met bewondering
+en eerbied bekijken; immers, het beetje aarde, dat daar vruchten draagt, is beneden schepje voor schepje in zakken gedaan
+en op het hoofd van den eigenaar naar boven gedragen. Van vader op zoon, jaren en jaren door, werd z&oacute;&oacute; de aarde hier aangevoerd,
+waardoor een boomgaard kon worden aangelegd.
+
+</p>
+<p>Het gelukkige, in alle opzichten dubbel en dwars verdiende gevolg is, dat nu de amandelteelt een belangrijke bron van inkomsten
+is voor de circa 1000 inwoners van St. Enimie.
+
+</p>
+<p>Welk verschil met bovenop de Causse. Daar steenen en graan van 20 c.M. hoogte; hier weelderige wijngaarden, perziken- en amandelboomgaarden!
+
+</p>
+<p>Aanvankelijk koesterden wij het plan te voet den ca&ntilde;on van den Tarn te volgen, doch de weg, welken wij daartoe zouden hebben
+moeten volgen, is nog niet geheel gereed, en, voorzooverre hij gereed is, nog niet voldoende platgetreden, zoodat hij voor
+voetgangers zeer vermoeiend is. De meest gebruikelijke weg voor toeristen is de rivier zelf. Ons Hollanders trok een watertocht
+natuurlijk onmiddellijk aan. Naar den nieuwen weg keken wij dus maar niet meer om. De noodige afspraken waren spoedig gemaakt
+en den volgenden ochtend in de vroegte, toen wij verder wilden, lag een bark gereed om ons op te nemen. Daarop begon onze
+verrukkelijke boottocht.
+
+</p>
+<p>Deze barken zijn heel eenvoudige visschersvaartuigen, plat van bodem, van achteren vierkant, van voren iets smaller en schuin
+oploopend; de onderkant wordt beschermd door ijzeren richels en spijkers met groote koppen; een bankje, over de twee rechtopstaande
+kanten gelegd, dient den reizigers tot zitplaats. De bestuurders staan, &eacute;&eacute;n voor, &eacute;&eacute;n achter, en stooten de bark met een stok
+vooruit. De schuitjes hebben een diepgang van slechts enkele centimeters, hoogstens 5; ze kunnen niet meer dan 7 personen,
+de bootslieden inbegrepen, bevatten.
+
+</p>
+<p>De barken moeten wel een zeer geringen diepgang hebben, omdat de Tarn zeer ondiep is en veel stroomversnellingen heeft; daarom
+is ook de beschreven vorm noodig; geen ander model schuit zou hier over de ondiepten heenkomen.
+
+</p>
+<p>Onwillekeurig dachten wij bij het instappen aan de groote Rijnbooten en moesten hartelijk lachen bij die vergelijking.
+
+</p>
+<p>Een van de bootslieden toeterde even op een groote schelp, een sein voor de landslui om hen te wijzen op de gelegenheid om
+een eindweegs mee te varen als de boot langs hun akker gaat, een signaal, dat uit de verte van de bergmuren terugechode en
+ons eenigszins in de stemming bracht voor de po&euml;tische vaart op den Tarn.
+
+</p>
+<p>Daar niemand gehoor gaf aan de roepstem, zetten de bootslui zich schrap en duwden de bark af; zachtkens gleden wij voorwaarts,
+recht op den rotsmuur aan; dan een stoot met den boom&#8212;en wij gingen den hoek om. Wij keken om: St. Enimie was verdwenen en
+wij dreven in een nauw dal, dat aan alle zijden ingesloten is door wanden, 500 M. hoog.
+
+</p>
+<p>Zoo is onze verdere 30 K.M. lange weg naar Le Rozier. Zacht en kalm, in een heerlijke stilte, glijden wij over het doorzichtige
+water, waarin de forellen geluidloos heen en weer schieten. De oevers rijzen groen uit het water omhoog en gaan over in steile,
+hooge borstweringen met kanteelen, die zich in de rivier spiegelen.
+
+</p>
+<p>De bootslui, lenig en sterk, spannen hun spieren om de bark, die nu en dan door den stroom meegesleept wordt, tegen te houden.
+Alleen het knarsen van hun stooten op het grint verstoort de stilte. Hier en daar knarst de boot zelf over den rivierbodem,
+om plotseling weer meegesleurd te worden door een versnelling op een plaats, waar rotsblokken het water den doorgang belemmeren.
+Nooit komen wij daar doorheen, meenen we. De bootsman staat voorop, zijn stok gereed; wij raken de rots bijna; daar ploft
+de stok neer, een duw, en wij schieten er om heen! Gevaar is er bij deze vaart niet, het water is zeer ondiep; slechts hier
+en daar zijn diepe gaten. De bootslui varen bovendien van jongsaf op <a id="d0e163"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e163">172</a>]</span>de rivier en kennen bijna ieder steentje, ja, zij weten zelfs bij elken rivierstand&#8212;die verandert bij dezen bergstroom n.l.
+dikwijls&#8212;precies de plaats te treffen, waar zij hun stok moeten inplanten om een in den weg liggende rots voorbij te komen.
+Zij staan dan ook rustig te wachten, terwijl de reiziger denkt te pletter te loopen, tot de plaats, waar zij snel hun boom
+neerploffen en de bark met een flinken duw afzetten.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-172.jpg" alt="De Tarn boven St. Enimie." width="578" height="720"><p class="figureHead">De Tarn boven St. Enimie.</p>
+<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">&#8220;Sites et Monuments&#8221; du Touring Club de France</span>.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wanneer men bij de eerste versnellingen hun rust en kalmte van beweging ziet en daarbij bedenkt, dat zij, jaar op jaar, dag
+in dag uit, steeds hetzelfde doen, dan verdwijnt ieder gevoel van bangheid, wanneer dit soms mocht opkomen.
+
+</p>
+<p>De betrekkelijk groote niveau-verandering van den Tarn op den weg naar Le Rozier veroorzaakt de versnellingen, welke het boottochtje
+hoogst interessant maken en menig spannend oogenblik den reiziger bezorgen.
+
+</p>
+<p>Achter ons sluit de vooruitspringende Causse M&eacute;jean den Tarn geheel af; voor ons rijzen de rotsen van Conroc onmiddellijk
+uit het water omhoog; rechts schuiven langzaam de Egouttiers, rotsen vol gaten, waaruit voortdurend water sijpelt, ons voorbij;
+links slingert zich een weg naar boven; en d&aacute;&aacute;r, rechts, die roode rotsrichel, is de nieuwe weg van St. Enimie naar Le Rozier.
+Deze nieuwe weg strekt den ingenieurs tot eer. Hoe moeilijk is het niet met dynamiet een weg te banen door deze woeste vallei,
+zonder het karakter van het landschap te veranderen of haar schoonheid te vernietigen! Door de opeenhoopingen van rotsen een
+weg te boren en de rivier in al haar grillige bochten te volgen, was op zich zelf reeds een verre van gemakkelijke taak. Zij
+hebben hun taak z&oacute;&oacute; opgevat, dat, wanneer over eenige jaren de rotsen, die zij hebben laten springen, door sneeuw, regen en
+wind de kleur van de omringende rotsen zullen aangenomen hebben, de weg van de rivier af niet te zien zal zijn. Eere hun navolgingswaardig
+streven!
+
+</p>
+<p>Wij komen voorbij de Rocher du Gouffre, waar de bark een oogenblik onbeweeglijk schijnt te blijven liggen op het hier tamelijk
+breede, groenachtige water; dan plotseling pakt haar een stroomversnelling, die ons meesleurt naar den rechtopstaanden rotsmuur.
+De bootsman v&oacute;&oacute;r, kaarsrechtopachtgevend, waakt over ons. E&eacute;n stoot met zijn stok tegen den dreigenden muur en het broze vaartuig
+zwenkt, om langzaam verder te glijden. Recht voor ons rijzen de muren als een hemelhoog vestingwerk op en schijnen als een
+onoverkomelijke hinderpaal ons den weg te willen versperren. Daar aan den voet, als een groene poort van den burcht, ligt
+St. Ch&eacute;ly. De bootsman grijpt zijn schelp en stoot eenige tonen uit, die schel weerklinken tusschen de hooge muren en lang
+blijven nagalmen. Wij naderen het plaatsje.
+
+</p>
+<p>Als een groen eiland ligt het in die woeste omgeving. Een brug met slanken boog verbindt het met den tegenoverliggenden oever,
+waar een weg voert naar de weinige eenzame dorpjes op de Causse de Sauveterre. Geheel gelegen in de schaduw van oude <a id="d0e185"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e185">173</a>]</span>olmen, is St. Ch&eacute;ly een oase in de woestijn. Even hebben we er den tijd de eenige bezienswaardigheid te gaan kijken; &#8217;t is
+de grot C&eacute;nar&egrave;te, waaruit een krachtige bron water naar den Tarn stuwt. Deze bron vormt in de grot zelf een onderaardsch meertje,
+30 M. lang, 5 M. breed en 6 M. diep; prachtige stalactieten hangen van het 6 &agrave; 8 M. hooge gewelf. In 1888 heeft de heer E.
+A. Martel, die de meeste grotten in dit deel der Cevennen onderzocht heeft, geprobeerd verder in de grot door te dringen met
+behulp van een opvouwbare roeiboot, doch hij moest zijn poging opgeven; de spleet, waaruit het water naar het meertje vloeit,
+werd op geringen afstand van haar einde te nauw en verhinderde daardoor het voortgaan. De ingang van de grot, een zaal van
+15 M. hoogte en 15 M. breedte, is gedeeltelijk ingericht als kapel voor de H. Maagd; het overschietende deel gebruikt de molenaar
+van St. Ch&eacute;ly als kelder. Gemoedelijker kan het bijna niet!
+
+</p>
+<p>In St. Ch&eacute;ly verwisselen wij van bark en bootslieden. Iedere groep bootslieden bevaart nl. slechts een deel van de rivier,
+daar het moeilijk is de barken weer stroomopwaarts te brengen. Zij hebben als ze 2 uur lang de rivier afgezakt zijn, 5 uur
+noodig om weer thuis te komen; daarom verwisselt men op den afstand van 35 K.M. viermaal van bark.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-173-1.jpg" alt="Chateau de la Caze." width="574" height="456"><p class="figureHead">Chateau de la Caze.</p>
+<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">&#8220;Sites et Monuments&#8221; du Touring Club de France</span>.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij steken weder van wal en zeer spoedig sluit zich de muur weer achter ons; St. Ch&eacute;ly is verdwenen.
+
+</p>
+<p>Weldra zien we, tegen den rotsmuur aangebouwd, een klein dorpje, Pougnadoires, een plaatsje, dat binnen niet al te langen
+tijd verdwijnen zal. De rotswand boven het dorp is gespleten en dreigt neer te vallen; het mooie Pougnadoires, dat daar nu
+zoo rustig tusschen zijn hoogopgaande boomen ligt, is onherroepelijk veroordeeld. Alles wat beproefd is om het vallen van
+de rots te verhinderen, lilliputterswerk om een reus tegen te houden, is vergeefsch.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-173-2.jpg" alt="Saint-Ch&eacute;ly-du-Tarn." width="571" height="456"><p class="figureHead">Saint-Ch&eacute;ly-du-Tarn.</p>
+<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">&#8220;Sites et Monuments&#8221; du Touring Club de France</span>.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Iets verderop zien we een menigte openingen, ingangen van holen, waarvan enkele door menschen bewoond zijn. Zij deden ons
+denken aan de rotswoningen te Geulhem; doch hier zijn de woningen fantastischer. De ingang van zoo&#8217;n hol is afgesloten door
+een soort huisgevel met ramen; het dak is vooruitgebouwd als een luifel, half rots, half bijgewerkt met platte steenscherven.
+De rook ontsnapt bovenuit door een zwart geworden spleet. Deze woningen bevinden zich 100 M. boven den nieuwen weg, welke
+langs den Tarn gemaakt is. Vroeger leefde in die holen de beer van den oertijd, van welken men nog herhaaldelijk beenderen
+vindt; later dienden zij den voorhistorischen mensch tot verblijfplaats, zooals de gevonden vuursteen bewijst; heden zijn
+ze betrokken door Fransche staatsburgers, door citoyens! Boven hen wonen de raven en kraaien, die zich in kleinere, hooger
+gelegen holen genesteld hebben.
+
+</p>
+<p>Wij naderen een scherpen hoek van de rivier en wij keeren ons om, ten einde een laatsten blik te slaan op het panorama achter
+ons. Als we den blik weer stroomafwaarts laten gaan, is <a id="d0e217"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e217">174</a>]</span>plotseling het d&eacute;cor veranderd. Spoedig zullen we het Ch&acirc;teau de la Caze bereiken, dat eensklaps te voorschijn gekomen is.
+
+</p>
+<p>Dit kasteel, omringd door hoogopgaand geboomte, hangt als het ware aan de rots en spiegelt zich in de hier 100 M. breede en
+20 M. diepe rivier. Achter en iets boven het kasteel ontspringt een beekje, dat zich in den Tarn stort. Beneden voor het kasteel
+bruist een stroomversnelling, boven dreigen de rotsen zich neder te werpen en al het lager gelegene te verpletteren. Het kasteel
+zelf ligt daar rustig en sterk met zijn vier hoektorens en zijn wachttoren boven den ingang, een vesting als &#8217;t ware om rotsen
+en water in toom te houden, om natuurkrachten te beheerschen.
+
+</p>
+<p>Vroeger, vertelde de bootsman, zag het er erg vervallen uit, doch sinds kort heeft een maatschappij het laten restaureeren
+en tot h&ocirc;tel inrichten.
+
+</p>
+<p>Die oude edellieden verstonden het toch maar, mooie plekjes voor hun burcht uit te kiezen. Is het gezicht van af de rivier
+op het kasteel grootsch en indrukwekkend, de kijk van uit het kasteel op de rivier is onvergetelijk. Eigenlijk zijn de twee
+zoo verschillende vergezichten niet vergelijkbaar. Waar het eerste u toont de macht van den mensch, zich opwerpend als waker
+over en beheerscher van de woeste krachten der natuur, doet het tweede u gevoelen de kleinheid en nietigheid van den mensch
+tegenover het groote en machtige waarmee de natuur hem omsluit, en inzien, dat hij slechts leeft en werkt bij hare genade.
+
+</p>
+<p>Verder op wordt het landschap nog grootscher. Zacht in ons bootje voortglijdend, zien we het dal zich beneden verbreeden en
+boven vernauwen. De rotsmuren welven zich aan weerszijden over de rivier, zoodat wij soms de rotsen als een dak boven ons
+hebben. De opening boven is geen kilometer breed; rechts bereikt de wand een hoogte van 530, links van 470 M. En daartusschen
+schuiven wij in ons nietig bootje verder, wij, heele kleine wezentjes van nog geen 2 meter hoog!
+
+</p>
+<p>Van het eene plateau naar het andere reikt de menschelijke stem, zonder dat zij zich uitermate behoeft te verheffen. Twee
+herders, die een wandeling van minstens een uur of vier zouden moeten maken om elkaar de hand te drukken, kunnen gemakkelijk
+een praatje houden.
+
+</p>
+<p>Een scherpe punt steekt vooruit. Aan haar voet moet het dorpje La Mal&egrave;ne (= leelijk gat) liggen, een halteplaats. Met groote
+vreugde werd dit rustpunt begroet. Onze maag was ondanks het genot van zooveel natuurschoon dezelfde gebleven; dus waren na
+een vaart van 5 uren de forellen, schaapsc&ocirc;teletten en de traditioneele kip (in Frankrijk krijgt men bijna bij elken maaltijd
+kip of &#8220;poularde&#8221;) hoogst welkom. Toen wij La Mal&egrave;ne verlieten en verder voeren, heb ik dan ook zitten piekeren over de vraagpunten,
+wat beter voor den mensch is, een mooi panorama of een flinke lunch, en of men natuurschoon volkomener geniet met een leege
+dan wel met een volle maag. Ik voor mij prefereer een volle maag; dichters en schilders misschien niet?
+
+</p>
+<p>Van La Mal&egrave;ne tot Pas de Soucy vloeit de Tarn door de indrukwekkendste, meest grootsche passages. Wij voeren om de hooge rots
+De Montesquieu heen, een zonderling afgerafelde en verweerde steenmassa. Op een soort plateau op den top staan nog enkele
+overblijfselen van een uit de 12<sup>de</sup> eeuw dagteekenend slot, gebouwd als een arendsnest bijna 300 M. recht boven den Tarn. Eeuwen lang is het reeds verlaten.
+De heeren De Montesquieu du Tarn verlieten het tegen het begin der 16de eeuw, om een nieuw kasteel te stichten in La Mal&egrave;ne.
+
+</p>
+<p>De bootsman wees ons een grot, welker ingang iets lager dan de ru&iuml;ne zichtbaar is en die in verbinding stond met het kasteel.
+Hij vertelde daarna de geschiedenis van de laatste barones De Montesquieu du Tarn.
+
+</p>
+<p>Tijdens de revolutie, in 1793, ging La Mal&egrave;ne in de vlammen op en vluchtte de oude 70-jarige blinde weduwe, geholpen door
+een herder en een vertrouwden bediende, naar de ru&iuml;ne en verborg zich in de grot, die toen nog van uit de ru&iuml;ne te bereiken
+was. De herder bracht haar maandenlang, ondanks den moeilijken, gevaarvollen weg, dagelijks het noodige eten. Door een valsch
+alarm misleid, vreesde hij dat de schuilplaats ontdekt was en bracht &#8217;s nachts de oude vrouw twee kilometers verder in een
+andere grot, die op het water uitkomt. Elk spoor werd daardoor uitgewischt. Zij liet op het signaal van den herder, wanneer
+hij het voedsel bracht, een touwladder af in de rivier, welke zij weer optrok na zijn vertrek. Zoo leefde deze energieke vrouw
+negen lange maanden eenzaam in een vochtig hol. Zij werd ondanks dit alles 90 jaar, zag alle kinderen en kleinkinderen verdwijnen,
+en moest ver verwijderde verwanten laten komen om de familiegoederen, die haar door de regeering teruggegeven waren bij de
+Restauratie, aan hen over te dragen.
+
+</p>
+<p>Iets verder wees de bootsman ons een grot, waarin in 1793 eenige priesters, die zich daar verscholen hadden, vermoord werden.
+
+</p>
+<p>Na die grot neemt de ca&ntilde;on een majestueus karakter aan; het is onmogelijk de grillige vormen van de door weer en wind uitgevreten
+en verwrongen opeenstapeling van rotsen weer te geven in woorden. Twee gehuchten, Colonel rechts, Ganjac links, schijnen ongenaakbaar
+voor menschen, alleen te bereiken door de roofvogels, die met breeden vleugelslag boven den ca&ntilde;on zweven. Toch wonen daar,
+ver van het gedruisch der groote steden, menschen, gelukkig en tevreden. Met een hoogmoedigen glimlach zien ze, een oogenblikje
+uitrustend van hun zwaren, vermoeienden veldarbeid, de barkjes na met stadsmenschen, die diep beneden hen voorbijvaren. Deze
+twee gehuchtjes liggen daar als schildwachten aan den ingang van het D&eacute;troit, het nauwste deel van het Tarndal, waar wij zachtjes
+onder de overhangende muren door glijden.
+
+</p>
+<p>Machtig en grootsch is nu de ca&ntilde;on, waar wij doorvaren. De onderste, 100 M. hooge, rotsen staan links en rechts loodrecht
+in de rivier; de hoogerop iets terugwijkende wanden der beide causses stijgen steil 500 M. in de lucht, waar hun door de zonnestralen
+rood gekleurde, verbrokkelde randen en punten prachtig afsteken tegen den diep blauwen hemel. Boven is de afstand ongeveer
+1000 M., beneden iets minder. Hier ziet men duidelijk, hoe de rivier eeuwen <a id="d0e246"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e246">175</a>]</span>door gestreden heeft tegen de geweldige steenen gevaarten, die haar omknellen. Meters diep heeft zij den steen uitgeschuurd,
+het schuursel medevoerend, zoodat wij, deze uitholling doorvarend, de blauwe luchtstrook boven ons zien verdwijnen en plaats
+maken voor een rotsdak. Links en rechts bemerkt men telkens weer nieuwe holen en grotten. Naar het midden van den stroom teruggekeerd,
+ziet men, scherp zich afteekenend tegen de smalle luchtstrook, hoog boven zich, langzaam en statig eenige gieren zweven, die
+in deze woeste streken nestelen. Hoe klein voelt de mensch zich bij deze overweldigende natuurtafereelen!
+
+</p>
+<p>Reizigers, die den nieuwen weg volgen, krijgen deze heerlijke passage niet te zien. Men heeft den weg hier over de rotsen
+gevoerd om het natuurschoon geen afbreuk te doen, zoodat het mooiste gedeelte van de geheele reis hun ontgaat. Wij betreurden
+het dan ook niet, de rivier tot weg gekozen te hebben.
+
+</p>
+<p>Als om het oog afwisseling te bieden, schenken de rotsen na het D&eacute;troit een menigte kleine verrassingen, welke ons door den
+bootsman gewezen werden.
+
+</p>
+<p>Een rotspoort in de rivier gelijkt op de beroemde Presbischthor in de S&auml;chsische Schweiz, is evenwel kleiner. Zoo zijn er
+meer treffende overeenkomsten tusschen de dalen van Elbe en Tarn, maar hoeveel grootscher en indrukwekkender is de Tarn!
+
+</p>
+<p>Iets verder een groote, ronde rots; ze schijnt de beeltenis van Lodewijk&nbsp;XIV met pruik en hoed; in de punten er omheen, zou
+men hofdames met sleepjaponnen en magistraten in toga&#8217;s kunnen zien; daartoe behoort echter wel wat veel verbeeldingskracht
+en een zeer goeden wil. Anders is het bij de volgende fantasie, de &#8220;<span lang="fr">cour des moines</span>&#8221; genaamd. Hier staan werkelijk eenige monniken in een kring, de kappen over het hoofd. Duidelijk hebben de rotsen menschengezichten
+met baarden.
+
+</p>
+<p>De bootslieden wisselen snel eenige woorden in het voor ons schier onverstaanbare dialect, dat wat gelijkt op Spaansch doordat
+de uitgang -os heel druk gebruikt wordt. Wij naderen een maalstroom; een paar krachtige stooten brengen ons er spoedig doorheen.
+Deze maalstroom heeft in den zomer bij lagen rivierstand niets te beduiden en verdwijnt bijna, doch in het voorjaar, wanneer
+de rivier wast door het toevloeiende smeltwater der op de causses gevallen sneeuw, moeten de visschers oppassen; in het D&eacute;troit
+stijgt de waterspiegel soms meer dan 20 M. Dan zit er een andere vaart in het water, waarop wij nu zoo kalm en vreedzaam verder
+drijven.
+
+</p>
+<p>Weinige oogenblikken later beginnen de muren terug te wijken. Wij komen in het Cirque des Baumes, een circusdal, zooals men
+er in de Pyrenee&euml;n zoovele vindt.
+
+</p>
+<p>Deze kolossale arena meet boven aan den rand 5&nbsp;K.M. in doorsnede, beneden 3&nbsp;K.M. De rotsen bieden een schakeering van kleuren
+en tinten, waarin het rood overheerscht, terwijl wit, zwart, blauw, grijs en geel daar doorheen spelen. Op sommige plaatsen
+plekken zich tusschen de rotsen opgeschoten struiken donkergroen af te midden van het weelderige kleurenspel. Tegen de zijwanden
+klimmen de rotsen trapsgewijze 500 M. omhoog tot den rand van de causse; de zonderlingste vormen nemen zij aan, verweerd als
+ze zijn door regen, zon en vorst. Ook het water van den Tarn heeft zijn invloed doen gelden in den tijd, toen het volgens
+de geologen hier een meer vormde. De rotsen lijken op kasteelen, torens, bogen, bastions, kathedralen, obelisken, pyramides;
+onder het spel van licht en schaduw, van tint en lijn, veranderen zij voortdurend van voorkomen; dat alles werkt mede om &eacute;&eacute;n
+grootsch geheel te vormen, dat nooit door dichter of schilder zal kunnen weergegeven worden. Hoe geblaseerd men ook moge zijn,
+hier dwingt de natuur bewondering af!
+
+</p>
+<p>Hoog op een soort plateau staat een kleine kapel tegen den rotsmuur geleund; hierheen gaan de Caussenaars ter bedevaart om
+genezing te zoeken voor oogziekten. Dan laten ze zich de oogen wasschen met water uit de bron, die naast de kapel ontspringt.
+
+</p>
+<p>Iets hoogerop (370 M. boven den Tarn) is de ingang van een groote grot. In 1888 heeft de heer E.&nbsp;A.&nbsp;Martel o. a. ook deze
+grot, die vooral uit geologisch oogpunt zeer merkwaardig is, geheel bezocht en er 9 verticale putten ontdekt van 8 tot 30
+M. diepte, die alle in een onderaardsch meer eindigen. Hij liet zich daartoe, schrijlings op een dikken tak gezeten, door
+5 sterke Caussenaars aan een touw afzakken. Men moet wel den moed bewonderen van een man, die, aan een touw hangend, zich
+in de donkere ruimte laat zakken, in een gat, waarvan hij de diepte niet kent; het minste verzuim van den kant zijner medewerkers
+kon hem het leven kosten!
+
+</p>
+<p>Voor gewone toeristen is de grot niet bijzonder merkwaardig, al acht ieder geoloog een bezoek loonend. Toch is het interessant
+voor den reiziger, wanneer hij den steilen muur bekijkt, te weten, dat daar achter zooveel mysterie schuilt. De tegenwoordigheid
+van een meertje op die plaats is op zich zelf reeds geschikt de hoogste verwondering op te wekken. 90 M. diep in een grot
+en 190 M. onder het plateau der Causse de Sauveterre, dat wekt geen verbazing; maar 280 M. boven het niveau van den Tarn,
+dat schijnt ons in strijd met alle vroeger geleerde wetten van communiceerende vaten.
+
+</p>
+<p>De bootsman laat ons niet den tijd te peinzen over de mogelijke oorzaak. Hij vraagt ons te raden, hoe wij nu verder zullen
+varen. &#8217;t Is een raadsel.
+
+</p>
+<p>Ons schijnt het toe, dat de reusachtige arena aan alle zijden door ongeveer even hooge muren is ingesloten. Rechts, meenen
+wij te zullen moeten gaan. Mis! de rivier maakt een scherpe bocht naar links. Ieder reiziger, hooren wij, raadt hier verkeerd.
+Zelfs de doorgang, waardoor wij het dal invoeren, is zonder aanduiding van onzen leidsman niet terug te vinden.
+
+</p>
+<p>Wij glijden zachtjes den hoek om en meteen is het geheele Cirque des Baumes aan ons gezicht onttrokken; langzaam naderen wij
+de derde zeer merkwaardige passage, de Pas de Soucy.
+
+</p>
+<p>De rivier wordt geheel versperd door een chaos van reusachtige blokken, in &#8217;t honderd op en door elkaar geworpen. Verder varen
+is hier een onmogelijkheid en wij stappen dus aan wal. Alvorens van ons afscheid te nemen, wijzen de bootslieden ons eenige
+bijzonder sterk vooroverhellende rotsen: de Sourde, een reusachtige, zich aan zoekende blikken van zelf opdringende steenmassa;
+en de Aiguille, een 80 M. hooge, geheel alleenstaande spitse punt. Nog <a id="d0e279"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e279">176</a>]</span>een andere rots trekt bijzonder onze aandacht; &#8217;t is een bisschop met een mijter op, die zegenend de hand uitstrekt over het
+dal.
+
+</p>
+<p>Een verschrikkelijke catastrophe moet hier plaats gehad hebben; geheele rotsmuren zijn in de rivier neergestort, zoodat het
+water bruisend en schuimend zich een weg moet zoeken door spleetjes en gaatjes. Vooral in het voorjaar, als de sneeuw smelt,
+moet het hier zeer onstuimig toegaan; in den zomer echter verdwijnt de rivier bijna geheel en kan men haar schier droogvoets
+oversteken. Borrelend en kokend herneemt zij 400 M. verder haar bovengrondschen loop.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-176.jpg" alt="Cirque des Baumes." width="578" height="465"><p class="figureHead">Cirque des Baumes.</p>
+<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">&#8220;Sites et Monuments&#8221; du Touring Club de France</span>.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Verschillende legenden zijn in omloop betreffende de oorzaak dezer verwoesting van het stroombed. Een van de aardigste is
+wel die van de Heilige Enimie, welke ik in het kort zal trachten weer te geven:
+
+</p>
+<p>De vestiging van de H. Enimie te Burle had den duivel totaal uit zijn humeur gebracht. In deze nogal ongeloovige streek, waar
+hij in de vele holen en grotten even zoovele gemakkelijke wegen van en naar de hel had, had hij vrijwel kunnen doen en laten,
+wat hij wilde. Dat was nu uit. Hij trachtte daarom de heilige te verleiden, maar dat gelukte hem niet. Toen probeerde hij
+het met de nonnetjes, die danig in de war raakten. De heilige Enimie begreep eindelijk, waardoor zulk een wanorde in haar
+klooster werd teweeggebracht en verkreeg toen na langdurig en vurig bidden de macht den duivel te ketenen, wanneer hij weer
+in het klooster zou willen binnensluipen. Maar moeilijk was het, dan den slimmerd te pakken te krijgen! Op een goeden dag
+werd hij ontdekt en vluchtte daarop langs den Tarn. De H. Enimie joeg hem na. De jacht was lang en afmattend, want Satan kende
+alle hoekjes en gaatjes op een prik. Eindelijk kwamen vervolgde en vervolgster in het <span lang="fr">Cirque des Baumes</span>. Daar woonde in een grot de heilige Il&egrave;re, de biechtvader van St. Enimie. Dezen was reeds vroeger order gegeven zijn biechtelinge
+behulpzaam te zijn. De duivel, die dit wist, maakte zich heel klein om minder in het oog te vallen, en daar juist de H. Il&egrave;re
+in het gebed verzonken was, zag en hoorde deze niets. Hijgende en uitgeput bleef St. Enimie aan den ingang van het dal staan;
+de duivel zou haar ontgaan, want hij was reeds vlak bij de plaats, waar de Tarn buitengewoon diep was door een ravijn, dat
+zich daar onder water uitstrekte en waarin hij zich gemakkelijk kon laten neerzinken om van daar naar de hel te ontsnappen.
+
+</p>
+<p>St. Enimie viel op de knie&euml;n en geheel haar machtig geloof uitte zich in den kreet: &#8220;Te hulp, bergen, houdt hem tegen!&#8221; Al
+de rotsen vielen voorover, maar de duivel, sterk en vlug, weerstond of ontweek de kleinere rotsblokken en zijn voet bereikte
+reeds den bodem der diepte, waardoor hij ontkomen wilde, toen de rots Sourde over hem heen viel. De Aiguille, door haar lengte
+niet zoo vlug kunnende vooroverkomen, riep haar toe: &#8220;Hebt gij mij noodig, zuster?&#8221; Waarop de Sourde antwoordde: &#8220;Onnoodig;
+hij kan niet meer weg!&#8221; De H. Enimie hoorde dit en zag den duivel gevangen. Zij wenkte de rotsen maar te blijven staan. Deze
+verstijfden in hun val en staan daar nu nog voorovergebogen. De rotsblokken, die den Tarn versperren, zijn die van de Sourde.
+De duivel heeft evenwel een taai leven en is zeer sterk. Hij wrong zich los, ondanks het gewicht van de Sourde, en sloeg,
+alvorens te ontsnappen, in zijn razende woede met zijn bebloede hand tegen de rots, zoodat een roode handafdruk in den steen
+achterbleef. Dit teeken aan den voet van de Sourde is bij een groote overstrooming in 1875 verdwenen, doch de rotsen hellen
+nog voorover en de Tarn wordt nog altijd versperd door rotsblokken.
+
+</p>
+<p>De geologen zijn het er in het algemeen over eens, dat hier twee steenstortingen hebben plaats gehad, de eene in lang vervlogen,
+de andere in dichterbij gelegen tijd. Vermoed wordt, dat de tweede een gevolg is geweest van de groote aardbeving in het jaar
+580, die reusachtige verwoestingen moet hebben aangericht in de Pyrenee&euml;n en de omliggende landen. Dat zou, als &#8217;t waar is,
+overeenstemmen met den tijd, waarin St. Enimie en St. Il&egrave;re waarschijnlijk geleefd hebben. Men heeft dan de legende van deze
+heiligen in verband gebracht met een catastrophe, die een geweldigen indruk op de bevolking moet hebben gemaakt.
+
+</p>
+<p>Een wagentje, dat speciaal voor de toeristen op en neer rijdt, brengt ons langs den chaos eenige kilometers verder naar het
+plaatsje Les Vignes, waar de Tarn weer bevaarbaar wordt.
+
+
+<a id="d0e306"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e306">177</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-177.jpg" alt="Het dal van de Jonte bij Peyreleau." width="720" height="552"><p class="figureHead">Het dal van de Jonte bij Peyreleau.</p>
+<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">&#8220;Sites et Monuments&#8221; du Touring Club de France</span>.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Van Les Vignes voeren weder een weg rechts en een weg links naar en over de causses; &#8217;t schijnt hier reeds van oudsher een
+druk gebruikt overgangspunt en dus een middelpunt van verkeer geweest te zijn, hetgeen de vele dolmens aantoonen en de talrijke
+vroeger bewoonde grotten, waarin zeer vele voorhistorische voorwerpen gevonden werden.
+
+</p>
+<p>Van Les Vignes naar Le Rozier, het eindpunt onzer bootvaart, behoeft men met de bark slechts twee uren, doch de rivier stroomt
+zoo snel en heeft zoovele groote versnellingen, dat de arme bootslieden acht uren noodig hebben om hun leege bark naar Les
+Vignes terug te sleepen.
+
+</p>
+<p>Bij ons vertrek uit Les Vignes was de lucht reeds een weinig betrokken en vreesden de bootslieden voor onweer. En jawel, wij
+waren nog geen 10 minuten onderweg, of daar begon het. Wij vonden het geen onaardige afwisseling, want de vaart kreeg nu iets
+avontuurlijks. De onweders zijn in deze streek meestal kort van duur, maar ongemeen hevig, en gaan vergezeld van zware slagregens.
+Bij reizen in bergstreken moet men er op gewapend zijn, en zoo hadden wij dus ook onze voor water ondoordringbare capes bij
+ons. Onze bootslieden waren zoo goed als onmiddellijk drijfnat.
+
+</p>
+<p>Het dal is nu wat breeder dan meer stroomopwaarts, en ofschoon er eenige merkwaardige rotspartijen zijn, die ons door den
+neerslaanden regen ontgingen, is dit deel der vallei niet zoo grootsch als het D&eacute;troit met het <span lang="fr">Cirque des Baumes</span> en de <span lang="fr">Pas de Soucy</span>. Daar staat tegenover, dat hier de rivier vaker versperd is door rotsblokken en meer versnellingen vormt, waaronder er zijn,
+die zelfs zeer moeilijk gepasseerd kunnen worden, en die dan ook van de bootslieden langjarige ervaring en groote voorzichtigheid
+eischen. Kantelt de bark, wat enkele keeren door onnoodig angstmisbaar van dames wel gebeurt, dan komt men er af met een flink
+voetbad, want juist op de plaatsen, die den schrik wekken, is de rivier zeer ondiep. Maar, zooals gezegd, ongelukken komen
+maar heel enkele keeren voor. De bootslieden, die op dit deel der rivier bijna allen eigenlijk visscher van beroep zijn, zijn
+verbazend handig, lenig en sterk, en&#8212;zij k&egrave;nnen de rivier. Zij waarschuwen telkenmale, wanneer er een grootere versnelling
+te passeeren is. Men bemerkt dit bovendien zelf reeds op een aanmerkelijken afstand door het tegen de rotsen wild opschuimen
+en uit elkaar stuiven der golven.
+<a id="d0e331"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e331">178</a>]</span></p>
+<p>Ons verging het hooren en het zien. Boven ons zigzagde onophoudelijk de bliksem door de lucht en onafgebroken rolde en ratelde
+de donder door het dal. Om ons woelde en spatte het opgezweepte water van den Tarn, terwijl kletterend de regen bij stralen
+neerviel. In de versnellingen spatte het schuimende water ons om de ooren. De bootslieden hijgden en zwoegden en waren een
+en al aandacht; de regen verblindde hen; toch geen enkele misstoot. Nu links een stoot, dan rechts een ruk, daarop bogen beiden
+naar &eacute;&eacute;n kant over; de bark schoot met den opgewipten kant over een rots heen. Bij elke versnelling kregen wij golfjes water
+over; de regen deed er het zijne bij en wij zagen weldra onze handtasschen in de boot ronddrijven. Onze voeten stonden een
+hand breed in het water; wij bemerkten het niet; ondanks onze capes waren wij over ons geheele lichaam kletsnat.
+
+</p>
+<p>De voorman greep een hoosblok en begon het water over boord te hoozen. Eensklaps moest hij zijn schepper laten varen (letterlijk!)
+om vlug zijn stok te grijpen; wij naderden weder een versnelling. Hijgende vroeg hij mij, of ik hoozen kon. &#8220;Jawel,&#8221; zei ik
+en greep de schep. &#8220;Blijf zitten,&#8221; klonk er tot antwoord, &#8220;of wij gaan om!&#8221; Juist schoten wij zigzag tusschen in de versnelling
+liggende blokken door. &#8220;Nu kunt U even uw gang gaan.&#8221; Dan hoosde ik; nu en dan kwam kort en krachtig een bevel om te zitten
+en dan plakte ik weer neer op de natte bank, om even later opnieuw te hoozen.
+
+</p>
+<p>Het mooiste deel van den ca&ntilde;on genoten wij bij helderen zonneschijn, zoodat wij het in zijn onvergetelijke kleurenpracht konden
+bewonderen. Hier, waar het water het moeilijkst en wildst is, troffen wij daarentegen juist onstuimig weer, een weer als waren
+alle elementen tegelijk in opstand gekomen. Feitelijk hadden wij het niet beter kunnen treffen, al was het gevolg ook, dat
+wij druipnat aankwamen in het Grand H&ocirc;tel du Rozier, dat prachtig gelegen is met een terras aan den oever van den Tarn.
+
+</p>
+<p>Bij het afscheidnemen merkte een van de bootslieden op, dat wij niet voor den eersten keer uit varen waren geweest. &#8220;Nu, dat
+zou ik ook meenen,&#8221; antwoordde ik, &#8220;wij zijn ook uit het waterland.&#8221; Ik vertelde hem toen een en ander over ons land, waar
+wij bijna overal water hebben, de huizen op palen bouwen en waar enkele deelen onder den zeespiegel liggen, enz. Daar zette
+hij groote oogen van op. Maar toch, zij hadden aan het water uitscheppen wel gemerkt, dat het niet voor den eersten keer was,
+dat ik een hoosblok hanteerde; meestal kregen zij Parijzenaars in hun boot en dan waren vooral de dames altijd zeer lastig
+door haar mallen angst. Ook hadden zij wel eens Engelschen gehad, maar met die was het ook geen gezellige vaart, omdat zij
+doorgaans geen Fransch verstonden.
+
+</p>
+<p>Zoo zijn zij allen, de visschers van den Tarn; op het eerste gezicht lijken zij bromberen, even ontoegankelijk als hun rotsen;
+weet men echter het gesprek te leiden, dan komen zij los en verstaan het, door het aanwijzen van merkwaardige punten en door
+het vertellen van boeiende verhaaltjes en legenden, den tijd te korten. Over het algemeen spreken zij een goed en duidelijk
+Fransch, zoodat vreemdelingen hen gemakkelijk kunnen verstaan. Alleen onder elkaar bedienen zij zich van hun dialect, wat
+zij nog zooveel mogelijk in tegenwoordigheid van reizigers uit beleefdheid vermijden, omdat, zooals een der bootslieden mij
+vertelde, er wel eens toeristen zijn, die zich aan &#8217;t gebruik van het dialect ergeren, meenende dat er over hen gesproken
+wordt.
+
+</p>
+<p>Zooals ik reeds opmerkte, hadden de bootslieden voor het laatste traject, dat men in 2 uur aflegt, 8 uur noodig om weer stroomopwaarts
+te komen; &eacute;&eacute;n van hen moest dan bij iedere versnelling te water gaan om de boot te trekken. Dit hebben zij nu sinds kort veranderd;
+de voortschrijdende beschaving heeft ook hier reeds haar invloed uitgeoefend. Zij vereenigden zich namelijk en hebben in Le
+Rozier een soort kraan gebouwd. Nu lichten zij heel eenvoudig hun bark op een gereedstaanden wagen en laten dezen door een
+flink stel paarden naar Les Vignes trekken. Zij zelf peddelen op de fiets er achteraan en zijn nu in een uurtje thuis. Mogelijk
+is dit geworden bij de openstelling van den nieuwen weg, die zeker nog wel meer veranderingen in deze streek zal teweegbrengen.
+
+</p>
+<p>Le Rozier en het daar tegenoverliggende Peyreleau liggen aan de samenvloeiing van Jonte en Tarn. Veel water vloeit er hier
+niet in den hoofdstroom, want de Jonte is &#8217;s zomers bijna droog. Hier komen drie causses bij elkaar: de Causse de Sauveterre,
+de Causse M&eacute;jean en de Causse Noire. De laatste wordt aldus genoemd naar de hooge denne- en pijnboomen, waarmede haar hellingen
+begroeid zijn en die er een somber aanzien aan geven.
+
+</p>
+<p>Le Rozier ligt zoo mooi en het Grand H&ocirc;tel, een goed ingericht modern h&ocirc;tel, ligt zoo rustig en kalm aan de rivier, dat wij
+den lust niet konden weerstaan er een dagje te blijven uitrusten; de uitkijkjes van het h&ocirc;telterras zijn zoo verrukkelijk,
+dat wij ons zelven niet behoefden te beklagen over het door den staat onzer kleeding eenigszins gedwongen oponthoud.
+
+</p>
+<p>Den volgenden ochtend maakten wij een tochtje naar het plateau van de Causse Noire; het was wel niet precies, wat men uitrusten
+noemt, die 400 M. naar boven, maar wij kwamen er toch op, al was het voetpad steil en slecht. Het uitzicht van den rand loonde
+rijkelijk de moeite. Wij overzagen het laatste gedeelte van de rivier, dat wij bevaren hadden, van het Cirque des Baumes tot
+aan Le Rozier, en rechts den 20 K.M. langen, kronkelenden ca&ntilde;on van de Jonte. Om ons heen en aan de overzijden der valleien
+weer de platte, akelige verlaten steenvlakten!
+
+</p>
+<p>Des middags gingen we er weer op uit; met in het h&ocirc;tel geleende hengels op de forellenvangst. Nu moet ik even eerlijk bekennen,
+dat wij nog nooit op forellen gevischt hadden, ja, heelemaal niet veel aan visschen deden. In Parijs heeft men daartoe niet
+zoo de gelegenheid. Maar wij brachten toch een prettigen middag door. Een paar uur lang klauterden wij onder struiken door
+van steen op steen om ten slotte thuis te komen met acht heel kleine vischjes, niet grooter dan spieringen. Evenwel, wij hadden
+de groote forellen gezien, en dat telt toch ook mee!
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen vertrokken wij met den Alpenzak op den rug door de vallei der Jonte naar Meyrueis. Veel loopen of wandelen
+schijnen de menschen hier niet te doen; of zij zien de stadsmenschen <a id="d0e354"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e354">179</a>]</span>voor zeer zwak aan. Ten minste men verwonderde zich algemeen er over, dat wij 20 K.M. wilden loopen. Geen inwoner zou dat
+doen, al is hij nog zoo arm; hij neemt de diligence; de toeristen huren een rijtuig. Het beviel onzen h&ocirc;telier dan ook in
+&#8217;t geheel niet, dat wij te voet gingen; h&ocirc;telier en wagenverhuurder was hier, als op zoovele andere plaatsen, &eacute;&eacute;n.
+
+</p>
+<p>Ook onze Alpenzakken trokken groote belangstelling. Deze voor den toerist zoo gemakkelijke transportmiddelen&#8212;voor de hoogstnoodige
+bagage en eenigen mondvoorraad&#8212;schenen hier onbekend te zijn, en wij zagen menigen glimlach, waaraan wij ons natuurlijk niet
+in &#8217;t minste stoorden. Misschien komt het, doordat men hier het klimaat te warm acht voor voettochten; die worden hier niet
+gemaakt zooals in Zwitserland en in de Fransche Alpen, doch&#8212;menigmaal heb ik het daar heel wat warmer gehad.
+
+</p>
+<p>Onze overige bagage hadden wij met de diligence vooruitgezonden.
+
+</p>
+<p>Het dal van de Jonte is regelmatiger dan dat van den Tarn, ook minder woest; doch daarentegen komen hier de prachtige kleurschakeeringen
+beter uit.
+
+</p>
+<p>Wij passeerden verschillende bijzonder mooie rotsgroepen, waarvan de St. Gervais het sterkst onze aandacht trok. Reeds in
+de verte zagen wij de rots als een reusachtig rond kasteel in het dal vooruitsteken; dichterbij gekomen bemerkten wij, dat
+deze 300 M. hooge top door een ravijn bijna geheel van de Causse M&eacute;jean gescheiden is en dus als een geweldige toren zich
+uit het dal verheft. De acht huizen van het gehucht Douze liggen nietig en klein aan den voet. Boven op het platform staat
+een oude kapel, omgeven door het eenvoudige kerkhof van Douze.
+
+</p>
+<p>De bewoners van dit plaatsje brengen hun dooden langs het moeilijke voetpad, dat zich langs de rots omhoog windt, in een zak
+naar boven, om daar gekist en aan de aarde toevertrouwd te worden.
+
+</p>
+<p>Ook deze kapel is een bedevaartplaats. Daarheen trekken op den 19en Juni alle boeren uit de omliggende gemeenten; de herders
+op de beide causses drijven hun kudden tot aan den rand van het plateau tegenover de kapel; en de priester, staande op het
+hoogste punt van den St. Gervais, leest een plechtige mis, sprenkelt met den wijwaterkwast naar de vier hemelstreken en smeekt
+de zegeningen des Hemels af over menschen, dieren en gewassen.
+
+</p>
+<p>Over het algemeen is de bevolking van deze streken nogal vasthoudend aan oude gebruiken en gewoonten; en daarbij tamelijk
+bijgeloovig. Deze bijgeloovigheid vindt haar oorzaak voornamelijk in het karakter van het land; bovenal boezemen de talrijke
+mysterieuse &#8220;Avens&#8221; den Caussenaar vrees in, een vrees, die leidt tot bijgeloof van allerlei aard. Een &#8220;Aven&#8221; is een geheimzinnig,
+duister gat in den grond, waaraan de boeren 500 M. en meer diepte toeschrijven. Daar de plateaux voor het grootste gedeelte
+uit een kalkformatie bestaan, zijn ze inwendig voorzien van grotten, kanalen en meren; &#8217;t hemelwater dringt door &#8217;t poreuze
+gesteente heen en holt dit uit, ook al doordat kalk in koolzuurhoudend water, dus in regenwater, oplost. De door het regenwater
+gevormde onderaardsche stroomen en plassen geven hun teveel aan de door de dalen stroomende rivieren af door middel van openingen
+(bronnen) in de zijwanden der causses. Nu is in den loop der eeuwen menig grotgewelf, dat zich niet diep onder de oppervlakte
+van het plateau bevond, ingestort, waardoor een geheimzinnig, duister gat ontstond. Die gaten noemt men &#8220;Avens&#8221;.
+
+</p>
+<p>Over deze avens hadden wij menigmaal iets gelezen en ook op onze reis verscheidene keeren hooren spreken, zoodat wij besloten
+bij den molen Sourbette, waar een voetpad naar boven leidt, onzen weg verder over een causse te nemen, om eenige van die donkere
+gaten van nabij te bekijken. De eerste aven, waar wij aankwamen, was de Aven Armand, in 1897 door den heer E. A. Martel onderzocht.
+De opening van zulk een zwart gat van 10 tot 15 M. doorsnede maakt iemand werkelijk angstig en men moet verbazend voorzichtig
+zijn niet op losliggende steenen te stappen; men zou met steenen en al in de diepte storten en te pletter vallen: de schacht
+gaat 75 M. loodrecht naar beneden. Men is van plan deze aven voor toeristen toegankelijk te maken. Er moet zich een grotzaal
+in bevinden, die alle beschrijving te boven gaat, een zaal, zooals geen tot nu toe bekende grot bezit. Men vond er een woud
+van meer dan 400 rechtopstaande fantastisch gevormde stalagmieten van 1 tot 30 M. hoogte, een woud als &#8217;t ware van versteende
+palmen, hetwelk men met recht &#8220;het maagdelijk woud&#8221; heeft genoemd.
+
+</p>
+<p>Wij konden alleen nog maar den ingang zien en begrepen best, dat de onontwikkelde Caussenaar zijn vrees voor die geheimzinnige
+gaten niet kan afschudden. Zij spreken dan ook met eerbied en diepe bewondering over den heer Martel, die in meer dan honderd
+van deze avens is neergedaald; bijna iedereen kent hem.
+
+</p>
+<p>Zeer interessant en onderhoudend zijn de beschrijvingen door hem in zijn werken, vooral in die over de Cevennen, van zijn
+onderzoekingstochten gegeven. Hij vertelt daarin, hoe hij met zijn neef Gaupillat en eenige vertrouwde, moedige helpers van
+gehucht naar gehucht over de causses heen en weer trok. Zij vormden een complete karavaan met hun wagens met 500 M. kabel,
+touwladders, hijschblokken, windassen, bokken, telephoon, apparaten voor magnesium- en electrisch licht, hun twee opvouwbare
+roeibooten, een volledige inrichting voor kampement met veldkeuken, voor topographie en photographie. Men vroeg hem dan ook
+wel eens, of hij met een circus reisde; in Millau noemde men hem &#8220;de Meneer, die voor de gaten reist.&#8221; Eens smeekte hem een
+troepje oude boerinnen, die bij de toebereidselen voor een neerdaling stonden toe te kijken, er toch van af te zien. Toen
+hij desondanks toch order gaf hem neer te laten, maakten zij een kruis en riepen hem toe: &#8220;Je komt er wel in, maar nooit zul
+je er weer uitkomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zeer groote moeite kostte het hem flinke, degelijke mannen te krijgen om een handje te helpen en desnoods mee neer te dalen.
+
+</p>
+<p>Een stevige wandeling bracht ons naar een andere aven, de Hure. Hier was de opening anders dan bij de Armand. Wij kwamen aan
+een gewone holopening in een plooi van het terrein. Dit hol voorzichtig een meter of wat binnengaande, stonden wij aan den
+<a id="d0e380"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e380">180</a>]</span>rand van de eigenlijke aven. Steenen, welke wij daarin gooiden, kaatsten met veel geraas van wand tot wand. Het eind van den
+val konden wij niet hooren; het geluid stierf zacht weg.
+
+</p>
+<p>De boeren beweren, dat deze put 500 M. diepte heeft en op water uitkomt; zij verbeelden zich verder, dat dit water uitloopt
+in het meertje van de grot C&eacute;nar&egrave;te bij St. Ch&eacute;ly, waarover ik reeds schreef. Dat zou een heel eind weg zijn. De heer Martel,
+die ook hier afgedaald is, constateerde slechts 150 M. (toch nog een aardig gaatje) en stuitte werkelijk op water. Of dit
+in verbinding staat met het meertje C&eacute;nar&egrave;te is moeilijk uit te maken.
+
+</p>
+<p>Een overoude legende toont aan, dat reeds in vroeger eeuwen de boeren vermoedden, dat deze avens in verbinding staan met de
+bronnen, die zich aan de zijwanden der causses bevinden.
+
+</p>
+<p>Eens liet een jonge herder zijn zweep in de aven de Hure vallen en zijn moeder, die aan de andere zijde van de causse aan
+den oever van een beekje woonde, vond eenige dagen later de zweep in dat beekje terug. De jongen beloofde haar langs den zelfden
+weg een schaap te sturen. Dit schaap spartelde op den rand van den afgrond tegen, wat ten gevolge had, dat de herder zijn
+evenwicht verloor en zelf naar beneden stortte. In plaats van het beloofde schaap vond de moeder het lijk van haar zoon!
+
+</p>
+<p>Ik moet eerlijk bekennen, dat de avens een angstwekkenden indruk op mij gemaakt hebben. Den nacht na de bezichtiging werd
+ik door een akeligen droom gekweld en zelfs nu nog krijg ik bij de gedachte aan die duistere, diepe gaten weer kippevel.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 504px"><img border="0" src="images/p1909-180.jpg" alt="De klokkentoren in de Dargilangrot." width="504" height="720"><p class="figureHead">De klokkentoren in de Dargilangrot.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De Hure is niet ontstaan door instorting; hier heeft in den loop der eeuwen het afstroomende water zich een weg gebaand en
+daardoor dezen enormen put geboord. Op die wijze zijn vele andere avens ook gevormd, welke dus te vergelijken zijn met de
+zoo bekende &#8220;orgelpijpen&#8221; uit den St. Pietersberg bij Maastricht. De andere ontstonden, als ik reeds zeide, door instorting
+van een daaronderliggend grotgewelf.
+
+</p>
+<p>Over de causse vervolgden wij onzen weg naar Meyrueis. &#8217;t Is de Causse de M&eacute;jean, nog woester dan de Causse de Sauveterre,
+en er groeit nog minder. Hier kan men eerst recht zien, wat het uitroeien van bosschen tot gevolgen kan hebben. Vroeger moet
+deze streek tamelijk dicht bevolkt geweest zijn; dat bewijzen de gevonden grotwoningen, de dolmens en de vele ru&iuml;nes uit den
+tijd der Romeinen. Nu zijn de causses bijna verlaten; zij konden haar bevolking niet meer voeden, niet het minst doordat het
+verdwijnen der bosschen het klimaat ruwer deed worden. De onvruchtbaarheid neemt op de causses, die gezamenlijk een oppervlakte
+bezitten van ongeveer een half millioen hectaren, zelfs van jaar tot jaar toe. En nu nog verkoopen de boeren op de causses
+uit winstbejag de weinige boomen, die er zijn, voor de luttele som van een of twee franken per stuk, terwijl het ongeveer
+van honderd tot twee honderd jaar duurt voor hier een nieuwe boom volwassen is. Wel tracht de staat nieuwe bosschen aan te
+planten, doch de geiten richten telkens groote verwoestingen aan in de jonge aanplantingen. De domheid der inwoners vooral
+dus heeft deze streek, derhalve hen zelf, tot armoede gedoemd.
+
+</p>
+<p>Door het beklimmen en overschrijden der causse hadden wij een grooten omweg gemaakt en de wandeling tot een marsch van 30
+K. M. doen worden. Vermoeid, invermoeid kwamen wij te Meyrueis aan. Daar zouden we overnachten om den volgenden ochtend op
+te breken naar de beroemde grot van Dargilan. Hadden wij onzen weg niet over de Causse M&eacute;jean genomen, dan zouden wij deze
+grot voorbijgekomen zijn. Wij wilden evenwel voor het bezoek, &egrave;n omdat het zeer vermoeiend is, &egrave;n omdat het een uur of vijf
+vergt, een afzonderlijken dag nemen en hadden daarom besloten eerst naar Meyrueis te gaan.
+<a id="d0e401"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e401">181</a>]</span></p>
+<p>Den volgenden morgen togen wij vroegtijdig op weg naar de grot, welke op de Causse Noire aan den rand van de vallei der Jonte
+op 6 K. M. afstand van Meyrueis gelegen is. De ingang bevindt zich 270 M. boven de rivieroppervlakte. Op een eigenaardige
+wijze werd zij in 1880 ontdekt.
+
+</p>
+<p>Een herder zag een vos in een gat verdwijnen en wilde trachten het beest te vangen door het hol uit te rooken. Reintje kwam
+niet weer te voorschijn. De herder doofde toen zijn vuur, maakte de opening van het gat breeder en kroop in het nauwe gangetje;
+doch verschrikt keerde hij terug; hij was in een reusachtige donkere ruimte terechtgekomen. Zoo werd de prachtig-mooie Dargilan-grot
+gevonden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-181.jpg" alt="Uitgang van de grot van Bramabiau." width="720" height="579"><p class="figureHead">Uitgang van de grot van Bramabiau.</p>
+<p>Naar een photografie ontleend aan <span lang="fr">&#8220;Sites et Monuments&#8221; du Touring Club de France</span>.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Niemand durfde zich in de donkere spelonk verder te wagen dan tot in de eerste zaal. Tot weer de heer Martel er bij kwam met
+zijn volledig materiaal en den ontdekkingstocht voortzette. Aan hem dus danken de toeristen een van de mooiste grotten, die
+bekend zijn.
+
+</p>
+<p>Bij den ingang kleedden wij ons in een witlinnen pak, hetwelk ons verstrekt werd om het bederven van de kleeren te voorkomen.
+Als monniken, ieder met een kaars in de hand, traden wij achter onzen leidsman de donkere ruimte binnen.
+
+</p>
+<p>Bijna onmiddellijk bij den ingang splitst de grot zich in twee deelen; wij bezochten in den voormiddag de eene helft en de
+rest des namiddags. Het eerste, wat ons trof, was de mooie zachte ivoorkleur der druipsteenen. Hier zijn deze niet door walmende
+fakkels met een zwarte roetlaag overdekt, zooals in het grootste gedeelte der grot van Han, waar enkel in de nieuw ontdekte
+zalen alleen electrisch licht geschenen heeft. In de grot van Dargilan lichten de gidsen bij met magnesiumdraad, dat weldra
+vervangen zal worden door een electrische installatie. Doch Keulen en Aken zijn niet op &eacute;&eacute;n dag gebouwd; voorloopig moet er
+nog hard gewerkt worden om den toerist de vermoeiende passages te vergemakkelijken door het plaatsen van ijzeren laddertjes,
+leuningen, handvatten, enz.
+
+</p>
+<p>Van de Groote Zaal aan den ingang, die 120 bij 60 en 35 M. hoog is, daalt men langs een natuurlijke trap van stalagmieten,
+de Kristallen Trap, af in de Schildpadzaal, zoo genoemd naar een op zoo&#8217;n dier gelijkende steenmassa; deze zaal vormt nagenoeg
+een voortzetting van de Groote Zaal. Hier heeft men echter het reuzengewelf 70 M. boven zich. Ze is een van de vijf grootste
+grotzalen der wereld. Buitengewoon mooie stalagmieten en stalactieten vormen de twintig grootere en kleinere gewelven, waarin
+ze den grooten koepel verdeeld hebben.
+<a id="d0e424"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e424">182</a>]</span></p>
+<p>Tot de meest bezienswaardige zalen behooren de 30 M. hooge zaal der Moskee met haar ragfijne minaret, en bovenal de Kerkzaal,
+waarin een woud van slanke kolommen met kruisbogen, hoogaltaar, orgels, koren en tribunes, alles in ivoor gebeeldhouwd. Door
+tegen eenige der neerhangende kolommen te kloppen, liet de gids ons een heerlijk klokkenspel hooren. Zware, zuivere tonen
+dreunden door de ruimte om over te gaan in het hooge geklep van het angelusklokje, dat langzaam als in de verte wegstierf.
+De illusie is zoo goed als volkomen; men krijgt de neiging het hoofd te ontblooten.
+
+</p>
+<p>Dan nog de zaal van den Waterval, zoo genoemd naar een schijnbaar boven een afgrond tot ijs gestolde vallende watermassa;
+een fijn geciseleerde lustre hangt er aan het 40 M. hooge gewelf. Wanneer daar electrische lampjes tusschen hangen, welke
+schitterende lichteffecten zal hier dan de doorzichtige druipsteen veroorzaken! Enkele kaarsen gaven er ons een flauw idee
+van.
+
+</p>
+<p>Maar dit alles wordt nog overtroffen, wanneer plotseling het magnesiumlicht opflitst en de Torenspits uit het donker oprijst.
+Een 20 M. hooge alleenstaande stalagmiet! De natuur heeft hier een heerlijk kunstwerk geschapen. Hoe fier staat deze kunstig
+uitgesneden, als kant opengewerkte en doorzichtige toren, scherp afstekend tegen den donkeren achtergrond. Verrukt blijft
+men dit zeldzame natuurwonder aanstaren, &#8217;t Gezicht er van zou alleen reeds opwegen tegen alle vermoeienis. En moe waren wij.
+Niet alleen van het klimmen en dalen, ook van het vele schoon, dat te genieten viel.
+
+</p>
+<p>Een uur of vijf steen op, steen af, nu een helling, waar men afdaalt langs ijzeren pennen, dan weer ladders, hier en daar
+op handen en voeten door gaten en scheuren, langs en over afgronden, die bij klaarlichten dag zouden doen terugdeinzen, en
+voortdurend een glibberige bodem; &#8217;t is geen kleinigheid, maar&#8212;men gaat niet voor zijn gemak op reis. Verwonderen zal het
+wel niet, dat toeristen met een flink embonpoint zich met een bezoek aan de Groote Zaal moeten tevreden stellen; die is breed
+genoeg, een goede 60 M.; voor de overige zalen is een niet te groote omvang en eenige turnvaardigheid gewenscht. Toen wij
+deze opmerking maakten, antwoordde onze gids, toch heel graag onhandige bezoekers te vergezellen. Onze vragende gezichten
+deden hem er aan toevoegen: &#8220;Zij geven groote fooien, te grooter, naarmate wij meer hulp moeten verleenen. Zij tellen voor
+ons meest dubbel.&#8221; Gelijk had hij!
+
+</p>
+<p>Dit bezoek aan de grot van Dargilan was een van de prettigste dagen van onze reis. Tusschen de beide tochten in gebruikten
+wij de lunch in het houten paviljoentje, dat op den alleruitersten rand van de causse staat. Boven onze verwachting was het
+eten uitstekend. Men diende ons een dejeuner voor, dat menig eerste klasse prijzen rekenend h&ocirc;tel in Nederland nimmer op tafel
+ziet. En dat in een klein houten hutje, eenzaam en verlaten, hoog in de lucht.
+
+</p>
+<p>Hoe gezellig hebben wij daar zitten babbelen met de gidsen, hoog en droog boven de stille vallei der Jonte. Hoe onderhoudend
+waren hun verhalen over tochten met den heer Martel, over hun wederwaardigheden en doorleefde angstige oogenblikken. Ernstig
+peinzend dwaalden dan hun blikken over de Causse M&eacute;jean, als wilden zij door de steenen heen zien om de daaronder verborgen
+geheimen te doorvorschen. De heer Martel heeft van deze <span id="d0e437" class="corr" title="Bron: eenvondige">eenvoudige</span> mijnwerkers&#8212;&#8217;s winters werken zij in de kolenmijnen bij Alais en D&eacute;cazeville&#8212;hartstochtelijke natuuronderzoekers gemaakt.
+Zij vermoeden, dat in de grot van Dargilan nog veel meer gangen en zalen te ontdekken zijn, wanneer men op de juiste plaats
+door den wand breekt. Ik merkte op, dat dan het bezoek nog langer zou duren. O, aan den toerist dachten zij niet, de natuuronderzoeker
+en -bewonderaar sprak.
+
+</p>
+<p>Zij wezen ons aan de overzijde der vallei in den wand van de Causse M&eacute;jean de opening van de op wetenschappelijk gebied zoo
+bekende grot Nabrigas. Uit de overblijfselen daar gevonden heeft men kunnen bewijzen, dat de primitieve mensch hier al leefde
+in den tijd van den holenbeer en zich toen reeds bediende van aarden vaatwerken. Die ontdekking heeft indertijd heel wat opschudding
+in de geleerde wereld teweeggebracht.
+
+</p>
+<p>Onze Nederlandsche taal konden de gidsen niet thuisbrengen. Zij vertelden ons er over geredetwist te hebben wat voor landslui
+wij toch wel zouden zijn; de een wilde ons Engelsch hebben, de ander Duitsch, tot zij het er zoo half en half over eens geworden
+waren, dat wij Russen moesten zijn.
+
+</p>
+<p>Hollanders kwamen hier ook nooit. V&oacute;&oacute;r ons had dit jaar slechts &eacute;&eacute;n Hollander de grot bezocht, de eenige, dien zij zich herinneren
+konden. Nu zullen er, zonder dat zij het wisten, wel meer geweest zijn, maar dan toch zeer weinige. Daarom hoop ik, dat dit
+schrijven er toe moge bijdragen, dat zich meer Nederlanders in deze streek zullen wagen; want werkelijk, een bezoek is de
+moeite en de kosten overwaard.
+
+</p>
+<p>Onze landslui zijn toch niet bang voor het Fransch? Of wel? Gaan zij daarom liever steeds naar Duitschland, waar zij zich
+kunnen redden met bijv. &#8220;halten sie mein reissakkie es vast?&#8221; Dat is toch niet zoo. De meeste Nederlanders leeren Fransch
+van af hun 7de of 8ste jaar; de grammatica komt er wel goed in; daaraan ligt het dus niet; alleen de praktijk ontbreekt. Welnu,
+waarom dan niet eens ter afwisseling hierheen getrokken? Men leert andere zeden en gewoonten kennen in een mooi land, want
+Frankrijk is mooi, en men oefent zich tevens in het spreken der taal.
+
+</p>
+<p>Na nogmaals in Meyrueis overnacht te hebben, vertrokken wij den volgenden dag zeer vroeg in den morgen per wagen, om over
+den Mont Aigoual Le Vigan te bereiken, een plaatsje, dat aan het spoor ligt. Onderweg wilden wij een blik werpen op het onderaardsche
+riviertje Bonheur.
+
+</p>
+<p>De weg slingert zich omhoog door een dichtbegroeide vallei, waar de dauwdroppels op takken en bladeren in de schuin door het
+groen brekende zonnestralen schitterden als diamanten. De zon verjoeg den nevel uit het dal der Buh&eacute;zon, een stroompje, dat
+zich bij Meyrueis met de Jonte vereenigt. Het po&euml;tisch gelegen kasteel Roquedol werd een oogenblik zichtbaar in zijn donkergroene
+omlijsting.
+
+</p>
+<p>Welk een verschil met de ca&ntilde;ons van den Tarn en der Jonte! Hier is alles groen. Ook is het landschap levendiger. Wij ontmoetten
+weder stevige <a id="d0e454"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e454">183</a>]</span>koeien, die zich op haar gemak te goed deden aan malsch gras. In de streek, waar wij doorgetrokken waren, hadden wij alleen
+schapen gezien, zoekende naar tusschen de rotsen opschietende magere sprietjes.
+
+</p>
+<p>Nu schenen ons de Cevennen zoo verlaten en zoo onherbergzaam toe, dat wij bijna een onbillijk oordeel velden, vergetend voor
+een oogwenk, hoeveel natuurschoon wij genoten hadden.
+
+</p>
+<p>De koetsier hield even stil om ons de gelegenheid te schenken een grootsch panorama te aanschouwen, &#8217;t Was of alles nog eens
+aan ons voorbijtrok: St. Enimie in de diepte, onze bootvaart op den Tarn, het Ch&acirc;teau de la Caze, het D&eacute;troit, het Cirque
+des Baumes, de Pas de Soucy, de ca&ntilde;on der Jonte, de geheimzinnige avens en het heerlijke tooverpaleis van Dargilan. Toen viel
+de vergelijking gunstiger voor de Cevennen uit, want van dit alles spraken de naakte causses, die wij gingen verlaten. Zullen
+wij ze ooit terug zien?
+
+</p>
+<p>Maar we moesten verder. Korten tijd later kwamen we aan Bout de Cote, waar een wegwijzer ons aanwees, waar wij ons bevonden,
+en ook ons tot spoed aanmaande. We waren op 1100 M. hoogte, 13 K. M. nog van Camprieu, 20 K. M. van den Aigoual en 51 K. M.
+van Le Vigan, het eindpunt van den rit, verwijderd.
+
+</p>
+<p>Langzaam stijgt de weg langs de flanken van den berg Parc aux Loups, die de geheele streek als overheerscht. Hier heeft de
+staat grooter voldoening van haar aanplantingen; de rotsen zijn weer bedekt met bosschen, waar vroeger kale ravijnen waren;
+volgens het zeggen van onzen koetsier zijn aldus 500 H. A. rots in boschgrond herschapen.
+
+</p>
+<p>In Camprieu gekomen, gingen wij te voet het riviertje Bonheur, dat van den Mont Aigoual komt, in zijn merkwaardigen loop volgen.
+
+</p>
+<p>Ik sprak er boven reeds van, hoe het water op de causses geweldige putten, de avens, heeft te voorschijn geroepen, en hoe
+de heer Martel pogingen in het werk gesteld heeft, aan te toonen, dat deze avens ondergrondsch in verbinding staan met de
+in de dalen uitloopende bronnen. Slechts in &eacute;&eacute;n geval heeft hem dit mogen gelukken en wel bij de Bonheur.
+
+</p>
+<p>Vroeger stortte dit bergstroompje zich over den rand van het plateau in een ravijn, d&aacute;&aacute;r door zijn onstuimig water uitgeknaagd;
+in den loop der eeuwen boorde het zich een weg door het gesteente en verdween onder den grond om 700 M. verder, doch 90 M.
+lager, in het ravijn te voorschijn te komen en tusschen diens nauwe rotswanden in wilde vaart zijn weg te vervolgen naar het
+dal, onderweg talrijke watervallen vormend, die met zulk een oorverdoovend geloei neerstorten, dat men hier den stroom Bramabiau,
+d.w.z. loeiende stier, genoemd heeft.
+
+</p>
+<p>Tusschen de plaats, waar de Bonheur in den grond verdwijnt, en die, waar de Bramabiau er uit te voorschijn komt, vormt de
+stroom in de onderaardsche gewelven zeven watervallen, waardoor het groote niveauverschil van 90 M. op den geringen afstand
+van 700 M. verklaard wordt.
+
+</p>
+<p>De gids leidde ons eerst door een horizontalen tunnel, die bij den ingang begint, een tunnel, zoo regelmatig als ware hij
+door menschenhanden gemaakt; die heeft echter zijn ontstaan aan het water te danken, dat vroeger hier door moet hebben gestroomd.
+Na ongeveer 100 M. afgelegd te hebben, zagen wij de Bonheur onder onze voeten verdwijnen in gaten en spleten, waarin geen
+mensch haar kan volgen. Na een omweg gemaakt te hebben door eenige parallel met het stroompje loopende gangen, die het water
+in vroeger tijden hier uitgehold heeft, vonden wij haar terug; wij bevonden ons toen boven den eersten (van den ingang af
+te tellen) waterval, welke 4 &agrave; 5 M. hoog is.
+
+</p>
+<p>Verder doordringen schijnt onmogelijk; het water vervolgt zijn weg door een 1 &agrave; 3 M. breede bedding met glad gepolijste wanden.
+Volgens den gids is de nauwe spleet 50 M. hoog. En daar zijn menschen doorgetrokken! Maar hoe? De eersten waren&#8212;dient het
+nog vermeld?&#8212;de heer Martel met drie zijner makkers. Hoe zij daar zonder eenig hulpmiddel doorheen gekomen zijn, is ons een
+raadsel. De gids verhaalde, dat zij alle werktuigen, zooals ladders, opvouwbare boot, telefoon, enz. moesten achterlaten,
+en dat zij, zich met de nagels aan den rechten gladden rotswand vastklemmend, het lichaam tegen den anderen muur gedrukt,
+zijdelings vooruitschoven, gebruik makend van elke oneffenheid, hoe gering ook, der wanden; of wel schrijlings met tegen iederen
+wand een voet. Dan weer werkten zij zich zwemmend voorwaarts. Dat alles gebeurde in de diepste duisternis, druipnat, met een
+kaars, die natuurlijk ieder oogenblik uitdoofde, tusschen de tanden, terwijl zij elkander slechts met moeite konden verstaan
+door het onafgebroken geraas dat de watervallen tusschen deze overwelfde muren veroorzaken.
+
+</p>
+<p>Na dit groepje stoutmoedige mannen hebben nog eenige anderen, onder welke ook onze gids, hetzelfde waagstuk volbracht. Wij
+echter moesten rechtsomkeert maken en stonden spoedig weer in den helderen, warmen zonneschijn. Dat deed ons goed. Maar wij
+hadden slechts het begin van de onderaardsche rivier gezien; dus nu naar het eind en de zon weer voor een poosje vaarwel gezegd.
+Een kortstondige wandeling bracht ons aan de Bramabiau, waarvan nu behoorlijk is vastgesteld, dat zij eigenlijk Bonheur moest
+heeten, al werd het reeds lang vermoed, doch die haar eigenaardigen naam behouden heeft.
+
+</p>
+<p>Van dezen kant konden wij stroomopwaarts komen tot den 5en waterval, van waar wij bij den schijn van het magnesiumlicht in
+de verte den 4en konden zien. Van de zeven die er zijn, kan de toerist er dus vijf bewonderen; de twee overige blijven verborgen
+in de duisternis der diepe nauwe spleet.
+
+</p>
+<p>Men is bezig kapitaal bijeen te brengen om de geheele onderaardsche rivier voor toeristen toegankelijk te maken; dit schijnt
+echter niet heel vlot te gaan, wat jammer genoeg is.
+
+</p>
+<p>Ofschoon het frissche neervallende water tot langer oponthoud noodde, konden wij niet te lang aan de Bramabiau vertoeven,
+daar wij moesten trachten tegen den middag op den Aigoual te zijn. Dus maar weer op weg!
+
+</p>
+<p>Een uur later hield onze wagen stil voor de houtvesterswoning op den top van de S&eacute;rreyr&egrave;de (1290 M.), gelegen juist op de
+waterscheiding tusschen de stroomgebieden van den Atlantischen Oceaan en van <a id="d0e486"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e486">184</a>]</span>de Middellandsche Zee. De regendruppels, die broederlijk te zamen op het dak van deze woning neervallen, worden hier onherroepelijk
+van elkaar gescheiden; door de linkerdakgoot vervolgen zij hun weg naar de Middellandsche Zee, door de rechter naar den Oceaan.
+
+</p>
+<p>Het uitzicht was hier niet volkomen; alleen naar het Oosten hadden wij een prachtig vergezicht over de diepe vallei van Vallerangue
+met de daarin stroomende H&eacute;rault, welke op den Aigoual ontspringt; naar het Westen over de geheele Causse Noire.
+
+</p>
+<p>Te voet beklommen wij een tamelijk steil voetpad, dat naar den top van den Aigoual leidt, waar wij hijgend en bezweet in de
+nabijheid van het observatorium aankwamen. Gelukkig blies boven een frissche wind; anders zou het zuidelijke zonnetje ons
+zeker te machtig geworden zijn. We bevonden ons nu op een der hoogste toppen der Cevennen, 1567 M. boven de zee en genoten
+er een verrukkelijk vergezicht. Het eerste wat den blik trok was heel in de verte de Middellandsche Zee. Het azuren hemelgewelf
+smolt er samen met het donkerblauwe water, waarin de kust van Languedoc afhangt als franje van Kaap d&#8217;Agde tot de binnenzee&euml;n
+van la Camargue. Het geheele landschap Languedoc breidde zich voor ons uit met zijn steden en dorpjes, zijn rivieren, beken
+en plassen. Een weinig naar het Oosten rijst de alleenstaande berg Saint Loup als een reusachtige mijlpaal op uit de vlakte.
+Meer naar het Westen, doch ook aan den Zuidkant, zagen wij de zeven toppen van den Camigou en de keten der Pyrenee&euml;n. Naar
+het Noorden en Westen rijen zich de causses als groote steenen tafels aan elkander; in het Oosten verheft zich na de sombere
+Cevennenketen het vulkanische berglandschap, waar de Ard&egrave;che met haar talrijke zijstroompjes zich door het bazalt wringt en
+waarachter aan de overzijde van het Rh&ocirc;nedal het kale massief van den Mont Ventoux (waaiberg) zich vertoont. Aan den horizon
+glooien zacht de Zee-Alpen weg in zee.
+
+</p>
+<p>Na vijf dagen schier rusteloos rondtrekken van het eene natuurwonder naar het andere, kregen wij van den Aigoual uit als een
+indrukwekkende slotapotheose het geheel te overzien, als moest ons daar een laatste overweldigende indruk medegegeven worden
+op onzen verderen weg.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-184.jpg" alt="Gezicht van af den Mont Aigoual." width="574" height="416"><p class="figureHead">Gezicht van af den Mont Aigoual.</p>
+<p>Naar een photografie <span id="d0e500" class="corr" title="Bron: ontleen">ontleend</span> aan <span lang="fr">&#8220;Sites <span id="d0e505" class="corr" title="Bron: e">et</span> Monuments&#8221; du Touring Club de France</span><span id="d0e508" class="corr" title="Niet in bron">.</span></p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij verfrischten ons in het paviljoen, dat de Alpenclub hier opgericht heeft, en bezichtigden vluchtig het Observatorium,
+dat hier sedert een tiental jaren storm en regen, sneeuw en zuiderzon trotseert. Dit groote steenen gebouw, 30 M. lang en
+15 M. breed, met een toren van 17 M. hoogte, die in een platform eindigt, staat in directe telegraphische verbinding met het
+plaatsje Vallerangue en in telephonische met het houtvestershuis op den S&eacute;rreyr&egrave;de. Gelijkvloers bevindt zich een groote,
+zindelijke slaapzaal, waar toeristen &agrave; 3 francs de persoon kunnen overnachten om den zonsopgang te bewonderen. Ook in het
+refuge van de Alpenclub, een heel eenvoudig houten paviljoentje, dat met zes stevige kettingen aan de rots geankerd is, bestaat
+gelegenheid om te overnachten, doch het Observatorium is beter ingericht.
+
+</p>
+<p>Na een zeer mooien, doch langen rit bereikten wij Le Vigan, waar de trein ons opnam om ons naar het door zijn oude Romeinsche
+bouwwerken zoo bekende N&icirc;mes te brengen. In den trein rekenden wij uit, dat het pas acht dagen geleden was, dat wij Parijs
+verlieten; &#8217;t scheen ons haast ongelooflijk toe. Achteraf leken ze even zooveel weken.
+
+</p>
+<p>Het deel der Cevennen, dat wij bezochten en dat ik hier trachtte te beschrijven,is niet het eenige gedeelte van de streek,
+dat een bezoek waardig is. Integendeel; er zijn vele zulke mooie tochten te maken. Deze bergen bezitten niet de grandiooze
+schoonheid der Alpen met hun eeuwige sneeuw en ijs; zij bereiken niet de majestueuse hoogte der Pyrenee&euml;n, welker toppen fier
+oprijzen in het heldere licht van den Spaanschen hemel. Zij zijn van een geheel ander genre; zij hebben andere indrukwekkende
+schoonheden, die noch de Alpen, noch de Pyrenee&euml;n u aanbieden.
+
+</p>
+<p>Zijt gij na een bezoek aan de Cevennen niet voldaan, welnu, weinige uren sporens naar het Zuiden brengen u naar de Pyrenee&euml;n,
+waar het grootsche circusdal van Gavarnie, evenals de ca&ntilde;on van den Tarn een van Frankrijks zeven groote natuur wonderen,
+u dagen, zelfs weken lang zal kunnen boeien. Welke de andere vijf zijn, hoor ik u vragen. Het zijn: de Falaises aan de kust
+van Normandi&euml; bij Etretat; het amphitheater van la B&eacute;rarde-en-Oisans in de Alpen van Dauphin&eacute;; het massief van den Mont-Blanc;
+de omstreken van Cannes en het Estefelgebergte met hun zee- en Alpenpanorama&#8217;s; en ten slotte de reede van Toulon.
+
+</p>
+<p>Doch daarover misschien een volgende keer!
+
+</p>
+<p class="alignright">Parijs, September 1906.
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e109" href="#d0e109src" class="noteref">1</a></span> Kerktoren in Amsterdam; 85 M. hoog.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give
+it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<h3>Codering</h3>
+<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde
+van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn
+gemarkeerd met het corr-element.
+
+</p>
+<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met &#8220;. Geneste
+dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens.
+
+</p>
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+<ol class="lsoff">
+<li>30-APR-2008 begonnen.
+
+</li>
+</ol>
+<h3>Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%">
+<tr>
+<th>Plaats</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e437">Bladzijde 182</a></td>
+<td width="40%">eenvondige</td>
+<td width="40%">eenvoudige</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e500">Bladzijde 184</a></td>
+<td width="40%">ontleen</td>
+<td width="40%">ontleend</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e505">Bladzijde 184</a></td>
+<td width="40%">e</td>
+<td width="40%">et</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e508">Bladzijde 184</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Op den Tarn, by M. Mendell
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP DEN TARN ***
+
+***** This file should be named 25257-h.htm or 25257-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/5/2/5/25257/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/25257-h/images/id1909-169.gif b/25257-h/images/id1909-169.gif
new file mode 100644
index 0000000..c7b7181
--- /dev/null
+++ b/25257-h/images/id1909-169.gif
Binary files differ
diff --git a/25257-h/images/p1909-169.jpg b/25257-h/images/p1909-169.jpg
new file mode 100644
index 0000000..660045e
--- /dev/null
+++ b/25257-h/images/p1909-169.jpg
Binary files differ
diff --git a/25257-h/images/p1909-172.jpg b/25257-h/images/p1909-172.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1f5e4b4
--- /dev/null
+++ b/25257-h/images/p1909-172.jpg
Binary files differ
diff --git a/25257-h/images/p1909-173-1.jpg b/25257-h/images/p1909-173-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..54f2e16
--- /dev/null
+++ b/25257-h/images/p1909-173-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/25257-h/images/p1909-173-2.jpg b/25257-h/images/p1909-173-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e0ec3ad
--- /dev/null
+++ b/25257-h/images/p1909-173-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/25257-h/images/p1909-176.jpg b/25257-h/images/p1909-176.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9268ca9
--- /dev/null
+++ b/25257-h/images/p1909-176.jpg
Binary files differ
diff --git a/25257-h/images/p1909-177.jpg b/25257-h/images/p1909-177.jpg
new file mode 100644
index 0000000..80af3f4
--- /dev/null
+++ b/25257-h/images/p1909-177.jpg
Binary files differ
diff --git a/25257-h/images/p1909-180.jpg b/25257-h/images/p1909-180.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8fbf2fe
--- /dev/null
+++ b/25257-h/images/p1909-180.jpg
Binary files differ
diff --git a/25257-h/images/p1909-181.jpg b/25257-h/images/p1909-181.jpg
new file mode 100644
index 0000000..22fbb6c
--- /dev/null
+++ b/25257-h/images/p1909-181.jpg
Binary files differ
diff --git a/25257-h/images/p1909-184.jpg b/25257-h/images/p1909-184.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4d34744
--- /dev/null
+++ b/25257-h/images/p1909-184.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..1b92d69
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #25257 (https://www.gutenberg.org/ebooks/25257)