diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:13:22 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:13:22 -0700 |
| commit | 8a46eedb6ab7b1dec7bf31a694a0ccbf39a8ddaa (patch) | |
| tree | 58079b26e1bd0aaf1c2f0ec1bab2e1d82c4e0449 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 24448-8.txt | 3511 | ||||
| -rw-r--r-- | 24448-8.zip | bin | 0 -> 83158 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h.zip | bin | 0 -> 2379584 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/24448-h.htm | 3395 | ||||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/ia1909-137.gif | bin | 0 -> 2876 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/ie1909-265.gif | bin | 0 -> 2521 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/o1909-160.gif | bin | 0 -> 689 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-137.jpg | bin | 0 -> 41651 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-139.jpg | bin | 0 -> 108337 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-140.jpg | bin | 0 -> 90740 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-141.jpg | bin | 0 -> 108231 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-144.jpg | bin | 0 -> 103726 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-145.jpg | bin | 0 -> 69759 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-148.jpg | bin | 0 -> 99864 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-149-1.jpg | bin | 0 -> 88211 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-149-2.jpg | bin | 0 -> 50986 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-152-1.jpg | bin | 0 -> 58472 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-152-2.jpg | bin | 0 -> 104529 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-153.jpg | bin | 0 -> 93165 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-156-1.jpg | bin | 0 -> 70904 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-156-2.jpg | bin | 0 -> 73639 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-157-1.jpg | bin | 0 -> 77327 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-157-2.jpg | bin | 0 -> 100168 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-160.jpg | bin | 0 -> 28391 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-265.jpg | bin | 0 -> 74556 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-268.jpg | bin | 0 -> 93170 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-269-1.jpg | bin | 0 -> 90920 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-269-2.jpg | bin | 0 -> 103253 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-272.jpg | bin | 0 -> 74025 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-273.jpg | bin | 0 -> 92207 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-276.jpg | bin | 0 -> 76433 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-277-1.jpg | bin | 0 -> 75715 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-277-2.jpg | bin | 0 -> 77645 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-280-1.jpg | bin | 0 -> 75880 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 24448-h/images/p1909-280-2.jpg | bin | 0 -> 81938 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
38 files changed, 6922 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/24448-8.txt b/24448-8.txt new file mode 100644 index 0000000..2bacf32 --- /dev/null +++ b/24448-8.txt @@ -0,0 +1,3511 @@ +The Project Gutenberg EBook of Om en door den Peloponnesus, by B. de Jandin + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Om en door den Peloponnesus + De Aarde en haar Volken, 1909 + +Author: B. de Jandin + +Release Date: January 28, 2008 [EBook #24448] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OM EN DOOR DEN PELOPONNESUS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + +OM EN DOOR DEN PELOPONNESUS. + +Naar het Fransch van B. de Jandin. + + + +Als men voor de eerste maal in een onbekend land aan wal stapt, +volkomen verschillend van de streken die men kent, gebeurt het niet +zelden, dat de indrukken uit den eersten tijd het levendigst zijn +en ook het meest juist blijken, omdat ze volkomen natuurlijk en +spontaan zijn. Zoo is mijn indruk van de aankomst te Athene, waar ik +de betrekking van attaché bij onze legatie zou waarnemen, diep in mijn +geheugen gegrift. Ik was inderdaad bewogen door de oneindige majesteit +van de ruïnen en de grootschheid der mij omringende herinneringen aan +het verleden, maar veel dieper troffen mij nog de troostelooze dorheid +van Attica, die cirkel van bergen, op welker kale toppen geen aasje +van plantengroei zichtbaar is, de aanblik van die vlakte, uit niets +dan stof en steenen bestaande, waar enkele vergroeide olijven hier en +daar een plekje schaduw werpen, de dorre beddingen van de Kephisos +en Ilissus vol brandend heete steenen en de droeve verlatenheid van +een natuur die wonderlijk wel harmoniëert met de wankelende gebouwen +der doode beschavingen. + +Daarentegen viel er te bewonderen de verrassende helderheid der +atmosfeer, waardoor men met het bloote oog heel in de verte de minste +oneffenheden van het terrein, de verschillende berggroepen en de +minste bochten der rivier kan volgen. Dat mooie licht van het Oosten, +die vlammengloed der zon, schept de heerlijke kleuren van zacht rose +tot geel, van geel tot rood, tot violet en donkerblauw, die leven +bijzetten aan het antieke marmer der tempels en over de witte, +schitterende gebouwen van het moderne Athene een glans spreiden, +waardoor ze passen bij het warm getinte geheel. + +De meeste Hellenen, aan wie ik mijn gewaarwordingen meedeel, vertellen +mij, dat er in hun land streken zijn, waar de natuur zich minder +zuinig toont met haar goede gaven dan in de buurt der hoofdstad. "Ga +naar den Peloponnesus," voegen ze mij toe, "daar zult ge platanen +vinden en eiken bij duizenden; ge zult door provincies reizen, waar +ge slechts met moeite u door de planten een weg kunt banen, ge zult +wouden aantreffen van moerbeiboomen en olijven, en ge zult er de +vreemdste indrukken krijgen van een beschaving, die nog primitief is, +gevoegd bij de genietingen, u verschaft door de stralende zuiverheid +van onzen hemel en de pracht van onze ruïnen." + +En ziehier hoe het komt, dat ik na een vol jaar verblijvens in Athene, +moe van het woestijnachtige landschap, besloot om, zonder mij te +bekommeren om de overdrijving, eigen aan het grieksche volkskarakter, +waardoor ze alles bekijken in een licht, dat wel wat lijkt op dat van +hun neven te Marseille, in Morea eens te zien of werkelijk Griekenland +geen vervolg is op de Sahara in Europa. Ik verkreeg gemakkelijk van +mijn chef verlof, eenige dagen op reis te gaan, en zoo ben ik op een +stralenden lentemorgen op weg naar den Piraeus, waar ik de boot zal +nemen, die mij naar Korinthe zal voeren. + +Het is Goede Vrijdag, op het uur, waarop de menigte der geloovigen +te Athene en in den Piraeus naar de byzantijnsche kerken begint te +stroomen, die gewoonlijk microscopisch klein zijn en waar al gauw +de ondragelijke waslucht zich vermengt met slechte odeurs en een +verstikkende hitte. Het is nog geen zeven uur, en reeds zitten de +café's aan de haven vol menschen. Sommigen slurpen met kleine teugjes +de beroemde donkere koffie uit het Oosten, die op elk uur van den +dag en den nacht welkom is; anderen stellen zich tevreden met een +glas frisch water; de meesten gebruiken in het geheel niets of rooken +rustig hun narghilé, die op het trottoir staat. + +Want werkelijk wordt hier een café beschouwd als een openbare plaats, +waar ieder vrij mag binnengaan, zonder daarom gehouden te zijn, er +iets te gebruiken. Het is de moderne agora, waar de Griek, die in dat +opzicht de overlevering der Ouden heeft behouden, langen tijd kan +zitten in de drukte van hartstochtelijke politieke discussies. De +plaatselijke bladen of de couranten van de hoofdstad zijn in aller +handen, en luidruchtig laat men de vragen van den dag die voor +het oogenblik de openbare aandacht boeien, over de tong gaan. Het +geknoeide papier gaat van de eene hand in de andere; hier uit er +een zenuwachtig zijn verontwaardiging, daar slaat er een ander de +bloedige daden van Bulgaren en Macedoniërs aan den schandpaal, en +ginds roept er een de regeering ter verantwoording, wier vrienden en +vijanden elkander met felle woorden te lijf gaan. Die menschen worden +werkelijk dronken van hun eigen woorden; hoe minder ze drinken, des +te opgewondener worden ze. Hoe zou het wel zijn, als ze al den tijd, +dien ze aan hun tafeltjes doorbrengen evenals in het Noorden velerlei +soorten van gegiste dranken gebruikten! + +Intusschen heeft het rijtuig mij afgezet bij de aanlegplaats in den +Piraeus, welke pier vernuftig is gebouwd bij de uitmonding van een +riool. De kleine schoenpoetsers of loustroi, die in Griekenland uit +het plaveisel zelf schijnen op te komen, dringen om mij heen in de +hoop, mijn schoeisel onder handen te mogen nemen, dat toch volkomen +vlekkeloos is, en de roeiers betwisten elkaar onder een concert van +vloeken de twijfelachtige eer, mij naar het schip te brengen. Enkele +riemslagen bevrijden mij van die ondernemende lieden en weldra beklim +ik de wankele trap, hangend langs de zijde van de Haghios-Nikolaos, +op het punt van naar de landengte te vertrekken. Daar de overtocht +maar kort zal duren, behoef ik mij gelukkig niet te bekommeren om het +krijgen van een hut, als men dien naam mag geven aan de ongemakkelijke +hokjes van het tusschendek rondom de algemeene tafel en daarvan alleen +gescheiden door een gordijn. Snel loop ik door de bonte menigte, +die in de gangpaden staat en begeef mij naar het dek, waar ik hoop +te ontkomen aan de verschillende uitwasemingen om mij heen. + +Helaas, ik ontvlucht de menschen, om bij de dieren aan te +landen! Honderden schapen en lammeren, die al sedert den morgen +aan boord zijn, worden met ons naar Korinthe vervoerd, om er +den volgenden dag te worden geslacht en het Paaschmaal te vormen +voor de Palikaren. Onmogelijk een plaatsje te vinden te midden +van de kudde, die het dek in een viezen, stinkenden poel heeft +veranderd. Vastbesloten, zooveel mogelijk van den overtocht te +profiteeren, bespeur ik daar tot mijn groote vreugde een ledig vat, +dat door een gezegend toeval in een hoek is blijven staan. Ik baan mij +een doortocht door de dichte groepen van mijn zonderlinge reisgezellen, +en dan mijn valies achter in de ton zettend, kruip ik in die grappige +schuilplaats en ben daardoor beveiligd tegen een hinderlijke buurschap, +terwijl de geest van Diogenes om mij waart. + +Al spoedig begint de schroef te wentelen; langzamerhand beginnen de +praatjes. Men wijst elkaar met den vinger den Gallos, den Galliër, die +daar zit uit te kijken, en ik kan wel gissen, dat ze mijn denkbeeld +vreemd vinden, om zoo den overtocht van drie uren te doen. Maar +dat kan mij niet schelen; ik ben nu in de beste luim en geniet van +de schoonheid van het tooneel rondom mij. Badend in de morgenzon, +wordt de vlakte van Athene al kleiner achter ons. Op den achtergrond +van den kring van Parnassus, Pentelicon en Hymettus teekent zich de +voorgevel van het Parthenon schitterend af tegen het blauw van den +hemel, terwijl rechts de verlaten en rotsachtige oevers van Salamis +voorbijgaan en links het eiland Aegina, beheerscht door de zuilen van +zijn beroemden tempel, als een vooruitgeschoven post den weg naar de +Cycladen verspert. De lucht is ijl, en het diepe donkerblauw van de zee +vertoont hier en daar sierlijke zuilen of rookpluimen van stoombooten. + +Reeds gewonnen door de glanzende schoonheid van de oostersche natuur, +begin ik onder de bekoring te komen van een groote intellectueele +rust. Hoe heerlijk is het, met niet anders dan een paard, een valies en +een goede deken door de wijde ruimten te trekken, te kunnen stilhouden, +waar men wil, te slapen, waar de nacht u overvalt, te droomen onder +olijven aan den oever van een zingend beekje, terwijl een boer in de +buurt langzaam het grieksche lied neuriet, dat den grooten strijd +voor de onafhankelijkheid in het geheugen roept. De hitte van den +middag doet zelfs het snerpend gepiep van de krekels zwijgen, en +onderwijl treden ons voor den geest de Oudheid met haar legenden, +de Middeleeuwen en de fransche heldenzangen van een Villehardouin +en Champlitte. Men ontmoet bij iedere schrede het onverwachte, ja, +waarlijk hier is stof, die hart en geest in feeststemming brengt van +dengene, die, als ik, gezonde en sterke ontroering zoekt en ze hoopt +te vinden in dit land, dat vroeger werd verhelderd door burgerdeugd +en moed en door den eenvoud van zeden der Spartanen, wier stoïsche +lijdzaamheid het, tusschen twee haakjes, goed zal zijn na te volgen. + +Terwijl ik zoo aan het droomen ben, passeeren wij de westpunt van +Salamis; op groote hoogte gaat langs de berghelling een trein van +de lijn Patras-Athene; de rook teekent de duizenden bochten van de +steile oevers en blijft lang zichtbaar in de stille lucht. Dan wordt +de kust lager; we komen bij de landengte in het gezicht van Kalamaki, +een ellendig visschersdorp, bij den ingang van het kanaal, waar we +eenige oogenblikken moeten stoppen voor de vereischte formaliteiten +van de doorvaart. + +Van hier gezien, maakt het kanaal van Korinthe werkelijk een +zonderlingen indruk. Twee wanden, zoo loodrecht, dat de breedte der +spleet boven bijna niet breeder is dan beneden, ter gemiddelde hoogte +van 50 meter, begrenzen den zes kilometer langen doorgang, die 22 +meter breed is en door den gelen, onvruchtbaren grond loopt tusschen +de Saronische Golf en die van Lepanto aan de andere zijde, daarginds +waar men het uitzicht heeft op de bergen van Phocis. Alles is rustig, +alleen wordt de stilte verbroken door het geblaat van de lammeren, +die te Kalamaki wachten op het voorbijgaan van de eene of andere boot +en hun smart schijnen mee te deelen aan de trieste collega's van de +Haghios Nikolaos. + +Eindelijk gaat de stoomfluit; de rechten zijn geïnd, wij varen het +kanaal binnen; plotseling verdwijnt de zon, alsof er een gordijn +voor werd getrokken; we gaan met zeer langzame schroefslagen vooruit, +want de diepte van het kanaal is zoo gering, dat men ieder oogenblik +moet vreezen, aan den grond te raken. Ik heb later zelfs vernomen, +dat tijdens de vaart het verstandig is te zwijgen, terwijl de fluit +zich niet mag laten hooren, en dat wel om de weinige stevigheid +van de wanden, die, in vrij losse aarde aangelegd, de bedoelde +steile afsluitingen vormen en met het oog op de zuinigheid zoo zijn +gebouwd. Alles aan deze onderneming trouwens verraadt de zorg, die men +had, om geen te groote kapitalen aan te spreken. Het faillissement van +de maatschappij, die reeds in 1822 met de werkzaamheden was begonnen, +onder de leiding van den hongaarschen generaal Türr, onlangs gestorven +na een leven van buitengewone avonturen, heeft zeker de helleensche +maatschappij voor oogen gestaan, toen ze eindelijk, zoo goed en zoo +kwaad, als het ging, het denkbeeld volvoerde van de doorboring van +de landengte, dat Nero al koesterde. + +De zaak is inderdaad altijd treurig geweest en is dat nog; er gaan +niet veel schepen door, want het gevaar van vastraken maakt het voor +schepen van niet al te weinig tonneninhoud onmogelijk, zich te wagen +aan de doorvaart van die slecht onderhouden en zelden uitgebaggerde +wateren. Ze geven er altijd de voorkeur aan, als ze zich van de eene +zee naar de andere willen begeven, den Peloponnesus om te varen +en de meerdere uitgaven goed te maken door een lading van grooter +waarde zonder gevaar voor stranding en zonder tolrechten. Zoodat de +onderneming moeite heeft, rond te komen, haar agenten te betalen, +voor de verlichting van haar vuurtorens te zorgen en de andere kosten +te dragen en dat ieder vooruitzicht op verbetering, dat noodzakelijk +kosten mee moet brengen, moet worden ter zijde gesteld op straffe +van dadelijk faillissement. + +Intusschen gaat de Haghios Nikolaos voorzichtig verder. Daar hebben +we de brug, waar de spoorweg naar Korinthe over gaat; wij kunnen +enkele herders over de leuning zien hangen, om in de diepte te kijken +en ons nieuwsgierig te beschouwen, want de aanblik van een schip, +dat door het kanaal vaart, is zeldzaam genoeg, om de aandacht te +trekken. Eindelijk wordt het scherm, dat ons van de wereld afscheidt, +lager; de betrekkelijke duisternis, waarin wij gedompeld waren, +maakt langzamerhand plaats voor helder licht en weldra voor den +fellen zonneschijn, toen ons schip uit de kloof te voorschijn kwam, +om zich dadelijk links te wenden naar het dichtbij zijnde Korinthe. + +Die eertijds zoo beroemde stad maakt van hier een klagelijken indruk; +ik zie, naarmate we nader komen, een opeenhooping van lage huizen, +die een 4000 of 5000 menschen kan herbergen, eenige straten zonder +trottoirs, een ellendig station, alles grijs en somber van tint. De +omstreken van de landengte aan dezen kant van het kanaal zijn al even +woestijnachtig als aan de zijde van de Saronische Golf. Tegenover +Korinthe verrijst een groote, akelig kale berg, aan welks voet Loutraki +ligt; achter de stad naar het Zuiden staat de indrukwekkende rots +van den Akrokorinth. Maar de kust naar het westen is groen, want daar +beginnen de wijngaarden, waar men binnen enkele maanden de heerlijke +korinthische druiven zal oogsten, de kleine, die als krenten het +hart van iedere goede angelsaksische huishoudster verheugen. Het is +elf uur in den morgen; de boot gaat nu niet meer vooruit dan met de +reeds verkregen snelheid, en ofschoon we nog niet geheel stil liggen, +kan het koeltje uit zee maar juist genoeg de hitte temperen van de +in Griekenland reeds brandende Aprilzon. Wat zal het zijn, als ik +straks den Akrokorinth zal bestijgen? + +Plotseling klinkt een geluid van het ontrollen van een ketting; +men heeft het anker uitgeworpen; dus wordt het tijd, dat ik mijn vat +verlaat. Ik stap over de poelen van het dek en daal af naar de lagere +terreinen, waar de gewone luidruchtigheid heerscht, die bij elke +lading in dit land voorkomt. Ieder haast zich naar de veelkleurige +zakken en pakken, die in vuile poelen en vet rondslingeren, van +alle kanten hoort men uitroepen, en de buitensporigste bewegingen +doorklieven de lucht. Men baant zich een weg en duwt zonder omslag +ieder, die het ongeluk heeft u in den weg te komen. Ik doe als de +anderen, maar rustiger, en eindelijk ben ik daar, waar de booten +wachten op passagiers, om hen naar den wal te brengen. En weer zijn +er hevige disputen te midden van de onontwarbare roeiriemen, die hun +best doen, om zoo dicht mogelijk tot de scheepsladder te naderen, +dienstaanbiedingen met de hand op het hart, smeekende "kyrie's", in +één woord de strijd om de drachmen in al zijn rauwe werkelijkheid. Een +bonte menigte vult de booten, en na enkele oogenblikken ben ik aan +land ten prooi aan een wolk van loustroi of dragers, die mij alles +ontnemen zouden, wat ik bij mij heb, als ik er mij niet met hand en +tand tegen verzette. + +Het door mij gekozen hotel leek nog al goed, en de eigenaar, die een +beetje Fransch brabbelt, meent mij te moeten ontvangen met vurige +betuigingen van toewijding, die ik afsnijd door terstond naar den +Akrokorinth te vertrekken, voorzien van eenig proviand, dat ik onderweg +denk te gebruiken. + +Ik neem plaats in een van die ouderwetsche landauers, met wapens +overdekt, waarmeê men zegt, dat de Duitschers een groot deel van +de krenten, die ze koopen, betalen. Die ongelukkige voertuigen, +die ongetwijfeld in hun jeugd de menschen hebben gereden die men tot +de grooten der aarde rekent, hebben inderdaad hier op de gruwelijke +wegen van Griekenland, waar ze spoedig geruïneerd zijn, een treurig +einde. En terwijl ik bij het rijden door de stad aan dien droevigen +loop der dingen hier beneden denk, wordt mijn aandacht plotseling +getrokken door een gebouw van bescheiden voorkomen met groote +staven voor de vensters. Het schijnt de gevangenis van Korinthe te +wezen, maar men moet het mij uitdrukkelijk zeggen, eer ik het kan +gelooven. Achter de tralies staan halfnaakte mannen te kijken naar +de kleine voorvallen op straat; ze schelden op de voorbijgangers, +die ze kennen, en vragen aan de vreemdelingen om aalmoezen. In de +vuile, donkere zalen zijn sommigen bezig in de afschuwelijk slechte +lucht kleine houten voorwerpen te maken, anderen, die luier zijn, +rooken kalm hun sigaret, hun door vrienden gebracht. En de ambtenaar, +die het toezicht heet te houden over deze interessante wereld, wandelt +onverschillig heen en weer; hij heeft zijn geweer binnen neergezet en +maakt nu en dan vóór zijn wachthuisje een praatje met de gevangenen, +den elleboog leunend op de vensterbank. Dat lijkt al heel weinig op +een repressiemaatregel, als men zoo'n vrijheid toelaat, en ik vermoed, +dat de bedreiging met deze gevangenis niet veel indruk zal maken op +het gemoed van de lieden. Het moet erkend, dat het juist zoo gaat +bij bijna alle volken van het Zuiden, waar alles huiselijk toegaat in +die dingen, en waar het met de zedelijkheid toch niet zooveel erger +of beter is gesteld dan in onverschillig welk noordelijk land. + +We bevinden ons enkele oogenblikken later op den weg, die naar +het sombere plaatsje voert, dat Paleo-Korinthos heet, en waar een +aardbeving in het midden van de vorige eeuw groote verwoestingen +aanrichtte, waarna het tegenwoordige Korinthe aan zee is gebouwd. Van +de grootheid uit veel vroegeren tijd is niets meer over; de stad van +300 000 inwoners, wier roem de gansche wereld vervulde, al viel er +misschien wel wat op af te dingen, is door de aanvallen der barbaren, +Franken en Turken, zoo goed als met den grond gelijk gemaakt, zoo dat +enkel een paar zuilen van een tempel, die, denkt men, aan Aphrodite +gewijd was, nog een rest zijn van oude glorie. + +Daar draait mijn koetsier, mijn amaxa, zich om, ten einde er mij +opmerkzaam op te maken, dat we nu op het plateau komen; plotseling +zie ik de roode zuilen van den tempel te voorschijn komen met den +machtigen Akrokorinth op den achtergrond. De gekanteelde muren, die van +beneden zichtbaar zijn, steken tegen den vlammenden hemel af: "Poly, +poly aureo, zeer, zeer mooi!" roept mij de waardige Helleen toe, met +alle teekenen van een echte geestdrift, die inderdaad gevoeld wordt, +en waarin de hartgrondige wensch zich uit, dat ik zijn kinderlijke +bewondering voor de nationale schoonheden moge deelen. + +Ik heb vaak opgemerkt, dat de Griek, tot welke klasse van de +maatschappij ook behoorend, vast overtuigd is, dat alles, wat er op +den bodem van zijn geboorteland te vinden is, prachtig en heerlijk is, +zonder weerga, en dat, als de vreemdeling het daar niet mee eens is, +hij zich schuldig maakt aan de misdaad van Hellenisme-schennis. Dat +is een zeer lofwaardig vaderlandsch gevoel, gevoegd bij een +kinderlijkheid, die een der kenmerken is van het ras. Mijn gids is zich +zonder twijfel maar zeer flauwtjes bewust van de redenen, die hem in +opwinding brengen; maar hij geeft er zich heel goed rekenschap van, +dat hier een vreemdeling is en dat die man volstrekt in geestdrift +moet worden gebracht en dat hij daar duidelijk blijken van moet geven. + +Het landschap is trouwens van zulk een woeste schoonheid, dat het +mij geen oogenblik moeite kost, om in den toon te blijven; ik stap +uit het rijtuig en wachtend tot het paard, dat mij aanstonds het +steile pad van den Akrokorinth zal opvoeren, is aangekomen, zet ik +mij er toe, om eer aan te doen aan de harde eieren, mij door mijn +hoteleigenaar meegegeven. Overal zie ik heidestruiken, waaronder zich +graven en doodengrotten verbergen; ik koos een der heuveltjes uit, +mogelijk wel dat, waar Paulus volgens de overlevering zijn Brief +aan de Korinthiërs heeft geschreven. Die hadden, naar het schijnt, +behoefte aan een zedepreekje, om hen in hun weelde wat in toom te +houden. De Korinthiërs van tegenwoordig zouden niet veel hebben aan +een dergelijke toespraak. Over dat alles dacht ik bij mijn frugaal +ontbijt onder het gesjirp der krekels, die dronken waren van den +zonneschijn en het warme heidekruid. + +De velden zijn bijna geheel verlaten; alleen ploegen twee ossen, +gespannen voor een primitieven ploeg, een armoedig stukje grond; +overal elders is het land verlaten. De landverhuizing, die de hooge +plateau's van den Peloponnesus ontvolkt, begint hier ook al haar +uitwerking te doen gevoelen; de economische crisis, die de laatste +jaren op de druiven van Korinthe heeft gedrukt, heeft reeds een deel +van de noordkust ontvolkt. En toch is de bodem hier minder dor en +onvruchtbaar dan in de streken van het midden, waar de grond zijn +bewoners niet kan voeden, zoodat ze in massa hun land verlaten, +om naar Amerika te gaan in de hoop, daar een spaarduitje te kunnen +maken. Ze houden verblijf in de groote steden van het Noorden en +houden er zich bezig met de kleine bedrijven, bij voorbeeld dat +van bloemenverkoopers. Daar ze zeer matig zijn en weinig behoeften +kennen, bovendien verstandig en zuinig, gebeurt het niet zelden, dat +ze na een vijf- of tiental jaren terugkomen met de enkele duizenden +drachmen, waarvan ze zullen kunnen leven. Want al die emigranten, in +tegenstelling met Italianen en Angelsaksers, keeren terug; men zal ze +zelden of nooit zich zien vestigen in het vreemde land; hun familie +blijft in Griekenland en niets is roerender te zien dan het geduld, +waarmee de vrouwen en kinderen en de grijsaards hopen op den terugkeer +van dengene, die hun droevig lot van ontbering zal verbeteren. + +In dien tusschentijd kwijnen de stumpers in ellende; het lijkt wel, dat +in sommige dorpen geen enkel valide man is overgebleven; de velden zijn +verlaten en de landen blijven braak liggen, ook als er zeer goed iets +op kon worden verbouwd. Het gaat maar net, om een vergadering van den +gemeenteraad te vullen of een stembureau, als er een verkiezing voor +de vertegenwoordiging moet plaats hebben. Die toestand is ongetwijfeld +nadeelig voor de normale werking van de instellingen van het rijk; +maar hij heeft nog veel nadeeliger gevolgen uit economisch oogpunt, +want meer en meer blijkt, dat niet het aantal over de welvaart beslist, +maar het gebruik, dat van de natuurlijke hulpbronnen van een land +wordt gemaakt. + +De grieksche regeering heeft wel getracht, maar te vergeefs, door +de wetgeving die beweging tegen te houden, maar ze moest, om tot +eenig resultaat te komen, liever de levensomstandigheden verbeteren, +den ondernemingsgeest aanmoedigen, kapitalen tot zich trekken. Maar +allen, die in Griekenland zijn geweest, zullen met mij moeten erkennen, +dat die taak boven haar krachten gaat, ten minste voor het oogenblik, +en ik zie nog geen afdoend middel in het verschiet tegen de plaag der +landverhuizing, die verwoestend werkt, nu ze niet door overbevolking +noodzakelijk is, en die een ramp wordt voor den Peloponnesus en vele +andere provincies van het rijk. + +Terwijl ik zoo aan het mijmeren ben, verschijnen mijn paard en +zijn agoyaat, die het dier geleidt en er ook meestal de eigenaar +van is; hij blijft erbij al den tijd, dat de verhuring duurt en +brengt het dan naar het punt van vertrek terug. "Kalimera sas, +kyrie, goeden dag, Mijnheer!" roept de nieuw aangekomene mij toe +en reikt mij de hand, want dit democratisch land is er ook een van +vriendschapsbetuigingen. En hij begint een lang gesprek, dat nog +voortduurt terwijl we al lang onderweg zijn. + +Deze manier van reizen, waarmee ik reeds kennis had gemaakt +het vorig jaar in het vastelandsche Griekenland, is al bijzonder +ongemakkelijk. Men stelle zich een zadel voor, dat in sommige opzichten +gelijkt op het toestel, dat voor de circuspaarden in gebruik is, maar +dan minder vlak, bestaande uit een samenstel van stukken gebogen hout, +die, zoo goed en zoo kwaad als het gaat, het lichaam van het muildier +omsluiten, met een duidelijke helling van den hals naar achteren. De +breedte is zoo groot, dat de beenen buitengewoon ver van elkander +zijn, wat op den duur lastig wordt; men zit op een roode deken van +grof weefsel en steunt de handen op de beide steunende handvatsels, +die bevestigd zijn aan den boog van het zadel boven den hals van +het paard, de voeten rusten in strikken van touw, die stijgbeugels +verbeelden, en zoo laat men zich schudden over de slechte wegen op het +martelinstrument en naar het welgevallen van een dier, dat nooit zich +erin schikt ergens te loopen, waar het niet verkiest te gaan. Ik kan +zonder overdrijving zeggen, dat twee uren van zulk rijden voldoende +zijn om iemands ribben te breken. Hoe is het mij gelukt, het tien +en zelfs vijftien uren achtereen vol te houden? Dat zijn inderdaad +heldendaden geweest, die voor de stevigheid van mijn organisme pleiten. + +Na een uur stijgens over een in de rots uitgehouwen weg, langs weinig +geruststellende afgronden, kom ik, zonder dat het uitzicht mij is +benomen door een enkelen boom, die dien naam verdient, op het plateau, +dat ter hoogte van bijna zeshonderd meter boven de zee de zonderlingste +opeenhooping van gebouwen draagt, die ik ooit heb gezien. Dat komt +doordat sinds de vroegste tijden tot de gedenkwaardige gevechten van +den vrijheidsoorlog dit plateau beurtelings tot schuilplaats heeft +gediend voor de Pelasgen, de Franken, de Venetianen en de Turken. + +Er is daar een ware chaos van ruïnen uit allerlei tijden; +venetiaansche muren, tegenwoordig nog in zeer goeden staat, staan naast +overblijfselen van christelijke kerken, opgericht in de oudste tijden +van het christendom met de materialen van de heidensche tempels. Iets +verder vindt men de versterkingen van den Islam, fondamenten van +paleizen en moskeeën, op hun beurt gebouwd van antieke resten uit de +christenkerken. Ik ga voorbij de beroemde fontein, waarop Bellerophon +Pegasus aangrijpt; die later alle leidingen vulde, nu half verstopt, +die men overal ontmoet binnen de muren van de vesting. Van hoeveel +woelingen en omwentelingen verhalen aldus de steenen, die getuigen +waren van zooveel plechtigheden, zooveel losbandigheid ook en mogelijk +deel hadden aan zooveel heldendaden! En daar te midden van de ruïnen, +die, om zoo te zeggen, de ver teruggeweken eeuwen grijpbaar maken, +doet zich plotseling een tooneel uit het moderne Griekenland aan mij +voor. Een oude vrouw zie ik, gekleed in den langen witten mantel zonder +mouwen, die veel gelijkt op dien, welken de montenegrijnsche vrouwen +dragen, een doek over het hoofd, het benedengelaat op zijn Turksch +gesluierd; zij trekt een ezel aan een touw, die een kleinen voorraad +hout voor haar draagt. De oogst is zoo gering, want er zijn haast +geen boomen hier, en de vrouw schijnt in de algemeene verlatenheid al +even arm als het land dat ze moet bewonen. Dat treffende beeld van +de economische moeilijkheden van het moderne Griekenland, waarop ik +nog van tijd tot tijd zal moeten terugkomen, voegt zich bij de vorige +indrukken en in vrij melancholieke stemming hijsch ik mij van steen +tot steen omhoog tot het hoogste punt van de acropolis. + +De ligging van den Akrokorinth tusschen twee zeeën op den drempel van +den Peloponnesus en op de grenzen van het vastelandsche Griekenland +maakt, dat men van de hoogte daar een wonderlijk feëriek schouwspel +geniet. Aan mijn voeten de witte vlakte, waarop in een wolk van +stof het oude en het nieuwe Korinthe liggen; hier en daar enkele +groene plekken, olijvenbosschen of wijngaarden, de smalsporige lijn +van den ijzeren weg, die aan den eenen kant naar Kalamata en aan den +anderen naar Patras gaat, dan de blauwe wateren van de beide golven, +gescheiden door den gelen drempel van de landengte, en verder de +rechte lijn van het kanaal, dat die laatste doorsnijdt. Meer op den +achtergrond de bergen van Phocis, Boeotië en Dorië, de Kitheron, de +Helicon en de top van den Parnassus, die om dezen tijd nog wit is en +dien ik reeds heb bezocht bij mijn tocht naar Delphi, zoodat ik hem +een vriendschappelijken groet van herkenning toezend. + +Naar het Oosten de Saronische Golf en de Aegeïsche Zee, bezaaid met +eilanden, die nu door de naar den kant van Patras dalende zon met licht +worden overgoten; ze rijzen uit zee in een feest van stralenden glans, +kaal en dor, maar in zoo zuivere lijnen en zoo sober, dat ze bij die +ongeloofelijke helderheid der atmosfeer een uitstraling schijnen der +schoonheid zelve. Daar is Aegina, herkenbaar aan den kegelvormigen +top, Salamis, dat den ingang afsluit van de baai van Eleusis en +gedeeltelijk met het vasteland samenhangt. Boven de kale bergen van +het eiland zie ik de bekende Pentelische hoogten; ik kan de wittere +plekken onderscheiden van de schitterende marmeren gebouwen van de +acropolis van Athene en de bontheid van de kapel van den Lycabettus; +de kust van Attica rekt zich als een eindeloos voorgebergte naar den +kant van Azië, naar die nog niet bevrijde deelen van de helleensche +wereld, die in den vuurtoren van kaap Sunium een baken kunnen zien, +dat hun vertrouwen in de toekomst geeft, omdat hij den reeds vrijen +grond van het vaderland aanwijst. Achter mij verrijzen in onrustige +gelederen de bergen van den Peloponnesus, de hoogten van Argos, +die ik morgen zal bereizen, die van Achaja en Arkadië, door tallooze +dalen doorsneden, die al donker zijn, en heel in de verte de grootsche +bergen van den Taygetos en den Erymanthos, waar de blik wordt gestuit. + +Intusschen is mijn agoyaat gekomen; hij raakt mijn schouder aan, en +mij wijzend op de ondergaande zon aan den horizon, tracht hij mij te +doen begrijpen onder een dolzinnig gelach, dat het hem noodig schijnt +om het voorbeeld van rust te volgen. En inderdaad het is drie uur en +ik wil nog, eer ik naar Korinthe terugkeer, een blik werpen op de +oude necropolis. "Embros, vooruit!" zeg ik tot mijn gezel, en daar +zijn we weer te midden van de waggelende steenen, waarboven de wind +klagelijk door de toppen van armelijke dennen suist. Weldra is de +laatste muur gepasseerd; daar is de weg weer met de rollende steenen, +die nog lastiger zal wezen bij het dalen, dan hij reeds was bij het +stijgen; ieder oogenblik glijdt mijn ezel met de vier pooten uit op +een al te gladden steen, en ondanks al, wat men mij heeft gezegd te +Athene over de vertrouwdheid van die dieren, meet ik met al grooter +wordende ongerustheid bij elken misstap de diepte van den afgrond, +waarlangs we rijden en waarin ik mijzelven al zie neerstorten. + +Maar aan alle ellende komt een einde; een uur later hebben we het +rijtuig weer bereikt, dat te Palaeo-Korinthos op mij had gewacht en +dat mij over Hexamilia en Isthmia naar Korinthe moet terugvoeren. Ik +zeg mijn muilezel vaarwel en groet den geleider, na aan dien laatste +in de herberg een glas raki te hebben gepresenteerd, een soort van +brandewijn, die heel uit de verte aan onze anisette herinnert, maar +veel sterker is en minder lekker. Men gebruikt dien drank met een +paar olijven in olie, en hij is ten minste eenigszins drinkbaar. Dat +kan ik tot mijn spijt niet zeggen van de afschuwelijke brouwsels, +die men mij nu en dan in den loop van mijn reis heeft voorgezet. De +raki was dan in die moeilijke omstandigheden, als ik vóór alles zorg +moest dragen de gevoeligheid van de brave lieden niet te kwetsen, +een uitkomst, de gemakkelijke drank, die mij altijd in staat stelde +mijn glas te ledigen op de gezondheid van mijn gastheeren en op de +glorie van Hellas. + +Een oogenblik later rijd ik naar Hexamilia, een ellendig gehucht, dat +men bereikt na den spoorweg te zijn overgegaan, die van Nauplia in de +laatste jaren voortgezet is door den geheelen Peloponnesus tot Sparta +en Kalamata. Op een der heuvels, die zich in grooten getale rechts en +links van mijn weg verheffen, rijst op vier palen een landelijk hutje +hoog boven den grond. Het dient om de herders voor de barheid van +het weder te beschutten en maakt den indruk van een dier primitieve +constructies, bedacht door de inboorlingen van Centraal-Afrika, om +zich voor nachtelijke aanvallen van wilde dieren onbereikbaar te maken. + +De velden langs den weg bevatten alle graven, waarin men zooveel +van die mooie aardewerkfiguurtjes heeft gevonden, die bij ons +onder den naam Tanagrabeeldjes bekend zijn; er is geen wijngaard, +geen stuk gronds, waar men niet van die uitgegraven plekken ziet en +dat wel over een afstand van bijna tien kilometer tot aan de plaats +der oude isthmische spelen, die alle drie jaren werden gehouden in +den tijd der korinthische grootheid, binnen de groote heiligdommen +van Poseidon. Ongelukkig is mijn archeologische kennis gering en +een beetje verward, wat mij niet belet, belang te stellen in die +ingestorte tempeldeelen en die resten van theaters, die zelf al lang +verdwenen zijn onder venetiaansche bouwwerken en turksche, op hun beurt +weggevaagd. In de verte zie ik de plaats, waar de haven Kenkhreus lag +aan de Sardonische Golf, oudtijds vereenigd met die van Lechaion achter +in de golf van Lepanto door een vernuftig stelsel van houten rails, +waarover men de booten kon laten glijden, die de landengte wilden +passeeren. De scheepvaart in het moderne kanaal moge vol hinderlagen +wezen, ze is dan toch een vooruitgang op die manier van vervoer, +al ontbrak daar geen verrassende originaliteit aan. + +Het was bijna geheel avond geworden toen ik te Korinthe aankwam, +dat op dezen dag vol hing met reukjes van uien en gebak, vermengd met +allerlei nog minder aangename geuren. De orthodoxe vasten is inderdaad +zeer streng en wordt over het algemeen trouw in acht genomen, niet +enkel in de weken, die aan Paschen voorafgaan, maar ook in den tijd +van Kerstmis en Maria-Hemelvaart. Zoo hebben de Grieken drie perioden +van boete, die te zamen misschien strenger zijn dan bij de Katholieken +de laatste dagen der Heilige Week. Ik heb nog niet begrepen, waarom +deze geloofsinrichting, die echtscheiding toelaat en die bij gevolg +veel minder streng is uit het oogpunt van de leer dan de katholieke +godsdienst, aan haar volgelingen zulke zware lasten oplegt, die niet +passen bij de leer. + +Hoe het zij, de verschillen van de beide kalenders veroorloven het mij, +de onthouding van het vasten te ontgaan en integendeel voldoende eer +te bewijzen aan het maal, dat de hotelhouder had laten klaar maken en +dat zeer smakelijk was. Geen nationale schotels, maar een compromis +tusschen een keuken, die op de spijskaart pompeus als fransch wordt +aangeduid, en napolitaansche ragouts. Een lekker wijntje van Cephalonië +besproeide het geheel. Er waren met mij aan tafel eenige Amerikanen, +die uit Olympia komen, en een koopman uit Patras, die morgen naar +Athene gaat en die ons veel vertelde over druiven en druivenoogsten. + +Om den welbesteden dag goed te besluiten, ga ik nog op het plein, +waar voor twee duizend jaar de priesteressen van Aphrodite haar +dienst hadden, de nachtelijke processie zien van Goeden Vrijdag. De +menigte vult reeds de breede en stoffige straten met flauw verlichte +winkels. De kleine balkons, die aan geen huis ontbreken, zijn +zwart van toeschouwers, die met een kaars in de hand wachten op +het voorbijgaan der heiligenbeelden. Ik sla den weg naar de kerk in, +waaruit de stoet juist is vertrokken, voorzien, als iedereen, van mijn +kaars; al spoedig stippelen duizenden kleine lichtjes de duisternis; +de jongens laten voetzoekers knappen te midden van de menigte; hier +en daar wapperen blauw en wit gestreepte vlaggen aan de vensters, +waar af en toe bengaalsch vuur wordt afgestoken. Daar hoort men de +tonen van een fanfare en de processie nadert. Aan het hoofd de muziek +van het garnizoen, die treurmarschen speelt; dan volgen de priesters +in hun kerkgewaden, de vierkante muts op het hoofd, van wie sommigen +Christusbeelden aan het kruis dragen en anderen een groot wit laken, +dat een zweetdoek voorstelt. + +De ernstige stemmen van de geestelijken mengen zich onder de +treurige tonen van het koper en de vroolijke geluiden en verwekken +een vreemde dooreenwarring van een kerkelijke plechtigheid en +een volksfeest. Eindelijk komen de burgerlijke autoriteiten en de +militaire, de prefect en de kolonel van het regiment, die ook de +traditioneele kaars dragen; dan de menigte in dichte gelederen, +onverschillig voor de wasdruppels, die van de balkons vallen, en +blij gestemd door het licht en de muziek. Veel ernst bespeur ik niet +onder de menschen, al zijn de Grieken een volk, dat graag zijn gevoel +naar buiten toont; het karakter van deze groote kinderen leent zich +nu eenmaal niet tot uitingen van droefheid, die toch eigenlijk bij +de omstandigheid zouden passen. Het is niet zeer waarschijnlijk, +dat de bewoners van het antieke Korinthe zulke harde bedden hebben +gehad om op te slapen, als dat waarop mij de hotelhouder uit het +moderne Korinthe tracteerde, anders zou hun naam van verwijfdheid al +heel weinig verdiend zijn. Ik geloof eerder, dat dit dunne plakje van +paardehaar, dat dadelijk op de planken rust en waarin men moeilijk de +samenstellende deelen van een matras herkent, een der eigenaardigheden +is van het moderne Griekenland en dat men vermoeienissen als die, +welke ik ondervond bij het bestijgen van den Akrokorinth, moet hebben +doorstaan, om er behoorlijk op te kunnen slapen. Maar mijn nacht werd +dan ook niet gestoord door eenigen onwelkomen beet, en zeer verkwikt +werd ik wakker, klaar om weer op weg te gaan. + +De zon staat al hoog aan den hemel als ik bij het station kom, +waar spoedig de trein verschijnt, die mij naar Mycene zal voeren, +een vroeger beroemde stad en die thans haar naam geeft aan een +onbeduidende halte van den spoorweg van Athene naar Kalamata. Zoo is de +werkelijkheid van het moderne helleensche leven op het nauwst verbonden +met de grootsche herinneringen aan de oudheid, en ik moet bekennen, dat +de aureool, waarmee onze beschaving al wat grieksch is omgeeft, wel te +lijden heeft van die vereenzelviging. Wij zeggen in Frankrijk, dat het +belachelijke doodend is; gelukkig, dat dit aphorisme niet gangbaar is +in Griekenland, want dan zou er tegenwoordig niet veel overblijven van +al die beroemde helden, van die legenden en heldendaden, welker namen +de menschheid slechts met eerbiedige aandoening uitspreekt. Sedert ik +een waschman en een bediende heb gehad, die respectievelijk Alcibiades +en Pericles heetten, kan ik niet zonder een glimlach het beeld van hun +beroemde peten mij voor den geest roepen, en ik begrijp uitstekend, +dat de spotzucht van een About of een Offenbach door die amusante +tegenstellingen is gewekt. + +Maar de trein komt in beweging; die kleine spoorwegen, die Griekenland +beginnen te doorkruisen, loopen wanhopig langzaam. Een veertigtal +kilometers scheiden Korinthe slechts van Mycene, en we zullen bijna +twee uren noodig hebben, om dien afstand af te leggen. Ik moet +echter zeggen, dat het terrein nog al effen is, dat er talrijke +en scherpe bochten zijn te maken; maar dat alles verhindert niet, +dat men gemakkelijk tijd kon winnen, als de weg goed was aangelegd, +het materiaal solieder en het personeel beter geoefend was. Maar daar +is altijd in Griekenland die lastige geldquaestie, die elke ernstige +verbetering tegenhoudt. In zijn geheel is het land arm en weinig +bevolkt; de opbrengsten van de spoorwegen, die buiten enkele tijden +van het jaar zoo goed als niets vervoeren, zijn zoo problematisch, +dat vele maatschappijen moeite hebben om rond te komen. In die +omstandigheden kan er van vooruitgang geen sprake zijn, omdat men +eerst, om daartoe te komen, den ondernemingsgeest zou moeten wekken +en den economischen toestand van het land zou moeten verbeteren. + +In dit opzicht is het nog mogelijk, dat de spoorweg, die pas geopend +is van Athene naar de turksch-grieksche grens, tot goede resultaten +leidt, vooral als de aansluiting bij het europeesche spoorwegnet +eindelijk werkelijkheid wordt. De nieuwe lijn, ondersteund door de +oostenrijksch-hongaarsche regeering, die den Piraeus in gemeenschap +met Middel-Europa zal brengen, zou zeker een staat van zaken scheppen, +die, daar ben ik van overtuigd, weldadig zou terugwerken op het geheele +net van de helleensche spoorwegen. Maar ik vrees, dat de laatste nog +lang hun slechten naam zullen verdienen, die op dit oogenblik voor +mij zoo duidelijk wordt gedemonstreerd door de vervelende halten van +de kleine locomotief, waarmee ik naar Argos word gebracht. + +En inderdaad, na door Hexamilia te zijn gereden, dat ik gisteren per +rijtuig passeerde, komen we in een bergpas met een kloof, in welker +diepte een stroom moest bruisen en waar ik niet anders zie dan gele +steenen. Evenwijdig met den weg van de spoorlijn loopt een onduidelijk +pad vol diepe plassen en losse steenen; dat schijnt een rijksweg. Wat +moeten dan de gemeentewegen zijn in dit land! We rijden enkele kleine +ezels voorbij, waar mannen op zijn gezeten met de beenen terzij. Ze +dragen de fustanella of het korte rokje en slaan met de vrij hangende +beenen de maat op den buik van hun rijdieren, om die sneller te doen +gaan, maar zonder eenig succes meestal. Zeker hebben ze vrienden +in den trein, want men hoort, ondanks het lawaai van den stoom, +stukken van zinnen en gelach aan het adres van een compartiment naast +het mijne. Spoedig daarna komen we op een klein plateau, waar enkel +dennen en heide groeien en hier en daar toefen reeds verdroogd gras, +hoewel we nog maar April hebben. Het klokje van een eenzame geit doet +zich hooren, maar ik kan het dier niet te zien krijgen, zoo weinig +steekt het af tegen den bruinen grond. + +Daar zijn we eindelijk op de hoogte, de machine zwijgt, de optocht gaat +wat sneller, we beginnen te dalen naar de kloof van Longopotamos. Ik +bespeur links een of twee huizen, tegen de helling van den berg +geleund, niet ver van de ruïnen van een kasteel, dat stellig uit +de Middeleeuwen stamt. Dat zijn sedert Hexamilia de eerste huizen, +die ik ontmoet, en deze weg is een der economische hoofdaders van +het verkeer in Griekenland! Dan wordt de pas nauwer, de grond lijkt +minder onvruchtbaar, want ik zie enkele tuberozen in de diepte van +een ravijn. Dus moet er water in de buurt zijn, en inderdaad daar +verschijnt vlak naast het station Dervenaki, waar de trein stilhoudt, +een khani, herberg, bekoorlijk gelegen, aan den oever van een ruischend +beekje in de schaduw van prachtige moerbeiboomen, waarvan het donkere +groen heerlijk samenstemt met het zachte rose van andere bloemen. Het +schouwspel komt zoo onverwacht, is zoo nieuw voor mij, dat ik een +kreet van bewondering niet kan onderdrukken. Men moet als ik zoo langen +tijd beroofd zijn geweest van het rustgevend gezicht van een rijk en +frisch plantenleven, om te begrijpen wat ik gevoel. Het lijkt mij, +of ik uit een woestijn kom; daar zijn dan eindelijk boomen en water, +een weldadige vochtigheid, die het groen doet ontluiken, gras, dat +het vocht vasthoudt, hetwelk zoo noodig is voor het leven. Het is, +omdat Griekenland geen bosschen heeft, dat er geen water is te vinden; +het is omdat een onvoorzichtige ontwouding al sinds jaren de bergen +heeft beroofd, dat nu de bronnen niet meer vloeien en de rivieren +droog zijn. Geen bosschen zonder water en geen water zonder bosschen, +dat is een waarheid, welker miskenning den treurigen toestand heeft +verwekt voor den landbouw, waaronder het land nu zoozeer lijdt, en +waaraan het thans zoo moeilijk is, doeltreffend een einde te maken, +zooals ik later nog gelegenheid zal hebben, in het licht te stellen. + +Maar de trein is weer vertrokken; het land wordt dadelijk weer kaal, +terwijl het dal breeder wordt; we komen in de vlakte van Argos, +beheerscht door de kale bergen, die over den weg heen hangen; nog +enkele minuten en daar is het station Phyktia-Mycene, waar het rijtuig +mij wacht, dat ik uit Nauplia heb laten komen. + +In Griekenland wil het gebruik, dat als men een voertuig huurt, +het zij een wagen, een paard of een muildier, dat men dan met den +koetsier of geleider een, wat men noemt, symphonie sluit, die daarin +bestaat, dat het programma van den rit wordt vastgesteld, dat de +prijs tusschen de beide partijen wordt besproken en dat men het eens +is geworden, wat nooit het geval is zonder lange beraadslagingen. Als +die symphonie is gesloten, houdt de Griek zich er angstvallig aan, +al is hij anders niet juist bekend om de stiptheid waarmee hij zich +houdt aan eenige afspraak. Hij zal wel op het oogenblik, dat de prijs +wordt vastgesteld, trachten zooveel mogelijk voordeel te trekken van +de kans, die zich hem biedt, maar hij zou zich schamen, wanneer hij +na afloop van den rit een enkele lepta te veel vroeg. Het moet echter +erkend, dat hij zich schadeloos stelt bij de ongeoefende toeristen, +die onvoorzichtig genoeg zijn geweest, niet vooraf een contract met +hem te sluiten, en dat hij er geen bezwaar in zal zien, hen twee- +of driemaal de waarde van den rit te doen betalen. Ze zullen op dat +oogenblik natuurlijk nog kunnen protesteeren, maar het zal hun moeite +kosten een afslag te krijgen, gelijk aan wat ze zouden hebben gedaan +gekregen, als ze vooraf hadden geaccordeerd. + +Natuurlijk zorg ik wel, geen inbreuk te maken op den algemeenen regel, +en volle vijf minuten besteed ik in den brandenden zonneschijn aan het +verdedigen van mijn belangen met al de scherpte, waartoe mij de nog +zeer rudimentaire toestand van mijn kennis van het Nieuw-Grieksch +in staat stelt. Eindelijk wordt mijn reiszak opgeladen, en een +half uur later kom ik te Kharvati, waar ik zal ontbijten. Ik heb +zelden iets ellendigers gezien dan dat droevige gehucht met zijn +huizen van gedroogde aarde, waar enkele vrouwen in lompen zitten te +weven aan primitieve weefstoelen, waarop ze grove katoenen stoffen +vervaardigen. De herberg deelt in de algemeene sjofelheid; onder het +groote strooien afdak, dat de algemeene zaal slecht beschut tegen de +brandende zon, woelen zwarte varkens in het vuil; binnen zitten eenige +dorpelingen aan een waggelende tafel; de gewitte muren zijn gescheurd, +een vloer is er niet, en er hangt een keukenlucht van schapevet, +die iemand allen eetlust moet benemen. + +Ik verheug mij, dat ik te Korinthe vóór mijn vertrek wat mondkost +heb meegenomen, want het menu bestaat slechts uit een soort van soep, +waarin vettige vezels drijven in een bruin en schuimend vocht. Voor +niets ter wereld zou ik dat gerecht willen proeven, en ik stel mij +tevreden met mijn koud gerecht, dat ik besproei met den harsgeurigen +wijn, door het huis verstrekt. Toen ik de eerste maal dat vocht +proefde, dacht ik waarlijk, dat men mij bij vergissing een medicijn +voorzette. Het was te Delphi het vorige jaar, waar ik in het gezelschap +was van een lid van onze school van Athene, die al aan Griekenland +gewend was, en zich wel wachtte mij te waarschuwen. Het was mij, +of ik terpentijn dronk. De beginselen van de wijnfabricage zijn +in Griekenland nog zoo weinig bekend, dat men, om den wijn eenige +jaren te kunnen bewaren, in het vat een stuk hars werpt, dat er een +afschuwelijken smaak aan geeft. Vooral de roode wijn, dien de Grieken +mavro crassi noemen of zwarten wijn, heeft allen natuurlijken smaak +verloren door de rare toevoeging en krijgt iets scherps, dat zich voegt +bij de zwaarte, die aan de zuidelijke wijnen eigen is. Voorwaar het is +geen pretje, zulk een drank, die zelfs niet de verdienste heeft versch +te zijn, in die warmte in een vuile herbergkamer te moeten drinken, +en ik twijfel eraan, of de oude Grieken, voor wie het druivennat +nectar was, zoo weinig kieskeurig zijn geweest, om hun gehemelte, +aan goede en lekkere dingen gewend, te onderwerpen aan de proef van +dezen harswijn, die mij al tot de minst wenschelijke nieuwigheden +schijnt te behooren, door het moderne Griekenland ingevoerd. + +Een honigkoek van den Hymettus vormde het dessert. Ik herinner mij, +dat toen ik in de eerste tijden van mijn verblijf te Athene naar de +zoo zuivere lijnen van dien berg keek, waar zoo weinig plantengroei te +zien was als in de oneindige woestijn, dat ik toen verbaasd mijzelven +afvroeg, wat er voor de bijen wel te halen mocht zijn op die verlaten +hoogten, waar de wandelaar slechts naakte rotsen ziet zonder eenige +struik of bloem. Ik zocht al sedert lang naar de oplossing van dat +raadsel, toen ik in een gesprek toevallig hoorde, dat die beroemde +honig eenvoudig perenstroop was, waar de bijen niets of zoo goed als +niets mee te maken hadden. Maar ik wil liever blijven gelooven, dat +de Hymettus van de Oudheid werkelijk bloemrijk was en dat de bijen +er een ruimen oogst van suikerhoudend sap konden vinden, want anders +zouden de dichters, die den berg hebben bezongen, en wat zijn ze +talrijk geweest, hun verbeelding de perken te buiten hebben laten gaan. + +Terwijl ik mijn maal besluit, nieuwsgierig aangekeken door het kind +van den huize, dat met de beide handen op den rug vóór mij bleef staan +met wijd geopende oogen, zijn er nog een paar liefhebbers van de bruine +soep binnen gekomen en jagen de vogels weg, die puffend van de hitte, +een schuilplaats zijn komen zoeken onder de wankele tafeltjes. Er komt +geen geluid van buiten, behalve nu en dan een ongeduldigen voetstap van +een der paarden van mijn rijtuig, door een beest gestoken; de stoffige +weg brandt, en op het veld schroeien enkele magere grassprietjes. Wat +zal het hier zijn in den tijd van hoogsten zonnestand, als het in de +lente er reeds niet is uit te houden van de hitte als in een fornuis? + +Vastbesloten, mij niet door de indolentie te laten overweldigen, +geef ik mijn koetsier een wenk, die al brommend, want het is middag en +dus het uur van rust, met zijn span het brok muur verlaat, waarachter +hij wat schaduw had gezocht. En weer zijn we op weg naar Mycene. + +Pas zijn we de laatste huizen van Kharvati voorbij, of de weg loopt +door een kloof van indrukwekkende schoonheid. We hebben rechts van +ons een diep ravijn met de ruïnen van een brug uit den Cyclopentijd, +terwijl rondom ons hooge, steile rotsen zich verheffen, zoo steil, +dat ze onmogelijk op hun hellingen genoeg aarde kunnen vasthouden, +om nog zoo'n kleinen boom te kunnen voeden. Daar vertoonen zich veel +grijze steenen en puin en iets wat op fondamenten gelijkt. Het zijn de +ruïnen van de eigenlijke stad, die in het smalle dal zich uitstrekte, +waar ik nu ben. De stad werd verdedigd door een lijn van muren, +waarvan nog overblijfselen te zien zijn op de bergen links en langs +het verdroogde riviertje. Op den achtergrond, tegen den berg geleund, +in een echten kring van rotsen, aanschouw ik eindelijk de vervloekte +stad, rood in het licht der ondergaande zon. + +Dit tooneel van de duistere heldendaden van het geslacht der +Atriden heeft wel een decoratie, die erbij past, en denkend aan de +verschrikkelijke drama's, hier afgespeeld, herinner ik mij plotseling, +bij Edmond About te hebben gelezen, dat hij diep was getroffen geweest +door de overeenkomst, bestaande tusschen het stroeve karakter van +de woeste streek en de herinneringen, die rondwaren op deze plaatsen +van sombere verschrikking. + +Sedert de geruchtmakende opgravingen van den heer Schliemann dertig +jaren geleden, is de aandacht der archeologische wereld meer en +meer op Mycene gevestigd geworden, op de goudstad, zooals Homerus +haar noemde. Men heeft zoo goed losgemaakt wat er restte van de +bouwwerken der acropolis, dat de toeschouwer zich werkelijk een zeer +heldere voorstelling kan maken van het leven in die lang vervlogen +tijden. Ziehier eerst de prachtige cyclopenmuren, gemaakt van enorme +blokken van meer dan een kubieken meter, en op elkander gestapeld +tot een hoogte van zes meter. Ze omringen met hun imposante massa +de beroemde Leeuwenpoort, met den driehoekigen steen, waarop ruw +twee leeuwinnen zijn gehouwen, die tegenover elkaar op een zuil +leunen. Daardoor treedt men de vesting binnen. + +Terstond begeef ik mij naar de agora, een cirkelvormig terrein met nog +de concentrische rijen steenen banken, waar de leden van den raad der +grijsaards plaats namen, die zoo dikwijls in de Ilias worden genoemd, +en onder welks grond de graven zijn ontdekt. De weduwe van den heer +Schliemann, die ik persoonlijk te Athene heb gekend, was nog diep +ontroerd, toen ze mij van die opgraving vertelde. Toen de deksels der +sarcophagen werden opgelicht, zag men geraamten, geheel bedekt met +bladgoud, maskers van goud om de schedels, gebeeldhouwde rustingen, +sieraden van de fijnste bewerking, schitterende diademen, en er ging +een gevoel van onbeschrijfelijke geestdrift door de aanwezigen. Mocht +men niet bezweren, dat men in de tegenwoordigheid was van de graven van +Agamemnon en zijn lotgenooten in het ongeluk, volgens de overlevering +in de acropolis begraven? Die hypothese heeft veel voor, en al zou +ze worden betwist, toch blijft het gewicht van deze mooie ontdekking +even groot en maakt van de zaal van Mycene in het museum te Athene +een der schitterendste archeologische verzamelingen uit Europa. + +Over de treden van een monumentale trap aan den ingang van het paleis +van den koning der koningen, betreed ik een ruimte, waar nog de resten +van een ronden haard zijn te zien. In deze ruimten zijn de bloedige +tragedies afgespeeld, die door niets in gruwelijkheid kunnen worden +overtroffen en die mij op dit oogenblik met aangrijpende duidelijkheid +voor den geest komen. Met het hoofd vol oude homerische herinneringen, +vermengd met gedachten aan mijn schooljaren, ga ik weer door de +Leeuwenpoort, begeerig om nog, eer ik Mycene verlaat, de koepelgraven +te zien, die buiten de vesting zijn opgericht, waarvan er een, naar +men zegt, het lijk van Clytemnestra bevatte, die niet waardig werd +gekeurd, om te rusten binnen de omheining, die door haar was onteerd. + +Wat vaststaat is, dat die koninklijke graven, die in de nabijheid zijn +aangelegd, van veel later datum zijn dan die uit de acropolis. Het +merkwaardigste er onder, bekend onder den naam van den Schat van +Atreus, is naar het zeggen van de aanvallers van den heer Schliemann +niet anders dan het echte graf van Agamemnon. Het is ver van mij, +partij te willen kiezen in deze oudheidkundige vraag, die niet tot +mijn competentie behoort, en waarvan de oplossing in den eenen of den +anderen zin niet toe of af doet tot het zeer wezenlijke belang van +dit grafmonument. Een mooie laan, geopend langs de helling van den +berg en door muren omringd, geleidt naar de poort van de onderaardsche +ruimte; zoodra ik die ben doorgegaan, bevind ik mij in een prachtige +zaal in den vorm van een bijenkorf, twaalf tot vijftien meter hoog en +verwonderlijk goed onderhouden. De steenen, die op elkaar waren gezet, +zijn daarna uitgehold, tot men de gewenschte bocht kreeg, en vervolgens +werden in de openingen tusschen de steenen een zeker aantal kleine, +spitse steenen gestoken, om aan het geheel de noodige stevigheid +te schenken. Thans bestaat dit bouwwerk bijna drie duizend jaren, +en ik weet niet, dat het ooit een reparatie heeft noodig gehad. Zou +men hetzelfde kunnen zeggen van de gewelven onzer kathedralen of van +andere bouwwerken, die nog moderner zijn en die zoo dikwijls verscholen +zijn achter steigers, voor den teleurgestelden toerist het eenige, +wat hij te zien krijgt? + +Een tweede zaal, kleiner en lager, eenvoudig in de rots uitgehouwen +en totaal donker, diende als grafkamer, terwijl de groote, die rijk +versierd was, de offeranden bevatte, alsook de wapens en de sieraden +van den doode. Juist dezelfde schikking vindt men terug in een ander +van die koepelgraven, op enkele minuten afstands van het zooeven +beschrevene en dat gewoonlijk het graf van Clytemnestra wordt genoemd, +veel minder goed bewaard dan het eerste, en waar men slechts vrij +onbeduidende voorwerpen in heeft aangetroffen. + +Ik ben nu aan het einde van het bezoek aan deze in nevelen gehulde +en prehistorische stad; nog eenmaal omvat ik met den blik alle steile +rotsen met hun vergeeld gras. Overal vertoont het zaaisel zijn kracht +in enkele donkergroene plekken; groote uitgestrektheden katoenboomen +en korenvelden, die al goudkleurig zijn, wisselen af met tabaksvelden; +de citadel van Argos steekt in de vlakte vooruit op haar rotskaap; de +cyclopische massa van Tirrhyns springt alleen naar voren uit de gele +velden, en heel in de verte ziet men Nauplia en zijn witte huizen, met +schaduw overtogen door de rots van Palamedes, die, van hier uit gezien, +door de steile helling gelijkt op de rots van Gibraltar, en eindelijk +in de verte de blauwe golf, waar lichte zeilen zich op vertoonen. + +De weg is stoffig, en de hagen aan de zijden zijn geheel wit; op +de velden is het druk, want het oogenblik is reeds gekomen, waarop +haver en rogge moeten geoogst. Boerinnen gaan voorbij met de kruik +van roode aarde op den schouder; de sierlijke beweging van den arm, +die lichtelijk is gebogen, doet de vormen van haar lichaam onder +de lichte bedekking goed uitkomen. Met haar korte rokjes en op de +bloote voeten, gaan ze drinken brengen aan de arbeiders op het land, +lachend om het stof, dat ze opjagen en om den wind, die in de laatste +oogenblikken heviger is geworden en die haar loop vertraagt en haar +in het gezicht striemt. "Wees welkom onder ons", zoo roept mij een +der vrouwen toe met haar helderen blik, "en kom eens kijken naar het +werk der boeren van Argos!" + +Er is daar juist een groep mannen bezig niet ver van den weg; het +is nog niet laat genoeg op den namiddag, om te weigeren aan die +onverwachte uitnoodiging te voldoen. Men komt om het rijtuig heen +staan, er worden mij warme en vochtige handen toegestoken en daar +ben ik onder de boeren verzeild, die vertrouwelijk en goedig zijn te +midden van de rijpe aren op den grond. Ze hebben hier een eigenaardige +manier van dorschen; ik had reeds opgemerkt, dat er langs den weg op +geregelde afstanden ronde, ruw geplaveide plekken waren, en ik vroeg +mijzelven af, waar die wel voor mochten dienen. Ik kreeg spoedig een +antwoord, toen ik mijn vrienden aan het werk zag. + +Zoodra de halmen zijn afgesneden, gewoonlijk met de sikkel, brengen +kinderen ze naar den dorschvloer, waar ze worden uitgespreid. Twee +paarden, gespannen voor een soort van houten kist vol steenen, waarop, +ten einde het gewicht te vermeerderen en ook voor amusement, jongens en +meisjes zijn gezeten, loopen aanhoudend in een kring rond en dorschen +het graan. Als die bewerking is afgeloopen moet men, eer een nieuwe +voorraad koren op den vloer wordt gebracht, het graan zuiveren van de +onreinheden. Om dat te doen werpen vrouwen, voorzien van een soort +van houten schoppen, het koren omhoog in den wind, en weldra zijn +er twee hoopen gevormd, de eene van het kaf, dat eraf is gevlogen +en een andere van het zwaardere, in de buurt gevallen graan. Het is +een bewerking, die te verdedigen is, als de wind niet te hevig is, +maar als er een frissche bries waait zooals nu, bespeur ik, dat een +aanzienlijke hoeveelheid wegvliegt en dat de menschen op die wijze +een goed deel van hun oogst verliezen. Als men bedenkt, dat ondanks +de uitstekende hoedanigheid van sommige gronden in Griekenland de +opbrengst lang niet is, wat ze moest wezen, door de zorgeloosheid +en de weinige geldelijke hulpmiddelen, waardoor de boeren er niet +toe komen hun gronden te verbeteren, dan kan men nagaan, wat ervan +terechtkomt na zulk een weinig rationeele behandeling. + +Maar de tijd is gevorderd onder deze overdenkingen; Argos is thans +vlakbij. Daar verrijst de kegelvormige berg van Larissa; de wind doet +van het witte klooster Panaghia op de helling klokketonen tot mij +overkomen, aankondigend, dat Christus is opgestaan, terwijl hooger +op den berg een frankisch kasteel in puin zijn vervallen kanteelen +toont. Aarden muren, gelijk aan die uit de oasen van Soedan, dragen +platte daken of terrassen. De café's uit de hoofdstraat zijn vol +menschen; boeren uit de vlakte en zelfs uit het binnenland van den +Peloponnesus doen er zaken, en daar ze allen nog al heftig zijn, gaat +het er luidruchtig toe. Maar het is gelukkig veel geraas en weinig +wol, en de vuile politieagent, die in zijn blauwe uniform rondwandelt, +kijkt zelfs niet om, als er aan zijn oor scherpe woorden klinken. Hij +weet wel, dat ze naar alle waarschijnlijkheid geen gevolgen zullen +hebben en dat er altijd nog wel tijd zal wezen, om, als het noodig +wordt, een mooi verzoeningsspeechje te houden. + +De eerbied van den Griek voor woorden is slechts te vergelijken met +zijn liefde voor de mooie geste; de zinnen van het gewoonste gesprek +gaan bij hem altijd gepaard met betoogingen door handen of armen; +maar als hij in een twistgesprek is of zijn belang moet verdedigen, +stijgt die hartstocht voor bewegingen tot het hoogste; het lichaam +wordt voorover gebogen, de oogen puilen uit hun kassen, en men gaat +meenen, dat er een vuistgevecht ophanden is, terwijl een seconde later +alles tot de grootste kalmte is teruggekeerd. De opwinding heeft een +gewonen uitweg gevonden. + +Veel van die vermakelijke tooneelen doen zich voor terwijl ik +door Argos loop, dat nu wel zeer vervallen is van zijn vroegere +grootheid. Een alleenstaand gebouw, de schouwburg, die aan de stad +door de Romeinen werd geschonken, is het eenig overblijfsel, dat +herinnert aan de rol, die de stad heeft gespeeld. Op de halfvergane +treden van dien schouwburg werd indertijd de eerste vergadering +gehouden, toen in den vrijheidsoorlog het nieuwe koninkrijk gesticht +was. Verschanst in de acropolis, hield Ypsilanti roemrijk stand tegen +het turksche leger, en dat verscheiden dagen achtereen. Argos bewaart +die kostbare herinneringen uit het mooiste gedeelte van de moderne +grieksche geschiedenis als iets kostbaars, en de ligging der stad te +midden van een vruchtbare streek in de nabijheid der zee moet haar +een waarborg zijn, dat er weer tijden van voorspoed zullen volgen. + +De bergen werpen reeds groote schaduwen over de vlakte, die ik nu in de +volle breedte moet oversteken, om van Argos naar Tirrhyns te gaan. Twee +vermolmde houten bruggen zijn over de bedding der Charadros geslagen +en over die van de Inachos, waar nog een weinig water in is om dezen +tijd van het jaar. Dan passeeren we windmolens, die luidruchtig draaien +met hun groote wieken en gescheurde zeilen. Die bouwsels schijnen dan +toch te zeggen, dat de boeren hun oogst niet naar de vier windstreken +laten vliegen! Weldra houdt het rijtuig stil onder het afdak van een +kleine khani; ik ben aan den voet van de acropolis van Tirrhyns. + +Deze hoogte, alleen staand te midden van de velden en zich niet hoog +boven de vlakte verheffend, ziet er niet zeer indrukwekkend uit. En +toch was het volgens, de legende hier, dat Menelaus al zijn huiselijk +leed ervoer. Terwijl ik door de bouwvallen dwaal, door de ruimten, +waar het huisaltaar stond, waar de slaven en bedienden woonden in dat +oude tijdperk van primitieve grootheid, moet ik mijzelven afvragen, +hoe de menschen zulke kolossale steenen omhoog hebben kunnen krijgen, +door welke hulpmiddelen zij ze op elkander hebben kunnen stapelen, +en ik ben verstomd van bewondering en verbazing. + +De wind blaast door de spleten van de steenen en schudt de boompjes, +die met hun groene takken de resten overdekken van een voor altijd +ondergegane beschaving. Mycene rechts van mij is in den nevel bijna +niet te onderscheiden; de citadel van Argos vóór mij, die van Nauplia +links zullen alleen worden verlicht door de laatste stralen van +de ondergaande zon, die achter de bergen verdwijnt; een gevoel van +onbestemde somberheid en melancholie vervult mijn gemoed; het is of +het gehuil van den wind een klaagtoon is van al, wat hier gestorven is +in den loop der eeuwen. Het is mij, of de grootsche stem der natuur +protesteert tegen de tegenwoordigheid van den vreemde hier in deze +doodenstad van reuzen, wier eeuwigen slaap men niet moet storen. Ik +haast mij om uit dit neerdrukkende groote verleden weer voeling te +krijgen met mijn tijdgenooten, en met een echt kinderlijke vreugde +hervind ik in de khani den trouwen amaxa, die mij terug zal brengen +naar Nauplia. + +Een officiëele landbouwschool, gesticht door Capo d'Istria, die hier +goed ter plaatse is te midden van de vruchtbare alluviale landerijen, +ligt aan onzen weg. Ik wenschte voor Griekenland, dat men erin slagen +mocht, geslachten van kundige boeren er te kweeken, die voor goed +zouden breken met de verouderde methoden, waar ik staaltjes van heb +gezien. Maar ik durf het niet vast te gelooven; de school bestaat +al meer dan zeventig jaren en ik vraag mij af, welk onderwijs de +leerlingen, die er zijn opgeleid hebben genoten en hoe ze het in +practijk hebben gebracht. + +Nu komen de moerassige terreinen, grenzend aan de diepte van de Golf; +de weg, omzoomd met mooie platanen, loopt langs de zee; Nauplia, +in verdiepingen opgestapeld op de rotsen van den heuvel Itsch-Kalé, +kijkt in de vlakte van Argos; hoorngeschal klinkt uit het fort +Palamedes, dat, half gevangenis, half kazerne, als een zwaar blok +boven ons hangt. Wij gaan door den ringmuur der stad en dan door +een doolhof van straatjes, vol modderpoelen, waar mijn rijtuig met +totalen ondergang wordt bedreigd en bereiken eindelijk de haven en +het vreemdelingenhotel. Uit de vensters van de eetzaal bespeur ik de +Golf, welker water nu paars is, terwijl een lichtrose tintje nog op +de bergen hangt van Arcadië. De wind is bijna geheel gaan liggen, +en de laatste booten met witte en roode zeilen van verschillenden +vorm, komen de eene na de andere aanleggen aan de kade, waar reeds, +in afwachting van den nachtdienst van Paschen, de heele wereld van +Nauplia tusschen de blauwe uniformen der officieren van het garnizoen +heen en weer wandelt. + +En terwijl ik mij vermaak met de gezellige drukte, merk ik op, dat +de mannen in het algemeen, voor zoo ver ze tot het volk behooren, +de roode fez dragen en de lage muilen. Er zitten er ook naast mij, +die kalm de narghilé rooken, die hun wordt gebracht geheel klaar, +zooals men in Europa de vertering brengt; anderen laten met de oogen in +het vage de grove kralen van den rozenkrans door de vingers glijden, +die in het Oosten zoo algemeen is, en welke machinale beweging meer +een tijdverdrijf schijnt dan een werkelijk gebed. + +De nacht is warm en helder; de klok van een kerk begint te luiden met +versnelden pas; daar antwoorden andere met scherper of doffer klanken, +en het is een vreemde cacophonie, waarin zich zoo nu en dan de zware +tonen mengen van het carillon der kathedraal. Christus is opgestaan, +en de menigte vult de kerken. Ik ging binnen in die van den Heiligen +Geest, waar Capo d'Istria verraderlijk werd vermoord en maakte, +als iedereen, het teeken des kruises met de aaneengesloten drie +voorste vingers van de rechterhand, achtereenvolgens gebracht naar +het voorhoofd en naar de borst ter rechter en ter linker zijde. Het +heilige is als in alle byzantijnsche kerken gescheiden van het overige +gebouw door een wand, bedekt met vrome platen, die door de geloovigen +worden gekust onder aanhoudend maken van het teeken des kruises; in +het midden staat het altaar, overgoten van licht en zichtbaar door een +getraliede poort. De koorzangers zingen psalmen zonder begeleiding; +ze zijn als de priesters in een lang zwart gewaad gekleed met hoog +opgestoken haren onder de hooge cylindrische muts. + +Maar daar komt de priester in zijn met goud geborduurd misgewaad; zijn +lange baard en zijn spierwitte haren omringen het patriarchengelaat +met de zachte en toch mannelijke trekken; hij zingt langzaam +enkele woorden, en de menigte knielt met het gelaat tot den grond +gebogen. Toen, terwijl het koor een litanie begint, die mij treft +door haar grootschheid, worden de kaarsen aangestoken in de handen +der geloovigen; daarboven in den toren worden de klokken heftig +bewogen; dit is het plechtige oogenblik; de deur van het koor wordt +geopend, de pope verschijnt in al zijn waardigheid met een gevolg +van geestelijken op den drempel: "Broeders," zegt hij met bevende +stem, "Christus is opgestaan, Christos anesti!" Dadelijk vallen de +geloovigen elkander in de armen en kussen elkaar op het voorhoofd, +terwijl ze met het koor meezingen het Paaschhalleluja. Buiten maken +de voetzoekers lawaai, vensters worden met bengaalsch vuur verlicht, +en de vreugde zal den ganschen nacht duren. + +Die kreet van "Christos anesti", die door heel Griekenland +vandaag weerklinkt, wekt mij vroolijk te Nauplia, zoodra deze mooie +Paaschmorgen is aangebroken. De kellner van het hotel heeft terstond +behoefte, zijn geestdrift te uiten. De menschen omhelzen elkaar allen +onder de begroeting met dezelfde formule. + +Een officier uit Athene had mij een brief van aanbeveling meegegeven +voor een van zijn kameraden te Nauplia, opdat ik toegang zou kunnen +krijgen tot de kazerne en de traditioneele Paaschfeestelijkheden +zou kunnen bijwonen. Eer ik mij naar hem toe begaf, werp ik een +blik op den obelisk aan de haven, opgericht ter herinnering aan +den daadwerkelijken steun, dien Frankrijk aan Griekenland verleende +in de epische tijden van den vrijheidsoorlog. Het moge waar wezen, +dat de Grieken babbelachtig en oppervlakig zijn, ik merk toch met +genoegen op, dat ze niet vergeten, en dat ze in hun geheugen de namen +bewaren van een Fabvier en een Maison. En nadat ik dan door de breede, +goed geplaveide straat heb geloopen met de rijen mooie platanen, +kom ik in een labyrinth van nauwe straten, waar uithangborden met +gevleugelde leeuwen aan de venetiaansche overheersching herinneren, +terwijl een huis met een door sierlijk traliewerk afgesloten balkon +de turksche regeering voor den geest roept. + +Het fort Palamedes, dat ik natuurlijk moest bestijgen, is alleen +toegankelijk van den kant der stad. Een duizendtal treden, in de +rots gehouwen tusschen cactusstruiken door, voeren naar de wallen +der citadel. Van een torentje uit, dat letterlijk over de huizen van +Nauplia heen hangt, bewonder ik een oogenblik het prachtig panorama +aan mijn voeten. Op het binnenplein der kazerne dansen de soldaten, +en het feestrumoer der stad klinkt tot hier door. Daarachter het +schiereiland Itsch-Kalé, dat de haven beschermt tegen den zeewind. Door +de plechtigheid van het Paaschfeest ben ik verhinderd geworden, +om de noodige stappen te doen ter verkrijging van de machtiging +tot een bezoek aan de citadel; niet, dat ze zoo ingewikkeld zijn, +maar de plaatsbureau's waren dezen morgen verlaten, en ik heb den +dienstdoenden officier niet te spreken kunnen krijgen. Ik bekijk +het kasteel dus van den buitenkant. Het is door de Franken gebouwd, +versterkt door de Venetianen en voorzien van zeven redoutes, waarvan +twee de onverwachte namen dragen van Miltiades en Themistocles. Mijn +blikken bleven lang hangen aan de duizelingwekkende steilten, +afdalend naar de zee, waar in de diepte het eiland Spezzia lag, +terwijl tegenover mij Arcadië gloeide in de zon en rechts de groene +vlakte van Argos zich ontrolde naar de dorre eenzaamheid van Mycene. + +Eindelijk begaf ik mij naar beneden en vond in de kazerne de +officieren en de soldaten nog bezig met de toebereidselen van het +Paaschmaal. Er brandden op het plein groote vuren, waar lammeren in +hun geheel op werden gebraden. Een groote stok, door hun lichaam +gestoken, rustte op twee kruiselings staande stokken, geplant in +de aarde aan weerszijden van het vuur, en een soldaat deelde aan +het primitieve toestel een zacht draaiende beweging mee, terwijl +de anderen hem aanmoedigden met gezang, en met welbehagen onderwijl +de geuren opsnoven van het gebraad. De tafels zijn klaargezet onder +groene priëelen, waar aanstonds de maaltijd zal beginnen. Behalve het +lamsvleesch, het hoofdgerecht, bestaat het menu uit harde eieren, brood +en sinaasappelen, alles besproeid met den harsachtigen wijn, waarvan +ik zonder smaak een glas drink op de gezondheid der soldaten. De +officieren meenen zeker, dat ik dien drank afschuwelijk moet vinden, +maar ze kunnen op mijn gezicht geen enkel teeken van afkeuring lezen, +en ze lachen er om op een manier, die mij niet weinig amuseert. + +Den volgenden morgen werd ik door een telegram naar Athene en mijn werk +teruggeroepen; maar eenige maanden later was een gelukkige samenloop +van omstandigheden de oorzaak, dat ik een week verlof kon krijgen voor +een nieuwen tocht naar het Zuiden van den Peloponnesus. Het seizoen is +gunstig, om een reis van dien aard te ondernemen; niets wijst er nog +op, dat de herfst nabij is, maar de drukkende warmte van Juli heeft +plaats gemaakt voor prachtige Septemberdagen, zonnig en helder en op +deze breedte nog lang en warm, zoodat men zich in den vollen zomer +kan denken. Ik was enthoesiast over het vooruitzicht, niet langer +voor eenige dagen het scherpe stof van Athene in te ademen; ik droom +van groene wouden, waar beekjes murmelen, ik verlang naar de koelte, +naar de zuivere lucht, die ik in vier maanden niet heb genoten en +die ik hoop te vinden eerst op de zee en dan in het eenzame bergland. + +Mijn licht bundeltje is dan ook spoedig gesnoerd; verscheiden blikjes, +die vernuftig ter plaatse kunnen worden warm gemaakt, insectenpoeder, +een paar geneesmiddelen, die men moeilijk ontberen kan in warme landen, +zijn met het strict noodige, een deken en de getrouwe kodak, de lijst +van mijn hebben en houden. + +Ik kom aan den Piraeus, waar de "Aphrodite", een boot van de +Panhelleensche Maatschappij, naar Marathonisi gaat vertrekken. In +de buurt van de eetzaal aan boord heerscht evenals op de "Haghios +Nikolaos", die mij vroeger naar Korinthe bracht, een walgelijke geur, +en, de kooien zien er al even weinig aanlokkelijk uit. Het zou wel +kunnen zijn, dat ik mij van nacht aan lastige gevechten zal moeten +wijden. Het is hier zoo vuil, dat ik mij afvraag, of het dek wel +ooit wordt schoongemaakt, terwijl een blik in de keuken genoeg is, +om iemand allen eetlust te benemen. + +En ik zal hier achttien uren moeten blijven! Wij zouden om elf uur in +den morgen van den Piraeus vertrekken, maar het werd twaalf uur. De +kapitein verzekerde mij, dat we een prachtigen overtocht zouden +hebben. Trouwens de zeeziekte verontrust mij niet erg. + +Daar roept de bel de passagiers naar de eetzaal. Ik moet mee aan +tafel, hoe weinig animeerend ook de keuken hier is door het gebruik van +schapevet. Na verloop van een half uur kan ik eindelijk op dek gaan, om +daar den namiddag door te brengen. Reeds wordt Aegina kleiner door den +afstand en laat ons van dezen kant zijn steile wanden zien, bedekt met +een donkeren plantengroei. Boeren zijn op het voorschip geïnstalleerd, +sommigen zittend op veelkleurige koffers, anderen op ruwe dekens van +roode wol; een van hen zingt onder begeleiding van een rustieke luit +volksliedjes; en de anderen praten over de kleine gebeurtenissen van +hun leven, steeds onder het aflezen van hun rozenkrans. + +Bij het vulkanisch schiereiland Methana dringt de "Aphrodite" +binnen in de nauwe doorgang, die Poros van Argos scheidt, waar de +oranje- en citroenboomen beschut zijn door het prachtige scherm van +de bergen. Er worden toebereidselen gemaakt voor een landing in het +stadje, dat schilderachtig op de rotsen is gelegen en waar het eerste +maritieme arsenaal van het jonge koninkrijk werd gevestigd. Booten, +overvol met menschen, komen naar ons schip in groote wanorde. Pas +zijn de passagiers en de goederen overhaast aan boord gebracht, of de +schroef zet zich weer in beweging, terwijl ieder een plaatsje zoekt, +door de vertrekkenden open gelaten. Het zal intusschen niet voor lang +zijn, want deze menschen gaan naar het eiland Hyera, dat zich al gauw +vertoont, als we om kaap Skyli zijn gevaren, die aan den oostkant de +uiterste punt van den Peloponnesus vormt. + +Een uur later gaan we Spezzia in open zee voorbij aan den ingang van de +golf van Nauplia; die haven is met Salamis de voornaamste oorlogshaven, +maar ze kunnen beide niet wedijveren met de groote oorlogshavens. Het +was een heerlijke avond aan boord, en het gezang van de eenvoudige +lieden uit het volk wiegde mijn gedachten aangenaam in zoete rust. +Een poging om beneden slaap te vinden liep op niets uit, en al spoedig +was ik weer aan dek, om daar den morgen af te wachten. + +De dag brak aan, toen we de golf van Marathonisi voorbijvoeren en +den steven naar het Noorden wendden, om tegen acht uur aan de moderne +kade van de gelijknamige stad te landen. Daar word ik aan wal gezet +en wandel dadelijk de stad uit naar een weg over de rotsen langs de +zee, waar ik de "Aphrodite" een laatsten groet kan brengen, zooals +ze daar voor anker ligt achter in de baai; de hoeven van het muildier +slaan luide op de steenen, terwijl de schoenen van den agoyaat en van +den gendarme, van voren opgewipt als een voorsteven van een schip, +zacht voorschuiven. De brave militair ziet er niet bar uit in zijn +vuilblauwe uniform, en ik moet onderweg meermalen denken, dat, als ons +iets overkomt, zijn tegenwoordigheid mij van weinig nut zal zijn. Er +worden mij, sinds ik in Griekenland ben, zooveel verhalen verteld van +den moed der inwoners van dit land, dat ik geëindigd ben met er niet +veel van te gelooven en te denken, dat er weinig durf onder hen is +en dat in het bijzonder degenen, die mij vergezellen, wel in staat +zouden zijn, om in geval van gevaar met den vijand te heulen. Voor +het oogenblik stellen ze zich tevreden met het zingen van een lied; +om beurten heffen ze een couplet aan, en dat zal zeker wel duren tot +bij kaap Matapan. Dus heb ik alle gelegenheid, zwijgend het prachtige +land te bewonderen, dat we zijn binnengaan. + +Een afgevaardigde naar de volksvertegenwoordiging, de Mavromichalis, +die reeds meermalen minister is geweest en die te Athene een geziene +staatkundige positie bekleedt, had mij dikwijls aangeraden deze reis +te doen; hij zei mij, dat de bewoners van dit smalle schiereiland +vreemde gewoonten hadden behouden in hun woeste schuilhoeken en +dat ze verdienden, dat men hen beter leerde kennen. Toen ik dan +ook besloten was, te gaan, zocht ik den heer Mavromichalis op, toen +minister van Binnenlandsche Zaken, en hij kondigde mijn reis niet +enkel aan de autoriteiten aan, maar moedigde zijn partijgenooten +aan, mij vriendelijk te ontvangen. Ik stelde die daad te meer op +prijs, omdat de gesprekken, die ik met den staatsman had gehad, mij +voldoende op de hoogte hadden gebracht van de sociale toestanden in +het zonderlinge land. + +De Mainoten, die zich de rechtstreeksche afstammelingen noemen van de +Spartanen die voor de barbaren vluchtten, hebben van die vermeende +voorvaderen het onbuigzame karakter en de strenge zeden. Ze hebben +krachtig weerstand geboden aan de Turken, die hen nooit hebben kunnen +onderwerpen. Al den tijd van de ottomaansche overheersching was er +een aristocratie van familiehoofden, zooals de Mavromichalissen, +die tegenwoordig in hun salons te Athene de reeks hunner voorvaderen +in de kleeding der Palikaren vertoonen, en betwistten elkander het +bergland in een onophoudelijken strijd, bestaande in vendetta's, roof- +en moordpartijen. Toen we door het kleine dorpje Mavrovoeni reden, +merkte ik op, dat enkele huizen van schietgaten zijn voorzien. De +mannen kijken mij aan met een trotsch en vijandig voorkomen. + +Al spoedig hebben we het riviertje de Vardoenia achter ons gelaten, +en op den Passaheuvel bespeur ik de overblijfselen van een kasteel, +dat oudtijds bestemd was, de aanhoudende opstanden in het land te +beteugelen, dan een ander, waar niemand zich vertoont, en we verlaten +de nabijheid der zee, om aan zijn voet het voorgebergte af te snijden, +dat in kaap Pagania uitloopt. Tusschen kleine eiken en wat heidekruid +loopt de weg, en aan alles is te merken, dat de streek weer armer +wordt. + +In de schaduw van een niet uitgegroeiden den houden we stil en ik +gebruik een vluchtig ontbijt, terwijl mijn oog rust op de ingesneden +toppen van den Taygetos, wijkend naar het Zuiden nu onder den naam +van Kako Voeni, dat is "slechten berg". En inderdaad dit is een +somber land, een opeenhooping van steile rotsen onder de brandende +zon, met hier en daar kloven en afgronden, waarboven arenden en +gieren zweven. Den geheelen namiddag volgden we de hellingen van +dit reusachtige en woeste bergland, waarbij we slechts twee of drie +dorpen passeerden, arme gehuchtjes eigenlijk, en door afgelegen kloven +gingen met een dicht struikgewas en vele donkere grotten. Het gevoel +van eenzaamheid komt over mij; ook mijn metgezellen loopen zonder +spreken voort. Het begint duister te worden, als we Lagia passeeren, +en aan de zee is het volkomen nacht. Zij schittert, waar ze tegen +de rotsen slaat in het koude licht der maan, en met een gevoel van +echte verlichting bereik ik tegen zeven uur in den avond de eerste +huizen van Porto-Quaglio. + +Terwijl de agoyaat bezig is een onderkomen te zoeken voor het muildier, +en de gendarme naar zijn collega's is gegaan, stap ik de zaal binnen +van de herberg, waar het lekker ruikt naar gebraden kwartels. We waren +juist in den tijd van den vogeltrek, waarbij dit geurige wild, dat +hier overvloedig is, komt uitrusten op de uiterste punt van Europa, +eer het zijn vlucht neemt naar Egypte. Ik profiteer dankbaar van +de gelegenheid; eenige harde eieren en de onvermijdelijke harswijn, +waaraan ik trouwens reeds gewoon raak, voltooien het geurige maal, +en dan ga ik opzoeken wat met een stoutmoedig euphemisme mijn bed zou +kunnen worden genoemd, een eenvoudige houten krib, goed voorzien van +stroo. Maar het kan mij weinig schelen, de vermoeienissen der beide +laatste dagen zijn zoo groot geweest, dat een diepe slaap, niet door +eenig onaangenaam gesteek afgebroken, dadelijk mijn oogleden sluit. + +Om zes uur in den morgen wacht mijn muildier mij reeds, geheel +gezadeld, aan de deur van de eenvoudige herberg te Porto-Quaglio, waar +ik den nacht heb doorgebracht. Ik haast mij, het zadel te bestijgen. En +terwijl de schuine stralen der zon reeds de ontmantelde kanteelen +van het kasteel vergulden, dat de stad beheerscht, rijd ik den chaos +binnen van de granietbergen aan kaap Matapan; omgevallen menhirs, +grotten en holen, waar de zee bruisend binnen dringt, en een sterke +reuk van wier en zeegras in de holten tusschen de zwarte rotsen. Het +rijden is moeilijker geworden door de hevigheid van den wind, die +den voet der gesteenten met schuim omzoomt; daar is eindelijk het +uiteinde van het donkere voorgebergte, waar de zeemeeuwen met groote, +witte vleugels hun doordringend geschreeuw doen hooren. + +De verlaten zee heeft overal witte koppen, en het kleine kapelletje +"ton hagion Asomaton", dat tegenwoordig op de plek staat van het +beroemde heiligdom, gewijd aan Neptunus, schijnt te hangen boven een +donkeren afgrond. En als ik mij verwijder, geheel onder den indruk van +de grootsche doodschheid van deze plaatsen, die getuigen waren van +zooveel zeerampen, maakt mijn agoyaat, wiens gevoelens met de mijne +schijnen samen te stemmen, devotelijk een kruis, met oogen vol afschuw. + +Een uur later is opnieuw de voet van de landengte bereikt, en langs +een verschrikkelijk moeilijk voetpad stijgen we weer langs de westkust +omhoog, en gaan in de richting van kaap Grosso, die den horizon afsluit +met haar hoogen marmeren muur. Deze strook lands, ingesloten tusschen +de zee en de gekanteelde toppen van den Taygetos, is het merkwaardigste +deel van het land der Mainoten, een streek, bedekt met lage struiken +en myrten, waar het strand overal kleine kreken vertoont en veel +rotsachtige kapen vol holen, plaatsen, waar de zeeschuimers hun buit +verborgen. Het zijn door de zon geroosterde bergen, met veel woeste +kloven, waar zich, hangend boven afgronden, verborgen in de groeven +tusschen het gesteente, arme dorpjes verschuilen, echte arendsnesten, +schuilplaatsen van roovers, het tooneel van vendetta's met bloed en +tranen, en geboorteplaatsen van helden. + +Overal ziet men versterkte kasteelen en torens met kanteelen, +pyrgoi geheeten, voorzien van schietgaten. Het verbaast mij nu +niet langer, dat het een dergelijk land is gelukt, door de eeuwen +zijn volkomen onafhankelijkheid te bewaren, en dat men er thans nog +de oorspronkelijke woestheid van land en bewoners aantreft. Alles +verraadt die bij de Mainoten, vanaf den trotschen trek van hun magere +gezichten, omlijst door wapperende haren en met een langen knevel, +waarboven de oogen fonkelen, tot de plechtige manier van loopen, +de groote physieke kracht en de wijze, waarop ze de wapens dragen, +die ze nooit afleggen. Te Kyparisso, te Alika, in alle dorpen die ik +doorreis, kijkt men mij vast aan, zonder nieuwsgierigheid, zooals een +man zijns gelijke aanziet, en dat is iets, waar mijn reizen mij niet +aan aan hebben gewend, sedert ik in Griekenland ben. + +Wij houden stil om te ontbijten aan den rand van die groote hoogvlakte, +die zich uitstrekt van de kaap tot den voet der bergen, en terwijl +ik mijn blik laat weiden over het azuur van de golf van Koroni, +in de verte eindigend in kaap Gallo, die met haar zusters, kaap +Matapan en kaap Malée de laatste vormt van de drie vingerspitsen +dier grove hand, die de Peloponnesus is, herinner ik mij alles, wat +de heer Mavromichalis mij heeft verteld van zijn woeste kiezers. Ze +zijn dapper en trouw en hebben opgehouden, onder elkander, zooals +ze eertijds deden, bloedige gevechten te leveren; maar de politieke +strijd neemt nog onder hen een zoo heftigen vorm aan, dat men zich +midden in een barbaarsch land waant, zoodra de tijd der verkiezingen is +genaderd. In hun wezen rebellisch, wars van alle gezag, verdragen ze +slechts met moeite het stelsel van den verplichten militairen dienst, +en de afstammelingen van die helden uit den vrijheidsoorlog hebben +de grootste moeite, zich te schikken naar de tucht, hoe weldadig die +ook zij, van het regiment. Met den geest nog vol van het heidensch +bijgeloof, gelooven ze aan de godheden van de zee, aan die Nereïden, +die hun holen en grotten bewonen, aan de orakelspreuken, door de +rookende ingewanden van dieren gegeven, en als er een der hunnen +sterft, laten ze nooit na, onder in zijn doodkist, met proviand voor +de sombere reis, ook het kleine geldstukje te leggen, dat Charon van +hen zal eischen aan den oever van de Styx. + +Hun zeden hebben de oude zuiverheid behouden, en de deugd der vrouwen +is enkel te vergelijken bij haar strenge schoonheid. De overspelige +vrouw wordt gedood door haar man, en haar medeplichtige wordt door +het volk met den dood gestraft. Wee dengene, die de vrouwen hier te +nadrukkelijk aanziet, wee hem, die een jong meisje compromitteert! Hij +moet haar onmiddellijk trouwen en als hij verdwijnt, zonder de zaak in +het reine te brengen aan het eind van de enkele weken, die de gewoonte +hem toestaat, is het met het ongelukkige kind gedaan, dat door de +ouders koelbloedig wordt gedood, liever dan dat ze haar schande haar +laten overleven. En zou men zich hier niet in de tijden van het oude +Sparta terugdenken, als men de moeders gevoelloos en met wilde gebaren +ziet in de tegenwoordigheid van de lijken van haar bij de vendetta's +gedoode zoons, als die laatste niet in de borst zijn getroffen? + +Als ik dan ook, na Pyrgos te zijn voorbij gereisd, in den laten +namiddag aan de poorten van Areopolis kom, waar de geheele bevolking +met den burgemeester aan het hoofd is samengeloopen, om mij welkom +te heeten, en die brave lieden meen te moeten doen begrijpen, dat +ik als een goed Franschman hun edel en trotsch karakter bewonder, +dat ik een vijand ben van list en leugen, eindig ik mijn toespraakje, +dat ik met behulp van het woordenboek zorgvuldig had voorbereid, met +de geheiligde formule: "Evcharisto, adelphoi, zito Areopolis! Dank, +broeders, en leve Areopolis!" Toen weerklonken er eindelooze kreten en +toejuichingen, roode mutsen vlogen in de lucht, er werd geestdriftig in +de handen geklapt, het kruit liet zich hooren, en de scherper stemmen +van de vrouwen, die ik op mijn woord slechts tersluiks heb aangekeken, +mengen zich onder die der mannen, en duizendmaal herhaald klinkt het +vol enthousiasme: "Zito o Gallos, zito i Gallia! Leve de Franschman, +leve Frankrijk!" + +Men ziet, dat de afgevaardigde uit de streek, meer nog dan de +minister van Binnenlandsche Zaken, het is geweest, die mijn doortocht +heeft aangekondigd, want ik kan geen voet verzetten, zonder dat +oogenblikkelijk een sympathiek gestemde menigte op mij toesnelt; men +ziet mij nieuwsgierig aan; in de herberg, waar ik ben binnengegaan, +om een glas ouzo, nationalen brandewijn, te drinken en eenige olijven +te gebruiken, zie ik de kinderen lachen en elkander aanstooten, toen +ik in uitstekend Grieksch om kafé kai loucoumia vraag, de geparfumeerde +olijven, die lang niet zoo lekker zijn als die uit Konstantinopel. + +Het is overal ongewoon druk; groepjes in feestkleedij verzamelen zich +aan de deuren; de vrouwen hebben haar beste kleeding aangetrokken, +haar boezelaars, met schitterende kleuren geborduurd, haar witte +tunica's of de lange mantels zonder mouwen, die de armen laten zien +en een gedeelte van de borst; ze hebben het hoofd bedekt met mutsjes, +waar gouden versierselen op zijn aangebracht, meestal in penningen +bestaande, op de borst dragen ze allerlei zilveren en koperen sieraden, +en om den hals is een lange gazen sluier geslagen. + +De mannen in de fustanella, schitterend van witheid, hebben hun +crêmekleurig buis aangehouden en de pantoffels met de rozetten van +blauwe wol, de vesten vol bonte arabesken en de gordels, waar degens +en patroontasschen aan hangen; of wel ze hebben gele laarzen van leder +aangedaan, met gouden figuren bestikt, die passen bij de versierselen +van hun overkleed. Er wordt mij verteld, dat een notabele gisteren zijn +dochter heeft uitgehuwelijkt; naar grieksche gewoonte is de pope laat +in den avond aan het huis der bruid gekomen, waar een voorloopig altaar +is opgericht; driemaal is de trouwring van de hand des bruidegoms +aan die van het jonge meisje gestoken; ze hebben van hetzelfde +brood gegeten en uit hetzelfde glas gedronken, om aan te duiden, +dat voortaan alles voor hen gemeenschappelijk moet zijn, en, gekroond +met oranjebloesem, zijn ze om het altaar heengegaan, gevolgd door de +bruidsmeisjes en de bruidsjonkers, terwijl de priesters en de ouders, +geknield in een kring, over de jonggehuwden de zegeningen des hemels +hebben afgesmeekt. En de bevolking heeft aan het feest deelgenomen; +ze is naar het hoogste deel der stad gegaan, waar er schapen voor hen +geslacht zijn geworden en waar wijn en confituren zijn uitgedeeld; er +is toen den geheelen nacht gedanst op de tonen van allerlei liederen. + +Een rijstsoep, die nog al lekker is, olijven in pekel en een stuk +rhalva, soort van honingkoek met saffraan en anijs, vormen het menu +van het uitstekende maal, dat mij op een hoekje van een wankele tafel +wordt voorgezet door een zeer mooi meisje van het land, wier haren, +sierlijk in het midden gescheiden, op de schouders hangen. En dan word +ik naar mijn kamer gebracht, ditmaal in het geheel niet van een bed +voorzien, en waar dit meubel, dat men voor onontbeerlijk zou houden, +is vervangen door wat stroo, op den grond uitgespreid. In mijn deken +gewikkeld en doodop door de afschuwelijke duwen en stooten, waarop +mijn muildier mij zoo ruimschoots had getracteerd op de plaatsen +waar de wegen slecht waren, denk ik er slechts aan, nieuwe krachten +in te zamelen, om even dapper als vandaag de groote vermoeienissen +van morgen te verdragen. + +Reeds om vier uur opgestaan, want ik moet ten einde des avonds +in Sparta te zijn, vijftien uren per muildier rijden, verlaat ik +het gastvrije plaatsje Areopolis, en terstond aan de zee den rug +toekeerend, begin ik de hellingen van den Taygetos te bestijgen, waar +een diepe insnijding mij een weg door zal banen naar Marathonisi. Voor +de laatste maal groet ik het schoone land, dat mij zulke nieuwe en +schoone indrukken heeft gegeven en verdwijn in de woeste kloof, waar +ik afwisselend eikenboschjes tref, hooge rotsen aan steile afgronden, +voetpaden, die nauwelijks te onderscheiden zijn in het rotspuin, +en bergwanden, die wonderlijk mooi verlicht zijn en in trotsche +majesteit verrijzen. Zoo bereik ik het dorp Karyopolis en zijn +ellendige hutten, in het bergland verloren. De menschen hier loopen in +lompen, en ik vraag mijzelven af, waar ze van leven op dezen grond, +waar de bebouwbare lagen ver te zoeken zijn. Maar ik heb geen tijd, +een economisch probleem te doorgronden; nog een paar inzinkingen +en daar is de zee weer, daar is het dal van de Vardoenia en spoedig +daarna Marathonisi. + +Het is tien uur; ik neem, niet zonder eenige ontroering, afscheid van +mijn braven gaïdoeri en mijn beide metgezellen, die natuurlijk bij +de gewisselde handdrukken een toespraakje houden. En op een anderen +muilezel, geleid door een nieuwen agoyaat, begeef ik mij enkele +oogenblikken later weer op weg naar Sparta en het dal der Eurotas. + +Gytheion vertoont op twee tweelingheuvels zijn wankelende stukken +muur tot aan den rand van den weg, die nauw wordt ingesloten tusschen +de zee en de bergen. Niet ver van daar springt een bron, waarvan +het gemurmel over de steenen mij heerlijk toeschijnt. Het is in +Griekenland zulk een zeldzaam schouwspel, dat ik er mij een poosje +ophoud, om mijn door de heete middagzon gloeiend hoofd af te koelen, +terwijl de agoyaat een rietstengel afsnijdt, om er een fluitje van +te maken. Dan volgt het in puin liggende fort Khaki-Skala, en dan +begint de weg de hellingen van den Taygetos te bestijgen, namelijk +het voorgebergte Vardoeno Khoria, waar de Eurotas, die uit de vlakte +van Sparta komt, zich een weg doorheen moet banen. + +Weldra onttrekt een eerste pas Marathonisi aan ons oog en we gaan +verder met stijgen door boschrijk bergland, van waar de vlakte van +Helos te overzien is en waar Cytherae zich aan den zuidelijken horizon +vertoont. Nog een laatste stijging, en bij het dorp Levetzova begint +de daling naar de vlakte van Sparta, die daar voor mij ligt in een +goudgeel waas van rieten daken. Een rij laurieren en platanen wijst +den loop van de Eurotas aan, die hier en daar fonkelend straalt langs +den prachtigen muur van den Parnon, terwijl de hooge keten van den +Taygetos zijn reeks van indrukwekkende toppen tegen de lucht afteekent. + +Hoewel de zon snel begint te dalen, is het in de diepte van de kom +ondragelijk warm; de bleeke olijven, de vijgeboomen en de moerbeiboomen +met hun donker groen, dat ongelukkig onder een laag stof schuil +gaat, de oranje- en citroenboomen, met gouden vruchten beladen, +omringen de velden, waar reeds het zaaisel voor het volgend jaar is +uitgestrooid. Dit is Laconië, een mooie en rijke provincie met veel +landbouw, waar sierlijke dorpen zich in het groen verbergen en op den +achtergrond waarvan zich in den vallenden avond achter de acropolis +van Amyclae de heuvels van Sparta in flauwe omtrekken vertoonen, waar +ik eindelijk om acht uur in den avond aankom, uitgeput van warmte +en vermoeienis. + +Door tuinen omringd, liggen de witte, lage huizen van de moderne stad, +die door koning Otto in den loop van zijn kortstondige regeering +werd gesticht, tegen een heuvel aan, waar broodboomen en heide +den grond bedekken. Ze waren reeds verdroogd door de zon, wat ik +opmerkte toen ik den volgenden morgen een tocht ondernam door de +breede, rechte en eentonige straten aan den voet van den kolossalen +Taygetos. Groote zwarte cypressen, ook al weer onder een laag stof, +rezen er ten hemel. Onder luifels etaleerden de winkels van den bazar +op gevlochten rietmatten de mooie vruchten van Laconië, meloenen +en fluweelige vijgen, en boeren, gekleed in een lang, rood gewaad, +met een koord om het midden, loopen af en aan onder het gehinnik van +hun paarden, de sandalen door touwen vastgebonden aan hun gebronsde +enkels. Ik ontmoet vrouwen in ruime hemden, met mooi, laag voorhoofd, +energieke kin, en terwijl ik moet erkennen, dat ze waard zouden wezen +door haar physiek de afstammelingen te zijn der oude Spartanen, kom +ik over een grasvlakte bij de plek, waar enkele overblijfselen de +plaats der antieke stad aanduiden; resten van graven, fondamenten +van muren, ruïnen van een schouwburg, die naar de strenge wetten +van Lycurgus alleen bestemd was voor lichaamsoefeningen. Hier, +beweert men, is het overblijfsel van Leonidas' graf, het stadion, +waar de jongelieden zich in wedloopen oefenden, en wat verderop, +een door de Eurotas gevormd eilandje, waar de rivier zich splitst, +een boomgroep, waar de moderne Lacedemoniërs hun openbare wandelplaats +hebben aangelegd. Het is de Platanistas, waar men onder het oog der +grijsaards oudtijds de kinderen sloeg, om ze aan pijn te gewennen, +waar de jongelieden elkander geregelde gevechten leverden en zonder +een klacht in den dood gingen. En ik bereik weer de nieuwe stad door +moerbeiboschjes en denk aan al die ruwheid uit het verleden, aan de +woeste geestkracht, die hier aan den dag werd gelegd, aan die ruwe +zeden, die aan de Spartanen, met de verachting van den rijkdom, tevens +een diepe minachting inboezemden voor de onsterfelijke kunstwerken. + +Tegen tien uur moet ik op het oogenblik, dat de warmte verstikkend +wordt, door het dal trekken, om mij eerst naar Misthra te begeven +en dan door den Taygetos naar Messenië te dalen. Daar de wegen +over de bergen, naar het schijnt, niet volkomen veilig zijn, +hebben de autoriteiten mij nog een gendarme meegegeven, wiens +nietig uiterlijk niet geschikt is om mijn gevoel van veiligheid te +vergrooten; daarentegen is mijn agoyaat een stevige vent en tevens +door onze "symphonie" ook een goede verdediger. Hij heet Christo, +zooals zoovele van zijn mannelijke landgenooten, die, als ze +dezen voornaam niet dragen, stellig antwoorden op dien van Georgi, +Janni of Panayotti. En al pratend met twee metgezellen, die zonder +gewetensbezwaar en dat nog wel voor een vertegenwoordiger van het +gezag, de boomen van hun vruchten berooven, komen we in een uur aan +den voet van de majestueuse keten bij het tegenwoordige dorp Misthra, +gekroond door de indrukwekkende ruïnen van de middeleeuwsche stad. + +Een catastrofe schijnt den berg over zijn geheele lengte te hebben +gescheurd, en de diepe kloof, die de Grieken "langada" noemen, daalt +in een chaos van rotsen van schitterende kleuren. Vrouwen zitten voor +haar armoedige huisjes, het hoofd bedekt met een zwarten sluier, die ze +op religieuses doet gelijken; ze spinnen in stilte, en heffen slechts +even de oogen op om ons te zien voorbijgaan. De helling van Meso-Khori +is weldra bestegen, en we houden stil in de schaduw van prachtige +platanen, waar een van die kleine turksche fonteinen onder springt, +die zoo dichterlijk zijn en waar het water te midden van arabesken te +voorschijn komt, om zachtjes neer te vallen in een steenen bekken, +dat geheel vochtig is van iriseerende droppels. Ik kan een kreet +van bewondering niet weerhouden; vóór mij, zeer hoog op de bergen, +liggen trapsgewijze en in een driehoek de ruïnen van het oude Misthra, +het frankische, door Villehardouin gesticht, die vorst van Morea, de +plaats, die om beurten daarna turksch of venetiaansch is geweest en +eeuwen lang de hoofdstad van Laconië was. Die stad der kruisvaarders, +die sedert de schepping van het koninkrijk verlaten werd voor het +moderne Sparta, maakt nu een droefgeestigen indruk van verval onder +het weemoedig toezien van haar drie oude cypressen, die reeds de +getuigen waren van haar oude grootheid. + +En door nauwe straatjes, die als trappen zich door tuintjes kronkelen, +tusschen boogvormige arcaden door en binnenpleinen, waar in het +natte gras schildpadden slapen, klim ik omhoog tot de oude kerk van +Pantanassia, met de sierlijke zuilengalerij en met in het inwendige +een nis, waar de fransche leliën boven zijn gehouwen. Daar zijn kleine +gothische gebouwtjes en een grooter bouwwerk met hoogen gevel, door den +tijd verweerd en voorzien van talrijke vensters. Dat is het paleis van +Villehardouin met zijn gekanteelde torens en struikgewas aan den voet, +waar reptielen zich ophouden. Ik blijf nog stijgen, tot ik eindelijk +de citadel bereik, omgeven door versterkte muren, waarbinnen veel +puin ligt en waar waterreservoirs zijn aangebracht. Alles is thans +in de stad uitgestorven, die daar aan mijn voeten ligt in de ruïnen, +en alleen de wilde duiven, die in de verlaten ruimten rondvliegen, +zetten leven bij aan de indrukwekkende eenzaamheid. + +Op een sarcophaag gezeten, van waar ik de groene vlakte van Sparta kan +overzien, die door de groote schaduw van den Taygetos wordt getroffen, +denk ik terug aan de verre tijden, toen onze voorvaderen over het +land regeerden; ik roep de herinnering aan onze beschaving op, die +ik hier, ver van het vaderland, terugvind in de bogen, de latijnsche +kruisen, de leliën; ik vergeet de byzantijnsche wereld, om door tijd en +ruimte te gaan tot den tijd van onze Middeleeuwen, welker heroïsme vol +edelmoedigheid geschreven staat op alle steenen van de ineenstortende +stad. Daar op eens begint de klok van de oude metropool, overblijfsel +van de grieksche stad, die ook al vervallen is, nadat ze gebouwd was +op het oudere puin van het kasteel onzer voorvaderen, te klinken; +een priester treedt uit het aartsbisschoppelijk paleis en achter +hem verdwijnen eenige vrouwen in de kerk, gelijkende op groote, +zwarte vogels, dwalend tusschen de graven. + +Nu haast ik mij naar beneden, telkens struikelend over verbrokkelde +wapenschilden, waar de hagedissen hun zonnebad nemen, en ik treed +de kerk binnen, terwijl het gebed bijna is afgeloopen. Ik bezie een +oogenblik den groenen koepel, de ruwe fresco's aan de wanden en de +oude grieksche opschriften, die uit de veertiende eeuw afkomstig +zijn, en toen ik opnieuw den drempel overschrijd, verblind door de +felle helderheid van het licht, voegt de geestelijke zich bij mij +en zegt: "Sto kalo, wees gezegend!" en wenkt mij, want het kost mij +moeite zijn dialect te begrijpen. Hij voert mij mee tot aan het oude +aartsbisschoppelijk paleis, dat dicht in de buurt is, en waarvan de +muren de sporen dragen van de turksche verovering. + +Die lagere grieksche geestelijken, die maar zoo weinig onderwijs hebben +genoten ondanks de pogingen en de milde giften van den rijken Rhizaris, +ontzeggen zich door te trouwen den toegang tot het episcopaat. De +niet gehuwde monnikken worden dus tot bisschoppen en aartsbisschoppen +benoemd, en de arme pappa's leven daar te midden van hun onbeteekenende +schaapjes in voortdurende onwetendheid. Nauwelijks hun godsdienst +kennend, niet in staat de dogma's er van te verklaren, onopgemerkt +door den staat, die hen niet betaalt, zijn ze wel genoodzaakt om, +ten einde in de behoeften van hun gezin te voorzien, uit alles geld +te slaan. Sommigen drijven handel, andere doen aan landbouw, allen +speculeeren op de lichtgeloovigheid van het publiek of laten zich +hun diensten zoo duur mogelijk betalen. En zoo ontmoet men dikwijls +de bleeke broeders met hun donker cylindervormig hoofddeksel, hun +lang zwart kleed en de haren in den nek tot een wrong opgestoken, +wandelend zonder eenig prestige onder groote parapluies, die hen +tegen de zonnehitte beschutten. + +Mijn pappa uit Misthra maakt geen uitzondering op den regel, in geen +enkel opzicht. Zijn vrouw, een grove boerin, zeker nog onwetender dan +hij, gaat opstaan bij ons binnentreden, kust haar man de handen en +trekt zich bescheiden terug, alsof het niet bij haar rang zou passen, +bij ons plaats te nemen. Maar ze treedt een oogenblik later weer binnen +met een pot bessengelei, waarin wij ieder op zijn beurt ons houten +lepeltje moeten steken, om dan een glas te vullen met helder water, +dat mij wel zoo gepast lijkt bij deze temperatuur dan het gesuikerde +hapje, dat eraan voorafging. + +Na enkele oogenblikken van een nog al traag vloeiend gesprek, wil +ik mijn gastheer voor zijn gastvrijheid bedanken en, de gewoonten +van het land kennend, laat ik een cadeau van enkele drachmen in +zijn hand glijden. Men moet aannemen, dat de offerande hem niet +onwelgevallig is, want ik begrijp uit de woorden, die onder een +stroom van dankbetuigingen schuilgaan, dat hij mij nog wel eens weer +tot gids wil dienen. Het helpt niet, of ik hem al zeg, of liever hem +toeschreeuw, want hij praat veel en luistert slecht, dat mijn bezoek +is afgeloopen en dat ik mijn muildier weer ga opzoeken, om mijn weg te +vervolgen, wat ik reeds op het punt was te doen toen ik hem ontmoette, +hij wil niet hooren, en, mij bij den arm nemend, sleurt hij mij naar +buiten en herhaalt onophoudelijk: "Pantanassia, Pantanassia!" Ik +moet er mij wel in schikken, hem te volgen naar het kerkje, dat +ik zooeven al heb gezien en waarvan hij mij in bijzonderheden de +merkwaardigheden verklaart; daarna treden we het naburige klooster +binnen, waar mij het graf van keizerin Theodora wordt getoond, de vrouw +van Constantijn Palaeologus, den laatsten byzantijnschen keizer. Maar +dat alles wekt veel minder mijn belangstelling dan het voorkomen van +de oude frankische stad, waar ik de herinnering aan onze voorvaderen +terugvind; de spraakzame pappa vindt die beleefd ook interessant en +laat mij eindelijk vertrekken, mij overladend met zijn zegeningen. + +En nu begint de bestijging van de Taygetostoppen; in plaats van +dien avond in Trypi te slapen, waar we in een uur marcheerens kunnen +wezen, heb ik besloten, op raad van mijn agoyaat en na een verzoek te +hebben gericht tot den demarch of burgemeester van Sparta, die mij +volkomen veiligheid heeft gewaarborgd, den nacht in de bergen door +te brengen te midden van de herders. Weldra verdwijnt de heuvel van +Misthra, en we bereiken tegen drie uur de huizen van het dorp, die +hun roode daken verbergen onder prachtig, donker cypressenloof. Aan +alle zijden borrelen bronnen in de rotsen, en ik geniet een heerlijk +welbehagen na de hitte van de vlakte, nu ik de koele frischheid +mag voelen. Vrouwen wasschen haar linnen aan den rand der beken, +en ik denk aan de echtgenooten der homerische helden, handig in de +huishoudelijke plichten, maar met wie deze dames slechts heel in de +verte verwant zijn. + +Maar daar gaapt aan een voetpad onder meidoorns in den berg een +wonderlijk hol. Dat is de langada van Trypi, in welker nabijheid men de +plaats heeft meenen te herkennen van de kloof van Caeadas, waar de oude +Spartanen de misdadigers in wierpen evenals de krijgsgevangenen. En +inderdaad van een voorgebergte boven den afgrond, kijk ik neer in +een spleet tusschen de rotsen, en de bodem schijnt er niet anders +te zijn dan een opeenhooping van menschenbeenderen en stof. Een +heftige indruk van afschuw doet mij die lugubere plek ontvluchten, +en langs een steenachtigen weg, die den loop van de Trypiotiko volgt, +daal ik af in het aangrenzend ravijn. + +Plotseling verdwijnt de zon en de koude wind der hoogten slaat mij +onaangenaam in het gezicht. Ik moet een warmer jas aantrekken daar +tusschen de kale, roode rotsen, die er dreigend uitzien. Van Trypi af +was de weg steeds gestegen; nu hadden we het hoogste punt bereikt, +om dan weer tot de oppervlakte van het water te dalen. Christo +waarschuwt mij, dat ik moet afstijgen, want dat het pad gevaarlijk +begint te worden. Inderdaad lagen er groote marmeren steenen, +glibberig en vuil, waar men licht zou kunnen uitglijden en in den +afgrond storten. Terwijl ik langzaam voortloop, houdt de agoyaat den +teugel van het muildier vast, terwijl de gendarme den staart pakt, en +het arme dier, zoo opgehouden, loopt met moeite, dikwijls uitglijdend +en een massa steenen in de diepte werpend. + +Ik heb werkelijk het gevoel, dat de dood van nabij dreigt, en met een +gevoel van groote verlichting bereik ik eindelijk de bedding van de +rivier, waar de weg overheen leidt, om aan den rechteroever weer te +stijgen. Maar de kalmte zou niet lang duren. Terwijl de Trypiotiko hoe +langer hoe meer onder ons wegzinkt, gaan we steil omhoog langs de rots, +die ten laatste zoo ver over de kloof heen hangt, dat wij het geluid +van den onstuimigen stroom zelfs niet meer hooren. Nu eens stijgend, +dan dalend langs dien gevaarlijken weg, gaat het verder, tot tegen +zes uur toen de schemering valt, we de rivier terugvinden, die nu +kalmer vloeit tusschen mooie platanen. De kale toppen boven ons, +roodgekleurd door de ondergaande zon, komen mij voor als een booze +droom. Daar klinkt een woedend geblaf niet ver van ons, en twee groote, +zwarte honden storten zich op onze karavaan. Christo en de gendarme +maken een beweging, alsof ze met steenen willen gooien, en dat is voor +het oogenblik voldoende, om die wilde beesten in bedwang te houden, +die verbazend woest kunnen zijn en die ik wel heb zien bijten in de +steenen, naar hen toegeworpen, of ze van woede met hun bek weer in de +lucht heb zien opgooien. Op hun achterpooten zittend en gereed om op +ons aan te vliegen, als we naderbij komen, maken die honden een geluid, +dat in het oneindige door de rotsen wordt weerkaatst. De aandacht +der herders, die in de buurt zijn, wordt eindelijk getrokken en daar +verschijnen eenige bergbewoners; op hun bevel houdt het geblaf op, +en Christo treedt alleen naar voren, om te onderhandelen. + +Waarlijk, die menschen zien er niet aantrekkelijk uit. De groote bruine +mantel, dien ze over hun schouders dragen, hangt tot op de vroeger +witte slobkousen, die met een zwarten kouseband worden opgehouden. Hun +gebruind gezicht verdwijnt onder een ruwen baard; enkelen van hen +hadden lange haren, die rondom hun mutsen en petten uitstonden; allen +leunden op den langen, gebogen stok als een bisschopsstaf, dien ze +altijd bij zich hebben, en keken mij dreigend aan. Eindelijk was er +een overeenstemming getroffen en we begaven ons op weg naar het kamp, +ditmaal geëscorteerd door de honden, die schijnen te begrijpen, dat wij +nu burgerrecht hebben verkregen. Al spoedig wordt het schijnsel van +een vuur onder de boomen zichtbaar; we gaan een landelijke omheinde +ruimte voorbij, waar de schapekaas, die er wordt bereid in vaten van +geiteleer, een afschuwelijken stank verspreidt, en komen eindelijk +tegenover een reeks verblijven, die van een vlechtwerk van bladeren +zijn opgetrokken en waar de vloeren met dennetakken zijn belegd. + +Die herders zijn een ware plaag voor de boomen in Griekenland, die +ze brutaal exploiteeren en waarvan hun schapen de jonge spruitjes +nuttigen. De bijl en het vuur doen geleidelijk heele bosschen +verdwijnen, die mogelijk door een nauwlettender toezicht gespaard +hadden kunnen blijven. Hier is de eerste oorzaak van de ontwouding, +die de droogte en de dorheid veroorzaakt, waar het land zoozeer onder +lijdt. Men moest die lieden doen begrijpen, dat hun eigen belang +meebrengt, dat ze de boomen eerbiedigen, dat het onvoorzichtig is, +ze te vroeg te vellen, hun zonder noodzaak de takken te ontnemen +of altijd maar weer onder de bescherming van hun stammen vuren aan +te leggen, die ze langzaam sloopen. Maar dat is een moeilijk uit te +voeren werk, want dit volk is totaal onwetend; men heeft wel getracht, +op sommige plaatsen nieuw bosch aan te leggen; maar de plantjes, die +ondanks de brandende zon en de droogte juist wat op streek begonnen +te komen, hebben al gauw gediend tot voedsel voor de geiten, en de +overige zijn van watergebrek omgekomen. En zoo gaat het van kwaad +tot erger, terwijl de openbare macht er nog niet in is geslaagd, +een middel tegen de kwaal te vinden. + +Intusschen is het geheel donker geworden. Ik heb mij in mijn hut +geïnstalleerd, waarvoor een groot vuur brandt; Christo en de gendarme +hebben zich bij hun nieuwe vrienden gevoegd op eenige schreden afstands +en geven hun inlichtingen over mijn persoon en mijn reis; de oogen der +nu gekalmeerde honden schitteren in de duisternis. Er is vóór mijn hut +een flinke hoeveelheid hout opgestapeld, opdat ik het vuur zal kunnen +onderhouden, dat mij verwarmt, en bij het schijnsel waarvan ik thans +mijn maal gereed maak. Nu of nooit moet ik een paar van die blikjes +nuttigen, die met wat spiritus dadelijk gereed zijn te maken. En +terwijl ik op mijn kleine verwarmings-toestelletjes een heerlijke +portie kalfsvleesch met worteltjes klaar maak, en een niet minder +smakelijken ragoût van schapevleesch, komen de herders naderbij, +gaan in een kring om mijn vuur zitten, en een onuitsprekelijke +verbazing teekent zich op hun ruwe gelaatstrekken. Voor deze halfwilde +menschen is het gezicht van mijn vernuftige keuken iets geheel nieuws; +ze doen uitroepen, vragen, stooten elkaar met den elleboog aan en +lachen. Geen enkele mijner bewegingen ontgaat hun en altijd worden +er lange besprekingen over geopend. Voor mij is die omgeving ook +iets vreemds en nieuws, daar zoo in de bergen te zijn, ver van alle +beschavingsmiddelpunten, met deze roovers, wier oogen op mij gericht +zijn door den rook en het schijnsel van het vuur heen. + +Zoodra mijn maaltijd is afgeloopen, gaan de leege blikjes van hand +tot hand; ik bied een sigaret aan, waarvan allen gretig profiteeren +en er begint een gesprek, waaraan ik maar gebrekkig kan deel nemen, +zoodat ik allen tijd heb, mijn zonderlinge makkers op te nemen, wier +gelaat en handen met een dikke laag vuil zijn bedekt. Nu herinnerde +ik mij, dat toen ik eens den Pentelicon beklom met een atheenschen +vriend, wij op den top een herder ontmoetten van het slag van deze +lieden, en dat hij ons had bekend, dat in zeven jaren, dat hij in de +bergen leefde, hij zich nooit gewasschen had. Die man had nog eenige +verontschuldiging, want het water is schaarsch in de omstreken van +Athene; maar wat te zeggen van zijn kameraden van den Taygetos, die, +terwijl er bronnen in de nabijheid zijn, evenmin als hij de behoefte +voelen met het verfrisschende water kennis te maken? + +Weldra gaat ieder opstaan, niet zonder mij beleefd een goeden nacht, +kale nycta, te hebben gewenscht; ik werp op het vuur een nieuwen armvol +brandstof, want het is vinnig koud, en Christo heeft mij opgedragen, +het niet te laten uitgaan. We hebben afgesproken, slechts om beurten +te rusten, een maatregel, die gepast lijkt in onze omstandigheden. + +Ongelukkig komt het uur om te waken nog al vroeg voor mij, en ik merk, +toen ik wakker word, dat het meer is gaan waaien; de groote boomen +om ons heen klagen luid, en de vlammen drijven telkens hun rook in +de hut. Er zijn veel onverwachte geluiden, en in de bergen hoor ik +klagelijk janken. Is het een hond, die de afnemende maan aanblaft, +of misschien een wolf, die voedsel zoekt? De nacht schijnt mij +eindeloos en onze houtvoorraad begint te verminderen. Ik wacht met +verlangen den morgen, dien ik nooit met zooveel vreugde heb begroet, +zoo drukkend is de eenzaamheid. + +Daar is eindelijk een bleek licht, en omdat ik besloten ben vroeg op +te breken, wek ik Christo, die zich haast het muildier te zadelen. De +herders zijn al op, en de honden zijn aan het spelen, nat nog van +den dauw. Ik leg enkele geldstukken in de vereelte handen, die mij +worden toegestoken, en huiverend in den morgen wind, beklimmen we de +hoogte aan het eind der langada. Binnen een uur is de top bereikt, +juist op het oogenblik dat de roode zonneschijf de transen van den +Parnon bestraalt. De vlakte, waarin Sparta is gelegen, is nog donker +achter ons, terwijl de lijnen van den Taygetos achteruitwijken. + +De wind blaast als een storm; het is koud en spoedig gaan we verder +naar Sitsova, waar we een half uur later aankomen. Bij Khania bereiken +we de vlakte, waarvan de rijkdom en de vruchtbaarheid wonderlijk +afsteken tegen de woeste eenzaamheid van den Taygetos. Hier zien +we citroen- en oranjeboomen, velden met tabak, waar moerbeiboomen +tusschen staan, en eindelijk daagt Kalamata voor ons op met zijn +door aloë's omzoomde tuinen en zijn mooie cactussen. In de straten is +het geducht warm, en ik veroorloof mij eenige uren van welverdiende +rust. Om acht uur in den avond vertrekt de boot naar Athene. Mijn reis +is afgeloopen, en als de schroef het kalme water begint te slaan in de +baai, groet ik voor de laatste maal de zwarte massa van den Taygetos, +die mij zulke onvergetelijke uren heeft bezorgd. + +Er is een halfjaar verloopen, sedert ik den nacht heb doorgebracht +tusschen de herders van den Taygetos ter hoogte van bijna 2000 meter +boven de zee; de winterregens zijn voorbij en al sinds langen tijd zijn +de toppen van den Hymettus en den Parnassus van hun licht sneeuwkleed +ontdaan en worden in hun kaalheid geblakerd door de warme zon van +April. Nu de mooie lentedagen zijn teruggekeerd, die zoo helder en +vroolijk zijn in dit gezegende Oosten, ga ik opnieuw droomen van +heerlijke uitstapjes en lange ritten te paard in de dichterlijke +eenzaamheid van het bergland. + +Waar zal ik anders heengaan, nu het continentale Griekenland mij +bijna volkomen bekend is, dan maar weer naar dien schilderachtigen +Peloponnesus, dien ik thans eens wil doortrekken van Korinthe af +naar de golf van Kyparissia? En nu treft het, dat juist onze gezant +te Athene, graaf d'Ormesson, mijn naaste chef, mij voorstelt, hem +op diezelfde reis te vergezellen. Zonder een oogenblik te verliezen, +maken wij toebereidselen voor een echte expeditie, waaraan ook drie +bekoorlijke jonge meisjes zullen deelnemen, wier tegenwoordigheid +wij met vreugde begroeten, mejuffrouw Yolande d'Ormesson, mejuffrouw +Boulard, haar vriendin, die voor eenige maanden in Griekenland vertoeft +en mejuffrouw de Cernowitz, dochter van den opperstalmeester van +Z. M. Koning George. + +Wij besluiten, tot Megalopolis, dat midden in Arcadië ligt, met den +spoortrein te gaan, dan per rijtuig Andritsena te bereiken, om weer +te dalen langs den tempel van Apollo in de omstreken van Kyparissia, +waar we den spoorweg weer zullen treffen, die ons naar Olympia en +Patras zal brengen. + +Spoedig is alles gereed; de muildieren en rijtuigen wachten ons; +de autoriteiten zijn gewaarschuwd, en ons troepje, versterkt met +een jong schilder van talent, den heer Many Benner, die zonder te +vermoeden, dat men hem zou uitnoodigen, deel te nemen aan den tocht, +zijn opwachting aan de legatie kwam maken, zal zich morgen op weg +begeven. De gezant neemt ook nog het factotum van zijn huis mee, een +zekeren Panayotti, die als tolk moet dienen en nu al in de drie jaren, +dat ik hem ken, mij dikwijls heeft geamuseerd. Die jongen, die zijn +Athene kent tot in de kleinste bijzonderheden, en wiens diensten in +dat opzicht werkelijk onschatbaar zijn, is wel een volkomen type van +den modernen Griek. Babbelachtig en demonstratief, nu eens onrustig +en verward, dan weer langzaam en lui, ook ietwat geslepen en met +zin voor straatslijperij, heeft hij als al zijn landgenooten, een +gebruind, olijfkleurig teint en een baard, even glanzig, als zijn +haren moeten zijn geweest in den tijd, toen hij die schoone kroon +nog op zijn hoofd droeg. + +Hij heeft aan het gezantschap geslachten van gezanten en secretarissen +elkander zien opvolgen, en nu hij al zoo lang deel uitmaakt van het +personeel, komt men in de stad er toe, hem een zekere diplomatieke +waardigheid toe te schrijven. Het prestige, waarmee hij is getooid, +belet hem echter niet, nu en dan te vechten met den een of anderen +loustro, die zijn verontwaardiging heeft gaande gemaakt, en zoo heeft +hij al eens kennis gemaakt met het stroo van de gevangenis van zijn +land. Maar dat is zoo erg niet; "Dembirazi!" zooals hijzelf zegt, +zich den linker oksel wrijvend, wat hier een teeken is van de grootste +onverschilligheid. + +Men moet hem hartstochtelijk zien disputeeren, hem allerlei fransche +woorden hooren gebruiken, die hij niet begrijpt en die over elkaar +struikelen in zijn mond, zooveel haast heeft hij, of hem zien +volhouden, dat hij gelijk heeft, door zijn beide armen tegen het +lichaam aan te drukken, terwijl de palmen van zijn magere handen, +geopend naar den ander toe zijn gekeerd, als om het welsprekende +woord te ondersteunen of zijn onmacht te betuigen, er nog een woord +meer aan te verspillen. Hoe vaak heb ik mij vermaakt met naar hem +te luisteren en hem over de straatsteenen naar mij te zien toekomen, +altijd gedienstig, lachend en goedmoedig. En ik denk vandaag, dat het +portret te schilderen van Panayotti, tevens is een in beeld brengen +van de grieksche volksziel, hetgeen voor mij een verontschuldiging +inhoudt van mijn vermetelheid, den lezer zoo lang te hebben bezig +gehouden met dit merkwaardig personnage. + +Op een van die mooie morgens, waarop de feestvierende natuur den mensch +schijnt uit te noodigen, met haar in te stemmen, bereiken wij reeds +om zes uur het station van den Peloponnesus, terwijl het Parthenon +bloost onder de eerste stralen van de zon. Het zal warm worden +vandaag, en de stad weerklinkt reeds van het geroep der dragers, +die in zakken water van Amaroesi te koop aanbieden of coecoeria, +een soort van kleine, droge koekjes, gewoonlijk bedolven onder het +stof en door de menschen in hun koffie gedoopt. Toen alle leden der +karavaan langzamerhand waren gearriveerd, stapten wij in den trein, +waar onze bagage was opgestapeld; daar klinken de tonen van een +spoorklok, achterblijvers worden aangeroepen; nog wat gefluit, want +de grieksche treinen hebben heel wat moeite, om op dreef te komen, +en daar gaat de optocht heen in een wolk van stoom. + +Daar is Eleusis weer, en Salamis duikt in de verte op en het witte +Megarae; dan de mooie witte kustweg, dien ik vroeger bewonderde +bij het gaan naar Korinthe en de groote vlakten van steenachtige, +roode aarde, waar donkere vlekken zich vertoonen door de dennen, +doorloopend tot de zee, die zoo blauw is, dat de hemel daarnaast +bijna bleek schijnt. Wij stoomen over het kanaal, rijden langs de +baai met haar sierlijk afgeronde bochten, en na Korinthe een groet +te hebben toegezonden, alsook aan de bergen, stralend in het licht, +verdwijnen we in de kloof, die naar Argos voert. Weldra is de trein in +de verstikkend heete vlakte en houdt als uitgeput stil bij het station +Argos, waar we den tak naar Nauplia zich links laten verwijderen. + +De spoorweg richt zich dadelijk naar den voet der bergen; er ontspringt +een bron uit de rotsen en het stroompje brengt op zijn korten weg +naar de zee veel molens aan zijn oevers in beweging. Dan krijgen we de +moerassige terreinen, waarin de Erasinor en de Inachos zich verliezen, +hoogoprijzend gras, waar, naar het schijnt, veel wild is te vinden, +houten bruggen, die doorbuigen onder het gewicht van den trein, tot wij +eindelijk aan het zeestrand komen bij het station Myli, het Lerna der +Ouden. En terwijl we Nauplia bewonderen, dat daar beneden ligt aan de +golf, denk ik aan de legenden, die deze plek tot een der beroemdste +uit de Oudheid maakten, aan dien bekenden vijver, gevormd door de +bronnen en beken, die van den berg Pontinos komen, waar Hercules een +zijner twaalf werken verrichtte en die thans, door het groen omsloten, +door de vrouwen wordt gebruikt, om haar wasch te spoelen. + +Weer een illusie, die verdwijnt in de droeve werkelijkheid van het +moderne leven! Hoewel al deze moerassen in het geheel geen slangen +meer herbergen, door helden te bedwingen, is hun nabijheid niet minder +gevaarlijk, vanwege de koortsuitwasemingen, die eruit opstijgen. En +wat buitendien te zeggen van die verschrikkelijke muskieten, die +ons beginnen te hinderen? Dit is wel een land, waar ik niet graag +zou willen wonen; ik heb te Athene te goed de kwellingen leeren +kennen van de slapelooze nachten en het wreede alternatief, waarin +ik mij dikwijls bevond, om of te stikken onder het muskietennet, +of dadelijk de prooi te worden van den vijand, als het instrument +even wordt opgetild, dan dat ik er spijt van zou hebben, dat we niet +langer blijven op een plek, waar men zooveel moet lijden. + +De trein vertrekt weer en rijdt langs het haventje, waar eenige +kleine bootjes liggen te schommelen, en treedt dan bijna terstond +het bergland van Arcadië binnen. Niets dan kale steilten, bedekt +met ellendige heide of wild struikgewas. Is dit dan het gelukkige +land, dat door de dichters werd bezongen? Waar zijn dan de bronnen, +de boschjes, het tooneel der herderszangen, de bloeiende weiden en de +vreedzame bosschen? Nauwelijks vertoonen zich op de hellingen van den +Parthenion of den Ktenia, die de dalen met hun sombere grijze toppen +beheerschen, enkele roeden bebouwden grond; nauwelijks verbergen +enkele armoedige huizen hun ellende onder oasen van egelantieren, of +verlevendigen enkele schapen, die, gehoed door zwaarmoedige herders, +mij minder aan de helden van Theocritos doen denken dan aan mijn +makkers van den Taygetos, vandaag de eenzame plateau's! + +Het landschap blijft hetzelfde, tot we in de vlakte van Tegea komen, +een dier te zeldzame en te kleine kommen in den Peloponnesus, waar aan +landbouw kan worden gedaan. Daar zijn waarlijk velden met bijna rijp +koren, wijngaarden, die er goed uitzien, en boomgaarden, die bloeien +en een goeden oogst beloven. Dan nog weer moerassen, die het gevolg +zijn van het ontbreken eener afvloeiing van de Saranda Potamos, en die +met de vochtigheid van Mantinea van deze plaats een der gevaarlijkste +centra van slechte lucht maken uit het geheele land. De leden van +onze School van Athene, die er twintig jaren geleden opgravingen +deden, weten daarvan mee te praten en moesten meermalen, overwonnen +door ziekten, den geregelden gang van hun arbeid staken. Dus waren +we verheugd, eindelijk te Tripolis te komen, de hoofdstad van de +provincie Arcadië, die tegenwoordig dank zij den spoorweg en de goede +ligging uit handelsoogpunt een zekere welvaart geniet. + +Op het perron wemelt het van een schilderachtige en luidruchtige +menigte menschen, met veel kooplieden ertusschen, die aan de +reizigers de producten van hun industrie komen aanbieden. Hier +worden vervaardigd een gedeelte van die rood lederen voorwerpen, +die alle bazars van het Oosten vullen. Het zijn gordels, met figuren +opengewerkt, allerlei portretlijstjes, handtaschjes, tabakzakken, +pantoffels en muiltjes. Twee of drie verkoopers haasten zich, +onze coupé binnen te treden en werpen inderhaast op onze knieën +enkele van die kunstvoorwerpen, waarvan ze ons den prijs in de ooren +schreeuwen. Er wordt een twistgesprek begonnen; men onderhandelt, en +wanneer men ten slotte wat minachting aan den dag legt of een kalme +onverschilligheid, verkrijgt men gemakkelijk, ook met de hulp van +het naderend sein tot vertrek, een verrassenden afslag in den prijs. + +En weer hervat de trein zijn loop door de kleine vlakte. Dit is +de plek, ingenomen door de drie antieke steden Pallantion, welker +overblijfselen hebben gediend, om Tripolis te bouwen, een stad, +die dus betrekkelijk modern was ten tijde van de verwoesting door de +Turken in 1825. Dadelijk daarna komen we weer te midden van bergland +en heuvels, die aansluiten bij de voorbergen van den Taygetos en te +midden waarvan Megalopolis is gelegen, waar we tegen vier uur in den +namiddag aankomen. + +De eerste persoon, dien we bij het uitstappen ontmoetten, is de brave +Panayotti, die hier al gisteren is aangekomen, om voor ons rijtuigen +op te scharrelen en te huren. Hij heeft natuurlijk aan de heele stad +verteld, dat de gezant van Frankrijk er den volgenden dag zou aankomen, +zoodat een groote menigte het station vult. De vreemdelingen zijn +zeldzaam te Megalopolis, en dus begrijpt men, dat de nieuwsgierigheid +der menschen in sterke mate is gaande gemaakt, nu de tegenwoordigheid +zal zijn waar te nemen van een officiëel persoon van beteekenis, +en slechts met heel wat moeite, baant de eenige politieagent ons een +weg tusschen al die stijf tegen elkander dringende schouders door. + +Op het kleine, stoffige marktplein met lage huizen er omheen wachten +ons twee zonderlinge voertuigen, waar ik vrees, dat ons een marteling +te wachten staat, die, hoewel verschillend, niet zal onderdoen voor +de gruwelijke kwellingen op den muilezel. Het zijn karren op twee +wielen, slecht hangend in roestige veêren, en waarvan de carrosserie, +schitterend rood en blauw gekleurd, van boven een galerij van kleine, +gele zuiltjes draagt. Als zitplaatsen twee houten planken, die er niet +op schijnen berekend, de schokken van den weg te matigen. Die soesta's, +zooals men de wagentjes noemt in het land, worden getrokken door een +klein, gezadeld paard, dat strakjes te drinken krijgt uit een blikken +emmer, die met een zak haver achter aan het voertuig is bevestigd. Wij +installeeren ons met ons drieën in elk der rijtuigen, die, ze mogen +dan al niet sierlijk of gemakkelijk zijn, toch het voordeel bieden, +dat ze van echt lokale kleur zijn. "Embros!" (Vooruit!) en daar +vertrekken we naar Karytena. + +De eerste oogenblikken zijn afgrijselijk; diegenen onder mijn lezers, +die hun militairen dienst bij de artillerie hebben doorgebracht, +en die vele uren achtereen hebben moeten zitten op kanonnen, die +over het bouwland stoven in een galoppade, zullen beter dan iemand +begrijpen, wat wij moesten doorstaan. De weg is als naar gewoonte, +erbarmelijk afgebroken door diepe plassen, waar we in neerstorten, +vol losse steenen, die tegen de rijtuigen opspringen en dan zwaar +op den grond vallen, terwijl het vervelende drafje, dat aan den +wagen een aanhoudende schudding van voren naar achteren geeft, ons +volkomen radbraakt. En dan te weten, dat dit ten minste drie uren +moet duren! In welk een staat van ontwrichting zullen we ten slotte +in dat afgelegen Karytena aankomen? + +Intusschen begint de avond te vallen, en dikke, zwarte wolken komen +op aan den nog helderen hemel. Zal dan mogelijk het weder toch het +succes van onze expeditie bederven en zal het ons verhinderen, morgen +te genieten van dat heerlijke licht, zonder hetwelk dit land, dat een +zonnevriend is, schijnt te slapen onder een grooten rouwsluier? De +weg, gelijk aan een onzer slechtste zandwegen, loopt om bergen, +die hier en daar bosschen dragen en gaat dan een klein dal binnen, +waar we eenig bouwland zagen. Tegen zeven uur, toen de bijna totale +duisternis ons belette, iets van het landschap te zien, begonnen +enkele regendruppels te vallen, en tegelijkertijd nam een hevige +rukwind mijn hoed mee en deed dien verdwijnen in een roggeveld. + +Dit onbeteekenende voorval, dat zijn grappige zijde had, dreigt mij +met ernstige gevolgen; ik heb natuurlijk geen ander hoofddeksel +bij mij, en we komen in een streek, waar ik niet de geringste +hoop behoef te koesteren, den hoed, dien ik verloren heb, te kunnen +vervangen. Als ik dus niet drie dagen lang mijn hoofd wil blootstellen +aan de brandende zon en een doodelijken zonnesteek oploopen, moet ik +of mijn hoed opzoeken of de pet van een herder leenen. Daar ik dat +tweede alternatief niet dan met een zekeren schroom overdacht, haast +ik mij op den grond te springen en ga dan, geholpen door Panayotti, +op den tast aan het zoeken in de duisternis. Na eenige minuten vind +ik het gewenschte terug. + +Eindelijk beginnen we onduidelijk een donkere massa te onderscheiden, +die de donkere berg moet wezen, gekroond door het versterkte kasteel +van Karytena; maar de slingerende weg maakt zooveel bochten, dat het +doel zich schijnt te verwijderen, naarmate we intusschen er dichterbij +komen. Plotseling wordt een vuur op den top ontstoken, dan volgt een +ander en daar doemen de oude kanteelen van het feodale kasteel helder +op in het licht der vlammen. Tegelijkertijd begeven honderden van +lichtjes zich op weg langs de hellingen, waar de huizen schilderachtig +over zijn uitgestrooid in boven elkaar gelegen reeksen. Een heele +menigte is op weg, om ons tegen te komen; de wegen zijn verlicht; +daar in de hoogte worden de groote vuren talrijker en bestralen al +spoedig het geheele land; een oud kanon, dat alleen op feestdagen +wordt gebruikt, dondert met korte tusschenpoozen en wekt de slapende +echo's in de verre bergen. + +De boeren hebben den gezant van Frankrijk eer willen bewijzen, omdat +zijn naam al lang in Griekenland populair is geworden, en het is hun +gelukt, want deze nachtelijke ontvangst in het afgelegen land, bij het +dreigend onweêr en in het licht der toortsen, heeft een verrassende +uitwerking. Het is acht uur in den avond, als we aankomen aan den +voet der steilte; de bewoners wachten ons op ter hoogte van de eerste +huizen, en zoodra de soestra's uit de duisternis te voorschijn treden, +gaat er een luide kreet uit aller borst op van: "Zito o kyrios presvis, +zito i Gallia! Leve de Gezant, leve Frankrijk!" De burgemeester +treedt naar voren, richt tot graaf d'Ormesson eenige welkomstwoorden +en verzoekt hem met zijn gevolg in het burgemeesterlijk huis zijn +intrek te willen nemen. Panayotti, die meer of minder getrouw de kleine +toespraak heeft vertaald, is verrukt en opgewonden, trotsch, dat hij +de rol van tolk mag spelen tegenover de saamgestroomde menigte van +zijn landgenooten. En terwijl wij antwoorden met helder opklinkende: +"Zito i Ellas!" op de vreugdekreten der toortsdragers, begint de +beklimming van de lastige, steile straatjes. De geheele bevolking +begeleidt de rijtuigen, die in de golvende menigte verdwijnen; een +sterke harsgeur stijgt ons naar de keel, en onze schaduwen dansen +reuzengroot langs de gevels van de roodgekleurde huizen. + +Vermoeid en doof van al het lawaai, komen we eindelijk aan de deur van +het huis van den demarchos, dat hooger is gelegen dan de andere huizen, +zooals past voor de woning van een gemeentelijk magistraatspersoon. We +worden eerst gebracht in een vrij groot vertrek, met witgekalkte +muren en nog al zindelijk onderhouden; een divan, die op een smalle +houten bank gelijkt, bedekt met een rood tapijt van inlandsch weefsel, +neemt één wand van het vertrek in, terwijl het sobere ameublement +verder bestaat uit een withouten tafel, een vermolmde commode, een +vettigen armstoel en eenige stoelen met matten zitting. Tegen den +muur hangen op een eereplaats twee chromo's, die Koningin Olga en +Koning George voorstellen; dan eenige gravures, die betrekking hebben +op den onafhankelijkheidsoorlog, een vrome schilderij, waarvoor een +kaars brandt. + +"Kaloi crisete, weest welkom!" herhalen nog eens de burgemeester en +zijn vrouw, die in alle bescheidenheid ons de handen komt kussen, +en terwijl Panayotti onzen maaltijd gaat bereiden met behulp van een +walmende lamp, worden wij gebracht naar de beide vertrekken van het +huis, die ons welwillend voor den nacht worden aangeboden. Welke +hokken! We vinden er een opeenhooping van onnoembare dingen, van +voddige kleeren, die over de meubels hangen, alles van terugstootende +vuilheid. De muren hebben gaten, zoo groot, dat men er de hand in kan +leggen; de vloeren en de zolderingen zijn zwart; de bedden voorzien van +ruwe lakens, die men niet voor andere schijnt te zullen verwisselen, +en die door den nacht in een afgrijselijk mysterie zijn gehuld. Ons +besluit was dan ook weldra genomen; we zullen in de ontvangkamer +blijven, die thans onze eetzaal is en die dan in slaapzaal zal worden +veranderd, want hier zullen we beter in staat zijn, de ontberingen +van ons lot te dragen. Onze gastheer schijnt zeer verbaasd over dat +onverwachte besluit, en we hooren hem langen tijd met zijn vrouw +praten, terwijl die laatste haar zorgen wijdt aan een lamsgebraad, +dat straks ons menu van spijzen uit blikjes moet aanvullen. + +Wij moeten het meest mogelijke nut trekken uit de aanwezige meubels, +die te onzer beschikking staan. De gezant, die zijn veldbed heeft +meegenomen, is al gered; dus blijven er voor ons vijven een tafel, +vier stoelen, een leunstoel en de ongemakkelijke divan. Het is er +nu om te doen, die ongelijksoortige dingen in bedden veranderen, +of ten minste in iets, dat er een beetje op gelijkt! De taak gaat +inderdaad boven onze krachten, en we moeten al spoedig afstand doen +van het vooruitzicht, een oogenblik gekoesterd, dat we een weinig +zouden kunnen uitrusten van de vermoeienissen der reis. De tafel, +waaraan we juist hebben gegeten, wordt toegekend aan mejuffrouw +d'Ormesson, die er zich op uitstrekt, in haar deken gewikkeld. De +beide andere jonge meisjes en ik nemen plaats op den divan, terwijl +de heer Benner zich in den armstoel installeert. Den geheelen nacht +brengen we zoo door bij het zwavelkleurige licht van bliksemstralen, +die voor een oogenblik telkens de huizen bestraalden van het aan onze +voeten in het donkere dal der Alpheus sluimerende dorp. + +Om zes uur in den morgen waren we op, zonder dat het opstaan ons eenige +moeite kostte, ofschoon we veel vermoeider waren dan den vorigen +dag. De eenige waschkom uit het huis wordt op een steen vóór het +huis neergezet, en ik vermoed, te oordeelen naar de belangstelling, +die wij bij de inboorlingen gaande maken, dat het schouwspel van een +persoon, die zijn morgenwassching doet, en die een handdoek gebruikt, +iets zeer zeldzaams is hier. Weldra verschijnen de beide soesta's van +den vorigen dag bij een bocht van den weg. "Kalin antamosin, dat God +u een aangename ontmoeting bezorge!" klinkt het uit den mond van den +burgemeester, die daarbij ernstig zijn oogen ten hemel heft, en wij +herhalen dezelfde formule, zonder er iets bij te denken, terwijl de +beleefdheid ten overvloede nog eischt, dat we er bedankjes bij voegen +voor een gastvrijheid, die inderdaad niets beteekende. Daarna beginnen +wij langzaam de hellingen af te gaan, gevolgd door kinderen in lompen, +die op bloote voeten over de scherpe steenen draven op hoop van een +laatste aalmoes. + +Het nachtelijke onweêr heeft de temperatuur in het geheel niet +opgefrischt en het is al broeiend heet nu in den vroegen morgen; +wat zilveren nevelen hangen in het dal, waaruit geblaat van +schapen weerklinkt; de hanen roepen elkaar hun morgengroet toe en +begroeten de eerste stralen der zon, die boven den Valtetso Voeni +verrijst. Langzamerhand trekt de nevel op; de oude huizen van +Karytena met hun houten balkons worden achtereenvolgens verlicht, +en het indrukwekkende kasteel, dat door Hugo de Brière werd gesticht, +en waar Kolokotroni weerstand bood aan het leger van Ibrahim Pacha, +teekent trotsch de kroon van zijn hooge gekanteelde muren tegen den +bleekblauwen hemel af, waar kleine wolkjes als rose vlokken in drijven. + +Wij komen ten laatste aan de diepe bres, waarin de Alpheus bruist +tusschen twee kale, steile wanden; er is een mooie brug over den +stroom gebouwd en dan begint de weg te stijgen met groote kronkelingen +langs de berghelling. De kloof schijnt dieper te worden rechts van +ons, naarmate we hooger stijgen; de klank van de watervalletjes wordt +flauwer, terwijl de alleenstaande berg van Kalytena steeds majestueuser +oprijst boven de valleien, waar het rijpe koren reeds een gele tint +over legt. Nog een golving van den bodem, een laatste bocht van den +weg, en we verliezen de Alpheus uit het oog, die naar het Noorden +haar weg vervolgt. Het fort verdwijnt dan uit ons gezicht, omringd, +als het is door hoog oprijzende toppen. + +Er komen dan een reeks van plateau's, nu eens mager beboscht met +dwergeiken, bloeiende heide en distels, dan weer rotsachtig en +onvruchtbaar of wel bedekt met armoedig bouwland. Het land is totaal +verlaten, en daar de weg toevallig niet al te slecht was, komen de +paarden vrij gauw vooruit. In de verte daagt de Khalasmeno Voeno op, +omringd door met groen overdekte hoogten aan den overkant van een +diep dal, waar we steeds langs rijden. Het oog rust op een chaos van +bergen, die op elkander gestapeld schijnen en waarop kudden geiten +loopen te grazen tusschen de struiken. Geen geluid van een vogel, +geen menschelijke stem! Die zware stilte begint wezenlijk drukkend te +worden, en toen we dan ook tegen tien uur bij een eenzame khani komen, +waar onze koetsiers water vinden voor de paarden, zijn we gelukkig, +dat we eindelijk eens uit de gruwelijke wagens komen, die sinds +gisteren onze ledematen hebben geteisterd, en eens enkele minuten +ons vrij kunnen bewegen. + +Boeren, die ons tegemoet treden, schijnen erg verbaasd, die groep +van Europeanen te ontmoeten, die te voet onderweg zijn. Ze vragen +ons natuurlijk, wie we zijn en van waar we komen en blijven staan +nadenken, toen ze hooren van Frankrijk en Parijs. Inderdaad beschouwen +de Grieken, ook die niet, die tot de hooge kringen behooren, hun land +niet als deel uitmakend van Europa. Is dat een natuurlijk gevolg +van de ligging van het koninkrijk zoo dicht bij Azië, waar het uit +politiek, zoowel als uit sociaal oogpunt eigenlijk bij behoort? Of +komt het door het feit, dat het land niet met Europa verbonden is door +een spoorweg, of wel moet men die zonderlinge opvatting toeschrijven +aan de woeste bergen van Macedonië, die wel een waren slagboom vormen +tusschen Griekenland en de andere beschaafde landen? Ik weet het niet, +maar zeker is het, dat elken keer, dat een Helleen Athene verlaat, +om zich naar een der steden van het vaste land te begeven, hij nooit +zal zeggen, dat hij naar Frankrijk of naar Duitschland gaat, maar +eenvoudig, dat hij naar Europa vertrekt, en niemand komt het in de +gedachte, die manier van spreken zonderling te vinden. + +Daarom zijn wij voor onze brave boeren eenigszins legendarische +personen, door geheimzinnigheid omringd; we zijn hen al lang +voorbijgegaan, als ze nog staan om te kijken, als vastgeworteld +op den weg, en eerst als we bij een bocht van den weg geheel zijn +verdwenen, zetten ze hun reis voort; ze hebben voor den geheelen dag +een onuitputtelijke bron van discours. + +Iets verder treft ons oor een scherp geluid. Aan den anderen kant +van den weg is in de schaduw van een kromgegroeiden plataan, den +eenigen van zijn soort voor verscheiden honderden meters in het +rond, een herder gezeten, die langzaam een droevig liedje zingt, een +dier klaagzangen, handelend over liefde en oorlog, waarvan sommige +coupletten, in een klagend rhythme, dat aan het juk der Turken +herinnert, dikwijls heerlijk naïef zijn. Zijn metgezel begeleidt hem +op de fluit, terwijl de geiten, moe en loom van het zoeken naar het +magere voedsel tusschen steenen, versuft schijnen door de drukkende +warmte, waar de krekels zich over verheugen. Het is een bekoorlijk +tooneel, en we besluiten, hier te wachten onder het aanroepen van +de schim van Theocritus en Virgilius, tot onze rijtuigen komen, die +niet ver meer kunnen zijn. Daar komen ze dan ook al in galop aan in +een wolk van stof; we moeten ons thans haasten, als we vroeg genoeg +te Andritsena willen zijn, om in den namiddag het uitstapje te maken +naar Bassae. Dus werd het ontbijt maar in de soesta genuttigd, zoo +goed en zoo kwaad, als het gaat en het werd met moeite verteerd. De +paarden hebben een drafje aangenomen, en de bewegingen, die ze aan het +voertuig bijzetten, zijn zoo gesaccadeerd, dat het haast onmogelijk +is, een hapje naar den mond te brengen; glazen en flesschen, borden +en messen dansen in de kist van het rijtuig een dollen rondedans, +en het is een waar kunststuk, een slok te drinken, zonder bijna al +het vocht over zich heen te storten. Eindelijk is daar Andritsena, +liefelijk uitgespreid over de groenende hellingen der bergen, half +verborgen tusschen de boomen, die langs de bochtige oevers van een +paar riviertjes staan. De slanke cypressen, die zulk een kenmerkend +karakter aan de landschappen van Griekenland geven, steken in grooten +getale tusschen de platanen hun kruinen omhoog, als zooveel zwarte +fabrieksschoorsteenen, en olijfboomen vullen de tuinen, waar bronnen +murmelen en waar de roode daken der huizen in het groen schitteren. + +De straten zijn zoo vol, dat onze soesta's zich slechts met moeite +een weg banen door de krioelende massa menschen, die toegestroomd +is, om ons te zien, en het is voor ons maar net mogelijk, aan +de deur van de herberg uit te stappen, waar de paarden wachten, +gezadeld en gereed voor het vertrek. Al die menschen lijken verbaasd, +schreeuwen en gillen en maken allerlei bewegingen als razenden. Er +worden uitroepen gehoord, opmerkingen van allerlei aard; men duwt +elkander, om beter te kunnen zien, en dat met het gevolg, dat wij +tegen den muur worden gedrongen. We gingen er toen ons maal gebruiken +met een versterkend kopje koffie. Eindelijk na veel onderhandelingen +en zuurzoete discussies tusschen Panayotti en de agoyaten, die het +niet eens kunnen worden over een billijke verdeeling van onze bagage, +na stroomen van woorden, die op niets uitloopen, komt onze karavaan +in beweging en veroorzaakt in de menigte, nu door nieuwsgierigheid +als versteend, een langdurige beweging, en dan begint de bestijging +langs een voetpad, dat onder hooge eiken loopt boven het lachende dal. + +De lucht is bewolkt; het liefelijke landschap van Andritsena verdwijnt +om plaats te maken voor kale dalen en heuvels, waar we aanhoudend +moeten stijgen en dalen; daarbij steekt de wind op, zwarte wolken +drijven boven ons hoofd, alles versombert, en in de stilte weerklinkt +alleen de stem van de agoyaten, die elkaar wat toeroepen van het eene +naar het andere eind der karavaan. Ze zijn intusschen heel aardig en +hulpvaardig, maar ook nieuwsgierig en babbelachtig. Ze willen onze +namen en voornamen kennen, enkele gewone woorden in het Fransch hooren, +die ze dan grappig herhalen, en toen de jonge meisjes de bloemen aan +den weg bewonderen, haasten ze zich, haar die aan te bieden. + +Wij stijgen steeds en beklimmen de hoogten van den Paleo Kastro, waar +enkele magere eiken, afschuwelijk vergroeid, en bijna bladerloos, +hun groote, kale takken uitspreiden. De stammen zijn hier afgeknaagd +door de geiten, daar verbrand door de vuren der herders, en ik kan +mij niets treurigers voorstellen dan die verspreide overblijfselen +van vroegere bosschen, op het punt van sterven, en nu gesleurd door +den hevigen wind. Nog een enkele snelle daling, een stijging door +een boschrijker gebied en eensklaps liggen daar beneden ons als een +verschijning uit een tooversprookje de zuilen van den tempel van +Apollo, vol majesteit uit den grond verrijzend. + +Ik geloof niet, dat ik sedert ik in Griekenland ben, een indruk heb +gekregen, die zoo sterk was als bij het zien van dit schouwspel. Dat +komt, doordien er inderdaad geen enkele tempel is, noch onder de +prachtige monumenten van Paestum en Girgenti, die in zoo dichterlijke +omgeving ligt en zoo, van uit de verte gezien, afgezonderd en eenzaam +daar op een woest gebergte zich verheft te midden van donkere rotsen +en dreigende steilten. Een puinhoop van dikke steenen omringt aan +alle kanten de zes-en-dertig zuilen, die nog hun architraven dragen +en precies den rechthoekigen vorm van het gebouw aangeven. Zoo is dan +ook de aanblik van het zoo goed bewaard gebleven gebouw verrassend; +er is hier geen marmer gebruikt, maar een soort van grijzen kalksteen, +die wonderlijk mooi samenstemt met den algeheelen indruk van het +landschap op dezen laten, donkeren, regenachtigen namiddag. + +We betreden den tempel door den pronaos, gaan door de cella, nog +duidelijk aangegeven door de lijn der instortende muren, waarboven +de kale bergtoppen opsteken, en waar het gras groeit tusschen de +reten der steenen. Het lijkt ons, dat we aan het eind zijn gekomen +van een vrome bedevaart; ieder zwijgt, denkend aan de wonderbare +oudheid, aan de gewijde ceremoniën, waardoor de glorie en de macht +werden verheerlijkt van die goden, die nu begraven liggen onder de +puinhoopen van hun altaren in de grootsche en plechtige omgeving van +de droevig stemmende natuur. + +Die herinneringen bestormen in massa onzen geest, en enkele +oogenblikken later bereiken we den nabijzijnden top van den Kotylion, +van waar men het uitzicht heeft op een wijd bergenpanorama. Ik herken +den Taygetos, de vlakte van Messenië, de golf van Kalamata, nauwelijks +zichtbaar in den opkomenden nevel; de sneeuw van den Erymanthos is +in het Noorden zichtbaar, en dichterbij zien we het dal der Alpheus +en de eentonige lijn van de golf van Kyparissia. Maar de blik wordt +als vastgehouden door het heiligdom van Apollo, dat aan onze voeten +ligt, vol majesteit in de eeuwenlange vergetelheid en waar groote +roofvogels boven zweven. Met een diep bewogen gemoed en onder den +indruk dier hooge kunst, dalen we eindelijk weer af door de bloeiende +bremstruiken en door eikenboschjes, die alleen voor ons het eeuwige +lied der lente zingen en die ons schijnen te zeggen, dat ten minste +niet alles dood is op deze plek.... + +Geduldig wachten ons de agoyaten, pratend met een zonderling wezen, +uit ik weet niet wat voor hol gekropen. Is het wel een man, niet +eerder een vrouw? Welk bestaan leidt het? De kleeding doet het eerste +vermoeden, maar het fijne gezicht, de lange haren, de zachte en +droeve oogen doen ons aarzelen. Onnoodig, pogingen aan te wenden, +om het wezen aan het spreken te brengen; het kijkt ons vast aan, +zonder de lippen te openen en wij moeten weer vertrekken, zonder het +geheimzinnig raadsel te hebben opgelost. De avond valt; nog eenmaal +werpen we een blik op de zuilen, die weldra in een terreinplooi zullen +verdwijnen en we slaan den terugweg in. + +Het is donker onder de boomen, en de paarden struikelen telkens; maar +we moeten haast maken, om aan een lange, moeilijke, nachtelijke reis +te ontkomen. Maar ondanks onze pogingen en trots de flinkheid van onze +paarden is het donker, als we tegen acht uur eindelijk te Andritsena +aankomen. Panayotti wacht ons, om ons naar het gastvrije huis te +geleiden van een notabele uit het stadje, waar we hopen degelijk +te kunnen uitrusten van de vermoeienis der beide zware dagen. Daar +wacht ons een aangename verrassing; zachte matrassen liggen op den +parketvloer der kamers, die eenvoudig en zindelijk zijn; alles ademt +hier welstand en een zeker comfort, die beide prettig afsteken bij de +armoede der woningen, tot nu toe door mij gezien in Griekenland. Wij +kunnen onze oogen niet gelooven en zijn nog onder de bekoring, die bij +ons wordt gewekt door de gedachte aan een te verwachten goeden nacht, +als zich een statige heer in de deur vertoont en de eer verzoekt van +ons bezoek aan de stedelijke bibliotheek, waar, naar het schijnt, +eenige oude fransche boeken aanwezig zijn uit den tijd der frankische +bezetting. Die perkamenten zijn, daar twijfelen we niet aan, uiterst +belangrijk, maar het oogenblik komt ons heel slecht gekozen voor, +om ze te bezichtigen. + +Wij kijken elkander eens aan, en ons gelaten in ons lot schikkend, +volgen we zonder geestdrift den braven man, die gelukkig is door +het genoegen, dat hij ons meent te verschaffen. Eenige oogenblikken +later zijn we in de groote zaal der helleensche school, waar bij het +licht van een waskaars, door den priester vastgehouden, we in haast +de interessantste planken nagaan. Maar de vermoeidheid is grooter dan +onze moed; ondanks alles glijden onze oogen, zonder te zien over de +manuscripten, die het misschien de moeite waard zou wezen, rustig te +onderzoeken, en na vele dankbetuigingen bereiken we zoo gauw mogelijk +ons logies. + +We werden eerst om zes uur den volgenden morgen wakker, juist op +het oogenblik, toen de roode zonneschijf, van achter de bergen te +voorschijn komend, een groot vuur schijnt te ontsteken. Het belooft een +prachtige dag te worden, en vroolijk gestemd, zoeken we onze paarden +op, die ons wachten met dezelfde agoyaten van den vorigen dag, om +ons aan de golf van Kyparissia te brengen naar het kleine station +Boezi, waar de spoorweg van Pyrgos langs gaat. Het vriendelijke +dorp Andritsena, van waar men een uitzicht heeft naar het Noorden +tot de toppen van den Olonos, half wegschuilend in den morgennevel, +verdwijnt weldra in zijn bed van groen. + +Dan volgt er eerst een aangename rit over zacht en bebloemd gras, waar +gele margarieten licht zich wiegelen op den wind en nog vochtig zijn +van den nachtelijken dauw; er staan primula's naast anemonen en roode +papavers, terwijl verderop lange reeksen eglantieren hun wortels baden +in de heldere bedding der beken. Maar spoedig gaat het pad stijgen; +we rijden door een boschrijke streek, en dan komen weldra steenen +met magere struiken en de uitloopers van kale gebergten. Gedurende +meer dan drie uren beklimmen we aldus zonder ophouden steile toppen, +waar de weg over loopt, om dadelijk aan de andere zijde weer te dalen. + +De agoyaten, springend van steen op steen, glijden telkens uit, +terwijl de wortels en takken hun tegen de beenen slaan; maar ze zijn +te opgewekt, dan dat het hen zou verhinderen, luide te zingen. Soms +laat een van hen een keelklank hooren, waarop het voorste paard +zijn gang versnelt en dan weer kalm gaat draven; de anderen volgen +en daar gaan onze mannen aan den haal onder het lachend geroep van: +"Aïdé, aïdé!" om hun beesten nog maar meer aan te zetten. Maar we +vragen al gauw om genade, want het is niet mogelijk, zoo'n proef lang +te doorstaan op zulke wegen. De groote kinderen, die zich te onzen +koste hebben vermaakt, gaan dan kalm hun gezang weer voortzetten. + +Tegen elf uur vertoont zich het eenige dorp, dat we den geheelen dag +te zien zullen krijgen; na een korte rust in de schaduw van de huizen +beginnen we de helling van den pas te bestijgen, aan welks andere +zijde zich het dal van de Neda bevindt. Het is moeilijk stijgen in +den onverbiddelijken zonneschijn; maar het schouwspel, dat ons boven +wachtte, beloonde wel voor de inspanning. Door reusachtige bosschen, +die in zachte helling een groen tapijt spreiden tot beneden aan de +zee, kronkelt zich de rivier sierlijk over de gele steenen. We hebben +nu het aangename vooruitzicht, onder de groote boomen te rijden, +verkwikt door de nabijheid van het koele water. Maar eerst moeten de +paarden rusten, en wij maken van de halte gebruik, om te ontbijten +niet ver van een bron, waar vrouwen haar armoedige linnen wasschen. + +Dadelijk daarna de prettige rit onder de boomen in de heerlijke +schaduw, die aan de boschjes van Frankrijk doet denken. Beneden in het +dal aangekomen, volgen we aanvankelijk den rechtschen oever van den +stroom, om daarna te waden naar den linkeroever. Vijfmaal achtereen +moet diezelfde overtocht worden volbracht; onze agoyaten hebben hun +schoenen uitgetrokken en loopen door het water, en als dat laatste tot +hun knieën stijgt, springen ze vlug op de schouders van hun voorganger, +om niet nog dieper te zinken. + +Op dit oogenblik gebeurt er iets komieks. Panayotti, die zich wijselijk +langs den geheelen weg in de achterhoede van de karavaan had gehouden, +op het muildier, dat het proviand droeg, wil een bewijs geven van +zijn onafhankelijkheid en op eigen wieken drijven. Maar het bekomt +hem slecht. Toen hij zich juist midden in de rivier bevindt, gaat +het zadel, waarop hij is gezeten, verschuiven, en in een oogenblik +is onze tolk te water geraakt, broederlijk vereenigd met de mand +met eieren, de blikjes en de waterflesschen. De drenkeling, die zelf +zijn redding bewerkstelligt, komt geheel doorweekt weer aan den wal +en houdt triomfantelijk alle proviand omhoog. Hij wordt omringd en +met vragen bestormd, en toen we de opmerking maakten, dat dit niet +precies de juiste behandeling is voor de rheumatiek, waaraan hij lijdt, +haalt hij grappig de schouders op en wijst naar de zon, die inderdaad +zich haast, al het vocht van het onvrijwillige bad op te zuigen. + +Een half uur later zijn we te Boezi, waar de beschaving, die wij uit +het gezicht hadden verloren sinds drie dagen, zich aan ons voordoet +in de gedaante van de rails van den spoorweg. En onder het wachten +op den trein, liggend onder de olijven, beginnen wij de bekoring +van dit vrije leven recht te waardeeren, wetend, dat we het zullen +betreuren. De scherpe fluit van een moderne locomotief stoort ons in +onze droomerijen. + +Van Boezi naar Pyrgos heeft men maar drie uren te sporen. Door de +raampjes van ons compartiment, waarvan de schokken al heel onbeduidend +schijnen na de ritten van Andritsena en Bassae, begroeten wij voor de +laatste maal het lachende en grootsche dal der Neda, dat de spoorweg +passeert over een brug, om daarna langs het lage, vlakke strand te +midden van rijke wijngaarden te belanden aan het zuidelijk uiteinde +van het meer van Kaïapha, enkel van de zee gescheiden door een smalle +strook lands en waar de visch, naar het schijnt, overvloedig is. + +De trein gaat langs den oever, waar de netten hangen te drogen, +houdt een oogenblik op te Kaïapha, waar zwavelbaden met die van +Loetrako bij Korinthe en die van Aedipso op Euboea dingen om de +gunst der helleensche clientèle, overschrijdt de hoogte, waar men +de ruïnen vindt van de versterkte vesting Samikon en komt eindelijk +over Agoelenitza en de prachtig bebouwde velden aan de lagune bij +het station Pyrgos, waar we tot acht uur des avonds op de aansluiting +naar Olympia moeten wachten. + +Wat al dien tijd anders te doen dan door de stad te wandelen, die +intusschen niets belangwekkends heeft? Ze lag vroeger veel dichter +bij de zee dan tegenwoordig, maar de aanslibbing van de Alpheus heeft +langzamerhand de kustlijn verlegd. De citroen- en moerbeiboomen en +de olijven groeien er heerlijk in de moerassige vlakte, waar veel +veen in den grond zit, en waar wijngaarden een der beroemdste wijnen +uit den Peloponnesus leveren. Pyrgos, dat na Patras en Kalamata +het belangrijkste handelscentrum is, voert over Katakolo groote +hoeveelheden krenten uit. Al die zaken geven aan de stad een voorkomen +van welvaart, dat aan den dag treedt in de hoofdstraat met haar vele +winkels; het is er zoo vol, dat we nauwelijks vooruit kunnen komen. + +Hier zijn we weer eens het voorwerp van een onbescheiden +nieuwsgierigheid, waar ten slotte een gendarme medelijden mee +krijgt. Een vlugge uitdeeling van eenige muilperen links en rechts, die +in het Oosten het meest doeltreffende argument zijn van een miskende +overheid, maakt weldra onzen weg vrij, en we kunnen onze wandeling +voortzetten, voorafgegaan door onzen redder, die de gewone belooning +voorziende, niet van ons af is te slaan. Na met hem het verre panorama +te hebben bewonderd van het eiland Zante, dat in een rooden nevel +zich baadt in het licht der ondergaande zon, en na ons natuurlijk te +hebben opgehouden in een der café's van de stad, om er raki, olijven +en turksche koffie te gebruiken, bereiken we het station weer, waar +al spoedig de trein voor Olympia, komend van Patras, binnenkomt. + +En nu volgt een kort nachtelijk reisje van nauwelijks een uur door +een licht golvend, door de maan beschenen land. Eindelijk houdt de +trein aan een klein station stil, dat geheel donker is en waar de +dienstmannen en hôtelbedienden spoedig zich van onze bagage hebben +meester gemaakt. Eenige oogenblikken later sluit zich de deur van +het Groote Spoorweghôtel achter ons. Het is oogverblindend, mollige +tapijten liggen in de corridors en op de trappen; de kamers zijn zeer +zindelijk, en er is overvloedig electrisch licht. Men mag aannemen, +dat de waakzame oplettendheid van onze Touring Club hier aan het werk +is geweest, en dat het land bijna dagelijks wordt bezocht door rijke +vreemdelingen, die men op alle manieren het naar den zin moet maken, +opdat diegenen, die worden aangetrokken door den roep van Olympia, +ook den lof kunnen zingen van de hôtels aldaar. + +Welk een verschil met de onmogelijke verblijven, waar we de laatste +nachten hebben doorgebracht! Wat een weelde, hoeveel comfort, maar +ook welk een ontzettende banaliteit! We verbazen ons over alles, +over de duizenderlei kleinigheden, die zoo onontbeerlijk lijken +in het dagelijksche leven, en waar wij het toch drie dagen lang +wonderwel buiten hebben kunnen stellen. Maar onze met stof bedekte +kleeren, onze gezichten, die geen water hebben gevoeld en niet met +het scheermes in aanraking zijn geweest, zouden ons doen gelijken +op een troep boeren van de Donau, plotseling in de tegenwoordigheid +gebracht van de ongekende wonderen der moderne beschaving. Dit alles +is zonder twijfel aangenaam, maar ik blijf er niettemin bij, dat een +reis in Griekenland, om iemand waarlijk kunstindrukken te geven, meer +onverwachts moest meebrengen. Onze hedendaagsche gewoonten vloeken, +om zoo te zeggen, met de hier grijpbare overblijfselen uit de oudheid; +ze passen wel slecht bij de nog primitieve zeden der tegenwoordige +Hellenen en bij de te weinig bekende pracht van het landschap. + +In ons tegenwoordig Europa, dat gebanaliseerd is door de spoorwegen, de +reisagentschappen en de prentbriefkaarten, is Griekenland nog een der +te weinig talrijke landen, waar de toerist een mooie onafhankelijkheid +kan genieten en de vreugde mag voelen of ten minste de illusie mag +koesteren, dat hij moedig weinig betreden paden heeft gekozen. Laat +ons hem zoo lang mogelijk vrij laten en hem in de gelegenheid stellen, +zijn onderzoek voort te zetten; laat ons niet al te veel haast maken +met het moderniseeren van het land en laat ons doordrongen zijn van +het besef, dat comfort de vijand is van het schilderachtige en dat, +om dat laatste te vinden, we het eerste moeten kunnen opofferen. + +De heer Benner, met wien ik mijn kamer deel, is te veel kunstenaar, +om het niet met mij eens te zijn, en wij zouden nog lang over dit +onderwerp hebben doorgepraat, als de groote vermoeienis van den dag +ons niet had bewogen, om eindelijk het welbehagen te genieten van +de aanlokkelijke bedden met de spierwitte lakens. Toegevend, dat de +beschaving toch ook wel iets goeds heeft, slapen we in, in slaap +gewiegd door het gekwaak van duizenden kikkers in het stilstaande +water der moerassen. + +Niemand gaat tegenwoordig naar Griekenland, zonder een bezoek te +brengen aan Delphi en Olympia, die beide archeologische middelpunten, +waar alles is opgegraven door de fransche en duitsche scholen, +waardoor de leeken zich een denkbeeld kunnen vormen van de pracht +der Oudheid. Het laatste was minder een stad dan wel een groot +heiligdom, waar altaren waren voor de meeste goden en waar prachtige +periodieke feesten werden gegeven, bekend onder den naam van Olympische +spelen. Er was alle macht van het Christendom noodig, om eindelijk +aan dien eeuwenouden eeredienst een einde te maken. De tempels vielen +langzamerhand in puin, de olijvenbosschen, die hun schaduw wierpen +over de altaren, werden de prooi der vlammen, de barbaren kwamen en +de aardbevingen voltooiden het werk der menschen. Ze overdekten met +een dikke laag aarde de oude schatten, die thans weer aan het licht +zijn gebracht. + +Daarom is er niet veel over van al die pracht; de monumenten zijn +gesloopt; sommige gaan nog schuil in het hooge gras, andere laten niet +anders zien dan de treurige massa van hun fondamenten. En een gevoel +van onzegbare droefenis, gelijk aan dat, wat men ondervindt bij het +bezoek aan een doodenstad, komt over ons, als we door de poort der +processies binnenkomen in de reusachtige, gewijde ruimte of de Altis, +waar zich alle tempels bevonden. Dat ruime vierkant, aangelegd tegen +de groene helling van den berg Kronos, gelijkt veel meer op de werf +van een steenhouwer dan op een archeologische reconstructie, en men +is eigenlijk verbaasd, er niet de slagen te hooren van hamers of het +geknars van zagen. + +Noch het Heraion, de oudste, zegt men, van de bekende dorische tempels, +noch die van Herodes Atticus, een der romeinsche maecenassen van +Griekenland, die met groote kosten naar het terrein der offeranden +het water liet voeren, dat er ontbrak, noch het Terras der schatten, +waar een reeks kleine kapelletjes stond, die met de offeranden van de +steden ook de trofeeën bevatten, door die steden in de gymnastische +spelen behaald, noch het Stadion, noch zelfs de reuzentempel van +Zeus, waarvan niets over is dan de onderlaag van grijs tufgesteente, +kunnen den somberen indruk uitwisschen, op ons teweeggebracht door +den aanblik van de onherstelbare ruïne. + +Toch krijgt men van daar een overzicht van het geheele terrein der +ruïnen, vanaf het Metroon of den tempel van de moeder der goden, +tot het Paleis van den Olympischen Senaat, van het Hippodroom en het +huis van Nero, dat hij zich had laten bouwen, om de spelen te kunnen +bijwonen, tot het reusachtige Leonidaeon dat, met het Prytanaeum, de +beroemdste bezoekers ontving. Maar dat alles is thans niet anders dan +een opeenhooping van voetstukken, die daar eenzaam en verlaten staan +of van afgebroken zuilen, en men moet, als men niet in zijn diepste +wezen archaeoloog is, zulk een groote dosis verbeeldingskracht hebben +en zulk een goeden platten grond, om zich thuis te voelen te midden +van de vormlooze overblijfselen, die vaak ver van hun primitieve +standplaats zijn getransporteerd, dat we verlangen naar het zien van +meer wezenlijke dingen. + +Door resten van vestingen en byzantijnsche kerken naast romeinsche +fondamenten en helleensch beeldhouwwerk bereiken wij den heuvel Droeva, +waar een rijk bankier uit Athene, de heer Syngros, op zijn kosten +het Museum heeft laten oprichten, dat thans den prachtigen Hermes +van Praxiteles herbergt, die bijna ongeschonden werd teruggevonden +in het Heraion onder een dikke laag leem, naast de uitgezocht schoone +figuur der Gevleugelde Overwinning, in sierlijk stoute beweging haar +voetstuk verlatend. Het Hermesbeeld is gehouwen uit een schitterend +wit blok marmer; het schijnt mij het zuiverst ideaal van mannelijke +schoonheid te verwezenlijken, zooals het majesteitelijke hoofd zich +buigt in teederheid tot Dionysos, dien hij in zijn armen draagt, en +we gevoelen tegenover dit magistrale werk een zoo heftige ontroering, +dat we op eenmaal de teleurstelling vergeten, die over ons kwam op +het terrein van de opgravingen. + +De namiddag wordt besteed aan den tocht naar Patras met den spoorweg; +de warmte was eerst zoo hevig, dat we geen woord uitbrachten en in +stilte leden op de banken van de coupé; het landschap vlamt onder den +brand der zon, en arbeiders, naar den grond gebogen, met een doek om +het hoofd, waarvan ze de slippen tusschen de tanden vasthouden, komen +een oogenblik overeind, om ons te zien voorbijgaan. De locomotief +schijnt doordrongen van haar belangrijkheid; ze fluit geestdriftig, +alsof ze op haar persoon de bewonderende aandacht wilde vestigen. Als +al dat lawaai onzen gang maar bespoedigde! Maar daar moet men niet +op hopen, en het is hier recht duidelijk veel lawaai en weinig wol. + +En zwaar en eentonig gaan de uren voorbij; nauwlettend staat de +trein bij alle kleine stations stil, die vaak niet anders zijn dan +loodsen met een tafel op het perron, die als buffet dienst doet en +waar harde eieren, kaas en wijn zijn te krijgen, alles zwart van +vliegen en een geur verspreidend, die ver van lekker is. Eenige +fustanella's stappen in en uit; menschen, die niets te doen hebben +leunen tegen de hekken met halfnaakte, koperkleurige straatjongens; +er wordt gelachen, gepraat, en we staan soms zoo lang stil, dat ik +den tijd heb, prachtige margarieten te plukken, waarvan de heerlijke +frischheid ons een poosje verkwikt. + +Overigens komen, we nader bij de zee, waarvan ons juist als bij +Pyrgos reeksen van plassen scheiden; dit zijn de uitgestrekte +bezittingen van Manaloda, gedeeltelijk nog onbebouwd, toebehoorend +aan den troonopvolger. Rechts sluit de majestueuze Erymanthos, waar +de spoorweg omheen loopt, den horizon af met zijn rotsblokken, zijn +diepe kloven en donkere bosschen; de zon daalt langzaam naar de zee +en gaat er in rusten, als wij eindelijk aankomen, na door beddingen +van rivieren te zijn gegaan, bij het station Kato-Achaia, op den +zuidelijken oever van de golf van Patras, die we nu verder volgen. + +Het ondergaan van de zon heeft inderdaad in het Oosten iets +indrukwekkenders dan elders. Hier, waar de zee zich klein schijnt +te willen maken, om beter te kunnen doordringen in den chaos van +grootsche bergen, die haar omsluiten, is de tegenstelling van tinten, +de verschillende kleur der onderdeelen van het landschap werkelijk +verrassend. De reeds donkere massa van kaap Kalogria doet zich aan +ons voor en dekt de vlakte met haar schaduw; de geheel zwarte voet +van den Erymanthos wordt langzamerhand lichter naarmate we naderen; de +hoogten van Missolonghi, violet in hun middengedeelte, behouden op hun +toppen een zachtrose tint, die zich weerspiegelt in de gouden streep +over de golf. Alleen de ongeloofelijke helderheid en doorschijnendheid +van de grieksche atmosfeer kan de ontplooiing van zooveel pracht tot +stand brengen. Wij worden niet moede, die te bewonderen, tot eindelijk +de aankomst in de voorsteden van Patras te midden van de omgewoelde +graven ons opwekt uit de droomen van onze stille beschouwing. + +De gezant, die graag spoedig weer in Athene terug wil zijn, beslist +den volgenden morgen te willen vertrekken; maar hij geeft mij verlof, +er mijn verblijf te verlengen en machtigt mij zelfs, de interessante +punten te bezoeken van de noordkust van den Peloponnesus. Vroeg in +den morgen begeef ik mij dus naar het station, dat aan de haven is +gebouwd tegenover het hôtel waar wij den nacht hebben doorgebracht, +om bij het vertrek van mijn reisgezellen tegenwoordig te zijn. + +De lezer moet zich vooral niet voorstellen, dat Patras, de derde stad +van Griekenland, de eerste van den Peloponnesus, omdat ze tegenwoordig +50.000 inwoners telt, een van die mooie stationsgebouwen bezit, +zooals we in duitsche steden gewend zijn. O neen, zeker niet; het +meest bescheiden station van onze fransche spoorwegen is mooier en +vooral zindelijker dan de ellendige houten loods, ingesloten tusschen +de naburige huizen, waar reizigers en goederen opgestapeld worden in +de grootste wanorde. + +Een of twee wegen komen op den spoorweg uit, en de trein wacht geduldig +te midden van een nieuwsgierige menigte, tot eindelijk het sein wordt +gegeven voor het verder gaan. Het scheelt niet veel, of men zou zich +wanen op een dier lijnen in Afrika, waar enkel een eenvoudige paal de +halte aangeeft! En toch is dit de plaats, waar de meeste reizigers +uit Europa aankomen met bestemming naar Griekenland; ik vraag mij +af, hoe groot wel de verbazing moet wezen van de rijke toeristen bij +den aanblik van zoo'n tooneel en welk een onaangenamen indruk ze wel +moeten krijgen bij hun eerste aanraking met de gemeenschapsmiddelen +van dit land. + +Patras, megalomaan als alle andere steden, trotsch op zijn +belangrijkheid, schaamt zich over dezen staat van zaken; er is al +lang sprake van, aan de stad eindelijk een station te schenken, dat +beter aan de wassende behoeften voldoet; maar hier stuit men weer +als altijd op die vervelende geldquaestie, die de mooiste plannen +in den dop verstikt. Laat ons intusschen hopen, dat dit plan wordt +verwezenlijkt, en dat een rijk inwoner van Patras door een edelmoedige +schenking aan die dagelijksche vernedering een eind make, die telkens +samenvalt met het vertrek van den exprestrein naar Athene. + +Toen ik kort daarna alleen was gelaten, ging ik de moderne hoofdstad +van Achaja bekijken, die het tooneel is geweest van de ontscheping der +Franken onder Villehardouin en Champlitte en die ook het eerst werd +veroverd; ze is in het begin der vorige eeuw verwoest geworden, +maar heeft zich snel weer opgericht en werd herbouwd naar een +reusachtig plan. Daardoor lijkt ze nu nog bijna een doode stad +ondanks den vluggen aanwas der bevolking. De straten, die met +een liniaal getrokken schijnen, snijden elkaar alle rechthoekig +naar het voorbeeld der amerikaansche steden; er loopen breede, +marmeren trottoirs langs en er staan huizen met arcaden; groote, +eenzame pleinen, overschaduwd door peperboomen, verbreken van tijd +tot tijd de kunstmatige eentonigheid van die eeuwige rechte lijnen, +evenwijdig met of loodrecht staande op de kust. + +Ik volg een der in laatstgenoemde richting loopende, de +Sint-Nicolaasstraat, die in een zachte helling stijgt naar het +venetiaansche kasteel, van waar men een prachtig uitzicht heeft over +de groote wijngaarden, die een rijkdom zijn van het land, over de +golf van Lepanto, de kust van Aetolië en de Jonische eilanden. Er +is trouwens niets bijzonder merkwaardigs in dien hoop van muren, +waarvan het best bewaard gebleven gedeelte tegenwoordig als kazerne +wordt gebruikt. Ik daal weer naar beneden door de straatjes van de +hooge stad, waar ezeltjes, doorbuigend onder het te zware gewicht van +manden, die hun tegen de zijden hangen, voortgedreven worden door +kooplieden met groenten en vruchten. "Aurea kortaria, portokalia, +hier zijn mooie groenten, oranjes!" roepen ze in de openstaande +deuren der huizen, waar, voor hen maar al te dikwijls, slechts het +geblaf van een hond hun antwoord geeft. Iets lager verdwijnen twee +ongelukkige ezels onder den zwaren wirwar van takkebossen, die ze +in den vroegen morgen al hebben gehaald; er zijn er zooveel op hun +armen rug gestapeld, dat alleen de kop en de uiteinden der pooten te +voorschijn komen uit het struikgewas, dat breeder is dan de rijtuigen, +die moeten worden gepasseerd, een zonderlinge vertooning, enkele +schreden verder verdwijnend in het dichte stof van den weg. + +Het slaat op de douaneklok twaalf uur, als ik na de H. Andreaskerk te +hebben bezocht en haar wonderdadige bron, eindelijk aan de haven kom, +die beslist de eenige plek in de stad is, waar eenige levendigheid +heerscht. Pas ben ik gezeten op het terras van een café, tevens +restauratie van het hotel, of een heirleger van schoenpoetsers wil +met alle geweld mijn schoenen ontdoen van het stof, dat erop ligt. Ik +onderwerp mij, om er een eind aan te maken, en zet den voet op een +der kistjes, dat zonder omslag vóór mij wordt neergezet; maar er zijn +nog geen vijf minuten verloopen sedert het einde der operatie, die +inderdaad heel handig werd verricht, of andere loestroi, niet minder +ondernemend, verbeelden zich, dat de bewerking wel weer van voren af +aan kan beginnen. En gedurende al den tijd van mijn ontbijt houden +diezelfde aanbiedingen aan, die even lastig als overbodig waren en +waaraan eerst de komst van onzen consul een einde maakte. Ik ga in +haast opstaan, en we gaan naar een ontginning van wijnbergen in de +buurt, waarvan ik te veel goeds heb hooren zeggen, dan dat ik niet +zou wenschen de exploitatie eens in oogenschouw te nemen. + +Die onderneming is op het getouw gezet door Duitschers ten tijde van +de groote crisis in den wijnbouw door het optreden der phylloxera, +toen de aandacht der verbruikers werd gevestigd op de grieksche +wijngaarden. De wijn wordt er bereid naar europeesche voorschriften, +dus zonder toevoeging van hars natuurlijk. De uitvoer is dan ook +een voordeel geweest in de eerste jaren; al is hij langzamerhand +afgenomen, toen de wijngaarden, die van de plaag geleden hadden, weer +op hun verhaal kwamen, toch heeft de plaatselijke consumptie zich +gehandhaafd en is ook de verkoop in het Oosten zoo groot gebleven, +dat er winst wordt behaald met de wijnen uit den Peloponnesus, die +hier goed behandeld worden en die rijk zijn aan alcohol, als alle +wijnen uit het Zuiden. Ik doorloop de kelders, die mij op kleiner +schaal herinneren aan die van onze groote huizen te Bordeaux en in +Champagne; ik passeer de enorme fusten, Bismarck en Moltke gedoopt, +die de reserven van goede jaren bevatten, en ik luister met levendige +belangstelling naar de technische bijzonderheden, die mij een helder +inzicht geven in de goede economische vooruitzichten van dit land. + +Trouwens alles in Patras schijnt dat te beloven, en de geographische +ligging der stad op de plaats, waar de vlakten uitmonden, +die de vruchtbaarste deelen van den Peloponnesus zijn, zoowel +als de aanzienlijke handelsbeweging in de haven, waar de meeste +groote scheepvaartlijnen der Middellandsche Zee binnenkomen, +wijzen erop. Ongelukkig ontmoet men hier, evenals in alle havens +van het Oosten, een niet zeer prettig gezelschap. Op het tijdstip +van mijn eerste jaren in Griekenland hadden wij nog niet met dit +land het uitleveringstractaat gesloten, en Patras was de ingang +van het beloofde land, waar bandieten als madame Humbert en haar +beroemde bende, zeker waren van een veilige schuilplaats. Zoo waren +de binnenlandsche rooverijen, die zoo goed als geheel onderdrukt +waren door de gelukkige pogingen der regeering, vervangen door die van +misdadige vreemdelingen, zonder bezwaar binnengelaten in de haven. Men +zag er ontrouwe boekhouders aankomen, bezitters van groote geldsommen, +die ze kalmweg verteerden onder de oogen van den consul, die er niets +aan doen kon, en in gezelschap van een troep gewetenlooze menschen. + +Ik herinner mij, dat een van die belangwekkende personnages op een +dag bijna geheel geplunderd werd door den advocaat, aan wien hij +zijn geldelijke belangen had opgedragen; maar heel natuurlijk wendde +hij zich niet tot onze legatie,--want het was een Franschman,--om te +trachten weer in het bezit te worden gesteld van het geld, dat hij +zelf had gestolen! Hoe kan men zich trouwens verbazen over de bijna +volkomen straffeloosheid, waarvan die schurken profiteerden, als de +politie-autoriteiten zelven het voorbeeld gaven? Een zekere prefect +van politie uit Athene, die eens tot eenige maanden gevangenisstraf +was veroordeeld, die hij ook ongestoord uitzat, kan gerust beschouwd +worden als een oorzaak, dat eenvoudige burgers, om zoo te zeggen, +verontschuldigd worden, als ze de gewetensbezwaren over boord werpen, +die hen zouden kunnen terughouden van een oneerlijke zaak, waaruit +ze echter groote voordelen hoopten te trekken. + +Hoe het zij, zulke schandalen behooren nu bijna geheel tot het +verleden; Griekenland heeft begrepen, dat het zijn goeden naam in de +waagschaal stelde, en nieuwe uitleveringstractaten hebben in de laatste +jaren het recht doen zegevieren. Maar de bevolking der havens is +daardoor nog niet veel verbeterd; die levert nog aan de onruststokers, +en aan de politieke personen, die tegenstanders van de regeering +zijn, de troepen, die ze noodig hebben. Zij, die zich ontschepen in +den Piraeus, in Patras of in Syra, kennen die volksbetoogingen, die +van tijd tot tijd in die plaatsen tot bloedige tooneelen aanleiding +geven, en wat ik ervan zie dezen avond, is waarlijk niet geschikt, +mij vertrouwen in te boezemen. + +Zoo blijf ik den geheelen avond het gewoel aan de haven gadeslaan, +waar krachtige vuurtorens beginnen te stralen, en waar van tijd tot +tijd zich de stoomfluit laat hooren van de eene of andere vertrekkende +paketboot. Terwijl de mooie electrische trams heen en weer rijden, +de moderne opvolgers van de oude rijtuigen, getrokken door drie magere +paarden en in de nieuwere, in de laatste halve eeuw met veel woorden +verrijkte taal hipposiderodromoi genoemd, wandelen de elegante dames +van Patras, zeer aardig gekleed, op de esplanade en laten vriendelijk +haar persoontjes bewonderen en de sierlijkheid van haar toilet. Al +hebben ze niet allen de plastische schoonheid van de antieken, die +enkele van haar voorouders voor altijd beroemd hebben gemaakt, toch +moet erkend, dat ze over het algemeen zeer gracieus zijn en dikwijls +ook mooi, met haar mat teint, het aangename ovaal van haar gezichten +en de groote zwarte oogen, die ze stoutmoedig op de mannen vestigen. + +Daar ze nog al coquet zijn, volgen ze onze modes vooral in de +uitersten, want de grieksche vrouw is een aardig poppetje, die er +niet tegen opziet, aan haar toilet het grootste deel harer uitgaven +te besteden en ook niet, om 's avonds niets anders te nuttigen dan +olijven en een bescheiden ragoutje. Zij legt op die manier en op hare +wijze haar voorkeur aan den dag voor het leven naar buiten, dat in de +hoofdsteden zoo duidelijk aan den dag treedt, vooral in de minder heete +avonduren, als de heele bevolking wandelt op de fashionabele promenade. + +Een stralende morgenzon verlicht met haar stralen de reeds drukke +haven, als ik den volgenden dag Patras verlaat met den eersten trein +van dien dag. Daar verschijnt, nadat we de moerassige streken zijn +doorgereden, waar de berg Voïda zich verheft, de ingang van de baai, +voorbij welke de golf van Korinthe begint, en die ingesloten wordt +tusschen de beide kapen met aan elken kant de versterkte vestingen, +de oude kasteelen van Roemelië en Morea, thans in puin liggend. De +doorvaart, waarvan de breedte in den loop der eeuwen heeft afgewisseld, +is smaller geworden door een zandig strand, dat zich zeer ver uitstrekt +en dat de golf tot een lange binnenzee dreigt te maken. De weg gaat +dicht langs de kust en moet elk oogenblik over stroompjes gaan, die +nog niet geheel droog zijn in dezen tijd van het jaar, en op welker +oevers wijn wordt verbouwd. Nog een kaap, en op een hoogvlakte, met +cactussen begroeid, die steil naar zee afdaalt, ligt de oude stad +Aegion, waar ik mij voorstel de rest van den morgen door te brengen. + +De handel in krenten van uitstekende hoedanigheid heeft van de +plaats een der belangrijkste steden van den Peloponnesus gemaakt; +magazijnen en entrepots, ingericht in natuurlijke grotten aan den +voet der rotsen, liggen dicht bij den spoorweg en de haven, daarvan +alleen door een smal strand gescheiden. Ofschoon niet heel druk in +dezen tijd van het jaar, klinken er hamerslagen en wordt er gewerkt +aan het maken van duizenden kleine kisten, bestemd, om den oogst van +het jaar te ontvangen. Ik wensch van harte voor die brave lieden, +dat ze er binnen enkele maanden vele zullen kunnen vullen. Door een +lange straat als een trap, herinnerend aan die van Montmartre, bereik +ik de hooger gelegen wijken en bewonder voor de zooveelste maal het +prachtige panorama van de bergen van Phocis, die in de zuivere lucht +schijnen te trillen, aan de overzij van de blauwe golf; de baaien +worden rond als sierlijke schelpen, steile kapen vallen in zee, en het +majestueuze hoofd van den Parnassus, dat boven alle andere uitsteekt, +weerkaatst zich in de baai van Salona, door roode rotsen omzoomd. + +Hier is er weer feestvreugde onder de bewoners, want ik kom talrijke +groepen tegen in feestgewaad; het schijnt, dat de verjaring wordt +gevierd van den een of anderen plaatselijken heilige, aan wien men +echter veel minder schijnt te denken dan aan de traditioneele trata, +de vreugde van schieten en zingen. Maar ik heb geen tijd meer, +om naar het station af te dalen, waar de tweede en laatste trein +naar Korinthe wel spoedig zal passeeren. Al gauw gaat hij voorbij +en ik herken het lawaai van de passage over een ijzeren brug, waar +een riviertje, dat van den Erymanthos is neergedaald, onder door +stroomt. De berg sluit het dal af. Een half uur later zal de trein +aan het station Diakoptho zijn tegenover de diepe kloof, waarin het +beroemde klooster van Megaspileon is gelegen. + +Dit is het laatste uitstapje van mijn reis, en ik moet kiezen, als ik +vóór den nacht ter plaatse wil zijn, of ik de epileptische sprongen +wil genieten van een tandradspoortje of de hortende schokken van een +ezel. Als ik de stooten met elkander vergelijk, geef ik nog de voorkeur +aan de laatste, die onder andere voordeelen ook dit hebben, dat zij +mij een rijdier bezorgen, waarmee ik morgen naar Diakoptho kan gaan, +zonder dat ik in het klooster zal moeten wachten op den eenigen trein +van den dag. Ik dring dus zonder verder dralen in de woeste kloof, +die slechts eenige schreden van de zee verwijderd is. Eerst vind ik +er mooie olijfboschjes, dan rijst de weg onder eiken in een warreling +van myrten en andere planten van doordringenden geur. De schuimende +golven van de Erasinos breken op de enorme steenen, die ten gevolge +van den een of anderen schok losgeraakt zijn van den hemelhoogen +wand van rotsen, die over den stroom hangt. Het in de rots gehouwen +voetpad stijgt nu eens ver boven de bedding van de rivier, welker +geruisch nog slechts heel uit de verte en verzwakt ons oor bereikt, +en daalt dan weer plotseling tot vlak bij het water. + +Het profiel van een oude vrouw, die kastanjes inzamelt onder de boomen, +komt tusschen de steenen te voorschijn, en de reeds dalende zon bereikt +al niet meer de diepte der kloof.... "Grigora, gauw, gauw!" herhaalt +onophoudelijk de agoyate, die zooveel haast schijnt te hebben, dat +wij ons zelfs niet ophouden in het dorp Zakhloroe. Nog een zware +stijging, en eensklaps verschijnt tusschen de zwarte lijnen, die den +berg Cyllenus bedekken, verrassend het groote klooster, terwijl de +klok in de verlaten eenzaamheid zich laat hooren. + +Hoewel het reeds laat is, kan ik nog goed de zonderlinge groepeering +onderscheiden van de vele gebouwen, omgeven door een muur van meer +dan honderd meter. De gevel van het hoofdgebouw van metselwerk en +hout opgetrokken, vertoont vijf verdiepingen van vensters. Overal +zijn er houten galerijen aangebracht en wankele balkons, die in de +lucht schijnen te zweven, onregelmatige, blauwgekleurde, en vermolmde +koepels, of wel witte en roode, die als zwaluwnesten tegen den wand +aankleven. De aanblik is niet mooi, want het geheel is vervallen en +vuil van dit klooster, door de byzantijnsche keizers in de achtste eeuw +gesticht, en het maakt een vreemden indruk in het laatste licht van +den dag, nog te kijken door de dennen, die den berg kronen. Met beide +handen vóór den mond, richt de agoyate tot de monniken een plechtig +geroep; ik hoor het geluid van een venster, dat geopend wordt; een +stem is eenige oogenblikken aan het onderhandelen, zonder dat ik in +het minst kan vermoeden, waar ze vandaan komt; maar ik begin er toch +uit te begrijpen, dat ik welkom ben en dat ik uitgenoodigd word, om +binnen te komen en de buitentrap op te gaan. Dat is de hoofdzaak; +maar het vooruitzicht, hier te logeeren, lacht mij niet toe. Eén +voor één beklim ik nu de wankele treden, die meer of minder stevig +aan den rotswand zijn bevestigd en uitkomen bij een groote poort, +van schietgaten voorzien. Er worden grendels weggetrokken, kettingen +vallen neer en de deur draait eindelijk op haar verroeste hengsels. + +Het schijnt, dat oudtijds de reizigers genoodzaakt werden, hun wapens +in handen van den portier te laten, eer ze een pas binnen in het +klooster mochten zetten; die voorzichtigheid werd verklaard door +het feit, dat het klooster alleen door list kon worden vermeesterd, +en de geslachten van monniken, die elkaar opvolgen, hebben elkander +vroom dat consigne overgeleverd, tot nog voor zeer korten tijd, die +samenvalt met het verdwijnen van het rooverswezen. Maar tegenwoordig +komt een vriendelijk "Kalos crisete" uit een gastvrijen mond van +een geestelijke met een vilten muts, een kaars in de hand, die mij +dadelijk door een doolhof van cellen, trappen en galerijen, die in de +diepte der rots zijn gebouwd, naar een vijfde verdieping geleidt in +een groote, leege eerezaal, naar het schijnt de salon van den bisschop. + +Deze verschijnt weldra; zijn sympathiek gezicht van schoonen grijsaard, +omlijst door een langen, witten baard, glimlacht, terwijl hij mij +hartelijk begroet. Wij praten nu eens in het Grieksch, dan in het +Fransch, dat mijn gastheer vroeger een weinig heeft bestudeerd. Hij +betreurt het, dat zijn klooster zoo vervallen is, en dat de bevolking +onophoudelijk vermindert, zoo erg, dat de meesten der cellen thans +onbezet zijn. Beroofd van zijn beste inkomsten door de jongste wetten, +van zijn gezag beroofd door de verslapping van de tucht en door de +domheid van zijn monniken, zal het klooster van den Megaspileon, +eertijds het rijkste en voorspoedigste van Griekenland, in puin +vallen, en zijn totale verdwijning is misschien, zoo zei mij treurig +de priester, slechts een quaestie van jaren. + +Hetzelfde feit heeft mij getroffen, toen ik vroeger de beroemde +kloosters van de Meteoren in Thessalië bezocht, waar de regel van den +Heiligen Basilius, die oudtijds hun kracht uitmaakte, nauwelijks meer +toegepast wordt in onze dagen. Daar brengen, evenals hier, de monniken +hun dagen in ledigheid door; hun luiheid is voorbeeldeloos en het komt +hun bijna nooit in de gedachte, zich met handenarbeid bezig te houden +of aan werk met den geest hun tijd te wijden. De regeering heeft +gelukkig die instellingen dan ook tot een wissen dood veroordeeld, +omdat ze nadeel toebrengen aan de eer van het land en kweekplaatsen +zijn van onzedelijkheid. + +Onder het gesprek waren enkele leden van het kapittel binnen gekomen in +de blauw verlichte zaal; andere monniken komen achter hen aan, dragers +van schotels, waarop de ingewanden van schapen liggen te rooken, +gebraden op een houtvuur. Ik raak er nauwelijks aan, want die ragout, +die een eigenaardigen geur verspreidt, is al zoo weinig aanlokkelijk +mogelijk, en ik doe des te meer eer aan de glyco of confituren, die +onmiddellijk voorafgaan aan de onvermijdelijke koffie. De bisschop, +die volstrekt wilde dat ik aan den maaltijd deel zou nemen, welke +hem daarna afzonderlijk zou worden voorgezet, dwong mij, om zonder +groote geestdrift mij weer over te geven aan een nieuwe gastronomische +kwelling, terwijl een eenvoudig blikje sardines en een stuk brood, die +ik zorgvuldig had bewaard, mij vrij wat beter zouden hebben gesmaakt. + +Intusschen vroeg ik de kerk te mogen zien, die gewijd was evenals het +klooster aan Maria Hemelvaart. Ik werd daar naar een nis gebracht, +waar het wonderdoende beeld werd bewaard van de H. Maagd, dat door de +traditie aan den H. Lucas wordt toegeschreven en welker macht ten tijde +van den Onafhankelijkheidsoorlog de Turken deed aftrekken. Het is er +koud als in een kelder, en de kille vochtigheid binnen in de kapel, die +in de rots is uitgehouwen, verklaart, hoe de wanden hier en daar met +mos zijn bedekt en hoe het houtwerk overal schimmels vertoont. Eenige +oude mozaïeken, die geheel groen uitgeslagen zijn, vormen den vloer van +het schip der kerk, en mijn schaduw glijdt erover bij het flikkerend +licht der kaarsen. Wat een ellende en welk een droevig verval! + +Met een waarlijk gul gemoed werp ik in de bus, die daarvoor dient, de +offerande, waar de ongelukkige monniken niet ongevoelig voor zijn, en +langs een nog vermolmder trap dan de vorige bereiken wij, mijn gidsen +en ik, de reusachtige kelders, die diep onder den grond liggen. Hun +goede naam reikte vroeger zeer ver, want in den tijd van den bloei +van het klooster werden er groote hoeveelheden bewaard van een wijn, +die beroemd was door het geheele land. Thans liggen er nog vaten en +fusten van enormen omvang langs de muren; maar ze bevatten slechts +den bescheiden crassi resinato, die voldoet aan de tegenwoordige +behoeften der gemeenschap. + +En wij gaan weer naar de bovenverdiepingen door cellen heen, waar vier +of vijf monniken dommelen op hun bedden; ook laat men mij nog een +vertrek zien, dat als een moesjarabieh gebouwd is over den stroom; +het is de bibliotheek, waarvan de vensters op den tuin uitzien. Ik +blader er in een paar theologische werken, die door elkander liggen +in hun kisten met oude perkamenten, welke de ratten naar hun smaak +moeten vinden, te oordeelen naar den beklagenswaardigen toestand +waarin ze zich bevinden, en eindelijk zijn we in den salon van den +bisschop terug, waar het avondeten ons wacht. + +Mijn gastheer heeft aan zijn tafel ook den monnik genoodigd, die mij +door het klooster heeft begeleid, en verontschuldigingen makend over +de bescheidenheid van het maal, verzoekt hij mij tegenover hem plaats +te nemen. + +Zou ik wezenlijk aan de grieksche keuken wennen? Zeker is het, dat ik +eer bewijs aan de tomatensoep, waar groote sneden maïsbrood in drijven, +aan den pilau met gestremde melk en vooral aan het lamsvleesch, +gekruid met smakelijke toekruiden. Onder den maaltijd liet ik mij +verleiden, mijn gastheer een verhaal te doen over een ervaring, die +ik pas had gehad. Het was de volgende. Toen ik op een avond langs een +verschrikkelijk slechten weg mij naar het station Kalabaka begaf, waar +ik den trein naar Volo moest nemen, bemerkte ik plotseling, dat mijn +horloge en ketting, twee familiesouvenirs, waar ik bijzonder veel aan +hechtte, verdwenen waren. Er aan wanhopende, ze nog terug te zullen +krijgen en ze te vinden onder de struiken en niet veel lust hebbend, +de agoyaten en gendarmen, die mij vergezelden, in vertrouwen te nemen, +haastte ik mij, bij aankomst dadelijk mijn verlies aan den stationschef +mede te deelen. Deze, agent van een half fransche maatschappij, die +van de thessalische spoorwegen, liet een agoyate op zijn kantoor komen +en een gendarme, wier oogen schitterden op het hooren van de beloofde +belooning. Nauwelijks waren de noodige aanwijzingen gegeven, of ze +gingen beiden als pijlen uit bogen heen naar den weg over de bergen, +zonder zich te bekommeren om hun metgezellen, die verbaasd toekeken +en die met opzet niet op de hoogte waren gebracht. + +En ik sloeg vol onrust den weg naar Athene in. Maar ik was nog niet +te Volo aangekomen, of een telegram berichtte mij, dat mijn bezit +in een holte van de rotsen was teruggevonden, waarin het zeker was +terechtgekomen bij de huppelende sprongen van den muilezel. Den +volgenden dag was het weer in mijn handen en ik haastte mij, mijn +schuld af te doen. Ik had mijn blijdschap zeker in lyrische termen +geuit, want de begiftigden, trotsch op den hun toegezwaaiden lof, +haastten zich, mijn brief te publiceeren in een Thessalische courant +met het uitvoerig verhaal van mijn ongeluk. Van Volo ging het nieuwtje +naar Athene, waar de pers zich er ook van meester maakte, om de +helleensche eerlijkheid te prijzen, die zoo onrechtvaardig wel eens +in twijfel wordt getrokken, en ik genoot sinds dien een luiden roep +van philhellenisme, die mij geen nadeel deed. Na de koffie wordt de +narghilé gebracht, en toen die eindelijk was uitgegaan, was het laat +geworden en daar ik al om vier uur in den morgen weer op weg wilde +gaan, neem ik afscheid van mijn gastheer en laat een klein sommetje +achter, om, zoo mogelijk, zijn klooster te helpen in stand te houden; +daarna ga ik naar mijn kamer, versierd met geweren, degens en tapijten, +om er te rusten, tot de agoyate aan mijn deur komt kloppen met de +mededeeling, dat het tijd is, ons weer op weg te begeven. + +Dienzelfden avond kom ik in Athene terug, na nog eens weer de landengte +van Korinthe te zijn overgegaan. Eenige maanden later verliet ik voor +goed Griekenland en nam in mijn hart naar de nevelen van het Noorden, +waar het lot mij heen riep, de herinnering mee aan de schoone horizons +en het heerlijke licht van het zuidelijke land. + + + + + +End of Project Gutenberg's Om en door den Peloponnesus, by B. de Jandin + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OM EN DOOR DEN PELOPONNESUS *** + +***** This file should be named 24448-8.txt or 24448-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/4/4/4/24448/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/24448-8.zip b/24448-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..05354fd --- /dev/null +++ b/24448-8.zip diff --git a/24448-h.zip b/24448-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b46a130 --- /dev/null +++ b/24448-h.zip diff --git a/24448-h/24448-h.htm b/24448-h/24448-h.htm new file mode 100644 index 0000000..d3c0ac0 --- /dev/null +++ b/24448-h/24448-h.htm @@ -0,0 +1,3395 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>Om en door den Peloponnesus</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="B. de Jandin"> +<meta name="DC.Creator" content="B. de Jandin"> +<meta name="DC.Title" content="Om en door den Peloponnesus"> +<meta name="DC.Date" content="#####"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> +/* Standard CSS stylesheet */ + + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} + +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} + +.index +{ +font-size: 80%; +} + +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} + +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} + +h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; + +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} + +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} + + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} + +.epigraph .bibl +{ +text-align: right; +} + +.epigraph .poem +{ +margin-left: 0; +} + +.epigraph .line +{ +margin-left: 0; +text-indent: 0; +} + +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} + + +.red +{ +color: red; +} + +.displayfootnote +{ +display: none; +} + +div.footnotes +{ +margin-top: 1em; +padding: 0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align:left; +width:2em; +} + +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ +font-size: 80%; +} + + +.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + + +.caps +{ +text-transform:uppercase; +} + +.fraktur +{ +font-family: 'Walbaum-Fraktur'; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} + +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} + +.poem +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + +ul { list-style-type: disc; } +ol { list-style-type: decimal; } +ol.AL { list-style-type: lower-alpha; } +ol.AU { list-style-type: upper-alpha; } +ol.RU { list-style-type: upper-roman; } +ol.RL { list-style-type: lower-roman; } +.lsoff { list-style-type: none; } + +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } + + + + + +/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml +" */ + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + +p.dropcap:first-letter +{ +color: #001FA4; +font-weight: bold; +} + + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Om en door den Peloponnesus, by B. de Jandin + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Om en door den Peloponnesus + De Aarde en haar Volken, 1909 + +Author: B. de Jandin + +Release Date: January 28, 2008 [EBook #24448] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OM EN DOOR DEN PELOPONNESUS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="body"> +<div class="div1"><a id="d0e84"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e84">137</a>]</span><h2 class="normal">Om en door den Peloponnesus.</h2> +<p class="byline">Naar het Fransch van <span class="smallcaps">B. de Jandin</span>. +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-137.jpg" alt="Het uit lage huizen bestaande moderne Korinthe." width="720" height="235"><p class="figureHead">Het uit lage huizen bestaande moderne Korinthe.</p> +</div><p> + + +</p> +<p style="
 background: url(images/ia1909-137.gif) no-repeat top left;
 
 padding-top: 60px;
 "><span style="
 float: left;
 width: 95px;
 height: 90px;
 background: url(images/ia1909-137.gif) no-repeat;
 
 background-position: 0px -60px;
 
 text-align: right;
 color: white;
 ">A</span>ls men voor de eerste maal in een onbekend land aan wal stapt, volkomen verschillend van de streken die men kent, gebeurt +het niet zelden, dat de indrukken uit den eersten tijd het levendigst zijn en ook het meest juist blijken, omdat ze volkomen +natuurlijk en spontaan zijn. Zoo is mijn indruk van de aankomst te Athene, waar ik de betrekking van attaché bij onze legatie +zou waarnemen, diep in mijn geheugen gegrift. Ik was inderdaad bewogen door de oneindige majesteit van de ruïnen en de grootschheid +der mij omringende herinneringen aan het verleden, maar veel dieper troffen mij nog de troostelooze dorheid van Attica, die +cirkel van bergen, op welker kale toppen geen aasje van plantengroei zichtbaar is, de aanblik van die vlakte, uit niets dan +stof en steenen bestaande, waar enkele vergroeide olijven hier en daar een plekje schaduw werpen, de dorre beddingen van de +Kephisos en Ilissus vol brandend heete steenen en de droeve verlatenheid van een natuur die wonderlijk wel harmoniëert met +de wankelende gebouwen der doode beschavingen. + +</p> +<p>Daarentegen viel er te bewonderen de verrassende helderheid der atmosfeer, waardoor men met het bloote oog heel in de verte +de minste oneffenheden van het terrein, de verschillende berggroepen en de minste bochten der rivier kan volgen. Dat mooie +licht van het Oosten, die vlammengloed der zon, schept de heerlijke kleuren van zacht rose tot geel, van geel tot rood, tot +violet en donkerblauw, die leven bijzetten aan het antieke marmer der tempels en over de witte, schitterende gebouwen van +het moderne Athene een glans spreiden, waardoor ze passen bij het warm getinte geheel. + +</p> +<p>De meeste Hellenen, aan wie ik mijn gewaarwordingen meedeel, vertellen mij, dat er in hun land streken zijn, waar de natuur +zich minder zuinig toont met haar goede gaven dan in de buurt der hoofdstad. “Ga naar den Peloponnesus,” voegen ze mij toe, +“daar zult ge platanen vinden en eiken bij duizenden; ge zult door provincies reizen, waar ge slechts met moeite u door de +planten een weg kunt banen, ge zult wouden aantreffen van moerbeiboomen en olijven, en ge zult er de vreemdste indrukken krijgen +van een beschaving, die nog primitief is, gevoegd bij de genietingen, u verschaft door de stralende zuiverheid van onzen hemel +en de pracht van onze ruïnen.” + +</p> +<p>En ziehier hoe het komt, dat ik na een vol jaar verblijvens in Athene, moe van het woestijnachtige landschap, besloot om, +zonder mij te bekommeren om de overdrijving, eigen aan het grieksche volkskarakter, waardoor ze alles bekijken in een licht, +dat wel wat lijkt op dat van hun neven te Marseille, in Morea eens te zien of werkelijk Griekenland geen vervolg is op de +Sahara in Europa. Ik verkreeg gemakkelijk van mijn chef verlof, eenige dagen op reis te gaan, en zoo ben ik op een stralenden +lentemorgen op weg naar den Piraeus, waar ik de boot zal nemen, die mij naar Korinthe zal voeren. + +</p> +<p>Het is Goede Vrijdag, op het uur, waarop de menigte der geloovigen te Athene en in den Piraeus naar de byzantijnsche kerken +begint te stroomen, die gewoonlijk microscopisch klein zijn en waar al gauw de ondragelijke waslucht zich vermengt met slechte +odeurs en een verstikkende hitte. Het is nog geen zeven uur, en reeds zitten de café’s aan de haven vol menschen. Sommigen +slurpen met kleine teugjes de beroemde donkere koffie uit het Oosten, die op elk uur van den dag en den nacht welkom is; anderen +stellen zich tevreden met een glas frisch water; de meesten gebruiken in het geheel niets of rooken rustig hun narghilé, die +op het trottoir staat. + +</p> +<p>Want werkelijk wordt hier een café beschouwd als een openbare plaats, waar ieder vrij mag binnengaan, <a id="d0e109"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e109">138</a>]</span>zonder daarom gehouden te zijn, er iets te gebruiken. Het is de moderne agora, waar de Griek, die in dat opzicht de overlevering +der Ouden heeft behouden, langen tijd kan zitten in de drukte van hartstochtelijke politieke discussies. De plaatselijke bladen +of de couranten van de hoofdstad zijn in aller handen, en luidruchtig laat men de vragen van den dag die voor het oogenblik +de openbare aandacht boeien, over de tong gaan. Het geknoeide papier gaat van de eene hand in de andere; hier uit er een zenuwachtig +zijn verontwaardiging, daar slaat er een ander de bloedige daden van Bulgaren en Macedoniërs aan den schandpaal, en ginds +roept er een de regeering ter verantwoording, wier vrienden en vijanden elkander met felle woorden te lijf gaan. Die menschen +worden werkelijk dronken van hun eigen woorden; hoe minder ze drinken, des te opgewondener worden ze. Hoe zou het wel zijn, +als ze al den tijd, dien ze aan hun tafeltjes doorbrengen evenals in het Noorden velerlei soorten van gegiste dranken gebruikten! + +</p> +<p>Intusschen heeft het rijtuig mij afgezet bij de aanlegplaats in den Piraeus, welke pier vernuftig is gebouwd bij de uitmonding +van een riool. De kleine schoenpoetsers of loustroi, die in Griekenland uit het plaveisel zelf schijnen op te komen, dringen +om mij heen in de hoop, mijn schoeisel onder handen te mogen nemen, dat toch volkomen vlekkeloos is, en de roeiers betwisten +elkaar onder een concert van vloeken de twijfelachtige eer, mij naar het schip te brengen. Enkele riemslagen bevrijden mij +van die ondernemende lieden en weldra beklim ik de wankele trap, hangend langs de zijde van de Haghios-Nikolaos, op het punt +van naar de landengte te vertrekken. Daar de overtocht maar kort zal duren, behoef ik mij gelukkig niet te bekommeren om het +krijgen van een hut, als men dien naam mag geven aan de ongemakkelijke hokjes van het tusschendek rondom de algemeene tafel +en daarvan alleen gescheiden door een gordijn. Snel loop ik door de bonte menigte, die in de gangpaden staat en begeef mij +naar het dek, waar ik hoop te ontkomen aan de verschillende uitwasemingen om mij heen. + +</p> +<p>Helaas, ik ontvlucht de menschen, om bij de dieren aan te landen! Honderden schapen en lammeren, die al sedert den morgen +aan boord zijn, worden met ons naar Korinthe vervoerd, om er den volgenden dag te worden geslacht en het Paaschmaal te vormen +voor de Palikaren. Onmogelijk een plaatsje te vinden te midden van de kudde, die het dek in een viezen, stinkenden poel heeft +veranderd. Vastbesloten, zooveel mogelijk van den overtocht te profiteeren, bespeur ik daar tot mijn groote vreugde een ledig +vat, dat door een gezegend toeval in een hoek is blijven staan. Ik baan mij een doortocht door de dichte groepen van mijn +zonderlinge reisgezellen, en dan mijn valies achter in de ton zettend, kruip ik in die grappige schuilplaats en ben daardoor +beveiligd tegen een hinderlijke buurschap, terwijl de geest van Diogenes om mij waart. + +</p> +<p>Al spoedig begint de schroef te wentelen; langzamerhand beginnen de praatjes. Men wijst elkaar met den vinger den Gallos, +den Galliër, die daar zit uit te kijken, en ik kan wel gissen, dat ze mijn denkbeeld vreemd vinden, om zoo den overtocht van +drie uren te doen. Maar dat kan mij niet schelen; ik ben nu in de beste luim en geniet van de schoonheid van het tooneel rondom +mij. Badend in de morgenzon, wordt de vlakte van Athene al kleiner achter ons. Op den achtergrond van den kring van Parnassus, +Pentelicon en Hymettus teekent zich de voorgevel van het Parthenon schitterend af tegen het blauw van den hemel, terwijl rechts +de verlaten en rotsachtige oevers van Salamis voorbijgaan en links het eiland Aegina, beheerscht door de zuilen van zijn beroemden +tempel, als een vooruitgeschoven post den weg naar de Cycladen verspert. De lucht is ijl, en het diepe donkerblauw van de +zee vertoont hier en daar sierlijke zuilen of rookpluimen van stoombooten. + +</p> +<p>Reeds gewonnen door de glanzende schoonheid van de oostersche natuur, begin ik onder de bekoring te komen van een groote intellectueele +rust. Hoe heerlijk is het, met niet anders dan een paard, een valies en een goede deken door de wijde ruimten te trekken, +te kunnen stilhouden, waar men wil, te slapen, waar de nacht u overvalt, te droomen onder olijven aan den oever van een zingend +beekje, terwijl een boer in de buurt langzaam het grieksche lied neuriet, dat den grooten strijd voor de onafhankelijkheid +in het geheugen roept. De hitte van den middag doet zelfs het snerpend gepiep van de krekels zwijgen, en onderwijl treden +ons voor den geest de Oudheid met haar legenden, de Middeleeuwen en de fransche heldenzangen van een Villehardouin en Champlitte. +Men ontmoet bij iedere schrede het onverwachte, ja, waarlijk hier is stof, die hart en geest in feeststemming brengt van dengene, +die, als ik, gezonde en sterke ontroering zoekt en ze hoopt te vinden in dit land, dat vroeger werd verhelderd door burgerdeugd +en moed en door den eenvoud van zeden der Spartanen, wier stoïsche lijdzaamheid het, tusschen twee haakjes, goed zal zijn +na te volgen. + +</p> +<p>Terwijl ik zoo aan het droomen ben, passeeren wij de westpunt van Salamis; op groote hoogte gaat langs de berghelling een +trein van de lijn Patras-Athene; de rook teekent de duizenden bochten van de steile oevers en blijft lang zichtbaar in de +stille lucht. Dan wordt de kust lager; we komen bij de landengte in het gezicht van Kalamaki, een ellendig visschersdorp, +bij den ingang van het kanaal, waar we eenige oogenblikken moeten stoppen voor de vereischte formaliteiten van de doorvaart. + +</p> +<p>Van hier gezien, maakt het kanaal van Korinthe werkelijk een zonderlingen indruk. Twee wanden, zoo loodrecht, dat de breedte +der spleet boven bijna niet breeder is dan beneden, ter gemiddelde hoogte van 50 meter, begrenzen den zes kilometer langen +doorgang, die 22 meter breed is en door den gelen, onvruchtbaren grond loopt tusschen de Saronische Golf en die van Lepanto +aan de andere zijde, daarginds waar men het uitzicht heeft op de bergen van Phocis. Alles is rustig, alleen wordt de stilte +verbroken door het geblaat van de lammeren, die te Kalamaki wachten op het voorbijgaan van de eene of andere boot en hun smart +schijnen mee te deelen aan de trieste collega’s van de Haghios Nikolaos. + +</p> +<p>Eindelijk gaat de stoomfluit; de rechten zijn geïnd, wij varen het kanaal binnen; plotseling verdwijnt de zon, alsof er een +gordijn voor werd getrokken; <a id="d0e125"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e125">139</a>]</span>we gaan met zeer langzame schroefslagen vooruit, want de diepte van het kanaal is zoo gering, dat men ieder oogenblik moet +vreezen, aan den grond te raken. Ik heb later zelfs vernomen, dat tijdens de vaart het verstandig is te zwijgen, terwijl de +fluit zich niet mag laten hooren, en dat wel om de weinige stevigheid van de wanden, die, in vrij losse aarde aangelegd, de +bedoelde steile afsluitingen vormen en met het oog op de zuinigheid zoo zijn gebouwd. Alles aan deze onderneming trouwens +verraadt de zorg, die men had, om geen te groote kapitalen aan te spreken. Het faillissement van de maatschappij, die reeds +in 1822 met de werkzaamheden was begonnen, onder de leiding van den hongaarschen generaal Türr, onlangs gestorven na een leven +van buitengewone avonturen, heeft zeker de helleensche maatschappij voor oogen gestaan, toen ze eindelijk, zoo goed en zoo +kwaad, als het ging, het denkbeeld volvoerde van de doorboring van de landengte, dat Nero al koesterde. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-139.jpg" alt="Tusschen de kanaalwanden." width="698" height="541"><p class="figureHead">Tusschen de kanaalwanden.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De zaak is inderdaad altijd treurig geweest en is dat nog; er gaan niet veel schepen door, want het gevaar van vastraken maakt +het voor schepen van niet al te weinig tonneninhoud onmogelijk, zich te wagen aan de doorvaart van die slecht onderhouden +en zelden uitgebaggerde wateren. Ze geven er altijd de voorkeur aan, als ze zich van de eene zee naar de andere willen begeven, +den Peloponnesus om te varen en de meerdere uitgaven goed te maken door een lading van grooter waarde zonder gevaar voor stranding +en zonder tolrechten. Zoodat de onderneming moeite heeft, rond te komen, haar agenten te betalen, voor de verlichting van +haar vuurtorens te zorgen en de andere kosten te dragen en dat ieder vooruitzicht op verbetering, dat noodzakelijk kosten +mee moet brengen, moet worden ter zijde gesteld op straffe van dadelijk faillissement. + +</p> +<p>Intusschen gaat de Haghios Nikolaos voorzichtig verder. Daar hebben we de brug, waar de spoorweg naar Korinthe over gaat; +wij kunnen enkele herders over de leuning zien hangen, om in de diepte te kijken en ons nieuwsgierig te beschouwen, want de +aanblik van een schip, dat door het kanaal vaart, is zeldzaam genoeg, om de aandacht te trekken. Eindelijk wordt het scherm, +dat ons van de wereld afscheidt, lager; de betrekkelijke duisternis, waarin wij gedompeld waren, maakt langzamerhand plaats +voor helder licht en weldra voor den fellen zonneschijn, toen ons schip uit de kloof te voorschijn kwam, om zich dadelijk +links te wenden naar het dichtbij zijnde Korinthe. + +</p> +<p>Die eertijds zoo beroemde stad maakt van hier een klagelijken indruk; ik zie, naarmate we nader komen, een opeenhooping van +lage huizen, die een 4000 of 5000 menschen kan herbergen, eenige straten zonder trottoirs, een ellendig station, alles grijs +en somber van tint. De omstreken van de landengte aan dezen kant van het kanaal zijn al even woestijnachtig als aan de zijde +van de Saronische Golf. Tegenover Korinthe verrijst een groote, akelig kale berg, aan welks voet Loutraki ligt; achter de +stad naar het Zuiden staat de indrukwekkende rots van den Akrokorinth. Maar de kust naar het westen is groen, want daar beginnen +de wijngaarden, waar men binnen enkele maanden de heerlijke korinthische druiven zal oogsten, de kleine, die als krenten het +hart van iedere goede angelsaksische huishoudster verheugen. Het is elf uur in den morgen; de boot gaat nu niet meer vooruit +dan met de reeds verkregen snelheid, en ofschoon we nog niet geheel stil liggen, kan het koeltje uit zee maar juist genoeg +de hitte temperen van de in Griekenland reeds brandende Aprilzon. Wat zal het zijn, als ik straks den Akrokorinth zal bestijgen? + +</p> +<p>Plotseling klinkt een geluid van het ontrollen van een ketting; men heeft het anker uitgeworpen; dus wordt het tijd, dat ik +mijn vat verlaat. Ik stap over de poelen van het dek en daal af naar de lagere terreinen, waar de gewone luidruchtigheid heerscht, +die bij elke lading in dit land voorkomt. Ieder haast zich naar de veelkleurige zakken en pakken, die in vuile poelen en vet +rondslingeren, van alle kanten hoort men uitroepen, en de buitensporigste bewegingen doorklieven de lucht. Men <a id="d0e140"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e140">140</a>]</span>baant zich een weg en duwt zonder omslag ieder, die het ongeluk heeft u in den weg te komen. Ik doe als de anderen, maar rustiger, +en eindelijk ben ik daar, waar de booten wachten op passagiers, om hen naar den wal te brengen. En weer zijn er hevige disputen +te midden van de onontwarbare roeiriemen, die hun best doen, om zoo dicht mogelijk tot de scheepsladder te naderen, dienstaanbiedingen +met de hand op het hart, smeekende “kyrie’s”, in één woord de strijd om de drachmen in al zijn rauwe werkelijkheid. Een bonte +menigte vult de booten, en na enkele oogenblikken ben ik aan land ten prooi aan een wolk van loustroi of dragers, die mij +alles ontnemen zouden, wat ik bij mij heb, als ik er mij niet met hand en tand tegen verzette. + +</p> +<p>Het door mij gekozen hotel leek nog al goed, en de eigenaar, die een beetje Fransch brabbelt, meent mij te moeten ontvangen +met vurige betuigingen van toewijding, die ik afsnijd door terstond naar den Akrokorinth te vertrekken, voorzien van eenig +proviand, dat ik onderweg denk te gebruiken. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-140.jpg" alt="Zuilen van den tempel van Aphrodite." width="720" height="484"><p class="figureHead">Zuilen van den tempel van Aphrodite.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Ik neem plaats in een van die ouderwetsche landauers, met wapens overdekt, waarmeê men zegt, dat de Duitschers een groot deel +van de krenten, die ze koopen, betalen. Die ongelukkige voertuigen, die ongetwijfeld in hun jeugd de menschen hebben gereden +die men tot de grooten der aarde rekent, hebben inderdaad hier op de gruwelijke wegen van Griekenland, waar ze spoedig geruïneerd +zijn, een treurig einde. En terwijl ik bij het rijden door de stad aan dien droevigen loop der dingen hier beneden denk, wordt +mijn aandacht plotseling getrokken door een gebouw van bescheiden voorkomen met groote staven voor de vensters. Het schijnt +de gevangenis van Korinthe te wezen, maar men moet het mij uitdrukkelijk zeggen, eer ik het kan gelooven. Achter de tralies +staan halfnaakte mannen te kijken naar de kleine voorvallen op straat; ze schelden op de voorbijgangers, die ze kennen, en +vragen aan de vreemdelingen om aalmoezen. In de vuile, donkere zalen zijn sommigen bezig in de afschuwelijk slechte lucht +kleine houten voorwerpen te maken, anderen, die luier zijn, rooken kalm hun sigaret, hun door vrienden gebracht. En de ambtenaar, +die het toezicht heet te houden over deze interessante wereld, wandelt onverschillig heen en weer; hij heeft zijn geweer binnen +neergezet en maakt nu en dan vóór zijn wachthuisje een praatje met de gevangenen, den elleboog leunend op de vensterbank. +Dat lijkt al heel weinig op een repressiemaatregel, als men zoo’n vrijheid toelaat, en ik vermoed, dat de bedreiging met deze +gevangenis niet veel indruk zal maken op het gemoed van de lieden. Het moet erkend, dat het juist zoo gaat bij bijna alle +volken van het Zuiden, waar alles huiselijk toegaat in die dingen, en waar het met de zedelijkheid toch niet zooveel erger +of beter is gesteld dan in onverschillig welk noordelijk land. + +</p> +<p>We bevinden ons enkele oogenblikken later op den weg, die naar het sombere plaatsje voert, dat Paleo-Korinthos heet, en waar +een aardbeving in het midden van de vorige eeuw groote verwoestingen aanrichtte, waarna het tegenwoordige Korinthe aan zee +is gebouwd. Van de grootheid uit veel vroegeren tijd is niets meer over; de stad van 300 000 inwoners, wier roem de gansche +wereld vervulde, al viel er misschien wel wat op af te dingen, is door de aanvallen <a id="d0e153"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e153">141</a>]</span>der barbaren, Franken en Turken, zoo goed als met den grond gelijk gemaakt, zoo dat enkel een paar zuilen van een tempel, +die, denkt men, aan Aphrodite gewijd was, nog een rest zijn van oude glorie. + +</p> +<p>Daar draait mijn koetsier, mijn amaxa, zich om, ten einde er mij opmerkzaam op te maken, dat we nu op het plateau komen; plotseling +zie ik de roode zuilen van den tempel te voorschijn komen met den machtigen Akrokorinth op den achtergrond. De gekanteelde +muren, die van beneden zichtbaar zijn, steken tegen den vlammenden hemel af: “Poly, poly aureo, zeer, zeer mooi!” roept mij +de waardige Helleen toe, met alle teekenen van een echte geestdrift, die inderdaad gevoeld wordt, en waarin de hartgrondige +wensch zich uit, dat ik zijn kinderlijke bewondering voor de nationale schoonheden moge deelen. + +</p> +<p>Ik heb vaak opgemerkt, dat de Griek, tot welke klasse van de maatschappij ook behoorend, vast overtuigd is, dat alles, wat +er op den bodem van zijn geboorteland te vinden is, prachtig en heerlijk is, zonder weerga, en dat, als de vreemdeling het +daar niet mee eens is, hij zich schuldig maakt aan de misdaad van Hellenisme-schennis. Dat is een zeer lofwaardig vaderlandsch +gevoel, gevoegd bij een kinderlijkheid, die een der kenmerken is van het ras. Mijn gids is zich zonder twijfel maar zeer flauwtjes +bewust van de redenen, die hem in opwinding brengen; maar hij geeft er zich heel goed rekenschap van, dat hier een vreemdeling +is en dat die man volstrekt in geestdrift moet worden gebracht en dat hij daar duidelijk blijken van moet geven. + +</p> +<p>Het landschap is trouwens van zulk een woeste schoonheid, dat het mij geen oogenblik moeite kost, om in den toon te blijven; +ik stap uit het rijtuig en wachtend tot het paard, dat mij aanstonds het steile pad van den Akrokorinth zal opvoeren, is aangekomen, +zet ik mij er toe, om eer aan te doen aan de harde eieren, mij door mijn hoteleigenaar meegegeven. Overal zie ik heidestruiken, +waaronder zich graven en doodengrotten verbergen; ik koos een der heuveltjes uit, mogelijk wel dat, waar Paulus volgens de +overlevering zijn Brief aan de Korinthiërs heeft geschreven. Die hadden, naar het schijnt, behoefte aan een zedepreekje, om +hen in hun weelde wat in toom te houden. De Korinthiërs van tegenwoordig zouden niet veel hebben aan een dergelijke toespraak. +Over dat alles dacht ik bij mijn frugaal ontbijt onder het gesjirp der krekels, die dronken waren van den zonneschijn en het +warme heidekruid. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-141.jpg" alt="Afscheiding van het koor in een byzantijnsche kerk." width="576" height="720"><p class="figureHead">Afscheiding van het koor in een byzantijnsche kerk.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De velden zijn bijna geheel verlaten; alleen ploegen twee ossen, gespannen voor een primitieven ploeg, een armoedig stukje +grond; overal elders is het land verlaten. De landverhuizing, die de hooge plateau’s van den Peloponnesus ontvolkt, begint +hier ook al haar uitwerking te doen gevoelen; de economische crisis, die de laatste jaren op de druiven van Korinthe heeft +gedrukt, heeft reeds een deel van de noordkust ontvolkt. En toch is de bodem hier minder dor en onvruchtbaar dan in de streken +van het midden, waar de grond zijn bewoners niet kan voeden, zoodat ze in massa hun land verlaten, om naar Amerika te gaan +in de hoop, daar een spaarduitje te kunnen maken. Ze houden verblijf in de groote steden van het Noorden en houden er zich +bezig met <a id="d0e168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e168">142</a>]</span>de kleine bedrijven, bij voorbeeld dat van bloemenverkoopers. Daar ze zeer matig zijn en weinig behoeften kennen, bovendien +verstandig en zuinig, gebeurt het niet zelden, dat ze na een vijf- of tiental jaren terugkomen met de enkele duizenden drachmen, +waarvan ze zullen kunnen leven. Want al die emigranten, in tegenstelling met Italianen en Angelsaksers, keeren terug; men +zal ze zelden of nooit zich zien vestigen in het vreemde land; hun familie blijft in Griekenland en niets is roerender te +zien dan het geduld, waarmee de vrouwen en kinderen en de grijsaards hopen op den terugkeer van dengene, die hun droevig lot +van ontbering zal verbeteren. + +</p> +<p>In dien tusschentijd kwijnen de stumpers in ellende; het lijkt wel, dat in sommige dorpen geen enkel valide man is overgebleven; +de velden zijn verlaten en de landen blijven braak liggen, ook als er zeer goed iets op kon worden verbouwd. Het gaat maar +net, om een vergadering van den gemeenteraad te vullen of een stembureau, als er een verkiezing voor de vertegenwoordiging +moet plaats hebben. Die toestand is ongetwijfeld nadeelig voor de normale werking van de instellingen van het rijk; maar hij +heeft nog veel nadeeliger gevolgen uit economisch oogpunt, want meer en meer blijkt, dat niet het aantal over de welvaart +beslist, maar het gebruik, dat van de natuurlijke hulpbronnen van een land wordt gemaakt. + +</p> +<p>De grieksche regeering heeft wel getracht, maar te vergeefs, door de wetgeving die beweging tegen te houden, maar ze moest, +om tot eenig resultaat te komen, liever de levensomstandigheden verbeteren, den ondernemingsgeest aanmoedigen, kapitalen tot +zich trekken. Maar allen, die in Griekenland zijn geweest, zullen met mij moeten erkennen, dat die taak boven haar krachten +gaat, ten minste voor het oogenblik, en ik zie nog geen afdoend middel in het verschiet tegen de plaag der landverhuizing, +die verwoestend werkt, nu ze niet door overbevolking noodzakelijk is, en die een ramp wordt voor den Peloponnesus en vele +andere provincies van het rijk. + +</p> +<p>Terwijl ik zoo aan het mijmeren ben, verschijnen mijn paard en zijn agoyaat, die het dier geleidt en er ook meestal de eigenaar +van is; hij blijft erbij al den tijd, dat de verhuring duurt en brengt het dan naar het punt van vertrek terug. “Kalimera +sas, kyrie, goeden dag, Mijnheer!” roept de nieuw aangekomene mij toe en reikt mij de hand, want dit democratisch land is +er ook een van vriendschapsbetuigingen. En hij begint een lang gesprek, dat nog voortduurt terwijl we al lang onderweg zijn. + +</p> +<p>Deze manier van reizen, waarmee ik reeds kennis had gemaakt het vorig jaar in het <span id="d0e178" class="corr" title="Bron: vastlandsche">vastelandsche</span> Griekenland, is al bijzonder ongemakkelijk. Men stelle zich een zadel voor, dat in sommige opzichten gelijkt op het toestel, +dat voor de circuspaarden in gebruik is, maar dan minder vlak, bestaande uit een samenstel van stukken gebogen hout, die, +zoo goed en zoo kwaad als het gaat, het lichaam van het muildier omsluiten, met een duidelijke helling van den hals naar achteren. +De breedte is zoo groot, dat de beenen buitengewoon ver van elkander zijn, wat op den duur lastig wordt; men zit op een roode +deken van grof weefsel en steunt de handen op de beide steunende handvatsels, die bevestigd zijn aan den boog van het zadel +boven den hals van het paard, de voeten rusten in strikken van touw, die stijgbeugels verbeelden, en zoo laat men zich schudden +over de slechte wegen op het martelinstrument en naar het welgevallen van een dier, dat nooit zich erin schikt ergens te loopen, +waar het niet verkiest te gaan. Ik kan zonder overdrijving zeggen, dat twee uren van zulk rijden voldoende zijn om iemands +ribben te breken. Hoe is het mij gelukt, het tien en zelfs vijftien uren achtereen vol te houden? Dat zijn inderdaad heldendaden +geweest, die voor de stevigheid van mijn organisme pleiten. + +</p> +<p>Na een uur stijgens over een in de rots uitgehouwen weg, langs weinig geruststellende afgronden, kom ik, zonder dat het uitzicht +mij is benomen door een enkelen boom, die dien naam verdient, op het plateau, dat ter hoogte van bijna zeshonderd meter boven +de zee de zonderlingste opeenhooping van gebouwen draagt, die ik ooit heb gezien. Dat komt doordat sinds de vroegste tijden +tot de gedenkwaardige gevechten van den vrijheidsoorlog dit plateau beurtelings tot schuilplaats heeft gediend voor de Pelasgen, +de Franken, de Venetianen en de Turken. + +</p> +<p>Er is daar een ware chaos van ruïnen uit allerlei tijden; venetiaansche muren, tegenwoordig nog in zeer goeden staat, staan +naast overblijfselen van christelijke kerken, opgericht in de oudste tijden van het christendom met de materialen van de heidensche +tempels. Iets verder vindt men de versterkingen van den Islam, fondamenten van paleizen en moskeeën, op hun beurt gebouwd +van antieke resten uit de christenkerken. Ik ga voorbij de beroemde fontein, waarop Bellerophon Pegasus aangrijpt; die later +alle leidingen vulde, nu half verstopt, die men overal ontmoet binnen de muren van de vesting. Van hoeveel woelingen en omwentelingen +verhalen aldus de steenen, die getuigen waren van zooveel plechtigheden, zooveel losbandigheid ook en mogelijk deel hadden +aan zooveel heldendaden! En daar te midden van de ruïnen, die, om zoo te zeggen, de ver teruggeweken eeuwen grijpbaar maken, +doet zich plotseling een tooneel uit het moderne Griekenland aan mij voor. Een oude vrouw zie ik, gekleed in den langen witten +mantel zonder mouwen, die veel gelijkt op dien, welken de montenegrijnsche vrouwen dragen, een doek over het hoofd, het benedengelaat +op zijn Turksch gesluierd; zij trekt een ezel aan een touw, die een kleinen voorraad hout voor haar draagt. De oogst is zoo +gering, want er zijn haast geen boomen hier, en de vrouw schijnt in de algemeene verlatenheid al even arm als het land dat +ze moet bewonen. Dat treffende beeld van de economische moeilijkheden van het moderne Griekenland, waarop ik nog van tijd +tot tijd zal moeten terugkomen, voegt zich bij de vorige indrukken en in vrij melancholieke stemming hijsch ik mij van steen +tot steen omhoog tot het hoogste punt van de acropolis. + +</p> +<p>De ligging van den Akrokorinth tusschen twee zeeën op den drempel van den Peloponnesus en op de grenzen van het vastelandsche +Griekenland maakt, dat men van de hoogte daar een wonderlijk feëriek schouwspel geniet. Aan mijn voeten de witte vlakte, waarop +in een wolk van stof het oude en het nieuwe Korinthe liggen; hier en daar enkele groene plekken, <a id="d0e187"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e187">143</a>]</span>olijvenbosschen of wijngaarden, de smalsporige lijn van den ijzeren weg, die aan den eenen kant naar Kalamata en aan den anderen +naar Patras gaat, dan de blauwe wateren van de beide golven, gescheiden door den gelen drempel van de landengte, en verder +de rechte lijn van het kanaal, dat die laatste doorsnijdt. Meer op den achtergrond de bergen van Phocis, Boeotië en Dorië, +de Kitheron, de Helicon en de top van den Parnassus, die om dezen tijd nog wit is en dien ik reeds heb bezocht bij mijn tocht +naar Delphi, zoodat ik hem een vriendschappelijken groet van herkenning toezend. + +</p> +<p>Naar het Oosten de Saronische Golf en de Aegeïsche Zee, bezaaid met eilanden, die nu door de naar den kant van Patras dalende +zon met licht worden overgoten; ze rijzen uit zee in een feest van stralenden glans, kaal en dor, maar in zoo zuivere lijnen +en zoo sober, dat ze bij die ongeloofelijke helderheid der atmosfeer een uitstraling schijnen der schoonheid zelve. Daar is +Aegina, herkenbaar aan den kegelvormigen top, Salamis, dat den ingang afsluit van de baai van Eleusis en gedeeltelijk met +het vasteland samenhangt. Boven de kale bergen van het eiland zie ik de bekende Pentelische hoogten; ik kan de wittere plekken +onderscheiden van de schitterende marmeren gebouwen van de acropolis van Athene en de bontheid van de kapel van den Lycabettus; +de kust van Attica rekt zich als een eindeloos voorgebergte naar den kant van Azië, naar die nog niet bevrijde deelen van +de helleensche wereld, die in den vuurtoren van kaap Sunium een baken kunnen zien, dat hun vertrouwen in de toekomst geeft, +omdat hij den reeds vrijen grond van het vaderland aanwijst. Achter mij verrijzen in onrustige gelederen de bergen van den +Peloponnesus, de hoogten van Argos, die ik morgen zal bereizen, die van Achaja en Arkadië, door tallooze dalen doorsneden, +die al donker zijn, en heel in de verte de grootsche bergen van den Taygetos en den Erymanthos, waar de blik wordt gestuit. + +</p> +<p>Intusschen is mijn agoyaat gekomen; hij raakt mijn schouder aan, en mij wijzend op de ondergaande zon aan den horizon, tracht +hij mij te doen begrijpen onder een dolzinnig gelach, dat het hem noodig schijnt om het voorbeeld van rust te volgen. En inderdaad +het is drie uur en ik wil nog, eer ik naar Korinthe terugkeer, een blik werpen op de oude necropolis. “Embros, vooruit!” zeg +ik tot mijn gezel, en daar zijn we weer te midden van de waggelende steenen, waarboven de wind klagelijk door de toppen van +armelijke dennen suist. Weldra is de laatste muur gepasseerd; daar is de weg weer met de rollende steenen, die nog lastiger +zal wezen bij het dalen, dan hij reeds was bij het stijgen; ieder oogenblik glijdt mijn ezel met de vier pooten uit op een +al te gladden steen, en ondanks al, wat men mij heeft gezegd te Athene over de vertrouwdheid van die dieren, meet ik met al +grooter wordende ongerustheid bij elken misstap de diepte van den afgrond, waarlangs we rijden en waarin ik mijzelven al zie +neerstorten. + +</p> +<p>Maar aan alle ellende komt een einde; een uur later hebben we het rijtuig weer bereikt, dat te <span id="d0e195" class="corr" title="Bron: Palaeo-Corinthos">Palaeo-Korinthos</span> op mij had gewacht en dat mij over Hexamilia en Isthmia naar Korinthe moet terugvoeren. Ik zeg mijn muilezel vaarwel en groet +den geleider, na aan dien laatste in de herberg een glas raki te hebben gepresenteerd, een soort van brandewijn, die heel +uit de verte aan onze anisette herinnert, maar veel sterker is en minder lekker. Men gebruikt dien drank met een paar olijven +in olie, en hij is ten minste eenigszins drinkbaar. Dat kan ik tot mijn spijt niet zeggen van de afschuwelijke brouwsels, +die men mij nu en dan in den loop van mijn reis heeft voorgezet. De raki was dan in die moeilijke omstandigheden, als ik vóór +alles zorg moest dragen de gevoeligheid van de brave lieden niet te kwetsen, een uitkomst, de gemakkelijke drank, die mij +altijd in staat stelde mijn glas te ledigen op de gezondheid van mijn gastheeren en op de glorie van Hellas. + +</p> +<p>Een oogenblik later rijd ik naar Hexamilia, een ellendig gehucht, dat men bereikt na den spoorweg te zijn overgegaan, die +van Nauplia in de laatste jaren voortgezet is door den geheelen Peloponnesus tot Sparta en Kalamata. Op een der heuvels, die +zich in grooten getale rechts en links van mijn weg verheffen, rijst op vier palen een landelijk hutje hoog boven den grond. +Het dient om de herders voor de barheid van het weder te beschutten en maakt den indruk van een dier primitieve constructies, +bedacht door de inboorlingen van Centraal-Afrika, om zich voor nachtelijke aanvallen van wilde dieren onbereikbaar te maken. + +</p> +<p>De velden langs den weg bevatten alle graven, waarin men zooveel van die mooie aardewerkfiguurtjes heeft gevonden, die bij +ons onder den naam Tanagrabeeldjes bekend zijn; er is geen wijngaard, geen stuk gronds, waar men niet van die uitgegraven +plekken ziet en dat wel over een afstand van bijna tien kilometer tot aan de plaats der oude isthmische spelen, die alle drie +jaren werden gehouden in den tijd der korinthische grootheid, binnen de groote heiligdommen van Poseidon. Ongelukkig is mijn +archeologische kennis gering en een beetje verward, wat mij niet belet, belang te stellen in die ingestorte tempeldeelen en +die resten van theaters, die zelf al lang verdwenen zijn onder venetiaansche bouwwerken en turksche, op hun beurt weggevaagd. +In de verte zie ik de plaats, waar de haven Kenkhreus lag aan de Sardonische Golf, oudtijds vereenigd met die van Lechaion +achter in de golf van Lepanto door een vernuftig stelsel van houten rails, waarover men de booten kon laten glijden, die de +landengte wilden passeeren. De scheepvaart in het moderne kanaal moge vol hinderlagen wezen, ze is dan toch een vooruitgang +op die manier van vervoer, al ontbrak daar geen verrassende originaliteit aan. + +</p> +<p>Het was bijna geheel avond geworden toen ik te Korinthe aankwam, dat op dezen dag vol hing met reukjes van uien en gebak, +vermengd met allerlei nog minder aangename geuren. De orthodoxe vasten is inderdaad zeer streng en wordt over het algemeen +trouw in acht genomen, niet enkel in de weken, die aan Paschen voorafgaan, maar ook in den tijd van Kerstmis en Maria-Hemelvaart. +Zoo hebben de Grieken drie perioden van boete, die te zamen misschien strenger zijn dan bij de Katholieken de laatste dagen +der Heilige Week. Ik heb nog niet begrepen, waarom deze geloofsinrichting, die echtscheiding toelaat en die bij gevolg veel +minder streng is uit het oogpunt <a id="d0e204"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e204">144</a>]</span>van de leer dan de katholieke godsdienst, aan haar volgelingen zulke zware lasten oplegt, die niet passen bij de leer. + +</p> +<p>Hoe het zij, de verschillen van de beide kalenders veroorloven het mij, de onthouding van het vasten te ontgaan en integendeel +voldoende eer te bewijzen aan het maal, dat de hotelhouder had laten klaar maken en dat zeer smakelijk was. Geen nationale +schotels, maar een compromis tusschen een keuken, die op de spijskaart pompeus als fransch wordt aangeduid, en napolitaansche +ragouts. Een lekker wijntje van Cephalonië besproeide het geheel. Er waren met mij aan tafel eenige Amerikanen, die uit Olympia +komen, en een koopman uit Patras, die morgen naar Athene gaat en die ons veel vertelde over druiven en druivenoogsten. + +</p> +<p>Om den welbesteden dag goed te besluiten, ga ik nog op het plein, waar voor twee duizend jaar de priesteressen van Aphrodite +haar dienst hadden, de nachtelijke processie zien van Goeden Vrijdag. De menigte vult reeds de breede en stoffige straten +met flauw verlichte winkels. De kleine balkons, die aan geen huis ontbreken, zijn zwart van toeschouwers, die met een kaars +in de hand wachten op het voorbijgaan der heiligenbeelden. Ik sla den weg naar de kerk in, waaruit de stoet juist is vertrokken, +voorzien, als iedereen, van mijn kaars; al spoedig stippelen duizenden kleine lichtjes de duisternis; de jongens laten voetzoekers +knappen te midden van de menigte; hier en daar wapperen blauw en wit gestreepte vlaggen aan de vensters, waar af en toe bengaalsch +vuur wordt afgestoken. Daar hoort men de tonen van een fanfare en de processie nadert. Aan het hoofd de muziek van het garnizoen, +die treurmarschen speelt; dan volgen de priesters in hun kerkgewaden, de vierkante muts op het hoofd, van wie sommigen Christusbeelden +aan het kruis dragen en anderen een groot wit laken, dat een zweetdoek voorstelt. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-144.jpg" alt="Het patriarchale van de Grieksche boeren." width="701" height="543"><p class="figureHead">Het patriarchale van de Grieksche boeren.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De ernstige stemmen van de geestelijken mengen zich onder de treurige tonen van het koper en de vroolijke geluiden en verwekken +een vreemde dooreenwarring van een kerkelijke plechtigheid en een volksfeest. Eindelijk komen de burgerlijke autoriteiten +en de militaire, de prefect en de kolonel van het regiment, die ook de traditioneele kaars dragen; dan de menigte in dichte +gelederen, onverschillig voor de wasdruppels, die van de balkons vallen, en blij gestemd door het licht en de muziek. Veel +ernst bespeur ik niet onder de menschen, al zijn de Grieken een volk, dat graag zijn gevoel naar buiten toont; het karakter +van deze groote kinderen leent zich nu eenmaal niet tot uitingen van droefheid, die toch eigenlijk bij de omstandigheid zouden +passen. Het is niet zeer waarschijnlijk, dat de bewoners van het antieke Korinthe zulke harde bedden hebben gehad om op te +slapen, als dat waarop mij de hotelhouder uit het moderne Korinthe tracteerde, anders zou hun naam van verwijfdheid al heel +weinig verdiend zijn. Ik geloof eerder, dat dit dunne plakje van paardehaar, dat dadelijk op de planken rust en waarin men +moeilijk de samenstellende deelen van een matras herkent, een der eigenaardigheden is van het moderne Griekenland en dat men +vermoeienissen als die, welke ik ondervond bij het bestijgen van den Akrokorinth, moet hebben doorstaan, om er behoorlijk +op te kunnen slapen. Maar mijn nacht werd dan ook niet gestoord door eenigen onwelkomen beet, en zeer verkwikt werd ik wakker, +klaar om weer op weg te gaan. + +<a id="d0e217"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e217">145</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-145.jpg" alt="Booten vol publiek, van wal stekend te Poros." width="720" height="355"><p class="figureHead">Booten vol publiek, van wal stekend te Poros.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De zon staat al hoog aan den hemel als ik bij het station kom, waar spoedig de trein verschijnt, die mij naar Mycene zal voeren, +een vroeger beroemde stad en die thans haar naam geeft aan een onbeduidende halte van den spoorweg van Athene naar Kalamata. +Zoo is de werkelijkheid van het moderne helleensche leven op het nauwst verbonden met de grootsche herinneringen aan de oudheid, +en ik moet bekennen, dat de aureool, waarmee onze beschaving al wat grieksch is omgeeft, wel te lijden heeft van die vereenzelviging. +Wij zeggen in Frankrijk, dat het belachelijke doodend is; gelukkig, dat dit aphorisme niet gangbaar is in Griekenland, want +dan zou er tegenwoordig niet veel overblijven van al die beroemde helden, van die legenden en heldendaden, welker namen de +menschheid slechts met eerbiedige aandoening uitspreekt. Sedert ik een waschman en een bediende heb gehad, die respectievelijk +Alcibiades en Pericles heetten, kan ik niet zonder een glimlach het beeld van hun beroemde peten mij voor den geest roepen, +en ik begrijp uitstekend, dat de spotzucht van een About of een Offenbach door die amusante tegenstellingen is gewekt. + +</p> +<p>Maar de trein komt in beweging; die kleine spoorwegen, die Griekenland beginnen te doorkruisen, loopen wanhopig langzaam. +Een veertigtal kilometers scheiden Korinthe slechts van Mycene, en we zullen bijna twee uren noodig hebben, om dien afstand +af te leggen. Ik moet echter zeggen, dat het terrein nog al effen is, dat er talrijke en scherpe bochten zijn te maken; maar +dat alles verhindert niet, dat men gemakkelijk tijd kon winnen, als de weg goed was aangelegd, het materiaal solieder en het +personeel beter geoefend was. Maar daar is altijd in Griekenland die lastige geldquaestie, die elke ernstige verbetering tegenhoudt. +In zijn geheel is het land arm en weinig bevolkt; de opbrengsten van de spoorwegen, die buiten enkele tijden van het jaar +zoo goed als niets vervoeren, zijn zoo problematisch, dat vele maatschappijen moeite hebben om rond te komen. In die omstandigheden +kan er van vooruitgang geen sprake zijn, omdat men eerst, om daartoe te komen, den ondernemingsgeest zou moeten wekken en +den economischen toestand van het land zou moeten verbeteren. + +</p> +<p>In dit opzicht is het nog mogelijk, dat de spoorweg, die pas geopend is van Athene naar de turksch-grieksche grens, tot goede +resultaten leidt, vooral als de aansluiting bij het europeesche spoorwegnet eindelijk werkelijkheid wordt. De nieuwe lijn, +ondersteund door de oostenrijksch-hongaarsche regeering, die den Piraeus in gemeenschap met Middel-Europa zal brengen, zou +zeker een staat van zaken scheppen, die, daar ben ik van overtuigd, weldadig zou terugwerken op het geheele net van de helleensche +spoorwegen. Maar ik vrees, dat de laatste nog lang hun slechten naam zullen verdienen, die op dit oogenblik voor mij zoo duidelijk +wordt gedemonstreerd door de vervelende halten van de kleine locomotief, waarmee ik naar Argos word gebracht. + +</p> +<p>En inderdaad, na door Hexamilia te zijn gereden, dat ik gisteren per rijtuig passeerde, komen we in een bergpas met een kloof, +in welker diepte een stroom moest bruisen en waar ik niet anders zie dan gele steenen. Evenwijdig met den weg van de spoorlijn +loopt een onduidelijk pad vol diepe plassen en losse steenen; dat schijnt een rijksweg. Wat moeten dan de gemeentewegen zijn +in dit land! We rijden enkele kleine ezels voorbij, waar mannen op zijn gezeten met de beenen terzij. Ze dragen de fustanella +of het korte rokje en slaan met de vrij hangende beenen de maat op den buik van hun rijdieren, om die sneller te doen gaan, +maar zonder eenig succes meestal. Zeker hebben ze vrienden in den trein, want men hoort, ondanks het lawaai van den stoom, +stukken van zinnen en gelach aan het adres van een compartiment naast het mijne. Spoedig daarna <a id="d0e231"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e231">146</a>]</span>komen we op een klein plateau, waar enkel dennen en heide groeien en hier en daar toefen reeds verdroogd gras, hoewel we nog +maar April hebben. Het klokje van een eenzame geit doet zich hooren, maar ik kan het dier niet te zien krijgen, zoo weinig +steekt het af tegen den bruinen grond. + +</p> +<p>Daar zijn we eindelijk op de hoogte, de machine zwijgt, de optocht gaat wat sneller, we beginnen te dalen naar de kloof van +Longopotamos. Ik bespeur links een of twee huizen, tegen de helling van den berg geleund, niet ver van de ruïnen van een kasteel, +dat stellig uit de Middeleeuwen stamt. Dat zijn sedert Hexamilia de eerste huizen, die ik ontmoet, en deze weg is een der +economische hoofdaders van het verkeer in Griekenland! Dan wordt de pas nauwer, de grond lijkt minder onvruchtbaar, want ik +zie enkele tuberozen in de diepte van een ravijn. Dus moet er water in de buurt zijn, en inderdaad daar verschijnt vlak naast +het station Dervenaki, waar de trein stilhoudt, een khani, herberg, bekoorlijk gelegen, aan den oever van een ruischend beekje +in de schaduw van prachtige moerbeiboomen, waarvan het donkere groen heerlijk samenstemt met het zachte rose van andere bloemen. +Het schouwspel komt zoo onverwacht, is zoo nieuw voor mij, dat ik een kreet van bewondering niet kan onderdrukken. Men moet +als ik zoo langen tijd beroofd zijn geweest van het rustgevend gezicht van een rijk en frisch plantenleven, om te begrijpen +wat ik gevoel. Het lijkt mij, of ik uit een woestijn kom; daar zijn dan eindelijk boomen en water, een weldadige vochtigheid, +die het groen doet ontluiken, gras, dat het vocht vasthoudt, hetwelk zoo noodig is voor het leven. Het is, omdat Griekenland +geen bosschen heeft, dat er geen water is te vinden; het is omdat een onvoorzichtige ontwouding al sinds jaren de bergen heeft +beroofd, dat nu de bronnen niet meer vloeien en de rivieren droog zijn. Geen bosschen zonder water en geen water zonder bosschen, +dat is een waarheid, welker miskenning den treurigen toestand heeft verwekt voor den landbouw, waaronder het land nu zoozeer +lijdt, en waaraan het thans zoo moeilijk is, doeltreffend een einde te maken, zooals ik later nog gelegenheid zal hebben, +in het licht te stellen. + +</p> +<p>Maar de trein is weer vertrokken; het land wordt dadelijk weer kaal, terwijl het dal breeder wordt; we komen in de vlakte +van Argos, beheerscht door de kale bergen, die over den weg heen hangen; nog enkele minuten en daar is het station Phyktia-Mycene, +waar het rijtuig mij wacht, dat ik uit Nauplia heb laten komen. + +</p> +<p>In Griekenland wil het gebruik, dat als men een voertuig huurt, het zij een wagen, een paard of een muildier, dat men dan +met den koetsier of geleider een, wat men noemt, symphonie sluit, die daarin bestaat, dat het programma van den rit wordt +vastgesteld, dat de prijs tusschen de beide partijen wordt besproken en dat men het eens is geworden, wat nooit het geval +is zonder lange beraadslagingen. Als die symphonie is gesloten, houdt de Griek zich er angstvallig aan, al is hij anders niet +juist bekend om de stiptheid waarmee hij zich houdt aan eenige afspraak. Hij zal wel op het oogenblik, dat de prijs wordt +vastgesteld, trachten zooveel mogelijk voordeel te trekken van de kans, die zich hem biedt, maar hij zou zich schamen, wanneer +hij na afloop van den rit een enkele lepta te veel vroeg. Het moet echter erkend, dat hij zich schadeloos stelt bij de ongeoefende +toeristen, die onvoorzichtig genoeg zijn geweest, niet vooraf een contract met hem te sluiten, en dat hij er geen bezwaar +in zal zien, hen twee- of driemaal de waarde van den rit te doen betalen. Ze zullen op dat oogenblik natuurlijk nog kunnen +protesteeren, maar het zal hun moeite kosten een afslag te krijgen, gelijk aan wat ze zouden hebben gedaan gekregen, als ze +vooraf hadden geaccordeerd. + +</p> +<p>Natuurlijk zorg ik wel, geen inbreuk te maken op den algemeenen regel, en volle vijf minuten besteed ik in den brandenden +zonneschijn aan het verdedigen van mijn belangen met al de scherpte, waartoe mij de nog zeer rudimentaire toestand van mijn +kennis van het Nieuw-Grieksch in staat stelt. Eindelijk wordt mijn reiszak opgeladen, en een half uur later kom ik te Kharvati, +waar ik zal ontbijten. Ik heb zelden iets ellendigers gezien dan dat droevige gehucht met zijn huizen van gedroogde aarde, +waar enkele vrouwen in lompen zitten te weven aan primitieve weefstoelen, waarop ze grove katoenen stoffen vervaardigen. De +herberg deelt in de algemeene sjofelheid; onder het groote strooien afdak, dat de algemeene zaal slecht beschut tegen de brandende +zon, woelen zwarte varkens in het vuil; binnen zitten eenige dorpelingen aan een waggelende tafel; de gewitte muren zijn gescheurd, +een vloer is er niet, en er hangt een keukenlucht van schapevet, die iemand allen eetlust moet benemen. + +</p> +<p>Ik verheug mij, dat ik te Korinthe vóór mijn vertrek wat mondkost heb meegenomen, want het menu bestaat slechts uit een soort +van soep, waarin vettige vezels drijven in een bruin en schuimend vocht. Voor niets ter wereld zou ik dat gerecht willen proeven, +en ik stel mij tevreden met mijn koud gerecht, dat ik besproei met den harsgeurigen wijn, door het huis verstrekt. Toen ik +de eerste maal dat vocht proefde, dacht ik waarlijk, dat men mij bij vergissing een medicijn voorzette. Het was te Delphi +het vorige jaar, waar ik in het gezelschap was van een lid van onze school van Athene, die al aan Griekenland gewend was, +en zich wel wachtte mij te waarschuwen. Het was mij, of ik terpentijn dronk. De beginselen van de wijnfabricage zijn in Griekenland +nog zoo weinig bekend, dat men, om den wijn eenige jaren te kunnen bewaren, in het vat een stuk hars werpt, dat er een afschuwelijken +smaak aan geeft. Vooral de roode wijn, dien de Grieken mavro crassi noemen of zwarten wijn, heeft allen natuurlijken smaak +verloren door de rare toevoeging en krijgt iets scherps, dat zich voegt bij de zwaarte, die aan de zuidelijke wijnen eigen +is. Voorwaar het is geen pretje, zulk een drank, die zelfs niet de verdienste heeft versch te zijn, in die warmte in een vuile +herbergkamer te moeten drinken, en ik twijfel eraan, of de oude Grieken, voor wie het druivennat nectar was, zoo weinig kieskeurig +zijn geweest, om hun gehemelte, aan goede en lekkere dingen gewend, te onderwerpen aan de proef van dezen harswijn, die mij +al tot de minst wenschelijke nieuwigheden schijnt te behooren, door het moderne Griekenland ingevoerd. +<a id="d0e243"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e243">147</a>]</span></p> +<p>Een honigkoek van den Hymettus vormde het dessert. Ik herinner mij, dat toen ik in de eerste tijden van mijn verblijf te Athene +naar de zoo zuivere lijnen van dien berg keek, waar zoo weinig plantengroei te zien was als in de oneindige woestijn, dat +ik toen verbaasd mijzelven afvroeg, wat er voor de bijen wel te halen mocht zijn op die verlaten hoogten, waar de wandelaar +slechts naakte rotsen ziet zonder eenige struik of bloem. Ik zocht al sedert lang naar de oplossing van dat raadsel, toen +ik in een gesprek toevallig hoorde, dat die beroemde honig eenvoudig perenstroop was, waar de bijen niets of zoo goed als +niets mee te maken hadden. Maar ik wil liever blijven gelooven, dat de Hymettus van de Oudheid werkelijk bloemrijk was en +dat de bijen er een ruimen oogst van suikerhoudend sap konden vinden, want anders zouden de dichters, die den berg hebben +bezongen, en wat zijn ze talrijk geweest, hun verbeelding de perken te buiten hebben laten gaan. + +</p> +<p>Terwijl ik mijn maal besluit, nieuwsgierig aangekeken door het kind van den huize, dat met de beide handen op den rug vóór +mij bleef staan met wijd geopende oogen, zijn er nog een paar liefhebbers van de bruine soep binnen gekomen en jagen de vogels +weg, die puffend van de hitte, een schuilplaats zijn komen zoeken onder de wankele tafeltjes. Er komt geen geluid van buiten, +behalve nu en dan een ongeduldigen voetstap van een der paarden van mijn rijtuig, door een beest gestoken; de stoffige weg +brandt, en op het veld schroeien enkele magere grassprietjes. Wat zal het hier zijn in den tijd van hoogsten zonnestand, als +het in de lente er reeds niet is uit te houden van de hitte als in een fornuis? + +</p> +<p>Vastbesloten, mij niet door de indolentie te laten overweldigen, geef ik mijn koetsier een wenk, die al brommend, want het +is middag en dus het uur van rust, met zijn span het brok muur verlaat, waarachter hij wat schaduw had gezocht. En weer zijn +we op weg naar Mycene. + +</p> +<p>Pas zijn we de laatste huizen van Kharvati voorbij, of de weg loopt door een kloof van indrukwekkende schoonheid. We hebben +rechts van ons een diep ravijn met de ruïnen van een brug uit den Cyclopentijd, terwijl rondom ons hooge, steile rotsen zich +verheffen, zoo steil, dat ze onmogelijk op hun hellingen genoeg aarde kunnen vasthouden, om nog zoo’n kleinen boom te kunnen +voeden. Daar vertoonen zich veel grijze steenen en puin en iets wat op fondamenten gelijkt. Het zijn de ruïnen van de eigenlijke +stad, die in het smalle dal zich uitstrekte, waar ik nu ben. De stad werd verdedigd door een lijn van muren, waarvan nog overblijfselen +te zien zijn op de bergen links en langs het verdroogde riviertje. Op den achtergrond, tegen den berg geleund, in een echten +kring van rotsen, aanschouw ik eindelijk de vervloekte stad, rood in het licht der ondergaande zon. + +</p> +<p>Dit tooneel van de duistere heldendaden van het geslacht der Atriden heeft wel een decoratie, die erbij past, en denkend aan +de verschrikkelijke drama’s, hier afgespeeld, herinner ik mij plotseling, bij Edmond About te hebben gelezen, dat hij diep +was getroffen geweest door de overeenkomst, bestaande tusschen het stroeve karakter van de woeste streek en de herinneringen, +die rondwaren op deze plaatsen van sombere verschrikking. + +</p> +<p>Sedert de geruchtmakende opgravingen van den heer Schliemann dertig jaren geleden, is de aandacht der archeologische wereld +meer en meer op Mycene gevestigd geworden, op de goudstad, zooals Homerus haar noemde. Men heeft zoo goed losgemaakt wat er +restte van de bouwwerken der acropolis, dat de toeschouwer zich werkelijk een zeer heldere voorstelling kan maken van het +leven in die lang vervlogen tijden. Ziehier eerst de prachtige cyclopenmuren, gemaakt van enorme blokken van meer dan een +kubieken meter, en op elkander gestapeld tot een hoogte van zes meter. Ze omringen met hun imposante massa de beroemde Leeuwenpoort, +met den driehoekigen steen, waarop ruw twee leeuwinnen zijn gehouwen, die tegenover elkaar op een zuil leunen. Daardoor treedt +men de vesting binnen. + +</p> +<p>Terstond begeef ik mij naar de agora, een cirkelvormig terrein met nog de concentrische rijen steenen banken, waar de leden +van den raad der grijsaards plaats namen, die zoo dikwijls in de Ilias worden genoemd, en onder welks grond de graven zijn +ontdekt. De weduwe van den heer Schliemann, die ik persoonlijk te Athene heb gekend, was nog diep ontroerd, toen ze mij van +die opgraving vertelde. Toen de deksels der sarcophagen werden opgelicht, zag men geraamten, geheel bedekt met bladgoud, maskers +van goud om de schedels, gebeeldhouwde rustingen, sieraden van de fijnste bewerking, schitterende diademen, en er ging een +gevoel van onbeschrijfelijke geestdrift door de aanwezigen. Mocht men niet bezweren, dat men in de tegenwoordigheid was van +de graven van Agamemnon en zijn lotgenooten in het ongeluk, volgens de overlevering in de acropolis begraven? Die hypothese +heeft veel voor, en al zou ze worden betwist, toch blijft het gewicht van deze mooie ontdekking even groot en maakt van de +zaal van Mycene in het museum te Athene een der schitterendste archeologische verzamelingen uit Europa. + +</p> +<p>Over de treden van een monumentale trap aan den ingang van het paleis van den koning der koningen, betreed ik een ruimte, +waar nog de resten van een ronden haard zijn te zien. In deze ruimten zijn de bloedige tragedies afgespeeld, die door niets +in gruwelijkheid kunnen worden overtroffen en die mij op dit oogenblik met aangrijpende duidelijkheid voor den geest komen. +Met het hoofd vol oude homerische herinneringen, vermengd met gedachten aan mijn schooljaren, ga ik weer door de Leeuwenpoort, +begeerig om nog, eer ik Mycene verlaat, de koepelgraven te zien, die buiten de vesting zijn opgericht, waarvan er een, naar +men zegt, het lijk van Clytemnestra bevatte, die niet waardig werd gekeurd, om te rusten binnen de omheining, die door haar +was onteerd. + +</p> +<p>Wat vaststaat is, dat die koninklijke graven, die in de nabijheid zijn aangelegd, van veel later datum zijn dan die uit de +acropolis. Het merkwaardigste er onder, bekend onder den naam van den Schat van Atreus, is naar het zeggen van de aanvallers +van den heer Schliemann niet anders dan het echte graf van Agamemnon. Het is ver van mij, partij te willen kiezen in deze +oudheidkundige vraag, die niet <a id="d0e262"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e262">148</a>]</span>tot mijn competentie behoort, en waarvan de oplossing in den eenen of den anderen zin niet toe of af doet tot het zeer wezenlijke +belang van dit grafmonument. Een mooie laan, geopend langs de helling van den berg en door muren omringd, geleidt naar de +poort van de onderaardsche ruimte; zoodra ik die ben doorgegaan, bevind ik mij in een prachtige zaal in den vorm van een bijenkorf, +twaalf tot vijftien meter hoog en verwonderlijk goed onderhouden. De steenen, die op elkaar waren gezet, zijn daarna uitgehold, +tot men de gewenschte bocht kreeg, en vervolgens werden in de openingen tusschen de steenen een zeker aantal kleine, spitse +steenen gestoken, om aan het geheel de noodige stevigheid te schenken. Thans bestaat dit bouwwerk bijna drie duizend jaren, +en ik weet niet, dat het ooit een reparatie heeft noodig gehad. Zou men hetzelfde kunnen zeggen van de gewelven onzer kathedralen +of van andere bouwwerken, die nog moderner zijn en die zoo dikwijls verscholen zijn achter steigers, voor den teleurgestelden +toerist het eenige, wat hij te zien krijgt? + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-148.jpg" alt="Bergkloof bij Mycene." width="720" height="514"><p class="figureHead">Bergkloof bij Mycene.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Een tweede zaal, kleiner en lager, eenvoudig in de rots uitgehouwen en totaal donker, diende als grafkamer, terwijl de groote, +die rijk versierd was, de offeranden bevatte, alsook de wapens en de sieraden van den doode. Juist dezelfde schikking vindt +men terug in een ander van die koepelgraven, op enkele minuten afstands van het zooeven beschrevene en dat gewoonlijk het +graf van Clytemnestra wordt genoemd, veel minder goed bewaard dan het eerste, en waar men slechts vrij onbeduidende voorwerpen +in heeft aangetroffen. + +</p> +<p>Ik ben nu aan het einde van het bezoek aan deze in nevelen gehulde en prehistorische stad; nog eenmaal omvat ik met den blik +alle steile rotsen met hun vergeeld gras. Overal vertoont het zaaisel zijn kracht in enkele donkergroene plekken; groote uitgestrektheden +katoenboomen en korenvelden, die al goudkleurig zijn, wisselen af met tabaksvelden; de citadel van Argos steekt in de vlakte +vooruit op haar rotskaap; de cyclopische massa van Tirrhyns springt alleen naar voren uit de gele velden, en heel in de verte +ziet men Nauplia en zijn witte huizen, met schaduw overtogen door de rots van Palamedes, die, van hier uit gezien, door de +steile helling gelijkt op de rots van Gibraltar, en eindelijk in de verte de blauwe golf, waar lichte zeilen zich op vertoonen. + +</p> +<p>De weg is stoffig, en de hagen aan de zijden zijn geheel wit; op de velden is het druk, want het oogenblik is reeds gekomen, +waarop haver en rogge moeten geoogst. Boerinnen gaan voorbij met de kruik van roode aarde op den schouder; de sierlijke beweging +van den arm, die lichtelijk is gebogen, doet de vormen van haar lichaam onder de lichte bedekking goed uitkomen. Met haar +korte rokjes en op de bloote voeten, gaan ze drinken brengen aan de arbeiders op het land, lachend om het stof, dat ze opjagen +en om den wind, die in de laatste oogenblikken heviger is geworden en die haar loop vertraagt en haar in het gezicht striemt. +“Wees welkom onder <a id="d0e275"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e275">149</a>]</span>ons”, zoo roept mij een der vrouwen toe met haar helderen blik, “en kom eens kijken naar het werk der boeren van Argos!” + +</p> +<p>Er is daar juist een groep mannen bezig niet ver van den weg; het is nog niet laat genoeg op den namiddag, om te weigeren +aan die onverwachte uitnoodiging te voldoen. Men komt om het rijtuig heen staan, er worden mij warme en vochtige handen toegestoken +en daar ben ik onder de boeren verzeild, die vertrouwelijk en goedig zijn te midden van de rijpe aren op den grond. Ze hebben +hier een eigenaardige manier van dorschen; ik had reeds opgemerkt, dat er langs den weg op geregelde afstanden ronde, ruw +geplaveide plekken waren, en ik vroeg mijzelven af, waar die wel voor mochten dienen. Ik kreeg spoedig een antwoord, toen +ik mijn vrienden aan het werk zag. + +</p> +<p>Zoodra de halmen zijn afgesneden, gewoonlijk met de sikkel, brengen kinderen ze naar den dorschvloer, waar ze worden uitgespreid. +Twee paarden, gespannen voor een soort van houten kist vol steenen, waarop, ten einde het gewicht te vermeerderen en ook voor +amusement, jongens en meisjes zijn gezeten, loopen aanhoudend in een kring rond en dorschen het graan. Als die bewerking is +afgeloopen moet men, eer een nieuwe voorraad koren op den vloer wordt gebracht, het graan zuiveren van de onreinheden. Om +dat te doen werpen vrouwen, voorzien van een soort van houten schoppen, het koren omhoog in den wind, en weldra zijn er twee +hoopen gevormd, de eene van het kaf, dat eraf is gevlogen en een andere van het zwaardere, in de buurt gevallen graan. Het +is een bewerking, die te verdedigen is, als de wind niet te hevig is, maar als er een frissche bries waait zooals nu, bespeur +ik, dat een aanzienlijke hoeveelheid wegvliegt en dat de menschen op die wijze een goed deel van hun oogst verliezen. Als +men bedenkt, dat ondanks de uitstekende hoedanigheid van sommige gronden in Griekenland de opbrengst lang niet is, wat ze +moest wezen, door de zorgeloosheid en de weinige geldelijke hulpmiddelen, waardoor de boeren er niet toe komen hun gronden +te verbeteren, dan kan men nagaan, wat ervan terechtkomt na zulk een weinig rationeele behandeling. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-149-1.jpg" alt="Wat er over is van het paleis van Agamemnon." width="692" height="480"><p class="figureHead">Wat er over is van het paleis van Agamemnon.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Maar de tijd is gevorderd onder deze overdenkingen; Argos is thans vlakbij. Daar verrijst de kegelvormige berg van Larissa; +de wind doet van het witte klooster Panaghia op de helling klokketonen tot mij overkomen, aankondigend, dat Christus is opgestaan, +terwijl hooger op den berg een frankisch kasteel in puin zijn vervallen kanteelen toont. Aarden muren, gelijk aan die uit +de oasen van Soedan, dragen platte daken of terrassen. De café’s uit de hoofdstraat zijn vol menschen; boeren uit de vlakte +en zelfs uit het binnenland van den Peloponnesus doen er zaken, en daar ze allen nog al heftig zijn, gaat het er luidruchtig +toe. Maar het is gelukkig veel geraas en weinig wol, en de vuile politieagent, die in zijn blauwe uniform rondwandelt, kijkt +zelfs niet om, als er aan zijn oor scherpe woorden klinken. Hij weet wel, dat ze naar alle waarschijnlijkheid geen gevolgen +zullen hebben en dat er altijd nog wel tijd zal wezen, om, als het noodig wordt, een mooi verzoeningsspeechje te houden. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 396px"><img border="0" src="images/p1909-149-2.jpg" alt="Het graf van Klytemnestra." width="396" height="454"><p class="figureHead">Het graf van Klytemnestra.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De eerbied van den Griek voor woorden is slechts te vergelijken met zijn liefde voor de mooie geste; de <a id="d0e295"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e295">150</a>]</span>zinnen van het gewoonste gesprek gaan bij hem altijd gepaard met betoogingen door handen of armen; maar als hij in een twistgesprek +is of zijn belang moet verdedigen, stijgt die hartstocht voor bewegingen tot het hoogste; het lichaam wordt voorover gebogen, +de oogen puilen uit hun kassen, en men gaat meenen, dat er een vuistgevecht ophanden is, terwijl een seconde later alles tot +de grootste kalmte is teruggekeerd. De opwinding heeft een gewonen uitweg gevonden. + +</p> +<p>Veel van die vermakelijke tooneelen doen zich voor terwijl ik door Argos loop, dat nu wel zeer vervallen is van zijn vroegere +grootheid. Een alleenstaand gebouw, de schouwburg, die aan de stad door de Romeinen werd geschonken, is het eenig overblijfsel, +dat herinnert aan de rol, die de stad heeft gespeeld. Op de halfvergane treden van dien schouwburg werd indertijd de eerste +vergadering gehouden, toen in den vrijheidsoorlog het nieuwe koninkrijk gesticht was. Verschanst in de acropolis, hield Ypsilanti +roemrijk stand tegen het turksche leger, en dat verscheiden dagen achtereen. Argos bewaart die kostbare herinneringen uit +het mooiste gedeelte van de moderne grieksche geschiedenis als iets kostbaars, en de ligging der stad te midden van een vruchtbare +streek in de nabijheid der zee moet haar een waarborg zijn, dat er weer tijden van voorspoed zullen volgen. + +</p> +<p>De bergen werpen reeds groote schaduwen over de vlakte, die ik nu in de volle breedte moet oversteken, om van Argos naar Tirrhyns +te gaan. Twee vermolmde houten bruggen zijn over de bedding der Charadros geslagen en over die van de Inachos, waar nog een +weinig water in is om dezen tijd van het jaar. Dan passeeren we windmolens, die luidruchtig draaien met hun groote wieken +en gescheurde zeilen. Die bouwsels schijnen dan toch te zeggen, dat de boeren hun oogst niet naar de vier windstreken laten +vliegen! Weldra houdt het rijtuig stil onder het afdak van een kleine khani; ik ben aan den voet van de acropolis van Tirrhyns. + +</p> +<p>Deze hoogte, alleen staand te midden van de velden en zich niet hoog boven de vlakte verheffend, ziet er niet zeer indrukwekkend +uit. En toch was het volgens, de legende hier, dat Menelaus al zijn huiselijk leed ervoer. Terwijl ik door de bouwvallen dwaal, +door de ruimten, waar het huisaltaar stond, waar de slaven en bedienden woonden in dat oude tijdperk van primitieve grootheid, +moet ik mijzelven afvragen, hoe de menschen zulke kolossale steenen omhoog hebben kunnen krijgen, door welke hulpmiddelen +zij ze op elkander hebben kunnen stapelen, en ik ben verstomd van bewondering en verbazing. + +</p> +<p>De wind blaast door de spleten van de steenen en schudt de boompjes, die met hun groene takken de resten overdekken van een +voor altijd ondergegane beschaving. Mycene rechts van mij is in den nevel bijna niet te onderscheiden; de citadel van Argos +vóór mij, die van Nauplia links zullen alleen worden verlicht door de laatste stralen van de ondergaande zon, die achter de +bergen verdwijnt; een gevoel van onbestemde somberheid en melancholie vervult mijn gemoed; het is of het gehuil van den wind +een klaagtoon is van al, wat hier gestorven is in den loop der eeuwen. Het is mij, of de grootsche stem der natuur protesteert +tegen de tegenwoordigheid van den vreemde hier in deze doodenstad van reuzen, wier eeuwigen slaap men niet moet storen. Ik +haast mij om uit dit neerdrukkende groote verleden weer voeling te krijgen met mijn tijdgenooten, en met een echt kinderlijke +vreugde hervind ik in de khani den trouwen amaxa, die mij terug zal brengen naar Nauplia. + +</p> +<p>Een officiëele landbouwschool, gesticht door Capo d’Istria, die hier goed ter plaatse is te midden van de vruchtbare alluviale +landerijen, ligt aan onzen weg. Ik wenschte voor Griekenland, dat men erin slagen mocht, geslachten van kundige boeren er +te kweeken, die voor goed zouden breken met de verouderde methoden, waar ik staaltjes van heb gezien. Maar ik durf het niet +vast te gelooven; de school bestaat al meer dan zeventig jaren en ik vraag mij af, welk onderwijs de leerlingen, die er zijn +opgeleid hebben genoten en hoe ze het in practijk hebben gebracht. + +</p> +<p>Nu komen de moerassige terreinen, grenzend aan de diepte van de Golf; de weg, omzoomd met mooie platanen, loopt langs de zee; +Nauplia, in verdiepingen opgestapeld op de rotsen van den heuvel Itsch-Kalé, kijkt in de vlakte van Argos; hoorngeschal klinkt +uit het fort Palamedes, dat, half gevangenis, half kazerne, als een zwaar blok boven ons hangt. Wij gaan door den ringmuur +der stad en dan door een doolhof van straatjes, vol modderpoelen, waar mijn rijtuig met totalen ondergang wordt bedreigd en +bereiken eindelijk de haven en het vreemdelingenhotel. Uit de vensters van de eetzaal bespeur ik de Golf, welker water nu +paars is, terwijl een lichtrose tintje nog op de bergen hangt van Arcadië. De wind is bijna geheel gaan liggen, en de laatste +booten met witte en roode zeilen van verschillenden vorm, komen de eene na de andere aanleggen aan de kade, waar reeds, in +afwachting van den nachtdienst van Paschen, de heele wereld van Nauplia tusschen de blauwe uniformen der officieren van het +garnizoen heen en weer wandelt. + +</p> +<p>En terwijl ik mij vermaak met de gezellige drukte, merk ik op, dat de mannen in het algemeen, voor zoo ver ze tot het volk +behooren, de roode fez dragen en de lage muilen. Er zitten er ook naast mij, die kalm de narghilé rooken, die hun wordt gebracht +geheel klaar, zooals men in Europa de vertering brengt; anderen laten met de oogen in het vage de grove kralen van den rozenkrans +door de vingers glijden, die in het Oosten zoo algemeen is, en welke machinale beweging meer een tijdverdrijf schijnt dan +een werkelijk gebed. + +</p> +<p>De nacht is warm en helder; de klok van een kerk begint te luiden met versnelden pas; daar antwoorden andere met scherper +of doffer klanken, en het is een vreemde cacophonie, waarin zich zoo nu en dan de zware tonen mengen van het carillon der +kathedraal. Christus is opgestaan, en de menigte vult de kerken. Ik ging binnen in die van den Heiligen Geest, waar Capo d’Istria +verraderlijk werd vermoord en maakte, als iedereen, het teeken des kruises met de aaneengesloten drie voorste vingers van +de rechterhand, achtereenvolgens gebracht naar het voorhoofd en naar de borst ter rechter en ter linker zijde. Het heilige +is als in alle byzantijnsche kerken gescheiden van het overige gebouw door een wand, bedekt met vrome platen, die door de +geloovigen worden gekust <a id="d0e313"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e313">151</a>]</span>onder aanhoudend maken van het teeken des kruises; in het midden staat het altaar, overgoten van licht en zichtbaar door een +getraliede poort. De koorzangers zingen psalmen zonder begeleiding; ze zijn als de priesters in een lang zwart gewaad gekleed +met hoog opgestoken haren onder de hooge cylindrische muts. + +</p> +<p>Maar daar komt de priester in zijn met goud geborduurd misgewaad; zijn lange baard en zijn spierwitte haren omringen het patriarchengelaat +met de zachte en toch mannelijke trekken; hij zingt langzaam enkele woorden, en de menigte knielt met het gelaat tot den grond +gebogen. Toen, terwijl het koor een litanie begint, die mij treft door haar grootschheid, worden de kaarsen aangestoken in +de handen der geloovigen; daarboven in den toren worden de klokken heftig bewogen; dit is het plechtige oogenblik; de deur +van het koor wordt geopend, de pope verschijnt in al zijn waardigheid met een gevolg van geestelijken op den drempel: “Broeders,” +zegt hij met bevende stem, “Christus is opgestaan, Christos anesti!” Dadelijk vallen de geloovigen elkander in de armen en +kussen elkaar op het voorhoofd, terwijl ze met het koor meezingen het Paaschhalleluja. Buiten maken de voetzoekers lawaai, +vensters worden met bengaalsch vuur verlicht, en de vreugde zal den ganschen nacht duren. + +</p> +<p>Die kreet van “Christos anesti”, die door heel Griekenland vandaag weerklinkt, wekt mij vroolijk te Nauplia, zoodra deze mooie +Paaschmorgen is aangebroken. De kellner van het hotel heeft terstond behoefte, zijn geestdrift te uiten. De menschen omhelzen +elkaar allen onder de begroeting met dezelfde formule. + +</p> +<p>Een officier uit Athene had mij een brief van aanbeveling meegegeven voor een van zijn kameraden te Nauplia, opdat ik toegang +zou kunnen krijgen tot de kazerne en de traditioneele Paaschfeestelijkheden zou kunnen bijwonen. Eer ik mij naar hem toe begaf, +werp ik een blik op den obelisk aan de haven, opgericht ter herinnering aan den daadwerkelijken steun, dien Frankrijk aan +Griekenland verleende in de epische tijden van den vrijheidsoorlog. Het moge waar wezen, dat de Grieken babbelachtig en oppervlakig +zijn, ik merk toch met genoegen op, dat ze niet vergeten, en dat ze in hun geheugen de namen bewaren van een Fabvier en een +Maison. En nadat ik dan door de breede, goed geplaveide straat heb geloopen met de rijen mooie platanen, kom ik in een labyrinth +van nauwe straten, waar uithangborden met gevleugelde leeuwen aan de venetiaansche overheersching herinneren, terwijl een +huis met een door sierlijk traliewerk afgesloten balkon de turksche regeering voor den geest roept. + +</p> +<p>Het fort Palamedes, dat ik natuurlijk moest bestijgen, is alleen toegankelijk van den kant der stad. Een duizendtal treden, +in de rots gehouwen tusschen cactusstruiken door, voeren naar de wallen der citadel. Van een torentje uit, dat letterlijk +over de huizen van Nauplia heen hangt, bewonder ik een oogenblik het prachtig panorama aan mijn voeten. Op het binnenplein +der kazerne dansen de soldaten, en het feestrumoer der stad klinkt tot hier door. Daarachter het schiereiland <span id="d0e323" class="corr" title="Bron: Itsch-Kalè">Itsch-Kalé</span>, dat de haven beschermt tegen den zeewind. Door de plechtigheid van het Paaschfeest ben ik verhinderd geworden, om de noodige +stappen te doen ter verkrijging van de machtiging tot een bezoek aan de citadel; niet, dat ze zoo ingewikkeld zijn, maar de +plaatsbureau’s waren dezen morgen verlaten, en ik heb den dienstdoenden officier niet te spreken kunnen krijgen. Ik bekijk +het kasteel dus van den buitenkant. Het is door de Franken gebouwd, versterkt door de Venetianen en voorzien van zeven redoutes, +waarvan twee de onverwachte namen dragen van Miltiades en Themistocles. Mijn blikken bleven lang hangen aan de duizelingwekkende +steilten, afdalend naar de zee, waar in de diepte het eiland Spezzia lag, terwijl tegenover mij Arcadië gloeide in de zon +en rechts de groene vlakte van Argos zich ontrolde naar de dorre eenzaamheid van Mycene. + +</p> +<p>Eindelijk begaf ik mij naar beneden en vond in de kazerne de officieren en de soldaten nog bezig met de toebereidselen van +het Paaschmaal. Er brandden op het plein groote vuren, waar lammeren in hun geheel op werden gebraden. Een groote stok, door +hun lichaam gestoken, rustte op twee kruiselings staande stokken, geplant in de aarde aan weerszijden van het vuur, en een +soldaat deelde aan het primitieve toestel een zacht draaiende beweging mee, terwijl de anderen hem aanmoedigden met gezang, +en met welbehagen onderwijl de geuren opsnoven van het gebraad. De tafels zijn klaargezet onder groene priëelen, waar aanstonds +de maaltijd zal beginnen. Behalve het lamsvleesch, het hoofdgerecht, bestaat het menu uit harde eieren, brood en sinaasappelen, +alles besproeid met den harsachtigen wijn, waarvan ik zonder smaak een glas drink op de gezondheid der soldaten. De officieren +meenen zeker, dat ik dien drank afschuwelijk moet vinden, maar ze kunnen op mijn gezicht geen enkel teeken van afkeuring lezen, +en ze lachen er om op een manier, die mij niet weinig amuseert. + +</p> +<p>Den volgenden morgen werd ik door een telegram naar Athene en mijn werk teruggeroepen; maar eenige maanden later was een gelukkige +samenloop van omstandigheden de oorzaak, dat ik een week verlof kon krijgen voor een nieuwen tocht naar het Zuiden van den +Peloponnesus. Het seizoen is gunstig, om een reis van dien aard te ondernemen; niets wijst er nog op, dat de herfst nabij +is, maar de drukkende warmte van Juli heeft plaats gemaakt voor prachtige Septemberdagen, zonnig en helder en op deze breedte +nog lang en warm, zoodat men zich in den vollen zomer kan denken. Ik was enthoesiast over het vooruitzicht, niet langer voor +eenige dagen het scherpe stof van Athene in te ademen; ik droom van groene wouden, waar beekjes murmelen, ik verlang naar +de koelte, naar de zuivere lucht, die ik in vier maanden niet heb genoten en die ik hoop te vinden eerst op de zee en dan +in het eenzame bergland. + +</p> +<p>Mijn licht bundeltje is dan ook spoedig gesnoerd; verscheiden blikjes, die vernuftig ter plaatse kunnen worden warm gemaakt, +insectenpoeder, een paar geneesmiddelen, die men moeilijk ontberen kan in warme landen, zijn met het strict noodige, een deken +en de getrouwe kodak, de lijst van mijn hebben en houden. + +</p> +<p>Ik kom aan den Piraeus, waar de “Aphrodite”, <a id="d0e334"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e334">152</a>]</span>een boot van de Panhelleensche Maatschappij, naar Marathonisi gaat vertrekken. In de buurt van de eetzaal aan boord heerscht +evenals op de “Haghios <span id="d0e336" class="corr" title="Bron: Nicolaos">Nikolaos</span>”, die mij vroeger naar Korinthe bracht, een walgelijke geur, en, de kooien zien er al even weinig aanlokkelijk uit. Het zou +wel kunnen zijn, dat ik mij van nacht aan lastige gevechten zal moeten wijden. Het is hier zoo vuil, dat ik mij afvraag, of +het dek wel ooit wordt schoongemaakt, terwijl een blik in de keuken genoeg is, om iemand allen eetlust te benemen. + +</p> +<p>En ik zal hier achttien uren moeten blijven! Wij zouden om elf uur in den morgen van den Piraeus vertrekken, maar het werd +twaalf uur. De kapitein verzekerde mij, dat we een prachtigen overtocht zouden hebben. Trouwens de zeeziekte verontrust mij +niet erg. + +</p> +<p>Daar roept de bel de passagiers naar de eetzaal. Ik moet mee aan tafel, hoe weinig animeerend ook de keuken hier is door het +gebruik van schapevet. Na verloop van een half uur kan ik eindelijk op dek gaan, om daar den namiddag door te brengen. Reeds +wordt Aegina kleiner door den afstand en laat ons van dezen kant zijn steile wanden zien, bedekt met een donkeren plantengroei. +Boeren zijn op het voorschip geïnstalleerd, sommigen zittend op veelkleurige koffers, anderen op ruwe dekens van roode wol; +een van hen zingt onder begeleiding van een rustieke luit volksliedjes; en de anderen praten over de kleine gebeurtenissen +van hun leven, steeds onder het aflezen van hun rozenkrans. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-152-2.jpg" alt="Een byzantijnsch kerkje." width="700" height="501"><p class="figureHead">Een byzantijnsch kerkje.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Bij het vulkanisch schiereiland Methana dringt de “Aphrodite” binnen in de nauwe doorgang, die Poros van Argos scheidt, waar +de oranje- en citroenboomen beschut zijn door het prachtige scherm van de bergen. Er worden toebereidselen gemaakt voor een +landing in het stadje, dat schilderachtig op de rotsen is gelegen en waar het eerste maritieme arsenaal van het jonge koninkrijk +werd gevestigd. Booten, overvol met menschen, komen naar ons schip in groote wanorde. Pas zijn de passagiers en de goederen +overhaast aan boord gebracht, of de schroef zet zich weer in beweging, terwijl ieder een plaatsje zoekt, door de vertrekkenden +open gelaten. Het zal intusschen niet voor lang zijn, want deze menschen gaan naar het eiland Hyera, dat zich al gauw vertoont, +als we om kaap Skyli zijn gevaren, die aan den oostkant de uiterste punt van den Peloponnesus vormt. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-152-1.jpg" alt="Nauplia en kaap Itsch-Kalé." width="572" height="401"><p class="figureHead">Nauplia en kaap Itsch-Kalé.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Een uur later gaan we Spezzia in open zee voorbij aan den ingang van de golf van Nauplia; die haven is met Salamis de voornaamste +oorlogshaven, maar ze kunnen beide niet wedijveren met de groote oorlogshavens. Het was een heerlijke avond aan boord, en +het gezang van de eenvoudige lieden uit het volk wiegde mijn gedachten aangenaam in zoete rust. Een poging om beneden slaap +te vinden liep op niets uit, en al spoedig was ik weer aan dek, om daar den morgen af te wachten. + +<a id="d0e357"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e357">153</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-153.jpg" alt="Ruïnen van het oude Misthra." width="720" height="514"><p class="figureHead">Ruïnen van het oude Misthra.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De dag brak aan, toen we de golf van Marathonisi voorbijvoeren en den steven naar het Noorden wendden, om tegen acht uur aan +de moderne kade van de gelijknamige stad te landen. Daar word ik aan wal gezet en wandel dadelijk de stad uit naar een weg +over de rotsen langs de zee, waar ik de “Aphrodite” een laatsten groet kan brengen, zooals ze daar voor anker ligt achter +in de baai; de hoeven van het muildier slaan luide op de steenen, terwijl de schoenen van den agoyaat en van den gendarme, +van voren opgewipt als een voorsteven van een schip, zacht voorschuiven. De brave militair ziet er niet bar uit in zijn vuilblauwe +uniform, en ik moet onderweg meermalen denken, dat, als ons iets overkomt, zijn tegenwoordigheid mij van weinig nut zal zijn. +Er worden mij, sinds ik in Griekenland ben, zooveel verhalen verteld van den moed der inwoners van dit land, dat ik geëindigd +ben met er niet veel van te gelooven en te denken, dat er weinig durf onder hen is en dat in het bijzonder degenen, die mij +vergezellen, wel in staat zouden zijn, om in geval van gevaar met den vijand te heulen. Voor het oogenblik stellen ze zich +tevreden met het zingen van een lied; om beurten heffen ze een couplet aan, en dat zal zeker wel duren tot bij kaap Matapan. +Dus heb ik alle gelegenheid, zwijgend het prachtige land te bewonderen, dat we zijn binnengaan. + +</p> +<p>Een afgevaardigde naar de volksvertegenwoordiging, de Mavromichalis, die reeds meermalen minister is geweest en die te Athene +een geziene staatkundige positie bekleedt, had mij dikwijls aangeraden deze reis te doen; hij zei mij, dat de bewoners van +dit smalle schiereiland vreemde gewoonten hadden behouden in hun woeste schuilhoeken en dat ze verdienden, dat men hen beter +leerde kennen. Toen ik dan ook besloten was, te gaan, zocht ik den heer Mavromichalis op, toen minister van Binnenlandsche +Zaken, en hij kondigde mijn reis niet enkel aan de autoriteiten aan, maar moedigde zijn partijgenooten aan, mij vriendelijk +te ontvangen. Ik stelde die daad te meer op prijs, omdat de gesprekken, die ik met den staatsman had gehad, mij voldoende +op de hoogte hadden gebracht van de sociale toestanden in het zonderlinge land. + +</p> +<p>De Mainoten, die zich de rechtstreeksche afstammelingen noemen van de Spartanen die voor de barbaren vluchtten, hebben van +die vermeende voorvaderen het onbuigzame karakter en de strenge zeden. Ze hebben krachtig weerstand geboden aan de Turken, +die hen nooit hebben kunnen onderwerpen. Al den tijd van de ottomaansche overheersching was er een aristocratie van familiehoofden, +zooals de Mavromichalissen, die tegenwoordig in hun salons te Athene de reeks hunner voorvaderen in de kleeding der Palikaren +vertoonen, en betwistten elkander het bergland in een onophoudelijken strijd, bestaande in vendetta’s, roof- en moordpartijen. +Toen we door het kleine dorpje Mavrovoeni reden, merkte ik op, dat <a id="d0e369"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e369">154</a>]</span>enkele huizen van schietgaten zijn voorzien. De mannen kijken mij aan met een trotsch en vijandig voorkomen. + +</p> +<p>Al spoedig hebben we het riviertje de Vardoenia achter ons gelaten, en op den Passaheuvel bespeur ik de overblijfselen van +een kasteel, dat oudtijds bestemd was, de aanhoudende opstanden in het land te beteugelen, dan een ander, waar niemand zich +vertoont, en we verlaten de nabijheid der zee, om aan zijn voet het voorgebergte af te snijden, dat in kaap Pagania uitloopt. +Tusschen kleine eiken en wat heidekruid loopt de weg, en aan alles is te merken, dat de streek weer armer wordt. + +</p> +<p>In de schaduw van een niet uitgegroeiden den houden we stil en ik gebruik een vluchtig ontbijt, terwijl mijn oog rust op de +ingesneden toppen van den Taygetos, wijkend naar het Zuiden nu onder den naam van Kako Voeni, dat is “slechten berg”. En inderdaad +dit is een somber land, een opeenhooping van steile rotsen onder de brandende zon, met hier en daar kloven en afgronden, waarboven +arenden en gieren zweven. Den geheelen namiddag volgden we de hellingen van dit reusachtige en woeste bergland, waarbij we +slechts twee of drie dorpen passeerden, arme gehuchtjes eigenlijk, en door afgelegen kloven gingen met een dicht struikgewas +en vele donkere grotten. Het gevoel van eenzaamheid komt over mij; ook mijn metgezellen loopen zonder spreken voort. Het begint +duister te worden, als we Lagia passeeren, en aan de zee is het volkomen nacht. Zij schittert, waar ze tegen de rotsen slaat +in het koude licht der maan, en met een gevoel van echte verlichting bereik ik tegen zeven uur in den avond de eerste huizen +van Porto-Quaglio. + +</p> +<p>Terwijl de agoyaat bezig is een onderkomen te zoeken voor het muildier, en de gendarme naar zijn collega’s is gegaan, stap +ik de zaal binnen van de herberg, waar het lekker ruikt naar gebraden kwartels. We waren juist in den tijd van den vogeltrek, +waarbij dit geurige wild, dat hier overvloedig is, komt uitrusten op de uiterste punt van Europa, eer het zijn vlucht neemt +naar Egypte. Ik profiteer dankbaar van de gelegenheid; eenige harde eieren en de onvermijdelijke harswijn, waaraan ik trouwens +reeds gewoon raak, voltooien het geurige maal, en dan ga ik opzoeken wat met een stoutmoedig euphemisme mijn bed zou kunnen +worden genoemd, een eenvoudige houten krib, goed voorzien van stroo. Maar het kan mij weinig schelen, de vermoeienissen der +beide laatste dagen zijn zoo groot geweest, dat een diepe slaap, niet door eenig onaangenaam gesteek afgebroken, dadelijk +mijn oogleden sluit. + +</p> +<p>Om zes uur in den morgen wacht mijn muildier mij reeds, geheel gezadeld, aan de deur van de eenvoudige herberg te Porto-Quaglio, +waar ik den nacht heb doorgebracht. Ik haast mij, het zadel te bestijgen. En terwijl de schuine stralen der zon reeds de ontmantelde +kanteelen van het kasteel vergulden, dat de stad beheerscht, rijd ik den chaos binnen van de granietbergen aan kaap Matapan; +omgevallen menhirs, grotten en holen, waar de zee bruisend binnen dringt, en een sterke reuk van wier en zeegras in de holten +tusschen de zwarte rotsen. Het rijden is moeilijker geworden door de hevigheid van den wind, die den voet der gesteenten met +schuim omzoomt; daar is eindelijk het uiteinde van het donkere voorgebergte, waar de zeemeeuwen met groote, witte vleugels +hun doordringend geschreeuw doen hooren. + +</p> +<p>De verlaten zee heeft overal witte koppen, en het kleine kapelletje “ton hagion Asomaton”, dat tegenwoordig op de plek staat +van het beroemde heiligdom, gewijd aan Neptunus, schijnt te hangen boven een donkeren afgrond. En als ik mij verwijder, geheel +onder den indruk van de grootsche doodschheid van deze plaatsen, die getuigen waren van zooveel zeerampen, maakt mijn agoyaat, +wiens gevoelens met de mijne schijnen samen te stemmen, devotelijk een kruis, met oogen vol afschuw. + +</p> +<p>Een uur later is opnieuw de voet van de landengte bereikt, en langs een verschrikkelijk moeilijk voetpad stijgen we weer langs +de westkust omhoog, en gaan in de richting van kaap Grosso, die den horizon afsluit met haar hoogen marmeren muur. Deze strook +lands, ingesloten tusschen de zee en de gekanteelde toppen van den Taygetos, is het merkwaardigste deel van het land der Mainoten, +een streek, bedekt met lage struiken en myrten, waar het strand overal kleine kreken vertoont en veel rotsachtige kapen vol +holen, plaatsen, waar de zeeschuimers hun buit verborgen. Het zijn door de zon geroosterde bergen, met veel woeste kloven, +waar zich, hangend boven afgronden, verborgen in de groeven tusschen het gesteente, arme dorpjes verschuilen, echte arendsnesten, +schuilplaatsen van roovers, het tooneel van vendetta’s met bloed en tranen, en geboorteplaatsen van helden. + +</p> +<p>Overal ziet men versterkte kasteelen en torens met kanteelen, pyrgoi geheeten, voorzien van schietgaten. Het verbaast mij +nu niet langer, dat het een dergelijk land is gelukt, door de eeuwen zijn volkomen onafhankelijkheid te bewaren, en dat men +er thans nog de oorspronkelijke woestheid van land en bewoners aantreft. Alles verraadt die bij de Mainoten, vanaf den trotschen +trek van hun magere gezichten, omlijst door wapperende haren en met een langen knevel, waarboven de oogen fonkelen, tot de +plechtige manier van loopen, de groote physieke kracht en de wijze, waarop ze de wapens dragen, die ze nooit afleggen. Te +Kyparisso, te Alika, in alle dorpen die ik doorreis, kijkt men mij vast aan, zonder nieuwsgierigheid, zooals een man zijns +gelijke aanziet, en dat is iets, waar mijn reizen mij niet aan aan hebben gewend, sedert ik in Griekenland ben. + +</p> +<p>Wij houden stil om te ontbijten aan den rand van die groote hoogvlakte, die zich uitstrekt van de kaap tot den voet der bergen, +en terwijl ik mijn blik laat weiden over het azuur van de golf van Koroni, in de verte eindigend in kaap Gallo, die met haar +zusters, kaap Matapan en kaap Malée de laatste vormt van de drie vingerspitsen dier grove hand, die de Peloponnesus is, herinner +ik mij alles, wat de heer Mavromichalis mij heeft verteld van zijn woeste kiezers. Ze zijn dapper en trouw en hebben opgehouden, +onder elkander, zooals ze eertijds deden, bloedige gevechten te leveren; maar de politieke strijd neemt nog onder hen een +zoo heftigen vorm aan, dat men zich midden in een barbaarsch land waant, zoodra de tijd der verkiezingen is genaderd. In hun +wezen rebellisch, <a id="d0e387"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e387">155</a>]</span>wars van alle gezag, verdragen ze slechts met moeite het stelsel van den verplichten militairen dienst, en de afstammelingen +van die helden uit den vrijheidsoorlog hebben de grootste moeite, zich te schikken naar de tucht, hoe weldadig die ook zij, +van het regiment. Met den geest nog vol van het heidensch bijgeloof, gelooven ze aan de godheden van de zee, aan die Nereïden, +die hun holen en grotten bewonen, aan de orakelspreuken, door de rookende ingewanden van dieren gegeven, en als er een der +hunnen sterft, laten ze nooit na, onder in zijn doodkist, met proviand voor de sombere reis, ook het kleine geldstukje te +leggen, dat Charon van hen zal eischen aan den oever van de Styx. + +</p> +<p>Hun zeden hebben de oude zuiverheid behouden, en de deugd der vrouwen is enkel te vergelijken bij haar strenge schoonheid. +De overspelige vrouw wordt gedood door haar man, en haar medeplichtige wordt door het volk met den dood gestraft. Wee dengene, +die de vrouwen hier te nadrukkelijk aanziet, wee hem, die een jong meisje compromitteert! Hij moet haar onmiddellijk trouwen +en als hij verdwijnt, zonder de zaak in het reine te brengen aan het eind van de enkele weken, die de gewoonte hem toestaat, +is het met het ongelukkige kind gedaan, dat door de ouders koelbloedig wordt gedood, liever dan dat ze haar schande haar laten +overleven. En zou men zich hier niet in de tijden van het oude Sparta terugdenken, als men de moeders gevoelloos en met wilde +gebaren ziet in de tegenwoordigheid van de lijken van haar bij de vendetta’s gedoode zoons, als die laatste niet in de borst +zijn getroffen? + +</p> +<p>Als ik dan ook, na Pyrgos te zijn voorbij gereisd, in den laten namiddag aan de poorten van Areopolis kom, waar de geheele +bevolking met den burgemeester aan het hoofd is samengeloopen, om mij welkom te heeten, en die brave lieden meen te moeten +doen begrijpen, dat ik als een goed Franschman hun edel en trotsch karakter bewonder, dat ik een vijand ben van list en leugen, +eindig ik mijn toespraakje, dat ik met behulp van het woordenboek zorgvuldig had voorbereid, met de geheiligde formule: “Evcharisto, +adelphoi, zito Areopolis! Dank, broeders, en leve Areopolis!” Toen weerklonken er eindelooze kreten en toejuichingen, roode +mutsen vlogen in de lucht, er werd geestdriftig in de handen geklapt, het kruit liet zich hooren, en de scherper stemmen van +de vrouwen, die ik op mijn woord slechts tersluiks heb aangekeken, mengen zich onder die der mannen, en duizendmaal herhaald +klinkt het vol enthousiasme: “Zito o Gallos, zito i Gallia! Leve de Franschman, leve Frankrijk!” + +</p> +<p>Men ziet, dat de afgevaardigde uit de streek, meer nog dan de minister van Binnenlandsche Zaken, het is geweest, die mijn +doortocht heeft aangekondigd, want ik kan geen voet verzetten, zonder dat oogenblikkelijk een sympathiek gestemde menigte +op mij toesnelt; men ziet mij nieuwsgierig aan; in de herberg, waar ik ben binnengegaan, om een glas ouzo, nationalen brandewijn, +te drinken en eenige olijven te gebruiken, zie ik de kinderen lachen en elkander aanstooten, toen ik in uitstekend Grieksch +om kafé kai loucoumia vraag, de geparfumeerde olijven, die lang niet zoo lekker zijn als die uit Konstantinopel. + +</p> +<p>Het is overal ongewoon druk; groepjes in feestkleedij verzamelen zich aan de deuren; de vrouwen hebben haar beste kleeding +aangetrokken, haar boezelaars, met schitterende kleuren geborduurd, haar witte tunica’s of de lange mantels zonder mouwen, +die de armen laten zien en een gedeelte van de borst; ze hebben het hoofd bedekt met mutsjes, waar gouden versierselen op +zijn aangebracht, meestal in penningen bestaande, op de borst dragen ze allerlei zilveren en koperen sieraden, en om den hals +is een lange gazen sluier geslagen. + +</p> +<p>De mannen in de fustanella, schitterend van witheid, hebben hun crêmekleurig buis aangehouden en de pantoffels met de rozetten +van blauwe wol, de vesten vol bonte arabesken en de gordels, waar degens en patroontasschen aan hangen; of wel ze hebben gele +laarzen van leder aangedaan, met gouden figuren bestikt, die passen bij de versierselen van hun overkleed. Er wordt mij verteld, +dat een notabele gisteren zijn dochter heeft uitgehuwelijkt; naar grieksche gewoonte is de pope laat in den avond aan het +huis der bruid gekomen, waar een voorloopig altaar is opgericht; driemaal is de trouwring van de hand des bruidegoms aan die +van het jonge meisje gestoken; ze hebben van hetzelfde brood gegeten en uit hetzelfde glas gedronken, om aan te duiden, dat +voortaan alles voor hen gemeenschappelijk moet zijn, en, gekroond met oranjebloesem, zijn ze om het altaar heengegaan, gevolgd +door de bruidsmeisjes en de bruidsjonkers, terwijl de priesters en de ouders, geknield in een kring, over de jonggehuwden +de zegeningen des hemels hebben afgesmeekt. En de bevolking heeft aan het feest deelgenomen; ze is naar het hoogste deel der +stad gegaan, waar er schapen voor hen geslacht zijn geworden en waar wijn en confituren zijn uitgedeeld; er is toen den geheelen +nacht gedanst op de tonen van allerlei liederen. + +</p> +<p>Een rijstsoep, die nog al lekker is, olijven in pekel en een stuk rhalva, soort van honingkoek met saffraan en anijs, vormen +het menu van het uitstekende maal, dat mij op een hoekje van een wankele tafel wordt voorgezet door een zeer mooi meisje van +het land, wier haren, sierlijk in het midden gescheiden, op de schouders hangen. En dan word ik naar mijn kamer gebracht, +ditmaal in het geheel niet van een bed voorzien, en waar dit meubel, dat men voor onontbeerlijk zou houden, is vervangen door +wat stroo, op den grond uitgespreid. In mijn deken gewikkeld en doodop door de afschuwelijke duwen en stooten, waarop mijn +muildier mij zoo ruimschoots had getracteerd op de plaatsen waar de wegen slecht waren, denk ik er slechts aan, nieuwe krachten +in te zamelen, om even dapper als vandaag de groote vermoeienissen van morgen te verdragen. + +</p> +<p>Reeds om vier uur opgestaan, want ik moet ten einde des avonds in Sparta te zijn, vijftien uren per muildier rijden, verlaat +ik het gastvrije plaatsje Areopolis, en terstond aan de zee den rug toekeerend, begin ik de hellingen van den Taygetos te +bestijgen, waar een diepe insnijding mij een weg door zal banen naar Marathonisi. Voor de laatste maal groet ik het schoone +land, dat mij zulke nieuwe en schoone indrukken heeft gegeven en verdwijn in de woeste kloof, waar ik afwisselend eikenboschjes +tref, hooge rotsen <a id="d0e403"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e403">156</a>]</span>aan steile afgronden, voetpaden, die nauwelijks te onderscheiden zijn in het rotspuin, en bergwanden, die wonderlijk mooi +verlicht zijn en in trotsche majesteit verrijzen. Zoo bereik ik het dorp Karyopolis en zijn ellendige hutten, in het bergland +verloren. De menschen hier loopen in lompen, en ik vraag mijzelven af, waar ze van leven op dezen grond, waar de bebouwbare +lagen ver te zoeken zijn. Maar ik heb geen tijd, een economisch probleem te doorgronden; nog een paar inzinkingen en daar +is de zee weer, daar is het dal van de Vardoenia en spoedig daarna Marathonisi. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 428px"><img border="0" src="images/p1909-156-1.jpg" alt="Misthra met de oude cypressen." width="428" height="621"><p class="figureHead">Misthra met de oude cypressen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het is tien uur; ik neem, niet zonder eenige ontroering, afscheid van mijn braven gaïdoeri en mijn beide metgezellen, die +natuurlijk bij de gewisselde handdrukken een toespraakje houden. En op een anderen muilezel, geleid door een nieuwen agoyaat, +begeef ik mij enkele oogenblikken later weer op weg naar Sparta en het dal der Eurotas. + +</p> +<p>Gytheion vertoont op twee tweelingheuvels zijn wankelende stukken muur tot aan den rand van den weg, die nauw wordt ingesloten +tusschen de zee en de bergen. Niet ver van daar springt een bron, waarvan het gemurmel over de steenen mij heerlijk toeschijnt. +Het is in Griekenland zulk een zeldzaam schouwspel, dat ik er mij een poosje ophoud, om mijn door de heete middagzon gloeiend +hoofd af te koelen, terwijl de agoyaat een rietstengel afsnijdt, om er een fluitje van te maken. Dan volgt het in puin liggende +fort Khaki-Skala, en dan begint de weg de hellingen van den Taygetos te bestijgen, namelijk het voorgebergte Vardoeno Khoria, +waar de Eurotas, die uit de vlakte van Sparta komt, zich een weg doorheen moet banen. + +</p> +<p>Weldra onttrekt een eerste pas Marathonisi aan ons oog en we gaan verder met stijgen door boschrijk bergland, van waar de +vlakte van Helos te overzien is en waar Cytherae zich aan den zuidelijken horizon vertoont. Nog een laatste stijging, en bij +het dorp Levetzova begint de daling naar de vlakte van Sparta, die daar voor mij ligt in een goudgeel waas van rieten daken. +Een rij laurieren en platanen wijst den loop van de <span id="d0e416" class="corr" title="Bron: Enrotas">Eurotas</span> aan, die hier en daar fonkelend straalt langs den prachtigen muur van den Parnon, terwijl de hooge keten van den Taygetos +zijn reeks van indrukwekkende toppen tegen de lucht afteekent. + +</p> +<p>Hoewel de zon snel begint te dalen, is het in de diepte van de kom ondragelijk warm; de bleeke olijven, de vijgeboomen en +de moerbeiboomen met hun donker groen, dat ongelukkig onder een laag stof schuil gaat, de oranje- en citroenboomen, met gouden +vruchten beladen, omringen de velden, waar reeds het zaaisel voor het volgend jaar is uitgestrooid. Dit is Laconië, een mooie +en rijke provincie met veel landbouw, waar sierlijke dorpen zich in het groen verbergen en op den achtergrond waarvan zich +in den vallenden avond achter de acropolis van Amyclae de heuvels van Sparta in flauwe omtrekken vertoonen, waar ik eindelijk +om acht uur in den avond aankom, uitgeput van warmte en vermoeienis. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-156-2.jpg" alt="Sparta’s stille straten en de Taygetos." width="660" height="422"><p class="figureHead">Sparta’s stille straten en de Taygetos.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Door tuinen omringd, liggen de witte, lage huizen van de moderne stad, die door koning Otto in den loop van zijn kortstondige +regeering werd gesticht, <a id="d0e428"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e428">157</a>]</span>tegen een heuvel aan, waar broodboomen en heide den grond bedekken. Ze waren reeds verdroogd door de zon, wat ik opmerkte +toen ik den volgenden morgen een tocht ondernam door de breede, rechte en eentonige straten aan den voet van den kolossalen +Taygetos. Groote zwarte cypressen, ook al weer onder een laag stof, rezen er ten hemel. Onder luifels etaleerden de winkels +van den bazar op gevlochten rietmatten de mooie vruchten van Laconië, meloenen en fluweelige vijgen, en boeren, gekleed in +een lang, rood gewaad, met een koord om het midden, loopen af en aan onder het gehinnik van hun paarden, de sandalen door +touwen vastgebonden aan hun gebronsde enkels. Ik ontmoet vrouwen in ruime hemden, met mooi, laag voorhoofd, energieke kin, +en terwijl ik moet erkennen, dat ze waard zouden wezen door haar physiek de afstammelingen te zijn der oude Spartanen, kom +ik over een grasvlakte bij de plek, waar enkele overblijfselen de plaats der antieke stad aanduiden; resten van graven, fondamenten +van muren, ruïnen van een schouwburg, die naar de strenge wetten van Lycurgus alleen bestemd was voor lichaamsoefeningen. +Hier, beweert men, is het overblijfsel van Leonidas’ graf, het stadion, waar de jongelieden zich in wedloopen oefenden, en +wat verderop, een door de Eurotas gevormd eilandje, waar de rivier zich splitst, een boomgroep, waar de moderne Lacedemoniërs +hun openbare wandelplaats hebben aangelegd. Het is de Platanistas, waar men onder het oog der grijsaards oudtijds de kinderen +sloeg, om ze aan pijn te gewennen, waar de jongelieden elkander geregelde gevechten leverden en zonder een klacht in den dood +gingen. En ik bereik weer de nieuwe stad door moerbeiboschjes en denk aan al die ruwheid uit het verleden, aan de woeste geestkracht, +die hier aan den dag werd gelegd, aan die ruwe zeden, die aan de Spartanen, met de verachting van den rijkdom, tevens een +diepe minachting inboezemden voor de onsterfelijke kunstwerken. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-157-1.jpg" alt="Op een eilandje in de Eurotas." width="653" height="429"><p class="figureHead">Op een eilandje in de Eurotas.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Tegen tien uur moet ik op het oogenblik, dat de warmte verstikkend wordt, door het dal trekken, om mij eerst naar Misthra +te begeven en dan door den Taygetos naar Messenië te dalen. Daar de wegen over de bergen, naar het schijnt, niet volkomen +veilig zijn, hebben de autoriteiten mij nog een gendarme meegegeven, wiens nietig uiterlijk niet geschikt is om mijn gevoel +van veiligheid te vergrooten; daarentegen is mijn agoyaat een stevige vent en tevens door onze “symphonie” ook een goede verdediger. +Hij heet Christo, zooals zoovele van zijn mannelijke landgenooten, die, als ze dezen voornaam niet dragen, stellig antwoorden +op dien van Georgi, Janni of Panayotti. En al pratend met twee metgezellen, die zonder gewetensbezwaar en dat nog wel voor +een vertegenwoordiger van het gezag, de boomen van hun vruchten berooven, komen we in een uur aan den voet van de majestueuse +keten bij het tegenwoordige dorp <a id="d0e437"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e437">158</a>]</span>Misthra, gekroond door de indrukwekkende ruïnen van de middeleeuwsche stad. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-157-2.jpg" alt="Mooie plantengroei aan de Eurotas." width="676" height="458"><p class="figureHead">Mooie plantengroei aan de Eurotas.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Een catastrofe schijnt den berg over zijn geheele lengte te hebben gescheurd, en de diepe kloof, die de Grieken “langada” +noemen, daalt in een chaos van rotsen van schitterende kleuren. Vrouwen zitten voor haar armoedige huisjes, het hoofd bedekt +met een zwarten sluier, die ze op religieuses doet gelijken; ze spinnen in stilte, en heffen slechts even de oogen op om ons +te zien voorbijgaan. De helling van Meso-Khori is weldra bestegen, en we houden stil in de schaduw van prachtige platanen, +waar een van die kleine turksche fonteinen onder springt, die zoo dichterlijk zijn en waar het water te midden van arabesken +te voorschijn komt, om zachtjes neer te vallen in een steenen bekken, dat geheel vochtig is van iriseerende droppels. Ik kan +een kreet van bewondering niet weerhouden; vóór mij, zeer hoog op de bergen, liggen trapsgewijze en in een driehoek de ruïnen +van het oude Misthra, het frankische, door Villehardouin gesticht, die vorst van Morea, de plaats, die om beurten daarna turksch +of venetiaansch is geweest en eeuwen lang de hoofdstad van Laconië was. Die stad der kruisvaarders, die sedert de schepping +van het koninkrijk verlaten werd voor het moderne Sparta, maakt nu een droefgeestigen indruk van verval onder het weemoedig +toezien van haar drie oude cypressen, die reeds de getuigen waren van haar oude grootheid. + +</p> +<p>En door nauwe straatjes, die als trappen zich door tuintjes kronkelen, tusschen boogvormige arcaden door en binnenpleinen, +waar in het natte gras schildpadden slapen, klim ik omhoog tot de oude kerk van Pantanassia, met de sierlijke zuilengalerij +en met in het inwendige een nis, waar de fransche leliën boven zijn gehouwen. Daar zijn kleine gothische gebouwtjes en een +grooter bouwwerk met hoogen gevel, door den tijd verweerd en voorzien van talrijke vensters. Dat is het paleis van Villehardouin +met zijn gekanteelde torens en struikgewas aan den voet, waar reptielen zich ophouden. Ik blijf nog stijgen, tot ik eindelijk +de citadel bereik, omgeven door versterkte muren, waarbinnen veel puin ligt en waar waterreservoirs zijn aangebracht. Alles +is thans in de stad uitgestorven, die daar aan mijn voeten ligt in de ruïnen, en alleen de wilde duiven, die in de verlaten +ruimten rondvliegen, zetten leven bij aan de indrukwekkende eenzaamheid. + +</p> +<p>Op een sarcophaag gezeten, van waar ik de groene vlakte van Sparta kan overzien, die door de groote schaduw van den Taygetos +wordt getroffen, denk ik terug aan de verre tijden, toen onze voorvaderen over het land regeerden; ik roep de herinnering +aan onze beschaving op, die ik hier, ver van het vaderland, terugvind in de bogen, de latijnsche kruisen, de leliën; ik vergeet +de byzantijnsche wereld, om door tijd en ruimte te gaan tot den tijd van onze Middeleeuwen, welker heroïsme vol edelmoedigheid +geschreven staat op alle steenen van de ineenstortende stad. Daar op eens begint de klok van de oude metropool, overblijfsel +van de grieksche stad, die ook al vervallen is, nadat ze gebouwd was op het oudere puin van het kasteel onzer voorvaderen, +te klinken; een priester treedt uit het aartsbisschoppelijk paleis en achter hem verdwijnen eenige vrouwen in de kerk, gelijkende +op groote, zwarte vogels, dwalend tusschen de graven. + +</p> +<p>Nu haast ik mij naar beneden, telkens struikelend over verbrokkelde wapenschilden, waar de hagedissen hun zonnebad nemen, +en ik treed de kerk binnen, terwijl het gebed bijna is afgeloopen. Ik bezie een oogenblik den groenen koepel, de ruwe fresco’s +aan de wanden en de oude grieksche opschriften, die uit de veertiende eeuw afkomstig zijn, en toen ik opnieuw den drempel +overschrijd, verblind door de felle helderheid van het licht, voegt de geestelijke zich bij mij en zegt: “Sto kalo, wees gezegend!” +en wenkt mij, want het kost mij moeite zijn dialect te begrijpen. Hij voert mij mee tot aan het oude aartsbisschoppelijk paleis, +dat dicht in de buurt is, en waarvan de muren de sporen dragen van de turksche verovering. + +</p> +<p>Die lagere grieksche geestelijken, die maar zoo weinig onderwijs hebben genoten ondanks de pogingen en de milde giften van +den rijken Rhizaris, ontzeggen zich door te trouwen den toegang tot het episcopaat. De niet gehuwde monnikken worden dus tot +bisschoppen en aartsbisschoppen benoemd, en de arme pappa’s leven daar te midden van hun onbeteekenende schaapjes in voortdurende +onwetendheid. Nauwelijks hun godsdienst kennend, niet in staat de dogma’s er van te verklaren, onopgemerkt door den staat, +die hen niet betaalt, zijn ze wel genoodzaakt om, ten einde in de behoeften van hun gezin te voorzien, uit alles geld te slaan. +Sommigen drijven handel, andere doen aan landbouw, allen speculeeren op de lichtgeloovigheid van het publiek of laten zich +hun diensten zoo duur mogelijk betalen. En zoo ontmoet men dikwijls de bleeke broeders met hun donker cylindervormig hoofddeksel, +hun lang zwart kleed en de haren in den nek tot een wrong opgestoken, wandelend zonder eenig prestige onder groote parapluies, +die hen tegen de zonnehitte beschutten. + +</p> +<p>Mijn pappa uit Misthra maakt geen uitzondering op den regel, in geen enkel opzicht. Zijn vrouw, een grove boerin, zeker nog +onwetender dan hij, gaat opstaan bij ons binnentreden, kust haar man de handen en trekt zich bescheiden terug, alsof het niet +bij haar rang zou passen, bij ons plaats te nemen. Maar ze treedt een oogenblik later weer binnen met een pot bessengelei, +waarin wij ieder op zijn beurt ons houten lepeltje moeten steken, om dan een glas te vullen met helder water, dat mij wel +zoo gepast lijkt bij deze temperatuur dan het gesuikerde hapje, dat eraan voorafging. + +</p> +<p>Na enkele oogenblikken van een nog al traag vloeiend gesprek, wil ik mijn gastheer voor zijn gastvrijheid bedanken en, de +gewoonten van het land kennend, laat ik een cadeau van enkele drachmen in zijn hand glijden. Men moet aannemen, dat de offerande +hem niet onwelgevallig is, want ik begrijp uit de woorden, die onder een stroom van dankbetuigingen schuilgaan, dat hij mij +nog wel eens weer tot gids wil dienen. Het helpt niet, of ik hem al zeg, of liever hem toeschreeuw, want hij praat veel en +luistert slecht, dat mijn bezoek is afgeloopen en dat ik mijn muildier weer ga opzoeken, om mijn weg te vervolgen, wat ik +reeds op het punt was <a id="d0e458"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e458">159</a>]</span>te doen toen ik hem ontmoette, hij wil niet hooren, en, mij bij den arm nemend, sleurt hij mij naar buiten en herhaalt onophoudelijk: +“Pantanassia, Pantanassia!” Ik moet er mij wel in schikken, hem te volgen naar het kerkje, dat ik zooeven al heb gezien en +waarvan hij mij in bijzonderheden de merkwaardigheden verklaart; daarna treden we het naburige klooster binnen, waar mij het +graf van keizerin Theodora wordt getoond, de vrouw van Constantijn Palaeologus, den laatsten byzantijnschen keizer. Maar dat +alles wekt veel minder mijn belangstelling dan het voorkomen van de oude frankische stad, waar ik de herinnering aan onze +voorvaderen terugvind; de spraakzame pappa vindt die beleefd ook interessant en laat mij eindelijk vertrekken, mij overladend +met zijn zegeningen. + +</p> +<p>En nu begint de bestijging van de Taygetostoppen; in plaats van dien avond in Trypi te slapen, waar we in een uur marcheerens +kunnen wezen, heb ik besloten, op raad van mijn agoyaat en na een verzoek te hebben gericht tot den demarch of burgemeester +van Sparta, die mij volkomen veiligheid heeft gewaarborgd, den nacht in de bergen door te brengen te midden van de herders. +Weldra verdwijnt de heuvel van Misthra, en we bereiken tegen drie uur de huizen van het dorp, die hun roode daken verbergen +onder prachtig, donker cypressenloof. Aan alle zijden borrelen bronnen in de rotsen, en ik geniet een heerlijk welbehagen +na de hitte van de vlakte, nu ik de koele frischheid mag voelen. Vrouwen wasschen haar linnen aan den rand der beken, en ik +denk aan de echtgenooten der homerische helden, handig in de huishoudelijke plichten, maar met wie deze dames slechts heel +in de verte verwant zijn. + +</p> +<p>Maar daar gaapt aan een voetpad onder meidoorns in den berg een wonderlijk hol. Dat is de langada van Trypi, in welker nabijheid +men de plaats heeft meenen te herkennen van de kloof van Caeadas, waar de oude Spartanen de misdadigers in wierpen evenals +de krijgsgevangenen. En inderdaad van een voorgebergte boven den afgrond, kijk ik neer in een spleet tusschen de rotsen, en +de bodem schijnt er niet anders te zijn dan een opeenhooping van menschenbeenderen en stof. Een heftige indruk van afschuw +doet mij die lugubere plek ontvluchten, en langs een steenachtigen weg, die den loop van de Trypiotiko volgt, daal ik af in +het aangrenzend ravijn. + +</p> +<p>Plotseling verdwijnt de zon en de koude wind der hoogten slaat mij onaangenaam in het gezicht. Ik moet een warmer jas aantrekken +daar tusschen de kale, roode rotsen, die er dreigend uitzien. Van Trypi af was de weg steeds gestegen; nu hadden we het hoogste +punt bereikt, om dan weer tot de oppervlakte van het water te dalen. Christo waarschuwt mij, dat ik moet afstijgen, want dat +het pad gevaarlijk begint te worden. Inderdaad lagen er groote marmeren steenen, glibberig en vuil, waar men licht zou kunnen +uitglijden en in den afgrond storten. Terwijl ik langzaam voortloop, houdt de agoyaat den teugel van het muildier vast, terwijl +de gendarme den staart pakt, en het arme dier, zoo opgehouden, loopt met moeite, dikwijls uitglijdend en een massa steenen +in de diepte werpend. + +</p> +<p>Ik heb werkelijk het gevoel, dat de dood van nabij dreigt, en met een gevoel van groote verlichting bereik ik eindelijk de +bedding van de rivier, waar de weg overheen leidt, om aan den rechteroever weer te stijgen. Maar de kalmte zou niet lang duren. +Terwijl de Trypiotiko hoe langer hoe meer onder ons wegzinkt, gaan we steil omhoog langs de rots, die ten laatste zoo ver +over de kloof heen hangt, dat wij het geluid van den onstuimigen stroom zelfs niet meer hooren. Nu eens stijgend, dan dalend +langs dien gevaarlijken weg, gaat het verder, tot tegen zes uur toen de schemering valt, we de rivier terugvinden, die nu +kalmer vloeit tusschen mooie platanen. De kale toppen boven ons, roodgekleurd door de ondergaande zon, komen mij voor als +een booze droom. Daar klinkt een woedend geblaf niet ver van ons, en twee groote, zwarte honden storten zich op onze karavaan. +Christo en de gendarme maken een beweging, alsof ze met steenen willen gooien, en dat is voor het oogenblik voldoende, om +die wilde beesten in bedwang te houden, die verbazend woest kunnen zijn en die ik wel heb zien bijten in de steenen, naar +hen toegeworpen, of ze van woede met hun bek weer in de lucht heb zien opgooien. Op hun achterpooten zittend en gereed om +op ons aan te vliegen, als we naderbij komen, maken die honden een geluid, dat in het oneindige door de rotsen wordt weerkaatst. +De aandacht der herders, die in de buurt zijn, wordt eindelijk getrokken en daar verschijnen eenige bergbewoners; op hun bevel +houdt het geblaf op, en Christo treedt alleen naar voren, om te onderhandelen. + +</p> +<p>Waarlijk, die menschen zien er niet aantrekkelijk uit. De groote bruine mantel, dien ze over hun schouders dragen, hangt tot +op de vroeger witte slobkousen, die met een zwarten kouseband worden opgehouden. Hun gebruind gezicht verdwijnt onder een +ruwen baard; enkelen van hen hadden lange haren, die rondom hun mutsen en petten uitstonden; allen leunden op den langen, +gebogen stok als een bisschopsstaf, dien ze altijd bij zich hebben, en keken mij dreigend aan. Eindelijk was er een overeenstemming +getroffen en we begaven ons op weg naar het kamp, ditmaal geëscorteerd door de honden, die schijnen te begrijpen, dat wij +nu burgerrecht hebben verkregen. Al spoedig wordt het schijnsel van een vuur onder de boomen zichtbaar; we gaan een landelijke +omheinde ruimte voorbij, waar de schapekaas, die er wordt bereid in vaten van geiteleer, een afschuwelijken stank verspreidt, +en komen eindelijk tegenover een reeks verblijven, die van een vlechtwerk van bladeren zijn opgetrokken en waar de vloeren +met dennetakken zijn belegd. + +</p> +<p>Die herders zijn een ware plaag voor de boomen in Griekenland, die ze brutaal exploiteeren en waarvan hun schapen de jonge +spruitjes nuttigen. De bijl en het vuur doen geleidelijk heele bosschen verdwijnen, die mogelijk door een nauwlettender toezicht +gespaard hadden kunnen blijven. Hier is de eerste oorzaak van de ontwouding, die de droogte en de dorheid veroorzaakt, waar +het land zoozeer onder lijdt. Men moest die lieden doen begrijpen, dat hun eigen belang meebrengt, dat ze de boomen eerbiedigen, +dat het onvoorzichtig is, ze te vroeg te vellen, hun zonder noodzaak <a id="d0e472"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e472">160</a>]</span>de takken te ontnemen of altijd maar weer onder de bescherming van hun stammen vuren aan te leggen, die ze langzaam sloopen. +Maar dat is een moeilijk uit te voeren werk, want dit volk is totaal onwetend; men heeft wel getracht, op sommige plaatsen +nieuw bosch aan te leggen; maar de plantjes, die ondanks de brandende zon en de droogte juist wat op streek begonnen te komen, +hebben al gauw gediend tot voedsel voor de geiten, en de overige zijn van watergebrek omgekomen. En zoo gaat het van kwaad +tot erger, terwijl de openbare macht er nog niet in is geslaagd, een middel tegen de kwaal te vinden. + +</p> +<p>Intusschen is het geheel donker geworden. Ik heb mij in mijn hut geïnstalleerd, waarvoor een groot vuur brandt; Christo en +de gendarme hebben zich bij hun nieuwe vrienden gevoegd op eenige schreden afstands en geven hun inlichtingen over mijn persoon +en mijn reis; de oogen der nu gekalmeerde honden schitteren in de duisternis. Er is vóór mijn hut een flinke hoeveelheid hout +opgestapeld, opdat ik het vuur zal kunnen onderhouden, dat mij verwarmt, en bij het schijnsel waarvan ik thans mijn maal gereed +maak. Nu of nooit moet ik een paar van die blikjes nuttigen, die met wat spiritus dadelijk gereed zijn te maken. En terwijl +ik op mijn kleine verwarmings-toestelletjes een heerlijke portie kalfsvleesch met worteltjes klaar maak, en een niet minder +smakelijken ragoût van schapevleesch, komen de herders naderbij, gaan in een kring om mijn vuur zitten, en een onuitsprekelijke +verbazing teekent zich op hun ruwe gelaatstrekken. Voor deze halfwilde menschen is het gezicht van mijn vernuftige keuken +iets geheel nieuws; ze doen uitroepen, vragen, stooten elkaar met den elleboog aan en lachen. Geen enkele mijner bewegingen +ontgaat hun en altijd worden er lange besprekingen over geopend. Voor mij is die omgeving ook iets vreemds en nieuws, daar +zoo in de bergen te zijn, ver van alle beschavingsmiddelpunten, met deze roovers, wier oogen op mij gericht zijn door den +rook en het schijnsel van het vuur heen. + +</p> +<p>Zoodra mijn maaltijd is afgeloopen, gaan de leege blikjes van hand tot hand; ik bied een sigaret aan, waarvan allen gretig +profiteeren en er begint een gesprek, waaraan ik maar gebrekkig kan deel nemen, zoodat ik allen tijd heb, mijn zonderlinge +makkers op te nemen, wier gelaat en handen met een dikke laag vuil zijn bedekt. Nu herinnerde ik mij, dat toen ik eens den +Pentelicon beklom met een atheenschen vriend, wij op den top een herder ontmoetten van het slag van deze lieden, en dat hij +ons had bekend, dat in zeven jaren, dat hij in de bergen leefde, hij zich nooit gewasschen had. Die man had nog eenige verontschuldiging, +want het water is schaarsch in de omstreken van Athene; maar wat te zeggen van zijn kameraden van den Taygetos, die, terwijl +er bronnen in de nabijheid zijn, evenmin als hij de behoefte voelen met het verfrisschende water kennis te maken? + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 309px"><img border="0" src="images/p1909-160.jpg" alt="Op weg naar Porto-Quaglio." width="309" height="383"><p class="figureHead">Op weg naar Porto-Quaglio.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Weldra gaat ieder opstaan, niet zonder mij beleefd een goeden nacht, kale nycta, te hebben gewenscht; ik werp op het vuur +een nieuwen armvol brandstof, want het is vinnig koud, en Christo heeft mij opgedragen, het niet te laten uitgaan. We hebben +afgesproken, slechts om beurten te rusten, een maatregel, die gepast lijkt in onze omstandigheden. + +</p> +<p>Ongelukkig komt het uur om te waken nog al vroeg voor mij, en ik merk, toen ik wakker word, dat het meer is gaan waaien; de +groote boomen om ons heen klagen luid, en de vlammen drijven telkens hun rook in de hut. Er zijn veel onverwachte geluiden, +en in de bergen hoor ik klagelijk janken. Is het een hond, die de afnemende maan aanblaft, of misschien een wolf, die voedsel +zoekt? De nacht schijnt mij eindeloos en onze houtvoorraad begint te verminderen. Ik wacht met verlangen den morgen, dien +ik nooit met zooveel vreugde heb begroet, zoo drukkend is de eenzaamheid. + +</p> +<p>Daar is eindelijk een bleek licht, en omdat ik besloten ben vroeg op te breken, wek ik Christo, die zich haast het muildier +te zadelen. De herders zijn al op, en de honden zijn aan het spelen, nat nog van den dauw. Ik leg enkele geldstukken in de +vereelte handen, die mij worden toegestoken, en huiverend in den morgen wind, beklimmen we de hoogte aan het eind der langada. +Binnen een uur is de top bereikt, juist op het oogenblik dat de roode zonneschijf de transen van den Parnon bestraalt. De +vlakte, waarin Sparta is gelegen, is nog donker achter ons, terwijl de lijnen van den Taygetos achteruitwijken. + +</p> +<p>De wind blaast als een storm; het is koud en spoedig gaan we verder naar Sitsova, waar we een half uur later aankomen. Bij +Khania bereiken we de vlakte, waarvan de rijkdom en de vruchtbaarheid wonderlijk afsteken tegen de woeste eenzaamheid van +den Taygetos. Hier zien we citroen- en oranjeboomen, velden met tabak, waar moerbeiboomen tusschen staan, en eindelijk daagt +Kalamata voor ons op met zijn door aloë’s omzoomde tuinen en zijn mooie cactussen. In de straten is het geducht warm, en ik +veroorloof mij eenige uren van welverdiende rust. Om acht uur in den avond vertrekt de boot naar Athene. Mijn reis is afgeloopen, +en als de schroef het kalme water begint te slaan in de baai, groet ik voor de laatste maal de zwarte massa van den Taygetos, +die mij zulke onvergetelijke uren heeft bezorgd. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/o1909-160.gif" alt="Ornament." width="310" height="19"></div><p> + +<a id="d0e496"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e496">265</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-265.jpg" alt="De tempel van Bassae, in de verte eenzaam gelegen." width="720" height="350"><p class="figureHead">De tempel van Bassae, in de verte eenzaam gelegen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p style="
 background: url(images/ie1909-265.gif) no-repeat top left;
 
 padding-top: 60px;
 "><span style="
 float: left;
 width: 95px;
 height: 90px;
 background: url(images/ie1909-265.gif) no-repeat;
 
 background-position: 0px -60px;
 
 text-align: right;
 color: white;
 ">E</span>r is een halfjaar verloopen, sedert ik den nacht heb doorgebracht tusschen de herders van den Taygetos ter hoogte van bijna +2000 meter boven de zee; de winterregens zijn voorbij en al sinds langen tijd zijn de toppen van den Hymettus en den Parnassus +van hun licht sneeuwkleed ontdaan en worden in hun kaalheid geblakerd door de warme zon van April. Nu de mooie lentedagen +zijn teruggekeerd, die zoo helder en vroolijk zijn in dit gezegende Oosten, ga ik opnieuw droomen van heerlijke uitstapjes +en lange ritten te paard in de dichterlijke eenzaamheid van het bergland. + +</p> +<p>Waar zal ik anders heengaan, nu het continentale Griekenland mij bijna volkomen bekend is, dan maar weer naar dien schilderachtigen +Peloponnesus, dien ik thans eens wil doortrekken van Korinthe af naar de golf van Kyparissia? En nu treft het, dat juist onze +gezant te Athene, graaf d’Ormesson, mijn naaste chef, mij voorstelt, hem op diezelfde reis te vergezellen. Zonder een oogenblik +te verliezen, maken wij toebereidselen voor een echte expeditie, waaraan ook drie bekoorlijke jonge meisjes zullen deelnemen, +wier tegenwoordigheid wij met vreugde begroeten, mejuffrouw Yolande d’Ormesson, mejuffrouw Boulard, haar vriendin, die voor +eenige maanden in Griekenland vertoeft en mejuffrouw de Cernowitz, dochter van den opperstalmeester van Z. M. Koning George. + +</p> +<p>Wij besluiten, tot Megalopolis, dat midden in Arcadië ligt, met den spoortrein te gaan, dan per rijtuig Andritsena te bereiken, +om weer te dalen langs den tempel van Apollo in de omstreken van Kyparissia, waar we den spoorweg weer zullen treffen, die +ons naar Olympia en Patras zal brengen. + +</p> +<p>Spoedig is alles gereed; de muildieren en rijtuigen wachten ons; de autoriteiten zijn gewaarschuwd, en ons troepje, versterkt +met een jong schilder van talent, den heer Many Benner, die zonder te vermoeden, dat men hem zou uitnoodigen, deel te nemen +aan den tocht, zijn opwachting aan de legatie kwam maken, zal zich morgen op weg begeven. De gezant neemt ook nog het factotum +van zijn huis mee, een zekeren Panayotti, die als tolk moet dienen en nu al in de drie jaren, dat ik hem ken, mij dikwijls +heeft geamuseerd. Die jongen, die zijn Athene kent tot in de kleinste bijzonderheden, en wiens diensten in dat opzicht werkelijk +onschatbaar zijn, is wel een volkomen type van den modernen Griek. Babbelachtig en demonstratief, nu eens onrustig en verward, +dan weer langzaam en lui, ook ietwat geslepen en met zin voor straatslijperij, heeft hij als al zijn landgenooten, een gebruind, +olijfkleurig teint en een baard, even glanzig, als zijn haren moeten zijn geweest in den tijd, toen hij die schoone kroon +nog op zijn hoofd droeg. + +</p> +<p>Hij heeft aan het gezantschap geslachten van gezanten en secretarissen elkander zien opvolgen, en nu hij al zoo lang deel +uitmaakt van het personeel, komt men in de stad er toe, hem een zekere diplomatieke waardigheid toe te schrijven. Het prestige, +waarmee hij is getooid, belet hem echter niet, nu en dan te vechten met den een of anderen loustro, die zijn verontwaardiging +heeft gaande gemaakt, en zoo <a id="d0e512"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e512">266</a>]</span>heeft hij al eens kennis gemaakt met het stroo van de gevangenis van zijn land. Maar dat is zoo erg niet; “Dembirazi!” zooals +hijzelf zegt, zich den linker oksel wrijvend, wat hier een teeken is van de grootste onverschilligheid. + +</p> +<p>Men moet hem hartstochtelijk zien disputeeren, hem allerlei fransche woorden hooren gebruiken, die hij niet begrijpt en die +over elkaar struikelen in zijn mond, zooveel haast heeft hij, of hem zien volhouden, dat hij gelijk heeft, door zijn beide +armen tegen het lichaam aan te drukken, terwijl de palmen van zijn magere handen, geopend naar den ander toe zijn gekeerd, +als om het welsprekende woord te ondersteunen of zijn onmacht te betuigen, er nog een woord meer aan te verspillen. Hoe vaak +heb ik mij vermaakt met naar hem te luisteren en hem over de straatsteenen naar mij te zien toekomen, altijd gedienstig, lachend +en goedmoedig. En ik denk vandaag, dat het portret te schilderen van Panayotti, tevens is een in beeld brengen van de grieksche +volksziel, hetgeen voor mij een verontschuldiging inhoudt van mijn vermetelheid, den lezer zoo lang te hebben bezig gehouden +met dit merkwaardig personnage. + +</p> +<p>Op een van die mooie morgens, waarop de feestvierende natuur den mensch schijnt uit te noodigen, met haar in te stemmen, bereiken +wij reeds om zes uur het station van den Peloponnesus, terwijl het Parthenon bloost onder de eerste stralen van de zon. Het +zal warm worden vandaag, en de stad weerklinkt reeds van het geroep der dragers, die in zakken water van Amaroesi te koop +aanbieden of coecoeria, een soort van kleine, droge koekjes, gewoonlijk bedolven onder het stof en door de menschen in hun +koffie gedoopt. Toen alle leden der karavaan langzamerhand waren gearriveerd, stapten wij in den trein, waar onze bagage was +opgestapeld; daar klinken de tonen van een spoorklok, achterblijvers worden aangeroepen; nog wat gefluit, want de grieksche +treinen hebben heel wat moeite, om op dreef te komen, en daar gaat de optocht heen in een wolk van stoom. + +</p> +<p>Daar is Eleusis weer, en Salamis duikt in de verte op en het witte Megarae; dan de mooie witte kustweg, dien ik vroeger bewonderde +bij het gaan naar Korinthe en de groote vlakten van steenachtige, roode aarde, waar donkere vlekken zich vertoonen door de +dennen, doorloopend tot de zee, die zoo blauw is, dat de hemel daarnaast bijna bleek schijnt. Wij stoomen over het kanaal, +rijden langs de baai met haar sierlijk afgeronde bochten, en na Korinthe een groet te hebben toegezonden, alsook aan de bergen, +stralend in het licht, verdwijnen we in de kloof, die naar Argos voert. Weldra is de trein in de verstikkend heete vlakte +en houdt als uitgeput stil bij het station Argos, waar we den tak naar Nauplia zich links laten verwijderen. + +</p> +<p>De spoorweg richt zich dadelijk naar den voet der bergen; er ontspringt een bron uit de rotsen en het stroompje brengt op +zijn korten weg naar de zee veel molens aan zijn oevers in beweging. Dan krijgen we de moerassige terreinen, waarin de Erasinor +en de Inachos zich verliezen, hoogoprijzend gras, waar, naar het schijnt, veel wild is te vinden, houten bruggen, die doorbuigen +onder het gewicht van den trein, tot wij eindelijk aan het zeestrand komen bij het station Myli, het Lerna der Ouden. En terwijl +we Nauplia bewonderen, dat daar beneden ligt aan de golf, denk ik aan de legenden, die deze plek tot een der beroemdste uit +de Oudheid maakten, aan dien bekenden vijver, gevormd door de bronnen en beken, die van den berg Pontinos komen, waar Hercules +een zijner twaalf werken verrichtte en die thans, door het groen omsloten, door de vrouwen wordt gebruikt, om haar wasch te +spoelen. + +</p> +<p>Weer een illusie, die verdwijnt in de droeve werkelijkheid van het moderne leven! Hoewel al deze moerassen in het geheel geen +slangen meer herbergen, door helden te bedwingen, is hun nabijheid niet minder gevaarlijk, vanwege de koortsuitwasemingen, +die eruit opstijgen. En wat buitendien te zeggen van die verschrikkelijke muskieten, die ons beginnen te hinderen? Dit is +wel een land, waar ik niet graag zou willen wonen; ik heb te Athene te goed de kwellingen leeren kennen van de slapelooze +nachten en het wreede alternatief, waarin ik mij dikwijls bevond, om of te stikken onder het muskietennet, of dadelijk de +prooi te worden van den vijand, als het instrument even wordt opgetild, dan dat ik er spijt van zou hebben, dat we niet langer +blijven op een plek, waar men zooveel moet lijden. + +</p> +<p>De trein vertrekt weer en rijdt langs het haventje, waar eenige kleine bootjes liggen te schommelen, en treedt dan bijna terstond +het bergland van Arcadië binnen. Niets dan kale steilten, bedekt met ellendige heide of wild struikgewas. Is dit dan het gelukkige +land, dat door de dichters werd bezongen? Waar zijn dan de bronnen, de boschjes, het tooneel der herderszangen, de bloeiende +weiden en de vreedzame bosschen? Nauwelijks vertoonen zich op de hellingen van den Parthenion of den Ktenia, die de dalen +met hun sombere grijze toppen beheerschen, enkele roeden bebouwden grond; nauwelijks verbergen enkele armoedige huizen hun +ellende onder oasen van egelantieren, of verlevendigen enkele schapen, die, gehoed door zwaarmoedige herders, mij minder aan +de helden van Theocritos doen denken dan aan mijn makkers van den Taygetos, vandaag de eenzame plateau’s! + +</p> +<p>Het landschap blijft hetzelfde, tot we in de vlakte van Tegea komen, een dier te zeldzame en te kleine kommen in den Peloponnesus, +waar aan landbouw kan worden gedaan. Daar zijn waarlijk velden met bijna rijp koren, wijngaarden, die er goed <span id="d0e528" class="corr" title="Bron: nitzien">uitzien</span>, en boomgaarden, die bloeien en een goeden oogst beloven. Dan nog weer moerassen, die het gevolg zijn van het ontbreken eener +afvloeiing van de Saranda Potamos, en die met de vochtigheid van Mantinea van deze plaats een der gevaarlijkste centra van +slechte lucht maken uit het geheele land. De leden van onze School van Athene, die er twintig jaren geleden opgravingen deden, +weten daarvan mee te praten en moesten meermalen, overwonnen door ziekten, den geregelden gang van hun arbeid staken. Dus +waren we verheugd, eindelijk te Tripolis te komen, de hoofdstad van de provincie Arcadië, die tegenwoordig dank zij den spoorweg +en de goede ligging uit handelsoogpunt een zekere welvaart geniet. +<a id="d0e531"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e531">267</a>]</span></p> +<p>Op het perron wemelt het van een schilderachtige en luidruchtige menigte menschen, met veel kooplieden ertusschen, die aan +de reizigers de producten van hun industrie komen aanbieden. Hier worden vervaardigd een gedeelte van die rood lederen voorwerpen, +die alle bazars van het Oosten vullen. Het zijn gordels, met figuren opengewerkt, allerlei portretlijstjes, handtaschjes, +tabakzakken, pantoffels en muiltjes. Twee of drie verkoopers haasten zich, onze coupé binnen te treden en werpen inderhaast +op onze knieën enkele van die kunstvoorwerpen, waarvan ze ons den prijs in de ooren schreeuwen. Er wordt een twistgesprek +begonnen; men onderhandelt, en wanneer men ten slotte wat minachting aan den dag legt of een kalme onverschilligheid, verkrijgt +men gemakkelijk, ook met de hulp van het naderend sein tot vertrek, een verrassenden afslag in den prijs. + +</p> +<p>En weer hervat de trein zijn loop door de kleine vlakte. Dit is de plek, ingenomen door de drie antieke steden Pallantion, +welker overblijfselen hebben gediend, om Tripolis te bouwen, een stad, die dus betrekkelijk modern was ten tijde van de verwoesting +door de Turken in 1825. Dadelijk daarna komen we weer te midden van bergland en heuvels, die aansluiten bij de voorbergen +van den Taygetos en te midden waarvan Megalopolis is gelegen, waar we tegen vier uur in den namiddag aankomen. + +</p> +<p>De eerste persoon, dien we bij het uitstappen ontmoetten, is de brave Panayotti, die hier al gisteren is aangekomen, om voor +ons rijtuigen op te scharrelen en te huren. Hij heeft natuurlijk aan de heele stad verteld, dat de gezant van Frankrijk er +den volgenden dag zou aankomen, zoodat een groote menigte het station vult. De vreemdelingen zijn zeldzaam te Megalopolis, +en dus begrijpt men, dat de nieuwsgierigheid der menschen in sterke mate is gaande gemaakt, nu de tegenwoordigheid zal zijn +waar te nemen van een officiëel persoon van beteekenis, en slechts met heel wat moeite, baant de eenige politieagent ons een +weg tusschen al die stijf tegen elkander dringende schouders door. + +</p> +<p>Op het kleine, stoffige marktplein met lage huizen er omheen wachten ons twee zonderlinge voertuigen, waar ik vrees, dat ons +een marteling te wachten staat, die, hoewel verschillend, niet zal onderdoen voor de gruwelijke kwellingen op den muilezel. +Het zijn karren op twee wielen, slecht hangend in roestige veêren, en waarvan de carrosserie, schitterend rood en blauw gekleurd, +van boven een galerij van kleine, gele zuiltjes draagt. Als zitplaatsen twee houten planken, die er niet op schijnen berekend, +de schokken van den weg te matigen. Die soesta’s, zooals men de wagentjes noemt in het land, worden getrokken door een klein, +gezadeld paard, dat strakjes te drinken krijgt uit een blikken emmer, die met een zak haver achter aan het voertuig is bevestigd. +Wij installeeren ons met ons drieën in elk der rijtuigen, die, ze mogen dan al niet sierlijk of gemakkelijk zijn, toch het +voordeel bieden, dat ze van echt lokale kleur zijn. “Embros!” (Vooruit!) en daar vertrekken we naar Karytena. + +</p> +<p>De eerste oogenblikken zijn afgrijselijk; diegenen onder mijn lezers, die hun militairen dienst bij de artillerie hebben doorgebracht, +en die vele uren achtereen hebben moeten zitten op kanonnen, die over het bouwland stoven in een galoppade, zullen beter dan +iemand begrijpen, wat wij moesten doorstaan. De weg is als naar gewoonte, erbarmelijk afgebroken door diepe plassen, waar +we in neerstorten, vol losse steenen, die tegen de rijtuigen opspringen en dan zwaar op den grond vallen, terwijl het vervelende +drafje, dat aan den wagen een aanhoudende schudding van voren naar achteren geeft, ons volkomen radbraakt. En dan te weten, +dat dit ten minste drie uren moet duren! In welk een staat van ontwrichting zullen we ten slotte in dat afgelegen Karytena +aankomen? + +</p> +<p>Intusschen begint de avond te vallen, en dikke, zwarte wolken komen op aan den nog helderen hemel. Zal dan mogelijk het weder +toch het succes van onze expeditie bederven en zal het ons verhinderen, morgen te genieten van dat heerlijke licht, zonder +hetwelk dit land, dat een zonnevriend is, schijnt te slapen onder een grooten rouwsluier? De weg, gelijk aan een onzer slechtste +zandwegen, loopt om bergen, die hier en daar bosschen dragen en gaat dan een klein dal binnen, waar we eenig bouwland zagen. +Tegen zeven uur, toen de bijna totale duisternis ons belette, iets van het landschap te zien, begonnen enkele regendruppels +te vallen, en <span id="d0e544" class="corr" title="Bron: tegelijkerlijd">tegelijkertijd</span> nam een hevige rukwind mijn hoed mee en deed dien verdwijnen in een roggeveld. + +</p> +<p>Dit onbeteekenende voorval, dat zijn grappige zijde had, dreigt mij met ernstige gevolgen; ik heb natuurlijk geen ander hoofddeksel +bij mij, en we komen in een streek, waar ik niet de geringste hoop behoef te koesteren, den hoed, dien ik verloren heb, te +kunnen vervangen. Als ik dus niet drie dagen lang mijn hoofd wil blootstellen aan de brandende zon en een doodelijken zonnesteek +oploopen, moet ik of mijn hoed opzoeken of de pet van een herder leenen. Daar ik dat tweede alternatief niet dan met een zekeren +schroom overdacht, haast ik mij op den grond te springen en ga dan, geholpen door Panayotti, op den tast aan het zoeken in +de duisternis. Na eenige minuten vind ik het gewenschte terug. + +</p> +<p>Eindelijk beginnen we onduidelijk een donkere massa te onderscheiden, die de donkere berg moet wezen, gekroond door het versterkte +kasteel van Karytena; maar de slingerende weg maakt zooveel bochten, dat het doel zich schijnt te verwijderen, naarmate we +intusschen er dichterbij komen. Plotseling wordt een vuur op den top ontstoken, dan volgt een ander en daar doemen de oude +kanteelen van het feodale kasteel helder op in het licht der vlammen. Tegelijkertijd begeven honderden van lichtjes zich op +weg langs de hellingen, waar de huizen schilderachtig over zijn uitgestrooid in boven elkaar gelegen reeksen. Een heele menigte +is op weg, om ons tegen te komen; de wegen zijn verlicht; daar in de hoogte worden de groote vuren talrijker en bestralen +al spoedig het geheele land; een oud kanon, dat alleen op feestdagen wordt gebruikt, dondert met korte tusschenpoozen en wekt +de slapende echo’s in de verre bergen. + +</p> +<p>De boeren hebben den gezant van Frankrijk eer willen bewijzen, omdat zijn naam al lang in Griekenland <a id="d0e553"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e553">268</a>]</span>populair is geworden, en het is hun gelukt, want deze nachtelijke ontvangst in het afgelegen land, bij het dreigend onweêr +en in het licht der toortsen, heeft een verrassende uitwerking. Het is acht uur in den avond, als we aankomen aan den voet +der steilte; de bewoners wachten ons op ter hoogte van de eerste huizen, en zoodra de soestra’s uit de duisternis te voorschijn +treden, gaat er een luide kreet uit aller borst op van: “Zito o kyrios presvis, zito i Gallia! Leve de Gezant, leve Frankrijk!” +De burgemeester treedt naar voren, richt tot graaf d’Ormesson eenige welkomstwoorden en verzoekt hem met zijn gevolg in het +burgemeesterlijk huis zijn intrek te willen nemen. Panayotti, die meer of minder getrouw de kleine toespraak heeft vertaald, +is verrukt en opgewonden, trotsch, dat hij de rol van tolk mag spelen tegenover de saamgestroomde menigte van zijn landgenooten. +En terwijl wij antwoorden met helder opklinkende: “Zito i Ellas!” op de vreugdekreten der toortsdragers, begint de beklimming +van de lastige, steile straatjes. De geheele bevolking begeleidt de rijtuigen, die in de golvende menigte verdwijnen; een +sterke harsgeur stijgt ons naar de keel, en onze schaduwen dansen reuzengroot langs de gevels van de roodgekleurde huizen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-268.jpg" alt="Tweewielige wagens, rustend op slechte veêren." width="655" height="426"><p class="figureHead">Tweewielige wagens, rustend op slechte veêren.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Vermoeid en doof van al het lawaai, komen we eindelijk aan de deur van het huis van den demarchos, dat hooger is gelegen dan +de andere huizen, zooals past voor de woning van een gemeentelijk magistraatspersoon. We worden eerst gebracht in een vrij +groot vertrek, met witgekalkte muren en nog al zindelijk onderhouden; een divan, die op een smalle houten bank gelijkt, bedekt +met een rood tapijt van inlandsch weefsel, neemt één wand van het vertrek in, terwijl het sobere ameublement verder bestaat +uit een withouten tafel, een vermolmde commode, een vettigen armstoel en eenige stoelen met matten zitting. Tegen den muur +hangen op een eereplaats twee chromo’s, die Koningin Olga en Koning George voorstellen; dan eenige gravures, die betrekking +hebben op den onafhankelijkheidsoorlog, een vrome schilderij, waarvoor een kaars brandt. + +</p> +<p>“Kaloi crisete, weest welkom!” herhalen nog eens de burgemeester en zijn vrouw, die in alle bescheidenheid ons de handen komt +kussen, en terwijl Panayotti onzen maaltijd gaat bereiden met behulp van een walmende lamp, worden wij gebracht naar de beide +vertrekken van het huis, die ons welwillend voor den nacht worden aangeboden. Welke hokken! We vinden er een opeenhooping +van onnoembare dingen, van voddige kleeren, die over de meubels hangen, alles van terugstootende vuilheid. De muren hebben +gaten, zoo groot, dat men er de hand in kan leggen; de vloeren en de zolderingen zijn zwart; de bedden voorzien van ruwe lakens, +die men niet voor andere schijnt te zullen verwisselen, en die door den nacht in een afgrijselijk mysterie zijn gehuld. Ons +besluit was dan ook weldra genomen; we zullen in de ontvangkamer blijven, die thans onze eetzaal is en die dan in slaapzaal +zal worden veranderd, want hier zullen we beter in staat zijn, de ontberingen van ons lot te dragen. Onze gastheer schijnt +zeer verbaasd over dat onverwachte besluit, en we hooren hem langen tijd met zijn vrouw praten, terwijl die laatste haar zorgen +wijdt aan een lamsgebraad, dat straks ons menu van spijzen uit blikjes moet aanvullen. + +</p> +<p>Wij moeten het meest mogelijke nut trekken uit de aanwezige meubels, die te onzer beschikking staan. De gezant, die zijn veldbed +heeft meegenomen, is al gered; dus blijven er voor ons vijven een tafel, vier stoelen, een leunstoel en de ongemakkelijke +divan. Het is er nu om te doen, die ongelijksoortige dingen in bedden veranderen, of ten minste in iets, dat er een beetje +op gelijkt! De taak gaat inderdaad boven onze krachten, en we moeten al spoedig afstand doen van het vooruitzicht, een oogenblik +gekoesterd, dat we een weinig zouden kunnen uitrusten van de vermoeienissen der reis. De tafel, waaraan we juist hebben gegeten, +wordt toegekend aan mejuffrouw d’Ormesson, die er zich op uitstrekt, in haar deken gewikkeld. De beide andere jonge meisjes +en ik nemen plaats op den divan, terwijl de heer Benner zich in den armstoel installeert. Den geheelen nacht brengen we zoo +door bij het zwavelkleurige licht van bliksemstralen, die voor een oogenblik telkens de huizen bestraalden van het aan onze +voeten in het donkere dal der Alpheus sluimerende dorp. + +</p> +<p>Om zes uur in den morgen waren we op, zonder dat het opstaan ons eenige moeite kostte, ofschoon we veel vermoeider waren dan +den vorigen dag. De eenige waschkom uit het huis wordt op een steen <a id="d0e568"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e568">269</a>]</span>vóór het huis neergezet, en ik vermoed, te oordeelen naar de belangstelling, die wij bij de inboorlingen gaande maken, dat +het schouwspel van een persoon, die zijn morgenwassching doet, en die een handdoek gebruikt, iets zeer zeldzaams is hier. +Weldra verschijnen de beide soesta’s van den vorigen dag bij een bocht van den weg. “Kalin antamosin, dat God u een aangename +ontmoeting bezorge!” klinkt het uit den mond van den burgemeester, die daarbij ernstig zijn oogen ten hemel heft, en wij herhalen +dezelfde formule, zonder er iets bij te denken, terwijl de beleefdheid ten overvloede nog eischt, dat we er bedankjes bij +voegen voor een gastvrijheid, die inderdaad niets beteekende. Daarna beginnen wij langzaam de hellingen af te gaan, gevolgd +door kinderen in lompen, die op bloote voeten over de scherpe steenen draven op hoop van een laatste aalmoes. + +</p> +<p>Het nachtelijke onweêr heeft de temperatuur in het geheel niet opgefrischt en het is al broeiend heet nu in den vroegen morgen; +wat zilveren nevelen hangen in het dal, waaruit geblaat van schapen weerklinkt; de hanen roepen elkaar hun morgengroet toe +en begroeten de eerste stralen der zon, die boven den Valtetso Voeni verrijst. Langzamerhand trekt de nevel op; de oude huizen +van Karytena met hun houten balkons worden achtereenvolgens verlicht, en het indrukwekkende kasteel, dat door Hugo de Brière +werd gesticht, en waar Kolokotroni weerstand bood aan het leger van Ibrahim Pacha, teekent trotsch de kroon van zijn hooge +gekanteelde muren tegen den bleekblauwen hemel af, waar kleine wolkjes als rose vlokken in drijven. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-269-1.jpg" alt="Kromgegroeide eiken strekten de magere armen uit." width="700" height="489"><p class="figureHead">Kromgegroeide eiken strekten de magere armen uit.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Wij komen ten laatste aan de diepe bres, waarin de Alpheus bruist tusschen twee kale, steile wanden; er is een mooie brug +over den stroom gebouwd en dan begint de weg te stijgen met groote kronkelingen langs de berghelling. De kloof schijnt dieper +te worden rechts van ons, naarmate we hooger stijgen; de klank van de watervalletjes wordt flauwer, terwijl de alleenstaande +berg van Kalytena steeds majestueuser oprijst boven de valleien, waar het rijpe koren reeds een gele tint over legt. Nog een +golving van den bodem, een laatste bocht van den weg, en we verliezen de Alpheus uit het oog, die naar het Noorden haar weg +vervolgt. Het fort verdwijnt dan uit ons gezicht, omringd, als het is door hoog oprijzende toppen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-269-2.jpg" alt="Herder aan den voet van oude olijfboomen." width="461" height="684"><p class="figureHead">Herder aan den voet van oude olijfboomen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Er komen dan een reeks van plateau’s, nu eens mager beboscht met dwergeiken, bloeiende heide en distels, dan weer rotsachtig +en onvruchtbaar of wel bedekt met armoedig bouwland. Het land is totaal <a id="d0e586"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e586">270</a>]</span>verlaten, en daar de weg toevallig niet al te slecht was, komen de paarden vrij gauw vooruit. In de verte daagt de Khalasmeno +Voeno op, omringd door met groen overdekte hoogten aan den overkant van een diep dal, waar we steeds langs rijden. Het oog +rust op een chaos van bergen, die op elkander gestapeld schijnen en waarop kudden geiten loopen te grazen tusschen de struiken. +Geen geluid van een vogel, geen menschelijke stem! Die zware stilte begint wezenlijk drukkend te worden, en toen we dan ook +tegen tien uur bij een eenzame khani komen, waar onze koetsiers water vinden voor de paarden, zijn we gelukkig, dat we eindelijk +eens uit de gruwelijke wagens komen, die sinds gisteren onze ledematen hebben geteisterd, en eens enkele minuten ons vrij +kunnen bewegen. + +</p> +<p>Boeren, die ons tegemoet treden, schijnen erg verbaasd, die groep van Europeanen te ontmoeten, die te voet onderweg zijn. +Ze vragen ons natuurlijk, wie we zijn en van waar we komen en blijven staan nadenken, toen ze hooren van Frankrijk en Parijs. +Inderdaad beschouwen de Grieken, ook die niet, die tot de hooge kringen behooren, hun land niet als deel uitmakend van Europa. +Is dat een natuurlijk gevolg van de ligging van het koninkrijk zoo dicht bij Azië, waar het uit politiek, zoowel als uit sociaal +oogpunt eigenlijk bij behoort? Of komt het door het feit, dat het land niet met Europa verbonden is door een spoorweg, of +wel moet men die zonderlinge opvatting toeschrijven aan de woeste bergen van Macedonië, die wel een waren slagboom vormen +tusschen Griekenland en de andere beschaafde landen? Ik weet het niet, maar zeker is het, dat elken keer, dat een Helleen +Athene verlaat, om zich naar een der steden van het vaste land te begeven, hij nooit zal zeggen, dat hij naar Frankrijk of +naar Duitschland gaat, maar eenvoudig, dat hij naar Europa vertrekt, en niemand komt het in de gedachte, die manier van spreken +zonderling te vinden. + +</p> +<p>Daarom zijn wij voor onze brave boeren eenigszins legendarische personen, door geheimzinnigheid omringd; we zijn hen al lang +voorbijgegaan, als ze nog staan om te kijken, als vastgeworteld op den weg, en eerst als we bij een bocht van den weg geheel +zijn verdwenen, zetten ze hun reis voort; ze hebben voor den geheelen dag een onuitputtelijke bron van discours. + +</p> +<p>Iets verder treft ons oor een scherp geluid. Aan den anderen kant van den weg is in de schaduw van een kromgegroeiden plataan, +den eenigen van zijn soort voor verscheiden honderden meters in het rond, een herder gezeten, die langzaam een droevig liedje +zingt, een dier klaagzangen, handelend over liefde en oorlog, waarvan sommige coupletten, in een klagend rhythme, dat aan +het juk der Turken herinnert, dikwijls heerlijk naïef zijn. Zijn metgezel begeleidt hem op de fluit, terwijl de geiten, moe +en loom van het zoeken naar het magere voedsel tusschen steenen, versuft schijnen door de drukkende warmte, waar de krekels +zich over verheugen. Het is een bekoorlijk tooneel, en we besluiten, hier te wachten onder het aanroepen van de schim van +Theocritus en Virgilius, tot onze rijtuigen komen, die niet ver meer kunnen zijn. Daar komen ze dan ook al in galop aan in +een wolk van stof; we moeten ons thans haasten, als we vroeg genoeg te Andritsena willen zijn, om in den namiddag het uitstapje +te maken naar Bassae. Dus werd het ontbijt maar in de soesta genuttigd, zoo goed en zoo kwaad, als het gaat en het werd met +moeite verteerd. De paarden hebben een drafje aangenomen, en de bewegingen, die ze aan het voertuig bijzetten, zijn zoo gesaccadeerd, +dat het haast onmogelijk is, een hapje naar den mond te brengen; glazen en flesschen, borden en messen dansen in de kist van +het rijtuig een dollen rondedans, en het is een waar kunststuk, een slok te drinken, zonder bijna al het vocht over zich heen +te storten. Eindelijk is daar Andritsena, liefelijk uitgespreid over de groenende hellingen der bergen, half verborgen tusschen +de boomen, die langs de bochtige oevers van een paar riviertjes staan. De slanke cypressen, die zulk een kenmerkend karakter +aan de landschappen van Griekenland geven, steken in grooten getale tusschen de platanen hun kruinen omhoog, als zooveel zwarte +fabrieksschoorsteenen, en olijfboomen vullen de tuinen, waar bronnen murmelen en waar de roode daken der huizen in het groen +schitteren. + +</p> +<p>De straten zijn zoo vol, dat onze soesta’s zich slechts met moeite een weg banen door de krioelende massa menschen, die toegestroomd +is, om ons te zien, en het is voor ons maar net mogelijk, aan de deur van de herberg uit te stappen, waar de paarden wachten, +gezadeld en gereed voor het vertrek. Al die menschen lijken verbaasd, schreeuwen en gillen en maken allerlei bewegingen als +razenden. Er worden uitroepen gehoord, opmerkingen van allerlei aard; men duwt elkander, om beter te kunnen zien, en dat met +het gevolg, dat wij tegen den muur worden gedrongen. We gingen er toen ons maal gebruiken met een versterkend kopje koffie. +Eindelijk na veel onderhandelingen en zuurzoete discussies tusschen Panayotti en de agoyaten, die het niet eens kunnen worden +over een billijke verdeeling van onze bagage, na stroomen van woorden, die op niets uitloopen, komt onze karavaan in beweging +en veroorzaakt in de menigte, nu door nieuwsgierigheid als versteend, een langdurige beweging, en dan begint de bestijging +langs een voetpad, dat onder hooge eiken loopt boven het lachende dal. + +</p> +<p>De lucht is bewolkt; het liefelijke landschap van Andritsena verdwijnt om plaats te maken voor kale dalen en heuvels, waar +we aanhoudend moeten stijgen en dalen; daarbij steekt de wind op, zwarte wolken drijven boven ons hoofd, alles versombert, +en in de stilte weerklinkt alleen de stem van de agoyaten, die elkaar wat toeroepen van het eene naar het andere eind der +karavaan. Ze zijn intusschen heel aardig en hulpvaardig, maar ook nieuwsgierig en babbelachtig. Ze willen onze namen en voornamen +kennen, enkele gewone woorden in het Fransch hooren, die ze dan grappig herhalen, en toen de jonge meisjes de bloemen aan +den weg bewonderen, haasten ze zich, haar die aan te bieden. + +</p> +<p>Wij stijgen steeds en beklimmen de hoogten van den Paleo Kastro, waar enkele magere eiken, afschuwelijk vergroeid, en bijna +bladerloos, hun groote, kale takken uitspreiden. De stammen zijn hier afgeknaagd <a id="d0e600"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e600">271</a>]</span>door de geiten, daar verbrand door de vuren der herders, en ik kan mij niets treurigers voorstellen dan die verspreide overblijfselen +van vroegere bosschen, op het punt van sterven, en nu gesleurd door den hevigen wind. Nog een enkele snelle daling, een stijging +door een boschrijker gebied en eensklaps liggen daar beneden ons als een verschijning uit een tooversprookje de zuilen van +den tempel van Apollo, vol majesteit uit den grond verrijzend. + +</p> +<p>Ik geloof niet, dat ik sedert ik in Griekenland ben, een indruk heb gekregen, die zoo sterk was als bij het zien van dit schouwspel. +Dat komt, doordien er inderdaad geen enkele tempel is, noch onder de prachtige monumenten van Paestum en Girgenti, die in +zoo dichterlijke omgeving ligt en zoo, van uit de verte gezien, afgezonderd en eenzaam daar op een woest gebergte zich verheft +te midden van donkere rotsen en dreigende steilten. Een puinhoop van dikke steenen omringt aan alle kanten de zes-en-dertig +zuilen, die nog hun architraven dragen en precies den rechthoekigen vorm van het gebouw aangeven. Zoo is dan ook de aanblik +van het zoo goed bewaard gebleven gebouw verrassend; er is hier geen marmer gebruikt, maar een soort van grijzen kalksteen, +die wonderlijk mooi samenstemt met den algeheelen indruk van het landschap op dezen laten, donkeren, regenachtigen namiddag. + +</p> +<p>We betreden den tempel door den pronaos, gaan door de cella, nog duidelijk aangegeven door de lijn der instortende muren, +waarboven de kale bergtoppen opsteken, en waar het gras groeit tusschen de reten der steenen. Het lijkt ons, dat we aan het +eind zijn gekomen van een vrome bedevaart; ieder zwijgt, denkend aan de wonderbare oudheid, aan de gewijde ceremoniën, waardoor +de glorie en de macht werden verheerlijkt van die goden, die nu begraven liggen onder de puinhoopen van hun altaren in de +grootsche en plechtige omgeving van de droevig stemmende natuur. + +</p> +<p>Die herinneringen bestormen in massa onzen geest, en enkele oogenblikken later bereiken we den nabijzijnden top van den Kotylion, +van waar men het uitzicht heeft op een wijd bergenpanorama. Ik herken den Taygetos, de vlakte van Messenië, de golf van Kalamata, +nauwelijks zichtbaar in den opkomenden nevel; de sneeuw van den Erymanthos is in het Noorden zichtbaar, en dichterbij zien +we het dal der Alpheus en de eentonige lijn van de golf van Kyparissia. Maar de blik wordt als vastgehouden door het heiligdom +van Apollo, dat aan onze voeten ligt, vol majesteit in de eeuwenlange vergetelheid en waar groote roofvogels boven zweven. +Met een diep bewogen gemoed en onder den indruk dier hooge kunst, dalen we eindelijk weer af door de bloeiende bremstruiken +en door eikenboschjes, die alleen voor ons het eeuwige lied der lente zingen en die ons schijnen te zeggen, dat ten minste +niet alles dood is op deze plek.... + +</p> +<p>Geduldig wachten ons de agoyaten, pratend met een zonderling wezen, uit ik weet niet wat voor hol gekropen. Is het wel een +man, niet eerder een vrouw? Welk bestaan leidt het? De kleeding doet het eerste vermoeden, maar het fijne gezicht, de lange +haren, de zachte en droeve oogen doen ons aarzelen. Onnoodig, pogingen aan te wenden, om het wezen aan het spreken te brengen; +het kijkt ons vast aan, zonder de lippen te openen en wij moeten weer vertrekken, zonder het geheimzinnig raadsel te hebben +opgelost. De avond valt; nog eenmaal werpen we een blik op de zuilen, die weldra in een terreinplooi zullen verdwijnen en +we slaan den terugweg in. + +</p> +<p>Het is donker onder de boomen, en de paarden struikelen telkens; maar we moeten haast maken, om aan een lange, moeilijke, +nachtelijke reis te ontkomen. Maar ondanks onze pogingen en trots de flinkheid van onze paarden is het donker, als we tegen +acht uur eindelijk te Andritsena aankomen. Panayotti wacht ons, om ons naar het gastvrije huis te geleiden van een notabele +uit het stadje, waar we hopen degelijk te kunnen uitrusten van de vermoeienis der beide zware dagen. Daar wacht ons een aangename +verrassing; zachte matrassen liggen op den parketvloer der kamers, die eenvoudig en zindelijk zijn; alles ademt hier welstand +en een zeker comfort, die beide prettig afsteken bij de armoede der woningen, tot nu toe door mij gezien in Griekenland. Wij +kunnen onze oogen niet gelooven en zijn nog onder de bekoring, die bij ons wordt gewekt door de gedachte aan een te verwachten +goeden nacht, als zich een statige heer in de deur vertoont en de eer verzoekt van ons bezoek aan de stedelijke bibliotheek, +waar, naar het schijnt, eenige oude fransche boeken aanwezig zijn uit den tijd der frankische bezetting. Die perkamenten zijn, +daar twijfelen we niet aan, uiterst belangrijk, maar het oogenblik komt ons heel slecht gekozen voor, om ze te bezichtigen. + +</p> +<p>Wij kijken elkander eens aan, en ons gelaten in ons lot schikkend, volgen we zonder geestdrift den braven man, die gelukkig +is door het genoegen, dat hij ons meent te verschaffen. Eenige oogenblikken later zijn we in de groote zaal der helleensche +school, waar bij het licht van een waskaars, door den priester vastgehouden, we in haast de interessantste planken nagaan. +Maar de vermoeidheid is grooter dan onze moed; ondanks alles glijden onze oogen, zonder te zien over de manuscripten, die +het misschien de moeite waard zou wezen, rustig te onderzoeken, en na vele dankbetuigingen bereiken we zoo gauw mogelijk ons +logies. + +</p> +<p>We werden eerst om zes uur den volgenden morgen wakker, juist op het oogenblik, toen de roode zonneschijf, van achter de bergen +te voorschijn komend, een groot vuur schijnt te ontsteken. Het belooft een prachtige dag te worden, en vroolijk gestemd, zoeken +we onze paarden op, die ons wachten met dezelfde agoyaten van den vorigen dag, om ons aan de golf van Kyparissia te brengen +naar het kleine station Boezi, waar de spoorweg van Pyrgos langs gaat. Het vriendelijke dorp Andritsena, van waar men een +uitzicht heeft naar het Noorden tot de toppen van den Olonos, half wegschuilend in den morgennevel, verdwijnt weldra in zijn +bed van groen. + +</p> +<p>Dan volgt er eerst een aangename rit over zacht en bebloemd gras, waar gele margarieten licht zich wiegelen op den wind en +nog vochtig zijn van den nachtelijken dauw; er staan primula’s naast anemonen <a id="d0e618"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e618">272</a>]</span>en roode papavers, terwijl verderop lange reeksen eglantieren hun wortels baden in de heldere bedding der beken. Maar spoedig +gaat het pad stijgen; we rijden door een boschrijke streek, en dan komen weldra steenen met magere struiken en de uitloopers +van kale gebergten. Gedurende meer dan drie uren beklimmen we aldus zonder ophouden steile toppen, waar de weg over loopt, +om dadelijk aan de andere zijde weer te dalen. + +</p> +<p>De agoyaten, springend van steen op steen, glijden telkens uit, terwijl de wortels en takken hun tegen de beenen slaan; maar +ze zijn te opgewekt, dan dat het hen zou verhinderen, luide te zingen. Soms laat een van hen een keelklank hooren, waarop +het voorste paard zijn gang versnelt en dan weer kalm gaat draven; de anderen volgen en daar gaan onze mannen aan den haal +onder het lachend geroep van: “Aïdé, aïdé!” om hun beesten nog maar meer aan te zetten. Maar we vragen al gauw om genade, +want het is niet mogelijk, zoo’n proef lang te doorstaan op zulke wegen. De groote kinderen, die zich te onzen koste hebben +vermaakt, gaan dan kalm hun gezang weer voortzetten. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 387px"><img border="0" src="images/p1909-272.jpg" alt="Brug over de kloof der Alpheus." width="387" height="720"><p class="figureHead">Brug over de kloof der Alpheus.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Tegen elf uur vertoont zich het eenige dorp, dat we den geheelen dag te zien zullen krijgen; na een korte rust in de schaduw +van de huizen beginnen we de helling van den pas te bestijgen, aan welks andere zijde zich het dal van de Neda bevindt. Het +is moeilijk stijgen in den onverbiddelijken zonneschijn; maar het schouwspel, dat ons boven wachtte, beloonde wel voor de +inspanning. Door reusachtige bosschen, die in zachte helling een groen tapijt spreiden tot beneden aan de zee, kronkelt zich +de rivier sierlijk over de gele steenen. We hebben nu het aangename vooruitzicht, onder de groote boomen te rijden, verkwikt +door de nabijheid van het koele water. Maar eerst moeten de paarden rusten, en wij maken van de halte gebruik, om te ontbijten +niet ver van een bron, waar vrouwen haar armoedige linnen wasschen. + +</p> +<p>Dadelijk daarna de prettige rit onder de boomen in de heerlijke schaduw, die aan de boschjes van Frankrijk doet denken. Beneden +in het dal aangekomen, volgen we aanvankelijk den rechtschen oever van den stroom, om daarna te waden naar den linkeroever. +Vijfmaal achtereen moet diezelfde overtocht worden volbracht; onze agoyaten hebben hun schoenen uitgetrokken en loopen door +het water, en als dat laatste tot hun knieën stijgt, springen ze vlug op de schouders van hun voorganger, om niet nog dieper +te zinken. + +</p> +<p>Op dit oogenblik gebeurt er iets komieks. Panayotti, die zich wijselijk langs den geheelen weg in de achterhoede van de karavaan +had gehouden, op het muildier, dat het proviand droeg, wil een bewijs geven van zijn onafhankelijkheid en op eigen wieken +drijven. Maar het bekomt hem slecht. Toen hij zich juist midden in de rivier bevindt, gaat het zadel, waarop hij is gezeten, +verschuiven, en in een oogenblik is onze tolk te water geraakt, broederlijk vereenigd met de mand met eieren, de blikjes en +de waterflesschen. De drenkeling, die zelf zijn redding bewerkstelligt, komt geheel doorweekt weer aan den wal en houdt <span id="d0e633" class="corr" title="Bron: triomfankelijk">triomfantelijk</span> alle proviand omhoog. Hij wordt omringd en met vragen bestormd, en toen we de opmerking maakten, dat dit niet precies de +juiste behandeling is voor de rheumatiek, waaraan hij lijdt, haalt hij grappig de schouders op en wijst naar de zon, die inderdaad +zich haast, al het vocht van het onvrijwillige bad op te zuigen. + +</p> +<p>Een half uur later zijn we te Boezi, waar de beschaving, die wij uit het gezicht hadden verloren sinds drie dagen, zich aan +ons voordoet in de gedaante van de rails van den spoorweg. En onder het wachten op den trein, liggend onder de olijven, beginnen +wij de bekoring van dit vrije leven recht te waardeeren, wetend, dat we het zullen betreuren. De scherpe fluit van een moderne +locomotief stoort ons in onze droomerijen. + +<a id="d0e638"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e638">273</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-273.jpg" alt="Verlaten voetstukken naast brokken van zuilen." width="720" height="441"><p class="figureHead">Verlaten voetstukken naast brokken van zuilen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Van <span id="d0e646" class="corr" title="Bron: Boezie">Boezi</span> naar Pyrgos heeft men maar drie uren te sporen. Door de raampjes van ons compartiment, waarvan de schokken al heel onbeduidend +schijnen na de ritten van Andritsena en Bassae, begroeten wij voor de laatste maal het lachende en grootsche dal der Neda, +dat de spoorweg passeert over een brug, om daarna langs het lage, vlakke strand te midden van rijke wijngaarden te belanden +aan het zuidelijk uiteinde van het meer van Kaïapha, enkel van de zee gescheiden door een smalle strook lands en waar de visch, +naar het schijnt, overvloedig is. + +</p> +<p>De trein gaat langs den oever, waar de netten hangen te drogen, houdt een oogenblik op te Kaïapha, waar zwavelbaden met die +van Loetrako bij Korinthe en die van Aedipso op Euboea dingen om de gunst der helleensche clientèle, overschrijdt de hoogte, +waar men de ruïnen vindt van de versterkte vesting Samikon en komt eindelijk over Agoelenitza en de prachtig bebouwde velden +aan de lagune bij het station Pyrgos, waar we tot acht uur des avonds op de aansluiting naar Olympia moeten wachten. + +</p> +<p>Wat al dien tijd anders te doen dan door de stad te wandelen, die intusschen niets belangwekkends heeft? Ze lag vroeger veel +dichter bij de zee dan tegenwoordig, maar de aanslibbing van de Alpheus heeft langzamerhand de kustlijn verlegd. De citroen- +en moerbeiboomen en de olijven groeien er heerlijk in de moerassige vlakte, waar veel veen in den grond zit, en waar wijngaarden +een der beroemdste wijnen uit den Peloponnesus leveren. Pyrgos, dat na Patras en Kalamata het belangrijkste handelscentrum +is, voert over Katakolo groote hoeveelheden krenten uit. Al die zaken geven aan de stad een voorkomen van welvaart, dat aan +den dag treedt in de hoofdstraat met haar vele winkels; het is er zoo vol, dat we nauwelijks vooruit kunnen komen. + +</p> +<p>Hier zijn we weer eens het voorwerp van een onbescheiden nieuwsgierigheid, waar ten slotte een gendarme medelijden mee krijgt. +Een vlugge uitdeeling van eenige muilperen links en rechts, die in het Oosten het meest doeltreffende argument zijn van een +miskende overheid, maakt weldra onzen weg vrij, en we kunnen onze wandeling voortzetten, voorafgegaan door onzen redder, die +de gewone belooning voorziende, niet van ons af is te slaan. Na met hem het verre panorama te hebben bewonderd van het eiland +Zante, dat in een rooden nevel zich baadt in het licht der ondergaande zon, en na ons natuurlijk te hebben opgehouden in een +der café’s van de stad, om er raki, olijven en turksche koffie te gebruiken, bereiken we het station weer, waar al spoedig +de trein voor Olympia, komend van Patras, binnenkomt. + +</p> +<p>En nu volgt een kort nachtelijk reisje van nauwelijks een uur door een licht golvend, door de maan beschenen land. Eindelijk +houdt de trein aan een klein station stil, dat geheel donker is en waar de dienstmannen en hôtelbedienden spoedig zich van +onze bagage hebben meester gemaakt. Eenige oogenblikken later sluit zich de deur van het Groote Spoorweghôtel achter ons. +Het is oogverblindend, mollige tapijten liggen in de corridors en op de trappen; de kamers zijn zeer zindelijk, en er is overvloedig +electrisch licht. Men mag aannemen, dat de waakzame oplettendheid van onze Touring Club hier aan het werk is geweest, en dat +het land bijna dagelijks wordt bezocht door rijke vreemdelingen, die men op alle manieren het naar den zin moet maken, <a id="d0e657"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e657">274</a>]</span>opdat diegenen, die worden aangetrokken door den roep van Olympia, ook den lof kunnen zingen van de hôtels aldaar. + +</p> +<p>Welk een verschil met de onmogelijke verblijven, waar we de laatste nachten hebben doorgebracht! Wat een weelde, hoeveel comfort, +maar ook welk een ontzettende banaliteit! We verbazen ons over alles, over de duizenderlei kleinigheden, die zoo onontbeerlijk +lijken in het dagelijksche leven, en waar wij het toch drie dagen lang wonderwel buiten hebben kunnen stellen. Maar onze met +stof bedekte kleeren, onze gezichten, die geen water hebben gevoeld en niet met het scheermes in aanraking zijn geweest, zouden +ons doen gelijken op een troep boeren van de Donau, plotseling in de tegenwoordigheid gebracht van de ongekende wonderen der +moderne beschaving. Dit alles is zonder twijfel aangenaam, maar ik blijf er niettemin bij, dat een reis in Griekenland, om +iemand waarlijk kunstindrukken te geven, meer onverwachts moest meebrengen. Onze hedendaagsche gewoonten vloeken, om zoo te +zeggen, met de hier grijpbare overblijfselen uit de oudheid; ze passen wel slecht bij de nog primitieve zeden der tegenwoordige +Hellenen en bij de te weinig bekende pracht van het landschap. + +</p> +<p>In ons tegenwoordig Europa, dat gebanaliseerd is door de spoorwegen, de reisagentschappen en de prentbriefkaarten, is Griekenland +nog een der te weinig talrijke landen, waar de toerist een mooie onafhankelijkheid kan genieten en de vreugde mag voelen of +ten minste de illusie mag koesteren, dat hij moedig weinig betreden paden heeft gekozen. Laat ons hem zoo lang mogelijk vrij +laten en hem in de gelegenheid stellen, zijn onderzoek voort te zetten; laat ons niet al te veel haast maken met het moderniseeren +van het land en laat ons doordrongen zijn van het besef, dat comfort de vijand is van het schilderachtige en dat, om dat laatste +te vinden, we het eerste moeten kunnen opofferen. + +</p> +<p>De heer Benner, met wien ik mijn kamer deel, is te veel kunstenaar, om het niet met mij eens te zijn, en wij zouden nog lang +over dit onderwerp hebben doorgepraat, als de groote vermoeienis van den dag ons niet had bewogen, om eindelijk het welbehagen +te genieten van de aanlokkelijke bedden met de spierwitte lakens. Toegevend, dat de beschaving toch ook wel iets goeds heeft, +slapen we in, in slaap gewiegd door het gekwaak van duizenden kikkers in het stilstaande water der moerassen. + +</p> +<p>Niemand gaat tegenwoordig naar Griekenland, zonder een bezoek te brengen aan Delphi en Olympia, die beide archeologische middelpunten, +waar alles is opgegraven door de fransche en duitsche scholen, waardoor de leeken zich een denkbeeld kunnen vormen van de +pracht der Oudheid. Het laatste was minder een stad dan wel een groot heiligdom, waar altaren waren voor de meeste goden en +waar prachtige periodieke feesten werden gegeven, bekend onder den naam van Olympische spelen. Er was alle macht van het Christendom +noodig, om eindelijk aan dien eeuwenouden eeredienst een einde te maken. De tempels vielen langzamerhand in puin, de olijvenbosschen, +die hun schaduw wierpen over de altaren, werden de prooi der vlammen, de barbaren kwamen en de aardbevingen voltooiden het +werk der menschen. Ze overdekten met een dikke laag aarde de oude schatten, die thans weer aan het licht zijn gebracht. + +</p> +<p>Daarom is er niet veel over van al die pracht; de monumenten zijn gesloopt; sommige gaan nog schuil in het hooge gras, andere +laten niet anders zien dan de treurige massa van hun fondamenten. En een gevoel van onzegbare droefenis, gelijk aan dat, wat +men ondervindt bij het bezoek aan een doodenstad, komt over ons, als we door de poort der processies binnenkomen in de reusachtige, +gewijde ruimte of de Altis, waar zich alle tempels bevonden. Dat ruime vierkant, aangelegd tegen de groene helling van den +berg Kronos, gelijkt veel meer op de werf van een steenhouwer dan op een archeologische reconstructie, en men is eigenlijk +verbaasd, er niet de slagen te hooren van hamers of het geknars van zagen. + +</p> +<p>Noch het Heraion, de oudste, zegt men, van de bekende dorische tempels, noch die van Herodes Atticus, een der romeinsche maecenassen +van Griekenland, die met groote kosten naar het terrein der offeranden het water liet voeren, dat er ontbrak, noch het Terras +der schatten, waar een reeks kleine kapelletjes stond, die met de offeranden van de steden ook de trofeeën bevatten, door +die steden in de gymnastische spelen behaald, noch het Stadion, noch zelfs de reuzentempel van Zeus, waarvan niets over is +dan de onderlaag van grijs tufgesteente, kunnen den somberen indruk uitwisschen, op ons teweeggebracht door den aanblik van +de onherstelbare ruïne. + +</p> +<p>Toch krijgt men van daar een overzicht van het geheele terrein der ruïnen, vanaf het Metroon of den tempel van de moeder der +goden, tot het Paleis van den Olympischen Senaat, van het Hippodroom en het huis van Nero, dat hij zich had laten bouwen, +om de spelen te kunnen bijwonen, tot het reusachtige Leonidaeon dat, met het Prytanaeum, de beroemdste bezoekers ontving. +Maar dat alles is thans niet anders dan een opeenhooping van voetstukken, die daar eenzaam en verlaten staan of van afgebroken +zuilen, en men moet, als men niet in zijn diepste wezen archaeoloog is, zulk een groote dosis verbeeldingskracht hebben en +zulk een goeden platten grond, om zich thuis te voelen te midden van de vormlooze overblijfselen, die vaak ver van hun primitieve +standplaats zijn getransporteerd, dat we verlangen naar het zien van meer wezenlijke dingen. + +</p> +<p>Door resten van vestingen en byzantijnsche kerken naast romeinsche fondamenten en helleensch beeldhouwwerk bereiken wij den +heuvel Droeva, waar een rijk bankier uit Athene, de heer Syngros, op zijn kosten het Museum heeft laten oprichten, dat thans +den prachtigen Hermes van Praxiteles herbergt, die bijna ongeschonden werd teruggevonden in het Heraion onder een dikke laag +leem, naast de uitgezocht schoone figuur der Gevleugelde Overwinning, in sierlijk stoute beweging haar voetstuk verlatend. +Het Hermesbeeld is gehouwen uit een schitterend wit blok marmer; het schijnt mij het zuiverst ideaal van mannelijke schoonheid +te verwezenlijken, zooals het majesteitelijke hoofd zich buigt in teederheid tot Dionysos, dien hij in zijn armen draagt, +en we gevoelen tegenover dit magistrale werk een <a id="d0e675"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e675">275</a>]</span>zoo heftige ontroering, dat we op eenmaal de teleurstelling vergeten, die over ons kwam op het terrein van de opgravingen. + +</p> +<p>De namiddag wordt besteed aan den tocht naar Patras met den spoorweg; de warmte was eerst zoo hevig, dat we geen woord uitbrachten +en in stilte leden op de banken van de coupé; het landschap vlamt onder den brand der zon, en arbeiders, naar den grond gebogen, +met een doek om het hoofd, waarvan ze de slippen tusschen de tanden vasthouden, komen een oogenblik overeind, om ons te zien +voorbijgaan. De locomotief schijnt doordrongen van haar belangrijkheid; ze fluit geestdriftig, alsof ze op haar persoon de +bewonderende aandacht wilde vestigen. Als al dat lawaai onzen gang maar bespoedigde! Maar daar moet men niet op hopen, en +het is hier recht duidelijk veel lawaai en weinig wol. + +</p> +<p>En zwaar en eentonig gaan de uren voorbij; nauwlettend staat de trein bij alle kleine stations stil, die vaak niet anders +zijn dan loodsen met een tafel op het perron, die als buffet dienst doet en waar harde eieren, kaas en wijn zijn te krijgen, +alles zwart van vliegen en een geur verspreidend, die ver van lekker is. Eenige fustanella’s stappen in en uit; menschen, +die niets te doen hebben leunen tegen de hekken met halfnaakte, koperkleurige straatjongens; er wordt gelachen, gepraat, en +we staan soms zoo lang stil, dat ik den tijd heb, prachtige margarieten te plukken, waarvan de heerlijke frischheid ons een +poosje verkwikt. + +</p> +<p>Overigens komen, we nader bij de zee, waarvan ons juist als bij Pyrgos reeksen van plassen scheiden; dit zijn de uitgestrekte +bezittingen van Manaloda, gedeeltelijk nog onbebouwd, toebehoorend aan den troonopvolger. Rechts sluit de majestueuze Erymanthos, +waar de spoorweg omheen loopt, den horizon af met zijn rotsblokken, zijn diepe kloven en donkere bosschen; de zon daalt langzaam +naar de zee en gaat er in rusten, als wij eindelijk aankomen, na door beddingen van rivieren te zijn gegaan, bij het station +Kato-Achaia, op den zuidelijken oever van de golf van Patras, die we nu verder volgen. + +</p> +<p>Het ondergaan van de zon heeft inderdaad in het Oosten iets indrukwekkenders dan elders. Hier, waar de zee zich klein schijnt +te willen maken, om beter te kunnen doordringen in den chaos van grootsche bergen, die haar omsluiten, is de tegenstelling +van tinten, de verschillende kleur der onderdeelen van het landschap werkelijk verrassend. De reeds donkere massa van kaap +Kalogria doet zich aan ons voor en dekt de vlakte met haar schaduw; de geheel zwarte voet van den Erymanthos wordt langzamerhand +lichter naarmate we naderen; de hoogten van Missolonghi, violet in hun middengedeelte, behouden op hun toppen een zachtrose +tint, die zich weerspiegelt in de gouden streep over de golf. Alleen de ongeloofelijke helderheid en doorschijnendheid van +de grieksche atmosfeer kan de ontplooiing van zooveel pracht tot stand brengen. Wij worden niet moede, die te bewonderen, +tot eindelijk de aankomst in de voorsteden van Patras te midden van de omgewoelde graven ons opwekt uit de droomen van onze +stille beschouwing. + +</p> +<p>De gezant, die graag spoedig weer in Athene terug wil zijn, beslist den volgenden morgen te willen vertrekken; maar hij geeft +mij verlof, er mijn verblijf te verlengen en machtigt mij zelfs, de interessante punten te bezoeken van de noordkust van den +Peloponnesus. Vroeg in den morgen begeef ik mij dus naar het station, dat aan de haven is gebouwd tegenover het hôtel waar +wij den nacht hebben doorgebracht, om bij het vertrek van mijn reisgezellen tegenwoordig te zijn. + +</p> +<p>De lezer moet zich vooral niet voorstellen, dat Patras, de derde stad van Griekenland, de eerste van den Peloponnesus, omdat +ze tegenwoordig 50.000 inwoners telt, een van die mooie stationsgebouwen bezit, zooals we in duitsche steden gewend zijn. +O neen, zeker niet; het meest bescheiden station van onze fransche spoorwegen is mooier en vooral zindelijker dan de ellendige +houten loods, ingesloten tusschen de naburige huizen, waar reizigers en goederen opgestapeld worden in de grootste wanorde. + +</p> +<p>Een of twee wegen komen op den spoorweg uit, en de trein wacht geduldig te midden van een nieuwsgierige menigte, tot eindelijk +het sein wordt gegeven voor het verder gaan. Het scheelt niet veel, of men zou zich wanen op een dier lijnen in Afrika, waar +enkel een eenvoudige paal de halte aangeeft! En toch is dit de plaats, waar de meeste reizigers uit Europa aankomen met bestemming +naar Griekenland; ik vraag mij af, hoe groot wel de verbazing moet wezen van de rijke toeristen bij den aanblik van zoo’n +tooneel en welk een onaangenamen indruk ze wel moeten krijgen bij hun eerste aanraking met de gemeenschapsmiddelen van dit +land. + +</p> +<p>Patras, megalomaan als alle andere steden, trotsch op zijn belangrijkheid, schaamt zich over dezen staat van zaken; er is +al lang sprake van, aan de stad eindelijk een station te schenken, dat beter aan de wassende behoeften voldoet; maar hier +stuit men weer als altijd op die vervelende geldquaestie, die de mooiste plannen in den dop verstikt. Laat ons intusschen +hopen, dat dit plan wordt verwezenlijkt, en dat een rijk inwoner van Patras door een edelmoedige schenking aan die dagelijksche +vernedering een eind make, die telkens samenvalt met het vertrek van den exprestrein naar Athene. + +</p> +<p>Toen ik kort daarna alleen was gelaten, ging ik de moderne hoofdstad van Achaja bekijken, die het tooneel is geweest van de +ontscheping der Franken onder Villehardouin en Champlitte en die ook het eerst werd veroverd; ze is in het begin der vorige +eeuw verwoest geworden, maar heeft zich snel weer opgericht en werd herbouwd naar een reusachtig plan. Daardoor lijkt ze nu +nog bijna een doode stad ondanks den vluggen aanwas der bevolking. De straten, die met een liniaal getrokken schijnen, snijden +elkaar alle rechthoekig naar het voorbeeld der amerikaansche steden; er loopen breede, marmeren trottoirs langs en er staan +huizen met arcaden; groote, eenzame pleinen, overschaduwd door peperboomen, verbreken van tijd tot tijd de kunstmatige eentonigheid +van die eeuwige rechte lijnen, evenwijdig met of loodrecht staande op de kust. + +</p> +<p>Ik volg een der in laatstgenoemde richting loopende, de Sint-Nicolaasstraat, die in een zachte helling stijgt naar het venetiaansche +kasteel, van waar men <a id="d0e697"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e697">276</a>]</span>een prachtig uitzicht heeft over de groote wijngaarden, die een rijkdom zijn van het land, over de golf van Lepanto, de kust +van Aetolië en de Jonische eilanden. Er is trouwens niets bijzonder merkwaardigs in dien hoop van muren, waarvan het best +bewaard gebleven gedeelte tegenwoordig als kazerne wordt gebruikt. Ik daal weer naar beneden door de straatjes van de hooge +stad, waar ezeltjes, doorbuigend onder het te zware gewicht van manden, die hun tegen de zijden hangen, voortgedreven worden +door kooplieden met groenten en vruchten. “Aurea kortaria, portokalia, hier zijn mooie groenten, oranjes!” roepen ze in de +openstaande deuren der huizen, waar, voor hen maar al te dikwijls, slechts het geblaf van een hond hun antwoord geeft. Iets +lager verdwijnen twee ongelukkige ezels onder den zwaren wirwar van takkebossen, die ze in den vroegen morgen al hebben gehaald; +er zijn er zooveel op hun armen rug gestapeld, dat alleen de kop en de uiteinden der pooten te voorschijn komen uit het struikgewas, +dat breeder is dan de rijtuigen, die moeten worden gepasseerd, een zonderlinge vertooning, enkele schreden verder verdwijnend +in het dichte stof van den weg. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-276.jpg" alt="De muren van een oud venetiaansch paleis te Patras." width="684" height="425"><p class="figureHead">De muren van een oud venetiaansch paleis te Patras.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het slaat op de douaneklok twaalf uur, als ik na de H. Andreaskerk te hebben bezocht en haar wonderdadige bron, eindelijk +aan de haven kom, die beslist de eenige plek in de stad is, waar eenige levendigheid heerscht. Pas ben ik gezeten op het terras +van een café, tevens restauratie van het hotel, of een heirleger van schoenpoetsers wil met alle geweld mijn schoenen ontdoen +van het stof, dat erop ligt. Ik onderwerp mij, om er een eind aan te maken, en zet den voet op een der kistjes, dat zonder +omslag vóór mij wordt neergezet; maar er zijn nog geen vijf minuten verloopen sedert het einde der operatie, die inderdaad +heel handig werd verricht, of andere loestroi, niet minder ondernemend, verbeelden zich, dat de bewerking wel weer van voren +af aan kan beginnen. En gedurende al den tijd van mijn ontbijt houden diezelfde aanbiedingen aan, die even lastig als overbodig +waren en waaraan eerst de komst van onzen consul een einde maakte. Ik ga in haast opstaan, en we gaan naar een ontginning +van wijnbergen in de buurt, waarvan ik te veel goeds heb hooren zeggen, dan dat ik niet zou wenschen de exploitatie eens in +oogenschouw te nemen. + +</p> +<p>Die onderneming is op het getouw gezet door Duitschers ten tijde van de groote crisis in den wijnbouw door het optreden der +phylloxera, toen de aandacht der verbruikers werd gevestigd op de grieksche wijngaarden. De wijn wordt er bereid naar europeesche +voorschriften, dus zonder toevoeging van hars natuurlijk. De uitvoer is dan ook een voordeel geweest in de eerste jaren; al +is hij langzamerhand afgenomen, toen de wijngaarden, die van de plaag geleden hadden, weer op hun verhaal kwamen, toch heeft +de plaatselijke <span id="d0e708" class="corr" title="Bron: comsumptie">consumptie</span> zich gehandhaafd en is ook de verkoop in het Oosten zoo groot gebleven, dat er winst wordt behaald met de wijnen uit den +Peloponnesus, die hier goed behandeld worden en die rijk zijn aan alcohol, als alle wijnen uit het Zuiden. Ik doorloop de +kelders, die mij op kleiner schaal herinneren aan die van onze groote huizen te Bordeaux en in Champagne; ik passeer de enorme +fusten, Bismarck en Moltke gedoopt, die de reserven van goede jaren bevatten, en ik luister met levendige belangstelling naar +de technische bijzonderheden, die mij een helder inzicht geven in de goede economische vooruitzichten van dit land. + +</p> +<p>Trouwens alles in Patras schijnt dat te beloven, en de geographische ligging der stad op de plaats, waar de vlakten uitmonden, +die de vruchtbaarste deelen van den Peloponnesus zijn, zoowel als de aanzienlijke handelsbeweging in de haven, waar de meeste +groote scheepvaartlijnen der Middellandsche Zee binnenkomen, wijzen erop. Ongelukkig ontmoet men hier, evenals in alle havens +van het Oosten, een niet zeer prettig gezelschap. Op het tijdstip van mijn eerste jaren in Griekenland hadden wij nog niet +met dit land het uitleveringstractaat gesloten, en Patras was de ingang van het beloofde land, waar bandieten als madame Humbert +en haar beroemde bende, zeker waren van een veilige schuilplaats. Zoo waren de binnenlandsche rooverijen, die zoo goed als +geheel onderdrukt waren door de gelukkige pogingen der regeering, vervangen door die van misdadige vreemdelingen, zonder bezwaar +binnengelaten in de haven. Men zag er ontrouwe boekhouders aankomen, bezitters van groote geldsommen, die ze kalmweg verteerden +onder de oogen van den consul, die er niets aan doen kon, en in gezelschap van een troep gewetenlooze menschen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 387px"><img border="0" src="images/p1909-277-1.jpg" alt="Een vrouw in haar rijkste gewaad." width="387" height="720"><p class="figureHead">Een vrouw in haar rijkste gewaad.</p> +</div><p> + +<a id="d0e718"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e718">277</a>]</span></p> +<p>Ik herinner mij, dat een van die belangwekkende personnages op een dag bijna geheel geplunderd werd door den advocaat, aan +wien hij zijn geldelijke belangen had opgedragen; maar heel natuurlijk wendde hij zich niet tot onze legatie,—want het was +een Franschman,—om te trachten weer in het bezit te worden gesteld van het geld, dat hij zelf had gestolen! Hoe kan men zich +trouwens verbazen over de bijna volkomen straffeloosheid, waarvan die schurken profiteerden, als de politie-autoriteiten zelven +het voorbeeld gaven? Een zekere prefect van politie uit Athene, die eens tot eenige maanden gevangenisstraf was veroordeeld, +die hij ook ongestoord uitzat, kan gerust beschouwd worden als een oorzaak, dat eenvoudige burgers, om zoo te zeggen, verontschuldigd +worden, als ze de gewetensbezwaren over boord werpen, die hen zouden kunnen terughouden van een oneerlijke zaak, waaruit ze +echter groote voordelen hoopten te trekken. + +</p> +<p>Hoe het zij, zulke schandalen behooren nu bijna geheel tot het verleden; Griekenland heeft begrepen, dat het zijn goeden naam +in de waagschaal stelde, en nieuwe uitleveringstractaten hebben in de laatste jaren het recht doen zegevieren. Maar de bevolking +der havens is daardoor nog niet veel verbeterd; die levert nog aan de onruststokers, en aan de politieke personen, die tegenstanders +van de regeering zijn, de troepen, die ze noodig hebben. Zij, die zich ontschepen in den Piraeus, in Patras of in Syra, kennen +die volksbetoogingen, die van tijd tot tijd in die plaatsen tot bloedige tooneelen aanleiding geven, en wat ik ervan zie dezen +avond, is waarlijk niet geschikt, mij vertrouwen in te boezemen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 391px"><img border="0" src="images/p1909-277-2.jpg" alt="Griek met arabesken op zijn buis." width="391" height="720"><p class="figureHead">Griek met arabesken op zijn buis.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Zoo blijf ik den geheelen avond het gewoel aan de haven gadeslaan, waar krachtige vuurtorens beginnen te stralen, en waar +van tijd tot tijd zich de stoomfluit laat hooren van de eene of andere vertrekkende paketboot. Terwijl de mooie electrische +trams heen en weer rijden, de moderne opvolgers van de oude rijtuigen, getrokken door drie magere paarden en in de nieuwere, +in de laatste halve eeuw met veel woorden verrijkte taal hipposiderodromoi genoemd, wandelen de elegante dames van Patras, +zeer aardig gekleed, op de esplanade en laten vriendelijk haar persoontjes bewonderen en de sierlijkheid van haar toilet. +Al hebben ze niet allen de <a id="d0e730"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e730">278</a>]</span>plastische schoonheid van de antieken, die enkele van haar voorouders voor altijd beroemd hebben gemaakt, toch moet erkend, +dat ze over het algemeen zeer gracieus zijn en dikwijls ook mooi, met haar mat teint, het aangename ovaal van haar gezichten +en de groote zwarte oogen, die ze stoutmoedig op de mannen vestigen. + +</p> +<p>Daar ze nog al coquet zijn, volgen ze onze modes vooral in de uitersten, want de grieksche vrouw is een aardig poppetje, die +er niet tegen opziet, aan haar toilet het grootste deel harer uitgaven te besteden en ook niet, om ’s avonds niets anders +te nuttigen dan olijven en een bescheiden ragoutje. Zij legt op die manier en op hare wijze haar voorkeur aan den dag voor +het leven naar buiten, dat in de hoofdsteden zoo duidelijk aan den dag treedt, vooral in de minder heete avonduren, als de +heele bevolking wandelt op de fashionabele promenade. + +</p> +<p>Een stralende morgenzon verlicht met haar stralen de reeds drukke haven, als ik den volgenden dag Patras verlaat met den eersten +trein van dien dag. Daar verschijnt, nadat we de moerassige streken zijn doorgereden, waar de berg Voïda zich verheft, de +ingang van de baai, voorbij welke de golf van Korinthe begint, en die ingesloten wordt tusschen de beide kapen met aan elken +kant de versterkte vestingen, de oude kasteelen van Roemelië en Morea, thans in puin liggend. De doorvaart, waarvan de breedte +in den loop der eeuwen heeft afgewisseld, is smaller geworden door een zandig strand, dat zich zeer ver uitstrekt en dat de +golf tot een lange binnenzee dreigt te maken. De weg gaat dicht langs de kust en moet elk oogenblik over stroompjes gaan, +die nog niet geheel droog zijn in dezen tijd van het jaar, en op welker oevers wijn wordt verbouwd. Nog een kaap, en op een +hoogvlakte, met cactussen begroeid, die steil naar zee afdaalt, ligt de oude stad Aegion, waar ik mij voorstel de rest van +den morgen door te brengen. + +</p> +<p>De handel in krenten van uitstekende hoedanigheid heeft van de plaats een der belangrijkste steden van den Peloponnesus gemaakt; +magazijnen en entrepots, ingericht in natuurlijke grotten aan den voet der rotsen, liggen dicht bij den spoorweg en de haven, +daarvan alleen door een smal strand gescheiden. Ofschoon niet heel druk in dezen tijd van het jaar, klinken er hamerslagen +en wordt er gewerkt aan het maken van duizenden kleine kisten, bestemd, om den oogst van het jaar te ontvangen. Ik wensch +van harte voor die brave lieden, dat ze er binnen enkele maanden vele zullen kunnen vullen. Door een lange straat als een +trap, herinnerend aan die van Montmartre, bereik ik de hooger gelegen wijken en bewonder voor de zooveelste maal het prachtige +panorama van de bergen van Phocis, die in de zuivere lucht schijnen te trillen, aan de overzij van de blauwe golf; de baaien +worden rond als sierlijke schelpen, steile kapen vallen in zee, en het majestueuze hoofd van den Parnassus, dat boven alle +andere uitsteekt, weerkaatst zich in de baai van Salona, door roode rotsen omzoomd. + +</p> +<p>Hier is er weer feestvreugde onder de bewoners, want ik kom talrijke groepen tegen in feestgewaad; het schijnt, dat de verjaring +wordt gevierd van den een of anderen plaatselijken heilige, aan wien men echter veel minder schijnt te denken dan aan de traditioneele +trata, de vreugde van schieten en zingen. Maar ik heb geen tijd meer, om naar het station af te dalen, waar de tweede en laatste +trein naar Korinthe wel spoedig zal passeeren. Al gauw gaat hij voorbij en ik herken het lawaai van de passage over een ijzeren +brug, waar een riviertje, dat van den Erymanthos is neergedaald, onder door stroomt. De berg sluit het dal af. Een half uur +later zal de trein aan het station Diakoptho zijn tegenover de diepe kloof, waarin het beroemde klooster van Megaspileon is +gelegen. + +</p> +<p>Dit is het laatste uitstapje van mijn reis, en ik moet kiezen, als ik vóór den nacht ter plaatse wil zijn, of ik de epileptische +sprongen wil genieten van een tandradspoortje of de hortende schokken van een ezel. Als ik de stooten met elkander vergelijk, +geef ik nog de voorkeur aan de laatste, die onder andere voordeelen ook dit hebben, dat zij mij een rijdier bezorgen, waarmee +ik morgen naar Diakoptho kan gaan, zonder dat ik in het klooster zal moeten wachten op den eenigen trein van den dag. Ik dring +dus zonder verder dralen in de woeste kloof, die slechts eenige schreden van de zee verwijderd is. Eerst vind ik er mooie +olijfboschjes, dan rijst de weg onder eiken in een warreling van myrten en andere planten van doordringenden geur. De schuimende +golven van de Erasinos breken op de enorme steenen, die ten gevolge van den een of anderen schok losgeraakt zijn van den hemelhoogen +wand van rotsen, die over den stroom hangt. Het in de rots gehouwen voetpad stijgt nu eens ver boven de bedding van de rivier, +welker geruisch nog slechts heel uit de verte en verzwakt ons oor bereikt, en daalt dan weer plotseling tot vlak bij het water. + +</p> +<p>Het profiel van een oude vrouw, die kastanjes inzamelt onder de boomen, komt tusschen de steenen te voorschijn, en de reeds +dalende zon bereikt al niet meer de diepte der kloof.... “Grigora, gauw, gauw!” herhaalt onophoudelijk de agoyate, die zooveel +haast schijnt te hebben, dat wij ons zelfs niet ophouden in het dorp Zakhloroe. Nog een zware stijging, en eensklaps verschijnt +tusschen de zwarte lijnen, die den berg Cyllenus bedekken, verrassend het groote klooster, terwijl de klok in de verlaten +eenzaamheid zich laat hooren. + +</p> +<p>Hoewel het reeds laat is, kan ik nog goed de zonderlinge groepeering onderscheiden van de vele gebouwen, omgeven door een +muur van meer dan honderd meter. De gevel van het hoofdgebouw van metselwerk en hout opgetrokken, vertoont vijf verdiepingen +van vensters. Overal zijn er houten galerijen aangebracht en wankele balkons, die in de lucht schijnen te zweven, onregelmatige, +blauwgekleurde, en vermolmde koepels, of wel witte en roode, die als zwaluwnesten tegen den wand aankleven. De aanblik is +niet mooi, want het geheel is vervallen en vuil van dit klooster, door de byzantijnsche keizers in de achtste eeuw gesticht, +en het maakt een vreemden indruk in het laatste licht van den dag, nog te kijken door de dennen, die den berg kronen. Met +beide handen vóór den mond, richt de agoyate tot de monniken een plechtig geroep; ik hoor het <a id="d0e746"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e746">279</a>]</span>geluid van een venster, dat geopend wordt; een stem is eenige oogenblikken aan het onderhandelen, zonder dat ik in het minst +kan vermoeden, waar ze vandaan komt; maar ik begin er toch uit te begrijpen, dat ik welkom ben en dat ik uitgenoodigd word, +om binnen te komen en de buitentrap op te gaan. Dat is de hoofdzaak; maar het vooruitzicht, hier te logeeren, lacht mij niet +toe. Eén voor één beklim ik nu de wankele treden, die meer of minder stevig aan den rotswand zijn bevestigd en uitkomen bij +een groote poort, van schietgaten voorzien. Er worden grendels weggetrokken, kettingen vallen neer en de deur draait eindelijk +op haar verroeste hengsels. + +</p> +<p>Het schijnt, dat oudtijds de reizigers genoodzaakt werden, hun wapens in handen van den portier te laten, eer ze een pas binnen +in het klooster mochten zetten; die voorzichtigheid werd verklaard door het feit, dat het klooster alleen door list kon worden +vermeesterd, en de geslachten van monniken, die elkaar opvolgen, hebben elkander vroom dat consigne overgeleverd, tot nog +voor zeer korten tijd, die samenvalt met het verdwijnen van het rooverswezen. Maar tegenwoordig komt een vriendelijk “Kalos +crisete” uit een gastvrijen mond van een geestelijke met een vilten muts, een kaars in de hand, die mij dadelijk door een +doolhof van cellen, trappen en galerijen, die in de diepte der rots zijn gebouwd, naar een vijfde verdieping geleidt in een +groote, leege eerezaal, naar het schijnt de salon van den bisschop. + +</p> +<p>Deze verschijnt weldra; zijn sympathiek gezicht van schoonen grijsaard, omlijst door een langen, witten baard, glimlacht, +terwijl hij mij hartelijk begroet. Wij praten nu eens in het Grieksch, dan in het Fransch, dat mijn gastheer vroeger een weinig +heeft bestudeerd. Hij betreurt het, dat zijn klooster zoo vervallen is, en dat de bevolking onophoudelijk vermindert, zoo +erg, dat de meesten der cellen thans onbezet zijn. Beroofd van zijn beste inkomsten door de jongste wetten, van zijn gezag +beroofd door de verslapping van de tucht en door de domheid van zijn monniken, zal het klooster van den Megaspileon, eertijds +het rijkste en voorspoedigste van Griekenland, in puin vallen, en zijn totale verdwijning is misschien, zoo zei mij treurig +de priester, slechts een quaestie van jaren. + +</p> +<p>Hetzelfde feit heeft mij getroffen, toen ik vroeger de beroemde kloosters van de Meteoren in Thessalië bezocht, waar de regel +van den Heiligen Basilius, die oudtijds hun kracht uitmaakte, nauwelijks meer toegepast wordt in onze dagen. Daar brengen, +evenals hier, de monniken hun dagen in ledigheid door; hun luiheid is voorbeeldeloos en het komt hun bijna nooit in de gedachte, +zich met handenarbeid bezig te houden of aan werk met den geest hun tijd te wijden<span id="d0e754" class="corr" title="Niet in bron">.</span> De regeering heeft gelukkig die instellingen dan ook tot een wissen dood veroordeeld, omdat ze nadeel toebrengen aan de eer +van het land en kweekplaatsen zijn van onzedelijkheid. + +</p> +<p>Onder het gesprek waren enkele leden van het kapittel binnen gekomen in de blauw verlichte zaal; andere monniken komen achter +hen aan, dragers van schotels, waarop de ingewanden van schapen liggen te rooken, gebraden op een houtvuur. Ik raak er nauwelijks +aan, want die ragout, die een eigenaardigen geur verspreidt, is al zoo weinig aanlokkelijk mogelijk, en ik doe des te meer +eer aan de glyco of confituren, die onmiddellijk voorafgaan aan de onvermijdelijke koffie. De bisschop, die volstrekt wilde +dat ik aan den maaltijd deel zou nemen, welke hem daarna afzonderlijk zou worden voorgezet, dwong mij, om zonder groote geestdrift +mij weer over te geven aan een nieuwe gastronomische kwelling, terwijl een eenvoudig blikje sardines en een stuk brood, die +ik zorgvuldig had bewaard, mij vrij wat beter zouden hebben gesmaakt. + +</p> +<p>Intusschen vroeg ik de kerk te mogen zien, die gewijd was evenals het klooster aan Maria Hemelvaart. Ik werd daar naar een +<span id="d0e761" class="corr" title="Bron: mis">nis</span> gebracht, waar het wonderdoende beeld werd bewaard van de H. Maagd, dat door de traditie aan den H. Lucas wordt toegeschreven +en welker macht ten tijde van den Onafhankelijkheidsoorlog de Turken deed aftrekken. Het is er koud als in een kelder, en +de kille vochtigheid binnen in de kapel, die in de rots is uitgehouwen, verklaart, hoe de wanden hier en daar met mos zijn +bedekt en hoe het houtwerk overal schimmels vertoont. Eenige oude mozaïeken, die geheel groen uitgeslagen zijn, vormen den +vloer van het schip der kerk, en mijn schaduw glijdt erover bij het flikkerend licht der kaarsen. Wat een ellende en welk +een droevig verval! + +</p> +<p>Met een waarlijk gul gemoed werp ik in de bus, die daarvoor dient, de offerande, waar de ongelukkige monniken niet ongevoelig +voor zijn, en langs een nog vermolmder trap dan de vorige bereiken wij, mijn gidsen en ik, de reusachtige kelders, die diep +onder den grond liggen. Hun goede naam reikte vroeger zeer ver, want in den tijd van den bloei van het klooster werden er +groote hoeveelheden bewaard van een wijn, die beroemd was door het geheele land. Thans liggen er nog vaten en fusten van enormen +omvang langs de muren; maar ze bevatten slechts den bescheiden crassi resinato, die voldoet aan de tegenwoordige behoeften +der gemeenschap. + +</p> +<p>En wij gaan weer naar de bovenverdiepingen door cellen heen, waar vier of vijf monniken dommelen op hun bedden; ook laat men +mij nog een vertrek zien, dat als een moesjarabieh gebouwd is over den stroom; het is de bibliotheek, waarvan de vensters +op den tuin uitzien. Ik blader er in een paar theologische werken, die door elkander liggen in hun kisten met oude perkamenten, +welke de ratten naar hun smaak moeten vinden, te oordeelen naar den beklagenswaardigen toestand waarin ze zich bevinden, en +eindelijk zijn we in den salon van den bisschop terug, waar het avondeten ons wacht. + +</p> +<p>Mijn gastheer heeft aan zijn tafel ook den monnik genoodigd, die mij door het klooster heeft begeleid, en verontschuldigingen +makend over de bescheidenheid van het maal, verzoekt hij mij tegenover hem plaats te nemen. + +</p> +<p>Zou ik wezenlijk aan de grieksche keuken wennen? Zeker is het, dat ik eer bewijs aan de tomatensoep, waar groote sneden maïsbrood +in drijven, aan den pilau met gestremde melk en vooral aan het lamsvleesch, gekruid met smakelijke toekruiden. Onder den maaltijd +liet ik mij verleiden, mijn gastheer een verhaal te doen over een ervaring, die ik pas had <a id="d0e772"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e772">280</a>]</span>gehad. Het was de volgende. Toen ik op een avond langs een verschrikkelijk slechten weg mij naar het station Kalabaka begaf, +waar ik den trein naar Volo moest nemen, bemerkte ik plotseling, dat mijn horloge en ketting, twee familiesouvenirs, waar +ik bijzonder veel aan hechtte, verdwenen waren. Er aan wanhopende, ze nog terug te zullen krijgen en ze te vinden onder de +struiken en niet veel lust hebbend, de agoyaten en gendarmen, die mij vergezelden, in vertrouwen te nemen, haastte ik mij, +bij aankomst dadelijk mijn verlies aan den stationschef mede te deelen. Deze, agent van een half fransche maatschappij, die +van de thessalische spoorwegen, liet een agoyate op zijn kantoor komen en een gendarme, wier oogen schitterden op het hooren +van de beloofde belooning. Nauwelijks waren de noodige aanwijzingen gegeven, of ze gingen beiden als pijlen uit bogen heen +naar den weg over de bergen, zonder zich te bekommeren om hun metgezellen, die verbaasd toekeken en die met opzet niet op +de hoogte waren gebracht. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-280-1.jpg" alt="Opgravingen in den Zeustempel." width="684" height="465"><p class="figureHead">Opgravingen in den Zeustempel.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>En ik sloeg vol onrust den weg naar Athene in. Maar ik was nog niet te Volo aangekomen, of een telegram berichtte mij, dat +mijn bezit in een holte van de rotsen was teruggevonden, waarin het zeker was terechtgekomen bij de huppelende sprongen van +den muilezel. Den volgenden dag was het weer in mijn handen en ik haastte mij, mijn schuld af te doen. Ik had mijn blijdschap +zeker in lyrische termen geuit, want de begiftigden, trotsch op den hun toegezwaaiden lof, haastten zich, mijn brief te publiceeren +in een Thessalische courant met het uitvoerig verhaal van mijn ongeluk. Van Volo ging het nieuwtje naar Athene, waar de pers +zich er ook van meester maakte, om de helleensche eerlijkheid te prijzen, die zoo onrechtvaardig wel eens in twijfel wordt +getrokken, en ik genoot sinds dien een luiden roep van philhellenisme, die mij geen nadeel deed. Na de koffie wordt de narghilé +gebracht, en toen die eindelijk was uitgegaan, was het laat geworden en daar ik al om vier uur in den morgen weer op weg wilde +gaan, neem ik afscheid van mijn gastheer en laat een klein sommetje achter, om, zoo mogelijk, zijn klooster te helpen in stand +te houden; daarna ga ik naar mijn kamer, versierd met geweren, degens en tapijten, om er te rusten, tot de agoyate aan mijn +deur komt kloppen met de mededeeling, dat het tijd is, ons weer op weg te begeven. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p1909-280-2.jpg" alt="Het Heraion te Olympia." width="679" height="459"><p class="figureHead">Het Heraion te Olympia.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Dienzelfden avond kom ik in Athene terug, na nog eens weer de landengte van Korinthe te zijn overgegaan. Eenige maanden later +verliet ik voor goed Griekenland en nam in mijn hart naar de nevelen van het Noorden, waar het lot mij heen riep, de herinnering +mee aan de schoone horizons en het heerlijke licht van het zuidelijke land. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/o1909-160.gif" alt="Ornament." width="310" height="19"></div><p> + + + +</p> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Beschikbaarheid</h3> +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give +it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<h3>Codering</h3> +<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde +van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn +gemarkeerd met het corr-element. + +</p> +<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste +dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens. + +</p> +<h3>Documentgeschiedenis</h3> +<ol class="lsoff"> +<li>25-JAN-2008 begonnen. + +</li> +</ol> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%"> +<tr> +<th>Plaats</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e178">Bladzijde 142</a></td> +<td width="40%">vastlandsche</td> +<td width="40%">vastelandsche</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e195">Bladzijde 143</a></td> +<td width="40%">Palaeo-Corinthos</td> +<td width="40%">Palaeo-Korinthos</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e323">Bladzijde 151</a></td> +<td width="40%">Itsch-Kalè</td> +<td width="40%">Itsch-Kalé</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e336">Bladzijde 152</a></td> +<td width="40%">Nicolaos</td> +<td width="40%">Nikolaos</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e416">Bladzijde 156</a></td> +<td width="40%">Enrotas</td> +<td width="40%">Eurotas</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e528">Bladzijde 266</a></td> +<td width="40%">nitzien</td> +<td width="40%">uitzien</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e544">Bladzijde 267</a></td> +<td width="40%">tegelijkerlijd</td> +<td width="40%">tegelijkertijd</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e633">Bladzijde 272</a></td> +<td width="40%">triomfankelijk</td> +<td width="40%">triomfantelijk</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e646">Bladzijde 273</a></td> +<td width="40%">Boezie</td> +<td width="40%">Boezi</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e708">Bladzijde 276</a></td> +<td width="40%">comsumptie</td> +<td width="40%">consumptie</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e754">Bladzijde 279</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e761">Bladzijde 279</a></td> +<td width="40%">mis</td> +<td width="40%">nis</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Om en door den Peloponnesus, by B. de Jandin + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OM EN DOOR DEN PELOPONNESUS *** + +***** This file should be named 24448-h.htm or 24448-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/4/4/4/24448/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/24448-h/images/ia1909-137.gif b/24448-h/images/ia1909-137.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2c80f2d --- /dev/null +++ b/24448-h/images/ia1909-137.gif diff --git a/24448-h/images/ie1909-265.gif b/24448-h/images/ie1909-265.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..225f5a2 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/ie1909-265.gif diff --git a/24448-h/images/o1909-160.gif b/24448-h/images/o1909-160.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d3d1262 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/o1909-160.gif diff --git a/24448-h/images/p1909-137.jpg b/24448-h/images/p1909-137.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..190bff2 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-137.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-139.jpg b/24448-h/images/p1909-139.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b421236 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-139.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-140.jpg b/24448-h/images/p1909-140.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e8cafa4 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-140.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-141.jpg b/24448-h/images/p1909-141.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..445107d --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-141.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-144.jpg b/24448-h/images/p1909-144.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0b15c76 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-144.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-145.jpg b/24448-h/images/p1909-145.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d741eef --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-145.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-148.jpg b/24448-h/images/p1909-148.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6e4e936 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-148.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-149-1.jpg b/24448-h/images/p1909-149-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f4de2d8 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-149-1.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-149-2.jpg b/24448-h/images/p1909-149-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9477722 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-149-2.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-152-1.jpg b/24448-h/images/p1909-152-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d0381a1 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-152-1.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-152-2.jpg b/24448-h/images/p1909-152-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c1c5f16 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-152-2.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-153.jpg b/24448-h/images/p1909-153.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..26255e4 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-153.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-156-1.jpg b/24448-h/images/p1909-156-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..02152df --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-156-1.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-156-2.jpg b/24448-h/images/p1909-156-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..add52db --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-156-2.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-157-1.jpg b/24448-h/images/p1909-157-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f620edd --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-157-1.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-157-2.jpg b/24448-h/images/p1909-157-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d191399 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-157-2.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-160.jpg b/24448-h/images/p1909-160.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..13bb991 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-160.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-265.jpg b/24448-h/images/p1909-265.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1c22554 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-265.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-268.jpg b/24448-h/images/p1909-268.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..852606a --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-268.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-269-1.jpg b/24448-h/images/p1909-269-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c5bfeaa --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-269-1.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-269-2.jpg b/24448-h/images/p1909-269-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0b230a3 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-269-2.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-272.jpg b/24448-h/images/p1909-272.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0872da6 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-272.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-273.jpg b/24448-h/images/p1909-273.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..44ff87d --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-273.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-276.jpg b/24448-h/images/p1909-276.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2ab6c1d --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-276.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-277-1.jpg b/24448-h/images/p1909-277-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cb9d68c --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-277-1.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-277-2.jpg b/24448-h/images/p1909-277-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..bf0d639 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-277-2.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-280-1.jpg b/24448-h/images/p1909-280-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9b63f43 --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-280-1.jpg diff --git a/24448-h/images/p1909-280-2.jpg b/24448-h/images/p1909-280-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1239a4b --- /dev/null +++ b/24448-h/images/p1909-280-2.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..05a3bbb --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #24448 (https://www.gutenberg.org/ebooks/24448) |
