summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/22908-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '22908-0.txt')
-rw-r--r--22908-0.txt10585
1 files changed, 10585 insertions, 0 deletions
diff --git a/22908-0.txt b/22908-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..ab519dd
--- /dev/null
+++ b/22908-0.txt
@@ -0,0 +1,10585 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 22908 ***
+
+
+
+ WONDERREIZEN.
+
+
+ JULES VERNE
+
+
+
+ Mathias Sandorf
+
+ EEN MODEL-VOLKSPLANTING.
+
+
+
+ ROTTERDAM.--JACS. G. ROBBERS.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij.
+
+
+
+
+
+
+
+I.
+
+Het Presidio van Ceuta.
+
+
+Drie weken na de schrikkelijke gebeurtenissen, welke wij in het
+vorige deel verhaalden, en waarvan de provincie Catania, op het eiland
+Sicilië, het tooneel was geweest--drie weken later, zeggen wij, dus
+op 9 October, stevende een snelvarend stoomjacht--de _Ferrato_, onze
+oude bekende--geholpen door een stevige noordoosterbries, tusschen
+de zuiderpunt van Europa, die eigenaardig genoeg op het Spaansche
+schiereiland Engelsch is, en kaap Almina, de noordelijkste punt
+van Afrika, die daarentegen, op het Marokkaansch gebied gelegen,
+Spaansch is. De vier mijlen afstand, welke van de eene landspits
+tot de andere gerekend worden, zouden, wanneer men op mythologische
+gronddenkbeelden zou mogen afgaan, of daaraan slechts eenige waarde
+mocht schenken, door wijlen Hercules, een waardigen voorganger van den
+heer Ferdinand de Lesseps, de moderne landengte-doorsteker, daargesteld
+en toegang aan de wateren van de Mare Mediterranea of Middellandsche
+zee tot die van den Atlantischen Oceaan verleend zijn, door met een
+enkelen knodsslag de rotsachtige omdijking van het Middellandsche
+meerbekken daar ter plaatse te verbrijzelen, hetgeen, zooals ieder
+lezer zal moeten bekennen, eene vrij aardige krachtsontwikkeling zou
+vereischt hebben. Jammer, dat dergelijke halfgoden in onze eeuw niet
+meer aangetroffen worden. De doorgraving van de landengte van Suez
+zou zooveel geld niet gekost hebben, en de landengten van Panama en
+van Corinthe zouden zooveel schatten niet verslinden. Met drie zulke
+knodsslagen waren dan de Andes in de Nieuwe Wereld, de Dioikos in
+Griekenland en de drempel van Serapeum in Egypte verbrijzeld geweest,
+om de Middellandsche zee met de Roode zee, de golf van Corinthe met
+die van Egina, en den Mexicaanschen zeeboezem met de Groote Stille
+Zuidzee in verbinding te stellen. Nogmaals jammer, doodjammer!
+
+Ziedaar, wat Pescadospunt voorzeker aan zijn vriend Kaap Matifou zou
+medegedeeld hebben, terwijl hij hem daarbij tegelijkertijd de rots
+van Gibraltar in het noorden, en den Hachoberg in het zuiden zoude
+aangewezen hebben.
+
+En, inderdaad, Calpé en Abyla zijn nog steeds de beide bekende
+rotsmassa's, de beide zuilen, die als de "Zuilen van Hercules,"
+den naam van den beroemden Griekschen held dragen.
+
+Kaap Matifou zou ongetwijfeld dat "kunststuk van krachtsinspanning"
+bewonderd en naar waarde geschat hebben, en dat nog wel, zonder dat de
+nijd zijne eenvoudige en bescheiden ziel zoude verontreinigd, zonder
+dat zijn edel hart door eene onwaardige gedachte zoude bezoedeld
+zijn. Nogmaals, Kaap Matifou zou bewonderd en gewaardeerd hebben.
+
+De Provençaalsche Hercules zou voor den Griekschen held, voor den
+zoon van Jupiter en Alcmene, eerbiedig het groote hoofd gebogen hebben.
+
+Maar Pescadospunt kon zijnen vriend dat verhaal niet opdisschen,
+en Kaap Matifou kon zijn Titanshoofd niet buigen, om de eenvoudige
+reden, dat noch de een noch de andere zich aan boord bevond. Beiden
+waren op bevel van dokter Antekirrt te Antekirrta achtergebleven,
+de eerste, omdat hij, zooals wij weten, vrij ernstig gekwetst was,
+en de andere, om zijn vriend op te passen en te verplegen.
+
+Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren alleen aan boord van de
+_Ferrato_, die door kapitein Köstrik gekommandeerd werd; terwijl
+Luigi-Ferrato nog steeds als eerste officier aan boord van het
+stoomjacht dienst deed. Van bevordering was nog geen sprake
+geweest. Maar er was nog tijd.
+
+De expeditie, laatstelijk op het eiland Sicilië ondernomen, met het
+doel om Sarcany en Silas Toronthal op te sporen en op te lichten,
+als daar mogelijkheid toe bestond, had volstrekt geen resultaat
+gehad, daar zij den dood van Zirone tengevolge had gehad. Men moest
+dus andermaal trachten, die twee booswichten op het spoor te komen,
+door den Spanjaard Carpena te noodzaken mede te deelen, alles wat
+hij omtrent Sarcany en diens medeplichtige moest weten en ook wist;
+daarvan waren dokter Antekirrt en Piet Bathory overtuigd.
+
+Daar de Spanjaard nu tot de galeien veroordeeld en naar het Presidio
+van Ceuta verwezen was, zou men hem daar moeten gaan opzoeken. Want
+daar alleen kon men in aanraking met hem komen, en daarom was tot
+die reis besloten.
+
+Ceuta, in het Spaansch als Ce Veta en in het Arabisch als Septa
+uitgesproken, is eene kleine, maar zeer versterkte stad, een
+ware vesting, een soort van Spaansch Gibraltar op de Oostelijke
+hellingen van den Hacho-berg en op de Marokkaansche kust gelegen,
+op eene landtong ten westen van Tanger, waarachter de Apenberg, een
+der Zuilen van Hercules verrijst. De stad bestaat uit drie deelen,
+namelijk: de reeds genoemde berg Hacho, waarop een zeer sterk fort,
+hetwelk de geheele landtong en den ingang der zeeëngte bestrijkt; de
+Citadel, aan het uiteinde van de landtong gelegen en alleen over een
+ophaalbrug toegankelijk; en eindelijk de eigenlijke stad of Almena,
+waar de burgers en handelaren wonen. Hier bevinden zich ook de
+hoofdkerk, twee kloosters, een hospitaal en onderscheidene scholen,
+waaronder eene voor de zeevaart. Langs den zeeoever voert eene kade,
+vanwaar men een verrukkelijk uitzicht op Spanje heeft. Aan de andere
+zijde der stad ligt de Alameda of openbare wandelplaats, vanwaar men
+het oog kan laten rondwaren, langs de Marokkaansche kust tot aan de
+bergen van het Riff. Het aantal inwoners bedraagt bijna 12,000 en
+deze vormen een mengelmoes van Spanjaarden, Engelschen, Franschen,
+Italianen, Mooren, Negers, Mulatten, Israëlieten en Marokkanen. Ceuta
+is de zetel van een bisschop, gesteld onder den aartsbisschop van
+Sevilla; de Spaansche Regeering bezigt de stad voornamelijk als
+ballingsoord en bagno.
+
+Ceuta is het oude Septa of Septum of Ad Septem fratres: In de zeven
+broeders.
+
+Het wordt door sommigen voor Abyla, door anderen voor het Esilissa
+van koning Ptolomeus gehouden, en was weleer de hoofdstad van
+Mauritania Tingitana. Na den val van het Romeinsche rijk werd
+de stad achtereenvolgens door de Vandalen, Gothen en Arabieren
+overweldigd. Laatstbedoelden gaven haar den naam van Septa, en
+verhieven haar tijdens hunne heerschappij over Zuid-Spanje, tot
+een gewichtig oord. Later viel zij ten deel aan de Hamoedieten en
+daarna aan de Almoravieden; en in 1409 werd zij veroverd door den
+Portugeeschen koning Joào I, nadat ook de Genueezen er reeds korten
+tijd heerschappij hadden gevoerd.
+
+In 1580 kwam zij tegelijk met Portugal aan Spanje en bleef hieraan
+onderworpen,--ook na de scheiding van die twee rijken in 1640.
+
+Vruchteloos belegerden haar de Marokkanen bijna 23 jaren, van 1697
+tot 1720, en te vergeefs trokken zij in 1732, onder aanvoering van
+den bekenden renegaat Ripperda, nogmaals met een groote krijgsmacht
+derwaarts. De stad werd dapper verdedigd, en is ook nu nog het
+belangrijkste steunpunt der Spanjaarden in Noord-Afrika.
+
+Er bestaat niets levendiger ter wereld dan die beroemde zeeëngte
+van Gibraltar, die als het ware de monding der Middellandsche zee
+vormt. Het is langs dat smalle kanaal, dat de heerlijke en overschoone
+Amphytrite water-verversching uit de wereldzee, uit den Atlantischen
+Oceaan erlangt. Daarlangs ontvangt zij ook duizenden vaartuigen, die
+van Noordelijk Europa en van de beide Amerika's komen, om de honderden
+havens aan te doen, die langs haren onmetelijken omtrek aangetroffen
+worden. Daarlangs stoomen, naar binnen en naar buiten, die prachtige
+en groote pakketbooten, die oorlogschepen van alle natiën, aan wie
+het genie van een Franschman, van Ferdinand de Lesseps, eene deur
+ontsloten heeft, toegang verleenende tot de Roode zee, tot de Golf
+van Bengalen, tot den Indischen Oceaan, tot de Chineesche zee en tot
+de Groote Stille Zuidzee.
+
+Die Straat, door de Ouden _Fretum Herculeum_ geheeten, heeft eene
+diepte van 16 meters [1], doch bezit in haar vaarwater geen banken of
+klippen. Toch levert zij voor de schepen, die uit de Middellandsche
+zee komen, wel eens gevaar op, wegens den sterken stroom, die er van
+den kant van den Atlantischen Oceaan doorheen trekt. Bij dezen is
+de ingang der Straat--tusschen Kaap Trafalgar en Kaap Spartel--vijf
+geographische mijlen, en aan den anderen kant--tusschen Punta de Europa
+en Punta de Afrika--ruim half zoo breed. Het smalste gedeelte is 1 2/3
+geographische mijl breed en bevindt zich tusschen Punta del Frayle,
+ten noorden, en Punta de Ciris ten zuiden.
+
+Aan de Afrikaansche kust is de Straat begrensd door een effen rotswand;
+doch de oever aan de Europeesche zijde vormt onderscheidene inhammen,
+bepaaldelijk ten oosten in de golf van Gibraltar, die ook, vanwege
+de daartegenover gelegen stad, Golf van Algesiras geheeten wordt.
+
+Niets schilderachtiger bestaat er dan die smalle zeeëngte, die door
+hoog gebergte van zeer verschillend uitzicht omlijst is. In het
+noorden strekken zich de Sierra's van Andalusië uit. In het zuiden
+steigeren langs die zoo heerlijk ingesneden kust, van Kaap Spartel
+af tot aan de punt van d'Almina, de zwarte toppen van de Bullonen,
+van den Apenberg en de nokken van de _Septem fratres_, de Zeven
+Gebroeders omhoog. Rechts en links vertoonen zich in de diepte der
+baaien en der kreeken, of als neergevlijd aan den voet en op de eerste
+hellingen, welke zich langs de lagere kuststreek uitstrekken en door
+een reusachtigen achtergrond beheerscht worden, schilderachtig gelegen
+steden, als Tarifa, Algesiras, Tanger en Ceuta. Dan tusschen die
+beide romantische oevers vertoont zich voor den scherpen boeg der
+stoomschepen, die noch door de zee, noch door den wind weerhouden
+worden, of voor den steden der zeilschepen, die soms bij honderden
+door den westenwind in die monding naar den Atlantischen Oceaan
+weerhouden worden, eene zeer bewegelijke wateroppervlakte, die uiterst
+veranderlijk van kleurtinten is, die zich hier grijs en met machtige
+kuiven getooid voordoet, elders aangenaam blauw en kalm, hier weer
+geheele strepen van kleine krullende golfjes en maalkolkjes vormt die
+de grenzen der stroomen en tegenstroomingen met hunnen getanden rand
+zoo duidelijk mogelijk aangeven.
+
+Niemand die zulk een tafereel onder de oogen krijgt, kan ongevoelig
+blijven voor de bekoorlijkheden van die verheven schoonheden, die door
+twee tegenover elkander gelegen werelddeelen als een dubbel panorama
+langs de oevers van de zeeëngte van Gibraltar ten toon gespreid worden,
+en de reizigers in den volsten zin des woords in verrukking brengen.
+
+De _Ferrato_ naderde inmiddels vlug de Afrikaansche kust. De diep
+ingesneden baai, aan welker uiteinde Tanger zich als het ware verbergt,
+begon zich voor het oog der opvarenden te sluiten, terwijl de rotsmassa
+van Ceuta des te meer zichtbaar werd, daar de kust daar ter plaatse
+eene haaksgewijze verandering van richting naar het zuiden vormt. Men
+zag dien steenklomp langzamerhand zich van de achtergelegen massa
+afscheiden en alleen vooruitkomen als een schiereiland, dat aan den
+voet van eene kaap gelegen, en daaraan door een smalle landengte
+verbonden is, die het aan den vasten wal vasthecht.
+
+Hoog daarboven, dicht bij den top van den Hachoberg, werd een fortje
+bespeurd dat op de plek verrezen was, waar vroeger eene Romeinsche
+citadel gestaan had. Daarin zijn steeds uitkijken op wacht, die in
+opdracht hebben, de zeeëngte scherp gade te slaan, maar vooral het
+Marokkaansche grondgebied waardoor Ceuta, behalve aan de zeezijde,
+geheel omsloten wordt. Die geheele streek vertoont nagenoeg eene
+zelfde bergachtige terreingesteldheid, evenals het kleine vorstendom
+Monaco te midden van het Fransche grondgebied.
+
+Het sloeg tien uren in den morgen, toen de _Ferrato_ eindelijk het
+anker liet vallen in de haven, op twee kabellengten afstand van de
+ontschepingskade, die door de deininggolven uit volle zee met ongetemde
+kracht gebeukt werd. Daar bestaat echter slechts eene vluchthaven,
+die bij frisschen en stevig doorstaanden wind voor de branding uit
+de Middellandsche zee weinig beschutting aanbiedt, en dus nog al
+gevaarlijk is.
+
+Zeer gelukkig dat wanneer de schepen niet ten westen van Ceuta kunnen
+ankeren, zij eene tweede ligplaats aan den anderen kant der rots
+vinden, waar zij voor de westenwinden behoorlijk gedekt liggen.
+
+Toen "de geneeskundige dienst" aan boord was gekomen, en toen de
+scheepspapieren van de _Ferrato_ in orde bevonden waren, stapten dokter
+Antekirrt en Piet Bathory tegen een uur des namiddags in de sloep en
+lieten zich naar den wal roeien. Zij ontscheepten op eene kleine kade,
+die zich dicht langs den voet der walmuren van de vesting uitstrekte.
+
+Dat de dokter het ernstige voornemen opgevat had, om zich van Carpena
+meester te maken, daaromtrent bestond hoegenaamd geen twijfel. Maar
+hoe zou hij dat uitvoeren? Dat zou hij eerst beslissen, nadat hij de
+plaats en hare omgeving in oogenschouw had genomen. Daarna zou hij
+naar omstandigheden te werk gaan, hetzij door geweld te gebruiken,
+om den Spanjaard te ontvoeren, hetzij hij diens ontsnapping uit het
+Presidio van Ceuta in de hand zou werken. In ieder geval, hij rekende
+er op, dat hij den Spanjaard in handen kreeg. Zijne maatregelen zouden
+goed getroffen worden. Ditmaal was de dokter er niet op uit, om het
+incognito te bewaren. Integendeel, reeds hadden zijn agenten, die
+aan boord verschenen waren en hem weer verlaten hadden, het gerucht
+van de aankomst van zoo een beroemd persoon allerwege verbreid. Wie
+toch in dat geheele Arabische land, van Suez af tot aan Kaap Spartel,
+kende dien geleerden taleb niet bij naam, die zich thans op het eiland
+Antekirrta teruggetrokken had en daar in het binnenste gedeelte der
+Syrtische zee verblijf hield?
+
+De beste ontvangst viel hem dan ook, zoowel van den kant der
+Spanjaarden, als van dien der Marokkanen ten deel.
+
+Daarenboven was het niet verboden de _Ferrato_ te bezoeken en te
+bezichtigen, zoodat weldra een groot aantal vaartuigen het stoomjacht
+omringden en men aan boord kwam.
+
+Dat alles kwam waarschijnlijk met de plannen van dokter Antekirrt
+overeen. Zijne beroemdheid moest zijne voornemens te hulp komen. Piet
+Bathory en hij poogden dan ook niet, zich aan de algemeene aandacht te
+onttrekken. Een open rijtuig, dat in het voornaamste hôtel van Ceuta
+gehuurd was, veroorloofde hen, om in de stad rond te toeren en haar
+te bezichtigen. Die rijtoer was een ware zegetocht door het stadje.
+
+Zij bevonden, dat de straten smal, ja nauw en omgeven waren door
+droefgeestig uitziende huizen, waaraan iedere eigenaardigheid of
+lokale kleur ontbrak. Hier en daar bespeurden zij kleine pleinen
+met teringachtige boomen, welker takken en bladeren met een grauw
+stof overdekt waren, en hunne spaarzame schaduw verleenden aan eene
+armzalige kroeg of aan een of twee openbare gebouwen, die veel op
+kazernes geleken. In één woord, er bestond niets oorspronkelijks,
+tenzij het Moorsche kwartier, dat zijn bijzonderen stempel niet
+verloren had.
+
+Tegen drie uren gaf dokter Antekirrt aan den koetsier bevel, om hem
+naar den Gouverneur van Ceuta te rijden, wien hij een bezoek wilde
+brengen,--een eenvoudig beleefdheidsbezoek, dat van den kant van
+een zoo aanzienlijk vreemdeling niet anders dan natuurlijk moest
+voorkomen. Onmiddellijk werd in die richting voortgereden.
+
+Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat die gouverneur
+onmogelijk een civiel ambtenaar kon zijn. Ceuta is boven alles een
+militaire kolonie. Men telt er ongeveer tien duizend zielen, alles
+bij elkaar gerekend: officieren en soldaten, handelaren, visschers
+en matrozen van de kustvaart, die zoowel in de stad wonen, als op de
+terreinstrook, die zich oostwaarts van de vesting uitstrekt, en zoo
+de omgeving van het Spaansche grondgebied vormt.
+
+Ceuta werd in die dagen bestuurd en gekommandeerd door den Kolonel
+Guyara.
+
+Die hoofdofficier had onder zijne bevelen drie bataillons infanterie,
+die van het landleger van Spanje gedetacheerd waren, en die daar
+den garnizoens-dienst waarnamen; verder had hij een regiment van
+aan de strengere krijgstucht onderworpen militairen, die bestendig
+in de kleine kolonie gevestigd waren; dan nog twee batterijen
+vestingartillerie, eene kompagnie pontonniers, en eindelijk nog eene
+kompagnie Mooren, wier gezinnen een bijzonder kwartier bewoonden. Het
+garnizoen was dus vrij sterk, zooals men ziet. Ongeveer drie duizend
+vijfhonderd man.
+
+Wat de tot de galeien veroordeelden betrof, hun getal bedroeg nagenoeg
+twee duizend.
+
+Om zich van de stad naar den zetel van den gouverneur te begeven,
+moest het rijtuig den bedekten weg of ronde-weg volgen, die buiten
+den walgang der stad liep. Dat was een gemaccadamiseerde heirbaan,
+die niet alleen rondom het geheele territoir, maar ook tot aan het
+oostelijkste uiteinde daarvan voerde.
+
+Aan beide kanten van die baan was de smalle strook tusschen haar en den
+voet der bergen aan de eene zijde, en tusschen haar en den zeeoever
+aan de andere zijde, die, dank zij der onbezweken vlijt en arbeid
+der inwoners, goed bebouwd was. Deze hebben de slechte hoedanigheden
+van den grond weten te overwinnen. Noch groenten van allerlei soort,
+noch vruchtboomen, die heerlijk dragen, ontbreken er. Maar er mag ook
+niet verzwegen worden, dat aan handen en armen om te arbeiden geen
+gebrek is, en dat de teelaarde, evenals dit voor Sint Helena gebeurde,
+van Europa aangevoerd werd.
+
+Inderdaad, de gedeporteerden worden niet alleen voor of vanwege den
+Staat gebezigd, hetzij in bijzondere werkplaatsen, hetzij aan de
+vestingwerken, hetzij aan de wegen, welker onderhoud voortdurende
+voorzorgen vereischt, hetzij bij de stedelijke politie, wanneer
+hun voortdurend goed gedrag aanleiding geeft, om er agenten van te
+maken, die het toezicht voeren, maar tevens onder opzicht staan. Die
+mannen, die hetzij voor twintig jaren, hetzij voor levenslang naar
+het Presidio van Ceuta gezonden werden, kunnen ook door particulieren
+gebezigd worden, evenwel slechts onder zekere voorwaarden, die door
+het gouvernement in het belang der openbare veiligheid gesteld zijn, en
+waaraan natuurlijk streng de hand gehouden wordt, hetgeen noodzakelijk
+is, zooals ieder moet beamen.
+
+Dokter Antekirrt had bij zijn bezoek te Ceuta verscheidene van die
+ellendelingen ontmoet, die vrij en frank door de straten van de
+stad zich bewogen, voornamelijk diegenen, die voor huishoudelijken
+arbeid gebezigd werden. Maar hij zou een veel grooter aantal te zien
+krijgen, wanneer hij buiten den versterkten walgang met voorliggende
+verdedigingswerken gekomen zou zijn, daar buiten op de wegen en op
+het veld, in de voorwerken of op den akker.
+
+Tot welke categorie van het personeel van dat Presidio behoorde
+nu Carpena? Dat was in de eerste plaats belangrijk om te weten
+te komen. Want het plan van dokter Antekirrt kon toch slechts in
+algemeene trekken vastgesteld zijn, en moest natuurlijk gewijzigd
+worden, naarmate de bestaande omstandigheden, dat wil zeggen: naar
+gelang de Spanjaard vrij rondliep of opgesloten zat, of hij bij
+particulieren arbeidde, of in de werkplaatsen van den Staat. Dat
+diende dus in de eerste plaats uitgevischt te worden.
+
+"Maar", zeide de dokter tot Piet Bathory, "daar die Carpena nog niet
+lang geleden veroordeeld is, is het meer dan waarschijnlijk, dat
+hij nog niet die voordeelen geniet, welke den ouderen veroordeelden,
+vanwege hun goed gedrag, toegestaan zijn."
+
+"Dat 's waar," antwoordde Piet, "hoewel het toch zou kunnen zijn,
+dat hij reeds buiten kwam."
+
+"Jawel, wij kunnen daarop toch eenigermate rekenen, ja wij moeten
+het zelfs."
+
+"Maar als hij opgesloten zit?" vroeg de jonge werktuigkundige. "Dan
+dunkt mij...."
+
+"Dan wordt het vraagstuk veel lastiger," antwoordde dokter Antekirrt
+droog.
+
+"Dat meen ik ook. Het zal goed zijn, dit bij onze ontwerpen niet uit
+het oog te verliezen."
+
+"Maar, om het even: die kerel moet ontvoerd worden, en hij zal
+ontvoerd worden!"
+
+Het rijtuig reed gedurende dat gesprek zachtkens voort, terwijl de
+paarden in een matigen korten draf liepen.
+
+Op twee honderd meter afstand buiten den kring der vestingwerken,
+was een zeker getal gedeporteerden onder opzicht van ettelijke
+gevangenbewaarders van het Presidio bezig met keien en steenen als
+verhardings-materiaal op den weg te brengen. Er waren daar een goede
+vijftig aanwezig, waarvan een gedeelte de keien in kleine stukken
+sloeg, een ander gedeelte die stukken over den weg uitstortte, en
+een derde gedeelte hen onder een kolossale welrol verbrijzelde en
+schier fijnmaalde.
+
+Het rijtuig had dat gedeelte van den weg, waar die herstelling plaats
+had, stapvoets, ja zelfs gedeeltelijk langs een zijweg moeten volgen,
+waarop het werk nog niet aangevangen was. Dat was onzen reizigers
+evenwel niet aangenaam.
+
+Plotseling greep dokter Antekirrt Piet Bathory bij den arm.
+
+"Hij!" zeide hij met gedempte stem, terwijl hij zijn makker gevoelig
+kneep.
+
+"Waar?" vroeg Piet Bathory, overal rondkijkende. "Waar toch? Ik zie
+hem niet."
+
+De dokter trok Piet naar zich toe en wees met den vinger in zekere
+richting.
+
+"Daar! Daar!" sprak hij steeds fluisterend.
+
+Een man stond daar, op twintig passen afstand van zijne makkers en
+leunde op den steel zijner schop.
+
+Dat was Carpena.
+
+Aan zijne oude geaardheid getrouw, nam hij er zijn gemak van en
+arbeidde zoo min mogelijk.
+
+Dokter Antekirrt had, hoewel hij dien man in twintig jaren niet
+gezien had, den zoutvervaardiger van Istrië, in weerwil van zijne
+tegenwoordige kleeding als galeiboef, dadelijk herkend, zooals Maria
+Ferrato hem ook, in weerwil van zijn Maltezer kleeding, in de straten
+van het Manderaggio-kwartier zonder aarzelen herkend had.
+
+Dien misdadiger, die door zijne aangeboren luiheid, niets geleerd
+had in het leven en dan ook tot eenig vak, welk ook, geheel en al
+ongeschikt was, had men in de werkplaatsen van het Presidio niet
+kunnen gebruiken. Keien stuk slaan op den weg, dat was alles, waartoe
+hij gebezigd kon worden. Tot iets anders was hij onmogelijk in staat.
+
+Maar had dokter Antekirrt hem ook al herkend, Carpena kon onmogelijk
+in dien man daar in dat rijtuig den graaf Mathias Sandorf herkennen,
+dien hij zoo snood verraden had. Ternauwernood had hij hem toen
+eventjes gezien in het huis van den visscher Andreas Ferrato te
+Rovigno, op het oogenblik, dat hij tot gids strekte van het detachement
+politie-agenten, die de woning zouden omsingelen, om de vluchtelingen
+gevangen te nemen.
+
+Echter, evenals iedereen had hij de aankomst van dokter Antekirrt te
+Ceuta vernomen.
+
+Nu was die zoo beroemde dokter--en dat was Carpena niet
+onbekend--dezelfde persoon, waarvan hem Zirone gedurende hun
+onderhoud bij de rotsen van Polyphemus, op het zeestrand van het
+eiland Sicilië, gesproken had. Dat was de man, waarvoor hij zich,
+volgens de aanbeveling van Sarcany, vooral wachten moest. Dat was de
+millioenen-bezitter tegen wien de bende van Zirone den vergeefschen
+aanslag bij de Casa Inglese op de hellingen van den Etna uitgevoerd, en
+waarbij ze het onderspit gedolven had. Ja, zeker, dat alles wist hij.
+
+Wat ging er in Carpena's brein om, toen hij zich zoo plotseling in
+tegenwoordigheid van dokter Antekirrt bevond?
+
+Welke waren de indrukken, die zijne hersenen met die gevoeligheid
+en die oogenblikkelijkheid opvingen, welke sommige photografische
+bewerkingen kenmerken?
+
+Dat zou zeer moeielijk te zeggen zijn. De lezer zal dat wel begrijpen,
+hopen wij.
+
+Wat evenwel de Spanjaard in werkelijkheid ondervond, dat was:
+dat hij plotseling gevoelde, dat de dokter zich door een soort van
+moreel overwicht van zijn geheel wezen meester maakte; dat zijne
+verpersoonlijking te niet ging tegenover die van dien vreemden man;
+dat eene vreemde wilskracht, sterker dan de zijne, hem beheerschte
+en vermeesterde.
+
+Te vergeefs poogde hij zich tegen dien invloed te verzetten. Hij
+bezweek er voor en vermocht niets anders te doen, dan voor die
+overheersching lijdelijk te bukken.
+
+Intusschen had dokter Antekirrt zijn rijtuig doen stilstaan en ging
+voort den galeiboef met een doordringenden blik aan te staren. De
+schitterende uitstraling van dien blik bracht op de hersenen van
+Carpena een vreemdsoortig en onweerstaanbaar effect teweeg. De
+zinnen van den Spanjaard werden als door een soort van verdooving
+verlamd. Zijne oogleden knipten en sloten zich eindelijk, daar hij
+onmachtig was ze open te houden; terwijl hij geene andere beweging dan
+eene trillende beving in de oogleden en wenkbrauwen ondervond. Toen
+viel hij, zoodra de gevoelloosheid de overhand genomen had en derhalve
+volkomen was, aan den rand van den weg neer, zonder dat zijne makkers
+of lotgenooten er iets van bespeurden, daar hunne aandacht op de zoo
+rijke reizigers gevestigd was. Hij was in een diepen magnetischen
+slaap gedompeld, waaruit niemand hem zou hebben kunnen wekken, welke
+middelen ook aangewend werden.
+
+Toen het zoover gekomen was, gaf dokter Antekirrt bevel, om den
+rijtoer te vervolgen en gebood den koetsier zich naar het verblijf
+van den gouverneur te richten.
+
+Dat geheele tooneel had hem niet meer dan eene halve minuut oponthoud
+gekost. Niemand had kunnen waarnemen, wat tusschen hem en dien
+Spaanschen galeiboef voorgevallen was,--niemand tenzij Piet Bathory,
+die de zaak daarenboven niet begrepen had.
+
+"Thans behoort die man mij", zei dokter Antekirrt tot Piet, "hij is
+in mijne macht en ik kan hem tot alles noodzaken."
+
+"Ook om u alles mede te deelen wat hij weet?" vroeg Piet Bathory
+vrij ongeloovig.
+
+"Neen, dat niet," antwoordde dokter Antekirrt met een geheimzinnigen
+glimlach.
+
+"Niet?... Dat is jammer!" meende de jeugdige werktuigkundige
+teleurgesteld.
+
+"Neen, maar ik kan hem wel noodzaken, alles te doen, wat ik wil,
+dat hij uitvoeren zal."
+
+"Zonder dat hij dit weet?... Zonder dat hij dit zal willen?"
+
+"Ja, maar niet alleen dat, maar zelfs geheel onbewust," antwoordde
+dokter Antekirrt.
+
+"Hoe weet gij dat?" vroeg Piet Bathory, die, als ingenieur, het hoe
+en waarom gaarne vernam.
+
+"Bij den eersten blik, dien ik op den ellendeling wierp, gevoelde
+ik, dat ik hem in mijne macht had, dat ik zijn wil door den mijnen
+kon vervangen."
+
+"Die man is toch niet ziek, niet waar? Zijn uiterlijk verraadde
+daarvan niets."
+
+"Neen, hij is volstrekt niet ziek. Hij is integendeel zoo gezond als
+gij en ik", antwoordde dokter Antekirrt.
+
+"Hoe verklaart gij dan...?"
+
+"Denkt gij dan, dat die zenuwuitwerkselen alleen bij ziekelijke
+zenuwlijders teweeg kunnen gebracht worden?"
+
+"Mij dunkt, dat een gezond mensch aan dergelijke invloeden weerstand
+kan bieden."
+
+"Neen, Piet. Zij, die nog het meeste weerstand bieden, zijn juist de
+hersenzieken, de waanzinnigen."
+
+"Maar..."
+
+"Een goed en gevoelig sujet moet juist een eigen wil hebben,
+om behoorlijk gedomineerd te worden, en ik ben uitermate door de
+omstandigheden begunstigd geworden, daar ik in dien Carpena juist
+eene geaardheid aangetroffen heb, geheel en al geschikt, om mijn
+invloed te ondervinden..."
+
+"Maar wat helpt dat thans?" vroeg Piet Bathory. "Al hebt gij hem ook
+al onder uwen zedelijken invloed, dan hebt gij hem nog niet in uwe
+physieke macht."
+
+"Neen, maar die galeiboef zal in slaap gedompeld blijven, en zonder
+mijne tusschenkomst zal die slaap niet wijken."
+
+"Aangenomen", zei Piet; "maar waartoe zal dat dienen? Ik zie daar
+geen uitkomst in."
+
+"Waartoe dat zal dienen, vraagt ge? Welke uitkomst dat zal hebben?"
+
+"Voorzeker vraag ik dat, daar het onmogelijk is, om hem in den
+toestand, waarin hij zich bevindt, te doen zeggen, wat wij zooveel
+belang hebben te weten te komen."
+
+"Dat is ontwijfelbaar waar," antwoordde dokter Antekirrt. "Ik kan
+hem wel in mijne gedachten doen lezen; maar ik kan hem onmogelijk
+doen zeggen, wat ik zelf niet weet."
+
+"Welnu, dan herhaal ik mijne vraag: waartoe zal dat dienen, welke
+uitkomst zal dat opleveren?"
+
+"Maar wat ik wel in mijne macht heb", ging dokter Antekirrt
+onverstoorbaar voort, alsof hij die vraag niet gehoord had, "is hem
+te noodzaken te doen, wat mij in mijn kraam te pas komt, wat ik zal
+willen, dat hij doen zal, en dat zonder dat zijn wil er zich tegen
+verzetten kan."
+
+"Ja, maar wat?" vroeg Piet Bathory ongeduldig. "Ja, maar wat? Zeg mij."
+
+"Wanneer ik bijvoorbeeld zal willen, dat hij morgen of overmorgen,
+over acht dagen of over drie of zes maanden, zelfs wanneer hij in
+wakenden toestand is, het Presidio zal verlaten, dan zal hij dat
+ongetwijfeld doen."
+
+"Het Presidio verlaten!... Kom, gij gekscheert met mij!... Hoe zou
+dat mogelijk zijn?"
+
+"Ja! het Presidio verlaten!... Piet, ik ben te ernstig, om mij eene
+grap te veroorloven!"
+
+"Het Presidio verlaten?... Vrij en ongehinderd?..." vroeg Piet
+Bathory steeds ongeloovig. "Dan zouden de bewakers dat toch moeten
+veroorloven! De invloed van uwe wilskracht kan zoo ver niet reiken,
+om hem zijne ketenen te doen verbreken, om hem de deur van het
+bagno te doen verbrijzelen, om hem een onoverkomelijken muur te doen
+overklimmen, ... waarbij de gevangenbewaarders hem dan nog behulpzaam
+zouden moeten zijn."
+
+"Neen, Piet," antwoordde dokter Antekirrt, "gij hebt gelijk; ik kan
+hem niet noodzaken te doen, wat ik zelf niet uitrichten kan... Maar
+ik kan..."
+
+"Maar wat dan? Wat is uw plan?" vroeg de jonge werktuigkundige vrij
+opgewonden.
+
+"Mijn plan? Juist om dat uit te voeren, begeven wij ons thans naar
+den gouverneur van Ceuta, ten einde dien hoofd-officier een officiëel
+bezoek te brengen. En let nu maar op de verdere ontwikkeling van de
+zaak, die ik mij gesteld heb."
+
+Dokter Antekirrt overdreef niet. Dat zou Piet Bathory spoedig genoeg
+ondervinden.
+
+Die daadzaken omtrent den invloed der wilskracht op iemand in den
+hypnotischen toestand, zijn thans algemeen erkend. De werken en
+nasporingen van Charcot, van Brown Sequard, van Azam, van Richet,
+van Dumontpallier, van Maudsley, van Bernheim, van Hack Tuke, van
+Rieger, en van zooveel andere geleerden, kunnen daaromtrent geen
+twijfel laten bestaan.
+
+Dokter Antekirrt had gedurende zijne reizen in Oostersche landen
+zeer merkwaardige gevallen daaromtrent kunnen bestudeeren en aan
+dien tak der physiologie een rijken schat van nieuwe en belangrijke
+waarnemingen toevoegen, en zijne reeds zoo rijke ondervinding zeer
+kunnen vermeerderen.
+
+Hij was dus uitnemend op de hoogte van die verschijnselen en van de
+resultaten, die er van te erlangen zijn. Hij was zelf begaafd niet
+eene groote mate van zich opdringende wilskracht, die hij dikwijls
+gelegenheid had gehad in Klein-Azië uit te oefenen. En het was op
+die wilskracht, dat hij rekende, om zich van Carpena meester te
+maken,--daar toch het toeval het zoo gewild had, dat de Spanjaard
+aan haren invloed volkomen onderhevig was.
+
+Maar al was dokter Antekirrt voortaan meester over de wilskracht
+van Carpena; al kon hij hem ook doen handelen, zooals en wanneer
+hij wilde, door hem zijn eigen wil op te dringen, zoo was het toch
+noodzakelijk, om tot eene afdoende handeling te kunnen overgaan,
+dat de gevangene vrij in zijne bewegingen was, wanneer het oogenblik
+gekomen zou zijn om hem deze of gene daad te doen uitvoeren. Daarvoor
+was de vergunning van den gouverneur noodig, en die vergunning hoopte
+hij wel van den kolonel Guyara, een uiterst welwillend en goedaardig
+mensch, te verkrijgen, om daardoor de ontvluchting van den Spanjaard
+uit het Presidio mogelijk te maken.
+
+Tien minuten later kwam het rijtuig van dokter Antekirrt bij den
+ingang der groote kazernes aan, die bij de grens van het geënclaveerde
+grondgebied opgetrokken zijn, en hield bij het verblijf van den
+gouverneur, dat in de nabijheid gebouwd is, stil.
+
+De kolonel Guyara had reeds kennis bekomen van de aankomst van
+dokter Antekirrt te Ceuta. Die beroemde persoon was, dank zij zijn
+algemeen door zijne rijkdommen en zijne bekwaamheden bekenden naam,
+als een soort souverein op reis. Nadat hij dan ook in het salon van
+het gouvernements-paleis was binnengeleid, ontving de gouverneur hem,
+alsook zijnen jeugdigen reisgenoot, op de meest innemende wijze. Al
+dadelijk wilde die kolonel zich geheel en al ter hunner beschikking
+stellen, om het kleine geënclaveerde grondgebied te bezoeken, dat
+kleine stuk van Spanje, zoo zonderling in het Marokkaansche rijk
+ingesneden.
+
+"Gaarne nemen wij uw aanbod aan, heer gouverneur," antwoordde dokter
+Antekirrt in het Spaansch,--eene taal, die ook door Piet Bathory goed
+verstaan en vlug gesproken werd.--"Maar ik weet niet, of wij wel den
+tijd zullen hebben, om uwe dienstvaardigheid te kunnen benuttigen."
+
+"O, de kolonie is niet groot, dokter Antekirrt", antwoordde de
+gouverneur. "In een halven dag kan men den geheelen omtrek er van
+afleggen."
+
+"Dat is zoo, maar ... onze tijd is nog al beperkt, heer gouverneur,"
+antwoordde de dokter.
+
+"Denkt gij dan niet eenigen tijd hier te vertoeven, zooals het gerucht
+zich verbreid heeft?"
+
+"Hoogstens vier of vijf uren," antwoordde de dokter. "Langer kan ik
+inderdaad niet."
+
+"Zoo kort? Maar, heer dokter, dan zult gij niets kunnen bezichtigen. En
+dat is toch jammer."
+
+"Ik moet heden avond nog naar Gibraltar vertrekken, waar ik morgen
+in de ochtenduren verwacht word."
+
+"Heden avond nog vertrekken!" riep de gouverneur uit. "Hoe is dat
+toch mogelijk?"
+
+"Het moet! heer gouverneur, het moet! Geloof intusschen, dat het mij
+geweldig spijt."
+
+"O, veroorloof mij te beproeven, u van dat voornemen af te
+brengen." zei kolonel Guyara.
+
+"Dat zou vergeefsche moeite zijn, heer gouverneur. Volkomen vergeefsche
+moeite, geloof mij."
+
+"Ik verzeker u, dokter Antekirrt, dat onze militaire volksplanting
+inderdaad waard is van nabij bestudeerd te worden," drong kolonel
+Guyara levendig aan.
+
+"Ik twijfel er niet aan, heer gouverneur. Ik weet het trouwens,
+want ik heb er veel van gelezen."
+
+"Gij hebt ongetwijfeld veel gezien, veel waargenomen, heer
+dokter, gedurende uwe veelvuldige reizen; maar uit het oogpunt
+van verbeterings-kolonie of beter strafkolonie, verdient Ceuta,
+ik verzeker het u, de geheele opmerkzaamheid zoowel van geleerden,
+als van staathuishoudkundigen!"
+
+Natuurlijk dreef de eigenliefde kolonel Guyara wel eenigermate om
+zijn kleine volksplanting zoodanig te prijzen en te verheffen. Toch
+overdreef hij niet; want het administratief bestuur van het Presidio
+van Ceuta, wat geheel gelijk is aan dat der Presidios van Sevilla,
+wordt beschouwd als een van de besten, zoowel van het Oude als van
+het Nieuwe halfrond. En, dat niet alleen wat betreft den materieelen
+toestand der gedeporteerden, maar ook hunne zedelijke verbetering,
+waarbij beoogd wordt, gelouterde sujetten aan de maatschappij weer
+te geven.
+
+De gouverneur drong er dan ook op aan, dat een zoo voornaam man
+als dokter Antekirrt was, zijn vertrek zou willen uitstellen, om de
+verschillende lokalen en inrichtingen van de strafkolonie met een
+bezoek te vereeren.
+
+"Het is onmogelijk, dat ik langer blijf, heer gouverneur," verzekerde
+de dokter, en ging met een glimlach voort; "maar heden behoor ik u
+toe, en wanneer gij wilt, dan is het weinigje tijd, dat mij rest,
+nog wel te benutten, dunkt mij."
+
+"Het is reeds vier uren," hernam kolonel Guyara, terwijl hij een blik
+op de pendule wierp.
+
+"Reeds zoo laat?" vroeg de dokter, terwijl hij zijn horloge met het
+salon-uurwerk vergeleek.
+
+"Voorzeker. En gij ziet, er blijft ons slechts weinig tijd over,
+om Ceuta te bezichtigen."
+
+"Inderdaad," antwoordde de dokter, "en dat hindert mij te meer,
+daar ik er prijs op gesteld zoude hebben, om u, na uwe gastvrijheid
+genoten te hebben, aan boord van mijn stoomjacht te ontvangen."
+
+"Dokter Antekirrt, zoudt gij uw vertrek naar Gibraltar niet een dag,
+een enkelen dag kunnen uitstellen?"
+
+"Dat deed ik zeker, heer gouverneur, als ik geen samenkomst bepaald
+had voor morgen, zooals ik u reeds gezegd heb. Inderdaad, ik ben
+verplicht, om nog heden avond zee te kiezen!"
+
+"Dat is waarlijk betreurenswaardig," hernam de gouverneur, "en
+niets zal mij kunnen troosten, dat ik u niet langer hier heb kunnen
+houden! Maar ... pas op..."
+
+"Waarop moet ik passen, heer gouverneur?" vroeg dokter Antekirrt met
+een glimlach.
+
+"Het vaartuig ligt onder het bereik mijner kanonnen en mijner mortieren
+ten anker...."
+
+"Ho, ho!" riep de dokter lachende uit. "Dat is eene internationale
+bedreiging!"
+
+"En ik kan u op de plaats in den grond boren!" vervolgde kolonel
+Guyara schertsende.
+
+"En de represailles dan, heer gouverneur?" vroeg dokter Antekirrt
+lachende.
+
+"Welke represailles? Zijn er represailles mogelijk, als uw scheepje
+in den grond geschoten is?"
+
+"Zoudt gij denken dat Antekirrta die schending van het volkenrecht
+ongewroken zou laten?"
+
+"Wat, Antekirrta?..." riep kolonel Guyara schaterlachende uit.
+
+"Zoudt gij in staat van oorlog met het machtige rijk van Antekirrta
+willen geraken?"
+
+"Ik weet, dat ik groot gevaar zou loopen," antwoordde de gouverneur
+op denzelfden toon van gekscheren.
+
+"Dat geloof ik ook... Zijt derhalve zeer op uw hoede, want Antekirrta
+is machtig!"
+
+"Maar, wat zou men niet willen wagen, om u vier en twintig uren langer
+te mogen behouden!"
+
+"Ja, maar het is toch beter dat gevaar niet te trotseeren," antwoordde
+dokter Antekirrt met een beleefden glimlach.
+
+Piet Bathory, die geen deel aan dit gesprek genomen had, vroeg zich af,
+of dokter Antekirrt al of niet het doel, dat hij wenschte te bereiken,
+nader was gekomen. Het besluit, om denzelfden avond nog Ceuta te willen
+verlaten, hoorde hij voor het eerst, en het bevreemdde hem niet weinig.
+
+"Te drommel", dacht hij, "hoe zullen in zoo weinig tijd de noodige
+maatregelen te nemen zijn, om de ontsnapping van Carpena, met hoop
+op goeden uitslag, te kunnen bewerkstelligen. Dat zal inderdaad een
+tooverstuk zijn!"
+
+Hij overdacht dat weinige uren later de gedeporteerden in het
+Presidio wedergekeerd en achter slot gesteld zouden zijn. Onder die
+omstandigheden werd het zeer onwaarschijnlijk, dat iemand de vergunning
+verkrijgen zou, dat de Spanjaard zich buiten de gevangenismuren zoude
+mogen begeven. Waarlijk, het vraagstuk werd uiterst belangwekkend.
+
+Maar Piet begreep, dat de dokter een vastgesteld plan volgde, toen
+hij hem hoorde antwoorden:
+
+"Waarlijk, heer gouverneur, het spijt mij zeer, dat ik aan uw zoo
+vriendelijk geuit verlangen niet voldoen kan."
+
+"Het spijt mij nog meer. Maar kunt gij waarlijk niet?" vroeg kolonel
+Guyara met plichtpleging.
+
+"Neen, althans heden niet. Maar toch is het mogelijk, dat ik aan uw
+wensch zal kunnen voldoen."
+
+"Hoe dat?... Spreek spoedig!... Ik ben inderdaad zeer verlangend,
+heer dokter..."
+
+"Luister."
+
+"Spreek, dokter Antekirrt, spreek dan toch!" hernam de gouverneur
+ongeduldig.
+
+"Daar ik morgen ochtend noodzakelijk te Gibraltar moet wezen, moet
+ik heden avond vertrekken. Daaraan valt niets te veranderen. Maar ik
+reken, dat mijn verblijf op die Engelsche rots niet langer dan twee
+of drie dagen zal duren. Het zou mij zeer tegenvallen, wanneer het
+anders ware en ik er langer zou moeten blijven."
+
+"Des te beter! Want geloof mij, daar op dat Britsche grondgebied is
+niet veel te zien."
+
+"Neen, ik wil er niet langer verwijlen dan noodig is. Het is heden
+Donderdag, niet waar?"
+
+"Inderdaad."
+
+"Welnu, in plaats van mijne reis langs de noordkust der Middellandsche
+zee te vervolgen, zal mij niets gemakkelijker vallen, dan Zondagmorgen
+naar Ceuta terug te keeren...."
+
+"Juist, niets gemakkelijker dan dat, inderdaad," antwoordde de
+gouverneur, "en ook niets aangenamer en verplichtender voor mij! Ik
+betoon waarschijnlijk wel wat te veel eigenliefde, niet waar,
+heer dokter?"
+
+"Laten wij daarvan niet spreken, heer gouverneur."
+
+"Och, wie heeft zijne ijdelheids-beweegredenen niet in deze wereld,
+niet waar? Dat is dus afgesproken, dokter Antekirrt, tot Zondag! Niet
+vergeten, hoor!"
+
+"Jawel, maar op eene voorwaarde, hoort gij op uwe beurt, heer
+gouverneur?"
+
+"Voorzeker, ik hoor. En die voorwaarde is, heer dokter?.. Kom laat
+hooren!"
+
+"Maar neemt gij ze aan? Dat dien ik vooraf te weten, heer
+gouverneur. Neemt gij ze aan?"
+
+"Blindelings! Welke zij ook moge zijn!" antwoordde kolonel Guyara
+galant.
+
+"Ook dat gij met uw adjudant aan boord van de _Ferrato_ zult komen
+ontbijten?"
+
+"Aangenomen, heer dokter, aangenomen! Maar..."
+
+Kolonel Guyara scheen te aarzelen.
+
+"Maar wat? Trekt ge terug, heer gouverneur? Dat zou ik niet mooi
+vinden."
+
+"Maar, ook op mijne beurt, op eene voorwaarde, heer dokter," ging de
+kolonel voort.
+
+"Evenals gij, neem ik haar blindelings aan. Laat hooren, heer
+gouverneur."
+
+"Dat is, dat gij met den heer Bathory op het gouvernementshuis zult
+komen dineeren."
+
+"Dat is afgesproken, heer gouverneur. Zoodat tusschen het ontbijt en
+het middagmaal..."
+
+"Ik van mijn gezag en mijne macht misbruik zal maken..." antwoordde
+kolonel Guyara lachende.
+
+"Brr! Misbruik van gezag en macht! Het is om kippenvel te krijgen! Om
+er van te ontstellen!"
+
+"Om u al de heerlijkheid van mijn rijk te doen bewonderen," voleindigde
+kolonel Guyara, terwijl hij de hand van dokter Antekirrt drukte.
+
+Piet Bathory had evenzeer de uitnoodiging, die hem gedaan was,
+aangenomen, en bedankte voor de welwillendheid van den gouverneur
+van Ceuta met eene beleefde buiging.
+
+Dokter Antekirrt nam afscheid, en Piet kon toen reeds in zijne
+oogen lezen, dat hij zijn doelwit bereikt had. Maar de gouverneur
+wilde zijne toekomstige gasten tot in de stad vergezellen. Alle drie
+namen toen plaats in het rijtuig en volgden den eenigen weg, die het
+gouvernements-hôtel met het stedeke Ceuta in verbinding stelt.
+
+Het was van dien Spaanschen gouverneur niet te verwonderen, dat
+hij de gelegenheid te baat nam, om de beide bezoekers de min of meer
+betwistbare schoonheden van de kleine volksplanting te doen bewonderen,
+dat hij met eene zekere voorliefde sprak over de verbeteringen, die
+hij zich voorgenomen had in te voeren, zoowel in het militair als in
+het civiel bestuur der nederzetting; dat hij de meening verkondigde
+en verdedigde, dat de ligging van het oude Abyla niet minder was
+dan die van Calpi aan de andere zijde van de zeeëngte; dat hij
+beweerde, dat het mogelijk was er een waar Gibraltar van te maken,
+even onneembaar als zijn Britsche tegenhanger; dat hij protesteerde
+tegen de onbeschofte woorden van master Ford: dat Ceuta aan Engeland
+moest toebehooren, omdat Spanje er niets van weet te maken en onbekwaam
+is om het te behouden indien het aangevallen werd; dat hij zich zeer
+vertoornd betoonde over die halsstarrige Engelschen, die nergens
+den voet aan wal kunnen zetten, zonder dat die voet dadelijk wortel
+schiet. Neen waarlijk, dat was niet te verwonderen.
+
+"Inderdaad", riep hij vrij opgewonden uit, "voordat zij er aan denken,
+om zich van Ceuta meester te maken, moeten zij er voor waken, dat
+zij Gibraltar behouden! Er bestaat daar een berg, die Spanje op hun
+hoofd zou kunnen neerstorten!"
+
+Dokter Antekirrt, zonder te vragen op welke wijze de Spanjaarden een
+zoodanig gewelddadig geologisch verschijnsel in het leven zouden kunnen
+roepen, wachtte zich wel die bewering tegen te spreken, die met al de
+opgewondenheid, een hidalgo zoo eigen, geuit was. Daarenboven werd het
+gesprek door het plotseling stil houden van het rijtuig afgebroken. De
+koetsier had zich genoodzaakt gezien zijne paarden te moeten inhouden
+bij eene verzameling van gedeporteerden, die als het ware den weg
+afsloten. Het was eene bepaalde opstopping, zooals men wel in groote
+steden, maar niet in eene verbeteringsplaats kon verwachten.
+
+De gouverneur werd ongeduldig, wenkte met een enkel gebaar een der
+brigadiers van het bewakings-detachement, om tot hem te komen. Die
+agent naderde hem dadelijk met den voorgeschreven versnelden militairen
+pas. Bij het rijtuig aangekomen, bracht hij de hielen op dezelfde lijn,
+sloot het dikke der kuiten tegen elkander, bracht de rechterhand aan de
+klep zijner politiemuts, en wachtte in die voorschriftmatige houding,
+totdat de gouverneur het woord tot hem zoude richten.
+
+Al de andere aanwezigen, zoowel bewakers als gevangenen, hadden zich
+op een gelid aan weerszijden van den weg geschaard en keken eerbiedig
+toe, zonder een vin te durven verroeren.
+
+"Wat is er aan de hand?" vroeg de gouverneur. "Waarom die versperring
+van den weg?"
+
+"Excellentie," antwoordde de brigadier, "wij hebben een veroordeelde
+op de helling van het talud van den weg vinden liggen. Hij schijnt
+slechts ingeslapen te zijn..."
+
+"Welnu, brigadier? Wat heeft dat te beduiden?" ging kolonel Guyara
+met vragen voort.
+
+"Men is er niet in geslaagd hem wakker te kunnen maken, Excellentie,"
+was het antwoord.
+
+"Sinds hoelang is die man in dien toestand, brigadier?"
+
+"Sedert een uur ongeveer, Excellentie," was het eerbiedige antwoord
+van den ondergeschikte.
+
+"En slaapt hij steeds door? Het is, alsof gij mij een sprookje
+vertelt."
+
+"Steeds, Excellentie."
+
+"Hoe weet gij dat, brigadier? Hebt gij u daarvan overtuigd? Zeg?"
+
+"Ja, Excellentie. Hij is zoo ongevoelig, alsof hij dood ware. Men
+heeft hem geschud, men heeft hem geprikt...."
+
+"Wat verder?"
+
+"Men heeft hem geroepen, zelfs een pistoolschot vlak bij het oor
+gelost."
+
+"Welnu?"
+
+"Excellentie, hij voelt niets en hij hoort niets! Hij blijft ongevoelig
+en bewusteloos liggen."
+
+"Waarom heeft men den geneesheer van het Presidio niet gehaald?" vroeg
+de gouverneur. "Dat is eene nalatigheid."
+
+"Ik heb hem laten halen, Excellentie; maar men trof hem niet te huis"
+
+"En?"
+
+"In afwachting dat hij komt, weten wij niet, wat wij met dien man
+moeten uitvoeren."
+
+"Welnu, laat hem naar het hospitaal dragen! Mij dunkt, dat is nog
+al eenvoudig."
+
+De brigadier was op het punt dat bevel te doen uitvoeren, toen dokter
+Antekirrt tusschenbeide kwam.
+
+"Heer gouverneur," sprak hij, "wilt gij mij in mijne hoedanigheid van
+geneesheer veroorloven, dien hardnekkigen slaper te onderzoeken. Ik
+wenschte hem wel van nabij gade te slaan."
+
+"Waarachtig, dat 's waar ook," zei de gouverneur, "dat behoort tot
+uw departement!... Een boef, die door dokter Antekirrt behandeld
+zal worden!... Waarlijk, de kerel zal zich niet te beklagen hebben,
+dunkt me."
+
+Het drietal stapte uit het rijtuig en de dokter naderde den
+veroordeelde, die op het talud van den weg uitgestrekt lag. Het leven
+vertoonde zich bij dien man, die in diepen slaap gedompeld was,
+niet anders meer dan door eene ietwat hijgende ademhaling en door
+eene snellere beweging van den pols. Dat was alles.
+
+De dokter wenkte, dat de omstanders meer achteruit zouden wijken,
+om de toetreding van meer lucht mogelijk te maken. Toen dat gebeurd
+was, bukte hij zich over dat schijnbaar levenlooze lichaam, en sprak
+tot Carpena, maar met een zachte stem. Daarna bekeek hij hem een
+lange poos, alsof hij een zijner wilsuitingen in de hersenen van den
+galeiboef wilde doen doordringen.
+
+En zich toen oprichtende, zeide hij kalm en bedaard, alsof het geheele
+voorval niets te beduiden had:
+
+"Het is niets! Die man is slechts door een aanval van magnetischen
+slaap overvallen geworden!"
+
+"Waarlijk?" vroeg de gouverneur. "Niets anders dan dat?"
+
+"Niets anders," antwoordde de dokter met een schier onmerkbaren
+glimlach op de lippen.
+
+"Dat is inderdaad zonderling," meende de gouverneur. "Vindt gij niet,
+dokter Antekirrt?"
+
+"Toch niet," antwoordde deze ernstig en afgemeten in toon en
+gebaren. "Zoo iets komt meer voor."
+
+"En kunt gij hem uit dien slaap wakker maken? Dat zou ik wel eens
+willen zien."
+
+"Niets gemakkelijker dan dat!" antwoordde dokter Antekirrt
+meesmuilend. "Kijk goed toe, kolonel."
+
+En na het voorhoofd van Carpena met de vingertoppen aangeraakt te
+hebben, opende hij met vaardige en lichte hand de oogleden van den
+lijder, en zeide toen:
+
+"Word wakker! ... ik wil het! Hoort ge?... Ik wil het... word wakker!"
+
+Carpena bewoog zich, eerst onmerkbaar schier, daarna meer duidelijk,
+keerde zich om, opende de oogen, hoewel hij toch nog in een staat
+van slaapdronkenheid en verdooving bleef. De dokter bewoog toen
+verscheidene malen en in schuine richting de hand voor het gelaat van
+den gedeporteerde, alsof hij ten doel had de hem omringende luchtlaag
+in beweging te brengen. Langzamerhand verdween de verdooving. Toen
+stond Carpena op en ging, evenwel loom en traag, en zonder dat hij
+eenig bewustzijn scheen te hebben van hetgeen er voorgevallen was,
+plaats tusschen zijne makkers nemen.
+
+De gouverneur Guyara, dokter Antekirrt en Piet Bathory stegen weer
+in het rijtuig, dat de weg naar de stad vervolgde in vollen draf,
+om het tijdverlies van het oponthoud in te halen.
+
+"Was de kerel, alles wel beschouwd, niet ietwat onder den invloed van
+sterken drank?" vroeg de gouverneur met een spotachtigen glimlach. "Het
+kwam mij zoo voor."
+
+"Dat geloof ik niet," antwoordde dokter Antekirrt ernstig. "Neen,
+dat was het niet."
+
+"Vooreerst ontbrak geheel en al de alcohollucht," zei Piet Bathory,
+die den dokter te hulp kwam.
+
+"Meent ge? Ik moet erkennen, dat ik daar niet op gelet heb," zei
+kolonel Guyara.
+
+"En dan valt hier slechts eene eenvoudige uitwerking van het
+somnambulisme te constateeren."
+
+"Maar hoe kan die uitwerking te voorschijn geroepen zijn?" vroeg
+de gouverneur.
+
+"Daarop kan ik niet antwoorden, heer gouverneur. Misschien is die
+man onderhevig aan dergelijke aanvallen."
+
+"Maar hij is nu op de been, verdere zorgen mijnerzijds zijn nu
+overbodig en deze aanval zal hem geen kwaad doen."
+
+"Mijnentwege," dacht de gouverneur. "Zoo'n boef! Alsof ik mij daarom
+bekommeren zou."
+
+Het rijtuig bereikte weldra den gordel der vestingwerken, reed de
+stad in en dwars door en hield stil op een klein plein, waarbij de
+verschillende inschepings-kaden van Ceuta uitkwamen.
+
+Daar nam dokter Antekirrt hartelijk afscheid van den kolonel Guyara.
+
+"Ziet, daar ligt de _Ferrato_," sprak de eerstgenoemde, terwijl hij
+naar het sierlijk stoomjacht wees, dat op de open reede bevallig
+door de deining heen en weer bewogen werd. "Vergeef mij, dat ik
+u uwe belofte herinner. Gij zult niet vergeten, heer gouverneur,
+dat gij aangenomen hebt, om aanstaanden Zondag-ochtend aan boord te
+komen ontbijten?"
+
+"Zeker niet, dokter Antekirrt. Evenmin als gij vergeten zult, dat gij
+Zondag-avond op het gouvernementshuis dineeren zult! Denk daar ook om;
+want ik reken er op."
+
+"Ik zal woord houden, heer gouverneur, dat verzeker ik u," zei dokter
+Antekirrt met plichtpleging.
+
+"En ik ook, wees daar verzekerd van," was het wederantwoord van
+den kolonel.
+
+Beiden scheidden en de gouverneur verliet de kade niet, dan nadat
+hij de sloep had zien afsteken.
+
+"Een merkwaardig man!" zei hij bij het heengaan tot zijn
+adjudant. "Bepaald een merkwaardig man."
+
+De jonge officier knikte toestemmend, zooals dat een goed
+ondergeschikte betaamt.
+
+Toen de sloep aan boord gekomen was, antwoordde dokter Antekirrt
+op de vraag van Piet Bathory, of alles volmaakt naar zijn wensch
+was afgeloopen en of hij de uitvoering zijner plannen meer nabij
+gekomen was:
+
+"Ja!"
+
+"Meent gij dat wezenlijk?" vroeg Piet Bathory, niet zonder ietwat
+verbazing te laten blijken.
+
+"Zeker! Want Zondag-avond zal Carpena met of zonder vergunning van
+den gouverneur aan boord van de _Ferrato_ zijn."
+
+Tegen acht uren verliet het stoomjacht zijne ankerplaats, wendde
+den steven noordwaarts en weldra verdween de berg Hacho, die deze
+Afrikaansche kusten beheerscht, in den nevel, die zich bij het vallen
+van den avond uit den Atlantischen Oceaan en uit de Middellandsche
+zee verhief.
+
+
+
+
+
+II.
+
+EENE PROEFNEMING VAN DOKTER ANTEKIRRT.
+
+
+Een passagier, wien men niets omtrent de bestemming van het vaartuig,
+waarop hij zich bevindt, medegedeeld heeft, kan onmogelijk raden op
+welk gedeelte van den aardbol hij aanlandt, wanneer hij te Gibraltar
+voet aan wal zet.
+
+Vooreerst is het eene kade, die men ziet, welke van kleine inhammen
+voorzien is, om het aanleggen der sloepen van de zeekasteelen
+gemakkelijk te maken; daarna krijgt men een bastion te zien, dat
+gevormd wordt door den walgang, waaronder een poort doorvoert, welke
+geheel zonder karakter of bouwstijl is. Vervolgens komt men op een
+onregelmatig plein, dat allerwege door hooge kazernes omgeven is,
+die zich terrasgewijze langs de heuvelhelling verheffen; en eindelijk
+bevindt men zich in eene lange, smalle en bochtige straat, die den
+naam van Mainstreet voert. Eigenaardig, de macadam van die straat
+blijft steeds vochtig, welk weer het ook zijn moge. Daarin komen
+en gaan, te midden van de pakkendragers, van de sluikhandelaars,
+van de schoenpoetsers, van de sigaren- en lucifers-verkoopers,
+tusschen de kruiwagens, de draagmanden en de karretjes, met groenten
+en vruchten beladen, tusschen de draaiorgels en liedjeszangers, als
+een cosmopolitisch mengelmoes, Maltezers, Marokkanen, Spanjaarden,
+Italianen, Arabieren, Franschen, Portugezen, Duitschers--dus zoowat
+van alles, zelfs inboorlingen van het Vereenigd Koninkrijk, die
+hoofdzakelijk door infanteristen vertegenwoordigd worden, die met hun
+eigenaardigen rooden uniformjas, terwijl de artilleristen een licht
+blauwen dragen, eene bonte afwisseling daarstellen, vooral met hunne
+gaarkeuken-petjes op het hoofd, die den vorm eener kleine taart hebben,
+en slechts op een oor door een evenwichts-kunststuk gedragen worden.
+
+Toch bevindt men zich in weerwil van dat alles te Gibraltar, en die
+zoogenaamde Mainstreet strekt zich door de geheele stad uit, van de
+Zeepoort af tot aan de Alamedapoort.
+
+Van dit laatste punt af verlengt zij zich naar de zuidelijke punt van
+Europa en voert langs veelkleurige villa's en groenende squares, onder
+het lommer van hoog plantsoen en te midden van prachtige bloemperken,
+die afgewisseld worden met kanonbatterijen van ieder stelsel en met
+kogelstapels van ieder kaliber, langs boschjes van sierplanten, die
+in iedere luchtstreek tehuis behooren, en dat zoo over eene lengte
+van vier duizend drie honderd meters. Dat is ongeveer de maat van
+de rots van Gibraltar, die den vorm van een hoofdeloozen drommedaris
+vrij wel nabij komt, welke gehurkt zou liggen op de zandvlakte van San
+Roqua en wiens staart zich met een weinig verbeeldingskracht tot in
+de Middellandsche zee zoude uitstrekken. Waarlijk, een merkwaardige
+verschijning, van uit zee gezien.
+
+Die kolossale rotsklomp verheft zich op vier honderd vijf en twintig
+meters loodrecht boven de oppervlakte van den Oceaan en bedreigt met
+zijne kanonnen, met zijne "oude besjestanden" zooals de Spanjaarden ze
+noemen, het vasteland van weerszijden, zoowel Afrika als Europa. Van
+die kanonnen bevinden zich daar ruim achthonderd stuks, wier mondingen
+door de schietgaten in de borstweringen en schildmuren der bomvrije
+kasematten ingesneden, te ontwaren zijn, en het alles een uiterst
+somber aanzien verleenen.
+
+Twintig duizend ingezetenen en zes duizend militairen der bezetting
+wonen als het ware op de eerste verdieping van die rots, waarvan de
+voet door de zee bespoeld wordt, zonder de vierhandige bewoners te
+rekenen, die beruchte "monos", een soort van staartelooze apen, Simia
+Ecaudato genaamd, die als de nakomelingen van de oudste familiën van
+de streek, maar in waarheid als de ware grondbezitters te beschouwen
+zijn van de hellingen en hoogten van het oude Calpé. Dit zijn de
+eenige apen, die op Europeesch grondgebied aangetroffen worden,
+de menschelijke apen natuurlijk uitgezonderd.
+
+Die apen zijn de sierlijkste exemplaren van het geheele geslacht der
+vierhandigen. Zij zijn over den rug en aan de zijden kastanjebruin met
+uiterst fijne leikleurige stipjes aan de armen en het onderlijf, maar
+met sneeuwwitte stipjes aan de beide zijden van den staartwortel. Het
+hoofd dier dieren schittert met eene geelachtig groene kleur met
+zwarte stippen, het aangezicht is purperblauw en de baard geel met
+een zwarte streep tusschen het oog en het oor. Deze apen worden
+dikwijls naar andere landen overgebracht, hoewel men hun vaderland
+niet met juistheid weet aan te geven en men aangenomen heeft, dat
+zij op de rotsen van Gibraltar in den natuurstaat voorkomen. Zooveel
+is zeker, dat hun vaderland binnen den noorder keerkring en in het
+westelijk gedeelte van Afrika gelegen is, vanwaar zij, daar de apen
+over het algemeen goede zwemmers zijn, naar Europa overgestoken
+kunnen zijn. Deze apensoort weet zich zeer goed aan de gematigde
+luchtgesteldheid te gewennen; zij kunnen in gevangen staat lang leven
+en worden zeer mak. Zij verloochenen evenwel nimmer hunnen grappigen
+aard en verwerven daardoor veler gunst.
+
+Van den top van de rots van Gibraltar beheerscht de bezoeker de
+geheele zeeëngte, kan hij het Marokkaansche strand gade slaan en
+heeft aan de eene zijde een vergezicht over de Middellandsche zee en
+aan den anderen kant op den vollen Atlantischen Oceaan, die, wanneer
+het weder helder is, een prachtigen aanblik oplevert.
+
+De Engelschen bespieden van die hoogte met hunne uitstekende teleskopen
+en verrekijkers, een omtrek van ruim twee honderd kilometers, en
+laten niet na, nauwgezet gade te slaan, wat in dien kring voorvalt,
+ten einde steeds op hunne hoede te zijn.
+
+Gibraltar, eigenlijk een voorgebergte, is sedert 1704 eene aan
+Engeland toebehoorende rotsvesting met een stad. Deze ligt in de
+Spaansche provincie Cadix, in Andalusië, op drie geografische mijlen
+ten noordoosten van kaap Tarifa, de zuidelijkste punt van Europa. De
+rots met hare vestingwerken, is door eene strook neutralen grond, eene
+lage door lagunen of haften doorsneden landtong, met het vasteland
+verbonden en schijnt derhalve in zee te liggen. Die rots is tien
+duizend meter lang, vijftien honderd meter breed en vier honderd
+meter hoog, bestaat uit fijnkorrelige Jurakalk, welke op Silurisch
+gesteente rust, en bevat onderscheidene grotten en druipsteenholen,
+onder anderen de Cueva de Miquel. De bergkam heeft eene dakvormige
+gedaante en telt drie kruinen. Op de middelste van deze bevindt
+zich het Signaalhuis (Signalhouse) en een uitmuntend hôtel. Aan den
+zeekant gaat de rots over in een terras, dat allengs lager wordt, maar
+eindelijk steil, ja schier loodrecht in zee afdaalt. Op zijn sterk
+bevestigden zuidelijken rand, op de Punta d'Europa, verheft zich een
+vuurtoren op 36° 6' 42'' Noorderbreedte. De westelijke helling, hoewel
+ook rotsachtig en steil, heeft gelegenheid gegeven tot stichting der
+stad Gibraltar. Daarentegen vormen de oostelijke en noordelijke zijden
+nagenoeg loodrechte muren. Aan de andere zijde van den aarden wal,
+op de reeds vermelde landtong opgeworpen, verheft zich op eene rots
+de Spaansche stad Santa Roqua.
+
+Natuur en kunst hebben Gibraltar tot eene onoverwinnelijke vesting
+gemaakt en deze is in handen der Engelschen de sleutel tot de
+Middellandsche zee. Behalve aan de loodrechte oostzijde is zij overal
+bevestigd door batterijen, forten, redouten, wallen, gecreneleerde
+muren en ver uitspringende bastions. Zooals reeds verhaald is, bedraagt
+de bewapening der vesting ruim acht honderd vuurmonden, welker aantal
+gemakkelijk tot twee duizend kan vermeerderd worden. Deze metalen
+vuurmonden staan steeds gereed, om alle nadering van den vijand te
+verhinderen. De vestingwerken zijn voor het grootste gedeelte in
+de rots uitgehouwen. Merkwaardig zijn vooral de hooggewelfde breede
+rotsgaanderijen, gedurende de laatste belegering der Spanjaarden van
+1779-1781, ter hoogte van twee honderd en drie honderd meters en twee
+honderd en zestig meters diepte in het gesteente aangebracht--twee
+boven elkander gelegen gangen, die met honderden zware stukken geschut
+bewapend zijn.
+
+Er is eene veilige en voldoende bomvrije wijkplaats voor het gewone
+garnizoen, hetwelk, zooals reeds medegedeeld werd, uit drie duizend
+man bestaat. Acht ontzettend groote bomvrije waterbakken en een
+kolossaal diepe put leveren genoegzame waarborgen tegen mogelijk
+watergebrek. Nergens in Europa is het klimaat zoo warm; maar het is er
+toch zeer gezond. Alle zuidelijke gewassen willen er gaarne tieren. De
+berg is trouwens geen kale rots; runderen, schapen en geiten vinden
+er een weelderigen plantengroei.
+
+Terrasvormig verheft zich de stad Gibraltar, aan de westzijde der
+indrukwekkende rots. Bij bovenbedoelde belegering door de Spanjaarden,
+werd zij in de asch gelegd, doch later weer opgebouwd. Het hoogste
+gedeelte der stad ligt veel, zeer veel hooger dan het laagste; de
+straten zijn er zeer eng en de huizen geheel in Engelschen trant
+gebouwd, doch meestal donkerkleurig geverfd, zoodat ze van de
+donkergrijze kleur der rots nauwelijks te onderscheiden zijn.
+
+Slechts hier en daar zijn er woningen door tuinen omgeven. Voor
+de stad vindt men een prachtig park, Alameda-garden genaamd, met
+sierlijke gewassen beplant. Van hier loopt langs de helling van den
+berg tusschen vestingwerken, forten, kazernes, magazijnen, villa's
+en tuinen, een weg naar Punta d'Europa.
+
+Merkwaardige openbare gebouwen zoekt men er te vergeefs. Het
+gouvernements-gebouw, door een fraaien tuin omgeven, was voorheen
+een Franciskaner klooster, en van de vroeger zoo prachtige kerk is
+een gedeelte in een balzaal en het andere in een Engelsch bedehuis
+herschapen. Van de voormalige Roomsch-Katholieke kerken, die meest
+in magazijnen werden veranderd, is alleen de Maria-kerk overgebleven.
+
+Voorts bevinden zich te Gibraltar drie synagogen, eene moskee;
+uitmuntende scholen, goede hôtels en koffiehuizen en fraaie winkels;
+maar geen schouwburg. Op eene hoogte, aan de noordzijde der stad;
+heeft men de artillerie-kazerne en de militaire gevangenis in het oude
+Moorsche kasteel, hetwelk uit de VIIIe eeuw dagteekent. Het Britsche
+grondgebied heeft eene oppervlakte van slechts 0.69 vierk. geografische
+mijlen. Hoewel alle levensmiddelen te Gibraltar aangevoerd moeten
+worden, heerscht er steeds overvloed, en de vele schepen, die er ten
+anker komen,--jaarlijks ongeveer tienduizend,--geven aanleiding tot
+een levendig handelsverkeer. Ook wordt er een aanmerkelijke sluikhandel
+gedreven met Spanje.
+
+Karel V liet de oude Moorsche vestingwerken door den beroemden
+ingenieur Spreekel uit Straatsburg, naar de beginselen der nieuwere
+Europeesche vestingbouwkunde veranderen. Gedurende den Spaanschen
+Successie-oorlog werd de vesting door de Engelschen aan de Spanjaarden
+ontrukt. Eene Engelsche vloot onder Admiraal Rook verscheen den
+21sten Juli 1704 in de wateren van Gibraltar en zette een klein maar
+dapper korps Britsche en Nederlandsche krijgslieden aan den wal,
+die reeds den 4en Augustus onder aanvoering van den Keizerlijken
+luitenant-veldmaarschalk Prins George van Hessen Darmstadt de vesting
+bij overrompeling innamen. Philippus V liet toen de stad den 12en
+daaropvolgende met tienduizend man van de landzijde aantasten en de
+vesting aan de zeezijde door vier en twintig schepen onder admiraal
+Poyer insluiten, doch zijne pogingen werden zoowel door de batterijen
+der rotsvesting, als door den bijstand der Nederlandsch-Engelsche vloot
+verijdeld. Eene herhaling dier pogingen in 1705 had geen ander gevolg,
+dan dat de admiraal Pontis in de haven van Gibraltar de nederlaag
+leed. In 1714 bij den vrede van Utrecht werd Engeland uitsluitend in
+het bezit van Gibraltar bevestigd en na dien tijd heeft dat Rijk alle
+hulpmiddelen aangewend om Gibraltar, het bolwerk van zijnen handel in
+de Middellandsche zee, onoverwinnelijk te maken. Dit was tevens oorzaak
+van den klimmenden naijver van Spanje, dat den 7en Maart 1727 het beleg
+voor Gibraltar sloeg, hetwelk echter, na de komst van den Britschen
+admiraal Wager met elf oorlogschepen, opgebroken moest worden.
+
+Te vergeefs bood Spanje twee millioen pond sterling voor de vesting;
+het moest volgens het verdrag van Sevilla, in 1729 gesloten, van alle
+aanspraken op Gibraltar afzien.
+
+In 1779 werd Gibraltar opnieuw te water en te land door de Spanjaarden
+ingesloten; maar de Britsche admiraal Rodney wist middelen te vinden,
+om de bedreigde vesting van versterking en munitie te voorzien. De
+bezetting deed op den 27sten November 1781 een gelukkigen uitval naar
+de landzijde onder de generaals Elliot en Ross, waarbij zij door haar
+vuur al de belegeringswerken, die door de Spanjaarden waren aangelegd,
+vernielden. Het plan der Spanjaarden, om door middel van drijvende
+batterijen de vesting van de zeezijde te veroveren, leed schipbreuk
+op de uitstekende maatregelen van Lord Elliot.
+
+De vrede van 1783 liet eindelijk Gibraltar in het bezit der Engelschen,
+nadat de belegering van 1779 tot 1782 aan de oorlogvoerende Mogendheden
+meer dan honderd tachtig millioen gulden gekost had.
+
+Na die uitwijding over de voornaamste vesting, die in Europa
+aangetroffen wordt, hervatten wij ons verhaal.
+
+Wanneer de _Ferrato_, door een gelukkig gesternte geleid, twee dagen
+vroeger op de reede van Gibraltar ware aangekomen, wanneer dokter
+Antekirrt en Piet Bathory alsdan tusschen zonsopgang en ondergang op
+de smalle kade ontscheept, de Zeepoort ingestapt en de Mainstreet tot
+buiten de Alamedapoort gevolgd waren, om zich naar de fraaie tuinen
+te begeven, die zich tot nagenoeg ter halverhoogte van den rotsheuvel
+aan de linkerzijde verheffen, dan zouden wellicht de gebeurtenissen,
+die wij te vertellen hebben, een sneller en ongetwijfeld een geheel
+ander verloop hebben gehad.
+
+Inderdaad zaten in den achtermiddag van den 19en September op een
+dier hooge houten banken, die gewoonlijk in de Engelsche Squares te
+vinden zijn, onder beschutting van het hooge geboomte en met den rug
+naar de kanonbatterijen gekeerd, die met hun vuur de geheele reede
+kunnen bestrijken, twee personen met elkander te praten, waarbij zij
+er evenwel nauwkeurig voor zorgden, dat zij niet door de wandelaars
+konden worden beluisterd.
+
+Die twee personen waren onze oude kennissen, Sarcany en de
+Marokkaansche vrouw Namir.
+
+De lezer zal, hopen wij, de bijzonderheid wel niet vergeten hebben,
+dat de Tripolitaan Sarcany zich op het eiland Sicilië bij Namir moest
+vervoegen, terzelfder tijd dat de medegedeelde rooftocht naar de
+Case Inglese ondernomen zoude worden, waarbij Zirone evenwel zoo'n
+vreeselijken dood vond.
+
+Sarcany, die bijtijds van dien noodlottigen afloop onderricht werd,
+veranderde toen dadelijk zijne plannen, waaruit noodzakelijk volgde,
+dat dokter Antekirrt hem natuurlijk gedurende acht volle dagen,
+die hij ter reede van Catania doorbracht, te vergeefs wachtte.
+
+De Marokkaansche had van haren kant, luidens de bevelen, die zij
+ontvangen had, dadelijk Sicilië verlaten, om naar Tetuan op de
+Marokkaansche kust terug te keeren, alwaar zij destijds woonde.
+
+Van Tetuan vertrok zij naar Gibraltar, alwaar Sarcany haar verzocht
+had te komen.
+
+Hij was den vorigen dag reeds aangekomen en rekende er op den volgenden
+dag te kunnen vertrekken.
+
+Namir, de halfwilde gezellin van Sarcany, was hem met ziel en lichaam
+toegedaan. Zij was het, die hem in de douars van het Tripolitaansche
+rijk, als ware zij zijne moeder opgevoed had. Zij had hem nimmer
+verlaten, zelfs gedurende dat tijdperk, toen hij makelaar in het
+Regentschap was, waar hij geheimzinnige aanrakingen had met de
+vreeselijke sektegenooten van het Senousisme, die met hunne plannen
+het eiland Antekirrta bedreigden, zooals hiervoren reeds met enkele
+woorden verhaald werd.
+
+Namir kende alle zijne gedachten, zoowel als al zijne daden, zelfs de
+meest laakbare. Ja, in het ontwerpen en in de uitvoering had zij bijna
+altijd haar deel. Zij was door eene soort van moederlijke liefde aan
+Sarcany verbonden, en was wellicht meer aan hem gehecht dan Zirone,
+zijn makker in lief en leed, het ooit was. Op een teeken, op een
+gebaar van hem, zou zij ongetwijfeld eene misdaad begaan hebben,
+zou zij den dood zonder aarzeling tegemoet gesneld zijn.
+
+Sarcany kon dus een onbeperkt vertrouwen in Namir stellen, en dat
+hij haar naar Gibraltar had doen komen, was om haar te spreken over
+Carpena, van wien hij thans alles te vreezen had.
+
+Dat onderhoud was evenwel het eerste, dat zij sedert de aankomst van
+Sarcany te Gibraltar te zamen hadden. Het zou ook het eenige zijn en
+het werd in de Arabische taal gevoerd.
+
+Sarcany begon het gesprek met eene vraag en ontving daarop een
+antwoord, dat beiden ongetwijfeld als het meest belangwekkende
+beschouwden, daar hunne toekomst er van afhing.
+
+"Sava?..." vroeg Sarcany met uiterst levendige stem en gebaar. "Waar
+is Sava?"
+
+"Die bevindt zich te Tetuan in zekerheid," antwoordde het oude wijf,
+met een grijnslach.
+
+"Dus ik kan daaromtrent gerust zijn? Gij staat mij voor het meisje
+in?" vroeg de Tripolitaan.
+
+"Volkomen. Wees daaromtrent geheel gerust," was het antwoord van de
+oude feeks.
+
+"Maar gedurende uwe afwezigheid! Dan zou van de gelegenheid gebruik
+kunnen gemaakt worden...."
+
+"Geen nood! Ik heb mijn maatregelen te goed getroffen, om dienaangaande
+iets te vreezen te hebben."
+
+"Verklaar u nader, Namir. Gij weet welke belangen met dat meisje op
+het spel staan."
+
+"Gedurende mijne afwezigheid staat het huis onder opzicht eener oude
+jodin, die het jonge meisje geen oogenblik zal verlaten. Op die vrouw
+kan ik volkomen vertrouwen."
+
+"Is dat zeker?"
+
+"Alsof Sava in eene gevangenis zat, waarin niemand kan binnendringen
+dan gij. Daarenboven..."
+
+"Ga voort... Ga dan toch voort... Ik brand van ongeduld. Dat ziet gij."
+
+"Daarenboven, Sava weet niet, dat zij te Tetuan is, zij weet niet wie
+ik ben en zij weet nog minder, dat zij zich in uwe macht bevindt. Wees
+dus volkomen gerust."
+
+"Spreekt gij haar nog steeds over dat huwelijk?... Gij weet, dat dit
+van belang is."
+
+"Voorzeker, Sarcany," antwoordde Namir. "Ik laat haar niet van het
+denkbeeld vervreemden, dat zij uwe vrouw moet worden. En dat zal
+zij! Dat heb ik gezworen!"
+
+"Ja, het moet, Namir, het moet! En te meer, daar van het vermogen
+van Toronthal nog maar weinig meer overblijft... Waarlijk, die arme
+Silas heeft weinig geluk bij het spel."
+
+"Gij zult hem niet noodig hebben, Sarcany, om rijker te worden,
+dan gij ooit geweest zijt!"
+
+"Dat weet ik, Namir, dat weet ik. Maar het laatste tijdstip, waarop
+mijn huwelijk met Sava voltrokken moet wezen, nadert! En gij weet,
+dan heb ik hare vrijwillige toestemming noodig, en wanneer zij mocht
+weigeren... Dat ware dan al zeer noodlottig. Want dan ontgaat dat
+vermogen mij."
+
+"Ik zal haar wel noodzaken toe te geven," antwoordde Namir
+gemelijk. "Ja, ik zal haar die toestemming ontweldigen!... Laat dat
+maar aan mij over, Sarcany!"
+
+Het was moeielijk zich een meer vastberaden en woester gelaat voor
+te stellen, dan dat, hetwelk de Marokkaansche vertoonde, toen zij
+zoo sprak.
+
+"Goed, Namir, zeer goed!" antwoordde Sarcany, geheel en al
+gerustgesteld.
+
+"O, gij kunt op mij rekenen! Daarvan zijt gij te goed verzekerd,
+niet waar, Sarcany?"
+
+"Ga voort met goed op te passen. Weldra zal ik mij bij u vervoegen,"
+antwoordde deze.
+
+"Komt het met uwe plannen nog niet overeen, om Tetuan weldra te
+verlaten?" vroeg de Marokkaansche.
+
+"Neen, zoolang ik er niet toe genoodzaakt zal zijn," antwoordde
+Sarcany met een glimlach.
+
+"Gij hebt gelijk," zei de Marokkaansche, op diepzinnigen en peinzenden
+toon.
+
+"Niet waar? Niemand kent noch kan daar Sava Toronthal
+kennen. Intusschen, wanneer de loop der gebeurtenissen mij noopte,
+om haar te doen vertrekken, zal ik u bijtijds waarschuwen. Dat is
+goed afgesproken, niet waar?"
+
+"Zoo is het goed, Sarcany," hernam Namir. "Maar zeg mij nu, waarom
+gij mij naar Gibraltar hebt laten komen?"
+
+"Omdat ik u over zekere zaken te spreken heb, die het beter is te
+zeggen dan te schrijven."
+
+"Spreek, Sarcany. En wanneer gij mij een bevel te geven hebt, spreek
+het gerust uit. Wat het ook zij, ik neem op mij, om het uit te voeren,
+al ware het ook een moord!"
+
+"Zoo erg is het niet; maar ziehier, Namir, de zaak. Luister
+goed," antwoordde Sarcany: "Mevrouw Bathory is verdwenen en haar
+zoon is dood! Van die familie heb ik dus volstrekt niets meer te
+vreezen. Mevrouw Toronthal is dood en Sava is in mijne macht. Van
+dien kant beschouwd, kan ik dus gerust zijn. Van de andere personen,
+die mijne geheimen kennen of daarin betrokken zijn, is de eene Silas
+Toronthal, mijn medeplichtige, geheel en al in mijne macht. De
+andere, Zirone, is ellendig omgekomen bij zijn laatsten tocht op
+Sicilië. Zoodat van die allen, die ik zooeven genoemd heb, niemand
+kan praten en ook niemand zal praten!"
+
+"Welnu, mij dunkt, dat is geruststellend," zei Namir met haren
+leelijken grijnslach.
+
+"Ja, maar ..." hernam Sarcany nog meer fluisterend en met aarzelende
+stem. "Ja maar...."
+
+"Wat is er nog? Wien of wat hebt gij nog meer te vreezen?" vroeg Namir,
+terwijl zij hem met onderzoekenden blik aankeek.
+
+"Ik vrees alleen nog maar de tusschenkomst van twee personen, waarvan
+de eene een gedeelte van mijn verleden weet, en de andere zich in
+mijne tegenwoordige plannen meer mengt dan mij inderdaad lief is."
+
+"Wie zijn dat?" vroeg Namir heftig en woest, terwijl zij opsprong.
+
+"De eene is Carpena," antwoordde Sarcany. "Gij weet wel, de Spanjaard
+Carpena!"
+
+"Zoo!" gromde de Marokkaansche met sombere stem. "En wie is de andere?"
+
+"De andere... dat is die dokter Antekirrt, wiens verhouding tot de
+familie Bathory mij vroeger te Ragusa al zeer verdacht voorkwam,
+en mij nu ernstige ongerustheid inboezemt!"
+
+De oogen van het oude wijf flikkerden gedurende een ondeelbaar
+oogenblik.
+
+"Ik heb bovendien van Benito, den kastelein van Santa Grotta
+vernomen, dat die laatstgenoemde, die millioenen rijk is, Zirone door
+tusschenkomst van een zekeren Pescados een loozen strik gespannen
+heeft. Indien dat waar is, dan heeft hij dat gedaan om zich van
+zijn persoon, daar ik niet in de nabijheid was, meester te maken,
+natuurlijk met het doel om hem zijne geheimen te ontwringen!"
+
+"Mij dunkt, dat dit duidelijk genoeg is," antwoordde Namir. "Meer
+dan ooit moet gij u voor dien dokter Antekirrt in acht nemen... Ik
+heb u vroeger reeds voor dien persoon gewaarschuwd."
+
+"Dat is goed en wel; maar in de eerste plaats dien ik intusschen
+steeds te weten, wat hij uitvoert..."
+
+"Dat is waar. En dat zal lang zoo gemakkelijk niet gaan, als gij wel
+zoudt meenen."
+
+"Maar vooral waar hij zich bevindt. Dat moet en dat zal ik weten,"
+sprak de Tripolitaan.
+
+"Dat is zeer moeielijk, nog moeielijker dan het andere, Sarcany,"
+antwoordde Namir.
+
+"Waarom dat?"
+
+"Ik heb te Ragusa hooren vertellen, dat hij zich den eenen dag in
+dit gedeelte der Middellandsche zee bevindt en den volgenden weer
+aan het andere uiteinde!"
+
+"Ja, die man schijnt de gave der alomtegenwoordigheid te
+bezitten!" riep Sarcany met een zucht uit. "Maar het zal niet gezegd
+worden, dat ik hem zal veroorloven, mij spaken in het wiel te steken,
+zonder dat ik een woordje meegepraat zal hebben. Dat die dokter zich
+ernstig in acht neme!"
+
+"Voorzichtig, Sarcany!" vermaande de oude. "Voorzichtig toch! Als
+gij met vuur omgaat..."
+
+"En al moest ik hem tot op zijn eiland Antekirrta gaan opzoeken,"
+ging Sarcany hartstochtelijk voort, "ik zal hem..."
+
+"Als dat huwelijk voltrokken is," suste hem Namir, "dan zult gij
+van hem en van niemand meer iets te vreezen hebben. Niet waar,
+Sarcany? Van niemand meer?"
+
+"Ongetwijfeld, Namir; ... maar intusschen ... is dat huwelijk nog
+niet voltrokken."
+
+"Middelerwijl moeten wij oppassen, moeten wij zorgvuldig
+uitkijken! Daarenboven, wij zullen steeds een voordeel boven hem
+hebben! Gij verstaat mij, hoop ik?"
+
+"Welk, Namir? Neen, ik begrijp u niet geheel en al. Welk voordeel?"
+
+"Wij zullen kunnen vernemen, waar hij is, zonder dat hij weten kan,
+waar wij ons bevinden."
+
+"Dat is waar."
+
+"Laten wij nu over Carpena spreken, Sarcany. Wat hebt gij van dien
+man te vreezen?"
+
+"Carpena kent mijne verhouding tot Zirone. Hij weet, dat wij trouwe
+makkers en vrienden waren."
+
+"Zoo!"
+
+"Sedert verscheidene jaren maakte hij deel uit van enkele
+rooversexpedities, waarin ik de hand had. Hij kan praten en dan
+... dan zou ik verloren zijn."
+
+"Accoord, maar Carpena bevindt zich thans in het Presidio van Ceuta,
+veroordeeld tot levenslange galeistraf, wegens gepleegden moord,
+niet waar?"
+
+"Ja, Namir, en het is juist dat, hetgeen mij verontrust. Dat wil ik
+u niet verbergen."
+
+"Spreek, Sarcany. Spreek op, en ontvouw mij uwe geheimste
+gedachten. Zeer waarschijnlijk kan ik helpen."
+
+"Carpena kan, om zijn toestand te verbeteren, om eene verzachting
+van straf te erlangen, aan het verraden gaan."
+
+"Och, kom!... Zou hij daartoe in staat zijn? Dat geloof ik nog zoo
+gauw niet."
+
+"Zoowel als wij weten, dat hij naar Ceuta gedeporteerd is, weten dat
+anderen ook."
+
+"Dat is zoo. Ik moet erkennen, dat dit voor wederlegging niet
+vatbaar is."
+
+"Anderen kennen hem persoonlijk. Bijvoorbeeld die Pescados, die hem
+te Malta zoo beet gehad heeft. Nu zal dokter Antekirrt door dien man
+wel middel weten te vinden, om tot hem te genaken."
+
+"Dat is niet onmogelijk," zei Namir peinzende. "En in dat geval is
+inderdaad het gevaar groot."
+
+"Die man kan zijne geheimen door kracht van goud willen koopen. Daartoe
+bezit hij de middelen."
+
+"Wat zou Carpena in het bagno van Ceuta met goud kunnen uitvoeren? Men
+zou hem dat daar toch maar afnemen."
+
+"Hij kan hem willen doen ontsnappen, Namir. En dan kan Carpena altijd
+goud gebruiken."
+
+"Ja, zoo beschouwd... Maar dat zou geld kosten. Veel, zeer veel
+geld!" zei de Marokkaansche.
+
+"Daarvoor zal de dokter wel niet terugdeinzen. En inderdaad, het
+verwondert mij, dat hij het nog niet gedaan heeft!"
+
+Sarcany, die trouwens schrander genoeg was, gaf hier blijken van zeer
+scherpziende te zijn; want hij raadde inderdaad, welke de plannen
+des dokters ten opzichte van den Spanjaard waren. Hij begreep als
+bij instinct, alles wat hij van hem te vreezen had.
+
+Namir moest toegeven, dat Carpena, bij den thans bestaanden toestand,
+zeer gevaarlijk kon worden.
+
+"Waarom," riep Sarcany uit, "is hij niet in stede van Zirone daar ginds
+verdwenen! Hij ware beter in den krater van den Etna terecht gekomen!"
+
+"Wat niet in Sicilië gebeurd is," antwoordde Namir kalm en op ijskouden
+toon, "kan nog te Ceuta geschieden, hoewel ik bekennen moet, dat hier
+geen krater ter beschikking staat."
+
+Met dat woord was het vraagstuk zuiver gesteld. Die twee begrepen
+elkander.
+
+Namir verklaarde toen, dat haar niets gemakkelijker zoude vallen,
+dan van Tetuan naar Ceuta te gaan, zoo dikwijls als zij zulks noodig
+zou kunnen oordeelen. Hoogstens een twintigtal mijlen zijn die twee
+steden van elkander gescheiden. Tetuan bevindt zich iets voorbij de
+strafkolonie, ten zuiden van de Marokkaansche kust gelegen. Daar nu
+de veroordeelden aan de wegen of in de stad te werk zijn gesteld, zou
+het zeer gemakkelijk zijn met Carpena, die haar kende, in aanraking
+te komen, en hem dan te doen gelooven, dat Sarcany zich onledig
+hield met een plan, om hem te doen ontsnappen. Zij zou hem dan eenig
+geld kunnen geven, ook eenige levensmiddelen, als toevoegsel aan het
+schrale maal der gevangenen. Wanneer het nu gebeurde, dat een stuk
+brood of wel eene vrucht vergiftigd was, wie zou zich dan om den dood
+van Carpena bekommeren? Wie zou er de oorzaken van opsporen? Niemand,
+niet waar? Een galeiboef is geen mensch meer. Wie bekommert zich over
+zijne verdwijning?
+
+Een schoft minder in het Presidio, dat zou geen voorval zijn, om den
+gouverneur van Ceuta bovenmate te verontrusten! Dan zou Sarcany niets
+meer van den Spanjaard te vreezen hebben, ook niet van de pogingen
+van dokter Antekirrt, die er belang bij had, om Carpena's geheimen
+te doorgronden. Een moord! Eenvoudiger kon het niet.
+
+Alles wel beschouwd, was het gevolg van dat onderhoud dit: terwijl van
+de eene zijde alles klaar gemaakt werd voor de ontsnapping van Carpena,
+werd van de andere zijde alles beproefd om die ontvluchting onmogelijk
+te maken, door hem naar die strafkolonie der andere wereld te zenden,
+vanwaar niemand ontvluchten kan.
+
+Toen alles behoorlijk overeengekomen was, wandelden Sarcany en
+Namir weer naar de stad terug en namen daar een hartelijk afscheid
+van elkander.
+
+Dienzelfden avond verliet Sarcany Spanje, om Silas Toronthal te gaan
+opzoeken; terwijl Namir den volgenden ochtend, na de baai van Gibraltar
+overgestoken te zijn, zich te Algesiras inscheepte aan boord van de
+pakketboot, die geregeld den dienst tusschen Europa en Afrika verricht.
+
+Juist toen die pakketboot de haven verliet, kruiste zij een
+pleizierjacht, dat spelevarende, de baai van Gibraltar rondstoomde,
+alvorens in de Engelsche wateren het anker te laten vallen.
+
+Dat was de _Ferrato_. Namir, die het vaartuig gezien had, toen het
+Catania aandeed, herkende het dadelijk.
+
+"Dokter Antekirrt hier!" prevelde zij binnensmonds. "Sarcany heeft
+gelijk! Er is gevaar; en dat gevaar is wellicht reeds meer nabij dan
+iemand onzer zelfs vermoedt."
+
+Weinige uren later ontscheepte de Marokkaansche vrouw te
+Ceuta. Alvorens evenwel naar Tetuan terug te keeren, nam zij hare
+maatregelen, om in aanraking met den Spanjaard te komen.
+
+Haar plan was eenvoudig, zoo eenvoudig zelfs, dat het slagen moest,
+als haar ten minste de tijd gegund werd, om het ten uitvoer te
+brengen. En dat zou slechts van de gelegenheid afhangen.
+
+Eene verwikkeling verrees evenwel, waarop Namir onmogelijk verdacht
+kon geweest zijn. Carpena had zich namelijk, ten gevolge van de
+tusschenkomst van dokter Antekirrt tijdens zijn eerste bezoek, ziek
+gemeld; en hoewel hij dat niet was, was hij er in geslaagd, voor eenige
+dagen in het hospitaal van de strafkolonie opgenomen te worden. Namir
+bleef dus niets over, dan rondom het hospitaal te drentelen, zonder dat
+het haar evenwel gelukte tot hem door te dringen. Wat haar evenwel
+geruststelde, was, dat al kon zij Carpena niet te zien krijgen,
+dat dit dokter Antekirrt, of zijne agenten evenmin gelukken zou.
+
+"Dus," dacht zij, "er bestaat geen onmiddellijk gevaar. Waarlijk,
+een geluk bij een ongeluk!"
+
+En inderdaad, geene ontsnapping scheen te vreezen, zoolang de
+veroordeelde zijn arbeid op de wegen der kolonie niet hervat had.
+
+Toch vergiste zich Namir bij die vooronderstelling. De opname van
+Carpena in het hospitaal van de strafkolonie zou integendeel de
+plannen des dokters begunstigen en het welslagen daarvan waarschijnlijk
+verzekeren.
+
+De _Ferrato_ kwam in den avond van den 22sten September in het
+binnenste gedeelte der baai van Gibraltar ten anker. Die baai
+werd dikwijls door de westen- en zuidwestenwinden geteisterd,
+zoodat oppassen de boodschap was. Maar het stoomjacht zou er niet
+lang vertoeven, hoogstens gedurende den dag van den 23sten, dat
+wil zeggen: den geheelen Zaterdag. Dokter Antekirrt en Piet Bathory
+begaven zich dan ook, na aan wal gegaan te zijn, naar het Post Office
+in de Mainstreet, waar zij post-restant brieven hoopten te vinden.
+
+Die hoop werd verwezenlijkt. Een door een der agenten op Sicilië aan
+den dokter gerichte brief meldde hem, dat Sarcany, sedert het vertrek
+der _Ferrato_, noch te Catania, noch te Syracuse, noch te Messina,
+zich had laten zien. In één woord, dat hij spoorloos verdwenen was.
+
+Een andere brief, die door Pescadospunt aan Piet Bathory geadresseerd
+was, berichtte, dat hij veel beter ging en dat geen spoor zijner
+wond weldra zou overblijven. Dokter Antekirrt kon hem, zoodra hij
+verkoos, zijn dienst doen hervatten. Natuurlijk ook Kaap Matifou,
+die aan beiden de eerbiedige groeten van een rustend Hercules aanbood.
+
+De derde brief eindelijk was aan Luigi Ferrato gericht en kwam van
+Maria. Deze was, en dat valt wel te begrijpen, meer een brief van
+eene moeder dan wel van eene zuster.
+
+Wanneer dokter Antekirrt en Piet Bathory zes en dertig uren vroeger
+in de openbare tuinen van Gibraltar rondgewandeld hadden, zouden zij
+voorzeker Sarcany en Namir ontmoet hebben.
+
+Die dag werd gebezigd, om de kolenruimen van de _Ferrato_ te vullen met
+behulp der gabara's, eene soort van lichters, die de steenkolen gingen
+halen bij de kolenschepen, die vlottende magazijnen, welke op de reede
+ten anker lagen. Men vulde ook den zoetwatervoorraad aan, benoodigd
+zoowel voor de stoomketels, als voor de waterkisten en watervaten
+van het stoomjacht. In het voornaamste werd dus dadelijk voorzien.
+
+Alles was dus aangevuld en in orde, toen de dokter en Piet, die
+in een hôtel op de Commercial Square gedineerd hadden, aan boord
+terugkwamen, op het oogenblik dat het "first gun fire", het eerste
+kanonschot, de sluiting verkondigde der poorten van die stad, waarin
+de krijgstucht even streng en voorbeeldeloos gehandhaafd werd, als
+in eene strafkolonie van Norfolk of van Cajenne, of in eene Duitsche
+vesting als Mainz of Coblenz.
+
+Toch lichtte de _Ferrato_ niet dienzelfden avond het anker. Daar het
+vaartuig slechts kleine twee uren noodig had, om de zeeëngte over te
+steken, ging het eerst den volgenden ochtend tegen acht uren onder
+stoom. Toen stoomde het met volle kracht in de richting van Ceuta,
+na onder het vuur der Engelsche batterijen voortgestevend te zijn,
+die hunne excercitie-vuren wel wilden staken, om het bevallige
+pleiziervaartuig niet in den vollen romp te treffen en in den grond
+te boren.
+
+Om half tien kwam het aan den voet van den berg Hacho aan; maar daar
+de bries uit het noordwesten blies, zouden de ankers op dezelfde
+plaats waar het stoomjacht drie dragen te voren ter reede gelegen had,
+niet gehouden hebben. De kapitein ging dus aan de andere zijde der
+stad ankeren in eene kleine kreek, welke door hare ligging tegen de
+zeewinden gedekt was. Daar liet de _Ferrato_ op twee kabellengten
+afstand van den oever het anker vallen. Het vaartuig zwenkte voor
+de aanrollende zee om, met den boeg in den wind, en bleef toen
+onbewegelijk liggen.
+
+Dokter Antekirrt ontscheepte twee uren later op een kleinen pier,
+die in zee uitgebouwd was.
+
+Namir, die hem bespiedde, had geen enkele der wendingen en bewegingen
+van het stoomjacht uit het oog verloren. De dokter herkende haar
+natuurlijk niet; hij had haar ter nauwernood bij het vallen van den
+avond op den bazaar van Cattaro ontmoet, en haar toen waarschijnlijk
+niet eens opgemerkt. Zij daarentegen, had hem dikwijls te Gravosa en
+te Ragusa ontmoet. Zij herkende hem dan ook dadelijk, en besloot,
+gedurende al den tijd dat het stoomjacht te Ceuta zou doorbrengen,
+uiterst voorzichtig en zeer nauwgezet op hare hoede te zijn.
+
+Toen de dokter ontscheepte, stond de gouverneur van de kolonie,
+vergezeld van een zijner adjudanten, hem op de kade af te wachten. Dat
+was inderdaad een eerbetoon, hetwelk niet iedereen gegund werd.
+
+"Goeden dag, waarde gast! en welkom hier!" riep kolonel Guyara
+uit. "Gij zijt een man van uw woord. En, nu gij mij voor den geheelen
+dag toebehoort..., zult gij mij niet ontsnappen."
+
+"Heer gouverneur, ik zal u eerst dan toebehooren, wanneer gij mijn
+gast zult geweest zijn. Vergeet niet..."
+
+"Wat, dokter Antekirrt? Als ik u vriendelijk bidden mag...!" vroeg
+kolonel Guyara.
+
+"Ik moet u herinneren, dat het ontbijt aan boord van de _Ferrato_
+gereed staat."
+
+"Dat's waar ook! Welnu, wanneer het ontbijt gereed staat, zou het
+niet beleefd zijn, mij te laten wachten!"
+
+De sloep bracht den dokter met zijne genoodigden naar boord terug. De
+tafel was weelderig voorzien, en allen deden het maal, hetwelk in
+het salon van het stoomjacht klaar stond, alle eer aan.
+
+Gedurende het ontbijt liep het gesprek voornamelijk over het bestuur
+der kolonie, over de zeden en gebruiken harer bewoners, over de
+betrekkingen, die bestonden tusschen de Spaansche bevolking en de
+inboorlingen. Als bij toeval, kwam dokter Antekirrt er toe, om over
+dien veroordeelde te spreken, dien hij twee of drie dagen te voren
+op den weg naar het gouvernementshuis uit een magnetischen slaap
+gewekt had.
+
+"Hij herinnert zich ongetwijfeld niets meer?" vroeg hij niet zonder
+belangstelling.
+
+"Niets," antwoordde de gouverneur. "Ten minste, zooals mij is
+gerapporteerd geworden."
+
+"Dat verwondert mij niet," opperde dokter Antekirrt zoo ernstig
+mogelijk.
+
+"Maar," ging kolonel Guyara voort, "hij is niet meer ten arbeid
+gesteld aan de verharding der wegen."
+
+"Niet? Waarom niet? Hebt gij daar bijzondere redenen voor, heer
+gouverneur?"
+
+"Neen, dokter Antekirrt," antwoordde de kolonel. "Volstrekt niet."
+
+"Waar is hij dan?" vroeg dokter Antekirrt, met een schakeering van
+ongerustheid in zijne stem, die Piet Bathory alleen vermocht waar
+te nemen.
+
+"Hij is in het hospitaal," antwoordde de gouverneur. "Het schijnt dat
+dit toeval zijne kostbare gezondheid geschokt heeft, en, niet waar,
+die moet hersteld worden?"
+
+"Wat is het voor een landsman? Is het een Franschman, een Duitscher
+of een Italiaan?"
+
+"Neen, het is een Spanjaard, die Carpena heet," antwoordde kolonel
+Guyara. "Hij is voor levenslang hier."
+
+"Is het een erge booswicht? Wat heeft hij voor streken uitgevoerd,
+die hem hier gebracht hebben?"
+
+"Het is een gewone moordenaar, die hoegenaamd geene belangstelling
+verdient, dokter Antekirrt. Als die kerel overleed, zou het waarlijk
+geen verlies voor het Presidio zijn!"
+
+Daarna ging het gesprek op iets anders over. Waarschijnlijk wenschte
+de dokter niet te laten blijken, dat hij eenigermate belang stelde in
+dien gedeporteerde, die na weinige dagen, als hersteld, het hospitaal
+zou verlaten.
+
+Toen het ontbijt ten einde geloopen was, werd koffie op het dek
+rondgediend, en werd die met smaak verorberd, terwijl de blauwe
+rookwolkjes der Manilla-sigaren van de gasten onder de zonnetent van
+het achterschip bevallig omhoog kronkelden.
+
+Nadat die uitspanning een poos geduurd had, bood dokter Antekirrt den
+gouverneur aan, om zonder verwijl naar den wal te gaan. Hij stelde zich
+thans geheel ter beschikking en was gereed het geënclaveerde Spaansche
+grondgebied in Afrika in alle zijne bijzonderheden te bezichtigen.
+
+Dat aanbod werd natuurlijk dadelijk aangenomen, en de gouverneur zou
+tot het diner tijd te over hebben, om zijn beroemden gast rond te
+geleiden en hem alles te laten bezichtigen.
+
+Dokter Antekirrt en Piet Bathory werden dan ook met zorg rondgeleid
+door het geheele Spaansche grondgebied, zoowel door de stad, als door
+de omstreken. Geen enkele bijzonderheid werd overgeslagen, noch in de
+strafkolonie, noch in de kazernes der bezetting, noch daarbuiten. Dien
+dag--het was op een Zondag--waren de gedeporteerden niet aan hunnen
+gewonen arbeid gezet, zoodat de dokter hen in dien nieuwen toestand
+kon waarnemen.
+
+Wat Carpena betreft, dien zag hij slechts ter loops, terwijl hij door
+het hospitaal kwam, en hij scheen zijne aandacht niet te trekken.
+
+De dokter dacht dienzelfden nacht van Ceuta te vertrekken, om naar
+Antekirrta terug te keeren, evenwel niet zonder het grootste gedeelte
+van dien avond aan den gouverneur gewijd te hebben. Tegen zes uren
+ongeveer kwam hij dan ook in het Gouvernementshuis terug, waar hem een
+keurig diner wachtte, dat tot tegenhanger moest dienen van het ontbijt,
+des ochtends aan boord van het stoomjacht de _Ferrato_ genoten.
+
+Het zal wel niet behoeven verteld te worden, dat de dokter gedurende
+die wandeling _intra et extra muros_, binnen en buiten de stad, door
+Namir gevolgd was. Hij kon niet bevroeden, dat hij het voorwerp was
+van zulk eene hardnekkige bespieding. Maar al had hij het geweten,
+wat zou hij er tegen hebben kunnen doen? Niets, niet waar?
+
+Het ging vroolijk aan tafel toe. Eenige notabelen der kolonie,
+verscheidene officieren met hunne echtgenooten, twee of drie rijke
+handelaren waren genoodigd geworden, en die lieten vrij uit het
+genoegen blijken, dat zij smaakten, zoo in de nabijheid te zijn van
+den beroemden dokter Antekirrt en hem te kunnen zien en hooren.
+
+De dokter verhaalde gaarne van zijne reizen in het Oosten, door
+Syrië, door Palestina, door Arabië, door Nubië, door Egypte, door
+Noord-Afrika. Daarna bracht hij het gesprek weer op Ceuta. Hij kon
+niets anders dan den gouverneur zijn compliment maken, die met zooveel
+verdiensten het Spaansche geënclaveerde grondgebied bestuurde. Het
+was volgens hem bewonderenswaardig.
+
+"Maar," liet hij er op volgen, "het toezicht over de veroordeelden
+moet u toch soms zorgen veroorzaken, niet waar?"
+
+"Waarom zou het dat, waarde dokter? Ik trek mij de wereldsche zaken
+zoo zeer niet aan. Ik volvoer mijn plicht..."
+
+"Maar die boeven zullen toch wel pogingen aanwenden, om te ontsnappen,
+denk ik. En daartegen dient gewaakt te worden."
+
+De kolonel glimlachte minachtend, maar antwoordde niet dadelijk,
+alsof hij nadacht.
+
+"Daar nu de gevangenen," ging de dokter voort, "er meer aan denken
+om te ontvluchten, dan hunne bewakers om hun dat te beletten, volgt
+daaruit, dat het voordeel aan den kant der gevangenen is. En het zou
+mij niet verwonderen, wanneer nu en dan eenigen op het avondappèl
+mankeerden."
+
+"Nooit!" riep de gouverneur uit. "Nooit! Ik zou wel eens willen zien,
+dat zoo iets zou gebeuren!"
+
+"Evenwel, heer gouverneur... Er bestaan legenden van beroemde
+ontsnappingen."
+
+"Waarheen zouden die vluchtelingen gaan? Vraag u dat eerst eens
+af! Daarin zit de groote moeilijkheid."
+
+"Maar, mij dunkt, dat alle wegen voor hen open staan, en zij derhalve
+maar te kiezen hebben."
+
+"Maar, dokter Antekirrt. Over zee is de ontsnapping onmogelijk! Over
+land zou zij te midden van die woeste, onbeschaafde bevolking
+van Marokko zeer gevaarlijk zijn. Onze gedeporteerden blijven dan
+ook stil in het Presidio, zoo niet voor hun genoegen, dan toch uit
+voorzichtigheid. Zij vinden, dat een levende galeiboef beter is dan
+een doode ontsnapte."
+
+"Als dat zoo is," antwoordde de dokter, "dan kan ik u gelukwenschen,
+heer gouverneur; want het is te vreezen, dat de bewaking der gevangenen
+in de toekomst allengs moeielijker zal worden."
+
+"Om welke reden, als het u belieft?" vroeg een der genoodigden,
+die te meer belang in het gesprokene stelde, dewijl hij directeur
+der strafkolonie was.
+
+"Welnu, mijnheer," antwoordde de dokter, "omdat de studie der
+magnetische verschijnselen bij het menschdom zeer groote vorderingen
+heeft gemaakt...."
+
+"Wat hebben magnetische verschijnselen met de bewaking der gevangenen
+te maken?" vroeg de verblufte directeur.
+
+Maar dokter Antekirrt liet zich niet uit het veld slaan, en vervolgde,
+alsof hij niet gestoord ware:
+
+"Omdat de toepassing dier magnetische verschijnselen door iedereen
+kan geschieden; omdat eindelijk de uitwerking of gevolgen der
+gedachtenopdringing meer en meer algemeen worden zal en dat die niets
+minder beoogen dan den eenen persoon in de plaats van den anderen
+te stellen. Ik meen, dat onder zulke omstandigheden het bewaken
+moeielijk wordt."
+
+"En, in dat geval?" ... vroeg de gouverneur nieuwsgierig, maar zonder
+achterdocht.
+
+"In dat geval, heer kolonel, meen ik, dat het verstandig zal zijn,
+niet alleen de gevangenen, maar ook hunne bewakers te bewaken. Dat
+zult gij moeten toegeven!"
+
+"Hé, hé!" riep de directeur geërgerd uit. "Dat is sterk. Als de
+bewakers bewaakt zullen moeten worden!"
+
+"Gedurende mijne reizen, heer gouverneur," ging dokter Antekirrt voort,
+"ben ik getuige geweest van zoo buitengewone voorvallen, dat ik voor
+mij geloof, dat in die reeks van verschijnselen alles mogelijk is."
+
+"Dus gij meent?..." vroeg kolonel Guyara uiterst nieuwsgierig.
+
+"Ik meen dus, heer gouverneur, dat gij in uw belang niet moet
+vergeten, dat wanneer een gevangene zijns onbewust, zijns ondanks
+zelfs, onder den invloed van een vreemden wil kan ontvluchten,
+eveneens een bewaker, aan denzelfden invloed onderworpen, hem even
+onbewust kan laten ontsnappen."
+
+"Zoudt gij ons kunnen uitleggen, waarin dat verschijnsel
+bestaat?" vroeg de directeur der strafkolonie ernstig.
+
+"Zeker, mijnheer, kan ik dit uitleggen, wanneer gij zulks
+verlangt. Spreek maar een woord."
+
+"Mag ik u dan om die uitlegging verzoeken? Gij zult mij daarmede
+zeer verplichten."
+
+"Leeringen wekken, maar voorbeelden trekken en ... zijn beter. Een
+enkel voorbeeld zal u beter doen begrijpen dan iedere uitleg,"
+antwoordde de dokter.
+
+"Wij zijn nieuwsgierig, dokter Antekirrt," zei de gouverneur. "En
+wachten met ongeduld uw voorbeeld."
+
+"Veronderstelt, dat een bewaker eene natuurlijke voorbeschikking heeft
+tot onderwerping aan den magnetischen of hypnotischen invloed; want dat
+is hetzelfde, en laten wij aannemen, dat een gevangene dien invloed
+op hem uitoefent... Welnu, van het oogenblik af dat deze laatste van
+zijn invloed of zijne macht kennis zal dragen, zal hij baas over den
+bewaker zijn, zal hij hem alles doen verrichten wat hij wil, zal hij
+hem doen gaan, waarheen hij verlangt, zal hij hem noodzaken de deur
+der gevangenis te openen, wanneer hij hem die gedachte zal opdringen."
+
+"Ongetwijfeld, heer dokter," antwoordde de directeur, "maar op eene
+voorwaarde, niet waar?"
+
+"En die is?" vroeg dokter Antekirrt, met een goedkeurenden hoofdknik.
+
+"Dat de gevangene zijn bewaker eerst in slaap zal gemaakt hebben,
+meen ik?"
+
+"Daarin vergist gij u, mijnheer," antwoordde de dokter hoogst ernstig.
+
+"Zou ik?"
+
+"Ja, gij vergist u. Al die daden kunnen volvoerd worden in wakenden
+toestand, zonder dat de bewaker er eenig bewustzijn van heeft of
+ondervindt."
+
+"Wat, gij beweert...?"
+
+"Ik beweer en verzeker, dat de gevangene aan den bewaker, die onder
+zijn invloed is, kan zeggen: op dien dag, op dat uur, zult gij dit of
+dat uitvoeren. Op dien dag zult gij mij de sleutels mijner cel brengen,
+en hij zal gehoorzamen! Op dien dag zult gij de poort van het Presidio
+openen, en hij zal het doen! Op dien dag zal ik u voorbijgaan en gij
+zult mij niet zien!... Mij dunkt, heeren, dat is duidelijk."
+
+"Dat alles, wanneer hij wakker is?" vroeg de directeur steeds uiterst
+ongeloovig.
+
+"Juist wanneer hij volkomen wakker is!" bevestigde de dokter op een
+toon, die geen tegenspraak duldde.
+
+Toch werd hij, in weerwil van die bevestiging, een gebaar van ongeloof
+gewaar, dat enkelen genoodigden, in weerwil zijner verzekering,
+als huns ondanks ontsnapte. Zij allen waren onder den invloed van
+den dokter en spraken en dachten, zooals hij verlangde. Op hen nam
+hij de proefneming, om te ervaren, hoe ver hij gaan kon.
+
+"Niets is toch zekerder evenwel," zei toen Piet Bathory; "en ik zelf
+ben getuige geweest van daadzaken ..."
+
+"Zoodat," zei de gouverneur, "men de stoffelijkheid van een persoon
+aan den blik van een andere kan onttrekken?"
+
+"Geheel en al, heer gouverneur," antwoordde dokter Antekirrt,
+"evenals men sommige sujetten zoodanig biologeeren kan, zoodanige
+wijzigingen in hunne zinnen, in hun waarnemingsvermogen kan teweeg
+brengen, dat zij zout voor suiker zullen aannemen, melk voor azijn,
+of gewoon water voor geneeskundige afdrijvende middelen, waarvan
+zij zelfs de gevolgen zullen ondervinden. Niets is op het gebied der
+verbeelding of der halucinaties onmogelijk, want de hersens zijn aan
+dien invloed onderworpen."
+
+"Dokter Antekirrt" zei toen de gouverneur, "ik meen het gevoelen van
+alle mijne genoodigden uit te drukken, door u te zeggen, dat men die
+zaken moet gezien hebben, om ze te kunnen gelooven!"
+
+"En, zelfs dan nog! ..." meende een der tegenwoordige personen bij
+wijze van voorbehoud te moeten doen hooren.
+
+"Het is dus zeer betreurenswaardig," hernam de gouverneur, "dat de
+weinige tijdruimte, die gij ons wijden kunt hier te Ceuta, u niet
+veroorlooft, ons proefondervindelijk te overtuigen."
+
+"Maar... met uw verlof, heer gouverneur," zei de dokter tot den
+gouverneur.
+
+"Wat wilt gij zeggen, dokter Antekirrt?" vroeg kolonel Guyara. "Gij
+wildet iets zeggen."
+
+"Dat kan ik, als gij er uwe toestemming slechts toe wilt geven."
+
+"Mijne toestemming? Dadelijk," sprak de gouverneur opgewonden uit.
+
+"Dadelijk, wanneer gij zulks verkiest!" antwoordde dokter Antekirrt
+bescheiden.
+
+"Ja, wat mij betreft," antwoordde de gouverneur. "Zult gij willen? Zult
+gij kunnen?"
+
+"Gij hebt slechts te spreken. Gij, heer gouverneur, zijt hier te te
+Ceuta de baas."
+
+"Welnu, uit naam van het geheele gezelschap, verzoek ik u onze
+weetgierigheid te bevredigen."
+
+"Het zij zoo," antwoordde dokter Antekirrt met eene buiging. "Gij
+zult voorzeker niet vergeten hebben, heer gouverneur, dat een der
+veroordeelden van het Presidio, drie dagen geleden, bewusteloos op
+den weg van het gouvernements-hôtel naar Ceuta gevonden werd. Die man
+was, zooals ik u toen reeds zeide, in een diepen magnetischen slaag
+gedompeld. Herinnert gij u dat nog?"
+
+"Inderdaad," zei de directeur der strafkolonie, "en die man bevindt
+zich thans in het hospitaal."
+
+"Gij herinnert u ook, niet waar," ging de dokter voort tot den
+gouverneur, "dat ik hem toen wakker gemaakt heb, nadat geen der
+bewakers daarin geslaagd was?"
+
+"Voorzeker herinner ik mij dat," antwoordde kolonel Guyara levendig.
+
+"Welnu, dat is voldoende geweest," ging de dokter kalm en bedaard
+voort.
+
+"Voldoende voor wat, dokter Antekirrt?" vroeg de gouverneur. "Voldoende
+voor wat?"
+
+"Om tusschen mij en dien... Hoe heet die gedeporteerde, heer kolonel?"
+
+"Carpena."
+
+"...Om tusschen mij en dien Carpena een band van gedachtenopdringing
+te scheppen, die hem geheel en al in mijne macht stelt."
+
+"Ha!" riep de directeur ongeloovig. "Dat zal te bewijzen vallen,
+dokter Antekirrt!"
+
+"Zoodat... gij hier in het gouvernements-hôtel ... en hij daar ginds
+in het hospitaal!..." vroeg de gouverneur nieuwsgierig.
+
+"Ongeloofelijk!" zei de directeur hoofdschuddend. "Dat is niet
+mogelijk!"
+
+"Wanneer gij bevelen wilt geven, heer gouverneur," vroeg de dokter,
+"om dien Carpena vrij te laten, om de deuren van het hospitaal en
+van de strafkolonie voor hem te openen, weet gij wat hij dan doen zal?"
+
+"Jawel, hij zal wegloopen!" antwoordde kolonel Guyara met een gullen
+lach.
+
+Het moet erkend worden, dat zijne lachbui zoo aanstekelijk was, dat de
+geheele vergadering er mede instemde. Inderdaad, men proestte het uit.
+
+"Neen, heeren," hernam dokter Antekirrt zeer ernstig, "die Carpena
+zal niet wegloopen, wanneer ik dat niet wil. Hij zal niets ter wereld
+doen, dan wat ik zal willen!"
+
+"Maar wat, als 't u blieft?" vroeg kolonel Guyara met aandrang.
+
+"Bij voorbeeld, wanneer hij buiten de gevangenis zal zijn, kan ik
+hem gelasten, om den weg op te gaan van het gouvernements-hôtel,
+heer gouverneur."
+
+"En hier te komen? Kom, dat meent gij niet. Dat is immers onmogelijk."
+
+"Onmogelijk, heer gouverneur? Het hangt van u alleen af. Wilt
+ge? Spreek slechts."
+
+"Mij wel," antwoordde de gouverneur. "Ik geef ten volle permissie,
+heer directeur."
+
+"Ook dat hij zal vragen om u te spreken, heer gouverneur?" zeide
+dokter Antekirrt.
+
+"Mij?"
+
+"Ja, u! U in persoon. En als gij er niets tegen zult hebben,--en dat
+zult gij moeielijk kunnen, daar hij aan mijn wil zal gehoorzamen,--zal
+ik hem het denkbeeld opdringen, om u voor een anderen persoon te
+houden."
+
+"Voor wien, als 't u belieft, heer dokter? Daar ben ik benieuwd
+naar! Voor wien?"
+
+"Ja, voor wien?... Laat zien... Bij voorbeeld... voor den Koning
+Alphonsus XII."
+
+"Voor zijne Majesteit, den Koning van Spanje?" vroeg kolonel Guyara
+ongeloovig.
+
+"Ja, heer gouverneur, en hij zal u daarenboven vragen..."
+
+"Gratie? Dat is de gewone vraag van alle galeiboeven."
+
+"Ja, gratie, en wanneer gij er geen bezwaar in zult zien, daarenboven
+nog..."
+
+"Wat?"
+
+"Het Isabella-kruis!"
+
+Een algemeen gelach begroette die laatste woorden van dokter
+Antekirrt. Het was een jool van belang!
+
+"En die man zal dat volkomen wakker doen?" vroeg de directeur van
+de strafkolonie.
+
+"Zoo wakker als wij thans zijn, heer directeur! Gij zult u in persoon
+van de zaak kunnen overtuigen."
+
+"Neen!... Neen!... Dat is ongeloofelijk, dat is onmogelijk!" riep
+kolonel Guyara uit.
+
+"Meent gij, heer gouverneur?" vroeg de dokter met een glimlach. "Wacht
+de uitkomst af."
+
+"Ik herhaal het, dokter Antekirrt, het is onmogelijk! Nimmer zult
+gij mij kunnen overtuigen."
+
+"Welnu, neem de proef. Niets gemakkelijker dan dat, niet waar?"
+
+"Hoe kan dat?"
+
+"Geef bevelen, dat men dien Carpena geheele vrijheid van handelen
+late!"
+
+"Opdat hij wegloope! Drommels, dat is voor mij een gevaarlijke proef."
+
+"Laat hem voor alle zekerheid, zoodra hij de strafkolonie zal verlaten
+hebben, door twee bewakers van verre volgen, dan zal hij alles doen,
+wat ik zoo even gezegd heb."
+
+"Welnu, dat is afgesproken," zei de gouverneur. "En wanneer gij
+slechts zult willen..."
+
+"Het is thans acht uren." zei de dokter, terwijl hij zijn horloge
+raadpleegde. "Welnu, te negen uren. Is dat goed?"
+
+"Zeer goed. Maar...."
+
+"Spreek vrij uit, heer gouverneur. Wat wilt gij dat ik nog zal
+toelichten."
+
+"Na de proef?..."
+
+"Na de proef zal Carpena gerust naar het hospitaal terugkeeren,
+zonder dat eenige herinnering bij hem achterblijft, van hetgeen hij
+verricht zal hebben."
+
+"Is dat zeker? Staat gij daarvoor in?" vroeg de directeur van het
+bagno onthutst.
+
+"Daar kunt gij op rekenen. Ik herhaal,--en dat is de eenige uitleg,
+die van het verschijnsel te geven is,--Carpena zal van nu af geheel
+en al onder den gedachtengang staan, die van mij uitgaat; en in
+werkelijkheid zal _hij_ dat alles niet verrichten, maar _ik_! Ik, die
+hem mijn wil opdring en hem noodzaak te handelen naar mijne inzichten."
+
+De gouverneur, wiens ongeloof ten opzichte van die magnetische
+verschijnselen, onomstootbaar was, schreef een briefje, waarin hij
+aan den eersten bewaker van het Presidio de noodige bevelen gaf, om
+den veroordeelden Carpena geheele vrijheid van handelen te geven,
+daarbij evenwel voegende, dat hij op een afstand moest gevolgd
+worden. Dat briefje werd terstond door een der bereden ordonnancen,
+aan den gouverneur toegevoegd, naar de strafkolonie overgebracht. In
+gedachten volgden al de gasten den hoefslag van het paard, die in de
+verte wegstierf.
+
+Toen het diner afgeloopen was, stonden de gasten van tafel op en
+gingen op uitnoodiging van den gouverneur, naar het groote salon,
+om daar een kop koffie te gebruiken en een sigaar te rooken.
+
+Het onderhoud liep, zooals zich gemakkelijk denken laat, voornamelijk
+over de verschillende verschijnselen van het magnetisme of van
+het hypnotisme, die zooveel aanleiding geven tot tegenstrijdige
+gedachtenwisselingen, die zoovele geloovigen, maar ook zoovele
+tegenstanders tellen. Dat de gedachtenwisseling levendig was, kan de
+lezer nagaan.
+
+Dokter Antekirrt verhaalde, terwijl de koffie in keurige kopjes
+aangeboden werd, terwijl de blauwe rook der manilla-sigaren en der
+donna-cigaretten, welke laatsten zelfs door de Spaansche schoonen
+niet versmaad werden, in bevallige spiralen omhoog kronkelde, twintig
+verschillende feiten, waarvan hij getuige, of waarvan hij de bewerker
+geweest was bij de uitoefening van zijn geneesheersambt, feiten die
+hij allen staven kon, die onbetwistbaar waren, maar toch niet in
+staat schenen, om iemand van het gezelschap te overtuigen. Neen,
+men wachtte op de komst van Carpena.
+
+Hij beweerde ook dat die macht van gedachte-opdringing de wetgevers, de
+rechters der lijfstraffelijke rechtspleging en de overige magistraten
+ernstig moest bezighouden, daar zij toch met een misdadig doel kon
+aangewend worden. Het was toch niet te loochenen, dat met behulp
+van die nog onverklaarbare verschijnselen, zich gevallen konden
+voordoen, waarbij vele misdaden konden gepleegd worden, waarvan de
+ware schuldigen onmogelijk te ontdekken zouden zijn, terwijl de daders
+voor niet toerekenbaar gehouden moesten worden.
+
+Terwijl hij zoo nog sprak, keek de directeur op zijn horloge, stuitte
+de rede en wilde spreken. Maar alvorens hij aan het woord kon komen,
+zei eensklaps dokter Antekirrt:
+
+"Het is thans drie minuten vóór half negen."
+
+"Wat wilt gij daarmede zeggen?" vroeg kolonel Guyara, die ook zijn
+horloge raadpleegde.
+
+"Niets minder, heer gouverneur, dan dat Carpena op dit oogenblik het
+hospitaal verlaat."
+
+Allen keken elkander met een glimlach aan. Men meende met een
+kwakzalver te doen te hebben.
+
+Een minuut later evenwel, vervolgde de dokter hoogst ernstig en
+bedaard als altijd:
+
+"Hij gaat thans de poort door van de strafkolonie. Hij stapt flink
+door."
+
+De toon, waarop die woorden gesproken werden, maakte toch eenigermate
+indruk op de genoodigden in het gouvernementshuis. Alleen kolonel
+Guyara bleef ongeloovig het hoofd schudden.
+
+Het gesprek hernam zijne rechten. Er werd voor en tegen gepleit en
+het moet erkend worden: allen spraken wel een weinig tegelijkertijd,
+tot op het oogenblik,--het was vijf minuten vóór negen,--dat de dokter
+andermaal de algemeene opmerkzaamheid trok door overluid te zeggen:
+
+"Carpena is thans reeds tot bij de deur van het gouvernements-hôtel
+genaderd!"
+
+"Och, kom!" zei de gouverneur, steeds ongeloovig en met een
+glimlach. "Is hij reeds zoo nabij?"
+
+Bijna terzelfder tijd ging de deur van het salon open en trad een
+bediende binnen, die den gouverneur mededeelde, dat een persoon,
+die gekleed was als een gedeporteerde, met aandrang vroeg om hem
+te spreken.
+
+Alle aanwezigen keken uiterst verbaasd op. Hoe voorbereid ook, hadden
+zij toch gemeend, te mogen twijfelen.
+
+"Laat dien persoon binnen komen," antwoordde kolonel Guyara, wiens
+ongeloof nu toch begon te wankelen, tegenover de niet te loochenen
+feiten.
+
+Juist sloeg de klok negen uren, toen Carpena in de omlijsting der
+deur van het salon verscheen. Zijne oogen waren geheel open en
+keken helder rond. Toch scheen hij niemand der aanwezige personen
+te ontwaren. Hij stapte regelrecht op den gouverneur toe en viel,
+toen hij hem op twee passen afstands genaderd was, op de knieën voor
+hem neder, terwijl hij de handen tot een smeekend gebaar samenvouwde.
+
+"Sire!" zei hij met heldere stembuiging, "ik vraag gratie van Uwe
+Koninklijke Majesteit!"
+
+De gouverneur was, zooals zich wel denken laat, geheel uit het veld
+geslagen en verkeerde thans zelf in een toestand, alsof hij onder
+den invloed van een benauwenden droom was. Hij wist in het eerst niet
+wat te antwoorden.
+
+"Gij kunt hem gerust gratie verleenen," zei de dokter glimlachende;
+"want bij hem zal geen enkele herinnering aan het gebeurde
+overblijven."
+
+"Ik verleen ze u!" antwoordde de gouverneur met eene waardigheid,
+alsof hij werkelijk Koning was van geheel Spanje, zoowel van het rijk
+in Europa, als van dat in West-Indië en Oost Indië.
+
+"Ja, maar..." zei Carpena aarzelend. "Ik wenschte nog een verzoek
+te doen."
+
+"Wat wilt ge nog meer?" vroeg kolonel Guyara, hem goedaardig aanziende.
+
+"Dat ge die gratie aanvult," ging de veroordeelde steeds geknield
+voort, "met het eerekruis van de Isabella-orde."
+
+"Ik schenk het u! Zijt gij nu tevreden, Carpena? Hebt gij nog iets
+te verzoeken?"
+
+Carpena wenkte neen met het hoofd en volvoerde toen een gebaar,
+alsof hij een voorwerp uit de hand van den gouverneur aannam, hetwelk
+deze hem zoude aangeboden hebben; hij hechtte dat denkbeeldige kruis
+eerbiedig op zijne borst, stond daarna op en trad, steeds met het
+gelaat naar den persoon, die voor hem de Koning was, gekeerd, de
+zaal uit.
+
+Ditmaal waren alle aanwezigen overtuigd en volgden Carpena tot aan
+de deur van het gouvernements-hôtel.
+
+"Ik wil hem begeleiden, ik wil hem naar het hospitaal zien
+terugkeeren!" riep de gouverneur uit, die in zijn binnenste een
+heftigen strijd voerde, alsof hij weigerde geloof te slaan aan hetgeen
+zijne eigene oogen toch waargenomen hadden, maar daarbij aan geheel
+andere invloeden gehoorzaamde. Hij stond geheel en al onder den
+invloed van zijn gast.
+
+"Gelooft gij mij nog niet?" vroeg dokter Antekirrt met een ietwat
+schamperen glimlach.
+
+"Ik kan niet!" antwoordde kolonel Guyara. "Het gaat totaal mijn begrip
+te boven."
+
+"Welnu, kom dan!" zei de dokter, terwijl hij van zijn stoel
+oprees. "Kom dan!"
+
+De gouverneur, Piet Bathory en dokter Antekirrt, vergezeld van
+nog eenige andere personen, sloegen denzelfden weg in als Carpena,
+die reeds zijne schreden naar de stad richtte. Namir, die hem van
+het oogenblik af, dat hij de strafkolonie verlaten had, bespied had,
+sloop in de donkere schaduw der boomen langs den weg voort, en verloor
+hem geen oogenblik uit het oog. Het kon toch zijn, dat het oogenblik
+gunstig kon worden, om een lastig getuige uit den weg te ruimen.
+
+De nacht was vrij donker. De Spanjaard stapte met regelmatigen pas
+zonder aarzeling langs den weg voort. De gouverneur en de personen van
+zijn gevolg hielden zich op een afstand van hem, met twee bewakers
+van het Presidio bij zich, die bevel hadden, den gevangene niet uit
+het oog te verliezen.
+
+De weg omgeeft, terwijl hij naar de stad voert, de kreek, die de
+tweede haven aan dezen kant van de rots van de Ceuta vormt. Op
+het onbewegelijke en zwartschijnend water der zee, schitterde de
+weerschijn van twee of drie lichten. Dat waren de seinlantaarns en
+het toplicht van de _Ferrato_, welker vormen ijl en nevelachtig,
+maar door de duisternis zeer vergroot, ontwaard werden.
+
+Toen hij dit punt genaderd was, verliet Carpena den weg en sloeg
+rechts in naar eene opeenhooping van rotsblokken, die ter hoogte van
+twaalf voeten ongeveer de zee beheerschten. Voorzeker had een gebaar
+van den dokter, dat door niemand opgemerkt was, wellicht slechts
+eene eenvoudige gedachtenuiting als overbrenger van zijn wil, den
+Spanjaard genoopt in dier voege zijn richting te wijzigen.
+
+De bewakers wilden toen den pas versnellen, om Carpena in te halen,
+ten einde hem te noodzaken den rechten weg te hernemen; maar de
+gouverneur, die zeer goed wist, dat van dien kant eene ontsnapping
+tot de onmogelijkheden behoorde, beval hem vrij en ongemoeid te laten.
+
+Carpena was intusschen op een der rotsen blijven stilstaan, alsof hij
+daar ter plaatse door eene onweerstaanbare macht tot onbewegelijkheid
+gedoemd was. Al had hij de voeten willen optillen, al had hij de
+beenen in beweging willen stellen, dan zou hij het toch niet gekund
+hebben. Dokter Antekirrt's wil, die hem beheerschte, nagelde hem aan
+den bodem vast, en hij stond daar als een standbeeld, maar als een
+zeer leelijk standbeeld.
+
+De gouverneur sloeg hem gedurende eenige oogenblikken gade en wendde
+zich toen tot zijn gast:
+
+"Welnu, waarde dokter, of ik wil of niet, ik moet aan de waarheid
+hulde doen!..."
+
+"Zijt gij thans overtuigd, maar inderdaad overtuigd, heer
+gouverneur?" vroeg dokter Antekirrt zegevierend.
+
+"Ja, ik ben overtuigd, dat er zaken bestaan, die men gelooven moet,
+al begrijpt men ze niet."
+
+"Dat's nog al gelukkig. Ik ben dus in mijne proefneming volkomen
+geslaagd?"
+
+"Ja, dokter Antekirrt; maar als ik u bidden mag, dring nu dien man
+de gedachte op..."
+
+"Welke, heer gouverneur?... Gij hebt slechts te bevelen. Welke gedachte
+wilt gij dat hij ten uitvoer zal leggen?"
+
+"Om dadelijk naar het Presidio terug te keeren! Alphonsus XII beveelt
+u dat!"
+
+Nauwelijks had de gouverneur dien volzin uitgesproken, toen Carpena
+zich oogenblikkelijk, zonder een kreet te slaken, in de wateren van
+de haven stortte.
+
+Was dat een ongeval? Was dat een willekeurige daad
+zijnerzijds. Ontsnapte hij door eene onvoorziene omstandigheid aan
+de macht en den invloed des dokters?
+
+Dat kan niemand zeggen. Dat was voor alle aanwezigen totaal
+onverklaarbaar.
+
+Allen liepen dadelijk zoo gezwind mogelijk naar de rotsen, terwijl
+de bewakers naar een smal strand afdaalden, hetwelk zich langs de
+zee uitstrekte...
+
+Na lang zoeken was geen spoor van Carpena gevonden. Eenige
+visschers-vaartuigen kwamen met allen spoed toeschieten, ook de sloepen
+van het stoomjacht... Alles was overbodig... Men vond zelfs het lijk
+van den veroordeelde niet terug. De stroom, die naar buiten zette,
+had het voorzeker naar volle zee gedreven.
+
+"Heer gouverneur," zei dokter Antekirrt, "ik betreur inderdaad
+levendig, dat mijne proefneming dien tragischen uitslag, waarop
+niemand verdacht kon zijn, heeft gehad."
+
+"Maar hoe verklaart gij, hetgeen plaats heeft gehad?" vroeg de
+gouverneur belangstellend.
+
+"Niet anders dan daardoor," antwoordde dokter Antekirrt, "dat bij de
+uitoefening van die gedachten-opdringing, waarvan gij het bestaan en
+de gevolgen niet meer kunt ontkennen, er nog leemten bestaan, nog
+onderbrekingen te constateeren zijn. Die man is een oogenblik aan
+mijne macht ontsnapt, dat is niet twijfelachtig; en, hetzij dat hij
+door eene duizeling overvallen is, hetzij dat eene andere oorzaak
+in het spel is, gij hebt het gezien: hij is van boven die rotsen
+neergestort! Dat is zeer betreurenswaardig..."
+
+"Och kom!" zei kolonel Guyara lachende. "Wat is er bij zoo'n geval
+betreurenswaardig!"
+
+"Neen, laat mij uitspreken, heer gouverneur," hernam dokter Antekirrt
+op zeer ernstigen toon. "Dat is zeer betreurenswaardig, omdat wij
+werkelijk een kostbaar sujet voor onze proefnemingen verloren hebben!"
+
+"Wij zijn een schoft kwijt, anders niet!" antwoordde de gouverneur
+wijsgeerig.
+
+Dat was de geheele en eenige grafrede op Carpena. Trouwens hij was
+geen andere waard.
+
+Dokter Antekirrt en Piet Bathory namen toen afscheid van den gouverneur
+van Ceuta. Zij wenschten vóór het aanbreken van den dag naar Antekirrta
+te vertrekken, en zij haastten zich, om hunnen gastheer te bedanken
+voor het aangename onthaal, hetwelk zij in de Spaansche volksplanting
+genoten hadden.
+
+De gouverneur drukte den dokter met warmte de hand en wenschte hem
+een voorspoedigen overtocht toe; maar deed hem alvorens beloven,
+dat hij hem bij gelegenheid weer zou komen opzoeken. Eerst toen hij
+daarop des dokters toezegging vernomen had, nam hij den terugtocht
+naar het gouvernements-hôtel aan.
+
+Misschien zal de lezer vinden, dat dokter Antekirrt wel eenigermate
+misbruik van het goede geloof en van het vertrouwen van kolonel Guyara,
+den gouverneur van Ceuta gemaakt heeft. Dat men hem veroordeele,
+dat men zijn gedrag bij die gelegenheid afkeure, het zij zoo, wij
+mogen er niets tegen hebben; want werkelijk, aan de loyauteit was
+eenigermate te kort gedaan. Maar de lezer mag evenwel daarbij niet
+uit het oog verliezen, aan welke taak graaf Mathias Sandorf zijn
+leven toegewijd had, ook niet dat hij eens verkondigd had: "duizend
+wegen... maar één doel!" [2]
+
+Hier was het één van die duizend wegen, dien hij ingeslagen had,
+en die had hem naar zijn doel gevoerd.
+
+Weinig tijds later had een van de sloepen van de _Ferrato_ den
+dokter en Piet Bathory aan boord overgevoerd. Luigi wachtte hen aan
+de valreep en ontving hen hartelijk.
+
+"En die man?..." vroeg de dokter met de uiterste belangstelling. "Is
+die man aan boord?"
+
+"De vlet, die hem volgens uwe bevelen aan den voet der rotsen
+bespiedde," antwoordde de jeugdige zeeman, "heeft hem na zijn val
+dadelijk opgenomen en ter sluiks aan boord gebracht. Ik heb hem in
+de kajuit van het voorschip doen opsluiten."
+
+"Heeft hij niets gezegd, toen hij uit het water gehaald werd?..." vroeg
+Piet Bathory.
+
+"Niets," antwoordde Luigi.
+
+"In het geheel niets?"
+
+"Wat zou hij hebben kunnen zeggen? Hij kon niet spreken... Hij schijnt
+stom te zijn."
+
+"Waarom kan hij niet spreken?"
+
+"Wel, hij is in diepen slaap gedompeld en heeft volstrekt geen
+bewustzijn zijner handelingen."
+
+"Goed," zei dokter Antekirrt.
+
+De beide jongelieden keken hem ietwat verwonderd aan, maar waagden
+het niet eene vraag te uiten.
+
+"Het was mijn wil," ging de dokter voort, "dat Carpena van boven die
+rots neerstortte en... hij is er afgestort.... Het was mijn wil,
+dat hij sliep en... hij slaapt!... Wanneer ik zal willen dat hij
+ontwaakt, zal hij ontwaken!... En nu, Luigi, anker op, en onder
+stoom! Ik hoop, dat gij daartoe geen uwer maatregelen zult uit het
+oog verloren hebben."
+
+De jonge zeeman knikte glimlachend van neen; de stoomketel had zijne
+volle spanning, het anker winden was spoedig geschied, en weinige
+minuten later had de _Ferrato_ de open Middellandsche zee bereikt en
+stevende oostwaarts op naar Antekirrta.
+
+
+
+
+
+III.
+
+ZEVENTIEN MALEN
+
+
+"Zeventien malen?..."
+
+"Ja, zeventien malen!"
+
+"Onmogelijk!"
+
+"Wel mogelijk!... Rood is zeventien malen achter elkander uitgekomen!"
+
+"Ongeloofelijk! Ik herhaal, dat het volstrekt onmogelijk is. En ik
+houd dat vol!"
+
+"Het mag onmogelijk, het mag ongeloofelijk schijnen; maar het is zóó
+en niet anders!"
+
+"En hebben de spelers daar tegen in volgehouden?"
+
+"Ja!"
+
+"Die domooren! Die ezels! die ganzen! Hadden zij dan hun verstand
+verloren?"
+
+"De bank heeft meer dan negen maal honderd duizend franken gewonnen!"
+
+"Zeventien malen?... Zeventien malen?... Achter elkander?..."
+
+"Ja, zeventien malen! en achter elkander!"
+
+"Met de roulette of met het trente et quarante?... Zeg mij, met welke
+dier beiden?"
+
+"Met het trente et quarante!"
+
+"Dat is voorzeker binnen het tijdperk van vijftien jaren niet
+voorgekomen."
+
+"Vijftien jaren, drie maanden en veertien dagen geleden, is het nog
+eens gebeurd!" antwoordde koelbloedig een oude speler, die tot de
+eerbiedwaardige klasse der ongelukkige dobbelaars behoorde. "Ja,
+mijnheer, en het was toen zomer--wat zeer opmerkelijk is.--Ik ben
+betaald, om er iets van te weten."
+
+Zoodanig waren de praatjes of beter de uitroepen, welke in het
+voorportaal en tot op het bordes van den Club der Vreemdelingen te
+Monte Carlo in den avond van den 3den October, dus acht dagen na de
+ontsnapping van Carpena uit de Spaansche strafkolonie, gehoord werden.
+
+En toen ontstond te midden van die opeengedrongen menigte van spelers,
+zoowel uit vrouwen als uit mannen van iedere nationaliteit, van iederen
+leeftijd, van iederen rang of klasse bestaande, eene uitbarsting van
+geestdrift. Het was of hooren en zien moest vergaan.
+
+Men zou de roode kleur wel hebben willen toejuichen, zooals men een
+paard zou gedaan hebben, dat den grooten prijs bij de wedrennen van
+Longchamps of van Epsom zoude behaald hebben.
+
+En, inderdaad, voor die wel eenigszins gemengde bevolking, welke
+dagelijks daar in dat kleine vorstendom Monaco uit de Oude en Nieuwe
+wereld samenstroomt, had dat hardnekkig uitkomen der roode kleur in
+eene serie van zeventien malen de belangrijkheid van eene staatkundige
+gebeurtenis, die de wetten van het Europeesche evenwicht zou verbroken
+of gewijzigd hebben. Erger dan dat! Want wat gaat het Europeesche
+evenwicht een rechtgeaarden speler aan?
+
+Gemakkelijk zal door den lezer aangenomen worden, dat die wel wat
+zonderlinge hardnekkigheid van de roode kleur niet had kunnen plaats
+hebben zonder veelvuldige slachtoffers gemaakt te hebben, vooral als
+medegedeeld wordt, dat de winst der bank belangrijke sommen beliep.
+
+"Bijna een millioen!" mompelde men in de verschillende groepjes. "Bijna
+een millioen!"
+
+En die winst sproot voornamelijk daaruit voort, dat de groote
+meerderheid der spelers koppig tegen zulk eene onwaarschijnlijke
+uitkomst gestreden hadden.
+
+Onder die allen hadden voornamelijk twee vreemdelingen het grootste
+deel betaald aan dat, wat door de ridders van de groene tafel de
+"déveine" genoemd wordt.
+
+De eene koel van uiterlijk, was zeer teruggetrokken, hoewel hij groote
+aandoeningen bij het spel ondervonden had, waarvan trouwens zijn bleek
+gelaat nog de sporen droeg. De andere vertoonde een ontsteld gelaat,
+had de haren in wanorde, terwijl zijn oogen rondkeken als die van
+een waanzinnige of van een wanhopige.
+
+Beiden waren de trappen van het perron afgedaald en verdwenen in het
+duister naar den kant van de Duivenschietbaan.
+
+"Dat is op meer dan viermaal honderd duizend francs, dat die vervloekte
+serie ons te staan komt!" riep de oudste dier twee uit. "Het is
+verschrikkelijk!"
+
+"Gij kunt zeggen viermaal honderd en dertien duizend," verbeterde
+de jongste op den toon van een kassier, die de som eener optelling
+controleert.
+
+"En thans blijft mij...."
+
+"Hoeveel?... Kom, zeg op, en wees niet achterhoudend! Het kan je toch
+niets baten!"
+
+"Nauwelijks tweemaal honderd duizend francs over!" jammerde de eerste
+speler op treurigen toon.
+
+"Denkt ge dat?" vroeg de andere snijdend spottend. "Ik geloof, dat
+gij u vergist!"
+
+"Meent ge meer?"
+
+"Het mocht wat!... Slechts honderd zeven en negentig
+duizend!" antwoordde de jongste op niet te verstoren flegmatischen
+toon.
+
+"Slechts dat?"
+
+"Ja, kijk maar!" ging de jongste voort, terwijl hij zijn makker een
+met cijfers bekrabbeld papier vertoonde.
+
+"Dat is dus alles, wat mij van de twee millioenen overblijft, die ik
+nog had, toen gij mij genoodzaakt hebt u te volgen."
+
+"Een millioen, zeven honderd vijf en zeventig duizend francs! Niets
+meer of minder dan dat!"
+
+"En dat in minder dan twee maanden!..."
+
+"In een maand en zestien dagen!"
+
+"Sarcany!..." riep de oudste, die door de koelbloedigheid zijns
+makkers, maar niet minder door de bijtende juistheid der cijfers,
+die deze opsomde, buiten zich zelven geraakte, verbitterd uit.
+
+"Welnu, Silas! Wat wilt ge? Ik dien u op de hoogte te brengen en te
+houden. Effen rekeningen onderhouden de vriendschap."
+
+"Ga zoo niet voort!" sprak de andere dreigend.
+
+"Ah bah!" zei de ander met een luchtig gebaar. "Gij zijt heden in
+een booze bui."
+
+Ja, het waren Silas Toronthal en Sarcany, welke dat gesprek met
+elkander voerden. Sedert zij Ragusa verlaten hadden, in dat kort
+tijdsbestek van drie maanden, hadden zij het verzwendelen van hun
+vermogen nagenoeg voltooid. Daaraan ontbrak waarlijk nog maar weinig
+aan. Nadat hij zijn geheel aandeel, hetwelk hij tot prijs voor zijne
+schandelijke verklikking genoten had, opgemaakt en verbrast had,
+was Sarcany zijn ouden medeplichtige te Ragusa komen opzoeken. Daarop
+hadden beiden met Sava die stad verlaten.
+
+Toen was Silas Toronthal, die steeds door Sarcany in die doolhoven
+van het dobbelspel voortgesleurd werd, niet veel tijd meer gegund
+om tot verademing te komen. Zijn vermogen was spoedig te gronde
+gericht. Er moet bijgevoegd worden om der rechtvaardigheids wille,
+dat het Sarcany niet veel moeite gekost had, om van den ouden bankier,
+die steeds een doldriftig speculant was geweest, die meer dan eens
+zijn naam en bestaan in finantiëele ondernemingen, waarvan het blind
+geluk de gids was, ergerlijk gewaagd had, een speler, een getrouwe
+van kroegen en speelholen te maken. De geaardheid zat er in en had
+slechts op de gelegenheid gewacht, om tot ontwikkeling te komen.
+
+Daarenboven, hoe zou Silas Toronthal hierbij weerstand hebben kunnen
+bieden?
+
+Was hij niet meer dan ooit in de macht van zijn ouden makelaar bij
+zijne Tripolitaansche handelsondernemingen?
+
+Wel is waar, kwam zijn gemoed meermalen in opstand, maar dat baatte hem
+weinig; want Sarcany hield hem door zijne onweerstaanbare meerderheid
+in onverbreekbare boeien gekluisterd; en de ellendeling was zoo diep
+gezonken, dat hem de geestkracht ontbrak, zich uit zijne vernedering
+op te richten.
+
+Sarcany verontrustte zich dan ook geenszins over die vlagen van
+weerstand, welke zijn medeplichtige soms aan den dag legde, alsof
+hij het juk van zijn noodlottigen invloed wilde afschudden. De
+onbeschoftheid zijner antwoorden, de onwrikbaarheid zijner logica
+deden Silas Toronthal ras den nek weer buigen.
+
+De eerste zorg der beide medeplichtigen was geweest, toen zij Ragusa
+onder de omstandigheden, die de lezer voorzeker niet vergeten heeft,
+verlaten hadden, om Sava onder bewaking van Namir in verzekerde
+bewaring te stellen. En inderdaad, in die schuilplaats te Tetuan,
+als het ware een verloren plekje op de grenzen van het Marokkaansche
+rijk, zou het moeielijk geweest zijn haar weer te vinden.
+
+Daar had de onverbiddelijke bondgenoote van Sarcany op zich genomen,
+de wilskracht van het jonge meisje te verbrijzelen, ten einde haar te
+noodzaken hare toestemming tot dat gehaatte huwelijk te geven. Sava
+evenwel was tot nu toe onverzettelijk in haar besluit geweest en
+had zich daarbij gesterkt gevoeld door hare herinneringen aan Piet
+Bathory. Maar, ... zou zij--die vraag mocht wel rijzen: altijd kunnen
+weerstand bieden?
+
+Intusschen had Sarcany zijn makker steeds opgehitst, om voort te
+gaan met dwaasheden aan de speeltafel uit te voeren, hoewel hij zelf
+daarbij zijn eigen vermogen verkwist had. Hij scheen daar een doel
+mede te hebben.
+
+In Frankrijk, in Italië, in Duitschland, in een woord in alle de groote
+bevolkings-centra, waar de blinde godin van het spel hare altaren
+opgeslagen had, op de beurs, bij de wedrennen en in de speelzalen
+der groote hoofdsteden, der badplaatsen, enz. had Silas Toronthal
+aan de stem der verleiding van Sarcany gehoor gegeven; en weldra was
+zijn vermogen tot op een paar honderd duizend francs ingeslonken En
+dat kon niet anders, want terwijl de bankier slechts zijn eigen geld
+op het spel zette, waagde Sarcany dat van den bankier. En langs dat
+dubbel hellend vlak spoedden beiden zich met dubbele snelheid naar
+het verderf.
+
+Daarenboven wat de spelers de "déveine" noemen,--een naam waarachter
+zij hunne domme verblindheid verbergen,--verklaarde zich werkelijk in
+hun nadeel. En toch geschiedde dat niet zonder dat zij alle kansen
+beproefd hadden. Zij waren zelfs uitermate vindingrijk geweest,
+om nieuwe speelwijzen te volgen; maar te vergeefs.
+
+Om kort te gaan, het was het baccarat-spel, dat het grootste gedeelte
+der millioenen verslond, die van de goederen van graaf Mathias Sandorf
+afkomstig waren, zoodat Silas Toronthal er toe was moeten overgaan,
+om het fraaie huis in de Stradona-laan te Ragusa te verkoopen. Dat
+was een zware slag voor den bankier geweest.
+
+Eindelijk, walgend van die verdachte huizen en bijeenkomsten, alwaar
+het "rien ne va plus" der "croupiers" in de Peloponesische taal,
+in de zoogenaamde dieventaal, uitgesproken moest worden, waren zij
+ten langen laatste een weinig meer eerlijkheid komen afbedelen aan
+de roulette en aan het "trente et quarante" te Monte Carlo. Dat zij
+nu letterlijk uitgeschud waren, hadden zij thans slechts aan hunne
+stijfhoofdigheid te wijten, die hen er toe aangezet had, om den strijd
+bij zoo ongelijke kansen hardnekkig vol te houden en voort te zetten.
+
+En, ziedaar de redenen, waarom die twee mannen zich thans sedert drie
+weken te Monte Carlo bevonden.
+
+Monte Carlo maakt een onderdeel uit van het vorstendom Monaco, en daar
+het _à tout Seigneur tout honneur_ ook hier betracht dient te worden,
+zullen wij, hoe bescheiden dat landje ook is, ons eerst met het Rijk
+en daarna met de onderhoorigheid bezighouden.
+
+Monaco is een zelfstandig, onder de beschermheerschappij van den koning
+van Italië gesteld vorstendom, hetwelk aan den westelijken oever van
+de golf van Genua gelegen en door het Fransche departement des Alpes
+Maritimes ingesloten wordt. Vroeger was het iets meer uitgebreid
+dan thans, maar in 1871 stond Vorst Karel Honorius, nadat in 1860
+Nizza door Frankrijk ingelijfd was geworden, de gemeenten Mentone
+en Roccabruna tegen eene vergoeding van vier millioen francs aan
+laatstgenoemd rijk af.
+
+Het tegenwoordige vorstendom, dat bijna 0,5 vierk. geograpische mijl
+beslaat en ongeveer dertig minuten lang en op sommige plaatsen slechts
+honderd vijftig meter breed is, telt ongeveer 10,200 inwoners en vormt
+eene erfelijke monarchie in het bezit van het Genueesche Huis Grimaldi.
+
+Volgens de geleerden, zoude de naam Monaco afgeleid worden van een
+tempel aan Hercules Monoecus gewijd. Het rijkje bezit een staatsraad,
+die uit vijf leden bestaat, en eene bezetting van een bataillon
+nationale militie.
+
+Het stedeke Monaco is gelegen op een in zee uitspringend terras,
+en zoowel deze uitnemende ligging als het ongemeen gunstig klimaat
+en het voortbestaan van de eenige speelbank in Europa, lokt vele
+vreemdelingen derwaarts. Men ziet er een vorstelijk kasteel, omringd
+door fraaie wandelparken en vestingwerken. De stad telt nagenoeg
+drie duizend inwoners; heeft eene haven voor niet diepgaande schepen
+en eene katoenfabriek, die nog al verkeer verschaft. Door hare
+breede en stevige muren heeft de stad een krijgshaftig en zelfs een
+sterk aanzien, en herinnert er weer aan, hoe deze muren weleer tot
+schuilplaats van zeeroovers dienden.
+
+Aan de andere zijde der baai, vlak tegenover, ligt Monte Carlo met
+zijn Casino, waarheen een prachtige en uitstekend onderhouden rijweg
+heen voert, te midden van berken- en pijnboomen, cypressen en ceders.
+
+De ingang van het Casino, hetwelk op een open plein staat, is met
+fraaie marmeren beelden versierd. Dat plein geeft toegang tot de
+rijk gemeubelde voorzalen, waarin danspartijen en concerten gegeven
+worden. Daarachter bevindt zich een heerlijk ingerichte leeszaal,
+waarin men de dagbladen en de tijdschriften van de geheele beschaafde
+wereld vindt.
+
+Naast de eetzaal zijn de inderdaad smaakvolle en weelderig ingerichte
+_Salons de jeu_ te vinden.
+
+Het geheele Casino is op Franschen voet ingericht, wat zich door de
+onmiddellijke nabijheid der grenzen wel verklaren laat.
+
+Men ziet er slechts Fransch geld op de groene tafel.
+
+De toegang tot de speelzalen wordt niet aan een ieder verleend. Zij,
+die tot den dienstbaren stand behooren, en personen, die niet net
+genoeg gekleed zijn, worden stelselmatig geweerd. In de eerste plaats
+wordt er een vernis van goede manieren geëischt. De edelman, die zich
+aan de groene tafel ruïneert, doet dat in de meest verfijnde vormen.
+
+Toch kan op gebeurtenissen gewezen worden, dat een ongelukkige speler
+zich in het midden der zaal, ten aanschouwe van een ieder, door een
+pistoolschot het leven benam.
+
+De contrôle, op de gasten der speelzalen uitgeoefend, is zeer streng,
+ook op hen die, wat hunne kleeding en manieren betreft, niets te
+wenschen overlaten. Niemand kan er binnen komen zonder eene entrée-
+of beter eene introductie-kaart, die door den _Commissaire Spécial_
+onderteekend moet zijn. Die kaart wordt slechts tegen nauwkeurige
+opgave van naam, woonplaats en stand in de maatschappij afgegeven,
+terwijl op iedere kaart duidelijk uitgedrukt staat, dat zij slechts
+voor één dag geldig is.
+
+Door de veelvuldige zalen, gangen en galerijen zwerven tallooze lakeien
+met gegalonneerde rokken en met gladgeschoren vervelende gezichten.
+
+In den regel wordt het spel tegen den avond met meer opgewondenheid
+voortgezet dan over dag. De geheele zaal is dan door duizenden
+waskaarsen schitterend verlicht en verdringt zich dan eene dichte
+menigte rondom de groene tafel, zoodat de voorste rij, waar gewoonlijk
+de vaste spelers zitten, onwillekeurig angstig omkijkt. Er wordt
+nimmer toegejuicht; maar evenmin wordt er eene klacht vernomen. Men
+hoort slechts het gerinkel of beter het metaalachtig geriktik van
+het goud. Hier mogen slechts de oogen, niet de lippen spreken. Ook
+dat is door de almachtige "Administration" bepaald.
+
+Maar hoe duidelijk zijn die blikken, hoe begrijpelijk is dat
+gebarenspel!
+
+In die vertrekken vinden wij Silas Toronthal en Sarcany terug. Zij
+verlieten de speeltafels niet meer, waarbij zij de onfeilbaarste en de
+nieuwste kunstgrepen probeerden, die hen evenwel al verder en verder in
+het verderf dompelden. IJverig bestudeerden zij de omwentelingen der
+roulette, wanneer de hand des croupiers in het laatste kwartieruur
+van haren dienst vermoeid raakte; zij stapelden maximum sommen op
+de nummers, die maar niet uit wilden komen; zij verwarden de meest
+eenvoudige combinatiën met de meest samengestelde; zij hoorden de
+raadgevingen aan van oude ongeluksvogels bij het spel, die zich
+thans voor professoren in de edele kunst uitgaven, en volgden die
+blindelings; zij wendden de domste pogingen aan en pleegden de meest
+bijgeloovige handelingen, die den speler tusschen het kind, dat zijn
+verstand nog niet heeft, en den idioot, die het voor altijd verloren
+heeft, eene plaats aanwijzen. En nog, wanneer men slechts zijn geld bij
+het spel verloor, dan was het betrekkelijk nog niets; maar men raakt
+er zijne verstandelijke vermogens tevens zoodanig kwijt, dat men er
+toe komt de meest bespottelijke combinatiën uit te denken; men geeft
+er zijne persoonlijke waardigheid prijs bij de aanraking dier wereld,
+welker gemengdheid zich aan allen, die er zich in wagen, opdringt.
+
+Om kort te gaan, ten gevolge van de gebeurtenissen op dien avond,
+die berucht werden in de annalen van het wereldberoemde Monte Carlo,
+door de hardnekkigheid, ja de stijfhoofdigheid om vol te houden tegen
+eene serie van zeventien keeren, dat de roode kleur bij het _trente
+et quarante_ uitkwam, bleven aan de twee medeplichtigen nog niet eens
+meer tweemaal honderd duizend francs over.
+
+Dat was de ellende en de bedelstaf binnen een zeer beperkt verschiet,
+vooral voor mannen als deze.
+
+Maar al hadden zij ook al hun vermogen verloren, zoo waren zij toch
+nog hun verstand niet geheel en al kwijt; want terwijl zij daar op het
+terras stonden te praten, konden zij een speler zien voorbijsnellen,
+die met het hoofd op hol, door de tuinen van het Casino rondliep
+en uitriep:
+
+"Kijk!... Kijk!... Hij draait steeds!... Hij draait steeds!... En
+zal altijd draaien!..."
+
+Allen, die hem zagen, lachten hartelijk; en toch was daar zeer weinig
+reden om te lachen.
+
+De ongelukkige verbeeldde zich, dat hij juist gezet had op het nummer,
+hetwelk voorbeschikt was, om uit te komen; maar dat de cilinder,
+door eene spookachtige omwentelingskracht verward, draaide, draaide,
+draaide, en was blijven draaien tot het einde der eeuwen en der
+wereld!...
+
+De arme kerel was krankzinnig! Geheel en al onherstelbaar krankzinnig!
+
+"Zijt gij thans weer kalm geworden, Silas Toronthal?" vroeg Sarcany
+aan zijnen medeplichtige, die geheel buiten zichzelven van ontsteltenis
+was.
+
+"Kalm, kalm!" bromde de bankier binnensmonds. "Gij hebt goed praten! Ik
+wilde u wel in mijne plaats zien."
+
+"Dat die waanzinnige u tot voorbeeld strekke, wat het zeggen wil,
+in zulke omstandigheden het hoofd te verliezen."
+
+"Ik herhaal het, en zal het steeds herhalen: gij hebt mooi praten;
+maar ik wilde u wel in mijne plaats zien."
+
+"Wij zijn niet geslaagd, dat is zoo," vervolgde Sarcany; "maar het
+lot zal keeren, omdat het daartoe gedwongen zal worden, ook zonder
+dat wij er iets voor doen."
+
+Silas Toronthal, in de meest onbevredigde stemming verkeerende,
+knorde steeds binnensmonds.
+
+"Neen, wij moeten en wij mogen niets ondernemen, om het lot gunstiger
+te stemmen!" ging Sarcany voort. "Dat is gevaarlijk, en daarenboven
+geheel overbodig.... Men slaagt er nimmer in, het lot te wijzigen,
+wanneer het ongunstig is. En niets kan het storen, wanneer het in
+ons voordeel is!... Laten wij wachten, totdat het ongeluk afgewend
+zal zijn, en laten wij dan niet aarzelen, om ons spel, wanneer wij
+de veine hebben, hoog op te voeren."
+
+Luisterde Silas Toronthal naar die trouwelooze raadgevingen, die
+evenals alle redeneeringen, welke hasardspelen betreffen, slecht,
+zeer slecht waren? Neen, voorzeker niet! Hij gevoelde zich diep
+ter neergedrukt en had toen slechts eene overheerschende gedachte,
+namelijk: om aan de macht, welke Sarcany zoo noodlottig op hem
+uitoefende, te ontsnappen, om zoover weg te vluchten, dat zijn
+verleden achter bleef en hem niet zou kunnen volgen, om op een
+gegeven oogenblik tegen hem op te staan! Maar zulke aanvallen van
+beslissende wilskracht konden onmogelijk lang duren in die verweekte
+ziel, waarvan al de veerkracht gebroken was. Daarenboven werd hij van
+nabij bewaakt en bespied door zijn medeplichtige. Sarcany, alvorens
+hem aan zich zelven over te laten, alvorens hem als een uitgeperste
+citroen weg te werpen, had hem nog noodig, totdat zijn huwelijk met
+Sava voltrokken zoude zijn. Daarna zou hij zich van Silas Toronthal
+wel weten te ontdoen. Hij zou hem dan vergeten, hij zou zich dat zwakke
+wezen niet meer herinneren, alsof hij nimmer bestaan had, hij zou niet
+meer willen weten, dat zij te zamen zaken gedaan hadden! Maar tot dat
+oogenblik moest de bankier in zijne afhankelijkheid blijven! Zoo had
+Sarcany het besloten en zoo meende hij dat het moest geschieden.
+
+"Silas Toronthal," hernam Sarcany, "wij zijn heden zoo ongelukkig
+geweest, dat het ongunstige lot in ons voordeel moet keeren!... Morgen
+zal het ons gunstig zijn!"
+
+"En als ik het weinige wat mij overblijft verlies!" antwoordde de
+bankier, die te vergeefs tegen die verkeerde raadgevingen trachtte
+op te komen. "Zeg, wat dan?"
+
+"Dan blijft ons Sava Toronthal over!" was het antwoord, dat Sarcany
+vrij driftig gaf.
+
+"En dan?" vroeg de bankier op geheel ter neder geslagen toon. "En
+dan?..."
+
+"Dat is eene bovenste beste troef in ons spel. Die kan onmogelijk
+overgetroefd worden!"
+
+"Ja, morgen!... Gij denkt slechts, die dan leeft, die dan zorgt,
+niet waar?"
+
+"Zeker morgen!" bevestigde Sarcany. "Morgen zal het mijn geluksdag
+zijn, wees daarvan verzekerd."
+
+"Ja, morgen! ... morgen!" herhaalde de bankier, die zich in die
+gemoedsstemming bevond, waarin een speler zijn hoofd als inzet zou
+stellen. "Morgen!... Morgen!... Welaan, het zij zoo!"
+
+Beiden keerden naar hun hôtel terug, dat halverwege van de laan
+gelegen was, die van Monte Carlo naar La Condamine voert.
+
+De haven van Monaco, die begrepen ligt tusschen de kaap Focinana en
+het fort Antonius, vormt een vrije open kreek of kleine baai, die
+toegang aan de noordwestelijke en zuidwestelijke winden verleent. Zij
+buigt zich landwaarts in van de rotsmassa af, die de hoofdstad van den
+Monacoschen staat torscht, tot aan het hoogvlak, waarop de hôtels,
+de villa's en het speelhuis van Monte Carlo verrijzen, aan den voet
+van den prachtigen Mont-Ayel, wiens top elf honderd meters hoog is
+en het schilderachtige panorama van de kusten van Ligurië beheerscht.
+
+De stad, die zooals gezegd is drie duizend inwoners telt, gelijkt
+op een dischversiersel, hetwelk op die prachtige tafel geplaatst
+zoude zijn, die door de rots van Monaco gevormd en langs drie zijden
+door de zee bespoeld wordt, en die zelve onzichtbaar is onder het
+eeuwige groen der palmboomen, der granaatboomen, der sycomoren, der
+peperboomen, der oranje- en citroenboomen, der eucalyptussen, der
+boomachtige varens en struikgewassen, zooals geraniums, aloëssen,
+myrten, palmachristi's en zoovele anderen, die in eene bevallige
+wanorde naast en tusschen elkander groeien.
+
+Aan de andere zijde van de havenkom ligt, vlak tegenover de hoofdplaats
+Monaco, Monte Carlo met zijne zonderlinge gebouwen en massa's, die zich
+op alle bergwrongen verheffen, die zigzagsgewijze nauwe en klimmende
+straten vormen, die tot bij den weg van La Corniche stijgen, welke weg
+halverwege den berg, als in de lucht hangende, aangetroffen wordt. Dat
+Monte Carlo vertoont als het ware een schaakbord van tuinen, waarin de
+gewassen steeds in bloei zijn, van bevallige woningen in alle vormen,
+van villa's in alle bouwstijlen, en waarvan er ettelijke als zwevende
+boven de heldere wateren der Middellandsche zee gebouwd zijn. Het is
+inderdaad een bekoorlijk oord, een der fraaiste, hetwelk het schoone
+Italië oplevert.
+
+Tusschen Monaco en Monte Carlo, heel diep in de bocht der haven,
+van het strand af tot aan de vernauwing van het grillig toeloopend
+dal, dat de berggroepen scheidt, ontwikkelt zich eene derde stad:
+dat is La Condamine.
+
+Daarboven ter rechterzijde verrijst een grootsche berg, wiens profiel,
+naar de zeezijde gekeerd, hem den naam van den Hondenkop heeft
+verleend. Op dien kop ontwaart men thans ter hoogte van vijfhonderd
+twee en veertig meters boven de oppervlakte der zee, een fort, dat
+gezegd kan worden onneembaar te zijn, en de eer heeft tot het Fransche
+grondgebied te behooren. Aan dien kant bevindt zich de grens van het
+Monacosche rijkje.
+
+Van La Condamine naar Monte Carlo kunnen de rijtuigen langs een
+prachtigen hellenden weg naar boven komen. Op het hoogste gedeelte
+daarvan verrijzen de particuliere woningen en de hôtels, waarvan een
+door Sarcany en Silas Toronthal betrokken was. Van uit de vensters
+hunner vertrekken, die naast elkander gelegen waren, genoot men
+een vergezicht, hetwelk zich tot La Condamine, ja tot over Monaco
+uitstrekte en slechts door den Hondenkop begrensd werd, door dat
+dogsgelaat, hetwelk de Middellandsche zee schijnt te ondervragen,
+zooals de Sfinx dat met de Lybische woestijn deed.
+
+Sarcany en Silas Toronthal hadden zich na hunne teleurstellingen in
+hunne kamers teruggetrokken en onderzochten en overpeinsden daar den
+toestand, natuurlijk ieder van zijn standpunt. Zouden thans de banden
+der gemeenschappelijke belangen, die hen gedurende vijftien jaren te
+zamen gebonden hadden, door de fortuinswisselingen verbroken worden?
+
+Bij zijne thuiskomst had Sarcany een brief gevonden, die van Tetuan
+aangebracht was en dien hij dadelijk geopend had. Hij wierp er in
+alle haast een blik in.
+
+In weinige regels deelde hem Namir twee tijdingen mede, die voor
+hem zeer belangrijk waren. Vooreerst den dood van Carpena, die in
+de haven van Ceuta, tengevolge van zeer zonderlinge omstandigheden
+verdronken was. Dan de verschijning van dokter Antekirrt op dat punt
+van de Marokkaansche kust, alsmede de aanrakingen die deze met den
+Spanjaard gehad had, waarna hij dadelijk weer verdwenen was.
+
+Toen hij dien brief gelezen had, opende Sarcany het venster van zijne
+kamer. En daar, geleund op den rand van het balkon, gaf hij zich,
+terwijl zijn blik doelloos en verstrooid over het landschap en over de
+blauwe golven der Middellandsche zee waarde, aan zijne overpeinzingen
+over. Die waren verre van rooskleurig.
+
+"Carpena dood!... Dat kon waarlijk niet beter te pas komen!... Komaan,
+dan waren zijne geheimen met hem verdronken en in de diepte op den
+bodem van den Oceaan begraven!... Van dien kant kan ik dus gerust
+zijn!.. Daaromtrent heb ik niets meer te vreezen!"
+
+Toen met alle nieuwsgierigheid tot het tweede gedeelte van den brief
+overgaande:
+
+"Wat de verschijning van dien dokter Antekirrt te Ceuta betreft,
+dat komt mij ernstiger voor!... Wie is die man toch?... Dat zou mij,
+alles wel beschouwd, bitter weinig kunnen schelen, wanneer ik hem
+niet sedert eenigen tijd min of meer daadwerkelijk gemengd vond in
+alles wat mij betreft! ... Te Ragusa, zijne bezoeken aan de familie
+Bathory! ... Te Catania, die strik, welken hij aan Zirone gespannen
+heeft! ... Te Ceuta, die tusschenkomst, die evenwel Carpena het leven
+gekost heeft! ... Hij was daar dicht bij Tetuan! ... Maar het schijnt
+niet, dat hij er heen gegaan is, ook niet, dat hij weet, dat daar de
+schuilplaats van Sava te vinden is. Dat zou een verschrikkelijke slag
+zijn, die evenwel nog gebeuren kan! ... Wij zullen zien, of die niet
+voorkomen kan worden, niet alleen voor het toekomstige maar zelfs voor
+het tegenwoordige! ... De Senousisten zullen weldra meester zijn van de
+geheele Cyrenaïsche kuststrook; ... zij zullen dan slechts een zeearm
+over te steken hebben, om Antekirrta aan te kunnen vallen! ... Als zij
+in dat spoor voortgedreven moeten worden ... welnu, dan zal ik wel ..."
+
+Het is klaarblijkelijk, dat alle die feiten donkere vlekken aan
+Sarcany's gezichteinder vormden. In de sombere verwikkelingen, die
+hij pas voor pas ontwierp, om zijn doelwit te bereiken, en hetwelk
+hij schier met de hand aanraakte, kon het kleinste steentje een
+struikelblok worden, die hem zou kunnen doen vallen en vernietigen. En
+van dien val zou hij waarschijnlijk niet meer opstaan. Nu was die
+tusschenkomst van dokter Antekirrt in zijne plannen wel geschikt om
+hem te verontrusten; maar wat hem nog meer zorgen baarde, en ernstige
+zorgen, was de tegenwoordige toestand van Silas Toronthal. Die was
+het krankzinnig worden nabij.
+
+"Ja," zoo sprak hij tot zich zelven, "wij zijn, inderdaad, zonder
+uitweg tegen den muur gedrongen! ... Morgen wordt alles op één worp,
+op één dobbelsteen gezet! ... Of de bank zal springen, of ... wij! Dat
+ik geruïneerd zal zijn door zijn val ... wat kan dat schelen? Ik kan
+mij herstellen ... Maar Silas Toronthal? Dat is iets anders ... Dan
+zal hij gevaarlijk worden, ... dan kan hij geneigd zijn te praten,
+... dan kan hij het geheim openbaren, waarop mijn geheele toekomst
+rust! ... Dan zou hij, nadat hij zoolang in mijne macht geweest is,
+macht over mij krijgen!"
+
+En, inderdaad, de toestand was zoodanig, als Sarcany hem inzag. Hij
+kon zich deswege geen droombeelden maken, ook niet over de moreele
+waarde van zijn medeplichtige. Hij had hem vroeger onderwijs in onrecht
+en laaghartigheid gegeven, en Silas Toronthal zou niet nalaten die
+lessen op te volgen, wanneer hij niets meer te verliezen zou hebben.
+
+Sarcany vroeg zich toen af, hoe hij te handelen had in zoo'n benauwend
+uiterste.
+
+Terwijl hij zoo in gedachten verzonken zat, zag hij niet, wat bij den
+ingang der haven van Monaco, die eenige honderden voeten beneden hem
+gelegen was, plaats vond.
+
+Op den afstand van eene kabellengte van dien ingang gleed een
+lang spoelvormig lichaam in volle zee voorwaarts, dat noch mast
+noch schoorsteen vertoonde, en waarvan de romp slechts twee of drie
+voeten boven de wateroppervlakte uitstak. Dat vaartuig kwam weldra, na
+langzamerhand de Focicana-kaap tot vlak onder het duiven-schietterrein
+van Monte Carlo genaderd te zijn, eene meer gunstige ankerplaats,
+voor de branding beveiligd, zoeken. Toen die gevonden en het anker
+in den zeebodem gevallen was, stak eene lichte jol, van plaatijzer
+vervaardigd, die als in de flanken van dat schier onzichtbare schip
+verscholen was geweest, van boord af, nadat drie mannen daarin plaats
+hadden genomen. Weinige riemslagen waren voldoende, om het nabijgelegen
+strand te bereiken, waar twee der opvarenden aan wal stapten, terwijl
+de derde de jol naar boord terugroeide. Weinige minuten later was
+het geheimzinnige vaartuigje, dat zijne tegenwoordigheid noch door
+een licht noch door eenig gedruisch verraden had, zonder eenig spoor
+na te laten, in de duisternis verdwenen.
+
+Wat de beide ontscheepte mannen betrof, deze volgden, nadat zij de
+strandstrook overgestoken waren, den voet der rotsen en richtten
+hunne schreden naar het station van den spoorweg van Monaco, daarna
+sloegen zij de Spelugualaan in, die sierlijk en bevallig om de tuinen
+van Monte Carlo voert.
+
+Sarcany had daarvan niets gezien. Zijne gedachten voerden hem in dit
+oogenblik ver, zeer ver van Monaco, naar den kant van Tetuan... Maar
+hij dwaalde er niet alleen heen. Hij noodzaakte zijn medeplichtige
+die denkbeeldige reis mede te maken. Die was waarachtig in geene
+stemming om denkbeeldige reizen te volvoeren.
+
+"Silas! ... ik in de macht van Silas Toronthal!.." zoo herhaalde hij
+al prevelend in zich zelven. "Silas, die met één woord mij zou kunnen
+beletten, mijn doel te bereiken! ... Dat nooit! ... Als wij morgen
+het geld niet teruggewonnen hebben, wat het spel ons ontnomen heeft,
+dan zal ik hem wel noodzaken mij te volgen! ... Ja, dat zal ik ... mij
+te volgen tot Tetuan toe ... en wie zal zich daar op de Marokkaansche
+kust om Silas Toronthal bekommeren, wanneer hij eensklaps kwam te
+verdwijnen? Niemand ter wereld, niemand, niet waar?"
+
+De lezer weet het: Sarcany was er de man niet naar, om voor
+eene misdaad meer of minder terug te deinzen, vooral wanneer de
+omstandigheden, zooals de onbekendheid van de landstreek, de woestheid
+harer inwoners, de onmogelijkheid om den schuldige op te sporen en
+uit te vinden, de volvoering zoo gemakkelijk zouden maken.
+
+Toen zoo zijn plan vastgesteld was, sloot Sarcany het venster, ging
+naar bed en was weldra in een diepen slaap gedompeld, zonder dat
+zijn geweten die rust stoorde, zonder dat zelfs eenige wroeging zich
+deed gevoelen.
+
+Met Silas Toronthal was het niet zoo gesteld. De bankier bracht een
+schrikkelijken nacht door. En niet zonder reden! Wat bleef hem van
+zijn vermogen van weleer nog over? Ter nauwernood tweemaal honderd
+duizend franken, die door het spel niet verzwolgen waren. En dan
+nog: die behoorden hem niet eens. Dat was de inzet van de laatste
+partij! De laatste kans, die te wagen was! De toestand was in zijn
+oogen ontzettend netelig.
+
+Dat was de wil van zijn medeplichtige; dat was zijn eigen wil! Zijne
+verzwakte, verweekte hersenen, die met dwaze berekeningen vervuld
+waren, gedoogden hem niet meer om kalm en juist te redeneeren. Hij
+was zelfs onbekwaam--in dit oogenblik althans--om zich rekenschap
+van zijn toestand te kunnen geven, om dien te kunnen overzien, zooals
+Sarcany niet zonder sluwheid gedaan had. Hij begreep volstrekt niet,
+dat de rollen verwisseld waren, dat hij den man nu in zijne macht
+had, die hem zoo lang het dwangjuk had doen gevoelen. Hij had slechts
+oogen voor het tegenwoordige, dat hem zijn onmiddellijken ondergang
+deed aanschouwen, en dacht slechts aan den dag van morgen, die hem
+redden zou, of hem tot de laagste sport van de ladder der menschelijke
+ellende zou doen afdalen.
+
+Zoo ging die nacht voor de beide vennooten zeer ongelijk, zooals men
+ziet, voorbij.
+
+Gunde hij den eenen eenige uren rust, zoo liet hij den anderen zich
+slechts wanhopig wentelen in angstige pijnlijkheid en volslagen
+slapeloosheid.
+
+Den volgenden morgen tegen tien uren vervoegde Sarcany zich bij
+Silas Toronthal. De bankier was voor zijne tafel gezeten en hield
+zich halsstarrig bezig met eenige vellen papier met cijfers en
+formulen te bekladden. Blijkbaar had hij den nacht met dien arbeid
+doorgebracht. Hij zag er uit als het beeld der verpersoonlijkte
+wanhoop.
+
+"Welnu, Silas Toronthal," begon de Siciliaan op dien luchtigen toon,
+die aan de ellende in dit tranendal niet meer gewicht schenkt, dan
+zij waard is.
+
+De bankier antwoordde niet, hij scheen te zeer in zijne formulen en
+berekeningen verdiept.
+
+"Hebt gij eindelijk de voorkeur aan de roode of aan de zwarte kleur
+geschonken?" vervolgde Sarcany.
+
+"Ik heb geen enkel oogenblik geslapen!" siste Silas Toronthal meer
+dan hij sprak.
+
+"Niet?"
+
+"Neen, geen enkel. Hebt gij kunnen slapen?" vroeg de bankier woest,
+terwijl een zweem van afgunst zijn gelaat ontroerde.
+
+"Zeker heb ik kunnen slapen. Maar ... des te erger, Silas Toronthal,
+des te erger voor u."
+
+"Waarom? Zeg mij, waarom des te erger voor mij en niet voor u? Dat
+wil en moet ik weten."
+
+"Heden moet gij noodzakelijk koelbloedig wezen en zouden een paar
+uren rust u goed gedaan hebben."
+
+"Och, wat! Bah!... Wat beteekent rust?... Heb ik rust noodig?.. En
+toch...."
+
+"Kijk mij... Ik heb heerlijk geslapen, en ik bevind mij in den
+gewenschten toestand om den kamp met de fortuin te aanvaarden. Ik
+wilde, dat gij zoo kalm waart als ik."
+
+"De fortuin?... De fortuin?..." herhaalde Silas Toronthal nadenkend
+en met de hand voor het voorhoofd geslagen.
+
+"Ja, de fortuin! Zij is, wel beschouwd, vrouw en als zoodanig deelt
+zij hare gunsten uit aan hen, die sterk genoeg zijn, om haar te
+beheerschen en haar onder den duim te houden,"
+
+"Zij heeft ons toch verraden! Ja, verraden, zooals dat slechts eene
+vrouw doen kan!"
+
+"Bah!... Een eenvoudige gril!... Als die gril over is, keert zij tot
+ons terug! Zijt gij daaromtrent niet ten innigste overtuigd? Gij zult
+zien, zij komt tot ons terug!"
+
+Silas Toronthal antwoordde niet. Had hij wel gehoord, wat Sarcany tot
+hem zeide, terwijl zijn blik het vel papier niet verliet, dat voor
+hem lei en waarop hij zijne vrij nuttelooze combinatiën uitgerekend
+had? Dat was voorzeker te betwijfelen. Hij bleef het oog op de
+cijferreeksen gevestigd houden en scheen overigens niets te zien of
+te hooren.
+
+"Wat deedt gij dan toch, toen ik binnentrad?" vroeg Sarcany, terwijl
+hij het papier greep.
+
+"Ik?" hernam de bankier als verschrikt... "Ik?... Geef mij dat papier
+terug, Sarcany."
+
+"Berekeningen, ... onfeilbare martingalen om te winnen?.. Drommels,
+waarde Silas, het komt mij voor, dat gij zeer ongesteld zijt. Het
+begint u waarlijk in het hoofd te schelen!"
+
+"Kom, loop heen, ik... Maar geef mij dat papier terug, Sarcany,
+ik bid er u om."
+
+"De fortuin, of beter het toeval, de kans laat zich niet door
+berekeningen onderwerpen. En het is die fortuin, dat toeval, die kans
+alleen, die heden uitspraak zal doen: voor of tegen ons!"
+
+"Welnu?" vroeg Silas Toronthal, terwijl hij hem het papier uit de
+handen trok, het opvouwde en in zijne portefeuille opborg.
+
+"Ik ken maar eene manier, Silas, om dat toeval te leiden, te dwingen,"
+hernam Sarcany op spotzieken toon.
+
+"Welnu?" herhaalde de bankier vragend: "Zeg mij die manier, Sarcany,
+als zij goed is."
+
+"Ja, maar daarvoor moet men bijzondere studiën gemaakt hebben ... en
+op dat gebied--dit moet gij erkennen--is onze opvoeding onvoltooid
+gebleven. Van studie hebben wij beiden niet veel willen weten."
+
+"Maar, wat verder? Spreek dan toch, Sarcany. Wat verder?" vroeg Silas
+Toronthal stampvoetende.
+
+"Laten wij het derhalve geheel, aan het toeval overlaten. Gisteren had
+de bank de veine, het is niet onmogelijk, dat zij heden déveine zal
+hebben. En als dat zoo is, dan"... Sarcany's oogen glinsterden... "heb
+ik u niets meer te zeggen."
+
+"Dan?..."
+
+"Dan zal het spel ons alles weergeven, wat wij verloren hebben! Zult
+gij dan tevreden zijn?"
+
+"Alles?..."
+
+"Ja, alles, Silas Toronthal! Alles! Verstaat gij
+mij? Alles! Alles! Verlaat u op mij."
+
+"God geve het!" zuchtte de bankier zoo weemoedig, alsof het eerlijk
+verdiende penningen gold.
+
+"Maar, nu geene zwakheid, geene ontmoediging meer! Integendeel
+stoutheid en koelbloedigheid!"
+
+"En als wij hedenavond geruïneerd zullen zijn?" hernam de bankier,
+die voor Sarcany ging staan en hem strak in de oogen keek. "Zeg,
+als wij hedenavond niets meer hebben zullen?"
+
+"Welnu, dan verlaten wij Monaco! Dat is afgesproken, Silas Toronthal,
+niet waar?"
+
+"Monaco verlaten? Waarom Monaco verlaten? En waarheen dan?... Zoo
+zonder geld?"
+
+"Voorzeker. Wat zouden wij hier uitrichten? Zonder de speelzalen is
+te Monaco niets uit te richten."
+
+"Monaco verlaten?... Om waarheen te gaan? Daarop antwoordt gij niet,
+dunkt mij."
+
+Neen, Sarcany antwoordde niet, daarin had Silas Toronthal volkomen
+gelijk.
+
+"O, gevloekt zij de dag, waarop ik u leerde kennen, Sarcany, de dag,
+toen ik uwe diensten verzocht!"
+
+De Siciliaan grinnikte van de pret. Het gesprek werd nu eerst
+interessant voor hem.
+
+"Ik zou niet zoo diep gevallen zijn, als ik thans ben!" ging de
+bankier kermend voort.
+
+"Het is een beetje laat, om thans dergelijke verwijten als oude koeien
+uit de sloot te halen!" antwoordde de schaamtelooze kerel. "Dat moest
+ge toch zelf inzien."
+
+"Zwijg!" riep de bankier uiterst vertoornd. "Zwijg, of ik zal u..."
+
+"Het is ook al te gemakkelijk, de menschen ten laatste met verwijten
+te overladen, wanneer men zich eerst van hen bediend heeft. Dat is
+de meest gebruikelijke manier, om zijne dankbaarheid te toonen!"
+
+"Pas op!" riep de bankier verbolgen uit. "Ik waarschuw u ernstig. Pas
+op!"
+
+"Ja!... ik zal oppassen!" mompelde Sarcany onverstaanbaar. "Daar kunt
+ge staat op maken."
+
+Die soort bedreiging van Silas Toronthal moest den ellendeling in
+het voornemen sterken, om zijn medeplichtige buiten staat te stellen,
+hem te kunnen benadeelen.
+
+Daarna hernam hij met luider stem, alsof er hoegenaamd niets gebeurd
+was:
+
+"Waarde Silas," zei hij honigzoet, "laten wij toch niet boos
+op elkander worden!... Waartoe zou dat dienen?... Dat overspant
+slechts de zenuwen, en, geloof mij, wij mogen heden niet zenuwachtig
+zijn!... Schep vertrouwen en kijk naar mij: ik wanhoop niet!... Gij
+zult zien, heden zal het de dag onzer zegepraal zijn!"
+
+"Maar, intusschen.... Als dat nu eens niet gebeurt? Wat dan? is
+de vraag."
+
+"Mocht bij ongeluk de déveine ons nogmaals teisteren.... Dan ... ja
+dan...."
+
+"Welnu?..."
+
+"Vergeet dan niet, dat ik nog andere millioenen in het verschiet heb,
+waarvan gij uw deel zult hebben."
+
+"Ja!... Ja!..." riep Silas Toronthal uit, bij wien de
+spelersgeaardheid, die een oogenblik afgeleid was, weer de bovenhand
+kreeg. "Ja!... Ja!... ik moet mijne revanche hebben! De bank is te
+gelukkig geweest!"
+
+"Juist, zoo! Zie, nu wordt ge weer de oude fideele kerel! Nu herken
+ik u weer."
+
+"Te gelukkig geweest!" herhaalde Silas Toronthal, "en dezen avond
+nog.... Ja, dezen avond!..."
+
+"Dezen avond zullen wij rijk, zeer rijk zijn!" riep Sarcany uit,
+"en ik beloof u, dat wij dan niet meer verliezen zullen, wat wij
+teruggewonnen zullen hebben! Wat er ook heden gebeuren moge ... wij
+zullen dan het spelen staken."
+
+"Heden?..." vroeg de bankier in gespannen verwachting. "Het spelen
+staken?... Heden reeds?"
+
+"Morgen verlaten wij Monte Carlo!... Morgen stevenen wij naar Tetuan."
+
+"Naar Tetuan?... Monte Carlo verlaten?... Waarom, als ik u bidden mag?"
+
+"Ja, wij zullen vertrekken.... En deze noodlottige plaats ontvlieden,
+waar men slechts zijn geld kan verliezen."
+
+"Waarheen?... Maar, waarheen dan toch?"
+
+"Zooals ik zeide, naar Tetuan, waar wij eene laatste partij te spelen
+hebben, waarlijk eene allerlaatste partij! Maar daar niet met leelijke
+croupiers, maar integendeel met een allerliefst aanvallig meisje."
+
+Silas Toronthal grinnikte, maar antwoordde niet. Hij verdiepte zich
+weer in zijne kansberekeningen. Eene gedachte aan de arme Sava kwam
+niet bij hem op. Het was inderdaad een kerel zonder ziel.
+
+
+
+
+
+IV.
+
+DE LAATSTE INZET.
+
+
+De salons van den Vreemdelingen-Kring--gewoonlijk Casino
+geheeten--waren sedert elf uren geopend. Hoewel het getal spelers nog
+zeer beperkt was, waren toch reeds eenige roulette-tafels ter wille
+van de ongeduldigen aan den gang. En het was daar rondom, dat thans
+die weinige aanwezigen gezeten of gegroepeerd waren.
+
+De stand dezer tafels was vooraf nagegaan en zoo noodig hersteld
+geworden; want het is van het uiterste belang dat zij volkomen waterpas
+staan. En inderdaad, het geringste gebrek te dien opzichte zou toch
+invloed kunnen hebben op den knikker, die langs de ronddraaiende
+schijf voortloopt. Dat zou opgemerkt worden en de arglistige spelers
+zouden dat spoedig in de gaten hebben en daarmede zeer ten nadeele
+van de bank hun voordeel kunnen doen.
+
+Op ieder der zes roulette-tafels waren zestig duizend franken, zoowel
+in goud als in zilverspecie en in papiergeld nedergelegd. Op ieder der
+twee trente et quarante-tafels honderd vijftig duizend franken. Dat
+is de gewone inzet der bank, in afwachting dat het gunstige seizoen
+geopend wordt, en het is zeer zeldzaam, dat het bestuur der inrichting
+genoopt wordt, die eerste fondsen-verstrekking aan te vullen. Met
+hare zoo gunstige kansen moet zij steeds winnen. Is dus het spel op
+zich zelf reeds als onzedelijk te beschouwen, het is daarenboven dom,
+want de speler staat tegenover de bank met zeer ongelijke kansen. Hij
+wordt als het ware opgelicht en afgezet.
+
+Rondom ieder der roulette-tafels hadden reeds acht croupiers, met
+hunne harken in de hand, de plaatsen ingenomen, die voor hen bestemd
+waren. Naast hen zaten of stonden de spelers, of de toeschouwers in
+gespannen verwachting.
+
+In de salons wandelden de inspecteurs en de opzichters op en neer en
+hielden het oog zoowel op de croupiers als op hunne slachtoffers,
+terwijl talrijke kellners heen en weer liepen, om het publiek
+te bedienen. Om een denkbeeld te geven van het gewemel, dat hier
+plaats kan hebben, valt mede te deelen, dat niet minder dan honderd
+en vijftig geëmployeerden in de speelzalen van Monte Carlo heen en
+weder drentelen. Een ware legermacht inderdaad.
+
+Tegen half een in den namiddag bracht de trein van Nizza zijn gewoon
+contingent van spelers aan. Zij waren dien dag wellicht talrijker
+dan anders. Die serie van zeventien malen de roode kleur van daags
+te voren, had haren natuurlijken invloed niet gemist. Een ieder wilde
+een kijkje komen nemen, of zich zoo iets niet zou herhalen.
+
+Dit werkte als eene nieuwe aantrekkingskracht, en een ieder, die van
+het toeval des spels leefde of daaraan offerde, was gekomen om met
+belangstelling het vervolg van zoo'n serie te zien en op te merken.
+
+De salons waren een uur later gevuld. Men koutte natuurlijk over
+die zonderlinge uitkomst, evenwel met zachte stem. Niets stemt
+meer akelig dan dat gefluister in die onmetelijke zalen, welker
+versieringen met verguldsel overladen zijn, die weelderig gemeubeld
+en door prachtige kronen en kandelabres verlicht zijn, zonder nog de
+olielampen te vermelden, die van groene oogenschermen voorzien zijn,
+en voornamelijk boven de speeltafels aangebracht zijn.
+
+Wat hier, in weerwil van de menigte, die er zich verdringt, den
+boventoon voert, is niet het geluid der gesprekken, maar wel het
+metaalachtige gerinkel der gouden of zilveren muntstukken, die
+geteld, of op het groene kleed geworpen worden, ook het geritsel van
+de bankbiljetten, alsmede het voortdurende: "rood wint en kleur" of
+"zeventien, zwart, oneven," door de eentonige en onverschillige stem
+des speldrijvers uitgegalmd.
+
+Dat alles levert een treurig gezicht op, dat een diepen blik in den
+afgrond der menschelijke hartstochten gunt.
+
+Evenwel twee der voornaamste verliezers van den vorigen dag waren
+nog niet in de speelsalons verschenen. Reeds waren eenige spelers
+op het punt om verschillende kansen te volgen en te wagen, om de
+veine te grijpen, hetzij bij de roulette, hetzij bij de trente et
+quarante-tafel. Maar de afwisselingen van winst en verlies wogen
+tegen elkander op, en niets duidde er op, dat het verschijnsel van
+den vorigen dag zich weer zou voordoen.
+
+Tegen drie uren eerst traden Sarcany en Silas Toronthal het Casino
+binnen.
+
+Voordat zij in de speelzalen verschenen, wandelden zij de ruime zaal
+op en neer, waarin zij weldra de algemeene nieuwsgierigheid tot zich
+trokken. Men bekeek hen, men bespiedde hen, men vroeg zich af of zij
+den strijd weer zouden aanbinden met het noodlot, dat hun den vorigen
+dag zoo vijandig, zoo noodlottig was geweest.
+
+Eenige zoogenaamde professoren hadden van de gelegenheid wel willen
+gebruik maken om hun onfeilbare martingalen of kunstgrepen om te
+winnen, aan den man te brengen, indien de nieuw aangekomenen maar
+genaakbaar geweest waren. Maar de bankier Silas Toronthal zag er zeer
+verstrooid uit, en merkte niet op, hetgeen rondom hem voorviel. Sarcany
+was meer koelbloedig, meer gesloten dan ooit. Het was, alsof hij beider
+lot in handen had en, van zekere zijde beschouwd, was dat ook zoo.
+
+Beiden waren, als het ware, in zich zelven gekeerd, nu zij den laatsten
+inzet gingen wagen.
+
+Onder de vele personen, die hen met die bijzondere nieuwsgierigheid
+hadden gadegeslagen, welke men aan ernstige lijders of aan
+veroordeelden verleent, bevond zich een vreemdeling, die vast besloten
+scheen, om hen geen oogenblik uit het oog te verliezen.
+
+Dat was een jonge man, twee en twintig of drie en twintig jaren oud,
+met een fijn besneden gelaat en schrander uiterlijk en spitse neus--een
+van die neuzen, die, als het ware, meer toekijken dan ruiken.--Zijne
+oogen waren bijzonder doordringend, maar verscholen zich achter een
+bril met eenvoudige beschermende glazen. Hij scheen zeer levendig
+en het was alsof hij kwikzilver in de aderen had. Hij hield dan
+ook de handen angstvallig in de zakken van zijn overjas, om hen te
+beletten gebaren te maken, terwijl hij zijne voeten noodzaakte om
+met de hielen op dezelfde lijn aan elkander gesloten te zijn, om
+des te zekerder te zijn, dat zij zoodoende op de plaats bleven. Hij
+was zeer fatsoenlijk gekleed, hoewel er aan zijn kleeding niets ten
+offer gebracht was, om de overdreven eischen van de modedwaasheid te
+bevredigen. Er was dan ook niets in zijne houding op te merken, dat
+naar gezochte voornaamheid zweemde, hoewel hij zich waarschijnlijk
+niet zeer op zijn gemak voelde in die nauwsluitende kleedingstukken,
+die den glans der nieuwheid nog bezaten.
+
+Zoo iets zal wel niemand bevreemden, want dat jonge mensch was niemand
+anders dan Pescadospunt in eigen persoon.
+
+Buiten in den tuin stond hem Kaap Matifou geduldig te wachten. Beide
+vrienden waren dus te Monte Carlo weer vereenigd.
+
+Wie zal er aan twijfelen, dat zij voor rekening van dokter Antekirrt
+in dit paradijs, of in deze hel, door het Monacosche gebied gevormd,
+gekomen waren?
+
+Zij waren daags te voren door de vlet van de _Electric 2_, behoorende
+tot de vloot van het eiland Antekirrta, op de kaap van Monte Carlo
+zonder meer ontscheept. Bagage hadden zij niet noodig geacht.
+
+Met welk doel waren zij hier gekomen? Wat voerde hen hier heen,
+in die plaats des verderfs?
+
+Wij zullen het straks vernemen. De ontwikkeling van het verhaal zal
+ons wel tot de ontknooping voeren.
+
+Twee dagen nadat Carpena aan boord van de _Ferrato_ gebracht
+was geworden, was hij, in weerwil van zijn protest en zijne
+tegenspartelingen, in een der onderaardsche casematten van het
+eiland Antekirrta gekerkerd geworden. Daar begreep die ontsnapte
+van het Spaansche presidio al heel spoedig, dat hij slechts de eene
+gevangenis tegen eene andere verwisseld had. In plaats van te behooren
+tot het personeel van veroordeelden onder het juk van den gouverneur
+van Ceuta, was hij, evenwel zonder dat hij het wist, in de macht van
+dokter Antekirrt.
+
+Waar bevond hij zich? Dat wist hij niet. Dat kon hij onmogelijk raden,
+hoezeer hij zijn brein ook aftobde.
+
+Had hij bij de verandering gewonnen? Dat vroeg hij zich niet zonder
+ongerustheid af. Hij was besloten om alles te doen, alles in het werk
+te stellen, om zijn toestand te verbeteren.
+
+Hij aarzelde dan ook geen oogenblik, om op de eerste aanmaning, die
+hem door den dokter zelven gedaan werd, met de grootste openhartigheid
+te antwoorden.
+
+Of hij den Triëster bankier Silas Toronthal al dan niet kende?
+
+Daarop antwoordde hij ontkennend.
+
+Sarcany dan?
+
+Ja, dien kende hij, hoewel hij hem slechts zelden en dan nog met
+groote tusschenpoozen gezien had.
+
+Of Sarcany met Zirone en zijne bende in betrekking stond, sedert
+deze op het eiland Sicilië werkzaam was en de omstreken van Catania
+onveilig maakte?
+
+Carpena antwoordde daarop bevestigend, daar Sarcany op Sicilië verwacht
+werd, en hij daar zeer zeker aangekomen zou zijn, wanneer hij geen
+bericht had bekomen van den ongelukkigen afloop van den tocht,
+waarbij Zirone omgekomen was.
+
+Waar was Sarcany thans? luidde vervolgens de vraag van dokter
+Antekirrt.
+
+Te Monte Carlo, wanneer hij ten minste die stad niet binnen kort
+verlaten had. Daar had hij sedert eenigen tijd zijn verblijf
+gevestigd en was daar waarschijnlijk in gezelschap van den bankier
+Silas Toronthal.
+
+Meer wist Carpena niet en meer kon hij dus ook niet vertellen. Maar
+het medegedeelde was voldoende voor dokter Antekirrt, om den veldtocht
+te beginnen.
+
+Het is buiten kijf, dat de Spanjaard de drijfveer niet kende,
+waarom hem de dokter van Ceuta had doen ontsnappen, waarom hij zich
+van zijn persoon had meester gemaakt. Ook kon Carpena niet gissen,
+dat zijn verraad jegens Andreas Ferrato gekend was door hem, die hem
+ondervroeg. Daarenboven wist hij ook niet, dat Luigi de zoon was van
+den visscher van Rovigno.
+
+Carpena werd in eene donkere casemat opgesloten, waarin hij nog
+strenger bewaakt werd dan dat ooit in de gevangenis van Ceuta geschied
+was. Hij zou met niemand in aanraking komen, totdat zijn lot beslist
+zoude zijn.
+
+Zoo was dan een der drie verraders, die de bloedige ontknooping van
+de Triëster samenzwering veroorzaakt hadden, in handen van dokter
+Antekirrt. Dezen bleef dus nog de taak over, om de twee anderen te
+achterhalen, wat niet moeielijk meer kon zijn, daar Carpena thans
+medegedeeld had, waar ze gevonden konden worden.
+
+Daar evenwel de dokter en Piet Bathory door Silas Toronthal en
+Sarcany herkend konden worden, scheen het hun geraden niet eerder
+persoonlijk op te treden, dan wanneer zulks met zekerheid van te zullen
+slagen kon geschieden. Maar nu men het spoor der beide medeplichtigen
+teruggevonden had, kwam het er voornamelijk op aan, hen, in afwachting
+dat de gelegenheid zich zou voor doen om daadwerkelijk te handelen,
+niet meer uit het oog te verliezen.
+
+Daarom werd Pescadospunt naar Monaco gezonden met opdracht om hen
+overal te volgen, waarheen zij gaan zouden. Kaap Matifou vergezelde
+hem, om hem des vereischt met zijne stevige vuisten bij te springen,
+terwijl dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi ook derwaarts met
+de _Ferrato_ zouden vertrekken, wanneer het gunstige oogenblik
+aangebroken zou zijn. Zooals men ziet, werden de mazen van het net
+al meer en meer om de schuldigen dichtgetrokken.
+
+De beide akrobaten waren midden in den nacht te Monte Carlo aangekomen
+en waren des morgens dadelijk aan den arbeid getogen. Het was hen niet
+moeielijk gevallen, het hôtel uit te vinden, waar Silas Toronthal
+en zijn medeplichtige Sarcany hun intrek genomen hadden. Terwijl
+Kaap Matifou, in afwachting dat de avond viel, in den omtrek van
+Monte Carlo rondwandelde, zag Pescadospunt, die zorgvuldig de wacht
+hield en niets liet ontglippen, de beide vennooten tegen een uur in
+den namiddag naar buiten treden. Het scheen den wakkeren verspieder
+toe, dat de bankier Silas Toronthal zeer neerslachtig was en bitter
+weinig sprak, hoewel Sarcany zijn best deed om het onderhoud levendig
+te houden. In de morgenuren had Pescadospunt hooren verhalen, wat
+daags te voren in de speelzalen van Monte Carlo plaats gevonden had,
+namelijk die ongeloofelijke reeks van de roode kleur, die zoovele
+slachtoffers gemaakt had en waaronder voornamelijk Sarcany en Silas
+Toronthal aangehaald werden. Met zijne aangeboren schranderheid
+besloot de wakkere kerel daaruit, dat hun onderhoud daarover
+moest loopen, en in het bijzonder over het kwade gesternte, dat
+hen vervolgd had. Bovendien vernam hij, dat die beide spelers niet
+alleen ten gevolge van die noodlottige reeks, maar ook vroeger en
+vooral in de laatste dagen groote sommen verloren hadden, waaruit
+hij alweer met niet minder schranderheid de gevolgtrekking maakte,
+dat hunne laatste hulpmiddelen nagenoeg uitgeput moesten zijn, en dat
+het oogenblik naderde, waarop dokter Antekirrt daadwerkelijk en met
+vrucht zou kunnen optreden. Waarlijk, de dokter had een meesterlijke
+greep gedaan, toen hij de beide akrobaten voor zijn dienst aanwierf.
+
+Die mededeelingen werden des morgens dadelijk door Pescadospunt,
+evenwel zonder iemand te noemen, aan een bekend adres te La Valetta op
+het eiland Malta getelegrafeerd, vanwaar zij langs een particulieren
+draad snel naar het eiland Antekirrta overgeseind werden.
+
+Toen Sarcany en Silas Toronthal het gebouw van het Casino van Monte
+Carlo binnentraden, stapte Pescadospunt achter hen aan. Toen zij de
+salons van de roulette en van het trente-et-quarante binnengingen,
+volgde hij hen ook.
+
+Het was toen juist drie uren in den namiddag. De heldere metalen klok
+van het torentje van het Casino verkondigde dat luid genoeg, terwijl
+de nagalm over de watervlakte van de Middellandsche zee wegstierf.
+
+Het spel begon toen levendiger te worden, hoewel er nog geen groote
+geestdrift heerschte.
+
+De bankier en zijn makker wandelden eerst de zalen rond. Hier en daar
+bleven zij gedurende eenige oogenblikken bij sommige speeltafels staan,
+sloegen den gang van het spel gade, maar onthielden zich blijkbaar
+stelselmatig er deel aan te nemen.
+
+Pescadospunt verloor hen niet uit het oog, terwijl hij als een
+onbedreven nieuwsgierige op en neder slenterde. Hij meende zelfs,
+om hunne aandacht niet te trekken, hier en daar een paar vijf
+francstukken op de kolommen of op de nummers der roulette te moeten
+wagen. Die verloor hij natuurlijk; het moet evenwel erkend worden,
+hij deed dat met de meest mogelijke onverschilligheid. Maar waarom had
+hij ook niet den uitmuntenden raad gevolgd, die hem een professor,
+een beunhaas in het spel, in vertrouwen gegeven had? Ja, waarom
+niet? Was het betweterij?
+
+"Om te slagen in het spel," had deze gezegd, "moet men er zich
+op toeleggen, om de kleine inzetten te verliezen en de groote te
+winnen! Daarin bestaat het geheele geheim, mijnheer!"
+
+Pescadospunt knikte den raadgever gedachteloos toe; maar drentelde
+verder.
+
+Het sloeg vier uren op de groote pendule in de speelzaal, waarin zij
+zich bevonden, toen Silas Toronthal en Sarcany het geschikte oogenblik
+gekomen achtten, om de veine "den tand te voelen", zooals zij dat
+uitdrukten. Verscheidene plaatsen waren nog onbezet bij eene der
+roulette-tafels. Beiden namen daaraan plaats en wel tegenover elkander,
+en weldra zag de roulettehouder zich niet alleen door spelers omringd,
+maar ook door eene talrijke menigte toeschouwers, die begeerig waren
+den revanche-strijd te aanschouwen, dien de twee ongelukkige spelers
+van den vorigen dag te leveren hadden. Aller aandacht was natuurlijk
+ten hoogste geprikkeld. Men verdrong zich als het ware.
+
+Pescadospunt had natuurlijk gezorgd in de eerste rij der nieuwsgierigen
+plaats te nemen, en was, zooals wel te bedenken is, niet een der
+minsten van hen, die belangstelling in de lotswisselingen van de
+begonnen partij stelden.
+
+Gedurende het eerste uur wogen de kansen nagenoeg tegen elkander
+op. Winst en verlies stonden gelijk.
+
+Om die kansen des te beter te verdeelen, volgden Silas Toronthal en
+Sarcany natuurlijk niet hetzelfde spel. Zij zetten ieder afzonderlijk
+op en maakten zoo verscheidene belangrijke winsten, zoowel op de
+eenvoudige als op de meer samengestelde combinatiën, die bij de
+roulette gebruikelijk zijn. Maar het lot besliste niet voor en niet
+tegen hen.
+
+Maar tusschen vier en zes uren scheen het lot te keeren en hen zeer
+te begunstigen.
+
+Het maximum van inzet, dat bij de roulette zes duizend franken
+bedraagt, werd herhaaldelijk door hen op volle nummers gewonnen. De
+gelaatstrekken der bankhouders waren nog strakker dan gewoonlijk.
+
+De handen en vingers van Silas Toronthal beefden koortsachtig,
+wanneer hij ze over het groene laken uitstrekte, hetzij om zijn inzet
+ter gewilde plaatse bij te schuiven, hetzij om de goudstukken en de
+bankbiljetten van onder de harken der croupiers naar zich toe te halen.
+
+Sarcany integendeel was zichzelven steeds meester. Hij liet geen
+enkele der gewaarwordingen, die zijne ziel bestormden, op zijn gelaat
+bespeuren. Hij vergenoegde zich zijnen medeplichtige met den blik aan
+te moedigen; want het was Silas Toronthal, die, alles wel beschouwd,
+de gunstige kansen van het oogenblik in zijn voordeel had.
+
+Hoewel Pescadospunt als in een halven roes verkeerde, door het heen
+en weer geschuif van al die goudstukken, en door het geritsel van al
+die bankbiljetten veroorzaakt, verzuimde hij geen oogenblik die beide
+mannen met de grootste aandacht gade te slaan, Hij vroeg zich af,
+of zij voorzichtig genoeg zouden zijn, om bij tijds met spelen op
+te houden, ten einde het vermogen, dat zij bezig waren te verwerven,
+te behouden.
+
+Toen kwam de gedachte bij hem op, dat wanneer Silas Toronthal en
+Sarcany verstandig genoeg waren, om zoo te handelen, wat hij echter
+betwijfelde, zij geneigd konden wezen om Monte Carlo te verlaten, ten
+einde naar een anderen hoek van Europa te vluchten, waar zij dan weer
+opgespoord moesten worden. En als zij geen geldgebrek zouden hebben,
+zouden zij moeielijk in de macht van dokter Antekirrt vallen.
+
+"Het zal, alles wel beschouwd, beter zijn," mompelde hij in zich
+zelven, "dat zij alles, ja alles verliezen. Ik geloof niet, dat ik
+mij vergis, maar die schoft van een Sarcany is er de man niet naar
+om het spel te midden van de gunsten der veine te staken. Enfin,
+wij zullen zien en geheel naar omstandigheden handelen."
+
+Wat ook dienaangaande de meeningen en het hopen van Pescadospunt waren,
+de gelukkige kansen verlieten onze twee medeplichtigen voorloopig
+niet. Zij zouden inderdaad de bank drie malen reeds hebben doen
+springen, wanneer de speelchef niet telkenmale toevoeging aan het
+aanwezige kasgeld van twintig duizend franken bewerkstelligd had.
+
+Dat was waarlijk eene buitengewone gebeurtenis voor de toeschouwers
+van dien strijd, waarvan het meerendeel de beide spelers zeer
+genegen scheen. Was dat niet als eene soort weerwraak, genomen op
+die onbeschofte reeks van de roode kleur, waarvan de administratie
+der bank den vorigen dag zoo ruimschoots geprofiteerd had.
+
+Toen Silas Toronthal en Sarcany eindelijk tegen half zeven met spelen
+ophielden, hadden zij, toen de rekening nauwkeurig opgemaakt werd,
+eene winst gemaakt, die ruim twintig duizend louis d'or te boven
+ging. Zij stonden toen op en verlieten de roulette tafel. Silas
+Toronthal liep met wankelende schreden, alsof hij een weinig dronken
+was. Dat was hij evenwel niet van sterken drank of van zware wijnen,
+maar wel van opgewondenheid, ook van vermoeienis der hersenen. Hij
+zag bleek van aandoening en was genoodzaakt herhaalde malen te blazen,
+alsof de lucht zijner longen hem benauwde.
+
+Zijn makker was kalm, ja gevoelloos gebleven; maar die bewaakte den
+bankier en vreesde niets meer of minder, dan dat deze trachten zou te
+ontvluchten met de eenige honderd duizend franken, die met zooveel
+moeite terug gewonnen waren, om zich zoo aan zijne heerschappij te
+onttrekken. Nu hij meer geld had, was dit niet geheel onmogelijk.
+
+Beiden verlieten de speelzaal en het Casino, daalden daarna de trap
+van het hooge bordes af en richtten hunne schreden naar hun hôtel,
+alwaar zij eenige uren wenschten uit te rusten van die aandoeningen.
+
+Pescadospunt volgde hen van verre, evenwel zoo dat zij hem niet
+bespeuren konden.
+
+Toen hij buiten kwam, ontwaarde hij bij een der kiosken van den tuin
+Kaap Matifou, die heel gemakkelijk op een bank gezeten was en in
+wijsgeerige beschouwingen verdiept scheen.
+
+Wijsgeerige beschouwingen van een Hercules? Welken omvang zouden die
+wel gehad hebben?
+
+Pescadospunt ging tot hem en nam op zijne aanwijzing geen plaats
+naast zijn vriend op de bank.
+
+"Kom," zeide hij integendeel met eenigszins gejaagde en kort afgebroken
+stem.
+
+"Is het oogenblik gekomen?" vroeg Kaap Matifou, die dadelijk opstond
+en mede wilde gaan.
+
+"Welk oogenblik?"
+
+"Hou je me voor den gek?" vroeg de reus gemelijk. "Pescadospunt zou
+mij niet begrijpen?"
+
+"Neen, waarachtig niet. Ik begrijp je niet. Welk oogenblik?" vroeg
+de kleine man ongeduldig.
+
+"Het oogenblik van ... van ... je weet wel.... Och, je wilt mij
+niet verstaan...."
+
+"O, van ten tooneele te verschijnen?" riep Pescadospunt uit, wien
+een licht plotseling opging.
+
+"Juist!"
+
+"Neen, mijn waarde Kaap!... Nog niet!... Blijf nog maar wat ter
+zijde!..." was het antwoord.
+
+"Drommels!" pruttelde de reus. "Ik beken het volgaarne, ik begin mij
+gruwelijk met dat niets-doen te vervelen."
+
+"Hebt ge al gegeten?" vroeg zijn vriend hem met alle
+belangstelling. "Ik hoop van ja."
+
+"Ja, Pescadospunt, en goed ook! Daaraan schort het mij niet,"
+antwoordde Kaap Matifou met een zucht.
+
+"Ik feliciteer je wel! Ik heb de maag bij mijne hielen zitten, zoo
+laag is zij gezakt."
+
+"Dat is laag! Maar, Pescadospunt, dan zit dat lichaamsdeel bij jou
+niet op z'n plaats."
+
+"Niet waar? Want dat is de plaats van een fatsoenlijke maag niet."
+
+"Dat dunkt me ook. Maar, vertel mij. Hoe komt dat zoo? Gij hebt toch
+zoovele behoeften niet."
+
+"Wees gerust, ik zal mijn maag wel weer naar boven werken, als ik
+tijd heb. Intusschen...."
+
+"Intusschen? Gij spreekt er van, of gij bij dat werk eene domme-kracht
+wilt bezigen."
+
+"Ga hier niet van de plaats, voordat ge me terug gezien hebt, Kaap
+Matifou! Begrepen?"
+
+"Daar kunt ge op aan!" bromde de athleet. "Maar het begint knapjes
+saai te worden."
+
+Pescadospunt ijlde naar den hellenden weg, dien Sarcany en Silas
+Toronthal thans afdaalden.
+
+Toen hij de verzekering bekomen had, dat de beide medeplichtigen zich
+het diner in hunne vertrekken hadden laten voordienen, nam Pescadospunt
+den tijd om plaats te nemen aan de table d'hôte van het hôtel. Het
+was tijd, want de arme kerel had werkelijk honger. Maar in een half
+uur tijd had hij, zooals hij Kaap Matifou verzekerd had, zijn maag
+weer omhoog en op de normale plaats gebracht, welke dat orgaan in
+het menschelijke lichaam moet innemen. Hij veegde zijn lippen met
+zijn servet af, en loosde een zucht van voldaanheid....
+
+Daarna stak hij een overheerlijke sigaar, een echte Panatella op,
+ging naar buiten en stelde zich vóór het hôtel verdekt op, om zijn
+bespieden voort te zetten. Hij was een onbetaalbare kerel voor dengeen,
+die hem wist te gebruiken.
+
+"Waarachtig, ik ben in de wieg gelegd om schildwacht te
+spelen!" mompelde hij. "Ik ben mijn loopbaan misgeloopen. Maar,
+wat er aan te doen? Het is thans geen tijd meer om soldaat te gaan
+worden. Daartoe is het te laat."
+
+Hij wandelde achter een perk sierstruiken op en neer, en peinsde over
+de aangelegenheden, die hij te behartigen had.
+
+De eenige vraag, die hij zich in het onderhavige geval inderdaad
+stellen kon, was:
+
+"Zouden de heeren Sarcany en Toronthal heden avond naar het Casino
+terugkeeren of niet?"
+
+Tegen tien uren verschenen Silas Toronthal en Sarcany in de omlijsting
+van de deur van het hôtel. Pescadospunt meende te hooren en te
+begrijpen, dat zij vrij levendig met elkander kibbelden.
+
+Klaarblijkelijk poogde de bankier voor de laatste maal weerstand te
+bieden aan de verleidingen en aan het lastige aandringen van zijn
+medeplichtige. Deze ging zelfs verder; want hij eindigde met op
+bevelenden toon te zeggen:
+
+"Het moet, Silas!... Ik wil het!... Zoo gij niet naar mij hoort
+... dan blijven de gevolgen voor uwe rekening."
+
+Het overige ging door den afstand voor Pescadospunt verloren.
+
+De beide medeplichtigen stapten daarop den hellenden weg weer op,
+die naar den tuin van het Casino Monte Carlo voert. Pescadospunt
+volgde hen onmiddellijk, zonder evenwel tot zijn grooten spijt,
+verder iets van hun onderhoud te kunnen vernemen.
+
+Ziehier evenwel wat Sarcany, op een toon die geen tegenspraak duldde,
+zeide tot den bankier, die in zijn tegenstand dadelijk merkbaar
+verflauwde.
+
+"Thans ophouden, Silas Toronthal, nu de veine teruggekomen is, dat
+zou dwaasheid zijn!... Het is, of gij het hoofd kwijt zijt!... Wat,
+wij zouden bij de ongelukkigste kansen, het spel als gekken doorgezet
+hebben, en nu de kans gekeerd is, zouden wij het spel niet als wijzen
+forceeren?... Wat, wij hebben eene eenige gelegenheid misschien, eene
+gelegenheid, die wellicht zich niet meer aanbieden zal, om het lot te
+overmeesteren, om de fortuin te bemachtigen, en wij zouden haar door
+onze schuld laten ontsnappen?... Dat zou al te dwaas zijn, niet waar?"
+
+"Maar,..." poogde de ongelukkige te zeggen. "Als wij alles eens
+verloren?... Denk daar toch aan."
+
+Sarcany liet hem evenwel niet verder aan het woord, maar hernam
+oogenblikkelijk:
+
+"Silas, voelt gij dan niet dat de veine!..."
+
+"Als zij maar niet uitgeput is!" mompelde Silas Toronthal uiterst
+neerslachtig. "Ik heb zoo'n voorgevoel."
+
+"Neen! honderdmaal neen! Zij is niet uitgeput!" hernam Sarcany
+met drift. "Dat is, bij God, zoo niet uit te leggen, maar dat
+gevoelt men; zoo iets doordringt iemand tot in het merg der
+beenderen!... Een millioen wacht ons heden avond op de speeltafels
+van het Casino!... Ja, een millioen!... hoort ge, een millioen! En ik
+zal die laten ontsnappen!... Bij den duivel! dat moogt gij ook niet,
+Silas Toronthal. Neen, dat moogt gij niet!"
+
+"Speel gij dan, Sarcany!... Ik voel dat ik zeer ongelukkig zal wezen,"
+stamelde de bankier.
+
+"Ik?"
+
+"Ja, gij!"
+
+"Ik!... Ik alleen spelen?... Neen, waarachtig niet!... Wij spelen
+samen!... Ja!... En als ik moest kiezen tusschen ons tweeën, dan zou
+ik aan u mijn plaats inruimen. De fortuin gaat persoonlijk te werk
+en het is buiten kijf, dat zij u heden toelacht!... Speel dus en gij
+zult winnen...."
+
+"Maar...."
+
+"Zwijg!... ik wil het!... Er valt hier niet meer op terug te komen,"
+sprak de verleider op kort afgebroken toon.
+
+Wat Sarcany wilde, was in het kort, dat Silas Toronthal zich niet zou
+vergenoegen met de eenige honderd duizend franken, die hem veroorloofd
+zouden hebben aan zijne heerschappij te ontsnappen. Wat hij wilde, was,
+dat zijn medeplichtige weer de millionnair van weleer of straatarm
+zou worden. Was hij rijk, dan kon hij voortgaan te leven, zooals hij
+gedaan had; arm, dan zou hij Sarcany wel moeten volgen, overal waar
+die hem voeren wilde. In beide gevallen zou hij niets meer van hem
+te vreezen hebben. Neen, niets! Niets!
+
+Daarenboven, hoewel Silas Toronthal poogde weerstand te bieden, was
+dat geheel te vergeefs; want hij gevoelde thans al de hartstochten van
+den speler ongeketend in zich woelen. Te midden van den ellendigen
+toestand, waartoe hij vervallen was, ondervond hij tegelijkertijd
+zoowel vrees als aandrang om naar de speelzalen van het Casino te
+Monte Carlo terug te keeren. De woorden van Sarcany goten vloeiend
+vuur in zijne aderen. Ja, hij zag het, hij begreep het, de fortuin had
+zich naar hem gewend en wel met zoodanige standvastigheid gedurende
+de laatste uren, welke hij aan de speeltafel doorbracht, dat het
+onvergeeflijk, ja onverantwoordelijk zoude zijn om thans de partij
+op te geven! Neen, dat kon, dat mocht niet! Hij was dan ook weldra
+vast besloten te doen, wat Sarcany verlangde.
+
+Die dwaas!
+
+Evenals alle spelers, zijne evenbeelden, stelde Silas Toronthal
+op rekening van het tegenwoordige, wat niet anders dan tot het
+verledene kan behooren! In plaats van te zeggen: het geluk _heeft_
+mij toegelachen,--wat inderdaad waar was,--prevelde hij: het geluk
+_lacht_ mij toe--wat onwaar was! En toch, in het brein van allen, die
+plaats rondom de speeltafels nemen, wordt geene andere redeneering
+gevoerd! Zij allen vergeten maar al te zeer, wat een der grootste
+wiskunstenaars van Frankrijk nog kort geleden zoo schrander en zoo
+juist ter snede zeide:
+
+"Het toeval heeft slechts grillen, geene gewoonten!"
+
+Intusschen waren Sarcany en Silas Toronthal, steeds gevolgd door
+Pescadospunt, tot voor het Casino genaderd. Daar stonden zij nog
+een oogenblik stil. Het was inderdaad alsof zij voor de poorten des
+tempels andermaal weifelden.
+
+"Silas," vermaande Sarcany toen, "Silas, geene aarzeling!... Gij zijt
+vast besloten om te spelen, niet waar?"
+
+"Ja!" antwoordde de bankier, die zijn moed als 't ware met beide
+handen greep. "Ja, ik ben vast besloten!"
+
+"Ja, maar bepaald besloten? Denk er om, geen aarzelen, geen
+weifelen! Vast besloten!"
+
+"Bepaald en vast besloten ... om alles te wagen, ten einde alles te
+winnen!" ging Silas Toronthal, wiens aarzelingen als nachtschimmen
+verdwenen, zoodra zijn voet de eerste trede van de trap van het bordes,
+dat tot de speelzalen toegang verleende, aangeraakt had, koortsachtig
+voort: "Ik zal het noodlot tarten! Ik zal de fortuin dwingen!"
+
+"Ik wil geen invloed op u uitoefenen!" hernam Sarcany met zachte stem
+en teemend.
+
+"Dat hoeft ook niet," antwoordde Silas Toronthal kort af, maar met
+hartstochtelijke stem.
+
+"Gij moet niet mijne ingeving, maar de uwe volgen. Gij zijt het
+gelukskind, niet ik."
+
+"Juist."
+
+"Die ingeving kan u niet misleiden. Wees daarvan ten volle
+overtuigd. Die zal u op geen dwaalspoor brengen."
+
+"Dat denk ik ook."
+
+"Zult ge weer plaats aan de roulette-tafel nemen? Of hebt gij een
+ander voornemen?"
+
+"Neen,... ik wensch bij het trente-et-quarante-spel op te
+zetten!" antwoordde Silas Toronthal, terwijl zij het gebouw
+binnentraden.
+
+"Gij hebt gelijk, Silas! Hoor slechts naar uwe ingeving!... De roulette
+heeft u bijna een vermogen verschaft, het trente-et-quarante zal het
+overige wel verrichten!"
+
+Beiden traden de salons binnen en wandelden eerst een poos op en
+neer. Tien minuten later zag Pescadospunt hen plaats nemen aan een
+der trente-et-quarante-tafels, waaromheen zich dadelijk het meerendeel
+der spelers schaarden.
+
+Daar kunnen inderdaad meer stoutmoedige zetten gedaan worden. Daar
+zijn de kansen van het spel meer eenvoudig, daar is ook het maximum van
+inzet twaalf duizend franken, en in weinige oogenblikken kan de speler
+groote verliezen, maar ook groote winsten maken. Rondom die tafels is
+het dan ook, dat de groote spelers bij voorkeur plaats nemen. Daar
+eindelijk ontluiken groote vermogens of worden die met zulk eene
+duizelingwekkende snelheid verspeeld, dat de Beurzen te Parijs, te
+New-York, te Londen of te Amsterdam er jaloersch op zouden kunnen zijn.
+
+Toen hij eenmaal aan de trente-et-quarante-tafel had plaats genomen,
+was Silas Toronthal alle zijne vroegere angsten vergeten. Hij speelde
+nu niet angstig, maar met eene soort van razernij, of wat juister is,
+als een man, die weldra het hoofd kwijt zal zijn. Kon men daarenboven
+ernstig meenen, dat er eene manier van spelen bestaat, eene manier om
+zijn geld op te offeren? Klaarblijkelijk neen, hoewel de beunhazen en
+de hartstochtelijke spelers het tegendeel beweren. Men is en blijft,
+wanneer men speelt, de slaaf van het toeval. En dat willen of wenschen
+die verblinden niet in te zien.
+
+Silas Toronthal speelde dus, terwijl Sarcany, wiens belang bij die
+laatste partij dubbel gold en die steeds winner was, welke ook de
+afloop zou zijn, hem nauwkeurig op de vingers keek en van iedere
+winst of verlies aanteekening hield.
+
+In de eerste uren, wogen de afwisselingen van winst en verlies tegen
+elkander op. Toch scheen de fortuin naar den kant van Silas Toronthal
+te willen overhellen. Dat was uit de laatste uitkomsten, meenden zij,
+duidelijk op te maken.
+
+Toen meenden hij en Sarcany zeker van den goeden uitslag te zijn. Hunne
+oogen schitterden van begeerlijkheid.
+
+Zij hitsten elkander op, zooals men dat noemt; zij moedigden elkander
+aan en plaatsten niet anders meer dan de hoogst toegestane inzetten
+op het groene kleed. De lezer weet dat dat inzetten van twaalf duizend
+franken zijn.
+
+Maar weldra hernam de bank, die over eene onwrikbare koelbloedigheid
+beschikt, die zich niet laat medeslepen door de dwaasheden van eene
+krankzinnige vervoering, en welker belangen door het vastgestelde
+maximum, den speler opgelegd, beschermd wordt, geheel en al het
+voordeel.
+
+Toen leden de medeplichtigen achtereenvolgens schrikkelijke
+verliezen. Het was alsof het geld langs een hellend vlak wegstroomde!
+
+Al de winst, die Silas Toronthal in den namiddag behaald had, vervloog
+voor en na.
+
+De bankier was schrikkelijk om aan te zien. Zijn gelaat was verwrongen
+en vuurrood en toonde aan, hoedanig het bloed hem naar het hoofd
+steeg. Zijne oogen stonden verwilderd en schier uitpuilend. Hij
+klemde zich vast aan de tafelranden, aan zijn stoel, aan de pakjes
+bankbiljetten, aan de rolletjes goudstukken, die zijne hand niet kon
+loslaten. En dat alles geschiedde met stuipachtige bewegingen, met
+zenuwachtige trillingen, met spiertrekkingen, met schokken evenals een
+man zou overkomen, die op 't punt is van te verdrinken! Er was niemand
+om hem op den rand van den afgrond te weerhouden! Geene hand, die hem
+toegestoken werd, om hem te redden! Sarcany deed geen enkele poging,
+om hem van die noodlottige plek te sleuren, om hem heen te voeren,
+alvorens zijn ondergang volkomen was, voor dat zijn hoofd verdwenen
+was onder de toeijlende golf van het verderf!
+
+Het was omstreeks tien uren, toen Silas Toronthal zijn laatsten inzet,
+zijn laatste maximum waagde. Hij won ... won nog eens, verloor daarna
+... verloor nogmaals en was toen alles kwijt! Toen hij met berooid
+hoofd opstond, werd hij bestormd door dien afschuwelijk wreedaardigen
+wensch, dat de bovenverdiepingen der Salons van het Casino mochten
+instorten, om hem en met hem al diegenen te verpletteren, die zich
+daarin bewogen. Hij bezat niets meer--niets meer van de millioenen, die
+hij met zijn bankiershuis verdiend had, niets meer van de millioenen,
+die hem als uitslag van zijn afschuwelijk verraad van het vermogen
+van graaf Mathias Sandorf ten deel waren gevallen! Het noodlot had
+onverbiddelijk uitspraak gedaan. De bankier was doodarm.
+
+Silas Toronthal, vergezeld van Sarcany, die toen zijn gevangenbewaarder
+scheen te zijn, verliet de speelzalen, stapte het gebouw door en ijlde
+buiten het Casino. Beiden vluchtten vervolgens als het ware langs
+de square naar de voetpaden, die naar La Turbia opklommen. Het was,
+alsof zij vreesden achtervolgd te worden.
+
+Pescadospunt was hen evenwel reeds op het spoor. Maar hij spoedde
+zich in het voorbijgaan naar zijn vriend Kaap Matifou en sleurde
+dien van zijne bank af, waarop de Hercules half ingedommeld lag,
+en schreeuwde hem toe:
+
+"Op! en spoedig!... De oogen open en de beenen gebruikt! Drommels,
+het oogenblik is daar!"
+
+"Wat is daar?" riep de reus, zoo uit den dommel wakker geschud,
+onthutst uit. "Wat is daar?"
+
+"Kom maar, wij hebben geen tijd om te babbelen," antwoordde
+Pescadospunt gejaagd.
+
+En beiden ijlden op het spoor voort, dat zij niet meer wilden
+verliezen. Het was tijd ook.
+
+Sarcany en Silas Toronthal bleven intusschen in allerijl naast elkander
+voortstappen en stegen steeds, terwijl zij de kronkelende en klimmende
+paden volgden, die langs de hellingen van het bergterrein te midden
+van olijf- en oranje-boschjes voerden. Die grillige kronkelingen en
+wendingen veroorloofden aan Pescadospunt en aan Kaap Matifou, om hen
+niet uit het oog te verliezen, hoewel zij geen woord konden verstaan
+van hetgeen de beide medeplichtigen spraken.
+
+"Keer naar het hôtel terug, Silas Toronthal," herhaalde Sarcany
+onophoudelijk met bevelende stem, "keer terug ... en herneem uwe
+koelbloedigheid.... Het is alsof gij krankzinnig zijt."
+
+"Neen!... Ik keer niet naar het hôtel terug," kreet Silas Toronthal,
+met onaangenaam klinkende stem.
+
+"Kom, het moet!... Laat u door mij raden.... Laat u door mij
+geleiden.... Er is nog herstel mogelijk."
+
+"Neen, zeg ik u.... Wij zijn tot den bedelstaf gebracht.... En dat
+alles is uwe, uwe schuld, Sarcany!"
+
+"Kom, wees nu niet dwaas.... Anders zijt gij zoo verstandig.... Hoe
+is het mogelijk zich zoo op te winden?"
+
+"Wij moeten scheiden, Sarcany.... Ik wil u niet meer zien!... Ik
+wil.... Ik wil verre van hier ... ver, zeer ver!"
+
+"Scheiden?... Waarom?... Zeg mij!... Is dat nu niet het dwaaste
+denkbeeld, dat bij u opkomen kan?"
+
+"Ik wil.... Hoort gij, Sarcany.... Ik wil.... Ik ben uwe
+tegenwoordigheid moede. U heb ik alles te danken."
+
+"Gij zult mij volgen, Silas Toronthal. Morgen zullen wij Monte Carlo
+verlaten!... Er blijft ons geld genoeg over om Tetuan te bereiken,
+en daar zullen wij onze taak voleindigen. Gij weet wel, dat wij daar
+niet zonder middelen zullen zijn."
+
+"Neen!... Neen!... Duizendmaal neen!... Ik wil niet ... en daarmee
+uit!" kreet de rampzalige.
+
+"Maar, waarom niet?"
+
+"Laat mij, Sarcany, laat mij!" riep Silas Toronthal uit. "Laat mij,
+of ik bega een ongeluk!"
+
+En hij stootte zijn makker gewelddadig terug, toen deze hem wilde
+grijpen. Daarna stoof hij met zooveel vaart vooruit, dat Sarcany moeite
+had, om hem weer in te halen. Geheel onbewust van hetgeen hij deed
+of omtrent hetgeen rondom hem voorviel, liep Silas Toronthal veel
+kans in de steile ravijnen te storten, waarboven en waarlangs zich
+het net der tuinpaden uitspreidde. Eene enkele gedachte huisde nog in
+het brein van den ongelukkigen bankier tot bedwelmens toe, dat was:
+Monte Carlo te ontvluchten, waar hij zijn ondergang gevonden had,
+en Sarcany te ontvluchten, wiens raadgevingen hem zoo verderfelijk
+geweest waren en zoo ellendig gemaakt hadden. Hij wilde in één woord
+vluchten, en het aan het toeval overlaten, waarheen hij zich zoude
+wenden, zonder te weten, wat van hem worden zou.
+
+Sarcany gevoelde wel, dat hij geen macht meer op zijn medeplichtige
+zou kunnen uitoefenen, dat die op het punt was aan zijn invloed
+te ontsnappen! O! wanneer de bankier niet bekend was met geheimen,
+die hem in het verderf konden storten, of hem voor het allerminst de
+laatste partij, die hij nog spelen wilde, kon doen verliezen, dan zou
+hij zich al zeer weinig bekommerd hebben over dien man, dien hij tot
+aan den rand van den afgrond gesleurd had! Maar, alvorens in dien
+afgrond te storten, kon Silas Toronthal een laatsten gevaarlijken
+kreet slaken, en die kreet moest vermeden, moest verstikt worden,
+al moest dat ook door middel van eene misdaad geschieden!
+
+Toen, in dat oogenblik was er van de gedachte aan die misdaad, waartoe
+hij in zijn binnenste besloten was, tot de daadwerkelijke uitvoering
+slechts een pas te maken en Sarcany aarzelde geen oogenblik dien
+pas uit te voeren. Wat hij op weg naar Tetuan, in de eenzaamheid der
+Marokkaansche velden wilde uitvoeren, zou hij dat niet, dezen zelfden
+nacht op deze plek, die weldra geheel eenzaam en verlaten zoude zijn,
+kunnen doen? Die gedachte bestormde wild en woest zijn misdadig brein.
+
+Maar op dit uur werden toch nog te veel menschen, die zich verlaat
+hadden, op dien weg tusschen Monte Carlo en la Turbia ontmoet. Nog te
+veel wezens bewogen zich op die hellingen en klommen haar op of daalden
+haar af. Een kreet, een schreeuw van Silas Toronthal zou hen kunnen
+doen te hulp schieten, en de moordenaar wilde, dat de moord onder
+zoodanige omstandigheden geschiedde, dat nimmer eenige achterdocht hem
+zoude kunnen bereiken. Dat noodzaakte hem gebiedend te wachten. Hooger,
+daar ginds la Turbia voorbij, over de Monacosche grenzen, op dien
+bergachtigen weg, die zich op meer dan twee duizend voeten boven
+de oppervlakte der zee, aan de flanken van het eerste voorgebergte
+der Zeealpen vastklemde, zou Sarcany zeker en zonder gevaar kunnen
+toestooten. Wie zou daar zijn slachtoffer te hulp komen? Hoe zou daar
+het lijk van Silas Toronthal in de diepte van die peillooze, sombere
+ravijnen, die langs den weg aangetroffen werden, weer gevonden worden?
+
+Evenwel wilde Sarcany een laatste maal zijn medeplichtige weerhouden
+en een laatste poging aanwenden, hem naar Monte Carlo naar het hôtel
+terug te voeren. Die poging zou evenwel deerlijk mislukken.
+
+"Kom, Silas Toronthal, kom!" zei hij, terwijl hij zijn makker bij
+den arm greep. "Kom dan toch, zeg ik u!"
+
+"Neen!... Laat mij! Laat mij!..." kreet de bankier; terwijl hij zijn
+makker met verbeten woede terugstootte.
+
+"Morgen zullen wij het spel hervatten!... Ik heb nog eenig
+geld.... Morgen kunnen wij alles terugwinnen."
+
+"Neen, neen! Laat mij..." riep Silas Toronthal met eene van razernij
+trillende stem uit.
+
+Wanneer hij bij machte geweest ware, om met Sarcany te worstelen;
+wanneer hij met dolk of revolver gewapend geweest ware, dan zou hij
+voorzeker niet geaarzeld hebben, om zich over al het kwaad, dat hem
+zijn vroegere Tripolitaansche agent berokkend had, te wreken. Hij
+zou dan toegestooten hebben, al had hij daarna ook het hoofd op het
+schavot moeten brengen.
+
+Met een woest handgebaar, waaraan de toorn nog meer spierkracht
+verleende, stootte Silas Toronthal Sarcany terug; daarna ijlde hij
+voort naar den laatsten draai van het pad en daalde langs eenige
+trappen af, die den weg vormden in den rotswand waartusschen kleine
+terrasvormige tuinen uitgehouwen waren. Hij had weldra de voornaamste
+straat van Turbia bereikt, die op den smallen zadelrug uitkomt,
+die den Hondskop van de bergmassa van Ayel afscheidt, en de vroegere
+grensscheiding tusschen Italië en Frankrijk uitmaakt.
+
+"Welnu, als gij het dan zoo wilt, ga dan, Silas," riep Sarcany hem
+voor de laatste maal achterna. "Ga, maar ge zult niet ver loopen. Dat
+verzeker ik u!"
+
+En daarna rechts wendende, overschreed hij eene kleine omheining,
+uit losse steenen opgetrokken, stak een schuinhellenden tuin dwars
+over, regelde zijne schreden dermate, dat hij voor Silas Toronthal
+op den grooten weg zoude uitkomen. Daar wilde hij zijn vroegeren
+medeplichtige opwachten, om met hem af te rekenen.
+
+Al hadden Pescadospunt en Kaap Matifou ook al niets van die
+woordenwisseling kunnen hooren, zoo hadden zij toch duidelijk
+waargenomen met hoeveel geweld de bankier Sarcany had teruggestooten en
+hadden zij gezien, hoe de laatstgenoemde in de schaduw der boomgroepen
+verdween.
+
+"De duivel mengt zich in het spel," riep Pescadospunt uit. "Gauw,
+gauw!"
+
+"Denkt ge?" vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend met verwonderde
+blikken poogde aan te kijken, wat bij de heerschende duisternis
+mislukte.
+
+"Waarachtig!... De voornaamste ontsnapt ons
+waarschijnlijk.... Gauw!... Gauw! Wij moeten ons haasten!"
+
+"Och kom, die kerels kunnen toch niet vliegen!" sprak Kaap Matifou
+gemelijk.
+
+"Dat moest er nog maar bij komen ..." hijgde Pescadospunt schier
+wanhopig.
+
+"Wat?"
+
+"Dat de andere ons ook ontsnapte! Dat zou iets moois voor ons zijn! Wat
+zou Dokter Antekirrt wel zeggen?"
+
+"Dat kan niet."
+
+"Gelukkig ook. Die Toronthal zal weldra onze krijgsgevangene
+zijn!... Opgepast, Kaap!"
+
+"Dat meen ik ook. Wees intusschen gerust, ik zal oppassen,
+Pescadospunt."
+
+"Daarenboven, er valt hier niet te kiezen... Kom vooruit, waarde
+Kaap, vooruit!"
+
+En voortspoedende hadden zij Silas Toronthal weldra ingehaald. Dat
+merkten zij weldra.
+
+Deze besteeg snel de straat van Turbia. Nadat hij de kleine
+verhevenheid, waarop de Augustustoren verrijst, voorbij geijld was,
+liep hij met vlugge schreden langs de huizen, welker deuren reeds
+gesloten waren, en bevond zich weldra op den weg der Kroonlijst.
+
+Pescadospunt en Kaap Matifou volgden hem op een afstand van ongeveer
+vijftig passen en verloren hem niet uit het oog.
+
+De weg der Corniche of der Kroonlijst is het overblijfsel van eene oude
+Romeinsche heerbaan. Van Turbia af daalt zij langs de berghellingen,
+te midden van prachtige rotspartijen, van alleen staande kegelheuvels,
+van diepe afgronden, die zich tot bij de spoorbaan uitstrekken, welke
+langs de kuststrook aangelegd is, naar Nizza af. Over den spoorweg
+heen, waren bij den helderen sterrenhemel en bij het zachte licht der
+maan, die in het oosten opkwam, in het nevelig verschiet zes baaien
+te ontwaren, alsmede het Hospitaaleiland, de monding van de Var,
+de golf van Juan, de Lerinische eilanden, de golf van Napocila, het
+schiereiland van Garoupa, de kaap van Antibes en daarachter als een
+verheven achtergrond: het Esterelgebergte. Hier en daar schitterden
+havenlichten, zooals dat van Beaulieu, hetwelk aan den voet der
+steile oevers van Klein-Afrika opgericht is, dat van Villafranca,
+hetwelk door den Leuzaberg beheerscht wordt. Vervolgens werden nog
+eenige signaallichten van visschersvaartuigen ontwaard, die zich in
+de kalme wateroppervlakte spiegelden.
+
+Het was toen iets later dan middernacht. In de verte stierf het
+metalen geluid van een klokkentoren weg.
+
+Op dit oogenblik was Silas Toronthal aan het einde der Turbiastraat
+gekomen en verliet thans den weg der Kroonlijst en spoedde zich op een
+pad voort, dat rechtstreeks naar Eza voert, hetwelk een adelaarsnest
+genoemd moet worden, alwaar een half barbaarsche bevolking, boven op
+dien rotsblok, te midden van woeste pijnboomen en wild struikgewas,
+huist. Dat pad was volmaakt eenzaam. De waanzinnige bankier volgde
+het gedurende een poos, zonder den pas te vertragen, zonder het hoofd
+om te keeren, ten einde achterwaarts te zien. Plotseling wendde hij
+zich ter linkerzijde langs een smal padje, dat den hoogen rotsmuur
+van de kuststrook, waarlangs de spoorbaan en de rijweg onder een
+tunnel aangelegd zijn, scheidde en schier raakte.
+
+Pescadospunt en Kaap Matifou volgden den radelooze op den voet en
+verloren hem niet uit het oog.
+
+Op honderd passen verder ongeveer bleef Silas Toronthal eindelijk
+stilstaan. Hij was op eene rots gesprongen, die loodrecht boven een
+afgrond hing, waarvan de zool eenige honderd meter lager door de
+deininggolven der Middellandsche zee, die er donderend tegen brak,
+gezweept werd.
+
+Wat wilde Silas Toronthal daar doen? Dat vroegen de twee vrienden
+zich met ontzetting af.
+
+Was eene gedachte aan zelfmoord in dat ziekelijke brein opgekomen? Zou
+hij zich willen van kant maken?
+
+Wilde hij, door in dien afgrond te springen, een einde aan zijn
+ellendig bestaan maken?
+
+"Duizend duivels!" riep Pescadospunt uit. "Dat zou onze geheele
+rekening in de war sturen!"
+
+"Ik doe er evenveel duivels bij," antwoordde Kaap Matifou. "Maar wat
+moeten die duivels? Wat is er aan de hand?"
+
+"Wij moeten hem levend hebben! Kaap, wij moeten dien kerel levend
+aan dokter Antekirrt overleveren."
+
+"Dat 's waar ook," beaamde Kaap Matifou beteuterd. "Drommels ja,
+dat is waar ook!"
+
+"Grijp hem," riep Pescadospunt, "en houd hem goed vast! Grijp hem,
+maar verworg hem niet!"
+
+Maar nauwelijks hadden beiden ongeveer twintig passen afgelegd, toen
+zij een man ter rechterzijde van het pad zagen verschijnen. Deze gleed
+als het ware langs de helling tusschen mastiek- en mirten-struiken
+door en sloop blijkbaar naar de rots, waarop Silas Toronthal zich
+bevond. Het was alsof een verscheurend gedierte naderde.
+
+Dat was Sarcany. De beide acrobaten herkenden hem dadelijk. Men kon
+zich trouwens daarin niet vergissen.
+
+"Drommels!" mompelde Pescadospunt tusschen de tanden. "Daar is die
+andere nu ook!"
+
+"Wie is er nu weer?" vroeg de reus, die eensklaps stil bleef
+staan. "Zeg, wie is er nu weer?"
+
+"Het is niet onmogelijk, dat die schurk zijn makker een handje wil
+helpen, dat hij hem een duwtje wil geven, om hem van deze wereld naar
+de andere te zenden...."
+
+"Dat is zelfs zeer waarschijnlijk.... Dat bespaart ons de moeite,
+dunkt me."
+
+"Welnu, Kaap Matifou, gij den eenen en ik den anderen. Dan hebben
+wij ze beiden."
+
+Maar Sarcany was stil blijven staan.... Hij had iets gehoord ... en
+wilde niet herkend worden....
+
+Plotseling ontsnapte een ijselijke vloek aan zijne lippen. Daarna
+ijlde hij rechts af en verdween, alvorens Pescadospunt hem had kunnen
+bereiken, te midden van het struikgewas.
+
+Toen Silas Toronthal een oogenblik later in den afgrond wilde springen,
+werd hij door Kaap Matifou gegrepen en op den weg teruggebracht.
+
+"Laat mij!..." riep hij. "Laat mij!... Wat moet gij van mij
+hebben?... Wilt gij geld?... Ik heb het niet."
+
+"Wij zouden u een misstap laten doen, die u het leven zou kunnen
+kosten, mijnheer Toronthal," antwoordde Pescadospunt. "Dat nooit!"
+
+"Dat nooit!" herhaalde Kaap Matifou. "Geloof ons, inderdaad,
+dat nooit!"
+
+De slimme Pescadospunt was op dit voorval, hetwelk zijne instructiën
+niet voorzien konden, natuurlijk niet voorbereid geweest. Maar al was
+Sarcany ook al ontsnapt, zoo was toch Silas Toronthal in den val, en
+er bleef thans slechts over, om hem naar Antekirrta over te voeren,
+alwaar hij met al de eerbetuigingen, die hem rechtens toekwamen,
+zoude ontvangen worden. Dat was de eindbeslissing, waartoe onze beide
+akrobaten besloten.
+
+"Wilt ge u tegen verminderden prijs met den vervoer van mijnheer
+belasten?" vroeg Pescadospunt aan Kaap Matifou.
+
+"Volgaarne," antwoordde deze. "Hij zal het bij mij goed hebben. Hij zal
+niets te betalen hebben en daarentegen goed eten en drinken krijgen."
+
+Silas Toronthal had zelfs geen besef meer van hetgeen met hem voorviel,
+en kon dan ook geen weerstand bieden. Pescadospunt stapte vooruit
+en daalde langs een steil voetpad, dat langs een afgrond naar het
+strand leidde. Hij werd onmiddellijk door Kaap Matifou gevolgd,
+die het bewustelooze lichaam van den bankier nu eens voortsleepte,
+dan weer eens op zijne schouders torschte, zoo als hij met een stout
+kind zoude gedaan hebben.
+
+Die afdaling was uiterst moeielijk, en inderdaad, zonder de
+buitengewone behendigheid van Pescadospunt, en zonder de buitengewone
+lichaamskracht van Kaap Matifou, zoude een ongeluk onvermijdelijk
+gebeurd zijn, en zouden twee van die drie mannen naar beneden gestort
+zijn, waar zij een oogenblikkelijken dood zouden gevonden hebben.
+
+Eindelijk evenwel bereikten zij, na zeker twintig malen hun leven
+gewaagd te hebben, de laatste rotslagen, die met de oppervlakte der
+zee gelijk waren. Daar bestond de kuststrook uit eene aaneenschakeling
+van kleine inhammen, die grillig in de rotswanden ingesneden waren. De
+wanden dier kleine baaien waren steil en hoog en hadden eene roode
+kleur, afkomstig van ijzerverbindingen, waaruit het gesteente bestond,
+maar waardoor zij aan de golfjes van de branding eene akelige
+bloedkleur verleenden.
+
+De dag begon juist aan te breken, toen Pescadospunt eene schuilplaats
+in een van die uithollingen van den oever ontdekte, die voorzeker door
+een der geologische beroeringen in vroegere eeuwen gevormd was. Daarin
+werd Silas Toronthal op den oever neergelegd, om onder bewaking van
+Kaap Matifou een poos te verwijlen.
+
+Toen deze den bankier, die er niets van scheen te bemerken en zich
+ook niet verontrustte, daarheen gebracht had, zei Pescadospunt tot
+Kaap Matifou:
+
+"Ge blijft bij hem, niet waar, Kaap? Luister als je blieft goed
+naar mij".
+
+"Ja, ik luister. Ik zal bij hem blijven, zoolang als ge wilt,
+Pescadospunt."
+
+"Ook al blijf ik twaalf uren weg? Dat is lang, niet waar, Kaap
+Matifou?"
+
+"Zeker.... Maar, wees gerust, ik zal bij hem blijven. Als ik dat
+beloof, gebeurt het ook."
+
+"Zonder te eten?"...
+
+"Drommels, zonder eten?... Maar alles wel beschouwd, wat zal dat er
+toe doen?"
+
+"Zoo zonder ontbijt?"
+
+"Bah, als ik hedenochtend niet ontbijt", antwoordde de reus, "zal
+ik van avond bij het diner mijn schade inhalen. Ik zal dan voor
+twee eten."
+
+"En als gij niet dineert, Kaap Matifou? Hoort ge, dat wordt ernstiger!"
+
+"Bah!... Dan zal ik voor vier soupeeren", antwoordde de edele kerel
+kalm en gelaten.
+
+Kaap Matifou nam toen zoodanig plaats op een rots, dat hij zijn
+gevangene geen seconde uit het oog verloor. Pescadospunt volgde van
+zijn kant den zeeoever van baai tot baai en richtte zijn schreden
+naar den kant van Monaco. Het was geen gemakkelijke weg, die hier
+over dat rotsachtig strand met zijne scherpe punten te volgen was.
+
+Pescadospunt zou evenwel zoo langen tijd niet behoeven weg te
+blijven, als hij eerst berekend had. In minder dan twee uren had hij
+de _Elektriek_ opgespoord. Deze lag ten anker in een van die eenzame
+kreken, die door een aaneenschakeling van rotsen tegen de deininggolven
+uit volle zee beveiligd waren. Een uur later kwam het vlugge vaartuig
+voor de monding der smalle baai aan, waar Kaap Matifou, van uit zee
+gezien, zich voordeed als een mythologische Proteus, die de kudden
+van Neptunus weidde. Hij was van de plaats niet afgeweest en had den
+bankier niet uit het oog verloren.
+
+Het duurde niet lang, of Silas Toronthal en Kaap Matifou waren
+aan boord ingescheept. Men had daarbij noch kustbewakers, noch
+ambtenaren van de in- en uitgaande rechten, noch zelfs kustvisschers
+ontwaard. Zoodra de inscheping volbracht was, sloeg de _Elektriek_
+met volle kracht vooruit, verliet de golf van Genua, stevende de
+Tyrrheensche zee in en richtte den boeg naar het eiland Antekirrta
+in de Syrtische zee.
+
+
+
+
+
+V.
+
+AAN GODS GOEDE ZORGEN OVERGELATEN.
+
+
+Dat het ons thans vergund zij een algemeen overzicht van de
+volkplanting te Antekirrta te leveren.
+
+Silas Toronthal en Carpena waren thans in de macht van dokter Antekirrt
+of beter van graaf Mathias Sandorf, en deze wachtte slechts op een
+gunstige gelegenheid, om het spoor van Sarcany te vervolgen. Aan den
+anderen kant beijverden zijne zaakgelastigden zich om te ontdekken,
+waar mevrouw Bathory zich ophield. Tot nu toe was hun dat slecht
+gelukt. Sedert zijne moeder, in gezelschap van den ouden Borik,
+die haar eenige steun was, spoorloos verdwenen was, had eene ware
+wanhoop, die zich ieder uur, iedere minuut deed gevoelen, zich van
+Piet Bathory meester gemaakt. Zichtbaar leed hij daaronder. Het zou
+dan ook voor dokter Antekirrt een groot geluk geweest zijn, wanneer
+hij eenige verzachting aan dat hart, hetwelk tweemaal gebroken was,
+had kunnen schenken. Wanneer de jonge man toch van zijne moeder
+sprak, dan voelde de dokter dat hij dan aan Sava Toronthal dacht,
+hoewel die naam in hunne gesprekken nimmer uitgesproken werd.
+
+In het stedeke, dat de hoofdplaats van het eiland Antekirrta uitmaakte,
+bewoonde Maria Ferrato niet verre van het stadhuis een der fraaiste
+woningen van Artenak. De dankbaarheid van dokter Antekirrt had daarin
+alle voorwerpen vereenigd, die de meeste gemakken aanbieden en het
+leven kunnen veraangenamen. Haar broeder woonde daar bij haar,
+wanneer hij niet op zee was, of wanneer hij niet met den een of
+anderen transportdienst of eenig opzicht belast was. Dan ging er geen
+dag voorbij, zonder dat die twee jonge lieden een bezoek bij dokter
+Antekirrt aflegden, of dat deze hen opzocht. Zijne toegenegenheid voor
+de kinderen van den visscher van Rovigno vermeerderde aanmerkelijk,
+naarmate hij hen beter leerde kennen. Dat was natuurlijk, want beiden
+bezaten eene edele geaardheid.
+
+"Hoe gelukkig zouden wij zijn," herhaalde Maria meermalen, "wanneer
+Piet het ook kon wezen."
+
+"Ja zeker," zuchtte Luigi, "maar dat kan eerst, wanneer hij zijne
+moeder weergevonden zal hebben. Daaromtrent, Maria, heb ik nog niet
+alle hoop opgegeven. Met de middelen, waarover dokter Antekirrt
+te beschikken heeft, moet den een of anderen dag het oord ontdekt
+worden, waarheen Borik bij het verlaten van Ragusa mevrouw Bathory
+vervoerd heeft."
+
+"Die hoop koester ik ook, Luigi, maar..."
+
+Hier zweeg het meisje als ware zij beschroomd.
+
+"Maar, wat? Nu, spreek op, zusjelief. Wat wildet gij mij zeggen,
+Maria?"
+
+"Zou Piet geheel getroost wezen, wanneer hij alleen zijne moeder weer
+gevonden had?..."
+
+"Mij dunkt van neen."
+
+"Waarom niet, Luigi? Mij dunkt, dat hem dat al zeer gelukkig moest
+maken."
+
+"Omdat het niet mogelijk is, Maria, dat Sava Toronthal ooit zijne
+vrouw wordt."
+
+"Luigi," antwoordde Maria, "wat den mensch onmogelijk toeschijnt,
+is dat onmogelijk voor God?"
+
+Toen Piet aan Luigi de verzekering had gegeven, dat zij beide broeders
+voor elkander zouden zijn, kende hij Maria Ferrato nog niet en kon hij
+dus nog niet weten, welke teedere, toegenegene en liefderijke zuster
+hij in haar zoude aantreffen! Toen hij dan ook gelegenheid had gehad,
+haar naar eisch te kunnen waardeeren, aarzelde hij geen oogenblik,
+om haar zijne smarten en zijne droefheden toe te vertrouwen. Dat
+verlichtte hem een weinig, wanneer zij te zamen praatten. Wat hij aan
+dokter Antekirrt niet had willen zeggen, wat hij zich zelven verbood
+hem mede te deelen, dat vertrouwde hij Maria toe. Hij vond in haar een
+liefhebbend hart, dat voor het medelijden geheel en al geopend was,
+een hart, dat hem begreep, dat hem troostte; hij vond in haar een
+vertrouwvolle ziel, die de wanhoop niet kende. Wanneer Piet Bathory
+buitengewoon veel leed, wanneer zijn hart ten boorden toe overvuld
+was, wanneer zijne smart hem dreigde te overweldigen, dan ijlde hij
+naar haar, en wie weet hoe menigmaal Maria er in slaagde, hem troost
+en vertrouwen in de toekomst in te boezemen.
+
+Intusschen bevond zich thans een man in de kasematten van Antekirrta,
+die weten moest, waar Sava Toronthal zich bevond, of ook zij nog
+steeds in de macht van Sarcany was. Dat was hij, die haar voor zijne
+dochter had laten doorgaan, dat was de bankier Silas Toronthal. Maar
+uit eerbied voor de nagedachtenis van haren vader, zou hij nimmer
+gepoogd hebben, hem over dit onderwerp aan het praten te krijgen.
+
+Silas Toronthal bevond zich daarenboven sedert zijne gevangenneming
+in een zoodanigen geestestoestand, in een zoodanige lichamelijke en
+zedelijke neerslachtigheid, dat hij niets zou hebben kunnen mededeelen,
+al had zijn eigen belang gevergd, dat hij zulks deed. Maar hij had
+integendeel in het geheel geen belang er bij om mede te deelen, wat
+hij van Sava wist, omdat hij onkundig was dat hij de gevangene van
+dokter Antekirrt was, ook dat Piet Bathory niet dood maar levend op
+het eiland Antekirrta aanwezig was, een eiland waarvan hij den naam
+zelfs niet kende, en dus nog veel minder wist, waar dat ergens ter
+wereld gelegen was.
+
+Inderdaad, slechts God, zooals Maria Ferrato zeide, kon dien toestand
+ontwikkelen.
+
+De werkelijke staat der kleine volkplanting zou slechts onvolkomen
+in het licht gesteld zijn, wanneer vergeten werd melding te maken van
+Pescadospunt en van Kaap Matifou. Die behoorden toch in het kader van
+het personeel van het eiland Antekirrta te huis. Die twee behoorden
+tot de notabelen van de kleine volkplanting, en dat verdienden zij ook.
+
+Hoewel het Sarcany gelukt was te ontsnappen, hoewel men zelfs
+zijn spoor bijster geraakt was, zoo was de gevangenneming van Silas
+Toronthal zoo belangrijk, dat de dankbetuigingen van dokter Antekirrt
+en van Piet Bathory aan Pescadospunt niet ontbraken. Geheel aan zijn
+eigen gedachtenloop overgelaten, had die brave kerel juist gedaan,
+wat in de gegeven omstandigheden moest verricht worden. Niemand
+had het kunnen verbeteren. Daar nu dokter Antekirrt zich tevreden
+betoonde, zou het den beiden vrienden niet gepast hebben, het ook
+niet te zijn. Zij hadden derhalve hunne lieve en fraaie woning weer
+betrokken, in afwachting dat men andermaal hunne diensten noodig zoude
+hebben. Hunne vurigste hoop was, dat zij meermalen voor de goede zaak
+nuttig zouden kunnen zijn.
+
+Pescadospunt en Kaap Matifou hadden dadelijk na hunne aankomst te
+Antekirrta, een bezoek afgelegd bij Maria en Luigi Ferrato, daarna
+hadden zij hunne opwachting gemaakt bij eenigen der notabelen van
+Artenak. Overal werden zij uitstekend ontvangen; want zij hadden zich
+bij iedereen bemind weten te maken. Men had dan Kaap Matifou bij die
+plechtige gelegenheden moeten zien. Hij schitterde dan inderdaad,
+hoewel hij zich een weinig verlegen met zijn kolossalen omvang
+betoonde, waarmede hij alleen een zaal vulde.
+
+"Ik ben evenwel dun," merkte Pescadospunt op, "dat maakt evenwicht,
+en herstelt de ongelijkheid."
+
+Wat dien kleinen behendigen akrobaat aangaat, hij was de vreugde
+van de geheele volkplanting, die hij met zijne vroolijke geaardheid
+verlevendigde. Hij stelde zijne schranderheid en behendigheid ten
+dienste van allen. O! als hij de zaken naar het algemeen welbehagen
+mocht regelen, welk program van vermakelijkheden zou hij dan niet
+zoowel voor de stad als voor de omstreken ontwerpen. Ja, als het moest,
+dan zou hij, Pescadospunt en Kaap Matifou geen oogenblik aarzelen, om
+hun beroep van kunstenmakers te hervatten, ten einde de Antekirrtsche
+bevolking in opgetogenheid te brengen.
+
+In afwachting dat die fraaie dag zoude aanbreken, hielden Pescadospunt
+en Kaap Matifou zich onledig met hun tuin, die door prachtige boomen
+beschaduwd was, te verfraaien, alsook hunne villa, die waarlijk onder
+de bloemen bedolven scheen. Bij die werken aan de kleine havenkom
+verleenden zij krachtige en nuttige hulp. Wanneer men Kaap Matifou
+kolossale rotsbrokken zag loswringen en vervoeren, dan moest betuigd
+worden, dat onze Provençaalsche Hercules niets van zijne krachten
+verloren had.
+
+Slaagden de lasthebbers van dokter Antekirrt niet in hunne pogingen
+om mevrouw Bathory op te sporen, anderen, die Sarcany opzochten, waren
+niet gelukkiger. Geen hunner had kunnen ontdekken, waar die ellendeling
+een schuilplaats had gevonden, nadat hij Monte Carlo verlaten had.
+
+Kende Silas Toronthal het geheim van die schuilplaats? Dat was op zijn
+minst genomen aan twijfel onderhevig, wanneer men de omstandigheden in
+aanmerking neemt, waaronder die twee op den weg naar Nizza van elkander
+gescheiden waren. Daarenboven, al was de bankier met de verblijfplaats
+van zijn medeplichtige bekend, dan was het nog de vraag, of hij die zou
+willen aanwijzen. Het meest waarschijnlijke was dat hij zou weigeren.
+
+Dokter Antekirrt wachtte dan ook uiterst ongeduldig het tijdstip
+af, dat Silas Toronthal in staat zoude zijn te kunnen antwoorden,
+om alsdan de proef te nemen.
+
+Het was in een fortje, dat bij den noordwestelijken hoek aangelegd was,
+dat Silas Toronthal en Carpena ieder in eene cel opgesloten waren,
+waarin zij hoegenaamd niemand te zien kregen. Zij kenden elkander niet
+anders dan van naam; want de bankier had zich nimmer met de zaken
+van Sarcany op Sicilië ingelaten. Er was dan ook een streng bevel
+uitgevaardigd, namelijk: dat men hen zelfs niet mocht laten gissen, dat
+zij te zamen dat fortje bewoonden. Zij waren in twee gekasematteerde
+vertrekken opgesloten, die van elkander verwijderd lagen en die zij
+slechts verlieten, om een poos op afzonderlijke pleintjes lucht te
+scheppen. Zij werden bewaakt door twee sergeanten van de Antekirrtsche
+militie, van welker trouw dokter Antekirrt verzekerd was. Het was
+dan ook onmogelijk, dat de twee gevangenen gemeenschap met elkander
+konden hebben, of dat zij afspraken met elkander hadden kunnen houden.
+
+Ook was geen onbescheidenheid te vreezen. Op alle vragen, die Silas
+Toronthal en Carpena tot hunne bewakers richtten omtrent de plaats
+hunner gevangenschap, hadden zij nimmer antwoord ontvangen. Niets
+kon hen dus doen vooronderstellen, dat zij in de macht van dien
+geheimzinnigen dokter Antekirrt geraakt waren, dien de bankier kende,
+omdat hij hem te Ragusa verscheidene malen ontmoet had, en voor wien
+hij een instinctmatigen angst had voelen ontgloren.
+
+De eenige en voortdurende gedachte van den dokter was thans, om
+Sarcany uit te vinden, om hem te kunnen bemachtigen, zooals dat met
+zijne twee medeplichtigen reeds geschied was. Toen Silas Toronthal
+dan ook tegen den 16n October zoover in beterschap toegenomen was, dat
+hij in staat was om de vragen te kunnen beantwoorden, die hem gesteld
+zouden worden, besloot de dokter hem aan een onderzoek te onderwerpen.
+
+Maar alvorens werd een raad belegd, bestaande uit dokter Antekirrt,
+uit Piet Bathory en Luigi Ferrato, waarin ook Pescadospunt geroepen
+werd, wiens adviezen niet te versmaden waren.
+
+Dokter Antekirrt bracht hen op de hoogte van zijne voornemens met
+betrekking tot de gevangenen.
+
+"Wat denkt gij er van?" vroeg hij, toen hij daarmee geëindigd had.
+
+"Zou Silas Toronthal," merkte Luigi Ferrato op, "bij het vernemen
+dat men verlangt te weten, waar zich Sarcany ophoudt, niet gissen
+kunnen, dat men het er op toelegt om ook zijn medeplichtige in handen
+te krijgen?"
+
+"Welnu," vroeg de dokter, "welk bezwaar zou daarin gelegen zijn,
+nu hij ons toch niet ontsnappen kan?"
+
+"Toch meen ik, dat er een is, heer dokter," antwoordde Luigi.
+
+"Silas Toronthal kan meenen, dat het in zijn belang is, om niets te
+zeggen, wat ten nadeele van Sarcany kan uitgelegd worden. Dat zou
+hem den mond kunnen snoeren."
+
+"Maar waarom?" vroeg dokter Antekirrt. "Welk belang zou hij kunnen
+hebben, om niets te zeggen?"
+
+"Ja, waarom?" herhaalde Piet Bathory. "Welk belang?... Waarlijk,
+ik kan aan mijn gedachte geen vorm geven."
+
+"Omdat hij zich zelven daarmede kan benadeelen." antwoordde Luigi. "Mij
+dunkt dat dat eene reden is."
+
+"Mag ik mij eene bemerking veroorloven?" vroeg Pescadospunt, die zich
+uit bescheidenheid een weinig ter zijde hield.
+
+"Voorzeker, mijn vriend," antwoordde de dokter. "Wat wildet gij
+ons zeggen?"
+
+"Heeren," hernam Pescadospunt, "ga ik af op de omstandigheden,
+waaronder die twee boezemvrienden afscheid van elkander genomen hebben,
+dan meen ik het er voor te moeten houden, dat zij elkander niet meer
+te ontzien hebben. De bankier Silas Toronthal moet Sarcany, die hem
+tot den bedelstaf bracht, uit den grond van zijn hart haten. Wanneer
+onze gevangene dus weet, waar zijn medeplichtige zich thans bevindt,
+dan zal hij geen oogenblik aarzelen,--zoo denk ik ten minste,--om dat
+mede te deelen. Vertelt hij niets, dan is dat volgens mij het bewijs,
+dat hij niets weet, dus dat hij niets te zeggen heeft."
+
+Die redeneering was niet van juistheid ontbloot. Het was meer dan
+waarschijnlijk dat wanneer de bankier Silas Toronthal met de plaats
+bekend was, waarheen Sarcany gevlucht kon zijn en waar hij zich zou
+kunnen ophouden, hij zich niet verplicht zoude rekenen geheimhouding
+te betrachten, vooral wanneer zijn eigen belang mede zoude brengen
+om haar te verbreken.
+
+"Wij zullen heden nog vernemen, waaraan wij ons te houden hebben,"
+antwoordde de dokter, "en ik zal zien wat mij verder te doen staat,
+wanneer Silas Toronthal niets weet of niets wil mededeelen. Maar,
+daar hij nog onkundig moet blijven, dat hij in de macht van dokter
+Antekirrt is, daar hij evenzeer nog niet mag weten, dat Piet Bathory
+in leven is, zoo zal Luigi Ferrato de taak op zich willen nemen,
+om hem te ondervragen."
+
+"Ik stel mij geheel tot uwen dienst, heer dokter," antwoordde de
+jonge zeeman.
+
+Luigi begaf zich ten gevolge van dit gesprek naar het fortje, alwaar
+hem toegang verleend werd tot de kasemat, die Silas Toronthal tot
+gevangenis diende.
+
+De bankier was op dat oogenblik in een hoek bij eene tafel gezeten. Hij
+had juist zijn bed verlaten. Naar zijn uiterlijk te oordeelen, was
+zijn gemoedstoestand veel verbeterd. Hij hield zich toen niet met
+de gedachte bezig, dat hij zijn vermogen verloren had. Hij dacht
+zelfs niet aan Sarcany. Er was iets wat hem bovenmate verontrustte,
+en dat was de zucht om te weten de reden waarom, en de plaats waar
+hij opgesloten was, en wie toch wel de machtige persoon kon zijn,
+die er belang bij kon hebben, zich van zijn persoon te verzekeren. Dat
+was het wat hem bezig hield, maar waaromtrent hij geen oplossing kon
+vinden. Zoo veel was zeker, dat hij begreep alles te vreezen te hebben.
+
+Toen hij Luigi Ferrato zijne cel zag binnentreden, stond hij op;
+maar op een teeken van dezen ging hij weder onmiddellijk zitten. Het
+onderhoud, dat plaats had, was slechts van korten duur en ziehier de
+vragen, die hem gesteld werden:
+
+"Gij zijt Silas Toronthal, voorheen te Triëst en laatstelijk te Ragusa
+woonachtig, niet waar?"
+
+"Op die vraag heb ik niet te antwoorden. Zij die mij gevangen hebben,
+moeten weten wie ik ben, dunkt mij."
+
+"Dat weten zij. Wees daaromtrent onbekommerd, heer Toronthal! Op zijn
+tijd zult gij alles te weten komen."
+
+"Maar wie zijn zij, als ik u bidden mag? Zijn het machtige mannen? Dat
+zou ik wel willen weten."
+
+"Dat zult gij later vernemen. Niet te nieuwsgierig, heer bankier. Dat
+is eene ongepaste ondeugd hier."
+
+"En wie zijt gij?"
+
+"Alweer te nieuwsgierig. Maar ik wil daarop wel antwoorden, dat ik
+een man ben, die de opdracht heeft u te ondervragen."
+
+"Opdracht van wien? Gij spreekt steeds in onbegrijpelijke raadselen."
+
+"Van hem, wien gij rekening en verantwoording verschuldigd zijt,
+die recht over leven en dood over u heeft."
+
+"Maar nogmaals, wie is dat? Gij zoudt mij inderdaad beangst kunnen
+maken."
+
+"Dat is niet aan mij om het u te zeggen. Misschien zal hij het u
+later zelf zeggen."
+
+"Welnu, in dat geval weiger ik te antwoorden. Vertrouwen tegenover
+vertrouwen."
+
+"Zoo als ge verkiest! Ge waart te Monte Carlo in gezelschap van
+een man, dien gij sedert lang kent en die u, sedert gij van Ragusa
+vertrokken zijt, niet verlaten heeft. Die man is van Tripolitaansche
+afkomst en heet Sarcany. Hij is ontsnapt op het oogenblik, dat gij
+op den weg naar Nizza in hechtenis genomen werd. Ziehier nu wat mij
+opgedragen is u te vragen: Weet gij waar die man zich thans bevindt
+en zoo ja, zijt gij genegen dat mede te deelen?"
+
+Silas Toronthal wachtte zich er wel voor om te antwoorden. Wanneer
+men verlangde om te weten waar Sarcany zich bevond, dan was daarvan
+klaarblijkelijk het doel om zich van zijn persoon meester te maken,
+zooals men met hem gedaan had. En waarom wilde men dat doen? Had
+dat betrekking op gebeurtenissen van het verleden, waarin zij
+beiden gezamenlijk de hand hadden gehad? Stond dat in verband met
+de kuiperijen, die zij zich ter zake van de Triëster samenzwering
+veroorloofd hadden? Maar hoe zouden die feiten bekend geraakt
+zijn? En wie kon er belang bij hebben, om als wreker van graaf Mathias
+Sandorf en van zijne twee vrienden, die reeds sedert vijftien jaren
+overleden waren, op te treden? Dat alles zweefde den ellendeling in
+een ondeelbaar oogenblik voor den geest.
+
+Dat waren de vragen, die Silas Toronthal zich in de eerste plaats
+stelde. Hij begreep al spoedig, dat hij zich niet in handen van
+een wettig ingestelde rechtbank bevond, wier macht zich over hem en
+zijn medeplichtige dreigde uit te strekken. Dat moest hem evenwel
+nog ongeruster maken. Hoewel het voor hem niet twijfelachtig was,
+dat Sarcany eene schuilplaats te Tetuan in het huis van de oude Namir
+gezocht had, waar de laatste inzet van de partij, die hij speelde,
+zelfs binnen een zeer begrensd tijdvak moest gewonnen worden, besloot
+hij dadelijk zich niets daarvan te laten ontvallen. Wanneer later
+zijn belang mocht medebrengen om openhartig te zijn, welnu, dan zou
+hij spreken; maar totdat hem dat gebleken zoude zijn, zou hij zeer
+gesloten spel spelen. Na hem een kort oogenblik van beraad gelaten
+te hebben, vervolgde Luigi:
+
+"Welnu...? Zijt gij van zins te spreken? Of weigert gij?"
+
+"Ik zou u kunnen antwoorden," hernam Silas Toronthal, "dat ik weet
+waar die Sarcany, waarvan gij spreekt, zich ophoudt, dat ik het
+evenwel niet wil zeggen. Maar inderdaad, ik weet het niet."
+
+"Is dat uw eenig antwoord, Silas Toronthal?" vroeg Luigi Ferrato
+zeer ernstig.
+
+"Ja, het eenige en het waarachtige. Ge behoeft mij niet te gelooven,
+als gij niet wilt. Toch zult gij geen ander antwoord erlangen."
+
+"Bedenk u wel.... Uw stilzwijgen zou u kunnen berouwen, heer bankier."
+
+Silas Toronthal trok de schouders op. Hij was thans vast besloten. Hij
+wilde en zou niet spreken.
+
+Luigi Ferrato verliet hem toen en deelde dokter Antekirrt den uitslag
+van dat onderhoud mede. Ofschoon het antwoord van den bankier, alles
+wel beschouwd, niet onaanneembaar was, was men wel verplicht zich
+er mede te vergenoegen. Er bleef dus niets anders te doen over om
+de schuilplaats van Sarcany te ontdekken, dan de nasporingen ijverig
+voort te zetten, ja, te verdubbelen en daartoe noch moeite noch geld
+te sparen.
+
+Maar terwijl intusschen gewacht werd, dat de een of andere tijding
+aanleiding kon geven om de vervolging te hervatten, moest dokter
+Antekirrt zich met andere kwestiën bezig houden, die ernstig waren en
+waarbij de veiligheid van het eiland Antekirrta zeer betrokken was. Die
+kwestiën zouden weldra uitsluitend beslag op zijne aandacht leggen.
+
+Hij had geheime berichten uit de Cyrenaïsche provinciën ontvangen.
+
+Cyrenaïca, in het Grieksch Kyrenaikeh, was in den voortijd een
+belangrijk Noord-Afrikaansch landschap, door Grieken gesticht en
+bewoond, en op de hoogvlakte Barca gelegen.
+
+De Grieksche volkplanting werd er omstreeks het jaar 631 vóór de
+geboorte van Christus op bevel van het orakel van Delphi, door inwoners
+van het eiland Thera en doof eenige Spartanen onder aanvoering van
+Battus gesticht.
+
+Het landschap ontleende zijn naam aan de stad Cyrene, terwijl er voorts
+nog vier andere Grieksche steden verrezen, weshalve dat gewest ook
+wel Pentapolis (vijfstad) genoemd werd. De nakomelingen van Battus
+hadden er als vorsten een onbeperkt gezag, en onder Acceulaus III
+verviel het aan de Perzen.
+
+Omtrent het jaar 440 vóór Christus, werd er de republikeinsche
+regeeringsvorm ingevoerd, terwijl handel, scheepvaart, nijverheid,
+kunsten en wetenschappen er toen buitengewoon bloeiden. Weldra
+ontstond er echter verdeeldheid, en tyrannen maakten zich meester
+van de heerschappij.
+
+Na den dood van Alexander de Groote werd het veroverd door Ptolomeus
+ III Psycon, die het in 96 vóór Christus aan de Romeinen naliet, welke
+het eerst onafhankelijk verklaarden, maar het 30 jaren later met het
+eiland Creta tot een Romeinsch wingewest vereenigden. Later werd
+Cyrenaïca door Barbaarsche horden uit de binnenlanden van Afrika
+geteisterd, en in de VIIde eeuw onzer jaartelling voltooiden de
+Saraceenen het werk der verwoesting.
+
+De grond leverde in de dagen der oudheid een overvloed van kostelijke
+vruchten op.
+
+Het land was vóór de geboorte van Christus de zetel der Cyrenaïsche
+wijsbegeerte, wier aanhangers ook Hedonici genoemd werden, omdat zij
+vrijelijk hunne hartstochten en lusten opvolgden. Die wijsbegeerte
+stond tegenover die der Cynici, bloeide omstreeks eene eeuw in en
+buiten Griekenland en werd door die der Epicuristen verdrongen. Zij
+versmaadde alle bespiegeling en bepaalde zich tot het tastbare en
+zinnelijke, zoodat zij tevens tot atheïsme verviel.
+
+Tot de meest beroemde volgelingen van Aristippus behoorden, behalve
+zijne dochter Areta, zijn kleinzoon Aristippus Metrodoctus, Antipater,
+Anniceris, Theodorus en Hesegius.
+
+Voorts was Cyrenaïca tot in de Vde eeuw na Christus de hoofdzetel
+der Gnostische wijsgeeren. Het geheele gewest bevat een overgrooten
+schat van merkwaardige overblijfselen der oudheid.
+
+De hoofdstad des lands was Cyrene, gelegen aan de waterbron Kyra,
+thans Aim-ej-Shedah of Eeuwige bron. Zij lag op eene hoogvlakte,
+vier uren gaans van de kust, tusschen twee bergtoppen, van welke de
+oostelijke waarschijnlijk de Akropolis of Citadel torschte. Aan de
+noordelijke helling van den anderen ontsprong de reeds genoemde bron,
+waarbij zich een tempel van Apollo verhief, en wat verder westwaarts
+was een schouwburg in de rotsen uitgehouwen. Voorts blijkt het uit
+de trotsche bouwvallen, dat de stad weleer in het bezit was van een
+groot aantal prachtige tempels en andere openbare gebouwen.
+
+Ook werd de wetenschap er ijverig beoefend; want zij was de vaderstad
+van Aristippus, Anniceris, en Carnéades, van den dichter Callimachus
+en van den geleerden Erasthothenes.
+
+De agenten, welke dokter Antekirrt in dat nabij gelegen land had,
+beveelden hem aan om de omstreken van de golf van Sidra uiterst
+nauwkeurig te doen gadeslaan. Volgens hen was het geduchte
+bondgenootschap der Senousisten bezig hare strijdkrachten op de
+grenzen van Tripoli te zamen te trekken. Een algemeene beweging
+bracht de benden langzamerhand al meer en meer in de nabijheid van
+het Syrtische kustland.
+
+Vlugge boden brachten voortdurend zendbrieven over van den Grootmeester
+naar de verschillende zaouiyias van Noordelijk en Oostelijk Afrika.
+
+Vuur- en blanke wapens, uit het buitenland afkomstig, waren afgeleverd
+en door het bondgenootschap in ontvangst genomen. Eindelijk, en dat
+was wel het meest gewichtige van die tijdingen, was het blijkbaar dat
+eene aanzienlijke macht in het villayetschap van Ben Gaza, derhalve in
+de onmiddellijke nabijheid van het eiland Antekirrta bijeengetrokken
+werd. Waarlijk, de toestand begon zich wel te ontwikkelen.
+
+Met het vooruitzicht op die gevaarlijke nabijheid, die weldra dreigend
+kon worden, was dokter Antekirrt verplicht die maatregelen te treffen,
+welke hem de voorzichtigheid gebood.
+
+Piet Bathory en Luigi Ferrato stonden hem gedurende de drie laatste
+weken van de maand October volijverig bij die werkzaamheden ter zijde,
+en alle bewoners der volkplanting brachten volgaarne alles bij,
+wat de weerbaarheid van het eiland kon verhoogen.
+
+Pescadospunt werd herhaaldelijk maar zoo geheim mogelijk naar
+de Cyrenaïsche kust gezonden, om zich daar in betrekking met de
+agenten te stellen, en weldra had die schrandere kleine kerel zich
+overtuigd, dat het gevaar, hetwelk het eiland Antekirrta bedreigde,
+niet hersenschimmig, niet denkbeeldig genoemd mocht worden.
+
+De zeeschuimers toch van de provincie Ben Ghâzi, versterkt en
+aangevuld door eene ware te wapen oproeping van de geaffilieerden en
+bondgenooten der geheele kuststreek, hielden zich volijverig onledig
+met het uitrusten van een krijgstocht, die het eiland Antekirrta tot
+doelwit had.
+
+Zou die tocht binnen betrekkelijk korten tijd ondernomen worden,
+of zou hij nog uitgesteld worden?
+
+Daaromtrent was niets te vernemen.
+
+Toch kreeg men te weten, dat de hoofden der Senousisten zich nog in
+de zuidelijke districten ophielden, waaruit men de gevolgtrekking
+mocht opmaken, dat geene belangrijke operatiën in de eerste dagen
+ondernomen zouden worden. Die hoofden toch zouden haar moeten besturen
+en aanvoeren.
+
+Daarom kregen de _Elektrieks_ van Antekirrta bevel om in de buurt
+van de Syrtische zee te kruisen, zoowel om de kuststrook van het
+Cyrenaïsche en van het Tripolitaansche gebied als de kust van geheel
+het Tunische rijk tot aan Kaap Bon in het oog te houden. Voor
+zulke kleine vaartuigen was dat een belangrijke dienst. Hunne
+bewonderenswaardige snelheid vergoedde evenwel veel.
+
+De lezer weet dat de verdedigingswerken van het eiland Antekirrta
+nog niet volgens de ontworpen plannen voltooid waren. Maar al mocht
+het ook niet mogelijk heeten om dien arbeid ter gewenschter tijd te
+kunnen beëindigen, zoo had men zich toch beijverd om den voorraad van
+levensmiddelen, munitiën en verdere krijgsbehoeften in de magazijnen
+en arsenalen van Antekirrta zoo rijkelijk mogelijk aan te vullen.
+
+Het eiland Antekirrta, dat door een zeearm ter breedte van ongeveer
+twintig mijlen van de Cyrenaïsche kust gescheiden was, zou geheel
+eenzaam in den Syrtischen zeeboezem liggen, wanneer niet een klein
+eiland, algemeen bekend onder den naam van het Kencraf eilandje,
+hetwelk een omtrek van ongeveer driehonderd meters bezat, in
+de nabijheid van zijn zuidoostelijke punt gelegen ware. Volgens
+den gedachtegang van dokter Antekirrt, zou dit eilandje later tot
+verbanningsoord moeten dienen, namelijk wanneer een der kolonisten
+die straf ooit zoude verdienen en zij door de ingestelde rechtsmacht
+op het hoofdeiland uitgesproken zoude worden, een geval dat zich
+gelukkig nog niet voorgedaan had. Men had er evenwel bij wijze van
+voorzorg eenige barakken tot dat doeleinde opgericht.
+
+Maar in weerwil daarvan was het eilandje Kencraf niet versterkt
+en--het mocht niet verbloemd worden--wanneer eene vijandelijke vloot
+een aanval op Antekirrta in het schild voerde, dan stelde de ligging
+daarvan een daadwerkelijk gevaar voor de hoofdvestiging daar. Want eene
+vijandelijke macht had niets anders te doen dan daar te ontschepen
+en van dat eilandje eene degelijke operatie-basis te maken. Het bood
+alle gemakken aan om er levensmiddelen en munitiën te debarkeeren
+men kon er eene batterij opwerpen en derhalve zou het een aanvaller
+een stevig steunpunt verschaffen. Het ware beter geweest, dat het
+eilandje in het geheel niet bestond, vooral omdat de tijd ontbrak,
+om het behoorlijk in staat van verdediging te stellen.
+
+De ligging van het eilandje Kencraf en de voordeelen, die een vijand er
+van trekken kon, moesten dan ook dokter Antekirrt ongerust maken. Nadat
+hij alles rijpelijk overwogen had, besloot hij het te vernietigen, maar
+die vernietiging tevens te doen dienen, om de honderden zeeschuimers,
+die het wagen zouden er bezit van te nemen, om te brengen, zonder
+er een van te laten ontsnappen. Hij dacht er zeer ernstig over na en
+kwam toen tot een vrij goed uitgewerkt plan.
+
+Dat plan werd dadelijk ten uitvoer gelegd. Onmiddellijk werden
+loopgraven en mijngangen aangelegd, die mijngangen werden behoorlijk
+geladen, zoodat weldra het geheele eilandje Kencraf aan een grooten
+mijnoven gelijk was, die door een onderzeeschen geleiddraad met het
+eiland Antekirrta in verbinding gebracht werd. Een zwakke electrische
+stroom langs dien geleiddraad was voldoende, om eene uitbarsting te
+weeg te brengen, die geen spoor van het eilandje aan de oppervlakte
+der zee zoude achterlaten. En waarlijk, het was geen gewoon buskruit,
+ook geen schietkatoen, zelfs geen dynamiet, hetwelk dokter Antekirrt
+zoude bezigen, om die vreeselijke ontploffing teweeg te brengen. Neen,
+hij kende de samenstelling van een ontploffende stof, die kort geleden
+uitgevonden werd, en welker verbrijzelende kracht zoo aanmerkelijk
+was, dat men van haar kon zeggen dat zij in verhouding tot het
+dynamiet stond zooals deze laatste stof tot het gewone buskruit van
+Barthold Schwarz. Zij was veel handelbaarder dan de nitroglycerine,
+ook gemakkelijker vervoerbaar, daar zij slechts het bezigen van twee
+onafhankelijke vloeistoffen behoefde, welker vermenging niet vroeger
+dan op het oogenblik van gebruik bewerkstelligd moest worden. Die
+vloeistoffen bevroren niet, terwijl het dynamiet reeds bij vijf of zes
+graden bevriest, en zij konden slechts ontploffen door het aanbrengen
+van een geweldigen schok, zooals de aanvuring van een slaghoedje,
+met slagkwik gevuld, kan teweeg brengen. Zooals men ziet, was dat
+een gemakkelijk en eenvoudig maar verschrikkelijk middel.
+
+Hoe wordt dat verkregen?
+
+Eenvoudig door de inwerking van het zuivere en watervrije protoxyd
+van stikstof in vloeibaren toestand op verschillende lichamen, rijk
+aan koolstof, zooals op minerale, plantaardige, dierlijke oliën of
+andere vloeibare voortbrengselen van vetstoffen. Die beide vochten,
+die afzonderlijk geheel onschuldig en in elkander oplosbaar zijn,
+worden in zekere verhouding gemengd, zooals men water met wijn zou
+mengen, zonder dat er gevaar bij de behandeling bestaat. Zoo wordt
+de "panklastiet" vervaardigd, een woord dat: "alles verbrijzelend"
+beteekent, een inderdaad juiste naam, want die nieuw verkregen
+vloeistof is in staat alles te verbrijzelen, en overtreft in kracht
+verre alle overige bekende ontploffingsmiddelen.
+
+Dit scheikundig schrikmiddel werd dus in talrijke mijngangen onder
+de oppervlakte van het maaiveld van het eilandje geladen. Met een
+onderzeeschen telegraafdraad stond die lading in verbinding met
+het eiland Antekirrta. Langs dien draad zou de electrische vonk
+voortspoeden naar de aanvuringen van slagkwik, waarvan iedere mijngang
+voorzien was, en het kon niet missen, of de algemeene ontploffing zou
+alsdan onmiddellijk volgen. Daar het evenwel zoude kunnen gebeuren,
+dat de draad door de eene of andere omstandigheid onbruikbaar werd,
+zoo werden er nog twee uitgebracht, onafhankelijk van elkander,
+en werden bovendien bij wijze van voorzorgsmaatregel nog andere
+electrische batterijen op verschillende plekken van het eiland
+onder de oppervlakte van den bodem ingegraven en door onderaardsche
+geleidingsdraden met de mijngangen verbonden. Het was voldoende de
+plaatjes van een dier batterijen, die met de oppervlakte van den
+grond gelijk gelegd waren, met den voet eventjes aan te raken, om den
+stroom af te sluiten, den benoodigden schok op het slagkwik en zoo
+de ontploffing te veroorzaken. Het zou dus onmogelijk genoemd worden,
+dat wanneer talrijke aanvallers op het eilandje Kencraf ontscheepten,
+er een aan de totale vernietiging zoude ontsnappen.
+
+Die verschillende werkzaamheden waren in de eerste dagen van November
+tamelijk gevorderd, toen er een ongeval plaats greep, dat dokter
+Antekirrt noodzaakte zijn eiland gedurende eenige dagen te verlaten.
+
+In den ochtend van den 3den November kwam het stoomvaartuig, dat
+bestemd was om de steenkolen van Cardiff over te voeren, in de haven
+van Antekirrta ten anker. Gedurende den overtocht was het door slecht
+weder genoodzaakt geworden Gibraltar aan te doen. Daar vond de kapitein
+der boot op het postkantoor een brief, die aan dokter Antekirrt
+gericht was. Die brief was door de verschillende postdiensten her-
+en derwaarts gezonden geworden, zonder dat hij den geadresseerde had
+kunnen bereiken. De menigvuldige postmerken op den omslag, gaven daar
+de meest afdoende getuigenis van.
+
+Dokter Antekirrt nam dien brief in ontvangst, bekeek den omslag, die
+de postmerken van Malta, Catania, Ragusa, Ceuta, Otranto, Malaga en
+Gibraltar droeg.
+
+Het adres, hetwelk een zwaar beverig schrift vertoonde, was
+klaarblijkelijk door iemand ter neder gesteld, die de gewoonte niet
+meer had om de pen te voeren, wien het ook misschien aan kracht
+ontbroken had, om die weinige woorden ter neer te schrijven. De
+omslag voerde slechts één naam, den naam van den dokter, met die
+roerende aanbeveling:
+
+
+ "Aan dokter Antekirrt.
+
+ "Aan Gods goede zorgen overgelaten."
+
+
+
+De dokter scheurde den omslag open, ontvouwde den brief, die op een
+vel papier geschreven was, dat door den tijd reeds geel geworden was,
+en las het navolgende:
+
+
+ "Heer dokter!
+
+
+ "Dat God u dezen brief toch in handen voere!... Ik ben reeds
+ zeer bejaard!... Ik kan sterven.... Dan zal zij alleen op de
+ wereld zijn!... Och, heb medelijden met de laatste dagen van
+ mevrouw Bathory!... Zij is gedurende haar geheele leven zoo
+ zeer beproefd geweest!... Kom haar te hulp! Dat is de bede van
+
+
+ Uwen ootmoedigen dienaar
+ Borik."
+
+
+
+Verder stond er in een hoek: "Carthago" en daaronder deze woorden:
+"Regentschap Tunis."
+
+De dokter bevond zich alleen op het Stadhuis, toen hij van dien brief
+kennis nam. Een kreet van vreugde en van wanhoop te gelijkertijd
+ontsnapte hem,--van vreugde, omdat hij 't spoor van mevrouw Bathory
+wedervond,--van wanhoop of beter van vrees, want de postmerken op
+den omslag van dien brief duidden aan, dat hij reeds langer dan een
+maand geleden geschreven was.
+
+Luigi Ferrato werd dadelijk geroepen. Hij kwam terstond aangeloopen
+en meldde zich op het Stadhuis aan.
+
+"Luigi," zei dokter Antekirrt, "geef kapitein Ködrik de noodige
+bevelen, dat de _Ferrato_ binnen twee uren stoom op heeft en in staat
+zij om te kunnen vertrekken."
+
+"Het vaartuig zal gereed zijn, om op den opgegeven tijd zee te kunnen
+kiezen," antwoordde Luigi.
+
+"Goed zoo."
+
+"Maar vergeef mij eene onbescheidene vraag: moet het vaartuig ter
+uwer beschikking zijn, heer dokter?"
+
+"Ja, Luigi. Daarop dient gerekend te worden," antwoordde dokter
+Antekirrt.
+
+"Zal het een lange reis gelden? Ook dat dien ik te weten, heer dokter,"
+was Luigi's tweede vraag.
+
+Dokter Antekirrt raadpleegde eene kaart.
+
+"Slechts drie of vier dagen. Meer niet, denk ik," was zijn antwoord.
+
+"Vertrekt gij alleen?"
+
+"Neen! Zoek Piet Bathory op, en zeg hem zich gereed te houden mij
+te vergezellen."
+
+"Piet is op dit oogenblik afwezig, heer dokter...." antwoordde Luigi
+Ferrato. "Maar ik zal hem seinen."
+
+"Afwezig?"
+
+"Ja, maar binnen een uur zal hij van het eilandje Kencraf terug zijn,
+alwaar hij de werkzaamheden bestuurt."
+
+"O, zoo is het goed."
+
+"Ik ga dus uwe bevelen volbrengen en kapitein Ködrik waarschuwen,
+heer dokter."
+
+"Wacht even. Ik heb nog iets ... ik verlang ook dat uwe zuster
+dat tochtje medemaakt, Luigi," ging dokter Antekirrt voort, "laat
+haar daartoe dadelijk alle voorbereidingen treffen. Maar spoedig,
+niet waar?"
+
+"Dadelijk, heer dokter."
+
+Luigi ijlde heen, om de bevelen, die hij van dokter Antekirrt ontvangen
+had, ten uitvoer te brengen. Hij seinde dadelijk naar het eilandje
+Kencraf en spoedde zich naar zijn zuster en naar kapitein Ködrik.
+
+Een uur later vertoonde Piet Bathory zich op het Stadhuis. Hij had
+de depêche van Luigi ontvangen.
+
+"Lees," zei de dokter.
+
+En hij reikte hem Boriks brief over.
+
+
+
+
+
+VI.
+
+DE GEESTVERSCHIJNING.
+
+
+Het stoomjacht lichtte weinige minuten na het middaguur het anker. Het
+had kapitein Ködrik tot gezagvoerder en Luigi Ferrato tot eersten
+officier. Als passagiers waren slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory
+en Maria Ferrato aan boord. Deze laatste werd medegenomen om mevrouw
+Bathory hare zorgen te kunnen wijden, wanneer het onmogelijk zoude
+blijken haar onmiddellijk van Karthago naar Antekirrta te vervoeren.
+
+Zonder dat daarop in 't bijzonder gewezen behoeft te worden, zal
+de lezer beseffen, welke gewaarwordingen, welke angsten het hart
+van Piet Bathory bestormden. Hij wist thans waar zijne moeder was,
+hij ging naar haar toe!... Maar waarom had Borik haar zoo onverwachts
+en zoo spoedig uit Ragusa weggevoerd en dat nog wel om haar naar dat
+verre kustland van Tunis te brengen? In welken toestand van ellende en
+armoede zou hij beiden terugvinden? Bij die gedachte ijsde hij. Bij
+die gedachte durfde hij niet verwijlen, uit vrees te zeer door zijne
+aandoeningen overmeesterd te worden.
+
+Op al dat leed, hetwelk Piet Bathory aan Maria toevertrouwde,
+antwoordde deze slechts met hoopvolle en troostvolle woorden. Zij
+herkende in den brief, dien de dokter ontvangen had, de zichtbare
+tusschenkomst der Voorzienigheid. Dat was volgens het vrome en brave
+meisje niet te miskennen. Hier was de vinger Gods!
+
+Natuurlijk waren bevelen verstrekt, om de _Ferrato_ hare meest
+mogelijke snelheid te doen bereiken. Door de stoomkleppen te bezwaren,
+werd weldra eene vaart van gemiddeld vijftien mijlen in het uur
+overschreden. Nu bedraagt de afstand van de golf van Sidra tot kaap
+Bon, aan het noordoostelijk uiteinde van het Tunische vasteland
+gelegen, hoogstens duizend kilometers. Verder van kaap Bon tot aan de
+Goulet, die de haven van Tunis vormt, duurt het slechts anderhalf uur
+voor een vlug stoomjacht, om dien afstand af te leggen. Ongerekend
+slecht weder of andere wederwaardigheden, kon de _Ferrato_ in twee
+en dertig uren tijds op hare bestemming aankomen.
+
+De zee was buiten de Sidragolf effen en glad. Er woei een zachte
+noord-westen bries, die evenwel niet scheen te zullen aanwakkeren. De
+kapitein liet recht op kaap Bon aansturen, om dicht daarbij iets
+af te vallen, ten einde des te sneller de beschuttende strook te
+bereiken, die de vaste wal zoude aanbieden, wanneer de wind mocht
+aanwakkeren. Hij zou dus het eiland Pantellaria, dat halfweg tusschen
+kaap Bon en Malta gelegen is, niet in het gezicht loopen, daar hij
+de gezegde kaap zoo dichtbij mogelijk wilde voorbij stevenen.
+
+Terwijl de kust zich buiten de Sidrabaai afrondt, wordt zij westwaarts
+diep ingesneden en beschrijft daar een bocht met zeer grooten
+straal. Daar langs ontwikkelt zich voornamelijk het kustland van het
+regentschap Tripoli, dat zich tot aan de golf van Gabes tusschen het
+eiland Dscherba en de stad Sfax uitstrekt. Daarna buigt de kust weer
+eenigermate oostwaarts naar kaap Dinias toe, om de baai Hammamet te
+vormen, en ontwikkelt zich verder van zuid naar noord tot aan kaap Bon.
+
+Eenmaal bij die kaap aangekomen, stevende de _Ferrato_ naar die
+Hammamet baai. Daarin zou het vaartuig langs den wal loopen, om dien
+niet weer uit het gezicht te verliezen tot bij de Goulet.
+
+Hoewel de bries niet sterk genoemd mocht worden, verhieven de golven
+zich toch aanmerkelijk gedurende den dag van den derden November en
+den daaropvolgenden nacht. Er is slechts weinig wind noodig om die
+Syrtische zee, waarin de meest grillige stroomingen en tegenstroomingen
+van de geheele Middellandsche zee te zamen komen, in beroering te
+brengen. Maar reeds den volgenden ochtend werd land verkend, juist
+ter hoogte van kaap Dinias. Eenmaal onder dien hoogen oever gekomen,
+werd de vaart van het jacht aangenaam en voorspoedig.
+
+De _Ferrato_ stevende op ongeveer twee mijlen van de kust, waarvan men
+al de bijzonderheden nauwkeurig kon opmerken. Buiten de Hammamet-baai
+op de hoogte van Kelibiah, stevende het stoomjacht nog dichter
+langs de kust, om een blik in de kleine kreek Sidi Youssouf, die ten
+noorden door eene aaneenschakeling van klippen en rotsen gedekt is,
+te kunnen werpen. Eigenlijk kon deze laatste beweging van de _Ferrato_
+eene verkenning van het vijandelijke strand heeten.
+
+Bij de inbuiging der kust strekte zich een prachtig zandig strand
+voor het oog uit. Naar achteren vertoonde zich eene reeks van lage
+heuvelen, die met klein struikgewas bekleed waren, hetwelk met moeite
+ontkiemd was in dien bodem, die meer overvloed aan steenen heeft
+dan aan teelaarde. Verder af werden hoogere heuvels ontwaard, die als
+uitloopers van de nog verder gelegen "djebels", die het gebergte in het
+het binnenland uitmaakten, konden beschouwd worden. Hier en daar werd
+een verlaten marabout ontwaard, die zich als een soort witte vlek te
+midden van het groen der struiken voordeed. Op den voorgrond verrees
+een kleine verschansing, die er bouwvallig uitzag, en hooger-op een
+grooter fort, dat in beteren staat verkeerde en dat zich op den heuvel
+verhief, die de Sidi Youssouf-kreek ten noorden afsloot.
+
+Intusschen was die kreek niet verlaten. Door de rotsblokken beschut,
+lagen verscheidene Levantsche vaartuigen, als chebekken, polacres
+enz. op eene halve kabellengte der kust op eene diepte van vijf of
+zes vademen ten anker. Maar de helderheid en doorzichtigheid van
+het groene water dier kreek was zoo volmaakt, dat men den bodem,
+uit zwarte steenen en uit lichtgestreept zand bestaande, waarin de
+lepels der ankers grepen, en waaraan de weerkaatsing van het licht
+wonderlijke vormen verleende, duidelijk ontwaren kon.
+
+Langs het strand, aan den voet der lage duinen, die met mastiek-
+en tamarinde stuiken bezaaid waren, bemerkte men een douar, die
+uit een twintigtal goubi's bestond en zijne tenten van vuil geel
+gestreept linnen vertoonde. Men kon dat vergelijken met een grooten
+Arabischen mantel, die achteloos op het strand geworpen was. Buiten de
+plooien van dien mantel graasden schapen en geiten, die in de verte er
+uitzagen als zwarte raven, wier schreeuwende bende door een geweerschot
+opgejaagd had kunnen worden. Een tiental kameelen lagen òf uitgestrekt
+op het zand, òf stonden onbeweeglijk, alsof zij in steen uitgebeiteld
+waren en herkauwden in de nabijheid van eene rotsachtige omheining,
+die als ontschepingskade kon dienen.
+
+Terwijl men de monding der Sidi Youssouf-kreek voorbijstevende,
+kon men er een blik in werpen en merkte dokter Antekirrt op, dat men
+munitiekisten, wapenen en zelfs eenige kleine kanonstukken, die tot
+het veldgeschut behoorden, ontscheepte. De Sidi Youssouf-kreek leende
+zich door hare verwijderde ligging op de buitenste grenskuststrook
+van het regentschap Tunis, maar al te gemakkelijk tot deze soort
+van smokkelhandel.
+
+Luigi Ferrato vestigde de aandacht van dokter Antekirrt op de lossing
+dier oorlogscontrabande, welke toen daar op dat strand, zonder eenige
+contrôle hoegenaamd, gedreven werd.
+
+"Ja, Luigi," antwoordde hij, "ik zie het wel. Dat is inderdaad
+bedenkelijk genoeg."
+
+"En wat denkt gij er over?"
+
+"Dat het Arabieren zijn, welke die oorlogs-wapenen en munitiën in
+ontvangst komen nemen."
+
+"Maar voor wie die wapens."
+
+"Wie weet het? Wellicht om ze aan de bergbewoners te verstrekken,
+ten einde daarmede de Fransche troepen zoowel in Tunis als in Algiers
+te bevechten."
+
+"Denkt gij dat?" vroeg dokter Antekirrt met een bitteren glimlach om
+de lippen.
+
+"Ik weet niet wat te denken. Dat oorlogstuig kan ook aangekocht zijn
+voor rekening der talrijke geaffilieerden aan het Senousisme, die
+aan wal struikroovers en aan boord zeeschuimers zijn, en die zich
+tegenwoordig in de Cyrenaïsche provinciën met een bepaald doel al
+meer en meer te zamen trekken."
+
+"Zou zoo iets kunnen geschieden?"
+
+"Inderdaad, en ik meen zelfs onder die Arabieren eenige typen te
+herkennen, die eerder uit de binnenlanden van Afrika dan wel uit de
+Tunische provinciën afkomstig zijn."
+
+"Maar," vroeg Luigi, "waarom verzetten de autoriteiten van het
+regentschap of ten minste de Fransche autoriteiten zich niet ernstig
+tegen die ontscheping van wapenen en munitiën?"
+
+"Waarom? Omdat men te Tunis zelfs niet gist wat aan de andere zijde
+van kaap Bon voorvalt," antwoordde dokter Antekirrt, "en wanneer
+de Franschen eindelijk meester van Tunisië zullen zijn, dan zullen
+deze oostelijke hellingen van de djebels nog voor langen tijd aan
+hunne macht ontsnappen. Hoe het ook zij, dat lossen van wapentuig en
+krijgsbehoeften komt mij zeer verdacht voor."
+
+"Het is gelukkig, dat ons stoomjacht een snel varend vaartuig is,"
+merkte Luigi gekscherend op.
+
+"Zeker is dat gelukkig, want had de _Ferrato_ hare snelheid niet
+in haar voordeel, dan zou de flottilje, die wij daar ontwaren, geen
+oogenblik aarzelen om haar aan te tasten."
+
+Hadden de Arabieren werkelijk die gedachte gekoesterd, zoo als
+dokter Antekirrt vermoedde, dan had het stoomjacht toch niets te
+vreezen. In minder dan een half uur was het de kleine reede van Sidi
+Youssouf voorbij gestevend. Nadat kaap Bon, die zich zoo ver buiten
+het Tunische vasteland uitstrekt, genaderd was, stevende de _Ferrato_
+met volle kracht den vuurtoren voorbij, die op haar uiterste uiteinde,
+dat geheel met rotsen, die in prachtige lagen gelegerd zijn, bedekt
+is, verrijst.
+
+Het stoomjacht doorsneed nu, steeds niet volle kracht stoomende,
+de Tunische golf, die zich tusschen kaap Bon en kaap Karthago
+uitstrekt. Ter linkerzijde van de _Ferrato_ verhief zich de reeks van
+steile hellingen van den djebel Bon-Karnin, van den djebel Rossas
+en van den djebel Zaghouan, met eenige dorpen hier en daar in de
+bergplooien verscholen. Ter rechter zijde verscheen in het volle
+licht, in al hare heerlijkheid als eene andere Arabische Kasbah, de
+heilige stad Sidi-Bon-Saïd, die zeer waarschijnlijk een der voorsteden
+was van het oude Carthago. Op den achtergrond verhief zich Tunis,
+geheel wit in het schitterende zonlicht boven het meer van Bahira,
+een weinig achter dien arm, welke de Goulet aan alle de ontscheepten
+uit de pakketbooten van Europa als het ware toesteekt.
+
+Op een afstand van drie mijlen van de haven lag een smaldeel van
+Fransche oorlogschepen ten anker, terwijl een weinig dichter bij
+den kant eenige handelsvaartuigen voor hunne ankerkettingen lagen te
+dobberen, die door de groote verscheidenheid hunner nationale vlaggen
+eene groote levendigheid aan die reede bijzetten.
+
+Het was ongeveer één uur, toen de _Ferrato_ op een afstand van drie
+kabellengten van de haven van Goulet haar anker liet vallen. Nadat de
+formaliteiten van den geneeskundigen dienst vervuld waren, werd de
+vrije toegang aan de passagiers van het stoomjacht verleend. Dokter
+Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato en zijne zuster Maria namen
+plaats in de sloep, die dadelijk van boord afstak.
+
+Na de havenpier omgeroeid te zijn, gleed zij door dat smalle kanaal,
+hetwelk steeds overvuld is met barkassen, sloepen, vletten en andere
+ontschepingsvaartuigen, die aan beide kaden vastgemeerd waren,
+en legde dicht bij een onregelmatig gevormd plein aan, hetwelk
+met boomen beplant, en met villa's, handelskantoren, koffiehuizen
+enz. omgeven was. Op dat plein wemelde het van Malthezers, Joden,
+Arabieren, Fransche en inlandsche soldaten, die daar bij den ingang
+van de voornaamste straat der havenbuurt drentelden.
+
+De brief van Borik gaf Karthago tot adres op en die naam van eenige
+bouwvallen, die ter nauwernood op de oppervlakte van den bodem ontwaard
+worden, is alles wat van de geboortestad van Hannibal overbleef.
+
+Om zich naar het strand van Karthago te begeven, is het niet noodig
+gebruik te maken van het klein eindje Italiaanschen spoorweg, dat
+den dienst verricht tusschen de Gouleta en Tunis en daarbij langs het
+meer van Bahira loopt. Hetzij men het strand volgt, dat met zijn hard
+en fijn zand een uitnemend wandelpad voor de voetgangers oplevert,
+hetzij men den stofachtigen weg kiest, die meer landwaarts in, de
+vlakte doorsnijdt, langs beide wegen bereikt men gemakkelijk den
+voet van den heuvel, waarop de kapel van den Heiligen Lodewijk en
+het klooster der Algerijnsche zendelingen verrijzen.
+
+Toen dokter Antekirrt en zijne reisgenooten ontscheepten, stonden
+verscheidene rijtuigen, met kleine paarden bespannen, te wachten. In
+een oogwenk had men een rijtuig bestegen en was den koetsier bevel
+gegeven, om zoo spoedig mogelijk naar Karthago te rijden.
+
+Het rijtuig, na eerst de voornaamste straat van de Gouleta in flinken
+draf gevolgd te hebben, reed tusschen twee rijen prachtige villa's
+door, die door de rijke Tunisiërs gedurende de warme maanden bewoond
+worden, daarna langs de paleizen van Keredina en Mustapha, die op
+de kust in de nabijheid van de oude havenkommen der Karthaagsche
+stad verrijzen. Het is meer dan twee duizend jaren geleden toen de
+mededingster van Rome dat geheele strand innam, van de punt der Goulet
+af tot aan de kaap, die haren naam behouden heeft.
+
+De kapel van den Heiligen Lodewijk, gebouwd op een heuvel van
+twee honderd voeten hoog, is opgericht op dezelfde plaats, waar
+men beweert, dat die koning van Frankrijk in 1270 gestorven zou
+zijn. Dat gebouwtje is te midden van eene omheining gelegen, die
+meer oudheidkundige brokstukken, deelen van bouwwerken, stukken van
+standbeelden, van vazen, kommen, zuilen, kapiteelen en architraven,
+dan boomen of struiken bevat. Het klooster der zendelingen, waarvan
+pater Delattre, een zeer geleerd archeoloog, toen prior was, is
+meer achterwaarts gelegen. Van de hoogte van dien heuvel, waarop die
+omheinde plek staat, beheerscht men geheel en al het zandige strand,
+van kaap Karthago af tot aan de eerste huizen der Goulet.
+
+Aan den voet van dien heuvel verrijzen eenige paleizen van Arabische
+bouworde, die evenwel van pieren naar Engelsche mode voorzien zijn,
+alsook van bevallige staketsels, die zich tot ver in zee uitstrekken
+en waaraan de sloepen en jollen der reede kunnen aanleggen. Verder-op
+strekt zich de baai met alle hare voorgebergten, alle hare uitstekende
+punten, alle hare inhammen, die bij afwezigheid van bouwvallen,
+hunne geschiedkundige herinneringen behouden hebben, in hare geheele
+heerlijkheid uit.
+
+Maar wanneer er paleizen en villa's aangetroffen werden tot op de
+plaats, waar voorheen de oude oorlogs- en handelshavens van het
+machtige Karthago zich bevonden, dan vindt men er ook hier en daar
+tusschen de plooien van het heuvelland, te midden van het in puin
+liggend gesteente, op een grijsachtigen bodem, die bijna ongeschikt
+ter bebouwing is, kleine huizen, ware stulpen, waarin de armen der
+streek wonen. De meesten van de laatstbedoelde bewoners oefenen geen
+ander handwerk uit dan op de oppervlakte of in de eerste lagen des
+bodems naar min of meer kostbare voortbrengselen van het Karthaagsche
+tijdperk, zooals bronzen, steenen voorwerpen, aardewerk, medailles,
+munten, enz. te zoeken. Dat alles wordt door de kloosterlingen voor
+hun archeologisch museum opgekocht. Zij doen dat evenwel veel meer
+uit medelijden, dan dat zij tuk op die zaken zouden zijn.
+
+Eenige dier ellendige stulpen bezitten slechts twee of drie
+muurvlakken. Men zou ze met bouwvallen van marabouts kunnen
+vergelijken, die in dit klimaat van hevigen zonneschijn, wit gebleekt
+zijn.
+
+Dokter Antekirrt en zijne tochtgenooten gingen van de eene hut naar
+de andere. Zij bezochten ze in de hoop er mevrouw Bathory aan te
+treffen. Toch konden ze niet gelooven, dat zij tot dien trap van
+ellende vervallen zoude zijn.
+
+Plotseling hield het rijtuig stil voor eene nog ellendiger stulp,
+waarvan de deur slechts een gat vertoonde, dat in den muur gebroken
+was. De muur zelf lag half in puin en was gedeeltelijk met struiken
+en ruig overdekt.
+
+Eene oude vrouw, die in een donkeren mantel gehuld was, zat voor
+die deur.
+
+Piet had haar herkend!... Hij stiet een wilden kreet uit!... Hij
+sprong uit het rijtuig....
+
+"Moeder!... Moeder!..." riep hij.
+
+Ja.... dat was zijne moeder!... Hij ijlde naar haar toe, knielde voor
+haar neder, sloot haar in zijne armen....
+
+Maar zij beantwoordde die liefkozingen niet. Zij zag hem met strakken
+blik aan.
+
+Zij scheen hem niet te herkennen.... Neen ... dat oog stond levenloos
+... dof....
+
+"Moeder!... Moeder!..." riep hij uit, terwijl de dokter met Luigi en
+zijne zuster naderden en zich bij hem voegden.
+
+"Bedaar, bedaar, Piet," sprak dokter Antekirrt. "In Gods naam
+bedaar. Uwe hartstochtelijkheid kan alles bederven."
+
+In dit oogenblik verscheen bij den hoek der hut een grijsaard, die
+zij nog niet bemerkt hadden.
+
+Dat was Borik.
+
+Borik de trouwe dienstknecht!
+
+Dadelijk herkende hij dokter Antekirrt. Zijne knieën knikten nu reeds
+en dat was wel te begrijpen.
+
+Maar toen hij Piet herkende.... Piet, wiens begrafenisstoet hij tot
+op het kerkhof van Ragusa gevolgd was! Dat was te veel voor den ouden
+man! Hij stortte bewegingloos neer, terwijl hij naar mevrouw Bathory
+wees en zijne lippen nog prevelden:
+
+"Zij is krankzinnig!"
+
+Krankzinnig! Dus op het oogenblik, dat die zoon zijne moeder wedervond,
+was alles wat haar overbleef, slechts een wezenloos lichaam! En het
+zien van haar kind, dat zij dood moest wanen en dat daar plotseling
+voor hare oogen verschenen was, was niet voldoende om haar de
+herinnering aan het verledene te hergeven!
+
+Mevrouw Bathory was opgestaan met verwilderde, maar toch nog heldere
+oogen. Daarna trad zij de stulp binnen, zonder iets gezien, zonder
+een enkel woord gesproken te hebben. Maria volgde haar op een teeken
+van dokter Antekirrt.
+
+Piet stond onbewegelijk bij de deur, zonder den moed, ja zonder de
+macht te hebben een pas te doen.
+
+Borik had intusschen, dank zij de goede zorgen van den dokter, zijn
+bewustzijn herkregen. Toen hij een poos rondgekeken en zijne verwarde
+gedachten verzameld had, riep hij uit:
+
+"Gij, mijnheer Piet!... Gij!... Levend!... Hoe is het bij God
+mogelijk? Gij!... Levend!"
+
+"Ja," antwoordde Piet Bathory, "ja, levend!... En toch ware het beter,
+dat ik dood was!"
+
+In korte trekken stelde dokter Antekirrt den ouden dienaar op de
+hoogte van hetgeen te Ragusa gebeurd was. Daarna deed Borik op zijn
+beurt en niet zonder moeite het verhaal van de laatste twee maanden
+van armoede en ellende, die de arme vrouw doorstaan had. Het was
+inderdaad een schrikkelijk verhaal, schrikkelijk vooral voor den zoon
+om aan te hooren.
+
+"Maar," vroeg dokter Antekirrt, zoodra hij de gelegenheid daartoe
+vond, "is het de dood van haren zoon, die de geestvermogens van
+mevrouw Bathory gekrenkt heeft? Heeft zij zich dat verlies zoozeer
+aangetrokken?"
+
+"Neen, mijnheer Antekirrt, neen," antwoordde Borik. "Er is heel wat
+anders. Ik zal het u vertellen."
+
+"Wat dan?... Spreek, o spreek!" kreet Piet Bathory onstuimig, terwijl
+hij den ouden man bij de handen greep.
+
+Ziehier, wat de trouwe dienaar toen in beknopte trekken, maar met
+horten en stooten verhaalde.
+
+Toen mevrouw Bathory, na den dood van haren zoon, alleen op de wereld
+achterbleef, had zij Ragusa verlaten en zich in het dorpje Vinticello
+gevestigd, waar zij nog eenige bloedverwanten bezat. Gedurende dat
+tijdperk zou men het weinige, dat zij in haar bescheiden woning
+bezat, te gelde maken, daar het haar voornemen was, het huis in de
+Marinella-straat niet meer te betrekken.
+
+Zes weken later keerde zij in gezelschap van Borik naar Ragusa terug,
+om de laatste hand aan de regeling harer zaken te leggen, en toen
+zij in de Marinella-straat aankwam, vond zij een brief, die in de
+bus van het huis gestoken was.
+
+Bij het lezen van dien brief was het reeds alsof hare geestvermogens
+geschokt werden. Zij las hem evenwel ten einde toe, stiet toen een
+kreet uit en stoof in ijlende vaart de straat op. Zij liep naar de
+Stradona-laan, stak die over en klopte aan de poort van het hôtel
+Toronthal, die dadelijk geopend werd.
+
+"Het hôtel Toronthal!..." riep Piet Bathory uit. "Mijn God, wat moet
+dat beteekenen?"
+
+"Ja, het hôtel Toronthal," antwoordde de oude Borik, "en toen ik
+mevrouw Bathory eindelijk ingehaald had, herkende zij mij niet
+meer.... O God ... Piet, Piet, zij was krankzinnig! Volslagen
+krankzinnig!"
+
+"Maar waarom ging mijne moeder naar het hôtel Toronthal" vroeg Piet
+Bathory onstuimig.
+
+Borik keek hem met nieuwsgierigen blik aan, maar antwoordde niet
+dadelijk.
+
+"Waarom ging zij naar het hôtel Toronthal?" herhaalde de jonge man,
+die den ouden dienaar met een verbijsterd oog aanzag, alsof hij niets
+van het gesprokene begreep. "Wat had mijne moeder in Gods naam daar
+te doen?"
+
+"Zij wenschte waarschijnlijk mijnheer Toronthal te spreken,"
+antwoordde Borik.
+
+"Wat had zij toch met mijnheer Toronthal te maken?" vroeg de jonge
+man afgetrokken... "Maar... verder? Verder?"
+
+"Mijnheer Toronthal had evenwel sedert twee dagen met zijne dochter die
+fraaie woning van de Stradona-laan verlaten, zonder dat iemand wist,
+waarheen zij gegaan waren. Ziedaar alles wat ik op mijne pogingen om
+inlichtingen te verwerven, kon vernemen."
+
+"O, noodlot!" riep dokter Antekirrt uit. "Zonder dat iemand wist
+waarheen zij gegaan waren?..."
+
+"Ja, heer dokter."
+
+"En die brief... die brief?..." vroeg Piet Bathory zoo hartstochtelijk
+mogelijk. "Die brief?..."
+
+"Dien heb ik niet kunnen weervinden, mijnheer Piet," antwoordde de
+grijsaard," en hetzij mevrouw Bathory hem verloren of verscheurd
+heeft, hetzij iemand haar dien afhandig gemaakt heeft, ik heb nimmer
+kunnen vernemen, wat hij inhield, hoeveel pogingen ik daartoe ook
+heb aangewend, wanneer ik meende, dat de arme vrouw in meer heldere
+oogenblikken verkeerde."
+
+Die brief spoorloos verdwenen! Dat was inderdaad iets geheimzinnigs!
+
+Dokter Antekirrt, die dat verhaal opmerkzaam gevolgd had, wist geen
+beteekenis aan de handeling van mevrouw Bathory te verleenen. Welke
+kracht had haar naar dat hôtel van de Stradona-laan geleid, waarvan
+haar juist alles verwijderd had moeten houden? En waarom had zij zulk
+een hevigen schok ondervonden, dat zij er krankzinnig van was geworden,
+toen zij het verdwijnen van Silas Toronthal vernam? Inderdaad, dat
+alles kwam allen belanghebbenden zeer raadselachtig voor.
+
+Het verhaal van den ouden bediende, hoe dikwijls ook afgebroken door
+tranen, was nu spoedig geëindigd.
+
+Het gelukte hem den ongelukkigen toestand van mevrouw Bathory geheim
+te houden, terwijl hij zich onledig hield met hare verdere zaken te
+regelen en het weinige dat overbleef te gelde te maken. De aard van
+den waanzin van de ongelukkige vrouw was zacht en kalm, en daardoor was
+het hem mogelijk geweest te kunnen handelen zonder argwaan te wekken.
+
+Hij had slechts één wensch, namelijk Ragusa te verlaten en eene
+schuilplaats te zoeken, onverschillig waar, mits dat zij slechts ver
+van die gevloekte stad gevonden werd.
+
+Hij slaagde er eenige dagen later in, zich met mevrouw Bathory in te
+schepen op een der pakketbooten, die de kustvaart in de Middellandsche
+zee uitoefenen, en zoo kwam hij te Tunis of beter bij de Gouleta aan.
+
+Die streek kwam hem afgelegen genoeg voor en daar besloot hij zich
+te vestigen.
+
+En hier in die vervallen stulp, wijdde de grijsaard zich geheel en
+al aan de verzorging, die de gekrenkte geestestoestand van mevrouw
+Bathory noodzakelijk maakte. Zij scheen zelfs het gebruik der spraak
+terzelfder tijd met de rede verloren te hebben. Maar hare bezitting
+was zoo armzalig, dat hij het oogenblik zag naderen, dat zij beiden tot
+de uiterste ellende zouden gedoemd zijn. En dat op zoo'n leeftijd! Het
+was verschrikkelijk.
+
+Onder die noodlottige omstandigheden herinnerde de oude zich dokter
+Antekirrt en de belangstelling, die hij immer omtrent het gezin van
+Stephanus Bathory had laten blijken. Maar Borik wist niet, waar de
+dokter zich gewoonlijk ophield. Hij schreef evenwel, en de brief,
+die zulk een hartverscheurenden wanhoopskreet inhield, had hij aan
+de goede zorgen van de Voorzienigheid toevertrouwd. Het schijnt, dat
+de Voorzienigheid nog al goed den dienst der posterij uitoefent, daar
+de brief, in weerwil van alles, aan zijn adres terecht gekomen was.
+
+Wat thans te doen viel, was als het ware aangewezen. Mevrouw Bathory
+werd, zonder dat zij den geringsten wederstand bood, naar het rijtuig
+gevoerd, waarin zij met haren zoon, Borik en Maria Ferrato, welke
+laatste haar niet meer verlaten zou, plaats nam. Terwijl zij naar
+de Goulet reden, volgden dokter Antekirrt en Luigi Ferrato te voet
+het strand. Dat was, zooals wij weten, niet ver. En die lichamelijke
+inspanning zou hen een gewenschte afleiding bezorgen.
+
+Allen waren een uur later aan boord van het stoomjacht, dat onder
+volle stoomspanning gebleven was, ingescheept. Het anker werd dadelijk
+gelicht en zoodra de _Ferrato_ kaap Bon gerond had, stevende zij op
+den vuurtoren van Pantellaria aan. In den ochtend van den tweeden dag
+daarna, kwam het stoomjacht in de haven van Antekirrta aan, en lag
+weldra met zijn kostbaren last aan boord aan de veilige kade gemeerd.
+
+Mevrouw Bathory werd dadelijk ontscheept en naar Artenak vervoerd en
+daar in een der beste kamers van het Stadhuis gehuisvest. Maria Ferrato
+verliet hare woning om haren intrek bij de ongelukkige weduwe te nemen.
+
+Welke nieuwe oorzaak van verdriet en smart die toestand zijner moeder
+voor Piet Bathory was, is wel na te gaan.
+
+Die moeder krankzinnig, die moeder in hare geestvermogens gekrenkt
+onder omstandigheden, die waarschijnlijk onopgelost zouden blijven. Als
+men nu maar de oorzaak dier waanzinnigheid kende, dan ware de eene
+of andere heilzame reactie te beproeven! Maar men wist niets; men
+kon niets weten! En dat maakte allen nog radeloozer.
+
+"Ik moet haar genezen!..." had de dokter, die zich geheel en al aan
+haar wijdde, meermalen in zich zelven gepreveld. "Ja!... ik moet! ik
+zal slagen! In dien strijd moet ik overwinnen!"
+
+Dat was evenwel eene uiterst moeielijke taak; want mevrouw Bathory
+bleef voortdurend volkomen bewusteloos, omtrent hetgeen met haar en
+rondom haar voorviel.
+
+Maar zou die machtige gedachten-opdringing, die dokter Antekirrt
+in zoo hooge mate bezat, en waarvan hij zoo onbetwistbare bewijzen
+geleverd had, niet kunnen aangewend worden? Was het nu geen zaak om
+haar toe te passen, ten einde den geestestoestand van mevrouw Bathory
+te wijzigen? Zou men niet door magnetische invloeden het geschokte
+hersenvermogen kunnen herstellen en de rede kunnen vastketenen
+totdat de reactie, die toch niet uitblijven kon, ingetreden zoude
+zijn? Bedenkelijk schudde de geleerde het hoofd. Hij wanhoopte aan
+den uitslag.
+
+Piet Bathory smeekte den dokter, bezwoer hem als het ware, om
+toch schier het onmogelijke te beproeven tot genezing zijner arme
+moeder. Het was te vergeefsch.
+
+"Neen," antwoordde dokter Antekirrt op diep bedroefden toon, "zelfs
+dat kan niet slagen."
+
+"Waarom toch niet?" snikte de arme jongen wanhopig. "Waarom toch niet?"
+
+"Omdat de krankzinnigen juist de sujetten zijn, die het meest weerstand
+aan het gedachten-opdringen bieden."
+
+"Maar... zeg mij, ware het toch niet te beproeven? O, dat er toch
+iets gedaan worde!"
+
+"Neen, ik mag dat niet beproeven, Piet. Om den invloed der
+gedachten-opdringing te kunnen ondervinden," ging de dokter
+onverstoorbaar voort, "zou het noodig zijn, dat uwe moeder nog een
+persoonlijken onafhankelijken wil had, in wiens plaats ik den mijnen
+zou kunnen stellen. Maar, ik herhaal het, dat zou zonder invloed op
+haar blijken. Daarenboven, zou zoo iets haar zenuwgestel zeer aandoen."
+
+"Neen...! die uitspraak kan ik niet voor onwederlegbaar
+aannemen!" hernam Piet, die er maar niet toe komen kon, om toe te
+geven. "Ik kan, ik wil niet aannemen, dat niet den een of anderen
+dag mijn moeders brein helder genoeg zal wezen, om haren zoon te
+herkennen ... haren zoon, dien zij dood waant...!"
+
+"Ja!... dien zij dood waant!" herhaalde dokter Antekirrt, als in
+gedachten verzonken "Maar,... wellicht,... wanneer zij u levend
+waande,... of... wanneer zij, voor uw graf gebracht,... u zag
+verschijnen...."
+
+Dokter Antekirrt bleef bij dat denkbeeld verwijlen. Wat werkte hij
+in zijn brein uit?
+
+Waarom zou zulk een moreele schok, die onder de meest gunstige
+omstandigheden aangebracht kon worden, geen invloed op mevrouw
+Bathory hebben? In ieder geval zouden er geen nadeelige gevolgen van
+te vreezen zijn.
+
+"Ik zal er de proef van nemen!" riep hij uit. "En... o, dat ik mocht
+slagen! Dat zou mij veel vergoeden!"
+
+Van nu af werd het tafereel, dat opgevoerd moest worden, en het
+welslagen der proefneming kon verzekeren, eene ware studie, de eenige
+gedachte van die mannen. Het gold toch niets minder dan bij mevrouw
+Bathory de uitwerkselen der herinnering, die in haren tegenwoordigen
+toestand vernietigd of verdoofd schenen, te verlevendigen en dat
+onder zulke aangrijpende omstandigheden, dat eene reactie in haar
+brein kon geboren worden.
+
+Dokter Antekirrt riep de hulp in van Borik en van Pescadospunt, om
+de plaatselijke gesteldheid van het kerkhof te Ragusa en den vorm van
+het gedenkteeken, hetwelk op den grafkelder der familie Bathory stond,
+met genoegzame nauwkeurigheid weer te geven.
+
+Nu verrees er op het kerkhof van het eiland, ongeveer op een mijl
+afstand van Artenak gelegen, onder een groep van groenende boomen
+eene kleine kapel, welke aan die van Ragusa niet ongelijk was. Men had
+slechts de omgeving een weinig te rangschikken, om de gelijkenis der
+twee monumenten te treffender te maken. Toen dat geschied was, werd
+op den muur van den achtergrond een zwart marmeren steen geplaatst,
+waarop:
+
+
+ STEPHANUS BATHORY
+ 1867.
+
+
+
+te lezen stond. Dat jaartal was het tijdstip van den dood van den
+martelaar voor de vrijheid van Hongarijë.
+
+Den 13den November scheen het oogenblik gekomen te zijn, om met
+de voorbereidende proefnemingen tot opwekking der verstandelijke
+vermogens van mevrouw Bathory door eene langzame en nagenoeg onmerkbare
+opklimming te beginnen.
+
+Zoo omstreeks zeven uur des avonds nam Maria Ferrato, die daarbij
+door Borik bijgestaan werd, de weduwe onder den arm en bracht
+haar buiten het Stadhuis. Daarna geleidde zij haar door het veld
+naar het kerkhof. Voor den ingang der kleine kapel gekomen, bleef
+mevrouw Bathory zoo als zij steeds was, wezenloos, en sprak geen
+woord, hoewel zij door het heldere schijnsel eener lamp, die in het
+gebouwtje brandde, den naam van Stephanus Bathory op de marmeren
+plaat had kunnen lezen. Alleen toen Maria Ferrato en de grijsaard
+op de trappen der kapel knielden, was het alsof een bliksemstraal,
+die evenwel dadelijk verdween, haren wezenloozen blik verlevendigde.
+
+Mevrouw Bathory was ongeveer een uur later op het Stadhuis terug,
+alsook zij, die haar nabij geweest waren, of haar gedurende die eerste
+proefneming van verre gevolgd hadden.
+
+Den volgenden dag en de verdere dagen hervatte men die proefnemingen,
+die evenwel geen resultaat schenen op te leveren. Piet Bathory had
+ze met beklemde gemoedsaandoening gevolgd, en verkeerde inderdaad
+in volslagen wanhoop door den geringen uitslag, hoewel dokter
+Antekirrt hem toch herhaaldelijk verzekerde dat de tijd hun eenige
+helper, hun beste bondgenoot moest zijn. Hij wilde dan ook eerst den
+laatsten slag slaan, wanneer mevrouw Bathory genoegzaam voorbereid
+zou zijn, om er den geweldigen schok van te kunnen doorstaan, niet
+eerder. Intusschen viel het niet te ontkennen, dat bij ieder bezoek
+op het kerkhof, toch eene zekere verandering in den geestestoestand
+van de arme vrouw waar te nemen was. Zoo gebeurde het op een avond,
+dat mevrouw Bathory, die eerst achteraf gebleven was, langzamerhand
+naderbij trad, en terwijl de oude Borik en Maria Ferrato op de treden
+der kapel geknield lagen, het ijzeren hekwerk met hare handen omvatte,
+den achterwand, die door de lamp helder verlicht was, scherp aankeek,
+en daarop met spoed achterwaarts ijlde.
+
+Toen Maria haar ingehaald had, hoorde zij haar herhaaldelijk een
+naam mompelen.
+
+Dat was wel de eerste maal, dat de lippen van de beklagenswaardige
+waanzinnige zich openden om te spreken.
+
+Maar hoe groot was de verwondering,--neen meer dan verwondering,--de
+verstomming van allen, die haar toen omringden en het gesprokene
+verstaan konden.
+
+Die naam was dien van haren zoon niet. Het was het woord: "Piet" niet,
+dat aan hare lippen ontgleden was, maar het woord: "Sava." Hoe kwam
+die naam in deze oogenblikken haar te ontvallen?
+
+De lezer zal bevroeden, wat Piet Bathory toen moest ondervinden. En
+wie zou kunnen beschrijven, wat bij die onverwachte oproeping van den
+naam van Sava Toronthal in de ziel van dokter Antekirrt omging? Hij
+sprak evenwel geen woord, en liet in niets merken, wat hij bij het
+hooren van dien naam moest lijden.
+
+Op een anderen avond, dat de proefneming ook herhaald werd, kwam
+mevrouw Bathory, alsof zij door eene onzichtbare hand geleid werd,
+uit eigen aandrang op den drempel der kleine kapel knielen. Zij
+boog haar hoofd toen voorover, een zucht welde uit hare borst op,
+een traan ontsnapte aan hare oogleden. Maar dien avond ontglipte geen
+woord, geen naam aan hare lippen, en men zou hebben kunnen meenen,
+dat zij den naam van Sava vergeten had.
+
+Toen mevrouw Bathory op het Stadhuis teruggebracht werd, was zij ten
+prooi aan eene zenuwachtige opgewondenheid, die haar anders vreemd
+was. De kalmte, die tot heden de karakteristieke aanduiding van
+haren gemoedstoestand was, had plaats gemaakt voor eene zonderlinge
+inspanning. In dat brein werd voorzeker toen eene levenwekkende
+arbeid volbracht, die wel geschikt was, om de opmerkers met hoop te
+vervullen. Dokter Antekirrt sloeg haar met alle aandacht gade.
+
+Inderdaad, de lijderes bracht een naren en onrustigen nacht door. Zij
+prevelde herhaaldelijk woorden, die Maria Ferrato niet vatten kon. Het
+was alsof zij droomde. Maar als zij werkelijk droomde, dan was dat
+het bewijs, dat het verstand begon weder te keeren. Dat duidde op
+genezing, vooral wanneer de rede haar zou bijblijven bij het wakker
+worden. De hoop keerde in aller harten weder, nu men het tijdstip
+van den einduitslag zag naderen.
+
+Dokter Antekirrt besloot dan ook den volgenden dag eene nieuwe
+proefneming te wagen, waarbij het opgevoerde tafereel nog aangrijpender
+zoude wezen.
+
+Gedurende dien geheelen dag van den 18den was mevrouw
+Bathory onophoudelijk onder den invloed van eene zeer sterke
+hersen-overspanning. Dat trof Maria Ferrato zeer, terwijl Piet, die
+bijna den geheelen tijd bij zijne moeder doorbracht, er een bijzonder
+gunstig voorgevoel van ondervond. De arme jongen was evenwel zelf
+onrustiger en zenuwachtiger dan de lijderes.
+
+De nacht brak aan,--een zwarte nacht, zonder dat zich een koeltje,
+na een dag, die zelfs onder de lage breedte van Antekirrta zeer warm
+was geweest, had laten gevoelen.
+
+Mevrouw Bathory verliet, geleid door Maria Ferrato en door Borik,
+tegen half negen het Stadhuis. Dokter Antekirrt volgde, eenigszins
+op een afstand blijvende, met Luigi Ferrato en Pescadospunt.
+
+De geheele kleine volkplanting verkeerde in eene angstige spanning
+omtrent de verschijnselen, die te wachten waren. Eenige toortsen,
+die onder het hooge geboomte van het kerkhof ontstoken waren, wierpen
+met hunnen dikken rook een spookachtig schijnsel op de naaste omgeving
+der kapel. In de verte werd met regelmatige tusschenpoozen het luiden
+der klok van de kerk te Artenak vernomen, hetwelk weerklonk, alsof
+eene begrafenis plaats had.
+
+Piet Bathory ontbrak alleen aan de groep, die langzaam door het veld
+het kerkhof naderde. Hij was de overigen evenwel vooruit gesneld, om
+in het gewichtige oogenblik van die uiterste proefneming op te treden.
+
+Het was ongeveer negen uren, toen mevrouw Bathory op het kerkhof
+aankwam. Plotseling liet zij den arm van Maria Ferrato los en stapte
+naar de kleine kapel toe.
+
+Men liet haar geheel vrijheid van handelen onder den indruk van het
+nieuwe gevoel, hetwelk haar geheel en al scheen te beheerschen. Een
+ieder ging uit den weg voor haar, maakte plaats voor haar.
+
+Te midden eener doodsche stilte, die slechts afgebroken werd door
+het eentonige klokkengelui, bleef mevrouw Bathory een poos stil en
+bewegingloos staan. Toen knielde zij op de eerste trede, en boog het
+hoofd voorover, terwijl men haar duidelijk hoorde weenen.... Dat
+was eene handeling, die volgens dokter Antekirrt een zeer gunstig
+voorteeken opleverde.
+
+In dit oogenblik ging het hek van de kapel langzaam open en verscheen
+Piet Bathory, in een wit lijklaken gehuld, alsof hij uit zijn graf
+opstond, in het volle licht....
+
+"Mijn zoon!... mijn zoon!..." riep mevrouw Bathory, de handen naar
+Piet toestekende uit, terwijl zij daarbij in zwijm viel. Gelukkig
+dat zij bijtijds door liefderijke armen werd opgevangen.
+
+Die val was niets! Maar de herinnering en de gedachten waren bij haar
+herboren! En dat was alles!
+
+De moeder had zich in dien kreet geopenbaard! Zij had haren zoon
+herkend! Dat was het voornaamste!
+
+Door de zorgen van dokter Antekirrt was zij weldra weder bijgebracht
+en toen zij tot bewustzijn wedergekeerd was en hare oogen den blik
+van haren zoon ontmoetten, riep zij:
+
+"Levend!... mijn Piet,... levend! O, God! is dat toch
+waar?... Levend!... Mijn Piet!"
+
+"Ja, zeker levend, moeder! levend voor u, levend om u, dierbare,
+dierbare moeder te beminnen!"
+
+"En om haar ... ook te beminnen ... haar ... Piet, gij weet wel
+... gij herinnert u toch nog?"
+
+"Haar?..." riep Piet Bathory ten hoogste verwonderd uit. "Haar?..."
+
+"Ja, haar!..."
+
+"Wie haar? Moeder, spreek. Wie haar? Spreek dan toch, wat ik u
+bidden mag."
+
+"Zij!... Sava!..."
+
+"Sava Toronthal?..." riep dokter Antekirrt op zijne beurt ten hoogste
+verbaasd uit.
+
+"Neen, niet Sava Toronthal, maar Sava Sandorf!" antwoordde de arme
+moeder haastig.
+
+Bij die woorden tastte mevrouw Bathory in haren zak en bracht daaruit
+den verkreukelden brief te voorschijn, die door de stervende mevrouw
+Toronthal geschreven was, en reikte hem den dokter over.
+
+De regels, die deze las, lieten geen den minsten twijfel omtrent de
+geboorte van Sava over!
+
+Sava was het kind, hetwelk van het kasteel van Artenak opgelicht
+was! Dat was onwraakbaar duidelijk.
+
+Sava was de dochter van graaf Mathias Sandorf!
+
+Wat er in dat oogenblik in het hart van dien vader omging, zullen de
+lezers wel beseffen.
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+EEN HANDDRUK VAN KAAP MATIFOU.
+
+
+Graaf Mathias Sandorf was, zooals de lezer weet, behalve voor Piet
+Bathory, voor het geheele personeel van de volkplanting van zijn klein
+eiland dokter Antekirrt gebleven. Het strookte met zijne plannen,
+om tot de geheele volbrenging van de taak, die hij ondernomen had,
+die rol te blijven vervullen. Toen dan ook de naam zijner dochter
+daar zoo plotseling en onverwacht door mevrouw Bathory genoemd werd,
+had hij geestkracht en zelfbeheersching genoeg, om zijne aandoeningen
+niet te laten blijken. Toch had zijn hart een oogenblik opgehouden
+te kloppen en wanneer hij zich minder krachtig had betoond, dan zou
+hij op den drempel der kapel neergestort zijn, alsof hij door den
+bliksem ware getroffen. Maar daar klopte een ijzeren hart, zooveel
+malen door het lijden gelouterd, in die fiere borstkas.
+
+Dus zijne dochter was niet dood! Dat was boven allen twijfel
+verheven. Het bewijsstuk lag daar.
+
+Dus zij was onder de levenden! O! welke vreugdekreet juichte in
+het vaderhart.
+
+Dus zij beminde Piet Bathory en werd wederbemind! Dokter Antekirrt
+wierp een schuchteren blik op den jongeling. Want hij... hij, Mathias
+Sandorf had alles in het werk gesteld, om de vereeniging der beide
+jongelieden te beletten!
+
+En dat geheim, waardoor hem Sava weergegeven werd, zou nimmer
+geopenbaard zijn, wanneer mevrouw Bathory haar verstand niet als door
+een wonder terugbekomen had!
+
+Maar wat was er toch vijftien jaren geleden op het kasteel Artenak
+gebeurd?
+
+O, de lezer weet dat thans! Dat kind, de eenige erfgename der goederen
+van graaf Mathias Sandorf, dat kind, wiens overlijden nimmer wettelijk
+gestaafd werd, was ontvoerd en daarna aan Silas Toronthal overgeleverd
+geworden. Toen de bankier zich eenigen tijd later te Ragusa vestigde,
+had hij van zijne echtgenoote gevergd Sava als hare dochter op
+te voeden.
+
+Die kuiperijen waren uitgedacht door Sarcany, maar door Namir zijne
+medeplichtige uitgevoerd.
+
+Sarcany was niet onkundig, dat Sava, wanneer zij achttien jaren oud
+zoude zijn, in het bezit zoude komen van een zeer groot vermogen;
+en hij rekende er op, dat, wanneer zij zijne echtgenoote geworden
+zoude zijn, hij haar wel als de erfgename der familie Sandorf zou
+weten te doen erkennen. Dat zou de bekroning moeten zijn van zijn
+schandelijk bestaan. Hij zou dan heer en meester der domeinen van
+Artenak zijn! Een ware belooning voor zooveel miskende deugd.
+
+Maar kon er inderdaad gezegd worden, dat dit plan tot heden mislukt
+was, het was toch voortreffelijk beraamd.
+
+Ja, voortreffelijk was het voorzeker, maar mislukt was het totaal. Want
+wanneer het huwelijk voltrokken ware, dan zou Sarcany zich wel gehaast
+hebben, er al de mogelijke voordeden uit te trekken.
+
+Welke smarten, welke teleurstellingen moest dokter Antekirrt thans
+ondervinden?
+
+Was hij het niet, die deze betreurenswaardige aaneenschakeling van
+feiten had in het leven geroepen, eerst door zijn medewerking aan Piet
+Bathory te weigeren; verder door Sarcany in de gelegenheid te stellen
+zijne plannen te vervolgen en ten uitvoer te leggen, terwijl hij hem
+bij hunne ontmoeting te Cattaro reeds onschadelijk had kunnen maken;
+eindelijk door mevrouw Bathory haren zoon niet weer te geven, toen
+hij dezen aan den dood ontrukt had? En, inderdaad, hoeveel rampen
+zouden niet vermeden zijn, wanneer Piet Bathory zijne moeder nabij
+geweest ware, toen de brief van mevrouw Toronthal door deze zelve
+in de Marinella-straat aan huis bezorgd werd! Het was waarlijk een
+samenloop van noodlottige omstandigheden. En als Piet eens geweten
+had, dat Sava de dochter van graaf Sandorf was, zou hij er dan niet
+in geslaagd zijn, haar aan de gewelddadigheden van Sarcany en Silas
+Toronthal te ontrukken? Dat was meer dan waarschijnlijk, dat moet
+erkend worden.
+
+Waar was Sava thans? Die vraag beheerschte bij dokter Antekirrt alles.
+
+O, voorzeker in de macht van Sarcany! Dat antwoord maakte den
+rampzaligen vader radeloos.
+
+Maar waar hield die ellendeling haar thans verscholen? Eene tweede
+vraag, die in belangrijkheid voor de eerste niet onderdeed.
+
+Hoe zou men het moeten aanleggen om haar aan dien snoodaard te
+ontrukken?
+
+Dat moest snel beraamd worden, want binnen weinige weken zou de
+dochter van graaf Sandorf haar achttiende jaar bereikt hebben, het
+tijdstip, waarop zij als erfgename zoude moeten optreden, op gevaar
+af anders hare rechten te zullen verliezen.--Sarcany wist dat, en
+deze omstandigheid moest hem het uiterste doen beproeven, om Sava's
+toestemming tot dit gehate huwelijk te verwerven. De tijd was dus
+kort, en er moest uiterst spoedig gehandeld worden, dat gevoelde
+dokter Antekirrt.
+
+In een ondeelbaar oogenblik, als het ware, had die opvolging van
+gedachten het brein van den rampzaligen vader doorkruist. Na dat
+verleden, evenals mevrouw Bathory en haar zoon gedaan hadden, in
+gedachten opgebouwd te hebben, gevoelde hij de verwijtingen die de
+echtgenoote en de zoon van Stephanus Bathory hem, onverdiend wel is
+waar, konden doen! En toch, wanneer de zaken bestaan hadden, zoo als
+hij ze zich voorgesteld had, zou dan eene vereeniging mogelijk geweest
+zijn tusschen Piet Bathory en haar, die voor allen, ook voor hemzelven,
+Sava Toronthal genoemd werd?
+
+Het was nu zaak, het koste wat het wilde, om zijne dochter Sava uit
+te vinden,--wiens naam, gevoegd aan dien van de gravin Rena, zijn
+echtgenoote, gegeven was aan de goelet _Savarena_, zooals de naam van
+Luigi's vader aan het stoomjacht _Ferrato_ verleend was.--Waarlijk,
+geene geringe taak, dat moet erkend worden. Maar er was geen dag,
+geen uur, geen oogenblik meer te verliezen. Alle krachten moesten
+ingespannen worden, om tot het doel te geraken.
+
+Mevrouw Bathory was reeds naar het Stadhuis teruggevoerd, toen dokter
+Antekirrt er ook binnentrad in gezelschap van Piet, die zich aan de
+grootste afwisselingen van blijdschap en wanhoop overgaf, evenwel
+daarbij geen woord sprak. Op zijn gelaat was nochtans te ontwaren,
+aan welke aandoening hij ten prooi was.
+
+De brave moeder was genezen. Zij was evenwel zeer verzwakt en uitgeput
+door de geweldige reactie, die zij ondergaan had. Zij was in haar kamer
+gezeten, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory haar daar opzochten.
+
+Maria Ferrato had, met de scherpzinnigheid der vrouwen eigen,
+begrepen, dat die drie menschen alleen bij elkander gelaten moesten
+worden. Derhalve was zij zacht, en zonder dat iemand het merkte,
+naar de groote zaal in het Stadhuis gegaan.
+
+Dokter Antekirrt naderde, met de hand op den schouder van Piet geleund,
+mevrouw Bathory.
+
+"Mevrouw," sprak hij, "ik had reeds van uwen zoon den mijnen
+gemaakt. Maar dat was hij nog maar krachtens vriendschapsbanden;
+geloof mij, ik zal alles doen, om te bewerken, dat hij het ook door
+de banden van het bloed wordt. Als ik daarin slaag, zal ik, dat kan
+ik u betuigen, de gelukkigste aller stervelingen zijn. Sava mijne
+dochter! en Piet mijn zoon!"
+
+Mevrouw Bathory keek hem verbaasd aan. Zij kon hem onmogelijk
+begrijpen, dat was haar wel aan te zien.
+
+"Ja," ging dokter Antekirrt voort, "dat hij in mij een waren vader,
+ik een waren zoon in hem vond..."
+
+De arme vrouw wist niet wat te denken en keek beteuterd beide mannen
+beurtelings aan.
+
+"Door hem Sava... mijne dochter... te laten trouwen!" lichte de dokter
+eindelijk toe.
+
+"Uwe dochter?..." kreet mevrouw Bathory, terwijl zij de hand aan het
+voorhoofd bracht... "Sava uwe dochter?"
+
+"Ja, mijne dochter! Deel toch in mijn geluk, waarde mevrouw. Sava is
+mijne dochter!"
+
+"Maar... wie zijt ge dan?" vroeg de ontstelde moeder, terwijl zij
+haar gelaat met de beide handen bedekte.
+
+"Wie ik ben?... Ik ben graaf Mathias Sandorf! Ik ben de beste vriend
+van Stephanus, uwen echtgenoot!"
+
+Mevrouw Bathory sprong van haren stoel op, strekte de handen uit, en
+viel schier onmachtig in de armen van haren zoon. Maar al kon zij van
+aandoening niet spreken, zoo kon zij toch hooren. In weinige woorden
+deelde Piet haar mede, wat zij niet wist; hoe graaf Mathias Sandorf
+door de toewijding en opoffering van den visscher Andreas Ferrato
+gered was geworden; waarom deze gedurende vijftien jaren onbekend
+en voor dood had willen blijven doorgaan en hoe hij eindelijk onder
+den naam van dokter Antekirrt te Ragusa gekomen was. Hij verhaalde,
+wat Sarcany en Silas Toronthal met betrekking tot het verraad van de
+Triëster samenzwering gedaan hadden; daarna het verraad van Carpena,
+waarvan zijn vader het slachtoffer geweest was, hoe eindelijk dokter
+Antekirrt hem levend aan het graf op het kerkhof te Ragusa ontrukt
+had, om hem deelgenoot te maken van de rechtspleging, die hij wenschte
+ten uitvoer te leggen. Hij eindigde zijn verhaal met de mededeeling,
+dat twee der ellendelingen: de bankier Silas Toronthal en de Spanjaard
+Carpena, reeds in hunne macht waren; maar dat de derde nog ontbrak,
+de derde, namelijk Sarcany, dezelfde schaamtelooze kerel, die van
+Sava Sandorf zijne vrouw wilde maken, van Sava, de dochter van zijn
+slachtoffer.
+
+Gedurende meer dan een uur zaten dokter Antekirrt, mevrouw Bathory en
+haar zoon, een drietal dat in de toekomst door een zoo innigen band
+van toegenegenheid zoude verbonden worden, bij elkander, om nog de
+daadzaken betreffende het ongelukkige jonge meisje in bijzonderheden te
+behandelen en te bespreken. Het was voor hen allen helder als de dag,
+dat Sarcany voor niets zou terugdeinzen, om Sava tot dat huwelijk,
+hetwelk hem het vermogen van graaf Sandorf moest in handen spelen, te
+nopen. Zij vestigden in het bijzonder hunne aandacht op dien toestand,
+die, al waren ook al de vroegere plannen van den ellendeling verijdeld,
+toch nog voor het tegenwoordige angstverwekkend genoeg was. Dus voor
+en boven alles: Sava moest weergevonden worden, al moest ook hemel en
+aarde bewogen worden. Dat was de eerst voor de hand liggende taak. Dat
+begrepen allen.
+
+Men kwam overeen, dat mevrouw Bathory en Piet voorloopig de eenigen
+zouden blijven, die weten zouden, dat graaf Mathias Sandorf zich
+achter den naam van dokter Antekirrt verborg. Wanneer men dat geheim
+prijs gaf, zou het bekend worden, dat Sava zijne dochter was, en het
+was in het belang van de nasporingen, die ondernomen moesten worden,
+dat dit nog niet geweten werd. Dus het diepste geheim werd daaromtrent
+aanbevolen.
+
+"Maar waar is Sava?" vroeg mevrouw Bathory, toen zij hare gedachte
+weer eenigermate verzameld had.
+
+En toen zij daarop van niemand, noch van haren zoon, noch van dokter
+Antekirrt antwoord ontving, vervolgde zij:
+
+"Waar haar te zoeken?... Waar haar te vinden? Zeg, zal dat te
+ontdekken zijn?"
+
+"O, dat zullen wij wel te weten krijgen!" antwoordde Piet, bij wien
+de wanhoop vervangen was door eene geestkracht, die niet meer tanen
+zoude. "Dat zullen wij wel uitvinden!"
+
+"Ja!... dat zullen wij!" hernam dokter Antekirrt vastberaden.
+
+"En al kan ook aangenomen worden, dat Silas Toronthal niet weet,
+waarheen Sarcany eene schuilplaats gezocht heeft, zoo zal hij toch
+niet kunnen ontkennen, dat hij weet, waar die ellendeling mijne
+dochter opgesloten houdt. En dat zal hij, dat moet hij ons zeggen,
+al moet ook geweld gepleegd worden!"
+
+"Ja, als hij het weet,... dan zal hij het moeten zeggen!" riep Piet
+Bathory woest uit.
+
+"Ja!... dat moet!" zei de dokter. "Ik herhaal het, al zou geweld
+moeten gebruikt worden."
+
+"Onmiddellijk!" riep Piet Bathory uit. "Laten wij geen oogenblik
+verliezen."
+
+"Ja, onmiddellijk!"
+
+Noch dokter Antekirrt, noch mevrouw Bathory, noch haar zoon Piet zouden
+langer in dien staat van onzekerheid hebben kunnen verblijven. Er
+moest naar eene uitkomst getracht worden.
+
+Luigi Ferrato, die zich met Pescadospunt en Kaap Matifou in de groote
+zaal van het Stadhuis bevond, alwaar Maria zich bij hen gevoegd had,
+werd dadelijk geroepen.
+
+Hij kreeg bevel, om zich naar het fortje te begeven, zich daarbij
+door Kaap Matifou te doen vergezellen, en Silas Toronthal naar het
+Stadhuis over te brengen.
+
+De bankier verliet een kwartier later het gekasematteerde vertrek, dat
+hem tot gevangenislokaal diende, waarbij Kaap Matifou met zijne breede
+hand de vuist van den misdadiger als in een schroef geklemd hield,
+en volgde gedwee zijn geleider door de groote straat van Artenak,
+naar de Raadzaal.
+
+De bankier had aan Luigi gevraagd, waarheen men hem voerde, maar
+had daarop geen antwoord bekomen. Dit maakte hem te meer ongerust,
+daar hij steeds niet wist in handen van welk machtig persoon hij zich
+sedert zijne gevangenneming bevond.
+
+Silas Toronthal, die steeds door Kaap Matifou vastgehouden werd,
+trad, voorafgegaan door Luigi Ferrato, de zaal binnen.
+
+Wel zag hij terstond Pescadospunt, echter niet mevrouw Bathory
+noch haren zoon, die zich beiden ter zijde hielden. Maar plotseling
+bevond hij zich tegenover dokter Antekirrt, met wien hij te Ragusa te
+vergeefsch getracht had in aanraking te komen. Nu scheen hem plotseling
+een vreeselijk licht op te gaan. Nu eerst scheen hij te begrijpen.
+
+"Gij!... Gij!"... riep hij ontzet en ten uiterste verbaasd
+uit. "Gij!... Gij, dokter Antekirrt!"
+
+Maar zijne zelfbeheersching, evenwel niet zonder inspanning,
+hernemende.
+
+"Zoo, zoo!" zeide hij. "Het is dokter Antekirrt, die mij op
+Fransch grondgebied heeft laten gevangen nemen! Hij is het, die mij
+wederrechtelijk van mijne vrijheid beroofd heeft?"
+
+"Wederrechtelijk? Durft Silas Toronthal, die in zijn leven zooveel
+wederrechtelijke daden pleegde, dat woord gebruiken?"
+
+"Ja, wederrechtelijk!" herhaalde de bankier, terwijl hij zijn
+toespreker onbeschaamd aankeek.
+
+"Maar, toch niet onrechtvaardig!" antwoordde de dokter met
+indrukwekkende stem.
+
+"Wat heb ik met u te maken? Wat heb ik u gedaan? Zeg, wat heb ik u
+gedaan?" vroeg de bankier.
+
+"Mij?" ...
+
+"Ja, u?"
+
+"Gij zult het vernemen, Silas Toronthal, en dat wel vroeger dan u
+wellicht lief zal zijn."
+
+"Wanneer? Spreek! Wanneer?"
+
+De bankier bleef in zijn onbeschaamde rol volharden. Hij meende van
+dokter Antekirrt niets te vreezen te hebben.
+
+"Wanneer gij geantwoord zult hebben op deze vraag: wat hebt gij deze
+ongelukkige vrouw gedaan?"
+
+"Mevrouw Bathory!" riep de bankier uit, terwijl hij een paar
+stappen achteruit deed, toen hij de weduwe ontwaarde, die op hem
+toetrad. "Mevrouw Bathory! O God!"
+
+"En haar zoon!" vulde dokter Antekirrt aan. "Zeg, wat hebt gij haren
+zoon gedaan?"
+
+"Piet!" ...
+
+"Ja, Piet!"
+
+"Piet Bathory?" stamelde Silas Toronthal. "Geeft het graf dan zijn
+prooi terug?"
+
+Hij zou voorzeker van ontsteltenis omver gevallen zijn, wanneer Kaap
+Matifou hem niet onwrikbaar overeind en op zijne plaats vastgehouden
+had. Die kolossus verwrikte niet.
+
+Dus Piet Bathory, dien hij dood waande, de man wiens lijkstatie hij
+had zien voorbij trekken, Piet Bathory die op het kerkhof te Ragusa
+begraven was, diezelfde Piet Bathory stond daar voor hem als een geest,
+die uit het graf verrezen was! Silas Toronthal gevoelde zich in zijne
+tegenwoordigheid hevig beangst.... Hij begon te begrijpen, dat hij
+de straf zijner misdaden niet zou kunnen ontloopen.... Hij voelde,
+dat hij verloren was. Hij keek rond, alsof hij een hoek zocht, waar
+hij zich voor aller oogen kon verbergen.
+
+"Waar is Sava?" vroeg eensklaps dokter Antekirrt. "Waar is dat jonge
+meisje, dat ..."
+
+"Mijne dochter?"
+
+"Sava is uwe dochter niet!" antwoordde dokter Antekirrt gestreng en
+met indrukwekkend gebaar.
+
+"Sava, mijne dochter niet?" vroeg Silas Toronthal geheel en al
+onthutst. "Wie heeft u dat gezegd?"
+
+"Neen! Sava is de dochter van graaf Mathias Sandorf, dien gij, door
+hem en zijne beide makkers, Stephanus Bathory en Ladislas Zathmar,
+laaghartig te verraden, aan den dood hebt overgeleverd! Verstaat gij
+mij? Dat is duidelijk!"
+
+Bij die zoo formeele beschuldiging gevoelde zich de bankier Silas
+Toronthal vernietigd.
+
+Dokter Antekirrt wist toch niet alleen, dat Sava zijne dochter
+niet was, maar hij wist ook, dat zij de dochter van graaf Mathias
+Sandorf was! Hij wist hoe en door wien de samenzweerders van Triëst
+verraden waren! Dat walgelijke verleden verhief zich in zijne geheele
+schrikkelijkheid tegen Silas Toronthal. Hij wenschte in den grond te
+kunnen verzinken, om die beschuldigende oogen te kunnen ontgaan.
+
+"Waar is Sava," hernam de dokter, die zijn toorn slechts door zeer
+veel wilskracht bedwong.
+
+Geen antwoord. Silas Toronthal gluurde met gebogen hoofd rond en
+scheen zich te beraden.
+
+"Waar is Sava, die door Sarcany, uwen medeplichtige bij al uwe
+misdaden, van het kasteel te Artenak opgelicht is geworden? Zult
+gij spreken?"
+
+En toen de ellendeling steeds zweeg, vervolgde Antekirrt somber en
+schrikkelijk in stem en gebaren:
+
+"Waar is Sava, die door dien ellendeling op eene plaats, die gij kent
+en kennen moet, opgesloten gehouden wordt, om haar hare toestemming
+af te dwingen tot een huwelijk, dat haar afschuw inboezemt ... tot
+een huwelijk met een der verraders van haren vader!"
+
+Andermaal geen antwoord. In het brein van Silas Toronthal begon. een
+denkbeeld te gloren. Hij glimlachte onmerkbaar.
+
+"Voor de laatste maal: waar is Sava?" brulde dokter Antekirrt buiten
+zich zelven.
+
+Hoe schrikverwekkend het uiterlijke van den dokter zich ook
+voordeed, hoe dreigend zijne woorden ook klonken, dat alles kon Silas
+Toronthal niet bewegen om te antwoorden. De aterling had begrepen,
+dat de tegenwoordige toestand van het jonge meisje hem tot schild,
+tot dekmantel kon dienen. Hij voelde, dat zijn leven geen gevaar
+liep, zoolang hij dat geheim niet geopenbaard had. Ziedaar, wat hem
+eenigermate gerustgesteld had, en wat dien glimlach te voorschijn
+getooverd had.
+
+"Luister," hernam de dokter, wien het gelukt was zijne
+zelfbeheersching en koelbloedigheid te herwinnen, "hoor naar mij, Silas
+Toronthal! Misschien meent gij verplicht te zijn, uwen medeplichtige te
+sparen! Gij vreest misschien hem te benadeelen door te spreken! Welnu,
+weet dit dan: Sarcany, na uw vermogen verkwist te hebben, heeft, om
+zich van uwe stilzwijgendheid te verzekeren, gepoogd u te vermoorden,
+zoo als hij Piet Bathory te Ragusa vermoord heeft... Ja... twijfelt
+gij? Op hetzelfde oogenblik, toen mijne lasthebbers de hand op u
+legden, en zich van uw persoon op den straatweg naar Nizza, meester
+maakten, stond hij gereed met zijn dolk toe te stooten... En zult gij,
+nu gij dat weet, blijven zwijgen? Zult gij dien man willen blijven
+sparen, die ook jegens u voor geen moord terugdeinsde? Komaan, spreek."
+
+Silas Toronthal bleef bij het denkbeeld volharden, dat zijn stilzwijgen
+zijne tegenstanders nopen moest, om hem te ontzien. Hij gaf dan ook
+geen antwoord.
+
+"Waar is Sava?" herhaalde dokter Antekirrt.
+
+Niets, geen woord! Dat zwijgen was tergend, was uitdagend. Piet
+Bathory stond te knarsetanden van woede.
+
+"Waar is Sava?" herhaalde de dokter, die ditmaal zijn geduld begon
+te verliezen.
+
+"Ik weet het niet!..." antwoordde Silas Toronthal, vast besloten zijn
+geheim zorgvuldig te bewaren.
+
+Eensklaps stiet hij echter een gil uit en poogde, terwijl hij zich
+van pijn kromde en spartelde, Kaap Matifou, die zijne hand steeds
+in de zijne omklemd hield, achteruit te duwen. Hij had eerder kunnen
+proberen een granietblok van zijne plaats te brengen.
+
+"Genade... Genade!" riep hij, terwijl hij zich van pijn
+kromde. "Genade! ik smeek u!"
+
+Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze
+verbrijzelen wilde.
+
+"Genade!" kreet de bankier, "zoo'n pijn heb ik nog nooit
+ondervonden! Mijne hand is verpletterd."
+
+"Zult ge spreken?... Of..."
+
+En hij gaf een teeken aan Kaap Matifou, die dadelijk de klemschroef
+aanzette.
+
+"Ja... Ja..." kreet de ongelukkige misdadiger. "Ja... ja!... ik
+zal spreken!"
+
+"Welnu dan, haast u! Waar is Sava?"
+
+"Sava... Sava..." stamelde Silas Toronthal, die slechts met afgebroken
+woorden kon antwoorden.
+
+"Welnu, Sava?... Waar is zij? Geen omwegen, geen onwaarheden. Ik
+waarschuw u ten beste."
+
+"Sava.. in het huis... van Namir... de verspiedster
+van... Sarcany... Daar is zij opgesloten."
+
+"Maar waar is dat huis? Nogmaals waarschuw ik u tegen misleiding. De
+waarheid, niets dan de waarheid!"
+
+"Te... Tetuan! in Marokko!..." kreet de gemartelde. "Daar zult gij
+haar vinden."
+
+Kaap Matifou liet, nadat die woorden den bankier ontvallen waren,
+diens hand eerst los, en die hand viel machteloos langs zijne zijde
+neder. Ja, een handdruk wisselen met dien reus, mocht voorwaar
+ongeraden heeten.
+
+"Breng den gevangene naar zijne cel terug!" zei dokter Antekirrt;
+"wij weten, wat wij verlangden te vernemen."
+
+Luigi Ferrato trok Silas Toronthal met zich voort, het Stadhuis uit
+en sloot hem in zijn kasemat op.
+
+Sava te Tetuan! Sava in Marokko! Sava in de macht van dat afzichtelijk
+wijf!
+
+Dus, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory twee maanden geleden te
+Ceuta aangekomen waren, om den Spanjaard Carpena aan dat boevenverblijf
+te ontvoeren, scheidden hen slechts eenige weinige mijlen van de
+plaats, waar dat Marokkaansche vrouwmensch het jonge meisje opgesloten
+hield! En dat hadden zij niet geweten! Het was om te vertwijfelen!
+
+"Dezen nacht nog vertrekken wij naar Tetuan, Piet," zei de dokter op
+kalmen toon.
+
+Toen ten tijde bestond nog geen spoorweg, die rechtstreeks van
+Tunis naar de Marokkaansche grenzen voerde. Om dan ook binnen den
+kortst mogelijken tijd te Tetuan te kunnen aankomen, viel niets
+beters te doen, dan zich in te schepen op een van die snelvarende
+vervoermiddelen, tot de flottilje van Antekirrta behoorende.
+
+Voor dat de scheepsbel de acht glazen had laten weerklinken, die het
+middernachtsuur moesten aangeven, had de _Elektriek_ 2 haar anker
+gelicht en stoomde de Syrtische zee uit en de volle Middellandsche
+zee in.
+
+Aan boord bevonden zich slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory,
+Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou.
+
+Van die allen was Piet Bathory slechts aan Sarcany bekend. De anderen
+had hij nimmer gezien.
+
+Wanneer men te Tetuan zou aangekomen zijn, dan zou men zien, hoe
+te handelen. Want het was nog niet uitgemaakt, of men met list of
+gewelddadig zou te werk gaan. Dat zou van de omstandigheden afhangen,
+waarin Sarcany zich te midden van die geheel Marokkaansche stad
+zoude bevinden. Dat zou ook afhangen van den aard van het verblijf
+van dien man in de woning van Namir en van het personeel, waarover
+hij kon beschikken.
+
+Maar, voor alles moest men te Tetuan aankomen! Ja, dat ging voor
+alles. En daarom moest spoed gemaakt worden.
+
+Van Antekirrta af tot aan de Marokkaansche grenzen wordt gerekend een
+afstand van twee duizend vijfhonderd kilometers te bedragen, hetgeen
+ongeveer met dertien honderd vijftig zeemijlen overeenkomt. Wanneer nu
+de _Elektriek 2_ zich met volle kracht voorwaarts bewoog, dan kon zij
+om en nabij zeven en twintig mijlen in het uur afleggen. Hoeveel
+sneltreinen op de spoorwegen van het vasteland bereiken die
+snelheid? Dus dat lange stalen spilvormige lichaam, waarop de
+wind geen vat had, dat door de deininggolven heenschoof, zonder er
+vertraging door te ondervinden, of weerstand te bieden, dat om geen
+brekers scheen te geven, zou niet eens vijftig uren noodig hebben,
+om ter gewilder plaatse te komen.
+
+De _Elektriek 2_ was den volgenden ochtend, reeds vóórdat de dag
+aanbrak, kaap Bon genaderd. Van dat punt af zou het vaartuig, na de
+monding van de golf van Tunis voorbijgestevend te zijn, slechts weinige
+uren noodig hebben om kaap Bizerta uit het gezicht te verliezen. La
+Calle, Bône, de IJzeren Kaap, wier metaalmassa, zooals men beweert,
+de kompasnaald doet afwijken, de Algerijnsche kust, Stora, Bougie,
+Dellys, Algiers, Cherchell, Montanagem, Oran, Nemours, daarna de
+Rifsche kuststreken, kaap Melilla, die evenals Ceuta aan Spanje
+toebehoort, kaap Tres Forcas, vanwaar het vasteland zich tot bij
+kaap Negro afrondt, dat geheele panorama van de Afrikaansche kust
+ontrolde zich, terwijl het scheepje zich voortspoedde gedurende de
+dagen van 20 en 21 November voor de oogen der opvarenden, zonder dat
+een oponthoud of een ongemak de vaart kwam vertragen. Nooit was de
+machine, door de accumulatoren bewogen, in de gelegenheid geweest,
+dergelijke diensten te presteeren. Maar zij hield zich goed.
+
+Werd de _Elektriek_ ook al ontwaard, nu eens langs en evenwijdig
+aan de kust stevenende, dan weer eens in volle zee buiten de baaien,
+die zij van kaap tot kaap doorsneed, dan moesten de kustwachters wel
+aan de verschijning van een bovennatuurlijk vaartuig of wel aan een
+buitengewoon grooten visch van het geslacht der walvisschen gelooven,
+die door geen stoomboot, de wateren der Middellandsche zee beploegende,
+ingehaald zoude kunnen worden. Men keek er naar uit. Men wees elkander
+dat vreemdsoortig voorwerp aan, maar daar bleef het ook bij.
+
+Dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap
+Matifou ontscheepten zoo omstreeks tegen acht uren in den avond
+bij de uitwatering van de kleine Tetuan-rivier, waarin de sloep eene
+aanlegplaats gezocht had. Die rivier, door de aardrijkskundigen Martil
+genaamd, heeft twee forten, die hare nadering beschermen.
+
+Op ongeveer honderd passen van den rivier-oever verwijderd, bestond
+een soort van caravanserail, waar onze reizigers muildieren en
+een Arabischen gids aantroffen, die aanbood hen naar de stad te
+brengen. De prijs, dien hij vroeg, werd zonder afdingen aangenomen,
+zoodat zij dadelijk konden vertrekken.
+
+In dit gedeelte van de Rifsche kuststreek, hebben de Europeanen noch
+van de inheemsche bevolking, noch van de zwervende volksstammen, die
+het land afloopen, iets te vreezen. Het land is bovendien zeer slecht
+bewoond en nog slechter bebouwd. De weg kronkelt door eene vlakte,
+die met schrale boompjes en struiken bezaaid is. De lezer moet zich
+niet verbeelden, dat die weg een aangelegd gemeenschapsmiddel was;
+neen, het was slechts een pad, dat eer aan de hoeven der paarden of
+muilezels, dan wel aan eenige menschenhand te danken was. Aan de eene
+zijde vloot de rivier binnen hare modderige oevers, waar het gekwaak
+der padden en kikvorschen en het schrille gepiep der sprinkhanen zich
+lieten hooren. Op de watervlakte dobberden eenige visschersschuiten,
+die midden op stroom ten anker lagen, terwijl er ook op het droge
+gehaald waren. Aan de andere zijde rechts van den weg ontwikkelde zich
+eene reeks van kale heuvels, die zich in de verte bij het zuidelijk
+gebergte aansloten.
+
+De nacht was prachtig, de maan scheen heerlijk en overgoot de omstreken
+met haar zacht licht. Door de terugkaatsing harer bleeke stralen in
+den spiegel der rivier, veroorzaakte zij, dat de omtrekken der hoogten
+van den noorder-gezichteinder zich minder nauwkeurig afteekenden. In
+de verte ontwaarde men de witte gebouwen van Tetuan, en deed zich de
+stad voor als eene onmetelijke witte vlek op den somberen nevelachtigen
+achtergrond.
+
+De Arabische gids geleidde zijn troepje met vluggen pas; twee of
+drie malen moest men stil blijven houden bij eenige alleenstaande
+wachthuizen, wier eenig venster, uitziende op dat gedeelte van het
+gebouw, hetwelk niet door de maan verlicht werd, een geelachtig licht
+te ontwaren gaf. Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende
+lantaarn in de hand naar buiten, om met den gids te spreken. Na eenige
+woorden gewisseld te hebben, die tot herkenning moesten dienen, werd
+de weg vervolgd. Klinkende munt was hierbij het hoofdmiddel om vlug
+vooruit te komen, en het herkenningsteeken naar eisch te doen slagen.
+
+Noch de dokter, noch zijne tochtgenooten spraken een
+woord. Stilzwijgend schreden zij naast elkander voort.
+
+Zij waren afgetrokken, in gedachten verzonken, en lieten de muildieren,
+die met dien vlakken weg, welke hier en daar een ravijn vertoonde,
+goed bekend waren en de veelvuldige steenen, boomstronken en
+wortels, waarmede hij bezaaid was, behendig wisten te mijden, rustig
+voortstappen. Het stevigste en sterkste van die dieren bleef evenwel
+somwijlen achter. Toch moest het daarom niet minder geacht worden dan
+de anderen: want het droeg Kaap Matifou en die woog inderdaad op zijn
+minst voor twee.
+
+Dat wekte de goede luim van Pescadospunt op, die de opmerking niet
+weerhouden kon:
+
+"Het zou wenschelijk zijn dat Kaap Matifou eerder het muildier,
+dan dat het muildier Kaap Matifou droeg!"
+
+Zoo omstreeks half tien liet de Arabische gids stilhouden bij een
+grooten witten walmuur, die met torens en schietgaten bekroond,
+de stad aan dezen kant moest beschermen en verdedigen. In dien muur
+opende zich een lage poort, die op Marokkaansche wijze met allerlei
+arabesken versierd was. Daarenboven gluurden door talrijke schietgaten
+de mondingen van kanonnen, niet oneigenaardig aan die groote kaaimannen
+gelijk, die in het maanlicht op de modder uitgestrekt liggen te slapen.
+
+De poort was gesloten en men moest alweer met de beurs in de hand
+onderhandelen, om haar geopend te krijgen. Eindelijk gelukte dat ook,
+en toen stapten allen naar binnen en verloren zich te midden der
+smalle, bochtige, soms verwulfde straten, die door andere poorten
+van elkander gescheiden werden, welke niet anders dan door hetzelfde
+tooverwoord geopend konden worden.
+
+Tetuan is eene stad, die dertig duizend zielen telt, en vele moskeeën
+bezit.
+
+Na een goed kwartieruur ronddoolens, kwamen de dokter en zijne makkers
+bij eene herberg aan,--eene fonda, zooals zij plaatselijk genoemd
+wordt,--de eenige trouwens van de geheele stad, die door eene Jodin
+gehouden werd, terwijl eene eenoogige meid den dienst van kellner
+waarnam. Aanlokkelijk zag het er niet uit.
+
+Het gebrek aan comfort dezer fonda, welker schamele vertrekken zich
+rondom eene binnenplaats uitstrekten, laat zich verklaren door het
+gering getal vreemdelingen, die de reis naar Tetuan ondernemen. Daar
+ter stede bevindt zich zelfs slechts één vertegenwoordiger der
+Europeesche mogendheden, namelijk de consul van Spanje, die te midden
+van eenige duizenden inwoners verblijf houdt, waarvan verreweg het
+grootste getal inboorlingen en dus geen Spanjaarden zijn.
+
+Hoe ongeduldig dokter Antekirrt ook was om zijne nasporingen en
+ondervragingen nopens de woning van Namir te beginnen, en hoe hij ook
+haakte, om er dadelijk heen te ijlen, zoo bedwong hij zich toch. Hier
+moest immers noodzakelijk met de uiterste voorzichtigheid gehandeld
+worden. In de omstandigheden, waarin Sava geplaatst was, kon eene
+ontvoering ernstige moeielijkheden ondervinden en opleveren. Het voor
+en het tegen moest zeer ernstig gewikt en gewogen worden. Misschien
+was het raadzaam, om onverschillig welken losprijs voor de vrijheid
+van het jonge meisje te bieden. Maar in geen geval mochten dokter
+Antekirrt of Piet Bathory zich althans aan Sarcany bekend maken,
+die waarschijnlijk te Tetuan aanwezig was. In zijne handen was Sava
+een vrijgeleide, eene zekerheid voor de toekomst, die hij niet licht
+zoude laten glippen. En dan moest bedacht worden, dat men zich hier
+niet in een beschaafd land van Europa bevond, waar justitie en politie
+hunne tusschenkomst, hunnen bijstand hadden kunnen verleenen. In dat
+brandpunt van slavenhandel zou het betoog niet te leveren zijn, dat
+Sava niet het wettige eigendom van de Marokkaansche vrouw was. Hoe zou
+bewezen kunnen worden, anders dan door den brief van mevrouw Toronthal
+en door de bekentenis van den bankier, dat zij de dochter was van graaf
+Mathias Sandorf? Daarenboven, hoe bij haar te geraken? Die Arabische
+huizen zijn gewoonlijk goed gesloten en weinig toegankelijk. Men kan
+er zoo gemakkelijk niet indringen. De tusschenkomst van een Kadi kon
+zelfs vruchteloos blijken, in de vooronderstelling altijd, dat die
+bekomen kon worden, hetgeen meer dan twijfelachtig mocht heeten.
+
+Er werd dan ook besloten, dat voorshands het huis van Namir ten
+nauwkeurigste zoude gadegeslagen worden, evenwel zoo, dat geen
+achterdocht opgewekt zoude worden. Pescadospunt zou iederen ochtend bij
+het krieken van den dag met Luigi Ferrato op kondschap uitgaan. Deze
+laatste had gedurende zijn verblijf op het zoo cosmopolitische eiland
+Malta eenigermate de Arabische taal geleerd. Beiden zouden trachten
+op te sporen in welk kwartier en in welke straat die Namir woonde,
+wier naam toch bekend moest zijn. Dan zou men eerst naar omstandigheden
+kunnen handelen.
+
+In afwachting had de _Elektriek_ 2 eene schuilplaats gezocht in
+een der smalle en kleine kreeken van de kust bij de monding van de
+Tetuan-rivier, alwaar dat vaartuig gereed moest blijven, om op het
+eerste sein te kunnen vertrekken. Dat punt was niet moeielijk te
+vinden en weldra lag het vaartuig daar zoo rustig als in een haven
+van het vasteland.
+
+Zoo ging in de fonda die eerste nacht, die dokter Antekirrt en Piet
+Bathory zoo lang toescheen, voorbij. Wat Pescadospunt en Kaap Matifou
+betreft, wanneer die ooit gehoopt hadden in bedden te slapen, die
+met porselein ingelegd waren, dan hadden zij thans redenen te over
+om tevreden te zijn. Zij sliepen daarom niet minder goed.
+
+Luigi Ferrato en Pescadospunt begonnen den volgenden ochtend
+hunnen onderzoekingstocht, door zich naar den bazaar te begeven,
+waarheen reeds een gedeelte der Tetuansche bevolking zich verzameld
+had. Pescadospunt kende Namir, die hij wel twintigmalen gelegenheid had
+gehad in de straten van Ragusa op te merken, toen zij daar de rol van
+verspiedster ten behoeve van Sarcany vervulde. Het kon dus gebeuren,
+dat hij haar ontmoette; maar daar zij hem niet kende, zou dat geen
+nadeelige gevolgen hebben. En in dat geval zou hij haar slechts te
+volgen hebben.
+
+De voornaamste bazaar van Tetuan bestaat uit eene verzameling
+van keeten, winkels en kramen, allen lang, smal, vuil en smerig,
+waartusschen vochtige en glibberige toegangen voeren. Eenige linnen
+lappen van verschillende tint en kleur, over touwen gespannen,
+beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. Overal
+zag men sombere winkels en uitstallingen, waar geborduurde zijden
+stoffen verkocht werden, schel gekleurde passementwerken, babouchen,
+een soort van sloffen, geldtaschjes, burnous, aardewerk, juweelen,
+halssnoeren, armbanden, ringen, gesmeed en gedreven koperwerk,
+kandelaars, wierookvaten, lantaarns,--in één woord alles, wat zich
+in de bijzondere magazijnen van de groote steden in Europa bevindt
+en wat hier als het ware op de straat te koop aangeboden wordt.
+
+Er was reeds eene groote menigte op den bazaar aanwezig, zoodat het
+moeite kostte, om zijn weg te vervolgen.
+
+Iedereen genoot van de frischheid der ochtend-uren. Mauresken, die tot
+aan de oogen gesluierd waren, Jodinnen met ongedekt gelaat, Arabieren,
+Kabylen, Marokkanen, Negers kwamen en gingen in dien bazaar, waar de
+vreemdelingen waarlijk ook niet ontbraken; zoodat de tegenwoordigheid
+van Luigi Ferrato en van Pescadospunt geene bevreemding kon baren en
+dat ook niet deed. Het eenige, waarop zij te letten hadden, was om
+in dat gedrang bij elkander te blijven.
+
+Gedurende ruim een uur poogden zij in die menigte Namir te
+ontwaren. Maar te vergeefs. De Marokkaansche vrouw was niet te
+bespeuren.
+
+En Sarcany evenmin. Beiden waren en bleven onzichtbaar. Dat was
+inderdaad eene teleurstelling.
+
+Luigi Ferrato besloot toen eenige dier jongens te ondervragen, die
+daar half naakt rondliepen, en als eene staalkaart konden gelden van al
+de Afrikaansche rassen, welker vermenging van de Rifsche kustplaatsen
+af tot aan de grenzen van de Sahara geschiedt en waarvan de produkten
+op al de Marokkaansche bazaars rondkrioelen. Hij riep den eerste den
+besten tot zich en begon met het weinige Arabisch, dat hij kende,
+uit te kramen.
+
+De eersten dier bengels, tot wie de zeeman zich wendde, wisten op zijne
+vragen geen antwoord te geven. Eindelijk was er een, een Kabylische
+jongen, ongeveer twaalf jaar oud, met het schalksche gezicht van
+een Parijzer straatjongen, die verzekerde dat hij de Marokkaansche
+kende en aanbood de beide Europeanen, tegen eene belooning van eenige
+geldstukken, naar hare woning te geleiden. Dat was een lichtpunt,
+dat in de duisternis scheen.
+
+Natuurlijk werd dat aanbod dadelijk aangenomen en stapte het drietal
+weldra door een schier onuitwarbaar netwerk van straten, die naar de
+vestingwerken der stad uitstralen. Binnen tien minuten hadden zij een
+bijna eenzaam kwartier bereikt, waarin de laaggebouwde en spaarzame
+huizen geen enkel raam in den voorgevel vertoonden. Het zag er akelig
+en somber uit. Intusschen wachtten dokter Antekirrt en Piet Bathory de
+terugkomst van Luigi Ferrato en Pescadospunt met koortsachtig ongeduld
+af. Wel twintig malen waren zij op het punt om zelf heen te gaan en de
+nasporingen te leiden. Zij werden evenwel door de gedachte weerhouden,
+dat zoowel Sarcany als de Marokkaansche hen beide kenden. Dat was
+waarschijnlijk alles op het spel zetten, wanneer een dier twee hen
+ontmoette. Dit dwong hen derhalve tot oppassen, ja tot vluchten, om
+buiten het bereik hunner vijanden te zijn. Zij bleven dus ten prooi
+aan de hevigste onrust te huis en wisten niet om met den tijd hun
+ongeduld te dooden.
+
+Het was negen uur, toen Luigi Ferrato en Pescadospunt in de fonda
+terugkeerden.
+
+Hun betrokken gelaat verkondigde genoegzaam, dat zij slechts ongunstige
+tijdingen mede te deelen hadden.
+
+En inderdaad, Sarcany en Namir hadden in gezelschap van een jong
+meisje, dat niemand kende, reeds sedert vijf weken Tetuan verlaten,
+terwijl een oude vrouw tot bewaakster van het huis achtergebleven was.
+
+Op dien slag waren noch dokter Antekirrt noch Piet Bathory
+voorbereid. Zij waren dan ook vernietigd.
+
+"En toch is dat vertrek heel natuurlijk," merkte Luigi Ferrato na
+het verhaal hunner nasporing op.
+
+En dokter Antekirrt en Piet Bathory keken hem vragend aan.
+
+"Wat bedoelt gij?" vroegen beiden tegelijk.
+
+"Moest Sarcany niet vreezen," ging Luigi voort, "dat Silas
+Toronthal uit wraakzucht of door eenige andere reden gedrongen,
+zijne schuilplaats zou openbaren?"
+
+Dat moest beaamd worden; maar dat veranderde de zaak hoegenaamd niet.
+
+Zoolang het slechts gold misdadigers en verraders op te sporen,
+had dokter Antekirrt nimmer aan zijn taak getwijfeld, en was nimmer
+teruggedeinsd om haar te volbrengen. Nu het evenwel gold om zijne
+eigene dochter uit de handen van Sarcany te redden, voelde hij
+datzelfde zelfvertrouwen in zijne te treffen maatregelen niet meer.
+
+Intusschen kwam hij met Piet overeen, dat men dadelijk het huis van
+Namir moest bezoeken. Misschien zou men daar meer dan eene enkele
+herinnering aan Sava aantreffen. Misschien zou de een of andere
+bijzonderheid hen openbaren, wat van haar geworden was. Misschien ook
+zoude de oude Jodin, dier ter bewaking van het huis achtergelaten was,
+hen uiterst nuttige inlichtingen voor hunne verdere nasporingen kunnen
+geven of verkoopen.
+
+Luigi Ferrato geleidde hen dadelijk derwaarts. Het was niet ver. Binnen
+een half uur waren zij er.
+
+Dokter Antekirrt, die het Arabisch sprak alsof hij in Arabia Petrea
+geboren was, gaf zich uit voor een vriend van Sarcany. Hij was zoo
+even te Tetuan aangekomen en zoude slechts doortrekkend zijn. Hij
+zou zich gelukkig gevoeld hebben, wanneer hij zijn vriend had mogen
+ontmoeten. Nu dat niet kon, vroeg hij zijn huis te mogen bezichtigen.
+
+Eerst maakte de oude Jodin eenige moeielijkheden. Maar een handvol
+seechinen maakte haar veel leniger en handelbaarder. Al dadelijk
+weigerde zij niet om de vragen van dokter Antekirrt te beantwoorden,
+die, dat moet erkend worden, de grootste belangstelling voor haren
+meester ademden.
+
+Het meisje, door de Marokkaansche vrouw aangebracht, was bestemd
+om de echtgenoote van Sarcany te worden. Dat was reeds sedert lang
+beslist en misschien zou, zonder hun overhaast vertrek, het huwelijk
+reeds te Tetuan voltrokken zijn. Dat jonge meisje had, sedert hare
+aankomst alhier, dat wil zeggen sedert drie maanden ongeveer, nimmer
+de woning verlaten. Men verhaalde dat zij van Arabische afkomst was,
+maar de oude Jodin meende redenen te hebben, om te gelooven, dat zij
+eene Europeesche moest zijn. Heel zeker daaromtrent was zij niet,
+want zij had haar slechts weinig gezien en dat nog wel gedurende de
+afwezigheid van de Marokkaansche vrouw. Meer wist zij er niet van
+te vertellen.
+
+Ook het land, waarheen Sarcany zoowel Namir als Sava gevoerd had,
+wist de oude Jodin niet te noemen. Alles wat zij wist, was dat zij
+ongeveer vijf weken geleden vertrokken waren met eene karavaan,
+die naar het oosten trok. Sedert dien dag stond de woning onder hare
+bewaking en zij moest er oppassen, totdat Sarcany gelegenheid zoude
+gevonden hebben om haar te verkoopen--waaruit de gevolgtrekking
+was af te leiden, dat het zijn plan niet was naar Tetuan weer te
+keeren. Verder wist dat vrouwmensch niet te vertellen. Het nieuws
+wat zij medegedeeld had, was uiterst schraal.
+
+Dokter Antekirrt hoorde die antwoorden koelbloedig aan en vertaalde
+ze, naarmate ze gegeven werden, voor Piet Bathory. Wat, alles
+goed beschouwd, als zeker kon gerekend worden, was dat Sarcany
+het niet geraden geoordeeld had, zich in te schepen op een van die
+pakketbooten, die Tanger aandoen, of om in den spoortrein plaats te
+nemen, die bij Oran een aanvang neemt. Dat reeds duidde op plannen,
+die het daglicht niet mochten zien, en vermeerderde de onrust onzer
+vrienden niet weinig.
+
+Sarcany had zich bij eene karavaan aangesloten, die van Tetuan
+vertrokken was, om te gaan.... Ja, waarheen? Naar de een of andere
+oase in de woestijn?... Of nog verder, naar een van die streken,
+welke door halfwilden bewoond worden en waar Sava geheel en al in
+zijne macht zoude zijn en van zijne genade zou afhangen? Hoe dat te
+weten te komen? Want het is in Noord-Afrika al even moeielijk om het
+spoor eener karavaan als van een persoon alleen weer te vinden! Het
+spoor eener karavaan verdwijnt in het zand der woestijn evenals het
+kielzog van een vaartuig zich verliest in de wateren van den Oceaan.
+
+Dokter Antekirrt hield dan ook bij de oude Jodin aan. Hij herhaalde,
+dat hij belangrijke berichten, die Sarcany ter zeerste golden, mede te
+deelen had, en die juist dat huis betroffen, waarvan hij zich ontdoen
+wilde. Maar hoe hij ook praatte, en hoe hij het ook verder aanlegde,
+het was hem onmogelijk iets verder te weten te komen.
+
+Klaarblijkelijk was die vrouw onbekend met de nieuwe schuilplaats,
+waarheen Sarcany gevlucht was, om de ontknooping van het drama te
+bespoedigen. Die teleurstelling was nog wel de grootste, die dokter
+Antekirrt en Piet Bathory konden ondervinden.
+
+Beide mannen en Luigi Ferrato verzochten toen de woning, die naar
+Arabischen stijl gebouwd was, en welker vertrekken hun daglicht
+ontvingen van een patio of binnenplein, dat met eene rechthoekige
+galerij omgeven was, te mogen bezichtigen. Hoe zwak ook hunne hoop
+hierbij was, meenden zij dat de een of andere aanwijzing hun hierbij
+den weg zou kunnen wijzen.
+
+Dat werd hun toegestaan, en weldra hadden zij de kamer bereikt, die
+door Sava bewoond was geweest. Dat was eene ware gevangeniscel. Hoe
+veel uren had het rampzalige jonge meisje daar in dat vertrek ten
+prooi aan de diepste wanhoop, zonder dat zij op hulp en verlossing kon
+rekenen, doorgebracht? Zonder een woord te spreken, doorsnuffelden
+dokter Antekirrt en Piet Bathory die kamer en zochten het geringste
+merk of teeken, dat hen op het spoor, hetwelk zij zochten, kon brengen.
+
+Eensklaps naderde de dokter een klein koperen brasero of komfoor,
+dat in een hoek van de kamer op den drievoet rustte. In dat komfoor
+bewogen zich eenige overblijfselen van papieren, die door de vlam
+verbrand, maar niet volkomen verteerd waren.
+
+Zou Sava geschreven hebben? Dat was niet geheel en al onwaarschijnlijk.
+
+Zou zij, door dat plotselinge vertrek overvallen, er toe besloten
+hebben dien brief, vóórdat zij Tetuan verliet, te verbranden?
+
+Of, wat ook mogelijk was, werd die brief bij Sava gevonden en door
+Sarcany of Namir vernietigd?
+
+Piet Bathory had den blik van dokter Antekirrt, die over dien brasero
+gebogen stond, gevolgd.
+
+"Wat is er toch?" vroeg hij, met een angstig voorgevoel. "Wat ziet
+gij toch in dat komfoor?"
+
+Antekirrt wees op de papierasch.
+
+En inderdaad, op die asch, die door een windzuchtje in fijn poeder
+kon vernietigd worden, waren eenige letters zichtbaar en staken zwart
+af op dien lichtgrijzen grond. Onder anderen stond daarop duidelijk,
+hoewel de woorden onvolkomen waren: "mev... Bath..." Ja, dat stond
+er heel duidelijk op. Daarin kon men zich niet vergissen.
+
+Sava wist niet en kon niet weten, dat mevrouw Bathory uit Ragusa
+verdwenen was. Had zij gepoogd haar te schrijven als aan de eenige
+persoon op deze wereld, van wien zij hulp verwachten kon?
+
+Maar achter den naam van mevrouw Bathory was nog een andere te lezen:
+namelijk die van haren zoon...
+
+Piet hield den adem in, om die asch niet te doen verstuiven, en poogde
+eenig ander woord te ontdekken, dat nog leesbaar was... Maar zijn
+blik was beneveld!... Het was hem onmogelijk iets meer te ontwaren!...
+
+En toch stond er nog een woord, dat hem op het spoor van het jonge
+meisje kon brengen,... een woord dat dokter Antekirrt in staat was
+bijna ongeschonden waar te nemen:
+
+"Tripoli!"... riep hij uit. En na nogmaals gekeken te hebben: "Ja,
+dat staat er duidelijk... Zie maar... Tripoli!"
+
+Het was dus in het Regentschap Tripoli, in zijn geboorteland, waar
+hij eene volkomene veiligheid moest vinden, dat Sarcany eene toevlucht
+gezocht had!
+
+Het was naar die landstreek dat de karavaan zich begaf, waarbij
+Sarcany zich vijf weken geleden aangesloten had.
+
+"Naar Tripoli!" zei de dokter. "En zonder een dag, zonder een uur,
+zonder eene minuut te verliezen!"
+
+"Naar Tripoli!" herhaalde Piet in de grootste opgewondenheid. "Gij
+hebt gelijk, wij mogen geen tijd verloren laten gaan!"
+
+Dienzelfden dag waren allen weer op de _Elektriek 2_ ingescheept en
+had dat vaartuig zee gekozen. Men kon uitrekenen, dat Sarcany op het
+punt was, om aldaar aan te komen. En mocht hij reeds aangekomen zijn,
+dan hoopten de opvarenden, dat dit slechts weinige dagen vóór hen
+zou geschied zijn.
+
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+HET OOIEVAARS-FEEST.
+
+
+Tripoli, in het Turksch _Tarablus Giharb_, ook Tripolitanië geheeten,
+is de meest Oostelijke der Berberijsche Staten en ligt aan de
+Middellandsche zee tusschen Tunis en Egypte en beslaat met de daartoe
+behoorende landstreken Fezzan en Barka, eene oppervlakte van ruim
+zestien duizend twee honderd vierkante geografische mijlen. Tripoli
+vormt eene vlakte, waarover slechts hier en daar uitloopers van het
+Atlasgebergte zich uitstrekken, en is vooral langs de kust zeer
+zandig. Terwijl de westelijke kustlanden vrij goed besproeid en
+vruchtbaar zijn, is het landschap Sort, hetwelk woestijn beteekent,
+ten oosten van kaap Mesurata, aan de Golf van Sidra gelegen, zeer
+onvruchtbaar en bedekt met duinen en moerassen, welke laatsten
+met zout water gedrenkt zijn. In het binnenland strekt de vlakte
+Westwaarts zich uit tot aan de Zwarte Bergen, die ongeveer 2700 voet
+hoog zijn en de noordelijke grenzen van Fezzan vormen en daar door
+diepe ouaddi's of rivieren doorsneden zijn, welke hier en daar aan
+een weligen plantengroei het aanschijn verleenen.
+
+Het klimaat is in Tripoli over het algemeen gezond en de winter wordt
+er vervangen door den regentijd.
+
+Tripoli is bevolkt door 1,550,000 inwoners, die in de steden tot
+de Mooren en op het land tot de Arabische Bedouinen en de Berbers
+behooren. Allen zijn natuurlijk belijders van den Mohammedaanschen
+godsdienst. Daarenboven zijn er ook veel Israëlieten, terwijl er in
+de stad Tripoli ook nog een paar honderd Europeanen, meest Italianen,
+aangetroffen worden.
+
+De Bedouinen houden zich vooral bezig met de veeteelt, en de Mooren
+met den handel, vooral met den karavaanhandel. De nijverheid is in
+dat rijk weinig ontwikkeld; maar levert toch fraaie zijden, wollen
+en katoenen stoffen, wapens, lederen en metalen voorwerpen. De
+Tripolitaansche Staat vormt een ejalect of onderhoorigheid van het
+Turksche rijk en wordt namens den Sultan van Constantinopel bestuurd
+door een gouverneur-generaal.
+
+De stad Tripoli, in het Arabisch Tarabolus geheeten, is op eene
+landtong aan de Middellandsche Zee gelegen. Zij wordt beschermd door
+hooge muren, bezit een fraai paleis voor den gouverneur-generaal,
+heeft nauwe maar zindelijke straten en eene door flinke batterijen
+gedekte haven voor den zeehandel met Europa en den binnenlandschen
+handel met Afrika. In de stad telt men twaalf moskeeën, onderscheidene
+synagogen, eene Roomsch-Katholieke kapel, vele openbare baden, bazaars,
+karavancera's, scholen, hôtels, enz. Er bestaat een levendige handel in
+corduaanleder, in wollen en zijden stoffen en zij telt eene bevolking
+van dertig duizend zielen.
+
+Deze stad is het aloude Oea en in haren onmiddellijken omtrek vindt
+men nog vele oudheden.
+
+Zij behoorde weleer tot het naburige Karthago en vormde daarvan de
+Regio Syrtica of de Syrtische landstreek. Na den tweeden Punischen
+oorlog werd zij door de Romeinen ten prooi gelaten aan de Numidische
+koningen, en na de onderwerping van dezen, bij de Romeinsche provincie
+Afrika gevoegd.
+
+Nadat in de derde eeuw na Christus, het gebied der drie steden Oea,
+Sabrata en Groot Deptis tot ééne provincie verheven was, ontstond de
+Grieksche naam Tripolis of Drie Steden. Na den inval der Arabieren
+in de VIIde eeuw, deelde de stad het lot van het overige Barbarije.
+
+In 1509 werd de stad Tripoli door de Spanjaarden onder graaf Pietro
+van Navarra veroverd en aan het gezag van een Spaanschen stadhouder
+onderworpen. Keizer Karel V gaf haar in 1530 in leen aan de ridders
+van Sint Jan, maar reeds in 1551 werd zij door de Turken heroverd
+en was na dien tijd de hoofdzetel der zeerovers aan de Afrikaansche
+kust. In 1681 deed Koning Lodewijk XIV de Tripolitaansche zeeschuimers
+door den admiraal Duquesne in de haven van Seios aantasten, waarbij
+vele hunner schepen in den grond geboord werden. In 1685 bombardeerde
+de maarschalk d'Estrées de stad met zoo goed gevolg, dat de Dey den
+vrede met een half millioen livres koopen moest. In 1714 maakte de
+Turksche Pacha Hamed Bey zich nagenoeg onafhankelijk van de Porte,
+doordien hij aan deze enkel een jaarlijksche schatting betaalde en
+de dynastie der Karamanli stichtte. In 1728 ondernamen de Franschen
+eene expeditie tegen Tripoli, die met de verwoesting der stad
+eindigde. Evenwel vernietigde eerst de verovering van Algiers door
+de Franschen in 1830 de te Tripoli gevestigde zeeschuimers. In 1835
+eindelijk ontzette de Porte het Huis Karamanli van zijne heerschappij
+en voegde Tripoli als een ejalect aan het Turksche rijk.
+
+Die aardrijks- en geschiedkundige bijzonderheden zullen den lezer gewis
+niet onwelkom geweest zijn, en kunnen wij thans ons verhaal vervolgen.
+
+Het uitgestreke plein van Soung Ettelati, dat zich ten oosten buiten
+de muren van Tripoli uitspreidt, leverde op den 23sten November een
+zonderlingen aanblik op. Dien dag zou men onmogelijk hebben kunnen
+zeggen, of dat plein woest of wel vruchtbaar was. Op zijne oppervlakte
+wemelde het toch inderdaad van veelkleurige tenten, die met roode
+kwasten uitgemonsterd en met vlaggen versierd waren en de meest
+schelle kleuren te zien gaven, van gourbis, welks tentlinnen versleten
+en veelvuldig versteld, den bewoners daarvan slechts onvolkomen
+beschutting kon verleenen tegen den invloed van den "gibly," een
+drogen en heeten wind, die uit het zuiden waait. Hier en daar werden
+groepen van paarden ontwaard, die op oostersche wijze getuigd waren,
+van kameelen, die op het zand uitgestrekt lagen en wier hoofd veel
+op een half geledigd vat geleek, van kleine ezels, die niet veel
+grooter waren dan groote honden, van muildieren met die overgroote
+zadels getuigd, welker lepel en zadelknop als een bult van een kameel
+uitsteekt. Verder waren daar ruiters, met het geweer op den rug, met
+de knieën ter hoogte van de borst, met de voeten in stijgbeugels,
+die wel eenigermate op sloffen gelijken, met een dubbele sabel aan
+den koppel, die dan te midden van eene groote menigte van mannen,
+vrouwen en kinderen rond galoppeerden, zonder zich te bekreunen,
+of zij ook iemand in het voorbijgaan overrijden en verpletteren
+konden. Eindelijk werden daar ook nog inboorlingen aangetroffen,
+die bijna eenvormig met de Barbarijsche "haouly" gekleed waren,
+waaronder men geen man van eene vrouw zou kunnen onderscheiden,
+wanneer de mannen namelijk de plooien van dat kleed of die soort
+deken niet ter hoogte hunner borst met een koperen knoop vastmaakten,
+terwijl de vrouwen de voorslip zoodanig over het gelaat trekken, dat
+slechts het linker oog zichtbaar is. De onderkleeding van die haouly,
+die slechts een soort wollen mantel is, verschilt volgens de klasse,
+waartoe de drager behoort. De armen dragen haar over de naakte huid,
+de welgestelden dragen daaronder het vest en de breede broek der
+Arabieren; de rijken hebben prachtige kleedingstukken, geruit wit met
+blauw, waaronder zij een tweede haouly van gaas dragen, die uit wol
+met zijde doorweven bestaat en op een hemd, dat met gouden koortjes
+versierd is, gedragen wordt.
+
+Waren het alleen Tripolitanen, die daar op dat plein verzameld waren?
+
+Zeker niet. In den omtrek van de hoofdstad verdrongen zich kooplieden
+van Ghadamès en Sohna en werden gevolgd door eene escorte van
+zwarte slaven. Dan waren daar Joden en Jodinnen uit de omliggende
+provinciën. De laatstbedoelden hadden het gelaat ongesluierd,
+waren volgens hunne geaardheid vet en droegen zeer onsmaakvolle
+broeken. Verder wemelden daar negers uit de naburige plaatsen die
+hunne ellendige dorpen verlaten hadden, om hier de feestelijkheden
+te komen bijwonen. Deze droegen zeer weinig linnengoed, daarentegen
+veel sieraden bestaande uit ruwe koperen armbanden, halssnoeren van
+schelpen, reeksen van dierentanden, zilveren ringen in de ooren en in
+het neusbeen. Dan nog werden daar ontwaard Benoulienen, Awagairren,
+die den omtrek der Syrtische baai bewonen en die uit den dadelboom,
+die in hun land groeit, wijn, vruchten, brood en confituren trekken. En
+eindelijk te midden van die opeenhooping van Mooren, Berbers, Turken,
+Bedouïnen en zelfs Moucafirs, zooals de Europeanen genoemd worden,
+paradeerden pacha's, cheiks's, kadi's, kaid's, in één woord al de
+voornamen van die buurt, die door de menigte van raja's drongen,
+welke laatsten nederig en voorzichtig uitweken voor de ontbloote
+sabel der soldaten of voor den politiestok der rapties, wanneer de
+gouverneur-generaal van dat Afrikaansche bewind van die Turksche
+provincie, welker administratie--zooals wij weten--van den Sultan
+van Constantinopel afhankelijk is, in zijne voorname en verheven
+onverschilligheid voorbijging.
+
+Men telt, zooals reeds gezegd werd, meer dan vijftienhonderdduizend
+bewoners in het Regentschap Tripoli, met een garnizoen van duizend
+soldaten. Hierbij dient gevoegd te worden een duizendtal voor de
+Djebel-, en vijfhonderd voor de Cyrenaïsche streken. De hoofdplaats
+Tripoli, alleen in de bevolkingstelling opgenomen, bevat niet meer dan
+dertig of hoogstens vijf en dertig duizend zielen. Dien dag kon evenwel
+gerekend worden, dat het aantal dier bevolking minstens verdubbeld was,
+door den toevloed van nieuwsgierigen, die van het geheele regentschap
+samengestroomd waren. Die landbewoners hadden evenwel geen onderkomen
+in de hoofdstad des rijks gezocht. Want een zoo groote menigte zou
+noch tusschen de weinig rekbare walmuren van de versterkte omheining,
+noch in de woningen, die door het slechte gehalte der gebezigde
+bouwmaterialen, weldra in een staat van puinhoopen verkeeren, noch
+in de nauwe en smalle ongeplaveide straten en stegen, waarin voor
+het meerendeel zelfs de vrije toetreding van lucht ontzegd is, noch
+in de havenvoorstad, alwaar zich de consulaten bevinden, noch in
+het westerkwartier, waar de Joodsche volksstam krioelt, noch in het
+overige gedeelte der stad, dat ter beschikking van het Muzelmansche
+ras is gebleven, een beschikbare ruimte tot onderkomen aangetroffen
+hebben. Dat ware inderdaad eene volkomen onmogelijkheid geweest.
+
+Maar het plein Soung-Ettelâtch was uitgestrekt genoeg, om de
+vele vreemdelingen te bevatten, die samengekomen waren, om het
+Ooievaars-feest bij te wonen, dat eene legende tot grondslag heeft,
+welke steeds eenstemmig in de oostelijke landen van Afrika herdacht
+wordt. Wij zullen straks wel zien waarin dat Ooievaars-feest bestaat.
+
+Die vlakte met haar geel zand, die door de zee bij langdurige
+oostewinden somtijds overstroomd wordt, kan beschouwd worden als
+een stukje van de Sahara-woestijn. Zij omgeeft de stad langs drie
+kanten en heeft eene breedte van nagenoeg een kilometer. Als eene
+tegenstelling, die schril afsteekt, ontwikkelt zich aan hare zuidelijke
+grensscheiding de oase Menehié, met hare gebouwen, welker muren
+van witheid schitteren; met hare tuinen, die met behulp van magere
+koeien, die het water met een lederen drijfriem uit de diepe putten te
+voorschijn halen, besproeid worden; met hare bosschen van dadelpalmen,
+oranje- en citroenboomen; met hare steeds groene struiken, met bloemen
+overdekt; met hare antilopen, hare gazellen, hare flamingo's. Die
+oase is een uitgestrekt afgesloten geheel, waarin eene zeer nijvere
+bevolking leeft, die niet minder dan dertig duizend zielen telt en
+grootendeels van de veeteelt, den akkerbouw en karavaanhandel bestaat.
+
+Daarachter wordt de eigenlijke woestijn aangetroffen, die op geen
+enkel punt van het uitgestrekte Afrika de kust van de Middellandsche
+zee zoo nabij komt. De woestijn, met hare beweeglijke duinvormingen,
+met hare onmetelijke uitgestrektheid van zand, waarvan de baron de
+Krafft zoo juist gezegd heeft, "dat de wind daarop even gemakkelijk
+golven veroorzaakt als op de zee"; een ware Lybische oceaan, waarop
+zelfs de nevel niet ontbreekt, die evenwel uit onvoelbare stof bestaat.
+
+Het Tripolitaansche rijk--een grondgebied bijna zoo groot als dat van
+Frankrijk--strekt zich tusschen het Regentschap Tunis, Egypte en de
+Sahara uit, en heeft eene kustlijn van ruim drie honderd kilometer
+langs de Middellandsche zee.
+
+Het was in deze provincie dat Sarcany, na Tetuan verlaten te hebben,
+eene schuilplaats gezocht had. Die streek kon gerekend worden te
+behooren tot de minst bekende van Noord-Afrika, waar iemand zich dus
+gevoegelijk kon verbergen, zonder de vrees te koesteren, althans
+van wege Europeesche autoriteiten ontdekt te zullen worden. Hij
+was in Tripoli geboren en dat land was het tooneel zijner eerste
+heldendaden geweest. Hij deed dus niets meer dan naar zijn bakermat
+terugkeeren. Daarenboven was hij, zooals de lezer zich ongetwijfeld
+herinneren zal, geaffilieerd aan het zoo gevreesde bondgenootschap van
+Noord-Afrika en kon hij daar op werkelijke hulp van de Senousisten
+rekenen, welker belangen hij steeds in den vreemde ijverig had
+voorgestaan en voor wie hij steeds inkoopen van wapenen en munitiën
+had verricht. Het was vooral als agent dier dweepers, dat hij indertijd
+Silas Toronthal zeer veel geld had laten verdienen.
+
+Toen hij dan ook te Tripoli aankwam, had hij huisvesting gevonden in
+de woning van den Moquaddem Sidi Hassan, het erkende opperhoofd van de
+Sectegenooten in het district. Bij dien man was hij volkomen te huis.
+
+Na de ontvoering van Silas Toronthal op den weg naar Nizza, eene
+ontvoering die voor Sarcany onverklaarbaar was gebleven, had deze
+Monte Carlo verlaten. Eenige duizenden franken, de laatste van
+vroegere winsten, die hij niet als laatsten inzet gewaagd had, hadden
+hem veroorloofd, om in de onkosten zijner reis te voorzien en aan
+de overige mogelijke gebeurlijkheden het hoofd te bieden. En onder
+die gebeurlijkheden behoorde de mogelijkheid, dat Silas Toronthal,
+inderdaad door de wanhoop vervoerd, er toe besloten kon hebben, zich
+op hem te willen wreken, hetzij door het verleden aan het licht te
+brengen, hetzij door den toestand van Sava bloot te leggen. Want de
+bankier wist maar al te goed, dat het jonge meisje zich te Tetuan
+in de macht van Namir bevond. Die overwegingen waren oorzaak, dat
+Sarcany besloot Marokko zoo spoedig mogelijk te verlaten. Want daar
+gevoelde hij zich niet meer veilig.
+
+Dat was voorwaar zeer voorzichtig handelen; want zooals de lezer reeds
+weet, had Silas Toronthal niet lang gedraald met de mededeeling in
+welk land en in welke stad het rampzalige jonge meisje zich onder het
+toezicht van het Marokkaansche wijf bevond. Een enkele handdruk van
+Kaap Matifou was voldoende geweest, om hem tot die mededeeling over
+te halen; meer niet!
+
+Sarcany had dus het besluit genomen, om in het Regentschap Tripoli eene
+schuilplaats te zoeken, alwaar hem de aanvals- en verdedigingsmiddelen
+niet zouden ontbreken. Maar hij begreep,--en dat zag dokter Antekirrt
+zeer goed in,--dat het reizen derwaarts met een der pakketbooten,
+die de kustvaart uitoefenen, of met de Algerijnsche spoorbaan te
+veel gevaren voor hem zou opleveren. Hij gaf er dan ook de voorkeur
+aan, zich bij eene karavaan van Senousisten te voegen, die naar de
+Cyrenaïsche landstreek op weg was, en van de gelegenheid gebruik te
+maken, om in de voornaamste villayets van Marokko, Algiers en het
+Tunische grondgebied nieuwe geaffiliëerden voor het eedgenootschap
+aan te werven. Zijn reis had dus, zooals men ziet, een dubbel doel.
+
+Die karavaan, die zeer wel de vijfhonderd uren afstand tusschen Tetuan
+en Tripoli zou afleggen, en daarbij de noorder-zoom der woestein dacht
+zou volgen, vertrok op den 12den October van eerstgenoemde plaats.
+
+Sava was thans geheel aan de genade of ongenade van hem, die haar
+ontvoerde, overgeleverd; maar hare standvastigheid, haar zelfvertrouwen
+was daarom niet geschokt. Noch de bedreigingen van Namir, noch de
+toorn van Sarcany scheen haar te deren. Het jonge meisje ontwikkelde
+eene wilskracht, die een ieder ongelooflijk moet voorkomen.
+
+Bij haar vertrek telde de karavaan reeds een vijftigtal Khouâns of
+geaffiliëerden, die onder de leiding van een imam, een geestelijke,
+die hen op militairen voet organiseerde, ingedeeld waren. Er was
+daarbij geen kwestie, om de provinciën door te trekken, die aan het
+Fransche gezag onderworpen zijn en waar hun doortocht moeielijkheden
+zou kunnen ondervinden. Zij zou die langs de zuidelijke grenzen geheel
+en al ontwijken.
+
+Het Afrikaansche vasteland vormt, door de gedaante van het kustland van
+Algiers en Tunis, een grooten boog tot aan de westkust van de Groote
+Syrtische zee, die plotseling naar het zuiden insnijdt. Daaruit volgt
+natuurlijk, dat de kortste weg van Tetuan naar Tripoli is de koorde
+welke dezen boog onderspant. En die weg voert niet noordelijker dan
+Lagouât, een der laatste Fransche steden op de grenzen der Sahara
+gelegen.
+
+De karavaan trok, na het Marokkaansche keizerrijk verlaten te hebben,
+langs de grenzen van die rijke Algerijnsche provinciën, welke men
+voorgesteld heeft "Nieuw Frankrijk" te heeten, en die inderdaad wel
+Frankrijk zelf mogen heeten, met meer recht dan Nieuw Caledonië,
+Nieuw-Holland, Nieuw-Schotland, die veel minder op Schotland, Holland
+en Caledonië, dan Algiers op Frankrijk gelijken. Daarenboven, eene zee
+van slechts dertig uren breedte, scheidt dat land van het Fransche
+grondgebied, en met onze tegenwoordige gemeenschapsmiddelen mag die
+zee geen scheidsmuur heeten.
+
+In het Beni-Matansche, zoowel als in de Oulad Nail en de
+Charfat-El-Hamal-streken, vermeerderde de karavaan nog met een
+zeker getal geaffiliëerden. Hare sterkte was dan ook tot ruim drie
+honderd man gestegen, toen zij het Tunische kustland, op de grens der
+Syrtische zee bereikte. Zij had toen slechts den oever te volgen,
+terwijl zij andermaal nieuwe leden onder de Khouâns in de vele
+dorpen dier provincie aanwierf, en waarbij Sarcany al zijn invloed
+en schranderheid bezigde.
+
+De karavaan kwam op den 20sten November bij de grenzen van het
+regentschap aan, na eene reis van ruim zes weken.
+
+Dus op het oogenblik, toen dat Ooievaarsfeest met groote plechtigheid
+en omhaal zou gevierd worden, waren Sarcany en Namir nog slechts sedert
+drie dagen de gasten van den Moquaddem Sidi Hassan, wiens woning thans
+tot gevangenis van Sava Sandorf strekte. Waarlijk, de karavaan had
+zich wel gehaast, want zij had gedurende de negen en dertig dagen,
+die zij tot de reis besteed had, een groot traject afgelegd.
+
+De woning van den Moquaddem, welke door een slanken minarettoren
+beheerscht werd, had met hare witgekalkte muren, waarin volstrekt
+geen vensters, maar wel hier en daar schietgaten gebroken waren,
+met hare gecreneleerde terrassen, met hare smalle en lage deur, wel
+eenigszins het uiterlijk van eene kleine vesting, of beter van een
+zeer sterk blokhuis. Het was ook inderdaad een ware zaoaiya, welke
+buiten de stad gelegen was, op de grens tusschen de zandvlakte en
+de aanplantingen van Menehié, welker akkers, omgeven door een hoog
+staketsel, tot bij het grondgebied der oase voortdrongen.
+
+Het innerlijke dier woning vertoonde den gewonen bouwtrant der
+Arabische huizen, met dien verstande dat die bouwtrant hier als
+het ware verdriedubbeld was, hetgeen te beduiden heeft, dat er drie
+patio's of binnenplaatsen te tellen waren. Rondom elk dier patio's
+ontwikkelde zich een vierkant van galerijen met hare zuiltjes en
+kanteelbogen, waarop de verschillende vertrekken van de woning,
+die voor het meerendeel zeer rijk gemeubeld waren, uitkwamen. De
+vloeren dier galerijen waren met kostbare marmersteenen ingelegd,
+en de zuilen daarvan kunstig gebeeldhouwd.
+
+Op het tweede binnenplein vonden de bezoekers of de gasten van den
+Moquaddem eene ruime "stufa", een soort van vestibule of van hall,
+waarin reeds meer dan eene raadbelegging onder de leiding van Sidi
+Hassan door de Senousisten had plaats gehad. Dat was eigenlijk het
+vertrek, waarin de saamgezworenen krijgsraad hielden.
+
+Maar behalve dat die woning eene natuurlijke bescherming in hare hooge
+en doelmatig aangelegde muren vond, bevatte zij bovendien een zeer
+talrijk personeel, dat tot hare verdediging veel kon bijbrengen,
+ingeval van aanval van den kant der zwervende Barbaresken, die
+steeds mogelijk was, of zelfs van den kant der Tripolitaansche
+autoriteiten, die steeds poogden de Senousisten der provincie aan
+zich te onderwerpen, hetgeen tot heden niet gelukt was.
+
+Die woning bezat een garnizoen van ruim vijftig geaffiliëerden, die,
+uitmuntend bewapend, niet alleen ter verdediging, maar ook tot aanval
+konden dienen. Die mannen, gekozen onder de meest dweepzieken, waren
+uitmuntend geoefend.
+
+Slechts een enkele deur verleende toegang tot die zaoaiya; die deur
+was daarenboven uitermate dik en stevig met ijzerwerk beslagen. Men
+zou haar niet gemakkelijk opengebroken hebben, en slaagde dat ook al,
+dan zou haar drempel nog niet zoo gemakkelijk te overschrijden zijn;
+want dan eerst begon het ernstige gevecht.
+
+Sarcany had dus bij den Moquaddem eene veilige schuilplaats gevonden.
+
+Daar hoopte hij zijne heillooze plannen tot een goed einde te voeren.
+
+Zijn huwelijk met Sava moest hem een zeer aanzienlijk vermogen
+verzekeren, en hij kon desnoods op den bijstand van het eedgenootschap
+rekenen, wiens belangen bij zijn welslagen direct betrokken waren. Die
+dweepers zouden niet aarzelen, hem bij zijne snoode plannen bij
+te staan.
+
+Wat de geaffiliëerden betrof, die van Tunis aangekomen of in de
+villayets aangenomen waren, deze hadden zich in de Menehié-oase
+verspreid; maar waren toch gereed, om op het eerste sein te zamen
+te komen.
+
+Dat Ooievaars-feest zou, zonder dat de Tripolitaansche politie zulks
+gissen kon, juist de plannen der Senousisten in de hand werken. Daar op
+die vlakte van Soung-Ettélaté zouden de Khouâns van noordelijk Afrika
+het wachtwoord der mufti's komen ontvangen, om hunne concentratie
+op Cyrenaïsch gondgebied te bewerkstelligen en een waar rijk van
+zeeschuimers onder de machtige bevelen van een kalief te stichten,
+hetgeen met de overoude neigingen van die strandbewoners maar al te
+zeer strookte.
+
+Daartoe waren de omstandigheden zeer gunstig, wijl het eedgenootschap
+juist in de villayet Ben Ghazi, de voornaamste der Cyrenaïsche streken,
+reeds het grootste ledental telde, hetwelk geheel tot handelen
+gereed was.
+
+Den dag, waarop het Ooievaars-feest in het Tripolitaansche rijk
+gevierd zou worden, drentelden drie vreemdelingen op de vlakte van
+Soung-Ettélaté, tusschen de menigte, welke zich daar bevond, rond.
+
+Niemand zou die vreemdelingen, onder hunne Arabische kleeding, voor
+Moucafirs, voor Europeanen herkend hebben. De oudste der drie droeg
+daarenboven zijn kostuum met eene gemakkelijkheid, die slechts door
+eene langdurige gewoonte kon verkregen worden. Men zag het hem aan,
+dat hij den tulband en de Chlamyde (bovenkleed) meer gedragen had.
+
+Dat was dokter Antekirrt, die van Piet Bathory en Luigi Ferrato
+vergezeld was.
+
+Pescadospunt en Kaap Matifou waren in de stad gebleven, waar zij zich
+met zekere voorbereidende werkzaamheden bezighielden. Ongetwijfeld
+zouden zij ten tooneele verschijnen, wanneer daartoe het oogenblik
+gekomen zou zijn. Zij beiden zouden toch in de beraamde plannen de
+voornaamste rol te vervullen hebben, zooals de lezer wel zien zal.
+
+Het was ter nauwernood vier en twintig uren geleden, sedert de
+_Elektriek_ 2 in den namiddag onder beschutting van die uitgestrekte
+rotsen, welke voor de haven van Tripoli een natuurlijken dam vormen,
+ten anker gekomen was.
+
+De overtocht was, zoowel bij de heen- als bij de terugreis,
+voorspoedig geweest. Men had zich slechts drie uren opgehouden te
+Philippeville, aan de kleine kreek Filfila gelegen; overigens niet. En
+dat oponthoud was nog geschied, om zich Arabische kleeding aan te
+schaffen. Daarna was de _Elektriek_ onmiddellijk vertrokken, zonder
+dat hare aanwezigheid in de Numidische golf de aandacht getrokken
+had. Hare geringe verhevenheid boven de oppervlakte van het water
+had haar daarbij uitnemend gediend.
+
+Dus, toen de dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept
+waren,--niet op de kaden van Tripoli, maar op de rotsen der
+buitenhaven--waren het geen vijf Europeanen, die voet aan wal
+gezet hadden op den bodem van het Tripolitaansche grondgebied,
+maar waren het vijf Oosterlingen, wiens kleeding de aandacht niet
+kon trekken. Misschien zouden Piet Bathory en Luigi Ferrato zich,
+in die kleeding gestoken, door de ongewoonte voor scherpziende
+toeschouwers verraden hebben; maar Pescadospunt en Kaap Matifou,
+gewoon aan de veelvuldige gedaanteverwisselingen en verkleedingen
+der kermispotsenmakers, waren er geheel op hun gemak in, en bewogen
+zich als volbloed Arabieren. Die beide grappenmakers konden evenwel
+een glimlach niet verbergen, wanneer zij elkander aankeken.
+
+Toen de nacht ingevallen was, ging de _Elektriek_ zich verschuilen
+aan de andere zijde van de haven in eene der veelvuldige kreeken van
+die slecht bewaakte kust. Daar moest dat vaartuig zich gereed houden,
+om op ieder uur van den nacht of van den dag zee te kunnen kiezen. Aan
+die opdracht werd natuurlijk stipt voldaan.
+
+Zoodra dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept waren,
+stapten zij langs den rotsachtigen oever voort en volgden daarna den
+van groote rotsblokken vervaardigden kadedam, die naar Bab-el-Bahr
+voerde, traden de zeepoort binnen en bevonden zich weldra te midden
+van de nauwe straten der stad.
+
+Het eerste hôtel, dat zij op hunnen weg ontmoetten,--en de keus was
+niet moeielijk, want er waren er niet veel,--scheen hun voldoende
+toe, om er ettelijke dagen, misschien slechts weinige uren door te
+brengen. Zij toonden zich daar als bescheiden lieden, en gaven voor
+eenvoudige Tunische kooplieden te zijn, die bij hunne doorreis te
+Tripoli van de gelegenheid wilden gebruik maken, om het Ooievaars-feest
+bij te wonen. Daar dokter Antekirrt het Arabisch even zuiver en
+juist sprak als de overige taaleigens van de Middellandsche zee,
+zoo kon zijne spraak hem niet verraden.
+
+De kastelein ontving de vijf reizigers, die hem de eer wilden aandoen
+in zijne inrichting af te stappen, uiterst voorkomend. Het was een
+dik man, die zeer praatziek was. Daarvan maakte dokter Antekirrt
+behendig gebruik, en vernam zoodoende zaken, die hem bijzonder belang
+inboezemden. Al dadelijk wist hij, dat eene karavaan kort geleden van
+Marokko in het Tripolitaansche rijk was aangekomen. Daarna vernam hij,
+dat Sarcany, die in het Regentschap zeer bekend was, van die karavaan
+deel had uitgemaakt en dat hij thans de gastvrijheid genoot in de
+woning van den beroemden Moquaddem Sidi Hassan in de zaouiya op de
+vlakte van Soung Ettélaté.
+
+Dat was de reden, waarom dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi
+Ferrato, na de meest mogelijke voorzorgen genomen te hebben, zich
+dienzelfden avond nog begeven hadden te midden der menigte van nomaden
+op de vlakte van Soung Ettélaté. Zij bespiedden al wandelende de woning
+van den Moquaddem Si-Hassan, op den zoom van de Oase Menehié gelegen.
+
+Daar was dus Sava Sandorf opgesloten! In die sterke woning bevond
+zich dus het eenige kind van den graaf.
+
+Sedert het verblijf van dokter Antekirrt te Ragusa, waren nimmer
+vader en dochter dichter bij elkander geweest dan thans! En toch,
+door hoeveel hinderpalen waren zij niet gescheiden!
+
+Het was niet alleen een schier onoverkomelijke muur, die het grootste
+beletsel daarstelde!
+
+Inderdaad, Piet Bathory was in die oogenblikken tot alles in staat,
+zelfs om met Sarcany te onderhandelen, om Sava maar aan zijne macht
+te ontrukken. Graaf Mathias Sandorf en hij waren bereid, om hem die
+wenschen te laten verwezenlijken, welke de ellendeling begeerde! En
+toch, zij konden en mochten niet vergeten, dat zij recht moesten
+uitoefenen over den verrader van professor Stephanus Bathory en van
+graaf Ladislas Zathmar!
+
+Intusschen moesten zij in de omstandigheden, waarin zij zich vonden,
+erkennen, dat de bemachtiging van Sarcany en de bevrijding van
+Sava Sandorf uit het huis van den Moquaddem Sidi Hassan eene bijna
+onuitvoerbare taak was. De moeielijkheden waren schier onoverkomelijk,
+dat kon onmogelijk ontveinsd worden.
+
+Zou men in plaats van geweld, dat toch geen kans van welslagen
+aanbood, list moeten gebruiken? En zou het feest, dat den volgenden dag
+gevierd zou worden, daartoe gelegenheid geven? Ja, dat zou het zonder
+twijfel. Pescadospunt had daaromtrent een plan ontworpen, en het was
+met dit plan, dat dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zich
+dien avond onledig hielden. Ieders rol moest goed besproken worden,
+om in het gewichtigste oogenblik geene teleurstelling, die alles
+verijdelen kon, te ondervinden.
+
+Bij de uitvoering van dat plan zou de moedige ontwerper zijn leven
+wagen; maar gelukte het hem de woning van den Moquaddem Sidi Hassan
+binnen te dringen, dan was er veel kans, dat hij er in slagen zou, Sava
+Sandorf te ontvoeren. Niets scheen voor den moed en de behendigheid
+van Pescadospunt onuitvoerbaar.
+
+Het was dus ter uitvoering van het vastgestelde plan, hetwelk wij bij
+zijne ontwikkeling vernemen zullen, dat dokter Antekirrt, Piet Bathory
+en Luigi Ferrato zich daags daarna, tegen drie uren des namiddags,
+ter bespieding op de vlakte van Soung Ettélaté bevonden, terwijl
+Pescadospunt en Kaap Matifou zich intusschen voorbereidden voor de
+rol, die zij te midden van het bedrijvigste gedeelte van het feest
+te vervullen zouden hebben.
+
+Op dat uur bestond er nog niets, dat een voorgevoel kon geven van het
+leven, van het spektakel en van de beweging, waarvan de vlakte het
+schouwspel ging leveren, wanneer zij bij het vallen van den avond door
+ontelbare fakkels zoude verlicht worden. Ter nauwernood kon te midden
+van die dicht opeengepakte menigte het komen en gaan opgemerkt worden
+van de Senousistische saamgezworenen, die, zeer eenvoudig gekleed,
+elkander slechts door een soort van vrijmetselaarsteeken de bevelen
+hunner opperhoofden mededeelden.
+
+Het is evenwel hier de plaats, om eene Oostersche of beter Afrikaansche
+legende mede te deelen, waarvan de voornaamste bijzonderheden bij
+dat Ooievaars-feest, hetwelk eene groote aantrekkingskracht voor de
+Muselmansche bevolking heeft, in herinnering gebracht zouden worden.
+
+Op het Afrikaansche Vasteland bestond in vroeger tijden een ras
+van Djins. Die Djins bewoonden onder den naam van Bou-lhebers een
+uitgestrekt grondgebied, hetwelk op de grens van de Hamada-woestijn
+tusschen de Tripolitaansche en de Fezzaansche rijken gelegen was. Het
+was een machtige volkstam, die zeer woest en dus ook uitermate gevreesd
+was. Hij was oneerlijk, trouweloos, twistziek en onmenschelijk
+wreed. Geen Afrikaansche souverein had er nog terecht mede kunnen
+komen. Zij hadden weerstand weten te bieden aan iedere poging, om
+hen aan tucht te gewennen.
+
+Het gebeurde eens, dat de profeet Soeleyman eene poging aanwendde, niet
+om de Djins aan te vallen of te onderwerpen, maar om hen tot het goede
+te bekeeren. Te dien einde zond hij hen een zijner apostelen, om hun
+de liefde tot het goede en den haat voor het kwade te prediken. Het was
+verloren moeite! Die woeste horden grepen den zendeling en brachten hem
+wreedaardig ter dood. Zij ontzagen zich niet den heiligen man eerst te
+spietsen en hem verder, alvorens hij dood was, langzaam te verbranden.
+
+Dat de Djins zooveel stoutmoedigheid aan den dag legden, vond daarin
+zijn oorzaak, dat hun land afgelegen en zeer moeielijk te bereiken
+was. Zij wisten, dat geen naburig vorst zijne legerscharen in die
+streken durfde wagen. Zij meenden daarenboven, dat niemand den profeet
+Soeleyman zou gaan overbrieven, welk onthaal zijn zendeling ten deel
+gevallen was.
+
+Daarin vergisten zij zich evenwel. Allah waakte er over, dat de
+misdaad gestraft zoude worden.
+
+Een groot aantal ooievaars was, daar het winter in Noordelijk Europa
+was, in het land aanwezig. Zooals de lezer wel weten zal, zijn dat
+vogels, tot het geslacht der steltloopers behoorende, van zeer kuische
+zeden, die eene buitengewone schranderheid gepaard aan eene groote
+opmerkingsgave bezitten. De legende beweert toch, dat zij nimmer
+eene landstreek bewonen, welker naam op een geldstuk voorkomt [3],
+omdat het geld de bron is van alle kwaad en de machtigste hefboom is,
+die den mensch in den afgrond zijner bedorven hartstochten drijft.
+
+Nu hadden die ooievaars de verdorvenheid, waarin de Djins leefden,
+opgemerkt. Zij hadden den gruwelijken moord gezien en kwamen in eene
+groote vergadering bij elkander, om te beraadslagen en besloten
+daarin een hunner naar den profeet Soeleyman af te vaardigen, ten
+einde zijnen gerechten toorn over de moordenaars van den zendeling
+te doen ontbranden.
+
+De profeet riep dadelijk zijne "hiep" of lievelingskoeriers tot
+zich en gaf hen bevel al de ooievaars van de geheele wereld in de
+bovenstreken van Afrika bijeen te brengen.
+
+Dat geschiedde natuurlijk, en toen de ontelbare scharen van die
+vogels voor den profeet Soeleyman vergaderd waren,--zooals de legende
+woordelijk verhaalt,--vormden zij eene wolk, welker schaduw de geheele
+landstreek, tusschen Mezda en Morseug, had kunnen bedekken.
+
+Toen greep op bevel van den profeet ieder dier langsnavels een
+steen in den bek en vloog naar het land der Djins. En terwijl zij
+daarboven zweefden, steenigden zij dat slechte ras, welker zielen
+voor de eeuwigheid in het binnenste der Hamada-woestijn opgesloten
+zitten. Waarlijk, eene gerechte straf voor zulk een snoode daad!
+
+Dat is de fabel, die als het ware ten tooneele zoude gevoerd worden,
+en welker voorstelling het eigenlijke feest zou vormen. Eenige
+honderden ooievaars waren onder onmetelijke netten, die op de vlakte
+van Soung Ettélaté uitgespannen waren, verzameld. Daar wachtten zij,
+voor het meerendeel zooals gewoonlijk op één poot rustende, het uur
+der bevrijding af, terwijl zij door het geklepper met hunne lange
+snavels soms een gerommel in de lucht veroorzaakten, hetwelk wel iets
+van het geroffel van een menigte tamboers op hunne trommen had. Op
+een gegeven teeken moesten de netten plotseling verdwijnen en de
+vogels in de ruimte opstijgen, om gevaarlooze en nagemaakte steenen
+van weeke klei te midden van het gehuil der toeschouwers, het getoet
+der blaasinstrumenten en de losbranding van ontelbare geweren en
+verlicht door eene menigte fakkels met veelkleurige vlammen, op de
+opeengepakte geloovigen te laten neervallen.
+
+Pescadospunt was met het program van dat feest bekend, en dat was
+het, hetwelk hem op de gedachte gebracht had, er eene rol in te
+vervullen. Wellicht zou hij onder de gegeven omstandigheden, die
+veel verwarring zouden daarstellen, gelegenheid vinden in het huis
+van den Moquaddem Sidi Hassan te dringen.
+
+Op het oogenblik toen de zon onderging, werd op het fort of kasteel van
+Tripoli een zwaar kanonschot gelost, dat het sein was, hetwelk door het
+publiek op de vlakte van Soung Ettélaté zoo lang en ongeduldig verbeid
+was. Statig rolde het zware geluid voort, wekte al de echo's der
+omstreken op, en stierf eindelijk als een ver verwijderde donder weg.
+
+Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren eerst als het
+ware verdoofd door het vreeselijke spektakel, dat zich in het eerste
+oogenblik van alle kanten hooren deed; vervolgens werden zij verblind
+door de duizenden lichtjes die op de vlakte schitterden. Het was, of
+de geheele Soung Ettélaté met al de sterren des firmaments getooid was.
+
+Toen dat kanonschot losbrandde, was die menigte van Nomaden nog
+bezig met hun avondmaal te nuttigen. Hier zag men er zich te goed
+doen aan gebraden schapenvleesch. Elders werd pilau met kippenvleesch
+er bij verorberd door hen, die Turk waren of daarvoor wenschten door
+te gaan; op eene andere plek ontwaarde men bij vermogende Arabieren
+couscoussou; verder zag men een eenvoudige "bazina," eene soort pap
+van gruttemeel met olie gekookt, die het gewone voedsel uitmaakte van
+die arme drommels, evenals elders het meest talrijk, die meer koperen
+"mehbouhs" dan gouden "mictals" op zak hadden; eindelijk ontwaarde men
+overal en inderdaad met stroomen, de "lagby," een soort vruchtensap,
+afkomstig van den dadelpalm, dat wanneer het evenals het bier gegist
+heeft, zooveel alcohol bevat, dat het meer dan smoordronken, ja,
+dat het stapelgek maakt. [4]
+
+Eenige minuten nadat het kanonschot gedreund had, waren allen, mannen,
+vrouwen, kinderen, Turken, Arabieren, Khouans en Negers reeds als
+buiten zich zelven van opgewondenheid. Het was waarlijk noodig, dat de
+koperen blaasinstrumenten van die barbaarsche orchesten buitengewoon
+geluidmakend waren, om zich te midden van dat menschelijk spektakel
+te kunnen doen vernemen. Hier en daar sprongen ruiters met hunne
+paarden rond en schoten hunne lange geweren en hunne ruiterpistolen
+af, terwijl vuurwerk afgestoken werd en moorslagen knalden, alsof
+het geschut was, dat losgebrand werd te midden van een leven, hetwelk
+onmogelijk te beschrijven zoude zijn.
+
+Hier was een negerhoofd, dat, potsierlijk aangekleed, met rammelende
+beentjes aan zijn buikgordel, terwijl zijn gelaat door een duivelsch
+mombakkes bedekt was, en bij het licht van walmende toortsen, en
+aangevuurd door het geroffel op houten trommen en door het klagend
+opdreunen van een eentonig gezang, een dertigtal zwarte kroeskoppen,
+die te midden van een kring van stuiptrekkende vrouwen, welke in de
+handen klapten, hunne vertooning opvoerden, tot den dans aanmoedigde.
+
+Elders waren er wilde Aïssassouas, die tot het uiterste door
+godsdienstige en alcoholische [5] opgewondenheid vervoerd waren en met
+opgespoten gelaatstrekken en met uitpuilende oogen, hout tusschen de
+tanden maalden, op ijzer kauwden, zich diepe insnijdingen in de huid
+maakten, met gloeiende kolen goochelden, zich door afgrijselijke
+slangen lieten omwikkelen, die hen aan de handen, aan de wangen,
+aan de lippen beten, en die zij met gelijke munt betaalden door hun
+bloedige staarten te verorberen.
+
+Maar in weerwil van dat aanlokkelijke schouwspel, drong de menigte
+weldra volijverig op naar den kant van het huis van den Moquaddem
+Sidi Hassan, alsof eene nieuwe en meer belangwekkende vertooning haar
+daarheen getrokken had.
+
+En inderdaad, daar bevonden zich twee mannen, de een buitengewoon
+groot en dik, de andere buitengewoon klein en slank. Het waren twee
+akrobaten, wier opmerkenswaardige krachts- en behendigheidsoefeningen,
+die te midden van eene vierdubbele rij toeschouwers uitgevoerd werden,
+de meest levendige toejuichingen, die door een Tripolitaanschen mond
+konden uitgestoten worden, verwierven. Het was daar om hooren en zien
+te doen vergaan.
+
+Het waren Pescadospunt en Kaap Matifou, die waarlijk geheel en al op
+dreef waren.
+
+Zij hadden eene plek uitgekozen, om hunne kermisvertooning op te
+voeren, welke slechts op weinige passen afstand van de woning van
+den Moquaddem Sidi Hassan gelegen was. Beiden hadden voor deze
+bijzondere gelegenheid hun baantje van voorheen, hun baantje van
+kenniskunstenaars ter hand genomen. Zij waren behoorlijk gekleed in een
+gelegenheidspakje, dat zij van Arabische stoffen vervaardigd hadden,
+en hoopten op daverende toejuichingen.
+
+"Je zult toch niet te zeer verroest wezen?" had Pescadospunt alvorens
+te beginnen aan Kaap Matifou gevraagd.
+
+"Verroest?... Wat meen je?" had de reus gevraagd. "Ik ben toch geen
+oude spijker, denk ik?"
+
+"Neen, dat weet ik wel; maar ik vraag je, of je soms stijf in de
+gewrichten geworden bent?"
+
+"Neen, volstrekt niet," antwoordde Kaap Matifou. "Dat zul je wel
+ondervinden."
+
+"En je deinst voor geene oefening terug... Voor geen enkele? Bedenk
+je wel."
+
+"Neen, voor geen enkele. Maar wat zal het doel van die oefening
+wezen? Zeg mij toch."
+
+"Het doel moet wezen om die lummels in vervoering te brengen. Zul je
+daarvoor niet terugdeinzen?"
+
+"Ik!... ooit terugdeinzen!... Kom, je houdt mij voor den gek," sprak
+Kaap Matifou verstoord.
+
+"Zelfs, wanneer je ..."
+
+Pescadospunt scheen te aarzelen.
+
+"Wat? Ga toch voort. Je bent anders zoo spraakzaam en thans sta je
+te kieskauwen."
+
+"Nu ja, zelfs wanneer je keisteenen met de tanden moet
+fijnmalen?" vroeg de kleine man.
+
+"Is dat alles?" was de ietwat kleinachtende wedervraag van den reus.
+
+"Of slangen oppeuzelen?"
+
+"Slangen?"
+
+Thans scheen Kaap Matifou te aarzelen.
+
+"Ja, slangen!"
+
+"Gekookt?" vroeg Kaap Matifou. "Gekookt of rauw, daarin bestaat
+onderscheid."
+
+"Neen, rauw! waarde Kaap. Geheel rauw."
+
+"Rauw?... Br! br!"
+
+"En nog wel levend!"
+
+Kaap Matifou had een leelijk gezicht getrokken; maar als het moest
+zijn, dan was hij besloten om slangen te eten, evenals een eenvoudige
+Aïssasoua. Hij pruttelde evenwel nog iets tegen.
+
+"Moeten wij dat voor ons pleizier doen?" vroeg hij na een poos
+bedenkens.
+
+"Voor ons pleizier neen," antwoordde Pescadospunt met een guitigen
+glimlach op de lippen.
+
+"Maar waartoe dan die gekheid?"
+
+"Zooals ik je gezegd heb, om die lummels in vervoering te brengen."
+
+"Loop heen!" had de reus geantwoord. "Voor die schoeljes eet ik geen
+slangen. Als het nog Europeanen, als het nog Franschen waren! Dan
+was het wat anders."
+
+"Och, die kerels kunnen ons ook niet schelen," antwoordde Pescadospunt,
+hartelijk lachende.
+
+"Maar, waarom dan?"
+
+"Kaaplief, je schijnt maar niet te kunnen begrijpen."
+
+"Maar, wat dan?"
+
+"Dat we eene rol spelen. Wij moeten het groote doel bevorderen. Wij
+moeten de bevrijding van juffrouw Sava bewerken."
+
+"Met levende slangen te eten?" vroeg de reus hoofdschuddend. "Als ik
+dat er mee bewerken kan, ben ik bereid een frikadel van alle slangen
+der wereld te maken en die op te peuzelen."
+
+Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato bevonden zich onder
+de menigte van toeschouwers en verloren hunne makkers niet uit het
+oog, hoewel zij zich te midden van dien ontzaglijken menschendrom de
+grootste inspanning daartoe moesten getroosten.
+
+Neen, Kaap Matifou was niet verroest! Hij had niets van zijne
+buitengewone kracht verloren. Vijf of zes Arabieren, en nog wel van
+de stevigsten uit een geheelen hoop, hadden een kans gewaagd door
+met hem te worstelen. Maar zij lagen al heel spoedig op den grond
+uitgestrekt, met de schouders in aanraking met het maaiveld, zooals
+de akrobatische uitdrukking luidt.
+
+Daarna volvoerden beide kunstenaars te zamen goocheltoeren, die de
+Arabieren, daar verzameld, in verrukking brachten, vooral toen zij
+elkander behendig brandende fakkels toewierpen, die overgaande van
+de hand van Pescadospunt in die van Kaap Matifou, hare vurige zigzags
+kruisten. Dat verwekte algemeene verbazing.
+
+En toch kon dat publiek, waarvoor zij werkten, terecht moeielijk te
+bevredigen zijn.
+
+Er bevonden zich toch onder die menigte een vrij groot aantal van hen,
+die de half wilde Touaregs hadden leeren bewonderen, welker lenigheid
+en behendigheid aan die der vlugste diersoorten mag gelijk gesteld
+worden, zooals weleer met veel ophef in het bewonderingwekkend
+program van den beroemden kermistroep van Bracca aangekondigd
+werd. Die kenners en bewonderaars hadden toch gelegenheid gehad den
+stoutmoedigen Mustapha, den Samson der woestijn, het kanonmensch toe
+te juichen, "wien de koningin van Groot Brittanje en Ierland door
+haren kamerdienaar, bij gelegenheid van dergelijke voorstellingen te
+Londen, had laten verzoeken, niet meer zijne oefeningen te herhalen,
+bevreesd als de vorstin was, dat er een ongeluk zoude gebeuren!"
+
+Maar Kaap Matifou was onvergelijkelijk bij zijne krachtsvertooningen
+en hij behoefde voor geen mededinger bevreesd te zijn. Neen, voor
+niemand ter wereld, al ware het Hercules, de goddelijke zoon van
+Alcmene, in eigen persoon geweest.
+
+Eindelijk kwam er eene laatste oefening, die de geestdrift van die
+cosmopolitische menigte, welke de Europeesche kunstenaars omgaf, ten
+top voerde. En hoewel die oefening voor de Europeesche kermisspellen
+oud en versleten mocht heeten, scheen zij hier voor de Tripolitaansche
+nieuwsgierigen nog de aantrekkelijkheid der nieuwheid te hebben.
+
+De toeschouwers verdrongen dan ook elkander, ja verpletterden zich
+schier rondom de beide kunstenaars, die bij afwezigheid der zon in
+dit uur bij fakkellicht werkten.
+
+Kaap Matifou had een staak gegrepen, die vijf en twintig of dertig voet
+lang was en hield hem met beide handen, die op zijne borst rustten,
+loodrecht omhoog. Pescadospunt klom met een behendigheid van een
+aap langs dien staak naar boven, en bij het uiteinde gekomen, nam
+hij daar, terwijl hij den staak onrustbarend deed buigen, de meest
+bevallige houdingen aan. Inderdaad, het was een verrukkelijk maar
+uiterst moeielijk kunststuk. Een zwak oogenblik bij hem, die den
+staak torste, en een val kon niet uitblijven. En die val moest voor
+den armen Pescadospunt noodlottig zijn.
+
+Maar Kaap Matifou kende geene aanvallen van zwakte. Hij stond daar,
+met achterover gebogen hoofd en vooruitgestrekte borst, onwrikbaar
+stevig als de rots, waarvan hij den naam voerde, hoewel hij bij
+zijne pogingen om den staak met den daarop kunsten-vertoonenden
+Pescadospunt in evenwicht te houden, trappelde, zich keerde en draaide
+en langzamerhand van plaats veranderde.
+
+Toen hij eindelijk in de onmiddellijke nabijheid van den heiningmuur
+van Sidi Hassan's woning gekomen was, dreef hij de vermetelheid zoo
+ver en ontwikkelde zooveel kracht, om den staak van zijne borst op
+te tillen, in de rechterhand te nemen en dien arm uit te strekken,
+terwijl Pescadospunt daarboven den stand aannam van den Roem en
+evenals die wufte godin kushandjes aan de menigte toezond. Het was
+inderdaad eene bevallige vertooning.
+
+De saamgepakte Arabieren en Negers waren buiten zich zelven van
+bewondering. Zij stieten schelle kreten uit, klapten woest met
+de voeten. Gelukkig, dat het geen planken vloer was, waarop zij
+stonden. Neen, waarlijk, dat moest erkend worden; zoo iets had de
+Samson der woestijn, de koene Mustapha, de stoutmoedigste der Touaregs,
+niet durven ten uitvoer leggen. De geestdrift was dan ook ten top;
+want zulke krachtsontwikkeling was inderdaad nog nooit waargenomen.
+
+In dit oogenblik dreunde op het onverwachtst een kanonschot van de
+wallen der citadel van Tripoli.
+
+Op dat sein vlogen de honderden ooievaars op, die eensklaps bevrijd
+werden van de onmetelijke netten, die hen gevangen hielden, stegen
+in de lucht op, terwijl zij, onder het uitvoeren van een klepperend
+concert, waarop met een onmetelijk geschreeuw, door de menschen
+aangeheven, geantwoord werd, eene hagelbui van nagemaakte steenen
+lieten neervallen, die natuurlijk niemand konden deeren, daar zij,
+zooals gezegd werd, van weeke klei vervaardigd waren.
+
+Dat was het glanspunt van het feest. De vogels van den profeet Soleyman
+leidden evenwel de aandacht zeer af.
+
+Men zou gezegd hebben, dat al de krankzinnigen-gestichten van Europa,
+Azië en Afrika plotseling ontruimd waren, en dat hunne bewoners op eens
+op de vlakte van Soung-Ettélaté in het Tripolitaansche Regentschap bij
+elkander gebracht waren; zulk een vreeselijk spektakel werd daar door
+die saamgeschoolde en opgewonden menigte aangeheven. Evenwel, alsof
+hare bewoners doof en stom waren, nog erger, alsof zij uitgestorven
+waren, was de woning van den Moquaddem Sidi Hassan hardnekkig
+gesloten gebleven gedurende die uren van algemeene vroolijkheid,
+en geen enkele bediende of huisgenoot was aan de deur of op de
+terrassen verschenen. Het was alsof daarin geen nieuwsgierigen,
+geen belangstellenden in het feest behoorden.
+
+Maar ziet! In hetzelfde oogenblik, toen al de fakkels, die het
+feest verlicht hadden, na de opstijging der ooievaars, plotseling
+uitgebluscht waren, was ook Pescadospunt eensklaps verdwenen, alsof hij
+met de getrouwe vogels van den profeet Soleyman hemelwaarts gevlogen
+was. Dat was inderdaad uiterst merkwaardig.
+
+Waar was hij heen gevaren?...
+
+Wat was er van hem geworden?
+
+Ja, wat? Dat wist niemand te verklaren. Daarop was geen antwoord
+te geven.
+
+Toch scheen Kaap Matifou zich omtrent die verdwijning niet veel te
+bekommeren. Nadat hij zijn staak in de lucht opgeworpen en hem vele
+buitelingen had laten maken, ving hij hem behendig bij het andere einde
+op, liet hem ronddraaien en bogen beschrijven, zooals de meest ervaren
+tamboer-majoor met zijn dikgeknopten stok zoude gedaan hebben. Het
+wegmoffelen van Pescadospunt scheen voor hem de natuurlijkste zaak
+der wereld te zijn. Hij keek met eene zelfvoldaanheid rond, alsof
+die goochelpartij tot het program behoorde.
+
+De bewondering der toeschouwers was intusschen ten top gestegen en
+hunne geestdrift uitte zich dan ook door een ontzaglijk hoerah, dat
+tot voorbij de uiterste grenzen der oase moest gehoord worden. Niemand
+hunner twijfelde er aan, of de behendige acrobaat was door de ruimte
+naar het rijk der Ooievaars vertrokken en was bij den profeet Soleyman
+aangeland.
+
+Het onverklaarbare bekoort in den regel de menigte het meest. Daarmede
+is zij steeds te verschalken.
+
+
+
+
+
+IX.
+
+HET HUIS VAN SIDI HASSAN.
+
+
+Het was ongeveer negen uren, toen het kanonschot gevallen was en de
+ooievaars opgestegen waren.
+
+Vuurwerk, geweerschoten, muziek, geschreeuw, gehuil, dat alles had
+eensklaps opgehouden. De menigte begon langzamerhand te verdwijnen. De
+meesten keerden naar Tripoli terug, anderen begaven zich naar de
+Menehié-oase en naar de naburige dorpen van de provincie. Vóórdat
+het een uur later zoude zijn, zou de vlakte van Soung Ettélaté stil
+en ledig geworden, zijn. Zij zou dan eene verbazende tegenstelling
+vormen met de levendigheid en drukte van straks.
+
+De tenten waren opgerold, de kampementen opgebroken. Berbers en
+Negers waren reeds op weg naar de verschillende streken van het
+Tripolitaansche Regentschap, terwijl de Senousisten zich naar de
+Cyrenaïsche provincie wendden en daar voornamelijk de villayet Ben
+Ghazi opzochten, ten einde er al de strijdkrachten van den kalief bij
+elkander te brengen. Zoo had het feest het zijne er toe bij gebracht,
+om ongemerkt eene aanmerkelijke verplaatsing van menschendrommen
+te bewerkstelligen.
+
+Slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zouden de
+vlakte gedurende den geheelen nacht niet verlaten. Zij moesten zich na
+de verdwijning van Pescadospunt op iedere gebeurlijkheid voorbereid
+houden, en ieder hunner had zich dadelijk een observatiepost onder
+aan den voet van den omheiningsmuur van de woning van den Moquaddem
+Sidi Hassan uitgekozen. Daar zouden zij evenwel een paar vervelende
+uren door te brengen hebben.
+
+Pescadospunt intusschen, die op het oogenblik, dat Kaap Matifou zijn
+staak met uitgestrekten arm omhoog hield, met een verbazenden sprong
+over den muur wipte, was op de parapet-helling van een der terrassen,
+aan den voet van den minarettoren, die de verschillende binnenplaatsen
+dier woning beheerschte, neergekomen. Door de veerkracht zijner lenige
+beenen had hij de zwaarte van den val gebroken, zoodat binnenshuis
+daarvan niets bemerkt was.
+
+Niemand had hem te midden van dien somberen nacht kunnen zien, noch
+van buiten, noch van binnen, en niemand had hem kunnen hooren. Hij
+was zelfs niet uit de skiffa bemerkt, die te midden van de patio
+gelegen was, en waar binnen zich een zeker getal khouans bevonden,
+die gedeeltelijk sliepen, maar ook gedeeltelijk volgens de bevelen van
+den Moquaddem Sidi Hassan waakzaam waren, en zelfs als schildwachten
+op post stonden. Dat was nog al gunstig uitgevallen.
+
+Men begrijpt, dat Pescadospunt onmogelijk eenig plan had kunnen
+beramen. Zulk een plan zou toch door zooveel onvoorziene omstandigheden
+herhaaldelijk gewijzigd moeten worden, dat het geen waarde zou gehad
+hebben. De innerlijke indeeling van het huis van Sidi Hassan was hem
+toch geheel onbekend, en hij wist niet en kon ook niet weten, waar
+het jonge meisje opgesloten was, ook niet of zij van nabij bewaakt
+werd, en nog minder, of haar in het gewichtige oogenblik de ziels-
+en lichaamskracht niet zou ontbreken, om daadwerkelijk op te treden
+en tot hare ontvoering mede te werken.
+
+Daarom moest de stoutmoedige kerel noodzakelijk geheel en al op goed
+geluk te werk gaan.
+
+Ziehier, wat hij zichzelf voorgespiegeld had, alvorens dien luchtsprong
+te ondernemen:
+
+"Vóór alles moet ik," zoo mompelde hij in zich zelven, "hetzij door
+geweld, hetzij door list, bij Sava Sandorf zien te geraken. Indien
+zij mij niet dadelijk volgen kan, indien ik haar gedurende dezen
+nacht niet ontvoeren kan, moet zij ten minste vernemen, dat Piet
+Bathory levend is, dat hij zich in hare nabijheid, aan den voet van
+de omheiningsmuren bevindt, dat dokter Antekirrt en zijne makkers
+gereed staan, om haar te hulp te komen, en eindelijk moet haar
+aan het verstand gebracht worden, dat, wanneer hare ontvoering
+eenige vertraging mocht ondervinden, zij voor geene bedreiging
+moet bezwijken!... In geen geval mag zij hare toestemming tot dat
+schandelijk huwelijk geven!... Het is waar, ik kan ontdekt worden,
+vóórdat ik haar gevonden en bereikt zal hebben!... Maar.... komt tijd,
+komt raad!... Gebeurt dat onverhoopt, dan is het oogenblik daar,
+om de noodige middelen ter ontkoming te beramen."
+
+Hij klom nu over den parapetmuur, die een dik witachtig steenkussen
+vormde, hetwelk met schietgaten ingesneden was. Hierbij was de
+eerste zorg van Pescadospunt geweest, een dun maar sterk touw,
+van knoopen voorzien, dat hij onder zijn licht clownspak had kunnen
+verbergen, te ontwikkelen, en wel zoodanig, dat het naar buiten hing
+en den bodem bereikte. Dat was een voorzorgsmaatregel, die gebiedend
+noodzakelijk was. Toen hij daarmede klaar was, legde de wakkere kleine
+kerel zich, alvorens verder te schrijden, plat op den buik langs den
+parapetmuur. In die houding, die hem door de voorzichtigheid geboden
+werd, wachtte hij, zonder ook maar de geringste beweging uit te
+voeren. Wanneer hij toch bespeurd was geworden, zou het terras weldra
+door de lieden van Sidi Hassan bestormd en overweldigd zijn, en in
+dat geval zou hem niets meer overblijven, dan van het touw gebruik
+te maken, waarop hij zijne hoop bouwde als op het reddingsmiddel
+voor Sava Sandorf. Dat alles doorkruiste in die oogenblikken zijn
+schrander brein.
+
+Eene diepe stilte heerschte allerwege in de woning van den Moquaddem
+Sidi Hassan. Daar noch hij, noch Sarcany, noch iemand anders hunner
+lieden deel aan het Ooievaarsfeest hadden genomen, was de deur van
+de zaouya sedert zonsopgang niet geopend geweest, en zou dat ook niet
+na zonsondergang worden.
+
+Na eenige minuten wachtens, sloop Pescadospunt, steeds op den buik
+liggende en kruipende, naar den hoek der woning, waar het meest nabij
+zijnde minarettorentje verrees. De trap, welke van het bovenste van
+dat torentje neerdaalde, moest klaarblijkelijk uitkomen op den vloer
+der eerste patio. En, inderdaad, hij vond deze deur, die op het terras
+uitkwam en die toegang tot de beneden-binnenplaatsen verleende. Dat
+was een aanvankelijk gunstige uitslag zijner pogingen.
+
+Maar die deur was gesloten, niet met een sleutelslot, maar door middel
+van een grendel, die onmogelijk terug te schuiven was, tenzij men
+een gat in het paneel boorde. Dat werk had Pescadospunt zeer goed
+kunnen verrichten, want hij had een mes in den zak met verscheidene
+lemmeten en dus tot verschillende doeleinden geschikt, hetwelk hij van
+dokter Antekirrt ten geschenke had ontvangen en waarvan hij behendig
+gebruik wist te maken. Maar dat zou een tijdroovende arbeid zijn,
+die ook niet in alle stilte zou kunnen uitgevoerd worden, en waaraan
+hij dan ook niet verder dacht. Waarlijk, zijne oogenblikken waren
+thans te kostbaar.
+
+Het was daarenboven niet noodig. Drie voeten boven het terras was
+een opening in den vorm van een schietgat in den muur van het minaret
+gebroken. Dat gat was wel een beetje nauw, maar onze Pescadospunt was
+niet dik. Daarenboven had hij wel iets van een kat, die zich uitrekken
+kan en door openingen glijdt, die aanvankelijk geen doortocht schijnen
+te kunnen verleenen. Hij probeerde, en ... weldra bevond hij zich in
+het minaret, evenwel niet zonder zijne schouders eenigszins geschaafd,
+niet zonder zijne knieën wat ontwricht en zijne scheenbeenen ontveld
+te hebben. Maar zoo iets deerde hem weinig. Dat kwam bij hem niet
+in aanmerking.
+
+"Ziet, dat zou Kaap Matifou met al zijne kracht onmogelijk hebben
+kunnen uitvoeren," dacht hij niet zonder grond.
+
+En hij lachte bij de gedachte aan de dikke zware gestalte van Kaap
+Matifou in dat nauwe schietgat.
+
+Toen keerde hij op den tast af naar de deur, waarvan hij thans den
+grendel terugschoof, ten einde gebruik van dien doortocht te kunnen
+maken, wanneer hij denzelfden weg terug moest. En zoo iets was toch
+zeer goed mogelijk, niet waar? Hij moest in zijne omstandigheden op
+alles bedacht zijn.
+
+Terwijl hij de wenteltrap afdaalde, liet Pescadospunt zich meer
+omlaag glijden, dan dat hij steun op de treden zocht, die door de
+drukking zijner voeten konden kraken. Zoo iets moest in de eerste
+plaats vermeden worden.
+
+Beneden vond hij andermaal eene deur; maar hij had slechts noodig,
+om tegen haar te duwen, om die op hare hengsels te zien draaien. Dat
+ging gemakkelijk genoeg.
+
+Die deur gaf toegang tot eene galerij, die op zuiltjes rustte en de
+eerste patio omgaf, en waarop een zeker getal vertrekken uitkwamen. Op
+de trap had eene dikke duisternis geheerscht; die galerij bevond zich
+in een schemerdonker, dat minder somber was. Hier kon hij ten minste
+met behulp zijner oogen voortschrijden, terwijl dat op de trap slechts
+op den tast had kunnen geschieden.
+
+Overigens werd er nergens licht en ook nergens eenig geluid hoegenaamd
+waargenomen.
+
+In het midden van de patio bevond zich een bekken, gevuld met
+helder frisch water, en omgeven door tuinbeddingen, waarin fraaie
+sierplanten, zooals peperstruiken, dwergpalmen, lauriersoorten,
+cactussen, enz. groeiden, welker weelderig groen als een dicht boschje
+rondom den oever vormde.
+
+Pescadospunt sloop die galerij, zoo zacht hem maar mogelijk was, rond,
+terwijl hij voor iedere kamer stilhield, om te luisteren. Het was,
+alsof die onbewoond waren. Allen evenwel niet, want achter een der
+deuren vernam hij stemmen, die hij duidelijk kon onderscheiden. Ja,
+daarin kon hij zich niet vergissen. Hij hoorde spreken.
+
+Aanvankelijk stoof Pescadospunt eenige passen achteruit; want hij
+had de stem van Sarcany herkend. Dwaling was onmogelijk; want die
+stem had hij te Ragusa meermalen gehoord. Hij trad weer naderbij;
+maar hoewel hij zijn oor tegen het paneel der deur hield, kon hij
+toch onmogelijk verstaan, wat in die kamer gesproken werd.
+
+Er kwam een oogenblik, dat een ander en een harder geluid vernomen
+werd. Pescadospunt had nauwelijks tijd, om achteruit te springen, en
+achter een der grootste struiken, die rondom het waterbekken stonden,
+te schuilen.
+
+Sarcany trad de kamer uit. Een Arabier van groote gestalte vergezelde
+hem. Beiden vervolgden hun gesprek, terwijl zij onder de galerij van
+de patio rondwandelden. Drommels, een oogenblik vroeger, dan ware de
+bespieder onvermijdelijk ontdekt geweest.
+
+Ongelukkiglijk kon Pescadospunt onmogelijk verstaan, wat Sarcany en
+zijn makker spraken; want zij bezigden bij hun onderhoud de Arabische
+taal, waarvan de schrandere kerel, helaas! niets verstond. Twee
+woorden evenwel troffen hem, of beter gezegd, twee namen, die
+van Sidi Hassan--het was inderdaad de Moquaddem, die met Sarcany
+praatte,--daarna de naam van Antekirrta, die herhaaldelijk in het
+gesprek voorkwam.
+
+"Dat is op zijn minst genomen vreemd," mompelde Pescadospunt
+natuurlijk onhoorbaar, "waarom spreken zij over ons eiland, over
+Antekirrta?.... Zou de Moquaddem Sidi Hassan, Sarcany en al die
+Tripolitaansche zeeschuimers een aanslag op ons dierbaar eiland
+smeden?... Duizend duivels!... En dan niets van die taal, die door die
+twee schoften gebezigd werd, te kunnen verstaan!... Het was inderdaad,
+om wanhopig te worden!"
+
+Pescadospunt spitste de ooren en trachtte nog een ander verdacht woord
+op te vangen. Hij zorgde evenwel nauwlettend, dat hij in het groen
+verborgen bleef, wanneer Sarcany en Sidi Hassan het waterbekken nabij
+kwamen. Maar de nacht was donker genoeg, zoodat zij hem onmogelijk
+ontwaren konden.
+
+"Als Sarcany maar alleen in die galerij ronddoolde," sprak Pescadospunt
+bij zich zelven, "dan kon ik hem bij de keel grijpen en buiten staat
+stellen, om verder schadelijk of gevaarlijk te zijn! Maar... daarmede
+zou Sava Sandorf niet geholpen zijn. En het is om haar te redden,
+dat ik dien gevaarlijken sprong over den omheiningsmuur volbracht
+heb!... Geduld!... Ja, geduld! Wij moeten wachten!... Sarcany's beurt
+zal ook wel komen, dat beloof ik hem, en wat ik beloof, volbreng ik;
+want... belofte maakt schuld."
+
+Het gesprek en de wandeling van den Moquaddem Sidi Hassan met Sarcany
+duurden ongeveer twintig minuten. Sava's naam werd ook herhaaldelijk
+uitgesproken met de aanwijzende bijvoeging van "arouch" Pescadospunt
+herinnerde zich dat woord meer gehoord te hebben, dat "bruid" of
+"verloofde" in het Arabisch beteekent. De Moquaddem was klaarblijkelijk
+met de plannen van Sarcany bekend en leende er de hand toe.
+
+Eindelijk verlieten die twee mannen de patio door een der hoekdeuren
+van de galerij, die toegang verleende tot de overige bijgebouwen van
+de ruime woning. Een zucht van verlichting ontsnapte aan de borst
+van den koenen bespieder.
+
+Zoodra zij verdwenen waren, kwam Pescadospunt weer te voorschijn en
+sloop door de galerij tot bij die deur. Zij was niet gesloten. Hij
+behoefde haar slechts open te duwen, om zich in een smalle gang te
+bevinden, waarvan hij den muur, met de hand betastende, behoedzaam
+volgde. Aan het einde van die gang rondde zich een dubbel booggewelf
+af, dat door een middenzuil gedragen werd. Dat gewelf verleende toegang
+tot een tweede binnenplaats of patio. Hier moest onze verspieder met
+verdubbelde omzichtigheid tewerk gaan.
+
+Vrij levendige lichtstralen drongen toch tusschen de zuilen door,
+waarlangs de skiffa lucht en licht van uit die patio ontving,
+en vormden breede lichtsectors op den vloer. Het ware uiterst
+gevaarlijk geweest die in dit oogenblik te overschrijden. Het geluid
+van talrijke stemmen liet zich toch vernemen van achter de deur van
+een der zalen, welke op die tweede patio uitkwamen. Het begon er voor
+onzen Pescadospunt inderdaad bedenkelijk uit te zien.
+
+Hij aarzelde dan ook een oogenblik, maar ook slechts één enkel;
+want aarzelen kwam met zijne geaardheid weinig overeen.
+
+Wat hij zocht, was de kamer, waarin de rampzalige Sava opgesloten
+was. Hij mocht op niets anders dan op het toeval rekenen, om dat
+vertrek te ontdekken. Of hem dat toeval dienen zou? Dat zullen
+wij zien.
+
+Een licht verscheen eensklaps aan het andere uiteinde van die
+binnenplaats. Eene vrouw, die eene rijk met gedreven koperwerk
+versierde Arabische lantaarn droeg, trad eene kamer uit, die in den
+tegenovergestelden hoek der patio gelegen was, en volgde de galerij,
+waarop de deur der skiffa uitkwam.
+
+Pescadospunt herkende die vrouw dadelijk.... Neen, maar hierbij was
+dwaling onmogelijk!
+
+Het was Namir. Ja, Namir! Dat was toch al eene zeer gunstige uitkomst,
+niet waar?
+
+Daar het mogelijk was, dat de Marokkaansche vrouw zich naar het
+vertrek begaf, waar het jonge meisje zich bevond, moest het middel
+uitgedacht worden, om haar te kunnen volgen. En om haar te kunnen
+volgen, moest onze verspieder haar vooraf doortocht verleenen, zonder
+dat hij ontdekt werd. Dat was in de eerste plaats noodzakelijk,
+dat moest Pescadospunt erkennen.
+
+Dit oogenblik zou beslissend zijn omtrent het welslagen van de
+stoutmoedige poging van Pescadospunt, ook omtrent het lot van Sava
+Sandorf. Ziedaar, wat het brein van den stoutmoedigen acrobaat in
+een ondeelbaar oogenblik doorkruiste.
+
+Namir kwam naderbij. Hare lantaarn, die zij laag bij den grond droeg,
+liet het bovengedeelte der galerij in eene duisternis, te zwarter
+naarmate de mozaïek-vloer te scherper verlicht werd. Daar zij nu
+onder het booggewelf moest voorbijgaan, wist Pescadospunt waarachtig
+niet, hoe het aan te leggen, om niet bespeurd te worden, toen eene
+lichtstraal der lantaarn hem liet bemerken, dat het bovengedeelte van
+dat booggewelf uit arabesken bestond, die _à jour_ of doorzichtig
+volgens den Moorschen bouwtrant opgetrokken waren. Toen had hij
+inderdaad een kostelijken inval.
+
+Langs de middenzuil opklouteren, zich aan een dier arabesken
+vastklemmen, zich aan zijne handen optillen, zich verschuilen in het
+middenogief, en daar als een heiligenbeeld in zijne nis onbewegelijk
+blijven, was voor onzen Pescadospunt het werk van een oogenblik. Met
+de vlugheid van een aap en de lenigheid eener kat was hij naar boven
+gevlogen.
+
+Namir vervolgde haren weg, trad onder het booggewelf voort, zonder
+erg en natuurlijk zonder den indringer te bespeuren, ging langs de
+andere zijde der galerij recht op de deur af der skiffa en opende
+die met den sleutel, dien zij in de hand hield.
+
+Een bundel lichtstralen schoot dadelijk naar buiten, maar doofde
+onmiddellijk weer uit, toen die deur achter haar gesloten werd. Alles
+was weer zwart als de nacht onder dat sombere booggewelf.
+
+Pescadospunt dacht na. En waarlijk, waar kon hij beter zitten dan in
+die nis, om aan zijne overpeinzingen bot te vieren? Het was inderdaad,
+of die nis er voor bestemd was. Hij zat daar ineen gedoken met de
+handen onder de kin en de ellebogen op de knie gesteund.
+
+"Ja, het is Namir, die daar dat vertrek binnengetreden is," mompelde
+hij. "Daaraan valt niet te twijfelen! Het is dus klaarblijkelijk, dat
+zij zich niet naar de kamer van Sava Sandorf begaf!... Maar zij kwam
+er wellicht vandaan?... En als dat zoo is, dan ligt die kamer aan het
+andere uiteinde van de binnenplaats.... Daaromtrent moet ik zekerheid
+hebben! Het oude wijf kwam daar vandaan, als ik mij niet vergis."
+
+In gedachte wees Pescadospunt op dat gedeelte der galerij, waar Namir
+het eerst verschenen was.
+
+Hij wachtte nog eenige oogenblikken, alvorens zijn post te
+verlaten. Het licht scheen in het binnenste der skiffa langzamerhand
+te verminderen, terwijl het stemgeluid nog slechts als een eenvoudig
+en verwijderd gemurmel vernomen werd. Hij wilde nog wachten, om niets
+in de waagschaal te stellen. Als het moest, was hij de voorzichtigheid
+in persoon.
+
+Het oogenblik zou ongetwijfeld aanbreken, dat het geheele personeel
+van den Moquaddem Sidi Hassan weldra in diepe rust gedompeld zou
+zijn. Dan zouden de omstandigheden meer gunstig zijn, om te handelen,
+daar alsdan dit gedeelte dier woning geheel eenzaam zoude zijn,
+al werd dan ook het laatste licht niet uitgebluscht.
+
+Zoo gebeurde het inderdaad. De meest gewenschte stilte trad weldra in,
+die door niets verbroken werd.
+
+Pescadospunt liet zich toen langs de middenzuil, die het
+booggewelf torschte, naar beneden glijden, sloop kruipende over de
+marmervloersteenen der galerij, de deur der skiffa voorbij, sloeg
+den uitersten hoek der patio om, en bereikte weldra het vertrek,
+waaruit Namir straks getreden was. Het hart bonsde hem in het lijf,
+van aandoening en gespannen verwachting.
+
+Pescadospunt opende die deur, welke niet op slot gesloten was, en
+kon toen bij het zwakke schijnsel van eene Arabische lamp, die aan
+de zoldering hing en als nachtlicht dienst moest doen, en derhalve
+van een witmatten ballon voorzien was, met een blik het innerlijke
+van die kamer in oogenschouw nemen. Hetgeen hij ontwaarde, was verre
+van ongunstig voor zijne plannen.
+
+De wanden waren versierd met Oostersche tapijten; hier en daar stonden
+zetels in Moorschen stijl, terwijl in de hoeken van het vertrek
+kussens opgestapeld lagen, en een dik Perzisch kleed den mozaïek-vloer
+bedekte. Op eene tafel bevonden zich nog de overblijfselen van het
+avondmaal en aan het uiterste einde van de kamer stond een divan,
+die met wollen stof bekleed was. Het was in één woord een kostbaar
+gemeubeld vertrek.
+
+Ziedaar, wat Pescadospunt met één oogopslag zag. Hij was gewoon alles
+wat hij zag, goed in zich op te nemen.
+
+Hij trad binnen en sloot zacht de deur achter zich. Daarop trad hij
+behoedzaam vooruit.
+
+Eene vrouw lag op den divan uitgestrekt. Zij scheen niet ingeslapen,
+maar verkeerde in dien dommelenden toestand, die van den slaap niet
+veel verschilt. Hare ledematen waren bedekt met een soort burnous,
+waarmede de Arabieren zich gewoonlijk van het hoofd tot de voeten
+weten te dekken. Haar hoofd lag achterover gebogen en rustte op een
+rijkbewerkt kussen.
+
+Dat was Sava. Daar lag de rampzalige dochter van graaf Mathias Sandorf.
+
+Neen, Pescadospunt kon zich niet vergissen. Hij herkende haar
+dadelijk. Vroeger had hij haar toch verscheidene malen in de straten
+van Ragusa ontmoet.
+
+Maar hoe scheen het arme meisje veranderd te zijn! Waarlijk, er was
+een geoefend oog noodig, om haar te herkennen.
+
+Zij was nog steeds doodsbleek als in het oogenblik, toen hare
+huwelijkskoets op den lijkstoet van Piet Bathory stuitte. Maar haar
+geheele uiterlijk, hare lijdensvolle houding, haar weemoedig gelaat,
+alles, alles verkondigde, hoezeer zij geleden had!
+
+Er was geen oogenblik te verliezen. Dat begreep Pescadospunt
+terstond. Hier moest gehandeld worden!
+
+Inderdaad, de deur was niet op slot gesloten, eene omstandigheid,
+die het vermoeden rechtvaardigde, dat Namir ongetwijfeld bij Sava
+zou wederkeeren. Misschien bewaakte de Marokkaansche vrouw haar dag
+en nacht. Dat was inderdaad waarschijnlijk.
+
+Maar..., al zou het jonge meisje dat vertrek kunnen verlaten, hoe zou
+zij kunnen ontvluchten, wanneer geen hulp van buiten daarbij verleend
+werd? Was de woning van den Moquaddem Sidi Hassan niet ommuurd als
+een gevangenis? Was zij niet aan eene ware vesting gelijk, die zonder
+verkregen verlof niet verlaten kon worden?
+
+Pescadospunt boog het hoofd over den divan en dacht diep na, terwijl
+hij het jonge meisje beschouwde.
+
+Mijn God! hoe was hij verbaasd, toen hij de gelijkenis opmerkte,
+die hem tot nu toe ontgaan was, de gelijkenis van Sava Sandorf met
+dokter Antekirrt! En die gelijkenis was niet te loochenen! Neen,
+dat was zij inderdaad niet!
+
+Hij stond een oogenblik als getroffen. Hij wreef zich het
+voorhoofd. Het was, alsof een denkbeeld daarin ontkiemde.
+
+Het jonge meisje opende de oogen. Zij was op het punt een kreet te
+slaken. En toch...
+
+Toen zij daar een vreemdeling vóór haar zag staan, met den rechter
+wijsvinger op de lippen, met smeekenden blik op haar gevestigd en in
+het zonderlinge hansworstenpak van den acrobaat gestoken, gevoelde
+zij eerder verbazing dan wel schrik. Snel sprong zij op, maar had
+toch den goeden geest, of beter de koelbloedigheid, om ieder geluid
+te bedwingen.
+
+"Shut!..." zei Pescadospunt fluisterend en steeds met den wijsvinger
+op den mond. "Shut!... Laat niemand ons hooren!"
+
+Het meisje keek hem ten uiterste verbaasd aan en opende de lippen om
+te spreken.
+
+"Shut!... Stil!..." herhaalde Pescadospunt. "Van mij hebt gij niets
+te vreezen."
+
+Zij ondervroeg hem met de oogen. Zij gevoelde zich, in weerwil van
+alles, in de nabijheid van dien man gerustgesteld.
+
+"Ik ben hier, om u te redden...." fluisterde Pescadospunt schier
+onhoorbaar. "Shut!..."
+
+De vragende uitdrukking van 's meisjes oogen werd nog dringender. Zij
+wachtte eene nadere verklaring.
+
+"Achter die muren," ging Pescadospunt voort, "wachten u vrienden,
+om u aan de handen van Sarcany te ontrukken."
+
+"Wie?" vroeg de blik. "Wie toch kan in dit akelig land eenig belang
+in mij stellen?"
+
+"Piet Bathory is niet dood!" was het fluisterende antwoord van den
+acrobaat.
+
+"Piet... niet dood?"... kreet het meisje met bedwongen stem, terwijl
+zij de hand op haar hart legde, om er het gebons van te bedwingen.
+
+"Neen, niet dood!" bevestigde Pescadospunt. "Maar wees in Godsnaam
+bedaard!"
+
+"Gij schertst wreed. Ik heb toch den lijkstoet van den armen jongeling
+met mijne eigene oogen gezien."
+
+"Lees!"
+
+En Pescadospunt reikte een briefje aan het jonge meisje over, dat
+slechts deze weinige woorden bevatte:
+
+
+ "Sava, vertrouw den man, die zijn leven gewaagd heeft, om bij
+ u te komen!.... Ik ben levend!... Ik ben dicht bij u! Vertrouw
+ hem. Vertrouw op God!
+
+ Piet Bathory."
+
+
+Piet levend!... Piet in de nabijheid!... Aan den voet van den
+omheiningsmuur!... Maar gebeurden er dan wonderen?... O, dat zou
+Sava later vernemen!... Zij zou later vernemen, hoe hij aan den
+dood ontrukt was. Voor het oogenblik was het genoeg te weten, dat
+Piet Bathory haar nabij was! Ja, zeker, dat was voor het oogenblik
+genoeg. Meer wilde zij, meer verlangde zij thans niet te vernemen.
+
+"Kom, laten wij vluchten!" zei zij. "Kom, laten wij maken uit die
+nare woning te komen!"
+
+"Ja, laten wij vluchten," antwoordde Pescadospunt. "Dat is goed en
+wel, maar..."
+
+"Maar?..." vroeg Sava ongeduldig. "Ik geloof niet, dat het raadzaam
+is, zich lang te bezinnen."
+
+"Wij moeten alle kansen aan onze zijde hebben. Eene mislukking,
+zou den toestand nog gevaarlijker maken."
+
+"Welke kansen?" vroeg het jonge meisje, dat de redeneering van den
+acrobaat moest beamen.
+
+"Luister. Eene vraag slechts: Is Namir gewoon den nacht in dit vertrek
+door te brengen?"
+
+"Neen," antwoordde Sava. "Zij slaapt gewoonlijk in haar eigen vertrek,
+nimmer hier."
+
+"Neemt zij de voorzorg, om u hier op te sluiten, wanneer zij voor
+eenigen tijd afwezig moet zijn?"
+
+"Ja."
+
+"Waarom heeft zij dat thans niet gedaan?"
+
+"Dat weet ik niet."
+
+"Zij kan dus terugkomen. Dunkt u dat ook niet?... Anders zou zij de
+deur wel gesloten hebben."
+
+"Ja!... Laten wij vluchten!" sprak Sava Sandorf gejaagd. "Kom, dan
+toch. Wij hebben geen tijd te verliezen."
+
+"Dadelijk!" antwoordde Pescadospunt. "Maar luister eerst naar mij."
+
+Hij ontwikkelde toen het plan, dat zijn schrander brein uitgedacht
+had. Het was zeer eenvoudig.
+
+Zij moesten de trap op van den minarettoren, die tevens toegang
+verleende tot het terras, dat uitzicht op de vlakte had.
+
+Eenmaal daar aangekomen, zou de ontsnapping met het touw, dat daar hing
+en tot aan den grond reikte, gemakkelijk te volvoeren zijn. Daartoe
+had men weldra besloten.
+
+"Kom!" zei Pescadospunt, terwijl hij Sava Sandorf de hand reikte. "Kom,
+het is nu tijd."
+
+"Kom!" zei het jonge meisje, die onbeschroomd hare hand in de zijne
+legde. "Ik ga met u mede."
+
+Hij was op het punt, om de deur van het vertrek te openen toen
+eensklaps voetstappen op de marmeren vloersteenen van de galerij
+vernomen werden. Ter zelfder tijd weerklonk eene stem, die eenige
+woorden op gebiedende wijs uitsprak.
+
+Pescadospunt had de stem van Sarcany herkend. Ja, hij was het die in
+allerijl naar Sava's kamer toetrad.
+
+Bewegingloos bleef de acrobaat een poos op den drempel van de deur
+staan.
+
+"Hij is het"... fluisterde het jonge meisje. "Hij is het!... God zij
+ons genadig!..."
+
+"Ja, dat hoor ik," antwoordde Pescadospunt eveneens fluisterend. "Maar
+wat te doen?"
+
+"Als hij u hier vindt..."
+
+Het meisje aarzelde.
+
+"Nu, wat dan?"
+
+"Dan zijt gij verloren! Reddeloos verloren! O God, wat zal hier
+gebeuren?"
+
+"Ja, maar hij zal mij niet vinden!"
+
+"Hoe wilt gij doen?... Ontkomen is thans niet meer mogelijk", was
+Sava's meening.
+
+Maar Pescadospunt antwoordde op die vraag niet.
+
+De vlugge acrobaat had zich op den grond uitgestrekt en toen, met eene
+rappe en behendige beweging, die hij zoo dikwijls op de kermissen,
+bij het verrichten zijner meesterstukken volvoerd had, wikkelde hij
+zich in een van de tapijten, die op den vloer uitgestrekt lagen,
+en waarvan hij een punt met vlugge hand gegrepen had, en rolde zich
+toen tot in den donkersten hoek van het vertrek. Niemand zou daar in
+dat pak een menschelijk wezen vermoed hebben.
+
+Juist was hij daarmede klaar, toen de deur vrij luidruchtig open ging,
+waardoor Sarcany en Namir binnentraden. Eenmaal binnen, sloten zij
+de deur achter zich toe.
+
+Sava had middelerwijl weer plaats op den divan genomen. Zij hield
+zich zoo bedaard mogelijk en geen van beide nieuwaangekomenen
+bemerkten iets.
+
+Met welk oogmerk kwam haar Sarcany thans opzoeken?... Dat was de vraag,
+die Sava bezig hield.
+
+Zou hij weer moeite komen doen, om hare weigering tot dat gehate
+huwelijk te overwinnen?
+
+Om het even! Sava Sandorf gevoelde zich thans sterk! Zij wist, dat
+Piet Bathory levend was, dat hij haar buiten wachtte!
+
+Pescadospunt lag, steeds in het tapijt gerold, in den hoek, en al
+kon hij niets zien, zoo kon hij toch alles hooren, wat er gezegd
+werd. Niets zou hem ontsnappen.
+
+"Sava," begon Sarcany, "morgen ochtend zullen wij dit huis verlaten,
+om ons elders te vestigen."
+
+Het jonge meisje antwoordde niet. Het was alsof tot haar niet
+gesproken werd.
+
+"Ik wil evenwel niet van hier gaan," vervolgde Sarcany, "zonder
+dat gij in ons huwelijk toegestemd zult hebben, ja, zonder dat het
+voltrokken zal zijn..."
+
+Hij wachtte een oogenblik. Maar geen antwoord liet zich hooren. Sava
+zat slechts te luisteren.
+
+"Alles is gereed." ging hij kalm en bedaard voort, "en gij zult
+dadelijk moeten..."
+
+"Moeten!... Noch nu, noch later!" antwoordde het jonge meisje op
+koelen en vastbesloten toon.
+
+"Sava," hernam Sarcany, alsof hij dat antwoord niet gehoord had,
+"Sava, in ons beider belang is het noodig, dat uwe bewilliging vrij
+geschiede. Begrijpt gij?"
+
+"Wij kunnen nimmer gemeenschappelijke belangen hebben!" antwoordde
+zij trotsch en fier.
+
+"Pas op!... Ik waarschuw u. Trotseer mij niet! Dat is een gevaarlijk
+spel."
+
+En toen het jonge meisje slechts met een verachtelijk glimlachje op
+die bedreiging antwoordde, vervolgde Sarcany:
+
+"Ik meen u te moeten herinneren, dat gij uwe bewilliging reeds te
+Ragusa gegeven hebt"...
+
+"Zoo, meent gij dat?" vroeg Sava hoonend. "Mijne bewilliging te
+Ragusa?... Durft gij daarop nog zinspelen?"
+
+"Ja, die bewilliging hebt gij gegeven."
+
+"De redenen daartoe bestaan niet meer."
+
+"Luister, Sava," hernam Sarcany, wiens gemoed kookte van drift, terwijl
+hij alle moeite deed, om uiterlijk kalm te blijven, zonder dat hem
+dit gelukte, "thans vraag ik voor de laatste maal uwe bewilliging..."
+
+"Onnoodig!"
+
+"Wat is onnoodig?... Maak toch niet zooveel praatjes," antwoordde
+hij kortaf.
+
+"Ja, onnoodig. Die bewilliging zal ik, zoolang een ademtocht mij
+bezielt, weigeren."
+
+Sarcany glimlachte smadelijk. Hij meende zeker te zijn, haar te
+kunnen dwingen.
+
+"O, wees verzekerd, ik zal er de kracht toe hebben!"
+
+"Welnu, die kracht zal ik u ontnemen! Daar is reeds voor gezorgd,
+daar kunt gij op rekenen."
+
+Thans was het aan Sava, om een gebaar te maken. Zij was zich van hare
+kracht bewust.
+
+"Breng mij niet tot het uiterste!" brulde Sarcany. "Ja, die kracht zal
+men u ontnemen, die gij tegen mij aanwendt. Namir zal haar wel weten
+te temmen, en dat uws ondanks, met geweld zelfs, als het moet. Weersta
+mij niet, Sava!... Hoort gij mij? Ik dreig zelden, maar als ik dreig,
+is de uitvoering steeds nabij. Vergeet dat niet."
+
+Steeds diezelfde tergende glimlach. De Tripolitaan stond te trillen
+van woede. Hij hernam evenwel zoo bedaard mogelijk:
+
+"De Imam staat gereed, om ons huwelijk volgens de gebruiken van dit
+land, dat mijn vaderland is, te voltrekken.... Volg mij dus! Wilt
+gij niet goedschiks, dan zal ik u met geweld dwingen."
+
+Bij die woorden trad Sarcany op het jonge meisje toe, dat vlug van
+den divan opsprong en in allerijl naar het uiteinde van het vertrek
+vluchtte.
+
+"Ellendeling!" zei zij, terwijl een waas van verachting hare schoone
+lippen krulde.
+
+"Gij zult met mij meegaan!... O, gij kunt mij onmogelijk ontkomen! Uw
+lot is beslist."
+
+"Met u meegaan?... dat nooit!" sprak het jonge meisje vastberaden
+uit. "Dat nooit! Hoort ge?"
+
+"Gij zult mij volgen!" brulde Sarcany, die zichzelven niet meer
+meester was. "Gij zult!"
+
+"Nooit! Nooit!... Ik herhaal het u tot walgens toe. Nooit! Nooit!"
+
+"Pas op! Ik waarschuw u nogmaals. Dwing mij niet tot gewelddadigheden."
+
+Sarcany had den arm van het jonge meisje gegrepen om haar, geholpen
+door Namir, naar de skiffa te sleepen, waar de Moquaddem Sidi Hassan
+en de Imam hen beiden wachtten.
+
+"Help!... help!" riep Sava verbijsterd uit. "Help!... Help!..."
+
+"Ja, roep maar om hulp!" grinnikte de ellendeling.
+
+"Help!... help!... Piet Bathory, te hulp!"
+
+De arme Sava wrong zich de handen.
+
+"Piet Bathory!..." riep Sarcany spottend uit. "Roept ge de dooden
+te hulp?"
+
+"Neen, Piet Bathory is niet dood!" kreet het jonge meisje in hare
+overspanning. "Hij is levend!... Piet Bathory! te hulp! te hulp! Ik
+smeek u. Help!"
+
+Dat antwoord trof Sarcany en verschrikte hem meer dan de verschijning
+van zijn slachtoffer zou hebben kunnen teweeg brengen. Maar hij
+herstelde zich spoedig.
+
+Piet Bathory levend! Piet Bathory, dien hij met vaste hand
+getroffen had en wiens lijk hij naar het kerkhof te Ragusa had zien
+dragen!... Inderdaad, dat kon slechts in het brein eener krankzinnige
+opkomen.
+
+En, was het niet mogelijk, dat Sava onder den invloed der wanhoop
+krankzinnig was geworden?
+
+Pescadospunt had intusschen dat geheele gesprek gehoord. Door Sarcany
+mede te deelen, dat Piet Bathory niet dood was, had Sava haar leven
+in groot gevaar gebracht. Dat was buiten twijfel. Onze acrobaat
+hield zich dan ook gereed, om met zijn mes in de hand te voorschijn
+te treden, wanneer de ellendeling tot verdere gewelddadigheid zou
+willen overgaan. Niemand zal hem verdenken, dat hij zou aarzelen, om
+toe te stooten, en wie dat zou willen doen, zou waarlijk Pescadospunt
+niet gekend hebben! Hij was in dat oogenblik tot alles in staat, ja,
+zelfs tot een moord!
+
+Maar het zou zoover, Goddank, niet komen. Uitkomst was inderdaad nabij.
+
+Plotseling sleurde Sarcany Namir mede. Hij sloot de deur met geweld
+toe en draaide den sleutel om, ten einde over het lot van het jonge
+meisje te gaan beraadslagen.
+
+Pescadospunt ontrolde zich uit zijn tapijt, toen hij de deur hoorde
+toeslaan, en was met één sprong op de been.
+
+"Kom," zei hij tot Sava. "Kom, nu mag er geen enkel oogenblik
+verloren gaan!"
+
+Deze keek hem verbijsterd aan. "Zijn wij dan niet opgesloten?" vroeg
+zij.
+
+Daar het slot zich aan den binnenkant der deur bevond, beijverde de
+behendige kerel zich de schroeven met den schroevendraaier van zijn
+zakmes los te maken. Dat was slechts kinderspel voor hem! Dat was
+volstrekt niet moeielijk en veroorzaakte geen gedruisch. In weinige
+oogenblikken was hij daarmede dan ook gereed, en stak hij zijn mes
+weer in den zak.
+
+Toen de deur geopend was en zij naar buiten gestapt waren, sloot
+hij haar weer. Daarna schreed Pescadospunt vooruit en sloop door de
+galerij langs den muur der patio.
+
+Het kon toen zoo ongeveer half twaalf in den nacht zijn. Eenige
+lichtstralen ontsnapten nog door de muurversieringen der
+skiffa. Pescadospunt vermeed dan ook zorgvuldig om die zaal voorbij
+te gaan, en richtte zich daarentegen naar den tegenovergestelden hoek
+der binnenplaats, om langs dien de patio te bereiken.
+
+Toen beiden aan de deur van die gang aangekomen waren, volgden zij
+die tot aan het andere uiteinde. Zij hadden nog slechts eenige weinige
+passen af te leggen, om de trap van het minarettorentje te bereiken,
+toen Pescadospunt plotseling bleef staan en Sava Sandorf, wier hand
+de zijne niet losgelaten had, tegenhield. Ook het jonge meisje stond
+toen verschrikt stil.
+
+Drie mannen liepen in de eerste binnenplaats rondom het beschreven
+waterbekken op en neer. De Moquaddem Sidi Hassan--want deze was
+een hunner,--gaf een bevel aan beide anderen. Deze verdwenen bijna
+onmiddellijk daarop langs de trap van het minarettorentje, terwijl
+hun heer een der zijvertrekken binnentrad.
+
+Pescadospunt begreep, dat Sidi Hassan er aan dacht, om den omtrek
+zijner woning te doen bewaken. Dus het was te voorzien, dat wanneer
+het jonge meisje en hij het terras zouden bereiken, dit niet verlaten,
+maar wel degelijk bewaakt zoude zijn. Dat zou wel de noodlottigste
+teleurstelling wezen, die zij zouden kunnen ondervinden. Dat viel
+niet te ontkennen.
+
+"Wij moeten evenwel alles er aan wagen!" zei Pescadospunt vastberaden.
+
+"Ja..... alles!" antwoordde Sava Sandorf, niet minder kloekmoedig.
+
+Beiden bereikten weldra, na de galerij doorgeslopen te zijn, de
+trap, die zij met de meeste voorzichtigheid en zonder eenig gekraak
+te veroorzaken, bestegen. Toen Pescadospunt op de bovenste trede
+aangekomen was, bleef hij staan en keek scherp rondom zich.
+
+Geen gerucht hoegenaamd werd vernomen, zelfs niet de eentonige pas
+van de een of andere schildwacht.
+
+Pescadospunt opende zachtkens de deur en, gevolgd door Sava Sandorf,
+sloop hij langs de schietgaten van den borstweringsmuur.
+
+Plotseling weerklonk nu uit het bovenste gedeelte van het
+minarettorentje een alarmkreet, die door een der wachthebbende
+manschappen geslaakt werd. In hetzelfde oogenblik sprong de andere
+op Pescadospunt toe, terwijl Namir het terras opvloog en het overige
+personeel van den Moquaddem Sidi Hassan zich over de binnenplaatsen
+der woning verspreidde.
+
+Zou Sava Sandorf zich weer laten vatten?... Zou zij weer in handen
+van hare belagers vallen?
+
+Neen!... Wanneer zij andermaal in de macht van Sarcany geraakte,
+dan was zij verloren!... Zij verkoos den dood boven die
+wisselvalligheid! Ja, liever den dood!
+
+Het jonge meisje ijlde, na Gode hare ziel aanbevolen te hebben, naar
+den borstweringsmuur en sprong, zonder een oogenblik te aarzelen,
+van boven het terras naar beneden.
+
+Pescadospunt had den tijd en de gelegenheid niet gehad, om haar te
+weerhouden. Hij velde den man, die hem wilde grijpen, met een stomp
+onder de korte ribben ter neder, daarop greep hij ijlings het touw,
+dat buiten het kanteel werk hing, en eene seconde later was hij buiten
+en aan den voet van de muuromheining aangekomen. Een angstig gevoel
+maakte zich evenwel onmeedoogend van hem meester.
+
+Hij keek rondom zich en huiverde bij de vreeselijke gedachte, die
+bij hem opkwam.
+
+"Sava!... Sava!..." riep hij, terwijl hij zich woest aan de haren
+trok. "Sava!"
+
+En toen hij niet dadelijk antwoord kreeg, herhaalde hij:
+
+"Sava!... Sava!... Och, zou het arme meisje een ongeluk overkomen
+zijn?"
+
+"Hier is de juffer!..." antwoordde hem eene bekende stem. "Schreeuw
+toch zoo niet. Hier is zij!"
+
+"En?..." vroeg Pescadospunt aarzelend.
+
+Hij durfde niet verder.
+
+"En niets gebroken!..." vervolgde de bekende stem. "Neen, haar deert
+niets. Daar heb ik voor gezorgd."
+
+"Niets?"
+
+"Neen!... Ik bevond mij daar juist van pas, om... Maar, pas op!... Wat
+is dat?"
+
+Een kreet van woede, gevolgd door een dof gerucht, brak den volzin
+van Kaap Matifou af.
+
+Namir, door een gevoel van razernij vervoerd, had hare prooi, die
+haar ontsnapte, niet willen verlaten. Zij had ook den sprong gewaagd,
+maar had zich het hoofd op den grond verbrijzeld, zooals dat Sava
+Sandorf ook wedervaren zoude zijn, wanneer de sterke armen van Kaap
+Matifou haar niet opgevangen en in haren val weerhouden hadden.
+
+Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren toegeijld
+en hadden zich bij Kaap Matifou en Pescadospunt aangesloten. Deze
+vluchtten toen terstond naar den kant van het strand. Sava Sandorf
+woog, hoewel zij haar bewustzijn verloren had, niet meer dan eene
+veer voor de stevige armen van haren redder. Hij zou er wel drie
+zulke hebben kunnen dragen.
+
+Toen die kleine bende de kreek bereikte, waar de _Elektriek_ wachtte,
+bevond dokter Antekirrt zich met zijne makkers reeds aan boord, en
+na eenige weinige omwentelingen van de schroef, waren allen buiten
+het bereik hunner vijanden. Het vaartuig stevende de kreek uit en de
+buitenhaven voorbij, en was in weinige oogenblikken in het ruime sop
+en buiten gevaar.
+
+Sava werd in het salon gebracht. Toen zij daar met dokter Antekirrt
+en Piet Bathory alleen was, keerde het bewustzijn weder. Zij vernam
+toen, natuurlijk met veel aandoening, dat zij de dochter van graaf
+Mathias Sandorf was!... Zij bevond zich weldra in de armen en aan
+de borst van haren vader. Welke aandoeningen die man toen ondervond,
+zal de lezer waarschijnlijk wel bevroeden. Eene menschelijke pen is
+onbekwaam die naar eisch weer te geven.
+
+
+
+
+
+X.
+
+ANTEKIRRTA.
+
+
+Vijftien uren nadat zij de kust van Tripoli verlaten had, werd de
+_Elektriek 2_ door den uitkijk van Antekirrta geseind. Het vaartuig
+was toen nog maar ter nauwernood zichtbaar, maar in den namiddag
+lag het in de binnenhaven van het eiland ten anker. Dokter Antekirrt
+was tevreden, en moest erkennen, dat die overtocht binnen den kortst
+mogelijken tijd volvoerd was.
+
+De lezer zal gemakkelijk kunnen gissen, welke ontvangst het geachte
+hoofd van het eiland en zijne wakkere tochtgenoten ten deel viel.
+
+Hoewel Sava zich nu geheel en al buiten gevaar bevond, werd er toch
+besloten, dat de banden, die haar aan dokter Antekirrt verbonden,
+stipt geheim zouden gehouden worden. Daar bestonden redenen voor, en
+ieder die met de ware toedracht bekend was, verbond er zich toe. Die
+waren trouwens niet veel, namelijk: Piet Bathory, zijne moeder,
+Luigi en Maria Ferrato, Kaap Matifou en Pescadospunt.
+
+Graaf Mathias Sandorf wilde onbekend blijven, totdat hij volledig de
+taak zou vervuld hebben, die hij op zich genomen had. Maar het was
+voldoende, dat Piet Bathory, die voor hem een zoon was,--zoo veel hield
+hij van hem,--verloofd was met Sava Sandorf, om overal en van alle
+kanten de vreugde te ontwaren, die dan ook door allen, op werkelijk
+aandoenlijke wijze aan den dag gelegd werd, zoowel op het stadhuis
+als in Artenak, de kleine hoofdplaats van het eiland Antekirrta.
+
+De lezer zal zich gewis ook kunnen voorstellen, wat mevrouw Bathory
+moest ondervinden, toen Sava na zooveel beproevingen teruggevonden
+en haar weergegeven was! Die goede vrouw gevoelde zich inderdaad zoo
+gelukkig mogelijk.
+
+Het jonge meisje herstelde spoedig. Weinige dagen van geluk waren
+voldoende, om haar de volle gezondheid weer te geven.
+
+Wat Pescadospunt betreft, die brave kerel had zijn leven gewaagd;
+dat was ontwijfelbaar en dat viel niet te ontkennen, maar volgens
+hem was dat zeer natuurlijk, en er bestond geen mogelijkheid om
+hem daarover althans in woorden erkentelijkheid te betuigen. Piet
+Bathory had hem zoo innig aan zijn hart gedrukt en dokter Antekirrt
+had hem met zulk een goedaardigen blik aangekeken, dat hij verder
+niets hooren wilde. Volgens zijne gewoonte daarenboven, kende hij de
+geheele verdienste van de redding aan Kaap Matifou toe. Ja, aan Kaap
+Matifou, zijn tweeling-broeder als het ware.
+
+"Ziet ge," herhaalde hij telkens, "dat is de man, dien gij moet
+bedanken. Niet mij!..."
+
+"Loop heen," sprak de reus, half lachende, half gebelgd. "Loop heen
+met je praatjes!"
+
+"Hij heeft alles gedaan," ging Pescadospunt voort. "Hij alleen,
+die sterke vent."
+
+"Ik? Neen, hij!"
+
+"Ja, hij, die Kaap van mijn hart! Als hij er niet geweest was, dan
+waarachtig ..."
+
+"Nogmaals, loop heen! Je brengt mij waarlijk uit mijn humeur!" zei
+de Hercules blozend.
+
+"Als die goede Kaap niet zooveel behendigheid bij de oefening met dien
+staak aan den dag had gelegd, dan zou ik niet met een sprong binnen het
+huis van dien akeligen Moquaddem Sidi Hassan hebben kunnen dringen...."
+
+"Schei uit! Je maakt mij inderdaad zeeziek! Je bent een nare
+kerel! Hoor je?"
+
+"En Sava Sandorf", ging Pescadospunt voort, zonder op de onderbreking
+van Kaap Matifou te letten, "zou den dood gevonden hebben, wanneer
+mijn dierbare Kaap niet daar geweest was, om haar in zijn armen op
+te vangen!"
+
+"Dat is waar," sprak het jonge meisje met een schalkschen
+glimlach. "Dat is ontwijfelbaar waar, mijnheer Matifou!"
+
+"Zal je nu eindigen!" sprak Kaap Matifou half gebelgd tot Pescadospunt.
+
+"Waarom? Waarom zou ik eindigen? Ik spreek slechts de waarheid,
+dat kan niemand ontkennen."
+
+"Gij gaat te ver, want het denkbeeld, om..."
+
+"Zwijg, Kaaplief!" viel hem Pescadospunt in de rede.
+
+"Waarom zou ik nu moeten zwijgen? Ik wil en zal thans spreken! Hoort
+ge? Niemand zal mij dat beletten."
+
+"Drommels, ik ben niet sterk genoeg, om complimenten van dat gehalte
+in ontvangst te nemen, terwijl gij..."
+
+"Nu terwijl ik?" vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijne mouwen
+opstroopte en zijne Hercules-armen met welgevallen beschouwde. "Nu,
+ga voort, terwijl ik?..."
+
+"Kom, laten wij onzen tuin gaan bebouwen en verzorgen", zei
+Pescadospunt lachende. "Daar zullen die cyclopen-armen te pas
+komen. Wij hebben onze plantage te lang verwaarloosd."
+
+"Cyclopen-armen!..." pruttelde Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend
+volgde. "Gij zoudt willen, dat gij uwe magere asperges tegen die
+cyclopen-armen kondet verruilen. Wacht maar... die cyclopen-armen
+zullen je die plagerijen wel betaald zetten!..."
+
+Pescadospunt schaterde het uit, maar antwoordde niet en trok zijn
+vriend met zich voort.
+
+Kaap Matifou zweeg verder; maar eindigde met zich alle gelukwenschen
+te laten aanleunen, alleen "om zijn kleinen Pescadospunt niet te
+ontstemmen." Dat duidde op een goedig karakter. Maar ieder was dat
+van den zachtaardigen reus gewoon.
+
+Er werd besloten, dat het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf
+al zeer spoedig, namelijk op den 9den November zoude voltrokken
+worden. Wanneer onze jonge vriend de echtgenoot van Sava geworden
+zou zijn, zou hij dadelijk beginnen, om de rechten zijner vrouw op
+de erfenis van graaf Mathias Sandorf te doen erkennen. De brief
+van mevrouw Toronthal liet omtrent de geboorte en de afkomst van
+het jonge meisje geen twijfel bestaan. Wanneer het daarenboven
+noodig zoude zijn, dan zou men wel eene gelijkluidende verklaring
+van den bankier verwerven. Het behoeft niet verzekerd te worden,
+dat de noodige formaliteiten daarbij betracht werden, vooral omdat
+Sava Sandorf nog niet meerderjarig was en derhalve den leeftijd nog
+niet bereikt had, om hare rechten te doen eerbiedigen. Inderdaad,
+zij zou haar achttiende jaar eerst over zes weken bereiken.
+
+Er moet bovendien bij verteld worden, dat in dat verloopen tijdvak van
+vijftien jaren, een wijziging in de staatkunde plaats had gegrepen,
+geheel ten voordeele van de Hongaarsche kwestie, en waaruit een betere
+toestand geboren was, vooral ten opzichte van de herinnering, die de
+zoo plotseling bedwongen onderneming van graaf Mathias Sandorf bij
+eenige staatslieden achtergelaten had. Mildere gevoelens zaten bij
+hen voor en zouden hunnen invloed niet missen.
+
+Wat den Spanjaard Carpena en den bankier Silas Toronthal betreft,
+omtrent hun lot zou later afdoend beslist worden, evenwel niet vóórdat
+Sarcany op zijne beurt een plaatsje in de kasematten van Antekirrta
+zoude erlangd hebben. Eerst dan zou de taak van gerechtigheid, die
+dokter Antekirrt ondernomen had, volvoerd mogen heeten. Ja, eerst
+dan zou de deugd beloond en de misdaad gestraft mogen heeten.
+
+Maar terzelfdertijd, dat de dokter de middelen beraamde, om zijn doel
+te bereiken, gebood de noodzakelijkheid ernstig om maatregelen van
+voorzorg voor de veiligheid der kolonie te treffen. Zijne agenten in
+de Cyrenaïsche streken en in het Tripolitaansche Regentschap meldden
+hem toch, dat de Senousistische beweging in belangrijkheid buitengewoon
+toenam, vooral in het villayetschap van Ben Ghazi, dat zich het meest
+in de nabijheid van het eiland Antekirrta bevond. Speciale loopers
+stelden zich onafgebroken in betrekking tot Jerhboub, dat nieuwe
+brandpunt van de Islamitische beweging, zooals de heer Duveyrier
+dat tweede metropolitaansche Mekka noemde, waar toen Sidi Mohammed
+El Mahedi tegenwoordige Grootmeester der Broederschap met zijne hem
+ondergeschikte hoofden van de geheele provincie resideerde. Daar nu
+die Senousisten de waardige nakomelingen zijn van de oude Barbarijsche
+zeeschuimers, dragen zij derhalve een ingekankerden en doodelijken
+haat toe aan een ieder, die tot het Europeesche ras behoort. Dokter
+Antekirrt begreep dan ook, dat hij zeer op zijne hoede moest zijn
+en dat voor het eiland Antekirrta inderdaad zeer gevaarvolle dagen
+aanbreken konden.
+
+En werkelijk, moeten niet aan de Senousisten toegeschreven worden
+de veelvuldige moorden, die sedert twintig jaren op de Afrikaansche
+sterftelijst hebben moeten ingeschreven worden? Als wij Beurman in 1863
+te Kanem hebben zien omkomen, Van der Decken met zijne makkers in 1865
+op de rivier Djouba, mejuffrouw Alexina Tinne en hare volgelingen in
+1865 in de Ouadj Abedjouch, Dournaux Duperré en Joubert in 1874 bij
+den waterput van In Azhar, de paters Paulmier, Bouchard en Menored in
+1876 in de omstreken van In Calah, de paters Richard Morat en Pouplard
+van den zendingspost Ghadames in het noorden van de Azdjer-streek,
+den kolonel Flatters, de kapiteins Masson en De Dianous, den dokter
+Guiard, de ingenieurs Beringer en Roche in 1881 op den openbaren
+weg naar Warglâ, dan moeten alle die moorden toegeschreven worden
+aan die bloeddorstige geaffilieerden, die er toe gedwongen worden de
+Senousistische leer ten opzichte van stoutmoedige landonderzoekers ten
+uitvoer te leggen. Onbedwingbare dweepzucht komt daarbij voornamelijk
+in het spel. Dat is niet te betwisten.
+
+Omtrent dit onderwerp onderhield dokter Antekirrt zich zeer dikwijls
+met Piet Bathory, met Luigi Ferrato, met de gezagvoerders zijner
+flottilje, met de hoofden zijner militie en met de voornaamste
+notabelen van zijn klein eiland.
+
+Zou Antekirrta een aanval van die schrikkelijke zeeschuimers kunnen
+weerstaan?
+
+Ja, ongetwijfeld, hoewel het geheele versterkingsplan nog niet geheel
+ontworpen, en sommige vestingwerken nog niet voltooid waren, zeker
+zou Antekirrta zich kunnen verdedigen, evenwel in het geval dat de
+aanvallers niet te talrijk zouden zijn.
+
+Van eene andere zijde beschouwd, zouden de Senousisten er eenig belang
+bij hebben, het eiland te bemachtigen?
+
+Voorzeker, daar het de geheele Sidragolf beheerschte, die door de
+kusten van de Cyrenaïsche en Tripolitaansche streken omzoomd en gevormd
+werd. Voor hen vormde dat eiland als het ware een strategische knoop
+en was dus zeer belangrijk.
+
+De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat ten zuidwesten van
+Antekirrta het eilandje Kenkrof op een afstand van ongeveer
+twee mijlen gelegen was. Nu had men den tijd niet gehad, om dat
+eilandje te versterken, en dat dreigde gevaarlijk te worden, in
+het waarschijnlijk geval, dat eene vloot daarvan hare operatiebasis
+wilde maken. Dokter Antekirrt had het dan ook, zooals wij weten, bij
+wijze van voorzorgsmaatregel laten ondermijnen, en thans werd eene
+schrikkelijke ontplofbare stof, de penkrastiet, in de mijngangen, die
+te midden van de rotsachtige massa aangelegd waren, geladen. Verdere
+voorzorgen waren voorloopig niet te nemen.
+
+Er was maar eene electrische vonk noodig, die langs een onderzeeschen
+metaaldraad, die het eilandje met Antekirrta verbond, afgezonden kon
+worden, om Kenkrof, met alles wat zich op zijne oppervlakte bevond,
+in de lucht te doen vliegen en te vernietigen.
+
+Ziehier, wat omtrent de andere verdedigingswerken van het eiland
+verricht was.
+
+De kustbatterijen waren in goeden staat gebracht en wachtten slechts
+dat de aangewezen bedieningsmanschappen der militie hunne posten kwamen
+innemen. Het centraal conisch fortje was gereed om vuur te kunnen
+geven met zijne stukken, die zeer ver droegen. Talrijke torpedo's,
+die in het vaarwater gezonken lagen, verdedigden den toegang der
+haven. Ook de _Ferrato_ en de beide _Elektrieks_ waren tot handelen
+gereed, hetzij om den aanval verdedigenderwijze tegen te gaan, hetzij
+om bij den uitval op de aanvallende vloot in te loopen. Inderdaad,
+de verdedigingsmiddelen van het kleine eiland Antekirrta waren niet
+gering te schatten.
+
+Toch had het eiland eene kwetsbare plaats, namelijk de zuidwestelijke
+kust. Daar was eene strook, die niet door het vuur der strandbatterijen
+en door dat van het fortje bestreken werd, en waar dus gemakkelijk
+troepen konden ontscheept worden. Men had nog geen tijd gehad, om
+daar het versterkingsplan te voltooien. Dat was wel te betreuren.
+
+Daar bestond het gevaar, en misschien was het reeds te laat, om
+afdoende verdedigingswerken te ontwerpen en daar te stellen. Maar
+daaraan was nu in de gegeven omstandigheden niets meer te doen. Maar
+was het, alles wel beschouwd, onwraakbaar zeker, dat de Senousisten
+plan hadden, om het eiland Antekirrta aan te tasten?
+
+Dat was toch, bij eenig nadenken, eene zaak van belang, ja eene
+gevaarlijke onderneming, die daarenboven een belangrijk materiëel
+vorderde. Luigi Ferrato kon aan dat plan niet gelooven en twijfelde
+nog. Dat gaf hij eens te kennen bij gelegenheid dat dokter Antekirrt,
+Piet Bathory en hij de versterkingswerken van het eiland in oogenschouw
+namen.
+
+"Wat zouden zij hier komen doen?" vroeg hij. "Neen, op Antekirrta
+hebben zij het oog niet gevestigd."
+
+"Dat 's mijne meening niet," antwoordde dokter Antekirrt. "Het eiland
+is rijk, het beheerscht de streken, die aan de Syrtische Zee gelegen
+zijn. Al bestonden ook slechts die redenen, geloof mij, dan zou het
+eiland toch vroeg of laat aangevallen worden; want de Senousisten
+hebben er zeer groot belang bij, er zich van te bemachtigen!"
+
+"Meent gij?" vroeg Luigi Ferrato hoofdschuddende en nog steeds
+ongeloovig.
+
+"Niets is zekerder dan dat," vulde Piet Bathory aan. "En mij dunkt, dat
+dit eene gebeurlijkheid is, die ons zeer op onze hoede moet doen zijn!"
+
+"Nu, dat zullen wij!... Maar, intusschen wil het bij mij er nog maar
+niet in..."
+
+"Wat mij vooral aan een aanstaanden aanval doet gelooven," hernam
+dokter Antekirrt, "dat is, dat Sarcany tot de geaffilieerden van de
+Khouâns behoort, en het is mij bekend, dat hij vroeger steeds voor
+hen als agent in het buitenland werkzaam is geweest... Hij was het,
+die wapens, kruit en lood voor hen opkocht."
+
+"Dat is zoo, maar..."
+
+"Herinnert u nu, mijne vrienden, dat Pescadospunt in het huis van den
+Moquaddem een onderhoud tusschen Sarcany en Sidi Hassan afgeluisterd
+heeft. In dat onderhoud werd de naam van het eiland Antekirrta
+herhaaldelijk uitgesproken... Mij dunkt, dat dit zijne beteekenis
+moet hebben. Zijt gij ook niet van die meening?"
+
+"Ja, maar..."
+
+"Sarcany weet," ging de dokter onverstoorbaar voort, "dat het eiland
+mij toebehoort, dat wil zeggen aan den man, die een schrik voor hem is,
+aan den man die Zirone op de hellingen van den Etna deed aanvallen..."
+
+"Jawel, maar welke..."
+
+"Dus, omdat hij daarginds op het eiland Sicilië niet geslaagd is, zal
+hij ongetwijfeld hier trachten te slagen en dat met veel meer kansen in
+zijn voordeel. Mij dunkt toch, Luigi, dat die redeneering steek houdt."
+
+"Heeft hij een persoonlijken haat jegens u, heer dokter?" vroeg
+Luigi Ferrato.
+
+Antekirrt trok onverschillig de schouders op. De haat van zoo'n
+aterling scheen hem niet te deeren.
+
+"Kent hij u ten minste?" vroeg de jonge zeeman, die zich zoo gauw
+niet gewonnen gaf, met aandrang.
+
+"Het is mogelijk, dat hij mij te Ragusa gezien heeft," antwoordde
+dokter Antekirrt.
+
+"Maar dat is niet voldoende om..."
+
+"In ieder geval," ging de dokter voort, "kan het hem niet onbekend
+gebleven zijn, dat ik in die stad in aanraking gekomen ben met de
+familie Bathory..."
+
+"Dat is te zeggen...."
+
+"Daarenboven moet hem op het oogenblik, toen Pescadospunt Sava uit
+het huis van den Moquaddem Sidi Hassan ontvoerde, bekend geworden
+zijn, dat Piet Bathory nog leefde. Dat alles moet in zijn geest eenig
+verband gezocht hebben, en hij kan er niet aan twijfelen, dat èn Piet
+èn Sava eene schuilplaats op het eiland Antekirrta gevonden hebben. Die
+gedachte alleen is meer dan genoeg, om er hem toe te brengen, het
+geheele Senousistische hondenpak tegen ons aan te voeren. En van die
+hebben wij geene genade te verwachten, wanneer zij er in slaagden,
+ons eiland te overweldigen."
+
+Die redeneering was volstrekt niet zonder grond. Het was meer dan
+zeker, dat Sarcany nog niet wist, dat dokter Antekirrt en Graaf
+Mathias Sandorf slechts één persoon uitmaakten. Hij wist evenwel
+genoeg, om alles in het werk te stellen, ten einde de erfgename van het
+domein Artenak weer in handen te krijgen. Niemand zal er zich dus over
+verwonderen, dat hij den Kalief aangezet had, om een krijgstocht tegen
+de Antekirrtsche volksplanting uit te rusten! Hij had zelfs aangeboden,
+den aanval te besturen en te geleiden. Een lafaard was Sarcany niet.
+
+Men bereikte evenwel eindelijk den 3en December, zonder dat iets
+geschied was, hetgeen op een aanstaanden aanval kon duiden. Het
+was tot dien datum in den omtrek van het eiland Antekirrta volkomen
+rustig gebleven.
+
+Er mag niet uit het oog verloren worden, dat de vreugde over het
+weerzien en het geluk, om zich eindelijk allen te zamen vereenigd te
+vinden, allen, behalve den dokter, als in eene betoovering besloot,
+die voor de gedachten aan eene ernstige toekomst weinig, zeer weinig
+overliet. Het aanstaande huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf
+vervulde aller harten en aller hoofden. Iedereen trachtte zich zelven
+de overtuiging op te dringen, dat de ongeluksdagen voorbij waren en
+dat zij niet meer wederkeeren zouden. Hoe zou men zich intusschen
+daarin vergissen!
+
+Het moet ten volle erkend worden, dat Pescadospunt en Kaap Matifou
+de algemeene gerustheid volmaakt deelden. Zij gevoelden zich zoo
+overgelukkig over het geluk der anderen, dat zij als het ware in
+een voortdurenden staat van verrukking verkeerden. Zij betrachtten
+dat geluk, hetwelk zij toch teweeg gebracht hadden, voortaan als
+onverstoorbaar.
+
+"Het is om, bij mijn ziel, niet aan te gelooven," herhaalde
+Pescadospunt voortdurend.
+
+Waarop Kaap Matifou, steeds onbevattelijk, onveranderlijk antwoordde
+met de vraag:
+
+"Waaraan valt niet te gelooven? Op het vraagstuk omtrent geloof ben
+ik nog al gemakkelijk."
+
+"Wel," antwoordde Pescadospunt dan lachende, "dat gij een dikke,
+vette rentenier gaat worden, en dat...."
+
+"En dat?" vroeg Kaap Matifou dan ongeduldig. "Waarom gaat gij niet
+voort? Zeg?"
+
+"En, dat ik er aan denk, om je te laten trouwen!"
+
+"Mij?" riep de reus verbouwereerd uit. "Kom, ge houdt mij voor
+den gek!"
+
+"Ja, gij trouwen! Gij in eigen persoon!"
+
+"Ik, trouwen?... Het is inderdaad, om het uit te gieren van lachen,"
+hernam Kaap Matifou, die inderdaad zijn buik vasthield.
+
+"Ja,... en met een lief klein vrouwtje!" ging Pescadospunt met een
+onverstoorbaar ernstig gelaat voort.
+
+"Houdt ge me voor den gek! Zeg het dan bijtijds, dan kan ik de plaat
+poetsen."
+
+"Komaan, komaan, een lief klein vrouwtje... Is je dat nu voor den
+gek houden?"
+
+"Waarom moet ze klein zijn?" vroeg Kaap Matifou plotseling nurksch
+geworden. "Mij dunkt, dat ik niet zoo heel klein ben."
+
+"Verduiveld, ja... Je bemerking is juist... Een klein vrouwtje zou
+niet bij je passen!..."
+
+"Welnu?"
+
+"Ge moet eene mooie vrouw hebben, maar onmetelijk van omvang... Mevrouw
+Kaap Matifou moet iets kolossaals zijn, niet waar?... Zoo iets als
+een klokketoren! Wat denkt ge er van?"
+
+"Dat ge andermaal spot!"
+
+"Neen, Kaap van mijn hart, wij zullen je zoo'n vrouw bij de Patagoniers
+gaan zoeken!"
+
+"Loop naar den duivel! Dan ben je met je plagerijen een eind uit de
+buurt! Goede reis!"
+
+Maar in afwachting, dat men voor Kaap Matifou eene wederhelft zou
+vinden, die hem en ook zijner gestalte waardig zoude zijn, hield
+Pescadospunt zich voornamelijk met het huwelijk van Piet Bathory
+en Sava Sandorf bezig. Hij beraamde en overwoog, natuurlijk met
+toestemming van dokter Antekirrt, de openbare feestelijkheden,
+welke bij die gelegenheid, waarbij kermisspelen toegelaten, waarbij
+gezangen voorgedragen en danspartijen georganiseerd zouden worden,
+plaats zouden hebben. Dat daarbij saluutschoten uit alle stukken
+geschut van het eiland niet zouden vergeten worden, alsook niet
+een monsterachtig feestmaal in de open lucht, met eene serenade
+aan de jonggehuwden, waarna een solemneele taptoe met fakkellicht,
+bekroond door een prachtig vuurwerk, zal wel niet behoeven vermeld te
+worden. Hij, hij Pescadospunt, zou voor dat alles zorgen. Bij zoo iets
+was hij in zijn waar element. Het feest zou prachtig, zou schitterend
+wezen! Men zou er lang, zeer lang over praten! Het zou eeuwig in de
+herinnering der bewoners blijven! Leve! Leve de jonggehuwden!
+
+De vreugde zou echter van korten duur zijn. Een flikkervlam, niets
+anders. Een waar stroovuur!
+
+Al die plannen zouden door de gebeurtenissen in hunne geboorte
+verstikt, althans uitgesteld worden.
+
+In den nacht van den 3den op den 4den December,--een uiterst kalme
+nacht, die evenwel door een dik wolkendak verduisterd werd--weerklonk
+plotseling een electrische schel op het Stadhuis in het vertrek van
+dokter Antekirrt. Dat was een afgesproken alarmsignaal.
+
+Het was toen ongeveer tien uur in den avond. De bewoners van het
+Stadhuis zaten gezellig bij elkander.
+
+De dokter en Piet verlieten op dat sein het salon, waarin zij den
+avond met mevrouw Bathory en met Sava Sandorf doorgebracht hadden. De
+dames bleven, door een soort van voorgevoel vervoerd, wel eenigermate
+ongerust achter.
+
+Toen de heeren in het kabinet gekomen waren, ontwaarden zij dat
+het signaal kwam van den observatie-post, die op den top van den
+centraalheuvel van het eiland Antekirrta geplaatst was. Vandaar had
+men een ruim uitzicht.
+
+Vragen en antwoorden werden natuurlijk onmiddellijk gewisseld. Men
+zou niet lang in twijfel verkeeren.
+
+De strandwachters en uitkijkers seinden de nadering eener flottilje
+aan den zuidwestkant van het eiland. Het aantal en de aard van de
+vaartuigen, waaruit die flottilje bestond, was door de heerschende
+duisternis nog niet aan te geven. Maar dat zij talrijk waren, werd
+door alle waarnemers op het nadrukkelijkst bevestigd.
+
+"Wat denkt gij er van?" vroeg Piet Bathory aan dokter Antekirrt,
+die als in gedachten verzonken stond.
+
+"Wij moeten den Raad bij elkander roepen," antwoordde deze, na een
+oogenblik peinzen.
+
+"Juist!" zeide Piet; "maar mij dunkt, dat er haast bij is."
+
+In minder dan tien minuten waren, behalve de dokter en Piet, ook
+Luigi Ferrato en de gezagvoerders Narsos en Ködrik en de hoofden van
+de militie op het Stadhuis vergaderd.
+
+Onmiddellijk werd hen mededeeling gedaan van de waarschuwingen, die van
+de kustwachters en uitkijkers ingekomen waren. Een kwartier later waren
+allen, na een bezoek aan de haven gebracht te hebben, op het uiteinde
+van de lange pier, waarboven het kustlicht helder brandde, vergaderd.
+
+Van dit punt, dat slechts zeer weinig boven de oppervlakte der
+zee verheven was, was het onmogelijk de flottilje te ontwaren, die
+door de kustwachters, op den top van den centraalheuvel geplaatst,
+ontdekt was. Maar wanneer men den gezichteinder schel verlichtte, zou
+het ongetwijfeld mogelijk zijn het aantal dier vaartuigen te weten
+te komen, alsook waar en onder welke omstandigheden zij de kusten
+meenden te kunnen naderen en bereiken. De meeste stemmen waren voor
+die verkenning.
+
+De vraag werd evenwel door eenigen geopperd, of het niet onvoorzichtig
+was zoo de ware ligging van het eiland te kennen te geven? De dokter
+meende van neen. Als het de lang verwachte vijand was, dan kwam die
+niet blindelings. Die kende de ligging van het eiland Antekirrta zeer
+goed, en dan zou niets hem kunnen beletten het te bereiken.
+
+De galvanische stroom werd dus in werking gesteld en weldra,
+dank zij der kracht van twee electrische stralenbundels, die de
+zee verlichtten, lag een breede sector van den gezichteinder bloot
+voor het onderzoekende oog van de bewoners van Antekirrta, die den
+gezichteinder angstvallig en zorgvuldig peilden.
+
+De kustwachters hadden zich helaas! niet vergist. Dat bleek al heel
+spoedig.
+
+Tweehonderd vaartuigen, op zijn minst gerekend, naderden in breede
+linie het eiland. Het waren voornamelijk chebekken, polacres,
+trabacolos, sacolieven, en eene menigte anderen van minder gehalte. Dat
+was zonder eenigen twijfel de flottilje der Senousisten, die deze
+zeeschuimers van uit alle havens der Afrikaansche kuststreek van heinde
+en verre hadden bij elkander gehaald, en die thans herwaarts stevende.
+
+Daar er volkomen windstilte heerschte en geen briesje de zeilen
+deed zwellen, moesten de opvarenden noodzakelijk roeien. Dat had te
+minder bezwaar, daar de kustbewoners aan zulk werk gewoon waren, en de
+afstand tusschen de Cyrenaïsche kust en het eiland betrekkelijk kort
+was, zoodat de overtocht gevoegelijk zonder wind kon geschieden. De
+kalmte der zee begunstigde zelfs hunne plannen, daar de verscheping
+nu niet door eene altijd gevaarlijke branding bemoeielijkt zou
+worden. Daarenboven, een zeilend vaartuig is nimmer zoo van zijne
+bewegingen zeker, als een vaartuig dat geroeid wordt.
+
+De flottilje bevond zich in dat oogenblik nog op een afstand van
+ruim vier of vijf mijlen ten zuidwesten van het eiland. Zij zoude
+dus niet voor zonsopgang den oever kunnen bereiken. Dat scheen in de
+plannen der opvarenden te liggen; want het zou zeer onvoorzichtig te
+noemen zijn, voordat het dag was, hetzij den aanval te ondernemen,
+hetzij om te pogen om gewelddadig den ingang van de haven binnen te
+dringen, hetzij om eene ontscheping op het zuidelijk gedeelte der
+kust van Antekirrta te bewerkstelligen, hetwelk, zooals wij weten,
+in onvoldoend verdedigbaren toestand verkeerde. Het was dan ook voor
+een ieder duidelijk, dat de opvarenden geen haast maakten en den dag
+wilden afwachten.
+
+Toen de naderende flottilje behoorlijk verkend was, werden de
+electrische lichtbronnen uitgedoofd, waardoor de gezichteinder
+weer in het duister gehuld werd. Dit geschiedde bij wijze van
+voorzichtigheidsmaatregel. Men wilde zien, zonder gezien te worden.
+
+Er bleef dus niets anders over, dan het aanbreken van den dag af
+te wachten.
+
+Inmiddels evenwel betrokken alle manschappen der militie, op bevel
+van dokter Antekirrt, de hun reeds vroeger aangewezen posten. Het kon
+toch zijn, dat de flottilje niet vereenigd was, en een afgezonderd
+gedeelte elders trachtte te landen.
+
+Men moest gereed zijn, om eerste slagen toe te brengen. Daarvan hangt
+veelal de uitslag van eene krijgsonderneming af. Hij die den eersten
+slag toebrengt, heeft in den regel veel, zeer veel voor.
+
+Het was thans zoo goed als zeker, dat de aanvallers er niet meer aan
+konden denken, het eiland te overvallen, daar de bundels lichtstralen,
+die de waakzaamheid der opgezetenen wel is waar verraden hadden,
+dezen tevens gelegenheid gegeven hadden, om het aantal der aanvallers
+en de algemeene richting, welke zij namen, waar te nemen.
+
+Men waakte gedurende de laatste nachtelijke uren met de grootste
+zorgvuldigheid en nauwgezetheid. Herhaaldelijk verlichtte men nog
+den gezichteinder, hetgeen voornamelijk ten doel had, om het punt,
+waar de flottilje zich bevond, meer nauwkeurig waar te nemen, en zoo
+haren voortgang en de richting, die zij nam, oplettend te volgen. Men
+bleef in de overtuiging, dat men, alvorens het dag was, voor geene
+vijandelijkheden te vreezen had.
+
+Dat de aanvallers talrijk waren, daaromtrent kon hoegenaamd geen
+twijfel bestaan.
+
+Of zij voldoend materiëel met zich voerden, om opgewassen te zijn tegen
+de batterijen van Antekirrta, en dezen tot zwijgen te kunnen brengen,
+was minder zeker en natuurlijk niet uit te maken. Misschien ontbrak
+het hun wel geheel en al aan vesting- of positie-geschut. Maar al kon
+zoo iets aangenomen worden, zoo waren toch de Senousisten door hunne
+overgroote getalsterkte, waardoor de hoofden zich in staat gesteld
+zagen, het eiland op verschillende punten tegelijk te laten aantasten,
+zeer gevaarlijk en zeer te vreezen. Daarenboven, dokter Antekirrt
+was van meening, dat men zijn vijand nimmer te licht moet achten.
+
+Eindelijk brak de dag aan, en de eerste zonnestralen verdreven in
+weinige oogenblikken de laatste nevelbanken, die bij den horizon op
+de oppervlakte der zee waren blijven hangen.
+
+Aller blikken wendden zich toen met eene zekere spanning naar de
+zee ten oosten en ten zuiden van het eiland Antekirrta. Wat men toen
+ontwaarde, was verre van geruststellend.
+
+De vaartuigen der flottilje ontwikkelden zich toen in eene lange
+linie, die zich bij hare uiteinden eenigermate omboog, om zoo het
+eiland te omsluiten. En dat was eene uiterst gevaarlijke beweging,
+dat moesten de bewoners van Antekirrta erkennen.
+
+Inderdaad, daar waren meer dan tweehonderd vaartuigen in het gezicht,
+waaronder er waren van een laadvermogen van dertig tot veertig
+tonnen. Ongetwijfeld konden die te zamen eene macht van vijftienhonderd
+tot tweeduizend gewapenden aan boord hebben. Met een weinig goeden wil,
+waren er veel meer te bergen.
+
+Het was ongeveer vijf uren in den morgen, toen de flottilje ter hoogte
+van het eiland Kenkrof aangekomen was.
+
+Zouden de aanvallers dat eilandje aandoen en daarop post vatten,
+alvorens het hoofdeiland direct aan te tasten? Als ze dat deden,
+zou dat een zeer gelukkige omstandigheid zijn; want dan zouden de
+mijnwerken, door dokter Antekirrt aangelegd, al dadelijk in werking
+kunnen komen en, zoo niet de oplossing en het einde van het vraagstuk
+daarstellen, dan toch reeds bij het begin van den aanval den uitslag
+voor de aanvallende Senousisten hachelijk maken. Hunne gelederen zouden
+dan zoo gedund kunnen worden, dat verslagenheid niet zoude uitblijven.
+
+Een half uur kroop in de grootste spanning voorbij. Het was, alsof
+de minuten uren waren.
+
+Een oogenblik kon de meening gelden, dat de vaartuigen, die het
+eilandje langzamerhand genaderd waren, zouden landen en daar eene
+ontscheping bewerkstelligen... Men tuurde... men wachtte...
+
+Daar kwam evenwel niets van. Het was, alsof de aanvallers het
+gevaarlijke dier plek roken.
+
+Geen enkele sloep legde daar aan, en de vijandelijke aanvals-linie boog
+meer zuidwaarts af, terwijl zij het eilandje rechts liet liggen. De
+opvarenden maakten daarbij alle haast, en repten hunne roeiriemen
+zoo krachtig zij maar konden.
+
+De uitgevoerd wordende beweging was duidelijk. Het was nu voor allen
+begrijpelijk, dat het eiland Antekirrta direct aangevallen, of beter
+gezegd, door de Senousisten overstroomd zoude worden. Overstroomd is
+het ware woord, want nu de flottilje naderbij kwam, ontwaarde men,
+dat zij zeer sterk bemand was.
+
+"Thans blijft ons niets anders over, dan ons te verdedigen!" zei
+dokter Antekirrt tot de hoofden der militie. "Is dat ook niet uw
+oordeel? Spreek onbewimpeld!"
+
+"Ja! ja!" riepen allen. "En wij zullen ons verdedigen! Als het moet,
+tot den laatsten man!"
+
+Een sein werd oogenblikkelijk gegeven. Het geheele personeel, dat
+buiten verspreid was, spoedde zich in allerijl naar de stad, waar
+iedereen den post innam, die hem bij voorbaat aangewezen was. Dat was
+in weinige minuten geschied. De versterkte punten waren nu behoorlijk
+bezet en de omstreken geheel verlaten. Vrouwen en kinderen hadden
+zich in de hoofdplaats teruggetrokken.
+
+Op bevel van dokter Antekirrt, nam Piet Bathory het commando op zich
+over het zuidelijk gedeelte van de vestingwerken. Luigi Ferrato kreeg
+het bevel over het oostelijk gedeelte. Zoo konden zij behoorlijk
+hunne manschappen overzien.
+
+De verdedigers van het eiland--bestaande uit hoogstens vijf honderd
+militieplichtigen--werden zoodanig verdeeld, dat zij overal tegen
+den vijand konden optreden, waar deze pogen mocht den walgang der
+stad aan te tasten. Wat den dokter betrof, die bleef het opperbevel
+voeren, en hield zich gereed daar op te treden, waar hij meenen mocht,
+dat zijne tegenwoordigheid het meest vereischt werd. Dat was niet de
+gemakkelijkste betrekking, die hij voor zich behouden had.
+
+Mevrouw Bathory en Sava Sandorf moesten in de middenzaal van het
+Stadhuis verblijven. Wat de andere vrouwen betrof, die moesten, in het
+geval de stad bestormd zoude worden, volgens de getroffen beschikkingen
+met hare kinderen een toevlucht in de bomvrije kazematten zoeken,
+waar zij niets te vreezen hadden, zelfs wanneer de belegeraars eenige
+stukken, ter ontscheping geschikt, ter hunner beschikking hadden.
+
+Nu het vraagstuk omtrent het eilandje Kenkrof ongelukkiglijk ten
+nadeele van het hoofdeiland beslist was, moest de aandacht aan de haven
+gewijd worden. Wanneer de flottilje daarin gewelddadig zoude pogen
+binnen te dringen, dan zouden de fortjes op de beide pieren, welker
+vuurmonden een kruisvuur op den ingang daarstelden, en de kanonnen
+van de _Ferrato_, met de _Elektrieks_, die als torpedo-dragers dienst
+deden, alsook de slapende torpedo's in de geul een overkomelijke
+hinderpaal daarstellen, die niet gering te achten was. Het zou
+zelfs een voordeeligen kans opleveren, wanneer de aanval aan dien
+kant ondernomen mocht worden. De deskundigen hoopten dan ook, dat
+zulks geschieden mocht. Evenwel,--en dat was voor een ieder maar al
+te duidelijk,--het opperhoofd der Senousisten scheen maar al te wel
+de verdedigings-middelen van het eiland Antekirrta te kennen; ook
+scheen hij niet onbekend gebleven te zijn omtrent de kwetsbaarheid
+van het zuidelijk gedeelte van het eiland en de gemakkelijkheid
+eener landing aldaar. Eene poging, om een onvoorbereiden aanval op de
+haven te bewerkstelligen, zou blootstellen aan een onmiddellijke en
+volkomen vernietiging. Daarentegen leende zich eene ontscheping in het
+zuidelijk gedeelte van het eiland veel beter tot het bereiken van het
+beoogde doel. Tot dat plan werd dan ook besloten. Na dus zorgvuldig
+vermeden te hebben, om in de toegangswateren van de haven te geraken,
+zooals ook vermeden was geworden, vasten voet op het eilandje Kenkrof
+te nemen, wendde de vijand, met de meeste inspanning voortroeiende,
+zijne talrijke flottilje naar de zwakke punten, die de zuidelijke kust
+van het eiland Antekirrta aanbood. Had men hem nu nog maar met de
+strandbatterijen kunnen teisteren!... Maar neen, de flottilje bleef
+op een eerbiedigen afstand buiten het werkzame vuur der kanonnen en
+der mortieren.
+
+In weerwil, dat de afstand geschat werd te groot te zijn, werden toch
+eenige schoten van de forten gelost. Onder den grootsten elevatiehoek
+bereikten de kanonkogels bij den eersten boogaanslag niet eens het
+derde gedeelte van den afstand, terwijl de projectielen, na hare
+verdere aanslagen volbracht te hebben, de meest naastbijzijnde
+vaartuigen niet eens bereikten, maar in de diepte verdwenen.
+
+Met de bommen en granaten was het niet beter gesteld. Hoewel de
+blokken der mortieren aan het achtereinde omhoog getild waren,
+om zoo minder valhoogte, maar meer afstand te verkrijgen, werd ter
+nauwernood de helft van den af te leggen afstand bereikt, waar evenwel
+de projectielen in zee ploften, zonder aanslagen op de wateroppervlakte
+te maken.
+
+Het leverde evenwel een prachtig tafereel op, die volkogels op de
+oppervlakte der zee te zien aanslaan, hen onder het opwerpen van
+eene hooge waterzuil, die zich als een onmetelijke Geyzer sneeuwwit
+in het zonlicht voordeed, te zien opspringen, een boog vormen,
+andermaal aanslaan, opspringen en een waterstraal opwerpen, en zoo
+voortgaande, terwijl de bogen en de waterzuilen allengskens kleiner
+en kleiner werden, totdat het projectiel over de watervlakte een
+eind weegs scheen te rollen, en daarbij eene diepe vore te ploegen,
+die evenwel langzamerhand vervloot, totdat de aanleidende oorzaak in
+de diepte verdween.
+
+Het was ook een trotsch gezicht, een bom of granaat van eene
+betrekkelijk aanmerkelijke valhoogte plomp verloren in zee te zien
+storten, waarbij het water met geweld omhoog spatte, en de oppervlakte
+door tallooze kringen bewogen werd, die zich tot aan den horizon
+uitstrekten. Het geluid van zulk een plomp werd in een ruimen kring
+vernomen. Soms sprong zoo'n hol projectiel juist bij de aanraking
+van de wateroppervlakte. Dan waren het wilde waterstralen, die in
+alle richtingen voortgeschoten werden, dan waren het schuimmassa's en
+fijne, waterstofdeeltjes, die met woest geweld opgeslingerd werden,
+niet op eene eenige plaats, maar rondom het centraalpunt op ontelbare
+plekken, alwaar de scherven van de uiteengesprongen ijzermassa het
+water onder de meest verschillende hoeken scheerden.
+
+Maar de bewoners van het eiland hadden voor die tafereelen in die
+oogenblikken weinig aandacht. Zij staakten weldra hun nutteloos vuur
+en volgden met angstige oogen de richting der vijandelijke flottilje,
+die al meer naar de zuidelijke kust van het eiland afhield.
+
+Zoodra deze beweging onmiskenbaar gebleken was, meende dokter Antekirrt
+de maatregelen te moeten nemen, die door de omstandigheden geboden
+werden. Men mocht den vijand daar niet ongehinderd laten landen.
+
+De gezagvoerders Ködrik en Narsos bestegen met eenige kloekmoedige
+zeelieden ieder een der torpedobooten en verlieten in allerijl de
+haven door een der toegangen, die geen gevaar van wege de slapende
+watermijnen opleverden.
+
+Een kwartier later stormden de beide _Elektrieks_ als het ware op
+de flottilje los; zij verbraken er de linie van, deden met hunne
+torpedo's vijf of zes vaartuigen in de lucht vliegen en ramden een
+dozijn anderen zoodanig, dat zij in zinkenden toestand verkeerden.
+
+Dat was een schoon succes! Had dat maar vervolgd kunnen worden,
+dan ware de aanval bij zijn begin gestuit geworden!
+
+Evenwel was de overmacht der aanvallende Senousisten zoo groot, dat
+de beide gezagvoerders er op bedacht moesten zijn en ook inderdaad
+bedreigd werden, om geënterd te worden. Zij waren derhalve genoodzaakt
+om hunne schuilplaats achter de havendammen met den meesten spoed op
+te zoeken. Een der _Elektrieks_ had door den schok ernstige schade
+aan den boeg bekomen, zoodat hij in allerijl op het strand gezet
+moest worden, om hem voor zinken te behoeden.
+
+Intusschen was de _Ferrato_ niet werkeloos gebleven, maar had stelling
+genomen en begon de flottilje met haar geschut te beschieten. Maar
+hoewel de kustbatterijen haar vuur aan dat van het kloeke vaartuig
+paarden, was men toch onmachtig, om te beletten, dat de groote massa
+der zeeschuimers hunne ontscheping volbrachten. Hoewel een groot getal
+der aanvallers gesneuveld was, en hoewel een twintigtal vaartuigen
+reeds in den grond geschoten of in de lucht gesprongen waren, gelukte
+het toch aan meer dan duizend Senousisten, om voet aan wal te zetten
+op de rotsen van den zuidelijken oever, waarvan de nadering door de
+te kalme zee in geenendeele bemoeilijkt werd.
+
+Toen kon men zien, dat de kanonstukken aan de dwepende aanvallers niet
+ontbraken. De grootste Chebekken voerden eenige veldstukken, die op
+veldaffuiten, behoorlijk van raderen voorzien, lagen. De aanvallers
+konden hen ontschepen op dat gedeelte der kust, hetwelk buiten het
+bereik van het vuur der stad gelegen was, en zelfs buiten dat der
+kanonnen, waarmede het fortje op den centraalheuvel bewapend was.
+
+Van den post, dien dokter Antekirrt op den naastbijzijnden
+uitspringenden hoek der versterkingen ingenomen had, had hij een
+volledig overzicht, en kon hij de operatiën der ontscheping volkomen
+volgen. Het was hem onmogelijk geweest, zich er tegen te verzetten. Dat
+liet hem de geringe sterkte van zijn personeel niet toe.
+
+Maar daar hij achter zijne muren betrekkelijk veel sterker was, zou
+de taak der belegeraars, hoe talrijk zij ook waren, uiterst moeielijk
+worden. Dat zouden zij al dadelijk ondervinden.
+
+Dezen hadden zich, terwijl zij hunne lichte artillerie voortsleepten,
+in twee kolonnes verdeeld. Zij marcheerden voorwaarts, zonder eenige
+dekking te zoeken, en met die zorgelooze koelbloedige dapperheid,
+den Arabier zoo eigen, met die stoutmoedigheid der dweepziekte,
+die bij hen door de hoop op buit en den haat tegen de Christenen en
+Europeanen, eene ware doodsverachting doet geboren worden.
+
+Toen zij goed en wel onder schot gekomen waren, braakten de batterijen
+met hunne kogels, granaten en kartetsen, dood en verderf uit. Dat
+weerhield hen niet. Integendeel, zij beijverden zich al meer en meer
+op te dringen, al meer en meer veld te winnen.
+
+Hunne veldstukken namen stelling en begonnen bres te schieten in een
+muurvak, dat den hoek uitmaakte van de onvoltooide courtine van het
+zuider-vestingfront. Die muur kon niet veel weerstand bieden en was
+dan ook spoedig in puin gelegd.
+
+Het opperhoofd der aanvallers stond steeds kalm en moedig te midden
+van hen, die onder het moorddadig geschut der belegerden aan zijne
+zijde vielen, en bestuurde met beleid den aanval. Sarcany bevond
+zich bij hem en hitste hem voortdurend op, om storm te doen loopen,
+door eenige honderd strijders op de gevormde bres te werpen.
+
+Dokter Antekirrt en ook Piet Bathory herkenden hem zeer goed. Meermalen
+gaven zij een schot op hem af, zonder hem evenwel te raken. De afstand
+daartoe was te groot.
+
+Hij van zijn kant had hen ook herkend en hield hen goed in het oog,
+maar beantwoordde hun vuur met een uittartend gebaar.
+
+De groote massa der belegeraars begon zich middelerwijl in de
+richting van den muur in beweging te stellen, die ingestort was
+en thans doorgang kon verleenen. Wanneer zij er in slaagden, die
+bres te bekronen, te overschrijden, en wanneer zij zich in de stad
+konden verspreiden, dan waren de belegerden te zwak om krachtigen
+wederstand te kunnen bieden. Dan waren dezen genoodzaakt, om de
+plaats te ontruimen. En met de bloeddorstige geaardheid van die
+zeeschuimers, zou de overwinning dadelijk door een algemeenen moord
+gevolgd worden. Wee dan, de arme vrouwen en kinderen!
+
+Er moest dus op leven en dood gevochten worden! Hier zou dus het
+pleit beslecht worden!
+
+De strijd, die hier man tegen man gevoerd werd, was dan ook
+schrikkelijk te noemen. Gelukkig, dat om de bres te kunnen beklimmen,
+de aanvallers zich slechts over een smal punt konden uitbreiden.
+
+Onder de bevelen van den dokter, die kalm en bedaard in het
+grootste gevaar, en als onkwetsbaar te midden van den kogelregen
+pal stond, verrichtte Piet Bathory en zijne makkers wonderen van
+dapperheid. Pescadospunt en Kaap Matifou sprongen hen bij met eene
+stoutmoedigheid, die zijne weerga niet had, en alleen geëvenaard werd
+door hunne behendigheid, om de gevaarlijke slagen te ontwijken.
+
+De stevige Hercules had in de eene hand een mes en in de andere
+eene bijl, waarmede hij op verwonderlijke wijze ruimbaan rondom zich
+maakte. Ware er tijd toe geweest, dan zou zich een kring toeschouwers
+rondom hem gevormd hebben, en die zouden zeker in de handen geklapt
+hebben.
+
+"En hier!"
+
+"En daar!" riep de reus, terwijl hij met de eene hand zijn wapen in
+eene borst stiet, en met de andere een schedel kloofde. Hij miste
+nooit! De heuvel gesneuvelden hoopte zich rondom hem op.
+
+"Flink zoo, dierbare Kaap!" riep Pescadospunt, die zich ook
+repte. "Stoot toe! Sla toe!"
+
+"Wat willen ze?" schreeuwde Kaap Matifou woedend. "Laat ze maar
+opkomen!"
+
+"Sla ze dood!" antwoordde zijn makker, wiens revolver, voortdurend
+herladen en afgeschoten, het geknetter van een vuurwerk liet hooren.
+
+Maar de vijand week niet. Hij hield met een bewonderenswaardigen
+moed stand.
+
+Na herhaaldelijk uit de bres verdreven te zijn, hervatten nieuwe
+drommen telkens en telkens de bestorming en waren eindelijk op het
+punt, om haar te beklimmen en de stad in te snellen, toen er eindelijk
+van achteren eene afleiding uitgevoerd werd.
+
+Wat was er gebeurd? Vanwaar kwam die onverwachte hulp? O, wij zullen
+het dadelijk vernemen.
+
+De _Ferrato_ had op minder dan drie kabellengten afstand van
+den oever postgevat, alwaar hij, met zijne schepraderen voor en
+achterwaarts slaande, onder stoom bleef. Van dat punt begon hij met
+zijne kanonnaden, die allen langs stuurboord gehaald waren, met zijn
+lang jaagstuk, met zijne Hotchkiss-revolverkanons, met zijne Gattling
+mitrailleuses te vuren, en maaide de aanvallers als het koren onder
+de zeis weg. Het vaartuig viel hen in den rug aan, het beschoot ze
+op het strand, terwijl het terzelfder tijd de vaartuigen vernielde,
+die aan den voet der rotsen vastgemaakt lagen.
+
+Dat was een schrikkelijke en onverwachte slag voor de Senousisten. Niet
+alleen werden zij in den rug beschoten, maar ieder middel ter
+ontvluchting werd hen ontnomen, wanneer, wel te verstaan, hunne
+vaartuigen door de projectielen van de _Ferrato_ verbrijzeld werden. En
+dat lag bij den gang van het gevecht voor de hand.
+
+Voor Oostersche volkeren bestaat er--hoe moedig ze ook zijn--niets
+verschrikkelijkers, dan wanneer hunne terugtochtslijn bedreigd wordt.
+
+De aanvallers hielden toen halt voor de bres, die door de
+militieplichtigen hardnekkig verdedigd werd. Reeds meer dan vijfhonderd
+Senousisten hadden den dood op het strand gevonden, terwijl het getal
+der belegerden niet merkbaar geslonken was. Er ontstond aarzeling en
+weifeling. Een achterwaartsche beweging werd weldra merkbaar.
+
+De aanvoerder van de Senousistische benden begreep, dat hij zoo spoedig
+mogelijk zee moest kiezen, wanneer hij ten minste zijne makkers niet
+aan een onvermijdelijken ondergang wilde blootstellen. Te vergeefs
+wilde Sarcany de dwepers aansporen, zich andermaal op de bres te
+werpen. Het mocht niet baten. De poging mislukte, toen zij zonder
+geestdrift volvoerd werd. De aanvallers werden met bebloede koppen
+teruggeslagen.
+
+Eindelijk werd bevel gegeven, om naar het strand terug te trekken,
+en--het moet erkend worden--de Senousisten volvoerden hunne
+terugtochts-beweging even gehoorzaam als zij zich tot den laatsten man
+zouden hebben laten neerhouwen, wanneer zij het bevel hadden gekregen,
+om te sterven.
+
+Maar het was noodzakelijk die zeeschuimers eene les toe te dienen,
+die hun onuitwischbaar in het geheugen zoude blijven. De lust om
+terug te keeren, moest hen voor goed ontnomen worden.
+
+"Vooruit!... vrienden!... Voorwaarts!" riep dokter Antekirrt "Er op
+in!... En geen genade of medelijden!"
+
+En onder aanvoering van Piet Bathory en van Luigi Ferrato stormden
+een honderdtal militieplichtigen naar buiten, ter vervolging der
+vluchtelingen, die het strand met den meesten spoed trachtten
+te bereiken. Maar dezen bevonden zich daar tusschen twee vuren,
+dat van de _Ferrato_ en dat van de stad, zoodat van standhouden
+geen sprake kon zijn. Toen begon er wanorde in hunne gelederen te
+heerschen, en weldra zag men hen in woeste vaart naar de zeven of
+acht inschepings-vaartuigen stormen, die door de losbrandingen van
+de _Ferrato_ min of meer onbeschadigd gelaten waren. Toen ontspon
+zich een vreeselijke strijd, waarbij mededoogen onbekend was.
+
+Piet Bathory en Luigi Ferrato trachtten, bij het handgemeen worden,
+vooral één man te kunnen vatten. Behoeft het nog gezegd te worden:
+die man was Sarcany. Maar zij wilden hem levend in handen krijgen,
+hoewel hij hen niet ontzag, en het waarlijk een wonder te noemen was,
+dat zij telkens aan zijne revolverschoten ontkwamen.
+
+En toch, in weerwil van hunne inspanning, scheen het noodlot zich
+tot taak te stellen, dien man nogmaals aan hunne gerechtigheid te
+onttrekken. Waarlijk, het had er veel van, of de hel tusschenbeiden
+trad.
+
+Sarcany en het opperhoofd der Senousisten, omgeven door een tiental
+hunner meest dappere en meest te vertrouwen strijdmakkers, waren er
+in geslaagd, om een kleine polacre te bereiken, waarvan de meertouwen
+reeds losgegooid waren, en die reeds manoeuvreerde om zee te kiezen. De
+_Ferrato_ was van dat punt te ver verwijderd, om haar sein te kunnen
+geven, ten einde dat vaartuig, hetwelk zou ontsnappen, te vervolgen
+en in den grond te boren.
+
+In dat oogenblik ontwaarde Kaap Matifou een veldstuk, dat in de hitte
+van den strijd van zijn affuit afgerold was, en op het zand in de
+nabijheid der zee lag.
+
+Naar dat stuk, hetwelk nog geladen was, heenvliegen, het met
+bovenmenschelijke kracht op een der rondomliggende rotsen optillen,
+zich schrap zetten, om het met de tappen in den noodigen stand en
+de vereischte richting te houden, dat alles was voor den reus het
+werk van een oogenblik. Daarop riep hij met hijgende, maar toch
+krachtvolle stem:
+
+"Hierheen, Pescadospunt, hierheen!... Gauw! Gauw toch!... Hierheen! Er
+is geen minuut te verliezen!"
+
+Pescadospunt hoorde dien kreet van Kaap Matifou. Hij ijlde toe en
+begreep met een oogopslag, wat er gaande was. Hij verbeterde de
+richting van het kanonstuk, gelegen op zijn levend affuit, en mikte
+nauwkeurig op de polacre. Daarop bracht hij de brandende lont bij
+het zundgat.
+
+Het schot ging af. De kogel trof den romp van het vaartuig en
+verbrijzelde dien... maar de reus trilde zelfs niet onder den
+terugstoot van het stuk geschut.
+
+Het Senousisten-hoofd geraakte met zijne makkers te water. Het
+meerendeel hunner verdronk en kwam in de golven om. Zij, die zich
+uit het water redden, werden aan wal onbarmhartig doodgeslagen.
+
+Wat Sarcany betrof, deze spartelde in de branding. Toen Luigi Ferrato
+dat zag, sprong hij onmiddellijk in zee. En een oogenblik later was
+de fielt overgeleverd in de handen van Kaap Matifou, die hem als in
+eene schroef omklemden en hem door middel van een sterk touw armen
+en beenen stevig knevelde.
+
+De zegepraal was zoo volkomen mogelijk. Op een zoodanige had men niet
+durven hopen.
+
+Van de twee duizend aanvallers, die op het eiland ontscheept waren,
+ontsnapten ter nauwernood eenige honderden aan de algemeene ramp. Zij
+konden de tijding van hun bloedig wedervaren op de Cyrenaïsche kust
+gaan mededeelen.
+
+In langen tijd, zoo hoopte men althans, zou het eiland Antekirrta
+geen overlast meer ondervinden van die zeeschuimers. De indruk van
+de ontvangen les zoude onuitwischbaar zijn.
+
+
+
+
+
+XI.
+
+GERECHTIGHEID.
+
+
+Graaf Mathias Sandorf had zijne dankbaarheidsschuld tegenover Maria
+en Luigi Ferrato voldaan. Die beiden waren in eene fraaie villa
+gehuisvest, terwijl zij overigens voor hun geheele leven geborgen
+waren.
+
+Mevrouw Bathory, haar zoon Piet en zijne eigene dochter Sava
+Sandorf waren thans met elkander vereenigd. Na beloond te hebben,
+bleef niets anders over, dan te straffen. Aan de gerechtigheid moest
+voldaan worden.
+
+Gedurende de eerste dagen, die op de nederlaag der Senousisten volgden,
+was het personeel van het eiland Antekirrta druk in de weer geweest,
+om de gesneuvelden te begraven en de gekwetsten te verplegen, om de
+geleden schade te herstellen, en alles weer in orde te brengen. Eenige
+weinige onbeduidende verwondingen niet medegerekend, waren Piet
+Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou,--dat wil zeggen
+al diegenen, welke meer in het bijzonder bij de verwikkelingen van
+dit drama betrokken waren,--er heelhuids afgekomen. Dat zij zich in
+de hitte van den strijd niet ontzien hadden, daarvan kan de lezer
+overtuigd wezen. Welke vreugde er dan ook heerschte toen zij zich weer
+met Sava Sandorf, met Maria Ferrato, met mevrouw Bathory en haren ouden
+dienaar Borik in de groote zaal van het Stadhuis te zamen bevonden,
+is eenvoudig onmogelijk te beschrijven. Zoo iets laat zich beter
+gevoelen dan onder woorden brengen.
+
+Na op de meest plechtige wijze de laatste eer bewezen te hebben aan
+het aardsche omhulsel van hen, die in den strijd omgekomen waren,
+hervatte de kleine kolonie hare gewone bezigheden, die ongetwijfeld
+niet meer onderbroken zouden worden. De nederlaag toch, door de
+Senousisten geleden, was zoo afdoend mogelijk geweest, en hadden
+de aanvallers daarbij zulke bloedige verliezen geleden, dat zulk
+een ramp wel geschikt was, om hen van verdere ondernemingen op het
+eiland Antekirrta af te schrikken. Daarenboven was Sarcany, die hen
+tot dien veldtocht aangezet had, niet meer onder hen, om die dwepers
+door zijne gevoelens van haat en zijn dorst naar wraak te bezielen.
+
+Om evenwel op iedere mogelijke gebeurlijkheid voorbereid te zijn,
+was dokter Antekirrt er op bedacht, het verdedigingstelsel van het
+eiland in den kortst mogelijken tijd te voltooien. Niet alleen, dat
+de hoofdplaats Artenak dadelijk tegen eene overrompeling beveiligd
+werd, maar het eiland zelf zou geen enkel kwetsbaar punt meer langs
+zijn omtrek aanbieden, waar eene vijandelijke macht ongestraft zou
+kunnen landen. Met die werkzaamheden werd dadelijk begonnen en geen
+rust werd gegund, voordat zij voleindigd waren.
+
+Eene andere zorg van den dokter was, om nieuwe, maar vooral om
+geschikte kolonisten naar zijn eiland te lokken, wien door de zeldzame
+vruchtbaarheid van den bodem eene behoorlijke welvaart verzekerd kon
+worden. Bij zijn vaderlijk bestuur was dat zoo moeielijk niet.
+
+Middelerwijl was er niets meer, dat aan het huwelijk van Piet
+Bathory met Sava Sandorf eenigen hinderpaal in den weg kon
+leggen. De voltrekking der plechtigheid werd nu op den 9den December
+bepaald. Niets zou daarin meer verandering brengen. Of die beide
+jongelieden ook gelukkig waren! Maar zij niet alleen. De geheele
+bevolking deelde in hun geluk.
+
+Pescadospunt was dan ook volijverig in de weer, om de voorbereidende
+maatregelen voor de publieke vermakelijkheden te treffen. Hij was
+daarmede reeds eenigermate bezig geweest, maar was door den inval der
+zeeschuimers van het Cyrenaïsche gebied in de volvoering zijner taak
+vertraagd geworden. Dat uitstel moest en zou hij inhalen.
+
+Er bleef intusschen nog eene andere, maar meer treurige zaak te
+beëindigen.
+
+Er moest toch omtrent het lot van Sarcany, van Silas Toronthal en
+van Carpena beslist worden.
+
+Deze misdadigers zaten afzonderlijk in de kazematten van het fortje
+van Antekirrta opgesloten, en wisten zelfs niet, dat zij zich alle
+drie in de macht van dokter Antekirrt bevonden. Wie zou hen dat ook
+verteld hebben?
+
+Den 6den December, dus twee dagen na den aftocht der Senousisten,
+deed de dokter hen in de groote zaal van het Stadhuis, waarin hij zich
+met Piet Bathory en met Luigi Ferrato ter zijde hield, voorbrengen.
+
+Daar was het, dat de gevangenen elkander voor het eerst, maar thans
+in tegenwoordigheid der rechtbank van Artenak en bewaakt door een
+gewapend detachement der militie van Antekirrta, wederzagen. Dat
+wederzien miste zijne uitwerking niet, hoewel bij ieder hunner,
+naarmate van hunne geaardheid, verschillend waarneembaar.
+
+Carpena scheen ongerust; maar daar hij niets van zijn arglistigen
+aard verloren had, wierp hij rechts en links steelsgewijze blikken,
+doch durfde zijne oogen niet op zijne rechters vestigen. Dat verleende
+hem een schuw en angstig uiterlijk, dat niet voor hem innam.
+
+Silas Toronthal was zeer ter neer geslagen en hield het hoofd diep
+gebogen. Als instinctmatig vermeed hij zorgvuldig iedere aanraking met
+zijne medeplichtigen. Hij schoof zoo ver van hen af, als hij maar kon.
+
+Sarcany werd slechts door een eenig gevoel beheerscht, namelijk door
+verwoedheid, dat hij in handen van dokter Antekirrt gevallen was. Die
+gedachte was hem onverdragelijk; dat was uit zijn geheele voorkomen
+op te merken.
+
+Toen die drie voor de rechtbank van Artenak, welke uit de voornaamste
+magistraten en notabelen van het eiland samengesteld was, gebracht
+waren, trad Luigi tot voor de rechters, nam toen met hun verlof het
+woord en wendde zich tot den Spanjaard:
+
+"Carpena," zei hij, "kijk mij aan! Ik ben Luigi Ferrato, de zoon
+van den visscher van Rovigno, die ten gevolge van uw laaghartig
+verraad naar het bagno van Stein gezonden werd, waar hij ellendig
+gestorven is!"
+
+Carpena had voor een oogenblik het hoofd opgeheven en den spreker
+schuw aangekeken. Toorn deed een blos naar zijn hoofd schieten en
+schenen zijn oogen met bloed beloopen. Dus het was wel degelijk Maria
+Ferrato, die hij in de steegjes van het Manderaggio-kwartier te Malta
+had meenen te herkennen, en het was Luigi Ferrato, haar broeder, die
+hem thans die aanklacht in de ooren deed klinken. Verdoemenis! hij
+had zijne toekomst in handen gehad!
+
+Piet Bathory trad daarop voor. Eerst strekte hij de hand naar den
+bankier uit.
+
+"Silas Toronthal", sprak hij, "ik ben Piet Bathory, de zoon
+van Stephanus Bathory, den Hongaarschen patriot, dien gij, in
+gemeenschap handelende met Sarcany, uwen medeplichtige, laaghartig
+hebt verraden aan de Oostenrijksche politie te Triëst, en wiens dood
+gij dientengevolge berokkend hebt."
+
+En zich toen tot den Tripolitaan, die hem met verbeten woede
+aanstaarde, wendende:
+
+"Ik ben Piet Bathory, dien gij hebt pogen te vermoorden in de straten
+van Ragusa! Ik ben de verloofde van Sava, de dochter van graaf Mathias
+Sandorf, die gij vijftien jaren geleden van het kasteel te Artenak
+hebt doen ontvoeren!"
+
+Silas Toronthal gevoelde zich, alsof hij door een knodsslag op het
+hoofd getroffen werd, toen hij Piet Bathory herkende, dien hij sedert
+lang dood waande.
+
+Sarcany daarentegen had de armen over de borst gekruist. Behalve dat
+zijne oogleden lichtelijk beefden, vertrok zich geen spier van zijn
+gelaat en bewaarde hij een uittartend stilzwijgen.
+
+Geen antwoord werd door Silas Toronthal of Sarcany gegeven. Wat zouden
+zij hun slachtoffer, dat als het ware uit het graf verrezen was,
+om hen te beschuldigen, ook hebben kunnen zeggen?
+
+En toch was het ergste nog niet gekomen. Hoe geheel anders werd het,
+toen dokter Antekirrt op zijne beurt oprees en met ernstige stem zeide:
+
+"En ik, ik ben de vriend van graaf Ladislas Zathmar en van Stephanus
+Bathory, die tengevolge van uw beider verraad in de vesting van Pisino
+doodgeschoten zijn! Ik ben de vader van Sava, die gij ontvoerd hebt, om
+u van haar vermogen meester te maken!... Ellendelingen, ziet mij aan!"
+
+"Maar wie zijt gij dan?" vroegen Silas Toronthal en Sarcany bijna
+tegelijkertijd.
+
+"Ik?... Ik ben graaf Mathias Sandorf!"
+
+Ditmaal was de uitwerking van die verklaring zoodanig, dat de knieën
+van Silas Toronthal knikten, en hij bijna ter aarde stortte; terwijl
+Sarcany het hoofd boog, alsof hij zich verbergen wilde.
+
+Toen werden de drie beschuldigden achtereenvolgens verhoord. Zij konden
+hunne misdaden niet ontkennen, en die misdaden waren van dien aard, dat
+op geen erbarmen te hopen viel. De voorzitter der rechtbank herinnerde
+Sarcany, dat de aanslag op het eiland, die voor zijn persoonlijk belang
+ondernomen was, het leven aan verscheidene bewoners van het eiland
+gekost had, en dat het bloed der slachtoffers om wraak schreeuwde.
+
+"Door uw toedoen is onschuldig bloed vergoten," sprak hij plechtig,
+"gij zijt des doods schuldig!"
+
+Daarna werd den beschuldigden de gelegenheid en ook de volle vrijheid
+gegeven, om zich te verdedigen.
+
+Eindelijk paste hij de wet toe, volgens welke hij de rechtspleging
+voerde en krachtens welke hij het voorzitterschap van die rechtbank
+uitoefende.
+
+"Silas Toronthal, Sarcany, Carpena," zei hij, "gij hebt wetens en
+willens den dood veroorzaakt van Stephanus Bathory, van Ladislas
+Zathmar, van Andreas Ferrato! Wij veroordeelen u ter dood!"
+
+"Zooals gij het goedvindt!" antwoordde Sarcany, wiens onbeschaamdheid
+weer de overhand verkreeg.
+
+"Genade!" smeekte Carpena met lafhartig gebaar. "Mijne heeren, ik
+smeek om genade!"
+
+Een blik op zijne rechters overtuigde hem, dat hier geen genade te
+verwachten was.
+
+Silas Toronthal was eene onmacht nabij. Het was hem onmogelijk een
+enkel woord te uiten.
+
+Men bracht de drie veroordeelden naar hunne gekazematteerde vertrekken
+terug, alwaar zij van stonde af, nog meer van nabij bewaakt werden. Elk
+hunner kreeg nu een schildwacht voor hunne kazemat, die, voor de
+geopende deur op post staande, hen niet uit het oog verliezen mocht,
+en zelf onder strenge controle van een der militie-officieren stond.
+
+Van welken aard zou de doodstraf zijn, welke men die ellendelingen
+zou laten ondergaan?
+
+Zouden zij op eene eenzame en afgelegen plek van het eiland
+doodgeschoten worden? Maar dan ware de bodem van Antekirrta
+verontreinigd met het bloed van die verraders! Daartegen kwam een
+ieder op. Er werd dan ook besloten, dat het vonnis op het eiland
+Kenkrof ten uitvoer gelegd zoude worden. Kenkrof behoorde als het
+ware niet tot Antekirrta.
+
+Dienzelfden avond werden de drie veroordeelden aan boord van een der
+_Elektrieks_, die met tien matrozen onder de bevelen van Luigi Ferrato
+bemand was, gebracht. Dat vaartuig voerde hen naar het eilandje over,
+waar zij tot het aanbreken van den dag moesten wachten, om hun vonnis
+te ondergaan.
+
+Sarcany, Silas Toronthal en Carpena verkeerden noodzakelijk in de
+meening, dat het stervensuur voor hen aangebroken was. Toen zij dan
+ook ontscheept waren, stapte Sarcany recht op Luigi Ferrato toe.
+
+"Moeten wij er van avond aan gelooven?" vroeg hij op onbeschaamden
+sarcastischen toon.
+
+Luigi antwoordde niet. De drie veroordeelden werden alleen gelaten
+en de nacht was reeds ingetreden, toen de _Elektriek_ in de haven
+van Antekirrta wederkeerde en het anker uitwierp.
+
+Het eiland was nu van de bezoedelende tegenwoordigheid der verraders
+bevrijd. Wat eene ontvluchting van het eilandje Kenkrof betrof, die
+was eenvoudig onmogelijk. Een zeearm van twintig mijlen breedte,
+scheidde het van het vaste land. De misdadigers bevonden er zich
+zonder hulpmiddelen hoegenaamd, en er viel niet aan te denken, den
+zeearm over te zwemmen.
+
+"Weet ge wat ik denk?" vroeg Pescadospunt aan zijn vriend Kaap
+Matifou. "Zeg, weet gij dat?"
+
+De reus krabde zich achter een oor. In het raden van andermans
+gedachten was hij nooit een held geweest. Zelfs kon hij de zijnen
+niet altijd onder woorden brengen.
+
+"Drommels!" antwoordde hij, "dat is niet gemakkelijk te raden!... Ik
+geef het op!"
+
+Pescadospunt lachte bij dat antwoord. Hij kende zijn trouwen makker.
+
+"Volgens mij," vervolgde hij, "zullen die ellendelingen, voordat
+morgen de dag aanbreekt, elkander daar op dat eilandje verslonden
+hebben! Meent gij dat ook niet?"
+
+"Pouah!" riep Kaap Matifou met walging uit. "Een onsmakelijk
+beafstuk! Nog erger dan levende slangen!"
+
+Die laatste nacht voor de veroordeelden werd onder die omstandigheden
+doorgebracht.
+
+Op het Stadhuis merkte men evenwel op, dat graaf Mathias Sandorf geen
+oogenblik rust nam. Hij had zich in zijne kamer opgesloten, en liep
+dat vertrek, hetwelk hij eerst tegen vijf uren in den ochtend wilde
+verlaten, onafgebroken op en neer. Toen de dag aangebroken was, begaf
+hij zich naar de groote zaal, alwaar hij Piet Bathory en Luigi Ferrato
+dadelijk bij zich liet komen. Het was voor hem geen kleinigheid,
+over drie menschenlevens te beschikken.
+
+Middelerwijl was eene afdeeling der militieplichtigen op het
+binnenplein van het Stadhuis aangetreden en stond gereed, om op het
+eerste bevel zich naar het eiland Kenkrof in te schepen. Dat zou het
+executie-peloton zijn.
+
+Graaf Mathias Sandorf trad de beide geroepenen tegemoet, en greep
+hen ieder bij eene hand.
+
+"Piet Bathory, Luigi Ferrato," vroeg hij met van aandoening bewogen
+stem, "niet waar? de meest stipte rechtvaardigheid, de meest
+uitgebreide onpartijdigheid heeft voorgezeten, toen die verraders
+ter dood veroordeeld werden?"
+
+"Ja!" antwoordde Piet Bathory met vastberaden stem. "Dat getuig
+ik volgaarne!"
+
+"Ja!" herhaalde Luigi Ferrato, even onwrikbaar. "Ook ik ben gereed
+dat te getuigen!"
+
+"Zij hebben den dood ten volle verdiend!" vervolgde de eerste plechtig
+en ernstig.
+
+"En iedere aanspraak op medelijden of genade verbeurd!" beaamde
+de andere.
+
+"Is dat de meening van uw hart, de overtuiging van uw geweten?" vroeg
+de graaf.
+
+"Ja, dat is zij!" antwoordde Piet. "Volgens mijne overtuiging,
+volgens mijn geweten!"
+
+"Ja!" knikte Luigi, terwijl hij graat Mathias als bezegeling van zijn
+gebaar de hand drukte.
+
+"Dat dan de gerechtigheid haren loop hebbe! en dat God hen die
+vergeving schenke, welke de stervelingen aan zulke misdadigers niet
+kunnen verleenen!... Dat het Opperwezen hunne zielen genadig zij!.."
+
+Nauwelijks had graaf Mathias Sandorf die plechtige woorden
+uitgesproken, toen eene verschrikkelijke ontploffing vernomen werd,
+die zoowel het geheele eiland Antekirrta als het Stadhuis op hunne
+grondvesten deed schudden. Het was alsof een hevige aardbeving de
+aardkorst deed golven en trillen. Het was alsof inderdaad de laatste
+dag aangebroken was!
+
+Graaf Mathias Sandorf, Piet Bathory en Luigi Ferrato stormden naar
+buiten, terwijl de geheele bevolking van Artenak, ten hevigste
+verschrikt en beangst, in de grootste ontsteltenis hare woningen
+ontvlood.
+
+Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, vermengd
+met groote rotsblokken en kleinere steenen, en gepaard met een
+ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf tot eene onmetelijke
+hoogte voort. Kort daarop vielen de harde lichamen, kletterend als
+hagel, rondom het eiland neer, en deden de wateren der Middellandsche
+zee in wilde golven hoog opstuiven, terwijl eene dikke wolk als
+een lijkfloers boven de oppervlakte bleef hangen. Die wolk had eene
+akelige loodkleur en verdween eerst langzamerhand.
+
+Van het eilandje Kenkrof en van de drie ter dood veroordeelden bleef
+niets over. De uitbarsting had alles en allen vernietigd. De golven
+der zee sloegen met woest geweld te zamen over de plek, waar het
+eilandje gestaan had, en verstrooide wat er drijvende van overgebleven
+mocht zijn.
+
+Wat was daar toch gebeurd? Dat is wel te gissen.
+
+De lezer zal voorzeker niet vergeten hebben, dat het eilandje, als
+voorzorgsmaatregel tegen eene landing der Senousisten, geheel en al
+ondermijnd was; ook niet dat, voor het geval de drievoudige electrische
+kabelgeleiding, die het met Antekirrta in verbinding stelde, onklaar
+werd en buiten werking kwam, zeer gevoelige electrische toestellen
+in den bodem begraven waren, die men slechts met den voet had aan te
+raken, om den stroom te verbreken en de ontploffing van al de mijnen
+teweeg te brengen.
+
+Ziet, dat was geschied. Een der veroordeelden, die op het eilandje
+rondzwierven, en misschien reeds op plannen ter ontsnapping bedacht
+was, had een dier toestellen bespeurd, had het houten omhulsel willen
+te voorschijn halen, dat allicht tot ondersteuning in zee kon dienen;
+maar daarop was de uitbarsting en de vernietiging van het geheele
+eilandje met al wat er op was, oogenblikkelijk gevolgd.
+
+"God heeft ons de afschuwelijkheid van die terechtstelling willen
+besparen!" sprak graaf Mathias Sandorf diep ontroerd. "Wij allen
+moeten Hem daarvoor dankbaar zijn!"
+
+Noch Piet Bathory, noch Luigi Ferrato waren in staat antwoord te geven.
+
+
+
+Het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf werd drie dagen later
+in de kleine kerk van Artenak voltrokken. Bij die gelegenheid teekende
+dokter Antekirrt met zijn waren naam van Mathias Sandorf, dien hij
+voortaan zou blijven voeren, nu aan de gerechtigheid voldaan was.
+
+Sava Bathory werd drie weken later officiëel door het Oostenrijksche
+gouvernement erkend als de erfgename van de niet verbeurd verklaarde
+goederen van graaf Mathias Sandorf. De brief van mevrouw Toronthal,
+alsook eene verklaring, die men bijtijds van den bankier had bekomen,
+waren voldoende om hare identiteit te bevestigen. Daar Sava nog geen
+achttien jaren oud was, werd haar alles, wat van het vorstelijk domein
+in Transylvanië, te midden van het Karpathisch gebergte gelegen,
+overgebleven was, teruggegeven, hetgeen nog een groot vermogen
+daarstelde.
+
+Graaf Mathias Sandorf zou zelf het beheer zijner goederen weder hebben
+kunnen aanvaarden. In den loop der tijden was toch eene amnestie
+ten gunste der staatkundige veroordeelden uitgevaardigd. Maar al
+had hij ook openlijk zijn naam van Mathias Sandorf weer aangenomen,
+zoo verkoos hij toch aan het hoofd te blijven van de groote familie
+van Antekirrta. Daar zou hij zijn leven te midden van hen, die hem
+beminden, doorbrengen.
+
+De kleine volkplanting breidde zich, door zijne onvermoeide zorgen,
+al meer en meer uit. Haar bevolkingscijfer verdubbelde in minder dan
+een jaar. Geleerden en uitvinders, door graaf Mathias Sandorf daartoe
+uitgenoodigd, kwamen er hunne ontdekkingen in praktijk brengen, die
+anders zonder zijne raadgevingen en zonder het onmetelijk fortuin,
+waarover hij beschikte, onvruchtbaar zouden gebleven zijn. Het eiland
+Antekirrta werd dan ook weldra de meest belangrijke plek van de
+Syrtische zee. Toen daarenboven het verdedigingstelsel van het eiland
+beëindigd was, kon de veiligheid daar volkomen heeten en behoefde
+niemand afgeschrikt te worden, zich daar metterwoon te vestigen.
+
+Wat valt nu nog te vertellen van mevrouw Bathory, van Maria en Luigi
+Ferrato? Wat van Piet en Sava Bathory? De lezer zal beter hun geluk
+kunnen bevroeden, dan wij dit zouden kunnen beschrijven.
+
+Wat ook nog te vertellen van Pescadospunt en Kaap Matifou, die tot
+de meest notabelen van de Antekirrtsche volkplanting behoorden? Als
+die twee goedige wezens iets betreurden, dan was het, dat zij de
+gelegenheid niet meer hadden, om zich toe te wijden aan, of zich op
+te offeren voor hem, die hen zulk eene toekomst bereid had!
+
+Graaf Mathias Sandorf had zijne taak volbracht, en ware de herinnering
+weg te nemen geweest aan zijne twee mede-samenzweerders, professor
+Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar, dan zou hij zoo gelukkig
+geweest zijn, als een edelmoedig mensch op dit ondermaansche wezen kan,
+wanneer hij welvaart en geluk onder zijne omgeving verspreidt.
+
+Men zal in de geheele Middellandsche Zee, zelfs in een der andere
+Oceanen van ons wereldrond, zelfs te midden der Gelukkige eilanden,
+geen enkele streek vinden, welker welvaart met die van Antekirrta
+kan wedijveren. Iemand die zulk een streek zou willen opzoeken,
+zou vergeefsche moeite doen.
+
+Toen dan ook Kaap Matifou zich door zijn geluk overstelpt gevoelde,
+meende hij te moeten zeggen:
+
+"Verdienen wij waarlijk, zoo gelukkig te zijn? Zeg, Pescadospunt
+verdienen wij dat inderdaad?"
+
+"Neen, dierbare Kaap, neen!" antwoordde de trouwe makker van
+den reus. "Maar wat er aan te doen?... Wij zijn verplicht ons te
+onderwerpen en het noodlot te aanvaarden, wat ons beschoren is!"
+
+Kaap Matifou zuchtte eens, maar antwoordde niet. Hij besloot met
+volkomen onderwerping zijn geluk te genieten.
+
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+
+ I. Het Presidio van Ceuta 1
+ II. Eene proefneming van Dokter Antekirrt 26
+ III. Zeventien malen! 56
+ IV. De laatste inzet 76
+ V. Aan Gods goede zorgen overgelaten 100
+ VI. De geestverschijning 117
+ VII. Een handdruk van Kaap Matifou 134
+ VIII. Het Ooievaars-feest 156
+ IX. Het huis van Sidi Hassan 179
+ X. Antekirrta 197
+ XI. Gerechtigheid 220
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] De werkelijke diepte van de straat van Gibraltar is 300 tot
+900 meter.--J.H.
+
+[2] Een zeer afkeurenswaardige leer; want dat is de leer van: _het
+doel heiligt de middelen_ huldigen. Vert.
+
+[3] En Nederland, waar vele Ooievaars wonen en welks naam toch op de
+muntstukken voorkomt? Vert.
+
+[4] In Ned. Indië heeft men denzelfden drank, Sagoeweer genaamd,
+afkomstig van de Arenga saccharifera. Vert.
+
+[5] Zou hier wel van alcoholische opgewondenheid kunnen gesproken
+worden? Mahommedaansche bevolkingen gebruiken uiterst zeldzaam
+alcoholische dranken, daarentegen geven zij zich te meer aan het
+gebruik of beter het misbruik van opium, van haschich of dergelijke
+narcotische verdoovingsmiddelen over. Jules Verne schijnt zich vergist
+te hebben. Vert.
+
+
+
+
+
+
+
+Bij den Uitgever dezes zijn mede verschenen:
+
+
+DE REIS om de WERELD in 80 DAGEN. Met 52 houtgravuren f 1.50
+DE REIS naar de MAAN in 28 DAGEN en 12 UREN. Met 60
+houtgravuren " 1.50
+DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Zuid-Amerika. Met 60
+houtgravuren " 1.50
+DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Australië. Met 50 houtgravuren
+" 1.50
+DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Stille Zuid-Zee. Met 52
+houtgravuren " 1.50
+20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Oost. Halfrond. Met 50 houtgravuren
+" 1.50
+20.000 MIJLEN ONDER ZEE. West. Halfrond. Met 60 houtgravuren
+" 1.50
+VIJF WEKEN in een LUCHTBALLON. Ontdekkingsreis in de
+Binnenlanden van Afrika. Met 75 houtgravuren " 1.50
+HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen. Met 54
+houtgr. " 1.50
+HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Verlatene. Met 54 houtgravuren
+" 1.50
+NAAR het MIDDELPUNT der AARDE. Met 53 houtgravuren " 1.50
+MICHAEL STROGOFF. De Koerier van den Czaar. Met 60 houtgravuren
+" 1.50
+HET ZWARTE GOUD. Met 55 houtgravuren " 1.50
+HEKTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners. Met 51 houtgravuren " 1.50
+HEKTOR SERVADAC De Terugtocht naar de aarde. Met 74
+houtgravuren " 1.50
+AVONTUREN van DRIE RUSSEN en DRIE ENGELSCHEN. Gevolgd door
+"De Blokkadebrekers". Met 64 houtgravuren " 1.50
+EEN KAPITEIN van 15 JAAR. De Walvischjagers. Met 51
+houtgravuren " 1.50
+EEN KAPITEIN van 15 JAAR. In Slavernij. Gevolgd door "Een
+overwintering in het ijs". Met 56 houtgravuren " 1.50
+DE SCHIPBREUK van de CHANCELLOR. Gevolgd door "Martin Paz". Met
+56 houtgravuren " 1.50
+WONDERLIJKE AVONTUREN van een CHINEES. Gevolgd door "Muiterij
+aan boord der Bounty". Met 54 houtgravuren " 1.50
+ELDORADO en het MONSTERKANON van STAALSTAD. Gevolgd door
+"Meester Zacharias". Met 51 houtgravuren " 1.50
+HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS. De Pelterijhandel. Met 56
+houtgr " 1.50
+HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS. Het Drijvende
+Eiland. Gevolgd door "Een treurspel in de Wolken". Met 56
+houtgravuren " 1.50
+HET STOOMHUIS. De IJzeren Reus. Met 57 houtgravuren " 1.50
+HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda. Gevolgd door
+"Dokter Ox". Met 56 houtgravuren " 1.50
+REIZEN en LOTGEVALLEN van KAPITEIN HATTERAS. De Engelschen
+aan de Noordpool. Met 128 houtgravuren " 1.50
+REIZEN en LOTGEVALLEN van KAPITEIN HATTERAS. De
+IJswoestijn. Met 127 houtgravuren " 1.50
+EENE VLOTREIS. Acht honderd mijlen op de Amazone. Met 56
+houtgravuren " 1.50
+EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift. Gevolgd door "Een Drijvende
+Stad". Met 53 houtgravuren " 1.50
+EEN LEERSCHOOL voor ROBINSONS. Gevolgd door "Van Rotterdam
+naar Kopenhagen". Met 69 houtgravuren " 1.50
+DE WONDERSTRAAL. Gevolgd door "Tien uren op jacht". Met 91
+houtgrav. " 1.50
+KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de klem. Met 48
+houtgr. " 1.50
+KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en Redding. Met 51
+houtgrav. " 1.50
+DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten. Met 60 houtgravuren " 1.50
+DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM. Met 46 houtgravuren " 1.50
+DE VONDELING van het FREGAT CYNTHIA. Met 24 houtgravuren " 1.50
+MATHIAS SANDORF. Een verijdelde Samenzwering. Dokter
+Antekirrt. Met 39 houtgravuren " 1.50
+MATHIAS SANDORF. De Middellandsche Zee. Met 36 houtgravuren
+" 1.50
+HET LOTERIJBRIEFJE. Met 36 houtgravuren " 1.50
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 22908 ***