summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/25138-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '25138-8.txt')
-rw-r--r--25138-8.txt25408
1 files changed, 25408 insertions, 0 deletions
diff --git a/25138-8.txt b/25138-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..e606148
--- /dev/null
+++ b/25138-8.txt
@@ -0,0 +1,25408 @@
+The Project Gutenberg EBook of Dokter Helmond en zijn vrouw, by J. J. Cremer
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Dokter Helmond en zijn vrouw
+
+Author: J. J. Cremer
+
+Commentator: Jan ten Brink
+
+Release Date: April 22, 2008 [EBook #25138]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DOKTER HELMOND EN ZIJN VROUW ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Dokter Helmond en zijn vrouw
+
+ Door
+
+ J. J. Cremer
+
+ Achtste Druk
+
+ A. W. Sijthoff's Uitgeversmij--Leiden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+JACOB JAN CREMER.
+
+1 September 1827-5 Juni 1880.
+
+
+Toen _Cremer_ nog leefde, was er soms in de gehoorzalen van onze
+groote en kleine steden een treffend tooneel te bespieden.
+
+Dames en heeren uit de voornamere kringen, anders zeldzaam bij
+_Nederlandsche_ voordrachten, thans te laat gekomen, daar al de
+plaatsen reeds een uur te voren bezet waren, stonden zeer verlegen,
+maar volkomen waardig, uit te zien naar de eene of andere open
+plek. Een stoel op de verhevenheid naast den spreker, was alles wat
+overbleef. Eenvoudig, maar toch bewust van zijne kracht, trad _Cremer_
+voorzichtig door de dichte rijen zijner hoorders. Zoodra hij begon,
+ving zijne overwinning aan. Hij greep onmiddellijk in de gemoederen,
+sloeg terstond den juisten toon aan. Zijne klankvolle, met meesterlijke
+berekening ingehouden stem drong overal door. Zijn geheel eenig talent
+van nabootsen sleepte zelfs den stugsten hoorder mee.
+
+Welk een gloed in de voordracht, als hij den opgeblazen domtrotschen
+boer uit het "_Pauweveerke_" in zijn sjees doet voorthollen over den
+weg; hoe zacht en teeder klinkt de stem van _Kruuzemuntje_, als zij
+grootmoeder voorleest uit het sprookjesboek; welk eene schalkheid,
+als hij eene Overbetuwsche _Romeo_ en _Julia_ doet vrijen in den
+kersenboomgaard; welk eene kracht als hij den veerman _Dorus Giesels_
+met zijne boot over de rivier laat roeien bij opkomenden storm--dit
+alles maakte _Cremer_ tot den grootsten dramatischen kunstenaar van
+ons vaderland in den verhevensten zin van het woord.
+
+
+
+
+I.
+
+
+_Cremer_, in de schoone Geldersche dreven geboren (te Arnhem
+den 1sten September 1827), meestal vertoevende op den Oldenhoff,
+het buitengoed zijns vaders, bij Driel, kwam van zijn jeugd af in
+aanraking met de Geldersche boerenwereld, die hij weldra--hij schreef
+zijne eerste dorpsvertelling op den Oldenhoff in 1850--met zooveel
+meesterschap zou voorstellen. Het is algemeen bekend, dat hij begon
+met het schilderen van Geldersche bosschen, maar spoedig boeide hem
+de Betuwsche menschenwereld oneindig meer dan de frissche Geldersche
+natuur. De rijkdom zijner waarnemingen deed zich beter, deed zich
+krachtiger gelden op het papier dan op het doek, en zoo is _Cremer_
+de algemeen beminde novellist en romanschrijver geworden, die aan het
+bloeiend tijdperk onzer Romantiek zooveel luister wist bij te zetten.
+
+Ik zal het genot door de lezing of door zijne voordracht der
+"_Betuwsche Novellen_" mij herhaaldelijk geschonken, niet licht
+vergeten. Hoe dikwijls vergezelde ik hem, als hij zijne beide rijke
+Betuwsche boeren, _Meeuwsen_ en diens zoon _Gijs_, van hun dorp
+naar Amsterdam doet reizen om de Kermis te zien. Aardig vooral
+is de schildering der rampen van de twee gegoede dorpers, die met
+allerlei slag van beleefde afzetters in aanraking komen. Het klagen
+van _Meeuwsen_, wanneer hij met eene plaatskaart der eerste klasse
+in den tochtigen derde-klasse-waggon zijne verzuchtingen begint met:
+"Slechte woar veur 't geld!"--de openhartigheid van Gijs, als hij in
+den omnibus op de vraag van den conducteur: "Waarheen?"--grinnekend
+antwoordt:--"Ik? Noar de Karmis, is 't niet, voader?"--zijne
+kinderlijke dankbaarheid, als een knecht uit den Doelen hem zijn
+reiszak afneemt en hij beweert, dat het "veul te vrindelijk" is--de
+kluchtige naïeveteit van beiden, vader en zoon--als ze, in twee
+verschillende vertrekken opgesloten, elkander toeroepen door het
+houten beschot: "Jong! woar zit ie? Wat zuwwe nou doen? Kom toch is
+hier?" en _Gijs_ antwoordt: "Mag dat voader?"--de verlegenheid van
+denzelfden _Gijs_, die, als hij eten bestellen moet, een reiziger
+aanspreekt, welke hem het zelfstandignaamwoord "Ezel!" toesnauwt--al
+deze en honderd andere kleine trekken zijn van eene verrassende
+comische kracht en getuigen tevens van zooveel fijne studie en
+trouwe schildering der werkelijkheid, dat ze aan _Cremers_ arbeid
+eene schitterende toekomst waarborgen.
+
+De "_Betuwsche novellen_" leggen nog altijd het zwaarst gewicht
+in de weegschaal van des schrijvers roem. "_Deine Meu_" "_Oan 't
+kleine revierke_", "_'t Pauweveerke_", "_'t Kriekende Kriekske_",
+"_Kruuzemuntje_"--vooral dit laatste verhaal, zoo voortreffelijk
+gespeeld bij de voordracht--blijven de immer groenende twijgen aan
+_Cremers_ lauwerkrans. Er was eenmaal gedurende eene vergadering
+der redactie van "_de(n) Nederlandsche(n) Spectator_" een geleerde
+strijd over het nut en de wenschelijkheid van dialecten in novelle en
+roman. _Bakhuizen van den Brink_, die in _Cremers_ "_Oan 't kleine
+revierke_" bladerde en las, legde het boekske weg met de ernstige
+verklaring, dat hij er een paar dagen uit zijn leven voor geven wilde,
+mocht hij auteur worden van bladzijden als deze [1].
+
+Allerliefst is de vertelling van "_Kruuzemuntje_." Dit aardig
+boerenkind wordt door _Bol_, den veldwachter--den slimmerik,
+die een beetje te veel "klaart en rooje-jenevert" zegt de
+Burgemeester--beschuldigd, van appels te hebben gestolen. Zeldzaam
+is een eenvoudig gegeven zoo geestig uitgewerkt. De aartsdomme
+Burgemeester, de handige Secretaris, de plompe veldwachter, het
+onschuldige kind, vormen een aantrekkelijk tafereel, waarvan de indruk
+nog verhoogd wordt, als men Grootmoeder en _Arie_, _Kruuzemuntjes_
+vader, heeft leeren kennen.
+
+Naast _Cremers_ dorpsvertellingen staan zijne novellen en romans uit
+het Nederlandsche stadsleven met eene eigenaardige strekking. _Cremer_
+heeft evenals _Charles Dickens_ door zijne pen maatschappelijke
+hervormingen willen invoeren. _Dickens_ tuchtigde in "_Nickleby_" den
+ellendigen staat der kostscholen in Yorkshire, in "_Nelly_" ("_Old
+Curiosity Shop_") en "_Hard Times_" het verschrikkelijke lot van
+fabrieksvrouwen en fabriekskinderen; in "_Chuzzlewit_" de slavernij
+en de kwade praktijken der Yankees; in "_Dombey_" den geldtrots; in
+"_Copperfield_" de juridische knoeierijen van _Doctors Commons_; in
+"_Bleak House_" de nog grooter misbruiken van het kanselarijhof en de
+evangelisatie-dolheid van sommige domme Engelsche vrouwen; eindelijk in
+"_Little Dorrit_" den tragen gang van het Engelsch staatsbestuur.
+
+Zoo strafte _Cremer_ in zijne "_Betuwsche novellen_" de zeven
+hoofdzonden telkens in het type van den eenen of anderen boer; zoo
+schrijft hij een pleidooi voor Frederiksoord en de Maatschappij van
+Weldadigheid in zijn "_Wouter Linge_". _Cremer_ heeft Frederiksoord
+bezocht, hij heeft gezien hoe dringend daar behoefte is aan stoffelijke
+ondersteuning. De teekening der geduldige liefde van _Anna Linge_ en
+_Willem_ is eene idylle met de strekking, om de aandacht te vestigen
+op eene instelling, wier voortreffelijkheid door onze landgenooten niet
+altijd op den juisten prijs wordt geschat. Een vermogend en edelmoedig
+Nederlander te Batavia, las _Cremers_ "_Wouter Linge_" en zond, onder
+omslag, een paar flinke bankpapiertjes naar Frederiksoord. Het feit
+is welsprekend en behoeft geene toelichting.
+
+In "_Fabriekskinderen_" onderneemt hij een veldtocht tegen een
+groot onrecht in Nederland--de exploitatie van het kind door
+de ouders in de fabrieksteden; "van ouwers"--als Juffrouw _Baks_
+zegt--"die zuipen en luieren en d'r eigen onmondig vleesch voor den
+kost laten zorgen." Met dit voortreffelijk kunstwerk had _Cremer_
+veel geluk. De wet _Van Houten_ zal ter zijner eer blijven getuigen,
+hoe een dichter, ondanks duizenden ongunstige omstandigheden van
+eigenaardig Nederlandsche kleur, invloed oefende ten goede op de
+achtbare Nederlandsche wetgevende Macht.
+
+In de grootere romans, die hij sedert 1867 begon te schrijven,
+streeft hij naar een dergelijk doel. "_Anna Rooze_" is een warm
+pleidooi tegen praeventieve inhechtenisneming, "_Hanna de Freule_"
+behandelt werkstakingen en de sociale quaestie, "_Tooneelspelers_"
+hekelen de vooroordeelen, in Nederland zeer ten onrechte tegen den
+stand en de personen van tooneelkunstenaars gekoesterd.
+
+
+
+
+II.
+
+
+Het verdienstelijke, het ongemeene in _Cremer_ is, dat hij de goedheid
+van zijn hart op treffende wijze in zijn kunstwerk openbaart. _Cremer_
+heeft zijne natuurgenooten lief en gevoelt een diep medelijden voor
+ieder verdrukt, of onrechtvaardig ter zijde gesteld schepsel. Zijn
+warm hart voor al wat edel is en rechtvaardig, doet hem ijveren tegen
+elk onrecht, dat hij meent te ontdekken. In de teekening van booze
+naturen is hij niet zoo gelukkig, als in de schildering van edele
+menschen; hij verstaat de kunst om nobele karakters voor den schijn
+van eentonigheid te bewaren.
+
+Het best zal men hem waardeeren, wanneer men een paar uitgelezen
+plaatsen uit zijne werken bijeenbrengt.
+
+Onder de beste reken ik het volgende.
+
+In de eerste plaats geef ik den aanhef van "_Wiege-Mie_", een der
+oudste en aantrekkelijkste der Overbetuwsche novellen:
+
+"Hei je 't neis uut 't darp al geheurd?" vroeg de daglooner Peter
+Janssen aan zijne vrouw, die bezig was om voor haar vermoeiden
+echtgenoot de avondpap op te zetten. "Hei je 't al geheurd, Net,
+hoe miseroabel gauw de weduwvrouw van Cloas Hermsen hoar man is
+noagestapt?"
+
+"Wàt zei je!" riep de huismoeder verbaasd, terwijl ze den aarden
+schotel met pap op tafel zette. "Is manke Heintje dood? Wel jong,
+jong, die twee hebben mekoar dan niet lang allinnig geloaten. Cloas
+is van de leinte gesturven en Heintje,--da's nou krek zes moanden
+loater! Jong, jong, 't is veur Wiege-Mie 'en heel ding, woar mot ze
+noa toe? ze het niks, geen spier; neejen en breien kan ze, moar da's
+alles, en ik geleuf niet, dat ze 't nog al te best duut.--Nou, stil,
+bloagen!" vervolgde vrouw Janssen, hare vier spruiten toesprekende,
+die hunkerend de roggemeelpap zagen dampen; "Moeder kan niet alles
+tegeliek! Hè'k nou ooit van m'n lêven! ze zal zoo um de vieftig
+zin gewêst en Wiege-Mie was met Sint-Jan achttien joaren in 't
+darp. Loawwe erst bidden, Peter, de kienders drammen en sjenken,
+da'k m'n iegen woorden niet heuren kan!"
+
+Janssen nam het pijpje uit den mond, drukte de pet voor de oogen en
+vrouw Janssen gaf haar oudsten telg een duw, met een dreigenden wenk,
+om de oogen dicht te doen.
+
+Men bad.--Peter bad ernstig met een dankbaar hart. Willem, zijn
+buurman, had zulk heerlijk avondeten niet voor zijne vrouw en
+kinderen. Zijn gebed was reeds geëindigd, maar, toen hij over den
+rand van zijne pet de wangen van zijne goede vrouw en de kinderen
+beschouwde, toen deed hij de oogen weer dicht en zei nog eens:
+"Ik dank u, goede en groote God, amen!"
+
+Behaagt hier de eenvoud in de kleine landelijke woning, scherper wordt
+de toon van den dichter, als hij in "_Fabriekskinderen_" den rijken,
+edelmoedigen student tegenover het tienjarig straatjongetje zet,
+in den winternacht slapende op eene stoep gevonden. De student redde
+het kind van doodvriezen, nam het in zijne armen naar zijne kamer en
+legde het in zijn ledikant. Met de uiterste oplettendheid waakte de
+student voor zijn pleegzoon. Hij liet hem uitslapen, trok hem eene
+oude overjas aan en sloeg de mouwen tot vrijmaking van de handjes,
+halverwege om. Daarna zet hij hem op de sofa van zijne studeerkamer
+en overlaadt hij hem met krentenbroodjes en waterchocolade. De arme
+duivel van een fabrieksjongen zet groote oogen op:
+
+--"Ben jij 'en prins?" klinkt het zachtkens van _Sanders_ lippen, en
+het jongske, wiens vrees na het kostelijk onthaal voor een groot deel
+was geweken, werpt een schuwen blik op zijn gastheer, doch slaat de
+oogen ook aanstonds weer neer.--"Ik? wel nee!" lacht _Willem_, uit zijn
+gemijmer ontwakende, "maar, als ik het was, zou je dan wel altijd bij
+zoo'n prins willen blijven?"--"Jawel" zegt _Sander_.--"Waarom?"--"Om
+ditte!"--zegt de jongen en likt nog langs den rand van den grooten
+chocoladekop. "Hadtje dit nooit geproefd?"--Het ventje grinnikt,
+alsof hij wil zeggen: "Dat kun je begrijpen."--"'k Dacht eerst, dat
+het mosterd was," zegt hij iets later.--"Mosterd?"--"Ja, die haalt
+moeder in een potje, en 's middags, als we van 't febriek kommen, dan
+krijgen we aardappels met zoo'n beetje mosterd in 't water."--"Niets
+anders?"--"Ja, soms wel een scheutje azijn. Vader en moeder eten spek,
+maar da's gallig voor de kinders, zeit moeder."--"Beesten!" roept
+_Willem_.--Neen, _Sander_, schrik maar zoo niet, dat geldt niet u of
+een van uws gelijken; hoor maar, hij vraagt u weer vriendelijk:--"En
+hoe heet je vader?"--"Dat weet ik niet," is het antwoord.--"Maar,
+jij, hoe heet jij?"--"_Sander Zwarte_."--"En wat doet je vader?"--"Hè,
+hè," grinnikt de jongen: "moeder zeit zuipen."--"Maar wat is hij dan
+van zijn ambacht?"--"Ambacht?" grinnikt het kind.... daar had hij
+nooit van gehoord.--"Waar verdient hij zijn centen mee?"--"Dat doen
+wellui."--"En hoe oud benje al, ventje; benje al zeven?"--"Ikke,"
+zegt het jongske, "ikke ben tien."
+
+In de geheele letterkundige werkzaamheid van _Cremer_ is geen knapper,
+geen meesterlijker bladzijde te vinden, misschien wel naïever,
+teederder, roerender.
+
+Zoo bijvoorbeeld, in "_Anna Rooze_", als hij de geschiedenis der
+Veluwsche boerendeerne, _Hanneke Schoffels_, verhaalt. _Hanneke_
+wordt onschuldig van kindermoord beticht. De schijn is tegen
+haar. Evenwel is zij zich van een anderen misstap bewust, zoodat ze,
+na een slapeloozen nacht, in den vroegen winter-uchtend voor haar
+stoel neerknielt en bidt:
+
+"O Lieve Heere Jezus! wa'k oe verzuuken mag, loat 't niet uutkommen,
+nee! Voader zal mi'en vluuken en Joost.... O, God! ik zal wel
+tweemoalen Zundags noar de kerke goan; en van 't loon uutlegge veur
+den arme, vier duite wêks, of ook wel 'n stuuver. O Lieve Heere Jezus,
+ik was een kiende en...."
+
+En ze was verleid door een Veluwschen schelm.
+
+Zij wordt weggejaagd uit de pastorie, waar zij dient. Zij vlucht
+luid schreiend "noar moeders huus toe." Daar valt een aandoenlijk
+tafereel voor. De vader vreest het ergste, en stuift op. De moeder
+denkt alleen als een moeder kan denken. Zij verloochent de innige
+liefde voor haar kind niet.
+
+Hanneke staat te klappertanden en vader ziet haar aan en herhaalt met
+krachtige stem zijne vraag: wat er dan was, dat haar op dat late uur
+van 't domineeshuis naar moeder joeg.--"Zie je dan niet Berend"--zegt
+de moeder--"dat ze hoast niet sprêken kan, zoo kolde ze is--kom hier
+Hanneke; hier op de vuurploate. 'k Zeg, loat ze erst bekommen, eer
+ze proaten zal. God, kiend! oe hande zin as' steen.... Hier, goat er
+zitten; hier op mien stoel."--Berend stelt zich in den weg. Hevig:
+"Ik vroag wàt, wàt, wàt er is?"--"Man, wês toch wiezer, altied den
+driftkop! Oe kiend is dood van de kolde, da's nommer een...."
+
+Kan het moederhart treffelijker getuigen, dan met dit eenvoudige
+woord:--"_Oe kiend is dood van de kolde, da's nommer een._"--Het is
+mogelijk, dat elders de zielkundige studie van meer ontwikkelde,
+en rijker aangelegde karakters een hooger kunsteffect zal kunnen
+bereiken, maar mij boeit deze eenvoudige teekening, mij sleept dit
+kleine drama in eene Veluwsche boerenwoning mee; ik ben er den edelen
+dichter dankbaar voor, en hoop, dat zulke bladzijden den letterkundigen
+naam van _Cremer_ in de toekomst zullen handhaven.
+
+Dus voortgaande zou men eene vrij uitvoerige bloemlezing uit
+_Cremers_ novellen en romans kunnen verzamelen. De lezer zijner thans
+opnieuw uitgegeven werken zal deze poging gemakkelijk zelf kunnen
+voortzetten. Ik wijs nog op enkele voortreffelijke bladzijden in "_Anna
+Rooze_"--de heldin met haar vader, den zeeofficier, bij het graf der
+jong overleden moeder; de beschrijving van den storm, die uit het
+Overmaassche zich verheft en Rotterdam teistert--alles voortreffelijk
+werk, evenals de teekening van de fabriek in "_Hanna de freule_",
+als _Hein Pronk_, de stoker, nieuwe kolen in den vuurgloed werpt en
+het dreunend gerucht der werktuigen elk ander geluid onhoorbaar maakt.
+
+
+
+
+III.
+
+
+Stelt men de vraag, waardoor de arbeid van _Cremer_ zich onderscheidt,
+wat zijn naam zal doen leven voor het nageslacht, dan behoort
+men te wijzen op zijne onmiskenbare verdienste als Nederlandsche
+_dorpsnovellist_.
+
+_Cremer_ was niet de eerste, die de hand legde op de in onze eeuw
+zoo hartelijk geliefde stof--de dorpsvertelling. In 1844 had onze
+_Van Koetsveld_ met zijne "_Schetsen uit de Pastory te Mastland_"
+het eerst de aandacht voor het Zuid-Hollandsche dorpsleven
+gewonnen. En zelfs _Van Koetsveld_ was niet de allereerste, zijn
+boek verscheen eenige jaren na de "_Camera Obscura_", waarin reeds
+"_'s Winters buiten_", "_Gerrit Witse_" met het dorp Van _Claartje
+Donze_, en de "_Nederlandsche Karakterschetsen_" met "_Teun,
+de(n) jager_" voorkomen. En reeds vroeger, 1821 en 1822, las men
+in de "_Vaderlandsche Letteroefeningen_": "_Leven en wandelingen
+van Meester Maarten Vroeg_", in 1826 te Haarlem in twee deelen
+uitgegeven. De Nederlandsche nieuwere dorpsvertelling begint dus
+met _Jacob Vosmaer_ en _Van Koetsveld_. Want er is ook eene oudere,
+die in de 17de eeuw onder den titel van "_Arcadia's_" zeer veel
+werd gelezen. De moderne dorpsnovelle, zooals _Cremer_ die schreef,
+stamt eensdeels van _J. H. Voss_ ("_Luize_", 1784) en van _Goethe_
+("_Hermann und Dorothea_", 1796), anderdeels van Sir _Walter
+Scott_, die tafereelen teekende uit het leven der Hooglanden en der
+Orkney-eilanden. Omstreeks 1830 begint men in verschillende landen de
+aandacht op kleine landstreken en dorpen te vestigen. De schildering
+van het onbekende, kleine, maar frissche dorpsleven gaf afwisseling,
+na de reusachtige doeken der historische romanschrijvers, na de bonte
+tafereelen uit het high-life der groote hoofdsteden van Europa.
+
+Naast _Walter Scott_ komt aan Duitschland de eer toe de moderne
+dorpsvertelling het eerst te hebben voortgebracht. De bekende
+Zwitsersche paedagoog _Pestalozzi_ begon met eene schildering van
+het boerenleven in zijn "_Lienhard und Gertrud_" (1781), een boek,
+bestemd het volk te leeren en te verheffen, evenals _Zschokkes_
+"_Oswald, oder das Goldmacherdorf_" (1817), dat evenwel lager staat
+omdat het droger, gekunstelder is van toon. Eerst in 1836 gaf Albert
+Bitzius zijn "_Bauernspiegel oder Lebensgeschichte des Jeremias
+Gotthelf_" die alom grooten opgang maakte en den schrijver zelfs als
+"den Shakspere van het dorpsleven" deed prijzen. Eenige jaren later
+kwam _Gotthelf_ met zijn "_Uli der Knecht_"--_Bitzius_ had zich den
+naam van zijn eersten held tot pseudoniem gekozen--welk boek aan een
+Nederlandschen dorpspredikant _Van Schaik_, de gelegenheid gaf (1852),
+om er eene quasi-oorspronkelijke Drentsche geschiedenis "_Geert_"
+uit saam te stellen.
+
+Na _Gotthelf_ oogste _Berthold Auerbach_ de schoonste lauweren met
+zijne dorpsschetsen uit het Zwabische leven, _Immermann_ met zijne
+Westfaalsche tafereelen, eindelijk gunden beiden den schepter aan
+_Fritz Reuter_, den schepper der Voor-Pommersche en Mecklenburgsche
+dorpsgeschiedenissen. Deze specialiseering der stof kwam steeds meer in
+zwang, zoodat _Klaas Groth_ de dichter van het Ditmarsche volksleven,
+_Moritz Jókai_ de gevierde novellist van de Magyaarsche boeren,
+_Sacher-Masoch_ de geschiedschrijver der Karpatische bergbevolking
+werd. Russische boeren werden door _Tourguénief_ en _Tolstoi_
+behandeld, voor Elzas-Lotharingen traden _Erckmann-Chatrian_, voor
+de Vlaamsche dorpen _Hendrik Conscience_, _Sleeckx_ en de gezusters
+_Loveling_ op.
+
+Niet het minst vloeide uit het jonge Amerika stof voor deze afdeeling
+der romantische litteratuur. Daar was het frissche natuurleven, de
+nog onbeschreven schoonheid van tropische planten en bosschenweelde
+te waardeeren, daar vormde zich eene rij van novellendichters, die
+weldra blijvenden roem in de oude wereld zouden winnen. 't Eerst
+kwam _Friedrich Gerstäcker_, om weldra overtroffen te worden door
+zijn geheimzinnigen landsman, _Charles Sealsfield_, die eigenlijk
+_Karl Postl_ heette, en sedert 1834 met zijne "_Trans-Atlantische
+Reise-Skizzen_" een grooten naam maakte. _Gerstäcker_ gaf den indruk
+van oppervlakkige stofferij, _Sealsfield_ schilderde de wording van
+een nieuwen staat, Texas, met onmiskenbare juistheid van waarneming en
+verblindend coloriet. Beiden stonden in nauwe betrekking tot _Fennimore
+Cooper_, die het eerst al de aantrekkelijke poëtische frischheid van
+de nieuwe wereld in zijne beroemde romans had geopenbaard. Ook Fransche
+dichters betraden het Amerikaansch terrein. _Gabriel Ferry_ schilderde
+met opmerkelijk talent de Mexikaansche wildernissen, een gebied ook
+betreden door den Ierschen Kapitein _Mayne Reid_, die zich berucht
+maakte door de vermetelheid zijner "onjuistheden." _Gustave Aimard_
+werd de lieveling der nieuwsgierige jongelingschap, _Xavier Marmier_
+schonk eenige Egyptische en Noordsche natuurtafereelen, terwijl
+_Jules Verne_ een ongehoorden bijval verwierf door de geheele stof der
+natuurwetenschap op meesterlijke wijze in romantischen vorm te gieten.
+
+De Amerikanen gingen op den ingeslagen weg voort. Wat _Sealsfield_ voor
+Texas gedaan had, deed _Bret Harte_ voor Californië en _Mark Twain_
+voor Nevada. Beide jongere schrijvers trokken terstond de algemeene
+aandacht, omdat zij geheel onbekende typen van menschen, geheel
+onbekende zeden ten tooneele brachten. Juist dit verlangen onzer eeuw
+naar het nieuwe, naar zedenschilderingen, en teekeningen van verborgen
+of weinig bezochte plekjes uit de oude of nieuwe wereld, heeft den
+naam van de meeste der genoemde kunstenaars beroemd gemaakt. De
+Nederlandsche dominee _Van Schaik_--reeds genoemd als kopiïst van
+_Gotthelf_--poogde later een West-Indischen roman te schrijven.
+
+Het onbetwistbaar meesterschap van _Multatuli_ in zijn éénigen
+kolonialen roman, de onderhoudende Oost-Indische verhalen van _Ritter_,
+_Van Hoëvell_, _Van Rees_, _Groneman_, _Perelaer_, mevrouw _Frank_
+en _Annie Foore_ stelden _Van Schaik_ in de schaduw. Maar meer
+nog werd hij overtroffen, toen _Cremer_ zijne _Over-Betuwsche_ en
+_Veluwsche_ schetsen begon te schrijven. _Cremer_ maakte een school
+van schrijvers, die hem allen met meer of minder talent navolgden:
+_Van Duinen_ (_Thineus_), met Groningsche, _Lesturgeon_ met Drentsche,
+_Beunke_ met Zeeuwsche, _Heeren_ met Overijselsche, _Hollidee_ met
+Noord-Brabantsche en _Seipgens_ met Limburgsche zedenschilderingen.
+
+_Cremer_ werd voor Nederland in betrekking tot de Betuwe, wat _Fritz
+Reuter_ voor Duitschland in betrekking tot Mecklenburg en Voor-Pommeren
+geworden is. _Cremer_ neemt in de geschiedenis onzer letteren de plaats
+in dier talentvolle kunstenaars, welke elders eene bijzondere zijde
+van het volksleven _het eerst_ hebben beschreven. _Moritz Jókai_ deed
+voor het Magyaarsche landleven, _Auerbach_ voor de Schwartzwälder
+boeren, _Gotthelf_ voor de Zwitsersche, wat _Cremer_ voor onze
+goedhartige naïeve Betuwers deed. En daarom bekleedt _Cremer_ een
+geheel eigenaardigen rang als Geldersch dorpsverteller, hooger dan als
+romanschrijver, dan als dramatisch auteur. Mocht men willen aanmerken,
+dat _Cremer_ zich bijzonder op het vak van miniatuurschildering heeft
+toegelegd in afwijking van de breede epische manier door _Reuter_ en
+_Auerbach_ gevolgd, dan stem ik dit gaarne toe, onder voorwaarde, dat
+men tevens erkenne, hoe beider wijze van opvatting en schildering hare
+eigenaardige, talentvolle aantrekkelijkheid bezit, hoe _Cremer_ daarom
+aanspraak heeft op de dankbaarheid van het geheele Nederlandsche volk.
+
+
+Dr. JAN TEN BRINK.
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Het eerst medegedeeld door A.L.H. _Ising_, in "_de(n)
+Nederlandsche(n) Spectator_" van 1880, n°. 24.
+
+[2] _Berm-rand_, het gras langs den straatweg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DOKTER HELMOND EN ZIJN VROUW.
+
+
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Aan het eind van een kleinen stadstuin, nabij een ouderwetsch poortje
+in den tuinmuur, staat een prachtig bloeiende roode meidoorn.
+
+En zie, terwijl hij met een stroom van geuren den hof vervult,
+staat daar in zijn vriendelijk lommer een minnend paar, dat, dicht
+aaneengesloten, zeer zachtjes fluistert.
+
+Wat ze spreken zou slechts de meidoorn kunnen verstaan,--maar immers
+een meidoorn heeft geen ooren.
+
+"Ja liefste Eva, morgen zal het zijn! Morgen! en dan voor altijd aan
+elkaar verbonden!"
+
+"Mijn August, ik kan het haast niet gelooven. Soms moet ik mij geweld
+doen om te begrijpen dat ik werkelijk al morgen mevrouw Helmond zal
+heeten, en dat jij dan in allen ernst, en niet meer alleen uit een
+aardigheid, mij je _wijfje_ zult noemen.--Mijn beste August!"
+
+Een roodborstje in den meidoorn tjilpt met zoet geluid, en als hij
+van het eene takje op het andere springt, dan vallen de kleine roode
+bloempjes, die al loszitten, op de hoofden en schouders van een
+gelukkig bruidspaar.
+
+"Wij zullen gelukkig zijn mijn Eva."
+
+"Ja August, altijd!"
+
+"Omdat we elkander oprecht liefhebben, en niets dan de innigste liefde
+ons tot elkander bracht."
+
+"O August, hoe verachtelijk zijn ze, die een huwelijk sluiten met
+het oog op fortuin of stand."
+
+"Verachtelijk?--Niet altijd. 't Is dikwijls _noodig_ dat het verstand
+de liefde beheerscht. De man, wiens middelen niet voldoende zijn om
+een gezin te onderhouden, doet wèl zich een vrouw te kiezen, die mede
+eenig vermogen bezit."
+
+Eva, terwijl zij haar hoofd aan zijn schouder vlijt:
+
+"Mijn lieve dokter heeft zich zulk een vrouw niet gekozen."
+
+"Bezit zijn wijfje dan niet alles wat hem gelukkig kan maken?"
+
+"En hier heeft de man genoeg om in het noodige te voorzien."
+
+"Het vrouwtje zal met hem deelen 'tgeen hij bezit, en méér zal ze
+niet verlangen."
+
+"Nee zeker niet."--Hem schalks in de oogen ziende: "Maar we zullen
+het toch zoo kwaad niet hebben, is 't wel mijn beste?"
+
+"Zeker niet: een kalm en eenvoudig, maar ook een extra genoeglijk
+leventje. We zullen huiselijk en tevreden zijn."
+
+"Toch beginnen we met Parijs! O August, wanneer ik zoo denk dat we
+overmorgen om dezen tijd al samen in die heerlijke stad zullen zitten,
+als mijnheer en mevrouw Helmond Van Romphuizen--ja, waarom niet Van
+Romphuizen--daar komen we immers vandaan?--o, als ik dááraan denk
+dan krijg ik zoo iets alsof ik zal vliegen. Parijs, 't was altijd
+mijn illusie: 't is m'n idole!--Och, je bent toch een beste man. Ja
+zeker, om zoo van je Hartz af te stappen en me Parijs te gunnen. 't
+Is overheerlijk!"
+
+"Goed kind, wat zou ik niet voor je overhebben! Van 't reizen zal
+toch later zoo gauw niet meer komen, en zou ik dan nu mijn zin hebben
+gevolgd!"
+
+"We zullen er eens braaf pret maken niewaar? Want juist, als we hier in
+de deftigheid terugkomen, dan moeten we er heel lang op teren.--Maar
+zeker, als jij nu veel liever naar dien Hartz waart gegaan dan had
+ik het óók goedgevonden, heusch...."
+
+"Wij zullen altijd hetzelfde willen, niewaar mijn wijfje?"
+
+"Ja zeker August."
+
+"En bij verschil van meening....?"
+
+"Och, die zal er niet zijn.--Nee zeker niet!"
+
+"Hij was er toch al een paar maal in ons engagement; ja zelfs in de
+heerlijke bruidsdagen."
+
+"Verschil van meening, nu ja, in kleinigheden; toch nooit als het iets
+belangrijks gold."--Met een blosje: "We waren het immers wel eens dat
+we onzen gelukkigsten dag niet nog een halfjaar zouden uitstellen,
+volgens den raad van den generaal. En dan, over het koopen van het
+groote huis op de markt, daar heb ik toch in 't geheel niet meer over
+gesproken, is 't wel lieve? Maar à propos, ben je 't niet met me eens
+dat we in de kerk het Deventers tapijt en niet het rooje karpet moeten
+hebben? Pa heeft het karpet besteld, maar...."
+
+"Laat het dan zoo blijven, beste kind; wat doet het er toe."
+
+"Nee lieveling, het doet er zeker niet toe, maar me dunkt, je zult
+toch ook bekennen dat het oude rooje karpet, waar letterlijk Jan
+en alleman op trouwt, geen kleed is voor dokter Helmond; een eigen
+neef van den generaal! Mij zelve laat ik er buiten, maar het karpet
+waar bijvoorbeeld pas acht dagen geleden Elsje Van Buren de naaister
+met haar Piet den turfboer op stond, je moet me niet kwalijk nemen,
+dat is toch wat al te min.--Zeg, zul jij in 't voorbijgaan dus even
+aan koster Bik zeggen dat ie het Deventer tapijt moet nemen? 't Kost
+drie gulden meer, maar 't is toch wat erg kleingeestig om bij zulk
+een eenige gelegenheid op een driegulden te zien."
+
+"Och ja, wat dàt betreft; 't is mij om 't even.--Je pa zal het toch
+niet kwalijk nemen?"
+
+"Wel nee August, als wij het betalen; guns nee.--Och, je bent toch
+de liefste man die er leeft; alles heb je voor me over, alles zou je
+voor me inschikken."
+
+"'t Is immers de afspraak mijn dierbaar vrouwtje--vrouwtje op morgen
+hé?--dat we alles voor elkaar zullen overhebben en inschikken; en,
+als er verschil van meening mocht komen, dat dàn het gezond verstand
+steeds in kalmte zal uitspraak doen?"
+
+"Och, dat spreekt immers vanzelf mijn August.--Maar waarlijk je bent
+me haast te ernstig vandaag."
+
+"Een weinig ernst kan geen kwaad in oogenblikken dat we elkander voor
+'t laatst zien en omhelzen als bruid en bruigom."
+
+"Ja, 't is wel inschikkelijk van me dat ik mijn lieven man den laatsten
+middag en avond van onzen bruidstijd zoo geheel wil afstaan. De
+generaal is goed en best, en je houdt misschien niet zonder reden
+veel van hem, maar zijn uitnoodiging is toch heel vreemd.--Zoo'n
+laatste middag en avond!"
+
+"Best wijfje, beknor mijn ouden pleegvader niet. Hij kan natuurlijk
+niet meer gevoelen zooals minnende harten het doen; maar zijn
+stelregel: 't bruin geeft het licht aan de schilderij, past hij
+waarschijnlijk ook toe op het heerlijke feest dat we morgen zullen
+vieren. De kleine scheiding dezen dag, en ons weerzien op het uur
+dat ons voor altijd verbinden zal"--hij klemt haar vaster aan zijn
+borst--"die scheiding zal ons dat welkome uur misschien nog in
+verrukter stemming doen genieten, en den indruk er van nog sterker
+maken.--Lieve Eva!"
+
+"Mijn August!"
+
+"Goed kind, dus vaarwel voor 't laatst, voor 't laatst als het voorwerp
+mijner wenschen.... voor 't laatst als Eva Armelo."--Terwijl hij haar
+met gevoel in de schoone oogen ziet: "Eva, hier onder den meidoorn
+heb ik je 't eerst gezien. Weet je 't nog? je zat aan den anderen
+kant op de groene tuinbank. Je waart bleek en lijdend. En nu...."
+
+"Mijn lieve _dokter_!"
+
+"Genezen ja, Goddank, geheel en al. Maar Eva, op dit plekje, dat mij
+altijd heilig zal blijven, laten we hier voor 't oog eener scheppende
+Majesteit, bij de pracht Zijner werken, in schooner tempel dan waarin
+we het morgen zullen doen, onzen eed van trouw en liefde herhalen. Eva,
+wij zullen elkander altijd liefhebben, niewaar? wij zullen één zijn
+totdat de dood...."
+
+"O, spreek van die sombere toekomst niet. Hoe! moet ik dan nóg eens
+herhalen wat ik al honderden malen uit de volheid van mijn hart heb
+gezegd: Ja mijn August, met en voor je te leven dat zal mijn eenig
+geluk zijn. God weet het hoe ik je liefhad schier van dat eerste
+oogenblik afaan."--Eva's schoone oogen blijven met zulk een innige
+teederheid op den vriend gericht, dat de reinste verrukking zijn borst
+doorstroomt. Een teedere omhelzing volgt er op hare woorden. Toen
+was het oogenblik van scheiden daar.
+
+August heeft, alvorens hij het verdere gedeelte van den laatsten
+bruidsdag bij zijn pleegvader gaat doorbrengen, nog eenige patiënten
+te bezoeken, en later nog velerlei te doen en te regelen, 't geen
+niet vreemd is voor een dokter die, ofschoon nog jong, reeds een
+goede praktijk heeft en ze voor een groote veertien dagen aan een
+collega moet overlaten.
+
+"Eva, mijn wijfje, _tot morgen_!"
+
+"Tot morgen August, mijn beste man! Wacht,"--en terwijl zij met haar
+fijne vingers een bloeiend takje van den meidoorn knakt en afbreekt,
+steekt ze het den bruidegom in het knoopsgat: "Hier August, neem nog
+een bloem van den meidoorn mee. Hij heeft ons zoo dikwijls te zamen
+gezien, ja, misschien wel beluisterd."
+
+"Als dat laatste waar was liefste, dan zou hij daareven wel heel veel
+goeds hebben gehoord.--Nu, zie eens hoe je mij hebt opgeschikt. Als
+we ooit een herinneringsfeest van onzen bruidstijd of trouwdag vieren,
+dan moet een roode meidoorn de hoofdbloem zijn in het feestbouquet. Tot
+morgen mijn lieve _vrouwtje_, _tot morgen_!"
+
+"Tot morgen elf uur August; vaarwel!"
+
+Een laatste zoen wordt er gegeven. August opent de deur van het
+tuinpoortje, maar voelt zich teruggehouden:
+
+"August, 't is waar ook: Pa heeft gezegd dat het orgel morgen bij
+'t inkomen in de kerk niet noodig was; maar vinje dat niet ijselijk
+schriel? Ik wed, als Donerie het wist dat ie 't graag voor niemendal
+zou doen--zoo'n goeje jongen! Als ik hem in de laatste dagen gezien
+had, dan zou ik 't hem zeker gezegd hebben. Toe, zorg jij nu dat we
+'t orgel erbij krijgen. 't Is zonder orgel niemendal plechtig en zoo
+ijselijk commun. Zulje, beste August?"
+
+"Dus het karpet en 't orgel?"
+
+"Nee lieve; guns nee, niet het karpet maar 't Deventer tapijt,
+en dan aan Donerie vragen of ie ons--voor de staatsie--beorgelen
+wil. Bonjour!"
+
+Terwijl dokter Helmond langs de achterzij van den tuinmuur door
+een der stilste straatjes van Romphuizen zijn weg kiest naar een
+drukker gedeelte der stad, ziet hij nog eenige malen naar Eva om en
+beantwoordt haar zakdoekwuiven met handgroet en knikken.--Nu verdwijnt
+hij om den hoek--en Eva trekt de tuindeur achter zich toe.
+
+
+
+"Baas Krul, is menheer Donerie thuis?"
+
+De timmermansbaas laat de schaaf een oogenblik rusten en ziet den
+dokter bedenkelijk aan:
+
+"Dat zou 'k je voor de vaste waarheid niet durven verassereeren
+dokter. Als ik 'em hoor op z'n porteviano, dan weet ik wel dat ie
+thuis-is, maar anders....."
+
+Tot een jongen die aan 't zagen was en nu den dokter staat aan
+te gapen:
+
+"Gijs, is mijnheer Donerie boven?"
+
+"Jawel baas; maar de juffrouw zei dat ie niet frisch was."
+
+"Nee, dat geloof ik ook niet; als ie frisch was dan zou je hem wel
+hooren. 't Is mooi als ie d'r op slaat, dokter, en 't verameseert
+een mensch nog eens die ook al zijn zorg heeft in de wereld."
+
+"'k Zal maar eens oploopen baas Krul."
+
+"Als menheer zoo vrijpostig wil wezen."
+
+Uit de werkplaats komt men met een zijdeur in de smalle gang van het
+huis. In 't midden ervan bevindt zich een trap. Helmond beklimt die, en
+op een donker portaaltje gekomen, klopt hij op de deur der voorkamer,
+die boven de werkplaats van Krul is. Uit de tegenovergestelde
+richting van die, waaruit Helmond een antwoord verwacht, klinkt het:
+_binnen_! ofschoon dof en uit de verte. De deur der achterkamer wordt
+nu door den bezoeker geopend, en Helmond treedt het slaapvertrek van
+Donerie binnen.
+
+"Bent u ziek menheer Donerie?" zegt Helmond met belangstelling:
+"Ik had er niets van gehoord."
+
+"Sedert een paar dagen was ik een weinig van streek dokter;" antwoordt
+de aangesprokene die zich in zijn ledikant heeft opgericht en met
+de eene hand de gordijn terzijde houdt, terwijl hij met de andere
+zich langs het bleeke gelaat en vervolgens langs de glanzig zwarte
+krulharen strijkt.
+
+"Hebt u dokter Biermans al gehad menheer Donerie?"
+
+"Nee dokter, pardon; 't heeft niet zooveel te beteekenen. Als u me
+spreken wilt, wees dan zoo goed en ga naar de voorkamer; in een paar
+minuten zal ik bij u zijn."
+
+"Toch niet, blijf rustig; ik had u maar heel even iets te vragen. 't
+Zal u door uw ongesteldheid wel niet mogelijk zijn aan mijn verzoek te
+voldoen; maar toch wil ik u de reden zeggen van mijn komst.--Nee nee,
+blijf rustig.--Zie, ik zit hier al.--U weet waarschijnlijk menheer
+Donerie, dat ik morgen, als alles wèl gaat, in Hymens bootje zal
+stappen."
+
+Mijnheer Donerie wist het.
+
+"Naar ik vernam, wordt de plechtigheid van een kerkelijke inzegening
+naar verkiezing àl of niet door orgelspel opgeluisterd. Mijn aanstaande
+schoonvader scheen de zaak maar eenvoudig te willen behandelen, doch
+de meer belanghebbenden waren van een ander oordeel, en dewijl mijn
+bruidje, evenals ik, het uitmuntend orgelspel van menheer Donerie
+zoo hoog waardeert, zoo had ik op mij genomen om u te verzoeken ons
+morgen met uw schoon talent te willen van dienst zijn."
+
+Helmond heeft eerlijk zijn meening gezegd. Toch vreest hij dat zijn
+lof den schijn van vleierij heeft gehad: althans hij zag dat een
+vluchtig rood het gelaat van den jonkman kleurde, en herneemt:
+
+"De kunstenaar ondervindt doorgaans zooveel teleurstelling menheer
+Donerie, dat zijn ware vereerders inderdaad niet te angstig met hun
+lof behoeven te zijn."
+
+Een pijnlijke glimlach speelde er om de lippen van den musicus.
+
+--Teleurstelling! ja!....
+
+Helmond vervolgt:
+
+"Meen echter niet dat ik u iets vriendelijks heb gezegd om u,
+inweerwil van uw ongesteldheid, tot het voldoen aan ons verzoek
+te bewegen. Nee menheer Donerie, ofschoon ik uw dokter niet ben,
+zoo moet ik u toch, in dit bijzonder geval, ten zeerste aanraden om
+voor uw gezondheid te zorgen en niet uit te gaan voordat u collega
+Biermans hebt geraadpleegd--tenzij ge u al eerder beter gevoelt."
+
+"Mijnheer Helmond, ik zou gaarne...."
+
+"Ik ben er van overtuigd mijn beste menheer. Aan 't verzoek van een
+oud-élève zou je zeker gaarne voldaan hebben; maar de gezondheid is
+nommer één. Je bent zenuwachtig; dus kalm--kalm--Wij zullen ons 't
+genot der orgelbegeleiding nu maar ontzeggen, in de hoop dezen zomer
+gedurig een uwer schoone Woensdag-concerten te kunnen genieten. Van
+harte beterschap menheer Donerie, adieu!"
+
+"Zou mijnheer Helmond meester Daal niet willen vragen om morgen in
+mijn plaats te spelen?"
+
+"Nee, dankje hartelijk menheer Donerie, daar zullen we nu niet aan
+denken: mijn bruidje stelde er wel hoogen prijs op dat u het orgel
+bespelen zoudt, maar de zwevingen van den braven meester Daal zouden
+ons zeker wat al te veel aandoen!"
+
+"Hoe gaarne ook, dokter.... u gevoelt zelf.... dat ik...."
+
+"Geen woord meer mijnheer Donerie; van uw welwillendheid zijn we
+geheel overtuigd. Nogmaals beterschap. Tot weerziens!"
+
+Helmond heeft den jonkman bij 't opstaan even de hand gedrukt,
+en--denkend aan hetgeen hij verder te doen heeft, verlaat hij de kamer.
+
+Nadat de onverwachte bezoeker vertrokken is, blijft de jonge
+muziekmeester nog een geruimen tijd in de richting van de deur
+staren. Droeve gedachten doorwoelen zijn kloppend hoofd. Een paar
+dikke tranen wellen er op in zijn schoone--nu eenigszins fletsstaande
+oogen. Hij drukt er de handen voor; maar dan, na een kleine wijle,
+springt hij van zijn leger op; kleed zich vluchtig; dompelt zijn hoofd
+eenige malen in het frissche water, en gaat eindelijk met haastigen
+tred het portaaltje over naar de voorkamer.--In weinige oogenblikken
+heeft Herman Donerie nu een secretaire en een binnenkastje ervan
+geopend. Alsof hij vreesde dat men hem bespieden zou, zoo ziet hij
+om zich heen: en ofschoon wel wetend dat zulks bijna onmogelijk is,
+en dat men niet onaangemeld zal binnentreden, toch wordt de kamerdeur
+van binnen door hem op slot gedraaid, toch werpt hij een blik door
+het venster op de woning aan de overzij der straat en laat hij de
+valgordijn naar beneden.--En nu--nu is hij dan _zeker_ dat niemand
+hem bespieden of overvallen zal.
+
+Voor de secretaire gezeten, met de rechterhand zijn gloeiend hoofd
+ondersteunend, houdt hij in de linker- het photographie-portretje van
+een veertien- a vijftienjarig meisje, en beschouwd het met strakken
+en diepweemoedigen blik.
+
+--Lief vroolijk gezichtje! peinst Herman: Je zult het niet vermoeden
+dat je me ook nú nog met die heerlijke kijkers zoo schalks in de
+oogen ziet. O Eva, Eva! waar zijn ze, die zonnige dagen, die uren
+vol zaligheid!--Je zat toen naast me--jij op het ronde stoeltje
+midden voor de piano; ik aan je rechterzij met het gouden potlood
+in de hand. Welk meisje van je leeftijd was er die het al spoedig
+zoover als jij had gebracht, en onder _mijne_ leiding!--Een dweper of
+droomer was ik nooit, maar als dan Mendelssohn's "Lieder ohne Worte"
+door je lieve blanke vingers aan het instrument werden ontlokt,
+dan is het toch gebeurd lief kind, dat mij iets in de ziel drong als
+een heimwee, als een zucht naar een onuitsprekelijk zalige toekomst;
+en--blijde was ik dan, Eva, dat je mij niet kondt aanzien, omdat ik
+mij schaamde. Ja, want het gebeurde dan ook wel dat die beroering mijn
+oogen had vochtig gemaakt. Maar een dweper of een droomer was ik toch
+niet!--Die prachtige zwarte lokken, wiegend om den kleinen blanken hals
+en afdalend op den witten boezelaar! Ha! als ik mij soms vooroverboog
+om op het muziekblad iets aan te wijzen of duidelijk te maken, dan,
+lief meisje, dan doortintelde somwijlen een ongekende verrukking
+mijn borst, want, onwillekeurig had dan mijn wang de trilling van die
+zwarte lokken gevoeld. Eens, ja ééns heb ik met voordacht en zonder
+noodzaak op een point d'orgue gewezen, alleen om nogmaals.... O,
+toen ben ik van mij zelven geschrikt, en toch dat oogenblik vergeet
+ik niet.--Maar stil, waarom pijnig ik mij opnieuw? Bonst mijn hoofd
+niet reeds genoeg?--Ben ik niet waarlijk ziek en daardoor week en
+gevoelig? Of zou die ongesteldheid haar oorzaak vinden in de zekerheid
+dat dat engelachtige wezen....?
+
+Weer zit Herman Donerie met de beide handen voor de oogen gedrukt. Hoe
+meer het tijdstip nadert, waarin de vervulling van zijn zielewensch een
+onmogelijkheid voor hem zal worden, hoe meer het oogenblik nabij komt,
+waarin Eva Armelo haar leven aan dat van een ander zal verbinden--hoe
+zwarter ook zijn eigen toekomst hem voor den geest treedt, hoe zwakker
+de anders zoo kloeke zes en twintigjarige jonkman zich gevoelt, en
+in oogenblikken als deze zich verwijt dat zijn wijsheid een dwaasheid
+geweest is.
+
+Ja, Eva Armelo was omtrent vijftien jaar oud, toen zij haar
+ouderlijke woning en Romphuizen ging verlaten om haar intrek
+bij een tante in den Haag te nemen, teneinde er op de Koninklijke
+Muziekschool haar heerlijke stem en muzikaal talent verder te oefenen
+en ontwikkelen. Twee of drie, misschien wel vier jaren zou Eva in
+den Haag blijven, zoo het althans niet wenschelijk werd geacht om
+haar later nog eenigen tijd naar een Conservatoire te zenden.
+
+Toen Eva haar geboorteplaats verliet, toen heeft ze van allen die
+ze liefhad heel hartelijk afscheid genomen. Ook haar Do-majeur--zoo
+noemde ze haar talentvollen muziekmeester Donerie wel eens--ze
+heeft hem met dank voor zijn geduldig en uitstekend onderricht een
+handdruk gegeven, en bovendien een der photographie-portretjes die in
+Romphuizen de herinnering aan de vroolijke Eva tot haar terugkomst
+moesten bewaren. Maar ook zonder dat heerlijke aandenken--waarop ze
+aan de achterzij haar naam had geschreven, zou Herman zijn liefste
+élève niet vergeten hebben. Voor _dringende zaken_ is hij gedurende
+haar afwezigheid eenige malen naar Neerlands residentie gereisd,
+en heeft dan telkens bij Eva's tante een bezoek gebracht teneinde
+"het nichtje eens 't een en ander van haar familie en vrienden te
+vertellen, en zich met de groeten voor allen te kunnen belasten."
+
+Dien laatsten keer, o wat hevigen strijd heeft hij toen moeten strijden
+om getrouw te blijven aan het vast genomen besluit en zijn Eva van geen
+liefde te spreken aleer zij in Romphuizen zou zijn teruggekeerd. Eerst
+dan, wanneer zij door het geven van zanglessen in haar geboorteplaats
+zou toonen dat ze zich gelukkig in zijn stand zou kunnen gevoelen,
+eerst dan mocht Donerie het wagen zijn Eva te smeeken om het weinige,
+'t welk hij haar met een hart vol reine liefde kon aanbieden, voor
+dit leven met hem te deelen.
+
+Ja, 't heeft hem vooral dien laatsten keer een zwaren strijd gekost.
+
+In den vollen bloei van haar jonkvrouwelijke schoonheid heeft
+hij haar weergezien. Ze was gekleed voor een avondpartij. Een paar
+freules Lasure, die haar op de avonden van Toonkunst leerden kennen,
+en haar--vooral om haar lieve stem zeer en amitié namen, hadden haar
+nu op een muziekpartij genoodigd, met beleefd verzoek: wat muziek te
+willen meebrengen.
+
+Eva was als altijd zeer vriendelijk tegen haar voormaligen
+muziekmeester, maar sprak nu toch het meest over de partij, waarvoor
+men haar met het rijtuig van den baron zou komen afhalen, en over
+jonker Eduard die een prachtige barytonstem had, en--zij moest het
+eerlijk zeggen--allerinnemendst en niemendal trotsch was.
+
+Nadat men weinige oogenblikken later een rijtuig voor tante's
+woning had hooren stilhouden en de huisschel vernomen, trad de
+bedoelde jonker de kamer binnen. Zonder de oude tante of Donerie
+zijn bijzondere aandacht waardig te keuren, noodigde hij juffrouw
+"Van Armelo" beleefdelijk uit om de goedheid te willen hebben hem
+te volgen: Hij had zich op verzoek zijner zusters zeer gaarne de eer
+gegeven om juffrouw "Van Armelo" in persoon te komen afhalen.
+
+En Eva, neen, haar ouden stadgenoot had ze niet verloochend, maar ze
+heeft hem aan den jonker voorgesteld: als een jong vriend van haar
+papa, als een groot muziekliefhebber met wien ze vroeger wel eens
+duo's heeft gezongen en quatre-mains gespeeld.
+
+Toen Eva met den jonker is weggereden, neen, toen heeft Donerie bij de
+oude tante geen rust meer gehad. Een angstig vermoeden is er opgerezen
+in zijne ziel. Indien men Eva misleidde.... die jonker, dat rijtuig!
+
+Gode zij dank! hij had zich bedrogen. Aan de woning van den baron
+Lasure gekomen, heeft hij juffrouw Armelo nog even te spreken
+gevraagd.--Goddank, zij was er! Met vragenden blik is ze hem in het
+spreekkamertje genaderd. O, 't was wel zeer vriendelijk van mijnheer
+Donerie, dat hij daarvoor nog eens aankwam; maar waarlijk, zij had
+niets bijzonders aan familie of bekenden te zeggen. Hoe gaarne zou
+zij gezien hebben dat mijnheer Donerie hier ook van de partij had
+kunnen zijn; maar.... altemaal haute volée.--Men was enorm lief voor
+haar. De gastheer heeft haar bij 't binnenkomen een mooi bouquet
+gegeven, en jonker Eduard was de voorkomendheid zelf; zijne stem--o
+magnifique! Straks zouden ze nog een duo samen zingen.--Mijnheer
+Donerie moest niet kwalijk nemen, maar men zou haar wachten.... Adieu,
+adieu!--Zóó wilde ze heengaan. En toen.... Maar neen--neen! nu minder
+dan ooit mocht hij spreken. En Eva, de heerlijke Eva is naar het
+gezelschap teruggesneld, en hij, die haar zoo teeder beminde, hij
+is den volgenden morgen in zeer droeve stemming opnieuw naar zijn
+werkkring en Eva's geboorteplaats vertrokken.
+
+Twee maanden later--'t was in de eerste stormdagen van Maart, toen
+is Eva Armelo ziek en zwak in haar ouderlijke woning teruggekeerd.
+
+Drie weken te voren was het engagement van jonker Eduard Lasure met
+eene freule Leeuwenhuis publiek geworden. Eva was zeer ziek; men
+vreesde dat het op een tering zou uitloopen. De middelen van dokter
+Biermans hebben haar niets gebaat. Sommige vrienden drongen erop
+aan, dat men den _jongen_ dokter zou consulteeren; dokter Helmond
+was volgens velen zoo bijzonder knap; men zei van hem dat hij voor
+professor in de wieg was gelegd.--Dokter Biermans vond het zeer goed
+dat men den jongen collega wilde raadplegen, indien men hem dan maar
+niet kwalijk nam dat hij geen voet meer over den drempel zoude zetten.
+
+'t Was zeer natuurlijk dat dokter Biermans er zoo over dacht; en Eva,
+die medelijden met den ouden man kreeg, zei, dat ze genoeg vertrouwen
+in de kennis van dokter Biermans stelde, en dat mijnheer Helmond niet
+behoefde te komen. 't Was haar inderdaad onverschillig of zij beter
+werd of niet. Alles en iedereen was haar onverschillig geworden.... na
+dien slag, na dat ontwaken uit den zoetsten droom.
+
+Toch waren de menschen heel lief voor haar. Die Donerie, wat was hij
+goedaardig: wat deed hij alle moeite om haar genoegen te doen. Soms
+vond zij hem lastig van vriendelijkheid. Wat ter wereld had ze aan die
+oude jaargangen van de Illustrirte Zeitung, of die "dood-oude schetsen"
+van A. V. H.--Alle pracht werken van Doré en zoo vele anderen had ze
+ruimschoots genoten in den Haag bij de familie.... Die naam wilde haar
+echter niet van de lippen, en van den Haag sprak ze zelden of nooit.
+
+Toen de ruwe Maart zijne grillige jongere zuster met een frisschen
+voorraad lentegroen zag naderen, toen meende men dat Eva wat beter
+werd. Haar lustelooze onverschilligheid was niet zoo sterk meer als
+in den beginne. Op zekeren avond dat Donerie weer een bezoek aan
+"haar ouders" bracht, sprak zij zelfs met eenige belangstelling over
+den naderenden zomer, over den muzikalen toestand van Romphuizen, over
+Donerie's lessen, over zijn eigen studie, en nam het aanbod gretig aan
+om hem een stuk van eigen compositie te hooren spelen, een cavatine,
+die hij op den dag van haar terugkomst in Romphuizen gemaakt had.
+
+In den nacht na dien avond lag Eva in een hevige koorts, en weinige
+dagen daarna besloot kapitein Armelo om dokter Helmond inweerwil van
+Biermans' bedreiging, bij zijn kind te ontbieden. Haar behoud ging
+hem boven de vriendschap van den ouden _plattelandsheelmeester_.
+
+En Helmond is gekomen.
+
+En Eva is beter geworden; al spoedig, zeer spoedig.
+
+En morgen!....
+
+--En _morgen_!? herhaalt Donerie bijna overluid: morgen om dezen
+tijd dan is de bijl gevallen, die mijn leven voor altijd van het
+hare scheidt. Dwaas die ik was! Waarom zweeg ik dan terwijl mijn
+hart gloeide van liefde, terwijl die liefde sterk genoeg zou geweest
+zijn om haar geluk te verzekeren? Dwaas die ik was! Ik heb haar den
+tijd gelaten om zich te ontwikkelen in een richting, die ik vreesde
+dat de zwakste zijde van haar anders zoo beminnelijk karakter worden
+kon. O, had ik haar reeds vroeg, _zeer vroeg_ een blik gegund in mijn
+hart! Had ik haar doen gevoelen dat zij haar waarachtig geluk zou
+hebben gevonden in den nederigen stillen kring, waar ze zich aan mijn
+zij zou bewegen! Had ik haar gesproken van dien glans en grootheid
+der wereld die zoo velen aanlokt, maar bij 't nader aanschouwen of 't
+grijpen ervan geen blijvende voldoening schenkt; had ik haar daarvan
+gesproken in tegenstelling van den waren rijkdom, dien wij te zamen
+in onze heerlijke Kunst, in onze Liefde zouden bezeten hebben! Had
+ik.... Zwijg dan dwaas! uw _verstand_ moest immers de overwinning
+behalen; zóo hadt ge in uw wijsheid besloten! Een meisje als Eva kon
+met u niet gelukkig zijn.... of althans op den _duur_ niet gelukkig
+wezen; gij wist het vooruit.... welnu!....
+
+Onbestemde, maar meestal zeer droeve denkbeelden blijven het kloppende
+hoofd van den jongen muziekmeester vervullen. 't Is eindelijk alsof
+het rustiger wordt in zijn fel bewogen gemoed.
+
+--Je hebt het zoo gewild Herman, denkt hij voort terwijl hij nogmaals
+het portretje beziet: Mor dan niet langer. Zij heeft je dat bittere
+leed niet berokkend, dat lieve kind! Neen;--Hoe zou ze mij nog
+straks dat verzoek hebben gedaan wanneer zij er iets van begrepen
+had. Neen Eva, kleine lieve Eva--_mijn Eva van vijftien jaren_--zóó
+hard en gevoelloos zou je niet geweest zijn.--Goddank! ik ben ziek;
+dat zul je nu weten door je vriend, en begrijpen zul je dus ook dat
+ik het schoonste oogenblik van je leven niet wijden kan door mijn
+kunst. _Begrijpen_, ha!
+
+--Moedig Herman! peinst hij nog voort na een oogenblik van pijnlijk
+hoofdschudden, terwijl zijn oog strakker op het aanvallige meisjeskopje
+staart: moedig nu, dat gezichtje mag zóó niet langer door je beschouwd
+worden; dat schoone kind, het meisje dat je altijd toelacht, het mag
+je zóó niet meer aanzien. Iets anders wekt die aanblik bij je op dan
+hij verwekken mag. Dat kind is nu de bruid, ja haast de vrouw van een
+ander.--Moedig dan! verscheur dit blaadje karton opdat de aanblik ervan
+je hart niet meer beroere, en schuldig doe staan voor 't oog van God en
+je zedelijk gevoel. Weg met de beeltenis van dat schoone kind!---Maar,
+zij _was_ immers toch je élève! zij zelve gaf je dat blaadje.--Zie,
+haar naam staat daar--en onder den uwe.--O God! ben ik dan schuldig als
+ik de beeltenis van het vijftienjarige meisje een enkele maal bezie
+met een kalmen blik, met de bee voor haar heil in het hart? Neen,
+ik kan het niet verscheuren, ik _kan_ het niet wegdoen. Mijn God,
+wat bonst weer dat hoofd. O Eva, Eva! als je wist wat ik lijd!....
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+
+Dokter Helmond heeft intusschen nog een drietal patiënten bezocht,
+en aan koster Bik inplaats van het oude roode karpet, het nieuwe
+Deventer tapijt voor de trouwplechtigheid besteld. Zijn laatste
+doctorale visite zal hij bij "den majoor" brengen, want de majoor,
+ofschoon aan de beterhand, is toch de eenige patiënt van wiens ziekte
+hij nog voor weinige dagen vreesde dat zij een leelijke hinderpaal
+voor het beraamde reisplan kon worden.
+
+De zieke majoor zit op een weelderig gemeubileerde, zeer warm
+gestookte kamer, met een rooden Turkschen sjaal over een dicht
+gesloten chamber-cloak, en een fraaie reisdeken over de beenen,
+in een voltaire bij het venster.
+
+"Phu majoor, wat een hitte!" zegt Helmond bij 't binnenkomen, en
+blijft op den drempel staan.
+
+"Er in of er uit dokter, als je blieft!" roept de man met den sjaal:
+"je zet me op een tocht wie de drommel!"
+
+"Ja, om u de waarheid te zeggen majoor, liever bleef ik er _buiten_
+als het u om 't even is."
+
+"Ben je razend dokter, zoo is het niet bedoeld. Maar je zet me op
+een vreeselijken tocht. Je hebt me aanbevolen om me vooral te ontzien
+en warm binnenskamers te houden, en moet jij me nu zelf op apegapen
+zetten! Kom dokter, maak geen gekheid.--Herein als je blieft?"
+
+Helmond komt binnen; doet de deur achter zich dicht; gaat naar het
+venster 't welk niet door den majoor werd ingenomen; schuift het zoo
+hoog mogelijk op, en opent daarna de haarddeur terwijl hij de schuif
+een weinig verzet. Na een kernachtige rede van den patiënt wordt
+deze eindelijk door zijn dokter overtuigd dat het zóó beter is. Het
+weer was immers buitengewoon zacht, en de lucht op de kamer--ook ten
+gevolge van den walm der steenkolen--zeer onaangenaam en ongezond.
+
+--Het consult is afgeloopen.--Met weinige woorden herinnert Helmond
+nu zijn patiënt dat hij morgen de gelukkige echtgenoot van Eva Armelo
+hoopt te worden.
+
+"Te henker ja, daar heb ik met m'n zieke karkas niet aan gedacht. Ei
+ei, gaat morgen de kogel door de kerk, ha ha! 's-Lands wijs,
+'s-lands eer! Wel _ja_, waarom niet! Mooie vrouw! charmant mooie
+vrouw, waarachtig!"
+
+"Ik moest u dit alleen herinneren majoor, omdat ik nu een groote
+veertien dagen vanhuis denk te gaan."
+
+"Wat blief je, vanhuis? Op reis? Jij als dokter op reis? En wou je
+mij dan in den steek laten? Is mijn corpus je zóóveel waard menheer
+de dokter? Weet je wel dat ik d...... hard ziek ben geweest?"
+
+"Jawel, u is zeer, zeer...."
+
+"Zeg maar dat ik het voor den dood heb weggehaald."
+
+"Tenminste...."
+
+"Tenminste dat malle schaap van een juffrouw hieronder kwam me dien
+Zondag-avond heel christelijk overbrieven, dat je bij 't heengaan
+zeer bedenkelijk de schouders hadt opgehaald."
+
+"Er was reden tot bezorgdheid, maar u is nu zóóveel beter majoor,
+dat ik gerust...."
+
+"Gerust! jawel, welzeker: jij kunt gerust met je jonge vrouw aan
+den zwier gaan, dààr is geen gevaar bij; maar als ik hier mocht
+instorten door kou vatten, door open ramen--ik zou dat raam nu maar
+dichtdoen, jawel, jawel; we zijn hier in 't kikkerland en niet in
+Oost-Indië... als je blieft....!"
+
+"Het dient open te blijven totdat de atmosfeer hier wat zuiverder zal
+zijn. Wat uw vrees voor instorten betreft, daar is niet veel grond
+voor, tenzij u excesses mocht doen die...."
+
+"Ik ben geen kind menheer Helmond; maar je weet zoo goed als ik,
+dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Dezen nacht voelde ik
+hier.... zieje _hier_ zoo'n pijn, zoo'n bijzondere drukking, en ik
+kan je zeggen dat me 't klamme zweet uitbrak, niet omdat ik bang ben
+voor pijn, maar omdat... in verband zie je... en..."
+
+"Die pijnlijke aandoening staat in geen het minste verband met de
+ziekte die gelukkig aan 't wijken is; en ik ben er vrij gerust op dat
+u bij mijn terugkomst weer geheel in orde zult zijn. Met de middelen,
+die ik u voorschreef, stilletjes voortgaan; matig versterken, en....."
+
+"Ja, dat is nu allemaal tot je dienst; maar waarvoor heb ik een
+dokter als ie voor zijn plezier reisjes mag maken, en mijn karkas
+in den steek laat? Nee, ik ben in 't geheel niet beter. Van nacht
+bijvoorbeeld overviel me een benauwdheid, die zoo iets te beteekenen
+had: 't nachtlicht was uitgegaan; 't was zoo donker als in de hel,
+en 'k dacht een oogenblik dat ik levend in de kist lag..."
+
+"Zeker een soort van nachtmerrie majoor. U hebt toen 't licht weer
+aangestoken?"
+
+"Natuurlijk!"
+
+"En 't ging toen beter nietwaar?"
+
+"Dat is te zeggen toen kreeg ik die pijn. Wàt je me nu ook vertellen
+moogt, ik heb m'n gevoel; en als ik zoo iets wèèr kreeg dan zou ik
+m'n dokter willen hebben, zelfs midden in den nacht, want de angst
+zou iemand..."
+
+"U bent toch niet bang majoor?"
+
+"Ik! te donder, wie zegt dat! Maar als je alleen ligt, je maakt je
+dan van die zwartgallige voorstellingen, zieje, in één woord...."
+
+"Hoor eens majoor! met 't oog op morgen moet ik mijn bezoek wat
+bekorten. U weet het: 't is in dezen tijd een bijna algemeene gewoonte
+dat jonggetrouwden op reis gaan."
+
+"Juist, maar een dokter..."
+
+"Een dokter die geen patiënten heeft wier toestand zijn bijzondere
+zorgen vereischt; die bovendien zijn praktijk--en voor korten tijd--aan
+een collega kan overdoen, die dokter maakt van een recht gebruik,
+dat niemand hem zal betwisten, en het allerminst de patiënt, die van
+een vrij ernstige ziekte herstellende is."
+
+"Zoodat ik dokter Helmond nog op den koop toe zou moeten bedanken
+voor de beleefdheid dat hij mijn korpus aan een ouden kwakzalver
+endosseert. Ik zeg je dat ik me beroerd gevoel, heel beroerd; en als
+me in dien tusschentijd wat overkwam, jij zoudt het op je geweten
+hebben; ja waarachtig!" Hij slaat met de vuist op de tafel.
+
+"Er zal u niets overkomen majoor; tenminste als u je niet driftig
+maakt. U hebt me dikwijls gezegd--misschien zonder er veel bij te
+denken--dat u "aan een beroerte zoudt heengaan." Maar zóóveel is
+zeker, dat ik u--behalve een matig leven enzoovoorts enzoovoorts,
+ten zeerste kalmte moet aanbevelen, of anders...."
+
+"Wat! denkt jij òòk dat ik aanleg voor een be.... be.... roerte
+heb?--Ik!? Je hebt er altijd om gelachen...."
+
+"In de sociëteit majoor."
+
+"Ja juist in de sociëteit."
+
+"Ik begreep dat het u te doen was om op dat punt een geruststellend
+advies van een uwer vrienden, misschien wel van uw dokter uit te
+lokken. Mijnheer Kippelaan bleef dan ook zelden in gebreke met zijn:
+Kom majoor, ù een beroerte! je wordt honderd jaar oud."
+
+"Maar zou je dan waarachtig denken dat ik...."
+
+"Ik denk majoor, dat u méér vertrouwen in me stelt dan je me straks
+woudt toonen. Toen u er slecht aan toe waart, toen hebt u gezegd:
+jij kunt me beter maken dokter; doe alles wat in je vermogen is, dan
+zal ik.... enfin, die belofte doet niets ter zake. En nu--nù moet ik
+weer met _zekerheid_ bepalen dat u aan een beroerte...."
+
+"Neen, ben je gek, dat moet je niet met _zekerheid_ bepalen,
+ik wilde...."
+
+"Mijn besluit is eenvoudig: dat ik mij in het vertrouwen van den
+majoor mag verheugen; ongetwijfeld zal hij mij dus gaarne een goede
+reis wenschen, indien ik hem verzeker, dat ik er geen het minste
+bezwaar in zie om hem voor een veertien dagen te verlaten, vast
+overtuigd dat hij tegen dien tijd weer geheel en al beter zal zijn."
+
+"Zoo.... is er dan waarachtig geen kwaad bij? En die drukking hè? Kan
+die niet van invloed wezen op die ber....--Nee, in allen ernst dokter,
+is daar met zekerheid iets van te zeggen? Zie, een beroerte vind ik
+nu juist het beroerdste wat er is. Je moet niet denken dat ik bang
+voor nommer één ben, God beware! maar...."
+
+"Hoor eens majoor, zeer zeker dragen we voor 't meerendeel onzen
+laatsten vijand van kind afaan met ons. Voordat hij zich echter
+vertoont, zou het een schermen in 't blinde zijn om hem te willen
+bevechten, en kon men juist wel eens groot gevaar loopen hem door
+ontijdig wapengerammel wakker te maken. Weet u majoor, wat de
+verstandige mensch alleen ten opzichte van dien vijand verplicht
+is? Mijns inziens moet hij zich oefenen om in den tijd van nood de
+wapenen te kunnen hanteeren, hij moet _geduld_ leeren oefenen en
+_zelfbeheersching_; terwijl hij alle vrees voor den dood--een ding,
+waar hij ten slotte toch niets van gevoelen zal--met kracht als
+lafhartig moet zoeken te bestrijden. Tot weerziens majoor. Vooreerst
+nog trouw innemen, en binnen een paar dagen eens de lucht in. Vaarwel!"
+
+Helmond heeft al sprekend het raam weer dichtgeschoven en gaat nu heen.
+
+De majoor hem naziende zegt, met een vuistslag op de tafel en een
+vloek als tusschenwerpsel:
+
+"Wát! denk jij dat ik een wezel en bang voor den dood ben?"
+
+Helmond omziende:
+
+"De majoor heeft naar mijn opgedane ondervinding nog te veel levenslust
+om nu al naar den dood te _verlangen_. Ik herhaal dat onthouding en
+kalmte hem 't meest geraden zijn."
+
+"Ah! tourneer je het zoo. Nou, dat was je geraden. Je moet voor den
+d.... niet denken...."
+
+Maar dokter Helmond is al vertrokken.
+
+De majoor Kartenglimp blijft een oogenblik met zijn donkerbruine oogen
+naar de deur staren, en roept dan zoo luid hij kan den vertrekkenden
+dokter terug. Dewijl Helmond niet verschijnt, grijpt hij de zilveren
+tafelschel, die voor hem staat, en doet haar geweldig klinken.
+
+Helmond komt niet terug.
+
+Kartenglimp schelt nog eens, en sterker, en zeer langdurig. Eindelijk
+verschijnt juffrouw Ketel, zijn hospita.
+
+"Zeg, loop jij wie den drommel den dokter na, en zeg hem dat ie
+hier komt."
+
+"Wel wel majoor, wat een leven en haast! De dokter is...."
+
+"Roep 'em zeg ik je; ik moet 'em nog spreken."
+
+Juffrouw Ketel gehoorzaamt; althans zonder tegenspraak gaat ze naar
+beneden. Tien minuten later zegt ze aan haar dienstmeid--een heldere
+deern van vijf en twintig à dertig jaren:
+
+"Ga jij maar naar boven, en zeg dat je den dokter nageloopen maar
+nergens gezien hebt; en, dat ie ook niet thuis was."
+
+Mietje maakt een knipoogje en brengt de boodschap aan den majoor.
+
+Na weinige seconden stond Kartenglimps gelaat in een geheel andere
+plooi dan toen de dokter vertrok. Mietje heeft hem vrij knaphandig uit
+een aangewezen fleschje een goede dosis barnsteendroppels toegediend;
+straks heeft ze gezegd, dat ze "verachtig naar beneden moest, want dat
+anders de juffer 't in de mot zou krijgen;" en toen met een bijzondere
+vrijmoedigheid, terwijl zij zich aan zijn arm onttrekt: "Ei, ik zie wel
+dat je aan de beterhand bent, maar nou mot ik naar beneden. Atjuus!"
+
+Toen dokter Helmond haastig den weg naar zijn woning vervolgde om er,
+alvorens naar den generaal te gaan, nog 't een en ander--ook voor zijn
+patiënten--te bezorgen, toen kwam hem bij 't omslaan van den hoek der
+Groote Kerk, een "jongmensch" van omstreeks veertig jaren met zeer
+magere beenen en grooten neus te gemoet, die, met de beide handen
+naar hem uitgestrekt, al spoedig Helmonds hand omklemde en gedurende
+zijn gansche, tamelijk radvloeiende en schelluidende toespraak, op
+'t innigst er mee aan 't karnen bleef.
+
+"Fameus veel plezier dokter, je nog te ontmoeten. 't Doet me
+almachtig veel genoegen dat je 't zoo treft. Ja niewaar, je treft het
+bijzonder. Alles wèl niewaar? Je meisje--je bruidje wil ik zeggen, en
+de familie, en de generaal, en dat heerlijke weer niewaar? _Be sure_
+dokter, ik ben jaloersch op je; je hebt een engel van een meisje,
+van een bruidje wil ik zeggen; reëel 't is een engel! Morgen, enfin,
+hé? Ik benij je. Ja waarachtig, als jij het niet was dan zou ik
+je benijen. Ook in de kerk hé? 't Zal zeker vol zijn. Algemeene
+belangstelling; je hoort van niets anders.--'s-Middags op reis
+niewaar? Zeker naar Zwitserland? Ja ja, je zult het niet aan de groote
+klok hangen. Nou, van harte--van harte hoorje, als je, soms iets hebt,
+in je absentie.... van harte hoorje, van harte!"
+
+"Dankje Kippelaan, 'k ben van je belangstelling en hulpvaardigheid
+ten volle overtuigd;" zegt Helmond terwijl hij zijn hand uit de
+dansende klem zoekt los te werken: "Je neemt me niet kwalijk,
+maar ik heb nog zaken, en dus...." Wuivend met de bevrijde hand:
+"Tot weerziens, adieu!"
+
+"Och-kom, is die haast zoo groot?" herneemt Kippelaan terwijl hij met
+een snelle beweging Helmond in den weg treedt: "Vijf minuutjes? toe,
+vijf minuutjes, daar kun je niet tegen hebben? Je bent hier vlak bij
+m'n huis. Eventjes inwippen hé? Staandvoets een klein beetje parfait
+d'amour. _Parfait d'amour_ hé? Watblief? Dat kun je niet weigeren?"
+
+"Nee Kippelaan; waarlijk...."
+
+"Allemaal gekheid, dát kun je niet weigeren: Parfait d'amour!? Op de
+liefste!? Op morgen?" Hij vat Helmond onder den arm en noodzaakt hem
+een paar schreden met hem voort te gaan.
+
+"Stellig Kippelaan, ik heb geen tijd; ik hou je parfait d'amour
+te-goed. Je weet bovendien dat ik nooit...."
+
+"C'est vrai! c'est juste! Maar in m'n keldertje heb ik ook delicieuze
+pomerans. De majoor zegt dat je ze nergens zoo drinkt. A propos
+'t gaat beter hé? Ik kreeg tweemaal niet thuis. Een beroerte? Half
+verlamd hé? Zeg, ga je morgen naar Rotterdam, of zul je over Arnhem
+langs den Rijn....? Naar Rotterdam hé....?--Jawel, já wel je moet nu
+even mee binnen."
+
+"Maar ik herhaal je nóg eens dat ik geen tijd heb. Oom wacht me tegen
+halfzes op _De Zonsberg_ met 't eten. Je zult dus begrijpen...."
+
+"Allemaal gekheid, ik hou je geen twee tellens op. Eventjes, eventjes
+maar. Je kunt dan, en passant, m'n nieuwe causeuse eens zien. 'k Geef
+je te raaien. Je zult ze prachtig vinden. Tachtig gulden; massief
+parole d'h...."
+
+Helmond brengt zijn hand, die opnieuw werd gekerkerd, niet zonder eenig
+geweld in vrijheid; maakt een afwerende beweging, en zegt haastig:
+"Die kom ik later eens kijken;" en gaat dan zoo snel mogelijk naar
+den kant zijner woning.
+
+Nog geen twee schreden ver, daar voelt hij zich bij het pand van zijn
+jas grijpen, en terzelfder tijd een looden druk op zijn schouder. Weer
+is hij tot stilstaan gedwongen. Kippelaan mocht hem zóó niet laten
+vertrekken. Als Helmond dan volstrekt niet binnen wil komen en in
+geen geval iets gebruiken, dan moest Kippelaan hem toch nog even de
+hand drukken, en--daar hadt je het lieve leven weer gaande: Helmonds
+hand dubde nogmaals en sterker dan straks tusschen hemel en aarde:
+
+--"....en Gods allerbesten zegen, hoorje.... en dat je die prachtige
+engel in alle opzichten.... en gelukkige reis hoor! Maar als je
+morgen te Rotterdam logeert, ga dan niet in _De Keizer van Marokko_,
+dat is afzetterij.--_St.-Lucas_!--Ik zie je er al met je beien;
+delicieuze tafel.--'k Neem 't je niets kwalijk dat je me niet op
+de partij van eergisteren hebt gevraagd; heusch niet, niemendal,
+hoor! Je kondt al je vrienden niet vragen. En morgen in _De Gouden
+Arend_, dat begrijp ik ook best. Maar je ziet me in de kerk.... 'k Zal
+je een oogknipje geven.--Zeg, tóch een klein dropje....? Eén _heel_
+klein droppeltje pomerans?"
+
+Vijf minuten later treedt dokter Helmond, die door een snelle beweging
+aan vriend Kippelaan is ontkomen, zijn eigen woning binnen.
+
+Het doktershuis is een kleine en lage, maar vriendelijke woning,
+gelegen aan den buitenkant van het stadje, welke buitenkant door
+velen de wal of het walletje, door sommigen de singel genoemd wordt.
+
+Het woonhuis met vier ramen in den gevel, een deur in 't midden en
+een hoog zoldervenster boven die deur, moet ongetwijfeld in de laatste
+dagen belangrijk zijn opgeknapt. Het witte pleister is zoo blank als
+verschgevallen sneeuw, terwijl de palissanderhoutkleurige verf der
+voordeur en de lichtgele of witte tinten van kozijnen en lijstwerk,
+glimmen dat het een lust is. 't Ligt daar heel aardig dat kleine
+huis. Een zeer smal tuintje--of liever een paar smalle bloemperken
+met een klinkerpaadje in 't midden, scheidt het van den wal, die de
+geliefkoosde wandeling is der Romphuizers, en door fiksche ijpe en
+lindeboomen wordt overschaduwd. Het eenige dat men jammer kan noemen
+is, dat men om in de woning van dokter Helmond te komen, drie trapjes
+in den wal naar beneden moet. 't Huis ligt van den wal gezien wel een
+weinig in de diepte, en mist ook daardoor voor een goed deel het fraaie
+uitzicht op _De Zonsberg_ en de bosschen van Hoenderveld, 'tgeen men
+ten volle zou hebben indien het huis een voet of drie hooger lag.
+
+Nochtans voor dokter is de ligging van zijn huis juist een zeer
+gewenschte. Zijn woning is de laatste van een--althans voor het
+stadje--vrij drukke straat die op den wal uitkomt, en ofschoon nu
+de voorgevel iets te laag is om het fraaie uitzicht te genieten,
+zoo geeft de rechter-zijmuur het voorrecht dat men door een tweede
+buitendeur zeer gemakkelijk en zonder den wal op te gaan erbinnen kan
+komen, terwijl bovendien de ramen in dien zijmuur het gezicht op de
+straatpassage vergunnen. Wat inzonderheid die zijdeur bijna onmisbaar
+maakt, is de omstandigheid dat Helmond, zooals dat in dorpen en kleine
+steden nog altijd gebruik is--zijn eigen apotheek houdt. Nevens
+die zijdeur dan, en alzoo in het achterhuis, bevindt zich Helmonds
+apotheek. Wie dokter spreken of uit de apotheek iets hebben moet,
+komt in de Hoenderveldstraat en niet aan de voordeur op den wal. 't Is
+aan de klompen, die dikwijls in de straat voor het drempeltje staan,
+zeer duidelijk te zien dat het doktershuis de zijdeur wel noodig had.
+
+Helmond is van de straatzijde in zijn woning gekomen, en treedt
+aanstonds rechts de kleine apotheekkamer binnen.
+
+"Is er niets geweest Thomas?" zegt Helmond tot een jonkman met blonde
+haren, die achter de toonbank aan 't vouwen van poeders is.
+
+"Nee dokter, niemendal;" zegt de jongen terwijl hij merkbaar Helmonds
+blik zoekt te ontwijken.
+
+"Niemand voor de apotheek Thomas?"
+
+"Nee dokter, geen mensch...."
+
+"'t Ruikt hier zoo sterk naar spiritus nitri...."
+
+"Hé.... o ja, jawel dokter," aarzelt Thomas en bukt zich om iets op
+te rapen dat er niet ligt: "ja ziet u, ik heb bij vergissing...."
+
+"Kun jij je vergissen Thomas?"
+
+Thomas heft het blauwe oog tot hem op en zegt:
+
+"Och dokter, moe was zoo.... Dokter zal wel begrijpen."
+
+"Zij is toch niet ongesteld?"
+
+"Nee dokter, Goddank nee! Moe is heel wel, en den heelen morgen was zij
+bezig, maar.... wat zal ik u zeggen: Moe is dezer dagen een beetje van
+haar stuk.--Ja, eigenlijk van haar stuk," herhaalt de jongen terwijl
+hij de recepten inziet, die Helmond uit zijn portefeuille genomen
+en hem stilzwijgend heeft toegereikt: "Och ja dokter, 't kan moe zoo
+ineens overvallen dat ze.... geen woord meer...." Thomas draait zich
+plotseling om; kijkt naar de medicijnflesschen, en potten omhoog;
+pakt er een, zet hem met een zijdelingsche beweging op de toonbank
+en ziet weer naar de flesschen en potten, doch schijnbaar zonder te
+kunnen vinden wat hij hebben moet.
+
+Helmond vraagt niet verder. Een oogenblik later zegt hij:
+
+"Thomas, ik reken er nu vast op dat je in mijn afwezigheid alles
+nauwkeurig volgens afspraak zult behandelen. Zoo dikwijls collega
+Biermans hier mocht komen, zul je zeker beleefd en vriendelijk tegen
+hem zijn."
+
+"Alles wat ú verlangt dokter, dat doe ik met liefde; beleefd wil ik
+tegen dokter Biermans zijn, maar vriendelijk....."
+
+"Nu, je weet wat ik bedoel. Mocht er voor 't overige soms 't een of
+ander wezen waardoor mijn spoedige thuiskomst noodzakelijk werd--ik
+bedoel een zeer ernstig ziektegeval met een bepaald verlangen naar
+mijn persoon, telegrafeer me dan, zooals gezegd is terstond aan een
+der opgegeven adressen. Ik vertrouw echter Thomas, dat je dit niet
+dan in werkelijk hoogen nood zult doen."
+
+"Dat spreekt immers vanzelf dokter. Alles zal zeker goed
+gaan. Ik.... ke...."
+
+"Was er nog iets?"
+
+"Nee dokter, nee; maar...."
+
+"Beter vooruit gevraagd dan naderhand verlegen te zitten Thomas!"
+
+"Nee dokter, toch niet, 't was alleen...."
+
+Helmond krijgt nogmaals het achterhoofd met de blonde haren van zijn
+provisor te zien.
+
+Thomas tuurt opnieuw naar de etiquetten der potten en flesschen.
+
+"En wát was er dan Thom?"
+
+Na een oogenblik van stilte komt de provisor, niet zonder eenige
+zelfoverwinning den jongen patroon nabij, en zegt terwijl hij hem met
+zijn blauwe oogen vriendelijk en trouwhartig ofschoon vluchtig aanziet:
+
+"Dokter, moe en ik, we zouden zoo graag.... we dachten... we..."
+
+"Je goede moeder heeft toch geen oogenblik gedacht dat ik zou
+heengaan zonder nog eens bij haar te komen! Maar mijn beste jongen,
+ik kom immers van avond weer thuis en ga morgen niet vóór elven de
+deur uit. Wel zeer zeker moet ik je moeder nog eens spreken.--Kom,
+ik wil haar maar aanstonds opzoeken."
+
+Uit de apotheek in de achter- of dwarsgang der woning teruggetreden,
+gaat Helmond links zijn spreekkamertje voorbij, en klopt dan aan het
+eind van die korte gang op een deur.
+
+Thomas is den patroon gevolgd, nadat hij even de binnenknip op de
+straatdeur heeft gedaan.
+
+Nu Thomas in de woonkamer van zijn moeder komt, ziet hij hoe de goede
+vrouw den jongen dokter met een ongewone trilling van het hoofd te
+gemoet gaat.
+
+Zij geeft hem de hand; zegt eenige bijna onverstaanbare woorden,
+en barst dan eensklaps in een zenuwachtig snikken los.
+
+"Stil moeder, stil! Foei, dat is nu weer kinderachtig. Wat moet dokter
+daar nu van maken! Als dokter niet wist dat je erg zenuwachtig waart
+dan zou hij wel kunnen denken dat we ons niet verheugden in zijn
+geluk. Stil moedertje, stil!"
+
+"Laat moeder maar eerst eens uithuilen Thom. De zenuwen willen zoomin
+gecommandeerd als beklaagd worden. Ik weet immers te goed hoe je
+brave moeder zich in mijn geluk verheugt."
+
+Mevrouw Van Hake drukt Helmonds hand, en dan zich vermannend, zegt
+ze op bewogen toon:
+
+"Daaraan heeft mijn weldoener nooit getwijfeld, dat weet ik zeker;
+maar.... er zijn oogenblikken...."
+
+"Geef je moeder een glas water Thomas.--Ziezoo, drink maar eens ferm
+mevrouw. Flink zoo. En nu ook verder geen lange aanspraken niewaar? 't
+Is _alles_ uitmuntend goedgemeend, daarvan heb ik de doorslaandste
+bewijzen. Werd mijn slaap- en zitkamer gedurende de bruidsdagen
+niet telkens als met frissche bloemen bezaaid, en wat meer zegt,
+heeft mijn lieve bruidje niet zelf er over geroepen zoo keurig als
+alles door mevrouw werd in orde gebracht? Zij verbeeldde zich dat ze
+verrukt zou zijn als we bij onze terugkomst, de overgordijnen voor
+de glazen en alles geheel in orde zouden vinden."
+
+Mevrouw Van Hake heeft zich hersteld. Zij wischt zich de tranen uit
+de oogen, en zegt zacht op bewogen toon:
+
+"Wat u aan de arme doktersweduwe en haar kind hebt gedaan, beste
+mijnheer Helmond, dat kan ik u nooit vergelden, maar...."
+
+"Och lieve mevrouw, daar moet u niet van spreken; wat ik deed
+geschiedde werkelijk het allermeest uit een welbegrepen eigenbelang."
+
+"Het schoonste eigenbelang! Het was om de voldoening te smaken
+bedroefden te hebben getroost en welgedaan."
+
+"Mevrouw Van Hake, als twee menschen zich tegenover elkander
+gelijkelijk verplicht gevoelen, dan doen zij 't best elkaar
+stilzwijgend de hand te drukken, en die handdruk zegt dan mede genoeg
+voor de toekomst."
+
+"O u bent zoo goed mijnheer Helmond, maar juist de toekomst is het die
+mij met droeve gedachten vervult. Toen Van Hake na al onze rampen en
+zijn langdurig ziekbed gestorven was, en u in zijn plaats als dokter
+te Romphuizen kwaamt, toen was het uw liefde die....."
+
+"Beste mevrouw, waarvoor toch dat alles? Wij weten immers wel....."
+
+"Maar dokter, laat moeder nu toch alsjeblieft uitspreken. Moe wordt
+altijd zenuwachtig als men haar in de rede valt. Ga jij je gang maar
+moedertjelief: je woudt zeggen dat dokter ons toen hier in huis heeft
+laten blijven, niewaar?"
+
+"Ja kind, en ik zou van alles willen ophalen, en vooral hoe dokter
+je zelf zooveel heeft geleerd dat je zoo'n goed examen als apotheker
+kondt doen; en van alles en alles wat hij meer deed om ons onze smart
+te verlichten, terwijl anderen...."
+
+"Zoo'n pruik als Biermans bijvoorbeeld!" valt Thomas uit: "zoo'n
+schrok, die...."
+
+"Hoor eens Thomas, het is me niet aangenaam om mij ten koste van een
+oud en achtenswaardig man te hooren verheffen. Biermans heeft een zwaar
+huishouden en wilde zijn tweeden zoon immers zelf graag apotheker zien
+worden. En nu, ronduit gezegd beste vrienden, het zou me plezier doen
+indien we het zonder meer woorden bij een handdruk konden laten. Mocht
+er echter iets zijn dat mijn moederlijke vriendin voor de toekomst met
+zorg vervult, dan luister ik heel graag en met belangstelling; doch,
+raakt het punten van huishoudelijken aard, zijn het woon- of--vergun
+mij het woord--zijn het telkens weer _keuken_bezwaren, laat dan mijn
+verzekering mede uit naam van mijn lieve Eva, u voldoende zijn, dat
+het tot ons wezenlijk geluk zal bijdragen indien alles tusschen ons
+blijft op den ouden voet--uitgezonderd die kleine menage-verandering,
+zooals ze u is voorgesteld."
+
+"Och, dat u mij toch begrijpen woudt lieve dokter," herneemt
+mevrouw Van Hake: "juist wat u met zooveel goedheid mijn woon- en
+keukenbezwaren noemt, ze zijn van zeer overwegenden aard. Toen u als
+vrijgezel onze woning kocht, toen was het behoud der drie kamers in
+het achterhuis niet van zoo heel veel belang voor u--daargelaten het
+geldelijk voordeel, dat er door u van zou zijn te trekken geweest."
+
+Vriendelijk maar toch eenigszins verstoord zegt Helmond:
+
+"Voor die kamers had ik dan toch al uwe zorgen, al uw huishoudelijke
+bemoeiingen, niewaar?"
+
+"Juist, mijn lieve mijnheer Helmond; maar gesteld eens dat die laatste
+opwogen tegen alles, _alles_ wat u voor mij en mijn Thomas hebt gedaan,
+is dan de toekomst voor mij geen pijnlijke toekomst terwijl ik weet
+dat het eenige wat ik u in ruil voor uwe weldaden kon geven, nu geheel
+moet ophouden? Met uw huwelijk dokter, neemt uw vrouwtje natuurlijk
+het huishoudelijk beheer in handen. Zal zij in den aanvang misschien
+nog een enkele maal zoo vriendelijk wezen om de oudere in jaren over
+'t een of ander te raadplegen, allengs zal zij, geheel berekend voor
+hare taak, mij niet meer behoeven, en ik in uw dienst geen nuttige
+hulp, maar steeds meer en meer een groote lastpost zijn."
+
+"Mevrouw Van Hake is nimmer in mijn _dienst_ geweest!" zegt Helmond
+half verdrietig: "en, als dat ooit door iemand als zoodanig is
+beschouwd, dan wordt het hoog tijd dat daar een eind aan komt. Vergeef
+me lieve mevrouw, dat ik een oogenblik wat knorrig werd, maar ik acht u
+te hoog dan dat ik u zóó over u zelve kan hooren spreken. Wilt u dat ik
+je even klaar en zuiver onze verhouding voor oogen stel, luister dan:
+Toen ik indertijd aan oom Van Barneveld mijn wensch te kennen gaf, dat
+ik u en Thomas de achterkamers wilde doen behouden, toen vond hij dat
+denkbeeld zoo aardig dat hij 't huis voor mij kocht. De beleefdheid
+komt dus van oom, en uw blijven in die kamers is alzoo een conditie
+voor mijn eigendomsrecht. U hebt _recht_. Zie, dat is nommer één!"
+
+Mevrouw Van Hake, terwijl ze een traan uit het oog wischt, schudt
+half glimlachend het hoofd.
+
+"Nommer twee is: dat ik u veertig gulden in de maand betaal."
+
+Mevrouw Van Hake knikt als wil zij zeggen dat dit nu de hoofdquaestie
+wordt.
+
+"Prompt," vervolgt Helmond: "wat ik daarvoor al _genoot_ aan zorge
+en vriendschap, daarvan spreek ik niet meer; ik vraag nu eens heel
+zakelijk wat ik daarvoor genieten zal: Ten eerste mevrouw, de geheele
+hulp van Thomas, 't geen hoe langer hoe meer van beteekenis wordt,
+zoodat ik al gedacht heb of hij het daarvoor wel lang meer zal
+volhouden."
+
+"Dokter," valt Thomas in: "er is misschien in 't heele land geen
+provisor die zóó betaald wordt; maar moeder staat er bij, en God hoort
+het me zeggen: al moest ik dag en nacht om niemendal voor u werken,
+ziedaar, ik zou...."
+
+"Hoor eens mijn beste Thomas, al meen je het nog zoo goed, nu spreek
+je in allen geval voor je beurt," zegt Helmond en klopt Thom op
+den schouder: "ik was aan mijn berekening: Ten eerste heb ik dan
+voor mijn veertig gulden de geheele hulp van Thomas, en ten andere
+de volkomen overtuiging dat er onder mijn dak twee zielen wonen, op
+wier geheele liefde ik rekenen kan en aan wie mijn gansche bezitting
+beter dan aan mij zelven is toevertrouwd. Voor die ellendige veertig
+gulden--indien ik dáár nog van spreken moet--heb ik dan bovendien,
+bij mijn veelvuldige afwezigheid, voor mijn vrouwtje een lief en
+moederlijk gezelschap, en voor mij zelven de zekerheid dat zij,
+wanneer ik vanhuis ben, ten allen tijde raad en hulp zal vinden en,
+wat er ook gebeure, nooit verlaten is. Ik heb.... Maar genoeg, méér
+dan genoeg! Al wat ik daar 't laatst in rekening durfde brengen is een
+"naar ons toe rekenen" geweest. Alzoo resumeer ik, en, neem nu mijn
+woord als dat van een man die het eerlijk meent; wanneer u hier blijft
+op den voet zooals ik 't u heb voorgesteld, dan maakt u gebruik van
+uw recht, en handelt geheel naar den wensch van mijn braven oom, die
+mij met dat doel dit huis heeft gegeven. Maar bovenal, u toont erdoor
+aan mijne--ja ik mag het zeggen, ook aan Eva's liefde, te gelooven,
+en tevens dat het u mede niet onverschillig is om den band onzer
+vriendschap door een gestadigen omgang zoo mogelijk nog te versterken."
+
+"Och beste mijnheer Helmond, zooals u het voorstelt,
+ja.... maar.... Ach, men kan niet alles zoo uitspreken."
+
+"Geen maren meer goede mevrouw; 't zal misschien noodig zijn dat ik
+u later mijn woorden eens duidelijker op schrift geef. Wat geschreven
+staat, heeft dikwijls meer waarde ter overtuiging."
+
+Moeder en zoon hebben onder Helmonds laatste woorden teekenen van ja
+en neen gewisseld.
+
+"Jawel moelief, jawel!--Niet....? Dan zal _ik_ het zeggen."
+
+"Nee Thomas, nee!"
+
+"Jawel, jawel moe; dokter moet het weten. Ziet u dokter, moe tobt er
+maar over dat ú wel in alles en alles--ziet u.... maar...."
+
+"Och Thom, hoe kun je nu.... Dokter zal denken...."
+
+"Nee moe, dokter zal het niet verkeerd opvatten. Ik.... wilde
+zeggen...."
+
+"Komaan Thomas, wind er geen doekjes om. Misschien raad ik al aanstonds
+wat het wezen moet. Er is vrees misschien dat dokters vrouwtje de
+zienswijze en gevoelens van haar man niet geheel zal deelen, en dat
+de tusschen ons bepaalde overeenkomst door _haar_ minder wenschelijk
+wordt gekeurd."
+
+Thomas staart met groote oogen naar den grond terwijl hij verscheidene
+malen ter bevestiging met het hoofd knikt. Mevrouw Van Hake heeft
+het gelaat van den spreker afgewend en fluistert:
+
+"Och Thom, dat was het toch niet;.... tenminste...."
+
+"'t Is goed dat men de zaken maar bij haar naam noemt mevrouw, want
+als dit werkelijk een punt van vrees bij u uitmaakt, dan ben ik in
+staat om u volkomen gerust te stellen en van het tegendeel uwer vrees
+te overtuigen. In de eerste plaats heeft Eva nadat zij u leerde kennen,
+mij gezegd dat ze u zoo _heel lief_ vond--ja het moet er nu uit--en dat
+ze hoopte recht veel van u te leeren. Bovendien waren het haar eigen
+woorden: 't Is zoo'n gezellig idee dat mevrouw Van Hake en haar zoon
+bij ons inwonen; wij zullen ze dikwijls zien, en als je mij zooveel
+alleen moet laten dan zal de goede vrouw nog last van me krijgen."--Is
+er nu meer noodig om u gerust te stellen en te doen gelooven dat de
+nabijheid uwer moederlijke zorg en liefde ons geluk moet verhoogen,
+terwijl uw inwoning--ik herhaal het alweer--toch steeds als een _recht_
+door u moet beschouwd worden?"
+
+Ofschoon aangenaam door Helmonds woorden getroffen, zoo is de
+doktersweduwe nog geenszins overtuigd dat haar vrees voor de toekomst
+zoo geheel zonder grond is. Nochtans, indien zij na de verklaring van
+haar weldoener daarvan blijk gaf, het zou al zeer weinig kieschheid
+verraden, aangezien door haar vasthouden aan den twijfel, zoo al niet
+de oprechtheid van Eva's karakter, dan toch haar goed doorzicht in
+verdenking werd gebracht, 'tgeen den man die haar uit de volheid van
+zijn hart beminde, ja schier aanbad, zeerzeker moest grieven.
+
+Thomas echter heeft zich voorgesteld om de zaak geheel in 't reine
+te brengen. Wat moeder verzwijgen wil, kan hij niet verkroppen.
+
+"Ja dokter," valt hij uit: "'t is waar, juffrouw Armelo was ook heel
+vriendelijk en niemendal grootsch; maar...."
+
+"Dacht je dat ze _grootsch_ was Thomas?"
+
+"Foei Thom, hoe kun je zoo raar spreken."
+
+"Nee ziet u dokter, dat dacht ik niet, want ik zeg immers dat zij
+het niemendal is;" herneemt Thomas een weinig verlegen: "Maar weet u
+waar moeder niet overheen kan.... Jawel moeder, laat me nou spreken,
+je tobt er over. Jawel! Zie dokter...."
+
+Mevrouw Van Hake bevreesd dat Thomas door een onbedachtzaam woord
+haar edelen vriend nogmaals zal kwetsen, valt haar zoon in de rede
+en vervolgt:
+
+"Wat Thomas u zeggen wil komt eenvoudig hierop neer, menheer Helmond,
+dat ik vóór uw verklaring van daareven, een weinig grond meende te
+hebben om te onderstellen dat uw lief bruidje ons inwonen op den
+duur minder aangenaam zou zijn. Toen zij den laatsten keer met u
+hier was, toen zei ze--zonder er waarschijnlijk zelve zoo heel veel
+bij te denken: dat er van onze beide achterkamers links, en uw beide
+voorkamers aan dezelfde zij van het huis, een prachtige suite zou
+kunnen gemaakt worden als men de muren doorsloeg. Zie, beste menheer
+Helmond, nu Thomas mij tot spreken dwingt, nu moet ik eerlijk zeggen
+dat ik bij mij zelve dacht: als de jonge mevrouw Helmond met zulk
+een verbouwingsdenkbeeld haar nieuwe woning betrekt, dan zou ik èn
+haar èn haar braven man toch werkelijk tot grooten overlast wezen,
+en, met al mijn "_recht_", hen niet weinig in den weg staan. Dokter
+weet genoeg hoe menschen en plannen doorgaans geprikkeld worden,
+indien er zich bezwaren opdoen die echter niet onoverkomelijk zijn."
+
+"Is dat nu alles, lieve mevrouw?"
+
+"Och ja dokter, het was kinderachtig misschien."
+
+"Is er niemendal méér Thomas?"
+
+"Nee--niewaar moe?--Moe was eigenlijk bang dat we u toch _te veel_
+zouden zijn."
+
+Helmond vat de hand van zijn oude vriendin:
+
+"Mevrouw, in herhalingen treed ik niet. Wat ik u zeide was alles waar
+en van harte gemeend. Maar luister nu: wanneer een jong meisje haar
+aanstaande woning beziet, dan is het niet vreemd dat ze--in een tijd
+dat men schier geheel illusie is--zich nog meer illusies schept. Toen
+mijn lieve Eva die opmerking maakte, toen moest ik in stilte om
+mijn aardig bouwmeestertje lachen. 't Zou een mooie pijpenla worden
+die prachtige suite! Maar ik liet haar 't genot van haar bouwkundige
+opinie, geheel overtuigd dat zij aan zoo iets evenmin ernstig dacht als
+aan haar schertsend woord om in onzen _voortuin_ een goudvisch-vijver
+te doen graven. Eva heeft het zonder eenig nadenken of misschien
+zelfs--zooals dat laatste--gekscherend gezegd. Zij was het volkomen
+met mij eens dat we aan onze flinke drie benedenkamers en één ruime
+bovenkamer met haar heerlijk uitzicht, ruimschoots genoeg hebben;
+dat méér overdaad zou zijn, en ik houd mij dus overtuigd dat u in
+alle opzichten zonder verdere schrikbeelden het jonggetrouwde paar
+in uwe of onze gezamenlijke woning zult kunnen ontvangen."
+
+Liefdetranen besproeien Helmonds hand. Thomas valt zijn moeder om
+den hals en fluistert:
+
+"Zie moedertjelief, ik wist het wel!" En dan zachter, op geheimzinnigen
+toon: "Nu maar doen hê?"
+
+Mevrouw Van Hake geeft haar jongen een toestemmenden wenk, en terwijl
+nu Thomas naar een hoektafeltje gaat en een zwartzijden foulaard van
+een hoogopstaand voorwerp neemt, vermant zich de weduwe, en zegt met
+een aanduiding van het genoemde voorwerp:
+
+"Lieve dokter, niemand weet beter dan u hoever het vermogen van Van
+Hake's weduwe reikt. Wat anderen u konden schenken, daartoe was
+ik niet in staat; maar u aan te bieden wat ik nog behouden mocht
+en voor mij een hooge waarde heeft, dat is mij en mijn jongen een
+wezenlijk genot en een behoefte van het hart. Neem den inktkoker
+met het zilveren Minerva-beeldje als een blijk onzer warme liefde,
+beste dokter, en zoo dikwijls als gij de woorden op het voetstuk:
+"Aan Dr. J. Van Hake, den schranderen Aesculaap," zult lezen, lees
+er dan bij 'tgeen Thomas zelf er onder graveerde: "Van zijn weduwe
+en zoon aan Dr. A. Helmond, den edelen menschenvriend."
+
+"Maar mevrouw! die prachtige inktkoker! die herinnering aan uw
+waardigen echtgenoot! het stuk dat ge vol weemoed wel eens uw
+afgodsbeeld hebt genoemd; zou ik....?"
+
+"Beken maar dokter, dat het heel goed is, wanneer men zich van zijn
+afgodsbeelden ontdoet. Och weerstreef ons niet. Iets anders konden
+wij u niet schenken zonder dat het uw rechtmatig misnoegen zou hebben
+opgewekt.--Zie, het is ons nu zoo aangenaam te weten, dat het stuk,
+waar Van Hake zoo innig gelukkig mee was, en waar hij in die vier
+laatste jaren vol rampspoed en ellende, ondanks onzen hoogen nood,
+niet van scheiden kon, dat het nu aan den man behoort waarop hij, naast
+God, voor vrouw en kind zijn hoop had gebouwd, den mensch--zooals hij
+op zijn sterfbed zeide--die ongetwijfeld als een trooster zou komen
+in onze droefenis."
+
+"Mevrouw Van Hake, ik dank je; ik dank je met een vol en bewogen
+gemoed! Over de waarde van uw geschenk spreek ik niet meer. Dat u 't
+mij geven woudt, het treft me diep.... zeer diep. Hoe zou ik het kunnen
+weigeren terwijl Thomas zelf onze namen erop vereenigd heeft. Ja,
+welzeker, de Van Hakes en Helmonds zijn door onverbreekbare banden van
+vriendschap aan elkaar verbonden. Nogmaals dank mevrouw.... hartelijk
+dank! Hier Thomas, verwerk jij dien handdruk nu eens tot een zoen voor
+je beste moeder.... Of nee, nee Thomas, nog een handdruk voor _jou_,
+maar den zoen dien mag ik haar zelf wel geven."
+
+En het was dokter Helmond alsof hij een eigen moeder omhelsde, en
+het was die weduwe alsof een oudste teerbeminde zoon haar den zoen
+had gegeven.
+
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+
+Nadat Helmond nog 't een en ander met het oog op morgen en de
+aanstaande reis heeft in orde gebracht, verlaat hij omstreeks vijf
+uren zijn woning, teneinde vooral niet te laat bij den generaal op
+_De Zonsberg_ te komen.
+
+Nauwelijks is hij den wal ten einde- en links de kleine stadsbrug
+overgegaan--welke brug nog altijd den naam van Hoenderveldsche
+poort draagt, ofschoon de poort sinds jaren verdween--ternauwernood
+betreedt hij den golvenden straatweg, die hem tot aan het landgoed
+van den generaal wel heerlijke vergezichten maar weinig lommer zal
+bieden, of hij ziet bij de eerste kromming van den weg een rijtuig
+van achter het frischgroene akkermaalshout te voorschijn komen,
+en bemerkt terstond dat het de tilbury van _De Zonsberg_ is.
+
+In weinige seconden was het rijtuig hem nabij gekomen. De grijze
+koetsier houdt den schimmel in, en terwijl hij Helmond zeer
+militairement met de zweep salueert, zegt hij:
+
+"Ik zal maar eventjes keeren menheer;" door welk wenden Helmond nu
+beter kan opmerken hoe, zoowel Willems zweep als het hoofdstel van
+den schimmel, met kleine maar allerliefste bouquetjes versierd is.
+
+Een oogenblik later zit Helmond naast den koetsier, en terwijl de
+schimmel in gestrekten draf den terugtocht naar de _De Zonsberg_
+aanvaardt, zegt Willem:
+
+"Ik had orders van den generaal om precies tien minuten over vijven
+op den wal bij dokter vóór te zijn."
+
+"'t Maakt niet uit Willem. Ik wist niet dat oom mij zou laten halen,
+en ben maar opgestapt toen ik klaar was. Jongens, wat heb je Zampa
+mooi opgesierd."
+
+"Dat is op order van juffrouw Coba menheer; de bouquetjes heeft zij
+gemaakt, en den baas gelast ze er aan te binden."
+
+"'t Is een lief en hartelijk meisje."
+
+"Ja menheer, dat zeggen we dikwijls; maar jammer dat ze zoo uit den
+aard slaat."
+
+"Hoe meen je?"
+
+"Ik meen vanwegens d'r.... postuur zal ik maar zeggen.--Als je de
+juffrouw bij den generaal ziet dan zou je niet veronderstellen dat ze
+een militairekind was. D'r zit zoo geen kommiesbrood in de juffrouw."
+
+"Als ik me goed herinner dan had tante ook een bleek en ziekelijk
+voorkomen; 't staat me zoo flauw voor den geest."
+
+"Jawel precies dokter. Mevrouw's portret dat boven 't schrijfbureau van
+den generaal hangt is nog veel te rond en te mooi. 't Was een braaf en
+zachtzinnig mensch, maar ziekelijk en bleek. Toen de kolonel haar op
+zijn acht en veertigste jaar tot vrouw nam, toen dacht ik al dadelijk
+dat ze niet lang onder z'n kommando zou dienen. 't Was jammer, een
+groot jaar nadat ik haar met witte handschoenen had gereden, reed ik
+haar met zwarte. Nee, dan denk ik dat dokter d'r langer plezier van
+zal hebben."
+
+"Tenminste mijn aanstaande is heel gezond Willem."
+
+"God geve dat menheer tot in lengte van dagen met haar gelukkig
+zal zijn." Na een oogenblik stilte terwijl hij met de zweep een
+paardenvlieg van schimmels hals heeft weggetikt:
+
+"Als ik alles zoo bedenk dan zou ik u--met verlof--kunnen benijen
+dokter."
+
+"Ei zoo Willem?"
+
+"Ja menheer, ik heb op mijn jaren bij den braven generaal alles wat m'n
+hart kan begeeren, en ik dank er God voor; maar toch--toch wou ik dat
+ik van morgen afaan, voor een dag of wat in menheer z'n plaats was."
+
+De ernst, die er op het gelaat van den ouden krijgsman is te lezen
+en die zich mede in den toon van zijn stem heeft geopenbaard, deed al
+spoedig den glimlach verdwijnen, die voor een oogenblik den gelukkigen
+bruidegom om de lippen speelde.
+
+"En waarom benij je me Willem?"
+
+"Naar ik in de keuken vernam zal menheer morgen met de jonge mevrouw
+naar Parijs gaan;" zegt de grijze snorrebaard terwijl hij vluchtig
+van terzijde een vragenden blik op den dokter werpt.
+
+"Als men het in de keuken zegt dan zal het wel waar zijn."
+
+"Menheer weet wel dat ik niet nieuwsgierig ben; maar ik spreek ervan
+omdat menheer als hij werkelijk naar Parijs gaat, een gezicht zal
+zien, waar ik om zoo te spreken m'n laatste eindje leven voor zou
+overhebben."
+
+"Je bedoelt....?"
+
+"Wat ik bedoel menheer? Wel, wat zou ik er anders willen zien dan
+de plaats waar de groote Keizer rust. Ja dokter, dat u met de jonge
+mevrouw die plek met je eigen oogen zult bezichtigen, dat kan ik je
+benijen. Zie, ik was nog maar een jongen van veertien jaar toen ik
+als pijper in dienst kwam, maar tweemaal heb ik hem toch gezien;
+op zijn paard, ons toewuivend met den steek; en, zie dokter, dát
+vergeet je je leven niet!--Komaan Zampa, het hek in."
+
+"Als _oom_ er nog eens naar toe ging Willem."
+
+"'t Zal niet gebeuren menheer.--Ho Zampa!--Voorzichtig dokter.--Hoe
+laat verkiest u dat ik weer vóór kom?"
+
+"Heeft oom gezegd dat je me ook zoudt terugrijden?"
+
+"De generaal heeft me gelast u te halen en te brengen."
+
+"Dan om negen uur Willem."
+
+De grijze koetsier buigt, en salueert met de zweep.
+
+'t Is een klein maar heerlijk gelegen landgoed, dat door den
+gepensioneerden generaal Van Barneveld als eigenaar wordt bewoond. Van
+den straatweg ziet men langs den oprit--die om het breede middelgazon
+naar de woning voert, ter linker- en rechterzijde prachtige boomen
+en sierlijke heestergroepen.
+
+De woning op zichzelve is er een van die solide gebouwde, zeer deftige
+en nochtans vriendelijke soort, waarin de tijdgeest echter niet veel
+behagen heeft.
+
+Een deftig _stadshuis_ zou men zeggen. Behalve de onderwoning, is
+het twee verdiepingen hoog; acht ramen heeft het in den voorgevel,
+uitgenomen nog de beide, even hooge, maar zeer smalle ramen der
+vestibule waartoe een fiksche deur met sierlijk lofwerk den toegang
+verleent, nadat men eerst een vrij hooge en breede hardsteenen stoep
+heeft moeten beklimmen.
+
+Den goeden naam, dien het landgoed met betrekking tot zijn
+ligging geniet, dankt het bovenal aan 'tgeen van de straatwegzijde
+verborgen blijft. De achtergevel van het gebouw--naar het zuiden
+gekeerd--staat op de helling van den berg die aan het buitenverblijf
+zijn naam schonk. Is men onder de zware takken van eiken en beuken
+ter weerszijden van het landhuis doorgegaan, dan ziet men--behalve
+de bloemen aan zijn voet--het groen van heesters en boomtoppen die
+oprijzen uit de diepte. En tusschen die openingen door, geniet men
+weder het prachtigst uitzicht over een heerlijk Geldersch landschap:
+'twelk zich verliest in een dommelig verschiet, en waardoor de grijze
+Rijn--nu eens blinkend in den glans van een doorvallend zonlicht
+en dan weder grauw gedekt door een voortjagende wolkschaduw, zich
+voorspoedt naar het verre welbekende duin.
+
+Vooral bij een stoombootvaart op den Rijn, levert het wit gepleisterde
+huis met zijn fraai uitgebouwde _serre_ aan de zuidzijde--zooals het
+daar in de hoogte telkens achter het geboomte wegschuilt--een recht
+vriendelijk pittoresken aanblik op. Men zou dan aan wal willen stappen
+om te dolen in het bosch aan den voet van den berg, waar de klare
+beek over blanke kiezels murmelt men zou de meestal steile paden van
+den fiks begroeiden _Zonsberg_ willen beklimmen, om eindelijk in dat
+hooggelegen landhuis--als het zoo wezen mocht--een weinig te kunnen
+uitrusten, met het oog over den schoonen voorgrond in het heerlijke
+verschiet.
+
+Voor het hoogopgeschoven raam van een ruim vertrek zit de generaal
+Van Barneveld in een gewonen leunstoel. De generaal is een man
+van bijna zeventig jaren. Zijn zilverwitte haren en forsche grijze
+knevels verhoogen het mannelijk schoon van zijn edel gelaat. Het hooge
+voorhoofd en de helderbruine oogen spreken van verstand en doorzicht,
+terwijl de eenigszins gebogen neus en fijnbesneden mond, kloekheid
+van inborst verraden en reinen zin.
+
+Opziende uit het boek waarin hij heeft gelezen, tuurt de generaal
+een wijle naar het schoone vergezicht, om echter al spoedig een
+blik op de groote pendule te werpen, die zoo even halfzes heeft
+geslagen. Van Barneveld haalt zijn horloge te voorschijn en ziet
+"dat de pendule niet in de war is". De generaal is een man van de
+klok. Kleine zielen hebben dikwijls dezelfde accuraatheids-manie,
+en ofschoon die accuratesse alzoo op zich zelve niet veel beteekent,
+zoo mag men er nu toch uit opmaken dat Van Barneveld gedurende zijn
+militaire loopbaan zoomin in de lage als hoogere rangen, ooit naar
+zich wachten liet maar steeds op zijn post was.
+
+De generaal verlaat zijn zitplaats; loopt een paar malen de kamer op
+en neer; ziet nogmaals naar de pendule, en gaat dan de kamer uit.
+
+De breede gang, waarin hij gekomen is, vormt met de straks genoemde
+vestibule één geheel, en loopt tot aan den achtermuur van het
+huis waar voorheen, aan den binnenkant, een gipsen Ceres de nis
+versierde. Sedert de generaal eigenaar van _De Zonsberg_ is geworden,
+werd de nis uitgebroken, en kwam er in haar plaats een glazen deur, die
+nu toegang geeft tot de reeds genoemde zeer smaakvol uitgebouwde serre.
+
+Wanneer men het landhuis binnentreedt ziet men alzoo aan 't eind van
+de breede gang, door de glazen deur, in Van Barnevelds zoogenaamden
+wintertuin, die met recht zijn lievelingsverblijf mag heeten.
+
+Op hetzelfde oogenblik dat de generaal er nog even denkt binnen te
+gaan, omdat hij, in weerwil van het wachten, geen oogenblik zijn
+goede stemming verliezen wil, komt August Helmond, gevolgd door Van
+Barnevelds dochter Jacoba, uit de groote zaal in de gang, en drukt
+de eerste al spoedig den verrast opzienden oom de hand.
+
+"Ahzoo, menheer de bruigom! Ik wist niet dat je al hier waart, en was
+bang dat Willem wat getreuzeld had. De knaap wordt oud.--Hij heeft
+je immers gehaald?"
+
+"Jawel, prompt zooals u besteld hadt oom. Ik dank u. De tilbury kwam
+mij even buiten Romphuizen tegen."
+
+"Hadt je niet begrepen dat ik je zou laten halen?"
+
+"Nee oom."
+
+"Dat spijt me."
+
+"Omdat u zelden...."
+
+"Ik zend geen rijtuig wanneer men van mijn beleefdheid gebruik maakt,
+maar wel wanneer men mij een beleefdheid bewijst. Ik waardeer het dat
+je van middag woudt komen August. Is juffrouw Armelo en de familie
+welvarend?"
+
+"Dank u oom. Ik moet u vriendelijk van haar en mijn aanstaande
+schoonouders groeten."
+
+De generaal maakt een beweging met de hand, ten teeken dat hij de
+beleefdheidsformule heeft gehoord.
+
+"Wat dee jelui in de zaal Coba?"
+
+"Pa, ik heb...."
+
+"Coba heeft er mij een nieuw bewijs van haar liefde gegeven oom. Ze
+vertelde mij dat u ingevolge haar verzoek, wilt terugkomen op uw
+besluit, en morgen na de trouwplechtigheid het déjeuner zult bijwonen,
+waarop de familie Armelo u had genoodigd. Coba wilde mij dit goede
+nieuws mededeelen alvorens aan tafel te gaan."
+
+"Ei zoo ondeugende babbelaarster; moest het daarom over den tijd
+loopen!"
+
+"Mijnheer, er is gediend;" zegt de huisknecht die uit de eetkamer in
+de gang komt en front maakt bij de deur.
+
+"Goed Hendrik!"--In het Fransch vervolgt Van Barneveld tot den neef
+die hem een dankbaren blik had toegeworpen: "Toen Coba mij deed
+gevoelen dat de familie Armelo mijn weigering aan een dwazen trots
+zou toeschrijven, toen heb ik fiat gezegd. Als men mij maar vergunnen
+wil om niets anders dan het zeer gewone te gebruiken, en niet later
+dan om zes uur naar huis te gaan.--Convenieert dat de familie?"
+
+"U bedoelt oom?"
+
+"Zoo'n déjeuner in _De Gouden Arend_?" antwoordt de generaal terwijl
+hij den jongelieden een wenk geeft om plaats te nemen.
+
+Helmond kleurt vluchtig; aarzelt, en zegt dan:
+
+"Ik heb die zaak met den ouden heer Armelo besproken en geschikt oom."
+
+"Ah.... zoo" zegt de generaal, en geeft te gelijk een teeken om
+te bidden.
+
+Ofschoon Hendrik gedurende deze ceremonie in een zeer eerbiedige
+houding, met het oog op een der landschapvakken die de eetkamer
+versieren, achter de tafel staat, zoo kan hij toch niet nalaten om
+eventjes onder de oogwimpers door, een blik op "zijn biddende gasten"
+te werpen.
+
+--'t Is om er akelig van te worden zooals die lieve juffrouw Coba er
+uitziet. Ja, als zij de mooie vriendelijke oogen, zooals nu heeft
+gesloten, dan zou men haast zeggen dat daar een doode in biddende
+houding zat. De werkmeid heeft gezegd dat het geen wonder is.--En,
+zou het werkelijk geen wonder wezen? Zou ze waarlijk hoe langer hoe
+bleeker worden omdat dokter Helmond morgen met dat juffertje van
+den oud-kapitein Von Habenichts gaat trouwen?--Ja, die neef van
+den generaal is een knap mensch. Wat een verschil van kleur met
+juffrouw Coba!--En juffrouw Coba's postuurtje, och lieve hemel,
+denkt Hendrik terwijl hij nu weer in de straks verlaten richting
+tuurt--schuinsrechts op het landschapvak met een herder en herderin
+onder een boom,--och lieve hemel, heel wat anders dan die juffrouw
+daar met den saamgepersten boezem in het gele keurslijf. Zoo'n wurm!
+
+De gewone diners op _De Zonsberg_ duren niet lang; in een half uur
+is gewoonlijk alles--van de soep tot den podding, afgeloopen. En,
+wanneer Hendrik het eenvoudige dessert heeft opgebracht en voorgoed
+de kamer verlaat, dan wordt het gesprek, 't welk gedurende het eten
+doorgaans in 't Fransch werd gevoerd, in 't Nederlandsch voortgezet.
+
+"Dus zul je veertien dagen uitblijven?"
+
+"Ja oom, 't kan nu zeer goed geschikt worden; en voor Parijs is
+veertien dagen niet te veel."
+
+"Ah, dus moest het tóch Parijs wezen."
+
+"We zijn daar nu zeer op gesteld oom."
+
+"Ik meende August, dat jij er minder op gesteld waart;" herneemt
+de generaal, en meer dan gewoonlijk is er in zijn stem iets van den
+oud-militair te herkennen.
+
+"Ik geloof pa, dat August's bruidje er nog al heel veel zin in had. Ja,
+en dat kan ik mij best begrijpen, wanneer men er nooit is geweest en
+zich zoo gezond en sterk gevoelt als juffrouw Eva; niewaar Helmond?"
+
+August ziet zijn pleegzusje vriendelijk aan, en zegt tot den generaal:
+
+"Toen ik bemerkte oom, dat Eva er zoo bijzonder op gesteld was, werd
+het ook _mijn_ wensch. Ik geloof dat u de eerste zult zijn om te
+erkennen, dat het tot de zeer verschoonbare inconsequenties behoort
+om eigen lusten voor die van onze geliefden op te offeren."
+
+"Welzeker August.... Wil je nog wijn?"
+
+"Dank u oom."
+
+Eenige minuten later wordt er gedankt.
+
+Jacoba verlaat de eetkamer nadat ze een zoen op Van Barnevelds
+voorhoofd heeft gedrukt.--Hendrik die inmiddels is teruggekomen,
+presenteert den generaal en diens neef de sigaren. Nadat de heeren
+hebben opgestoken en Van Barneveld den knecht heeft gelast om het
+raam te openen, waardoor men evenals in de woonkamer het heerlijke
+vergezicht over den Rijn geniet, geeft de generaal aan zijn huisknecht
+een wenk. Deze verwijdert zich en doet de deur zorgvuldig achter
+zich toe.
+
+"'t Was mijn wensch August, om je op den avond vóór je huwelijk over
+je belangen te spreken," vangt de generaal aan: "we zullen daartoe
+na de thee, op mijn kamer gelegenheid hebben. Nu echter moet ik eens
+even over Coba met je praten." Naar buiten ziende en dan met merkbare
+zelfoverwinning:
+
+"Ze zag in de laatste dagen naar 't me voorkwam wat bleek."
+
+"Coba is niet sterk oom;" zegt Helmond en ziet den pleegvader
+belangstellend doch met verwondering aan.
+
+"Omdat ik niet aan den medicijnwinkel hecht August, daarom bevreemdt
+het je dat ik je over Coba's gezondheid spreek. Wat ik voor me
+zelf niet zou doen, dat doe ik voor m'n kind; en met het oog
+op je aanstaande reis vond ik het beter om je 't nu maar eens te
+vragen.... 't Kon dacht me geen kwaad.--Ze heeft voor een paar dagen
+iets gehad dat me...." de generaal wendt weer zijn hoofd van Helmond
+af en naar de zij van het raam: "dat me.... wel niet bezorgd maakt,
+maar.... toch ook niet beviel.---Zie je die sleepboot wel? Kijk, vier
+Keulenaars er achter, nee vijf, de verste zat nog achter den eiketop."
+
+"En wat was er dat Coba.... oom?"
+
+"O ja, 't had nu juist niet zoo _heel_ veel te beteekenen,
+maar.... Eergisteren tegen den avond gaan we samen den berg af;
+zitten in 't bosch op den beekheuvel; praten over je huwelijk; ze
+maalt me dat ik om jelui plezier te doen dat déjeuner zal bijwonen,
+etcetera, etcetera."
+
+"Zij heeft zoo'n lief karakter de goede Coba."
+
+"Het evenbeeld van haar moeder. Om kort te gaan, vroolijk en wél
+hervatten we onze wandeling; we praten over je toekomst, over
+je praktijk, ik weet niet wat. Naar huis terugkeerende, onder 't
+beklimmen van den berg, bespeur ik dat ze sterker dan gewoonlijk
+begint te hijgen. 'k Zeg nog: wil je hier even op den kant in 't gras
+gaan zitten--terwijl ik in stilte besloot om op een paar punten een
+tuinbank te doen plaatsen. O nee pa, zegt ze, en, om me te toonen
+dat ze heel wél is, begint ze met haar hijgend stemmetje een van haar
+favoriet-stukjes te zingen.--'k Zeg: Coba ben je mal, dat zingen onder
+'t klimmen deugt volstrekt niet; maar of ze 't niet hoorde, luider
+ging zij voort. Achter haar aankomende verbied ik het haar sterker. 't
+Was juist toen we van den zigzag den laatsten hoek omsloegen, dat ze
+met zeer veel inspanning de slotwoorden van dat air herhaalde: adieu,
+adieu of iets van dien aard. Geen twee seconden later zag ze om, zoo
+wit als een doode. Och pa, papa! riep ze met zwakke stem; en August,
+als ik haar niet aanstonds in mijn armen had opgevangen dan zou ze
+zeker achterover zijn gevallen, want, plotseling zakte ze ineen,
+bijna als iemand die verlamd is, en trok ze zoo raar met de oogen,
+dat ik niets dan het wit ervan te zien kreeg."
+
+"Was zij buiten kennis oom?"
+
+"Nee in 't geheel niet. Tenminste, ze verstond me best. Bijna dragend
+heb ik haar toen in huis en op de canapé gekregen. Het hijgen, dat
+gedurende die.... vapeur een weinig bedaard was, kwam nu sterker
+terug; later werd ze koud, en haalde den sjaal, waarmee ik haar
+voeten had bedekt, eenigszins rillend over zich heen;--ze was wel
+wat luchtig gekleed, zieje, en 't is doorgaans nog geen weer voor
+die zomertoiletjes.--Enfin, ik stop haar wat toe; ze zal moe zijn
+dacht ik, en een fiksche toer slapen zal haar goeddoen. Maar jawel,
+een half uur later, toen ik wat in den Militairen Spectator zat te
+snuffelen, daar staat me 't ondeugende kind naast m'n stoel; zoent me,
+en zegt dat ze heelemaal weer beter is.--'t Heeft niets te beteekenen,
+niewaar? 't Was een natuurlijk gevolg van dat fatale zingen onder
+'t klimmen; maar ik meende toch dat ik verplicht was je 't eens te
+zeggen.--Omdat ze niet sterk is moet ze alle zotte _efforts_ vermijden,
+dat is mijn opinie....?"
+
+"Klaagt Coba nooit over pijn op de borst oom?"
+
+"Nee, ze heeft een delicaat gestel, maar klagen doet ze nooit!"--Weer
+naar buiten turend: "Je ziet er geen kwaad in, niewaar? Een vapeurtje
+ten gevolge van die klim- en zingpartij?"
+
+"Zooals ik Coba nog van middag heb gezien, kan ik in die bezwijming
+juist geen reden tot bezorgdheid vinden; maar...."
+
+Helmonds antwoord heeft den ouden generaal van een grooter zorg
+bevrijd dan hij zou willen bekennen; ja grooter misschien dan hij
+zichzelf is bewust geweest. Voor des dokters laatste _maar_ had hij
+nu geen ooren. Immers die dokter, een _deskundige_, heeft erkend dat
+in het genoemde verschijnsel op zichzelf geen reden tot bezorgdheid te
+vinden was. Zulk een verschijnsel is dus niet een erkend uitvloeisel,
+of een vast bewijs van het aanwezig zijn eener doodelijke kwaal. Dit
+te weten is hem genoeg. In de geliefkoosde overtuiging dat Jacoba,
+ofschoon zij niet tot de sterksten behoort, "gezond van harte" is,
+werd de vader opnieuw en krachtig versterkt. 't Komt uit zooals hij
+vermoed--of in stilte gehoopt heeft: de overspanning van het oogenblik
+heeft zijn dochter die "onpasselijkheid" bezorgd, en, zullen die
+malle kuurtjes zich niet herhalen en alzoo het delicate gestel op den
+duur niet verzwakken, dan dienen alle sterke inspanningen vermeden
+te worden, en moet Coba vooral _niet meer zingen_. In den laatsten
+tijd was ze altijd minder goed wanneer ze gezongen had.
+
+"Je bent het volmaakt met me eens Helmond. Ik wist vooruit dat er
+geen kwaad bij was, maar, zonder je eens te hebben gepolst, rekende
+ik mij vis-à-vis Coba niet geheel verantwoord.--Komaan, ze zal ons
+met de thee wachten; maar--doe jij me nu één plezier en secondeer me
+als ik haar goeden raad geef. Dat zingen en gillen, waarachtig dat
+deugt niet--niemendal!"
+
+Helmond kent zijn pleegvader. Hij vindt het onnoodig om hem, en zonder
+dat hij als dokter iets met zekerheid bepalen kan, de zoo gemakkelijk
+herwonnen gerustheid opnieuw te benemen. Hij besluit in stilte, om
+Jacoba aan de theetafel ongemerkt eens wat nauwkeuriger waar te nemen;
+haar zoo noodig goeden raad te geven, en wanneer er méér reden tot
+bezorgdheid mocht zijn dan hij nu vermoedt, om haar dan--al moest
+het ook in stilte wezen--met zorg te behandelen zoodra hij van zijn
+reisje zal zijn teruggekeerd.
+
+Ternauwernood is de generaal met zijn neef in de huiskamer gekomen,
+waar Coba voor het tweede venster aan de theetafel zit, of hij zegt
+terwijl hij even bij haar stilstaat:
+
+"Zie je wel klein ding, August is het heelemaal met me eens. Nietmeer
+van die kunsten hoor!"
+
+Terwijl Jacoba's bleek gezichtje met een blos wordt gekleurd vraagt ze:
+"Wat bedoelt u papa?"
+
+"Wel, met dat onbesuisde zingen. Helmond geeft me volmaakt gelijk dat
+jou persoontje niet voor al die krachtsbetooningen en hooge noten in
+de wieg is gelegd."
+
+"Maar pa, dat zingen...."
+
+"Ja lieve kind, dat doet je wél kwaad; de heele muziekboel doet je
+kwaad. Als je zoo'n uur op de piano hebt zitten tamboereeren, en
+vooral na de les, dan kan ik 't je aanzien dat je moe bent. Laatst
+nog beefde je hand toen je me 't kopje gaf."
+
+"Dat was na den _Erlkönig_ pa, en dat stuk....!"
+
+"Ja dat is onverstandig kras, ik zeg _bepaald onverstandig_! Hoor
+eens lieve nachtegaal, August geeft me volmaakt gelijk dat je je
+versterken en je gestel niet door overmatige inspanning ondermijnen
+moet. Niewaar August?"
+
+"Zeker Coba, oom heeft me gezegd dat je eergisteren...."
+
+"Ja, ik heb August je kippenkuurtje van Dinsdag eens verteld. 't Kwam
+zoo ter sprake. 't Was niets niemendal. Maar, een tienponder kan geen
+kogels van een dertigponder verwerken. De mensch moet leven naar de
+mate der kracht die hem geschonken is! Zelfs nu nog, als _ik_ den
+Zonsberg met m'n zeventig jaren beklim, dan behoef ik niet te rusten,
+maar jij met je constitutie, je moet het driemaal doen. Zie, zoo moet
+je het in 't generaal aanleggen, indien je komen wilt waar God je
+voor geschapen heeft, dat wil zeggen tot je ouden dag; en als je dat
+niet doet, en je nog gaat overschreeuwen erbij, dan, waarachtig, dan
+ben je je eigen revolver. August denkt er precies zoo over. Niewaar?"
+
+"Ik ben het zeer met oom eens Coba, dat je _niet te veel_ van je
+krachten moet vergen."
+
+"Maar pa, u hebt zoo dikwijls gezegd dat bijvoorbeeld een soldaat
+door oefening...."
+
+"Beste kind, in disputeeren heb ik geen lust. Van soldaten
+spreken we niet. Als je me met je lief gezichtje zoo wijsgeerig
+aan mijn militair herinnert, dan zou ik 't allereerst op _commando_
+en _discipline_ komen, en je weet wel dat ik japonnetjes nooit als
+soldaten behandel. Ik hoop dat je uit overtuiging en uit liefde voor me
+doen zult, 'tgeen August volmaakt met me eens is dat je doen _moet_,
+en als deskundige van je verlangt. Donerie zal vooreerst niet meer
+komen. Piano en zang dienen een tijd lang te rusten. Voordat August op
+reis gaat, moest je hem en mij dat beloven. Zul je? Als we dan verder
+goed versterken; veel de lucht genieten--liefst op de vlakte--dan
+twijfel ik niet of hij zal bij zijn terugkomst moeten zeggen dat je
+er beter uitziet. Want ja, een beetje bleek zie je toch wel."
+
+Jacoba is bij de laatste woorden van haar vader beurtelings rood
+en doodsbleek geworden. Meesttijds weet ze zich zonderling goed te
+beheerschen. Men zal niet licht bespeuren wat er omgaat in hare
+ziel indien zij het noodig oordeelt, het voor haar dierbaren te
+verbergen. Nu echter was het haar een oogenblik te machtig.
+
+"Muziek en zang zijn mijn liefste uitspanningen. Waarom moet ik u en
+August.... beloven....?" zegt ze op bewogen toon terwijl er tranen
+blinken in haar zachtblauwe oogen.
+
+Van Barneveld heeft niet geantwoord.
+
+Die kijkers staarden hem aan als van een aangeschoten ree. Dat was
+den _generaal te machtig_.
+
+"Coba, oom wil je volstrekt je genoegen niet ontnemen; hij vreest
+alleen dat het je nadeelig zal zijn."
+
+"Als het _beter_ is dat ik niet zing en speel August, en vooral als
+ik er pa genoegen mee doe, dan kan ik het laten;" zegt Jacoba terwijl
+ze door een zekere bedrijvigheid bij het inschenken van de thee, den
+strijd tracht te bedekken dien het bedaard gegeven antwoord haar kost.
+
+"Fiks gesproken Coba!" zegt de generaal.
+
+Weinige oogenblikken daarna verlaat hij de kamer om in de serre een
+kijkje te nemen, of.... met de heimelijke hoop misschien dat August
+gedurende zijn afwezigheid, Jacoba nog eens ondervragen en verder
+goeden raad, ja, zoo het noodig mocht wezen, een "mengsel uit den
+medicijnwinkel" zal geven. Coba zag toch erg _erg_ bleek, en die
+kippenkuren konden terugkomen.
+
+Helmond kent zijn pleegvader. Hij ziet hem de kamer verlaten en--straks
+is de deur weer gesloten.
+
+"Heb je nooit pijn op de borst Coba?"
+
+"Nee August."
+
+"Kun je goed ademhalen. Zóó--diep, _diep_ ophalen? Probeer het
+eens flink!"
+
+Jacoba voldoet aan Helmonds verlangen, doch met een afgewend gelaat.
+
+"Ja 't is wel vreemd dat ik nu juist op mijn laatsten bruigomsdag
+hier bijna aan 't praktizeeren zou raken. Tot nu toe was ik zoowat
+de drop-en-kamille-dokter van 't huis. Maar je zult het ondervinden
+dat ik heel gemakkelijk voor mijn patiënten ben; en, als ik ze
+liefheb zooals mijn beste zusje, dan moeten ze in een heel klein
+poosje weer van zessen klaar zijn. Aan jou Coba, is echter voor
+'t oogenblik gelukkig niet veel eer te behalen. Oom maakte zich
+om dat kippenkuurtje eerst wel wat ongerust, en ofschoon er naar
+'t me voorkomt volstrekt geen kwaad bij is, zoo noem ik het heel
+verstandig dat je--ook om zijnentwil--een veertien dagen zijn raad
+wilt volgen.... Mag ik je pols eens eventjes...... Wat de muziek en
+'t zingen betreft lieve kind, daar zal op den duur volstrekt geen
+bezwaar tegen zijn." Helmond drukt den pols wat sterker, en vervolgt:
+"Nu Donerie wat ongesteld is komt het juist goed om je naar papa's
+wensch te voegen en wat vacantie te nemen."--Hij ziet Coba die zich
+heeft afgewend, nauwlettend van terzijde aan; laat den pols varen;
+vat hare hand, en zegt na een oogenblik stilte:
+
+"Vertel me eens heel oprecht beste zusje, is er iets dat je
+hindert?--Heb je misschien 't een of ander dat je droefgeestig
+stemt? of...."
+
+"Ik August?--Wel nee!"
+
+"'t Kon wezen Coba. De booien zijn soms onaardig. Weegt het bestier
+van de huishouding je ook wat zwaar?"
+
+"Nee August, volstrekt niet."
+
+"Toch komt het me voor...."
+
+Jacoba trekt haar hand uit die van Helmond, en zegt op sterker toon
+dan ze gewoonlijk spreekt:
+
+"Ik heb niets, volstrekt niets dat me hindert August. Alleen maakt het
+me zenuwachtig als men zooveel notitie van mij neemt. Ik heb laatst
+wat hard gezongen onder 't klimmen. Als men verdriet heeft dan zingt
+men zoo niet.--Nu, toen ben ik van overspanning wat raar geworden. Als
+mijnheer Donerie ziek is dan kan ik vanzelf geen les nemen en is dit,
+zooals je wél zegt, een geschikte vacantietijd. Is....--Je wilt nog
+thee?--Is.... se--wat ik wou zeggen, ah--is mijnheer Donerie _ernstig_
+ongesteld? 't Zou me niemendal verwonderen als die man eens erg ziek
+werd. 's-Winters kleedt hij zich onverstandig dun; bijna nooit een
+overjas aan. Zeker een zwaar gevatte kou....?"
+
+"Ik geloof niet dat het veel te beteekenen had. Hoofdpijn. Wel mogelijk
+gevatte kou;" antwoordt Helmond zonder er veel bij te denken, want hij
+meende zeer goed te bespeuren dat Coba naar Donerie's ongesteldheid
+informeerde terwijl geheel iets anders haar vervult.
+
+"Ik begrijp niet waar pa blijft;" zegt Coba terwijl ze opstaat en
+met afgewend gelaat zich voortspoedt naar de deur.
+
+"Coba! Jacoba!"
+
+"Is er iets August?"
+
+Hij staat vóór haar; ziet haar fiks in de oogen, en haar fijne
+vingertjes vattend zegt hij kalm:
+
+"Zusje, als daarbinnen verdriet of hartzeer woelt, dan zijn wij
+dokters met onze medicijnen niet in staat de kwaal te genezen. Dat
+_verdriet_ of _hartzeer_ moet worden weggenomen. En wat dunkt je zou
+ik nu--_zelf_ ten toppunt van geluk--mijn lieve pleegzusje met een
+vroolijk hart kunnen verlaten terwijl ik vermoed dat zij iets heeft
+'t welk haar niet gelukkig maakt, of dat haar hindert althans; dat er
+werkelijk iets anders is 'tgeen haar gestel zou kunnen ondermijnen
+dan muziek en zang zelfs bij 't bergen klimmen? Coba ik heb je goed
+bekeken. Men ziet het maar zelden wanneer je iets wat je grieft of
+smart, verbergen wilt. Maar ik zeg je nu, dat je 't een of ander te
+onderdrukken zoekt; misschien al sedert lang, en ten koste van je
+gezondheid. Als de oorzaak van dat verdriet wordt weggenomen Coba,
+dan zul je waarlijk weer veel flinker zijn. In één woord, zeg me wat
+je hebt. Straks spreek ik met oom.--In de stemming waarin hij nu is zal
+hij alles toegeven; ja, al moest hij den ouden Willem of Betje wegjagen
+indien ze je hier in 't een of ander den voet dwars durven zetten,
+hij zou het doen. Oom ging naar de stad wonen als ik hem zei dat de
+stilte je hier onaangenaam werd en kwaaddeed. Dus, beste kind...."
+
+"Ik dank je vriendelijk voor je belangstelling August, maar je
+hebt het mis. Niemand ter wereld heeft mij eenig verdriet gedaan,
+en _De Zonsberg_ is het liefste plekje dat ik ken. Zul je pa eens
+inschenken? Ik moet even naar boven."
+
+"Niet te haastig, niet te haastig die trappen op!" roept de
+generaal zijn dochter na, en dan binnentredend tot Helmond, alsof
+hij overluid een straks afgebroken gedachtenloop vervolgt: "Wat me
+óók zeer waarschijnlijk voorkomt August, het is dat Coba meer dan
+ze toonen wil gevoel van je huwelijk heeft.--'t Ligt in den aard
+der zaak dat je niet meer zoo dikwijls zult hier komen en dat ze je
+dikwijls zal missen. Coba houdt veel van je, August. Bij al wat we
+nu te observeeren hebben, zal het haar mede goeddoen dat die zaak nu
+morgen maar afloopt. Ze wil voor geen werelds-geld thuis blijven. 't
+Zou misschien beter zijn...."
+
+"Dat geloof ik niet oom; afleiding is goed, en ik zal morgen bijtijds
+een klein fleschje zenden waarvan ze een paar keeren vóórdat u
+uitrijdt, gebruiken moet."
+
+Hendrik de huisknecht annonceert op dit oogenblik met een ternauwernood
+onderdrukten glimlach: "Mijnheer Kippelaan!"
+
+"Er is belet Hendrik. Zeg zeer beleefd aan menheer Kippelaan dat ik
+iemand bij me heb met wien ik moet spreken.... iemand die.... uit de
+stad moet, die.... Ik kan den man niet ontvangen."
+
+Weinige oogenblikken later komt Hendrik terug, en zegt dat mijnheer
+Kippelaan juist het allermeest is gekomen om den persoon dien de
+generaal bij zich heeft: "Hij wilde dokter Helmond zoo bijzonder
+graag eens eventjes spreken."
+
+"Ben je zijn dokter August?"
+
+"Ik zou bijna zeggen: helaas ja!"
+
+"Laat menheer binnen Hendrik."
+
+Mijnheer Kippelaan struikelt de kamer in; ziet naar den dorpel om,
+en dan met een buiging:
+
+"Serviteur je excellentie. Nee ik derangeer u niet; nee waarlijk niet;
+'t was maar om eventjes.... Ah! comment va Helmond; altijd wél geweest
+sedert ik 't plezier had je van morgen....?"
+
+"Neem even plaats menheer Kippelaan;" zegt Van Barneveld met
+een aanwijzende beweging der hand, waardoor hij die hand voor een
+verovering van den bezoeker zoekt te vrijwaren. Doch, Kippelaan heeft
+zijn prooi reeds bemachtigd en dubt er mee op en neer.
+
+"Pardon, pardon excellentie, ik kan bij deze gelegenheid niet nalaten
+u nogmaals van harte, van harte...."
+
+"Ik dank je menheer;" zegt Van Barneveld terwijl hij tamelijk
+militairement zijn hand uit den kerker bevrijdt.
+
+"Kwalijk genomen?" herneemt Kippelaan met vergoelijkenden lach:
+"Jawel jawel, u hebt het me kwalijk genomen dat ik u na onze
+laatste ontmoeting op de receptie niet bezocht. Ja ja, 't is slecht
+van me, heel slecht. Ik maak het grof met iedereen. Mijn neef de
+professor in Leiën heeft laatst ook al geklaagd dat ik hem heelemaal
+negligeerde. Och ziet u, zóó ben ik; maar ik informeer nu allereerst
+naar juffrouw Van Barneveld. Welvarend niewaar? Ochkom, dat doet me
+plezier. 't Zou ook jammer zijn voor het feest van morgen. Perfect
+idee in _De Gouden Arend_. Uitmuntende visch! Zeker half-twee aan
+tafel? Déjeuner niewaar? Geen muziek zou ik denken? Begrepen! stuitend
+voor de conversatie, en...."
+
+"Menheer Kippelaan, we zullen maar eens open met elkander praten...."
+
+"Welzeker je excellentie, daar hou ik van. Op een kleine plaats
+moest men over 't algemeen minder gesloten, en meer joviaal en open
+zijn. Ziet u, ik zeg wat ik denk; geef me zooals ik ben. Rond,
+weet u...." Vluchtig opstaande, buigend, en weer plaatsnemend:
+"Militairement!"
+
+"'t Schijnt dat u de militaire usanties...."
+
+"O zeker, men heeft mij dikwijls gevraagd of ik geen officier
+was--in politiek weet u; en maçon; ik was op-en-top maçon, want de
+maçonnerie is alleen jovialiteit: Och dat is het geheele geheim,
+niets anders. Dikwijls aangezocht om lid te worden; maar excellentie,
+ik was het zonder dat ik het was. Ziet u, ik hou van _open_, _rond_!"
+
+"Wij beiden hebben onzen dokter te spreken menheer. Wilt u zoo goed
+zijn mij vóór te gaan.--Wanneer het geheim is August, ga dan in
+de zaal."
+
+"Duizendmaal excuus! Volstrekt niet. Geheimen in geen geval; en
+wat vóórgaan betreft je excellentie, indien u haast hebt dan zou ik
+dokter als we samen terugwandelden niewaar, zeer goed kunnen zeggen
+'tgeen ik te zeggen heb niewaar? Ik dank uw excellentie anders wel
+voor de groote beleefdheid om mij...."
+
+"'t Is geen beleefdheid menheer. Ik maak wat haast omdat we onzen
+tijd noodig hebben. 't Zijn familiezaken die we moeten afdoen. Wilt
+u dus zoo goed zijn mijn neef te volgen?"
+
+"Familiezaken! O welzeker je excellentie. Maar wat _ik_ aan mijn
+vriend Helmond te zeggen heb is wel bepaald in vertrouwen, maar
+toch--nee nee pardon generaal, pardon, voor u is 't in 't geheel geen
+geheim. Pardon!--Je moet dan weten Helmond, dat ik van morgen nadat ik
+'t plezier had je te zien, nog even bij den goeden majoor Kartenglimp
+ben geweest. Perfect mensch! Onder heeren! Open! O!--Was ijselijk
+amicaal met me; Kippelaan voor en na. Maar hij gevoelde zich toch
+zeer ziek. Was fameus met je ingenomen--droppels of poeders daar wil
+ik afwezen. Enfin, was bang voor een beroerte--_dit_ was het geheim;
+ziet u excellentie, maar onder ons niewaar? Ook niet plezierig een
+beroerte. Mijn neef de professor...."
+
+"Heeft de majoor je een commissie voor me opgedragen Kippelaan?"
+
+"Met je verlof, met je verlof dokter; commissies opdragen, zieje,
+dát is wat kras, maar...."
+
+"Neem me niet kwalijk; heeft hij je verzocht om mij....?"
+
+"Dat juist niet; ik heb de gaaf om--ja hoe mag ik het noemen; te
+_voelen_. Ziet u excellentie, dat is een voorrecht. Ik weet wat de
+Lieder ohne Worte zeggen. Dat voel ik! Ik begrijp, en dat doen de
+minste menschen. Als ik muziek lees dan lees ik een boek. Ja een
+vers van.... _enfin_ vind ik niet zoo mooi als een blad muziek;
+een quatre-mains lees ik liever dan een roman."
+
+"Heeft de majoor u verzocht....?"
+
+"Pardon, ik heb begrepen dat hij boos op je was. Ik ben rond dokter. Ja
+hij was boos op je, heel boos, dat mag ik zeggen; en nu dacht ik: ten
+bewijze dat ik Helmonds vriend ben, wil ik 't hem zeggen. Nu zei de
+majoor--'t was à propos van je reis: als ik hem in tijd van nood maar
+telegrafeeren kon. Dat was _juist_ gezien, niewaar excellentie? Mooie
+uitvinding: Wil ik iets weten, ik weet iets!--Rondeman gezegd, nu had
+ik een raad te geven. Schrijf me je adressen op, hê? watblief? Van
+dag tot dag? Goed idee niewaar? Niemand heeft er mee noodig waar je
+heengaat: maar als de majoor...."
+
+"Voor 't geval Kippelaan, dat mijn thuiskomst volstrekt noodzakelijk
+mocht zijn, heb ik maatregels genomen. Van Hake zal in overleg met
+Biermans schrijven of telegrafeeren."
+
+"Och-kom, Van Hake! zal die....!--Ah, hoe vaart u juffrouw Van
+Barneveld?" vervolgt Kippelaan tot Jacoba die juist binnenkomt:
+"Altijd wel geweest? Braaf feestgevierd dezer dagen? Ik ben verrukt
+over 't mooie uitzicht hier. Magnifique niewaar? Die Rijn!.... die
+landen _kust_ en _scheurt_ de dijken! 't Heelal verdeelt in ko...."
+
+"Menheer Kippelaan, je zult me vergunnen dat ik me nu met mijn neef
+absenteer. Als je nog een oogenblik wilt rusten, mijn dochter zal je
+gaarne een kop thee schenken. Vaarwel."
+
+Toen Kippelaan een groot uur later vertrok, toen was hij bij uitstek
+voldaan.--O, de ontvangst op _De Zonsberg_ was charmant geweest. Al
+heeft hij dan tot heden geen rechtstreeksche uitnoodigingen voor
+familiare diners of soirees gekregen, de ontvangst bewees genoeg dat
+het een onwillekeurig verzuim, ja misschien wel een groot bewijs van
+delicatesse geweest is. 't Was hem in den aanvang moeielijk om die
+delicatesse geheel in overeenstemming te brengen met de handeling
+van den generaal, toen hij zich met Helmond ging verwijderen, en hem,
+"ten sterkste animeerde" om alleen met juffrouw Coba te blijven. Maar
+later, ja, grooter blijk van sympathie en waardeering heeft de generaal
+niet kunnen geven. Alleen met personen met wie men op een familiaren
+voet wil zijn, handelt men zooals de generaal heeft gedaan; heelemaal
+in den geest van hun gesprek.... sans gêne, rond, joviaal!
+
+En juffrouw Jacoba! heeft zij hem een grooter bewijs van.... enfin,
+kunnen schenken dan juist door die koele, geretireerde houding? 't
+Mocht dan bij den "burgerlijken stand" en zelfs aan den generaal
+bekend zijn, dat hij den elfden April zijn vier en veertigste
+jaar is ingetreden, juffrouw Coba's terughoudendheid heeft hem wel
+degelijk gezegd, dat ze hem--zooals iedereen--op 't allermeest voor
+een zes en twintiger hield. O, welk een overheerlijk uur heeft hij
+gesleten! Zeer timide heeft ze veel naar buiten gezien, enfin in
+das Blaue hinein! en ze heeft zeer weinig gesproken; natuurlijk pour
+la première fois! Maar, zoo 't een en ander heeft hij toch uit haar
+allerliefste korte antwoorden kunnen opmaken; bijvoorbeeld dat zij
+zich nooit verveelde als zij alleen was; en dat het haar pa zeker
+bijzonder veel plezier zou doen als hij eens terugkwam wanneer papa
+geen zaken had. O, o, die invitatie!--Voor het overige is Kippelaan
+zeer tevreden over zich zelf. Hij heeft de overtuiging dat alleen
+de "toonnuanceering zijner stem"--waarover men hem dikwijls vol
+enthousiasme gesproken heeft--ook nu haar uitwerking heeft gehad. Toen
+hij van 't geluk sprak 'twelk dokter Helmond met zijn geliefde "te
+gemoet ijlde", in vergelijking van een lijdend herstellen zooals van
+den majoor Kartenglimp of een doodelijk ziekbed, waaraan--zooals hij
+vernam--de muziekmeester Donerie gekluisterd was; toen hij die weelde
+des echtelijken geluks, in tegenstelling van zooveel lijden op dit
+"werelddeel" had geteekend, toen heeft hij haar zien verbleeken
+en ontroeren.--O Coba mijn!--Ja, zoo dacht Kippelaan toen hij bij
+'t heengaan--geheel in gedachten--Hendrik die hem uitliet de hand
+schudde. Ja, nadat ik een drietal moest bedroeven en teleurstellen,
+zal deze dan de vervulling der planeet zijn: "De zon zal het zilver
+beschijnen en hetzelve aan u doen kleven." Zij was "bleekblank als
+het zilver", en de _Zonsberg_ bescheen haar!
+
+"Atjuus menheer Kippelaan!" zegt Hendrik, en Kippelaan eensklaps uit
+zijn droomen ontwakend, verbeeldt zich dat hij op _De Zonsberg_ heeft
+gedineerd; haalt zijn portemonnaie te voorschijn, zoekt en frommelt
+en tuurt erin, en.... is verplicht Hendrik een gulden te geven, want
+"de twee kwartjes" hij vond ze niet.
+
+Enfin, Kippelaan heeft het er ruimschoots voor over; en wat dien
+gulden betrof, als eenmaal het interessante bleeke kind--eenmaal,
+jawel, generaals zijn ook sterfelijk--dan zouden immers de guldens
+voor Kippelaan zijn "wat nu het zand was aan den oever der zee;
+tenminste...."
+
+Kippelaan die in 't schemerdonker vertrok, heeft nog eens even,
+terzij van het huis een "blikslag" erop geworpen, want hij "kent
+gaarne iets aan alle kanten".
+
+Schuin in de hoogte ontdekt hij licht. De glimp uit het raam schijnt
+op het gebladert van den meest vooruitkomenden eiketak. Juist onder
+dien eik stond Kippelaan, en hij hoorde spreken.
+
+'t Was "letterlijk _niet_ te verstaan."--Nu werd het luider. Stil,
+dat is de stem van den generaal. Hoor:
+
+"Getrouwd.... met Chassé.--Citadel.... twee kinders."
+
+Kippelaan vond het indiscreet; maar hier
+onder den donkeren eik, wie zag hem! 't Was
+aller-interessantst! aller.... aller.... interessantst! en hij
+luisterde, en ving gedurende een groot half uur, misschien een
+honderdste deel van de woorden op, die er binnen de kamer van den
+generaal werden gesproken; woorden, waarop men den klemtoon te pas
+of te onpas gelegd had. Binnen die kamer zelve vervolgt de generaal
+tot zijn pleegzoon:
+
+"Ja, toen je brave vader doodelijk getroffen in mijn arm den geest
+gaf, toen beloofde ik hem, zoo ik gespaard bleef, dat ik je beiden
+zou grootbrengen als mijn eigen kinderen. En heb ik dat niet gedaan
+August? heb ik _dien andere_ minder liefgehad? 't Is wreed mij aan dien
+knaap te herinneren, wreeder dan je denkt misschien. Had ik hem dan
+laten studeeren om aanstonds, toegevend aan een dwaze rederijkersmanie,
+zich te verslingeren aan een tooneelnimf van het laagste ressort! Had
+ik hem dáárvoor mijn liefde betoond, om mij.... mij...."
+
+"Beste oom, spreek hierover niet meer;" zegt Helmond dewijl hij ziet
+hoe de herinnering aan 'tgeen zijn broeder deed, den ouden pleegvader
+beroert.
+
+"Waarom zijn naam dan genoemd August? Je wist immers dat ik ten
+strengste verboden had om, in mijn bijzijn, over hem te spreken."
+
+"Oom, Philip is mijn broer, en waarlijk hij had u lief. Slechts in
+een oogenblik van opgewondenheid...."
+
+"Opgewondenheid! Zwijg August. Dat hij mij zóó iets zeggen kon! Wanneer
+ik me die woorden herinner; van _hem_ die woorden: "Man, als je één
+greintje eergevoel in de borst hadt....!" God in den hemel, hij tot
+mij! Zwijg, _zwijg_ zeg ik je; spreek me van den aterling niet meer."
+
+"Ja oom, 't was zeker schrikkelijk slecht om u, den weldoener...."
+
+"Slecht! er is geen woord voor te vinden!"
+
+"De hartstocht voor dat meisje had hem verblind. Ik wil hem niet
+voorspreken oom, maar uw woord is mij te zwaar; hem af te snijden als
+een "rot lid;" hem nooit wat er ook zijn mocht, te mogen bijstaan of
+helpen; hem te beschouwen als de adder die.... Oom, in godsdienstige
+begrippen verschillen wij veel, maar als u vasthoudt aan wat
+geschreven staat, dan moet u Philip niet vervloeken maar vergeven,
+evenals God...."
+
+Van Barneveld, de altijd waardige man, is nu aan de uiterste grens
+van zijn geduld. Zich sterk beheerschend, schenkt hij zich met bevende
+hand een glas water in, en, na een teug te hebben gedronken, herneemt
+hij--aanvankelijk kalmer:
+
+"Over onze godsdienstige denkbeelden spreken we niet August. Ik wil je
+alleen herinneren, dat ik aan een heilig, maar niet aan een weekhartig
+God geloof. Daar is een _verdoemenis_! De bokken zullen van de schapen
+worden gescheiden. Wie God veracht, gaat verloren; voor eeuwig! Geen
+Genade!--In Gods geest handelt de krijgsoverste als hij een verrader
+den kogel geeft; als hij opstand--insubordinatie--straft met den
+dood.--Het ongedierte vertrap ik vrij met den voet. En, als ik nu
+den ellendige vervloek dien ik liefhad en wéldeed; de adder die me
+zeggen durfde: "man, als je één greintje eergevoel...." God in den
+Hemel!.... zoo iets moest men niet opwekken, zoo iets...."
+
+Bij Van Barnevelds laatste woorden heeft hij de tafel door een hevigen
+vuistslag doen dreunen. Toen zijn stem bleef stokken, is hij opgestaan,
+en, zichtbaar fel bewogen, loopt hij een paar malen de kamer op en
+neer, ofschoon zijn haastig tasten naar de waterkaraf, en het nogmaals
+drinken--nadat Helmond hem snel heeft ingeschonken--zeer duidelijk
+verraadt dat hij den storm in zijn borst tot bedaren wil brengen.
+
+"Oom, uw toorn is rechtmatig, ik weet het!"
+
+"Ha zoo, als men dat maar bedenkt."
+
+"Ik vraag u niets voor.... hem. Ik wilde u alleen herinneren, dat
+hij mijn broer is, en mijn broeder kan ik niet haten oom."
+
+"Ik wil niet over hem spreken. Hem te haten gelast je niemand. Zijn
+naam wordt in dat stuk niet genoemd."
+
+"Maar de bedoeling ervan....?"
+
+"Is duidelijk genoeg: Nooit meer zal hij iets genieten van 'tgeen mij
+heeft toebehoord. Ik dacht August, dat je stilzwijgend mijn bedoeling
+zoudt verstaan en gebillijkt hebben."
+
+August Helmond staart op het schrift, 'twelk de oom hem straks ter
+onderteekening had aangeboden. Ofschoon men den jongen dokter wel
+eens andere verwachtingen had voorgespiegeld, wanneer hij zijn keus
+zou hebben gevestigd en in 't huwelijk ging treden; ofschoon men wel
+eens heeft gefluisterd dat de generaal aan zijn pleegzoon een ton of
+minstens een halve ton zou meegeven, zoo moest August erkennen dat
+de oom het wél had gemaakt; wanneer men namelijk bedacht dat zijn
+huwelijk met Eva Armelo geenszins Van Barnevelds geheele goedkeuring
+wegdroeg, en hij zich in den beginne er zelfs met kracht tegen verzet
+had. 't Was mooi genoeg dat Helmond--die alles wat hij was en bezat
+aan zijn pleegvader is verschuldigd; die reeds een eigen huis bewoont
+en van _De Zonsberg_ bij voortduring een stroom van weldaden in het
+huishouden mag verwachten, dat hij zich van den dag van 't huwelijk
+afaan, jaarlijks een som van driehonderd gulden zag toegekend--het
+dubbele van 't geen hij, sedert hij dokter werd, ontving--terwijl
+den echtgenooten telkens bij de geboorte van een kind, een bedrag
+van honderd gulden was verzekerd.
+
+Mocht de pleegzoon bij de inzage der gemaakte beschikking ook in
+den aanvang eenige teleurstelling hebben gevoeld, die teleurstelling
+heeft bij het verder lezen spoedig voor andere gewaarwordingen moeten
+plaats maken. Immers, ofschoon de generaal wel meermalen heeft laten
+doorschemeren dat August mede zijn erfgenaam zou zijn, nooit was daarop
+zoo rechtstreeks gedoeld als bij de woorden, dat August Helmond aan
+den _vroegeren huisgenoot_ nimmer iets zou schenken van 'tgeen den
+pleegvader had toebehoord.--Was hem die meerdere zekerheid voor de
+toekomst een hoogst aangename, het kon niet missen of de zeer gestrenge
+bepaling ten opzichte van zijn broeder moest hem pijnlijk treffen.
+
+Nog staarde Helmond eenige oogenblikken op het veelbeteekenend
+geschrift. Toen zag hij eensklaps zijn pleegvader aan en zei:
+
+"Oom, wij hebben onze moeder niet gekend. Zij was een zachte edele
+vrouw."
+
+"Is het je plan August, een nieuwe batterij te openen, laat dan
+dat voornemen varen. Je moeder heb ik--zooals je weet--zeer weinig
+gekend. Zij stierf twee maanden na den dood van mijn vriend. Zeker
+moet ze lief en goed zijn geweest, want zij was de oogappel van je
+vader. Maar August, al stond daar je moeder met "dien ander" voor me,
+en al kwam zelfs je vader, mijn onvergetelijke Herman, met hem aan
+de hand om een verzoening tusschen ons te beproeven, ik zou zeggen:
+Gaat heen, want je weet niet wat je vraagt. Slechts verachting op
+de wereld, kan misschien nog zijn vrijspraak bewerken voor den troon
+des Almachtigen."
+
+"Oom! voor u die anders altijd zoo goed voor hem waart, is dat
+woord.... te hard, te...."
+
+"Spaar mij August; wij menschen zullen eenmaal onze daden moeten
+verantwoorden. Ik vrees niet dat ik de oogen zal behoeven neer te slaan
+indien men "den ander" tegen mij over stelt. Nu genoeg hiervan.--Ik
+wensch je naam onder dat schrift.--Zeer lang heb ik er tegen opgezien
+om de zaak geheel en al af te doen. Dit moest vóór je huwelijk
+geschieden. Ik wilde dat je je huwelijksleven zoudt beginnen met
+eenige zekerheid omtrent mijn plannen. Weiger je deze verbintenis te
+teekenen, welnu August, dan deed ik wat ik kon en 'tgeen ik verplicht
+was, maar dan zijn wij elkander voortaan vreemd.... Heb ik me ook in
+mijn oudsten pleegzoon bedrogen, August?"
+
+"Oom!"
+
+"Ik dacht niet dat je een oogenblik zoudt aarzelen. Je afkeer...."
+
+"Ja oom, hij heeft zich schandelijk aan u vergrepen; maar, om mijn
+woord te geven dat ik het kind mijner vroeg gestorven ouders, zoo
+hij hulpbehoevend tot mij kwam, allen bijstand zou moeten weigeren,
+omdat hij _eens_, door hartstocht en drift vervoerd, vergeten kon
+wat onze weldoener voor hem deed: Nee, dát kan ik _niet_!"
+
+De generaal, die den spreker met vorschend oog van onder de grijze
+wimpers heeft aangestaard, valt nu eensklaps half toornig--half met
+zekere verruiming uit:
+
+"Maar wie eischt dit!? Wie verbiedt of kan je verbieden, om anderen,
+onverschillig wie ze zijn, bij te staan met het uwe! Wie zou het
+recht hebben je te binden om met hetgeen je zelf zult verdienen,
+naar verkiezing te handelen? Ik verzet er mij tegen dat "de ander"
+ooit iets zal genieten van 't geen _ik thans het mijne noem_. Zou
+je dan wenschen dat hij nog dieper zonk, en willen meewerken om zijn
+zedelijk bewustzijn geheel te vernietigen door vurige kolen te hoopen
+op zijn hoofd! Ik had niet gedacht August dat jij zelf er een oogenblik
+aan denken zoudt."
+
+"Maar alles wat ik zelfs nú bezit heb ik aan u te danken...."
+
+"Niet je leven; niet je aanleg; niet je intellectueele kracht, die
+je tot een zelfstandig man heeft gemaakt. Heb je nu de bedoeling van
+dit geschrift begrepen?"
+
+"Ja, oom.... en ik vergeet het niet."
+
+"Je woord is er mij borg voor. Ja zelfs, ik ontsla je van de
+onderteekening van een stuk waaruit je toch de rechte zin van mijn
+wil niet duidelijk gebleken was."
+
+Terwijl Van Barneveld het papier nu in kleine stukken scheurt alvorens
+het in de scheurmand te werpen, gaat hij naar zijn secretaire; neemt
+er een portefeuille uit, en telt dan honderdveertig gulden aan klein
+bankpapier voor Helmond neer.
+
+"Wil je eens nazien August? Hiermede sluit onze rekening.--Wat
+de partij in _De Gouden Arend_ betreft; nu daartoe besloten
+werd--misschien omdat men meent wederkeerig tot iets dergelijks
+verplicht te zijn--nu wil ik niet dat ze daardoor in moeielijkheden
+zullen komen, en vooral niet dewijl ik er zelf tegenwoordig zal
+wezen. Jij hebt de zaak met den kapitein al bepraat, niewaar? Zorg nu
+verder dat ze met _dit_--geheel in orde komt, en zonder dat iemand
+anders daarvan wete." Dit zeggende heeft de generaal een muntbiljet
+van vijftig gulden voor Helmond op de tafel gelegd.
+
+"Oom, ik nam het voor _mijne_ rekening, omdat mijn lieve Eva op dat
+déjeuner gesteld was, en zou dus gaarne, ofschoon incognito, morgen
+uw gastheer blijven."
+
+"Heel mooi gezegd: maar onze verhouding is van dien aard, niewaar,
+dat je zonder bedenking aanneemt wat ik je presenteer? Tegenover het
+publiek staat mijnheer Helmond als zeer verstandig, knap en zelfstandig
+dokter; tegenover den generaal Van Barneveld als.... zijn volwassen
+zoon! Is die titel je iets waard, dan neem je dit aan.--En dan,"
+vervolgt Van Barneveld, terwijl hij een paar regels op een couvert
+schrijft waarin hij terzijde, al pratend, iets uit de portefeuille
+heeft gestoken: "En dan, ik weet dat een eerste consult niet goedkoop
+en Parijs nog al duur is. Ziedaar!"
+
+Helmond, die de hem zooeven geschonken vijftig gulden bij de
+honderdveertig heeft geborgen, leest nu op het couvert: "Tweehonderd
+gulden voor het eerste consult aan Dr. Helmond."
+
+"Oom, uw goedheid....!"
+
+"Ja dokter, zoo honoreer ik maar ééns, dat begrijp je. Nu, geen dank
+meer. 't Is wél zoo, heel wel! Je weet dat ik je liefhad als mijn
+eigen kind. En daarom ook August, vergun het den ouden man dat hij,
+in naam van je besten vader, je nog eens op dezen avond aan een
+vroeger gesprek herinnert:
+
+"Ik begrijp u oom...."
+
+"August, ik geloof niet dat het déjeuner in _De Arend_ zou worden
+gegeven als je mij geheel en al begrepen had...!"
+
+"Wanneer wij maar eens getrouwd zijn beste oom! Uw spreuk bewaar ik
+als goud: Wijsheid zal ik mengen in mijn liefde. Maar waarlijk, mijn
+Eva is zoo goed; en ijdel, nee, wat men ijdel noemt dát is ze niet."
+
+"Heb haar lief met wijsheid August!--Zij zag er gisteren prachtig uit."
+
+"Zult u mijn wijfje ook _liefhebben_ oom? Ja, ik weet het. U zult het,
+evenals Coba; waarlijk, mijn engel verdient het!"
+
+"Wie mijn _zoon_ gelukkig maakt die heb ik lief als een kind.--Komaan,
+onze zitting heeft al te lang geduurd." Hij drukt hem met warmte
+de hand.
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+
+Den volgenden dag was het "regen en wind." De tuinman van _De Zonsberg_
+heeft het voorspeld. Toen hij gisterenavond langs de aspergebedden
+ging en hier en daar een pijpekop op een gebarsten plekje zette, toen
+profeteerde hij, met het oog op een donkere bank aan den zuidelijken
+horizon, dat er "donder aan de lucht was. De lucht kon nog weinig
+warmte verdragen; en de twee laatste, Meidagen waren krek balsemiek
+geweest."
+
+'sNachts heeft het inderdaad een weinig geonweerd; en nu, in plaats
+van warm, is het guur buiten.
+
+'t Is acht uren in den morgen.
+
+Willem de oude koetsier staat op vijf passen van zijn meester in
+militaire houding diens orders af te wachten."
+
+"Om kwart over tienen vóór Willem."
+
+"Zeer wel generaal. Met de koets?"
+
+"Nee, met de vigilante."
+
+"....Zeer wel generaal.--Toch 't koperen tuig?"
+
+"'t Zwarte regentuig Willem."
+
+"....Alzoo kwart over tienen vóór, generaal.--Nog iets van je orders
+generaal?"
+
+"Je brengt me eerst met de juffrouw naar 't stadhuis. Van daar rij
+je naar den wal om dokter Helmond te halen, en brengt hem bij de
+familie Armelo."
+
+"Zeer wel generaal."
+
+"Je rijdt dan bruid en bruidegom naar 't stadhuis, en wacht daar om
+later, hen en ons, naar de kerk te brengen. Na afloop van de inzegening
+rij je ons, in twee toeren, naar _De Gouden Arend_, en dan, stapvoets
+naar huis."
+
+"Volgens je orders generaal. Nog iets te belasten generaal?"
+
+"Natuurlijk witte handschoenen."
+
+"Natuurlijk generaal.--Met verlof generaal, als het weer nog wat
+opknapt, neem ik dan de _koets_ en het _koperen_ tuig?"
+
+"De controleur gaat naar veel regen en wind."
+
+"Niets meer van je orders generaal?"
+
+"Zorg tegen twee uur weer met de vigilante aan het logement te zijn,
+maar met de imperialen er op. Je brengt de jonge menheer en mevrouw
+dan naar Briesborg aan 't station. Van daar kom je aan _De Arend_
+terug, en rijden we weer mee naar _De Zonsberg_."
+
+"Volgens je orders generaal.--Dus in geen geval de koets
+of.... Opperbest generaal!" Bij de laatste woorden heeft Willem de
+hand met militair saluut aan het voorhoofd gebracht, en verlaat op
+den wenk van zijn meester het vertrek.
+
+--De knaap wordt oud, denkt Van Barneveld, terwijl hij den koetsier
+met zijn zilveren haren en eenigszins krom-stijve beenen de kamer
+ziet verlaten: dat koperen tuig en die koets, ze hadden hem bijna
+uit het zaal gelicht.
+
+
+
+De regen valt met stroomen uit de grauwe lucht, die slechts hier
+en daar een zeer klein plekje blauw vertoont. De takken van het
+akkermaalshout bezijden den straatweg zwaaien, door den sterken wind
+bewogen, soms als dolzinnigen heen en weer, en vangen het slik op,
+'t welk het voorbijjagend rijtuig van _De Zonsberg_ doet opspatten.
+
+"August treft het slecht Coba."
+
+"Droevig weer pa."
+
+"'t Was óók zulk een weer toen ik met je lieve moeder naar 't stadhuis
+reed. Dat is nu drie en twintig jaar geleden...... Bertha hechtte
+aan goed weer op den trouwdag."
+
+"'t Stemt vroolijker papa."
+
+"Ik hecht er niets aan; maar later heb ik mij toch dikwijls herinnerd
+dat het op dien Woensdag slecht weer was."
+
+De wind stond op het raampje aan Coba's zijde. Ze kon niet naar buiten
+zien want de regen biggelde in allerlei slootjes en slangetjes langs
+het glas naar beneden. 't Was haar alsof ze tranen zag.
+
+"Je hebt immers nog eens ingenomen voordat we uitreden?"
+
+"Ingenomen?" zegt Coba verstrooid: "Ik geloof.... Nee ik heb het
+vergeten pa."
+
+"Je bent tegenwoordig waarlijk nog al vergeetachtig Coba. Straks moest
+ik je nog roepen toen Willem al vóór stond; 't was twee minuten over
+den tijd. 't Is goed dat jij de bruid niet bent, je zoudt misschien
+zelfs je bruidegom vergeten.--Je gevoelt je toch goed in orde niewaar?"
+
+In 't eerst kwam er geen antwoord. Toen zag ze eensklaps op, en zei:
+
+"O heel wel!" en daarna, wijzend door het venster waarvoor haar
+vader zat: "Zie, de lucht is daar nog erg donker. 't Is zóó wel
+treurig vandaag."
+
+Zeven minuten later reed de vigilante van _De Zonsberg_,--na den
+generaal en zijne dochter aan 't Raadhuis te hebben gebracht, naar
+het doktershuis op den wal. Maar dokter was al naar de woning zijner
+aanstaande schoonouders vertrokken.
+
+
+
+"Daar hoor ik het rijtuig mijn vrouwtje!" zegt August Helmond,
+en onwillekeurig beeft zijn hand waarmee hij Eva's sluier in wat
+sierlijker plooien om haar heerlijke taille schikt.
+
+"'t Is een vigilante lieve!" zegt de bruid, die zich in haar ruischend
+wit satijnen kleed, naar het venster heeft gekeerd: "'t zal voor papa
+en mama zijn."
+
+"Nee beste kind, 't is heusch van _De Zonsberg_; zie maar, Willem
+zit op den bok, en Hendrik staat aan de deur."
+
+"Wat! met een vigilante! Guns Helmond-lief, dat vind ik
+allerbespottelijkst. Heeft je oom de koets dan niet meer? Kijk,
+en een begrafenis-tuig.--Nee maar dat vind ik bepaald ridicule."
+
+"'t Is zeker omdat 't zoo regent;" meent Helmond tamelijk naïef,
+en is door Eva's opmerking in deze oogenblikken van agitatie, zeer
+tegen zijn gewoonte, een weinig van zijn stuk gebracht.
+
+"Ja maar daar bedanken we voor. Ik vind het heel lief dat oom een
+rijtuig zendt, maar de gewone vigilante! terwijl hier zelfs iedereen
+"met de koets" trouwt. Nee, je moet me niet kwalijk nemen, maar dat
+is wat erg militairement."--Roepend aan de openstaande gangdeur:
+"Pa! Pa-lief! Pa!"
+
+Kapitein Armelo komt in militair costuum de gang uit en gaat naar
+binnen.--Eva had het zoo gewild, maar het spijt hem dat hij heeft
+toegegeven. De uniform zit hem inweerwil van al de veranderingen
+die Helm de kleermaker er aan gemaakt heeft "als een gek." Die
+nieuwerwetsche mouwen behooren niet aan den militairen rok van tien
+jaren herwaarts. Hij voelt zich in dat ding als een recruut in de
+kapotjas; 't is hem veel te wijd, veel te slobs geworden, bah!
+
+"Zeg eens Eva, ik kan in dien rok waarachtig niet voor 't front komen;
+als je er niet tegen hebt dan doe ik eenvoudig mijn jasje aan."
+
+Eva vond het ijselijk onplezierig dat men haar in oogenblikken als
+deze--nu ze natuurlijk zenuwachtig en geagiteerd was--op allerlei
+manieren toonde hoeveel men de plechtigheid telde waarvan zij de
+heldin zou zijn. Ze hoopte niet dat pa de dwaasheid zou hebben om het
+gewone jasje aan te doen. Pa had den militairen rok laten vermaken
+omdat een gewone zwarte hem--entre nous gezegd--te kras was; maar
+in ieder geval stelde zij er dan ook prijs op dat hij zóó bleef. De
+generaal was natuurlijk ook in uniform. Op het jasje kon pa de
+"groote tiendaagsche ruzie" en den "vijf en twintigjarigen dienst"
+toch niet hangen; en de Romphuizers mochten wel eens zien dat pa
+evengoed officier was geweest als mijnheer Van Barneveld.
+
+Op Helmonds bevestiging dat de uniform inderdaad zoo heel slecht
+niet stond--waarbij hij den oud-soldaat een wenk gaf, waaruit deze
+moest opmaken dat men een bruid, die binnen weinige oogenblikken den
+gewichtigsten stap van haar leven zou doen, niet agiteeren maar wel
+iets mocht toegeven--was de oud-kapitein wel verplicht te zwijgen
+en zich gewillig te toonen. Van hare zijde moest Eva nu echter ook
+maar tevreden zijn. Waarlijk ze zou nog beter in de vigilante van
+_De Zonsberg_ dan haar pa in den uniformrok zitten. Wat deed het er
+ook toe, of het een koets of vigilante was.
+
+In zwartzijden staatsiegewaad, waarover een kanten sjaal hing die,
+ofschoon wel eenigszins rosachtig geworden, haar indertijd toch als
+zeer fraai door haar man was geschonken; een hoed met vuurroode linten
+op het tamelijk breede hoofd, kwam mevrouw Armelo uit het achterhuis
+naar voren. De kleine dienstmeid heeft juist opengedaan want er was
+alweder gescheld.
+
+"O, zijn de rijtuigen daar?" zegt mevrouw Armelo tot Hendrik, die even
+in de gang komt om te berichten dat men vóór was: "Zeer goed, je zult
+wel wachten;" en dan tot de kleine dienstmeid een weinig zachter:
+"Nee, zeg aan Herman dat mijnheer vandaag niet kan overdoen. Foei,
+hoe indiscreet zijn de menschen!" Terwijl zij de voorkamer wil ingaan,
+komt de genoemde Herman, een knecht uit _De Gouden Arend_, haar op zij,
+en zegt:
+
+"Menheer Siebold wilde een kistje van de _vier_, en drie pakjes
+manilla's voor de partij hebben. De duiten present."
+
+"Wel man, hoe kun je zoo wezen! Op een oogenblik als dit! De kapitein
+is al te goed. Waarom ga je niet naar den winkel van Bol?"
+
+"Wat is er Marie?--Watblief Herman?" vraagt Armelo in de deur.
+
+"Asjeblieft een kistje van de vier, en drie pakjes manilla's,
+Kapitein?"
+
+"O wacht, met alle...."
+
+"God Armelo, ben je gek! Wou je nu nog iemand sigaren overdoen? in
+je militaire costuum!--Nee vrindschap, de kapitein kan je niet helpen."
+
+"Ik heb hier anders den sleutel;" zegt Armelo met het wapen vooruit.
+
+"Wacht pa, ik zal wel even.... Geef u maar hier. Wil je maar meekomen
+Herman? Van de vier niewaar? zwaar of licht....?"
+
+'t Is Eva's jongere zuster Louise, die, mede voor de trouwplechtigheid
+gekleed, naar voren is gekomen, zich spoedig van den sleutel heeft
+meester gemaakt en met de lichtheid van een veder, naar een klein
+vertrekje in het achterhuis snelt.
+
+"Wat is daar....?" vraagt Eva.
+
+"Niets, volstrekt niets lieve engel;" zegt mevrouw Armelo op den
+drempel.
+
+"Ik zag daar Herman uit _De Arend_ ma. Is er iets.... van 't
+déjeuner.... of....?"
+
+"Och ja, er was iets te kort, en men komt dan maar aanzetten. 't
+Zou niet vreemd zijn als ze ook nog om 't zilver kwamen. Men durft
+maar alles!"
+
+"Ik zal het vandaag wel 't bontst van allen maken, en wat ik u ontneem,
+ik breng het u niet terug;" zegt Helmond.
+
+Terwijl de gelukkige aanstaande echtgenoot dit zegt, drukt hij Eva
+een zoen op de wang, doch, hij doet het met égards voor haar keurig
+toilet, en, met een zekere aarzeling bovendien. Immers, sedert hij
+Eva in haar trouwgewaad mocht ontmoeten, verkeert Helmond onder een
+machtigen indruk. Hij zag zijn Eva zooals hij haar nooit te voren
+aanschouwde; en het was hem bijna alsof een zekere schroom hem
+vermeesterde, wanneer zijn oog een enkele maal als bij verrassing
+durfde rusten op den fier golvenden boezem zijner bruid, ofschoon
+zediglijk verborgen onder kant en wit satijn.
+
+"Ja Helmond, je ontrooft ons wel een kleinood!" zegt mevrouw met een
+zucht: "maar och, we krijgen toch ook terug waarnaar ons ouderhart
+altijd tevergeefs heeft gesmacht: een _zoon_, Helmond, een zoon die
+ons liefheeft, niewaar?"
+
+Zij legt haar hand, met wit glacé omsloten, vol moederlijk gevoel in
+het glacé van den aanstaanden schoonzoon, en herneemt met nog meer
+gevoel: "Wij vertrouwen u ons kind August!"--En dan: "Ha, daar is ook
+_onze_ equipage!" Straks roepend in de gang: "Louise! mijn engel! ik
+bid je, kom!"
+
+De tocht naar het stadhuis zou echter op uitdrukkelijk verlangen der
+bruid nog eenige minuten worden vertraagd.
+
+
+
+Binnen de trouwkamer van het stadhuis bevonden zich--en nu reeds
+omstreeks een half uur--de generaal en zijn dochter, benevens de heeren
+baron Debecke van De Poel; dokter Wolf uit Wieringerwaard, en mijnheer
+Lieder, docent in de Nederlandsche taal enz. enz. te Amsterdam.
+
+De baron Debecke is een oud vriend van Van Barneveld, maar zou toch
+zeker niet bij deze gelegenheid binnen de trouwkamer en vooral met
+in qualiteit van getuige tegenwoordig zijn geweest, indien hij niet
+dat mooie futuurtje van dokter Helmond op _De Zonsberg_ had ontmoet,
+en zich, terwijl hij haar een beetje courtiseerde--ja, ja, aanstaande
+bruidjes willen dat wel--had laten ontvallen, getuige bij haar huwelijk
+te zullen zijn. Mijnheer Debecke had het heele grapje vergeten, maar,
+een allerliefst briefje, dat Helmond hem namens zijn aanstaande had
+gebracht, was een zoo verplichtende herinnering aan zijn "belofte"
+geweest, dat hij geen vrijheid heeft gevonden om zich onder eenig
+voorwendsel terug te trekken.
+
+Dokter Wolf is een klein maar forsch persoon van omtrent vijftig jaren;
+zijn voorkomen heeft niets deftigs, maar een veeljarige praktijk in
+Wieringerwaard en omstreken, zou ook zeker den fatterigsten medicus
+in een man als dokter Wolf herscheppen. Van zijn kleeding scheen hij
+zeer weinig werk te maken. Zijn rok was van een buitengewoon antiek
+model, en tamelijk kaal en glimmend, terwijl er zich op de rechterpijp
+van zijn pantalon--die mede geenszins nieuw was--juist tegen het
+scheenbeen een bijzonder groote vlak bevond, waarin zich reeds sedert
+lang veel stof moest verzameld hebben. Dokter Wolf scheen in den
+regel geen boordjes te dragen, althans uit den scheeven toestand,
+waarin het halsomwindsel met toebehooren zich bevond, zou men zulks
+hebben opgemaakt. Het licht- of blinkpunt van dokters toilet bestond
+in de prachtig glimmend verlakte laarsjes, waarin zijn voeten geperst
+zaten. Straks waren ze--evenals zijn broekspijpen van achteren--nog
+geheel en al beklonterd; maar, eer hij de trouwkamer binnenstapte
+heeft hij zijn rooden zakdoek er aan gewaagd, en daarom blinkt nu
+zijn schoeisel dat het een lust is.
+
+Dokter Wolf die, als eigen broer van mevrouw Armelo, beloofd had het
+huwelijksfeest te zullen bijwonen en de getuige van zijn nichtje te
+wezen, heeft wel eenige woorden met de "voorname heeren" gewisseld,
+maar voelt zich toch meer aangetrokken tot den neef van zwager Armelo,
+den docent; en fluisterend--natuurlijk in zoo'n trouwkamer--zegt hij:
+
+"Zeker pas gekomen? met de spoor?"
+
+"Om u te dienen mijnheer. Zeven minuten over zessen verlaat de
+spoortrein Amsterdam, en alzoo was ik gereedelijk ter bestemder ure
+alhier. Het is een schoone uitvinding die stoom, en wel gebezigd
+als beweegkracht...."
+
+"Ken je den oudste van die beide heeren?"
+
+"Bedoelt u den grootste der beide grijsaards, of den kleinere met
+het eenigszins roodere gelaat?"
+
+"Ik meen dien met het hooge voorhoofd. Hij sprak me aan. Een van
+beiden is de generaal Van Barneveld, maar ik weet niet wie. Ze hebben
+allebei grijze knevels."
+
+"Dus u bedoelt den rechtsche, wiens stok een gouden knop heeft, en
+die zich nu naar de zijde dier jonge dame wendt, welke trouwens in
+stilte blijft voor zich zien?"
+
+"Juist!"
+
+"Tot mijn leedwezen kan ik u niet inlichten; ik heb de eer niet de
+families van onzen aanstaanden neef Helmond van aangezicht te kennen."
+
+"Dat hadt je me wel eer kunnen zeggen."
+
+Op een der stoelen die tot aan de langwerpige tafel, waarover een
+groen kleed hangt, in een cirkel zijn gerangschikt, zit Jacoba.
+
+"Ik hoor van je papa dat je in de vorige week een weinig ongesteld
+bent geweest juffrouw Van Barneveld. Weer heelemaal in orde?"
+
+"Dank u mijnheer Debecke, heelemaal. Mevrouw is ongesteld niewaar?"
+
+"De zenuwen, altijd hetzelfde! Nu vooral in de war omdat we onzen
+zoon uit Indië al spoedig thuis wachten.--Fameus pleizierig; 't zal
+haar goeddoen."--Naar de deur ziende: "'t Jonge paar laat zich wachten
+dunkt me."
+
+"Ik begrijp niet wat er aan hapert;" zegt Van Barneveld vrij luid:
+"'t Is wat erg, al zeventien minuten over den tijd!"
+
+"Misschien iets met de paarden;" meent dokter Wolf: "De keien liggen
+hier in Romphuizen zóó schandalig, dat paard en mensch z'n eigen den
+poot moet verzwikken."
+
+Wolf sloeg een blik op zijn feestvierende voeten.
+
+"Als ik de geëerde familie daarmee van dienst kan zijn of gerieven,
+dan wil ik volgaarne eens gaan onderzoeken uit welke oorzaak...."
+
+De aanbieding van den Amsterdamschen docent werd echter overbodig.
+
+De bode van 't stadhuis opende op datzelfde oogenblik de dubbele deur
+der trouwkamer, en het jonge paar, gevolgd door de familie Armelo,
+met nog een paar juffrouwen en heeren, trad de deftig ouderwetsche
+stadhuis-kamer binnen.
+
+Aller oogen hadden zich aanstonds op het bruidspaar gevestigd. En--'t
+was een kloek, aristocratisch schoon paar.
+
+De groeten die er werden gewisseld, hadden iets plechtig-geheimzinnigs.
+
+Van Barneveld begreep dat het nu het geschikte oogenblik niet was om
+te onderzoeken waardoor het zoo laat was geworden. Zeker had de bruid
+wat al te veel tijd aan haar toilet besteed--een toilet welks élégance
+en frischheid het eenigszins verouderd-burgerlijk feestgewaad van mama
+Armelo, en het dood-eenvoudige van zuster Louises zijden mantilletje
+over een wit neteldoekje, te sterker deed uitkomen.
+
+Van Barneveld moest de opmerking van zijn vriend den baron volkomen
+beamen, dat de bruid er prachtig uitzag; doch zijn blik rustte
+nochtans met minder welgevallen op haar schoone gestalte dan die van
+den ouden edelman. De laatste gevoelde zich altijd jong, en vooral
+bij het zien van zoo iets.... enfin. Ja ja, dat was gracieus, dat,
+enfin--dat herinnerde aan vervlogen jaren; en, zeer zachtjes neemt
+hij de vrijheid om de schoone bruid--die zich juist in een der
+breede fauteuils heeft neergezet, en links en rechts haar satijnen
+kleed een weinig in orde schikt--een galant woordje toe te spreken,
+'twelk door Eva met een allerliefst glimlachje wordt beantwoord.
+
+"Daar heb je 't al!" fluistert de kapitein Armelo tot zijn echtgenoote:
+"de generaal is in politiek. Jelui met je gezanik! Zie menheer Debecke
+lacht er om; 't is geen smaak meer."
+
+"Welzeker is het ton;" fluistert mevrouw met een melancholiek ernstige
+gelaatsuitdrukking, meer in harmonie met hetgeen er bij zulk een
+gelegenheid in een moederhart moet omgaan, dan wel met het antwoord
+aan haar echtgenoot gegeven.
+
+"Hij heeft niet eens zijn decoraties aan; alleen de lintjes, en bijna
+onzichtbaar;" zegt Armelo.
+
+"Dat is ook méér dan schandalig!" herneemt mevrouw nog zachter en met
+droevig neergeslagen oogen: "wij moeten steeds gevoelen dat die sinjeur
+_generaal_ en ver boven ons verheven is. Welzeker! Allemaal trots om
+zich zoo alledaagsch te vertoonen. Wat verbeeldt ie zich wel! Als jij
+promotie hadt gemaakt dan was je generaal geweest zoo goed als hij."
+
+Er werd eene zijdeur naast de groene tafel geopend.
+
+De burgemeester van Romphuizen, gevolgd door den gemeente-secretaris,
+treedt de trouwkamer binnen.
+
+Een zeer diepe buiging voor de hooge personages ter rechterzijde--welke
+buiging langzaam in een deftig-ernstigen groet voor het
+bruidspaar en hun verder gezelschap overgaat--die buiging is
+een nommer op het programma, 'twelk burgemeester bij de "formeele
+staats-koppelarij"--zooals hij het burgerlijk huwelijk noemt--gewoon
+is te volgen.
+
+Jut de veldwachter die achter bij de groote deur staat, weet wat er
+komen moet, en, de deur aan de buitenzij zachtjes dichtdoende, gaat
+hij naar 't bordes en zegt--nadat hij eenige Romphuizer straatbengels,
+die zich graag nat laten regenen, van de stoep heeft weggejaagd--tot
+den koetsier van Siebold uit _De Gouden Arend_:
+
+"Hoe liep het zoo laat Jozef?"
+
+"Klikke over halfelf kreeg ik eerst last om de trouwkoets in te
+spannen, en als je dan op slag van elven vóór bent, dan zeg ik dat
+je moeder je mores hêt geleerd."
+
+"Niet eerder besteld?"
+
+"Waarachtig niet! Ze wouwen niet in de vigelant van _De Zonsberg_. Ze
+zeien dat de tree zoo smerig was. Afin, ouwe Willem zal je dat alles
+wel beter vertellen."
+
+Oude Willem stond met de vigilante nummer drie van de vier rijtuigen,
+en 't was zeker niet naar 't behoorde, dat hij en Hendrik--zooals
+ze nu onder de groote parapluie op den bok zaten--bouguetten op de
+borst hadden, terwijl Jozef uit _De Arend_--die ook in de haast geen
+witte handschoenen heeft kunnen vinden--zelfs geen enkele bloem in
+het knoopsgat heeft.
+
+"Op zij jongens!" zegt Jut, en dan tot Willem: "Was de koets te orde?"
+
+"Jawel."
+
+"Waarom nam je dan de.... vieselant....?"
+
+"Ingevolge m'n orders!" zegt de oude snorrebaard.
+
+Jut berekent dat het tijd wordt om weer naar binnen te
+gaan. Burgemeester zal wel haast aan 't eind zijn. Op 't laatst begint
+burgemeester gewoonlijk zóó hard, dat men 't in de gang wel hooren
+kan en men dus altijd weet wanneer hij gedaan heeft. Jawel daar heb je
+'t al:
+
+"Het huwelijk is eene, dikwijls verbasterde staatsinstelling. Ik
+zeg dikwijls _verbasterd_, omdat lieden van beiderlei kunne zich
+vereenigend, verbintenissen aangaan, die zij niet bij machte zijn na
+te komen of te handhaven. Slechts daar waar ik de middelen toereikend
+of overvloedig aanwezend zie, daar juich ik een staatsinstelling toe,
+die het geluk van personen verzekert, en den staat voor de toekomst
+nieuwe burgers belooft, dewelke de middelen zullen bezitten om mede al
+die lasten op te brengen waar de Staat zich een rechtmatige aanspraak
+op verschaffen mag."
+
+
+
+'t Is zeer vol in de kerk voor zulk een gelegenheid, en
+niettegenstaande het slechte weer.
+
+Koster Bik had alles prompt in orde. Een voorname trouwerij was
+altijd voordeelig. De Armelo's waren wel kaal, maar in alle geval
+zouden er een stuk of vier van de grootheid wezen. 't Zou hem niet
+verwonderen als hij, behalve onder de kussens van bruigom en bruid,
+nóg onder twee of drie andere kussens een paar rijksdaalders vond. De
+ouwe generaal was rijk, woest rijk, woest!
+
+--"Nee juffrouw Sillemond, d'r zal vandaag geen orgel zijn; menheer
+Donerie is ziek. Als ie nog had kunnen komen dan was ie d'r al
+lang geweest, want 't is al tien minuten over den tijd. En boek
+juffrouw Sillemond? Asjeblieft!--Jawel menheer Kippelaan, ga daar maar
+zitten. Zeker, veel menschen, maar toch ruimte genoeg.--Woudt u liever
+in de regeeringsbank....? Ja, dat is wel mogelijk, maar dat gaat niet;
+burgemeester komt zeker; burgemeester is zelfs op de partij gevraagd
+naar ik hoor.... U begrijpt dus...."
+
+"Ja maar, zieje--ik, _ik_ ben gisteren nog den heelen dag op _De
+Zonsberg_ geweest, en heb bruigom vast moeten beloven hém en zijn
+bruidje bij 't binnenkomen toe te knikken; en, weetje, als ik hier
+blijf zitten dan.... dan zie ik ze op den rug."
+
+"Maar m'n goeje menheer, je zit hier juist aan den doorgang; ze moeten
+bij 't inkomen hier vlak voorbij; als je je wat omdraait dan...."
+
+"O ja, o ja, dank je wel! merci, precies! Wacht....!" hij haalt
+zijn portemonnaie te voorschijn, en geeft vol verrukking den koster
+een fooi: "Zeg eens Bik, na afloop dan laat je me even in de kamer
+hoor. Ik moet de familie mijn compliment maken. Ze zou het kwalijk
+nemen.--Volstrekt! Zeg eens, heb jij gehoord om hoe laat....?"
+
+Maar Bik moet ginder zijn. Een acht jaren lang geëngageerd paar zoekt
+plaats om de trouwplechtigheid te kunnen bijwonen.
+
+Aan de groepjes, die hier en daar in de kerk verspreid zitten, is
+het te zien dat men ongeduldig wordt. Het fluisterend spreken wordt
+omtijds luider, dikwijls verstaanbaar op een afstand; en telkens
+richten zich de oogen naar de zij van den grooten pilaar, niet ver van
+den hoofdingang der kerk, waar de feeststoet moet te voorschijn komen.
+
+--Hoor, daar rollen de koetsen.
+
+--Nu zullen ze komen!
+
+--Zie, koster Bik verdwijnt achter den grooten pilaar.
+
+Men hoort de rijtuigen één voor één ophouden.
+
+De kerkgangers die het dichtst hij den genoemden pilaar zitten,
+vernemen het neerslaan der vijf treden eener koets, en voelen een
+sterken luchtstroom, want de groote kerkdeur is nu geheel geopend.
+
+--Daar komen ze! Zie, zie.... daar komen ze langs den pilaar te
+voorschijn.
+
+'t Is een heerlijk paar. Beiden zien ze wat bleek.--Maar 't is
+geen wonder; in zulk een plechtig oogenblik!--Iedereen weet dat Eva
+Armelo een zeer schoon meisje is; maar zóó--zóó is ze _prachtig_,
+ja prachtig inderdaad!
+
+Langzaam, naast elkander, treden ze voorwaarts. Achter hen aan,
+komen--mede twee aan twee--de familie en getuigen zooals ze reeds
+te zamen op het stadhuis zijn geweest. Men ziet en zwijgt. 't Is
+een indrukwekkende stilte, slechts afgebroken door het geruisch van
+Eva's wit satijnen kleed, want de voetstappen der feestgenooten zijn
+nauwelijks hoorbaar op den looper, die tot aan het groote tapijt bij
+den preekstoel in het middelpad der kerk werd gelegd.
+
+Die stilte in het tamelijk ruime Godshuis, in harmonie met den aanblik
+van een zoo schoon en nog slechts voor luttele minuten aan elkaar
+verbonden echtpaar, heeft iets eigenaardig-imposants.
+
+Toch is het alsof het ruischen van dat satijnen kleed een ongepaste
+toon is die de stilte verbreekt.
+
+Het pad is lang.--Ter helfte gekomen ziet Helmond aan zijn linkerzij
+eensklaps een figuur verrijzen; en in den maalstroom zijner
+gewaarwordingen bemerkt hij ternauwernood dat het Kippelaan is die
+zijn hand heeft gegrepen en, hem onwillekeurig tot stilstaan dwingend,
+de woorden toefluistert: "Van harte.... van ganscher, hoor!--Menheer
+en mevrouw Helmond hoor! Afgewonnen!--Van harte, van harte!"
+
+Doch aan het eind der kerk achter den preekstoel waarboven zich het
+orgel bevindt, daar heeft, slechts weinige oogenblikken geleden,
+een ander belangstellende gestaan. Geen vijf seconden vóórdat Helmond
+en zijn jonge vrouw den hoek van dien pilaar waren omgetreden, kwam
+hij, bijna ademloos, het achter- of orgelpoortje der kerk in. Hij
+zag bleek, doodelijk bleek, maar niemand was er die het zien kon,
+want het zoogenaamde koor, achter den preekstoel en ten deele onder
+het orgel, was door een hekwerk--waarvan de stijlen op bronskleurige
+lansen en dolken geleken--van het schip der kerk gescheiden.
+
+Ja toch, één was er die hem zag. Geen kwartier geleden heeft Janssen de
+orgeltrapper een boodschap van den organist gekregen, dat bij dadelijk,
+_dadelijk_ naar 't orgel moest. Janssen was bijna vlak achter menheer
+Donerie aangekomen.
+
+"Ben je niet frisch menheer? Je ziet er slecht uit."
+
+"Zoo, Janssen.... Wil jij maar...." Donerie heeft den man een wenk
+gegeven om naar boven te gaan.
+
+En Donerie stond daar beneden nog een oogenblik achter die lansen en
+dolken verscholen. Door de openingen heen kon hij in het ruim zien.
+
+--Zwijg dan bonzend hart! Zoo aanstonds zal ze dien hoek omkomen. Zoo
+aanstonds....
+
+--Is het een duizeling die hem overvalt? Neen, hij heeft daar van
+verre een feeën-gestalte gezien. Blank als een lelie; rank als
+een hinde; fier als een koningin. Is dat Eva.... zijn Eva.... de
+vijftienjarige....? Zwijg! Zwijg dan bonzend hart en hoofd. Toon
+nu Herman Donerie, dat je waarlijk sterk, en geen kleinmoedig
+minnenijdig dweper bent. Voort, voort! de trappen op! 't Wordt tijd,
+hoog tijd. Voort!
+
+En met de hand aan het kranke hoofd, vliegt Donerie de trappen
+op en het orgelkamertje binnen. Daar zit hij voor het instrument;
+de registers schuift hij open en dicht. Nog even drukt zijn hand
+het hoofd dat dreigt te bersten, en dan, dan spreidt hij zijn ranke
+vingers, en een vol accoord, de aanhef eener indrukwekkende hymne,
+ruischt en jubelt door het kerkgebouw. Het onverwachte van dien toon
+maakt den indruk in het ruim te sterker.
+
+Terwijl de jonge echtgenooten langzaam voorwaarts treden, kan men
+'t hun aanzien dat ze getroffen zijn.
+
+Slechts voor Helmond verstaanbaar, fluistert Eva den naam van den
+organist.--Helmond heeft haar gezegd dat hij ziek was; maar, 't was nu
+lief van hem, heel lief....! En terwijl de grijze heeren een blik van
+goedkeuring wisselden over de muzikale verrassing, en Armelo zoowel
+als zijn vrouw en dochter een verhoogde feeststemming ontvingen,
+terwijl dokter Wolf naar zijn laarsjes zag, en mijnheer Lieder met
+een zielvollen blik naar het orgel, bespeurde Kippelaan dat juffrouw
+Coba Van Barneveld juist toen ze hem voorgijging, de oogen neersloeg,
+en, het gelaat afwendend een snel gerezen blos zocht te verbergen. O
+almacht der muziek! gij spreekt en doet spreken: Lieder ohne Worte!
+
+En de hymne ruischte voort, en--het ruischen van Eva's wit satijnen
+kleed kon men niet meer hooren.
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+
+De plechtigheid der kerkelijke inzegening is afgeloopen. Volgens
+Romphuizer gewoonte zullen de jongelieden zich nu aanstonds met
+hun gezelschap naar de pronkkamer van het met de kerk verbonden
+kostershuis begeven, om er, voor 't eerst zonder vreemde oogen,
+begroet te worden als man en vrouw.
+
+Bij dat heengaan, terwijl het orgel nog zijn tonen door den straks
+verlaten tempel zendt, voelt de jonge echtgenoot den arm van zijn Eva
+in den zijne beven, en ziet hij dat groote tranen haar in de oogen
+blinken. Sterker dan te voren drukt hij den arm van het innig geliefde
+wezen, van _zijne vrouw_. Ja, hij verstaat die tranen; hij gevoelt wat
+het zeggen wil voor het fijngevoelige maagdenhart, om den draad te zien
+afgesneden die haar hechtte aan het schoone tijdperk der blonde jeugd,
+ofschoon dan ook een hechtere band, en voor een heerlijker toekomst,
+gesloten was.
+
+Helmonds sterkere ondersteuning kon echter niet verhinderen dat Eva,
+juist bij het afstappen van het meergenoemde Deventer tapijt over
+een omgeslagen punt ervan struikelde, en misschien zou gevallen zijn,
+indien zij zich niet aan een lans van het koorhek had vastgegrepen.
+
+Tot haar eer moet gezegd worden, dat het zoo uitdrukkelijk door haar
+begeerde tapijt, tot nog toe geen oogenblik haar opmerkzaamheid had
+getrokken. Nu ze er over gestruikeld was, nu glimlachte ze vluchtig
+door hare tranen heen, en zag naar den gescheurden witglacé handschoen,
+die zoo onverhoeds de lans had gegrepen.
+
+"Nee lieve August, volstrekt niet;" zegt Eva in antwoord op een half
+angstig belangstellend vragen van den man, die zijn grootste en pas
+verworven schat een oogenblik in gevaar heeft gezien; sloeg toen
+den blik naar boven, waar, zooals 't haar toescheen, de orgeltonen
+elkaar omarmden en zich ophoopten alsof ze niet scheiden konden;
+en--ze dacht weer aan den avond toen een jonkman met bruine oogen en
+donkere krulharen een Cavatine voor haar speelde, en haar zeide, dat
+hij die op den dag van haar terugkomst in Romphuizen gemaakt had....
+
+"Mijn lief best vrouwtje is toch wel wat geschrokken;" fluistert
+Helmond.
+
+"Nee August, waarlijk niet. Een oogenblik misschien; maar nu is
+'t heelemaal voorbij mijn beste; heelemaal!"
+
+'t Verwonderde August minder, maar het ergerde hem des te
+meer dat oom Van Barneveld tot nu toe de eenige is die, na de
+kerkelijke plechtigheid, noch zijn bruid noch hem een woord heeft
+toegesproken. Die koets uit _De Gouden Arend_ moest er schuld aan
+zijn. Nu ja, maar dat was kleingeestig.--Kleingeestig was het reeds
+dat oom zoo bang voor zijn eigen koets is geweest dat hij haar,
+bij zulk een gelegenheid, niet wilde missen, alleen omdat het wat
+regende. Maar, nóg kleingeestiger mocht het heeten dat in oogenblikken
+als deze, wanneer de neef--het pleegkind van wien men zegt zooveel te
+houden--den gewichtigsten stap van zijn leven heeft gedaan, wanneer
+hij een engel van schoonheid en lieftalligheid geheel de zijne
+mag noemen, dat in zulke oogenblikken de "liefhebbende pleegvader"
+geen heilwenschend woord, ja zelfs geen zoen en handdruk voor het
+jonge echtpaar overheeft, en dit alleen omdat een nette bruid haar
+trouwkleed niet graag ineens bederven wil, en daarom een schrikkelijk
+beslijkte vigilante wegzendt teneinde er een ander rijtuig voor in de
+plaats te nemen. Helmond zal zijn ergernis zoo goed mogelijk verbergen.
+
+"Oom heeft ons al op 't stadhuis gefeliciteerd Eva;" fluistert hij
+terug op een aanmerking daarover van hare zijde.
+
+"'t Gezelschap dier heeren schijnt hem bijzonder te bevallen;" herneemt
+Eva: "Nee, 't is wat erg.... zie, nu moet hij dien onuitstaanbaren
+neef Lieder nog aanspreken. Nee lieve, ik vind het zachtst genomen
+_lomp_! Als ik niet zoo in-gelukkig was dan zou ik me boos kunnen
+maken."
+
+Kippelaan die--dank zij zijn straks gegeven fooi--in de kosterskamer is
+binnengedrongen, en, dewijl hij de jongelieden ongemerkt is genaderd,
+hun snel gesproken woorden voor een deel heeft opgevangen, vindt het
+nu een uitmuntend geschikt oogenblik om zijne hartelijke belangstelling
+nogmaals op alle manieren te betoonen:
+
+"Tot in lengte van dagen hoorje!--Mevrouw Helmond, mijn enorm
+compliment! Ik weet amice, dat je op deelneming gesteld bent. Jawel,
+jawel daar is een mensch op gesteld. Ik weet het, je zoudt 't me
+kwalijk hebben genomen indien je me hier niet gezien hadt; jawel,
+en ik zelf zou het me kwalijk hebben genomen. Parole! A-propos
+amice! bekend dat ze in _De Arend_ gemeene champagneglazen hebben. Wil
+je d'r anderhalf dozijn? Mevrouw Helmond, wil je? Gerust! Ze zijn
+nog van mama's kant, de Parladotti's. M'n neef de professor had er
+nooit fijner gezien. Je bent met vijftien personen aan tafel niewaar?"
+
+"Dankje Kippelaan, dankje bepaald."
+
+"Anders van harte gemeend! A-propos, dat schoot me nog in: Van Dins
+de stationschef is een vriend van me: perfecte kerel. Ik zal 'em gaan
+vragen of ie een afzonderlijke coupée voor je open wil houen.--Eerste
+niewaar? Naar Rotterdam niewaar? Enfin we zullen dat wel plooien.--Nee,
+nee, geen complimenten; met alle plezier.--Met den trein van drieën,
+of....?"
+
+Zonder dat Eva of Helmond het hadden bemerkt was dominee Hoogerberg,
+die hen bij de inzegening recht hartelijk heeft toegesproken--nu van
+toga en bef ontdaan--de kamer ingetreden.
+
+Van Barneveld heeft op zijn komst gewacht. Het geluk van dat jonge
+paar--van dien pleegzoon in 't bijzonder--ligt hem na aan het
+hart. Hij gevoelt dat zijn terughouding in deze oogenblikken hen
+pijnlijk moet aandoen; doch, veinzen kan hij niet. Hij is ontstemd,
+zeer ontstemd. 't Zijn kleinigheden, welzeker, altemaal kleinigheden,
+maar juist op dezen dag moeten ze hem met bezorgdheid voor de toekomst
+vervullen. Bij het rijden van het stadhuis naar de kerk was het hem
+gebleken dat mevrouw Helmond de vigilante van _De Zonsberg_ niet
+voldoende is geweest. En dan: In het laatste kwartier heeft mijnheer
+Lieder uit Amsterdam de voorzorgen van Eva's moeder verijdeld, want,
+onwillekeurig eenigszins in 't nauw gebracht, doordien hij van mijnheer
+Wolf "den veearts" heeft gesproken, "wiens zwager ongetwijfeld die
+fraaie verlakte laarzen had gemaakt", is hij mede tot de gemoedelijke
+ofschoon ongevergde verklaring gekomen, dat hij zelf te Amsterdam
+ondermeester op een der stadsarmenscholen was. Neen, het deed er niet
+toe wat die menschen waren; Eva was de dochter van een man die het
+tot officier had gebracht, en als zoodanig kon Helmonds huwelijk geen
+directe mésalliance genoemd worden, doch, als daar iets leeft in den
+mensch om telkens met geweld iets meer te willen schijnen dan hij is;
+als men dan--en zelfs op dezen hoogstgewichtigen dag--dien toeleg bij
+de familie Armelo ten sterkste ziet uitkomen; als hij Eva's toilet
+nauwkeurig beschouwt, een toilet dat in Romphuizen na dezen dag zeker
+nooit meer gedragen kan worden; als hij.... Maar genoeg, hij heeft
+op dominee gewacht; door een weinig te wachten eer hij een woord tot
+de jonggehuwden sprak, heeft hij zich zelven wat kalmer gestemd, maar
+'tgeen hij op het hart heeft dat moet hij zeggen, of anders--anders zou
+hij die jonge schoone vrouw niet den vaderlijken zoen kunnen geven,
+zoals hij er een aan het "ander ik" van zijn geliefden pleegzoon
+verschuldigd is.
+
+Op Hoogerberg toegetreden, zegt de generaal nu tamelijk luid, als
+verzocht hij daardoor meer algemeene aandacht, terwijl zijn stem,
+ofschoon er het metaal van den hoofdofficier in gevonden wordt,
+toch een zekere beroering verraadt:
+
+"Dominee, ik heb gewacht met de jonggehuwden, na uw inzegening toe te
+spreken totdat je zoudt tegenwoordig zijn. Allereerst wou ik je de hand
+drukken, om je te toonen hoezeer ik de goede woorden waardeer, die je
+tot hen gesproken hebt.--'t Was een waar gezegde, al is het niet nieuw
+misschien, dat het huwelijksgeluk --ja alle geluk--in _waardeering_
+bestaat. Zeer juist. De mensch mag--ik zou zelfs zeggen hij _moet_
+met kracht ook naar stoffelijken vooruitgang streven, mits hij het
+doe met geheele waardeering van 'tgeen hij goeds _bezit_ en niet
+slechts van het _betere_ 'twelk hij elders ziet of meent te zien en
+nooit zeker is te zullen verkrijgen.
+
+"Jonge echtgenooten!" vervolgt de generaal, en terwijl nu die zekere
+trilling in zijn stem is verdwenen, treedt hij op het bruidspaar toe:
+"'t Is zeker een mooi woord door den wakkeren volgeling van den grooten
+Stichter onzer religie--onzen Heiland-- gesproken: "De liefde zij
+ongeveinsd!"--Zóó begrijp ik het ook. En als ik u nu toespreek _hier_,
+als 't ware op den drempel van het huis waar we God eere brachten;
+hier veel liever dan straks aan een feestmaal met een roemer wijn in
+de hand.--dan verwacht gij van een oud-soldaat geen sierlijke rede,
+maar een kort woord, ongeveinsd uit het hart. Helmond en Eva, je bent
+voor het oogenblik gelukkig; als er op aarde een volkomen geluk kon
+bestaan dan zou ik zeggen _volkomen_ gelukkig! Laat dat zoo blijven,
+langer dan de weken of maanden die daarvoor door de wereld als regel
+zijn gesteld. Eischt niet te veel. Waarachtig geluk is niets anders
+dan _tevredenheid_. 't Gaat met het geluk zoo dikwijls als met den
+ransel, die door den al te begeerigen soldaat met een vermeesterden
+buit was overladen. Onder 't marcheeren barstte de ransel, en, niet
+slechts gingen de goudstukken verloren maar ook het noodige, waaraan
+hij zoo dringend behoefte had. Of het waar gebeurd is dat weet en
+geloof ik zelfs niet, maar dat het zoo gaat in de wereld dat weet ik
+zeker, en dat anderen dan komen om den buit op te rapen en voor zich
+te behouden.... ik geloof dat die stelling niet te gewaagd is.
+
+"August, al zal ook je dagelijksch brood, geëvenredigd naar den stand
+waarin God je plaatste--het allermeest de vrucht van je eigen werk en
+studie--zeker voldoende, ja zelfs niet karig zijn, toch vertrouw ik dat
+jij met de vrouw van je keuze, ook bij een sober deel, rijker zoudt
+wezen dan een koning: gelukkig in haar bezit. Als dat geluk duurzaam
+zal zijn, heb haar dan lief met een kloeke verstandige liefde. Laat
+haar somtijds de zweetdroppels zien van den landman wanneer hij het
+koren maait, want zelfs de dorste broodkruimels zullen dan waarde
+krijgen in haar oog.--August, als een kind grijpt naar de vlam eener
+kaars dan trekt men dat kind terug; denk daaraan, en--heb haar lief."
+
+"Oom, ik bid u," fluistert Helmond strak voor zich ziende, zeer zacht
+en zonder dat iemand dan Van Barneveld en Eva het hooren kunnen! want,
+met een vluchtigen opslag der oogen heeft hij bespeurd dat Eva
+doodelijk bleek is geworden.
+
+Van Barneveld gevoelt eensklaps dat hij te ver is gegaan. Maar, ligt
+het geluk van dien laatsten pleegzoon hem dan niet onuitsprekelijk na
+aan 't hart!--Heeft hij niet gehoopt dat een waarschuwend woord van den
+grijzen soldaat in _deze_ ure een indruk zou kunnen maken, beslissend
+misschien voor het geheele leven?--Maar juist: hij is oud; hij is geen
+redenaar die zijn woorden behendig kiest; hij was ontstemd. Hij had
+niet moeten spreken. Neen, althans niet nú: Hij ziet den geliefden
+pleegzoon daar voor zich staan en meent op zijn gelaat de uitdrukking
+te lezen: Als ge haar kwetst dan beleedigt ge mij, en al ben ik u veel
+verschuldigd, dát verdraag ik niet.--En Eva's wit--witter dan haar
+satijnen kleed; en het onrustig jagen van haar boezem, ontgaan hem
+evenmin; en--of hij eensklaps een dreigend spooksel zag verrijzen,
+dat hem nogmaals van 't hart dreigt te scheuren wat hem lief is:
+een tweeden pleegzoon; of ook dat hij slechts beseft een bitter woord
+te moeten goedmaken, zeker is het dat plotseling een warm gevoel de
+borst van den grijzen pleegvader doorstroomt. Met aandoening vat hij
+Eva's hand, en, zonder dat er voor den min-aandachtigen toehoorder
+een merkbare stoornis in zijn rede is geweest, herneemt hij:
+
+"God weet het Eva, dat er voor Helmonds lieve vrouw een ruime plaats
+in mijn hart is. De oude soldaat heeft niet altijd de zoetste woorden
+gereed; maar dat hij het waarachtig goed met je beiden meent, daarvoor
+is zijn woord je borg. Eva, ik ben er van overtuigd dat je den zoon
+van mijn braven krijgsmakker gelukkig wilt maken. Je schoonheid,
+je lieftalligheid, je talenten. Ja ja, je talenten.... Kom kom,
+geen tranen! Je bent de dochter van een militair niewaar? Welnu, ik
+zeg.... ik zeg immers wel vast overtuigd te zijn, dat je hem gelukkig
+zult maken.... Fi fi, die tranen weg! Komaan kind, geef jij me maar
+een zoen....? Jawel--ziezoo...." En--de generaal omhelsde de jonge
+vrouw van zijn geliefden pleegzoon.
+
+Van Barneveld vloekte nooit, of althans in de laatste jaren slechts
+zeer _zeer_ zelden; maar toen hij de grijze knevels opstreek nadat
+hij Eva een zoen had gegeven, en Helmond hem op gansch anderen toon
+dan daar straks een: "Dank u oom," heeft toegebracht, toen wendde hij
+zich eensklaps af, en moest dominee Hoogerberg een woord opvangen,
+dat hij niet van den generaal gewoon was. Maar de anders zoo kloeke
+oude man, scheen ook zeer van zijn stuk te zijn en meer bewogen dan
+hij uiterlijk schijnen wilde.
+
+Zwijgend--als om den storm te doen bedaren--drukte Hoogerberg den
+grijzen pleegvader de hand, en zacht klinkt het antwoord;
+
+"Nee nee dominee, 't was verkeerd: een oud-soldaat moet geen openbare
+preek houden; maar ja, 't zou me knagen aan 't hart als ik den jongen
+niet gelukkig zag."
+
+De feestgenooten hebben de toespraak van den generaal, die met zulk
+een hartelijke omhelzing was besloten, voor 't meerendeel hoorende
+niet gehoord, in de vaste overtuiging dat de generaal den schoonsten
+van alle heilwenschen ontboezemde. Mevrouw Armelo werd zelfs door den
+zoen aan haar kind gegeven, tot tranen geroerd, en hoezeer zij ook van
+de "gelijkheid der partijen" overtuigd was--"allemaal militair"--toch
+heeft ze, toen de rijke heer van _De Zonsberg_ haar eigen Eva zoende,
+mevrouw Van Hake die naast haar stond, in 't oor gefluisterd:
+
+"O 't is een engel van een man, en tóch vijf rangen hooger niewaar?"
+
+Terwijl mevrouw Armelo die woorden sprak, kostte het haar moeite om
+een zekere agitatie te verbergen. Maar toch, niemand zal gissen dat
+ze zich eenigszins zoekt voor te bereiden op het mogelijke geval dat
+de generaal, in zijn bewogen stemming, ook háár, als de moeder van
+zijn nieuwe nicht en "schoon-pleegdochter" ten aanschouwe van zoo
+velen omhelzen zou. Och ja, waarom niet!
+
+Maar de generaal heeft er volstrekt geen plan op. Bij het binnentreden
+van deze kamer had hij aanstonds, zooals het paste, aan de ouders
+der jonge vrouw zijn compliment gemaakt.
+
+Kapitein Armelo voelt zich nu door zijn ega aan de wijde mouw van
+zijn uniformrok trekken. Hij verstaat haar. Als vader der bruid is
+hij verplicht hier ook iets te zeggen: "Ja ja Marie, ik weet wel! Maar
+'t is hier geen gemakkelijke taak. Enfin!" Na een korte aarzeling en
+drie kordate stappen, staat hij voor het jonge echtpaar.
+
+"Mijnheer Helmond!"--Omziende: "Watblief?--_Kinderen_ meen ik.... Eva,
+enfin! ik refereer me geheel aan de gevoelens van den generaal! Wat de
+geachte leeraar heeft gezegd, daar ben ik het ook volmaakt mee eens:
+God sprak, het was met goed dat de mensch alleen stond in de armee...."
+
+"Guns Armelo!--Hij meent de _wereld_;" fluistert mevrouw.
+
+"Dat het niet goed was in de _wereld_;" verbetert de kapitein: "En
+daarom sta ik hier als de ouders van de bruid en wensch je als mijn
+schoonzoon dat je ons wederkeerig zult respecteeren, en dat je met
+je nakroost.... enfin we weten d'r alles van niewaar.... in liefde
+en vrede, en...."
+
+Armelo, die ook al geen redenaar bleek te zijn, was, zooals hij
+later verklaarde, in de war geraakt, doordien hij, "ongewoon aan
+die groote dingen op de borst", iets in 't oog heeft zien schemeren,
+en, meenende dat er iets op zijn jas zat wat er niet behoorde--een
+spin of zoo'n ding--heeft hij zonder nadenken er naar geslagen,
+en was het haakje losgegaan, zoodat de "groote tiendaagsche ruzie"
+voor het jonge paar op den grond is gevallen.
+
+Maar 't was niemendal. Helmond zelf raapte het kruis voor den
+schoonvader op, terwijl de kapitein door dat kleine intermezzo nu
+ook gevoeglijk heeft kunnen eindigen.
+
+
+
+Buiten blijft de regen stroomen en gutsen, en de wind zweept hem
+door de Romphuizer straten. De koetsen voor het kostershuis met haar
+druipnatte en pruttelende koetsiers; haar paarden die als zeekatten
+glimmen, en haar duizend-en-een geïmproviseerde regenbakken en gootjes;
+de steeds besproeide en druipende feesttrein, waaraan de feestgenooten
+echter nog ontbreken, was door de nieuwsgierigen voor 't grootste
+deel verlaten omdat het--zooals de laatst vertrokkenen zeer wijsgeerig
+hebben aangemerkt--toch niemendal _gaf_ dan een _kletsnat pak_."
+
+Behalve eenige straatjongens en meisjes--de laatsten met haar rokken
+over 't hoofd--stonden er nog twee, die dicht aaneengesloten onder
+een groote groene parapluie, het weder-instappen der jonggehuwden in
+de trouwkoets verbeidden. 't Was een zeer bleek, fatsoenlijk gekleed
+jonkman met een dito dito meisje. Ze zuchtten gedurig, maar ze hadden
+geduld, want, ze wachtten al acht jaren lang, wel te verstaan op
+"een oogenblik vol zaligheid zooals net nu aan dat paar geschonken
+was".--Piet Lovers was candidaat-notaris zonder fortuin, en heeft
+pas sedert vier jaren zijn titel gekregen.
+
+"Piet, als je eens iets uitvondt;" zuchtte het meisje heel zacht.
+
+"Ja, Marietje," zuchtte Piet weerom: "als ik eens iets uitvond; maar
+_wat_!?" en hij tuurde op de kleine cascade, die langs een baleinpunt
+van zijn parapluie naar omlaag stroomde.
+
+
+
+De vaalgroene gordijn voor het hooge kruisraam der kleine
+orgelkamer hangt nu, zooals gewoonlijk, weer rustig in haar deftige
+plooien. Straks hield een trillende hand haar van terzij op een
+looverkier geopend. Glurend door een matten glimp, heeft Donerie langs
+het dak van een groote groene parapluie het oog gehad op die hooge
+trouwkoets. Toen het portier werd opengedaan en de treden neergeklapt,
+toen heeft hij strakker getuurd; maar--een rouwfloers heeft hem het
+uitzicht benomen. 't Zal een zwarte parapluie zijn geweest waarmee
+men het gelukkige paar voor den regen beschutte, maar in zijn oogen
+was het een rouwfloers, en slechts op 't laatst, bij 't verdwijnen
+in de lijkkoets, toen heeft hij nog iets wits zien blinken. 't Was
+haar kleed...--De lijkkoets?--Nu ja de _trouwkoets_! hij dacht aan
+rouwfloers, en men vergist zich dan licht.
+
+Terwijl Donerie zich straks naar huis spoedt, bemerkt hij wel dat de
+regen nog altijd stroomt, en dat de wind guur en koud is, maar het
+deert hem niet; integendeel het verfrischt hem. Toch is het alsof het
+loopen hem moeielijk valt; zijn beenen zijn zwaar, en het hoofd! O
+dat bonzen, dat bonzen!
+
+Op zijn kamer teruggekomen waar zijn "twaalf uur" als naar gewoonte
+gereed staat, is het blijkbaar zijn streven om zich kloek te
+houden. Soms, een enkele maal, geeft hij wel eens toe aan zijn
+gevoel. Maar vandaag, wie durft beweren dat hij niet krachtig is
+geweest! Was het zoo vreemd dat hij zich nu wat bijzonder onmachtig en
+gloeiend en zieker dan gisteren gevoelde--na zulk een concert!--Nu is
+'t alles afgeloopen. Ziezoo! Nu moet ook de kalmte terugkeeren. Morgen
+zal hij veel beter zijn, ja zeker van avond al!
+
+Hij neemt een bord van de tafel en drukt zich het koude Wedgwood
+eerst tegen het voorhoofd en dan op de slapen.--Eten? hoe zou het
+hem mogelijk zijn! Nu hij zitten ging op zijn gewone plaats, zie,
+nu is het alsof de kamer met hem ronddraait.--Als hij opstaat dan
+zal dat beter worden.--Ja, zoo is het.--Wacht, hij moet den sleutel
+van het orgelkamertje nog op zijn gewone plaats in de secretaire
+hangen. Daarna wil hij zich uitkleeden en een weinig gaan rusten;
+dat zal toch beter zijn.--Nu is de secretaire geopend.
+
+--Neen,-ja,-bonst het hoofd: neen,-ja; niet zien, wel zien;
+neen,-ja.--Het binnendeurtje was al open.
+
+--Ah zoo.... jong mooi meisje; ei zoo, ben jij nu de vrouw van een
+ander....? Hahaha!--Wie lachte daar, wie?--Goede God, hij zelf heeft
+zoo vreemd gelachen; hij is er van geschrokken.--Wat deed hij ook met
+dat portretje in handen! Weg, _weg_ er mee! Waar is dan de kracht;
+waar het verstand!--Wáár ze zijn....? _Hier_, _dáár_, _hier_! Hier
+zijn ze beiden! Zie dan, zie! En Donerie's brandende vingers, ze
+scheuren het blaadje karton, de beeltenis van dat heerlijke kind,
+in kleine,--ja zie maar, in zeer kleine stukken.
+
+Nu heeft hij het raam geopend. Een felle luchtstroom doet alles
+kraken en fladderen en klapperen in het vertrek. Daar werpt hij die
+bijna onzichtbare deeltjes naar buiten in de verwoede golven der
+bruisende luchtzee. En zie--als sneeuwvlokjes licht, stuiven ze op;
+en dwarrelen over daken en goten, om echter al spoedig verloren te
+gaan in de doodsch-looden tint van dien somberen dag.
+
+
+
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+
+Ofschoon het déjeuner in _De Gouden Arend_ in vele opzichten
+der beschrijving overwaardig mocht heeten, vooral dewijl het
+verschil van maatschappelijke positie der gasten overvloedige
+stof tot karakterstudie bood;--een kwalijk verbloemde onrust van
+het bruidspaar, en het gedurig heimelijk op zijn horloge zien van
+den generaal, werken--misschien wel gelukkig--aanstekelijk, en,
+wie er van de gasten of misschien van de bedienden lust in heeft,
+hij moge van het déjeuner vertellen, een déjeuner, zóó rijk en zóó
+netjes als er in _De Gouden Arend_ nooit te voren een gegeven was,
+doch wij--we zwijgen ervan. Misschien droeg de voortreffelijkheid van
+het déjeuner er toe bij om de onrustige neergedrukte stemming van den
+generaal te verhoogen; hij mocht zich althans overtuigd houden dat
+hij gisterenavond met de vijftig gulden zijn berekening als gastheer
+slecht gemaakt had.
+
+
+
+De reiskoffers der jonggehuwden zijn reeds vroeger in twee
+afzonderlijke vertrekjes van het logement gebracht. In die vertrekjes
+zullen ze zich nog haastig verkleeden, om er mede aan ouders of
+betrekkingen die, evenals zij, tersluiks den feestdisch zullen
+verlaten, een zoen of handdruk ten afscheid te geven. Van Debeckes
+laatste vleiende, een weinig ondeugende woorden aan den feestdisch,
+heeft Eva volstrekt niets gehoord. August had haar zooeven zeer
+zachtjes toegefluisterd:
+
+"'t Is over halftwee; we zullen nu maar ineens, zoo ongemerkt...."
+
+"Dan moet jij maar 't eerst...." heeft Eva teruggefluisterd.
+
+Eva glimlachte naar Debeckes zij, zonder echter te weten waarover hij
+sprak, en ving tegelijk van zuster Louise een hartelijk knikje op,
+'twelk ze beantwoordde, maar zonder juist veel aan 't zusje te denken
+dat ze wel liefheeft maar, dat toch altijd zoo iets.... zoo iets heel
+anders heeft gehad.
+
+"Jawel, daar broeit iets Louise;" zegt Thomas Van Hake, die naast
+Louise Armelo zit.
+
+"Nee guns, nóg niet. Zie maar, Helmond eet nog chipolata."
+
+"Ja maar, 't is halftwee, en.... Wil je een stukje van de taart
+Louise?"
+
+"Een heel klein stukje. Nee nee, foei! een beetje kleiner." En dan
+eensklaps met het oog naar het midden der tafel: "Guns, zie, ze zijn
+al gevlogen; hun stoelen staan leeg!"
+
+
+
+Toen de Romphuizer groote torenklok het klikke over tweeën deed
+hooren, waren de koffers der jonggehuwden reeds op de vigilante van
+_De Zonsberg_ geladen, en voor den fellen regen door een lederen
+kleed bedekt. Willem en Hendrik hadden nu, op bevel van den generaal,
+hun regenjassen aan. De oude koetsier--die "vrij wat meer parade op
+den bok dan op de been maakt"--zat, recht als een kaars, regen en
+storm te tarten, even kordaat als "de groote keizer" weleer de rampen
+braveerde van een bloedigen krijg. Een knecht uit _De Arend_ heeft,
+met de hand aan het portier bij de vigilante postgevat. Hendrik,
+die de parapluie moet droog houden, staat in de voordeur, en werpt
+nogmaals een blik in de breede hotelgang.--Boven moeten er ramen of
+deuren zijn geopend, want eensklaps zuigt een geweldige tocht, zoodat
+een openstaande zijdeur in het voorhuis met kracht wordt dichtgeworpen,
+en de ganglantaarn schudt, en de pui-glazen rinkelen van den slag.
+
+Er klinken voetstappen op de trap en in het achterhuis.
+
+In het halflicht van de vrij donkere gang beweegt zich nu van verre
+een kleine groep. In 't midden ervan bevinden zich twee personen, die
+niet rechtstreeks onderscheiden wie het zijn die hen nog om strijd
+de hand drukken. De groep nadert, en schijnt eensklaps vaneen te
+scheuren. Uit haar midden komen ze snel naar voren, de beide personen
+die men zooeven ten afscheid de hand gaf.
+
+Ternauwernood heeft Hendrik den tijd om zijn parapluie op te
+steken. In een oogwenk was een schoone jonge vrouw hem terzij en
+voorbijgesneld. Ofschoon hij geen oogenblik draalde, zoo zal het
+bruinzijden dak haar echter niet beschutten; een nijdige windvlaag
+slaat onder het scherm, en, als Eva, ofschoon op den voet door haar
+echtvriend gevolgd, nochtans zonder zijn steun, in de vigilante vliegt,
+dan spant Hendrik al zijne krachten in teneinde het omgeslagen en
+weerbarstig klapperende stuk in zijn voegen terug te brengen.
+
+"Helmond! Hel....mond!" roept een vrouwenstem op den natten dorpel
+van _De Gouden Arend_. De geroepene ziet om. 't Is mevrouw Armelo die
+met den zakdoek boven haar feestmuts, nogmaals, inweerwil van regen,
+storm en toeschouwers, haar roepen herhaalt.
+
+Helmond die zich niet zonder moeite staande houdt, en met een licht
+overjasje aan, in een oogenblik dreigt nat te worden, wendt zich
+schielijk om, en de oogen voor den snijdenden regen half dichtgeknepen,
+gaat hij de stoeptreden weer op, nadert de wenkende dame, en dan:
+
+"Hadt u nog iets mevr.... mama?"
+
+En mevrouw Armelo _had_ nog iets. Och ja! Haar oogen vestigden
+zich smeekend op den beminden schoonzoon. En dan, aarzelend, bijna
+onhoorbaar:
+
+"Och August, zul je bedenken dat ze mijn _mijn_ kind is! O zul je,
+zeg!?"
+
+August gaf de begeerde verzekering met een zeer plechtigen oogwenk,
+ofschoon hij volstrekt niet begreep wat zijn bedenken dat Eva
+bepaald een kind van mevrouw Armelo was, bijzonders tot haar geluk
+zou bijdragen. Bovendien in oprechtheid gesproken, of zij een dochter
+van háár of van een andere was, hoewel er op dit punt geen de minste
+twijfel bestond--'t is hem in deze oogenblikken volmaakt onverschillig.
+
+Goddank! die fooi aan den natten logementsbediende dat was het
+laatste. Het portier werd dichtgesmeten; het raampje ijlings door hem
+opgehaald; Coco en Victor schoten voorwaarts; en, nogmaals Goddank! nu
+was hij alleen--alleen met zijn wijfje!
+
+
+
+--Hoe! ze heeft haar heerlijk hoofdje afgewend?
+
+"Eva! mijn engelachtig vrouwtje!"
+
+Zij antwoordt niet.
+
+Stil, ze schreit. 't Zal beter zijn dat hij haar een oogenblik geheel
+aan haar zelve overlaat.--Hoe zal een jonge man gepaste woorden vinden
+op het oogenblik dat de vrouw zijner keuze haar ouders en magen ja
+allen verlaat, om hém te behooren geheel en al, hém dien ze slechts
+kent uit gulden dagen.
+
+Neen, Helmond zal een oogenblik zwijgen; haar zenuwen zijn geschokt,
+en hoe licht kon een onbedachtzaam woord bederven wat hij juist goeds
+er mee te bewerken dacht.
+
+Dat besluit wordt spoedig gewijzigd. Een frissche koelte, meent hij,
+zal haar wel goeddoen.
+
+"Zullen we het raampje wat neerlaten lieve; een klein beetje aan de
+zij waar geen wind is?"
+
+Bijna onhoorbaar en snikkend klinkt het:
+
+"Och.... 't is.... mij...."
+
+"Zeker _goed_ niewaar?" vult Helmond aan: "Ja 't zal beter
+zijn.... Wacht!"
+
+Maar, er kwam zooveel regen naar binnen dat Eva ijlings onder 't
+schreien door, haar keurig reiskleed van grijs alpaka terugtrok,
+en August aanstonds het raampje weer dichtdeed.
+
+Dokter Helmond is een vijand van spiritus en andere opwekkende
+middelen. Hij heeft ze niet bij zich. Nu het frissche luchtbad niet
+kon aangewend worden, nu keert hij tot zijn eerste besluit terug;
+legt zijn hand vertrouwelijk op de hare, en zwijgt.
+
+En Eva houdt haar lief gelaat nog altijd afgewend, en haar schreiend
+snikken wordt sterker.
+
+In een groot half uur zal men het eerstvolgende spoorstation te
+Briesborg bereikt hebben. Indien Eva zoo doorschreit dan zou men
+het haar straks terdeeg kunnen aanzien; 't publiek maakt zoo spoedig
+zijn gevolgtrekkingen, en.... Helmond slaat den arm om haar middel;
+haalt haar nader tot zich, en dan;
+
+"Mijn wijfje is nu toch gelukkig niewaar?"
+
+Zij vlijt haar hoofd op zijn schouder, en 't klinkt met een nokkenden
+zucht:
+
+"Och.... August!"
+
+"'t Zijn bijzondere, heel bijzondere oogenblikken in ons leven,--mijn
+_eigen aangebeden_ vrouwtje!"
+
+Zij ziet hem met haar beschreide oogen onweerstaanbaar liefdevol aan,
+en barst dan opnieuw in een luider snikken uit.
+
+Eva Armelo is nooit geweest wat men zenuwachtig of overgevoelig
+noemt. Er zijn er zelfs die haar wel eens van hardheid
+en ongevoeligheid hebben beschuldigd. Vraag nu aan Eva Helmond
+niet waarom ze schreit. Ze zou het niet geheel onder woorden kunnen
+brengen. August heeft het naar waarheid gezegd: "'t zijn bijzondere,
+heel bijzondere oogenblikken." En ofschoon Eva zichzelve dan ook
+geweld doet om dien "dwazen tranenstroom" te bedwingen--misschien
+dewijl ze vreest dat haar August den oorsprong ervan onjuist verklaren
+zal, misschien ook omdat ze aan glurende passagiers in station en
+spoorwagen denkt--telkens overmeestert haar weer dat "onverklaarbare"
+'t welk haar gemoed vervult, en snikkend zegt ze:
+
+"Waarlijk, ik kan het niet helpen August; ik weet niet hoe
+het.... komt.... en toch...." Eva kon niet eindigen. "En toch, ik
+ben zoo gelukkig;" heeft ze willen zeggen.
+
+Maar dat _geluk_ was immers de _oorsprong_ dier tranen niet. Velerlei
+gewaarwordingen werkten voorzeker te zamen om een fiksche natuur
+als de hare een oogenblik van streek te brengen.--De zekerheid dat
+ze heden afscheid van haar blonde jeugd heeft genomen, mocht haar
+een traan in het oog gebracht, en de voorstelling eener wel lachend
+afgebeelde maar toch geheimzinnige toekomst, kan haar voor een wijl
+den blos van het aangezicht verjaagd en met ernst hebben vervuld,
+doch, voor dat zenuwachtig en langdurig snikken moest er een andere
+oorzaak zijn; althans bij een jonge vrouw als Eva Helmond-Armelo.
+
+Niet straffeloos speelt men met de natuur, niet zonder wraak laat zij
+zich geweld aandoen.--Den ganschen dag heeft Eva zich beheerscht om te
+schijnen wat ze niet was.--In het oog van allen die haar zagen moest
+ze de heldin van den dag wezen, en ondanks den blik van welgevallen,
+waarmee ze zichzelve des morgens in haar feestgewaad beschouwde, heeft
+ze al spoedig, en tot het einde toe, een gevoel gehad alsof men haar de
+vreugd van dezen dag misgunde, en voor 't meerendeel de hulde onthield,
+waarop ze met het volste recht mocht aanspraak maken. Ja zij weet het
+zeker: 't is de houding van den generaal Van Barneveld geweest, die
+zoo doodelijk op de feestgenooten gewerkt, en haar als met looden hand
+heeft neergedrukt. Zoo ooit dan kreeg ze op haar trouwdag de zekerheid,
+dat die man met zijn streng--misschien aristocratisch voorkomen, een
+schriel, onwellevend mensch, en bepaald haar vijand was. Wat heeft hij
+op dezen dag voor zijn pleegzoon gedaan? Hij heeft hem vernederd in het
+liefste wat hij bezat, in zijne bruid, in zijn jonge echtgenoote. 't Is
+slechts de baron Debecke geweest die haar een paar malen iets vleiends
+over haar uiterlijk en trouwtoilet heeft gezegd. Niet, dat haar "de
+laffe vleierij van zulk een oud man"--in 't geringste aangenaam was;
+neen, maar 't heeft den blik van den generaal te sterker doen spreken,
+den blik die niet op haar rusten kon, zonder dat men de vraag er op
+las: Wat zou in 'shemelsnaam zulk een _toilet wel gekost hebben_!
+
+Neen, niets ter wereld heeft die man gedaan om het trouwfeest van
+zijn pleegzoon eenigen luister bij te zetten. Niets! Zijn rijtuigen,
+zijn kleeding, de totale absentie van andere leden zijner familie dan
+de houterige ofschoon goedaardige Jacoba--terwijl juist _twee dagen
+later_ een zuster van den generaal zou komen logeeren--dat alles,
+maar inzonderheid zijn indigne uitdrukkingen in die kosterskamer, ze
+hebben haar immers ten volle overtuigd, dat ze recht heeft om dien
+zoogenaamden hoogstverstandigen en degelijken man, een bekrompen
+despoot en haar vijand te noemen. Niemand, niemand weet het wat
+het haar gekost heeft om zich goed te houden; schijnbaar vroolijk,
+lachend en tevreden te zijn, ter wille van dien braven August--die
+nochtans voor de lompheden van zijn oom gesloten oogen en een bijna
+aan zwakheid grenzend geduld heeft gehad.
+
+Deze overspanning nu was de hoofdbron van Eva's overvloedige tranen.
+
+Of er misschien in haar binnenste nog iets anders roerde dan het
+gevoel van miskenning, waardoor haar het zoet van den schoonsten
+feestdag was vergald....? Zooveel is zeker, toen Eva straks haar
+prachtig trouwkleed voor haar net eenvoudig reisgewaad had verwisseld,
+toen voelde ze zich als van een drukkenden last ontheven.
+
+
+
+Tegen den avond van dienzelfden dag, terwijl de trein het laatste
+station vóór Amsterdam verliet, was het noodweer bedaard. De maan
+"had het opgetrokken", en de natuur was tot haar vroegere kalmte
+teruggekeerd.
+
+Binnen een compartiment van de eerste klasse zaten twee personen zeer
+dicht naast elkaar, met de handen vast ineengesloten, slechts bespied
+door het vriendelijk-stralende aangezicht 'twelk zooveel onstuimigs
+had naar boven gehaald.
+
+"Ja August, oom Van Barneveld wil ik achten en liefhebben. Ja, ik
+ben een dwaas kind geweest. Was ik ijdel misschien? Maar op zulk een
+dag! Och August, als ik slecht of niet lief ben, zeg het mij gerust;
+over oom zal ik anders spreken, dat beloof ik je mijn beste man!"
+
+Nu dokter Helmond zonder eenig geweld zulk een schitterende overwinning
+heeft behaald, nu wil hij zijn triumf op die aangebedene niet vieren,
+en in deze oogenblikken het allerminst. Vaster klemt hij haar aan
+het hart, en dan, in schier overspannen verrukking:
+
+"Ja Eva, oom zal je kennen en waardeeren. Waarachtig hij zal mij nog
+jaloersch maken met zijn liefde voor mijn engel!"
+
+"Die arme oom!"
+
+"Hij moet erkennen dat mijn liefste, de nederigheid zelve is, waar
+ze bij haar vollen rijkdom van schoonheid en talenten nog wil aanzien
+en goedvinden wat buiten haar ligt: als ze zelfs één éénig wezen wil
+zijn met den eenvoudigen kleinsteedschen medicus."
+
+"Hoe dan.... als jij nu dwepen gaat!" fluistert Eva na een lange
+omhelzing: "Heb ik niet juist mijn _dokter_ genomen omdat hij uitblonk,
+omdat ik met hem schitteren zou. Mijn lieve _professor_!"
+
+Toen Eva zich bij deze woorden alweder de liefdetolken op het gelaat
+voelde drukken, en, naar buiten ziende, de bleeke maan achter een
+voorbijschuivend wolkje verdwijnen zag, toen--ze wist niet hoe het
+kwam--toen dacht ze vluchtig aan Donerie; en ze hoorde hem zeggen--dat
+hij haar liefhad; maar.... ze weet niet wat ze geantwoord heeft.
+
+De vigilante, die Helmond en zijn jonge vrouw in de groote Amstelstad,
+sluis op- sluis af, naar hun hotel bracht, had er geen weet van welk
+een bijzondere vracht ze reed. De eerste schenker in _Het Keizershof_
+had er al spoedig het zijne van. Oogknipjes aan confraters, en
+bijzondere beleefdheid voor _mevrouw_, zeiden genoeg. Maar, de
+beleefdheid zou niet van langen duur zijn. Toen hij had boven gebracht
+'tgeen Helmond heeft besteld, toen verlangde men niets meer, niets
+niemendal, en hoorde de schenker na 't verlaten der kamer nog maar
+alleen--dat de deur van binnen ofschoon tamelijk zachtjes, op het
+slot werd gedaan.
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Ook te Romphuizen had de maan haar welwillende taak volbracht, en
+'s anderendaags was het evenals eergisteren een prachtige Meidag.
+
+Op de bovenvoorkamer van den majoor Kartenglimp is heden geen vuur
+aangelegd, en het raam staat er open.
+
+Zooals de majoor daar in zijn voltaire aan de ontbijttafel zit, is
+hij bijna niet te herkennen. Toen zijn dokter hem de laatste maal
+bezocht, toen scheen hij, met zijn rooden sjaal op den chambercloak,
+en zijn reisdeken over de beenen, met de wanordelijk gekamde haren en
+den ongeschoren baard, een man van ruim vijftig jaren voor 't minst;
+thans echter zal men hem niet meer dan hoogstens veertig geven. Ja,
+nu de majoor wat meer werk van zijn toilet heeft gemaakt, nu moet men
+erkennen--hoewel 't hem is aan te zien dat hij ziek is geweest--dat
+hij in vele opzichten een gunstig voorkomen heeft.--Kartenglimp,
+ofschoon drie en veertig jaren oud, gaat dan ook nog gaarne voor een
+"dikken dertiger" door; en, mogen er sommigen zijn die hem _juist_
+taxeeren, er zijn er ook die hem inderdaad voor eenige jaren jonger
+houden dan hij is, en het wel een bewijs achten van zijn militaire
+verdiensten, dat hij op zulk een leeftijd reeds als gepensioneerd
+Oostindisch hoofdofficier in 't Moederland op zijn lauweren rust.
+
+Voor het overige weet men in Romphuizen zeer weinig met zekerheid
+aangaande Kartenglimps afkomst en familie te vertellen. In 't
+laatste najaar is hij uit den Haag naar Romphuizen gekomen, omdat
+hij, zooals hij gezegd heeft: van een amicale sociëteit hield,
+en de "Haagsche witte" zoo stijf als een hark was. Dat dit echter
+de ware reden zou zijn waarom een nog betrekkelijk jong, bemiddeld
+en gepensioneerd hoofdofficier, een provinciestad als Romphuizen
+boven de residentie verkoos, liet zich niet zoo spoedig verklaren,
+doch de meeste Romphuizers gevoelden zich door die gulhartig gegeven
+verzekering gestreeld, en waren nu over 't algemeen met hem ingenomen,
+te meer dewijl men hem in den afgeloopen winter als een getrouw en
+uitmuntend quadrilleur, commerceur en domineur had leeren kennen.
+
+'t Was mede wel wat zonderling, meenden sommige Romphuizers, dat
+Kartenglimp--een man in de kracht van 't leven--zich geen vrouw uit hun
+midden koos. Ze hadden toch lieve dochters niewaar; en er waren ook
+jonge weeuwtjes die haar tijd behoorlijk hadden uitgerouwd en steeds
+de oogen moesten neerslaan als de majoor haar met zijn donkerbruine
+kijkers had aangezien. Maar, de jongelingschap die altijd een uurtje
+later in de "Socie" bleef, ze begreep al spoedig dat de majoor "te
+bescheiden was om zich aan zooveel schoons of bevalligs--en voor haar
+geheele leven--te willen opdringen!" Kartenglimp kon zoo "onder ons,
+nog al aardig doorslaan." Als de papa's er niet bij waren, dan had
+hij vooral van die avontuurtjes uit de Oost--enfin.... 't Was soms
+fameus pikant. En--zoo redeneerde reeds een groot deel der Romphuizer
+jongelingschap: au fond had de majoor met zijn principes gelijk:
+Het huwelijk was een allerliefst en alleraardigst ding, vooral hier
+in het bloedlooze Holland; maar als men vertellen wilde dat het een
+instelling Gods was; bah! de heele natuur leerde integendeel dat
+slechts menschelijke kortzichtigheid zulk een zotte overeenkomst
+tusschen één man en één vrouw kon hebben in 't leven geroepen. Ja
+waarlijk, als je den majoor er over hoorde, dan moest je zeggen dat
+hij volmaakt gelijk had. Indien het huwelijk een normale toestand voor
+de beide echtgenooten moet zijn, vanwaar komt het dan dat slechts het
+geluk der zes eerste weken spreekwoordelijk bekend is? De bekendheid
+van dat eerste geluk, maakt dat der volgende huwelijksjaren zeer
+verdacht, en--is het dan ook geen feit dat er van de honderd huwelijken
+nauwelijks tien middelmatig en misschien maar één volmaakt gelukkig
+mag heeten?--Waarachtig, de majoor had altemaal zeer gewone bewijzen,
+maar des te treffender waren ze: Wat een ontrouw zag men overal;
+maar die ontrouw--door zulk een onzinnig huwelijksverbond den armen
+geketende als schande toegerekend--wat is die inderdaad anders dan
+de roepstem der natuur en der liefde? Nota bene, welk wijs wetgever
+zal zijn landgenooten, indien ze reizen willen, verplichten om nooit
+verder te gaan dan tot de naaste stad; ten eerste: om de families wat
+meer bijeen te houden; ten tweede: om te waken dat men de zijnen niet
+in den steek laat, en ten derde: opdat men zich niet te zeer vermoeie
+of te veel geld vertere.--'t Was alleraardigst zooals de majoor er
+over redeneerde, en, nóg eens, de kerel had gelijk: al die stijve
+idees van den vroegeren tijd hadden uitgediend. Een leventje zooals
+de majoor scheen geleid te hebben, daar zou een jonge Romphuizer wel
+van watertanden, en de man zag er kapitaal uit, kapitaal!
+
+De majoor zit smakelijk te ontbijten. De geruststellende verzekeringen
+van dokter Helmond hebben hem meer goedgedaan dan hij zou willen
+bekennen. Hij gevoelt zich inderdaad geheel en al hersteld, en
+sedert Helmonds laatste bezoek, letterlijk een ander mensch. In
+den aanvang ja, toen had het hem wel pijnlijk getroffen dat Helmond
+stilzwijgend heeft toegestemd dat hij aanleg voor een beroerte had;
+maar--redeneerde Kartenglimp--als men die zaak toch goed bezag,
+dan moest men al spoedig bekennen dat het nog beter was aanleg voor
+een beroerte, dan bijvoorbeeld voor pokken of cholera of typhus te
+hebben. Bij de minste epidemie zat je dan in 't nauw en terwijl het
+in de eerste plaats nog niet bewezen is dat iemand die aanleg voor
+beroertes heeft er een zal krijgen, zoo kan men bovendien tegen
+dien vijand een beetje op zijn hoede zijn, al moge een voorloopige
+bestrijding dan onvoorzichtig wezen.
+
+"Matig versterken," heeft Helmond gezegd. Alzoo zal nu een
+tweede kievitseitje geen kwaad doen; maar, den port zal hij in 't
+vervolg menageeren; dat goed is te zwaar, waarachtig! En dan kalm
+houden. Welzeker!--Nu ja, de oogenblikken kunnen er naar wezen. Maar
+aan 't partijtje is hij altijd de kalmte in eigen persoon; dat kunnen
+die grasgroene Romphuizers getuigen!
+
+Ofschoon er zich over Kartenglimps gelaat een vreemde--men zou schier
+zeggen een satanische lach verspreidt, zoo schijnt hem toch schier
+tegelijk een onaangename herinnering te treffen, want boven zijn
+koolzwarte wenkbrauwen vertoonen zich breede rimpels. Werktuiglijk
+schenkt hij zich een glas port in, en eerst wanneer hij het in één
+teug heeft geledigd, komt hij tot de bezinning dat dat goed "de pest"
+is, en hij Mietje zal zeggen die karaf--althans 's morgens--nooit
+meer op tafel te zetten.
+
+Helmonds patiënt had buiten zijn ziekte en krachten gerekend. In zijn
+gevoel van geheele beterschap, is hij dezen morgen meer dan een uur op
+de been geweest om zich te kleeden en te "adoniseeren". Daarmee gereed,
+heeft hij tamelijk overvloedig ontbeten en een vol glas portwijn
+gedronken. Nu hij opstaat om een sigaar te rooken, nu.... wat er nu
+aan hapert dat weet hij waarachtig niet. Hij is zoo lam in de beenen
+alsof hij drie dagen en nachten aan den rol is geweest, en terwijl
+zijn hoofd begint te gloeien is het hem alsof een vuurgloed door zijn
+aderen stroomt.... alsof de raamkozijnen en behangselstrepen slangen
+worden, en het plafond golft en hem tusschen het insgelijks golvend
+tapijt te smoren dreigt.
+
+Kartenglimp moet zich aan de tafel vasthouden. Wat duivel, wat
+is dat!? Van één glas port kan een mensch zoo beroerd toch niet
+worden. Als hij zes grogjes had gedronken, dan, nee dan zou hij
+nóg niet gevoelen wat hij nu gevoelt.--Het klamme zweet breekt den
+majoor de leden uit. Een vreeselijke vloek rolt van zijn lippen. Dat
+moet de voorbode van een naderende beroerte zijn, indien het niet
+werkelijk.... Nee nee, een beroerte.... nee....!
+
+
+
+Een paar uren later stond Thomas Van Hake reeds voor de tweede maal
+aan 't bed van den majoor Kartenglimp. Kartenglimp heeft de boete
+voor zijn onverstandig doorgebrachten morgen betaald; slaap en koud
+water hebben hem in een gewenschten toestand teruggebracht.
+
+"....En u zult dus zelf moeten bekennen majoor, dat er volstrekt geen
+reden bestaat om dokter Helmond te telegrafeeren."
+
+"Dat beken ik je in 't geheel niet mannetje. Jij met al je wijsheid, je
+kunt net zooveel weten wat me gescheeld heeft als die _beddekwast_. Ik
+weet dat ik heel wel was, _heel wél_, en dan zou dat ontbijt met één
+glaasje port...."
+
+"Na uw ziekte majoor!"
+
+"Ziekte of geen ziekte, ik zeg je dat ik niet naar Romphuizen
+ben gekomen om me voor m'n tijd te laten kapot maken. Die ouwe
+Bierton met z'n wauwelarij daar pas ik voor; ik zou 'em m'n kat niet
+toevertrouwen; en voor jou pillenkennis heb ik zooveel respect als
+voor m'n ouwe laars. Ik zeg je dat je zult telegrafeeren, terstond,
+en zoo uitvoerig als 't maar kan, met bepaald verzoek dat de dokter
+thuis komt.... Zwijg, want je maakt me nog gek."
+
+"Maar waarachtig majoor, er is niets geen kwaad bij. U bent nu wat
+overspannen omdat...."
+
+Met een vreeselijken vloek valt de majoor den provisor in de rede. Van
+Hake moest niet denken dat hij een kind voor zich had. Kartenglimp
+heeft--zooals hij zegt--duizendmaal den dood onder de oogen gezien,
+maar hij verkiest niet door de brutale onverschilligheid van een pil,
+en plezierreisjes van een dokter, die zijn plicht moest kennen,
+vóór zijn tijd in de kist te liggen.--Bij deze woorden brak den
+reconvalescent, die zich heden te veel heeft gewaagd en nu nog driftig
+erbij is geworden, opnieuw het klamme zweet de leden uit. Zijn tanden
+klapperden en een doodelijk wit had zijn gelaat overdekt.
+
+Van Hake, hoezeer hij er tegen geijverd heeft, hij gevoelde zich ten
+slotte niet gerechtigd om geen gevolg te geven aan het verlangen
+van den majoor. Ofschoon overtuigd dat onnoodige vrees den man
+zoo onhandelbaar maakte, en met innig leedgevoel dat hij zijn
+geliefden weldoener nu reeds in den vollen glans van zijn geluk
+moest komen storen, beloofde hij aan Kartenglimps wensch te zullen
+voldoen. Nochtans Van Hake nam zich voor om de zaak geheel naar
+waarheid en zeer duidelijk--natuurlijk op kosten van den majoor--over
+te seinen, en het telegram zóó in te richten dat Helmond--ofschoon
+de provisor zich niet verantwoordelijk mocht stellen--overvloedige
+vrijheid zou vinden om zijn reis te vervolgen, wanneer hij--dit moest
+Helmond tusschen de regels lezen--slechts ter bevrediging van den
+geagiteerden majoor een eenvoudig calmeerend receptje er bij zond.
+
+
+
+'t Was halfdrie in den middag toen mijnheer en mevrouw Helmond zich op
+hun kamer in het Amsterdamsche hotel gereed maakten om uit te gaan,
+want de vigilante stond voor de deur. Op het oogenblik, dat zij de
+kamer zullen verlaten, wordt Helmond door een schenker het telegram
+van Van Hake overhandigd.
+
+Eva verneemt dat het telegram niets verontrustends behelst, 't Is over
+zaken. August moest even antwoorden. Als het vrouwtje een oogenblik
+wachten wil? hij is aanstonds gereed.
+
+Eva nam de Haarlemsche Courant nog eens op, waarin haar huwelijk
+reeds vermeld stond, en sloeg bij 't doelloos inzien ervan, telkens
+een zijdelingschen blik in den grooten spiegel om zich te overtuigen
+of het wit neteldoeksch kleed met groene bloempjes haar wel waarlijk
+kleurde, en goed stond bij haar fijn kanten hoedje met lila brides.
+
+De hotelbediende, die op het telegram wachtte, zag die mooie mevrouw
+op den rug, en mocht, zoo in stilte, haar élégance bewonderen, toen
+hij eensklaps ontstelde, want, die "levendige pas getrouwde oogen"
+hadden onwillekeurig de zijne in den spiegel ontmoet.
+
+--Wat kijkt hij mal die jongen, denkt Eva, maar zonder te weten
+waardoor, werd ze nu eensklaps geheel overtuigd dat dit toilet haar
+goed stond.--Nu gaat ze naar het venster en ziet uit de hoogte in de
+drukke straat.
+
+En Helmond schreef zijn telegram:
+
+
+ "T. Van Hake, Romphuizen,
+
+ Majoor kan gerust zijn. Gevolg van te veel inspanning en
+ gebruik. Nù terugkeeren onmogelijk en geheel onnoodig.
+
+
+Het telegram werd ingevolge van Hakes wensch met een recept besloten,
+en, straks in een omslag, aan den schenker ter verdere bezorging
+gegeven.
+
+Weinige seconden later reden Helmond en Eva naar een der
+eerste gedeelten van de Prinsengracht. De naam van den advocaat
+Mr. E. Woudberg stond op de deur, en de koetsier behoefde niet
+te zoeken.
+
+Nu de jonggehuwden om bijzondere redenen hun reisje over Amsterdam
+hadden genomen, en er nagenoeg een dag stil waren, nu zou het
+onvergeeflijk zijn geweest indien August zijn jonge vrouw niet aan
+dien goeden Everard en zijn Emma gepresenteerd had. Met Everard had
+hij te Leiden gestudeerd, en ze waren er vrienden van den echten
+stempel geweest om het voor altijd te blijven, terwijl Emma bovendien
+een kostschoolvriendin van Helmonds pleegzusje Coba geweest is.
+
+Eva, met de vrienden Woudberg onbekend, gevoelde er zich, op
+dezen eersten dag na haar huwelijk, niet recht prettig. Mevrouwtje
+Woudberg, een vroolijk klein ding, met drie spruitjes, waarvan de
+jongste in een berceau binnen de kamer sliep, mevrouw Woudberg vond
+die nieuw aangekomene in Hymens tempel prachtig mooi maar, wel wat
+stijf--misschien een weinig gegeneerd--en trachtte haar door velerlei
+verhalen van guitenstreekjes der kleinen een weinig "op haar gemak
+te zetten."
+
+Wat Eva betrof, die guitenstreekjes waren haar even onverschillig als
+de geheele familie Woudberg. Hier te zitten terwijl August met dien
+ouden vriend--nota bene--over de wet op het geneeskundig staatstoezicht
+sprak, terwijl die mevrouw van de lieve jeugd verhaalde, en haar ventje
+van drie jaren versjes liet brabbelen! Hier te zitten in een saai,
+tamelijk donker Amsterdamsch zaaltje, met het uitzicht op een slecht
+begroeid tuintje met leelijke hooge huizen er achter, neen, dat was
+op den eersten dag van 't reisje inderdaad niet verkwikkelijk, en, op
+net oogenblik dat mevrouw Woudberg even de schreiende kleinste uit de
+berceau nam, en mijnheer Woudberg een boek ging halen waarin men iets
+zou nazien--'tgeen August hem echter mede graag geschonken had--in
+dat oogenblik gaf Eva haar August fluisterend en met een wenk te
+kennen, dat ze hier niet langer wilde blijven, en vooral niet _alleen_
+terwijl hij, zooals afgesproken was, dat andere bezoek ging brengen.
+
+Woudberg en zijn vrouw waren bij het afscheid recht dankbaar en
+gevoelig voor de allerliefste visite:
+
+"We mogen er heusch wel trotsch op zijn," besloot mevrouw: "want om
+je de waarheid te zeggen, in de eerste dagen na ons trouwen--niewaar
+Es--toen bedankten we voor familie en vrienden."
+
+Terwijl de vrienden Woudberg er bij stonden, heeft August aan den
+koetsier gelast om naar 't hotel terug te rijden; maar nu nabij
+den hoek eener zijgracht, tikt hij op het voorglas, en beveelt:
+"Tuinstraat No. Twaalf."
+
+"Ik dacht een oogenblik dat je besloten hadt er méé heen te gaan
+_Eva_."
+
+"Maar August, hoe kon je dat denken?"
+
+"Nee 't is ook waar. Ofschoon.... 'k zeg alleen, dat ik het een
+oogenblik _dacht_."
+
+"'t Was dunkt me al wel, lief mannetje, dat ik mee naar je vriend
+ging. Je hebt zelf gehoord hoe andere menschen over dat bezoeken van
+vrienden en familie op hun huwelijksreisje denken."
+
+"Ja zeker, 't was al heel lief van je om aanstonds toe te geven. Maar
+ik dacht nu.... een eigen broer!"
+
+"'t Spijt me lieve, dat je er nog over gedacht hebt; ik meende dat
+we vast...."
+
+"Zeker mijn wijfje, we hebben dat _vast_ afgesproken."
+
+"'t Zou hen toch ook geneeren August."
+
+"Juist kind; 't kwam me nog een oogenblik voor dat ze 't hartelijk
+zouden vinden; een bewijs van belangstelling, maar...."
+
+"Och nee August, wie vroeger in weelde was, wordt niet graag in zijn
+armoede bezocht, en 't minst door nieuw aangetrouwde familie."
+
+"Ja, 't zal beter zijn dat ik alleen ga. Je bent ook wel wat heel
+chic gekleed. Nee nee, _heel goed_ en _lief gekleed_ beste kind,
+uitmuntend voor de Woudbergs en voor mij; maar, voor dáár.--Dus blijf
+je dan zoolang in het rijtuig?"
+
+"Niet te lang beste man.--Ha! ik kan me, in dien tijd zoo'n reistaschje
+koopen."
+
+'t Zag er sjofel uit in die Tuinstraat. De hooge smalle huizen
+waren meestal zeer verveloos. In de kelders hoorde men ijzer
+smeden, ton-kuipen, hanen kakelen en kinders schreeuwen. Hier zag
+men groenten uitgestald; daar rood en ander lijnwaad te drogen
+gehangen over de grauwe leuning van een smalle hooge stoep. Ginder
+bij een pothuis stonden eenige vrouwen rondom een kruiwagen met doode
+bot. Een terugkeerende armenlijkwagen laveerde tusschen turfkarren
+en turfmanden door, en een der heeren bidders die met afhangende
+beenen erop zat, liefkoosde in 't voorbijrijden met de versleten
+punt van zijn gegespten schoen, eene jonge Tuinstraatsche, wie deze
+vreemdsoortige liefkoozing echter gansch niet beviel, en haar met
+een weinig vleienden grauw beantwoordde.
+
+Helmond is uitgestapt, en heeft den koetsier gelast om mevrouw naar
+een voorname galanteriewinkel te brengen; over een groot half uur
+moest hij hier terug zijn.
+
+No. 12 was een van de fatsoenlijkste huizen in de Tuinstraat. In het
+kelderhuis woonde een schoenlapper; op de eerste verdieping een oud
+heer met een goudsche pijp, een nicht, twee katten en een papegaai,
+en een verdieping hooger.....
+
+"Jawel meheer, gaat uwé maar gerust naar boven," zegt de nicht,
+die een rist uien in de hand, en een kat aan haar boezem heeft:
+"meheer Hellemond is voor een half uurtje thuis gekomen. Voorzichtig,
+de trap is een beetje gesleten. Oom zou 'em opknappen, ziet uwé,
+maar oom is een oud mensch, en...."
+
+Helmond is reeds naar boven gegaan.
+
+'t Zag er zeer armoedig maar toch ordentelijk uit in het kleine vertrek
+'t welk August is binnengestapt. Op het oogenblik dat hij in die kamer
+kwam, heeft een jonge zeer slanke vrouw met prachtig zwartgolvend haar,
+door de deur die naar een achterkamer leidde, dat vertrek verlaten.
+
+De bezoeker heeft de jonge vrouw nog even van terzij kunnen zien. Hij
+zou haar zeker gegroet hebben; maar zij, ze heeft gedaan alsof ze
+hem niet zag. August meende dat ze vreeselijk wit was geworden.
+
+"Hoe gaat het Philip?" zegt de oudere broeder terwijl hij den jongere
+de hand reikt.
+
+"'t Zou valsch van me wezen August, indien ik je welkom heette en
+je de hand gaf.--Als je me wat te zeggen hebt, en wilt zitten, daar
+staat een stoel--als ie je niet te _gemeen_ is."
+
+"Op dien toon had ik het niet verwacht Philip."
+
+"Dat spijt me. 't Is me een bewijs dat je met al je menschenkennis
+en geleerdheid, op dit oogenblik niet verder ziet dan je neus lang is."
+
+"Ik kom je opzoeken als broer; mij dunkt dat ik niets beters kan doen
+om je te toonen dat ik je altijd als mijn goeden Philip het beste
+hart heb toegedragen. Philip, kom, geef me de hand?"
+
+"Zeg eens, je noemt me _goed_ August; maar weet je wel dat ik me zelf
+vervloekt _laag_ zou vinden als ik je aanstonds die hand gaf?"
+
+"Nog eens Philip, zulk een ontvangst had ik niet verwacht;--wanneer
+ik die had kunnen voorzien...."
+
+"Dan zou je niet hier zijn gekomen, 't Ware misschien beter geweest."
+
+"Philip, goeje kerel! wat heb ik gedaan dat je mij...."
+
+"Wat je gedaan hebt August? _Niets_! waarachtig, je hebt _niets
+niemendal_ gedaan!"
+
+"Je bedoelt....?"
+
+"Ik bedoel alles wat je zeer goed begrijpt."
+
+"Zeg niet Philip, dat ik _niets_ gedaan heb. Ben ik niet je krachtige
+voorspraak bij oom geweest? Ik zou er van gezwegen hebben indien je
+me niet het tegendeel verweten hadt. Is het mijn schuld dat oom...."
+
+"Wie spreekt van je schuld! Je bent zoo onschuldig als een lam. Je
+broederlijke raadgevingen bewaar ik als goud. Daar ginds in de la van
+dat meubel--_gemeen_ hê zoo'n houten kast--daar ligt nog die prachtige
+brief. De slotregels waren heel mooi; ik ken ze van buiten. Hoor:
+"Keer berouwvol tot onzen besten oom en weldoener terug. Zeg hem dat
+je in onbezonnen drift die woorden hebt gesproken. Zet beste Philip,
+die liaison uit je hoofd; waarlijk ze zal je ongelukkig maken. Een
+student! en zonder eenig fortuin! Wees verstandig; later zul je zelf
+inzien dat het doorzetten van dat huwelijk je ongeluk zou geweest
+zijn. Mijn beste broeder had, zoover ik weet, nooit een zin voor het
+_gemeene_...."--Genoeg! Wat je met dat laatste woord bedoelde, daar
+wil ik mij nu zelf geen oogenblik in verdiepen. Als ik het deed dan
+ging mij 't bloed aan 't koken, dan.... dan.... Wat jij gemeen durfde
+noemen August, het is de _vrouw_ die ik liever heb dan mijn leven,
+en jij--je hebt oom helpen opzetten tegen die vrouw!"
+
+"Bij al wat heilig is Philip, dat is _onwaar_!"
+
+"Zweer niet; ik heb je immers den slotregel van je mooien brief
+herhaald."
+
+"Philip, nu het een feit is geworden wat ik voor onverstandig hield,
+en nóg houd--je ziet het, ik ben oprecht evenals jij--nu zou je
+broederlijk handelen met dien brief voor een deel ongeschreven te
+beschouwen. Ja ik noemde het onverstandig een meisje te trouwen
+dat...."
+
+"De man die meineed en ontrouw voor verstand wil laten doorgaan,
+dien veracht ik. Als jij het doet, ga dan naar dien edelen generaal
+die je zulke principes leerde, en folter mij niet meer."
+
+"Philip, waarachtig, je oordeelt onrechtvaardig; en wanneer ik je
+minder liefhad, dan zou ik zelfs je harde woorden niet verdragen. Er
+is verschil in de opvatting van trouw aan zijn woord. Dat verschil
+verklaart veel, zoo niet alles.--Oom wierp je tegen: "Wie zijn woord
+houdt in een _kwade_ zaak, is een verrader van zich zelf." Maar
+genoeg. Wat oom betreft, hij vergeeft je de woorden niet, die hem wel
+vreeselijk moesten grieven en waardoor zijn verzet te krachtiger is
+geworden. Zeer stellig heeft hij nog onlangs verklaard daar nooit
+op terug te komen, en bovendien bleef hij onverzettelijk bij zijn
+besluit om je nooit meer, noch bij zijn leven noch na zijn dood,
+iets van het zijne te doen genieten, maar...."
+
+"Wie heeft hem dat gevraagd? Wie? Wat meent hij wel de...."
+
+"Zacht Philip! bedenk dat ik hem liefheb, en dat hij van der jeugd
+afaan onze weldoener is geweest."
+
+"Had hij zich onzer niet aangetrokken, ik zou misschien een ambacht
+geleerd hebben, en gelukkiger zijn."
+
+"Je bent dus _niet_ gelukkig Philip?"
+
+"Wie zegt dat!"
+
+"Niet ik. Maar je omgeving; je.... in één woord, alles doet mij
+vermoeden dat je met moeielijkheden te kampen hebt.--Laat mij even
+uitspreken Philip, en je bittere grieven trachten weg te nemen. Geloof
+mij, terwijl ik sedert lang, maar tevergeefs, op 't spoor van je
+verblijf zocht te komen, was het steeds mijn voornemen je te bezoeken
+en je te zeggen, dat ik zooveel ik mag en kan, wil bijdragen om je
+geluk te helpen bevorderen. Nee, luister nu een oogenblik! Al keur
+ik niet alles goed wat je deedt, en al heb ik getracht je van die
+liaison af te brengen, in mijn ziel heb ik je altijd om je trouw aan
+dat meisje geëerd en liefgehad. Zoo je meent dat ik oom--dewijl ik meer
+met hem dan met mijn opgewonden broeder instemde--tegen dien eenigen
+broeder of zelf tegen dat meisje heb opgezet, dan dwaal je Philip."
+
+"Genoeg August, genoeg! Ik denk er het mijne van."
+
+"Je gelooft me niet? Waarvoor zie je mij dan aan? Zou ik hier komen
+om je als broeder de hand te reiken wanneer er bedrog was in mijn
+hart? Philip, misken mij dan niet. Ik ben kalm, maar je weet toch dat
+ik evenals jij het bloed der Helmonds in de aders heb. Kom Philip,
+geef mij de hand; roep je vrouw; zeg haar dat August haar graag een
+broederlijken zoen wil geven. Laat er geen kloof zijn tusschen ons, al
+loopen onze wegen wat uiteen. Mij gaat het goed in mijn praktijk; jij
+hebt het niet breed. Weiger mij niet Philip, om je van tijd tot tijd
+metterdaad te toonen dat ik je broer ben. Neem vast dit bagatel. Kom
+Flip, pak aan, eer je je vrouwtje roept. Je waart immers altijd mijn
+goede opbruisende maar eerlijke kameraad. Neem aan Philip!"
+
+Slechts een oogenblik heeft er in de donkere oogen van den jongsten
+broeder iets geflikkerd, 'twelk strijd verried bij het zien van dat
+bankbriefje van veertig gulden. 't Is echter een schier ondeelbaar
+oogenblik geweest.--Terwijl August, die geen plaats had genomen,
+voor de tafel is blijven staan, stond Philip nog aan de andere zijde
+ervan naast het venster:
+
+"Dus, zakelijk gesproken, zou je waarlijk zijn hier gekomen August, om
+ons te toonen dat je de vrouw die mij dierbaar is, als je zuster wilt
+erkennen en liefhebben? Je weet het, zij is de dochter van een gering
+acteur. Haar misdaad was,--stil, ik wil ervan spreken--haar misdaad
+was dat ze mij op mijn eerewoord geloofde.--Toen ik haar trouw had
+beloofd, toen was ze voor 't oog van God mijn vrouw, als moest de wet
+ons verbond nog bekrachtigen. Dat alles is geschied. Zonder middelen
+om mijn studies ten einde te brengen, moest ik uitzien naar een middel
+van bestaan. Beiden gevoelden we roeping voor het tooneel. Met het oog
+echter op de kleingeestige wereld, bedenkend dat mijn naam ook de naam
+van mijn broeder was, maar 't meest--ik erken het--om mijn Virginie
+niet bloot te stellen aan de vele ellenden van zulk een leven in ons
+vaderland, besloten we daarvan af te zien. Op dit oogenblik August,
+is je schoonzuster de vrouw van een tweeden klerk op het bureau van
+een begrafenisfonds. Na al wat er tusschen ons voorviel--stil, laat
+mij nu óók uitspreken--na de bedreiging in den straks genoemden brief,
+dat ik er niet op behoefde te rekenen ooit eenigen steun van je te
+zullen ontvangen...."
+
+"Maar Philip, ik heb immers gezegd dat je een brief uit die dagen
+van spanning niet meer in rekening brengen moet."
+
+"Ik weet het, maar je begrijpt toch dat ik me zelf verachten zou indien
+ik nu aalmoezen van je aannam. Van dat geld kan geen sprake zijn;
+berg het gerust in je portefeuille. We spreken er nu slechts over,
+of ik geen laagheid bega met mijn broeder de hand te geven, en mijn
+vrouw niet compromitteer met haar aan dien broeder voor te stellen."
+
+"Maar Philip!"
+
+De jongste Helmond schijnt reeds lang te hebben geaarzeld. Hij was in
+tweestrijd of hij rechtstreeks op zijn doel zou afgaan. Een oogenblik
+heeft hij naar buiten gezien; nu kijkt hij den broeder fiks in de
+oogen en herneemt:
+
+"Je bent getrouwd; gisteren. Ik las het van morgen in de Haarlemsche
+krant die mijn huisbaas me leent."
+
+"Ik kon je geen kennisgeving zenden omdat ik eerst dezen morgen je
+adres heb uitgevonden."
+
+"Genoeg, ik wist het, August. Door dezelfde omstandigheid die je,
+eerder dan ik verwachtte, mijn adres deed vinden, vernam ik dat je
+in de stad waart. Ofschoon ik het in 't geheel niet wenschte, zoo
+voorzag ik de mogelijkheid dat je mij bezoeken zoudt, en nam zooveel
+ik kon maatregelen dat je mijn vrouw niet alleen zoudt vinden. Mijn
+voorgevoel heeft me niet bedrogen; en gave God dat ik nu zeggen kon,
+je verkeerd te hebben beoordeeld."
+
+Minder gevoelig dan hij de laatste woorden sprak, vraagt nu de Jonge
+Helmond snel:
+
+"Dus August, je schaamt je de vrouw van je broer niet, en wilt haar
+de eer geven die haar toekomt....?"
+
+"Ja Philip, twijfel niet meer. Komaan, roep je vrouwtje!"
+
+Philip zwijgt een oogenblik, en dan eensklaps met een stem die van
+dien inwendigen strijd getuigt, zegt hij bijna snerpend:
+
+"Roep jij eerst de jouwe!"
+
+"Wat! wát meen je?" zegt de oudere broeder, en Philip ziet hem bleek
+worden; "Haar roepen! hoe zou ik haar roepen! Zij is...."
+
+"In het hotel misschien?"
+
+"Ja, ik denk het.--Tenminste...."
+
+"Hoe! is die, dáár.... is _dát_ dan je vrouw niet?" herneemt Philip met
+fonkelende oogen terwijl hij naar beneden in de straat wijst: "Is de
+mooie dame die zoo op- en rondkijkt uit die vigilante, niet dezelfde
+die je straks de hand hebt gegeven toen je er uitstapte, zeg....?"
+
+"Nu ja, zij is het; maar kon ik haar wagen aan een ontvangst als
+deze.... aan....?"
+
+"Ha! alsof ik mijn wereld niet kende! Was zij aanstonds meegekomen, ik
+geloof dat hier de ontvangst een heel andere zou geweest zijn!--Nee, je
+roept haar niet. Natuurlijk! ik begrijp dat je haar met roepen _kunt_."
+
+"Men kan toch van een jonge vrouw niet vergen Philip, dat zij op den
+eersten dag van haar huwelijk bezoeken aflegt."
+
+"Maar wel bezoeken bij vrienden op de Prinsengracht! Ha! nu kunje toch
+liegen niewaar? Toen ik van 't kantoor kwam heb ik dienzelfden voerman
+bij den ouden academievriend voor de deur zien staan. Zie je wel,
+dat ik vervloekt laag zou hebben gedaan met je de hand te geven. Zie
+je wel!--In een achterafhoek van Amsterdam, op een stille bovenkamer,
+daar zul je, door niemand gezien, aan die vrouw--ha! die _gemeene_
+vrouw! een hand willen geven! 't Kon soms het reisgenot vergallen als
+je bedacht, dat daar in de Amsterdamsche achterbuurt een broeder gebrek
+leed omdat hij, zonder die hulde, geen aalmoes had aangenomen. Maar
+Goddank, je aalmoes behoeven we evenmin als je schijn vertooning van
+hartelijkheid. Zie, ik zou je kunnen verachten indien ik niet wist
+dat je van nature goed waart.--Maar pijnig me nu niet langer. Doe me
+'t genoegen deze kamer te verlaten. Die plaats dáár, dat is de plaats
+van mijn vrouw. Niemand zal haar verhinderen hier te zijn zoo ze dat
+verkiest. Boven alles ter wereld staat _zij_; ze is me als een deel
+van m'n lichaam.--August, ga heen!"
+
+De oudere Helmond heeft zich vast voorgenomen om kalm te blijven. De
+valsche positie waarin hij zich tegenover dien trouwen maar dikwijls
+onbesuisden broeder bevindt; zijn eigen sluimerend vermoeden dat
+Eva--al mocht ze tot een bezoek te overreden zijn--toch niet veel
+goeds zal bewerken; de wensch van zijn edel hart, dat Philip en hij
+als broeders mochten scheiden, dit alles werkt samen om hem toegevend
+te stemmen.
+
+Hij heeft wel ingezien dat een karakter als Philip door dit
+bezoek--terwijl August's jonge vrouw daar wacht in dat rijtuig--zich
+eer beleedigd dan aangenaam getroffen moest gevoelen. Eensklaps tot
+een besluit gekomen zegt hij nu zacht met liefde:
+
+"Philip, om je vriendschap te herwinnen zou mij in dit oogenblik bijna
+geen opoffering te groot zijn. Geloof mij nu. Maar ook, gebruik nog
+eens je kloek verstand: Doe ik niet alles wat je met reden van mij
+verlangen kunt, wanneer ik hier kom om je vrouw als mijn zuster te
+omhelzen? Maar ook, kan ik een jonge vrouw, die gisteren nog mijn
+bruid was, reeds heden dwingen...."
+
+"Nu is 't waarlijk genoeg August. Je kalmte zou me haast razend maken;
+maar ik beheersch me ter wille van de vrouw die dáár is, dáár in die
+kamer, en die ons waarschijnlijk woord voor woord zal verstaan. Weet
+nu kort en goed, dat ik ten opzichte van de moeder van mijn kind geen
+halfheid versta. Wil je mijn broederhart, waarachtig! kom dan met
+je jonge vrouw, mij en mijn eenige met open armen en zonder woorden
+te gemoet. Wij zijn broeders, zij zusters. Mij liefhebben en haar
+miskennen dat is mij beleedigen, ja, erger: _trappen_! Versta je
+August: is je die vriendschap ernst, dan ben je hier onze gasten;
+dan gaan de beide Helmonds met hunne vrouwen dezen avond te zamen
+naar park of opera. Nog eens, die mijn vriendschap verlangt, die
+_respecteere_ allereerst de vrouw die mij lief is boven alles!"
+
+"Maar broeder Philip, zou er dan volgens je meening niets, volstrekt
+niets bestaan, waardoor mijn jonge vrouw er tegen op kon zien om
+aanstonds.... Nee, 't zijn geen verwijten; maar, in oprechtheid,
+is Virginie dan altijd, _altijd_ zoo te _respecteeren_ geweest als
+je verlangt dat ze nu.... gerespecteerd zal worden?"
+
+August Helmond moest wel in een zonderling bewogen toestand verkeeren
+om in deze oogenblikken en op die wijze, zulk een teedere snaar te
+durven aanroeren.
+
+Philips oogen schoten vonken vuur. De leuning van den stoel, dien hij
+in de hand houdt, kraakt in zijn vuist.--Moest hij dát komen verwijten;
+hier, in haar eigen woning, ja, in haar eigen oor!--Is dan het kind
+te beschuldigen wanneer een dolle stoeier het een breekbaar voorwerp
+uit de hand slaat; wanneer een zoete vleier het overreedt om hem een
+kostbaar kleinood ter bewaring te geven!
+
+"Drijf en terg mij niet tot een uiterste!" snerpt Philip zijn ouderen
+broeder toe, terwijl hij hem doodsbleek met bevende lippen blijft
+aanstaren: "Ga heen, ga heen zeg ik je! Bezoedel met je vormelijk
+slijk ons rein geluk niet. Vertrek! dit is een _gemeene_ woning;
+maar zij is de _onze_! Die er een vinger naar mijn schat durft
+uitsteken, dien kon ik den kop verpletteren, al was hij duizendmaal
+mijn broeder.... Ga heen zeg ik je!"
+
+"Philip bij God, ik wil vrede en liefde!"'
+
+"Zwijg!" dondert de broeder: "zwijg of anders!"
+
+Op hetzelfde oogenblik, dat hij den stoel nogmaals doet kraken, gaat
+de deur open, waardoor de slanke vrouw straks is verdwenen. Zichtbaar
+ontroerd treedt ze nu de kamer weer binnen. Haar ontroering verwinnend
+ziet ze vluchtig naar Philip, op wiens gelaat zich verbazing in den
+toorn heeft gemengd, en terwijl zij den bezoeker noch een schrede
+naderbijkomt, zegt ze zacht doch met klem:
+
+"Mijn man verzoekt u te vertrekken mijnheer.... _Ons kindje slaapt_!"
+
+
+
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Ofschoon dokter Helmond na de afgelegde bezoeken een drukkende
+hoofdpijn had, zoo wilde hij toch daarom zijn reisplan niet wijzigen,
+en vertrok nog dienzelfden middag met zijn Eva naar Rotterdam, om
+den anderen morgen van daar de reis naar Frankrijks hoofdstad te
+kunnen vervolgen.
+
+Eva heeft als een lief en erg meelijdend vrouwtje, zoowel te Amsterdam
+als later in den trein, en ook in hun logement te Rotterdam, al het
+mogelijke gedaan om op hare beurt dien geliefden dokter eens spoedig
+geheel weer beter te maken. Of het baten mocht of niet, ze heeft bijna
+een fleschje eau de cologne op dat dierbare voorhoofd "verblazen."
+
+Wat keek hij lief maar droevig als hij zoo'n pijn had, die goede
+dóór en dóór edele August. Eva kon het niet laten om hem een paar
+malen een zoen op die gesloten oogen te drukken, Wie zou, als hij,
+zoo óvergoedhartig zijn geweest om bijna een geheelen dag van
+die reis te willen opofferen, alleen--ja, want daarom is het toch
+inderdaad geweest--alleen om in een Amsterdamsche achterbuurt, een
+bezoek te brengen aan een jongeren broeder die zich allerinfaamst
+gedragen had? Zeker mocht het een bewijs zijn van Helmonds overgroote
+vergevingsgezindheid en bijna overdreven geringschatting van zich
+zelven, dat hij de minste heeft willen wezen, en een lichtmis de
+hand ter verzoening--ja wat méér zegt, zijn hulp en financieele
+ondersteuning had aangeboden. Ofschoon August bij het terugkomen uit
+dat huis haar nog gevraagd heeft, of ze er niet toe besluiten kon
+om toch even binnen te gaan, en die menschen als broer en zuster te
+begroeten, zoo heeft hij ook aanstonds moeten toestemmen, dat hij haar
+aan zulk een ontmoeting toch niet wagen mocht.--Zij is niet trotsch of
+hoogmoedig--of het moest op haar besten dokter wezen, want haar "beetje
+schoonheid is nu immers haar eigendom niet meer,"--maar een vrouw, en
+vooral een jonggehuwde vrouw, behoort haar weg met bedachtzaamheid te
+kiezen en zeer omzichtig in de keus van haar gezelschap te zijn.--Die
+woning in de Tuinstraat was er geen waarin Eva, zonder zeer in 't oog
+te loopen, kon binnengaan. En dan, behalve een doldriftigen lichtmis,
+zou zij er een vrouw vinden die--voortgekomen uit een der laagste en
+"meest zedelooze" standen der maatschappij,--niet heeft geaarzeld om
+met opoffering van haar eer, het ongeluk van een onnadenkend jonkman
+te bewerken.--Nee, August heeft het aanstonds moeten erkennen dat
+zijn jonge echtgenoote niet, als zuster, de vrouw kon omhelzen,
+die reeds als meisje tot zulk een peil was gezonken.
+
+Uit Helmonds weinige woorden heeft Eva wel kunnen opmaken dat
+dit bezoek hem niet zoo aangenaam is geweest als hij het zich had
+voorgesteld; en, ofschoon August beweerde dat ze het zich moest
+verbeeld hebben, zij vergist zich niet dat ze bij hun wegrijden van
+die woning, een man voor een der bovenvensters heeft bemerkt die,
+met verwoede pikzwarte oogen naar beneden zag, en--zij meende het
+zeker--een dreigende vuist hield opgeheven.
+
+
+
+'s Anderendaags mocht August in het Badhotel te Rotterdam verkwikt
+ontwaken, en gevoelde hij zich met een helder hoofd en aan de zij
+van zijn schoone nu weer lachende Eva, een geheel ander mensch.
+
+--Wat hij ten opzichte van Philip heeft kunnen doen, dat heeft hij
+gedaan. Die overtuiging wischt de droeve herinnering weg aan dien
+eersten dag na het huwelijksfeest.--Indien Eva had kunnen besluiten
+er binnen te gaan, dan... Maar neen, 't zou niet verstandig en
+zelfs niet kiesch zijn geweest indien hij sterker daarop had
+aangedrongen. Goddank, die storm is voorbij.
+
+--Wat ziet zijn engel er lief en vroolijk uit, terwijl ze hem--bijna
+ten afreize gereed--met een zoen de kleine reistasch om den schouder
+hangt. En hij, hij sluit haar in zijn armen en zegt:
+
+"Nu zal het dan ernst met Parijs worden mijn heerlijk vrouwtje." "Hadt
+je mijn raad gevolgd lieve, dan ware we er al gisteren geweest;"
+antwoordt Eva, terwijl ze half lachend met den vinger dreigt.
+
+Maar hij:
+
+"Toch is het zoo beter lief kind."
+
+En Eva--of zij hem niet begreep:
+
+"Ik ben tenminste maar blij dat die hoofdpijn verdwenen is."
+
+Geen half uur later snelde het gelukkige echtpaar op de breede vleugels
+van den stoom de vele genietingen te gemoet, die vooral het jonge
+vrouwtje reeds van verre toelachten uit die heerlijke wereldstad.
+
+
+
+Reeds twee volle dagen bevinden zich de echtgenooten te Parijs, en
+ofschoon Eva vast aan haar ouders beloofde om al spoedig te zullen
+schrijven, zoo is haar zulks tot nu toe onmogelijk geweest,--althans
+zij beweert het--omdat ze bij haar aankomst in die groote stad terstond
+bemerkte dat ze allereerst wat meer werk moest maken van een voegzamer
+toilet, want met haar achterhoekschen hoed, haar ouderwetsch kapsel,
+en laarsjes zonder hooge hakken moest ze er voor een Francaise wel
+uitzien pour se pamer de rire.
+
+Nu, na het ontbijt, terwijl August een paar regels aan Van Hake, en
+een langen brief aan den generaal schrijft, zal Eva zich eindelijk
+van haar kinderplicht kwijten. Haar pen vliegt over het papier:
+
+
+
+"Hotel du Helder, Mai 18....
+
+"Mes très-chers parents!
+
+
+"Haast zou ik in 't Fransch vervolgd hebben, want men raakt er hier al
+spoedig aan gewoon, maar ik weet dat u niet veel Fransch leest, en dus,
+enfin!--Wij zijn sedert Vrijdag-avond in ons hotel rue du Helder, en
+ik schrijf nu in de ontbijt- en eetzaal--die niet veel meer is dan een
+langwerpige, tamelijk sombere roef zonder eenig uitzicht. Wanneer dit
+begin u den indruk gaf dat ik hier niet op mijn aise zou zijn--nl. in
+Parijs--dan zoudt ge u zeer vergissen. Ik vind het hier _dol_. O, als
+men er niet geweest is dan kan men er zich geen begrip van vormen. 't
+Leven heeft hier doorgaans iets van een heerlijken droom--iets wits,
+blinkends: altijd ruimer, altijd hooger, altijd meer; ik weet het niet
+anders uit te drukken.--Bij dat alles valt alleen ons hotel erg af. 't
+Is een zoogenaamd deftig logement; en ofschoon ik erkennen moet dat
+ik, om iets te noemen, onder al de Romphuizer jongelui er nooit een
+zoo chic heb gezien als de garçons in ons hotel--en van den morgen
+tot den avond,--zoo vind ik het logement zelf toch tamelijk somber,
+en heb August bepraat om morgen naar het Grand Hotel te verhuizen,
+waar men, voor weinige franken meer, het Parijsche hotelleven in
+den volsten zin van 't woord geniet. Maar van dat alles vertel ik
+u mondeling nader. Ook kan ik u geen verhaal doen van alles wat
+wij reeds prachtigs bezichtigden; in den Baedeker dien we meenamen,
+kunt u later alles lezen. In éen woord, ik vind het hier goddelijk! U
+hebt geen denkbeeld van al de pracht van bijouteriën in de winkels en
+vooral in die van het Palais-Royal. Een garnituur, broche en knoppen,
+heb ik gezien.... nee maar heusch, u hebt er geen idee van. Voor een
+aardigheid gingen we er eens in: Deux mille trois cent francs! 't Viel
+me nog mee. Niet dat Helmond er over dacht; u kunt wel begrijpen dat,
+al zou hij zoo iets een oogenblik in 't hoofd hebben gekregen, ik
+'t hem zeker afgeraden, ja zelfs zou verboden hebben. Wat zou ik met
+zulk een garnituur in Romphuizen doen:
+
+"De kerk Notre-Dame is ook beeldig, en vooral die miskleeren zijn
+prachtig; zoo iets rijk geborduurds met goud en edelgesteenten, daar
+hebt u geen begrip van. Gelukkig dat ik niet begeerig naar al die
+luxe ben, want aan mijn August heb ik genoeg. O, u weet niet wat een
+heerlijk leven ik met mijn lieven man heb. Hij is zoo goed. Letterlijk
+zou hij alles doen om mij genoegen te geven; maar juist dáárom zoek
+ik op mijn beurt uit te vinden wat hem het aangenaamst is en waar
+hij het liefst heengaat. De Keizerlijke Bibliotheek en de Morgue daar
+heeft hij echter op mijn verzoek van afgezien, omdat die bibliotheek
+voor mij nu heelemaal niets was, en die Morgue zoo akelig is dat ik
+er van droomen zou. Maar, om hém plezier te doen zijn we toch naar
+de buitenplaats van Père Lachaise geweest. U weet dat dat het groote
+Parijsche kerkhof is. Eerst had ik er _tegen_; want ik dacht fi! een
+kerkhof op ons huwelijksreisje! Maar 't is niemendal akelig; 't viel
+me tenminste vreeselijk mee. Ten eerste ligt dat kerkhof heel hoog en
+veel rianter dan eenig kerkhof bij ons; maar ook door al de prachtige
+mausoleums, de schoone beelden en bas-reliefs, de afwisseling van
+kransen, bloemen en versiersels bij en op de fraai overdekte graven,
+dat alles laat niets sombers na, en de Parijzenaars krijgen op hun
+kerkhof dunkt mij zoo volstrekt geen indruk van het nare denkbeeld
+"begraven worden". Papa zal wel zeggen dat ik nu ook weer heel aardsch
+en zonder nadenken redeneer; nu ja, maar u begrijpt wel hoe ik het
+meen, en hier in ons hotel, bij de débris van een keurig déjeuner met
+koude kip, oeufs à la coque, croissants--delicieuze broodjes--hors
+d'oeuvres, monster-garnalen enz. en heerlijke koffie, hier in een
+Parijsch hotel, met de voorstelling van een rit in een open rijtuig
+door 't Bois de Boulogne, en daarna 't zien van een steeple-chase
+enz. in 't Hippodrôme, kunt u mij niet kwalijk nemen dat ik geen
+diepzinnige bespiegelingen maak.
+
+"Wat ik u nog vertellen wil, 't is hoe wij het overheerlijk hebben
+getroffen dat Helmonds vriend monsieur De Musart, in de stad was. Door
+diens relaties met een zeer voornaam heer die over de theaters--of
+sommige ervan, gesteld is, kregen we gisteren een paar prachtige
+plaatsen in het groote Thèâtre de la Gaieté--fauteuils de balcon
+avant-scène--vlak vooraan op den hoek bij het tooneel. Dat waren
+letterlijk de eerste plaatsen uit de heele komedie. O, delicieuze
+fauteuils! en aan de balustrade heeft men vóór zich écrans van
+groene zij--weet u, die men op en neer kan schuiven om geen hinder
+van 't voetlicht te hebben.--We zaten daar, bijvoorbeeld als in
+den Haag de Koninklijke familie, maar eigenlijk nog veel ruimer
+en chicker. We konden zoo zien dat ze allemaal dachten dat we zeer
+voornaam waren. Helmond moest er om lachen zoo gedegageerd als ik
+den meesten tijd in mijn fauteuil lag, en--alsof ik het dagelijks
+gewoon was, naarmate het voetlicht al dan niet hinderde, dien écran
+op en neer schoof. Ik ben er zeker van dat een deftig heer, met
+drie ridderorden, mij voor een barones of zoo iets heeft aangezien,
+want hij maakte bij 't binnenkomen, in de afdeeling naast ons, een
+enorm hoofsche buiging. Nu, wat August betreft, die ziet er ook recht
+gentlemanlike uit, niewaar, en dat helpt fameus!
+
+"Het stuk dat wij gezien hebben was prachtig. Van de élégance der
+toiletten beste mama, kan men zich geen begrip vormen. Een actrice,
+die in de rol eener madame Duvanont overheerlijk speelde, en ons
+een vrouw voorstelde die uit innige liefde voor haren minnaar
+haar echtgenoot vermoordt; ja zelfs om hem te overtuigen dat zij
+niemand liefheeft dan hem, aan haar bediende den last geeft om
+haar kind--spelevarend met een bootje, in den vijver--heimelijk
+te doen omkomen; die actrice had in datzelfde stuk--ik heb het
+goed geteld--acht verschillende toiletten. Als wij zulk een vrouw
+en moeder in de werkelijkheid zagen, wij zouden er natuurlijk van
+gruwen, maar als men zoo iets op het tooneel ziet, dan geeft het een
+geheel anderen indruk. Men weet ten eerste dat het niet waar gebeurd
+is, en bovendien, 't was een beeldschoone vrouw; en die heerlijke
+toiletten! en die stem toen ze zoo zei: "Mon Edgard, sans toi le ciel
+me serait un enfer!" o dat was onuitsprekelijk mooi; en de claque
+heeft toen ook geapplaudisseerd à l'infini. Waar ik echter het meest
+naar verlang is de Fransche en vooral de Italiaansche opera. Dezen
+avond denk ik wel dat mijn beste August tot de eerste besluiten zal;
+en dan--Patti zal ik in de Italiaansche hooren! In één woord lieve
+ouders, wij genieten hier met volle teugen, en zullen nog oneindig
+veel meer genieten! Van de heerlijke boulevards, van de prachtige
+paleizen met bijna eindelooze danszalen, van dat onbeschrijfelijk
+prettige sans-gêne 'twelk hier heerscht, en zoo ongeloofelijk gunstig
+afsteekt bij al wat Hollandsch is; van dat alles schrijf ik u nader,
+of, zoo ik daartoe geen tijd meer mocht vinden, dan vertel ik er u
+bij onze terugkomst van. Gelukkig blijven we nog tien volle dagen
+hier. Denk er aan uw brieven te adresseeren: Grand Hotel. Zet u voor
+een aardigheid eens op het adres: Madame la Baronne; dat zou.... Maar
+nee, nee! ik schreef dit uit gekheid; ik zou om die lafheid dezen
+heelen brief kunnen verscheuren, maar ik heb geen tijd meer om een
+nieuwen te schrijven, want zoo aanstonds komt het rijtuig. Nu 't was
+maar een grapje, dat begrijpt u wel.
+
+"Van harte hoop ik dat u en zusje Louise wél zult zijn. Louise
+zou zich hier niet op haar plaats gevoelen, althans niet als ze in
+ons gezelschap was. Ik heb voor u allen reeds een souvenir in mijn
+koffer. De goede August heeft me hier een blauw satijnen japon gekocht,
+een waar ik dol op was; acht franken de el; maar u moet er niet van
+spreken, want er zijn altijd menschen, wien het hindert als iemand
+genoegen heeft en iets meer bezit dan zij; of ook zijn er andere--in
+vele opzichten misschien goede, maar toch erg schriele menschen, die
+altijd den angst krijgen dat iemand zijn laatsten stuiver zal uitgeven.
+
+"Leeft wel! Vele groeten van mijn August!
+
+
+Uw liefhebbende: Eva Helmond-Armelo."
+
+
+Terwijl Eva den brief aan haar ouders sluit, herleest Helmond vluchtig
+het slot van 'tgeen hij aan oom Van Barneveld heeft geschreven.
+
+
+
+"....Wat mijn lief wijfje betreft, zij is den ganschen dag in
+verrukking. 't Spreekt vanzelf dat de smaak eener jonge vrouw van
+nauwelijks twintig lentes nog al uiteenloopt met dien van een dertiger,
+wiens lust het zou wezen om behalve in de Keizerlijke Bibliotheek eens
+een paar dagen in het Anatomisch Museum te snuffelen, of wel eenige
+hospitalen te bezoeken en de klinieken van Raspail of Nélaton te gaan
+bijwonen. Nooit in mijn leven heb ik er echter zooveel genoegen in
+gevonden om mijn eigen wenschen voor die van een ander te vergeten
+als nu. Maar ook, wat mij vroeger onbeduidend toescheen, ik leer het
+aan Eva's zij als voortbrengsels van smaak en industrie, ja soms als
+kunst waardeeren.--Zeker geloof ik, lieve oom, dat de omgang met een
+vrouw die een open oog heeft voor het schoone--zelfs voor het schoone
+dat wij beuzelachtig noemen--zeer weldadig moet werken op een man
+die zich zooals ik, gewoonlijk slechts in den poel der menschelijke
+kwalen en ellenden, van het boekenstof kan ontdoen.
+
+"Er is iets onverklaarbaar liefs in die ingenomenheid van mijn goed
+vrouwtje met al het fraais en kostbaars 'twelk ze ziet, zonder het
+echter voor zich zelve te begeeren.
+
+"Hoe langer hoe meer kom ik tot de overtuiging, dat, zoo Eva haar
+zwakke zijde heeft, die zwakheid haar grond vindt in den adel harer
+ziel: de zucht naar hooger en beter, de zucht naar volkomenheid. 't
+Is dan immers alleszins verklaarbaar dat de jonge vrouw bij haar edel
+streven--nochtans gebonden aan een stoffelijke wereld--ook te eerder
+een oogenblik zal stilstaan bij 'tgeen haar in dat stof als edel en
+volkomener toeblinkt. Hoe diep-gevoelig en lief zij is, het bleek
+mij nog gisteren toen zij op den Boulevard des Italiens, zeer nabij
+ons hotel, een schreiend meisje aansprak, en, vernemende dat het een
+frank had verloren, haar met zich naar het hôtel nam; haar op chocolade
+tracteerde, en met een vijffrankstuk weer vertrekken liet. In stilte
+vreesde ik wel dat de bruinoog op een anderen Boulevard, straks nóg
+eens over 't verlies van een geldstuk zou gaan schreien, maar de daad
+van mijn engel was er mij niet te minder om, en met mijn vermoeden
+kwelde ik haar niet. Ik bid u dan, beste oom, blijf mijn grootsten
+schat liefhebben zooals zij 't verdient.--De ondervinding heeft ons
+immers met mijn armen broeder geleerd, dat een _geringschatting_ van
+de eischen aan zijn stand verschuldigd, niet tot zegen leidt.--Eva
+heeft u lief als een dochter. Met beminnelijke eenvoudigheid heeft zij
+mij daarvan op den avond van ons huwelijk de verzekering gegeven. Zóó
+moet het zijn en blijven. En terwijl Eva mijn goeden oom en weldoener
+hoe langer hoe meer zal hoogachten en liefhebben, zal ook oom van
+zijn zijde al de innerlijke schoonheden van mijn kostelijke bloem
+leeren ontdekken en waardeeren. Dat het Parijsche leven, hoeveel
+schoons en aanlokkends het door zijn nieuwheid moge hebben, mijn Eva
+op den duur zou bevallen, betwijfel ik zeer. Reeds gisteren bij het
+verlaten van het Théâtre de la Gaieté, waar een prachtig gemonteerd
+maar overigens horrible stuk was opgevoerd, zag ik haar onder een
+indruk van kwalijk verborgen misnoegen; en ofschoon haar lief karakter
+gaarne de verschoonende zij wil opmerken, zoo deelde zij toch geheel
+mijn oordeel: dat zooveel rijkdom van mise-en-scène en toiletten aan
+iets beters had behooren besteed te zijn."
+
+Het besluit van den brief zou August maar niet nalezen. Men had geen
+tijd te verliezen, en al spoedig zaten de gelieven in de gemakkelijke
+open voiture de remise, en rolden en wielden ze langs de vroolijke
+boulevards, te midden van de honderden op- en neerjagende rijtuigen,
+karren, vrachtwagens en omnibussen, de laatste inzonderheid met de
+ronde forsch gebouwde schimmels.
+
+Eerst na middernacht keerden de jonge echtgenooten, die den avond
+in de Fransche opera hadden doorgebracht, in hun logement terug. Bij
+hun binnentreden werd Helmond, met den sleutel van n°. 59, door den
+portier een telegram overhandigd, dat reeds op de trap--doch niet
+zonder weerzin--door hem geopend werd.
+
+"Alweer zaken lieve?" vroeg Eva, terwijl ze, vermoeid van den
+heerlijken dag en het beklimmen van de veertig hoteltrappen tot
+besluit, op een sofa is neergegleden.
+
+"Ja.... kh'm.... 't is niets.... maar...."
+
+"God August.... toch geen kwaad? Je doet me schrikken. Is pa of
+ma....?"
+
+"Nee nee nee! niemendal! Foei, een doktersvrouw moet
+niet zoo schrikachtig zijn, beste kind. 't Heeft niets te
+beteekenen. Tenminste...."
+
+"Tenminste....?"
+
+"Nu ja, tenminste.... 't Is over zaken, en de _zaken_ behoeven 't
+vrouwtje niet te verontrusten."
+
+"Als ze dan 't genot van mijn besten man ook maar niet
+vergallen.--Zeker weer die nare majoor?"
+
+"Nee Eva."
+
+"O gelukkig! Nu, ik ben verder niets nieuwsgierig. Mijn knappe August
+zal er wel komen zonder 't hoogwijs advies van zijn wijfje.--Ben ik
+je lieve wijfje August?"
+
+"Beste kind!" zegt August en hij streelt haar de wang.
+
+--Maar August is toch erg onder den indruk van die zaken. Hij is zoo
+verstrooid en ziet zoo.... nee boos is het niet, maar zoo ernstig. Zij
+trekt hem zachtjes naast zich, en, met den arm om zijn hals, zegt ze:
+
+"Wat heb ik weer genoten vandaag, en van avond vooral. Wat zongen
+Faust en Mephisto overheerlijk. En Siebel's lied." Zij zingt:
+
+
+
+ "Faites lui mes aveux,
+ "Portes mez voeux."
+
+
+
+"Ja, 't was alles heel mooi; en ne.... mooi weer was het ook."
+
+"'t Is hier dunkt me _altijd_ mooi weer.--Zonder gekheid, ik begrijp me
+haast niet hoe het er hier met _slecht_ weer moet uitzien. Hê August,
+als jij _hier_ eens dokter waart! hê!--Ja, als ik geen familie in
+Holland had dan zei ik dadelijk va! 't Is toch ongelijk verdeeld in de
+wereld: hier zoo veel, en daar zoo niets! Weet je wat ik iederen avond,
+inweerwil van al 't genot, zoo'n nare gedachte vind....? Niet?--Nou,
+zeg dan eens behoorlijk _nee_, lieve ventje."
+
+"Nee Eva, nee--wat dan?"
+
+"Dat die dag alweer om is.--Van morgen schreef ik tien, en nu zijn
+'t nog maar negen dagen.--Dit is het laatste nachtje in onze rue
+du Helder niewaar? Heerlijk, morgen Grand Hotel. Gaan we bijtijds,
+of....? Mij dunkt we moesten nog vóór het dejeuner vertrekken."
+
+"Ja.... welzeker, maar...."
+
+"Je kijkt naar de koffers. O, in een kwartier is mijn boeltje er
+in. Zoo'n hooge koffer met bakken pakt gemakkelijk, en 't hoeft
+nu zoo mooi niet voor dat verhuizen. Aardig, wij _verhuizen_ in
+_Parijs_! Aardig niewaar?"
+
+"Heel aardig. Maar.... dat Grand Hotel.... Ik weet niet, dat Grand
+Hotel, 't is...."
+
+"Nee August, je moet me niet plagen. Beloofd is beloofd! Hoor eens, of
+we nu hier zijn of daar, dat scheelt je tout au plus veertig franken;
+we hebben het immers als ouwe luidjes berekend."
+
+"Ja kindlief, dat weet ik wel; maar toch...."
+
+August Helmond blijft nogmaals steken. Hoe kon hij die engel nu zoo
+eensklaps als wegstooten uit den hemel van haar kinderlijk geluk. Zulk
+een teleurstelling zal haar te kras zijn. Neen, hij kan en mag haar
+dezen avond niet bedroeven met het bericht dat men inplaats van naar
+het Grand Hotel te verhuizen, waarschijnlijk reeds morgen de terugreis
+naar Nederland zal aannemen. Het telegram was weder van Van Hake,
+en luidde, in 't Nederlandsch vertaald, woordelijk aldus:
+
+
+ "Generaal hier geweest; scheen zeer bezorgd over Jacoba. Wilde
+ in geen geval schrijven; een ander raadplegen veel minder;
+ vroeg mij een zenuwmiddel. Mocht mijnerzijds u niets
+ verzwijgen. Anders alles wel; behalve Donerie; gevaarlijk ziek.
+
+ Van Hake."
+
+
+Neen, Helmond mocht niet dralen.--Oom Van Barneveld maakte zich _zeer
+bezorgd_ over Coba. Waarschijnlijk had zij opnieuw een flauwte gehad
+zooals weinige dagen voor hun vertrek. Zijn plicht, zijn dankbaarheid,
+zijn liefde voor oom en Coba roepen hem, ja, al ware het zelfs dat
+oom zich zonder gegronde reden ongerust maakte, Helmonds besluit is
+genomen: morgen keert hij met Eva zoo spoedig mogelijk naar Romphuizen
+terug. Maar.... dat engelachtige vrouwtje; dat heerlijke schepsel met
+haar hemelsch donkerblauwe kijkers, met die glanzig zwarte lokken;
+dat lieve kind, zoo levenslustig keuvelend aan zijn zij, en zich
+verheugend op het genoegen, dat haar nog verder in de wereldstad
+wacht.... kan hij haar nú reeds zeggen....?
+
+--En toch, het zal zoo moeten zijn. Wanneer men morgen met den
+_eersten_ trein naar Brussel zal vertrekken, dan dienen de koffers
+dezen avond zooveel mogelijk in orde gebracht, en de afreize aan het
+dienstdoend hôtelpersoneel te worden bekend gemaakt.
+
+"Eva, als we nu, op 't toppunt van ons geluk, eens door een onvoorziene
+omstandigheid van elkander werden gescheiden....?"
+
+Eva schrikt inderdaad; maar toch, met een ongeloovig lachje zegt ze:
+
+"August, wat meen je?"
+
+"Heb je goed gevoeld best wijfje, wat dat wezen zou, zoo'n scheiding!?"
+
+"August, spreek zoo niet; ik zou er duizelig van worden."
+
+"Je begrijpt wel lieve dat ik het zóó niet zou gezegd hebben als er
+eenige quaestie van wezen kon."
+
+"O Goddank!" zegt Eva, en Helmond ziet een paar groote tranen
+schitteren in haar oogen: "Foei, je rekent wat veel op de sterkte
+van mijn zenuwen. Wij scheiden!--Wij? Nee dát nooit. Dan liever
+sterven August!"
+
+"Dus als ik morgen eens ter wille van een patiënt naar Romphuizen terug
+moest, dan ging je mee niewaar, liever dan alleen hier te blijven?"
+
+Er zijn naturen die bij het zien van een groot gevaar--na een eerste
+en verklaarbare ontsteltenis--zich krachtig gevoelen; die op den
+brullenden leeuw zouden inhouwen, doch--angstig wijken, wanneer
+diezelfde leeuw zich eensklaps in een muis veranderen kon.
+
+Helmond ziet Eva wit worden.
+
+Na zijn laatste woorden had zij aanstonds het ontvangen telegram in
+verband met het gesprokene gebracht. Ze doorziet nu zijn bedoeling
+om haar, door een voorstelling van het ergste, voor te bereiden op
+geringer leed of teleurstelling; en, in den waan dat August haar
+omtrent Kartenglimp de waarheid verzweeg, zegt ze eensklaps, met het
+hoofd een weinig naar achter:
+
+"Zou 't mogelijk wezen dat tóch die majoor....!"
+
+"Nee lieve vrouwtje, dat niet; ik heb het immers gezegd. Maar ja,
+hoe allerverdrietigst en ongelukkig het moge treffen, toch moeten
+we morgen...."
+
+"Moeten! August, je spot er mee. Naar Romphuizen moeten! nú, morgen
+al! Nee, dat is niet waar! Nee nee, dat is gekheid; ik zie het wel aan
+je gezicht, je wilt me weer in 't nauw jagen. Je speelt de Fransche
+acteurs al prachtig na." Luide lachend: "Morgen eerst naar 't Grand
+Hotel en dan naar Versailles niewaar? dat is wat anders, mijn ondeugd!"
+
+"'t Zou me waarlijk niets helpen lieve kind, wanneer ik je nog een
+poosje in die meening liet. 't Kost me meer dan ik zeggen kan mijn
+besluit te moeten volgen."
+
+"Maar dat zou een _dol_, een _akelig_ besluit zijn! Hoor eens, dat
+kan niet; nee nee nee, dat kan en dat mag niet!" Bijna schreiend:
+"Voor iemand die misschien wat kou heeft gevat.... om daarvoor.... Nee,
+we zullen niet gaan niewaar? Zeg, zou je me zoo'n schrikkelijk verdriet
+doen, zeg?"
+
+"Wijfjelief! hou je _wezenlijk_ van me? Herinner je je alles wat je
+me plechtig beloofd hebt?"
+
+"Ach ja August, ja! maar we gaan toch _morgen_ nog niet!" En of de
+bron die slechts zelden vliette nu gemakkelijker vloeide, dewijl zich
+straks, na die eerste stoute aanspraak, een paar groote tranen op den
+dorpel der schoone oogen hebben vertoond, zeker is het dat ze thans
+overvloedig stroomen, doch het zijn nu kleine, zeer _kleine_ tranen.
+
+'t Was een harde beproeving voor den jongen man; maar Eva's schreien,
+haar vleiend vragen, ja bijna haar smeeken, baatte niet. Boven alles
+gevoelde hij zijn plicht. Ware misschien een zijner gewone patiënten
+ongesteld geworden, en had men er zelfs "om zeer bijzondere redenen"
+op aangedrongen dat hij zijn reis zou bekorten, hij zou, evenals met
+den majoor, volkomen vrijheid hebben gevonden om niet _aanstonds_
+toe te geven aan een verlangen, vaak kranker dan het lichaam zelf.
+
+Doch, waar het een zieke gold als Jacoba, de eenige dochter van zijn
+weldoener, waar hij dien weldoener ondanks zijn gewone minachting voor
+de geneeskunst en warsheid van medicijnen, nu _zelf_, maar zeker in
+'t geheim, zag sluipen naar de apotheek om er een geringe afleiding
+te vinden voor de onrust die hem vervulde; nu Helmond weet dat de man
+aan wien hij alles is verschuldigd, misschien de uren en minuten telt
+die er nog moeten verloopen eer hij den neef "weer zoo eens terloops"
+zal kunnen consulteeren; nu is er geen macht instaat om hem terug te
+houden, en zelfs hebben die _kleine_ tranen geen vat op hem.
+
+Halt! dat is zoo niet. Ze kwellen, ja ze folteren hem, al zullen ze het
+vast genomen besluit niet meer doen wankelen. Wat hem hindert bovenal,
+'t is de koelheid waarmede dat anders zoo aanminnige vrouwtje hem
+nu bejegent.
+
+Maar Eva heeft toch reden ook. Hij laadt, bij de verdenking eener
+ongemotiveerde tirannie, nog het verwijt van achterhoudendheid op zich,
+door volstandig te weigeren haar het telegram te laten lezen, ja zelfs
+door haar niet te zeggen wie de patiënt is, die zijn hulp verwacht.
+
+Neen, haar ouders zijn het niet, noch haar zuster Louise; maar voor 't
+overige moet zij niet vragen.--Helmond beseft terecht, dat het noemen
+van Jacoba en den generaal, de grief tegen den laatste plotseling zal
+doen herleven, en misschien een weerzin tegen hem verwekken, die niet
+meer zoo gemakkelijk te, overwinnen zal zijn. Later, als hij haar door
+'t een en ander met deze teleurstelling zal verzoend hebben, dan zal
+hij haar volkomen doen begrijpen dat het niet anders wezen kon, terwijl
+zij, indien ze nú het telegram had gelezen, ongetwijfeld Helmonds
+spoedig vertrek een dwaasheid zou noemen. Immers, met dat bericht in
+handen kon men Van Hake gemakkelijk van overdreven ijver beschuldigen.
+
+Hoe 't zij, Helmond weet wat hem te doen staat, en zijn besluit is
+onwrikbaar vast genomen.
+
+De bougies, die in het Hotel du Helder niet dagelijks werden vernieuwd,
+teerden op haar laatste kracht en hadden Helmond reeds genoopt om
+het was-nachtlicht te ontsteken.
+
+Terwijl ze zich ontkleedde, heeft Eva niet meer gesproken of
+geschreid, maar August kon zeer goed bemerken dat zijn vrouwtje het
+onherroepelijke van zijn besluit had ingezien, dewijl ze, ofschoon
+met weerzin, meer zorg aan het inpakken van haar koffer besteedde
+dan ze zich had voorgenomen.
+
+Terwijl ze nog in den koffer bezig is, en over den tweeden hoog
+opgevulden bak een witten doek spreidt, is Helmond haar van achteren
+genaderd, en den arm om haar middel slaande fluistert hij een paar
+zoete woorden.
+
+"Stil, laat me nu pakken Helmond; ik moet op bevel van mijnheer
+immers morgen klaar zijn. Och wees nu niet zoo lief en aanhalig;
+ik vind dat ronduit gezegd in deze oogenblikken laf en ongepast."
+
+"Maar Eva, je gelooft toch...."
+
+"Ik geloof Helmond, dat alle menschen hun gebreken hebben, maar dat
+jij in 't bijzonder er één hebt dat onuitstaanbaar is voor een vrouw:
+despotisme! geweld! ruwe kracht! onuitstaanbaar!"
+
+"Ik geloof dat je gelijk hebt Eva, tenminste dat het er allen schijn
+van heeft."
+
+"Nee--haal me niet aan.--Zeg, _gaan_ we morgen of blijven we hier?"
+
+"We _gaan_ Eva, zeker!--Maar luister dan toch. Als het nu werkelijk
+mijn plicht is...."
+
+"Je plicht! jawel, _plicht_, basta!"
+
+"Zou het niet jou plicht zijn Eva--nee, je bepaalde _wil_ om aanstonds
+te vertrekken, als een van je ouders stervende was?"
+
+"Maar dat is nu zoo niet; en, ware mij zoo iets gemeld ik zou het
+je _zeggen_. Voor mij is 't echter genoeg dat Mijnheer _beveelt_
+te gaan. Maar als hij dan aan zijn eigen vrouw de reden blieft te
+verzwijgen, waarom dat fatale besluit wordt genomen; wanneer hij
+zijn vrouw alle verstand ontzegt, en haar niet waardig acht om over
+'t geldige van dien plicht te oordeelen; wanneer het bewaren van de
+goede verstandhouding, het één zijn in alles, reeds op den zesden
+dag van 't huwelijk zoo prachtig wordt nageleefd, dan...."
+
+"Eva, ik heb je gezegd dat de schijn tegen mij is; en ofschoon het
+waarlijk beter zou wezen dat ik zweeg, om je te toonen dat ik 't
+allerminst voor mijn wijfje een tiran of een despoot wil zijn--och
+je weet dat ook wel beter--zie dan hier; mij dunkt de drie laatste
+woorden van Van Hake's telegram zullen je doen gevoelen dat er reden
+genoeg is om nu te vertrekken, en een langer verblijf in Parijs eens
+tot later uit te stellen."
+
+Terwijl Eva het _tot later uitstellen_ met een ongeloovig
+schouderophalen beantwoordt, toont Helmond haar het omgevouwen
+telegram.
+
+Maar het sprak vanzelf dat Eva haar hoofd houdt afgewend: ze behoefde
+nu volstrekt geen opheldering meer. August kwam er een beetje al te
+laat mee. Trachtte hij nu door zulk een halfheid haar liefkozingen
+te herwinnen!
+
+"Dankje Helmond; dankje wel. 't Is me nu totaal onverschillig."
+
+"Maar Eva, als je me waarlijk liefhebt, lees dan, en oordeel of dit
+laatste niet reeds genoeg is."
+
+Met zachten dwang doet hij haar het hoofd naar de zij van het papier
+wenden, en, ofschoon nog onwillig leest Eva nu de woorden:
+
+"Donerie dangereusement malade!"
+
+Een vuurrood overtoog eensklaps haar schoon gelaat. Ze gist zelfs van
+verre niet dat zij omtrent de ware reden van hun aanstaand vertrek door
+Helmond op een dwaalspoor is gebracht. Ze denkt er niet aan--ofschoon
+ze het weten kon--dat Donerie een ander tot dokter had.
+
+In de eerste oogenblikken staat haar slechts die gevaarlijk zieke
+jonkman voor den geest, en dan, dan ziet ze daar Helmond aan haar
+zij: In haar blos heeft hij toch niets kunnen lezen--neen, want
+slechts een voorbijgaand medelijden, een plotselinge ontsteltenis,
+de verrassing heeft haar dat rood op de wangen gelegd. En, nu vlijt
+ze zich weder aan zijn borst, en als hij haar vaster aan het hart
+sluit dan fluistert hij:
+
+"Dat blosje heeft me genoeg gezegd. O lief meelijdend wezen, als je
+nu altijd maar gelooven wilt dat ik geen tiran ben...."
+
+"Stil August, stil, niets meer! Mijn lieve man _kent_ zijn plicht en
+ik nu den mijne!"
+
+
+
+'s Anderendaags reeds vroeg in den morgen verliet een fiacre met de
+koffers van Nº. 59 erop, het Hotel du Helder.
+
+De eerste garçon die zooeven in de porte-cochèro zijn gelaat tot
+een recommandatiekaart verwerkte, en meesterlijk uitdrukte dat
+het vertrek der beide gasten zoowel voor zijn persoon als voor het
+hôtel een onherstelbaar verlies zou wezen, de garçon herinnert den
+commissionair die, bij het wegrollen der fiacre zich er aan vast
+klemt en op den bok springt, nog haastig: "Rue Lafayette vingtsix,
+Bassot bijoutier-joaillier;" waarna hij in het hôtel terugkeerend,
+den half duttenden portier voorbijgaat, en dan met een wenk van het
+hoofd naar buiten:
+
+"Ça vaut la peine Gérard! Belle hollandaise!" en, rammelend met een
+paar vijffrankstukken in den zak: "Coquin de mari! C'est monsieur
+Bassot qui rira le dernier, hein!"
+
+
+
+
+
+
+
+
+NEGENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Jacoba Van Barneveld weet niet dat August en Eva zich reeds op hun
+terugreis bevinden. Ze heeft uitgerekend dat er nog twaalf volle
+dagen vóór hun thuiskomst moeten verloopen.
+
+Op haar schrijftafel ligt een blad papier gereed. Ze moet August
+schrijven. Ze heeft er eindelijk toe besloten. Nog wacht ze een
+oogenblik ofschoon het reeds halfelf is, en de brieven voor Parijs
+uiterlijk te één uur op het postkantoor moeten bezorgd zijn. Ja ze
+kan nog even wachten. Hendrik zal immers zoo aanstonds uit de stad
+terugkomen, want, behalve een boodschap bij de naaister, had hij
+niets te doen dan even bij baas Krul naar Donerie te vragen.
+
+Jacoba luistert. Ze meende iemand bij haar kamerdeur te hooren.... maar
+ze heeft zich vergist.
+
+--'t Is vreemd dat Hendrik zoo schrikkelijk lang uitblijft. Doch
+neen, de pendule zegt haar dat hij nauwelijks twintig minuten geleden
+vertrokken is.
+
+Jacoba bladert in Longfellows gedichten. Dat mag een paar minuten
+duren, maar dan, dan staat ze weer op. Zichtbaar onrustig gaat ze
+naar de schrijftafel; een oogenblik later staat ze bij 't venster,
+waardoor ze het uitzicht heeft op het prachtige landschap met den
+zilveren Rijn; doch--geen seconde later is ze bij haar schrijftafel
+terug, en neergegleden in den gemakkelijk ronden stoel die er vóór
+staat, vat ze de pen om.... Maar neen, sneller dan ze zitten ging is
+ze weer opgestaan, en gaat nu de kamer uit.
+
+Aan 't eind van den breeden corridor kan ze door het venster op
+'t hek van den straatweg zien. Nú kon Hendrik toch wel terug zijn.
+
+"Ben je daar Coba?" vraagt een dame van omstreeks zestig zomermaanden,
+die uit de deur der groote groene logeerkamer op den corridor komt,
+en reeds gekleed voor het tweede ontbijt zich met hoed en parasol
+heeft gewapend om eerst nog een kleine wandeling op het boventerrein
+van _De Zonsberg_ te doen.
+
+"Ja tante. Hé, ik had u niet gezien."
+
+"Wacht je iemand?"
+
+"Hendrik zou inkt meebrengen tante. Hij blijft vreeselijk lang weg."
+
+"Hé, inkt. Je pa heeft altijd een heel kruikje.... Was dat leeg
+misschien? Wacht, er is nog wel wat op mijn kamer; je hebt zeker zoo
+heel veel niet noodig?"
+
+"Een paar velletjes tante."
+
+"Velletjes?"
+
+"O, ik meen.... Maar Hendrik zal wel dadelijk komen. Dank u tante."
+
+"Coba-lief kom eens hier; wat scheelt er aan?"
+
+"Mij tante!?"
+
+"Ja lieve kind, kom jij nu eens eventjes hier bij tante op de
+logeerkamer. Jawel, eens eventjes."
+
+"Tante ik heb waarlijk geen tijd. Ik wacht op Hendrik, en ik moet me
+nog kleeden ook."
+
+"Ja maar zoolang Hendrik er nog niet is, kun je wel even bij tante
+Hermine komen niewaar? We hebben uit mijn kamer juist het oog op het
+hek aan den straatweg. Voel je je weer niet zoo fiks Coba?"
+
+"Jawel tante, ik voelde me juist van morgen weer heel flink."
+
+"Och kom, is dat waarlijk zoo? Ik dacht dat je het maar aan je pa
+zei om hem gerust te stellen. Je bent toch erg bleek, lieve kind."
+
+"Vindt u tante; ik ben _altijd_ bleek, dat is mijn natuurlijke kleur."
+
+"Ja maar Coba, je oogen staan waarlijk een beetje flets. Papa merkte
+het gelukkig niet, maar ik kon wel zien dat je geschreid hadt toen
+je van morgen beneden kwaamt."
+
+"Geschreid! ik!? Lieve hemel tante, geschreid! ik zou niet weten
+waarom."
+
+"Nee ik ook niet Coba. Wie zou gelooven kunnen dat een meisje, dat
+zoo alles en alles heeft, en krijgen kan wat ze begeert, reden zou
+hebben om te schreien, maar...."
+
+"'t Zou bespottelijk zijn tante."
+
+Na dit gezegd te hebben wendt Jacoba zich van haar tante af en gaat
+weer haastig naar de deur.
+
+"Jacoba hoor eens."
+
+"Riept u?"
+
+"Ja beste kind, kom nog eens even hier.--Zou je me een groot genoegen
+willen doen?"
+
+"Als ik kan, zeker!"
+
+Mevrouw Mansburg vat Jacoba's fijne hand, en haar vriendelijk aanziende
+zegt ze zeer overredend:
+
+"Och, dan wou ik zoo graag dat je tante eens je vertrouwen schonkt. Er
+is iets dat je hindert. Jawel Coba; een vrouw van jaren en ondervinding
+zooals ik, ziet scherper dan een man, al is hij ook tienmaal een vader
+zooals je beste pa.--Je pa maakt zich erg ongerust over je gezondheid,
+veel meer dan hij weten wil."
+
+"Maar ik verzeker u dat hij vandaag heel gerust is tante. Nadat ik
+gisteren zoo trouw ingenomen en van nacht zoo heerlijk geslapen heb,
+moest ik mij wel beter gevoelen. Ik heb het pa plechtig verzekerd,
+want ook hij heeft me in 't verhoor genomen."
+
+"Heb je waarlijk _waarlijk_ zoo heerlijk geslapen Coba?"
+
+"Tante, ik vind het erg verdrietig en compleet om iemand ziek te maken
+als men zich wél gevoelt, en iedereen ons dan telkens wil opdringen dat
+we slecht geslapen hebben, er slecht uitzien en zekerlijk ziek zijn. Er
+zijn immers voorbeelden van dat men gezonde maar aantrekkelijke
+personen zóó een ziekte op 't lijf heeft gepraat.--Ik vind u waarlijk
+heel lief tante, en ik hou ook heel veel van u, maar u moest mij heusch
+niet altijd zoo vragen, en--zooals u gisteren en van morgen telkens
+deedt--mij zoo van terzijde zitten aankijken. Ja ik weet wel dat het
+belangstelling is, maar ik voel dat het mij bepaald kwaad zou doen."
+
+Mevrouw Mansburg begrijpt nu dat ze een krasse wending moet wagen om in
+'t belang van dat bleeke kind haar vertrouwde te worden:
+
+"Op gevaar af dat je me lastig zult noemen, beantwoord mij deze ééne
+vraag: Is er iemand op de wereld dien je liever hebt dan papa?"
+
+Of Jacoba op iets dergelijks heeft gerekend, althans haar gelaat
+teekent geen de minste ontroering.
+
+"Dat is een zonderlinge vraag tante. Nee, zekerlijk is er niemand
+dien ik _zóó_ liefheb als mijn besten vader.--Ha daar komt Hendrik
+het hek in! Tot straks tante; bonjour!"
+
+Mevrouw Mansburg heeft haar doel niet bereikt. Twee dagen na Helmonds
+huwelijk kwam ze bij haar broeder Van Barneveld op _De Zonsberg_
+logeeren. Aanstonds heeft het haar getroffen zoo zwak en lijdend als
+Coba er uitzag; en, aanstonds had zij tevens Van Barnevelds onrust
+bemerkt, hoezeer hij die ook te verbergen zocht. En, zij heeft die
+onrust gedeeld, vooral den dag na haar aankomst, toen Jacoba--nadat
+men onder het theedrinken tamelijk druk over August en zijn jonge
+vrouw had gesproken--een soort van flauwte heeft gekregen met
+een zonderling benauwde ademhaling. Ofschoon mevrouw Mansburg die
+plotselinge ongesteldheid volstrekt niet voor gevaarlijk hield, en
+haar ondervinding schier dezelfde verklaring gaf als vroeger dokter
+Helmond heeft gegeven, zoo moest zij op Van Barnevelds krachtige maar
+wellicht slechts uitlokkende verzekering: dat het volstrekt _niets_
+te beteekenen had, toch opmerken, dat Alexander het niet al te licht
+moest tellen, want--mevrouw sprak wel eens in beelden--dat er nooit
+een deur van zelf dichtging; was er geen hand die het deed dan deed
+het een tocht of rukwind misschien.
+
+'t Is reeds bekend dat Van Barnevelds heimelijke onrust, door de
+herhaling dier zenuw-attaque, en waarschijnlijk door het advies
+van zijne schoonzuster, aanmerkelijk was toegenomen; en, hoewel met
+tegenzin, heeft hij op het vragen der zuster langer over dat punt
+gesproken dan hem lief is geweest. 't Was zeer verklaarbaar dat hij
+mede de onderstelling heeft herhaald, of ook Helmonds huwelijk eenigen
+invloed op Coba's zenuwgestel kon hebben uitgeoefend. Ofschoon Coba
+bijna tien jaren jonger was dan hij, zoo waren ze toch, vóórdat August
+naar de academie ging, in Van Barnevelds huis als kinderen te zamen
+geweest. August hield bijzonder veel van zijn "klein bleekneusje;" en
+later als hij met vacanties over was, o wat kon hij haar dan mokkelen
+de aardige speelpop, het achtjarige zusje; rijden met haar op zijn knie
+de heele wereld rond, of straks op den rug door het gansche huis--en
+'t was een groot mooi huis in Den Haag--naar boven, de breede trappen
+op, al de kamers door, van de eene in de andere, de trappen weer af,
+totdat hij er doodmoe bij neerviel.
+
+Ook later heeft August altijd getoond dat hij veel van Coba hield. Toen
+Helmond dokter te Romphuizen is geworden, en Van Barneveld daarna
+op _De Zonsberg_ kwam wonen, ging Helmond--vooral in den beginne,
+toen de praktijk niet zoo druk liep--er heel veel heen. Natuurlijk
+is dat later wel iets verminderd, maar geregeld kwam hij er toch een
+paar malen 's weeks dineeren, en, dan hadden die twee het altijd
+druk, zóó zelfs dat papa wel eens tweemaal aan "zijn partijtje"
+moest herinneren, want, van kwart over achten tot halftien speelde
+de generaal graag een ombertje en famille.
+
+Ja, Coba hield veel van broeder August.--En, in de laatste twee jaren
+is er bovendien veel gebeurd. In die sombere dagen toen Philip door
+zijn schandelijk gedrag den oom en weldoener zulk een smaad had
+aangedaan, toen heeft haar zenuwgestel een sterken schok gekregen.
+
+Van Barneveld wil het niet ontkennen dat hij Jacoba's voorspraak toen
+wel wat ruw heeft afgewezen. 't Is den eenigen keer geweest dat hij
+zijn kind harde woorden heeft toegevoegd, maar ze moest het gevoelen,
+dat de generaal Van Barneveld, van elk ander dan zijn pleegkind,
+bloed zou hebben geëischt voor zulk een smaad, en gevoelen ook dat
+men door het zoeken van zijn minderen, zooals Philip had gedaan met
+dat trouwen ver beneden zijn stand, tot alles instaat raakt, zelfs
+tot het verguizen, het beleedigen van hen aan wie men het meest
+is verschuldigd.
+
+Jacoba heeft het begrepen; maar dat ze bij die droeve gebeurtenis
+alweder aan de zij van broeder August heeft gestaan, en niet eerder dan
+hij heeft willen berusten in het harde vonnis, 'twelk haar vader over
+Philip had uitgesproken, het pleitte opnieuw voor de genegenheid,
+die zij haar pleegbroeder toedroeg en de waarde die ze aan zijn
+zienswijze hechtte.
+
+En dan, is Coba niet telkens weer zijn krachtige voorspraak geweest,
+wanneer de vader haar--en misschien wat al te veel--met zijn grieven
+over het huwelijk van August had lastiggevallen? Ja, Helmonds keuze
+heeft hem in den aanvang zeer gehinderd. Een oogenblik zelfs was het
+voornemen bij hem opgekomen om zijn toestemming te weigeren--voor
+zooverre die weigering beteekenis had,--en Jacoba zal er onder
+hebben geleden zooals zij telkens Helmonds voorspraak heeft moeten
+zijn. Immers, August had haar gezegd dat hij zoo onuitsprekelijk veel
+van Eva Armelo hield, en toch de liefde van zijn braven pleegvader
+zoo noode verliezen zou. Al wat ze kon heeft ze gedaan om haar vader
+met dat huwelijk te verzoenen. Ze heeft er aan herinnerd dat Eva's
+ouders, ofschoon ze van geringe afkomst waren, toch nu, door den
+rang van mijnheer, tot den "fatsoenlijken stand" behoorden; ze heeft
+de omstandigheid dat de kapitein om bijzondere redenen zoo vroeg is
+gepensioneerd,--redenen die Van Barneveld kende--weten te vergoelijken,
+door er op te wijzen hoe men nu--en zelfs in Romphuizen--er toch nooit
+meer van hoorde dat de familie en vooral mevrouw Armelo, dépenses
+maakte, die haar krachten te boven gingen. Wat Eva betrof, Jacoba
+heeft haar zeer geroemd, althans voor zooveel ze dat kon. Ze was
+zoo schoon, ze had zulk een slank figuur, zulk glanzend zwart haar,
+en daarbij zulke mooie donkerblauwe oogen. Wat speelde ze prachtig
+en wat zong ze overheerlijk!
+
+Welnu, papa Van Barneveld heeft dan immers ook toegegeven. August moest
+het weten. In den aanvang had hij hem wel zijn bedenkingen gemaakt,
+en hem volgens zijn overtuiging, op de zwakke zij van Eva's karakter
+gewezen, maar--men weet het--ten laatste heeft hij toch "zooveel
+mogelijk het zijne gedaan om de onderlinge vrede en liefde te bewaren".
+
+Inderdaad, er is genoeg geweest om een teeder gestel als dat van
+Jacoba te ondermijnen. En wanneer men nu Coba's zusterlijk gevoel
+voor August in rekening brengt, dewijl het toch vanzelf spreekt dat
+Helmond veel minder dan vroeger op _De Zonsberg_ zal kunnen zijn, en
+althans niet meer onverdeeld zooals vroeger, dan meent de generaal
+wel grond te hebben voor zijn overtuiging, dat dit huwelijk bij
+Jacoba zwaarder heeft gewogen dan hij het zich heeft voorgesteld, en
+dat het zijn plicht zal wezen om, zoodra August en Eva terug zullen
+komen--ofschoon met verstand, en steeds tegenover Helmonds vrouw met
+de leuze: "eenvoud en zuinigheid"--het veelvuldig samenzijn, vooral
+ter wille van Coba, zooveel mogelijk te bevorderen.
+
+Driemaal achtereen heeft mevrouw Mansburg, na een veelbeteekenend
+ophalen van de wenkbrauwen, dat laatste besluit van haar zwager met een
+"Ja maar!" beantwoord, en ze dacht er bij: Mijn goede Van Barneveld,
+al ben je misschien een man die alleen door de juistheid van je blik
+de sterkste vesting zoudt nemen of een overmachtig leger verslaan,
+het vrouwenhart doorzie je _niet_!
+
+_Ja maar_! er kon iets anders zijn. Er kon iets anders leven in Coba's
+boezem! En, 'tgeen mevrouw niet heeft uitgesproken, dat heeft Van
+Barneveld toch aanstonds moeten raden;
+
+--Hoe, wat! zou zoo iets mogelijk wezen....!?
+
+En zuster Hermine heeft nogmaals zeer sterk, zoowel haar schouders
+als wenkbrauwen naar boven getrokken. En, zij zou er zekerheid van
+hebben, dat beloofde ze vast. Maar inweerwil van haar goede bedoeling,
+en inweerwil van haar tact, mevrouw Mansburg heeft nóg geen zekerheid
+gekregen, ofschoon ze er "des ondanks" nog zekerder van is dan den
+vorigen dag.
+
+"Welke boodschap heb je?" roept Jacoba den knecht toe die naar
+boven komt.
+
+Hendrik wipt snel eenige trappen hooger en zegt dan:
+
+"Compliment, nog hetzelfde juffrouw."
+
+"Ik meen van de naaister?"
+
+"O, dat ze zorgen zou dat het naar uw zin zou wezen juffrouw."
+
+"En van de zij? En zou ze het vooral netjes doen?"
+
+"O, zij had ze genoeg, en jawel, de juffrouw zou heel tevreden zijn."
+
+"Heb je de taf?"
+
+"Jawel juffrouw.--Alsjeblief."
+
+"Best Hendrik!"--In het teruggaan zich even omwendend: "Niets beter
+met mijnheer Donerie?"
+
+Hendrik, in 't naar beneden gaan stilstaande en omziende: "Nee
+juffrouw; 'tzelfde; eer minder, was de boodschap."
+
+"Zoo!"
+
+Op haar kamer gekomen sluit Jacoba de deur zeer zachtjes van binnen
+op het slot.
+
+Van haar waschtafel neemt ze den flacon; doet een overvloedigen
+scheut eau de cologne in het water, dat ze zich in de waschkom heeft
+geschonken; dompelt er haar polsen in, en verfrischt daarna drie,
+vier keeren haar hoofd.
+
+Nu zit ze weder voor haar papier. Een wijle tuurt ze op de kleine buste
+van Mendelssohn--in wiens trekken ze steeds een zekere overeenkomst
+met hem.... meent te zien; en dan, na een paar malen de pen te
+hebben opgenomen en weer weggeworpen; na nogmaals te zijn opgestaan,
+en ginder eenige oogenblikken op den stoel bij het venster te hebben
+gezeten, neemt ze eindelijk weer plaats voor het papier, en schrijft
+met bevende hand:
+
+
+ "Beste August!
+
+
+ "Altijd heb ik je liefgehad en vertrouwd als een dierbaren
+ vriend. Sedert den dag van je vertrek had ik geen rustig
+ uur. O, waarom heb ik niet gesproken toen je mij op dien avond
+ zoo deelnemend ondervroegt. Ik wist toen reeds wat ik vreezen
+ moest, maar kon niet denken dat mijn gevoel op zulk een harde
+ proef zou worden gesteld. Och waarom moest ik huichelen;
+ waarom je verbergen wat mij verteert...."
+
+
+--Verbergen wat mij verteert? Hoe is het mogelijk dat deze woorden aan
+mijn pen zijn ontsnapt, denkt Jacoba; en dan, nadat ze de geschreven
+regels heeft herlezen:
+
+--Nee, dat alles is bespottelijk; dat mag en dat kan zoo niet. Het
+papier wordt nu ijlings door midden gescheurd; en, op een ander
+blaadje schrijft ze:
+
+
+ "August!
+
+ "Bij papa's letteren voeg ik een paar woorden om je te zeggen
+ dat ik mij, ofschoon zelve best in orde, zeer ernstig ongerust
+ maak...."
+
+
+--Maar dit kan evenmin blijven. Neen, ook August mag niet weten,
+niet vermoeden zelfs....
+
+Weder staart Jacoba eenige oogenblikken in gedachten op Mendelssohns
+buste, terwijl ze het geschrevene in kleine stukjes scheurt.
+
+--Ha! die inval komt als een lichtstraal. Ja, dát heeft haar
+wel voor den geest geschemerd, maar nu eensklaps is het helder
+geworden. Nogmaals neemt ze een ander blaadje en schrijft dan snel:
+
+
+ "Lieve August!
+
+
+ "Bij papa's letteren voeg ik een paar woorden om je te zeggen
+ dat ik mij ernstiger ongesteld gevoel dan ik hem bekennen
+ wil. Herhaalde flauwtes, binnenkoortsen en slapelooze nachten
+ doen mij vreezen dat ik binnenkort onherstelbaar wezen zal
+ indien, ja August, indien je niet spoedig terugkomt en mij
+ behandelt zooals je dat voornemens waart. Om papa niet ongerust
+ te maken heb ik hem gezegd dat ik mij zelfs beter gevoelde
+ dan vóór je vertrek, en hem uit het hoofd gepraat om je over
+ mij te schrijven, zooals hij een oogenblik van plan scheen,
+ ten einde je te kennen te geven dat een spoediger terugkomst
+ hem aangenaam wezen zou. Waartoe behoeft papa meer of langer
+ in onrust te zijn dan noodzakelijk is. Doch om zijnentwil
+ evenzeer, voelde ik mij verplicht je wel degelijk zelve te
+ schrijven. Mij te verliezen zou hem zwaar vallen. Je gevoelt
+ dat ik in geen geval zoo spreken zou indien wij--al ware het op
+ een paar uren afstand--een goeden dokter hadden. Biermans, die
+ onlangs Loovers kindje als klierachtig behandelde, totdat jij,
+ er bijgeroepen, verklaarde dat het een hersenontsteking was,
+ die man is òf afgeleefd òf nooit te vertrouwen geweest. Stel je
+ waarlijk eenig belang in je zusje, August, keer dan aanstonds
+ terug; ik zal je die liefde duizendmaal trachten te vergelden;
+ maar ook, lieve broeder, laat in 'shemelsnaam niet blijken
+ dat ik je zoo geschreven heb. Behandel mijn ziekte voor
+ 't oog van papa maar luchtig, en geef als reden van die
+ overhaaste terugkomst op, dat er hier een ernstige zieke was,
+ die volstrekt onder je behandeling wilde zijn. Het treft in
+ zooverre gelukkig dat er juist zulk een zieke is, hoewel het
+ mij voor den armen sukkel spijt. Mijnheer Donerie is, zooals
+ ik vernam, na den dag van je trouwen weer veel erger geworden,
+ en om nu alles voor papa heel natuurlijk te maken, zal ik wel
+ zorgen dat Biermans bij mijnheer Donerie zijn congé krijgt,
+ of zelf verklaart een consult met je te wenschen. Och lieve
+ August, wat verlang ik naar je komst; stel het niet uit want
+ je ziet aan mijn schrift hoe ik beef van zwakte, en ik geloof
+ zeker dat jij me beter zult maken. Wist ik niet dat je liefde
+ voor je kleine zusje reeds voldoende zou zijn om je over
+ alle bezwaren te doen heenstappen, de kans om den Romphuizer
+ muziekmeester, den waarlijk niet ontalentvollen stumper, die
+ in de kerk nog zoo zijn best deed, meteen weer beter te maken,
+ die kans zou alleen reeds genoeg zijn om mijn geliefden broeder
+ tot een spoedige terugkomst te bewegen. Donerie's ziekte komt
+ in zooverre goed zegt pa, dat ik nu aan geen muziek kan doen.
+
+ "August, ik tel de uren, de minuten. De koorts verheft
+ zich.....
+
+
+ Uwe Jacoba."
+
+
+Of Jacoba inderdaad koorts heeft, of, dat haar stemming iets
+koortsachtigs had, zooveel is zeker dat een ongewoon blosje haar
+wangen kleurde toen zij den brief vouwde en, na het couvert te hebben
+dichtgeplakt, nog een tamelijk breed lak er op deed, om eindelijk
+het eenvoudige adres te schrijven: "Aan August."
+
+Nu gaat ze naar haars vaders "bureau".
+
+"Hier is mijn epistel voor onzen zwierbol, pa."
+
+"Ah zoo Coba," zegt Van Barneveld die aan 't schrijven was: "ik dacht
+al, 't is kwartier voor twaalven; 't werd tijd. Om twaalf uur moet
+Hendrik er mee weg."
+
+"Hendrik komt pas uit de stad terug pa. Ik wou 'm zelf even brengen. De
+uwe is immers klaar?"
+
+Van Barneveld ziet haar verwonderd aan:
+
+"Ja, hier is mijn brief, maar wou jij dien naar de stad brengen? Eer
+Willem de paarden klaar heeft, zal..."
+
+"Nee ik wou te voet gaan."
+
+"Te voet! Nú te voet.... jij! Heeft tante je daartoe bepraat?"
+
+"Nee pa, maar August heeft wandelen zeer aangeraden.--Ik moet bij de
+naaister zijn. Hendrik heeft iets vergeten."
+
+"Je schijnt vandaag bijzonder wèl te wezen, beste meid."
+
+"O, ik ben weer heel flink!" Zij zoent den vader op zijn hooge
+voorhoofd: "Toe, sluit u nu mijn epistel in; 't wordt immers tijd
+beste pa?"
+
+"Maar wat een vreeselijk lak Coba. Dat couvert dient er af.... Wil
+ik maar even?"
+
+Jacoba ontneemt hem onverhoeds haar brief:
+
+"O nee, wacht.... dat mag ik niet vergen, wacht!".... En met den
+brief snelt ze voort.
+
+"Niet vergen! ha ha ha, niet vergen!" lacht Van Barneveld haar
+achterna: "dat noem ik discretie....!"
+
+Maar eensklaps betrekt zijn gelaat. Jacoba's goed uiterlijk en haar
+vroolijke stemming hebben hem voor een oogenblik doen vergeten,
+'tgeen hem toch sedert het gesprek met zijn schoonzuster gedurig als
+een akelig spooksel voor den geest heeft gestaan.
+
+Zoo dat schrijven aan August op zich zelf niets beduiden mocht, dat
+zonderlinge wantrouwige wegrukken van den brief toen hij het couvert
+er af wilde doen, dat zegt iets meer.... ja! dat zegt veel _veel_ meer:
+
+"Ah zoo Coba, is er nu een ander couvert om?"
+
+"Ja zonder lak.--Ik had het heele couvert kunnen weglaten omdat u hem
+insluit; maar, nu het er weer om is, nu kan het zoo blijven niewaar?"
+
+"'t Couvert verzwaart een heelen boel; als het je 'tzelfde is dan
+liet ik het er toch liever af; mij dunkt...."
+
+"Nee nee!" zegt Coba haastig, en als Van Barneveld--alsof hij die
+zekere vrees niet verklaren kan--haar vragend aanziet, dan herneemt
+ze heel luchtig, met een glimlach:
+
+"Als men bestellingen in Parijs doet dan kan men redenen hebben
+waarom zelfs.... un très-cher général"--zij strijkt hem zachtjes met
+het magere vingertje langs den neus--"heel discreet moet wezen. Kom
+pa'tje-lief, nu wat spoedig, want u hebt zelf gezegd: beter drie
+kwartier te vroeg bezorgd dan één seconde te laat. Bovendien ik ben
+niet van plan om mij te overloopen, maar denk het doodbedaard te doen."
+
+Terwijl Van Barneveld Coba's brief in den zijne sluit, en, nog
+eens naar haar opziende, weder dat lachje om haar lippen bemerkt;
+nu hij plotseling een geheim in dien brief vermoedt, 't welk op een
+verrassing voor hem zal uitloopen, nu kan hij toch niet anders dan in
+stilte erkennen, dat er sedert gisteren--wie weet, na dat getrouwer
+innemen en dat heerlijke slapen--iets in die bleeke kleur is gekomen
+wat men _leven_ mag noemen.
+
+Ja, die vroolijke trek om hare lippen doet eensklaps het vreeselijke
+denkbeeld verdwijnen 't welk hem in de laatste uren zoozeer beangst,
+en, zijn zorg voor de gezondheid der dierbare is schier geheel naar
+den achtergrond gedrongen. 't Was hem plotseling alsof er in 't
+geheel geen reden tot vreeze meer bestond, en terwijl nu de _hoop_
+zijn liefde voor dat kind te sterker doet opvlammen, legt hij,
+straks opgestaan, zijn beide handen op Coba's teedere schouders,
+en zegt met de innigste verrukking, ofschoon uiterlijk kalm:
+
+"Ik geloof waarlijk dat je een _heelen boel_ beter bent Coba. Nu dat
+dacht ik ook wel.--Ja komaan, waarom zou je niet wandelen als je er
+lust in hebt; een kwartiertje heen en een kwartiertje terug.--Ei,
+wat zou je ervan zeggen als papa eens meeging, hé?--Maar kindlief,
+hoe beef je zoo?"
+
+"Uw handen drukken wat zwaar pa."
+
+"O popje, popje! Hij zoent haar op de wang: "Kom kruidje-roer-me-niet,
+dan gauw maar den hoed opgezet. Hier heb ik den mijne. Tante zullen
+we natuurlijk vragen om van de partij te wezen."
+
+"Hoor eens pa-lief. 't Zou mij waarlijk geneeren als u en tante
+meegingt. Ik heb allerlei met Elsje te bepraten. Laten we van middag te
+zamen naar den boschwachter rijden, en dáár wandelen; maar nu, naar de
+stad om mijn commissies te doen, waarlijk, nú ga ik liever _alleen_!"
+
+
+
+
+
+
+
+TIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+'t Sloeg op den Romphuizer toren juist halféén toen Jacoba Van
+Barneveld den brief aan 't adres van "Monsieur le docteur A Helmond,
+Hotel du Helder, rue du Helder, Paris," zorgvuldig in de brievenbus
+liet glijden. Om van het postkantoor naar de woning van Elsje de
+naaister te komen, moest zij de eerste straat rechts nemen. Maar
+Jacoba kiest haar weg ter linkerzij. De groote kerk langs gaande,
+vermindert zij een oogenblik haar tred, terwijl ze het oog slaat op
+een der hooge kruisramen, en straks op het kleine poortje dat--zooals
+dikwijls voor bijzondere catechisaties in de consistoriekamer--ook nu
+openstaat. Toch vervolgt ze haar weg. Aan 't eind der Korte Kerkstraat
+gekomen, loopt ze den timmerwinkel van baas Krul voorbij. Zes huizen
+verder staat ze stil. Wie haar gadesloeg zou op haar gelaat een
+uitdrukking bespeurd hebben alsof zij zich iets herinnerde 't geen
+ze bijna vergeten had.--Een oogenblik later staat ze in de werkplaats
+van Baas Krul, en verzoekt hem op _De Zonsberg_ te komen teneinde er
+iets aan een van haar meubels te veranderen:
+
+"Dat kun je immers wel, baas?"
+
+"Kunnen, ja juffrouw, wat dat betreft, zoo goed als de beste; maar
+omdat ik nooit voor menheer den ginderaal heb gewerkt, zoo ben ik
+een beetje schrompiljeus om Kraals het brood uit den mond te stooten."
+
+"O werk jij nooit voor pa; ik dacht het. Nee, dan.... dan.... Ik
+wist dat niet. Maar in alle geval kun je voor mij wel iets maken,
+bijvoorbeeld, een kistje niewaar? Zieje, voor mij. Jawel, zoo'n
+vierkant kistje."
+
+"Meent uwe zoo'n soort van naaidoosje zal ik maar zeggen?"
+
+"Precies, zooals je d'r wel meer hebt gemaakt."
+
+"Wel meer? wel meer? O ja, uwe meent misschien iets zooals voor Mietje
+Ten Hoed?"
+
+"Ja baas, zoo iets bedoel ik juist, maar dan heel netjes."
+
+"Nou, dat mot de juffrouw maar aan me overlaten. Als de juffrouw
+de astrantigheid wil hebben is eventjes mee achter te komen,
+dan kan ze eigens is zien wat baas Krul met den fijnen beitel al
+knutselen kan. Kom maar mee asjeblief.--Ga binnen juffrouw.--Dat
+is de freule van _De Zonsberg_, moeder; die wou ik eens eventjes
+m'n kleine poppe-lindekastje laten zien.--Wacht, zet jij die wieg
+is opzij.... Nou watbliefje? Al dat kleine snijwerk dat gaat uit
+de hand, niewaar moeder? Ja juffrouw, wat de stakker die boven leit
+me d'r over vercomplimenteerd hêt dat zal ik niet navertellen; maar
+die was d'r gek na, en weet je wat ik en de vrouw al gezeid hebben:
+als ie weer beter wordt dan...."
+
+"Wien meen je?" vraagt Jacoba.
+
+"Wien ik meen? Weet de juffrouw dan niet dat de muziekmeester Donerie
+hier bij _mijn_ woont? Och hemel, welzeker! ik dacht dat je dat wist
+omdat de knecht nog strakjes...."
+
+"O ja, nu je 't zegt, ja, nu weet ik ook wel dat de muziekmeester
+hier boven woont; bij een timmerman--jawel!"
+
+"Al zeven jaren answiet m'n lieve mensch! Maar wat ik zeggen wou:
+als ie door Gods goedheid weer beter mocht worden, dan ware ik en
+de vrouw overeenkomstig geworden om menheer Donerie dat kastje voor
+zooveel als een muziekkastje op z'n kamer te zetten. Och 't is zoo'n
+gemoedsvol man."
+
+"Ja zeker dat is ie," zucht de vrouw: "en nou leit ie daar als 'en
+geraamte.--Zoek ie 't een of ander juffrouw....? Och ja, ik begrijp
+wel, 't zal je zeker aandoen, want de juffrouw is immers ook van
+menheers eeleeves, en de heele grootheid van Romphuizen laat naar
+'m vragen."
+
+"Dat doet de ginderaal net zoowel vrouw."
+
+"Ik strij 'et niet tegen Krul, daarvan niet; maar ik zeg alleen dat ie
+veul vriendschap uit de stad ondervindt; al die vruchten en zeleitjes;
+maar och heere, wat zon ie gebruiken!"
+
+"Is het zoo.... erg met menheer Donerie?"
+
+"Lieve juffrouw, als je d'r mijn naar vraagt, dan zeg ik...." De vrouw
+zegt niets, maar haalt de schouders op en zet een zeer bedenkelijk
+gezicht.
+
+"Maar wat scheelt hem eigenlijk?"
+
+"Ja, dat is de affaire juffrouw. Dokter Biermans zei dit, maar menheer
+Van Hake die gisteren hier was, heeft--zoo van achteren op--laten
+blijken dat ie den drank liever niet nemen moest, omdat...."
+
+"Hei hola vrouw! nou ga je buiten je boekje; menheer Van Hake zei
+nadrukkelijk dat ie dat heel onder de roos zei, want anders ging ie
+z'n kompetensie te buiten."
+
+"Nou Krul, we benne immers onder de roos, want de juffrouw zal d'r
+niet van spreken niewaar?"
+
+"En gebruikt menheer Donerie nu in 't geheel geen medicijnen?" vraagt
+Jacoba.
+
+Man en vrouw Krul zien elkander veelbeteekenend aan:
+
+"Wel nee juffrouw. Nee zekerlijk niet!" zegt vrouw Krul.
+
+"Hoor is Antje, laten we nou voor God en ons geweten niet liegen. Als
+de juffrouw d'r niet van gesproken had dan zouwen we gezwegen hebben,
+maar in stilte--jawel vrouw, waarheid bovenal--ziet u, in stilte
+heeft menheer Van Hake...."
+
+Vrouw Krul, die op Jacoba's gelaat iets zag voorbijgaan 'twelk ze voor
+een teeken van bijzondere goedkeuring hield, valt haar man in de rede.
+
+"Jawel, toen heeft menheer Van Hake 's avonds 't een of ander uit de
+aptheek gebrocht, en we hebben van nacht met bloedzuigers getobd, och
+Heere! en ofschoon 't niet beter is, menheer Van Hake zei strakjes
+nog,--altijd onder de roos--dat ie zonder dat alles den dag niet
+gehaald had."
+
+"'t Zou heel jammer zijn geweest;" zegt Jacoba terwijl ze zich omwendt
+en naar de deur gaat: "Ik hoop er het beste van!"
+
+Juffrouw Krul maakte bij zich zelve de opmerking dat het gevoel der
+_grootheid_ toch gauw bekoelde. Hoe koud was dat antwoord.
+
+Krul heeft iets dergelijks gevoeld; 'tgeen hem te meer trof omdat de
+juffrouw niemendal van zijn poppe-lindekastje heeft gezegd, geen boe
+of ba:
+
+"Jammer! ja, als je d'r jammer van zeggen kunt, dan zeg ik dat het
+krek jammer zou zijn; en dan het adee dat zoo'n mensch--onder ons
+gezeid en gezwegen--verknoeid is."
+
+Jacoba blijft bij de deur staan, en omziende zegt ze als viel haar
+wat in:
+
+"Als dokter Helmond hem behandeld had dan zou het zoo erg misschien
+niet geworden zijn?"
+
+"Net wat we samen gezeid hebben juffrouw," herneemt Krul: "en 't
+ergste is dat hij nu juist op reis moest wezen, en zoo wijd van hier;
+want om je de waarheid te zeggen, dat ie menheer Helmond uwes broer
+of neef, niewaar, beter vertrouwde dan den ouwen Biermans, dat kon
+je al lang merken; niewaar Antje?"
+
+"Ja. Ojee! als ie ielde dan was het schering en inslag: Helmond,
+Helmond, en allerlei; maar van Biermans hoorde je nooit."
+
+"Als menheer Donerie er zoo op aandrong dan is het toch vreemd dat
+jelui dokter Helmond niet hebt laten telegrafeeren."
+
+Krul ziet zijn vrouw met beteekenis aan:
+
+"Nou Antje, wat heb ik gezeid?"
+
+"Jij, nee wat heb _ik_ gezeid! Ik! En daarom heb ik menheer Van Hake
+ook eigenlijk gesproken; maar die wou d'r niet aan; die durfde voor
+een patiënt van Biermans geen telegraaf sturen; dat kon en mocht hij
+niet doen. Zieje juffrouw, dat het aan ons niet lee....!"
+
+"Maar mij dunkt, jelui zult er toch de naasten toe wezen. Ik heb er mij
+niet mee te bemoeien, maar de verantwoording zou me wat zwaar zijn."
+
+"Ja waarachtig Antje, de juffrouw heeft gelijk. Ziet u, als we wisten,
+niewaar, dat dokter zou komen; en waar ie ergens bezeild was, dan...."
+
+"Ja Krul--maar zoo'n telegraaf.... en...."
+
+"Eigenlijk heb ik geen tijd," zegt Coba, meer naderbij komend: "maar
+als jelui d'r zoo op gesteld bent, dan wil ik wel even zoo'n telegram
+opschrijven; om je plezier te doen natuurlijk, en omdat menheer boven
+er zoo op aandringt."
+
+"Aandringen; nu ja, aandringen is de rechte benaming wel niet,
+maar...."
+
+"Jawel Krul, dat roepen: Helmond, Helmond, dat noem ik aandringen."
+
+"In één woord, als jelui er bij _mij_ op aandringt, geeft dan maar
+een stukje papier...."
+
+Krul en de vrouw zien rond alsof ze het gevraagde op den vloer zouden
+vinden, maar eindelijk zegt Antje:
+
+"Je zakboek Krul!"
+
+"Ah ja Juist!--Wacht."--Hij scheurt er een blad uit en biedt het met
+zijn timmermanspotlood Jacoba aan.
+
+"Heb je geen inkt?"
+
+Weer zien de echtgenooten hun kamertje rond.--Nee, in dat glazen
+fleschje, waaruit een vuil stompje ganzepen steekt, is niets dan een
+weinig verdroogd zwart te ontdekken.
+
+"Zie dat is nou spijtig, maar inkt hebben we niet in huis;" zegt Krul.
+
+Jacoba met het oog op een "Onze Vader" in sierlijk schrift aan den
+muur, vraagt, blijkbaar afgetrokken maar toch met een bijzonderen
+nadruk op het voorlaatste woord:
+
+"Hé! geen inkt in het _heele_ huis!"
+
+"Wel Krul, nou zou je niet eens aan _boven_ denken;" zegt de vrouw:
+"Op de voorkamer van meneer is een heele toestel."
+
+"Accoord, dat wou ik net zeggen!" herneemt de man: "loop jij maar
+eventjes naar boven en haal het hier."
+
+"Maar dan moet je den zieke storen;" zegt Coba met eenige trilling
+in de stem, terwijl ze steeds het "Onze Vader" ziet.
+
+"Nee, excuus juffrouw, menheer leit achter."
+
+"Ah--zoo--heeft ie een vóór- en achterkamertje?"'
+
+"Kamertje!!" vallen Krul en de vrouw schier gelijktijdig uit, en
+de laatste vervolgt: "Nou 't benne in 't geheel geen kamertjes,
+maar zuivere _kamers_ hoor! en heelemaal op z'n grootelui's
+gemeubieljeerd. Nee, als de juffrouw ze zien wil, kom dan maar is
+mee--asjeblief?"
+
+Jacoba met den rug naar de echtgenooten Krul, wijdt haar bijzondere
+aandacht aan een paar zwarte knipsels naar reeds overleden Romphuizer
+dominee's.
+
+"En als de juffrouw van schilderijen houdt, zooals ik zie dat ze doet,"
+zegt Krul: "dan kan ze daar nog m'n eigen vrouws vader en moeder in
+miliatuur zien hangen, dat was ook grootheid, niewaar moeder?"
+
+Vrouw Krul blijft niet in gebreke om dit volmondig toe te stemmen. De
+herinnering aan die--altijd eenigszins betrekkelijke grootheid,
+verlevendigt haar wensch dat de juffrouw van _De Zonsberg_ eens zien
+zal, hoe haar eigen huis er boven uitziet, en niet langer zal denken
+dat het zoo min is.
+
+In 't einde zal ze echter dien wensch moeten opgeven. Juffrouw Van
+Barneveld schijnt niets nieuwsgierig te zijn.
+
+"Nou Antje," zegt Krul gemoedelijk: "we moeten de juffrouw niet
+forceeren. Ik zal maar eventjes dat inktpotje halen; de trap is ook
+nog al stik voor de juffrouw."
+
+"Och nee, wat dat betreft," zegt Coba: "als je erop gesteld bent,
+och dan wil ik waarlijk wel eventjes meegaan."
+
+'t Was goed dat vrouw Krul op de trap achteraan kwam--een oogenblik
+werd Coba zoo raar, doch 't duurde één oogenblik slechts, en zonder
+dat de timmermansvrouw er iets van behoefde te merken, kwam Coba boven.
+
+"Hier juffrouw asjeblieft: hier heb je nou de voorkamer. Dáár, die
+deur, dat is de slaapkamer. Ik spreek wat zachtjes omdat de stakker
+daar leit, weet u, en als ie me hoort dan wil ie me graag hebben ook."
+
+"Ligt ie dan alleen, heel alleen?" zegt Jacoba zeer snel.
+
+"Dat is te zeggen, nee, m'n oudste dochtertje, zoo'n aankomeling,
+die zit bij 'em, en past 'em op, als _ik_ of m'n man d'r niet bij
+benne. Wacht, gaat uwe nou hier maar in. Hé, dat hadt je zoo niet
+verwacht! Riant niewaar? Prebeer die stoelen maar eens, ekfetief
+paardenhaar! Onderwijl zal ik toch is eventjes kijken of ie nog
+slaapt. Och als 'et maar rust was!"
+
+Na deze woorden verlaat vrouw Krul het zooeven binnengetreden vertrek;
+ontdoet zich op het portaal van haar pantoffels, en gaat op de kousen
+het slaapkamertje van Donerie in.
+
+Jacoba is alleen.
+
+--Zou het mogelijk zijn dat iemand het kloppen hoorde van mijn hart,
+denkt ze, terwijl ze de eene hand erop houdt gedrukt en die vluchtig
+aan het voorhoofd brengt: Wat heb ik gedaan! Hier te komen, hier!--Zie,
+dat moet zijn piano wezen.--Dat vrouwenkopje er boven....?--Zou dat
+misschien het portret zijn van eene.... die....?
+
+Met een snellen blik heeft Jacoba zich overtuigd dat het bedoelde
+portret een gravure is. Maar, 't is de zeer fraaie gravure van
+een beeldschoon meisje.--Een huivering overvalt Van Barnevelds
+dochter. Toevallig heeft ze haar eigen bleek en mager gezichtje in
+den spiegel gezien.
+
+--Stil, daar komt de vrouw terug:
+
+"Goddank!" zegt ze: "ofschoon hij niet slaapt, hij ligt toch
+rustig. Och lieve God, de stakker! Maartje zei dat ie straks nog
+driemaal in 't ielen Helmond riep: en dan van den kapitein Armelo
+en z'n familie ielt ie ook. Maar omdat ie den dokter noemt, blijf
+ik er bij dat we dokter met de telegraaf moeten hier halen. Wacht,
+hier is inkt in overvloed, als je nou schrijven wilt...?--Je bent
+d'r toch óók ontdaan van juffrouw; ik zie 'et aan je bevende hand."
+
+Jacoba verklaarde wel bewogen te zijn en wel medelijden met den
+zieke te hebben, maar dat beven kwam toch van iets anders ... de trap
+was tamelijk steil; en zie, terwijl ze schreef lag haar pols op den
+scherpen rand der tafel.... Doch, nu beeft ze niet meer....
+
+--Ja tóch, nu wel, Maar o God, wie zou er ook _niet_ gebeefd hebben
+van dien droeven kreet.
+
+Met een ontsteld gezicht vertoont zich Maartje op den drempel en
+wenkt hare moeder.
+
+Nogmaals blijft Jacoba alleen.--Zij luistert.... Bitter pijnlijke
+kreten doen zich telkens hooren. Aan een onduldbaar lijden moet die
+arme kranke ten prooi zijn. Terwijl de moeder met haar kind de deur
+der ziekenkamer opent en er binnengaat, snijdt een schrikkelijke
+wanhoopskreet de luisterende Jacoba door de ziel.--Nu klinken die
+kreten weer doffer. Men had de deur gesloten. Nochtans de woorden,
+die hij somwijlen met verheffing uitgalmt, zijn wel verstaanbaar
+te midden van een klankenvloed zonder samenhang--treffend gelijk
+plotselinge ratelslagen bij het doffer dondergerommel van verre.
+
+Jacoba's hart bonst met pijnlijk geweld. Op den drempel der voorkamer,
+starend in de richting der deur van Donerie's slaapvertrek, staat ze
+met het hoofd voorovergebogen en zich vastklemmend aan den deurpost.
+
+O God! zóó erg heeft ze niet gedacht dat het wezen zou. Daar moet
+aanstonds, _aanstonds_ hulp komen: een professor uit Utrecht! O,
+dat is een vreeselijke ijlkoorts. Hoor:
+
+"Laat mij!!--Laat los!!" zoo klinkt het: "Ik wil haar grijpen! Zij
+vliegt over de daken. Zie maar, verscheurd door een tijger...! Laat
+los! ik ben een tijger!... Heisa! Laat los! ik moet haar vangen! In
+de secretaire. Ho! ho! pakt hem! pakt hem! Helmond! O, o! Helmond!"
+
+In hetzelfde oogenblik stormt het kind van den timmerman angstig
+geworden ter ziekenkamer uit.
+
+"Vader! vader! help!" roept het gillend aan de trap.
+
+Jacoba weet niet meer waar ze zich bevindt; het donkere portaal is haar
+als een graf; maar altijd hoort ze toch die kreten; ja, ondanks haar
+verdooving nu zelfs sterker dan te voren. O, wat klaaglijk gesteun. Wat
+vreeselijke smart in dien toon.--Ha, nu weet ze weer waar ze zich
+bevindt. Ginder ligt de jonkman wiens dierbaar beeld haar geheele
+ziel vervult. Daar ginder ijlt en lijdt hij; en ruwe handen verzwaren
+zijn lijden misschien! En zij, wat moet, wat mag ze doen? Zal ze
+haar zachte handen drukken op dat schoone, nu kranke voorhoofd? Hem
+zoete woorden toefluisteren, om zoo mogelijk kalmte te brengen in
+dat verhitte brein? Met koud water die blanke slapen bevochtigen;
+immer koelend totdat een zachte slaap zijn oogleden sluit; en dan
+waken aan zijn sponde, en den doodsengel verjagen door de innigste
+gebeden? Hem met haar adem bijstaan als de zijne te ontvlieden dreigt;
+hem liefkoozen ... zoenen op die bleeke lippen...!?
+
+Neen! neen!! O groote God, neen! dat heeft Jacoba niet gezegd;
+zelfs niet _gedacht_ in dezen stond.--Al rijten die vreeselijke
+kreten haar ook den boezem vaneen, geen schrede mag zij verder. Daar
+is een krachtige stem in haar binnenste die 't haar verbiedt; en
+immers, voor haar verbeelding staat daar een dreigende vader, die
+vertwijfelen zou indien hij vermoeden kon wat er omgaat in het hart
+van zijn teergeliefde eenige dochter.
+
+Van hier dan Jacoba! Spoed! Verzend dat telegram, of, doe nóg sneller
+hulp opdagen, de beste die te bekomen is. Maar voort, van hier!--En
+toch, moet zij de stem van dien arme dan hooren, zoo angstig, zoo
+radeloos bijwijlen, en zonder hem te zien? O God, al is hij dan
+niet meer gelijk voorheen, zooals hij dikwijls naast haar zat, met
+de glimmend zwarte krulharen en den fijnen knevel scherp geteekend
+tegen het mannelijk blank van zijn edel welgevormd gelaat; al zijn
+die donkerbruine oogen, nú de oogen vol geestdrift niet wanneer hij
+met den fijnbesneden mond aan zijn gretig luisterende leerlinge van
+den kunstroem der klassieken sprak; al moet de schoone kloeke jonkman,
+nu ten prooi aan de vreeselijkste ijlkoortsen, slechts de schaduw zijn
+van 't geen hij zoo kort geleden nog was, ach, kan zij dan vanhier
+gaan zonder een enkelen blik te werpen in dat vertrek; zonder den
+juisten indruk te hebben van zijn toestand; zonder hem nog eens,
+o God! misschien voor 't _laatst_ te hebben aanschouwd?
+
+Zie, de deur der ziekenkamer staat op een kier. Met bonzend hart en
+op de toonen zachtkens voorwaarts komend, doet ze een schrede in de
+richting dier kamer ... een tweede ... een.... Neen, eensklaps deinst
+ze terug:
+
+"Laat los! Hoor je niet, los!" roept Donerie weder; en akelig klinkt
+zijn hijgende stem: "Zij is de mijne!--Ha! Op de voorkamer is ze. Laat
+los! of ze vliegt het raam uit; over de daken. Ha: heisa! los!"
+
+Een dreun, een slag heeft Jacoba nog gehoord. Toen is het nacht voor
+haar geworden, heelemaal nacht.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ELFDE HOOFDSTUK.
+
+
+'t Is een oud, misschien een goed gebruik in het stadje Romphuizen,
+dat de torenklok der gemeente verkondigt wanneer er een doode naar
+zijn laatste rustplaats wordt gevoerd. De klok had echter heden niet
+noodig haar droef "memento mori" te doen klinken, want reeds voordat
+ze haar stem verhief, was er veel volk op de been. Geen wonder,
+er zal wat bijzonders te zien en te hooren zijn.
+
+Ginder, buiten de zoogenaamde Zijperpoort, trekt de zwarte stoet
+langzaam voorwaarts, en de zware lindenlaan in, op wier helft het
+groote kerkhofhek reeds geopend staat.
+
+De zon lacht en spartelt zoo vroolijk in de breede laan alsof het
+een feeststoet ware, die zich onder de vallende bloesems voortbewoog.
+
+Spotte zij misschien met den vreeselijken huilebalk wanneer zij
+tusschen de bladeren door, snelle lichten op dat zinlooze hoofddeksel
+kantte? Lachte zij met den terugstootenden lijkwagen als ze vonken
+spatte op die doodshoofden en gekruiste beenderen, op de doodskoppen
+vooral, die natuurlijk niet zien kunnen--dat er een zon aan den hemel,
+en het heelal met ontelbare werelden doorzaaid is.
+
+Wanneer men op de Zijperbrug bleef staan en van daar de laan inzag, dan
+was er nochtans iets plechtigs, ja iets aangrijpends in dien optocht.
+
+Onder het tintelend groen der zware linden, verloor de hooge koets
+zich van lieverlede in een fijn-blauwe tint. Zoo van verre had die
+lijkwagen wel eenige overeenkomst met een monument, een vierkant
+grafgesteente met een urn er boven op.
+
+En zie, aan den voet van dat monument verheft zich, boven de golvende
+menigte, een zilverwit voorwerp--juist blinkend in een zonnestraal. 't
+Is de kleine zilveren harp boven de rooskleurige banier der muziek-
+en zangvereeniging "Koning David". Het rood satijn der banier met
+zijn zilveren letters is door een zwart floers omgeven, maar nochtans
+komt die kleur--evenals die blinkende harpknop erboven--steeds zeer
+duidelijk uit tegen den vaalblauwen toon van dat monument, den langzaam
+wegschuivenden wagen.
+
+En de golvende schaar, wier aanblik het hart met weemoedigen ernst
+vervult, zij getuigt het mede dat er in dezen lentemorgen geen
+gewone begrafenis plaats heeft. Immers, 't zijn niet enkel mannen en
+jongelingen die den wagen volgen. Neen, meer dan dertig meisjes en
+jonge vrouwen gaan met kloppende harten mede, om aan een afgestorvene,
+die haar zoo lief was, nog een laatste hulde te brengen, en straks
+bij de versch gedolven groeve saam te stemmen in het lied waarvan de
+slotzang luidt:
+
+
+ Slaap zacht!
+ Op den krans dien we u vlochten,
+ Slaap zacht!
+ Tot den morgen die u wacht.
+ Goeden nacht! Goeden nacht!
+
+
+Hoor, het geboem-bam der torenklok dreunt nog voort. En zie, de
+lijkkist van de zwarte sprei ontdaan, staat reeds boven de groeve.
+
+Met bevende hand heeft een der meisjes een frisschen lauwerkrans op
+het deksel der kist gelegd, terwijl een jonge vrouw van de andere
+zijde genaderd, er eene van immortellen daarnevens plaatst.
+
+'t Is nu dominee Hoogerberg die op de lijkkist toetreedt en straks,
+na een korte inleiding, zijn hartelijke toespraak aldus vervolgt:
+
+"Ja, een wolk nam hem weg van deze aarde. Nog ruischt ons de Hymme
+in de ooren, die hij deed klinken toen twee geliefden zich voor
+het oog des Almachtigen hadden vereenigd, en hij, instemmend met
+hun blijdschap, als een andere David heerlijke tonen lokte uit zijn
+verheven speeltuig. En,--dat die tonen de laatste zouden zijn! Velen
+onzer wisten het ternauwernood dat hij zich ongesteld gevoelde op
+dien morgen, en geen enkele was er die vermoeden kon dat reeds de
+kille hand des doods hem had aangegrepen toen nog zijn vingeren het
+orgel deden juichen: "Loof, loof den Heer mijne ziel!"
+
+"Hij is niet meer! De man die op het gebied der heerlijke toonkunst
+zulk een leven in onzen doodsslaap wekte; die gedurende een zevental
+jaren ons en onze kinderen voorging waar het de verhevenste der
+kunsten gold; hij is van ons heengegaan: een wolk nam hem weg voor
+onze oogen.--Dat hij leeft of leven zal in een betere wereld, ter
+eindelooze volmaking, het is onze hoop, ons blij vertrouwen. Maar, als
+ik de tranen zie, jongelingen en maagden, de tranen die u vloeien langs
+de wangen, terwijl wij ouderen ze zelfs met moeite bedwingen of niet
+bedwingen kunnen, dan zeg ik met u: 't is ons niet genoeg te hopen,
+noch zelfs zeker te weten dat een dierbare broeder of zuster leeft in
+hoogeren werkkring; immers wij missen, wij betreuren hem, wij dragen
+rouw over hem. Maar wél dan, indien we bij een blijmoedig: Daar zal
+licht zijn aan gene zij van het graf! ook kunnen roemen van hem of
+van haar die stierf: Onze broeder of zuster leeft _nog op aarde_!
+
+"En onze vriend, onze leidsman in het rijk der tonen, hij leeft en
+zal met ons leven, ofschoon wij hem missen zullen, heden en telkens
+weer. Hij leeft, ook voor ons! Wat hij goeds stichtte dat blijft, dat
+zal voortleven in ons en in de kinderen die hem liefhadden.--Ziet onze
+banier: _Koning David_!--Neen, de groote koning is _niet_ gestorven
+ofschoon er eeuwen over zijn graf zijn gegaan. Is het omdat hij tot
+koning werd gezalfd, of, omdat uit zijn geslacht de Eenige onder de
+menschen is voortgekomen? Neen, hij leeft bovenal, omdat hij dichter
+was, omdat hij liederen zong vol gloed en bezieling; hij leeft als
+de harpenaar, en zijn vorstelijk paleis is nu de gansche wereld.
+
+"In bescheidener huis dan een David zal onze ontslapen vriend woning
+behouden op aarde: In _onze_ harten, in _onze_ dankbare _herinnering_
+zal hij gehuisvest zijn.
+
+"Mijn vrienden! Werke hij dan in reiner oorden, naar des Almachtigen
+welbehagen, ook _hier_ zal zijn geest wonen, ook hier zal hij met
+ons leven. Amen! Amen!!"
+
+En na deze woorden, op diepgeroerden toon gesproken, valt het koor in,
+en zingen Donerie's vrienden:
+
+
+ VROUWEN.
+
+ Nog was zijn lente niet gevloden,
+ Toen hem des maaiers sikkel trof.
+
+
+ MANNEN EN VROUWEN.
+
+ Nu bergen wij zijn dierbaar stof
+ Vol weemoed in den stillen hof,
+ Te midden onzer lieve dooden.
+
+
+ MANNEN.
+
+ Zijn kunstnaars-ziel vol reine klanken
+ Ontvonkte in ons den zin voor 't schoon.
+
+
+ SOLO sopraan.
+
+ Welluidender werd steeds de toon
+ In onzen kring.
+
+
+ TRIO sopraan, tenor, bas.
+
+ Helaas! tot loon
+ Ontvangt hij nu, in 't somber graf
+ Waaraan de dood hem overgaf,
+ Ons diep weemoedig danken.
+
+
+ SOLO tenor.
+
+ Luister: "Treurt niet over mij,"
+ Zoo ruischt zijn stem in 't suizend koeltje ons toe:
+ "De toonkunst, 't rijk der melodij
+ "Was reeds van eeuwigheid. Ze is de adem Gods!
+
+
+ SOLO sopraan.
+
+ Ja, blij te moe
+ "Zal zelfs het vogeltje in 't woud bij 't uchtendpralen,
+ "U dat zoet schallende verhalen.
+
+
+ SOLO tenor.
+
+ "Waartoe dan rouwe nu! Wie heeft er mij te danken!
+ "In 't Heiligdom der klanken
+ "Zijn _vele_ Priesters. Op dan! Op! Weent bij hun assche niet;
+ "Onsterflijk is de harp, onsterflijk is het lied!"
+
+
+ MANNEN EN VROUWEN.
+
+ Een priester vol reinheid, hém geldt onze rouw:
+ Een priester rechtschapen, in 't minste getrouw.
+ Den kunstnaar zoo needrig en klein bij zijn kracht,
+ Dien _priester_, dien _mensch_ geldt ons weenend: slaap zacht!
+
+
+ VROUWEN.
+
+ Slaap zacht,
+ Op den krans dien we u vlochten!
+ Slaapt zacht
+ Tot den morgen die u wacht!
+
+
+ MANNEN EN VROUWEN.
+
+ Goeden nacht! Goeden nacht!
+
+
+In welluidenden toon klonk nog drie malen, telkens stiller, dat
+aandoenlijk: Goeden nacht! en de laatste droeve klank stierf langzaam
+weg op den doodenakker, terwijl het stoffelijk overschot van _Herman
+Donerie_ in de groeve werd neergelaten.
+
+
+
+
+
+
+
+TWAALFDE HOOFDSTUK.
+
+
+'t Is de derde dag na dien, waarop de beschreven plechtigheid had
+plaats gehad, en de achtste na de overhaaste terugkomst der jonge
+echtgenooten.
+
+In de kleine achterkamer van het doktershuis aan de straatzijde,
+onmiddellijk grenzend aan de apotheek, zit Eva in een keurig
+morgentoilet, bij de overblijfsels van het ontbijt, dat ze reeds meer
+dan een uur geleden met haar August gebruikte.
+
+Zooals ze daar zit, gracieus en toch ongekunsteld achteroverliggend
+in haar stoel, de donkere lokken van onder het guitige morgenmutsje
+dartel wégvluchtend naar de ronde schouders; met een nieuwsblad
+van ongewonen vorm in de blanke handen, vertoont er zich op Eva's
+schoon gelaat zulk een glans van innige verrukking, dat August,
+indien hij haar zóó had mogen bespieden, geen oogenblik getoefd,
+maar haar aanstonds met kussen van blijdschap zou hebben overladen.
+
+Wát--wát ter wereld wilde hij ook liever dan zijn aangebeden vrouwtje,
+zijn eenige Eva, gelukkig zien; gelukkig, zooals hij het is met haar.
+
+Maar August ziet haar nu niet met dien trek van welbehagen op het
+gelaat. Straks toen hij heenging, stonden die mooie oogen strak,
+zeer strak. Ja, zij heeft hem wel een zoen gegeven, maar 't is geen
+zoen geweest die.... haar geliefden man iets zeggen moest; niets--of
+het moest iets geweest zijn dat maar beter gezwegen was.
+
+Eva heeft teleurstellingen gehad; 't is waar. Inplaats van een
+groote veertien dagen in Parijs te zijn, is zij er slechts een paar
+dagen geweest. Instede van zoo ontzaglijk veel te zien waarop ze
+zich verheugde, is ze, uit deernis met haar vroegeren leermeester,
+teruggekeerd, maar, zonder de voldoening te smaken dat haar opoffering
+van eenig nut is geweest. Immers, toen August den kranken Donerie
+zoo spoedig mogelijk na zijn thuiskomst heeft bezocht, toen moest
+hij hem helaas, reeds stervende vinden.
+
+Ja, Helmond gevoelde wel dat Eva in deze dagen niet zijn kon zooals hij
+het zich, met een vroolijk oog in de toekomst, had voorgesteld.--Moe
+van het reizen, zoo heeft hij gedacht, verzadigd van het zien en
+bewonderen, zal zij, bij 't allereerst bezitten van een _eigen_
+huis--al mag die woning haar dan ook niet in alle opzichten voldoen--er
+toch spoedig een zekerder genot vinden dan die wereldstad haar schenken
+kon. O, in zijn verbeelding zag hij Eva al schikken en verplaatsen
+en beredderen, en de teugels opnemen van het huishoudelijk bestier,
+met al den ijver, waarmee een jonge vrouw gewoonlijk de teugels van
+haar bewind aanvaardt.
+
+--Maar nu, onvoldaan en geenszins van het zien verzadigd, is Eva
+teruggekeerd. In haar nieuwe woning, waar men op die onverwachte komst
+niet was voorbereid, ontbraken bijna al de kleine geriefelijkheden,
+waaraan zeker op den eerstbepaalden dag van terugkomst, door de
+goede zorg van mevrouw Van Hake, niets zou ontbroken hebben. Om
+slechts iets te noemen: niet vroeger dan morgen konden de ledikant-
+en meubelgordijnen bezorgd en opgehangen worden, zoodat men zich
+nu reeds acht dagen zonder die gordijnen heeft moeten behelpen. De
+dood van Donerie, die toch een goed vriend van Eva is geweest, en van
+wien ze altijd met zooveel achting als haar leermeester sprak--heeft
+ook niet meegewerkt om haar over de teleurstelling heen te zetten
+en vroolijk te stemmen. Zeer veel verdriet heeft ze bovendien van
+de "hulde" gehad, welke men hem aan zijn graf heeft gebracht. Ja,
+'t moest haar wel zenuwachtig maken, zooals men haar gedwongen heeft
+mee te zingen. Helmond is krachtig tusschenbeiden gekomen. 't Was
+niet kiesch dat men een jonggehuwde vrouw kwam geweld doen om zich
+aan een graf te doen hooren. En dan--zij had gelijk--men moest
+ook begrijpen dat Eva Helmond, niet meer Eva Armelo was. In één
+woord, die geschiedenis heeft het goede kind zeker nog veel meer
+aangedaan dan ze blijken liet, terwijl ze zich toch de moeite heeft
+getroost om op dringend verzoek van 't gezelschap "Koning David",
+een compositie van Donerie, welke op den laatsten oudejaarsavond in
+de kerk is gezongen en nu met kleine wijzigingen, bij andere woorden
+in denzelfden rythmus, zou gebruikt worden, te helpen in orde brengen,
+zoodat de kleine Cantate door die hulp dan ook zeer goed voldaan heeft.
+
+Eva had zich daaraan niet willen en kunnen onttrekken, maar, dit alles
+moet haar stemming verklaren, een stemming die door het zonderlinge
+verzoek van oom Van Barneveld, om vooreerst haar visite op _De
+Zonsberg_ nog wat uit te stellen, er zeker niet op verbeterd was.
+
+--'t Is natuurlijk, denkt Helmond onder 't wandelen voort: het
+kind heeft reden om niet zoo vroolijk en opgeruimd te wezen als
+ik het wenschen zou; ik zie het nu duidelijk in.--De een zet zich
+gemakkelijker over 't leed en de teleurstellingen der wereld heen
+dan de ander.--Immers, ook hij zelf heeft zijn teleurstellingen
+gehad. Reeds in het eerste uur na hun aankomst, kreeg hij aan Donerie's
+sterfbed de zekerheid dat zijn kunst op den armen lijder niets meer
+vermocht; en--nog in datzelfde uur bevond hij zich in de woning van
+zijn oom, waar hem een nieuwe teleurstelling wachtte.
+
+Zonder den schijnbaar kalmen pleegvader te doen bemerken dat diens
+onrust over Jacoba de oorzaak van hun overhaaste terugkomst is
+geweest; voorgevend dat Donerie's hoogstgevaarlijke toestand hem
+er toe besluiten deed, heeft August getracht den geliefden oom al
+aanstonds zooveel mogelijk gerust te stellen, door, bij het terugzien
+en ondervragen van Jacoba, een zoo luchtigen toon aan te slaan als
+de omstandigheden het gedoogden.
+
+En gelukkig, met de meeste gerustheid heeft Helmond zijn vroeger
+gegeven woord kunnen herhalen: dat Jacoba's toestand, volgens zijn
+vaste overtuiging, voor 't oogenblik geen de minste reden tot
+bezorgdheid gaf. Haar zenuwgestel was wel uiterst zwak, zoodat
+schrikken als in de woning van Krul haar allernadeeligst waren,
+maar indien men zijn voorschriften nu eens getrouw wilde volgen,
+dan twijfelde hij niet of zijn lieve zusje zou nog dezen zomer weer
+veel flinker en krachtiger zijn.
+
+En Van Barneveld heeft na die verklaring, zoodra hij zich met den neef
+alleen bevond, met zekere ongewone koelheid gezegd, dat de verhaaste
+terugkomst ter wille van den reeds stervenden muziekmeester,
+hem mede genoegen deed, omdat _zuster Hermine_ zich over Coba
+wat bezorgd had gemaakt, en met de herhaling van zulke vapeurtjes
+inderdaad wel eens weten wilde of men er notitie van diende te nemen
+ja of neen. Doch.... Helmond moest die ongesteldheid heel en passant
+behandelen. Ware die laatste schrik er niet bijgekomen, dan zou Coba
+nu zeker reeds geheel beter zijn, want tante Hermine kon getuigen,
+hoe ze op den morgen, toen ze zoo ongelukkig bij den timmerman verzeild
+geraakte, bijzonder wel en zelfs zeer opgewekt was geweest.--Welzeker,
+Helmonds voorschriften, en vooral van de koudwaterbaden, zouden zoo
+nauwkeurig mogelijk worden opgevolgd, maar hij zelf moest nu vooreerst
+wat op den achtergrond blijven. Hoe minder Coba aan haar ongesteldheid
+werd herinnerd, en ook aan de personen die ze in den laatsten tijd had
+ontmoet, zooveel te beter scheen ze zich te gevoelen. Bezoeken waren
+haar alles behalve dienstig, en dáárom ook zou Eva--ofschoon men haar
+natuurlijk gaarne ontving--beter doen om haar bezoek op _De Zonsberg_
+nog een acht dagen uit te stellen.
+
+Zoo heeft oom bij het eerste bezoek gesproken. En August.... wat heeft
+hij kunnen antwoorden! Ofschoon hij in Coba's toestand inderdaad
+geen reden tot oogenblikkelijke bezorgdheid vond, zoo geloofde hij
+toch dat men den vijand met kracht moest bestrijden. Hij heeft zich
+voorgesteld dagelijks zijn geliefde pleegzuster te zullen bezoeken en
+met de meeste opmerkzaamheid gade te slaan, teneinde den oorsprong van
+haar kwaal te ontdekken, en alzoo te spoediger tot haar herstelling
+te geraken. Dat een geheim verdriet haar kwelde had August reeds
+vermoed, en krachtig werd hij in die meening versterkt nu hij Coba
+heeft weergezien. En wat moest hij dan antwoorden? Zou hij ooms
+onrust niet onnoodig prikkelen indien hij na zijn verklaring--die ter
+geruststelling, helaas, wat al te rooskleurig geweest is--tóch op een
+geregelde behandeling bleef aandringen? Hij kent den oom, en wil tot
+geen prijs--ook in Coba's belang--zijn vertrouwen verliezen. Maar zie,
+dewijl hij den vader niet noodeloos heeft willen bezorgd maken, wordt
+nu zijn persoonlijke hulp, zijn geregeld praktizeeren over het goede
+pleegzusje, als geheel onnoodig versmaad. Was hij dan niet alleen uit
+belangstellende liefde voor Coba zoo haastig teruggekeerd! En instede
+van blijdschap daarover, heeft hij een zonderlinge koelheid bespeurd,
+terwijl ooms bepaald verzoek: dat Eva vooreerst niet op _De Zonsberg_
+zou komen, de maat heeft volgemeten. Ja, met reden mocht ook August
+over teleurstelling klagen. Die overhaaste terugreis, wat heeft zij
+goeds gesticht....? Niets! Een enkel recept, een enkelen raad heeft
+hij aan Coba mogen geven, dat was alles! En Donerie is gestorven;
+en Eva was ontevreden, en.... Maar komaan, heeft Helmond in 't einde
+gezegd, men moet zijn verstand gebruiken: ooms aangeboren weerzin tegen
+den "medicijnwinkel" en een "praktizeerend dokter over den vloer",
+hebben hem zóó doen besluiten. Den dokter moet hij weren zoolang het
+hem mogelijk is. Doch, ofschoon voor het oogenblik gerustgesteld,
+oom zal het koudwatermiddel--'t welk blijkbaar zijn goedkeuring heeft
+weggedragen--zeker geregeld doen aanwenden; August kan nu de werking
+daarvan afwachten, en, mocht Coba's toestand onverhoopt den armen
+oom in nieuwe spanning brengen en hem toch weder tot den dokter zijn
+toevlucht doen nemen, dan--dán zal die dokter wat geslotener en ook
+wat voorzichtiger zijn. En nu, Helmond zal zich over die wereldsche
+teleurstellingen heenzetten. 't Is jammer dat Eva daar niet even
+gemakkelijk toe besluiten zal. Maar geduld, met den tijd zal dat beter
+worden. Eva is nog zoo jong; pas even twintig jaren!--Zeker, het zou
+de grootste dwaasheid zijn geweest, indien hij had toegestemd om nu,
+nú aanstonds reeds, die reis te hervatten: maar Eva zal het zelve
+spoedig inzien, en als ze dan van dat denkbeeld is teruggekomen,
+dan zal ze weer lief en vroolijk zijn. Ja! en als dan de mooie ovale
+spiegel komt waar ze zoo'n zin in had, dan zal ze wel blij verrast
+en tevreden lachen. Alle leed is dan vergeten, en we maken weer
+plannen voor de toekomst, en reizen al vast eens achter den haard, om
+later, later misschien.... Och, 't is zoo'n goed en lief en prachtig
+vrouwtje. Indien zij dat andere, die zekere zucht naar grootheid maar
+wat onderdrukken kon, dan....................
+
+--Ho ho, dokter Helmond, dat is immers "het kenmerk van den adeldom
+der ziel".--Nu ja, zoo is het, en hij zal ook met zijn lachende Eva
+gelukkig wezen. Zeker, van morgen--van overmorgen afaan, geheel en al,
+en juist "door wijsheid te mengen in zijn vurige liefde".
+
+Zoo dacht August bij tusschenpoozen terwijl hij zijn patiënten bezocht,
+en telkens bij die bezoeken, waar het pas gaf, roemde in zijn geluk, en
+roemde over de lieve vrouw, die "ook zoo gelukkig en zoo hoogsttevreden
+in haar nieuwe woning was".
+
+En inderdaad, indien August zijn vrouw in de straks beschreven
+houding had kunnen gadeslaan, dan zou hij immers geheel overtuigd
+zijn geworden--of althans een oogenblik geloofd hebben, dat hij
+waarheid sprak.
+
+'t Werd reeds gezegd dat het nieuwsblad, waarin Eva leest,
+een bijzonderen vorm heeft, 't Is _Le Grand Hotel, Gazette des
+Etrangers_. Heden, juist negen dagen geleden, heeft August dat blad
+op den Boulevard des Italiens gekocht. Men had wel reeds vernomen dat
+er dien avond in de groote opera Gounods Faust zou gegeven worden,
+doch de Gazette heeft het bevestigd, en Helmond had er aanstonds
+werk van gemaakt om zijn "lieve nachtegaal" het genot van dien avond
+te verzekeren.
+
+Welk een heerlijke avond is dat geweest! Met haar eigen zangkennis en
+talent, was er zeker niemand in de zaal, die meer dan Eva genoot; en
+ofschoon zij zeker het allermeest door de voortreffelijke uitvoering
+van Gounods meesterstuk was opgetogen, zoo hebben de gouden schalen,
+waarop men haar de vrucht had aangeboden, en het altijd wederkeerende
+bewustzijn zich in den Parijschen lusthof te bevinden, er toch krachtig
+toe meegewerkt, om haar dien avond te doen zijn als een, doorgebracht
+in een tooverwereld, in een hemel, in iets.... onuitsprekelijks!
+
+--August was gul--ja men kon er niet over klagen--maar, in kleinigheden
+was hij soms.... enfin, misschien had hij gelijk! Hoe 't zij, toen
+men: "Le Programme, Le Programme détaillé!" en "l'Entr'acte!'" riep,
+en zij, in de Stalles d'orchestre gezeten, hem verzocht heeft een dier
+bladen te koopen, toen haalde hij de 's morgens gekochte Gazette te
+voorschijn, en beweerde dat dit blad evengoed was, en zeker nog meer
+nieuws dan de tooneelbladen bevatte.
+
+En Eva heeft dan op _dien avond_ _in datzelfde_ blad gelezen, of er
+althans, zoo nu en dan, gedurende de pauzen eens in gesnuffeld. Zie
+maar, op de plaats waar met stellige zekerheid het gerucht werd
+bevestigd, dat "Mlle. Patti ferait sa rentrée mardi prochain dans La
+Somnambule," daar is nog de kleine scheur te zien, die ze in het papier
+maakte toen ze August dat goede nieuws wilde wijzen en met haar pink
+wat sterk erop drukte. Die kleine scheur heeft ze toen gemaakt, toen op
+den avond, die haar nóg als een zalige droom voor den geest staat. En
+onwillekeurig bevond Eva zich nogmaals, terwijl ze weder dezelfde
+reclames en bulletins en programmas doorliep, in den toovercirkel
+van grootheid en glans, welke haar zoo geweldig had aangetrokken. Het
+Grand Hotel, 't welk ze op het blad zag afgebeeld, werd haar als iets
+dat naar een hemel zweefde: een ruimte met onafzienbare zalen, waar
+alles van wit was met goud!" Ja, bij 't gedurig al lezend ontmoeten
+der namen van boulevards en straten, die ze aan Helmonds zij, in
+een rijtuig was langs- en doorgevlogen, of ook die ze betreden had
+met het oog op een wereld vol rijkdom en pracht, telkens klonken die
+namen haar nu als de welluidendste tonen in de ooren.
+
+En daarom, 't was niet vreemd dat er op Eva's schoon gelaat een glans
+van innige verrukking stond te lezen, terwijl ze zich met dat blad
+in handen nogmaals baden mocht in de schitterendste herinneringen.
+
+Doch die glans van genot bij 't lezen van de oude Gazette, zal
+sneller vergaan dan hij gekomen is. Door het geraas van een hondenkar
+gewekt, ziet Eva op, en terwijl de Gazette des Etrangers nu eensklaps
+ritselend neerglijdt langs haar schoot, is het een schampere lach
+die haar schoonen mond komt ontsieren.
+
+--Hondenkar! zegt ze bijna overluid: 't Is allerliefst, welzeker;
+_hier_ schrikt men op van een hondenkar! Zouden er ooit dommer
+creaturen zijn geweest dan zij, die op den inval kwamen om steden
+als Romphuizen te bouwen, met huizen en kamers als deze! Zie, uit dit
+doodsch vertrek,--hemel ja, precies een doodkist: langwerpig, smal,
+donker, vochtig, bah! uit deze kamer, met een eeuwigdurende ziekenlucht
+van die nare apotheek, hier heb je 't uitzicht op een touwwinkeltje
+en een blinden muur aan den overkant, met de passage van zes kippen
+en wat zieke lui die om een drank komen.--Nee, in deze dompige la is
+'t op den duur niet uit te houden. Vóór--hoe ellendig men er ook in een
+kuil zit--vóór zie je tenminste nog een bloem en een enkel fatsoenlijk
+mensch in de hoogte voorbijgaan; maar hier is 't om te verkniezen!
+
+--Pruttelen! zegt August: pruttelen! Nu ja, maar als ik bedenk dat ik
+hier reeds acht dagen gevangen zit,--ja zeker _gevangen_, want al ware
+dit huis zoo somber en akelig niet, dan zou het nu toch een gevangenis
+voor me wezen, terwijl ik op ditzelfde oogenblik nog in Parijs moest
+zijn, zooals mij _vast_ was beloofd.... 't Is waar, dat droeve bericht
+van Herman kwam er tusschen. Zeker, als ik den armen jongen met mijn
+thuiskomst en hier-zijn 't leven had kunnen redden, ja, dán.... Ik
+heb het getoond.--'t Heeft me erg getroffen; telkens ben ik er nog
+zenuwachtig van, want gedurig staat hij zoo voor me, zoo.... Maar
+nee, nee! ik had hem nooit iets te kennen gegeven, nooit!--Als August
+vermoeden kon hoe me die gedachte soms een oogenblik kan beklemmen,
+dan.... Maar juist daarom ook zou het ter afleiding veel beter zijn,
+om nu--nu alles toch is afgeloopen--nog eens van huis te gaan. Ja,
+al was 't maar naar Brussel, 't Is hier zoo aller-aller-akeligst en
+doodsch, he in vergelijking van daar, in dat brillante Parijs.--Als
+ik er nu was in dat Grand Hotel--en ik moest er wezen--nú zou ik
+bijvoorbeeld, liggend in zoo'n heerlijke cauzeuse, den garçon dien
+naren ontbijt-trommel dáár laten wegnemen.--Zelfs thuis stak ik geen
+hand naar die dingen uit. Ma of Louise deden het gaarne.--Hoe! is
+'t al elf uur! En om twaalf komt August voor de koffie terug.
+
+Haastig opstaande schelt Eva.--Eenige oogenblikken later treedt een
+boersch dienstmeisje van vijftien a zestien jaren de kamer in.
+
+"Gerritje, je moest dat ontbijt eens aan kant maken."
+
+"Van kant moaken juffer?
+
+"Afwasschen bedoel ik."
+
+"De kummekes wisschen juffer?"
+
+"Ja, alles; en dan voor de koffie weer klaarzetten."
+
+"Da' kan'k niet juffer."
+
+"Kun je dát niet? Goeje hemel!--Roep mevrouw Van Hake."
+
+"Mevrouw Van Oake roepen? Best juffer."
+
+"Hier! Hoor eens Gerritje."
+
+"Juffer?"
+
+"Weet je wel tegen wie je spreekt?"
+
+"Joawel, tegen _oe_ juffer."'
+
+"Dan zou ik in 't vervolg behoorlijk _mevrouw_ zeggen hoorje; de
+mevrouw hier in huis is de vrouw van dokter Helmond.--Versta je me?"
+
+"Joawel, doof bin ik niet juffer, iens geheel niet.--Alsdat ik mevrouw
+Van Oake zou roepen, niewoar juffer?"
+
+"En, en.... en.... dat je tegen mij niet meer juffer zult zeggen,
+maar _mevrouw_!"
+
+"Bestig ma-juf-vrouw."
+
+
+
+"Goeje morgen lieve Eva, heb je me geroepen? Is er 't een of ander
+waarmee ik je helpen kan?" vraagt mevrouw Van Hake, die vriendelijk
+groetend binnentreedt.
+
+"Morgen mevrouw. Och ja, wilt u alsjeblieft hier eens omwasschen? 't
+Is laat geworden; ik wou me kleeden voor de koffie. Helmond komt om
+twaalf uur weer thuis."
+
+"Omwasschen?" herhaalt mevrouw Van Hake, en moet zich geweld doen om
+een zekere ontroering te verbergen.
+
+"Ja," zegt Eva: "dat kleine boerenperceel kan noch het een noch het
+ander. Dát is toch geen meid voor mij zou ik denken."
+
+"Misschien niet heelemaal Eva; maar met geduld...."
+
+"Ja maar, neem me niet kwalijk, om nu idioten op te voeden dat laat
+ik aan de liefhebbers over. Misschien is het extra dom van me, maar
+tusschen een boer of boerin en idioten zie ik geen onderscheid."
+
+"Wou je graag dat ik dit van morgen eens voor je omwaschte, Eva?"
+
+"Och ja; wil je?"
+
+"... Eva... ik ben... ik had gehoopt..."
+
+"Och mijn beste mevrouw, ik weet niet wat je bedoelt, maar als er
+iemand is die op dingen heeft gehoopt die niet gebeurd zijn, dan,
+geloof me, ben _ik_ het.--Hebt u een reis gemaakt na uw trouwen?"
+
+"Ja Eva, _Van Hake_ was _óók dokter_."
+
+"Dat weet ik. Hoe lang bent u uit geweest?"
+
+"We waren veertien dagen uit en thuis. Och ja, eerst gingen we...."
+
+"Veertien dagen! Zieje!--Zoudt u, als je man gezegd had "we moeten
+om zaken met den vierden dag naar huis," niet de scha hebben willen
+inhalen zoodra die zaak was afgedaan?"
+
+"Ik weet waar je op doelt Eva. Maar luister eens: als je brave
+verstandige Helmond het nu minder goedkeurt om in de gegeven
+omstandigheden aanstonds weer op reis te gaan, zou het dan van zijn
+vrouwtje niet verstandiger wezen om...."
+
+"Mevrouw Van Hake," zegt Eva zich verheffend: "van uw lessen, hoe
+goed ook gemeend, zou ik nu liefst verschoond blijven. Ik ben de jonge
+juffrouw _Eva_ van vroeger niet meer. Sedert was ik lang in Den Haag,
+en nú ben ik _Mevrouw Helmond_. Men dient hier in huis toch te weten
+wie het hoofd is,--zoo dunkt me!"
+
+Na deze woorden verlaat Eva haastig de kamer. De weduwe, die reeds
+het haar opgedragen werk had aanvaard, weerhoudt de tranen niet die
+haar opwellen in de oogen, terwijl ze hoofdschuddend, de jonge vrouw
+ziet verdwijnen. Ofschoon zelve een paar malen gevoelig door Eva's
+woorden gekrenkt, vervult haar nu toch een andere smart. O, wat ze
+in stilte wel eens heeft vermoed, dat werd voor haar in de weinige
+dagen dat Helmonds echtgenoote onder het altijd zoo vreedzame dak
+verkeerde, reeds zekerheid: de goede dokter zou met die vrouw niet
+gelukkig wezen; en de dagen, die de bedroefde weduwe nog in de woning
+van den weldoener zal doorbrengen, zijn zeker geteld.
+
+Terwijl de doktersweduwe het werk verricht dat dienstbodenwerk
+moet heeten wanneer het zóó wordt opgedragen; terwijl ze afwascht,
+en weder gereedzet, en de tranen gedurig langs de wangen rollen,
+is Eva in haar onrustige stemming naar haar slaapkamer gegaan. Daar
+gekomen blijft ze eensklaps staan. Met één oogopslag ziet zij welk een
+verandering er heeft plaats gehad, sedert ze een paar uur geleden die
+kamers verliet. Een keurig frisch-groen behangsel met nette kwasten
+is er om den hemel van haar echtkoets gehangen.
+
+In weinige seconden was Eva beneden, en bevond ze zich in de voorkamer
+der suite, die het uitzicht op den wal heeft. Zie, 't was er donkerder
+geworden, maar waarlijk ja, daar hingen ze ook, de nette overgordijnen,
+met zorg geplooid en ongebonden.--Dat stond goed, ja dat stond heel
+goed; dat gaf waarlijk iets salonachtigs; iets niet-communs.--Wat is er
+ook burgerlijkers te bedenken dan ramen zonder meubelgordijnen.--Jawel,
+ze zijn zóó heel _heel_ ordentelijk, besluit Eva, terwijl ze de nieuwe
+gordijnen nog eens op een afstand en dan van nabij beschouwt.--'t
+Is aardig; dat moet mevrouw Van Hake van morgen gedaan hebben na 't
+ontbijt.--'t Is eigenlijk toch een goed mensch. Een beetje saai. Maar,
+och lieve hemel, wie zou er ook in Romphuizen _niet_ saai worden. Ja
+waarlijk, ze heeft erg veel liefs.... Zie, daar staat dat mooie
+zilveren beeldje onder 't stolpje ook nog. 't Was eigenlijk een mal
+cadeau; je kondt er een voltaire of zoo iets voor gehad hebben, maar,
+'t bewijst toch dat ze een goed hart heeft. Ik geloof dat ze me die
+kleine terechtwijzing een klein beetje kwalijk nam; misschien omdat ze
+juist was bezig geweest met me een verrassing te bezorgen. Nu ja, maar
+men moet toch begrijpen wie hier in huis nummer één is. Zedenpreeken
+aan te hooren van menschen, die men letterlijk en zonder eenige
+verwantschap 't genadebrood geeft; nee nee, daar bedanken we voor;
+en.... Maar ze staan heel netjes die gordijnen. Och hemel, ik liet
+de goeje sloof nog omwasschen ook; misschien was ze daar ook wel wat
+knak over. 't Zou me toch spijten indien ik haar leed had gedaan....
+
+Een geruimen tijd stond Eva nog in de voorkamer, straks met de
+hand nog op haar boezem. Er was strijd daarbinnen: Nee ja, nee
+ja.... nee.... ja! En--nu is ze voort; bij de deur der ontbijtkamer
+aarzelt ze nog, maar, tóch gaat ze erbinnen.
+
+Een laatste overwinning heeft er plaats; en dan, dan vat ze eensklaps
+de oude dame, die Eva met blijde verbazing beschouwt, vertrouwelijk
+bij de hand, en zegt:
+
+"Als ik een hard woord heb gesproken, lieve mevrouw, och wil het
+mij dan vergeven; u waart zoo goed en hebt alweer zooveel moeite
+gedaan. Och, ik was ondankbaar...."
+
+"Spreek zoo niet.... mevrouw Helmond. Ik gevoel...."
+
+"Zeg dan Eva, _Eva_! Immers straks nog was ik onverstandig als een
+kind? Vergeef mij dan als ik u leed heb gedaan! Uw tranen maken
+mij beschaamd."
+
+Juist op het oogenblik dat Eva de oude dame een zoen op de wang drukt,
+treedt Helmond de kamer in:
+
+"Ei ei, zóó mag ik het zien," zegt hij met blijde verrassing:
+"dat is nu een zoen, die mij niet jaloersch zal maken.--Maar hoe,
+ik zie tranen? Is er iets dat u bedroefd heeft mevrouw...?"
+
+"Men kan immers ook schreien beste dokter," antwoordt de weduwe met
+innige ontroering, "als het hart weldadig wordt aangedaan."
+
+
+
+
+
+
+
+DERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Op den avond van dienzelfden dag zijn de weduwe Van Hake en haar
+zoon in het schemerdonker bijeen. Mevrouw Van Hake zit in haar
+leunstoel. Men ziet van haar niet veel meer dan 't wit van haar muts
+en het wit der breikous, waaraan zij met ijver werkt, 'tgeen aan het
+rusteloos naaldengetiktak te hooren is.
+
+Thomas, met den rug naar het venster gekeerd, is in massa wel
+zichtbaar, maar zijn goedaardig doorgaans vroolijk gelaat is
+nu--natuurlijk--zoo zwart als de nacht.
+
+"We willen er dan maar 't beste van hopen moedertje, en ik beloof
+je vast er geen woord van te zullen spreken; maar, neem me niet
+kwalijk, den eersten keer dat ik weer merk dat ze u voor haar _meid_
+aanziet...."
+
+"Stil stil beste Thom, wie heeft dat gezegd, ik...."
+
+"Nee, dat hebt u niet gezegd, maar wij beiden hebben het bemerkt
+moeder; en ik herhaal het: den eersten keer dat zij u op de een
+of andere wijze weer durft krenken, dan ... ja, dán moet het maar
+uit zijn!"
+
+"Lieve Thom, 't is zeker je goeje hart dat daar spreekt, maar je hebt
+me immers moeten toestemmen dat óók de jonge mevrouw getoond heeft
+een goed hart te bezitten; en daarom, wie weet...."
+
+"Nu ja moedertje, maar goeje harten hebben alle menschen. Gisteren
+hoorde ik nog van een zekeren mijnheer vertellen: dat hij gedurig
+zijn vrouw sloeg, maar anders au fond een _heel goed hart_ had."
+
+"Eva heeft zich illusies gemaakt Thomas. De reeds lang loopende
+Kippelaans-praatjes: dat Helmond voor liefhebberij praktizeert; dat
+hij van den schatrijken oom zooveel geld kan krijgen als hij verlangt;
+dat de generaal het mooie huis op de markt voor z'n neef zou koopen,
+dat alles heeft haar al wat hooger opgewonden dan goed was. Zoolang wij
+Eva kenden was zij hooghartig, en we weten ook dat ze thuis--vooral
+sedert haar terugkomst uit Den Haag--door haar familie als een halve
+godin werd gediend en ontzien. Wellicht heeft dat ziek-zijn er toe
+bijgedragen; en later toen ze met dokter Helmond geëngageerd was,
+toen is het er zeker niet op verbeterd. De goede dokter, die haar
+zoo liefheeft, mag haar mede wel een beetje bedorven hebben."
+
+"Mijn beste moeder weet altijd de verschoonende zij van een karakter
+op te sporen; maar...."
+
+"We willen nu liever zwijgen over dit punt beste Thom. Ik heb heden
+meer hoop voor de toekomst gekregen; en vergeet het niet, dat we
+uit dankbaarheid voor onzen lieven dokter toch wel wat geduld mogen
+hebben."
+
+"Tot het uiterste moeder! Ja! maar ze moeten van ú afblijven! bij
+God! of anders...."
+
+"Stil kind, stil! Maar bedenk dan ook dat je moeder nevens haar wensch
+om _jou_ gelukkig te zien, er geen grooter heeft dan om hier onder
+dit vreedzaam dak, op de plaats waar ze je braven vader zag werken
+en lijden, haar dagen te eindigen, en het hoofd neer te leggen,
+het oog gericht op een betere toekomst."
+
+De massa, die Thom moest wezen, had zich verplaatst, en men zag nu
+niets, volkomen niets meer in de huiskamer der Van Hakes. Toch, als
+men scherp keek, dan zag men nog een _grauwe_ vlak--die mevrouw Van
+Hakes muts moest wezen--zich zeer terzij bewegen, terwijl men niet
+langer het getiktak der breinaalden, maar een zoet geluid vernam,
+het bewijs der innigste liefde tusschen moeder en zoon.
+
+Uit een eerst bijna onhoorbaar gemurmel worden in 't eind verstaanbare
+klanken geboren. Zacht fluisterend klinkt het nu:
+
+"Jawel Thom, jawel!"
+
+"Nee moeder; nee....!"
+
+"Er _moet_ wel iets wezen Thom; je waart in den laatsten tijd niet zoo
+vroolijk als anders. 't Is waar, je hadt veel te doen; en dan de dood
+van mijnheer Donerie; je dagelijksche orgel-oefeningen in het vroege
+morgenuur; de zorgen voor moeders toekomst.... ja, ik weet het wel;
+maar, is er dan niets, niets anders, dat....?"
+
+Alsof Thom nog vreesde dat men in 't donker, _wit_ van _rood_ kon
+onderscheiden, dook hij met den blonden krulkop achter moeders hals,
+en terwijl hij--op den arm van haar leunstoel gezeten--haar middel
+omvatte en haar zoo een zoen in den hals gaf, sprak hij een oogenblik
+later zeer zacht, maar toch schijnbaar luchtig:
+
+"Wil ik je eens een vertelseltje doen moeder? 't Is heel kort:
+D'r was eens een boerenjongen en een koning; en de koning had een
+dochter; en de boerenjongen was een gek. Toen de koningsdochter van
+'t paard was gevallen en de boer haar naar 't paleis had gereden,
+toen vroeg hij de koningsdochter tot vrouw."
+
+"En....?"
+
+"Nou is 't uit moeder."
+
+"Hoe meen je? Ik begrijp niet....?"
+
+"Ik heb u immers gezegd moedertje, dat die boerenjongen een _gek_ was."
+
+Hoor, daar klonk de schel der apotheekdeur.
+
+In één oogwenk was Thom óp, en ter kamer uit.
+
+"Hoe vaarje; hoe vaarje?" Klinkt een stem den komenden provisor tegen:
+"Altijd wél geweest? 't Is hier drommels donker. Ik heb immers 't
+plezier dokter Helmond te zien?"
+
+"_Je plezier van zien_ kan zoo groot niet wezen, menheer Kippelaan;
+maar wacht, ik zal even de aptheek-lamp aansteken. U moet immers in
+de aptheek zijn?"
+
+--O! ah zoo menheer Van Hake, ben u het! Verrukt je te
+zien.... of.... je zoo straks te zullen.... enfin! Mama
+welvarend? Komaan, dat doet me ontzettend veel plezier. Al gehoord dat
+je mama laboreerde. Zondag niet in de kerk geweest. Dokter welvarend
+en 't jonge vrouwtje? Allerliefst lief vrouwtje, allerliefst! Altijd
+een charme van me geweest. Entre-nous gezegd, bepaald vues op gehad;
+maar zwak, niet gezond. Tenminste.... die ziekte waar ze mee uit
+den Haag kwam, toen dacht ik: prudent! Voel-je? En ik wachtte; maar
+tusschentijds is dokter gekomen. Enfin, even goeje vrinden. Je weet
+Van Hake, dat we om zoo te zeggen boezemvrinden zijn, en dus...."
+
+"Moest u dokter hebben, menheer Kippelaan?"
+
+"Chut, chut, amice. Je begrijpt wel dat ik mijn reden heb waarom ik
+hier _achter_ inkom. Mijn vriend Helmond wilde ik spreken; jawel,
+maar chut! in een teere zaak; heel teere zaak; en dáárom.... A propos,
+je hebt witte drop, _wit_? Klaar hé?"
+
+"Jawel.--Verkouden menheer Kippelaan?"
+
+"Ik, nee nee, pardon, nee, maar er is iemand die.... Enfin, ik wou
+wel graag een pond witte drop hebben.... mijn neef de professor is
+vóór witte drop; bepaald!"
+
+Van Hake ondanks zich zelven lachend:
+
+"Een pond....!?"
+
+"Jawel, of tenminste een groote quantiteit, en dan in een prachtdoos;
+iets énorms--zóó zieje, van die hoogte bijvoorbeeld. Och entre-nous
+menheer Van Hake, jij bent de eenige aan wien ik 't zeggen zou, maar
+'t staat alles in 't nauwste verband. De reden waarom ik eigenlijk
+hier kom is een gezondheidsinformatie. Is.... isse dokter vandaag op
+_De Zonsberg_ geweest?"
+
+"Dokter is er op 't oogenblik met zijn vrouw."
+
+"Op 't oogenblik, och-kom, dus niet thuis? Ojee!...." Eensklaps
+komt hij den provisor, die nog voor de toonbank staat, terzij; omvat
+met zijn beide handen Van Hakes rechter-onderarm, karnt er met een
+geweldige hartelijkheid mee op en neer, en vervolgt: "Ik vertrouw je
+menheer Van Hake; je bent iemand in wien ik fiducie heb, en bovendien
+_ik dank je_, jawel ik dank je; want ik heb verplichting aan je,
+groote verplichting; parole!"
+
+"voorzichtig menheer Kippelaan, je zult zwarte handen krijgen want
+mijn jas...."
+
+"Niemendal m'n vriend, niemendal;" zegt Kippelaan, ofschoon hij Van
+Hake loslaat, die zich nu met een snelle wending achter de toonbank
+verschanst.
+
+"Je hebt meer voor me gedaan dan ik zeggen kan," herneemt Kippelaan:
+"We zijn hier veilig niewaar?" Hij ziet naar de openstaande gangdeur,
+doch zonder eenige beweging te maken om haar dicht te doen: "Enfin, op
+den dag toen mijn geliefde vriend Donerie 's-avonds gestorven is, toen
+ben je 's morgens bij baas Krul geroepen niewaar? En een uur later toen
+heb je iemand, een zeker iemand, compris, met een _vigilante_ naar een
+zeker landgoed gebracht.... Vatje? Jawel, je vat me.... hé? De generaal
+heeft het die domme timmermansfamilie zeer _zeer_ kwalijkgenomen dat
+ze haar als 't ware gedwongen hadden naar boven te gaan, blootgesteld
+aan een tooneel dat haar bijna van schrik den dood op het delicate
+lijf heeft gejaagd. Ze was geheel van zich zelve niewaar?"
+
+"U spreekt van.... juffrouw Van Barneveld?"
+
+"Chut! chu.... u.... ut, mijn beste vriend. Enfin, wie zou ik
+anders bedoelen. Jawel, onder ons, ik spreek van Jacoba, en ik
+ben òvergelukkig dat het toeval mij u, en niet dokter Helmond deed
+vinden. Je hebt haar op dien morgen gezien, geobserveerd, ge.... enfin
+door je uitmuntende zorgen haar in 't leven behouden. Merci, waarachtig
+Van Hake, van harte merci!"
+
+Kippelaan tastte over de toonbank naar handen, die echter niet voor
+den dag kwamen. Weer omziende: "Nu is het alleen maar de vraag
+of het.... toevallen zijn of niet....? Men zegt dat ze toevallen
+heeft. Men zegt! maar men zegt zooveel. Geen verschijnselen--je weet
+wel.... op den mond niewaar? Mijn neef de professor...."
+
+"Zijn ze razend! roept Thomas: "daar is niets _niets_ van waar," en hij
+voegt er nog een krachtige bestrijding bij. Die malle Kippelaan was
+anders wel instaat om te gaan rondventen dat juffrouw Van Barneveld
+de vallende ziekte had, en als zijn zegsman den intiemen _Van Hake_
+te noemen.
+
+"Merci, merci hoor!" valt Kippelaan uit: "Ik was er zeker van;
+'t was de schrik, de agitatie. Débiel gestel niewaar? Niet vrij
+van een weinigje aamborstigheid. Goed geobserveerd; jawel! Ik kom
+er tegenwoordig aan huis. De beide laatste keeren háár echter niet
+gezien. Débiel gestel. Na die scène zou 't haar te veel schokken.... 't
+Heet nu verkouden; vooralsnog moet ik haar excuseeren. Versta je,
+vooralsnog!"
+
+"Aha, dus bestaan er plannen?" zegt Thomas nu tamelijk laconiek,
+ofschoon hij zich zonderling voelt geslingerd tusschen uitbundig
+lachen en "afranselen"!
+
+"Chut, _chuuuut_! Plannen, ja ja. Ben ik te rond geweest,
+te openhartig, zeg? Ja, ik ben te rond. Maar enfin,
+ik ben die ik ben. Zieje, ik moest zekerheid hebben; ik
+wilde.... e.... e.... e.--Geen aanleg voor.... tering?"
+
+"Watblief?"
+
+"Een idee: een invallend idee. Ik heb een huwelijk gekend dat
+werd vernietigd door die fatale ziekte. Enfin, vooruit kunnen
+weten. Maar--zou je denken? aanleg?"
+
+Van Hake heeft onwillekeurig den stamper uit den grooten vijzel ter
+hand genomen, en krijgt nu sterke aanvechting om "dat heer de tanden
+uit den mond te slaan".--Zeer laconiek klinkt echter zijn antwoord:
+
+"Om dát heel zeker te weten, menheer Kippelaan, zou ik neef den
+professor eens laten komen."
+
+"Maar.... maar m'n beste vriend, hoe zou die....? Ja! wat zijn
+capaciteiten betreft; maar hoe zou ik neef bij juffrouw Coba kunnen
+zenden om haar borst te kunnen onderzoeken.--Doch niewaar, als er
+iets van aan was, dan zoudt u en mijn vriend Helmond het weten. Zie
+'t was een idee. Ieder mensch heeft zoo zijn aanleg voor eenige kwaal."
+
+"Welzeker," bevestigt Thomas: "zooals men bijvoorbeeld veeldenkende
+en alles onderzoekende menschen wel eens naar 't krankzinnigenhuis
+ziet marcheeren."
+
+"Och-kom!" zegt Kippelaan, terwijl hij onwillekeurig naar zijn hoofd
+tast. En dan op eenigszins kalmer toon, herhaalt hij zijn innigsten
+dank voor de allerbelangrijkste inlichtingen. Mijnheer Van Hake
+zou toch moeten toestemmen dat men op _zijn_ leeftijd--om en bij de
+dertig--eenigszins met verstand moest te werk gaan. Dood in vertrouwen
+gezegd was er toch bovendien 't een en ander, dat.... enfin--Van Hake
+zou er wel alles van weten.
+
+Terwijl Van Hake, peinzend op een afdoend middel om dat individu kwijt
+te raken, half gedachteloos ontkent, verwringt Kippelaan zijn gelaat
+tot zulk een uitermate geheimzinnig en vertrouwelijk knipoogje, dat
+Thom toch met een weinig meer belangstelling zijn ontkenning herhaalt.
+
+"Niet!" zegt Kippelaan: "weet je niets van die verstandhouding tusschen
+den generaal en.... jawel onzen vriend, je uitmuntenden patroon?"
+
+"Verstandhouding?" zegt Thomas opziende.
+
+"Ja ja! alles behalve wenschelijk. Uit een goede bron. Watblief? Weet
+je van niets? Ik zou 't aan niemand vertellen, maar aan u, die
+me drievoud verplichtte...." En Kippelaan vertelde nu in 't diepst
+geheim--Van Hake was reeds de zesde vertrouweling--'tgeen hij volgens
+zijn verklaring uit een goede bron vernam, maar inderdaad op dien
+avond, onder den eik en onder het raam van Van Barnevelds kamer heeft
+afgeluisterd. 't Was buiten twijfel, verzekerde Kippelaan--die slechts
+de luidst gesproken woorden heeft kunnen opvangen--dat de generaal in
+'t geheel niet zóó met den neef was ingenomen als men dat meende. Nog
+op den avond vóór zijn huwelijk, had hij hem in hevige woede, terwijl
+hij somtijds als razend de tafel door vuistslagen deed dreunen, zijn
+gebrek aan eerbied en onderdanigheid verweten, terwijl hij hem met
+geheele onterving had bedreigd indien hij daarin geen verandering
+bracht.
+
+Van Hake was nog te zeer onder den indruk van die eerste zotte
+informaties naar Jacoba's gezondheid, dan dat hem deze laatste
+mededeeling ernstig kon treffen. Al wist hij niet dat dit geheele
+verhaal op een misverstand steunde, dewijl die toorn van den generaal
+immers geenszins den geliefden neef maar wel diens broeder Philip
+had gegolden, zoo hield hij de gansche geschiedenis toch aanstonds
+voor een "Kippelaans-praatje" en, ofschoon hij ook nu nog met zijn
+vroegere belhamels-natuur te strijden had, en dien babbelaar zeer
+gaarne een paar blauwe oogen zou hebben geslagen, zoo riepen hem nu
+al de etiquetten der groote medicijnflesschen toe: dat hij hier zijn
+verstand moest bewaren, en 't allerminst in de apotheek van zijn
+goeden patroon een dwaasheid mocht begaan.
+
+Hoe 't zij, toen Kippelaan ongeveer een kwartier later, maar zonder
+zijn wit drop, uit Helmonds apotheek in de donkere straat kwam, toen
+mocht hij wel van geluk spreken, zonder kleerscheuren van achter
+die toonbank te zijn weggekomen. In 't eind toch was hij Van Hakes
+verschansing binnengedrongen, en, terwijl hij de hand had vermeesterd,
+waarin Thom den stamper hield, en er vol innigheid mee op en neder
+karnde, verzocht hij "rondement" aan zijn besten vriend, om--met het
+oog op iets zeer "kortafs" van den generaal, hem een enormen dienst
+te willen bewijzen. Van Hake zou wel begrijpen wat hij bedoelde,
+en--nietwaar, de beste vriend was juist de persoon om zoo eens te
+polsen, want, sedert den morgen dat mijnheer Van Hake juffrouw Jacoba
+van baas Krul naar _De Zonsberg_ bracht, is hij immers een paar malen
+zeer welwillend door den generaal ontvangen.
+
+Ja, indien Kippelaan had geweten wat daar omging in Van Hakes borst,
+dan mocht hij wel van geluk spreken--althans betrekkelijk--zoo
+heelhuids uit die apotheek te zijn weggekomen, want, zelfs de zware
+vijzelstamper, die hem eensklaps--voorzeker onwillekeurig door
+den provisor losgelaten--op den voet is gevallen, die stamper had
+hem slechts weinig geraakt, tenminste 't had niets te beteekenen;
+o niets! nee--heusch.... tenminste.... Bonsoir!
+
+
+
+
+
+
+
+
+VEERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Zooals reeds gemeld werd, bevinden Dokter Helmond en zijn vrouw zich
+dienzelfden avond op _De Zonsberg_. Des morgens aan de koffietafel,
+heeft er inderdaad--en bijna voor 't eerst--een helder zonnetje
+in de huiskamer van het jonge echtpaar geschenen. Eva, door het
+voorgevallene met mevrouw Van Hake, en wel door de overwinning,
+die zij op zich zelve behaalde in een mildere stemming gebracht,
+heeft haar echtvriend met een zachten handdruk nog eens de stellige
+verzekering gegeven, dat ze niet meer zou denken over 'tgeen voorbij
+was, terwijl zich dan alles voortaan wel schikken zou.--Ja, zij wilde
+wel gaarne haar best doen om met _alles_ zóó tevreden te zijn als
+ze het van den beginne afaan met haar _geliefden_ man is geweest;
+maar, August kon toch niet verlangen dat zij speelde op een piano,
+die geheel en al dof en ontstemd van de vocht was, en dat zij haar
+stem bedierf door te zingen in kamers als deze, waar men den zolder
+op den neus had, terwijl het klonk als katoen....?
+
+--Nee natuurlijk.
+
+--Hij kon toch niet verlangen dat zij veinsde en mooi en goed vond
+wat haar hinderde....?
+
+--Nee, dat sprak vanzelf.
+
+Nu ja, voor 't oogenblik was Eva dan ook heel tevreden. En, weinige
+oogenblikken later, toen die heerlijke verrassing haar was geworden,
+toen een waarlijk kostbare ovale spiegel in huis gebracht en in de
+salonkamer was opgehangen, toen stond het vrouwtje weldra met haar
+August in de teederste omhelzing ervoor, en vertrouwden die beiden
+volkomen het fraaie Fransche glas 'twelk hun toeblonk en zei: dat ze
+niet slechts waren een knap, maar ook een hoogstgelukkig paar.
+
+--Maar dat geluk, neen, het kon immers niet zoo innig, niet zoo
+blijvend wezen, indien daar in de naaste omgeving iets was, 't welk
+Eva telkens opnieuw moest hinderen wanneer zij eraan dacht.
+
+En Helmond heeft ook nu weer zijn vrouw gelijk moeten geven. Ja,
+'t was een onaangename verhouding tusschen hen en _De Zonsberg_. De
+korte vrij stijve visite, die oom met tante Hermine aan de jongelieden
+heeft gebracht, kon niets goedmaken en heeft volstrekt geen licht
+gegeven waarom men Eva van _De Zonsberg_ zocht verwijderd te houden,
+terwijl Jacoba zich toch altijd, wanneer het te druk werd, op hare
+kamer terugtrekken kon.
+
+_'t Een of 't ander is waar_, heeft Eva beweerd, óf oom Van Barneveld
+en tante Hermine hebben een overdreven zorg voor Coba--misschien een
+zorg die eer nadeelig dan goed voor haar is, óf--en Eva heeft hier
+sterk op gedrukt--of oom Van Barneveld toonde maar al te zeer, dat
+hij was 'tgeen zij reeds vroeger gevreesd heeft: haar tegenstander,
+haar vijand, hoewel ter wille van den geliefden neef, een vijand met
+het zwaard in de scheede.
+
+--Neen, dit laatste was onwaar, heeft August gezegd. Het verzoek van
+oom is--hij moet het bekennen--zeer _vreemd_ geweest; maar indien
+Eva oom Van Barneveld kende zooals hij, dan zou ze begrijpen hoe hij
+tot zoo iets gekomen is. Oom mag soms zijn opinies hebben en iets
+zonderlings, maar Eva's vijand--August weet het beter, zijn woord is
+er haar borg voor--haar _vijand_ is hij niet.
+
+Indien dit dan waar was--en Eva wilde haar lieven man gelooven--dan
+zou men nog dezen namiddag naar _De Zonsberg_ gaan om zekerheid te
+bekomen. In geen geval handelde men tegen ooms verlangen indien men
+er heden heenging, want, juist vandaag is het een week geleden dat
+oom zoo beleefd was te verzoeken: of Eva haar bezoek nog een acht
+dagen wilde uitstellen.
+
+En, August heeft toegestemd.
+
+'t Was ruim zeven uren toen dokter Helmond en zijn vrouw het groote
+ijzeren hek van _De Zonsberg_ binnenstapten en het breede gazon
+omgaande, de hooge stoep van het deftige landhuis, ofschoon langzaam,
+naderden. Nog nooit had Helmond een zoo beklemd gevoel als in deze
+oogenblikken. Hij, de anders zoo kloeke, handelende man, hij gevoelde
+zich temoede als een schoolknaap, die den meester onder de oogen
+zal treden van wien hij een welverdiende berisping verwacht. Neen,
+'t was nog een ander gevoel.... Hij kon er geen naam aan geven. 't
+Was hem schier alsof dat welbekende huis, 'twelk hij aan de zij van
+een teerbemind vrouwtje zal binnengaan, een vreemd en vijandig terrein
+voor hem geworden was; een vesting die hij bij verrassing verschalken
+moet. En, de kracht van den bevelhebber dier vesting is hem bekend.
+
+Of het geknoerp en gekraak van hun schreden in het zware kiezelzand
+Helmond een geregeld denken belet, althans in dezen stond heeft hij
+geen helder bewustzijn van zijn verhouding tegenover den.... geliefden
+pleegvader, en een oogenblik zelfs beschuldigt hij zich van zwakheid
+en al te groote onderdanigheid, omdat hij zijn vrouwtje gaat wagen
+aan een mogelijke koelheid van den man die--Eva heeft waarlijk
+gelijk--haar niet volkomen genegen is; die van den beginne afaan een
+trotsche houding tegenover de familie Armelo had aangenomen, en de
+kleine zoo verschoonbare ijdelheden van een prachtig en talentvol
+meisje steeds in het ongunstigst daglicht heeft geplaatst. Ware
+het niet beter geweest indien hij die kinderlijke onderdanigheid en
+terughouding, terstond na de tehuiskomst van Parijs, had laten varen,
+en met gepaste vrijmoedigheid zoowel ten opzichte van Jacoba als
+van Eva, zijn meening blootgelegd en opheldering gevraagd had? Ook
+tegenover den oom had hij behooren te zijn 'tgeen hij elders is:
+kordaat en onafhankelijk. Het gold Jacoba's gezondheid in de eerste,
+het gold zijn huiselijk geluk in de tweede plaats.
+
+--Oom, indien gij Jacoba spoedig wilt zien herstellen dan moet ik haar
+geheel als mijn patiënt behandelen, anders sta ik u voor de gevolgen
+niet in.
+
+--Oom, indien gij tegen mijn Eva zijt ingenomen, en niet van plan
+om haar de vriendschap en hartelijkheid te betoonen, zooals ik die
+steeds van u ontvangen mocht, dan is het beter dat wij elkander niet
+meer zien, want, ofschoon ik u eeren zal en lief hebben zoolang ik
+leef,--man en vrouw zijn één.--Zie, zóó had hij behooren te spreken;
+of althans in dien geest. En nu, is het niet onvoorzichtig dat hij
+zijn Eva met hare grieven, laat komen voor den man, die wel eens
+een zeer hoogen toon kon voeren, die niet gewoon is zijn minder
+gunstig oordeel te verzwijgen, en vooral niet wanneer men zich op
+een hoogte tegenover hem stelt, of--zij het op zachte wijze--hem ter
+verantwoording zou willen roepen?
+
+--En is August dan zeker dat Eva geen woord zal spreken 't welk
+den oom.....?
+
+"Nee, nóg niet," zegt August snel, terwijl Eva's voet reeds de
+onderste stoeptrede drukt: "Wacht, laten we liever nog eens hier om
+het huis naar den achterkant gaan. 't Is daar zoo'n heerlijk plekje,
+en.... mij dunkt, nú vooral...."
+
+Eva ziet hem vragend aan. Zij bemerkte terstond dat het August geen
+ernst met dat "heerlijke plekje" is; dat hij iets anders in 't schild
+voert; dat hij aarzelt die stoep op te gaan.
+
+"Is er zwarigheid August? Ik dacht dat oom mij zoo liefhad; ik meende
+dat je woord mij daar borg voor was. Hoe nu....?"
+
+"Welzeker Eva, zeker! Maar ooms zorg voor Coba! Oom is goed, uitermate,
+maar...."
+
+"Maar.... hij heeft aan _mij_ den oorlog verklaard. Jawel, en daarom
+aarzel je nu."
+
+"Nee Eva."
+
+"Enfin, we zullen zien."
+
+En de huisschel klonk luid in de breede marmeren gang.
+
+Ofschoon Hendrik op uitdrukkelijk verlangen van mijnheer en mevrouw
+Helmond, hen eerst had aangemeld, zoo was er toch bij hun binnentreden
+op Van Barnevelds gelaat, terwijl hij langzaam opstaande het naderende
+echtpaar een paar schreden tegemoet ging, een uitdrukking te bespeuren
+als van iemand die niet recht weet wie hij de eer heeft.... te zien,
+of aan welke omstandigheid hij een onverwacht, maar daarom nog juist
+geen aangenaam bezoek is verschuldigd.
+
+"Eva had een groot verlangen om eens hierheen te wandelen oom, en als
+'t ware haar entrée op _De Zonsberg_ te maken;", zegt August terwijl
+hij den generaal de hand reikt, en vervolgt: "Nu toch de staat van
+beleg hier is opgeheven, konden wij er gerust aan voldoen. 't Was er
+heerlijk weer voor. Hoe gaat het oom?"
+
+Er was iets gekunstelds in den toon van dokter Helmond.
+
+"Dankje August.--Aha nicht, hoe vaarje?" zegt Van Barneveld en drukt
+Eva's hand die in keurig licht glacé is gesloten: "Ga zitten.--Tante
+Hermine is juist met Coba naar boven gegaan. Kh'm! Wat meende je met
+"staat van beleg"?"
+
+"Och.... u hadt immers te kennen gegeven dat het beter was indien
+Eva nog een acht dagen wachtte met hier te komen; en, daar die acht
+dagen nu juist om zijn...."
+
+"Ei zóó! heb ik acht dagen gezegd? Zoo!"
+
+"'t Was misschien uw bedoeling mijnheer Van Barneveld, dat ik...."
+
+August, vreezend dat Eva reeds terstond in vuur zal geraken, valt
+haastig in:
+
+"'t Was uw bedoeling dat we om Coba's ongesteldheid, vooreerst niet
+_al te druk_ zouden komen. Maar, nu alles zoo bijzonder naar wensch
+gaat, nu meende ik dat het zelfs goed voor haar zou wezen wanneer we
+ons eens tezamen vertoonden. Wat _mij_ betreft, ik verlang naar Coba,
+want de beide keeren dat ik in de verloopen week hier was, mocht ik
+wel heel aangenaam met u de plaats doorwandelen, maar mijn zusje zag
+ik niet, om redenen...."
+
+"Om zeer natuurlijke redenen August."
+
+"Ik moest ze billijken oom, tenminste als.... _broer_; maar, als
+_dokter_ niet."
+
+"We hebben datzelfde punt eergisteren op die wandeling met een enkel
+woord behandeld. Voor 't oogenblik acht ik het minder gepast. 't Is
+niet noodig je te zeggen dat ik je graag zie hierkomen; maar, indien
+het naar mijn overtuiging beter is dat Coba vooreerst in haar zeer
+dagelijksche omgeving blijft--terwijl ik er bijvoeg dat ze voor 't
+overige zeer _zeer_ wel is, dan, dunkt me, moest men niet aandringen
+op.... op ontmoetingen...."
+
+"Maar wie, wie dringt er....?" zegt Eva snel; doch August valt in:
+
+"Een misverstand oom; wij dringen daar volstrekt niet op aan,
+al zouden we 't gaarne wenschen. Is het uw bepaalde wil dat Coba
+vooreerst--vergun me de opmerking: tegen 't advies van haar dokter--in
+'t geheel geen menschen zien zal, dan moet dat gebeuren! dan blijven
+zelfs wij op den achtergrond, maar niewaar, als we 't vooraf doen
+weten, dan zijn we toch immers bij ú altijd van harte welkom?"
+
+"Dit is een vraag August, waarop geen antwoord behoeft. Zooeven heb
+ik nog gezegd dat ik je gaarne zie komen; maar...."
+
+"_Maar_.... menheer Van Barneveld," zegt Eva met kwalijk bedekte spijt:
+"wanneer de vrouw van den geliefden neef blieft thuis te blijven,
+niewaar?"
+
+"Beste Eva!" zegt August merkbaar ontsteld. En dan: "Ja ziet u oom...."
+
+Maar Van Barneveld begrijpt dat hij alles zeer goed heeft door_zien_
+en nog door_ziet_.
+
+Immers, bij alles wat hem vroeger tegen 't huwelijk van August met Eva
+Armelo heeft gestemd, kwam nu nog het pijnlijke, schier tot zekerheid
+geklommen vermoeden der laatste dagen, dat diezelfde schoone vrouw de
+oorzaak is van het zielelijden zijner eenige teergeliefde dochter.--Op
+lossen grond meent hij niet te oordeelen. Zuster Hermine heeft hem
+getoond dat zij als vrouw, scherper blik bezat om een meisjeshart te
+doorgronden, dan zelfs de vader die zijn kind van der jeugd afaan als
+zijn oogappel heeft bewaakt. Had hem ook reeds een heimelijke vrees
+vervuld, vooral op den morgen toen Coba zooveel bezorgdheid toonde dat
+de brief, dien zij aan August had geschreven, door hem--haar eigen
+vader--zou geopend worden; ach, toen zuster Hermine, nadat Coba
+stadwaarts was gegaan, hem een doormidden gescheurd papier 'twelk
+zij op Coba's schrijftafel vond, had doen lezen, toen.... toen heeft
+hij wel moeten gelooven dat een steeds met kracht verborgen en nu
+hopelooze liefde voor August, zijn Coba lijden, en, zoo God het niet
+verhoedde, verkwijnen deed. Immers in haar gejaagden toestand heeft
+zij, waarschijnlijk ter juistere uitdrukking harer gevoelens een eerst
+begonnen brief terzij gelegd, en verzuimd de regels te vernietigen,
+die hem nu gedurig voor den geest staan:
+
+
+"Beste August!
+
+"Altijd heb ik je liefgehad en vertrouwd als een dierbaren
+vriend. Sedert den dag van je vertrek had ik geen rustig uur. O,
+waarom heb ik niet gesproken op dien avond toen je mij zoo deelnemend
+ondervroeg....
+
+Och, waarom moest ik huichelen; waarom verbergen wat mij verteert...."
+
+
+Ja, de oude generaal--ofschoon hij ten deele op een dwaalspoor is
+geraakt--hij gelooft nu alles zeer duidelijk te doorzien. Welzeker:
+Hermine heeft gelijk. En al wil dan ook Coba zelve, de jonggehuwden,
+maar vooral August bij zich ontvangen, dat mag en kan vooreerst niet
+gebeuren. De zaak is van te teederen aard om er zelfs met Helmond
+anders dan zeer _zeer_ vanverre over te spreken; en, zal Jacoba leven
+en behouden worden, dan moet men gelijktijdig met het versterken van
+haar zenuwgestel, alles vermijden, wat nieuw voedsel aan dien droeven
+hartstocht zou kunnen geven.
+
+Na Eva's laatsten uitval heeft Van Barneveld niet zonder groote
+zelfbeheersching zijn kalmte bewaard. Zulk een toon verdraagt hij niet,
+van niemand! Slechts de herinnering aan het gebeurde met den jongsten
+pleegzoon, maar tevens een snel herdenken van 'tgeen hij sprak op den
+trouwdag; het besef bovendien dat Eva wel inderdaad eenige reden had
+om zijn ingenomenheid met haar te mistrouwen, en zich nu gekrenkt
+te gevoelen; dit alles, gevoegd bij een aangeboren hoffelijkheid
+tegenover de schoone sekse--en Eva was immers zeer schoon--deed den
+generaal nu zich zelf met kracht beheerschen. Schijnbaar kalm, doch
+niet zonder klem zegt hij:
+
+"Wanneer ik verzeker dat er voor de vrouw, die mijn neef gelukkig wil
+maken, een ruime plaats in mijn hart is, dan herhaal ik slechts wat
+ik vroeger sprak, en zou wel gaarne op mijn woord geloofd worden. De
+welgemeende zoen aan de vrouw van mijn pleegzoon op den dag van
+haar huwelijk gegeven, moest haar het bewijs zijn geweest van
+mijn.... welwillendheid."
+
+"Waarlijk oom, Eva is geheel van uw liefde overtuigd. Alleen de hooge
+prijs, dien zij op uw toegenegenheid stelt, deed haar zoo spreken,
+en daarom...."
+
+"En daarom wil ik haar dan ook alleen maar vragen August: of het
+voortaan tusschen ons "mijnheer Van Barneveld en mevrouw Helmond" of
+"oom en nicht" zal wezen?"
+
+Voor Eva's muzikaal gehoor heeft de toon waarop de oude generaal
+daar sprak, niets welluidends gehad noch iets dat haar roeren kon. De
+laatste terechtwijzende vraag heeft haar zelfs tamelijk schril in de
+ooren geklonken; nochtans voor dien uitdagenden blik, door de grauwe
+en zwaar vooruitkomende wenkbrauwen verdonkerd, slaat zij de oogen
+neer, en zegt:
+
+"De ongewoonte.... _oom_; men kan zich vergissen."
+
+"Ik begreep het Eva, en geloof dat we elkaar op den duur hoe langer
+hoe beter begrijpen zullen." Eensklaps zich tot August wendend:
+"Sedert gisteren heb ik besloten met Coba voor een paar maanden naar
+_De Godesberg_ te gaan. Dat besluit zul je wel goedkeuren niewaar?"
+
+"De koudwaterkuur heb ik zelf aanbevolen oom; maar...." August beziet
+schijnbaar zeer aandachtig de toppen zijner vingeren: "maar, zult u
+haar dáár zoo geheel kunnen isoleeren.... op een badplaats?"
+
+Van Barneveld, die op raad van zuster Hermine dit besluit had genomen,
+heeft niet berekend dat men hem aanstonds op deze inconsequentie
+betrappen zou. Zich gevangen te gevoelen en door eigen schuld,
+het maakt den ouden generaal korzelig--narrig! zooals hij het zelf
+zou noemen:
+
+"Ik meen dat men dáár zoowel als overal stil kan leven," zegt hij
+tamelijk kortaf, en dan tot Eva wier donkere kijkers hem in deze
+oogenblikken bepaald hinderen: "Wil je zoo goed zijn nichtje, de
+honneurs van het theeblad op je te nemen? mijn zuster schijnt nog
+wat boven te blijven."
+
+"Zou mevrouw niet terugkomen.... oom?"
+
+"Ik weet het niet; maar 't is acht uur geslagen."
+
+Of deze opdracht Eva aangenaam is valt moeielijk te bepalen. Vluchtig
+denkt ze nochtans aan den morgen en het gebeurde met mevrouw Van
+Hake. De parelgrijze handschoenen trekt ze schielijk uit, en voldoet
+aan ooms.... _bevel_.
+
+"En denkt u al spoedig te vertrekken?" vraagt August.
+
+"Dat zal van het antwoord afhangen. Dezen morgen heb ik erheen
+geschreven." Tot Eva, wier bewegingen hij onwillekeurig heeft gevolgd:
+"Ik geloof dat je de verkeerde bus hebt nichtje; in die grootere is
+de gewone thee, van de fijne doet Coba er tenminste gewoonlijk maar
+zeer weinig bij. We zijn onder ons."
+
+Deze oogenschijnlijk onbeduidende aanmerking klonk inderdaad wat
+vreemd uit den mond van den grijzen ex-generaal. August bracht
+haar echter onmiddellijk in verband met ooms vroegere opvatting
+omtrent Eva; en, heeft hij reeds gevoeld dat hun--of althans dat
+háár bezoek den oom geen welkom bezoek was, hij meent nu in die
+aanmerking een uit tegenzin geboren toeleg te zien om zijn Eva al
+dadelijk wat huishouden en zuinigheid te leeren. 't Was ongepast;
+'t was.... Maar neen, met de jaren kon zelfs een ex-generaal wel
+eens huishoudelijk worden. Oom meent het toch goed, al is hij door
+het onverwachte en niet gewenschte bezoek, al is hij om redenen, die
+August niet vermoeden kon, in een minder goede luim. Die aanmerking,
+zoowel als dat verzoek om thee te schenken, getuigt dat hij Eva als
+"eigen", als een lid zijner familie wil beschouwen.--Zijn vrouwtje
+vriendelijk toelonkend, zegt hij nu met eenige zelfoverwinning:
+
+"Je woudt oom zeker eens een heel lekker kopje schenken, niewaar Eva?"
+
+"Ik heb daar niet aan gedacht;" antwoordt Eva, over wier wang een
+snelle blos is gevlogen, en wat ze er zachter bijvoegt, gaat--gelukkig
+misschien--voor den oom verloren, want, Hendrik die mede licht
+binnenbrengt, heeft luide het bezoek aangekondigd van den majoor
+Kartenglimp.
+
+Van Barneveld fronst even de wenkbrauwen.
+
+Nog slechts weinige dagen geleden is hij heel toevallig met dien
+majoor Kartenglimp in aanraking gekomen. Bij een wandeling in het
+Hoenderveldsche bosch, op een afgelegen pad, heeft hij hem voor 't
+eerst ontmoet, en het vallen van een dooden tak, die, volgens den
+majoor, door het gevecht van een kraai en een lijster was afgebroken,
+en juist tusschen de beide wandelaars is neergekomen, heeft hen
+eenige woorden doen wisselen. Met de meeste belangstelling had de
+majoor toen aanstonds naar juffrouw Van Barneveld geïnformeerd,
+terwijl hij schier in één adem de bijzondere capaciteiten van Dokter
+Helmond heeft geroemd, dewijl hij hem--Kartenglimp--van een ernstige
+ongesteldheid zoo spoedig en radicaal genezen had.
+
+Van Barneveld heeft bij die ontmoeting in stilte een zeker leedwezen
+gevoeld dat een opvatting, een mindere sympathie voor 't uiterlijk
+van dien man, hem lomp heeft doen zijn, dewijl hij hem--volgens
+stadsgebruik--bij zijn komst in Romphuizen een visite had behooren
+te brengen, 'tgeen hij niet heeft gedaan.
+
+Dat Kartenglimp hem, zonder eenige gevoeligheid daarover te toonen,
+in dat bosch zoo beleefd en respectueus heeft toegesproken, 't moest
+den generaal wel aangenaam treffen. Immers hij werd toch te oud om zich
+door vooroordeelen te laten regeeren, of naar praatjes te luisteren,
+die waarschijnlijk in de kleinsteedsche sociëteit met de el waren
+uitgemeten. Inderdaad, die majoor was heel vriendelijk, en dewijl
+hij gezegd heeft dat hij bij zijn komst in de stad, als zooveel
+jonger in jaren en lager in rang, zeerzeker den generaal het eerst
+had behooren te complimenteeren, waaraan hij, beter laat dan nooit,
+nog gevolg hoopte te geven--zoo heeft Van Barneveld wel niet anders
+dan hoffelijk kunnen buigen, met de verzekering dat zijn bezoek hem
+zeer aangenaam zou zijn.
+
+Maar, nu kwam hij toch bijzonder ongelegen.... of neen, misschien had
+die komst juist nú haar nuttige zijde. De majoor scheen spraakzaam,
+en met Dokter Helmond is hij bijzonder ingenomen.
+
+Van dit laatste was August in 't geheel niet overtuigd. Twee malen na
+zijn terugkomst van de reis, heeft hij getracht den majoor te bezoeken,
+maar telkens was de patiënt niet thuis, en 'tgeen Van Hake hem heeft
+gezegd, en wat men later van Kartenglimps waardeering verhaald had,
+'t is niet geschikt geweest om hem van 's mans ingenomenheid met zijn
+persoon een hoog denkbeeld te geven.
+
+--Doch zie, 't bleek alweer dat men de woorden van een patiënt die wat
+bang voor vriend Hein is, niet al te letterlijk moest opvatten, en,
+dat de later uitgestrooide praatjes eenvoudig Kippelaanspraatjes zijn
+geweest. Althans nadat Kartenglimp mevrouw Helmond en den generaal
+begroet en naar de gezondheid van juffrouw Van Barneveld heeft
+gevraagd, drukt hij zijn dokter met warmte de hand. Met een klein
+excuus over "dat telegrafeeren", 'tgeen hij zegt volkomen juist door
+dokter te zijn opgevat en beantwoord--buigt hij nogmaals voor Eva,
+en terwijl hij haar, na een sierlijke geste, met de zeer belangrijke
+lotsverwisseling van harte gelukwenscht--iets, waarin hij vroeger door
+zijn ziekte is verhinderd geworden, en waarmee hij nu gemeend heeft te
+moeten wachten totdat de familie geheel op orde zou zijn--neemt hij
+toch alvast met veel genoegen deze bijzondere gelegenheid te baat,
+om zich ook in mevrouw Helmonds vriendschap ten zeerste aan te bevelen.
+
+Dat klonk heel anders dan Helmond verwacht heeft. Niet, dat al de
+mooie woorden van den majoor bij hem als _bewijzen_ van hartelijke
+belangstelling golden, terwijl Kartenglimps persoonlijkheid hem nooit
+bijzonder heeft aangetrokken, zoo kon het hem toch niet anders dan
+aangenaam zijn te mogen bemerken dat Kartenglimp niets tegen hem
+had, en, wat men van zijn grieven verhaalde, slechts uitstrooisels
+zijn geweest.
+
+Nu de majoor zijn excusen heeft gemaakt dat dit eerste bezoek een
+avondbezoek is, waarvoor hij echter verschoonende redenen bijbrengt,
+wordt de ontmoeting in het Hoenderveldsche bosch als de aanleiding er
+toe herdacht. De majoor beweert dat het waarlijk origineel is dat het
+vallen van een dooden tak moest meewerken om hem een lang verzuimden
+plicht te doen herstellen--althans voor zooveel dit mogelijk was--want
+ja, "ja waarlijk generaal," zoo besloot hij: "'t was mijn plicht als
+oud-militair om het eerst bij u mijn opwachting te maken.
+
+Van Barneveld beantwoordde deze herhaling van Kartenglimps beleefdheid
+met een welwillende geste, en wilde juist vragen of de majoor inderdaad
+_goed_ had gezien dat een kraai, telkens het nest van den lijster
+voorbijscherend, een sterken vleugelslag aan den wakkeren verdediger
+gaf, waardoor in 't eind het doode stuk tak moest zijn afgebroken;
+toen Eva, zich over het theeblad vooroverbuigend, zacht maar toch goed
+verstaanbaar de vraag tot hem richtte: of oom verlangde dat ze ook
+nu--met het bezoek van.... mijnheer!--maar alleen van de _goedkoope_
+thee zou gebruiken?
+
+Van Barneveld schijnt haar niet te verstaan, althans zonder te
+antwoorden wendt hij zich met zijn vraag--welke hem echter eensklaps
+geheel onverschillig is geworden--tot den majoor. Deze heeft met een
+oogopslag een zeer verschillende uitdrukking op de drie aangezichten
+gelezen, en tevens bemerkt dat Helmond, die zeer nabij zijn vrouw
+was gezeten, haar snel maar zacht met de knie heeft aangestooten.
+
+"Jawel je excellentie, ik heb dat zeer goed gezien. Door het breken
+van den tak--zooals wij zagen juist een paar vingerbreed vóór het
+nest--is de kraai zeer verschrikt weggevlogen, en niet teruggekomen,
+tenminste zoolang wij er waren."
+
+"Ahzoo, ja juist; 't deed me plezier dat het nest niet mee naar omlaag
+kwam;" zegt de generaal, en kan zich niet weerhouden om tegelijkertijd
+een zijdelingschen blik op Eva te werpen.
+
+"Zeker generaal, recht gelukkig!" zegt Kartenglimp, en dan, zich tot
+Eva wendend, terwijl hij zijn donkere oogen slechts bij tusschenpoozen
+op haar bekoorlijke trekken gevestigd houdt:
+
+"De eerste maal dat ik u vluchtig mocht ontmoeten, waart u zeer
+ongesteld mevrouw. Zeker had de Haagsche lucht u geen goed gedaan. Er
+is, als ik 't zeggen mag, bepaald eenige sympathie tusschen ons:
+die kille temperatuur in den Haag was mij--vooral omdat ik uit
+Indië kwam--mede zeer onaangenaam, en, dat wij beiden onze spoedige
+herstelling aan denzelfden vriend te danken hebben, nietwaar....?"
+
+"Dan toch altijd naast God," zegt Van Barneveld, die in geen stemming
+verkeert om "menschenvergoding" te dulden, en nog twee malen als
+tersluiks een blik langs de groote moderateurlamp op Eva geworpen
+heeft.
+
+"Natuurlijk, natuurlijk je excellentie, we erkennen dat
+stilzwijgend.--En wat ziet mevrouw er geheel anders uit dan toen. Dat
+was in Maart als ik me niet bedrieg. Men scheen destijds eenigszins
+bevreesd te zijn..... nietwaar? Tenminste onze goede vriend Donerie
+sprak er, indien ik mij wel herinner, met de meeste belangstelling
+over. Ja waarlijk, ik moet zeggen, dokter heeft er alle eer
+van.... althans _naast God_."
+
+De laatste woorden klonken den generaal, uit dien mond, zeer zonderling
+gemaakt in de ooren.
+
+Helmond zegt dat Eva inderdaad tegenwoordig gezonder is dan ooit,
+en te hopen dat het doktersvrouwtje een uithangbord voor de affaire
+zal blijven.
+
+De majoor merkt met bescheidenheid aan dat dit beeld van den dokter,
+voor zijn jonge vrouw niet al te flatteus is; maar hij gelooft niet dat
+dokter Helmond inderdaad een zoo schitterend uithangbord zal behoeven;
+men beweert immers met recht dat het den neef van den generaal Van
+Barneveld niet zoo bijzonder ernst met een al te uitgebreide praktijk
+kan wezen; zijn jonge vrouw en de geëerde familie van _De Zonsberg_
+zouden daar zeker nog al op tegen hebben.
+
+"In 't geheel niet!" zegt Van Barneveld snel en met klem: "Het kan
+de vrouw en de familie van mijn neef niet anders dan aangenaam wezen
+wanneer de zieken die er zijn en geneeskundige hulp verlangen, hem,
+zooveel mogelijk, hun vertrouwen schenken. De schoorsteen zal ervan
+moeten rooken."
+
+De majoor Kartenglimp lacht bescheiden met ongeloovig ophalen der
+wenkbrauwen; en, heeft hij al straks bemerkt dat de jonge vrouw den
+blik van haar oom zocht te ontwijken, nu zag hij bij diens laatste
+woorden een donkere blos haar gelaat overtrekken.
+
+Helmond weet met tact het gesprek een andere wending te geven. Zelfs
+Eva, door de spraakzaamheid van den galanten majoor daartoe uitgelokt,
+mengt er zich een enkele maal in, en was op het punt haar bittere
+grieven te vergeten--want de "hatelijke woorden" van Helmonds
+pleegvader en "de verregaande schrielheid van dien nabob in zijn
+somber paleis" hebben haar als een doorn in het hart gestoken--toen
+Kartenglimp de eenvoudige vraag tot haar richtte: of zij zich in haar
+nieuwe woning reeds wat thuis gevoelde.
+
+Eva aarzelde een oogenblik, maar toen, bemerkend dat Helmond het
+antwoord wilde geven, zegt ze snel met kwalijk verborgen wrevel:
+
+"Ik zou onoprecht zijn majoor, wanneer ik zei dat het huis mij
+bevalt. 't Is er somber en gedrukt. Aan de voorzij zit men achter
+een dijk, en aan de....."
+
+"Ja, aan de straatzijde valt zeker niet veel te zien;" zegt Kartenglimp
+hoofdknikkend.
+
+"Maar we zien er elkaar, niewaar wijfjelief?" valt Helmond in: "en
+dat is ons 't voornaamste. Aan een huis moet men wennen evenals aan
+een nieuw kleedingstuk."
+
+"Als het kleed niet past August, dan zendt men het terug."
+
+Kartenglimp geeft hoofdknikkend het teeken dat hij de opmerking der
+jonge mevrouw zeer ad-rem vindt.
+
+"Men had al gezegd dat u de woning aan den wal zoudt verlaten om
+het leegstaande huis op de markt ervoor in plaats te nemen. Ik geloof
+generaal, dat de jonge mevrouw in het zoogenaamde oud-burgemeestershuis
+meer haar aisances zou gevonden hebben.--Nog altijd te koop je
+excellentie."
+
+Op Eva's gelaat was--voor wie in haar ziel had gelezen--een oogenblik
+van triumf te bespeuren.
+
+Van Barneveld die bij het hooren van den majoor, telkens sterker den
+tegenzin voelde herleven, welke vroeger door dat brutale donkere oog
+en de vreemde plooi om dien mond bij hem was opgewekt, meende, ondanks
+den strijd, dien hij inwendig moest voeren, dat het zijn plicht was
+om vis-à-vis dien man door geen enkel woord meer te verraden dat de
+harmonie tusschen hem en de jonge echtgenooten nog iets te wenschen
+overliet.
+
+"Ja juist majoor, dat huis is nog te koop, maar ik geloof niet dat
+mijn neef er plan op heeft. Is 't wel August?"
+
+Nadat Helmond ontkend, en Kartonglimp Eva's vraag betreffende
+zijn verkiezing van suiker en melk in de thee met een bijzondere
+hoffelijkheid heeft beantwoord--waarbij hij haar voor 't eerst
+rechtstreeks in de schoone oogen zag; na een snellen blik dien de
+generaal zijn neef heeft toegeworpen en waarmee hij dien bezoeker
+als geenszins van zijn gading, zocht te teekenen, zegt Eva tamelijk
+zacht maar toch met nadruk:
+
+"U gebruikt zeker _geen_ suiker in de thee.... oom?"
+
+Kartenglimps oogen waren naar het fraai gestukadoorde plafond gekeerd,
+maar toch heeft hij op het hooge voorhoofd van den oom een trilling
+gezien als die van den effen vloed, wanneer een geworpen steen hem
+beroert, terwijl hem evenmin de half angstige half verwijtende blik
+van den jongen man is ontgaan, de blik waarmee hij als 't ware zijn
+Eva smeekte om toch niet roekeloos vonken naar buskruit te werpen.
+
+
+
+"Maar ik begrijp volstrekt niet tante, waarom ik niet naar beneden zou
+gaan; we weten nu immers dat het August en Eva zijn die zich lieten
+aandienen," zegt Jacoba terwijl ze mevrouw Mansburg met haar zachte
+oogen vriendelijk aanziet: "Wat zou mij nu meer goed kunnen doen dan
+eens met mijn besten August te praten, al moet ik hem ook beknorren
+dat hij de geheele week nog niet naar mij omzag."
+
+"Papa vindt het beter dat je alle mogelijke drukte vermijdt Coba,
+je weet het, en daarom...."
+
+"Als papa geweten had wie het waren, die door Hendrik werden
+binnengelaten, dan had hij mij zeker niet verzocht naar boven te gaan."
+
+"Ik geloof het wel Coba; maar we zitten hier immers ook heel prettig
+en gezellig op je lieve kamer. Tante zal heel graag bij je blijven."
+
+--O die vermoeiende goedheid! zucht Coba bij zich zelve. Ja,
+tante Hermine is inderdaad een voorbeeld van deelnemende liefde;
+maar deelneming kan ook zoo bitter drukkend worden, en inzonderheid
+wanneer men telkens middelen ter genezing komt aanwenden, terwijl de
+wonde niet meer te heelen is.
+
+--Neen, de wonde aan het hart is niet meer te heelen; maar Gode zij
+dank, indien men haar nu rustig liet, en niet zoo telkens pijnigde
+door haar aan zich zelve te herinneren, en af te houden van hen,
+die haar nog lief zijn op de wereld, ja, dan gevoelt ze wel dat het
+zwakke lichaam langzamerhand zijn vroegere veerkracht zal hernemen,
+en dat ze weer zal kunnen leven, geheel en al, voor den beminden
+vader. O voorzeker, nu God zelf met den dood is tusschenbeiden
+getreden, nu moest ze het wel verstaan dat ze een dwaas, misschien
+een zondig kind is geweest. Het voegt immers een meisje niet om in
+stilte lief te hebben; om in stilte te wenschen--te bidden aan God
+misschien--dat de edele jongeling haar zal kiezen tot de gezellin van
+zijn leven....? Maar immers nooit, neen nooit, door woord noch blik,
+heeft zij verraden wat daar woelde en soms zoo pijnlijk brandde in de
+borst. God is haar getuige hoe zij fel heeft gestreden, en reeds den
+strijd had gewonnen; hoe ze Herman Donerie in 't eind heeft beschouwd
+als een vriend, en de tijd reeds gekomen was dat ze hem naderen zag en
+gaan, niet slechts met een kalmen blik, maar ook met een rustig hart.
+
+--Toen is de dreigende wolk komen opzetten.
+
+--Herman Donerie--zoo luidde het--was ongesteld. Ja toch, hij kwam
+nog les geven; maar hij zag zeer bleek; en toen, toen is hij niet
+teruggekomen; en, nú eens heeft men gezegd dat hij zeer ziek, en dan
+weer dat hij geheel beter was. En zij is in een vreemde spanning en
+tweestrijd geraakt. Somwijlen was het alsof de borst haar te eng werd,
+alsof hoofd en hart werden saamgenepen.
+
+--Maar Goddank! op dien morgen van regen en storm, toen heeft ze in de
+kerk toch gehoord dat Donerie's kracht niet was gebroken. Heerlijke
+dag van Helmonds trouwverbond: Hermans volle orgeltonen zijn als
+koele droppelen gevallen op den dorstenden bodem van haar hart. Ja,
+die dag was haar een dag van zegen: ze kon haar vrienden een blij
+gelaat toonen.
+
+--Maar ach! kort daarna is het _zeer_ duister geworden.--En toen;
+neen 't is haar niet mogelijk geweest om haar goeden vader, hoe innig
+lief ze hem had, een blik in haar hart te laten slaan, zelfs niet nu
+de dood voor altijd een scheiding heeft gemaakt tusschen dien jongen
+"muziekmeester" en Jacoba Van Barneveld. Immers het geringste woord
+van verwijt of zelfs een enkele uitdrukking in tegenspraak met de
+stille vereering, die zij den geliefden doode bleef toewijden, zou
+haar een wreede dolksteek zijn geweest, en had een scheidsmuur kunnen
+opwerpen tusschen haar en den lieven, haar zoo innig dierbaren vader.
+
+En, als ze dan zelfs aan dien beminden grijsaard de oorzaak van
+haar zenuwlijden niet openbaren kan, hoe zal ze dan tot iemand
+anders--bijvoorbeeld tot een tante Hermine--daarover spreken! Maar
+dit laatste is haar ook geen oogenblik met ernst in de gedachte
+gekomen. Wat ze gewenscht en gedroomd heeft met een schuldeloos hart,
+zij zal het met zich nemen in het zwijgende graf. Neen, zelfs August,
+voor wien ze in die dagen van hevige spanning, bijna haar hart had
+uitgestort, of die, zoo Herman nog langer met den dood had moeten
+worstelen, de waarheid wel in haar oog zou hebben gelezen, ook hij
+zal nimmer vernemen wat haar heeft beroerd. Maar tóch, ze zou hem nu
+zoo graag eens spreken, haar lieven broeder!
+
+"Ben ie nu weer verdrietig goede Coba, omdat ik je tot je bestwil raad,
+geheel in overeenstemming met je pa? Jawel, ik zie het aan je oogen,
+je bent er verdrietig om."
+
+"Wel mogelijk tante, maar ofschoon ik herhaal dat ik 't veel beter voor
+mij zou vinden, indien ik nu bijvoorbeeld beneden kon wezen, zoo moet
+ik mij onderwerpen. 't Is vreemd dat pa het zoo geheel met u eens is."
+
+"Nee, niet vreemd Coba, in 't geheel niet...."
+
+"En waarom dan toch tante?"
+
+"Waarom....? Wel lieve kind, weet je dan niet dat je na dien
+schrik--nee nee, ik spreek er niet van, ik wil alleen maar zeggen
+dat menheer Van Hake toen al dadelijk rust en vermijding van alle
+drukte heeft aanbevolen. Helmonds vrouw is bijzonder levendig, en
+je zoudt zeker een slechten nacht hebben indien je zoo van allerlei
+moest hooren, en over alles zoudt meespreken misschien."
+
+Jacoba antwoord niet meer.
+
+Tante Hermine is er blij om. Op uitdrukkelijk verlangen van broeder
+Alexander, mag zij zelfs in de verste verte niet laten doorschemeren
+dat men de allerdroevigste oorzaak van Coba's toestand heeft
+ontdekt. 't Zou voor het arme kind, dat zich tot zelfs op den dag van
+Helmonds huwelijk zoo boven alle beschrijving krachtig heeft gehouden,
+misschien de noodlottigste gevolgen kunnen hebben. De zwaarste strijd
+was nu zonder twijfel gestreden. 't Zal haar triumf wezen dat ze
+geheel alleen haar smart heeft gedragen, en, moest men dus alles in
+'t werk stellen om te voorkomen dat de wond, die vermoedelijk reeds
+aan 't heelen was, telkens weer door een vertrouwelijken omgang met
+den vriend werd opengereten; in geen geval moest men die wonde nog
+geweldiger aandoen door Coba te toonen, dat het bitter geheim van
+haar schuldeloos hart geen geheim was gebleven.
+
+Met zulke overleggingen uit een valsch vermoeden ontstaan, moest
+Coba's zwijgen der goede dame wel genoegen doen.
+
+--Het lieve kind gevoelt in stilte dat we haar ten beste raden, denkt
+ze, terwijl ze Coba vriendelijk toeknikt, om vervolgens alvorens
+de honderd en elfde rozet van haar sprei-deken te haken, een streng
+katoen, die erg in de war zat, te gaan afhaspelen.... Heel "prettig
+en gezellig" voor Coba.
+
+Jacoba zweeg; de herinnering aan dien "schrik" heeft haar feller
+getroffen dan zij 't zich zelve bekennen wil. Ja, dat was het laatste
+geweest; een schrikkelijk einde. Nóg ziet ze hem daar van verre; de
+zwarte krulharen woest golvend om dat doodsbleek gelaat; de holle van
+koortsgloed vlammende oogen eensklaps strak, angstig strak op haar
+gericht, terwijl hij met angstige bijna schreiende stem de woorden
+gilde: "Laat los! hoort ge niet! Zij is de mijne!"
+
+--De _zijne_....?
+
+Jacoba voelt een inwendig beven.--Dat is niet goed; dat mag niet! Zij
+moet en wil immers krachtig zijn. Maar, hoe is dat mogelijk op
+den duur, wanneer men haar uit kwalijk begrepen voorzorg, niet als
+vroeger haar natuurlijken vrijen gang laat gaan; indien men haar hier
+van iedereen, zelfs van den lieven broeder terughoudt om nochtans--o
+zonderlinge tegenstrijdigheid--haar straks voor te spiegelen dat het
+leven aan een woelige badplaats haar weldadig zal zijn!
+
+Inweerwil van tantes beweren dat papa het alles zoo goedvindt ja
+nadrukkelijk verkiest, gelooft Coba dat het inderdaad tante Hermine
+is die, ofschoon met de beste bedoelingen, haar physiek en moreel te
+kerkeren zoekt.
+
+In dit oogenblik heeft Coba een onweerstaanbare behoefte om uit dien
+kerker bevrijd te worden.
+
+En, de goede papa zal er niet tegen zijn.
+
+"De lust om August eens weer te zien tante, bekruipt me zóó sterk dat
+ik ze beneden nu toch maar eens even verrassen wilde;" zegt Jacoba
+terwijl ze eensklaps opstaat.
+
+"Jacoba-lief, dat kan niet; heusch dat zou onverstandig wezen;"
+antwoord mevrouw Mansburg ontsteld.
+
+"Ieder mensch heeft wel eens zijn onverstandige buien tante. Nee,
+weerhoud mij niet. Mocht het minder goed voor me zijn, welnu dan moet
+ik er zelve de gevolgen van ondervinden. Maar, geen nood lieve tante."
+
+De belangstellende dame, die haar nichtje op hartelijken toon tot
+andere gedachte zoekt te brengen, terwijl ze haar zachtkens met papa's
+misnoegen dreigt, vreest reeds dat ze op die wijze niets winnen zal,
+toen het klinken der huisschel haar eensklaps een krachtiger wapen
+in handen gaf.
+
+--Nietwaar, dat bezoek van een vreemde zou Jacoba nu wel van besluit
+doen veranderen?
+
+"Dat is te zeggen tante; als het dan waarlijk beter zal zijn dat ik
+niet naar binnen ga, dan wilde ik August laten vragen of hij bij _mij_
+wil komen. Ik verlang zoo naar August."
+
+--Arm kind! zucht de oude dame bij zich zelve. Maar nú vooral moet
+tante zich kranig toonen, en het klinkt schier bevelend:
+
+"Jacoba, je doodelijke bleekheid en je opgewonden stemming ontraden
+je bepaald om iemand te zien van avond."
+
+"Maar als ik nu gevoel dat juist een gesprek met August mij weldadig
+zal wezen, omdat hij mij goeden raad zal geven lieve tante, zoudt
+u mij dan nog ontraden of verhinderen een _consult met mijn dokter_
+te nemen?"
+
+Haar dokter! dat arme kind!
+
+"Maar Coba, Alexander..... je pa.... hij zal...."
+
+"U voelt toch wel tante, dat niets ter wereld mijn gestel zoo nadeelig
+moet zijn als het gemis van mijn vrijheid. Ik heb nu een gevoel alsof
+ik een onschuldig-gevangene ben.... en dat ú...."
+
+"En dat ik...."
+
+"Nee tante, zoo bedoel ik het niet. U bij een gevangenbewaarder te
+vergelijken dat zou toch wat al te dwaas en onvriendelijk zijn. Ik weet
+wel dat u alleen uit belangstellende liefde handelt"--Op zoeten toon:
+"Maar beste tante, ik wilde August zoo heel heel graag eens even
+spreken; iets vragen....?"
+
+--Arm, arm kind! denkt de dame. Wat bitter zielelijden moet dat
+toch wezen! Niet slechts den geliefde gelukkig te weten aan de zij
+eener andere; maar, nu zoo nabij hem in dezelfde woning te zijn,
+en hem niet te kunnen zien of spreken; weerhouden te worden door een
+tante die.... Maar neen, zij is geen gevangenbewaarster, dat is een
+ondraaglijk denkbeeld! Heeft zij dan geen medelijden met zulk een
+lief en teeder, maar ongelukkig kind....?
+
+Ofschoon mevrouw Mansburg zelve aan haar broeder den goeden
+raad--en zonder eenig voorbehoud--heeft gegeven, dat men Coba toch
+alle gelegenheid zou benemen om August, en vooral afzonderlijk,
+te ontmoeten, zoo hebben Coba's laatste woorden een zonderlinge
+gevoeligheid bij haar opgewekt. Zij, _zij_ wordt beschouwd als een
+gevangenbewaarster, als iemand met een sleutelbos en handboeien,
+en dat, ter bewaking--niet van een schuldig wezen, maar van een
+lieve arme lijderes, wier eenige misdaad het is geweest dat ze heeft
+bemind zonder wederbemind te worden. Een gevangenbewaarster! nog eens,
+dat denkbeeld is mevrouw Mansburg onverdraaglijk!
+
+Juist op het oogenblik dat Eva van haar echtgenoot den half angstigen
+half verwijtenden blik ontving--nadat zij, toegevend aan haar
+kwade luim, den generaal nogmaals op zoo weinig bedekte wijze deed
+gevoelen, dat ze hem van schrielheid verdacht, trad mevrouw Mansburg
+de kamer binnen.--Haar komst geeft een weldadige afleiding. Terwijl
+Kartenglimp en de jongelieden opstaan om haar te groeten, en Van
+Barneveld vluchtig den majoor aan zijn zuster voorstelt, vergeet
+hij--althans voor eenige oogenblikken--de "zonderling kwetsende
+maar toch waarschijnlijk verkeerd begrepen woorden van dat mooie
+duiveltje"--zooals hij Eva reeds bij zich zelven heeft genoemd--om
+aanstonds Hermines komst met Coba's welstand in verband te brengen,
+en met inwendige onrust doch schijnbaar kalm te zeggen:
+
+"Toch wél boven, Hermine?"
+
+Mevrouw Mansburg geeft een zeer bevredigend antwoord. Zij heeft neef
+Helmond iets te vragen.
+
+De vraag werd zacht gedaan.
+
+Om niet onbescheiden te zijn, knoopt Kartenglimp een gesprek met Eva
+aan, over Parijs en muziek en zang.
+
+Van Barneveld begrijpt niet welk een bijzondere vraag zijn zuster aan
+Helmond heeft te doen, en terwijl hij zijdelings het oog op haar mond
+houdt gevestigd, als wilde hij zien wat ze sprak, zegt hij nog eens:
+
+"Is er misschien iets.... dat....?"
+
+"Volstrekt niet Alexander. 't Geldt mij zelve." Zij wijst op haar
+hoofd.
+
+--Hermine zal weer last van hoofdpijn hebben, en geen rust aleer ze
+met neef de heele apotheek is doorgewandeld, denkt de generaal: à la
+bonne heure!--Ei zie, daar schijnen nog meer confidenties te moeten
+plaats hebben.--Helmond zegt dat men hem even zal excuseeren.--Mevrouw
+Hermine groet het gezelschap--wel wat vreemd, enpassant, meent Van
+Barneveld--en beiden verlaten de kamer.
+
+De herinnering aan Parijs heeft Eva's kwade luim in een soort van
+overmoed doen ontaarden. Nu August de kamer verlaten had, nu was het
+alsof zij het geschikte oogenblik gekomen zag om den oom--al moest het
+in presentie van dien vreemde wezen--eens nadrukkelijk te doen gevoelen
+dat zij als Helmonds vrouw, ja zelfs als de nicht van den generaal
+Van Barneveld, zich op den duur niet ongestraft zal laten beleedigen.
+
+Bij het luide roemen der genietingen in "die heerlijke stad", moest het
+telkens uitkomen dat men dáár zooveel breeder en gezonder opvatting
+van het leven had dan hier in het "achterlijke Nederland". 't Was
+daar aan alles te zien dat men er het dwaze stelsel niet huldigde:
+om door ontbering of gemis te leeren waardeeren. Neen, men genoot
+er wat betamelijk was. _Potters_ en _schrapers_ vond men dan ook in
+Parijs, ja zelfs in geheel Frankrijk niet.--Monsieur De Musard had
+het zelf gezegd: Men leefde er, en liet er leven! De minste werkman
+dronk er zijn flesch wijn en niemand bespaarde er een vijffrankstuk
+tot na zijn dood, indien hij er de levenden mee vroolijk kon maken.
+
+Kartenglimp lachte gedurig zeer hoffelijk om de dikwijls niet onaardig
+klinkende phrasen van het jonge mooie vrouwtje, doch was tevens zoo
+vrij--met het oog op dien zwijgenden, meestal ernstig voor zich heen
+zienden generaal--om een paar malen beminnelijk met den vinger te
+dreigen, en iets van "Hollandsche degelijkheid" of "rijperen leeftijd"
+in 't midden te brengen, terwijl hij zelfs ten slotte den generaal
+met een: "nietwaar je excellentie?" tot de bevestiging zijner meer
+degelijke gevoelens te bewegen zocht.
+
+"O ja majoor! men kan dat alles uit een zeer verschillend oogpunt
+beschouwen;" heeft de generaal geantwoord, en de toon, waarop hij dat
+antwoord gaf, verried niets, of althans zeer weinig van hetgeen er
+omging in zijne borst. De man met een open rondborstig karakter heeft
+zeker den zwaarsten strijd om zijn toorn te bedwingen. En nochtans
+beheerschte Van Barneveld zich op waardige wijze.
+
+Neen, die majoor, wiens gemaakte manieren, wiens vreemde hoffelijkheid
+en dikwijls zonderling vleiende toon hem hoe langer hoe meer
+tegenstonden, de man wiens bezoeken op _De Zonsberg niet zullen
+herhaald worden_,--hij zou geen getuige zijn van een scène de famille!
+
+De oude generaal zal de waardigheid van zijn rang tegenover dien
+inférieur niet te grabbelen gooien, en zelfs in zijn tegenwoordigheid
+dat dartele kind een vernederende terechtwijzing besparen, hoewel ze
+die zeer noodzakelijk verdient.
+
+Of Van Barnevelds opstaan, zijn vluchtig rechts en links zien alsof
+hij iets zocht, en daarop een tamelijk snel verlaten van de kamer,
+zonder hierover eenige verontschuldiging te hebben gemaakt, alleen op
+rekening van den inwendigen strijd moesten gesteld worden, of ook dat
+het lange wegblijven van August nogmaals zijn heimelijke onrust over
+Jacoba had opgewekt, zeker was het dat Eva, in het heengaan van dien
+oom, alweder geenszins het bewijs vond dat haar persoon en gezelschap
+hem zoo bijzonder lief waren, maar wel--en met heimelijk genoegen--dat
+zij het "inhalige van zijn karakter juist heeft beoordeeld, en dat
+haar zijdelings afgeschoten pijlen raak zijn geweest".
+
+Kartenglimp, die in een ondeelbaar oogenblik een flikkering van triumf
+in dat schoone oog heeft gezien, werpt nog een blik naar de nu weder
+gesloten deur, en maakt dan op bijzonder hoffelijken toon een half
+beschuldigende half verschoonende opmerking over het heengaan "der
+heeren", maar zegt ten slotte, dat hij zich niet te beklagen heeft
+zoolang het lief gezelschap van mevrouw Helmond hem voor dat gemis
+blijft schadeloos stellen.
+
+Eva had er nog niet aan gedacht, dat zij als 't ware alleen is gelaten
+om dien vreemden majoor gezelschap te houden. Ze ziet hem na zijne
+vleiende woorden vluchtig doch met zekeren weerzin aan.
+
+Straks heeft ze dien man een enkele maal gebruikt als.... den
+telegraafdraad, waarlangs men zijn gedachten aan het bedoelde adres
+zendt, als den biljartband, om van terzij een carambole te kunnen
+maken. Maar nu, nú heeft hij uitgediend! Zijn hoffelijkheid op dien
+gemaakt fatsoenlijken toon, stuit haar tegen de borst. Ofschoon zij
+het heengaan van den oom--ook met het oog op dien vreemde--lomp en
+hatelijk vindt, het komt echter niet te pas dat die man er zoo op
+zinspelen durft; 't voegt hem niet dat hij August, een der heeren
+noemt die het aan háár overlaten, om hem--dien man--"met haar lief
+gezelschap voor dat gemis schadeloos te stellen".--Wat verbeeldt zich
+die oude dwaas! En mijnheer Van Barneveld? Denkt hij misschien dat
+Helmonds vrouw, omdat ze aanstonds toegaf en zich gewillig voor het
+theeblad plaatste, dat ze hier juffrouw van gezelschap of huishoudster
+is geworden?
+
+Indien de heele familie, uit welke oorzaak dan ook, er geen bezwaar
+in ziet om de kamer te verlaten, en mijnheer Van Barneveld het zelfs
+niet noodzakelijk acht in 't gezelschap van menschen te blijven,
+die hem bezoeken, dan voelt Eva zich wel 't allerminst geroepen om de
+honneurs van zijn huis waar te nemen, en zal die majoor haar althans
+geen beletsel zijn om mede heen te gaan wanneer zij zulks verkiest.
+
+"Oom begrijpt zeker niet waar Helmond blijft," zegt ze snel, en dan,
+opstaande: "Ik vrees dat mijn nichtje weer minder is geworden.--U
+zult mij permitteeren....?"
+
+Niet zonder verbazing en een vreemde plooi om den mond, ziet nu
+Kartenglimp die jonge schoone vrouw insgelijks en met haastigen tred
+de kamer verlaten. Ternauwernood smoort hij een verwensching terwijl
+hij haar naoogt; doch, niet zoodra is de deur achter haar gesloten en
+bevindt hij zich in die groote kamer geheel alleen, of hij weerhoudt
+den vloek niet, die hem op de lippen brandt, en balt hij zijn vuist,
+en verwenscht bij zich zelven een familie die zich niet ontziet om
+hem--den majoor Kartenglimp--als een kwajongen te behandelen....als
+een _niets_, als een _nul_!
+
+Eensklaps--alsof een pijnlijke herinnering hem treft, fronst
+Kartenglimp de zwartgeverfde wenkbrauwen.--Ja.... indien men had
+vernomen....? Maar dat is onmogelijk.--Bij die toevallige ontmoeting
+in 't bosch is het hem duidelijk gebleken dat ook de generaal met die
+zaak geheel onbekend was. En, _hoe_ kon 't hem, of iemand anders ook
+ter oore zijn gekomen! Hebben de vier officieren, die te Soerabaya
+in de zaak waren betrokken niet hun woord gegeven dat ze zwijgen
+zouden, en, althans zooveel mogelijk, de zaak geheim te houden of
+te smoren, indien hij terstond zijn ontslag uit den dienst wilde
+nemen, naar 't moederland vertrekken en er zich nimmer in eenige
+garnizoensplaats vestigen zou? Neen, 't is niet mogelijk dat die
+oud-kameraden hun woord hebben gebroken.--Dat zij hem steeds met hun
+dwazen haat vervolgen, en zelfs nog over den wijden oceaan het oog
+op hem gevestigd houden, 't is hem gebleken toen hij te 'sGravenhage
+vóór zijn vertrek naar Romphuizen, dien scherpen brief ontving, met
+bevel om zich onmiddellijk uit de residentie te verwijderen, indien
+hij wenschte dat het voorgevallene onbekend bleef. Maar juist deze
+bedreiging is hem weder het bewijs geweest dat men, zonder aanleiding
+van zijn kant, het gegeven woord niet zou breken, en, dewijl hij nu het
+kleine Romphuizen--waar volstrekt geen garnizoen was--tot zijn vaste
+woonplaats had gekozen, zoo is er immers van die zijde geen de minste
+reden tot vrees. Neen, zelfs hier heeft hij uit alle voorzichtigheid de
+conversatie met den oud-kapitein Armelo maar weinig gezocht, en er tot
+heden geen werk van gemaakt om den generaal te ontmoeten, ofschoon een
+verkeer met oud-officieren buiten een garnizoensplaats hem geenszins
+verboden was.--_Verboden_! ha! Zal hij zich dan nooit kunnen wreken
+op dat viertal, op dat ellendig eedgespan? Neen, elke poging ertoe
+zou slechts uitloopen op zijn eigen vernedering. 't Ware het zekere
+middel om hem bekend te doen worden voor de geheele wereld, en zich
+gebannen te zien uit elken kring waar hij nu zijn genoegen vindt.
+
+En toch, soms kookt en bruist het met geweld in zijn borst, en schept
+zijn wrekende verbeelding zich een schitterende zegepraal. Dan, dan
+ziet hij ze ginder.... dáár in een kleine ontredderde boot, meegesleurd
+door den woest opgezweepten oceaan, kampen met de schuimende golven.
+
+En met den storm van zijn haat stuwt hij het zwakke vaartuig voort,
+door de felle branding naar gindsche klip, en ha! het stoot er in
+splinters vaneen, en--vier verminkte lijken, gebeukt tegen de naakte
+rots, ze worden door 't schuim bedolven.
+
+Of ook:
+
+Zie, daar ginder snellen ze voort, met opgeblazen moed; ze zullen
+een vijandelijke benting bestormen. Maar stil, stil! een hinderlaag,
+kunstig met bamboes en palm en aarde bedekt, ze schuilt daar weg op
+hun pad als een adder onder 't gras. En zie, daar stormen ze heen;
+ze bereiken de plek. Ha! met dreunenden doffen klank storten er vier
+neder op de spiesen en palissaden, en, gillende kreten stijgen er op
+uit de diepten waar 't bloed spat in 't ronde.
+
+--Doch, wat baat hem zulk een gewaande wraak? Staat hij niet machteloos
+tegenover hun geweld?
+
+--Maar _hier_, waar men Kartenglimp slechts kent als den
+gepensioneerden majoor; waar men hem de eer aan zijn rang is
+verschuldigd, hier kan en zal hij zich wreken zoo men beleedigen durft!
+
+--Opgestaan, met de linkerhand op den stoelknop gedrukt, balt de majoor
+nu nogmaals de vuist, en vlamt zijn oog de kamer in 't rond. Zie,
+een bijna levensgroot portret van den generaal treft eensklaps zijn
+blik, en uit den halfdonkeren toon aan den wand ziet het hem met wijd
+geopende oogen gestreng en onbeweeglijk aan.
+
+Dat oog, zoo doordringend op hem gericht, hij weerstaat het
+niet. Wanneer zulk een blik hem in de werkelijkheid trof, het zou hem
+zijn alsof men hem had doorgrond, alsof men hem kende als den man,
+"onwaardig den degen te dragen, onwaardig zelfs den naam uit te
+spreken van een _fatsoenlijke_ vrouw".
+
+--Maar dat is gelogen! Indien er werkelijk vrouwen zijn die zulk een
+schoonen naam verdienen, die eerzamen, ze hebben zich nooit over hem
+te beklagen gehad. En wat het eerste betreft, heeft hij dan in den
+Bandjermassinschen krijg den dood niet onder de oogen gezien? 't is
+waar, steeds goed gedekt, met de rumflesch terzij en de zweetdroppels
+op het aangezicht, maar "'t gaat er immers duizenden zóó"!--Wie wil
+sterven!? Niemand! De krankzinnige alleen, omdat hij.... krankzinnig
+is; of de grijsaard misschien omdat zijn levenslust vervloog en hij
+niet meer genieten kan.
+
+--Maar hij--Kartenglimp--hij wil leven en genieten zoolang het hem
+mogelijk is. En daarom ook, ofschoon dokter Helmond zijn wrok heeft
+gewekt, hij zal hem nu te vriend houden. Immers dat niet terugkomen na
+het ontvangen van het telegram, 't heeft juist bij de uitkomst bewezen
+hoe goed hij zijn gestel reeds kende, en dat hij een uitmuntend dokter
+is.--Ja hij, wil leven en genieten!--De ontdekking dat er door zijn
+verre vijanden geen scheidsmuur was geworpen tusschen hém en dien
+vermogenden luitenant-generaal; de zekerheid dat hij nu welwillend
+op _De Zonsberg_ zou worden ontvangen; de hoop in 't eind dat men
+hem in dien kring zou waardeeren en trekken; dat hij er dikwijls de
+schoone doktersvrouw ontmoeten, en met de jonge teedere erfgename
+op een goeden voet zal komen, dat alles heeft hem met zonderlingen
+glans in 't oog geblonken. Ha, nu zou hij voortaan den rechten toon
+wel treffen. Ofschoon nog jong van hart en van kracht, men werd toch
+wat kalmer met de jaren. Welzeker, die _Zonsberg_ zou voor hem een
+bron worden van genot, en de vriendschap van den generaal wel mogelijk
+meteen het bolwerk tegen "valsche geruchten".
+
+Schuin terzij ziende, ontmoet Kartenglimp nu nogmaals dien strengen
+blik aan den wand.
+
+--En moet die blik nu de bevestiging zijn dat hij heeft misgerekend;
+de bevestiging van 'tgeen hij inderdaad inweerwil van zijn gekoesterde
+verwachting, sedert het eerste oogenblik zijner komst in dit sombere
+vertrek, als onwillekeurig gevoelde, namelijk: dat zijn bezoek een
+onwelkom bezoek, en zijn hoop op de vriendschap in dit huis een
+illusie was?
+
+--'t Zij zoo; de tijd moet het leeren; men kan zich bedriegen;
+maar, indien dát waar is, dan--en een zware vervloeking knoerpt er
+tusschen zijn blank gebit--dan, ja, dan heeft de duivel reeds zelf
+voor brandstof gezorgd.--De wauwelaar van het stadje had ditmaal
+toch waarheid gesproken. Kartenglimp heeft het nu zelf gezien: het
+vuur ligt te smeulen; soms spat het al vonken, en--langs de palm van
+zijn hand behoeft hij onbespied slechts zachtkens te blazen om den
+breeden vuurstroom te doen opgaan. Ha, dat zou een lust zijn om te
+aanschouwen; en in 't eind zal hij van verre zich zelf nog kunnen
+koesteren aan den fellen gloed! Ha!
+
+Kartenglimp schrikt.--Eensklaps werd de deur geopend en de vrouw aan
+wie hij daar juist heeft gedacht, trad onverzeld de kamer weer binnen.
+
+Straks in de marmeren gang gekomen, heeft Eva--die zich in de woning
+van haar nieuwen oom nog op vreemd terrein bevond--inderdaad niet
+geweten waarheen ze zich begeven zou. Ze heeft rechts en links gezien,
+even aan de trap geluisterd, in de hoop dat August komen mocht, en,
+terwijl ze nog luisterend op het koele marmer staarde, is het haar
+eensklaps geworden alsof een looden druk, een pijnlijk vuur haar van
+den boezem werd weggenomen. Ook nu heeft het betere in haar gesproken,
+ofschoon met zachte zoet-vleiende stem.--Zij is te ver gegaan!--Ja,
+maar veinzen dát kon ze ook niet, en dáárom heeft ze den oom moeten
+toonen wie hij aan Eva hebben zou en hoe ze hem beoordeelt. Doch
+wanneer zijn plotseling heengaan, en zonder dat hij een enkel woord
+heeft gesproken, dan eens het bewijs mocht zijn dat ze haar doel
+had getroffen; wanneer de rijke oom nu inderdaad gevoeld heeft wat
+hij aan den geliefden neef is verschuldigd, en hoe de aangenomen
+houding tegenover Helmonds jonge vrouw hun aller leven niet anders
+dan verbitteren kon; _indien_ het dan waar is dat hij door haar
+"overtuigende redenen" reeds zoo spoedig tot een mildere zienswijze
+geraakte, dan moest zij bij kalmer beschouwing wel leed gevoelen dat
+ze zich zoo weinig beheerschte. In tegenwoordigheid van _een vreemde_,
+vierde ze immers haar onwil den vrijen teugel; in het bijzijn van hem,
+die met zijn vorschend oog ongetwijfeld geheel haar toeleg doorzag,
+heeft ze Helmonds oom moedwillig vernederd.
+
+Een vuurrood bedekte Eva's gelaat.--Zij is te ver gegaan, veel te
+ver! Wát er mag wezen, de generaal Van Barneveld is ook _haar_ oom.--En
+zal nu die vreemde--gekrenkt, dewijl men hem geheel alleen heeft
+gelaten--met den ontvangen indruk van hier gaan, om naar goedvinden
+te verhalen van 'tgeen hij ter kwader ure heeft opgevangen? Neen, dat
+kan en mag niet wezen; de gemaakte indruk moet worden uitgewischt;
+ze is het verplicht; en bovendien, de eer der familie is ook háár
+eer. Terug dan Eva, terug naar dien vreemde!
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Slechts met haar doel voor oogen bemerkte Eva bij haar binnentreden
+de plotselinge verwarring niet, die er op Kartenglimps gelaat was
+te lezen.
+
+Alsof ze zich straks inderdaad met het voornemen had verwijderd om
+aanstonds terug te keeren, begeeft ze zich nu, met den snellen tred
+die zulks bewijzen moet, naar hare plaats, en ofschoon het haar de
+grootste moeite kost, vraagt ze tevens beleefd om verschooning dat
+ze mijnheer een oogenblik heeft alleen gelaten.
+
+De overgang zijner zwarte of roodvlammende visioenen tot de onverwachte
+werkelijkheid van Eva's verschijning, had Kartenglimp zoodanig verrast
+dat hij niet aanstonds een antwoord gereed heeft, maar nochtans in
+hetzelfde oogenblik een zeer sterk sprekenden trek van hoffelijkheid
+op zijn gelaat kan te voorschijn roepen.
+
+En Eva zal nu trachten goed te maken wat ze met het oog op dien
+vreemde misdeed.
+
+Ze zegt te hopen dat mijnheer Kartenglimp de afwezigheid der heeren
+toch zal ten goede houden.--Neen, er is volstrekt geen gevaar; maar de
+lichte ongesteldheid van nicht Jacoba maakt oom Van Barneveld dikwijls
+zeer onrustig. Zeker zou hij echter zoo aanstonds terugkomen. Oom
+Van Barneveld en zijn dochter--zoo luidde het verder--ze waren met de
+innigste liefde aan elkander gehecht, en geen wonder, Jacoba was een
+goed zachtaardig meisje, terwijl oom--men behoefde er Helmond slechts
+naar te vragen--een door en door rechtschapen en edel mensch was,
+dien men zeerzeker liefkreeg op den duur.
+
+Kartenglimp meende, met een goedwillig lachje, dat het altijd aangenaam
+was wanneer die _duur_ niet te _lang duurde_. Er waren ook menschen,
+die men lief en beminnelijk vond van het eerste oogenblik dat men ze
+kennen leerde.
+
+Juist omdat Eva de bedoeling zijner woorden giste, klonken ze haar
+in dezen stond zeer onaangenaam. Haar verheffing ten koste van den
+oom in diens _afwezigheid_, tooverde haar zijn beeld in waardiger
+trekken voor den geest dan het er tot nu toe gestaan had. Zonder haar
+overtuiging geweld aan te doen, voelde zij zich eensklaps gedrongen om
+den heer van _De Zonsberg_ in het schoonste daglicht te plaatsen, en,
+met den lof van vrienden en vereerders op de lippen, haar geliefden
+August als 't ware sprekend in te voeren, terwijl ze met de weinig
+doordachte verklaring besloot, dat haar schermutselingen met den oom
+op rekening moesten gesteld worden van haar ondeugende zucht om oude
+heeren te plagen, waarbij ze dan altijd de slechte gewoonte had om
+de zaken zoo sterk te kleuren als haar mogelijk was.
+
+En mijnheer Kartenglimp begreep dat alles zeer goed, en was uitermate
+beleefd.
+
+
+
+'t Is nog luttele minuten geleden dat Eva in de kamer terugkwam, maar
+ze duurden haar reeds verbazend lang. Nu ze haar schuld had geboet,
+nu kost het haar groote moeite om het gesprek met dien majoor te
+vervolgen. Toch zal ze volhouden, al dreigt ook de wrevel haar weer
+te overweldigen, dewijl de man wiens eer ze nu ophoudt, nog steeds
+op zich wachten laat.
+
+Kartenglimp zoekt naar den juisten toon. Hij wenscht een goeden
+indruk bij het zonderlinge vrouwtje achter te laten, en, gevoelig voor
+zijn kleine hoffelijkheden is ze niet, ook dán niet wanneer hij haar
+buitengewone muziek- en zanggaven roemt, waarvan hij "zoo dikwijls met
+bewondering hoorde spreken".--En--naar zijn lof over dokter Helmond
+hoort ze met zichtbaar welgevallen. Maar zie, een blosje kleurt haar
+gelaat, nu hij eensklaps, half vragend zegt: dat mijnheer haar vader
+immers nog een afstammeling is van het oud Hollandsch geslacht der
+graven Van Armeloo? Hij had tot nog toe verzuimd den kapitein er eens
+naar te vragen.
+
+Ofschoon Eva van die grafelijke familie niets anders wist dan dat
+ze moest bestaan hebben, zoo was het toch alsof een schok, maar vol
+zoete bedwelming haar getroffen had. Merkbaar in verwarring, geeft
+ze ten antwoord dat ze.... ja.... gelooft, maar toch niet zeker durft
+zeggen;--en ze gevoelt terzelfdertijd den blos steeds hooger stijgen,
+en 't wordt alsof vonken vuurs haar uit de oogen spatten. Dewijl
+verlegenheid bij Eva inderdaad een zeldzaam verschijnsel is, kwelt en
+drukt ze haar nu te sterker. Ze zou zich onzichtbaar willen maken in
+dezen stond. Ofschoon ze heimelijk hoopt dat men 't minder aan haar
+zal kunnen bespeuren dan zij 't zelve gevoelt, zoo zoekt ze nochtans
+naar een middel om zich voor een verdere bespieding te vrijwaren,
+en, ijlings opstaande wendt ze zich naar een pianino, die op eenigen
+afstand schuin achter haar staat.
+
+Straks, terloops over muziek sprekend, had Kartenglimp gevraagd, of dat
+stuk een Erard was, waarop Eva het antwoord is schuldig gebleven. Nu,
+in haar verwarring, kwam het haar niet te gezocht voor om fluks het
+instrument te openen, en, met een blik op het étiquet den naam van den
+fabrikant te noemen; maar ook, ze gevoelt zich daarna nog te weinig
+hersteld om nu reeds voor 't oog van dien man in 't volle licht
+terug te keeren, zoodat ze haar toevlucht neemt tot het aanslaan
+van eenige zeer krachtige accoorden, de introductie van een lied,
+waaraan ze vluchtig was herinnerd door het vignet van een muziekstuk
+dat op de piano lag.
+
+Fiks! het aanslaan van die accoorden doet reeds goed.
+
+Zoo aanstonds zal hij niets meer aan haar bemerken.--Hier begint
+het lied.--Dat lied te _zingen_.... voor dien vreemde! Ze zal wel
+wijzer wezen. Toch kan ze nog even voortspelen; de melodie met de
+rechterhand.--Forto:
+
+
+
+ "Ach lieber Gott, mein krankes Herz
+ Wird brechen bald vom Liebesschmerz."
+
+
+
+--Maar straks, ja dan moet zij van dien vreemde méér vernemen.... De
+graven Van Armeloo.... _Van Armeloo_! In stilte heeft zij wel
+eens aan zoo iets gedacht.... Ha! een verarmde tak der graven
+Van.... Diminuendo:
+
+
+
+ Und bricht es in der tiefen Noth;
+ Schau' denn mein' Augen weinens roth,
+ Und tausch' mich in dein Armen, Tod!
+
+
+
+"Nicht Eva, wil je alsjeblieft niet meer piano spelen? Je weet dat
+Coba ongesteld is;" zegt Van Barneveld, die bij het klinken der
+laatste accoorden in de kamer trad.
+
+Ondanks den kalmen toon, waarop de generaal zijn verzoek heeft gedaan,
+was er toch een bijzondere trilling in zijn stem te bemerken, en
+spreken zijn oogen het stil verwijt: Als men dan den ouden man niet
+wil sparen, dan moest men althans zijn lijdend kind ontzien.
+
+De majoor, die Eva reeds tot op zeer korten afstand was genaderd,
+heeft bij het binnenkomen van den generaal, onwillekeurig een schrede
+zijwaarts teruggedaan. Zich spoedig van zekeren schok herstellend,
+maakt hij nu een beweging met de hand die moet uitdrukken, dat men--hij
+en zij--daaraan had moeten denken, maar....!
+
+"'t Is mijn gewoonte niet mijnheer," vervolgt Van Barneveld terwijl hij
+zich tot den majoor wendt, "om menschen die de beleefdheid hebben mij
+te bezoeken alleen te laten, de ongesteldheid mijner dochter was er nu
+de oorzaak van. Om u de waarheid te zeggen, liever had ik dezen avond
+_niet_ ontvangen. U zult me deze openhartigheid ten goede houden."
+
+"O generaal, indien ik had geweten....."
+
+"U kondt dat niet weten majoor. Maar....." en uit den nadruk, dien
+Van Barneveld op dit laatste woord heeft gelegd, valt gemakkelijk
+te besluiten dat hij er zou willen bijvoegen; maar--'t zal mij nú
+aangenaam zijn indien gij _vertrekt_.
+
+Weinige seconden later heeft Kartenglimp het landhuis verlaten. Na
+een ongezellige wandeling, waarbij hem gedurig zeer zwarte beelden
+voor den geest zijn gekomen, terwijl niet zelden een geritsel in 't
+akkermaalshout of eenig ander geluid hem tot grooteren spoed heeft
+aangezet; na dien gejaagden tocht is de majoor eindelijk met zekere
+verruiming het oude stadje binnengestapt, om al spoedig zijn woning
+te bereiken waar hij zich op zijn kamer met wat grog zal kalmeeren,
+en eens geregelder zal kunnen nadenken over......
+
+Een "Ha!" op vreemden toon, rolt hem straks van de lippen terwijl
+hij, geheel in zich zelven gekeerd, juffrouw Ketels ronde dienstbode,
+kokend water in zijn glas ziet schenken, 't welk ten halve met rum
+is gevuld. Een gemeenzame lofrede op den klaargemaakten drank, die
+de deerne, na dat "ha!" meende verschuldigd te zijn, wordt echter
+door den majoor met een voor haar zeer ongewone ruwheid beantwoord,
+want, ofschoon door walmen en roode vlammen heen, ziet Kartenglimp
+nu slechts de slanke en fiere gestalte der beeldschoone doktersvrouw.
+
+
+
+En in diezelfde oogenblikken staat Eva Helmond, gereed tot vertrekken,
+vol ongeduld op haar August te wachten.
+
+'t Is haar bekend geworden dat Helmond bij Jacoba is geweest, en
+dat Coba--wier zenuwgestel immers zoo buitengewoon zwak was--op het
+hooren van het gespeelde lied, waarvan de tonen, ofschoon door het
+plafond gedempt, toch duidelijk tot haar kamer zijn doorgedrongen,
+eensklaps klappertandend en straks ook snakkend naar den adem, in
+Helmonds armen is neergezegen.
+
+Meer weet Eva niet. Doch zij heeft genoeg vernomen. 't Verwijt heeft
+haar getroffen dat ze door haar _onnadenkendheid_--jawel, niets meer
+en niets minder--het zwakke kind, zoo al niet in levensgevaar gebracht,
+haar dan toch zeker een gevoeligen schok had gegeven. Oom Van Barneveld
+meende dat Eva nu wel begrijpen zou, wáárom het ontvangen van menschen
+hem minder raadzaam voorkwam, terwijl hij haar uitdrukkelijk heeft
+verzocht, om haar bezoeken liefst niet te herhalen voordat Coba geheel
+en al hersteld zou zijn.
+
+De oude generaal, die straks te laat was gekomen om nog een onderhoud
+van Coba met August--waarvoor hij gevreesd heeft--te kunnen
+verhinderen, had zuster Hermines redenen, ofschoon met droevig
+hoofdschudden, moeten aanhooren, terwijl men reeds zoo spoedig de
+treurige gevolgen van haar onvoorzichtigheid aanschouwen zou. Maar,
+nú ook bestond er geen schijn van twijfel meer dat Jacoba inderdaad
+een andere liefde dan zusterliefde voor haar pleegbroeder koesterde, en
+dat zijn huwelijk met Eva Armelo haar een _diepe_ wond had geslagen. En
+Van Barneveld aarzelt niet langer, maar voelt zich krachtig gedrongen
+om in 't einde rondborstig met zijn pleegzoon te spreken. Helmond, met
+de oorzaak van Coba's zielelijden bekend, zal hem raden en steunen in
+'t belang van zijn geliefd kind. Ja, wat zou hij, de oude krijgsman,
+bij zulk een toestand ook langer alleen staan en schijnbaar zorgeloos
+zijn, zonder den raad en de medewerking in te roepen van hem, die in
+deze teedere zaak zoo nauw betrokken is!
+
+En terwijl Eva vol ongeduld wacht, staan Van Barneveld en August
+tegenover elkander op de kamer van den generaal.
+
+De laatste woelt met de hand in de witte haren, en herhaalt:
+
+"Heeft ze niets.... _niets_ anders gezegd?"
+
+"Nee oom! Coba heeft me alleen over dat reisplan gesproken, waarbij
+ze mij dringend verzocht om u daarvan af te brengen, en ik moest haar
+toestemmen oom, dat ze evengoed op _De Zonsberg_ als op _De Godesberg_
+herstellen kan; tenminste...."
+
+"Ten minste....? Nu spreek dan Helmond."
+
+"Wanneer oom zoo goed wil zijn te begrijpen, dat tante Hermine het
+veld voor Jacoba's dokter moet ruimen."
+
+"Er zijn kwalen Helmond, die een vrouw van jaren misschien eerder en
+juister zal inzien dan een jong dokter, hoe knap hij ook wezen mag."
+
+Van Barneveld neemt een boek van de tafel, en terwijl hij schijnbaar
+aandachtig den titel beziet, vervolgt hij: "Coba's zenuwkwaal moet
+een geheime oorzaak hebben."
+
+"Dat heb ik sedert lang begrepen oom."
+
+Van Barneveld opziende:
+
+"Jij, begrepen? Sedert _lang_? Sedert wanneer August?"
+
+"Het eerst op den avond vóór mijn trouwen oom, toen ik na ons gesprek
+over Coba haar eens nauwkeurig heb ondervraagd."
+
+--Vóór zijn trouwen! August heeft het dan geweten nog eer hij zich en
+voor immer aan dat ijdele kind verbond! Hij heeft den oorsprong van
+Coba's zielelijden gekend, en is geen stap teruggetreden in 't belang
+van háár, die hij altijd zijn lieve zusje heeft genoemd. Eigen zin en
+hartstocht heeft hij gevolgd zonder te bedenken dat hij zijn weldoener
+met dien moord aan zijn kind een vreeselijken slag ging toebrengen,
+vreeselijker nog dan die, waarmee Helmonds jongere broeder hem vroeger
+getroffen had!
+
+De oude generaal heeft weder door het opnemen van het boek een
+afleiding voor zijn ontroering gezocht. Nu is 't voorbij.--Ben ik
+dan kindsch geworden of wel een blind egoist, zoo peinst hij voort
+gedurende de luttele seconden, waarin het na Helmonds verklaring
+stil bleef. Kon ik dan verlangen dat August zijn liefde, zijn
+hart zou dwingen uit dankbaarheid; ter genezing....!? _Wie_ zou de
+krankzinnigheid hebben om zoo iets te eischen? Maar zeker, altijd
+heeft August Jacoba liefgehad; zijn bewijzen van teederheid hebben
+wortels geschoten in haar schuldeloos hart; en toen, toen is een
+Delila met haar Sirenenzang gekomen, en ze heeft hem bedwelmd, zoodat
+hij blind voor Coba's liefde en voortreffelijkheden geworden is. Die
+vermetele! Smaden en trotseeren durft ze nu nog den grijzen pleegvader,
+en.... haar triumf op zijn engelachtig kind vol zelfverloochenende
+liefde, komt ze hier schaamteloos vieren met haar..... _vervloekt
+pianospel_!
+
+Een oogenblik was Van Barneveld zich zelven geen meester; het boek
+wierp hij met kracht op de tafel, en een paar woorden, ofschoon bij
+het uiten gesmoord, ze mengden een verbolgenheid in die anders zoo
+waardige trekken, waaruit schier haat was te lezen.
+
+"Oom, wat deert u?"
+
+"Niets August."--Na een oogenblik van krachtige zelfbeheersching
+herneemt Van Barneveld, uiterlijk kalm: "Zoo, je hebt dus al vóór je
+trouwen geweten dat Coba.... méér voor je gevoelde dan...."
+
+Een vuurrood vliegt over Helmonds gelaat. Hij moet zich aan de tafel
+vasthouden, want die schok kwam te onverwacht.--Groote God! is dat
+de oorzaak van Coba's lijden! zou het teedere zwakke kind....? Maar
+neen, door woord noch blik heeft ze hem ooit iets meer gezegd dan
+'tgeen ze nog dezen avond, met blijdschap over zijn komst herhaalde:
+hij was haar lieve broeder--dát, maar ook _niets meer_.
+
+"Oom, ik begrijp niet....? U bedoelt....?"
+
+"Ik bedoel August, hetgeen je uit mijn woorden hebt begrepen.--
+
+De zaak is van teederen aard. Had ik je niet van jongs af aan mijn
+zoon genoemd, we stonden zeker niet met zulk een verklaring tegenover
+elkander. Maar nu, 't is mij om 't welzijn, om 't leven van mijn kind
+te doen. Ik oude man kan niet langer een rol spelen; mij kwellen met
+verzinsels en vrouwen-intriges om Coba te vrijwaren voor schokken
+die haar nadeelig zijn; immers Hermine zelve heeft getoond dat de
+omstandigheden haar te machtig kunnen worden.--August, mijn openhartig
+spreken is je een vernieuwd bewijs van mijn achting en vertrouwen.--Je
+hebt de goede Coba lief..... als een broeder. Zeg me wat wij te doen
+hebben in haar belang?--August! August!!..... Hoor je me niet?"
+
+"Ik hoor u oom.--Maar nee, nee! dát kan niet waar zijn!"
+
+"Heb je geen brief ontvangen die, waarschijnlijk na je vertrek in
+Parijs gekomen, van daar is teruggezonden?"'
+
+"Nee oom! van wie?"
+
+--Zal mij dan niets gespaard worden, zegt Van Barneveld onhoorbaar. En
+dan overluid, terwijl hij August het papier toont, 'twelk door midden
+gescheurd op Coba's schrijftafel werd gevonden:
+
+"Lees!--Ik weet dat mijn pleegzoon ons lief heeft, en zwijgen kan."
+
+En Helmond leest de regels door Jacoba op dien bewogen morgen in
+vreeselijken angst geschreven.--Met strakken blik blijft hij op het
+onvoltooide epistel staren. Zou het mogelijk zijn?--Maar, geen enkel
+woord in dat schrift bevestigt zulk een vermoeden. Wat zegt het anders
+dan 'tgeen Helmond reeds zelf had doorzien: dat Coba namelijk hem
+deelgenoot wilde maken van een bitter hartzeer, van een zieleleed
+'twelk haar lichaam te sloopen dreigde.
+
+
+
+Eva Helmond loopt in het groote benedenvertrek vol ongeduld op en
+neer. Met een smadenden blik beschouwt ze vluchtig het sprekend
+portret van den generaal, 'twelk met dat doordringende oog op haar
+neerziet. Eensklaps treedt ze op het schelkoord toe en trekt er met
+kracht aan.
+
+Eenige oogenblikken later verschijnt Hendrik.
+
+Eva in een voltaire neergegleden, heeft een achtelooze houding
+aangenomen en zegt:
+
+"Wil je mijnheer roepen. Zeg dat ik klaar ben."
+
+"Mevrouw..... belieft.....?"
+
+"Je zoudt dokter zeggen dat ik hem wacht."
+
+Hendrik aarzelt.
+
+"Mevrouw zal niet kwalijk nemen, maar dokter is op menheers bureau, en
+toen ik zooeven met de brieven boven kwam, toen zei mevrouw Mansburg,
+die juist op den overloop was, dat ik niet zou aankloppen maar de
+brieven hier brengen. Een is er voor dokter bij. Menheer Van Hake
+had gezegd dat de besteller hem maar mee zou nemen omdat dokter
+_hier_ was."
+
+Hendrik legt een paar brieven bij Van Barnevelds plaats op de tafel.
+
+"Geef hier!" zegt Eva met een wenk naar de brieven; en dan, als Hendrik
+aan het bevel heeft voldaan: "Je hebt gehoord wat ik zei niewaar? Je
+zoudt dokter waarschuwen dat ik klaar ben."
+
+"Tóch naar boven gaan mevrouw?"
+
+"'t Komt me voor dat ik het vrij duidelijk heb gezegd Hendrik!"
+
+Hendrik meesmuilt in zich zelven, dat die jonge mevrouw van de kale
+kapiteinsfamilie, nog meer komplementen op 'r lijf hèt dan al de
+leden der generaalsfamilie te zamen. Zoo'n kommando heeft ie van
+juffrouw Coba--die zachte engel!--nog nooit gehad. Maar afijn, als
+ie tegen de orders van den generaal handelt dan zal hij weten _wie_
+'t hem gelastte.
+
+Eva beziet de brieven. De ééne--voor den luitenant-generaal Van
+Barneveld--interesseert haar volstrekt niet; de andere is aan
+'t adres van "monsieur le docteur A. Helmond, hotel du Helder,
+rue du Helder, Paris." Hé, dat is aardig! Een stempel van het
+hotel er op, en dáár afgeschreven: "Ronduyse près de la Haye,
+Hollande!" Kluchtig! _Ronduyse_ près de la Haye!--Nu ja, wat wist
+men in die wereldstad ook van een nest als Romphuizen aan 't eind
+der aarde; 't was al mooi dat ze er een stedeke kenden 'twelk men
+hier de residentie noemt.--Wat al poststempels! Tweemaal Paris--'s
+Gravenhage--en Romphuizen--'t Is niet de inhoud van den brief,
+die haar belangstelling wekt, maar de brief, zooals zij hem daar in
+handen houdt, heeft voor haar zulk een bijzondere aantrekkelijkheid,
+omdat hij diezelfde heerlijke reis heeft gemaakt, en hun uit die
+prachtige stad en uit datzelfde hotel, nog als een groet van verre
+werd nagezonden. Men had hen dáár niet vergeten. Hém niet: le beau
+docteur, en zeker ook háár niet: la belle Hollandaise--ha! zoo men
+het geweten had: née comtesse d'Armeloo!
+
+Het beschouwen van den brief met de vele postmerken op de voor-
+en achterzijde, heeft Eva's gedachten een weinig afgeleid. Zal ze
+hem openen?--Man en vrouw zijn immers één.--Bah! nieuwsgierigheid
+past niet in het kader van een fier en edel karakter.--Ze zou dien
+brief _kunnen_ lezen, maar ze wil het niet.--Toch zal ze zoo vrij
+zijn om hem in den zak te steken: mijnheer de generaal behoeft de
+correspondentie van de familie Helmond niet te controleeren.
+
+
+
+Weinige minuten, nadat dokter Helmond de hem straks getoonde letteren
+heeft gelezen, zegt Van Barneveld terwijl hij Helmond met zijn
+doordringendsten blik beschouwt: "Maar ik herhaal je, dat zulk een
+vermoeden mij en mijn kind beleedigt."
+
+"En _ik_ behoef u niet te herhalen oom, dat dit vermoeden zeker nooit
+in mij zou zijn opgekomen wanneer er voor u of Coba--naar mijn innige
+overtuiging--iets beleedigends in te vinden ware, want...."
+
+"August, ga niet voort. 't Is volstrekt onnoodig dat mijn pleegzoon
+zich in deze teedere zaak verontschuldigt. Ik weet te goed wat hij
+voor Coba geweest is. Maar wáárom zich dan ook te verschuilen achter
+een vermoeden--bah! alsof Coba zich zóó zou hebben vergeten; alsof
+ze affecties zou hebben gevoeld voor haar.... _muziekmeester_! Zwijg,
+dat is beleedigend, zeer!"
+
+"Als u mij niet vergunt te spreken dan zal ik zwijgen; maar, u hebt
+ongelijk."
+
+Van Barneveld loopt met afgewend gelaat de kamer op en neer.
+
+Helmond herneemt:
+
+"Zelfs met uwe begrippen oom, kan mijn vermoeden noch voor u, noch
+voor de goede Coba beleedigend wezen. Immers door woord noch blik
+heeft ze ooit doen gissen wat er omging in haar hart."
+
+"Maar ik zeg je dat er in Coba's hart niets, _niets ter wereld_
+omging voor dien man.... een muziekmeester, die...."
+
+"Die een uitnemend mensch was, en--die nú rust in het graf oom."
+
+"Wat beteekent die toon! Dat laatste klinkt als een verwijt. Mij
+dunkt dat er niemand is die de rust van den doode verstoort dan dokter
+Helmond alleen. Ik heb dat jonge mensch geacht; hij was bescheiden,
+had talent; maar, zulk een verhaal--wat kon het anders dan mijn
+weerzin verwekken!"
+
+"Oom ik geloof...."
+
+"Je gelooft het ongerijmde. Stil! Ik had je raad gevraagd, maar
+behoef hem niet meer. 't Kwam mij niet geheel onnatuurlijk voor
+dat een gevoelig kind zich wat al te zeer aan den zoon van mijn
+vroeg gestorven krijgsmakker had gehecht; maar, dat die broeder--na
+misschien wat al te veel haar teederheid te hebben opgewekt, haar nu,
+en tegenover haar vader, durft verdenken; haar durft betichten van
+een.... gemeene liaison; dát, zie dat is...."
+
+"Maar, bij God....!"
+
+"Nog ééns, genoeg August! Ik wil mijn kalmte niet verliezen. Stel je
+gerust: Jacoba zal genezen ook zonder je meewerking."
+
+"Hoe! zou ik dan niet willen meewerken om Coba...."
+
+"Wij zullen in geen herhaling treden Helmond. Ons gesprek heeft me
+meer gekost dan je vermoedt. Ik wilde...."
+
+Er wordt vrij luide op de deur geklopt.
+
+"Wie daar?" roept Van Barneveld.
+
+Hendrik opent de deur en zegt op den drempel:
+
+"Menheer, mevrouw Helmond vraagt of dokter beneden wil komen? Mevrouw
+was klaar om te vertrekken en kon niet langer wachten."
+
+"Zeg aan mijn vrouw of zij nog even...."
+
+"Heeft mevrouw Mansburg je niet gezegd dat ik ongestoord wilde
+blijven?"
+
+"Jawel generaal."
+
+"En tóch durf je hierkomen!"
+
+"Mevrouw Helmond gelastte me generaal."
+
+"En heb je niet gezegd dat mijn orders...."
+
+"Jawel generaal, dat heb ik duidelijk gezegd, maar de jonge mevrouw
+zei dat dát er niet op aankwam, en dat ik tóch gaan moest."
+
+Een donkerrood bedekt eensklaps het gelaat van den ouden krijgsman.
+
+"Zeg aan mevrouw dat ik zal komen zoodra ik kan;" klinkt Helmonds
+bevel, en hij geeft een gebiedenden wenk aan Hendrik, die daarop
+aanstonds vertrekt.
+
+"De onbeschaamde feeks!" murmelt Van Barneveld, terwijl hij zijn
+gelaat naar een andere zij heeft gekeerd en de vuisten krampachtig
+gesloten houdt.
+
+Helmond heeft dat laatste gehoord. Het greep hem in 't hart. Snel
+werpt hij een blik naar de deur om zich te overtuigen dat hij zich
+met den pleegvader alleen bevindt, en dan:
+
+"U spreekt van _mijn vrouw_ oom!"
+
+"Ja Helmond, ja!"
+
+"Maar gevoelt u niet oom...."
+
+"Gevoelen! Ha, dat zal waar zijn, meer dan ik zeggen kan. Bleef ik
+daarom te midden van 's-vijands lood in duizend gevaren ongedeerd,
+om mij 't leven door een paar wijven te doen vergiftigen!"
+
+Helmond, doodsbleek geworden, staart met saamgeperste lippen op den
+grijsaard, die eveneens strak voor zich heen ziet. Bijna fluisterend
+met een trillende stem, zegt de eerste terwijl hij met de hand op
+de tafel geleund zich eenigszins naar de zij van zijn pleegvader
+vooroverbuigt:
+
+"U bedoelt.... toch.... niet.... dat mijn Eva....?"
+
+Van Barneveld grijpt den rug van een armstoel vast; blijft strak voor
+zich heen zien, en geeft geen antwoord.
+
+"Het kan u geen ernst wezen oom, dat mijn vrouw waarlijk een hinderpaal
+zou willen zijn voor uw geluk....?"
+
+Van Barneveld blijft zwijgen. Met Gods hulp zal hij verder heerschen
+"over den boozen geest die hem te vervoeren zoekt".--Helmond vervolgt:
+
+"Al moest het waar zijn wat u ten opzichte van Coba hebt _vermoed_, is
+het dan _Eva_'s schuld dat ik haar tot vrouw koos, terwijl ik de goede
+Coba toch nooit met zulk een liefde zou hebben bemind? Maar bovendien,
+de tijd zal het leeren dat mijn huwelijk met Eva Armelo uw kind geen
+hartzeer heeft berokkend oom. En dan, wat heeft Eva gedaan dat zij
+door u een onbeschaamde.... een--o het woord is te bitter--een _wijf_
+wordt genoemd, dat.... u het leven.... te.... vergiftigen zoekt.--Oom,
+mijn achting, mijn eerbied voor u, ze eischen toch niet dat ik de
+vrouw mijner liefde onverdiend zal hooren smaden en beleedigen....?"
+
+Van Barneveld wendt zijn gelaat langzaam naar Helmonds zijde, en
+'t klinkt schijnbaar kalm op diepen toon:
+
+"Zal ik mijn pleegzoon verschooning moeten vragen voor de woorden die
+hem griefden?--Welaan, het zij zoo, op mijn ouden dag wil ik den oorlog
+niet.--August, ga nu heen, we hebben niets meer te praten;--neen, niets
+meer, niets!--Groet je vrouw August. Zeg haar dat het beter zal zijn
+indien we elkaar niet meer--of wil je--slechts zelden ontmoeten. Ik
+eisch tenminste rust en vrede wanneer ik dan niet oogsten mag waarop
+mijn hoop was gebouwd: de liefde van hen die ik.... als eigen zoons
+heb opgevoed.--Ga nu August.... je vrouw wacht je."
+
+Dokter Helmond staat een oogenblik besluiteloos. Op dien toon heeft
+hij den pleegvader nog nooit gehoord. Er was een weemoed in zijn stem
+die geweldiger trof dan ooit zijn toorn het gedaan had. August ziet
+den ouden man in een leunstoel neerzakken. Met den arm op de tafel
+ondersteunt hij het sneeuwwitte hoofd. Hoe! blinkt daar een traan in
+het starende oog,--een traan in het oog, 't welk men voorheen wel eens
+"des vijands vlucht" of "Neerlands krachtigst wapen" heeft genoemd?
+
+Van Barneveld wendt zijn gelaat van Helmond af; maar de pleegzoon
+heeft den traan gezien. Met bliksemsnelheid vliegt een blonde
+jeugd en gelukkige jongelingstijd zijn geest voorbij; al wat hij
+goeds genoot van dien edelen maar gestrengen pleegvader, het staat
+daar weer levendig voor zijn herinnering. Zijn waardige lessen of
+kernspreuken, hoezeer ook somwijlen in tegenspraak met een vrijere,
+mildere--misschien een jongere--wereldbeschouwing, doch altijd
+getuigend voor zijn edelen aard en onkreukbare trouw, hij hoort ze
+opnieuw: "Vrees God! Eer den Koning!"--"Heb je vijanden lief, maar
+verdelg ze die komen om 't vaderland te belagen, of hém te bestoken die
+door God tot opperheer werd gezalfd."--"Zelfs de rijke werke in zijn
+jeugd opdat hij met zijn rijkdom niet arm zij in den ouderdom."--"God
+heeft standen en rangen verordineerd: wie huwt beneden zijn stand
+verbreekt de ordonnantiën Gods."--"Wees gestreng maar rechtvaardig;
+mild voor wie geen handen heeft of op krukken gaat."--"Zwijg als uw
+meerdere spreekt."--"Buig het hoofd indien de Heer gebiedt."--"Kruipen
+doet het laag gedierte."--"_Knielen_ zult ge voor _God alleen_."
+
+En dan, moest in dit oogenblik het woord niet met gloeiende letters
+voor Augusts oog geschreven staan: "Vergeet de hand niet die u de
+veldflesch reikte toen ge snaktet naar water"?
+
+"Oom!" barst Helmond uit, terwijl hij de hand van den grijsaard vat:
+"ik bid u, spreek zoo niet. Heb ik u niet lief als een dankbare zoon?"
+
+"'t Is wel August, maar ga nu. Waartoe nog meer! Je _vrouw_ wacht
+beneden."
+
+"Zou een vrouw mij verhinderen om u te zeggen dat ik u als een eigen
+vader liefheb?"
+
+"Men zal de vrouw boven den vader stellen. Ga nu heen August!"
+
+"Maar wij beiden zullen u liefhebben oom; zij _zal_ wijs worden;
+maar wees niet te gestreng tegen haar!?"
+
+Van Barneveld ziet hem eensklaps aan alsof hij wil vragen: was _ik_
+gestreng tegen háár? Gij die mij kent, hébt gij van dezen avond mijn
+zelfbeheersching niet gezien?--Maar, zonder spreken ziet hij weer
+voor zich neer, en dan:
+
+"Ik wenschte nu dat je heengingt August; nóg eens, je vrouw staat
+te wachten."
+
+"Maar Eva _zal_ wachten oom! Zonder de zekerheid dat ik nog altijd
+uw liefde en achting bezit, kan ik niet heengaan. Waardoor heb ik
+die liefde verbeurd? Waarin heb ik moedwillig uw hoop bedrogen? Als
+man van eer verzeker ik u dat ik nooit met Coba's hart heb gespeeld,
+en zelfs, tot het oogenblik, waarin u mij uw vermoeden meedeeldet,
+is het denkbeeld aan de _mogelijkheid_ niet eens in mij opgekomen. U
+gelooft mij oom....? U gelooft me, niewaar?"
+
+Van Barneveld antwoordt niet; maar juist in dat zwijgen vindt Helmond
+zijn vrijbrief. Hij vervolgt:
+
+"En, _moest_ het nu al waarheid wezen dat ik geheel ondanks mij
+zelven aan uw dierbaar kind een dieper gevoel heb ingeboezemd dan
+we vermoedden, wat ik u bidden mag, laat mijn Eva dan toch buiten
+die teedere zaak. Immers, toen ik reeds haar jawoord ontvangen had,
+toen wist ze ternauwernood dat de lieve Coba bestond. En bovendien,
+haar aard is te edel om gelukkig te kunnen zijn ten koste van een
+andere. Is zij dan wat veeleischend misschien, bedenk ook dat Eva geen
+hart zou hebben aangenomen 't welk haar niet in den uitgestreksten
+zin alleen toebehoorde. Verdenk dus mijn Eva niet. Maar ook, om
+mijnentwil vergeef mijn jonge vrouw, die niet in uw goede leerschool
+werd grootgebracht, wanneer ze eens vergeet...."
+
+Eva gekleed met hoed en sjaal heeft de deur van Van Barnevelds kamer
+geopend, en den drempel overschrijdend, zegt ze nu tamelijk luid:
+
+"Ik geloof August, dat alleen de _jonge vrouw_ iets te vergeven heeft,
+wanneer men haar gedurende een paar uren _geheel en al vergeet_."
+
+"Eva....!"
+
+Van Barneveld heeft eensklaps met vlammenden blik naar Eva omgezien;
+doch, nu zegt hij bedaard:
+
+"August.... je hebt het gehoord."
+
+"Maar ik had met oom te spreken Eva."
+
+"Leert mijnheer Van Barneveld misschien dat men ter wille van zulk
+een gesprek, eerst zijn _jonge vrouw_ met een vreemde, en later in
+holle kamers bij nachtlicht geheel alleen zal laten?"
+
+"Eva, ik verzoek je...."
+
+"....Te begrijpen August, dat men zulk een les niet opvolgt, en
+althans niet wanneer de zeer wellevende leermeester, die vrouw _de
+deur heeft gewezen_."
+
+Van Barneveld steeds in zijn armstoel gezeten, grijpt een pen, stoot
+die eenige malen met kracht op de tafel, en dan, als hij haar gansch
+gespleten wegwerpt zegt hij zacht doch met klem:
+
+"August, je kent me: Ga nu heen."
+
+"Oom, ik kan...."
+
+Van Barneveld reikt hem van terzij, met afgewend gelaat, de hand, en
+'t klinkt weer zacht:
+
+"Laat dit eindigen; om Godswil, ga heen!"
+
+Eva komt den generaal een schrede nader, en met een stem die bits
+kon heeten indien ze niet door een natuurlijke welluidendheid werd
+getemperd, zegt ze:
+
+"Ik heb begrepen mijnheer Van Barneveld, dat het eindigen zou nog
+vóórdat het begonnen was. Dezen avond wilde ik zekerheid hebben,
+en...."
+
+"Eva, kom, wij gaan.... Bedenk tegen wien...."
+
+"Ik bedenk dat zeer goed, en wil dien ouden heer ook volstrekt geen
+kwaad August; ja zelfs ik zal je niet weerhouden hem lief te hebben
+zooveel je dat kunt. Maar, heb ik zelve nog straks zijn eer tegenover
+dien vreemde trachten op te houden; nú tegenover hem zelf, en bij
+ons laatste samenzijn, nu _wil_ ik spreken: Ik heb altijd vermoed
+mijnheer de generaal, dat het zoo eindigen moest, en wel.... omdat
+mijn karakter nooit sterker in opstand kwam dan wanneer het _trots_,
+gepaard met _schrielheid_, ontmoette. Mijn ondervinding...."
+
+"Eva zwijg!" roept Helmond hevig: "bij God, dat gaat te ver...."
+
+De oude generaal heeft nogmaals en krachtig gestreden, maar ook
+nogmaals--tegenover een _vrouw_, zich zelf overwonnen. Nu opgestaan,
+zich zijwaarts tot Eva keerend, zonder haar echter aan te zien,
+zegt hij met een zeer merkbaar gekunstelde bedaardheid:
+
+"Wil me uw ervaringen sparen mevrouw. Met mijn leeftijd zou ik driemaal
+uw vader kunnen zijn. Mijn trots en schrielheid...."
+
+"Oom ik bid u, zij bedoelde...."
+
+"Zij bedoelde mijn _trots_ en _schrielheid_ August, en
+daarom.... dáárom...." Doch de grijsaard kon niet verder spreken. Zijn
+lippen trilden; de stem stokte hem in de keel. Helmond greep zijn hand,
+maar als hij met de andere ijlings een glas water wil inschenken,
+dan vermant zich de oude krijgsman voor 't laatst, en zegt op zacht
+gebiedenden toon, terwijl August Goddank, nog zijn handdruk gevoelen
+mag:
+
+"Laat me.... nu alleen.... of.... of ik vergeet....--Voort Helmond,
+voort!"
+
+En August, wankelend tusschen den verguisden pleegvader en zijn
+gekrenkte maar onberaden echtgenoote, werpt een gestrengen blik op
+Eva, en ze vlucht voor dien blik terug naar de deur. En de grijsaard,
+neervallend in zijn zetel, bedekt met beide handen het gloeiend gelaat,
+en murmelt met tranen in zijn heesche stem:
+
+"O God, dit alles op mijn ouden dag! Heb ik dat aan hen
+verdiend! Groote God, moest ik dit nog beleven!"
+
+
+
+
+
+
+
+ZESTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+'t Was den jongen dokter bij 't naar huis keeren alsof de starren hem
+treurig toeriepen dat de zon voor altijd was ondergegaan.--Ach! is
+dan de vrouw, die daar aan zijn zijde treedt, de schoone zoetgeurende
+bloem, die hij op zijn pad gedacht heeft te vinden? Is zij de teedere
+zachte; de stille bescheidene; de tevredene eenswillende de plooiende
+nederige levensgezellin, die hij voor 't eerst met een kwijnende plooi
+om den fijnbesneden mond onder den meidoorn heeft begroet? Hoe! is
+dan de vrouw, die daar zonder spreken als een donkere massa nevens
+hem voortgaat, en van wie het hem goeddeed dat zij straks den noode
+aangeboden arm versmaadde, is zij dezelfde, wier eerste kus hem voor
+luttele maanden de grootste zaligheid schonk, wier hemelsche oogen hem
+spraken van een eeuwigdurende liefde; wier mondje hem zoo dikwijls
+de zoetste woordjes had toegefluisterd en zoo plechtig verzekerd:
+dat het eenig geluk zou wezen, met en voor hem te leven!
+
+--Heeft hij zich dan zóó bedrogen!?
+
+--Welk een aard stak er dan in die schoon gevormde vrouw? Ongevoelig
+en vermetel, ja _onbeschaamd_ heeft ze den edelen pleegvader
+grofheden gezegd die.... O God, 't is ongelooflijk dat zóó iets
+geschieden kon.--Is het wel waarlijk gebeurd? Heeft geen droom hem
+begoocheld? Neen, het is geen droom.--Daar gaat ze; nu bijna geheel aan
+de overzij van den straatweg.--Spreekt ze? Neen, 't Is het fladderen
+der zijden linten van haar hoed in den avondwind.--Toch meent hij te
+hooren....?--Neen, spreken doet ze niet. Is het klappertanden....?
+
+"Eva!"
+
+Geen antwoord.
+
+Hij treedt naar den overkant van den weg haar terzij, en dan, na een
+oogenblik zwijgens:
+
+"Wil je me vasthouden Eva?"
+
+Nog geen antwoord; maar duidelijk hoort Helmond nu het gerikkel en
+het geklepper van haar tanden.
+
+"Geef me den arm Eva!"
+
+"Ik dank je August;" zegt Eva, bijna onhoorbaar, terwijl ze zich
+geweld doet om het tandengeklapper te bedwingen.
+
+"'t Zou toch gemakkelijker voor je zijn; 't is nog een heele
+wandeling."
+
+Eva antwoordt niet, maar denkt: En bij den _dierbaren_ pleegvader
+staan drie paarden op stal, en zit een koetsier te luieren in de
+keuken!--Die goede pleegzoon! hij wil mij gaarne den arm geven,
+bevreesd misschien dat mij hier op den weg iets overkomen zal. Geen
+nood, zoo erg is het niet. Zou het mij bij zijn aanraking niet zijn
+alsof ik nogmaals den dolksteek zijner oogen gevoelde? Zulk een
+blik! Op mij.... zijn "liefste", zijn "eenige", zijn "geluk voor
+altoos". O! mag dankbaarheid dan zóó verblinden? Zou een man die
+waarachtig zijn grootsten schat vindt in de liefde zijner jonge vrouw,
+zou hij zich aanstonds zóó kunnen stellen tegenover haar, en aan de
+zij van een bekrompen autocraat!
+
+"Of ik koud ben August? Ja, _koud_, verschrikkelijk!"
+
+"Ik begrijp het Eva, je hebt...."
+
+"Ik heb je ijskoude oogen gezien August. Nee, laat me, ik wil alleen
+gaan."
+
+"Eva, we hebben onlangs van een kind gelezen, dat bij het naderen
+van een trein op de rails speelde. De vader schoot toe en greep
+het kind met ijzeren vuist. Het kind schreide want de vader had het
+zeergedaan.... Maar zeg, die ijzeren vuist getuigde zij voor de liefde
+van dien vader.... of....?"
+
+Eva antwoordde niet.
+
+Had dokter Helmond dan vergeten dat hij zijn patiënten gedurende een
+heete koorts geen versterkende middelen toedient, en heeft hij niet
+doordacht dat zijn overtuigend woord in deze oogenblikken zou zijn
+als olie geworpen in het vuur?
+
+--Dat gaat te ver, prevelt Eva binnensmonds. Ei! _ik_ ben dus het
+domme onwijze kind dat zelfs niet weet waar het speelt, _ik_! terwijl
+inderdaad de hoogwijze echtgenoot, die zoo beschermend de hand naar
+de onnoozele uitstrekt, met blindheid is geslagen en ten koste zijner
+jonge vrouw de partij trekt van een schrielen laatdunkenden voogd!
+
+Toen dokter Helmond en zijn vrouw waren thuis gekomen, en mevrouw
+Van Hake nog eens even naar den welstand van juffrouw Van Barneveld
+kwam vragen, om meteen zoo ongemerkt te zien of ze Eva ook in 't
+een of ander behulpzaam kon wezen, toen bespeurde zij al spoedig
+dat het bezoek op _De Zonsberg_ de jonge echtgenooten niet vroolijk
+gestemd had.
+
+Zij achtte het echter verstandig daarvan niet te doen blijken;
+maar, nadat Helmond nog even in de apotheek was gegaan, zocht ze
+Eva een weinig te verstrooien door haar op vriendelijken toon over
+een huishoudelijke aangelegenheid te raadplegen, terwijl ze later,
+alvorens te vertrekken, een schoteltje aardbeien uit een buffetkastje
+te voorschijn haalde, met verzoek om dokter met deze eerstelingen
+eens bij 't souper te verrassen. Mevrouw Van Hake had ze zelve van
+een tuinman gekregen aan wiens dochtertje zij 't naaien leerde. Maar
+Eva mocht daar niets van zeggen.
+
+En het betere, het edele in Eva fonkelde nu weder in haar oog,
+terwijl ze daar peinst:
+
+--De arme ziel! Zij die zoo weinig, neen die _niets_ bezit in
+de wereld, zij kon wel aanstonds wegschenken 'tgeen men haar uit
+dankbaarheid heeft aangeboden. En, niet uit _haar_ naam moet ik ze
+geven, maar zij wil dat ik ze August zal voorzetten alsof ik zelve
+bedacht had hem er mee te verrassen.--O! zeker, 't is een lief en
+goed mensch die arme vrouw.--Welk een onderscheid met dien nabob van
+_De Zonsberg_! Uit haar attentie--hoe gering op zich zelve--spreekt
+liefde voor ons, en hartelijke gulheid.
+
+En, bijna overluid zegt Eva, met de oogen in de richting der deur door
+welke mevrouw Van Hake zooeven de kamer verliet: Goed schepsel, arme
+sukkel, je had met je ananas-aardbeien op geen beter moment voor den
+dag kunnen komen. We zijn vriendinnen hoor, vriendinnen voor altijd! En
+dan, met een blik op de mooie vruchten: Maar mijnheer Helmond zal
+van avond geen aardbeien eten. Immers, er was reeds verkoeling genoeg!
+
+En Eva borg de heerlijke donkerroode vruchten weer in de kleine
+buffetkast.
+
+Weinige oogenblikken later ziet ze luisterend op. Een rijtuig--in den
+aanvang nog zeer van verre--komt al nader en nader, en doen de huizen
+der stille Hoenderveldstraat beven en trillen; verschrikt misschien
+over zulk een onverwacht bezoek in den laten avond.
+
+Hoor, het rijtuig houdt voor de achterdeur stil.
+
+Eenige minuten later komt Helmond uit de apotheek terug en zegt:
+
+"Mijnheer Debecque laat me op _De Poel_ halen Eva. Zijn zoon, die
+voor een paar dagen was thuisgekomen, is ziek geworden. _De Poel_ is
+drie kwartier rijdens; 't zal dus laat worden eer ik terug ben. Jij
+moet maar naar bed gaan Eva."
+
+"O, als je dat liever hebt....."
+
+"Laat opblijven is niet gezond."
+
+"Och, die gezondheid zal wel zoo schrikkelijk zwaar niet meer wegen."
+
+Helmond ziet haar een oogenblik stilzwijgend aan. Nu gaat hij in de
+gang; maar komt ook spoedig, met zijn overjas aan en tot vertrekken
+gereed, in de huiskamer terug:
+
+"Slaap wel Eva."
+
+--Neen, die koude duldt ze niet langer. Nu ze den geliefde daar gereed
+ziet om haar voor 't eerst op zulk een vergevorderd uur, hoewel slechts
+voor korten tijd te verlaten, nu komt een zekere avond-weekheid--en
+vooral na een overspanning als die der laatste uren--zich huwen
+aan haar liefde voor den echtvriend; en dan, ofschoon met groote
+zelfoverwinning--want dien ijskouden blik kan ze niet vergeten--zegt
+ze, terwijl ze op het gereedstaande avondbrood wijst:
+
+"Ik zou toch eerst iets eten Helmond."
+
+"Nee..... dankje. Ik heb geen trek Eva.--Ik zeg..... wacht me niet;
+'t kan wel één uur worden eer ik terug ben."
+
+"Dan zou ik toch zeker eerst nog iets eten."--Zij gaat naar het
+buffetkastje; opent het, en..... neen, ze doet het weer dicht. Maar
+zie, als Helmond haar straks is genaderd, en haar een zoen ten afscheid
+zal geven, omdat.... omdat hij het nu voor 't allereerst toch niet
+laten wil, zie, dan heeft ze den kleinen schotel met aardbeien reeds
+in de hand, en zegt ze met bijzonder welluidende stem:
+
+"Als je er van deze wat bijnaamt August, hé? Een klein stukje brood?"
+
+"Eva.... hadt je die voor mij.... die prachtige aardbeien?"
+
+"Nee August, niet ik...."
+
+"O, dan heeft oom ze gezonden.--Al gisteren had Coba gezegd...."
+
+Eva legt haar vinger op den mond:
+
+"Stil, niet te voorbarig August. Mijnheer Van Barneveld is er waarlijk
+onschuldig aan.--Nee, ze zijn van een _arme_ weduwe, die ze uit haar
+eigen mond voor je spaarde, en, die zelfs wenschte dat ik haar _naam_
+niet zou noemen."
+
+
+
+'t Was een prachtige lente-avond of lentenacht; prachtig inzonderheid
+voor wie, zooals dokter Helmond, zeer gemakkelijk in het grijs damast
+eener overheerlijke coupee--gevrijwaard voor de kou, die dit jaar zeer
+lang bleef aanhouden--zachtkens geschommeld, het schoon daarbuiten
+genieten mocht.
+
+De koetspaarden van mijnheer Debecque vlogen over den straatweg; en,
+door het portierglas heen zag Helmond, hoe de straks gerezen volle maan
+hen najoeg als op donzen wiek door het grauw azuur, terwijl ze velden
+en heuvels en bosschen, al dommelend of slapend in breede schaduwen,
+hier en ginds met haar phantastisch zilverlicht, deed _droomen_
+van den klaarlichten dag.
+
+En zie, nu Helmond reeds lang heeft getuurd naar die zacht glanzende
+maan, meest in volle klaarheid voortjagend aan den wolkeloozen hemel,
+maar gedurig ook wegschuilend achter takken en blaadjes, waardoor
+zij zoo tooverachtig heenblonk alsof ze oude sprookjes vertellen
+wilde.... zie, nu giet zij eensklaps haar bleeken glans over den
+zijmuur van een deftig landhuis, terwijl zij het hooge ijzeren hek
+aan den straatweg met matte blinklichtjes flikkeren doet.
+
+Dat is _De Zonsberg_.
+
+'t Is niet vreemd dat Helmond eensklaps in levendige trekken het
+beeld van den grijzen pleegvader voor oogen heeft.
+
+En weer,--maar sterker dan te voren, komt de vraag hem bestoken:
+Bezit die waardige grijsaard dan inderdaad de gebreken waarvan Eva
+hem zoo overmoedig durft betichten? Is hij dan werkelijk trotsch....?
+
+--Neen neen, dat kan niet waar zijn.--En toch, sprak hij niet meermalen
+dat woord; Er zijn standen en rangen door God verordineerd. Wie
+huwt buiten zijn stand verbreekt de ordonnantiën Gods!--En wanneer
+men dan daarmee zijn houding tegenover den armen Philip in verband
+brengt! 't Was toch zijn wil geweest dat de vurige knaap, het meisje
+aan wie hij reeds zijn woord van trouw, en helaas ook het recht op
+zijn naam had gegeven, dat hij haar dien naam zou onthouden; dat hij
+haar verstooten zou omdat-- omdat er standen zijn.... ha! rangen,
+hooger en lager, bepaald naar de geboorte der menschen.--O, den man
+dien men van kind afaan schier als het middelpunt der wereld, als
+den edelste der menschen, als den weldoener, den steun van zijn leven
+leerde beschouwen, zulk een ziet men zoo moeielijk anders dan bij den
+glans der aureole, waarmee wij hem zelf vol geestdrift tooiden. Maar
+toch, peinst Helmond voort, reeds zoo dikwijls heeft het mij strijd
+gekost om het denkbeeld te verjagen, dat er inderdaad op den bodem
+van dat hart een trots zetelt, die slechts op de gelegenheid wacht
+om zich naar waarheid te toonen.--Zou dan die vrees voor Eva's zucht
+naar grootheid, zouden zijn bedenkingen tegen mijn keuze, inderdaad
+de uitvloeisels van dien trots zijn geweest, ofschoon hij het steeds
+te verbergen zoekt? Oom is goed voor iedereen, maar zijn toon klinkt
+meestal gestreng; tegenspraak duldt hij niet, en gemeenzaam met zijn
+minderen is hij nooit.--En dat andere....? Maar neen, mijn gansche
+leven, alles wat ik ben, 't is immers het klinkendst protest tegen
+zulk een beschuldiging.--Hij, de weldoener, de grootmoedige, die
+zelfs twee arme knaapjes tot zich nam, hij zou de kiem in het hart
+dragen van dien wortel van alle kwaad?
+
+Helmond weet niet meer waaraan hij later een geruimen tijd heeft
+gedacht. Onder 't voortrijden zag hij wel, dat kleine zwarte wolkjes nu
+en dan de maan hebben befloerst, maar wánneer dat begonnen is.... hij
+weet het niet. 't Is aanstonds een heele boel donkerder wanneer
+zoo'n wolkje de glanzende nachtvorstin in den weg treedt; doch zie,
+doorschijnender vluchten de laatste vlokjes reeds heen, en voorzeker,
+wanneer het dan weer helder en licht is--neen, dan komen weer andere
+veel grootere vlokken en wolken, en, de maan zal 't verliezen in den
+kamp, want..... de lucht gaat betrekken.
+
+Straks in de lanen van het landgoed _De Poel_ was het,--ofschoon geen
+donkere nacht, toch in geen geval helder.
+
+--Mijn Eva ziet scherp en met onbevangen blik, peinst Helmond,
+terwijl hij in het dommelig zwart voor zich heen staart: Onverstandig,
+berispelijk zelfs was haar overmoed; maar ongelijk, inderdaad ongelijk
+heeft ze niet.
+
+Aan een kleinen zwaai van het rijtuig en aan het knoerpen der wielen
+en paardenhoeven in 't kiezel zand, bespeurt Helmond dat men den oprit
+van _De Poel_ heeft bereikt. Eenige oogenblikken later stapt hij de
+coupee uit, en treedt de vestibule van het fraaie landhuis binnen.
+
+De oude baron Debecque ontvangt den dokter in de vestibule. Men heeft
+zijn komst met verlangen tegemoet gezien. Eergisteren is Archibald--de
+voorzoon van mevrouw Debecque, een charmante jongen, die voor zes
+jaren geheel vrijwillig, maar zeer tegen den zin zijner familie naar
+de Oost was gegaan,--met overplaatsing bij het leger in Nederland,
+uit Indië in de ouderlijke woning teruggekomen.
+
+"Vandaag," zoo geeft Debecque eenigszins gejaagd de verdere inlichting:
+"vandaag, vooral van avond, zag hij vreeselijk bleek; fameuze pijn
+in de zij; belemmerde ademhaling; koortsig; mama zeer ongerust,
+natuurlijk!--Vooral niets laten blijken indien er gevaar mocht
+wezen.--Jawel op die kamer; ga binnen dokter."
+
+Archibald Hardenborg, omtrent zes en twintig jaren oud, had een
+bijzonder gunstig voorkomen; men kon hem gerust een type van mannelijke
+schoonheid noemen. Nú, zooals hij daar met de donkerblonde krulharen
+om het eenigszins bleek gelaat in het kussen neerligt, nu zal men het
+eerste wel aanstonds toestemmen, doch waarschijnlijk het tweede niet
+zoo gereedelijk beamen.
+
+Helmond groet mevrouw Debecque, die zwijgend een welkomstteeken heeft
+gegeven, en gaat dan aanstonds naar het ledikant.
+
+"Ah zoo, ben je daar menheer Helmond;" zegt de zieke tamelijk snel,
+ofschoon het te hooren is dat hij moeite heeft om zoo rad te spreken:
+"Mama's troetelgodin, de lieve Hollandsche lente, heeft me leelijk in
+m'n wiek geschoten.--'t Spijt me dat ik je.... derangeeren moet.--Links
+in de zij, jawel.--Een pols als een gangklok.... Volstrekt geen kwaad
+bij.... Hoor je wel mama.... 't is niemendal!"
+
+"Wees zoo goed luitenant! u niet te veel met spreken in te spannen,
+'t Valt u moeielijk niewaar?"
+
+"Als je me nu vroeg om bijvoorbeeld een "Grace" uit de Robert of zoo
+iets te zingen, dan ja.... ai!.... Nee nee, 't is zoo erg niet."
+
+"Heb je weer meer pijn?" vraagt de oude baron, en ziet beurtelings
+zijn zoon en dokter Helmond aan.
+
+"Om u de waarheid te zeggen papa, daar hou ik zoo precies geen
+boek van. 't Is in alle geval een allemachtig mooie bestiering,
+dat een patiënt z'n rantsoen pijn niet voor de heele expeditie
+opeens.... te.... dragen krijgt."
+
+Bij de laatste woorden, half lachend gesproken, bemerkte Helmond
+opnieuw dat dit schertsend spreken--waarschijnlijk het gevolg van een
+doorgaans vroolijken aard, en ter geruststelling zijner moeder--den
+patiënt meer moeite kost dan hij weten wilde. Archibald wendde het
+gelaat naar de binnenzij van het ledikant, en Helmond vernam voor
+niemand dan hém verstaanbaar de woorden:
+
+"Een pleuris hé? Zeg aan mama dat het niets te beduiden heeft."
+
+Mevrouw Debecque was een eenigszins vreemd, schichtig, lief leelijk
+mensch van ruim vijftig jaren.
+
+Als de echtgenoot van den steeds galanten en doorgaans opgeruimden
+ouden baron, die _zelf_ een goed gevormd gelaat had, waarover iets
+blank-zilverachtigs verspreid lag; als de echtgenoot van zulk een
+man, moest mevrouw Debecque, op wie haar voor 't eerst ontmoette,
+wel een zonderlingen indruk maken.
+
+Ofschoon van patricische, maar niet van adellijke afkomst, had
+mevrouw Debecque een _zeer_ burgerlijk voorkomen. Wat echter de minder
+schoone weduwe van den kapitein Hardenborg, vooral in de oogen van
+den baron Debecque tot een zeer wenschelijke partij heeft gemaakt,
+was de omstandigheid dat mevrouw Hardenborg, geboren Rebecca Fontayn,
+een zeer groot vermogen bezat; en, dewijl de baron na den dood zijner
+eerste vrouw--die hem een paar huwbare dochters had nagelaten--zich
+in groote financieele moeielijkheden bevond, zoo was hij verstandig
+genoeg geweest om te zorgen "dat hij baron kon blijven" ten einde
+ook aan zijne dochters, namens de tweede mama, een huwelijksgift te
+kunnen aanbieden, eenigszins geëvenredigd aan haar stand.
+
+Nochtans, hoewel Debecque "baron en vader was in de eerste plaats",
+en ofschoon hij nog geenszins ongevoelig mocht heeten voor vrouwelijk
+schoon, hij was te zeer _edelman_, om zijn woord van trouw aan de
+weduwe Hardenborg te schenden, of voor haar toenmaals tienjarig
+zoontje Archibald, liefde te huichelen, indien hij niet werkelijk
+dat aardige kind als zijn eigen had liefgekregen.
+
+Debecque heeft aan zijn tweede vrouw nooit gezegd dat hij haar "vurig
+beminde" of dat hij haar "schoon vond", maar somwijlen slechts dat
+"die beste lieve Archibald, waarlijk wel wat op zijn moeder geleek".
+
+En immers, zoo iets te hooren, het was voor die moeder reeds meer
+dan zij wenschen kon.
+
+Toen Archibald op twintigjarigen leeftijd officier is geworden, toen
+heeft mevrouw Debecque de zwaarste slag van haar leven getroffen. Met
+zijn vurigen aard, had haar jongen rust noch duur gekend eer hij
+den steeds gekoesterden maar lang verzwegen wensch zag vervuld,
+om als officier naar Oost-Indië te vertrekken, waar, zooals hij
+zeide, de nikker-populatie tenminste van tijd tot tijd nog zorgde
+dat een Nederlandsch officier zich leerde herinneren waarvoor hij
+den degen droeg. Met de vaste belofte "dat hij juffrouw Insulinde
+'t vaarwel zou toeroepen als ze hem soms wat al te chaude werd, of
+wanneer ze een van z'n ledematen als liefdepand zou hebben geëischt;
+met ernstige beloften, ook van "schrijven" en "niet vergeten" en
+"niet roekeloos wagen" en "altijd maar denken" enz., is Archibald
+vertrokken, zonder dat ook de invloed van papa Debecque hem heeft
+kunnen bewegen om af te zien van den altijd gekoesterden wensch.
+
+Met Archibalds vertrek was voor de goede vrouw de zon uit het landschap
+verdwenen.--Zij is aan 't sukkelen geraakt, en terwijl haar schoonheid
+daardoor in geen geval had mogen winnen, ging bovendien het schichtige
+van haar blik zich steeds sterker in haar handelingen openbaren,
+zoodat zij zeer menschenschuw en dikwijls uiterst zwaarmoedig en
+zwaartillend geworden is.
+
+Doch, sedert een half jaar, toen men het bericht uit de Oost ontving
+dat Archibald zou terugkomen, is mevrouw Debecque oneindig veel beter
+geworden; zij sliep veel geruster en was, voor den gewonen beschouwer,
+dan ook niets anders dan.... een eenigszins vreemd, schichtig, lief
+leelijk mensch.
+
+En nu, twee dagen na Archibalds blijde tehuiskomst, werd hij eensklaps
+ziek; o goede God, en erger ziek dan men bekennen wilde, ja, dat zag
+de moeder zeer duidelijk.
+
+Dokter Helmond heeft zijn recept geschreven, en geeft verder den
+noodigen raad. Opstaande zegt hij nu:
+
+"Tot morgen jonker. Zoodra de middelen er zijn, trouw innemen, hoor!"
+
+Door den baron vooruitgegaan en op het portaal gekomen, voelt Helmond
+zich eensklaps aan 't pand van zijn jas trekken.
+
+"Dokter, zeg, verberg mij niets: is hij vergiftigd misschien? Door een
+wraakzuchtige in Indië.....? O God, dat zou verschrikkelijk wezen! Een
+langzaam werkend vergif?"
+
+"Vergiftigd?" zegt Helmond zonder verbazing, want hij weet wel dat
+mevrouw Debecque zeer sombere oogenblikken heeft: "Nee waarlijk,
+daar is geen quaestie van mevrouw."
+
+"Och waarlijk niet dokter! Maar mijn kind is toch ziek, ernstig
+ziek. Zal hij beter worden, _zeker_?"
+
+"We zullen ons best doen om den luitenant weer heel gauw op de been
+te helpen. Maar, als u je ongerust maakt, en de luitenant het bemerkt,
+dát doet kwaad, natuurlijk."
+
+"Och, ongerust ben ik niet...." Zeer zachtjes: "Maar hij is heel rijk;
+en ik ben er zeker van dat er zijn die loeren op zijn geld; jawel!--U
+zult de drankjes zelf en alleen klaarmaken?--Nu ik zal niet angstig
+zijn; maar hij is mijn eenig kind, en mijn voornaamste erfgenaam--Een
+klein beetje loeren ze wel dokter,--jawel, jawel!"
+
+
+
+Terwijl de coupee weer voorkomt, wil mijnheer Debecque volstrekt dat
+Helmond even in de huiskamer een glas wijn zal drinken.
+
+Helmond herhaalt op Debecque's vragen zijn verzekering: dat het met
+den luitenant, naar hij vast vertrouwt, wel spoedig zal terecht komen;
+bovendien hij heeft een krachtig gestel en een vroolijke natuur,
+maar.... men kan een ziekte niet vooruitloopen.
+
+"Doe toch wat je kunt dokter," dringt de baron: "je weet niet hoe blij
+ik was toen ik Archibald weer behouden thuis zag. Mijn vrouw scheen
+letterlijk een geheel ander mensch geworden; over niets niemendal
+hebben we eenige tobberij gehad. Je begrijpt me.--Zie, voor 't
+geluk van mijn vrouw moet ik zorgen zooveel ik kan; maar bovendien,
+ik houd van Archibald, waarachtig! Allercharmantste jongen! In één
+woord, doe wat je kunt. 't Rijtuig blijft om zoo te zeggen voor je
+ingespannen. Zijn twee visites daags niet te veel van je tijd gevergd,
+maak er drie. Zijn consulten noodig.... beslis en handel.--Nee nee,
+'t is maar omdat ik die arme vrouw dat kind zoo duizendmaal gun;
+en.... zelf, ja _zelf_ heb ik veel liefs van hem ondervonden. Onder ons
+gezegd amice, 't was al mijn plan om 't mooi gelegen _Hoeverszathe_
+voor hem te koopen; 't ligt vijf minuten van hier en vlak aan den
+straatweg. Niewaar, als hij zich dan een lief mooi vrouwtje koos,
+zooals bijvoorbeeld een mevrouwtje Helmond;--ja ja dokter, dat is
+charmant, charmant! eere hebbe je smaak. Ik zeg, als Archibald zoo
+nabij ons kwam wonen; natuurlijk den dienst quitteerde, en al vast
+over een tien duizend jaarlijks te beschikken kreeg, niewaar, dat
+zou voor z'n moeder en ook voor mij een waar genot, een.... Ah,
+daar hoor ik het rijtuig.--Nu, zooals gezegd is; we stellen het
+onbepaaldst vertrouwen in je. Doe voor den vroolijken snaak wat je
+kunt; spaar niets, en wat het rijtuig betreft, je bestelt maar zelf en
+disponeert er over,--als 't noodig is hoe meer hoe liever. Adieu! Wel
+thuis! Respect aan je mooie vrouwtje met haar schrander oog.--Jan,
+zeg aan Karel dat hij rijdt als de drommel!"
+
+
+
+Toen Helmond een klein half uur later, terwijl de maan geheel achter
+donkere wolken verborgen bleef, het groote hek van het nu gansch
+weggedommelde landhuis _De Zonsberg_ voorbijreed, toen dacht hij niet
+meer aan den nieuwen patiënt, wiens toestand hem ook inderdaad geen
+reden tot bezorgdheid gaf, maar, voor zijn geest stond daar opnieuw
+en altijd weder het beeld van den pleegvader.
+
+--Neen, er is geen twijfel meer: ofschoon Eva in eerbied is te kort
+geschoten, en niet zacht, niet vrouwelijk, in één woord niet _goed_
+heeft gehandeld, zij heeft toch den generaal bij zijn ware namen
+genoemd, niet verblind, zooals hij, door het altijd hoog opzien
+tegen dien krachtigen krijgsman met zijn vaste principes, of verweekt
+misschien door het voeden van een wat al te kinderlijke onderwerping
+en dankbaarheid. Ja, niet slechts is hij hoogmoedig en trotsch,
+maar _schriel_ daarenboven. Helaas! het is niet anders.
+
+--Hoe! als men twee kinderen _aanneemt_, twee arme weezen, zal men
+dan het recht hebben om één dier kinderen--alleen omdat hij zich
+tegen onzen wil verzet, of ons een ongepast, een beleedigend woord
+naar het hoofd werpt, terug te stooten in den poel van armoede en
+gebrek?--Neen, dat is waarachtig _wreed_! dat is.... --Maar zacht,
+heeft oom Van Barneveld dan toch niet dikwijls getoond....?
+
+--Helaas! dat bezoek bij de familie Debecque zou zelfs niet noodig
+zijn geweest om Helmond te overtuigen dat Eva scherper heeft gezien
+dan hij. Immers, een paar uren geleden hebben Eva en Helmond--het
+eigen pleegkind met zijn jonge vrouw--dezen zelfden weg te _voet_
+afgelegd--het eind van _De Zonsberg_ tot aan Romphuizen! En ginds:
+In het belang van een stiefzoon, wiens dood den baron Debecque tot
+universeelen erfgenaam van het kolossaal fortuin zijner vrouw zou
+maken, daar zal het rijtuig van mijnheer de baron om zoo te zeggen
+steeds ingespannen voor den dokter gereed blijven. Niets, _niets_ moet
+er ontzien worden. En dan, welk een vertrouwen op Helmonds _kunde_! 't
+Is daar geen geringschatting der geneeskunst--ofschoon helaas,
+de resultaten der wetenschap nog altijd te luttel en onbevredigend
+zijn.--Zie, men stelt er een onbepaald vertrouwen in hem als dokter,
+wanneer hij handelen zal in 't belang van den patiënt. 't Is daar
+geen uithooren slechts, om straks eigendunkelijk voort te leven met
+hypothesen zonder voorafgegane studie en degelijk onderzoek.--Welk
+een onderscheid! Inderdaad, wanneer de wereld het wist, men zou zich
+moeten schamen: Een man als Debecque, die toch twee _eigen_ dochters
+heeft, hij bedoelt het welzijn van zijn stiefzoon alsof het zijn
+eigen leven gold; hij wenscht hem gelukkig te zien en steeds nauwer
+aan zich te verbinden. Een heerlijk en kostbaar landgoed wil hij
+hem koopen; een lief mooi vrouwtje wenscht hij hem toe, zonder zich
+door de gedachte aan een zeer mogelijke vermeerdering der familie te
+doen weerhouden. En dan, een jaarlijksche toelage van tien duizend
+gulden zal hij hem gaarne bij zijn huwelijk verzekeren.--Tien duizend
+gulden! O Eva, Eva! 't is hard maar 't woord moet er uit: Je hebt
+gelijk, oom is schriel, verfoeielijk _schriel_! De zeer vermogende
+generaal geeft aan den bevoorrechten pleegzoon een jaarlijksche
+toelage van driedui... ho, van driehonderd, zegge: drie-_honderd_
+gulden. En dan, goeje hemel! de vreugde over de geboorte van een kind;
+de blijdschap over 't huwelijksheil van zijn beminden pleegzoon, zal
+door den schatrijken oud-generaal worden gevierd met een geschenk van
+honderd gulden! _Honderd_ gulden! Waarlijk, zulk een vreugd is al te
+uitbundig!--Ja, Eva had toch gelijk toen ze bij 't vernemen van die
+"schitterende toezegging", half blozend half glimlachend fluisterde,
+dat Helmond tegen dien tijd wel zorgen mocht een fiksche brandkast
+in huis te hebben.
+
+--En dan, tweehonderd gulden voor een huwelijksreis, die veertien
+dagen zou duren, terwijl dat geld hem nog bovendien als honorarium
+voor zijn eerste consult was aangerekend! Tweehonderd gulden, terwijl
+Eva--niet meegeteld de diamanten, die hij haar op dien laatsten morgen
+heeft gekocht--bijna zóóveel besteden moest om in de geboorteplaats
+der mode, een weinig comme il faut voor den dag te komen.
+
+'t Zijn droeve oogenblikken in 't leven wanneer een illusie der
+kindsheid ons ontvalt, wanneer de vereering voor ouders of opvoeders
+moet plaats maken voor den onbevangen blik van het rijper verstand,
+en die edelen--die heiligen misschien--weggerukt van hun verheven
+voetstuk, daar staan als zeer gewone menschen met hun dwaasheden
+en gebreken.
+
+Toen Helmond thuisgekomen, aan Thomas zijn recepten had gegeven om
+ze aanstonds klaar te maken, toen zag hij al spoedig Eva's rijkgelokt
+hoofdje om den hoek der apotheekdeur verschijnen terwijl haar schoone
+oogen--en zonder eenige terughouding--hem vriendelijk toelonkten. O
+welke heerlijke schrandere oogen! Ja _schrandere_ oogen; die oude
+baron heeft het goed gezegd.
+
+En wat moest dokter Helmond dan gevoelen nu hij na een avond als deze,
+in 't holle van den nacht van een zieke teruggekeerd, niet zooals
+voorheen een kil en zwijgend tehuis, maar, _in_ dat huis een prachtige
+jonge vrouw mag vinden, die.... gedurende een paar lange uren heeft
+gewaakt en gewacht, alleen om hem te toonen hoe oprecht en teer ze hem
+bemint; die hem straks zachtjes toefluistert dat ze er waarlijk berouw
+van heeft dien ouden man wat al te openhartig te hebben toegesproken,
+omdat.... haar lieve August hem immers zooveel dank is verschuldigd!
+
+O! en nu hij haar zijden lokken voelt wiegen langs zijn wang, en haar
+zoetste kus hem weer verrukt, ja, nu beseft hij dat er inderdaad op
+de gansche wereld toch geen is, die hem meer ter harte gaat dan zijn
+Eva; dat hij slechts leven moet vóór en mét haar; dat hij desnoods
+ieders liefde zal kunnen missen indien hij slechts zooals nu, het
+moede hoofd mag vleien aan hare borst, wanneer hij maar rusten mag
+in haren arm. En terwijl nu die schoone oogen, ofschoon ze slechts
+van liefde spreken, hem herinneren aan den stond toen hij voor God
+en de menschen betuigde dat hij zijn vrouw zou liefhebben als zijn
+eigen lichaam, met verstand; dat hij niet bitter tegen haar zou wezen,
+maar haar de eere geven als het zwakkere deel; nu zegt hij al spoedig
+in den zaligen roes der min, na zoo vele uren van zieleleed:
+
+"En zul je mij dien naren zwarten blik dan ook vergeven, en vast hem
+vergeten mijn beste wijfje?"
+
+En Eva zoent haar echtvriend weder, terwijl haar zachte hand hem een
+haarlok van het voorhoofd strijkt.
+
+En hij: "O, ik wist het Eva, en geloof mij dan ook, _voortaan_
+zullen we EEN zijn zooals het behoort. Immers wij zijn elkaar het
+allernaaste. Nee Eva, zeker, ik trek geen partij meer voor wie mijn
+liefste zou durven beleedigen. Ik zie den schoonen kant van haar fiksch
+karakter, en stel dien in 't licht alsof het mij zelven gold. Zie,
+en wij onderwijzen dan elkander; ik leer van mijn vrouwtje om zaken
+en personen, ofschoon in een liefderijken geest, te beschouwen zooals
+ze werkelijk zijn, en zij...."
+
+Op dit oogenblik was het Eva echter niet mogelijk naar een reeds
+bekend _sermoen_ te luisteren. De bekentenis van haar August was
+dan ook al te verrassend. Met een schalksch lachje valt ze nu in,
+terwijl ze zijn baard om haar blanken vinger doet krullen:
+
+"Ei! als het je dan heusch ernst is om zaken en personen te beschouwen
+zooals ze zijn, komaan mijn lief Augustje, beken jij dan eens
+volmondig, dat deze zeer geroemde huiskamer zóó ongelukkig laag van
+verdieping en zóó akelig doodsch is, dat de vrouw die er haar lieven
+man, dag aan dag en soms 's-avonds laat vol ongeduld zal wachten,
+zich er suf in kniezen of wel een tering op den hals halen moet!"
+
+--Een tering!--Dat woord treft Helmond pijnlijk. Wat heeft hij
+gevreesd toen hij Eva voor 't eerst onder den meidoorn ontmoette? Een
+tering! En--Eva ziet wat bleek. Van 't late opzitten misschien?
+
+"Komaan August, beschouw de kamer dan eens zooals zij waarlijk is,
+en spreek."
+
+"Nu ja, ik wil niet zeggen Eva...."
+
+"Nee nee, _volmondig_!"
+
+"Vroolijk is anders Eva, welzeker."--Haar teer omhelzend: "'t Wordt
+nu tijd tenminste dat we een andere kamer gaan opzoeken: 't sloeg
+daarbuiten al twee."
+
+En terwijl ze samen naar boven gaan--zoo heel vertrouwelijk, hand in
+hand--zegt Eva zachtjes langs zijn schouder heen:
+
+"Ik las van avond toevallig in 't Romphuizer blaadje, dat het
+oud-burgemeestershuis over drie weken geveild, en acht dagen later
+publiek zal worden verkocht. Heusch, bij Siebold in de _Gouden Arend_."
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Den volgenden morgen nadat Eva zich voor 't koffiedrinken gekleed had,
+ontstelde ze een weinig toen ze, beneden gekomen, in den zak van haar
+japon nog den brief vond, dien ze den vorigen avond voor August van _De
+Zonsberg_ had meegenomen. Maar immers haar lieve man zou wel begrijpen
+dat zij, door 'tgeen er is voorgevallen, dien brief vergeten moest.
+
+En August heeft het begrepen. Doch, niet zoodra had hij het adres van
+den veel gestempelden brief bezien, en in het schrift de hand van
+Jacoba Van Barneveld herkend, of hij stak hem snel in zijn jaszak,
+om echter losweg te zeggen:
+
+"O van..... ne dinges, dat was niets; al gesproken."
+
+"Dinges, een patiënt?"
+
+"Ja, 't heeft niets te beduiden."
+
+"Wil je eens weten August, wat ik dacht toen ik dien brief voor
+je kreeg?"'
+
+"Welnu?"
+
+"Ei, dacht ik, is mijn lieve man zoo met dames aan 't
+correspondeeren. Ja, 't kan niet missen, 't adres is van een
+vrouwenhand, en...."
+
+"Is dat zoo duidelijk? Waaraan zou dat te zien zijn? Ik ken dames
+genoeg die een fiksche heerenhand schrijven, en heeren in legio die
+krabbelen als een keukenmeid. Ik verzeker je....."
+
+"Hé August, hoe vat je daar ineens zoo verschrikkelijk vuur op? Zóó
+zou je iemand waarlijk op gedachten brengen die...."
+
+"Die....? Wat meen je Eva?"
+
+Er werd aan de deur geklopt.
+
+Een oogenblik later overhandigde Thomas Van Hake aan de doktersvrouw
+een brief waarvan het adres luidde:
+
+
+Madame E. Helmond.
+
+née Van Armeloo,
+
+en ville."
+
+
+Eva bloosde niet, maar, het adres beziende, ging ze toch naar
+het venster om een kleine ontroering te verbergen. 't Was dwaas,
+bespottelijk; maar 't kon ook niet zotter treffen: juist op het
+oogenblik dat de brief, dien August zoo haastig had geborgen,
+haar inderdaad begon te intrigeeren en--zij moest het zich zelve
+bekennen--terwijl Helmonds vreemde houding haar onaangenaam
+heeft getroffen, bracht men haar een brief van een.... onbekende
+_mannenhand_.
+
+Eva zal echter van _haar_ brief _geen_ geheim maken. Dat behoort en
+dat behoeft ook volstrekt niet.
+
+Helmond ziet haar zwijgend aan. Eva opent den brief en leest voor
+zich zelve:
+
+
+"Mevrouw!
+
+Gisteravond, na een hoogstaangename kennismaking met de echtgenoote
+van mijn hooggeëerden dokter, thuis gekomen, heeft het mij tot een
+waar genoegen verstrekt om--voor zooveel de bronnen er mij toe in
+staat stelden--na te sporen of mijn vermoeden zekerheid zou blijken
+te zijn....."
+
+
+"Wat scheelt je Eva? Je wordt bleek. Van wien is die brief?"
+
+Eva heeft zich spoedig hersteld; ze weet nu waarover die brief
+handelt. Een paar seconden ziet ze August zwijgend aan, en dan zegt
+ze met nadruk, ofschoon vriendelijk zacht:
+
+"Ik denk op dit oogenblik, in verband met een brief die straks
+zoo spoedig in een jaszak werd geborgen, aan een laatsten avond in
+'t Hotel du Helder. Als dokter Helmond telkens redenen heeft om wat
+men hem schrijft voor zijn vrouw te verbergen, zou dat niet een zeer
+slecht voorbeeld kunnen zijn.....? Maar nee, nee August, zoo wil ik
+het niet. Ziehier, wij zullen samen lezen."
+
+"Zou je denken Eva, dat een zweem van.... jaloezie..... of.....?"
+
+"Ssst ssst beste man, wie zou aan zóó iets denken! Kom lees nu mee;
+'t betreft....."
+
+"Is het je wensch; is het noodig? goed! maar zoo niet.... als men
+mijn lieve kind slechts den eerbied betoont, dien men haar als vrouw
+is verschuldigd, dan ben ik tevreden."
+
+"O wat dát betreft; zie maar, de laatste regels ze vloeien over
+van eerbied."
+
+Een oogenblik later lezen Eva en Helmond te zamen:
+
+
+ ".... thuis gekomen heeft het mij tot een waar genoegen
+ verstrekt om, voor zooveel de bronnen er mij toe in staat
+ stelden, na te sporen, of mijn vermoeden zekerheid zou
+ blijken te zijn, dat n. l. mijnheer uw vader inderdaad een
+ afstammeling is van het bekende oud-Hollandsch geslacht der
+ graven Van Armeloo."
+
+
+"Wat, duivel, is die Kartenglimp gek!"
+
+"Hé, vinje?"
+
+Men leest verder:
+
+
+ "Met het familiewapen van Mijnheer uw vader bekend, mocht ik
+ inderdaad de overeenkomst treffend bevinden."
+
+
+Hier volgde een beschrijving van het bedoelde wapen.
+
+
+ "Mijne vroegere relaties"--zoo luidde het verder
+ in den brief--"brachten mij in kennis met een onzer
+ eerste genealogen. Door hem werd het mij duidelijk hoe
+ niet zelden--tijdens de Hervorming vooral--zonen uit de
+ aanzienlijkste geslachten hun adellijke titels prijsgaven om
+ ze, bij het omhelzen van de Calvinistische leerstellingen,
+ met die van herder en leeraar te verwisselen. Bedrieg ik mij
+ niet, zeer geachte Mevrouw, dan heeft Mijnheer uw vader mij
+ eens meegedeeld dat hij van Duitsche afkomst was, maar, dat
+ zijn genealogie niet verder reikte dan tot zijn grootvader
+ genaamd Peter Harmen Armelo, die in 1787 te Birchheim in
+ Hanover gestorven was. De treffende overeenkomst der wapens
+ doet mij schier met volkomen zekerheid beweren, dat een der
+ voorvaders van Mijnheer uw vader, om geloofs- of andere redenen
+ uitgeweken, zijn Hollandschen graventitel heeft prijsgegeven om
+ te zijn een dienaar in den wijngaard des Heeren.--Wanneer zijn
+ nakroost echter, zooals Mijnheer uw vader deed, opnieuw het
+ zwaard voerde voor het erf, waarop zijn stam is geworteld, dan,
+ dunkt mij, dient de gravenkroon hem te worden hergeven...."
+
+
+"Welzeker!" lacht Helmond: "alleraardigst!" En hardop lezend:
+
+
+ "Den ondergeteekende zal het een waar genoegen zijn, indien
+ hij nader mag vernemen of de familie Van Armeloo hem zal
+ vergunnen, naar zijn beste vermogen mee te werken tot het
+ herwinnen van een zoo schitterenden titel, dien zij--naar zijn
+ bescheiden meening--niet aan haar _nakomelingen_ mag onthouden,
+ en waarvoor zij zich slechts een geringe financieele opoffering
+ zal te getroosten hebben.
+
+ "Met de meeste onderscheiding en respectsverzekering, zoowel
+ aan dokter Helmond als aan de geëerde familie Van Armeloo,
+ heb ik de eer te zijn,
+
+
+ Mevrouw!
+
+ Uw zeer bijzonder gehoorzame en dv. Dr.
+
+ Kartenglimp."
+
+
+Het hinderde Eva wel dat Helmond alweder lachte en haar met de woorden:
+"Wel wel, gravin Van Armeloo!" op eenigen afstand met zekere kluchtige
+reverentie beschouwde; doch zij zou hem niet toonen dat de ontvangen
+meedeeling haar borst met zulk een ongekende verrukking had vervuld.
+
+"Wel kind, wat of er van den armen dokter zou geworden zijn, als
+men eerder had geweten 'tgeen die zeer vindingrijke majoor nu zoo
+eensklaps heeft uitgevonden!"
+
+"Is dat het loon voor mijn openhartigheid? Meen je August, dat ik
+niet reeds lang heb vermoed en geweten 'tgeen die man daar schreef?"
+
+"Waarlijk, al lang?"
+
+"Maar heb ik er ooit van gesproken of er zelfs ooit op gedoeld?"
+
+"Nu, laten we er dan ook maar _te zamen_ om lachen mijn wijfje. Weet
+je wat _ik_ geloof?--Ronduit gezegd, ik geloof hoe langer hoe meer dat
+die majoor de rechte broeder niet is. Hij wil zich aangenaam maken;
+en daarom dien gekunstelden brief."
+
+"Genoeg van dien man August; zijn persoon staat mij tegen; maar hem om
+het schrijven van dien brief te beschuldigen, dat is onheusch. Gesteld
+eens dat hij waarheid had geschreven, dan zou hij voor 't allerminst
+op onze erkentelijkheid aanspraak hebben. 't Is zeker dwaas zich
+te verheffen bij de gedachte dat men zulk een adellijken titel zou
+kunnen bezitten, maar, er om te _lachen_.... nee! Indien het inplaats
+van de familie Armelo de familie Helmond gold, ik weet niet August
+of je dan...."
+
+"Ah ja, daar zeg je een goed woord, als het de familie Helmond
+gold! Ja dan...."
+
+"Welnu....?"
+
+"Dan zou het voor die onderschrapte "nakomelingschap" tenminste nog
+van eenige waarde kunnen worden; maar kindlief, vader Armelo heeft
+twee dochters; de eene is het vrouwtje van je onderdanigen dienaar
+Helmond, pur sang plebejer, en de andere, al trouwde ze met een prins,
+de gravenkroon der Van Armeloo's zou toch nooit door haar edele telgjes
+kunnen gedragen worden!" En weder lachend: "'t Is alleraardigst!"
+
+"Helmond, extra verstandig vind ik dat lachen niet. Ik zeg je nóg eens,
+als het zulk een titel voor de Helmonds gold....."
+
+"En _ik_ herhaal Eva, dat dit, met het oog op het onderschrapte in
+dien brief"--hij geeft haar een zoen--"ook heel iets anders zou
+wezen. Maar over mijn adelbrieven behoeven we ons 't leven niet
+moeielijk te maken. En nu, al is mijn lachen dan misschien niet
+heelemaal verstandig, geloof me kind, waartoe zou men zich iets in
+'t hoofd, en vele moeiten en kosten op den hals halen, om--gesteld dat
+alles dan waar was--een titel te verkrijgen waar men, zonder fortuin,
+eigenlijk mee verlegen, en geen enkel naneefje mee gebaat zou zijn?"
+
+Eva zweeg en zag naar den grond. 't Was wel te merken, zoo dacht ze,
+dat Helmond plebejisch bloed in de aderen had. In háár is altijd iets
+geweest 'twelk haar zeide dat ze eigenlijk niet thuis behoorde in "'t
+knechtelijk gareel"--met welk beeld een _groot_ dichter de lagere en
+middelstanden eens zoo juist had geteekend. Nochtans ze gevoelde het
+ook: Mocht het al schoon zijn en weldadig voor 't hart, indien men
+zeker wist uit zulk edel bloed te zijn gesproten; 't zou verkeerd
+wezen om er voor de toekomst een te groote waarde aan te hechten,
+dewijl papa geen zoons en geen fortuin bezat.... Maar.... ha! welk
+een licht gaat daar plotseling voor haar op! Zie, uit eigenliefde,
+uit trots heeft August zich zoo weinig ingenomen betoond met hetgeen
+hij vernomen heeft. 't Moest voor een man ook stuitend wezen om zich
+eensklaps ver beneden zijn vrouw te zien gesteld, vernederend om als
+eenvoudig burger te staan naast een geboren.... gravin!
+
+"Nee August, wacht nog even, ik wou je zeggen....!"
+
+"Ja maar vrouwtje, ik moet noodzakelijk weg. 't Is al één geslagen;
+je weet men wacht me in de stad, en om halfdrie komt het rijtuig van
+Debecque. Circa vier uur hoop ik weer thuis te zijn, en we kunnen dan
+'t chapitre vervolgen; nu, bonjour kind!"
+
+Haastig heeft Helmond haar omhelsd, en gaat dan snel naar de deur.
+
+--Maar neen, zóó kan Eva hem niet zien vertrekken. Zij moet hem aleer
+hij haar voor drie volle uren verlaat, dat nieuws doen _zien_ bij
+'t licht dat er voor haar is opgegaan.
+
+"Even Helmond, luister even."
+
+Helmond blijft met de hand aan den deurknop staan.
+
+Zij komt hem zeer nabij:
+
+"Maar August, als mijn familienaam dan uitsterft, en we toch weten
+dat mannen dikwijls om zulk een reden den naam hunner vrouw er bij
+aannemen; ik meen _als_ alles nu waar is, en dat het zoo uitkwam,
+natuurlijk, dan zou jij--juist met het oog op 'tgeen de tijd _ons_
+kan schenken...."--zij sloeg de oogen weer neer--"dan zou jij immers
+best...."
+
+"Pots selderementen Eva! wou je een graaf van me maken!? Nee maar nou
+geloof ik waarachtig dat je eens zien wilt, of er hier bij me boven,
+iets los of stuk is. Kom wijfje, maak geen gekheid, en kus me maar,
+en noem me nóg eens zooals gisteravond je "trouwe"; die titel is
+me wat meer waard dan andere, die bovendien wel wat heel hoog in de
+lucht hangen. Bonjour!"
+
+
+
+Een kwartier later was Eva gekleed om uit te gaan. Neen, ze ging niet,
+zooals August altijd deed, die apotheek door en de achterdeur uit;
+zij nam de voordeur aan den wal.
+
+Binnen weinige minuten bevindt ze zich in de ouderlijke woning. Ze
+moet papa en mama afzonderlijk spreken.
+
+Mama Armelo was druk met dochter Louise aan 't rekken en vouwen
+van de wasch, doch mama heeft voor dochter Helmond in allerijl een
+mooie muts opgezet, en komt nu in de voorkamer waar Eva wachtte, en
+verontschuldigt zich--tegen haar kind--over haar toilet. Niewaar,
+Eva wist wel hoe het soms laat werd, en, zij had zich juist even
+met een schoteltje bemoeid, een lekker schoteltje voor papa. Eva zou
+het begrijpen.
+
+Eva met haar Parijschen hoed en mantille, maakte in de voorkamer
+van den zeer eenvoudigen oud-kapitein, en tegenover die mama in een
+vieze zwarte jas, en de sterk met rood gemonteerde muts--een contrast,
+waarmee ze zelve _bijna_ verlegen werd.
+
+Papa was op 't oogenblik dat hij geroepen werd juist in zijn
+achterschuurtje aan 't blokjes zagen. Hij deed gewoonlijk zoo iets;
+en vooral om anderen eens wat te kunnen "overdoen".
+
+"Je zegt mevrouw Helmond?" heeft hij aan 't dienstmeisje gevraagd
+die hem roepen kwam: "wou die mij alleen hebben? Dadelijk hoor!--Gauw
+'en bakje."
+
+De kapitein behoefde geen nadere toelichting te geven. Als er voorname
+lui waren om hem te spreken, dan moest het meisje--wanneer hij althans
+aan eenige bezigheid was--terstond waschwater brengen.
+
+Terwijl Armelo de zeep deed schuimen dat het een lust was, kan hij zich
+maar geen denkbeeld maken van 'tgeen Eva hem in 't geheim--alleen aan
+hem en mama--zou te zeggen hebben. Hoelang was ze getrouwd? Nee nee,
+dát zou ze ook niet aan hém.... Nee, wát of het wezen mag!
+
+Zeer verlangend naar de oplossing van 't raadsel, trad Armelo de kamer
+in, juist op 't oogenblik dat mama Armelo reeds den voorsmaak van
+'t allerbelangrijkst geheim had genoten.
+
+"Wat zeg je Eva, je pa een graaf Van Armeloo?" heeft mevrouw geaarzeld:
+"WIJ zouden.... WIJ....?" En dan naar de deur ziende: "Goeje God,
+Armelo! ben je gek; met je sloofje voor!"
+
+Inderdaad de "graaf Van Armeloo" stond daar op den drempel der deur,
+en zag, half verrast half verlegen, op het bekleedsel neer, waarvan
+hij zich inderhaast vergat te ontdoen, geheel vervuld met de gedachte
+aan het nieuws 'twelk hij hooren zou.
+
+De oud-kapitein schaamde zich inderdaad een weinig voor zijn dochter;
+maar, nadat het sloofje buiten de deur was geworpen, ging dat toch
+spoedig voorbij. Eva wist wel dat hij niet leeg kon zitten; en, hij
+heette haar hartelijk welkom, want waarlijk, hij zag haar niet al te
+druk, en spoedig keek hij haar vragend aan, immers 't was wel iets
+buitengewoons dat hij tegelijk met mama in de confidentie zou wezen.
+
+Toen men zich reeds eenige oogenblikken in de grafelijke sferen
+bewogen had, beweerde mevrouw Armelo met klem dat Armelo "zich zelf
+altijd in den weg stond". Jawel, hij had geen oog voor de toekomst.
+
+Maar Armelo bleef beweren dat het ook waarlijk te gek was. Hij heette
+eenvoudig Armelo, en het _Van_ dat er vóór moest, dááraan haperde
+het immers.
+
+"Maar dat hebben je voorouders laten vallen;" verzekerde mevrouw:
+"Begrijp je dat niet?"
+
+"En als ik me niet bedrieg dan schreven de graven Van Armeloo zich
+met twee _oo_'s."
+
+"Maar die ó heeft je overgrootvader dan zeker óók laten vallen."
+
+"Ja, zoo kun je alles laten vallen, Marie; maar ik zeg je dat m'n
+vader en grootvader eenvoudige boeren in Hanover waren, en dat ze....."
+
+"Nee maar man, zóó dwars als jij bent, daar staat m'n verstand
+voor stil."
+
+"Hoor eens pa," zegt Eva: "ik wist wel vooruit dat mijn nieuws met
+bezwaren door u zou ontvangen worden; maar, ik bid u, waarom wilt u
+je tegen zóó iets verzetten!"
+
+"Mijn hemel, dat _vraag_ ik je!" valt mevrouw Armelo in: "Maar ik
+herhaal het man, 't is je nooit recht ernst met de eer van je familie
+geweest; zeker, men zou je nooit zoo vroeg gepensioneerd hebben als
+je je niet....."
+
+"Vrouw! moet je mij in presentie van mijn kind aan iets herinneren,
+dat ik met Gods hulp bestreden en geheel overwonnen heb?"
+
+"Ja, toen het te laat was Armelo. Ik blijf er bij, je hebt je zelf
+altijd in den weg gestaan; je hadt generaal kunnen zijn als je dien
+drank...."
+
+"Nee ma," valt Eva in, nu ze den man strak voor zich heen zag staren,
+en eensklaps berouw kreeg dat ze misschien eenige aanleiding tot dat
+verwijt heeft gegeven: "nee ma, daar moet u niet van spreken." En dan,
+terwijl ze haastig opgestaan haars vaders hand neemt, en hem op het
+voorhoofd zoent: "Ma meende het niet kwaad pa'tje-lief; zij wilde
+maar zeggen....."
+
+"Nu, 't is niemendal kind, ik weet wel hoe jij het meent; 't is
+niemendal!"
+
+"Zeker, 't was de kolonel Dadel die u niet zetten kon; en die leelijke
+Minister van Oorlog! Maar als anderen u dan hebben teruggestooten,
+terwijl er zoovelen vooruitkomen, die 't vrij wat minder verdienen,
+zoudt u dan--wanneer we toch _werkelijk_ van zoo hoogen adel zijn,
+niet alles doen om u, door het herwinnen van dien rang, boven dien
+Dadel en dergelijken te verheffen?"
+
+"Maar waarachtig kind, het is niet mogelijk; ik weet immers zeker...."
+
+"Zeker!" valt mevrouw uit: "je weet niets niemendal! Die majoor
+Kartenglimp zal toch niet gek wezen. Wat hij schrijft, is zoo klaar als
+de dag; we hebben Goddank ons verstand nog; en als ik dien brief niet
+driemaal had gelezen, dan zou ik twijfelen kunnen; maar driemaal heb
+ik hem gelezen; en met Eva ben ik het volkomen eens dat er gehandeld
+dient te worden in ons aller belang."
+
+"Maar mijn hemel Marie, we komen met de grootste moeite rond,
+en hoe wil je dan dat we ons nog opofferingen zouden getroosten
+om--gesteld dan.... _gesteld dan_.... dien titel te krijgen; maar
+vooral om als graaf en gravin....." schielijk opstaande: "Nee nee,
+'t is onzinnig, we zijn gek! We droomen! _Ik_, _ik_ een graaf.... jij
+een gravin!" Zenuwachtig lachend: "'t Is om te lachen! Waar heb je
+den brief, geef nog eens hier; maar 't is om te lachen!"
+
+Eva begrijpt nu dat lachen zeer goed. 't Was bij papa een repetitie van
+'tgeen ze van Helmond hoorde, maar toen niet begreep. Zenuwachtigheid;
+jawel, anders niet. Dames vallen flauw zoodra ze bloed zien; maar de
+zenuwen van heeren worden 't eerst geprikkeld, wanneer hun iets van
+eer of rang in de oogen blinkt. Wie 't hardst heeft gelachen om een
+ridderlint, draagt het zelf als ridder op overjas en chambercloak. Dat
+ongeloovig lachen, ja zeker 't is de dekmantel voor een inwendige
+blijdschap die zich anders te ras zou verraden. Wie zoekt, of althans
+wie wil er geen eer! Ja! zelfs de domsten en zotsten, die nooit
+eenige eer kunnen behalen, ze dringen vooruit als er _eerewijn_
+wordt aangeboden.
+
+--Ja zie maar: bij 't nogmaals doorloopen van Kartenglimps brief,
+gaat dat lachen van papa al over in een glimlachje, waaruit iets
+anders te lezen is.
+
+Armelo las: "Wanneer zijn nakroost echter, zooals mijnheer uw
+vader deed, opnieuw het zwaard voerde voor het erf waarop zijn stam
+is geworteld, dan, dunkt mij, dient de gravenkroon hem te worden
+hergeven."
+
+"Nu pa, dat is toch zoo heel onverstandig niet;" zegt Eva, terwijl
+ze met haar vinger in parelgrijs glacé, op den genoemden volzin wijst.
+
+"Nee te donder, wat dat betreft; na Hasselt zei de kolonel Bik,
+in presentie van de sergeants Leeuwendaal en Wagenaar en een heele
+boel anderen tegen me: "Luitenant, je hebt je als een braaf officier
+gehouden." Zieje, dat vergeet ik niet; maar verdord dat hebben ze
+aan Oorlog vergeten, zoo'n Dadel! zoo'n Minister, die..."
+
+"Och Armelo, als je nu hier bent gekomen om je ouwe litanie te zingen,
+dan zou ik liever...."
+
+"Nee ma, 't is begrijpelijk dat pa zoo iets nu juist moet hinderen;
+als je dan bijna zeker weet dat je zoo heel veel hooger dan die nare
+menschen staat."
+
+"O ja, juist Eva, wat dat betreft.--Voel je dat Armelo? Nee, ik geloof
+je voelt dat nog niet; jij voelt zoowat niemendal."
+
+"Marie, nóg eens: 't is niet gepast dat je zoo in tegenwoordigheid van
+onze dochter spreekt. Als er iemand gevoel heeft dan ben ik het. Heb
+ik jou armen neef den schoolmeester niet laatst nog m'n ouwe polonaise
+en vijf en twintig stuivers gegeven, den armen drommel!"
+
+"Och, laat nu in 's-hemelsnaam mijn familie en je ouwe polonaise
+rusten bij zaken als deze. Wat anders de Lieders betreft, die konden
+best--zei neef eens--van 't oude Lydië in Klein-Azië afkomstig en
+van vorstelijken oorsprong zijn; maar van zulk een oudheid is dat
+niet eens meer na te sporen. Ik zeg Armelo, we zijn voor God en onze
+kinderen verplicht de handen aan 't werk te slaan."
+
+Armelo krijgt eensklaps een "akelig prozaïsch gevoel". Hij kon het
+niet helpen; maar.... 't spijt hem dat hij niet stilletjes buiten
+de confidentie is gebleven. Hij was straks juist zoo plezierig aan
+'t blokjes zagen; en 't bruine pijpje smaakte zoo lekker, en.... Och
+goeje God! hij was toch niet voor een graaf in de wieg gelegd.
+
+--Wel hemel, waarom niet! Geen fortuin! wat doet het er toe. Luister,
+mevrouw zal 't hem herinneren: Graven _met graafschappen_ zijn er
+geen drie meer in de heele wereld. De graaf Van Tiel is stationschef
+ergens op een klein tusschenstation. Baron Hars is gemeente-ontvanger
+te Limmen. De twee freules Van Winteren maken in stilte hoedjes voor
+de lui; en de drie magere freules Blankenberge met haar groote oogen,
+eten te zamen vijf ons vleesch in de week; hebben één fluweelen mantel
+met 'er drieën, en niet anders dan 'en loopmeisje van 's-morgens acht
+tot licht en donker!
+
+"Maar dat is dan ook erbarmelijk;" zegt Armelo.
+
+"Maar.... ze zijn van adel!" antwoordt mevrouw op tooneeltoon: "en,
+dat doet haar de wereld gemakkelijk trotseeren. De adel geeft een
+verhooging, een glans. Je kunt het dadelijk zien dat iemand van adel
+is, zelfs de freules Blankenberge...."
+
+"Och omdat je 't weet Marie! maar anders, waarachtig...."
+
+"Weten! weten!! Nee, ook zonder dát zou men 't zien. Maar als ze het
+dan van _óns_ zullen hooren, dan moeten ze 't immers toch ook _zien_
+niewaar?"
+
+Eva was stil geworden: ze wist niet wat haar eigenlijk méér hinderde,
+de burgerlijke toon, waarop mama den goeden papa gedurig beknorde,
+of de burgerlijkheid waarmee papa--een oud-officier--zich telkens de
+eer die hem toekwam van den hals zocht te schuiven. Inderdaad moet Eva
+voor zich zelve bekennen dat de graaf en gravin Van Armeloo-Lieder
+een tamelijk mal figuur in de wereld--ja zelfs in de Romphuizer
+wereld--zouden maken. Mama had meer dan papa dat gepaste gevoel
+van eigenwaarde, dat zekere, om zich te willen verheffen boven het
+mindere, het gemeene; doch, hoe goed zij mocht wezen, mama miste door
+haar opvoeding in den hoogsteenvoudigen stand, ten eenenmale dien
+fijneren toon en goeden smaak waaraan de aristocratie zoo gemakkelijk
+te herkennen is. Honderden malen bijvoorbeeld is Eva tegen de bonte
+kleuren die mama gewoonlijk droeg te veld getrokken, doch zonder een
+blijvende verbetering van smaak te kunnen bewerken. Neen, ware het
+slechts om dien titel voor haar _ouders_ te doen, Eva zelve zou het
+bij nader inzien verstandiger oordeelen om de goede menschen verder
+maar stilletjes ongemoeid te laten. 't Zal toch inderdaad ook nog
+al werk hebben om dit huishouden, waar alles oud en versleten is--de
+weinige smakelooze meubels in deze pronkkamer getuigen ervan--slechts
+eenigszins in harmonie met dien nieuwen stand te brengen. Neen,
+had Eva geen andere plannen gehad--en zij twijfelt niet of ze zullen
+gemakkelijk te verwezenlijken zijn--dan zou ze zeker met haar vader
+hebben ingestemd, dat het waarlijk _te dwaas_ is. Nu echter, nu moet
+er gehandeld worden! En, onder het diepst geheim, ontvouwde Eva nu de
+reden waarom zij, voor zich zelve, er hoogen prijs op stelde dat papa
+gevolg wilde geven aan de zaak, en zoo spoedig mogelijk den majoor
+Kartenglimp zou gaan spreken.
+
+De oud-kapitein, ofschoon weinig bekend met de rechten van heraldiek of
+genealogie, betwijfelde het echter zeer of het wel mogelijk zou wezen
+dat Helmond--gesteld dan.... _gesteld dan_--met den naam zijner vrouw
+bij den zijnen te nemen, ook den titel van haar geslacht zou bekomen;
+doch, moeder en dochter vonden dat "zóó doodeenvoudig natuurlijk",
+dat hij zichzelf al voor heel onnoozel en dom had moeten houden,
+indien hij het zou gewaagd hebben daartegen nog bedenkingen in 't
+midden te brengen. Ten slotte beloofde de kapitein dan ook aan zijn
+dochter--ofschoon juist niet zoo geheel van harte--dat hij werk van de
+zaak zou maken, en, ja zeker, nog heden den majoor te zullen opzoeken
+om van hem te vernemen op welke wijze men dan zou moeten handelen.
+
+Alvorens Eva naar huis zal terugkeeren, heeft ze nóg een vertrouwelijke
+meedeeling.--Nee, papa moest niet weggaan, 't gold hém in de eerste
+plaats.
+
+Eva geeft een kort verslag van het gebeurde op _De Zonsberg_, en van de
+"infame houding die de generaal tegenover haar heeft aangenomen."--"Ter
+wille van Helmond," zoo vervolgt Eva, "zal ik mijn best doen om den
+man, die uit trots en schrielheid de jonge vrouw van zijn pleegzoon met
+onheuschheden overlaadt, niet al te zeer te.... verachten. Ik ben van
+plan zijn hostile houding met de grootstmogelijke onverschilligheid
+te beantwoorden. Het kan me soms hinderen dat we zijn zoogenaamde
+weldaden nog moeten aannemen, en ik zag die prachtige bewijzen
+van zijn schrielheid liever aan een arme gegeven. Maar ik moet ze
+dulden. August is voor de helft zijn erfgenaam; en hoewel ik voor
+mijzelve in staat zou zijn om die heele erfenis er aan te wagen, en
+mij stoutweg met hem te brouilleeren, indien hij 't nog eens te bont
+maakte, ik mag de toekomst van August, die nu werkt en draaft als
+een paard, niet roekeloos op 't spel zetten. Ik zal me om zijnentwil
+beheerschen. Maar papa, wat _ik_ dulden moet als Helmonds vrouw,
+dat moogt u als de kapitein Van Armeloo--ik zeg _Van_ Armeloo...."
+
+"Hoor je wel Armelo; ze zegt _Van_ Armeloo...."
+
+"En wát mag ik niet dulden?" valt Armelo in: "de generaal heeft
+me niets niemendal gedaan; integendeel, hij was compleet frère
+en compagnon; kameraad, alles wat je wilt. Verduiveld, hij heeft
+immers nog zelfs het heele diner van je trouwen in _De Arend_
+betaald.--Schriel! Nee Eva, neem me niet kwalijk, dat is....."
+
+"Maar goeje hemel papa, dát, dat is het juist! Me dunkt uw
+militair.... uw.... uw.... ja uw gevoel van rang enfin, alles in u
+moet daartegen opkomen. Toen ik er straks over nadacht, toen brandde
+mij de gedachte letterlijk als vuur op de borst, dat die mijnheer
+Van Barneveld mee het diner heeft betaald, 't welk de kapitein Van
+Armeloo ter eere van 't huwelijk zijner dochter gaf. Bah! 't is
+vernederend! 't is...."
+
+"Maar kind, Helmond heeft me gezegd dat dat heelemaal onder ons
+zou blijven."
+
+"Ja dat kan wel waar zijn papa, maar waar blijft het ook, dat de
+generaal vijftig gulden heeft gegeven voor uw diner."
+
+"Vijftig gulden!" roept mevrouw: "voor een diner van twintig
+personen à vier gulden buiten den wijn! Goeje hemel, wat een schriele
+kompeer! Heeft Helmond dan de rest betaald?"
+
+"Zeker! en ik wou dat hij 't heelemaal betaald had; maar nu, die
+vijftig gulden ze compromitteeren u en mij; onze heele familie;
+verschrikkelijk! Vandaar die trotsche minachting. Welzeker, ik ben
+de dochter van een officier, die zich het bruidsmaal voor zijn kind
+laat betalen!"
+
+"Maar wat duivel, als een ander het niet betaald had dan zou het
+ding niet gegeven zijn! Je weet wel Eva dat wij geen geld voor zulke
+foeven hebben."
+
+"'t Spijt me papa, dat u niet aanstonds gevoelt dat die schuld aan
+mijnheer Van Barneveld _moet_ worden afgedaan. 't Komt me zoo heel
+natuurlijk voor."
+
+"Ja maar...." aarzelt mevrouw: "ik moet toch ook bekennen Eva,
+dat.... vijftig gulden.... in onze omstandigheden...."
+
+"Ik zou op m'n woord niet weten waar ik ze vandaan moest halen,"
+herneemt Armelo: "en mij dunkt kind, dat diner is nu gepasseerd en,
+bij m'n ziel, de generaal heeft als oud-kameraad gehandeld; ik zou
+hetzelfde gedaan hebben wanneer ik in zijn schoenen stond.--Waar ga
+je heen Marie?"
+
+Mevrouw gaf geen antwoord. Ze was reeds de kamer uit. Een overheerlijk
+denkbeeld was haar ingevallen.
+
+Louise--Eva's jongere zuster--stond nog in de kleine tuinkamer
+aan het vouwen van de wasch, toen mevrouw Armelo haar om raad is
+komen vragen. Louise kent hare moeder. De goede vrouw heeft in alle
+opzichten een bijzondere liefde voor _kleuren_. Honderdduizendmaal
+geldt bij haar voor _eens_ of hoogstens _tweemaal_. De rest laat zich
+gemakkelijk begrijpen. Moeder Armelo zou verder met wat opleiding
+een uitmuntende tooneelspeelster zijn geweest. Zie maar, ook nu is
+er in haar blik een soort van vertwijfeling te lezen terwijl ze,
+het gesprek vervolgende, zegt:
+
+"Maar mijn hemel kind, denk je dan niet dat je arme vader er in stilte
+onder lijdt?"
+
+"Ik heb er niets van gemerkt ma."
+
+"Daarom zeg ik _in stilte_.--En wanneer nu de heele stad hem bespot
+en belacht, moet dan het hart van een oud-officier die--ik zeg het
+je--van den oudsten Nederlandschen adel is--ja, ik zeg het je--moet
+dan dat hart onder zijn ridderkruisen niet breken!"
+
+"Maar weet dan de heele stad dat papa vijftig gulden van...."
+
+"De heele stad Louise? Ja helaas! Wij kregen een brief van den majoor
+Kartenglimp. Papa is den titel van officier niet meer waardig....."
+
+"Schreef dat die leelijke oud-majoor?"
+
+"Nu ja, ten naastenbij.--Men zal hem van de sociëteit weren; men
+zal....."
+
+"Wat! zal men papa van de sociëteit....?"
+
+Mevrouw haalt schouders en wenkbrauwen op; werpt een blik naar den
+groen geverfden zolder, en zegt:
+
+"Ik hoop mijn kind, dat ons zoo iets zal gespaard worden."
+
+Louise ziet eenige oogenblikken strak voor zich heen.--Ruim éénhonderd
+en tachtig gulden heeft ze sedert vijf jaren bespaard; want evenals die
+straks genoemde adellijke dames, had ze met de naald in de behoeften
+van haar toilet zoeken te voorzien, en haar overgroote bedrevenheid
+in 't maken van handwerken is oorzaak dat zij nog bovendien zulk
+een som heeft kunnen overhouden. Louise is er altijd zeer geheim mee
+geweest, en waarschijnlijk had ze er gegronde redenen voor. Maar nu,
+na een ontmoeten van den heer Kippelaan, in wiens bijzijn men haar,
+onvoorzichtig genoeg, een gekleede muts heeft besteld, sedert die
+ontmoeting, waarbij zoo schrikkelijk veel gesproken was, wisten papa
+en mama Armelo ook al spoedig dat hun jongste dochter "fortuin" had;
+en, ofschoon eerst een weinig gevoelig over Louises achterhoudendheid,
+hebben ze hun dochter toch bewonderd en geprezen, 't geen mama anders
+volstrekt niet gewoon was.
+
+En 't is heden nu reeds de derde maal dat mevrouw Armelo aan haar
+dochter een plekje van de gloeiende plaat wijst, waarop Louise een
+deel van haar zuur verworven spaargeld kan zien verdwijnen.
+
+--Haars vaders eer!!
+
+Louise zal er met papa over spreken.
+
+Maar mevrouw Armelo zegt plechtig met de hand op den boezem:
+
+"Met papa!--Louise! in Godsnaam, met hém _geen woord_!"
+
+
+
+
+
+
+
+ACHTTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Op _De Poel_ werd dokter Helmond met blijde aangezichten
+ontvangen. Archibald was veel beter. De ongesteldheid is niet
+van zooveel beteekenis geweest als het zich in den beginne liet
+aanzien. 't Viel ook Helmond mee dat hij den luitenant reeds buiten
+'t bed en bijna zonder pijn vond.
+
+"Mijn waarde dokter, je bent al te menschlievend;" riep Archibald hem
+bij 't binnenkomen toe: "'t Is immers geen gebruik om zijn patiënten
+met één visite weer beter te maken. 'k Geloof waarachtig dat er
+geen treurspel meer zou mogelijk zijn, als ze er ú in de laatste
+akte maar even bijriepen. Mama wil me van pure blijdschap een glas
+advocatenborrel maken, maar...."
+
+"Guns Archibald, hoe kom je er aan?"
+
+"Ja hóe ik er áánkom dat vraag ik ook; tenminste als ik u zulk een
+bedenkelijk gezicht zie zetten. Enfin, dokter Helmond zal misschien
+liever een glas port drinken."
+
+Terwijl Debecque om den port schelt, zegt mevrouw met iets angstigs:
+"Ja maar, jij lieve Archibald, jij moogt daar niet aan denken."
+
+"'t Zou ook wat erg zijn luitenant, als u mijn wonderlikeur nu al
+voor iets anders liet staan."
+
+"Dat is een waar woord! Komaan dan mama'tje, versez à tasse
+pleine!" Maar als de vroolijke patiënt reeds de medicijnflesch vat,
+dan treedt de moeder haastig toe om hem die te ontnemen, want:
+"Voorzichtig, voorzichtig! _Om de twee uren een lepel_ staat er op
+het briefje, en 't is nu nog drie minuten te vroeg."
+
+De vernieuwde kennismaking met den zoon der Debecque's heeft Helmond
+een aangename afleiding bezorgd:
+
+"'t Is een zeer opgeruimd, recht prettig mensch;" zegt hij tot den
+ouden baron, die hem straks uitgeleide doet: "'t Gezelschap van den
+jonker zal zeker voor mevrouw zeer heilzaam wezen."
+
+"Ja zeker, Archibald weet best met haar om te springen."
+
+"De jonker is de eenige zoon uit mevrouws eerste huwelijk nie-waar?"
+
+"Juist! maar daarom nog geen _jonker_ dokter. 't Maakt niet uit,
+natuurlijk; maar hij is niet van adel.--Ja waarachtig, ik heb wel
+eens gedacht: als ik den snaak mijn naam liet aannemen dan konden we
+hem misschien mettertijd nog baron maken ook. Je ziet me verwonderd
+aan. Ja Helmond, ik weet wel dat een knappe burgerkrullebol met
+fortuin, evengoed het mooiste meisje van 't land aan z'n hart zal
+kunnen drukken als een baron; maar, wat zal ik je zeggen: we zijn
+nu eenmaal wat bekrompen op dat punt; en lach dan binnenskamers om
+titels en eerelinten zooveel je wilt, 't publiek ziet er iets in,
+dat je niet weg kunt praten: Je hebt een pré.--Au fond sta jij, met je
+wetenschap, hooger--jawel, sans compliments, oneindig veel hooger. En
+Archibald--knappe jongen! een der eersten te Breda--hij beteekent
+duizendmaal meer dan een massa adellijke non-valeurs. Maar toch,
+au bout du compte, je blijft als baron altijd aan 't langste eind."
+
+"Maar mijnheer Debecque," valt Helmond in, terwijl hij in de breede
+vestibule stilstaande, met eenigszins saamgetrokken wenkbrauwen het
+fijnbesneden gelaat van den kleinen ouden baron nauwkeurig schijnt
+op te nemen: "u zegt, als ik wel versta, dat de luitenant uw naam
+zou kunnen aannemen, en dat hij dan......."
+
+"Welzeker!... Maar kom binnen. Hier.... hier asjeblieft.--Zieje, ik
+heb geen eigen zoons; en de naam Hardenborg-Debecque van _De Poel_
+en _Hoeversathe_, klinkt niet onaardig."
+
+"En zal hij dan uw adellijken titel daarbij kunnen krijgen? Ik dacht
+dat zoo iets onmogelijk was."
+
+"Onmogelijk! Parbleu, wàt is onmogelijk! Sedert het koningschap
+m'n vrind, doe je met geld en goede woorden een heelen boel in ons
+land. Vanwaar anders je nieuwe adel?"
+
+"'t Is waar;" zegt Helmond.
+
+"Nu ja, hij beteekent niet veel; maar het "juger les choses", en
+dus ook "les _titres_ d'aprés leurs dates", is nog geen algemeen
+gebruik. En wat Archibald betreft, hij zou als een Debecque aanstonds
+tot den goeden adel behooren.--Maar parbleu, hoe komen we op dit
+chapitre? Mijn beste dokter moet wel denken dat de oude man aan
+'t verkindschen raakt, daar hij zich zoo vermeidt in den glans van
+'t wereldsche klatergoud."
+
+"Nee, ik begrijp me zeer goed dat het niet onverschillig is of men
+zijn naam...."
+
+"Niewaar, dat is de zaak! Je wilt dat je naam zal in stand
+blijven. Mijn beide vrouwen hebben het hare er niet toe
+gedaan. Archibald houdt van me alsof ik z'n eigen vader was. Enfin,
+enfin, 't zijn van die opwellingen, van die passe-temps. Pardon, dat
+ik je zoo lang er mee lastig viel. Wat jou betreft Helmond, jij moet
+een boek schrijven, waarachtig! over pokken of mazelen, 't doet er
+niet toe. 'k Bezorg je "de Leeuw!" 'k Heb connecties in overvloed,
+en, met capaciteiten als de uwe is er geen quaestie van! A propos,
+ik hoop dat je toch nog eens naar m'n woelwater zult komen zien? 't
+Spijt me dat we daardoor je charmant lief vrouwtje wat veel van je
+gezelschap berooven, maar, als we haar onze opwachting gemaakt hebben,
+dan breng je haar later eens mee niewaar? Hoe meer hoe liever."
+
+
+
+Nog vóórdat Helmond zijn bezoek op _De Poel_ bracht, heeft hij
+gelegenheid gevonden om Jacoba's brief te lezen, die hem na langen
+tijd zwervens, dezen morgen door Eva geworden is.
+
+De inhoud van dien brief heeft hem krachtig in zijn vermoeden
+versterkt. Jacoba's dringende bede aan haar geliefden pleegbroeder,
+om toch zoo spoedig mogelijk uit Parijs terug te komen, moest een
+anderen grond gehad hebben dan vrees voor eigen gezondheid. De altijd
+zich zelf beheerschende, zich zelf verloochenende Coba, hoe! zou ze
+alleen uit angst voor eigen welzijn, een gelukkig echtpaar, reeds bij
+hun eerste schreden op het huwelijkspad, den voet hebben dwarsgezet? 't
+Was onmogelijk!--Maar ook, de dwaze onderstelling van tante Hermine,
+als zou Jacoba's zenuwlijden het gevolg zijn van een, door hém
+teleurgestelde liefde....? August meent juist in dezen brief het bewijs
+van de ongerijmdheid dier onderstelling te vinden. Immers, gesteld
+eens dat Coba zulk een liefde had bestreden en geheel onderdrukt,
+zou dan het meisje, dat nooit door woord of blik haar hartsgeheim
+verried; dat zelfs den vriend als bruidegom haar bloemruikers heeft
+gemaakt, en hem aan de zij van zijn jonge vrouw een hartelijken
+heilwensch heeft toegebracht,--zou datzelfde meisje zich dermate
+kunnen vergeten dat zij hem reeds een paar dagen later, onder 't
+voorwendsel eener ernstige ongesteldheid, tot een terugkeeren in haar
+nabijheid te bewegen zocht? Neen, dat is volstrekt onmogelijk en geheel
+onbestaanbaar met Coba's karakter. August verstaat dien brief. De
+luchtige toon waarop zij over "den armen sukkel" Donerie schrijft;
+'t verzoek, dat Helmond als reden van zijn vervroegde terugkomst
+de ziekte van "den waarlijk niet ontalentvollen muziekmeester"
+zal opgeven, "den stumper die in de kerk nog zoo zijn best deed;"
+dat alles in verband gebracht met het gebeurde in de woning van den
+timmerman Krul, maar ook vooral met Coba's hevige zenuwaandoening
+toen ze gisterenavond zoo geheel onverwacht de melodie hoorde spelen,
+welke Herman Donerie bij de woorden van een Duitsch lied componeerde,
+dit alles versterkt hem in de overtuiging, dat Coba dien brief had
+geschreven en zich daarin zoo ernstig ziek heeft gemeld, teneinde hem
+tot een onverwijlde terugkomst te noodzaken, opdat hij den jongeling
+dien ze in stilte beminde, zoo mogelijk nog in 't leven behouden mocht.
+
+En Herman Donerie is gestorven, en Coba treurt en lijdt in stilte. Maar
+Gode zij dank! nu is er nog genezing voor haar mogelijk: nu immers zal
+de tijd haar wonde--ofschoon dan langzaam misschien--toch heelen in
+'t eind.
+
+--En ook, de tijd moet de verbroken harmonie tusschen het doktershuis
+en _De Zonsberg_ herstellen! Ja voorzeker, wanneer de oom zal erkend
+hebben dat de pleegzoon, Jacoba nooit van iets onedels betichtte;
+maar nog veel minder dat hij haar ooit reden heeft gegeven om iets meer
+van hem te verwachten dan trouwe broederliefde. En wanneer die oom dan
+bovendien in 't eind zal bemerken dat August met zijn Eva gelukkig is;
+dat zij inderdaad zoo oneindig veel goeds heeft, en begint in te zien
+dat hij ten opzichte van zijn beminden pleegzoon _niet_ zoo royaal
+en niet zoo heusch is geweest als passend zou wezen voor iemand van
+_zijn_ stand en fortuin, dan....
+
+Eensklaps tikt Helmond vrij hard tegen het voorglas der coupee,
+waarmede men hem naar de stad terugrijdt. De koetsier ziet om. Een
+oogenblik later staat het rijtuig stil, en de dokter springt er
+uit. Zooeven was men twee dames voorbijgereden. Helmond had ze herkend,
+en terwijl nu de coupee naar _De Poel_ terugkeert, wandelt August
+met tante Hermine en Jacoba Van Barneveld naar den kant van het stadje.
+
+Aan mevrouw Mansburg is het blosje niet ontgaan, 'twelk bij Helmonds
+onverwachte verschijning vluchtig de bleeke wang van Jacoba heeft
+gekleurd, en tante vindt er alweder de bevestiging in van haar
+"diep treurig" vermoeden.--Helmond echter heeft in het blosje van
+een zenuwachtig meisje, en vooral na 'tgeen er gisteren gebeurde,
+niets vreemds gevonden. Hij wenschte van Coba te hooren of ze zich
+beter gevoelde, en hoe oom het maakte. Straks was hij in tweestrijd
+met zich zelf geweest of hij even enpassant _De Zonsberg_ zou aandoen,
+maar, had ervan afgezien.
+
+Op zachten toon is mevrouw Mansburg toen met de opmerking ingevallen,
+dat Helmond maar goed heeft gedaan met nog niet zoo spoedig te
+komen. Alexander was een beetje ontstemd. Men kon niet alles zeggen
+zonder spreken; maar Helmond zou wel begrijpen waarom.
+
+Welzeker, Helmond begreep het; en hij begrijpt ook dat tante al
+spoedig den voorslag aan nicht Coba doet, om nu maar terug te keeren:
+'t was wel wat warm op den weg, en Coba moest zich ontzien.
+
+Maar tante kreeg haar zin niet. Jacoba heeft haar pleegbroeder te lief,
+dan dat ze hem geen deelgenoot zou maken van 'tgeen ze weet dat hem
+om harentwil zal verheugen. Maar ook, terwijl de vrees haar heeft
+gekweld, of Helmond, na 't gebeurde gisterenavond op _De Zonsberg_,
+misschien iets van haar hartsgeheim geraden had, zoo acht ze nu deze
+ontmoeting te schoon dan dat ze er geen partij van zou trekken teneinde
+hem dat vermoeden geheel te benemen.
+
+"Nee tante, ik wil veel liever nog een eindje meewandelen;" zegt ze zoo
+levendig als haar mogelijk is: "August moet het goede nieuws hooren."
+
+"Ei, goed nieuws Coba?"
+
+"Zeker. Toen ik van morgen wakker werd en de zon zoo vriendelijk zag
+schijnen, toen voelde ik mij eensklaps zoo verruimd en gesterkt, alsof
+mij in den laatsten tijd volstrekt niets gedeerd had. Niewaar tante?"
+
+"Ja, je hebt het tenminste dadelijk gezegd Coba."
+
+"Nog vóór het ontbijt was ik al beneden, en vroeg aan pa of hij dat
+plan van _De Godesberg_ niet zou willen opgeven, wanneer hij werkelijk
+zag dat ik beter werd. En--papa heeft het dadelijk toegestaan!"
+
+"Ja lieve Coba," valt de tante in: "dat was een beetje heel zwak van
+papa. Wanneer Alexander niet zoo slecht geslapen en zich zoo moe had
+gevoeld, dan zou hij ook zeker niet zoo spoedig hebben toegegeven. 't
+Was onverstandig."
+
+"Onverstandig? Ik betwijfel dat tante;" zegt Helmond.
+
+Mevrouw Mansburg prevelt weer onhoorbaar dat men helaas zonder spreken
+niet alles zeggen kan.
+
+"Om papa maar dadelijk te toonen dat ik mij zoo veel sterker
+gevoelde," herneemt Coba: "ging ik terstond naar de piano en zong
+het stuk van.... Donerie--je weet wel dat erg sentimenteele--als een
+lijster. Niewaar tante?"
+
+"Ja bespottelijk, terwijl ze gisterenavond alleen bij 't hooren van
+eenige piano-accoorden uit de verte, reeds geheel van streek raakte."
+
+"Nee tante, dat is volstrekt niet vreemd," zegt August die, toen Coba
+den naam van Donerie noemde, een vluchtig zenuwtrekje op haar gelaat
+heeft bemerkt: "Een zenuwaandoening laat zich niet zoo gemakkelijk
+verklaren. De kleinste schrik, ja zelfs iets lachverwekends zou Coba
+gisteravond evengoed van streek hebben gebracht als nu het hooren
+van die piano-accoorden."
+
+"Ziet u wel tante!" roept Coba levendig; en Helmond bespeurt met
+stille blijdschap een door tante niet begrepen verrukking op haar
+bleek gelaat: "ziet u wel, als men mij maar vrij laat dan zal ik
+beter worden. U hoort het nu zelve: mijn ongesteldheid kwam niet van
+die muziek, maar dáárdoor dat u...."
+
+"Welzeker kindlief, tante is er vast weer de oorzaak van geweest. Och
+ja, en als je nu straks misschien wéér niet wel wordt, dan zal het
+óók weer tante zijn die er de schuld van heeft, ofschoon ze--al wie
+weet hoe dikwijls heeft aangeraden om niet verder te gaan."
+
+"Nú moet ik tante gelijk geven Coba. Zie, we hebben daar de Romphuizer
+brug al; kijk, over den wal heen zie je 't hotel Helmond tusschen
+'t lindengroen. Komaan, rechtsomkeert! Een klein eindje ga ik mee
+terug. Ik geneer u niet tante?"
+
+"O nee, wat dat betreft, maar 't is al laat, en je vrouw...."
+
+"Eva is heel wel; dank u."
+
+"Zij wacht je misschien met 't eten."
+
+"Een doktersvrouw eet zoodra haar man thuiskomt tante."
+
+"Zeer onderdanig!"
+
+"Ik hoop Eva eens gauw te komen bezoeken, want ik moet je toch
+spreken;" zegt Jacoba.
+
+"Ja maar Coba, vooreerst...."
+
+"Hé tante, en uw eigen plan; uw eigen idee...."
+
+"_Mijn_ plan? _mijn_ idee? Wat meen je Coba-lief?"
+
+Tante Hermine voelde zich gestreeld; ze wist wel wat Coba bedoelde. 't
+Was haar zoo losweg uit den mond gevallen; maar waarlijk, het
+denkbeeld is toch van _háár_. Niemand heeft er te voren aan
+gedacht. Toen Jacoba van morgen zoo dolzinnig aan 't zingen is
+gegaan, en haar gevraagd heeft of ze die compositie, als het werk
+van een eenvoudig muziekmeestertje, niet heel mooi vond, toen heeft
+ze--eigenlijk boos, omdat Coba zoo overmoedig zoo.... luidruchtig was,
+en zonder dat het haar kwaad scheen te doen--toen heeft ze gezegd:
+"O prachtig, 't is jammer dat ze die menheer Donerie geen monument
+op zijn graf maken."
+
+Neen zeker, tante heeft het zóó niet bedoeld; maar, toen Coba dat
+denkbeeld niet geheel verwerpelijk had gevonden, toen heeft tante het
+recht van uitvinding met kracht gehandhaafd. De muziekmeester scheen
+nog al een enfant chéri van de Romphuizers te zijn geweest. Ze hadden
+tenminste bij zijn begrafenis gezongen. Wie weet welk een opgang het
+denkbeeld van een monument, of iets van dien aard, zou maken, en,
+wanneer dan "zoo iets" verrees, dan was mevrouw de wed. Mansburg,
+geboren Van Barneveld, de operatrice ervan; misschien kwam haar
+naam dan nog wel op het voetstuk. Maar.... nee dát was wat al te
+gek. Hoewel....
+
+"O, je meent van een gedenkteeken op het graf van.... ne.... dien
+talentvollen muziekmeester?" valt tante zich zelve in de rede.
+
+"Ja, wat zal ik zeggen, 't is me onverklaarbaar dat niemand vóór mij
+daaraan gedacht heeft. Zelfs jij Coba, die toch les van hem kreegt
+en bekennen moest dat hij knap was, je zou nooit op zoo'n idee zijn
+gekomen. 't Goede wordt spoedig vergeten in de wereld!"
+
+Helmond vernam nu, dat "het denkbeeld van tante Mansburg" door Coba
+niet geheel verwerpelijk was geacht, ofschoon Coba toch bedenkingen had
+gemaakt--welke tante echter volstrekt niet gedeeld heeft. Jacoba had
+ten slotte gezegd, dat zij "tantes denkbeeld" aan Helmonds oordeel
+zou onderwerpen; zijn Eva behoorde tot de muzikale wereld, en van
+zulk een kant diende een dergelijk voorstel uit te gaan.
+
+Toen de dokter straks de dames heeft vaarwel gezegd, en zijn woning
+naderde, toen bestond er bij hem geen twijfel meer: Jacoba heeft
+dien jongeling liefgehad, en zijn nagedachtenis zal haar heilig
+blijven; maar ook, nu ze haar geliefden vader, na het voorgevallene
+van den vorigen avond, zoo bitter ontstemd heeft gezien zonder
+de rechte oorzaak ervan te weten, nu heeft ze--mede dorstend naar
+vrijheid voor zich zelve--zich krachtig aangegord om haar zwakheid
+te bestrijden. Leven moet ze en gezond zijn om den geliefden vader
+het voorhoofd effen te doen houden, en, was de eerste proeve reeds
+wel geslaagd, August houdt zich overtuigd dat Coba ook voor zich
+zelve het beste geneesmiddel gevonden heeft. Neen, zij zal niet
+langer staren op het nevelachtig beeld van een geliefde, die haar
+door den dood werd ontrukt. Ze zal nu slechts het oog hebben op een
+werkelijkheid. Een _monument_ zal er voor hem verrijzen, en _zij_ zal
+zorgen dat het tot stand komt, ofschoon men niet mag bemerken _wie_
+het roer in handen heeft.
+
+Goed zoo Jacoba! broeder Helmond zal u terzijde staan.
+
+Eva ontvangt haar August met een opgeruimden blik, ofschoon hij bijna
+een half uur te laat komt. Alleen wil ze graag weten met welke dames
+hij zoo doodbedaard den straatweg op en neer heeft gewandeld?
+
+Of het kwam omdat August heden liefst geen namen van _De Zonsberg_
+noemde, en de dwaze onderstelling van tante Hermine hem voor den
+geest sprong, of vreezend misschien dat Eva weer over den brief
+zal beginnen die van morgen vergeten werd, zeker is het dat hij een
+oogenblik aarzelt aleer hij eenvoudig de waarheid zegt.
+
+Eva's gelaat betrok. Zou het mogelijk zijn dat Helmond en
+Coba...? Neen, 't was te dwaas.... Maar toch, indien ze alles goed
+in verband beschouwt....
+
+"Ik zou haast zeggen August, dat je in de laatste vier en twintig uren
+meer het gezelschap van Coba dan het bijzijn van je "lieve vrouw"
+hebt gezocht. Men heeft mij vroeger wel eens gezegd August, dat
+Coba.... veel van je hield.--Hé, à propos.... we zijn nog niet quitte."
+
+"Wat meen je....?"
+
+"Den brief van Kartenglimp heb ik je terstond laten meelezen: maar
+die andere.....? Zit hij nog in dien jaszak August?"
+
+"Welke? O! je bedoelt den brief die me uit Parijs is
+nagezonden? Eva-lief, je moest je nu eens voornemen om niet
+nieuwsgierig te zijn, wanneer ik je in de zaken van mijn praktijk
+niet altijd geheel op de hoogte houd. Wat een biechtvader is voor
+de ziel, dat is de dokter voor het lichaam, en de biecht ligt onder
+'t zegel der geheimhouding, dat weet je wel."
+
+"Nieuwsgierig!" zegt Eva fier; en dan met klem: "Mij dunkt August,
+dat er van zóó iets geen sprake kan zijn, wanneer ik je zeg te
+gelooven..... dat die brief van Jacoba was."
+
+Helmond zwijgt. Bedriegen wil hij haar niet; en ofschoon ze den brief
+_niet_ lezen mag, toch zal hij haar dien zotten argwaan benemen.
+
+"En zoo hij dan werkelijk van Jacoba was, Eva, is _zij_ mijn patiënt
+dan niet?"
+
+Een vuurrood overdekt Eva's gelaat.
+
+"Dus de brief _was_ van Jacoba!?"
+
+"Ja."
+
+Een oogenblik blijft het stil. Dan zegt Eva snel als tot zich zelve:
+
+"Dus _bestaat_ er een inclinatie!"
+
+"Maar lieve hemel Eva, hoe kun je nu zulk een gevolgtrekking maken. Ik
+zeg....."
+
+"Vandáár dan een avond zooals gisteren op _De Zonsberg_," valt
+Eva in, met den blik strak voor zich heen: "Vandáár al die onwil,
+die liefdeloosheid, die vernederingen..... O 't is genoeg, nu weet
+ik alles. Dat bleeke kind kwijnt en treurt om den geliefde, en hij,
+hij hinkt op twee gedachten. O God! welk een ontwaken uit den korten
+dommel van geluk!"
+
+"Eva, wees verstandig. Je bedriegt je waarachtig!"
+
+Zij ziet hem fier in de oogen.
+
+"_Waarachtig_ Helmond!?--Laat mij den brief dan lezen?"
+
+"Ik heb.... hem verscheurd."
+
+"Dat is onwaar; geef hem, als ik mij dan _waarachtig_
+bedrieg. Niet!!?"--Zij stampt met den voet: "_Goed zoo_!.... goed! dan
+houd ik je voor 'tgeen ik nooit heb _kunnen_ denken; ja, voor een....."
+
+"Nu niet verder Eva, de scène behoeft niet tragisch te worden. Van
+morgen heb ik om Kartenglimps brief gelachen; maar, geloof me in
+vollen ernst, meer reden tot lachen is er nú om je ijverzucht, dan
+toen om je plannen voor onze verheffing in den gravenstand."
+
+"Bewijs het me Helmond! Ik zeg _bewijs_ het me! O God, ben ik dáárvoor
+geboren, ben ik dáárvoor getrouwd om nu reeds vernederd en verwaarloosd
+te worden ter wille van..... O!"
+
+"Zie me eens aan Eva.--Nee goed! flink, heelemaal, zooals straks, maar
+nu als een zachte vrouw, die haar man vertrouwt en leed gevoelt dat
+ze hém, die haar geheel behoort en alles voor haar zijn wil, zonder
+grond en onrechtvaardig van ontrouw en misleiding verdenkt.--Geloof
+je me niet Eva?"
+
+"Waarom mag ik dan dien brief niet lezen? Je hebt hem _niet_
+verscheurd, dat kon ik aan je antwoord hooren."
+
+"En al ware dat zoo, je zult hem niet lezen. De brief is van een
+patiënt in _vertrouwen_ geschreven."
+
+"Je zult hem niet lezen!" herhaalt Eva: "je ZULT NIET! en zóó wordt
+de tirannie in de eerste huwelijksweken dan reeds grooter van dag tot
+dag. Is er geen reden dat de vrouw begint te twijfelen aan de volle
+liefde van haar man, wanneer hij instaat is haar argwaan te benemen,
+maar dat weigert onder een nietig voorwendsel, met een: je _zult_
+hem niet lezen!"
+
+"Eva, geloof me....!"
+
+"Ik geloof nu August, dat je ter wille van Jacoba, wie niets mankeerde,
+zoo spoedig naar Romphuizen bent teruggekeerd, zonder je om 't genot
+van je vrouw te bekreunen; ik geloof nu dat al die vernederingen
+van mijnheer den generaal, haar oorsprong namen in de misrekening op
+je onverdeelde liefde voor zijn kind, die zich in den beginne heeft
+goedgehouden, maar zich nu niet langer beheerschen kan; ik geloof...."
+
+"En ik zeg je Eva, dat je je bedriegt. Wat geeft je dan toch het
+recht om aan het woord van een man, aan _mijn_ woord te twijfelen?"
+
+Eva aarzelt:
+
+"Je achterhoudendheid!"
+
+"Maar wanneer ik dan herhaal dat mijn plicht mij gebiedt om het
+vertrouwelijk schrijven van patiënten geheim te houden, zelfs voor mijn
+vrouw? Wanneer ik.... Nee Eva, keer je niet weer van mij af. God weet
+dat ik niemand liever heb dan mijn eigen, mijn eenige vrouw!--Kind,
+zie mij dan aan.... Moest ik dit, in zoo'n luttel tal huwelijksdagen,
+reeds zoo dikwijls herhalen? Eva, weet en geloof je dan niet dat
+ik alles _alles_ voor je overheb; dat ik--wanneer het maar _niet in
+strijd met mijn plicht is--aan je kleinste, ja zelfs aan je grootste
+wenschen met liefde zou voldoen?--Eva_....!"
+
+Terwijl Helmond de laatste woorden sprak heeft Eva hem aangezien, en
+'t was alsof plotseling de zon weer door de nevelen brak. Zij weet
+niet dat August haar weigert den brief te lezen, omdat het haar,
+óf in hare dwaze opvatting versterken, óf zoo hij haar den waren
+zin van dat schrijven verklaarde, Jacoba's zielsgeheim verraden
+zou: neen, maar de zachte toon waarop hij daareven sprak heeft haar
+getroffen. Heeft ze dan werkelijk recht om aan de waarheid van zijn
+mannenwoord te twijfelen? 't Was immers mogelijk dat een dokter de
+confidenties omtrent ziekteverschijnselen van een jong meisje, zelfs
+voor zijn vrouw moest verbergen. Maar ook.... nog andere woorden had
+Eva gehoord; hij heeft haar gezegd: dat God het wist hoe hij niemand
+meer dan haar beminde, en.... _dat hij aan haar kleinste, ja zelfs
+aan haar grootste wenschen met liefde zou voldoen, indien het niet
+in strijd was met zijn plicht_.
+
+En zie, slechts weinige seconden later slaat ze haar beide armen
+om Helmonds hals, en zoent ze den man harer liefde met innigheid
+verscheidene malen op den blij glimlachenden mond. Ja, ze zegt, nu te
+gevoelen dat ze slecht deed haar edelen vriend zoo liefdeloos te hebben
+bejegend. En dan, wanneer de eerste reine uiting van het berouwhebbend
+gemoed voorbijgegaan, en vurige kussen van den echtgenoot het verbond
+van trouw hebben vernieuwd en bezegeld, dan.... helaas! dan komt de
+vijand die vanbinnen woelt zich weer met het zoetste lachje aan den
+gelukkigen echtvriend vertoonen. Nietwaar....? Als Eva haar besten
+man dan _altijd op zijn woord wil gelooven_, dan zal hij zeker ook
+het woord gestand doen 'twelk hij daareven sprak.
+
+"Kom nu August, het eten zal wel koud zijn geworden, kom....!" En
+fluisterend met zoete stem: "Een mijner kleinste wenschen is,
+beste August, dat je niet meer lachen zult om het verkrijgen van
+dien titel voor papa, maar dat jij zelf zooveel je kunt daartoe zult
+meewerken: en, wat de grootere wenschen betreft, o ik weet het, mijn
+lieve man zal nu die eenig eenige gelegenheid niet laten voorbijgaan
+om me, door 't koopen van het oud-burgemeestershuis, te verlossen
+uit den vreeselijken druk dezer lage zolders en benauwende muren;
+maar ook, hij zal getrouw blijven aan zijn woord, en nooit meer den
+handschoen oprapen voor wie zijn wijfje--zijn ander _ik_, niewaar
+August?--onridderlijk minachten en beleedigen durft?"
+
+En Helmond, nu hij zijne schoone Eva weer vast in de armen sluit,
+nu gedenkt hij wel vluchtig het woord der wijsheid van den grijzen
+pleegvader, en gevoelt hij wel--bij de blijde overtuiging Eva's argwaan
+voorgoed te hebben overwonnen--dat hij zijn triumf wat te duur heeft
+gekocht; maar nochtans, bij het smaken der zoete liefdeteugen kan hij,
+na zulk een overwinning, de stem niet meer hooren die waarschuwend
+klinkt:
+
+--Voorzichtig, met bedwelming is de beker gevuld, en een doodelijk
+venijn ligt op den bodem!
+
+
+
+
+
+
+
+NEGENTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+'t Is een prachtige maar tevens een echt autocratische zomerdag. Zelfs
+de machtigen der aarde houden met slappe hand de teugels van 't bewind,
+en buigen het hoofd, want heden is het de zon, die haar macht doet
+gevoelen en het aardrijk regeert met verblindende majesteit.
+
+Alles zwijgt in het gloeiend middaguur.
+
+De landman slaapt; het rundvee staat te lodderoogen in de schaduw
+van wilg en hagedoorn; de schapen op de hei hebben den zoom van het
+dennenbosch gezocht waar hun herder met opgetrokken knieën achterover
+op den grond ligt, en Philax nevens hem met de amechtige tong uit
+den ruigen bek.
+
+Alles zwijgt. Geen vogel doet er zijn lied schallen of tjilpt op
+bescheiden toon; geen blaadje is er dat ritselt. Slechts een enkele
+bij, die zich op rappe wiek naar gindsche kamperfoelie spoedt,
+snort suizend langs 't oor; of ook een zwerm bruinvliegen doet zich
+hooren, wanneer een loome hoef of klauw den verschgevallen buit in
+'t weiland beroeren komt, en 't klein en azend gedierte daardoor al
+gonzend uiteenschuift.
+
+Het landgoed _De Zonsberg_ ligt daar almede zwijgend en dorstend in
+de gloeiende stralen der Juni-zon.
+
+Nochtans voor den mensch, die zich heden aan een wandeling op den
+Romphuizer straatweg durft wagen, schijnt dat landgoed een oase te
+zijn. Ja zie maar, achter die fonkelend roode en witte stamrozen aan
+de linkerzij van het huis onder het lommer van het zwaar geboomte,
+daar moet het wel overheerlijk koel en verkwikkelijk wezen.
+
+Mijnheer Kippelaan, nog slechts weinige schreden van het groote
+ijzeren hek van _De Zonsberg_ verwijderd, voelt nogmaals naar zijn
+beide boordjes, die van de overmatige warmte in onmacht liggen;
+doet een hopelooze poging om ze weer tot den "kelk te vormen waarin
+zijn edelst lichaamsdeel--het hoofd--is gevat", en vraagt zich zelven
+dan zeer ernstig af: of hij in zulk een toestand wel inderdaad zijn
+plan kan volvoeren? 't Loopt hem--met permissie--onder den hoed uit,
+en langs het aangezicht met straaltjes den hals in. Kon hij 't zelf
+zien dan zou hij bespeuren: eenigszins bruinachtig gekleurd door de
+pomade, waarmee hij straks aan zijn kapsel zulk een verhoogden glans
+en zomergeur heeft gegeven.
+
+Mijnheer Kippelaan begrijpt echter bij nader overwegen, dat
+juist deze positie--_en jus, en nage_--moet meewerken in zijn
+belang. Men trotseert! men braveert! men waagt een coup de soleil,
+een hersenontsteking!
+
+'t Is verbeelding, maar Kippelaan verbeeldt zich dat hij het ijzeren
+hek hoort sissen nu hij het met zijn eenigszins vochtige vingers
+aanraakt. 't IJzer was letterlijk gloeiend. Enfin, zijn hart! Enfin,
+alles was heden daarmee in harmonie!
+
+En terwijl mijnheer Kippelaan nu zijn paille glacé handschoenen
+gaat aantrekken, maar den laatste, bij een geweldige inspanning om
+hem over de vochtige "muis" te krijgen, van onder tot boven ziet
+openbersten, stapt hij--door het ongeluk zoo mogelijk nog meer _en
+nage_ geraakt--het gazon om, en op de groote stoep toe, doch ziet
+dan eensklaps terzij van het landhuis achter die prachtig fonkelende
+rozen en onder het zwaar geboomte, iets.... wits; iets.... En....
+
+Daar staat hij dan nu.... in _hare_ nabijheid!--Zoo pas uit de felle
+zon in het dichte lommer gekomen, heeft hij niet dadelijk bemerkt
+dat zij ter afwering van muggen en ander "onwellevend gevogelt" een
+witzijden doek over 't hoofd heeft gehangen, en, door de drukkende
+hitte overweldigd, in slaap is gevallen. Hoezeer ook _en nage_,
+met de sierlijkste buigingen is hij haar genaderd. Doch, nu buigt
+hij niet meer.
+
+"'t Hem, kehem!" kucht hij eenige malen steeds luider en krachtiger,
+ofschoon gedempt. Doch helaas, het baat hem niet!
+
+--Zij slaapt! O zij slaapt!!--Edele spruit! droomt zij
+wellicht, en ziet ze met haar zielvol geestesoog den man die
+haar.... enfin.... aanbidt, die háár, en al wat het hare is, liefheeft
+als zich zelf? Droomt ze van hém, en vermoedt ze onbewust dat hij in
+haar nabijheid ademt? Zal hij haar nog een wijle bespieden, ofschoon
+hij door dien vasten sluier, waarachter ze zich verborg, niets anders
+kan waarnemen dan de plek, waar zich het topje van haar neus bevindt? O
+die teedere! O dat uitstekende topje! hij zou het willen aanraken,
+hij zou haar willen ontsluieren en dan op dat topje een zoen drukken,
+en haar zeggen: Hier is hij die over u waakt als gij slaapt! Hier
+is hij van wien gij "droomend waakt en wakend droomt"; die u "wil
+omstrengelen met de teerheid van zijn hart". Maar--helaas! paf! daar
+barst ook de tweede paille handschoen. Schrikt ze wakker? Nee! zie
+maar.--Bah! 't is te warm voor handschoenen.
+
+--Hij zal ze allebei uitdoen en los in de hand houden, dan ziet men
+niet dat ze kapot zijn.
+
+"Juffrouw! juffrouw Jacoba!"
+
+De neustop klimt. De sluier valt:
+
+"Goeje hemel!--phu!--wat? Wie....? phu! Pardon menheer.... wie heb ik
+'t plezier....?"
+
+"Hé, ik dacht...." zegt Kippelaan, in den beginne eenigszins uit
+het veld geslagen: "Ik meende dat u.... Maar enfin, ik heb de eer
+mevrouw Mansburg te zien? Ontzaglijk veel genoegen! Altijd wèl geweest
+mevrouw? En mijnheer de luitenant-generaal....?--Charmant mooi weer. Ik
+dacht.... enfin.... la belle dormeuse au bois, enfin!...."
+
+"O ik vraag wel om verschooning. Mijnheer.... re Kippelaan
+nietwaar....?"
+
+"Jules Janin, om u te dienen. Van mama's kant--de
+Parladotti's--Italiaansche origine!--Recht aangenaam u hier te
+ontmoeten. Fameuse warmte, maar als het hart niewaar....? Een dame,
+eene vrouw gevoelt zoo spoedig wat men zeggen wil. Geen zonnehitte
+is instaat om...."
+
+Mevrouw Mansburg, die vreeselijk benauwd onder den zijden doek had
+gedroomd, weet waarlijk niet of ze nog wel heel wakker is.
+
+--Wat wil die man?!
+
+"Waarschijnlijk zal uw bezoek mijn broeder gelden," valt ze haastig in:
+"wanneer u zoo goed wilt zijn maar even te schellen dan zal de knecht
+u aandienen."
+
+"Pardon, o pardon mevrouw; het voorrecht u hier 't eerst te spreken! 't
+Was ontzettend warm op den weg, en dáárom, indien ik mijn hart het
+eerst voor u mocht ontlasten; indien...."
+
+"Mijnheer, ik verzoek u niet verder te gaan.--Op mijne jaren...." En
+dan terwijl een vuurrood haar aangezicht bedekt, staat mevrouw
+Mansburg van de tuinbank op, en Kippelaan den rug toekeerend om
+zich naar de achterzij van het huis te begeven, voegt ze er bij:
+"Zooals ik u zeide, men laat zich aanmelden. Ginds is de voordeur."
+
+
+
+De generaal Van Barneveld verkeerde 't allerminst in een stemming
+om menschen als Kippelaan te ontvangen. Nochtans het strookte niet
+met zijn karakter om onder eenig voorwendsel belet te geven; en,
+om iemand, die in deze hitte een kwartier ver kwam loopen, eenvoudig
+met de boodschap: mijnheer ontvangt niet, naar huis te zenden, dat
+kon er in 't geheel niet door.
+
+De merkbaar gedrukte stemming, waarin de generaal verkeert, werkt
+eenigszins kalmeerend op den gloeienden Kippelaan, en doet hem voor
+een goed deel zijn "joviale vrijmoedigheid" verliezen.
+
+"En welke zaak is het menheer, waarover u mij zoo noodzakelijk
+spreken moest?"
+
+"De zaak uw excellentie, de.... eigenlijke zaak.... Enfin, mijn
+naam is u bekend: Kippelaan, patricische familie; mama een geboren
+Parladotti.--Allebei overleden; papa en mama, aan de mazelen op een
+reisje, in den bloei van 't leven. Enfin! de eenige spruit, Julus
+Janin, naar een Fransch bisschop uit de veertiende of vijftiende
+eeuw--daar wil ik afwezen. Al vroeg...."
+
+"De hoofdzaak, menheer Kippelaan?"
+
+Kippelaan wischt zich nogmaals eenige bruinachtige zweetdroppels van
+'t gelaat. De donkergrijze oogen van den ouden generaal zien hem zoo
+"dolks en sabels" aan.
+
+"De zaak uw excellentie, de zaak, enfin...." Eensklaps opstaande
+terwijl hij een snelle buiging maakt: "Mijn bijzonder compliment
+generaal. 't Prouveert voor zijn kunde, voor zijn praktijk. 't Zal
+uw gloriole zijn; ik wensch u van harte...." Kippelaan is er bijna
+toe gekomen om weder een aanval op Van Barnevelds hand te wagen,
+doch dat scherpziende oog dringt hem terug.
+
+"Wàt meen je menheer?"
+
+De generaal wendt straks het hoofd naar de raamzijde. 't Heeft hem
+de grootste moeite gekost om zijn verbazing voor dien babbelaar te
+verbergen, toen hij hem met een zonderling gekozen woordenvloed hoorde
+verhalen, dat dokter Helmond onderhands het oud-burgemeestershuis op
+de markt gekocht had.
+
+Mijnheer Kippelaan gevoelde zich meer op zijn gemak toen hij mocht
+bespeuren de eerste boodschapper van dat goede nieuws te zijn
+geweest. De zaak, ohee, was anders in Romphuizen reeds "publiek
+domein". Op een avondpartij bij den notaris in 't laatst van de
+vorige week--waar o. a. ook getruffeerde kapoen uit Utrecht was
+geweest--daar moet die zaak tusschen thee en wijn reeds haar beslag
+hebben gekregen. Piet de aanspreker, die er 's-avonds met witte
+handschoenen heeft gediend, maar volgens de waschvrouw z'n duim
+in de chocolade-vla had gehouden, Piet heeft hem 's-anderendaags
+bij 't scheren, stellig verzekerd dat de zaak haar beslag had. Er
+waren onder de gasten heel wat glaasjes op den nieuwen koop en de
+aanstaande bewoners gedronken. De kleinste freule Blankenberge met
+den wipneus, had zachtjes tegen den majoor Kartenglimp gezegd: "Voor
+achttienduizend! Spotprijs!" en de majoor heeft toen geheimzinnig
+met de oogen geknipt alsof hij er alles van wist.
+
+Dokter Helmond en zijn vrouw hadden de hoogste plaatsen aan tafel
+moeten innemen. Piet kon dat precies weten met de tafelpooten en de
+fauteuils--hij lette op alles, en de notaris had een "toost geslagen"
+zei Piet, over "de schoonere toekomst van de goede stad Romphuizen,
+wanneer degelijke kundige mannen zooals dokter Helmond, blijk gaven
+dat zij zich hoe langer hoe meer aan de spits stelden der burgerij;
+wanneer vrouwen, zoo schoon en beminnelijk als zijn gade, wilden post
+vatten op het hoogste, zeerzeker het moeielijkste standpunt, om van
+daar beschermend en zegenend de handen over de plaats harer inwoning
+uit te strekken." De majoor Kartenglimp had toen ook een "toost
+geslagen", en gezegd: dat de man die in het stadje Romphuizen zoo
+hoog werd gewaardeerd, die tot zulk een bevoorrechten stand behoorde,
+en wellicht eenmaal niet slechts onder de meestvermogenden in deze
+gemeente, maar tevens--hij mocht met eenige zekerheid spreken--dank
+zij het bezit van eene zoo uitstekend schoone en talentvolle gade,
+den schitterendsten titel zou kunnen verwerven, dat zulk een man
+dan ook voorzeker zijn edelste krachten zou blijven wijden aan het
+heil van het lieve stedeke waarvan _hij_, gave het God!--de majoor
+had toen den blik naar boven geslagen--eenmaal de vader, en zij, die
+teedere gade, de beschermvrouw, neen, de _moeder_ zou worden genoemd.
+
+Piet de aanspreker had dit alles zoo duidelijk gehoord dat mijnheer
+Kippelaan zich recht gelukkig gevoelde om nu de détails even precies
+te kunnen teruggeven. 't Was zeker voor den ouden generaal, die er
+nog niets van wist, aller.... aller.... interessantst!
+
+"Welzeker, om u te dienen je excellentie; welzeker, tenminste
+gisterenavond hoorde ik nog dat uw lieve familie reeds met Augustus
+'t nieuwe huis zou betrekken.... en...."
+
+"Genoeg menheer....!"
+
+"Ben ik onbescheiden geweest? O pardon! Ja ik was
+onbescheiden. Misschien moest het een surprise, een.... pardon,
+pardon! Ik heb niets gezegd, niemendal. Wat weet ik ook anders dan wat
+iedereen weet. Meubels uit Utrecht; enfin, apotheek afgeschaft; 't huis
+aan den wal cadeau aan mevrouw Van Hake. Genereus, allerliefst....!"
+
+De generaal, die een paar malen terwijl hij weer naar buiten zag, op
+'t punt is geweest om dien wauwelaar den mond te snoeren, zegt bedaard:
+
+"Heeft men u verzocht mij die boodschap te brengen? Was dát de zaak
+waarover...."
+
+"Waarover ik u spreken kwam? O pardon, pardon excellentie. Ik....,
+ik ben...., que voulez-vous; ik.... Charmant lief weertje vandaag,
+charmant! Maar de warmte.... ziet-u, de hitte." Opstaande:
+"Phu! enfin...."
+
+"Je zult het een oud soldaat ten goede houden menheer, dat hij je den
+raad geeft om te denken voordat je spreekt; en, neem me verder niet
+kwalijk dat ik je niet langer te woord sta; ik heb hoofdpijn vandaag."
+
+"Hoofdpijn? Tic? tic douloureux? Ah! een martelaar van! Een...."
+
+Van Barneveld staat op:
+
+"Wanneer u beneden een glas wijn met water of wat vruchten wilt
+gebruiken, menheer Kippelaan, 't zal me aangenaam zijn, maar wil me
+ten goede houden...."
+
+"En toch, ik...., ik bid uw excellentie: als de zon dan mijn hart
+en mijn hart dan de zon is, verterend....! O! pardon, ik spreek
+te luid, enfin, indien dan een ander, een winkelbediende, zich
+verstout een blikslag te werpen op wat mijn ziel bekoort. Generaal,
+de liefde.... O, de liefde drijft mij en zal mij drijven. Ik ben, ik
+heb.... Mama was een Parladotti; ik ben in den bloei van 't leven; niet
+onwelgemaakt!--De teedere ziel onder uw dak generaal, heeft mij als aan
+mijzelven ontvoerd, en, dat een pharmaceut, een pillendraaier--pardon,
+een kruidenier mijn zaligste hoop en verwachting zou doen vervloeien
+tot nietig slijk, dit alles...."
+
+Misschien zou er zich op Van Barnevelds gelaat een glimlach hebben
+vertoond, indien niet zooveel grievends zijn borst had vervuld, en
+die babbelaar hem geen zaken meegedeeld en vermoedens bij hem had
+opgewekt, waardoor hij nog meer in een bittere stemming geraakte.
+
+Sedert den fatalen avond, toen dat "ijdele overmoedige ding" zulk
+een diepe kloof tusschen hem en zijn meestgeliefden pleegzoon heeft
+gedolven, is Van Barneveld zichtbaar afgetrokken en stil geworden. Ja
+zelfs, hoezeer het hem verheugde een merkbare beterschap bij Jacoba
+waar te nemen, zijn bijzonder gedrukte stemming--ofschoon hij haar
+zooveel mogelijk bestreed en voor Coba te verbergen zocht--was er niet
+door verminderd. Toen August zich veertien dagen later deed aanmelden,
+toen heeft Hendrik de boodschap aan dokter gebracht, dat de generaal
+niemand ontving; en zoo heeft Helmond, zonder nadere verklaring,
+kunnen begrijpen waaraan hij zich te houden had.
+
+Uit een vertrouwelijk gesprek met Jacoba, waartoe de vader na rijp
+beraad besloten heeft, was het hem tot zijn groote blijdschap
+duidelijk gebleken, dat tante Hermines onderstelling, alsof een
+geheime liefde voor August haar zenuwgestel zou ondermijnd hebben,
+ten eenenmale ongegrond is geweest; en evenzeer had de luchtige wijze
+waarop Jacoba, bij dat gesprek, over Donerie's dood is heengegleden,
+hem wel het bewijs gegeven dat Helmonds vermoeden, waarmee hij zijn
+vaderhart zoozeer heeft gekwetst, niet minder ongerijmd mocht heeten;
+maar, of de vrees voor Jacoba's welzijn--nu hij haar werkelijk wat
+opgeruimder zag worden, ja zelfs nu hij haar weer telkens hoorde
+zingen zonder dat het haar kwaad scheen te doen--ach, of die vrees,
+die onrust over zijn kind, hem dan door Gods goedheid voor 't oogenblik
+is benomen, er was een diepe, een steeds dieper grijpende smart die
+_niet_ zou voorbijgaan.
+
+--Ja, t zal zeker wijs en goed zijn dat hij nog leeft, voor zijn
+eenig kind, maar anders....! Wanneer hij bedenkt wat het had kunnen
+zijn!--O God, die lieve jongens, die stoeiende knapen! Moest hij
+ze dan grootbrengen om ze beiden te verliezen, en zonder dat ze
+gestorven waren! Daar zijn oogenblikken die hij niet vergeet: Op elke
+knie zat er een. August rechts; _de ander_ links. Wat staarden die
+tintelende oogjes hem aan wanneer hij hun van Waterloo, en Hasselt
+en Leuven, of van Neerlands helden en groote mannen vertelde,
+van De Ruyter vooral, den godvruchtigen zeeheld.--Ha, hij ziet die
+zielvolle kijkers nog glinsteren wanneer hij zoo verhaalt. En dan,
+'t was winter; druipnat werden ze thuis gebracht; de doodskleur lag op
+beider gelaat.--"Gerust maar," had _de ander_ tot den oudsten broeder
+gezegd: "het ijs is sterk genoeg; als je er doorzakt dan zal _ik_
+er je uithalen, op m'n woord van eer."--En August was er doorgezakt,
+en _de ander_, trouw aan zijn woord, is hem nagesprongen; maar,
+als vreemden hen niet gered hadden dan zouden ze beiden verdronken
+zijn. De arme jongens! En wat schreide kleine Coba toen ze hen daar
+zoo koud en zoo bleek zag; en hij--de pleegvader--hij voelt nog dat
+inwendig beven, 'twelk hij nooit te voren gevoelde; en 't is hem
+nog als biggelt de traan langs zijn wang terwijl hij bad: "O God,
+laat het rood terugkomen op die kaken en de ziel weer in die oogen
+blinken; ik heb die jongens _zoo lief_!"--Ja, dat zijn oogenblikken
+die men nooit vergeet. Maar weg, weg met deze herinneringen! Zwakheid
+is laagheid! Toegeeflijkheid is spelen met de zonde! Een adder,
+die de borst waaraan hij werd gekoesterd vergiftigt, wordt in het
+vuur geworpen. En ook, de man die een ijdel schepsel terzij staat
+terwijl ze een grijzen weldoener lastert en smaadt; die, zonder haar
+te gebieden dat ze zich aan zijn voeten zal verootmoedigen, ja zelfs,
+die zonder genade voor haar te vragen, heengaat en eerst veertien volle
+dagen later terugkomt, om, ijskoud bij de geringste tegenkanting,
+zich voorgoed verwijderd te houden, zulk een man is...... Ha! en de
+maat was nog niet volgemeten. 't Moest August bekend zijn hoe de dwaze
+familie zijner vrouw--zonder twijfel door _haar_ gedreven--den ouden
+luitenant-generaal heeft durven krenken! Het libel ligt daar nog in
+den lessenaar om tegen dat vermetele volk te getuigen:
+
+
+ "Hiernevens zendt de familie Van Armeloo aan den
+ Hoogedelgestrengen heer A. Van Barneveld de vijftig gulden
+ terug, die ZEd.--haars ondanks' en onbewust--voor het diner
+ had geschonken, 't welk zij ter eere van het huwelijk harer
+ dochter, mejonkvrouwe E. Van Armeloo, met den heere dokter
+ A. Helmond heeft gegeven.
+
+ Met de aan ZEd. verschuldigde achting de familie
+
+ Van Armeloo."
+
+
+--Rechtvaardige hemel! De letters van dat libel staan hem telkens
+weer als vurige slangen voor den geest. En ja, na alles wat hij daar
+van dien wauwelaar hoorde, kon het niet anders of ook August moest
+schuld aan die verregaande beleediging hebben. Een andere Eva heeft,
+maar al te ras, den vroeger zoo kloeken en verstandigen man tot het
+proeven van den schoon-glanzenden appel verlokt, zoodat ook hij,
+helaas, nu reeds is verdreven uit dat paradijs van dankbare, maar
+tevens werkzaam vooruitstrevende tevredenheid.
+
+Na een oogenblik van stilte, weet Van Barneveld eigenlijk niet meer
+wat die zotte man met zijn schellevisch-tronie daar 't laatst heeft
+geroffeld.--Had die dwaze veertiger inderdaad om de hand van Coba
+gevraagd? Was er een apotheker die haar het hof maakte? Zou het
+mogelijk wezen dat Van Hake die, na den morgen van Coba's ongeval
+bij Krul, een paar malen zoo deelnemend naar haar gezondheid kwam
+vernemen..... dat hij....?
+
+Op het oogenblik dat Van Barneveld met een kort maar kernachtig
+woord den heer Kippelaan tot een snelle escampade wil noodzaken,
+en Kippelaan zelf, met een blik op het gelaat van den generaal, en al
+kloppend met zijn kapotte paille handschoenen tegen het been, reeds een
+weinig retireerde, werd er een zacht tikken op de kamerdeur vernomen.
+
+Mevrouw Mansburg verzoekt verschooning dat zij de heeren stoort.
+
+"Watblief?--Nee Alexander, 't spijt me wel, maar ik moet me
+excuseeren. Mijnheer zal me ten goede houden, ik kan en mag...... 't
+Was maar even om je te zeggen...." en mevrouw Mansburg fluistert den
+generaal wat in 't oor.
+
+"Helmond!? Is hij? Wou hij? Weet ie niet meer dat mijn geduld, dat
+mijn bloed...." Eensklaps opstaande tot Kippelaan:
+
+"Menheer, permitteer me je te herinneren dat je bezoek me vandaag niet
+zeer gelegen komt. Hou me ten goede; ik ben een oud man, en.... Nee,
+'t spijt me.... maar.... Wat het hoofddoel van je komst betreft...."
+
+Kippelaan strijkt eensklaps nader: strekt de beide handen met de tien
+paille handschoenvingers naar Van Barnevelds hand uit, en zegt:
+
+"O generaal, het is...."
+
+"Voor heden genoeg menheer. Ik begreep je niet recht; men kan die
+zaken schriftelijk behandelen."
+
+"Maar excellentie, de liefde, O.... indien mevrouw?"
+
+Mevrouw Mansburg maakt een zeer zonderling afwijzende beweging. Aan
+zoo iets heeft ze immers niet kunnen denken, op hare jaren: acht en
+vijftig! Na reeds twaalf jaren weduwe te zijn geweest! Nee o nee! Een
+man zooals hij in de kracht van 't leven! Maar toch, als _onmogelijk_
+heeft ze het niet beschouwd.
+
+"Mijnheer Kippelaan," zegt de weduwe met eenige terughouding zeer
+deftig: "mijn broeder de generaal lijdt waarlijk aan hoofdpijn. U
+zult hem excuseeren. Wat mij betreft, wanneer ik u, in zijn plaats,
+kan....ne te woord staan, wil over mij beschikken."
+
+--Och neen, Hermine weet en gevoelt wel dat het een dwaasheid, een
+dolzinnigheid zou wezen, op haren leeftijd; maar men wil zoo iets
+toch hooren; men wil.... En terwijl mijnheer Kippelaan--verrast over
+zooveel heuschheid--na de hartelijkste respectsverzekeringen aan
+zijn excellentie, met de oude dame het"bureau" van den generaal zal
+verlaten, herhaalt Van Barneveld op gestrengen toon het reeds gegeven
+antwoord aan zijn zuster:
+
+"Nee Hermine, zeg aan dokter Helmond, of laat hem zeggen, dat ik hem
+niet kan spreken.--Nee: _niet_, 't is immers duidelijk genoeg!"
+
+
+
+
+
+
+TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Tegen den avond van denzelfden dag stond Thomas Van Hake in de
+vestibule van het huis _De Zonsberg_, en gaf aan Hendrik een brief
+van dokter voor den generaal.
+
+Hendrik zegt: niet te gelooven dat mijnheer op 't bureau of in huis is;
+tenminste vóór een half uurtje omtrent is hij de plaats ingewandeld,
+en Hendrik zag hem niet terugkomen.
+
+Welzeker, Van Hake zal dan maar zoolang in de achterkamer gaan en
+meteen wat rusten; hij moet den generaal toch zelf even spreken en
+het antwoord op den brief ontvangen.
+
+"A propos: is de juffrouw thuis Hendrik?"
+
+"Jawel menheer, de juffrouw is binnen. Juist toen u schelde hield
+zij op met piano-spelen; dat doet ze maar 't liefst als zij alleen is."
+
+Bij 't hooren van deze woorden wordt Van Hake eensklaps door een
+zonderlinge beklemdheid overvallen. Neen, zie, dáárop had hij niet
+gerekend. De beide vorige keeren, toen hij naar Jacoba's welstand
+is komen vragen, toen is hij óók in die kamer gelaten, en weinige
+minuten later kwam toen de generaal en heeft zeer welwillend een
+kwartiertje met hem gepraat. Maar, juffrouw Jacoba had hij niet te zien
+gekregen, neen, ofschoon men toch eenige verplichting aan hem had en
+het belangstellend bezoek zeker háár gold in de eerste plaats.--Hoe
+'t zij, 't heeft hem eigenlijk niet verwonderd dat het zoo gegaan was,
+en vooral niet omdat Juffrouw Jacoba nog altijd ongesteld heette. Maar
+nu, nu hij door dokter met den brief--een speciale zending--is belast,
+en zijn bezoek alzoo geen uitsluitend belangstellend karakter had,
+nu heeft hij zich in 't geheel niet durven voorstellen dat hij
+háár.... háár, dat zachte teedere schepseltje, zoo aanstonds en alleen
+zou vinden.
+
+"Nee Hendrik, wacht... ik weet niet.... ik heb.... Is.... isse de
+juffrouw weer heelemaal beter....? Zou het wel goed zijn dat ik.... als
+de generaal....? Watblief?"
+
+"Wou je liever _niet_ binnengaan menheer Van Hake? Ja, als u in de
+zaal wilt, of in de eetkamer, dan...."
+
+"Nee Hendrik, ik meende alleen...."
+
+Diep ademhalend en na een snelle beweging met de hand door de blonde
+krulharen, herneemt hij: "Ga jij je gang maar Hendrik; dien me maar
+aan alsjeblief. kHem hém!"
+
+Over Jacoba's bleek gelaat verspreidt zich een licht blosje nu zij den
+jongen provisor ziet binnenkomen. Nochtans, zij heeft zich spoedig
+hersteld, want, terwijl haar physiek door het geregeld gebruik van
+versterkende middelen inderdaad wat verbeterd is, zoo schijnt het
+verbond met haar _wil_ gesloten, den wil om zich los te scheuren van
+droombeelden en ijdele wenschen, haar een nieuwe veerkracht te hebben
+geschonken.--Dien blos, nu ja, zij heeft hem niet in haar macht gehad,
+en bij het zien van dien blonden knaap moest dat vreeselijk uur in de
+woning van baas Krul zich immers wel krachtig opdringen aan haar geest.
+
+Nu is 't voorbij.
+
+"Ga zitten menheer Van Hake.--Ik hoop dat vader gauw komen zal.--Ik
+heb nog altijd een oude schuld met u af te doen, en u hartelijk dank
+te zeggen voor uw goedheid. Papa is u ook zeer erkentelijk. Op dien
+morgen.... 't was...."
+
+"O, ik bid u, spreek daar niet van juffrouw Van Barneveld; 't maakte me
+waarlijk gelukkig dat ik u zoo spoedig behulpzaam kon zijn.--Ja! dat
+was daar wel een schrikkelijke toestand. Die arme Donerie zoo in den
+bloei van 't leven! en zoo knap niewaar!? U kunt er over oordeelen
+juffrouw; en dan vooral: hij was zoo'n edel best mensch! Och ja,
+we hadden in 't laatst nog een soort van orgelkrans."
+
+"Ei zoo!" zegt Coba met eenigszins afgewend gelaat.
+
+"Jawel, eigenlijk waren we maar met ons drieën, 's Zondags avonds,
+en een paar malen 's morgens vroeg, kwamen we op 't orgel bijeen, en
+dan gaf hij ons les; altijd even fiks en degelijk, en toch zoo heel
+amikaal. 't Mocht niet eens den naam van _les_ hebben, en hij nam
+er dan ook niemendal voor; we noemden het orgelkrans of orgelclub;
+jammer dat het maar zoo heel kort mocht duren."
+
+"Zoo.... kort?"
+
+"Ja, na de zevende les is hij aan 't sukkelen geraakt. Ik kan u niet
+zeggen hoe vreemd of 't me nog altijd is wanneer ik mij nu op dat
+orgelkamertje 's morgens heel vroeg wat aan 't oefenen ben. 't Is me
+dan alsof ik hem nog zóó moet zien binnenkomen."
+
+Er volgde een pauze.
+
+Van Hake begreep eensklaps dat het misschien niet goed was om zoo over
+Donerie te spreken; dat lieve meisje heeft immers zenuwaandoeningen,
+en de herinnering aan dien akeligen morgen bij Krul kon haar nadeelig
+zijn.--Die blanke engel!
+
+"'t Is hier toch een prachtig uitzicht juffrouw Van Barneveld! Wat
+geeft de ondergaande zon een heerlijken gloed over 't land, en wat
+blinkt de Rijn daar helder in 't verschiet; het donkere hout op den
+voorgrond maakt het uitzicht hier waarlijk tot een schilderij."
+
+"Ja.... 't is wel een heerlijk gezicht;" zegt Coba, mede naar buiten
+ziende; en dan: "Is dat een mooi... instrument.... zoo'n orgel? Ik
+bedoel er achter, waar men speelt? Ik heb nooit... Ja, op een plaat
+misschien; maar anders heb ik nooit...."
+
+"O, als u 't orgel zien wilt juffrouw; wel, als ik dan de eer mocht
+hebben?" zegt Thomas snel, en er is een verheffing in zijn stem,
+alsof hij een vraag doet waarvan de toestemming hem voor zijn gansche
+leven gelukkig zal maken.
+
+"Zien, ja wat dát betreft, maar 't is tegenwoordig zoo warm op
+den dag."
+
+"Nee maar in de _vroegte_ juffrouw! Van morgen bijvoorbeeld was ik
+al om halfzes op 't orgel. Zie, als ik weten mocht _wanneer_, dan
+zou ik zorgen...."
+
+"Wel vriendelijk, maar 't zal toch niet gaan, zoo vroeg; ik moet mij
+nog wat ontzien, en geloof dat papa...."
+
+"Nee, als mijnheer de generaal 't liever niet had.... dán.... Maar
+anders, ik zou er mij een feest van maken om u alles eens goed
+uit te leggen. De brave Donerie kon met zulk een warmte over zijn
+orgel spreken. Wat speelde hij nog prachtig op den dag van dokters
+trouwen, niewaar? Wie had kunnen denken dat het zijn laatste toon
+zou wezen! Maar neem mij niet kwalijk juffrouw, dat ik alweer over
+mijn vriend spreek, 't geeft u een sombere herinnering."
+
+"Hebt ú ook gehoord van een plan.... van een monument of zoo iets op
+het graf, menheer Van Hake?"
+
+"Welzeker juffrouw; dokter heeft er al van gesproken; maar ik meen
+dat u--tenminste de familie er niet vóór waart."
+
+"Wij.... dat is te zeggen: papa heeft geweigerd te teekenen omdat hij
+in 't algemeen tegen zulke zaken is; maar wat mij betreft, ik, nee,
+ik ben er niet tegen." Even naar buiten ziende en dan snel en bepaald:
+"Ik moet u ronduit zeggen dat naar mijne meening de stad Romphuizen
+zoo iets wel verplicht is aan de nagedachtenis van mijnheer...."
+
+"Donerie," helpt Thomas. En dan, terwijl er een bijzondere glans in
+zijn mooi blauw oog te bespeuren is: "Zou het waarlijk ook ú genoegen
+doen dat het tot stand kwam, juffrouw Van Barneveld?"
+
+"Ik geloof dat het de wensch zal zijn van allen die zijn onderricht
+ontvingen of die zijn talent op prijs stelden. De wijze waarop hij
+les gaf was eenig."
+
+"Nu juffrouw, als ú het wilt, dan zal, zoo waar als ik Thomas Van Hake
+heet, dat monument er komen ook! Dokter wou dat ik er mij eens flink
+zou voorspannen; maar.... ik was wat bang, en 't ging niet zoo vlot
+als ik wenschte, doch nû, ja, nu ik weet dat u.... jawel juffrouw,
+jawel! dat geeft me courage, dat steekt me, als ik weer werven ga,
+een riem onder 't hart. Sapperloot juffrouw, ik kan u niet zeggen
+met welk een ijver...."
+
+Jacoba moet de hand op 't hart drukken om het hevig kloppen ervan te
+weerstaan, terwijl ze Van Hake snel in de rede valt, en hem dringend
+verzoekt om de zaak niet op die wijs te behandelen. Haar naam mag
+niet genoemd worden.
+
+"Nee natuurlijk niet juffrouw," stemt Thomas eenigszins verrast maar
+haastig toe: "dat begrijp ik best. Als mijnheer de generaal er niet
+voor is.... nee natuurlijk, natuurlijk!"
+
+"Niewaar, natuurlijk!" herhaalt Coba, en dan zachtjes met een blos:
+"Een _onbekende_ heeft bij u ingeschreven voor een bedrag dat.... later
+kan worden ingevuld, u verstaat me; en _ik_ teeken--een weinig onderaan
+slechts voor tien gulden." Rondziende snel: "Maar de onbekende blijft
+onbekend voor iedereen.... natuurlijk!"
+
+"Welzeker, _natuurlijk_ juffrouw!"--Och hemel, zoo'n engel!
+
+De deur werd geopend. De generaal trad binnen.
+
+De kloeke vormen van den ouden krijgsman komen in zijn lichtgrijs
+zomer-tenue nog sterker uit; nochtans nu hij den grooten ronden
+stroohoed afneemt, nu ziet men dat de uitdrukking van zijn gelaat
+geenszins in harmonie met dien kloeken bouw is.
+
+"Wie daar....? Ahzoo menheer Van Hake, ben jij 't! Je moeder
+welvarend?"
+
+"Dank u generaal; ma is heel gezond, en het doet me ook recht veel
+genoegen dat ik de juffrouw hier zoo wél mag vinden. De juffrouw ziet
+er waarlijk al veel beter uit."
+
+"Ben je druk aan 't praten geweest? Je hebt zoo'n kleur."
+
+"Niet te druk, lieve pa. Menheer Van Hake heeft een brief voor u
+gebracht. Hebt u hem niet gekregen?"
+
+"Nee, een brief? Van wien?"
+
+"Van dokter, generaal. Hendrik zou u buiten gaan opzoeken."
+
+"Ik heb 'em niet gezien;" zegt Van Barneveld en trekt tweemaal met
+kracht aan de schel: "Jacoba-lief, je zoudt me nu plezier doen met
+wat naar buiten of naar je kamer te gaan. 't Is goed dat je menheer
+Van Hake, die ons zeer verplichtte--ja zeker m'n vrind, ik vergeet
+dat niet--dat je hem ontvangen hebt; je bent veel beter, en je mocht
+hem nu zelf wel eens bedanken, maar je ziet er wat vermoeid uit;
+menheer Van Hake zal je nu zeker excuseeren."
+
+"O wat dat betreft generaal; ik hoop niet...."
+
+"Nee 't zal haar nu geen kwaad hebben gedaan; maar we moeten nog
+voorzichtig zijn."
+
+Hij geeft Jacoba een gebiedenden wenk.
+
+Van Hake tast naar zijn hoed die onder zijn stoel staat:
+
+"Indien _ik_ anders zoolang ergens anders....?"
+
+"O nee, volstrekt niet menheer Van Hake," zegt Jacoba: "papa heeft
+gelijk; 's morgens moet ik me nog wat rustig houden, want ik wil in 't
+vervolg 's morgens wat heel vroeg opstaan en wandelingen maken. Goeden
+avond! Mijn groeten aan mevrouw uw mama. en ook aan...."
+
+"Waar of Willem blijft!" valt Van Barneveld in met krachtige stem:
+"Ik heb tweemaal gescheld; de oude wordt langzaam."
+
+Gevoelde Jacoba dat haar vader 't slot van haar opdracht wilde
+verhinderen, toch zegt ze bij 't heengaan:
+
+".... En ook mijn groeten aan dokter Helmond en zijn vrouw."'
+
+De oude koetsier--die 't nooit verleeren zal om bij 't naderen van zijn
+generaal, de twee voorste vingers nabij de grijze haren te brengen,
+krijgt in last om driemaal de groote schel boven 't huis te doen
+klinken: dat was 't sein voor Hendrik dat hij niet meer in de plaats
+behoefde te zoeken en terugkomen moest.
+
+In afwachting van Hendrik sleept het gesprek tusschen den ouden
+generaal en den jongen provisor. De laatste, ach, hij gevoelt het
+weer levendiger dan ooit dat hij met "zulke wenschen" een gek, een
+groote gek is; en toch....
+
+En Van Barneveld?--Heeft hij dan daarvoor in Gods schoone schepping
+wat rust voor zijn ontstemd gemoed gezocht, om bij zijn binnentreden
+aanstonds weer in dien maalstroom te worden geworpen! Had hij van
+den babbelaar niet meer dan genoeg vernomen; heeft hij den pleegzoon
+dezen morgen niet ten tweeden male--en toen met nog wat meer recht dan
+den eersten keer--een onderhoud geweigerd! Wat moet die brief hem nu
+melden? Wat wil hij dan? Wil hij liefde van den pleegvader en _heulen_
+met een Delila! Wil hij twee heeren dienen!?--En die jongen daar; voert
+ook hij iets in zijn schild? Heeft de wauwelaar van 't stadje dezen
+morgen waarheid gesproken? Zou dat manneke zich verstouten.... zou
+hij zich in 't hoofd hebben gezet dat bij met Jacoba....? Neen,
+'t is bijna niet te denken; en toch....
+
+Hendrik kwam binnen en overhandigde zijn meester den brief.
+
+Van Barneveld heeft toen met een wenk verlof gevraagd of genomen,
+om den brief in Van Hakes tegenwoordigheid te lezen.
+
+Van Hake zit voor op zijn stoel.
+
+Van Barneveld leest:
+
+
+"Geëerde oom!"
+
+
+De generaal gaat naar het raam. 't Werd al wat donker, en, 't was
+niet noodig dat die knaap hem zag terwijl hij las. Bij 't raam leest
+hij verder:
+
+"Voor de tweede maal werd ik aan uw woning afgewezen. Gedachtig aan uw
+spreuk: "Kruipen doet het laag gedierte", drong het besluit zich aan
+mij op, dat deze poging om u te ontmoeten de laatste zou geweest zijn.
+
+"Goddank, dat ik tot betere gedachten kwam!
+
+"Ik wist niet oom, dat het voorgevallene op dien avond,--het opperen
+van mijn vermoeden omtrent de oorzaak van Coba's zenuwlijden, en het
+wel wat vrije gedrag van mijn vrouw,--reeds voldoende zou zijn om
+mij uwe liefde onwaardig te maken...."
+
+"Wátblieft u Generaal?" zegt Thomas, door een paar onverstaanbare
+woorden van Van Barneveld, plotseling uit een zeker orgelkamertje
+weggerukt.
+
+"Watblief?" herhaalt Van Barneveld, die den provisor vergeten was,
+terwijl hij omziet. En dan met een vorschenden blik: "Ben je met den
+inhoud van dezen brief bekend menheer?"
+
+Thom die onwillekeurig is opgestaan, aarzelt, maar zegt toch ferm:
+
+"De hoofdinhoud is me geen geheim generaal; maar gelezen heb ik
+hem niet."
+
+"Ahzoo!" zegt Van Barneveld, terwijl hij Thom nog even van terzijde
+beschouwt. Daarna den brief weer inziende en zoekend naar de woorden,
+die hem straks onwillekeurig een gesmoorden kreet van verbazing
+ontlokten, prevelt hij onhoorbaar: "_Wel wat vrij gedrag!_ Ha, mij
+dunkt!"--Nu leest hij verder:
+
+"Diep erkentelijk voor het vele goede, dat gij mij van jongs af
+aan bewezen hebt; gedachtig aan zoo menig woord door u gesproken,
+aan zoo menige les van u ontvangen, moet de vrees dat uw liefde voor
+mij verloren ging, mij wel bitter kwellen.
+
+"En waardoor moest ik haar dan zoo eensklaps verliezen? Door mijn
+opvatting omtrent Coba? Dat is niet mogelijk. Een enkel oogenblik
+mocht die meening uw wrevel wekken, uw helder doorzicht zou er mij
+op den duur geen verwijt van maken, daar ben ik zeker van. En evenmin
+kan Eva's ondoordachte handelwijze er oorzaak van zijn."
+
+--Ha, _ondoordacht_! bromt Van Barneveld in den grijzen knevel;
+en leest weer voort:
+
+"Neen, wat zij in uw oogen misdreef, het kan toch niet voor rekening
+komen van den man, die ook in zijn vrouw zal afkeuren wat afkeuring
+verdient. Ik wil Eva's gedrag op dien avond niet rechtvaardigen: zij
+heeft den eerbied aan uw jaren verschuldigd zeerzeker een oogenblik
+uit het oog verloren, maar ook, haar oprecht karakter...."
+
+Van Barneveld leest niet meer; zijn oogen staren strak in het dommelig
+verschiet, waar de zon zooeven is ondergegaan en slechts roode strepen
+aan den hemel heeft achtergelaten. De hand, waarin hij den brief hield,
+zakt bij het lichaam neer, terwijl hij de linker tegen 't hart drukt,
+'t Kon hem daar in de laatste weken soms zoo snel, zoo pijnlijk
+kloppen. Groote God! mocht hij zulk een brief dan nog verder lezen: de
+verbloeming, de verdediging van een smaad, waarover ieder rechtgeaarde,
+en die pleegzoon althans, niet dan verontwaardiging gevoelen moest.
+
+--Ha! ik heb het gevreesd! zucht Van Barneveld onhoorbaar: Neen,
+God weet het dat ik niet "_trotsch_ en _schriel_" ben, maar 't bloed
+kookt mij al te onstuimig wanneer ik de dwaasheid ten troon, en
+Gods wetten verkrachten zie. Om dat bruisende bloed, om dat pijnlijk
+kloppen hierbinnen, ontving ik hem niet. Maar zijn brief kon ik lezen;
+die brief--lang verwacht--zou me zeggen hoe het stond tusschen hem
+en mij. En ik weet het nu: Breed en diep is de kloof. Tusschen ons
+is alles voortaan....
+
+"Deert u iets generaal?"
+
+Van Barneveld geeft in den beginne geen antwoord. Het blad papier
+heeft geritseld in zijn hand en viel op den grond.
+
+Doch zie, met een krachtige zelfoverwinmng grijpt hij de leuning van
+zijn stoel. Zijn donkere oogen strak op Van Hake richtend, staart hij
+hem eenige seconden stilzwijgend aan, als zoekt hij naar een gepasten
+vorm voor 'tgeen hij spreken wil, en zegt dan met vaste stem:
+
+"Je hebt het vertrouwen van.... je patroon, menheer Van Hake, dáárom
+geef ik je in antwoord op zijn brief een mondelinge boodschap. Zeg
+aan.... dokter Helmond, dat ik hem aan Simson herinner, hoe deze,
+sterk met God, schier ongewapend duizend Philistijnen versloeg; maar
+ook, hoe hij, krachteloos gemaakt door een _vrouw_--een heidin--slechts
+zijn sterkte mocht herwinnen om zich onder 't puin van den heidentempel
+te begraven."
+
+Van Hake stond roerloos. Zonder een woord te kunnen zeggen, zag hij
+den spreker een wijle aan. Wat moest die toon, wat moest dat beeld
+beduiden? Ach, hij vreest nu maar al te zeer dat die oude man meer
+reden tot wrevel heeft, dan dokter vermoedde of blijken liet.
+
+Helmonds sombere stemming der laatste dagen was Thom niet
+ontgaan; maar, eerst dezen middag--nadat dokter erg verhit was
+thuisgekomen--heeft hij zijn hart voor hem uitgestort.--Thom, zoo
+onverwacht de vertrouwde van zijn weldoener geworden, heeft bescheiden
+maar toch met veel vrijmoedigheid zijn oordeel gezegd, en, hij gelooft
+het zeker, ook goeden raad gegeven. Als het niets anders was dan een
+opvatting tegen mevrouw Helmond--zooals dokter zeide--een verschil
+van zienswijze; de strijd van een jonge levenslustige vrouw met een
+grijsaard, die toch ook alleen door _ervaring_ de wereldsche goederen
+en genietingen als ijdel heeft leeren beschouwen, welnu, dan was er
+toch zooveel reden tot voorhoofdrimpelen niet.--Och zie, heeft Thom
+gevleid en gedrongen: als dokter nu eens wilde doen wat hij dacht,
+namelijk; aan den ouden man een hartelijken brief schrijven, maar een
+_heel hartelijken_, met verzoek om een onderhoud in alle liefde; en
+als Thom dan zelf dien brief mocht brengen, en dokter het verder eens
+stilletjes aan hem wilde overlaten, ja, dan geloofde hij zeker dat hij
+dokter nog dezen avond met een gunstig antwoord zou kunnen verheugen.
+
+Wat Thom in die oogenblikken zoo vermetel heeft gemaakt, hij weet het
+zelf niet. Maar immers, tweemaal is hij zeer welwillend door dien
+voornamen heer ontvangen; en heeft hij dan toen niet vrij--erg op
+zijn gemak--over alles kunnen spreken? 't Was toch een heel verstandig
+man die generaal, en Thom geloofde vast dat men, wanneer men 't maar
+verstandig aanlei, in de redelijkheid wel alles van hem gedaan kon
+krijgen. Zie, 't was toch ook bedroevend dat dokter nu in weerwil
+van al zijn geluk, met zoo'n mooie jonge vrouw en een prachtig huis,
+en zulke schitterende vooruitzichten--terwijl hij al gedurig zoo
+stil en afgetrokken geweest is--daar nu neerzat alsof alle geluk
+is vervlogen; die beste dokter, die edele vriend! En dan--maar nee,
+waarachtig niet! Nee, op zijn woord van eer, met eenige bijbedoeling
+heeft hij geen boodschap naar _De Zonsberg_ gezocht. Wat zou het
+hem voor zich zelven baten, al kon hij door een gepast goedmoedig
+woord die beide mannen weer wat spoediger tot elkander brengen? Nee
+zeker, die andere gedachte is achteraan gekomen, als een roover. Hij
+behoeft zich immers 't vertelseltje maar te herinneren: Er was eens
+een koning, en die koning had een dochter. En er was een boerenjongen,
+en die boerenjongen was een gek.--Uit er mee!
+
+--Of hij Jacoba misschien toch even zien zou? Nu ja, _zien_; wie
+weet....! zoo heeft hij gedacht.
+
+
+
+En of het geen dwaasheid van Helmond geweest is om aan het voorstel
+van zijn jongen vriend gehoor te geven? Och, Helmond wist het toen
+evenmin. Erg verhit met een bonzend hoofd thuisgekomen, heeft hij
+zooveel oprechte deelneming in het oog van dien braven Thom gelezen,
+dat hij hem wel tot zijn vertrouwde moest maken.
+
+Eva was niet thuis. Indien hij haar terugkomst afwachtte, om haar eerst
+zijn weervaren mee te doelen, ongetwijfeld zou zij hem, na zulk een
+afwijzing, het onmiddellijk schrijven als de grootste dwaasheid, ja
+misschien als een laagheid hebben ontraden. Waarom dan niet _aanstonds_
+gedaan, waar een goede geest hem nu toe aanspoorde; uitstel zou licht
+tot afstel kunnen leiden, en immers, terwijl hij vroeger zoo lang
+besluiteloos bleef, is _spoedig_ handelen nu geraden. Bovendien, nu hij
+ten tweeden male werd afgewezen, nu is er zeerzeker bij den ouden man
+_meer_ grieve dan August zich heeft voorgesteld. En zie, daar stond
+die goedmoedige Thom met zijn blonden krullebol en zijn helderblauwe
+oogen. Helmond had zijn tusschenkomst niet gezocht, Thom heeft ze hem
+als 't ware opgedrongen. Nu dan, geen bedenkingen meer; gedachtig aan
+ooms onverzettelijke gestrengheid tegen Philip, was een algeheele
+scheuring nog 't best te voorkomen door de tusschenkomst van zulk
+een vriend, die nog bovendien het vertrouwen van den grijsaard bezat.
+
+En of Thom een warm vriend en zijn zending waard was. Hoor dan:
+
+"Generaal, u moet me niet kwalijknemen, maar dat heele verhaal van
+Simson, dat.... neem mij niet kwalijk, dat durf ik niet aan dokter
+weeromzeggen. Dokter is een best mensch generaal, een bijzonder best
+mensch, en.... dat heeft ie van u.... jawel op m'n woord, hij heeft
+het vroeger honderdmaal gezegd: al wat er goeds aan hem was dat had
+hij aan u te danken."
+
+--Och! wát is het anders dan de eeuwenheugende geschiedenis van de
+slang en de vrouw, en de vrouw en de slang, zucht Van Barneveld
+onhoorbaar, terwijl hij zonder op Thom te letten strak voor zich
+heen ziet.
+
+"Maar als men dan alles weet generaal, van de gevoelens en van de
+liefde niewaar, dan kan er immers geen misvatting meer zijn, dan...."
+
+Van Barneveld ziet op, en Thom van terzijde aan:
+
+"Ik heb je, meen ik, 't antwoord voor den dokter gegeven. Iets anders
+heb ik niet."
+
+"Maar.... met uw verlof; als ik me niet bedrieg dan hebt u den brief
+niet heelemaal gelezen generaal."
+
+"Jawel, tenminste...."
+
+"Nee! nee waarlijk niet! U moet me niet kwalijknemen dat ik u
+tegenspreek, maar op m'n woord, als u hem heelemaal gelezen hadt dan
+liet u zeker weten: dat u dokter met plezier ontvangen zoudt. Och
+beste dokter--generaal wil ik zeggen, als u nu eens wist hoe blij
+ik met die boodschap zou wezen. Vijf en twintigmaal zou ik er voor
+door een heete zon, zooals 't van morgen was, willen heen en weer
+loopen. Och, dokter is zoo'n best mensch, generaal, en nee, z'n vrouw
+is ook zoo kwaad niet, als men haar nader leert kennen. Gul is ze,
+goedhartig! Kom generaal, u moest die haken en oogen nu maar uit de
+wereld maken, en maar denken...."
+
+Van Barneveld, die weer met de hand op de vensterbank geleund bij 't
+raam staat, ziet om, en valt met eenigszins schorre stem nu haastig in:
+
+"Je bent nog zeer jong menheer Van Hake, en daarom vergeef ik je
+dat je een man van mijn jaren de les wilt lezen, en onder 't oog
+brengen hoe hij ten opzichte van dokter Helmond en .... zijn _vrouw_
+te handelen heeft. Een man...."
+
+"Maar.... maar...." aarzelt Thom in bijna smeekende houding: "als u
+dan toch waarachtig dien brief niet heelemaal gelezen hebt...."
+
+"Mijnheer de provisor, ik verzoek je mij niet meer in de rede te
+vallen. _Een man_ als je patroon, van wien men onderstellen mag dat
+hij denkt alvorens te schrijven--nee dankje, dien stoel kan ik wel
+zelf....--ik zeg, zulk een man zal aan 't slot van zijn geschrift
+niet weerspreken wat hij vooropstelt. Genoeg, ik ken dien brief,
+al las ik hem niet ten einde. De kern...."
+
+Thom kan zich niet weerhouden en valt in:
+
+"Ja maar generaal, juist die _kern_ van dokter; zijn hart voor u..."
+
+Van Barneveld ziet Thomas aan met een blik, waarin zeer duidelijk
+geschreven staat: _Zwijg!_ Meer niet, maar 't was voldoende:
+
+"Ik dien toch een misverstand bij je weg te nemen jongmensch," herneemt
+Van Barneveld met zichtbare inspanning: "Je schijnt te denken dat
+een verschil, "haken en oogen" zooals je dat gelieft te noemen, mij
+'t besluit deed nemen om dokter Helmond niet meer te ontvangen. Maar
+ik zeg je: zoomin als vuur en water, of duisternis en zonneschijn in
+vrede kunnen leven, zoomin kan het de geest, die in dokter Helmond
+gevaren is met mijn waarachtige overtuiging,"
+
+Thom bijt zich schier de lippen aan bloed. Hij wil spreken, hij moet
+spreken..... Maar nee, halt! halt jongmensch, wacht je beurt; halt!
+
+"En Helmond kent die overtuiging!" hervat de generaal met verheffing:
+"Of weet hij niet meer wat ik den worm noem, die knaagt aan den
+wortel van ons volksbestaan! Die worm is het zinneloos teren op den
+roem en het geld van een wakker voorgeslacht; 't is die geest van
+luie brooddronkenheid, van voorname domheid, maar vooral van _zotte
+verheffing boven zijn stand_. En die duivel in veel gedaanten, moet met
+kracht worden bestreden zal de geest van 't voorgeslacht ontwaken in 't
+eind: "_Met God voor Oranje! Door noeste vlijt, tot Neerlands roem!_"
+
+Maar hij _zal_ ontwaken. Bij God, men zal het ervaren dat Neerland
+niet rijp is, en niet rijp worden zal voor annexatie! Het juk der
+dienstbaarheid verdragen wij nooit op den duur. De oude leeuw zal tand
+en klauwen toonen. Losrukken zal hij zich en vechten tot zijn laatsten
+droppel bloed, wanneer overmacht hem den nek durft krommen. Wee, _wee_
+dan de vadsige _gasthuis-Nederlanders_, 't ontaarde ras, wanneer
+het, in zijn dommel, door kanongedonder wordt wakkergeschokt! Wee,
+wee de verwijfden!"
+
+"Generaal, ik bid u, zou mijn beste brave dokter...."
+
+"Knaap, kun je niet hooren en verstaan? Zeg, werd dan Helmond sedert
+zijn vrouw hem regeert, niet mijn tegenstander, een vijand van zijn
+vaderland!?"
+
+"Generaal, waarachtig hij wil niets liever dan in overeenstemming
+met u handelen."
+
+"Maar wie, _wie_ kiest hij dan! _Ik_ zeg je dat hij steeds _haar_
+zal kiezen, al gevoelt hij zelf dat hij zondige weelde boven eenvoud
+en tevreden zin, dat hij een Delila boven _Jehova_ verkiest."
+
+"Generaal, nog eens: u trekt het te ver. Mevrouw Helmond is...."
+
+"Een duivelin! Zwijg jongen; wie mijn pleegzoon in zulk een korten
+tijd reeds zóó tot haar slaaf maakte, heeft met satan een verbond
+gesloten.--Na zulk een avond, mijn God, inplaats van haar te noodzaken
+aanstonds neer te vallen aan mijn voet, liet hij zich door die _vrouw_,
+vier weken lang van zijn grijzen pleegvader terughouden.--'t Is haar
+wufte zin die hem zand en klatergoud in de oogen strooit.--Wat wil
+hij nu!--Mij zeggen dat hij de kooper werd van een huis met dertien
+kamers, zonder het te kunnen betalen. Mij bekennen misschien--zoodra
+ik hem het geld voor zijn dwaasheid weigeren moet--dat hij nu mede
+geheel overtuigd is van 'tgeen zijn vrouw mij verwijten dorst, dat
+ik.... ha! dat ik ben: én _trotsch_ én _schriel_!"
+
+"Goeje hemel, generaal!"
+
+"Nu weet je het knaap. En 't is goed misschien dat de vertrouwde
+van dokter Helmond het weet, om ervan te kunnen gruwen. Spaar me nu
+verder; ik was niet voorbereid op dit alles.... Ga! Nee, _niets_
+meer. Ik ben wél, maar toch...." Van Barneveld, die reeds gedurig
+de hand ter plaatse van 't hart heeft gebracht, doet het ook nu,
+terwijl hij vervolgt: "In een fel bestookte vesting wordt spoedig
+bres geschoten. Heb ik je soms wat hard toegesproken menheer Van Hake,
+vergeef 't den ouden man; jij deedt je plicht.... jij....! Blijf een
+brave zoon; _vergeet je moeder nooit_. Wees eenvoudig; tracht niet naar
+'tgeen onbereikbaar voor je is; en, als je een vrouw kiest...." Thom
+werd bloedrood: "neem er dan eene uit je stand, die--zoo noodig,
+'t brood mee verdienen durft. Vaarwel!"
+
+'t Was Thom na dat laatste zeer beslissend: vaarwel, niet mogelijk
+een woord meer te spreken.--Ja toch:
+
+"Maar ik bid u, generaal!"--Halt! zóó donker heeft hij nog nooit een
+oog zien worden.--Goeie hemel, moest dit het besluit dan wezen! Die
+beste dokter!--En dan, ach!.... Daar was eens een koning en die
+koning had een dochter en, en.... de boerenjongen was een gek, een
+verduivelde gek!
+
+
+
+Nog denzelfden avond moest Hendrik een brief aan 't adres Binzler
+te _Godesberg_, op de post bezorgen; en, reeds twee dagen later--bij
+'t eerste uchtendkrieken, draafden Victor en Coco, voor de vigilante,
+met koffers beladen, het hek van _De Zonsberg_ uit.
+
+
+
+
+
+
+
+EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+'t Was Augustus.--Reeds sedert eenige dagen hebben Helmond en Eva
+hun nieuwe woning betrokken.
+
+Inderdaad, het deftige oud-burgemeestershuis was prachtig opgeknapt,
+zoowel vanbuiten als vanbinnen. Ja, en men komt zoo van 't een op
+'t ander. De stadstimmerman beweerde dat dokter het huis "schandekoop
+had: tweeduizend gulden voor reperaties--met de serre, waar mevrouw
+zoo'n zin in heeft gehad erbij--'t was hem wel driehonderd gulden
+meegevallen. Zoo goed als present!"
+
+De zaal, waarin Helmond en zijn vrouw zich op dit oogenblik bevinden,
+is de kleinste der beide zalen in het huis, en werd de Oranjezaal
+genoemd sedert Koning Willem I er op zekere doorreis, bij den
+voormaligen hoogadellijken burgemeester een collation gebruikte.
+
+Eva heeft aanstonds een bijzonder zwak voor deze zaal gehad. Het
+prachtige stukadoorwerk met zijn fiks gesneden cherubs; de
+fraai geschilderde doeken aan den wand--Arkadische landschappen
+voorstellend: de hooge zeer kunstig gebeeldhouwde schoorsteenmantel,
+met zijn prachtig wit marmeren beeldengroep in 't midden en een paar
+wapenschilden in 't lofwerk erboven, dit alles heeft Eva van het
+eerste oogenblik afaan ten zeerste bekoord.
+
+En dan, niet al te groot en daardoor ongezellig: een vroolijk
+uitzicht hebbend op het ruime marktplein met de frisch groene linde-
+en kastanjeboomen; zóó, keurig gemeubileerd, was het niet vreemd dat
+Eva de Oranjezaal tot het vertrek heeft gekozen, waar ze het meest
+vertoeven en haar vrienden ontvangen zal.
+
+Ja zelfs August, die in den laatsten tijd wel wat somber en
+afgetrokken was--"geen wonder na de infame behandeling van den
+ouden despoot"--zelfs August die eerst in de onaangename bui drie
+stuks meubels voor de Oranjezaal onbarmhartig van het lijstje had
+geschrapt, hij stond verrukt toen hij voor 't eerst een kijkje mocht
+nemen, en zijn Eva met een kus moest toestemmen, dat, zonder de drie
+stuks--die ze natuurlijk tóch maar komen liet--het geheel lang niet
+zóó zou voldaan hebben.
+
+Weinige oogenblikken geleden heeft Helmond een boodschap van zekeren
+boer Bikkers ontvangen, om aanstonds op _De Schebbelaar_ te komen.
+
+Dat verzoek kwam zeer ongelegen. Dokter Helmond heeft het dezen morgen
+zóó met zijne visites geregeld dat hij den namiddag vrij had.--Het
+theegoed stond reeds gereed; men wachtte behalve papa en mama Armelo,
+den majoor Kartenglimp, die den uitslag zijner nasporingen betreffende
+de veronderstelde afstamming der kapiteinsfamilie van de graven Van
+Armeloo, zou komen meedeelen.
+
+"Ja August, 't zou al heel onredelijk van me zijn indien ik niet
+volmondig toestemde, dat je als een lieve brave man hebt woord
+gehouden. Welzeker heb je getoond dat ik je _onverdeelde_ liefde bezit,
+ja, door alles te doen wat mij genoegen kon geven, wanneer het namelijk
+niet in strijd was met je plicht. Maar mij dunkt, je neemt het nu met
+dien plicht wat al te zwaar. Of je een paar uur vroeger of later naar
+dien boer gaat, dat zal zooveel niet uitmaken. Aanstonds zullen de
+oudelui en de majoor hier zijn. Je dient er toch bij te wezen August,
+en 't zou me bepaald een groot verdriet doen als je nu heengingt."
+
+"_De Schebbelaar_ ligt een heel eind buiten de stad Eva. Men kan niet
+weten; misschien is er werkelijk haast bij."
+
+"Die menschen hebben _altijd_ haast August."
+
+"'t Is waar, de boer wacht langer met den dokter te roepen, dan hij
+_zelf_ wachten wil. Indien ik wist dat Kartenglimps verslag wat spoedig
+afliep...." Hij ziet naar de pendule; "Maar nee 't is toch beter....."
+
+"We kunnen hem immers zeggen dat je wat haast hebt, en later neem je
+een vigilante."
+
+"Nee Eva, _vigilantes_ nemen dat kan en wil ik niet, dan zou ik zelf
+op die visite een gulden toegeven."
+
+"Och arm _arm_ mannetje!" zegt Eva; en opstaande komt ze aan zijn
+zij, en hem zacht onder de kin strijkend, vleit ze met zoete stem:
+"Zal dat nu altijd zoo blijven?"
+
+"Wat meen je lieve kind?"
+
+"Nu ja, wát meen ik.... Niet boos worden August!"
+
+"Boos....? Geef ik zooveel reden om dat te vreezen?"
+
+"Nee zeker niet. Maar...." Aarzelend: "We zijn immers één als man en
+vrouw; en waarom dan altijd die achterhoudendheid! Toen je mij 't eerst
+van liefde hebt gesproken, toen vroeg ik er niet naar of je..... rijk
+waart; maar, nu ik het weet--ja natuurlijk, ik weet het--nu moest
+je vis-à-vis je eigen vrouw dat vertoon van armoede, of wat er naar
+zweemt, toch laten varen.--Is het uit vrees August, dat ik op den duur
+wat veeleischend zal worden? O, geloof me, wanneer je mij in _alles_
+je vertrouwen woudt schenken, dan zou je me waarschijnlijk al gauw
+moeten opdringen wat ik nu onstuimig begeeren blijf." Hem liefkoozend:
+"We dokteren zoo wat voor liefhebberij.... hé....? en hebben fortuin,
+nog al _veel_ fortuin....?"
+
+"_Ik_, Eva, _ik_?"
+
+"Nu ja, van _mijn_ kant is er geen quaestie van. Pa en ma hebben
+geen sous; en tante in Den Haag heeft haar fortuintje in een
+levensverzekering gestoken. Als de goeje ziel morgen sterft: La bonne
+nuit ses écus!"
+
+"Nee Eva, je bedriegt je; ik heb geen...."
+
+Eva legt hem snel de hand op den mond: "Stil, niet jokken. Foei,
+die guldens- en stuiversberekeningen á la Zonsberg, zouden den
+besten en verstandigsten mensch van de wereld ten laatste in de
+war brengen. Wat je me verbergt, je doet het op aanraden van het
+gepensionneerd reliek...."
+
+"Eva! zóó niet!"
+
+"Pardon, op aanraden van Rechtsomkeert met de leege tasch,
+marsch! Volgens het mooie systeem: Eet alle dagen beschimmeld
+roggebrood zoo hard als een keisteen, dan zal beschimmeld wittebrood
+zoo hard als een baksteen, taart of pastei voor je wezen."
+
+"Eva, Eva!"
+
+"Heb ik er iets aan miszegd, lieve August, dat ik je voor den besten
+verstandigsten man van de wereld houd--met een klein deukje door
+een schriele opvoeding misschien?--Toen we op de catechisatie eens
+den tekst behandelden: "Geldgierigheid is de wortel van alle kwaad,"
+toen heb _ik_ er tegenover-gesteld: "Royaliteit is de moeder van alle
+deugd," en, dominee en al de meisjes hebben er toen met sympathie
+om gelachen. Jij bent au fond royaal mijn beste man, ik weet het
+bij ondervinding; maar zeg dan nu ook ronduit dat je die dubbeltjes-
+en centen-uitzuinigings-manie zult zien af te leeren; dat past niet
+wanneer men...."
+
+"Maar Eva, ik bezweer je...."
+
+"Tuterletuterletu!" roept Eva zoo hard mogelijk, als wilde zij een
+valschen eed voorkomen. En dan vleiend: "August, als je me nu waarlijk
+liefhebt, veins dan niet langer. Of je arm of rijk bent, ik heb er je
+even lief om, dat weet je; maar, nu je het _bent_, toon me nu ook, door
+het te erkennen, dat je me heelemaal vertrouwt. Als je het _niet_ waart
+dan zou je immers wel de domste man van de wereld moeten zijn. Welk
+verstandig mensch zou er huizen koopen zooals dit, en het meubileeren
+zooals wij deden, wanneer hij er niet zeer warmpjes inzat. O, ik heb
+het al begrepen toen je in Parijs, voor mijn toilet en diamanten,
+zooveel meer kondt uitgeven dan het totaal van je reisgeld bedroeg!"
+
+'t Was Helmond bij Eva's laatste woorden alsof hij door een wesp werd
+gestoken.--Dát was te veel!
+
+Alleen ter wille van háár wier oog hem liefdevol moet toelachen,
+aan wier boezem hij zoo gaarne rust, en van wier heerlijk mondje
+hij zoo graag een zoeten kus ontvangt, slechts om haar gelukkig en
+tevreden te zien, heeft hij dat fatale woord gehouden, en, toegegeven,
+telkens meer. En nu zegt hem diezelfde mond dat hij een dwaas zou
+zijn geweest indien hij, zonder de middelen ertoe te bezitten, dat
+alles had ingewilligd; Een onverstandig, een _dom_, een _zeer dom_ man!
+
+--Maar was hij dat inderdaad? Heeft hij dan niet werkelijk een kleinen,
+spaarpot gehad, waarmee hij nooit heeft willen pralen, maar die
+hem instaat zou stellen om het dierbare wezen, dat hem geheel wilde
+toebehooren, als op rozen te doen gaan in de zoetste levensdagen--de
+eerste van een zaligen echt?--Toen was hij dan toch geen dwaas en
+onverstandig man, al heeft hij in die luttele dagen wat heel veel
+geld uitgegeven.--En later?--Ja ja Helmond! fluistert het vanbinnen:
+Ja, later!
+
+--Maar, neen! nog eens _neen_! Hij is er immers gerust op
+geworden. Voor zooveel de notaris mocht laten blijken, is er sedert het
+gebeurde met Philip geen wijziging in het testament van den pleegvader
+gebracht. En heeft men dan inderdaad geen fortuin, wanneer men het
+later met eenige zekerheid verwachten mag? En bovendien al moest dat
+uitzicht in damp vervliegen--en zoo waar als er een God is, en zoo
+waar als hij den grijzen pleegvader altijd zal.... achten, zoo waar
+zal hij niet speculeeren op een vermogen, waarop hij inderdaad geen
+recht heeft--neen, al moest dat uitzicht geheel verdwijnen, indien
+hem 't leven en de kracht gespaard worden, dan kan hij, na een zestal
+jaren, die tot heden gemaakte schulden reeds hebben ingehaald.
+
+--Een man als hij: een dokter wiens praktijk dagelijks toeneemt en
+zeer winstgevend mag heeten, hij kan waarachtig zeggen: _fortuin
+te bezitten_. En zie dan Helmond, hoe die schrandere zielvolle
+oogen je aanstaren. Zal hij voortaan een _onverstandig_ man zijn
+in _zulke_ heerlijke oogen!--Zou hij niet door te bekennen, de
+achting waarop hij aanspraak heeft verliezen, en bovendien zijn
+zedelijk overwicht.... 'twelk hij voortaan wat meer zal weten te
+handhaven! Inderdaad, met het oog op dit alles, mag bij immers zijn
+Eva toestemmen, dat hij niet de domme onverstandige man is, die een
+huis koopt en het prachtig meubileert zonder het te kunnen betalen.
+
+Na een korte weifeling zegt Helmond:
+
+"Nu ja kindlief, 't spreekt vanzelf. Zou ik zoo iets gedaan hebben
+indien ik 't niet doen kon! Maar toch...."
+
+"Bravo, bravo!" valt Eva in: "dat heet nu waarlijk lief hebben,
+en zijn vrouw als zijn ander ik beschouwen. Zie, dát moest ik maar
+zeker, _heel zeker_ weten: mijn beste man deed niets wat hij niet doen
+kon. 't Blijft me even onverschillig August, _hoeveel_ we hebben in
+de wereld. Ik weet genoeg, en ben recht tevreden. Maar mannetjelief,
+tob dan ook over geen gulden meer, als je om mij genoegen te doen,
+die visite wat later per vigilante kunt maken. Zeg, zul je blijven
+August? De zaak is immers belangrijk genoeg?"
+
+August stond met den rug naar Eva gekeerd in een boek te bladeren.--Hij
+heeft haar bedrogen, hij heeft haar gezegd dat hij.... als een
+verstandig man handelde, toen hij inderdaad maar al te dikwijls aan
+haar dwaze wenschen het oor leende. Zal hij haar nu een vermaning
+geven; haar nog eens het oude lied herhalen....? Neen! Maar toch:
+
+"Eva, al is het dan waar dat ik vóór ons trouwen misschien iets
+terzij had gelegd, vergeet niet dat zelfs de verstandigste man door
+de omstandigheden zijn verstand kan verliezen, en.... dat na alles wat
+we reeds uitgaven, ijver en zuinigheid _waarachtig boven alles plicht
+is_.--Nu ja, wat de conferentie betreft, ik zal ze bijwonen. 't Zou
+niet aardig voor je zijn wanneer ik al dadelijk heenging; maar zoo
+spoedig mogelijk zal ik dan toch naar mijn zieke wandelen. Ja zeker
+_wandelen_ Eva, al wordt het wat laat."
+
+"Och mijn lieve beste August!" vleit Eva met een zoen; en dan
+vroolijk: "Wacht, om je te toonen hoe lief ik je vind, zal
+ik je nog maar eens dadelijk laten hooren dat mijn Erard hier
+uitmuntend voldoet.--Zingen? Ja zeker, zingen zal ik erbij, als je dat
+wilt. Wacht! een aardig lied, dat mij juist zooeven uit vroeger tijd te
+binnen viel. Zieje wel manlief, dat ik waarheid sprak toen ik je zei,
+dat ik hier in ons ruimer huis weer heel veel spelen en zingen zou?"
+
+Eva's slanke gestalte zweeft naar haar kostbaar instrument;
+en, nadat ze al ras met groote kunstvaardigheid en kracht een
+wegsleepend praeludium deed hooren, zingt ze nu met haar overheerlijk
+sopraangeluid:
+
+
+ Vraag aan den nachtegaal toch niet,
+ Als hij zijn plechtig avondlied
+ Zoo rein welluidend klinken doet:
+ "Waarvoor ontvingt ge als prijs of loon
+ "Een stem zoo schoon,
+ "Zoo wonderzoet?"
+
+ Laat toch het vogeltje ongestoord
+ Maar jubelen met vol accoord,
+ Wat ook natuur ten loon u biedt,
+ Haar _eêlste_ gaven schenkt ze om niet!
+
+ Vraag aan het bloeiend roosje niet,
+ Als gij haar lieflijk blozen ziet,
+ En ze u bekoort door zachten gloed:
+ "Waarvoor ontvingt ge als prijs of loon
+ "Een kleed zoo schoon,
+ "Een geur zoo zoet?"
+
+ Laat toch het roosjen ongestoord;
+ Van arbeid heeft net nooit gehoord.
+ Wat ook natuur ten loon u biedt
+ Haar _eêlste_ gaven schenkt ze om niet!
+
+
+
+Nu Eva zwijgt en de slotaccoorden reeds wegsterven, nu staat Helmond
+daar nog sprakeloos, doch met een glans van verrukking op zijn
+mannelijk schoon gelaat. Hij denkt er niet aan dat Eva misschien
+als tegenhanger van 'tgeen hij daar straks had gesproken, dit bijna
+vergeten lied gezongen heeft, 't Sloeg ook wat al te weinig op 'tgeen
+hij bedoelde. Maar ja, ja zeker: "Natuur schenkt haar eêlste gaven om
+niet!"--Groote God, is het werkelijk zijn vrouw, zijn _eigen_ vrouw,
+die daar zoo heerlijk, zoo betooverend schoon heeft gezongen? Ze heeft
+woord gehouden; hier, waar het ruim hoog en niet vochtig is, hier
+zingt en speelt ze; hier leeft ze weer op; hier wil en zal ze gelukkig
+zijn met hem, en met haar prachtig talent. Reeds vier malen zong ze in
+deze zaal, maar zóó heerlijk, zóó onuitsprekelijk betooverend schoon,
+neen, zóó kan ze zelfs voorheen nooit hebben gezongen:
+
+"Eva.... nóg eens, ik bid je, engel! nóg eens!" dringt Helmond met
+denzelfden blik vol verrukking, terwijl hij schier aarzelend zijn
+hand op haar schouder drukt: "Ja waarachtig: Natuur schenkt haar
+eêlste gaven om niet!"
+
+"Bevalt het je lieve man? Komaan!" En weder zingt Eva het eerste
+couplet, waarin men nu werkelijk den reinen nachtegaalstoon kan
+herkennen.
+
+En August, hij voelt een heeten gloed naar het voorhoofd stijgen.--Een
+talent als het hare, waarvan misschien de gansche wereld als van een
+Jenny Lind of een Patti kon hebben gewaagd, zulk een talent heeft
+zich aan hém, een eenvoudigen stadsdokter, overgegeven, geheel en al,
+met hart en ziel! En zulk eene heeft hij willen kerkeren in bedompte
+lage naargeestige vertrekken. En dan--deze eenige onder de Romphuizer
+vrouwen, zou men miskennen en beleedigen durven! Zulk eene zou niet
+de eerste en eenige blijven! Ja, zoo waar als God leeft, zweert August
+bij zich zelven, terwijl nogmaals de laatste tonen wegsterven van die
+wonderschoone melodie: ik zal haar in eere houden zooals ze _verdient_!
+
+
+
+
+
+
+
+TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Mama Armelo heeft zich dezen middag in 't gala-pak gestoken om met
+Armelo, die ook zijn Zondagsche jas heeft moeten aantrekken, aan
+Eva's uitnoodiging te voldoen.
+
+De echtgenooten begeven zich op weg naar het nieuwe doktershuis.
+
+Met een eenigszins vreemd draaiende deftigheid stapt mevrouw,
+naast den ex-kapitein--die in de laatste jaren wel wat voorover
+loopt--door de voornaamste straten van het stadje, op het tamelijk
+groote marktplein toe.
+
+"Zieje wel Armelo, dat Wessels de kleermaker weer groet?"
+
+"Ja Marie."
+
+"En slager Van Delden dáár..... heb je 't gezien, zoo anders als
+anders, zoo onderdanig?"
+
+"Ja.--Je hadt je wel wat minder mooi kunnen maken Marie."
+
+"Waarom?"
+
+"'k Heb immers Van Delden nog om drie maanden uitstel gevraagd;
+nu zal je mooie plunje hem in de war brengen."
+
+"'t Is vreemd Armelo, dat je dat uitstel en die beleefdheid niet
+beter begrijpt. Ik voor mij geloof dat we sinds het bekend is,
+zooveel krediet kunnen krijgen als we maar willen."
+
+"Bekend? Wát zeg je! is het al bekend? Ik dacht dat die gekheid
+tenminste geheel onder ons zou blijven totdat de majoor...."
+
+"O dáár spreek ik niet van Armelo, ik bedoel van onzen schoonzoon,
+van Helmond. Sedert dat men zeker weet dat hij, ook van zich zelven,
+er warmpjes inzit."
+
+"Ahja, wat dát betreft. Maar het staat me toch eigenlijk tegen dat
+men dáárom aan mij...."
+
+"Is Eva dan misschien je eigen vleesch en bloed niet, man?"
+
+"Ja waarachtig! Maar te speculeeren op andermans geld! Nee Marie, nee!"
+
+"Andermans! andermans!! De wettige man van je eigen kind! van het kind
+dat haar bestaan in de wereld aan ons te danken heeft. Is dokter niet
+precies zoo goed je zoon als Eva je dochter? Noem jij het andermans,
+ik noem het _eigen_! Van één meel, van één deeg!"
+
+"Ik spreek van zijn geld."
+
+"Geld is niemendal. Wát is geld voor iemand die genoeg heeft! Geld
+is een dood, een onnoozel ding...."
+
+"Stil vrouw, je praat zoo hard dat de jongens die daar knikkeren er
+van opkijken."
+
+"Die jongens kunnen ook wel om wat anders opkijken, Armelo. Maar
+hoe 't zij," vervolgt mevrouw iets zachter: "wat heeft men aan geld
+dat niet gebruikt wordt? En, als jij bijvoorbeeld eens rijk waart
+en schoonouders hadt die een stand moesten ophouden in de wereld,
+zou jij dan niet zeggen..." Mevrouw vervalt in iets zeer theatraals:
+"neem van het mijne, ik heb fortuin!"
+
+"'t Is me moeielijk Marie, om me met de herinnering aan _mijn_
+schoonouders, zoo iets van _stand ophouden_ voor te stellen, en nog
+moeielijker om....."
+
+"Och Armelo zwijg nu maar, je schijnt weer een dwarse bui te hebben;
+dat treft al heel slecht van avond. Je hebt die buien zeker uit de
+Tiendaagsche ruzie gehouden!--Kom man, kijk toch wat opgewekter. Zie,
+daar heb je het huis al. Goeje hemel, dat we nu zoo zeggen kunnen:
+daar, in dat mooiste huis van de heele stad, daar wonen _onze
+kinderen_! Och lieve deugd! wat een front maakt dat huis!--Nee,
+zenuwachtig ben ik niet Armelo, tenminste niet dagelijks; maar
+nou! wil je wel gelooven dat ik ieder keer kippevel krijg, als ik
+den markthoek omsla en dat huis daar voor me zie.--Och, hij doet het,
+onthoud er je vrouw bij."
+
+"Hij doet het? Wat meen je?"
+
+"Wat? Wel Armelo, denk toch eens door.... zóóveel kamers, zóóveel
+ruimte voor _twee_ personen!"
+
+Armelo antwoordde niet. Het hoofd ging hoe langer hoe meer
+voorover.--'t Is hem tegenwoordig precies alsof hij overdag
+een boek leest, en 's nachts droomt dat hij er zelf in vermoord
+wordt.--Ha! zonder dien verwenschten drank, die het gevolg was
+van..... Stil, zijn vrouw leeft nog, en ze heeft zich gebeterd, evenals
+hij, helaas toen het te laat was.--Maar ja, zonder dát zou hij niet
+telkens gepasseerd en, ofschoon nog per gratie met klokke vijftig,
+gepensioneerd zijn geworden. Neen, dan was hij _nu_ kolonel, wie weet
+misschien generaal geweest! Maar dat alles is voorbij. Stil dan ouwe
+kameraad; gedane zaken nemen geen keer. Als je na nummer één, daar
+_heel_ Boven, ergens in een nieuw garnizoen komt, en bij een hooger
+wapen van voren afaan kunt beginnen, dan zul je 't wel verstandiger
+aanleggen. Zeker! Nu, wees te vreden dat je zonder schandaal nog een
+geregelde retraite hebt kunnen maken; dankbaar dat je stilletjes
+kondt rondsukkelen met wat zuinigheid en wat werken erbij.--Maar,
+in den laatsten tijd! in de laatste weken! Ach, somwijlen heeft
+hij oogenblikken gehad dat hij--nee, dat is niet waar; ja, ja toch,
+verdord! dat hij naar een glas jenever verlangde. Als het dan toch
+draait..... dan..... Een glas jenever!
+
+Dat was slecht! Heeft het geluk hem beneveld en zoo uitzinnig
+gemaakt? Welk geluk? Welnu is Eva niet geheel gelukkig getrouwd;
+Eva, zijn oudste, zijn lieve dochter?--Stil, dat is voor hem zulk
+een groot geluk niet. Hij durft het niet uitspreken; men zou het
+verkeerd kunnen uitleggen; maar, sinds dat goede huwelijk, zoo geheel
+naar aller zin, en vooral in de laatste weken, was Eva _zijn Eva_
+niet meer. Vriendelijk is ze, nu ja, heel vriendelijk. Eens hebben
+papa en mama met Louise zelfs bij haar gegeten, en tweemaal thee
+gedronken, welzeker! Maar toch, 't was hem toen juist zoo vreemd en
+raar geweest. Bijvoorbeeld 't is hem soms onmogelijk om zich duidelijk
+voor te stellen dat hij háár--die mooie rijke mevrouw--als kind zoo
+dikwijls op zijn knie heeft gehad; dat ze hem in die schrikkelijke
+dagen van vernedering en ellende--de lieve vroolijke bloem met haar
+golvende lokken--zoo telkens uit eigen beweging kwam liefkoozen en
+zoenen op den pijnlijk geplooiden mond; of, met haar rein welluidende
+stem haar schoonste liederen ging zingen, om, zooals ze zeide, haar
+"lieve pa'tje weer wat vroolijker te maken, en van zijn dierbaar
+hoofd die nare rimpels te verjagen". Toen, ach, ofschoon telkens en
+telkens teruggestooten, gekrenkt in zijn eer en benadeeld in zijn
+inkomsten--helaas door eigen schuld! was hij toen niet dikwijls nog
+gelukkiger dan nu? Is het dan niet alsof de rust en kalmte der laatste
+tien jaren, nu na dat huwelijk van Eva, een eind hebben genomen? Aan
+wien zal men het wijten? Aan den braven dokter die Eva als zijn
+oogappel bemint? Neen onmogelijk! Maar toch..... Ach, ware ze met
+ziek geworden! zucht Armelo onder 't voorttreden in stilte; ware ze
+zoo meer in "onzen doen" gebleven; muziekonderwijzeres geworden; en
+was dan die goede Donerie niet zoo terughoudend geweest..... Maar, dat
+alles is voorbij! En nu, 't is alsof er sinds dat huwelijk en sinds die
+dwaze voorspiegeling van een graventitel vooral, een oude kwade geest
+in huis is wakker geworden. Het geld van den generaal; het fortuin
+van Helmond, en de adellijke titel, ze maken het oude hoofd van die
+arme vrouw weer op hol. Heb ik Louise, dat goede eenvoudige kind, niet
+bijna alle dagen met tranen in de oogen gezien, en was het mij dan niet
+telkens alsof ik in een zwarten nacht staarde; alsof ik op een slagveld
+was met kermenden en lijken overdekt, terwijl de raven akelig krasten
+in 't rond? Dat beeld vervolgt me al meer en meer; en als ik wakker
+lig, soms uren lang--terwijl ik in die laatste jaren weer zoo gerust
+kon slapen--dan zie ik altijd en altijd weer datzelfde huis, dáár,
+en schrikkelijk groote vlammen uit die vensters naar buiten slaan,
+en dan hoor ik haar kermen en gillen: Vader, vader!--O God! En dan.....
+
+"Guns Armelo, je loopt alsof je spelden zoekt;" klinkt het eensklaps
+aan zijn zij; en Armelo schrikt op, en zet zijn kin in de stropdas,
+want ja, zij heeft gelijk: als oud-soldaat mag die rug niet zoo krom
+worden.--Maar, wie weet, _wie weet_ wát hij nog te dragen krijgt:
+"Watblief Marie?"
+
+"Dat je waarlijk je oudste schoenen hebt aangedaan."
+
+"De oudste? Ik dacht dat het de nieuwe.... Ahja, nu zie ik ook...."
+
+"Ze zijn bovenop in de buiging heelemaal kapot; je kous schijnt er
+door. Zóó kun je niet meegaan, we moeten eerst weer...."
+
+"Marie ben je mal! Eva zal dáár niet naar zien, en al deed ze het,
+we hebben háár dunkt me in allerlei toilet gekend, van haar eerste
+kreetjes afaan."
+
+"Daar spreek ik niet van Armelo, maar een fatsoenlijk man, een man
+van geboorte.... enfin zelfs een oud-militair loopt met geen kapotte
+schoenen. Wat zou de majoor wel van je denken!"
+
+"De majoor! dat is me vrij onverschillig. Je weet dat ik aan die
+heele affaire niemendal hecht; tenminste...."
+
+"Tenminste Armelo, zoolang we geen zekerheid hebben. Ik ken je,
+mannetje, en zoo ben jelui mannen allemaal: schimpen op zoete
+koek, maar, als ze 't trommeltje bij zich krijgen 't heelemaal leeg
+eten--zoo ongemerkt!--Ik zou me schamen, in jou positie met kapotte
+schoenen! Kom, ik heb quasi m'n zakdoek vergeten."
+
+"Als ik nú weer mee naar huis terugga, Marie, dan kun je er _zeker_
+van zijn, dat ik blijf waar ik ben.--Je weet wel dat ik toch al
+moeielijk tot deze visite--of conferentie zooals jelui het noemt--te
+bewegen was."
+
+"Maar met zulke vieze kapotte hannekemaaiers op haar mooie tapijt!"
+
+"Als je met de hannekemaaiers mijn _schoenen_ bedoelt, dan zeg ik
+je dat je overdrijft; 't is er maar één, en waarlijk zoo erg niet;
+de andere is nog heel."
+
+"'t Staat arm man, armzalig! Maar als je in zoo'n dwarse bui bent,
+dan zou je wezenlijk instaat zijn om thuis te blijven.... tenminste
+'t zou schrikkelijk laat worden.--Je houdt dan je rechter den
+heelen tijd over je linker, op die plek, begrijp je Armelo. En nu,
+in 's-hemelsnaam, niet dat lamentabele gezicht!--Kijk, daar staat
+schoonzoon al voor 't raam. Hemel, wat een pracht van een huis!--Gauw
+Armelo, zie eens op zij, ongemerkt: Zie me om de liefde eens hoe de
+freules Van Winteren ons nakijken. Je kunt denken hoe het die dames
+pikeert dat wij de hooge breede stoep van 't mooie oud-burge.... van
+'t nieuwe doktershuis opstappen."--Zij trekt aan de schel der huisdeur:
+"Nu front naar de markt kapitein!"--en dan bij zich zelve: "Ziezoo
+dames, als je wilt dan kun je ons nu uit de verte nog eens in onze
+volle waarde genieten. Jawel kale jonkvrouwen met een heelen boel
+verbeelding en wind op het lijf! hier staan wij; ik en m'n man; en we
+gaan hier--om zoo te zeggen zoo goed als in ons eigen huis, en als
+je maar geduld hebt, dan zie je mettertijd nog eens een heel ander
+kroontje op de kaartjes van de familie Van Armeloo dan het magere
+ding, waarmee jelui zoo'n laffen bluf maakt." Luide: "Och Armelo,
+zie eens, zit m'n mantille wel recht? Trek hier 'en beetje. Man,
+strijk je knevel toch op; en,--denk aan je schoen!"
+
+Bus, de lange drankjesrondbrenger van dokter Helmond, die een soort
+van "huisknechtelijk" voorkomen heeft gekregen--door een licht linnen
+jasje met blauwe streepjes--opent de deur.
+
+"Dag _Bosch_!--_Mijn kinderen_ thuis?" zegt mevrouw: "_Mijn zoon_
+de dokter óók? Ha! le voola!"--Een enkelen keer--nochtans hoogst
+zeldzaam--sprak mevrouw Armelo Fransch.--"Ha! Lieve Helmond! hoe
+gaat het? Foei, kom je ons zelf in de gang ontvangen? foei!--Och,
+je moet je om óns niets, niets ter wereld geneeren. Wij hebben zoo
+volstrekt geen complimenten of aanmatiging, wij...."
+
+Helmond die den zoen van zijn mama "recht hartelijk" heeft gevonden,
+begroet intusschen zijn schoonvader met een trouwhartigen handdruk;
+en dan:
+
+"Wat! niet heel fiksch papa; moet ik u in den vijzel hebben?"
+
+"O 't heeft niets te beteekenen," zegt Armelo: "van morgen een beetje
+hoofdpijn."
+
+"In den vijzel!" zegt mevrouw: "Helmond-lief, ik dacht dat je den
+vijzel voorgoed...."
+
+"Maar mama'tje, wie heeft _dát_ gezegd!"
+
+"Gud! menheer Kippelaan zei...."
+
+"Och vrouw, zwijg toch van Kippelaan, 't is 'en proppenschieter."
+
+"Ga binnen; Eva wacht u;" zegt Helmond en doet de deur, waaruit hij
+in het breede marmeren voorhuis kwam, wat verder open, en papa Armelo
+treedt achter mama Armelo de Oranje-zaal binnen.
+
+Eva heeft gewacht.
+
+Als altijd schoon, ja schooner misschien dewijl het zwart barège kleed
+haar blankheid te meer doet uitkomen, ligt Eva bij het binnentreden van
+haar ouders, zeer gracelijk in een voltaire, met het hoofd achterover,
+de fijne hand aan den kleinen mond, en den blik schuin terzijde
+door 't venster in de blauwe lucht. Helmond begreep die houding
+op dit oogenblik niet. Moest dat een klein ondeugend comediestukje
+wezen? Was het om haar ouders stilzwijgend een raadseltje op te geven,
+'t raadseltje van twee is drie? Of Eva inderdaad iets van dien aard
+bedoelde toen ze bij 't binnentreden der ouders--hoewel slechts
+gedurende een ondeelbaar oogenblik--half liggend zitten bleef, of dat
+zij misschien 't effect van haar Oranjezaal die nu kant en klaar was
+door een gepaste stoffage,--een rustig figuurtje--wilde verhoogen,
+wenschend dat men bij 't binnentreden een _indruk zou krijgen_
+'tgeen onmogelijk was wanneer zij aanstonds ging opvliegen als een
+schichtig konijn!?--Helmond gelooft het eerste. Eva zou hem, indien
+hij 't haar later gevraagd had, waarschijnlijk geantwoord hebben:
+Mijn hemel, wie kan nu van al die vluchtige gedachten en invallen
+zoo haarfijn rekenschap geven? Ik zat zoo, mijn hemel, _ik zat zoo_!
+
+Nu heeft ze de ouders begroet. Er is plaats genomen. Eva zet thee. Mama
+Armelo komt aan het woord:
+
+"Wij denken geheel eenstemmig _Eva_, en 't allerbeste zal dunkt me
+zijn, dat we nu eerst eens bedaard den majoor af wachten.'t Verstand
+van je lieven man, mijn besten zoon--ja ja Helmond, God weet hoe ik
+dweep met je kennis en verstand; maar ik zeg Eva, er zijn wel eens
+zaken die de vrouwen oneindig beter inzien. De majoor is een man die
+zeer juist...."
+
+"Och Marie, jij altijd met je verheerlijking van dien majoor!" roept
+Armelo; en dan wat zachter: "Als Helmond zelf me niet had laten vragen
+om de zoogenaamde explicatie van dat heerschap te komen aanhooren,
+dan, neem me niet kwalijk, dan zou ik er vast voor bedankt hebben."
+
+"Heb _ik_ u gevraagd....?" zegt Helmond en ziet Eva die naast hem zit,
+van terzijde aan.
+
+"Hé August-lief, weet je niet meer dat ik zei van _gisteren_,
+en toen.... van _morgen_;" zegt Eva met een snel blosje, terwijl
+ze met den rug van haar mooi blank handje even zijn wang streelt:
+"en dat je het toen beter vondt om het vandaag te hebben. Weet je
+niet meer August?"
+
+"O ja, wat dat betreft in zoover heb je gelijk Eva." En dan tot den
+schoonvader, waarschijnlijk met het doel om aan zijn interpellatie
+voorgoed een eind te maken: "In onze waardeering van den majoor--hoewel
+we hem eerlijk gezegd, nog weinig kennen--geloof ik niet dat we zoo
+heel veel van elkander verschillen papa. Maar zonder te beslissen
+of er iets van komen kan, zoo moet ik mama en Eva toestemmen, dat
+de majoor zich de zaak waarlijk met den meesten ijver en belangeloos
+heeft aangetrokken. De man verdient tenminste met eenige waardeering te
+worden aangehoord; hij heeft zeker aanspraak op onze.... dankbaarheid."
+
+Helmond had de laatste woorden met moeite en weerzin uitgebracht. De
+dankbaarheid weegt hem pijnlijk zwaar.--'t Was alles, met die
+verandering van woning enz. enz. alles zeer eenvoudig in zijn werk
+gegaan. De notaris Zoutenheer heeft hem het geld bezorgd--zeer amikaal,
+en 't is dus een zaak geheel tusschen hen beiden. Maar toch, was die
+majoor niet inderdaad de man, die hem door zijn praatjes, in Eva's
+tegenwoordigheid, het hoofd op hol heeft gebracht!--Helmond heeft geen
+berouw van 'tgeen hij voor zijn vrouwtje deed; neen, straks nog heeft
+hij het levendig gevoeld: 't was goed, en alles zou best terecht
+komen. Maar, dat die persoon, die indringer, op zijn _handelen_
+inderdaad invloed heeft uitgeoefend: dat die vreemde sinjeur door
+den loop der omstandigheden geheel op de hoogte van Helmonds zaken
+gekomen is, dewijl--zooals de notaris hem in vertrouwen meedeelde--de
+majoor zelf een deel van het geld bezorgde waarmee hij geholpen werd;
+dát, zie, dat alles heeft een weerzin tegen dien man bij hem verwekt,
+een geheel anderen en veel sterkeren weerzin dan vroeger het uiterlijk
+en de manieren van dien majoor, of wel zijn vrees voor den dood het
+gedaan hebben. Nu echter zal Helmond dien weerzin moeten bestrijden,
+omdat hij bij 't openbaren ervan het allereerst zijn eigen vonnis
+zou hebben geveld.
+
+De kapitein, die zich steeds vrijer tegenover zijn vrouw gevoelt
+wanneer er heeren in 't gezelschap zijn, en zich nu vooral--onder
+den machtigen indruk dat eens in deze zelfde kamer een Oranje heeft
+gezeten--zonderling sterk en in zijn kracht gevoelt, de kapitein
+herneemt terwijl hij zijn schoonzoon een sigaar presenteert--'tgeen
+zijn vrouw de verkeerde wereld en bespottelijk vindt:
+
+"Ik spreek het niet tegen Helmond, de man is almachtig gedienstig;
+maar in dienst kenden ze geen dienst zonder commando."
+
+"Och hoor je wel kind," fluistert mevrouw Armelo tot Eva: "papa
+spreekt van zijn dienst alsof ie nog in 't volle vuur stond."
+
+Eva glimlachte, maar zweeg.
+
+"Ik hou niet van menschen," vervolgt de kapitein: "die zich ongevraagd
+in onze zaken mengen. In 't jaar dertig...."
+
+"Beste Armelo, die geschiedenis kennen we allemaal."
+
+"Pardon mama, ik ken ze niet;" zegt Helmond, en luistert nu met geduld
+naar het verhaal van den schoonvader, hoe deze namelijk indertijd met
+een zeer indringend kameraad van 't "zesde" had gehandeld. Helmond,
+echter al spoedig bemerkend dat hij reeds volkomen op de hoogte der
+geschiedenis is, kan intusschen zoo van terzijde gedurig eens naar
+Eva luisteren, om haar blijde instemming te vernemen met alles wat
+mama vooral in deze zaal te roemen en te bewonderen vindt.
+
+"Zoodat ik maar zeggen wil Helmond," vervolgt de kapitein: "dat ik
+nooit op menschen gesteld ben, die je hun vriendschap zoo opdringen,
+en voor niemendal alles voor je doen willen. Er wordt zoo weinig voor
+niemendal gedaan in de wereld!"
+
+"Je moet van middag maar niet te veel van papa verwachten Eva;
+papa heeft de bokkepruik opgezet. Heb je niet Armelo? Och manlief,
+ze staat je zoo leelijk. Jij kunt niemendal goeds van den majoor
+hooren omdat ie majoor is, dáár zit 'em de knoop.--Wat zeg _jij_ kind?"
+
+"Kom papa, zet uw grieven nu maar aan kant. We vinden menheer
+Kartenglimp geen van allen een modelman, maar, zooals Helmond al
+zei: wat ie voor ons doet dat is wel zeer beleefd, en ik verzoek u
+dus tegen _mijn_ gast heel vriendelijk te zijn papa'tje. Mij dunkt,
+u zult toch ook naar zijn verslag verlangen."
+
+"Ja Armelo, dat dunkt me; tenminste...."
+
+Armelo--'t is aan zijn gelaat te zien--zet er zich overheen:
+
+"Verlangen? Nee Marie, nee! Of je me nu aankijkt of niet, ik zeg
+je _nee_; ik verlang er niets naar; ik heb er geen oogenblik--nee
+tenminste geen minuut naar verlangd. Ik zei van den beginne afaan
+dat het gekheid, groote gekheid was."
+
+"Dat heb je _niet_ Armelo lief; je hebt er wel degelijk in gegroeid:
+je hebt in je handen gewreven. Niewaar Eva? Ik zie het nóg."
+
+"Ja, u hadt er wel mee op papa. Misschien niet dadelijk, maar toen
+u begreept...."
+
+"Ik zeg je _nee_! Ik heb gelachen."
+
+"Ja juist Armelo-lief, dat was het bewijs: je hebt gelachen."
+
+"Maar duizend bommen en kanonnen, is lachen dan niet een bewijs..."
+
+"Zeker pa, dat je ergens plezier in hebt."
+
+"Of Eva, dat je iets _belachelijk_ vindt. Zieje, en ik lach inderdaad
+om dat malle idee van dien adel. Heb ik het dan niet aanstonds gezegd:
+al ware het zoo, wát zou ik met zoo'n titel doen; ik die met Gods
+hulp nog werk heb om rond te komen."
+
+"Chut, chut beste, je schreeuwt dat men 't buiten wel hooren kan."
+
+"Dat komt omdat jij me zoo dikwijls overschreeuwt! Maar zieje, als men
+er mij naar vraagt dan wil ik het zeggen: In den verstandigen tijd
+dan eten we gewoonlijk moespot met een stukje vleesch of spek--of
+_zonder_ als 't wezen moet; afgemarcheerd! We houden onze kleeren
+tot ze 't verstellen niet meer waard zijn, en...."
+
+"Maar Armelo, ik ken je niet meer! Man, je vergooit je...."
+
+"Dan gaan we in 's-hemelsnaam allebei tegelijk!--De schoenen"--en
+Armelo laat, doch niet zonder zekere zelfoverwinning zijn linkervoet
+zien--"we dragen ze totdat ze versleten zijn."
+
+"Maar dat is 'en schande!" roept mevrouw. En Eva het hoofd met
+zekeren weerzin afwendend, zegt zacht in zich zelve: "C'est un peu
+_trop_ fort!"
+
+"U wilt maar zeggen papa, dat zulk een titel minder bij uw
+tegenwoordige positie past," meent Helmond.
+
+"Dát wil ik maar zeggen: dat, heel eenvoudig: en hoe belachelijk ik
+het denkbeeld vind: dat ik een graaf zou wezen, en mama, de dochter
+van een bakker, _gravin_! 't Is onzinnig!"
+
+"Maar Heer in den hemel!" roept mevrouw met trillend hoofdgebaar:
+"Een bakkersdochter! Alsof bijvoorbeeld _alle_ adellijke families
+Bakker geen bakkers, of weet ik het wát anders geweest zijn! Ga jij
+je gang maar Hanoversche boerenzeun.... ga jij...."
+
+"Mama ik bid je," valt Eva in met hooggekleurden blos, nadat ze een
+snellen blik op haar man heeft geworpen: "u moet je niet zenuwachtig
+maken. We weten heel goed dat, onder andere, de eigen broer van úw
+mama luitenant ter zee is geweest."
+
+"Ja, ja juist!" stemt mevrouw: "dáár denkt men niet aan."
+
+"Wat geeft dat!" zegt Armelo: "Ik, Harmen Pieter Armelo, ik ben van
+boerenzoon wel kapitein geworden; maar wou je daarom nog een graaf
+van me maken? Ik zeg je 't is onzinnig!"
+
+"Papa, dát is het niet," zegt Eva eenigszins driftig, ofschoon
+op een gansch anderen, oneindig gekuischter toon dan hare moeder:
+"'t wordt dunkt mij _onverstandig_ om over de onmogelijkheid en de
+onzinnigheid van iets te spreken, dat men niet onderzocht heeft en
+waarvan de mogelijkheid door anderen in 't geheel niet zoo sterk
+wordt betwijfeld."
+
+--Aha, het kind leest hem de les! Moeders partij wordt krachtig
+versterkt! Och 't zal nu maar beter zijn verder te zwijgen. Er
+zijn vrouwen die altijd _altijd_ gelijk hebben; volkomen! al ziet
+men ook klaar dat ze een kanon voor een trekpot houden. Zwijgen is
+dikwijls verstandiger. Maar een enkele maal moet het pak eens van
+'t hart.--Helmond heeft nu tenminste gehoord hoe de oude man erover
+denkt. En, al zal hij dan nooit in der eeuwigheid zulk een gekheid
+goedkeuren, nú wil hij zwijgen.--Als het kind gaat meedoen..... en
+vergeet....--Enfin, hij zal weer zwijgen, en luisteren. Welzeker!
+
+"Drievierden van 't gezelschap papa, beschouwen als zeer wel mogelijk,
+'t geen ú zoo heelemaal verwerpt. Mama, Helmond en ik."--Mama geeft
+teekenen van goedkeuring; Helmond tuurt op het gloeiende kooltje van
+zijn sigaar onder de grauwe asch, en Armelo luistert:
+
+"Wij met ons drieën verlangen te weten wát mijnheer Kartenglimp ons
+zal meedeelen;" vervolgt Eva: "Na gehoord te hebben papa, kunnen we
+oordeelen of de zaak mogelijk is. Als er werkelijk stukken zijn die
+duidelijk aantoonen dat wij afstammen van de oude graven Van Armeloo,
+en ons goed recht op dien titel alzoo te bewijzen is, dan zal ieder
+verstandig mensch toestemmen...."
+
+"Welzeker!" komt mevrouw tusschenbeiden.
+
+"Toestemmen dat men zoo iets _niet_ mag prijsgeven; dan zal men...."
+
+"Ja maar Eva," valt Helmond in: "papa oppert alleen het groote bezwaar
+dat men als _graaf_, heel anders dan als eenvoudig gepensioneerd
+kapitein voor den dag dient te komen. Papa begrijpt....."
+
+"Papa begrijpt de zaak geheel en al verkeerd, evenals jij lieve
+man....."
+
+Mevrouw Armelo bijt, hoofdknikkend, op den nagel van haar duim.
+
+"Ronduit gezegd, hij voelt niet dat een graaf, die bijvoorbeeld niets
+meer dan roggebrood heeft, toch inderdaad een heel ander mensch is
+dan een burgerman in dezelfde omstandigheid. Met honderd voorbeelden
+zou ik dat kunnen bewijzen."
+
+"O, desnoods met duizend;" stemt mevrouw.
+
+"Om iemand te noemen," hervat Eva: "was Karel V geen keizer meer toen
+hij in zijn klooster horloges maakte?"
+
+"Me dunkt 't," zegt mevrouw, ofschoon ze inderdaad dien vijfden Karel
+niet zoo spoedig te plaatsen weet.
+
+"Daar heb je Napoleon," vervolgt Eva met vuur: "was die op St.-Helena
+de groote keizer niet meer? Was Marie Antoinette zelfs onder
+beulshanden niet _koningin_? Waren....."
+
+"Eva, je moet je niet zoo opwinden," zegt Helmond met een vriendelijk
+dreigen: "we begrijpen wat je bedoelt, maar waarlijk je slaat met
+die voorbeelden mis. In 't klooster was Karel zoomin _werkelijk_
+keizer als Napoleon het was op St.-Helena, of de ongelukkige Marie
+Antoinette koningin op het bloedig schavot."
+
+"Maar Helmond, begrijp jij, _jij_ dan ook niet dat _waarachtige_,
+dat _hoogere_ van den adelstand? dat het iets aangeborens is, iets...."
+
+"Onafneembaars," vervolgt mevrouw Armelo: "iets wat er nooit uitgaat,
+wat er altijd in blijft, totdat....."
+
+"Totdat het verzuurt misschien!" mompelt de kapitein onhoorbaar.
+
+"Ik begrijp wat u zeggen wilt mama," valt Helmond haastig in: "maar
+dan zouden we bijna evengoed kunnen stellen dat Sixtus V, als paus,
+eigenlijk nog veehoeder, of Benedictus XII in die hooge waardigheid
+nog molenaar was."
+
+"Je bent onaardig Helmond, heel onaardig, en dat in presentie van
+mijn ouders!"
+
+"Ik ben 't niet Eva. Misschien begrijp je 't verkeerd; ik sta tusschen
+de partijen in. Met mama en met jou ben ik het eens, dat Kartenglimp
+eerst moet gehoord worden. Zoodra het _waar_ blijkt te zijn wat hij
+als _zeker_ stelt--'t geen ik betwijfel--dán kunnen we nog nader
+beoordeelen of niet inderdaad de inzichten van papa de beste zijn,
+en....."
+
+"Dáár moet het heen, welzeker!" roept Eva, terwijl tranen van spijt
+haar in de oogen springen: "'t Mankeert er maar aan August, dat jij
+papa gaat stijven in zijn.... ja al heel weinig militaire opvatting;
+in een bekrompenheid waaraan ik geen naam weet te geven. Diezelfde
+bekrompenheid....."
+
+--Zwijg Armelo, zwijg, vermaant de ex-kapitein zich zelven in stilte:
+je hebt straks genoeg gezegd. Als jij spreekt dan zal 't vuur van
+een anderen kant nog feller gaan opvlammen.--Goed zoo kind! denkt hij
+terwijl Eva verder spreekt: ga jij zoo maar voort. Ik ben niets meer
+dan _je vader_; och nee, een door eigen schuld vernederd en bekrompen
+vader. Goed zoo, diezelfde bekrompenheid zal papa doen voorbijzien
+wat hij aan zijn kinderen is verschuldigd, en dat hij als man, als
+hoofd van zijn geslacht, verplicht is om zijn recht in de wereld--ha,
+zijn _recht_!--'t koste wat het wil, te hernemen.
+
+"'t Is als de dag!" zegt mevrouw.
+
+"En," gaat Eva voort: "dat het aan een dochter, die tenminste een
+aristocratisch hart bezit, dat het aan háár als 't ware een roof zou
+wezen....."--Goed zoo kind.... een vader die je besteelt!
+
+"Ik zeg August _een roof_, als hij _niet_ deed wat zijn plicht is in
+'t belang van de zijnen. Men verzaakt niet _altijd_ zijn plicht...."
+
+--O God, dat is te veel! dát van haar, van Eva _zijn kind_! Maar
+blijf zwijgen Armelo, zwijgen; toon om Gods wil niet dat je zoo iets
+_begrijpt_. Ze heeft het zóó niet bedoeld. Neen, je kind, je oudste,
+heeft dát niet willen zeggen. Zwijg! aan 't beven van je stem zouden
+ze 't merken.... Raap dat pluisje van den grond, want..... aan je
+oogen kunnen ze zien dat er iets naar boven dringt.--Zeker, als hij nu
+sprak hij zou zich niet goedhouden, hij zou 't uitbarsten misschien. O
+God! zulk een verwijt van _háár_!... Stil--stil!--Goddank! daar wordt
+gescheld. Dat geeft afleiding. Goddank!
+
+"Nee, niemendal, Helmond;" zegt Armelo nog met het hoofd naar omlaag:
+"Ik dacht dat ik daar iets op 't tapijt zag liggen.... dáár.... maar
+'t is niets.... O zoo, is de majoor er. Ei zoo!"
+
+
+
+
+
+
+
+DRIE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Dank zij Helmonds bijzonderen tact, heeft Kartenglimp bij zijn
+binnentreden niets bemerkt van de bewogen stemming, waarin het
+gezelschap verkeerde.
+
+Maar ook Eva zelve, ofschoon door papa's tegenstreven ten zeerste
+ontstemd, zij heeft zich spoedig weten te herstellen. Een man aan
+wien men verplichting had--zie, dat moest men begrijpen--zulk een man
+diende men met eenige onderscheiding te ontvangen, en 't zou al zeer
+burgerlijk en onhoffelijk zijn, indien men zulks, door een onderlinge
+verdeeldheid, kon verzuimen.
+
+Eerlijk moet Eva zeggen dat die majoor Kartenglimp nooit haar
+charme zal worden. Er is iets in zijn gelaat 'twelk haar niet
+bevalt; zijn manier van spreken heeft bovendien zeer dikwijls een
+zekere gemeenzaamheid die geen plezier doet, en waardoor men wel
+haast gedwongen wordt om zekere geruchten niet zoo onvoorwaardelijk
+met den naam van laster te brandmerken. Maar toch, bij een nadere
+kennismaking--en Eva heeft hem nu immers reeds eenige malen, ook bij
+den notaris ontmoet--mag zij zeggen, dat ze het zeer onverstandig
+zou noemen om iemand als den majoor, alleen op 't uiterlijk of op
+geruchten te veroordeelen, zonder hem meer van nabij te kennen. Wanneer
+men over dat zekere Oostersche in den man wat heen was, dan zag men
+tenminste dat hij een fameus goed hart bezat. En bovendien, hij heeft
+iets breeds. Niemand bijvoorbeeld heeft zoo goed als hij begrepen,
+dat August wel heel onverstandig zou hebben gehandeld, indien hij
+de eenige gelegenheid om dit huis te koopen had laten voorbijgaan;
+niemand als hij begrijpt zoo geheel en al, dat men in de wereld moet
+zijn wie men is, en dat men....
+
+"O nee volstrekt niet majoor; nee, ik heb wel altijd zeer veel aan
+de muziek gedaan, maar niet om er ooit...."
+
+"Dat begrijp ik mevrouw: u hebt de Kunst liefgehad om de Kunst,
+maar 't is natuurlijk nooit bij u kunnen opkomen om er een armzalige
+broodwinning van te maken. Uw familie zou zóó iets...."
+
+"Dat was toch primitief wel degelijk 't plan menheer;" zegt Armelo,
+die sedert Kartenglimps komst nog bijna geen woord heeft gesproken.
+
+"Mijn vrouwtje beklaagt zich haar studies niet;" valt Helmond in,
+terwijl hij Eva met een blik beschouwt waarin een zacht verwijt stond
+te lezen: "Maar, of haar ouders al bedoelingen hebben gehad, toen
+ze zeer verstandig voor de ontwikkeling van dien prachtigen aanleg
+zorgden, ik geloof ook dat zij zelve alle recht had om te gelooven,
+dat haar kunst wel gauw brutale kapers aan boord zou krijgen."
+
+"Wat papa bedoeld heeft August, dat weet ik niet, maar dit weet ik wel,
+dat ik nooit heb begrepen dat men in ernst het plan had om mij zoo te
+vernederen: Een muziekjuffrouw!--Of bestond het voornemen misschien om
+mij tot een théâtre-chanteuse, een tooneelprinses te promoveeren? 't
+Is allerliefst, _allerliefst_!"--Fier: "Nee! dat is papa's bedoeling
+nooit geweest."
+
+"Maar mijn hemel Eva!" zegt Armelo: "omdat je zoo'n mooie stem
+hadt.... omdat.... Weet je dat niet meer?"
+
+"Nee papa, dát weet ik zeker niet meer. Ik geloof dat u je vergist;
+zulk een eer zoudt ú als oud-officier voor uw kind niet hebben
+begeerd, dát weet ik papa. U zult mij met iemand anders verwarren,
+'t Is onaangenaam. U meent het goed, maar.... zóó.... Wat moet men
+van mij denken!"
+
+--Wat moet men van haar denken! Ja, waarachtig, wat, wát moet men
+van haar denken!--Zwijg Armelo, zwijg nu vooral: die vreemde is er
+bij. Wat zou _hij_ dan wel van haar moeten denken indien hij wist
+dat ze de waarheid bedekt.... neen, dat ze--ofschoon misschien voor
+'t allereerst--dat ze nu.... liegt, dat ze haar ouden vader tot een
+suffer, of, tot een _leugenaar_ maakt.--Stil ouwe kameraad.... daar
+ligt weer iets onder de tafel. Stil! "Nee niemendal Helmond,
+dankje.... ik dacht dat daar tóch iets lag, maar 't is niets,
+niemendal."
+
+Aangezien Helmond dezen avond, zooals bekend is, nog een zieke buiten
+de stad te bezoeken heeft, en daarom op wat spoed moet aandringen,
+zoo geeft de majoor gaarne aan de uitnoodiging gehoor om het resultaat
+van zijn onderzoek aan de familie te gaan meedeelen. De papieren,
+die Kartenglimp nu te voorschijn haalt, legt hij met een bijzondere
+zorg voor zich op de tafel. Hij schijnt heel wat correspondentie over
+die zaak te hebben gevoerd, en 't moet moeielijk zijn om alles goed
+uit elkaar te houden.
+
+Eva voelt haar hart kloppen nu de majoor nog eens een papier inziet
+alvorens te beginnen. Maar hoor, 't was alsof haar een pak van dat
+hart viel:
+
+"Mijnheer Van Armeloo, nu wij tot de belangrijke zaak komen, die u
+mij hebt willen opdragen, nu acht ik mij gelukkig u voorloopig met
+een gunstigen uitslag te mogen feliciteeren."
+
+Eva zag terzij, en stond op; en, om haar opstaan te rechtvaardigen,
+gaat ze naar de schel waaraan ze trekt, maar bespeurt niet dat
+Kartenglimp nu juist in den grooten spiegel, die schuin tegenover hem
+hangt, haar schoon gelaat waarop een blijde ontroering te lezen stond,
+genieten kan.
+
+Armelo maakt een beweging alsof hij iets zeggen wil; immers, hij
+heeft dien majoor volstrekt niets opgedragen, niets! maar moeder
+Armelo geeft haar echtgenoot een zoo beheerschenden wenk, dat de
+majoor ongestoord kan vervolgen:
+
+"U weet kapitein, dat uw naam mij van den beginne af aan zeer bekend
+voorkwam. Ziehier de reden: In mijn jonge jaren logeerde ik veel
+te Waechtel in Noord-Brabant. De pastoor van het dorp kwam somtijds
+bij mijn familie aan huis, en van hem vernam ik--zonder er destijds
+eenige waarde aan te hechten--dat de goederen zijner parochie voor
+'t grootste deel het geschenk waren van een zekeren graaf Arend Van
+Armeloo, wiens echtgenoot de erfgename der heeren van Waechtel geweest
+was. In de eerste plaats kan ik hier het stuk overleggen van den
+tegenwoordigen pastoor van Waechtel aan wien ik heb geschreven. Wees
+zoo goed dit even in te zien kapitein..... alsjeblieft....."
+
+"Ja..... maar mijn oogen..... Ik heb....."
+
+Mevrouw Armelo heeft nu haastig het papier gegrepen, doch Helmond,
+vreezend dat zijn schoonmoeder bij 't mogelijk voorlezen ervan, over
+'t een of ander woord zal struikelen, neemt het snel van haar over,
+alsof hij meende dat mama het hem heeft willen toereiken.
+
+De deur wordt geopend, en Bus in zijn huisknechtelijk jasje, vraagt
+bij 't binnentreden:
+
+"Wat blieft oe mevrouw?"
+
+"Zul je straks wijn brengen Herman?"
+
+"Da's goed; woar mo'k ze kriegen?" vraagt Bus geheimzinnig.
+
+Eva had den domoor wel willen schudden.--Dát kwam ervan! Is die
+oude apotheeklooper dan ook een persoon om meteen voor huisknecht
+te dienen? 't Was om dol te worden. Enfin, August heeft het nu zelf
+kunnen hooren!
+
+"Ik heb aan Antje m'n bevelen gegeven Herman. Ik dacht dat je 't
+wist. Ga, vraag 't haar."
+
+"Joa moar mevrouw, as Antje altied van "kalfsoog" en "pillenposteljon"
+begint dan...."
+
+"Bus, je vraagt aan Antje 'tgeen mevrouw je gelast;" zegt Helmond,
+en geeft den man een gebiedenden wenk; en als de huisknecht met
+een: "Asjeblief dokter" vertrekt, dan haast zich Helmond om door
+'t voorlezen van den brief die onaangename stoornis te bedekken en
+Eva's voorhoofd weer effen te strijken. Hij leest:
+
+
+ "Hoogedelgestrenge Heer!
+
+
+ "Op uw verzoek meld ik u, dat de goederen onzer parochie
+ Waechtel cum annexis, inderdaad voor het grootste deel bestaan
+ uit een donatie van wijlen den grave Arend Van Armeloo,
+ ter eere geschonken en gelegateerd aan onze Lieve Vrouwe
+ en Heilige Moeder de Kerk, zijnde dit geschied, zooals uit
+ het charter blijkt, "ad pias causus, met vollen consent van
+ zijnen veelbeminden soon Herbert van Armeloo, in den jare
+ onzes Heeren vijftienhonderd en tien, bij zijn vollen kennis
+ en verstande op het grafelijk slot Waechtel."
+
+ Met dezen aan uw wensch voldaan hebbende teeken ik mij,
+
+
+ Hoogedelgestrenge Heer!
+
+ "Uw Dienstw. Dienaar
+
+ "J. Mans,
+
+ "Pastoor te Waechtel c. a,"
+
+ _Waechtel_..... 18.
+
+
+'t Klonk Eva--die voor 't oogenblik den huisknecht geheel vergeten
+was--als muziek in de ooren, toen Helmond, nog eens het adres van
+den brief beschouwend, met overtuiging zeide:
+
+"Die brief is al dadelijk een bewijs voor uw goed geheugen, majoor!"
+
+"Mijn geheugen bedriegt mij niet gemakkelijk dokter. Ik ga verder:
+Een tweede brief van pastoor Mans gaf mij zekerheid dat het wapen der
+graven Van Armeloo de treffendste overeenkomst heeft met dat van ú
+kapitein. Het uwe is goud met een blauwen dwarsbalk; dat der graven
+Van Armeloo was mede goud, maar de blauwe dwarsbalk is beladen met
+drie gouden sterren. Wacht--of nee, de brief bevat niets bijzonders;
+maar ziehier de afbeelding die ik voor mijn eigen genoegen van de
+beide wapens gemaakt heb."
+
+"'t Is al te vriendelijk;" zegt mevrouw Armelo.
+
+Eva's oogen glinsteren sterker dan de gouden sterretjes in den blauwen
+balk terwijl ze de teekening beziet.
+
+"Maar ik heb u vroeger al eens gezegd majoor, dat ik dat wapen zelf
+heb laten maken. We deden het vroeger met 'en grosken, een duit of
+'en cent, maar toen ik de epaulet kreeg toen meende m'n vrouw....."
+
+"Mijn beste kapitein, ik weet het, _ik weet het_, maar juist dat uw
+wapensnijder u _dit_ wapen heeft gemaakt, het bewijst zijn bekendheid
+met uw geslacht."
+
+"God! dat is nu zoo duidelijk als tweemaal twee!" zegt mevrouw terwijl
+ze Eva aanziet; en dan tot haar man: "Armelo-lief, je moest den majoor,
+die zooveel moeite voor ons doet--jawel majoor ook met dat schilderij
+van de wapens, jawel--je moest hem nu laten uitspreken."
+
+"Ja maar, ik zeg ..."
+
+Kartenglimp maakt een gebaar met de hand, waarmee hij uitdrukt dat zulk
+een oppositie hem onaangenaam is, en voegt er bij: "Wil de kapitein
+_liever_ dat zijn hooge titel _niet_ te bewijzen zal zijn.... ik
+heb er vrede mee. 't Is dan alleen jammer dat men 't mij niet eerder
+heeft gezegd."
+
+De beide dames verzekeren den majoor dat men vol belangstelling
+luistert. De majoor zal--volgens Armelo's echtgenoot--begrijpen dat
+de tegenspraak van Armelo alleen voortspruit uit.... uit.... dat
+ongewone; als men nu "dagelijks graaf was geweest", niewaar....? En
+uit verkoudheid; Armelo had van morgen schrikgelijk geniesd;
+en.... en.... 't een bij 't ander: "Jawel Armelolief, en een geest
+van tegenspraak, dat is.... dat is.... Laat den majoor, ik bid je,
+nu voortgaan."
+
+Kartenglimp ziet een papier in, en voelt terzelfder tijd dat
+de beeldschoone doktersvrouw haar oogen met al den "gloed der
+belangstelling" op hem gevestigd houdt. Hij moet dien zoeten triumf
+toch even genieten:
+
+"Als er belangstelling is dames.... met veel genoegen.--'t Spreekt
+dan vanzelf dat ik verder 't allereerst mijn werk ervan maakte om te
+vernemen of er in ons vaderland nog andere afstammelingen van dien
+Arend of zijn zoon Herbert te vinden waren; doch nergens is daar
+eenig spoor van te ontdekken. In 't archief van de oude leenkamers,
+vond een mijner vrienden wel het geslacht Van Armeloo vermeld, doch
+van veel vroeger en zonder dat het van eenig belang voor onze zaak
+was. Ik meende nu aanstonds mijn verdere stappen in uw geboorteland
+te moeten beginnen kapitein. U werdt in November 1807 te Birchheim
+in Hanover geboren niewaar?"
+
+"Watblief....?"
+
+"Ja majoor, juist," zegt Eva snel, en wisselt dan een blik met haar
+moeder, die Kartenglimp niet ontgaat en waardoor hij opnieuw in de
+overtuiging wordt versterkt dat mijnheer de graaf van Armeloo ook bij
+die mooie dochter een nul in 't cijfer is. Best! als hij 't maar weet!
+
+"Zoon van Peter Harmen niewaar?" vervolgt Kartenglimp; "welgesteld
+landbouwer aldaar."
+
+"Welgesteld!" herneemt Armelo: "ik moet je zeggen...."
+
+"Ja maar papa," valt Helmond in: "Eva heeft nu gelijk: wanneer de
+majoor zoo telkens door u in de rede wordt gevallen dan...."
+
+"Dan is het letterlijk om gek, om tureluursch te worden:" stemt
+de gravin.
+
+"Hier dokter," herneemt Kartenglimp die--zooals Eva opmerkt--zeer
+bescheiden doet alsof hij van dat intermezzo niets gehoord heeft:
+"hier dokter, heb ik een heele correspondentie met de burgemeesters
+van Birchheim, Puttenburg, enz. enz.; met heeren Archivaren und
+Geheim-ober-land-und-volk-statistik-inspectors, of hoe ze heeten;
+met heeren Pastors oder Predigers en het lest wel 't best, met een
+persoon, waaraan ik zeer toevallig ben gekomen, een allerschranderst
+actief mensch, van wien ik u later spreek. 't Grootste deel, ja bijna
+die geheele correspondentie kan ik u sparen. Ze zou u niet veel meer
+doen zien dan wát er alzoo is gedaan dokter, om den overgrootvader,
+ik zeg den _over_grootvader van mijnheer uw schoonvader op 't spoor
+te komen."
+
+"En is hij gevonden majoor?" zegt Helmond, nu Kartenglimp een
+oogenblik zwijgt.
+
+--Hoor, hoor! August vraagt dat met wezenlijke belangstelling, meent
+Eva, en ze voegt er bij: "Ja niewaar, hij was er majoor?"
+
+"Maar kind, welzeker!" bevestigt mevrouw: "de eene vader heeft
+natuurlijk altijd weer een anderen vader gehad, dat spreekt!"
+
+"Hier heb ik, om kort te gaan, een brief," hervat Kartenglimp,
+terwijl hij met een uitdrukking van groot gewicht het papier toont:
+"een stuk dat voor het geslacht der Van Armeloo's evenveel waard
+is als het gevoel van eer voor den soldaat. Deze brief dokter,"--de
+majoor scheen het woord niet meer tot den kapitein te richten; "deze
+brief van den heer Dr. Heinrich Stangbetter, evangelisch Pastor of
+Prediger te Mariënthalen in Oldenburg, ofschoon hij in bijna onleesbaar
+Duitsch is geschreven--zie maar dames--hij gaf mij de zekerheid van het
+hoogstbelangrijke feit dat van 1707 tot 1752 twee heeren Armelo, Walter
+en Peter, vermoedelijk vader en zoon, na elkander evangelisch predikant
+in die plaats zijn geweest, terwijl te Mariënthalen in gemeente-
+en kerk-archieven de overvloedigste bewijzen daarvan voorhanden zijn."'
+
+De linksche wijze, waarop de lange drankjesrondbrenger Bus inmiddels
+het theeblad heeft weggenomen en den wijn op de tafel gezet, kon Eva
+nu voor 't oogenblik niet uit den zaligen hemel stooten waarin ze zich
+bevond, 't Hinderde haar alleen dat papa zoo akelig onverschillig
+en strak zat te kijken; en ook--ja, dat Kartenglimp hem nu zoo in
+'t geheel niet meer aansprak.
+
+"Papa!"
+
+"Watblief?"
+
+"Meen je om in te schenken, vrouwtje?" zegt Helmond: "Ja, de majoor
+mag wel eens drinken."
+
+"Ah! merci!" zegt Kartenglimp, en proeft den heerlijken Cantemerle,
+en herneemt terwijl hij ter halverwege opstaande met het glas
+salueert: "Ik drink even het welzijn van dezen huize: Mevrouw
+Helmond! dokter! mevrouw Van Armeloo...."
+
+"Papa, de majoor wou.... Papa dan!" roept Eva.
+
+"Hemel Armelo-lief! zie je dat glas niet!"
+
+"O jawel; jawel.... Wát was de....?"
+
+"Derangeer je niet kapitein. Ik dronk het welzijn van mevrouw je
+dochter, en van mijn vriend Helmond in hun nieuwe woning."--Den
+ontevreden blik van Eva bemerkend: "'t Is niets mevrouw; papa heeft
+zeker zinkings die hem wat hinderen in 't hooren."
+
+Armelo zet er zich _weer_ overheen, en ja, hij verstout zich:
+
+"Ik drink graag het welzijn van mijn kinderen majoor, maar.... ik
+weet niet of deze conferentie en uw bemoeiingen wel inderdaad zoo
+bijzonder in 't belang van hun en ons geluk zijn."
+
+De majoor is doodsbleek geworden, maar schijnt toch zijn kalmte
+te bewaren.
+
+"Hemel papa!" zegt Eva.
+
+"Man ben je.... om Godswil, ben je _stapel_ geworden!" roept mevrouw.
+
+Ja, ook Helmond moest in stilte bekennen dat het wat erg liep. Ofschoon
+zulk een bemoeiing in zake van afkomst, het stokpaardje van dien majoor
+bleek te zijn; hoewel hij volstrekt niets te verzuimen had en hij zich
+voor deze bereddering letterlijk heeft opgedrongen, men moest toch
+erkennen dat niemand hem bepaald weerhouden heeft, en zelfs dat mama en
+Eva door haar openlijk betoon van ingenomenheid, hem zeker tot handelen
+hebben aangevuurd. En nu, terwijl men hem dan een tijd lang rustig liet
+begaan; nu men bijeen is gekomen om zijn verslag te hooren--ofschoon
+Helmond zelf het wel graag had ontweken--nu de majoor werkelijk reden
+meent te hebben om papa te kunnen feliciteeren; zie, nu zet die oude
+heer zich eensklaps zoo schrikkelijk stijf in den zadel. Indien het
+_onmogelijk_ was, à la bonne heure, maar _onmogelijk_ was het niet;
+en ofschoon papa er dan zelf--althans van middag--schrikkelijk tegen
+was, vergeten mocht hij niet dat Eva er geheel anders over denkt. Hij,
+Helmond, o nee, hij hecht er niets aan, zoo goed als niets; maar
+als het dan waar is, wat Debecque heeft gezegd, dat namelijk zulke
+titels zeer gemakkelijk kunnen overgaan, en hier dus zeker vooral,
+van schoonvader op schoonzoon--natuurlijk in 't belang van kinderen en
+kleinkinderen,--ja! dan was het inderdaad zeer onbeleefd om een man,
+die zich zooveel moeite getroostte, en nog wel op het oogenblik dat
+hij aan Eva een soort van toost bracht, zoo onheusch te behandelen.
+
+"Papa, we mogen dunkt me niet vergeten dat de majoor zich te veel
+moeite voor ons gaf, om er tot dank een onvriendelijk woord voor te
+ontvangen.--Wij die u kennen, weten wel dat het uw bedoeling niet
+was om den majoor iets onaangenaams te zeggen." Met nadruk, ofschoon
+steeds op gepasten toon: "De majoor wil met u klinken papa!"
+
+Na een korte aarzeling heeft Armelo met eenige trilling zijn glas
+genomen, en stoot het weifelend tegen dat van Kartenglimp, doch,
+met een wrevelig gebaar en zonder te drinken zet hij het daarna op
+de tafel.
+
+Kartenglimp bespeurt een "algemeene verontwaardiging," waarvan mevrouw
+Armelo inderdaad al aanstonds de tolk wordt. Er komt iets in zijn
+blik, 'twelk hij met moeite zou kunnen verbergen, doch 'tgeen hij nú,
+bij die "algemeene verontwaardiging" te verbergen onnoodig acht.
+
+"Ik geloof mevrouw," zegt hij snel tot Eva: "dat papa zijn diensttijd
+wat te zeer vergeten is. Wanneer hij _uw_ wellevendheid en _uw_
+beschaving bezat...."--Kartenglimp ziet Eva--ongetwijfeld door zijn
+woorden gestreeld--de oogen neerslaan en blozen, en vervolgt: "dan zou
+hij zich wat beter herinneren dat de man, die ertoe meewerkt om hem van
+eenvoudig gepensioneerd kapitein tot den gravenstand te brengen--'tgeen
+zonder mijne relaties zeker _nooit_ gelukken zou--dat die man tot
+nu toe in rang nog altijd zijn _meerdere_ is. Je moest een voorbeeld
+aan je vrouw en dochter nemen kapitein, en wat meer eergevoel toonen."
+
+Mevrouw Armelo geeft, sterk knikkende, bewijzen van toestemming.--Eva
+is vuurrood geworden.--Helmond ziet links en rechts.... naar
+Eva, naar papa, naar Kartenglimp, en zijn gansche houding teekent
+onrust. Opgestaan gaat hij naar de deur, vreezend dat iemand onverhoeds
+in deze oogenblikken zal binnenkomen, terwijl Kartenglimp nog voortgaat
+met inzonderheid Eva te verheffen tot een model, waaraan de vader
+zich wel spiegelen mocht.
+
+En, een zwaren strijd heeft Helmond te strijden. Op dien toon kan
+het niet verder! Hij ziet den armen schoonvader daar zwijgend en met
+pijnlijk saamgeperste lippen neerzitten.--Ja, zijn vijandige houding
+tegenover den majoor was zonderling en ongewettigd; maar op _deze_
+wijze! Zal die vreemde, den oud-kapitein hier, onder Helmonds dak,
+dan zóó de les mogen lezen; zal hij Eva zóó op een dwaalspoor mogen
+brengen, en haar doen vergeten dat zij _ten koste van haar vader_
+verheven wordt? Helmond wil spreken, hij zal, hij _moet_!--Maar,
+als hij dien man--nu zichtbaar verstoord--door een terechtwijzing
+tegen zich in 't harnas jaagt....? Vernam hij dan niet in vertrouwen
+dat juist die majoor een der personen is door wien de notaris hem 't
+geld kon bezorgen? En heeft hij niet zooeven gehoord dat het zonder de
+hulp van dien man zeker _nooit_ zal gelukken om een titel te bekomen,
+waaraan Eva hangt met al de kinderlijkheid van haar hart? Waagt
+hij dan niet, door zijn terechtwijzend woord, dien man nog meer te
+ontstemmen, en Eva een teleurstelling te berokkenen, die dan ook wel
+mogelijk een bron van kwelling voor _hem_ worden kon?--Maar hoor!
+
+"Ik bedrieg mij niet kapitein, uw vrouw en dochter, en ook uw zoon,
+ze schamen zich over je kleingeestigheid. Ze gevoelen...."
+
+Armelo hoort niet meer wat zijn vrouw en kinderen gevoelen. Hij, hij
+_zelf_ voelt het oude militaire hart weer krachtig wakker worden in
+de borst.--Wat vermeet zich die gepommadeerde opsnijer, de brutale
+klant met zijn vreemde tronie, de indringer van wien "God noch goed
+mensch" de origine en geschiedenis kent; de man, die zich opwerpt om
+een titel aan 't licht te brengen--wie weet met welke bedoeling--een
+titel die tóch niet bestaat. Wat waagt hij het--duizend bommen en
+kanonnen! om op zijn kwajongensjaren met een in Indië verworven rang,
+een oud-kapitein van het Neerlandsche leger te insulteeren! Wat duizend
+donders! waagt hij het om vis-à-vis vrouw en kinderen zulk een toon te
+voeren; zijn dikwijls weerspannige, hooghartige vrouw nog meer tegen
+hem op te zetten, en zijn kind, zijn Eva, van hem te vervreemden
+geheel en al!?--Op, ouwe kameraad! knip dat brutale onridderlijke
+poespas onder z'n neus! Duizend donders! toon nu.... Nee, chut Armelo,
+stil! bedaar!.... 't Is _hier_ de plaats niet. Zal de arme kapitein
+dan aanstonds in de rijke woning van zijn schoonzoon schandaal gaan
+maken en haar tot een kroeg verlagen? Nee, stil; stil nu Armelo;
+weerhoud je. Als je spreekt en loskomt dan raak je slaags in 't volle
+vuur. Zwijg dus! Morgen in de sociëteit, dan kun je hem vinden. Een
+knip onder den neus zul je hem geven; ha! _dáár, een knip onder den
+neus_; Ga nu maar voort sinjeur; wel ja, doe mijn eigen vrouw maar
+altijd toestemmend knikken en triumf op mijn "_kleingeestigheid_"
+vieren. Laat dat kind zich maar _schamen_ voor een vader, die.... o
+God!.... Neen zwijg Armelo, zwijg tot morgen! Laat hem zijn gang
+gaan. Stil!
+
+"Ik denk dames," vervolgt Kartenglimp met een naren lach, "dat de
+kapitein dat glas niet wil drinken, omdat hij misschien _tegenwoordig_
+tot het korps der _afschaffers_ behoort,--hahihaha! hahihaha!"
+
+--Maar God, wat is dat?--Hoor, wat snerpt daar _als_ een gil door
+de ruime Oranje-zaal? Wat vliegt daar op en scheurt dien valschen
+lach vaneen?
+
+Ze hebben het niet gehoord hoe het in de laatste minuten, mede
+bonsde in Eva's borst. Haar blozen en verbleeken; het neerslaan
+dier oogen; haar zwijgen, neen, ze hebben het niet beschouwd als
+den strijd van haar dwazen wensch met haar waarachtig liefhebbend
+kinderhart.--God! had zij dan straks zoo iets uitgelokt? Maar zóó
+heeft ze het niet bedoeld!
+
+"_Zwijg! dat is laag en gemeen!_" heeft Eva eensklaps met de grootste
+overspanning geroepen, terwijl ze zich ten deele van haar zitplaats
+verhief: "Zwijg man, en lach zoo akelig niet..... Dat is _mijn vader_
+weetje, mijn _goede lieve brave_ vader! Wie riep je hier, om dien
+ouden man te beleedigen, zeg? in _mijn_ huis....?
+
+"Eva, Eva!" zegt Helmond: "In 's-hemelsnaam!"
+
+"Wát Helmond! wil _jij_ me terughouden? Al heb ik straks ook den schijn
+gegeven van meer aan een titel dan aan mijn lieven vader te hechten,
+die schijn mag niet blijven! Zou jij dat willen!?"--Geheel opstaande
+en fier tot Kartenglimp:--"Je lacht al niet meer, _goed_! Vraag nu
+mijn vader excuus voor de verregaande beleediging die je hem, vooral
+met dat laatste woord, hebt aangedaan.--Ik zeg: _vraag excuus_!"
+
+Kartenglimp zoo wit als een lijk geworden, schijnt nochtans zijn
+kalmte niet te verliezen.
+
+"Een beleediging mevrouw? Heb ik met dat laatste woord een beleediging
+gezegd? Ik wist niet...."
+
+--O God, heeft ze dan haar zinnen verloren....? Hoor! het was hem
+onbekend, wat er gebeurd is in vroeger tijd! Heeft ze dan in haar
+overijling nu zelve dien goeden stillen vader den pijnlijksten stoot
+gegeven, door vuur te vatten toen men hem een afschaffer noemde? Ze
+heeft goed willen maken wat ze straks misdeed, neen--haar _hart_,
+haar liefdevol kinderhart heeft gesproken; maar helaas, ondoordacht,
+om hem nu nog dieper te wonden in 't bijzijn van dien man. O, zij
+weet niet wat ze nu spreken, waar ze zich bergen zal.
+
+Maar zie.... het hoofd van den vroeg vergrijsden vader, het schudt
+wel vreemdsoortig, maar toch, ja, in die altijd zoo goedige oogen
+ziet ze tranen glimmen. Tranen!--En met die oogen vol tranen ziet
+hij haar aan.--Lachen ze haar toe door die tranen heen? Wenken ze
+haar om te komen aan zijn zij; in zijn armen, aan zijn vaderhart?
+
+Ja Eva, dat trillen van het hoofd en dat beven van die lippen,
+'t is nu een gevolg van den warmen gloed, die daar eensklaps zijn
+borst doorstroomde.
+
+O, toen ge daar op dien schrillen gejaagden toon uw: "Zwijg! dat is
+laag en gemeen", hebt uitgekreten; toen gij hem uw _lieven braven
+goeden_ vader hebt genoemd, toen was het hem als zongt gij het
+schoonste lied uwer kinderjaren; als drukten weer uw rozelippen op
+'t teederst zijn pijnlijk gesloten mond.... o God, toen had hij zijn
+Eva, zijn kind weergevonden, de oudste, de lieveling die hij straks
+reeds verloren dacht.
+
+Zie, en nu staat ze aan zijn zij, en ze drukt dat grijze goede hoofd
+vast, heel vast aan haar borst;--zóó, zóó! nog meer op zij, nog vaster,
+ja, want--die vreemde, zal ze niet zien: de tranen van haar goeden,
+haar _lieven_ vader!
+
+
+
+
+
+
+
+VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Een groot kwartier later was de majoor Kartenglimp vertrokken.
+
+Door zelf zijn kalmte te bewaren, of wel met geweld te hernemen,
+was Helmond er al spoedig in geslaagd om, althans voor 't oog, de
+gemoederen tot bedaren te brengen.
+
+'t Was immers een misverstand, een mal-à-propos. Men heeft het den
+majoor die zooveel moeite deed, niet durven zeggen, dat papa, bij
+rijper en rijper indenken, hoe langer hoe meer _tegen_ de zaak is
+geworden, en niet dan op sterk aandringen van.... de familie, erin
+heeft toegestemd om dezen namiddag de conferentie bij te wonen. Een
+lichte ongesteldheid, zooals mama zeer juist gezegd heeft, had
+hem misschien dezen middag nog bovendien wat zenuwachtig gemaakt,
+en zoo heeft het den schijn gehad alsof hij zich tegen den majoor
+en niet, zooals werkelijk het geval is geweest, tegen de zaak bleef
+kanten.--"Niewaar papa?"
+
+"Jawel, welzeker!" heeft Armelo gezegd. Och hij zou nu wel alles
+hebben toegestemd; immers, hij had zulk een zalig oogenblik gehad,
+o zoo _onbeschrijfelijk_ zalig!
+
+En wat Eva's uitval betrof, de majoor zelf zou dien waardeeren
+niewaar? Een dochter die gevoelig wordt, _zeer_ gevoelig, wanneer
+men haar vader.... "U zult bekennen majoor," heeft Helmond vervolgd:
+"dat, ofschoon er reden was u eenigszins gekrenkt te gevoelen,
+dit gevoel zich wat sterk tegenover onzen braven vader heeft lucht
+gegeven. Ook op mijn schoonmoeder en mij moest uw woord een pijnlijken
+indruk maken. Maar als een misverstand nu aanleiding gaf.... wanneer
+ik zelf erken dat wij schuld hadden door u onbekend te laten met
+de zeer verminderde ingenomenheid van onzen vader met de zaak, dan
+bedrieg ik mij niet of u zult--_niet_ als bekentenis van ongelijk,
+maar als de _mindere_ in leeftijd, ofschoon de meerdere in rang,
+den ouden kameraad--ook ter wille van _vrouw_ en van _dochter_,
+wel gaarne de hand reiken."
+
+En..... Zoo was het geschied.
+
+Maar wat er omging in de harten dat is in die ure onvermeld gebleven.
+
+Nadat Kartenglimp vertrokken was, hebben papa en mama Armelo nog
+eenige minuten getoefd; maar papa verlangde nu toch zeer naar huis,
+want de hoofdpijn, die men reeds eenige malen had voorgewend, was
+werkelijk gekomen. Mama die na Eva's uitbarsting en wat erop volgde,
+zeer stil is geworden, heeft toch niet kunnen nalaten om Eva te zeggen,
+dat ze heel "grootsch" had gehandeld met zóó haars vaders eer op te
+houden en zijn partij te trekken; en, slechts fluisterend--want in
+Helmonds oogen vreest ze toch straks wel wat al te onbewimpeld voor
+haar meening te zijn uitgekomen--slechts fluisterend voegt ze in
+'t heengaan er tot Eva bij, dat ze van dien adel nog altijd het
+beste blijft hopen, ofschoon ze het lijdelijk moesten aanzien hoe
+de majoor--en zonder dat er over de zaak een woord is gerept--al die
+papieren en stukken weer stilletjes mee naar huis had gepakt.
+
+En Eva, 't was háár wel aan te zien dat ze zware hoofdpijn had. Ze
+sprak na 't heengaan der ouders bijna geen woord. August vond dat niet
+vreemd. 't Was maar beter; en, Eva zou hem groot plezier doen met naar
+bed te gaan: haar pols ging wat gejaagd, en haar voorhoofd gloeide.
+
+--O, wie durfde nu nog beweren dat zulk een vrouw geen schat was,
+grooter dan de grootste op aarde?
+
+"Ziezoo lief wijfje, lig nu maar rustig; 't is mede in 't belang
+van ons "geheim" dat je bijna verklapt hadt. Met den gezwinden pas
+ga ik nu naar mijn zieke; ja; _toch te voet_. 't Zal wel donker zijn
+als ik terugkom, maar als je slaapt dan zijn de uren seconden. Nee,
+wees gerust, die hoofdpijn van papa zal morgen wel beter zijn. Maar,
+vrouwtjes, die zulke goede plannen hebben als jij, ze moeten wat
+oppassen en ook bij haar edelste emoties niet te hartstochtelijk
+worden. Tot straks mijn lieve beste vrouw!--Watblief? Of dat onderzoek
+van dien adel, nu papa er zoo schrikkelijk tegen is, toch niet kan
+plaats hebben?--Welzeker Eva, _alles_ kan; maar 't beste is nu dat
+je er niet over denkt. Mij dunkt, dokter Helmonds vrouw heeft dezen
+avond bewezen dat ze, ook zonder adelbrieven, wel waarachtig van
+adel is. Dag lieve, slaap zacht!"--Nog een kus op haar lieven mond,
+en Helmond spoedt zich voort.
+
+'t Begon al te schemeren toen Helmond, reeds een tien minuten buiten
+de stad gekomen, verfrischt door de heerlijke avondlucht, van verre
+een boerenknaap op ongezadeld paard in vollen draf zag naderen.
+
+In weinige seconden was de ruiter den dokter voorbijgejaagd; maar
+terwijl Helmond met gefronste wenkbrauwen even omziet, bespeurt hij
+dat het paard door den knaap met kracht wordt ingehouden terwijl ook
+de ruiter naar den voorbijgereden dokter omkijkt!
+
+Helmond heeft een oogenblik te voren gevreesd 't geen hij nu moet
+vernemen. Die haast, dat ongewone harddraven naar stad, 't is het
+gevolg van een sedert bijna twee uren vergeefsch wachten op den dokter,
+die gezegd had _dadelijk_ te zullen komen. Reeds drie kwartier geleden
+is een andere knecht van boer Dirksen, te voet naar stad getrokken,
+om dokter, als hij hem mocht tegenkomen, tot spoed aan te zetten;
+maar, misschien zal Japik, niet wetend dat dokter verhuisd is, naar
+de oude woning aan den wal zijn gegaan en hem zóó hebben misgeloopen.
+
+--Ja, 't was vreeselijk erg; boer Dirksen lag "als dol", en telkens was
+het alsof hij "genacht ging zeggen." Als dokter rijden kon, dan moest
+hij toch dadelijk "den bles" nemen, en hem maar ferm "ribbenhaver"
+geven, want o Heer, d'r zou wat te koop zijn als boer Dirksen bezweek!
+
+In een oogenblik heeft Helmond den bles beklommen. Vroeger, vooral
+in zijn studententijd, had hij menig paard bereden, en ofschoon hij
+nooit een harddraver had zooals deze, ja zelfs nu zonder beugels of
+sporen en van 't losse dek, 't zou tóch wel gaan.--'t Was van belang
+geen minuut te verliezen.
+
+--Goeje God! als hij had kunnen voorzien dat er zooveel haast was! Nu
+ja, men heeft de boodschap gebracht of dokter eens dadelijk op _De
+Schebbelaar_ bij boer Dirksen wou komen.--_Dadelijk_!--Maar, kwam er
+dan ooit een boodschap, en vooral van een boer, zonder dat _dadelijk_
+er bij!--En dan, die gezonde ronde, blozende boer Dirksen! Hij had
+een talrijk gezin, en een macht van loontrekkend personeel.--Aan hem
+_zelf_ heeft Helmond het allerminst gedacht. Gevolgen van onrijpe
+vruchten eten en dergelijke, hebben hem een oogenblik voor den geest
+gestaan. Bovendien, men moest wel niets verzuimen, maar een dokter
+behoeft toch ook geen schel te zijn, die maar aanstonds geluid geeft
+als men--noodig of niet--aan het koord trekt. Hoe dikwijls kwam hij
+niet reeds in een woning, waar men hem dringend liet roepen, om er
+met een: O, 't is alles weer bestig dokter; we dochten, dokter kan
+licht eens komen;" te worden begroet.
+
+En toch, terwijl Helmonds lichaam door den stevigen bles--ook zonder
+dat hij hem hak- of ribbenhaver behoeft te geven,--op ongewone wijze
+wordt geschud en geschokt, roert er mede iets in zijn binnenste,
+'twelk hem geen rust gunt: Het was je plicht geweest dokter, om zonder
+wettige verhindering _aanstonds_ naar _De Schebbelaar_ te gaan. Een
+_dwaasheid_ heeft je er van teruggehouden, een vrouwengril!
+
+--Een dwaasheid! een vrouwengril? Zou het dan geen lafheid zijn
+geweest dien majoor te ontwijken? Zou het vervullen van den plicht,
+inderdaad geen dekkleed voor zwakheid geworden zijn!?
+
+--En, _vanwaar_ dan zulk een bijzondere weerzin tegen dien
+majoor? Waarom, _waarom_ is zijn gezelschap een kwelling voor Helmond
+geworden?
+
+--O Eva.... Eva!
+
+--Eva? Neen! zou hij háár, die liefdevolle dochter, die engelachtige
+vrouw met haar hemelsche gaven, durven noemen, wanneer hij _zelf_
+zijn plicht kon verzaken als man!--Is zij het niet geweest die hem
+nog bovendien heeft aangeraden om althans niet te voet te gaan maar
+een rijtuig te nemen?
+
+--Een rijtuig!--Maar stil, zij mag en zal immers niet weten dat haar
+_man_ een onverstand, een dwaas was, toen hij zich liet vervoeren om
+meer te doen dan hij _kon_ en mocht.
+
+--Hoe! tóch onverstandig? Is het dan ooit te veel of onverstandig
+gedaan wat hij voor _haar_ doet? Neen! neen!! Hij wil zich dat
+telkens en terdege herinneren, en bewijzen zal hij het later zonder
+fout. Maar, om dat te kunnen, moet hij voortaan ook als dokter op
+'t verstandigst zijn rekening maken.--Waartoe zal het rijden dienen
+indien hij den tijd tot loopen heeft! Tegen vermoeienis ziet hij niet
+op; immers al wat hij werkt en doet, hij doet het ter wille van haar,
+zijn schat en zijn liefde.
+
+--En dan, wanneer men een huishouding heeft, dan behoeft men ook
+immers niet meer zoo buitengewoon discreet met het maken van visites
+te zijn.--Debecque heeft het getoond, men ziet een dokter graag als
+hij zijn zaak kent.--Wanneer de burgers en boeren tóch niet tevreden
+zijn aleer zij een paar "bruine dranken" geslikt hebben, waartoe ze
+hun dan--tot zijn eigen scha te onthouden!
+
+Eensklaps gevoelt de ruiter bij een zeer sterken schok een stoot aan
+zijn knie; een plotselinge duizeling overvalt hem, en....--Neen, Gode
+zij dank! dat is goed afgeloopen; dat had veel erger kunnen zijn. De
+moedige harddraver--ofschoon anders een dood mak paard--heeft aan
+de hand die hem bestuurde waarschijnlijk geen meesterhand herkend,
+en, hoe het gekomen is weet Helmond niet, maar toen hij een weinig
+van den schrik bekomen, opstaande van den bermrand [2] waarin hij
+gevallen of geworpen was, naar het been tastte 'twelk hem wat zeer
+deed, toen zag hij ginder nabij de hoeve van boer Dirksen, nog den
+harddraver met het schuingezakte geelbonte paardedek voortrennen,
+en straks, schier rakelings langs den hekpost heen, het erf van zijn
+meester binnenhollen.
+
+--Gelukkig! de val had veel erger kunnen zijn. Helmond kan zeer goed
+voort: het loopen hindert hem weinig of niet. Maar, hij gevoelt zich
+toch eenigszins ontsteld, en zeker was het nu voor hem geen geschikt
+oogenblik om in een woning te verschijnen waar hem misschien, door
+zijn late komst, een ongewenschte ontvangst inplaats van eenig betoon
+van deelneming te wachten staat.
+
+Helmond houdt zich kloek. Men bemerkt niet eens dat hij wat bleek
+ziet en wat ontdaan is. Men had ook wel aan iets anders te denken
+en naar iets anders te zien! Aan het bed van boer Dirksen gekomen,
+voer Helmond--ofschoon men 't niet zag--een schok door de leden.
+
+Helaas! Wat men vreesde is waar. De man had den tol der natuur reeds
+betaald. Neen, die kleur op dat gelaat, men behoeft er zich niet mee
+te vleien; Dirksen zou zelfs nog kleur hebben wanneer hij begraven
+werd. Er was geen twijfel: de pols stond stil, boer Dirksen was dood!
+
+Het gejammer en geweeklaag van het boerengezin, van die weduwe met
+haar zuigeling op den arm, en de negen andere kinderen die allen
+schreiden--de meesten in navolging der ouderen, zonder den omvang van
+hun verlies te beseffen; de smartelijke kreten van meiden, knechts en
+geburen, die in een oogenblik het huis deden weergalmen, ze roerden
+Helmond heviger dan ooit een zoodanig tooneel het gedaan had. Geen
+wonder, met eigen zaken vervuld; getroffen door het onverwacht bericht
+dat hij misschien _te laat_ zou komen; ontsteld en méér geschokt dan
+hij in den aanvang geloofde door dien val van het paard, maar bovenal
+gefolterd door de gedachte dat hij waarschijnlijk met een spoedige
+hulp hier het ergste had kunnen voorkomen; door dit alles innerlijk
+bewogen, is het niet te verwonderen dat de dokter al zijn wilskracht
+behoeft om voor 't uiterlijke bedaard te schijnen.
+
+En, hoe moest het hem dan te moede zijn, toen daar eensklaps een
+groote zwaargebouwde kerel--de broeder van vrouw Dirksen--met woedend
+gebaar hem onder de oogen trad, en hem in weinig gekuischte, ja in
+deze oogenblikken akelig schril klinkende woorden, den dood van zijn
+"braven zwager" verwijten kwam?
+
+Er was aan Helmonds lichaam geen zenuw die niet trilde, maar nochtans
+hij scheen bedaard. Hij betuigde dat het hem waarachtig leed deed
+hier te laat te zijn gekomen; maar dáárom zou boer Geurtsen toch
+niet beweren dat dit sterven des dokters schuld was. De familie heeft
+zelve de zaak--toen Dirksen dezen middag ongesteld werd--niet ernstig
+ingezien; anders zou zij wel een boerenwagen of sjees gestuurd en op
+den meestmogelijken spoed hebben aangedrongen. Dit alles was _niet_
+geschied. Zoodra het dokter geschikt heeft is hij van huis gegaan. Maar
+bovendien..... wie zou, en vooral met het geloof van boer Geurtsen,
+durven zeggen, dat een menschenhand krachtiger was dan de hand van God?
+
+Dit laatste mocht inderdaad een overloopen tot de tegenpartij heeten
+uit zucht naar zelfbehoud. Helmond gelooft wel degelijk aan een God
+en een Godsbestuur, al begrijpt hij het niet, en al zoekt hij de
+"onoplosbare raadsels" niet te verklaren; doch zeker zou hij zulk
+een uitstekend dokter niet geweest zijn, indien hij meende dat het
+met ziekten anders ging dan met een snel wassenden vloed. Dijk en
+dam zullen hem keeren totdat hij weer effen vloeit binnen zijn boord,
+indien zijn kracht althans niet te sterk, en het water niet...... te
+overvloedig is.
+
+Helmond had, na het vernemen der ziekteverschijnsels, immers aanstonds
+het oog gehad op heilzame kruiden die een Voorzienigheid mede in
+'t aanzijn riep.
+
+Maar dat overspringen naar den vijand baatte den dokter niet, want,
+hoe vast boer Geurtsen ook anders in de leer was, nu zwager Dirksen
+daar "dood lag", en die dokter hem "verzuimd had--jawel, vrouw en
+kinders en allen konden dat getuigen; nu zou God er wraak over roepen,
+en de Heer zal een onnutten dienstknecht uitwerpen in de buitenste
+duisternis waar zal zijn weening en knarsing der tanden!"
+
+Een oogenblik is het te vreezen geweest dat de groote zware
+Geurtsen, reeds eenigermate in de rechten van den Heer des onnutten
+dienstknechts zou treden; doch Helmonds bedaardheid, en de zorgen
+die hij--alsof er geen bedreigingen tegen hem klonken--in stilte
+aan de weduwe ging wijden, dewijl haar zenuwen door 't geen er nu
+voorviel nog meer geprikkeld werden,--Helmonds schijnbare kalmte,
+en zijn bedaard handelen: vriendelijk wenkengevend in 't belang van
+al die schreiende jongens en meisjes; lafenis biedend aan Geurtsens
+eigen vrouw, een zuster van den overledene--zooals ze daar doodsbleek
+zat te klappertanden, dit alles deed den storm althans voor het
+oogenblik bedaren. Slechts in een dof gebrom gaf de zwager, op
+een stoel neergevallen en met het hoofd in de hand geleund, nog
+gestadig aan zijn verbolgenheid lucht. En wat er omging in zijn
+"hartengedichtsel"....? "God beter 't, nou kreeg ie dien heelen troep
+onder voogdij en beheeren! Zulke dokters! zulke verd..... dokters!"
+
+Voordat Helmond een half uur later vertrok, mocht hij de groote
+voldoening smaken, dat de altijd schreiende weduwe hem de hand drukte,
+met de betuiging dat ze 't hém niet kon wijten; immers, als dokter
+'t zóó begrepen had dan zou hij eerder gekomen zijn; niemand heeft
+dit kunnen denken. En dan weer uitbarstend in geween:
+
+"Och God! och God! dat ie nou dood is, waarachtig _dood_!"
+
+'t Was goed dat er zich te midden van al die weenenden en verslagenen,
+toch één enkele bevond die sedert dokters komst, nog om een andere
+reden tranen heeft geschreid. Dat was Hanna, de frissche blonde
+boerenmeid met haar goeden aard en helderblauwe oogen. Neen, ze heeft
+het bijna niet kunnen aanhooren dat die lompe Geurtsen, dien besten
+man zoo onheusch en onrechtvaardig bejegende. Was die dokter geen
+engel van goedheid! Heeft hij haar niet met Gods hulp uit een zware
+ziekte weer vierkant op de been geholpen; was hij niet alle dagen
+aan moeders huis geweest--weer of geen weer; en, toen het op betalen
+aankwam..... toen, toen had ie de arme moeder op den schouder geklopt
+en gezegd: "Als Hanna eens een fikschen boerenzoon trouwt moedertje,
+dan kom ik op de bruiloft meesmullen voor drie!" Och zoo'n edele goeje
+man, zoo'n knappe--om dien zoo te boenderen als Geurtsen gedaan had!
+
+Ja, 't was maar heel goed dat die frissche blauwoog inwendig gekookt
+heeft, en dat ze haar weldoener, bij 't heengaan, de bewijzen van
+haar trouw en vereering zoo overvloedig liet blijken.
+
+Dat geschiedde toen ze hem uitliet, en ze samen alleen waren in
+'t achterhuis bij de melkkamer der groote boerderij.
+
+--Lieve hemel, wat schortte hem? Hij moest zich aan een karnton
+vasthouden.
+
+"'t Is niets Hanna, niemendal."
+
+"Moar ie wordt zoo wit as 'en doek dokter."
+
+"Nee dat komt wel terecht.... laat me maar eens even.... stil...."
+
+"God dokter, drink dan; drink! Hier 'en schoep karnemelk.... hier...."
+
+"Zoo ja; 't wordt al beter. Dankje goeje Hanna, dankje kind. 'k Ben
+straks vóórdat ik hier kwam gevallen; en...."
+
+"En toen zoo'n schandoal hier in huus!! Kom mee, kom mee
+dokter. _Loopen_ dát zu'j niet. Wat schêlt 't mien! 'k Zal oe voaren
+tot bij stad. Ze zullen mien nou niet missen of zuuken. 'k Zet Kwiebes
+den ezel veur 't kerreken op veeren. Kom moar mee noar 't stal. Ze
+zouwen oe kapot moaken hier! Kom gauw moar; kom mee!"
+
+
+
+
+
+
+
+VIJF EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+De majoor Kartenglimp, zoo pas van de conferentie in de nieuwe
+dokterswoning thuisgekomen, heeft zijn hoed met ruw geweld op een
+canapé gesmeten en zich zelf in een voltaire geworpen. 't Ware
+bedroevend geweest voor wie als getuige van zijn teleurstelling die
+lang verkropte woede had moeten aanschouwen.--Driemalen dreunde de
+tafel door een krachtigen slag van zijn vuist. De onzinnigste vloeken
+en verwenschingen ratelden hem tusschen de tanden.
+
+--Wees voorzichtig Kartenglimp; drift is nadeelig voor je gestel;
+denk aan die laatste ziekte in 't voorjaar. Je bent nu sterk en flink;
+en zoo iets zal niet terugkomen, maar hou je aan zijn raad. Maak je
+niet zoo ontzettend driftig. Wees matig in alles.--Jawel.... hij zal
+het in 't oog houden; 't is zaak! Maar, moest die oude dronkaard,
+die dwarskop, die.... ploert-kapitein hem zóó beleedigen, zóó zijn
+plannen, zijn zalige uitzichten dwarsboomen, ja, voorgoed verijdelen
+misschien!--Zijn plannen verijdelen!?--Neen, dát nooit, dát in der
+eeuwigheid niet!--Wat wil hij dan? Wát?--Ha! hij wil het menschdom
+toonen dat de maatschappij de rechten van het individu verkort en
+verkracht. Hij zal toonen dat de mensch zich niet beneden het dier
+heeft te stellen, beneden den leeuw die _vrij_ is in zijn woud en
+spelonk, en zijn prooi en zijn lust neemt waar hij die vindt. Hij wil
+zich wreken op die maatschappij waar men hem _zijn_ vrijheid heeft
+benomen, waar men hem gekerkerd houdt en als 't ware een dolk op de
+borst zet. Zie toe brave Oostindische officieren, vervloekt moedig
+eedgespan; wat Ronner-Kartenglimp niet instaat is op u te verhalen
+dat zal hij zich _hier_ verschaffen: wraak op wie hem durft kwetsen,
+vernederen en weerstaan.--Ja brave dokter Helmond, die wel voor een
+muziekmeester maar niet voor _mij_ kondt terugkeeren, boeten zul-je;
+ik zal je inwikkelen, inwikkelen, en met je schoone vrouw, totdat
+ze, voor den duivel, in mijn armen zal toestemmen dat ik haar redder
+werd!--En wat wil men nu? peinst Kartenglimp iets kalmer voort. Dien
+adel, waarvoor ik mij sinds eenige weken zooveel dwaze moeite gaf,
+zal zelfs zij.... dat heerlijke kind er nu van afzien, ter wille van
+dien vader? --Onvoorzichtige Ronner! je hebt je te zeker gewaand van
+haar zucht naar die glorie, gesteund door dat malle creatuur van een
+moeder. Dien vader heb ik beschouwd als een onding, die zelfs in 't
+oog der dochter geen stem had. Maar 't was buiten haar kinderliefde
+gerekend. Dat overweldigde mij toch een oogenblik. Ja, dat was
+schoon.... toen, toen dacht ik eensklaps aan de vrouw die mij leerde
+als kind, en mij haar lessen gaf.... lieve onnoozele lessen! Toen,--nu
+ja, ik voelde mij getroffen maar was een gek. Ik was.... Nee nee
+Ronner, dat was je niet! Nee, 't zou groote dwaasheid geweest zijn
+wanneer je dáár die hand niet hadt gegeven. Haar oog werd aanstonds
+helderder; het vertrouwen keerde terug.... Waarachtig, ja, die blik,
+toen ik mijn papieren zonder een woord te spreken opborg.... die
+blik.... Zeker, de zucht naar die glorie is nog niet uitgedoofd. Ik
+moet geduld hebben, mij stilhouden; de wensch zal weldra, door de
+onzekerheid waarin men bleef te meer geprikkeld, weer levendig,
+en bij weigering van mijn zijde al grooter en grooter worden.--Zou
+ik dan ook tevergeefs zoo lang gezocht en gesnuffeld, en de oneffen
+schakels voor die geslachtsketen zoo kunstig hebben aaneengesmeed?
+
+Ja, Kartenglimp had zich veel moeite gegeven. Inderdaad was het hem
+in den beginne niet onmogelijk voorgekomen dat de kapiteinsfamilie
+nog kon afstammen van de oude graven Van Armeloo. De overeenkomst der
+wapens had hem in den aanvang werkelijk getroffen, en, de tegenwerping
+van den kapitein: dat hij bij zijn bevordering tot officier geen
+wapen bezat maar zich er een graveeren liet, ze heeft hem het meest
+waarschijnlijke antwoord doen geven, namelijk: dat de wapensnijder,
+met het grafelijk wapen bekend, op het hooren van denzelfden
+naam iets dergelijks doch wat eenvoudiger gemaakt heeft. Voor
+het overige was alles misgeloopen. De vader en grootvader van den
+kapitein waren boeren in het Hanoversche dorp Birchheim geweest,
+maar van zijn overgrootvader heeft de majoor zelfs geen spoor kunnen
+vinden. Evenmin was het hem gelukt om eenige zekerheid te verkrijgen,
+aangaande een vermoeden als zou de genoemde jonge graaf Herbert,
+zoon van den te Waechtel overleden graaf Van Armeloo, naar Hanover
+zijn uitgeweken en zich daar als predikant hebben neergezet. Nergens
+heeft hij elders den naam van den kapitein teruggevonden. Onder zijn
+veelvuldige correspondentiën daarover, is hem echter mede een brief
+van een predikant in Oldenburg geworden, die waarschijnlijk een _a_
+voor een _u_ heeft gelezen en gemeld, dat er--zooals Kartenglimp
+op de conferentie heeft meegedeeld--in de plaats zijner inwoning,
+van 1707-1752, twee predikanten elkaar hebben opgevolgd die den naam
+van Urmelo droegen. Deze vondst heeft Kartenglimp als een heerlijk
+redmiddel aangegrepen. In des predikers slecht geschreven brieven met
+Duitsche letters, waren de U's gemakkelijk wat te veranderen geweest,
+en--mocht de familie al zelve aan dien prediker schrijven, men zou
+zijn _Urmelo_'s misschien in gemoede voor _Armelo_'s houden.--Nu
+kwam het er maar op aan om een authentiek bewijsstuk te verkrijgen,
+dat zekere Hollandsche graaf Herbert Van Armeloo,--met verandering
+van zijn naam in eenvoudig _Armelo_--van den heer eener heerlijkheid
+zijn aanstelling als prediker ontving, en bovendien het bewijs, dat
+de beide predikers Urmelo--die nu reeds zeker als de voorvaders van
+den kapitein door Kartenglimp waren aangenomen--in een rechte lijn
+afstamden van den Hollandschen uitgewekene, zooeven vermeld.--En die
+bewijsstukken?--Haha!--Kartenglimp heeft immers zijn alvermogenden
+zaakwaarnemer in dienst, zijn trouwen Ronner, haha! Maar diens papieren
+houdt hij terug! hij houdt ze geheim--_geheim_, dát is zijn kracht.
+
+--Maar als men dan bedrogen is? Welnu--haha!--dan is men bedrogen! Dan
+is hij het mét hen; dan zijn ze maar altemaal bedrogen, voor den
+duivel!
+
+
+
+"Wat is er, wát?"
+
+"Boeh! je kijkt weer zoo leelijk!" zegt de gemeenzame deerne die
+vooral den majoor dient; en dan: "Daar is de krant."
+
+"De krant? waar?"
+
+"Hij staat op de trap."
+
+"De krant op de trap!? Alle duivels, wat moet dat beteekenen? Ik
+versta geen gekheid."
+
+"Ojee! is het weer zóó laat. De krant: wel, Kippelaan met z'n
+spillebeenen."
+
+"Niet thuis!"
+
+"Nee dat zie ik ook." Naar buiten roepend: "De majoor zeit dat ie
+niet thuis is."
+
+Kippelaan, overtuigd dat hij zoowel hier als overal steeds welkom moet
+zijn, heeft het woordje _niet_ óf voor een aardigheid gehouden óf niet
+verstaan, althans, langs de deerne heen struikelt hij de kamer binnen,
+ziet naar den dorpel om, en dan met de tien tolken zijner vriendschap
+vooruit op den majoor toeschietend, verheugt hij zich in zijn welstand;
+vraagt hem naar zijn welvaren; verzekert hem van eigen welzijn;
+deelt hem mede dat het uitmuntend weer is, dat de dagen al korten,
+dat hij ware vriendschap gevoelt voor een man als de majoor, en....
+
+"Heb je anders niets?" zegt Kartenglimp: "Ik had belet gegeven."
+
+"Dat begrijp ik majoor; men kan niet altijd voor iedereen, niewaar,
+natuurlijk! Daarom waardeer ik te meer uw vriendschap.--Nog niets
+gehoord? O, van belang! van belang!"
+
+"Wat meen je?"
+
+"Fameus geval! De heele stad mee vervuld! tenminste.... enfin! Pas
+gebeurd. Zeker nog niets van gehoord? Van _De Schebbelaar_? Van boer
+Dirksen? Watblief?"
+
+"Och jij met je praatjes; is er brand, laat ze 't blusschen."
+
+"Brand? pardon! pardon!! _Dood_. Subiet. Onze vriend dokter
+Helmond...."
+
+"Wat, _wát_!?" schrikt Kartenglimp op: "Is _Helmond_ dood?"
+
+Kippelaan stuift een paar schreden achteruit. Dat heeft hij niet
+gezegd of bedoeld; en, Kartenglimp krijgt nu een ontzettend
+verhaal--Kippelaansstijl--van het gebeurde in den avond; een
+vermeerderde maar niet verbeterde uitgave van hetgeen reeds naar stad
+was overgewaaid, namelijk: dat boer Dirksen, de geëerde en welvarende
+boer van _De Schebbelaar_, aan zijn groot gezin en aan de maatschappij
+was ontvallen, ten gevolge van een krampkoliek, die door zijn dokter
+zóó weinig is geteld dat hij den man zonder hulp heeft gelaten.
+
+"En die dokter was.... dokter Helmond?" vraagt Kartenglimp ten slotte,
+terwijl hij met moeite den vreemden glimlach weerhoudt die hem soms
+de baas wordt.
+
+"Ja, jawel! 't Is mijn vriend, mijn intieme vriend Helmond; knap,
+uitstekend knap man; beroemd; mijn neef de professor zei...."
+
+"En had hij den kerel zonder naar hem om te zien maar zoo laten...."
+
+"Om u te dienen.... jawel, om u te dienen....!"
+
+--Om _hém_ te dienen!--Haha, lacht Kartenglimp, hahiha!
+
+
+
+De goedhartige Hanna van _De Schebbelaar_ heeft Helmond--uit vrees
+dat men hem, inweerwil van den gevallen avond en de huif die het
+karretje overdekte, in een _ezelwagen_ zou zien--met een kleinen
+omweg tot bij het oude huis aan den wal gereden. Daar wilde hij wezen
+om Hanna aanstonds 't een en ander uit de apotheek voor het gezin te
+kunnen meegeven.--Met het oog op deze noodzakelijkheid heeft Helmond
+te eerder vrede gehad met Hanna's goedaardig inspannen, waartoe
+haar door boer Dirksens plaatsvervanger hoogstwaarschijnlijk het
+verlof zou zijn geweigerd. Nu immers heeft Hanna's rit voornamelijk,
+zoo niet uitsluitend plaats gehad in 't belang der familie van den
+overleden boer.
+
+Van Hake haastte zich om in weinige minuten de fleschjes gereed
+te hebben die Hanna mee terug zou nemen, en waarvan hij de
+gebruiksaanwijzing vooral duidelijk moest opschrijven.
+
+Terwijl het meisje nu met den arm op de toonbank geleund de
+werkzaamheden van den provisor gadeslaat, verzuimt ze de gelegenheid
+niet om de zaak van haar goeden dokter in het verschoonendste daglicht
+te plaatsen, en brengt Van Hake daardoor tevens geheel op de hoogte van
+'tgeen er gebeurde, ofschoon hij reeds eenigszins door dien tweeden
+afgezant van _De Schebbelaar_ was ingelicht.
+
+Hanna heeft thans met haar ezelkarretje, door de straten der stad den
+terugtocht naar _De Schebbelaar_ aangenomen, en een traan komt haar
+in de oogen nu zij de vreeselijk groote doos vol pepermuntjes beziet,
+die de goeje dokter haar nog heeft opgedrongen en die ze nu--onder
+'t rijden--tegen 't verliezen waarborgt, door er haar neusdoek om te
+winden en ze dan in den zak te steken.
+
+De Romphuizers, voor zooveel ze nog op straat zijn of op de stoepbanken
+hunner woningen den reeds korten zomeravond genieten, zien het karretje
+van _De Schebbelaar_ na, en begrijpen niet wáár het vandaan komt,
+dewijl niemand het straks zag voorbijkomen.
+
+Op sommige plaatsen vormen zich groepjes, vooral onder de boomen op
+de markt nabij het oud-burgemeestershuis; en, men wauwelt er over
+het plotseling sterfgeval; hoe een mensch er gauw uit kan wezen,
+en hoe--zooals menheer Kippelaan straks nog in 't voorbijgaan aan
+den molenaar heeft gezegd--hoe het onvergeeflijk is dat een dokter,
+die te veel geld heeft om te dokteren, tóch maar dokteren blijft.
+
+En terwijl men dit alles beredeneert, en het daarbuiten oproer is
+in veler gemoed, was het zeer kalm en rustig in het fraaie en groote
+doktershuis. Men vernam er nog niets van 't geen er op _De Schebbelaar_
+gebeurde.
+
+Eva slaapt. Kalm en zacht slaapt ze op den lauwer dien haar kinderlijke
+liefde haar vlocht; en ze droomt..... o zoo heerlijk van een feest,
+een prachtig feest; en van vuurwerk en Bengaalsch licht.--En zie, uit
+het schitterende licht trad een bevallige knaap met een kniebuiging
+haar tegemoet;--'t was Siebel uit de Faust, de opera die men te
+Parijs zag opvoeren--en op een rijk geborduurd kussen bood hij haar
+een kroon aan, een grafelijke kroon met diamanten en parelen omzet.
+
+'t Was niet zoo geheel zonder aanleiding dat Eva van een feest
+droomde. Even nadat Helmond naar _De Schebbelaar_ was gegaan, heeft
+men aan mevrouw, ofschoon ze wat te bed lag, een briefje overhandigd,
+terwijl een knecht op antwoord bleef wachten. Het adres: "Monsieur
+et Madame Helmond-Armelo", heeft haar recht gegeven om het briefje
+te openen. 't Was een uitnoodiging van mijnheer en mevrouw Debecque
+om een feest te komen bijwonen 'twelk zij zich voorstelden te geven
+op Woensdag den 5den September e. k. En, Eva heeft de uitnoodiging
+maar aangenomen.
+
+Minder feestelijk dan Eva in hare droomen, was Helmond gestemd.
+
+Misschien heeft dat karretje, aan de hoofdpijn, die hij op _De
+Schebbelaar_ het eerst gevoelde, geen goed gedaan, althans zij is er
+niet beter op geworden, en, nu hij een oogenblik in mevrouw Van Hakes
+huiskamer op de ouderwetsche doch gemakkelijke sofa zit, nu gevoelt
+hij dat die rust hem goeddoet. Ja, 't een en ander had hem van streek
+gebracht. O wat zou hij niet willen geven indien hij slechts een uur
+vroeger bij Dirksen ware geweest, al had de afloop dan ook dezelfde
+moeten zijn.
+
+"Ja zeker Thom, dikwijls _moet_ men wel uren laten voorbijgaan eer
+men een zieke bezoeken kan; maar nú, om een niets!"
+
+"U hadt visite. De familie. Mij dunkt dus....."
+
+"Jij bent een goeje kerel Thom; maar weet je waar mijn
+"onverbiddelijke" zit? Niet? Hier, _hier_ zit ie; hier vanbinnen. Die
+is crimineel."
+
+"Ja maar dokterlief," zegt mevrouw Van Hake: "men moet zoo iets toch
+niet te sterk trekken. Mijn trouwe man was de braafheid en ijver in
+eigen persoon, maar bij een geval als dit zou hij het hoofd hebben
+gebogen en gezegd: "Hier misgunde de dood den dokter zijn brood." Een
+geval als met boer Dirksen behoort tot de zeldzaamheden."
+
+Helmond knikte haar vriendelijk toe, maar antwoordde niet. Het glas
+frambozenazijn, 't welk de goede vrouw hem intusschen gereedmaakte,
+nam hij dankbaar aan, en dronk het met lange teugen, doch, starend
+naar den grond en zonder inderdaad goed te proeven wát men hem ter
+verfrissching geschonken had.
+
+Thom met zijn volle liefde voor den braven meester, heeft Helmond een
+wijle in stilte gadegeslagen, en oppert nu aarzelend het vermoeden
+dat dokter door dien val toch meer van streek is dan hij bekennen wil.
+
+Maar neen, waarlijk, de goede jongen moest daarvoor geen zorg hebben;
+de pijn aan het been was al beter, en 't hoofd zou na een goeden
+nacht, morgen wel heelemaal in orde zijn. Thom kon toch wel begrijpen,
+dat de omstandigheid op zich zelve reeds genoeg was......
+
+"Om u wat onplezierig te stemmen. Ja zeker," valt Thomas in:
+"maar als u dan reeds aan die goede Hanna hebt kunnen zien hoe
+een onbevooroordeeld mensch de zaak zal opnemen, dan moet u er
+waarlijk niet zelf zoo'n gewicht aan hechten. Als mevrouw u zóó zag
+thuiskomen...."
+
+"Wat zeg je Thom, zie ik er uit dat mijn vrouw zal schrikken wanneer
+ze mij ziet?"
+
+"Wel heere nee!" vallen moeder en zoon schier gelijktijdig uit: "'t
+is maar alleen als u zoo ernstig kijkt!" En mevrouw Van Hake, die
+nu begrijpt dat men dokter maar liefst over geheel wat anders moet
+spreken, laat er schier onmiddellijk op volgen: "Ik geloof dat Eva
+toch bijzonder met het huis blijft ingenomen," en dan half lachend:
+"beter dan met Bus als huisknecht."
+
+Thomas die zijn moeder verstaat, valt nu mede half lachend in:
+
+"Ja, Bus zei van avond, dat ie z'n eigen blind keek op z'n eigen als
+ie zoo'n lichte jas aanhad, en dat ie, vooral met die jonge meiden,
+er genoeg van kreeg."
+
+Of moeder en zoon de rechte snaar niet hebben getroffen, althans
+Helmond antwoordde ook nú niet; maar, eensklaps zich vermannend en
+opziende alsof hem iets inviel, zegt hij:
+
+"Thom, jij bent niet om je kwartaal gekomen; 't is waar, ik had het
+je kunnen meebrengen, maar...."
+
+Onwillekeurig hebben moeder en zoon elkander vluchtig aangezien. Thomas
+kreeg een kleur. Ze hebben er niet om willen vragen; en toch....
+
+"O, wat dat betreft dokter," zegt hij met eenige aarzeling: "dat zou
+wel terechtkomen. We begrepen heel goed dat u met al die drukten van
+verhuizen en allerlei, zoo iets gemakkelijk vergeten kondt."
+
+"Natuurlijk," valt de weduwe in: "vooral ook omdat u hier niet meer
+in huis woont. Ja zeker, men kan dat begrijpen."
+
+Helmond die was opgestaan met het besluit om zich krachtig te toonen,
+is onwillekeurig nogmaals in de oude sofa neergevallen, en, met het
+hoofd in de hand geleund, zegt hij nu op een toon waardoor moeder en
+zoon opnieuw tot het wisselen van een snellen blik worden gedwongen:
+
+"Ja, ik heb wat veel aan het hoofd.--'t Liep wat druk in den laatsten
+tijd."--Eensklaps opziende, met iets luchtigs in den toon alsof
+hij bevreesd is dat men hem zekere zorgen zal toeschrijven; "Wat je
+kwartaal betreft Thom, 't ligt klaar in mijn schrijftafel." En dan
+weder opstaande: "Komaan, nu zal ik 't wijfje eens gaan opzoeken. Ze
+had wat hoofdpijn van avond."
+
+Met leedwezen vernemen Thom en zijn moeder dat mevrouw Helmond
+ongesteld is. Maar gelukkig volgens dokter heeft het niet veel te
+beteekenen. Ze had zelfs van middag nog prachtig gezongen: "Ja dat moet
+u toch eens komen hooren mevrouw; 't klinkt heerlijk in onze groote
+kamer. U zult zelve toestemmen dat Eva gelijk had toen ze _hier_
+niet spelen of zingen wilde. 't Was hier te laag, veel te laag."
+
+"Zeker, dat scheelt nog al," zegt mevrouw Van Hake: "maar anders,
+och dokter, dit huis...."
+
+Thom, die bij zijn moeders laatste woorden door allerlei gebaren
+tevergeefs heeft getracht haar opmerkzaamheid tot zich te trekken,
+valt nu haastig in:
+
+"Moe wil zeggen dat de herinneringen haar dit huis zoo lief maken. Maar
+moe begrijpt natuurlijk dat mevrouw.... niewaar moe....?"
+
+"O ja Thom, jawel; wie zou dat niet begrijpen; voor een jonge vrouw
+met zulk een talent en zooveel smaak! zeker, als men het _hebben_
+en _doen kan_--dat weet dokter ook wel, dan...."
+
+Thom, onzichtbaar voor Helmond, staat te schudden met het hoofd en
+bijt zich fel in de lippen. Nee, _nee_! Moeder moest nu vooral niets
+doen blijken. Och, hij weet wel dat ze zeggen moeten 'tgeen hun op
+het hart ligt, maar niet dezen avond. Immers, Thom zweeg al zoo lang,
+ofschoon het hem dikwijls strijd heeft gekost. Maar had hij dan ook
+aan dien goeden meester de harde woorden van den pleegvader kunnen
+overbrengen? 't Was al erg genoeg dat hij hem, na zijn bezoek op _De
+Zonsberg_, heeft moeten zeggen dat de oude generaal wel wat verstoord
+was over den koop van het oud-burgemeestershuis, en dat hij dokter
+nu in geen geval meer ontvangen kon, aangezien hij morgen naar een
+badplaats ging.--Thomas heeft gezwegen, want, moeder had immers mede
+gezegd dat die oude man het wel wat _al_ te ver trok. Dokter mocht dan
+wat erg toegeeflijk--ja soms wat zwak zijn ten opzichte van zijn jonge
+vrouw, hij was toch zeker zoo onverstandig niet, meer te doen dan hij
+verantwoorden kon.--Maar ach, in den laatsten tijd heeft men toch wel
+eens gevreesd dat de trouwe vriend inderdaad meer deed dan.... Doch
+stil, stil! nu geen woord. Ha! moeder heeft hem begrepen;--zij wenkt
+het hem zijdelings toe. Nu zal men zwijgen, maar later spreken; ja,
+want er moet een eind aan komen, in aller belang.
+
+Helmond heeft den hoed opgezet.
+
+--Nee, waarvoor zou Thom met hem meegaan? Dan zat bovendien zijn
+moeder alleen.--Of hij duizelig is?--"Nee goeje vent," zegt Helmond
+zoo vroolijk als hij kan: "duizelig ben ik in 't geheel niet. Ik dacht
+dat mijn handschoen gevallen was. Enfin, wil je me volstrekt een klein
+eindje brengen? Komaan dan maar. Goeden avond lieve mevrouw. Thom is
+hier aanstonds terug.--Nee, we zullen over boer Dirksen niet te veel
+tobben, al blijft het me leed doen.--Slaap wel!--Komaan m'n vrind,
+je arm! Jawel, jawel, nú moet ik er alles van hebben."
+
+Toen Van Hake zijn goeden beschermer had thuisgebracht, en naar huis
+terugkeerde, toen kwam hem een vrouw tegemoet die bijzonder veel
+haast had, en hem vroeg: of dokter Helmond tegenwoordig niet dáár in
+dat groote huis woonde?"
+
+"Ja. Moet dokter ergens komen?"
+
+"'t Is voor de vrouw van den kuiper Sturk;" klonk het antwoord:
+"Zooals men meende zou 't er op aanloopen. 't Was volgens berekening
+een veertien dagen te vroeg, maar 't schijnt zoo te willen."
+
+"Dokter is ongesteld."
+
+"Ja dat kun jij wel zeggen, maar hij _moet_ mee. Hij heeft haar
+aangenomen; en ik zeg: 't is wel om 'en _kind_ te doen, maar daarom
+niet _kinderachtig_."
+
+Thom verkeert in den grootsten tweestrijd. Helmond was volstrekt
+niet fiksch bij 't naar huis gaan; hij gelooft zeker dat dokter
+wat koorts had; inderdaad vertrouwde hij wel dat dokter na een
+rustigen nacht morgen veel beter zal wezen, maar, indien hij nu zulk
+een vermoeiende nachtwake hebben moest, dan--God wist, of de lieve,
+de al te goede vriend, niet zelf erg ziek zal worden; en, waar moest
+het dan heen! Neen, wanneer de toestand waarin vrouw Sturk verkeert
+aan dokter bekend wordt, dan is het zeker dat hij zich geen oogenblik
+zal bedenken, maar er aanstonds zal heengaan, zonder voor zich zelven
+de gevolgen te berekenen.
+
+--Maar, dat mag en zal niet gebeuren!
+
+"Ik zeg je dat dokter ziek is; dokter ging met koorts naar bed. Doe
+geen vergeefsche moeite, hij kan toch onmogelijk meekomen."
+
+"Maar kristene-zielen, moet 'en mensch in zulke omstandigheden....!"
+
+"Stil vrouwtje, we zijn hier niet zonder hulp. Ik ben de provisor van
+dokter Helmond; we zullen aanstonds naar vrouw Spanning gaan. Jawel,
+dat mensch is knap genoeg, daar sta ik je borg voor. Wat mij betreft,
+_ik_ zal bij Sturk blijven, en mocht er iets wezen.... welnu, nood
+breekt wet, dan kunnen we altijd dokter Helmond nog halen."
+
+De vrouw, overtuigd dat mijnheer Van Hake zóó niet spreken zou als
+zijn patroon niet werkelijk ziek was, moest toestemmen dat het dan
+zoo maar 't beste zou zijn, want menheer had gelijk: nood breekt wet,
+en baas Sturk had 'en hekel aan dokter _Biermans_, omdat Biermans
+z'n regenton door 'n knoeier als Govers had laten maken; en: "Gauw
+dan maar, want Sturk heeft gejaagd van belang."
+
+Thomas Van Hake handelde met de beste bedoeling, en toch, of hij goed
+deed? De tijd moet het leeren. Zooveel is echter zeker, dat dokter
+Helmond een gansch anderen nacht zal doorbrengen dan de goede Thom
+hem denkt te bezorgen.
+
+
+
+Thuisgekomen ging Helmond het allereerst naar de kamer, waar hij
+zijn geliefde zou vinden. En, ja, toen zijn Eva daar kalm en rustig
+slapende vond, toen gevoelde hij voor het eerst sedert dien langen
+namiddag, iets weldadigs zijn borst doorstroomen, iets dankbaars, dat
+hem persoonlijk met zulk een val geen ernstig ongeluk was geschied;
+dat hij gespaard bleef voor háár.
+
+--Wat ligt ze daar lief, denkt Helmond bijna overluid, terwijl hij de
+zwaar damasten gordijn een weinig terzijde houdt, en Eva bij het zachte
+schijnsel der groote moderateurlamp die op het beddetafeltje brandt,
+eenige oogenblikken beschouwt: Wat lag ze daar lief; wat slaapt ze
+gerust!--Het mondje half geopend alsof het zoo de welluidendste tonen
+zal doen hooren. Zie, die heerlijke golf van haar losgevallen haar,
+wat teekent hij nu vooral de blanke fijnheid van haar huid. Wat ligt
+ze daar rustig en schoon; met dat edele voorhoofd, met dat regelmatig
+bewegen der kleine neusvleugels, met dat telkens dubben der lange
+oogwimpers als zullen die oogen zich zoo aanstonds openen en hem
+liefdevol aanzien; met dat geregeld golven van den boezem onder het
+dekkleed, waardoor mede schier onmerkbaar de blanke en kunstvaardige
+handen worden bewogen die er nu zoo rustig op nederliggen.
+
+--Wat is ze schoon en wat slaapt ze kalm! Op gevaar af dat hij haar
+wakker zal maken, drukt Helmond een teederen zoen, eerst op haar
+voorhoofd en dan op haar zachte wang.... en.... Neen, ze wordt niet
+wakker; zie, ze slaapt nog voort: een vriendelijk lachje plooit haren
+mond.--Droomt ze van hem, van August, van haar geliefde? Ziet ze hem
+in haar zoeten sluimer zooals hij daar werkelijk voor haar staat met
+den blik vol innige liefde op haar gevestigd; een blik waarin ze zou
+kunnen lezen: Engel, om uwentwil heb ik het leven lief, om uwentwil
+blijft de wereld mijn lust; een graf zou ze zijn wanneer de ademtocht,
+dien ik nu verneem, moest verstommen, wanneer die dubbende oogwimpers
+eens niet meer opengingen....? Mijn engel!
+
+Of ze van hem droomde? hij moet het weten, want bij die laatste
+gedachte werd het hem eensklaps zoo angstig, zoo vreeselijk angstig
+om het hart.
+
+"Eva! lieve! hier ben ik!"
+
+Zij glimlachte weder. En die schoone oogwimpers gaan nu vluchtig naar
+boven; en hoor:
+
+"Mon ami!" lispt ze met nog sterkeren glimlach; en dan, zooals het
+gaat in den slaap, dan volgt er een diepe ademhaling met een langen
+zucht, en, de schoone slaapster wendt zich om, met het gelaat naar de
+binnenzijde van het ledikant, en haar ademhaling gaat weer geregeld
+als van eene die rustig blijft slapen.
+
+--Mon ami!....
+
+--Ze droomt dan toch werkelijk van hem!
+
+Ja waarlijk, en 't is juist het schitterendst oogenblik van haar
+blinkende droom geweest toen August haar bijna ontwaken deed, omdat
+hij haar stem wilde hooren, omdat hij haar oogen moest zien. Maar hij
+was verstandig, hij liet haar slapen en voortdroomen dien ganschen
+droom ten einde.
+
+
+
+Mon ami!--Uit het midden van een zonderling bonten optocht, die
+zich binnen het vierkant van een zeer groot tooneel heeft bewogen,
+trad August Helmond in een prachtig gewaad van parelgrijs satijn
+haar tegemoet. Hij boog de knie voor zijn Eva die zich de vroeger
+ontvangen prachtige kroon op de sierlijk golvende lokken heeft gezet,
+en ze reikt hem haar hand, waarop hij een teederen zoen drukt. En dan,
+van het rood fluweelen kussen 'twelk nogmaals die knaap--alsof het
+Siebel uit de Faust ware--haar met een kniebuiging kwam aanbieden,
+neemt ze een tweede kroon met fonkelend edelgesteente omzet, en ze
+drukt het kostbaar sieraad op het, voor haar neergebogen hoofd van
+den vriend.--En een zeer hel licht blinkt weer eensklaps, en ze zegt:
+"Mon ami--demain--toujours!" Maar dat licht werd verblindend sterk;
+zij moest zich omwenden.....--'t Was juist het oogenblik toen
+Helmond haar stem gehoord, en vluchtig haar oogen had gezien, en
+zij zich omwendde naar de donkere zij van het ledikant. En in den
+droom was het nu eensklaps een vuurrood licht 'twelk het helle en
+witte licht had vervangen. Ze kon nu de oogen beter geopend houden,
+en, hoe lang ze staarde dat weet ze niet, maar altijd en altijd
+weer zag ze daar een grijnzend satergezicht om den hoek van een
+geschilderden boomstam gluren; en dat wezen was geheel en al in 't
+rood en zwart gekleed; soms als een vleermuis, met een degen op zij;
+en uit zijn oogen bliksemden roode slangen; en het grijnsde akelig,
+en als zij de oogen neersloeg en naar den grond zag, dan vloog er
+een luik open in dien grond, en dan sloeg een roode vlam naar boven,
+en eensklaps was ook hij weder daar, hij met die roodzwarte kleeren en
+dien vleermuismantel, en hij zag haar scherp en altijd scherper aan,
+zoodat zij moest terugtreden. En eensklaps klinkt er een gillend
+krijschende muziek; en de zonderling bonte schaar van vrouwen en
+mannen--zooals ze daar stonden, de mannen ter rechter- en de vrouwen
+ter linkerzijde van die geschilderde boomen--ze vliegen nu eensklaps
+als dolzinnigen walsend en gillend dooreen; en--hoe zij zich wendt en
+hoe zij zich keert, altijd staat dat wezen in het bloedroode licht,
+juist voor haar oog, nu eens lager en dan weer hooger; straks ten
+halve achter iets verscholen, en dan weer geheel en al zichtbaar,
+steeds met grijnzend sarrend gelaat, en terwijl het dan gillend zingt:
+
+
+ Le veau d'or est encore debout,
+ On encense
+ Sa puissance,
+ D'un bout du monde à l'autre bout!
+
+
+snerpt het dansende koor ten slotte met hem mee in snijdende cadence:
+
+
+ Et satan conduit le bal!
+ _Et satan conduit le bal_!
+
+
+"August! o August!" kreet Eva half ontwakend. Maar August was er niet
+meer. Hij heeft nog iets voor den volgenden dag te regelen gehad,
+en liet Eva gerust slapende alleen, om haar den "liefelijken droom"
+waarin ze hem--onbewust zoo hemelsch heeft toegelachen, stil en kalm
+te laten uitdroomen.
+
+"August!" klonk haar stem nog eens, doch minder angstig dan zooeven,
+en toen, toen wendde zij zich weder naar de lichtzijde, en vielen de
+oogleden weer toe, en werd de ademhaling weer kalm en geregeld--zeer
+kalm en geregeld.
+
+
+
+
+
+
+
+ZES EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Op zijn studeervertrek gekomen heeft Helmond eenigszins gejaagd het
+werk verricht, 't welk hem nog te doen stond. Daarmede gereed, schelde
+hij, opdat men alvorens naar bed te gaan, het avondbrood zou wegnemen
+'twelk Eva op zijn kamer heeft laten klaarzetten.
+
+De oudste der beide nieuwe dienstboden--op 't stuk der dienstboden
+is men in de luttele maanden sedert het huwelijk mede zeer
+vooruitgegaan--de oudste dier beide nieuwelingen komt al spoedig
+met een paar brieven in de hand de studeerkamer binnen, en 't is wel
+aan haar oogen te zien dat ze dokter--die natuurlijk een huissleutel
+heeft--straks niet heeft gehoord toen hij in zijn woning terugkwam.
+
+Van de beide brieven is er een zonder postmerk, aan het adres van
+Monsieur et Madame Helmond-Armelo, en een met het postmerk Amsterdam,
+aan Dr. A. Helmond.
+
+Dat kleine briefje kon Helmond even inzien. 't Droeg wel de sporen
+alsof men gepoogd had het open te maken; maar hij verkeerde nu in
+geen stemming om dit te onderzoeken, en mocht hij al een oogenblik
+'t voornemen hebben opgevat om zijn nieuwe dienstboden tegen een
+"al te groote belangstelling" te waarschuwen, hij heeft de eenvoudige
+waarheid niet gegist dat het briefje der Debecque's waarvan het omslag
+slechts weinig had vastgekleefd, gemakkelijk na de lezing door Eva
+weder was dichtgemaakt.
+
+En dat schrift bevatte de uitnoodiging tot het bijwonen van een feest.
+
+Op dit oogenblik is er zeker niets, 't welk Helmond meer tegenstaat
+dan het denkbeeld om feest te vieren. Hij ziet die treurende weduwe
+van _De Schebbelaar_; dien zwager met zijn boosaardig verwijt!--Neen
+het kan niet. Bovendien met Eva, in haar omstandigheden, dient men wat
+voorzichtig te zijn. Ze heeft een zenuwachtig gestel. Erheen rijden;
+feestvieren tot laat in den nacht, en dan zulk een rit terug.....!?--Nu
+ja, maar die zorg is toch overdreven. 't Zal zeker een mooi feest
+zijn ter eere van Archibald; en Eva zal gaarne.....
+
+--Maar het verstand zegt: blijf rustig thuis! En dan wat al kosten
+opnieuw! Voor zulk een avond zal er zeker weer 't een en ander aan
+het toilet ontbreken: Allereerst witte handschoenen. Bovendien,
+de vigilante--ook terug in den nacht--zal minstens drie gulden
+kosten, plus de verschillende fooien!--En dan de praktijk! Nee,
+peinst Helmond voort: Eva weet er nu toch niets van; als ik 't maar
+aanstonds afschrijf, en later als reden opgeef--bijvoorbeeld vrouw
+Sturk, 't geen immers mogelijk is, dan zal alles wel goed zijn. Ja,
+Eva kan en mag er niet op aandringen; haar geheim; haar tevredenheid
+in het mooie huis.....
+
+--Misschien, ja misschien zal ze toch een heel klein beetje boos zijn!
+
+--Nee, ze zal daar niet over tobben; nee!
+
+Ofschoon Helmond weinig schrijflust gevoelt, hij zet zich toch
+aanstonds voor zijn nieuwe zeer fraaie schrijftafel--die door Eva op
+zulk een heerlijke studeerkamer volstrekt noodzakelijk was geoordeeld
+--en schrijft aan de familie Debecque: dat men door bijzondere
+omstandigheden verhinderd is van de zeer beleefde uitnoodiging gebruik
+te maken. Aan de dienstmaagd, die straks goeden nacht komt zeggen,
+geeft Helmond het briefje, met bevel dat Bus het morgen zoodra
+hij komt, voor den vroegbode bezorgen zal. Kaatje zou immers wel
+voorzichtig zijn, en het briefje _volstrekt niet kreukelen_!? Den
+grooten brief uit Amsterdam waarvan de hand op 't adres hem onbekend
+is, besloot Helmond eerst den volgenden morgen te lezen. De hoofdpijn
+was wel niet erger, maar in alle geval zal 't beter zijn om nu rustig
+naar bed te gaan. Waarom nog meer in 't hoofd te halen dan er nu
+reeds in woelde en spookte.--Helmond beziet nog even het adres. De
+hand gelijkt iets op die van zijn ouden vriend Woudberg, wien men nog
+op de huwelijksreis een bezoek heeft gebracht.--Even wil hij zien of
+hij zich niet bedriegt. _Lezen_ zal hij hem in geen geval.
+
+Nu Helmond den brief geopend en de onderteekening inderdaad
+voor die van zijn ouden academievriend heeft herkend, nu zou hij
+toch bij zijn besluit zijn gebleven indien niet een paar woorden,
+waarop toevallig zijn oog is gevallen, hem aanstonds daarvan hadden
+teruggebracht. De woorden "_uw diep ongelukkige broeder_", ze hebben
+hem hevig aangegrepen en wel tot lezen gedwongen.--O groote God,
+ook dit nog! zegt Helmond bijna hoorbaar:
+
+
+ "..... zoodat er naar men mij verhaalde letterlijk gebrek
+ werd geleden," leest Helmond voort, terwijl hij den brief als
+ 't ware verslindt: "Voor drie weken ongeveer besloot ik mij
+ zelf te gaan overtuigen wát er van waar mocht wezen. Ik begaf
+ mij naar zijn woning. Philip ontving mij tamelijk koel. Hij
+ vroeg mij aanstonds of ik namens den generaal Van Barneveld
+ of namens u kwam. Op mijn antwoord dat zulks niet het geval
+ was, verzocht hij mij plaats te nemen, want, voegde hij mij
+ toe: Indien gij uit naam van "iets uit Romphuizen" kwaamt,
+ dan zou ik u verzoeken mij liefst niet op te houden.
+
+ "Ik verzwijg u niets Helmond, want het is noodig dat ge weet
+ _hoe_ ge tegenover uw broeder staat, alvorens gij iets ten
+ zijnen behoeve zult besluiten.--Toen ik plaats had genomen,
+ verhaalde ik hem openhartig wat ik van terzijde vernam. In
+ den aanvang aarzelde hij zulks te bekennen: maar eindelijk
+ moest hij toestemmen dat hij het bitter ellendig had. Nu,
+ 't was den armen duivel wel aan te zien. Zijn altijd geestige
+ oogen fonkelden nog wel, maar bijwijlen was er een matheid
+ in zijn blik, zeer in harmonie met de bleekheid van zijn
+ broodmager maar altijd toch nobel gelaat.
+
+ "'t Was roerend August, toen hij met een bevende stem en een
+ traan in de oogen, maar tóch met een ruwen uitval bekende,
+ dat bij zelf wilde honger lijden en zich laten vertrappen als
+ het wezen moest, maar dat hij krankzinnig zou worden indien hij
+ zijn vrouw en kind moest zien gebrek lijden en verachten door
+ een wereld vol bekrompen laagheid. Toen, August, greep ik zijn
+ hand, en sprak hem van menschen die het goed met hem meenden;
+ van u en den generaal. Wat hij antwoordde meld ik u niet
+ omstandig. Genoeg, hij dacht er niet aan om eenige hulp van
+ u aan te nemen. Liever zou hij--doch waartoe meer. Eensklaps
+ was hij opgestaan, en vroeg mij op een gansch anderen toon:
+ wie mij eigenlijk tot hem gezonden had of het recht gegeven om
+ mij in zijn huiselijke aangelegenheden te komen mengen?--Nu ja,
+ in den beginne was hij zooals hij zeide, door mijn hartelijken
+ toon wat zeer vertrouwelijk geweest, maar wanneer ik nu tóch
+ gedurig van u en den generaal sprak, dan bekroop hem de vrees
+ dat ik een poging waagde om hem tot een stap te bewegen,
+ dien hij _laag_ moest noemen; immers liever zou hij zich met
+ vrouw en kind in het IJ werpen, dan van menschen die zich
+ voor zijn dierbaarste schaamden, zelfs een groet te willen
+ ontvangen. Tot mijn leedwezen August, kom ik er reeds toe om
+ u bijna letterlijk Philips woorden terug te geven, doch het
+ geschiedt opdat gij levendig gevoelen zoudt, dat de hulp van
+ uwe zijde zóó zal verleend moeten worden, dat Philip gelooft
+ van een gansch anderen kant te zijn geholpen. Nadat ik den
+ armen vriend wat kalmer had gestemd door hem nogmaals te
+ verzekeren dat ik hem geheel uit eigen beweging was komen
+ zien, verhaalde hij mij de hoofdoorzaak zijner "voor 't
+ oogenblik nog al moeielijke omstandigheden." Dewijl hij zich
+ op zijn bureel, bij 't meesttijds verrichten van armzalig
+ kopiëerwerk, somwijlen eenige vrijheden had veroorloofd,
+ ja zelfs een stuk--'t welk hij meende dat toch nooit gelezen
+ zou worden--in Alexandrijnen had gesteld, was hij door een
+ "ploert" vervangen, die in gemoede den inktmop kopiëeren zou
+ wanneer de schrijver er bij ongeluk een had laten vallen.
+
+ "Mij te zeggen wat hij al beproefd had om weder eene
+ fatsoenlijke betrekking, zij het als klerk op een
+ koopmanskantoor, te bekomen, dat wilde hij niet: het scheen
+ wel alsof de mededeeling dat hij in de rechten gestudeerd
+ had--zonder het Mr. voor zijn naam te kunnen plaatsen, en de
+ daarbij gevoegde omstandigheden dat hij getrouwd was, en op
+ een bovenkwartier in de Tuinstraat woonde, de deftige heeren
+ kooplui aanstonds reeds "iemand op 't oog deden hebben, waarmee
+ ze zoo goed als klaar waren", zoodat hij onverrichterzake
+ kon aftrekken.--"Maar geen nood," riep Philip bijna woest;
+ "je moet niet denken Woudberg, dat we gebrek behoeven
+ te lijden. Waarachtig niet! Een valsch begrip van eer;
+ het toegeven aan een dwaas vooroordeel in ons kleine land,
+ maar vooral het besef dat de naam dien ik draag niet mijn
+ uitsluitend eigendom is, dat alles deed mij dralen om gevolg
+ te geven aan een plan, 't welk tot uitvoering zal komen,
+ en waardoor het ons verder aan niets zal ontbreken."
+
+ "Om kort te gaan August, wat ik vreesde zal geschieden indien
+ gij 't niet te voorkomen zoekt. Philip wil zich met zijn
+ vrouw bij een tooneelgezelschap laten engageeren. Nochtans
+ hij geloofde niet bij een der grootste theaters te zullen
+ slagen. Ofschoon zijn vrouw er zeer goed uitziet, haar
+ talent--ik heb dit vroeger wel eens meer gehoord--moet niet
+ veel beteekenen. Philip zelf heeft wat gerederijkt, maar
+ de tooneeldirecteurs geven geen eerste emplooi aan menschen
+ zonder eenige reputatie.--Dit laatste komt in ons voordeel,
+ want Philip schijnt bepaald te gelooven dat hij een eerste
+ viool zal moeten spelen."
+
+
+"Groote God!" zegt Helmond, en terwijl hij met beide handen zijn
+kloppend hoofd ondersteunt leest hij weer voort:
+
+
+ "Beste August, wij behoeven ons zeker niet te verdiepen
+ in de vragen wat ons Nederlandsch tooneel is, en of de
+ tooneelwereld inderdaad uit het rechte oogpunt wordt
+ beschouwd; we staan hier voor het feit dat de naam van
+ _Helmond_ waarschijnlijk binnenkort zal te vinden zijn op de
+ tooneelbiljetten--zeer waarschijnlijk van een der allerminste
+ gezelschappen in ons land. Nu is het de vraag of dit _kan_
+ en _mag_ geschieden. Zonder u te hooren, heb ik reeds _neen_
+ geantwoord. Mij dunkt, acteur mag Philip niet worden; en toch
+ moet hij een kostwinning hebben.--Als uw oudste trouwe vriend,
+ bied ik u gaarne de hand. Maar, er is geld noodig."
+
+ "Geld! ha, geld!" zucht Helmond, en drukt de handen vaster
+ tegen het kloppende hoofd.
+
+ "Recht gelukkig ben ik August, dat ik waarschijnlijk in de
+ gelegenheid zal zijn om den armen drommel aan een fatsoenlijke
+ positie te helpen. Twee mijner neven hebben het voornemen
+ om een nieuwe brandwaarborgmaatschappij op te richten, en
+ zouden daarin uw broeder tot mede-directeur willen kiezen,
+ indien hij zich bereid verklaarde om het meerendeel der
+ werkzaamheden te verrichten, en minstens tien aandeelen a
+ duizend gulden te nemen of te plaatsen.
+
+ "Deze zaak geef ik u alzoo ter overweging. Spoedig hoop ik
+ te hooren hoe gij er over denkt. Philip die de zaak, om de
+ tweede conditie, als een onmogelijke aanstonds verwierp, zou
+ haar gretig aanpakken indien ik hem door mijn _vrienden_--gij
+ verstaat me--die aandeelen bezorgde.
+
+ "'t Is dus een affaire van tien duizend gulden. Mij dunkt,
+ indien een man als mijnheer Van Barneveld weet dat hij uw
+ diep ongelukkigen broeder van zulk een stap kan weerhouden, en
+ bovenal dat hij hem een fatsoenlijke betrekking kan bezorgen,
+ waardoor zijn toekomst verzekerd wordt, dan zal hij niet
+ aarzelen om voor een betrekkelijk geringe som aandeelen te
+ nemen in een assurantie-maatschappij die, door een tal onzer
+ eerste families ondersteund, bovendien de beste waarborgen
+ oplevert.
+
+ "'t Is dan verder--zooals gij reeds vermoed hebt--mijn
+ voornemen, om Philip, ofschoon werkelijk door de inschrijving
+ van uw oom geholpen, tien andere naamlooze aandeelen te toonen,
+ die reeds door mijn vrienden genomen zijn.
+
+ "Bij mijn laatst bezoek, 't welk ik hem gisteren bracht,
+ liet ik de hoop doorschemeren dat ik hem--natuurlijk
+ zonder den steun van u of uw oom--zou kunnen helpen. De
+ arme kerel werd bijna tot tranen geroerd; hij beloofde
+ mij dat tooneeldenkbeeld nog wat uit het hoofd te zullen
+ zetten. Maar.... "de oogenblikkelijke moeielijkheden--?" Nu
+ ja, van mij die zich steeds een oprecht vriend betoonde,
+ en vooral, zooals hij zeide, die steeds aan zijn vrouw
+ de eer had gegeven, welke men haar verschuldigd was--'t
+ is mogelijk dat ik eens bij een ontmoeting op straat, den
+ hoed voor haar heb afgenomen--van zulk een vriend wilde hij
+ nog wel het kleine voorschot van honderd gulden aannemen,
+ 't welk ik hem op kiesche wijze had aangeboden.
+
+ "En nu mijn vriend, stel mij niet te leur. Ik wilde onzen
+ braven dolleman er weer zoo gaarne bovenop helpen; hij is
+ het waard, al ware het alleen omdat hij uw broeder is.
+
+ "Houd mijn bemoeiingen voor de bewijzen van mijn
+ onveranderlijke vriendschap, en schrijf spoedig aan uw vriend
+
+
+ Everard Woudberg."
+
+
+Het was dokter Helmond alsof het arme hoofd hem ging bersten. Steeds
+turend op het schrift, bleef hij in dezelfde houding zitten, met de
+beide ellebogen op de tafel geleund.
+
+--Ook dit nog!--_Dit_! Welk dit?--Het moest zeker een gevolg van wat
+koorts zijn, dat hem deze brief zoo loodzwaar op de borst drukte. Had
+Woudberg dan geen prachtig uitzicht voor Philip geopend? Was het
+geen heerlijke uitredding voor den armen jongen; geen gelukkige
+wederoprichting van den naam, dien Philip tot heden maar al te weinig
+had geteld, en die toch het erfdeel was van een geslacht waaruit,
+in de laatste twee eeuwen, zelfs zonen tot de hoogste waardigheden
+mochten opklimmen!
+
+Maar nochtans, terwijl Helmond zoo peinst, klinkt daar telkens een
+stem, en het dreunt in zijn hoofd: geld, geld, geld, geld!
+
+Opgestaan, zoekt Helmond nu naar het beste geneesmiddel--Het
+koude water 'twelk hij overvloedig aanwendt, doet hem inderdaad
+een oogenblik als herleven. Den kletsnatten doek stijf tegen de
+nekspieren gedrukt, ziet hij nu met verruimden blik de zaken weer
+in:--Geld is er noodig, veel geld: tien duizend gulden! En het _moet_
+er komen. Van oom....? Maar zal het geen vergeefsche moeite zijn
+om aan oom te vragen, of hij in Philips belang die aandeelen wil
+nemen! 't Is zoo goed als zeker dat de vroeger zoo nobele man, die
+langzaam in ongevoeligheid aan een steen gelijk wordt, kortaf zal
+weigeren.--Ha! nu heeft hij een goeden inval: Woudbergs vrouw zou
+aan Jacoba als haar oude schoolvriendin kunnen schrijven, met verzoek
+om haar vader in 't belang der beide oprichters tot het nemen van de
+aandeelen over te halen.--Ja, wanneer Coba maar geheel op de hoogte
+is, dan zal ze dat zeker met tact behandelen. De generaal moet niet
+weten dat hij met zijn geld den armen Philip helpt, zoomin als Philip
+ooit ontdekken mag dat de hulp van die zijde kwam.
+
+En, Helmond kan aan den aandrang van zijn hart geen weerstand
+bieden. Aleer hij zich te bed zal begeven moet hij aan 't werk. Spoed
+is noodzakelijk.--Deze onverwacht schoone uitkomst mag Philip in
+geen geval door het dralen van zijn broeder ontgaan. Wanneer hij
+aanstonds schrijft, zoowel naar Amsterdam als naar den Godesberg,
+dan kon Bus de beide brieven morgen mede zeer in de vroegte bezorgen;
+en, bij de gerustheid dat August dan deed wat hij kon, behoefde de
+angst hem niet te kwellen dat hij morgen door ongesteldheid, of door
+den drang der praktijk--immers hij dient mede reeds vroeg naar _De
+Schebbelaar_ te gaan--de goede gelegenheid tot schrijven zal missen,
+die hij nu heeft in het nachtelijk uur. Het water, waarmee de dokter
+zich gedurig het hoofd verfrischt, heeft hem waarlijk veel verkwikt,
+althans hij gevoelt geen smart zoolang hij aan zijn lieve pleegzuster
+schrijft. Het slot van den brief luidde:
+
+
+ "Meer, mijn goede zusje, behoef ik je niet te zeggen. Je
+ vader moet de aandeelen nemen in de meening dat hij er de
+ neven van Woudberg genoegen mee doet.
+
+ "De families Woudberg en Van Diense zijn bovendien in
+ Amsterdam als solide bekend, zoodat oom voor zijn geld geene
+ zorg behoeft te hebben.
+
+ "Nieuws van belang is hier niet. Meld mij vooral wanneer gij
+ terug denkt te komen, en of het u, lieve Coba, in den vreemde
+ goed gaat en bevalt.
+
+ "Hoe ik mij ten opzichte van uw vader voortaan zal moeten
+ gedragen.... 't is mij in al die weken nog niet helder
+ geworden. Ik hoop de kracht te behouden om mijn dankbare
+ liefde voor hem met de innige liefde voor mijn engel te blijven
+ verbinden, 't Heeft mij grooten strijd gekost om uw vader op
+ zijn verjaardag te schrijven, en--in vertrouwen gezegd Coba--Ik
+ geloof niet dat de brief er een van den ouden stempel was.
+
+ "Na 'tgeen ik ondervinden en van mijn goeden Van Hake hooren
+ moest--ofschoon hij mij slechts zeer weinig te antwoorden
+ had--was dit niet anders.
+
+ "Met een zoen aan mijn lieve zusje, in wier beterschap ik
+ mij zoo recht hartelijk verheugde, en die zich ook nu, naar
+ ik hoop, heel frisch en versterkt zal gevoelen, blijf ik als
+ altijd haar liefhebbende broeder:
+
+ August.
+
+ Romphuizen van 29 op 30 Aug. 18...."
+
+
+De pendule met een forsch metalen Minervabeeld erop, sloeg één. Buiten
+deed de Romphuizer torenklok het haar na.
+
+Helmond zit weer eenige oogenblikken met de beide handen onder 't
+hoofd. En, zelfs terwijl hij daar schreef was het denkbeeld niet
+bij hem gerezen, om _zelf_ in 't belang van zijn broeder geld op te
+nemen. Neen, nu en nooit te voren was hij op die gedachte gekomen,
+ofschoon hij toch om dit huis.... voor _haar_ te kunnen koopen, met
+alles wat daarin is--de fraaie pendule op zijn studeerkamer had hem er
+aan herinnerd--zich niet heeft ontzien schulden te maken, zeer groote
+schulden!--Hola August, waartoe die zaak zoo gedurig te herkauwen, dat
+zou je ziek maken; waarachtig dat is tobben; dat is voor een goed deel
+de oorzaak van je hoofdpijn.--Voort! De brief aan Woudberg moet nog
+geschreven. 't Geschiedt toch alles in Philips belang. Wie geeft meer,
+hij die zijn nachtrust opoffert in 't belang van broeder of vriend,
+of hij die om te helpen geld leent van anderen!?--En Helmond schrijft:
+
+...."Ik twijfel er niet aan beste Woudberg, of uw lieve Emma zal
+ongetwijfeld die kleine comedie wel mede willen spelen in 't belang
+van onzen Philip. Op deze wijze--ik ben er haast zeker van--neemt oom
+het getal aandeelen, en zal Philip kunnen terugkeeren in den stand
+waartoe hij behoort. Wat uw goedheid voor mijn broeder betreft, ik
+zal er je steeds erkentelijk voor zijn. Zoo hij mede-directeur der
+nieuwe verzekeringsmaatschappij wordt, hij heeft het dan alleen aan
+mijn trouwen Everard te danken.--Wat echter de gelden betreft, die
+gij aan Philip hebt geleend, ik mag niet toestaan dat de arme jongen
+in _dit_ opzicht uw schuldenaar blijft. Zeg hem niet dat ik die zaak
+voor hem vereffende. Gij zelf weet waarom.--Mocht hij u later het
+geld kunnen geven, welnu, dan ontvang ik het op mijn beurt van u
+terug. Hiernevens alzoo de...."
+
+Geld! geld! geld! klopt het sterker in Helmonds hoofd. Opstaande
+trekt hij een paar laden van de prachtige schrijftafel los.--Zie,
+dat was nog de onbekendheid met de verdeeling of bestemming der
+laden. _Deze_ is voor de rekeningen. De rekening die bovenop ligt
+is van den Utrechtschen bloemist. Helmond was die bijna vergeten. En
+vluchtig leest hij: "Voor UEd. aan heesters en bloemen: driehonderd
+en dertig gulden" Welnu, 't is immers voor eens, en zoowel voor
+Eva's serre als voor dien grooten verwilderden tuin is er heel wat
+noodig geweest. Ah! deze la moet hij hebben. In weinige oogenblikken
+had Helmond nagezien hoeveel geld aan papier en contanten hij nog
+voorhanden had. Honderd negentig gulden en eenige stuivers! 't Is een
+luttele en bovendien een zeer negatieve bezitting, met het oog op den
+inhoud van de lade, die hij het eerst had geopend. De groote schulden
+zijn wel alle door de hulp van den notaris kunnen vereffend worden,
+maar hoeveel is er niet nagekomen, en om zich telkens weder bij den
+notaris aan te melden, dat stuitte hem tegen de borst.
+
+--Neen de praktijk moet het goedmaken, en langzamerhand zal alles
+terechtkomen.
+
+--Desnoods kan hij zijn weinige vrije uren aan het schrijven van
+eenig medisch werk besteden; een populair boek 'twelk men flink
+honoreeren moet.
+
+--Maar voor het oogenblik?--Aan Woudberg wil hij tweehonderd
+gulden terugzenden. Woudberg is een beste jongen, maar 't was
+niet te dulden dat _hij_ het huisgezin van dokter Helmonds broeder
+onderhouden zal. Tweehonderd gulden!--En het weinige dat daar ligt,
+al ware het voldoende geweest, kan hij het missen? Wat zou het zijn,
+geheel zonder geld te zitten in ... een woning met _twee zalen_! En
+dan, is niet verreweg het grootste deel van dit geld het kwartaal,
+'twelk hij morgen volstrekt aan Thomas moet voldoen! Zie, hij
+had geen onwaarheid gesproken: 't Ligt hier immers klaar in zijn
+schrijftafel.--Goddank! daar wordt het eensklaps voor zijn starenden
+blik als brak de dageraad aan: _Donerie's monument_! Een andere
+kleine lade is ras geopend.--Naast eenige papieren, inteekenlijsten
+en correspondentiën over het op te richten gedenkteeken--ligt een
+kleine portefeuille. Helmond, die zich gaarne met het bewaren van de
+reeds ingekomen gelden heeft belast, neemt haastig de portefeuille en
+... Neen, leg neer, dat is misbruik maken van vertrouwen. Dit geld
+moet tot het bestemde doel onaangeroerd blijven!--Maar is er dan
+niets, volstrekt niets meer in de roode tasch, waarin hij vroeger
+als vrijgezel zijn schatten bewaarde?--Hij kan dien ouden getrouwe
+toch licht nog eens even inzien. Er was links immers zoo'n klein
+zakje waarvan de voering wat loszat; wie weet of daarachter...? Wie
+weet?--Neen! de flauwe hoop is reeds in damp verdwenen. Al de zakken en
+binnenzakjes van de roode tasch, werden doorzocht, maar niets was er
+te vinden. Deze schatbewaarder van weleer, was, evenals boer Dirksen,
+nóg rood, maar dood!--Hu! welk een _dwaze_ gedachte was dat! Daar is
+iets krankzinnigs in zulk een gedachte ... Krankzinnig!--Stil, hij mag
+zelfs aan dat woord geen plaats geven, 't Is natuurlijk dat hij wat
+overspannen is. 't Wordt hoog tijd naar bed te gaan. Doch de brief die
+daar ligt moet voltooid, en aan hetgeen erin staat moet voldaan worden.
+
+--Waarom mag hij dan eigenlijk die tweehonderd gulden niet _leenen_
+van de zeshonderd en vijftien, die men reeds voor een eenvoudig
+gedenkteeken op Donerie's graf bijeen heeft gebracht?--Waarom? Omdat
+toevertrouwd geld ons heilig moet zijn. 't Is het geld ter vereering
+van een geliefden afgestorvene.--Geld?--Mag dit doode _bankpapier_
+de tolk dier vereering heeten? Neen, 't zal slechts het loon worden
+voor den arbeid. Het _monument_ zal de vereering dier nagedachtenis
+wezen. Dit geld kan door ander vervangen worden, indien het maar
+gereed ligt wanneer men den arbeid betalen moet. Waarom zou hij
+niet...? Nee! _Nee!_" zegt Helmond eensklaps overluid, en hij schrikt
+schier van zich zelven. "_Nee!_"
+
+En toch, slechts luttele seconden later heeft hij zijn besluit
+gewijzigd: Van zich zelven had hij niets te geven, maar wat dáár
+in geld lag--het geld voor dat monument--immers hij mocht het met
+recht voor een groot deel het zijne noemen. Zie maar, het gouden
+repetitie-horloge met den zeer zwaren horlogeketting, waarvan hij zich
+nu ontdoet, het wordt in de lade gelegd naast die kleine portefeuille
+waaruit hij twee--neen vier biljetten van honderd gulden genomen
+heeft. En--geld, geld, geld, bonst weder het hoofd. Maar immers, zijn
+daad kan zelfs den toets der strikste eerlijkheid doorstaan. Ligt
+daar geen waarde voor waarde!?
+
+Zooeven had de pendule halftwee geslagen. Helmond schreef weer, en
+sluit nu zijn brief.--Alles was stil, doodelijk stil.--Een geweldig
+schellen aan de huisdeur klinkt eensklaps door de holle woning en
+doet den wakenden dokter hevig ontroeren, 't Verschijnsel dat men
+in den nacht aan een doktershuis de slapenden komt wakker maken,
+is zeker niet vreemd, en in denzelfden stond begrijpt Helmond dan
+ook dat men voor een zieke zijn hulp komt inroepen; doch in deze
+oogenblikken was het zeker niet onnatuurlijk dat Helmond, bij 't
+hooren van den hellen klank, is overeind bevlogen met een gevoel,
+alsof men hem op een misdaad kwam getrappen.
+
+Eerder dan men verwachten kon heeft de dokter zich hersteld. Snel zijn
+kamer verlatend is hij op het breede bovenportaal naar het raam gegaan
+'twelk op 't marktplein uitziet.
+
+Het raam opgeschoven, roept hij naar buiten:
+
+"Wie daar?"
+
+"Ik!" klonk het antwoord, 'twelk zeker het meest voor de hand lag;
+doch spoedig ook werd die inlichting achtervolgd door de bijvoeging:
+dat menheer Van Hake liet zeggen of dokter, als hij 't eenigszins
+kon doen, toch alsjeblieft dadelijk bij vrouw Sturk wou komen, 't
+Was noodig, en de kuiper ging zoo vreeselijk aan. Als dokter niet
+kwam dan zou de kuiper gek worden, zeidie, want vrouw Spanning had
+hij al gedreigd de deur uit te smijten.
+
+--Van Hake! Vrouw Spanning!--Helmond begreep niet wat dit alles
+beteekenen moest. Maar, duidelijk klonk het naar beneden:
+
+"Zeg dat ik aanstonds zal komen."--En het raam ging weer dicht.
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Des anderendaags morgens ging Bus, de nieuwbakken huisknecht--die toch
+zijn oude functies bleef waarnemen--reeds zeer vroegtijdig naar het
+nieuwe doktershuis. Het was tegenwoordig halfvijf wanneer hij aan de
+tuinpoort schelde--niet om de meisjes "die katten" te doen opstaan,
+maar om ze de rust te gunnen wanneer ze hem maar, inplaats van open
+te doen, den sleutel van bovenneer toewierpen.
+
+'t Zoldervenster werd eenige oogenblikken later geopend, en de
+nachtmuts van Kaatje, waarin een aardig ondeugend gezicht stak,
+vertoonde zich in de hoogte, en Kaatje wierp hem den sleutel toe.
+
+"Zoo, ben je daar ouwe palfrenier. Pak aan! Klets.--Da's jammer, 't
+was op je neus gemunt. Ons roepen om zes uren hoorje! Een kwartiertje
+erover is ook goed. Zorg dat je water voor onze koffie hebt, taaie! En
+zie wat er op de lei staat. Bezoer!"
+
+Bus zag wat er op de lei stond:
+
+"Daadelijk die briev in je naamgenoot bezorgen ouwe slaaprok."
+
+--k'Hem!--Bus vond den brief bij de lei liggen. Aan 't adres van
+mijnheer Debecque. Ja die moest vroeg bezorgd worden, en hij zal hem
+dan maar 't eerst naar zijn "naamgenoot" brengen--k'hem--maar wat er
+op die lei staat dát zal nog eerder weg: En Bus veegt de lei schoon.
+
+Toen Kaatje een paar uren later dokter en mevrouw ging "kloppen",
+toen was mevrouw reeds bij de hand, want ofschoon zij nog geheel
+in nachttoilet was, aanstonds opende zij de deur der slaapkamer,
+en gaf Kaatje bevel om het briefje aan mijnheer Debecque, dat dokter
+gisterenavond gegeven had, nog niet weg te sturen, maar wel de twee
+brieven, die nu op het portaaltafeltje lagen. Kaatje moest goed
+toezien, de brief naar Amsterdam moest worden aangeteekend zooals
+dokter gezegd had.
+
+Voorts zouden de meiden immers wel _heel, heel_ stil zijn, want dokter
+is bijna den ganschen nacht uit geweest, om vier uren thuis gekomen
+en nu pas ingeslapen. Mijnheer had ook dit recept voor zich zelf
+geschreven; Bus moest er dadelijk mee naar mijnheer Van Hake gaan,
+en dan meebrengen 't geen deze hem geven zou. Tegen acht uren zou
+hij mede een vigilante bestellen, want dokter moest vroeg naar _De
+Schebbelaar_. Maar sust! geen leven, en vooral geen geklop meer.
+
+--Wel heerejee, zegt Kaatje bij zich zelve, nu haar mooie mevrouw de
+deur weer dichtdoet: Zukke kinders! wat al complimenten! Wel heerejee,
+kun je ook nog meer in één adem een mensch op z'n lijf jagen!--Bon,
+best, 't zal allemaal plaats hebben; maar als Bus al die viezevazen
+moet doen, dan kan Kaatje messen slijpen en aardappels schillen en
+schoenen poetsen. Mersie zeit de Franschman; we kunnen dat luchtje
+zelf wel scheppen. De brieven da's één; 'en wandelingetje naar Zoethout
+is twee; 'en viselantje is drie, en--Careltje van den bakker da's vier.
+
+"Waar heb jij dat briefje voor Debek Bus?"
+
+"Al bezorgd Kaatje."
+
+"Domme eend; dat moest niet."
+
+"En 't stond op de lei?"
+
+"Nu taaie, wat is 'en lei! Als 't _schrift_ was; maar leischrift kun
+je immers uitvlakken."
+
+Bus had Kaatje wel eens eventjes met dien schoenborstel...... maar.....
+
+'t Is gelukkig voor Kaatje dat ze er zoo schalks uitziet en zoo'n
+mooie rooie kleur heeft, want anders: "'t is een dierazie!"
+
+Kaatje vond de morgenlucht allerverkwikkendst. Met den huissleutel
+boven op de beide brieven; een schoonen boezelaar vóór, en een hagelwit
+mutsje op, stapt ze zeer langzaam het marktplein over. Wat zou ze
+_eerst_ doen?--Dat eind naar de post lag uit den weg. Careltje van den
+bakker stond nu zeker met de mooie forsche armen--zoo natuurlijk--in
+de bakkerij voor 't open raam aan den wal; niet ver van Zoethout;
+niet ver van de vieselantes. Zal ze eerst de brieven bezorgen? Maar
+als Careltje dan eens in dien tijd gedaan had.... Ze zal de brieven
+'t laatst bezorgen, welzeker, da's sekuurder.
+
+"Goeje morgen vrijster! Kaatje van dokter Helmond niewaar? Iets
+verloren? Je stondt zoo in gedachten. Toch alles wel thuis?--Zoo
+vroeg al op 't pad!"
+
+"Wat meen je menheer?" vraagt Kaatje strak.--'t Was de klok.
+
+"'k Zal 't je zeggen. Juist op weg om even bij jelui
+aan te loopen. Gisteren gehoord, dokter niet heel fiksch
+was. Watblief? Treurig geval met boer Dirksen niewaar? De heele stad
+vol van. Je zult er alles van weten."
+
+Kaatje wist van niets; maar van dien gek met z'n spillebeenen begeert
+ze niets te vernemen.--Careltje kwam toch óók overal en wist evengoed
+alles.
+
+"Of dokter van nacht al of niet is uitgeweest?" herneemt Kippelaan:
+"Watblief? 't Is maar eenvoudig een vraag. Vrouw Sturk, je hebt het
+gehoord; treurig afgeloopen niewaar?"
+
+Kaatje brandt van nieuwsgierigheid om al het nieuws te hooren
+waarvan ze niets vernam, en waar haar meester zoozeer in betrokken
+schijnt. Maar van die klok met z'n gewauwel wil ze niets weten. Ze zal
+'em in 't riet sturen, en dan als de wind naar Careltje!
+
+"Om je de waarheid te zeggen menheer Kikkelaan...."
+
+"Kippelaan m'n lieve meid! _Kippelaan_, Jules Janin!"
+
+"Juist, ik wou maar zeggen dat de dokter zoo gezond is als 'en visch;
+dat ie den heelen nacht rustig heeft geslapen, en ook nog in lange
+geen plan had om op te staan. Nee, in't geheel niet. Nou, als jij,
+menheer Kikkelaan, zoo'n jonge vrouw hadt, dan... Atjuusjes!"
+
+"Kaatje, m'n lieve.... à propos?"
+
+Kaatje omziende: "Hê, riep je me?"
+
+"Nee, roepen niet. Maar ik zie je den Hoenderveldschen kant opgaan,
+terwijl je daar brieven voor de post hebt...."
+
+"O wou _jij_ die voor me bezorgen! Jongens ja, dan zou je 'en
+bolletje zijn."
+
+Kippelaan heeft een sterk bewijs van aarzeling gegeven:
+
+"Bezorgen!--_tuterletu! bezorgen!_ Wát zeg je, _deze_
+frankeeren!--ei!--Ja maar m'n lieve Kaatje, je begrijpt...."
+
+Eensklaps, nadat hij vlug de adressen had gelezen--waarom 't hem
+inderdaad voor 't oogenblik slechts is te doen geweest--neemt hij de
+brieven met een merkbare gejaagdheid van Kaatje aan; steekt ze zeer
+haastig in den zijzak van zijn jas die hij aanstonds dichtknoopt,
+en Kaatje groetend stapt hij haastig voort.
+
+Weinige minuten later bevindt Kippelaan zich met de beide brieven op
+zijn slaapkamer, die de achterste is der beide bovenvertrekken welke
+hij bewoont, en onder andere dit verschil heeft met de zitkamer, dat
+hier slechts twee, en vóór--behalve een kleintje--drie spionnetjes
+uithangen.
+
+Kippelaan had het onbeschrijfelijk warm. De gordijn voor het venster
+wordt neergelaten. Ontelbare malen heeft hij van dat venster naar de
+deur gezien.--Ha! nu was het gevonden! Twee stoelen worden er tegen de
+goed gesloten deur gezet, en, dwars over die stoelen ligt al spoedig
+het beddetafeltje, beladen met zooveel wit en blauw aardewerk als er
+maar voorhanden was en op den zijkant kon geplaatst worden.
+
+In 't sleutelgat der deur zit een watje.
+
+--Phu! Kippelaan krijgt het waarlijk al te benauwd.--Wil hij
+kwaad!? Waarachtig niet! 't Is zoo goed als een bestiering. Jawel,
+een _bestiering_! Praatjes, allemaal praatjes werden er
+rondgewauweld.--Kippelaan kan dat gewauwel niet velen--en een weldaad
+zou het voor de familie Helmond en aanverwanten zijn, indien men
+uit echte bron aan al die praatjes een eind kon maken. En, _twee_
+brieven van den dokter zelf zullen alles bevatten wat men te weten
+noodig heeft. Welzeker, familie-omstandigheden zal men vernemen uit
+den brief aan juffrouw Van Barneveld--het ideaal enfin,--en financieele
+zaken uit een brief met drie lakken naar de groote koopstad.
+
+Ofschoon zedelijk verplicht tot de inzage van brieven, die hem
+"zoo ongezocht in de handen werden bestierd", aarzelt Kippelaan
+toch, aleer hij tot de voorgenomen operatie besluit, 't Was anders
+doodeenvoudig; de spiritusvlam onder de bouilloir brandt fiks, en het
+theewater dat alreeds van de kook was geraakt, begint weer te razen
+dat het een lust is. En zie, terwijl de brief aan Jacoba, die in
+een gom-couvert was gesloten, nu reeds op den geopenden ketel ligt,
+steekt Kippelaan ter ontzegeling van den gelakten brief, een mes in
+de groote spiritusvlam, meenend dat het hem gemakkelijk zal vallen
+door middel van een gloeiend mes, de zegels, zonder de stempels te
+beschadigen, wat los te maken.--Er stond hem zoo iets van voor.
+
+Gedurig naar de gebarricadeerde deur, en een paar malen zelfs naar het
+donker onder zijn ledikant ziende, heeft Kippelaan nu reeds--ofschoon
+met eenigszins bevende vingers--den brief van Jacoba uit het losgelaten
+couvert genomen. En.... hij zal smullen:
+
+"Lieve Jacoba, beste zusje!"
+
+
+
+--O God wat is dat!? Men klopt op de deur:
+
+"Hé! Watblief? Wie is daar?"
+
+--Heeft hij goed gehoord, zijn ze daar om de brieven!.... O goeje
+God!..... Watblief!?"
+
+"Kan ik er niet in; scheelt er wat aan?" roept men van buiten.
+
+"Nee niemendal.... Een beetje ingeslapen!"--Lieve hemel! Het klamme
+zweet parelt hem onder den neus. Jacoba's brief is reeds tot een bal
+ineengefrommeld.--Waar blijft hij er mee.....? Ha! In den ketel! Voort,
+zóó, het deksel er op!
+
+"Maak 'em open menheer!"
+
+--Openmaken! Nee waarachtig niet! Althans hij heeft geen idee gehad
+om er iets uit te nemen.
+
+"Maak de deur dan eens open menheer!"
+
+"De _deur_! Ahzoo. Jaja! Dadelijk hoorje."
+
+--Nee, dien brief met waarde in den ketel te stoppen, dat ging
+niet.--In 't bed! onder de matras, tot nader order. Goeje hemel,
+hij beeft over al zijn leden.
+
+Kippelaans hospita hield er een looper op na "voor zekere gevallen,
+weet u, dat er een sleutel zoek was. Ze heeft dien looper maar even
+gebruikt omdat menheer waarschijnlijk iets scheelde. En, terwijl ze nu
+met fermeteit de deur opent teneinde te zien wat Kippelaan weerhield
+om den brief aan te nemen dien ze hem brengen kwam, geeft de dikke
+hospita een gil van ontzetting, want, met een vreeselijken slag,
+die haar gansche woning deed dreunen, sloegen honderden scherven van
+glas en aardewerk met beddetafel en stoelen voor de voeten van den
+rillenden Kippelaan neer.
+
+
+
+Intusschen heeft Kaatje, van haar Careltje, die trouwens een groote
+Carel is, een heeleboel nieuws vernomen. Ten eerste vernam ze "met
+ijzing" 'tgeen er van _De Schebbelaar_ bekend werd, en hoe er over
+de handelwijze van haar heer en meester wordt geoordeeld, 't Was God
+geklaagd om iemand zoo aan z'n eigen over te laten, en willens en
+wetens met een gerust hart de eeuwigheid in te sturen. Als er zóó met
+het rijke volk als Dirksen wordt geleefd, zei Careltje, dan kunnen
+menschen als wij en ons-gelijken wel op de vingers natellen hoeveel
+we zoo'n dokter waard zijn; hij mag dan zoo knap wezen als de neef
+van menheer Kippelaan."
+
+"Ja, maar Kippelaan zei al gisterenavond dat ie 't vak voor z'n
+pleizier dee;" verzekert de molenaar die mede aan de bakkerij was
+gekomen.
+
+"Maar dat is juist het gemeene;" herneemt Careltje, en wrijft met zijn
+"natuurlijken arm" een kruimel deeg van de wang: "Als dat dan waar
+is--zooals gisterenavond de smid ook al gehoord had--dat ie namelijk
+een vondeling en 't kind van een schatrijken graaf zou wezen, dan
+zeg _ik_ dat zoo'n man d'r uit moest scheien met tongen te bekijken
+en de menschen naar de eeuwigheid te helpen."
+
+"Een graaf!" zegt Kaatje, vuurrood geworden: "Is hij een graaf! Ben
+ik bij een.....?"
+
+"Jawel, dat zeggen ze allemaal. 'En mooi ding! 'En graaf met 'en
+apetheek. 't Is schande!"
+
+"Voor vier duiten drop!" grinnikt de molenaar.
+
+"Nee maar gekheid is gekheid;" herneemt Careltje die geen
+gekheid verstaat: "Ze hebben--niewaar Kaatje--gisterenavond visite
+gehad?"--Kaatje knikt--"Zie-je, gesmuld en gebrast! En dan intusschen
+iemand te laten doodkrimpen die, zooals ze zeggen, Godsterwereld
+niks mankeerde, en dat omdat meseu de dokter z'n eigen liever op zijn
+gemak zet."
+
+"Nee Careltje, gemakzuchtig is ie niet, da's niewaar. Ik zie 'em
+tegenwoordig dikwijls heen en weer draven naar dien wal dat ie d'r
+bleek van wordt. En dat moet ie om die aptheek. Ik zei: as ie 'm in
+z'n huis nam; zoo'n kazerne van 'en huis! maar daar heeft mevrouw
+geen zin in. Nee gemakzuchtig, nee!"
+
+"Maar ik zeg," valt Careltje in, terwijl hij, om Kaatje niet af te
+stooten, haar met den natuurlijken arm om den hals pakt: "ik zeg
+dat jij gelijk kunt hebben, maar dat ik gelijk heb ook; of zou je me
+willen aanpraten om ooit weer 'en dokter te roepen die, God beter't,
+binnen ééne twaalfuur tweemaal naar zich fluiten laat?"
+
+"Tweemaal?"
+
+"Ja waarachtig meid;" valt de molenaar in: "Weet je dát nog
+niet? Vrouw Sturk heeft ze van morgen tegen halfdrie ook al genacht
+gezeid.--Verknoeid! 't Was niet alles in orde. Van Hake de bediende--je
+weet wel--had verteld dat z'n baas ziek was, en geraden om vrouw
+Spanning te halen..... Maar jawel, 't is verschrikkelijk! Toen dokter
+dan eindelijk toch om 'en uur of twee was komen aansukkelen, toen
+had de kuiper juist in woede vrouw Spanning de deur uitgesmeten.
+
+"Heere beware!" zegt Kaatje.
+
+"Ja, en wat het ergste was: van de kunst was er geen heil meer te
+wachten. Gekonfiskeerd! 't Mot er toen gerookt hebben van belang,
+en ze zeien dat Sturk hem een pak slaag had gegeven, niet gering!"
+
+"Nee, da's gelogen!" valt Careltje in: "Menheer Kippelaan, die voor
+een half uurtje hier even aan 't raam was, wist alles precies van Mie
+de schoonmaakster: Sturk zou dokter zeker aan 't huis zijn gekomen,
+maar menheer Van Hake had hem tegengehouden, en een oogenblik later
+gelegenheid gevonden met den dokter door een zijdeur te ontkomen. Van
+Hake moet nog een leelijken veeg hebben gekregen. Maar 't was ook
+meer dan erg! Zoo'n wurm van een vrouw......!"
+
+"Nee maar 't is gruwelijk! 't is helsch zeg ik," herneemt de molenaar:
+"'en leelijken naam hêt ie ook: _Hel-mond_!"
+
+"Ja Dores, daar heb je wel gelijk aan, al 'en heel gemeene!" bevestigt
+Careltje.
+
+"Maar als de dokter dan toch ziek was!" zegt een bakkersknechtje,
+die met een langen stok waaraan de natte ovendoek zit, het groepje
+in de deur der bakkerij was genaderd.
+
+"Ziek! wát ziek!" zegt Careltje: "als je ziek wilt wezen dan moet je
+geen anderen willen gezond maken!"
+
+"Maar hij was niet ziek," roept Kaatje, half in den waan dat ze dokter,
+met wien ze toch medelij heeft, door die verzekering nog eenigszins
+in zijn eer zal herstellen: "Hij is gisterenavond zoowat om half elf
+in huis gekomen; heeft--omdat mevrouw al naar bed was--op z'n kantoor
+smakelijk een boterham gegeten, en is toen doodbedaard brieven gaan
+zitten schrijven, blijkens dat er van morgen _drie_ waren om naar
+de post te brengen...." Kaatje heeft bij deze laatste mededeeling
+eensklaps een kleur gekregen; maar men bemerkt het niet.
+
+"Wat heb ik gezeid!? wát!" valt Careltje uit: "Zie je wel dat ie niet
+ziek was! De meid van Sturk die den dokter om twee uur ging halen
+wou het liegen heeten; maar d'r was _licht op 't kantoor_! Menheer
+Kippelaan had het van Hent den klepperman zelf gehoord; en _ik_ zeg:
+d'r brandt geen licht om twee uur op 'en kantoor of d'r moet iemand
+óp zijn!"
+
+"Nee nee," stemt het uit aller mond: "dat spreekt vanzelf; dát is
+bewezen! 't Is schandelijk! Wie zou zoo'n dokter vertrouwen!"
+
+
+
+
+
+
+
+ACHT EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Toen Helmond door zijn Eva, te circa halfacht, met een zoen werd wakker
+gemaakt, en ze hem daarna met haar welluidend: goeden morgen! een
+geurigen kop thee met beschuit toereikte, toen gevoelde hij slechts
+weinig meer van 'tgeen hem, toen hij eindelijk ter ruste ging, voor
+slapeloosheid en zeer waarschijnlijk voor een ziekte deed vreezen.--Al
+zijn de uren die hij sliep slechts weinig in getal geweest, ze hebben
+hem zonderling verkwikt. Neen, ofschoon hij zijn hoofd rechts en
+links keert, de pijn is geheel verdwenen. De sombere voorstellingen
+die hem door het brein spookten toen hij zich bevend van overspanning
+tot slapen heeft gelegd, al die sombere visioenen zijn voorbijgegaan.
+
+--En zie, zijn Eva, de schoone Hebe in haar gracieus morgenkleed, ze
+staat daar als een toonbeeld van zorgende liefde.--O goede God! nu
+ziet hij eerst hoe innig lief dat prachtige kind hem heeft. Zij is
+in zorg geweest, over hém! Ze heeft gevreesd dat hij te vroeg zou
+wakker worden. Ja dáárom hield zij de vensterblinden ter halverwege
+gesloten ofschoon ze de ramen heeft opengezet, dewijl hij daar zeer
+op gesteld is.
+
+En zie, daar kwam ze nu zelve met den verkwikkenden drank:
+
+"Eva!"
+
+"Lieve August, gaat het beter? Waarlijk beter?"
+
+Helmond knikt, maar antwoordt niet. Hij ziet haar slechts in de
+schoone oogen; drukt haar fijne hand, en dan haastig den blik van haar
+afgekeerd naar de binnenzij van het ledikant, verdringt hij iets,
+'twelk hem uit het hart naar het oog is gevloeid. Goede God, was er
+voor haar dan niets beters weggelegd dan de vrouw te worden van een
+eenvoudigen dokter! Zie, daar is wat hoogers, iets vorstelijks in die
+vrouw; en ja, bij al die gaven van schoonheid en talent, toont ze,
+in de liefde voor vader en echtgenoot, een engel te zijn.
+
+"Eva!"
+
+"Wat is er dan beste?"
+
+"Ik ben zoo gelukkig Eva."
+
+"Nu lieve man, dat klinkt me waarlijk als muziek in de ooren. Ik
+heb van nacht den heelen tijd allerlei gekheden gedroomd, en ook dat
+je heel boos op me werdt; en je grijnsde me zoo akelig aan.--Ja ik
+weet het zelf niet meer: ik droomde dat we te Parijs waren, en dat we
+meespeelden toen ze de Faust gaven. Eerst was jij Faust en toen.... ik
+weet niet, toen werdt je eensklaps Mephisto, en, toen schreeuwde
+je me zoo akelig toe: "Et Satan conduit le bal," o zoo akelig. Zie,
+'t is allemaal gekheid, dat weet ik wel; eerstens beduidt het niets,
+en tweedens hecht ik niemendal aan droomen; maar zoo'n gezicht blijft
+je 's-anderendaags soms zoo bij. Toen je van nacht met hoofdpijn heel
+onplezierig thuis kwaamt, toen dacht ik, daar heb je 't al met dien
+naren droom; als hij nu maar niet ziek wordt!--Ik heb er je niets
+van gezegd, hoewel ik er erg vervuld mee was. Maar mijn lieve man,
+nu kun je ook best begrijpen hoe heerlijk ik het vind om je, bij
+'t wakkerworden 't allereerst te hooren zeggen: Eva, ik ben zoo
+gelukkig!--Komaan mon cher monsieur le comte--nu wacht maar, ik geef
+den moed nog niet verloren, al was papa er wat tegen,--komaan, we
+zullen aan geen akelige droomen meer denken; peuzel jij die beschuitjes
+nu maar op, dan zal _ik_ je eens laten kijken hoe heerlijk vandaag het
+zonnetje schijnt, 't is een lust!"--Eva opent nu de vensterblinden,
+en, aanheffend zingt ze tevens met haar klankvolle stem, zoodat men
+zich in den zonneschijn zou wanen al zag men den regen ook stroomen:
+
+
+ "O Sonnenschein, o Sonnenschein,
+ "Wie scheinst du mir in's Herz hinein.
+ "Weckst drinnen lauter Liebeslust,
+ "Dass mir so enge wird die Brust!
+ "Dass mir so enge wird die Brust!"
+
+
+Een kwartier later is Helmond gekleed.
+
+Ofschoon hij zich wel iets minder frisch gevoelt dan bij zijn
+allereerst ontwaken, toch moet hij bekennen dat het oneindig beter
+met hem is dan hij heeft kunnen verwachten. Daar komt zijn lieve
+vrouw alweder met een kop thee in het slaapvertrek.
+
+"Eva, mijn eenige schat, mijn zonneschijn!" zegt Helmond en sluit
+haar in zijn armen; en dan, dan hoort hij ook van háár een schier
+nog welluidender toon dan daareven; want ook zij heeft gezegd: dat
+ze nu zoo _recht gelukkig_ is.
+
+En Eva had waarlijk reden om zich gelukkig te gevoelen. Nu ze haar
+woning had, en er alles zoo heerlijk was ingericht, nu waren voor
+'t oogenblik haar liefste wenschen vervuld. De kleine katastrophe
+van gisterenavond zou zeker geen gevolgen hebben, en, als zij het
+maar eens van de rechte zijde aanpakt, dan zal papa wel meer zwak op
+dien adel krijgen. Het voornaamste, waar het op aankwam, bleef toch
+het _bewijs_ dat men aanspraak op dien titel had, en dat bewijs was
+reeds in handen van den majoor. Welnu, een klein beetje geduld; en
+dan, wanneer zij _èn_ Helmond er maar op blijven aandringen en zich
+dankbaar betoonen, dan zal de majoor --tegen restitutie van onkosten,
+natuurlijk omdat hij aan al die stukken en bewijzen met zooveel moeite
+gekomen is,--ze wel aan _hen_ afstaan.
+
+Ja, Eva voelt zich recht gelukkig, want ofschoon het briefje aan
+de Debecque's toch al verzonden was--omdat Bus beter hard draven
+dan dienen kan--ze heeft nu alle hoop dat August, wanneer hij zich
+zooals hij zeide wèl blijft gevoelen, ten genoegen van zijn vrouwtje
+nog een tweede briefje zal schrijven om die uitnoodiging tóch maar
+aan te nemen.--O die goede August! hij heeft immers voor 't grootste
+deel uit zorg voor háár bedankt.
+
+--Nu, dat behoefde waarlijk niet, haar hoofdpijn van gisterenavond
+heeft niets te beduiden gehad, en August zelf--waarlijk ze is er zoo
+blij om--hij voelt zich weer heelemaal fiks. Hoor, hij vraagt haar
+zelfs om nog eens dat lied: _Natuur is mild_ te zingen!--Wat ziet
+hij haar tevreden aan! Ja als ze het nu wilde doordrijven.... van die
+groote partij hier aan huis tegen haar jaardag --ja, ze weet dan zeker
+dat hij toe zou stemmen. Maar 't is nog niet noodig; en als men maar
+eerst bij de Debecque's is geweest, dan komt die partij op haar jaardag
+vanzelf. Ze weet nu immers zeker dat die hooggeprezen zuinigheid
+iets is, waar men voortaan maar zonder veel woorden overheen moet
+glijden; 't is een zwak dat het mannetje zich graag wat armoedigjes
+voordoet. Nu, in zulke scholen maakt men zulke leerlingen. Maar
+_gierig_, nee gierig is hij niet. Wat die nachtpraktijk betreft,
+daar _moet_ hij van afstappen, dáárdoor alleen is hij met zoo'n dolle
+hoofdpijn en zoo laat naar bed gegaan. Mettertijd, als het gelukt met
+dat overbrengen van papa's titel op hem--en waarom niet--dan moet hij
+de heele praktijk maar neerleggen. Iemand die bezigheid wil hebben kan
+ze altijd wel vinden. Men behoeft daarvoor niet de slaaf van iedereen,
+ja van je minste plebs te wezen. Hoe heerlijk al, dat men tenminste
+hier van die aptheeklucht bevrijd is. Bah! zoo'n aptheek!
+
+O voorzeker, Eva voelt zich nu recht gelukkig; alles, _alles_ lacht
+haar weer toe; en zie maar, het allermeest haar lieve August.
+
+Doch Eva weet niet dat Helmonds glimlach, nu hij de vigilante ziet
+voorkomen en haar straks een zoen tot afscheid geeft, een zeer
+gekunstelde wordt; neen, want hij heeft haar niets gezegd, niets van
+zijn val, niets van het gebeurde op _De Schebbelaar_, en niets van
+den nacht aleer hij--Goddank, een weinig mocht slapen.--Waartoe haar
+onnoodig zijn leed te klagen; immers hij had haar vroeger vermaand
+dat de praktijk alleen voor den dokter is.
+
+'t Was reeds laat in den voormiddag toen dokter Helmond aan zijn
+woning terugkwam.
+
+Eva meende te bemerken dat hij wat somber gestemd was.
+
+Of hij zich weer minder wel gevoelde....?
+
+"Nee Eva, nee; ik heb wat heel veel zieken bezocht, en er zijn er
+die van een dokter meer verlangen dan redelijk is."
+
+"'t Is een nare betrekking August, ik heb dat altijd gezegd. Geen
+oogenblik ben je zeker van je tijd; dag en nacht altijd voor Jan en
+alleman te moeten klaarstaan, en misschien nog heel dikwijls ondank
+voor zorg en moeite tot loon te krijgen!"
+
+Er was veel waars in 't geen Eva zeide.
+
+"Ja 't is jammer kindlief, dat het onverstand der menschen ons zoo
+dikwijls moet bedroeven. Waarlijk er is geen edeler werkkring dan de
+mijne. Maar, als men het onmogelijke eischt...!"
+
+"Heeft men dat nú gedaan August?"
+
+"Och--nú, en alle dagen. Maar wij zetten er ons overheen.... wij...."
+
+"Welzeker," valt Eva in: "in jouw plaats beste man, zou ik nooit naar
+eenig praatje van het wauwelig gemeen luisteren, dáárvoor sta je te
+hoog èn als dokter én door je.... andere maatschappelijke positie.--Als
+ik in je plaats was August, weet je wat ik dan deed?"
+
+"Hé?" vraagt Helmond in gedachten.
+
+En Eva zegt fier:
+
+"Wel, den eerste die mij een woord durfde tegenwerpen of zich
+aanmatigen om mij in mijn praktijk de wet te stellen, dien zou ik
+_bedanken_ en verzoeken een anderen dokter te nemen."
+
+--Bedanken!--August geeft met een pijnlijk glimlachje een antwoord
+'twelk zijn vrouw--evenals dat glimlachje zelf--op rekening van zijn
+"eenig gebrek" stelt. Immers: "Waar zou de schoorsteen van rooken,
+als wij niet wat geduld oefenden?" heeft hij gezegd terwijl hij zich
+gereedmaakte om nu--na het koffiedrinken, --weer zoo spoedig mogelijk
+naar die nare aptheek te gaan.
+
+--_Bedanken_! heeft August in zich zelven herhaald, terwijl hij buiten
+de kamer en op weg naar het huis aan den wal, een paar malen de hand
+aan het hoofd bracht--aan dat hoofd waarin het alweer niet heelemaal
+pluis is.
+
+--_Bedanken_!--Neen zulke ruwe scènes heeft hij nooit te voren gehad;
+ze moeten eenig zijn in eens dokters praktijk. Op _De Schebbelaar_
+gekomen, heeft boer Geurtsen--de aanstaande toeziende voogd der tien
+minderjarige kinderen--hem zoo mogelijk nog brutaler dan den vorigen
+avond onder de oogen gezien, en gevraagd, of hij niet begrepen had dat
+hij op _De Schebbelaar_ had uitgediend, en niet zoo "leep was om te
+vatten, dat de heele perementasie van de Dirksens en Geurtsens--over
+meer dan achttien hofsteden verdeeld--voortaan d'r eigen wel zou
+wachten om 'en dokter te nemen die zijn patiënten aan d'r eigen
+zelvers overliet, en onverlet den adem liet uitblazen?"
+
+--_Bedanken_! herhaalt Helmond met dien droeven glimlach. Ha! zoo
+moet het maar gaan. Het rijkste deel mijner praktijk te verliezen,
+door.... Neen, de oorzaak had evengoed een andere kunnen zijn.--Maar
+toch, 't klinkt op dit oogenblik zeker uit _haar_ mond al zonderling:
+_bedanken_!--Mijn obstetrische praktijk schijnt door de omstandigheid
+bij Sturk nog bovendien een gevoeligen knak te zullen krijgen.
+
+--Bedanken! in _mijne_ omstandigheden....? Een pleegvader die zich
+misschien reeds heeft voorgenomen om zijn hand voor nu en de toekomst
+geheel van ons af te trekken. Een woning te bezitten waarvan geen
+steen ons eigendom is; een huis dat aan zijn bewoners steeds grootere
+weelde en altijd en altijd meer _geld_ zal vragen. Schulden hier
+en schulden daar; niet onoverkomelijk, neen, maar slechts aflosbaar
+bij een toenemen van praktijk en inkomsten.--Bovendien een broeder
+die gebrek lijdt, en die, ofschoon er hoop op een goede uitkomst
+bestaat--bij een weigering van den pleegvader, toch maar alleen van
+den broeder hulp kan verwachten.--En dat huis aan den wal 'twelk reeds
+tweemaal, doch slechts _in zijn geheel_ is kunnen verhuurd worden,
+'t blijft nog altijd renteloos, dewijl ik immers mijn woord gaf dat
+de arme doktersvrouw het niet zou verlaten, en ook, ja, omdat Eva
+gezegd heeft, geen aptheek in haar nieuwe woning te dulden.....
+
+Zoo denkende treedt Helmond de apotheek binnen.
+
+"Al bezig Thom; dat is goed. Ik kwam Bus tegen, en gaf hem de recepten
+vast mee.--Je zult gemerkt hebben dat er een vijftal minder is dan
+waar ik je gisteren op prepareerde.--Boer Dirksens dood, zal collega
+Biermans voortaan weer wat minder rust gunnen. Nu, de man heeft nog
+ambitie genoeg, en--een groot gezin. Wat zoek je Thom?"
+
+Thomas, die Helmond bij 't binnenkomen ternauwernood had
+kunnen groeten, is "op stikken af". Den lessenaar--terzij van de
+toonbank--heeft hij geopend, en terwijl hij deed alsof hij daarbinnen
+iets zocht, verborg hij zijn aangezicht voor den blik van zijn meester.
+
+"Wat zoek je toch Thom?" vraagt Helmond nog eens. En dan--dan slaat
+de lessenaar neer met een slag, en bedekt Thomas zijn gelaat met beide
+handen, en... Nee, 't is hem onmogelijk! hij kan niet spreken. De keel
+is hem als toegenepen, en de oogen schieten weer vol tranen.--Och God,
+hij had het zoo goed gemeend!
+
+Helmond is zijn jongen vriend nabijgekomen, en legt hem de hand op
+den schouder.
+
+"Nu Thomas, wat is er? Zeg, heb je weer 't een en ander moeten hooren
+dat je om mijnentwil bedroeft?--Ik zal er je maar ineens doorhelpen
+mijn jongen, 't Is niet plezierig, zeker; maar zulke zaken komt men
+te boven. Nu ik zelf hier en daar zooveel overdrevens moest hooren,
+nu ben ik al meer getroost dan gisteravond. Thom, wat er gebeurd is,
+het spijt me, maar mijn geweten zegt me dat ik niet willens een patiënt
+heb verzuimd. In een kleine plaats worden zulke zaken schrikkelijk
+uitgemeten; in den beginne zal mijn praktijk er een beetje onder
+lijden, maar dan..."
+
+"Och dokter!" valt Thomas nu bijna schreiende in: "och, als u eens
+wist hoe ik er kapot van ben; zooveel geschimp en geblaas tegen u,
+en mede door _mijn_ toedoen, door mijn eigendunkelijk handelen! Och
+lieve God! ik meende het toch zoo goed!"
+
+"Thomas, wees verstandig; al kan ik niet goedkeuren wat je hebt gedaan;
+dat je trouw hart het je heeft ingegeven daar ben ik zeker van. Komaan
+Thom, jij met je prettige natuur, je moest me vandaag wat opfleuren,
+maar geen gezicht zetten alsof Polen totaal verloren was."
+
+"Och dokter, hoe zal men lachen als men zich zelf zou willen afranselen
+en op water en brood zetten. U, aan wien ik alles ben verschuldigd,
+ú heb ik door mijn eigenwijsheid schandelijk benadeeld. Jawel, die
+Sturk is een wraakzuchtige vent. Wat boer Geurtsen nog zal zwijgen,
+dat strooit hij uit met een helsch pleizier."
+
+"Ho ho, dat kan toch zooveel niet wezen, 't Was zeker veel beter
+geweest wanneer ik er aanstonds had kunnen zijn; maar vrouw Spanning
+heeft niets bedorven, en de ongelukkige afloop dier bevalling was een
+gevolg van omstandigheden, die geen mensch kon voorzien of verhoeden."
+
+"Hij heeft Biermans gehaald, en deze moet hem hebben toegestemd
+dat een tijdige en betere hulp haar zeker gered had. O, 't is om te
+vertwijfelen dokter!"
+
+"Ik geloof niet Thom, dat Biermans dat gezegd heeft."
+
+"Jawel dokter. Juffrouw Sillemond die zooeven hier was, en haar
+dochter, de vrouw van Winkelaar, kwam _afzeggen_--zoo'n feeks,
+alsof een dokter een barbier was!--diezelfde tang had Biermans zelf
+gesproken, en op haar vragen moet hij met een heel twijfelachtig
+gezicht de schouders hebben opgehaald."
+
+"Ei, is juffrouw Sillemond haar dochter komen afzeggen ... ei!" zegt
+Helmond terwijl hij even pijnlijk glimlacht; maar aanstonds vervolgt
+hij op luchtigen toon: "Ik wou wel eens weten Thom, wat _twijfelachtige
+gezichten_ zijn. Bovendien, iemand die twijfelt weet niet, en iemand
+die er nog op den koop toe de schouders bij ophaalt, bekent tweemaal
+niet te weten.--Zwijg nu hierover Thomas. Gedane zaken nemen geen
+keer."
+
+"Nee maar die Biermans, die te hard en te schriel was om mij, toen
+vader al begon te sukkelen, een beetje met m'n Latijn en scheikunde
+voort te helpen, zoo'n kerel moet ú niet benadeelen door z'n leelijk
+gezicht tot een beschuldigend vraagteeken te verwerken."
+
+"Bedaar Thomas. Biermans is altijd heel wel met me geweest."
+
+"Ja, omdat u een engel van goedheid bent; maar ik weet wel waardoor
+zijn broodnijd tot broodwraak is geklommen, al zet hij in uw gezelschap
+een kermisgezicht. Dat u sedert uw huwelijk, geen avondjes meer
+bij hem komt doorbrengen omdat mevrouw er geen lust in heeft, dat
+steekt hem. Mevrouw moet eens aan Pietje zijn oudste dochter heel
+openhartig hebben gezegd: dat ze den toon bij haar ouders aan huis,
+sinds haar verblijf in Den Haag, niet best meer verdragen kon. Daar zit
+'em de angel dokter: en dan uw mooie huis! ja, wat hij u benadeelen
+kan, dat zal hij niet laten; en och beste _beste_ dokter, dat ik
+nu dien plattelandsscharrelaar zulk een venijnig wapen in de hand
+moest geven!--Och dokter," barst Thom nu werkelijk in tranen los:
+"Och _vergeef_ me,--al ben ik misschien geen wegschoppen waard."
+
+Een groot uur later waren, inweerwil van Thomas' bewogen
+gemoedsstemming, de recepten klaargemaakt, en trok Bus er de stad
+mee in.--Bus kreeg dien dag nog meer te slikken dan al het "bocht"
+'twelk ie in z'n mand had. Maar Bus kon zwijgen, en als Bus antwoordde
+dan zei ie eenvoudig:
+
+"Als Onze Lieve Heer trekt, en dokter trekt, wie zou 'et dan winnen
+hé?" Maar ook een anderen keer:
+
+"Weet jij wát je doen moet? Laat je eerst door Biermans verknoeien,
+en als je dan "verknooien" en voor de pieren bent, zeg dan aan vader
+Abraham: complement van Lange Bus, en dat je 'en gek was!"
+
+Toen Helmond de apotheek wilde verlaten, trad mevrouw Van Hake
+juist uit haar huiskamer de gang in, en verzocht op zeer beleefden,
+schijnbaar eenigszins kouden toon: of zij dokter even mocht spreken.
+
+Helmond schrok onwillekeurig, 't Was hem--doch slechts een
+oogenblik--alsof het weer tikte en klopte in 't hoofd zooals
+gisteravond en in den nacht. Immers 't is nu reeds bijna een maand
+dat het kwartaal was verschenen. Neen, men zal hem dáárom niet te
+spreken vragen, ofschoon het geld hier zeker noodig is, maar uit die
+achterlijkheid kon men licht gevolgtrekkingen maken die hij graag
+voorkomen zou.
+
+"Mij spreken, met genoegen!" zegt Helmond.
+
+De weduwe laat den dokter voorgaan, en doet dan de deur der huiskamer
+zachtjes achter zich toe.
+
+Er was iets bijzonder deftigs, ja schier plechtigs in de wijze waarop
+de weduwe haar jongeren vriend ontving. Haar kleed van eenvoudig
+zwart merinos was geheel in harmonie met de uitdrukking van haar
+gelaat. 't Is te raden dat het haar moeite heeft gekost om tot dit
+onderhoud te besluiten. Thomas weet waarover het loopen zal. Moeder
+en zoon hadden het afgesproken; ze waren er onherroepelijk vast toe
+besloten. Wat er gisteren, wat er in den nacht--mede door Thomas'
+schuld zooals hij blijft volhouden--in dokters praktijk gebeurde,
+het heeft de schaal geheel naar die zijde doen overslaan.
+
+Mevrouw Van Hake mag niet langer van zooveel goedheid misbruik
+maken. Haar wonen in dit huis is een jaarlijksche schade voor Helmond
+van minstens driehonderd gulden. De weduwe van een Van Hake mag dat
+niet blijven genieten om Godswil, wanneer zij bijna zeker weet dat
+haar weldoener zich door wat al te groote toegevendheid, in erger
+moeielijkheden bevindt dan hij toonen wil. --O, had zij vooruit geweten
+hoe het tusschen den generaal en zijn pleegzoon stond, ze zou den
+laatste al vroeger als een moeder hebben gesmeekt, om toch niet toe
+te geven aan de steeds hoogere eischen van zijn schoone maar nooit
+tevreden vrouw; ze zou hem gewaarschuwd hebben, om geen huis te koopen
+waartoe hem de middelen ontbraken, en waardoor hij een reuzentred zou
+vooruitgaan op het pad, 'twelk hem moest voeren tot jammer en ellende.
+
+--Neen, ze heeft het toen niet geweten. Zij had mede geloofd dat
+dokter toch inderdaad van zichzelf nog al middelen bezat, meer dan
+hij gewoonlijk blijken liet. Maar Thom heeft het op _De Zonsberg_
+anders vernomen, 't Was toen te laat voor die waarschuwende stem. Doch
+nu, wat men herstellen kan, dat _moet_ geschieden Mevrouw Van Hake
+zal haar weldoener als vriendin, als moeder toespreken. Raden zal
+ze hem--maar met groote bescheidenheid. En dan, ze zal hem haar
+_stellige_ voornemen meedeelen, om met Thom deze woning te verlaten,
+dewijl ze vast besloten heeft, in een achterstraat zeer goedkoop een
+paar tamelijk nette kamers te huren. waarin ze een kleine stramien-
+en wolzaak beginnen wil.--Muurvast zal ze bovendien weigeren om langer
+voor Thom een honorarium aan te nemen, 'twelk hij waarschijnlijk
+nergens in't heele land, en althans niet in een apotheek als deze, ter
+assistentie van een zelfhandelend dokter, zou kunnen bedingen. Zóó moet
+men tot een zuivere verhouding komen. De omstandigheden gebieden het.
+
+Ofschoon Thomas weet waarover het gesprek moet loopen, zijne moeder
+heeft het gepaster gevonden dat hij er niet bij tegenwoordig zou zijn,
+vooral na hetgeen er dezen nacht gebeurd is.
+
+Maar hoor, nadat de weduwe zich reeds een geruimen tijd met haar
+vriend heeft onderhouden, gaat de deur der huiskamer weer open, en
+roept mevrouw Van Hake met een van aandoening trillende stem naar de
+zij der apotheek:--"Thom! Thom! kom eens hier?"
+
+Thomas spoedt zich zoo snel als hij kan naar de huiskamer.
+
+"Thomas," zegt mevrouw Van Hake terwijl ze gedurig met groote moeite
+haar aandoening bedwingt: "ik ben tegen onzen trouwsten vriend niet
+opgewassen. Zeg _jij_ eens jongen, dat we vast, _vast_ besloten
+hadden...."
+
+"Ja dokter, 't kan niet anders. Moe is er nu overheen. Niewaar moe?--U
+die tegenwoordig zooveel tot uw last hebt, u mogen wij verder niet
+bezwaren. Nee dokter, zeker niet!"
+
+Helmond is voor 't uiterlijke kalm. Indien hij niet wat bijzonder
+bleek had gezien dan zou men zeggen--zooals hij rustig te luisteren
+zit, en nu nog even wacht alvorens te spreken--dat hij daar poseeren
+kon voor de type van een krachtig en helderdenkend man:
+
+"Straks Thomas, ben je me haast wat al te nederig en smeekend geweest,
+maar nu val je weer wat te kras in een anderen toon;" zegt Helmond;
+en dan met gezag: "En mijn antwoord is: Zoolang Thomas, als je bij mij
+in betrekking bent, zoolang blijven onze condities onveranderd. Ons
+contract loopt van jaar tot jaar, ingaande met de maand Mei. Wil je van
+patroon veranderen, dan waarschuw je mij tegen Februari; of, zie je de
+gelegenheid schoon om ergens op billijke voorwaarden een apotheek over
+te nemen--je weet wat ik vroeger aan je vader beloofde--we spreken
+elkander dan nader. Maar tot zóólang geen oproer alsjeblieft; er is
+helaas genoeg gehaspel in de wereld."
+
+"Dokter!" valt Thomas in: "op gevaar af dat ik u nog grief op den
+koop toe: Ziedaar, ik moet het u zeggen: Moe en ik we kunnen, nee we
+_willen_ het brood om Godswil niet langer eten. We willen van iemand
+als u, die al werk hebt om zelf rond te komen... ja sinds u een vrouw
+hebt die..."
+
+Mevrouw Van Hake schrikt van Thomas' woorden, en heft--alsof ze een
+storm wil bezweren--haar beide handen omhoog.
+
+Helmond is opgestaan. Nu is zijn blik zoo gestreng als men dien zelden
+of nooit van hem ziet.
+
+"Zwijg Thomas! Niet verder! Als je me waarachtig een hart toedraagt,
+zooals je nog straks hebt gezegd, en ik altijd geloofde, dan komen
+zulke woorden niet meer over je lippen. _Sinds ik een vrouw heb_
+Thom, ben ik voor alle menschen die ik hoogacht en liefheb, zooals
+voor je brave moeder en voor een trouwen vriend zooals jij, _dezelfde_
+gebleven."
+
+"Och dokter, dokter! Mijn jongen meende dat niet!" smeekt mevrouw
+Van Hake.
+
+Thomas ziet strak naar den grond, 't Is nu alles verloren. O God! Hij
+is een ezel, een gek! een ellendeling!
+
+"Uw zoon meent het goed, maar hij dient van u nog te leeren mevrouw,
+dat men niet alles zeggen kan wat men denkt. Kijk niet meer als een
+arme zondaar Thom!--Hier is mijn hand. O! je hebt van oom Van Barneveld
+wat al te veel fraais vernomen; ik begrijp het." Met klem: "Maar ik
+zeg je, dat diezelfde vrouw mij ten stelligste heeft verboden--ofschoon
+het natuurlijk ook mij nooit in de gedachte zou gekomen zijn--ik zeg:
+diezelfde vrouw heeft mij _verboden_ om uw lieve moeder, op welke
+wijze dan ook, zij het zelfs tegen een ruime vergoeding te bewegen
+tot het verlaten van eene woning, waaraan zij zoozeer gehecht is. Die
+vrouw, Thomas..."
+
+"Maar dokter, mijn jongen zegt waarlijk niets tot Eva's nadeel; hij
+is overtuigd, evenals ik, dat zij het hartelijk meent. Wij hebben er
+de bewijzen van. Hij bedoelde alleen dat uw huishouding zooveel meer
+kost tegenwoordig; niewaar Thom? dat u zoo _heel_ veel uitgaven hebt,
+en dus... Spreek dan Thomas, 't Was goed bedoeld niewaar Thom?"
+
+Van Hake antwoordde niet. Hij stond even strak te kijken, en schimpte
+onhoorbaar met een bijna schreiende nijdigheid op zich zelven:
+
+"Gek! Eigenwijs!--Leg een slot op je tong. Kuiken! Ondankbaar
+schepsel!"
+
+"Geef mij de hand Thomas, en leer te zwijgen."
+
+Thom staart nog voor zich heen, maar eensklaps den blonden krullebol
+opheffend, ziet hij den meester met zijn blauwe--nu droefgetinte oogen
+zoo wonderlijk aan, en zegt op een toon waarvan een ijzeren hart wel
+aan 't kloppen moest raken:
+
+"Weet u wat ik op dit oogen blik zou wenschen...? Ik zou willen dokter,
+dat uw vrouw gerust sliep op 't uiterste randje van een afgrond, en dat
+er dan een paar tijgers aan den eenen kant en een paar hyena's aan den
+anderen kant tot een sprong gereed stonden. Zie, en dan wou ik dat _ik_
+er eens bij was, met een dolk of revolver in de hand! Sakkerloot! tegen
+dat wild gespuis zou ik 't willen opnemen voor haar; ik zou..."
+
+Nu speelde er weer een glimlach om Helmonds lippen.--Thom zou het doen:
+hij meende het, de goede kerel!
+
+"Genoeg!" valt hij in, terwijl hij den vriend nu bewogen de hand
+schudt: "'t Zou Thomas, een vrij kritiek parquet voor je zijn, en
+hoe hartelijk 't mag wezen, ik zou er mijn wijfje maar liefst niet
+aan wagen. Ze moest onder jou heldenstuk eens verschrikt ontwaken en
+van dien rand naar beneden storten. Ziezoo--je sanglante voorstelling
+Thom, heeft ons weer een beetje vroolijker gestemd, en daar het al
+laat wordt, eindig ik ons onderhoud. Hoor eens mijn beste mevrouw,
+weet het nu wel en voor altijd: nooit zullen deze kamers zoolang
+als ú leeft--en God spare u lang voor ons allen--_nooit_ zullen ze
+door iemand anders dan door u en Thomas bewoond worden. _Uw zilveren
+Minerva-beeldje is ons contract geweest._"
+
+Thomas, eensklaps door Helmonds woorden tot de zekerheid gekomen dat
+zijn aangebeden moeder--'t mocht gaan zooals het wilde--levenslang
+in dit huis zal blijven, voelt een innige blijdschap zijn borst
+doorstroomen, en terwijl hij toch aan dat grootste bezwaar denkt,
+valt hij met een hartstochtelijkheid uit die wel eenigszins in strijd
+was met den raad dien hij ging voordragen:
+
+"Moe zeg, als je hier, _hier_ dan eens een _mutsenwinkel_ gingt doen!"
+
+En ja, nu moest Helmond wel lachen alsof er vooraf niets anders
+ware voorgevallen.
+
+"Een mutsenwinkel!" herhaalt hij op eenigszins kluchtigen toon.
+
+"'t Is een grandioos idee van je Thom! Nee voor trotsch m'n vrind,
+hou je me zeker niet, maar zie, eer ik dulden zou dat _jouw_ moeder, de
+vrouw van dokter Van Hake, _hier_ een mutsen..... Foei foei, we zouden
+nog waarlijk aan 't lachen raken.--Basta! Ik moet naar huis.--A propos,
+we hebben nog een klein misverstand uit den weg te ruimen....." Helmond
+heeft een portefeuille te voorschijn gehaald, maar laat die vallen,
+en vervolgt onder 't langzaam oprapen: "Men schijnt dus ook hier wel
+eens te denken dat ik _boven_ mijn financieele krachten ga. Ik geloof
+dat men zich daarover niet bezorgd hoeft te maken. Tot heden heb ik
+nog alles kunnen betalen wat ik schuldig was, en voor 't overige..."
+
+"Maar lieve dokter, wij vragen daar immers niet naar. Straks opperde
+ik alleen het vermoeden....."
+
+"We komen er nu maar niet op terug lieve mevrouw. Hier Thom zijn
+twee briefjes van honderd gulden, hier.--Honderd en twintig moet je
+er afhouden voor het verschenen kwartaal. Heb je niet weerom?"
+
+"Ja maar waarachtig dokter, 't is te veel, 't is..."
+
+"Als je me nu boos wilt maken Thomas, volstrekt...? Nu dan: ik
+verzoek je mij quitantie van de _tweehonderd gulden ineens_ te
+geven, de overblijvende tachtig schrijf ik op het volgende kwartaal.
+Ik hoop dat dit je toonen zal dat men de beste vrienden kan zijn
+zonder elkander _juist_ te taxeeren."
+
+Thomas hoorde beweging in de gang.--Was de straatdeur open
+gebleven?--Nu, dat gebeurt overdag wel meer. Hij ziet de gang
+in.--Neen, er was niemand.
+
+Nadat Helmond weinige minuten later vertrokken was, zag hij
+Kippelaan op eenigen afstand voor het raam van een komenijwinkel
+staan, waarachter echter niets bezienswaardigs was uitgestald. Tot
+Helmonds verbazing, heeft Kippelaan zich haastig omgekeerd zoodra hij
+den dokter bemerkte, en verdween hij om den hoek van een straatje,
+zoo snel als zijn spillebeenen hem vervoeren konden.--Och die brief,
+die waarlijk nog ongeopende brief met de drie lakken, hoe brandde hij
+hem in den zak. Maar hoe hij 't er mee zou aanleggen!? Och goeje hemel,
+hij wist het niet. Misschien zou 't toch maar het beste zijn om eens
+eventjes te zien of de inhoud zooveel angsten inderdaad wel waard was.
+
+Toen Helmond Kartenglimps woning voorbijging, zag hij hem juist de
+deur uitkomen. Eensklaps gevoelde hij weer dat kloppen in 't hoofd
+toen de majoor hem groetend terzij trad.
+
+De majoor sprak van niemendal. Noch van het gebeurde op die conferentie
+gisterenmiddag, noch van een der treurige voorvallen die in Romphuizen
+een paar weken, of langer misschien, het hoofdgesprek zouden uitmaken,
+geïllustreerd met allerlei zeer belangrijke maar meest tegenstrijdige
+berichten omtrent dokter Helmond, zijn relaties, zijn fortuin en niet
+het minst zijne vrouw. Inderdaad, de majoor was zonder eenige rancune;
+zeer beleefd; gepast beleefd. Helmond gevoelt inderdaad eenig leed,
+omdat hij dien man misschien niet altijd juist beoordeelt.--'t Is
+waarschijnlijk nog steeds een gevolg van dien vroeger ontvangen indruk:
+au fond poltron!--Nu ja, maar voor nummer één mogen oud-militairen
+toch óók wel respect hebben.
+
+"Salut! plezierige wandeling majoor;" zegt Helmond bij 't afscheid.
+
+"Bonjour... Eh! wat ik zeggen wou! Altijd tot je dienst
+hoor!" en Kartenglimp maakt een veelbeteekenend knipoogje:
+"_altijd_ tot je dienst, 't Zal wel terecht komen, als eindelijk
+de generaal... begrepen!?... Geen complimenten onder vrienden: a 5
+percent. Gerust! Adieu!"
+
+
+
+Weinige oogenblikken nadat Helmond straks zijn Eva verlaten had, is
+Kaatje met een groote doos in de Oranje-zaal gekomen, de boodschap
+er bijvoegende, dat de menheer uit Utrecht er was, met _dit_--en nog
+een heelen boel meer.
+
+--Ha! hoe heerlijk trof het dat August nú uit is. Hij vond die dingen
+zoo licht vervelend. Juist, dit waren najaarsmantels volgens de laatste
+Gracieuseplaten.--Een fluweelen mantel voor den winter kon ze nu meteen
+bestellen, en dan--wat trof dat heerlijk--kleinigheden voor Woensdag
+als men naar de Debecque's zou gaan. --Ja, voor eenige zaakjes in
+'t belang van 't geheim, daar mag ze ook wel aan denken. O! al ware
+August zelfs thuis geweest, als ze maar 't eerst van de benoodigdheden
+voor dat _laatste_ gesproken had, dan zou hij de rest _ook_ wel hebben
+goedgevonden. 't Was inderdaad zoo'n beste man!
+
+"U zult er dus voor zorgen?--Ja, met kant gegarneerd, eenvoudig
+maar rijk."
+
+"Zeer goed mevrouw, ik hou me dan maar aan den fluweelen mantel van
+de gouverneursvrouw, die is bepaald rijk en deftig."
+
+"Goed, in dat genre tenminste.--Overmorgen heb ik m'n jacquette
+niewaar? We hebben morgen al September."
+
+"We zullen ons best doen mevrouw.--Hoe vindt u dit wit cachemire? Mooi
+voor sorties!--We maken ze voor al de eerste dames. Heel nieuwe
+modellen."
+
+Eva beziet de stof.--Haar sortie is nog goed; ja, maar met _rood_;
+rood is zoo fameus opzichtig; blauw staat veel liever, veel fijner.
+
+"Zou ie _vast stellig_ Dinsdag kunnen thuis zijn?"
+
+"Als 't noodig was morgenavond mevrouw.--Jawel, uw taille _heb_
+ik. Dus met _blauw_?"
+
+"Maar als ie er Dinsdag _niet_ is, dan krijg j'em terug."
+
+"Voor onze rekening mevrouw."
+
+"Zijn dat foulards?"
+
+"Och, eenvoudige zijden schortjes mevrouw, meer voor burgermenschen."
+
+"Wacht die twee zal ik nemen; de meiden loopen altijd met zulke
+verschrikkelijke tafellakens."
+
+"Ja mevrouw, wij zeggen altijd: duurkoop, goedkoop; als de dienstboden
+dat over 't algemeen begrepen dan zouden ze liever wat méér voor hun
+goed besteden. Maar...!" De man trekt de schouders op.
+
+"Maak jelui ook manskleeren?"
+
+"In alle soorten mevrouw. We hebben zelfs kamerleden."
+
+"Dus maak je livrei?"
+
+"Zeerzeker mevrouw. Woudt u den knecht....?"
+
+"Ja, dat is te zeggen, hij is nu uit; en 't is toch beter dat je
+daar later met mijnheer over spreekt. Stuur Dinsdag modellen mee van
+passement, rood met goud. We kunnen knoopen krijgen met.... met ons
+wapen er op?"
+
+"Dat is te zeggen, als u ze laat maken, zeerzeker mevrouw."
+
+"Goud met een dwarsbalk en een kroon erboven;" zegt Eva zacht, en
+onwillekeurig vluchtig blozend.
+
+"'t Zal alles volgens mevrouw haar orders geëffectueerd worden."
+
+"Ja maar dáárover dan een volgenden keer.--Denk aan Dinsdag. De sortie
+in alle geval!"
+
+Terwijl de reiziger straks, op iets gemeenzamer toon, de dienstmaagden
+binnen de strijkkamer tot de bewondering van zijn goederen en
+stalen dwingt, doet hij met de verzekering, dat mevrouw het over de
+dienstboden geheel met hem eens was--namelijk "dat een meid niet beter
+haar fatsoen en eer kan ophouden dan door zich wat degelijk en netjes
+te kleeden"--Kaatje besluiten om "dan maar zoo'n fijne lakensche met al
+die gitten te nemen--wel ja, ze vroeg toch om opslag als ie 'en graaf
+was,--en Jaantje de keukenmeid, om er nog bovendien zoo'n "tierlantijn
+in de lendens op te hangen.--Waarom niet; wat maalde Jaantje om 'en
+riksdaalder; ze zag immers wel dat ze hier voor 't opscheppen waren."
+
+'t Was zonderling, zoo aanstonds heeft Eva aan rijtuig en livrei
+gedacht, en zie--daar staat het nu werkelijk voor de deur. 't
+Moet van een der buitenplaatsen zijn; een licht gentil rijtuigje,
+heerlijk!--Hé! zulk een elegant wagentje met zoo'n paar ranke
+paarden....! Al mettertijd; wie weet! Men moet met August niet alles
+opeens begeeren.
+
+Een weinig achter de zware meubelgordijn verscholen, kan Eva de
+persoon zien die de paarden bestuurde, en nu wacht totdat men den
+knecht die schelde zal hebben opengedaan.--'t Is een jonkman met
+een zeer gunstig voorkomen, levendige oogen, donkerblonde haren en
+een zeer langen lichtblonden knevel. Hij is eenvoudig maar smaakvol
+gekleed.--Eva kent hem niet.
+
+Met een snelle wending is de jonge vrouw naar de deur gegaan, en zegt
+om den hoek tot Kaatje die ging opendoen:
+
+"Als er iemand is die mijnheer moet spreken, zeg dan dat dokter zoo
+aanstonds zal thuis komen."
+
+"Bij u binnenlaten mevrouw?"
+
+"Nee, in de _groote zaal_; en me dan zeggen wie er is."
+
+Eenige oogenblikken later bericht de dienstmeid dat de luitenant
+Hardenborg, de zoon van den baron van _De Poel,_ gevraagd had of
+_mevrouw_ niet ontving.
+
+"O! de zoon van menheer Debecque. Verzoek mijnheer hier te komen
+Kaatje. Als ik schel dan breng je port en fijne glaasjes."
+
+
+
+Zeer verdiept in de lectuur van een der prachtwerken, die zij van
+een kleine tafel heeft genomen, zit Eva in haar fraaien voltaire bij
+'t raam, nu Archibald Hardenborg binnentreedt.
+
+--Te droes! denkt de jonge luitenant, nu hij door Eva zeer minzaam maar
+toch eenigszins hoog-elegant wordt verwelkomd: te droes, die dokter mag
+tevreden zijn. Waarachtig, daar zijn de mooiste Parisiennes niemendal
+bij. En jawel, voor een dokter woont dat hier in een aardig stulpje! De
+oud-burgemeester sloeg het deksel van z'n kist stuk, louter van plezier
+als ie zag hoe prachtig men hier zijn oud foedraal heeft opgeknapt.
+
+"Met schaamte beken ik mevrouw, dat het mij bijzonder lief is u te
+mogen ontmoeten;" vangt Archibald aan. Hij zet zich op een stoel dien
+Eva hem aanwees, en vervolgt: "Een onverwacht opgekomen uitstapje
+naar Parijs, was oorzaak dat ik mijn bezoek--nadat ik u niet thuis
+mocht vinden--eerst nu hervatten kan. Haastige vrienden hebben geen
+ooren voor afscheidsvisites. En toch had ik dit vóór ons vertrek,
+behalve in mijn eigen belang, uit pure dankbaarheid zoo gaarne gedaan,
+want, zonder de trouwe zorg van dokter Helmond zou ik zeker 't graf
+van Abélard en Héloïse niet gezien hebben--hetgeen me trouwens zeer
+zenuwachtig maakte--noch de mooiste vrouw van Europa op één na. Ik
+dacht dat keizerin Eugénie de mooiste was."
+
+"Ah ja, u hebt een reisje naar Parijs gemaakt. Helmond heeft me dat
+gezegd..... Lieve stad niewaar?"
+
+"Interessant, fameus! De Notre-Dame, 't Café Riche, de Louvre,
+Lodewijk XIV op allerlei manieren! De groote Napoleon op de punt van
+een naald!--_Lief!?_ Jawel bij avond _heel veel liefs_, maar meest
+doré au feu. 't Valt minder in mijn smaak."
+
+Eva vond het heerlijk over haar ideaal te kunnen spreken met iemand
+die er pas geweest was, die er zoo vroolijk over kon praten, en van
+wien ze mede wist dat hij een degelijk jongmensch was.
+
+"Maar op gevaar af wat indiscreet te worden," zegt Archibald ten
+laatste, niet zonder een weinigje ironie: "wanneer mevrouw Helmond
+zich waarlijk zoo sterk gevoelt dat ze wel aanstonds opnieuw dat
+reisje zou kunnen maken, en dokter, zooals u zegt, gemakkelijk
+wanneer hij 't wilde een week of drie kon uitbreken, dan--neem mij
+niet kwalijk--dan is het toch wel hard voor de ongelukkige familie
+Debecque, om te moeten vernemen dat er bij dokter Helmond en zijn
+lieve vrouw zoo weinig sympathie voor haar partij bestaat."
+
+Eva bloosde vluchtig terwijl ze glimlachend inviel:
+
+"Maar menheer Hardenborg, _wie_ heeft u dat verteld?"
+
+Er volgde een ophelderende verklaring, die den luitenant volkomen
+bevredigde. Immers aan zooveel vriendelijks als mijnheer Archibald
+haar achtereenvolgens heeft gezegd, en voornamelijk over haar lieven
+man, had zij geen weerstand kunnen bieden.--Nu ja, dat briefje
+was geschreven op een oogenblik toen Helmond nog al hoofdpijn had,
+maar als hij wist dat het mede een fête zoowat ter zijner eere was,
+ja dan waagde zij niet te veel om mede uit _zijn_ naam alvast de zeer
+beleefde uitnoodiging aan te nemen.
+
+Archibald zegt dat hij nu gerust zijn ontslag uit den Nederlandschen
+dienst kan nemen, want gelukkiger overwinning dan deze zou er toch
+nooit te behalen zijn. Mevrouw moest weten dat hij geadviseerd had
+om de heele Romphuizer noblesse--waarmee hij dan later wel eens
+perceelswijze kon kennismaken--maar stilletjes thuis te laten en het
+feest in de doos te doen, wanneer "de bloemen die men voorop dacht
+te zetten er aan moesten ontbreken."
+
+"Ha! ik zie daar Helmond het marktplein opkomen;" zegt Eva, die juist
+naar buiten zag dewijl ze vreesde dat de overstelpende zaligheid die
+haar borst doorstroomde, en waarvoor ze geen naam had, misschien
+wat al te duidelijk op haar gelaat zou te lezen zijn.--De familie
+Debecque, de eerste uit den omtrek, gaf een partij aan de noblesse
+van Romphuizen, maar ze zouden die partij _niet laten doorgaan indien
+dokter Helmond en zijn vrouw daarvoor moesten bedanken_!!!
+
+"Ah juist!" zegt Hardenborg: "'t Doet me recht veel plezier dat ik
+hem eens weer de hand zal mogen drukken; 't is een juweel van een
+dokter. Natuurlijk, juweelen behooren bij elkaar. Weet u ook mevrouw,
+wie de snaak is waar dokter nu afscheid van neemt?"
+
+"Dat is de majoor Kartenglimp;" zegt Eva, terwijl ze opstaat en
+schellen gaat.
+
+"Kartenglimp! Kartenglimp!? Onbekend! Maar een gezicht dat men
+meer heeft gezien. Hij lijkt wel wat op den beer in De Jagers en
+het Melkmeisje, of op den wolf in Roodkapje. Wacht," hij haalt een
+zakboekje te voorschijn: "Jawel, juist, papa heeft niemand vergeten:
+_de majoor Kartenglimp_!--Prompt we zullen zijn kennis maken."
+
+
+
+"Ha, ha, daar is onze dokter!--Wel hoe gaat het mijn brave
+clairvoyant. 'k Heb te Parijs alle middagen een extra glaasje op je
+gezondheid gedronken, en merk dat het je geen kwaad heeft gedaan. Je
+ziet er best uit, tenminste...."
+
+"O ik ben heel wel luitenant, dankje.--Goed geamuseerd?" zegt Helmond
+die inmiddels zijn Eva een zoen heeft gegeven.
+
+"Voortreffelijk!" zegt Archibald, en dan: "Nu spijt het me alleen
+maar mijn brave dokter, dat ik je ook van een minder mooie zij moest
+leeren kennen. Foei, om mij nu het feest te willen ontnemen dat le bon
+papa zoo mooi georganiseerd had. Maar 't is mis: Mevrouw heeft me al
+heelemaal gerust gesteld. Papa krijgt Woensdag de polonaise; dokter
+Helmond de wals; en je onderdanige, als het niet al te indiscreet is,
+nummer drie van het programme du bal."
+
+"Ei ei!" zegt Helmond, door den opgewekten toon van den vroolijken
+luitenant, met zijn open en eerlijk gezicht, weldadig afgeleid:
+"Ei zoo, is dat alles in dien korten tijd al zoo vast bepaald?"
+
+"Menheer Hardenborg anticipeert wel een beetje op onze dans plannen;"
+zegt Eva lachend: "Maar wat de partij betreft, ik wist immers dat je
+het goedvondt August, 't Was bezorgdheid voor mij, zooals ik u zeide
+menheer Hardenborg, en Helmond had ook wat hoofdpijn. Maar nu, niewaar
+lieve man, nu zijn we heel wel, en de lust ontbrak mij zeker niet."
+
+"En mijn stelling is zeker zeer weinig gewaagd," zegt de luitenant:
+"dat een wensch van mevrouw Helmond, een wet voor haar man is?"
+
+Helmond beviel de wending van het gesprek niet bijzonder. Ofschoon
+hij Hardenborg kende, en na alles wat hij van hem vernemen mocht,
+zich overtuigd hield dat hij een brave edele jongen was, zoo speet
+het hem toch dat een aangeboren courtoisie, waarschijnlijk geprikkeld
+door Eva's schoonheid, hem deed voortgaan met Eva's zwakke zij te
+streelen. Ongetwijfeld moest zij den jongen Hardenborg reeds een hoog
+denkbeeld van hun fortuin hebben doen opvatten, althans op luchtigen
+toon--zonder te vermoeden dat hij hier olie in het vuur wierp--ging
+Archibald voort om naar aanleiding van zijn laatste uitstapje, of
+als een gevolg van het gesprek over zijn nette equipage, die nog voor
+de deur wachtte, ten behoeve van de schoone doktersvrouw op Helmonds
+schuldenlijst te stellen: een toertje naar Parijs nog vóór den winter,
+en dan, een paar makkelijke lieve rijtuigen met een flink span mooie
+schimmels.
+
+August had weer hoofdpijn toen de vroolijke prater--met de zekerheid
+dat Helmond en zijn prachtig vrouwtje het feest zouden bijwonen--in
+gestrekten draf het marktplein over en naar huis reed.
+
+Eva vond het waarlijk een alleraardigst mensch, en August moest nu
+ineens niet zoo ijselijk ernstig kijken. Immers dat reisje, ze denkt
+er niet aan; nee, ze vindt het nu al heel prettig dat men Woensdag
+het feest op _De Poel_ zal bijwonen. En dan, ja.... Helmond moet dat
+nu maar goedvinden.... een grandiose partij op haar jaardag moeten
+ze geven, een afdoener ineens.--Nee, anders niets!... Als Bus--of
+een betere huisknecht, nu maar eerst zoo'n eenvoudig livreipak heeft
+niewaar, vóór de partij, dan praten ze ná den jaardag samen wel eens
+heel ampeltjes over dat idee van Hardenborg.
+
+"Idee van Hardenborg?"
+
+"Nu, je weet wel....?" En, ijlend naar de piano, brengt ze na een
+krachtig accoord, eensklaps haar helder geluid tot de hooge Gis
+en zingt:
+
+
+ "Vooruit postiljon, met uw brieschend gespan;
+ "Laat schallen den hoorn;
+ "Doe spannen den reep
+ Door de klappende zweep;
+ "En voer me in het dons van den zachten karos,
+ "Langs heuvel en bosch,
+ "Naar 't heil van mijn leven:
+ "_Den lieven man_!"
+
+
+En zie, terwijl zij nu een oogenblik later naar hem terugsnelt, en
+den dierbare met haar armen omstrengelt, ja, waarlijk, nu glimlacht
+ook Helmond weder; nu glimlachte ook hij, de lieve, de beste, de
+_gulle_ vriend.
+
+
+
+
+
+
+
+NEGEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Mevrouw Armelo was woedend--letterlijk woedend. Zoo'n onverzettelijk
+hoofd als tegenwoordig die man had, daar was geen denkbeeld van te
+maken. Bedanken voor zoo'n partij! voor een partij bij den baron
+Debecque van _De Poel_. Letterlijk de heele beau-monde van Romphuizen
+en omstreken was genoodigd, en daaronder natuurlijk ook de familie
+_Van Armeloo_: zelfs _Louise_, "mademoiselle Louise" jawel. En
+dan te bedanken! Waarom?--Goeje hemel! "Omdat men eens en vooral
+van conversatie, van zulke conversatie heeft afgezien"! Een mooie
+grap! als het een partij is die louter voor je eigen vleeschelijken
+zoon en dochter wordt gegeven--zooals Eva zelve heeft gezegd!--"Omdat
+men zulke menschen niet weerom kan vragen"!--Maar hemelsche goedheid,
+_waarom_ niet!--Zal het dan noodig zijn om juist op dezelfde manier uit
+te halen? Kan men niet eens eenvoudig een avondje geven: tong, saucis,
+komijne, zoetemelksche en een taart....? "Te veel kosten"!--Nu ja,
+dat diner in _De Arend_ daar is ook wat tegen geprutteld; maar was
+er dan iemand die daarvan nog een cent te pretendeeren had?--"Geen
+kleeren? De uniformrok?"--Mevrouw kan niet alles zeggen zonder spreken;
+maar als Eva binnenkort, ondanks papa's tegenwerken, zorgt de stukken
+van adeldom in haar bezit te krijgen, en alles bewezen is, dan zal
+manlief tóch wel aan een zwart pak moeten gelooven. Nota bene, een
+graaf zonder een zwart pak!--Maar nu, 't was hemeltergend. En daar
+stond je dan als _vrouw_ letterlijk als een kind, als een niets! 't Was
+om razend te worden.--Toen de graaf--enfin Armelo--het antwoord aan
+den knecht heeft gegeven: dat men zeer vriendelijk voor de beleefde
+uitnoodiging liet bedanken, toen heeft zij wel gezegd, dat mijnheer
+zich vergiste, want dat hij _aannemen_ meende; maar de graaf--enfin
+Armelo--heeft als een gek volgehouden dat hij zeer goed wist wat hij
+zeide, en was de knecht--terwijl haar letterlijk de vingers hebben
+gejeukt--half lachend heengegaan, natuurlijk lachend om de zotheid dat
+men voor zóó iets bedankte.--Wát geld! had haar eigen zoon geen geld
+als water! Dat zei niet slechts Eva maar iedereen!--Mevrouw Armelo
+is woedend. Geen wonder: heel Romphuizen is in beweging; alles kleedt
+zich voor van avond; en.... Ouwe tuinboonen zal ie straks hebben; bij
+vergissing met het boonenkruid er onder; dat lust ie volstrekt niet.
+
+"Wat wil jij Van Hake? Moet jij bijgeval ook naar de partij?"
+
+"Nee mevrouw; daar behoor _ik_ niet; tenminste...."
+
+"Natuurlijk; ik wist ook wel beter. Wat wou je?"
+
+"Och mevrouw, onder ons gezegd, ik heb een kleine bestelling voor
+juffrouw Louise, maar 't moet dood _dood_ geheim blijven, en daarom
+wou ik haar graag heel alleen spreken."
+
+"Is 't weer in _dien_ tijd! Je weet wel Van Hake, dat wij geen menschen
+zijn die tegenwoordig voor Jan en alleman zoo maar klaar staan."
+
+"Ja mevrouw, dat weet ik heel best, maar 't is iets, enfin. Mevrouw
+Helmond is gauw jarig, niewaar? We hadden zoo'n idee. Eventjes
+mevrouw. Is Louise achter?"
+
+"Ja, achter is ze zeker; want of ze het doet om me te plagen, maar
+dat zit letterlijk den heelen dag met den neus op haar naald.--Zeg,
+heb jelui plan op een comedie misschien?"
+
+"We wilden het liever dan een treurspel!" zegt Thomas snel. Daarop
+vliegt hij naar het kamertje waar hij Louise vindt; en, als hij haar
+heeft gegroet, dan legt hij zijn vinger op den mond, en draait de
+deur op het slot.
+
+Thomas Van Hake gevoelt zelf iets vreemds nu hij in dit kleine
+kamertje, zoo maar zonder verlof is binnengetreden, en, na de deur
+te hebben gesloten, tegenover de blonde voormalige schoolkameraad
+staat die hem met haar groote blauwe oogen vragend aanziet, terwijl
+een blos haar vriendlijk gezichtje heeft gekleurd.
+
+Thom heeft nooit gezien dat Louise zulke mooie oogen had.... Nú
+schijnt het echter alsof ze wat veel heeft gewerkt of--geschreid.
+
+"Ja Louise, dat is vrij brutaal om zoo maar binnen te komen en de
+deur op 't slot te doen."
+
+"Zeker, wat moet dat beduiden Thomas?"
+
+"Ik wou je alleen spreken."
+
+"Maar dan kan die deur toch wel open blijven?"
+
+"Nee Louise, nee! Ik wil zeker zijn dat niemand ons overvalt. Er is
+haast bij 'tgeen ik te zeggen heb."
+
+"Is er iets kwaads Thomas? Je doet me schrikken!"
+
+"Kwaad--nee, tenminste niets om van te schrikken.--Maar
+toch.... luister nu even, en laat die naald eens rusten."
+
+"Ja Thomas, maar ik kan wel hooren en werken tegelijk, want deze sortie
+heeft ook haast; ze moet over een half uur klaar wezen. Ik maak die
+voor mevrouw Lens--natuurlijk in 't geheim, je weet wel--zij moet er
+mee naar _De Poel_."
+
+"Maar dat is God geklaagd!" roept Thomas op gedempten toon: "Jij zit
+hier je oogen rood te turen, en je zuster...."
+
+"Stil Thomas, stil, niet over háár. Misschien geniet ik zelfs meer
+dan Eva, terwijl ik hier rustig zit te werken en zij haar zorgen
+heeft voor haar toilet."
+
+"Louise, ik kwam hier om je te verzoeken aanstonds naar je zuster
+te gaan."
+
+"_Ik_ Thomas? Zal ik haar moeten helpen; voor asschepoester spelen
+misschien? Nee Thom, dat meen je niet."
+
+"Zeker meen ik dat niet.--Je moet haar bewegen _niet_ naar _De Poel_
+te gaan. Het mag, het kan niet. Dáárom Louise kwam ik hier."
+
+"Mag Eva niet naar dat feest gaan? En waarom niet?"
+
+"Luister," zegt Thomas; en in weinige oogenblikken heeft hij aan het
+meisje den hoofdinhoud zijner vermoedens en bezwaren meegedeeld. Neen,
+alles kon hij haar niet zeggen, maar zijn moeder en hij, ze hadden
+nu de vaste overtuiging dat dokter werd gekweld door zorgen, die
+hij uit overgroote liefde voor zijn vrouw te verbergen zocht. Ja,
+vooral dezen middag was het gebleken dat dokter in een zeer gedrukte
+stemming verkeerde.
+
+Sedert eenige dagen gebeurde het dikwijls dat dokter na het verrichten
+van eenige bezigheden in de apotheek nog eens in een der kamers van het
+oude, nu ontmeubelde huis ging, om er eenige oogenblikken te vertoeven,
+zonder dat Thomas begreep wat hij er eigenlijk deed. Dezen morgen
+nu, had Thom eensklaps in de voormalige huiskamer naast de apotheek,
+een slag gehoord alsof er iets van boven neerviel.
+
+"Nee, 't was zoo erg niet;" valt Thomas zich zelven in de rede toen
+hij het meisje verbleeken zag: "Ik loop naar de deur," vervolgt nij:
+"en onwillekeurig luisterend, hoor ik nu nogmaals dien slag doch met
+de woorden er bij: "Dwaas! waarom gezwegen!" Ik begreep nu dat dokter
+met den voet op den grond had gestampt zonder aan mijn nabijheid
+te denken. Of ik goed deed of niet.... zonder beraad opende ik de
+deur, en vroeg of dokter mij riep.--Vreemd, ik zou zeggen met een
+bijna angstigen blik zag hij mij aan; maar spoedig zich herstellend,
+zeide hij, dat hij in 't geheel niet geroepen en ook niets noodig
+had. Maar, vermoedelijk toch vreezend dat ik het woord had verstaan,
+'twelk hem in de eenzaamheid was ontvallen, achtte hij het raadzaam
+om eenigszins in dienzelfden toon te blijven, en, in de apotheek
+terugkomende, hernam hij: "'t Is me hinderlijk Thom, dat ik van middag
+naar die partij moet. 't Gebabbel over Dirksen mag wat verminderen,
+maar de gevolgen zijn toch grooter dan we ons in 't eerst hadden
+voorgesteld. Er kon wéér zoo iets gebeuren. En dan...."--"Wat is er
+nog meer dat u bezwaart?" vroeg ik met belangstelling. Toen Louise,
+vernam ik dat dokter een paar uur geleden Hendrik van _De Zonsberg_
+ontmoet had. De oude generaal die met de juffrouw eergisteren van
+_De Godesberg_ was teruggekeerd moest niet heel wel zijn. Hendrik
+was naar den notaris geweest om hem te verzoeken nog dezen avond
+bij den ouden heer te komen. Ik kon dus wel begrijpen, zei dokter,
+dat hij geen trek had om nu naar een partij te gaan."
+
+"De generaal ziek!" valt Louise in: "Nee dan is het wel te
+begrijpen. Is hij er niet aanstonds naar toe gegaan?"
+
+"Och Louise, dat is nu het groote punt in quaestie. De generaal zegt
+kort en goed, dat je zuster--mevrouw Helmond--de tering niet naar
+de nering zet, en wanneer dokter haar daarin blijft stijven, dat hij
+dan niets meer van hem weten wil.--Je moet er niet van praten Louise,
+maar zieje, dát is de zaak. En nu zul je 't begrijpen, hoe ik om dien
+besten dokter in angst zit. Zelf niet heel fiksch tegenwoordig,--nee,
+recht gezond is hij niet--onder den druk zijner belasterde praktijk;
+in zorg over de gezondheid van dien geliefden pleegvader, die hem
+echter niet wil ontvangen; zeer zachtjes; in zorg misschien ook over
+die boodschap aan den notaris; ja wie weet als de oude heer zijn
+testament eens ten nadeele van dokter veranderen liet....!"
+
+"Zou dat mogelijk zijn? Maar dán nog.... Eva zegt altijd...."
+
+"Dat dokter rijk is niewaar?" valt Thomas fluisterend in: "Nee Louise,
+uit te ver gedreven liefde, uit valsche schaamte heeft hij háár, en uit
+onbaatzuchtige vriendschap heeft hij moeder en mij in den waan gebracht
+dat hij van zich zelven middelen bezat. Maar ik weet 't beter! Onder
+de tegenstrijdige praatjes, die er in den laatsten tijd zoo veelvuldig
+over mijn weldoener liepen, behoorde ook de verdenking dat hij bij
+notaris Zoutenheer diep in de schuld zit, ja zelfs dat andere personen
+hem gewillig met eenige duizenden hebben bijgesprongen."
+
+"Heb ik het niet gedacht!" zegt Louise, en dan: "En jij Thom, geloof
+jij dat ook?"
+
+"Ja, en 't is daarom voornamelijk dat ik hier kom. Ik geloof, ik
+weet bijna zeker Louise, dat mijn brave vriend in de schromelijkste
+moeielijkheden zit. Spaar me de bewijzen. Maar geloof me, naar mijn
+innige overtuiging zou je aan dokter en zijn vrouw de grootste weldaad
+bewijzen, indien je ze bewegen kondt om van avond _niet_ naar _De Poel_
+te gaan maar _wel_ naar _De Zonsberg_. En jij Louise"--hij vat in zijn
+gejaagden ijver de rappe hand van het meisje: "jij zult wel weten hoe
+je het aanleggen moet; je zult je zuster alles aan 't verstand kunnen
+brengen. Paai haar desnoods met een rijke erfenis van den generaal,
+als je om Godswil mijn besten dokter maar helpt redden. Och lieve
+Louise, ik zou je eeuwig erkentelijk zijn."
+
+'t Was getooverd, maar zelfs onder dit gesprek door heeft Louise de
+laatste hand aan haar sortie kunnen leggen.
+
+"Ei zoo, heb jelui de rollen al verdeeld?" vraagt mevrouw Armelo,
+die Louise straks met haar simpel stroohoedje op, en een pakje onder
+de eenvoudige mantille verborgen, aan de zij van Thomas de woning
+ziet verlaten: "Moeten er nog meer in den arm worden genomen? Als
+jelui verlegen bent, je zoudt voor mij op een rol kunnen rekenen."
+
+"Misschien de mère noble Duègne!" roept Thomas.--Mevrouw begreep het
+niet recht:
+
+"Best, bestig, ik hou me daaraan!"
+
+
+
+August en Eva hebben vroeg en zeer vluchtig gegeten, want Helmond
+had nog 't een en ander te doen,--waardoor hij zeker weer zoo
+afgetrokken is geweest, denkt Eva--en Eva zelve moest alles nazien
+wat haar zooeven uit Utrecht is bezorgd, om zich daarna te kleeden,
+'t geen ze niet graag zoo overhaast doet.
+
+"Zei je iets August?"
+
+"'t Kwam me voor dat je wat bleek zag Eva. Mij dunkt beter ten halve
+gekeerd dan....."
+
+Eva met groote verbazing: "Ten halve gekeerd....? Je bedoelt toch niet
+om par exempel nog thuis te blijven? Nee maar lieve beste papa'tje
+in spe, nu moet ik toch heusch om je lachen. Wou je me _thuis_ laten?"
+
+"Ik ben waarlijk bang dat je je te veel zult vermoeien. 't Is eigenlijk
+een dolle geschiedenis."
+
+"Een dolle geschiedenis!? Maar die jij hebt goedgevonden."
+
+"Ik....? Nee! nee Eva, goedgevonden heb ik het niet."
+
+"August, als je nu in ernst wilt dat de partij me geen kwaad zal
+doen, agiteer me dan niet vooraf.--Je bent een beste man, maar je
+hebt iets dat niet goed is.--Kijk nu niet boos, 't is zoo heel erg
+niet: je bent wat zwaartillend. Stil, ik weet wel dat het nu allemaal
+hartelijkheid is, en zorg voor ons popje meteen; maar men moet niet
+_overdrijven_. In den beginne toen we zoo zuinigjes, zoo doodeenvoudig
+moesten leven--in een hondenhokje--omdat men volstrekt geen middelen
+had, toen kon mijn goede man niet van het burgemeestershuis hooren
+of er rezen bergen van bezwaren; en,--nu men bewezen heeft dat men
+zeer goed over dat alles kan heenkomen, nu...."
+
+"Eva, je spreekt altijd weer alsof ik over schatten te beschikken had,
+terwijl .... ja waarachtig, terwijl..."
+
+"In 's-hemelsnaam August, begin nu niet weer van voren afaan. Ik
+vergeet niet zoo licht wat je mij eens hebt gezegd. Waarlijk op dat
+punt ben ik heel gerust, en, als er toch weer gezwaarmutst wordt, dan
+denk ik: dat zal wel slijten mettertijd. Maar manlief, je moet dat
+nu niet op een ander terrein overbrengen. Dat je zorg voor me hebt,
+dat doet me recht veel plezier, maar _getob_ .... nee! eerst _niet_
+goedvinden, dan wel goedvinden, dan weer: we moesten nu tóch maar
+thuisblijven.... Hoor eens Evertje Zwaarhoofd, we gaan nu van avond
+dol prettigjes naar de Debecque's en dan zal ik stellig niet te veel
+dansen, en dan pruttel jij niet meer en je kijkt me niet zoo zwart,
+baasje, maar je geeft me nu een fermen zoen.--Ziezoo!"
+
+Nu Eva zich snel heeft verwijderd, valt Helmond als geknakt, in een
+der zachte voltaires neer. Hij gevoelt wel dat hij in kracht--in
+zedelijke kracht vooral--sinds zijn huwelijk is achteruitgegaan.--Hij
+_durft_ niet meer. In den aanvang was hij op den goeden weg. Te Parijs
+heeft hij getoond dat hij als man kon handelen, zelfs tegenover die
+aangebeden, zoo schoone als talentvolle vrouw.--Maar toen gold het
+zijn plicht als dokter; zijn plicht jegens een weldoener en geliefde
+pleegzuster. In zulk een geval zou hij immers ook nu nog krachtig zijn,
+indien Eva anders wilde dan hij.--Evert Zwaarhoofd! Ha, misschien
+heeft zij toch een beetje gelijk. Is die toekomst dan werkelijk
+zoo duister? Is een schuld van eenige duizenden guldens dan een
+onoverkomelijke....? De praktijk zal zich wel spoedig herstellen:
+en dan .... in de toekomst: Oom Van Barneveld!.... Helaas! ja, _oom
+Van Barneveld_!
+
+--Maar 't is waar, een groote reden van bezorgdheid om nu feest te
+gaan vieren, is juist het bericht dat de generaal niet heel wel is.
+
+Ofschoon oom al twee dagen terug was, August heeft geen poging gedaan
+om nog eens te beproeven of een afwezigheid van zoo vele weken ook
+gunstig heeft gewerkt. Hij heeft er zeer tegen opgezien, en kon er
+niet toe besluiten alvorens hij eenig antwoord op zijn brief aan
+Jacoba zou hebben ontvangen; immers hij vermoedt dat een verbod om
+hem te schrijven oorzaak van haar stilzwijgen is.--Maar ja, indien
+hij had geweten dat zijn pleegvader ziek was....!
+
+'t Is zonderling! Nu hij dan toch naar _De Zonsberg_ zou willen gaan,
+om--na dat treurig bericht--dien ouden man te ontmoeten, en, of hij
+wilde of niet, de hand te drukken totdat hem de tranen in de oogen
+zouden springen, nu staat hij alweder voor een genot, 'twelk hij Eva
+er voor zou moeten ontnemen.
+
+--Maar ook, de generaal heeft immers niets van zich doen hooren;
+men vernam _toevallig_ dat hij terug en een weinig ongesteld was. 't
+Zal zoo erg niet wezen. Door niet naar _De Poel_ te gaan, stuurde men
+bovendien het heele feest in de war; ja zelfs als Eva alleen ging. En,
+alleen te gaan; nee, dat zou haar zeker niet bevallen. Enfin! morgen
+dan naar _De Zonsberg_, morgen!
+
+"Mevrouw," zegt Kaatje terwijl ze Eva's vriendelijk en keurig
+gemeubileerd boudoir is binnengetreden: "mevrouw, daar is de juffrouw
+van den kapitein: uw zuster zal ik maar zeggen."
+
+"Hé, wat wil die?--Laat maar wachten in de zaal Kaatje."
+
+Neen, wachten kon Louise niet. Zij klopt aan de deur van Eva's boudoir.
+
+"Binnen!--Hé, kom je tóch boven Louise? Wat heb je kindlief? Is er
+onraad dat je zoo'n haast maakt? Je ziet me hierin een ergen boel;
+maar dat kleeden voor een partij waarop men zoowat de eerste zal zijn,
+is nog al lastig, tenminste zonder kamenier. Hé, zie jij eens eventjes,
+valt die berthe van achteren goed? Ja, in zoover kom je me heel van
+pas zusjelief. Hangt ze goed? Mooie blauwe japon niewaar? Nog uit
+Parijs meegebracht, vin jij 'em te laag? Maar wat heb je anders aan
+een tamelijk mooien hals niewaar? Men kan letterlijk niets zien met
+zoo'n kleinen spiegel."
+
+"Eva, ik zou je heel graag helpen, maar liever om je weer uit te
+kleeden dan je verder toilet te helpen maken."
+
+"Watblief?" zegt Eva verrast.
+
+"Je weet Eva-lief, dat ik je niet te veel met mijn visites lastig
+val, sedert ik zeer tegen je zin blijf werken zooals ik meen dat mijn
+plicht is...."
+
+"Lieve schepsel, kom me nu niet met de opsomming van al je verdiensten
+in de war brengen. Je bent een zeer handig meisje, dat weten we
+wel.--Nu kindlief, al dadelijk die waterlanders, foei! Ik zeg het
+niet uit boosheid. We waardeeren je immers en...."
+
+"Och dat is niet noodig, volstrekt niet;" zegt Louise half schreiend;
+en dan zich spoedig herstellend: "Wij hebben ieder onzen eigen weg
+Eva, en ik bedoelde alleen dat ik niet zonder toestemming hier op je
+mooie kamer zou gekomen zijn als ik er geen reden voor had."
+
+"Komaan kindlief, wat heb je dan, zeg?"
+
+"Eva, je moet niet naar die partij gaan."
+
+Eva houdt nú eens een witte camelia en dan een takje zeer fijne
+vergeet-mij-nietjes tegen haar prachtig zwart glanzend haar.
+
+"Ei, _niet_! En waarom nie.... te.... Louise?"
+
+"Omdat.... omdat je man, de goede dokter er ziek van zal worden."
+
+"Och kom! Hé, hoe weet _jij_ dat zoo, beste kind?--Och kijk nu eens
+heel eventjes, wat vin je mooier? Deze witte niewaar?"
+
+"Eva, je denkt dat het geen ernst is...."
+
+"O volstrekt niet; nee dat denk ik in 't geheel niet. Als jij me nu
+even zegt wat je mooier vindt, wit of blauw, dan zal ik je zeggen hoe
+het komt dat ik aanstonds alles begrijp, en me toch kalm kan blijven
+kleeden. _Wit hé_?--Nu dan: Dokter heeft een visite bij pa gemaakt,
+en gezegd dat hij geen plezier in het feest had, omdat ie bang was
+dat ik me wat te veel vermoeien zou. Zie, dat zijn nu zulke kleine
+zaakjes daar zusje nog niet van weten mag.--Zeg, heb ik 't mis?--Och
+geef eens even dat diamantdoosje aan. Nog uit Parijs meegebracht."
+
+"Eva, je laat me niet uitspreken en hebt misgeraden bovendien. Lieve
+zuster, luister nu even: Er is waarlijk geen gekscheren mee.--Och
+laat die bloemen en diamanten een oogenblik rusten en hoor wat ik je
+ernstig zeggen wil."
+
+Met een wel wat gemaakte belangstelling luistert Eva nu naar de zuster
+die de tolk is van de zorgen, waardoor de goede Thomas ten behoeve
+van den dierbaren meester werd gekweld.
+
+Een betere keus, meende Thom, had hij niet kunnen doen. Louise zou
+met kalmte en verstand haar zuster op de hoogte van den wezenlijken
+toestand van zaken brengen. Een andere weg was er niet. Dokter scheen
+verblind te zijn, en--maar Thomas zou dit aan niemand, neen zelfs niet
+aan zijn moeder durven toevertrouwen--de arme man moest reeds in groote
+ongelegenheid verkeeren, ja waarschijnlijk had hij reeds de eerste
+schrede op een zeer gevaarlijken weg gezet! Immers, toen Thomas eenige
+dagen, nadat hij de beide bankbriefjes van Helmond had ontvangen, er
+een van wilde uitgeven, toen heeft het zijn aandacht getroffen, dat het
+dezelfde nummers waren, die hij kort te voren aan Helmond had gebracht,
+als zijnde de opbrengst der laatste lijst ten behoeve van Doneries
+monument.--Ja, ook de stempels van eenige firma's aan de achterzij,
+hebben hem overtuigd dat het dezelfde briefjes waren, die Helmond in
+een la van zijn schrijftafel had geborgen, met de woorden: "Ziezoo,
+dat ligt daar rustig totdat het monument zal zijn afgeleverd."--Van
+Hake zou vroeger misschien al spoedig tot het besluit zijn gekomen,
+dat dokter die briefjes voor specie of wel tegen ander bankpapier
+had ingewisseld, doch nú, sedert de ervaringen der laatste dagen,
+moest hij het ergste vreezen. Reeds tot drie malen toe heeft dokter
+het geldbakje uit de toonbanklade in zijn porte-monnaie geledigd met
+de opmerking, dat hij tegenwoordig telkens gebrek aan klein geld had,
+terwijl hij dezen morgen met een zonderlinge ongedwongenheid Thomas om
+vijf enkele guldens heeft gevraagd, "aangezien hij thuis niet anders
+dan groot bankpapier had, en men de meiden moeielijk om te wisselen
+kon uitzenden, dewijl mevrouw ze niet goed missen kon."
+
+Thomas Van Hake gelooft dat hij wel een groote domoor zou moeten zijn,
+als hij mis heeft gezien; en vurig hoopt hij dat Louises gang naar
+het doktershuis gezegend zal wezen.
+
+"Zoo, is dát nu de zaak Louisje-lief?" zegt Eva met kwalijk bedekten
+spijt: "Meenen sommige menschen dat _ik_ den goeden dokter aanzet
+om hooger te vliegen dan wij kunnen--ik gebruik je eigen woorden, je
+hoort het.--Weet je wat? doe jij dan lieve kind, het compliment aan
+die menschen terug, en zeg hun dat Eva Helmond verstandig genoeg is om
+te weten wát haar convenieert; maar vooral ook: dat de allerknapste
+en allerverstandigste man uit dit heele babbelnesterige Romphuizen,
+zeker wel weten zal wát hij doen en wát hij laten moet."
+
+"Maar Eva, 't is immers toch mogelijk dat Helmond om je genoegen
+te doen, niet alles zegt; en dewijl hij--zooals je zelve bekend
+hebt--telkens bezwaren heeft, inderdaad _veel_ meer uitgeeft dan hij
+in redelijkheid zou mogen en kunnen."
+
+"Nee kind, dat is _niet_ mogelijk. Een jong meisje zooals jij, die
+zoowat niets van de wereld heeft gezien,--nee 't is je schuld niet,
+maar zoo iemand meet alles naar zich zelve af. Een man zooals de
+dokter, is geen Louise Armelo. Wat zulk een man zegt, dat _is_
+zoo, en wat hij doet dat moet men in Romphuizen niet blieven te
+bevitten of.... te _misgunnen_, voilà le mot! Ik zeg dat niet op
+jou, kind.--Maar brisons!--Wie heeft je met al die wijsheid hierheen
+gezonden?"
+
+"Eva dat doet er niet toe. Maar als--ik zeg _als_ het nu eens waar
+was, en Helmond reeds diep in de schulden zat, _hoe_ zou hij er uit
+kunnen raken? Ik zeg: _gesteld eens_!"
+
+"Och kind, je verveelt me. Is dit een moment voor al dat gebeuzel!"
+
+"Eva, ik vraag je: wie zou in zulk een geval de eenige zijn van
+wien hij hulp zou kunnen verwachten?--Van wien anders dan van
+zijn pleegvader? En--die pleegvader is ziek teruggekomen.--Bij de
+verwijdering die er tusschen ulieden moet bestaan--terwijl je die
+ongesteldheid had moeten aangrijpen om je te verzoenen door een
+spoedig en hartelijk bezoek,--zal de generaal nu straks vernemen dat
+gijlieden, op 't prachtigst uitgedost, _De Zonsberg_ voorbijrijdt
+zonder je om hem te bekreunen, terwijl je op _De Poel_ een vroolijke
+partij gaat bijwonen."
+
+"Waarlijk, ik maak je mijn compliment! Dat is in ons belang allerliefst
+door je berekend Louise. Je hebt een speculatieven geest. Uit vrees
+voor een mogelijke onterving, moeten we bij dat oude potstuk gaan
+opzitten en pootjes geven niewaar? Weet je wat die generaal is? Die
+man is een trotsch, een onverdraaglijk hoogmoedig despoot. Wil je
+weten wat ik hoop kind? Ik hoop dat menheer de generaal--die mij
+schandelijk durfde beleedigen en blijft beleedigen --dat hij zich
+straks zóó wel gevoelt dat hij, zonder vrees voor instorten--je ziet
+ik wensch den man van harte beterschap--enfin, zóó wel, dat hij voor
+'t open raam aan den straatweg zal kunnen zitten om ons "zoo prachtig
+uitgedost" eens ter dege te kunnen opnemen, wanneer we hem in de mooie
+open fourgon uit _De Gouden Arend_, triomfantelijk voorbijrijden!"
+
+Louise moet het uiterste wagen:
+
+"Eva, als ik nu eens zeker, eens _heel_ zeker wist dat je Helmond
+op dit oogenblik met niets gelukkiger zoudt kunnen maken dan met het
+besluit, om, inplaats van naar _De Poel_, met hem naar _De Zonsberg_
+te gaan...."
+
+"Zeg eens, zeer belangstellend zusje, ben je ook soms een _heel klein
+beetje_ jaloersch dat Louise Armelo _niet_, en Eva Helmond wél naar
+dat feest gaat? Maar stel je gerust, tegen mijn jaardag kindlief,
+zullen we het hier eens heldertjes overdoen, en, al bedanken papa en
+mama dan óók weer uit een bespottelijke mesquinerie, we zullen zorgen
+dat jij er bij komt. Met mijn zijden ruit--nog van Den Haag--zul je
+een heele parade maken. Men denk er dan aan zusje: naaistertjes ja
+zelfs _naaistertjes in het geheim_, ze wonen op den duur geen feesten
+bij in den hoogeren stand."
+
+Louise was te vol, zij kon niet meer spreken. Zij moest het wel opgeven
+Eva tot betere gedachten te brengen.--En dan, telkens gegriefd te
+worden! O het deed haar zoo zeer. Maar toch, het antwoord op Eva's
+laatste woorden, 'twelk zoo voor de hand lag, zij mocht het alleen
+_onhoorbaar_ uitspreken: "Maar, naaistertjes in het geheim, ze mogen
+wel vijftig zuur verdiende guldens betalen aan een huwelijksdiner,
+voor een zuster _uit den hoogeren stand_!"
+
+
+
+
+
+
+
+DERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+'t Was inderdaad een prachtig feest, 'twelk de Debecque's ter eere
+van hun in het moederland teruggekeerden zoon Archibald gaven, en
+waarvan die zoon de eer--zooals reeds vernomen werd--recht hoffelijk
+op dokter Helmond en zijn vrouw heeft overgedragen.
+
+Van halfzes tot zes uren ongeveer, hebben de koetsen aanhoudend
+gerold. Voor 't meerendeel in gala-costuum, zijn de gasten in een
+der ruime benedensalons ontvangen. Nadat de genoodigden, op een paar
+heeren na, voltallig waren, werd men beleefdelijk verzocht zich mee
+naar buiten, naar "de groene kamer" te begeven.
+
+De groene kamer was een groote rotonde, onder zwaar eiken- en
+beukenhout, tusschen de stammen dichtgegroeid met acacia- kamperfoelie
+en jasmijnstruiken, zoodat men binnen die rotonde--waarheen een
+klein slingerpad leidde--geheel in 't groen, en onbespied zat. Een
+aantal gemakkelijke tuinbanken--voor deze gelegenheid alle met kussens
+bedekt--stonden meerendeels in 't ronde der groene kamer, terwijl aan
+de eene zijde een groote tafel was geplaatst, waarop zich een menigte
+benoodigdheden van porselein en zilver bevond, zoowel voor de thee,
+die hier zal gebruikt worden, als voor de vele versnaperingen die er
+mede gereed staan. Echte havanna's en manilla's ontbreken er mede
+niet, en--"'t Is zeker een groot voorrecht om in zulk een groene
+kamer thee te drinken," zegt Archibald terwijl hij den heeren een
+sigaar presenteert: "want juffrouw Natuur heeft hier behoorlijk voor
+ventilatie gezorgd."
+
+Niemand, die de schaar der gasten opmerkzaam beschouwt zal, durven
+ontkennen dat mevrouw Helmond, zoo niet de jongste dan toch zeker
+de schoonste is van de vele oudere en jonge dames, die de groene
+kamer binnen haar suizende en geurende wanden vereenigd ziet. Eva
+is niet ijdel op haar schoonheid--althans ze gelooft niet dat ze
+dááraan ooit voedsel heeft gegeven; maar nu, in haar prachtig blauw
+damastzijden kleed, met de witte camelia in de haren; de witte kanten
+berthe langs de blanke schouders waarover de zwarte lokken wiegen;
+zonder eenig ander versiersel dan het stel kleine diamanten, 'twelk
+August haar te Parijs had gekocht; zooals zij daar zit, naast mevrouw
+de gravin Van Leeuwen die zeer besproeteld en tamelijk corpulent is,
+en naast de burgemeestersvrouw die vijf en veertig jaren telt; nu zij,
+schuin tegen haar over, de schichtige gastvrouw ziet, met een heel
+mooie muts op de peper-en-zoutkleurige boucles, en twee geagiteerde
+kleurtjes op de wangen; nu zij daar, overal verspreid, de leden van
+haar sekse opmerkt, in 't rood en 't wit, in 't havanna en korenblauw,
+in 't neteldoek en barège--nu ze eindelijk opstaat omdat ze een paar
+heeren die haar in beslag hadden genomen, wel kwijt wil wezen, en
+zegt dat ze mevrouw Debecque eens even wil toespreken ja--nu zij,
+gracelijk knikkend, de gedesoeuvreerde aansprekers voorbijgaande,
+in haar ruischend kleed de rotonde, ten aanschouwe van zoo velen,
+doorschrijdt, nu gevoelt Eva iets _vorstelijks_, iets 'twelk haar
+het hoofd wat fierder doet opheffen, en glimlachen.... enfin zooals
+een geboren _gravin Van Armeloo_ zou hebben geglimlacht.
+
+Archibald Hardenborg heeft aan papa Debecque beloofd, te zullen zorgen
+dat de partij niet stijf werd. Er is dan ook geen quaestie van. In
+de groene kamer heerscht al spoedig een drukte en beweeglijkheid van
+plaatsverwisseling--om elkander eens toe te spreken--dat er maar al
+te weinig wordt gelet op de waarlijk schoone muziek der *** kapel,
+die, aan de buitenzijde der groene kamer geplaatst, haar welluidende
+tonen deed hooren.--De echte muziekliefhebbers, of ook de paartjes,
+die eens naar een rustiger kout verlangden, zelfs heeren die nog wel
+voor 't vallen van den avond een kijkje in de plaats willen nemen, ze
+verlieten al van lieverlee de kamer, waarin --zooals dominee Hoogerberg
+aan zijn vriend den burgemeester verzekerde: "het zeker overheerlijk
+moest wezen, om op een schoonen zomerzondagmorgen nog eens in alle
+stilte een preek te kunnen nazien;" en waarin--zooals Piet Lovers,
+de bleeke candidaat-notaris, die al acht jaar geëngageerd is, zijn
+Marietje toefluistert: "waarin hij 's avonds vooral bij maneschijn,
+wel zoo eens heelemaal met haar alleen zou willen zitten." 't Was
+een verschrikkelijk vak dat notariaat!--En Marietje nadenkend met
+een zucht:
+
+"Zou je niet kunnen uitvinden om bijvoorbeeld papier van boombast te
+maken Piet?"
+
+"Marietje-lief dat is al uitgevonden; 'k las het immers laatst in
+de krant."
+
+"Och heer!" zegt Marietje en later: "Maar Piet dan iets anders,
+zoo iets in dien geest?"
+
+
+
+"Toch niet ernstig die ongesteldheid, dokter?" vraagt de gastheer:
+"'t Was een _groote_ teleurstelling dat de generaal liet bedanken. Ja,
+onder ons gezegd, indien de partij een nadere kennismaking met
+Archibald.... Begrepen!? Allerliefst kind, Jacoba, allerliefst! Wat
+scheelt den generaal?"
+
+Helmond is schijnbaar afgetrokken.
+
+"Pardon..... ik zag daar; ik meende..... Die ongesteldheid? Och,
+dat beteekent niet veel, tenminste ...."
+
+"'k Dacht het wel! Al te bang voor uitgaan!" Roepend:
+"Archibald! --Zieje, 't heeft niets te beteekenen die ongesteldheid."
+
+"Watblief, ongesteldheid? Ben je niet fiks mijn brave Aesculaap? Wat
+bedoelt u papa?"
+
+"Ik meen van _De Zonsberg_."
+
+"Ja .... ja, dat is treurig; maar wat er aan te doen! 'k Heb het
+plezier gehad haar eens te zien; bleek lief! Ah ja, we spraken van den
+generaal; dus niet gevaarlijk? Komaan!--Zeg dokter, in vertrouwen--Papa
+_niet_ luisteren--ben je niet in den derden hemel? Mijn goeje deugd,
+wat een prachtige vrouw! Als ze van avond geschaakt is, telegrafeer dan
+maar op mijn signalement! A propos, is dat die majoor Kartenglimp? Die
+man is later gekomen hé? Hij is een intieme van je, niewaar?"
+
+"H'm, intiem!" zegt Helmond.
+
+"O, ik dacht 't, omdat je straks zoo'n heelen tijd met hem
+wandelde....?"
+
+"Ja wel, hij is een patiënt van me;" zegt Helmond schijnbaar kalm
+doch met inwendige ontroering, want hij had er bij kunnen voegen:
+Eigenlijk ben ik er nú een van hem.
+
+"Allemachtig bekend gezicht! Wil je me eens eventjes aan hem
+voorstellen?--.... Ha zoo, 't plezier den majoor Kartenglimp te
+zien?--Nee majoor, pardon, dat is van middag al meer gebeurd, een
+Debecque ben ik niet. Mama heeft me lager bij den weg gehouden. Mijn
+vader heette Hardenborg, om je te dienen. U bent ook in Indië geweest
+niewaar?"
+
+'t Was goed dat op ditzelfde oogenblik een snel voorbijvliegend
+dametje--wij gelooven niet uit ondeugd--den majoor zóó tegen den arm
+stiet, dat het kopje 'twelk hij in de hand hield op den grond viel,
+en de thee over het neteldoeksch kleed van het dametje werd uitgestort.
+
+Ja, dat was een zeer gelukkig intermezzo, want bij Archibalds
+meedeeling en vraag, is het Kartenglimp geweest alsof hem "de dood op
+den rug sprong". Op gezag van mijnheer Kippelaan,--mijnheer Kippelaan
+had het van den horlogemaker, die wekelijks klokken en pendules bij
+den baron Debecque ging opwinden, _wie_ kon het dus beter weten--op
+gezag van Kippelaan heeft hij in de stellige meening verkeerd, dat de
+jonge luitenant: _Debecque_ heette, en zee-officier op non-actief was.
+
+Tusschen het vliegende dametje en den majoor worden nu eenige
+verontschuldigingen gewisseld. Aller oogen zijn natuurlijk op het met
+thee gekleurde japonnetje gevestigd, en _niet_ op het vuurrood, 'twelk
+het gelaat van den majoor had bedekt, maar dat--zoo het al gezien werd,
+in alle geval op rekening van het ongeluk moest gesteld worden.
+
+Kartenglimp sprak met een paar dames over uitwasschen en 't
+vreeselijke _jammer_ van een dameskleed zoo geheel onwillekeurig te
+hebben bezoedeld; terwijl hij intusschen den zoon des huizes geheel
+vergeten scheen.
+
+"'t Is ongelooflijk" fluisterde Archibald tot Helmond: "zooals die
+majoor op een vent lijkt dien ik eens, drie jaren geleden, in Indië
+heb gezien; maar dat was er een die minder verlegen was op 't punt van
+damesjaponnen. 't Is vreemd! En vijf jaar is hij in 't land niewaar?"
+
+"De majoor woont ruim twee jaar hier, maar een allervleiendst vaarwel
+van zijn mede-officieren, toen hij Indië verliet, 't welk ik lezen
+mocht, was gedagteekend: Juni 18.. nu ruim zes jaar geleden."
+
+"Ei 't is zonderling! Men zegt wel eens dat Onze Lieve Heer geen twee
+blaadjes eender gemaakt heeft, maar die majoor en de kapitein Ronner,
+dat gemeen individu, ze mogen dan voor de blaadjes niets bewijzen,
+voor de menschen gooien ze de stelling totaal op straat.--Ah ha! mijn
+lieve freules!" vervolgt hij, zich eensklaps terzijde wendend, tot
+de dochters van den baron Narwal--een zeer vermogend edelman, wiens
+buitengoed omstreeks een uur van _De Poel_ lag: "'t wordt al wat
+donker voor de groene kamer niewaar? Nu moeten de dames mij eens het
+groote voorrecht gunnen om zóó, ziezoo, bras-dessous bras-dessous, de
+vijvers met haar rond te wandelen. Papa had ze voor deze gelegenheid
+willen laten droogmalen om ze dan met Rijn-wijn te vullen, maar de
+snoeken hebben dat afgestemd, hé!--Ah zie, onze brave lampenisten zijn
+al met de verlichting bezig.--Freule Marie,--al geëngageerd voor de
+eerste wals..... Freule Rosa,--voor de eerste quadrille....? Welzeker,
+'t bal zal binnen zijn!--'t Was eerst plan om buiten te dansen, maar,
+van een concurrentie met de muggen hebben we afgezien.--Geen eerste
+wals meer? O, dat is verschrikkelijk! De galopade....? Ai, dat is
+jammer, de eerste galopade heeft mij mevrouw Helmond al toegezegd."
+
+"Ah zoo, dan heeft mijnheer Debecque de mooie doktersvrouw zeker
+vooruit gevraagd, want al vroeg hoorde ik haar tot dien majoor zeggen
+dat ze geen dans meer open had."
+
+"Abuis schoone freule: menheer _Debecque_ heeft niemand vooruit
+gevraagd," zegt Hardenborg, en meent het aardige freuletje, in 't
+lila satijn, zóó wel een beetje te mogen foppen: "Een lief gezichtje
+die doktersvrouw;" voegt hij er bij, op dien halfvragenden toon,
+om--casu quo--niet nóg eens zeer te doen.
+
+"Lief! ik vind haar bepaald prachtig!" zegt freule Marie; "'t Is een
+ware beauté."
+
+"Ja ik kan haar niet genoeg aankijken;" zegt Rosa.
+
+"Ze heeft compleet iets vorstelijks," herneemt Marie: "mij dunkt ik
+heb nooit zooveel charmes bijeen gezien."
+
+"En naar ik hoor moet ze zoo prachtig zingen. Je kunt je haast niet
+begrijpen mijnheer Debecque, dat zoo'n mensch van geen geboorte is. 't
+Schijnt wel alsof er altijd iets aan ontbreken moet."
+
+"Fameus jammer!" zegt Hardenborg, die nu vis-à-vis freule _Rosa_
+vooreerst maar een _Debecque_ zal blijven.
+
+"O, dat idee heeft me geen oogenblik gehinderd;" valt Marie in: "Nee,
+weet u wát me hinderde .... Hé dat is mooi die verlichting à giorno,
+mooi in het water;--het choqueerde me geweldig zooals die oude majoor
+Katten- of Kartenglimp haar het hof stond te maken. Die man heeft
+een leelijk gezicht."
+
+"Hé, vindt u freule?"
+
+"Pardon, 't is misschien een vriend?"
+
+"Foei Marie, je zegt ook maar alles!"
+
+"Ja 't is onverstandig. Ik denk wat al te dikwijls overluid. U neemt
+het niet kwalijk luitenant?"
+
+"O volstrekt niet! Om je de waarheid te zeggen freule, ik ben het
+volmaakt met je eens; de manier waarop die majoor straks het mooie
+vrouwtje courtiseerde 't was...."
+
+"A-bas!" zegt freule Marie.
+
+"Au fond commun;" stemt Rosa.
+
+Hardenborg werd zeer warm van binnen,--Harmonie!--Mooie muziek!--Hij
+sloot die beide, hem anders heelemaal onbekende armpjes wat
+vaster,--vooral dat armpje links aan de zij van het hart;--niewaar,
+'t pad werd zoo smal, en.... 't Was nu jammer dat die kleine van _De
+Zonsberg_ er niet bij was. Dan--dán kon men misschien ineens besluiten:
+voor 't oogenblik: Links, nominatie nummer één!--En avant!
+
+
+
+Juist tegenover de plek, waar het vuurwerk zou worden ontstoken,
+was een groote cantine geplaatst, waar wijn, limonade en sorbets
+benevens allerlei fijne gebakken werden aangeboden.
+
+Reeds een groot aantal gasten bevond zich daar koutend en genietend
+bijeen.
+
+"Een allerliefste avond;" zegt een der heeren.
+
+"Wel iets bijzonders voor ons kalme Romphuizen;" antwoordt juffrouw
+Lansveld.
+
+"En de feesten zullen elkander zoo spoedig opvolgen," zegt mevrouw
+Lens, terwijl zij de keurige met wit dons omzette sortie, door Louise
+Armelo gemaakt, een weinig lager laat zakken: "Tenminste ik heb mijn
+woord al moeten passeeren aan mevrouw Helmond voor--ik meen den acht
+en twintigsten September."
+
+"Ja juist. Ik ben ook gevraagd!" klinkt het hier en daar.
+
+"Allerliefst!"
+
+"Prachtige gelegenheid in 't nieuwe doktershuis!"
+
+"Recht lieve menschen!"
+
+"Puissant rijk!"
+
+"Hé puissant?" Zeer zachtjes: "Ik dacht dat het veel uiterlijk was. De
+praktijk verloopt bepaald!"
+
+"O geen wonder menheer: heelemaal liefhebberij."
+
+"Och-kom, dus zoudt u denken dat men bijvoorbeeld zoo'n rekening niet
+behoeft te....?"
+
+"Nee quant à cela, heelemaal niet, maar een gracieus cadeau of
+cadeautje. U begrijpt--de generaal!--Puissant!"
+
+"Ah zoo juffrouw Van Berge, zult u den acht en twintigsten September
+ook van de partij zijn?"
+
+"Om u te dienen notaris. We stonden zoo bij elkaar, en toen heeft
+mevrouw Helmond ons, allerliefst, in massa geïnviteerd."
+
+"Vin-jij dat Helmond er vroolijk uitziet?" vraagt de burgemeester
+aan den notaris.
+
+"Vroolijk? Jawel; tenminste het tegendeel is me niet opgevallen."
+
+"Hij ziet bleek."
+
+"Wie, ik?" roept Hardenborg, die nu met zijn beide aardige freuletjes
+aan het buffet is gekomen, en zorgen zal dat ze op 't vlugst en op 't
+allerbeste bediend worden--door het zelf te doen: "Bleek, ja dat komt
+van zulk een zachte illuminatie aan weerskanten;" en, de freules Narwal
+loslatend, buigt hij galant rechts en links, en ziet meteen dat ze
+beiden bepaald allerliefst zijn, maar freule Marie..... ja waarachtig,
+freule Marie is lampion nummer één, en krijgt dan ook het eerst een
+glas punch à la Romaine en het eerst een roomhoorntje à la vanille.
+
+
+
+"Eindelijk zal Eva haar lieven man dan eens te spreken krijgen,"
+zegt de jonge vrouw, en neemt den arm van haar vriend, en slaat een
+zijpad met hem in, terwijl ze bijna iets zwevends in haar tred heeft,
+nu de kapel, Von Weber's geanimeerde _Invitation_ à la _Valse_ doet
+ruischen en zwellen.
+
+"Kalm, kalm vrouwtjelief; je hebt al wat te veel kleur. Ik bid je,
+dans nu straks niet te druk. Ik moest het je eigenlijk heelemaal
+verbieden, maar....."
+
+"Dan zou je zelf geen beurt krijgen niewaar? O beste man, als ik nog
+denk dat je me dit avondje bijna ontkaapt hadt. 't Is hier déli,
+ik amuseer me dol! En de menschen zijn allemaal even charmant en
+lief. De baronesse Doelemeere heeft wel een half uur met me gepraat,
+en de familie Narwal van Brouwerscate die fêteert me haast al te
+veel. Heb je 't niet gezien?--Guns August, die Kippelaan is toch
+een malle vent; ofschoon ik eigenlijk geloof dat hij de gravin Van
+Leeuwen even weinig kent als mij, zoo presenteerde hij mij aan haar,
+en wel als: Mevrouw Helmond geboren gravin van Armeloo.--O je kunt niet
+gelooven wat dat dadelijk een gemakkelijkheid gaf; ik heb toen ook maar
+de stoute schoenen aangetrokken en haar op een invitatie voor den acht
+en twintigsten geprepareerd. Dadelijk nam zij het zeer gracieus aan."
+
+"Maar Eva, 't is onverstandig om die menschen al zoo lang vooruit te
+vragen; bedenk toch....."
+
+"Bedenk toch, niewaar Evertje z. m., dat we dan _allang dood en
+begraven kunnen zijn_. Boe boe! kan het nog somberder?" En dan, half
+luide neuriënd, zingt ze de Invitation à la Valse na. Eensklaps houdt
+Eva stil: "Weet je August, wat me _alleen_ hindert van avond--als jij
+tenminste heel lief en aardig bent--'t is, dat ik eigenlijk vis-à-vis
+mevrouw Narwal en vooral tegenover mevrouw Van Leeuwen een bespottelijk
+figuur maak. Ja, met m'n doodonschuldige diamantjes.--Zeker, ze zijn
+heel lief, en ik vond het alleraardigst van je, toen je ze mij, je weet
+wel, voor een vergoeding hebt gekocht; maar heusch, de schapen maken
+hier een allerzotste vertooning. Mevrouw Van Leeuwen had letterlijk
+geen oog van m'n broche af toen ze met me sprak, en ik kon zoo zien
+dat ze me den heelen tijd haar prachtige, o! over-_over_-prachtige
+broche wou laten opmerken, want, dan trok ze zoo met dien hals en
+zette de borst vooruit, van belang!"
+
+"Mijn hemel Eva, hoe kun jij nu over een broche denken als je bij
+zoo'n vijftigjarige, eer leelijke dan mooie vrouw staat. Jij bent,
+bij haar vergeleken, _heelemaal_ een diamant."
+
+"Ja mannetjelief, zoo'n discours hebben we geloof ik nog eens gehad,
+op een achtermiddag; toen vond je--als ik me wel herinner --geslepen
+glas even mooi.--Maar neem me niet kwalijk, een man kan onmogelijk
+begrijpen wat het is, als men, enfin, nog al gekleed en dan niet
+zoo heelemaal een nul in 't cijfer, tegenover een dame staat die je
+letterlijk uitlacht omdat je bespottelijk kleine diamanten aanhebt."
+
+"Heeft mevrouw Van Leeuwen _jou_ uitgelachen Eva?"
+
+"Ja! 't Was nu juist geen gillen, maar ja, ja zeker, ik kon heel goed
+zien dat ze--als ze 't gedurfd had--me zou hebben uitgelachen; en ik
+herhaal dat ik dat alles behalve plezierig vind. Zeg lieve kereltje,
+krijg ik tegen den acht en twintigsten....? Nee, chut! geen overijlde
+antwoorden, 't Is ook indiscreet misschien om zoo zelve te vragen;
+maar toch.... ik hoop....!"
+
+"Nee _nee_ Eva! _nee_!!!" En in zich zelven: Mijn God, waar moet
+dat heen!
+
+"August!" zegt Eva verschrikt: "vraag ik te veel? Och, neem 't me dan
+niet kwalijk. Je weet wel dat ik niet 't beste, het allermeeste wil:
+wat jij doet en wilt dat is me altijd goed geweest. Was het niet,
+lieve beste August? Zeg dan, ben ik niet óvertevreden tegenwoordig? Heb
+ik dat niet bijna elken dag, ja nog zooeven gezegd?--August, ben ik
+niet je trouwe lieve vrouwtje? Zeg? Spreek dan; ben je boos omdat ik
+een beetje op mijn jaardag vooruitliep?"
+
+Eva ziet rond of daar ook iemand wezen mocht; en dan, dan legt ze
+haastig haar poezelen arm om zijn hals en----een zoen als uit den
+zaligen bruidstijd, steekt Helmond opnieuw het hart in gloed!
+
+
+
+Het vuurwerk was voor een particuliere partij inderdaad schitterend. Nu
+eens stond het schilderachtig gelegen landgoed met al zijn genoode en
+ongenoode gasten, in een tooverachtig rood of blauw of paars licht,
+waardoor men zich in een droom verplaatst gevoelde, en dan weer....
+
+"Hé, dat is oorverdoovend!" zegt een der juffrouwtjes Lens, en trekt
+"voorzichtigheidshalve" het hoofd wat terug.
+
+"'t Zou niet kwaad zijn menheer Debecque--o, 't is waar, menheer
+_Hardenborg_--als er nooit op een andere manier met kruit werd
+gewerkt;" zegt freule Marie Narwal, die _toevallig_ weer naast
+Archibald stond.
+
+"Dus zoudt u _mij_ met de heele militaire macht zoo maar zonder
+complimenten op straat willen zetten? Foei foei freule Marie."
+
+"Ik hoop niet dat mijnheer Hardenborg zich, bij gelegenheid, over de
+gastvrijheid op Brouwerscate zal te beklagen hebben;" is het antwoord,
+'t welk schalks wordt gegeven; en dan ernstig; "Maar ja, als ik wist
+dat u bijvoorbeeld iemand in den oorlog.... ja, hadt _doodgemaakt_,
+dan.... dan zou ik er misschien toe kunnen komen. Ik vind het
+afschuwelijk dat menschen elkander zoo koelbloedig vermoorden."
+
+"Wel freule, wat ik vroeger wel eens mijn ongeluk heb genoemd, dat
+zou ik nu haast m'n geluk willen heeten: de ondergeteekende, ofschoon
+hij flink--ik moet het bekennen--op dat fanatieke Indische goedje
+heeft laten inblazen, hij is nooit zelf in de gelegenheid geweest om
+er een--althans zooveel hem bekend is--voorgoed de bajonet te doen
+afslaan." En dan zich terzij tot Kartenglimp wendend: "Hebt u ook
+nog met die vroolijke Bandjareezen kennis gemaakt majoor, als ik u
+vragen mag?"
+
+"Nee, toen was ik al in Holland."
+
+"O ja, dat meen ik gehoord te hebben. Ik denk wanneer ik u zie gedurig
+aan iemand die wat jonger was, hé, maar anders fameus op u geleek."
+
+"Ei!--Mooi dat rad hé. Vin-je niet mevrouw Helmond? Fameus
+mooi!--Magnifique partij niewaar?--Ik geloof dat dat de "bouquet final"
+geweest is. Ha zie, nog een vuurpijl, pour la bonne bouche. Mag ik
+'t genoegen hebben u den arm....?"
+
+"O dank u majoor; ik heb.... ik zoek...."
+
+"Nog altijd een beetje rancune?" vraagt de majoor wat zachter,
+terwijl Eva hem toch onwillekeurig terzijde blijft, en men zich langs
+een smaller pad, tusschen een bosschage van hulsten en andere fijne
+doornheesters, uit den kring van het gezelschap verwijdert.
+
+"Rancune, o nee majoor, maar...."
+
+"'t Is niet onnatuurlijk mevrouw, en de vriendelijke woorden die ik u
+straks mocht toespreken zijn niet voldoende geweest. Ik heb schuld; ik
+had het al vroeger moeten goedmaken. Waarom ben ik niet bij u geweest
+sedert den avond van dat, voor u zoo onaangename misverstand.... 't
+Is onvergeeflijk, ik beken het! Maar, een geboren Van Armeloo is
+allerminst haatdragend of kleingeestig."-- Stilstaande: "Vergeef me
+mevrouw Helmond. Na al de moeite die ik met liefde had gedaan, werd
+ik dien avond zoo ge.... ge.... gedesillusioneerd dat ik mij zelf een
+oogenblik vergat, en ook naderhand besloot om die papieren altemaal
+weg te doen, te verbranden, want.... Nee nee, pardon, verbrand heb ik
+ze niet. Ik kwam daarvan terug, en vooral omdat er één stuk bij is,
+dat zelfs als curiositeit zeker een aardig sommetje waard zou wezen."
+
+"O dat zal het stuk zijn 'twelk bewijst....?"
+
+"Juist; uw papa hecht er niet aan! Enfin, ieder mensch heeft zijn
+eigenaardige begrippen. Uw papa is een zeer verstandig man, en zal
+waarschijnlijk zijn goede redenen hebben...."
+
+"Ja dat is zeker; maar u vergist je majoor, als u denkt dat papa
+omtrent die papieren _heelemaal onverschillig_ zou zijn. Papa zal
+er.... Nee, hij zal er u wel niet om vragen, maar...."
+
+"Ik zou ze hem in geen geval _aanbieden_, mevrouw Helmond, dat kunt
+u gemakkelijk begrijpen."
+
+"Nee...." aarzelt Eva, "dat is niet onnatuurlijk." Zich snel in de
+rede vallend: "Ik geloof anders majoor, dat--indien de zaak wáár
+is--dat dan het bewijs door iedereen gemakkelijk te leveren is."
+
+"Dit laatste komt niet overeen met hetgeen ik u vroeger verzekerde
+mevrouw. Als man van eer, als oud-officier, geef ik u de stellige
+verklaring, dat het van de duizend menschen er nauwelijks één zal
+gelukken om het stuk te bemachtigen 'twelk ik door mijn bemoeiingen
+meester werd, en waarvan in deze zaak _alles_ afhangt."
+
+"Dat stuk is....?"
+
+.... "Eenvoudig het document waaruit onwederlegbaar blijkt, dat de
+bet-overgrootvader van uw vader, en de zoon van den Hollandschen
+graaf Van Armeloo één en dezelfde persoon is geweest."
+
+Een oogenblik bleef het stil. Dan zegt Eva snel:
+
+"U zoudt mij verplichten met mij dat bewijs te.... zenden majoor."
+
+"O, 't is zeker veel eer: veel...." Eensklaps omziende: "Mij dunkt
+ik hoor daar roepen: Zoudt ú mij 't genoegen willen doen mij den arm
+te geven, schoone mevrouw Helmond?"
+
+Weer vliegt Eva het bloed naar de wangen.--Neen, haar arm krijgt
+hij niet!
+
+"O, u neemt niet kwalijk majoor?" zegt ze snel: "'t Is Helmond die daar
+roept." IJlings spoedt zij zich nu terug langs het pad, doch.... halt,
+nu kon ze niet verder.
+
+Helmond met Archibald, freule Marie Narwal en nog een paar jongelieden,
+bevonden zich aan 't eind van het pad.
+
+"Een Absalome!" roept de luitenant, en vliegt naar de plek, waar Eva
+eensklaps tot stilstaan werd gedwongen, dewijl ze met haar sortie
+aan een nijdig takje bleef haken.
+
+'t Was maar een kleine scheur. Eva zei dat het niets te beduiden
+had. Maar Archibald hield een korte potsierlijke toespraak tot den
+ondeugenden meidoorn, die zich in 't voorjaar met zijn welriekende
+bloempjes zoo aardig voordoet, maar nu in 't begin van September zoo
+valsch is als een jaloersche kat.
+
+Kartenglimp bleef op den achtergrond.
+
+En ginds aan den arm van dien jongen luitenant zag hij haar
+voortzweven.--Welzeker, men wachtte haar in de zaal; de muziek speelde
+er reeds een Ouverture de Bal; zij zou er dansen, dansen met iedereen,
+maar voor hem--inweerwil van dat prachtige lokaas, 'twelk hij haar
+sinds dien avond toch in 't geheel niet meer toonde--voor hém heeft ze
+zelfs den arm niet over.... dien blanken welgevormden arm!--Maar ha! al
+wordt het tijd, 't is nog vroeg genoeg, welzeker, nog vroeg genoeg!
+
+Een zeer groot aantal waskaarsen op luchters en kronen, verlicht
+overvloedig de groote zaal en de twee daaraan grenzende zeer ruime
+kamers, die door breede nu geheel weggeschoven battans gemeenschap
+hebben.
+
+De groote zaal is delicieus gecireerd, als een spiegel zoo glad! Enkele
+paren wandelden daar reeds koutend in 't ronde, doch het meerendeel
+bevindt zich nog in het groote vóórsalon, waar men in den middag
+ontvangen werd. Dominee Hoogerberg, bekend met de huiselijke
+omstandigheden der familie Debecque, brengt er, alvorens de dans zal
+beginnen, en nú reeds, dewijl hij om gewichtige redenen vroegtijdig
+naar huis moet, een hartelijken maar korten heildronk aan de gastvrouw
+die heden verjaart, en aan haar eenigen zoon, die in 't moederland
+mocht terugkeeren om een _moeder_ gelukkig te maken.
+
+"Dominee, allerliefst! allercharmantst! Dank je, merci,
+aller-_aller_-hartelijkst!" zegt mijnheer Kippelaan, die aanstonds
+is vooruitgestoven, en met zijn beide handen de hand van den spreker
+vermeesterend, ten aanschouwe van al zijn hoorders, steeds karnend,
+de tolk blijft van aller gevoelens!
+
+Archibald ziet het treffende schouwspel een oogenblik met een kwalijk
+verborgen glimlach aan, en dan net glas opheffend, zegt hij:
+
+"Terwijl mijn schuld aan onzen hooggeëerden dominee op zoo passende
+wijze door de welwillende tusschenkomst van mijnheer.... re.....??"
+
+"_Kippelaan_!" helpt de eigenaar van dien naam, terwijl hij met een
+verheerlijkt gelaat naar den spreker omziet.
+
+"Ah juist, _Kippelaan_; uw naam was mij ontschoten...."
+
+"Jules Janin!
+
+"Straks hoop ik u mede een handdruk te geven _dominee_," zegt
+Archibald, eensklaps van Kippelaan op Hoogerberg ziende: "om u dank
+te zeggen voor de goede woorden aan 't adres van mijnheer Kip..... ik
+meen aan 't adres van mama en van mij; doch met den dronk die nu
+geen uitstel duldt, maar welke twaalf-twaalfde gedeelten der jonge
+dames toch hopen dat kort en vooreerst de laatste zal wezen,--omdat
+de muzikanten anders ongeduldig zouden worden; niewaar dames?--met
+dit glas dan moet ik den vriend gedenken, zonder wiens trouwe hulp ik
+misschien--zelfs met den besten wil van de wereld--hier niet als zoon
+van den huize had kunnen fungeeren.--Maar, ik zie eenige zakdoeken te
+voorschijn komen. Alzoo denkende aan het heden, en herdenkende "om
+het half uur een zeer leelijken lepel", maar ook: alle dagen twee-
+of driemaal een gezicht waarop een hart stond geteekend van goud,
+neen, een hart vol waarachtige belangstelling! denkende aan een trouwen
+vriend, die deed wat hij kon om mij voor mijn goede moeder in 't leven
+te bewaren, _drink_ ik dit glas--de handdrukken mijnheer Kippelaan,
+zullen mogelijke flaters in mijn oratie goedmaken...'" Kippelaan wilde
+reeds toesnellen om den zoon van den huize te.... maar hij werd door
+een der heeren tegengehouden: "drink ik dit glas," herhaalt Archibald
+met verheffing van stem, "op wat mijn braven dokter liever is dan zijn
+leven, op haar die hem meer waard moet zijn dan al de schatten dezer,
+nog al plezierige wereld: op zijn aangebeden vrouw, _mevrouw Helmond,
+geboren Van Armeloo_!"
+
+Het was bij de levendigheid die er nu onder al de aanwezigen ging
+heerschen--en waarbij mijnheer Kippelaan letterlijk handen te kort
+kwam--een zeer vermeldenswaardige bijzonderheid, dat er onder die
+vele dames, en inzonderheid onder die dames van hooge geboorte, geen
+enkele te vinden was, bij wie er een gevoel van jaloezie werd opgewekt,
+door den toost op mevrouw Helmond door den zoon des huizes uitgebracht.
+
+Eva gevoelde zich.... half bedwelmd, als een veder zoo licht, en
+onuitsprekelijk zalig. De tranen stonden haar in de oogen. O! en
+toen men haar nu van alle kanten met de liefste woorden overlaadde,
+en de baron Narwal haar zeide: "Wij hopen de lieve doktersvrouw recht
+veel met haar echtvriend op Brouwerscate te zien;" en de baronesse
+Doelemeere haar met zoo'n recht vriendelijk en gemeenzaam knikje de
+verzekering van haar belangstelling schonk ja, toen zelfs de gravin Van
+Leeuwen naar haar toekwam en zeide: "Ik vereenig me van harte met de
+beste wenschen voor uw geluk, lief mevrouwtje,"--toen.... 't was niet
+om uit te spreken.... ze moest toen den fijn geborduurden zakdoek voor
+de oogen drukken; de weelde van dat oogenblik was schier al te groot!
+
+Nochtans, toen ze zich nóg eens door diezelfde hooggeboren vrouw zoo
+innemend hoorde toespreken; en zij tevens uit mevrouw Van Leeuwens
+prachtige met parelen bewerkte flacon een weinig eau-de-cologne
+moest nemen, toen kwam er een klein, een bijna onmerkbaar wolkje
+haar gelaat overtrekken, want, weder waren de oogen der gravin op
+haar diamanten broche gericht, en zei de oudere dame met wezenlijke
+zorg: "Je aardig speldje is losgegaan lief mevrouwtje. Voorzichtig,
+'t zou toch wezenlijk jammer zijn, niewaar?"
+
+En de groote diamanten der gravin blonken en fonkelden met duizend
+kleuren, en Eva tastend naar "'t speldje", inplaats van het vast
+te steken, deed het--'t was niet onnatuurlijk, door het eenigszins
+trillen der vingers, als een gevolg van de aandoening waarin de toost
+haar gebracht heeft--geheel en al losgaan, zoodat het op den grond
+viel. En zie, nadat een galant jongheer het aanstonds had opgeraapt
+en haar weergegeven, verdween "dat kinderachtige sieraad" voorgoed
+in den zak van haar kleed.
+
+Helmond heeft met een zeer kort maar hartelijk woord, Archibald zijn
+dank betuigd, en het welzijn van den gastheer gedronken. Helmond
+gevoelde zich nu wat beter dan straks. Misschien hebben een paar
+glazen pittigen wijn hem goedgedaan. Een bediende komt reeds voor de
+vijfde maal met het blad waarop de geurige Côte d'or en Rudesheimer
+worden aangeboden.
+
+"Dankje!--Eh.... ja toch.--Ziezoo kameraad."
+
+
+
+Het bal heeft een aanvang genomen.
+
+'t Is een kleine misrekening voor Eva geweest: De baron Debecque
+heeft niet met háár, maar met mevrouw Van Leeuwen, die nog gaarne
+een enkel dansje--zoo'n Polonaise bijvoorbeeld--meedoet, het bal
+geopend. Aan den arm van den baron Narwal gevoelde Eva zich echter
+spoedig ruimschoots schadeloos gesteld, want mijnheer Narwal was een
+man nog in de kracht van 't leven, had wel vijf ridderorden, en was
+kamerheer of iets van dien aard; tenminste "ijselijk hoog!"
+
+Nu de tweede dans zal beginnen en reeds
+
+
+ De dartele snaren
+ Doen tripp'len de paren;
+
+
+nu hangt Eva in den arm van haar _alles_, van den _eenige_, op wien
+ze waarlijk zoo trotsch is:
+
+"O, engel!" zegt ze, en drukt hem dien arm zoo innig: "zulk een feest,
+zóó iets heerlijks heb ik nog nooit beleefd. Die menschen hier.... Och
+wat zijn ze allen onbeschrijfelijk lief en hartelijk, en zonder eenige
+distantie.--Eén ding beste August, als het te pas mocht komen, ik zeg
+_als_, och spreek dan vooral niet tegen dat jij ook van adel bent;
+'t is me letterlijk al pratend uit den mond gevallen toen ik door
+dien mallen Kippelaan.... ik weet niet hoe, een beetje in 't nauw
+raakte. Maar.... onwaarheid sprak ik toch niet; je kunt immers later
+papa's titel krijgen; niewaar August?"
+
+"Mijn hemel Eva, dat gaat te ver!"
+
+"Ben je boos, mijn lieve man? Nee, dat kun je nu niet wezen,
+niewaar? Maar luister eens.... ik mag er immers vast op
+rekenen....? Wel, op _onze_ partij, met mijn jaardag? Och die jonge
+Hardenborg was zoo galant; ik zei maar even dat ik deze muziek zoo
+allerliefst vond, en--dadelijk _dadelijk_ is hij toen gaan informeeren
+of de kapel den acht en twintigsten vrij zou wezen.--En ja zeker,
+alles is in orde! Natuurlijk moest hij er toen aanstonds beslag op
+leggen omdat ze zoo moeilijk te krijgen is...."
+
+"Eva, ben je razend!"
+
+"God August! je zoudt me doen schrikken. Freule Marie ziet juist
+naar ons, zij zal denken dat we woorden hebben. Lach: toe lach."--Eva
+lachte.--En August? Moest hij dan hier die algemeen gevierde vrouw,
+en ten aanschouwe van zoo velen, een barsch gelaat toonen, haar,
+zijn dierbare Eva? Ha, als men dan overal fluistert dat een man, die
+zulk een vrouw bezit, haar niets weigeren _mag_, dat ze hem meer moet
+waard zijn dan al de schatten der wereld; ha, waarom zou hij dan ook
+niet lachen! Waarom zou hij dan ook niet....
+
+--Daar vangt de wals aan.--'t Is alsof de wijn hem eenigszins heeft
+beneveld. Misschien ook is hij het dansen ontwend:
+
+"Bedaard, bedaard lieve kind; niet te vlug; je weet wel waarom? Ja
+zeker, heel goeje muziek, fameus in de maat!"
+
+En Eva wielt, al zwevend, als in een hemel aan den arm van haar
+teerbeminde. En de muziek is krachtig; maar hoor, telkens en hoe langer
+hoe meer, klinkt er in die sterke bazuintonen bij het geanimeerd en
+wegsleepend refrein, een enkele noot.... die haar aan woorden, aan
+vreeselijke woorden herinnert, en ook aan dien droom met den saterlach:
+
+
+ Et--_Satan_ conduit le bal,
+ Et--_Satan_ conduit le bal!
+
+
+Ik wil wel eens rusten August!--Dit stuk moeten ze bij ons niet
+spelen, 't Refrein is toch leelijk; al te snerpend. Vin-je óók niet,
+m'n lieve man?"
+
+
+
+Mijnheer Kippelaan voelt zich dezen avond misschien nog gelukkiger dan
+Eva Helmond. De bijzonderheid dat hij op zulk een partij was gevraagd,
+heeft hem boven de huizen gebracht.
+
+--'t Scheen wel--dewijl zelfs de candidaat-notaris Piet Lovers met
+zijn ouderwetsch Marietje was genoodigd--dat de baron Debecque zijn
+invitaties zoo ver mogelijk had uitgestrekt; maar de eer was toch
+bijzonder, en hij mocht nu gerust zeggen dat de adel uit den omtrek met
+alles wat daartoe behoorde _zijn intieme_ vriend was. In den beginne
+is Kippelaan iets minder op zijn gemak geweest, maar sedert hij het
+stoute stuk volbracht, en dokter Helmond, zonder dat iemand het zag,
+de beide banknoten van honderd gulden uit den brief aan Woudberg,
+met een couvert er om, in den achterrokzak heeft gewerkt, had hij
+zich zoo onschuldig gevoeld als een pasgeboren zuigeling.
+
+Allerliefst lieve gelegenheid!--In den vooravond bij 't geleide
+van juffrouw Van Berge naar de groene kamer, heeft hij al iets
+voelen kloppen, en.... enfin, juffrouw Van Berge heeft hem eensklaps
+losgelaten, en Mina Lens die vóór haar liep, in den arm genomen.--O dat
+guitje!--Later had hij gehoord dat juffrouw Van Berge ook waarlijk al
+met den kantonrechter uit B. geëngageerd was, enfin.--Na 't verblijf
+in de groene kamer is hij weer zoo.... ja, hij moet het bekennen
+"zoo ondeugend geworden." Bij 't vuurwerk heeft hij de kleine
+blanke allerliefste jonge dame, Mietje Lansbroek, het hof gemaakt,
+en gezegd dat hij "duizendmaal op den rand geweest was, maar nu in
+háár den afgrond voor zijn hart metterdaad gevonden had." Mietje
+Lansbroek heeft toen gezegd, dat ze het al te akelig vond, wanneer
+menheer Kippelaan zijn hart aan zoo'n halsbrekenden toer zou wagen,
+en heeft hem toen haar "allerliefsten rug" toegedraaid--natuurlijk,
+volgens Kippelaan, een weinig verlegen over zijn aanzoek en de
+geestigheid van haar eigen antwoord.--'t Was waar ook, hij had zoo iets
+hooren spreken van een remonstrantsch proponent. Enfin, allerliefst,
+geestig! Dansen? Zie 't was jammer, al de dames waren disperaat dat ze
+hem een dans moesten weigeren.... maar nee, 't is zijn schuld; _zijn_
+eigen schuld; hij is niet vroeg genoeg gekomen! ofschoon.... Enfin,
+'t was allerliefst dat ze hem allen zonder uitzondering beloofden:
+jawel, als er weer een feest was; ja welzeker.
+
+Op dit oogenblik schept Kippelaan nog even een luchtje, want hij had
+aan een der buitendeuren staande--iets in 't donker zien verdwijnen,
+ginder in de richting van de groene kamer, waar nog een enkele
+gekleurde ballon tusschen het donkere groen hing. En Kippelaan vond
+het buiten allerheerlijkst....
+
+'t Was heelemaal donker, pikdonker in de groene kamer. Daarbinnen
+klonk een zucht. Bijna gelijktijdig klonk er nog een zucht, meer
+piano.--Er volgde een plechtige stilte.--Na eenige seconden had de
+herhaling van het even genoemde diep roerende zuchten plaats.--Toen
+had men iets kunnen vernemen van een langgerekt geluid zóó bijna als
+van het theewater alvorens het aan--of van de kook raakt.--Nogmaals
+nú hartverscheurende zuchten. En dan:
+
+"Och Marietje!"
+
+"Och Piet!"
+
+"O, als ze ons één--één tienduizendste meegaven, dan!"
+
+"Och Piet, dán...."
+
+"Och Marietje!"
+
+"Gud, ik hoor wat!"
+
+Twee personen zijn juist den ingang der groene kamer genaderd,
+'t Zijn Helmond en de majoor Kartenglimp.
+
+Helmond is er overheen.--Wat drommel wáárom niet! Zijn er dan niet
+honderdduizend menschen voor één die doen zouden wat hij doet? Geld
+ter leen vragen als men 't noodig heeft en zeker weet dat men het zal
+kunnen teruggeven:--_Kunnen_? _zeker_? Ja, ongetwijfeld _zeker_! Als
+hij den generaal morgen maar eens als vanouds de hand heeft gedrukt,
+wat, voor den drommel, wat zouden er dan voor haken en oogen kunnen
+zijn? Zal een man van eer, een man als de generaal zijn woord breken,
+zonder een bepaald voorval waardoor een brouillerie gewettigd kan
+heeten? Zou hij zonder eenige kennisgeving de gedane verklaring
+intrekken, dat August nevens Jacoba zijn erfgenaam zal zijn? Neen,
+die pleegvader zal dat niet!--Nu, wáárom tobt en treuzelt hij dan,
+en zit zoo telkens met de handen in 't haar? Is het niet armzalig
+dat iemand met zulk een erfenis in 't verschiet, hier rondloopt met
+niet meer in zijn bezit dan de vijf guldens die zijn provisor hem
+leende!--Zegt het spreekwoord geen waarheid: Met den tijd komt alles
+terecht!--Wat weerga, al moest zijn leven, zijn heele aanzien, _alles_
+er aan opgeofferd worden, men heeft gelijk: Een vrouw zooals de zijne
+wordt er op de duizend geen gevonden! Zóó een moet boven alle ontbering
+verheven zijn en schitteren in haar vollen glans. Men moet haar ten
+volle waardeeren. Dat doet men _hier_, dat doet _iedereen_. Boven al
+die adellijke vrouwen, zelfs van leeftijd, werd zij verheven, door
+dien toost van den zoon des huizes. Wat drommel, Eva heeft gelijk,
+hij is een beroerde zwaarmuts; alles komt terecht.... en.... Neen,
+het dolle plan om confidentieel met den ouden Debecque te spreken
+en hém te vragen.... neen, hij heeft het laten varen; 't zou Eva
+die, nog al wat hoog van alles heeft opgegeven, compromitteeren;
+en ook.... met al die adellijke kennissen, en later die partij ten
+zijnen huize.... Neen! Kartenglimp had hem zeer heusch bejegend; den
+ganschen avond; allerhartelijkst! De man is poltron; tenminste een
+beetje wars van Vriend Hein was hij zeker; maar anders, noch over het
+niet terugkomen om zijnentwil uit Parijs, noch over dien onaardigen
+conferentie-avond heeft hij zich beklaagd.--Helmond weet toch zeker
+dat notaris Zoutenheer, een gedeelte van het hem verstrekte geld
+van den majoor heeft gekregen; en, inplaats van iets onaangenaams na
+die scène te laten blijken, heeft hij laatst zonder eenige pretensie
+gezegd: dat hij a vijf percent.... onder vrienden....
+
+"U begrijpt majoor, dat ik 't alleen vraag omdat je 't mij zelf
+presenteerde. Ik vond je voorstel zoo cordiaal: anders zou ik aan
+Zoutenheer ... maar...."
+
+"Nee nee, wáárom! Zoutenheer moet zes percent hebben, en ik ben er
+met vier tevreden."
+
+"Vier? Ik meende...."
+
+"Wat bl.... onder vrienden; jij bent een uitmuntende dokter! Apropos,
+kan zoo'n avondlucht kwaad? Nee hê....?"
+
+"Niemendal majoor. Voor ú is de lucht allerheilzaamst. En dus..."
+
+"Zou jij me niet zoo eens een levensregel kunnen voorschrijven? Zieje,
+voor gevallen.... Enfin, als ik zoo iets had, dan was ik gerust.--
+Wat die drie duizend gulden betreft; accoord! Waarachtig, met
+alle plezier! Jelui moet het er van nemen. Als de ouwe opstapt
+dan ben je heelemaal binnen. Een schietgebedje voor zijn tijdige
+afreis. Hahiehaha!"
+
+"Majoor, op die manier wil ik mijn vrienden niet hooren. Mijn
+pleegvader heb ik waarachtig lief, en....
+
+"Bravo mijn waarde! Eere hebbe je hart. Maar permitteer me! Ik voor
+mij vind hem tegenover dokter Helmond en zijn vrouw een vervoerd
+schrielen compeer.--Praat er niet van! Geeft ie wel eens een zak
+guldens mee? Pardon, ik heb daar niet mee te maken!-- Enfin, in
+orde! Kom morgen in den loop van den voormiddag maar bij me. Altijd
+tot je dienst. Maar wat ik zeggen wil.... ah ja, is je vrouwtje nog
+een beetje boos op me dokter?"
+
+"Nee majoor; wáárom zou ze....?"
+
+"Dat vraag ik jou m'n vrind.--Weet je wat me, ronduit gezegd, een
+weinig hinderde?--Zonder er me op te beroemen, ik heb voor dien adel
+mijn best gedaan, en terwijl dokter Helmond nu vriendschappelijk en
+wel is, weigert mevrouw Helmond mij bijna een antwoord."
+
+"Maar dat is een opvatting."
+
+"Ik wil het gelooven. Maar zie, dan moest jij haar toch zoo ongemerkt
+eens zeggen, dat het je plezier zou doen als ze weer een klein beetje
+vriendelijker tegen me was. Ik ben toch geen monster niewaar?"
+
+"De Hemel beware....!"
+
+"Weet je wat me bijvoorbeeld hinderde? 't Was dat ik in presentie van
+een paar heeren, zoo maar kortaf moest hooren, dat ze geen dans voor
+me had."
+
+"Maar dan zal ze er werkelijk...."
+
+"Nee nee m'n vrind, je vrouwtje had er nog wel zes open, omdat ze
+je beloofde niet veel te zullen dansen. Dit laatste zei ze aan dien
+luitenant; en--hier zit 'em de voorname grief--toen gaf ze hém een
+oogenblik later toch een galop, ofschoon hij al tweemaal haar cavalier
+was.--Dat heer bevalt me niet Helmond."
+
+"Wien bedoelt u majoor?"
+
+"We spraken van dien menheer Archibald niewaar? In jou plaats amice,
+zou ik hem niet al te veel.... enfin! We kennen die heertjes! Ik ben
+zelf in Indië geweest, en...."
+
+"Maar majoor, zulk een veronderstelling.... U vergeet dat mijn
+vrouw...."
+
+Ik vergeet niets niemendal beste vrind! Je vrouw heb ik leeren
+kennen: 't is het prachtigste karakter dat ik ooit ontmoette. Haar
+houding, bij die vermeende miskenning van haar vader: o, 't was edel,
+magnifiek! Maar de listen van zulke heertjes.... waarachtig, daar
+zijn geen vrouwen tegen gewapend. Zet jij de kloekste vrouw aan den
+rand van een afgrond; wanneer men haar onverhoeds een stoot geeft,
+dan zal ze te pletter vallen zonder eenige kans op behoud."
+
+"Archibald is naar mijn innige overtuiging een edele brave jongen."
+
+"Edel en braaf, dat doet al weinig tot de zaak m'n vrind, dat weet
+jij ook wel. Je kunt kerken en gasthuizen stichten, ja zelfs aan 't
+hoofd van een asiel voor gevallen meisjes staan en toch op dat punt
+een zwak oogenblik hebben. Ik heb je gewaarschuwd, hij biologeert ze."
+
+"Majoor..... je liegt het!"
+
+"Ei zoo, is dát onze verhouding dokter! Ik meende dat het een bewijs
+van oprechte vriendschap was wanneer men waarschuwt voor een mogelijk
+gevaar. Ik zeg niet voor een _zeker_ maar voor een _mogelijk_ gevaar."
+
+"Majoor, vergeef me dien uitval. Ik heb een paar glazen wijn méér
+gedronken dan me tegenwoordig inderdaad dienstig is, en...."
+
+"Glad verkeerd dokter; als je helder wilt kijken dan moet je nooit
+te veel....."
+
+"Ik weet het, en _vergat het nooit_. Maar nu, men is gelukkig,
+men....."
+
+"Welzeker! Maar als je zoo gelukkig wilt blijven, geef dan--ik
+herhaal het, aan een pronkjuweel als je vrouw alles, _alles_ wat
+haar hart begeert, maar zorg dat je haar _alleen_ behoudt. 't Is een
+verkeerd teeken wanneer een jonge vrouw een man van mijn leeftijd een
+dans weigert, om hem een oogenblik later aan zoo'n blonden knevel
+te gunnen.--Nee, agiteer je niet.--'t Is mij volkomen goed dat je
+dien snaak vertrouwt; maar als vriend was ik verplicht je te raden
+om een oog in 't zeil te houden, en je onergdenkend vrouwtje een
+kleinen wenk te geven. Wat mij betreft, ik wensch als vriend alleen
+het bewijs der waarheid van je bemoedigend woord, dat je _nobele_
+vrouw geen rancune tegen me heeft. Zorg jij amice, dat zij het toont
+door de laatste wals met me te dansen.--Zie dán blijft alles zooals we
+dat hebben afgesproken.--Heb ik _vier_ of _drie_ percent gezegd? Nu
+'t maakt niet uit; onder vrienden! Morgen, twee uur. Drie duizend a
+drie percent; opperbest!"
+
+
+
+De partij bij de Debecque's eindigde eerst laat in den nacht. In de
+pauze van het bal heeft men aan kleine tafels van vier en zes personen
+gesoupeerd.--Aan Helmonds tafeltje--hij had niet van zijn Hebe kunnen
+scheiden--zaten behalve Eva, de douairière gravin Van Leeuwen, de
+baron Debecque, de burgemeestersvrouw en--de majoor Kartenglimp.
+
+Na het keurig fijne souper is een deel der gasten vertrokken.--Eva
+heeft nog tweemaal gedanst, eens met den baron Narwal, en eens met
+den majoor Kartenglimp; met den laatste de wals, waarin aan 't slot
+dat nare geschetter kwam.
+
+Het gemakkelijke rijtuig uit _De Gouden Arend_ voert Helmond en
+Eva huiswaarts.
+
+'t Is zoo heerlijk rijden na zoo'n feest, en aardig is 't ook, ze
+zitten half liggend nog zoo vertrouwelijk in dat rijtuig alsof ze
+pas geëngageerd waren.
+
+Ja, Eva is wel een beetje moe, maar heusch, te _veel_ vermoeid heeft
+zij zich niet. Alleen die laatste dans met dien vijftigponder was
+akelig. Die nare man!
+
+"Ruw, ja, wat erg ruw, maar anders.... Mag ik het hoofd zoo'n beetje
+op je schouder leggen? Een oogenblikje lief kind?"
+
+"Welzeker August, jij moogt alles doen wat je maar wilt, en zelfs als
+ik je wenschen voorkomen kan, dan zal ik het zeker niet laten. Hield
+ik niet trouw mijn woord August, hoewel ik er weinig plezier in had?"
+
+"Je bedoelt?"
+
+"Wel, dat ik met blauwbaard soupeerde en danste! 'k Denk altijd aan
+blauwbaard als ik hem zie. Gemeene stem toch."
+
+"Gemeen.....? Vin-je! 'k Zeg, iets ruws, iets...."
+
+"Nee, bepaald _gemeen_! Jij spreekt zooveel menschen van allerlei
+slag, en daarom hoor je 't zoo niet. Die kluchtige luitenant had op
+de laatste bladzij van zijn balboekje, zooals hij zei, een index
+gemaakt. Onder de personages wier conversatie hij schrappen zou,
+behoorden, nummer één: de majoor Kattenglimp zooals hij hem telkens
+noemde, en ten tweede menheer Kippelaan. Mijnheer Kippelaan had
+nota bene verteld dat jij geld van dien Kartenglimp zoudt geleend
+hebben. Verbeeld je!"
+
+Helmond komt schielijk overeind:
+
+"_Ik_! Is ie gek?.... En _wie_ heeft je dat gezegd?"
+
+"Och dat kwam zoo toevallig, al lachend. Hardenborg proestte
+het uit. Die Kippelaan had in één adem meer dan twintig vragen en
+confidenties aan juffrouw Lens gedaan, en zóó hard dat Hardenborg alles
+hooren kon. Jij waart de zoon van Van Speyk of van een op de citadel;
+en de majoor was bang dat Archibald mij wat te veel het hof maakte;
+en..... O lieve, we hebben bijna gestikt; dat alles diende als stormram
+om het hart van juffrouw Lens te veroveren. Juffrouw Lens had blozend
+gezegd, dat Kippelaan zich zeker vergiste, want dat ze hem al eens
+vroeger voor de eer moest bedanken.--Zeg August, als het niet om die
+stukken was, dan zou ik er heusch toe kunnen besluiten om dat heer
+Kattenglimp den acht en twinstigsten ook thuis te laten. Als men je
+zoo vriendschappelijk met hem ziet omgaan, dan mocht men soms denken
+dat die Kippelaanspraatjes van geld leenen wáár waren. 't Idee alleen
+zou me een hekel aan dien man doen krijgen. Bah!--Ojee!"
+
+"Wat is er Eva?"
+
+"Och niemendal; ik wou m'n flacon krijgen, want ik geloof dat je weer
+wat hoofdpijn hebt.... ja, met die hand aan het hoofd.... en daar
+prik ik me aan het nijdige speldje, dat ik in den zak stak omdat het
+was losgegaan. Kijk eens, 't bloed komt er uit."
+
+"Och die arme vinger!" zegt Helmond, en terwijl hij zich zelf tot
+schertsen dwingt, zoent hij den kleinen patiënt, en voegt er bij:
+
+"Een liefdepleister er op, dan is het aanstonds weer beter niewaar?"
+
+"Nee nee...." vleit Eva zachtjes: "een garnituur à la douairière Van
+Leeuwen! Ja, als _dàt_ er op kwam! Hé mannetje, we gaan toch overmorgen
+voor zaken naar Utrecht, niewaar? _Niet!?_ Jawel! jawel! dat heb je
+vast beloofd als ik met dat Kattensinjeur wilde dansen..... 't Is
+zonde August, je deedt me schrikken; ik dacht dat je terug gingt
+krabbelen. Hardenborg zei immers dat het niet mooier kon treffen:
+iemand, die juist twee zulke rijtuigjes met een mooi span paarden
+moest wegdoen, omdat ie naar de Oost gaat. Wel foei, een dokter zonder
+rijtuig!" En dan, wuivend met de hand naar de zij van het in den
+nachttoon verscholen landgoed _De Zonsberg_: "La bonne nuit illustre
+général! 't Is jammer dat je ons niet nóg eens genieten kunt.--Stil
+mannetjelief. Wacht, hier heb je ál de eau-de-cologne die er nog in de
+flacon is,--als de oom het zag dan zou hij bang zijn dat ik bankroet
+ging--Ziezoo, laat mij maar weer eens heldertjes blazen.... Frisch
+hé? Nee stil, niets te lastig; mijn laatste ademtochtje wil ik
+verblazen voor zoo'n besten man.--Leg het hoofd maar weer neer. Nog
+een klein eindje rijden, en dan.... droomen van een feest, zooals er
+geen prettiger werd gegeven, maar waarvoor de partij op den jaardag
+van't vrouwtje toch zeker niet onder zal doen!"
+
+
+
+
+
+
+EEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+De generaal Van Barneveld bevindt zich in de serre--zijn
+lievelingsverblijf.--Hij heeft er nogmaals inspectie gehouden over
+de camelia's, azalea's, cactussen en zoo vele andere bloemsoorten,
+en zegt nu tot den tuinbaas die de inspectie heeft bijgewoond:
+
+"Jawel baas, alles in orde! Je hebt goed gezorgd."
+
+"En wat zeit menheer wel hiervan?" vraagt de tuinman, terwijl hij een
+kleinen pot van de stelling neemt: "Ziet de generaal dat uitbotsel
+wel? 't Is aardigheid zeg ik. Ja generaal, als d'r leven is dan is
+d'r nog hoop, zeg ik! Je zoudt het anders van zoo'n takje meidoorn
+waar blom aanzat en dat al aan 't zuchten was, niet gedacht hebben. De
+generaal heeft er eer van."
+
+"Je kunt dat ding nu wel buiten zetten baas."
+
+"Dat zou ik den generaal voor de vaste waarheid niet durven
+aanrecommandeeren. We hebben gisteren al een nachtvorstje gehad,
+en als het hier blijft, dan....."
+
+"Ik zeg: je zoudt het buiten zetten!"
+
+"Allebeneur, als de generaal het verkiest.--Nog iets van je bevelen
+menheer?"
+
+"Niemendal baas. Alleen wil ik je zeggen dat je in mijn afwezigheid
+goed hebt opgepast. 't Was je plicht, maar 't zal je toch aangenaam
+zijn te hooren dat ik tevreden ben.--Je kunt gaan.--Hé baas, zeg eens:
+Jij hebt vroeger bij den Haag gediend, niewaar? Juist, ik meende
+het. Dus den tuingrond ken je daar?"
+
+"O generaal als m'n eigen zelf."
+
+"Goed! Je kunt gaan.--Zeg aan Hendrik dat ie na't ontbijt even naar
+stad moet met een briefje aan den notaris."
+
+"Best menheer;" zegt de tuinbaas, en dan schoorvoetend, terwijl hij
+de pet in zijn handen ronddraait:
+
+"Zou ik den generaal wel een vraag mogen doen?"
+
+"Welnu?"
+
+"Och menheer, je ziet me zoo bleek tegenwoordig. 't Is ons allemaal op
+'t lijf gevallen toen je thuis kwaamt. Als de generaal toch eens den
+dokter--menheer Helmond liet komen, ik geloof...."
+
+"Dankje voor je belangstelling baas. Ik ben heel wèl.--Ga nu!--Hei! je
+vergeet dien pot. Je kunt hem wel wegdoen."
+
+Zwijgend zit Van Barneveld nu een geruimen tijd binnen zijn
+lievelingsverblijf op een tuinstoel, met den blik, door de openstaande
+glazen deuren, over het smalle balkon der serre, in het tintelend
+verschiet.
+
+--Wie heeft hem geroepen?
+
+"Ah Coba, ben jij het! Wat is er?"
+
+"Komt u ontbijten lieve papa? 't is al een kwartier over den tijd."
+
+"Hé een kwartier.... Ei!--Geef me den arm kind."
+
+"Waart u weer in gedachten verdiept?"
+
+"Ja Coba, ik dacht daar juist dat het hier toch stil is, _heel stil_
+op den duur."
+
+"Maar die stilte vind ik juist zoo heerlijk."
+
+"Ei!"
+
+Na eenige minuten, terwijl men aan de ontbijttafel heeft plaats
+genomen, herneemt de generaal met vaste stem, doch afgewend gelaat:
+
+"Ik heb besloten _De Zonsberg_ te verkoopen Coba."
+
+Jacoba ontstelde! Toch kwam liet bericht niet geheel onverwacht. Zij
+heeft het gevreesd. Ze zwijgt.
+
+"Spijt je dat Coba?"
+
+"Het antwoord lieve vader, mag ik u schuldig blijven. Er is iets wat
+me _meer_ spijt; u weet het."
+
+"Meer spijt....? Wat meen je?"
+
+Jacoba is opgestaan, en, bij den generaal gekomen, vlijt ze haar
+bleek gezichtje aan dien zilverwitten schedel: slaat den arm om zijn
+schouder, en dan bijna fluisterend zegt ze: "De reden wáárom u het
+doen wilt."
+
+"Zwijg daarvan Coba."
+
+"Och papa, kan ik dan zwijgen als ik zie dat uw dierbaar leven
+onder dien last moet bezwijken. Zou er dan geen mogelijkheid zijn
+om.... August, en Eva voor ons, voor ú te herwinnen?"
+
+"Nee NEE! dat is ONMOGELIJK!" zegt de generaal met een kracht die de
+teedere Coba doet ontstellen: "Noem mij den naam van dat wijf niet
+meer, _nooit, nimmer meer_. De helle veeg die hem dronken maakt;
+de lichtekooi die...."
+
+"Stil stil; bedaar beste vader...."
+
+"Vergeef me klein lief meisje, ik dacht er niet aan dat jij hier
+waart." Hij strijkt met de hand langs het voorhoofd, en dan: "Jij bent
+heel wél niewaar? Tenminste.... je ziet er bepaald.... zeer _zeer_
+goed uit."
+
+Jacoba beschouwt haar vader eenige oogenblikken stilzwijgend met
+teederen blik.--Neen, hij ziet er _niet_ goed uit, in 't geheel
+niet. Zijn oogen staan flets, en in oogenblikken als deze, wanneer
+hij zich te veel door zijn smart laat vervoeren, bespeurt Coba zeer
+duidelijk dat zijn ademhaling beklemd is. Zie, terwijl hij zich achter
+een courant te verbergen zoekt, drukt hij de hand ter plaatse van
+het hart.
+
+--Ja, Haar dierbare vader is ziek. Zijn hartzeer heeft mogelijk de
+kiem ontwikkeld eener kwaal waaraan zijn moeder, ofschoon in hoogen
+ouderdom, bezweken is.
+
+--Indien de kalmte in dat hart mag terugkeeren en de juiste middelen
+worden aangewend, ja, dan kan ook die beste vader tot in hoogen
+ouderdom voor haar gespaard blijven, Maar anders....! Welnu,
+papa en Helmond moeten met elkander verzoend worden, 't
+koste wat het wil. August en Eva moeten den lieven vader excuus
+vragen.--Waarvoor?--Coba weet het zelf niet recht. Maar excuus moeten
+ze vragen, al ware het slechts omdat ze zonder haars vaders toestemming
+dat groote huis hebben gekocht. En als alles dan in orde is, dan moet
+dokter August papa eens flink onderhanden nemen, en hem weer sterk
+maken zooals hij het was voor weinige maanden.
+
+Jacoba heeft haar besluit genomen: Al werd het haar ten strengste
+verboden om, op welke wijze dan ook, met Helmond of zijn vrouw in
+aanraking te komen, Jacoba meent het eenvoudige en eenige middel
+gevonden te hebben om den verbroken band der liefde weer aaneen te
+hechten.--Dominee Hoogerberg, den waardigen predikant, zal zij in den
+arm nemen. De verstandige leeraar zal, van zijn heerlijk standpunt,
+bewerken wat zelfs een eenig kind niet bewerken kan. Ginds zal zijn
+liefderijk vermaan tot ootmoed en berouw bewegen; en hier, door zijn
+bediening er toe gewettigd, zal hij wijzen op het voorbeeld van den
+lijdenden Jezus, die zelfs aan het kruis nog bad voor zijn moordenaren.
+
+
+
+Den volgenden morgen was de schemering ternauwernood geweken,
+toen Jacoba Van Barneveld zich reeds op weg bevond om dominee
+Hoogerberg te gaan bezoeken. Een groot uur later mocht zij met
+dankbare zelfvoldoening de pastorie verlaten. De edele predikant,
+die wel met luste zich verblijden kon met de blijden, maar wiens
+dagelijksch leven inderdaad het waarachtige leven mocht heeten: een
+leven tot heil en geluk van anderen; dominee Hoogerberg heeft aan zijn
+lieve bezoekster zeer stellig beloofd dat hij hare mededeeling onder
+'t zegel der diepste geheimhouding zou bewaren, en alles doen wat hem
+mogelijk was om de zeer betreurenswaardige verwijdering--waarvan hij
+reeds hoorde spreken--ten goede te doen verkeeren.
+
+Dominee Hoogerberg zou doen _wat hem mogelijk was_.--Meer heeft
+hij niet gezegd.--Ja zelfs toen hij het zeide vreesde hij meer dan
+hij _hoopte_. Hoogerberg wist maar al te goed, dat hij de harten
+der menschenkinderen niet vruchtbaar kan maken. Zaaien kon hij,
+niets meer! Eva Armelo's karakter meent hij te kennen, reeds van
+der jeugd afaan; en de oud-generaal, die haat, wat hij _zonde_
+noemt, met een vreeselijken haat, hoe zal men hem doen gevoelen,
+dat zijn onverzoenlijk _haten_ een zonde tegen den armen schuldige
+wordt! Hoogerberg zou zaaien--zóó heeft hij in stilte besloten--mocht
+God den wasdom schenken, zoo mogelijk nog in dit leven!
+
+Op haar terugtocht naar _De Zonsberg_ neemt Jacoba, met een kleinen
+omweg haar pad langs het achterpoortje der groote kerk.
+
+Nog eer zij het heeft bereikt, staat ze een oogenblik luisterend
+stil.--Neen, 't zwijgt alles daarbinnen. Haar hoop is in rook
+vervlogen. En zie, ook het poortje is gesloten. Maar stil, stil! Hoor
+dan.... Jawel; daar klonken de volle tonen van het orgel weer. Een
+huivering van blijdschap doortrilt Jacoba's leden. Neen, daar is
+niemand in het straatje, niemand die haar ziet. Ze slaat de hand
+aan den zwaren klinkring der kleine poortdeur. Ze was wel toe, maar
+niet gesloten....
+
+'t Is kil in de kerk. Een sterkere huivering doet Jacoba beven. Starend
+voor zich heen, staat ze daar stil en luistert. Vraag haar niet wat
+ze zou wenschen in dezen stond. 't Is immers zoo somber en eenzaam
+en kil in de ruime holle kerk.... _hier beneden_. En de orgeltonen,
+die daar _van boven_ klinken, ze stijgen al hooger en hooger....
+
+Met den arm op de leuning eener kerkbank geleund, bedekt Jacoba
+haar bleek gezichtje eenige oogenblikken met beide handen. 't Was
+haar eensklaps alsof ze zich in een luchtzee bevond, in een blauw
+tintelenden aether--eindeloos, eindeloos ver aan alle zijden. En,
+gansch van verre, daar zag ze hem zitten, als een koning, als David,
+spelend op de harp, _hem_ den schoonen jongeling, den _dierbare_,
+die nooit heeft vermoed dat Jacoba hem zoo liefhad.--Nu is het
+voorbij. Dat was een week, een zonderling zwak oogenblik. Wanneer
+ze haar lang gekoesterd plan geheel wil volvoeren, dan moet ze nu
+krachtig en flink zijn.
+
+Met de grootste verbazing zag Thomas Van Hake Jacoba het orgelkamertje
+binnentreden. Ofschoon hij wel gedurig aan Jacoba's wensch heeft
+gedacht om het orgel eens te zien; 't was al zoo vele weken geleden
+sinds ze dien wensch te kennen gaf, dat hij, althans in dezen stond,
+volstrekt niet op hare komst was voorbereid. Thom is in 't geheel niet
+verlegen, maar toch, het was hem bij Jacoba's binnentreden alsof het
+geheele orgelkamertje in brand stond.
+
+In de eerste dertig seconden weet hij eigenlijk niet wat ze spreken;
+alles ziet hij dubbel, totdat hij eindelijk de eerlijke verklaring
+aflegt: waarlijk wel een beetje verrast te zijn, juffrouw Van Barneveld
+al zoo vroeg hier bij zich te zien.
+
+"Ik stoor u menheer Van Hake; maar 't was onze afspraak dat ik eens in
+de vroegte zou komen kijken hoe het er op zoo'n orgel uitziet. Speel
+u gerust door. 't Klonk heel mooi. Gerust!"
+
+"Nee, waarlijk niet juffrouw Van Barneveld. 't Is al een heelen tijd
+geleden sedert ik hier 't laatst speelde. En.... en...." Thom wist niet
+meer wat hij zeggen zou. O ja, hij moet haar 't een en ander uitleggen:
+"Ziet u juffrouw, hier zit je nou net precies als voor een piano, en
+je speelt er ook precies zoo op, en dan dáár op zij, ziet u, dat zijn
+de registers, die kun je uittrekken, allemaal een verschillenden toon;
+en daar beneden, daar heb je een klavier voor de voeten; dat is nog
+al zwaar, tenminste voor een bink zooals ik. Maar o, als u hier onzen
+goeden Donerie gezien hadt, dat ging met een gemak van belang!--Och,
+wilt u wel gelooven juffrouw, dat het geen wonder is als ik hier soms
+wat van streek raak. Goed is er nooit op dit orgel gespeeld dan door
+één, en die ééne was hij."
+
+Nadat Thomas, die zich intusschen geheel herstelde, nog eenige
+explicaties had gegeven, moest hij ten laatste voor den wil van die
+"bleeke heerlijke engel" bezwijken, en speelde hij den 103den psalm
+zóó goed, dat zijn zalige meester, indien hij het had kunnen hooren,
+hem een bravo zou hebben toegeroepen.
+
+Jacoba moest zich aan de leuning van de houten orgelbank
+vasthouden. Thom zit met den rug naar haar toe. Haar oogen dwalen het
+vertrekje rond.--De wanden zijn naakt; een klein wit houten tafeltje
+met een ouden matten stoel vormen het geheele ameublement.
+
+--En op dat orgel, op dat klavier speelde hij dien zwanenzang! peinst
+Jacoba, terwijl de orgeltonen haar weemoedige stemming nog
+verhoogen.--En hier op deze houten bank, hier zat hij dan neer, en
+dacht er niet aan dat er ééne was, die de hardste bank en de soberste
+bete wel gaarne met hem zou gedeeld hebben haar gansche leven. Ach,
+waarom heeft ze door hier te komen de langzaam heelende wond weer
+opengereten?--_Waarom?_ Omdat ze geen volkomen rust zou vinden,
+aleer ze die zucht had bevredigd om ook dit verblijf te zien, het
+kleine Zondagsvertrek, 't welk de dierbare wel eens zijn heiligdom
+genoemd heeft.--En is zij dan nú tevreden? Nogmaals ziet ze rond. Zou
+er dan werkelijk niets, volstrekt niets zijn, 't welk ze met zich kan
+nemen als een herinnering aan dit heiligdom, als een reliek....? Met
+haar kleine mes zou ze een spaander van die bank willen snijden. Ze
+zal.... Maar die knaap zou het bemerken; en dan.... Hoe! ziet ze
+wel? Steekt daar de punt van een blad papier uit de lade der kleine
+tafel?
+
+"Volstrekt niet uitscheiden, volstrekt niet menheer Van Hake, ik
+vind het zoo heel mooi; 'k wilde maar even op dien stoel gaan zitten;
+'t voldoet nog meer zoo'n beetje achteruit. U speelt overheerlijk!"
+
+"Och lieve juffrouw, 't is al te veel lof voor mijn broddelwerk;" zegt
+Thom, terwijl hij zijn hart voelt kloppen; en al voortspelend denkt
+hij: Ben je gek! Je zoudt uit de school van dien Kartenglimp moeten
+zijn, als je je zóó iets verbeeldde. Dat fijne lieve kind zou hier
+komen om jou! Schaam je wat! en immers--er is een vertelseltje: Daar
+was eens een apthekersjongen die geen cent bezat, en die jongen was
+een tijd lang een gek. Maar nu, hij is het niet meer.--Forto, Forto!
+
+Thomas speelt inderdaad met kracht en gevoel. Maar Jacoba hoort het
+niet. Op den stoel nabij het tafeltje gezeten; gedurig het oog naar
+den speler gekeerd, trekt ze snel maar zachtjes de lade open. Van het
+piepend knarsen schrikt ze. Gelukkig werd het geluid voor den speler
+door het orgel overstemd. Het blad papier 't welk Coba's opmerkzaamheid
+had getrokken, bevredigt haar niet. 't Was een verfrommeld, afgescheurd
+muziekblad. Maar nu, zie, 't is een oud, geschreven muziekboekje 't
+welk ze, steeds dieper tastend, uit de la heeft te voorschijn gehaald.
+
+'t Hing zeer uiteen; een menigte aanteekeningen meest met potlood
+bevonden zich boven of beneden de notenlijnen.
+
+Eensklaps overdekt een purperrood Jacoba's gelaat. Haar voorgevoel had
+haar niet bedrogen. Op de eerste bladzij daar leest ze: "Liedjes van
+Herman Donerie voor piano" en dan, met potlood er naast geschreven;
+"Prullen van een twaalfjarigen wildzang. Men dient te leeren lezen
+voordat men schrijft."
+
+Neen, Jacoba bedriegt zich niet; dit alles is van _zijn_ hand. En
+dat onschatbare manuscript lag hier begraven en vergeten in een la
+dier kleine tafel!....
+
+--God, daar zwijgt het orgel! Van Hake ziet om, en haar aan. De
+gedachte om het boekje weer ijlings in de la te bergen is even spoedig
+verworpen als ze gerezen was. Inwendig bevend, tuurt Jacoba er in,
+en ofschoon het spreken haar moeite kost, toch zegt ze snel:
+
+"Ik vond hier dit boekje, en dacht dat hetgeen u speelde er in stond,
+maar...."
+
+"Hé, in _dat_ boekje? ik ken het niet juffrouw, 't Was een psalm dien
+ik speelde."
+
+"Ah juist," zegt Jacoba; en zich geweld doende, neuriet ze van het
+blad het begin eener melodie uit de "Liedjes van Herman Donerie."
+
+"'t Komt me zoo bekend voor, zoo fameus bekend. 't Boekje is dus niet
+van ú mijnheer Van Hake?"
+
+"Nee, pardon juffrouw!"
+
+Jacoba heeft zich geheel hersteld.
+
+Opstaande en hem het boekje toonend, vraagt ze:
+
+"Kunt u ook zien of het hier op 't orgel thuis behoort?"
+
+Van Hake heeft het ingezien, en niet zonder ontroering zegt hij:
+
+"Dat schijnen oude composities van mijn besten vriend te zijn."
+
+"Van....?"
+
+"Van Donerie juffrouw.--Waarschijnlijk hechtte hij er geen waarde
+aan en bleef het boekje hier liggen."
+
+"Och-kom.--Men zou het dus wel eens kunnen meenemen? Die ééne melodie
+komt me toch zóó bekend voor.... zoo fameus bekend.... dat ik ze graag
+eens zou spelen!" Ze legt het boekje op de tafel: "Wat ik zeggen
+wilde, u spraakt daar van uw vriend; hebt u nog al satisfactie van
+uw bemoeiing....?"
+
+"U bedoelt voor dat monument juffrouw? Ja zeker," vervolgt Thom, en
+nadat hij vlug een kort verslag van den loop der zaken, en nog den
+meesten lof aan zijn ontslapen leermeester en vriend heeft gegeven,
+besluit hij op diep weemoedigen toon:
+
+"Och, als u 't mij vraagt juffrouw, dan geloof ik vast dat ditzelfde
+orgelkamertje dien laatsten keer een soort van Gethsemané voor hem
+geweest is."
+
+"Hoe zoo ...?"
+
+"Och lieve juffrouw, er was er één die hij liefhad, en.... die
+eene...."
+
+"Die _ééne_?" zegt Coba terwijl ze zich afwendt. Maar Thomas antwoordt
+niet. Is dan ook de Kippelaansduivel in hém gevaren? Heeft hij alweer
+te lang of te veel gebabbeld? Moest hij dan hier dat zwakke lieve
+engeltje met zooveel treurigs bezighouden! Zie, ze is weer zoo bleek
+als een doode geworden. De herinnering aan dien morgen bij Krul heeft
+haar zeker te fel geschokt. Lieve hemel, als ze nu hier weer ongesteld
+werd.... indien ze weer een flauwte kreeg....! Maar hoe ... een flauwte
+hier!! en haar dan te kunnen opvangen; haar te wiegen in zijn armen,
+te klemmen aan zijn hart; haar die lieve zachte oogjes onbespied weer
+los te mogen kussen, en....
+
+--En.... een vervloekte struikroover te zijn, een geweldenaar, een
+inbreker. Thom, Thom! waar dacht je aan!
+
+--Goddank! juffrouw Van Barneveld krijgt geen flauwte. Goddank,
+zijn armen en hulp zullen niet noodig zijn. Maar Thomas is nu
+verschrikkelijk de kluts kwijt. Waarom kwam ze dan ook hier! Immers
+hij heeft het haar niet verzocht.--Een apthekersjongen, al bezit
+hij geen cent, is immers ook niet van steen, maar van vleesch en
+bloed. Inderdaad, hij wenschte nu dat ze heenging, of anders zou
+het waarachtig nog kunnen gebeuren dat die apthekersjongen tóch een
+_gek_ werd.
+
+"O, zeer tot uw dienst juffrouw! 't Was al heel weinig en gebrekkig wat
+ik speelde. Als de juffrouw bij gelegenheid nog eens weer.... Maar nee,
+nee, dat mag ik niet vergen.--Wel de complimenten als ik verzoeken
+mag.--Voorzichtig, de trap is wat steil, voorzichtig!--Ei! wacht
+lieve juffrouw, u vergeet dat boekje, wacht!"
+
+Of Jacoba het werkelijk vergeten had?--Ach, haar kloppend hart smeekt
+God in stilte om vergeving, dat het bewaren van haar hartsgeheim haar
+zoo dikwijls tot veinzen had gedwongen.--_Ha! Er was er dan toch ééne,
+die hij heeft liefgehad!_
+
+O! zij heeft niet willen vragen, en _nooit_ zal ze er naar vragen wie
+die ééne geweest is. Maar nu, ja gewis: wie zijn nagedachtenis het
+innigst vereert, die zal hij uit hooger orden de zijne noemen. O goede
+God, en wie vereert die nagedachtenis meer dan zij, de zwakke Jacoba!
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+TWEE EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+De avond die den dag voorafging waarop Eva's geboortefeest in het
+nieuwe doktershuis zou gevierd worden, was als 't ware de aankondiger
+van het gure seizoen. Geen wonder, October stond voor de deur. De
+regen viel bij stroomen neer, en de wind koelde zijn woede aan de
+reeds geel en bruin geworden bladeren.
+
+Dokter Helmond liep--zooals hij zich in den laatsten tijd had
+aangewend--in gedachten de groote huiskamer op en neer.
+
+"Maar lieve August, 't zou verschrikkelijk zijn!" zegt Eva, terwijl
+ze van haar borduurwerk opziende, langs de lamp heen haar wandelenden
+echtgenoot met de oogen volgt.
+
+"Verschrikkelijk! Wat meen je Eva?"
+
+"Wel, als het morgen zulk een weer was! Onze heele tuin-illuminatie
+viel in duigen; 't zou allerakeligst zijn!" Na een oogenblik stilte:
+"August, waar denk je toch aan? Weer muizenesten? Toe kom dan eens
+hier. Foei, tobberijen over niemendal, terwijl ik in zorg ben over
+'t geen ons nu toch het meest moet ter harte gaan: ons feest! het
+feest op den verjaardag van _je wijfje_ August!
+
+"Welzeker!" zegt Helmond: "als het zulk een weer was dan zou...."
+
+Eva bemerkt niet dat haar echtgenoot in dit oogenblik een hevigen
+strijd heeft te strijden. Opgestaan is Eva hem nabijgekomen en zegt nu
+met haar zoetste stem: "Als ik morgen waarlijk den schoonsten dag van
+mijn leven door de liefde van mijn besten man zal genieten dan...." zij
+strijkt met haar zachte hand over Helmonds voorhoofd: "dan mag dáár
+geen wolkje te zien zijn. Weet je August, waar ik het nieuwsgierigst
+naar ben? Nee, ik zeg het niet.--Wil ik het toch zeggen?--Ja?"
+
+"Ik weet niet wat je bedoelt Eva."
+
+"Ei ondeugd, dat weet je niet? En je weet óók niet hoeveel die
+diamanten speld van mevrouw Van Leeuwen heeft gekost........?
+
+Nee, daar heb je zeker niet naar laten informeeren niewaar?-- August,
+zeg.... ben ik er vér vandaan, of.... of vin-je dat visschen nu
+wat heel indiscreet? Maar och m'n beste man, je weet ook niet wat
+een schrikkelijke pret ik er in zou hebben, om morgen eens tegen
+over die deftige gravin Van Leeuwen te staan, en-- changement de
+décorations--dat ik dan op mijn beurt, zoo heel langs m'n neus weg kon
+zeggen--of als het àl te ondeugend was tenminste kon _denken_: Wat een
+aardig lief _speldje_ hebt u daar aan, een lief _garnituurtje_! Ben
+ik ondeugend Guus? en vin-je me indiscreet? Nu, iets te zeggen dat
+behoeft niet, maar.... kijk me eens eventjes aan, dan kan ik wel
+zien of ik heel ver van honk ben.... Boe boe, wat kijk je zwart;
+is dat een verstoppertje-spelen misschien, zeg, lieve plaaggeest?"
+
+Helmond aarzelt. Ofschoon hij een paar stel diamanten op bezien in huis
+heeft, neen hij zal ze haar niet geven.... neen! En bij God! ook haar
+partij zal niet doorgaan! 't Koste wat het wil. Beter laat dan nooit
+zal hij toonen dat zelfs die teerbeminde vrouw--zijn afgod--zonder
+wier bezit hem de wereld een graf zou schijnen, niet in staat is
+om hem, door haar kinderlijke zucht naar wat blinkt en schittert,
+op den duur als een dwaas te doen handelen, en haar door zijn zwakke
+toegevendheid in 't eind ongelukkig te maken.
+
+"Eva kom hier eens zitten. Ja hier, dicht aan mijn zij.--Aan den
+laatsten avond van een jaar mag men wel eens een oogenblik aan wat
+ernstigs denken....
+
+"Hemel August, het is me alsof ik dominee Hoogerberg hoor. Maar ja
+zeker, laten we nu eens als oude getrouwde luidjes--_met een geheim_,
+waar men nog niets van merken kan--eens heel _heel_ ernstig praten." Ze
+steekt haar arm door den zijne, legt haar hoofd tegen zijn schouder,
+en vervolgt: "Morgen als de vrouw nu twee en twintig jaar oud wordt,
+dan zal er ten huize van dokter Helmond een soirée met soupee worden
+gegeven, zooals de goede stad Romphuizen nooit gedroomd had, dat er
+binnen haar doodsche wallen een zou gegeven worden. Nee chut! laat
+me nu eens eventjes heel ernstig praten: Op den avond van den acht
+en twintigsten September zullen de aanstaande heer van Romphuizen
+en z'n echtgenoot de graaf en gravin Helmond Van Armeloo--nu ja,
+niet al te ernstig kijken beste, want _wie weet_!--enfin, dan zullen
+ze al dien ouden en nieuwbakken adel uit den omtrek, eens toonen
+wat chic en bon ton is; dan.... Nee, ik bid je nog een oogenblik
+geduld! En dan overmorgen als Bel uit Amsterdam en La Fosse uit
+Utrecht alles weer netjes hebben opgeredderd en meegepakt, dan.... nu
+komt het.... dan gaan we verder eens heel zuinigjes en eenvoudigjes
+leven.--Goed hê?--Dan eten we nog een heelen tijd kliekjes van taarten
+en getruffeerde fazanten, en rijden heel deftig en ernstig...." Eva
+fluistert nu met haar onweerstaanbaar lieve stem: "ja heel ernstig,
+beste mannetje, naar den boer waar we ons lieve kleine popje zullen
+koopen, en.... Kom goeje Evertje Zwaarmuts, lach nu maar eens, en beken
+maar gauw dat ik wel heel ernstig ben, wanneer ik met al mijn illusies
+voor morgen, toch met zooveel plezier van de toekomst kan spreken,
+en je verzekeren, dat me waarlijk op den duur niets zoo gelukkig
+maakt als het bezit van mijn braven brompot, en de gedachte dat ik,
+al mettertijd, de moeder zal wezen van zoo'n engelachtig ventje,
+van ons heel klein snoeperig stamhoudertje, August."
+
+De inwendige strijd, dien hij te voeren heeft, maakt Helmond ongevoelig
+voor de zoete omhelzing zijner Eva, zooals hij schier doof is geweest
+voor haar woorden, die deels weer de tolken waren van kaar ijdelheid,
+en deels ook der teederste aandoening van het hart der vrouw.--Helmond
+zwijgt nog een oogenblik. Nu zal hij spreken. Nú. Het _moet_! Morgen
+zou het te laat zijn. Reeds gisteren ontving hij een verzegelden brief
+van _De Zonsberg_; het resultaat der tusschenkomst van den waardigen
+Hoogerberg, het ultimatum van den oom.... Men moest terug: terug van
+den breed en weg die tot het verderf leidt! Terug, of anders...."
+
+"Eva, toen je op dien avond te Parijs van me hoorde dat we
+'s-anderendaags zouden vertrekken, toen was je bitter teleurgesteld,
+maar je hebt je als een verstandige vrouw aanstonds getroost. Je bent
+alweer ouder geworden, en dus, wanneer er nú eens..."
+
+"Och beste man, als je nu waarlijk graag wilt dat ik den laatsten
+nacht van mijn oudejaar rustig zal slapen, verg dan niet te veel van
+mijn verstand. Weet je waar _ik_ plezier in heb? Ik heb er plezier in
+om nog maar altijd te denken, dat jij het verstand voor ons _allebei_
+hebt. En je hebt het; jawel! Maar je bent Evert Zwaarmuts, en 't zit er
+waarlijk op dat je me weer van voren afaan zult gaan beweren--ofschoon
+het wat te laat is--dat morgen het ijs en de ditten en datten wel
+konden wegblijven; en dat de blauwjassen evengoed zouden voldoen als
+de kapel die komen zal." Opstaande: "We moeten daar nu van afstappen
+lieve August. Teleurstellingen verwacht ik op mijn verjaardag niet."
+
+"Eva.... het hooge woord moet er uit: de partij zal morgen niet
+doorgaan."
+
+"August, is 't je in 't hoofd geslagen?"
+
+"Daarvoor heb ik in de laatste dagen wel eens gevreesd. Het verstand
+voor _twee_ was er _zeker_ niet. Dáár Eva lees!"
+
+Eva, doodsbleek geworden, ziet het geschrift in 't welk August haar
+toereikt:
+
+"Ha! van _hem_!" zegt ze met weerzin: "Van dien bekrompen despoot! Wil
+hij eeuwig heerschen over mijn man? Nee dat lees ik niet; die schrale
+hanepooten doen me aan de magere jaren denken. Nee ik wil, ik _wil_
+het niet lezen."
+
+"Als ik het je verzoek Eva?"
+
+Eva, na zichtbaren strijd, zegt eensklaps met verheffing van stem
+terwijl ze stampt met den voet:
+
+"Nee _nee_ zeg ik je: dat mensch is de duivel, die zich tusschen
+ons stelt.
+
+Helmond bedwingt een stijgenden toorn; en dan:
+
+"Eva _ik wil het_: _lees_!"
+
+Voor 't uiterlijke kalm ziet hij haar strak in de oogen. En zij, ze
+wijkt voor dien blik onwillekeurig een schrede terzij, en trillend
+als een popelblad door een onverwachten stormwind bewogen, nogmaals
+opziende naar den man, die zich eensklaps met zijn ongewoon _ik wil
+het_, zoo akelig gelden liet, vat ze het blad papier, ziet het in
+en, ofschoon het haar schemert voor de oogen en ze sommige volzinnen
+slechts ten deele begrijpt, ze leest nu den brief:
+
+
+"Aan dokter Helmond!
+
+
+"Er zijn twee wegen. De eene voert tot de eeuwige gelukzaligheid,
+de andere ter verdoemenis. Als dokter Helmond begrijpen wil dat hij
+sedert zijn huwelijk den laatsten weg heeft gekozen, en zich met zijn
+vrouw wil haasten om dien aanstonds te verlaten, dan zal de generaal
+Van Barneveld God danken, en zijn hart en huis zullen voor de jonge
+echtgenooten weer geopend zijn.
+
+"Om op den weg die tot God leidt terug te komen, moet er echter met
+den vervloekten geest naar grootheid, naar verheffing boven zijn stand,
+en het weelderig genieten van Gods gaven zonder arbeid in het zweet des
+aanschijns, worden gebroken. Als voorwaarden, die van den goeden geest
+zullen getuigen, eischt de pleegvader, van dokter Helmond, dat men zoo
+spoedig mogelijk zal terugkeeren tot den kring waarin men behoort,
+en allereerst tot de woning, die men zonder reden voor een paleis
+heeft verwisseld. Het oud-burgemeestershuis zal met zijn meubels en
+versiersels binnen vier weken publiek moeten verkocht worden, om den
+volke te doen zien dat dokter Helmond werkelijk leven moet van zijn
+praktijk. Als bewijs dat men met Gods hulp tot het goede wenscht te
+besluiten, zal de partij ten zijnen huize worden afgezegd. Men vrage
+niet wat de wereld zal denken of spreken, men bedenke alleen wat
+God eischt en wat eerlijk en goed is. Een eerlijke retraite is geen
+schande. Indien het bewijs der goede gezindheid op den 28sten September
+wordt gegeven, dan zal de oude pleegvader dienzelfden dag zijn kinderen
+met open armen ontvangen, en, zoo er door daden, die de krachten te
+boven gingen, schulden mochten zijn, hij zal ze zwijgend vereffenen.
+
+"Andere redenen, die een verwijdering zouden wettigen, bestaan er
+_niet meer_. De pleegvader wil vergeven en vergeten.
+
+"Dit ultimatum is geschreven in overeenstemming met den waardigen
+leeraar dezer gemeente Ds. Hoogerberg.
+
+"Herinnert u te zamen het woord van den heiligen stichter onzer
+religie, den Zoon van God: "Gij kunt Gode niet dienen en den Mammon!"
+
+
+Alexander Van Barneveld
+
+_De Zonsberg_, 26 September 18...."
+
+
+"Afschuwelijk! Afschuwelijk!" barst Eva los met bevende stem:
+"Mijn God! welk een toon! Den Mammon dienen! Ha, wie durft daarvan
+spreken! Hij, die zelf in dienst van den geldduivel is!"
+
+"_Vrouw! zwijg!_" roept Helmond met krachtige stem: "Als je me
+waarachtig liefhebt, vergrijp je dan niet opnieuw aan den man dien ik
+vereer en die het goede wil. Zwijg zeg ik je! _Hoor je me niet!_ Ja, 't
+is nu genoeg, hij heeft gelijk: wij zijn op een rampzaligen weg!" Met
+verheffing van stem en Eva aanziende, zoodat ze hevig ontsteld een
+schrede teruggaat: "Ik zeg je Eva, die man heeft waarachtig gelijk; met
+dien vervloekten geest, die zucht naar grootheid en verheffing boven
+onzen stand, moet gebroken worden!-- Sta daar zoo niet te beven. Mijn
+toorn kind, geldt mij zelf in de eerste plaats, ja waarlijk, mij zelf
+_geheel alleen_. Eva, _ik_ was krankzinnig, ja waarachtig!"
+
+--O groote God, wat ziet hij haar akelig aan! Wat wil dat zeggen,
+_krankzinnig_! Nee nee, dat is hij niet, nee, stil stil. Goddank,
+hoor maar, hij spreekt bedaarder; hoor, hij noemt haar weer zijn beste
+kind, zijn lieve vrouw, Maar toch, dat gewone punt der tobberij wordt
+met een schier aan krankzinnigheid grenzenden angst behandeld.--Men
+moest terugkeeren tot den eenvoud waarop de pleegvader zoo gesteld is,
+men moest....
+
+"Maar August, zoo waar als ik leef, die brief is geschreven door
+iemand die...."
+
+"Die het goede wil, die begrijpt dat ik mijn kind, mijn schat niet
+bewaar met de trouw door mij bezworen; door een man die ons verderf
+tegemoet ziet, die mij in stilte bij mijn waren naam noemt: een zwak
+man tegenover zijn vrouw.--Eva, dat zal eindigen; zoo waarachtig
+als ik je liefheb, _zoo waarachtig zal dat eindigen_! Die brief is
+kras maar goed. Zachte medicijnmeesters maken stinkende wonden. Dat
+ultimatum moet worden nageleefd. De partij _zal_ morgen niet doorgaan!"
+
+Eva moest zich met de beide handen aan de tafel vasthouden. Die
+man.... háár man, hij maakte haar werkelijk angstig. Dat is geen taal
+van een verstandig man. De partij morgen niet doorgaan!--Zou het dan
+ernst zijn, waarachtig ernst?
+
+Helmond haalt een aantal pas geschreven klein gevouwen brieven uit
+den jaszak te voorschijn:
+
+"Ziehier Eva, dit zijn de bewijzen dat ik het _goed_ met je meen. Voor
+zooveel mogelijk zullen wij deze briefjes nog van avond laten
+bezorgen. Als reden geef ik op dat je ongesteld bent geworden. Je
+teleurstelling zal die ongesteldheid zijn, want teleurgesteld dát
+ben je zeker."
+
+Eva ziet hem aan met angstigen blik, en zegt nu met doodsbleeke lippen:
+
+"August, ik word werkelijk bang.--Je bent toch niet.... zeg lieve
+August, je hebt toch geen erge hoofdpijn niewaar?--O, o! die akelige
+vrek zal hem krankzinnig maken."
+
+"Nee Eva, oom zal me genezen. We zullen handelen volgens zijn wil,
+en dan zul je leeren inzien dat hij het goed met ons meende."
+
+"Je spreekt dus met je volle verstand August! En ik versta je
+wel: aan dien onzin zou je gehoor willen geven!? Maar dat is
+onmogelijk! Wartaal, waanzin staat daar te lezen. Terugkeeren naar
+het oude huis, en dit huis publiek verkoopen, binnen vier weken!--
+_Publiek verkoopen_ en _publiek schandaal maken_ is hier volmaakt
+hetzelfde. Gesteld eens dat die oom met eenig recht oordeelde dat onze
+manier van leven wat te weelderig is, zou een verstandig mensch dan
+ooit op het denkbeeld komen om zulk een ultimatum te schrijven. Daar
+spreekt haat en wangunst uit dat schrift."
+
+"Eva, je kent mijn pleegvader niet; hij was van mijn jeugd afaan...."
+
+"We weten dat, hij was je _voorzienigheid_, maar nu--nú is hij een
+wangunstige vrek die...."
+
+"Zwijg, _zwijg zeg ik je_!"
+
+Er was woede in Helmonds blik. Eva stuift achteruit, en dan in een
+vreesachtige houding met haar bevende klankvolle stem:
+
+"Is dat je liefde man!--O God, wie had dat kunnen denken; op den
+vooravond van het feest waarop ik mij zoo verheugde, en dat hij
+mij eerst zoo hartelijk gunde! O! waarachtige liefde bestaat niet
+meer. Vertrouwen nee, vertrouwen kan men den edelste niet.... O God!"
+
+"Schrei niet Eva, kind, schrei niet! Ik zal je toonen dat ik je liever
+heb dan ooit; liever dan mijn leven."
+
+"Och August, hoor ik goed? Zul je, ja zul je _zeker_.... dien brief
+vol waanzin verbranden en me _gelukkig maken_....?"
+
+--_Gelukkig maken!_
+
+Helmond voelt zich eensklaps het hart als door ijskou versteenen. Neen
+hij beseft het volkomen, op den weg dien hij terug moet zal _zij_
+nimmermeer zich _gelukkig_ gevoelen! Dat heeft hij bedorven voor
+altoos. De kleine woning aan den wal, waaraan ze allengs misschien zou
+gewend zijn, en waarin ze waarschijnlijk als jonge moeder gelukkig
+zou zijn geworden, nu, indien ze er moest terugkeeren, ze zal haar
+zijn als een graf.
+
+"O ik wist het wel," vervolgt Eva met verruiming dewijl ze
+Helmonds zwijgen reeds voor toestemmen houdt: "Wat August eens aan
+zijn Eva schonk of toezeide, dat neemt hij niet terug. En méér
+beloven of schenken dan je doen kondt, dat heb je nooit gedaan;
+nee nee August, dát weet ik, dáárop bouw en vertrouw ik als op een
+rots. Je eigen woorden zijn me altijd een waarborg geweest, en je
+uitstekend verstand.... O, er is maar één knap en verstandig man in
+Romphuizen.... Lieve, _lieve_ Helmond!"
+
+--O God, hoe kan hij zich redden met haar, en zonder haar van zich af
+te stooten; zonder haar te dooden misschien? Immers zóó kan en mag het
+niet langer. In die weinige maanden reeds steekt hij diep in schulden,
+en voor een goed deel werd hij ondanks zich zelven, de schuldenaar
+van een man voor wien hij vriendschap huichelen moet. Slechts weinige
+dagen geleden ontving hij nogmaals van den majoor Kartenglimp een
+paar duizend gulden ter leen,--helaas! nu reeds door hem op _rekening
+gesteld van ooms nalatenschap_!--En die nalatenschap zou dan voor
+hem verloren zijn, voorgoed verloren!--En zonder dat uitzicht zou
+hij voortgaan op dezen weg!--O hoe spoedig zal dan het oogenblik der
+schande komen. Sinds hij aan die nalatenschap dacht, werd het uitzicht
+op eigen gewin al meer en meer beneveld: de verhouding tusschen het
+debet en credit was reeds sedert lang geheel verbroken.
+
+--Terug! aarzel niet langer! roept de stem van 't verstand den
+jongen dokter toe, en de stem der liefde roept mede: Terug naar het
+hart van den pleegvader die, ofschoon hij niet volmaakt is, nu het
+treffendst bewijs heeft gegeven zijner liefde door het schrijven van
+dien brief. Immers, Helmond alleen kan beseffen wat overwinning hij
+op zich zelf heeft moeten behalen om dien regel te schrijven: dat
+de pleegvader zou vergeven en vergeten.... ja ook aan Eva vergeven,
+dat ze hem schold voor een _trotsch_ en een _gierig_ man!
+
+"August.... waar ga je heen?"
+
+"Ik ga goedmaken wat ik misdeed; ik ga eindelijk voor je welzijn
+zorgen kind!"
+
+"Je bedoelt....?"
+
+"Ik zal Herman deze briefjes ter bezorging geven, en laten
+telegrafeeren naar Amsterdam en Utrecht dat de partij niet kan
+doorgaan."
+
+Het wordt Eva alsof er vonken vuurs door de kamer spatten, alsof het
+hooge stukadoorwerk naar beneden buigt en wringt.
+
+--Als Helmond niet op den weg is om krankzinnig te worden--o vreeselijk
+denkbeeld--dan, dan is hij een tiran, een leugenaar, een.... Neen dát
+is niet mogelijk; hij wordt gedreven door den wil van een despoot, die
+hem onder zijn ijzeren schepter wil terugbrengen. --Eva beseft dat ze
+al haar geestkracht en al haar verstand zal behoeven om haar man, ter
+voorkoming van publiek schandaal, van besluit te doen veranderen. Ze
+voelt zich nu sterker. Ze zal kalm wezen, dat is het beste.
+
+"Weet jij niet meer August," herneemt Eva: "wat me voornamelijk zoo
+gelukkig maakte in den laatsten tijd? 't Was het volle _vertrouwen_
+op mijn man. Sinds dien brief van Jacoba, _geloofde ik in je_, August,
+geheel en al; want je hebt woord gehouden; en als je wel eens aan
+'t tobben raakte, waarschijnlijk in navolging van dien ouden heer,
+dan sloot ons gesprek toch met de zoete verklaring; dat mijn August
+niets deed wat onverstandig was."
+
+Helmond voelt weer dat pijnlijk hoofdkloppen.--Hoe verpletterend
+klinken die woorden, en toch op dien zoeten toon. Nu zegt hij:
+
+"Eva, straks zullen we verder spreken en alles behandelen, dan zullen
+we elkander geheel verstaan en zeker in 't einde elkander _liever
+hebben_ dan ooit.... Nu.... 't is hoog tijd; de telegrammen moeten
+vóór zevenen bezorgd zijn...."
+
+Eva houdt zich oogenschijnlijk kalm.
+
+"Wanneer die telegrammen en brieven werkelijk verzonden werden
+Helmond, dan zou daaruit blijken dat de man die het deed--zoo hij niet
+krankzinnig is--zijn jonge vrouw heeft bedrogen, weken en maanden
+lang". Fier en gevoelig: "En dat is _niet_ zoo; zoo waar als er een
+God leeft, dat is niet zoo. Nee, hij behoefde zich niet te bekrimpen,
+maar zou het nú uit overgroote goedheid willen doen, om.... een
+ouden man te believen.--Zeg, zou je dan willen August, dat ik je tóch
+voor een zwak en niet te vertrouwen mensch hield!? Hoe! Mijn rots,
+mijn rots....!!" Zij vliegt op hem toe en omhelst hem in vervoering:
+"Mijn schat in dit leven! Nee _nee_ dat wil je niet!"
+
+--O God, als hem dan door zijn eigen vrouw de dolk op de borst
+wordt gezet:
+
+"Ja ja Eva, ik herhaal het, ik _heb_ je bedrogen; reeds weken
+lang leefde ik als een dwaas, en stak mij in schulden, terwijl ik
+zuinig had moeten zijn en klein en nederig...." Maar Helmond kon niet
+voortgaan met spreken. Eva had hem een oogenblik met doodsbleeke lippen
+aangehoord, en nu, hoor, nu berst ze in een zonderling lachen uit;
+hoor, al sterker en sterker.
+
+"Eva! kind!--bedaar! Lach zoo wonderlijk niet. Eva je maakt je te
+zenuwachtig. Eva!--Eva!!"
+
+Maar of Helmond ook poogde haar tot bedaren te brengen, het baatte
+hem niet. Vreemder en vreemder werd steeds dat lachen. De schok,
+dien Helmond haar heeft toegebracht, was nog grooter geweest dan
+hij het zich heeft kunnen voorstellen, en de woorden _zuinig_ en
+_klein_ en _nederig_, welke Eva in den laatsten tijd zoo dikwijls al
+schertsend had weerlegd, ze hebben, bij het ontvangen van dien schok,
+vermoedelijk tot dat akelige lachen aanleiding gegeven.
+
+Eenige seconden later is dat droevige lachen in schreien overgegaan,
+en--een soort van bedwelming, die straks door een rustiger inslapen
+zal gevolgd worden, heeft haar nu vermeesterd.
+
+Eva ligt op de sofa; kleine snikken ontsnappen aan haar fijngevormde
+lippen. August ondersteunt nog altijd het canapé-kussen waarop haar
+hoofd rust.
+
+--Stil, zoo aanstonds zal ze inslapen. Hoor! nog een snikje, nóg
+een.... een lange zucht en:
+
+"August!" klinkt het zacht.
+
+"Wat is er lieve? Hier ben ik."
+
+"Zoo ben je daar, dat is goed. Waar was je? Morgen, o, _heerlijk,
+morgen_!"
+
+Weer volgt er een zucht. Een langgerekt geeuwen klinkt er, en--hoor,
+ze slaapt, ja zeker ze slaapt.--Zachtjes trekt Helmond zijn arm onder
+het kussen terug, en.... ziet nu om naar de pendule.
+
+'t Was--halfacht.
+
+--Te laat!--De telegrammen kunnen niet meer verzonden worden.--En,
+morgen reeds met den eersten trein zal men uit Amsterdam komen om
+alles voor het soupee te regelen en, voor zooveel noodig, ook hier
+gereed te maken. En reeds dezen avond gaan de bloemen en bouquetten
+uit Utrecht op weg en....
+
+Helmond staat in gepeins als verloren.
+
+--Maar zou Eva's lichte ongesteldheid--die bovendien niet onnatuurlijk
+is in haar omstandigheden--zou ze niet als 't ware een bestiering
+zijn geweest? Dáárdoor werd het te laat... !!--Dominee Hoogerberg
+heeft gezegd dat oom Van Barneveld niets liever dan een toenadering
+wenschte, indien Helmond voortaan wat meer wilde bedenken hoe hij als
+dokter in Romphuizen _moest_ en _kon_ leven.--Dat was een gematigde
+toon. Die geest was verstandig.--Zóó, indien oom Van Barneveld er goed
+over denkt, ja, zóó kon hij terugkeeren. Maar Eva heeft gelijk: zou het
+verstandig zijn om op een wijze als in dien brief werd begeerd _publiek
+schandaal_ te maken?--Eva heeft het bij den rechten naam genoemd. Hoe
+zal men over een dokter spreken, die zóó door zijn eigen pleegvader
+wordt aan de kaak gesteld! Zulk een dokter zal men verachten inplaats
+van hem te vertrouwen. Die brief, dat ultimatum is _waarachtig_
+onzinnig. Een feest ter eere van zijn jonge vrouw moet zonder een
+geldige reden eensklaps worden afgezegd, en duizend tongen zullen
+in beweging komen en zeker die jonge vrouw niet sparen! En binnen de
+vier weken zal men dit huis moeten ontruimen en verkoopen....!
+
+Aan zijn gedurig hoofdlijden moet Helmond het toeschrijven dat hij
+oom's ultimatum in den aanvang zoo letterlijk heeft opgenomen--Goddank
+daar komt licht! Morgen op Eva's _verjaardag_ zal hij zich zoo vroeg
+mogelijk met haar naar _De Zonsberg_ begeven. De oom en pleegvader zal
+dien stap waardeeren en de redenen moeten billijken, waarom het feest
+voor 't laatst nog moet doorgaan. En dan, het vraagstuk zal worden
+opgelost meteen, hoe dokter Helmond zijn nieuwe woning zal kunnen
+verlaten zonder zijn goeden naam te bederven, zonder zich belachelijk
+te maken in het oog der geheele stad. Hij kan den pleegvader het
+voorstel doen om zich elders als dokter te gaan vestigen.
+
+--Welzeker, denkt Helmond voort, zulk een schrijven draagt te vele
+blijken van overijling, dan dat de verstandige oom er niet op zou
+terugkomen. 't Is waar, wat hij eens heeft gezegd dat blijft in den
+regel gezegd; "wat geschreven staat dat staat geschreven," maar toch,
+met blijdschap herinnert August zich nu den avond vóór zijn trouwen,
+toen de onveranderlijke oom uit eigen beweging een overeenkomst
+vernietigde, waarvan hij bekennen moest dat de eischen, zoo niet te
+sterk, althans niet helder door hem gesteld waren.
+
+--Goddank! zegt Helmond nog eens in stilte, want voor het oogenblik
+is hem niets zoo welkom als de rust die hij zich zelf door zijn
+overlegging bezorgde: Onzinnig wreed zou het zijn om nu dat _kind_,
+ja wat is zij anders dan een _verrukkelijk kind_! om haar "haar eigen
+feest" te ontnemen. Langzaam, zeer langzaam moet hij met haar _terug_
+indien ze niet verwelken en verkwijnen zal.--Zooals hij haar straks
+heeft geschokt, dat was werkelijk _tirannie_. Welnu dan Helmond,
+wees krachtig en wijs voortaan, en waak met verstand, terwijl een
+trouwe pleegvader den terugtocht wil dekken; maar sla dan ook niet
+tot uitersten over. Ze konden die engel dooden en mét haar, o lieve
+God, de teedere spruit, wier eerste kreetjes ook voor haar reeds meer
+waarde zullen hebben dan parelen en diamant.
+
+Eva slaapt rustig. Zie, de zachte blos is geheel op die donzen wangen
+teruggekeerd. Met den rug van zijn hand glijdt Helmond er zachtkens
+langs heen.
+
+--Parelen en diamant, herhaalt hij nu bijna overluid, en drukt de
+beide handen vluchtig tegen zijn hoofd, dewijl het daarbinnen toch
+gedurig nog zoo vreemd en pijnlijk klopt.--Parelen en diamant! 't Zou
+de grootste dwaasheid zijn!--Maar, indien ik ze _aanstonds_ genomen
+had, dan zou die dwaasheid reeds zijn geschied.... In alle geval 't
+zou op het groote geheel slechts een kleine doorslag wezen. Indien
+men dan liefdevol in de armen van den pleegvader terugkeert, dan zal
+hij op den laatsten misgreep-- die zoo natuurlijk uit den vroegeren
+geboren werd, niet letten. Oom Van Barneveld schreef: Zoo er schulden
+mochten zijn, ze zullen zwijgend vereffend worden.--Ach, als hij
+haar dan nogeen enkele maal zoo innig gelukkig zal zien.... Nee, nee,
+nee! "Weg Satan, weg!" zegt Helmond eensklaps overluid en stampt met
+den voet. zóó hard dat Eva er vluchtig van ontwaakt.
+
+"Weg! Weg Satan! Trotsch, schriel! Weg!" zegt ze half wakend,
+half droomend.
+
+Helmond ziet haar weer inslapen; maar nochtans zijn onrust komt sterker
+terug: Tot nogtoe heeft hij buiten Eva's vijandige gezindheid tegen
+dien oom gerekend. Zal zij er toe kunnen besluiten om morgen op haar
+jaarfeest tot hém te gaan. Neen neen.... !
+
+Maar zie hoe men tóch denken kan met een steeds sterker bonzend
+hoofd.--Ja, zij _zal_ er blij en geheel vrijwillig heengaan! O, die
+verzoening zal schoon zijn. Zie, zóó moet het gebeuren: Het fraaiste
+stel diamanten zal Eva als een verrassing ontvangen, en August zal
+haar doen gelooven dat diezelfde "schriele oom" het haar toegezonden
+heeft. Maar natuurlijk, zij mag den generaal dan niet spreken over zijn
+geschenk. En, met te dieper gevoel zal zij den grijzen weldoener bij
+dat morgenbezoek in de armen snellen, teruggekomen van haar onbillijk
+oordeel, en met de stilzwijgende verklaring van dankbare liefde.--O,
+en de warmte waarmee zij den oom--en geheel vanzelf--zal tegemoet
+ijlen en omhelzen, zij zal weldadiger werken op dat hart dan duizend
+verklarende woorden. Het stel diamanten zal zeker nooit door Eva
+vergeten worden.....
+
+Zooeven had de huisschel geklonken, en dewijl men nu de kamerdeur
+naderde, liep Helmond zachtjes naar de deur, opende haar zonder
+gedruisch, en begaf zich al spoedig naar de spreekkamer, waar hem
+iemand wachtte, die hem noodzakelijk alleen wilde spreken. Bij de
+kleine lamp, die in de spreekkamer was neergezet, stond een aardig
+burgermeisje van zestien jaren omtrent.
+
+--Wat ze verlangde?--Nee, zieken waren er gelukkig niet, maar dokter
+moest niet kwalijk nemen; ze was zooveel als Grietje van Wulters
+den huisschilder.
+
+"Ah zoo!" Helmond voelde eensklaps iets zeer beklemds: "En.... ?"
+
+"Ja dokter," vervolgt het meisje: "vader was een beetje opzichtig
+om u zelvers lastig te vallen, nadat u gezegd hadt van over drie
+maanden; en.... Maar ziet u, vader had ook al die inslagen van glas en
+behangselpapier moeten doen, en dáárom: en ook omdat vader zoozeer geen
+krediet heeft in Amsterdam, ziet u, nou zou vader een wissel krijgen,
+en dacht moe dat we maar zoo vrijpostig moesten zijn om u.... ja
+ziet u dokter, 't is een heeleboel geld, maar zulke mooie papieren,
+en het blommenhuis en al dat dure glas zei vader en.... vader heeft
+er ook hard voor moeten werken dokter."
+
+Helmond heeft de kwitantie a zeshonderd en tien gulden, van het
+eenigszins bevende Grietje aangenomen en ingezien.
+
+Groote getallen spreekt men zoo gemakkelijk uit. 't Was een slagveld
+met tienduizend of--daar wil ik afwezen--van honderdduizend lijken,
+zegt iemand, en de hoorder fronst bij beide getallen schier even
+zwaar het voorhoofd. Over het kleine verschil van _negentigduizend_
+lijken stapt hij gemakkelijk heen.
+
+De betrekkelijk kleine sommen, die telkens en telkens het geld hadden
+verslonden, 'twelk de dokter extra heeft moeten opnemen, herinnerden
+hem gedurig en ook nu, hoe hij in den laatsten tijd maar zelden
+goed heeft doorgedacht, dat, om duizend gulden te kunnen betalen,
+men _tienmaal honderd gulden_ moet bezitten.
+
+--Doch waarom nú het arme hoofd daarmee gebroken! Kon hij dan een
+oogenblik vergeten dat hij juist morgen.... Goddank! van allen last
+zal ontheven zijn? Zal oom niet morgen stilzwijgend zijn schulden
+vereffenen....?
+
+"Kindlief, als vader verlegen is dan zal ik hem graag voldoen. Wanneer
+zou die wissel vervallen?"
+
+"Vader zei dat ik maar zeggen moet _morgen_ dokter, maar als ik
+goed heb gehoord, dan spraken va en moe van Dinsdag, da's overmorgen
+dokter. Ziet u, ik wil niet buiten mijn hart spreken dokter."
+
+"Doe jij dat nooit lief kind. Nooit!" zegt Helmond en drukt weer de
+hand op het hoofd: "Ga nu naar huis, en zeg aan vader dat hij er vast
+op rekenen kan overmorgen zijn geld te zullen krijgen."
+
+"Bestig, alsjeblief dokter.--O, zou ik dat papiertje weer meenemen
+dokter.--Och, 't was in goeje handen."
+
+Geen tien minuten later had Helmond een geheel ander bezoek.
+
+'t Was Archibald Hardenborg, die met een ongewone bedruktheid op 't
+gelaat, kwam informeeren of het waar was 'tgeen hij dezen middag van
+den generaal van _De Zonsberg_ meende verstaan te hebben, namelijk
+dat de verjaringspartij morgen waarschijnlijk niet doorging?
+
+Nog een oogenblik wacht Helmond en aarzelt een antwoord te geven. Maar
+dan:
+
+"Nee amice, daar is geen quaestie van. Oom zal bedoeld hebben dat hij
+waarschijnlijk zelf niet komen zou. Oom is dezer dagen niet zoo heel
+fiksch.--Hoe.... hoe von-je dat hij er uitzag?"
+
+Na een uitroep van blijde verruiming vervolgt Archibald:
+
+"Hoe de generaal er uitzag? Ja om je de waarheid te zeggen, ik weet
+wel dat ie z'n degen en epauletten niet aanhad, maar voor de rest heb
+ik meer naar het fijne popje gekeken. Lief bleekneusje! Verduiveld,
+mijn trouwe reparateur, ik ben in de laatste dagen in zoo'n
+fragile positie. 'k Stond den dood uit dat je feest niet zou
+doorgaan." Geheimzinnig: "_De Zonsberg_--_uit_! finaal, totaal! Bij
+dat laatste bezoek dezen middag begon ik waarachtig een oogenblik
+sympathie voor _bleek_ te krijgen. Enfin, ik geef het gesprek zoo'n
+polsenden draai,--je begrijpt dat--en verneem zoo en passant van
+een paar heel bleeke lipjes, dat het, volgens de overtuiging van die
+lipjes, groote zonde is wanneer een zwak en dikwijls sukkelend meisje
+haar hand schenkt aan.... Enfin, 't kwam er zoo'n beetje gevoileerd
+uit, maar 't wou toch zeggen: Als je er ooit aan denken mocht om me
+te vragen, reken er op dat je een heel mal figuur zoudt slaan."
+
+"Ik dacht Archibald, dat freule Marie Narwal...."
+
+"Stil stil: papa had een drietal geformeerd, en immers een oogenblik
+begon ik bleek nog al interessant te vinden, 't Is in zooverre
+niet ongemakkelijk indien candidaten zich terugtrekken.--Vin-je me
+pedant? Waarachtig, papa zou het me maken. Maar amice, er is er toch
+maar ééne, die ik van het eerste oogenblik afaan.... Zieje, en daarom
+werd ik drommels benauwd dat je partij niet zou doorgaan. Begrepen? Ik
+droom geregeld van dat engelachtige kind.--Apropos, komt Ronner,
+die poesbaard ook op het feest?"
+
+"Wie zeg je, _Ronner_?"
+
+"O sapperloot, ik meen Kattenglimp."
+
+"De majoor Kartenglimp? Jawel."
+
+"Zeg, vin-je dat au fond geen fameus gemeene type?"
+
+"Gemeen!?--Dat is te zeggen, nobel is anders, maar gemeen...."
+
+"Enfin, 't komt zeker door die frappante gelijkenis; 'k had hem maar
+eens gezien, op de ree van Batavia toen hij scheep ging; ik spreek
+van dien Ronner--maar, als twee droppels water! Grooter schoelje en
+poltron heeft er nooit een degen gedragen. Alleen ter wille van zijn
+moeder liet men hem loopen.--Maar ik zie het, ik hou je op.... jawel,
+je zult nog 't een en ander te bestieren hebben. Je charmant lief
+vrouwtje is zeker ook zoo'n beetje in de weer; men kan niet alles
+aan de domestieken overlaten. 'k Heb daarom met voordacht alleen naar
+mijn cordialen dokter gevraagd. Wat zul je morgen gelukkig wezen! 'k
+Zei gisteren aan papa: als Helmond voor zoo'n vrouw folieës deed,
+ik zou hem waarachtig de bon coeur mijn compliment maken."
+
+"Helmond, Helmond! waar ben je?!" klinkt het luide in 't
+voorhuis. --Verrast den luitenant bij haar echtvriend te vinden,
+blijft Eva een oogenblik later op den drempel van het spreekkamertje
+staan. Ze was nog wat licht in 't hoofd van de flauwte, die haar
+na dien vreeselijken schok bezwijmen deed. Bij 't ontwaken wist ze
+in den aanvang niet of ze gewaakt of gedroomd had. Maar toen, toen
+moest en zou ze het weten. En nú, o Goddank! hoor maar, 't was alles
+_alles_ een droom. August stemt immers dien luitenant zonder eenige
+terughouding toe, dat zijn vrouwtje morgen de schoonste feestkoningin
+zal zijn, die er ooit op aarde bevelen gaf. Hij ziet er volstrekt geen
+bezwaar in dat Hardenborg haar engageert voor een enkelen dans. Hij
+spreekt het niet tegen dat hij zijn vrouwtje morgen en haar gansche
+leven verwennen zal. Goddank! 't was dus een droom.... of neen, toch
+niet: het is een zinsverwarring, een misverstand geweest. Die dwaze
+brief van den "uitgedienden generaal" heeft August straks voor een
+oogenblik op 't sterkst in zijn gewone tobberij doen vervallen. Neen,
+men was niet arm.... Hoor maar, hoor, hij stemt het weer toe: Morgen,
+ja zeker, morgen zal het gansche huis één enkele feestbouquet zijn
+ter eere van Helmonds "engelachtig vrouwtje".
+
+
+
+
+
+
+
+DRIE EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Reeds in den vroegen morgen van den 28sten September heerschte er een
+buitengewone, maar nochtans een fluisterende, en op de teenen loopende
+levendigheid in het prachtige doktershuis. De groote schuit met
+kostelijke bloemen, sierpotten en guirlandes, de Utrechtsche schuit,
+waarin zich mede een menigte groote en kleinere ruikers bevonden,
+was aangekomen, en, onder het oppertoezicht van dokter Helmond zelf,
+haastte men zich nu om werkelijk zijn nieuwe woning voor een goed
+deel in een lusthof te herscheppen.
+
+Het kon niet anders of het hart moest wel feestelijk kloppen wanneer
+men de vroege herfstzon, na een avond en nacht van regen en wind,
+zoo vroolijk zag blinken op de heerlijke heester- en bloemgroepen,
+die met zooveel smaak in de zalen en kleinere vertrekken van het
+deftige doch riante doktershuis waren gerangschikt.
+
+De Utrechtsche bloemist, die het laatste woord over de aanstaande
+partij in stilte met _mevrouw_ Helmond had gewisseld, heeft toen
+gezegd, dat mevrouw het nu alsjeblieft maar eens aan hém moest
+overlaten. Helmond, die daarvan niets vernomen had, moet nu in
+stilte erkennen dat de bloemist meer gedaan heeft dan hij had
+durven verwachten, en de feestelijke geur in zijn woning--waartoe de
+geraniums en oranjebloesems, de reseda's en heliotropen, ja zelfs tot
+in het breede marmeren voorhuis, de guirlandes van fijne dennetakjes
+samenwerkten--werd er in zijn schatting nog door verhoogd.
+
+Eva dient nog een weinig geduld te hebben. De serre die voor het orkest
+werd ingericht, moet nog eerst met de oranjeboomen en de kleinere
+heesters aan de binnenzij gemaskeerd worden. Hoe netter alles in orde
+is vóórdat ze beneden komt, hoe gelukkiger ze wezen zal, en ook--hoe
+eer ze te bewegen zal zijn om nu zoo spoedig mogelijk aan den wensch
+van haar man te voldoen en oom Van Barneveld een hartelijken zoen te
+gaan geven. Meer is er niet noodig; August gelooft het zeker: met
+dien enkelen zoen koopt ze ooms liefde, en herstelt ze wat anders
+_niet te herstellen_ zou zijn.--Maar wacht, nu wordt het ook tijd
+dat hij doet wat _vooral_ noodzakelijk is.
+
+Haastig naar zijn kamer gegaan, staat Helmond eenige oogenblikken
+later met twee bijouteriedoozen in de hand, terwijl hij den inhoud
+ervan nauwkeurig beschouwt. 't Zijn de twee stel diamanten die men
+hem ter keuze voor een paar dagen heeft willen toevertrouwen.
+
+--Niet langer gedraald, denkt Helmond in 't eind: Het verschil in
+prijs staat niet in evenredigheid tot het onderscheid der beide
+garnituren. 't Zou immers mogelijk kunnen zijn dat die kleine broche
+haar toch niet voldeed. Mevrouw Van Leeuwen is de maatstaf, en ik
+geloof dat de broche der gravin.... Nee, de indruk dient ineens
+beslissend te zijn. Oom moet in haar oog een halve verkwister
+worden. En inderdaad, wat maakt dit bagatel op het geheel! Het
+garnituur zal betaald worden van hetgeen ik nog bezit, en dan, in
+'s hemelsnaam, oom zal dan herstellen wat ik vooreerst bezwaarlijk
+goedmaken kan.--Komaan, deze laatste dwaasheid zal dienen om terug
+te komen op den weg van 't verstand.
+
+Alvorens nu haastig de doos met het fraaiste garnituur in papieren
+te wikkelen en er een pakje van te maken, haalt Helmond eenigszins
+gejaagd--alsof hij bevreesd was dat men hem bespieden zou--een klein
+apothekersdoosje uit den zak, en neemt er een drietal pillen uit, die
+hij even haastig gebruikt.--Goddank, hij blijft toch tamelijk wel,
+en zijn ziekenbezoeken, die echter in den laatsten tijd nog al zeer
+zijn verminderd, kon hij dagelijks waarnemen; maar toch, daar woelt
+iets vanbinnen dat niet goed is.
+
+--Doch heden, welzeker! wie zou er in zijn plaats niet fiksch en blij
+zijn; blij vooral dewijl het de feestdag is van een vrouwtje:
+
+
+ Als een gazelle rank;
+ Als teedre lelies blank;
+ Met kluistrend alvermogen
+ In haar blij lachende oogen;
+ En in haar rozenmond
+ Die hem haar min verkondt:
+ Een hemelsch reinen klank!
+ O Eva mijn engel! Ja, eindloos meer
+ Dan een schitterend leven, vol roem en eer,
+ Dan de kronen der wereld, dan de schatten der aard
+ Zijt gij, zoete _duive_, mij lief en waard.
+
+
+Neen, een dichter is Helmond niet; maar met zulk een bekoorlijk
+wezen, dat men het zijne mag noemen, met een vrouw zoo vol smaak,
+gevoel en talent, ja dan moest men wel van steen zijn indien men niet
+somwijlen warm werd en zong. Nochtans 't was geen verjaarsgedicht,
+'t was al eenige weken geleden dat hij zijn hart zoo eens lucht gaf.
+
+Nu is het kleine pakje, waarin geen letter schrift was te vinden,
+gereed. Op de bovenzij schrijft Helmond, terwijl hij in zijn schrift
+eenige overeenkomst met de hand van den generaal zoekt te leggen:
+
+
+ "Aan Mevrouw E. Helmond,
+
+ Armelo.
+
+ Op haar verjaardag."
+
+
+Met het pakje in den zak begeeft Helmond zich nu naar beneden. Eenige
+oogenblikken dwaalt hij in den tuin--die straks door den Utrechtschen
+bloemist voor het feest van dezen avond zal ingericht worden--en
+begeeft zich dan in de kleine straat waar de tuin in uitkomt.
+
+Al spoedig daarna wordt er door een knaap aan de voordeur van het
+doktershuis gescheld.
+
+Bus, die de potaarde van de handen slaat, neemt het pakje aan en
+vraagt:
+
+"Van wie kumt dat, manneke?"
+
+"Ja dat mocht ik niet zeggen. 'k Gleuf van _De Zonsberg_."
+
+"Zoo! bestig!"
+
+In de kleine ontbijtkamer aan den tuin stond Helmond, met een groote
+maar fijne bouquet in de hand, op zijn jarige vrouw te wachten. Hij
+heeft haar doen weten dat alles gereed was.
+
+En zie, daar vliegt Eva met een blos van verrukking op het gelaat,
+de feestelijk getooide ontbijtkamer binnen en haar glimlachenden
+echtvriend tegemoet:
+
+"O _lieve beste_ August!" roept ze, nog voordat hij spreken kan,
+bijna schreiend van vreugde, terwijl ze zich in zijn armen stort:
+"Dat is te veel! Ja waarlijk al te veel! O beste heerlijke man,
+wat ben je toch goed! 't Is meer dan ik had durven denken!"
+
+"Ei lieve kind, wanneer alles zoo naar je zin is dan ben ik dubbel
+tevreden; maar je bent nu heusch wat al te haastig; je gunt me geen
+tijd lieve wijfje, om je eerst behoorlijk van harte.... ja van ganscher
+harte...." Helmond had in dezen stond geen woorden meer. Maar waartoe
+was het ook noodig? Hij sloot haar in zijn armen en zoende haar. O hij
+zoende haar zoo lang en zoo teer. En als hij haar niet meer zoent, dan
+sluit hij haar nóg vaster en nog inniger aan 't hart alsof.... Neen
+'t was kinderachtig, ze zijn immers beiden gezond; welzeker gezond
+en blij. En zie, de zon schijnt vroolijk op haar feest, en.... Doch
+die bruine beuk daar in 't pad, staat somber, ja die beuk geeft een
+te groote schaduw, die beuk moet daar weg. Waarom trof hem nu juist
+die bruine beuk?--Maar August dacht dit; hij sprak er niet van,
+hij kon niet spreken.
+
+Welnu, daar behoefden ook waarlijk geen wenschen of woorden meer bij.
+
+"'t Is zoo prachtig mijn beste hartelijke man!" zegt Eva weder.
+
+"We zijn ook al vroeg aan 't werk geweest mijn jarig wijfje; maar je
+hadt eigenlijk nog niets mogen zien."
+
+"Nog niets mogen zien van de versieringen in huis, meenje? Maar
+manlief! dat deed ik ook niet. Nee, trouw aan m'n woord!" Met klimmende
+en innige verrukking: "Maar het heerlijk prachtige cadeau van mijn arm
+lief mannetje, dat, dát mocht ik toch wel zien niewaar, zooals het me
+gezonden werd in mijn wachtende eenzaamheid? O, engel van 'en man,
+'t garnituur is zelfs oneindig veel mooier dan dat van mevrouw Van
+Leeuwen: _Oneindig_! 'k zag het dadelijk. Die groote brillanten...."
+
+"Maar kindlief, wat meen je? Een garnituur? Ik, nee! Wat ik je geven
+wou; ziehier: 't is een kleinigheid; een medaillon, zie je wel Eva,
+met mijn portret."
+
+Eva heeft het medaillon vluchtig bezien.
+
+"Och August, als je me bederven gaat dan moetje zelf er den last van
+dragen; nu dat aardige dingetje ook nog, en met je goeje oogen er
+in. Dankje schat van 'en man. Maar dit...." en zij haalt het étui uit
+haar zak te voorschijn: "dit overheerlijke stel, dat is nu juist.... ja
+zie, dat is nu letterlijk het eenige wat ik begeerde, en dus...."
+
+"Maar Eva, je vergist je; dat garnituur kwam niet van mij."
+
+"Watbliefje.... niet van....?"
+
+"Nee nee kind, da's een abuis."
+
+"Abuis! August wát zeg je? Zou 't bij abuis.... op bezien....?"
+
+Helmond zag Eva bleek worden.
+
+"Nee, zóó meen ik het niet. 't Zal je zeker wel door iemand gegeven
+zijn, tenminste als het je werd gezonden. Is dat het papier waarin het
+gezeten heeft? Ei, zie dan maar: Aan Mevrouw E. Helmond, Armelo. Op
+haar verjaardag."--Eva haalde weer adem.
+
+"Maar die hand is me bekend Eva. Welzeker."
+
+"Geen wonder August; 'k vergis me niet: ik hou die hand op 't oogenblik
+in de mijne."
+
+"Maar Eva, als ik je nu verzeker dat je je bedriegt."
+
+"Ja lieverdje, dan bedrieg je me _zeker_, maar uit liefde en met de
+voortreffelijkste bedoeling. Het beste _arme_ doktertje kan zóó iets
+niet geven...."
+
+Eensklaps hem nogmaals om den hals vliegend:
+
+"Maar nee, foei, foei! dat verdien je niet mijn _alles_! Dank August
+hartelijk dank! O ik ben zoo gelukkig!"
+
+"Eva, maar waarlijk, dat present zou _ik_ je niet gegeven hebben;
+het moet van iemand anders komen. Het is...."
+
+"Och August, schei daar nu mee uit. Van wien zou zóó iets nu kunnen
+komen! Ik bid je van wien!"
+
+"Ja kind, ik weet het niet; maar, als ik dat adres heel goed
+bezie.... Ja, mij dunkt, 't is zoo goed als zeker, dan...."
+
+"Dan....?"
+
+"Zeer mogelijk, _zeer_ mogelijk!" herhaalt Helmond terwijl hij
+schijnbaar met aandacht het adres blijft beschouwen: "Dat moet van
+hèm zijn; van _De Zonsberg_. Ik houd het er bepaald voor. Jawel een
+verrassing van oom."
+
+"O goeje hemel August! Schei uit!" roept Eva, terwijl ze eensklaps in
+een vroolijk schaterlachen uitbarst, waarbij ze de handen omhoog en
+ineenslaat: "O hemel August.... dat idee!.... 't is om te stikken. Van
+oom, van dien schrielen com.... p....peer!" en nogmaals en telkens
+weder uitproestend in een welluidenden schaterlach: "Een verrassing
+van oom! Groote hemel August, hoe kon je 't verzinnen!"
+
+
+
+Dokter Helmond stond als verslagen. Wat scheelt hem dan, dat hij niet
+meer heeft kunnen doordenken! De mogelijkheid dezer wending heeft hij
+niet eens voorzien; en toch ze was zoo hoogstnatuurlijk.--Wat moet hij
+doen? Haar tot bedaren brengen, haar met zekeren ernst herhalen dat hij
+die onderstelling gansch niet belachelijk vindt; haar misleiden door
+de verzekering dat zoo iets juist in het karakter van oom ligt?--Ja,
+dit alles--helaas ook het laatste--hij beproeft het, maar tevergeefs.
+
+'t Is Eva volstrekt onmogelijk om zulk een kostbaar verjaarsgeschenk
+een oogenblik "vast te knoopen aan het _telwoord Van Barneveld_".--Nee,
+August moest nu heusch niet langer zoo droog komiek zijn. Zij is dol-
+en overgelukkig, want ze weet dat ze dit heerlijke geschenk van den
+eenige heeft van wien ze het gaarne ontvangt, van hem, die door het
+haar te geven nu reeds voor de honderdste maal heeft getoond dat al
+die tobberijen inderdaad geen grond hadden; Goddank, dat het slechts
+_tobberijen_ waren, want tot schriele handelingen was haar lieve
+trouwe man nog nooit vervallen en ook niet instaat.
+
+--Nee stil; hij mocht nu niet verder spreken; als August het
+schitterend effect van zijn verrassing niet bederven wil, dan moet
+hij althans van dien somberen _Zonsberg_ zwijgen; hij moet....
+
+"Maar Eva," zegt Helmond terwijl zijn hoop--op dien valschen grond
+gebouwd, hem ten eenenmale ontzinkt: "_gesteld_ dan eens dat het van
+oom was, zeg, zou je dán niet....?"
+
+"Dan zou ik denken dat de steenen valsch waren, en, valsch of niet,
+ik zond ze terug!"
+
+Helmond verkeert in de grootste spanning:
+
+"Eva, ik moet openhartig met je spreken.--Oom heeft.... ja hij
+heeft me instaat gesteld om dat cadeau voor je te koopen, want ik,
+waarachtig _ik_ kon het niet. Maar daarom bid ik je, doe nu ook wat
+mij, wat ons allen gelukkig kan maken: Ga mee naar _De Zonsberg_;
+geef oom Van Barneveld een zoen, een hartelijken zoen.... Eva, het
+feest zal wel doorgaan dezen avond. Ja zeker, maar doe dan ook wat
+ik wensch.... mijn Eva?"
+
+De doktersvrouw ziet haar echtvriend een oogenblik stilzwijgend aan:
+
+"Voor een man, beste August, ben je al te weekhartig. Ik
+zeg _weekhartig_ August, met een anderen naam wil ik het niet
+bestempelen. Jij bent te goed. Wie jou slaat op de linkerwang, dien zou
+jij letterlijk de rechter toedraaien. Zie, da's heel mooi in theorie,
+maar in de praktijk heel lastig. Jij bent vandaag _gelukkig_ evenals
+ik, en nu zou je de heele wereld wel aan je hart willen drukken,
+ja zelfs den man die je als een kwajongen behandelt.--Stil, _ik_
+ben jarig, en mag dus wel spreken: Wat jij nu zoudt willen drukken
+lieve man, omdat je al te goed bent, dat moet jij weten; maar dat je
+van zoo'n slecht en ijdel individu als je vrouw is, zulk een tour de
+force zoudt verlangen, dat is onmogelijk. Jij met je goed gezicht,
+je zoudt misschien al dadelijk neus aan neus met Herrn General aan
+'t ombertje gaan zitten; maar ik--dankje; onmogelijk! Ik zou z'n
+excellentie--brave beste man, ik weet het, garde d'honneur geweest--'k
+zou 'em zeggen: Eerst hebben we samen een appeltje te schillen ouwe
+heer. Ga jij daar eens zitten: "_Wijven_ en _onbeschaamde feeksen_"
+wonen in achterbuurten; maar de vrouw van een man, dien men reeds een
+paar malen met den rang van professor doodverfde; die--zooals ik pas
+onlangs mocht hooren, voor zijn doctorale promotie een dissertatie
+schreef, welke als een meesterstuk moet geroemd zijn, een werk waar de
+heele wereld van spreekt behalve die talentvolle schrijver alleen...."
+
+"Eva waartoe dit alles?"
+
+Eva vervolgt: "Die vrouw is veel te trotsch om, niet alleen zichzelve,
+en haar familie die een gravenkroon kan voeren, te zien minachten;
+maar vooral om hem, dien ze als een afgod vereert,"--zij nadert Helmond
+snel en slaat haar armen half schreiend om zijn hals--"als een kind,
+als een nul te zien behandelen, om hem de les te zien lezen, zooals
+men 't nog gisteren met dat zotte ultimatum gedaan heeft.--Zulk een
+brief bewijst in _mijn_ oog dat de schrijver...."
+
+"Eva, dat schrijven was misschien niet geheel doordacht, maar
+toch...." Eensklaps laat Eva haar August los; gaat een paar schreden
+achteruit, en dan dreigend met den vinger, half lachend half schreiend:
+
+"0 ondeugd, ondeugd! 'k Heb het al meer gezegd: knap ben je, een
+professor, ja, maar voor de comedie deug je niet. Ei ei, baasjelief,
+dat potsierlijk geschrift kwam _óók_ van _De Zonsberg_; jawel,
+precies, maar op dezelfde manier als dat stel diamanten! Kom, als
+je me nu wéér zulke guitenstreekjes uithaalt, dan zou ik nog moeten
+denken dat je me maar half gunt wat je me goeds geeft. Stil ventje,
+stil! dat ultimatum kwam van jou, ja ondeugd van _jou_!"
+
+Helmond kon niet verder gaan. Al ware Eva niet ter regeling van eenige
+huiselijke aangelegenheden op dit oogenblik buiten de kamer geroepen en
+ijlings heengesneld, Helmond zou nu toch geen woorden hebben gevonden
+om haar op gepaste wijze zulk een onzinnig denkbeeld te ontnemen.
+
+--Hij _zelf_, _hij_ Helmond, zou dien brief geschreven hebben!--O God,
+waar moet het heen indien Eva niet toestemt! Ach, zal ze dan in haar
+dankbare stemming volstrekt niet willen voldoen aan zijn vurigsten
+wensch tot haar eigen heil? Hij wil, ja hij zal....
+
+"Is mevrouw niet hier Antje?" vraagt hij eenige oogenblikken later,
+bij 't binnentreden van de feestelijk getooide en heerlijk geurende
+oranje-zaal, aan de dienstbode die hem tegenkwam.--Mevrouw was er
+niet. In gepeins blijft Helmond staan.--Maar wat zal het baten, zoo
+denkt hij: Indien ze al hier ware, zou ze juist _hier_ ooren hebben
+voor zijn--straks reeds zoo kras door haar verworpen voorstel! Zal
+ze toegeven, tenzij hij haar terzelfder tijd wil _bezweren_ dat hij
+zwak was, ellendig zwak, en heden dwazer dan ooit; dat hij armer is
+dan de bedelaar, die de aalmoes zijn eigendom kan noemen?
+
+--Ha! wanneer hij haar met dien eed _vermoorden_ wil op dezen
+dag!--Helmonds oog wordt schier terzelfder tijd door de morgenwijnen
+getrokken, die reeds ginder op 't buffet gereedstaan. Nee 't is niet
+goed; maar toch, één glas port zal geen kwaad doen; hij heeft iets
+noodig, een kleinen prikkel. Zóó rond te loopen den ganschen dag met
+die onrust in 't hart en op 't gelaat, te midden van groen en bloemen,
+aan de zij van een gelukkige vrouw, die hij toch _heden_ zeer zeker
+sparen moet; neen, zóó rond te loopen dat kon niet. Dat enkele glas
+port zal zijn stemming wat op helderen. Misschien is hij inderdaad
+ook wel wat al te zwaartillend. Er zijn zeker menschen genoeg die er
+om lachen zouden indien ze 't wisten.... Ja, ja, die zijn er _zeker_.
+
+Half in gedachten schenkt Helmond zich een tweede glas in, en ledigt
+het, strak voor zich heen ziende, in één teug.
+
+--'t Is vreemd, een ander zou hij het afraden, en zelf....! Maar
+te droes, hij zou immers zulk een engel niet waard zijn indien
+hij haar eersten jaardag.... als zijn wijfje.... als de aanstaande
+moeder van zijn kind, kon vieren met een tobberig gezicht.--_Zijn
+kind_! Ha! Werktuiglijk schenkt Helmond zich nogmaals in;
+doch,--halt! dat ging zonder nadenken.--Maar ja, waarom niet, dit
+halve glas kan hij nog drinken. Het fleurt hem op, en--vroolijk moet
+hij zijn, ja, vroolijk, uitgelaten. Is het dan niet een dubbele schat,
+dien hij in Eva bezit, een aangebeden vrouw en de moeder van zijn kind!
+
+--Waarachtig, Evert Zwaarmuts, zegt Helmond bijna overluid: waarachtig,
+je hebt somwijlen iets kleins. Ben je geen zoon van een dapper
+soldaat die sneuvelde voor zijn vaderland! Tobde die man toen hij
+twee arme duivels zonder geld in de wereld achterliet?--Wees geen
+kind August. Al was die heele schuld, alles en alles te zamen een
+ton.... nee, dat is te gek, een halve.... een kwart ton.... 't Lijkt
+er niet naar.... ik zeg, enfin _al was 't_ een kwart ton, dan zijn er
+tien, twintig, honderd, duizend middelen om zooveel geld te krijgen. O,
+als 't dáárom te doen is: opnemen.... rouge et noir.--Nee nee, dat
+niet. Debecque wist het: boeken schrijven, populair; honderd duizend
+middelen zijn er..... voor den professor!
+
+Daar kwam Eva.
+
+"Ha--haha, ben je daar engel, mijn jarige vrouw! Wel wat drommel,
+zeg jij me nu eens of je 't hier niet een hemel vindt, een hemel vol
+bloemengeur, en een hemel aan mijn hart!?"
+
+
+
+
+
+
+
+VIER EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+"Waar gaat u heen pa?"
+
+"Ik.....? ik ga uit Coba."
+
+"En 't is al zoo laat."
+
+"'t Weer is van avond zacht."
+
+"'t Was zoel vandaag; ik vrees dat er storm zal komen. Och, blijf
+maar thuis lieve pa?"
+
+"Nee, ik heb behoefte nog eens de lucht in te gaan; ik wil
+zien....." het woord stokte Van Barneveld in de keel, en, als wilde
+hij zich daarover wreken, stootte hij den zwaren rottingstok met
+kracht op het marmer van de breede gang.
+
+"Pa, ik ga mee."
+
+"Jij gaat _niet_ mee; je blijft thuis."
+
+"Ik wilde...."
+
+"Je wilde.... Ik zeg: _je blijft thuis_."
+
+"Palief, maar ik bid u, u waart dezen middag weer zoo benauwd."
+
+"Dat is nu beter; en juist daarvoor is het goed; ik moet lucht hebben."
+
+Na een oogenblik stilte, terwijl hij zich nu eensklaps naar de zij
+eener kamerdeur wendt; "Kom eens even hier Jacoba. Ik vergat je
+te vragen....."
+
+"Wat blieft u pa?" zegt Jacoba die haar vader in de kamer gevolgd is.
+
+Van Barneveld tikt met den gouden knop van zijn stok even op Coba's
+schouder:
+
+"Jij weet _zeker_ dat hun partij niet doorgaat?"
+
+"Ik?.... Ja, jawel pa, jawel lieve pa, dat weet ik zeker."
+
+"Dat heb je van....?"
+
+"Dat weet ik van dominee Hoogerberg. Jawel pa. Nee ziet u, wat dát
+betreft dat weet ik _heel zeker_."
+
+"De dokter is ziek niewaar?"
+
+"Juist pa. Ja, de arme August is nog al ziek.... Dominee zei dat hij
+_anders_ vandaag al stellig zou hier zijn geweest, maar, natuurlijk
+als men ziek is, niewaar lieve pa?"
+
+"Natuurlijk!--Dáárom wou ik je zeggen Coba, dat ik besloten heb mijn
+zieken pleegzoon een bezoek te gaan brengen.--Tot straks."
+
+Jacoba gevoelt dat de krachten haar dreigen te ontzinken; maar toch,
+ze houdt zich goed. Is er dan niets te bedenken....?
+
+--Ha!
+
+"Palief; ik vergat u te zeggen dat ik notaris Zoutenheer heb gesproken;
+hij zou van avond bij u komen, tenminste...."
+
+"Tenminste....?"
+
+"Tenminste.... hij dacht...."
+
+"Wat dacht hij Jacoba? Dat het nu eindelijk tijd zal worden om het
+testament te veranderen?--Ik zeg je, hij zal _niet_ komen omdat ik
+hem _niet_ liet roepen.--Tot straks."
+
+"Maar pa, om Godswil!"
+
+"_Gods wil is niet de leugen_, Coba. Spaar me. Je weet wat ik, sinds
+ik dat Liederenboek moest vinden, aan mijn eenig kind te vergeven heb,
+en dagelijks bid dat de Allerhoogste rechter haar vergeven zal.--Laat
+me gaan.--Nee, weerhoud me nu niet."
+
+"Och papa, mijn lieve papa!"
+
+"God zal je vergeven Coba. Hij trad tusschen beiden door den jonkman
+weg te nemen. Maar anders, ik zeg je kind, óm dien knaap, óm die
+passie, zou je bij de geringste tegenkanting van je ouden vader,
+dien vader hebben _gehaat_. En wie zijn vader of moeder haat...."
+
+--Goede God, heeft zij dan niet altijd, _altijd_ gestreden uit liefde
+voor dien ouden vader! Een enkele blik, een enkel woord van háár
+aan dien geliefden Donerie, misschien ware het genoeg geweest om
+hem.... wie weet!--Maar immers, zelfs tot in die laatste ure heeft
+zij met kracht gestreden.--Doch nu, zij denkt niet aan zich zelve:
+Zij beeft slechts bij de gedachte dat haar vader, wanneer hij dien
+"zieke" bezoeken gaat, het feest zal vinden, dat onzalige feest,
+in vollen gang:
+
+"Maar beste vader....!"
+
+"Laat mij Coba, nog eens: _laat mij gaan_!"
+
+
+
+Geheel Romphuizen was op de been. 't Was een ongewone vertooning:
+al de ramen van het oud-burgemeestershuis waren opengebleven,
+en van de markt- en straatzijde kon men, op de teenen staande,
+van buiten alles precies zoo duidelijk zien alsof men er binnen
+was.--Wat 'en licht in die kamers! Nog veel meer kaarsen dan in de
+kerk op ouwejaarsavond! En bloemen! "Nou!" zei er een uit de groep:
+"as ze dat in Den Haag wisten dan wier d'r beslag op geleid."
+
+"Rijk Oostinje!" zei een ander.
+
+"Baldadigheid zoo'n rikdom!" riep een straatjongen, en sloeg een
+ondermeester van de armenschool, die zich juist op de toonen verhief,
+den hoed over de oogen.
+
+'t Was een ongewone avond voor de buitenwacht: Gerij en gevlieg. Parade
+voor de groote lui achter de verlichte glazen. Muziek!--Ja hoor maar,
+'t schetterde de heele markt over.
+
+"Heerejee," zei slanke Elsje van den molen tegen haar Jan: "we konden
+hier op 'et plein wel 'en anevandeu slaan." Maar Jan zei, dat ie op
+klompen was.--Hé, 't leek dan toch prachtig daarbinnen.
+
+--Ja prachtig; en 'en schik dat ze hadden! Zie, zie, daar was de
+doktersvrouw.
+
+"Wat 'en staatsie!"
+
+"En kiek, dóár is dokter ook."--"Jawel, zie!"--"Kiek, nou drinken ze,
+kiek! Allemoal sampanje!"
+
+"Geld dat ze hebben!--Tenminste te wachten! Of....!?"
+
+"Stil, dring dan zoo niet!"
+
+Men kon het niet helpen. Aan de linkerzijde van de groep was
+plotseling een beweging ontstaan. Men wilde zich verplaatsen. Geen
+wonder. Ginds aan 't einde van 't marktplein bij de Hoenderveldsche
+straat was een kleine oploop. Men zou alweer wat nieuws zien; en
+'t stroomde er met troepen heen. Nochtans, de verwachting van velen
+werd teleurgesteld. Men zou niet zien; slechts vernemen.
+
+Geen vijf minuten geleden was een oud heer, uit de richting van 't
+nieuwe doktershuis, het plein afgekomen, en terwijl hij hier even
+stilgestaan en naar het doktershuis had omgezien, was hij plotseling
+ineengezakt. Op deze zelfde stoep had ie gezeten.--Gelukkig was
+de man niet heelemaal van z'n montanen geraakt; en Aalbers en Jut
+hebben hem onder den arm genomen en naar de apotheek van Van Hake
+gebracht. Spreken kon ie niet, maar hier had ie gelegen of gezeten,
+hier op _deze eigenste stoep_.
+
+--En wie het geweest was?
+
+--Ja, dat wist men niet met zekerheid te zeggen. Een van de grootheid
+buiten de stad, dat was zeker, en naar den ouderdom te rekenen kon
+het menheer van _De Zonsberg_ wel geweest zijn. Alevel, men moest
+dat weder betwijfelen, want naar alle gedachten zou zoo iemand toch
+wel bij zijn "naaste bloed wezen als er een vette mond te halen was".
+
+Dirk de slager was echter beter ingelicht. Toen menheer Kippelaan
+eergisteren lamsbout bij hem bestelde, toen had hij hem in vertrouwen
+meegedeeld, dat de generaal--die een particuliere vriend van menheer
+Kippelaan was--schrikkelijk op dokter Helmond moest gebeten zijn,
+aangezien de generaal het eerst door hém--Kippelaan--had vernomen
+dat dokter het oud-burgemeestershuis gekocht had. En o jee, er was
+een heeleboel meer: Dokter hield het op de hand van een broer, die
+zich slecht gedroeg en gemeen _auteur_ was geworden.--Men ziet dat
+Kippelaan den brief aan Woudberg wat haastig had gelezen.--En de
+majoor Kartenglimp had--mede volgens Kippelaan--gezegd, dat ie heel
+bang was dat het nog eens slecht met den dokter eindigen zou.--Ja,
+ja, dat alles kwam goed overeen.--'t Was een rare geschiedenis met
+dien dokter. God wist of ie dat feest niet van gestolen geld gaf; dat
+ie misschien zoo'n _generaal_ had bestolen; God wist 'et!--Tenminste
+zooveel licht als daar brandde in die kamers van het doktershuis,
+dat was overdaad en waarachtig geen pinksterlicht.
+
+
+
+De generaal Van Barneveld gevoelt zich--zooals hij zegt--weer geheel
+beter. Althans hij verlangt nu te vertrekken met de vigilante, die
+hem tot aan het hek van _De Zonsberg_ zal terugbrengen: Niet verder,
+want bij vreest zijn dochter onnoodig te doen schrikken.
+
+De oude generaal maakt zoo flink mogelijk een buiging voor mevrouw Van
+Hake, en zegt te hopen dat hij haar niet te veel derangeerde. Daarna
+zich tot Thomas wendend, moet hij mijnheer Van Hake nogmaals zeer
+bepaald verzoeken om dokter Helmond volstrekt niet van dit ongeval
+te spreken, en, zoo hij door anderen reeds werd ingelicht, hem ten
+sterkste een belangstellend bezoek te ontraden: "Ik zou je dezen last
+niet opdragen menheer," besloot de generaal: "wanneer ik voor eenige
+weken niet bespeurd had dat dokter Helmond u zijn intiemste geheimen
+toevertrouwt. Zeg hem.... dat ik verandering van lucht behoef, en
+den notaris dezen avond aan zijn feest moest onttrekken om eenige
+beschikkingen te maken, mede tot verkoop van _De Zonsberg_."
+
+Mevrouw Van Hake aarzelt, maar treedt dan haastig den vertrekkenden
+grijsaard terzij: doch, als zij spreken wil, dan blijft hij staan;
+ziet haar met zijn donkergrijze oogen zeer ernstig aan en zegt beleefd:
+
+"Het zou mij onaangenaam zijn u iets te moeten weigeren mevrouw." En
+dan, op gestrengen toon: "Er was geen genade bij God voor den man,
+die door een eerste Eva het Paradijs verloor. God zond Zijn Engel met
+het vlammende zwaard." En wat zachter: "Ik wensch u toe, vreugde te
+beleven aan uw eenigen zoon mevrouw.-- Goeden nacht!"
+
+Toen Van Barneveld door Thomas in het rijtuig werd geholpen, klonken
+de vroolijke walstonen uit het nieuwe doktershuis over het marktplein
+tot in de Hoenderveldsche straat; en nadat het portier was gesloten
+en de paarden in vluggen draf den wal opreden, wierp de grijsaard
+zich achterover in den hoek van het rijtuig, en sloot de oogen, en
+drukte de hand op het pijnlijk kloppende hart, terwijl hij bij zich
+zelven de woorden herhaalde: "Goeden nacht! Ja, goeden nacht!"
+
+
+
+Eva Helmond had er voor gezorgd dat haar feest niet voor het feest der
+Debecque's zou onderdoen. Indien zij 't alles op den lieven August
+had laten aankomen--ja dán; maar, zij heeft gezorgd; in stilte. Men
+moest met iemand als Helmond--uit de school van "een gulden heeft
+tweehonderd halve centen"--niet al te veel redeneeren; men kwam dan
+aan geen eind. Wanneer August vooruit moest zeggen of men bijvoorbeeld
+bougies van de zes of vier zou nemen, dan was men zeker dat hij de
+kleinste kaarsen koos. Altijd goed genoeg! Maar later als het licht
+dan wat te zwak zou zijn, dan voorzeker, dan zou August er misschien
+nog meer over tobben dan zij. Met de bloemen heeft Eva al gemerkt dat
+zij maar heel goed heeft gedaan. August had niets gezegd, en scheen
+zeer tevreden.--Nu ja, 't geen hij besteld had, 't zou ook wat al te
+armoedig zijn geweest. Zeerzeker, Eva heeft den besten man, die haar
+nog dezen morgen zoo prachtig verraste--want voor háár berekent hij
+zoo niet--zij heeft hem heel wat hoofdbrekens bespaard en hem daardoor
+dezen avond al menig genoeglijke verrassing bezorgd.
+
+--De twee nieuwe kronen in de beide zalen, hij vond ze prachtig. Nu
+ja, gehuurd, maar als ze er ééns hangen; niewaar--!? En dan de
+vier ombertafeltjes, en de Oostindische fiesjes-doozen! 't Was
+immers noodig, want hier, waar geen groot park was, hier wilden de
+heeren misschien wel graag een partijtje maken, en de beide oude
+tafeltjes--jawel die zijn uitmuntend voor de gelagkamer in _De
+Gouden Arend_.
+
+"Allerliefst! dat is à l'instar de Frascati te Amsterdam. Frisch,
+delicieus!" zegt mevrouw Narwal, en doopt haar fijn geborduurden
+zakdoek in de kleine eau-de-cologne-fontein, die de bloemist-decorateur
+zeer smaakvol tusschen de fijnste potbloemen bij een grooten spiegel
+heeft aangebracht.
+
+"Mevrouw de gravin Van Leeuwen kan nu moeielijk met haar mooie flacon
+pronken;" fluistert de oudste freule Blankenberge, half lachend maar
+toch spijtig, terwijl ze behendig het tamelijk groote stopsel van
+haar ingedoopt zakdoekje voor vlugge oogen onzichtbaar maakt.
+
+--Och die povere Blankenbergjes! denkt Eva die het stopsel gezien
+heeft.
+
+"Mevrouw Van Leeuwen is stil;" meent een der nabijstaande heeren.
+
+"Ze heeft wat migraine naar ik hoorde;" zegt freule Rosa Narwal,
+en ziet tegelijk met een spotachtig lachje naar de diamanten broche,
+waarmee de gastvrouw schittert.
+
+Eva zag in den spiegel dat ze ondanks zich zelve bloosde. Ei! de
+puissant rijke gravin Van Leeuwen had migraine; ei! Dát moet ze aan
+August vertellen.--Ha! mevrouw Van Leeuwen is stil en heeft migraine!
+
+"Volstrekt niet comme il faut;" zegt de gravin Van Leeuwen zeer zacht
+tot den Oostindischen majoor Kartenglimp, die dezen avond in uniform
+de partij met zijn tegenwoordigheid vereert: "'t Vrouwtje is mooi en
+jong, maar bijzonder geéduqueerd is ze niet. Als gastvrouw zoekt men
+niet te schitteren zooals zij."
+
+"Ja!" zegt Kartenglimp met een bijzonderen ophaal: "Ja! wat zal ik
+u antwoorden mevrouw; ik vrees....."
+
+"U vreest.... majoor?"
+
+"O, niets anders dan 't geen u zooeven bedoelde mevrouw."
+
+"Ik?"
+
+"'t Geen _iedereen_ vreest. Ik beklaag hem. Jawel, iedereen beklaagt
+hem. Bon homme!--Ze speelde al een rare rol in Den Haag. Naar men zegt,
+enfin, naar men zegt....!"
+
+"U bedoelt? Ik herinner me niet juist...."
+
+"Ja men haalt die zaken liever niet op, maar...."
+
+"Nee natuurlijk; maar....?"
+
+"Ze moet toen zeer veel geconverseerd hebben met een zekeren jonker
+Lasure, later getrouwd met een freule Leeuwenhuis. Enfin, juffrouw
+Armelo kwam toen ziek in Romphuizen terug."
+
+"Ziek....?"
+
+"'t Heette toen tering.--Enfin, als het _kind_ maar een naam heeft."
+
+"U zegt een k....--O, maar dat zou affreus, dat zou... zoo iets kan
+ik niet gelooven majoor; nee, wat coquette en jong, zeer jong, maar
+zóó iets, nee, dat moet laster zijn."
+
+Kartenglimp was te ver gegaan. Ofschoon het doktersvrouwtje in
+de schatting der gravin Van Leeuwen dezen avond zeer gedaald was;
+ofschoon de gravin migraine had en zich verveelde, zóó iets wilde ze
+toch van zulk een bevallig vrouwtje niet gelooven. Die majoor begon
+haar onaangenaam te worden. Een vrouw van geboorte verdraagt net niet
+dat een vreemde man haar sekse in een ongunstig daglicht plaatst,
+en vooral niet iemand op wie die sekse heeft roem gedragen, terwijl
+die iemand nog daarenboven voor het oogenblik haar _gastvrouw_ is.
+
+--Ja, Kartenglimp was te ver gegaan; hij heeft vergeten dat hij,
+wèl naast een praatgrage misschien wat zeer ijdele vijftigjarige
+vrouw zat, maar niet onder zijn kornuiten.
+
+--Nu hij echter _a_ heeft gezegd moet hij ook _b_ zeggen. 't Zou
+onverstandig zijn indien hij dit verzuimde.
+
+En, terwijl de majoor eenige minuten later--nadat hij de
+nieuwsgierigheid der gravin zeer gevoelig heeft weten te
+prikkelen--haar in een hoekje terzij van eenige schoone waaiervormige
+planten heeft gebracht, mag hij haar onbespied een briefje op rosé
+papier toonen, een geparfumeerd briefje waaronder zeer duidelijk te
+lezen staat: "Uw Eva Helmond Van Armeloo," en waarvan het adres luidt:
+"Aan den Majoor Kartenglimp."
+
+
+
+"Prachtig! prachtig!" riepen al de gasten als uit één mond: "Bis,
+bis!" drong men van alle zijden.
+
+Mijnheer Kippelaan wrong zich letterlijk door de heeren en dames
+heen, en--
+
+--Enfin, hij kwam te laat. Eva had zich reeds bereid verklaard om
+van de idylle, getiteld; _Peters-wijfje_, nogmaals het slotcouplet
+te zingen. En, als er weder een ademlooze stilte heerscht, dan klinkt
+het opnieuw schier betooverend schoon en toch zoo hoogst eenvoudig:
+
+
+ "En bij den zomer-avondglans,
+ Als 't rood nog fonkelt aan den trans.
+ Dan tuurt zijn wijfje. En zie, van verre
+ Daar flikkert spade of zeis als waar' 't een gouden sterre,
+ En roept haar vroolijk toe:
+ Hier komt hij kind, van d'arbeid moe;
+ Zet jij nu fluks de brij maar klaar;
+ En straks, mijn beste brave vrouw,
+ Brengt Peter met een kus aan jou
+ Zijn dank aan God d'Alzegenaar!"
+
+
+Toen de eerste indruk, dien dat heerlijk welluidend zingen gemaakt had,
+een weinig voorbij was, toen waren er sommigen die in stilte de keus
+van dat lied niet bijzonder gelukkig noemden, 't Nederlandsch klonk
+zoo plat; dat _jou_ bijvoorbeeld en die _brij klaarzetten_, Nee!
+
+"Welzeker, dat zeg ik mijn dochter zoo dikwijls;" zegt mevrouw Armelo
+op haar innemendsten toon: "Ik hou óók niet van Hollandsche liedjes;
+die vindt men altijd op de orgels. Maar een mooie stem dat heeft
+ze. Ja, ik zeg maar mevrouw de barones, als men er bovendien rondom
+zoo dik inzit als mevrouw mijn dochter, dan....."
+
+Mevrouw de barones Narwal werd juist door Debecque aangesproken, en
+zag er geen bezwaar in om met een gedistingueerd lachje de moeder der
+gastvrouw verder aan 't gezelschap van een der freules Van Winteren
+over te laten.
+
+De laatste zal nu met de meeste welwillendheid vernemen, 't geen de
+aanstaande gravin Van Armeloo alzoo meer op het hart heeft, en vooral
+hoe het haar een opoffering is geweest om aan den grooten drang van
+mevrouw haar dochter te voldoen en de partij bij te wonen, dewijl de
+kapitein en freule Louise, tot hun onbeschrijfelijk leedwezen door een
+zeer lichte ongesteldheid zijn verhinderd geworden om mee te gaan:
+"Och," besloot mevrouw Armelo na een lang vertoog--waarin ook nog
+vermeld werd dat haar zijden kleed _heelemaal_ uit Parijs was gekomen
+en _maar eventjes_ vier en een half de el kostte: "Och, mijn dochter
+liet niet af, en, wat zal ik je zeggen freule Van Winteren,"--Mevrouw
+drukte haar hand boven den boezem: "Een moeder doet veel, zeer veel
+voor haar kind!"
+
+"Verrukkelijk! Prachtig!" roept Hardenborg nogmaals vol enthousiasme
+over den heerlijken zang dien men zooeven hoorde: en terwijl hij
+Helmonds arm neemt, vervolgt hij: "Weet jij wel amice, dat die stem
+onbetaalbaar is? Als zoo iets in 't publiek was te hooren men sloeg
+elkander dood om een plaats."
+
+Eva heeft van terzijde ook _deze_ lofspraak gehoord, maar is daarom
+niet minder gevoelig voor de eer dat mevrouw Van Leeuwen--die migraine
+heeft, en--natuurlijk onwillekeurig--den uitgespreiden waaier voor
+haar buste houd, een zeer vleiend woord spreekt over de allerliefst
+lieve stem van haar gastvrouw.
+
+Van tijd tot tijd moest Eva zich zelve als met geweld herinneren
+dat deze schitterende partij inderdaad door _haar_ werd gegeven;
+dat deze rijkgetooide zalen de hare, en al de gasten--waaronder zoo
+velen van adel--werkelijk _hare_ gasten zijn.--En toch het is zoo, en
+onder die allen is er zeker geen enkele, die zich zóó gelukkig gevoelt
+als zij.--Neen het deert haar zelfs weinig dat mevrouw de gravin met
+zulk een bijzondere belangstelling naar 't een en ander van vroeger
+informeert, en straks--met iets zonderlings om de lippen--haar vraagt
+of haar mama misschien geparenteerd was aan de familie Lyderick van
+Zevenkerken? Zij meent den naam Lyderick te hebben gehoord. De oude
+graaf Lyderick had een paar germain nichten gehad, maar...."
+
+"Mama is een geboren freule Lieder," heeft Eva snel met een blosje
+geantwoord.--Wel ja, waarom niet? 't Was te gek om mama zoo uit te
+sluiten. Bovendien, in 't Duitsch was _alles Fräulein_. --Mama heeft
+zeker iets gezegd dat wat vreemd klonk, want dat lachje van mevrouw
+Van Leeuwen.... enfin, 't heeft Eva slechts een enkel oogenblik
+gehinderd, want o, zij was meer dan gelukkig. En straks, na het
+soupee, wanneer het tweede deel van 't balprogramma zal begonnen zijn,
+dan wordt haar de vreugdebeker ten boorde toe gevuld. Ja, ja zeker,
+de majoor heeft het haar toegezegd, nog dezen avond zal hij haar,
+als verjaringsgeschenk, het onwederlegbaar bewijs overhandigen dat
+Eva is: een geboren gravinne Van Armeloo.
+
+"Ei majoor," zegt Eva, terwijl ze hem nadert met een--misschien wel
+eenigszins gekunsteld vriendelijk lachje: "ik ben er door vereerd dat
+u onze eenvoudige soirée in tenue de guerre, ofschoon zeker niet in
+vijandige stemming hebt willen bijwonen."
+
+"Bekoorlijke gastvrouw, ik had mij voorgenomen geen uniform meer te
+dragen tenzij ik nogmaals de eer mocht hebben aan 't Hof te worden
+verzocht.... maar, dezen avond....!"
+
+"Zeer beleefd majoor;" herneemt Eva met een gevoelig neerslaan
+der oogen, en dan met den blik naar den spiegelgladden vloer: "Het
+spijt mij dat ge u nog zooveel moeite moet geven. Zou niet een der
+bedienden... die boodschap naar uw woning kunnen doen?"
+
+De majoor schijnt niet aanstonds te begrijpen wat de vraagster zeggen
+wil. Hij staart--zooals men dat doen kan--onwillekeurig strak voor zich
+uit, en heeft er zeker geen erg in dat zijn oog als bij toeval rust op
+Eva's blanken boezem, die--ofschoon het haar zelf geneerde--veel in
+'t oog _moest_ vallen, aangezien volgens plechtige verzekering van
+de Utrechtsche modiste, "het Hof nog tot drie en vier centimeters
+lager ging."
+
+Echter, dat staren bevalt Eva niet. Zij maakt een zijdelingsche
+beweging, alsof zij den sleep van haar prachtig lila satijnen kleed
+wil wenden, en zegt dan snel:
+
+"Ik bedoel dat men die stukken voor u kon halen majoor."
+
+"Ah zoo!" Maar de schoone gastvrouw zou begrijpen dat men zulke
+papieren van hooge waarde toch niet ter visie van iedereen liet
+liggen. Om haar genoegen te doen, ontzag hij zich geen moeite, ofschoon
+deze gering was.--Het bleef bij de afspraak: Onder den tweeden dans, na
+het soupee, zal hij bij den koepel in den "sierlijk verlichten tuin",
+haar het begeerde verjaringsgeschenk overhandigen. Ja, natuurlijk aan
+haar alleen; gansch alleen; want de majoor moet het herhalen: hij is
+zonder eenige rancune; maar bij zich zelven heeft hij gezworen, dat
+hij slechts op bepaald verzoek van de beminnelijke doktersvrouw zou
+kunnen besluiten om aan de kapiteinsfamilie het document te geven,
+'twelk men zonder zijn hulp nimmer zou hebben gevonden.
+
+"Waarlijk een prachtige vole;" zegt de gastheer tot een der heeren
+quadrilleurs, terwijl hij aan den arm van Archibald even bij een der
+speeltafeltjes stilstaat.
+
+"'t Eerste mooie spel sedert de notaris werd weggehaald;" is het
+antwoord.
+
+"Ja, dat Romphuizer notariaat is een geldwinning;" zegt mevrouw Lens:
+"U hebt de lavage mijnheer de kantonrechter."
+
+"Is het tegenwoordig ton dat gastheer en gastvrouw ronddwalen zonder
+mee te spelen?" vraagt aan een ander tafeltje de oudste juffrouw Van
+Berge, die voor een ombertje letterlijk "geprest was."
+
+"Welzeker juffrouw," bevestigt de burgemeester: "je bent hier
+heelemaal _vrij_. Ze noemen dat _partie libre_.--Harten troef. Hij
+ziet er bleekjes uit."
+
+"Je sans-prendre burgemeester?"
+
+"Nee, ik bedoel onzen gastheer. Beste vent, maar.... Jawel, harten
+troef.--Juffrouw Lens, aan u alsjeblieft!"
+
+
+
+"Zonder eenige quaestie Helmond, 't verjaringsfeest van je prachtige
+vrouw is mijn jour de gloire. Ja, ik moest je hier hebben, hier
+in dezen hoek achter die mooie camelia's; eventjes, want ik wou
+je zeggen...."
+
+"Mag ik je feliciteeren Hardenborg?"
+
+"Man, druk jij nou _deze_ hand eens. Me dunkt, jij polsenvoeler van
+je ambacht, je zult er nog iets bijzonders aan merken; deze zelfde
+hand had op 't oogenblik dat jou wijfje zoo betooverend zong, ongezien
+een kleiner dito aan boord, en die handen hebben elkaar iets herhaald:
+
+
+ "En straks mijn beste brave vrouw,
+ Brengt Peter met een kus aan jou
+ Zijn dank aan God d'Alzegenaar!"
+
+
+"Ei ei," zegt Helmond terwijl hij den luitenant hartelijk de hand
+drukt. En vragend: "Freule Marie?"
+
+"Nummer één van de drie!" rijmt Hardenborg lachend: "Jij bent de eerste
+die 't weet.--Er ons niet op aankijken hoorje.--Gelukkig dat ze van
+avond in 't rose is. Op één na de mooiste! Je ziet dat de liefde
+me nog niet blind maakt. Je wijfje is een Hebe van avond. Maar die
+vent....! Kijk, zie je hem wel, dáár, langs die varenplant heen,
+in de kleine zaal? Hij presenteert haar den arm.--Bah! 't spijt me
+dat ze hem aanneemt."
+
+"Eva is een klein beetje verguld met het mooie pak dat de majoor heeft
+aangetrokken. Ze kan hem moeielijk weigeren. De man is altijd beleefd."
+
+"Weet jij heel zeker Helmond, dat ie geen Ronner heet?"
+
+"Wel ja! Tenminste...."
+
+"Ik moet je zeggen dat ik me anders ook niet begrijpen zou hoe hij
+'t in z'n hersens kon nemen om z'n mooie plunje aan te trekken. De
+gelijkenis met dien Ronner wordt er bepaald frappant door. 'k Heb
+naar Indië om informatie geschreven. _Als_ ie 't was, dan.... verdord!"
+
+"Maar wát was er dan met dien Ronner?" zegt Helmond, terwijl hij Eva
+eensklaps den arm van Kartenglimp ziet loslaten, en zich voegen bij
+de gasten, die een der heeren hebben bewogen om zich bij de piano te
+doen hooren.
+
+"Dat kan niet in 't volle licht verteld worden," zegt Archibald:
+"Kom even mee in de vestibule; we hebben er koelte bij noodig."
+
+
+
+"Maar als die man zulk een schoelje was dan kon hij zich hier niet
+zoo lang een fatsoenlijk.... enfin als een tamelijk fatsoenlijk man
+hebben gedragen. Bovendien was hij destijds kapitein, en is met den
+rang van majoor gepensioneerd: mij dunkt...."
+
+"Sedert hij die afschuwelijke rol speelde en zich niet slechts
+voor een goed deel het vermogen van dien _vriend_--men beweert vrij
+zeker door valsch hazardspel, had toegeëigend, maar hem tevens op zoo
+schaamtelooze wijze de eer van zijn jonge vrouw had ontroofd; toen hij
+den armen stakker er nog bovendien toe gebracht had om zijn leven in
+een der Indische pestspelonken--een amfioenkit--te gaan vernietigen,
+toen zag die ellendeling naar nieuwe slachtoffers uit. Al spoedig wist
+hij de vrouw van een zijner kameraden--een schoone inlandsche--het arme
+hoofd op hol te brengen, en, zooals ik je zeide, toen heeft dat fameuse
+duel plaats gehad waaruit hij als de laagste hond werd voortgeschopt."
+
+"Maar ik zeg, de majoor Kartenglimp draagt immers....!"
+
+"Ik spreek van _Ronner_. Jawel, Kartenglimp draagt de majoorsuniform;
+maar 't is bekend dat Ronner _vrijwillig_ zijn ontslag uit den dienst
+heeft genomen, en dat hem--natuurlijk zonder bezwaar van 's-Rijks
+schatkist of eenig pensioen--ontslag is verleend met den titel van
+majoor en het recht om de activiteitsuniform te blijven dragen. De
+zaak is, naar men zegt, om familieredenen geheim gehouden en gesust,
+maar je begrijpt dat de hoofdfeiten toch moesten uitlekken."
+
+"Hardenborg, neem me niet kwalijk, 't is niet rechtvaardig om iemand
+zonder bewijs te veroordeelen. De gelijkenis tusschen twee personen
+is niet voldoende om de laagheden van den een op rekening van den
+ander te stellen. Kartenglimp is...."
+
+"Hij is je gast; zeker! dat mag ik niet vergeten. En jij bent een
+nobele vent, Helmond! Weet je wát ik doen zal, ik zal eerst eens
+het antwoord uit Indië afwachten, of Ronner al of niet te Romphuizen
+woont. Dat weten zijn _vrienden_, 'k ben er zeker van. Tot zoolang
+schorten we ons oordeel op, maar zal ik _mijn_ schatje toch al vast
+verzoeken om dat heer te mijden, want indien hij werkelijk is voor
+wien ik hem houd, dan is zijn aanblik zelfs een beleediging; het
+is de _vetvlek_ op een rein blad papier, of de vingerdruk op een
+prachtigen vlinder.
+
+
+
+
+
+
+
+VIJF EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Nadat het soupeeren in de Oranje-zaal was afgeloopen, verspreidt men
+zich, alvorens het bal opnieuw zal beginnen, voor een goed deel in
+den tuin, waar Bus, met Bengaalsch vuur, wonderen verricht, die hem
+zelf de handen vol verbazing doen ineenslaan.
+
+Terwijl door sommige heeren die binnen bleven, de champagne nu
+min of meer als onschuldig water wordt gedronken, en daarentegen
+de thee die men ook buiten presenteert, door de meesten met een
+enthousiasme wordt begroet alsof men al wat er voorafging slechts
+genoten heeft om anderen plezier te doen; houdt Eva zacht lachend
+met eenige dames en heeren nabetrachting over de aardigheid, dat bij
+'t ontsteken van het eerste blauwwitte licht, ginds op de bank onder
+den bruinen beuk, een jeugdig paar in teedere omhelzing zeer duidelijk
+is te voorschijn gekomen. Dat paar, in zoete droomerijen verloren,
+had niets van de extraordinaire verlichting bemerkt alvorens een
+zacht--misschien wel een waarschuwend handgeklap verkondigde, dat
+men hen had _uitgevonden_. En, terwijl men lacht en praat, in 't
+eerst vooral over den armen Piet met zijn bleek Marietje, en men den
+avond prijst, en de gulheid van die lieve gastvrouw in 't bijzonder,
+staat de gastheer, ongemerkt uit het gezelschap verdwenen, op zijn
+studeerkamer voor de geopende schrijftafel.
+
+"Verwenschte champagne!" zegt hij half luid: "Heb ik dan geen greintje
+macht meer over mijzelf? Wat doet het er toe of hij betaald is of
+niet; hij heeft een lichaam nog meer van streek en 't brein als een
+wijnvat aan 't gisten gemaakt. Morgenavond--'t is waar, dan moeten
+de zeshonderd en tien gulden voor Wulters gereed zijn...."--Hé, hoe
+komt hij ineens op dien Wulters? Wat gaat hem die Wulters aan! Die
+man heeft geen vrouw die vier- of vijf-millioen kan verdienen op één
+winter; in Engeland, in Amerika en overal. Wulters de schilder dat is
+geen man die hier op de partij past; dat is.... Stil Helmond, stil,
+je moet water drinken, je suizelt; je denkt verward. Fi donc! Die
+verwenschte champagne! Maar wáár is het zeker: met zoo'n vrouw ben
+je millionair of je 't weten wilt of niet, en Wulters behoeft niet
+bang te zijn, zoomin als iemand ter wereld....
+
+Helmond staat een oogenblik met de hand aan het hoofd. 't Is hier
+koeler dan binnen, en koeler zelfs dan buiten.--Ei, denkt hij eensklaps
+opziende: Waarom ben ik ook eigenlijk hier gekomen?.... Ah ja! Die gek,
+die aartswauwelaar, die handendrukker....! Juist, verrukt over alles,
+wist hij dat er nog een surprise zou komen.... Een charade; een.... Ja
+juist. Hij had de afspraak gehoord dat mevrouw Helmond den majoor
+onder den tweeden dans na 't soupee zou vinden achter in den tuin.
+
+.... 't Zou _zeker_ een charade zijn--heeft Kippelaan erbij gereuteld,
+want mevrouw Van Leeuwen had ook al aan mevrouw Narwal gezegd,
+dat men nog heel wat zien en hooren zou.--De majoor had haar zeer
+geheimzinnig een briefje van mevrouw Helmond laten lezen; enfin,
+dat waren haar eigen woorden: "een charade en action!"
+
+--Ah ja, nu weet Helmond weer alles: Toen die wauwelaar, verrukt
+over het nieuws, 't welk hij hier en daar had opgevangen, met
+charade-illusies straks de zotste exclamaties over deze "heerlijke
+Italiaansche fête de nuitrdquo; uitkraaide, toen heeft Helmond
+met alle krachtsinspanning een zeer buitengewonen aanval moeten
+bedwingen; immers hij had dien gek tegen het marmer der vestibule
+kunnen slingeren, hij had hem.... Goddank, zelfs na dien verwenschten
+champagne kon dokter Helmond toonen dat hij zichzelf altijd meester
+is. 't Zou de grootste dwaasheid zijn geweest om aan de praatjes van
+dien zotskap de geringste waarde te hechten.
+
+--Ha, Helmond gevoelt dat het hem goed heeft gedaan hier even
+in de stilte te hebben vertoefd. 't Is belachelijk dat hij
+straks op zulk een gedachte kwam.--Ja nu weet hij 't weer: Om die
+Oostersche kris te halen was hij zoo ijlings naar boven gevlogen.--O
+waanzin, o champagne-gif! Eva, zij, mijn eenige, zij zou met dien
+majoor....!--Groote God, ik ben ziek tegenwoordig. In denzelfden stond
+maak ik me bevreesd over 't geen mij een oogenblik tevoren het hart
+vol vreugde deed kloppen.
+
+--Ben je geen ijdele dwaas? Zulk een vrouw! En rijk, ja _rijk_ zijn we
+tezamen. _Mijn_ wetenschap, _háár_ goddelijk talent! En onze liefde! O
+God, draagt ze dan niet ons _kindje_ onder 't hart!
+
+Helmond meent na eenige oogenblikken dat hij weer geheel tot zijn
+natuurlijke kalmte is teruggekeerd.
+
+Wat zijn gestel betreft--nu ja, wanneer Eva's feest voorbij is,
+dan zal hij eens een kuur beginnen; hij is inderdaad te gejaagd en
+te zenuwachtig voor een man van zijn leeftijd en kracht.--Komaan,
+nu moet hij terug naar beneden; die vreemde roes is voorbij.
+
+"Ik heb overal naar je rondgekeken mijn beste man;" zegt Eva op
+den drempel der tuindeur, en terwijl zij hem even achter de breede
+gordijnen terzij trekt, drukt ze hem een zoen op de wang.
+
+"Beste kind, je zult kou vatten!" vermaant Helmond die in weerwil
+van zijn menschlievenden aard, de centimeter-juffrouw in zijn ziel
+verwenscht.
+
+Eva is niet bevreesd. Maar, nu Helmond haar iets heeft
+ingefluisterd--want anderen konden het immers nog bezwaarlijk weten--nu
+doet ze haastig een zijden foulard om:
+
+"Jij ziet wat bleek beste. Er scheelt toch niets aan?"
+
+"Aan mij, Eva? Wel nee.--Je hebt immers voldoening van je feest?"
+
+"O ja, onbeschrijfelijk veel. Ik hoor overal zeggen dat het hier veel
+geanimeerder is dan bij de Debecque's. En...."
+
+"En....?"
+
+"Er wacht me nog iets."
+
+"Je meent?"
+
+"Een geschenk. Een verrassing. Meer zeg ik niet. Nee nee, mannetjelief,
+meer zeg ik niet." Eva snelt nu voort, want ze had iets vergeten.
+
+In een kleine achterkamer waar dezen avond een kok in 't wit zijn
+schepter zwaait, geeft Eva haar bevelen. Zij heeft aan papa en Louise
+gedacht.--Neen, ze wil dat toch liever eigenhandig beredderen. Hier,
+in deze groote mand legt ze snel en zonder dat men het bemerkt, een
+flesch champagne. Nu, in een overdekte schaal er bovenop, getruffeerde
+kalkoen en wat pasteitjes. Ziezoo, een groot stuk ponstaart kan op
+een papier daarnevens. Ja, nog iets van deze snoeperijen, en een
+proefje van die fijnigheden. Dát zal smaken. Ach ja, die goede papa
+kon niet komen, 't Was niet kiesch van mama dat zij nu óók maar niet
+stilletjes is thuis gebleven. Mama was....
+
+--Wacht, wie zal die mand nu bezorgen? Ja wie? Die vreemden weten hier
+geen weg,--Ha, daar komt Bus. Bus is in een livrei met rood en goud,
+hij heeft witte handschoenen aan; 't zweet loopt hem langs de slapen.
+
+"Ei Bus," zegt Eva op den drempel der kamer: "jij moest deze mand eens
+eventjes...." Mevrouw Helmond ziet dat de kok haar juist de boodschap
+van de lippen kijkt.... "Ik zeg, je moest deze mand eens eventjes
+naar mevrouw Van Hake brengen, je weet wel de weduwe Van Hake."
+
+"Nou!" zegt Bus, "die zou ik niet kennen. En, alsdat 'et van u
+kwam....?"
+
+"Jawel," roept Eva hem toe, want ze snelde reeds voort. Onder 't
+geven van dat adres was ze vuurrood geworden.
+
+--Nu 't was ook eigenlijk te dwaas om aan papa zoo'n mand te zenden,
+Morgen zal ze 't wel goedmaken. Ze rijdt er dan desnoods eens even
+naar toe. 't Een en ander in een hoededoos, welzeker!
+
+
+
+Eva weet niet hoe het komt, maar het hart klopt haar sterk in den
+boezem, nu zij zich door den straks verlaten tuin ijlings naar de
+achterzijde spoedt.
+
+Ginds bij den koepel wacht de majoor; hij zal dan eindelijk geven
+waarnaar ze zoo lang met fel bestreden ongeduld verlangde. Heeft ze
+goed gedaan met hem dat briefje te schrijven?--Wáárom zou ze net _niet_
+gedaan hebben! Zonder haar beleefd verzoek ware de majoor er zeker
+niet toe gekomen om die papieren te geven, terwijl een langer dralen
+zelfs gevaarlijk had kunnen worden, dewijl hij vroeger heeft gezegd
+dat het voornaamste stuk als curiositeit een groote waarde bezat. Wie
+weet of hij het niet had kunnen verkoopen; aan een museum misschien!
+
+Eva begrijpt dat zij het zeer goed heeft aangelegd.--Aan de jarige
+echtgenoot van dokter Helmond mocht de majoor niets weigeren, en--door
+de wijze, waarop ze het behandelde, werden alle zwartgallige visioenen
+van papa en manlief, volkomen te niet gedaan. Immers, inplaats van de
+honderden of duizenden guldens die men er hem voor schuldig zou zijn,
+kostte het haar nu geen enkelen stuiver.
+
+Ofschoon Eva den weg kan vinden, het doet haar toch leed dat de
+meeste lichtballons reeds zijn uitgegaan. Achter in den tuin ziet ze
+er zelfs geen enkele meer.--O ja, zie, nog een blauwe ginds, en een
+roode wat verder.
+
+'t Is toch zonderling dat haar 't hart zoo klopt. Is er dan iets kwaads
+in wanneer men het bewijs gaat ontvangen dat men 't recht heeft om
+zich op een der hoogste sporten van de maatschappelijke ladder te
+plaatsen? Is het niet God zelf die de menschen in het aanzijn roept,
+ieder in den stand waarvoor Hij hem verordineerde? Kan het geen strijd
+tegen God worden genoemd, indien men moedwillig verzuimt de plaats
+te hernemen die ons toebehoort?--Eensklaps staat Eva stil.--Wie
+zegt haar dat zij den naam van God daar ijdellijk gebruikt? Wie
+zegt haar dat ze voortholt op het pad der lichtzinnigheid en der
+zonde....?--_Als het alles eens waar was!!!_ Wat?--Ja zij weet het
+wel.--Ook van terzijde; ook van dienstboden en meer andere kleine,
+half in 't donker zich wrekende vijanden, heeft ze wel eens vernomen
+wat ze niet hooren wilde, en als de uitvloeisels van jaloezie heeft
+beschouwd.--Heeft dan die oude man gelijk; holt zij voort op een weg
+die ten verderve leidt.... op een weg die....?--O foei Eva, schaam
+je! zegt ze bijna hoorbaar terwijl ze zeer haastig voorttreedt: In
+'t donker ben je bang. Kinderachtig kind! Is de verstooten vorstenzoon
+die een troon herovert, en zich met de weelde die tot een hof behoort
+omringt, dan ook een "verdoolde die jaagt naar verheffing boven zijn
+stand, en naar een weelderig genieten zonder arbeid in het zweet zijns
+aanschijns"!?--Foei Eva, je bent nog even bang in 't donker als toen
+je een kind waart.--Maar wie had ook kunnen denken dat de lichten om
+halféén zouden uitgaan! Voort Eva, voort....!
+
+--Ha, daarginder ziet ze iets bewegen. Ja, het treedt terug naar de
+zij van den koepel achter de fijne dennen.
+
+--Komaan Eva, waarom gedraald! Voorwaarts, gerust! 't Is heden uw
+schoonste dag: Gravinne van Armeloo!"
+
+
+
+Dokter Helmond is merkbaar afgetrokken terwijl mevrouw Doelemeere
+hem attent maakt op den jongen Hardenborg en freule Marie Narwal, van
+welk paartje men--zij houdt het voor zeker--spoedig meer zal hooren.
+
+--Waar was Eva? Hij ziet haar niet.
+
+"O wil me even excuseeren mevrouw, ik heb...."
+
+Helmond vliegt met zijn blik de zalen rond. De wals is
+aangevangen. --Mijn hemel wat spelen die muzikanten hard en wild.--Waar
+is Eva? Weet die kapelmeester niet meer dat hij deze schetterende wals
+hier niet spelen moet! 't Is hem immers door Eva zelve gezegd.--Waar
+is ze dan---Waar?--En hij, die majoor....?
+
+"Heb je mijn vrouw hier niet gezien Hardenborg?"
+
+Freule Marie Narwal antwoordt, terwijl haar geliefde ontkennend
+rondtuurt:
+
+"Ik zag mevrouw voor weinige oogenblikken de groote zaaldeur
+uitgaan. Ik moet u eens eventjes zeggen dokter, dat uw vrouwtje er
+snoeperig uitziet. Zij vertelde me straks dat ze u met die lilajapon
+heeft verrast. Ik zei zooeven nog tegen Ar.... tegen den luitenant
+toen ze daar zoo heenzweefde: precies een reine! Zij heeft...."
+
+"U houdt me ten goede freule, ik wilde...."
+
+"Dokter ziet er fameus geaffaireerd uit, vin-je niet lieve; en
+vreeselijk bleek?" zegt de fleurige beminde van Archibald Hardenborg,
+nadat Helmond zich in allerijl heeft verwijderd.
+
+De Turksche wals klonk ruw en hard, waarschijnlijk te harder door
+de weerkaatsing van het glas der serre. Aan de tuinzijde stonden de
+ramen open.
+
+In de danszaal vlogen de paren rond; 't ging zoo geanimeerd en
+luidruchtig dat de oude lui--die na 't soupee niet meer speelden--nog
+eens kwamen kijken. Zie, er had een kleine stagnatie plaats. Een der
+wielende paren--waarschijnlijk het dansen wat veel ontwend--sloeg in
+'t midden der zaal neer. Gelukkig bij 't opstaan lachten ze allebei
+zooals dat behoort, en de kapelmeester werd nog te meer aangevuurd
+om--op straks gedane verzoek van den majoor--de wals met kloekheid
+door te zetten, terwijl de dansmeester vooral wat lang zou aanhouden
+aangezien "er een weddenschap was".
+
+"Ha mon ami! Goddelijke soirée, Goddelijk, c'est le mot!" roemt
+Kippelaan, terwijl hij Helmonds hand even vastklemt en dan, door een
+sterken ruk naar beneden, diens arm bijna uit het lid trekt: "Parole
+d'honneur; in gespannen verwachting! Niemand iets van gezegd. Alleen
+mevrouw Toulaar en menheer Sommer--lieve menschen, vrienden van
+me.--'t Zal nu komen niewaar? Mevrouw al gezien. Jawel. Ze ging
+naar buiten. Charmant lieve vrouw, o charmant! Altijd gezeid! Een
+charade niewaar? Charade en action? Jawel, de majoor wacht met
+de costumes, achter in den tuin. Geobserveerd; jawel. Een beetje
+ondeugend misschien; maar enfin! Ik ben die ik ben, Charade
+niewaar? Allercharmantst! 'k Wil wel souffleeren.... Charade niewaar?"
+
+"Ja zeker, ik moet er bij zijn;" heeft Helmond reeds in 't midden
+van den snellen Kippelaans-roffel geantwoord, en voort is hij den
+tuin ingesneld.
+
+
+
+"Maar we kunnen hier wel buiten blijven majoor. Ik mag mijn
+gezelschap...."
+
+"Natuurlijk niet te lang alleen laten, natuurlijk! Maar wat ik u ter
+inlichting te zeggen heb mevrouw, wil ik niet dat door iemand zal
+beluisterd worden.--Sedert het èchec dat ik leed...."
+
+"Dat is immers vergeten majoor?"
+
+"0 volkomen, maar die omstandigheden rechtvaardigen toch eenigszins
+mijn houding. Ik behaal een groote overwinning op mijzelf mevrouw,
+vergeet dit niet. Uw gasten zullen u _korter_ missen, indien u
+_aanstonds_ besluiten kunt....? Zoo niet, dan keeren wij zonder over
+deze zaak verder te spreken naar uw heerlijke partij terug. We kunnen
+de zaak dan als afgedaan beschouwen."
+
+Weinige oogenblikken later staan Eva en Kartenglimp in den koepel,
+waarvan de deur door den majoor behendig gesloten is. Om haar dat
+eene papier te kunnen toonen moest er licht wezen. De majoor had er
+voor gezorgd. Een kleine lantaarn brandt op de tafel.
+
+Eva heeft de papieren gezien, en _niet gezien_. 't Was haar inderdaad
+voldoende te weten dat dit laatste stuk--door een zekeren mijnheer
+Ronner onderteekend, en met eenige stempels en wapens voorzien--het
+document was waar men alles mee bewijzen kon.--Die majoor is toch
+waarlijk goedaardig, 't Is kinderachtig dat ze een oogenblik angst
+heeft gevoeld toen ze hier zou binnengaan.--En zie, terwijl hij haar
+nu het pakje met al die stukken tezamen overhandigt, en daarbij de
+bedoelde, hoogstbelangrijke inlichting geeft, dat hij door zijn invloed
+in Den Haag zeer zeker bewerken kan dat dokter Helmond reeds spoedig
+den naam en titel der Van Armeloo's zal kunnen aannemen indien hij
+zulks verkiest; zie, terwijl hij haar nu zoo gracieus dat kostbare
+geschenk overhandigt, nu zou het toch de verregaandste preutschheid
+zijn om den man met met een vriendelijken handdruk haar innigen dank
+te betuigen, en hem te zeggen....
+
+--Maar o God, wat is dat! Wat bedoelt hij nu! Hoe houdt hij haar hand
+zoo wonderlijk lang en vast in de zijne geklemd.... wat wàt eischt
+hij tot loon....?
+
+De woede van den tijger is te grooter naarmate hij langer een begeerden
+buit moest missen.--Lang, zeer lang had hij zich ingetoomd; langer
+dan ooit te voren heeft hij zijn tijd zoeken af te wachten; maar nu,
+nu hij dan hier met haar _alleen_ is, nu.....
+
+"O God, mensch wat wil je!" roept Eva in hevigen angst.
+
+"Niets anders dan een dankbaren zoen voor het document van Ronner,
+mijn engelachtig kind!"
+
+"Vent! raak mij niet aan. Wat denk je! Met mijn nagels zal ik je de
+oogen uitkrabben hoor je.--Help, help!"
+
+"Ha!" zegt Kartenglimp met vlammende oogen: "Is een enkele zoen te
+veel voor den titel van _gravin_!"
+
+Eva, in den hevigsten angst, neemt eensklaps het paket 't welk hij haar
+zooeven overhandigde, en met een gillend: "Dáár! o God, moest dat je
+loon zijn!" werpt ze het hem in 't aangezicht; en nogmaals gillend:
+"August, August! Helpt menschen, helpt!"
+
+Een vreeselijke slag doet den koepel schudden. De glazen van
+een der deuren storten rinkelend op den grond. Door een hevige
+krachtsinspanning is het Helmond gelukt de gesloten deur te doen
+openspringen.
+
+"Goddank! Goddank!" roept Eva, en in koortsachtige overspanning vliegt
+ze haar geliefde tegemoet.
+
+Kartenglimp door het pakket papieren ofschoon slechts licht aan
+het hoofd getroffen, maar vooral door Helmonds onverwachte komst
+geschokt, staat een oogenblik als verlamd. Eensklaps echter is zijn
+besluit genomen:
+
+"Je vrouw speelt een vreemde rol dokter. Zoodra zij haar man in haar
+nabijheid vermoedt zal ze zich houden alsof...."
+
+"Mijn God! August, hoe is het mogelijk!" roept Eva bijna schreiend.
+
+"Lage ellendeling!" zegt Helmond, terwijl hij Eva vast aan zijn borst
+klemt, en Kartenglimp met een blik vol verachting doch schijnbaar
+kalm blijft aanstaren.
+
+"'t Zal de vraag zijn wie hier van ons beiden met recht een ellendeling
+heet;" brult Kartenglimp met een ruwen vloek.
+
+Eva trilt over al haar leden. Dokter Helmond kan zich beheerschen. Nu,
+nú vooral mag hij zich niet verlagen door het plegen van ruw
+geweld. Met nadruk zegt hij zacht:
+
+"Wanneer je wist mensch, wat er omgaat in mijn ziel, het zou je zelf
+verwonderen dat ik je niet met dezen stoel, in één slag den boozen kop
+verpletter. Om mijn vrouw te sparen, die ik geen oogenblik langer aan
+je vuilen blik wil blootstellen, vergun ik je van hier te gaan. Wij
+spreken elkander nader. Ga heen!"
+
+Kartenglimp inwendig bevend en overtuigd dat hij nooit zal herwinnen
+wat hij nu verloor, hij kan--inweerwil van den angst over Helmonds
+"wij spreken elkander nader" den lust niet bedwingen om zich aanstonds
+over zijn nederlaag te wreken. Met ruwe vloeken en verwenschingen
+barst hij los, en noemt zeer zeker hém den grootsten ellendeling, die
+ter wille van een ijdele vrouw zijn zieken als dokter verwaarloost,
+wiens praktijk in weinige weken door schandelijk verzuim zoo goed
+als verloopen is, en die ten overvloede schuld maakt op schuld,
+met het uitzicht op den spoedigen dood van een braven pleegvader.
+
+Eva's verontwaardiging kent geene grenzen meer. Toen dat monster--dien
+ze inderdaad slechts van den beginne afaan heeft geduld, omdat ze
+door hem tot de hoogste eer dacht te komen, toen hij straks háár
+eer zoo schandelijk durfde belagen, toen ontstelde zij hevig maar
+gevoelde zich toch krachtig, ja krachtig zelfs als vrouw, om te
+heerschen over.... het dier. Nu ze echter haar innig geliefden man
+op die wijze hoort aanvallen en _zijn_ eer belagen, nu roept ze met
+fonkelenden blik in schier teugellooze woede:
+
+"Dat is gelogen! Dat is hemeltergende laster!--August, roep onze
+gasten hier. Dat mensch zou ons krankzinnig maken!" En dan schreiend
+aan Helmonds borst: "O God, zóó te durven spreken van mijn edelen
+braven man!"
+
+"Stil kind, stil! Ja zeker," aarzelt hij in hevigen tweestrijd:
+"dat is _onwaar_. Zeker Eva, hij liegt!" En dan eensklaps met half
+angstigen, half vernietigenden nadruk tot Kartenglimp, die reeds de
+deur was genaderd: "Schuldenaars zijn we allen; maar de een kan zijn
+schuld vereffenen, en de ander misschien in der eeuwigheid niet!"
+
+"Halt Ronner!" roept Archibald Hardenborg, terwijl hij den majoor
+den uittocht belet: "Halt!"
+
+"Ronner! Wat meen je! Verdoemd als ik weet wat je zegt. Denk je
+dat _ik_....?"
+
+"Ik denk en _weet_ dat jij de lage schelm, de geld- en eerroover bent,
+onwaardig om de epauletten van een Neerlandsch officier te dragen. Hoe
+is 't mogelijk dat men dit nog kon toestaan!" Eensklaps met forschen
+greep, rukt Hardenborg hem een epaulet van den schouder; werpt hem die
+voor den voet, en zegt: "Ha; val nu weer op de knieën lafaard, zooals
+bij dat prachtig duel. Bid weer om vergeving en behoud van je ellendig
+leven, ter wille van een arme moeder _die niet meer bestaat_.--Komaan
+poltron, komaan op de knieën voor deze engelachtige vrouw en voor
+mijn edelen vriend. Vergiffenis gevraagd, of anders, zoo waarachtig
+als ik een Nederlandsch officier ben, eer drie dagen voorbij zijn,
+gaat je cadaver in 't graf. Op de knieën poltron, op de knieën!"
+
+"Nee Archibald, nee! wij willen dat niet."
+
+"O!" roept Hardenborg: "dat mispunt doet het zelfs voor de tromp van
+een geladen pistool als _hij eerst heeft misgeschoten_. Lafaard!" Op
+Helmond en Eva wijzend: "Die man is te goed, en die vrouw is te
+geschokt om je hier langer te dulden. Bovendien, zij hebben haast. Hun
+gasten zouden hun afwezigheid bemerken, Goddank dat ik tusschenbeiden
+kwam! Ik, _ik_ ken je. Al hebben je al te genadige rechters zeker hun
+woord gehouden, de zaak moest in Indië ruchtbaar worden; de bosschen
+hebben er ooren. Voorwaarts marsch! Ha, 't is nog kluchtig er bij: de
+majoor-poltron wordt gecommandeerd door een luitenant op non-actief."
+
+Dit laatste was toch te veel voor den oud-militair. Met een brullende
+verwensching en vuurrood geworden, grijpt Kartenglimp het wapen
+'twelk Helmond straks versmaadde, en zou den jongen officier met
+den stoel hebben getroffen, indien Helmond niet, door een slag op
+Kartenglimps arm, zijn voornemen had verijdeld.
+
+"'t Zou zóó best mogelijk worden dat de ziekte waarvoor je vreest er
+dezen nacht een eind aan maakte;" zegt Helmond met klem.
+
+Kartenglimp siddert.--Dezen nacht een _beroerte_!
+
+De overspanning na velerlei hartstocht moest het na die laatste
+krachtsinspanning waarschijnlijk bewerkt hebben, of de schrik bij des
+dokters laatste woorden het allermeest: Een blauwachtig paars verving
+Kartenglimps gloeiende kleur. Hij wankelde, klemde zich vast aan de
+tafel, en.... door de duizeling getroffen zou hij zijn neergevallen,
+indien _dokter_ Helmond niet ijlings ware toegeschoten en hem voor
+den val had behoed.
+
+Bij eene vrouw wordt zelfs de hevigste afschuw alras door medelijden
+vervangen, wanneer ze haar belager door een onheil getroffen ziet. De
+onverwachte ongesteldheid van den majoor en zijn akelig voorkomen,
+verdrongen eenigszins den indruk van hetgeen er vooraf was gegaan. Ja
+zelfs haar heimelijke vrees voor de waarheid moest nú wel eensklaps
+verdwijnen, want zie maar, de man die "ter wille van een ijdele vrouw
+zijn zieken door schandelijk plichtverzuim geheel verwaarloost", zie
+dan, diezelfde dokter laat zijn geschokte jonge vrouw aan haar zelve
+over, om een lagen beschuldiger, een onmensch--als patiënt aanstonds
+ter hulp te komen.--O goede God, is er een edeler man op de wereld!
+
+En Eva zal toonen dat ze zulk een echtvriend waardig is. Zij zal
+toonen bovendien dat ook zij zich beheerschen kan, èn terwille van
+haar gasten, èn ter voorkoming van onnoodige opspraak.
+
+Ja, Eva zal aanstonds in den koepel doen bezorgen 'tgeen Helmond
+verlangt. Hardenborg zal bij hem blijven. _Alleen_ zal ze naar 't
+gezelschap terugkeeren, en haar man en zich zelve verontschuldigen, dat
+men voor een ongesteld geworden gast eenige oogenblikken het gezelschap
+verlaten moest.--'t Zal voldoende zijn te zeggen, ja, dat men een
+kleine charade heeft willen uitvoeren, en de majoor Kartenglimp onder
+'t spreken ervan, door een plotselinge ongesteldheid getroffen werd.
+
+Alvorens Eva zich--even snel als dit besluit werd genomen--zal
+voortspoeden, wendt ze zich haastig naar een hoek van den koepel;
+raapt er iets wits van den vloer, en laat het onder 't heengaan
+ongemerkt wegglijden in den zak van haar lila-zijden kleed.
+
+
+
+
+
+
+
+ZESENDERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+'t Was twee dagen na Eva's verjaardag. Er hing een zware
+mist.--Uit de oranjezaal die weer in haar gewonen toestand was
+teruggebracht--ofschoon eenige fraaie kamerplanten er toch waren in
+achtergebleven--kon Eva de huizen aan de overzij van het marktplein
+volstrekt niet zien, en zelfs ternauwernood de boomen op een twintig
+schreden afstands.
+
+'t Was een sombere herfstdag.--Eva tuurde naar buiten.--Nu dat feest
+voorbij is, gevoelt zij iets leegs, iets "gedesoeuvreerds." Zij
+heeft op digestie-visites gerekend, op uitnoodigingen misschien;
+maar de stijve Romphuizers, enfin, ze komen graag als er wat
+extra's te genieten valt, maar anders blijven ze waar ze zitten of
+staan.--Eigenlijk is Romphuizen onbeschrijfelijk vervelend. Hier op den
+druksten stand zag ze nu in een half uur geen enkel rijtuig, ja zelfs
+geen kar voorbijkomen.--En dan, zoo'n groot huis, zulke enorme kamers,
+zonder menschen! Op den duur is 't ontzettend vervelend. Luchtig,
+nu ja, en duizendmaal beter dan zoo'n krot aan den wal, maar zonder
+menschen, nee!--En met zoo'n mist en tegen den winter....! Als August
+weer wat flinker zal zijn--want zoo heel _heel_ fiksch is hij niet--dan
+zal ze er nog eens een balletje over opgooien om in Parijs.... neen
+dat zal toch niet lukken--maar om tenminste in een groote stad te
+gaan wonen.
+
+--Wanneer het waar is dat zijn praktijk niet toeneemt omdat hij
+fortuin heeft, waarom dan hier te blijven! In een andere plaats had
+men ook niet die moeielijkheden met het vragen der oude lui, en de
+onaardige jaloersche en toch hooghartige buitjes van zusje Louisje,
+die papa geheel en al onder haar plak zoekt te brengen.
+
+--O foei, wat een vervelende mist! Verveling is niet goed voor ons
+beidjes, denkt Eva voort, terwijl ze zich vluchtig in den spiegel
+overtuigt dat nog niets haar geheim verklapte.
+
+--We moesten den lieven "papa" maar eens tegemoet rijden.--Maar
+met den mist...." En waar Helmond zich nu bevindt dat weet Eva
+niet. Ze zal hem maar liever afwachten.--Gelukkig dat hij zijn
+menschlievendheid toch niet zóóver heeft uitgestrekt om _zelf_ dien
+vreeselijken majoor mee naar huis te brengen.--Foei, aan die scène
+mag zij niet meer denken.--Hoe dankbaar moest ze niet zijn dat haar
+beste August als bij intuitie haar op dat oogenblik te hulp kwam. En,
+dat die schrikkelijke man nog bovendien zulke beschuldigingen heeft
+durven uitspreken tegen dien edelen trouwen August!--Maar ha! August
+heeft het _leugen_ genoemd, en zeker leugen moest er wel komen uit
+den mond van een, die--gruwel en laagheid--zich reeds in Indië op
+zulk een wijze had doen kennen. Nu 't is hem voorgoed verleerd om zijn
+logens omtrent dien besten man in 't rond te spuwen. Gisteren toen hij
+van den schrik was bekomen, toen heeft die wakkere luitenant het hem
+onder vier oogen zeer krachtig gezegd: Wanneer hij de geringste klad
+op dokter Helmond of zijn vrouw zou durven werpen, ja zoo het blijken
+mocht dat men in Romphuizen over het gebeurde in een anderen zin zou
+spreken dan over een--door zijn plotselinge ongesteldheid--mislukte
+charade-voorstelling, dat het zwarte boek van Ronner dan blad voor
+blad zou worden opgeslagen, en Archibald het EINDE er onder zou
+schrijven met bloedroode letters.
+
+--Eva moet dien hartelijken vriend wel dankbaar zijn. Immers, op den
+edelsten naam blijft een smet kleven, wanneer het wangunstig gemeen
+hem eens door het slijk heeft gesleurd. En dan, al werd het met dien
+vreeselijken angst tot duren prijs gekocht, uit den fellen gloed heeft
+ze toch haar schat gered. Ja, en 't was haar eigendom wel. Al had
+hij ze haar niet geschonken, de _familiepapieren_ der Van Armeloo's
+behooren het allerminst aan een verachtelijken gelukzoeker. Voor zijn
+moeite kan men het loon hem voor den voet werpen; maar zijn eigendom,
+neen waarachtig, zijn eigendom waren die bewijzen nooit.
+
+De mist hangt droevig zwaar. 't Scheen tegen den middag een oogenblik
+alsof de zon den strijd zou winnen, maar neen, de namiddag spoedt reeds
+voort, en nu.... de boomen op 't marktplein zijn geheel onzichtbaar.
+
+Over Eva's gelaat heeft zich weder een glimlach verspreid. Het uur,
+dat er nog verloopen moet eer August zal komen, kan ze zich aangenaam
+bezighouden.
+
+--Ja ja, mijn heel klein ventje, mijn aardig snoeperig klein graafje
+Helmond Van Armeloo, we zullen nog eens eventjes gaan kijken wat er nu
+'t allereerst en 't allerbest moet gedaan worden. _Er_ is een heeleboel
+te lezen.
+
+Toen Eva eenige oogenblikken later op haar boudoir voor haar elegante
+schrijftafel in eenige papieren te snuffelen zat, toen werd haar een
+briefje gebracht, 'twelk zeer inderhaast scheen geschreven te zijn.
+
+'t Was van Helmond. Hij meldde haar, dat zij niet met het eten op
+hem wachten moest, aangezien hij ver buiten de stad bij een zieke
+was geroepen. 't Kon wel avond worden, zeven acht uren.
+
+"Zeg in de keuken dat we om acht uur zullen dineeren;" beval Eva
+iets later, en van haar gelaat was de vroolijke glimlach verdwenen,
+terwijl ze verder die papieren doorliep.
+
+En de mist hing buiten zóó dik en zwaar dat Eva al spoedig de letters
+niet meer kon onderscheiden. Zij geeuwde.... ze dook achterover in
+haar voltaire; en.... Toen werd het eensklaps licht, helder licht
+voor haren geest: Een heerlijk schitterend bal masqué werd door haar
+in ruime zalen gegeven. Als een sylphide met donzen vleugels, zweefde
+zij over een kristallijnen vloer, aan den arm van een Elfenkoning,
+stralend van glans. En de breede kolommen der groote zaal weken aan
+weerszijden terug, en het dak scheurde van een. En daarboven, zie, daar
+troonde in een verblindend licht een grijsaard; en eensklaps--alsof
+het een stormwind ware--blies hij met zijn geweldigen adem het licht
+uit in die groote feestzaal, en zijn hand nam den Elfenkoning weg
+van hare zijde, en....
+
+"O God! August, August!" gilde Eva ontwakend.
+
+Trillend en bevend van den akeligen droom ziet zij naar buiten. De
+mist hing als een strak getrokken zwartgrauw kleed voor het venster,
+'t Was donker, akelig angstwekkend donker in het boudoir. IJlings
+vloog ze op, en schelde om licht.
+
+
+
+August Helmond stond een paar uur vroeger in de groote woonkamer van
+het landhuis _De Zonsberg_. Van het prachtig vergezicht uit de hoogte
+over het statig geboomte, met den kronkelenden stroom, was niets te
+zien. Ook hier had zich de mist tot aan de vensters vastgepakt.
+
+Met de hand op de tafel gedrukt, den starenden blik voor zich uit,
+zóó, onbeweeglijk stond Helmond daar reeds een twintig, ja dertig
+seconden misschien.
+
+"Och mijn lieve August, staar toch zoo somber niet; hij heeft het
+zoo erg niet bedoeld; hij is zoo goed, zoo braaf, zoo edel...."
+
+Helmond weet niet dat er gesproken wordt; hij weet niet dat Jacoba
+hem bij de hand heeft gevat, en dat ze van den ouden man spreekt die
+hem zooeven.... O, dat was een ontzettend oogenblik! Zoo iets, neen,
+groote God, zoo iets heeft hij niet kunnen verwachten. Een vervloeking
+en _zulk_ een vervloeking!
+
+"Beste lieve Helmond, och zie mij dan aan.--Geloof je je zusje dan
+niet? Zoo erg heeft hij het niet bedoeld. De arme papa is ziek. Die
+telkens terugkeerende benauwdheden maken dat hij soms niet weet wat
+hij zegt; hij meende alleen...."
+
+Als uit een droom ontwakend, ziet Helmond Jacoba aan; en aanstonds
+beseffend dat hij het zwakke meisje zijn aandoeningen moet sparen,
+zegt hij zoo kalm als hem mogelijk is:
+
+"Ja lieve kind, dat zal wel zijn: ik geloof óók dat je papa...."
+
+"Och papa is waarlijk zoo goed, en hij houdt zoo innerlijk veel van
+je, mijn beste trouwe broeder. Maar hij is ziek niewaar? Hij drukte
+in den laatsten tijd zoo gedurig de hand op het hart. Ik vleide mij
+nog dat het een aanwensel was geworden omdat hij zeer bedroefd was
+August, zeer bedroefd...."
+
+"De generaal is nu ziek Jacoba."
+
+"Noem hem niet bij dien titel August. Och ik bid je, maak mijn lieven
+vader weer gezond, en hij zal je zegenen inplaats...."
+
+"Inplaats van mij te.... _vervloeken_;" zegt Helmond zacht.
+
+"Hij wist niet wat hij zeide. Niewaar, als men dan ziek is; wanneer
+men met een _hartkwaal_ te worstelen heeft!?"
+
+"Ja zeker Jacoba, dan.... dan is het zeer natuurlijk.--Maar nu,"
+herneemt Helmond met inspanning, na een korte aarzeling: "nu kan ik
+hier toch niet van dienst zijn. Wat ik doen kon dat heb ik gedaan:
+hier komen met de beste bedoeling, op je dringend verzoek."
+
+"En als je heengaat zal dan de arme papa zonder hulp moeten
+blijven? Zou jij.... jij August, hem aan zijn lot willen
+overlaten?--Nee nee, dat _kun je niet_, ik weet het zeker!"
+
+"Er is geen dadelijk gevaar Coba."
+
+"Maar dat sluit in zich, dat er wel degelijk een _naderend_ gevaar
+is. Om Godswil August, luister naar de inspraak van je liefhebbend
+hart. Al ware het dat mijn arme vader zich al te zeer aan je vergrepen
+had, jij zult toch aan de wet der reinste liefde gehoorzamen: "Doe
+wél dengenen die u haten." Maar nee August, mijn lieve zieke vader
+haat je niet. Schrijf de middelen voor die hem redden kunnen. O ik
+bid je _lieve_ August!"
+
+Helmond ziet haar bewogen aan. Groote tranen wellen er op in zijn
+oogen. Hij onderdrukt ze met kracht.
+
+"En gaf ik een geneesmiddel Coba, wat zou het baten? Je vader zal
+geen medicijnen gebruiken, en het allerminst wanneer _ik_ ze heb
+voorgeschreven."
+
+"Maar ik bezweer je August, zóó mag het toch niet blijven; wat zouden
+tante en ik beginnen zonder eenige hulp!"
+
+"Ik zal dokter Alsma uit Briesborg laten komen Coba; 't zal niet
+geheel onnatuurlijk klinken dat de generaal liever een vreemde tot
+dokter heeft."
+
+"Maar die kan eerst morgen hier zijn of van avond laat. O lieve August,
+zeg jij ons wat we doen moeten; zend de medicijnen die noodig kunnen
+zijn. O zie mij aan, ik zit in duizend angsten voor het leven van
+mijn trouwen vader."
+
+"Ik herhaal het Coba, medicijnen zal hij toch niet innemen. Je kent
+zijn onwrikbaren aard."
+
+"Ik heb het gevonden!" roept Coba met vuur: "Jawel hij _zal_, hij
+_moet_ ze innemen. Poeders, droppels wat maar goed is, ik doe ze hem
+bij en in het weinige dat hij gebruiken zal, ongemerkt! O beste trouwe
+August, vergeet niet dat hij je altijd zoo liefhad, en ja--zoo waar
+als ik leef, dat hij je weer zal liefhebben wanneer je hem--ondanks
+zijn hard klinkend woord, door de macht van je kunst voor 't leven
+en voor zijn kind hebt behouden."
+
+Toen Helmond in de vestibule trad waar hem de marmeren vloersteenen
+als gloeiende kolen onder den voet brandden, toen hing Jacoba hem nog
+aan den arm, en liet hem door vleiend smeeken de woorden herhalen,
+die hij reeds toestemmend gesproken had.--Ach, August zou haar toch
+wel gelooven dat zij geheel dezelfde was gebleven, maar niets voor
+den armen Philip heeft kunnen doen, omdat zij er niets van vernomen
+heeft. Noch van August zelf, noch van Emma Woudberg had zij een brief
+met eenig verzoek ontvangen. En dan, August zou toch gelooven ook
+dat zij van nu afaan--indien hij den geliefden vader met Gods hulp
+maar redden wilde, geen middel onbeproefd zou laten om dien akeligen
+vloek in een zegenbede te doen verkeeren?
+
+Alvorens de woning voor altijd te verlaten--ja August weet het zeker,
+_voor altijd_--blijft hij nog even staan; ziet Coba schijnbaar kalm
+in de oogen; vat dan haar bleek gezichtje tusschen zijn beide handen,
+zoent haar op het voorhoofd, twee- driemaal achtereen, en daarna....
+
+De voordeur valt met doffen dreun achter hem dicht.
+
+Of Coba ook tuurt door het zeer smalle venster naast de deur, zij
+ziet hem niet meer; zelfs de uiterste einden der stoepleuning zijn in
+den mist onzichtbaar. Nu tuurt ze niet langer. Een heete tranenstroom
+heeft haar het uitzicht geheel benomen.
+
+'t Had weinig gescheeld of dokter Helmond ware door den boom van een
+rijtuig getroffen. In droeve gedachten verloren, haastig de stoep
+aftredend, heeft hij in den valen mist ternauwernood het rijtuig
+bemerkt 'twelk juist kwam voorrijden.
+
+"Is de generaal thuis?" klonk een stem uit het rijtuig.
+
+"Ja, maar niet te spreken."
+
+"Ei Helmond, ben jij het! Ik dacht dat het Hendrik was.--Niet te
+spreken zeg je? 't Was de afspraak dat ik vandaag zou komen." Zachter:
+"De verkoop van _De Zonsberg_ gaat door; hij kwam het mij zeggen op
+den avond toen ik van je feest werd geroepen; en 'k ben hard bang
+voor andere plannen ook. Ik had je juist een briefje geschreven. Is
+ie ziek.... erg ziek?"
+
+Helmond staat nu als wezenloos bij 't geopend portier, tegenover den
+nog zittenden notaris. Uit de weinige woorden van Zoutenheer heeft
+hij meer verstaan dan hij nu schier dragen kan. Neen, 't was hem
+niet vreemd wat hij daar hooren moest; 't was hem de bevestiging
+van 'tgeen hij in de laatste uren maar al te zeer heeft gevreesd:
+De notaris is door den ouden zieken man ontboden om een verandering
+te maken in zijn uitersten wil.
+
+"Je antwoordt niet dokter: is het zóó erg met den ouden heer?"
+
+"Nee.--Ja ja, o ja, 't is op dit oogenblik zeer _zeer_ erg met.... Je
+zult hem nu moeielijk kunnen spreken. Wacht, ik zal eens even."
+
+Helmond is haastig de stoep opgegaan. Nu trekt hij behoedzaam aan
+de schel.
+
+En, ofschoon hij 't zooeven niet gedacht had--nogmaals trad hij
+de woning binnen en stond hij in de huiskamer tegenover de zwakke
+Coba. Maar nu--'t was goed dat het zoo'n sombere mistige dag was--er
+parelden nu geen tranen in Helmonds trouwe oogen, neen, op zijn
+voorhoofd stonden angstparels, want, niewaar: Jacoba zou immers den
+notaris wel verzoeken om zijn visite tot later te verschuiven. Haar
+vader was, na die treurige scène, natuurlijk zenuwachtig. Indien hij
+nu "verkoopzaken" met Zoutenheer bespreken moest, 't zou hem zeker
+veel kwaad doen.
+
+'t Sprak vanzelf dat Jacoba den notaris, die in de groote zaal wachtte,
+ijlings ging verzoeken om zijn visite later te willen hervatten. Den
+wenk van Helmond had zij verstaan; zij kleurde den toestand van haar
+vader voor 't moment nog wat minder gunstig dan zij dien zelve inzag.
+
+Zoutenheer achtte het zijn plicht om juffrouw Van Barneveld
+beleefdelijk te verzoeken, aan mijnheer haar vader te gaan vragen of
+hij hem nú of later wenschte te spreken.
+
+"Als dokter kan ik een conferentie moeielijk toestaan;" zegt Helmond
+met eenigszins trillende stem.
+
+"Er kunnen redenen zijn Helmond, die een patiënt meer naar den notaris
+dan naar zijn dokter doen verlangen.--Ik zeg er _kunnen_ redenen zijn."
+
+Helmond wischt zich ongemerkt het koude zweet van de slapen:
+
+"De notaris heeft gelijk Coba, er konden redenen zijn."
+
+"Welke redenen, mijn hemel! Zieke menschen gaan zich toch het dak
+niet boven hun ledikant verkoopen!"
+
+"Zieke menschen willen soms testament maken, juffrouw Van Barneveld."
+
+Jacoba ontstelde; maar men zag het niet. Zij zal 't haar vader
+gaan vragen.
+
+Op de ziekenkamer ligt de grijsaard in zijn ijzeren ledikant op het
+varen leger met twee varen kussens onder het sneeuwwitte hoofd. Zijn
+ademhaling is benauwd.
+
+"Ben jij daar Coba?"
+
+"Ja lieve pa."
+
+"Ik hoorde een rijtuig. Is de notaris er?"
+
+"De notaris....? Nee, dat geloof ik niet."
+
+"Als hij komt laat hem dadelijk boven."
+
+Jacoba voelt haar knieën knikken. Antwoorden kan zij niet.--Zijn
+ademhaling is nog benauwder dan zooeven.
+
+Weer heeft ze de kamer verlaten.
+
+"Notaris, papa is op dit oogenblik zeer benauwd; hij verzoekt u
+vriendelijk later eens terug te komen. Als u 't goedvindt zal ik u
+nader een boodschap zenden."
+
+"Ik hoor daar weer een rijtuig Coba: zou het nu Zoutenheer zijn?"
+
+"Hé een rijtuig?" Jacoba gaat naar het venster, en dewijl de mist
+haar alle uitzicht beneemt, kan ze inderdaad het rijtuig niet zien,
+waarmee de notaris weer huiswaarts keert, en mag ze naar waarheid
+zeggen: "Ik zie volstrekt niets lieve papa. Misschien is de bierkar
+straks naar het achterhuis gereden en nu weer teruggekomen. Maar ik
+hoor niets.... hoor maar, niemendal."
+
+Een klein kwartier later bracht Jacoba zelve de boodschap boven dat
+de notaris Zoutenheer door plotselinge ongesteldheid was verhinderd
+geworden om op _De Zonsberg_ te komen. En terwijl ze het zeide, trilde
+de bee haar in 't hart: O God, vergeef mij! Moet ik dan altijd listig
+wezen gelijk de slang, terwijl ik oprecht zou willen zijn gelijk
+de duive!
+
+--Maar zie, de ademhaling van den dierbare wordt, na dat bericht
+toch kalmer. Ha! hij sluit de oogen. 't Is alsof er meer vrede kwam
+in zijn gemoed.
+
+"Waar ben-je mijn klein lief meisje?" zegt eensklaps de grijsaard en
+strekt de hand naar haar uit.
+
+"Hier beste papa." Met teedere kussen bedekt zij zijn edel
+voorhoofd. --Maar stil, nu moet hij slapen.--Zie, hij sluit weer
+de oogen.
+
+--Is dat droomen? Wat wil dat zeggen? Hoor, hij herhaalt het nog eens
+met hijgende stem:
+
+"Ja ja, ik geloof wel dat ik er Simson zal vinden.--Ha, daar
+is hij.... met een kanon op den schouder; en zijn voet op die
+vrouw.--Ha! Goddank!"
+
+"Vader, palief! zulke droomen!"
+
+"Ah zoo, was _jij_ daar lief meisje; ik dacht.... ik droomde.... Als
+Hendrik naar stad gaat dan moet hij de boodschap bij Zoutenheer
+brengen.... dat ik.... wachten zal.... totdat...."
+
+"Totdat u weer beter bent; jawel dat is goed beste pa;" zegt Coba,
+en in de tranen die ze schreit mengden zich ook tranen van dank en
+van vreugd,
+
+De grijze generaal drukt Coba's hand, en trekt haar nader tot zich.
+
+"Niet schreien.... lief klein bleekneusje. Je moeder schreide ook
+nooit.... Stil, daar komt Blücher.... Ha ha ha! nu zal hij neerploffen
+van zijn troon; vervloekte eerzucht! Links voorwaarts in batalje! In
+galop marsch! Attaqueert.... snelvuur!.... Vuur!"
+
+Met een hevige benauwdheid ontwaakte Van Barneveld weder en hijgend
+zegt hij: "Ik geloof dat ik weer droomde.--Nee niet weggaan, mijn
+goed lief kind. Niet bang zijn, nee!"
+
+"Tante! tante!!" roept Jacoba: "O tante help, help!"
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+De notaris Zoutenheer heeft dokter Helmond niet kunnen bewegen om mee
+naar de stad terug te rijden. 't Was misschien ook maar beter.--Hij
+heeft medelijden met den jongen man; waarachtig medelijden. Fiksche
+kerel; knap in alle opzichten, maar.... Te goed, jawel al te
+meegaande. Geen verstand van japonnen. Zoutenheer is zich bewust
+dat hij niets, volstrekt niets gedaan heeft om.... Neen, 't sprak
+vanzelf dat een notaris die er "een nest op nahoudt", huizen ziet
+te verkoopen als er "een stuiver of twaalf mee te verdienen valt",
+maar anders--wat hij deed, hij kon het voor zijn geweten en z'n beurs
+verantwoorden.--Kartenglimp, nu ja, dat is een andere affaire. Enfin,
+enfin, 't spijt hem: maar als notaris moet men zijn plicht doen,
+en, al verkoos mijnheer van _De Zonsberg_, den armen duivel zelfs
+heelemaal uit zijn testament te schrappen, de notaris was tot schrappen
+verplicht; plicht boven alles!
+
+Helmond heeft niet mee willen rijden, 't Was hem niet mogelijk geweest
+om in de nauwe vigilante te stappen, en zich te zetten naast dien
+man met zijn grooten diamanten ring aan den vinger. Lucht moet hij
+hebben--al zij het een mistige lucht; en ruimte, ruimte! al wordt de
+blik door dien mist ook beperkt.
+
+Wat bezielt hem dan, dat hij plotseling voor dien algemeen geachten
+notaris zulk een tegenzin gevoelt, iets, alsof hij eensklaps van
+vriend een hevige vijand geworden is? Wat drukt en benauwt hem zoo
+geweldig dat het hem gedurig is alsof hij.... de wereld zal moeten
+stukslaan om er uit, en in vrijheid te komen?
+
+--Kalm Helmond, kalm! Weet een oud man wat hij zegt als hij ziek is
+naar lichaam en geest! En wat beteekent zulk een vervloeking? Welk
+edel mensch vervloekt een ander? Zulk een mensch moet al zeer
+hoog staan in eigen schatting. Die er beteekenis aan hecht is
+krankzinnig....--Krankzinnig....--Als die notaris geloofde, neen,
+indien hij _wist_ dat die _oude man_ het was, dan mocht hij daar niet
+terugkomen.... dan.... Maar dat is gelogen, die grijsaard is bekrompen,
+doch niet krankzinnig. Neen, wat hij teekent als zijn uitersten wil,
+dat is een geschreven wet.--Wat roert daar en doet hem ontstellen? 't
+Is een boschduif die uit den eschdoorn wegvliegt.--Hier was het, ja
+hier, op dien voorjaarsmorgen.--Hier hield hij hem staande, de grijze
+pleegvader, en heeft hem de hand op den schouder gedrukt en gezegd:
+"Wil je weten August of Eva een goede vrouw zal wezen, beproef haar,
+en zie of zij de vrouw is die de moeder van koning Lemuël voor haar
+zoon begeert."--Ha, dat was toch krankzinnig, twee en twintig verzen:
+_Oostersche kruiden_.
+
+Hoor:
+
+"Een deugdelijke huisvrouw.... zoekt wol en vlas en werkt met lust
+harer handen. Zij staat op als het nog nacht is en geeft haar huis
+spijze. Van de vrucht harer handen plant zij een wijngaard. Zij maakt
+fijn lijnwaad en verkoopt het, en levert den koopman gordelen. Zij
+beschouwt de gangen van haar huis en het brood der luiheid eet zij
+niet. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar
+de vrouw die den Heer vreest die zal geprezen worden; en laat hare
+werken haar prijzen in de poorten."
+
+--Hoe komen die woorden hem eensklaps zoo helder voor den geest? Hij
+weet het niet meer. Waar denkt hij dan aan? Aan wie?--Ha, Eva!--O
+zie, nu zit ze voor haar Erard; ze zingt; ze weet van niets, ze
+weet niet....
+
+"Goeden middag dokter. 'k Wist eerst niet zeker of het dokter wel
+was. Alles frisch en gezond?"
+
+"Ah Darman, ben jij het?--Hoe gaat het?"
+
+"Goddank best dokter. We hebben op _Den Drumpt_ van dit jaar een gewas
+van geweld.--Zegen in alles. De kinders groeien als look, en als m'n
+wijf me 's-avonds met d'r rooje lippen een zoen geeft, dan zeg ik,
+dat is een doorslag op den zegen. Vijftig schapen hebben gelammerd. De
+scharige ossen heb ik aan Franck verkocht en aan 't veer geleverd;
+ze moeten naar Engeland. De Engelschen hebben geld als water en eten
+biefstuk als roggebrood.--Als de buil vol is dan loop je vroolijk naar
+'t erf dokter, aldat het mist dat men z'n eigen niet zien kan."
+
+Helmond weet niet wat hij zeggen moet:
+
+--Ei, heb je 't geld voor je ossen meegebracht....? Neen, dat zeide
+hij niet; het zweefde hem op de lippen:
+
+"Ja dat is plezierig Darman."
+
+"Dokter meent toch dien mist niet? 't Geld in den zak niewaar?
+
+--Bange wezels zeggen dat je 't Duivelsche Laantje aan gene zij van
+_De Zonsberg_ niet met geld moet doorgaan. Ik maal d'r wat om! Met
+vijfdehalf duizend gulden in m'n zak, loop ik net zoo gerust als dokter
+'t doet met z'n receptenboek."
+
+Dokter Helmond voelt het hart kloppen tegen dat receptenboek. In
+dienzelfden zak zat nog iets anders.--'t Is de brief van Kartenglimp
+die hem binnen tweemaal vier en twintig uren terug vraagt wat hij
+hem leende.--'t Was goed dat die eisch is gekomen; ja hij heeft het
+voorzien en gewild, want die schuld brandt hem sinds dien avond, als
+een helsche vuurgloed op de borst. Die schuld moet vereffend worden;
+morgen, nog heden!
+
+"'t Is toch gevaarlijk Darman; de weg van 't veer naar _Den Drumpt_
+is eenzaam."
+
+"Wát eenzaam! Geld met moeite en zorg verdiend maakt vroolijk en
+sterk."
+
+Dokter Helmond weet niet meer wat de tevreden boer, al voortgaande
+verder praat.
+
+Nu zijn ze niet ver van de stad aan een zijweg gekomen. Boer Darman
+moet--naar _Den Drumpt_, dien weg op. Met de vereelte hand drukt
+hij de hand van den dokter--die zeker een zwaren patiënt heeft,
+zoo vreemd zoo kort als ie was!
+
+"Atjuusjes tot weerzien."
+
+Helmond heeft den boer een "wel thuis" gewenscht. Tien schreden van
+elkaar verwijderd, blijft Helmond aarzelend staan; wendt zich om,
+en roept terwijl hij den boer ter nauwernood zien kan:
+
+"Hei Darman!"
+
+"Riep je dokter?"
+
+"Darman, ik wou je vragen.... Ik wilde...."
+
+"En dat zal wezen dokter?"
+
+"Ik.... Je hebt geen vuur bij je? Ik wou...."
+
+"Wou je opsteken dokter? Nou m'n ketsgerij; is goed; met alle plezier."
+
+De damp van Helmonds sigaar verdween in den mist. De dokter ging het
+stadje binnen, en den wal op. Neen, Goddank, hij heeft de verzoeking
+weerstaan; dat geld mocht hij niet leenen; het maakte dien man zoo
+vroolijk en sterk.
+
+
+
+In de voormalige huiskamer naast de apotheek zat er iemand op dokter
+te wachten. Goed; maar eerst moet Helmond het briefje lezen 'twelk
+Thomas hem overhandigde. 't Is het briefje, waarop de houding van den
+notaris hem reeds voorbereidde. Hij heeft het verwacht. Bijzondere
+omstandigheden dringen den notaris om dokter Helmond te berichten
+dat hij hem de gevraagde som onmogelijk...
+
+--Natuurlijk! zegt Helmond onhoorbaar: Ik wist het; de diamanten ring
+had het me reeds gezegd.
+
+De persoon die Helmond in zijn voormalige huiskamer wachtte, was een
+tamelijk deftig heer. Hij maakte eenige plichtplegingen namens de
+firma Leesenaar & Comp., wier zaakgelastigde hij was, en verzocht den
+dokter beleefdelijk om de loopende rekening over de maanden Augustus
+en September met hem te willen vereffenen. 't Zou den dokter wel
+bekend zijn--zooals ook hierboven aan de nota met groote letters
+gedrukt stond--dat alles á comptant werd verkocht.
+
+De Psyche, die mevrouw Helmond voor een paar dagen bestelde en die
+ook binnen een paar dagen geleverd zou worden, kwam voor de rekening
+van de loopende maand. Natuurlijk, natuurlijk!
+
+Het totaal der meubelmakers-nota bedroeg een som die Helmonds schatting
+verre zou zijn te boven gegaan, indien hij in deze oogenblikken een
+juiste voorstelling van cijfers had gehad.
+
+--Gisterenavond, Goddank, toen heeft hij van alle kanten nog zóóveel
+bijeengebracht dat hij aan den braven huisschilder Wulters zijn woord
+kon houden. Vraag hem niet wat hij er voor doen moest. 't Zou immers
+alles nog terechtkomen: de notaris zal hem wel helpen; en.... oom
+Van Barneveld!
+
+--Maar nu, wat raakt het hem nu of die cijfers groot of klein zijn. Uit
+een leege flesch kan men evengoed een okshoofd wijn als een enkel
+glas schenken.
+
+"Ik ben niet gewoon," zegt Helmond, voor 't uiterlijke kalm: "om op
+deze wijze gemaand te worden menheer. Men verwacht zoo iets in geen
+geval van een huis waar men zooveel gekocht heeft." Na een oogenblik
+zwijgens: "Uw patroons kunnen over veertien dagen disponeeren." En dan
+als tot zich zelven: "Ik begrijp niet waarom men zooveel haast maakt."
+
+Neen, Helmond begreep het niet. Maar straks zal een andere en vrij wat
+ruwere aanmaning hem van verre doen vermoeden.... Wát? Doch, neen,
+zóó iets gelooft hij toch niet. Dat er een aantal naamlooze brieven
+aan Helmonds crediteuren door den schandelijken Ronner zijn verspreid,
+met een waarschuwing om zoo spoedig mogelijk te trachten het door
+Helmond aan hen verschuldigde meester te worden, aangezien het te
+vreezen was dat hij zeer binnenkort met de Noorderzon vertrekken zou;
+neen, dát heeft Helmond niet gegist of begrepen. Maar geen nood. Wie
+zou dat gulhartig gelaat niet vertrouwen, wanneer men uit dien edel
+geplooiden mond de verzekering mag hooren dat men op een bepaalden
+datum over het verschuldigde beschikken kan.
+
+Toen de laatste bezoeker met beleefden groet vertrokken was, kwam er
+een klein ventje met een briefje, 't welk hij aan dokter moest geven,
+en waarop hij het antwoord wachten zou.--Ze hadden "aan 't groote
+huis gezeid dat dokter misschien wel aan de apotheek kon wezen".
+
+'t Is zeer vroeg donker.--Toen Helmond in den namiddag, na het
+ontvangen van een haastig briefje van Jacoba, met dringend verzoek
+of hij toch aanstonds op _De Zonsberg_ wilde komen, aan Eva meldde
+dat het wel laat zou worden eer hij thuis kwam, toen heeft hij een
+breede tijdruimte wel noodig geacht, en niet vermoed dat zijn bezoek
+zoo kort zou duren. Maar toch, 't wordt nu al donker. Geen wonder
+met dien mist.--Hij kon het briefje niet meer lezen:
+
+"Wil je de lamp aansteken Thomas?"
+
+Thom stak de lamp aan, en zette het groene kapje er op, en sloot
+de luiken.
+
+Helmond leest:
+
+
+ "Voor UEd. geleverd en ingezet twee nieuwe ruiten in den
+ koepel. Op dato ontvangen de somma van f 2.35 centen.
+
+ Voldaan W. Wulters.
+
+ dato.. Oct. 18.."
+
+
+--Wat vreemde lach klinkt er uit dokter's mond!?
+
+"Is 't om een medicament dokter?--Moet jij wat uit de apotheek hebben
+manneke?" zegt Van Hake.
+
+"Nee, twee gulden en vijf en dertig centjes. Vader was bang dat ie
+ze anders niet krijgen zou."
+
+Thom werd bloedrood en had dat kleine monster wel in den vijzel
+willen platstampen.
+
+"Twee gulden vijf en dertig centen.--Is 't goed dokter; zal ik 't
+maar betalen?"
+
+'t Was goed. Thom betaalde.--Nochtans een trek van verachtend
+medelijden plooide Helmonds bleek gelaat.--Dit briefje kwam van
+dienzelfden braven huisschilder Wulters.--Welzeker! Maar waarom
+kan die man niet braaf zijn en goed, en toch bevreesd dat hij zijn
+tweehonderd en zooveel centen niet krijgen zou. Ja _waarom_ niet?
+
+"Hei ventje....?"
+
+Was het werktuiglijk? Uit dat kleine laadje heeft Helmond een pijp
+zwarte drop genomen en steekt die, starend voor zich heen den kleinen
+Wulters toe. De jongen lekte tot dank met de roode tong langs zijn
+schat en rende de straat op.
+
+Thomas krijgt geen antwoord op zijn vragen.
+
+"Watblief?--De generaal? O ja veel beter. Je vraagt of het beter
+was....? Maar _zie_ jij dat niet?"
+
+"Ik dokter?"
+
+"Ja, zie je dat niet? Hier aan mij.... hier?"
+
+"U ziet er wat ontdaan uit; zeker, maar...."
+
+"En ik vergeet hem!" herneemt Helmond als tot zich zelven: "hém en
+haar.--Thomas, komt het jou voor dat ik zenuwachtig ben?"
+
+Thom aarzelt, en dan snel: "Ja waarachtig dokter, 't schijnt met den
+ouden heer erger te zijn dan u bekennen wilt, en...."
+
+"En....?"
+
+"Niets mijn beste dokter.--Och God, als ik zeggen mocht wat ik
+denk.--Och dokter...."
+
+"En wat wou je zeggen? Wat?--Maak die deur toe."
+
+"De deur is dicht dokter.--Wat ik zeggen wilde? Ik wil.... nee, ik mag
+het niet zeggen.---Maar ja, toch: Die ú niet genegen is, die is het
+daglicht niet waard. Ik heb het bidden voor dien hardvochtigen generaal
+verleerd dokter. Hij is oud; God gaf voor u dat het zijn tijd was."
+
+Helmond wordt eensklaps purperrood; zijn oogen fonkelen.
+
+"Thom!" zegt hij met klem: "Thom ben jij het! Ga heen; ik wil je
+niet zien." En dan met de hand aan het hoofd: "Nee blijf, dat was
+uit overdreven liefde voor mij.... Je meende het goed Thomas. Je
+meent het altijd goed m'n vrind. Maar wie zegt jou, Thom, dat _ik_
+om eenige reden zou wenschen...."
+
+"God beware dokter! ú wenschen! Nee nee, dat zeg ik zeker niet. Maar,
+als men dan miskend wordt en niets aan de _levenden_ heeft, dan troost
+men zich gemakkelijk over hun dood. U trekt je alles zoo ijzerzwaar
+aan, beste dokter."
+
+"Zwijg nu; ik weet wel hoe je het meent; maar toch, zóó iets duld ik
+niet.--Doe die deur toe Thomas. Jawel, de deur is open. Niet? Nu zorg
+dan dat ze dicht blijft."
+
+Helmond schijnt zich iets te herinneren; en terwijl hij in zijn
+portefeuille zoekt:
+
+"Waar is mijn recept? Waar is mijn recept Thomas?"
+
+"Uw recept? Ik weet het niet. Welk recept dokter?"
+
+--Welk recept?--Ja, welken patiënt heeft hij dan het laatst
+bezocht? 't Is alsof hij zich nog in dien mist bevindt. Hij weet het
+niet meer.--Ha! nu weet hij het. Aan Jacoba beloofde hij, voor dien
+ouden man iets te zenden 'tgeen hem weldadig kon zijn.--Ja, nu is 't
+hem alles weer klaar. Die oude man heeft een hartkwaal en Coba zal hem
+ongemerkt in 'tgeen hij gebruikt een geneesmiddel toedienen. En zie,
+hij ligt daar; daar op dat bed, en hij ziet hem aan, en vuur spat er
+uit zijn oogen, en hij zegt....--Neen stil, die vloek was razernij;
+het hart waaruit hij voortkwam is ziek.
+
+--Stil, wees nu kalm Helmond; haal al die zwarte beelden niet door
+je hoofd; laat Thom niet bemerken dat je zoo overspannen bent; wees
+sterk! Spoed nu; maak de poeders klaar. Thomas zelf zal ze erheen
+brengen, en Jacoba uitleggen hoe zij ze geven moet.
+
+Thom heeft den wensch van zijn meester vernomen. Met de meeste liefde
+zal hij aan juffrouw Van Barneveld alles uitleggen. Wanneer hij
+dokter hier niet meer helpen kan, dan zal hij zich nu maar aanstonds
+gereedmaken.
+
+Dokter Helmond weifelt geen oogenblik in de keuze van zijn
+geneesmiddel--indien het een _genees_middel heeten mag.
+
+_Cyanuretum zinci_ staat er op een der fleschjes, die in het
+afzonderlijk hangende en goed gesloten vergiftkastje geborgen zijn. De
+sleutel van het kastje ligt op de gewone plaats bovenop. Nu heeft
+hij het kastje geopend.
+
+"Wie is daar!?"
+
+Ja, er was toch iemand.--Mijnheer Kippelaan struikelt naar binnen,
+en verzekert dat hij verrukt is, en nog meer, 'tgeen Helmond echter
+niet verstaat. Kippelaan sprak van mist, en van mevrouw Helmond, en
+van....--dát was de zaak van zijn intiemen vriend Kartenglimp. Namens
+den majoor, die sinds het kleine toeval op de partij--amusante
+partij--niet heel wél was en thuis bleef, en, o wonder--maar
+natuurlijk bij vergissing--inplaats van amice Helmond, amice--nee
+pardon, _dokter_ Biermans liet halen, de majoor had hem vriendelijk
+verzocht dit briefje aan dokter Helmond ter hand te stellen, zeker
+een explicatie bevattende omtrent de vergissing of verwarring met het
+roepen van één der amices doctoren. Kippelaan kon parole d'honneur
+in gemoede getuigen--ofschoon het misschien vreemd klonk--dat hij
+niet weet wat er in dat briefje staat.
+
+Geen de minste ontroering is er op Helmonds gelaat te bespeuren, nu
+die wauwelaar hem strak aanziet terwijl hij het briefje leest.--Helmond
+las:
+
+
+ "De hooggeroemde en zeer wetenschappelijke dokter Helmond,
+ die de dupe was van een ijdele behaagzieke vrouw, zal
+ zich niet verwonderen dat hij door den vriend, dien hij
+ nu op schaamtelooze wijze verguist en belastert, wordt
+ gesommeerd om de hem geleende zes duizend en achthonderd
+ gulden met verschenen interesten op morgen den.... October
+ te voldoen, zullende anders onmiddellijk de sommatie bij
+ deurwaarders-exploit geschieden. Intusschen wenscht de
+ ondergeteekende dat dokter Helmond zich zeer spoedig in de
+ geheele herstelling van zijn dierbaren pleegvader zal mogen
+ verheugen.
+
+ Kartenglimp."
+
+
+"Ik dank je Kippelaan."
+
+"Geen dank! Pas du tout!--Onder vrienden!--Wat ik zeggen wou: De
+majoor vraagt in dat briefje...."
+
+"Of je hem 't antwoord heel spoedig wilt terugbrengen!"
+
+"Welzeker, welzeker! Met alle plezier."
+
+"Zeg hem dat het in orde zal zijn."
+
+"In orde....? Maar wát?"
+
+"De zaak die ik met hem te regelen heb."
+
+"Dus een zaak....? Maar à propos, zonder de minste indiscretie:
+is het waar amice, dat jij...."
+
+"Ja _ja_, dát is waar;" zegt Helmond met een blik die den wauwelaar
+een weinig doet terugtrekken. Kippelaan staat met geopenden mond:
+
+"Wát? Wa.... blief?"--Enfin, hij hoopte het waar te nemen; en,
+onwillekeurig terugtredend naar de deur: "Allerliefst in zoo'n
+lab.... lab.... bretorium. Allerliefst! En vooral de complimenten aan
+de geëerde familie. _Graven_ niewaar? Allemaal graven. Pardon!--Adieu!"
+
+Hij wist niet waarom, maar in die laatste oogenblikken had hij
+het benauwd gekregen. Zou dokter het toch ontdekt hebben van die
+brieven?--Terug dan; terug! Hij wil hem alles meedeelen; specifiek
+welzeker! Het brandt hem toch gedurig op de lippen.
+
+--Terug--Nee nee Kippelaan, zwijg! Je zwarte hoed weerkaatste in
+zijn oogen! En--wie weet, of nu de majoor niet iets loslaat. Wie
+weet.... wie weet!
+
+Heeft de poging om zich voor dien zotskap goed te houden, Helmond
+zoozeer overspannen? Hij moet zich aan de toonbank vastklemmen.--Nu
+gaat het beter. Hij mag in dit oogenblik slechts denken aan 'tgeen
+hij met spoed heeft te doen. Jacoba wacht. Zij is in onrust.--Ha,
+schokken als die der laatste uren zouden wel sterker gestellen een
+oogenblik in de war kunnen brengen.--Doch zie maar, als Helmond
+_wil_ dan _is_ hij krachtig. Wanneer hij handelen moet dan zal men
+niets bemerken.... "Zullende anders onmiddellijk de sommatie bij
+deurwaarders-exploit...."--Maar wat beteekent dat!? Is er dan geen
+geld genoeg in de wereld om een ellendeling te voldoen; om....
+
+Eensklaps schaart er zich een reeks van cijfers voor Helmonds starenden
+blik; en dan, dan ontstelt hij. Hij hoorde gejuich. Hij roept:
+
+"Thom!" en met verheffing: "Thom ben jij daar!?" Helmond houdt de
+hand voor het licht en ziet naar de deur.
+
+--Neen daar was niemand.
+
+--'t Is vreemd dat hij zich telkens verbeeldt den ouden pleegvader
+te zien binnenkomen. Hij weet immers dat het onmogelijk is. Maar
+'t kon nú Thom geweest zijn. Neen, Thom was het niet. Er was niemand.
+
+Helmond heeft het kleine fleschje met den witten harstachtigen
+inhoud uit het afzonderlijk hangende vergiftkastje genomen.--Met dien
+inhoud moet men voorzichtig wezen; zeer voorzichtig.--De lamp met het
+groene kapje van de toonbank nemend, zet hij haar in de hoogte op den
+lessenaar. Een vaal groen kleurt nu Helmonds bleek gelaat. Hij houdt
+het fleschje in de hoogte tegen 't licht, en keert en wendt het als
+wil hij zich overtuigen dat hij zich niet vergist.
+
+Nauwkeurig turend, en kloppend op het fleschje, schudt hij nu een zeer
+_zeer_ kleine hoeveelheid op het koperen grein-schaaltje tegenover
+het miniatuur-gewicht.--Zóó. Niet meer, zóó. Een twaalfde grein kan
+hij telkens toedienen.... Zeven, ja zes greinen opeens zouden reeds
+doodelijk zijn!!.... Ho--ho, niet meer... O God, wat vloekte hem een
+oogenblik zoo woest door het hoofd! Wie.... wát is daar? Wie zingt
+of schreit er....? Van waar dat luidruchtig rumoer?
+
+--Hoor, een gansche bende nadert. Er klinkt muziek! Een schot knalt
+voor het raam.
+
+"O God!" Hij duizelt achterover; de kleine flesch slaat hem uit de
+hand en valt aan duizend stukken op den vloer.
+
+Thom en zijn moeder staan hun vriend reeds terzijde. Ze hebben hem
+bijgebracht. Hij weet niet wat er met hem is voorgevallen. Maar
+ja, nu is het weer beter; zie maar, heelemaal beter.--Zeker, hij
+herinnert het zich. Straks was er een heele drukte voor de deur. Ah
+juist, in de buurt wordt bruiloft gevierd--bruiloft! Met Huibert en
+Geurtje in het midden, gaat men een walletje rond maken. Peters met
+de klarinet, en Dirk met de harmonica zijn vooropgegaan; en vlak bij
+het apotheekraam heeft een der gasten--zeker Careltje van den bakker,
+die 't pistool nooit met rust kan laten--een schot gelost terwijl ze
+zingend voorttrokken.
+
+'t Was zeer begrijpelijk dat dokter,--in groote onrust over den
+treurigen toestand, waarin hij den generaal scheen gevonden te hebben,
+nu van dat schot zoo hevig ontsteld is.
+
+"Wat ons in gewone omstandigheden in 't geheel niet zal treffen,"
+zegt de weduw: "dat schokt ons in zulke oogenblikken soms op 't
+allerhevigst."
+
+Helmond ziet naar Thom, die het gevallene heeft opgenomen, en het
+afgewogene, op dokters weifelend bevel, in poeders gereedgemaakt.
+
+"Bovendien," aarzelt de goede vrouw, terwijl de tranen haar in de
+oogen springen: "men maakt het u moeilijk, men...."
+
+"Wie?" zegt Helmond snel opziende, nadat hij Thom een wenk had gegeven,
+om zich nu met het geneesmiddel zoo haastig mogelijk naar _De Zonsberg_
+te spoeden.
+
+"Waarom niet eerlijk met u gesproken!" zegt mevrouw Van Hake, zoodra
+Thomas in allerijl is vertrokken: "Als zelfs de _kwade tongen_ zich
+roeren, dan mag de _vriendentong_ toch zeker niet zwijgen; nee dan
+zal en moet hij troost en raad geven. Dokter, vriend, u hebt je in
+schulden gestoken...."
+
+"Wie _wie_ zegt dat? Wie zegt u dat ik schulden heb? Heeft de roos
+schuld omdat zij de schoonste bloem is en 't heerlijkst geurt? Heeft
+de vogel schuld omdat hij het fijnste kleed draagt en er geen reiner
+zang op de wereld is?" Helmond dacht aan Eva's lied.
+
+"Beste dokter, ik zou u ook nú willen sparen, maar het mag en kan
+niet. Men schijnt vrij algemeen te hebben vernomen, dat de notaris het
+testament van den generaal ten uwen nadeele heeft moeten veranderen
+of veranderen zal, en daarom...."
+
+"Wie zegt dat? _Wie_? _Ik_ zeg u dat het _niet_ waar is. En al was
+het zoo, wat gaat dit den menschen aan!"
+
+"Dokter u hebt gelijk, wat gaat het den menschen, wat gaat het mij
+aan? Maar of het waar is of niet, och dokter, ik heb een dringende
+bede; als ge die verhoort dan ga ik dankbaar heen. Ziehier.... Het
+zou mogelijk kunnen zijn dat men u eens lastig kwam vallen. Ja
+'t is wel weinig dokter, maar toch eerlijk gewonnen geld. Vijf
+Russische spoorwegstukjes; ik heb niet ledig kunnen zitten terwijl
+ik alles om niet genoot.--'t Was voor mijn braven Thom bestemd als
+hij ooit.... Maar Thom wil er niets van weten. De goede jongen zegt
+dat hij de dingen nog liever verbranden zag dan in de secretaire
+liggen terwijl ze ú helpen konden. Och dokter, misschien kunnen
+ze u steunen voor 't _oogenblik_, en dan dan... Ja ik moet _toch_
+spreken, al zoudt u 't me nooit vergeven: Mijn vriend ik bezweer u,
+ga met Eva zoo niet voort. Ik ben er zeker van, _met_ ú zal ze terug
+_willen_, liever dan in 't einde _alleen_ te _moeten_. Helmond, zeg
+haar alles. O hoor een vrouw van jaren. Verzwijg uw Eva niet dat je
+haar, om haar zwakheid, uit liefde bedroogt. En dan.... Och zie mij nu
+eens aan, mijn beste brave vriend, troost u en wees sterk. Al moesten
+de zwaarste slagen u treffen: de dood van uw pleegvader en het verlies
+van 't geen waarop u hebt gerekend,--ik weet het Helmond, slechts in
+den laatsten tijd,--keer tot uw eigen eenvoudigheid terug. God zal
+u steunen; ik ben er zeker van."
+
+Helmond waant zich eensklaps zeer sterk.--Wat wil men toch? Is hij
+met _haar_ geen millionair? Zijn er geen rijke vrienden die met de
+duizenden spelen als kinderen met knikkers? Men schijnt zeer veel
+te babbelen over hem en de zijnen.--Ja, zijn oogen werden vochtig
+toen de brave vrouw hem daareven die krakende blauwe papieren
+in de hand wilde drukken. Groote God! was het dan zóóver met hem
+gekomen, dat een arme weduwe die hij sinds jaren onderhield, hem in
+stilte haar bijeengegaarden schat als een aalmoes kwam in de hand
+stoppen!--Edele ziel, of hij niet gevoelig is voor zooveel goedheid? O
+hij zou u omhelzen willen; hij zou schreien kunnen aan uw moederlijke
+borst. Maar, als hij bekende? Op wie zou de vloek komen? Op haar, o
+God, op Eva, zijn dierbare vrouw!--Weg, weg dan met alle zwakheid. Men
+liegt! Wie is er die geen schulden heeft? Maar de schulden _hier_,
+zullen betaald worden; dat is genoeg. Blijf krachtig Helmond, nú
+vooral.--_Ellendeling!_
+
+--Wie heeft hem dat woord zoo onverwacht in 't oor geblazen? Helmond
+beefde. Maar dat duurde slechts een oogenblik.
+
+Nu zegt hij zeer ernstig terwijl hij mevrouw Van Hakes hand aan zijn
+lippen drukt:
+
+"De menschen zijn zeer belangstellend; maar niet allen op uwe wijze. Ik
+ben u dankbaar trouwe vriendin; maar.... uw vermoeden is ongegrond. Ik
+ben.... ik heb.... Wordt daar aan de deur geklopt?"
+
+Mevrouw Van Hake ging naar de deur en opende die. Neen er was niemand.
+
+"Men spreekt onwaarheid!" herneemt Helmond op zonderling geheimzinnigen
+toon: "Ik heb 't u vroeger al gezegd: wij hebben een bron van
+inkomsten.... Zij, ja _zij_.... Niet ik...." Hij ziet haar zeer strak
+in de oogen: "En als hij sterft, dan.... ja!"--Ellendeling! klinkt
+liet weder, doch alleen voor hem verstaanbaar. En zich haastig
+afwendend zegt Helmond, dat hij nu naar huis moet. 't Was reeds zeven
+geslagen. Eva zal wachten en verlangen; ja, zij zal _zeer_ verlangen.
+
+Mevrouw Van Hake staarde nog met bezorgden blik in de richting der
+deur, toen de dokter haar reeds verlaten had.
+
+
+
+Ja, de uren duurden Eva vreeselijk lang. Ze wist niet dat de zieke,
+waarheen August zich zoo ijlings had moeten begeven, de generaal
+was, ofschoon ze wél weet dat hij ziek is. Sinds haar verjaardag
+werd de naam van "dat heer" op haar uitdrukkelijk verlangen--neen,
+op haar dringend verzoek, niet meer genoemd. Ze denkt niet aan hem;
+'t is haar de moeite niet waard.
+
+Maar aan haar besten August denkt ze. Sedert zij straks naar beneden
+ging, moest zij--na dien curieusen droom--den _heelen tijd_ aan hem
+denken. Zij heeft somwijlen een gevoel alsof het mooie plafond op haar
+zal neerkomen als het bovendeksel van een kist. Aan haar toestand mag
+ze het toeschrijven dat ze zulke nare droomen heeft. Straks had ze
+ook erg voorover gezeten terwijl ze sliep.--'t Was een mooie scène:
+Onze Lieve Heer boven een _bal masqué_! Hoe komt men aan zulke zotte
+profane droomen? En de hand, die den Elfenkoning zoo onbarmhartig
+wegnam, wat was die hand onbegrijpelijk groot, en toch precies een
+gewone hand; ja zelfs, in den vorm, was het de hand van papa....--Papa
+heeft haar gisteren zeer zonderling ontvangen, en gezegd.... Nu
+ja, maar papa is geen evangelie. Papa is onaangenaam, en Louise is
+een malle zottin. Als Eva dan zelve uit goedhartigheid bijna al de
+heerlijke overblijfsels van zoo'n feest naar haar ouders huis brengt,
+dan is het onaardig dat men iemand tot dank met allerlei onnoodige
+predikatiën verveelt, en halsstarrig weigeren blijft om van al die
+onbekende heerlijkheden iets te gebruiken.--Bah! wat gaat het _haar_
+aan; maar verwijtingen uit jaloezie, uit....
+
+--_Als het waar_ was! Maar het is _niet_ waar. Men kan mij toch niet
+opdringen dat wit zwart is....--Zwart!--Waarom heb ik een zwarte
+japon aan vandaag? 't Is een doodsche kleur. Ik wil niet in 't zwart
+zijn als Helmond thuiskomt. De rose barège ziet hij zoo graag. Ja,
+en dan zal ik hem vragen ....
+
+Er wordt geklopt. Eva ontving weder een briefje.
+
+Onder het lezen ervan betrok haar gelaat. Mevrouw Helmond werd
+beleefdelijk verzocht om de familie-papieren der graven Van Armeloo,
+"die zij zich had toegeëigend", nog dezen avond terug te zenden,
+zullende anders de zaak in handen van den kantonrechter worden
+gesteld.... Het briefje was met een _K_ onderteekend.
+
+Dat waren _de_ laatste krachtelooze sprongen van een geketend monster.
+
+Van uur tot uur was Ronner-Kartenglimp er sedert dien avond op
+bedacht geweest om zich te wreken. De zoete prooi was hem ontgaan,
+helaas door eigen schuld!--Waarom is men toch altijd onvoorzichtig
+wanneer een doel, waar de wereld niet mee van noode heeft, moet
+bereikt worden, al zal men ook dagen en weken lang zijn plan hebben
+gewikt en gewogen? Was het geen verregaande roekeloosheid, om haar
+op den avond van het feest in dien koepel te lokken? Neen, dronken
+van genot en glorie, zoo heeft hij berekend, zal ze het willigst den
+prijs betalen voor de grootste eer en de schitterendste toekomst. Ha,
+die schoone vrouw! Ha!! Maar alles is voorbij. De begoocheling is nu
+verdwenen. Inplaats van de zaligste genietingen, waren zeer benauwde
+oogenblikken het loon geworden voor al zijn moeite tot het spannen
+van een "zekeren strik", en het oefenen van een geduld, waartoe hij
+vroeger onmachtig zou geweest zijn, maar nu, door zijn vurige "liefde"
+instaat was gesteld.
+
+--En nu wát wil de "blancbec" die hier ter kwader ure uit Indië
+kwam overwaaien? Ronner heeft het wèl verstaan: die melkmuil
+zal zijn instructiën vragen. En dan....? Maar tot zóólang kan
+niemand hem deren.--Hij beval hem van die ontmoeting in den koepel
+te zwijgen.--Nu, dat zou hij doen; 't mocht toch maar ten zijnen
+nadeele worden uitgelegd. 't Was een charade; welzeker, een charade;
+haha!--Maar die dwang om zich ziek te houden, of althans zich nergens
+te vertoonen? Wat vermeet zich die kwajongen, die indringer; om een
+_majoor_ daartoe te durven dwingen! Op dat oogenblik in den koepel,
+en later hier op zijn eigen kamer, was hij te zeer onder den indruk
+van die teleurstelling om zich te kunnen toonen; welzeker! Maar nu,
+voor den d.... als hij nú hier was, hij zou hem een anderen toon
+leeren aanslaan; hij zou hem, ha! een degen door 't karkas jagen,
+en dan uitlachen om al zijn heldenmoed!--Nochtans, dewijl kalmte voor
+zijn gestel hoogstnoodzakelijk is, heeft Ronner toch besloten om zich
+in den eersten tijd bedaard te houden. Waartoe noodelooze opspraak
+te verwekken? Aan Kippelaan en een paar andere bekenden, die hem een
+bezoek brachten, heeft hij wel bemerkt dat er niets van die scène
+is uitgelekt. Den tijd, dien hij nu beschikbaar heeft, kan hij niet
+beter gebruiken dan zich te vermaken met het schrijven van eenige
+briefjes; ze zullen dan toch bewerken dat dien edelen braven dokter,
+aan de zij van dat prachtige vrouwtje, het angstzweet zal uitbreken,
+en dat die weerspannige zelve in 't eind.... hahihaha!
+
+Op dit oogenblik verlangde Ronner naar iemand dien hij inderdaad
+veracht, ofschoon die persoon hem--onbewust--reeds dikwijls een
+dienst heeft bewezen.--En zie, nu men hem hebben wilde, nu kwam
+hij niet. Ronner wil weten hoe de zaken staan; welke uitdrukking
+er zich op Helmonds gelaat teekende toen Kippelaan hem dat briefje
+overhandigde. Hij wil weten hoe het met dien ouden generaal is; of
+de notaris er reeds een testament heeft gemaakt; hij wil weten of de
+jonge doktersvrouw.... Ha! wat gloeit hem weer eensklaps het hoofd;
+hij wil weten of zij nu, ja nú thuis is.... _alleen_. Wat raakt het
+hem of hij zijn woord aan dien jongen gaf. Zal een gepensioneerd majoor
+zich laten ringelooren door zulk een individu; door een.... die hem de
+epaulet.... Stil, dat weet niemand; dat raakt niemand.--O! indien hij
+bij die vrouw nog herstellen kon wat hij bedierf. Hij zal haar zeggen
+dat hij al de schulden van haar man wil vereffenen; dat hij haar voor
+die gewaande vrouweneer de hoogste eer zal doen geworden.--Zou hij
+lafhartig zijn en op 't bevel van dien kwajongen nog langer arrest
+houden! Hardenborg is toch 's-avonds niet in de stad en niemand weet
+van dat,--uit overspanning, maar al te gewillig aanvaard arrest.
+
+--Voort, het brandt hem vanbinnen. Voort!
+
+Terwijl de avond viel was de mist van lieverlede verdwenen. 't Was
+guur weer geworden, zeer guur. De Romphuizer straten verkeerden zoo
+goed als in volslagen duisternis, want men verwachtte over een half
+uur--volgens den almanak--de maan.
+
+En, in den omtrek van het groote doktershuis zwierf onbespied een
+zwarte gedaante rond.
+
+--'t Is wel zeker dat ze zich daarbeneden, in die zijkamer, moet
+bevinden, denkt hij, terwijl hij onder de boomen van het marktplein
+staande, naar een venster tuurt, waarvan de blinden nog niet vast zijn
+gesloten, zoodat er in 't midden een groote lichtstreep naar buiten
+glanst.--Is ze daar? Alleen?--Ronner doet een paar schreden terzij, en,
+schrikt dan geweldig. Onwillekeurig had hij de hand tegen den killen
+ijzeren slinger van een stadspomp gestooten.--'t Is niet goed voor
+zijn gestel zoo alleen in 't duister. Men kon schrikken; er zou iets
+kunnen gebeuren. Maar als zij dan dáár alleen is! Immers die brave
+man zal wel weer naar _De Zonsberg_ zijn,--haha, nu het er op aankomt!
+
+--Ja, als zij dan daar werkelijk geheel alleen was....
+
+Ronner staat nu voor het raam, en houdt de hand boven de oogen.--Hij
+ziet haar door den kier. Zeker is zij alleen, want ze tuurt en staart
+voor zich uit. Wat is ze schoon, wat is ze betooverend schoon! Voort
+dan!
+
+Reeds heeft hij de stoep beklommen, en.... Wat hoort hij? Komt er een
+rijtuig van de Hoenderveldsche straatzijde? Ja, twee glimmende oogen
+grijnzen hem van verre aan: 't zijn de lantarens. Het rijtuig nadert
+naar deze zijde. Terug Ronner, wanneer het die Indiër ware. Terug!
+
+Zoo snel 't hem mogelijk is, spoedt hij zich de stoep weer af, en
+gaat den hoek van het huis om.--Toch moet hij zien of hij zich niet
+bedroog.--Het rijtuig houdt stil voor de stoep. Men schelt. Zie, hij
+wipt de wagentree af. Het schijnsel uit de opengaande deur verlicht
+voor een oogenblik zijn gelaat. Ja, hij is het. Vervloekt, hij is
+het! Zou die blancbec inderdaad bij haar....? Ja, ja, natuurlijk!
+
+--Ha! is _alle_ vrouwendeugd bedrog, dan is het _zeker_ de deugd van
+zulk een ijdel wezen! Ah zoo, ze heeft dan voortreffelijk haar rol
+in dien koepel gespeeld! Maar ha, nú zal ze het boeten, nú zal hij
+zich wreken op die allen tegelijk.--Spoed Ronner, ze zullen nu allen
+tezamen boeten. Voort!
+
+Ronner heeft zijn plan in hetzelfde oogenblik gevormd: Twee regels
+zal hij schrijven aan dien goedaardigen echtgenoot. Twee regels: "Ga
+naar huis en vind uw geliefde in de armen van een dapperen huichelaar!"
+
+Dát, en niets meer; maar 't zal genoeg zijn. Voor een paar kwartjes
+is Hannes de harddraver die aan den wal woont, zeker gemakkelijk te
+vinden om den dokter, binnen een kwartier--'t zij aan de apotheek
+waar hij moet geweest zijn, 't zij op _De Zonsberg_--het bericht in
+handen te spelen. Hannes kon zwijgen; Hannes is iemand op wien men
+vertrouwen kan. Ronner weet het bij ondervinding.
+
+Met het voornemen om dat briefje ter bespoediging maar even in
+Hannes' woning te schrijven, spoedt de majoor zich nu haastig naar
+den wal. Hannes woonde daar niet ver van de Hoenderveldsche Poort of
+brug, en zijn woning lag, evenals het oude doktershuis, een weinig
+in de diepte.
+
+Het kleine huisje is wel te vinden. Ronner kent het. Op den wal was
+het toch iets lichter dan onder de boomen op de markt. En, ofschoon
+de wind onaangenaam koud is en de duisternis hem weinig bevalt,
+Ronner heeft weldra het eind der straat bereikt.--Zoo, dezen hoek om;
+nu de glooiing op. Dit is de wal; rechts en links zijn boomen. Daar,
+in dat huisje, waar nog licht brandt, moet hij wezen.
+
+--Wat is dat?--Welk woest rumoer en getier nadert van gindsche
+zijde? Wat wil men? Heeft die luitenant hem gezocht misschien--op
+zijn kamers, bij Helmond, overal, en niet gevonden? Komt hij nu met
+een ganschen drom....?
+
+--Nee, stil; vrees is kinderachtig. 't Zijn vroolijke menschen. Hoor,
+zij zingen.--Ze maken muziek.--Maar toch, zij komen naar dezen
+kant. Dat volk is dikwijls dronken; men kan niet weten....! Als ze
+hem hier in de duisternis zoo alleen zien, dan zullen ze denken
+dat hij iets kwaads in 't zin had. Ze zouden hem in hun overmoed
+of dolle dronkenschap een onheil kunnen toebrengen. Hij wil hen uit
+den weg gaan. Als hij zich achter dien dikken lindeboom verschuilt,
+dan gaat de troep hem voorbij zonder hem te bemerken....
+
+Hij klemt zich vast aan den boom, want de walkant is glibberig
+nat.--Hoor, ze komen al nader. Hoor, ze zingen:
+
+
+ "Nooit geen nood,
+ Nooit geen nood.
+ Zoetelief trouw, tot in den dood."
+
+
+En de dansende stoet kwam al nader:
+
+
+ "Daar niet van,
+ Daar niet van,
+ Allevrouw pakt 'er eigen man.
+
+ "Nooit geen rouw,
+ Nooit geen rouw,
+ Alleman zoent z'n eigen vrouw."
+
+
+Ze komen al nader. Ze zullen hem zien; en als ze hem zien, hier achter
+dien boom, dan zal men nog eerder denken dat hij iets kwaads in 't
+zin had. Maar toch, hij durft niet zoo eensklaps van achter den boom
+te voorschijn komen.
+
+En al dichterbij klinkt het:
+
+
+ "Nooit geen nood,
+ Nooit geen nood,
+ Werken trouw voor 't daaglijksch brood.
+
+ "Hop hop hop,
+ Hop hop hop,
+ Schelmen trappen ze op den kop;
+ Schelmen smijten ze uit de deur;
+ Albeneur,
+ Albeneur!"
+
+
+De stoet, is op een paar schreden afstands, den boom genaderd. De
+majoor Ronner trilt over al zijn leden. Hij duikt een weinig naar
+omlaag. Maar zie, een vurige tong vloog op hem af. Een vreeselijke
+knal dreunde hem in 't oor; en....
+
+--O God wat is dat! Wat kreet heeft zich daar met het pistoolschot van
+Careltje, en een blij hoezee der bruiloftsgasten vermengd? Wat plofte
+daar van den tamelijk steilen wal in de nauwe half droge gracht? Wat
+zou het wezen?
+
+"Kom, niemendal; een dood stuk hout," riep er een.
+
+"Wat raakt het ons!" zei een ander. En opdat de feestvreugde niet zou
+verstoord worden, blaast Peter luider en scheller op de klarinet, en
+roert Dirk de harmonica nog sterker, en op een paar enkelen na die hier
+'t ergste vreezen, trekt de feeststoet verder, weer zingend met klem:
+
+
+ "Hop hop hop,
+ Hop hop hop,
+ Schelmen trappen ze op den kop."
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ACHT EN DERTIGSTE HOOFDSTUK
+
+
+'t Verwonderde Eva dat de jonge Hardenborg, nadat hij over Helmonds
+afwezigheid zijn leedwezen had te kennen gegeven, zoo afgemeten
+was. Met geen enkel woord herdenkt hij de partij, die toch waarlijk
+niet voor het feest op _De Poel_ heeft ondergedaan.--Maar, hoe kon
+ze 't een oogenblik vergeten: 't zou niet kiesch zijn indien hij
+ervan sprak. Immers hij was Helmond in die nare oogenblikken te hulp
+gekomen. Doch waartoe? Zou het inderdaad niet delicater geweest zijn
+wanneer hij buiten den koepel was gebleven? En dan, hoe kwam hij zoo
+toevallig achter in den tuin? Had hij haar misschien bespied toen
+zij zich voortspoedde? Heeft hij haar van ontrouw durven verdenken....?
+
+--Weg, weg met die dwaze gedachten! Zij weet wel beter. Helmond
+heeft haar meermalen gezegd dat Archibald Hardenborg een brave edele
+jongen was.
+
+--Voorzeker, hij heeft op dien avond de waarheid gegist. Hij kende
+dien Kartenglimp. Later werkte hij er krachtig toe mee, om dien
+vreeselijken man niet slechts uit hun huis te verwijderen, maar
+ook om te zorgen dat hij haar goeden naam niet door leugenachtige
+uitstrooisels in gevaar bracht.
+
+--'t Was kiesch van Hardenborg dat hij niet van den feestavond
+sprak.--Maar nu.... zou ze hem eens om raad vragen! Zal ze hem den
+inhoud van dat pas ontvangen briefje meedeelen? Onder den indruk ervan
+is ze zelve minder spraakzaam; ze gevoelt het.--'t Zal haar misschien
+een goed denkbeeld geven, en tegelijk het gesprek beter doen vlotten:
+
+"Ik wil het u niet verbergen luitenant.... daareven kreeg ik...."--Neen
+neen! toch niet, ze spreekt er niet van: "Ik kreeg...."
+
+"Slechte tijding misschien van _De Zonsberg_ mevrouw?"
+
+--'t Is ook waar, Kaatje is haar, weinige oogenblikken voor Hardenborgs
+komst, met een bedenkelijk gezicht komen vertellen dat de generaal,
+volgens Bus, er slecht aan toe was.
+
+"Ja, ja juist, _heel_ slechte tijding;" zegt Eva snel.
+
+"Toch niet reeds....?"
+
+Eva wist niet hoe het kwam; maar toen hij haar aanzag met een gelaat,
+waarop zooveel vraagteekens geschreven stonden, toen kon ze 't niet
+laten om reeds als _zeker_ te stellen 'tgeen toch zeer wel _mogelijk_
+was. Ze vond er een zonderling genoegen in om al vast eens te toonen
+"hoe ontzettend diep dat verlies haar zou schokken...."
+
+"De generaal overleden?" zegt Archibald, en de gewoonlijk zoo vroolijke
+uitdrukking van zijn prettig gelaat is nu geheel verdwenen.
+
+--Eva kon 't niet helpen. Zij heeft letterlijk geen tijd gehad om een
+reserve te maken. Ofschoon ze slechts door een gelaatsuitdrukking het
+antwoord heeft gegeven, het speet haar nu reeds dat ze een onwaarheid
+sprak. En--Maar nee, ze kon niet zoo aanstonds terug.
+
+"Die fiksche oude man!" zegt Hardenborg: "Helmond zal zeer bedroefd
+zijn. Hij hield veel van den generaal."
+
+"O ja.... tenminste...." zegt Eva. En dan; ze wil nu toch zeggen dat
+de luitenant haar verkeerd heeft begrepen. 't Is te dwaas dat zij "den
+ridder van _De Zonsberg_ reeds van zijn aardsche schatten losmaakte,
+terwijl hij misschien nog bestemd was om als een tweede Harpagon
+op het wereldtooneel te schitteren". Ze wil hem zeggen bovendien,
+dat Helmond noch zij, veel reden zouden hebben om zich een mogelijk
+overlijden van den generaal bijzonder aan te trekken.
+
+--Wanneer de luitenant soms door infame praatjes in de meening was
+gebracht, dat men op een erfenis van Helmonds "edelen pleegvader"
+hoopte, dan kon ze hem verzekeren dat dit een allerliefst misverstand
+was. Men achtte het beneden zich om aan zoo iets te denken, en gevoelde
+zich veel te hoog, en van te edele afkomst, om nog op een handvol
+goud te speculeeren terwijl men, door zelf fortuin te bezitten,
+dat armzalig gepotte geld gelukkig niet noodig had. Zij wil....
+
+Doch zie, daar wordt de deur geopend.--Is het Helmond wel die
+binnentreedt? Eva schrikt. Wat ziet hij bleek. Wat staan zijn oogen
+strak. Misschien is hij naar _De Zonsberg_ geweest, en....
+
+Snel vliegt zij haar August tegemoet, en omhelst en kust hem alsof
+er geen vreemde bij was.
+
+Archibald is mede getroffen door Helmonds voorkomen. Hij steekt hem
+de hand toe en zegt:
+
+"Mijn beste Helmond, ik kan me je smart begrijpen. 't Is hard den
+ouden boom te zien vallen wanneer men als kind onder zijn lommer
+mocht spelen, 't Zal je een droom zijn. Men wist ternauwernood dat
+hij ernstig ziek was: en--nu al _dood_!"
+
+'t Was Helmond alsof een ijzeren vuist hem inwendig samenwrong.
+
+Roerloos stond hij daar en zag den luitenant aan met een blik, waaruit
+deze echter niet las dan een poging om zijn felle smart te bedwingen.
+
+"_Dood!_ Wie meen je? Wat? _Wie_ is dood?"
+
+Eva, hevig ontsteld, bekent met een schaamteblos dat er een misverstand
+is. Mijnheer Hardenborg heeft zeker straks uit haar woorden of houding
+opgemaakt dat de generaal reeds overleden zou zijn. Eva weet niet
+meer wat zij gezegd heeft; maar juist had ze den luitenant beter
+willen inlichten, toen Helmond is binnengekomen. Het spijt haar dat
+zij onwillekeurig mijnheer Hardenborg in een dwaling en Helmond aan
+'t schrikken heeft gebracht. Maar Helmond zelf zou het immers beter
+weten, want, zij kan het hem aanzien dat hij--al te goedaardig--er weer
+is heen geweest, en er waarschijnlijk zeer onaangename oogenblikken
+heeft doorgebracht.
+
+--En ja, Helmond wist het beter.... Althans....? Maar hij moet zich
+nu goedhouden. Ofschoon hij bij 't binnentreden niet op zulk een
+nieuwen schok was voorbereid, hij zal de kracht niet missen om zijn
+gewone kalmte ook nu te bewaren.--Schokken zijn voor Eva in hare
+omstandigheden hoogstgevaarlijk. Zij heeft een teeder gestel.
+
+"Ja, ik schrok ervan Eva; maar gelukkig, ik wist het
+beter.... tenminste....!" En dan, alsof hij zich aan een sombere
+droomerij, waarin hij opnieuw dreigt te vervallen, ontrukken wil:
+"Hoe gaat het op _De Poel_, en--op _Brouwerscate_?"
+
+Archibald zou er bijna toe gekomen zijn om, naar aanleiding van
+die laatste vraag, weer op wat vroolijker toon te beginnen; maar,
+Helmonds krachtige poging om zich goed te houden ontging hem niet.
+
+Er zijn oogenblikken dat een vroolijke toon klinkt als hondengejank te
+midden van een plechtig adagio. Er zullen er altijd zijn die _lachen_,
+maar wie gevoel voor muziek heeft dien snijdt het door de ziel.
+
+Hardenborg herinnert zich nu het doel van zijn komst, en, dewijl hij
+bovendien vernam dat men nog dineeren moest, zou het zeer onbescheiden
+zijn geweest indien hij de echtgenooten langer bleef ophouden.
+
+Met de beste wenschen neemt Archibald afscheid. Alvorens echter de
+kamer te verlaten--hij rekent erop dat Helmond hem zal uitgeleide
+doen--moet hij, tegen zijn zin, de schoone Eva nog een oogenblik tot
+raadsman dienen. Zij zegt hem, dat hij immers wel gaarne zal toestemmen
+dat Helmond zich zelven en ook háár kwaad doet, met zich den loop der
+wereldsche zaken zoo aan te trekken. Hardenborg moet beloven, vast
+beloven, dat hij haar lieven man dikwijls zal komen opzoeken. Men
+kon dan meteen eens over een plannetje spreken, dat ze--als alles
+wèl blijft--gevormd heeft; namelijk, om samen dezen winter partij
+te maken en wekelijks naar Briesborg te gaan als er comedie zou
+zijn. Ze heeft dezen morgen juist in het Romphuizer blaadje gezien,
+dat de troep die er speelde door _aanwinst_ van een nieuw acteur en
+actrice zoo bijzonder zal voldoen.
+
+"Niewaar luitenant," besluit Eva: "een dokter die later uit ambitie
+maar dokteren blijft, ofschoon hij er niet tegen kan--nee, wie zich
+alles zoo aantrekt _kan_ er niet tegen--die dokter moet een contrepoids
+in afleiding zoeken?"
+
+"Wel mogelijk mevrouw;" zegt Archibald: "Maar over dit alles later;
+ik mag u niet ophouden. Bonsoir!" En, met een buiging verlaat hij
+de kamer.
+
+Archibald vond Eva lang zoo schoon niet als bij vroegere
+gelegenheden. Maar, hij verkeert onder een indruk. Nu zal hij zekerheid
+krijgen en zich verruimen meteen:
+
+"Nee nee, eventjes moet je met me in je spreekkamer, mijn brave
+reparateur. Noodzakelijk!"
+
+Helmond volgt. 't Bevreemdt hem niet dat Hardenborg hem iets te
+zeggen heeft. Hij zou zich op dit oogenblik over niets hebben
+verwonderd. Wanneer men hem gezegd had dat hij niet bestond, en
+dat de heele wereld een _niets_ was, hij zou het niet vreemd hebben
+gevonden. Já, de heele wereld een ledig _niets_!
+
+Zie, nu luistert hij toch. Ja zelfs aandachtig. Wat is dat? Fonkelen
+zijn oogen van blijde verrukking; glinstert daar een traan....
+
+"Dat is nu alles wat ik je te zeggen heb," besluit Archibald:
+"Of de som wat grooter of kleiner is, mijn beste vrind, dat doet
+er niet toe. Grootpapa Fontayn heeft indertijd zulke goede zaakjes
+gemaakt, dat men op een enkel briefje van duizend gulden niet
+behoeft te zien. Komaan Helmond, bedenk je geen oogenblik: als ik
+raak heb geslagen dan zal het zoo zijn, en beschouw dan de geheele
+geschiedenis als een herhaalde dankzegging van iemand die blij is dat
+ie nog leeft.--O wat zou mijn engel hebben aangevangen in de wijde
+wereld zonder haar dierbaren luitenant op nonactief!"
+
+Nu 't pak hem van 't hart is ademt Hardenborg weer ruimer.--Had hij
+vroeger zoo iets kunnen vermoeden, goede hemel, hij zou in overleg met
+le bon papa al lang die narigheid uit de wereld hebben geholpen. Maar
+eerst sedert gisteren vernam hij van alle zijden dat de arme vriend
+zoo rondom in de schuld zat. Begrepen! Het teleurgestelde monster,
+dat de zwakke zij der schoone vrouw, ter bereiking van zijn lage
+oogmerk, heeft weten te streelen, nam _toch_ zijn wraak.
+
+--Ha, begrijpt de laffe domoor dan niet dat Archibald Hardenborg
+terstond heeft doorzien van wien het ongeteekend schrijven kwam,
+'twelk men bij de familie Narwal, als waarschuwing tegen den "tot over
+de ooren in de schuld stekenden Helmond", had ontvangen? Moest hij zóó
+woord houden die zwarte blanke, en inweerwil van de ontvangen krasse
+waarschuwing!--'t Besluit was aanstonds in stilte genomen: Als papa zou
+toestemmen, dan reed hij invliegende vaart naar den vriend, om hem, zoo
+'t noodig mocht zijn, carte blanche te geven; en vervolgens naar dien
+"talentvollen acteur" om hem nóg eens te zeggen--maar onbeschrijfelijk
+kort--wáár 't op stond tusschen hem en den tweeden luitenant.
+
+En nu, 't is jammer, _jammer_ dat de fielt geen onwaarheid heeft
+geschreven. De arme Helmond! Maar Goddank, Goddank! dat hij em helpen
+kan.--Archibald krijgt het warm, zeer warm. Hij voelt zich de hand
+vatten, die drukken met vuur, en.... Neen, woorden verneemt hij
+niet. Dat is pijnlijk, verdord! Dat is.... Hij zou geen "schouder
+geweer!" kunnen roepen als 't noodig was.
+
+"Ben je gek Helmond; je drukt me die hand veel te hard. Weet je wat: je
+stopt dus, met wat wissels op onzen Amsterdamschen kassier, de scheuren
+maar heelemaal toe. Met dominees en dokters daar kun je zoo van die
+grappen mee hebben, zei le bon papa: die beste vrinden repareeren je
+van binnen en van buiten zoo goed als voor niemendal.--Kom, ben je
+gek vent; je trekt me de hand uit het lid."
+
+"Archibald, ik ben op dit oogenblik niet instaat...."
+
+"Nee dat hoeft ook volstrekt niet."
+
+"Hardenborg, ik _mag_ en _kan_...."
+
+"_Mogen_ daar denken we niet aan, _kunnen_ da's iets anders; maar om
+'t je wat gemakkelijk te maken, heeft papa alvast een stuk of wat
+van die dingen meegegeven. Zieje, hier. Jij vult van de blanco's de
+cijfers maar in, enz. enz. Aan de achterzij je naam. Nu dat is toch
+zoo'n heksenwerk niet. Tot weerziens; adieu!"
+
+Toen Helmond opzag was hij alleen. De voordeur hoorde hij dichtslaan;
+en, een rijtuig ratelde langs het marktplein voort.
+
+--Heeft hij 't gedroomd!? Toont hem weer een grijnzende sater een
+schotel vol goud? Neen, hier, hier liggen ze.... de bewijzen. Zie
+maar. Hahaha, hahaha!!--Stil, dat lachen klinkt akelig; 't doet hem
+pijn, ja pijn, pijn overal! Maar toch, hij zou nog eens kunnen lachen.
+
+"O God, ik dank u! mijn naam; mijn kind! mijn Eva!"
+
+--Eva,--stil, zij mag niets weten. Als zij 't wist.... en als zij 't
+niet wist.... en als de wind tegen den molen blaast dan jagen de wieken
+elkander als krankzinnigen na, en die vermolmd zijn breken af, en slaan
+neer en verpletteren het huis met alles wat daarin is.--Waar dacht ik
+aan?--Ja, ik ben ziek; ik heb koorts. Maar met een vasten wil kan men
+zich zelf beheerschen. Goddank ik mag weer vrijer ademen. Goddank! nu
+zal alles vereffend worden, en dan.... Wees kalm Helmond; verontrust
+nu je zelf en Eva niet. Zie wat te eten. Zij roept je. Hoor:
+
+"Er is gediend August, kom!"
+
+--Krachtig dan, krachtig!
+
+
+
+Eva zag wel dat August niet heel fiksch was; dat hij bijna niets
+gebruikte, en dat er gedurig een vreemde uitdrukking op zijn gelaat
+kwam, nu eens alsof hij lachte, en dan weer alsof hem de somberste
+denkbeelden door het brein spookten.
+
+--De goede Helmond is al te gevoelig voor een man, denkt Eva: Hij
+gaat er _vreeselijk_ onder gebukt dat die oude heer 't commando gaat
+neerleggen. Enfin, God heeft de wereld geschapen, en den mensch zooals
+hij is. Maar deze beste overgevoelige mensch werd door _mijn_ toedoen
+toch zeker nog meer van streek gebracht dan hij 't reeds was. Die
+voorbarige condoléance van Hardenborg trof hem geweldig. Ja 't was
+_mijn_ schuld. Misschien kalmeer ik dien goeden man nog het best
+door mij voor 't oogenblik maar over mijn grieven heen te zetten;
+'t zal hem hinderen dat ik in 't geheel niet naar dien "dierbaren
+pleegvader" vraag. Welnu dan:
+
+"Was het zoo heel erg met.... den generaal, August?"
+
+"Erg, ja Eva, ja. Maar spreek er niet van. Als ik niet beter wist,
+dan zou ik zeggen dat hij dáár zat, dáár naast je. Ik weet het wel
+beter, maar...." Helmond ziet weer voor zich neer. Hij wist niet
+wat hij zeggen wilde. Hij weet gedurende een paar oogenblikken zelfs
+niet recht waar hij zich bevindt, en wie het is die daar zit.--O ja,
+nu weet hij 't weer, dat is zijn dierbare vrouw, die miskend werd en
+gescholden door een pleegvader, wiens laatste woorden een vervloeking
+zijn geweest over 't hoofd van een pleegkind dat hem altijd eerde
+en liefhad.--_Ellendeling!_
+
+--Wat kijkt hij weer akelig strak, en wat is bij toch bleek; denkt Eva.
+
+Opstaande komt ze hem terzij; zoent hem op het voorhoofd, en zegt
+dan vleiend:
+
+"Moet men zich dat zóó _vreeselijk_ aantrekken! Hou je dan waarlijk
+meer van dien zieke, dan van je Eva, mijn beste man?"
+
+"Nee mijn liefste, zekerlijk niet!" zegt Helmond op kalmen toon.--O,
+die zoete omhelzing deed hem zoo goed. Hij herinnert zich nu weder
+dat hij in hare tegenwoordigheid onder alle omstandigheden kalm moet
+blijven. Eva mag niet vermoeden wat er omgaat in zijn binnenste; welke
+spooksels hem vervolgen, en wat ze hem gedurig al grijnzend toeroepen.
+
+"Dan willen we ons maar altijd vaster aaneensluiten mijn August, en wat
+ons dan ook ontvalle niewaar, twee en één en nog eentje blijven één,
+en voor elkander genoeg.--Maar nu, op mijn beurt ga _ik_ nu eens voor
+dokter spelen. Je bent zenuwachtig en erg vermoeid, en daarom heb je
+weinig gegeten. Als je nu langer opblijft, dan zul je ziek worden,
+en dat wou ik om geen tien generaa.... ik meen voor geen geld van de
+wereld. Kom mijn beste; zie me nu eens even wat vroolijker aan.--Zóó
+ja,--dat gaat nog al. Zwaarmutserij daar doen we niet meer aan; is
+'t wel mijn lieve August?--Hé, wat komt daar uit dien zak gluren?
+
+Het hoofd terzij houdend, en het papier uit den borstzak van zijn jas
+een weinig naar boven schuivend, leest ze luide het gedeelte van den
+wissel, 't welk nu te voorschijn is gekomen; en dan, dreigend met
+den vinger:
+
+"Ondeugd! Evertje Zwaarmuts!! Nu moet het er één weer wagen om me
+met zotte babbelpraatjes aan boord te komen! Over jou, over mijn
+royalen man!--Kom, van avond geen vertoogjes meer! Gauw tot rust
+komen mijn lieve; en morgen dan hooren we dat die generaal weer voor
+zes jaren geteekend heeft. Want--onkruid vergaat niet;" voegt ze
+er onhoorbaar bij. En weder luide: "En dan ben jij een heel ander,
+een uitgerust kereltje; en dan heb ik je een heeleboel te vertellen;
+van iets fataals dat me van avond letterlijk een oogenblik van streek
+bracht, maar dat we vinden zullen, ook in 't belang van ons schatje,
+al moet het wezen á force d'argent. Nee nee, geen muizenesten meer! We
+bepalen dan, bij een helder zonneschijntje, den dag waarop we onze
+equipage gaan halen--met den trein er naar toe, welzeker--en spreken
+te Briesborg meteen over de plaatsen in de comedie;--natuurlijk als
+mijnheer Alexander V. B. weer inhuurt, natuurlijk!"
+
+'t Was Helmond bij den woordenstroom van Eva alsof er op zijn
+gloeiend voorhoofd heete droppelen vielen. Hij weet niet wat hij
+gehoord heeft....--O ja: _ons schatje_, heeft ze gezegd. Ha! ons
+schatje! Groote God, is hij toch niet zalig in dezen stond! Zijn
+gansche wereld van liefde en heil rust aan zijn hart. Eva streelt
+hem de wang; zij zoent hem op dat moede hoofd; zij dringt hem om nu
+te gaan slapen; over niets zal ze meer spreken; geen muisje zal zich
+bewegen in huis; en, zacht den eersten regel van een wiegelied zingend,
+dwingt ze hem op te staan terwijl ze alvast met haar fijne vingers
+hem den halsboord losknoopt, want, ze meent te hebben bespeurd dat
+de drukking ervan hem zooeven benauwde.
+
+
+
+
+
+
+
+NEGEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Buiten sloeg de torenklok acht.
+
+Ofschoon gestadig ten prooi aan de akeligste droomen, heeft Helmond
+bijna een kwartier geslapen.
+
+Nu komt hij eensklaps overeind in zijn leger, opent ijlings de
+ledikantgordijnen, en staart naar het donker onder Eva's prachtige
+linnenkast. Ja zie maar, daar steekt een voet onder uit; daar ligt
+de kerel; hij houdt zich schuil; hij heeft zich daar verborgen om
+hem zoo aanstonds wanneer hij weer slapen zal, te overrompelen.
+
+"Wie is daar! Wie!?"
+
+Er komt geen antwoord. Toch--daar wordt gezucht. Hoor, men gromt en
+zucht geweldig....
+
+"Wie, wie is daar, _wie_!?" roept Helmond weder. Met beide handen
+bedekt hij nu zijn gelaat.--Neen, daar was niemand. Het zuchten en
+grommen is het geraas van den wind in den schoorsteen.--Hij roept:
+
+"Eva!"
+
+Zij komt niet.--Eva zal nog beneden zijn.--Indien zij 'twist dat men
+hem zoekt; indien ze vermoeden kon dat men het huis omsingelt! Hoor
+maar, de sabels rinkelen;--men fluistert....
+
+--O God, als men Eva dan ook....
+
+Helmond is het bed uitgevlogen. In weinige seconden heeft hij zich
+aangekleed, gedurig starend naar het donker onder Eva's linnenkast.
+
+--Wat doet hij? Opstaan, waarom? Nu weet hij het weer. Hij moet naar
+_De Zonsberg_; geen oogenblik mag hij wachten; misschien heeft de
+oude man reeds een poeder gebruikt, en ligt hij zieltogend neer.--Aan
+Jacoba zal hij het zeggen. De lijder moet een tegengif hebben?--Spoed
+Helmond, eer het te laat is!
+
+IJlings, met het blakerlicht in de hand den corridor betredend,
+ontstelt de dokter hevig. Een lange gedaante trad de deur van zijn
+kamer uit. Is het een spookse?
+
+"Bus, ben jij het?"
+
+Bus, nog meer dan zijn meester ontsteld, slaat de oogen neer, en
+antwoordt met trillende stem: "Jawel dokter."
+
+Helmond keert tot zijn volle bewustzijn terug:
+
+"Wat dee je in mijn kamer?"
+
+De arme lange Bus geeft stotterend maar naar waarheid verslag van
+'tgeen hij er deed: Sinds den morgen na de partij bij mijnheer
+Debecque--toen hij dokters rok had schoongemaakt--heeft hij geen
+rustig uur meer gehad. Och de verzoeking was zoo groot geweest. In
+den linker-achterrokzak had hij zoo heel toevallig twee banknoten
+van honderd gulden in een couvert gevonden. Och en als men dan
+zooveel rijkdom ziet, en mevrouw dan zelve aan den kleermaker zegt
+dat het geld er niet op aankwam als de livrei maar mooi was; ja,
+als men dan een arme moeder en twee zusters zoo mager als palingen
+had, niewaar....? Och, maar God was zijn getuige hoe hij gestreden,
+en het niet gewaagd heeft om er een cent van uit te geven. Goddank,
+toen hij van morgen bij het trouwen van Huibert en Geurtje, dominee
+Hoogerberg zoo roerend hoorde zeggen: "Kinderen, vergeet uw eerste
+gelofte niet", toen--de arme Bus kon haast niet verder spreken--toen
+heeft hij zich voorgenomen om de briefjes stilletjes op dokters kamer
+neer te leggen, en zie, dat had hij nu naar waarheid gedaan.
+
+--Twee banknoten van honderd gulden!--Helmond weet wel dat hij
+droomt. 't Is een droom dat Bus daar voor hem staat; 't is een droom
+dat Archibald hem die wissels op Druter en Comp. heeft gegeven.
+
+....Neen toch niet, zie, de wissels steken nog hier in den jaszak.
+
+"Waar heb je dat geld dan gelaten Bus?"
+
+"'t Ligt op m'nheers schrijftafel."
+
+Helmond gaat haastig zijn kamer in: "Wacht daar."--
+
+--Ja zie, het is zoo; hier heeft hij de beide banknoten.
+
+Helmond begrijpt niet vanwaar dat geld kwam. Het allerminst denkt hij
+nu aan zijn brief aan Woudberg, waarop hij geen antwoord ontving,
+en waarvan, volgens den Romphuizer postdirecteur bezwaarlijk
+iets terecht zou komen. 't Was, volgens dien laatste, zeer wel
+mogelijk geweest dat dokters dienstbode op dien morgen een brief
+naar Amsterdam _gefrankeerd_ heeft, maar zeer zeker had zij er geen
+laten _aanteekenen_.
+
+Op dit oogenblik herinnert Helmond zich echter niets van dat
+alles. Zooals reeds meermalen in de laatste dagen had hij nu een
+grooten draaienden cirkel voor oogen; en in dien cirkel wierpen zich
+de negen cijfers; en slingerend vereenigden ze zich, en vormden, in
+'t ronde en lange, grillige figuren en onnoembare getallen, terwijl
+dan eensklaps dat alles tezamen smolt tot een bloedroode nul, een
+_niets_, sissend en sarrend als een uitdruilend vuurrad.
+
+Wàt zijn duizenden! Wat zijn tweehonderd gulden! Helmond weet het
+niet.--Maar hier die wissels, die duizenden, roepen ze hem niet toe:
+We zijn een aalmoes!?
+
+--Dwaze man! ijdele lichtzinnige vrouw!
+
+--Ha, wie durft _haar_ beschimpen? Niemand is schuldig dan hij. Hoor,
+hoor:
+
+"_Als een kind grijpt naar de vlam eener kaars, dan trekt men dat
+kind terug; denk daaraan, en heb haar lief._"--Wie heeft dat gezegd?
+
+Helmond schrikt achteruit.--Die het gezegd heeft, ligt hij daar
+niet te worstelen met den dood? Neen, dat is verbeelding. Maar toch,
+_als het te laat was_! Spoed dan, spoed!
+
+"Riept u dokter?" zegt Bus om den hoek der deur.
+
+Helmond ziet den man eenige oogenblikken met verwondering aan, en
+zegt dan snel:
+
+"Ja, je vliegt naar _De Arend_, en laat de vigilante inspannen. Binnen
+vijf minuten zal ik daar zijn; maar," hij ziet geheimzinnig rond:
+"aan niemand in huis er een woord van zeggen! Je begrijpt wel waarom:
+Ik moet naar _De Zonsberg_."
+
+Bus beschouwt zijn meester met bekommering. Hij deed zoo vreemd; hij
+sprak zoo gejaagd.--O, 't was zeker, ofschoon die oude generaal hem in
+den laatsten tijd niet best moest behandeld hebben, zijn edele natuur
+streed er toch mee dat hij nu waarschijnlijk ging afreizen. Ach ja,
+die brave dokter, wat was hij goed, geen enkel hard woord over dat
+geld komt er zelfs over zijn lippen.
+
+Lange Bus treedt zijn meester nu zeer nabij; vat zijn hand, en met
+een traan in de oogen zegt hij: "God zal je zegenen dokter, en je
+behouden wat je lief is. Zie, als de baas van de pannenfabriek me nou
+weer durft zeggen dat jij dokter, op het geld van den ouden generaal
+loert, dan, zoo waarachtig als ik Bus heet, dan sla ik hem met een
+van z'n eigen pannen de hersenpan in.--Ja ja dokter, ik vlieg!"
+
+
+
+'t Was Helmond gedurende eenige minuten alsof hij een zeereis maakte;
+hij voelde het slingeren van 't schip, en 't was hem alsof hij door
+het blinkend want, in een tintelend blauw staarde.--Hij weet niet
+meer hoe hij op dat denkbeeld kwam. Hoor! Wie zegt daar: "dat hij
+een bedelaar is, 't geraamte van een edel mensch!"
+
+--Neen, dat is gelogen. Een Helmond wordt geen bedelaar. Welke
+démon heeft hem er dan toegebracht om zijn hand voor een aalmoes te
+openen? Hoe kon hij zich zóó vergeten!
+
+In een oogenblik heeft Helmond, met tamelijk vaste hand, de wissels
+die hij van Hardenborg ontving in een groot couvert gedaan, en bij
+het adres: "Aan Archibald Hardenborg," de woorden gevoegd: "In dank
+terug van Helmond."
+
+Dan--ja, hij weet net nu weer.... dat schip!... Nu schrijft bij:
+
+
+ "Eva, ik heb je bedrogen: wij zijn arm! Een som van hoeveel
+ duizenden guldens, ik weet het niet, is mijn schuld. Toch
+ zijn wij rijk! Aan gene zij van den Oceaan zal mijn kracht
+ herleven.--Bij duizenden zal ik ze redden van de gele koorts,
+ al moest ik tienduizendmaal het slachtoffer ervan worden. Neen,
+ jij zult niet zingen in 't publiek; _alleen_ wil ik werken
+ en slaven en zwoegen, omdat ik niet langer zwak en ellendig
+ wil zijn. Maar jij Eva, je zult er het brood kneden, en het
+ bakken in den oven, en het maal bereiden. En dan zul jij,
+ voor mij alleen verstaanbaar, zingen: "Brengt Peter met
+ een kus aan jou...." Je kent het verder. En--dan vervloekt
+ hij mij niet meer. En in 't eind bevrachten wij datzelfde
+ schip, en zenden onzen jongen--je weet wel--naar die oude
+ schuldeischers, en naar den grijzen man die mij vervloekte,
+ en ze zullen zeggen: Hij was dood en is levend geworden,
+ _Nee_ hij was toch waarachtig geen zwak en ellendig man.
+
+ "Vaarwel! Je eeuwig liefhebbende:
+
+ August."
+
+
+--Wat is dat? Wie komen daar?
+
+Angstig ziet de arme koortslijder naar den donkersten hoek van het
+groote vertrek.--Bedriegt hij zich niet?.... Men is daar bezig met boer
+Dirksen te begraven. En zie, het lijk richt zich eensklaps overeind,
+en terwijl het hem verachtelijk aanziet, wijst het op hém--Nu zinkt
+het lijk achterover.--En daar, meer van nabij, daar ziet hij een
+doodsbleeke vrouw. Ja hij kent haar wel, 't is de vrouw van den
+kuiper Sturk. Zij slaapt--den eeuwigen slaap. Zie, ook zij richt
+zich op, en.... Neen, Goddank, Goddank! zij stapt van het leger
+af; zij lacht hem vriendelijk toe; zij groet hem nog met de hand
+en.... verdwijnt in de diepe duisternis.--Ja zie, daar roert alweder
+iets van verre.--Men schreeuwt--O God! aan _dien man_ heeft hij in een
+paar jaren niet gedacht.... dat is die oude pleegvader. Zie, men heeft
+zijn lichaam geopend; men onderzoekt zijn ingewanden; zie maar en al
+de koppen van Rembrandts Ontleedkundige Les ze staren hem aan alsof ze
+vragen.... "Ben jij de moordenaar....??"--"O mijn God!" roept Helmond
+als in doodsangst nog eens. Aan dien grijsaard heeft hij straks niet
+gedacht. Maar, ja, de kleine lamp met de groene kap brandde boven
+op den lessenaar in de apotheek; en toen.... toen is er een schot
+gevallen.--Maar, hij zal nog niet dood zijn. O als hij dood was! Neen
+_neen_, dat kan niet! Voort dan, voort, naar _De Zonsberg_!
+
+Een oogenblik later slaat Helmond de hand aan den deurknop. Hij zal
+zich uit zijn woning verwijderen zonder dat iemand het bemerkt. Eva
+zou hem weerhouden.--Maar, _hoe_ komt hij erheen? Ha, hij heeft immers
+een rijtuig besteld. Ja hij herinnert het zich: Bus was zooeven hier
+en.... Bus heeft hem tweehonderd gulden gegeven die hij verloren had;
+en dat geld....--O Goddank, dat hij het zich mede herinnert: _Donerie's
+monument_! Dat is de eenige smet; dat geld moet nog aangezuiverd,
+dat moet aanstonds worden afgedaan!
+
+Weinige oogenblikken later heeft Helmond zijn kamer verlaten.
+
+En 't was stil, doodelijk stil in huis.
+
+
+
+Eva zit in de Oranjezaal aan haar keurig bewerkte schrijftafel.
+
+Haar besluit was genomen: Zij schrijft:
+
+
+ "Aan den Weledelgestr. Heer Van Dubbe,
+ Kantonrechter alhier.
+
+ "Weledelgestr. Heer en Vriend!
+
+
+ "De majoor Kartenglimp vordert van mij familiepapieren terug,
+ vermoedelijk op grond dat hij zich eenige moeite gaf om die van
+ elders te doen komen. Een opvatting tegen mijn echtgenoot,
+ aangezien deze hem na het ongeval op onze partij, niet
+ _zelf_ mee naar huis bracht, 'twelk hem echter als gastheer
+ onmogelijk was, heeft den majoor een zoo hostile houding
+ doen aannemen.--Ik wensch daarin volstrekt geen verandering
+ te zien gebracht. Wie mijn echtgenoot beleedigt door hem
+ het eens geschonken vertrouwen te ontnemen--hij wordt mij
+ een _individu_!
+
+ "Intusschen wensch ik van UEdelgestr. te vernemen, of
+ ik geen recht heb om papieren, die mij inderdaad werden
+ _aangeboden_--zij het tegen een belooning--als mijn eigendom
+ te beschouwen.
+
+ "Het recht eener familie op haar familiepapieren kan _mijns_
+ inziens niet twijfelachtig zijn.
+
+ "Indien UEdelgestr. mij als rechter en als vriend het bezit
+ der genoemde papieren--liefst zonder openbaarmaking--wildet
+ waarborgen, het zou mij zeer aangenaam wezen. Mocht het
+ noodig zijn daarvoor kosten te maken, dan geef ik u gaarne
+ carte blanche. In de hoop dat gij u in deze zaak voor mij
+ partij zult willen stellen, noem ik mij, enz., enz...."
+
+
+--Goed zoo! denkt Eva met vergenoegden lach: Ik zal je bij de
+rechterlijke macht vóórkomen, monstermensch! En, mocht de zaak op
+den breeden weg moeten, welnu, mijn beste man draagt wissels van
+duizenden in den zak.
+
+En terwijl zij nu den brief sluit, zingt ze--eerst zeer zacht, maar
+al spoedig luider:
+
+
+ "Tra lálala!
+ Tra lálala!
+ Daar komt hij de graaf van Tourloyette,
+ Vite donc, chapeaux bas;
+ Vite donc, placez vous là;
+ Daar komt hij de graaf met zijn jeune eega!"
+
+
+--Chut, chut! schrikt Eva eensklaps van haar eigen zang. Die dwaze
+roulades mochten eens tot boven doordringen en den armen goeden August
+wakker maken. Stil, hij is zoo bedroefd; en, ondanks zich zelve zingt
+ze toch weder, doch nu binnensmonds:
+
+
+ "Tra lálala!
+ Tra lálala!
+ Daar komt hij de graaf van Tourloyette,
+ Vite donc, chapeaux bas;
+ Criez un vif hourah!
+ Daar komt hij de graaf met zijn jeune _Evá_."
+
+
+--Men zou zich kunnen laten inhalen. Ja, waarom niet!
+
+
+
+En Helmond sloop met ingehouden adem door het holle reeds donkere
+voorhuis; en hij hoorde.... haar zingen.
+
+--Ha! zij zingt.--Goed, zij zingt!
+
+
+
+Buiten was de wind koel. Ondanks zijn poging om de deur zeer zachtjes
+toe te trekken.... ontstelt Eva van een plotselingen slag.
+
+Maar, er was niets in het voorhuis. De wind zal een luik hebben
+dichtgeslagen.--Foei, hoe kon een onnoozele speling van den wind haar
+zoo doen ontstellen, foei!--En nu naar den lieven man!
+
+
+ "Tra lálala!
+ Tra lálala!
+ Daar komt hij de graaf van Tourloyette."
+
+
+Eva verdween in de donkere gang.
+
+
+
+Ternauwernood is Helmond buiten gekomen, of een naderend rumoer doet
+hem zijn haastigen tred verkorten.--Wie komen daar? Wat wil men van
+hem....? Neen, in de duisternis bemerkt men hem niet. Hoor:
+
+".... Ze zeggen dat ie al dood is; geweldig om zóó aan z'n eind
+te komen."
+
+"Ga jij naar Biermans, ik loop naar den kantonrechter."
+
+Een benauwde kreet ontsnapt er aan Helmond lippen; maar men hoorde
+hem niet. De wind speelde met den ijzeren ketting van den lepel aan
+de stadspomp.
+
+--O God! daar komen ze! De handboeien houden ze
+gereed. Dood! _dood_! _dood_! _Een lijk_!--Et satan conduit le
+bal.--Voort! vlucht! Ellendige moordenaar, _vlucht_!--En, Helmond
+verdwijnt in de donkere straat.
+
+
+
+
+
+
+VEERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Naar den kant van Briesborg aan de westelijke zij van het stadje,
+wanneer men de laatste boerenhoeve voorbij is, wordt de weg zeer
+eenzaam. De straatweg klimt dan tot aan het zoogenaamde Romphuizer
+Hondsbosch, en gaat er vervolgens met een kleine kromming doorheen. Aan
+gene zij van het bosch ziet men links van den straatweg nog een
+armoedige hut, ofschoon de voerbak die er vóór staat moet aankondigen,
+dat men binnen _Het Roode Zoodje_ toch wel eens "opsteken" kan. Is
+men de hut aan den zoom van het bosch voorbijgegaan, dan heeft men,
+na het kleine tuintje, met zijn luttele kromgegroeide appel- en
+pruimeboomen in 't midden van wat kool en andijvieplanten, niets
+meer te zien dan een eindeloos breede heivlakte. Ter rechter- en
+linkerzij van den straatweg golft die vlakte voort, hier en daar
+slechts afgebroken door een kronkelend karrespoor, of een jachtpaal
+naast een grooten steen met wat braamstruiken, of ginds door een lager
+gelegen waterplas met de duizenden indruksels van schapepootjes er in
+'t ronde, terwijl men recht voor zich uit, op een twintig minuten
+afstands, het zoogenaamde Briesborger Kattenbosch ziet, waarachter
+het stadje Briesborg zich verschuilt.
+
+
+
+Sinds de mist tegen den avond was opgetrokken, hebben er zich in 't
+Noordwesten zwarte legermachten saamgepakt. Straks zullen ze zich in
+beweging stellen; legioen voor legioen. Ze zijn reeds in aantocht. Ha,
+ze zullen vrij spel hebben dezen nacht. Over de breede hei gaat het
+onverlet op woud en steden los.
+
+Trompetters vooruit! Den aanval geblazen!
+
+
+
+Dat was een schrikkelijke bui!
+
+Grauwe Toon uit _Het Roode Zoodje_ zette het geweer, 'twelk
+hij oppoetste, in een hoek, en keek naar de vuurplaat waarop de
+hagelsteenen, zoo groot als erwten en bikkels, kletterend neervielen
+om straks te sissen in 't vuur onder den pot met kokende aardappels.
+
+Met een ruwen vloek zei grauwe Toon, dat Onzelieveheers hagel lang
+zoo best niet was als de zijne.
+
+De vrouw, die naar de aardappels kwam zien, lachte om de "geestigheid"
+van Toon, en zei te vreezen dat het morgen met dat ruwe weer een
+slechte dag voor de jacht zou worden. En dan, eensklaps opziende:
+
+"Ik hoor wat! Ze kloppen aan 't raam. Smijt die hazen en hoenders in
+'t hok."
+
+Grauwe Toon nam een zestal hazen en eenige patrijzen van den grond
+en wierp ze in 't aangewezen hok.
+
+"'t Zal Jaap zelf zijn om het zootje van vandaag," zegt hij: "misschien
+is 't buiten zoo donker dat hij de deur niet kan vinden."
+
+Een vreeselijke stormwind joeg naar binnen toen de man de deur opende
+om eens even te gaan zien.
+
+"Is daar iemand?" schreeuwde Toon naar buiten in de richting van
+het raam.
+
+Twee mannen kwamen al spoedig den hoek der hut om.
+
+Zelfs toen ze binnentraden zagen Toon en z'n vrouw niet wie het waren;
+de wind had de lamp uitgedoofd. Toen de deur gesloten was en de lamp
+weer brandde, vroeg de man op wat minder ruwen toon dan hij gewoonlijk
+sprak, wat menheer verlangde, want, ofschoon de menheer er niet erg
+voornaam uitzag, hij had een knecht in livrei bij zich. Die vreemden
+kwamen Toon wel bekend voor, maar thuisbrengen kon hij ze niet.
+
+--Ah! nu is hij er achter. En Toon en zijn vrouw geneerden zich niet,
+ze schaterden van 't lachen:
+
+"Ben jij Bus, de lange pijp drop! O lieve heer, in een apen-
+en hondenrok! Goeje hemel!" Toon hield zich den buik vast van 't
+lachen. Het wijf meende te bezwijken, want zie, een pand van die
+livrei-jas hing als een flard naar beneden.
+
+Bus wreef aan z'n langen neus; de hagelsteenen hadden hem ouwerwets
+geraakt; 't water droop hem van 't lijf, en hij rilde van kou. Toen
+hij nu dat lachen hoorde, en zag dat het wijf naar het pand van zijn
+jas wees, keek hij over den schouder naar beneden en nam het afhangende
+flard onder den arm.
+
+"Ah zoo" zegt Toon nog lachend: "ben jij Van Hake, de winkelknecht
+van dien knoeier!"
+
+Bus wist niet wat hij wringen zou, en wrong aan het flard van zijn
+livrei-jas.
+
+Thomas Van Hake trilt over zijn gansche lichaam; doch, hij houdt zich
+in; hij begreep dat het parels voor de zwijnen zouden zijn om hier
+Helmonds eer te gaan verdedigen.
+
+"Ik vraag je Toon, of je ons helpen wilt om den dokter te zoeken? _Je_
+kent de wegen in 't bosch."
+
+"Hêt z'n mooie zoetelief 'em de deur uitgeschopt? Wel, óf ze gelijk
+had; zoo'n domme kinkel! Als ie geen centen had en toch en gebraaien
+haan wou uithangen, waarom dan niet dien ouwen lands-palfrenier van
+_De Zonsberg_ goejen nacht gezeid! Nou, alsof jelui er niet _alle
+dagen_ eenigen voor grof geld naar de eeuwigheid helpt! Als _ik_
+het een schraal konijn doe, dan roepen ze moord en brand; maar zoo'n
+stommen dokter, sakkerhelp! dien laten ze z'n gang maar gaan!"
+
+Van Hakes oogen fonkelden. In een oogenblik was hij nabij den haard,
+waar Toon straks zijn jachtgeweer heeft neergezet. Hij grijpt het;
+neemt het met beide handen bij den loop; en dan, de kolf omhoogheffend,
+roept hij in woede:
+
+"Schelm! trek je woorden in, of in je eigen nest verpletter ik je
+den grauwen kop!"
+
+Bus liet het pand van zijn jas los en greep naar een stoel.--Toons
+vrouw gilde weer van 't lachen. De strooper keek vergenoegd. Met zijn
+kolossale hand vatte hij het jachtgeweer bij de kolf, en--slechts
+een kleine draai was voldoende om het Thomas uit de hand te wringen.
+
+"Waarachtig, jij bevalt me!" grinnikt Toon: "Nou zie ik dat je pit in
+je ziel hebt, aldat je een pil bent en verkleumd van de kou. Griet,
+lach niet meer en tap drie borrels klare. De lange heer met z'n
+bedorven goud op 't lijf is er goed voor.--Ei zeg, en wàt wou je
+dan nou?"
+
+Toon van _Het Roode Zoodje_ zal niet alles vernemen. De vreeselijke
+vermoedens die Thomas koesterde, ofschoon hij ze gedurig met
+kracht van zich afstiet, ze zullen hem niet over de lippen. Zelfs
+Bus,--ofschoon hij de aanleidende oorzaak is dat men den dokter zoekt
+op te sporen,--hij zal niet vernemen wat Thomas vreest ofschoon hij 't
+zelf niet gelooven kan.--Bus weet dat dokter zonderling had gepraat,
+precies als iemand die.... in de war is. De vigilante, die hij op
+dokters bevel heeft moeten bestellen, had volgens order aan den stal
+gewacht; vijf--tien--twintig--dertig minuten; en, toen is men naar 't
+doktershuis gereden. Nadat men daar een oogenblik was vóór geweest,
+is Kaatje komen aanhollen met de boodschap, dat ze mevrouw met een
+papier in de hand, stijf van haar zelve op menheers kamer gevonden
+heeft, en de dokter was dan ook nergens te zien, ofschoon hij een
+half uur geleden naar bed was gegaan.
+
+Vliegend is men toen naar Van Hake gereden. De provisor was daarop
+ijlings met zijn moeder naar het doktershuis gegaan, en heeft Bus met
+de vigilante naar _De Zonsberg_ gezonden om te zien of dokter dáár
+soms wezen mocht.--Doch tevergeefs. Een half uur later zat Thom in
+de vigilante, en Bus naast Jozef uit _De Arend_ op den bok, om dokter
+Helmond zoo mogelijk in de richting van Briesborg te vinden. Op raad
+van mevrouw Van Hake, zou men aan het onderzoek de minstmogelijke
+ruchtbaarheid geven. Men kon immers zeggen niet zeker te weten welken
+patiënt de dokter nog buitenaf heeft moeten bezoeken, en dat men hem
+nu een vigilante zond, omdat het weer zoo guur was geworden. Alvorens
+naar den kant van Briesborg te rijden, was Thomas haastig naar het
+station gegaan, teneinde, zonder rechtstreeks te vragen, er zich te
+vergewissen of Helmond niet misschien met den trein--omstreeks een
+kwartier geleden--vertrokken was. Nadat hij daar bemerken mocht dat
+men den dokter in 't geheel niet gezien had, werd hij al spoedig
+overtuigd dat Helmond zich werkelijk in de richting van Briesborg
+op weg had begeven. Op zijn terugweg, nog even vóór de Zijperbrug,
+heeft hij Hanna van _De Schebbelaar_ aan den arm van naar vrijer
+ontmoet. Ach, Hanna had het heel naar gevonden dat dokter in den
+laten avond, met dat slechte weer, nog zoo ver weg naar een zieke
+moest. Ja, een minuut of tien geleden was zij hem tegengekomen, en
+ofschoon dokter erge haast scheen te hebben, hij had háár en Evert
+toch ieder nog een hand gegeven en vast beloofd dat hij tegen 't
+voorjaar op hun bruiloft zou komen: "Zoo'n best en zoo'n nederig man!"
+
+Weinige oogenblikken nadat Toon uit _Het Roode Zoodje_ zijn vraag
+heeft gedaan weet hij in hoofdzaak, wat het geval en waar het
+om te doen is. Dokter Helmond, die ziek te bed had gelegen, was,
+waarschijnlijk in een ijlende koorts, opgestaan, en zonder dat iemand
+het bemerkte, dezen weg opgeloopen. Zoo spoedig mogelijk is men hem
+met de vigilante nagereden. Op een paar honderd schreden afstands
+van hier, heeft men--nog even vóór dien geweldigen hagelslag--ondanks
+de duisternis in 't bosch, een persoon gezien die, bij het vernemen
+van een naderend rijtuig ijlings ter linkerzijde van den weg het
+bosch was ingegaan. Bus heeft het voor zeker gehouden dat het de
+dokter geweest is--"precies zoo'n figuur".--Aanstonds hebben Van
+Hake en Bus toen het rijtuig verlaten, en den meester en vriend bij
+zijn naam geroepen zoo hard als ze konden; maar, die vreeselijke bui
+heeft gewis hun schreeuwen overstemd. Door struiken en bramen heen,
+hadden ze zich een weg gebaand, en ondanks de duisternis, getracht
+den zieken man te ontdekken; doch, toen ze eindelijk met gehavende
+kleeren hier aan den zoom van het boschje zijn gekomen, toen waren
+ze bitter teleurgesteld; ze hadden niets gevonden, en zoover als hun
+oog over de hei nog reikte, ook niets bespeurd wat op een menschelijk
+wezen geleek. Ze hebben hier aangeklopt in de hoop dat Toon, die met
+de kleinste paadjes in het bosch en op de hei bekend was, hen tegen
+een goede belooning zou willen behulpzaam zijn, en in alle geval een
+lantaarn leenen, waaraan men in het bosch de grootste behoefte had.
+
+
+
+De zwarte wolken-kolonne, die met vliegende vaandels en donderend
+gekletter is voorbijgegaan, laat een oogenblik het laatste kwartier
+der maan in het hagelijs blinken, 'twelk hier en ginds de wijde
+heivlakte bedekt.
+
+Angstig omziende naar het donkere bosch waarin men "om een moordenaar
+te vatten van alle zijden is binnengedrongen," daalt Helmond, terwijl
+hij zich een weg door struik- en braamgewas baant, een kleine helling
+af, en spoedt zich nu voort op de breede hei. Het vluchtige licht
+der maan wijst hem een zandweg.--Dien moet hij kiezen, want als hij
+een anderen weg neemt dan verdwaalt hij in 't duister en overrompelt
+men hem. O, indien hij maar wist dat ze hem ineens zouden treffen
+in 't hart, ja, dan zou hij wel terug willen keeren naar dat bosch,
+waarin ze hem schreeuwend opjaagden als een wild dier. Maar dat doen
+ze niet: Ze leggen hem handboeien aan, en dan bouwen ze een schavot,
+en dan.... Hu! wat is dat? Welk een vurig oog flikkert daar achter
+hem over de hei? O God, het schiet bliksemende stralen uit! Dat is het
+oog van de slang uit het paradijs; en, drie zwarte wezens verspreiden
+zich.--Voort dan, voort!
+
+
+
+Buiten de deur der hut op een kleine verhevenheid gekomen, heeft Toon
+de lantaarn in de hoogte gehouden en, over de donkere hei ziende,
+beweerd, dat hij niets kon ontdekken; maar ook, dat de dokter, als
+hij met z'n zieke lichaam het bosch was ingegaan, er nóg wel wezen zou.
+
+Van Hake meende echter heel in de verte iets zwarts te hebben gezien.
+
+"Ik zeg je van nee!" beweerde Toon: "hij zit in het bosch."
+
+"En ik wil zekerheid hebben!" riep Van Hake, en greep den forschen
+man, die daarop niet voorbedacht was, de lantaarn uit de hand,
+en spoedde zich voort in de richting waar hij meende dat zich iets
+zwarts had bewogen.
+
+"Jammer dat die kerel 'en pil is!" grinnikte Toon: "Vooruit dan lange
+livrei-dragonder!" en hij gaf Bus een slag op den schouder zoodat
+deze hevig schrok, en nog minder plezier in den tocht had dan straks
+toen hij met den provisor alleen was.
+
+"Wat 'en lucht komt er weer opzetten;" zei Bus, die nog maar half
+van den schrik was bekomen. En dan, dan ziet hij in de richting van
+den straatweg, waar Jozef zeker nog op dezelfde plaats in 't bosch
+met de vigilante zal wachten.--Toen hij straks op dien bok zat, ja
+toen was hij niemendal bang; maar nu!--Die Toon moest bovendien een
+slechte vent wezen. Er liep een verhaal dat hier eens een weggevluchte
+juffrouw uit Briesborg zou verdwenen zijn--spoorloos.--Lieve hemel! En
+menheer van Hake rende daar de hei op, alsof er geen eenzaamheid en
+geen nacht en geen gevaar in de wereld was.
+
+"Ben jij bang?" roept Toon die Bus ziet achterblijven.
+
+"Bang! nee nee, volstrekt niet." Maar, Bus was _dubbel_ bang, én voor
+zich zelf, én voor zijn goeden meester.
+
+Een vreeselijk wolkenheer heeft nogmaals hemel en aarde in een nacht
+gehuld, zwarter dan het gesloten graf. Met woedend stormgeloei rukte
+het tweede legioen aan, en spelt dood en vernietiging aan 't rijk van
+den zomer.--Een ontzettende hagelslag snort door de lucht en rakkelt
+op de hei, en doet het haas en konijn opschrikken en de lepels spitsen
+in hun onderaardsche legers.
+
+Geen mensch is instaat om tegen zulk een gezweepten steenregen het
+hoofd en den schouder te zetten. Toon zegt dat het tempeest hem de baas
+zou worden; maar niemand hoort hem, want Bus, die het afgescheurde
+flard nu boven zijn hoofd houdt, bevindt zich reeds op den terugweg
+in de richting van de hut, en--Van Hakes licht flikkert een gansch
+eind verder al flauwer en flauwer.... zie, nú is het uit.
+
+"Is daar iemand?" schreeuwt Thomas met geweld, want hij meent op
+korten afstand iets zwarts te zien bewegen, en 't is hem toch bijna
+onmogelijk om tegen dien hagelslag in, nog verder te gaan of zich
+naar eisch te doen hooren.
+
+Een geweldig groote hagelsteen sloeg juist op dat oogenblik een der
+lantaarnruiten aan stuk, en het flikkerende licht was aanstonds
+uitgedoofd.--Thom aarzelt. Nu roept hij weder; maar krijgt geen
+antwoord. Toch wil hij weten of hij zich vergiste. Zóó vóórtgaan kan
+hij echter niet. IJlings trekt hij de jas uit en bedekt er het hoofd
+en ten deele het aangezicht mee.
+
+Ach, hoe bitter moest Thoms teleurstelling wezen: Reeds meende hij
+zich zeker van zijn zaak, toen de zwarte massa, die hij nu werkelijk
+genaderd was, hem op zeer laconischen toon ten antwoord gaf: dat ie
+zich vergiste als ie meende dat hier 'en dokter Helmond was. Hij
+was niks meer als Jochem van den boer van 't Kraaiennest achter
+Briesborg. Met den mist die 's-middags gevallen was, had hij een jong
+schaap verloren, en, nu hij "den rakker" hier juist bezijden den plas
+achter het opschot van wat struikhout heeft teruggevonden, nu wilde
+hij liefst zoo gauw mogelijk naar huis, "want," zoo besloot hij: "Onze
+Lieve Heer zal van nacht den duuvel 'en strop um den hals hoalen!"
+
+Blê, riep het schaap, Mêêê! En de man voor Thomas onverstaanbaar:
+"Stil stil kleine rakker; 'k zal oe kriegen a'j wéér wegloopen durft!"
+
+En naarmate de slang met het bliksemend oog--het schijnsel van Thoms
+lantaarn--den armen Helmond straks al sterker achtervolgde, ja een paar
+malen schier op geen honderd schreden afstands was nabijgekomen, klom
+zijn geestverwarring tot den hoogsten trap: 't Was Satan zelf die hem
+achtervolgde, en God steenigde hem.--Met een nauwelijks hoorbaren kreet
+is hij neergezegen op den killen, met hagelijs overdekten grond. Toen
+viel er een nacht, een korte maar misschien een weldadige nacht over
+dien vermoeiden geest.
+
+De tweede bui, die de hevigste van dien avond zou wezen, was voorbij.
+
+Het laatste kwartier gluurde weer vluchtig naar beneden, en spiegelde
+zich even in den kleinen plas, die straks geschuimd heeft terwijl
+het noodweer hem zweepte en voedde.
+
+En niet verre van daar toont ook somwijlen het maanlicht de plek,
+waar het bleek gelaat van een slapende de hagelsteenen, die hem ten
+hoofdkussen strekken, langzaam smelten doet.
+
+.... Hoor, daar schreit een kind. Neen, het lacht en zie, nu speelt
+het met een blatend schaap.--Eva in een paars katoenen kleed, komt
+daar de voordeur van het huis aan den wal uit; en ze ziet naar het
+smalle perk met rozen; en zij plukt een bloem; en roept het kind, en
+liefkoost en kust hem; en versiert dan het schaapje met de bloem die
+ze plukte. Maar zie, het jongske trekt de roos weer uit den halsband,
+en vliegt er mee naar.... hém; ja naar hém; en kust hem, en trekt
+zijn Ma'tje erbij, en omstrengelt ze beiden, zijn vader en moeder.
+
+En--ginds van verre staat het schaapje en blaat als schreiend: Mê blê,
+mê blê!
+
+
+
+Jochem van 't Kraaiennest was geschrokken.--En "mansmins" voor je voet
+te vinden op de hei, en in den laten avond, daar zou de "trankielste
+z'n eigen over verdoen."--Nochtans, hij bracht dien vond al spoedig
+in verband met de ontmoeting die hij daar straks heeft gehad: 't Was
+zeker de dokter van Romphuizen die verdwaald moest zijn.
+
+Helmond is wakker geworden, maar, hij weet niet waar hij zich bevindt
+en wat er met hem is voorgevallen. En terwijl hij eenige oogenblikken
+later met dien man naar de zij van den straatweg voortgaat, is
+het hem alsof hij zooeven nabij _De Schebbelaar_ van een paard is
+gevallen. Maar ofschoon hij een vreeslijke pijn door al zijn leden
+gevoelt, en bijna niet voort kan,--toch zal hij zich goedhouden;
+immers hij moet een zieke te Briesborg bezoeken, en den zieke zal hij
+dood vinden, evenals boer Dirksen met vergif om het leven gebracht,
+door hém. Stil, niemand mag dat vermoeden, stil!
+
+Weinige oogenblikken later heeft men den dokter op de kleine
+kar geholpen, waarmee een boerenarbeider den schaapherder op den
+straatweg heeft gewacht. En als Helmond er neerzit naast het lam,
+en het voertuig voortboldert over de steenen, dan weet hij niet wat
+er met hem gebeurt.--Is het de aarde die gestadig dreunt, en, ratelt
+de donder zonder ophouden voort?
+
+--En, O God, zie.... het lieve kind speelt daar nog altijd voort
+op de glooiing van den wal met het blanke schaap. Hoor maar, hoor
+hoe het blaat! "Eva, om Godswil," roept Helmond angstig: "neem ons
+jongske weg. Eva, voorzichtig, een slang!.... Eva!"
+
+Jochem de scheper, die naast den boerenarbeider op het voorbankje van
+de stortkar zit, meent dat de dokter iets zegt, en omziende, beweert
+hij dat menheer het maar goed heeft getroffen; op dat stroo "zat ie
+naast den kleinen rakker krek als op moeders schoot. De kar stootte
+wel een beetje maar dat was niets voor de kou. Als het goed was dan
+zou ie menheer te Briesborg, vlak voor de stad, van het karretje
+laten, want zóó op een mestkar mee binnen te rijden dat ging toch
+niet. In alle geval zou ie menheer den raad geven om z'n eigen naar
+Romphuizen met een rijtuig weerom te laten brengen. 'En mins was net as
+'en schoap. 't Gebeurt soms dat ie afdwoalt en 't spoor biester roakt,
+moar--'en scheper weet 'et te vinden."
+
+
+
+
+
+
+
+
+EEN EN VEERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Op het oogenblik dat men Helmond uit de stootende kar hielp, zweepte
+een nieuwe stormbui een slagregen door de Briesborger straten, zoodat
+er nu, in den laten avond, geen levend wezen meer te zien was.
+
+Alleen voor de deur van _De Romein_--het Briesborger logement bij
+uitnemendheid, en bovendien het toevluchtsoord voor wie naar publieke
+genoegens verlangde--zag men nog leven en beweging.
+
+Twee groote reiswagens werden er juist ontladen; de laatste koffers
+of kisten draagt men naar binnen, en de dampende paarden die straks,
+sterk rillend, het tuig deden kletteren, voeren nu de ledige gele
+gevaarten door de groote koetshuispoort onder dak.
+
+Helmond is bij het afstappen van de kar tot eenig zelfbewustzijn
+gekomen. Althans hij beseft de noodzakelijkheid om zich niet langer
+aan dien vreeselijken slagregen te blijven blootstellen. Dat huis aan
+gene zij van de stadspoort is het logement. Ja; maar niemand zal daar
+weten wie hij is: "Want de hagel die hem straks in het aangezicht
+sloeg heeft hem geheel onkenbaar gemaakt."
+
+In de groote gelagkamer van het logement was de kastelein met zijn
+bediende druk bezig, om een aantal gasten te bedienen, die zooeven
+met de groote reiswagens waren aangekomen. De meesten hadden het koud
+en geeuwden.
+
+"Nog al plaatsen genomen kastelein?" vroeg een gezet heer die het
+erg koud scheen te hebben en daarom zijn lange pelsjas nog aanhield.
+
+"Dat houdt niet over menheer Baars. Van middag waren er geloof ik vier
+en twintig; maar, de lijst uit de sociëteitskamer is nog dáár.--Hei
+Piet, ga jij die lijst eens halen."
+
+"Zóó, vier en twintig!" zegt de tooneeldirecteur, en bromt
+iets tusschen de tanden.--"Dat heb je van die kleine plaatsen,"
+herneemt hij: "ze weten niet wat kunst is. Ze motten de poppenkast
+zien. Gisteren te Zutfen had ik het huis stampend vol!"
+
+"'t Kan nog bijspijkeren menheer Baars. Morgen worden de meeste
+plaatsen genomen; en," vervolgt de kastelein nu zachtjes: "voor
+het bericht in het Briesborger weekblaadje is gezorgd. Mijn neef de
+schoolmeester heeft er geen inkt aan gespaard. Je nieuwe sujetten
+heeft ie in de lucht gestoken van belang. 't Zou me niet verwonderen
+dat er morgen zelfs Romphuizers kwamen. Dat volk is zoo arm dat ze
+geen lokaal hebben half zoo groot als het mijne. Als het morgen wat
+beter weer is menheer Baars, dan...."
+
+"Tenminste 't moet heel wat beter worden dan den eersten keer, anders
+zie je me niet weerom. Laatst kon ik er zestig gulden bij toeleggen;
+daar sta je geen kou en ellende voor uit."
+
+"Nee zeker niet;" zegt de kastelein, en dan zachtjes, nadat hij den
+directeur op een bericht in een der groote nieuwsbladen heeft gewezen,
+met een zijdelingsch knipoogje op een man die met een jonge vrouw
+ginds aan een tafeltje koffie en brood zit te nuttigen: "Als _die_
+bijten wou, hê?"
+
+"Trotsche kerel!" bromt de tooneeldirecteur: "Ja, als _die_ bijten
+wou!"--Eensklaps zich omwendend tikt hij den zooeven aangeduiden man
+op den schouder, en zegt terwijl hij hem terzijde wenkt:
+
+"Menheer Philippe, 'en woordje alsjeblieft? Pardon mevrouw, één
+oogenblik maar!"
+
+Philippe staat op; neemt een stoel; zet dien bij het tafeltje, en
+zelf weder plaats nemend, zegt hij: "Ga zitten menheer Baars. Voor
+mijn vrouw heb ik geen geheimen."
+
+"Ja maar, ik wou je even alleen spreken; 't is een delicate vraag."
+
+"Daar wil ik juist dat mijn vrouw van profiteeren zal. Zulke vragen
+komen zelden voor."
+
+"Je toon menheer Philippe, tegenover je directeur is doorgaans
+onvriendelijk. Ik weet niet waaraan ik dat verdien."
+
+"Dat verdien je menheer, omdat je mijn vrouw wilt dwingen in een
+stuk op te treden dat _gemeen_ is. Maar, voor een onmogelijk wulpsch
+individu als Alma in _De Glorie der Boulevards_ zal ze niet spelen!"
+
+"Tututu mijn beste jongen...."
+
+"Ik ben je _jongen_ niet menheer Baars. Ik heet Philippe. Nog eens,
+mijn vrouw zal er _niet_ voor spelen. Neem er juffrouw Lelie voor;
+ze heeft toch bij uw gezelschap den naam van la Puritaine."
+
+"Ik meen menheer Philippe, dat ons contract...."
+
+"Ons contract zal nageleefd worden," valt Philippe in: "maar wanneer
+de directeur ons onmogelijke rollen geeft, rollen waarin men zich
+ten aanschouwe van 't publiek naakt uitkleeden of ophangen moet,
+dan is de acteur die ze aanneemt immoreel of krankzinnig."
+
+"Je overdrijft menheer Philippe. De Alma is een coquette, een...."
+
+"Mijn vrouw speelt die rol _niet_! Dit is nu driemaal gezegd; en ik
+hoop genoeg."
+
+"We zullen zien, we zullen zien menheer! Ik meende dat het een
+compliment was aan de schoonheid van mevrouw Philippe, dat ik in
+overeenstemming met den regisseur, haar een rol gaf waar het publiek
+bepaald plezier in zal hebben."
+
+"Dan is het publiek verachtelijk! Wie een actrice toejuicht, die
+zulk een rol speelt, zou ik in 't gezicht willen slaan, 't Is vreemd
+menheer, dat je als directeur zoo weinig de roeping van het tooneel
+begrijpt."
+
+"Ja beste jong.... menheer Philippe,--wat zal ik je zeggen: we
+moeten dubbeltjes slaan. Enfin, we kunnen er wel zoo'n beetje voor
+zorgen dat je tevreden zult zijn.--Maar à propos--wat ik zeggen wou,
+'t was mijn plan om je appointement te verhoogen."
+
+"Ei!"
+
+"Je ziet ik voorkom je, ofschoon je weer in Zutfen hebt gemerkt hoe
+allemachtig slecht de lui opkomen. Ja menheer je bent een acteur die
+aanmoediging verdient. Ik geef je zeshonderd gulden meer. Ja, jawel;
+maar op één conditie."
+
+"En die is?"
+
+"Zie, dat had ik nu juist liever onder vier oogen met je behandeld
+beste jon...."
+
+"Philippe, laat _mij_ dan even...." zegt de jonge vrouw terwijl
+ze opstaat.
+
+"Wil je liever van _mij_ hooren wat menheer Baars me te vragen
+heeft? Zooals je wilt Virginie.--Nu, wát is de zaak directeur? Als
+je zacht spreekt dan zijn we hier onder vier oogen."
+
+"Je bent een man van karakter menheer, ja waarachtig, dat heb
+ik dadelijk gezegd. Zonder karakter is de kunst niemendal, zonder
+karakter is een talent mij geen knip voor den neus waard."
+
+"De zaak menheer Baars?"
+
+"Welnu, de zaak: een man van karakter schuilt niet achter een
+pseudoniem. Dat doe _jij_ beste jongen, ja waarachtig, jij schuilt
+achter een pseudoniem, dat weet je bl...... goed. Wil _ik_ je wat
+zeggen: als je je eigen naam op de affiches laat zetten, dan geef ik
+je zes--ziedaar dan geef ik je samen _achthonderd_ gulden meer."
+
+"Mijn naam _is_ Philippe."
+
+"Jawel juist, zooals mijn naam Leonard is, maar het _Baars_ erbij
+doet de deur toe. Je naam is _Helmond_; ik weet het; ik wist het al
+lang. Je moet dat geen liegen heeten mijnheer!"
+
+"Wie zegt je dat ik dat liegen heet: Liegen is laag. Ik verzoek je
+zoo iets niet te herhalen."
+
+"Maar één ding is toch zeker, óf je schaamt je je naam, óf je schaamt
+je je betrekking menheer Philippe. Het eerste kan niet waar zijn, dat
+weet ik. U hebt evenals _ik_, heel wat grootheid in de familie. Maar
+wat duivel, ik en een ander we komen voor onze namen uit. Ik zeg:
+_Baars_! 't Gezelschap van _Baars_ en _Kogel_, wáárom niet!"
+
+"Een geslachtsnaam is geen particulier eigendom;" antwoordt Philippe.
+
+"Maar men is toch vrij om zijn naam te noemen waar men wil."
+
+"Wie zijn naam onteert, schandvlekt een heele famile."
+
+"Schandvlekken!" zegt Baars heftig. En dan weer kalmer: "Maar nee, ik
+wil geen ruzie met je maken. Je hebt je rollen met talent gespeeld;
+en je vr... mevrouw Philippe, speelt lief, jawel, allerliefst. Maar
+als het je dan waarachtig ernst met de kunst is, en je waarlijk
+helpen wilt om ons tooneel te releveeren menheer, waarom onthou je
+ons dan je besten steun, je _naam_! Als de menschen meer en meer
+namen als Baars en Helmond onder de oogen krijgen--van Kogel wil ik
+niet spreken, diens heele paremantatie was figurant--ik zeg, _dán_
+zullen ze begrijpen menheer, dat we van één bloed en nieren zijn. Nu,
+wát zeg je: achthonderd gulden er nog bij; 't Is geen kleintje?"
+
+"Nee ik moet je bedanken, menheer Baars;" zegt de jongere Helmond,
+strak voor zich heen ziende--want inderdaad, achthonderd gulden méér,
+'t zou hem in staat stellen zijn lieve vrouw en zijn kind....
+
+--Maar neen, hij herhaalt op stelligen toon: "Ik dank je. _Ik ben en
+blijf Philippe._"
+
+"Achthonderd gulden!" hengelt de directeur: "Watblief, nog een
+benefiet voor je vrouwtje erbij; een doorloopende vrijkaart voor je
+heele familie! Watblief, doe ik niet meer dan ik kan?"
+
+Philip Helmond ziet den directeur eenige oogenblikken stilzwijgend
+aan.--Een vrijkaart voor zijn heele familie! Ha, kon het anders of
+een sarkastische glimlach moest een oogenblik die lippen plooien?
+
+--Een vrijkaart voor den generaal Van Barneveld!--Nu is 't genoeg:
+
+"Ik waardeer je goeden wil menheer Baars, maar ik moet
+weigeren. Wanneer alleen stukken gespeeld werden zonder _slijk_;
+zonder acties en volzinnen die den man en vooral de vrouw verlagen,
+ja dan zou ik met een dwaas vooroordeel willen breken, en door het
+noemen van mijn naam misschien ook anderen uit mijn stand bewegen om
+ons tooneel te helpen verheffen. Maar nu, nee!"--Eensklaps opstaande,
+gaat hij naar zijn vrouw die, niet ver van de deur bij een kleine tafel
+staat, en de courant inziet, welke er zooeven door den kastelein was
+neergelegd.--Ofschoon het nieuwsblad aan de schoone Virginie weinig
+belangstelling inboezemt, zoo las zij toch, op het oogenblik dat
+Philip haar naderde, met de meeste aandacht.
+
+"Ei, zoozeer in de politiek verdiept?" zegt de jongere Helmond.
+
+"Philip, zie eens hier, zie...."
+
+En hij leest; en een blos overdekt zijn gelaat. Het nieuwsblad
+bevatte het bericht dat Dr. A. Helmond genoemd werd als candidaat
+voor de vaceerende betrekking van hoogleeraar in de medische faculteit
+te L.....
+
+"Hij! hij!!" zegt Philip. En dan: "Ha, dat ontbrak er nog aan!"
+
+Eensklaps bemerkend dat de directeur hem terzij is gekomen, herneemt
+hij, terwijl hij op het bericht wijst en hem streng in de oogen ziet:
+
+"Ha! was het daarom!"
+
+En de directeur zeer kalm:
+
+"Ja, welzeker; dat was tenminste een reden te meer. Dat zou
+waarschijnlijk wat trekken, de _broer van den professor_! Zeg, wat
+dunkt je, zullen we er duizend van maken? Duizend meer, duizend blanke
+guldens boven het tegenwoordige appointement; twee benefieten en drie
+plaatsen vrij voor menheer den professor....?"
+
+"Zwijg, geen woord meer hierover!" zegt Philip met smadenden lach! "Ik
+veracht mijn familie; maar ik wil niet dat ze reden zal hebben om het
+_mij_ te doen. Ik mag haar naam niet blootstellen aan de kans om in
+één adem met: _De Glorie der Boulevards_ te worden genoemd."
+
+"Des te beter," zegt Baars: "als je familie zoo verachtelijk is, welnu
+dan traiter je ze 'tmeest met rondeman voor je naam uit te komen."
+
+Baars vergeet dat hij door het geven van dezen raad, wat al te veel
+laat doorschemeren dat hij met het aanbieden van de vrijkaarten,
+den schijn heeft willen aannemen, alsof hij werkelijk meende dat
+Helmonds familie er zich niet in 't minst aan ergeren zou wanneer
+hij onder zijn waren naam ging optreden.
+
+Helmond beschouwt den directeur met een bliksemend oog:
+
+"Ik veracht mijn familie, ja! maar wien men veracht dien _traitert_
+men niet; men draait hem den rug toe. Bah!"--Philip heeft de daad bij
+het woord gevoegd, en zijn vrouw bij de hand vattend wil hij met haar
+zijn plaats gaan hernemen.
+
+"Wie is dat? Wie staart hem op eenigen afstand van de halfgeopende
+deur, uit het vrij donkere voorhuis zoo onbeweeglijk aan. Is
+dat.... August?--Neen, dat moet verbeelding zijn; natuurlijk;
+dat is....
+
+"Philip! ben jij 'et?" klinkt het fluisterend op bijna angstigen toon.
+
+De jongere Helmond twijfelt niet meer. De hand van Virginie beeft
+in de zijne. Ook zij heeft gezien, en de stem van Philips broeder
+herkend. Ja, ze weet het nu zeker; daar staat de man wiens naam
+men zooeven in het nieuwsblad vermeld vond, en die voor haar man
+een vervloeking is geworden. Daar staat hij de broeder, van wien
+Philip, sinds dien morgen in de Tuinstraat, rechtstreeks niets meer
+vernam; maar die--zooals men verhaalde--in afwachting van mijnheer
+Van Barnevelds dood, zijn praktijk verwaarloost en de ergerlijkste
+schulden maakt, alleen ter wille van een ijdele vrouw, waaraan hij
+zich ter kwader ure verbond.
+
+--Ja, hij was het wel. Ook Philip is er zeker van. Een doodelijk wit
+overdekt zijn gelaat. Maar, nog eer dokter Helmond nu de deur kon
+bereiken, heeft de jongere broeder haar dichtgedaan, en keert hij
+haastig met zijn vrouw naar het straks verlaten tafeltje terug.
+
+
+
+De oudere Helmond--uit den fel gezweepten regen en den droevig donkeren
+October-avond onder een welbekend dak en in "veiligheid" gebracht,
+mocht bij het staren naar dat bekend gelaat de angstige visioenen,
+die hem gedurig voor den geest spookten, voor een oogenblik vergeten.
+
+--Dat was Philip, de redder van zijn leven toen ze nog knapen waren;
+dat was de vurige Philip met zijn snel bruisend bloed; maar ook de
+trouwe, wiens woord een onverbrekelijk zegel was. Daar stond hij,
+hand aan hand met de schoone vrouw, die hem op dien morgen zoo roerend
+heeft gezegd: "Ons kindje slaapt!"
+
+--Stil, stil dan, het kindje slaapt, heeft dokter Helmond onwillekeurig
+_gefluisterd_, waarna hij--om zich te vergewissen dat hij zich niet
+bedroog, den geliefden broeder bij zijn naam riep.
+
+--Maar neen, hij kon het niet zijn. Zie, de deur deed hij dicht.--Als
+het Philip was, dan.....
+
+"Wilt u logeeren menheer?" zegt Piet die voor den patroon de
+komedielijst uit de sociëteit heeft gehaald, en weer in de gang kwam.
+
+"Ja logeeren. Een kamer achteraf waar niemand komt."
+
+"'t Is ook niet vooraan wat er open is menheer. Veel commis-voyageurs
+met 't najaar, en de troep van Baars en Kogel. Ga binnen menheer." Piet
+strekt de hand naar den deurknop uit, maar voelt zich den arm
+weerhouden.--Neen, die heer wilde liefst niet binnengaan, 't Was daar
+zoo vol, maar er was toch iemand dien hij spreken moest, in 't geheim;
+een bleek blond heer--nog jong.
+
+"Philippe....?"
+
+"Ja ja, Philip; ja juist," zegt Helmond met schitterende oogen:
+"maar zeg hem dat ik hem zeer in 't geheim moet spreken. Hij mag er
+niemand iets van zeggen. Niemand verstaje.....
+
+De schenker beschouwt den gast een oogenblik met meer opmerkzaamheid,
+en valt dan uit:
+
+"Sakkerloot, neem me niet kwalijk menheer, heb ik 't plezier dokter
+Helmond uit Romphuizen te zien? Ik kende u warempel zoo gauw niet."
+
+Helmond is op het oogenblik dat Piet hem zoo aanzag en zijn naam
+noemde, angstig een schrede achteruitgegaan.... O God! Als men hem
+herkende. Maar hoor, hoor Goddank!
+
+--Piet zou hem niet verklappen. Piet begreep er alles van.-- Jawel, als
+dokter hier logeeren wil, zonder dat iemand--behalve die één, jawel,
+begrepen--er iets van merkte, dan zou hij hem wel helpen. Achter de
+comediezaal, bij 't koetshuis, daar was nog een net kamertje:
+
+"Kom maar mee dokter," vervolgt de schenker: "ik vat de reden van
+uw komst wel.--'t Is menheer zijn eigen broer niewaar? Compris!--De
+patroon en Baars zijn op één hand; natuurlijk! Maar ik kan me begrijpen
+dat 'et schandaal-maken is.--Ja ik zal wel zorgen dat u hem ongezien
+te spreken krijgt; laat dat maar aan Piet uit _De Romein_ over."
+
+"Zoo, zul jij zorgen dat niemand, _niemand_ me ziet?" zegt Helmond;
+en, gedurig rechts en links turend, volgt hij den schenker die met
+een blaker vooruitgaat, door een zeer lange zijgang, en eindelijk
+na een plaatsje te zijn overgegaan, en nogmaals een smal gangetje te
+hebben doorloopen, in een kleine doch nette kamer.
+
+'t Was gelukkig voor den armen dokter dat de kleinsteedsche
+hotelbediende de zaken, zooals hij dat noemde, "altijd
+zoo juist in hun verband beschouwde." Piet had het aanstonds
+begrepen.--heelemaal! Dokter Helmond uit Romphuizen heeft gehoord dat
+zijn broer--die eigenlijk een gemeen sujet is en z'n zelvers bij Baars
+en Kogel verengageerd heeft--morgen hier zal meespelen. Jawel en nu
+komt hij hem uit naam van de heele familie bewegen om z'n eigen toch
+niet te vergooien. Welzeker, de dokter zal slagen als ie bij z'n broer
+maar over de brug komt; en, Baars zal woedend zijn; maar dat kan Piet
+niet schelen. Piet heeft er eigenlijk een hekel aan dat zijn patroon
+den troep van Baars en Kogel in de _Romein_ neemt. 't Was al van 't
+minste soort; en toch, al die spullen 't gaf een behei en geherrie,
+waardoor 'en mensch altijd uit zijn gewonen doen raakt.
+
+--Enfin, geen haan zal er naar kraaien dat de dokter Van Romphuizen,
+met zulk een doel hier is. Piet moet den directeur geen kans laten
+om dien Philippe door een hooger bod te winnen. Niemand zal tusschen
+beiden komen, en als morgen die voorstelling fout loopt--omdat Philippe
+en z'n vrouw niet meespelen--dán, dan lacht Piet in z'n vuistje, want
+de troep zal dan zeker hier voor het laatst geweest zijn.--Spoed nu,
+men wacht op de lijst. Maar stil, eerst met een lucifer de kleine
+kachel aangestoken, waarin reeds wat spaanders met een vuurmaker
+op de bezielende vonk hebben gewacht. Dokter scheen het zeer koud
+te hebben; zijn kleeren waren erg nat. De dokter was afgevallen;
+althans voordeelig zag hij er niet uit,--Of dokter Helmond ook iets
+gebruiken zou....... een glas warmen grog!?
+
+"Ja ja, dat is goed; maar, noem mijn naam niet; men zal toch hiernaast
+niet kunnen hooren....?"
+
+"Volstrekt niet dokter; geen de minste nood. Als dokter 't verkiest
+dan kan hij vertrekken zoo laat en zoo vroeg als hij wil, door 't
+achterdeurtje naast de concert- en comediezaal. Dit is het zoogenaamde
+cachet-kamertje dokter, 't ligt heel appart."
+
+Eenige oogenblikken later is Piet in de algemeene logementkamer
+teruggekeerd, en heeft al spoedig den heer Philippe in 't oor
+gefluisterd, dat er iemand was die hem noodzakelijk spreken moest;
+maar in 't geheim; heel dood in 't geheim.
+
+"Ik ben niet te spreken;" heeft Philippe geantwoord.
+
+Piet moest hem toen de duimschroeven aanzetten:
+
+"'t Is uw eigen broeder menheer; dokter Helmond uit Romphuizen."
+
+"Wie zegt jou dat ik anders heet dan er op 't affiche staat?"
+
+"Nou!" zegt Piet, met een zeer vrijmoedigen zijdelingschen ruk van
+het hoofd, en laat er zachtjes op volgen: "Als u z'n eigen broer
+niet waart, dan zou die goeje dokter zeker niet door zoo'n heidensch
+weer heelemaal uit Romphuizen komen om u te spreken. Hij heeft
+iets heel gewichtigs menheer Philippe, en".... met een knipoogje:
+"geld als water."
+
+De jongere Helmond ziet den schenker aan alsof hij hem door den grond
+wilde boren! Die vent is hem geen antwoord waard:
+
+"Geef papier en inkt!" zegt hij gebiedend.
+
+Piet zet groote oogen.
+
+"En inkt....? Asjeblief menheer."
+
+Helmond schrijft:
+
+
+ "Men moest niet vergeten dat Philippe Helmond gewoon is zijn
+ woord te houden. Hij houdt het aan een tooneeldirecteur zoowel
+ als aan de vrouw zijner keuze.
+
+ "Men moest begrijpen dat men zich verachtelijk maakt met
+ openlijk eerbied voor trouw en rechtschapenheid te veinzen,
+ en in 't geheim den meineed te komen aanvuren. Men moest zich
+ schamen den steen te werpen op een onervaren kind--wier zonde
+ het was dat ze bouwde op een mannenwoord, terwijl men zelf
+ in verwijfden dommel wordt meegesleurd door een Sirene.
+
+ "Men moest zich bloedrood schamen, slechts dán van zich te
+ doen hooren, wanneer men--zelfs badend in de weelde--week
+ wordt voor een oogenblik; of, door eigenbelang gedreven, wél
+ handen vol gelds zou willen wegwerpen om een naam te redden
+ voor 't oog der wereld, maar geen stap zal teruggaan op den
+ weg der verguizing.
+
+ "Dokter Helmond zal bemerken dat ik weet waarom hij mij spreken
+ wil, en dat ik begrijp wat hij mij te vragen heeft. Hem te
+ woord te staan doe ik niet, Maar toch dokter, keer blijmoedig
+ naar huis terug: Ofschoon er acteurs zijn en actrices die ik
+ als vrienden de hand druk, _nobele zielen_--nobeler helaas,
+ dan het eerste kind onzer moeder,--wees gerust, ik zal den
+ naam van onzen vader niet huwen aan een kunst zoolang ze nog
+ den cancan in haar wapen voert.--Welaan keer met verruimden
+ zin naar de vetpotten van een godzaligen pleegvader, en de
+ omarming eener welopgevoede vrouw terug. Zelfs _zonder_ dat
+ men hem behoeft om te koopen zal de neef van een generaal
+ en de broer van een hooggeleerden professor misschien, het
+ geheim zien te bewaren dat hij _gemeen_ acteur is.
+
+ "Ik eindig.--Philip Helmond bestaat niet meer; maar de acteur
+ Philippe, die geen broeder meer heeft, hij haat den man die
+ al dieper zinkt naarmate hij hooger rijst in de schatting
+ der wereld; hij veracht den man die, misschien uit naam van
+ een grijzen schijnvrome, hem geld komt bieden voor 't breken
+ van zijn woord.
+
+
+ PHILIPPE."
+
+
+"Lees Virginie," zegt de jongere Helmond, en geeft haar het schrift.
+
+De lange zwarte wimpers der actrice gingen naar beneden. Zij
+las. Philip bleef haar aanstaren.--Nu zij gelezen heeft zegt ze:
+
+"Die brief mag hem niet onder de oogen komen Philip. _Ik_ kon evengoed
+de Alma spelen, als _jij_ hem dien brief sturen."
+
+"Wat meen je?"
+
+"Je oordeelt en veroordeelt zonder onderzoek."
+
+"Weet ik dan niet....?"
+
+"Je weet lieve man, dat de dokter _hier_ is, en dat hij je spreken wil:
+maar, wàt hij te vragen heeft dat weet je _niet_."
+
+"Maar dat spreekt immers van zelf; het heeft geen onderzoek noodig. Ik
+veracht den afgezant van dien generaal.--Geef me den brief Virginie."
+
+"Als je hem dadelijk wilt verscheuren.... ja, maar anders nee!"
+
+De jongere Helmond ziet zijn vrouw eenige oogenblikken met gefronste
+wenkbrauwen aan:
+
+"Laat mij den brief nog eens zien Virginie."
+
+"Als je hem verscheuren wilt, anders NEE!"
+
+Na een oogenblik van inwendigen strijd zegt Philip:
+
+"Hij zal hem _niet_ lezen. Geef hier."
+
+Zonder de geringste aarzeling reikt Virginie haar man nu den
+brief toe, en Philip.... nadat hij het geschrift nog eens vluchtig
+heeft doorloopen, ziet haar aan met een pijnlijk zoeten glimlach,
+en--verscheurt den brief.
+
+Nu roept hij den schenker:
+
+"Breng me bij den dokter van Romphuizen. 'k Zal toch den man even
+spreken." En tot zijn vrouw: "Virginie ga mee, ik breng je dan met
+een naar onze kamer."
+
+
+
+Het gesprek der jonge echtgenooten zou misschien de aandacht der
+aanwezigen hebben getrokken, indien niet weinige oogenblikken te
+voren een reiziger ware binnengekomen, die veler belangstelling had
+opgewekt. In luidruchtige bewoordingen verhaalde de man hoe hij te
+Romphuizen den laatsten trein was misgeloopen, en--omdat hij volstrekt
+vóór middernacht in Utrecht moest wezen, er een rijtuig genomen
+had. Onderweg, met dat noodweer, was men echter met één armzaligen
+knol zóó bitter langzaam vooruit gekomen, dat hij den kastelein nu
+dringend moest verzoeken om hem aanstonds van hier een ander rijtuig
+met een "uitgeslapen tweespan" te geven.
+
+Juist toen Philip en Virginie de gezelschapskamer hebben verlaten,
+vraagt de kastelein, nadat hij zijn bevelen voor het rijtuig had
+gegeven, of er dan te Romphuizen in _De Gouden Arend_ geen "goed spul"
+meer te krijgen was. Daarop heeft de vreemde verhaald dat men in _De
+Arend_ geen rijtuig had kunnen geven, want de beide vigilantes waren
+uit. Er was in het stadje een heele opschudding geweest. Een kolonel,
+of zoo iets, moest heel subiet overleden zijn; en een dokter die hem
+vermoedelijk bestolen had, zou de vlucht hebben genomen, hij wist er
+het rechte niet van, maar 't heeft hem ook niet kunnen schelen; morgen
+stond het toch in alle couranten. Voor 't oogenblik had hij maar één
+gedachte, namelijk de vrees van te laat in Utrecht te zullen komen.
+
+
+
+Dokter Helmond zit in zijn afgelegen vertrekje bij de kleine
+kachel. Achter hem brandt een bougie op de tafel. Helmonds gelaat,
+'t welk met een donkerrood is overdekt, valt daardoor weinig te
+zien. Zijn handen gloeien. Zijn geheele lichaam brandt. Zijn oogen
+schitteren van koortsvuur.
+
+--O God men komt!--"Wie is daar....!?"
+
+"Hier is mijnheer Philippe;" zegt de schenker, en wil nog eens even
+wat hout en turf op de kachel doen.... Maar, de jongere Helmond ziet
+hem aan en.... kijkt hem de deur uit.
+
+"Je woudt me spreken. Wat is er?" zegt Philip.
+
+August Helmond blijft in dezelfde houding bij de kachel neerzitten,
+en 't klinkt op geheimzinnigen toon:
+
+"Ben jij het Philip? Spreek zacht. Als men ons hoorde...."
+
+"Niemand hoort ons;" antwoordt Philip, en dan terwijl hij naar de deur
+gaat en die eensklaps weer opendoet, zoodat hij den luisterenden knecht
+er bijna mee achterover werpt; "En niemand neemt het in zijn hersens
+om ons te beluisteren."--Dan de deur weer dichtdoende vervolgt hij
+tot August: "Maar wat je mij te zeggen hebt, 't zal toch taal moeten
+zijn die iedereen desnoods hooren mag, of anders--zou ik je nog dieper
+verachten dan ik het nu doe."
+
+August is opgestaan. Bij het schijnsel der kaars kan Philip nu eerst
+dat gloeiend gelaat en het van koortsgloed fonkelend oog beschouwen.
+
+De jongere Helmond doet een schrede terug.
+
+"Ik zie het wel, je weet het; je schrikt van me niewaar?" fluistert
+de oudste: "Ja er kleeft bloed aan mijn handen. Daar staat hij,
+zie zijn oogen puilen uit de kassen.... zie je wel Philip!--O God,
+en hij heeft ons vervloekt!"
+
+"August, wát.... wát zeg je?" stottert Philip, plotseling doodsbleek
+geworden: "Is hij dood....? Heb jij, jij...?"
+
+"Ja, zie je dat niet? Zie je dan niet dat ik zijn moordenaar ben!? O
+God! daar vliegt mijn kind op me aan. Hou tegen, hou tegen! 't Steekt
+met een mes. O Eva, Jezus! God! O! weg, weg!"
+
+Eer de jongere Helmond zich van de ontzetting kon herstellen, die
+hem schier aan den grond heeft genageld, was de oudere broeder uit
+de kamer gevlucht en sloeg de deur met geweld achter zich toe.
+
+'t Was een donker portaaltje waarin de vluchteling zich nu
+bevond. Rechts is de smalle gang die over het plaatsje, nogmaals door
+een langere gang naar het voorhuis leidt.--Neen, op dezen weg liggen
+de gerechtsdienaars in hinderlagen. Voort! Ter linkerzij loopt de
+smalle gang op een achterdeur uit.--'t Is donker! Waar is de knop van
+die deur?--Wie heeft den sleutel? Wie houdt haar gegrendeld?--O God,
+daar komen ze. Hoor maar, paardengetrappel.--Hoor!
+
+Nu bonst hij op de deur. "Doe open, doe open!"
+
+Daar wordt aan de buitenzij een grendel verschoven. De deur knarst
+open.
+
+Een groote stallantaarn die nevens kartuigen aan een haak tegen
+den wand hangt, werpt een weifelend licht over een oude kapsjees,
+een paar hooge gele wagens benevens een kar die met de boomen op den
+grond rust.--Ter rechterzij is het een zwarte massa, waarin het licht
+slechts grillige en onbestemde figuren teekent, maar toch duidelijk
+genoeg twee grauwe koppen boven den nu onzichtbaren lijkwagen doet
+grijnzen. Een hooi en mestlucht vervult de ruimte.--Nabij de groote
+deur trappelen paarden. Ze zijn voor een vigilante gespannen. Een
+man die zooeven hielp om de tuigen te gespen, trekt nu in allerijl
+een jas met drie lange mantelkragen aan; wischt zich het zweet van
+het voorhoofd, en trekt zich een bonten nachtpet over de ooren.
+
+"Hier Gerrit, geef me de zweep! Vervoerd, dát heet haasten."
+
+"Moet jij naar Utrecht menheer?"
+
+"Ik ja, voort! Om Godswil voort!"
+
+Het portier der vigilante was reeds geopend. Dokter Helmond verdwijnt
+in het donkere rijtuig.
+
+"Rij maar op Jan!" roept de man die het portier met kracht weer
+dichtslaat: "D'r zal zeker een goeje fooi op overschieten; er is
+'en haast van geweld!"
+
+"Vort poppetjes, vort!" zegt Jan op den bok. De paarden trekken
+aan. Uit het groote koetshuis van _De Romein_ komt de vigilante in
+de straat. Jan doet de zweep klappen. En zie de paarden zijn wakker
+al is het vrij donker daarbuiten; ze schieten in een krassen draf,
+en verdwijnen al spoedig met het ratelend rijtuig om den hoek der
+Utrechtsche straat in den stormachtigen nacht.
+
+
+
+Binnen de algemeene hotelkamer heerschte weinige minuten later een
+zeer ongewone opschudding.
+
+'t Was onmogelijk om het rijtuig nog in te halen, 't welk door den
+vreemden reiziger was besteld, doch waarmee de dokter van Romphuizen
+zich uit de voeten heeft gemaakt.
+
+Na al wat men vernam en 't geen de schenker nu bovendien heeft
+moeten aan 't licht brengen, is het zoo goed als zeker dat, met den
+_kolonel_ die, volgens den reiziger, in Romphuizen zou vermoord zijn,
+de _generaal_ Van Barneveld was bedoeld.--Wat wisten de Romphuizers
+van 't militair!--En, meer dan zeker was het ook dat zijn pleegzoon,
+dokter Helmond, de schuldige moest wezen; immers Piet heeft hem
+onder andere zelf hooren zeggen:, Spreek zacht Philip; als men ons
+hoorde!" en later heel duidelijk, ofschoon van verre, nog de woorden:
+"O God!", en "moordenaar."
+
+De reiziger, die zulk een haast had, was woedend, maar zou in allerijl
+op een andere manier worden geholpen. 't Ergste van alles, zei de
+kastelein, bleef de ontzettende geschiedenis zelve, waarvan--hoe kon
+men onschuldig ergens inloopen--het laatste bedrijf nu in het alom
+geëerde logement _De Romein_ was voorgevallen.
+
+De mannen in de gelagkamer spraken luid met gefronste wenkbrauwen,
+en schudden het hoofd; de vrouwen luisterden, en zagen bleek.
+
+"'t Is de broer van Philippe. De broer van den nieuwen trotschen
+confrère;" zoo luidde het onder de acteurs overal.
+
+De commis-voyageurs spitsten de ooren; en die er brieven schreven,
+stelden postcriptums, waarin ze de ontzettende gebeurtenis vermeldden.
+
+Toen August hem straks alleen liet, en hij, hevig ontsteld,
+hem een oogenblik later wilde opsporen om hem naar het kamertje
+terug te brengen, toen spoedde hij zich naar het voorhuis, want
+aan een achterdeur heeft hij niet gedacht. Doch nergens mocht hij
+hem vinden.--Philip wist niet dat August reeds buiten de stad was,
+toen hij in 't eind ook in het koetshuis naar hem kwam onderzoek doen.
+
+--Was dan August Helmond--zijn _broeder_, een moordenaar; de moordenaar
+van _dien geliefden_ pleegvader!?
+
+--Wondere menschenwereld!
+
+--De lammeren onder hen worden wolven wanneer de nood hen dringt.
+
+--Bloeddorstige doggen leggen zichzelf aan den ketting en lijden
+gebrek!
+
+--Ja, ik wist dat hij verachtelijk was, ik wist het! Maar zoo!--Ach
+God, zou het wel waar zijn!
+
+"De commissaris van politie kan met mij meerijden," zegt de vreemde
+zeer overluid tot den kastelein: "tenminste wanneer hij hier in de
+sociëteit is. Als hij den moordenaar snapt is zijn fortuin gemaakt.
+
+Tot Philip sprak men niet.--Nu is hij verdwenen.--Hij vliegt naar
+zijn vrouw, en zegt haar zijn plan, en wat háár te doen staat.
+
+Een klein kwartier later joegen twee vigilantes in den donkeren
+nog altijd door zware buien verdeelden voornacht, op den straatweg
+tusschen Briesborg en Utrecht.
+
+In het voorste rijtuig ligt een mensch onbewust dat er een wereld om
+hem heen is.
+
+In het rijtuig dat volgt, zitten twee mannen die over gruwelijke
+moorden spreken, en over dokter Helmond en zijn ijdele vrouw.
+
+Op den bok van dat tweede rijtuig zit, naast den koetsier, een man in
+een glimmende regenjas. Voor een goede fooi heeft de voerman aan dat
+heerschap vergund om naast hem mee te rijden. Hij spreekt geen woord;
+maar telkens als de reiziger die vóór twaalven in Utrecht moet wezen,
+zijn stem verheft en schreeuwt om wat harder te rijden, dan zegt de
+man in de regenjas, dat men ter wille van een _mensch_ zijn paarden
+toch niet doodjagen mag. De voerman geeft hem gelijk.
+
+Omstreeks kwart voor twaalven--ongeveer een half uur later dan de
+eerst uit Briesborg vertrokken vigilante--rijdt de tweede vigilante
+de grijze Bisschopsstad in.
+
+Teneinde den reiziger, die zulk een haast had, geen oogenblik op te
+houden en aanstonds te brengen waar hij wezen moest, is men bij het
+binnenrijden van de stad een geheel anderen weg ingeslagen dan dien
+naar het kleine logement waar men straks stallen zou, en 't welk
+de koetsier met de zweep heeft aangewezen.--De man in de regenjas
+is dáár--en alzoo in de nabijheid van het logement waar het eerste
+rijtuig zeker reeds was aangekomen--van den bok gesprongen.
+
+Mijnheer Hagel, de commissaris uit Briesborg, is echter in het rijtuig
+gebleven, om, na den vreemde op de plaats zijner bestemming te hebben
+gebracht, even bij het politiebureel aan te rijden en er een paar
+agenten te verzoeken om eens even met hem mee te gaan.
+
+Toen--weinige seconden na de aankomst der tweede vigilante in
+Utrecht, een heer in een glimmende regenjas het kleine logement is
+binnengestapt, toen heeft hij op zijn vragen, van een half slapenden
+schenker ten antwoord gekregen, dat er, jawel, met het rijtuig uit
+Briesborg een heer was aangekomen, die onderweg zwaar ziek moet zijn
+geworden, want, zoo wit als een lijk had hij in den wagen gelegen.
+
+De juffrouw-eigenaresse van dit logement had eerst zwarigheid gemaakt
+om hem op te nemen, maar hij had er zoo akelig en toch zoo goedaardig
+uitgezien dat zij heeft toegegeven; en nu geloofde de schenker dat
+er iemand naar 't gasthuis was gegaan om een dokter te halen, hoewel
+het al op slag van twaalven is.
+
+--Hê!--Of de knecht dan niet begreep dat hij--de man in de regenjas--de
+dokter zelf was'? Men behoefde niet meer naar 't gasthuis te
+zenden. Hij heeft geweten dat deze heer hier komen zou.
+
+--O, ahzoo; of dokter dan maar bliefde mee te komen? Hier beneden in
+het tuinkamertje was de zieke menheer. In nummer drie.
+
+--In de hevigste onrust staat Philip Helmond eenige oogenblikken
+later bij de kleine sofa, waarop de oudere broeder als
+wezenloos neerligt.--Philip ziet naar de deur. Hij vergat haar te
+sluiten. IJlings snelt hij terug naar de deur, luistert, en draait
+den sleutel om.--Maar nu, wat moet hij beginnen? Slechts door een
+snelle ademhaling geeft August teekenen van leven; doch, wat Philip
+ook beproeft om hem te doen ontwaken en hem op de wijze zooals hij zijn
+plan maakte, tot een spoedige vlucht te bewegen, neen--dat gelukt hem
+niet.--Kan die ongelukkige dan hier blijven terwijl binnen weinige
+minuten de commissaris in dit logement het allereerst naar hem zal
+onderzoek doen!
+
+"August, August! in 's-hemelsnaam, keer toch tot je zelf. Verman je,
+August. Men zal je vatten. Sta op, ik ondersteun je. 't Zijn geen
+twintig schreden tot buiten de deur, en dan nog een paar stappen tot
+om den hoek der straat. August in Godsnaam word wakker!"
+
+Maar 't is vergeefs. Zijn krachten schijnen uitgeput. Een pijnlijke
+glimlach speelt er om zijn mond.--Doch nu, eensklaps opent hij de
+oogen, en fluistert met een akelige stem: "Vergif, vergif! Pas op
+Eva. Voort! weg!"
+
+"Ja waarachtig voort!" zegt Philip.--O mijn God, maar _hoe_ dan! en hij
+werpt een angstigen blik naar de deur. Immers, hij kan den ongelukkige
+toch niet door de gang het huis uit _dragen_. Wat zou men denken als
+men 't zag! Ha, wanneer die kleine glazendeur uitkwam op een tuintje,
+waarmee men in een achterstraat kon komen....! In een oogwenk is Philip
+bij die deur. Zij is goed gesloten; hij trekt en wringt. Open _zal_ ze,
+open _moet_ ze.--Neen neen, hij _kan_ niet--neen!--Ha, den pook bij de
+kleine kachel!--Hij luistert.--Nadert daar een rijtuig---? Ja, o God,
+men komt, het is te laat!--Welnu, met dien pook zal hij hem verdedigen;
+den eerste die de band naar den armen drommel durft uitsteken, dien
+vermorzelt hij den kop.--Hoor het rijtuig is.... neen.... het rolt
+voorbij.--Goddank, hij heeft nog tijd.
+
+Philip mag een oogenblik herademen.--Wacht, met dien pook kan hij
+toch die tuindeur dwingen. Fiks! krachtig!--Ha, met een weerspannig
+geschrijn barst het slot vaneen.--De deur is open. Hij ziet naar
+buiten. Inweerwil van de duisternis bemerkt hij dat het werkelijk een
+ten deele geplaveid tuintje is. Scherper ziende bespeurt hij eenig oud
+vaat- en mandenwerk, 't welk naast steenkolen en wijnflesschenhokken
+bijeenstaat, en door de verhagelde en afgewaaide bladeren van een
+kastanjeboom overdekt wordt.
+
+--Is daar een uitgang? Hij bespeurt er geen. Wat zal hij nu
+beginnen! 't Ware nóg beter in de kamer te blijven, dan August ginds
+in een dier hokken of achter die manden te verbergen. Immers men zou
+hem er aanstonds vinden, en dan....! Philip voelt zich eensklaps als
+met een ijsbad overgoten.
+
+"Wie daar! Wat mot je?" roept een schrille stem uit een keukendeur
+in het tuintje uitkomende.
+
+De jongere Helmond heeft zich geheel hersteld. Wie weet..... het geluk
+had hem straks in de gedaante van een halfslapenden huisknecht gediend.
+
+"De zieke moet lucht hebben mevrouw;" klinkt zijn antwoord: "'t Is
+noodig, volstrekt."
+
+"Ben uwe de dokter....? Ahzoo. Maar was die tuindeur dan niet
+gesloten? Wel lieve hemel, u deed me schrikken. M'n eerste denkbeeld
+was dat ze hier inbraken. Is die passagier zoo erg, dokter?"
+
+"Ik vrees.... dat zijn benauwdheden op een rotkoorts zullen uitloopen."
+
+"Maar mijn hemel, dan hou ik hem geen uur in m'n huis. Rotkoorts! God
+beware!"
+
+"Zoodra ik hem zag," herneemt de vermeende dokter snel doch schijnbaar
+kalm: "begreep ik dat je hem niet houden kondt."
+
+"Nee, nee!" schudt de dikke dame, en volgt den dokter aarzelend in
+de tuinkamer.
+
+"'t Was aanstonds mijn plan om hem mee naar het gasthuis te nemen,
+maar ik liet toevallig mijn koetsje hier aan de achterzij van je huis
+staan; en...."
+
+Philips hart sloeg met felle slagen. Immers hij wist niet of er
+werkelijk een straat achter dat tuinmuurtje was; bovendien gevoelde
+hij de ongerijmdheid dat hij als dokter, nog na middernacht zijn
+eigen rijtuig zou rijden, en zoo ja, dan niet tot voor de deur der
+woning waar hij wezen moest.
+
+"O, hierachter op 't Singel; jawel, wat buiten den wind," helpt de
+hospita: "Ik wou dat j'em d'r in hadt dokter; de ziekte is 'em wel
+duidelijk aan te zien."
+
+"Kan ik hierachter door den tuin op het Singel komen?" vraagt Philip
+terwijl zijn hart nog feller bonst voor een mogelijk _Neen_!
+
+--Maar, God zij dank:
+
+"Welzeker;" klinkt het antwoord. En dan: "Ja dokter, als je hem meenam
+dat zou me een pak van het hart zijn. Morgen met de markt dan wist
+ik geen raad. Verbeelje, rotkoorts in huis. Lieve hemel!"
+
+"Als ik er je _plezier_ mee doe....?" zegt Philip.
+
+--Maar dan; hoe zal hij alleen dien machteloozen mensch naar buiten
+krijgen?
+
+--De juffrouw zou haar knecht roepen.
+
+--Nee, _nee_,--er was geen oogenblik tijd te verliezen,--dat moet zij
+niet doen. De knecht moest liever niet weten dat de juffrouw zoo'n
+haast had gemaakt om een ongelukkigen zieke kwijt te raken. 't Was
+niet goed voor haar naam. Och, indien zij den armen man, die nu heel
+stil was, en nog wel een uur zoo zou blijven--jawel dat kon bij haar
+vast verzekeren--indien ze hem nu even aan den anderen kant wilde
+ondersteunen, dan kon men hem gemakkelijk op 't Singel buiten de
+tuindeur brengen. Die deur was immers open.....!?
+
+--Nee, de juffrouw moest die eerst losgrendelen.
+
+De oogenblikken waren voor den angstig wachtenden broeder zoo vele
+uren.
+
+Hij meent nu weer heel in de verte een rijtuig te hooren. Ja, jawel,
+'t komt nader....
+
+"Mevrouw, mevrouw!" roept Philip naar buiten.
+
+"Hier ben ik dokter. De poortdeur ging wat moeielijk open."
+
+"Als ú hem nu aan dien kant onder den arm woudt nemen mevrouw.--Komaan
+Augu....--Komaan menheer; u moet je wat meegeven. We zullen je goed
+en wel in 't gasthuis brengen.--Asjeblief mevrouw. Geheel alleen zou
+'t mij onmogelijk zijn."
+
+Het rijtuig kwam al nader en nader.
+
+"Ja, maar rotkoorts dokter ... U moet me niet kwalijk nemen; om nu
+een mensch met rotkoorts aan te vatten ... nee ..."
+
+Het rijtuig kon slechts weinige huizen meer van de woning verwijderd
+zijn.
+
+"Maar hij _heeft_ ze nog niet. Als u weigert dan blijft hij hier. Ik
+heb haast."
+
+De dikke juffrouw aarzelt, en dan....
+
+Maar neen, 't was niet noodig. De lijder staat eensklaps overeind.... O
+God, wat ziet hij haar aan.
+
+"Neem dat gif weg Thom! Weg er mee!--Zes grein!--Eva, Eva, voort,
+voort!"
+
+"Dat is de koorts die komt opzetten;" zegt de jongere Helmond, en
+vat zijn broeder onder den arm; en diens laatste woorden herhalend,
+dwingt hij hem naar de zij der geopende tuindeur.
+
+--Hoor! O goede God, het rijtuig houdt reeds stil voor de deur. Men
+komt.--Philip wil haastig voortgaan.
+
+August Helmond rukt zich eensklaps los en, in de kamer terugkeerend
+en met angstig gebaar naar de hospita wijzend, fluistert hij schril:
+"Zeg haar dat zij ons kind het mes moet afnemen, zie je niet....? Zie,
+dat, dát, dát moorddadige mes!"
+
+Philip hoort gerucht in de gang; voetstappen van meer dan één persoon.
+
+Met overspanning van krachten grijpt hij den broeder onder den arm. Zoo
+kalm als 't hem mogelijk is, zegt hij: "Goeden avond mevrouw!" en,
+straks de tuindeur van de buitenzij dichtwerpend, voert hij met
+vreeselijke gejaagdheid den ijlenden broeder tot buiten de tuinpoort
+op den verlaten singel.
+
+Ofschoon het terrein hem geheel onbekend is, toch zou Philip al spoedig
+bemerken dat het doel, 't welk hij zich voorstelde, zal bewerkt
+worden. Slechts weinige schreden voorbij dien muur, ziet hij links
+in de vaart weer de trekschuit die men straks is voorbijgereden en
+waarvan de voerman heeft gezegd dat het de nachtschuit op Amsterdam
+was. Om twaalf uren, ruim, voer ze af.
+
+De groote Domklok bromt twaalf.
+
+De hospita uit het kleine logement, niet weinig ontroerd door het
+gebeurde, en straks geheel van streek door hetgeen ze uit den mond
+der politie zal vernemen, ze zegt in gemoede: dat die vluchteling
+zich werkelijk _zóó_ ziek heeft weten te houden dat zelfs de dokter
+er _dupe_ van werd en hem mee naar het gasthuis heeft genomen. Den
+naam heeft ze niet gevraagd; maar 't was de dokter van 't gasthuis.
+
+En terwijl nu de Briesborger commissaris vol ijver zijn nasporingen
+in de Utrechtsche gasthuizen begint, om echter al spoedig andere
+vermoedens te koesteren--glijdt de nachtschuit op Amsterdam langs
+de laatste gaslantaarns en woningen buiten de stad. Aan het roer
+staat de schipper, en, als hij even in de voorkajuit duikt om zijn
+kort eindje pijp op te steken, dan slaat hij zijdelings een oog op
+de beide passagiers die--"ter wille van een vrouw die erg ziek is,
+zoo haastig naar Amsterdam moeten."
+
+Bij het schijnsel der wiegende hanglamp kan hij hen zien, daar ginds
+in den hoek der kajuit; en hij twijfelt er niet aan of het moet al een
+heel erg geval wezen, want, de oudste dier beide mannen is mede geheel
+van streek.--Zie maar, als een geest zoo wit ligt hij achterover,
+en tegen den schouder van den jongste, die hem het liggen al zachter
+en gemakkelijker maakt, terwijl die jongste zelf zich gedurig het
+zweet van de slapen wischt.
+
+
+
+
+
+
+
+TWEE EN VEERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Toen Eva Helmond uit haar verdooving ontwaakte, toen wist ze niet
+wat er met haar was voorgevallen. Ze begreep niet hoe het kwam dat
+mevrouw Van Hake zoo bij haar naast de canapé zat....
+
+"Wat doet ú hier?"
+
+"Ik ben gekomen om misschien van dienst te kunnen zijn lieve Eva!"
+
+Eva strijkt zich met de hand over de oogen en dan, haastig opziende:
+
+"Waar is August?"
+
+"Dokter is uit, Eva; hij zal.... waarschijnlijk wel gauw
+terugkomen...."
+
+"Waarschijnlijk....? Je zegt _waarschijnlijk_!? En waarom lig ik dan
+hier; en waarom....?" Eensklaps komt ze overeind en snelt naar de deur,
+roepend ja bijna gillend: "August, August! Helmond! waar ben je!?"
+
+Mevrouw Van Hake komt Eva terzij:
+
+"Als dokter _hier_ was Eva, dan zou hij zeggen: Kindlief je moet je
+kalm houden; er zijn omstandigheden...."
+
+Eva hoort haar niet. Zij staart strak naar den grond. En dan:
+
+"Waar is dat briefje? Ik vraag waar dat briefje is! Was er _geen_
+briefje?--Jawel, ik weet het _zeker._ Ik heb het gelezen..... ik
+heb...."
+
+"Eva, hou je van Helmond?"
+
+"Houden! Mensch, je maakt me krankzinnig.--Ik wil dat briefje zien. Ik
+wil weten.... Geef hier. Jij hebt het. Jawel, _jawel_, jij hebt het!"
+
+"Eva, in je eigen--nee, in _dokters_ belang bid ik je kalm te zijn."
+
+"Maar die brief, die brief!" roept Eva in dreigend smeekende houding:
+"Ik weet het maar al te goed. Ik wilde zien of hij sliep. Hij was
+er niet meer, En op zijn kamer vond ik toen dat schrift.... van een
+krankzinnige; en zijn naam stond er onder. Ja _zijn_ naam. Ik wil
+dien brief zien. Laat mij toch gaan; ik wil nu.... ik _wil_ naar
+boven! Hoor je dan niet!"
+
+Mevrouw Van Hake haalt het geschrift te voorschijn. 't Zou zeker--nu
+de eerste schok was doorstaan--het verstandigste wezen om Eva zooveel
+mogelijk de waarheid in het aangezicht te doen zien, en, terwijl men
+haar bad om zich kalm te houden, een beroep te doen op haar verstand
+en haar waarachtige liefde voor haar man:
+
+"Hier is de brief die je zoo treffen moest Eva. Maar ik verwacht dan
+ook dat je je krachtig zult toonen...."
+
+Eva hoort haar niet; zij siddert, terwijl ze nogmaals die vreemde
+volzinnen leest, waarin August haar schrijft dat hij haar bedrogen
+heeft; dat een som--hij weet niet hoe groot--zijn schuld is; dat hij
+aan gene zijde van de zee duizenden menschen van de gele koorts zal
+genezen en tienduizendmaal het slachtoffer ervan worden wil; dat _zij_,
+Eva, er het brood zal kneden en doen....
+
+Eva kan niet verder lezen. Maar die vrouw in haar rouwkleed, wat
+eischt ze dat ze bedaard zal blijven! Voelt het mensch dan niet
+dat deze groote kamer haar te eng is; dat zij weten wil waar die
+man--zooals ze zegt, in zijn ijlende koorts--is heengegaan; waar
+hij toeft in dezen stormachtigen avond, terwijl de hagelsteenen met
+zulk een vreeselijk geweld tegen de ramen kletteren! Begrijpt ze dan
+niet dat ze hem achterna wil, dewijl niemand hem beter en eerder zal
+vinden dan zij! Beseft ze niet dat een vrouw rust noch duur heeft
+aleer.... O God, had ze zóó iets kunnen vermoeden toen ze meende dat
+hij slechts wat vermoeid en overspannen naar bed ging. Eva _wil_,
+Eva _moet_ naar buiten!
+
+Het kostte mevrouw Van Hake de grootste inspanning om Eva te doen
+beseffen dat haar liefde-ijver nu onverstandig was. Waar immers zou zij
+hem zoeken in den stormachtigen avond! Zij, in hare omstandigheden,
+zou ze zich wagen daarbuiten aan een tasten in 't blinde! Bovendien:
+alles wordt er gedaan om den lieven zieke zoo spoedig mogelijk in
+zijn huis en in 't warme bed terug te brengen. Wanneer dokter--'tgeen
+men niet voor onmogelijk hield--nog met den laatsten trein naar
+Amsterdam was vertrokken, dán zelfs kon men tamelijk gerust wezen;
+men zou dan in den trein al spoedig bemerken dat hij ongesteld was,
+en bij aankomst zeker voor hem zorgen.
+
+Helaas, mevrouw Van Hake wist wel dat zij Eva met deze hoop misleidde,
+doch, haar taak was geen lichte.--Eva vloog immers gedurig weer op
+van haar stoel, en wilde hem zoeken; zij _moest_ hem vinden; ja, wie
+eerder dan _zij_! Neen, zij heeft het wel toegegeven dat zij haar
+ouders niet vóór den nacht verontrusten wil, immers men wist zeker dat
+de dokter er dezen avond niet geweest is; maar op _De Zonsberg_! Ja,
+'t waarschijnlijkste is toch dat hij, in zijn ijlende razernij, nog
+eens naar _De Zonsberg_ is gegaan.--Men heeft hem er niet gevonden,
+maar door de duisternis misleid, kon hij gemakkelijk van den weg
+zijn gedwaald. O, misschien ligt hij nu in doodsgevaar op een dier
+naargeestige kronkelpaden van het erf, waar een verwaten gierigaard,
+nog aan den rand van het graf, den goeden zieke durfde vervloeken,
+terwijl deze ten koste van eigen gezondheid hem redden en behouden wil.
+
+"Jawel, op de Zonsberger paden zal ik hem vinden!" barst Eva na een
+korte stilte weer los: "En als hij er _niet_ wezen mocht, dan vlieg
+ik naar den woekerenden trotschaard, en zal hem zeggen dat zijn lage
+vervloeking slechts kan terugkeeren op zijn eigen grijs en zondig
+hoofd; dat hij dien goeden man heeft mishandeld door beleediging op
+beleediging; dat hij hem heeft _vermoord_; hem en mij, ja, hém en mij,
+en het kind onzer liefde."
+
+"Zoover is het nog niet gekomen Eva. Men zal den goeden dokter
+gemakkelijk vinden. Thom was hem, zooals hij bij 't heengaan zeide,
+immers reeds op 't spoor. Dokter zal òf in de buurt wezen en gevonden
+worden, of--'t zij dan wat verder af--welwillend zijn opgenomen,
+en waarschijnlijk toch spoedig terug zijn."
+
+"Waarschijnlijk! altijd _waarschijnlijk_!" roept Eva: "Maar als... o
+God! als men hem _niet_ vond, wanneer hem in zijn ijlende koorts
+daarbuiten een onheil was overkomen! Zeg, mensch vol flegma,
+vol verstand en wijsheid, zeg, is dán die gierigaard ginds, zijn
+moordenaar niet? En ook, is hij de oorzaak niet van den angst die
+mij huiveren doet en de minuten tot eeuwigheden maakt!"
+
+Mevrouw Van Hake ziet haar liefdevol aan en blijft het stilzwijgen
+bewaren.
+
+"Maar spreek dan, spreek!" zegt Eva, doch op minder heftigen toon,
+want de liefdevolle blik der zwijgende vrouw heeft haar zonderling
+getroffen.
+
+"Ik weet het niet Eva. We willen daar nu niet naar vragen. Het eenige
+wat ons vervult is toch de hoop dat we den goeden dokter spoedig
+zullen terugzien; en--dan zullen wij hem oppassen en verzorgen en
+alles doen om, met de hulp van God, zijn dierbaar leven te behouden."
+
+"Ja! ja!" zegt Eva snel, en dan, na een oogenblik van stilte: "Och,
+waarom bleef ik niet bij hem toen hij naar bed was gegaan!" Schreiend,
+doch straks weer heftig: "Maar ik wist niet dat het zoo erg was. Nee
+nee, ik wist het niet! Wie zal zeggen dat _ik_ hem niet liefhad;
+wie!? 't Is alles de schuld van dien oude, dien schijnheiligen man!"
+
+"Eva," zegt mevrouw Van Hake met zachte stem: "weet je wel lieve,
+_wie_ ik in deze oogenblikken het meest beschuldig?"
+
+Eva ziet haar niet aan.
+
+"Ik beschuldig waarlijk _mij zelve_ het meest." Nu ziet Eva haar aan:
+
+"U, ú beschuldigt...."
+
+"Mij zelve. Ja Eva, ja!"
+
+"Maar ik begrijp niet....?"
+
+"Eva, ik heb in den laatsten tijd zijn weldaden aangenomen, ofschoon
+ik er bijna zeker van was dat hij de middelen om ze te kunnen verleenen
+niet meer bezat."
+
+Een vuurrood vliegt over Eva's gelaat. Zij spreekt niet, maar blijft
+met angstig gespannen blik mevrouw Van Hake aanstaren.
+
+"Ik bewoonde zijn huis," herneemt de weduwe: "en at zijn brood,
+en had hem lief als een moeder, en toch ... ik deed slechts een
+zwakke poging om hem terug te brengen van een weg, die ik vreezen
+moest dat op uw beider verderf zou uitloopen.--Lieve Eva, als gij
+_iemand_ beschuldigt, doe het dan _mij_.--De man dien ge uw vijand
+noemt heeft immers gewaarschuwd; misschien te krachtig gewaarschuwd,
+maar _gewaarschuwd_!"
+
+"Ik weet niet wat je zegt;" roept Eva, en slaat de handen voor de
+oogen. En dan, dan loopt zij de groote kamer op en neer, en bijna
+kermend klinkt het iets later:
+
+"Zou alles dan _waar_ zijn! Alles, alles!? En heeft hem _dát_ spooksel
+benauwd en verdreven!--Maar nee, nee! dat is onmogelijk!" vervolgt
+ze terwijl zij eensklaps voor de weduwe blijft staan: "Heeft hij dan
+zelf niet door zijn daden getoond, en met zijn woorden bevestigd...."
+
+"Eva," valt mevrouw Van Hake in, en ziet haar onbeschrijfelijk
+liefdevol aan: "ja, die al te goede man toonde door zijn daden wat
+de wenschen van zijn geliefde waren, en sprak de woorden die zij het
+liefst van hem hoorde.--Eva, ik zie het, nú voor het eerst geloof je
+de _waarheid_!"
+
+--De _waarheid_!?--Ach, hoe zou het mogelijk zijn dat ze nú de volle
+waarheid reeds geheel doorzag!
+
+--Was dan alles een leugen; alles wat haar omgaf in den laatsten
+tijd? Dit huis, die meubels, de diamanten, die familiepapieren,
+alles leugen, leugen!
+
+--Maar gerechte hemel! wat zijn blinkende meubels of schitterende
+steenen bij den doodsangst die haar weer eensklaps overstelpt
+en benauwt? O! men kan haar vrij dat alles ontnemen, ja, alles,
+_alles_, indien hij maar terugkomt; wanneer ze maar weet dat die
+arme kranke niet langer omdoolt in de gure lucht; wanneer ze hem maar
+aanstonds mocht sluiten in haar koesterende armen!--Zie, het pakket
+familiepapieren ligt daar nog op haar schrijftafel. Nu roert ze het
+aan; maar neen, toch neemt ze het niet, om aan die vluchtige opwelling
+te voldoen en alles in 't vuur te werpen.--Zij luistert.... Daar
+buiten klonken stemmen. Ha, God! men komt, ha!
+
+Reeds is Eva de gang ingevlogen, en heeft ze de voordeur geopend.
+
+Met luidruchtig gepraat nadert van de Hoenderveldsche straatzijde
+een langzaam voortgaande menigte. Een kleine handwagen ratelt in
+haar midden.
+
+--Hoor! Een vrouwenstem klinkt luide van de hooge stoep naar beneden
+en tegen den snijdenden hagelwind in.
+
+Men weet niet wat zij vraagt.
+
+--Dokter Helmond? O nee, dien hadden ze niet, en moesten ze ook
+niet hebben. Dokter Helmond mocht de champagne nog in 't hoofd
+zitten, en slapen misschien in den zijden sleep van zijn vrouws
+japon!--Nee, ze gingen met den armen majoor, dien ze na lang tobben
+uit de gracht hadden gehaald, regelrecht mee naar 't huis van dokter
+Biermans.... dokter Biermans die er al dadelijk was bijgehaald:
+
+"Vooruit maar jongens; vooruit, eer dat ie genachtsamen zeit! Van
+'en schotje _los kruit_: Wie zou 't gelooven!"
+
+Eva weet niet wat men nog verder in 't voorbijtrekken zegt.
+
+Nu bevindt zij zich weer in de groote huiskamer. Een ontzettende angst
+doet haar als ineenkrimpen terwijl ze klappertandend bij het vlammende
+vuur staat.--Haar haren, die buiten nat zijn geworden, hangen sluik
+langs de bleeke wangen neer. Strakker en strakker staart ze, totdat
+ze eensklaps opziende half luide mompelt:
+
+"Ik wist het, ja ik wist het! Hij heeft het mij dikwijls gezegd;
+en nu...."
+
+Haar oog viel in datzelfde oogenblik weder op het pak
+"familiepapieren", en, Eva grijpt het weg van de tafel, en--werpt
+het in den breeden haard.
+
+En de hoog opflikkerende vlam doet een rooden gloed spelen op
+het rose kleed 't welk Eva nog in den vooravond tegen het zwarte
+heeft verwisseld.--O God, het had dan toch een zwart, een rouwkleed
+moeten zijn! En als het vuur nog hooger opvlamt en ter rechterzij
+haar schier verstorven wang met zachten gloed komt streelen, en zij,
+klappertandend, met saamgeperste handen murmelt: "Ik wist het; ja mijn
+God, maar ik geloofde het niet!" dan, o dàn gevoelt zij eensklaps
+een nóg weldadiger gloed aan de zij van het hart haar verwarmen:
+Een moeder was er niet om haar kind te troosten: maar toch, zie,
+nu rust en nu schreit en nu snikt ze..... aan de moederlijke borst
+van een trouwe vriendin.
+
+De nacht van storm en hagel die door Eva Helmond in duizend angsten is
+doorwaakt, moest toch in 't einde wijken voor een kalmeren morgen. De
+October-zon dook vriendelijk op uit haar valen sluier, en terwijl
+ze al spoedig haar kracht zou beproeven aan den hier en ginds langs
+velden en wegen bijeengegrienzelden hagel, zond ze ook een zachten
+straal in het vertrek waar de grijze Van Barneveld op zijn hard leger,
+met gesloten oogen en saamgevouwen handen neerlag. Daar ging de deur
+open. Zachtjes, zeer zachtjes.
+
+En zie, Goddank, nu gaan die oogleden open en keeren zich zijn oogen
+naar het licht.--En het zonnetje 't welk door de deur naar binnen kwam,
+werkte misschien nog weldadiger dan het hemellicht, 't welk door het
+venster er in blijft gluren.
+
+"Alweer Jacoba! Als je je volstrekt geen rust gunt dan zul je ziek
+worden. Ik had niets noodig kind!"
+
+"Maar _ik_ had behoefte beste pa, om weer eens even te zien hoe het u
+ging, en u nog een glaasje melk te komen brengen. O, sinds de tuinman
+mij gezegd heeft dat er voor die nare benauwdheden niets zoo goed
+is als melk, zal ik er u mee vervolgen totdat u weer heelemaal beter
+zult zijn."
+
+"Ei Coba, zou je denken dat _melk_ voor zoo'n kwaal....?"
+
+"O ja, jawel papa, welzeker; melk moet daar heel goed voor zijn. 't
+Is ook zoo natuurlijk, zoo iets van een dier. _Melk_ hé ja, dat vind
+ik nu _erg_ natuurlijk!"
+
+"Och, als je 't graag hebt lieve kind...." Van Barneveld drinkt,
+en Jacoba houdt er van terzij het oog op gevestigd.
+
+"'t Is alweer hetzelfde!" zegt Van Barneveld.
+
+"U bedoelt...."
+
+"De vreemde smaak."
+
+"Vreemd; hé, dat begrijp ik toch niet."
+
+"Niet Coba....? 't Is me telkens alsof ik iets van amandelen drink."
+
+Jacoba heeft het glas aangenomen en proeft de laatst ingebleven
+droppels:
+
+"Hé dat moet toch verbeelding zijn lieve pa. Ik proef.... nee, ik
+proef er niemendal van."
+
+"Diezelfde smaak was gisterenmiddag ook aan de...."
+
+"Aan de rijst. O ja, dat hebt u gezegd. Maar het zal toch aan uw
+smaak liggen: of dat er misschien iets aan de melk is...."
+
+"Wat zou er aan de melk zijn Coba?"
+
+"O, weet u wát ik denk: de koe zal buiten langs den stalmuur zijn
+gegaan, en daar aan de perzikbladeren hebben geknabbeld. Dat lusten
+de koeien wel, nietwaar pa?"
+
+"Doe je er suiker in Coba?"
+
+"In de melk? O ja, een heel _heel_ klein beetje."
+
+"Zoo--dan is die suiker slecht. Er is altijd een bezinksel."
+
+"Och, tegenwoordig wordt alles vervalscht. Ik vrees dat er geen betere
+te krijgen is. Maar--die melk met een bijsmaak en wat slechte suiker
+heeft u toch geen kwaad gedaan lieve beste vader. Nee, ze heeft u
+veel _veel_ beter gemaakt, niewaar?"
+
+"Dat heeft _God_ gedaan Jacoba."
+
+"Maar God gaf ook die melk, mijn beste papa."
+
+"En Hij geeft mij mijn lieve kind, en...."
+
+De grijsaard sloeg wel den arm om haar fijne middel heen, doch het
+gelaat wendde hij naar de zij van den muur. Zij mocht het niet zien
+dat zijn oogen met tranen zijn gevuld.--Een oogenblik later richt de
+oude krijgsman zich in zijn bed overeind, en zegt, terwijl de zware
+knevel boven zijn lippen trilt, en hij Jacoba strak maar toch met
+liefde beschouwt:
+
+"Ik weet nu zelf niet Coba, of je liegen _zonde_ of _deugd_ is."
+
+Jacoba's bleek gezichtje is bloedrood geworden.
+
+"Ik weet het niet!" herhaalt de oude man. En een oogenblik later
+zegt hij: "Jacoba, geef mij de poeders in 't vervolg zonder rijst of
+melk. Ze hebben mij _misschien_ goed gedaan. Als kind heb ik eens
+geproefd van de medicijn die je grootmoeder moest gebruiken. Dien
+smaak vergat ik niet."
+
+Jacoba schreide aan de borst van haar grijzen vader.
+
+"Och lieve papa, u zoudt het goede middel anders niet hebben ingenomen,
+en u ziet toch dat soms een vooroordeel...."
+
+Maar zij vervolgde niet.--Misschien was zij reeds te ver gegaan;
+althans er vloog een donkere wolk over haars vaders voorhoofd.
+
+_Vooroordeel!_ Neen, van dien vereeuwigden geliefde heeft ze niet
+willen spreken; dat was voorbij.--Maar kon ze het dan nu niet wagen
+om nog één enkel woord te doen hooren in 't belang van haar dierbaren
+pleegbroeder? Was het dan óók geen vooroordeel om een zoon te haten,
+die zich na zulk een vervloeking wreekt: door aanstonds het beste
+middel uit te denken 't welk ter genezing kan worden aangewend,
+zonder dat het zich voor den man, die geen medicijnen wil gebruiken,
+door een te hevig bitter verraadt?
+
+"Zwijg Jacoba, niets meer over hem;" zegt Van Barneveld een oogenblik
+later: "Mijn kind moet mij niet willen leeren wat mijn plicht is."
+
+"Beste papa, dat was mijn bedoeling niet."
+
+"Het had er allen schijn van Coba.--Nu, mijn kleine meisje, wees niet
+bang, en schrei niet langer. Wie heeft gezegd dat dokter Helmond _ten
+eenenmale_ een verworpeling is voor God!?--Ik niet!--Zoodra hij den
+moed zal hebben om zijn vrouw den kanker van ons volksbestaan, die
+bij haar reeds een verpestenden stank heeft, uit de borst te snijden,
+dan.... Maar wij spreken hierover niet meer.--Ga nu nog wat slapen
+Coba. Jawel, en slaap maar gerust. Nooit _nooit_ wil ik hem weerzien;
+maar, met de helft van het onze, zal tóch, mettertijd, dokter Helmonds
+geneesmiddel betaald worden. Is het nu goed klein meisje? Ga nu en
+slaap nog wat."
+
+Op het oogenblik dat Jacoba de kamer zal verlaten, hoort ze zich
+terugroepen. Van Barneveld ligt weder met het aangezicht naar den
+muur gekeerd; doch met de hand naar Coba's zijde tastend, herneemt hij:
+
+"Als er soms nog iets voor dat monument mocht noodig zijn, zeg dan
+aan tante dat _ik_...."
+
+Jacoba zinkt eensklaps voor het ijzeren bed op hare knieën neer; vat
+de hand van dien grijzen vader, drukt er haar voorhoofd in, en schreit.
+
+--O God, ze schreit; maar toch, een oogenblik zóó zalig als _dit_,
+ze had het nog niet beleefd.
+
+"Bedaar, bedaar, klein onverstandig meisje. Kom, ga nu gauw wat
+rusten. Den ganschen nacht heb jij voor je vader gezorgd, maar hij,
+niewaar mijn goed kind, _hij_ heeft toch ook de _melk gedronken._"
+
+
+
+Zoodra de October-zon dien morgen de luiken en blinden binnen
+Romphuizen voor 't meerendeel heeft doen openen, heerschte er een
+buitengewone levendigheid op het kantoor van den Rijkstelegraaf. Het
+gerikketik klonk er bijna zonder ophouden. De metalen draad naar de
+zij van Briesborg en Utrecht had geen oogenblik rust.
+
+En zeker, het groote Romphuizer Hondsbosch vermoedde niet dat er door
+den dunnen draad die--den kronkel van den straatweg volgend, langs
+zijn takken gespannen was, een aantal vragen en antwoorden vlogen,
+voor 't meerendeel met betrekking tot den man die gisteren in den
+guren avond tusschen zijn stammen en struiken heeft rondgedwaald.
+
+De beide spreeuwen die zooeven uit het boschje op den grauwen draad
+waren neergestreken, ze vlogen er nu eensklaps van weg. Hadden zij
+'t gevoeld dat onder hun teere pootjes de vraag van de Briesborger
+zijde als een bliksemstraal heenschoot:
+
+"Is generaal Van Barneveld vergiftigd? Reeds overleden? Vermoedens
+op dokter Helmond?"
+
+Natuurlijk die diertjes gevoelden het niet. Vroolijk in den zonneschijn
+vlogen ze stoeiend en zwenkend voort.... tot op het dak van _Het Roode
+Zoodje_, en trippelden daar op het verweerde riet, en gebruikten straks
+in den voerbak, die voor de deur stond, hun ontbijt, zóó luchtig en
+opgeruimd, alsof ze 't nu toch werkelijk vermoedden dat daarboven,
+door dien draad langs de palen, het antwoord gleed:
+
+"Generaal Van Barneveld bijzonder wel. Van vergiftiging in Romphuizen
+geen sprake. Zekere majoor Kartenglimp dood.--Dokter Helmond
+vermoedelijk ziek."
+
+'t Was misgeschoten. Toen grauwe Toon straks buiten kwam en een
+vijftal lijsters, die juist de laatste roode bessen aan gindschen
+hoek van het bosch hadden genuttigd, op den telegraafdraad hun siësta
+zag houden, toen heeft hij de verzoeking niet kunnen weerstaan,
+en.... paf! Maar, een ondeelbaar oogenblik te voren was het vijftal
+den draad ontvloden.... Zou het mogelijk zijn dat het bericht 't
+welk--rapper dan hun vleugels--onder hen heenvlood hen heeft geschokt:
+
+"Mevrouw Helmond in doodsangst; Zet onderzoek voort in haar
+belang.--Spoed, Spoed!"
+
+En de dépêches, die in Romphuizen werden aangeboden en moesten bezorgd
+worden, gunden het personeel aan den Rijkstelegraaf gedurende den
+ganschen voormiddag geen rustig oogenblik.
+
+"Goddank menheer," zei de besteller tot den telegrafist toen deze in
+den namiddag het kantoor sloot: "Goddank, dat we nu toch weten dat
+ie in Amsterdam zit, en--dat het hier beperkte dagdienst is.--O ja,
+complement van menheer Kippelaan," vervolgde de man: "en of u van avond
+na sluiting plezier hadt om een kopje thee bij hem te komen drinken?"
+
+
+
+
+
+
+
+DRIE EN VEERTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Op het bovenportaal eener kleine woning aan den Buitenkant te Amsterdam
+staan twee mannen; de een staat bij de deur der kamer, waaruit hij
+zooeven gekomen is; de ander op de bovenste trede der steile trap
+met de hand aan de leuning.
+
+"Ik herhaal je menheer Baars, dat ik in _geen_ geval aan je onbillijken
+eisch zal voldoen;" zegt de eerste op gedempten toon.
+
+"Onbillijk!" herhaalt de tooneeldirecteur met smadenden lach: "Denk je
+dan dat we ons dáármee 't hoofd kunnen breken? 't Zou wat moois wezen
+als de een niet wou spelen omdat z'n neef 'en zinking op 't oog had,
+of 'en ander omdat z'n zuster aan eksteroogen leed!"
+
+"Die zoutelooze aardigheden zijn ongepast. 't Geldt hier een
+doodzieken broeder, die al gedurende twee dagen en nachten in gestadige
+ijlkoortsen ligt, en door niemand dan mij wil geholpen zijn."
+
+"Ja, dat is allemaal tot je dienst, maar daar kan een directeur zich
+niet om bekreunen. God beware! Toen m'n eigen vader op sterven lag,
+toen speelde ik 's-avonds wel voor Thomas-Vaer in de Bruiloft van
+Kloris en Roosje; en toen ik m'n moeder 's-morgens begraven had...."
+
+"Toen hadt je je 's-avonds in je rol moeten ophangen!" snerpt Philip
+op dof schrillen toon. En dan: "Maak dat je wegkomt!"
+
+"Maar sakkerloot, een acteur moet...."
+
+"Een acteur moet niet vergeten dat hij _mensch_ is. Ik heb nooit
+begrepen dat dit een eisch was dien men hem stelt. Nog eens: Zoolang
+ik in zorg ben over mijn broeder speel ik _niet_!"
+
+"Haha, dat is dan die hooggeroemde _trouw_!"
+
+"Wanneer ik onwetend mijn woord gaf voor iets, dat beneden mij is,
+dan breek ik dat woord. Ga heen! Ik zeg u voor 't laatst dat ik _niet_
+spelen zal. Ik _kan_ en _wil_ het niet."
+
+"Dát zullen we zien!" zegt Baars met een dreigend gebaar, en als
+hij nog wil voortgaan om het "onwillig sujet" op weinig kiesche
+wijze aan zijn verplichting te herinneren, dan wordt de deur der
+ziekenkamer haastig maar behoedzaam geopend, en spreekt een zachte
+stem op bewogen toon:
+
+"Als je een afgetobden lijder een oogenblik van verademing, ja
+misschien een rustig _sterven_ gunt, doe dan wat mijn man u vraagt
+menheer Baars, en ga heen."
+
+De directeur van het reizend tooneelgezelschap is een man zonder
+beschaving en zelfs zonder eenig kunstgevoel. Slechts het "slaan
+van dubbeltjes" is de kunst die hij liefheeft en beoefent met hart
+en ziel. Nochtans, toen hij na de woorden van mevrouw Philippe,
+zacht pruttelend naar beneden ging, toen plooide een rimpel zijn
+voorhoofd. 't Speet hem eensklaps dat hij die leugen heeft verzonnen
+om hem over te halen.
+
+Wat moest hij wel denken van iemand, die op zijns vaders sterfdag
+een klucht ging vertoonen? Nu ja, als het hier zóó erg gesteld was
+dan.... In 's-hemelsnaam! de Casper Lariefarie moet Lowee dan maar
+spelen. Men kan geen ijzer met handen breken. Iemand die sterven
+ging! Enfin, dat doet men maar eens!
+
+Zachtjes op de teenen loopend, is Philip nu met zijn vrouw in de
+voorkamer teruggetreden, die wel aan de vroeger door hem bewoonde
+bovenkamer in de Tuinstraat herinnert, doch--ofschoon grooter en niet
+zoo somber--nu kleiner schijnt door het breede ledikant 'twelk er in
+'t midden geplaatst is.
+
+"Goddank! hij slaapt," zegt Philip, terwijl hij den doodsbleeken
+August, met pijnlijk gesloten lippen, schier voor het eerst na zoo
+vele uren van angstig waken en tobben, naar 't uiterlijke kalm ziet
+nederliggen: "Ja Virginie, hij slaapt Goddank!" herhaalt de jongere
+Helmond, en geeft zijn geliefde een zoen. En dan: "Wacht, blijf jij
+nu even hier; ik moet het oogenblik waarnemen om óók een zoen aan
+ons ventje te geven."
+
+Philip verlaat nu de kamer en treedt in het kleinere vertrek
+ernaast. 't Is de slaapkamer der ouders van den kleinen Prits. En
+ginds zit hij in zijn tafelstoel, de blonde halfjarige guit met zijn
+groote blauwe oogen. De althea-wortel glijdt weg uit zijn mondje,
+en de rammelaar aan een blauwzijden lint valt eensklaps uit de kleine
+hand: Met de poezele armpjes naar den vader uitgestrekt, kraait het
+jongske van pret.
+
+--Ja 't was ook hard! Met de reis naar Zutfen en Briesborg meegerekend,
+had het lieve blonde ventje zijn vader in zes dagen zoo goed als in
+'t geheel niet gezien; die vluchtige keeren in de laatste dagen telden
+niet mee.--Ja ja, nu zal hij den stoel uit. Ja, nu moet hij weer eens
+zoo heel hoog naar boven worden getild en dan, ploef, ineens heel laag
+naar beneden!--Hoor hoor hem eens kraaien vol ongeduldige blijdschap;
+en, wat de vader het jongske--misschien niet verstandig--alreeds
+zocht te leeren: het noemen van zijns vaders voornaam, het klinkt nu
+mede met ongeduldig opspringen in den stoel: "Fiffie, Fiffie!" en,
+hij kraait en hij springt weer.
+
+--Neen, nu de deur maar dicht is, nu kan de zieke het niet hooren.
+
+"Moest jij er voor lijden mijn arm klein Fribbeltje!" zegt Philip,
+en neemt het kind uit den stoel, en tilt hem hoog _hoog_ en ploft
+hem dan tot op den grond; en weer in de hoogte en weer naar beneden,
+totdat.... Philip werd eensklaps zoo duizelig.--Hij hield den kleinen
+Frits goed vast, maar staakte het spel, en trok zich terug tot aan
+het groote ledikant.--Zóó op den rand zittend ging het beter. Fritsje
+wiegde in zijns vaders armen vóór- en achterover.--De vader wist echter
+niet wat hij deed.--Fritsje weet niet wat een schommel is, maar hij
+vond het prettig. Een beetje later is 't hem alsof hij in zijn wiegje
+ligt. En de vader--hij wist wel wat een schommel was, en meende dat
+hij met klein Fribbeltje erin zat. Hij hield hem _stevig_ vast.... maar
+'t ging zóó hoog, zóó hoog, dat hij de oogen moest sluiten; en.... toen
+liet hij zich glijden, en.... hij weet niet meer wat.
+
+Uitgeput van vermoeienis naar lichaam en geest, is de jongere Helmond
+in slaap geduizeld; maar het kleine ventje houdt hij toch altijd stevig
+vast. En Fribbeltje pinkt en dubt met de lange donkere oogwimpers,
+en.... slaapt dan mede--in de armen van zijn lieven Fiffie!
+
+Virginie Helmond had den wensch van Philip begrepen. Ach ja, nu dokter
+August wat rustiger is geworden, nu mocht de goede jongen wel een
+oogenblik tot verademing komen.--Dien tijd kan zij waarnemen om hier in
+haar woonkamer de schromelijke wanorde een weinig te herstellen, die
+er, door den toestand, waarin men zoo onverwachts geraakte, wel moest
+ontstaan.--'t Is onbegrijpelijk hoe die trouwe Philip dat alles, en
+bijna geheel alleen, heeft beredderd.--Dat gebroken kopje op den vloer,
+en die groote scheur in het ledikantgordijn, ze bewijzen genoeg dat er
+vreeselijke momenten zijn geweest. En dan, wat zielsangsten moet de
+arme Philip hebben doorstaan! In de vaste meening dat dokter August,
+ten einde raad, zich aan dien ouden generaal had vergrepen, heeft
+Philip schier het onmogelijke gedaan om den lijder--na hun aankomst
+in Amsterdam--niets slechts te verzorgen, maar hem ook voor den blik
+der politie te vrijwaren. Toen eindelijk, door de tusschenkomst van
+den heer Woudberg, die schrikkelijke verdenking was opgeheven, en
+Virginie bij haar aankomst nog mede de onwaarheid ervan heeft mogen
+bevestigen, toen was de blijdschap van Philip zoo groot geweest,
+dat hij het bijna te kwaad had gekregen.
+
+Het ledikant, 'twelk in allerijl van een voornamen uitdrager was
+ontboden, moest hier in de nette woonkamer worden opgeslagen--maar
+zonder levenmaken.--Den eerste die leven maakte smeet hij de trap af!
+
+En uit de diepe kast in de achterkamer, waarin hij den broeder met
+de uiterste zorg een leger gespreid en tot nu toe verborgen had,
+heeft hij hem toen naar deze kamer overgebracht. Hier, _hier_ zou hij
+herstellen; hier zou Philip hem bewaken en verzorgen al moest hij
+er zelf hij neervallen. Hier zou hij den "armen duivel" liefhebben
+totdat.... totdat hij weer heelemaal gezond vertrekken kon.
+
+Terwijl Virginie Helmond zonder eenig geraas de orde in de kamer
+herstelt, blijft het rustig in het groote ouderwetsche ledikant.
+
+--'t Was toch zonderling; dat die voorname zwager daar nu neerlag
+in _hare_ woning, en geheel alleen overgelaten aan de zorg van den
+verguisden Philip en zijn verachte vrouw.
+
+--Slaap gerust arme zieke, denkt de jeugdige echtgenoot van den vurigen
+Helmond, terwijl ze met de hand aan het fijnbesneden gelaat naar de zij
+van het ledikant tuurt: Slaap gerust! Ik heb verplichting aan u. O! 't
+geeft een zalig gevoel wanneer men iemand die ons.... wanneer men
+"iemand als ú", met zorg en liefde omringen kan. En dat gevoel heb
+ik leeren kennen door mijn eenige, mijn trouwe! O God, als hij het
+niet zoo dikwijls herhaalde, dat er zonder mij geen geluk voor hem
+kon bestaan, ja, dán zou ik misschien al gestorven zijn van smart
+over het lot dat hij door mij te dragen kreeg. Maar stil, was het
+misschien ook voor hém een bron van stille vreugd, dat hij een arm
+en onervaren kind aan zich verbond, om haar een trouw te leeren die
+in haar omgeving helaas, maar al te weinig gevonden wordt.
+
+--O dokter Helmond, je wist niet wat kostelijken schat je in je
+broeder hebt bezeten, en dat zijn waarachtige trouw vaststaat als
+een rots in zee. Maar nú dokter, nú zul je het weten, nu zul je dan
+ondervinden wie mijn Philip is.
+
+Eensklaps ontstelt Virginie geweldig. In gedachten verzonken naar het
+ledikant turend, ziet ze de oogen van den lijder strak en glinsterend
+om den hoek der gordijn haar aanstaren.
+
+"Wil je wat drinken dokter?" zegt Virginie, zich herstellend, maar
+houdt de lange zwarte wimpers toch naar den grond geslagen.
+
+"Neem weg! Grijp weg!" roept de zieke op angstigen toon; en nog eens
+met verheffing van stem: "Eva grijp weg!--Zie je niet? Dáár! Ze willen
+hem levend met mij begraven!--Laat vallen die diamanten, laat los;
+los! Grijpt hem! O God, daar hebben ze ons kind.... O God, en _hij_
+heeft het niet gedaan. _Ik_ heb hem vergift gegeven, _ik_! Zie maar,
+bloed, bloed!" En vreeselijk gillend: "Bloed!"
+
+Philip is reeds toegesneld. Hij waakte al slapend. Een half uur slapens
+heeft toch zijn krachten verfrischt.--Weinige oogenblikken later is hij
+er in geslaagd den zieke tot kalmte te brengen. Zijn Virginie geeft hij
+te drinken, en verzoekt haar dan zich te verwijderen.--Hoor, 't is nu
+nog treffender dan zooeven. Aanhoudend, zonder een enkel oogenblik
+rust, klinkt het nu uit zijn mond: "Eva kom, Eva kom!" en altijd
+weder hetzelfde op dien angstig jagenden toon: "Eva kom, Eva kom!"
+
+Maar Eva kwam niet.
+
+Neen, reeds vier- vijfmalen was Philip naar het venster gegaan,
+maar telkens reed het rijtuig, 'twelk hij had hooren aankomen
+voorbij. En toch, wanneer men na 't ontvangen van het laatste
+telegram--dat Woudberg ter volkomene opheldering naar Romphuizen
+heeft gezonden--_aanstonds_ vertrokken was, dan had men reeds met den
+sneltrein kunnen hier zijn. Maar, of een vrouw als Eva Armelo zich zoo
+bijzonder zou haasten....? Althans Philip ziet alweder naar buiten,
+doch--Eva komt niet.
+
+En Eva? Ach, van het oogenblik, waarin zij zekerheid bekwam dat
+Helmond zich te Amsterdam ten huize van haar zwager bevond, was haar
+opgewonden koortsachtig drijven om te vertrekken zóó sterk geweest,
+dat haar oude vriendin er ternauwernood in geslaagd was om haar een
+weinig tot kalmte te brengen, en te doen gevoelen dat men niets won
+met een paar uren vroeger per rijtuig te vertrekken, indien men toch
+met geen vroegeren trein te Amsterdam kon aankomen. Toen men in 't
+einde tot vertrekken gereed was, toen heeft de kapitein Armelo God
+in stilte gedankt dat mama had besloten maar thuis te blijven.
+
+De "bespottelijke" ingenomenheid van Eva met die weduwe Van
+Hake, ekskuseerde haar, zooals zij beweerde, om "van de partij te
+zijn".--"Neen", heeft mama gezegd: "een moeder, die zóó met ondank
+wordt beloond, kan haar hart geen geweld aandoen, en meegaan om een
+schoonzoon op te passen, die de heele familie bedrogen en haar kind
+het hoofd heeft op hol gebracht."
+
+Ja waarlijk, Armelo is blij geweest dat mama tot dat besluit is
+gekomen.--Eva verstond letterlijk geen rede tenzij die weduwe haar
+bemoedigde en troostte. Ja, ja zeker, ze luisterde ook wel naar hem
+als hij haar courage zocht in te spreken, en haar herinnerde hoe
+hij zelf na 't jaar 40 een pil te slikken kreeg, en de ritmeester
+Van Disse hém toen getroost heeft met te wijzen op het houten been,
+waarmee die oude kameraad sedert 30 moest rondspringen; maar hij
+wist toch al spoedig niet meer wat hij zeggen zou, en Eva werd er
+ook maar weinig door getroost. Nee die goede mevrouw Van Hake was
+hem inderdaad een reddende engel; zij had zoo den slag.... ze was
+zoo bedaard; ze praatte niet _mee_, en toch ook niet _tegen_. Ja,
+ze was zoo lief voor zijn kind; en dat kind--ach, ze heeft toch
+zooveel goeds, en is nu wel diep te beklagen.--Wát zal men er van
+zeggen!? Eigen schuld! _Eigen schuld!?_ Maar wie heeft er _geen_ schuld
+in de wereld? Eva was zoo jong; zooveel jonger dan hij, Armelo zelf,
+in den tijd toen mama.... op een kleiner schaal jawel....
+
+"Stil maar Eefje-lief," heeft hij gezegd toen men dan eindelijk in
+de vigilante zat, die hen naar 't station zou brengen: "stil lieve
+Eva; vergeet niet dat je een militaire-kind bent. Je moet je in den
+spoorwagen goedhouden. De sergeant Wagenaar placht te zeggen...."
+
+Maar Eva hoorde hem niet; ze stak het hoofd uit het portier en riep
+vol onrust:
+
+"Vooruit dan koetsier, vooruit! of we komen te laat aan den trein!"
+
+
+
+En Philip Helmond snelt opnieuw naar het raam. Hij heeft weer een
+rijtuig gehoord. Het kwam nader. Ja zie, de voerman tuurt naar
+de nummers der huizen.--Philips hart klopt vol onrust. Nu is de
+vigilante de woning genaderd. Zij houdt stil voor de deur. Zal zij
+er uitkomen? Zij! de vrouw die hij haat. Zal zij zich hier bevinden,
+_hier_, binnen weinige seconden....!
+
+"Eva kom, Eva kom!" klinkt het nog altijd van August's lippen, doch
+nu telkens flauwer en straks nauwelijks hoorbaar.
+
+"Ja kom dan, in Godsnaam, kom!" zegt Philip bij zich zelven, en perst
+de lippen opeen, en hoort gestommel op de trap, en.... staart naar
+de deur, maar mist toch de kracht om die te gaan openen.
+
+"Voorzichtig kindlief, niet zoo haastig;" zegt Armelo: "Laat mij nu
+voorgaan Eva; de trap is steil; en,--ik dien toch te vragen of we
+hier waarlijk terecht zijn."
+
+Maar Eva heeft niet naar den vader geluisterd. Op een paar treden na is
+ze reeds boven.--Doch nu, bijna had zij naar evenwicht verloren. De
+sleep van haar kleed is aan een spijker blijven haken. Met een
+krachtigen ruk, die een groote scheur in dien sleep maakt, heeft ze
+zich aan de klem ontworsteld.--Wat, _wát_ geeft ze nu om japonnen
+met slepen!
+
+Vreeselijk bonst haar het hart terwijl ze nu schier in hetzelfde
+oogenblik de hand naar gindschen deurknop uitstrekt. Zij voelt,
+ze weet het, daar, dáár moet hij zijn.
+
+Philip Helmond staat onbeweeglijk. 't Is hem alsof hij versteend
+is.--Nu zal ze komen.--En, de deur ziet hij opengaan.
+
+Met gejaagden doch onhoorbaren tred, kwam daar een vorstelijk schoone
+gestalte naar binnen. Nadat zij de kleine voile had opgeslagen,
+heeft ze hem vluchtig aangezien; en, in hetzelfde oogenblik naar
+het ledikant wijzend, is ze ijlings zonder te spreken er heengesneld.
+
+--En, dát is ze dan.... dat is dan de ijdele vrouw die de zijne
+veracht....--Maar hoor--O God, dat moet wel een steen vermurwen; dat
+perst hem met geweld de tranen in 't oog. Hoor, eensklaps zwijgt het
+jagend geroep van den armen lijder; een lange zucht glijdt er van zijn
+lippen; de matte van koortsgloed schitterende oogen slaat hij naar haar
+op; 't is alsof een glimlach zijn doodsbleek gelaat overtrekt. En zij,
+uitbarstend in bitter geween, roept weder met nokkende stem:
+
+"Ach ja, mijn August, mijn liefde, mijn alles! Hier hen ik; je Eva!"
+
+Neen, Philip Helmond heeft aan die eerste opwelling toch geen gevolg
+kunnen geven. Een oogenblik was hij er bijna toe gekomen, om haar
+terzij te snellen en haar de hand te drukken, vol innigen dank omdat ze
+gekomen is en den armen broeder dien weemoedigen glimlach op 't lijdend
+gelaat heeft getooverd. Maar, 't was zóó beter; hij heeft het niet
+gedaan. De vrouw kan haar man liefhebben, en toch verachtelijk zijn.
+
+De jongere Helmond wordt nu afgeleid. Er waren nog twee personen naar
+binnen gekomen. Dat moeten haar ouders wezen. Hij spreekt fluisterend
+met hen, maar, hij zal hun niet toonen dat hij medelijden heeft
+met hun kind. Dat kind, die dochter, veracht zijn vrouw, _zijn_
+schat, en daarom.... Philip staat nu weder alleen. De oude man en
+die dame in 't zwart zijn naar het ledikant gegaan, en.... Neen,
+het was te verwachten, de arme August herkende hen niet. Maar ook,
+helaas, de oogenblikkelijke kalmte, die Eva's komst had bewerkt,
+is reeds voorbijgegaan.
+
+Op het zien van den ouden kapitein is August eensklaps overeind
+gerezen, en terwijl hij het hoofd terugtrekt naar de binnenzij van
+het ledikant, ijlt hij weder:
+
+"Vermoord! dood! vergift! Voor duizend, voor tienduizend gulden
+vergift!" en in woeste opgewondenheid gaat hij met ijlen voort, en
+doet de omstanders sidderen, en Eva, marmerwit geworden, terugdeinzen
+en het gelaat met beide handen bedekkend jammeren:
+
+"O God! o groote God!" Doch, meer te spreken vermag zij niet.
+
+
+
+Weinige minuten later ontwaakt Eva uit een korte bezwijming. Zij rust
+met het hoofd tegen den schouder der jonge vrouw, die ijlings uit de
+andere kamer was toegeschoten. De man, dien zij bij haar binnentreden
+het eerst heeft gezien, stond aan haar zij en verfrischte haar
+met eau-de-cologne. En ofschoon ze eensklaps haar volle bewustzijn
+herkreeg, ze moet nu de oogen toch sluiten..... Een oogenblik later
+zegt ze zacht:
+
+"Ik dank u.... 't Is nu voorbij.--Ik zal sterk zijn. Ach, laat mij
+nu met hem alleen?"
+
+'t Sprak vanzelf dat een vermeerdering van drie personen het kleine
+vertrek wat al te vol deed worden.
+
+De dokter, die den patiënt kwam bezoeken, liet zich met een paar
+woorden hierover uit. In 't belang van den zieke waren lucht en stilte
+noodzakelijk. 't Was hier wel wat klein.
+
+Weinige oogenblikken later bevindt Virginie Helmond zich in het
+benedenhuis, en spreekt er met haar hospita. De hospita schudde eerst
+geweldig het hoofd om aan te toonen dat de zaak niet te vinden zou
+zijn; maar toch, haar hart was "plooizaam" wanneer het noodig was,
+en--ze zou doen wat ze kon.
+
+Nadat Virginie, weder boven gekomen, zeer vluchtig op het portaal met
+Philip heeft gesproken, treden die beiden de ziekenkamer weer in,
+terwijl ze nog op den drempel een snellen blik van verstandhouding
+wisselen.
+
+Mevrouw van Hake, die zooeven een goedkeurend woord van den
+Amsterdamschen dokter over het aanwenden van een afleidend middel
+heeft ontvangen, zegt nu fluisterend tot Eva:
+
+"Niet zoo onophoudelijk schreien lieve Eva. 't Is niet goed. Zie,
+hij ligt nu weer kalm."
+
+"Maar _hoop_! Zou er _hoop_ wezen?"
+
+"Waarom zou die er _niet_ zijn? Maar dan moet ook alles gedaan worden
+wat in zijn belang noodzakelijk is."
+
+Op dit oogenblik komen Philip en Virginie in de kamer terug. Terwijl de
+eerste naar Eva ziet, doch op een afstand blijft staan, gaat Virginie
+naar het venster waar de kapitein Armelo reeds een geruimen tijd stond,
+en er gedurig eens naar buiten keek.
+
+Het was hem eigenlijk alsof hij droomde terwijl hij daarbeneden die
+gansch ontwende drukte zag, en, voor zich uit, dat breede spiegelgladde
+IJ, tintelend in de zon, met al die zeil- en stoomschepen, en de af-
+en aanvarende roeibootjes er tusschen door. Ja, 't was hem alsof hij
+droomde. Maar telkens, en altijd weder wanneer hij uit die droomerijen
+ontwaakte, kwam hem de vraag voor den geest: Is het dan háár schuld;
+de schuld van dat arme kind? Zie, haar _moeder_ is thuis gebleven, en
+die _vreemde_ is meegegaan. Haar moeder heeft bij 't afscheid gezegd,
+dat zij--alles nu daargelaten--ook wel thuis blijven _moest_. Mama
+zou in Eva's afwezigheid toch het bestier van 't groote huis wel
+dienen op zich te nemen.
+
+--Maar--zou het dan _moeders_ schuld zijn alleen, en volstrekt niet
+de _zijne_.....?
+
+Armelo heeft het eensklaps zeer warm gekregen. Ja, hij had daar immers
+juist het kind weer aangezien, het lieve kind met haar roodgeschreide
+oogen; en.... phu! de oude polonaise met de nauwe mouwen heeft hij toen
+wat losgeknoopt. Maar zie, nu de onderjas daardoor aan 't licht kwam,
+nu werd Armelo's oog onwillekeurig naar beneden getrokken. Wát was
+dat!--Toen hij zich voor die overhaaste reis naar Amsterdam heeft
+gekleed, toen moet mama hem--natuurlijk met den meesten spoed, de
+groote "tiendaagsche ruzie" en de "vijf en twintigjarige" op de reeds
+wat kaal geworden Zondagsche jas nebben genaaid.
+
+--Goeje hemel, dat hij daar eerder niets van gezien heeft! Is _dit_
+nu een gelegenheid.... dit!?
+
+Zoo spoedig mogelijk heeft Armelo zijn pennemes uit den zak gehaald.
+
+Geheel en al afgewend, bijna met hoofd en handen tegen het vensterglas
+gedrukt, tarnt hij nu die monsterdingen los.
+
+Op het oogenblik dat de kapitein hiermee bezig was, trad Virginie op
+hem toe. Zoo snel hij kon deed hij nu de polonaise weer dicht, maar kon
+het niet verhinderen dat de "tiendaagsche ruzie" er onderuit en voor
+zijn voet op den grond viel.--Dat was hem nog eens gebeurd.--Gelukkig,
+zij ziet het niet. Armelo zet er haastig den voet op.
+
+"Watblieft u mevrouw?"
+
+Terwijl Virginie Helmond den kapitein verzoekt om--voor zoolang als hij
+hier zal blijven--van een der beide benedenvertrekjes die haar hospita
+wil inruimen, gebruik te maken, is Eva--na een aarzeling--opgestaan,
+en, tot Philip genaderd, zegt ze fluisterend met neergeslagen blik:
+
+"Ik wilde u iets vragen. Het betreft...."
+
+Ofschoon Philip bij deze onverwachte toespraak eensklaps zeer bleek
+is geworden, zoo bespeurt Eva echter zijn ontroering niet, en, zich
+aanstonds herstellend, opent hij de deur van het kleinere achtervertrek
+en zegt:
+
+"Ga in deze kamer mevrouw. Hij mocht ons hooren misschien."
+
+En daar staan ze nu tegenover elkander. Eva is zeer gejaagd. Bij
+haar diepe smart pijnigt haar niets zoo geweldig als de gedachte,
+dat ze zich nu in de woning van dien Philip en zijn vrouw bevindt,
+en van hunne weldaden en hun genade afhankelijk is. Bovendien, in
+den laatsten tijd zeer aan ruime vertrekken gewoon, is het haar hier
+onmogelijk klein en benauwd. Met den sleep van haar kleed vult ze
+bijna de geheele ruimte van dit hokje.
+
+'t Is toch alsof dat gevoel haar nog uit een andere oorzaak
+hindert. Eensklaps vat zij de overvloedige ruimte van haar japon en
+trekt die naar boven.
+
+"Wat wenscht u mevrouw?" zegt Philip en zijn stem klinkt ongevoelig.
+
+--Is dat dezelfde man die haar straks met zijn hulp heeft terzij
+gestaan! Maar toch, dien toon kan zij nu beter verdragen: Koudwater
+dient haar; hoe killer hoe liever.
+
+"Wij zijn u tot last," vangt ze aan terwijl ze--nog bezig met dien
+sleep van haar kleed--de oogen steeds naar omlaag houdt: "Uw woning
+bestaat uit deze twee kamers niewaar?"
+
+Philip geeft geen antwoord. Eva vervolgt:
+
+"De dokter heeft gezegd dat de voorkamer, met het oog op mijn lieven
+zieke, wel wat klein is. 't Zal hem kwaad doen als wij daar gedurig
+tezamen zijn.... Ik wenschte.... Ik zal in het dichtstbijgelegen
+logement een paar ruime kamers bestellen, en dan...."
+
+Eva zwijgt.--Philip zwijgt mede; doch, na eenige oogenblikken van
+stilte ziet hij haar met gefronste wenkbrauwen aan, en herhaalt op
+vragenden toon hare laatste woorden: "En dan....?"
+
+"Dan wilde ik Helmond erheen laten brengen," herneemt Eva: "tenminste
+wanneer de dokter het goedvindt. Natuurlijk met alle voorzorg; in
+een welgesloten rijtuig. En...."
+
+Eva zwijgt weder.
+
+"En....?" herhaalt Philip.
+
+"Ja, en ik zou u dan hartelijk.... willen.... dankzeggen, voor..."
+
+"Voor....?" vraagt Philip even koud.
+
+"Voor alles wat u deedt in 't belang van mijn lieven man; en u
+verzoeken...."
+
+Droefheid en verlegenheid werken samen tot het te voorschijn roepen
+der tranen die Eva weer snikkende schreit. Philip komt haar een
+schrede nader:
+
+"Mevrouw," zegt hij zeer bedaard: "op dit oogenblik treffen uw tranen
+mij minder dan ik wenschen zou. Vergeef mij, ik kan niet altijd
+zwijgen, 't is mijn gebrek. Maar 't was toch mijn plan niet u hard te
+vallen. Tegen uw wil en tegen den mijne kwaamt u in deze woning. Geloof
+me, ik zal de wetten der gastvrijheid--en nú vooral--geen oogenblik
+schenden. Er is voor gezorgd dat uw vader en de doktersweduwe met
+u in deze woning kunnen blijven zoolang als zij 't verkiezen. Voor
+wie bij August moet waken zal mede op de voorkamer een bed worden
+gespreid. Niet meer dan één of twee personen tegelijk behoeven bij
+den zieke te zijn. Ik vrees geen oogenblik dat een verblijf hem hier,
+op die wijze, nadeelig zou kunnen worden. De lucht is hier frisch aan
+het IJ.--Ik bid u laat mij uitspreken: Mijn vrouw en ik, we beschouwen
+u van dit oogenblik afaan als meesteresse in die voorkamer, dáár. Wat u
+noodig hebt 't zal er wezen. Ik ben een zeer rijk man op dit oogenblik
+mevrouw. Maar," vervolgt hij zacht doch met klem: "tenzij de _dokter_
+gebood dat August in 't belang zijner herstelling naar elders moest
+vervoerd worden--'tgeen ik voor onmogelijk houd--zal ik niet toestaan
+dat hij ergens anders dan in deze woning herstelt of.... sterft. Ik
+herhaal u, _dat zal ik niet toestaan_. Misschien kent u beter dan ik
+de oorzaken mevrouw, die hem een _rijke_ woning deden ontvluchten."
+
+Eva sidderde.--Moest zij zoo iets hooren, zoo iets van hem! Waar
+is haar vader; waar blijven ze dan om haar te beschermen! O, nu hij
+haar hier _alleen_ heeft, nu durft de man, die haar straks voor 't
+oog van anderen zoo liefdevol bijstond, haar wel waarheden zeggen
+die.... Hoe! Eva beeft nog sterker.--Heeft hij haar _waarheden_
+gezegd!? O God! Haar ontroering zal ze nu toch verbergen. Moet ze
+het dan hooren, van die lippen, dat ze zelve.... Neen, hoor:
+
+"Maar naar die oorzaken vraag ik niet. Ik wilde u slechts zeggen,
+dat ik August op mijn weg heb ontmoet. Van zijn onschuld was ik niet
+overtuigd. 't Sprak vanzelf dat ik hem in bescherming nam, en een
+eed zwoer dat men den armen zieke _niet_ vatten zou. Ha, daar was
+een middel!" vervolgt Philip, en zijn oogen glinsteren ofschoon
+hij dat middel niet noemt. Goddank, 't was onnoodig geweest zich
+inplaats van zijn broeder, den vluchteling te noemen: "Maar noodig
+was 't wèl dat ik hem hier bracht: Zijn eenige "trouwe vriend" kon
+hem niet opnemen. 't Was om de "lieve kleinen" zei Woudbergs vrouw;
+men vreesde voor een epidemische ziekte.--Nú is hij hier: 't zal u
+vrijstaan mevrouw, te blijven of te vertrekken naar goedvinden; maar,
+ik zeg 't u nóg eens: hier zal hij beter worden of--sterven!--En,
+als er niemand mocht zijn om hem te verzorgen, al moest het ook
+weken en maanden lang duren"--Philips stem bekwam eensklaps iets
+trillends, iets onbeschrijfelijk roerends: "dan, zie,--dan zouden
+wij hem toch terzij blijven, _mijn vrouw_ en _ik_; en aan niets,
+nee, zoo waarachtig als hier een hart klopt, aan niets zou het hem
+ontbreken, al moest het laatste stuk uit ons huis, ja, al moest de
+wieg waar ons kind in slaapt, er voor verkocht worden."
+
+--O God, die tranen in dat oog.... Eva weerstaat ze niet.
+
+"Philip!" zegt ze en grijpt de hand van dien vurigen man; en weder:
+"Philip!"
+
+En hij?--O, dat klinkt als muziek.--Maar neen, dat heeft hij niet
+bedoeld; niet gewild; en.... Ha, gelukkig, een zachte kreet van den
+ontwakenden kleine geeft hem het recht om snel zijn hand uit die van
+Eva terug te trekken. Nu spoedt hij zich voort naar de wieg. Zie,
+het wakker geworden jongske, met zijn frissche koontjes door den
+slaap gekleurd, het lacht en kraait zijn lieven vader weer toe.
+
+"Sust sust Fritsje, stil! geen leven maken mijn kleine man!" zegt
+Philip, en neemt het blondkopje uit de wieg, dien lieven kleinen
+mol! En als hij nu zijn lippen op die lachende koontjes drukt, dan
+strekt het kind de kleine poezele handjes naar Eva uit, en wiegt
+onrustig met het lijfje naar die zij; en ziet haar aan met zijn
+lokkende blauwe kijkers.
+
+--O welk een engelachtig kind! Zie, zie, hoe het haar toelacht. Met een
+snelle beweging wischt Eva zich de tranen af; en--als ze het kind, dat
+zich al meer en meer naar haar vooroverbuigt en bijna het evenwicht zou
+verliezen, nu met de beide handen heeft opgevangen, dan zegt ze zacht:
+
+"Dat is je zoontje, niewaar Philip?"
+
+"Ja," klinkt het op zonderlingen toon: "_en het kindje van Virginie_."
+
+Terwijl Eva het jongske zoent, heft ze haar schoone oogen tot den
+broeder op, en dan.... dan wil ze iets vragen....
+
+Maar 't was niet noodig. Terwijl het in de voorkamer rustig bleef,
+scheen de moeder te hebben gevoeld dat haar kind was ontwaakt.
+
+Virginie kwam zachtjes den hoek der deur om, in het achtervertrek. Ze
+zag haar Fritsje in Eva's armen. En:
+
+"Virginie.... zuster!" zegt Eva met bevende stem. Meer zeide ze
+niet. Maar 't was genoeg.
+
+En, als het spartelende jongske een oogenblik later op den arm
+der moeder zijn Fiffie, Fiffie! roept, dan heeft Eva den strijd
+gestreden. Ze had op de bleeke wang dier moeder een zoen gedrukt,
+een zoen van dankbare liefde.
+
+
+
+'t Was nu omstreeks een half jaar geleden. Aan Philips eisch was
+voldaan: August had _zijn vrouw geroepen_ en--hun jongske heeft _nú_
+niet _geslapen_.
+
+
+
+
+
+
+
+VIER EN VEERTIGTSE HOOFDSTUK.
+
+
+Slechts voor weinige oogenblikken mocht een weldadig gevoel Eva's borst
+doorstroomen. Droeve hulpkreten klonken er weer uit de aangrenzende
+kamer. Eva's hoop, straks door Helmonds kalmer neerliggen gewekt, en
+de zoete gewaarwording der overwinning die zij op zich zelve behaalde,
+ze waren eensklaps vergeten.
+
+Het innigst medelijden met dien lijder moest nu wel het ongevoeligste
+hart vervullen.--Eva was radeloos.--'t Werd onmogelijk dat zij
+langer in de ziekenkamer bleef. Slechts mannenkrachten waren instaat
+om den armen zieke te beteugelen. Zijn ijlende waanzin uitte zich
+het allermeest door het denkbeeldig beschermen van een kind tegen
+duizenden moordenaars, die het van een schaap wilden wegtronen, hem
+lokkend met gansche snoeren van diamant; en dan weder, zoo mogelijk
+nog sterker, door in doodsangst te willen ontvluchten aan de handen van
+bloeddorstige beulen die hem aangrijnsden omdat--zie maar, omdat daar
+het lijk lag van den generaal, den pleegvader, door hem vergiftigd,
+door hem vermoord.
+
+De dokter, die tegen den avond nog eens terugkwam, heeft het niet
+tegengesproken dat het misschien weldadig op den patiënt zou kunnen
+werken, indien mijnheer Van Barneveld zich spoedig aan hem kon
+vertoonen:
+
+"Ja zeker mevrouw, toen hij ú zag, toen werd hij óók kalmer. Welzeker!"
+
+"Indien ik dan aanstonds schreef?"
+
+"Ja, dat zou niet kwaad zijn.--Van harte 't beste! Tot morgen. Als
+ik van nacht soms noodig mocht zijn dan...."
+
+"O God, dokter, u vreest toch niet....? Nee! mijn beste Helmond zal
+immers beter worden?"
+
+"We zullen doen wat we kunnen mevrouw. Zoolang er geen zekerheid voor
+een droevig einde is, geven we de hoop niet verloren. In uw beider
+belang moet ik u echter bepaald ontraden om vooreerst weer bij hem
+te gaan. Wanneer hij morgen rustiger is.... Ja, dán, welzeker!"
+
+--O, is er een vreeselijker toestand te bedenken!? Hier in het
+benedenhuis, in een benauwd en somber vertrekje, hier moet ze werkeloos
+toeven en verteren van angst, terwijl daarboven een aangebeden man
+door anderen wordt geholpen.... Eva vliegt overeind.
+
+"Lieve kind, blijf toch wat kalm," zegt mevrouw van Hake: "Papa is
+immers óók boven. En hoor maar.... 't is nu weer rustig."
+
+"Maar hier, hier is de onrust onbeschrijfelijk!" roept Eva, en drukt
+de hand met geweld op de borst. "O God, _als_ hij stierf.... ik zou
+krankzinnig worden, want.... Maar nee, _ik_ heb het niet gedaan. Nee,
+nee!" klaagt en schreit ze voort: "nee, ik heb hem zoo lief, zoo
+waarachtig lief.--Die vrek is de hoofdschuldige. En hij moet hier
+komen; hij _zal_! O schrijf hem, lieve engelachtige vrouw; schrijf
+hem dat August zal sterven als hij niet _aanstonds_ hier komt. Nee ik,
+_ik_ kan het niet."
+
+Mevrouw Van Hake is tot schrijven bereid.--Maar dan--zou een brief
+er niet te laat komen, en zal die gestrenge man gevolg geven aan het
+dringend verzoek indien Eva het niet zelve vraagt?
+
+--Ja zeker, de brief zal te laat komen, meent Eva, en, waar is het
+ook, indien zij 't niet zelve vraagt dan zal hij spotten met haar
+droefheid en angst.--In Godsnaam! Als zij dan kruipen moet, dan zal
+zij 't nú doen ter wille van dien eenigen vriend!--'t Zal een telegram
+zijn,--Goed, zij schrijft met trillende hand:
+
+"Generaal!"
+
+--Neen, dat kan niet blijven. Weder schrijft ze:
+
+"De pleegvader van dokter Helmond wordt dringend verzocht..."
+
+--Neen, alweder neen! Zóó weigert hij.--Opnieuw:
+
+"Geachte oom!"--O welk een leugen! "Indien gij nog eenig gevoel voor
+uw pleegkind hebt...."
+
+--Maar is zij dan krankzinnig! Al ware die stijl geschikt voor een
+telegram, op dien toon zal zij hem zeker niet bewegen om in allerijl
+naar hier te komen.
+
+Eva staart voor zich heen. En, 't is haar eensklaps alsof ze den
+grijsaard dáár zag. Zij spreekt hem aan; zij verzoekt hem dringend
+dat hij August zal gaan zien en tot kalmte brengen.--Hij weigert.--
+"Lieve oom!"--Hij schudt met dat grijze.... toch wel eerwaardige
+hoofd.--"Oom, beste oom, ik bid, ik smeek u!"--Hij ziet haar aan,
+maar zwijgt.--"Lieve oom.... ik heb schuld; ja wij zullen terugkeeren
+van dien weg.... beste oom, maar om Godswil.... ga dan ook mee?"
+
+--Zie, nu wenkt hij haar toe.
+
+Eva drukt vluchtig de hand voor de oogen. Een oogenblik later schrijft
+ze opnieuw. Eerst het adres, en dan:
+
+
+ "Beste oom. In bitteren zielsangst smeek ik u, kom Helmond
+ _aanstonds_ zien. Hij roept u. Hij zal sterven indien u
+ wegblijft. Eeuwig dankbaar zal u zijn uw
+
+
+ Amsterdam, Buitenkant 103. Eva Helmond,
+
+ Armelo."
+
+
+Het telegram werd verzonden.
+
+En--er volgde een lange en droevige nacht.
+
+
+
+Des anderendaags tegen den namiddag, bevonden zich onder de aangekomen
+reizigers met den sneltrein uit Utrecht, een deftig oud heer benevens
+een tengere jonge dame. Een oude knecht in eenvoudige livrei, met
+een valies in de hand, is hen reeds vooruitgegaan, en helpt straks
+met de meeste zorgvuldigheid den grijsaard en diens bleeke dochter
+in de vigilante, welke hij spoedig als de beste heeft uitgezocht.
+
+"Naar de Keizerskroon Willem;" beveelt de oude heer.
+
+"Best generaal;" zegt Willem, en slaat even aan, alvorens hij zich
+naast den huurkoetsier op den bok zet.
+
+"Niet zoo hard rijden;" zegt Willem tot den voerman: "De generaal
+is niet al te wel, en hard rijden op de steenen zou hem kwaad kunnen
+doen."
+
+"Zoo, is dat een generaal?" zegt de aangesprokene: "Ik dacht wel dat
+het een hooge van 't volk was. Nou hier in Amsterdam malen we daar
+weinig om."
+
+Willem zweeg, maar op gevaar af van een "standje" met dien huurkoetsier
+te krijgen, greep hij als man van 't vak, naar de leidsels, want,
+dat vreeselijk gehots op die keien 't moest den generaal zeer zeker
+hinderen.
+
+Ja, Van Barneveld was inderdaad zeer vermoeid toen hij aankwam. 't
+Was volstrekt noodzakelijk dat hij eerst in 't logement een half
+uurtje uitrustte.
+
+De eerste vraag van Jacoba aan den opperschenker in het logement,
+was, om haar aanstonds een kopje en wat melk te bezorgen. Nog
+met haar handschoenen aan, maakte ze voor den lieven vader weer
+een van de poeders klaar die den zieke zoo heilzaam zijn geweest;
+en--in geen geval zou ze het anders doen dan dokter August Helmond
+had voorgeschreven.
+
+"Over een half uur de vigilante;" beval Van Barneveld: "Buitenkant,
+nummer honderddrie."
+
+
+
+Aan dien Buitenkant Nº. 103 stond het dokterskoetsje voor de deur. De
+dokter sprak in een der benedenkamertjes nog even met mevrouw van
+Hake. 't Was heel goed dat mevrouw Helmond nu maar boven bij hem
+was. Neen, kwaad kon het volstrekt niet; och nee.--Over een paar uren
+hoopte hij nog even aan te rijden, want.....
+
+Mevrouw Van Hake vernam verder de laatste woorden in de gang, en zag
+daarna het koetsje wegrijden.
+
+O welk een onbeschrijfelijk zalig oogenblik is het geweest, toen die
+schrikkelijke nacht was voorbijgegaan en de afgetobde lijder, na eenige
+uren van rust, de oogen heeft geopend, en kalm en zacht heeft gevraagd;
+
+"Is Eva niet hier?"
+
+--Ach, wáár zou ze nu anders wezen! Ja ja, hier was ze:
+
+"August! eeuwig dierbare, lieve August! Och je kent me dan weer?"
+
+"Ja, ja juist, ik wist wel dat je komen zoudt."--Hij ziet haar aan:
+"Goddank dat je er bent mijn lieve.--Ik ben erg ziek Eva; heel ziek."
+
+"Ja mijn beste, maar nu ben je beter."
+
+"Beter?--Toch niet _heelemaal_ beter Eva. Ik voel.... Luister
+eens.... Hier.... Geef me die hand.... Zoo.... Wacht even.... 'k Ben
+moe.... heel moe...."
+
+"Lieve beste August, als het je vermoeit, spreek dan niet; word dan
+eerst weer sterk en gezond."
+
+"Ja, maar dan zou het te laat kunnen zijn;" zegt Helmond weder na een
+korte pauze en nu op zeer duidelijken toon: "Zoo, ja met die lieve
+hand op mijn hoofd dat is goed.--Eva, zeg, zijn wij alleen? Is daar
+nog iemand?"
+
+"Ja beste, hier is papa; en Philip is daar ook. Je trouwe brave Philip
+die je in zijn woning verzorgt."
+
+"Ik weet het; ik heb dat alles gehoord.--Goeje
+jongen! Onverdiend!"--Hij roept luider: "Philip!"
+
+De jongere Helmond staat nu bij het ledikant. 't Is hem onmogelijk
+om een woord te spreken, nu hij de trillende broederhand vat die
+hem werd toegestoken, terwijl die afgetobde blauwe oogen hem zoo
+onverklaarbaar gevoelvol aanstaren.
+
+"Papa ook;" herneemt August: "Brave man! Hier blijven allebei Mevrouw
+Van Hake....--_Virginie_!" zegt hij weer luider.
+
+"Och Philip, roep je vrouw; hij wil haar zien;" zegt Eva snel:--O
+hoe helder spreekt hij nu. "Lieve eenige August!--Goddank, Goddank
+dat alles voorbij is!"
+
+Een oogenblik bleef het stil.
+
+"Ja, alles is voorbij...." herneemt Helmond, en vervolgt, somtijds
+zwakker doch ook telkens weer met heldere stem: "Voorbij!.....'t
+Was een korte dag. De morgen was wel schoon, maar de avond is vroeg
+gevallen; een leelijke mist had den dag verdonkerd...."
+
+"Het ijlen begint weer;" fluistert Armelo bijna onhoorbaar tot mevrouw
+Van Hake; "Dan moet Eva weg. Volstrekt!"
+
+"Ja Eva, ja, mijn zwakheid heeft dien korten dag in een mist
+gehuld...."
+
+"August, mijn lieve August, spreek daar niet van."
+
+Helmond slaat vluchtig de oogen tot haar op:
+
+"Ik heb vreeselijke droomen gehad Eva."
+
+"Och, die zijn nu voorbij," zegt Eva weder, en zoent hem op de
+ingevallen wang.
+
+"Zóó, dat wilde ik juist vragen," herneemt de zieke zeer luid: "een
+_zoen_! Ik wist wel dat je hem geven zoudt, mijn _mooi lief kind_,
+mijn _nachtegaal_!"
+
+Eva blijft hem zoenen met vuur, totdat de stem eener zorgvolle,
+vriendin haar in 't oor fluistert:
+
+"Spaar hem. 't Is niet goed lieve Eva!"
+
+"Laat haar, brave vrouw;" zegt Helmond weder, en heeft nu de oogen
+der doktersweduwe ontmoet: "Zij wil het doen voor u allen: mij mijn
+schuld vergeven." En dan nog luider: "Ja, _mijn schuld mij vergeven,
+mijn zondige zwakheid, mijn ellendige zwakheid_!"
+
+Het moede hoofd viel terzij. Zóó kon hij niet voortgaan, maar toch
+vernam men nog met bijna onhoorbare klanken: "Als een kind grijpt
+naar de vlam eener kaars, dan.... weerhoudt men dat kind...."
+
+'t Gaf Eva na de oogenblikken van stille blijdschap over die merkbare
+beterschap--waardoor ze als 't ware in den zoeten dommel van 't
+verleden was teruggevoerd--een vreeselijken schok toen Helmonds
+laatste, misschien alleen voor haar verstaanbare woorden, haar zoo
+ontzettend diep in de ziel zijn gedrongen.
+
+--Nu weet zij het weer; ja, alles ineens:
+
+--Door háár, door háár alleen, is die brave goede man al dieper en
+dieper gezonken.
+
+--Door hare schuld, o God, was er in zijn reine ziel waarschijnlijk
+voor een oogenblik--een _ondeelbaar_ oogenblik--de _gedachte_
+opgerezen dat het geneesmiddel voor den grijzen pleegvader in een
+grooter hoeveelheid toegediend, het middel ter uitredding in den
+nijpenden geldnood zou kunnen worden.--Ja, Eva weet het nu alles: Wat
+zij niet zelve heeft begrepen, dat heeft die trouwe vriendin haar op
+'t zachtst en 't liefderijkst doen gevoelen.
+
+"Och August!" barst Eva nu bitter schreiende los: "Moet ik, _ik_
+vergeven, ik, ongevoelig ijdel schepsel, _ik_!" Zij verbergt haar
+schoon gelaat in de beide handen, en dan, voorover vallend op zijn
+kussen, schreit ze nokkend voort: "_Ik_ ben schuldig, _ik_ heel
+alleen. O wát geef ik om _alle_ schatten ter wereld als _hij_ maar
+leeft. Och goede God!"
+
+De oudere Helmond heeft het hoofd weer naar Eva's zij gewend: hij
+doet een poging om zijn hand op haar hoofd te leggen.
+
+Mevrouw Van Hake ziet het, en is hem behulpzaam. Hij dankt haar met
+dat moede goedaardige oog. De weduwe verwijdert zich van het ledikant,
+'t Kon iemand te machtig worden. Helaas! zij weet dat er maar zeer
+weinig hoop op beterschap is.
+
+"Eva niet schreien;" herneemt nu Helmond. En na een oogenblik
+stilte: "Wij hebben elkander te zwak.... maar toch zeer liefgehad,
+Eva.... _zeer_! En, nu zullen wij scheiden lieve kind."
+
+'t Was dokter Helmond aan te zien dat hij zich nog in deze laatste ure
+beheerschen kon. Hij heeft Eva de naderende scheiding zelf willen
+aankondigen. Hij had zich voorbereid op de uitwerking van dien
+vreeselijken schok. Het moest zoo wezen, in aller belang.
+
+En, na een akeligen wanhoopskreet van Eva, en een uitbarsting van
+haar hevig beangst gemoed, terwijl ze schier in vertwijfeling God
+en menschen om redding smeekt voor hem die haar zoo lief is, slaat
+Helmond met alle krachtsinspanning den arm om haar hals, en zegt met
+heldere stem:
+
+"Toon dan nog eens Eva, dat je mij waarlijk liefhebt, en schrei niet
+zoo hevig lieve; dat schreien maakt mij het sterven _bang_!"
+
+Zie, die woorden wekken haar op. Ja zij vermant zich.--Moet zij hem
+dan ook het sterven nog bang maken. _Zij_!
+
+"O, maar God zal het niet gedoogen! Nee August! Nee, nee, _niet_
+sterven, mijn lieve _lieve_ man! In een hut wil ik wonen als je maar
+bij mij blijft; met brood en water zal ik tevreden zijn. O, voor wie,
+_voor wie_ zou ik leven, als jij, mijn eenige, me ontvallen moest!"
+
+En Helmond fluistert met trillende stem:
+
+"Voor ons kindje Eva. Als God wil dan zie je mij in ons kindje
+weer.... Wees sterk, en leef voor hem lieve vrouw...." En dan bijna
+onhoorbaar: _Als een kind grijpt naar de vlam eener kaars_...."
+
+"Mijn engel, mijn eenige!" nokt Eva aan zijn oor: "Zoo waar als God
+leeft, ik zal sterk zijn en goed. Maar jij zult bij mij blijven;
+jij zult _hem_ leeren, en mij steunen; ja August, ja!"
+
+"Ik heb het wel vurig gewenscht.... lieve vrouw. Ik zou hem zoo
+graag.... op den arm hebben gedragen.... en gekust op dat lieve kopje,
+maar, dat zal niet zoo zijn." En zich afwendend, onhoorbaar: "Nee,
+niet zoo zijn. Ik heb het niet verdiend!"
+
+
+
+In het uur dat volgde kwam de dokter weder. Hij schudde het hoofd. Maar
+gelukkig, de zieke was nu zeer kalm; en de liefde van allen die hem
+omringden spreidde zijn peluw zacht.
+
+Daareven was het een treffend oogenblik geweest. Met de vervlogen hoop
+om ooit het kindje te zullen zien waarnaar hij zoo vurig verlangde,
+heeft hij, waarschijnlijk teneinde zich nog even in de aanschouwing
+van een kleinen Helmond te verheugen, de namen van Virginie en Fritsje
+genoemd. En, ijlings is toen de moeder heengesneld en met haar jongske
+teruggekomen. Ja, ofschoon August onmiddellijk na het roepen van
+die namen heeft gestameld, dat men hem het kindje toch liever niet
+brengen moest--immers de vrienden Woudberg waren misschien met eenig
+recht bezorgd voor hun kroost geweest,--die moeder, die ouders _hier_,
+ze hebben geen oogenblik berekend.
+
+Ach zie, met Fritsjes kleine warme handje, streelt nu die moeder
+nog zijn kille wang.--O God, dat deed hem zoo onbeschrijfelijk goed,
+en hij heeft gestameld:
+
+"Philip, Virginie.... Eva, lieve vrouw, onze kinderen zullen, als
+God wil.... vrienden zijn, _trouwe brave vrienden_!"
+
+
+
+Slechts twee wenschen, die de lijder een paar malen heeft geuit,
+schenen niet vervuld te zullen worden. De generaal Van Barneveld was
+nog niet gekomen, ofschoon hij desnoods reeds in den voormiddag te
+Amsterdam had kunnen zijn.--Mevrouw Van Hake bedroefde dit, misschien
+het allermeest in _Eva's belang_. Maar, innig deed het haar tevens
+goed, dat Helmonds tweede wensch--ofschoon die bezwaarlijk zou kunnen
+vervuld worden--haar besten Thomas gold. Helaas, het zou zeker te laat
+zijn al wilde men hem nú nog ontbieden, maar--Thom zou het weten,
+en levenslang zal hij den geliefden dokter er voor zegenen, dat hij
+nog in zijn laatste uren tot driemaal toe naar zijn "braven Thom"
+heeft gevraagd.
+
+Een weldadig gevoel mocht mede de goede vrouw vervullen, toen zij
+weinige oogenblikken later het papier kon toevouwen, 'twelk een zeer
+kort afscheidswoord van dokter Helmond aan zijn pleegvader bevatte,
+een vaarwel, 'twelk hij haar met zwakke stem gedicteerd had, en daarna,
+ofschoon met onvaste hand toch zeer goed leesbaar, met zijn voornaam
+heeft onderteekend.--Dat afscheid luidde:
+
+
+ "Oprecht geliefde pleegvader!
+
+ "Heb dank voor alles. Laat mijn sterven de zoen zijn voor het
+ leed, dat wij u hebben aangedaan.--Ik beveel u de vrouw aan,
+ die ik te zwak heb bemind, en het kindje waarvoor zij leven
+ wil. Mijn vertrouwen staat vast dat mijn weldoener grootmoedig
+ mijn schuldeischers voldoen, en mij bovenal de schuld mijner
+ zwakheid zal vergeven. Groet mijn zusje met een kus. Vaarwel!
+
+ Uw stervende
+
+ August."
+
+
+Onder 't schrijven heeft mevrouw Van Hake op een schier gebiedenden
+wenk van Philip den volzin weggelaten, dien August er bij gedicteerd
+had: "Vergeef ook den trouwen Philip; zijn vrouw is zijn leven
+en kroon!"
+
+Neen neen! Philips oogen hebben gefonkeld: Dat nooit; dat in der
+eeuwigheid niet!
+
+
+
+Papa Armelo, die in het benedenvoorkamertje een brief aan mama en
+Louise schrijft, ziet eensklaps op. Onder den bril door, naar buiten
+turend, meent hij dat zijn oude oogen hem bedriegen. Daar ginds,
+dicht bij den waterkant zag hij een blond jongmensch die, terwijl hij
+zich het zweet van het aangezicht wischte, aan een sjouwerman eenige
+inlichtingen scheen te vragen.
+
+En die jonkman was.... Maar een rijtuig is er eensklaps tusschen in
+gereden.--Het hield stil; hier, juist hier voor de deur.
+
+--Is het Willem van _De Zonsberg_, de oude koetsier, die daar van
+den bok springt? Is het de generaal die.. .?
+
+Armelo weet niet of hij waakt of droomt. Hij schreef daar juist aan
+mama en Louise dat die generaal toch zeer koud en hardvochtig was,
+want, dat Eva gisteren een telegram had gezonden en.... Maar nu,
+in een oogenblik heeft de oud-kapitein zijn onvoltooiden brief van
+de tafel weggegrepen en, ineengefrommeld, in den jaszak gestoken. Nu
+heeft hij de deur van het kamertje geopend. De generaal Van Barneveld
+is binnengetreden.
+
+Hij ziet er zeer slecht uit, en is nog bleeker dan zijn dochter die
+achter hem aankomt.
+
+De grijsaard kan ternauwernood spreken.
+
+Armelo is een weinig verlegen, en neemt daardoor onwillekeurig een
+eenigszins militaire houding aan, terwijl hij in zijn woorden een
+paar rrs meer dan gewoonlijk gebruikt.
+
+"Ja 't is zeer zeer erg generaal! Ik vrees.... Tenminste...."
+
+Van Barneveld ziet op.
+
+Tenminste.... kapitein?--Dus er is nog hoop?"
+
+"Volgens den dokter _niet_, generaal. Hij heeft ontzettend geleden."
+
+"Wij weten dat alles kapitein;" valt Jacoba zeer haastig in, en even
+snel vervolgt ze: "Is de familie van Helmond óók bij hem? Ik meen
+zijn broer en zuster?" en terwijl zij dat vraagt, wenkt zij den man
+dat hij ontkennend zal antwoorden. Maar de goede Armelo is de jaren
+van mimiek en taal der oogen voorbij. Hij heeft het niet begrepen.
+
+"Jawel juffrouw, tenminste nog voor weinig minuten waren ze er
+allebei.--O generaal, uw komst is een waarachtige zegen van God. Wat
+heeft die arme Helmond om u geroepen en naar u verlangd." Armelo werd
+stouter: "'t Is braaf, 't is edel generaal, dat u gekomen bent. Ik
+zal ze boven met uw komst gaan bekend maken."
+
+"Kapitein!" roept Van Barneveld hem na. Maar, of de oudedag Armelo
+soms al wat hardhoorig maakte, althans hij keert niet terug.
+
+'t Was een vreemde verschijning voor den generaal en zijn dochter,
+toen ze inplaats van Armelo, daar eensklaps Thomas Van Hake, zoo rood
+als scharlaken zagen binnenkomen.
+
+Thom heeft in één adem gezegd wat hij op 't hart had: Dezen morgen,
+juist tien minuten voor 't vertrek van den sneltrein, heeft hij
+dezen grooten verzegelden brief aan 't adres van zijn goeden meester
+ontvangen. In verband met courantenberichten, en een paar woorden
+die de dokter zich in den laatsten tijd, zeer in vertrouwen, heeft
+laten ontvallen--als zou men hem namelijk over iets zeer gewichtige
+gepolst hebben,--in verband met dit alles heeft het aanstonds bij
+hem vastgestaan dat deze brief dokters benoeming tot professor
+bevatte. Terstond heeft hij Bus verzocht om voor dezen enkelen dag
+het huis te bewaren, en is hij zelf, zonder oponthoud naar het station
+gevlogen, waar de sneltrein juist het sein tot vertrekken gaf, toen hij
+bijna ademloos in een derde-klasse-waggon is neergevallen. Bij aankomst
+te Amsterdam heeft men hem eerst naar een geheel verkeerden Buitenkant
+gezonden; maar nu, hier zijnde, nu dankte hij den goeden God, dat
+hij--zooals de kapitein hem reeds in de gang heeft gezegd--zijn lieven
+meester nog in leven vindt om hem _zelf_ dit schrift te kunnen geven,
+en, nog eens de hand te mogen drukken van den vriend, die zich zoo
+liefderijk over een arme weduwe en haar kind had ontfermd.
+
+Van Barneveld scheen zeer getroffen.--Hij aarzelde een oogenblik,
+en sprak toen schijnbaar kalm:
+
+"Je ijver prijs ik jongmensch; maar wat je doen wilt, keur ik af. Zulk
+een stuk moet den man niet meer onder de oogen komen, die binnenkort
+voor den rechterstoel van God zal verschijnen. Geef mij dien brief
+menheer Van Hake, en spreek er niet van."
+
+"Maar generaal, maar...." stottert Thomas onthutst.
+
+"Ik verzoek dat je mij dat stuk geeft menheer Van Hake!"
+
+"Nee generaal, nee! Neem mij niet kwalijk, maar dat, _dat is_ te
+erg. Om mijn besten dokter die laatste eer.... die...." Thomas ziet
+eensklaps Jacoba's angstig smeekenden blik. Hij weet niet wat het haar
+heeft gekost om den vader tot deze reis, en vooral tot het bezoeken
+van den stervende _in de woning van Philip Helmond_ te bewegen; neen,
+Thomas weet het niet; maar die blik van Jacoba doet hem plotseling de
+waarheid vermoeden; en.... zou hij haar smeekend vragen weerstaan? Mag
+hij dien al te gestrengen man, hier--nog eer hij den dorpel van dat
+ziekenvertrek overschrijdt--door een vermetele tegenspraak ontstemmen,
+en daardoor misschien veel meer bederven dan honderd zulke stukken
+kunnen goedmaken?
+
+"O vergeef mij generaal" valt hij nu zich zelven in de rede: "ik wil
+mij aan uw wijzer oordeel onderwerpen. Ik dacht maar dat het iemands
+sterven verlichten kon, wanneer hij _de zorg aan zijn jeugd besteed_,
+nog in 't laatst zoo krachtig gewaardeerd zag."
+
+Een half uur later zat de oude generaal aan het sterfbed van zijn
+pleegzoon.
+
+Mevrouw Van Hake heeft het reeds gezegd: 't kon iemand soms te machtig
+worden. Ook dien grijsaard werd het te machtig toen het reeds mat
+geworden oog hem voor 't laatst zoo smeekend aanzag, en zijn woorden
+nog bijna onhoorbaar klonken:
+
+"Dank vader! Uw vloek.... gold de zonde! Uw gestrengheid was
+liefde.... _Onnut_ en _zwak_.... mijn leven.... _Verzoening_ mijn
+_sterven_.... O, voor allen vergiffenis vader?"
+
+En de oude generaal? Er gleden dikke tranen langs zijn grijzen knevel
+neer; en hij drukte de magere hand van dien.... ja, van dien geliefden,
+dien meest geliefden pleegzoon; en, hij wilde nog spreken, maar neen,
+neen, die hand kan hij nog drukken, maar spreken, o God der genade,
+spreken, dat kon hij niet.
+
+Maar hoor, daar klonk al schreiend en bevend toch een welluidende
+stem. 't Was die van Jacoba:
+
+"Nee mijn goede August: _onnut_ was je leven niet, nee! Dat mijn beste
+vader nog hier kon wezen, hij dankt het, naast God, aan de hulp van
+mijn lieven broeder!"
+
+Thom kan niet zwijgen in dezen stond. Neen, goede God, hij _kon_ het
+niet!--Als een doode zoo wit, grijpt hij de hand van zijn vriend, en
+zie zie,--er zweeft voor 't laatst een glimlach over Helmonds gelaat.
+
+Heeft hij 't verstaan, heeft hij 't begrepen dat men hém, "den ellendig
+_zwakken_, den verder voor _dit_ leven _onmogelijken_ mensch"--zooals
+hij straks zich zelf had genoemd--nog den schoonsten en hoogsten
+titel als man der wetenschap heeft waardig gekeurd?
+
+Sinds de generaal en Jacoba waren binnengekomen, heeft Eva zich met
+alle kracht beheerscht.
+
+Bijna onveranderlijk is zij in dezelfde houding gebleven; met den
+arm om het hoofd van haar dierbaren man geslagen, want o, dát was
+hem zoo _goed_, heeft hij gefluisterd--en, ofschoon zij nog altijd op
+herstelling en leven hoopte, ach! als het dan anders wezen _moest_,
+neen, dan zou ze hem die ure toch niet bang maken, maar voor 't laatst
+nog toonen dat ze hem wel innig en waarachtig liefheeft.
+
+--Maar--o God, wat is dat! Met een kreet van ontzetting vliegt ze
+eensklaps overeind:
+
+"Eva!" heeft hij nog eens al stervend gefluisterd. En toen, toen
+is zijn laatste adem gevloden.--Helmond, haar dierbare, haar eenige
+Helmond; hij was niet meer.
+
+Aan den avond van den volgenden dag kwam er van den kant der
+Nieuwe-Stadsherberg een trekschuit langzaam aangevaren.
+
+Juist tegenover het huis nº. 103 aan den Buitenkant, zag men het
+vaartuig aan wal komen, en de schipper met zijn knecht wachtte er
+totdat de avond geheel was gevallen en de torenklok van de Oude Kerk
+zes had geslagen.
+
+Weinige minuten later heerschte er een buitengewoon gestommel in het
+kleine voorkamertje der genoemde woning. Een agent van politie stond
+buiten, en hield een nieuwsgierige menigte terzij, die al spoedig
+een langwerpig voorwerp met een zwart laken overdekt door een achttal
+mannen ter deure uit en dwars over de straat zag dragen, terwijl het
+daarna met alle behoedzaamheid in het ruim der schuit geborgen werd.
+
+Toen het vaartuig eenige minuten later van den wal was losgemaakt,
+gleed het weer langzaam heen.
+
+In den stuurstoel stond, met het hoofd voorover, een reeds bejaarde
+man in eenvoudige livrei. Men kon het hem duidelijk aanzien dat hij
+een oud-gediende was.
+
+Bij het wegvaren sloeg de oude nog eens de oogen op dat smalle hooge
+Amsterdamsche huis.
+
+--In die woning was dan de brave pleegzoon van zijn meester, zoo jong,
+nog zoo bitter jong, gestorven!
+
+De gaslantaarn, die juist was opgestoken, verlichtte inzonderheid het
+nummer der kleine woning. De oude Willem gaf er zich geen rekenschap
+van hoe hem nu eensklaps de woorden vol droeve waarheid zoo levendig
+voor den geest kwamen:
+
+
+ "Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
+ Gelijk een bloem die, op het veld verheven,
+ Wel sierlijk pronkt, maar krachtloos is en teer.
+ Wanneer de wind zich over 't land laat hooren,
+ Dan...."
+
+
+"Ach, zoo jong, zoo in de kracht van 't leven!" herhaalt de oude
+nog eens; en, het oogenblik kwam hem weer levendig voor den geest,
+toen hij--nog zoo kort geleden, dien goeden dokter als bruigom, met
+bloemen en linten aan 't tuig, mocht rijden, en hem benijdde omdat
+hij al spoedig het graf zou zien van den grooten Keizer die de heele
+wereld verwon....
+
+Willem de grijze koetsier weet niet hoe het komt, maar 'tgeen hij nú
+gevoelde, dat heeft hij nog nooit gevoeld.--Hij zou niet weten wát te
+antwoorden indien men hem vroeg of hij nóg gaarne zou meegaan om het
+graf van dien grooten Keizer te zien. 't Zou hem nu zijn alsof....--De
+oude schudde het hoofd, en staarde vóór zich in het zwarte water,
+en streek den traan weg, die hem in den grijzen knevel gebiggeld was.
+
+Thomas Van Hake is reeds in den morgen met Armelo naar Romphuizen
+vertrokken, om er den kapitein, met hetgeen er voor de begrafenis te
+regelen viel, behulpzaam te zijn.
+
+De generaal die gisteren, na zooveel aandoening, weer minder wel was
+geworden, zal eerst morgen naar Romphuizen terugkeeren.
+
+Op dit oogenblik, terwijl de pendule in de ruime hotelkamer halfzeven
+wijst, zegt hij tot Jacoba die juist weer een der poeders, waarop ze
+zooveel vertrouwen heeft, voor hem gereedmaakte:
+
+"De schuit kan al twintig minuten weg zijn. 't Verwondert me dat ze
+nog niet komen."
+
+"Misschien gaan de klokken hier niet zoo goed als op _De Zonsberg_
+lieve papa;" antwoordt Jacoba en geeft hem de medicijn.
+
+De vader gebruikt die stilzwijgend, en zijn oog rust weder op
+het schrift, waaronder August met reeds stervende hand zijn naam
+had geschreven, en waarvan de inhoud hem telkens herinnert aan
+die smeekende woorden van den gestorven pleegzoon: "Verzoening,
+vergiffenis."
+
+Van Barneveld weet niet dat er, op Philips uitdrukkelijk verlangen,
+een paar regels uit dien laatsten brief zijn weggebleven.
+
+Maar, evenmin weet hij dat Jacoba's hart, bij al de droefheid
+en zorg--waarin ze schier wonderdadig tot de vervulling van haar
+moeielijke kindertaak werd gesterkt--nog onrustiger klopt dewijl het
+aanstonds zal uitkomen, dat zij zich alweder, uit waarachtige liefde,
+aan een klein bedrog heeft schuldig gemaakt. Van Barneveld weet het
+niet dat Jacoba een paar woorden heeft gevoegd bij de weinige regels,
+die de vader haar verzocht heeft aan Eva te schrijven, en die toen
+aanstonds naar het huis aan den Buitenkant zijn gezonden.
+
+Alvorens Amsterdam te verlaten, heeft de oude generaal zijn jongsten
+pleegzoon doen weten: dat hij hem ter wille van dien afgestorven
+broeder, vergiffenis wilde schenken, wanneer hij waarachtig berouw
+gevoelde over de vreeselijke woorden, die hij vroeger gesproken had.
+
+Jacoba heeft moeten schrijven:
+
+"Indien Philip alzoo gezind is Eva, laat hij dan met u meekomen." En,
+Jacoba heeft er uit zich zelve bijgevoegd: "Natuurlijk, Philip _èn
+Virginie, zijne vrouw_."
+
+Jacoba wordt eensklaps nog bleeker dan zij gewoonlijk is. Op dit
+oogenblik heeft er een rijtuig voor de Keizerskroon stilgehouden.
+
+Was het een wreedaardig spel van het lot, dat die jonge moegeschreide
+weduwe in dezen stond den drempel van hetzelfde hotel moest betreden,
+waar ze aan de zij van haar geliefden vriend, den avond van haar
+eersten huwelijksdag was binnengegaan!
+
+Zij wankelde op dien drempel.
+
+--Maar Goddank, nog altijd was de trouwe vriendin haar terzij,
+die haar telkens dat woord van den eenige herhaalde: "Wees sterk,
+en leef voor ons kind lieve vrouw."
+
+Van Barneveld zag bij het zwakke licht der beide bougies niet aanstonds
+dat er vier personen waren binnengekomen.
+
+Jacoba beefde.
+
+De grijsaard is opgestaan. Zijn oogen waren vochtig.
+
+--Goddank! juicht het tengere meisje in stilte: Hij is zeer bewogen.
+
+"God plaagt niet uit lust tot plagen!" zegt Van Barneveld terwijl
+hij Eva's hand vat: "Wij hebben veel verloren, maar het _betere_
+zeker gewonnen Eva."
+
+Ach, hoe kon zij dit toestemmen in dezen stond!
+
+Eva schreide bitter.
+
+"Wij hebben hem beiden liefgehad," herneemt Van Barneveld: "maar ieder
+op een andere wijze. Voortaan--zoolang als God mij het leven schenkt,
+zullen wij elkander liefhebben Eva, als vader en dochter.--Je hebt
+nu geleerd dat het geluk niet uit weelde en overdaad wordt geboren,
+terwijl de handen er werkeloos bij neerhangen."
+
+--O God, wat klinken die woorden hard, vreeselijk hard in zulke uren
+van bitteren rouw!
+
+"Maar ik spreek geen verwijt;" herneemt de generaal: "Ik heb mijn
+ongelukkig pleegkind beloofd dat ik voor je zou waken en zorgen. Berust
+in den wil van God. Leer met weinig tevreden zijn, en geloof dat ook
+_ik_ aan 't eind van mijn leven zwaar ben geslagen, want ik had hem
+lief Eva, zeer _zeer_ lief!"
+
+Terwijl zijn handen beven, en de tranen hem over de wangen rollen,
+geeft hij Eva een zoen.--En zij....?
+
+Ze wil spreken; doch, zij kan het niet. Een oogenblik nog, en dan,--dan
+ziet ze hem aan en zegt op vasten toon:
+
+"Ik wil u liefhebben oom, want mijn August had u lief. Uw raad wil ik
+hooren, en uw lessen opvolgen, maar," en nu trilt hare stem "_Ik zal
+voor mij zelve zorgen, want_...." In een hevig snikken barst zij uit,
+en de woorden er bijvoegen kon ze niet: Want van úw weldaden te leven,
+dat zou mij _onmogelijk_ zijn.
+
+O Goddank, dat zij die laatste woorden terug heeft gehouden. Die
+eersten, ze hebben den grijsaard zoo innig goedgedaan, ja gegrepen in
+'t hart.--Weet die oude man, dat men hem soms van bekrompenheid of
+zelfs van gierigheid beschuldigt? Weet hij dat zijn gestrengheid
+en zijn strijden voor wat hij recht en goed acht, inderdaad wel
+eens hardheid wordt?--Maar nu, o, nú wordt zijn hart zoo warm als
+een zomer-zonnestraal, en die gloed blonk hem uit de oogen; en zijn
+beide armen naar Eva uitstrekkend, zegt hij op onbeschrijfelijk en
+roerenden toon:
+
+"Goed zoo kind! lieve kind! goed zóó!--Ach God, wáárom is nú mijn
+arme jongen er niet!"
+
+"Oom, is er dan nog geen jongen die u wil liefhebben?" zegt Philip,
+eensklaps naderbij komend, en vat de hand van den trillenden grijsaard
+die Eva nu vast aan het hart hield gedrukt: "Oom, de arme August heeft
+verzoening gewild; en, ú hebt ons de hand toegereikt. Nú, weldoener
+van mijn jeugd, is het aan mij om u vergiffenis te vragen voor dat
+onzinnige woord in blinde drift gesproken. Ik moest het toen geweten
+hebben dat uw toorn alleen mijn stap van onbedachtzaamheid gold: uw
+rein gevoel, uw _diep gevoel van eer_ kon immers nooit op den duur
+het lieve meegesleepte kind verstooten, aan wie uw wilde jongen zijn
+woord van trouw had gegeven."
+
+Door Jacoba onmerkbaar vooruitgestuwd, is Virginie Helmond nu mede,
+ofschoon schoorvoetend en met neergeslagen blik, den grijzen generaal
+genaderd. Philip grijpt haar hand en vervolgt:
+
+"Oom, hier staan we nu beiden. U hebt ons geroepen. U wilt vergeven;
+en wij, wij zullen u eeren en liefhebben. Ja, door duizend vuren zou
+ik voor u vliegen omdat u haar, mijn _alles_, hebt erkend; en zij, mijn
+schat, ze vloog met me mee, want, oom, we zijn één, in alles _één_!"
+
+Verrassing en verbazing hebben eensklaps Van Barnevelds gelaat
+geteekend, toen hij Philips vrouw, zoo geheel onverwacht, heeft voor
+zich gezien.--Wat moest dat beduiden!--Heeft hij, _hij zelf_ haar
+geroepen, _hij_! Is het dan noodig dat men ook _die vrouw_....? Maar
+hoor:
+
+"O, wij zijn al vriendinnen, niewaar lieve zuster!" roept Jacoba;
+en inwendig bevend slaat ze den arm om Virginie's hals, en geeft haar
+voor 't oog van den vader, een teederen zoen.
+
+En de oude generaal?
+
+O, indien men de sterkste vesting wel veroveren kan, hoeveel te eer
+zal men dan het hart overrompelen van een bewogen grijsaard, aan den
+eindpaal van het leven.
+
+"Virginie!" zegt de oude man; en ofschoon hij de hand op dat
+overrompelde hart moet drukken, hij voldoet toch geheel aan dokter
+Helmonds uitersten wil, en geeft ook een zoen aan de schoone maar
+tevens goedaardige vrouw van zijn jongsten pleegzoon.
+
+
+
+
+En de najaarsstormen hebben gewoed; en de winter heeft ijsbloemen
+op de vensterglazen geteekend, schoone maar koude bloemen.--En de
+eerste groene scheutjes en blaadjes en veldbloempjes zijn toen te
+voorschijn gekomen, en, evenals zij, ook de vogels met hun luid
+getjilp en gefluit vooral 's-morgens vroeg op de daken.
+
+'t Was in die zeer koude dagen, toen de ijsbloemen niet van de glazen
+wilden wijken, dat Eva Helmond aan een vaderloos jongske het leven
+schonk.
+
+Maar met de eerste bloemen en zangen der lente, toen ook de eerste
+kraaiende lachjes van het onschuldige wicht die arme moeder hebben
+verkwikt, toen was het haar mede alsof ze tot een nieuw leven ontwaakt
+was. 't Moest een leven worden ten nutte van dat lieve kind, en een
+leven ten nutte van anderen bovendien.
+
+De generaal Van Barneveld heeft er voor gezorgd.
+
+Het groote huis op de markt, 'twelk hij van mevrouw de weduwe Helmond
+ondershands heeft gekocht, en betaald met een som waardoor alle
+schuld kon vereffend worden, het groote voormalige burgemeesters-
+en doktershuis is--het _doktershuis_ gebleven. Zie, die steen in den
+gevel moet het aanduiden; daarop staat gegriffeld: HELMONDS-STICHTING.
+
+Ofschoon van alle meubelsieraad ontdaan, is het gebouw in- noch
+uitwendig belangrijk veranderd.
+
+'t Was een kostbaar geschenk, 'twelk de stad Romphuizen, met deze
+langgewenschte stichting, van den generaal had ontvangen. En, _wie_
+zou men nu eerder tot beschermvrouw van dat prachtige _Weeshuis_ hebben
+gekozen, dan de weduwe van den man wiens naam de stichting droeg,
+en die voorzeker zooveel ze kon, haar kracht eraan zou willen wijden!
+
+
+
+Maar nog een ander monument mocht de stad Romphuizen in datzelfde
+voorjaar ontvangen.
+
+'t Was het monument op Donerie's graf.
+
+Aan den avond van den dag toen de plechtige onthulling ervan heeft
+plaats gehad, en de cantate nogmaals was gezongen en besloten met
+dat roerend:
+
+
+ "Slaap zacht, tot den morgen die u wacht!"
+
+
+aan den avond van dien dag hield er een rijtuig voor het kerkhof
+stil. Twee jonge vrouwen in rouwgewaad stapten eruit. Ze werden
+geholpen door den tuinman van _De Zonsberg_, die naast den ouden
+Willem op den bok heeft gezeten.
+
+"Hierheen Eva!" fluistert Jacoba, en gaat haar voor op een welbekend
+pad.
+
+En ja, aan 't eind van den doodenhof, waar het kleine doch smaakvolle
+gedenkteeken verrees, daar moesten ze zijn.
+
+Jacoba's oogen glinsterden terwijl ze er beiden nu sprakeloos stonden.
+
+"En die steen.... dat is....?" zuchtte Eva.
+
+"Ja dat is ons nieuwe graf;" bevestigde Coba: "Daar rust nu die goede
+August, in de schaduw van Donerie's monument."
+
+Eva sprak niet.--O, dat woord moest haar ziel wel treffen: "_In de
+schaduw van Donerie's monument!_"
+
+Jacoba zweeg mede.--Zij had haar doel bereikt. Op die stille plek
+naast het gedenkteeken, heeft haar vader den nieuwen grafkelder moeten
+koopen. Jacoba had het zoo besloten: _zijzelve_ wilde er eenmaal
+rusten, naast de groeve van den eenige, dien ze zoo diep in haar ziel
+heeft liefgehad.
+
+En Eva en Jacoba ze bleven daar sprakeloos nog een geruimen tijd
+staan. Beider oog was nu voor 'tmeerendeel op den tuinman gevestigd,
+die aan 't boveneind van de nieuwe blauwe zerk zijn arbeid verrichtte.
+
+Wat hij er doet?--Hij plant er het takje van den meidoorn, 'twelk Eva,
+op den laatsten middag van haar zaligen bruidstijd, aan den geliefden
+bruigom heeft gegeven.
+
+Pas kort geleden heeft Eva vernomen wat er met dat takje gebeurd is:
+
+Met een schoonere bloem voor oogen, die hij den volgenden dag de zijne
+zou noemen, had August het reeds verflensende meidoornbloempje dien
+avond op _De Zonsberg_ achtergelaten. En de oom die het takje vond,
+had er bloem en blaadjes en de kleine zijtakjes afgedaan, en--om
+eens te zien wat er nog van komen kon, heeft hij het binnen de serre
+in een pot met aarde gestoken. Zóó was het takje, wèl verzorgd, aan
+'t botten gegaan, totdat.... totdat op een lateren droeven morgen de
+tuinbaas het "wegwerpen zou".
+
+Maar de tuinman heeft dat niet gedaan. Hij heeft den pot met het
+takje erin, bewaard. Immers Willem de oude koetsier wist heel zeker
+dat dokter Helmond op dien middag een takje rooden meidoorn in het
+knoopsgat heeft gedragen, en--'t was toch aardig, ja, en nú aandoenlijk
+erbij--dat de oude generaal het _zelf_ gepoot en _zelf_ gekweekt had.
+
+En zie, nu staat het daar; en 't zal mettertijd een struik worden,
+een boom misschien, en de roode meidoornbloempjes zullen vallen op
+Helmonds graf, dat ook eenmaal Eva's graf zal zijn.
+
+
+
+
+
+
+
+
+NASCHRIFT.
+
+
+Wie voorts van vriend of vijand in Romphuizen nog iets meer zou
+willen vernemen; van den man die door een _schot los kruit_ aan zijn
+eind kwam; of van de huwelijksplannen van den jongen Hardenborg;
+of van de gronden misschien waarop het engagement van den apotheker
+Van Hake met Louise Armelo rust; die zal zeker het best doen om zich
+in persoon te vervoegen bij den heer Jules Janin Kippelaan. Althans,
+er bestaat geen twijfel: wie zich bij hem aanmeldt, dien zal hij--met
+de beide handen vooruit--welkom heeten als zijn besten vriend, en hem
+alles meedeelen wat hij maar weten wil. Wel is waar zal Kippelaan
+moeten bekennen dat het hem nooit heel duidelijk werd hoe mijnheer
+Philip Helmond van "_gemeen acteur, assuradeur_" is geworden; maar
+zeer zeker zal hij steeds besluiten met de verklaring: dat hij altijd
+de intieme vriend was van dokter Helmond en zijn vrouw.
+
+
+Den Haag 1869.
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Dokter Helmond en zijn vrouw, by J. J. Cremer
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DOKTER HELMOND EN ZIJN VROUW ***
+
+***** This file should be named 25138-8.txt or 25138-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/5/1/3/25138/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.